14.08.2013 Views

Ontwerpomgevingsvergunning Bosruiterweg totaal - Gemeente ...

Ontwerpomgevingsvergunning Bosruiterweg totaal - Gemeente ...

Ontwerpomgevingsvergunning Bosruiterweg totaal - Gemeente ...

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

- <br />

<br />

-


- <br />

<br />

-


- <br />

<br />

-


- <br />

<br />

-


- <br />

<br />

-


- <br />

<br />

-


- <br />

<br />

-


- <br />

- <br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

- <br />

<br />

- <br />

<br />

<br />

<br />

-


- <br />

- <br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

- <br />

<br />

- <br />

<br />

<br />

<br />

-


- <br />

- <br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

<br />

- <br />

<br />

- <br />

<br />

<br />

<br />

-


- <br />

- <br />

- <br />

- <br />

<br />

<br />

<br />

<br />

- <br />

- <br />

- <br />

<br />

-


- <br />

- <br />

- <br />

-


Opdrachtnummer : 07.15<br />

Auteurs : mRO<br />

Datum : april 2012<br />

Versie : versie 5<br />

Vastgesteld d.d. :<br />

GEMEENTE ZEEWOLDE<br />

BESTEMMINGSPLAN<br />

DE BOSRUITER<br />

VOORONTWERP<br />

Inhoud : Toelichting<br />

Planregels<br />

Analoge verbeelding


<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 2<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


INHOUD VAN DE TOELICHTING<br />

1. INLEIDING .................................................................................. 5<br />

1.1 AANLEIDING ............................................................................... 5<br />

1.2 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED ................................................. 5<br />

1.3 DOEL ....................................................................................... 6<br />

1.4 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN .......................................................... 6<br />

1.5 OPBOUW TOELICHTING ................................................................... 7<br />

2. BELEIDSASPECTEN ...................................................................... 9<br />

2.1 INLEIDING ................................................................................. 9<br />

2.2 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................... 9<br />

2.3 PROVINCIAAL BELEID ................................................................... 17<br />

2.4 RIJKSBELEID ............................................................................ 23<br />

3. HUIDIGE SITUATIE .................................................................... 27<br />

3.1 GESCHIEDENIS .......................................................................... 27<br />

3.2 RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR .......................................... 27<br />

3.3 VERKEERSKUNDIGE STRUCTUUR ....................................................... 29<br />

4. TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................... 31<br />

4.1 INLEIDING EN ACHTERGROND ......................................................... 31<br />

4.2 TOEKOMSTIGE INRICHTING ............................................................ 32<br />

4.3 VERTALING IN BESTEMMINGSPLAN .................................................... 40<br />

5. MILIEU ...................................................................................... 41<br />

5.1 GELUID .................................................................................. 41<br />

5.2 BODEM ................................................................................... 43<br />

5.3 BEDRIJVIGHEID EN MILIEUZONERING ................................................. 43<br />

5.4 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................... 46<br />

5.5 LUCHTKWALITEIT ....................................................................... 49<br />

5.6 WATERTOETS ............................................................................ 51<br />

5.7 ARCHEOLOGIE ........................................................................... 57<br />

5.8 FLORA EN FAUNA ........................................................................ 60<br />

6. JURIDISCHE ASPECTEN ............................................................. 65<br />

6.1 OPBOUW REGELS EN VERBEELDING ................................................... 65<br />

6.2 OPBOUW BESTEMMINGSREGELS ....................................................... 66<br />

6.3 OPBOUW (ANALOGE) VERBEELDING .................................................. 66<br />

6.4 AFSTEMMING MET ANDERE REGELGEVING ............................................ 67<br />

6.5 ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING ....................................................... 67<br />

7. UITVOERBAARHEID ................................................................... 71<br />

7.1 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .............................................. 71<br />

7.2 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................... 75<br />

7.3 HANDHAVING ............................................................................ 76<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 3<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Bijlagen<br />

1. Berekeningsresultaten akoestisch onderzoek, 13 april 2012;<br />

2. Zoon, buro voor ecologie, ‘Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in<br />

Zeewolde’, 22 december 2011;<br />

3. Zoon, buro voor ecologie, ‘Moerasontwikkeling langs Hoge Vaart – terrein<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> 16 Zeewolde’, 19 januari 2012;<br />

4. DHV, ‘Memo Ontwikkeling logies seizoensarbeiders’, kenmerk MO-<br />

AF20120231, 13 april 2012;<br />

5. ‘Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten de Bosruiter – Toetsing aan<br />

het Omgevingsplan/Experimentenkader’, maart 2012.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 4<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


1. INLEIDING<br />

1.1 Aanleiding<br />

De Epe Groep B.V. is voornemens om op het terrein van de voormalige<br />

camping De Bosruiter te Zeewolde huisvesting voor arbeidsmigranten te<br />

realiseren. In 2008 is de exploitatie van de camping gestaakt en sindsdien is<br />

het terrein niet meer gebruikt. Het initiatief gaat uit van de realisatie van een<br />

aantal logiesgebouwen en centrale voorzieningen, waardoor voorzien kan<br />

worden in de huisvesting van maximaal 600 personen. De logiesgebouwen en<br />

voorzieningen worden gesitueerd op het terreindeel waar al infrastructuur van<br />

de voormalige camping aanwezig is. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd<br />

om deze ontwikkelingen mogelijk te maken.<br />

De laatste jaren is in Nederland sprake van een forse instroom van tijdelijke<br />

werknemers, met name uit de Midden- en Oost-Europese nieuwe EUlidstaten.<br />

Ook uit landen Bulgarije en Roemenië komen arbeiders naar<br />

Nederland om tijdelijke arbeid te verrichten. Een grote vraag naar<br />

seizoensarbeiders wordt onder meer veroorzaakt door het grote aantal<br />

vacatures in de land- en tuinbouw. Naar verwachting zal deze vraag de<br />

komende jaren onverminderd hoog blijven en zelfs toenemen. Ook de<br />

toeristen- en horecasector (bijvoorbeeld hotelwezen) is afhankelijk van een<br />

groot aantal (buitenlandse) seizoenskrachten. Daarnaast zijn er sectoren,<br />

zoals de bouw, waarin een toenemende behoefte bestaat aan goedkope<br />

flexibele werkkrachten (flex- of leenarbeid).<br />

Tijdelijke werknemers komen meestal zonder gezin naar Nederland om met<br />

lange werkdagen zoveel mogelijk te verdienen. Vanaf begin 2000 zijn de<br />

huisvestingsproblemen voor deze categorie toegenomen; berichten over<br />

erbarmelijke omstandigheden op campings of het ‘huisjesmelken’ in de grote<br />

steden haalden steeds meer de regionale en landelijke pers.<br />

Mede als reactie daarop zijn in de afgelopen jaren in de gemeenten en<br />

provincies waar veel tijdelijke werknemers uit het buitenland gehuisvest zijn,<br />

steeds meer initiatieven genomen om te komen tot verbeterde huisvesting.<br />

Binnen de gemeente Zeewolde en in de omliggende gemeenten zijn ook<br />

honderden tijdelijke buitenlandse werknemers actief. De behoefte aan goede<br />

huisvestingsmogelijkheden voor tijdelijke werknemers is derhalve ook in de<br />

gemeente Zeewolde aanwezig. Met het voorliggende plan wordt gepoogd om<br />

aan deze behoefte tegemoet te komen.<br />

1.2 Ligging en begrenzing plangebied<br />

Het plangebied is gelegen aan de <strong>Bosruiterweg</strong> 16 te Zeewolde. Het is<br />

gesitueerd in het buitengebied van de gemeente Zeewolde, ten noordwesten<br />

van de kern Zeewolde. Het perceel <strong>Bosruiterweg</strong> 16 ligt ten noorden van de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> en bevindt zich in het Vaartbos, dat onderdeel is van het<br />

Horsterwold, een groot bosgebied.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 5<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Het plangebied omvat het gehele terrein van de voormalige camping ‘De<br />

Bosruiter’ en heeft een omvang van ruim 20 ha. De noordgrens van het<br />

plangebied wordt deels gevormd door de watergang de Hoge Vaart en deels<br />

door het bos van het Vaartbos. De west-, oost- en het grootste deel van de<br />

zuidgrens van het plangebied wordt eveneens gevormd door het bos van het<br />

Vaartbos. Dit is het gevolg van het feit dat het voormalige campingterrein op<br />

aanzienlijke afstand van de openbare weg (<strong>Bosruiterweg</strong>) is gelegen, en als<br />

het ware verscholen in het bos ligt. Een klein deel van de zuidgrens wordt<br />

bepaald door de <strong>Bosruiterweg</strong>. Dit betreft de toegangsweg tot het plangebied<br />

en direct omliggende gronden. In de bijgaande figuur is de ligging en<br />

begrenzing van het plangebied weergegeven.<br />

Ligging en begrenzing van het plangebied<br />

1.3 Doel<br />

Met dit bestemmingsplan wordt beoogd om de realisatie van de huisvesting<br />

voor arbeidsmigranten op het perceel <strong>Bosruiterweg</strong> 16 planologisch-juridisch<br />

mogelijk te maken. Daarnaast wordt beoogd om het deel van het perceel dat<br />

niet wordt gebruikt voor dit doel van een passende en actuele<br />

bestemmingsregeling te voorzien.<br />

1.4 Vigerend bestemmingsplan<br />

Momenteel valt het plangebied in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Dit<br />

plan is door de gemeenteraad van Zeewolde vastgesteld op 28 september<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 6<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


2006 en gedeeltelijk goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Flevoland<br />

op 14 mei 2007. De delen waaraan goedkeuring is onthouden, hebben geen<br />

betrekking op het plangebied.<br />

In het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ heeft het perceel <strong>Bosruiterweg</strong> 16 de<br />

bestemming ‘Verblijfsrecreatie’. Deze gronden zijn uitsluitend bestemd voor<br />

het bedrijfsmatig exploiteren van verblijfsrecreatie met de daarbij behorende<br />

bebouwing en beheersvoorzieningen, waaronder begrepen centrale<br />

voorzieningen ten behoeve van de verblijfsrecreatie, bijbehorende<br />

dagrecreatieve voorzieningen, verkeer en verblijf en groenvoorzieningen ten<br />

behoeve van landschappelijke inpassing. Daarnaast zijn deze gronden<br />

bestemd voor de nadere bestemming, waarmee het desbetreffende<br />

bestemmingsvlak op de plankaart is aangeduid. Het bestemmingsvlak van het<br />

perceel <strong>Bosruiterweg</strong> 16 is voorzien van de nadere bestemming<br />

‘natuurkampeerterrein’: terrein ten behoeve van mobiele kampeermiddelen<br />

(=exclusief stacaravans) en voorzieningen voor onderhoud en beheer. Ten<br />

hoogste 3% van de terreinoppervlakte mag worden bebouwd, ten behoeve<br />

van beheer en voorzieningen. Bijgaand is een uitsnede opgenomen voor het<br />

plangebied van de plankaart van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’.<br />

De realisatie van<br />

huisvesting voor<br />

arbeidsmigranten met<br />

centrale voorzieningen is<br />

in strijd met de<br />

bovengenoemde<br />

bestemming, daar dit geen<br />

gebruik ten behoeve van<br />

verblijfsrecreatie betreft.<br />

Het bovenstaande<br />

impliceert dat om de<br />

gewenste ontwikkelingen<br />

mogelijk te maken, het<br />

bestemmingsplan moet<br />

worden herzien. Het<br />

voorliggende<br />

bestemmingsplan dient<br />

hiertoe.<br />

1.5 Opbouw toelichting<br />

Uitsnede plankaart bestemmingsplan Buitengebied voor het<br />

plangebied<br />

De toelichting is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 omvat het vigerende<br />

(planologische) beleid op zowel rijks-, provinciaal- als gemeentelijk niveau.<br />

Hoofdstuk 3 beschrijft in het kort de huidige situatie van zowel het<br />

omliggende gebied als het plangebied zelf. In hoofdstuk 4 volgt een<br />

beschrijving van de beoogde toekomstige situatie. Vervolgens worden in<br />

hoofdstuk 5 diverse milieu aspecten beschreven. In hoofdstuk 6 worden de<br />

juridische aspecten van het plan verwoord. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op de<br />

maatschappelijke en economische haalbaarheid.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 7<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 8<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


2. BELEIDSASPECTEN<br />

2.1 Inleiding<br />

In de keuze van het te voeren beleid dient een gemeente rekening te houden<br />

met het opgestelde eigen beleid en dat van het Rijk en de provincie Flevoland.<br />

Dit geldt vooral daar waar beleidsuitgangspunten aan de orde komen die<br />

betrekking hebben op de inhoud van het plan. In dit hoofdstuk wordt<br />

ingegaan op het beleid van de diverse overheden.<br />

2.2 <strong>Gemeente</strong>lijk beleid<br />

Het gemeentelijk beleidskader wordt onder andere gevormd door het de<br />

toekomstvisie ‘Zeewolde, een generatie verder’, het ‘Koersdocument<br />

Structuurvisie Zeewolde’, de ‘Oplegnotitie Koersdocument’ en de<br />

Welstandsnota. Deze nota's worden in deze paragraaf besproken.<br />

Toekomstvisie ‘Zeewolde, een generatie verder’<br />

De gemeente Zeewolde heeft in haar toekomstvisie ‘Zeewolde, een generatie<br />

verder (2001)’ haar toekomstplannen beschreven. Bij de totstandkoming van<br />

dit rapport zijn veel inwoners uit Zeewolde betrokken. In de toekomstvisie<br />

wordt Zeewolde in 2030 als een gemeente gezien met één hoofdkern in een<br />

omvangrijk en gevarieerd buitengebied. Een belangrijk doel van de<br />

toekomstvisie is een beter voorzieningenniveau en een meer evenwichtige<br />

bevolkingsopbouw. Een beheerste, langdurig vol te houden groei van de kern<br />

Zeewolde zal leiden tot een beter voorzieningenniveau en een meer<br />

evenwichtige bevolkingsopbouw dan de huidige opbouw die zich kenmerkt<br />

door grote pieken in de categorie 0 tot 14 jaar en de categorie 30 tot 45<br />

jarigen. In de komende decennia komen er nieuwe wijken, een completer<br />

centrum en meer woningen voor ouderen en voor jongeren. Rust, ruimte en<br />

natuur blijven echter de belangrijkste kenmerken van Zeewolde.<br />

Koersdocument Structuurvisie Zeewolde<br />

De Raad van Zeewolde heeft in november 2008 de opdracht gegeven voor het<br />

opstellen van een Structuurvisie voor de gehele gemeente. Aanleiding<br />

hiervoor vormde de wettelijke verplichting uit de nieuwe Wro, de lopende<br />

discussie over de schaalsprong van Almere en de behoefte om ook na 25 jaar<br />

bestaan helderheid te geven over de toekomst van de gemeente. In dit proces<br />

staan de kernwaarden van Zeewolde niet meer ter discussie. Die kernwaarden<br />

zijn: rust, ruimte, groen en dynamiek. Het koersdocument, dat in juni 2009<br />

door de raad is vastgesteld, is een eerste besluit over de hoofdlijnen van de<br />

gewenste ontwikkeling. Het is geen uitvoeringsplan. Met het Koersdocument<br />

geeft de gemeente aan op welk punt op de horizon zij zich wil oriënteren voor<br />

de komende decennia.<br />

Voor de structuurvisie hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten:<br />

1. Robuuste toekomstbestendige gemeente: de gemeente Zeewolde wil<br />

een robuuste zelfstandige gemeente zijn met een zelfstandige positie<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 9<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


in zuidoost Flevoland, waarin de gemeente eigen keuzes kan maken<br />

voor de ontwikkeling.<br />

2. Kwaliteit in plaats van kwantiteit: voor bewoners en gebruikers van de<br />

gemeente staat kwaliteit voorop. Voordat ruimtelijke ontwikkelingen<br />

daadwerkelijk in gang gezet worden wil de gemeente zich beraden op<br />

de meerwaarde daarvan.<br />

3. Ruimte voor specifieke bevolkingsgroepen: er is meer ruimte nodig<br />

voor diversiteit, waaronder senioren en jongeren. Zij behoeven<br />

woonruimte, specifieke voorzieningen en ontwikkelingsmogelijkheden.<br />

4. Gebruik kansen van bos en water: Bos en water zijn kwaliteiten van<br />

Zeewolde. Kwaliteiten die nog niet optimaal worden benut bij het<br />

aanbod van recreatie, wonen en werken. De gemeente wil deze kansen<br />

beter benutten.<br />

5. Gebruik de oriëntatie op het oude land: Zeewolde is van oudsher sterk<br />

georiënteerd op het oude land, zowel sociaal-cultureel als qua<br />

werkgelegenheid. Deze culturele en ruimtelijke verbondenheid biedt<br />

een goede basis voor bestuurlijke samenwerking met de gemeenten<br />

aan de overzijde van het randmeer.<br />

6. Sluit niet de ogen voor dynamiek van Almere: Almere is de<br />

buurgemeente van Zeewolde, een stad die sterker dan onder invloed<br />

staat van de Randstad. Deze dynamiek wil de gemeente Zeewolde<br />

benutten.<br />

Voor de structuurvisie zijn op de volgende vijf onderwerpen beleidsuitspraken<br />

ontwikkeld, de zogenoemde bouwstenen:<br />

Ontwikkelingen in een groter perspectief<br />

De toekomst van de bestaande kern<br />

De economische toekomst<br />

De bereikbaarheid<br />

De groene toekomst<br />

Daarnaast heeft de gemeente de behoefte om duurzaamheid en innovatie als<br />

rode draad de strategie te laten bepalen. Onderstaand worden deze punten<br />

kort toegelicht.<br />

Ontwikkelingen in groter perspectief<br />

Zeewolde vervult al 25 jaar een rol als opvangkern voor ruimtezoekende<br />

bewoners en bedrijven van het oude land. Die rol voor wonen,<br />

werkgelegenheid, voorzieningen en recreatie wil de gemeente ook de<br />

komende jaren blijven vervullen. Dat hoeft niet perse te leiden tot uitbreiding<br />

van de kern Zeewolde. Er zijn ook andere mogelijkheden. Functieverweving<br />

tussen bijvoorbeeld wonen, recreatie, landbouw, zorg en werkgelegenheid<br />

moet onze gemeente aantrekkelijker te maken voor de toekomst.<br />

De toekomst van de bestaande kern<br />

Zeewolde is de afgelopen 25 jaar geleidelijk gegroeid en zal dit blijven doen.<br />

De gemeente is van mening dat de kwaliteit van de bestaande kern kan<br />

worden behouden door inbreiding en uitbreiding. Qua tempo wordt<br />

aangesloten bij de gemiddelde groei van in ieder geval 250-300 woningen per<br />

jaar in de afgelopen 25 jaar. Voorzien wordt in de zelfstandige vraag die is<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 10<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


ontstaan uit het eigen dorp: starters op de woningmarkt, studenten die<br />

terugkeren en ouderen op zoek naar een ander type woning. Daarnaast<br />

blijft de gemeente ruimte bieden aan mensen van buiten, zoals ze dat altijd<br />

heeft gedaan. Binnen het profiel van rust en ruimte blijft de gemeente zich<br />

ontwikkelen tot een volwaardig, zelfstandig dorp. Bij het bouwen binnen de<br />

kern is het van belang de centrale groene zones te respecteren.<br />

Economische toekomst<br />

Zeewolde wil zich geleidelijk ontwikkelen met de bestaande kwaliteiten van<br />

rust, ruimte en groen als randvoorwaarde. De ligging nabij de Randstad zorgt<br />

voor een toename van de economische dynamiek en daar wil de gemeente op<br />

een goede manier mee omgaan. Gekozen wordt voor een divers economisch<br />

profiel. Er wordt naar gestreefd om de grotere industrie op of nabij<br />

Trekkersveld te concentreren. Thuiswerken, flexwerken en digitalisering<br />

zorgen ervoor dat het steeds makkelijker wordt om thuis te werken, of op<br />

afstand in een flexkantoor. Dat betekent dat werkgelegenheid veel meer<br />

omvat dan het aanleggen van nieuwe bedrijventerreinen. Zeewolde heeft<br />

unieke recreatieve mogelijkheden centraal in Nederland. De ligging aan water<br />

en natuur is een sterke basis voor het recreatieve profiel. Het nieuwe<br />

natuurgebied Oostvaarderswold heeft de ambitie om zelfs een internationaal<br />

publiek te trekken. Dat biedt kansen voor verblijfsrecreatie (campings, hotels)<br />

en aanvullende dienstverlening aan toeristen. We zien kansen voor vooral<br />

kleinschalige ontwikkelingen. Met deze ontwikkelingen wordt in belangrijke<br />

mate bijgedragen aan behoud en uitbreiding van de plaatselijke<br />

werkgelegenheid. Zeewolde heeft een grote dagelijkse pendel, die een<br />

uitvloeisel is van de ligging aan de rand van de Randstad. Deze pendel blijft<br />

bestaan. Wel streven wordt gestreefd naar een balans tussen de groei van het<br />

aantal arbeidsplaatsen en de groei van de beroepsbevolking. Dit betekent niet<br />

dat iedere bewoner van Zeewolde hier in de toekomst een baan zal vinden.<br />

Een verdere differentiatie van de werkgelegenheid zorgt dat werknemers met<br />

verschillende opleidingsniveaus in Zeewolde aan de slag kunnen.<br />

Bereikbaarheid<br />

De ligging van Zeewolde zorgt voor een (auto)mobiele bevolking. Veel<br />

inwoners werken buiten de gemeente, waardoor tweemaal daags een<br />

forensenstroom het dorp in en uit gaat. Voor de ontsluiting van Zeewolde is<br />

de ‘grote ring’ van wegen bepalend, gevormd door de Gooiseweg, de<br />

Ganzenweg (naar Harderwijk), de A28 en de Nijkerkerweg. De Spiekweg<br />

maakt hier onderdeel van uit als kortsluiting tussen N305 en N301. Gestreefd<br />

wordt op deze wegen naar een zo goed mogelijke doorstroming, waarbij in<br />

ieder geval een verdubbeling van de Gooiseweg hoort. Daarnaast is aandacht<br />

nodig voor de ontsluiting richting Nijkerk (N30) en Harderwijk (N302). Ingezet<br />

wordt ook op een geleidelijke verbetering van het openbaar vervoer die<br />

aansluit bij de groei van de bevolking. Aandacht is nodig voor de aansluiting<br />

met de recreatieve functies, vooral in de zomer, en het aansluiten op<br />

koopavonden, uitgaansavonden of evenementen in de Veluwerand.<br />

Groene toekomst<br />

Duurzaamheid moet een leidende rol spelen. De bouw van nieuwe woningen<br />

of voorzieningen biedt de mogelijkheid om vanaf de start duurzame systemen<br />

en principes toe te passen. Natuur heeft een grote intrinsieke waarde, maar<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 11<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


ook economische potenties. De ‘Ecologische Mainport’, die het<br />

Oostvaardersland gaat vormen, is een natuurgebied op Europese schaal<br />

waaraan toeristische en recreatieve functies kunnen worden gekoppeld. Het<br />

recreatieve profiel van Zeewolde kan zo verstevigd worden. Het<br />

verduurzamen van de grootschalige landbouw is een aandachtspunt. Wanneer<br />

de landbouw verbreedt, dan is een integrale landschapsontwikkeling mogelijk<br />

die ook zorg, recreatie of woningbouw omvat.<br />

Rode draad: duurzaamheid en economie<br />

Zeewolde is duurzaam, gezien de windmolens en het gebruiken van een<br />

biogascentrale voor de verwarming van de nieuwbouwwoningen in Polderwijk.<br />

Het aspect duurzaamheid krijgt daarom een prominente plek in de<br />

structuurvisie. Duurzaamheid en innovatie is een paraplu waaronder de<br />

ontwikkeling van de gemeente plaatsvindt.<br />

Zonering<br />

In het koersdocument is een<br />

zonering met hoofdfuncties<br />

vastgelegd. Het plangebied is<br />

gelegen in de zone<br />

‘Oostvaarderswold/<br />

Horsterwold’. De bedoeling is<br />

dat na de aanleg van het<br />

Oostvaarderswold in zuidelijk<br />

Flevoland een robuuste<br />

natuurverbinding tussen<br />

Oostvaardersplassen en de<br />

Veluwe ontstaat. In de<br />

gemeente Zeewolde gevormd<br />

door het Oostvaarderswold en<br />

De zonering uit het Koersdocument<br />

het kerngebied van het<br />

bestaande Horsterwold. Dit gebied krijgt in de Structuurvisie de hoofdfunctie<br />

natuur met recreatief medegebruik. Daarbij ligt de nadruk op natuurbeleving<br />

en avontuur. Grootschalige en drukke recreatieve voorzieningen zal men hier<br />

niet vinden.<br />

Bij de inrichting van het gebied zal aandacht worden geschonken aan goede<br />

overgangen naar enerzijds het agrarisch gebied om overlast voor de agrariërs<br />

te voorkomen en anderzijds de stedelijke gebieden. Daar zijn kansen voor<br />

medegebruik, maar ook daar is voorzichtigheid geboden. Ook zal deze zone<br />

geen belemmering mogen vormen in de interne bereikbaarheid van de<br />

onderdelen van de gemeente.<br />

De hoofdlijnen van de structuurvisie uit het Koersdocument moeten de<br />

komende periode verder worden uitgewerkt.<br />

Oplegnotitie Koersdocument<br />

Naar aanleiding van nieuwe (on)voorziene ontwikkelingen op maatschappelijk,<br />

economisch en demografisch gebied en een nieuwe samenstelling van college<br />

en de gemeenteraad, is besloten om het ‘Koersdocument Structuurvisie<br />

Zeewolde’ op onderdelen bij te stellen of aan te scherpen, alvorens nadere<br />

uitwerking tot Structuurvisie.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 12<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Met name de doorlooptijd van de structuurvisie, in combinatie met de mate<br />

van uitwerking (gedetailleerdheid) zijn aspecten waar voorafgaand aan het<br />

opstellen van de structuurvisie essentiële keuzes in moeten worden gemaakt.<br />

In deze oplegnotitie wordt aangegeven op welke onderdelen van het<br />

Koersdocument de uitgangspunten zijn bijgesteld of aangescherpt. De<br />

oplegnotitie vormt samen met het Koersdocument het vertrekpunt voor de<br />

structuurvisie.<br />

Looptijd structuurvisie<br />

In het Koersdocument is de doorlooptijd voor de structuurvisie niet op een<br />

bepaald jaartal vastgepind. De enige houvast die het Koersdocument biedt, is<br />

dat de visie betrekking heeft op de ‘komende decennia’.<br />

De concrete uitwerking van het Koersdocument richt zich op een planperiode<br />

van 10 jaar. Uitgaande van de vaststelling van de structuurvisie in 2012, gaat<br />

het om een periode van 2012-2022.<br />

Kernwaarden<br />

In het Koersdocument is nog uitgegaan van de kernkwaliteiten rust, ruimte,<br />

groen en dynamiek. Echter het collegeprogramma 2010-2014 noemt als<br />

kernwaarden van Zeewolde: wonen, water en welzijn.<br />

Deze kernwaarden bieden de mogelijkheid om de gemeente Zeewolde ‘op de<br />

kaart’ zetten. De structuurvisie vervult een belangrijke rol in het verkondigen<br />

van deze boodschap.<br />

Zoekgebieden<br />

In het Koersdocument zijn voor de ‘Transformatiezone Randmeer’ twee<br />

soorten zoekgebieden opgenomen: ‘zoekgebied uitbreidingslocaties’ en<br />

‘afronding bestaande kern’. In de Oplegnotitie is bepaald dat in de<br />

Structuurvisie alleen de ‘afronding bestaande kern’ wordt uitgewerkt’.<br />

Grootschalige recreatieve voorziening<br />

In het Koersdocument worden voor het economische profiel voor Zeewolde<br />

zaken als logistiek, hoogwaardige dienstverlening, duurzaamheid,<br />

milieutechnologie, zorg en recreatie en toerisme benadrukt.<br />

Met het oog op deze keuzes zal Zeewolde op zoek moeten gaan naar ruimte<br />

voor de economische motor. Overwogen kan worden om, ten gunste van de<br />

gewenste dynamiek, open te blijven staan voor initiatieven van buiten de<br />

gemeente en te reageren op kansrijke signalen.<br />

Het koersdocument steekt op dit punt vooral in op kleinschalige recreatieve<br />

ontwikkelingen. Bevestigd wordt dat een dergelijk recreatief netwerk van<br />

groot belang is voor zowel de Zeewoldenaren als voor de recreanten. Dit<br />

netwerk is prima inpasbaar in de bestaande ruimtelijke structuren. Bij het<br />

aantrekken van bij Zeewolde passende toeristische (dag)attracties wordt<br />

gekozen voor kleinschaligheid in of nabij de kern.<br />

In relatie tot het gekozen economisch profiel kunnen ook grootschaliger<br />

initiatieven in de gemeente een plek krijgen. Voor grotere en dus meer<br />

ruimtevragende publiektrekkers, is gekozen voor zoekgebieden op grotere<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 13<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


afstand van de bestaande kern, namelijk de Transformatiezone West en<br />

Agrarische Zuidlob.<br />

Bestaande kern<br />

De keuze om in te zetten op het behoud van de kwaliteit van de bestaande<br />

kern blijft gehandhaafd. Op dit uitgangspunt worden de volgende aanvullingen<br />

aangebracht:<br />

1. Gezien de mogelijkheden in Polderwijk, het recente besluit over het<br />

centrumgebied én de nieuwe Kadernota Wonen, zijn in de planperiode (tot<br />

2022) voldoende bouwlocaties voor alle doelgroepen beschikbaar.<br />

Inbreiding is alleen mogelijk op locaties die al een bouwbestemming<br />

hebben. Opofferen van als zodanig bestemd groen ten gunste van<br />

woningbouw is in de planperiode niet aan de orde.<br />

2. Het centrum van Zeewolde heeft vooral een boodschappenfunctie.<br />

Mogelijkheden mogen worden verkend om recreatief winkelen (voor eigen<br />

bewoners en toeristen) meer op de kaart te zetten, om zodoende meer<br />

bestedingen in eigen dorp te kunnen genereren en de relatie met het<br />

toeristisch recreatief product te versterken. De richting hiervoor moet<br />

worden gezocht in een realistisch beeld en een visie passend bij Zeewolde.<br />

Schaalsprong Almere<br />

Volgens het Koersdocument voert in deelgebied 3 de landbouw de boventoon,<br />

maar op termijn zal dit gebied worden omgevormd naar een multifunctioneel<br />

landschap waar gewoond en gerecreëerd kan worden.<br />

De kans dat een dergelijke ontwikkeling binnen de planperiode aan de orde is,<br />

lijkt af te nemen. Wat betreft Zeewolde blijft deelgebied 3 een<br />

landbouwgebied. Een uitwerking van de mogelijk toekomstige invulling van<br />

deelgebied 3 is geen opgave voor de structuurvisie. Als toch een<br />

woningbouwopgave aan de orde is, dan beslist Zeewolde over de vraag of zij<br />

dat zelf wil/kan realiseren.<br />

Om dit uitgangspunt te kunnen concretiseren, worden de actuele<br />

ontwikkelingen afgewacht, en wordt dit punt zo nodig in een later stadium<br />

nader gespecificeerd.<br />

Welstandsnota<br />

In de Welstandsnota worden regels opgenomen over de gewenste<br />

beeldkwaliteit en architectonische vormgeving van bouwwerken. De<br />

gemeenteraad van Zeewolde heeft in 2010 een nieuwe welstandsnota voor<br />

haar grondgebied vastgesteld. De welstandsnota draagt bij aan het benoemen<br />

en versterken van de ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten binnen de<br />

gemeente Zeewolde. De gemeente Zeewolde schrijft in de welstandsnota dat<br />

ze belang hecht aan een aantrekkelijke gebouwde omgeving.<br />

Welstandscriteria kunnen de ruimte die het bestemmingsplan biedt invullen<br />

ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Bij de welstandscriteria wordt een<br />

onderscheid gemaakt tussen loket-, object- en gebiedscriteria. Deze criteria<br />

worden toegepast om te beoordelen of een bouwwerk niet in strijd is met<br />

redelijke eisen van welstand.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 14<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Notitie huisvesting seizoensarbeiders<br />

Het college van B & W van Zeewolde heeft op 6 september 2011 ingestemd<br />

met de Notitie huisvesting seizoenarbeiders. Het college wil mogelijkheden<br />

bieden voor huisvesting van tijdelijke werknemers in één of meer<br />

logiesgebouwen en heeft daarbij de voorkeur uitgesproken voor de locatie van<br />

de voormalige camping De Bosruiter aan de <strong>Bosruiterweg</strong>. De gemeente hecht<br />

aan kwalitatief goede huisvesting, gericht op de lange termijn, met een<br />

capaciteit voor 300 tot 600 in Zeewolde werkzame personen.<br />

Locatie De Bosruiter<br />

Deze locatie omvat een terrein van circa 20 ha met de bestemming<br />

"natuurkampeerterrein". Het terrein is in beginsel geschikt voor de plaatsing<br />

van één of meer logiesgebouwen ten behoeve van huisvesting van tijdelijke<br />

werknemers. Het hiervoor benodigde terreinoppervlak is echter naar<br />

inschatting van de gemeente aanzienlijk kleiner dan 20 ha. Afhankelijk van de<br />

mate van concentratie van de logiesgebouwen (uitgaande van maximaal twee<br />

bouwlagen) en de eventuele behoefte aan extra voorzieningen zou voor 300<br />

tot 600 eenheden een oppervlakte van maximaal 5 ha toereikend moeten zijn.<br />

Herziening bestemmingsplan<br />

Om de bestemming van het terrein te wijzigen is een herziening van het<br />

geldende bestemmingsplan vereist. De gemeenteraad is de bevoegde<br />

instantie om het bestemmingsplan te wijzigen. De benodigde planologische<br />

procedure wordt niet eerder opgestart dan nadat de initiatiefnemer<br />

overeenstemming heeft bereikt met de huidige particuliere grondeigenaar.<br />

Randvoorwaarden<br />

Aan de benodigde planologische medewerking worden de volgende<br />

voorwaarden gesteld:<br />

1. De huisvesting dient gecertificeerd te worden door de Stichting Keurmerk<br />

internationale Arbeidsbemiddeling (SKIA)<br />

2. De logiesgebouwen moeten een minimale oppervlakte hebben van 500 m²<br />

in één of twee bouwlagen;<br />

3. De noodzakelijke planherziening dient betrekking te hebben op het<br />

gehele terrein van 20 ha, waarbij er een nader te bepalen groenbuffer<br />

komt tussen het terrein met de bestemming "logiesgebouwen" en het<br />

resterende terrein met de bestemming "natuurkampeerterrein" (RvN);<br />

4. De terreineigenaar gaat ermee akkoord dat er op het terrein met de<br />

bestemming RvN alsnog een wintersluiting (tussen 1/11 en 15/3) van<br />

kracht wordt, conform het reguliere beleid voor natuurkampeerterreinen;<br />

5. De plankosten en de eventuele planschade zijn voor rekening van de<br />

initiatiefnemer; dit wordt vooraf vastgelegd in een overeenkomst.<br />

Het initiatief dat met het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt<br />

gemaakt voldoet aan deze voorwaarden. Hierbij dient opgemerkt te worden<br />

dat voorwaarde 4 niet meer van toepassing is, omdat de RvN bestemming op<br />

het resterende deel van het terrein is vervangen door een agrarische<br />

bestemming. Kamperen is op het resterende terreindeel dus niet meer<br />

mogelijk.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 15<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Notitie toepassing Parkeerbeleid<br />

De Notitie toepassing Parkeerbeleid heeft tot doel inzicht te geven in de toe te<br />

passen parkeernormen zowel nu op grond van het huidige artikel 2.5.30 van<br />

de bouwverordening als in de toekomst op grond van het bestemmingsplan.<br />

Bij het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt uitgegaan van<br />

publicatie 182 'parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van het<br />

CROW.<br />

In het algemeen geldt als uitgangspunt voor het parkeerbeleid dat<br />

parkeergelegenheid op eigen terrein moet worden gerealiseerd.<br />

Voor bedrijfsterreinen betekent dat, dat voor zowel werknemers en bezoekers<br />

op eigen terrein parkeergelegenheid geboden moet worden.<br />

Voor bestaande situaties waarbij sprake is van uitbreiding geldt bij reeds<br />

bestaande overcapaciteit van het aantal parkeerplaatsen voor de huidige<br />

functie dat het reeds aanwezige aantal parkeerplaatsen op eigen erf in<br />

mindering mag worden gebracht op de totale (bestaande bebouwing en<br />

uitbreiding) vast te stellen nieuwe parkeerbehoefte.<br />

In alle overige situaties geldt dat de totale parkeerbehoefte wordt vastgesteld<br />

op basis van het aantal m 2 bvo aan uitbreiding. De voor de uitbreiding<br />

benodigde parkeerplaatsen worden berekend en opgeteld bij het huidige<br />

aantal parkeerplaatsen. Dat tezamen vormt het <strong>totaal</strong> aantal benodigde<br />

parkeerplaatsen.<br />

Bij volledige nieuwbouw of functiewijziging mag het aantal aanwezige<br />

parkeerplaatsen in mindering worden gebracht op de aan het bouwplan<br />

gekoppelde nieuwe parkeerbehoefte.<br />

Wanneer een initiatiefnemer van een ontwikkeling niet voldoende<br />

parkeergelegenheid op eigen terrein kan realiseren moet er worden gezocht<br />

naar alternatieven.<br />

Indien deze voorhanden zijn, dan wel de mogelijkheid en bereidheid vanuit<br />

alle partijen bestaat om extra parkeerplaatsen in het openbaar gebied aan te<br />

leggen, kan, mits onderbouwd, afgeweken worden van de verplichting om de<br />

parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren.<br />

De alternatieve locaties moeten wel binnen een acceptabele loopafstand van<br />

het (bouw)perceel aanwezig zijn dan wel kunnen worden gerealiseerd.<br />

Bij iedere nieuwe oprichting, verandering van functie of uitbreiding van het<br />

bestaande gebruik moet worden beoordeeld of in voldoende<br />

parkeergelegenheid wordt voorzien. Uitgangspunt bij het bepalen van het<br />

benodigde aantal parkeerplaatsen zijn de in de notitie opgenomen normen.<br />

Functie aantal parkeerplaatsen<br />

Detailhandel 3,0 per 100 m2 bvo<br />

Opslag/ Groothandel/ Transportbedrijf 0,9 per 100 m2 bvo<br />

Industrie 2,7 per 100 m2 bvo<br />

Kantoor 1,7 per 100 m2 bvo<br />

Dienstverlening (kantoren met baliefunctie) 2,8 per 100 m2 bvo<br />

Horeca 6,0 per 100 m2 bvo<br />

Woning 1,8 per woning<br />

Parkeernormen<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 16<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Voor de overige functies wordt een algemene norm, gelet op de<br />

verscheidenheid aan activiteiten die hieronder kunnen worden geschaard, niet<br />

wenselijk geacht. Voorbeelden hiervan zijn maatschappelijke functies of<br />

cultuur en ontspanning.<br />

Voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten is geen parkeernorm<br />

opgenomen in de ‘Notitie toepassing parkeernormen’. In de notitie is vermeld<br />

dat voor niet genoemde functies geldt dat voor de berekening van het aantal<br />

benodigde parkeerplaatsen moet worden uitgegaan van de normen zoals<br />

opgenomen in publicatie 182 ‘Parkeerkencijfers – basis voor<br />

parkeernormering’ van het CROW. In deze publicatie zijn normen opgenomen<br />

voor kamerverhuur. De te realiseren logiesgebouwen voor de huisvesting van<br />

tijdelijke arbeidsmigranten betreft kamerverhuur. Op grond van deze<br />

publicatie dienen gemiddeld 0,4 parkeerplaatsen per kamer gerealiseerd te<br />

worden. Hier gaat de gemeente dan ook vanuit.<br />

In dit bestemmingsplan is in de gebruiksregels opgenomen dat in voldoende<br />

parkeergelegenheid moet worden voorzien. Hiermee wordt de aanleg van<br />

voldoende parkeergelegenheid afgedwongen. Deze regeling in het<br />

bestemmingsplan, zet de aanvullende werking van de bouwverordening op<br />

het punt van de parkeerregels buiten werking.<br />

2.3 Provinciaal beleid<br />

Omgevingsplan Flevoland 2006-2015<br />

In het Omgevingsplan is het integrale omgevingsbeleid voor de provincie<br />

Flevoland voor de periode 2006-2015 vastgelegd, met een doorkijk naar<br />

2030. Het Omgevingsplan is een bundeling van de vier wettelijke plannen op<br />

provinciaal niveau: Streekplan (sinds de inwerkingtreding van de Wro is deze<br />

planfiguur vervangen door de Provinciale Structuurvisie), Milieubeleidsplan,<br />

Waterhuishoudingsplan en Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan. Het<br />

Omgevingsplan bevat tevens de hoofdlijnen van het economische, sociale en<br />

culturele beleid. Door het samenvoegen in één plan zijn de hoofdlijnen van<br />

het beleid van de provincie Flevoland compact en is de samenhang tussen de<br />

diverse beleidsterreinen het best gewaarborgd.<br />

Provinciale hoofdstructuur<br />

De Flevolandse provinciale hoofdstructuur bestaat uit een stedelijke<br />

hoofdstructuur en een groen-blauwe hoofdstructuur. Als verbindende schakel<br />

tussen de Randstad en het noorden en oosten van Nederland is Flevoland van<br />

nationale en internationale betekenis. Het belang van deze schakelfunctie<br />

wordt met de jaren steeds duidelijker. Niet alleen op vervoersgebied, maar<br />

ook waar het economie en voorzieningen betreft, is de provincie sterk op het<br />

‘oude land’ georiënteerd. Hiervoor zijn met name de Noordelijke<br />

Ontwikkelingsas, tussen Schiphol en Groningen, en de West-Oost as, van<br />

Alkmaar tot Zwolle, van belang. Samen met de grote kernen vormen deze<br />

assen de stedelijke hoofdstructuur.<br />

De groen-blauwe hoofdstructuur bestaat uit de natuur en de watergebieden in<br />

Flevoland. De Flevolandse polders en wateren nemen een centrale plaats in<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 17<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


innen de (inter)nationale ecologische hoofdstructuur. In dat verband is de<br />

belangrijkste opgave om een gedegen ecologische verbinding te realiseren<br />

tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe. Daartoe is de kust en het water<br />

bij Zeewolde aangewezen als ‘zoekgebied robuuste ecologische verbinding<br />

met Gelderland’ en maakt het deel uit van de provinciale ecologische<br />

hoofdstructuur.<br />

Provinciale thema’s<br />

In grote lijnen is het provinciale omgevingsbeleid te vatten in vier<br />

hoofdthema’s, te weten reizen, leven, werken en landschap. Aan de hand van<br />

deze thema’s wordt per gemeente aangegeven hoe posities kunnen worden<br />

verbeterd.<br />

Reizen<br />

Op het gebied van reizen wil de provincie waar mogelijk haar bijdrage leveren<br />

om verbindingen tussen de woonkernen en met het ‘oude land’ te bevorderen<br />

en te realiseren. Een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer is daarin<br />

een zeer belangrijk aspect. De aanleg van nieuwe en de uitbreiding van de<br />

bestaande spoorwegverbindingen zijn van groot belang voor zowel de pendel<br />

van en naar Flevoland als voor de rol die Flevoland vervult als verbindende<br />

regio. De provincie zal hieraan haar medewerking verlenen. De oplossing van<br />

de fileproblematiek in Zuidelijk Flevoland zal waar mogelijk ondersteund<br />

worden. Daarnaast gaat de provincie zich inzetten om vaarwegen te<br />

verbeteren, zodat zowel de beroepsvaart als de recreatieve scheepvaart van,<br />

naar en door Flevoland optimaal kan verlopen. Ook de verdere bevordering<br />

van de verkeersveiligheid zal onderdeel uitmaken van de plannen die<br />

betrekking hebben op het verkeer.<br />

Leven<br />

Onder de term ‘leven’ vallen de plannen die te maken hebben met het prettig<br />

en veilig wonen in Flevoland. De plannen variëren van behoud van de goede<br />

luchtkwaliteit tot een verbetering van de vormen van hulpverlening waar de<br />

provincie verantwoording voor draagt.<br />

Een goede woonkwaliteit is voor iedereen het uitgangspunt. Naast de woning<br />

zelf is daarbij ook de woonomgeving belangrijk. Het gaat om kwaliteiten als<br />

voorzieningen, groenstructuren, recreatiemogelijkheden, veiligheid en een<br />

schone omgeving. Daarbij wil de provincie zich met name ook sterk maken<br />

voor de verhoging van het voorzieningenniveau op gebieden waar dit achter is<br />

gebleven bij de sterke toename van het aantal inwoners. Nieuwe stedelijke<br />

uitbreiding wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande<br />

bebouwde gebied.<br />

Een belangrijk facet in dit kader is de waterhuishouding. Zowel de<br />

bescherming tegen het water van buiten als het beheer van het water binnen<br />

de polders is van levensbelang voor Flevoland. De zeespiegel stijgt en ook de<br />

neerslag neemt toe. Bescherming tegen overstroming vraagt permanente<br />

aandacht. Daarnaast zijn ook beheer en verbetering van de waterkwaliteit<br />

opgenomen in het Omgevingsplan van de provincie. Of het nu om<br />

oppervlakte- of grondwater gaat, de provincie Flevoland wil prioriteit geven<br />

aan het behoud en waar mogelijk de verbetering van de waterkwaliteit.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 18<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Werken<br />

Het aantal arbeidsplaatsen in Flevoland neemt toe, maar groeit nog steeds<br />

niet evenredig met de inwonerstoename. Dat moet anders. Het streven is om<br />

zoveel mogelijk mensen te laten werken in de provincie en het liefst in de<br />

stad waar ze wonen. De bevordering van innovatie op allerlei economisch<br />

gebied moet Flevoland aantrekkelijk maken en houden voor de ontwikkeling<br />

van nieuwe bedrijvigheid en vestiging van bedrijven die van elders komen,<br />

zowel nationaal als internationaal.<br />

Landschap<br />

Het landschap van Flevoland verdient als laatste thema veel aandacht. Zowel<br />

de bescherming van de bestaande als de uitbreiding met nieuwe<br />

natuurwaarden wordt door de provincie van groot belang geacht. Natuur is<br />

van grote waarde voor de samenleving en heeft constante aandacht nodig. De<br />

provincie Flevoland zet in op de vitaliteit van het landelijk gebied. Het<br />

landelijk gebied moet optimaal ontwikkeld, worden voor zowel agrarisch als<br />

recreatief gebruik, voor natuurbescherming en waterberging en landelijk<br />

wonen. Al deze zaken kunnen binnen het Flevolands landschap hun plek<br />

krijgen. Landschappelijke of cultuurhistorische kernkwaliteiten van het gebied<br />

mogen niet worden aangetast door nieuwe ontwikkelingen. Het aantal<br />

boerderijen neemt af en de ruimte die daardoor vrijkomt zal zodanig moeten<br />

worden benut, dat het landschap niet wordt aangetast. De provincie wil<br />

ruimte en ondersteuning bieden aan de huidige ontwikkelingen binnen zowel<br />

landbouw als visserij.<br />

Hoofdlijnen van provinciaal beleid voor Zeewolde<br />

De vraagstukken en toekomstmogelijkheden van de individuele gemeenten<br />

kunnen worden geplaatst binnen de vier thema’s reizen, leven,werken en<br />

landschap. Voor Zeewolde betekent dit dat ingezet moet worden op<br />

verbetering van de verkeersontsluiting, stimulering van de woningbouw, de<br />

creatie van een hoogwaardig woon- en vestigingsmilieu, de aanpak van de<br />

windmolenproblematiek en het beheer en behoud en ontwikkeling van de<br />

randmeren, ontwerp en realisatie groen-blauwe zone het OostvaardersWold.<br />

Ontwikkelingsvisie Landelijk gebied<br />

Het plangebied behoort volgens het Omgevingsplan tot het landelijk gebied.<br />

De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de<br />

gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke<br />

behoeften. De inrichting en het gebruik zullen daardoor in bepaalde gebieden<br />

wijzigen. Dit hangt samen met schaalvergroting en verbreding in de<br />

landbouw, de groeiende ruimtevraag van de sector recreatie en toerisme, de<br />

beoogde versterking van de natuur en de noodzakelijke ingrepen in het<br />

watersysteem. Er zijn groeiende kansen voor combinaties en uitruil van<br />

functies. De strikte functiescheiding in het landelijk gebied is niet langer<br />

overal wenselijk. De provincie wil de unieke Flevolandse landschappelijke en<br />

cultuurhistorische karakteristieken behouden, onder meer door ze in te zetten<br />

als ruimtelijke kwaliteit ter versterking van nieuwe ontwikkelingen.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 19<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Ontwikkelingsvisie 2030<br />

Beleid landelijk gebied<br />

Het landelijk gebied moet vitaal blijven. De provincie wil agrarische<br />

bedrijvigheid die zich primair richt op duurzame productie (en verwerking)<br />

van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil<br />

de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied ter<br />

verbreding van het economisch draagvlak en deze verweven met de<br />

bestaande landbouwfunctie.<br />

Vooral in de oostrand van Flevoland bestaan goede mogelijkheden voor een<br />

verweving van landbouw, recreatie, natuur, waterberging, kleinschalige<br />

bedrijvigheid en landelijk wonen. Door verweving kan in het landelijk gebied<br />

een lappendeken van functies ontstaan. Dit vraagt een zorgvuldige regie,<br />

zodat de kwaliteit van natuur, landschap, water en milieu behouden blijft. Het<br />

plangebied is gelegen in deze oostrand.<br />

De beleidsregel ‘kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied’ biedt het<br />

kader voor verschillende ontwikkelingen in het landelijk gebied. Het is<br />

denkbaar dat het beleidskader in dit plan en in de beleidsregel ‘kleinschalige<br />

ontwikkelingen in het landelijk gebied’ te beperkend blijkt te zijn om gewenste<br />

integrale ontwikkelingen met wonen, recreatie, natuur,water en bedrijvigheid,<br />

zoals aangegeven in de ontwikkelingsvisie 2030, mogelijk te maken. In dat<br />

geval kan op experimentele basis het planologisch regime voor dat gebied<br />

worden verruimd. Voorwaarde is dan wel dat hieraan een tussen<br />

gebiedspartners overeengekomen integraal plan voor dat gebied ten<br />

grondslag ligt, waarin een kwaliteitsimpuls voor het gebied wordt aangetoond.<br />

Uit de kaart van de ontwikkelingsvisie blijkt dat het plangebied is aangewezen<br />

als ‘Zoekgebied combinatie landbouw, natuur (inclusief landgoederen),<br />

verblijfsrecreatie en waterbeheer’ en het gebied rondom het plangebied<br />

grotendeels is aangewezen als ‘Natuurgebied en natuurontwikkeling’.<br />

Onderstaand wordt op de betekenis van deze twee aanduidingen ingegaan.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 20<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Recreatie en toerisme<br />

De oostrand van de provincie is een multifunctioneel gebied dat zich uitstrekt<br />

van Lemmer tot aan de zuidlob in Zeewolde. Hier bevindt zich een<br />

uitgestrekte recreatiezone met enkele concentraties van vooral<br />

verblijfsrecreatieve voorzieningen en grotere dagrecreatieve voorzieningen.<br />

Het is een bos- en waterrijke zone nabij aantrekkelijke en (inter-)nationaal<br />

bekende recreatie- en natuurgebieden, zoals de Weerribben en de<br />

Veluwe. De nabijheid van dit ‘oude land’ is aantrekkelijk voor toeristen<br />

(bezoekjes vanuit het ‘oude land’ naar de polder en omgekeerd), maar ook<br />

voor ondernemers, die door ruimtegebrek op het oude land niet verder<br />

kunnen groeien. De randmeren vormen een belangrijk recreatief gebied voor<br />

zowel Flevoland als de aangrenzende regio’s op het ‘oude’ land. Veel<br />

recreatievoorzieningen zijn geclusterd rond de meren (jachthavens, stranden<br />

en vaargebieden). De provincie ziet in de oostelijke randzone belangrijke<br />

kansen voor verdere ontwikkeling van dagrecreatie, verblijfsrecreatie en<br />

waterrecreatie.<br />

Tegelijkertijd zijn de gebieden die het meest aantrekkelijk zijn voor recreatie<br />

ook de gebieden met de hoogste natuurkwaliteit, veelal met een beschermde<br />

natuurstatus. Het beoogde multifunctionele gebruik is daardoor aan een<br />

aantal randvoorwaarden gebonden. De provincie wil langs de randen van de<br />

bossen, in de brede delen van de randmeren en in de minder kwetsbare<br />

bosgebieden meer ontwikkelkansen bieden voor recreatie en toerisme.<br />

Deze groei is alleen mogelijk als ook de natuur een robuuster karakter krijgt,<br />

zodat de extra recreatiedruk goed opgevangen wordt. Door toepassing van de<br />

saldobenadering ontstaan mogelijkheden om de recreatieve groei te<br />

combineren met een kwaliteitsverbetering van de natuur.<br />

Natuurgebied en natuurontwikkeling<br />

Een groot gebied rondom het plangebied is aangewezen als Ecologische<br />

Hoofdstructuur (EHS). Doel van de EHS is de realisatie van een robuust<br />

landelijk samenhangend netwerk van natuurgebieden dat voldoende (leef-)<br />

ruimte biedt voor soorten en waarden die karakteristiek zijn voor de<br />

Nederlandse natuur. In het provinciale gebiedsplan voor natuur en landschap<br />

is verder uitgewerkt welke natuurkwaliteit gerealiseerd moet worden en welke<br />

gebieden, aanvullend op reeds bestaande natuurgebieden, begrensd zijn als<br />

nieuwe natuur.<br />

De ambitie van de provincie is om de EHS en het Natura 2000 netwerk een<br />

robuustheid te geven die voldoet aan de opgaven vanuit de Europese Unie en<br />

het rijk. In Flevoland zijn er vooral opgaven voor het in stand houden en<br />

verder ontwikkelen van de natuurwaarden voor moerassen, open water, natte<br />

bosgebieden en het open agrarisch gebied.<br />

De provincie Flevoland wil natuur beschermen en ontwikkelen, maar ook<br />

ruimte hebben om andere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals recreatie,<br />

optimaal vorm te geven. De natuurwetgeving hanteert een 'nee, tenzij'regime:<br />

nieuwe activiteiten zijn niet toegestaan, tenzij kan worden<br />

aangetoond dat de beschermde habitats en soorten daarvan geen schade<br />

ondervinden. Slechts indien een blijvende gunstige staat van instandhouding<br />

voor soorten en habitats gegarandeerd is, kan 'nee, tenzij' worden<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 21<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


omgebogen in een door de provincie gewenst 'ja, want'. De provincie wil<br />

hiervoor gebruik maken van een systeem van saldobenadering. Het<br />

uitgangspunt van deze benadering is dat de maatschappelijke en ecologische<br />

ontwikkelingen zodanig vorm worden gegeven dat zij elkaar niet belemmeren,<br />

maar versterken. Als elders binnen het Flevolandse natuursysteem een<br />

vergelijkbare of grotere verbetering wordt gerealiseerd, kan plaatselijk een<br />

verslechtering van de natuurkwaliteit acceptabel zijn.<br />

Bij de uitwerking van de saldobenadering is van belang dat niet alle gebieden<br />

binnen de EHS dezelfde waarde hebben. Onderscheid wordt gemaakt in drie<br />

groepen: prioritaire gebieden, waardevolle gebieden en overige EHS.<br />

De natuurgebieden nabij het plangebied maken deel uit van de typologie<br />

‘Waardevolle gebieden’. Dit zijn gebieden met een hoge actuele of potentiële<br />

natuurwaarde. De gebieden zijn essentieel voor de gewenste samenhang en<br />

kwaliteit van de EHS. Binnen deze gebieden is de ruimte voor het toepassen<br />

van de saldobenadering beperkt, tenzij de natuurkwaliteit en/of -kwantiteit en<br />

de gebruikswaarde van het gebied verbeteren. De prioritaire en de<br />

waardevolle gebieden vormen samen de kerngebieden van de EHS.<br />

EHS rondom het plangebied (bron: Omgevingsplan Flevoland)<br />

Voor het versterken van de samenhang in de EHS zijn bovendien ecologische<br />

verbindingen van belang. Het zijn vaak lintvormige elementen met een<br />

zodanige natuurlijke begroeiing dat verschillende diersoorten er voldoende<br />

beschutting vinden om de oversteek van het ene kerngebied naar het andere<br />

te wagen. In Flevoland vervullen de meeste tochten en vaarten een<br />

verbindende functie. De langs het plangebied gelegen Hoge Vaart is hier een<br />

voorbeeld van.<br />

Beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied<br />

Het beleid voor het landelijk gebied heeft de provincie nader uitgewerkt in de<br />

beleidsregel ‘kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied’ van 1 juli<br />

2008.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 22<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Het landelijk gebied van Flevoland heeft voor een groot deel een agrarische<br />

functie. Ontwikkelingen in de landbouwsector maken het volgens de provincie<br />

wenselijk meer ruimte te bieden aan kleinschalige niet-agrarische of agrarisch<br />

aanverwante functies en vergroting van (voormalige) agrarische<br />

bouwpercelen, voor zover deze de bestaande activiteiten en functies niet<br />

hinderen, niet leiden tot verstedelijking van het landelijk gebied en<br />

landschappelijk, milieutechnisch en verkeerskundig goed worden ingepast.<br />

Daarbij dienen de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw behouden te<br />

blijven of verder versterkt te worden. In de beleidsregel zijn de voorwaarden<br />

opgenomen waaraan de ontwikkelingen volgens de provincie dienen te<br />

voldoen.<br />

Experimentenkader<br />

De provincie Flevoland vindt dat de realisatie van huisvesting voor tijdelijke<br />

werknemers op het terrein van de voormalige camping ‘De Bosruiter’ niet past<br />

binnen het Omgevingsplan en de Beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in<br />

het landelijk gebied.<br />

Bovenstaand is reeds aan de orde gekomen dat op experimentele basis het<br />

planologisch regime uit het Omgevingsplan kan worden verruimd. Het<br />

zogenoemde experimentenkader. Om de ontwikkeling van de huisvesting van<br />

tijdelijke werknemers mogelijk te maken zal dit experimentenkader worden<br />

ingezet. De provincie Flevoland heeft in 2009 middels het experimentenkader<br />

ook meegewerkt aan de huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente<br />

Noordoostpolder.<br />

Voor de toepassing van het experimentenkader is de ‘Visie huisvesting<br />

tijdelijke arbeidsmigranten de Bosruiter – Toetsing aan het omgevingsplan/<br />

experimentenkader’ opgesteld. In deze visie wordt beschreven hoe met het<br />

voorliggende plan voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten<br />

invulling gegeven wordt aan het experimentenkader c.q. dat dit kader kan<br />

worden toegepast om de huisvesting mogelijk te maken. De visie is als bijlage<br />

opgenomen bij de toelichting. Voor de inhoud van de visie wordt dan ook<br />

verwezen naar deze bijlage.<br />

2.4 Rijksbeleid<br />

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte<br />

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld op 13 maart<br />

2012, is het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid van het Rijk opgenomen. De SVIR<br />

schetst hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, leefbaar en<br />

veilig. De SVIR vervangt onder meer de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en de<br />

Agenda Vitaal Platteland.<br />

Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk<br />

naar met een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal<br />

vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop<br />

zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en<br />

infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere<br />

overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 23<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere<br />

verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve<br />

rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en keuzes van<br />

burgers en bedrijven.<br />

Het roer om<br />

Het Rijk brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het<br />

aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en<br />

provincies (‘decentraal, tenzij…’) en de gebruiker komt centraal te staan. Het<br />

Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale<br />

belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten<br />

boeken (‘je gaat er over of niet’). Buiten deze 13 belangen hebben decentrale<br />

overheden beleidsvrijheid. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en<br />

ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.<br />

De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene<br />

ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. Daartoe schaft<br />

het Rijk het landschapsbeleid af en beperkt het rijksregimes in het<br />

natuurdomein. Het Rijk versterkt de samenhang tussen de verschillende<br />

modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. De<br />

(boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking wordt overgelaten<br />

aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De sturing op<br />

verstedelijking laat het Rijk los. Alleen in de stedelijke regio’s rond de<br />

mainports (Noordvleugel en Zuidvleugel) zal het Rijk afspraken maken met<br />

decentrale overheden over de programmering van verstedelijking.<br />

Rijksdoelen en nationale belangen<br />

Het Rijk heeft in de SVIR drie doelen geformuleerd om Nederland<br />

concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange<br />

termijn (2028):<br />

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het<br />

versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;<br />

Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de<br />

gebruiker voorop staat;<br />

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke<br />

natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.<br />

Het Rijk benoemt in de SVIR 13 nationale belangen; hiervoor is het Rijk<br />

verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Deze belangen zijn<br />

gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. Het betreft de<br />

volgende belangen:<br />

1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een<br />

aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid<br />

van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren;<br />

2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en<br />

energietransitie;<br />

3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via<br />

buisleidingen;<br />

4. Efficiënt gebruik van de ondergrond;<br />

5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en<br />

tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief achterlandverbindingen;<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 24<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem;<br />

7. Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en<br />

vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te<br />

waarborgen;<br />

8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming<br />

tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s;<br />

9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kader<br />

voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling;<br />

10.Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke<br />

cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten;<br />

11.Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en<br />

ontwikkelen van flora- en faunasoorten;<br />

12.Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten;<br />

13.Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke<br />

en infrastructurele besluiten.<br />

Bij dit laatste belang gaat het onder meer om het vraaggericht programmeren<br />

en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en<br />

marktpartijen, wat nodig is om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie<br />

en krimpregio’s leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden<br />

benut en overprogrammering te worden voorkomen.<br />

Relatie met het plangebied<br />

Met de ontwikkelingen het plangebied, de ontwikkeling van huisvesting voor<br />

tijdelijke werknemers, worden geen nationale belangen geraakt. Wel wordt<br />

recht gedaan aan belang 13: een zorgvuldige afweging. Voorliggend<br />

bestemmingsplan dient hiertoe. Daarnaast ondersteunt het plan belang 1: er<br />

wordt bijgedragen aan de ruimtelijk-economische structuur omdat door de<br />

komst van de huisvesting het vestigingsklimaat verbetert. Veel bedrijven zijn<br />

voor hun functioneren namelijk afhankelijk van tijdelijke werknemers. Door de<br />

huisvesting is het voor hen mogelijk om tijdelijke werknemers in te zetten.<br />

Hiermee wordt het voor bedrijven aantrekkelijker om zich te vestigen.<br />

Nota Huisvesting tijdelijke werknemers<br />

Het Ministerie van VROM (VROM) en het Ministerie van Sociale Zaken en<br />

Werkgelegenheid (SZW) hebben voor de huisvesting van tijdelijke<br />

werknemers de nota 'Huisvesting tijdelijke werknemers' opgesteld. Daarmee<br />

willen de ministeries aan gemeenten praktische handvatten bieden om met de<br />

huisvesting van arbeidsmigranten om te gaan. In de nota is de problematiek<br />

rondom de huisvesting van arbeidsmigranten en het handhaven beschreven.<br />

Daarnaast zijn er ook voorbeelden van oplossingen gegeven. Van de<br />

gemeenten wordt verlangd een beleid voor de huisvesting van buitenlandse<br />

werknemers op te stellen. De huisvesting van tijdelijke werknemers blijft<br />

lokaal maatwerk.<br />

Handreiking Ruimte voor arbeidsmigranten<br />

De VROM-Inspectie heeft in november 2010 de handreiking ‘Ruimte voor<br />

arbeidsmigranten’ uitgegeven. Dit is een handreiking voor de huisvesting voor<br />

werknemers uit de EU die tijdelijk in Nederland verblijven.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 25<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


De VROM-Inspectie wil samen met gemeenten en andere organisaties werken<br />

aan ruimte voor arbeidsmigranten die tijdelijk in Nederland verblijven: het<br />

bevorderen van fatsoenlijke oplossingen voor huisvesting, maar ook het<br />

voorkomen en tegengaan van misstanden en overlast. In de handreiking zijn<br />

suggesties en tips voor een plan van aanpak, voor het organiseren van<br />

huisvesting en een effectieve handhaving opgenomen.<br />

Met de handreiking wil de VROM-Inspectie werkgevers, huisvesters en<br />

gemeenten en andere betrokkenen bij de huisvesting van arbeidsmigranten<br />

ondersteunen en stimuleren om actie te ondernemen. In een aantal sectoren<br />

zijn arbeidsmigranten onmisbaar, wat ook blijkt uit een voortgaande groei van<br />

de aantallen, ook in jaren van economische krimp. De uitdaging blijft volgens<br />

de VROM-Inspectie om ook de komende jaren om overlast en onveilige<br />

situaties te voorkomen, en om op een verantwoorde wijze in deze<br />

huisvestingsvraag te voorzien.<br />

Wettelijk kader<br />

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van<br />

toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteit, Wet op de archeologische<br />

monumentenzorg, de Flora- en faunawet, besluit externe veiligheid, Wet<br />

geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk 5 nader worden<br />

ingegaan.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 26<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


3. HUIDIGE SITUATIE<br />

3.1 Geschiedenis<br />

De gemeente Zeewolde ligt in Zuidelijk Flevoland. Zuidelijk Flevoland viel in<br />

1968 droog. Direct daarop werd begonnen met de inrichting. De oudste<br />

IJsselmeerpolders waren vooral bedoeld voor agrarisch gebruik. Ook Zuidelijk<br />

Flevoland zou daar bij uitstek geschikt voor zijn. Maar door de steeds betere<br />

opbrengsten was er minder behoefte aan landbouwgrond. Er was juist grond<br />

nodig voor woningen en recreatie. Daarnaast wilde men de natuur en het<br />

milieu meer aandacht geven. Hierdoor is nog maar de helft van de grond in<br />

Zuidelijk Flevoland voor agrariërs ingericht. Een kwart van de grond in deze<br />

polder is voor recreatie, natuurgebieden en bos. Het "laatste" kwart is voor de<br />

kernen.<br />

Zeewolde is na Almere de tweede kern van Zuidelijk Flevoland. De gemeente<br />

Zeewolde ontstond op 1 januari 1984; het is hiermee de jongste gemeente<br />

van Nederland. In de winter van 1984 werden ook de eerste woningen in<br />

Zeewolde opgeleverd. De basis voor deze eerste woningen werd gevormd<br />

door het Structuurplan Zeewolde dat in 1982 door de Rijksdienst<br />

IJsselmeerpolders was opgesteld en waarmee voor het eerst vorm werd<br />

gegeven aan de stedenbouwkundige structuur van de kern Zeewolde. Het<br />

Structuurplan Zeewolde uit 1982 wees enkele gebieden direct ten noorden en<br />

zuiden van het centrum aan waar de woningbouw ten behoeve van de<br />

bevolkingsgroei moest plaatsvinden.<br />

In de jaren na 1984 werden snel meer woningen gebouwd en tevens kwamen<br />

er voorzieningen in het dorp: winkels, scholen en een buslijn. De laatste jaren<br />

is Zeewolde uitgegroeid tot een kern met ongeveer 20.000 inwoners met de<br />

daarbij behorende voorzieningen.<br />

De gemeente heeft een oppervlakte van 26.897 hectare. Het dorp wordt<br />

begrensd door drie soorten landschap. Aan de oostzijde ligt het Wolderwijd;<br />

het randmeer dat is ontstaan na inpoldering van de Flevopolder. Hier vindt<br />

veel (water-)recreatie plaats. Aan de westzijde van Zeewolde ligt het<br />

Horsterwold; tezamen met het Hulkesteinsebos het grootste loofbos van<br />

Nederland. Daarnaast wordt Zeewolde begrensd door het open agrarisch<br />

gebied. Bijzonder zijn de rechte lijnen van wegen, de lijnen van windmolens<br />

en de clusters van agrarische bedrijven in dit gebied.<br />

3.2 Ruimtelijke en functionele structuur<br />

Het voormalige natuurkampeerterrein De Bosruiter is gelegen in het Vaartbos,<br />

onderdeel van het bosgebied Horsterwold, en wordt omgeven door de<br />

loofbossen van dit grote bosgebied. Aan de noordrand grenst het terrein aan<br />

de Hoge Vaart, aan de overzijde hiervan ligt een omvangrijk agrarisch gebied.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 27<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Situering recreatieterrein De Bosruiter (binnen rode contour)<br />

In de nabijheid van de locatie, circa 1 km. noordoost-waards over de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong>, ligt het vakantiepark ‘Buitenplaats Horsterwold’ met<br />

vakantiewoningen en bijbehorende voorzieningen.<br />

Het bedrijventerrein ‘Horsterparc en Trekkersveld’ ligt op circa 2 km afstand<br />

in dezelfde richting.<br />

Toegang terrein vanaf de <strong>Bosruiterweg</strong><br />

(bron: Google Maps)<br />

<strong>Bosruiterweg</strong>, gezien in Noordoostelijke<br />

richting (bron: Google Maps)<br />

De ruimtelijke structuur van het terrein wordt gekenmerkt door een open veld<br />

temidden van het bos. Een waterstructuur van concentrisch gegraven sloten<br />

markeert de structuur van het (voormalige) kampeerterrein. Er is geen<br />

bebouwing aanwezig. Wel verharding in de vorm van ontsluitingswegen en –<br />

paden.<br />

Anno 2011 is het terrein niet meer in gebruik als natuurkampeerterrein. Eind<br />

2008 is de exploitatie al gestaakt. Tot een volledige exploitatie van het<br />

kampeerterrein is het nooit gekomen. Slechts een gedeelte van het terrein is<br />

voor dat gebruik ingericht. Dit betreft het meest zuidwestelijke deel. Een deel<br />

van het terrein is tijdelijk voor agrarische doeleinden (akker) gebruikt.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 28<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Luchtfoto van het recreatieterrein De Bosruiter<br />

3.3 Verkeerskundige structuur<br />

Het plangebied is alleen via de <strong>Bosruiterweg</strong> ontsloten. Ter hoogte van het<br />

bedrijventerrein ‘Trekkersveld- Horsterparc’ sluit deze aan op de Spiekweg<br />

(N207) welke in verbinding staat met overige regionale wegen.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 29<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 30<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


4. TOEKOMSTIGE SITUATIE<br />

4.1 Inleiding en achtergrond<br />

Met het voorliggende bestemmingsplan wordt beoogd om de ontwikkeling van<br />

huisvesting van tijdelijke werknemers te realiseren op het terrein van de<br />

voormalige camping ‘De Bosruiter’ aan de <strong>Bosruiterweg</strong> 16 te Zeewolde. Deze<br />

ontwikkeling komt voor uit een dringende maatschappelijke behoefte die al<br />

geruime tijd bestaat.<br />

De laatste jaren kent Nederland een forse instroom van tijdelijke werknemers,<br />

met name uit de Midden- en Oost-Europese EU-lidstaten. Daarom is in<br />

opdracht van de Ministeries van VROM en SWZ al in 2005 een onderzoek<br />

uitgevoerd naar de aard en omvang van de huisvestingsproblematiek rond<br />

tijdelijke werknemers uit het buitenland.<br />

Van de gemeenten die aan dat onderzoek deelnamen gaf ruim de helft aan<br />

dat er in hun gemeente tijdelijke werknemers uit het buitenland werkzaam of<br />

woonachtig zijn. Tweederde had te maken met huisvestingsproblemen in de<br />

vorm van een tekort aan passende huisvesting en gebrekkige en<br />

ondeugdelijke huisvesting werden als de grootste problemen gezien.<br />

In de agrarische sector is een deel van de problematiek seizoensgebonden,<br />

maar voor de glastuinbouw geldt dat de huisvestingsproblemen zich<br />

gedurende een heel jaar voordoen. Dit laatste geldt eveneens voor de<br />

industrie, de bouw, de horeca en andere branches waar sprake is van inzet<br />

van tijdelijke werknemers uit het buitenland.<br />

De huisvesting vond en vindt zowel in de grote steden plaats als in rurale<br />

gemeenten en in zowel de woonkernen als de buitengebieden. In de rurale<br />

gemeenten en buitengebieden vindt voornamelijk huisvesting op campings,<br />

bungalowparken, op het erf van boerderijen en bijgebouwen van bedrijven<br />

plaats.<br />

De werkgevers zijn belangrijke aanbieders van huisvesting voor tijdelijke<br />

werknemers. Dit is vaak op het bedrijventerrein zelf, maar ook door het<br />

opkopen van enkele woningen binnen een woonkern. Verder zijn er nog<br />

andere aanbieders actief, zoals ondernemers van campings en<br />

recreatieparken. Bij ongeveer een kwart van de gemeenten was in 2005 er<br />

sprake van malafide verhuurders of uitzendorganisaties die de huisvesting<br />

verzorgen. De problematiek is sinds 2005 alleen maar gegroeid.<br />

Door een tekort aan passende huisvesting worden er door werkgevers allerlei<br />

noodmaatregelen genomen of (semi)-illegale oplossingen bedacht om<br />

huisvesting aan tijdelijke werknemers aan te bieden. Daarnaast zijn er<br />

verhuurders en aanbieders actief die ondeugdelijke huisvesting aanbieden. Dit<br />

kan leiden tot ongewenste situaties en overlast voor de seizoensarbeiders<br />

zelf, omwonenden en werkgevers.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 31<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Dat heeft tot gevolg gehad dat in de afgelopen jaren op alle niveaus beleid is<br />

ontwikkeld om tot een verbetering van de situatie te komen. Naast<br />

intensivering van toezicht en handhaving en het aanpassen van regelgeving is<br />

een belangrijk deel van dat beleid gericht op het verhogen van het aanbod<br />

van passende huisvesting.<br />

Het ontwikkelen van tijdelijke huisvesting op de voormalige camping De<br />

Bosruiter sluit aan op het beleid om tot verhoging van het plaatselijk aanbod<br />

van passende huisvesting te komen. Onderstaand wordt ingegaan op hoe<br />

deze ontwikkeling vormgegeven wordt. Aan de orde komen onder meer de<br />

voorziene inrichting en bebouwing op het terrein, de door de gemeente<br />

gestelde voorwaarden, het beheer, de landschappelijke inpassing en verkeer<br />

en parkeren.<br />

4.2 Toekomstige inrichting<br />

De huisvesting voor tijdelijke seizoensarbeiders zal worden gesitueerd op het<br />

zuidwestelijke deel van het terrein van de voormalige camping. Dit heeft een<br />

omvang van circa 5 ha. Dit is het terreindeel dat in het verleden daadwerkelijk<br />

gebruikt is als camping en daartoe geschikt is gemaakt, onder meer door<br />

de aanleg van ontsluitingswegen en -paden. Deze ontsluitingsstructuur zal<br />

voor de nieuwe ontwikkelingen weer benut worden. Het terreindeel dat niet<br />

zal worden ingezet ten behoeve van de ontwikkelingen, zal een agrarische<br />

bestemming krijgen.<br />

Gebouwen<br />

Ten behoeve van de huisvesting zullen op het terrein vijftien nieuwe<br />

logiesgebouwen worden gebouwd. Twaalf logiesgebouwen bestaan uit acht<br />

‘logieseenheden’ en drie gebouwen bestaan uit zes ‘logieseenheden’. In <strong>totaal</strong><br />

worden daardoor 114 logieseenheden gerealiseerd. Een logieseenheid is een<br />

eenheid voor meerdere personen die ruimtes delen. Een eenheid bestaat uit<br />

een woonvertrek met open keuken, 5 slaapvertrekken, hal, toiletruimte en<br />

badruimte.<br />

De vijftien geplande logiesgebouwen kunnen voorzien in de<br />

huisvestingsbehoefte van maximaal 600 personen. Per persoon is binnen de<br />

gebouwen 13,5 m² vloeroppervlakte beschikbaar. De logiesgebouwen zullen<br />

worden gecertificeerd door de Stichting Keurmerk Internationale<br />

Arbeidsbemiddeling (SKIA). Arbeidsmigranten mogen alleen tijdelijk<br />

gehuisvest worden in de gebouwen. Het gaat immers om tijdelijk verblijf van<br />

personen die elders hun hoofdverblijf hebben (logies).<br />

De logiesgebouwen worden ten noorden en ten zuiden van de bestaande<br />

ontsluitingsweg gesitueerd. De gebouwen bestaan uit twee bouwlagen met<br />

een kap. Deze hoogte wordt passend geacht bij de omgeving, omdat het<br />

terrein omgeven wordt door hoge bomen en de bebouwing door de beperkte<br />

hoogte niet boven de bomen uit zal komen, waardoor deze niet zichtbaar zal<br />

zijn vanuit de omgeving. Doordat de bebouwing alleen in het zuidwestelijke<br />

deel van het voormalige campingterrein wordt gerealiseerd, wordt de<br />

bebouwing zoveel mogelijk compact gehouden en geconcentreerd.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 32<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Tegelijkertijd blijft er door de verdeling van de logieseenheden over<br />

verschillende gebouwen sprake van openheid tussen de bebouwing en<br />

ontstaat er geen aaneengesloten rij bebouwing.<br />

Naast de logiesgebouwen, zullen er ook drie gebouwen worden gerealiseerd<br />

voor centrale voorzieningen ten behoeve van de tijdelijke werknemers. In<br />

deze gebouwen worden de volgende functies gehuisvest: receptie, kantoren,<br />

leslokalen, winkelruimte (voor dagelijkse boodschappen), wasruimte,<br />

fitnessruimte, stilteruimte, recreatieruimte en opslagruimte. Deze drie<br />

gebouwen worden gesitueerd nabij de ingang van het terrein. Als men het<br />

terrein op- of afgaat zal men dus altijd langs deze gebouwen komen. Dit is<br />

wenselijk vanuit het oogpunt van sociale veiligheid en beheer. Bij de centrale<br />

voorzieningen worden ook enkele sportvelden aangelegd.<br />

Artist impression huisvesting tijdelijke werknemers (bron: J. de Ruiter Holding bv)<br />

Artist impression huisvesting tijdelijke werknemers (bron: J. de Ruiter Holding bv)<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 33<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Ontsluiting<br />

De bestaande ontsluitingsstructuur van het terrein zal gehandhaafd blijven.<br />

Dit betekent dat de bestaande ontsluiting aan de zuidzijde op de <strong>Bosruiterweg</strong><br />

blijft bestaan, evenals de bestaande geasfalteerde ontsluitingswegen op het<br />

terrein zelf. De wegen op het terrein (3,5 meter breed) zullen wel op bepaalde<br />

plekken enigszins worden verbreed. Aan beide zijden zullen betonnen<br />

grasblokken met een breedte van 0,70 meter worden aangebracht, zodat de<br />

weg visueel smal lijkt, maar wel tot 5 meter breedte berijdbaar is. Langs de<br />

ontsluitingswegen zal verlichting worden aangebracht. Het terrein wordt niet<br />

openbaar toegankelijk. Daartoe zal de ingang worden afgesloten met een<br />

slagboom.<br />

Verkeer<br />

De ontsluiting van het terrein komt uit op de <strong>Bosruiterweg</strong>. Deze weg maakt<br />

deel uit van het wegennetwerk in het buitengebied van Zeewolde. De<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> sluit aan de oostzijde aan op de Spiekweg (N705), via welke de<br />

Gooiseweg (N305) bereikbaar is. Vanaf deze weg kunnen de kern Zeewolde<br />

en andere steden en dorpen snel bereikt worden.<br />

De realisatie van de huisvesting voor tijdelijke werknemers zal gevolgen<br />

hebben voor het verkeer op de <strong>Bosruiterweg</strong>. DHV heeft daarom onderzoek<br />

verricht om de verkeerskundige impact van de ontwikkeling van de<br />

huisvesting in kaart te brengen 1 . Het onderzoek is opgenomen in de bijlage.<br />

Doel van dit onderzoek is om aan te geven wat het verschil is tussen de<br />

verkeersgeneratie van het huidige bestemmingsplan (waarin een recreatieve<br />

bestemming voor het terrein De Bosruiter is opgenomen) en het voorliggende<br />

bestemmingsplan (waarin de ontwikkeling van de huisvesting mogelijk wordt<br />

gemaakt) en of de ontsluitingsroute via de <strong>Bosruiterweg</strong> het verkeer kan<br />

verwerken. Uit het onderzoek van DHV blijkt het volgende.<br />

Huidig bestemmingsplan met recreatieve bestemming<br />

In het huidige bestemmingsplan heeft het plangebied een recreatieve<br />

bestemming.<br />

Verkeersgeneratie<br />

De huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> is ongeveer 300 motorvoertuigen op<br />

een werkdag (per etmaal). Echter, het terrein met de huidige recreatieve<br />

bestemming is (nog) niet ontwikkeld. Indien er conform het geldende<br />

bestemmingsplan een recreatieve functie op het gehele terrein plaats zal<br />

vinden, is de inschatting dat het verkeer toeneemt met ongeveer 1.200<br />

motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag per etmaal (voor de<br />

berekeningen wordt verwezen naar het genoemde onderzoek van DHV). Dit<br />

betekent dat gezien de huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> en de mogelijk<br />

te ontwikkelen recreatieve functie binnen het huidige bestemmingsplan, de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> 1.500 motorvoertuigen per etmaal dient te kunnen verwerken.<br />

Huidig wegprofiel en wegfunctie<br />

De <strong>Bosruiterweg</strong> heeft een wegbreedte van 3,6 meter. Dit betekent dat het<br />

verkeer op de weg elkaar niet kan inhalen. Om deze reden zijn er een aantal<br />

1 DHV, ‘Memo Ontwikkeling logies seizoensarbeiders’, kenmerk MO-AF20120231, 13 april 2012<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 34<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


locaties waar er door een verbreding of zijstraat een mogelijkheid tot<br />

passeren is. Hierdoor kan de huidige hoeveelheid verkeer van 300<br />

motorvoertuigen per etmaal zonder knelpunten afgewikkeld worden.<br />

Wegbreedte <strong>Bosruiterweg</strong> (bron: DHV)<br />

De <strong>Bosruiterweg</strong> heeft als wegtype “erftoegangsweg type II” (buiten de<br />

bebouwde kom). Dit wegtype dient in het algemeen voor wegen tot een<br />

intensiteit van ongeveer 1.500 motorvoertuigen (per etmaal). Op basis van<br />

het huidig gebruik, de huidige inrichting en de huidige wegfunctie kan gesteld<br />

worden dat de huidige weg voldoet.<br />

Nieuw bestemmingsplan met ontwikkeling huisvesting tijdelijke werknemers<br />

In het voorliggende bestemmingsplan vervalt de recreatieve functie. Deze<br />

wordt voor een deel vervangen door een bestemming die de ontwikkeling van<br />

de huisvesting voor tijdelijke werknemers mogelijk maakt. Het resterende<br />

deel zal een agrarische bestemming krijgen, waardoor de recreatieve functie<br />

in het geheel wordt wegbestemd en niet meer mogelijk is.<br />

Toekomstige verkeersgeneratie<br />

De huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> is ongeveer 300 motorvoertuigen op<br />

een werkdag (per etmaal). Met de realisatie van de huisvesting voor tijdelijke<br />

werknemers, neemt het verkeer ten opzichte van de huidige situatie toe. De<br />

toename van het verkeer is ongeveer 950 motorvoertuigen op een werkdag<br />

per etmaal (voor de berekeningen wordt verwezen naar het genoemde<br />

onderzoek van DHV). Dit betekent dat gezien de huidige intensiteit op de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> en de ontwikkeling van de huisvesting de <strong>Bosruiterweg</strong> circa<br />

1.250 motorvoertuigen per etmaal moet kunnen verwerken.<br />

Toekomstig wegprofiel en wegfunctie<br />

Het verkeer neemt toe tot circa 1.250 motorvoertuigen per etmaal. Hierdoor<br />

zal het, vaker dan in de huidige situatie, voorkomen dat verkeer van<br />

tegengestelde richtingen elkaar tegenkomt. Door aanwezig fietsgebruik en<br />

toegankelijkheid van landbouwverkeer en brandweer wordt aanbevolen om<br />

maximaal om de 300 meter en bij voorkeur om de 200 meter een inhaal<br />

mogelijkheid te creëren.<br />

Om de mogelijkheid te creëren dat een auto een vrachtauto kan inhalen is<br />

een wegbreedte nodig van minimaal 5,50 meter (op basis van ASVV,<br />

stilstaand voertuig en een rijdend voertuig) en idealiter een uitwijkvak van 20<br />

meter lang (in verband met een mogelijke vrachtwagen of landbouwvoertuig).<br />

De huidige wegbreedte is 3,6 meter, waardoor het vak (bij een benodigde<br />

wegbreedte van 5,5 meter) 1,90 meter breed dient te zijn. Indien er te weinig<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 35<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


inhaallocaties zijn op de weg is de kans groot dat er meer voertuigen door de<br />

berm gaan rijden (vanwege de beperkte wegbreedte), waardoor bermschade<br />

kan optreden.<br />

Conclusie<br />

De realisatie van de huisvesting heeft een kleinere impact op de<br />

verkeersstromen dan de huidige bestemming (recreatieve functie). Immers,<br />

met de recreatieve functie zal het aantal verkeersbewegingen circa op de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> circa 1.500 bedragen en met de huisvesting circa 1.250.<br />

Doordat de huidige bestemming op het moment niet benut wordt, bedraagt<br />

de huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> niet meer dan 300 motorvoertuigen<br />

per etmaal.<br />

De capaciteit van de <strong>Bosruiterweg</strong> is voldoende om de toename van het<br />

verkeer als gevolg van de huisvesting op te vangen. Deze weg heeft een<br />

maximale capaciteit van circa 1.500 mvt per etmaal, terwijl de intensiteit na<br />

realisatie van de huisvesting circa 1.250 zal bedragen. Derhalve zal door de<br />

komst van de huisvesting de maximale capaciteit niet worden overschreden.<br />

Bij de ontwikkeling van de huisvesting is het wel nodig om zorg te dragen<br />

voor goede uitwijkvakken langs de <strong>Bosruiterweg</strong>.<br />

Naar aanleiding van de bovengenoemde onderzoeksresultaten is besloten om<br />

het aantal uitwijkplaatsen langs de <strong>Bosruiterweg</strong> te vergroten. Daartoe zullen<br />

aan de zuidzijde van de weg tussen het plangebied en het bedrijventerrein<br />

Trekkersveld een aantal extra uitwijkplaatsen worden aangelegd. Deze zullen<br />

bestaan uit 39 stelconplaten. De uitwijkplaatsen zullen een lengte van 20<br />

meter krijgen en een breedte van 2 meter. Hiermee ontstaat met de breedte<br />

van de <strong>Bosruiterweg</strong> van 3,6 meter ter plaatse van de uitwijkplaatsen een<br />

totale wegbreedte van 5,6 meter. Dit betekent dat voldaan wordt aan de<br />

minimaal vereiste wegbreedte van 5,5 meter. Er is dan voldoende ruimte om<br />

Uitwijkplaatsen langs de <strong>Bosruiterweg</strong><br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 36<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


ongehinderd doorgang te verlenen aan hulpverleningsvoertuigen en<br />

landbouwverkeer. De uitwijkplaatsen zullen zo goed mogelijk zichtbaar<br />

worden gemaakt. De ligging van de uitwijkplaatsen en de afstanden tussen de<br />

uitwijkplaatsen worden weergegeven in de bijgaande afbeelding. Ten behoeve<br />

van de veiligheid zal ook verlichting langs de <strong>Bosruiterweg</strong> worden<br />

aangebracht.<br />

Parkeren<br />

De parkeerbehoefte die de huisvesting met zich meebrengt zal worden<br />

opgevangen op het terrein zelf. Hiertoe worden tussen de logiesgebouwen<br />

kleine parkeerterreintjes aangelegd. Daarnaast wordt voorzien in één groot<br />

parkeerterrein, nabij de centrale voorzieningen. Voorts kan het bestaande<br />

parkeerterrein aan de toegangsweg worden ingezet voor het opvangen van de<br />

parkeerbehoefte. Op grond van het aantal kamers (570, 5 per logieseenheid<br />

* 114 eenheden) zijn er 228 plaatsen nodig. Hierbij is uitgegaan van de parkeernorm<br />

van kamerverhuur die 0,4 parkeerplaatsen per kamer is (zie ook<br />

paragraaf 2.2). In verband met de maximale bezetting (600 personen, op 30<br />

kamers twee personen) worden minimaal 240 parkeerplaatsen nodig geacht.<br />

Dit komt ook overeen met een autobezetting van 2,5 personen, die in de<br />

praktijk aannemelijk blijkt. Op het terrein worden 198 parkeerplaatsen<br />

aangelegd en op het bestaande parkeerterrein langs de toegangsweg kan de<br />

resterende behoefte van 42 parkeerplaatsen opgevangen worden (hier zijn 44<br />

plaatsen aanwezig). Derhalve wordt er voorzien in voldoende<br />

parkeergelegenheid.<br />

Groen- en waterstructuur en landschappelijke inpassing<br />

Het terrein is vrijwel geheel omgeven door bospercelen van het Vaartbos. Het<br />

terrein ligt bovendien op grote afstand van de <strong>Bosruiterweg</strong>. Hierdoor is alleen<br />

de entree van het terrein vanaf de openbare weg zichtbaar. Dit heeft tot<br />

gevolg dat het terrein een uitstekende landschappelijke inpassing kent. De<br />

bestaande landschappelijke inpassing zal niet alleen worden gehandhaafd,<br />

maar bovendien worden versterkt, omdat er een afschermde groenbuffer zal<br />

Inrichtingsplan huisvesting tijdelijke werknemers (bron: J. de Ruiter Holding bv)<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 37<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


worden aangelegd tussen de het deel van het terrein dat voor de huisvesting<br />

wordt aangewend en het resterende deel van het terrein.<br />

Direct rondom de gebouwen blijft net als nu groen in de vorm van grasvelden<br />

aanwezig. Doordat direct rondom de gebouwen veel groen aanwezig is, is het<br />

bebouwingspercentage relatief laag. Dit komt ten goede aan de uitstraling van<br />

het terrein.<br />

De bestaande waterstructuur zal worden gehandhaafd. Het huidige<br />

concentrische slotenpatroon zal dus ongewijzigd blijven bestaan, evenals de<br />

waterlopen die aan een aantal zijden van het terrein aanwezig zijn.<br />

Natuurontwikkeling<br />

Tegelijkertijd met de ontwikkeling van de huisvesting zal ook de natuurlijke<br />

structuur worden versterkt. Het terrein ligt aan de Hoge Vaart. De provincie<br />

Flevoland, het waterschap en Staatsbosbeheer gaan deze vaart inrichten om<br />

te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hiervoor zal aan<br />

beide oevers een strook van 20 meter breed worden ingericht ten behoeve<br />

van moerasontwikkeling.<br />

Staatsbosbeheer<br />

beschikt daarvoor reeds<br />

over alle benodigde<br />

gronden langs de Hoge<br />

Vaart, met uitzondering<br />

van de strook die<br />

behoort tot het<br />

voormalige<br />

campingterrein. Met de<br />

initiatiefnemer van de<br />

huisvesting is overeen<br />

gekomen dat hij deze<br />

strook van 20 meter<br />

breed zal inzetten voor<br />

het KRW project en deze<br />

strook zal inrichten (en<br />

onderhouden) als<br />

moeraszone. Hierdoor<br />

ontstaat een<br />

aaneengesloten<br />

moerasstrook van 20<br />

meter aan beide zijden<br />

van de Hoge Vaart. Dit<br />

heeft een positief effect<br />

op de natuur in de<br />

omgeving.<br />

Zoon, buro voor ecologie, heeft de moerasontwikkeling ter plaatse van het<br />

voormalige campingterrein in overleg met Staatsbosbeheer nader uitgewerkt 2 .<br />

2 Zoon, buro voor ecologie, ‘Moerasontwikkeling langs Hoge Vaart – terrein <strong>Bosruiterweg</strong> 16<br />

Zeewolde’, 19 januari 2012<br />

Omvormen camping naar huisvesting arbeidsmigranten.<br />

Moerasontwikkeling aan Hoge Vaart van 20 m breed<br />

Moerasontwikkeling Staatsbosbeheer aan beide oevers<br />

Bestemming verblijfsrecreatie in gebruik als akker<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 38<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


De rapportage hiervan is opgenomen in de bijlage. Onderstaand is een<br />

dwarsprofiel opgenomen van de moerasontwikkeling en een impressie van de<br />

mogelijke toekomstige levensgemeenschappen in de moeraszone. Er zal<br />

leefruimte ontstaan voor wilgen, riet, waterplanten, otters en bevers.<br />

Technisch dwarsprofiel moerasontwikkeling (bron: Zoon, buro voor ecologie)<br />

Impressie van mogelijke toekomstige levensgemeenschappen in de moeraszone (bron: Zoon, buro voor ecologie)<br />

De grond die uitgegraven wordt voor de moerasontwikkeling zal verwerkt<br />

moeten worden op het eigen terrein. In de beschoeiing langs de Hoge Vaart<br />

zullen enkele gaten worden gemaakt, op de waterspiegel en juist daaronder,<br />

voor dieren. De waterstrook (0 tot 8 meter vanaf de landzijde) zal een 5<br />

jaarlijks beheer gaan kennen. Beheer van overjarig waterriet (15 tot 20 meter<br />

vanaf de landzijde) kan in vorstperioden geschieden. De zone zal ten behoeve<br />

van de natuurontwikkeling niet toegankelijk worden voor mensen.<br />

Beheer<br />

Na realisatie van de huisvesting zal het complex beheerd worden door de<br />

initiatiefnemer. Dit betekent dat er sprake is van direct en dagelijks toezicht<br />

door een beheerder op het terrein. De beheerder van het complex is niet<br />

alleen voor de belangen van de verhuurder aanwezig, maar fungeert tevens<br />

als eerste aanspreekpunt voor de huurders. Tevens houdt de beheerder de<br />

‘openbare orde’ op het park in het oog en zal daarbij zo nodig maatregelen<br />

treffen. De gemeente zal een convenant sluiten om afspraken vast te leggen<br />

over het beheer en toezicht, zowel ten aanzien van fysieke als sociale<br />

aspecten.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 39<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Resterende deel plangebied<br />

Een aanzienlijk deel van het plangebied zal niet worden aangewend voor de<br />

huisvesting van de tijdelijke werknemers. Dit deel zal een agrarische<br />

bestemming krijgen, zonder bouwmogelijkheden. Dit is conform het<br />

bestaande gebruik van de gronden. Dit betekent dat de geldende bestemming<br />

als natuurkampeerterrein vervalt en het niet langer mogelijk is de gronden<br />

voor deze functie te gebruiken.<br />

4.3 Vertaling in bestemmingsplan<br />

Voor de inrichting van het plangebied, worden in het bestemmingsplan vier<br />

bestemmingen opgenomen: ‘Agrarisch’, ‘Gemengd’, ‘Natuur’ en ‘Verkeer-2’.<br />

De bestemming ‘Gemengd’ is gegeven aan het deel van het terrein dat zal<br />

worden ingezet voor de huisvesting van de tijdelijke werknemers. Voor de<br />

bouw van de logiesgebouwen en de gebouwen met centrale voorzieningen zijn<br />

bouwvlakken opgenomen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen deze<br />

bouwvlakken worden gebouwd. Hierdoor ligt de positie van de gebouwen in<br />

grote lijnen vast en kan de inrichting van het terrein qua bebouwing niet<br />

zonder meer wijzigen. Buiten het bouwvlak mogen onder voorwaarden wel<br />

bouwwerken geen, gebouwen zijnde worden opgericht. Binnen de<br />

bestemming ‘Gemengd’ kunnen niet alleen de logiesgebouwen en gebouwen<br />

voor centrale voorzieningen worden gerealiseerd, maar ook bijbehorende<br />

voorzieningen, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, sportvelden,<br />

groenvoorzieningen en water.<br />

De bestemming ‘Agrarisch’ is gebruikt voor het terreindeel dat niet zal worden<br />

aangewend voor de huisvesting. Hierdoor kan het agrarische gebruik, dat nu<br />

al plaatsvindt op deze gronden, worden voortgezet. Op deze gronden zijn<br />

geen bouwmogelijkheden, behoudens zeer kleinschalige bouwwerken, geen<br />

gebouwen zijnde.<br />

De strook grond langs de Hoge Vaart die zal worden ingericht als moeraszone,<br />

heeft de bestemming ‘Natuur’. Deze bestemming maakt de inrichting en<br />

handhaving als moeraszone mogelijk. Om de natuurwaarden te beschermen<br />

is aan deze bestemming een omgevingsvergunningenstelsel gekoppeld voor<br />

het uitvoeren van diverse werken en werkzaamheden. Alleen als de<br />

natuurlijke waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast, mogen<br />

bepaalde werken en werkzaamheden worden uitgevoerd.<br />

De toegangsweg naar de huisvesting en de agrarische gronden en de direct<br />

omliggende gronden zijn bestemd als ‘Verkeer-2’. Hier zijn onder meer<br />

wegen, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen mogelijk. Deze<br />

bestemming regelt dat deze toegangsweg tevens een verblijfsfunctie heeft. Er<br />

is immers alleen sprake van langzaamrijdend bestemmingsverkeer op deze<br />

weg.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 40<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


5. MILIEU<br />

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang om na te gaan in<br />

hoeverre milieuhygiënische factoren van invloed zijn op de voorgestane<br />

bestemmingen. In dit kader wordt aandacht besteed aan een aantal relevante<br />

milieufactoren.<br />

5.1 Geluid<br />

Algemeen<br />

Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder (Wgh)<br />

van toepassing. De Wgh kent voor weg- en railverkeer alsmede voor<br />

gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe<br />

bestemmingen.<br />

De Wgh gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij<br />

industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch<br />

aandachtsgebied, waar voor bouwplannen en bestemmingsplannen een<br />

akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden.<br />

In het kader van dit bestemmingsplan is alleen wegverkeerslawaai van<br />

belang. Er liggen in het bestemmingsplan of in de directe omgeving geen<br />

spoorlijnen of gezoneerde bedrijventerreinen.<br />

Wegverkeerslawaai<br />

In de Wgh is bepaald dat elke weg van rechtswege een geluidszone heeft (art.<br />

74 lid 1). Een uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen in een 30<br />

km/uur-zone of in een woonerf. De breedte van de geluidszones is afhankelijk<br />

van het aantal rijstroken en de ligging van een weg:<br />

in stedelijk gebied:<br />

voor een weg bestaande uit 1 of 2 rijstroken: 200 meter;<br />

voor een weg bestaande uit 3 of meer rijstroken: 350 meter.<br />

in het buitenstedelijk gebied:<br />

voor een weg bestaande uit 1 of 2 rijstroken: 250 meter;<br />

voor een weg bestaande uit 3 of 4 rijstroken: 400 meter;<br />

voor een weg bestaande uit 5 of meer rijstroken: 600 meter.<br />

De Wgh stelt dat in principe de geluidsbelasting op (bedrijfs)woningen niet de<br />

48 dB mag overschrijden. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden<br />

toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten<br />

naar de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen op een bepaalde afstand<br />

(binnen een zone) van de geluidsgevoelige functie(s).<br />

Grenswaarden<br />

Nieuwe geluidsgevoelige objecten, zoals (bedrijfs)woningen, die worden<br />

gerealiseerd binnen de geluidszones dienen te worden getoetst aan<br />

grenswaarden van de geluidsbelasting die zijn aangegeven in de Wgh. Hierbij<br />

geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB (Lden). Indien deze waarde wordt<br />

overschreden, kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 41<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


verlenen. De maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van de functie van<br />

het geluidsgevoelig object en de geluidsbron. Bij de ontheffing dient het<br />

college te motiveren waarom bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk<br />

zijn en waarom het bouwplan gewenst is. Ook dient het in de Wgh vastgelegd<br />

binnenniveau gewaarborgd te worden.<br />

Geluid in relatie tot het plangebied<br />

Logiesgebouwen voor de huisvesting van tijdelijke werknemers worden in de<br />

Wet geluidhinder niet aangemerkt als geluidgevoelige objecten. Ook de<br />

bijbehorende centrale voorzieningen zijn dat niet. In het kader van een goede<br />

ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk om de geluidbelasting in beeld<br />

te brengen.<br />

Nabij het plangebied is één weg gelegen: de <strong>Bosruiterweg</strong>. Dit is een<br />

gezoneerde weg op basis van de Wet geluidhinder. De <strong>Bosruiterweg</strong> is<br />

gelegen buiten de bebouwde kom en heeft daardoor formeel een maximum<br />

snelheid van 80 kilometer per uur. De weg heeft 1 rijstrook en is in<br />

buitenstedelijk gebied gelegen, waardoor deze een zone heeft van 250 meter.<br />

De bouw van de nieuwe logiesgebouwen vindt voor een klein deel plaats in de<br />

geluidzone.<br />

Berekening<br />

Om de geluidsbelasting op de gevel als gevolg van de logiesgebouwen te<br />

bepalen is gebruik gemaakt van ‘Standaard Rekenmethode I’ conform bijlage<br />

III van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006. Dit model is bedoeld<br />

om voor eenvoudige situaties de geluidsberekeningen uit te voeren.<br />

Invoergegevens<br />

Van de <strong>Bosruiterweg</strong> zijn geen exacte verkeersintensiteiten bekend. Na<br />

overleg met de gemeente is bepaald dat uitgegaan kan worden van gemiddeld<br />

300 motorvoertuigen (mvt) per etmaal op een weekdag. Representatief voor<br />

de onderhavige locatie is de gemiddelde weekdagintensiteit. Deze intensiteit<br />

moet verhoogd worden met de verkeersbewegingen die ontstaan als gevolg<br />

van de realisatie van de huisvesting voor tijdelijke werknemers. Zoals in<br />

paragraaf 4.2 uiteen is gezet, bedraagt deze circa 950 mvt per etmaal.<br />

Hiermee ontstaat een totale gemiddelde etmaalintensiteit van circa 1.250 mvt<br />

per etmaal. Uitgaande van 0,5 % autonome groei per jaar, welke reëel is voor<br />

de <strong>Bosruiterweg</strong> gezien het karakter van deze weg, zal dit naar verwachting in<br />

2022 ca. 1315 mvt/etmaal bedragen.<br />

Andere aannames zijn een gemiddelde uurintensiteit van ca. 6,75% van de<br />

etmaalintensiteit, 92% lichte voertuigen, 5% middelzwaar en 3% zwaar<br />

verkeer. Voor wat betreft het type wegdek wordt uitgegaan van ‘dicht asfalt<br />

beton’ (referentiewegdek). In onderstaande tabel zijn verkeersgegevens<br />

weergegeven.<br />

Straatnaam Etmaal<br />

Intensiteit<br />

Periode Uurintensiteit (%<br />

van de<br />

etmaalintensiteit)<br />

Lichte<br />

motorvoertuigen<br />

(% van de<br />

uurintensiteit)<br />

Middelzware<br />

motorvoertuigen<br />

(% van de<br />

uurintensiteit)<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> 1315 Dag 6,75 92,0 5,0 3,0<br />

Avond 3,50 92,0 5,0 3,0<br />

Nacht 0,63 92,0 5,0 3,0<br />

Zware<br />

motorvoertuigen<br />

(% van de<br />

uurintensiteit)<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 42<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Berekeningen zijn gemaakt voor een beoordelingshoogte van 1,5, 4,5 en 7,5<br />

meter. Als afstand tussen de wegas en de gevels van de logiesgebouwen is<br />

uitgegaan van 218 meter. Dit is de kortste afstand die voorkomt. De afstand<br />

verschilt namelijk doordat de afstand tussen het voormalige campingterrein<br />

en de <strong>Bosruiterweg</strong> kleiner wordt richting het oosten.<br />

Resultaten<br />

De rekenresultaten zijn opgenomen in de bijlage. Uit de rekenresultaten blijkt<br />

dat op een beoordelingshoogte van 1,5 meter de geluidsbelasting aan de<br />

gevel 36 dB bedraagt. Op een hoogte van 4,5 meter bedraagt deze 37 dB en<br />

op een hoogte van 7,5 meter bedraagt deze 38 dB. Hieruit kan geconcludeerd<br />

worden dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Dit<br />

betekent dat er sprake is van een goed akoestisch klimaat en daarmee een<br />

goede ruimtelijke ordening. Derhalve zijn er geen belemmeringen voor de<br />

realisatie van de huisvesting vanuit het aspect geluid.<br />

5.2 Bodem<br />

Algemeen<br />

Het is wettelijk (via de bouwverordening) geregeld dat nieuwbouw pas kan<br />

plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het<br />

beoogde doel. Om deze reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de<br />

bodemkwaliteit door middel van onderzoek (conform NEN5740) in beeld te<br />

worden gebracht. Als blijkt uit het onderzoek dat de bodem niet geschikt is<br />

dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden<br />

uitgevoerd, om de bodem wel geschikt te maken.<br />

Bodemkwaliteit in relatie tot het plangebied<br />

Het voorliggende plan maakt de realisatie van logiesgebouwen en centrale<br />

voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van tijdelijke werknemers<br />

mogelijk. Voor de bouw kan plaatsvinden dient er inzicht te zijn of de bodem<br />

geschikt is voor dit doel. Bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het<br />

bouwen zal daarom een bodemonderzoek conform NEN5740 worden<br />

uitgevoerd. In het verleden zijn de gronden alleen gebruikt ten behoeve van<br />

een natuurkampeerterrein. Gelet hierop is er geen enkele reden om te<br />

veronderstellen dat de gronden ernstig verontreinigd zijn en niet geschikt zijn<br />

voor het beoogde gebruik. Dit betekent dat er geen belemmeringen zijn<br />

vanwege de bodemkwaliteit voor de uitvoering van het bestemmingsplan.<br />

5.3 Bedrijvigheid en milieuzonering<br />

Algemeen<br />

Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische<br />

aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De<br />

milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende<br />

activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in<br />

ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar<br />

mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s<br />

geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 43<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende<br />

activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in<br />

hun mogelijkheden.<br />

Op landelijk niveau is de Wet milieubeheer van kracht. Op basis van deze wet<br />

kan het bevoegd gezag voorschriften (bijvoorbeeld grenswaarden) opleggen<br />

aan bedrijven. Als de activiteiten van een bedrijf niet in overeenstemming zijn<br />

met het bestemmingsplan, mag een aanvraag voor een omgevingsvergunning<br />

voor milieu worden geweigerd. Een grote groep van bedrijven valt onder het<br />

Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit is een AMvB op basis van de Wet<br />

milieubeheer die standaardvoorschriften bevat voor een grote groep van<br />

bedrijven met standaardprocessen. Als een bedrijf in het bezit is van<br />

vergunning of voldoet aan het Activiteitenbesluit betekent niet dat deze<br />

bedrijven geen hinder kunnen veroorzaken.<br />

Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de<br />

daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’<br />

(2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele<br />

reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten,<br />

zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten<br />

vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende<br />

en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden<br />

gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van<br />

toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Het<br />

milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke<br />

milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld.<br />

Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van<br />

het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht<br />

op het omgevingstype "rustige woonwijk" of een vergelijkbaar<br />

omgevingstype, zoals een “rustig buitengebied”. Een rustige woonwijk is een<br />

woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien<br />

van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals<br />

bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke<br />

bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.<br />

Naast het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en rustig buitengebied wordt ook<br />

het omgevingstype ‘gemengd gebied’ onderscheiden. Bij een gemengd gebied<br />

kunnen kleinere afstanden tussen bedrijven en woningen worden<br />

aangehouden. Bij een gemengd gebied zijn dus kleinere milieuzones van<br />

toepassing. Bij een gemengd gebied kunnen de afstanden, zonder dat dit ten<br />

koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden<br />

verlaagd. Dit betekent dat de afstand van de eerstvolgende lagere categorie<br />

mag worden aangehouden. Een gemengd gebied is een gebied dat gezien de<br />

aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere<br />

milieubelasting kent. Dit betekent dat de eisen in gemengde gebieden minder<br />

streng zijn dan in rustige woonwijken.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 44<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


In onderstaande tabel zijn de richtafstanden opgenomen tot een ‘rustige<br />

woonwijk’ en ‘gemengd gebied’.<br />

Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype<br />

rustige woonwijk en rustig<br />

buitengebied<br />

Zijn de afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies kleiner<br />

dan de voorgeschreven afstanden uit de VNG-publicatie, dan zal door middel<br />

van onderzoek aangetoond moeten worden of de realisatie van een bedrijf<br />

toch mogelijk is en welke maatregelen moeten worden genomen om te komen<br />

tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aan de hand hiervan kan dan<br />

gemotiveerd worden afgeweken van de standaard adviesafstanden.<br />

Relatie met het plangebied<br />

Richtafstand tot omgevingstype<br />

gemengd gebied<br />

1 10 m 0 m<br />

2 30 m 10 m<br />

3.1 50 m 30 m<br />

3.2 100 m 50 m<br />

4.1 200 m 100 m<br />

4.2 300 m 200 m<br />

5.1 500 m 300 m<br />

5.2 700 m 500 m<br />

5.3 1.000 m 700 m<br />

6 1.500 m 1000 m<br />

Milieucategorieën en richtafstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied<br />

Bron: Bedrijven en milieuzonering, VNG<br />

Invloed plangebied op de omgeving<br />

Voor de huisvesting van tijdelijke werknemers is geen richtafstand<br />

opgenomen in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Qua<br />

ruimtelijke impact en uitstraling is het echter vergelijkbaar met een<br />

vakantiecentrum. Ook daar kunnen mensen voor langere tijd verblijven en<br />

ook daar zijn centrale voorzieningen aanwezig. Vakantiecentra behoren tot<br />

categorie 3.1 en kennen daardoor een richtafstand van 50 meter. Binnen deze<br />

richtafstand zijn rondom het plangebied geen milieugevoelige functies, zoals<br />

woningen, gelegen.<br />

Invloed omgeving op het plangebied<br />

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen. Op<br />

ruime afstand van het plangebied komen wel bedrijven voor. Dit zijn een<br />

vakantiepark, een aantal agrarische bedrijven en een transformatorstation.<br />

De nieuw te realiseren huisvesting is gelegen buiten de richtafstanden van<br />

deze bedrijven. Derhalve worden deze bedrijven niet belemmerd in hun<br />

bedrijfsvoering door de komst van de huisvesting.<br />

Langs het plangebied lopen drie 150 kV hoogspanningsverbindingen die<br />

samenkomen bij het transformatorstation aan de Bloesemweg: de verbinding<br />

Zeewolde-Bunschoten, de verbinding Zeewolde-Almere en de verbinding<br />

Zeewolde knooppunt-Zeewolde. Deze drie verbindingen kennen allen een<br />

indicatieve zone van 80 meter aan beide zijden van de verbinding. Het<br />

plangebied ligt echter op een grotere afstand. Dit betekent dat de<br />

ontwikkelingen in het plangebied niet belemmerd worden door deze<br />

hoogspanningsverbindingen.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 45<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Concluderend kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn voor de<br />

realisatie van de huisvesting voor tijdelijke werknemers vanuit het aspect<br />

bedrijven en milieuzonering.<br />

5.4 Externe veiligheid<br />

Algemeen<br />

In rijksnota's en in het Omgevingsplan van de provincie Flevoland is<br />

aangegeven dat bestemmingsplannen mede beoordeeld worden op het aspect<br />

externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid betreft de beheersing van<br />

risico's en richt zich op:<br />

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen<br />

(inrichtingen);<br />

het transport van gevaarlijke stoffen (wegen, spoorwegen, waterwegen en<br />

buisleidingen);<br />

het gebruik van luchthavens.<br />

Deze risico’s worden onderverdeeld in het plaatsgebonden risico (PR) en het<br />

groepsrisico (GR).<br />

Het PR richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met<br />

gevaarlijke stoffen vooral op de te realiseren basisveiligheid voor<br />

personen in de omgeving van die activiteiten. Het wordt uitgedrukt als de<br />

kans per jaar dat een persoon op een plaats in de omgeving van een<br />

risicovolle activiteit zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van<br />

door die activiteit veroorzaakte calamiteit. Een kans op overlijden van 1<br />

op de miljoen per jaar (PR= 10 -6 ) wordt aanvaardbaar geacht. De PR 10 -6<br />

is een harde grenswaarde welke niet mag worden overschreden. Het PR<br />

wordt ‘vertaald’ als een risicocontour rondom de risicovolle activiteit,<br />

waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen liggen.<br />

Het GR is bedoeld voor het beperken van de maatschappelijke<br />

ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR<br />

is een maat voor de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100<br />

of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun<br />

aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en van<br />

een daardoor veroorzaakte calamiteit. Rondom een risicobron wordt een<br />

invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het<br />

aantal maximaal aanwezige personen, de z.g. oriënterende waarde (OW).<br />

Het gaat om een richtwaarde. Het bevoegd gezag mag, mits afdoende<br />

gemotiveerd, van deze richtwaarde afwijken (de verantwoordingsplicht).<br />

De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, dus ook<br />

als de OW niet wordt overschreden.<br />

Externe veiligheid moet altijd in preventieve zin deel uitmaken van de<br />

besluitvorming bij nieuwe situaties, en kan bij besluitvorming over bestaande<br />

situaties leiden tot aanvullende maatregelen.<br />

Voor externe veiligheid ten aanzien van inrichtingen, de zogenoemde<br />

stationaire bronnen, is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) van<br />

kracht en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, de zogenoemde mobiele<br />

bronnen, is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, alsmede de Nota vervoer<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 46<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


gevaarlijke stoffen (NVGS) bepalend. Deze nota is van toepassing op<br />

ruimtelijke ontwikkelingen en de toename van transporten van gevaarlijke<br />

stoffen. Conform de NVGS wordt er een Basisnet Weg vastgesteld. Dit omvat<br />

een netwerk van rijks- en hoofdwegen waarlangs het transport van<br />

gevaarlijke stoffen wettelijk wordt verankerd. De regelgeving voor<br />

ondergrondse buisleidingen valt per 1 januari 2011 onder het Besluit externe<br />

veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Bevb gaat uit van de systematiek zoals<br />

die in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt toegepast. Dit<br />

betekent dat het Bevb uitgaat van grens- en richtwaarden voor het<br />

plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico<br />

(GR).<br />

De kans op en de gevolgen van mogelijke ongevallen zijn te berekenen in een<br />

risicoanalyse. Met de risicoanalyse is voor elke willekeurige locatie langs een<br />

route van gevaarlijke stoffen (weg, binnenwater, spoor), het risico voor de<br />

omgeving te berekenen. Eenzelfde berekening kan worden gemaakt voor<br />

inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn (chemische installaties,<br />

vuurwerkfabrieken, LPG installaties, etc.).<br />

Externe veiligheid in relatie tot het plangebied<br />

Op basis van de risicokaart van de provincie Flevoland is een inventarisatie<br />

van de risicobronnen in en rondom het plangebied gemaakt. Bijgaand is een<br />

uitsnede opgenomen van de risicokaart voor het plangebied.<br />

Hoge Vaart<br />

Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl)<br />

1 Propaantank<br />

De Bosruiter<br />

Buitenplaats<br />

Horsterwold<br />

N305<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 47<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Risicovolle inrichtingen<br />

Nabij het plangebied is één risicovolle inrichting gelegen. Dit betreft de<br />

Buitenplaats Horsterwold. Op dit vakantiepark is een ondergrondse<br />

propaantank aanwezig met een inhoud van 40 m³. Omdat deze inhoud meer<br />

dan 13 m³ bedraagt, valt deze inrichting onder het BEVI. De huisvesting voor<br />

de tijdelijke werknemers wordt niet binnen de plaatsgebonden risicocontour<br />

van deze inrichting gesitueerd. Een indicatie van de omvang van het<br />

invloedsgebied kan worden verkregen met behulp van gevarenkaart 6 uit de<br />

leidraad risico-inventarisatie. Hieruit blijkt dat voor een opslagtank met een<br />

inhoud van 40 m³ een invloedsgebied van 235 meter wordt aangehouden. Het<br />

plangebied ligt op meer dan 500 meter afstand en is daardoor niet gelegen<br />

binnen het invloedsgebied. Kortom, de ‘Buitenplaats Horsterwold’ levert geen<br />

belemmeringen op voor de realisatie van de huisvesting voor tijdelijke<br />

werknemers.<br />

In het plangebied zelf worden met het voorliggende plan geen risicovolle<br />

inrichtingen mogelijk gemaakt. Wel is in het plangebied 1 propaantank<br />

aanwezig, die momenteel leeg is en niet in gebruik is. De tank heeft een<br />

inhoud van 13 m³ en is in 2011 nog gekeurd. Omdat de inhoud van de tank<br />

niet meer bedraagt dan 13 m³ valt deze (bij ingebruikname) niet onder het<br />

BEVI. De tank valt wel onder de werking van het Activiteitenbesluit. Binnen de<br />

risicocontouren van de propaantank zijn in de huidige situatie geen (beperkt)<br />

kwetsbare objecten aanwezig. Voor de te realiseren huisvesting van<br />

seizoensarbeiders is de tank in principe niet relevant, omdat deze deel<br />

uitmaakt van de inrichting. De tank zal gaan behoren tot de huisvesting en<br />

daarvoor worden gebruikt. Overigens worden de nieuwe logiesgebouwen en<br />

centrale voorzieningen allemaal buiten de plaatsgebonden risicocontouren van<br />

de tank gerealiseerd.<br />

Transport van gevaarlijke stoffen<br />

In en nabij het plangebied vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats over<br />

de weg en het water. Transportroutes per spoor zijn niet aanwezig, daar er in<br />

of nabij het plangebied geen spoorwegen zijn gelegen.<br />

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg geschiedt via de N305. Deze<br />

weg heeft geen plaatsgebonden risicocontour. Het vervoer van GF3<br />

(brandbare gassen) is bepalend voor het invloedsgebied voor het groepsrisico.<br />

Het invloedsgebied van GF3-stoffen (gaswolk explosie, koude BLEVE),<br />

bedraagt 252 meter 3 . Het invloedsgebied van de N305 valt niet over het<br />

plangebied, daar het plangebied op een afstand van meer dan 900 meter van<br />

deze weg ligt. Daarmee levert de weg geen problemen op voor het<br />

bestemmingsplan.<br />

Transport van gevaarlijke stoffen over het water vindt plaats over de Hoge<br />

Vaart. De Hoge Vaart is in het Basisnet Water aangeduid als groene vaarweg.<br />

Dit houdt in dat het een minder belangrijke vaarweg is, die geen<br />

plaatsgebonden risicocontour heeft, ook niet op het water. Vanwege het<br />

beperkte transport van gevaarlijke stoffen is langs groene vaarwegen geen<br />

3 DHV, ‘Risicoberekening Externe Veiligheid bedrijventerrein Zeewolde’, registratienummer MD-<br />

OM20100025, februari 2010.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 48<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


groepsrisicoverantwoording nodig. Deze vaarwegen kennen ook geen<br />

Plasbrandaandachtsgebied.<br />

Buisleidingen<br />

In of nabij het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig, waardoor<br />

transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.<br />

Conclusie<br />

Op basis van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen<br />

belemmeringen zijn voor het bestemmingsplan vanuit het aspect externe<br />

veiligheid.<br />

5.5 Luchtkwaliteit<br />

Algemeen<br />

Op 15 november 2007 is een nieuw wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen<br />

van kracht geworden. De hoofdlijnen van de nieuwe regelgeving zijn te vinden<br />

in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet<br />

luchtkwaliteit genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende<br />

Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de<br />

Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van<br />

grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen.<br />

De grenswaarden zijn harde milieukwaliteitseisen die in acht moeten worden<br />

genomen. In de praktijk van de ruimtelijke ordening zijn alleen de<br />

grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof van belang, omdat deze in<br />

Nederland veelvuldig worden overschreden. De grenswaarden van de overige<br />

stoffen worden in de regel in Nederland niet meer overschreden.<br />

In de ‘Wet luchtkwaliteit’ (artikel 5.16 van de Wet milieubeheer) is<br />

aangegeven in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen<br />

belemmeringen vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen:<br />

1. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een<br />

grenswaarde (40 µg/m 3 , voor zowel van fijn stof -PM10- en stikstofdioxide<br />

-NO2-);<br />

2. een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van<br />

de luchtkwaliteit;<br />

3. een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de<br />

luchtverontreiniging;<br />

4. een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma<br />

Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van<br />

maatregelen.<br />

Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM)<br />

In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling<br />

vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan<br />

de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de<br />

luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden.<br />

De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de<br />

jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Deze<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 49<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


grenswaarde is gesteld op 40 µg/m 3 . Dit komt overeen met 1,2 microgram/m 3<br />

voor zowel PM10 als NO2.<br />

Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen<br />

de NIBM-grens blijft:<br />

1. Aantonen dat een project binnen getalsmatige grenzen van een categorie<br />

(woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen) uit de<br />

‘Regeling NIBM’ valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is<br />

in ieder geval NIBM;<br />

2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het<br />

3% criterium. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Ook als een<br />

project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het<br />

mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet<br />

wordt overschreden.<br />

Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project<br />

NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden.<br />

Besluit gevoelige bestemmingen<br />

Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen<br />

met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name<br />

kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones<br />

waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van<br />

rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten<br />

vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden<br />

voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het<br />

<strong>totaal</strong> aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen.<br />

Dit wordt bereikt door de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te<br />

staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een<br />

eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden<br />

toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn<br />

aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en<br />

verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het besluit ziet zowel op<br />

nieuwbouw als uitbreiding van gevoelige bestemmingen alsmede op de<br />

functiewijziging van bestaande gebouwen naar een gevoelige bestemming. Is<br />

(dreigende) normoverschrijding niet aan de orde, dan is er ook geen<br />

bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone.<br />

Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied<br />

De Regeling NIBM geeft categorieën van gevallen en getalsmatige grenzen<br />

waarbinnen een project altijd NIBM is. De Regeling NIBM kent echter niet de<br />

categorie huisvesting voor tijdelijke werknemers. Dit betekent dat de Regeling<br />

NIBM in dit geval niet van toepassing is en aan de hand van berekeningen<br />

aannemelijk gemaakt moet worden dat de bijdrage NIBM is. Dit is gedaan met<br />

de rekentool NIBM van VROM en Infomil (versie juni 2011).<br />

Gebleken is (zie paragraaf 4.2) dat het autoverkeer van en naar het<br />

plangebied als gevolg van de ontwikkeling van de huisvesting voor tijdelijke<br />

werknemers gemiddeld met circa 950 mvt per weekdagetmaal toeneemt. Het<br />

gemiddeld aandeel vrachtverkeer in de verkeerstoename wordt ingeschat op<br />

circa 2%.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 50<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Uit bijgaande afbeelding<br />

blijkt dat de NIBM-tool een<br />

positief resultaat geeft in<br />

de vorm van Groen. Dit<br />

betekent dat de<br />

verkeerstoename van het<br />

plan voor zowel NO2 als<br />

PM10 de NIBM-grens van<br />

3% (1,2 g/m3) niet<br />

overschrijdt. Het project<br />

draagt derhalve ‘niet in<br />

Resultaat NIBM-tool<br />

betekenende mate’ bij aan<br />

de luchtverontreiniging en hoeft niet getoetst te worden aan de grenswaarden<br />

voor luchtkwaliteit.<br />

Voorts maakt het bestemmingsplan de realisatie van nieuwe gevoelige<br />

bestemmingen in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen niet<br />

mogelijk.<br />

5.6 Watertoets<br />

Algemeen<br />

Wetgevend kader<br />

De gemeente Zeewolde is niet primair verantwoordelijk voor alle watertaken,<br />

maar moet de waterbelangen wel goed beschrijven en afwegen binnen de<br />

ruimtelijke ordening. Een van de instrumenten hiervoor is de verplichte<br />

watertoets. De watertoets houdt in dat het Waterschap beoordeelt of de<br />

waterbelangen voldoende zijn afgewogen. De voor de gemeente en<br />

waterschap van belang zijnde wateraspecten zijn hieronder beschreven.<br />

Volgens de Wet gemeentelijke watertaken (2008) is de gemeente<br />

verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater<br />

en hemelwater. De gemeente mag vervolgens zelf bepalen op welke wijze het<br />

ingezamelde hemelwater wordt verwerkt. Verder heeft de gemeente de<br />

zorgplicht voor het in openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen,<br />

om structurele problemen als gevolg van een voor de gebruiksfunctie nadelige<br />

grondwaterstand in openbaar bebouwd gebied zoveel mogelijk te voorkomen<br />

of te beperken, voor zover doelmatig is en niet de verantwoordelijkheid is van<br />

het waterschap of de provincie.<br />

Het waterschap Zuiderzeeland is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het<br />

oppervlaktewater en beheer van het waterpeil. Daarnaast is het waterschap<br />

verantwoordelijk voor het zuiveren van het afvalwater. Het is van belang dat<br />

de capaciteit van de rioolwaterzuiveringsinstallatie toereikend is en dat het<br />

afvalwater niet te veel verdund wordt met regenwater. De provincie Flevoland<br />

is verantwoordelijk voor het beschermen van het grondwater.<br />

Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een<br />

beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 51<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces<br />

waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in<br />

een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en<br />

uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het<br />

waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoetsproces, waarbij het<br />

waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid.<br />

Beleid<br />

Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn de Europese<br />

kaderrichtlijn Water, het Nationaal Waterplan, het Omgevingsplan van de<br />

provincie Flevoland, het Waterbeheerplan 2010-2015 van het waterschap<br />

Zuiderzeeland en het Waterplan van de gemeente Zeewolde. Belangrijkste<br />

gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend<br />

element is in de ruimtelijke ordening. Hierbij zijn de bekende<br />

driestapsstrategieën leidend:<br />

• Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit)<br />

• Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit)<br />

Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat<br />

hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen<br />

daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. De meest relevante<br />

beleidsstukken zijn hieronder verder toegelicht.<br />

Europese Kaderrichtlijn Water<br />

Sinds 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van<br />

kracht. Met deze richtlijn wil Europa het oppervlakte- en grondwater<br />

kwalitatief en ecologisch beschermen en verbeteren en een duurzaam gebruik<br />

van water bevorderen. De Europese Kaderrichtlijn water stelt doelen voor een<br />

goede ecologische en chemische toestand van het oppervlaktewater en het<br />

grondwater. Voor de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water<br />

binnen Nederland heeft de afgelopen jaren een intensieve samenwerking op<br />

het niveau van (deel)stroomgebieden en gebiedsprocessen plaatsgevonden.<br />

De uitgangspunten en principes van de Europese Kaderrichtlijn Water zijn:<br />

• De vervuiler betaalt<br />

• De gebruiker betaalt<br />

• Sinds 2000 geen achteruitgang van chemische en ecologische toestand<br />

• Resultaatverplichting in 2015<br />

• Stroomgebiedbenadering (op Europees niveau)<br />

Nationaal Waterplan<br />

Het Nationaal Waterplan is het formele rijksplan voor het nationale<br />

waterbeleid. In de Waterwet is vastgelegd dat het rijk dit plan eens in de zes<br />

jaar opstelt. Het is de opvolger van de Vierde Nota waterhuishouding uit 1998<br />

en vervangt alle voorgaande nota’s waterhuishouding. Het Nationaal<br />

Waterplan bevat tevens de stroomgebiedbeheerplannen die op grond van de<br />

Kaderrichtlijn Water zijn opgesteld. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening<br />

is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens structuurvisie.<br />

De grondgedachte voor duurzaam waterbeheer wordt ‘meebewegen met<br />

natuurlijke processen waar het kan, weerstand bieden waar het moet en<br />

kansen voor welvaart en welzijn benutten’. Voor een duurzaam en integraal<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 52<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


waterbeleid is het belangrijk om waar nodig en mogelijk water de ruimte te<br />

geven en mee te bewegen met en gebruik te maken van natuurlijke<br />

processen, zoals dit bijvoorbeeld wordt toegepast bij Ruimte voor de Rivier.<br />

Het rijk vindt het daarbij van belang dat bij alle wateropgaven en -<br />

maatregelen maximaal wordt meegekoppeld met andere opgaven en<br />

maatregelen en dat problemen zo min mogelijk worden afgewenteld.<br />

Waterbeheerplan 2010-2015<br />

Waterschap Zuiderzeeland streeft naar veiligheid, voldoende water en schoon<br />

water. De wijze waarop het waterschap hier invulling aan wil geven, is<br />

beschreven in het Waterbeheerplan 2010-2015. Het waterbeheerplan is<br />

daarom ingedeeld in deze drie thema’s:<br />

o Veiligheid: met de groei van het stedelijk gebied en de economische<br />

bedrijvigheid langs en op de dijken is het van belang dat deze veiligheid<br />

gewaarborgd blijft.<br />

o Voldoende water: het watersysteem is zo ingericht dat wateroverlast<br />

wordt voorkomen. ook in droge periodes moet er voldoende water zijn.<br />

Daarnaast moet het watersysteem in Flevoland voorbereid zijn op<br />

toekomstige klimaatveranderingen.<br />

o Schoon water: het waterschap zet in op schoon oppervlakte- en<br />

grondwater en een goede structuurdiversiteit langs de oevers van het<br />

watersysteem. Ook het op orde houden van de afvalwaterzuiveringen is<br />

een belangrijke taak.<br />

Waterplan Zeewolde<br />

De gemeente en het waterschap hebben in het Waterplan Zeewolde hun visie<br />

op de ontwikkeling, het gebruik en het beheer van het water in de bebouwde<br />

kom van Zeewolde kenbaar gemaakt. In het Waterplan staat op hoofdlijnen<br />

welke gewenste situatie de partijen nastreven en met welke ingrepen die te<br />

bereiken is. Daarnaast biedt het waterplan een kader voor het omgaan met<br />

water in nieuwe ruimtelijke plannen. De kaders betreffen het<br />

oppervlaktewater, het freatisch grondwater en de riolering.<br />

Water in relatie tot het plangebied<br />

Op elk ruimtelijk plan is de watertoets van<br />

toepassing zoals beschreven in het rapport<br />

"De watertoets toegepast in Flevoland",<br />

van 3 september 2003. Het voorontwerp<br />

bestemmingsplan zal voor de watertoets<br />

ter beoordeling worden voorgelegd aan<br />

het waterschap Zuiderzeeland. Zodra de<br />

resultaten van dat overleg bekend zijn<br />

zullen ze hier worden opgenomen.<br />

Huidig watersysteem<br />

Hoogteligging en huidige bebouwing<br />

In de onderstaande afbeelding zijn de<br />

hoogteverschillen in het plangebied<br />

opgenomen. Het maaiveld van het<br />

plangebied ligt op circa 3,6 m-NAP.<br />

Hoogteligging plangebied (bron: www.ahn.nl)<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 53<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Op dit moment is op het terrein enige terreinverharding aanwezig in de vorm<br />

van wegen en paden. Er is geen bebouwing aanwezig. Het hemelwater dat in<br />

het plangebied neerkomt infiltreert door de weinige aanwezige verharding<br />

rechtstreeks in de bodem.<br />

Bodem<br />

De bodem in het plangebied bestaat blijkens de bodemkaart uit lichte klei met<br />

een homogeen profiel.<br />

Grondwater<br />

Op de Bodemkaart van Nederland is het gebied gekarteerd met<br />

grondwatertrap VI. Dit betekent dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand<br />

(GHG) tussen 0,4 en 0,8 m-mv wordt verwacht. De Gemiddelde Laagste<br />

Grondwaterstand (GLG) wordt dieper dan 1,2 m-mv verwacht. De<br />

grondwaterstand in het plangebied wordt grotendeels bepaald door het<br />

oppervlaktewaterpeil. Dit peil is voor 5.2 meter –NAP. De grondwaterstand<br />

zal, afhankelijk van de gevallen neerslag, rond dit peil fluctueren.<br />

Het plangebied is gelegen in een boringsvrije zone, die tevens een reservering<br />

vormt ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. In dit gebied mag<br />

de grond niet dieper worden geroerd dan 10 meter –maaiveld. Het plangebied<br />

is niet gelegen een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.<br />

Boringsvrije zone zuidelijk Flevoland (bron www.zuiderzeeland.nl)<br />

Oppervlaktewater en veiligheid<br />

In het plangebied is op dit moment oppervlaktewater aanwezig in de vorm<br />

van het concentrische slotenpatroon waarmee het voormalige campingterrein<br />

is ingericht. Rondom het plangebied zijn ook watergangen in de vorm van<br />

sloten aanwezig. Voorts grenst het plangebied aan de Hoge Vaart. Iets ten<br />

oosten van het plangebied ligt de Groenewoudse Tocht. De Hoge Vaart en<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 54<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Groenewoudse Tocht behoren tot de hoofdwatergangen van het gebied en zijn<br />

daarmee belangrijk voor de afwatering en peilbeheer. Het plangebied maakt<br />

deel uit van het peilvak Hoge Vaart en heeft een zomer- en winterpeil van<br />

5,20 m-NAP. Er zijn geen waterkeringen of kunstwerken ten behoeve van de<br />

waterhuishouding (zoals gemalen, stuwen of sluizen) in het plangebied<br />

aanwezig.<br />

Oppervlaktewatersysteem rondom het plangebied<br />

Het waterschap heeft aangegeven in haar waterbeheersplan dat het<br />

plangebied in een gebied ligt met kwetsbaar water van het hoogste<br />

ecologische niveau.<br />

Riolering<br />

In het plangebied is reeds riolering aanwezig. Dit is aangelegd en gebruikt ten<br />

behoeve van het voormalige gebruik als camping. Het rioleringssysteem is<br />

een vrij verval systeem op eigen terrein. Het rioleringstelsel komt uit op een<br />

pompput. Vanuit deze put wordt het afvalwater verder getransporteerd naar<br />

de zuiveringsinstallatie.<br />

Toekomstig watersysteem<br />

Keuze watersysteem<br />

De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen wateroverlast op andere tijden<br />

of plaatsen veroorzaken. Het plan wordt daarom "waterneutraal" ontwikkeld.<br />

Het verharde oppervlak in het gebied neemt toe met circa 11.575 m². Voor de<br />

toename van de verharding dient compensatie te worden gezocht. Daarbij<br />

wordt voor de afwatering de gebruikelijke voorkeursvolgorde voor duurzaam<br />

waterbeheer gevolgd. Het vuile water wordt gescheiden gehouden van het<br />

schone water.<br />

Riolering<br />

Het vuile afvalwater vanuit de gebouwen wordt via het bestaande vrij verval<br />

rioleringssysteem afgevoerd. De nieuwe gebouwen zullen daartoe worden<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 55<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


aangesloten op dit systeem. De capaciteit van het systeem is bekeken en<br />

wordt toereikend geacht voor de nieuwe functie. Waar nodig zal het systeem<br />

wel enigszins worden aangepast, om het zo optimaal mogelijk af te stemmen<br />

op de nieuwe functie. Deze aanpassingen komen aan de orde bij de nadere<br />

(civiel)technische uitwerking hiervan.<br />

Hemelwaterafvoer en waterberging<br />

Voor het hemelwater wordt de voorkeursvolgorde vasthouden – bergen -<br />

afvoeren gehanteerd. Het hemelwater wordt apart ingezameld en zal<br />

gescheiden blijven van het vuile huishoudelijke afvalwater. De mogelijkheden<br />

voor infiltratie van het hemelwater in het gebied zijn zeer gering door de<br />

aanwezigheid van een dikke kleilaag. Daarom zal het hemelwater in het<br />

plangebied opgevangen worden en (vertraagd) afgevoerd worden naar het<br />

oppervlaktewater dat in het plangebied aanwezig is.<br />

Bij de inzameling van hemelwater wordt onderscheid gemaakt tussen<br />

hemelwater van daken (schoon) en terreinverharding (vuil). Het schone<br />

dakwater zal rechtstreeks in de watergangen in het plangebied worden<br />

geloosd. Het vuile hemelwater van het terrein dient via een zuiverende<br />

voorziening te worden geloosd. Dit kan bijvoorbeeld via een infiltratieberm.<br />

De ontsluitingswegen in het plangebied zullen worden verbreed met betonnen<br />

grasblokken. Deze kunnen tegelijkertijd dienen als een soort infiltratieberm.<br />

Het afstromende hemelwater van de wegen kan via de grasblokken infiltreren<br />

in de bodem en vanaf daar afgevoerd worden richting het oppervlaktewater.<br />

De berekening van te realiseren berging is voor het landelijk gebied<br />

gebaseerd op de randvoorwaarde dat de maximale afvoer 1,5 l/s/ha bedraagt.<br />

Rekening houdend met de klimaatverandering wordt een correctiefactor van<br />

+10% toegepast op de maatgevende bui. Voor de dimensionering van de<br />

waterberging in landelijk gebied wordt een bui van 36,3 mm in 24 uur plus<br />

10% (klimaatstoeslag) gebruikt. Als vuistregel hanteert het waterschap<br />

Zuiderzeeland dat in het landelijk gebied per 100 m² verhard oppervlak<br />

gecompenseerd dient te worden met een bergingscapaciteit van 2,40 m³. In<br />

<strong>totaal</strong> is er hierdoor voor het onderhavige plan sprake van een<br />

bergingsopgave van 278 m³.<br />

In deze bergingsopgave zal worden voorzien middels het verbreden van één<br />

van de bestaande watergangen in het plangebied. Hierbij zal rekening worden<br />

gehouden met de randvoorwaarden van het waterschap. Dat betekent dat de<br />

berging berekend wordt boven het streefpeil van 5,2 m-NAP. De watergang<br />

kent een lengte van 306 meter. Door deze aan één zijde te verbreden met<br />

0,60 meter (uitgaande van handhaving van het huidige talud) of aan beide<br />

zijden met 0,30 meter wordt voldoende berging gerealiseerd. Hiervoor is ook<br />

voldoende ruimte aanwezig op het terrein. De waterafvoer vanuit deze<br />

watergang richting de Hoge Vaart zal afdoende geregeld worden. Dit zal nader<br />

worden bekeken bij de civieltechnische uitwerking van het plan. De bestaande<br />

duiker zal worden aangepast, indien blijkt dat de capaciteit onvoldoende is.<br />

Waterkering<br />

In het plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 56<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Wateroverlast<br />

In het plangebied wordt wateroverlast voorkomen door het vloerpeil van de<br />

gebouwen iets hoger te realiseren dan de omliggende verharding en het<br />

maaiveld, bijvoorbeeld 0,2 meter. Zo wordt afstroming van hemelwater<br />

tijdens hevige regenbuien in de richting van de bebouwing voorkomen.<br />

Daarnaast wordt de bergingscapaciteit van de bovengenoemde watergang<br />

dusdanig gedimensioneerd dat een neerslaggebeurtenis van eens per 80 jaar,<br />

plus 10% klimaatsverandering, opgevangen kan worden zonder binnen en<br />

buiten het plangebied wateroverlast te veroorzaken.<br />

Waterkwaliteit<br />

Omdat het hemelwater van verhardingen en daken, al dan niet na zuivering,<br />

wordt afgevoerd naar oppervlaktewater en zich bij het grondwater voegt, is<br />

het belangrijk de waterkwaliteit te bewaken. Dit gebeurt door in het plan<br />

hemelwater van vervuilde oppervlakken te zuiveren alvorens het zich bij het<br />

grondwater of oppervlaktewater voegt. Daarnaast wordt het gebruik van<br />

uitloogbare materialen zoveel mogelijk vermeden.<br />

5.7 Archeologie<br />

Te verbreden<br />

watergang<br />

Te verbreden watergang ten behoeve van waterberging<br />

Algemeen<br />

Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in<br />

het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed.<br />

Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële<br />

verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient,<br />

voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te<br />

worden gevoerd.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 57<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de<br />

Monumentenwet uit 1988. Deze is nader uitgewerkt in de Wet op de<br />

Archeologische MonumentenZorg (WAMZ) 2007, en daarmee samenhangend<br />

de Ontgrondingenwet, de Wet milieubeheer, de Woningwet en de Wet op de<br />

ruimtelijke ordening. De wet regelt:<br />

• Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem;<br />

• Inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening;<br />

• Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt.<br />

Hiervoor is het van belang dat er archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd<br />

en dat de uitkomsten hiervan door het bevoegde gezag worden meegenomen<br />

in de belangenafweging.<br />

Archeologiebeleid Zeewolde<br />

Voor de gemeente Zeewolde is archeologiebeleid opgesteld in de vorm van<br />

een Archeologische beleidskaart, een toelichting en catalogus van<br />

archeologische monumenten.<br />

Het Archeologiebeleid is opgesteld om de bodemschatten te beschermen. De<br />

doelstellingen van het gemeentelijk archeologiebeleid zijn dat:<br />

bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met<br />

archeologische waarden, zodat deze waar mogelijk behouden blijven voor<br />

toekomstige generaties;<br />

archeologische waarden meer worden ingezet ter versterking van de<br />

ruimtelijke kwaliteit, identiteit en cultuurbeleving.<br />

Daarbij worden andere ruimtelijke belangen niet uit het oog verloren en zet<br />

de gemeente zich in voor evidente archeologische waarden. De gemeente<br />

gaat dus voor een selectief beleid, gericht op die archeologische waarden die<br />

essentieel zijn voor de geschiedschrijving van de gemeente. Daarom worden<br />

er in het beleid zes gebieden onderscheiden. Voor elk gebied geldt een ander<br />

afwijkingsregime voor werkzaamheden met een bepaald oppervlak en diepte.<br />

Zeewolde is een relatief nieuw dorp op voormalige zeebodem. In deze<br />

zeebodem zijn onder andere resten van voorhistorische nederzettingen en van<br />

(vergane) schepen uit de periode sinds de middeleeuwen gevonden.<br />

De vindplaatsen zijn aangemerkt als archeologische monumenten.<br />

Archeologie in relatie tot het plangebied<br />

Het plangebied wordt ingevolge de archeologische beleidskaart grotendeels<br />

aangemerkt als archeologievrij gebied. Daarnaast wordt een klein deel<br />

aangemerkt als archeologisch waardevol gebied 4.<br />

Archeologievrij gebied<br />

Archeologievrij gebied omvat gebieden met een lage of geen archeologische<br />

verwachting van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Het<br />

betreft zones met naar verwachting een lage dichtheid aan archeologische<br />

waarden, zones waar naar verwachting de archeologisch relevante bodemlaag<br />

gedeeltelijk of grotendeels is aangetast, zones waar het bodemarchief als<br />

gevolg van recente bodemverstoringen is verstoord en zones waar al<br />

archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. De beleidsdoelstelling voor de<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 58<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


eleidscategorie Archeologievrij gebied is vrijgave voor andere ruimtelijke<br />

functies.<br />

Archeologisch waardevol gebied 4<br />

De beleidscategorie archeologisch waardevol gebied 4 omvat gebieden met<br />

een gematigde archeologische verwachting van de Archeologische waarden-<br />

en verwachtingenkaart. Het betreft zones met naar verwachting een<br />

gemiddelde dichtheid aan archeologische waarden en zones waar naar<br />

verwachting de archeologisch relevante bodemlaag is aangetast. De<br />

beleidsdoelstelling voor deze categorie is archeologisch vooronderzoek om<br />

vast te stellen of er sprake is van behoudenswaardige archeologische<br />

waarden, maar dan alleen in het geval van grootschalige ruimtelijke<br />

ontwikkelingen, dus op incidentele basis.<br />

De volgende vrijstellingscriteria zijn op deze categorie van toepassing:<br />

oppervlakte plangebied tot 1,5 ha, en<br />

diepte bodemingreep afhankelijk van vrijstellingsdiepte.<br />

Het plangebied valt onder de zone waarin de vrijstellingsdiepte 80 cm onder<br />

maaiveld bedraagt.<br />

Uitsnede archeologische beleidskaart Zeewolde<br />

Conclusie<br />

Een groot deel van de te realiseren gebouwen, verhardingen en andere<br />

voorzieningen valt in de zone archeologievrij gebied. Voor de realisatie<br />

hiervan zijn er vanuit archeologisch oogpunt dan ook geen belemmeringen.<br />

Een klein deel van de logiesgebouwen en verhardingen wordt gerealiseerd<br />

binnen de zone archeologisch waardevol gebied 4. De beoogde<br />

logiesgebouwen zullen worden geplaatst op een vorstvrije vloer, waarvoor tot<br />

maximaal 60 cm onder maaiveld gegraven wordt. Aangezien in deze<br />

archeologische zone een vrijstellingsdiepte van 80 cm geldt, is archeologisch<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 59<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


onderzoek niet nodig. Ook voor de aan te leggen verhardingen zal niet dieper<br />

dan 80 cm gegraven worden, waardoor ook hiervoor geen archeologisch<br />

onderzoek nodig is. Concluderend kan gesteld worden dat het aspect<br />

archeologie niet in de weg staat voor de uitvoering van het bestemmingsplan.<br />

Om de zone archeologisch waardevol gebied 4 te beschermen tegen diepere<br />

bodemingrepen dan 80 cm is deze zone op de verbeelding middels een<br />

dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ aangegeven. Binnen deze zone geldt<br />

voor bouwplannen en grondbewerkingen met een oppervlakte van meer dan<br />

1,5 ha en een diepte van meer dan 80 centimeter, een verplichting voor<br />

archeologisch onderzoek.<br />

5.8 Flora en fauna<br />

Toets in het kader van gebiedsbescherming<br />

De toets in het kader van gebiedsbescherming vindt zijn oorsprong in de<br />

Natuurbeschermingswet 1998 en draagt zorg voor de bescherming van<br />

natuurwaarden. De wet kent drie typen gebieden:<br />

Natura 2000-gebieden (overkoepelende naam voor -combinaties van –<br />

Vogel- of Habitatrichtlijngebieden);<br />

Beschermde natuurmonumenten;<br />

Gebieden die de Minister van LNV aanwijst ter uitvoering van verdragen of<br />

andere internationale verplichtingen (met uitzondering van verplichtingen<br />

op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn).<br />

Plannen dan wel projecten in deze gebieden, maar ook daar buiten in verband<br />

met de zogenaamde externe werking, kunnen vergunningplichtig zijn.<br />

Naast de bescherming van de Natuurbeschermingswet kunnen waardevolle<br />

gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot de<br />

ecologische hoofdstructuur (EHS). Uitgangspunt van het beleid is dat plannen,<br />

handelingen en projecten in de EHS niet toegestaan zijn indien zij de<br />

wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS significant aantasten (‘neetenzij’<br />

principe).<br />

Gebiedsbescherming in relatie tot het plangebied<br />

Het plangebied is niet gelegen in Natura 2000-gebieden, beschermde<br />

natuurmonumenten of andere natuurgebieden die beschermd worden door de<br />

Natuurbeschermingswet. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen<br />

de ‘Veluwerandmeren’ op bijna 4,5 kilometer afstand. Gezien deze afstand,<br />

het feit dat tussen het plangebied en het Natura-2000 gebied de kern van<br />

Zeewolde gelegen is en het gegeven dat er geen (relevante) ecologische<br />

relatie is tussen het Vaartbos en Natura 2000-gebieden, worden er geen<br />

negatieve effecten verwacht ten gevolge van het bestemmingsplan op het<br />

Natura-2000 gebied.<br />

Het plangebied is ook niet gelegen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).<br />

Direct rondom het plangebied is wel EHS aanwezig in de vorm van het<br />

Vaartbos. De omringende bossen zijn binnen de Ecologische hoofdstructuur<br />

aangemerkt als waardevol. Het plangebied ligt op enige kilometers afstand<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 60<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


van het prioritaire gebied ‘Horsterwold’. Ook de Robuuste Ecologische<br />

verbinding ‘Oostvaarderswold’, die door de provincie Flevoland gerealiseerd<br />

wordt, ligt op enige kilometers afstand. Het is niet waarschijnlijk dat het plan<br />

deze prioritaire natuurgebieden en essentiële verbinding beïnvloedt. Er is<br />

mogelijk wel invloed op de direct omringende waardevolle natuur. Toetsing<br />

van het plan aan het ‘Nee-tenzij’ principe is daarom nodig.<br />

Zoon, buro voor ecologie heeft een quickscan natuur uitgevoerd 4 voor het<br />

plangebied, waarin een ‘Nee-tenzij’ toets is opgenomen. Het rapport is<br />

opgenomen in de bijlage. Uit het onderzoek blijkt het volgende.<br />

In en rond het plangebied blijven alle natuurlijke terreintypen bewaard.<br />

Vooral de rietsloten zijn belangrijk als leefgebied en voedselgebied van<br />

beschermde soorten. Het is niet te verwachten dat de bebouwing deze<br />

rietsloten bedreigd. Deze belangrijke terreintypen voor wilde planten en<br />

dieren blijven in het plan behouden.<br />

De stukjes akker die bebouwd zullen worden liggen direct tegen de bestaande<br />

ontsluiting aan. Het is onmogelijk dat daardoor beschermde soorten van open<br />

gebieden bedreigd zullen worden.<br />

De invloed van de bebouwing op de sloten is gering. Door de bebouwing zal<br />

het nu zeer rustige terrein waarschijnlijk minder geschikt worden als<br />

voedselgebied voor roofvogels. Deze broeden echter niet in het jonge bos<br />

rondom, maar in oudere bossen verder weg.<br />

Door de bebouwing zal het terrein ook minder geschikt worden als<br />

voedselgebied voor soorten als edelhert en das. De grote afstand van het<br />

plangebied tot de robuuste verbinding Oostvaarderswold, die voor het<br />

edelhert van belang zal zijn, zorgt ervoor dat het effect op deze soort gering<br />

is.<br />

De conclusie van het onderzoek is dat de wezenlijke waarden en kenmerken<br />

van de omringende EHS niet significant worden geschaad. Het project kan<br />

daardoor uitgevoerd worden.<br />

Er dient gemitigeerd te worden door bij de uitvoering en het toekomstige<br />

gebruik de aanwezige rietsloten te sparen. Er worden dan geen beschermde<br />

natuurwaarden bedreigd. Compensatie is niet nodig.<br />

Concluderend kan worden gesteld dat het aspect gebiedsbescherming geen<br />

belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.<br />

Bij de ontwikkeling van de huisvesting zal ook natuurontwikkeling<br />

plaatsvinden in de vorm van een moeraszone langs de Hoge Vaart. De<br />

ontwikkeling van deze zone heeft een positief effect op de natuur in de<br />

omgeving. Voor een nadere beschrijving van de moeraszone wordt verwezen<br />

naar paragraaf 4.2. De moerasontwikkeling is ook door Zoon, buro voor<br />

4 Zoon, buro voor ecologie, ‘Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde’, 22 december<br />

2011.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 61<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


ecologie, uitgewerkt in een aparte rapportage 5 . Deze is in de bijlage<br />

opgenomen.<br />

Toets in het kader van soortbescherming<br />

De toets in het kader van de soortenbescherming is geregeld in de Flora- en<br />

faunawet (FFW). De FFW bevat verbodsbepalingen met betrekking tot het<br />

aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en<br />

plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en<br />

verblijfplaatsen. Bij elk plan dat ingrijpt op dergelijke plaatsen dient getoetst<br />

te worden wat het effect is op beschermde soorten. De Flora- en faunawet<br />

hoeft slechts in een bestemmingsplan te worden geïmplementeerd met het<br />

oog op de uitvoerbaarheid van het plan. De wet en bijbehorend Besluit<br />

vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten ('vrijstellingenbesluit') kent<br />

drie verschillende beschermingsregimes voor diverse soorten:<br />

Categorie 1 algemene soorten waarvoor geen ontheffing aangevraagd hoeft te worden bij<br />

bestendig beheer of ruimtelijke ontwikkeling. Anders is wel ontheffing nodig<br />

voor verstoren of vernietigen en geldt altijd de zorgplicht (art.2).<br />

Categorie 2 soorten waarvoor ontheffing aangevraagd moet worden, behalve als er gewerkt<br />

wordt volgens een door de minister goedgekeurde gedragscode. Ontheffing kan<br />

worden verleend als de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in<br />

gevaar komt.<br />

Categorie 3 zeldzame soorten, Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels).<br />

Altijd moet ontheffing aangevraagd worden. Ontheffing wordt alleen verleend<br />

als voldaan wordt aan alle volgende criteria:<br />

én - er sprake is van een in de wet genoemd belang<br />

én - er geen alternatieven zijn<br />

én - de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige staat van<br />

instandhouding van de soort<br />

Voor alle beschermde soorten geldt de zorgplicht (art. 2 Flora– en faunawet).<br />

Indien het voortbestaan op locatie van beschermde soorten planten of dieren<br />

uit categorie 2 en 3 door een ingreep negatief beïnvloed worden, is het<br />

daarnaast nodig ontheffing aan te vragen van verboden handelingen op grond<br />

van de Flora- en faunawet. Het bevoegd gezag hierin is het Ministerie van ELI.<br />

Soortbescherming in relatie tot het plangebied<br />

Zoon, buro voor ecologie heeft een quickscan natuur uitgevoerd 6 voor het<br />

plangebied. Het rapport is opgenomen in de bijlage. Uit onderzoek komt het<br />

volgende naar voren.<br />

Door de uitvoering van het plan worden geen verblijfplaatsen, migratie- en<br />

foerageerroutes of belangrijke voedselgebieden van beschermde soorten<br />

vernietigd. Het gebied blijft functioneel in tact voor beschermde soorten. Er<br />

treedt daardoor geen overtreding van de Flora- en faunawet op.<br />

Tussen de voormalige campingplaatsen bevinden zich hagen en struiken.<br />

Deze zullen ten behoeve van de bouw van de logiesgebouwen verwijderd<br />

moeten worden. Dit dient buiten de broedtijd van vogels (globaal tussen half<br />

5<br />

Zoon, buro voor ecologie, ‘Moerasontwikkeling langs Hoge Vaart – terrein <strong>Bosruiterweg</strong> 16<br />

Zeewolde’, 19 januari 2012<br />

6<br />

Zoon, buro voor ecologie, ‘Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde’, 22 december<br />

2011.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 62<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


maart en half juli) te gebeuren. Alle vogels zijn namelijk strikt beschermd als<br />

ze broeden.<br />

Voor de uitvoering van het plan is geen ontheffing van de Flora- en faunawet<br />

nodig.<br />

Concluderend kan gesteld worden dat de Flora en faunawet aan de uitvoering<br />

van het plan dan ook niet in de weg staat. Wel zal het verwijderen van hagen<br />

en struiken buiten de broedtijd plaats moeten vinden en zal tijdens de<br />

uitvoering van werkzaamheden uitvoering moeten worden gegeven aan de<br />

algemene Zorgplicht uit de Flora- en faunawet.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 63<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 64<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


6. JURIDISCHE ASPECTEN<br />

6.1 Opbouw regels en verbeelding<br />

Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan<br />

alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede<br />

ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zonodig worden aan deze<br />

bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan<br />

begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de<br />

bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze<br />

overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er<br />

sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de<br />

dubbelbestemmingen.<br />

Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde<br />

zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de<br />

(analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het<br />

bestemmingsplan. Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende<br />

zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische<br />

betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter<br />

leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen<br />

worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie<br />

de burger via de digitale weg niet zal bereiken.<br />

In het kader van het rapport “Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen<br />

2008 (SVBP2008)” zijn bindende afspraken gemaakt over de opbouw van de<br />

planregels. De hoofdstukindeling van de regels is als volgt:<br />

Inleidende regels<br />

begrippen<br />

wijze van meten<br />

Bestemmingsregels<br />

bestemmingen<br />

dubbelbestemmingen<br />

Algemene regels<br />

anti-dubbeltelbepaling<br />

algemene bouwregels<br />

algemene gebruiksregels<br />

algemene aanduidingsregels<br />

algemene afwijkingsregels<br />

algemene wijzigingsregels<br />

Overgangs- en slotregels<br />

overgangsrecht<br />

slotregel<br />

Naast de ‘standaardopbouw’ is in de SVBP2008 ook een aantal begrippen en<br />

de wijze van meten vastgelegd. Het voorliggende bestemmingsplan is daarop<br />

afgestemd, waarbij ook gebruik gemaakt is van de standaardregels van de<br />

gemeente Zeewolde.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 65<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Digitalisering<br />

De SVBP2008 is een landelijke standaard en vanaf 1 januari 2010 verplicht<br />

geworden. De basis werd gelegd in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro),<br />

die op 1 juli 2008 in werking is getreden. In de Wro is de verplichting<br />

opgenomen dat voor het maken, beschikbaar stellen en gebruiken van digitale<br />

plannen de RO standaarden en regels 2008 van toepassing zijn. De<br />

standaarden zijn wettelijk verankerd door middel van een Ministeriële regeling<br />

als uitvoeringsregeling van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).<br />

De inwerkingtreding van de digitale paragraaf van de Wro (Ministeriële<br />

regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening) geldt vanaf 1 januari 2010.<br />

Dit betekent dat nieuwe bestemmingsplannen die na 1 januari 2010 in<br />

procedure worden gebracht, digitaal beschikbaar moeten worden gesteld.<br />

Het voorliggende bestemmingsplan “De Bosruiter” is conform de landelijke<br />

RO-standaarden (2008) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale<br />

verplichting.<br />

6.2 Opbouw bestemmingsregels<br />

De bestemmingsregels hebben betrekking op een bestemming. In een<br />

bestemmingsregel wordt aangegeven hoe de als zodanig op de (analoge)<br />

verbeelding aangegeven gronden mogen worden bebouwd en gebruikt.<br />

Tevens kan de bestemmingsregel een omgevingsvergunning voor de<br />

uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde (de voormalige<br />

aanlegvergunning) bevatten. De indeling van een bestemmingsregel is als<br />

volgt:<br />

Bestemmingsomschrijving;<br />

Bouwregels;<br />

Nadere eisen;<br />

Afwijken van de bouwregels;<br />

Specifieke gebruiksregels;<br />

Afwijken van de gebruiksregels;<br />

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk<br />

zijnde, of van werkzaamheden;<br />

Wijzigingsbevoegdheid<br />

Duidelijk mag zijn dat een bestemmingsregel niet alle bovenstaande<br />

elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen.<br />

6.3 Opbouw (analoge) verbeelding<br />

Uit de SVBP2008 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de<br />

verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te<br />

geven aspecten op de ondergrond. Ook de diverse kleuren van de<br />

bestemmingen, alsmede de verhouding van de op de verbeelding<br />

voorkomende lijndiktes zijn verplicht voorgeschreven. De legenda ziet er als<br />

volgt uit:<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 66<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Bestemmingen<br />

bestemmingen (in alfabetische volgorde)<br />

dubbelbestemmingen (in alfabetische volgorde)<br />

Aanduidingen<br />

gebiedsaanduidingen (in alfabetische volgorde)<br />

functieaanduidingen (in alfabetische volgorde)<br />

bouwvlak<br />

bouwaanduidingen (in alfabetische volgorde)<br />

maatvoeringsaanduidingen (in alfabetische volgorde)<br />

figuren<br />

Verklaringen (in alfabetische volgorde).<br />

Ook hier geldt dat een bestemmingsplan niet alle bovenstaande elementen<br />

hoeft te bevatten. Dit kan per plan verschillen.<br />

Voor de ondergrond van de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van de<br />

meest actuele Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN), waar nodig<br />

aangevuld met de kadastrale kaart en aan de hand van luchtfoto’s.<br />

Straatnamen en huisnummers zijn op de verbeelding (plankaart)<br />

weergegeven. De kaart is op een schaal van 1:2000 geplot.<br />

In de legenda op verbeelding is bovendien de versie en status van het<br />

bestemmingsplan vermeld (voorontwerp/ontwerp/vastgesteld). Verder staat<br />

de noordpijl in de legenda aangegeven.<br />

6.4 Afstemming met andere regelgeving<br />

Welstandsnota:<br />

Bouwplannen worden niet alleen getoetst aan de bepalingen in dit<br />

bestemmingsplan ten aanzien van:<br />

omvang en situering van gebouwen;<br />

omvang en situering van bijgebouwen/aan- en uitbouwen;<br />

omvang en situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde;<br />

maar worden daarnaast getoetst aan het gemeentelijke welstandsbeleid ten<br />

aanzien van:<br />

aan- en/of uitbouwen;<br />

bijgebouwen en overkappingen:<br />

dakkapellen;<br />

gevelwijzigingen;<br />

erfafscheidingen;<br />

reclame.<br />

6.5 Artikelgewijze toelichting<br />

In deze paragraaf wordt voor elk artikel een nadere inhoudelijke toelichting<br />

gegeven.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 67<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Artikel 1 en 2:<br />

Voor de begripsomschrijvingen en wijze van meten is aangesloten bij het<br />

SVBP 2008, de NIROV-uitgaven: “Op dezelfde (digitale) leest” en de<br />

standaardregels van de gemeente Zeewolde.<br />

Artikel 3 Agrarisch<br />

Deze bestemming is toegekend aan de gronden die niet worden gebruikt voor<br />

de huisvesting van de tijdelijke werknemers, maar die wel tot het voormalige<br />

kampeerterrein behoren. Hier vindt momenteel al agrarisch gebruik plaats.<br />

Dat kan met deze bestemming worden voortgezet. Op de gronden zijn<br />

uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van<br />

maximaal 3 meter toegestaan.<br />

Artikel 4 Gemengd<br />

Deze bestemming is gebruikt om de logiesgebouwen met centrale<br />

voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van tijdelijke<br />

arbeidsmigranten, op maat te bestemmen. Het terrein en de gebouwen dient<br />

bedrijfsmatig te worden geëxploiteerd, om permanente bewoning te<br />

voorkomen. Ook zijn binnen deze bestemming daarbij behorende<br />

voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speel- en<br />

sportvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen toegestaan. Voorts zijn<br />

(ontsluitings)wegen en paden mogelijk. Dit kunnen zowel (ontsluitings)wegen<br />

en paden zijn ten dienste van de bestemming Gemengd als ten behoeve van<br />

de aangrenzende bestemming Agrarisch.<br />

Gebouwen voor logies toegestaan zijn toegestaan en gebouwen voor centrale<br />

voorzieningen ten behoeve van de logies. Gebouwen mogen uitsluitend<br />

binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. De<br />

goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 6,5 meter en de<br />

bouwhoogte niet meer dan 8,5 meter. Hierdoor zijn gebouwen van maximaal<br />

2 bouwlagen met een flauwe kap mogelijk.<br />

De gebouwen ten behoeve van de centrale voorzieningen mogen uitsluitend<br />

worden opgericht ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van<br />

gemengd – centrale voorziening’. Daarbij gaat het om een winkeltje, receptie,<br />

kantoren, leslokalen, wasruimte, stilteruimte, fitnessruimte, recreatieruimte<br />

en opslag. Voor alle centrale voorzieningen geldt dat ze overwegend gericht<br />

moeten zijn op de arbeidsmigranten op het terrein en niet overwegend op<br />

mensen ‘van buiten’ het terrein. De centrale voorzieningen worden immers<br />

opgericht ten behoeve van de logiesgebouwen. Zo is een winkeltje met een<br />

maximale oppervlakte van 350 m² wel mogelijk, maar is een ‘grote<br />

supermarkt’, overwegend gericht op klanten/bezoekers ‘van buiten’ (het<br />

terrein voor logies) niet toegestaan. Ook een kantine/recreatieruimte ten<br />

behoeve van de logies is toegestaan, maar ook hiervoor geldt dat geen horeca<br />

is toegestaan die overwegend is gericht op klanten/bezoekers ‘van buiten’.<br />

Ook voor de lesruimte geldt dat het moet gaan om lesruimte ten behoeve van<br />

de logies. Niet toegestaan is lesruimte overwegend ten behoeve van<br />

cursisten/scholieren ‘van buiten’.<br />

In de regels is vastgelegd dat de logiesgebouwen zo moeten worden ingericht<br />

dat in alle logiesgebouwen gezamenlijk maximaal 600 personen voor tijdelijke<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 68<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


logies kunnen worden ondergebracht, en dat er per logé tenminste 10 m²<br />

vloeroppervlakte beschikbaar moet zijn. Dit om de (brand)veiligheid en de<br />

kwaliteit van de huisvesting te waarborgen.<br />

Het parkeren ten behoeve van de logies en centrale voorzieningen dient op<br />

eigen terrein te worden opgelost. De agrarische gronden mogen niet worden<br />

gebruikt voor parkeren ten behoeve van de logies en centrale voorzieningen.<br />

Artikel 5 Natuur<br />

De strook grond langs de Hoge Vaart die zal worden ingericht als moeraszone<br />

is opgenomen in de bestemming ‘Natuur’. Binnen deze bestemming is een<br />

omgevingsvergunning vereist voor diverse werken en werkzaamheden, ter<br />

bescherming van de natuurwaarden. Werken en werkzaamheden die<br />

uitgevoerd moeten worden om de gronden in te richten als moeraszone zijn<br />

uitgezonderd van de vergunningplicht.<br />

Artikel 6 Verkeer-2<br />

Deze bestemming is toegepast voor de toegangsweg in het plangebied naar<br />

de huisvesting en de agrarische gronden. Deze heeft niet alleen een<br />

verkeersfunctie, maar ook een verblijfsfunctie. Ook de direct omliggende<br />

gronden hebben deze bestemming gekregen. Binnen deze bestemming zijn<br />

onder meer wegen, paden, parkeer- en groenvoorzieningen mogelijk.<br />

Artikel 7 Waarde – Archeologie<br />

Deze dubbelbestemming is gebruikt ter bescherming van terreinen die<br />

volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart een gematigde<br />

archeologische verwachting hebben (archeologisch waardevol gebied 4).<br />

Bouwplannen en grondbewerkingen met een omvang van meer dan 1,5 ha en<br />

een diepte van meer dan 80 centimeter kunnen alleen worden gerealiseerd<br />

als eerst een archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden.<br />

Artikel 8 Anti-dubbeltelbepaling<br />

In het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard<br />

bepaling opgenomen. Het besluit verplicht om deze bepaling in het<br />

bestemmingsplan op te nemen.<br />

Artikel 9 Algemene bouwregels<br />

In artikel 4 is bepaald dat de gebouwen voor logies en centrale voorzieningen<br />

binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd. Als de grens van het<br />

bouwvlak wordt overschreden door een ondergeschikt bouwdeel van deze<br />

gebouwen, zoals een dakoverstek, kan dat met deze bepaling worden<br />

opgelost. Zolang de overschrijding niet meer dan 0,50 meter bedraagt is dat<br />

toelaatbaar.<br />

Artikel 10 Algemene gebruiksregels<br />

De algemene gebruiksregels zijn van toepassing op het gebruik in alle in het<br />

plan voorkomende bestemmingen. Daarnaast zijn ook in de verschillende<br />

bestemmingen specifieke gebruiksbepalingen opgenomen.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 69<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Artikel 11 Algemene afwijkingsregels<br />

Voor de afwijkingsbepalingen middels omgevingsvergunning geldt dat in<br />

artikel 11 van de planregels algemene afwijkingsbepalingen zijn opgenomen<br />

die voor alle bestemmingen gelden. In de verschillende bestemmingen zijn<br />

specifieke afwijkingsbepalingen (van de bouwregels en van de gebruiksregels)<br />

opgenomen die alleen voor die bestemming van toepassing zijn. In de<br />

algemene afwijkingsbepalingen is onder meer een mogelijkheid opgenomen<br />

om met maximaal 10% af te wijken van de voorgeschreven maatvoering.<br />

Artikel 12 Overgangsregels<br />

Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening.<br />

De grootste verandering ten opzichte van de tot voor kort gebruikelijke<br />

overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is<br />

getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het<br />

bestemmingsplan beslissend. Dat was voorheen de datum van de<br />

terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De wetgever heeft met<br />

die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen.<br />

Indien bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen teniet gaan ten<br />

gevolge van een calamiteit, dan bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen.<br />

Onder een calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een<br />

onvermijdelijk, eenmalig, buiten schuld van de indiener van de bouwaanvraag<br />

veroorzaakt onheil.<br />

Artikel 13 Slotregel<br />

Hier is opgenomen hoe de regels van het bestemmingsplan kunnen worden<br />

aangehaald.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 70<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


7. UITVOERBAARHEID<br />

7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid<br />

Vooroverleg<br />

In het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is overleg<br />

gevoerd over het voorontwerpbestemmingsplan met de gebruikelijke<br />

overlegpartners in het kader van de ruimtelijke ordening. In <strong>totaal</strong> heeft drie<br />

keer vooroverleg plaatsgevonden met de VROM-Inspectie (geen reactie),<br />

Waterschap Zuiderzeeland, Provincie Flevoland en Brandweer Flevoland:<br />

31 oktober 2011 op basis van de principe-aanvraag voor het<br />

projectbesluit;<br />

28 december 2011 op basis van het 1 e concept voorontwerp<br />

bestemmingsplan;<br />

23 januari 2012 op basis van het 2 e concept voorontwerp<br />

bestemmingsplan.<br />

Naar aanleiding van de laatstgenoemde overlegronde hebben 3<br />

overlegpartners gereageerd. Onderstaand zijn die reacties samengevat en<br />

voorzien van een gemeentelijk antwoord.<br />

1. Provincie Flevoland, Postbus 55, 8200 AB Lelystad<br />

De provincie heeft twee reacties ingediend.<br />

Reactie 1<br />

In de ambtelijke reactie op het principeverzoek die op 23 december 2011<br />

is toegezonden, is medegedeeld dat de voorgestane ontwikkeling niet past<br />

binnen het Omgevingsplan Flevoland 2006, doch dat, indien de<br />

ontwikkelingen dat rechtvaardigen, onder bepaalde voorwaarden<br />

verruiming van het planologisch regime uit het Omgevingsplan mogelijk is<br />

door toepassing van het zogenoemde experimentenkader.<br />

Voor toepassing van het experimentenkader is een integraal plan vereist.<br />

Het integraal plan zal inzicht moeten bieden in de volgende punten:<br />

De ambities voor het versterken van de vitaliteit van het landelijk<br />

gebied;<br />

Het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van het landelijk<br />

gebied, bijvoorbeeld door eisen van verevening en randvoorwaarden<br />

voor nieuwe functies te stellen;<br />

De wijze waarop met de bestaande situatie en functies in het gebied<br />

wordt omgegaan;<br />

De wijze waarop hierbij omgegaan wordt met natuurwaarden<br />

(saldobenadering);<br />

De wijze waarop het experiment past binnen de ontwikkelingsvisie<br />

2030 en bijdraagt aan de provinciale opgaven voor de speerpunten.<br />

De provincie constateert dat in de ‘Visie huisvesting tijdelijke<br />

arbeidsmigranten De Bosruiter, toetsing aan Omgevingsplan/<br />

experimentenkader’, deze punten aan de orde komen. De visie biedt<br />

daarmee voldoende basis voor het in behandeling nemen van dit verzoek<br />

voor toepassing van het experimentenkader.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 71<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


In het kader van de procedure van een verzoek tot toepassing van het<br />

experimentenkader moeten Provinciale Staten worden geraadpleegd. Om<br />

die reden zal de overgelegde Visie voor Provinciale Staten ter inzage<br />

worden gelegd.<br />

Op het ontwerp bestemmingsplan kan de provincie zonodig om<br />

inhoudelijke redenen zienswijzen indienen. Provinciale Staten worden in<br />

die fase van de procedure in de gelegenheid gesteld wensen en<br />

bedenkingen kenbaar te maken. Mede aan de hand hiervan zal overwogen<br />

worden of daadwerkelijk gebruik gemaakt zal worden van het Wroinstrumentarium.<br />

Indien voorafgaand aan de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan<br />

behoefte is aan bestuurlijk overleg, dan verneemt de provincie dat graag.<br />

Reactie gemeente<br />

De gemeente is verheugd dat de provincie het verzoek voor toepassing<br />

van het experimentenkader in behandeling wil nemen en neemt voor<br />

het overige de reactie ter kennisgeving aan.<br />

Reactie 2<br />

Het voorontwerpbestemmingsplan geeft aanleiding het volgende op te<br />

merken.<br />

Logies/Logieseenheden/logiesgebouwen<br />

In artikel 3 zijn specifieke gebruiksregels opgenomen die moeten<br />

waarborgen dat er geen permanente bewoning plaatsvindt. De wijze<br />

waarop dit is opgenomen heeft instemming van de provincie. Er wordt<br />

vanuit gegaan dat de gemeente aan de handhaving van dit onderdeel van<br />

de regels strak de hand houdt.<br />

Reactie gemeente<br />

Uiteraard zal de gemeente handhavend optreden indien permanente<br />

bewoning optreedt. Voor het overige neemt de gemeente de reactie ter<br />

kennisgeving aan.<br />

Relatie met de omliggende Ecologische Hoofdstructuur (EHS)<br />

Hoewel gebruik overeenkomstig het huidige bestemmingsplan ook een<br />

externe werking op de omliggende EHS heeft, is niet uitgesloten dat met<br />

de voorgenomen functiewijziging een verandering plaatsvindt op het punt<br />

van de externe werking. Het is nodig om de effecten op het omliggende<br />

natuurgebied in het bestemmingsplan beter in beeld te brengen en om tot<br />

kwalitatief goede oplossingen te komen te komen ter voorkoming van een<br />

ongewenste belasting van het gebied.<br />

Reactie gemeente<br />

Ten behoeve van de ontwikkeling van de huisvesting is door Zoon,<br />

buro voor ecologie 7 , een natuuronderzoek (nee-tenzij toets)<br />

uitgevoerd. Hierin is gekeken naar de externe werking op de<br />

7 Zoon, buro voor ecologie, ‘Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde’, 22 december<br />

2011<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 72<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


omliggende EHS. De effecten op het natuurgebied zijn daarmee in<br />

beeld gebracht. De conclusie van het onderzoek is dat de wezenlijke<br />

waarden en kenmerken van de omringende EHS niet significant worden<br />

geschaad. Een ongewenste belasting van het gebied zal dus niet<br />

optreden. Sterker nog, door het project zal er een positief effect op de<br />

natuur in de omgeving ontstaan. Het project voorziet er namelijk in dat<br />

er langs de Hoge Vaart een 20 meter brede moerasstrook wordt<br />

aangelegd. Hierdoor zal een aaneengesloten moeraszone langs de<br />

Hoge Vaart ontstaan. Zo wordt de omringende EHS beter met elkaar<br />

verbonden, dan nu het geval is. Het plan hiervoor is in overleg met<br />

SBB uitgewerkt.<br />

De <strong>Bosruiterweg</strong><br />

Het is belangrijk bij de nadere uitwerking van het plan aandacht te schenken<br />

aan de wijze waarop het verkeer op de betreffende weg is afgestemd op de<br />

nieuwe gebruiksvormen in en nabij het plangebied. Het bestemmingsplan<br />

dient hierover voldoende duidelijkheid te verschaffen.<br />

Reactie gemeente<br />

Naar aanleiding van de reactie heeft DHV een onderzoek uitgevoerd<br />

naar de verkeerskundige impact van de ontwikkeling 8 en is de<br />

verkeersparagraaf in de toelichting herzien. Hieruit blijkt dat de<br />

verkeersintensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> de maximale capaciteit van de<br />

weg niet overschrijdt. Derhalve zullen zich geen verkeersproblemen<br />

voordoen. Bovendien heeft de nieuwe bestemming een kleinere impact<br />

op de verkeersstromen dan de huidige bestemming. Wel zullen er een<br />

aantal extra uitwijkplaatsen langs de <strong>Bosruiterweg</strong> worden aangelegd.<br />

Natuurvriendelijke oevers<br />

Voor de aanleg van de natuurvriendelijke oevers is ontheffing nodig op grond<br />

van de Verordening Fysieke Leefomgeving Flevoland. Aan een dergelijke<br />

ontheffing zullen voorwaarden worden verbonden. Hierover zal nader overleg<br />

noodzakelijk zijn. Hoe dit feitelijk het meest praktisch kan worden<br />

vormgegeven valt overigens buiten de werking van deze<br />

bestemmingsplanbeoordeling.<br />

Reactie gemeente<br />

De ontheffing zal voor de start van aanleg van de oevers worden<br />

aangevraagd. Voorafgaand hieraan kan dan zonodig nader overleg<br />

plaatsvinden.<br />

2. Waterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad<br />

Het Waterschap is positief over het ontwerp-bestemmingsplan. Wel heeft<br />

het waterschap nog één vraag. Er wordt extra waterberging gerealiseerd.<br />

Dat is prima. Maar hoe zit het met de afvoer naar de Hoge Vaart? Is de<br />

bestaande duiker voldoende en in hoeverre speelt de natuurstrook nog<br />

een rol bij de waterafvoer?<br />

8 DHV, ‘Memo Ontwikkeling logies seizoensarbeiders’, kenmerk MO-AF20120231, 13 april 2012<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 73<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Reactie gemeente<br />

De aan te leggen natuurstrook speelt geen enkele rol bij de<br />

waterafvoer. Deze vormt ook geen enkele belemmering hiervoor. Het<br />

is mogelijk de bestaande waterafvoer te handhaven of een nieuwe in te<br />

passen indien nodig.<br />

De waterafvoer richting de Hoge Vaart zal afdoende geregeld worden,<br />

maar betreft een uitvoeringsaspect, dat niet in het bestemmingsplan<br />

kan worden geregeld en dat nader zal worden bekeken bij de<br />

civieltechnische uitwerking van het plan. De duiker zal dus worden<br />

aangepast, indien blijkt dat de capaciteit onvoldoende is. Dit is ook in<br />

paragraaf 5.6 van de toelichting opgenomen.<br />

3. Brandweer Flevoland, Postbus 10334, 1301 AH Almere<br />

De brandweer heeft twee reacties ingediend.<br />

Reactie 1<br />

De externe veiligheid is voldoende behandeld. De risico’s vallen buiten het<br />

plan of buiten het kader van het BEVI. Wel dienen de propaantanks in het<br />

kader van het nieuwe gebruik te voldoen aan de daarvoor geldende eisen.<br />

Tevens wordt aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid van het<br />

plangebied over de <strong>Bosruiterweg</strong>. Verzocht wordt om informatie over de<br />

breedte van de weg. De verbetering in het kader van het<br />

Oostvaarderswold zou nog lang op zich kunnen laten wachten en daarmee<br />

wordt het plangebied mogelijk tekort gedaan. Met name omdat de<br />

verwachting is dat de functie veel automatische meldingen genereert. Wat<br />

betreft deze meldingen bieden het keurmerk en het convenant nog een<br />

mogelijk aanknopingspunt bij het terugdringbeleid.<br />

Reactie 2<br />

De brandweer adviseert het volgende in het kader van bereikbaarheid.<br />

De wegbreedte is onvoldoende voor een onbelemmerde doorgang voor de<br />

hulpdiensten. Het voldoende veilig en snel passeren van het<br />

tegemoetkomende verkeer dient daarom gefaciliteerd te worden. Er<br />

dienen voldoende passeervakken als uitwijkmogelijkheid voor tegenliggers<br />

te zijn.<br />

Voorgesteld wordt passeervakken te realiseren die aan de zuidzijde 0,9<br />

meter uitwijkmogelijkheid geven voor het tegemoetkomende verkeer,<br />

zodat het hulpverleningsvoertuig voldoende ruimte tot zijn beschikking<br />

heeft. De passeerstroken dienen zichtbaar te zijn voor eenieder. Afritten<br />

zijn ook geschikt als uitwijkmogelijkheid. De interval tussen de<br />

uitwijkmogelijkheden kan in de orde van grootte van 300 meter liggen. De<br />

precieze invulling en detaillering wordt aan de afdeling verkeer van de<br />

gemeente overgelaten. De invulling hiervan hoopt de brandweer in de<br />

toelichting van het bestemmingsplan terug te vinden.<br />

Reactie gemeente<br />

In het verleden stonden er 3 propaantanks op <strong>Bosruiterweg</strong> 16. Eén<br />

tank is in 1999 gemeld en hoorde bij de beheerdersunit/-woning<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 74<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


(AMvB 99/127) en twee grotere tanks zijn in 2005 gemeld als<br />

onderdeel van camping Flevoresort De Bosruiter (AMvB 05/015). De<br />

beheerdersunit en de camping werden destijds als twee afzonderlijke<br />

inrichtingen gezien, vandaar dat er twee meldingen zijn gedaan.<br />

De beheerderswoning is enige tijd terug verwijderd of gesloopt. Tijdens<br />

controlebezoek op 9 december 2010 stond de tank er nog wel, maar<br />

was deze leeg en was de gasleiding doorgeknipt/-gezaagd. Op 15<br />

maart 2012 is geconstateerd dat de tank is verwijderd. Nu deze<br />

inrichting niet langer bestaat, komt ook de melding uit 1999 te<br />

vervallen.<br />

Tijdens controlebezoek in december 2010 was nog één van de twee<br />

tanks van de camping aanwezig. Deze was eveneens leeg en de<br />

gasleiding was eveneens doorgeknipt. Op 15 maart 2012 is<br />

geconstateerd dat de situatie met betrekking tot deze tank niet is<br />

gewijzigd t.o.v. het eerdere bezoek.<br />

Op dit moment is er dus nog één propaantank aanwezig, die niet in<br />

gebruik is. De tank is in 2011 nog gekeurd. De tank voldoet derhalve<br />

aan de eisen. De toelichting van het bestemmingsplan is hierop<br />

aangepast.<br />

Langs de <strong>Bosruiterweg</strong> zijn al een aantal uitwijkplaatsen aanwezig.<br />

Daarnaast zullen aan de zuidzijde van de <strong>Bosruiterweg</strong> op de<br />

aanrijdroute van de brandweer een aantal extra uitwijkplaatsen<br />

worden aangelegd. Deze zullen bestaan uit 39 stelconplaten. De<br />

uitwijkplaatsen zullen een lengte van 20 meter krijgen en een breedte<br />

van 2 meter. Hiermee ontstaat ter plaatse van de uitwijkplaatsen een<br />

totale wegbreedte van 5,6 meter. Daarmee zal er voldoende ruimte<br />

zijn voor een ongehinderde doorgang van hulpverleningsvoertuigen.<br />

De uitwijkplaatsen zullen zo goed mogelijk zichtbaar worden gemaakt.<br />

Het interval tussen de uitwijkmogelijkheden zal variëren tussen de 200<br />

en 325 meter. In hoofdstuk 4 van de toelichting is ook een passage<br />

opgenomen over de uitwijkplaatsen, met daarbij een afbeelding van de<br />

ligging van de plaatsen.<br />

Zienswijzen<br />

De formele bestemmingsplanprocedure start met de terinzagelegging van het<br />

ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging kan<br />

eenieder zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan indienen. Zodra de<br />

zienswijzen bekend zijn, dan zal op deze plaats een beknopte inhoud van de<br />

zienswijzen alsmede de gevolgen van de zienswijzen voor het<br />

bestemmingsplan vermeld worden.<br />

7.2 Economische uitvoerbaarheid<br />

Samen met het bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12<br />

Wro) vastgesteld worden. Op basis van het exploitatieplan worden<br />

(plan)kosten verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als<br />

het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld<br />

anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 75<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


De gemeente Zeewolde zal met de initiatiefnemer een overeenkomst<br />

plankosten afsluiten. Hierin zal vastgelegd worden dat alle plankosten voor<br />

rekening komen van de initiatiefnemer. Tevens zal een overeenkomst<br />

planschade worden afgesloten. Eventuele planschade voor derden ten gevolge<br />

van de ontwikkelingen komt hierdoor niet voor rekening van de gemeente,<br />

maar zal gedragen moeten worden door de initiatiefnemer. Tot slot zal tussen<br />

de gemeente en initiatiefnemer een convenant worden gesloten waarin<br />

afspraken worden opgenomen over beheer en toezicht. De voorgaande<br />

overeenkomsten betekenen dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is en<br />

er geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld. Door de overeenkomsten is<br />

tevens de economische uitvoerbaarheid verzekerd.<br />

7.3 Handhaving<br />

Het is van groot belang dat de gemeente toezicht houdt op de naleving van<br />

het bestemmingsplanbeleid. Daarom dienen de planregels van het nieuwe<br />

bestemmingsplan ‘De Bosruiter’ consistent te worden gehandhaafd.<br />

Handhaving bestaat uit 3 fasen:<br />

handhaving start bij het bieden van de noodzakelijke informatie. Immers:<br />

onbekend maakt onbemind;<br />

bij concrete overtredingen zal primair in minnelijk overleg worden<br />

getracht deze op te lossen;<br />

als het minnelijk overleg niet tot het gewenste doel leidt, zal feitelijk<br />

optreden onontkoombaar zijn. De gemeente zal dan een keuze maken uit<br />

het opleggen van een dwangsom om het uitvoeren van bestuursdwang.<br />

In beginsel zullen signaleringen van overtredingen, ongeacht de aard en<br />

omvang, altijd een vervolg krijgen in de zin van legalisatie (bestemming en/of<br />

vergunning), aanschrijving of, onder bepaalde voorwaarden, een<br />

gedoogbesluit. Alleen op deze wijze kunnen niet gewenste ontwikkelingen<br />

tijdig worden tegengegaan en kunnen eventueel te accepteren afwijkingen<br />

(tijdelijk) worden gedoogd. Tevens wordt voorkomen dat de handhaving<br />

afglijdt naar een ongewenst niveau.<br />

De handhavingsprocedure<br />

Handhaving vindt plaats aan de hand van controles. Deze vinden op<br />

verschillende manieren en momenten plaats:<br />

via controle achteraf op verleende vergunningen;<br />

via ad-hoc controles vanaf de openbare weg en aan de hand van<br />

klachten/meldingen van burgers;<br />

via een systematische controle 1 keer per jaar, zo mogelijk vanaf de<br />

openbare weg en desnoods door percelen te betreden.<br />

Prioriteiten worden bepaald aan de hand van het jaarlijks vast te stellen<br />

uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma is gebaseerd op de nota<br />

handhaving, waarin gemeentebreed de handhavingstaken zijn opgenomen.<br />

Het uitvoeringsprogramma bepaald in hoeverre bepaalde overtredingen een<br />

zekere prioriteit hebben ten opzichte van andere overtredingen.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 76<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Daarnaast worden omgevingsvergunningen voor milieu gecontroleerd en de<br />

bedrijven en hun activiteiten worden gecontroleerd op naleving van de<br />

milieuregelgeving.<br />

Afwijkingen van de vergunningen en vermeende strijdigheid met het<br />

bestemmingsplan worden doorgegeven aan het werkveld dat zich bezighoudt<br />

met de handhaving van het bestemmingsplan. Hierbij fungeren de<br />

milieucontroles als signaaltoezicht.<br />

Zodra een overtreding is geconstateerd zal worden nagegaan of een oplossing<br />

(legalisatie) mogelijk is. Kan geen vergunning worden verleend (bijvoorbeeld<br />

overtreding is in strijd met het bestemmingsplan of welstandseisen) dan vindt<br />

een gesprek plaats tussen overtreder en de gemeente. Zo nodig treedt de<br />

gemeente op en kan er een dwangsom of bestuursdwang worden toegepast.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 77<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

mRO /TOE/07.15-5/ april 2012/voorontwerp Vastgesteld d.d.


Berekening wegverkeerslawaai<br />

Standaard Rekenmethode I - Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 Licentiehouder: MRO<br />

Projectnummer<br />

Project<br />

Initialen<br />

Datum<br />

Beoordelingspunt<br />

07.15<br />

De Bosruiter<br />

mRO<br />

13-04-12<br />

Zuidgevel<br />

Weg <strong>Bosruiterweg</strong><br />

Wegdektype referentiewegdek Gegevens: CROW publicatie 200<br />

Etmaalintensiteit 1.315 motorvoertuigen per etmaal<br />

dag avond nacht<br />

Gemiddelde uurintensiteit 6,75 3,50 0,63 % van etmaalintensiteit<br />

Aandeel bromfietsen %<br />

Aandeel motorfietsen %<br />

Aandeel lichte motorvoertuigen 92,00 92,00 92,00 %<br />

Aandeel middelzware motorvoertuigen 5,00 5,00 5,00 %<br />

Aandeel zware motorvoertuigen 3,00 3,00 3,00 %<br />

Aandeel trams (in ballastbed) %<br />

Aandeel trams (in asfaltbeton) %<br />

100,00 100,00 100,00 %<br />

Snelheid bromfietsen km/uur<br />

Snelheid motorfietsen km/uur<br />

Snelheid lichte motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid middelzware motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid zware motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid trams (in ballastbed) km/uur<br />

Snelheid trams (in asfaltbeton) km/uur<br />

Beoordelingshoogte h w 1,50 m<br />

Afstand beoordelingspunt - wegas (horizontaal) r 218,00 m<br />

Wegdekhoogte h weg 0,00 m<br />

Zichthoek (127° = volledig) 127,00 °<br />

Bodemfactor (1 = volledig zacht) B 0,90<br />

Objectfractie (1 = volledig reflecterend) f obj 0,00<br />

Afstand tot midden van een kruispunt a kruispunt m<br />

Afstand tot midden van een obstakel a obstakel m<br />

dag avond nacht<br />

Emissiegetal bromfietsen E bf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal motorfietsen E mf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal lichte motorvoertuigen E lv 69,49 66,64 59,19 dB(A)<br />

Emissiegetal middelzware motorvoertuigen E mv 61,74 58,89 51,44 dB(A)<br />

Emissiegetal zware motorvoertuigen E zv 62,26 59,41 51,96 dB(A)<br />

Emissiegetal trams (in ballastbed) E tr,bal 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal trams (in asfaltbeton) E tr,asf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Totaal emissiegetal E 70,82 67,96 60,52 dB(A)<br />

Optrekcorrectie C optrek 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Reflectiecorrectie C reflectie 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

-/- Afstandverzwakking D afstand -23,38 -23,38 -23,38 dB(A)<br />

-/- Luchtdemping D lucht -1,27 -1,27 -1,27 dB(A)<br />

-/- Bodemdemping D bodem -5,37 -5,37 -5,37 dB(A)<br />

-/- Meteocorrectie D meteo -3,43 -3,43 -3,43 dB(A)<br />

-/- Zichthoekcorrectie 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Equivalent geluidniveau L Aeq 37,36 34,51 27,06 dB(A)<br />

Equivalent geluidniveau (afgerond volgens RMV 2002) L Aeq 37 35 27 dB(A)<br />

Correctie conform art. 110g Wgh -2 -2 -2 dB<br />

Equivalent geluidniveau incl. art. 110g Wgh L Aeq 35 33 25 dB(A)<br />

Etmaalwaarde (exclusief art. 110g Wgh) L etm 37 dB(A) (o.b.v. dag en nacht)<br />

Etmaalwaarde (inclusief art. 110g Wgh) L etm 35 dB(A) (o.b.v. dag en nacht)<br />

L den (exclusief art. 110g Wgh) L den 37,71 dB<br />

L den (inclusief art. 110g Wgh) L den 35,71 dB v4.1 © Alcedo bv


Berekening wegverkeerslawaai<br />

Standaard Rekenmethode I - Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 Licentiehouder: MRO<br />

Projectnummer<br />

Project<br />

Initialen<br />

Datum<br />

Beoordelingspunt<br />

07.15<br />

De Bosruiter<br />

mRO<br />

13-04-12<br />

Zuidgevel<br />

Weg <strong>Bosruiterweg</strong><br />

Wegdektype referentiewegdek Gegevens: CROW publicatie 200<br />

Etmaalintensiteit 1.315 motorvoertuigen per etmaal<br />

dag avond nacht<br />

Gemiddelde uurintensiteit 6,75 3,50 0,63 % van etmaalintensiteit<br />

Aandeel bromfietsen %<br />

Aandeel motorfietsen %<br />

Aandeel lichte motorvoertuigen 92,00 92,00 92,00 %<br />

Aandeel middelzware motorvoertuigen 5,00 5,00 5,00 %<br />

Aandeel zware motorvoertuigen 3,00 3,00 3,00 %<br />

Aandeel trams (in ballastbed) %<br />

Aandeel trams (in asfaltbeton) %<br />

100,00 100,00 100,00 %<br />

Snelheid bromfietsen km/uur<br />

Snelheid motorfietsen km/uur<br />

Snelheid lichte motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid middelzware motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid zware motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid trams (in ballastbed) km/uur<br />

Snelheid trams (in asfaltbeton) km/uur<br />

Beoordelingshoogte h w 4,50 m<br />

Afstand beoordelingspunt - wegas (horizontaal) r 218,00 m<br />

Wegdekhoogte h weg 0,00 m<br />

Zichthoek (127° = volledig) 127,00 °<br />

Bodemfactor (1 = volledig zacht) B 0,90<br />

Objectfractie (1 = volledig reflecterend) f obj 0,00<br />

Afstand tot midden van een kruispunt a kruispunt m<br />

Afstand tot midden van een obstakel a obstakel m<br />

dag avond nacht<br />

Emissiegetal bromfietsen E bf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal motorfietsen E mf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal lichte motorvoertuigen E lv 69,49 66,64 59,19 dB(A)<br />

Emissiegetal middelzware motorvoertuigen E mv 61,74 58,89 51,44 dB(A)<br />

Emissiegetal zware motorvoertuigen E zv 62,26 59,41 51,96 dB(A)<br />

Emissiegetal trams (in ballastbed) E tr,bal 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal trams (in asfaltbeton) E tr,asf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Totaal emissiegetal E 70,82 67,96 60,52 dB(A)<br />

Optrekcorrectie C optrek 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Reflectiecorrectie C reflectie 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

-/- Afstandverzwakking D afstand -23,39 -23,39 -23,39 dB(A)<br />

-/- Luchtdemping D lucht -1,27 -1,27 -1,27 dB(A)<br />

-/- Bodemdemping D bodem -4,20 -4,20 -4,20 dB(A)<br />

-/- Meteocorrectie D meteo -2,84 -2,84 -2,84 dB(A)<br />

-/- Zichthoekcorrectie 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Equivalent geluidniveau L Aeq 39,12 36,27 28,82 dB(A)<br />

Equivalent geluidniveau (afgerond volgens RMV 2002) L Aeq 39 36 29 dB(A)<br />

Correctie conform art. 110g Wgh -2 -2 -2 dB<br />

Equivalent geluidniveau incl. art. 110g Wgh L Aeq 37 34 27 dB(A)<br />

Etmaalwaarde (exclusief art. 110g Wgh) L etm 39 dB(A) (o.b.v. dag en nacht)<br />

Etmaalwaarde (inclusief art. 110g Wgh) L etm 37 dB(A) (o.b.v. dag en nacht)<br />

L den (exclusief art. 110g Wgh) L den 39,47 dB<br />

L den (inclusief art. 110g Wgh) L den 37,47 dB v4.1 © Alcedo bv


Berekening wegverkeerslawaai<br />

Standaard Rekenmethode I - Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 Licentiehouder: MRO<br />

Projectnummer<br />

Project<br />

Initialen<br />

Datum<br />

Beoordelingspunt<br />

07.15<br />

De Bosruiter<br />

mRO<br />

13-04-12<br />

Zuidgevel<br />

Weg <strong>Bosruiterweg</strong><br />

Wegdektype referentiewegdek Gegevens: CROW publicatie 200<br />

Etmaalintensiteit 1.315 motorvoertuigen per etmaal<br />

dag avond nacht<br />

Gemiddelde uurintensiteit 6,75 3,50 0,63 % van etmaalintensiteit<br />

Aandeel bromfietsen %<br />

Aandeel motorfietsen %<br />

Aandeel lichte motorvoertuigen 92,00 92,00 92,00 %<br />

Aandeel middelzware motorvoertuigen 5,00 5,00 5,00 %<br />

Aandeel zware motorvoertuigen 3,00 3,00 3,00 %<br />

Aandeel trams (in ballastbed) %<br />

Aandeel trams (in asfaltbeton) %<br />

100,00 100,00 100,00 %<br />

Snelheid bromfietsen km/uur<br />

Snelheid motorfietsen km/uur<br />

Snelheid lichte motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid middelzware motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid zware motorvoertuigen 80 80 80 km/uur<br />

Snelheid trams (in ballastbed) km/uur<br />

Snelheid trams (in asfaltbeton) km/uur<br />

Beoordelingshoogte h w 7,50 m<br />

Afstand beoordelingspunt - wegas (horizontaal) r 218,00 m<br />

Wegdekhoogte h weg 0,00 m<br />

Zichthoek (127° = volledig) 127,00 °<br />

Bodemfactor (1 = volledig zacht) B 0,90<br />

Objectfractie (1 = volledig reflecterend) f obj 0,00<br />

Afstand tot midden van een kruispunt a kruispunt m<br />

Afstand tot midden van een obstakel a obstakel m<br />

dag avond nacht<br />

Emissiegetal bromfietsen E bf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal motorfietsen E mf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal lichte motorvoertuigen E lv 69,49 66,64 59,19 dB(A)<br />

Emissiegetal middelzware motorvoertuigen E mv 61,74 58,89 51,44 dB(A)<br />

Emissiegetal zware motorvoertuigen E zv 62,26 59,41 51,96 dB(A)<br />

Emissiegetal trams (in ballastbed) E tr,bal 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Emissiegetal trams (in asfaltbeton) E tr,asf 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Totaal emissiegetal E 70,82 67,96 60,52 dB(A)<br />

Optrekcorrectie C optrek 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Reflectiecorrectie C reflectie 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

-/- Afstandverzwakking D afstand -23,39 -23,39 -23,39 dB(A)<br />

-/- Luchtdemping D lucht -1,27 -1,27 -1,27 dB(A)<br />

-/- Bodemdemping D bodem -4,04 -4,04 -4,04 dB(A)<br />

-/- Meteocorrectie D meteo -2,28 -2,28 -2,28 dB(A)<br />

-/- Zichthoekcorrectie 0,00 0,00 0,00 dB(A)<br />

Equivalent geluidniveau L Aeq 39,83 36,98 29,53 dB(A)<br />

Equivalent geluidniveau (afgerond volgens RMV 2002) L Aeq 40 37 30 dB(A)<br />

Correctie conform art. 110g Wgh -2 -2 -2 dB<br />

Equivalent geluidniveau incl. art. 110g Wgh L Aeq 38 35 28 dB(A)<br />

Etmaalwaarde (exclusief art. 110g Wgh) L etm 40 dB(A) (o.b.v. dag en nacht)<br />

Etmaalwaarde (inclusief art. 110g Wgh) L etm 38 dB(A) (o.b.v. dag en nacht)<br />

L den (exclusief art. 110g Wgh) L den 40,18 dB<br />

L den (inclusief art. 110g Wgh) L den 38,18 dB v4.1 © Alcedo bv


Quickscan natuur<br />

terrein aan de Bosruiter<br />

in Zeewolde<br />

22 december 2011<br />

Zoon buro voor ecologie


Colofon<br />

Project: Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde<br />

Opdrachtgever: mRO<br />

Uitvoerder Zoon buro voor ecologie<br />

Auteur C.P.M. Zoon<br />

Datum: 22 december 2011<br />

Zoon buro voor ecologie<br />

Balkerweg 60, 7738 PB, Witharen<br />

tel: 0523-676.470, fax: 0523-676.311<br />

e-mail: info@zoon-ecologie.nl<br />

Zoon heeft meer dan 30 jaar ervaring met veldonderzoek naar flora en vegetatie in Nederland.<br />

Er is 20 jaar ervaring met faunaonderzoek in Europa en met terreinbeheer, natuurbeleid, natuurontwikkeling en<br />

het beoordelen van effecten van plannen voor bouwen, aanleg van wegen en kanalen in Nederland.<br />

Zoon/mRO/Quickscan natuur/<strong>Bosruiterweg</strong> Zeewolde/20111222 1


Inhoud<br />

Inleiding<br />

Natuurbeleid<br />

Het plan<br />

Onderzoek<br />

Natuurwaarden<br />

Conclusies<br />

Verwachting voor beschermde natuurwaarden<br />

Bestaande natuurgegevens<br />

Veldinventarisatie<br />

Gevolgen van het plan voor de natuurwaarden<br />

Aanbevelingen<br />

Bronnen<br />

Mitigatie en compensatie<br />

Ontheffing<br />

Nader onderzoek<br />

Zoon/mRO/Quickscan natuur/<strong>Bosruiterweg</strong> Zeewolde/20111222 2


Inleiding<br />

Op een bestaand campingterrein aan de <strong>Bosruiterweg</strong> in het Vaartbos bij Zeewolde wordt<br />

een huisvesting gebouwd voor buitenlandse werknemers.<br />

In deze quickscan worden de natuurwaarden van het terrein en de gevolgen van het plan in<br />

beeld gebracht.<br />

Het plangebied in de regio van het Horsterwold in Zuidelijk Flevoland.<br />

Natuurbeleid<br />

Het plangebied is uitgezonderd van de Ecologische Hoofdstructuur, die dus rondom ligt.<br />

De omringende bossen (Vaartbos) zijn binnen de Ecologische hoofdstructuur waardevol.<br />

Het ligt op enige kilometers afstand van het prioritaire gebied “Horsterwold.”<br />

Ook de Robuuste Ecologische verbinding “Oostvaarderswold”, die door de provincie<br />

Flevoland gerealiseerd wordt, ligt op enige kilometers afstand.<br />

Het is niet waarschijnlijk dat het plan deze prioritaire natuurgebieden en essentiële<br />

verbinding beïnvloedt. Er is mogelijk wel invloed op de direct omringende waardevolle<br />

natuur. Toetsing van het plan aan het Nee-Tenzij principe is daarom nodig. Daarbij moet<br />

vastgesteld worden of het plan significant negatief is voor de “wezenlijke waarden en<br />

kenmerken” van de EHS in de omgeving.<br />

De provincie Flevoland heeft voor alle gemeenten de “wezenlijke waarden en kenmerken”<br />

beschreven. Als waarden verwacht mogen worden en deze waarden nagestreefd worden<br />

voor deze omgeving, mag een plan actuele en potentiele aanwezigheid niet bedreigen.<br />

Er is geen (relevante) ecologische relatie tussen het Vaartbos en Natura 2000-gebieden.<br />

(Greve en Miedema, 2011). Een Natura-2000 toets is daarom niet nodig.<br />

Zoon/mRO/Quickscan natuur/<strong>Bosruiterweg</strong> Zeewolde/20111222 3


De Ecologische Hoofdstructuur rond het plangebied aan de <strong>Bosruiterweg</strong><br />

Zoon/mRO/Quickscan natuur/<strong>Bosruiterweg</strong> Zeewolde/20111222 4


Het plan<br />

Het plan voor inrichting<br />

van het terrein<br />

(bron: J. Pater)<br />

De bestaande<br />

ontsluitingsweg op het<br />

terrein wordt gebruikt.<br />

Daaraan worden<br />

gebouwen geplaatst<br />

binnen het bestaande<br />

campingterrein.<br />

Daarvoor moeten veel<br />

hagen op het terrein<br />

verwijderd worden.<br />

De sloten in het plan zijn<br />

de bestaande sloten.<br />

Deze blijven alle<br />

behouden.<br />

Een klein gedeelte bij de<br />

entree (hoofdgebouw en<br />

parkeren) wordt<br />

aangelegd op een<br />

bestaande akker.<br />

Zoon/mRO/Quickscan natuur/<strong>Bosruiterweg</strong> Zeewolde/20111222 5


Onderzoek<br />

Op 1 december 2011 is het plangebied bezocht en in kaart gebracht.<br />

Natuurwaarden<br />

Verwachting voor beschermde natuurwaarden<br />

Actuele waarden en beheer<br />

Het gehele gebied valt onder het beheertype “Vochtig bos met productie (N16.02)”. Het gaat<br />

om een vrij eenvormig multifunctioneel populierenbos met beperkte natuurwaarden. Het<br />

gebied is vooral van belang voor bos- en struweelvogels als Zomertortel, Koekoek en<br />

Spotvogel en zoogdieren Boommarter en Hermelijn.<br />

Potentiële waarden<br />

Het Vaartbos kan zich op termijn ontwikkelen tot een Essen-Iepenbos. Hierdoor ontstaan er<br />

mogelijkheden voor een Vogelkers-Essenbos. De aanleg van de verbindingszone<br />

OostvaardersWold en verbetering van de ecologische verbinding met het Horsterwold,<br />

bieden mogelijkheden voor verschillende zoogdieren om zich te vestigen in het gebied, zoals<br />

Edelhert, Das en Boommarter.<br />

Soorten<br />

Wespendief (pot.), Boomklever (pot.)<br />

Meervleermuis, Das (pot.), Boommarter (pot), Edelhert (pot.)<br />

Op grond van de toestand van het plangebied, kunnen beschermde soorten voorkomen die<br />

gebonden zijn aan de sloten met veel riet op de oevers.<br />

Broedende rietvogels, amfibieën (rugstreeppad) en kleine marterachtigen (bunzing en<br />

hermelijn) zouden kunnen voorkomen. Voor roofvogels die in bossen broeden kan het<br />

gebied op dit moment jachtgebied zijn.<br />

Relaties<br />

Het Vaartbos vormt een droge stapsteen in de verbindingszone langs de Hoge Vaart. Het<br />

gebied sluit aan op het Horsterwold en vormt samen met het Horsterwold en het<br />

Hulkesteinse bos het grootste vochtige bos in West-Europa. Na de realisatie van de<br />

verbindingszone OostvaardersWold vormt het gebied bovendien een belangrijke schakel in<br />

de verbinding tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold.<br />

Bestaande natuurgegevens<br />

Er zijn weinig waarnemingen van beschermde soorten uit het gebied (Telmee.nl).<br />

De bever, bunzing en de hermelijn zijn bekend.<br />

Zoon/mRO/Quickscan natuur/<strong>Bosruiterweg</strong> Zeewolde/20111222 6


Veldinventarisatie<br />

Het grootste deel van het plan is nu al een camping, met gazons, verharding, hagen en<br />

laanbomen. Er wordt een klein stukje akker bebouwd, bij de entree.<br />

Het belangrijkste terreintype in en rond het plan is de sloot met rietoevers. Deze zijn zeer<br />

natuurlijk en geschikt voor veel soorten, onbeschermd en beschermd. De bestaande sloten<br />

blijven alle in het plan gehandhaafd.<br />

Zoon/mRO/Quickscan natuur/<strong>Bosruiterweg</strong> Zeewolde/20111222 7


Conclusies<br />

Gevolgen van het plan voor de natuurwaarden<br />

In en rond het plan blijven alle natuurlijke terreintypen bewaard. Vooral de rietsloten zijn<br />

belangrijk als leefgebied en voedselgebied van beschermde soorten. Het is niet te<br />

verwachten dat de bebouwing deze rietsloten bedreigd. Deze belangrijke terreintypen voor<br />

wilde planten en dieren blijven in het plan behouden.<br />

De stukjes akker die bebouwd zullen worden liggen direct tegen de bestaande ontsluiting<br />

aan. Het is onmogelijk dat daardoor beschermde soorten van open gebieden bedreigd zullen<br />

worden.<br />

De invloed van de bebouwing op de sloten is gering. Door de bebouwing zal het nu zeer<br />

rustige terrein waarschijnlijk minder geschikt worden als voedselgebied voor roofvogels.<br />

Deze broeden echter niet in het jonge bos rondom, maar in oudere bossen verder weg.<br />

Door de bebouwing zal het terrein ook minder geschikt worden als voedselgebied voor<br />

soorten als edelhert en das. De grote afstand van het plangebied tot de robuuste verbinding<br />

Oostvaarderswold, die voor het edelhert van belang zal zijn, zorgt ervoor dat het effect op<br />

deze soort gering is.<br />

De wezenlijke waarden en kenmerken van de omringende EHS worden niet significant<br />

geschaad. Het project kan daardoor uitgevoerd worden.<br />

Er worden geen verblijfplaatsen, migratie- en foerageerroutes of belangrijke<br />

voedselgebieden van beschermde soorten vernietigd. Het gebied blijft functioneel intact voor<br />

beschermde soorten. Er treedt daardoor geen overtreding van de Flora en faunawet op.<br />

Aanbevelingen<br />

Mitigatie en compensatie<br />

Er dient gemitigeerd te worden door bij de uitvoering en het toekomstige gebruik de<br />

aanwezige rietsloten te sparen. Er worden dan geen beschermde natuurwaarden<br />

bedreigd. Compensatie is niet nodig.<br />

Verwijderen van hagen en struiken dient buiten de broedtijd van vogels (globaal tussen half<br />

maart en half juli) uitgevoerd te worden. Alle vogels zijn strikt beschermd als ze broeden.<br />

Ontheffing<br />

Er is voor het plan geen ontheffing nodig.<br />

Nader onderzoek<br />

Er is geen nader onderzoek nodig.<br />

Bronnen<br />

Greve, M.S.E., H. Miedema, 2011.<br />

Wezenlijke kenmerken en waarden EHS <strong>Gemeente</strong> Zeewolde, A&W rapport 1361<br />

Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.<br />

Zoon/mRO/Quickscan natuur/<strong>Bosruiterweg</strong> Zeewolde/20111222 8


Moerasontwikkeling langs Hoge Vaart<br />

terrein <strong>Bosruiterweg</strong> 16<br />

Zeewolde<br />

19 januari 2012<br />

Zoon buro voor ecologie<br />

Zoon/ <strong>Bosruiterweg</strong> 16 Zeewolde / natuurontwikkeling Hoge Vaart/ 20120119 1


Aanleiding<br />

Aan de <strong>Bosruiterweg</strong> 16 in Zeewolde wordt een huisvesting gepland voor arbeidsmigranten<br />

uit Oost-Europa. Deze werken veel in de landbouw in de Flevopolders. Dit brengt een gering<br />

negatief effect op de omringende natuur met zich mee.<br />

Het terrein ligt aan de Hoge Vaart. Provincie, waterschap en Staatsbosbeheer gaan deze<br />

vaart inrichten om te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water. De initiatiefnemer is<br />

eigenaar van een perceel aan de Hoge Vaart. Door dit perceel in te zetten voor het KRW<br />

project zal er een positief effect op de natuur in de omgeving ontstaan.<br />

Het plan voor de <strong>Bosruiterweg</strong> 16<br />

Omvormen camping naar huisvesting arbeidsmigranten.<br />

Moerasontwikkeling aan Hoge Vaart van 20 m breed<br />

Moerasontwikkeling Staatsbosbeheer aan beide oevers<br />

Bestemming verblijfsrecreatie in gebruik als akker<br />

Zoon/ <strong>Bosruiterweg</strong> 16 Zeewolde / natuurontwikkeling Hoge Vaart/ 20120119 2


Technisch dwarsprofiel moerasontwikkeling<br />

Uit te graven grond verwerken op eigen terrein. In beschoeiing Hoge Vaart enkele gaten maken voor dieren op waterspiegel en juist daaronder.<br />

Impressie van mogelijke toekomstige levensgemeenschappen in de moeraszone (Wilgen, riet, waterplanten, otters en bevers)<br />

5 jaarlijks beheer van de waterstrook (0 – 8 m) vanaf de landzijde; Beheer overjarig waterriet (15 – 20 m) in vorstperioden. Terrein is niet toegankelijk.<br />

Zoon/ <strong>Bosruiterweg</strong> 16 Zeewolde / natuurontwikkeling Hoge Vaart/ 20120119 3


Logo<br />

MEMO<br />

Aan : Kees Vos<br />

Van : Jos Hengeveld en Mirjam van de Wege<br />

Dossier : BA4000-133-101<br />

Project : Onderzoek verkeersafwikkeling ontwikkeling buitengebied Zeewolde<br />

Betreft : ·Ontwikkeling logies seizoensarbeiders<br />

Versie : Definitief<br />

Ons kenmerk : MO-AF20120231<br />

Datum : 13 april 2012<br />

Inleiding<br />

De gemeente Zeewolde is voornemens om in het buitengebied een voorziening te ontwikkelen voor de tijdelijke<br />

huisvesting (logies) van seizoensarbeiders. Hiervoor heeft de gemeente een locatie op het oog aan de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> genaamd “De Bosruiter”. De gemeente heeft DHV advies gevraagd om de verkeerskundige impact<br />

van deze ontwikkelingen in kaart te brengen. Doel van dit onderzoek is om aan te geven wat het verschil is van<br />

tussen de verkeergeneratie van het huidige bestemmingsplan en het toekomstig bestemmingsplan en of de<br />

ontsluitingsroute via de <strong>Bosruiterweg</strong> het verkeer kan verwerken.<br />

Variant 0 – Huidig bestemmingsplan<br />

In het huidige bestemmingsplan heeft het onderzoeksgebied een recreatieve bestemming. Binnen de grenzen van<br />

deze recreatieve bestemming is een nieuwe functie gepland (deze staat beschreven onder variant 1).<br />

<strong>Bosruiterweg</strong><br />

Legenda<br />

Recreatieve functie<br />

DHV B.V.<br />

Fig1: Locatie voorgenomen ontwikkeling “Seizoensarbeiders-logies’ in het buitengebied Zeewolde<br />

Verkeersgeneratie<br />

De huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> is ongeveer 300 motorvoertuigen op een werkdag (per etmaal). Echter is<br />

het terrein met de huidige bestemming “recreatieve functie’ (nog) niet ontwikkeld. Indien er conform het<br />

bestemmingsplan een recreatieve functie op het gehele terrein plaats zal vinden is de inschatting dat het verkeer<br />

toeneemt met ongeveer 1.200 motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag per etmaal (voor een berekening zie<br />

bijlage 1).<br />

DHV Groep is een internationaal advies- en ingenieursbureau dat wereldwijd actief is en kantoren heeft in Europa, Afrika, Azië en Noord-Amerika.<br />

DHV B.V. is onderdeel van de DHV Groep. Kamer van Koophandel nr. 31034767.<br />

Het kwaliteitssysteem van DHV B.V. is gercertificeerd volgens ISO 9001.


DHV B.V.<br />

Gezien de huidige intensiteit en de mogelijk te ontwikkelen functie binnen het huidige bestemmingsplan dient de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> 1.500 motorvoertuigen per etmaal te kunnen verwerken.<br />

Huidige wegprofiel en wegfunctie<br />

Inhaallocatie<br />

3,6 meter<br />

Fig3: Wegbreedte bosruiterweg<br />

De <strong>Bosruiterweg</strong> heeft een wegbreedte van 3.6 meter. Dit betekent dat het verkeer op de weg elkaar niet kan<br />

inhalen. Om deze reden zijn er een aantal locaties waar er door een verbreding of zijstraat een mogelijkheid tot<br />

passeren is. Hierdoor kan de huidige hoeveelheid verkeer van 300 motorvoertuigen per etmaal zonder knelpunten<br />

afgewikkeld worden.<br />

De <strong>Bosruiterweg</strong> heeft als wegtype “erftoegangsweg type II (buiten de bebouwde kom”). Dit wegtype dient in het<br />

algemeen voor wegen tot een intensiteit van ongeveer 1.500 motorvoertuigen (per etmaal). Op basis van het huidig<br />

gebruik, de huidige inrichting en de huidige wegfunctie kan gesteld worden dat de huidige weg voldoet.<br />

Variant 1 – Mogelijk gewijzigd bestemmingsplan<br />

In het mogelijk gewijzigd bestemmingsplan vervalt de recreatieve functie en wordt deze deels vervangen door de<br />

functie seizoensarbeiders-logies zal deels een agrarische bestemming krijgen.<br />

<strong>Bosruiterweg</strong><br />

Legenda<br />

3,6 meter<br />

Seizoenarbieder-logies<br />

Agrarische bestemming<br />

Fig3: Locatie voorgenomen ontwikkeling “Seizoensarbeiders-logies’ in het buitengebied Zeewolde<br />

Toekomstige verkeersgeneratie<br />

De huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> is ongeveer 300 motorvoertuigen op een werkdag (per etmaal). Indien het<br />

bestemmingsplan wordt aangepast en er op de nieuwe bestemming seizoensarbeiders-logies komen, neemt het<br />

verkeer ten opzichte van de huidige situatie toe. De toename van het verkeer is ongeveer 950 motorvoertuigen op<br />

een werkdag per etmaal (voor een berekening zie bijlage 2).<br />

MO-AF20120231 13 april 2012<br />

Error! Reference source not found.Error! Reference source not found. - 2 -


DHV B.V.<br />

Gezien de toekomstige functie van het gebied dient de <strong>Bosruiterweg</strong> ongeveer 1.250 motorvoertuigen per etmaal te<br />

kunnen verwerken.<br />

Toekomstig wegprofiel en wegfunctie<br />

Het verkeer neemt toe tot circa 1.250 motorvoertuigen per etmaal. Hierdoor zal het, vaker dan in de huidige situatie,<br />

voorkomen dat verkeer van tegengestelde richtingen elkaar tegenkomt. Door aanwezig fietsgebruik en<br />

toegankelijkheid van landbouwverkeer en brandweer wordt aanbevolen om maximaal om de 300 meter en bij<br />

voorkeur om de 200 meter een inhaal mogelijkheid te creëren.<br />

Om de mogelijkheid te creëren dat een auto een vrachtauto kan inhalen is een wegbreedte nodig van minimaal 5.50<br />

meter (op basis van ASVV, stilstaand voertuig en een rijdend voertuig) en idealiter een uitwijkvak van 20 meter lang<br />

(in verband met een mogelijke vrachtwagen of landbouwvoertuig). De huidige wegbreedte is 3.6 meter, waardoor<br />

het vak (bij een benodigde wegbreedte van 5.5 meter) in 1.90 meter diep dient te zijn.<br />

Indien er te weinig inhaallocaties zijn op de weg is de kans groot dat er meer voertuigen door de berm gaan rijden<br />

(vanwege de beperkte wegbreedte), waardoor bermschade kan optreden.<br />

Conclusies en aanbevelingen<br />

Geconcludeerd kan worden dat de nieuwe bestemming (seizoensarbeiders-logies) een kleinere impact heeft op de<br />

verkeersstromen dan de huidige bestemming (recreatieve functies). Echter doordat de huidige bestemming op het<br />

moment niet benut wordt in het betreffende gebied is de huidige verkeersstroom beperkt tot 300 motorvoertuigen<br />

per etmaal.<br />

De bosruiterweg kan op basis van het huidig gebruik, de huidige inrichting en de huidige wegfunctie het verkeer<br />

verwerken. Echter indien de huidige of toekomstige bestemming wordt ontwikkeld, wordt aanbevolen om zorg te<br />

dragen voor goede uitwijkvakken langs de <strong>Bosruiterweg</strong>.<br />

MO-AF20120231 13 april 2012<br />

Error! Reference source not found.Error! Reference source not found. - 3 -


Bijlage 1 Variant 0 – Huidig bestemmingsplan<br />

Mogelijk toekomstig gebruik recreatieve functie<br />

490 mogelijk aantal te bouwen plekken voor caravans (kavels)¹<br />

23,2 verkeerbewegingen (per etmaal) per 10 caravans (kavels)²<br />

1160 verkeerbewegingen per etmaal extra uitbreiding mogelijk<br />

Huidig gebruik (per etmaal)<br />

4% vrachtverkeer (werkdag)<br />

260 voertuigen per etmaal (werkdag)<br />

60 fietsers (werkdag)<br />

300 mvt gemiddeld op een werkdag<br />

Toekomstig gebruik met recreatieve functie (per etmaal)<br />

circa 1500 mvt gemiddeld op een werkdag in de toekomst<br />

Legenda<br />

Recreatieve functie<br />

Seizoenarbieders logies<br />

Agrarische bestemming<br />

¹Inschatting aantal te bouwen plekken op basis van nog beschikbare ruimte (0,155 km2)<br />

ten opzichte van het reeds bebouwde gedeelte (0,03 km2 voor 80 kavels).<br />

²Kavels zijn bestemd voor plaatsen van caravans over het hele jaar ook voorzieningen<br />

zijn hierop afgestemd. Om deze reden is uitgegaan van verblijfsrecreatie en niet kampeerterrein.<br />

Pagina 92, tabel 44 uit verkeersgeneratie voorzieningen - CROW 272<br />

DHV B.V.<br />

MO-AF20120231 13 april 2012<br />

Error! Reference source not found.Error! Reference source not found. - 4 -


Bijlage 2 Variant 1 – Mogelijk gewijzigd bestemmingsplan<br />

Logies seizoensarbeiders<br />

600 personen¹<br />

2,5 autobezetting (1 tot 3) / en correctie voor fietsgebruik²<br />

240 auto's (motorvoertuigen)<br />

4 verkeersbewegingen per dag per motorvoertuig³<br />

960 voertuigbewegingen per dag (motorvoertuigen*verkeersbewegingen per dag)<br />

Huidig gebruik (per etmaal)<br />

4% vrachtverkeer (werkdag)<br />

260 voertuigen per etmaal (werkdag)<br />

60 fietsers (werkdag)<br />

300 mvt gemiddeld op een werkdag<br />

circa 1250 mvt gemiddeld op een werkdag in de toekomst<br />

Legenda<br />

Recreatieve functie<br />

Seizoenarbieders logies<br />

Agrarische bestemming<br />

¹ maximaal aantal bewoners van de seizoensarbeiders voorzieningen<br />

² De ervaring is dat seizoensarbeiders met meerdere mensen gezamenlijk van en naar het werk<br />

reizen (vandaar een auto bezetting van 2,5 personen). Tevens is hierin meegenomen dat een<br />

klein deel van de seizoensarbeiders met de fiets gaat.<br />

Er worden ook max 240 parkeerplaatsen aangelegd bij de voorziening. Uitgaande van<br />

de norm kamerverhuur (0,4 parkeerplaatsen per kamer).<br />

³ Uitgangspunt is dat een seizoensarbeider heen en terug van het werk reist en dat degene<br />

met een voertuig deze ook daarnaast gebruiken voor een extra rit heen en terug naar bijvoorbeeld<br />

een supermarkt of een recreatieve voorziening.<br />

DHV B.V.<br />

MO-AF20120231 13 april 2012<br />

Error! Reference source not found.Error! Reference source not found. - 5 -


GEMEENTE ZEEWOLDE<br />

VISIE HUISVESTING TIJDELIJKE ARBEIDSMIGRANTEN<br />

DE BOSRUITER<br />

TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN/EXPERIMENTENKADER<br />

Opdrachtnummer : 07.16<br />

Auteurs : mRO<br />

Datum : april 2012<br />

Versie : versie 5


<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 2<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


INHOUDSOPGAVE<br />

1. INLEIDING .................................................................................. 5<br />

1.1 AANLEIDING ............................................................................... 5<br />

1.2 DOEL ....................................................................................... 6<br />

1.3 LEESWIJZER ............................................................................... 7<br />

2. VISIE OP DE ONTWIKKELING ...................................................... 9<br />

2.1 INLEIDING ................................................................................. 9<br />

2.2 PERMANENTE BEHOEFTE AAN TIJDELIJKE HUISVESTING ............................... 9<br />

2.3 KARAKTERISTIEK GEBIED .............................................................. 11<br />

2.4 VORMGEVING HUISVESTING ........................................................... 14<br />

2.5 VOORDELEN ............................................................................. 22<br />

3. BELEID ................................................................................... 25<br />

3.1 INLEIDING ............................................................................... 25<br />

3.2 RIJKSBELEID ............................................................................ 25<br />

3.3 PROVINCIAAL BELEID ................................................................... 26<br />

3.4 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................. 29<br />

3.5 CONCLUSIE .............................................................................. 30<br />

4. EXPERIMENTENKADER ............................................................... 31<br />

4.1 INLEIDING ............................................................................... 31<br />

4.2 VERSTERKING VITALITEIT LANDELIJK GEBIED ........................................ 32<br />

4.3 WAARBORGEN EN VERBETEREN KWALITEIT LANDELIJK GEBIED .................... 33<br />

4.4 OMGANG MET BESTAANDE SITUATIE EN FUNCTIES .................................. 34<br />

4.5 OMGANG MET NATUURWAARDEN ...................................................... 35<br />

4.6 ONTWIKKELINGSVISIE 2030 EN BIJDRAGE AAN SPEERPUNTEN .................... 39<br />

4.7 CONCLUSIE .............................................................................. 41<br />

5. CONCLUSIE ................................................................................ 43<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 3<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 4<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


1. INLEIDING<br />

1.1 Aanleiding<br />

De Epe Groep B.V. is voornemens om op het terrein van de voormalige<br />

camping De Bosruiter te Zeewolde huisvesting voor arbeidsmigranten te<br />

realiseren. In 2008 is de exploitatie van de camping gestaakt en sindsdien is<br />

het terrein niet meer gebruikt. Het initiatief gaat uit van de realisatie van een<br />

aantal logiesgebouwen en centrale voorzieningen, waardoor voorzien kan<br />

worden in de huisvesting van maximaal 600 personen. Huisvesting met een<br />

dergelijke omvang en op deze plaats levert belangrijke voordelen op. De<br />

logiesgebouwen en voorzieningen worden gesitueerd op het terreindeel waar<br />

al infrastructuur van de voormalige camping aanwezig is.<br />

De laatste jaren is in Nederland sprake van een forse instroom van tijdelijke<br />

werknemers, met name uit de Midden- en Oost-Europese nieuwe EUlidstaten.<br />

Ook uit landen Bulgarije en Roemenië komen arbeiders naar<br />

Nederland om tijdelijke arbeid te verrichten. Een grote vraag naar<br />

seizoensarbeiders wordt onder meer veroorzaakt door het grote aantal<br />

vacatures in de land- en tuinbouw. Naar verwachting zal deze vraag de<br />

komende jaren onverminderd hoog blijven en zelfs toenemen. Ook de<br />

toeristen- en horecasector (bijvoorbeeld hotelwezen) is afhankelijk van een<br />

groot aantal (buitenlandse) seizoenskrachten. Daarnaast zijn er sectoren,<br />

zoals de bouw, waarin een toenemende behoefte bestaat aan goedkope<br />

flexibele werkkrachten (flex- of leenarbeid). De bijdrage van arbeidsmigranten<br />

aan de economie is dus onmisbaar.<br />

Tijdelijke werknemers komen meestal zonder gezin naar Nederland om met<br />

lange werkdagen zoveel mogelijk te verdienen. Vanaf begin 2000 zijn de<br />

huisvestingsproblemen voor deze categorie toegenomen; berichten over<br />

erbarmelijke omstandigheden op campings of het ‘huisjesmelken’ in de grote<br />

steden haalden steeds meer de regionale en landelijke pers.<br />

Mede als reactie daarop zijn in de afgelopen jaren in de gemeenten en<br />

provincies waar veel tijdelijke werknemers uit het buitenland gehuisvest zijn,<br />

steeds meer initiatieven genomen om te komen tot verbeterde huisvesting.<br />

Het is immers van groot belang deze nieuwkomers een plek te geven in de<br />

samenleving. Voor de mensen zelf, maar ook voor hun omgeving moet de<br />

huisvesting goed worden geregeld. Er moeten structurele oplossingen gezocht<br />

worden voor een behoefte die allesbehalve tijdelijk is: de meeste<br />

arbeidsmigranten zijn hier weliswaar tijdelijk, de aanwezigheid van tijdelijke<br />

arbeidsmigranten als categorie is structureel. Er moet dus gezocht worden<br />

naar een structureel aanbod van huisvesting voor mensen die hier tijdelijk<br />

komen werken.<br />

Binnen de gemeente Zeewolde en in de omliggende gemeenten zijn ook<br />

honderden tijdelijke buitenlandse werknemers actief. De behoefte aan goede<br />

huisvestingsmogelijkheden voor tijdelijke werknemers is derhalve ook in de<br />

gemeente Zeewolde aanwezig.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 5<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


De gemeente Zeewolde erkent de maatschappelijke behoefte aan goede<br />

huisvesting voor tijdelijke arbeidsmigranten. De gemeente wil mogelijkheden<br />

bieden voor huisvesting van tijdelijke werknemers in één of meer<br />

logiesgebouwen en heeft na een zorgvuldige afweging van diverse locaties de<br />

voorkeur uitgesproken voor de reeds genoemde locatie: het terrein van de<br />

voormalige camping de Bosruiter. Dit heeft zij vastgelegd in de beleidsnotitie<br />

‘huisvesting seizoensarbeiders’.<br />

Het voormalige terrein van camping De Bosruiter is gelegen aan de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> 16 te Zeewolde. De locatie is gesitueerd in het buitengebied van<br />

de gemeente Zeewolde, ten noordwesten van de kern Zeewolde. Het perceel<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> 16 ligt ten noorden van de <strong>Bosruiterweg</strong> en bevindt zich in het<br />

Vaartbos, dat onderdeel is van het Horsterwold, een groot bosgebied. In de<br />

bijgaande figuur is de ligging van het voormalige campingterrein<br />

weergegeven. De huisvesting zal uitsluitend gerealiseerd worden in de<br />

zuidwesthoek van het terrein en beslaat daardoor slechts een klein deel van<br />

het terrein.<br />

Ligging en begrenzing van het voormalige campingterrein<br />

1.2 Doel<br />

Het perceel <strong>Bosruiterweg</strong> 16 heeft in het geldende bestemmingsplan de<br />

bestemming ‘Verblijfsrecreatie’ met de nadere bestemming<br />

‘natuurkampeerterrein’. De realisatie van huisvesting voor arbeidsmigranten<br />

met centrale voorzieningen is in strijd met deze bestemming, daar dit geen<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 6<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


gebruik ten behoeve van verblijfsrecreatie betreft. Dit betekent dat om de<br />

huisvesting mogelijk te maken, het bestemmingsplan moet worden herzien.<br />

Bij de herziening van het bestemmingsplan dient rekening te worden<br />

gehouden met het ruimtelijk beleid van de provincie Flevoland. Dit beleid is<br />

vastgelegd in het Omgevingsplan Flevoland 2006. Hoewel de gemeente<br />

Zeewolde de realisatie van de huisvesting voor tijdelijke werknemers op het<br />

terrein van de voormalige camping De Bosruiter passend acht binnen het<br />

Omgevingsplan, heeft de provincie Flevoland laten weten dat alleen met<br />

toepassing van het ‘Experimentenkader Landelijk Gebied’ medewerking kan<br />

worden verleend aan het project. De provincie is de mening toegedaan dat de<br />

realisatie van de huisvesting niet passend is binnen het beleid van het<br />

Omgevingsplan. De provincie biedt in het Omgevingsplan voor ontwikkelingen<br />

waarvoor het ruimtelijk beleid te beperkend blijkt te zijn, de mogelijkheid om<br />

op experimentele basis het planologische regime voor de betreffende<br />

ontwikkeling en gebied te verruimen, het zogenoemde Experimentenkader.<br />

Hieraan zijn voorwaarden verbonden die in het Omgevingsplan zijn<br />

opgenomen.<br />

Het doel van de voorliggende rapportage is om invulling te geven aan het<br />

experimentenkader c.q. te onderbouwen dat dit kader kan worden toegepast<br />

om de huisvesting van de tijdelijke arbeidsmigranten op het terrein van de<br />

voormalige camping de Bosruiter mogelijk te maken. Hiertoe zal onder meer<br />

worden ingegaan op de voorwaarden die zijn verbonden aan toepassing van<br />

het experimentenkader.<br />

1.3 Leeswijzer<br />

De rapportage is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 omvat de visie op de<br />

ontwikkeling. Hiertoe zal in dit hoofdstuk worden ingegaan op de<br />

maatschappelijke behoefte aan huisvesting, op de vormgeving en voordelen<br />

van de voorgestane huisvesting. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens het beleid<br />

besproken en de passendheid van de ontwikkeling in het beleid. Hierbij zal<br />

met name worden stilgestaan bij het provinciaal beleid. Hoofdstuk 4 beschrijft<br />

daarna hoe invulling gegeven wordt aan de voorwaarden uit het<br />

Experimentenkader. De verschillende voorwaarden worden hiervoor<br />

afzonderlijk besproken. Tot slot worden in hoofdstuk 5 conclusies getrokken.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 7<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 8<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


2. VISIE OP DE ONTWIKKELING<br />

2.1 Inleiding<br />

In dit hoofdstuk komt de visie op de realisatie van huisvesting voor tijdelijke<br />

werknemers aan de orde. Eerst wordt ingegaan op de maatschappelijke<br />

behoefte aan deze huisvesting. Vervolgens komt de karakteristiek van het<br />

gebied waar de huisvesting gerealiseerd moet worden aan de orde. Daarna<br />

wordt de vormgeving van de huisvesting beschreven. Tot slot worden aan<br />

aantal voordelen van de voorgestane vorm van huisvesting besproken.<br />

2.2 Permanente behoefte aan tijdelijke huisvesting<br />

De Nederlandse economie vraagt om extra arbeidskrachten. De openstelling<br />

van de grenzen met de Midden- en Oost-Europese landen, per 1 mei 2007,<br />

betekent dat werkgevers die arbeidskrachten nu gemakkelijk uit deze landen<br />

kunnen aantrekken. Ook kunnen hierdoor werknemers uit deze landen<br />

gemakkelijk bij Nederlandse werkgevers in dienst treden. De laatste jaren<br />

kent Nederland dan ook een forse instroom van tijdelijke werknemers, met<br />

name uit de Midden- en Oost-Europese EU-lidstaten. De verwachting is niet<br />

dat deze instroom bij een krimp van de Nederlandse economie substantieel<br />

zal afnemen. Werkloosheid op een deel van de arbeidsmarkt voorkomt niet<br />

dat er op een ander deel van die markt tekorten zijn. Werklozen zijn meestal<br />

niet in staat om de vacatures voor zeer gespecialiseerde arbeid te vervullen.<br />

Ook zijn zij vaak niet bereid om te werken in bepaalde minder aantrekkelijke<br />

banen voor ongeschoolden. Kortom, Nederlandse werklozen en immigranten<br />

zijn helemaal niet op zoek naar dezelfde banen.<br />

Arbeidsmigranten verrichten doorgaans via verschillende kanalen<br />

werkzaamheden in Nederland. Ze zijn rechtstreeks bij een werkgever in<br />

dienst, zijn via een uitzendbureau aan het werk of ze vestigen zich als<br />

zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Ook kunnen zij via een buitenlands<br />

bedrijf in Nederland werkzaam zijn.<br />

Volgens de VROM-Inspectie waren in er februari 2008 (gebaseerd op de best<br />

bruikbare gegevens) in <strong>totaal</strong> circa 100.000 arbeidsmigranten uit Midden- en<br />

Oost-Europa in Nederland werkzaam. Hiervan waren er 22.000 zzp’er en<br />

78.000 als werknemer in dienst. Van deze laatste categorie waren er 35.000<br />

uitzendkrachten.<br />

Per 1 januari 2009 waren er in <strong>totaal</strong> 166.700 personen afkomstig uit Midden-<br />

en Oost Europese landen in Nederland. Deze groep bestaat uit 65.000<br />

ingeschrevenen bij het GBA, 87.000 bij het UWV, 7.000 werknemers met een<br />

Pools-Duitse nationaliteit en 7.700 ondernemers. Deze aantallen stijgen<br />

jaarlijks, met een piek tussen juli 2007 en juli 2008, na de openstelling van<br />

de grenzen. Het aantal Midden- en Oost Europeanen dat officieel in Nederland<br />

woont, is sinds 1996 van ruim 10.000 verzesvoudigd tot bijna 65.000 per 1<br />

januari 2009. Het gaat vooral om Polen (55%), Bulgaren (16%) en Roemenen<br />

(10%).<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 9<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Het voorgaande betekent dat in Nederland rekening gehouden moet worden<br />

met de vraag naar huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten. Nederland zal<br />

naar verwachting tot in lengte van dagen tijdelijke arbeidsmigranten nodig<br />

hebben. Dit heeft een permanente behoefte aan tijdelijk onderdak tot gevolg.<br />

De meeste arbeidsmigranten wonen immers niet in Nederland, ze verblijven<br />

hier tijdelijk. Bij hun huisvesting is dus sprake van logies, in plaats van<br />

wonen. Er moet een structureel aanbod komen van huisvesting voor mensen<br />

die hier tijdelijk komen werken. Dit is een dringende maatschappelijke<br />

behoefte die ook al geruime tijd bestaat. In opdracht van de Ministeries van<br />

VROM en SZW is al in 2005 door Regioplan een onderzoek uitgevoerd naar de<br />

aard en omvang van de huisvestingsproblematiek rond tijdelijke werknemers<br />

uit het buitenland.<br />

Van de gemeenten die aan dat onderzoek deelnamen gaf ruim de helft aan<br />

dat er in hun gemeente tijdelijke werknemers uit het buitenland werkzaam of<br />

woonachtig zijn. Tweederde had te maken met huisvestingsproblemen in de<br />

vorm van een tekort aan passende huisvesting en gebrekkige en<br />

ondeugdelijke huisvesting werden als de grootste problemen gezien.<br />

In de agrarische sector is een deel van de problematiek seizoensgebonden,<br />

maar voor de glastuinbouw geldt dat de huisvestingsproblemen zich<br />

gedurende een heel jaar voordoen. Dit laatste geldt eveneens voor de<br />

industrie, de bouw, de horeca en andere branches waar sprake is van inzet<br />

van tijdelijke werknemers uit het buitenland.<br />

De huisvesting vond en vindt zowel in de grote steden plaats als in rurale<br />

gemeenten en in zowel de woonkernen als de buitengebieden. In de grote<br />

steden en woonkernen betreft dat vooral pensions, kamerverhuurbedrijven en<br />

particuliere huiseigenaren. In de rurale gemeenten en buitengebieden vindt<br />

voornamelijk huisvesting op campings, bungalowparken, op het erf van<br />

boerderijen en bijgebouwen van bedrijven plaats.<br />

De werkgevers zijn belangrijke aanbieders van huisvesting voor tijdelijke<br />

werknemers. Dit is vaak op het bedrijventerrein zelf, maar ook door het<br />

opkopen van enkele woningen binnen een woonkern. Verder zijn er nog<br />

andere aanbieders actief, zoals ondernemers van campings en<br />

recreatieparken. Bij ongeveer een kwart van de gemeenten was in 2005 er<br />

sprake van malafide verhuurders of uitzendorganisaties die de huisvesting<br />

verzorgen. De problematiek is sinds 2005 alleen maar gegroeid.<br />

Door een tekort aan passende huisvesting worden er door werkgevers allerlei<br />

noodmaatregelen genomen of (semi)-illegale oplossingen bedacht om<br />

huisvesting aan tijdelijke werknemers aan te bieden. Daarnaast zijn er<br />

verhuurders en aanbieders actief die ondeugdelijke huisvesting aanbieden. Dit<br />

kan leiden tot ongewenste situaties en overlast. De overlast die door<br />

huisvestingsproblemen ontstaat, heeft op drie groepen betrekking:<br />

De tijdelijke werknemers. Door overbewoning, onveilige situaties,<br />

gebrekkige hygiëne, weinig privacy, veel stress, et cetera heeft het<br />

nadelige gevolgen voor hun welzijn en veiligheid;<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 10<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


De omwonenden. Door lawaai, samenscholing op straat, parkeeroverlast,<br />

verloop, overbewoning, verschillen in culturele achtergrond en door het<br />

ontbreken van toezicht neemt de leefbaarheid af;<br />

Overige groepen. Werkgevers en in mindere mate bezoekers van de<br />

gemeente en reguliere woningzoekenden ervaren overlast door de<br />

problematiek. Doordat werkgevers moeite hebben om voor huisvesting te<br />

zorgen, kunnen zij kampen met personeelsproblemen en leidt het regelen<br />

van huisvesting tot administratieve lasten en kosten.<br />

Dat heeft tot gevolg gehad dat in de afgelopen jaren op alle niveaus beleid is<br />

ontwikkeld om tot een verbetering van de situatie te komen. Naast<br />

intensivering van toezicht en handhaving en het aanpassen van regelgeving is<br />

een belangrijk deel van dat beleid gericht op het verhogen van het aanbod<br />

van passende huisvesting.<br />

Het ontwikkelen van tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten op de<br />

voormalige camping De Bosruiter sluit aan op het beleid om tot verhoging van<br />

het aanbod van passende huisvesting te komen. Daarmee wordt tegemoet<br />

gekomen aan een dringende maatschappelijke behoefte.<br />

2.3 Karakteristiek gebied<br />

Het voormalige natuurkampeerterrein De Bosruiter is gelegen in het Vaartbos,<br />

onderdeel van het bosgebied Horsterwold, en wordt omgeven door de<br />

loofbossen van dit grote bosgebied. Dit bosgebied behoort tot de Ecologische<br />

Hoofdstructuur (EHS). Het terrein zelf maakt geen onderdeel uit van de EHS.<br />

Aan de noordrand grenst het terrein aan de Hoge Vaart, aan de overzijde<br />

hiervan ligt een omvangrijk agrarisch gebied. Dit agrarisch gebied kenmerkt<br />

zich door openheid, grootschaligheid en een geometrisch verkavelingspatroon.<br />

In de nabijheid van de locatie, circa 1 km. noordoost-waards over de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong>, ligt het vakantiepark ‘Buitenplaats Horsterwold’ met<br />

vakantiewoningen en bijbehorende voorzieningen.<br />

Het bedrijventerrein ‘Horsterparc en Trekkersveld’ ligt op circa 2 km afstand<br />

in dezelfde richting.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 11<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Situering voormalig campingterrein De Bosruiter (binnen rode contour)<br />

Luchtfoto van het voormalige campingterrein De Bosruiter<br />

Het terrein is alleen via de <strong>Bosruiterweg</strong> ontsloten. Ter hoogte van het<br />

bedrijventerrein ‘Trekkersveld- Horsterparc’ sluit deze aan op de Spiekweg<br />

(N207) welke in verbinding staat met overige regionale wegen.<br />

De ruimtelijke structuur van het terrein wordt gekenmerkt door een open veld<br />

temidden van het bos. Een waterstructuur van concentrisch gegraven sloten<br />

markeert de structuur van het (voormalige) kampeerterrein. Er is geen<br />

bebouwing aanwezig. Wel verharding in de vorm van ontsluitingswegen en –<br />

paden. Bij de realisatie van de huisvesting zal deze bestaande ruimtelijke<br />

structuur als uitgangspunt dienen.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 12<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Functionele structuur rondom het voormalige campingterrein<br />

Verkavelingsstructuur rondom het voormalige campingterrein<br />

Verkeersstructuur rondom het plangebied<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 13<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Anno 2011 is het terrein niet meer in gebruik als natuurkampeerterrein. Eind<br />

2008 is de exploitatie al gestaakt. Tot een volledige exploitatie van het<br />

kampeerterrein is het nooit gekomen. Slechts een gedeelte van het terrein is<br />

voor dat gebruik ingericht. Dit betreft het meest zuidwestelijke deel. Bij de<br />

realisatie van de huisvesting zal hierop worden ingespeeld. Een deel van het<br />

terrein is tijdelijk voor agrarische doeleinden (akker) gebruikt.<br />

Toegang terrein vanaf de <strong>Bosruiterweg</strong> (bron: Google Maps)<br />

<strong>Bosruiterweg</strong>, gezien in noordoostelijke richting, het voormalige campingterrein ligt links achter<br />

de bospercelen en is niet zichtbaar vanaf de weg (bron: Google Maps)<br />

2.4 Vormgeving huisvesting<br />

De huisvesting voor tijdelijke werknemers zal worden gesitueerd op het<br />

zuidwestelijke deel van het terrein van de voormalige camping. Dit heeft een<br />

omvang van circa 5 ha. Dit is het terreindeel dat in het verleden daadwerkelijk<br />

gebruikt is als camping en daartoe geschikt is gemaakt, onder meer door<br />

de aanleg van ontsluitingswegen en -paden. Deze ontsluitingsstructuur zal<br />

voor de nieuwe ontwikkelingen weer benut worden. Het terreindeel dat niet<br />

zal worden ingezet ten behoeve van de ontwikkelingen, zal een agrarische<br />

bestemming krijgen.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 14<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Gebouwen<br />

Ten behoeve van de huisvesting zullen op het terrein vijftien nieuwe<br />

logiesgebouwen worden gebouwd. Twaalf logiesgebouwen bestaan uit acht<br />

‘logieseenheden’ en drie gebouwen bestaan uit zes ‘logieseenheden’. In <strong>totaal</strong><br />

worden daardoor 114 logieseenheden gerealiseerd. Een logieseenheid is een<br />

eenheid voor meerdere personen die ruimtes delen. Een eenheid bestaat uit<br />

een woonvertrek met open keuken, 5 slaapvertrekken, hal, toiletruimte en<br />

badruimte.<br />

De vijftien geplande logiesgebouwen kunnen voorzien in de<br />

huisvestingsbehoefte van maximaal 600 personen. Per persoon is binnen de<br />

gebouwen 13,5 m² vloeroppervlakte beschikbaar. De logiesgebouwen zullen<br />

worden gecertificeerd door de Stichting Keurmerk Internationale<br />

Arbeidsbemiddeling (SKIA). Arbeidsmigranten mogen alleen tijdelijk<br />

gehuisvest worden in de gebouwen. Het gaat immers om tijdelijk verblijf van<br />

personen die elders hun hoofdverblijf hebben (logies).<br />

De logiesgebouwen worden ten noorden en ten zuiden van de bestaande<br />

ontsluitingsweg gesitueerd. De gebouwen bestaan uit twee bouwlagen met<br />

een kap. Deze hoogte wordt passend geacht bij de omgeving, omdat het<br />

terrein omgeven wordt door hoge bomen en de bebouwing door de beperkte<br />

hoogte niet boven de bomen uit zal komen, waardoor deze niet zichtbaar zal<br />

zijn vanuit de omgeving. Doordat de bebouwing alleen in het zuidwestelijke<br />

deel van het voormalige campingterrein wordt gerealiseerd, wordt de<br />

bebouwing zoveel mogelijk compact gehouden en geconcentreerd.<br />

Tegelijkertijd blijft er door de verdeling van de logieseenheden over<br />

verschillende gebouwen sprake van openheid tussen de bebouwing en<br />

ontstaat er geen aaneengesloten rij bebouwing.<br />

Naast de logiesgebouwen, zullen er ook drie gebouwen worden gerealiseerd<br />

voor centrale voorzieningen ten behoeve van de tijdelijke werknemers. In<br />

deze gebouwen worden de volgende functies gehuisvest: receptie, kantoren,<br />

leslokalen, winkelruimte (voor dagelijkse boodschappen), wasruimte,<br />

fitnessruimte, stilteruimte, recreatieruimte en opslagruimte. Deze drie<br />

gebouwen bestaan uit één bouwlaag met een kap en worden gesitueerd nabij<br />

Artist impression huisvesting tijdelijke werknemers (bron: J. de Ruiter Holding bv)<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 15<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


de ingang van het terrein. Als men het terrein op- of afgaat zal men dus altijd<br />

langs deze gebouwen komen. Dit is wenselijk vanuit het oogpunt van sociale<br />

veiligheid en beheer. Bij de centrale voorzieningen worden ook enkele<br />

sportvelden aangelegd.<br />

Ontsluiting<br />

De bestaande ontsluitingsstructuur van het terrein zal gehandhaafd blijven.<br />

Dit betekent dat de bestaande ontsluiting aan de zuidzijde op de <strong>Bosruiterweg</strong><br />

blijft bestaan, evenals de bestaande geasfalteerde ontsluitingswegen op het<br />

terrein zelf. De wegen op het terrein (3,5 meter breed) zullen wel op bepaalde<br />

plekken enigszins worden verbreed. Aan beide zijden zullen betonnen<br />

grasblokken met een breedte van 0,70 meter worden aangebracht, zodat de<br />

weg visueel smal lijkt, maar wel tot 5 meter breedte berijdbaar is. Langs de<br />

ontsluitingswegen zal verlichting worden aangebracht. Het terrein wordt niet<br />

openbaar toegankelijk. Daartoe zal de ingang worden afgesloten met een<br />

slagboom.<br />

Verkeer<br />

De ontsluiting van het terrein komt uit op de <strong>Bosruiterweg</strong>. Deze weg maakt<br />

deel uit van het wegennetwerk in het buitengebied van Zeewolde. De<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> sluit aan de oostzijde aan op de Spiekweg (N705), via welke de<br />

Gooiseweg (N305) bereikbaar is. Vanaf deze weg kunnen de kern Zeewolde<br />

en andere steden en dorpen snel bereikt worden.<br />

De realisatie van de huisvesting voor tijdelijke werknemers zal gevolgen<br />

hebben voor het verkeer op de <strong>Bosruiterweg</strong>. DHV heeft daarom onderzoek<br />

verricht om de verkeerskundige impact van de ontwikkeling van de<br />

huisvesting in kaart te brengen 1 . Doel van dit onderzoek is om aan te geven<br />

wat het verschil is tussen de verkeersgeneratie van het huidige<br />

bestemmingsplan (waarin een recreatieve bestemming voor het terrein De<br />

Bosruiter is opgenomen) en een nieuw bestemmingsplan (waarin de<br />

ontwikkeling van de huisvesting mogelijk wordt gemaakt) en of de<br />

ontsluitingsroute via de <strong>Bosruiterweg</strong> het verkeer kan verwerken. Uit het<br />

onderzoek van DHV blijkt het volgende.<br />

Huidig bestemmingsplan met recreatieve bestemming<br />

In het huidige bestemmingsplan heeft het plangebied een recreatieve<br />

bestemming.<br />

Verkeersgeneratie<br />

De huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> is ongeveer 300 motorvoertuigen op<br />

een werkdag (per etmaal). Echter, het terrein met de huidige recreatieve<br />

bestemming is (nog) niet ontwikkeld. Indien er conform het geldende<br />

bestemmingsplan een recreatieve functie op het gehele terrein plaats zal<br />

vinden, is de inschatting dat het verkeer toeneemt met ongeveer 1.200<br />

motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag per etmaal. Dit betekent dat<br />

gezien de huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> en de mogelijk te<br />

ontwikkelen recreatieve functie binnen het huidige bestemmingsplan, de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> 1.500 motorvoertuigen per etmaal dient te kunnen verwerken.<br />

1 DHV, ‘Memo Ontwikkeling logies seizoensarbeiders’, kenmerk MO-AF20120231, 13 april 2012<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 16<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Huidig wegprofiel en wegfunctie<br />

De <strong>Bosruiterweg</strong> heeft een wegbreedte van 3,6 meter. Dit betekent dat het<br />

verkeer op de weg elkaar niet kan inhalen. Om deze reden zijn er een aantal<br />

locaties waar er door een verbreding of zijstraat een mogelijkheid tot<br />

passeren is. Hierdoor kan de huidige hoeveelheid verkeer van 300<br />

motorvoertuigen per etmaal zonder knelpunten afgewikkeld worden.<br />

Wegbreedte <strong>Bosruiterweg</strong> (bron: DHV)<br />

De <strong>Bosruiterweg</strong> heeft als wegtype “erftoegangsweg type II” (buiten de<br />

bebouwde kom). Dit wegtype dient in het algemeen voor wegen tot een<br />

intensiteit van ongeveer 1.500 motorvoertuigen (per etmaal). Op basis van<br />

het huidig gebruik, de huidige inrichting en de huidige wegfunctie kan gesteld<br />

worden dat de huidige weg voldoet.<br />

Nieuw bestemmingsplan met ontwikkeling huisvesting tijdelijke werknemers<br />

In het nieuwe bestemmingsplan vervalt de recreatieve functie. Deze wordt<br />

voor een deel vervangen door een bestemming die de ontwikkeling van de<br />

huisvesting voor tijdelijke werknemers mogelijk maakt. Het resterende deel<br />

zal een agrarische bestemming krijgen, waardoor de recreatieve functie in het<br />

geheel wordt wegbestemd en niet meer mogelijk is.<br />

Toekomstige verkeersgeneratie<br />

De huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> is ongeveer 300 motorvoertuigen op<br />

een werkdag (per etmaal). Met de realisatie van de huisvesting voor tijdelijke<br />

werknemers, neemt het verkeer ten opzichte van de huidige situatie toe. De<br />

toename van het verkeer is ongeveer 950 motorvoertuigen op een werkdag<br />

per etmaal. Dit betekent dat gezien de huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong><br />

en de ontwikkeling van de huisvesting de <strong>Bosruiterweg</strong> circa 1.250<br />

motorvoertuigen per etmaal moet kunnen verwerken.<br />

Toekomstig wegprofiel en wegfunctie<br />

Het verkeer neemt toe tot circa 1.250 motorvoertuigen per etmaal. Hierdoor<br />

zal het, vaker dan in de huidige situatie, voorkomen dat verkeer van<br />

tegengestelde richtingen elkaar tegenkomt. Door aanwezig fietsgebruik en<br />

toegankelijkheid van landbouwverkeer en brandweer wordt aanbevolen om<br />

maximaal om de 300 meter en bij voorkeur om de 200 meter een inhaal<br />

mogelijkheid te creëren.<br />

Om de mogelijkheid te creëren dat een auto een vrachtauto kan inhalen is<br />

een wegbreedte nodig van minimaal 5,50 meter (op basis van ASVV,<br />

stilstaand voertuig en een rijdend voertuig) en idealiter een uitwijkvak van 20<br />

meter lang (in verband met een mogelijke vrachtwagen of landbouwvoertuig).<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 17<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


De huidige wegbreedte is 3,6 meter, waardoor het vak (bij een benodigde<br />

wegbreedte van 5,5 meter) 1,90 meter breed dient te zijn. Indien er te weinig<br />

inhaallocaties zijn op de weg is de kans groot dat er meer voertuigen door de<br />

berm gaan rijden (vanwege de beperkte wegbreedte), waardoor bermschade<br />

kan optreden.<br />

Conclusie<br />

De realisatie van de huisvesting heeft een kleinere impact op de<br />

verkeersstromen dan de huidige bestemming (recreatieve functie). Immers,<br />

met de recreatieve functie zal het aantal verkeersbewegingen circa op de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> circa 1.500 bedragen en met de huisvesting circa 1.250.<br />

Doordat de huidige bestemming op het moment niet benut wordt, bedraagt<br />

de huidige intensiteit op de <strong>Bosruiterweg</strong> niet meer dan 300 motorvoertuigen<br />

per etmaal.<br />

De capaciteit van de <strong>Bosruiterweg</strong> is voldoende om de toename van het<br />

verkeer als gevolg van de huisvesting op te vangen. Deze weg heeft een<br />

maximale capaciteit van circa 1.500 mvt per etmaal, terwijl de intensiteit na<br />

realisatie van de huisvesting circa 1.250 zal bedragen. Derhalve zal door de<br />

komst van de huisvesting de maximale capaciteit niet worden overschreden.<br />

Bij de ontwikkeling van de huisvesting is het wel nodig om zorg te dragen<br />

voor goede uitwijkvakken langs de <strong>Bosruiterweg</strong>.<br />

Naar aanleiding van de bovengenoemde onderzoeksresultaten is besloten om<br />

het aantal uitwijkplaatsen langs de <strong>Bosruiterweg</strong> te vergroten. Daartoe zullen<br />

aan de zuidzijde van de weg tussen het plangebied en het bedrijventerrein<br />

Trekkersveld een aantal extra uitwijkplaatsen worden aangelegd. Deze zullen<br />

bestaan uit 39 stelconplaten. De uitwijkplaatsen zullen een lengte van 20<br />

meter krijgen en een breedte van 2 meter. Hiermee ontstaat met de breedte<br />

van de <strong>Bosruiterweg</strong> van 3,6 meter ter plaatse van de uitwijkplaatsen een<br />

totale wegbreedte van 5,6 meter. Dit betekent dat voldaan wordt aan de<br />

Uitwijkplaatsen langs de <strong>Bosruiterweg</strong><br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 18<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


minimaal vereiste wegbreedte van 5,5 meter. Er is dan voldoende ruimte om<br />

ongehinderd doorgang te verlenen aan hulpverleningsvoertuigen en<br />

landbouwverkeer. De uitwijkplaatsen zullen zo goed mogelijk zichtbaar<br />

worden gemaakt. De ligging van de uitwijkplaatsen en de afstanden tussen de<br />

uitwijkplaatsen worden weergegeven in de bijgaande afbeelding. Ten behoeve<br />

van de veiligheid zal ook verlichting langs de <strong>Bosruiterweg</strong> worden<br />

aangebracht.<br />

Parkeren<br />

De parkeerbehoefte die de huisvesting met zich meebrengt zal worden<br />

opgevangen op het terrein zelf. Hiertoe worden tussen de logiesgebouwen<br />

kleine parkeerterreintjes aangelegd. Daarnaast wordt voorzien in één groot<br />

parkeerterrein, nabij de centrale voorzieningen. Voorts kan het bestaande<br />

parkeerterrein aan de toegangsweg worden ingezet voor het opvangen van de<br />

parkeerbehoefte. Op grond van het aantal kamers (570, 5 per logieseenheid<br />

* 114 eenheden) zijn er 228 plaatsen nodig. Hierbij is uitgegaan van de parkeernorm<br />

van kamerverhuur die 0,4 parkeerplaatsen per kamer is. In<br />

verband met de maximale bezetting (600 personen, op 30 kamers twee<br />

personen) worden minimaal 240 parkeerplaatsen nodig geacht. Dit komt ook<br />

overeen met een autobezetting van 2,5 personen, die in de praktijk<br />

aannemelijk blijkt. Op het terrein worden 198 parkeerplaatsen aangelegd en<br />

op het bestaande parkeerterrein langs de toegangsweg kan de resterende<br />

behoefte van 42 parkeerplaatsen opgevangen worden (hier zijn 44 plaatsen<br />

aanwezig). Derhalve wordt er voorzien in voldoende parkeergelegenheid.<br />

Groen- en waterstructuur en landschappelijke inpassing<br />

Het terrein is vrijwel geheel omgeven door bospercelen van het Vaartbos. Het<br />

terrein ligt bovendien op grote afstand van de <strong>Bosruiterweg</strong>. Hierdoor is alleen<br />

de entree van het terrein vanaf de openbare weg zichtbaar. Dit heeft tot<br />

gevolg dat het terrein een uitstekende landschappelijke inpassing kent. De<br />

bestaande landschappelijke inpassing zal niet alleen worden gehandhaafd,<br />

maar bovendien worden versterkt, omdat er een afschermde groenbuffer zal<br />

Inrichtingsplan huisvesting tijdelijke werknemers (bron: J. de Ruiter Holding bv)<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 19<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


worden aangelegd tussen de het deel van het terrein dat voor de huisvesting<br />

wordt aangewend en het resterende deel van het terrein.<br />

Direct rondom de gebouwen blijft net als nu groen in de vorm van grasvelden<br />

aanwezig. Doordat direct rondom de gebouwen veel groen aanwezig is, is het<br />

bebouwingspercentage relatief laag. Dit komt ten goede aan de uitstraling van<br />

het terrein.<br />

De bestaande waterstructuur zal worden gehandhaafd. Het huidige<br />

concentrische slotenpatroon zal dus ongewijzigd blijven bestaan, evenals de<br />

waterlopen die aan een aantal zijden van het terrein aanwezig zijn.<br />

Artist impression huisvesting tijdelijke werknemers (bron: J. de Ruiter Holding bv)<br />

Natuurontwikkeling<br />

Tegelijkertijd met de ontwikkeling van de huisvesting zal ook de natuurlijke<br />

structuur worden versterkt. Het terrein ligt aan de Hoge Vaart. De provincie<br />

Flevoland, het waterschap en Staatsbosbeheer geen deze vaart inrichten om<br />

te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hiervoor zal aan<br />

beide oevers een strook van 20 meter breed worden ingericht ten behoeve<br />

van moerasontwikkeling. Staatsbosbeheer beschikt daarvoor reeds over alle<br />

benodigde gronden langs de Hoge Vaart, met uitzondering van de strook die<br />

behoort tot het voormalige campingterrein. Met de initiatiefnemer van de<br />

huisvesting is overeen gekomen dat hij deze strook van 20 meter breed zal<br />

inzetten voor het KRW project en deze strook zal inrichten (en onderhouden)<br />

als moeraszone. Hierdoor ontstaat een aaneengesloten moerasstrook van 20<br />

meter aan beide zijden van de Hoge Vaart. Dit heeft een positief effect op de<br />

natuur in de omgeving.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 20<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Omvormen camping naar huisvesting arbeidsmigranten.<br />

Moerasontwikkeling aan Hoge Vaart van 20 m breed<br />

Moerasontwikkeling Staatsbosbeheer aan beide oevers<br />

Bestemming verblijfsrecreatie in gebruik als akker<br />

Zoon, buro voor ecologie, heeft de moerasontwikkeling ter plaatse van het<br />

voormalige campingterrein in overleg met Staatsbosbeheer nader uitgewerkt 2 .<br />

Onderstaand is een dwarsprofiel opgenomen van de moerasontwikkeling en<br />

een impressie van de mogelijke toekomstige levensgemeenschappen in de<br />

moeraszone. Er zal leefruimte ontstaan voor wilgen, riet, waterplanten, otters<br />

en bevers.<br />

De grond die uitgegraven wordt voor de moerasontwikkeling zal verwerkt<br />

moeten worden op het eigen terrein. In de beschoeiing langs de Hoge Vaart<br />

zullen enkele gaten worden gemaakt, op de waterspiegel en juist daaronder,<br />

voor dieren. De waterstrook (0 tot 8 meter vanaf de landzijde) zal een 5<br />

jaarlijks beheer gaan kennen. Beheer van overjarig waterriet (15 tot 20 meter<br />

vanaf de landzijde) kan in vorstperioden geschieden. De zone zal ten behoeve<br />

van de natuurontwikkeling niet toegankelijk worden voor mensen.<br />

2 Zoon, buro voor ecologie, ‘Moerasontwikkeling langs Hoge Vaart – terrein <strong>Bosruiterweg</strong> 16<br />

Zeewolde’, 19 januari 2012<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 21<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Technisch dwarsprofiel moerasontwikkeling (bron: Zoon, buro voor ecologie)<br />

Impressie van mogelijke toekomstige levensgemeenschappen in de moeraszone (bron: Zoon, buro voor ecologie)<br />

Beheer<br />

Na realisatie van de huisvesting zal het complex beheerd worden door de<br />

initiatiefnemer. Dit betekent dat er sprake is van direct en dagelijks toezicht<br />

door een beheerder op het terrein. De beheerder van het complex is niet<br />

alleen voor de belangen van de verhuurder aanwezig, maar fungeert tevens<br />

als eerste aanspreekpunt voor de huurders. Tevens houdt de beheerder de<br />

‘openbare orde’ op het park in het oog en zal daarbij zo nodig maatregelen<br />

treffen. De gemeente zal een convenant sluiten om afspraken vast te leggen<br />

over het beheer en toezicht, zowel ten aanzien van fysieke als sociale<br />

aspecten.<br />

Resterende deel terrein<br />

Een aanzienlijk deel van de voormalige camping zal niet worden aangewend<br />

voor de huisvesting van de tijdelijke werknemers. Dit deel zal een agrarische<br />

bestemming krijgen, zonder bouwmogelijkheden. Dit is conform het<br />

bestaande gebruik van de gronden. Dit betekent dat de geldende bestemming<br />

als natuurkampeerterrein vervalt en het niet langer mogelijk is de gronden<br />

voor deze functie te gebruiken.<br />

2.5 Voordelen<br />

De te realiseren huisvesting betreft een grootschalige opvang (maximaal 600<br />

personen tegelijkertijd) in het buitengebied. Hieraan zijn een groot aantal<br />

voordelen verbonden. Deze worden onderstaand kort besproken.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 22<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Een sterk voordeel van de voorgestane huisvesting is de schaal. Allereerst<br />

levert de huisvesting een substantiële bijdrage aan de huisvestingsbehoefte.<br />

Daarnaast kan door de grootte de huisvesting efficiënt ontwikkeld en beheerd<br />

worden. Er zal sprake zijn van direct en dagelijks toezicht door een<br />

beheerder. Voorts maakt de schaal het mogelijk om op het terrein ook<br />

centrale voorzieningen ten behoeve van de arbeidsmigranten te realiseren.<br />

Deze voorzieningen komen tegemoet aan de dagelijkse levensbehoeften van<br />

de tijdelijke werknemers die in de huisvesting verblijven. Hierdoor wordt het<br />

verblijf voor hen een stuk aangenamer. De schaal zorgt ook voor een<br />

concentratie van de huisvesting. Verspreiding van de huisvesting in kleine<br />

plukjes c.q. enclaves, wordt zo tegengegaan. Dit is gunstig vanuit het<br />

oogpunt van handhaving, controle, beheer, voorkoming van overlast,<br />

voorkoming van verstening en verrommeling van het landschap, beperking<br />

verkeersbewegingen, etc.<br />

Een tweede voordeel van de te ontwikkelen huisvesting is dat er geen overlast<br />

is voor omwonenden. Deze zijn er immers niet bij de huidige locatie in het<br />

buitengebied. Bij huisvesting op een locatie in de kern van Zeewolde kan dit<br />

voordeel nooit bereikt worden.<br />

Een derde voordeel van de voorgestane huisvestingsvorm is dat er geen<br />

belemmeringen zijn voor de bedrijfsvoering van bedrijven. Bij huisvesting op<br />

een bedrijventerrein zou dit wel optreden omdat de huisvesting de<br />

milieuruimte van de bedrijven op het bedrijventerrein verkleind en daardoor<br />

in principe het bedrijventerrein minder geschikt maakt voor de vestiging van<br />

bedrijven. De dichtstbijzijnde bedrijven liggen op een grote afstand van het<br />

voormalige campingterrein, waardoor zij niet worden gehinderd in hun<br />

bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling.<br />

Het vierde voordeel is dat ondanks dat de locatie van de huisvesting gelegen<br />

is in het buitengebied, deze in de nabijheid van het werk is. Immers, het<br />

merendeel van de arbeidsmigranten is werkzaam op de direct nabij gelegen<br />

bedrijventerreinen Trekkersveld en Horsterparc en in de landbouwsector die<br />

zich manifesteert in het omliggende landelijk gebied. De woon-werk afstand is<br />

hierdoor beperkt. Dit is zowel voor de arbeidsmigranten die gaan verblijven in<br />

de huisvesting als voor het verkeersbeeld gunstig.<br />

Een vijfde voordeel van de realisatie van huisvesting op de voorgestane<br />

locatie is dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Vrijwel<br />

het gehele voormalige campingterrein is omgeven door bospercelen,<br />

waardoor de logiesgebouwen niet zichtbaar zullen zijn in het landschap. Ook<br />

zal hierdoor geen verdichting en verrommeling optreden van het<br />

landschapsbeeld. Geparkeerde auto’s zullen hierdoor eveneens aan het zicht<br />

worden onttrokken.<br />

Een laatste voordeel van de huisvesting op de voorgestane locatie is, dat dit<br />

niet ten koste gaat van de recreatieve functie. Door de nieuwe huisvesting zal<br />

de huisvestingsdruk op recreatieve functies zoals campings en<br />

bungalowparken afnemen, zodat deze weer meer hun ‘eigenlijke’ functie<br />

kunnen vervullen. Doordat het beoogde huisvestingsterrein al geruime tijd<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 23<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


geen recreatieve functie meer vervult, zal de onttrekking van dit terrein aan<br />

de recreatieve functie geen gevolgen hebben voor de recreatieve structuur<br />

van de gemeente Zeewolde.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 24<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


3. BELEID<br />

3.1 Inleiding<br />

In dit hoofdstuk komt het beleid met betrekking tot de huisvesting van<br />

arbeidsmigranten aan de orde. Achtereenvolgens wordt het beleid van het<br />

rijk, de provincie en de gemeente ten aanzien van de huisvesting besproken<br />

en wordt het initiatief voor de huisvesting afgezet tegen dit beleid. Hierbij<br />

wordt de meeste aandacht besteed aan het provinciaal beleid, om te laten<br />

zien dat de gemeente van mening is dat het initiatief voor de huisvesting<br />

passend is binnen dit beleid.<br />

3.2 Rijksbeleid<br />

Ruimte voor arbeidsmigranten<br />

Het Rijk erkent dat de groeiende instroom van buitenlandse werknemers en<br />

de daarmee gepaard gaande huisvestingsvraag een groot probleem is. De<br />

VROM-Inspectie heeft daarom in november 2010 de handreiking ‘Ruimte voor<br />

arbeidsmigranten’ uitgegeven. Dit is een handreiking voor de huisvesting voor<br />

werknemers uit de EU die tijdelijk in Nederland verblijven.<br />

De VROM-Inspectie wil samen met gemeenten en andere organisaties werken<br />

aan ruimte voor arbeidsmigranten die tijdelijk in Nederland verblijven: het<br />

bevorderen van fatsoenlijke oplossingen voor huisvesting, maar ook het<br />

voorkomen en tegengaan van misstanden en overlast. In de handreiking zijn<br />

suggesties en tips voor een plan van aanpak, voor het organiseren van<br />

huisvesting en een effectieve handhaving opgenomen.<br />

De gemeente is volgens de VROM-Inspectie de aangewezen partij om<br />

duidelijkheid te scheppen in waar, wanneer en hoe er arbeidsmigranten<br />

gehuisvest kunnen worden. Dat vraagt om een gemeentelijk beleidskader<br />

waarin gemeenten aangeven waar er mogelijkheden zijn om mensen te<br />

huisvesten en waarin randvoorwaarden voor de huisvesting vastgelegd<br />

worden. De huisvesting van tijdelijke werknemers is in de ogen van het Rijk<br />

dan ook lokaal maatwerk.<br />

In de handreiking wordt aangegeven dat het huisvesten van tijdelijke<br />

werknemers moet worden beschouwd als het bedrijfsmatig verschaffen van<br />

nachtverblijf. Het wordt dus niet onder de functie wonen geschaard, omdat<br />

deze mensen elders, in land van herkomst, hun hoofdverblijf hebben.<br />

Met de handreiking wil de VROM-Inspectie werkgevers, huisvesters en<br />

gemeenten en andere betrokkenen bij de huisvesting van arbeidsmigranten<br />

ondersteunen en stimuleren om actie te ondernemen. In een aantal sectoren<br />

zijn arbeidsmigranten onmisbaar, wat ook blijkt uit een voortgaande groei van<br />

de aantallen, ook in jaren van economische krimp. De uitdaging blijft volgens<br />

de VROM-Inspectie om ook de komende jaren om overlast en onveilige<br />

situaties te voorkomen, en om op een verantwoorde wijze in deze<br />

huisvestingsvraag te voorzien.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 25<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Relatie met het initiatief<br />

De ontwikkeling van tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten op de<br />

voormalige camping De Bosruiter past binnen het rijksbeleid, zoals dat is<br />

vastgelegd in de handreiking. Middels lokaal maatwerk wordt in fatsoenlijke<br />

huisvesting voor tijdelijke werknemers voorzien, zodat misstanden en overlast<br />

wordt voorkomen.<br />

3.3 Provinciaal beleid<br />

Omgevingsplan Flevoland 2006-2015 en Beleidsregel kleinschalige<br />

ontwikkelingen in het landelijk gebied<br />

Voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten geldt het beleid dat is<br />

opgenomen in het Omgevingsplan 2006 en de beleidsregel ‘kleinschalige<br />

ontwikkelingen in het landelijk gebied’.<br />

Het terrein waar de huisvesting is voorzien behoort volgens het<br />

Omgevingsplan tot het landelijk gebied. De provincie wil de vitaliteit van het<br />

landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer<br />

afstemmen op de maatschappelijke behoeften. De inrichting en het gebruik<br />

zullen daardoor in bepaalde gebieden wijzigen. Dit hangt samen met<br />

schaalvergroting en verbreding in de landbouw, de groeiende ruimtevraag van<br />

de sector recreatie en toerisme, de beoogde versterking van de natuur en de<br />

noodzakelijke ingrepen in het watersysteem. Er zijn groeiende kansen voor<br />

combinaties en uitruil van functies. De strikte functiescheiding in het landelijk<br />

gebied is niet langer overal wenselijk. De provincie wil ruimte bieden aan<br />

nieuwe functies in het landelijk gebied ter verbreding van het economisch<br />

draagvlak en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie.<br />

Ontwikkelingsvisie 2030 Omgevingsplan<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 26<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Vooral in de oostrand van Flevoland bestaan goede mogelijkheden voor een<br />

verweving van landbouw, recreatie, natuur, waterberging, kleinschalige<br />

bedrijvigheid en landelijk wonen, waardoor een lappendeken van functies kan<br />

ontstaan. Dit vraagt een zorgvuldige regie, zodat de kwaliteit van natuur,<br />

landschap, water en milieu behouden blijft. De provincie heeft de oostrand<br />

daarom ook verheven tot speerpuntgebied. De locatie waar de huisvesting<br />

voor arbeidsmigranten is voorzien, is gelegen in deze oostrand. Daartoe is het<br />

gebied en omgeving op de kaart van de ontwikkelingsvisie aangewezen als<br />

‘Zoekgebied combinatie landbouw, natuur (inclusief landgoederen),<br />

verblijfsrecreatie en waterbeheer’.<br />

Wonen dient volgens het provinciaal beleid in principe plaats te vinden binnen<br />

of aansluitend bij bestaande kernen. Daarnaast is wonen in het landelijk<br />

gebied mogelijk op vrijkomende agrarische bouwpercelen.<br />

Op (voormalige) agrarische bouwpercelen in het landelijk gebied is er ruimte<br />

voor kleinschalige niet agrarische en agrarisch aanverwante activiteiten.<br />

Nieuwe niet-agrarische functies mogen geen afbreuk doen aan het<br />

verstedelijkingsbeleid. Vestiging van activiteiten in het buitengebied die<br />

thuishoren op een bedrijventerrein of in een woonkern is in principe niet<br />

toegestaan. Bovendien mogen ze de landschappelijke en cultuurhistorische<br />

kernkwaliteiten niet aantasten en moet rekening worden gehouden met de<br />

betreffende basiskwaliteiten. Milieuhygiënisch, landschappelijk en<br />

verkeerstechnisch ongewenste effecten moeten worden voorkomen.<br />

De beleidsregel ‘kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied’ maakt de<br />

tijdelijke groepshuisvesting van arbeidsmigranten tot 50 personen mogelijk op<br />

bestaande bouwpercelen. Bij activiteiten op (voormalige) agrarische<br />

bouwpercelen is de nadere invulling aan de gemeenten gelaten. De<br />

gemeenten moeten wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De provincie let<br />

hierbij vooral op de relatie met het verstedelijkingsbeleid en de inpassing in<br />

de omgeving.<br />

Relatie met het initiatief<br />

De realisatie van huisvesting voor tijdelijke werknemers op het terrein van de<br />

voormalige camping De Bosruiter past naar de mening van de gemeente<br />

Zeewolde binnen het provinciaal ruimtelijk beleid. Hiervoor zijn de volgende<br />

redenen.<br />

De huisvesting betreft geen wonen, maar logies. Het gaat immers om tijdelijk<br />

verblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben. Uitsluitend tijdelijk<br />

verblijf is dus toegestaan. De te realiseren huisvesting betreft dus een<br />

wezenlijk andere huisvestingsvorm dan permanente bewoning. Van<br />

verstedelijking van het landelijk gebied is met de realisatie van de huisvesting<br />

dan ook geen sprake.<br />

Logies ten behoeve van arbeidsmigranten is passend op de voorgestane<br />

locatie omdat dit vergelijkbaar is met verblijfsrecreatie. De locatie is in de<br />

ontwikkelingsvisie 2030 van het Omgevingsplan aangemerkt als ‘Zoekgebied<br />

combinatie landbouw, natuur (inclusief landgoederen), verblijfsrecreatie en<br />

waterbeheer’. Verblijfsrecreatie strookt dus met het Omgevingsplan. De logies<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 27<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


schurkt direct tegen verblijfsrecreatie aan. Hoewel de logies niet ten behoeve<br />

van verblijfsrecreatie is en daarmee naar de letter niet hetzelfde is als<br />

verblijfsrecreatie, is de ruimtelijke impact wel vergelijkbaar met die van<br />

verblijfsrecreatie. Immers, het betreft net als bij verblijfsrecreatie tijdelijk<br />

verblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben. Daarnaast zullen bij<br />

de huisvesting centrale voorzieningen gerealiseerd worden, zoals een<br />

winkeltje, receptie en dergelijke, die vergelijkbaar zijn met de centrale<br />

voorzieningen die voorkomen op verblijfsrecreatieterreinen. Voorts zal de<br />

logiesbebouwing een omvang krijgen die ook bij verblijfsrecreatie mogelijk<br />

zou zijn.<br />

De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de<br />

gebruiksmogelijkheden daarvan meer afstemmen op de maatschappelijke<br />

behoeften. De strikte functiescheiding is daarom niet langer overal wenselijk<br />

in het landelijk gebied. De provincie wil ruimte bieden aan nieuwe functies in<br />

het landelijk gebied ter verbreding van het economisch draagvlak. De<br />

realisatie van huisvesting voor tijdelijke werknemers op het terrein van de<br />

voormalige camping de Bosruiter past goed in dit beeld. Het gebruik van het<br />

terrein wordt afgestemd op een dringende maatschappelijke behoefte: de<br />

vraag naar passende huisvesting. Er is ook sprake van een nieuwe functie die<br />

de vitaliteit van het landelijk gebied en het economisch draagvlak vergroot.<br />

De Nederlandse economie kan immers niet zonder arbeidsmigranten. De<br />

arbeidsmigranten zijn van groot belang voor in Zeewolde gevestigde<br />

bedrijven. Veel bedrijven zijn voor hun functioneren afhankelijk van tijdelijke<br />

werknemers. De huisvesting verbetert daarmee het vestigingsklimaat voor<br />

bedrijven in de gemeente Zeewolde. Doordat veel arbeidsmigranten<br />

werkzaam zijn op de nabij gelegen bedrijventerreinen Trekkersveld en<br />

Horsterparc en bij landbouwbedrijven in de gemeente, ondersteunt de<br />

huisvesting een zeer belangrijke economische tak voor de economische<br />

vitaliteit van het landelijk gebied in de gemeente. Door de realisatie van de<br />

huisvesting kunnen arbeiders dicht bij hun werk verblijven, in passende en<br />

kwalitatief goede huisvesting. Onwenselijke en illegale woonsituaties worden<br />

zo voorkomen.<br />

De ontwikkeling van de huisvesting op het voormalige campingterrein past<br />

ook prima in de provinciale visie die aangeeft dat er in de oostrand van<br />

Flevoland een lappendeken van functies kan ontstaan, door een verweving<br />

van functies. De huisvestingslocatie is gelegen in het zoekgebied voor de<br />

combinatie van functies. De realisatie van de huisvesting zorgt ervoor dat er<br />

een nieuwe functie wordt toegevoegd aan de lappendeken en dat de<br />

bestaande functies landbouw, recreatie en natuur verweven worden met deze<br />

nieuwe functie. Net zoals landbouw, recreatie en natuur, is ook de tijdelijke<br />

huisvesting een functie die hier passend is, gezien de directe nabijheid van de<br />

werkgelegenheid: de bedrijventerreinen Trekkersveld en Horsterparc en de<br />

landbouwgronden. Bovendien worden de kwaliteit van natuur en landschap<br />

niet geschaad door de komst van de huisvesting. Doordat het terrein vrijwel<br />

geheel omgeven is door bospercelen, wordt het landschapsbeeld niet<br />

aangetast. De huisvesting zal niet zichtbaar zijn vanuit het omliggende<br />

landschap, er treedt geen ‘verrommeld’ of ‘versteend’ beeld op. Er is dus<br />

sprake van een goede landschappelijke inpassing. De gronden rondom het<br />

terrein behoren tot de Ecologische Hoofdstructuur, het terrein zelf niet. Uit<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 28<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


natuuronderzoek 3 blijkt dat de ontwikkeling van de huisvesting geen<br />

(significante) negatieve effecten heeft op de Ecologische Hoofdstructuur en<br />

daarmee de natuurkwaliteit. Voorts is de huisvesting ook verkeerstechnisch<br />

inpasbaar, daar de capaciteit van de <strong>Bosruiterweg</strong>, de ontsluitingsweg, niet<br />

zal worden overschreden.<br />

3.4 <strong>Gemeente</strong>lijk beleid<br />

Notitie huisvesting seizoensarbeiders<br />

De gemeente Zeewolde is zich bewust van de maatschappelijke behoefte aan<br />

goede huisvesting voor tijdelijke werknemers. Het college van B & W van<br />

Zeewolde heeft daarom op 6 september 2011 ingestemd met de ‘Notitie<br />

huisvesting seizoensarbeiders’. Het college wil mogelijkheden bieden voor<br />

huisvesting van tijdelijke werknemers in één of meer logiesgebouwen en heeft<br />

daarbij de voorkeur uitgesproken voor de locatie van de voormalige camping<br />

De Bosruiter aan de <strong>Bosruiterweg</strong>. De gemeente hecht aan kwalitatief goede<br />

huisvesting, gericht op de lange termijn, met een capaciteit voor 300 tot 600<br />

in Zeewolde werkzame personen.<br />

Locatie De Bosruiter<br />

Deze locatie omvat een terrein van circa 20 ha met de bestemming<br />

"natuurkampeerterrein". Het terrein is in beginsel geschikt voor de plaatsing<br />

van één of meer logiesgebouwen ten behoeve van huisvesting van tijdelijke<br />

werknemers. Het hiervoor benodigde terreinoppervlak is echter naar<br />

inschatting van de gemeente aanzienlijk kleiner dan 20 ha. Afhankelijk van de<br />

mate van concentratie van de logiesgebouwen (uitgaande van maximaal twee<br />

bouwlagen) en de eventuele behoefte aan extra voorzieningen zou voor 300<br />

tot 600 eenheden een oppervlakte van maximaal 5 ha toereikend moeten zijn.<br />

Herziening bestemmingsplan<br />

Om de bestemming van het terrein te wijzigen is een herziening van het<br />

geldende bestemmingsplan vereist. De gemeenteraad is de bevoegde<br />

instantie om het bestemmingsplan te wijzigen. De benodigde planologische<br />

procedure wordt niet eerder opgestart dan nadat de initiatiefnemer<br />

overeenstemming heeft bereikt met de huidige particuliere grondeigenaar.<br />

Randvoorwaarden<br />

Aan de benodigde planologische medewerking worden de volgende<br />

voorwaarden gesteld:<br />

1. De huisvesting dient gecertificeerd te worden door de Stichting Keurmerk<br />

internationale Arbeidsbemiddeling (SKIA)<br />

2. De logiesgebouwen moeten een minimale oppervlakte hebben van 500 m²<br />

in één of twee bouwlagen;<br />

3. De noodzakelijke planherziening dient betrekking te hebben op het<br />

gehele terrein van 20 ha, waarbij er een nader te bepalen groenbuffer<br />

komt tussen het terrein met de bestemming "logiesgebouwen" en het<br />

resterende terrein met de bestemming "natuurkampeerterrein" (RvN);<br />

4. De terreineigenaar gaat ermee akkoord dat er op het terrein met de<br />

3 Zoon, buro voor ecologie, ‘Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde’, 22 december<br />

2011.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 29<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


estemming RvN alsnog een wintersluiting (tussen 1/11 en 15/3) van<br />

kracht wordt, conform het reguliere beleid voor natuurkampeerterreinen;<br />

5. De plankosten en de eventuele planschade zijn voor rekening van de<br />

initiatiefnemer; dit wordt vooraf vastgelegd in een overeenkomst.<br />

Relatie met het initiatief<br />

De ontwikkeling van de voorgestane huisvesting op het terrein van de<br />

voormalige camping aan de <strong>Bosruiterweg</strong> strookt met het gemeentelijk beleid<br />

voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zoals opgenomen in de ‘Notitie<br />

huisvesting seizoensarbeiders’. De ontwikkeling voldoet aan alle in de notitie<br />

genoemde uitgangspunten en randvoorwaarden.<br />

3.5 Conclusie<br />

Hierboven is het beleid van het rijk, de provincie en gemeente besproken met<br />

betrekking tot de ontwikkeling van huisvesting van tijdelijke werknemers. Het<br />

initiatief om dergelijke huisvesting te realiseren op het terrein van de<br />

voormalige camping de Bosruiter is afgezet tegen dit beleid. Hieruit komt naar<br />

voren dat de gemeente Zeewolde van mening is dat dit initiatief past binnen<br />

het beleid van alle drie de overheidslagen.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 30<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


4. EXPERIMENTENKADER<br />

4.1 Inleiding<br />

Het Omgevingsplan Flevoland 2006 bevat het integrale omgevingsbeleid voor<br />

de provincie Flevoland in de periode 2006-2015 met een doorkijk naar 2030.<br />

In het Omgevingsplan is aangegeven dat de provincie ruimte wil bieden aan<br />

nieuwe (niet agrarische) functies ten behoeve van de versterking van de<br />

vitaliteit van het landelijk gebied. Het beleidskader voor het landelijk gebied is<br />

nader uitgewerkt in de beleidsregel ‘Kleinschalige ontwikkelingen in het<br />

landelijk gebied’.<br />

In het hoofdstuk ‘Beleid’ is beschreven dat de gemeente Zeewolde van<br />

mening is dat de realisatie van huisvesting voor tijdelijke werknemers op het<br />

terrein van de voormalige camping de Bosruiter past binnen het beleidskader<br />

van het Omgevingsplan en daarmee het provinciaal beleid. De provincie<br />

Flevoland is het hier niet mee eens en heeft laten weten dat alleen met<br />

toepassing van het ‘Experimentenkader Landelijk Gebied’ medewerking kan<br />

worden verleend aan de ontwikkeling van de huisvesting.<br />

Experimentenkader<br />

De provincie biedt in het Omgevingsplan voor ontwikkelingen waarvoor het<br />

beleidskader te beperkend blijkt te zijn, de mogelijkheid om op experimentele<br />

basis het planologische regime voor de betreffende ontwikkeling en gebied te<br />

verruimen. Voorwaarde hiervoor is dan wel dat hieraan een tussen<br />

gebiedspartners overeengekomen integraal plan voor dat gebied ten<br />

grondslag ligt, waarin een kwaliteitsimpuls voor het gebied wordt aangetoond.<br />

Voor het creëren van een integrale kwaliteitsimpuls moet het plan inzicht<br />

bieden in:<br />

de ambities voor het versterken van de vitaliteit van het landelijk<br />

gebied;<br />

het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van het landelijk gebied<br />

(natuur, landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, extensieve<br />

vormen van recreatie), bijvoorbeeld door eisen van verevening en<br />

randvoorwaarden voor nieuwe functies te stellen;<br />

de wijze waarop met de bestaande situatie en functies in het gebied<br />

wordt omgegaan;<br />

de wijze waarop hierbij omgegaan wordt met natuurwaarden<br />

(saldobenadering);<br />

de wijze waarop het experiment past binnen de ontwikkelingsvisie<br />

2030 en bijdraagt aan de provinciale opgaven voor de speerpunten.<br />

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe bij de ontwikkeling van de huisvesting<br />

voor tijdelijke arbeidsmigranten op het voormalige campingterrein invulling<br />

gegeven wordt aan de hierboven genoemde voorwaarden. De voorwaarden<br />

worden onderstaand stuk voor stuk uitgewerkt. Zo wordt duidelijk hoe de<br />

ontwikkeling een bijdrage levert aan de kwaliteit van het landelijk gebied. Op<br />

deze wijze wordt de benodigde onderbouwing gegeven voor toepassing van<br />

het experimentenkader, zodat de huisvesting planologisch mogelijk gemaakt<br />

kan worden.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 31<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


4.2 Versterking vitaliteit landelijk gebied<br />

De provincie Flevoland wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en<br />

de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke<br />

behoeften. Heel duidelijk is de groeiende vraag aan huisvesting voor tijdelijke<br />

arbeidsmigranten geconstateerd (zie hoofdstuk 2). Er is dringend behoefte<br />

aan kwalitatief goede huisvesting voor deze groep, om onwenselijke en<br />

illegale woonsituaties te voorkomen. Met de ontwikkeling van huisvesting op<br />

het terrein van de voormalige camping de Bosruiter, tracht de gemeente<br />

Zeewolde, samen met de initiatiefnemer, de Epe Groep B.V., in deze behoefte<br />

te voorzien.<br />

De realisatie van de huisvesting van tijdelijke werknemers speelt direct in op<br />

een ruimtevragende maatschappelijke functie. In Nederland is sprake van een<br />

permanente behoefte aan tijdelijke arbeidsmigranten. Voor de economie zijn<br />

zij onmisbaar. Met de komst van de huisvesting wordt een impuls gegeven<br />

aan de economie in de gemeente Zeewolde. Veel bedrijven zijn voor hun<br />

functioneren namelijk afhankelijk van tijdelijke werknemers. De huisvesting<br />

verbetert daarmee het vestigingsklimaat voor bedrijven in de gemeente<br />

Zeewolde. Hierdoor wordt de economische structuur versterkt. Doordat veel<br />

arbeidsmigranten werkzaam zijn op de nabij gelegen bedrijventerreinen<br />

Trekkersveld en Horsterparc en in de agrarische sector in de gemeente,<br />

ondersteunt de huisvesting belangrijke economische sectoren voor de vitaliteit<br />

van het landelijk gebied in de gemeente. Arbeiders kunnen vlakbij hun werk<br />

verblijven, wat het aantrekkelijk voor hen maakt om in Zeewolde te gaan<br />

werken. Werkgevers kunnen vlakbij hun bedrijf huisvesting aanbieden,<br />

waardoor werken met tijdelijke arbeidsmigranten voor hen aantrekkelijk is.<br />

De grootschalige huisvestingsmogelijkheid die wordt voorgestaan, komt ook<br />

direct ten goede aan de vitaliteit van het landelijk gebied. Niet alleen wordt<br />

hiermee een substantieel deel van de behoefte aan huisvesting opgelost, ook<br />

wordt gekomen tot kwaliteitsverbetering. Enerzijds is er sprake van<br />

kwaliteitsverbetering omdat kwalitatief goede huisvesting wordt geboden,<br />

onwenselijke woonsituaties worden voorkomen, er adequaat beheer kan<br />

worden gerealiseerd en bij de huisvesting voorzieningen kunnen worden<br />

geboden voor dagelijkse levensbehoeften. Anderzijds wordt verbetering van<br />

de ruimtelijke kwaliteit gerealiseerd, omdat sprake is van concentratie van<br />

huisvesting. Zo wordt verspreiding van kleine enclaves zoveel mogelijk<br />

voorkomen. Verrommeling en verstening van het landschap alsmede schade<br />

aan natuurwaarden worden tegengegaan. De vitaliteit van het landelijk gebied<br />

wordt ook versterkt omdat hinder voor andere bedrijven in het landelijk<br />

gebied ten gevolge van de huisvesting wordt voorkomen, waardoor zij niet<br />

belemmerd worden in hun bedrijfsvoering. De druk op campings en<br />

bungalowparken wordt door de komst van de huisvesting verlicht. Hierdoor<br />

zullen zij beter in staat zijn hun toeristisch-recreatieve functie te vervullen,<br />

hetgeen eveneens ten goede komt aan de vitaliteit van het landelijk gebied.<br />

Concluderend wordt door de ontwikkeling van de huisvesting van tijdelijke<br />

werknemers de vitaliteit van het landelijk gebied vergroot en de<br />

gebruiksmogelijkheden van het gebied afgestemd op maatschappelijke<br />

behoeften en belangen. De leefbaarheid van het gebied wordt ruimtelijk en<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 32<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


economisch versterkt door de toevoeging van een nieuwe maatschappelijke<br />

functie op een onbenutte locatie.<br />

4.3 Waarborgen en verbeteren kwaliteit landelijk gebied<br />

Het belangrijkste kenmerk van het gebied waar de huisvesting voor tijdelijke<br />

arbeidsmigranten is voorzien is de ligging in het bos: er is sprake van een<br />

open veld in het bos. De kwaliteiten van het terrein worden dan ook met<br />

name bepaald door het aanwezige bos. Deze kwaliteiten zijn van ecologische,<br />

landschappelijke en cultuurhistorische aard. Karakteristiek voor het gebied is<br />

verder het aanwezige concentrische slotenpatroon. Het lijkt erop dat met dit<br />

patroon is beoogd om een soort kleinschaligheid in het landschap te realiseren<br />

als contrast op het grootschalige rationeel verkavelde Flevolandse landschap.<br />

In het ontwerp voor de inrichting van het gebied met de huisvesting is<br />

rekening gehouden met deze kenmerken en kwaliteiten.<br />

Bij de ontwikkeling van de huisvesting wordt de bestaande ruimtelijke<br />

structuur als uitgangspunt genomen. Dat betekent dat de bestaande<br />

verkavelingsstructuur met het concentrische slotenpatroon gehandhaafd blijft,<br />

dat de bospercelen rondom het plangebied ongemoeid worden gelaten en dat<br />

de bestaande infrastructuur opnieuw wordt benut. Hierdoor wordt de<br />

ontwikkeling goed ingebed in het bestaande landschap en tast de bestaande<br />

kwaliteiten niet aan.<br />

De huisvesting zal gerealiseerd worden in de zuidwestelijke hoek van het<br />

voormalige campingterrein. Hier is reeds infrastructuur in de vorm van<br />

ontsluitingswegen aanwezig. Deze kan hierdoor opnieuw gebruikt worden. Het<br />

toevoegen van extra verharding wordt zo zoveel mogelijk beperkt. Door de<br />

huisvesting uitsluitend te realiseren in de zuidwesthoek, is sprake van<br />

concentratie van de nieuwe bebouwing. Een groot deel van het terrein behoud<br />

daardoor zijn groene karakter en verspreide verstening wordt voorkomen.<br />

De ligging in het bos zorgt voor een goede landschappelijke inpassing van de<br />

nieuwe huisvesting. Het bos zal de huisvesting aan het zicht onttrekken,<br />

waardoor het landschapsbeeld niet wordt aangetast. Alleen de toegangsweg is<br />

vanaf de openbare weg zichtbaar. De ligging in het bos zorgt er ook voor dat<br />

de openheid, een belangrijk kenmerk van een groot deel van het Flevolandse<br />

landschap, ongemoeid blijft. Bestaande contrasten van open - besloten, het<br />

open landbouwgebied ten noorden van de Hoge Vaart versus het Vaartbos,<br />

blijven behouden. De landschappelijke inpassing zal in de loop der tijd ook<br />

steeds beter worden, doordat het bos zich steeds verder zal ontwikkelen. Bij<br />

de situering en hoogte van de bebouwing wordt nadrukkelijk ingespeeld op<br />

het landschap. De situering in de zuid oostelijke hoek van het terrein betekent<br />

dat de nieuwe bebouwing aan twee zijden begrensd wordt door bos. De<br />

beperkte hoogte van de bebouwing, twee bouwlagen met een kap, zorgt<br />

ervoor dat de bebouwing niet boven de bomen uit zal komen. De<br />

landschappelijke inpassing en daarmee de kwaliteit van het landelijk gebied<br />

zal verder versterkt worden doordat er een groene buffer gerealiseerd zal<br />

worden tussen de huisvesting en het overige deel van het terrein.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 33<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Met de realisatie van de grootschalige huisvesting op het voormalige<br />

campingterrein wordt verspreiding van kleine enclaves huisvesting zoveel<br />

mogelijk voorkomen. Verrommeling en verstening van het landschap alsmede<br />

schade aan natuurwaarden worden zo tegengegaan. Dit levert een belangrijke<br />

bijdrage aan de kwaliteit van het landelijk gebied.<br />

Reeds genoemd is dat een deel van de tijdelijke werknemers die zal worden<br />

gehuisvest op de locatie, werkzaam zal zijn in de agrarische sector. Deze<br />

sector kan niet zonder tijdelijke werknemers. De agrarische bedrijven zijn van<br />

groot belang voor het beheer en de instandhouding van het karakter van het<br />

landelijk gebied. Een krachtige agrarische sector gaat onwenselijke<br />

ontwikkelingen in het landelijk gebied tegen. Ook op deze wijze draagt de<br />

huisvesting dus bij aan de kwaliteit van het landelijk gebied.<br />

Het bosgebied rondom het voormalige campingterrein maakt onderdeel uit<br />

van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het terrein zelf behoort niet tot de<br />

EHS. De EHS rondom het terrein wordt niet aangetast door de realisatie van<br />

de huisvesting. Ook worden geen verblijfplaatsen, migratie- en<br />

foerageerroutes of belangrijke voedselgebieden van beschermde soorten<br />

vernietigd. Dit blijkt uit natuuronderzoek. Er worden dus geen natuurwaarden<br />

geschaad door de ontwikkeling van de huisvesting. Op het natuuronderzoek<br />

zal in de paragraaf ‘Omgang met natuurwaarden’ dieper worden ingegaan.<br />

De ontwikkeling van de huisvesting draagt tevens bij aan de verbetering van<br />

de kwaliteit van het landelijk gebied, omdat de natuurwaarden tegelijkertijd<br />

met de ontwikkeling van de huisvesting versterkt zullen worden. Langs de<br />

Hoge Vaart zal op het voormalige campingterrein een moeraszone van 20<br />

meter breed worden ingericht. De inrichting van de moeraszone sluit<br />

uitstekend aan bij de moerasontwikkeling die de provincie, waterschap en<br />

Staatsbosbeheer langs beide oevers van de Hoge Vaart gaan uitvoeren in het<br />

kader van de Europese Kaderrichtlijn Water.<br />

4.4 Omgang met bestaande situatie en functies<br />

De locatie waar de tijdelijke huisvesting wordt ontwikkeld, is gelegen in het<br />

buitengebied van de gemeente Zeewolde, aan de <strong>Bosruiterweg</strong> 16. Het betreft<br />

een open plek in het bos, die in het verleden als camping gebruikt is. Van<br />

oudsher heeft deze locatie een andere functie gekend dan de directe<br />

omgeving. Er is nooit bos aangeplant, de plek is bewust open gehouden om<br />

een andere functie mogelijk te maken. Middels de realisatie van tijdelijke<br />

huisvesting op deze plek wordt een nieuwe maatschappelijke functie aan de<br />

locatie gegeven waar dringend behoefte aan is. Bovendien heeft de<br />

huisvesting vrijwel dezelfde ruimtelijke impact als de huidige<br />

verblijfsrecreatieve bestemming: er is sprake van tijdelijk verblijf van<br />

personen die elders hun hoofdverblijf elders. De initiatiefnemer heeft het<br />

terrein inmiddels verworven ten behoeve van de nieuwe functie.<br />

De ligging van het terrein in het bos, zorgt ervoor dat de te realiseren<br />

huisvesting het landschap niet zal schaden. Visueel is het niet waarneembaar<br />

vanuit de omgeving: er is sprake van een goede landschappelijke inpassing.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 34<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Er zal voldoende parkeerruimte op het terrein worden gerealiseerd, waardoor<br />

ook geparkeerde auto’s het landschap niet zullen verrommelen. Kortom, de<br />

kwaliteit van het landschap wordt niet aangetast. Doordat er sprake is van<br />

een grootschalige huisvestingsvorm wordt verstening en verrommeling op<br />

andere plaatsen voorkomen. Ook de rond het terrein liggende natuur (bos)<br />

wordt gerespecteerd: deze wordt ongemoeid gelaten en blijkens onderzoek<br />

zijn er geen significante negatieve effecten voor natuurwaarden.<br />

De realisatie van de huisvesting zal geen verkeersproblemen met zich<br />

meebrengen. Weliswaar zal de door de huisvesting de verkeersintensiteit op<br />

de <strong>Bosruiterweg</strong> toenemen, maar hiermee zal de capaciteit van de weg niet<br />

worden overschreden (zie ook hoofdstuk 2). Congestie of onveilige situaties<br />

liggen derhalve niet in de rede. Verkeersproblemen op andere wegen dan de<br />

<strong>Bosruiterweg</strong> liggen ook niet in de lijn der verwachtingen. In noordoostelijke<br />

richting komt de <strong>Bosruiterweg</strong> uit op de bedrijventerreinen Trekkersveld en<br />

Horsterparc. Veel te huisvesten arbeidsmigranten zullen werkzaam zijn op<br />

deze bedrijventerreinen. Zij hoeven dus niet verder te reizen voor hun werk.<br />

De parkeerbehoefte bij de huisvesting wordt opgelost door op het terrein<br />

voldoende parkeerplaatsen aan te leggen. De omgeving wordt daardoor niet<br />

belast met geparkeerde auto’s en parkeerproblemen zullen zich niet<br />

voordoen.<br />

Door de ligging van de huisvestingslocatie, in het landelijk gebied op grote<br />

afstand van andere gevoelige functies, zal de huisvesting naar verwachting<br />

geen effecten hebben op andere functies. Agrarische bedrijven, nietagrarische<br />

bedrijven en recreatiebedrijven worden niet beperkt in hun<br />

milieuruimte door de huisvesting. Zij kunnen ongehinderd verder<br />

functioneren. Door de afwezigheid van burgerwoningen in de directe<br />

nabijheid van het terrein, zullen bewoners van het landelijk gebied niet<br />

beperkt worden in hun woongenot.<br />

Overlast voor bestaande functies zal ook worden voorkomen door het voeren<br />

van een adequaat beheer over de huisvesting en het terrein. Er zal direct en<br />

dagelijks toezicht worden gehouden door een vaste beheerder op het terrein.<br />

De beheerder handhaaft de ‘openbare orde’ en zal zo nodig maatregelen<br />

treffen. De beheerder is ook aanspreekpunt voor de werknemers die op het<br />

terrein verblijven. Hij kan hen helpen als zij vragen hebben. Onwetendheid<br />

met als gevolg overlast, wordt zo in de kiem gesmoord. Het beheer gaat ook<br />

verloedering van de bebouwing en het terrein tegen. Er kunnen tijdig<br />

onderhouds- en reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Om het beheer<br />

te waarborgen zal de gemeente Zeewolde met de initiatiefnemer afspraken<br />

vastleggen in een convenant.<br />

4.5 Omgang met natuurwaarden<br />

De realisatie van de huisvesting voor tijdelijke werknemers mag de<br />

aanwezige natuurwaarden niet aantasten. Met het oog hierop is aan de hand<br />

van onderzoek gekeken op welke wijze moet worden omgegaan met de<br />

natuurwaarden. Onderscheid wordt hierbij gemaakt tussen beschermde<br />

gebieden en beschermde soorten.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 35<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Beschermde gebieden<br />

Tot de beschermde gebieden worden de Natura 2000-gebieden, beschermde<br />

natuurmonumenten en Ecologische Hoofdstructuur (EHS) gerekend.<br />

Het plangebied is niet gelegen in Natura 2000-gebieden of beschermde<br />

natuurmonumenten. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen de<br />

‘Veluwerandmeren’ op bijna 4,5 kilometer afstand. Gezien deze afstand, het<br />

feit dat tussen het huisvestingsterrein en het Natura-2000 gebied de kern van<br />

Zeewolde gelegen is en het gegeven dat er geen (relevante) ecologische<br />

relatie is tussen het Vaartbos en Natura 2000-gebieden, worden er geen<br />

negatieve effecten verwacht ten gevolge van het bestemmingsplan op het<br />

Natura-2000 gebied.<br />

Het terrein is niet gelegen in de EHS. Direct rondom het plangebied is wel<br />

EHS aanwezig in de vorm van het Vaartbos. Uitgangspunt van het beleid is<br />

dat plannen, handelingen en projecten in de EHS niet toegestaan zijn indien<br />

zij de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS significant aantasten<br />

(‘nee-tenzij’ principe).<br />

De omringende bossen zijn binnen de Ecologische hoofdstructuur aangemerkt<br />

als waardevol. Het plangebied ligt op enige kilometers afstand van het<br />

prioritaire gebied ‘Horsterwold’. Ook de Robuuste Ecologische verbinding<br />

‘Oostvaarderswold’, die door de provincie Flevoland gerealiseerd wordt, ligt op<br />

enige kilometers afstand. Het is niet waarschijnlijk dat het plan deze<br />

prioritaire natuurgebieden en essentiële verbinding beïnvloedt. Er is mogelijk<br />

wel invloed op de direct omringende waardevolle natuur. Toetsing van het<br />

plan aan het ‘Nee-tenzij’ principe is daarom nodig.<br />

Zoon, buro voor ecologie heeft een quickscan natuur uitgevoerd 4 voor de<br />

planlocatie, waarin een ‘Nee-tenzij’ toets is opgenomen. Hieruit blijkt het<br />

volgende.<br />

In en rond het terrein blijven alle natuurlijke terreintypen bewaard. Vooral de<br />

rietsloten zijn belangrijk als leefgebied en voedselgebied van beschermde<br />

soorten. Het is niet te verwachten dat de bebouwing deze rietsloten bedreigd.<br />

Deze belangrijke terreintypen voor wilde planten en dieren blijven in het plan<br />

behouden.<br />

De stukjes akker die bebouwd worden, liggen direct tegen de bestaande<br />

ontsluiting aan. Het is onmogelijk dat daardoor beschermde soorten van open<br />

gebieden bedreigd zullen worden.<br />

De invloed van de bebouwing op de sloten is gering. Door de bebouwing zal<br />

het nu zeer rustige terrein waarschijnlijk minder geschikt worden als<br />

voedselgebied voor roofvogels. Deze broeden echter niet in het jonge bos<br />

rondom, maar in oudere bossen verder weg.<br />

Door de bebouwing zal het terrein ook minder geschikt worden als<br />

voedselgebied voor soorten als edelhert en das. De grote afstand van het<br />

4 Zoon, buro voor ecologie, ‘Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde’, 22 december<br />

2011.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 36<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


plangebied tot de robuuste verbinding Oostvaarderswold, die voor het<br />

edelhert van belang zal zijn, zorgt ervoor dat het effect op deze soort gering<br />

is.<br />

De conclusie van het onderzoek is dat de wezenlijke waarden en kenmerken<br />

van de omringende EHS niet significant worden geschaad. De ontwikkeling<br />

van de huisvesting kan daardoor doorgang vinden.<br />

Er dient gemitigeerd te worden door bij de uitvoering en het toekomstige<br />

gebruik de aanwezige rietsloten op het terrein te sparen. Er worden dan geen<br />

beschermde natuurwaarden bedreigd. Dit zal worden gedaan. Bij de realisatie<br />

van de huisvesting zal de ruimtelijke structuur van het terrein, en daarmee de<br />

sloten, niet wijzigen. Compensatie is niet nodig.<br />

Beschermde soorten<br />

De bescherming van soorten is geregeld in de Flora- en faunawet. De wet<br />

bevat verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of<br />

verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en<br />

andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen. Indien het<br />

voortbestaan van beschermde soorten door een ingreep negatief beïnvloed<br />

wordt, is het nodig ontheffing aan te vragen van verboden handelingen op<br />

grond van de Flora- en faunawet.<br />

Door Zoon, buro voor ecologie is een quickscan natuur uitgevoerd 5 voor de<br />

planlocatie. Hieruit blijkt dat door de uitvoering van het plan geen<br />

verblijfplaatsen, migratie- en foerageerroutes of belangrijke voedselgebieden<br />

van beschermde soorten worden vernietigd. Het gebied blijft functioneel in<br />

tact voor beschermde soorten. Er treedt daardoor geen overtreding van de<br />

Flora- en faunawet op.<br />

Tussen de voormalige campingplaatsen bevinden zich hagen en struiken.<br />

Deze zullen ten behoeve van de bouw van de logiesgebouwen verwijderd<br />

moeten worden. Dit dient buiten de broedtijd van vogels (globaal tussen half<br />

maart en half juli) te gebeuren. Alle vogels zijn namelijk strikt beschermd als<br />

ze broeden.<br />

Voor de uitvoering van het plan is geen ontheffing van de Flora- en faunawet<br />

nodig.<br />

Natuurontwikkeling<br />

Er is ook een kwalitatieve verbetering van de natuur voorzien. Daartoe zal<br />

tegelijk met de ontwikkeling van de huisvesting, ook de natuurlijke structuur<br />

worden versterkt. Het terrein ligt aan de Hoge Vaart. De provincie Flevoland,<br />

het waterschap en Staatsbosbeheer gaan deze vaart inrichten om te voldoen<br />

aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hiervoor zal aan beide oevers<br />

een strook van 20 meter breed worden ingericht ten behoeve van<br />

moerasontwikkeling. Staatsbosbeheer beschikt daarvoor reeds over alle<br />

benodigde gronden langs de Hoge Vaart, met uitzondering van de strook die<br />

behoort tot het voormalige campingterrein. Met de initiatiefnemer van de<br />

5 Zoon, buro voor ecologie, ‘Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde’, 22 december<br />

2011.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 37<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


huisvesting is<br />

overeen<br />

gekomen dat hij<br />

deze strook van<br />

20 meter breed<br />

zal inzetten voor<br />

het KRW project<br />

en deze strook<br />

zal inrichten (en<br />

onderhouden) als<br />

moeraszone.<br />

Hierdoor ontstaat<br />

een<br />

aaneengesloten<br />

moerasstrook<br />

van 20 meter<br />

aan beide zijden<br />

van de Hoge<br />

Vaart. Dit heeft<br />

een positief<br />

effect op de<br />

natuur in de<br />

omgeving.<br />

Zoon, buro voor<br />

ecologie, heeft<br />

de<br />

moerasontwikkeling<br />

ter plaatse van het voormalige campingterrein in overleg met<br />

Staatsbosbeheer nader uitgewerkt 6 . Onderstaand is een dwarsprofiel<br />

opgenomen van de moerasontwikkeling en een impressie van de mogelijke<br />

toekomstige levensgemeenschappen in de moeraszone. Er zal leefruimte<br />

ontstaan voor wilgen, riet, waterplanten, otters en bevers.<br />

De grond die uitgegraven wordt voor de moerasontwikkeling zal verwerkt<br />

moeten worden op het eigen terrein. In de beschoeiing langs de Hoge Vaart<br />

zullen enkele gaten worden gemaakt, op de waterspiegel en juist daaronder,<br />

voor dieren. De waterstrook (0 tot 8 meter vanaf de landzijde) zal een 5<br />

jaarlijks beheer gaan kennen. Beheer van overjarig waterriet (15 tot 20 meter<br />

vanaf de landzijde) kan in vorstperioden geschieden. De zone zal ten behoeve<br />

van de natuurontwikkeling niet toegankelijk worden voor mensen.<br />

Conclusie<br />

Vanuit natuurwaarden zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van de<br />

huisvesting. Tegelijkertijd voorziet het plan in een sterke kwalitatieve<br />

verbetering van de natuurlijke structuur in het gebied, door een strook van 20<br />

meter langs de Hoge Vaart in te zetten voor de ontwikkeling van een<br />

moerasoever. Door de ontwikkeling van dergelijke moerasoevers langs de<br />

6 Zoon, buro voor ecologie, ‘Moerasontwikkeling langs Hoge Vaart – terrein <strong>Bosruiterweg</strong> 16<br />

Zeewolde’, 19 januari 2012<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 38<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012<br />

Omvormen camping naar huisvesting arbeidsmigranten.<br />

Moerasontwikkeling aan Hoge Vaart van 20 m breed<br />

Moerasontwikkeling Staatsbosbeheer aan beide oevers<br />

Bestemming verblijfsrecreatie in gebruik als akker


gehele Hoge Vaart willen de Provincie Flevoland, het Waterschap en<br />

Staatsbosbeheer voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water.<br />

Voor de huisvesting hoeft geen compensatie van natuurwaarden plaats te<br />

vinden, wel zal worden gemitigeerd door de aanwezige sloten te behouden.<br />

Het verwijderen van hagen en struiken zal buiten de broedtijd plaats moeten<br />

vinden. Daarnaast zal, zoals bij iedere ingreep het geval is, tijdens de<br />

uitvoering van werkzaamheden de algemene Zorgplicht uit de Flora- en<br />

faunawet in acht moeten worden genomen.<br />

Technisch dwarsprofiel moerasontwikkeling (bron: Zoon, buro voor ecologie)<br />

Impressie van mogelijke toekomstige levensgemeenschappen in de moeraszone (bron: Zoon, buro voor ecologie)<br />

4.6 Ontwikkelingsvisie 2030 en bijdrage aan speerpunten<br />

In de ontwikkelingsvisie 2030 voor het landelijk gebied die is opgenomen in<br />

het Omgevingsplan Flevoland geeft de provincie aan dat zij de vitaliteit van<br />

het landelijk gebied wil vergroten en de gebruiksmogelijkheden daarvan meer<br />

wil afstemmen op de maatschappelijke behoeften. De inrichting en het<br />

gebruik zullen daardoor in bepaalde gebieden wijzigen. Er zijn groeiende<br />

kansen voor combinaties en uitruil van functies. De strikte functiescheiding is<br />

daarom niet langer overal wenselijk. De locatie waar de tijdelijke huisvesting<br />

zal worden ontwikkeld is op de kaart van de ontwikkelingsvisie aangeduid als<br />

‘Zoekgebied combinatie landbouw, natuur (inclusief landgoederen),<br />

verblijfsrecreatie en waterbeheer’.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 39<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


Het Omgevingsplan Flevoland benoemt een aantal speerpuntgebieden die<br />

bijzondere aandacht hebben. De locatie waar de tijdelijke huisvesting<br />

gerealiseerd moet worden ligt in het speerpuntgebied ‘Oostrand van<br />

Flevoland’. Dit gebied omvat de zone van oostelijk en zuidelijk Flevoland. Het<br />

gebied wordt gekenmerkt door een langgerekte zone van bos- en<br />

natuurgebieden die aansluiten op de randmeren. De betekenis van de<br />

landbouw in dit gebied zal belangrijk blijven, maar daarnaast zullen in dit<br />

gebied ook andere activiteiten een grotere rol gaan spelen. De provincie wil<br />

ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied ter verbreding van<br />

het economisch draagvlak en deze verweven met andere functies. Door deze<br />

verweving kan in het landelijk gebied een lappendeken van functies ontstaan.<br />

In de oostrand wordt dan ook actief gestreefd naar verweving van functies<br />

waarin onder meer de kwaliteiten van landschap en natuur worden<br />

gerespecteerd. Het gewenste effect is een nieuwe solide basis voor de<br />

Oostrand van Flevoland.<br />

De realisatie van huisvesting voor tijdelijke werknemers op het terrein van de<br />

voormalige camping de Bosruiter is in lijn met de ontwikkelingsvisie 2030 en<br />

het speerpunt ‘Oostrand van Flevoland’.<br />

Het gebruik van het voormalige campingterrein wordt afgestemd op een<br />

dringende maatschappelijke behoefte: de huisvestingsvraag van tijdelijke<br />

arbeidsmigranten. De vitaliteit van het landelijk gebied en het economisch<br />

draagvlak wordt door de huisvesting vergroot. Arbeidsmigranten zijn<br />

onmisbaar voor de economische ontwikkeling. Veel bedrijven zijn voor hun<br />

functioneren afhankelijk van tijdelijke werknemers. De huisvesting draagt zo<br />

bij aan het vestigingsklimaat voor bedrijven in de gemeente Zeewolde en aan<br />

de economische structuur. De ontwikkeling past ook goed binnen de<br />

ontwikkelingsvisie omdat de huisvestingslocatie ligt in het ‘Zoekgebied<br />

combinatie landbouw, natuur (inclusief landgoederen), verblijfsrecreatie en<br />

waterbeheer’. Enerzijds omdat de huisvesting hetzelfde karakter heeft als<br />

verblijfsrecreatie: er is sprake van logies doordat er tijdelijk mensen<br />

verblijven die hun hoofdverblijf elders hebben. Anderzijds omdat hier goede<br />

kansen liggen voor een eventueel toekomstig hergebruik van het terrein en/of<br />

de gebouwen (mocht de huisvesting op termijn niet meer nodig zijn) die dan<br />

kunnen bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het gebied.<br />

De ontwikkeling van de huisvesting draagt bij aan de visie dat er in de<br />

oostrand van Flevoland een lappendeken van functies kan ontstaan, door een<br />

verweving van functies. De realisatie van de huisvesting zorgt ervoor dat er<br />

een nieuwe functie wordt toegevoegd aan de lappendeken en dat de<br />

bestaande functies landbouw, recreatie en natuur verweven worden met deze<br />

nieuwe functie. Bovendien schaadt de huisvesting het functioneren en de<br />

kwaliteit van de functies landbouw, landschap en natuur niet. Hieruit blijkt dat<br />

de verweving goed mogelijk is. De tijdelijke huisvesting is ook een functie die<br />

passend is op de locatie, gezien de directe nabijheid van de werkgelegenheid:<br />

de bedrijventerreinen Trekkersveld en Horsterparc en de landbouwgronden.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 40<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


4.7 Conclusie<br />

In de voorgaande paragrafen is uitgewerkt hoe wordt voldaan aan de<br />

voorwaarden die gesteld worden aan toepassing van het experimentenkader<br />

uit het Omgevingsplan van de provincie Flevoland. Het resultaat daarvan is<br />

een beschrijving van kwalitatieve aard. Op deze wijze is gemotiveerd waarom<br />

het initiatief voor de ontwikkeling van huisvesting voor tijdelijke werknemers<br />

in aanmerking komt voor verruiming van het planologisch regime middels<br />

gebruikmaking van het experimentenkader:<br />

De vitaliteit wordt versterkt door te voldoen aan de huisvestingsvraag van<br />

tijdelijke werknemers: een dringend maatschappelijk belang. Voor de<br />

economie zijn tijdelijke werknemers onmisbaar. De huisvesting verbetert<br />

het vestigingsklimaat voor bedrijven en versterkt de economische<br />

structuur. Ook wordt de vitaliteit versterkt door kwaliteitsverbetering: er<br />

wordt huisvesting van goede kwaliteit tot stand gebracht en door de<br />

concentratie wordt verstening en verrommeling van het landelijk gebied<br />

voorkomen.<br />

Bij het ontwerp voor de inrichting van het gebied met de huisvesting is<br />

rekening gehouden met bestaande kenmerken en kwaliteiten, zoals de<br />

ligging in het bos, de ruimtelijke structuur, landschap en natuur. Er is<br />

sprake van een goede landschappelijke inpassing. Hierdoor is het behoud<br />

van de kwaliteiten van de locatie en het omliggende landschap<br />

gewaarborgd. Bovendien wordt de natuur versterkt, door de aanleg van<br />

een moeraszone langs de Hoge Vaart.<br />

De bestaande situatie en functies worden gerespecteerd doordat de<br />

kwaliteit van het landschap niet wordt aangetast, de natuur ongemoeid<br />

wordt gelaten, de ontwikkeling verkeerstechnisch niet tot problemen leidt,<br />

bedrijven in de omgeving niet worden gehinderd en overlast wordt<br />

voorkomen. Daarnaast wijkt de huisvesting qua ruimtelijke impact<br />

nauwelijks af van de geldende verblijfsrecreatieve bestemming.<br />

Door de ontwikkeling van de huisvesting worden geen beschermde<br />

natuurwaarden bedreigd. Er zijn geen (significante) negatieve effecten op<br />

de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), er vinden geen ingrepen plaats in de<br />

EHS, bestaande sloten worden gespaard en er gaan geen verblijfplaatsen,<br />

migratie- en foerageerroutes of belangrijke voedselgebieden van<br />

beschermde soorten verloren. Sterker nog, de natuurlijke structuur van<br />

het gebied wordt versterkt door een strook van 20 meter langs de Hoge<br />

Vaart in te zetten voor de ontwikkeling van moerasoevers. Deze strook<br />

vormt de laatste schakel in het Europese Kaderrichtlijn Water-project van<br />

de Provincie Flevoland, het Waterschap en Staatsbosbeheer, waarbij de<br />

oevers van de Hoge Vaart worden ingericht voor moerasontwikkeling.<br />

De ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsvisie 2030 en het<br />

speerpuntgebied ‘Oostrand van Flevoland’. Het gebruik wordt afgestemd<br />

op een dringende maatschappelijke behoefte, de vitaliteit wordt versterkt,<br />

het economisch draagvlak wordt versterkt, de nieuwe functie past binnen<br />

een verweving en lappendeken van functies en strookt met de aanduiding<br />

‘Zoekgebied combinatie landbouw, natuur (inclusief landgoederen),<br />

verblijfsrecreatie en waterbeheer’.<br />

Hieruit blijkt dat de realisatie van de huisvesting voor tijdelijke werknemers<br />

een kwaliteitsimpuls betekent voor het gebied. Het levert een sterke bijdrage<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 41<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


om het gebied vitaal te houden en economisch verder te ontwikkelen.<br />

Bovendien wordt de natuurlijke structuur van het gebied versterkt door de<br />

ontwikkeling van een moeraszone. Tot slot wijkt de huisvesting qua<br />

ruimtelijke impact nauwelijks af van de geldende verblijfsrecreatieve<br />

bestemming van het terrein.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 42<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


5. CONCLUSIE<br />

De gemeente Zeewolde en de Epe Groep B.V. hebben het voornemen om op<br />

het terrein van de voormalige camping De Bosruiter in Zeewolde huisvesting<br />

voor arbeidsmigranten te realiseren.<br />

Er blijkt een grote vraag te bestaan naar huisvesting en aan de voorgestane<br />

huisvestingsvorm zijn belangrijke voordelen verbonden. Daar tijdelijke<br />

werknemers onmisbaar zijn voor de economie en misstanden bij hun<br />

huisvesting moeten worden voorkomen, is er een groot maatschappelijk<br />

belang gediend met de realisatie van de huisvesting.<br />

De te realiseren huisvesting past naar mening van de gemeente binnen het<br />

beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. De gemeente acht de<br />

huisvesting passend binnen het provinciaal beleid omdat de huisvesting<br />

(logies) hetzelfde karakter heeft als verblijfsrecreatie, aansluit bij de<br />

voorgestane verweving van functies en de vitaliteit en het economisch<br />

draagvlak van het landelijk gebied versterkt.<br />

De provincie vindt daarentegen dat de huisvesting niet past binnen het<br />

provinciaal beleid. Zij heeft laten weten dat alleen met toepassing van het<br />

experimentenkader medewerking kan worden verleend. Middels dit kader kan<br />

het planologisch regime worden verruimd, zodat de huisvesting toch mogelijk<br />

gemaakt kan worden. Uit de voorliggende rapportage blijkt dat er wordt<br />

voldaan aan de voorwaarden die zijn verbonden aan toepassing van het<br />

experimentenkader. De huisvesting versterkt de vitaliteit van het landelijk<br />

gebied, de kwaliteiten van het landelijk gebied blijven gewaarborgd, de<br />

bestaande situatie en functies worden gerespecteerd, natuurwaarden worden<br />

niet geschaad en versterkt door de aanleg van een moeraszone langs de Hoge<br />

Vaart, de huisvesting past binnen de ontwikkelingsvisie 2030 en draagt bij<br />

aan de provinciale speerpunten. Al met al betekent de huisvesting een<br />

kwaliteitsimpuls voor het gebied.<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde 43<br />

Visie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten De Bosruiter<br />

mRO /07.16-5/ april 2012


De Bosruiter


Inhoudsopgave<br />

Regels 3<br />

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS 3<br />

Artikel 1 Begrippen 3<br />

Artikel 2 Wijze van meten 7<br />

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS 9<br />

Artikel 3 Agrarisch 9<br />

Artikel 4 Gemengd 11<br />

Artikel 5 Natuur 13<br />

Artikel 6 Verkeer - 2 15<br />

Artikel 7 Waarde - Archeologie 16<br />

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS 19<br />

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel 19<br />

Artikel 9 Algemene bouwregels 20<br />

Artikel 10 Algemene gebruiksregels 21<br />

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 22<br />

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS 23<br />

Artikel 12 Overgangsrecht 23<br />

Artikel 13 Slotregel 24<br />

2<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Regels<br />

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS<br />

Artikel 1 Begrippen<br />

In deze planregels wordt verstaan onder:<br />

1.1 plan:<br />

het bestemmingsplan De Bosruiter van de gemeente Zeewolde.<br />

1.2 bestemmingsplan:<br />

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand<br />

NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01 met de bijbehorende regels (en<br />

eventuele bijlagen).<br />

1.3 aanduiding:<br />

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn<br />

aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten<br />

aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.<br />

1.4 aanduidingsgrens:<br />

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.<br />

1.5 agrarisch bedrijf:<br />

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door<br />

middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.<br />

1.6 bebouwing:<br />

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.<br />

1.7 bestemmingsgrens:<br />

de grens van een bestemmingsvlak.<br />

1.8 bedrijfsmatige exploitatie:<br />

het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een<br />

zodanige exploitatie en beheer, dat in de logiesgebouwen tijdelijke<br />

(nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden aan personen die hun<br />

hoofdverblijf elders hebben.<br />

1.9 bedrijfswoning/dienstwoning:<br />

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts<br />

bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting<br />

daar gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk<br />

is.<br />

1.10 bestemmingsvlak:<br />

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.<br />

3<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


1.11 bouwen:<br />

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of<br />

veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel<br />

of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een<br />

standplaats.<br />

1.12 bouwgrens:<br />

grens van een bouwvlak.<br />

1.13 bouwperceel:<br />

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een<br />

zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.<br />

1.14 bouwperceelgrens:<br />

de grens van een bouwperceel.<br />

1.15 bouwvlak:<br />

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid,<br />

waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen<br />

gebouwen zijnde zijn toegestaan.<br />

1.16 bouwwerk:<br />

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander<br />

materiaal welke die hetzij direct hetzij indirect met de grond<br />

verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.<br />

1.17 centrale voorzieningen:<br />

centrale voorzieningen ten behoeve van logiesgebouwen, zoals<br />

receptie, kantoor, leslokalen, winkel, kantine, wasruimte,<br />

fitnessruimte, recreatieruimte, stilteruimte, sanitaire voorzieningen,<br />

opslagruimte en daarmee naar aard gelijk te stellen voorzieningen.<br />

1.18 dagrecreatie:<br />

vormen van vrijetijdsbesteding waarbij niet in<br />

overnachtingsmogelijkheden wordt voorzien.<br />

1.19 detailhandel:<br />

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de<br />

uitstalling ten verkoop, verkopen en/of (af-)leveren van goederen aan<br />

diegenen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending<br />

anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.<br />

1.20 extensief dagrecreatief medegebruik<br />

vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en<br />

landschapsbeleving zoals wandelen, fietsen en die in principe<br />

plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn<br />

op het verstrekken van nachtverblijf.<br />

1.21 druiplijn:<br />

onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft.<br />

4<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


1.22 gebouw:<br />

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel<br />

of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.<br />

1.23 grondgebonden agrarisch bedrijf:<br />

een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende<br />

mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde<br />

grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden<br />

bedrijven zijn in ieder geval: grondgebonden veehouderijen,<br />

akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en<br />

boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn<br />

geplant.<br />

1.24 hoofdgebouw:<br />

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie en<br />

afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als belangrijkste<br />

gebouw valt aan te merken.<br />

1.25 horeca:<br />

een bedrijf, in hoofdzaak gericht op:<br />

a. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen spijzen en/of dranken;<br />

b. het verhuren en ter plaatse beschikbaar stellen van zaalruimten.<br />

Tot horecabedrijven worden ook afhaalzaken en<br />

maaltijdbezorgdiensten gerekend.<br />

1.26 huishouden:<br />

onder een huishouden wordt verstaan een alleenstaande, dan wel<br />

twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke<br />

huishouding voeren of willen voeren.<br />

1.27 logies:<br />

het bedrijfsmatig aanbieden van tijdelijk (nacht)verblijf, aan personen<br />

die hun hoofdverblijf elders hebben.<br />

1.28 logiesgebouw:<br />

een gebouw dat specifiek is ingericht voor het bedrijfsmatig aanbieden<br />

van tijdelijk (nacht)verblijf, aan personen die hun hoofdverblijf elders<br />

hebben.<br />

1.29 niet-grondgebonden agrarisch bedrijf:<br />

een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate<br />

afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van de onbebouwde<br />

grond in de directe omgeving van het bedrijf. Niet-grondgebonden<br />

bedrijven zijn in ieder geval: intensieve veehouderijen,<br />

glastuinbouwbedrijven en gebouwgebonden teeltbedrijven en<br />

kwekerijen, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen,<br />

nertsenkwekerijen, viskwekerijen en wormenkwekerijen.<br />

1.30 nutsvoorziening:<br />

een gebouwde voorziening voor het algemeen nut.<br />

5<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


1.31 overkapping:<br />

een bouwwerk met een dak met maximaal twee wanden, al dan niet<br />

tot de constructie zelf behorend.<br />

1.32 peil:<br />

a. indien op het land wordt gebouwd:<br />

1. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de voet van het<br />

bouwwerk direct aan de weg grenst: het door of namens<br />

Burgemeester en wethouders vastgestelde peil;<br />

2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de voet van het<br />

bouwwerk niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het<br />

terrein ter hoogte van die voet van het bouwwerk bij voltooiing<br />

van de bouw.<br />

b. indien op of over het water wordt gebouwd: het door of namens<br />

Burgemeester en wethouders vastgestelde peil.<br />

1.33 prostitutie:<br />

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele<br />

handelingen met een ander tegen vergoeding.<br />

1.34 seksinrichting:<br />

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin<br />

bedrijfsmatig of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele<br />

handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch<br />

/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in<br />

ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische<br />

massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of<br />

een parenclub al dan niet in combinatie met elkaar.<br />

1.35 straatprostitutie:<br />

het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in<br />

een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte<br />

bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele<br />

handelingen met een ander tegen vergoeding.<br />

6<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 2 Wijze van meten<br />

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:<br />

2.1 de dakhelling<br />

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.<br />

2.2 de goothoogte van een bouwwerk<br />

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het<br />

boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.<br />

2.3 de inhoud van een bouwwerk<br />

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de<br />

gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van<br />

daken en dakkapellen.<br />

2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk<br />

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een<br />

bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte<br />

bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee<br />

gelijk te stellen bouwonderdelen.<br />

2.5 de oppervlakte van een bouwwerk<br />

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de<br />

scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau<br />

van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.<br />

7<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


8<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS<br />

Artikel 3 Agrarisch<br />

3.1 Bestemmingsomschrijving<br />

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:<br />

a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf;<br />

b. het behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende<br />

danwel daaraan eigen landschapswaarden;<br />

c. watergangen, sloten en andere waterpartijen met bijbehorende<br />

oevers en taluds;<br />

d. extensief dagrecreatief medegebruik;<br />

met de daarbij behorende:<br />

e. voorzieningen, zoals voorzieningen ten behoeve van de<br />

waterhuishouding, perceelsontsluitingen, (landbouw)wegen,<br />

(onderhouds)paden, wandel- en fietspaden, ruiterpaden en<br />

picknickplaatsen.<br />

3.2 Bouwregels<br />

Voor het bouwen gelden de volgende regels:<br />

Toegestaan zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten<br />

dienste van de bestemming met een bouwhoogte van maximaal 3<br />

meter, met dien verstande dat:<br />

a. bouwwerken voor mestopslag, voeropslag, sleuf- en andere silo's,<br />

water- en andere bassins en andere naar de aard daarmee gelijk<br />

te stellen voorzieningen niet zijn toegestaan;<br />

b. overkappingen niet zijn toegestaan;<br />

c. paardenbakken niet zijn toegestaan.<br />

3.3 Specifieke gebruiksregels<br />

Voor het gebruik gelden de volgende regels:<br />

a. het gebruiken van gronden voor het opslaan, storten of bergen<br />

van materialen, producten en mest, waaronder begrepen kuilvoer-<br />

en mestopslag, is niet toegestaan;<br />

b. het gebruiken van gronden voor niet als bouwwerk aan te merken<br />

mest- of andere bassins is niet toegestaan;<br />

c. het gebruiken van gronden voor parkeren ten behoeve van de<br />

logies en centrale voorzieningen als bedoeld in Artikel 4 is niet<br />

toegestaan.<br />

3.4 Omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen<br />

bouwwerken zijnde<br />

3.4.1 Verbod:<br />

Het is verboden om op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden de<br />

volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten<br />

uitvoeren, zonder of in afwijking van een 'Omgevingsvergunning voor<br />

9<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van<br />

werkzaamheden':<br />

a. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van de dagrecreatie<br />

in de vorm van voet-, fiets en ruiterpaden en picknickplaatsen;<br />

b. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en<br />

dempen van bestaande waterlopen;<br />

c. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij<br />

daarvoor een vergunning krachtens de Ontgrondingenwet is<br />

vereist, en het egaliseren van gronden.<br />

3.4.2 Uitzonderingen op het verbod:<br />

Het in lid 3.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:<br />

a. werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud,<br />

gebruik en beheer;<br />

b. werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht<br />

worden van het plan in uitvoering waren of konden worden<br />

uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of<br />

aangevraagde vergunning.<br />

3.4.3 Voorwaarden voor vergunningverlening:<br />

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4.1, wordt uitsluitend<br />

verleend indien door de uitvoering van het werk of de werkzaamheden<br />

dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten<br />

gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de<br />

landschapswaarden, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden<br />

voldoende tegemoet kan worden gekomen.<br />

10<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 4 Gemengd<br />

4.1 Bestemmingsomschrijving<br />

De voor Gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor:<br />

a. een terrein dat bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd met<br />

logiesgebouwen en met centrale voorzieningen ten behoeve van de<br />

logiesgebouwen;<br />

b. (ontsluitings)wegen en paden;<br />

met de daarbij behorende:<br />

c. voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen,<br />

speel- en sportvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen;<br />

met dien verstande dat:<br />

d. een bedrijfswoning/dienstwoning niet is toegestaan.<br />

4.2 Bouwregels<br />

Voor het bouwen gelden de volgende regels:<br />

4.2.1 Logiesgebouwen:<br />

a. de logiesgebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak<br />

toegestaan;<br />

b. de logiesgebouwen dienen te worden ingericht voor het<br />

verstrekken van tijdelijke logies aan maximaal 600 personen (in<br />

alle logiesgebouwen gezamenlijk), waarbij per logé tenminste 10<br />

m² vloeroppervlakte beschikbaar is;<br />

c. de goothoogte van de logiesgebouwen mag niet meer dan 6,5<br />

meter bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 8,5 meter.<br />

4.2.2 Centrale voorzieningen:<br />

a. centrale voorzieningen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak<br />

toegestaan;<br />

b. centrale voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van<br />

de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - centrale<br />

voorzieningen';<br />

c. de vloeroppervlakte ten behoeve van detailhandel mag niet meer<br />

dan 350 m² bedragen;<br />

d. de goothoogte van de gebouwen voor centrale voorzieningen mag<br />

niet meer dan 6,5 meter bedragen en de bouwhoogte niet meer<br />

dan 8,5 meter.<br />

4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen:<br />

a. bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn zowel binnen als buiten<br />

het bouwvlak toegestaan;<br />

b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet<br />

meer bedragen dan in de tabel hierna is aangegeven:<br />

11<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximale<br />

bouwhoogte<br />

vlaggenmasten 8 meter<br />

erf- of perceelafscheidingen 2 meter<br />

speel- en sportvoorzieningen 5 meter<br />

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 meter<br />

c. de gezamenlijke oppervlakte van de overige bouwwerken geen<br />

gebouwen zijnde mag niet meer dan 50 m² bedragen.<br />

4.3 Specifieke gebruiksregels<br />

Voor het gebruik gelden de volgende regels:<br />

a. de logiesgebouwen mogen niet worden gebruikt voor permanente<br />

bewoning;<br />

b. op het terrein dient te worden voorzien in voldoende<br />

parkeerplaatsen ten behoeve van de logies;<br />

c. de gebouwen voor centrale voorzieningen mogen niet worden<br />

gebruikt voor horeca, met dien verstande dat een kantine die<br />

behoort tot de centrale voorzieningen wel is toegestaan;<br />

d. het terrein en de gebouwen mogen niet worden gebruikt voor<br />

verkoop- en/of handelsdoeleinden, met dien verstande dat een<br />

winkel die behoort tot de centrale voorzieningen wel is toegestaan.<br />

12<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 5 Natuur<br />

5.1 Bestemmingsomschrijving<br />

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:<br />

a. het behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende<br />

danwel daaraan eigen natuur- en landschapswaarden;<br />

b. watergangen, sloten en andere waterpartijen met bijbehorende<br />

oevers en taluds;<br />

c. extensief dagrecreatief medegebruik;<br />

met de daarbij behorende:<br />

d. voorzieningen, zoals voorzieningen ten behoeve van de<br />

waterhuishouding, wandel- en fietspaden, ruiterpaden en<br />

picknickplaatsen.<br />

5.2 Bouwregels<br />

Voor het bouwen gelden de volgende regels:<br />

Toegestaan zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten<br />

dienste van de bestemming met een bouwhoogte van maximaal 3<br />

meter.<br />

5.3 Omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen<br />

bouwwerken zijnde<br />

5.3.1 Verbod:<br />

Het is verboden om op de voor 'Natuur' aangewezen gronden de<br />

volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten<br />

uitvoeren, zonder of in afwijking van een 'Omgevingsvergunning voor<br />

het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van<br />

werkzaamheden':<br />

a. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en het<br />

aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;<br />

b. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-,<br />

energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband<br />

houdende constructies, installaties en apparatuur;<br />

c. het ophogen van de gronden, waaronder het aanleggen van<br />

geluidswallen;<br />

d. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere<br />

houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of<br />

ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen<br />

hebben;<br />

e. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van de dagrecreatie<br />

in de vorm van voet-, fiets en ruiterpaden en picknickplaatsen.<br />

5.3.2 Uitzonderingen op het verbod:<br />

Het in lid 5.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:<br />

a. werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud,<br />

gebruik en beheer;<br />

13<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


. werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht<br />

worden van het plan in uitvoering waren of konden worden<br />

uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of<br />

aangevraagde vergunning;<br />

c. werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 5.3.1 onder d, indien<br />

daarvoor een vergunning krachtens de kapverordening is vereist;<br />

d. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd om de gronden<br />

in te richten als moeraszone.<br />

5.3.3 Voorwaarden voor vergunningverlening:<br />

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1, wordt uitsluitend<br />

verleend indien door de uitvoering van het werk of de werkzaamheden<br />

dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten<br />

gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de<br />

natuur- en landschapswaarden, tenzij hieraan door het stellen van<br />

voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.<br />

14<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 6 Verkeer - 2<br />

6.1 Bestemmingsomschrijving<br />

De voor 'Verkeer - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen,<br />

straten, paden, en pleinen met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie,<br />

parkeervoorzieningen en voet- en fietspaden, bermen, beplanting en<br />

straatmeubilair, met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen<br />

zijnde (zoals bruggen), water nuts- en groenvoorzieningen.<br />

6.2 Bouwregels<br />

Op de voor 'Verkeer - 2' aangewezen gronden mogen uitsluitend<br />

worden gebouwd bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van<br />

de bestemming met dien verstande dat de bouwhoogte van<br />

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten<br />

behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet<br />

meer dan 9 meter mag bedragen.<br />

15<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 7 Waarde - Archeologie<br />

7.1 Bestemmingsomschrijving<br />

De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor<br />

de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor<br />

de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden;<br />

Deze bestemming heeft voorrang op de andere daar voorkomende<br />

(dubbel)bestemming(en).<br />

7.2 Bouwregels<br />

Voor het bouwen gelden de volgende regels:<br />

7.2.1 Verbod<br />

Het is verboden om zonder afwijking van het bevoegd gezag te<br />

bouwen of te laten bouwen op de voor Waarde - Archeologie mede<br />

bestemde gronden.<br />

7.2.2 Uitzonderingen<br />

Het onder 7.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:<br />

a. bebouwing die daar kan worden gebouwd krachtens de andere<br />

daar voorkomende bestemming(en), mits:<br />

1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1,5 ha; en;<br />

2. de graafwerkzaamheden niet dieper bedragen dan 80 cm en de<br />

bebouwing zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.<br />

b. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een<br />

maximale bouwhoogte van 5 meter.<br />

7.3 Afwijken van de bouwregels<br />

7.3.1 Afwijken<br />

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een<br />

omgevingsvergunning afwijken van het verbod in 7.2.1 voor het<br />

bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits:<br />

a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat:<br />

1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen<br />

worden geschaad;<br />

2. schade door de werkzaamheden of werken kan worden<br />

voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in<br />

acht te nemen van de aan de vergunning verbonden<br />

voorschriften.<br />

7.3.2 Beperkingen<br />

Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in 7.3.1<br />

onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de<br />

vergunning verbinden:<br />

a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen,<br />

waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden<br />

behouden;<br />

16<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


. de verplichting tot het doen van opgravingen;<br />

c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te<br />

laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de<br />

archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het<br />

bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.<br />

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen<br />

bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden<br />

7.4.1 Verbod<br />

Het is verboden om op de voor Waarde - Archeologie aangewezen<br />

gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te<br />

laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:<br />

a. het ophogen en ontgraven van de bodem;<br />

b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen<br />

of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere<br />

oppervlakteverhardingen;<br />

c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere<br />

wateren;<br />

d. het verlagen of verhogen van het waterpeil;<br />

e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-,<br />

telecommunicatie- of andere leidingen, aanleggen van drainage,<br />

en de daarmee verband houdende constructies;<br />

f. het aanleggen van bos of boomgaard;<br />

g. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden<br />

verwijderd;<br />

h. het scheuren van grasland;<br />

i. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe berekend worden<br />

woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen.<br />

7.4.2 Uitzonderingen<br />

Lid 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:<br />

a. het normaal onderhoud en beheer betreffen of die reeds in<br />

uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het<br />

plan;<br />

b. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;<br />

c. niet dieper dan 80 cm worden uitgevoerd;<br />

d. een oppervlakte hebben van niet meer dan 1,5 ha;<br />

e. krachtens de Ontgrondingenwet vergunningsplichtig zijn.<br />

7.4.3 Toetsingscriteria<br />

a. De omgevingsvergunning als bedoeld in 7.4.1 kan worden<br />

verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de<br />

archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van het<br />

bevoegd gezag in voldoende mate is aangetoond;<br />

b. het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning indien uit<br />

het rapport blijkt dat:<br />

1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen<br />

worden geschaad;<br />

2. schade door de werkzaamheden of werken kan worden<br />

voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in<br />

17<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


acht te nemen van de aan de omgevingsvergunning verbonden<br />

voorschriften.<br />

7.4.4 Beperkingen<br />

Het bevoegd gezag kan de vergunning als bedoeld in 7.4.1 onder<br />

beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning<br />

verbinden:<br />

a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen,<br />

waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden<br />

behouden;<br />

b. de verplichting tot het doen van opgravingen;<br />

c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te<br />

laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de<br />

archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het<br />

bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.<br />

7.5 Wijzigingsbevoegdheid<br />

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan op de volgende<br />

wijze te wijzigen:<br />

a. de bestemming Waarde - Archeologie geheel of gedeeltelijk laten<br />

vervallen, indien op basis van een archeologisch onderzoek is<br />

gebleken dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige<br />

archeologische waarden;<br />

b. de aanduiding 'archeologische waarden' toe te voegen wanneer uit<br />

archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse sprake is van<br />

gronden die op grond van de Monumentenwet moeten worden<br />

beschermd.<br />

18<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS<br />

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel<br />

Grond, welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van<br />

een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden<br />

gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten<br />

beschouwing.<br />

19<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 9 Algemene bouwregels<br />

9.1 Ondergeschikte bouwonderdelen<br />

De grenzen van het bouwvlak en/of de bestemmingsgrens mogen naar<br />

de buitenzijde tot 0,50 meter worden overschreden door<br />

ondergeschikte bouwonderdelen zoals, plinten, pilasters, kozijnen,<br />

gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken,<br />

trappen, bordessen, galerijen.<br />

20<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 10 Algemene gebruiksregels<br />

10.1 Strijdig gebruik<br />

Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan zoals bedoeld in<br />

artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wabo wordt in ieder geval verstaan:<br />

a. opslagdoeleinden, anders dan in verband met het toegelaten<br />

gebruik, waarbij in ieder geval als strijdig gebruik wordt<br />

aangemerkt: brand- en explosiegevaarlijke opslag, waaronder<br />

opslagruimte voor vuurwerk;<br />

b. het gebruik van een bijgebouw voor zelfstandige bewoning;<br />

c. het gebruik van een vrijstaand bijgebouw voor een aan huis<br />

verbonden beroep en bedrijfsuitoefening aan huis;<br />

d. het gebruik of laten gebruiken van de gebouwen voor een<br />

seksinrichting;<br />

e. (straat)prostitutie;<br />

f. andere doeleinden dan waarvoor het bevoegd gezag een<br />

omgevingsvergunning hebben verleend.<br />

21<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 11 Algemene afwijkingsregels<br />

11.1 Bevoegdheid<br />

Het bevoegd gezag kan, overeenkomstig artikel 2.12 sub 1 onder a<br />

onder 1 °, van de Wabo afwijken van het bepaalde in deze regels of de<br />

aanwijzingen op de verbeelding:<br />

a. ten aanzien van de voorgeschreven bouw- en goothoogte, met<br />

dien verstande dat de afwijkingen niet dan 10% bedragen van de<br />

in de regels, dan wel op de verbeelding aangegeven afmetingen<br />

en/of percentages;<br />

b. ten behoeve van de bouw van bouwwerken voor openbare en semi<br />

openbare diensten, zoals nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten<br />

behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten<br />

behoeve van de bediening van kunstwerken, toilletgebouwtjes en<br />

de naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes met dien<br />

verstande dat:<br />

1. de inhoud ten hoogste bedraagt 100 m 3 ;<br />

2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 meter;<br />

c. een geringe overschrijding van de bestemmings- en/of<br />

bouwgrenzen en/of aanduidingsgrenzen, indien een<br />

onnauwkeurigheid, een meetverschil of de feitelijke toestand van<br />

het terrein daartoe aanleiding geeft, of indien een rationele<br />

verkaveling van de gronden een geringe overschrijding vergt, mits<br />

de grens of grenzen met niet meer dan 2 meter worden<br />

overschreden;<br />

d. voor het bouwen van sculpturen en andere kunstzinnige<br />

bouwwerken tot een bouwhoogte van 15 meter.<br />

22<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS<br />

Artikel 12 Overgangsrecht<br />

12.1 Overgangsrecht bouwwerken<br />

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het<br />

bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd<br />

kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen,<br />

en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en<br />

omvang niet wordt vergroot,<br />

1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;<br />

2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit, geheel<br />

worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de<br />

omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen 2<br />

jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.<br />

b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde<br />

onder a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten<br />

van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met<br />

maximaal 10%.<br />

c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die<br />

weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het<br />

plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het<br />

daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels<br />

van dat plan.<br />

12.2 Overgangsrecht gebruik<br />

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip<br />

van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in<br />

strijd is, mag worden voortgezet.<br />

b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik,<br />

bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een<br />

ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering<br />

de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.<br />

c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van<br />

inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een<br />

jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te<br />

hervatten of te laten hervatten.<br />

d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat<br />

reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan,<br />

daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.<br />

23<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


Artikel 13 Slotregel<br />

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan<br />

De Bosruiter.<br />

24<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

bestemmingsplan De Bosruiter vastgesteld d.d.<br />

mRO b.v. / PLR / 07.15-5 / april 2012


N<br />

WR-A<br />

GD<br />

WR-A<br />

A<br />

(sgd-cv)<br />

GD<br />

(sgd-cv)<br />

V-2<br />

WR-A<br />

LEGENDA<br />

PLANGEBIED<br />

Plangebied<br />

BESTEMMINGEN<br />

VERKLARING<br />

2<br />

2a<br />

A<br />

GD<br />

N<br />

V-2<br />

WR-A<br />

Agrarisch<br />

Gemengd<br />

AANDUIDINGEN<br />

(sgd-cv)<br />

Natuur<br />

Verkeer - 2<br />

Waarde - Archeologie<br />

(gematigde archeologische verwachting)<br />

specifieke vorm van gemengd -<br />

centrale voorzieningen<br />

bouwvlak<br />

<strong>Gemeente</strong> Zeewolde<br />

nummer<br />

formaat<br />

datum<br />

gegevens GBKN en Kadaster<br />

Bestemmingsplan De Bosruiter<br />

Voorontwerp<br />

07.15<br />

A2<br />

april 2012<br />

schaal<br />

referte<br />

1:2000<br />

mRO<br />

mRO bv<br />

't Zand 30 3811 GC Amersfoort<br />

tel.: 033-4614342 / fax: 033-4614990 / Email: info@mro.nl mRO<br />

raad<br />

ID nr.<br />

NL.IMRO.0050.BPDeBosruiter-VO01<br />

noordpijl

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!