26.05.2021 Views

Samen naar Beter #1

Eilanden inspiratievol & innovatief op weg naar integrale zorg Om goede, toegankelijke zorg te kunnen blijven leveren is het van belang hoe de zorg georganiseerd is. Dat de juiste zorg op de juiste plek geboden wordt en dat de juiste informatie beschikbaar is. Betrokken organisaties op Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten hebben daarin al mooie stappen gezet. Hoe wordt hier samengewerkt? Welke resultaten zijn er behaald op de eilanden? Om dat zichtbaar te maken én om te inspireren, hebben deze organisaties een magazine ontwikkeld dat een indruk geeft van een aantal van deze initiatieven.

Eilanden inspiratievol & innovatief op weg naar integrale zorg

Om goede, toegankelijke zorg te kunnen blijven leveren is het van belang hoe de zorg georganiseerd is. Dat de juiste zorg op de juiste plek geboden wordt en dat de juiste informatie beschikbaar is. Betrokken organisaties op Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten hebben daarin al mooie stappen gezet. Hoe wordt hier samengewerkt? Welke resultaten zijn er behaald op de eilanden? Om dat zichtbaar te maken én om te inspireren, hebben deze organisaties een magazine ontwikkeld dat een indruk geeft van een aantal van deze initiatieven.

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

SAMEN<br />

NAAR BETER<br />

EILANDEN INSPIRATIEVOL & INNOVATIEF<br />

OP WEG NAAR INTEGRALE ZORG<br />

Nr. 1, mei 2021<br />

Onderweg <strong>naar</strong> 2040<br />

vereist integrale zorg<br />

Steeds meer verbinding tussen<br />

eerste- en tweedelijnszorg<br />

Regionaal samenwerken aan<br />

duurzame ouderenzorg


COLOFON<br />

REDACTIERAAD<br />

Esther Borsten, Rob van Dam,<br />

Marjan van Ledden-Klok, Francis<br />

Lugtenburg, Mariska Shekary,<br />

Ilze Timmers, Marie-Antoinette<br />

Westra<br />

HOOFDREDACTIE<br />

Cynthia van Diejen -Bijloo<br />

COPYWRITING<br />

Villerius Tekstproductie &<br />

Fotografie<br />

VORMGEVING<br />

MNFotografie&Vormgeving<br />

FOTOGRAFIE<br />

Jeffrey Groeneweg QPhoto<br />

Villerius Tekstproductie &<br />

Fotografie<br />

SAMEN NAAR BETER<br />

Dit magazine is tot stand gekomen in samenwerking met<br />

onderstaande partijen, met de wens om al uitgevoerde of nog<br />

lopende innovatieprojecten in de zorgverlening op Goeree-<br />

Overflakkee en westelijk Voorne-Putten zichtbaarder te maken.<br />

Het laat tevens zien wat op het gebied van eilandelijke samenwerking<br />

in de zorg al is bereikt en het inspireert voor verdere innovatie<br />

samenwerkingsprojecten.<br />

Daarnaast geeft dit magazine alle partners en stakeholders inzicht<br />

in hoe samenwerking loont op bijvoorbeeld het gebied van kostenefficiency<br />

en patiëntvriendelijkheid.<br />

UITGAVE<br />

Paulina.nu<br />

DRUK<br />

Kranse Printwrx<br />

OPLAGE<br />

1.000<br />

MET MEDEWERKING VAN:<br />

Boudewijn van den Aarsen,<br />

Timo Baks, Kasper Bruggeman,<br />

Frans Copraij, Gert-Jan<br />

Dogterom, Bertien van Gijssel,<br />

Han Gloudemans, Iris van<br />

Groeningen, Ada Grootenboer-<br />

Dubbelman, Jacobine Herbrink,<br />

Tijs van Hoek, Esther Huizer,<br />

Tamara Kerp, Marjan van<br />

Ledden-Klok, Francis<br />

Lugtenburg, Jack van Mechelen,<br />

Koos Moerland, Marthe<br />

Oosterlee, Jan-Peter Robijn,<br />

Ellen van Schaik, Nelleke<br />

Stolze, Marloes Tack, Daphne<br />

Uyterlinden, Anne Verhey,<br />

Steef Visser, Jolanda Volkers,<br />

Marieke van Werkhoven


In deze uitgave<br />

Voorwoord 4<br />

Projecten in uitvoering 6<br />

Uitgelicht<br />

• Flakkees Model 8<br />

• Diabeteszorg 11<br />

• Ouderenzorg Voorne 13<br />

• Innovatie cardiologie 16<br />

• Oncologieoverleg Brielle 18<br />

• Welzijn op recept 20<br />

• <strong>Samen</strong>werkingsplatform Paulina.nu 22<br />

• Integrale geboortezorg 24<br />

<strong>Samen</strong>werking huisartsen en specialisten 27<br />

Gemeenschappelijke visie: gelegenheidsforum aan het woord 30<br />

SAMEN NAAR BETER │ 3


Voorwoord<br />

Redactieraad<br />

Fijn dat u deze uitgave ‘<strong>Samen</strong> <strong>naar</strong> <strong>Beter</strong>’ in handen heeft!<br />

De inhoud van dit magazine raakt ons allen:<br />

ontwikkelingen binnen zorg en welzijn in<br />

onze mooie regio. We zijn trots op de zorg<br />

die we gezamenlijk op Goeree-Overflakkee<br />

en westelijk Voorne-Putten leveren. Over<br />

de toekomst hiervan bestaan echter wel<br />

zorgen. Onder andere door vergrijzing<br />

neemt de zorgvraag in de regio toe en wordt<br />

deze steeds complexer. Het aanbod van<br />

zorgprofessionals en medewerkers in zorg en<br />

welzijn neemt daarentegen af. De zorg wordt<br />

steeds duurder en de financiering ervan komt<br />

landelijk toenemend onder druk te staan.<br />

Politiek, koepelorganisaties en verzekeraars<br />

buigen zich over de vraag hoe het<br />

zorglandschap beter kan worden ingericht.<br />

Deze plannen kunnen grote gevolgen hebben<br />

voor het beschikbaar blijven van een breed<br />

palet aan zorg binnen onze eigen regio. Wij<br />

zijn ervan overtuigd dat we deze plannen<br />

niet moeten afwachten. We realiseren ons<br />

namelijk al enige tijd dat we gezamenlijk<br />

stappen in een nieuwe richting kunnen zetten<br />

om de vitaliteit ván en het zorgaanbod vóór<br />

de regio te behouden. Om dit te bereiken zal<br />

de zorg in gezamenlijkheid georganiseerd en<br />

gecoördineerd moeten worden. Zorgpartijen,<br />

sámen met maatschappelijke organisaties,<br />

gemeenten en ondernemers, want de<br />

zorgsector kan dit niet alléén.<br />

Het zorglandschap van de toekomst<br />

vraagt om ontschotting en integrale zorg<br />

binnen een goed georganiseerd regionaal<br />

netwerk. Zo blijft ook in de toekomst de<br />

beschikbaarheid van de allerbeste zorg<br />

geborgd. <strong>Samen</strong> met cliënten en met<br />

elkaar werken aan preventie, zelfzorg,<br />

innovatie, kostenbesparing en efficiëntie,<br />

dat is onze uitdaging. Sámen een leef- en<br />

werkomgeving creëren die gekwalificeerde<br />

en gemotiveerde zorgmedewerkers aantrekt<br />

en behoudt. In deze uitgave leest u welke<br />

prachtige initiatieven voor zorginnovatie,<br />

samenwerking en integrale zorg inmiddels tot<br />

stand zijn gekomen op Goeree-Overflakkee<br />

en op westelijk Voorne-Putten. Om al deze<br />

spannende ontwikkelingen in de regio een<br />

positieve impuls te geven en te ondersteunen<br />

is door een aantal samenwerkende partijen<br />

Paulina.nu opgericht. Verderop in dit<br />

magazine leest u hier meer over.<br />

Enthousiast zijn wij om te mogen werken ín<br />

en mét een regio die het vermogen en de<br />

daadkracht heeft zó de schouders te zetten<br />

onder wat ons állen aangaat: duurzame zorgen<br />

welzijnsvoorzieningen in de eigen regio.<br />

Nu en straks.<br />

Wij hopen dat dit magazine u verder<br />

inspireert om binnen de mogelijkheden<br />

van uw eigen instelling de krachten met uw<br />

zorgpartners en de gemeente te bundelen of<br />

om als ondernemer te gaan participeren in<br />

welzijn en zorg. Zo houden we de regio vitaal!<br />

Daarom: <strong>Beter</strong> samen = <strong>Samen</strong> beter<br />

Wij wensen u veel inspiratie, leesplezier en<br />

bovenal succes!<br />

4


“ONDERWEG ZIJN NAAR 2040<br />

VEREIST INTEGRALE ZORG”


Projecten in uitvoering<br />

<strong>Samen</strong>werking tussen neurologen, huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde<br />

Doel<br />

Partners<br />

Vermijden van onnodige doorverwijzingen en bezoeken<br />

aan het ziekenhuis.<br />

CuraMare, Zorggroep Haringvliet, Cohaesie<br />

• Efficiëntere<br />

zorgverlening<br />

• Kortere<br />

wachttijden<br />

• Zorg dichtbij<br />

Oprichten regionaal palliatief team ten behoeve van palliatieve zorgvragen<br />

en multidisciplinaire consultatie<br />

Doel<br />

Partners<br />

<strong>Beter</strong>e samenwerking en afstemming, reductie van (onnodige) zorg.<br />

Calando, CuraMare, Zorggroep Haringvliet, Cohaesie<br />

• Efficiëntere<br />

zorgverlening<br />

• <strong>Samen</strong>werken<br />

in de regio<br />

Integratie huisartsenpost in zorgproces spoedeisende hulp<br />

Doel<br />

Partners<br />

<strong>Beter</strong>e samenwerking en afstemming tussen eerste en tweede lijn.<br />

<strong>Beter</strong>e zorgkwaliteit.<br />

CuraMare, Zorggroep Haringvliet, Cohaesie<br />

• <strong>Beter</strong>e zorg<br />

• Reductie<br />

opnames en<br />

kosten<br />

Wondzorg: afstemming, continuïteit en deskundigheidsbevordering in wondzorg<br />

binnen de keten CuraMare/huisarts<br />

Doel<br />

Partners<br />

<strong>Beter</strong>e samenwerking en informatieuitwisseling. <strong>Beter</strong>e zorgkwaliteit.<br />

CuraMare, Zorggroep Haringvliet, Cohaesie<br />

• Kostenreductie<br />

• Transmurale<br />

samenwerking<br />

Geriatrisch Netwerk Brielle: met huisartsen en andere zorgaanbieders, apothekers en<br />

de gemeente ten behoeve van de zorg voor kwetsbare ouderen<br />

Doel<br />

Partners<br />

Juiste zorg voor kwetsbare ouderen. Vermijden van onnodige<br />

zorg en opnames. <strong>Beter</strong>e samenwerking en afstemming.<br />

CuraMare, Cohaesie, Zorggroep Haringvliet, Apotheek, Gemeenten<br />

• Optimale<br />

behandeling<br />

• Zorg op maat<br />

• Kostenreductie<br />

Anderhalvelijnszorg Oude-Tonge<br />

Doel<br />

Partners<br />

Internisten draaien spreekuur in de huisartsenpraktijk. Patiënten<br />

worden indien nodig alsnog doorverwezen <strong>naar</strong> het ziekenhuis.<br />

CuraMare, huisartsen<br />

• Kwaliteitszorg<br />

• Reductie<br />

ziekenhuisafspraken<br />

en<br />

kosten<br />

6


Borstcentrum Zuid-Holland Zuid: wekelijks gezamenlijk multidisciplinair overleg door<br />

vier ziekenhuizen op het gebied van mammacare<br />

Doel<br />

Partners<br />

<strong>Beter</strong>e samenwerking en afstemming, uniformiteit, kennis uitwisseling,<br />

betere en snellere behandeling, innovaties.<br />

CuraMare, Spijkenisse Medisch Centrum, Ikazia, Maasstad Ziekenhuis<br />

• Efficiëntere<br />

zorgverlening<br />

• Kortere<br />

wachttijden<br />

• Zorg dichtbij<br />

Ongeplande nachtzorg<br />

Doel Voorzien in ongeplande nachtzorg van goede kwaliteit.<br />

Partners CuraMare, Careyn<br />

• Efficiëntere<br />

zorgverlening<br />

• <strong>Samen</strong>werken<br />

in de regio<br />

• Kwaliteitszorg<br />

Adoptieprogramma robotdieren<br />

Doel<br />

Partners<br />

Interactief robotdier biedt psychogeriatrische patiënten aanspraak en<br />

geeft rust.<br />

CuraMare<br />

• Kwaliteitszorg<br />

• Innovatie<br />

• Welbevinden<br />

Joint Clinic: Multidisciplinaire polikliniek oncologie<br />

Doel Reductie van herhaalbezoeken aan het ziekenhuis. Kostenbesparing.<br />

Partners CuraMare, huisartsen<br />

• Voorkomen<br />

onnodige herhaalbezoeken<br />

• Kostenreductie<br />

Vlekjesspreekuur Medisch Centrum Brielle<br />

Doel<br />

Partners<br />

Inloopspreekuur huidzorg 70-plussers, adequate behandeling<br />

tussen huisarts en dermatoloog.<br />

Medisch specialisten, huisartsen<br />

• <strong>Beter</strong>e zorg<br />

• Efficiëntere<br />

zorgverlening<br />

• <strong>Samen</strong>werken<br />

SAMEN NAAR BETER │ 7


Uitgelicht FLAKKEES MODEL<br />

Hogere levenskwaliteit │ <strong>Beter</strong>e communicatie<br />

Paul de Vries - huisarts, Jacobine Herbrink - longarts en<br />

Boudewijn van den Aarsen - apotheker<br />

FLAKKEES MODEL GEEFT<br />

LONGPATIËNTEN MEER ADEM<br />

Dat in de zorg dingen anders kunnen, beter, efficiënter, effectiever, weten<br />

ze bij Zorggroep Haringvliet maar al te goed. De zorggroep is destijds zelfs<br />

hierom opgericht. Regionaal structuur geven aan zorg, met eenduidige<br />

werkwijzen en behandelprotocollen voor patiëntengroepen, het bleek<br />

hard nodig voor een betere kwaliteit van zorg. Daarvoor was, en is, binnen<br />

de regio samenwerking nodig. Voor diabetes- en longpatiënten kwam<br />

dat tot stand vanuit de toen gevormde zorggroep. En ook nu ondersteunt<br />

deze nog de nodige samenwerkingsverbanden, om de zorg te verbeteren.<br />

Het zogenaamde ‘Flakkees Model’ is een prachtig voorbeeld van waar die<br />

samenwerking toe leiden kan.<br />

In het ‘Flakkees Model’ gaat het om een juist gebruik van inhalatiemedicatie bij<br />

longziekten. Inhaleren doen patiënten zelf, maar in de praktijk bleek dit nogal<br />

eens niet op de juiste manier te gebeuren, met een slechtere werking van<br />

de medicatie als gevolg. Eenduidige patiëntbegeleiding vanuit alle betrokken<br />

zorgdisciplines bleek gewenst, met richting de patiënt hantering van steeds<br />

dezelfde instructies en periodieke herhaling daarvan. Maar ook een adequate<br />

overdracht van de ene zorgverlener <strong>naar</strong> de andere, wanneer behandeling<br />

van de patiënt in handen van een andere zorgverlener kwam. Vanuit drie<br />

disciplines wordt hierover verteld in dit artikel. Aan het woord zijn Paul de<br />

Vries, Jacobine Herbrink en Boudewijn van den Aarsen. Paul is huisarts te<br />

Stellendam en kaderhuisarts Astma en COPD bij de zorggroepen Haringvliet<br />

en Cohaesie. Jacobine is longarts in Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis te<br />

Dirksland. En Boudewijn is apotheker te Dirksland. Zíj namen het initiatief<br />

om op Goeree-Overflakkee eraan te werken dat inhalatie structureel zou<br />

verbeteren en wat uiteindelijk resulteerde in het ‘Flakkees Model’.<br />

Het moest anders<br />

“Wanneer patiënten gaan inhaleren is het belangrijk dat ze eerst volledig<br />

uitademen”, licht Paul toe. “Meestal doen ze dat niet, met als gevolg dat bij<br />

het inhaleren de medicatie niet goed bij de patiënt binnenkomt. Daarnaast<br />

inhaleren patiënten dikwijls te krachtig, of gaat een inhalering te snel. De<br />

medicatie zal dan niet goed z’n werk doen, terwijl de bijwerkingen er wel<br />

8


degelijk zijn. Bij zeventig procent van de patiënten die inhalatiemedicatie gebruiken ging dit niet goed. Dat is<br />

allereerst voor de patiënt zelf verkeerd, maar ook is dat zonde van de circa € 500 miljoen die in ons land ieder<br />

jaar aan inhalatiemedicatie wordt uitgegeven. Het moest anders, vonden wij.”<br />

Eenduidig<br />

“We beseften”, vult Jacobine aan, “dat we vanuit de longzorgketen een uniform inhalatiemanagement<br />

moesten gaan hanteren, want daar ontbrak het aan. Zowel de longarts, de huisarts, de praktijkondersteuner<br />

van de huisarts, de longverpleegkundige als de apotheker dienden eenduidig te zijn in het instrueren en<br />

begeleiden van patiënten. Dat vroeg om samenwerking, onderlinge afstemming en zelfs om nadere scholing.<br />

Hiermee zijn we ontzettend aan de slag gegaan. En het is gelukt! We spreken nu allemaal dezelfde taal<br />

en hanteren dezelfde werkwijze, zodat onze patiënten met inhalatiemedicatie nu consequent dezelfde<br />

begeleiding krijgen. Niet maar één keer, maar wel vier keer in een jaar.”<br />

“WE SPREKEN NU<br />

ALLEMAAL DEZELFDE TAAL<br />

EN HANTEREN DEZELFDE<br />

WERKWIJZE”<br />

Kracht van herhaling<br />

“Door die zich herhalende instructie krijgen<br />

patiënten de juiste inhalatietechniek pas echt<br />

onder de knie”, beaamt Boudewijn. “Dat gaat<br />

niet met slechts één of twee sessies, maar de<br />

kracht van herhaling bewijst hier z’n nut.” De<br />

eerste instructie krijgen patiënten bij de<br />

apotheker. Twee weken later nog eens bij de<br />

longverpleegkundige of bij de praktijkondersteuner<br />

van de huisarts, afhankelijk van waar<br />

het tweede consult plaatsheeft. Na enige tijd<br />

volgt een derde, opnieuw bij de apotheker. En<br />

zes tot acht maanden na de start is er een<br />

laatste instructie, nu weer bij de longverpleegkundige<br />

of bij de praktijkondersteuner van de<br />

huisarts. Essentieel hierbij is het gebruik van een<br />

hiervoor gemaakt overdrachtsformulier, waarop<br />

de betreffende zorgverlener vermeldt hoe de<br />

instructie verlopen is, wat wel en wat nog niet<br />

goed ging, zodat daar de volgende keer op<br />

kan worden ingehaakt en de patiënt de juiste<br />

inhalatietechniek uiteindelijk gaat beheersen.<br />

Jacobine Herbrink - longarts<br />

SAMEN NAAR BETER │ 9


“In dit verband hebben we afgesproken dat patiënten wel steeds dezelfde soort inhalatieapparatuur<br />

moet kunnen gebruiken”, geeft Boudewijn aan, “dus ook als er een andere inhalatiemedicatie moet<br />

worden ingezet. Anders begin je steeds weer van voren af aan.”<br />

Formularium<br />

De kennis die tijdens dit hele project werd opgedaan en de overeenstemming die de betrokken<br />

zorgpartijen hierover bereikten met betrekking tot een nieuwe werkwijze, hebben Paul, Jacobine en<br />

Boudewijn vastgelegd in een zogenaamd formularium, dat thans als basis dient en als naslagwerk<br />

geraadpleegd kan worden.<br />

“Het gehele pakket, dus het formularium, de nieuwe werkwijze met gestructureerde instructies en<br />

het overdrachtsformulier, hebben we het ‘Flakkees Model’ genoemd”, vertelt Boudewijn verder.<br />

“Inmiddels weten we dat het veel goeds heeft gebracht. Patiënten vertellen ons dat het veel beter<br />

met ze gaat. Dat ze bijvoorbeeld geen extra medicatie meer nodig hebben als ze ’t benauwd hebben.<br />

Dat ze beter met hun ziekte om kunnen gaan. Ja, eigenlijk dat ze een betere levenskwaliteit ervaren!<br />

Daarnaast heeft de samenwerking tot gesprekken met de zorgverzekeraar geleid met betrekking tot<br />

preferentiebeleid. En last but not least zijn de ervaringen met het Flakkees Model zo positief dat het<br />

longformularium intussen een vlucht genomen heeft en er ook samenwerking tot stand is gekomen<br />

met andere formulariumwerkgroepen, richting Rotterdam, om ons model in de regio verder uit te<br />

rollen, mede met de bedoeling zo ook meer inspraak te krijgen bij zorgverzekeraars.” ●<br />

Een van de patiënten die ervaring heeft met het Flakkees Model is mevrouw Fransen* (74).<br />

Ze gebruikt al jarenlang inhalatiemedicatie. Ook zij wordt daarin nu begeleid conform het<br />

formularium en ze ervaart dat als een duidelijke verbetering. “Ik heb nieuwe halatieapparatuur<br />

gekregen en heb veel beter leren inhaleren. Zowel de apotheker als de physician assistent zetten zich<br />

daar echt goed voor in. Het resultaat is dat ik nu nog maar één keer in plaats van meerdere keren per<br />

dag hoef te inhaleren en dat geeft aan mijn dagen veel meer comfort. Bovendien heb ik meer gehad.<br />

Ik hoop dat de zorgverzekeraar dit blijft vergoeden!”<br />

*De dame op de foto is niet mevrouw Fransen; uit oogpunt van privacy is deze naam gefingeerd.<br />

Foto: MyObjective


Uitgelicht DIABETESZORG<br />

Hogere zorgkwaliteit│ Zorg dichtbij huis<br />

Han Gloudemans - Huisarts, Tamara Kerp - POH-er, Nelleke Stolze -<br />

diabetesverpleegkundige, Ellen van Schaik - internist<br />

KETENZORG DIABETES<br />

MELLITUS 2: DE JUISTE ZORG<br />

OP DE JUISTE PLEK<br />

Als het gaat over het behandelen van chronische ziekten zien we dat er<br />

in de achterliggende jaren ook veel terrein gewonnen werd op het gebied<br />

van zorgverbetering voor patiënten met diabetes mellitus type 2. Dit<br />

dankzij samenwerking tussen de verschillende zorgverleners die voor deze<br />

diabetespatiënt in de weer zijn. In tegenstelling tot voorheen hoeven patiënten<br />

met diabetes mellitus 2 niet meer steeds <strong>naar</strong> het ziekenhuis, <strong>naar</strong> de internist,<br />

voor de nodige diabeteszorg, maar is de huisarts hoofdbehandelaar geworden,<br />

met aan diens zijde de diabetesverpleegkundige en de praktijkondersteuner<br />

van de huisarts (POH-er), in samenwerking met de internist.<br />

Er is dus ketenzorg ontstaan. In dit artikel vertellen de Oude-Tongse huisarts<br />

Han Gloudemans, POH-er Tamara Kerp, diabetesverpleegkundige Nelleke Stolze<br />

en internist Ellen van Schaik van Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis over de<br />

verbeterde diabeteszorg.<br />

Huisarts hoofdbehandelaar<br />

“Al langere tijd was er aandacht voor, landelijk zelfs, dat er goede afspraken tussen<br />

de huisartsen en de ziekenhuizen moesten komen omtrent diabeteszorg”, legt<br />

Ellen uit. “Onder andere over de vraag wélke diabetespatiënt wáár moet worden<br />

gezien. Het is inefficiënt om een patiënt met diabetes mellitus door twee artsen<br />

te laten controleren, terwijl dat heel goed door één arts gedaan kan worden: bij<br />

laagcomplexe zorg door de huisarts en bij hoogcomplexe zorg in het ziekenhuis.<br />

De juiste zorg op de juiste plek was hier dan ook een terecht aandachtspunt.<br />

Er werd een landelijk transmurale richtlijn opgesteld die we regionaal hebben<br />

geïmplementeerd. Voor patiënten met diabetes mellitus 2 werd de huisarts<br />

voortaan hoofdbehandelaar, terwijl de tweedelijnszorg pas in beeld komt bij<br />

problemen en complexere situaties. Doorverwezen diabetes mellitus 2 patiënten<br />

zonder complicaties of die weer stabiel zijn, worden in principe vanuit de tweede<br />

lijn terugverwezen <strong>naar</strong> de eerste lijn, dus <strong>naar</strong> de huisarts.”<br />

SAMEN NAAR BETER │ 11


Korte lijnen<br />

“Daarnaast”, vervolgt Ellen, “houden onze diabetesverpleegkundigen nu ook spreekuur in de twaalf<br />

huisartsenpraktijken die bij Zorggroep Haringvliet zijn aangesloten, waardoor er kortere lijnen zijn<br />

gekomen tussen de huisartsenpraktijken en het ziekenhuis. Dat werkt niet alleen fijn, maar over en<br />

weer leren we ook beter zien welke zorg in de eerste lijn kan en wat echt in de tweede lijn moet.<br />

Door gebruik te maken van elkaars expertise werken we samen om, ieder vanuit de eigen professie,<br />

een zo goed mogelijke diabeteszorg te leveren.”<br />

“Door die korte lijnen hebben we laagdrempelig overleg en dát zorgt ervoor dat patiënten waarover<br />

vragen bestaan met betrekking tot hun behandeling niet meteen doorverwezen hoeven te worden”,<br />

vult Nelleke aan. “De druk op de tweedelijns zorg neemt toch al toe en op die manier kun je dat<br />

beperken. Bovendien is het voor patiënten fijner om zorg zo dicht mogelijk bij huis te krijgen, in een<br />

vertrouwde omgeving en met vertrouwde gezichten. Zorg dichtbij huis wordt erg gewaardeerd.”<br />

“DOOR DE ONTSTANE KETENZORG IS DE ZORG VOOR<br />

DIABETESPATIËNTEN ENORM VERBETERD”<br />

<strong>Beter</strong>e zorgkwaliteit<br />

“Wij vinden het echt fijn om de kennis en ervaring vanuit de tweede lijn hier in de huisartsenpraktijk<br />

te kunnen halen”, beaamt Tamara. “Meer expertise betekent betere kwaliteit van zorg. Door het<br />

wekelijkse diabetesoverleg, waarin complexe casussen worden besproken, kunnen patiënten<br />

inderdaad langer in de praktijk gecontroleerd worden. En nieuwe diabetesmedicatie kan nu ook<br />

in de huisartsenpraktijk worden voorgeschreven.”<br />

Daarnaast is vanuit Zorggroep Haringvliet de DM/CVRM-kwaliteitscommissie in het leven<br />

geroepen. Periodiek stemt die het beleid af tussen het diabetesteam van het ziekenhuis en de<br />

huisartsenpraktijken en organiseert ook nascholingen. “Door de ontstane ketenzorg is de zorg voor<br />

diabetespatiënten enorm verbeterd”, verzekert Han. “Huisartsen zijn meer betrokken geraakt bij<br />

de behandeling van diabetes mellitus 2. Daardoor worden patiënten vaker en consequenter gezien.<br />

Bovendien is de samenwerking geprotocolleerd. Dit geeft eenduidigheid in behandeling en een<br />

betere follow up, waarbij veranderingen in het ziektepatroon eerder worden gezien. Uiteindelijk<br />

wil je in gezamenlijkheid bereiken dat je diabetespatiënten een betere uitkomst kunt bieden, met<br />

meer regie over de eigen ziekte en met minder complicaties zoals vaatproblemen, oogziekten en<br />

nierziekten en dus met minder ziekenhuisopnames.”<br />

“En als laagcomplexe zorg in de huisartsenpraktijk geboden kan worden en er minder verwijzingen<br />

zijn <strong>naar</strong> het ziekenhuis”, zegt Nelleke, “levert dat ook nog vermindering van zorgkosten op!” ●


Uitgelicht OUDERENZORG VOORNE<br />

<strong>Beter</strong>e afstemming │Elkaar weten te vinden<br />

Marieke van Werkhoven - programmamanager<br />

REGIONAAL SAMENWERKEN<br />

AAN DUURZAME OUDERENZORG<br />

Hoe houden we ook in de toekomst<br />

de zorg voor onze ouderen op orde?<br />

Dat is, kort gezegd en vrij vertaald,<br />

de vraag waarover op Voorne de<br />

gehele keten van ouderenzorg<br />

zich momenteel buigt. Dat de<br />

kwaliteit van zorg nú goed is, wil<br />

niet zeggen dat dit over een aantal<br />

jaren nóg gezegd kan worden. De<br />

bevolking vergrijst en ouderen<br />

met een zorgvraag blijven langer<br />

zelfstandig wonen. Dat vraagt van de<br />

ouderenzorg straks beduidend meer<br />

en daar moet je dan wel klaar voor<br />

zijn. Dat kan alléén door vergaande<br />

samenwerking. Welnu, daar zijn<br />

alle partners die bij ouderenzorg op<br />

Voorne betrokken zijn dan ook volop<br />

mee bezig. Een in gezamenlijkheid<br />

opgesteld programma dient hiervoor<br />

als basis. Programmamanager<br />

Marieke van Werkhoven vertelt<br />

erover.<br />

“Er komt een tsunami van ouderen<br />

op ons af”, zo schetst Marieke<br />

meteen de urgentie van wat er<br />

speelt, “dus neemt de behoefte aan<br />

ouderenzorg enorm toe. Dat zie je<br />

nu al”, legt ze uit. “Wachtlijsten lopen<br />

op. Gemeenten krijgen signalen<br />

dat mensen zich eenzaam voelen.<br />

Huisartsen zitten soms met de handen<br />

in het haar wanneer ouderen acuut<br />

niet meer thuis kunnen wonen. Er<br />

zijn straks onvoldoende bedden<br />

en verpleegkundigen beschikbaar.<br />

Daarnaast maakt de generatie die<br />

nu ouder wordt veel meer eígen<br />

keuzes. De huidige en toekomstige<br />

ouderenzorg stelt heel andere eisen<br />

en alleen in gezamenlijkheid kun je<br />

daaraan blijven beantwoorden. Als<br />

zorgpartners kom je elkaar in het<br />

werkveld tegen, je bespreekt dingen<br />

met elkaar en je signaleert de diverse<br />

knelpunten waar je tegenaan loopt.<br />

Uiteindelijk zijn we, zo’n twee jaar<br />

geleden, bij elkaar gekomen om<br />

samenwerking van de grond te<br />

krijgen.”<br />

Programmaplan<br />

“Toen kwamen we erachter”, vervolgt<br />

Marieke, “dat het binnen de<br />

regio ontbrak aan een gezamenlijke<br />

visie op zorg en welzijn voor ouderen.<br />

Dat er onvoldoende inzicht was in de<br />

benodigde en beschikbare capaciteit<br />

om de juiste zorg op de juiste plek<br />

te kunnen leveren. Dat in de regio<br />

wel een veelheid van zorgaanbieders<br />

aanwezig is, maar dat kennis van<br />

elkaar en elkaars aanbod ontbrak,<br />

zodat je elkaar ook niet wist te vinden.<br />

Er moest daarom structuur komen<br />

SAMEN NAAR BETER │ 13


en gewerkt worden aan een duurzaam toekomstbestendig plan, met ruimte voor innovatie. We hebben toen<br />

in kaart laten brengen wat onze gemeenschappelijke deler is, waar we tegenaanlopen en wat er nodig is.<br />

Op basis van deze input is het ‘Programma Op weg <strong>naar</strong> duurzame zorg en welzijn voor ouderen op Voorne’<br />

ontwikkeld. Het programmaplan werd in 2019 ondertekend door de zorgaanbieders Catharinastichting,<br />

Careyn en CuraMare, de huisartsenzorggroepen Cohaesie en Zorggroep Haringvliet en de gemeenten Brielle,<br />

Hellevoetsluis en Westvoorne. Het zorgkantoor en verzekeraar CZ participeren in het plan.”<br />

“WE MOETEN OP EEN ANDERE MANIER GAAN<br />

KIJKEN NAAR HOE WE OUDEREN IN DE SAMENLEVING<br />

KUNNEN ONDERSTEUNEN”<br />

Thematisch<br />

De ondertekening vormde het startsein om thematisch en stap voor stap te gaan werken aan een<br />

integrale toekomstbestendige ouderenzorg op Voorne, zodat het tijdig kunnen geven van de juiste zorg<br />

en ondersteuning op de juiste plek gegarandeerd blijft. Het programmaplan heeft speciaal aandacht voor<br />

verbetering van samenwerking en van elkaars vindbaarheid binnen de ouderenzorgketen. Voor het krijgen<br />

van meer inzicht in vraag, mogelijkheden en beschikbaarheid van ouderenzorg. Uiteraard ook voor preventie.<br />

Voor het tegengaan van kwetsbaarheid en eenzaamheid. Voor crisiszorg thuis. Voor langer thuis kunnen<br />

wonen. Voor kortdurend eerstelijnsverblijf. Voor voorkoming van onnodige ziekenhuisopnames. En voor<br />

voldoende geschoold personeel.<br />

14


Vervolgstappen<br />

Het programma loopt vanaf medio 2019. “Door<br />

corona heeft de voorbereiding van projecten wel<br />

wat stilgelegen”, geeft Marieke aan. “Niettemin<br />

is intussen een aantal dingen gerealiseerd<br />

en kunnen binnenkort enkele projecten gaan<br />

draaien.” Intussen wordt nog volop nagedacht over<br />

vervolgstappen, ook als het gaat om de financiën.<br />

Om voldoende personeelscapaciteit te krijgen<br />

zullen zorgorganisaties over hun eigen grenzen<br />

heen meer en beter met elkaar moeten gaan<br />

samenwerken. En ook ondernemers zouden bij de<br />

samenwerking betrokken moeten worden.<br />

“Een speciaal aandachtspunt”, vervolgt Marieke,<br />

“is het tekort aan specialisten ouderenzorg.<br />

Vacatures zijn moeilijk te vervullen omdat pas<br />

afgestudeerde specialisten ouderenzorg liever<br />

als zzp’er aan de slag gaan. Dat maakt hun inzet<br />

stukken duurder. Dit is een landelijk probleem,<br />

maar in niet-stedelijke gebieden speelt dit<br />

nog meer. Binnen het samenwerkingsverband<br />

ouderenzorg wordt momenteel volop nagedacht<br />

over hoe we hiermee om moeten gaan en daar uit<br />

moeten komen.”<br />

Omdenken<br />

“Straks moet het zo zijn”, zegt Marieke, “dat iemand<br />

die ondersteuning nodig heeft, niet tien keer<br />

hetzelfde verhaal hoeft te vertellen. En dat hij of zij<br />

in de eigen woonomgeving de nodige hulp krijgt,<br />

zonder te merken dat daarvoor veel verschillende<br />

organisaties moesten worden ingezet. Onderlinge<br />

afstemming in de regio en vertrouwen op elkaars<br />

informatie is daarvoor noodzakelijk. Duurzame<br />

ouderenzorg vraagt om omdenken. We moeten<br />

op een andere manier gaan kijken <strong>naar</strong> hoe we<br />

ouderen in de samenleving kunnen ondersteunen.<br />

Onder andere door meer in samenhang met<br />

elkaar te doen en daarbij dezelfde taal te spreken.<br />

Daarnaast schieten we in Nederland door in<br />

kwaliteitseisen die lang niet altijd ertoe doen,<br />

terwijl het vooral om aandacht en warme zorg gaat<br />

die we moeten blijven bieden, met een sociaal<br />

aspect. Heel mooi om te zien is dat op de werkvloer<br />

al heel veel enthousiasme voor dit alles bestaat.<br />

Dat biedt bij voorbaat perspectief!” ●<br />

SAMEN NAAR BETER│18


Uitgelicht INNOVATIE CARDIOLOGIE<br />

Efficiënter │ Laagdrempeliger<br />

Timo Baks - cardioloog en Gert-Jan Dogterom - huisarts<br />

FIETSPROEF WERD<br />

VERANTWOORDELIJKHEID<br />

VAN DE HUISARTS<br />

In het besef dat dingen anders, efficiënter kunnen, hebben ook de<br />

cardiologen van Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis en de huisartsen op<br />

Goeree-Overflakkee elkaar gevonden. Zij realiseerden een verbeteringsslag<br />

met betrekking tot de fietsproef. En dat blijkt een goede zet te zijn geweest.<br />

Cardioloog Timo Baks en de Sommelsdijkse huisarts Gert-Jan Dogterom<br />

vertellen erover.<br />

Tot begin 2019 was de route <strong>naar</strong> de fietsproef best omslachtig, maar<br />

sinds februari van dat jaar gaat dit anders. “De fietsproef doen we veelal bij<br />

patiënten die met pijn op de borst of met kortademigheid kampen”, geeft


Timo aan. “De proef brengt in kaart hoe het hart functioneert bij fysieke inspanning. Jaarlijks ondergaan<br />

honderden patiënten deze inspanningstest. Voorheen stuurde de huisarts een patiënt voor een fietsproef<br />

<strong>naar</strong> de cardioloog. De cardioloog beoordeelde of dit onderzoek voor de patiënt veilig was, dus voor hem<br />

of haar geen risico’s met zich meebracht, en vroeg daarna de fietsproef aan. Waar we <strong>naar</strong>toe wilden is<br />

dat de huisarts rechtstreeks een fietsproef aan kon vragen, zonder dat de cardioloog ertussen kwam.”<br />

Nieuwe werkwijze<br />

De werkwijze werd aldus veranderd. “Beoordeling of een patiënt aan de fietsproef mag deelnemen en<br />

daar rechtstreeks <strong>naar</strong>toe mag is nu verantwoordelijkheid van de huisarts”, legt Gert-Jan uit. Alleen<br />

patiënten met een hogere urgentie worden nog door de cardioloog beoordeeld. En natuurlijk kan de<br />

huisarts altijd ook nog <strong>naar</strong> de cardioloog verwijzen wanneer hij dat nodig vindt. “Voordeel van de<br />

nieuwe werkwijze is dat patiënten voor een fietsproef niet meer tegen een wachtlijst aanlopen,<br />

nu dus sneller aan de beurt zijn, en niet eerst ook nog langs de cardioloog moeten. Het gaat nu zo:<br />

patiënten krijgen hun afroep via de huisarts, tijdens de proef worden ze begeleid door deskundig<br />

ziekenhuispersoneel en al vrij snel na de proef krijgt de huisarts de uitslag binnen van de cardioloog.”<br />

De cardioloog blijft dus nog wel bij het onderzoek betrokken, maar alleen nog op afstand. Timo: “Op<br />

deze manier hebben we een samenwerkingsmodel waarbij de patiënt ook déze zorg zo dicht mogelijk<br />

bij huis kan krijgen, namelijk bij zijn of haar eigen huisarts. Díe is nu de hoofdbehandelaar en heeft de<br />

regie in handen. Alleen voor het onderzoek zelf hoeven patiënten nog maar <strong>naar</strong> het ziekenhuis. Dat<br />

de cardioloog niet meer aanwezig is bij de fietsproef heeft geen invloed op de kwaliteit van zorg. De<br />

uitvoering van de fietsproef is in het ziekenhuis gestandaardiseerd. En deze standaard is zo goed dat<br />

de kwaliteit van de beoordeling niet meer afhankelijk is van de aanwezigheid of afwezigheid van de<br />

cardioloog”, verzekert Timo.<br />

“WE ZIEN STEEDS MEER VERBINDING ONTSTAAN<br />

TUSSEN EERSTELIJNS- EN TWEEDELIJNSZORG”<br />

Mee doorgaan<br />

Zowel de huisartsen als de cardiologen zijn tevreden over de resultaten van de eerste twee jaar.<br />

Gert-Jan signaleert van de kant van zijn patiënten positieve reacties. “Ze vinden het fijn dat ze voor<br />

de proef eerder terecht kunnen en voor hetzelfde onderzoek niet twee keer <strong>naar</strong> het ziekenhuis<br />

hoeven. Daarnaast: door dit samenwerkingsmodel doen we nu ook het Holteronderzoek, een 24- of<br />

48-uurs onderzoek van het hartritme, volgens de nieuwe manier. We zien steeds meer verbinding<br />

ontstaan tussen eerstelijns- en tweedelijnszorg. Ik heb het gevoel dat we laagdrempeliger met elkaar<br />

communiceren. Dat zorgt voor meer kwaliteit van de zorg, heeft voordelen voor de patiënt en het<br />

werkt efficiënter!”<br />

“Daarnaast is het een efficiëntere manier van werken, waardoor veel patiënten, zo’n zestien per<br />

maand, niet meer doorverwezen hoeven te worden <strong>naar</strong> de specialist”, zegt Timo. “Daardoor hebben<br />

we meer ruimte gekregen voor andere patiënten. Daar zijn we als cardiologen blij mee, evenals over<br />

deze samenwerking met de huisartsen. Wat ons betreft gaan we hier zeker mee door!” ●<br />

SAMEN NAAR BETER │ 17


Uitgelicht ONCOLOGIEOVERLEG BRIELLE<br />

Hogere zorgkwaliteit │ Meer comfort patiënt<br />

Daphne Uyterlinden - huisarts<br />

BREDER EN BETER BEELD VAN<br />

DE PATIËNT KOMT DE ZORG<br />

TEN GOEDE<br />

Waar menig samenwerkingsverband in de zorg zijn oorsprong vindt vanuit<br />

een zekere urgentie, zoals in diverse artikelen in deze uitgave ook <strong>naar</strong><br />

voren komt, was dat bij het Oncologieoverleg Brielle minder het geval. Hier<br />

bracht een nieuwe huisvesting samenwerking op gang die anders misschien<br />

langer op zich had laten wachten. Al wil dat natuurlijk niet zeggen dat de<br />

ontstane samenwerking niet of minder noodzakelijk was. Het tegendeel<br />

heeft zich juist bewezen. Daarover is in dit artikel Daphne Uyterlinden aan<br />

het woord.<br />

Daphne is huisarts bij Huisartsengroep Brielle, gevestigd in Medisch Centrum<br />

Brielle. In een gebouw dat feitelijk één ‘gezondheidsplein’ vormt dat tal van<br />

medische en paramedische diensten onderdak biedt. Het centrum is ontstaan<br />

vanuit de wens meer samenwerking tussen verschillende disciplines op te<br />

starten. Daar was duidelijk behoefte aan. Een van de samenwerkingsonderdelen<br />

die daaruit voortkwam is het Oncologieoverleg.<br />

Afstand verkleinen<br />

“Toen in 2012 in Brielle het nieuwe Medisch Centrum werd geopend”, vertelt<br />

Daphne, “kwamen ook vrijwel alle specialismen van Het Van Weel-Bethesda<br />

Ziekenhuis te Dirksland hierheen. Daarmee viel voor ons de fysieke afstand<br />

tussen beide eilanden weg. En dat leek ons een goed moment om te kijken<br />

of ook in de samenwerking tussen de tweede- en eerstelijnszorg afstanden<br />

verkleind konden worden. Vooral speelde de vraag: welke vorm van zorg kan<br />

bij de huisarts en wat hoort echt bij de specialist? Hierover zijn we met elkaar<br />

in gesprek gegaan.”<br />

Anderhalf<br />

Op het gebied van kankerzorg bleek het goed mogelijk om de nazorg van<br />

patiënten die klaar behandeld zijn voor borstkanker en darmkanker te<br />

verschuiven van de specialist <strong>naar</strong> de huisarts. “De nacontroles hoeven niet<br />

per se door de oncoloog te worden gedaan maar bleken even goed door de<br />

18


“DOORDAT WE CASUSSEN GEZAMENLIJK BESPREKEN<br />

ONTSTAAT ER EEN BREDER EN BETER BEELD VAN DE PATIËNT”<br />

huisarts te kunnen worden verricht”, gaat Daphne<br />

verder, “en zo zijn we ’t ook gaan doen.” De huisarts<br />

krijgt nu van de oncoloog een overdrachtsformulier<br />

met daarop aangegeven wat er in het vervolgtraject<br />

nog gedaan moet worden voor de betreffende<br />

patiënt. Ook de patiënt krijgt van de oncoloog een<br />

exemplaar van het formulier mee, zodat ook hij<br />

of zij precies weet wat er nog te wachten staat.<br />

Ook borst- en darmonderzoek tijdens de nazorg<br />

wordt nu dus door de huisarts aangevraagd. Door<br />

deze manier van samenwerken, waarbij taken van<br />

de tweedelijns- <strong>naar</strong> de eerstelijnszorg werden<br />

verschoven, is anderhalvelijnszorg ontwikkeld. En<br />

kunnen oncologiespecialisten zich meer richten op<br />

hun primaire taak, namelijk nadere diagnostiek en<br />

specialistische behandeling van het steeds groter<br />

wordend aantal patiënten met kanker.”<br />

Hoger plan<br />

“Zo is dus het Oncologieoverleg Brielle ontstaan”,<br />

vervolgt Daphne. “Het netwerk wordt gevormd<br />

door de huisartsen van Brielle, Oostvoorne<br />

en Rockanje, plus een oncoloog, een longarts<br />

en een oncologieverpleegkundige. Elke eerste<br />

dinsdag van de maand komen we bij elkaar. We<br />

hebben dan een lunch waarbij we met elkaar<br />

overleggen. We bespreken nieuwe onderzoeks- en<br />

behandelmethoden, maar ook de behandeling van<br />

onze patiënten. Doordat we casussen gezamenlijk<br />

bespreken ontstaat er een breder en beter beeld<br />

van de patiënt. Dat komt hun zorg ten goede. Door<br />

de samenwerking kennen we ook elkaar beter, is er<br />

een betere informatieoverdracht en komt de zorg<br />

op een hoger plan.”<br />

Onzeker<br />

“Hoewel de anderhalvelijnszorg meer druk op de<br />

huisartsen geeft, zijn we er allemaal erg enthousiast<br />

over. Ook de patiënten zelf! Voor hen voelt de<br />

huisarts meestal vertrouwder en meer eigen dan<br />

de specialist. Alleen de financiering van het project<br />

blijft onzeker. De eerste drie jaar hebben we<br />

‘t zonder financiering moeten doen. Naderhand<br />

is er wel een regeling voor gekomen. Maar de<br />

vraag is of dit in de toekomst zo zal blijven.<br />

Zorgverzekeraars geven aan er niet voldoende van<br />

overtuigd te zijn dat de afname van consulten bij<br />

de oncoloog in financieel opzicht zoveel voordeliger<br />

is. Dat kan ertoe leiden dat financiering ophoudt.<br />

En daarmee is ook niet zeker of op langere termijn<br />

Oncologieoverleg Brielle in stand kan blijven.<br />

Niettemin, we doen dit nu acht jaar en de opkomst<br />

tijdens de maandelijkse bijeenkomsten is constant<br />

heel hoog. Dat zegt op zich al veel. Het nut, het<br />

belang ervan heeft zich zowel voor ons als voor<br />

onze patiënten al dubbel en dwars bewezen!” ●<br />

SAMEN NAAR BETER │ 19


Uitgelicht WELZIJN OP RECEPT<br />

<strong>Beter</strong> welbevinden │ Meer zelfredzaamheid<br />

Anne Verhey - directeur-bestuurder Stichting ZIJN<br />

ANDERS BETER WORDEN<br />

MET ‘WELZIJN OP RECEPT’<br />

Op het gebied van welzijn is op Goeree-Overflakkee Stichting ZIJN actief.<br />

De stichting heeft affiniteit met een van de doelstellingen van Paulina.nu,<br />

namelijk preventie. Hoe dat zit legt Anne Verhey, directeur-bestuurder van<br />

Stichting Zijn, uit.<br />

Maar eerst even een introductie: wat is en doet Stichting ZIJN? “Wij zijn een<br />

welzijnsorganisatie die mensen helpt investeren in wat het leven voor hen<br />

de moeite waard maakt!”, geeft Anne als kort en pakkend antwoord. “Anders<br />

gezegd: wij bieden diensten en ondersteuning aan ten behoeve van het<br />

welzijn van burgers op Goeree-Overflakkee. Hiervoor hebben wij een breed en<br />

gevarieerd aanbod. De gemeente maakt het welzijnsbeleid en geeft Stichting<br />

ZIJN subsidie om dat beleid uit te voeren. Dit doen we op het gebied van<br />

welzijn, jongerenwerk, mantelzorg, 55-plus, sociaal-cultureel werk, hulp bij<br />

het invullen van formulieren, vervoersservice voor en door eigen inwoners, bij<br />

elkaar brengen van vrijwilligers bij het vrijwilligerswerk dat het beste bij hén<br />

past, enzovoort. Wij informeren en adviseren de gemeente hier proactief bij<br />

en de samenwerking is heel fijn: de gemeente geeft óns goede input en luistert<br />

andersóm goed <strong>naar</strong> wat wij daarop teruggeven.<br />

Naast de gemeente werken we vanzelf ook graag samen met andere<br />

organisaties en zoeken we duidelijk <strong>naar</strong> verbinding in de samenleving.”<br />

Positieve gezondheid<br />

“Sinds een aantal jaren”, gaat Anne verder, “kennen we in Nederland het<br />

concept ‘Welzijn op recept’. Dat is een vorm van ondersteuning die als<br />

aanvulling of als alternatief heilzaam kan zijn voor mensen die bij de huisarts<br />

komen en soms meer gebaat zijn bij sociale interventie dan bij een medisch<br />

gerichte behandeling. Deze patiënten kennen vooral psychosociale problematiek.<br />

In plaats van, bijvoorbeeld, hen langdurig een pilletje voor te schrijven,<br />

gaat het bij ‘welzijn op recept’ erom dat deze mensen investeren in de<br />

sociale en mentale component van welzijn, en op die manier hun veerkracht<br />

vergroten. Vaak zijn life-events zoals het overlijden van de partner of verlies van<br />

werk de aanleiding van gevoelens van eenzaamheid of van fysieke klachten.<br />

20


Terugvinden van zingeving speelt een belangrijke<br />

rol. Weer meer sociaal contact hebben, meer<br />

bewegen en het voorkomen van een gevoel van<br />

nutteloosheid.<br />

“TERUGVINDEN VAN<br />

ZINGEVING SPEELT EEN<br />

BELANGRIJKE ROL”<br />

In het concept ‘Welzijn op recept’ kijken huisartsen<br />

dus niet alleen <strong>naar</strong> het medische- maar ook<br />

<strong>naar</strong> het welzijnsaspect. En bij patiënten met<br />

psychosociale problemen kan de huisarts nu een<br />

welzijnsrecept voorschrijven. Daarmee verwijst<br />

hij de patiënt <strong>naar</strong> een welzijnscoach, die vooral<br />

insteekt op positieve gezondheid. Door het inzetten<br />

van een passende sociale interventie wordt aan het<br />

leven weer meer inhoud gegeven en wordt eraan<br />

gewerkt dat weer levensvreugde en voldoening<br />

wordt ervaren, ondanks dat de fysieke problemen<br />

misschien niet (meer) op te lossen zijn. En dit<br />

concept werkt! Mensen die een welzijnsrecept<br />

hebben ontvangen geven aan meer kracht,<br />

zelfvertrouwen en zelfredzaamheid te ervaren,<br />

weer meer sociale contacten te hebben, een veel<br />

beter welbevinden en daarmee weer een betere<br />

gezondheid te genieten!”<br />

<strong>Beter</strong>e zorg<br />

“’Welzijn op Recept’”, zo vervolgt Anne, “is dus een<br />

vorm van integrale zorg, waarbij zorg en welzijn<br />

nauw met elkaar optrekken. Vandaar dat Stichting<br />

Zijn graag met de huisartsen samenwerkt. ‘Welzijn<br />

op recept’ vraagt vanzelf een bredere blik en<br />

alertheid van de huisarts tijdens de anamnese.<br />

Want hoe eerder de huisarts onderkent dat een<br />

patiënt gebaat zal zijn bij interventie op het gebied<br />

van welzijn, des te beter dit voor de patiënt is. Het<br />

werkt preventief, want hij of zij krijgt in een zo vroeg<br />

mogelijk stadium de juiste hulp. Dát voorkomt<br />

weer behandelingen die minder zinvol zijn én<br />

worden ook zinloze zorgkosten teruggedrongen. En<br />

dáármee zijn wij als Stichting Zijn precies waar ook<br />

Paulina.nu aan werkt: betere zorg voor de patiënt,<br />

meer efficiency en kostenbesparing! Want dat is<br />

inderdaad alleszins de moeite waard!” ●<br />

Op Goeree-Overflakkee wordt ‘Welzijn op recept’ als pilot uitgevoerd door drie huisartsenpraktijken. De eerste<br />

welzijnsrecepten zijn inmiddels voorgeschreven, zelfs meer dan aanvankelijk werd verwacht. De eerste praktijkervaringen<br />

zijn zeer positief, weet Jacqueline Tanis, welzijnsadviseur bij Stichting ZIJN.<br />

“De verwijzingen betreffen uiteenlopende ondersteuningsbehoeften, van praktische hulpvraag bij bijvoorbeeld budgetbeheer<br />

tot complexere problematiek zoals eenzaamheid en depressie. Hiervoor is een aanbod van verschillende welzijnsarrangementen<br />

beschikbaar. Je merkt wel dat, wanneer mensen al lang in een bepaalde situatie verkeren, verandering van patroon<br />

best wel lastig is. Toch heeft het bieden van hulp of ondersteuning ertoe geleid dat mensen weer verder konden. Maar ook<br />

wanneer je niet meteen concrete hulp kunt bieden vinden mensen het al fijn om een luisterend oor te hebben. En door het<br />

spinnenwebmodel van Positieve Gezondheid in te zetten als gespreksinstrument, komen zaken aan bod die in het leven van<br />

cliënt juist wél goed gaan maar waarvoor doorgaans weinig aandacht is. Dat blijkt dikwijls helpend te zijn. Daarmee onderscheidt<br />

‘Welzijn op recept’ zich van bijvoorbeeld Maatschappelijk werk. ‘Welzijn op recept’ legt de focus vooral op wat bij<br />

cliënt wél goed gaat en versterkt dat. Maatschappelijk werk, maar ook andere hulpverlening, richten zich vaak op wat níet<br />

goed gaat en gaan aan de slag om dát te verbeteren. Maar niet altijd kún je dingen verbeteren. Dan is het belangrijk om te<br />

focussen op wat energie geeft, omdat dit de veerkracht van mensen vergroot, waardoor ze wat níet goed gaat of waar ze<br />

geen invloed op hebben, beter kunnen dragen. Door de cliënt zelf te laten kiezen waar hij/zij in wil veranderen is deze<br />

daardoor intrinsiek gemotiveerd en is de kans op succes groter”, aldus Jacqueline.<br />

Ook op westelijk Voorne-Putten worden er momenteel gesprekken gevoerd om een dergelijk project van de grond te krijgen.<br />

Bijzonder is dat hier ook jongeren tot de doelgroep gaan behoren. Vanuit Coahaesie loopt dit project in Nissewaard en<br />

Westvoorne.<br />

SAMEN NAAR BETER │ 21


Uitgelicht SAMENWERKINGSPLATFORM PAULINA.NU<br />

Krachtenbundeling │Betaalbare én bereikbare zorg<br />

Ilze Timmers - programmamanager<br />

PAULINA.NU: SAMENWER-<br />

KINGSPLATFORM OM DE ZORG<br />

DICHT BIJ HUIS TE HOUDEN<br />

‘<strong>Beter</strong> samen = samen beter’. Een treffend gekozen woordspeling, die<br />

kort maar krachtig weergeeft waar Paulina.nu voor staat. Ilze Timmers is<br />

programmamanager van Paulina.nu en zij vertelt er graag over. “Het is van<br />

belang dat zorgpartners en inwoners op het eiland weten wat we doen,<br />

waarom dat nodig is en waar we <strong>naar</strong>toe willen.”<br />

De vitaliteit van de bewoners van Goeree-Overflakkee en Westelijk Voorne-Putten.<br />

Om dat te behouden is het meer dan ooit nodig dat binnen de samenleving<br />

een aantal zaken in gezamenlijkheid wordt uitgevoerd. Dit geldt zeker voor het<br />

lokaal kunnen blijven leveren van de nodige zorg. Met elkaar – zorgpartijen,<br />

ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeente – zal er hard aan<br />

gewerkt moeten worden dat de regio haar zorgvoorzieningen, zoals Het Van<br />

Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland, kan behouden.<br />

<strong>Samen</strong>werkingsplatform<br />

“Het gevaar ligt op de loer dat de zorg te duur wordt”, legt Ilze Timmers uit.<br />

“Feitelijk staat de financiering van zorgverlening onder regie van de zorgverzekeraars.<br />

Zij bepalen daardoor grotendeels hoe de zorg georganiseerd moet zijn.<br />

Of dat er bijvoorbeeld wel of geen spoedzorg in de regio zal blijven. Toenemende<br />

zorgkosten spelen daarbij een belangrijke rol. Op het eiland onderkennen we<br />

dat. In het besef dat we als regio zelf het initiatief moeten nemen om er alles<br />

aan te doen de zorg betaalbaar te houden en zo voor de regio te borgen. Meer<br />

efficiency en zorginnovatie zijn daarvoor nodig, maar ook ontschotting van de<br />

zorg. Dat vraagt om een heel ander systeem, met verregaande samenwerking<br />

vanuit een goed georganiseerd netwerk. De zorg alléén kan dit vandaag de dag<br />

niet meer. Daarom is het van belang dat we elkaar opzoeken, weten te vinden, de<br />

krachten bundelen en een sterk samenwerkingsverband hebben. Om op weg <strong>naar</strong><br />

2040 de zorg in de regio goed op de rails te hebben en dichtbij huis te kunnen<br />

houden.” Zo werd in 2016 onder de naam Paulina.nu een samenwerkingsplatform<br />

gevormd, genoemd <strong>naar</strong> Paulina van Weel, die in 1928 een legaat deed waarmee<br />

in Dirksland een streekziekenhuis kon worden gerealiseerd.<br />

22


Drie pijlers<br />

“Paulina.nu is geen uitvoerder of zorgverlener”, benadrukt Ilze. “We zoeken vooral de verbinding en<br />

proberen samenwerkingen tussen partijen tot stand te brengen. Daarnaast hebben we een ondersteunende<br />

en coördinerende rol. Dit alles doen we vanuit drie pijlers. Optimale zorg rondom de bewoner is het<br />

eerste thema. Centraal staat het zo goed mogelijk op elkaar laten aansluiten van zorgvraag, aanbod en de<br />

bijbehorende financiering. Voorbeeld daarvan is onze bijdrage aan het meedenkconsult. Een digitale omgeving<br />

waarin zorgverleners gedurende het behandeltraject van een patiënt op gemakkelijke wijze intercollegiaal<br />

overleg kunnen hebben.<br />

Pijler twee is verbinding & gezondheidsbeweging. Bewoners moeten kunnen meedenken in hoe de zorg<br />

georganiseerd is. We willen in kaart brengen wat de behoeften zijn. Er zijn plannen om dit jaar een of<br />

meerdere (online) bijeenkomsten te organiseren. Het aansporen tot het omschakelen van ‘zorgdenken’ <strong>naar</strong><br />

‘gezondheidsdenken’ staat centraal in preventie & werken aan gezondheid. Op het gebied van preventie<br />

hebben we inmiddels enkele cursussen gerealiseerd en dat aantal willen we uitbreiden. Bijvoorbeeld met<br />

cursussen en trainingen op het gebied van geboortezorg, jeugd, geestelijk welzijn, dementie, diabetes en<br />

andere vormen van chronische zorg.”<br />

“<strong>Samen</strong>werken aan meer efficiency,<br />

zorginnovatie en ontschotting van de zorg”<br />

Uniek<br />

“We werken al enkele jaren projectmatig aan een merkbaar betere organisatie van de zorg in de regio. Met<br />

meer efficiency, flinke kostenbesparingen en innovatieve projecten als resultaat. We mogen best met trots<br />

zeggen dat – en dat is uniek – de Nederlandse Zorgautoriteit met belangstelling en instemming volgt hoe wij<br />

hier in de regio bezig zijn.”<br />

“Hoe het komt dat we hier met elkaar zo in slagen op het eiland? Ik denk dat het in de genen van de<br />

Flakkeeë<strong>naar</strong> zit. Niet zeuren, maar aanpakken wanneer of waar dat nodig is. Gewoon zelf ervoor zorgen dat<br />

de dingen die nodig zijn er daadwerkelijk komen. Het is onze wens dat naast de samenwerkende partners<br />

binnen Paulina.nu, ook de inwoners van Goeree-Overflakkee en Westelijk Voorne-Putten steeds meer<br />

betrokken worden bij de ontwikkelingen in de zorg op het eiland. Zodat ook zij meer inzichtelijk hebben wat er<br />

speelt en waarom.”<br />

Toekomst<br />

Met het oog op de toekomst is er nog veel werk te verzetten. “Belangrijk daarbij is dat er gerichter wordt<br />

samengewerkt”, weet Ilze. “De verschillende agenda’s kunnen nóg beter op elkaar worden afgestemd. Waar<br />

tot nu toe een en ander best wat ad hoc werd aangepakt, zou er ook meer gedaan mogen worden vanuit een<br />

omlijnde visie en met vastgestelde doelen voor ogen. Daarnaast is het heel belangrijk dat betrokken partners<br />

Paulina.nu níet zien als een bedreiging, waardoor ze iets van zichzelf of een stukje autonomie kwijtraken. Nee,<br />

je deelt ideeën, creëert gezamenlijke doelen en je helpt daar elkaar bij. En daar krijg je juist veel voor terug.<br />

Met uiteindelijk maar één gemeenschappelijke deler: de patiënt centraal!” ●<br />

SAMEN NAAR BETER │ 23


Uitgelicht INTEGRALE GEBOORTEZORG<br />

Meer kennisoverdracht │ Sneller schakelen<br />

Esther Huizer - physician assistent - klinisch verloskundige, Marthe Oosterlee<br />

- verloskundige, Jolanda Volkers - kraamzorgconsulent, lactatiekundige en<br />

kraamverzorgende en Frans Copraij - gynaecoloog.<br />

“EÉN CLUB ROND<br />

ZWANGERSCHAP EN GEBOORTE”<br />

Een zorgterrein waarop al langere tijd wordt samengewerkt is de<br />

geboortezorg. Nadat in 2008 een alarmerend rapport verscheen dat in<br />

Nederland de sterfte van pasgeborenen zo hoog was, zijn op dit gebied<br />

diverse samenwerkingen ontstaan. Duidelijk werd dat de geboortezorg<br />

ontschotting behoefde. Eén van de samenwerkingsverbanden die<br />

daardoor ontstond is coöperatie Geboortezorg Zuid aan Zee. Alle<br />

zorgdisciplines waarmee een zwangere en bevallen(de) vrouw te<br />

maken heeft zijn hierin vertegenwoordigd. En vier vertellen erover.<br />

Het zijn physician assistent – klinisch verloskundige Esther Huizer,<br />

verloskundige Marthe Oosterlee, kraamzorgconsulent, lactatiekundige en<br />

kraamverzorgende Jolanda Volkers en gynaecoloog Frans Copraij.<br />

Het initiatief voor deze samenwerking kwam van de verloskundige praktijken<br />

in de regio. “De verloskundigenpraktijken van buiten het ziekenhuis<br />

zochten verbinding met de gynaecologen”, legt Esther uit, “om binnen een<br />

verloskundig samenwerkingsverband en vanuit de inhoud van onze zorg te<br />

werken aan een betere zorgkwaliteit voor de zwangere vrouw. We wilden<br />

af van ‘ieder voor zich’ en wilden toe <strong>naar</strong> één team zorgverleners rondom<br />

de cliënt.” “Eén club rond zwangerschap en geboorte”, vult Frans aan.<br />

“Voorheen verleende ieder z’n eigen zorg zónder dat er werd samengewerkt<br />

of over de cliënt werd gecommuniceerd. Daardoor misten we zowel<br />

informatieoverdracht als overdracht van elkaars kennis. Dat is veranderd. Nu<br />

staan we met z’n allen om een en dezelfde cliënt, voor wie we gezamenlijk<br />

een zorgplan maken.”<br />

“De cliënt staat centraal”, voegt Marthe hieraan toe. “Het gaat erom dat<br />

díe op wélk moment dan ook de juíste zorg op de juíste plaats krijgt. Dat<br />

kan per zwangerschap verschillen en zelfs tíjdens de zwangerschap kan<br />

de zorgvraag wisselen. De vraag wíe die zorg verleent speelt binnen het<br />

samenwerkingsverband verder niet. Het gaat er alleen om dat het de juíste<br />

zorgverlener is, van wie cliënt de dan meest passende zorg kan krijgen.”<br />

24


Esther Huizer (r.) en Marthe Oosterlee overleggen met elkaar<br />

in een van de kraamsuites in het Dirkslandse ziekenhuis.<br />

Uniform<br />

“Weliswaar handelt iedere zorgverlener vanuit de eigen entiteit, maar we werken nu wel volledig in relatie<br />

tot elkaar”, zegt Jolanda. “Daarvoor hebben we gezamenlijk afspraken gemaakt: van intake tot en met<br />

bevalling, álles hebben we geprotocolleerd, met voor allemaal uniforme werkinstructies, dezelfde formulieren<br />

om te gebruiken, eenduidige voorlichting aan cliënten, en gebruikmaking van een gedeeld dossier. We staan<br />

via korte lijntjes met elkaar in verbinding en runnen zelfs samen een echocentrum. Zonder coöperatie zie en<br />

spreek je elkaar niet, nu wel!”<br />

Esther beaamt dat volmondig. “We hanteren dezelfde kwaliteitscriteria. We hebben zorgpaden geschreven,<br />

dus exact vastgelegd wélke zorg wélke cliënt wánneer moet krijgen, met voor elk risico een aangepast zorgpad.<br />

We houden multidisciplinair overleg en spreken dezelfde taal.”<br />

“ZONDER COÖPERATIE ZIE EN<br />

SPREEK JE ELKAAR NIET, NU WEL!”<br />

Spoorboekje<br />

“Wat we met elkaar hebben vastgelegd vormt een soort spoorboekje, niet alleen voor onszelf maar we delen<br />

dit ook met de cliënt, zodat ook díe weet waar ze aan toe is”, geeft Frans aan.<br />

“Door dat spoorboekje”, gaat Jolanda verder, “werken processen niet alleen soepeler, maar ook signaleer<br />

SAMEN NAAR BTER │ 25


je eerder, waardoorje de kwetsbare zwangere sneller de juiste zorg en begeleiding kunt geven. De<br />

cliënt merkt zelf ook dat er meer en betere samenwerking is en dat ze omringd wordt door één<br />

pakket van goede zorg.”<br />

Geen hiërarchie<br />

Deze vorm van samenwerking vraagt wel een andere manier van met elkaar omgaan. Voor hiërarchie<br />

is geen plaats. “Hiërarchie moet ergens op gebaseerd zijn”, zegt Frans. “Als gynaecoloog heb je<br />

andere kennis dan de verloskundige en omgekeerd, maar je bent niet meer. Je staat op één lijn en<br />

het gaat om die ene patiënt. Als dingen die je voorheen zelf deed nu beter door een van de samenwerkingspartners<br />

gedaan kunnen worden, is dat vanzelf even wennen. Evenals dat je voorheen<br />

zelfstandig je beslissingen nam en beleid maakte. Dat had even tijd nodig en je moet de ander dat<br />

vertrouwen ook kunnen geven, maar bij onze coöperatie staat dit op een heel hoog niveau.”<br />

Vanzelf blijft de coöperatie groeien. “We ontwikkelen altijd door”, zeggen Esther en Marthe.<br />

Ontwikkelingen gaan door, er komen nieuwe aspecten bij en… kwaliteit kun je áltijd verbeteren!” ●<br />

26


SAMENWERKING HUISARTSEN EN SPECIALISTEN<br />

Meer kennisoverdracht │ Sneller schakelen<br />

Kasper Bruggeman, Han Gloudemans, Bertien van Gijssel, Marloes Tack -<br />

huisartsen, Marjan van Ledden-Klok, Iris van Groeningen - specialisten Het Van<br />

Weel-Bethesda Ziekenhuis<br />

HUISARTSEN EN SPECIALISTEN<br />

ACTIEF MET DE JUISTE ZORG OP<br />

DE JUISTE PLEK<br />

Ziekenhuiszorg wordt verleend in het ziekenhuis, door de medisch specialist.<br />

Huisartsenzorg wordt verleend in de huisartsenpraktijk, door de huisarts.<br />

Zo is het altijd geweest. Maar kan het ook anders? De mogelijkheden om<br />

specialistische zorg buiten de muren van het ziekenhuis te verlenen zijn – mede<br />

door technologische ontwikkelingen – in de loop van de jaren fors toegenomen,<br />

evenals de kennis en kunde van de huisarts. Tegelijkertijd nemen de zorgkosten<br />

en de druk op de ziekenhuiscapaciteit toe. Biedt dit mogelijkheden om de<br />

zorg anders te organiseren? Over deze vraag gaat het in dit artikel. Aan het<br />

woord zijn de huisartsen Kasper Bruggeman, Han Gloudemans, Bertien van<br />

Gijssel en Marloes Tack en de specialisten Marjan van Ledden-Klok en Iris van<br />

Groeningen. Zij vormen vanuit de samenwerking tussen het ziekenhuis en de<br />

zorggroepen Haringvliet en Cohesie de zorgvernieuwingswerkgroep ‘Dokters<br />

praten met dokters’.<br />

Doordat de huisarts patiënten <strong>naar</strong> de specialist verwijst, en andersom de<br />

specialist patiënten terugverwijst <strong>naar</strong> de huisarts, is er als vanzelf sprake van<br />

samenwerking. “Een samenwerking die we als goedlopend en laagdrempelig<br />

ervaren”, geven de huisartsen desgevraagd aan, “en die eigenlijk zelfs verdieping<br />

heeft gekregen door de coronacrisis. Die maakte dat we elkaar sneller en<br />

makkelijker weten te vinden om te overleggen en af te stemmen, bijvoorbeeld<br />

wanneer je als huisarts een patiënt <strong>naar</strong> de specialist wil verwijzen. Daarover<br />

bestaat nu meer overleg vooraf. Zo kan de specialist aangeven welke behandeling<br />

alvast ingezet kan worden, of anderszins advies geven, waardoor de patiënt soms<br />

in het geheel niet meer <strong>naar</strong> het ziekenhuis hoeft. Een ontwikkeling die de zorg<br />

ten goede komt.”<br />

Zorg dichter bij huis<br />

Marjan onderschrijft dit. “We hebben ervaren dat we elkaar nodig hebben. En<br />

dat neemt in de toekomst alleen maar toe. De totale kosten van de zorg blijven<br />

SAMEN NAAR BETER │ 27


stijgen en ziekenhuiszorg is duur. Daardoor<br />

zullen we er<strong>naar</strong>toe moeten om, wanneer<br />

dat verantwoord kan, patiënten buiten het<br />

ziekenhuis te behandelen. Want niet alle<br />

specialistische zorg hoeft per se door de<br />

specialist verleend te worden, maar kan<br />

bijvoorbeeld ook in de huisartsenpraktijk,<br />

waarbij de specialist zo nodig een oogje in<br />

’t zeil houdt.”<br />

“Dus praten we over het anders inrichten van<br />

zorg”, geven de huisartsen aan. “De patiënt<br />

krijgt de zorg dan veel dichter bij huis. Dat is<br />

voor hem of haar ook veel beter.”<br />

“Ja”, beaamt Marjan, “voor minder complexe<br />

zorg kun je als specialist zelfs prima het<br />

ziekenhuis uít, bijvoorbeeld <strong>naar</strong> de patiënt<br />

thuis, of <strong>naar</strong> het verzorgingshuis. Dat is voor<br />

de patiënt veel comfortabeler. Het ziekenhuis<br />

bewaar je dan voor héél specialistische hulp”.<br />

Belangrijke rol huisarts<br />

“Als we op deze manier onze zorg inrichten”,<br />

vult Iris aan, “ligt er voor de huisarts een<br />

belangrijke rol. Als specialist zie je een patiënt<br />

soms bijvoorbeeld maar één keer per jaar. Wat<br />

zich in de rest van het jaar voordoet, speelt<br />

zich bij de huisarts af en krijgt de specialist<br />

niet altijd even goed mee. Wanneer je een<br />

patiënt van leefstijladviezen voorziet, heb je<br />

als specialist bijvoorbeeld geen invloed op<br />

hoe die in de praktijk worden opgevolgd. De<br />

huisarts daarentegen staat veel dichterbij de<br />

patiënt, weet van de hoed en de rand, kent<br />

ook de context van de patiënt en kan daardoor<br />

beter bepalen of en hoe klachten behandeld<br />

moeten worden. De huidige scheiding tussen<br />

eerstelijns- en tweedelijnszorg leidt dus niet<br />

altijd tot optimale zorg en efficiency. Ook weet<br />

de patiënt vaak niet wie de regie heeft. Het<br />

is dan ook onze grote wens om die werelden<br />

in elkaar over te laten lopen, om de zorg<br />

gezámenlijk te gaan leveren, met voor elke<br />

patiënt een duidelijke regisseur. Dit is vaak<br />

de huisarts, maar dat kan voor een complexe<br />

patiënt ook een regie voerende medisch<br />

specialist zijn.”<br />

Meedenkconsult<br />

Om nog betere zorg te kunnen leveren,<br />

maakt Marjan duidelijk, is het belangrijk<br />

dat huisarts en specialist elkaar virtueel<br />

kunnen ontmoeten, om te sparren over<br />

de behandeling van een patiënt. Hiervoor<br />

is intussen een initiatief ontwikkeld dat<br />

momenteel als pilot wordt uitgerold:<br />

het Meedenkconsult. Daarbij nemen<br />

computersystemen, langs een veilige weg<br />

en zonder mailverkeer, patiëntgegevens<br />

van elkaar over. Ook kunnen artsen hierin<br />

overleggen, waarbij elkaars berichten<br />

rechtstreeks in het dossier van de juiste<br />

patiënt komen. Een innovatie waar ze blij<br />

mee zijn.<br />

Preventie<br />

Nog één punt waarop de specialisten in de<br />

toekomst graag samen met de huisartsen<br />

zouden acteren is het werken aan preventie.<br />

“We zijn opgeleid om problemen op te lossen,<br />

maar we zouden veel meer bezig moeten zijn<br />

om problemen te voorkomen. Da’s veel beter<br />

voor de gezondheid van de patiënt én het<br />

bespaart zorgkosten!” ●<br />

“WE HEBBEN<br />

ERVAREN DAT<br />

WE ELKAAR<br />

NODIG HEBBEN”<br />

28


SAMEN NAAR BETER │ 29


Toekomst<br />

Gemeenschappelijke visie<br />

Ada Grootenboer-Dubbelman - burgemeeser gemeente Goeree-Overflakkee, Koos<br />

Moerland - voorzitter Raad van Bestuur CuraMare, Francis Lugtenburg - directeur<br />

Zorggroep Haringvliet, Jan-Peter Robijn - voorzitter Stichting Paulina.nu, Steef<br />

Visser - voorzitter Federatie van Ondernemers Goeree-Overflakkee en Tijs van Hoek<br />

- zorginkoper huisartsenzorg CZ.<br />

GELEGENHEIDSFORUM<br />

AAN HET WOORD<br />

In dit artikel laten we vanuit prominente sectoren in de samenleving een<br />

aantal sleutelfiguren aan het woord. Zes forumleden die aan de hand van<br />

een vijftal stellingen aangeven hoe ze voor de regio de zorg van de toekomst<br />

zien. Het zijn burgemeester Ada Grootenboer-Dubbelman van de gemeente<br />

Goeree-Overflakkee, Koos Moerland als voorzitter van de Raad van Bestuur<br />

van CuraMare, Francis Lugtenburg als directeur van Zorggroep Haringvliet, Jan-<br />

Peter Robijn als voorzitter van Stichting Paulina.nu, Steef Visser als voorzitter<br />

van de Federatie van Ondernemers Goeree-Overflakkee en Tijs van Hoek<br />

namens zorgverzekeraar CZ.<br />

Stelling 1<br />

Als we de zorg dichtbij huis willen houden, moeten en kunnen<br />

we daar vanuit de eigen regio heel veel aan doen.<br />

Ieder van de forumleden ziet dat inderdaad zo. “Wij geloven zeker”, reageert<br />

burgemeester Ada Grootenboer, “dat we als regio veel kunnen en moeten doen<br />

om de zorg, ook in de toekomst, dichtbij huis te houden. Daarnaast zijn we<br />

natuurlijk afhankelijk van partijen buiten onze regio, zoals het Zorgkantoor en de<br />

zorgverzekeraars. Door als partners in de regio gezamenlijk het gesprek met deze<br />

partijen aan te gaan, vergroten wij de kans om ook met hen afspraken te maken<br />

die de zorg op ons eiland ten goede komen.”<br />

“Gezondheidszorg en preventie”, benadrukt ook Koos Moerland, “moeten regionaal<br />

georganiseerd worden, in samenwerking tussen alle regionale zorgaanbieders,<br />

ziekenhuis, huisartsen, ouderen en thuiszorg. <strong>Samen</strong> met de gemeente kan<br />

daarnaast gewerkt worden aan preventie, het toegankelijk houden van laagdrempelige<br />

voorzieningen en bijvoorbeeld het creëren van vitale wijken. Door het<br />

organiseren van integrale netwerkzorg kunnen we goede zorg op de beste plek<br />

aanbieden.”<br />

30


Francis Lugtenburg vult hierbij aan: “Om de<br />

huisartsenzorg dichtbij huis te houden, is een<br />

huisarts in iedere dorpskern in het uitgestrekte<br />

gebied van de Zuid-Hollandse eilanden van<br />

groot belang. Daarnaast is het goed wanneer de<br />

regionale huisartsenorganisaties een aantal thema’s<br />

gezamenlijk oppakken. Bijvoorbeeld ondersteuning<br />

van de huisarts op het gebied van werving van goed<br />

personeel, en het verder innoveren op het gebied<br />

van ICT.”<br />

Jan-Peter Robijn wijst <strong>naar</strong> aanleiding van deze<br />

stelling op een gezamenlijke verantwoordelijkheid.<br />

“Ja, de zorg moet goed georganiseerd blijven: een<br />

goede zorgkwaliteit, liefst zo dicht mogelijk bij<br />

huis. Daarvoor zullen de vele partijen die met zorg<br />

te maken hebben gezámenlijk de zorgverlening<br />

moeten gaan organiseren en afstemmen rondom<br />

de inwoners. Maar ook de inwoners zelf dragen<br />

ieder hun verantwoording om goed voor de<br />

eígen gezondheid te zorgen. We hebben dus een<br />

gedeelde verantwoordelijkheid.”<br />

Ook Tijs van Hoek schetst klip en klaar:<br />

“Zorgaanbieders en gemeenten kunnen op Goeree<br />

Overflakkee heel veel zelf doen om de zorg in<br />

de regio te behouden. Domein overstijgend<br />

samenwerken aan een integraal team uit meerdere<br />

vakgebieden, die met elkaar rondom wijkbeelden<br />

afspraken maken over de beste ondersteuning en<br />

zorg aan inwoners; zorg die is afgestemd op de<br />

vraag van inwoners. Daarmee kan zorg voorkomen<br />

worden en zorg verantwoord dichtbij geleverd<br />

worden, terwijl ondersteuning uit het sociale<br />

domein voor hulpvragen op sociaal terrein veel<br />

zorgvragen kan voorkomen. Met andere woorden:<br />

een regio kan zelf het heft in handen nemen om<br />

gezamenlijk voor inwoners aanbod dichtbij huis<br />

te bieden. CZ ondersteunt regio’s daar graag bij,<br />

ook met innovatieve vormen van bekostiging en<br />

door samen met gemeenten en zorgaanbieders<br />

belemmeringen op het terrein van financiering op<br />

te lossen.”<br />

Stelling 2<br />

Anno 2021 hebben we de zorg zo goed<br />

georganiseerd dat we dit nog jaren zo<br />

kunnen blijven doen.<br />

Die mening delen de forumleden niet. Ada<br />

Grootenboer: “Wij prijzen ons als gemeente<br />

zeker gelukkig met het feit dat onze inwoners<br />

voor een groot deel van de zorg op ons eiland<br />

terecht kunnen. Maar de behoefte aan zorg zal de<br />

komende jaren veranderen. En om ook dan de zorg<br />

dichtbij te kunnen houden, zullen we nu nóg meer<br />

gezamenlijk moeten optrekken met alle partijen op<br />

ons eiland die hierin een rol vervullen. Gezamenlijk<br />

moeten we de agenda voor de toekomst bepalen<br />

en daar ieder voor zich, maar vooral ook samen,<br />

ons steentje aan bijdragen.”<br />

Francis Lugtenburg gaat daarop door. “De zorg<br />

anno 2021 is goed georganiseerd, maar nog jaren<br />

het zó blijven doen kan niet omdat de zorgvraag<br />

toeneemt, niet meer betaalbaar is en ook niet<br />

meer te organiseren valt door de krapte op de<br />

arbeidsmarkt. Wat we wél kunnen doen is voor<br />

mensen die gezond willen leven zoveel mogelijk<br />

drempels weg te nemen, om ze te ondersteunen<br />

bij een gezonde leefstijl en dit dichtbij huis<br />

toegankelijker te maken. Maar ook meer nadruk<br />

leggen op versterking van zorg en welzijn in de<br />

buurt. En de eigen verantwoordelijkheid van de<br />

burger centraal stellen, als uitgangspunt nemend<br />

dat mensen zo lang mogelijk gezond en zelfredzaam<br />

blijven, met regie over hun eigen leven.”<br />

Ook Koos Moerland is wat deze stelling betreft<br />

duidelijk. “De vraag <strong>naar</strong> zorg neemt toe en<br />

staat onder druk, omdat we met z’n allen<br />

steeds ouder worden, want er zijn steeds meer<br />

mogelijkheden om gezondheidsproblemen te<br />

behandelen. Zorgpersoneel is een schaars goed<br />

en de betaalbaarheid van de zorg vraagt ook<br />

voortdurend aandacht. Het is daarom noodzakelijk<br />

dat er nagedacht wordt over preventie, de juiste<br />

zorg op de juiste plaats, mogelijkheden van inzet<br />

van innovatieve en digitale technieken, passende<br />

huisvesting, inzet van mantelzorgers, vrijwilligers<br />

SAMEN NAAR BETER │ 31


en professionals, etc. <strong>Samen</strong>werken in netwerken<br />

is dan ook beslist noodzakelijk om de zorg op het<br />

gewenste hoge kwalitatieve niveau aan te kunnen<br />

blijven bieden.”<br />

En Jan-Peter Robijn vult aan: “We moeten kijken<br />

waar de behoeften liggen, hier met elkaar de<br />

zorgagenda op afstemmen en daar ook de<br />

inwoners bij betrekken. Maar niet alleen dit, er<br />

moet ook een omslag komen van zorgdenken <strong>naar</strong><br />

gezondheidsdenken.”<br />

Tijs van Hoek is het helemaal met Jan-Peter eens.<br />

“CZ is van mening dat, ondanks grote uitdagingen<br />

als personele krapte en vergrijzing, de zorg<br />

efficiënt en effectief georganiseerd kan worden,<br />

afgestemd op de hulpvraag van inwoners. Dat<br />

vraagt organisatie overstijgend samenwerken. Wij<br />

vertrouwen erop dat organisaties het belang van<br />

de inwoner boven de organisatiebelangen zullen<br />

kunnen stellen. Dat is nodig om goede zorg en<br />

ondersteuning dichtbij te organiseren.”<br />

“Belangrijk is wel”, zegt Steef Visser, “om ons te<br />

realiseren dat niet alle zorg gelijk is. Daarom kan<br />

op thema’s en onderdelen worden uitgediept<br />

waar we elkaar kunnen aanvullen: zorginstellingen,<br />

overheden maar ook particuliere ondernemingen<br />

en investeerders. Dat betekent samenwerken,<br />

samen zoeken <strong>naar</strong> juist díe onderdelen waarbij dit<br />

wél mogelijk is.”<br />

Stelling 3<br />

Integrale zorgverlening zou tot<br />

aanzienlijke winst op het gebied<br />

van zorgkwaliteit, efficiency en<br />

kostenbesparing kunnen leiden.<br />

“Als met integrale zorgverlening wordt bedoeld<br />

meer verbinding tussen zorg, welzijn en preventie,<br />

waarbij het dagelijks functioneren (dus niet de<br />

ziekte) van mensen centraal staat, dan ben ik het<br />

eens met de stelling”, geeft Francis Lugtenburg aan.<br />

“Uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen, zelfs<br />

als ze ziek zijn, zich een stuk gezonder voelen als<br />

ze minimale problemen ervaren in hun dagelijks<br />

functioneren.”<br />

“Laten we wel allereerst vaststellen”, zegt Jan-<br />

Peter Robijn, “dat de zorg in Nederland kwalitatief<br />

goed is, en dat we zorgmedewerkers hebben met<br />

compassie. Alleen, het zorgsysteem kan beter, door<br />

zorg beter op elkaar aan te laten sluiten. De zorg is<br />

soms te versnipperd, waardoor patiënten dikwijls<br />

langs verschillende ‘loketten’ moeten om aan de<br />

zorg te komen die ze nodig hebben. Daardoor<br />

verdwalen ze gemakkelijk of vallen ze zelfs tussen<br />

wal en schip. Daar moet een antwoord op komen,<br />

want dat kan inderdaad efficiënter.”<br />

Koos Moerland: “We moeten natuurlijk ook<br />

beseffen en benadrukken dat onze samenleving<br />

hoge prijs stelt op goede zorg en daar ook geld voor<br />

over heeft. Met andere woorden: zorg kost veel<br />

31


geld, maar levert ook veel op. Het vinden van de<br />

goede balans vraagt voortdurend de aandacht. Nóg<br />

slimmer samenwerken bevordert de kwaliteit en<br />

efficiency en houdt tevens de zorg betaalbaar.”<br />

“We zullen dan voor de markt, de klanten, wel over<br />

onze eilandgrenzen heen moeten kijken”, reageert<br />

Steef Visser, “maar wat let ons? Op het gebied<br />

van onderwijs wordt dit óók gerealiseerd, kijk<br />

bijvoorbeeld <strong>naar</strong> de Beroepscampus.”<br />

Tijs van Hoek: “Wij van CZ zien vaak nog een<br />

mismatch tussen multidisciplinaire zorgvragen<br />

en monodisciplinair georganiseerd zorgaanbod.<br />

Integrale zorg is ook ondersteuning en zorg<br />

onderling, tussen ketenpartners, afgestemd en<br />

op de vraag van inwoners. Dat kan inderdaad<br />

aanzienlijke winst opleveren voor inwoners in<br />

termen van beschikbaarheid, kwaliteit en kosten<br />

van de zorg.”<br />

Stelling 4<br />

Werken in samenwerkingsverband<br />

betekent afstand doen van eigen<br />

entiteit en professionele autonomie.<br />

“Absoluut niet waar!”, reageert Jan-Peter.<br />

“<strong>Samen</strong>werken in de zorg betekent niet dat je je<br />

autonomie of eigen identiteit opoffert. Je bent en<br />

blijft wie je was. Je werkt alleen in gezamenlijkheid<br />

eraan dat de zorg beter op elkaar wordt afgestemd.<br />

<strong>Samen</strong>werken betekent in dit verband niet<br />

samengaan, maar samen werken áán!”<br />

Tijs van Hoek beaamt dat. “<strong>Samen</strong>werken betekent<br />

hier de eigen expertise en middelen aanwenden<br />

en bij elkaar brengen voor het grote geheel,<br />

niet door daar afstand van te doen. Natuurlijk is<br />

het wel van belang over en weer ontvankelijk te<br />

zijn voor elkaars professionele autonomie. Dat<br />

brengt samenwerkingsverbanden juist verder. En<br />

het maakt samenwerken leuk, maar vooral ook<br />

succesvol.”<br />

Francis Lugtenburg onderstrijft wat Tijs zegt<br />

volledig. “<strong>Samen</strong>werking betekent meer<br />

werkplezier en zingeving als er onderling respect<br />

is voor elkaars beroep en professionele autonomie<br />

en wanneer er passende inspanningen geleverd<br />

worden om de mensen te ondersteunen bij hun<br />

gezondheid en kwaliteit van leven.”<br />

Steef Visser gaat nog een stapje verder: “Wat<br />

betreft efficiency, klantgerichtheid en innovatie<br />

is samenwerken niet alleen gewenst, maar juist<br />

verplicht. In de snel veranderende wereld kun je<br />

nooit als eenling alle veranderingen en bewegingen<br />

en innovaties beheersen. Daarom: doorbreek<br />

grenzen en zoek elkaar op!”<br />

“Precies!”, zo reageert Koos Moerland op de<br />

woorden van Steef. “<strong>Samen</strong>werken waar nodig en<br />

nuttig, is juist een teken van een hoge mate van<br />

professionaliteit. Elke professional moet de beste<br />

SAMEN NAAR BETER │32


zorg willen bieden en wanneer daar de inzet van<br />

een partner voor nodig is zal de professional dat<br />

met overtuiging dienen te doen.<br />

Dat er mogelijk wat verandert voor wat betreft<br />

de eigen identiteit van zorgaanbieders kan door<br />

intensievere samenwerking onvermijdelijk lijken.<br />

Tegelijkertijd staat de optimale zorg voor de<br />

bewoners van het verzorgingsgebied bovenaan.<br />

Bij het zo thuis mogelijk aanbieden van zorg is het<br />

belangrijk zo goed mogelijk aan te blijven sluiten<br />

bij de cultuur en de identiteit van de inwoners.”<br />

Stelling 5<br />

Meer samenspraak tussen<br />

zorgverzekeraars en zorgverleners<br />

komt de zorg in de regio alleen maar<br />

ten goede.<br />

“Helemaal mee eens!”, zegt Tijs van Hoek. “Precies<br />

dát is de reden dat CZ sinds 2012 het regioregie<br />

concept toepast. Een samenwerking waarin we<br />

op basis van regionale analyses en issues – de<br />

gezamenlijke regionale opgaaf – lokaal passende<br />

oplossingen ontwikkelen en implementeren.<br />

Overigens zijn we van mening dat zo’n samenwerking<br />

niet beperkt moet zijn tot alleen zorgverzekeraars<br />

en zorgverleners. CZ gaat uit van een tripartite<br />

samenwerking van inwoners, aanbieders van zorg<br />

& welzijn en zorgverzekeraars, gemeenten en<br />

zorgkantoor. En in sommige gevallen sluiten daar,<br />

afhankelijk van de doelgroep en lokale issues, ook<br />

ondernemers, onderwijs of justitie bij aan.”<br />

Ook Francis Lugtenburg vindt dat samenspraak<br />

verder moet gaan dan alleen tussen zorgverlener<br />

en zorgverzekeraar. “Ook met en tussen<br />

gemeenten, welzijnsorganisaties, sportverenigingen<br />

en vooral de inwoners zelf”, zo geeft ze aan.<br />

Naar aanleiding van deze stelling merkt Jan-Peter<br />

Robijn op dat “de zorgverzekeraar niet op de stoel<br />

van de zorgverlener moet gaan zitten en andersom<br />

ook niet. De zorgverzekeraar moet beseffen dat<br />

zo goed mogelijke zorg verleend wordt en de<br />

zorgverlener moet beseffen dat de zorg betaalbaar<br />

moet blijven. Ook hier gaat het om de vraag: wat<br />

móet er en wat kán er? In dat spanningsveld moet<br />

evenwicht gevonden worden en dat gaat veel beter<br />

als je dit in samenspraak doet. Ook híerbij is het<br />

goed de inwoners zelf te betrekken.”<br />

Koos Moerland sluit zich daarbij aan. “Zorgverzekeraars<br />

komen op voor het belang van hun<br />

verzekerden, deze verzekerden zijn tegelijkertijd<br />

inwoners van het verzorgingsgebied, kunnen<br />

patiënt of cliënt zijn, mantelzorger of vrijwilliger.<br />

<strong>Samen</strong>spraak tussen inwoners, zorgverzekeraars en<br />

zorgaanbieders is van essentieel belang om de zorg<br />

zo optimaal mogelijk te organiseren. Zorg leveren<br />

we immers samen.”<br />

Maar er is nóg een punt dat Jan-Peter Robijn<br />

gezegd wil hebben: “De winst die efficiëntere zorg<br />

oplevert moet niet in de zak van de zorgverzekeraar<br />

verdwijnen, maar moet wel deels terugvloeien <strong>naar</strong><br />

de zorg zelf, <strong>naar</strong> de regio en de zorgverleners”!<br />

“Werk samen waar het kan”, geeft ook Steef<br />

Visser aan. Dat wordt op veel gebieden ook door<br />

gemeenten gedaan. Denk aan afvalinzameling. Dat<br />

is echt een taak van de gemeente, maar het wordt<br />

uitbesteed aan een onderneming. Het is dan alleen<br />

wel belangrijk dat er een gezamenlijk belang is.<br />

Gaat dit dan altijd over geld? Nee, maar je moet<br />

het wel goed regelen.”<br />

Tot slot stelden we onze forumleden één<br />

zelfde vraag, die door de meesten ook van een<br />

antwoord werd voorzien: ‘In de regio wordt<br />

metterdaad samengewerkt om meer en meer<br />

tot integrale zorgverlening te komen. Wat<br />

betekent deze ontwikkeling voor uw organisatie?<br />

En andersom: waarom is uw organisatie een<br />

belangrijke samenwerkingspartner voor de zorg?’<br />

Tijs van Hoek: “<strong>Samen</strong>werken om tot integrale zorg<br />

te komen is een positieve ontwikkeling omdat de<br />

zorgverzekeraar haar wettelijke taak om kwaliteit,<br />

kosten en toegankelijkheid te borgen het best<br />

kan invullen middels nauwe samenwerking met<br />

34


zorgaanbieders, gemeenten en inwoners. Voor<br />

zorgaanbieders geldt dat ze in samenwerking in<br />

de keten, en dus ook met de financiers van zorg,<br />

veel meer bereiken dan autonoom in een regio te<br />

functioneren.”<br />

Ada Grootenboer: “Wij zijn er als gemeente van<br />

overtuigd dat we alleen sámen kunnen zorgen dat<br />

we klaar zijn voor de opgaven van de toekomst,<br />

ook op het gebied van zorg. Wij juichen de<br />

samenwerking dan ook toe. Wij zijn een belangrijke<br />

samenwerkingspartner voor de zorg omdat wij<br />

kunnen zorgen dat ons eiland een aantrekkelijk<br />

eiland is én blijft, waar mensen graag willen<br />

wonen en werken. Daarnaast investeren wij in<br />

samenwerking tussen onderwijs, ondernemers<br />

en overheid in de Beroepscampus. Op die manier<br />

leveren wij ook een bijdrage aan het beschikbaar<br />

houden van personeel, één van de belangrijke<br />

pijlers voor de zorg van de toekomst.”<br />

Koos Moerland: “Het Van Weel-Bethesda<br />

Ziekenhuis vervult een onmisbare rol voor wat<br />

betreft acute zorg. Hierdoor zijn functies als<br />

spoedeisende hulp, intensive care en geboortezorg<br />

binnen de geldende tijdsnormen beschikbaar<br />

voor bewoners van ons verzorgingsgebied.<br />

<strong>Samen</strong>werking met andere ziekenhuizen is<br />

noodzakelijk om de beste zorg op de beste<br />

plaats te kunnen geven. Voor het leveren van<br />

topklinische zorg is een intensieve samenwerking<br />

met het Maasstad Ziekenhuis georganiseerd.<br />

Academische zorg wordt in samenwerking met het<br />

Erasmus Medisch Centrum aangeboden. Goede<br />

samenwerking met de huisartsen en de thuis- en<br />

ouderenzorg kan een bijdrage leveren aan de<br />

doelstelling van zo thuis mogelijk. Tijdige signalering<br />

van eventuele problematiek en vroegtijdige inzet<br />

op het voorkomen van medische problematiek<br />

verbeteren de gezondheid van de inwoners en<br />

zorgen voor het aan kunnen blijven bieden van<br />

kwalitatief hoogwaardige zorg. Chronische zorg<br />

kan voor een groot deel ook buiten het ziekenhuis<br />

aangeboden worden.”<br />

Francis Lugtenburg: “De zorggroepen Haringvliet<br />

op Goeree-Overflakkee en Cohaesie op Voorne-<br />

Putten zijn twee groepen, organisaties van<br />

huisartsenpraktijken. Zorggroepen bieden<br />

kwalitatief hoogwaardige zorg in samenwerking<br />

met andere gespecialiseerde zorgaanbieders.<br />

Daarnaast zijn zorggroepen spreekbuis <strong>naar</strong>- en<br />

aanspreekpunt van de huisartsenpraktijken voor<br />

stakeholders in de regio. De zorggroep is een<br />

belangrijke samenwerkingspartner voor de ‘zorg’,<br />

maar ook voor ‘welzijn en preventie’, omdat in<br />

Nederland vrijwel iedereen is ingeschreven bij een<br />

huisarts. Patiënten kunnen met medische vragen<br />

laagdrempelig terecht in de huisartsenpraktijk.<br />

De huisarts werkt samen met een team van<br />

zorgverleners binnen de praktijk en met een<br />

netwerk van zorg- en hulpverleners buiten de<br />

praktijk. De kracht van de huisarts is om als<br />

vertrouwenspersoon naast de patiënt te staan, te<br />

luisteren <strong>naar</strong> de hulpvraag, en de meeste klachten<br />

en problemen in samenspraak met de patiënt zelf<br />

te behandelen. Ook bieden huisartsen met hun<br />

team medische zorg aan patiënten met chronische<br />

aandoeningen en aan patiënten in de laatste<br />

levensfase.”<br />

Jan-Peter Robijn: “Paulina.nu is geen op zichzelf<br />

staand fenomeen. Het is niet: dit ís Paulina.nu,<br />

maar samen zíjn wij Paulina.nu. Een verbinder, een<br />

partner die samenbrengt en verbinding verbetert,<br />

om integrale zorg in de regio vanzelfsprekend te<br />

maken. Veel hebben zorgverleners zelf hier al aan<br />

gedaan. Maar het kan beter en meer, en daar<br />

draagt Paulina.nu alleen maar aan bij. Dit houdt in<br />

dat, als er straks sprake van is dat haar doelen zijn<br />

bereikt, Paulina.nu zich zou kunnen opheffen of<br />

zich misschien transformeert tot partner en opgaat<br />

in het geheel van de integrale zorgketen. Want als<br />

Paulina.nu overbodig wordt, hebben we het met z’n<br />

allen goed gedaan!” ●<br />

SAMEN NAAR BETER │ 35


WILT U MEER INFORMATIE OVER DE<br />

INHOUD VAN DIT MAGAZINE?<br />

Neem contact op met de betrokken<br />

organisaties uit de redactieraad:<br />

• Cohaesie<br />

0181 301 220 / secretariaat@cohaesie.nl<br />

• Zorggroep Haringvliet<br />

0187 740 400 / secretariaat@zghv.nl<br />

• CuraMare<br />

0187 607 300 / info@curamare.nl<br />

• Paulina.nu<br />

06 1932 0625 / organisatie@paulina.nu<br />

• Gemeente Goeree-Overflakkee<br />

0187 475 555 / info@goeree-overflakkee.nl

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!