Tuinverhalen

daanhk

Tuinverhalen

Beelden: Ton Valentijn

Gedichten: Michiel Martinus

2017


1. Tuinslot

het tuinslot rijst op uit de aarde als piepgleuf of lichtsleuf in het groen en wordt

door vaste handparen op zijn plaats gehouden en als een toegang

open en dicht geschoven.

Ook wij komen straks hand in hand,

knipogend langs Ton’s creatieve verzoeking geslopen om aan

zijn slot te morrelen.


2.Oud & Wijs

denkend aan de oude meester schrijf ik

met het licht zijn ethische en sociale symbolen in de geest van ervaring en

kennis, want

oud en wijs, nooit tegen het vergeten aan,

kent raad geen tijd in mijn

begrip van voltooiing.


3.Gedachte aan de oude meester

Gevangen in de gedachte aan de oude meester het object verbeeldt, zoals ik

keek hoe Timothy Leary, in zevenenzestig, voor een meer open mind een gat in

zijn hoofd boorde.

Ik heb uit al mijn lagen een loepzuiver patroon van voelen gekraakt en

heb in allerindividueelste gaten mijn vingers gelegd,

de wens gestald onder een koepel van glas, Ik koester wat ik niet zeggen wou,

mijn verlangen naar nog meer zon van jou.

Opnieuw gevangen in een wens.

nu ik met al mijn zintuigen open,

de gedachte aan de oude meester vul.


4.Oehoe

met grote stenen ogen volgt hij nauwlettend elke beweging in het donker.

Hij berekent afstand en hoogte, schat het gewicht van zijn prooi,

tot uilenballen, verrekent tijdens het toeslaan,

de meteo-omstandigheden, om vanuit

deze positie op de juiste plek terecht te komen en

zijn naam:

OHoe, eer aan te doen.

Maar bij deze nachtstootvogel,

stijgt de spanning niet,

hij verroert zich niet,

komt nooit van Ton’s tuin los.


5. Vlinder

vleugels in tekens van zijn zielsvlucht,

als eendags codes voor een kort,

maar wervelend bestaan.


6.d’n Einhaorn

Toen Ton mit hakke begos, roefelde neet te stuute hamers en beitels;

stukske veur stukske kroop ut beeld oet d’n stein en sloog as

enne Einhaorn, mit Slepnir of Pegassus ’s nachts

zien vleugels oet, maar he verluut zien plek,

heej allein,

veur niejie tuinverhoale.


7.Snoeffels

lippen tot stenen kus getuit, ogen vol tederheid gedicht,

zijn gladde kop tot waxen en handtapping, zon beschenen,

miezel dorstlessend opslurpend.

Uitdagend beeld zoenbereid, verspreidt

woordloze dromen onder zijn kijkers.

Zo gaat deze Snoeffels op,

in Ton’s tuinlied bij Apollo.


8.Zwanger

het symbolisch huis van liefde, waarin het moederschap ontstaat en

zich ontwikkelt,

de ontvangende ondermond nog open,

de vrucht als een larve zichtbaar, vreet zich huid gevangen,

langs de buitenkant.

Spraak en smaak worden toegevoegd,

tot het beeld zijn kind baart en Ton met

beschuit met muisjes ronddwaart.


9.Draak met twee koppen

de wrede bekken, stijf gesloten voor dappere vuurdovers en

prinselijke drakendoders, uit oude Chinese dynastieën en

westerse sprookjes,

die kinderharten sneller doen kloppen.

In de rust van steen is de maker door zijn werk,

in deze tuin niet opgevreten,

maar wel alert gebleven.


10.Marktdag

voor Klein inkomen dwalen langs onbegaanbare wegen en paden, de zwarte

huisvrouwen met hun waren uit stal en moestuin voor de inlandse koper of

knutselwerkjes en sieraden voor de toerist, naar de verre markt,

waar kunstenaar en vertolker schuilgaan in

het kleurige zwart op een marktdag als deze,

ergens en overal diep in de derde wereld.


11.Liggend figuur

Op het wolkendoek heeft een engelachtige zich

zacht zonder vleugels uitdagend te ruste gelegd

en zich voor mij in dromen vertoond.

Haar lichaam uit verf ontstaan, glanzend onder

de sterrenhemel, wacht op aardse gevoelens voor

hemels geluk.

Ik schrijf aan het strakke uitspansel met

plumeau in wolkenschrift haar naam en

noem haar Engeltje.

Similar magazines