14.08.2013 Views

Bestemmingsplan - Ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan - Ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan - Ruimtelijkeplannen.nl

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

<strong>Bestemmingsplan</strong> De<br />

Noordhoek<br />

Opgesteld door:<br />

Gemeente Tilburg, Dienst Wijkzaken<br />

Afdeling Ruimtelijke Inrichting<br />

voorontwerp: 15-07-1997<br />

ontwerp: 26-01-1998<br />

vaststelling 30-08-1999<br />

goedkeuring: 04-04-2000<br />

in werking: 23-06-2000<br />

CODE: 1999-001 onherroepelijk:


<strong>Bestemmingsplan</strong> De<br />

Noordhoek<br />

Toelichting en bijlagen<br />

Opgesteld door:<br />

Gemeente Tilburg, Dienst Wijkzaken<br />

Afdeling Ruimtelijke Inrichting<br />

voorontwerp: 15-07-1997<br />

ontwerp: 26-01-1998<br />

vaststelling 30-08-1999<br />

goedkeuring: 04-04-2000<br />

in werking: 23-06-2000<br />

CODE: 1999-001 onherroepelijk:


<strong>Bestemmingsplan</strong> De<br />

Noordhoek<br />

Toelichting


OVERZICHT INHOUD<br />

blz<br />

Overzicht inhoud 3<br />

Overzicht kaarten 5<br />

Overzicht bijlagen 6<br />

I. INLEIDING 7<br />

II. BESCHRIJVING PLANGEBIED 8<br />

II.1 LIGGING 8<br />

II.2 ONTWIKKELINGSGESCHIEDENIS 9<br />

A. ALGEMEEN 9<br />

B. FUNCTIEVERANDERINGEN NA 1830 10<br />

II.3 HUIDIGE SITUATIE 11<br />

A. FUNCTIONELE STRUCTUUR VAN HET GEBIED 11<br />

B. DIVERSE FUNCTIONELE ASPECTEN (GEBRUIK) 15<br />

1 verkeer 15<br />

2 wonen/voorzieningen 17<br />

3 werken 19<br />

4 recreëren 20<br />

5 waterhuishouding, ondergrondse infrastructuur 20<br />

C. MILIEU-ASPECTEN 21<br />

1 verkeershinder: geluid, luchtverontr. 21<br />

2 bedrijfshinder: diverse hindervormen 21<br />

3 bodem en grondwaterverontreiniging 23<br />

D. BELEVING: BEELD 24<br />

1 ruimtelijke structuur en gebouwde omgeving 24<br />

2 ruimtelijke structuur en openbare ruimte 26<br />

3 cultuurhistorische waarden 26<br />

E. BELEVING: SOCIALE VEILIGHEID 27<br />

F. FYSIEKE VEILIGHEID 27<br />

II.4 AANWEZIG JURIDISCH INSTRUMENTARIUM (R.O.) 28<br />

A. INSTRUMENTARIUM 28<br />

B. FUNCTIES AFWIJKEND VAN DE GELDENDE<br />

BESTEMMINGEN 28


III. VOORGESTAAN BELEID 29<br />

III.1 ALGEMEEN 29<br />

III.2 UITWERKING 31<br />

A. FUNCTIONELE STRUCTUUR VAN HET GEBIED 31<br />

B. DIVERSE FUNCTIONELE ASPECTEN (GEBRUIK) 33<br />

1 verkeer 33<br />

2 wonen/voorzieningen 37<br />

3 werken 38<br />

3.1 kantoren 39<br />

3.2 detailhandel 39<br />

3.3 bedrijven 39<br />

4 recreëren 39<br />

5 waterhuishouding, ondergrondse infrastruct. 40<br />

C. MILIEU-ASPECTEN 41<br />

1 verkeershinder (geluid, luchtverontr.) 41<br />

2 bedrijfshinder (diverse) 43<br />

3 bodem- en grondwaterverontreiniging 44<br />

D. BELEVING:BEELD 45<br />

ALGEMEEN 45<br />

UITWERKING 45<br />

1 ruimtelijke structuur en gebouwde omgeving 45<br />

a spoorzone 45<br />

b noordhoekring 47<br />

c bredaseweg 47<br />

d ringbaan-west 47<br />

e overige: binnengebied 47<br />

2 ruimtelijke structuur en openbare ruimte 49<br />

a algemeen 49<br />

b materialen, meubilair 49<br />

c groen 50<br />

3 cultuurhistorische waarden 52<br />

E. BELEVING: SOCIALE VEILIGHEID 53<br />

F. FYSIEKE VEILIGHEID 53<br />

IV. PLANSYSTEMATIEK 54<br />

A. ALGEMEEN 54<br />

B. PLANOPZET 55<br />

V. UITGANGSPUNTEN EN VERTALING IN HET PLAN 60<br />

A. GEBRUIKS- EN BEELDASPECT 60<br />

B. UITGANGSPUNTEN ALGEMEEN 61<br />

C. UITGANGSPUNTEN UITGEWERKT 62<br />

VI. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN 68<br />

VII. MAATSCHAPPELIJKE AANVAARDBAARHEID VAN HET PLAN 69<br />

VIII.OVERLEG MET OVERHEDEN, DIENSTEN EN BEDRIJVEN 71<br />

IX. BEHANDELING VAN INGEDIENDE ZIENSWIJZEN 77


KAARTEN<br />

1 ligging plangebied<br />

2 bestaande toestand (fysiek): bebouwing, groen +<br />

waardering<br />

3 overzichtskaart: veranderings- en beheergebieden;<br />

bouwbloknummers<br />

4a bestaande toestand: functies<br />

4b bestaande toestand: functiezones<br />

5 bestaande toestand: bedrijfscategorieën (zie ook<br />

rapport)<br />

6 eigendomssituatie in veranderingsgebieden(1-1-93)<br />

7a geldende bestemmingsplannen (1-1-93)<br />

7b geldende bestemmingen (1-1-93)<br />

8 deelkaart stadsbeheerplan 1989<br />

NB: In de tekst van de toelichting opgenomen kaartjes e.d.<br />

zijn:<br />

- historische ontwikkelingen; 3 kaartjes: 1835, 1900,<br />

1935)<br />

(onder II.2: ontwikkelingsgeschiedenis)<br />

- ondergrondse infrastructuur en stations<br />

(onder II.3.C: milieu-aspecten)<br />

- bestaande ruimtelijke hoofdstructuur<br />

(onder II.D beleving: beeld)<br />

- stedebouwkundige typologie (structuurplan oude<br />

stad)<br />

idem<br />

- bestaande sted. structuur: bebouwingstypen<br />

idem<br />

- kantore<strong>nl</strong>ocaties<br />

(onder III.2; B: 3.1 kantoren)<br />

- detailhandelcentra<br />

(onder III.2; B: 3.2 detailhandel<br />

- geluidsonderzoek<br />

(onder III.2; C: 1 verkeershinder ...)<br />

- toekomstige ruimtelijke hoofdstructuur<br />

(onder III.2; D: beleving; beeld)<br />

- stationszone: perspectivische schetsen en tekst<br />

(idem)<br />

- groenstructuurplan<br />

(onder III.2; D: 2, c: groen)


BIJLAGEN BETREFFFENDE MILIEU-ASPECTEN EN FYSIEKE<br />

VEILIGHEID<br />

- GELUIDSONDERZOEK<br />

- HISTORISCH ONDERZOEK BODEM-VERONTREINIGING<br />

- ONDERZOEK MILIEUHINDER BEDRIJVEN (*)<br />

- ONDERZOEK VEILIGHEID SPOORTRANSPORT<br />

(*) zie ook toelichtingskaart 5a in bundel met<br />

toelichtingskaarten


I. INLEIDING<br />

Sinds 1991 is het beleid gericht op de ontwikkeling van<br />

bestemmingsplannen die de gehele stad met in hoofdzaak op<br />

beheer gerichte plannen bestrijken. Deze autonome<br />

ontwikkeling -los van incidentele noodzakelijke planingrepen-<br />

gaat uit van cycli van tien jaar waarbinnen telkens het gehele<br />

grondgebied qua bestemmingsplannen opnieuw bekeken<br />

wordt. Elk van de deelplannen beslaat een relatief groot<br />

gebied, in totaal is het grondgebied van Tilburg afgedekt met<br />

een dertigtal plannen.<br />

Bij de indeling van de stad in plangebieden is uitgegaan van<br />

de volgende aspecten:<br />

- de interne samenhang van een gebied op zich<br />

- logische infrastructurele begrenzing van gebieden<br />

- benadering van actuele bestemmingsplangrenzen<br />

- bestaande planologische wijkindelingen<br />

- bestaande planning en prioriteite<strong>nl</strong>ijst<br />

bestemmingsplannen.<br />

Het plangebied Noordhoek voldoet aan bovenstaande criteria;<br />

enigszins afwijkend is de toevoeging van het gebied<br />

Kromhout, gelegen aan de zuidzijde van de Bredaseweg. Dit<br />

in ontwikkeling zijnde veranderingsgebied is meegenomen<br />

vanwege de geprojecteerde stedebouwkundige samenhang<br />

met het eveneens in ontwikkeling gebrachte aansluitende<br />

gebied aan de noordzijde van de Bredaseweg.<br />

Als planvorm wordt in principe uitgegaan van globale<br />

eindplannen teneinde soepel met beheer-situaties te kunnen<br />

omgaan en om te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen<br />

in veranderingsgebieden.<br />

Het plan Noordhoek zal vooral een beheer-plan zijn; het<br />

grootste deel van het gebied is ingevuld en "stabiel". Er zijn<br />

echter wel belangrijke ontwikkelingen gaande en te<br />

verwachten. In ontwikkeling zijn het gebied Kromhout en het<br />

gebied gelegen tussen Ringbaan-west en Beukenstraat.<br />

Ontwikkelingen zijn te verwachten in de zogenaamde<br />

"spoorzone" (die zich richting centrum buiten het plangebied<br />

doorzet).<br />

Op de aard van beheer- en veranderingsgebieden zal ingegaan<br />

worden in het volgende hoofdstuk "Beschrijving van het<br />

plangebied".


II. BESCHRIJVING PLANGEBIED<br />

II.1 LIGGING.<br />

Het plangebied "Noordhoek" ligt aan de westzijde tegen de<br />

Ringbaan-west aan; deze weg maakt deel uit van het<br />

ringbaanstelsel dat ongeveer de gehele "Oude Stad" omvat. De<br />

spoorbaan vormt -aan de noordzijde- de begrenzing van het<br />

plangebied.<br />

Aan de oostzijde ligt De Noordhoek tegen het centrum van de<br />

stad aan, de scheiding is de Noordhoekring, onderdeel van de<br />

zogenaamde "city-ring". Het plangebied wordt verder aan de<br />

zuidzijde grotendeels begrensd door de Bredaseweg, een<br />

stedelijke hoofdweg. Een plandeel overschrijdt deze weg naar<br />

het zuiden (in hoofdzaak een gebied in ontwikkeling:<br />

Kromhout).<br />

Aan alle zijden van het plangebied liggen -met uitzondering<br />

van het centrum, woongebieden. Ten noorden ligt, aan de<br />

andere zijde van de spoorweg, de noordelijke helft van de<br />

oude stad; ten westen ligt een jonger gebied: De Reit,<br />

grotendeels ontstaan in de jaren '50 en '60. Ten zuiden weer<br />

een deel van de Oude Stad en ten oosten, zoals reeds<br />

aangegeven: het stadscentrum, eveneens onderdeel van de<br />

Oude Stad.


II.2 ONTWIKKELINGSGESCHIEDENIS.<br />

zie bijgaande kaartjes uit ca 1830, ca 1900 en ca 1935<br />

A. ALGEMEEN.<br />

Rond 1830 was het gehele plangebied, gelegen in de buurt<br />

"De Schijf", agrarisch, het bestond uit landerijen en was<br />

vrijwel onbebouwd.<br />

De enige verharde wegen in de stad waren de Markt,<br />

Heuvelstraat en Nieuwlandstraat (de "steenweg").<br />

De in het plangebied gelegen wegen en "slijt"-paden waren<br />

allemaal onverhard.<br />

Slechts op de locatie waar veel later de Noordhoekse kerk<br />

werd gebouwd (noord-oosthoek van het gebied) kwam in die<br />

tijd in het plangebied reeds enige bebouwing voor. Een<br />

begraafplaats ("kerkhof") werd op de kadastrale kaart van<br />

1832 al vermeld in de zuidoosthoek van het gebied, daar<br />

waar nu nog de begraafplaats ligt op de hoek Bredaseweg/Noordhoekring.<br />

De eerste kadastrale kaart (van 1832) geeft al duidelijk de<br />

ligging aan van de volgende wegen: de Boomstraat, route die<br />

noordwestelijk doorliep richting Tongerlose Hoef, de<br />

Elzenstraat en de Diepenstraat. Ook het tracé van de Lange<br />

schijfstraat (nu voor een deel de Noordhoekring) is<br />

aangegeven.<br />

Het plangebied de Noordhoek heeft zijn huidige vorm -<br />

afgezien van de splitsing door de Bredaseweg- als<br />

samenhangend geheel verkregen, niet vanuit een historisch<br />

gegroeide maar door een ontworpen stedelijke<br />

verkeersstruktuur: de "rijksweg" van Breda over Tilburg naar<br />

den Bosch (1820-1830), de spoorweg (1860-1880) en nog later<br />

de Ringbaan-west (1930-1950) en de cityring (1950-1960).<br />

De Rijkswegen naar Den Bosch en Breda werden als rechte<br />

strakke banen aangelegd; de oorspronkelijke bochtig<br />

verlopende wegen lagen op een geheel ander tracé; de weg<br />

naar Breda bijvoorbeeld liep over de Berkdijksestraat en de<br />

Korvelseweg naar het stadscentrum (de functie als rijksweg<br />

werd pas in 1955 van de Bredaseweg overgezet naar de Ringbaan-zuid).<br />

Rond 1880 werd het gebied "de Schijf" doorsneden door de<br />

aa<strong>nl</strong>eg van de spoorwegverbindingen Tilburg-Breda en<br />

Tilburg-Turnhout. De aanzet van deze laatste lijn liep met een<br />

boog vanaf het station naar het zuiden (huidig tracé<br />

Vierwinde<strong>nl</strong>aan/Dongepad).<br />

Rond 1935 wordt de Ringbaan-west ter hoogte van het<br />

plangebied aangelegd op, en in het verlengde van het tracé<br />

van de Korenbloemstraat.<br />

In het kader van de uitvoering van de "doorbraakplannen"<br />

rond en naar het centrum en van de hoogspoorwerken - eind<br />

jaren '50, begin jaren '60- wordt onder andere de Lange<br />

Schijfstraat gereconstrueerd en omgevormd tot de huidige<br />

Noordhoekring als onderdeel van de "cityring", oostelijke<br />

begrenzing van het plangebied. Bij deze grote werken werd


ook de Spoorlaan / Hart van Brabantlaan aangelegd en werd<br />

de aanzet van de spoorbaan naar België (het " Bels lijntje ")<br />

naar buiten de stad verplaatst; binnen het plangebied de<br />

Noordhoek herinnert niets meer aan de vroegere<br />

spoorverbinding naar Turnhout.<br />

Hiermede is de geschiedenis van de, voor de begrenzing van<br />

het gebied bepalende verkeersstrukturen, beknopt<br />

weergegeven.


B. FUNCTIEVERANDERING NA 1830.<br />

In een relatief korte periode is het karakter van het<br />

plangebied -tot dan een open agrarisch landschap- grondig<br />

gewijzigd. Deze plotselinge omslag heeft uiteraard te maken<br />

met de sterke industrialisering van de stad. In het gebied en<br />

in zijn directe omgeving zijn niet alleen bedrijvigheid en al<br />

dan niet daarmee samenhangend wonen terechtgekomen,<br />

maar ook een aantal functies met een stedelijk belang hebben<br />

er een plaats gevonden (niet verwonderlijk voor een<br />

omgeving die zo dicht bij het stadscentrum lag).<br />

Een aantal van de grootschaligere nieuwe functies uit die<br />

periode wordt hierna opgesomd om een beeld te geven van<br />

de ontwikkelingen in de loop van de tijd:<br />

Ca 1800 Lakenfabriek Pollet & Zonen (*);<br />

1811 de molen van Claassens (*);<br />

1849 Wollenstoffenfabriek Frans Mutsaers (*);<br />

ca 1850 Transportbedrijf van Casteren (*);<br />

ca 1860 Ursulinnenklooster (*),de kloosterkapel<br />

bestaat nog ;<br />

1880 Beeldenrij langs begraafplaats Bredaseweg /<br />

Noordoekring ;<br />

1890 de Regenboog "( Firma Janssen en Bierens<br />

Stoomververij en<br />

Chemische Wasscherij De Regenboog") ;<br />

Ca 1890 Huis van de missionarissen van het H. Hart<br />

met kloosterkapel ;<br />

1897 Fabriek van Muziekinstrumenten Kessels(*);<br />

1897 Waterleidingmaatschappij (watertoren en<br />

kantoor);<br />

ca 1900 Noordhoekse kerk (*);<br />

ca 1920 Cavalerie-kazerne Kromhout (*);<br />

1929 Hogere Textielschool ;<br />

1930 St. Odulphus-lyceum ;<br />

1935 Publieke Werken ;<br />

ca 1955 Hoofdburo van Politie (*) =<br />

ondertussen gesloopt<br />

De meeste van de hiervoor genoemde gebouwen zijn terug te<br />

vinden op bijgaand kaartjes van de situatie rond 1900 en<br />

1930 ( Noordhoek met omliggend gebied; het omliggend<br />

gebied bestond in die tijd deels uit stedelijk- en deels uit<br />

buitengebied)<br />

Woningbouw in het plangebied<br />

Rond 1900 kent het gebied zowel een gegroeide als een<br />

geplande structuur, de meeste woningen zijn van eigenaarbewoners,<br />

echter de grootste diversiteit komt duidelijk voor<br />

in de gegroeide en in de oudere ontworpen straten.<br />

Lintbebouwing is in die tijd te vinden in het oostelijk deel<br />

van de Boomstraat , de toenmalige Lange Schijfstraat , de<br />

Noordstraat/Industriestraat , de huidige Elzenstraat-oost en<br />

langs de Laagstraat. Ook de Bredaseweg heeft een zeer<br />

gedifferentieerde lintbebouwing alhoewel het hier om een<br />

geplande weg gaat.


De eerste geplande woningbouw in het -huidige-<br />

binnengebied kwam tot stand langs Watertorenstraat ,<br />

Eikstraat , Ceciliastraat en de Dyonisiusstraat.<br />

Rond 1920 werd , met de komst van de cavaleriekazerne werd<br />

langs de Bredaseweg een aaneengesloten rij statige<br />

officierswoningenm gebouwd, ook nu nog een fraai<br />

straatbeeld met een stedelijke allure, dit in tegenstelling tot<br />

het meer westelijke deel van de Bredasweg dat een eerder<br />

dorps karakter heeft behouden.<br />

Het Plan in Hoofdzaak van 1953 voorzag in een aantal<br />

"doorbraakplannen" die er op gericht waren het centrum en<br />

de Oude Stad optimaal te ontsluiten en aan te sluiten op de<br />

omliggende uitbreidingswijken.<br />

Belangrijk onderdeel voor De Noordhoek was de ongeveer<br />

evenwijdig aan de spoorbaan geprojecteerde "oost-west<br />

boulevard" (van Ringbaan-oost langs het centrum, over de<br />

Ringbaan-west tot het huidige universiteitscomplex<br />

doorlopend) die samen met de Ringbaan West als toekomstig<br />

belangrijkste assenkruis binnen de totale stedelijke<br />

verkeersstruktuur werd gedacht. Deze weg werd in de periode<br />

'55-'65 gerealiseerd.<br />

Een deel van de geplande doorbraken werd deels of geheel niet<br />

gerealiseerd: in het plangebied bijvoorbeeld de koppeling, via de<br />

Ceciliastraat, tussen de genoemde oost-west boulevard en de<br />

Bredaseweg. De sporen van de doorbraak door het bouwblok tussen<br />

Ceciliastraat en Wilgenstraat zijn nog duidelijk te zien.<br />

Over het gedeelte vanaf de kruising met de Ringbaan-West tot<br />

aan de Gasthuisring werd de oost-west verkeersas Hart van<br />

Brabantlaan genoemd. Voor de Hart van Brabantlaan werd<br />

over nagenoeg de volle lengte een zware tweezijdige<br />

begeleiding in de vorm van direct aa<strong>nl</strong>iggende hoogbouw ten<br />

behoeve van voornamelijk wonen, gepland.<br />

Aan mogelijke bezwaren tegen een zware verkeersfunctie en<br />

tweezijdig daarlangs, hoge woongebouwen, werd toen nog<br />

niet gedacht.<br />

In de periode '65 tot '75 werd de hier geprojecteerde<br />

hoogbouw dan ook voor een belangrijk deel gerealiseerd in<br />

de vorm van galerij-flatgebouwen. De laatste grootschalige<br />

woningbouw in het plangebied is in 1978 op de locatie van de<br />

daartoe gesloopte Noordhoekse kerk gerealiseerd (een<br />

stedebouwkundige randvoorwaarde was dat hier een markant<br />

bouwvolume als vervanging van die kerk zou komen).


II.3 HUIDIGE SITUATIE.<br />

A. FUNCTIONELE STRUCTUUR VAN HET GEBIED.<br />

- zie toelichtingskaart 4b: "functiezones"; deze kaart is<br />

afgeleid<br />

van de functiekaart 4a: "functies" -<br />

- zie deelkaartje "stedebouwkundige typering" uit het<br />

structuurplan<br />

voor de oude stad; ingevoegd bij de paragraaf over<br />

beleving -<br />

In het "Structuurplan voor de Oude Stad" (1976) is<br />

aangegeven dat de functionele structuur voor een groot deel<br />

samenhangt met de fysieke structuur van de oude stad. Dit<br />

gegeven vormt tevens de basis voor het daaropvolgende<br />

structuurplan: het "Stadsbeheerplan Tilburg" (1989).<br />

Globaal kan voor het gebied Noordhoek gesteld worden dat in<br />

de gegroeide lintbebouwde hoofdstructuur een menging van<br />

functies voorkomt (die in de loop van de laatste decennia<br />

enige ontmenging te zien geeft ten voordele van het wonen)<br />

en dat in de geplande structuur, de zogenaamde<br />

"clusterbebouwing" de woonfunctie overheerst . Overigens<br />

zijn er oudere delen "ontworpen structuur" waar eveneens<br />

menging van functies voorkomt, met name de Bredaseweg en<br />

het noordwestelijk deel vna de Noordhoekring. In de "amorfe"<br />

(d.i. weinig of niet gestructureerde) zones is de<br />

bedrijfsfunctie te vinden.<br />

Hierna worden de typerende gebiedsdelen beschreven.<br />

De grote oudere woonbuurt; kern van het plangebied<br />

(op de functiezone-kaart locatie 1a)<br />

De woonbuurt bestaat voor een kleiner deel uit een gegroeide<br />

structuur (zie ontwikkelingsgeschiedenis) en voor een groter<br />

deel uit een jongere planmatig ontstane structuur.<br />

Het oudste deel van de buurt ging er steeds verder op<br />

achteruit tot bij het opstellen van het "Structuurplan Oude<br />

Stad" -1976- bleek dat doorbraakplannen en dergelijke<br />

definitief van de baan waren. De aa<strong>nl</strong>eg -1977- van de eerste<br />

stedelijke fietsroute heeft het vernieuwde vertrouwen in het<br />

bestaansrecht van het oudere deel van het woningbestand<br />

nog versterkt, waarna het herstel doorzette.<br />

Het jongere deel van de buurt is te typeren als een wat betere<br />

woonbuurt, planmatig tot stand gekomen tussen 1920 en<br />

1940, ook hier met overwegend eigen woningen. Van deze<br />

woningen is de bouwtechnische en de onderhoudstechnische<br />

staat redelijk tot goed te noemen.<br />

Enkele na 1975 binnen de woonbuurt vrijgekomen lokaties<br />

zijn dan ook weer voor woningbouw benut; hoek<br />

Elzenstraat/Dyonisiusstraat (40 wooneenheden in<br />

middelhoge bouw), een blok woningen aan de Laagstraat, de<br />

Kastanjestraat en langs de Boomstraat-noordzijde nabij de<br />

Noordhoekring.<br />

Andere functies binnen dit woongebied.


Binnen het gebied zijn een drietal basisscholen gelegen<br />

(locaties 4; zie verder onder "schole<strong>nl</strong>ocaties").<br />

Er komen relatief weinig vormen van bedrijvigheid voor; het<br />

blijft bij een enkel confectieatelier, enkele timmerbedrijfjes,<br />

enige horeca en een minimum aan buurt- en andere kleinere<br />

winkels. Wel kan opgemerkt worden dat er in deze buurt maar<br />

weinig woonstraten voorkomen waarbinnen geen ex-<br />

winkelwoonhuis tussen de woningen is te ontdekken.<br />

Langs de Bredaseweg-noordzijde- heeft de horeca wel enige<br />

betekenis, er komt een grote drukkerij voor, doch langs deze<br />

zijde van de weg betreft het overwegend wonen.<br />

Binnen het "wonen" aan de zuidzijde van de Bredaseweg komt<br />

nog een kleine concentratie van detailhandel en<br />

dienstverlening voor (op kaart een der locaties 3d).<br />

Elders verspreid voorkomende kleinere groepen oudere<br />

woningen (laagbouw)<br />

(op functiezone-kaart locaties 1b)<br />

Langs de Hart van Brabantlaan -noordzijde- komt, ter hoogte<br />

van het van Gend en Loos-complex , een uniform type oudere<br />

eengezinswoningen voor; in aaneengesloten vorm.<br />

De Bredaseweg-noordzijde is ter hoogte van de kruising met<br />

de Ringbaan bebouwd met veelal vrijstaande herenhuizen.<br />

Aansluitend langs de Ringbaan-oost komt een 5-tal villa's op<br />

royale percelen voor.<br />

De tussen de voormalige Kromhoutkazerne en de<br />

Bredasewegen Ringbaan-west gelegen locatie is bebouwd met<br />

respectievelijk aaneen gebouwde statige woningen (het<br />

betreft voornamelijk voormalige officierswoningen uit de<br />

jaren '20-'25); en grotere woningen in de rij langs de<br />

Ringbaan. Langs de Korenbloemstraat ligt een complex dat als<br />

nette volkswoningbouw is te typeren.<br />

Voor de woonbebouwing langs de Bredaseweg is kenmerkend<br />

dat er nogal wat voormalige winkelwoonhuizen voorkomen<br />

(nu woningen) terwijl er op de hoek bij de Diepenstraat<br />

eenvoudige vervangende nieuwbouw van recente datum staat.<br />

De oudere panden aan de Bredaseweg geven -uitzonderingen<br />

daargelaten- vooral aan de noordzijde van deze weg een beeld<br />

van onvoldoende onderhoud.


De jongere woo<strong>nl</strong>ocaties<br />

(op functiezone-kaart locaties 2)<br />

De -onder ontwikkelingsgeschiedenis- al omschreven<br />

hoogbouw uit de jaren '65-'75, langs de hart van Brabantlaan<br />

omvat een 900-tal wooneenheden. Deze concentratie van<br />

hoogbouw komt als harde belijning van een -ruimtelijk<br />

gezien- smalle hoofdverkeersas, nogal hard over: tunneleffect.Deze<br />

meergezinshuizen ondergingen recent een<br />

ingrijpend groot onderhoud ; het totaal betreft een<br />

kwalitatief als goed aan te merken bebouwing.<br />

Het meest recent is het ca 200 wooneenheden omvattende<br />

woongebouw hoek Noordhoekring/Hart van Brabantlaan.<br />

Ondanks de negatieve invloed op het woonmilieu ten gevolge<br />

van de optredende verkeerlawaaibelasting en luchtvervuiling<br />

vormt het geheel aan hogere woonbebouwing langs de drukke<br />

Hart van Brabantlaan een blijvend gegeven.<br />

Menggebieden (wonen en andere functies)<br />

(functiezone-kaart locaties 3a t/m 3d)<br />

Gedeelte Noordhoekring (3a).<br />

De functies binnen de straatwand langs het noordelijk deel<br />

van de Noordhoekring zijn erg afwisselend. Dit front herbergt<br />

een menging van kleinschalige functies in detailhandel- en<br />

dienstverlening, ook komt enige horeca voor; alles<br />

afgewisseld met wonen;<br />

Omgeving kruising Boomstraat/Pijnboomstraat (3b).<br />

Dit menggebied omvat de locatie Wijffels -zuidelijk van de<br />

Boomstraat- en het gebied tussen Boomstraat, Pijnboomstraat<br />

en Populierstraat. Met uitzondering van de functies<br />

gesitueerd direct binnen de noordelijke straatwand aan de<br />

Boomstraat, is dit gebied vrij ongeordend. De bebouwing<br />

waarbinnen een autobedrijf en een zaak in woningtextiel zijn<br />

gehuisvest is weinig fraai en bouwtechnisch nauwelijks nog<br />

op te knappen. De doe het zelf-supermarkt is hier<br />

distributietechnisch verre van goed gelegen. Het ten zuiden<br />

van de Boomstraat gelegen gedeelte past niet in het<br />

aansluitende woongebied.<br />

Het noordelijk van de Boomstraat gelegen deel van het gebied<br />

verdient -als locatie- een meer intensieve bestemming dan er<br />

nu aan gegeven is. Het is alleen de noordelijke straatwand<br />

direct aan de fietsroute die, ook op termijn, als blijvend<br />

aangemerkt kan worden. Hoewel niet echt fraai, gaat het bij<br />

deze straatwand toch om een totaliteit die qua bouw en<br />

gebruik goed functioneert.<br />

Gebied zuidoostelijk van kruising Hart van<br />

Brabantlaan/Cecilia- straat(3c).<br />

Aanzien, en vooral gebruik van het -ruim 1 ha omvattende -<br />

onroerend goed, bekend als de voormalige W.A.Hollandlocatie,<br />

zijn niet van de voor dit gebied gewenste kwaliteit.<br />

Binnen dit gebied komen ondermeer enkele grote zaken voor;<br />

een autoverhuurbedrijf, een detailhandel in volumineuze<br />

goederen, een nogal ruimtevergend horecabedrijf en een<br />

omvangrijke exporterende handel in tweedehands auto's.Het


geheel vindt plaats binnen en buiten een groot, voormalig<br />

garagebedrijfspand.<br />

Als incidenteel voorkomende concentratie van kleinschalige<br />

detailhandel en dienstverlening -liggend aan hoofdwegen-<br />

zijn binnen het plangebied nog enkele locaties te<br />

onderkennen (3d):<br />

* de zuidzijde van de Bredaseweg ter hoogte van de<br />

Kromhoutlocatie,<br />

* de noordzijde van de H. van Brabantlaan, met name de<br />

begane grond van beide koppen van de hoogbouw.<br />

De schole<strong>nl</strong>ocaties:<br />

(toelichtingskaart 4b - functiezones - , locaties nrs 4)<br />

Basisscholen in het oudere woongebied zijn:<br />

"De Vuurvogel" een jonger gebouw aan de Eikstraat. Deze<br />

school is gefuseerd met de buiten het plangebied gelegen<br />

“Centrumschool”. Tweede basisschool is de “Angela”-school<br />

aan de Elzenstraat 64, deze is samengegaan met de<br />

Montessorischool “De Elzen” aan de Elzenstraat 14A. Deze<br />

scholen blijven voorzover nu te overzien is, gehandhaafd.<br />

Aan de Noordhoekring-westzijde ligt de grootschalige<br />

scholengemeenschap St. Odulphus (V.W.O./H.A.V.O.). Deze<br />

school beslaat de ruimte tussen de begraafplaats en de<br />

Laagstraat en tussen Noordhoekring en Wilgenstraat. De<br />

school heeft momenteel ca 1200 leerlingen.<br />

De grotere bedrijven-en kantore<strong>nl</strong>ocaties<br />

(functiezone-kaart locaties 5a t/m 5d)<br />

Het Regenboogcomplex (5a)<br />

Dit ruim 1,5 ha metende fabriekscomplex werd in 1983 van<br />

Palthe-Nederland aangekocht door de gemeente. De aankoop<br />

vond plaats om de werkgelegenheid voorlopig veilig te<br />

stellen, met de bedoeling uiteindelijk door reconstructie in<br />

samenhang met het noordelijk aangrenzende bedrijventerrein<br />

een nieuw woon- en kantorengebied te ontwikkelen.<br />

Ondertussen is eveneens gebleken dat er een omvangrijke<br />

bodem- en grondwatersanering zal moeten plaatsvinden.<br />

Aan de Hart van Brabantlaan ligt het bouwblok waarin een<br />

bedrijf en vrij veel openbaar groen bevinden (5b):<br />

De fabriek beslaat ongeveer 1 ha en bevindt zich nabij de<br />

kruising Hart van Brabantlaan/Ceciliastraat. In het<br />

bedrijfscomplex zijn 75 mensen werkzaam. Tussen de fabriek<br />

en de Elzenstraat lagen de noodgebouwen van de Vereniging<br />

Volkshuisvesting Tilburg (deze woningbouwcoöperatie is<br />

verhuisd naar de Stationstraat).<br />

Het bouwblok tussen Ceciliastraat en Gasthuisring(5c).<br />

Dit bouwblok bestaat voor een groot deel uit oude<br />

bedrijfspanden, waarvoor eveneens geldt dat aanzien en<br />

gebruik onvoldoende kwaliteit bieden voor deze omgeving.<br />

Dit geldt niet voor het aan de Ceciliastraat grenzende<br />

vrijstaande bedrijfspand (Cède-voeders) en de 2 kleinere<br />

kantoorpanden tegen de kruising. Wel is de kleinschaligheid<br />

van de kantoorbebouwing niet bepaald in overeenstemming


met wat heden ten dage voor een dergelijke locatie (nabij een<br />

spoorwegstation) gewenst geacht wordt.<br />

Laatste grotere locatie is het rangeerterrein (NS) en omgeving<br />

(5b)<br />

Rangeerterrein met annexen.<br />

Ingesloten tussen Ringbaan West, spoorweg, Ceciliastraat en<br />

de woonbebouwing langs de Hart van Brabantlaan ligt een ca<br />

4,5 ha metende areaal aan gronden van de Nederlandse<br />

Spoorwegen.<br />

Voor een deel liggen er nog de raccordementen voor verkeer<br />

met voornamelijk goederenwagons; ook gebruikt de N.S.<br />

aanwezige sporen voor het tijdelijk plaatsen van beschadigde<br />

treinstellen.<br />

Een behoorlijk deel van de N.S.-gronden is -momenteel nog-<br />

intensief in gebruik bij de regionale vestiging van van<br />

Gend&Loos. Van deze vestiging (met 160 arbeidsplaatsen), is<br />

bekend dat ze uitkijkt naar een andere lokatie binnen de<br />

regio. De situering van een dergelijk bedrijf in een<br />

binnenstad wordt steeds problematischer; in dit geval speelt<br />

geluidsoverlast voor nabije woningen een rol.<br />

Vlakbij heeft de Rijksbelastingdienst hier een (in<br />

noodgebouwen gehuisveste) douane-afdeling met ca 60<br />

arbeidsplaatsen.<br />

Het rangeerterrein zelf ligt langs de Hazelaarstraat.<br />

De gronden aan de westgrens van het N.S.terrein zijn voor<br />

een belangrijk deel in gebruik bij een drietal afzonderlijke<br />

bedrijven, alle nogal milieubelastend. Het geheel geeft een<br />

"onordelijke" aanblik aan dit deel van de Hazelaarstraat.<br />

De overige bedrijven- en kantore<strong>nl</strong>ocaties:<br />

(functiezone-kaart locaties 6a t/m 6c)<br />

Het complex van de waterleidingmij TWM (6a):<br />

Dit complex vormt met zijn monumentale watertoren en<br />

statig kantoorpand, een markant geheel op de hoek<br />

Bredaseweg/Regenboogstraat. Het bedrijf omvat tevens vrij<br />

recent gebouwde kantoren en werkplaatsen , en vormt de<br />

hoofdvestiging van de maatschappij, die de drinkwatervoorziening<br />

verzorgt voor het grondgebied van de gemeenten<br />

Tilburg en Goirle(180.000 inwoners).<br />

Locatie Westpoint (6b):<br />

Aan de kruising Spoorlaan/Ringbaan-west bevindt zich<br />

"Westpoint", een kantoorgebouw in 5 lagen<br />

Binnen een deel van de onderbouw komen nog enkele andere<br />

functies voor: een praktijk voor acupunctuur, een bedrijf<br />

gespecialiseerd in auto-audio en, op de zuidkop van het pand<br />

een autobrandstof-verkooppunt.<br />

Locatie Gianotten (6c):<br />

Aan de Bredaseweg bevindt zich nabij de kruising met de<br />

Wilgenstraat een wat groter nog vrij jong bedrijfspand waarin<br />

een drukkerij is gevestigd. Het betreft de drukkerij<br />

Gianotten(60 arbeidsplaatsen).<br />

De begraafplaats


Deze functie is gelegen op de hoek<br />

Bredaseweg/Noordhoekring zij beslaat ca 1,5 ha. Het complex<br />

heeft grote cultuur-historische waarde.<br />

De bouwlocaties<br />

(functiezone-kaart 4b: locaties 7a t/m 7c)<br />

De Kromhout-locatie (7a):<br />

Op het vrijgekomen terrein van de voormalige Kromhoutkazerne<br />

zijn woningen en een stadsdeelpark gerealiseerd. Het<br />

totale kazernecomplex omvatte zo'n 5 ha, waarvan ca 3 ha in<br />

openbaar groen omgezet is. Van de woningen zijn een 20-tal<br />

uitgevoerd als eengezinswoningen, de overige zijn als<br />

apartementen uitgevoerd (ca 50 in twee blokken langs de<br />

ontsluiting naar de Bredaseweg en ca 130 in vrijstaande<br />

gebouwen met elk 10 tot 30 woningen).<br />

Alleen het fraaie hoofdgebouw van de kazerne nabij de<br />

Diepenstraat is behouden en in gebruik voor wonen en<br />

kantoor.<br />

De locaties aan de Ringbaan-west (7b):<br />

Het Centraal Ziekenfonds heeft op de voormalige locatie<br />

Hurks (zuidelijk terrein) een zeer representatief<br />

hoofdkantoor, waarin ca. 650 mensen hun arbeidsplaats<br />

hebben.<br />

Voor het door Ballast-Nedam van het transportbedrijf van<br />

Casteren aangekochte terrein, ruim 4 ha (noordelijk), is<br />

eveneens in kantorenbouw voorzien, althans voor het deel<br />

langs de Ringbaan; het oostelijk deel langs de Beukenstraat is<br />

met woningen bebouwd.<br />

Vervoercentrum (7c):<br />

Achter Westpoint, tussen de fietsroute en het hoge<br />

woongebouw aan de Hart van Brabantlaan bevond zich een<br />

"vervoercentrum", een functie die op deze locatie moeilijk te<br />

handhaven was i.v.m. de overlast voor de aangrenzende<br />

woningen. De ruimte die is vrijgekomen bij verplaatsing van<br />

het vervoercentrum is ten behoeve van woningbouw<br />

ingevuld.


B. DIVERSE FUNCTIONELE ASPECTEN.<br />

1. Verkeer<br />

1.1 Autoverkeer.<br />

De verkeerswegen Hart van Brabantlaan/Spoorlaan en de<br />

Ringbaan West worden binnen het stedelijk wegennet aangemerkt<br />

als hoofdweg; deze hoofdwegen zijn ruim, doch niet<br />

overmatig, gedimensioneerd en beslaan een breedte van 30<br />

tot 40m. Zowel de Bredaseweg als de Noordhoekring zijn<br />

aangemerkt als wijkverzamelweg; deze wegen beslaan een<br />

breedte van 15 tot 20m. Op Ringbaan West is de werkelijke<br />

intensiteit regelmatig hoger dan de capaciteit. Hetzelfde is op<br />

zaterdagmiddag te zien op de invalswegen naar het centrum:<br />

de Bredaseweg en de Hart van Brabantlaan.<br />

Van de twee aantakkingen vanuit het noordelijk deel van de<br />

Oude Stad (St. Ceciliastraat en Gasthuisring) op de Hart van<br />

Brabantlaan, is alleen de Gasthuisring een wijkverzamelweg .<br />

Alle overige wegen binnen het plangebied zijn in hoofdzaak<br />

verkeersluwe straten (zijn of worden ingericht als de 30<br />

km/uur zone). Overigens wordt de hiërarchie van het<br />

wegennet binnenkort (vóór 1 januari 2001) herzien in een<br />

nieuwe wegencategorisering.<br />

De Hart van Brabantlaan vormt een belangrijke<br />

ontsluitingsweg voor de gehele Oude Stad. Zowel in de Oude<br />

Stad als daarbuiten liggen op deze as belangrijke<br />

attractiepunten voor het verkeer. Te denken valt aan<br />

enerzijds het stadscentrum met kantorenzone (Spoorlaan),<br />

het spoorweg- en het busstation en anderzijds het<br />

universiteits-complex en de onderwijs- en kantorenzone aan<br />

de Prof. Cobbenhage<strong>nl</strong>aan. Via Ringbaan West vindt<br />

ontsluiting plaats naar de rest van de stad en de regio.<br />

Ringbaan West is een belangrijke verbinding in het regionale<br />

noord-zuid verkeer en is de schakel tussen de A58 en de<br />

N261.<br />

De autointensiteit bedraagt in 1998:<br />

Ringbaan West 40.600<br />

H. van Brabantlaan 25.000<br />

Noordhoekring<br />

16.600<br />

Bredaseweg 14.850<br />

Ceciliastraat t.h.v Spoorlijn 10.200<br />

Gasthuisring 5.700<br />

Beukenstraat ten zuiden van fietsroute: 5.100<br />

voertuigen<br />

Op de "hoofdwegen" en "wijkverzamelwegen" zijn 9<br />

kruispunten voorzien van een verkeersregelinstal<br />

latie. Op de Bredaseweg bevindt zich ter hoogte van de<br />

Roggestraat een met verkeerslichten geregelde<br />

oversteekplaats voor voetgangers.<br />

1.2 Fietsverkeer.


De in 1976 aangelegde demonstratiefietsroute, de "TOFroute",<br />

verbindt het universiteitscomplex in Tilburg west met<br />

het centrum en gaat vandaar door naar Oisterwijk. Deze route<br />

is een van sternetfietsroutes uit het "Fietsplan Tilburg 1993".<br />

Zij loopt in het plangebied onder de Ringbaan West door en<br />

verder over het Iepenpad en de Boomstraat.<br />

Een andere sternetfietsroute is de "Noordhoekroute". Deze<br />

route loopt van Loon op Zand via de Gasthuisring,<br />

Noordhoekring en Trouwlaan naar Goirle.<br />

Verder liggen er in het plangebied iets minder belangrijke<br />

fietsroutes, de zogenaamde primaire routes: over Ringbaan<br />

West, Beukenstraat/Regenboogstraat, Bredaseweg, St.<br />

Ceciliastraat.<br />

Op het punt waar de primaire fietsroute<br />

Beukenstraat/Regenboogstraat/Diepenstraat de Bredaseweg<br />

kruist, is een verkeersregelinstallatie aanwezig. Deze<br />

installatie is nodig om de fietsers een veilige<br />

oversteekmogelijkheid te bieden. Binnen de aan de orde<br />

zijnde verkeersontsluiting zijn Ringbaan-west, Gasthuisring<br />

en Hart van Brabantlaan voorzien van vrijliggende<br />

fietspaden. De Bredaseweg, Noordhoekring en de St.<br />

Ceciliastraat zijn slechts van suggestiestroken voorzien.<br />

Qua etmaalintensiteit is de Gasthuisring de drukst bereden<br />

fietsroute in het plangebied met<br />

10.000 fietsbewegingen (van 7.00 tot 19.00m uur). Daarna<br />

volgen de TOF route en de Noordhoekring, beide met ca.<br />

4000 fietsbewegingen en de Bredaseweg (3500) en Hart van<br />

Brabantlaan (2800).<br />

Binnen het gebied en aan de direct aan het gebied grenzende<br />

wegen bevinden zich verschillende objecten die veel<br />

fietsverkeer aantrekken. Aan Ringbaan West noemen we de<br />

nieuwe kantoorbebouwing van CZ Groep en de Regiopolitie<br />

met in totaal ca. 1500 werknemers. Bestemmingen net buiten<br />

het plangebied zijn de Hogeschool voor Voorlichting en<br />

Journalistiek aan de Gimbrèrelaan en kantoren- en<br />

scholenconcentratie aan de Professor Cobbenhage<strong>nl</strong>aan.<br />

1.3 Verkeersveiligheid en sociale veiligheid<br />

Op basis van de beschikbare ongevallengegevens is voor de<br />

periode van 1996 tot en met 1998 bekeken welke punten als<br />

ongevallenconcentratiepunt moeten worden aangemerkt.<br />

Bij een weging ( D: dodelijk ongeval = 5 punten, L:<br />

letselongeval = 3 en U: uitsluitend schadegeval = 1 punt)<br />

ontstaat een ranglijst. 8 van de eerste 100 lokaties liggen in<br />

of tegen het hier aan de orde zijnde gebied:<br />

1 ste plaats: Hart van Brabantlaan/Ringbaan: 0 D, 15 L, 77 U:<br />

122 punten. *)<br />

7 de plaats: Kruispunt Bredaseweg/Ringbaan West: 7 letsel,<br />

39 U: 60 punten.*)<br />

8 ste plaats: Kruispunt Beukenstraat/Hart van Brabantlaan: 1 D,<br />

7 L, 33 U:59 punten *)<br />

15 de plaats: Kruispunt Hart van Brabantlaan/Sint<br />

Ceciliastraat: 0 D, 10 L, 23 U: 53 punten *)<br />

37 ste plaats: Kruispunt Bredaseweg/Regenboogstraat: 0 D, 7<br />

L, 15 U: 36 punten


48 ste plaats: Kruispunt Noordhoekring/Boomstraat: 0 D, 4 L,<br />

22 U: 34 punten<br />

51 ste plaats: Kruispunt Korenbloemstraat/Ringbaan 0 D, 7 L,<br />

13 U: 34 punten<br />

86 ste plaats: Kruispunt Bredaseweg/Noordhoekring 0 D, 3 L,<br />

18 U: 27 punten *)<br />

*) Deze kruispunten zijn inmiddels in 1998/1999<br />

gereconstrueerd.<br />

Met betrekking tot de sociale veiligheid van de fietsroutes in<br />

het plangebied moet worden vastgesteld dat het Iepenpad -<br />

waarin ook de fietstunnel- tot de sociaal minder veilige<br />

routes behoort. Het betreft een onderdeel van de bestaande<br />

stedelijke oost-west-route. Het Iepenpad heeft een verdiepte<br />

ligging en bestaat uit een 40 meter lange gesloten tunnelbak<br />

met hellingbanen; door de knik in de lengte-as van dit deel<br />

van de route is de tunnel ook niet geheel te overzien, hetgeen<br />

het gevoel van onveiligheid verhoogt.<br />

1.4 Openbaar vervoer.<br />

Het plangebied wordt vooral aan de noordzijde uitstekend<br />

per openbaar vervoer bediend. Met name de over de as Hart<br />

van Brabantlaan/Spoorlaan rijden veel bussen van stads en<br />

streekdienst.<br />

Over de Hart van Brabantlaan rijden de stadslijnen 46<br />

(Wandelbos), 47 (Reeshof) en 48 (Bredaseweg, Reeshof) de<br />

streeklijnen 127 (Dongen), 132 (Goirle,Riel), 136,137en 138<br />

(Loon op Zand),<br />

De stadslijnen 41 (Tilburg Noord) en 42 (Tilburg West) rijden<br />

via Spoorlaan en St. Ceciliastraat.<br />

In totaal zijn dat overdag 28 bussen per richting. Over de<br />

Bredaseweg rijdt 1 stadslijn (lijn 45) en 1 streeklijn (131),<br />

samen 4 bussen per richting. Over de Noordhoekring rijdt<br />

streeklijnen 131(Gilze).<br />

1.5 Parkeren.<br />

Nagenoeg alle woonstraten binnen het -eerder omschreven-<br />

verkeersluwe woongebied _("30 km-zone") hebben een<br />

straatbreedte van 10 m of minder tussen de gevels van de<br />

woningen. Mogelijkheden tot parkeren op eigen erf dan wel in<br />

garages zijn er relatief weinig in dit gebied met uitsluitend<br />

aaneengesloten bebouwing. Als wordt uitgegaan van de<br />

geldende norm voor een gebied als de Noordhoek (1,3 pp/w.)<br />

moet de parkeersituatie als erg krap worden aangemerkt.<br />

Hoewel het beeld van de geparkeerde auto overheerst binnen<br />

het milieu van de doorsnee woonstraat in de Noordhoek, kan<br />

worden gesteld dat de parkeersituatie nergens tot echt grote<br />

problemen leidt. In de directe omgeving van de pleintjes<br />

(Lindeplein, Hagelkruisplein en Watertorenplein) en in de<br />

bredere woonstraten (Prunusstraat, Hagelkruisstraat en in<br />

delen van de Wilgenstraat en de Boomstraat-westelijk deel-) is<br />

de parkeersituatie zelfs voldoende te noemen.<br />

De parkeersituatie dreigt onder druk te komen door de<br />

recentelijk gebouwde en nog te bouwen kantoren aan<br />

Ringbaan west/Abeelstraat. Laden en lossen en manoeuvreren


is bij de meeste binnen de plangrenzen gevestigde bedrijven<br />

en instellingen geen probleem. In een enkel geval worden<br />

door laden en lossen, manoeuvreren en bedrijfsmatig<br />

parkeren echter wel problemen ervaren, bijvoorbeeld in<br />

Boomstraat en Kastanjestraat.<br />

Verder doen zich in het plangebied op het gebied van<br />

parkeren voor bestemmingsverkeer, nauwelijks of geen<br />

problemen voor. De hoogbouw beschikt in voldoende mate<br />

over eigen deels gebouwde en deels niet overdekte<br />

parkeervoorzieningen.


2. Wonen, Voorzieningen<br />

2.1. Wonen<br />

Het plangebied, ongeveer 78 hectaren groot, bevat ca 2960<br />

woningen, dat is een dichtheid van ca 40 woningen per<br />

hectare (de nieuwe woo<strong>nl</strong>ocatie op Kromhout is hierin<br />

meegerekend); rekening houdend met het grote deel van het<br />

gebied dat nog uit bedrijventerreinen e.d. bestaat is dit -zeker<br />

voor de Oude Stad van Tilburg- een normale dichtheid.<br />

Het grootste deel van het woningbestand bestaat uit<br />

eengezinswoningen (ruim 60%), deze zijn bijna alle<br />

vooroorlogs. Na-oorlogse woningen zijn voor het overgrote<br />

deel flats. Ongeveer 45 % van de woningen is bewoond door<br />

de eigenaars zelf.<br />

De flatgebouwen langs de H. van Brabantlaan zijn in beheer<br />

bij woningbouwverenigingen; dit geldt ook voor de<br />

nieuwbouwflats langs en vlak tegenover de C. Ritsemastraat<br />

(Kromhout). Een klein aantal niet particuliere, verspreide<br />

eengezinswoningen is in beheer bij woningbouwvereniging<br />

TIWOS (vroegere gemeentelijke woningdienst).<br />

Het plangebied heeft, ondanks de vrij uitgestrekte nietwoongebieden,<br />

-die overigens als veranderingsgebied voor<br />

een belangrijk deel in woongebied omgezet zullen worden-<br />

duidelijk een accent op de woonfunctie.<br />

Als uitwerking van het Stadsbeheerplan zijn enkele nota's in<br />

verband met wonen tot stand gekomen. De nota<br />

"Volkshuisvesting in Tilburg" (1993) is vooral gericht op het<br />

te voeren beleid en geeft slechts zeer globaal en beknopt<br />

inzicht in de huidige situatie zonder dat de gegevens naar<br />

wijken uitgesplitst zijn.<br />

Een verdere uitwerking van het Stadsbeheerplan vindt plaats<br />

in de jaarlijks bijgestelde nota: "Basiskwaliteit Woonbuurten<br />

1993/1994". Deze nota wordt opgezet ter versterking van een<br />

op stedelijke kwaliteit gericht beheer. Hij geeft de stand van<br />

zaken over de voorgaande periode weer; op basis van die<br />

gegevens wordt bepaald welke gebieden in de stad voor het<br />

volgende drietal jaren extra geld en inzet toegewezen krijgen.<br />

In het plangebied bevinden zich overigens geen achterstandsgebieden.<br />

Per 1-1-95 nog lopende projecten betreffen de aangewezen 'aandachtsgebieden':<br />

Groeseind/Hoefstraat en Pastorieklamp. Nieuw<br />

aangewezen gebieden zijn: Oerle en<br />

De Reit.<br />

Onderzocht zijn diverse aspecten betreffende de fysieke<br />

kwaliteit van bebouwing en van de inrichting van de<br />

openbare ruimte, gebruik en beschikbaarheid van<br />

voorzieningen (zie hierna), veiligheid, status van de buurt en<br />

maatschappelijke participatie. Het gaat te ver om in het kader<br />

van dit plan hier verder op in te gaan; voor het opzetten van<br />

een globaal bestemmingsplan zijn deze nota's van minder<br />

belang, zij zijn vooral gericht op de praktijk van het stedelijk<br />

beheer.


2.2. Voorzieningen.<br />

Zoals ook blijkt uit het rapport 'Basiskwaliteit Woonbuurten'<br />

is het plangebied in het algemeen zeer goed bedeeld met<br />

voorzieningen.<br />

Dit geldt met name voor basisonderwijs, kinderopvang en<br />

sportaccomodaties. Het niveau van voorzieningen voor<br />

ouderen ligt echter lager dan het stedelijk gemiddelde.<br />

Scholen: de buurt is ruim voorzien van basisscholen,<br />

bovendien ligt er nog een openbare basisschool vlakbij in het<br />

centrum.<br />

Buurtcentrum: is aanwezig in de Boomstraat.<br />

Buurtwinkels en dergelijke: door de nabije ligging van het<br />

stadscentrum is de levensvatbaarheid van buurtwinkels<br />

minder groot dan in wijken die verder van<br />

detailhandelskernen gelegen zijn; in het plangebied zijn een<br />

aantal winkels -ook niet buurtgerichte- aanwezig.<br />

In de buurt zijn verscheidene horeca-ondernemingen<br />

aanwezig waarbij er ook zijn -in het binnengebied van de<br />

buurt- die de functie van buurtcafé e.d. overstijgen en/of die<br />

behoren tot hindercategorie 3 en dus eige<strong>nl</strong>ijk niet in een<br />

woonbuurt thuishoren.<br />

Hierna wordt onder punt 4. "recreëren" ook de ruimte voor<br />

structureel groen en spel besproken, de invulling daarvan<br />

wordt behandeld in de paragraaf "beleving: openbare ruimte"<br />

(1.2).


3. Werken<br />

Over dit aspect zijn als uitwerking van het Stadsbeheerplan<br />

enkele deelrapporten uitgebracht, met name de nota's over<br />

kantoren en detailhandel; het zijn rapporten gericht op het<br />

toekomstig beleid voor Tilburg als geheel. Betreffende de<br />

huidige situatie in het plangebied zelf is in deze nota's<br />

weinig relevants te vinden.<br />

Gegevens over de in het gebied aanwezige bedrijven zijn -<br />

voor het overgrote deel in tabel-vorm- opgenomen in een<br />

rapport, dit rapport is toegespitst op de milieu-aspecten die<br />

verderop in deze toelichting behandeld worden. De<br />

inventarisatie van bedrijven is -v.w.b. categorie-indeling ook<br />

verwerkt in toelichtingskaart 5a. Daaruit blijkt dat er vooral<br />

in de noordelijke helft van de wijk en langs de Bredaseweg,<br />

bedrijvigheid gespreid voorkomt. Het betreft naast een aantal<br />

grotere, vooral kleinere bedrijven.<br />

Het zou in dit verband interessant zijn om voor het<br />

plangebied bijvoorbeeld meer inzicht te hebben in zijn<br />

functie als "broedkamer" voor startende kleine bedrijven;<br />

oudere woonbuurten worden hiervoor vaak als onmisbaar<br />

beschouwd. Negatieve effecten zoals bedrijfshinder,<br />

verkeersaantrekking en uitbreiding ten koste van de<br />

woonfunctie, dienen in de toekomst vermeden te worden.<br />

Inhoever dan nog van een "broedkamerfunctie gesproken kan<br />

worden, is de vraag.(zie hiervoor ook verder in dit deel II en<br />

in deel III van de toelichting onder milieuaspecten:<br />

bedrijfshinder).


4. Recreëren<br />

Recreatie los van het woongebeuren.<br />

Dit aspect is in het plangebied als zelfstandig gebeuren -los<br />

van aan het wonen verbonden activiteiten als spelen en<br />

wandelen in de directe woonomgeving- nauwelijks van<br />

betekenis. Door de nabijheid van het centrum is de buurt<br />

echter goed voorzien; verder is er het buurtcentrum aan de<br />

Boomstraat waar een en ander georganiseerd kan worden.<br />

Recreatie binnen het woongebeuren.<br />

De Noordhoek is overwegend een aaneengesloten woongebied<br />

dat, zoals hierna aangegeven wordt, niet rijk is aan openbaar<br />

groen.<br />

Als kleinere groenplekken vindt men er het Hagelkruisplein,<br />

het Lindenplein, een terrein aan de Ceciliastraat en het<br />

binnengebied van een bouwblok aan de Elzenstraat. Het<br />

Hagelkruisplein heeft in tegenstelling tot de andere plekken<br />

een zuiver decoratieve functie; de andere functioneren (ook)<br />

als speelplek, waarvan de kwaliteit niet al te hoog is<br />

(Lindenplein).<br />

De oppervlakte aan bestaande kleinere groenplekken samen<br />

is niet meer dan een kleine hectare, dit is, uitgaande van<br />

gebruikelijke normen, beneden de maat.<br />

Het o<strong>nl</strong>angs aangelegde Kromhoutpark -dat overigens ook een<br />

functie heeft als "stadsdeelpark" voor het zuid-westen van de<br />

oudere stad ligt excentrisch in het plangebied. Enige vorm<br />

van extra-groen- of spelvoorziening te noorden van de<br />

Bredaseweg zou wel van nut zijn, met name voor kleinere<br />

kinderen.<br />

Het "Groenstructuurplan, voorziet overigens niet in nieuwe<br />

groenplekken in de buurt. Toch zal een nieuw parkje tot<br />

stand komen in het nieuwbouwgebied ten westen van het<br />

Watertorenplein.<br />

5. Waterhuishouding en ondergrondse infrastructuur<br />

Het plangebied is gelegen in het stroomgebied van de<br />

Zandley, die zowel kwantitatief (vanaf 1995) als kwalitatief<br />

behoort tot het beheergebied van het Waterschap de Dommel.<br />

De gemiddelde hoogte van het maaiveld in het gebied<br />

bedraagt ca 14.75 +NAP (nieuw-amsterdams-peil). De<br />

grondwaterstand in het gebied beweegt zich tussen de<br />

minimale en maximale standen van 10.50 resp. 12.80 +NAP.<br />

Ten behoeve van bebouwing is er voldoende drooglegging<br />

In het gebied functioneert een gecombineerd rioleringsstelsel<br />

dat afstroomt naar de rioolwaterzuivering in Tilburg-noord.<br />

In het plangebied bevinden zich de gebruikelijke<br />

ondergrondse netwerken en stations voor energievoorziening.<br />

De belangrijkste tracees, en (bijhorende) stations zijn op het<br />

hier ingevoegde kaartje aangegeven.


C. MILIEU-ASPECTEN<br />

Betreffende milieu zijn enkele rapporten van belang. Voor het<br />

plangebied zelf is onderzoek verricht naar geluidhinder en<br />

bodemverontreiniging. Van bedrijven is de potentiële hinder<br />

geïnventariseerd, lag die hoog, dan is nader onderzoek<br />

verricht. Deze rapporten zijn als bijlage bij het plan gevoegd,<br />

of zijn ter inzage. Algemene rapporten betreffende de gehele<br />

stad zijn het "Gemeentelijk Milieubeleidsplan 1995-1998" en<br />

de "Verkeersmilieukaart 1989". Dit laatste rapport is<br />

gebaseerd op metingen en is in feite verouderd.<br />

Het Milieubeleidsplan is zeer breed en globaal opgezet, het is<br />

een raamwerk waarin onder andere de behoefte aan integratie<br />

van milieubeleid, ruimtelijke ordening/stadsbeheer en<br />

economische zaken aangekaart wordt (vanuit de Milieudienst<br />

onder de noemer "externe integratie").<br />

De Verkeersmilieukaart past in het kader van die integratie,<br />

dit rapport over geluidsoverlast en luchtverontreiniging.<br />

Doordat voor de Oude Stad -met name voor het centrum nogal<br />

ingrijpend- een nieuwe verkeerscirculatie voorgesteld is,<br />

zullen die gegevens voor een belangrijk deel niet meer<br />

relevant zijn; aan een bijstelling van de nota wordt gewerkt.<br />

Wel kan er vanuit gegaan worden dat het kruispunt Ringbaanwest<br />

/ Hart van Brabantlaan een qua luchtverontreiniging<br />

zwaar belast gebied zal blijven.<br />

1. Geluidsoverlast door verkeer<br />

-zie afzonderlijk rapport 'geluidsonderzoek'-<br />

Het aspect geluid is voor het plangebied in het kader van dit<br />

bestemmingsplan onderzocht, dit onderzoek betreft een veel<br />

ruimer gebied dan gebruikelijk met bovendien een overgroot<br />

deel waar geen grote veranderingen te verwachten zijn. De<br />

opzet van het onderzoek is dan ook toegesneden op de<br />

tweedeling 'beheergebied' en 'veranderingsgebied'.<br />

Zoals de Wet Geluidhinder vereist is het rapport<br />

toekomstgericht:<br />

de naar verwachting in de toekomst veranderende gegevens -<br />

voor de volgende 10 jaar- voor wat betreft verkeerscirculatie<br />

en -intensiteiten zijn er in verwerkt. In deel III van de<br />

toelichting (beleid) zal dan ook verder op dit rapport<br />

ingegaan worden.<br />

Het is zo dat in de huidige situatie al op een aantal plaatsen<br />

een duidelijk veel te hoge geluidbelasting bestaat, daar dient<br />

actie ondernomen te worden om de hinder terug te dringen.<br />

Het betreft zowel geluidhinder door wegverkeer als door<br />

spoorwegverkeer. Een aantal projecten is al ingediend voor<br />

opname in saneringsprogramma's. De te ondernemen actie<br />

kan zowel slaan op maatregelen aan de bron (bijv. bij de<br />

spoorweg, de spoorwegonderdoorgangen, het wegdek) als op<br />

maatregelen bij de hindergvoelige functies zelf (bijv.<br />

geluidsisolatie bij woningen).<br />

Voor nieuw te vestigen geluidgevoelige functies zal op een<br />

aantal plaatsen ontheffing in het kader van de Wet<br />

Geluidhinder noodzakelijk zijn.


2. Bedrijfshinder.<br />

-zie afzonderlijke bijlage: rapport milieudienst, en toel.kaart<br />

nr 5-<br />

Het plangebied is in hoofdzaak een woongebied. In een<br />

woongebied zijn alleen bepaalde bedrijven min of meer<br />

inpasbaar (categorieën 1 en 2 zoals die aangehouden worden<br />

in de lijst opgesteld door de Ver. van Ned. Gemeenten -VNGlijst-),<br />

zwaardere bedrijven horen niet in een woonbuurt<br />

thuis.<br />

Behalve het feit dat categorieën 3 en 4 voorkomen in<br />

"veranderingsgebieden" (Van Beurden -oliehandel- en het NSspoorwegemplacement)<br />

waar wellicht door omzetting van<br />

functies verbeteringen kunnen optreden, komen deze<br />

hinderlijke categorieën van bedrijvigheid ook elders in de<br />

wijk in zogenaamde "beheergebieden" voor. Het betreft daar<br />

een enkel bedrijf van de zware categorie 4 (Elzenstraat) en<br />

een aantal bedrijven van categorie 3, vooral in het gebied<br />

tussen Spoorlaan/H. van Brabantlaan en<br />

Boomstraat/Prunusstraat in, maar eveneens -meer gespreid-<br />

ten zuiden daarvan.<br />

Het categorie 4 bedrijf aan de Elzenstraat -poelier- valt in het<br />

"beheergebied" waar dus weinig of geen functionele<br />

verschuivingen te verwachten zijn, van de categorie 3bedrijven<br />

(een dertigtal) valt ongeveer de helft in<br />

veranderingsgebied (meest in het noordoosten van de<br />

Noordhoek), gebied waar dus wel wijzigingen, ruimtelijk<br />

en/of functioneel kunnen gaan voorkomen. De overige helft<br />

valt in beheergebied.<br />

Bij de indeling in milieu-categorieën op basis van de te<br />

verwachten milieubelasting is uitgegaan van een gemiddeld<br />

modern bedrijf. Om een aantal redenen kan de reële<br />

milieubelasting afwijken die van het gemiddelde bedrijfstype<br />

en daarmee feitelijk in en andere bedrijfscategorie liggen.<br />

Deze verschillen kunnen voortkomen uit afwijkende bedrijfsgrootte<br />

(productiecapaciteit, opgesteld vermogen,<br />

aantal productiemedewerkers, terreinoppervlakte enz.).<br />

Een en ander kan leiden tot een hogere of lagere categorieindeling.<br />

In het plangebied liggen een tiental bedrijven die<br />

formeel onder categorie 3 vallen, maar die functioneren als<br />

categorie 2).<br />

De Milieudienst heeft een onderzoek naar de bestaande<br />

hinder uitgevoerd, zie daarvoor ook de bijlage “Onderzoek<br />

bedrijfshinder”. Uit dit onderzoek daaruit blijkt het volgende:<br />

2.1 Bedrijven in beheergebied:<br />

- Gianotten; Bredaseweg 61: drukkerij, categorie 3; het bedrijf past door<br />

omvang en aard niet meer in de woon- en winkelomgeving; over last<br />

bestaat uit geluidhinder en aan- en afvoerbewegingen van het<br />

noodzakelijke transport.<br />

- Rentmeester gebr.: Bredaseweg 87a; bandengroothandel,<br />

autoservicebedrijf, categorie 2. Door handhaving van de voorschriften<br />

van de ‘standaardvergunning’ (zogenaamde AMVB) en de daarbij


hotrende nadere eisen kan de overlast momenteel nog ingeperkt<br />

worden.<br />

- Coffeeshop Pasja: Bredaseweg 123: koffieshop, categorie 2; het pand is<br />

niet geschikt voor horeca-activiteiten; de functie op zich is in principe<br />

wel toelaatbaar.<br />

- MNS Omni-lectra: St. Ceciliastraat 34: detailhandel en metaal<br />

werkplaats, categorie 3; de milieuvergunning beperkt de overlast in<br />

voldoende mate, door zijn omvang past het bedrijf niet goed in de<br />

omgeving; met name vanwege de parkeerbehoefte.<br />

- Groenen: Eikstraat 14: transportbedrijf, categorie 3; door zijn aard<br />

(transport) past het bedrijf niet in de (woon)-omgeving of schoon de<br />

omvang van het bedrijf gering is.<br />

- Herel: Elzenstraat 15, 25 en Acaciastraat 12:<br />

loodgietersbedrijf,<br />

categorie 3; verdraagt zich door zijn omvang niet<br />

goed met de woonomgeving.<br />

- C. v.d. Nieuwenhuizen, Hagelkruisplein 30; aannemer, machinale<br />

houtbewerking, categorie 3: past niet in de woonomgeving.<br />

- Cornelissen, Laagstraat 50: machinale houtbewerking, categorie 3: de<br />

aard der activiteiten past niet goed in de woonomgeving, de<br />

hinderwetvergunning kan momenteel overlast nog inperken.<br />

- Brabantse Glasexpress, Boomstraat 139; opslag glas, categorie 3;<br />

kleinschalig bedrijf, de functie op zich is in principe toelaatbaar.<br />

- Interfoot, Esdoornstraat 115; groothandel in pedicurebenodigdheden,<br />

categorie 2; kleinschalig bedrijf, de functie op zich is in principe<br />

toelaatbaar.<br />

- CZ Groep, Ringbaan West 236; kantoor, categorie 2; door handhaving<br />

van de voorschriften in de standaardvergunning (AMVB) wordt de<br />

overlast in voldoende mate beperkt.<br />

2.2 Bedrijven in (potentiëel) veranderingsgebied.<br />

- van Gend en Loos: St Ceciliastraat 1; expeditiebedrijf, categorie 3:<br />

overlast voor woonomgeving mogelijk door transportbewegingen, nu<br />

door hinderwetvergunningsbeleid (nog) binnen de perken te houden.<br />

- Hatema: St Ceciliastraat, 4: detailhandel gordijnen,<br />

vloerbedekking,<br />

categorie 1: kan overlast geven door parkeren van<br />

bezoekers.<br />

- Vormenfabriek: St Ceciliastraat 23; productie van<br />

chocoladevormen<br />

(metaal en kunststof), categorie 3: door aard en omvang moeilijk<br />

inpasbaar in woonomgeving.<br />

- van Mensvoort: H. van Brabantlaan 92 e.a. huisnrs; categorie 3:<br />

verdraagt zich niet met de omgeving: hinder door geluid en<br />

transportbewegingen; staat leeg (12-98)<br />

- Nederlandse Spoorwegen: Hazelaarstraat; rangeeremplacement,<br />

categorie 4: bij naleving van de voorschriften van de vergunning geen<br />

problemen. Kritisch bij invoeren van gevoelige bestemmingen.<br />

- Van de Schoot, Pijnboomstraat 16; houtbewerkingsbedrijf, in- en<br />

verkoop antiek, categorie 3; het pand ligt in een gebied met meerdere<br />

bedrijven en is klein van omvang, de overlast wordt in voldoende mate<br />

beperkt door de voorschriften in de AmvB.<br />

- Regio Politie, Ringbaan West 232; kantoor + cellencomplex, categorie 3;<br />

door handhaving van de voorschriften in de AmvB wordt de overlast in<br />

voldoende mate beperkt.<br />

2.3 Hinder door bedrijven buiten het plangebied.


Naast de in het plangebied voorkomende bedrijven, hebben<br />

ook bedrijven aan de rand, buiten het gebied toch invloed.<br />

- De Sting: Diepenstraat 76: opslag en distributie van kleding, categorie<br />

3; grote verkeersaantrekkende werking waarop een woonstraat als de<br />

Diepenstraat niet berekend is.<br />

- Brandweer: Fabriekstraat 34 (Noordhoekring): brandweerkazerne met<br />

autoherstelinrichting, categorie 3; overlast is zoveel als mogelijk<br />

ondervangen door vergunningsvoorschriften en verkeersregeling ter<br />

plaatse.<br />

Voor mogelijke/gewenste ontwikkelingen v.w.b.<br />

bedrijfshinder: zie deel III van deze toelichting.


3. Bodem- en grondwaterverontreiniging<br />

In de herziene Woningwet is vastgelegd dat bij<br />

bouwaanvragen duidelijk moet zijn of er al dan niet<br />

bodemverontreiniging op het betrokken perceel aanwezig is.<br />

Dit geeft reeds een garantie, echter de provincie verlangt<br />

daarnaast, voor goedkeuring van bestemmingsplannen (en<br />

voor afgifte van verklaringen van geen bezwaar voor<br />

bouwplannen -vooruitlopend op een goedgekeurd<br />

bestemmingsplan), dat er inzicht bestaat in de<br />

bodemverontreinigingssituatie van het betrokken gebied.<br />

Voor het plangebied is daartoe een vooronderzoek naar<br />

bodemverontreiniging gedaan, het betreft een zogenaamd<br />

"historisch onderzoek" -archiefonderzoek- aangevuld met<br />

gegevens uit reeds eerder verrichte onderzoeken (zie<br />

afzonderlijk rapport).<br />

Hiermee is in kaart gebracht waar (mogelijke) verontreiniging<br />

van bodem en/of grondwater heeft plaatsgevonden. De<br />

beschikbare historische gegevens zijn verwerkt in een<br />

"terreingebruikkaart" die de huidige activiteiten aangeeft en<br />

in een "vlekken-kaart" die aangeeft waar verder<br />

bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht, waar reeds<br />

gesaneerd is en waar vermoedelijk gesaneerd dient te<br />

worden. Tenslotte is er een globale raming van kosten<br />

verbonden aan (mogelijk) nog te saneren locaties. Inmiddels<br />

heeft naar aa<strong>nl</strong>eiding van dit onderzoek op een aantal<br />

locaties een "indicatief" bodemonderzoek plaatsgevonden<br />

(gemeentelijk programma bodemsanering).<br />

Samenvatting resultaten onderzoek.<br />

(locatieaanduidingen verwijzen naar toelichtingskaart 3)<br />

Locatie D: Garage Holland en omgeving (H. v. Brabantlaan<br />

100): waarschij<strong>nl</strong>ijk ernstig verontreinigd door vroegere<br />

wollenstoffenfabriek en benzinepomp.<br />

Locaties 1, 2, 36, 37 en 39: NS-terrein, van Gend en Loos, een<br />

carrosseriefabriek en een smederij: mogelijk ernstige<br />

verontreiniging;<br />

Locatie E: bedrijfsterreinen aan de H. van Brabantlaan 11-27,<br />

vanwege vroegere laken- en wollenstoffenfabriek<br />

Locatie c: vormenfabriek St Ceciliastraat, sterk verontreinigd,<br />

onderzoek en sanering moeten door eigenaar opgepakt<br />

worden;<br />

Locatie F: 'Regenboog'-terrein: dit wordt in het kader van een<br />

provinciaal programma gesaneerd;<br />

Locatie B (Populierstraat, Pijnboomstraat, deel Boomstraat)<br />

Het gemeenteterrein ten westen van de Pijnboomstraat is<br />

verontreinigd als gevolg van bedrijfsactiviteiten die op<br />

Boomstraat 117A (Sikkens) en 139B hebben plaatsgevonden.<br />

Locaties H: voormalig van Casterenterrein, sanering is<br />

uitgevoerd op de locatie van ondergrondse tanks;<br />

Locatie 31 t/m 34 (Kromhout e.o.)<br />

Het gebied is opgeschoond.<br />

Overig gebied


Het bedrijfsterrein nabij de Boomstraat (locatie H), zal<br />

wellicht verontreinigd zijn door kleinschalige<br />

bedrijfsactiviteiten en ter plaatse van tanks.<br />

Voor mogelijke/gewenste ontwikkelingen v.w.b.<br />

bodemverontreiniging: zie deel III van deze toelichting.


D. BELEVING: BEELD<br />

- zie toelichtingskaart 3 voor verwijzingen -<br />

1. Ruimtelijke structuur en gebouwde omgeving<br />

Algemeen:<br />

Bestaande ruimtelijke hoofd-structuur<br />

Het eerste hierbij ingevoegde kaartje geeft een globaal beeld<br />

van de belangrijkste ruimtelijke kenmerken in het<br />

plangebied: grootschaligere bebouwing vooral aan de<br />

westelijke en noordelijke hoofdwegen; een duidelijke<br />

groenstructuur (bomenrijen) op diezelfde breed opgezette<br />

wegen.<br />

Het plangebied bestaat verder uit laagbouw -op enkele<br />

schoolgebouwen en een bejaardencomplex na-, met vaak vrij<br />

smalle straten.<br />

Spontane versus geplande ruimtelijke ontwikkeling<br />

Zoals uit het hier ingevoegde kaartje -deel van het<br />

Structuurplan voor de Oude Stad (1976)- blijkt, bevindt de in<br />

de loop van de tijd 'spontaan' gegroeide lintbebouwde<br />

hoofdstructuur in het plangebied zich langs de oost en<br />

zuidzijde: Noordhoekring en Bredaseweg.<br />

Secundaire (minder belangrijke) gegroeide lintbebouwing ligt<br />

binnenin het gebied, in hoofdzaak in de noordoostelijke<br />

hoek: Boomstraat en Elzenstraat met enkele uitlopers.<br />

Verder is het woongebied een geplande, ontworpen structuur<br />

(zogenaamde 'cluster'-bebouwing) met daarin een<br />

onderscheid tussen bouwblokken en zelfstandige gebouwen<br />

(zie verder)<br />

Er kwamen tot o<strong>nl</strong>angs twee grote privé-groengebieden voor:<br />

het kerkhof en de open ruimte in de Kromhoutkazerne, dit<br />

laatste is ondertussen omgezet in een openbaar groengebied.<br />

Het plangebied is verder bezet met minder duidelijk<br />

gestructureerde (amorfe) bedrijfsgebieden.<br />

Bebouwingstypen<br />

In het plangebied bevinden zich, zoals blijkt uit het laatste<br />

hier ingevoegde kaartje, in hoofdzaak twee typen bebouwing:<br />

de (semi-)gesloten bouwblokken en vrijstaande alzijdig<br />

gerichte gebouwen. De eerste vorm is eerder voorafgegaan<br />

door lintbebouwing met aansluitend agrarisch achterland (zie<br />

kaartje uit 1835 onder "ontwikkelingsgeschiedenis"). De<br />

tweede vorm is -op een enkel schoolgebouw na- van vrij<br />

recente datum: vijftiger en zestiger jaren langs de H. van<br />

Brabantlaan, negentiger jaren: Kromhoutterrein.<br />

De belevingswaarde van het plangebied wordt hierna voor de<br />

verschillende zones in het gebied besproken.


Spoorzone: noordelijk in het plangebied<br />

Het oostelijk deel van deze zone heeft een onsamenhangende<br />

ruimtelijke structuur. Dit contrasteert sterk met de strakke<br />

lineaire begeleidende structuur langs het westelijk deel. De<br />

daar aanwezige hoge en langgerekte bebouwingswanden<br />

(woonflats), geven een niet bepaald aantrekkelijk beeld, dat<br />

wel verzacht wordt door de aangeplante bomen.<br />

De achter de hoge flats gelegen bedrijventerreinen, grote en<br />

kleine geven veelal een wanordelijk of saai beeld. De beleving<br />

van het gebied vanaf de spoorbaan, ook een belangrijke<br />

'toegangspoort' van de stad, is voor een groot deel<br />

onmogelijk. Daar waar beplanting ontbreekt is het beeld<br />

meestal allesbehalve fraai.<br />

Achtergebied spoorzone<br />

Aan de zuidzijde van de spoorzone bevinden zich in het<br />

oostelijke deel bouwblokken met grotendeels lagere<br />

woonbebouwing en een bouwblok met een middelhoog<br />

schoolgebouw. De bestaande bebouwing van de Acaciastraat<br />

is qua beeld en cultuur-historisch vrij bijzonder, de<br />

betrokken panden geven een divers beeld van hoogwaardige<br />

architectuur (1850-1940).<br />

Door het niet doorzetten van een in de 50-/60-er jaren<br />

geplande doorbraak geeft de Ceciliastraat een<br />

overgedimensioneerd beeld.<br />

Door de wandvorming van de meer westelijk gelegen flats<br />

ontstaat een afsluitend effect het achterliggende gebied. Aan<br />

de noordzijde (spoorwegemplacement e.o.) is dat in de<br />

huidige situatie niet bepaald een probleem, voor het<br />

woongebied ten zuiden van de Hart van Brabantlaan wel: er<br />

ontstaat een "achterkant"-sfeer door gebrek aan ruimte en<br />

door onaantrekkelijke ruimten en gebouwen. De locatie van<br />

het geheel westelijk gelegen vervoerscentrum biedt een niet<br />

bepaald het woonmilieu versterkend beeld. De hier aanwezige<br />

fietsroute ligt in een minder sociaal veilig milieu.


Noordhoekring<br />

De Noordhoekring biedt een zeer divers beeld. Hij vormt het<br />

westelijke deel van de cityring dat aan de centrumzijde<br />

begeleid wordt door vrij grootschalige niet aaneengesloten<br />

gebouwen (overheidskantoren) met daarnaast aan noord- en<br />

zuideinde forse woonbebouwing.<br />

Vooral de westzijde van deze weg. Aan het noordeinde staat<br />

een grootschalig wooncomplex; het noordelijke straatdeel<br />

bestaat verder uit kleinschalige aaneengesloten bebouwing<br />

zonder veel architecturale waarde. Meer naar het zuiden staat<br />

het grootschalig -en qua architectuur waardevol- gebouw van<br />

het Odulphuslyceum. Meest zuidelijk ligt het -<br />

cultuurhistorisch waardevolle- kerkhof.<br />

Achtergebied Noordhoekring<br />

De Boomstraat met zijn lage bebouwing ziet er nog vrij<br />

authentiek en gaaf uit. Hogere bebouwing komt in dit gebied<br />

alleen noordwestelijk voor , ter plaatse van een voormalig<br />

klooster (nu een vrij nieuw bejaardentehuis). Van het oude<br />

complex is nog een vleugel en de kapel op het binnenterrein<br />

aanwezig. Een deel van de kloostertuin omgezet in een<br />

openbare groen- en speelplek.<br />

Langs Boomstraat en Laagstraat bevindt zich kleinschalige<br />

lintbebouwing, hoofdzakelijk woningen. De Laagstraat biedt<br />

een typisch en vrij onordelijk beeld (veel panden zijn<br />

gesloopt).<br />

Bredaseweg<br />

De Bredaseweg is als stadsentree minder belangrijk geworden<br />

na de voltooing van het ringbaanstelsel, desondanks blijft het<br />

een belangrijke ontsluitingsweg. Het in het plangebied<br />

gelegen westelijke deel wordt begeleid door bebouwing die<br />

voor een groot deel allure heeft. De watertoren<br />

(rijksmonument) met bijbehorende 'villa' in 'engelse cottage'stijl<br />

en het schuin aan de overzijde van de Bredaseweg<br />

gelegen monumentale klooster zijn wel letterlijk en figuurlijk<br />

hoogtepunten qua belevingswaarde voor deze stadsentree.<br />

Vanaf de dwarsstraten Eikstraat en Klaverstraat valt de<br />

stedelijke schaal weg.<br />

Achtergebied Bredaseweg<br />

Dit woongebied met zijn ontworpen structuur is vrij gaaf.<br />

Ringbaan-west<br />

De Ringbaan-west heeft voor grote delen duidelijk een<br />

stedelijke allure. Er komen hier diverse bebouwingstypes<br />

voor.<br />

Aan de westzijde korte rijen degelijke eengezinswoningen<br />

met voortuinen voor. Aan de oostzijde zuidelijk van de<br />

Bredaseweg eenzelfde type woningen, maar dan meer<br />

aaneengesloten gebouwd. Ten noorden van de Bredaseweg<br />

verandert het beeld: hier staat een vijftal vrijstaande villa's.<br />

Op het aansluitende gebied is nu een kantorenterrein in<br />

ontwikkeling.


De in ontwikkeling zijnde en bestaande kantoorbebouwing<br />

meer noordelijk is grootschalig en sluit hiermee aan bij de<br />

woonbebouwing langs de H. van Brabantlaan.<br />

Binnengebied: het overige plangebied<br />

Omgeving Kromhoutterrein.<br />

Aan de Korenbloemstraat ligt een woonblok met een<br />

komvormig hofje dat een speciaal cachet heeft.<br />

Aan de zuidzijde -buiten het plangebied- bevindt zich de<br />

enige jaren geleden gerenoveerde wijk "de schildersbuurt",<br />

woningen van woningbouwcorporaties.<br />

Aan de oostzijde ligt het indrukwekkend kloostercomplex van<br />

de Missionarissen van het H. Hart met aansluitend een<br />

karakteristiek rijtje aaneengesloten woningen uit dezelfde<br />

tijd als het klooster.<br />

Bomenbuurt-oost.<br />

In het zuidelijk deel van dit gebied is een gave, homogene<br />

woonbuurt aanwezig met als kern het Lindenplein.<br />

Ruimtelijke -en functionele- conflictpunten zijn wel ontstaan<br />

bij de overgang van de oudere structuur (o.a. Boomstraat) en<br />

de nieuwere aan weerszijden daarvan.<br />

De Wilgenstraat maakte -evenals de Ceciliastraat- deel uit van<br />

een geplande noord-zuid-doorbraak, het noordelijkste deel<br />

van deze straat is een nooit voleind deel van die ingreep.<br />

De ruimte bij de aansluiting van Boomstraat, Populierstraat<br />

en Elzenstraat heeft geen duidelijke structuur. Aan de<br />

Boomstraat is een groot gat in de straatwand geslagen t.b.v.<br />

parkeer- en opslagruimte. Zowel hier als aan de<br />

Kastanjestraat komt bebouwing voor die qua schaal en<br />

uiterlijk niet past in haar omgeving.<br />

Bomenbuurt-west.<br />

Deze woonbuurt vormt een gaaf geheel met in het noordelijk<br />

deel het Hagelkruisplein als een fraai accent.<br />

In het binnengebied is de enige afwijkende bebouwing, in de<br />

zin van een doorbreking van de geslotenheid van de<br />

straatwand - niet echt storend - de school aan de Eikstraat.


2. Ruimtelijke structuur en openbare ruimte<br />

In het plangebied heeft geen ingrijpende herinrichting van de<br />

openbare ruimte, bijvoorbeeld tot 'woonerven',<br />

plaatsgevonden. Volstaan is met het aa<strong>nl</strong>eggen van drempels<br />

om het 30-km/uur statuut te kunnen invoeren. Wel is een<br />

stedelijke fietsroute over de Boomstraat aangelegd.<br />

Wegindeling en bestrating zijn in het plangebied traditioneel.<br />

Er is geen bijzonder straatmeubilair toegepast. Alleen is voor<br />

de verlichting langs de fietsroute gekozen voor een<br />

afwijkend type.<br />

Structuurbepalend groen<br />

Laanbeplanting langs belangrijke wegen is duidelijk langs de<br />

Ringbaan-west en langs de Hart van Brabantlaan. Langs de<br />

Bredaseweg heeft een begeleiding met bomen vroeger wel<br />

bestaan, maar heeft zij moeten voor nieuwe wijkinrichting.<br />

Afgezien van het aspect eenvormigheid en dus "leesbaarheid"<br />

van de hoofdstructuur wordt ook de schermfunctie van zo'n<br />

laanbeplanting voor een deel van Bredaseweg en<br />

Noordhoekring node gemist.<br />

Parkjes die als weze<strong>nl</strong>ijk onderdeel van de stedebouwkundige<br />

structuur van het gebied ontworpen werden, zijn in dit<br />

gebied het Hagelkruisplein en het Lindenplein. Van deze<br />

parkjes is eige<strong>nl</strong>ijk alleen het Hagelkruisplein nog volledig<br />

intact.<br />

Niet structuurbepalend groen<br />

De groenstrook met speelveld aan de St. Ceciliastraat en het<br />

binnengebiedje bij het voormalige klooster aan de Elzenstraat<br />

zijn voorbeelden van iets grootschaliger niet<br />

structuurbepalend groen; dat geldt ook voor de groenplek<br />

aan de westzijde van de Beukestraat die evenwel zou kunnen<br />

opgenomen worden als belangrijk element in een nieuwe<br />

stedebouwkundige uitleg voor dat gebied.<br />

Groenaankleding in de woonstraten is beperkt door een<br />

gebrek aan ruimte, of juister: door het ruimtebeslag van<br />

geparkeerde auto's. Met name bij langere straten zoals<br />

Eikstraat en Watertorenstraat en bij het Watertorenplein is<br />

het straatbeeld daardoor vrij saai.<br />

Privégroen met beeldwaarde voor de openbare ruimte<br />

In de 'bomenbuurt-west' komt een aantal voortuinstroken<br />

voor, deze fleuren het straatbeeld aanzie<strong>nl</strong>ijk op.<br />

In 1999 zl de gemeente een substatieel bedrag stoppen (ca. 1<br />

miljoen) in het opknappen van het openbaar gebied.<br />

3. Cultuur-historische waarden<br />

Het gebied Noordhoek is vooral na ca 1830 bebouwd.<br />

In het kader vaqn het landelijk monumenten-inventarisatieproject<br />

MIP (jongere stedebouw en bouwkunst uit de periode<br />

1850-1940) werden binnen het plangebied een tweetal<br />

gebieden als meer dan middelmatig beschouwd. 'Noordhoekwest'<br />

werd aangemerkt als zogenaamd 'aandachtsgebied'; het<br />

betreft nagenoeg het gehele (jongere) en van de grotere<br />

verkeerswegen afgekeerde binnengebied dat overwegend een<br />

woonfunctie heeft.


'Bredaseweg-oost' werd als 'waardevol gebied' gewaardeerd:<br />

belangrijker dan het voorgaande; het betreft de omgeving van<br />

de kruising Bredaseweg-Ringbaan-west (voornamelijk<br />

"herenhuizen") met een oostelijke uitloper langs de<br />

noordzijde van de Bredaseweg (watertoren e.o.).<br />

In het plangebied komen daarnaast enkele monumenten voor:<br />

rijksmonument:<br />

Bredaseweg/Noordhoekring: kerkhof, althans de volgende<br />

onderdelen: het hekwerk met hekpijlers + beelden en de<br />

calvarieberg;<br />

gemeentelijke monumenten:<br />

Bredaseweg 209: watertoren uit 1897.<br />

Acaciastraat 23: broodbakkerij, pand uit 1923.


E. BELEVING: SOCIALE VEILIGHEID<br />

Documentatie over sociale veiligheid binnen het plangebied<br />

is –afgezien van een inventarisatie door een buurtwerkgroep-<br />

niet direct voorhanden. De buurtinventarisatie geeft aan dat<br />

optimalisering van de sociale veiligheid mogelijk zou kunnen<br />

zijn door verhaoging van het verlichtingsniveau ´s nachts en<br />

door de inrichting van de openbare ruimte overzichtelijker te<br />

maken.<br />

In de nota "Basiskwaliteit woonbuurten 1992-93" is wel terug<br />

te vinden dat de buurt v.w.b. vandalisme en geweldsdelicten<br />

niet ongunstig scoort (iets minder gunstig in Bomenbuurtoost,<br />

hetgeen mogelijk te maken heeft met de ligging vlakbij<br />

het centrum).<br />

In het algemeen is het plangebied sociaal veilig te noemen.<br />

Aandachtspunt is de omgeving van de flatgebouwen aan de<br />

Hart van Brabantlaan, vanwege het ontbreken van bewoning<br />

op de begane grond. Diverse plekken grenzend aan<br />

bedrijventerreinen kunnen, door het ontbreken van sociale<br />

controle, niet volkomen veilig worden genoemd. De<br />

fietstunnel onder de Ringbaan-west met de aansluitende<br />

fietsroute roept problemen op; ook hier is nauwelijks sociale<br />

controle mogelijk.<br />

F. FYSIEKE VEILIGHEID<br />

Fysieke veiligheid is in het kader van de ruimtelijke ordening<br />

een aspect dat zich vooral manifesteert in verband met<br />

verkeersaspecten en bedrijfsvoering.<br />

Bij verkeer gaat het met name om verkeersveiligheid en om<br />

transport van gevaarlijke stoffen (wegen en spoorwegen).<br />

Bij bedrijven gaat het vaak meestal om opslag, soms om<br />

bewerking van gevaarlijke stoffen.<br />

Wegverkeer<br />

In het plangebied komen twee kruispunten voor die met prioriteit<br />

gereconstrueerd dienden te worden vanwege een relatief hoog aantal<br />

verkeersslachtoffers. Het betreft de kruisingen van Hart van Brabaantlaan met<br />

Beukenstraat en Ringbaan-west. De herinrichting heeft ondertussen<br />

plaatsgevonden. Herinrichting van diverse plekken in de woonstraten –binnen<br />

het kader van het ‘duurzaam veilig’beleid- zal binnenkort plaatsvinden.<br />

Wegtransport gevaarlijke stoffen<br />

De Ringbaan-west fungeert als route voor transport van gevaarlijke stoffen.<br />

Zodra de aa<strong>nl</strong>eg van de noord-oost-tangent volledig afgerond is, wordt de route<br />

daarnaar verlegd. Dit wordt ook noodzakelijk vanwege de verdichting van het<br />

wonen in de bestaande stad (project Westpoint bijvoorbeeld).<br />

Spoortransport gevaarlijke stoffen<br />

De spoorlijn die door Tilburg wordt gebruikt voor transport<br />

van gevaarlijke stoffen, onder andere chloor. In de huidige<br />

situatie worden risico-normen niet overschreden.<br />

- zie hierover meer in de betreffende bijlage achterin deze<br />

bundel-


88 Gevaar bij bedrijfsvoering<br />

In het plangebied bevindt zich LPG bij het Shelltankstation op<br />

de hoek Hart van Brabantlaan / Ringbaan-west. In de huidige<br />

situatie voldoet het tankstation aan de vergunningvoorschriften.<br />

Door een goede bedrijfsvoering mede aan de<br />

hand van de voorschriften en de handhaving van de<br />

voorschriften is het gevaar-aspect beperkt tot een<br />

aanvaardbaar minimum.<br />

Aan de Hazelaarstraat bevindt zich de brandstofopslag van<br />

Van Beurden b.v. In de huidige<br />

bedrijfsvorm past het bedrijf in zijn omgeving, een<br />

bedrijvengebied met o.a. het spoorwegrangeerterrein en<br />

expeditiebedrijf Van Gend en Loos.


AANWEZIG JURIDISCH INSTRUMENTARIUM (ruimtelijke<br />

ordening).<br />

- zie toelichtingskaarten 7a en 7b-<br />

A. INSTRUMENTARIUM<br />

Voor het grootste deel van het plangebied gelden ruimtelijke<br />

(bouw)regelingen die nog opgesteld zijn onder de werking<br />

van de Woningwet uit 1901 (o.a. het "Plan van uitbreiding: De<br />

Noordhoek" uit 1934) en die nu vallen onder de Overgangwet<br />

Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting.<br />

In deze oudere plannen is geen gebruiksregeling opgenomen.<br />

Dit is voor de meest kwetsbare plekken gedeeltelijk<br />

ondervangen door alleen het bestaande gebruik toe te staan<br />

met uitdrukkelijk uitsluiten van -het invoeren van-<br />

detailhandel; het betreft het in 1976 onherroepelijk geworden<br />

bestemmingsplan "Verspreide terreinen Oude Stad", dat op<br />

verscheidene terreinen en gebouwen van het plangebied van<br />

toepassing is.<br />

Qua vigerende plannen doet zich de volgende situatie voor :<br />

- zes gebieden vallen alleen onder de bouwverordening; hier geldt geen<br />

bestemmingsplan;<br />

- het grootste deel van het plangebied valt onder het (uit '34 daterende)<br />

"plan van uitbreiding de Noordhoek" met latere partiële herzieningen.<br />

- het overige deel valt onder de volgende plannen welke overwegend van<br />

meer recente datum zijn en waarin ook het gebruik van terreinen en<br />

opstallen geregeld is:<br />

* "Verspreide terreinen Oude Stad" uit 76,<br />

* "Hoek Noordhoekring-Spoorlaan" uit '83.<br />

* "Boomstraat" uit '87 en "Boomstraat/Kastanjestraat"<br />

uit '89 en<br />

* "de Berkdijk en het Villapark" uit '36.<br />

B. FUNCTIES AFWIJKEND VAN DE GELDENDE BESTEMMINGEN<br />

In het plangebied komt een 40-tal functies voor dat afwijkt<br />

van de geldende bestemmingen. Deze afwijkingen zijn uit te<br />

splitsen in enerzijds degene die zijn ontstaan middels een<br />

"verklaring van geen bezwaar" (anticipatieprocedure) zonder<br />

dat daar een planherziening op gevolgd is, en anderzijds uit<br />

de werkelijke afwijkingen, ontstaan vóór het betrokken plan<br />

in werking trad (overgangsregeling van toepassing), óf<br />

nadien.<br />

In dit plan wordt niet aan de hand van het type afwijking<br />

maar aan de hand van de bestaande situatie en mate van<br />

inpasbaarheid alsnog afgewogen welke functies toegestaan<br />

kunnen worden en welke niet.


III. VOORGESTAAN BELEID OP HOGER PLANNIVEAU<br />

III.1 ALGEMEEN<br />

Hiervoor, in deel II van deze toelichting is de huidige<br />

toestand van de functiespreiding in het plangebied<br />

weergegeven. In dit onderdeel (III) wordt bekeken welke<br />

wijzigingen gewenst zijn, met als voorzet ideeën die al eerder<br />

aan de orde waren. Hierna volgt een algemeen beeld (op<br />

structuurplan-niveau), waarna op de diverse functionele<br />

aspecten meer in detail ingegaan zal worden.<br />

Reeds in het Structuurplan voor de Oude Stad (1976) werden<br />

enkele belangrijke functiewisselingen voorgesteld: het<br />

omzetten van de grotere bedrijventerreinen (incl. de<br />

Kromhoutkazerne) in een "hoofdbestemming winkels, horeca,<br />

kantoren". Het spoorwegemplacement kreeg de<br />

hoofdbestemming "verkeer". De aanduiding<br />

"hoofdbestemming" gaf daarbij een richting aan, bepaalde -<br />

kwetsbaardere- bestemmingen dan de hoofdbestemming<br />

waren eveneens toegestaan. Dit hield voor het<br />

spoorwegemplacement in dat omzetting in alle ander<br />

bestemmingen mogelijk was. Voor de omzetting van<br />

bedrijventerreinen kwamen bijvoorbeeld ook de functies<br />

wonen en groen in aanmerking.<br />

Voor de bebouwing langs de Noordhoekring was de<br />

hoofdbestemming "gemengde doeleinden" opgenomen,<br />

hetgeen betekende dat wonen er kon omgezet worden in<br />

andere -niet grootschalige- functies. Voor het oostelijke deel<br />

van de Boomstraat (noordzijde) en voor de Bredaseweg gold<br />

hetzelfde.<br />

Globale probleemstelling en mogelijke doelstellingen voor<br />

het bestemmingsplan zijn deels af te leiden uit hoger en<br />

sectoraal planniveau. Op niveau van de stadsregio is -als<br />

onderdeel van het Streekplan- een overkoepelend plan in<br />

procedure. Een onderdeel hiervan is reeds afgerond: het<br />

"Regionaal Verkeers- en Vervoersplan". Voor het plangebied<br />

komen in deze bovengemeentelijke plannen echter geen<br />

zaken voor die niet ook in het "Stadsbeheerplan Tilburg"<br />

(1989) of in de daaruit afgeleide deelnota's aan de orde<br />

komen.<br />

Het direct op een bestemmingsplan aansluitende niveau, dat<br />

van het structuurplan, wordt gevormd door het<br />

Stadsbeheerplan.<br />

Het Stadsbeheerplan heeft geleid tot een aantal verder<br />

uitgewerkte deelnota's betreffende o.a:<br />

Aspect Wonen<br />

- Nota Grote Panden (omzetting wonen in andere functie,<br />

1994); de nota<br />

"Volkshuisvesting in Tilburg" (1991) en de nota<br />

"Basiskwaliteit woon<br />

buurten 1993/94" (1994)<br />

Aspect Werken<br />

- Kantorennota (1991); Nota Industriebeleid (nog in<br />

bewerking);


Aspect Verzorging<br />

- Nota Detailhandel (1994); Horecanota (1995); Nota<br />

Bedrijshuis-<br />

vesting Binnenstad; Nota monumentenbeleid (1992),<br />

Monumenten-<br />

inventarisatieproject (1992); Monumentenselectieproject<br />

(1995 nog<br />

niet afgerond); kadernota Vorm geven aan de Stad<br />

(architectuurbe-<br />

leid); Nota Inrichting Openbare Ruimte Binnenstad (laatste<br />

twee<br />

nota's nog in bewerking);<br />

Aspect Landschap<br />

- Groenstructuurplan Tilburg (1992);<br />

Aspect Verkeer<br />

- Nota Onderweg naar 2000 (1990); Fietsplan Tilburg 1993;<br />

het Verkeers<br />

circulatieplan Oude Stad (1995); Nota Parkeren (1995 wordt<br />

herzien);<br />

Nota Collectief Vervoer (1995 in voorbereiding);<br />

Structuur en Stadsbeeld<br />

- Structuurvisie Stationszone (1992); Ontwikkelingsplan<br />

Stationszone<br />

(1994); Stadsvorm Tilburg, historische ontwikkeling; Nota<br />

Binnenstad<br />

(functionele structuur; 1995 nog niet vastgesteld);<br />

Orde en Veiligheid<br />

- Nota sociale veiligheid<br />

Gemeentelijke beleidsnota's worden uiteraard ook geheel of<br />

gedeeltelijk los van het stadsbeheerplan ontwikkeld.<br />

Voor het plangebied hebben de volgende belang:<br />

"Profielschets Tilburg Knooppunt"<br />

"Gemeentelijk Milieu-beleidsplan 1990-1993" (1989) met<br />

als apart onderdeel de "Verkeersmilieukaart" (1987).<br />

De nota "Ontwikkelingsplan Stationszone Tilburg" is - samen<br />

met de "Kantorennota" - de basis voor de nagestreefde<br />

ontwikkelingen in de meeste veranderingsgebieden in dit<br />

bestemmingsplan.<br />

Relevante gegevens uit deze nota's zijn hiervoor reeds<br />

opgenomen in hoofdstuk II voorzover het om een<br />

beschrijving van de bestaande toestand ging; gegevens<br />

betreffende probleemstelling en mogelijkheden worden<br />

verder in dit hoofdstuk -eveneens per aspect, dus niet per<br />

nota- opgenomen.


III.2 UITWERKING<br />

A. FUNCTIONELE STRUCTUUR VAN HET GEBIED<br />

-zie toelichtingskaart 3 voor locatieaanduidingen -<br />

-zie ook toelichtingskaart 8: stadsbeheerplan-<br />

In het Stadsbeheerplan wordt het algemeen beleid<br />

aangegeven voor de zogenaamde "beheerbestemmingen",<br />

zoals zij ook aangegeven zijn op de bijhorende plankaart:<br />

"gegroeide -" resp. "ontworpen lijnstructuur", "woonbuurten",<br />

diverse typen "groencomplexen", "bedrijfscomplexen" en<br />

tenslotte het "stadscentrum". Hierna wordt ingegaan op de<br />

voor het plangebied relevante beleid, het betreft dan met<br />

name lijnstructuur, woonbuurten en groen. Daarna worden<br />

nog een aantal specifieke ingrepen vermeld, zoals die in het<br />

Stadsbeheerplan aangegeven zijn.<br />

- Gegroeide lijnstructuur<br />

In het plangebied bestaat de gegroeide lijnstructuur in feite<br />

uit een groot deel van de Boomstraat met enkele er op<br />

uitkomende straatdelen. In het Stadsbeheerplan is dit echter<br />

niet meegenomen, waarmee aangegeven wordt dat dit<br />

structuuronderdeel niet van primair belang geacht wordt.<br />

Volledigheidshalve wordt hier toch aangegeven wat het beleid<br />

voor dit type gebied inhoudt. Van belang is het handhaven<br />

van een menging van functies, met bijzondere aandacht voor<br />

de woonfunctie. Hinderlijke en grootschalige bedrijven<br />

dienen verwijderd te worden. Kleine bedrijfsvestigingen<br />

worden positief gewaardeerd.<br />

- Ontworpen lijnstructuur<br />

In het plangebied Noordhoek zijn als ontworpen lijnstructuur<br />

Ringbaan-west, Hart v. Brabantlaan/Spoorlaan, Noordhoekring<br />

en Bredaseweg aangegeven (er is geen gegroeide lijnstructuur<br />

aangegeven).<br />

Terwille van de "leesbaarheid" van de stad wordt gepleit voor<br />

het laten samenvallen van ruimtelijke en<br />

verkeershoofdstructuur; dit heeft uiteraard consequenties<br />

voor het type functie dat er in ondergebracht kan worden.<br />

Zo is de keuze voor wonen in middelhoge bebouwing<br />

gemaakt, zo mogelijk als geluidwerend scherm voor een<br />

achterliggende woonfunctie. Voor bijvoorbeeld de Ringbaanwest<br />

als "zichtlocatie- en aansluitend de Bredaseweg wordt de<br />

vestiging van kantoren bepleit.<br />

Meer aandacht voor de negatieve aspecten van het verkeer in<br />

deze structuur: geluidsoverlast, maar ook<br />

luchtverontreiniging, wordt noodzakelijk geacht; zie hiervoor<br />

verder in deze toelichting het onderdeel "milieu-aspecten").<br />

Het aspect verkeersveiligheid speelt uiteraard ook<br />

(reconstructies van kruispunten, versmallen rijbanen enz).<br />

- Woonbuurten<br />

Het Stadsbeheerplan stelt de vraag of voor (alle) oudere<br />

woonbuurten renovatie nog zinvol is en of daarentegen


wellicht vervanging noodzakelijk is. Dit speelt uiteraard<br />

eerder bij grotere wooncomplexen (bijvoorbeeld in beheer bij<br />

woningbouwverenigingen) dan bij grote aantallen particuliere<br />

woningen.<br />

Een voorbeeld hiervan zijn de in het noorden gelegen<br />

woonflats. Deze flats bieden echter -zeker indien enige<br />

aanpassing/renovatie tijdig plaats vindt- nog voldoende<br />

woonkwaliteit; sloop en nieuwbouw zijn hier dus niet van<br />

toepassing.<br />

Bij het vrijkomen van ruimte in een woonbuurt, bijvoorbeeld<br />

door opheffing van scholen of hinderlijke bedrijven, is een<br />

keuze te maken tussen enerzijds nieuwbouw (bijvoorbeeld<br />

t.b.v. wonen) en anderzijds verruiming van de woonomgeving<br />

(parkeren, groen, speelplekken). Daarbij dient bekeken te<br />

worden of bestaande woonomgeving-voorzieningen qua<br />

hoeveelheid en spreiding al dan niet voldoen.<br />

Behoud van functiemenging in oudere woonbuurten wordt<br />

nagestreefd, voorzover niet-woonfuncties geen hinder<br />

opleveren (niet alleen op zich, maar ook i.v.m. parkeren en<br />

verkeersbewegingen) voor het woonmilieu. Het<br />

stadsbeheerplan voorziet in dat kader in het toelaten van<br />

bedrijvigheid en horeca in woonbuurten voorzover deze<br />

buurtgebonden zijn en/of geen hinder veroorzaken (laagste<br />

hindercategorieën 1 en 2).<br />

Dit geldt niet voor detailhandel in verband met de gewenste<br />

hiërarchie in het winkelaanbod. Concentraties van winkels<br />

worden op bepaalde plaatsen in de stad bevorderd en op<br />

andere plekken zoveel mogelijk afgebouwd. Binnen de<br />

Noordhoek komen geen belangrijke concentraties voor; in de<br />

"Detailhandelsnota" zijn dergelijke winkelkernen voor het<br />

plangebied ook niet opgenomen. Verspreide buurtgebonden<br />

winkels vormen geen probleem.<br />

De spoorzone is in het plangebied een verhaal apart, er is nu<br />

een duidelijke woonfunctie, vooral in de vorm van<br />

flatgebouwen, aanwezig. Gestreefd wordt -zoals aangegeven<br />

is in het 'Ontwikkelingsplan Stationszone Tilburg' (1994)-<br />

naar een intensieve vestiging van kantoren in de spoorzone;<br />

het samenbrengen van die twee functies dient -ook<br />

ruimtelijk- met zorg te gebeuren.


- Groen<br />

In het plangebied komt alleen het type "besloten<br />

groencomplex" voor. Het betreft hier groen met een besloten<br />

karakter (geen ruime open gebieden zoals aan de rand van de<br />

stad).<br />

Voor het stedelijk gebied betreft het groen met accent op de<br />

recreatieve functie. In dit kader wordt de realisatie van het<br />

Kromhoutpark van belang geacht, als enige mogelijkheid voor<br />

recreatie dicht bij huis voor het zuid-westelijk deel van de<br />

Oude Stad. Inrichting en gebruiksmogelijkheden dienen<br />

afgestemd te zijn op de bevolkingssamenstelling van dit<br />

stadsdeel.<br />

- Sociale veiligheid<br />

Aan sociale veiligheid dient aandacht besteed te worden.<br />

In het Stadsbeheerplan aangegeven mogelijke of gewenste<br />

veranderingen in het plangebied zijn de volgende.<br />

In het Stadsbeheerplan uit 1989, dat nu geldt als<br />

structuurplan, zijn op de plankaart een aantal meer<br />

toegespitste bestemmingen aangegeven.<br />

De locaties 37, 38, C en D in de spoorzone, H-west,F en 30<br />

aan Ringbaan en Bredaseweg, zijn aangegeven als om te<br />

zetten in "onderwijs en/of diensten" (waaronder ook kantoren<br />

verstaan worden).<br />

De locaties G en H-oost aan de Beukenstraat zijn aangewezen<br />

als toekomstig woongebied.<br />

Voor de Kromhout-locatie is omzetting in wonen/groen<br />

aangegeven (inmiddels gerealiseerd).<br />

Kleinere bedrijvenconcentraties als op locaties A, B en 24,<br />

zijn aangegeven als woongebied. Dit geldt tevens voor de<br />

bebouwing langs de Noordhoekring en langs de Bredaseweg<br />

(m.u.v. locaties 30 en F); voor de binnenin het gebied gelegen<br />

scholen, buurtcentrum, winkels, horeca e.d.


B. DIVERSE FUNCTIONELE ASPECTEN (GEBRUIK)<br />

1. Verkeer<br />

Algemeen uitgangspunt van beleid is de gemeentelijke nota<br />

‘Onderweg naar 2000’, door de raad vastgesteld in 1991. De<br />

consequenties van de hierin voorgestelde maatregelen zijn<br />

verder verwerkt in de uitwerkingsnota's: het ‘Fietsplan<br />

Tilburg 1993’, het ‘Verkeerscirculatieplan voor de Oude Stad’<br />

(1995), het Collectief vervoerplan Tilburg-Goirle 1996-2000<br />

(1995) en het Verkeersveiligheidsplan 1995.<br />

In 1998 is met het ‘Verkeerscirculatieplan Centrum’ een<br />

aantal vernieuwingen in gang gezet.<br />

In 1999 is gestart met de voorbereiding van de opvolger van<br />

‘Onderweg naar 2000’: het ‘Tilburgs Verkeers en<br />

Vervoersplan’ (TVVP).<br />

1.1 Autoverkeer.<br />

De inzet van het beleid is om de auto een minder<br />

overheersende rol toe te delen bij de verplaatsingen over de<br />

kortere afstanden.<br />

De gemeente probeert dit te bereiken door automobilist te<br />

stimuleren gebruik te maken van de fiets of het openbaar<br />

vervoer, dan door meer personen gebruik te doen maken van<br />

één auto (carpoolen).<br />

Hiervoor wordt een pakket van maatregelen ingezet dat<br />

bestaat uit de zogenaamde "pull- en push- maatregelen (ofwel<br />

"honing- en azijnmaatregelen"). De pull-maatregelen zijn<br />

stimulerend van aard. Dit kan door het beschikbaar stellen<br />

van goede voorzieningen, zoals de aa<strong>nl</strong>eg van fietspaden of<br />

het beschikbaar stellen van faciliteiten aan werknemers. De<br />

push-maatregelen zijn gericht op het minder aantrekkelijke<br />

maken van de auto, bijvoorbeeld door parkeerregulerende<br />

maatregelen of circulatiemaatregelen voor de auto. Ten<br />

aanzien van het parkeerbeleid sluit de gemeente aan op het<br />

locatiebeleid van de hogere overheden. Dat beleid gaat ervan<br />

uit dat bedrijven met een hoge arbeids- en of<br />

bezoekersintensiteit worden gesitueerd op plaatsen die goed<br />

zijn ontsloten voor reizigers met openbaar vervoer en<br />

fietsers. Door middel van een krappere parkeernorm voor<br />

deze A of B-locaties, wordt gepoogd het autogebruik terug te<br />

dringen (sturend parkeerbeleid). De volgende binnen het<br />

plangebied gelegen gebieden zijn aangewezen als B-lokatie:<br />

CEDE-terrein, rangeerterrein NS, Hollandterrein, Ceciliastraat<br />

en Ringbaan West (lokatie CZ groep en regiopolitie). Het is de<br />

bedoeling dat hier bedrijven gevestigd worden met veel<br />

werknemers (hoge arbeidsintensiteit) en/of een belangrijke<br />

baliefunctie. Om parkeeroverlast in de woonstraten tegen te<br />

gaan zal de gemeente parkeer-regulerende maatregelen<br />

treffen (parkeerverboden, belanghebbendenregelingen enz.),<br />

gecombineerd met een adequate handhaving.<br />

Omdat de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad ook<br />

voor de toekomst gegarandeerd moet worden, zal het<br />

tangentenstelsel voltooid worden. In 2000 komt de tweede<br />

fase van de noord oosttangent gereed. Het<br />

'Verkeerscirculatieplan Oude Stad 1995' ('VOS') geeft in grote


lijnen aan hoe het verkeer -in al zijn verschijningsvormen-<br />

binnen het ringbanenstelsel zal kunnen worden afgewikkeld.<br />

Voor het gebied binnen (en direct grenzend aan) de<br />

zogenaamde 'city-ring' moest nog een meer gedetailleerd<br />

verkeerscirculatieplan opgesteld worden. Dit gebeurde in<br />

1997/1998 met de Nota ‘Verkeerscirculatieplan Centrum’,<br />

een in nauwe samenspraak met alle betrokkenen voorbereide<br />

nota die op 6 juli 1998 door de raad is vastgesteld.<br />

In 1995 is in het ‘VOS’ gekozen voor een oplossing waarbij de<br />

Heuvelring wordt afgesloten voor alle autoverkeer met<br />

uitzondering van taxi's en het openbaar vervoer. Positief<br />

effect van deze aanpak was een sterk verbeterd<br />

verblijfsklimaat op Heuvel(ring) en Paleisring hetgeen voor<br />

het functioneren van het stadscentrum als geheel van groot<br />

belang werd geacht. Het voor het plangebied belangrijkste<br />

effect is de zwaardere belasting van Noordhoekring en<br />

Bredaseweg.<br />

In 1996 was de verkeersintensiteit op de Noordhoekring<br />

19.000 auto's terwijl deze in 1994 nog 15.500 bedroeg. Op de<br />

Bredaseweg steeg de intensiteit in die tijd van 13.000 naar<br />

14.000 en op de Schouwburgring van 20.000 naar 21.000<br />

auto's.<br />

Als gevolg van het in 1998 door de raad vastgestelde ‘VCP<br />

Centrum’, mogen in de toekomst ook het openbaar vervoer en<br />

de taxi's niet meer over de Heuvel rijden. De gemeenteraad<br />

heeft besloten geen definitieve besluiten te nemen over de<br />

voorgestelde maatregelen maar de wenselijkheid en<br />

haalbaarheid beter in beeld te brengen door het verrichten<br />

van onderzoek.<br />

Met betrekking tot het plangebied zijn de volgende<br />

uitwerkingen van het ‘VCP Centrum’ van belang:<br />

* het multifunctioneel stationscomplex op de kop van de Heuvel<br />

* bundelen van autoverkeer op enkele hoogwaardige assen. De Hart van<br />

Brabantlaan en de Bosscheweg gaan in de toekomst functioneren als<br />

hoogwaardige toegangsroutes ("inprikkers") naar het centrum en de<br />

ringbanen worden opgewaardeeerd. Dit nader onderzoek moet (medio juni<br />

1999) nog starten.<br />

* mogelijk een andere opzet van het openbaar vervoer, waarbij gedacht<br />

wordt aan een bundeling op enkele hoogwaardige assen en een ontsluiting<br />

van de wijken via kleinschalig (vraagafhankelijk) vervoer. Voor de<br />

ontsluiting van de oude stad wordt daarbij gedacht aan kleinschalig<br />

vervoer met een ‘T(ilburg)-bus’.<br />

* het ‘Sternetfietsplan’ wordt –gedeeltelijk- heroverwogen, met name voor<br />

het centrum.<br />

Voor het plangebied is van belang dat daarbij mogelijk de fietsroute door<br />

de Boomstraat alleen een functie blijft behouden voor het<br />

bestemmings(fiets)verkeer naar het centrum .De sternetfietsroute wordt<br />

dan verlegd naar de Hart van Brabantlaan/Spoorlaan.<br />

Naast Ringbaan West, Hart van Brabantlaan en de Spoorlaan<br />

blijven ook de Noordhoekring en de Bredaseweg een<br />

ontsluitingsfunctie houden voor het centrum.


Verwacht mag worden dat bovengenoemde uitwerkingen van<br />

het ‘VCP Centrum’ ook antwoord geven op de nog<br />

openstaande vragen uit het Verkeerscirculatieplan Oude Stad:<br />

- het mogelijk realiseren van een linksaf, komende van het noorden, op de<br />

Ringbaan-west richting Bredaseweg; daarbij zal een zekere toename van de<br />

verkeersintensiteit op de Ringbaan en op de Bredaseweg (zuidelijke<br />

rijstrook) plaatsvinden;<br />

- het mogelijk reconstrueren van de Noordhoekring om de zwaardere<br />

verkeersstroom van noord naar zuid op te vangen (door middel van –<br />

mogelijk slechts op een deel van deze weg- 2 westelijke rijstroken).<br />

1.2 Fietsverkeer.<br />

Het "Fietsplan Tilburg" is bij de opstelling van het hiervoor<br />

besproken Verkeerscirculatieplan Oude Stad als<br />

randvoorwaarde meegenomen. Het ‘VCP Centrum’ leidt<br />

daarentegen waarschij<strong>nl</strong>ijk tot een partiële herziening van het<br />

fietsplan.<br />

Sternet-routes.<br />

In het plan zijn -naast de bestaande stedelijke route- een<br />

zestal hoogwaardige fietsroutes opgenomen. Een van deze<br />

sternetroutes n.l. de "Noordhoekroute", die vanaf de<br />

gemeente Loon op Zand via het centrum naar de gemeente<br />

Goirle loopt, loopt over Gasthuisring en Noordhoekring. Deze<br />

wegen zijn of worden aangepast om de functie van hoogwaardige<br />

fietsverbinding te kunnen vervullen d.m.v.<br />

vrijliggende fietspaden.<br />

Primaire routes.<br />

Langs en door het plangebied zijn zogenaamde "primaire"<br />

routes opgenomen: Ringbaan West, St. Ceciliastraat,<br />

Beukenstraat/Regenboogstraat en Bredaseweg. Deze<br />

wegvakken zullen -voorzover nog nodig is en minder<br />

ingrijpend dan bij de sternetroutes- beter worden ingericht<br />

voor gebruik door de fietsers. In de Beukenstraat gebeurt dat<br />

in 1999 en in de Regenboogstraat staat uitvoering gepland in<br />

2001.<br />

1.3 Openbaar vervoer<br />

In het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente vervult<br />

het openbaar vervoer, naast het fietsverkeer, een belangrijke<br />

rol bij het terugdringen van de groei van het autoverkeer.<br />

De Hart van Brabantlaan heeft voor het openbaar vervoer<br />

reeds een belangrijke functie: diverse stads- en streeklijnen<br />

gaan over deze weg.<br />

In de nog vigerende gemeentelijke nota "Collectief<br />

Vervoerplan 1996-2000 Tilburg-Goirle" is voorzien in twee<br />

typen buslijnen: ‘verbindende’ en ‘ontsluitende’ lijnen. De<br />

verbindende lijnen zijn snelle directe ‘hoogwaardig openbaar<br />

vervoerlijnen’ (HOV lijnen) die verder afgelegen wijken<br />

verbinden met het centrum; ook streeklijnen horen bij dit<br />

type. Op deze routes worden maatregelen genomen waardoor<br />

bussen beter op tijd kunnen rijden; voorbeelden daarvan zijn<br />

vrije busbanen en prioriteit bij verkeerslichten. De Spoorlaan<br />

en de Hart van Brabantlaan (medio juni 1999 nog in


uitvoering) zijn in dit kader reeds heringericht tot een HOVroute.<br />

Ook de Ringbaan-west is zo'n HOV-route.<br />

De ontsluitende lijnen zijn buslijnen die dieper de wijken<br />

ingaan en daar een flink aantal straten aandoen teneinde de<br />

loopafstanden naar bushalten kort te houden. Voor het<br />

plangebied - een relatief klein gebied - is de route over de<br />

Bredaseweg de enige die het gebied plaatselijk doorkruist. De<br />

routes van de ontsluitende buslijnen vallen verder samen met<br />

de verbindende lijnen.<br />

Spoorvervoer.<br />

Tilburg dient aan te sluiten op het net van snelle<br />

verbindingen over grote afstand, zoals de ‘hogesnelheidslijnen’<br />

HSL- zuid en -oost. Een belangrijk punt<br />

daarbij is het verkrijgen van een opstappunt in het EC/IC-net.<br />

Daarnaast maakt de gemeente zich sterk voor de realisatie<br />

van Interregiospoor, een systeem van stoptreinverbindingen<br />

in Brabant.<br />

1.4 Vervoer gevaarlijke stoffen.<br />

Op provinciaal nivo worden geregeld risico-analyses<br />

uitgevoerd. Op regio-niveau (brandweer) wordt met betrokken<br />

bedrijven overlegd over route- en tijdkeuzen. Het zal<br />

duidelijk zijn dat de spoorwegen (o.a. chloortransport) hun<br />

eigen beleid hebben. Voor wat betreft de route gevaarlijke<br />

stoffen over de Ringbaan West geldt dat deze verlegd zal<br />

worden naar de noord-tangent(en).<br />

1.5 Locatiebeleid en parkeren<br />

Begrippenomschrijving<br />

Een ‘bereikbaarheidsprofiel’ is gekoppeld aan een locatie en<br />

geeft daarvan de bereikbaarheid aan per openbaar vervoer,<br />

auto en fiets.<br />

Een ‘mobiliteitsprofiel’ is gekoppeld aan een bedrijf of<br />

publieke voorziening en geeft het potentieel openbaar<br />

vervoers- en fietsgebruik van werknemers en bezoekers van<br />

dat bedrijf of die voorziening aan.<br />

Toelichting<br />

De situering van activiteiten ten opzichte van het verkeers-<br />

en vervoerssysteem bepaalt in belangrijke mate het gebruik<br />

van de auto, het openbare vervoer of de fiets. Met een gericht<br />

locatiebeleid probeert de gemeente deze samenhang tussen<br />

ruimtelijke ordening en mobiliteit te benutten.<br />

Ten aanzien van de bereikbaarheidsprofiel van lokaties wordt op grond van de<br />

ontsluitingskenmerken onderscheid gemaakt in A-, B- en C-locaties.<br />

A-locaties hebben de beste mogelijkheden voor het gebruik<br />

van het openbaar vervoer en de fiets.<br />

B-locaties hebben goede mogelijkheden voor zowel het<br />

gebruik van openbaar en fiets als de auto.<br />

C-locaties hebben de beste mogelijkheden voor het gebruik<br />

van de auto.


Het locatiebeleid heeft betrekking op de situering van<br />

bedrijventerreinen, woongebieden en andere aktiviteitenconcentraties<br />

en op de vestiging van individuele bedrijven.<br />

Uitgangspunt is dat de juiste activiteit op de juiste plek<br />

gevestigd wordt.<br />

Zo dienen op A locaties activiteiten ondergebracht te worden<br />

met een potentieel hoog openbaar vervoer- en fietsgebruik en<br />

een lage auto-afhankelijkheid.<br />

Op B-locaties horen activiteiten thuis met een potentieel hoog<br />

openbaar vervoer- en fietsgebruik en een matige autoafhankelijkheid.<br />

C locaties zijn bestemd voor activiteiten met<br />

een potentieel laag OV/fietsgebruik en een hoge autoafhankelijkheid.<br />

Het locatiebeleid van zowel gemeente als provincie is primair<br />

gericht op het ontwikkelen van een mobiliteitsvriendelijke<br />

ordening van de ruimte. Een parkeernormering komt op de<br />

tweede plaats, maar het voeren van een sturend<br />

parkeerbeleid kan een belangrijke bijdrage leveren aan de<br />

noodzakelijke terugdringing van het vermijdbaar<br />

autogebruik. Vooral op de locaties die de grootste potentie<br />

hebben voor het gebruik van openbaar vervoer en de fiets (de<br />

A- en B- locaties) is een sturend parkeerbeleid noodzakelijk.<br />

Volgens de ‘Handleiding Mobiliteit Ruimtelijke Plannen’ van<br />

de provincie geldt voor een A locatie in Tilburg een maximum<br />

parkeernorm van 10 parkeerplaatsen per 100 werknemers en<br />

voor een B locatie 20 parkeerplaatsen per 100 werknemers.<br />

Dit zijn de oorspronkelijke parkeernormen uit het<br />

‘Structuurschema Verkeer en Vervoer’ (SVV).<br />

Voor arbeidsintensieve bedrijven als kantoren mag dit<br />

vertaald worden naar een aantal parkeerplaatsen op basis van<br />

het bruto-vloeroppervlak (bvo). Dan wordt doorgaans<br />

uitgegaan van 25 m² bvo per werknemer. 40 parkeerplaatsen<br />

per 100 werknemers komt dan overeen met één parkeerplaats<br />

per 62,5 m² bvo.<br />

Inmiddels is gebleken dat voor locaties buiten de Randstad<br />

het bereikbaarheidsprofiel doorgaans onvoldoende aansluit<br />

op de strikte parkeernormen (SVV). Eind 1996 heeft de<br />

minister van Verkeer en waterstaat daarom in een schrijven<br />

aan de tweede kamer gemeld dat buiten de Randstad de<br />

normen –tijdelijk- verdubbeld mogen worden naar 20 p.p. per<br />

100 werknemer voor A locaties en 40 parkeerplaatsen per<br />

100 werknemers voor B-loc aties. Het is de bedoeling dat de<br />

‘overmaat’ wordt teruggebracht in overeenstemming met de<br />

vorderingen bij de realisering van het beoogde<br />

bereikbaarheids-profiel (zogenaamde ‘ingroei-methode’).<br />

Bij de recente ontwikkeling van de kantoren aan Ringbaan<br />

West (CZ groep en politie) is met instemming van de<br />

provincie uitgegaan van een maximum parkeernorm van 40<br />

parkeerplaatsen per 100 werknemers.<br />

De bedrijven- en kantore<strong>nl</strong>ocaties tussen Hart van<br />

Brabantlaan, Noordhoekring en Ringbaan West hebben het<br />

(potentiële) bereikbaarheidsprofiel van een B-locatie.<br />

Hetzelfde geldt voor het CeDe- terrein tussen St. Ceciliastraat,<br />

Gasthuisring, Hart van Brabantlaan en de spoorlijn.


Deze classificatie is o.a. vastgelegd in het ‘Regionaal<br />

Verkeers- en Vervoerplan’ en in de gemeentelijke<br />

‘Kantorennota’ (1992). Op deze B-locaties wordt gestreefd<br />

naar functies met overeenkomstig B-mobiliteitsprofiel. Er<br />

geldt de parkeernorm van 40 parkeerplaatsen per 100<br />

werknemers of (als het aantal medewerkers niet bekend is)<br />

een daarvan afgeleide norm op basis van het brutovloeroppervlak.<br />

In de huidige situatie zitten op genoemde B-locaties veelal<br />

nog bedrijven die geen A of B profiel hebben. Dit betekent dat<br />

de streefnormen niet op korte termijn haalbaar zijn. Het<br />

toewerken naar de gewenste situatie geschiedt door bij een<br />

eventuele herstructering deze normen na te streven.<br />

Het zal voor bedrijven niet altijd gemakkelijk zijn om te<br />

voldoen aan de parkeernormen. Teneinde te bereiken dat het<br />

autogebruik onder de medewerkers wordt beperkt, wordt van<br />

een bedrijf dat zich op een B-locatie wil vestigen, een<br />

gedetailleerd bedrijfsvervoerplan verlangd. In zo'n plan<br />

wordt aangegeven hoe een bedrijf, de doelstellingen ten<br />

aanzien van het autogebruik en het parkeren wil halen.<br />

Daarbij wordt gekeken naar de specifieke situatie die geldt<br />

voor het bedrijf in relatie met de locatie: woon-werkafstand<br />

werknemers, auto-afhankelijkheid werknemers, potenties van<br />

alternatieve vervoerwijzen zoals openbaar vervoer en fiets en<br />

het flankerende beleid dat door het bedrijf gevoerd kan<br />

worden (faciliteiten, vergoedingen enz.).<br />

De gemeente zal, indien de noodzakelijk, door middel van<br />

een sturend parkeerbeleid het langparkeren op openbaar<br />

terrein tegengaan. Daarbij moet gedacht worden aan betaald<br />

parkeren, beperkingen in parkeerduur en belanghebbendenregelingen.


2. Wonen, Voorzieningen<br />

Wonen<br />

Het Stadsbeheerplan is wat het wonen betreft verder<br />

uitgewerkt in de deelnota's "Volkshuisvesting" en<br />

"Basiskwaliteit woonbuurten".<br />

In de nota "Volkshuisvesting in Tilburg" (1991) wordt gesteld<br />

dat de bouw van eengezinswoningen vooral in de<br />

uitbreidingswijken zal plaatsvinden (Reeshof e.a.) en dat aan<br />

de vraag naar stedelijker wonen door nieuwe groepen<br />

woningzoekenden, zoals ouderen, in de bestaande stad<br />

tegemoet kan worden gekomen. Hierbij wordt dan ondermeer<br />

gedacht aan hogere bebouwing -appartementen- in het<br />

centrum en langs de hoofdstraten.<br />

In de nota "Basiskwaliteit woonbuurten 1993-94" wordt voor<br />

het plangebied voor diverse planologische wijken (zeer)<br />

globaal aangegeven wat de stand van zaken is vanuit het<br />

oogpunt van stadsbeheer. Uit de nota blijkt dat het<br />

plangebied niet als 'kwetsbaar' te beschouwen is, derhalve is<br />

er geen 'actieplan' opgesteld voor deze buurt.<br />

Voorzieningen<br />

Reeds hiervoor is aangegeven dat niet alle basisscholen in de<br />

buurt zullen blijven bestaan.<br />

Het buurtcentrum en buurtgerichte winkels e.d. worden in<br />

het bestemmingsplan opgenomen als dusdanig.<br />

Voor wat betreft detailhandel of horeca die niet, of niet alleen<br />

buurtgericht is, is bekeken of door de betrokken inrichtingen<br />

onaanvaardbare overlast veroorzaakt wordt, of dreigt te<br />

ontstaan. Daarbij is gekeken naar de bedrijfsvoering op zich<br />

maar ook naar verkeersaantrekking en parkeren. Van de<br />

bedoelde vestigingen is niet geconstateerd dat zij<br />

noodzakelijkerwijs uit de woonomgeving dienen verdwijnen.<br />

Voor het horeca-beleid is een beleidsnota opgesteld waarin<br />

bepaalde typen horeca gekoppeld worden aan bepaalde typen<br />

stedelijk gebied. Dit betekent niet dat afwijkende situaties<br />

per definitie 'gesaneerd' zullen worden, bijvoorbeeld door<br />

het wegbestemmen in het kader van een bestemmingsplan.<br />

Indien de bestaande hinder van een bedrijf onevenredig groot<br />

is kan echter wel tot verplaatsing of opheffing overgegaan<br />

moeten worden (zie onder 'Milieu - bedrijfshinder').<br />

Groen- en speelplekken: verderop wordt onder punt 4.<br />

"recreëren" ook de ruimte voor structureel groen en spel<br />

besproken, de invulling daarvan wordt behandeld in de<br />

paragraaf "beleving: openbare ruimte" (1.2/b).


3. Werken<br />

3.1 Kantoren<br />

Om in de toekomst kantoorlocaties te kunnen aanbieden die<br />

goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer (zogenaamde<br />

A-locaties), dient prioriteit te worden gegeven aan de<br />

ontwikkeling van stationsomgevingen. Dit is aangegeven in<br />

de 'Kantorennota' en “Ruimte voor kantoren” (1998).<br />

In het 'Ontwikkelingsplan Stationszone Tilburg' (oktober<br />

1994) wordt aangegeven hoe met name de spoorzone, het<br />

gebied dat zich uitstrekt van Tivoli in het oosten tot aan de<br />

Ringbaan in het westen, ontwikkeld zal gaan worden.<br />

Het ontwikkelen van een gericht mobiliteits- en locatiebeleid<br />

zal hierdoor de eerste jaren grote inspanningen vergen.<br />

Ondertussen zal er een "overgangsbeleid" moeten worden<br />

gevoerd. Dit houdt in dat bij vestiging of verplaatsing van<br />

een kantoor steeds moet worden afgewogen welke geschikte<br />

locaties op dat moment beschikbaar zijn.<br />

De spoorzone vormt om een aantal redenen een belangrijke<br />

locatie voor kantoren in de stad. Allereerst is hier reeds een<br />

aanzie<strong>nl</strong>ijk deel van de Tilburgse kantoorwerkgelegenheid<br />

geconcentreerd. Daarnaast is de stationszone als knooppunt<br />

voor openbaar vervoer de enige A-lokatie voor kantoren in<br />

Tilburg. De toekomstige mogelijkheden voor kantoorontwikkelingen<br />

in dit gebied zijn aanzie<strong>nl</strong>ijk; voldoende<br />

argumenten dus om de stationszone als eerste<br />

kantorencluster aan te merken. De ontwikkeling van deze<br />

zone is een dusdanig strategisch projekt voor Tilburg en de<br />

regio dat het in de "Profielschets Stedelijk Knooppunt" als een<br />

der projecten wordt genoemd waarvoor ondersteuning van<br />

het Rijk gewenst is. De kantorensector in Tilburg kan worden<br />

versterkt door deze binnen clusters (voornamelijk de<br />

spoorzone) te concentreren.<br />

In principe worden twee wegen bewandeld. Enerzijds voert de<br />

gemeente een actief grondbeleid, waarbij het grondbedrijf<br />

aankoopt en bouwrijp maakt. Anderzijds zal "passief beleid"<br />

worden gevoerd, waarbij het planologisch mogelijk wordt<br />

gemaakt om op bedoelde locaties binnen de knooppunten<br />

kantooractiviteiten te realiseren. De aanwezigheid van<br />

bestaande, stedebouwkundig niet gewenste situaties kan<br />

leiden tot een actief optreden van de gemeente (dit speelt in<br />

het plangebied op diverse plaatsen, zowel vanuit het aspect<br />

gebruik -kwalitatief en kwantitatief- als vanuit het aspect<br />

stedelijk beeld).<br />

Voorzover er eventueel belangrijke beeldbepalende locaties<br />

aan de orde zullen zijn, vragen deze een meer nauwgezette<br />

benadering dan locaties op minder bepalende plekken.<br />

Op dit moment is de direct uitgeefbare voorraad gronden ten<br />

behoeve van kantoren -binnen het plangebied- gelegen aan de<br />

Ringbaan West; daarvan is echter al het grootste deel in<br />

gebruik of in ontwikkeling.<br />

Op basis van locatiekenmerken, markt en het overheidsbeleid<br />

ten aanzien van geleiding van de mobiliteit, gaat de voorkeur


(voor wat het plangebied aangaat) verder uit naar het<br />

ontwikkelen van sectie 3 van de zone. De eveneens in het<br />

plangebied gelegen sectie 4 (van Gend en Loos en NSterreinen)<br />

is als reservelocatie aangewezen, en wordt -tenzij<br />

er zich onverwachte ontwikkelingen zouden voordoen-<br />

voorlopig dus nog niet ontwikkeld. Wel zullen toekomstige<br />

projecten dienen te passen in het stedebouwkundige concept<br />

zoals dat geformuleerd is in het 'Ontwikkelingsplan<br />

Stationszone'.<br />

In sectie 3 van de stationszone bevinden zich in het<br />

plangebied de deelgebieden 'Holland e.o.' annex<br />

'Vormenfabriek e.o.' (locaties G en F op toel.kaart 3):<br />

capaciteit 11.000 m2 vloeroppervlakte (in combinatie met ca<br />

150 appartementen/stadswoningen).<br />

Daarnaast is de locatie "Cédé e.o." (locatie D op toel.kaart 3)<br />

te ontwikkelen voor 5.000 m2 kantoorfunctie (in combinatie<br />

met een onderwijsfunctie (15.000 m2).


3.2 Detailhandel<br />

(zie het hier ingevoegde kaartje uit de nota detailhandel)<br />

Detailhandel komt in het plangebied alleen voor in verspreide<br />

vorm, met een lichte concentratie in de oude linten<br />

Bredaseweg en Boomstraat en in de -begane grondse laag van-<br />

de hoogbouw langs de Hart van Brabantlaan.<br />

In de "Nota Detailhandel Tilburg" (april 1994) wordt gesteld<br />

dat elke buurt een volledige voorziening dient te hebben<br />

binnen een loopafstand van ca 750 meter. Dit betekent dat<br />

binnen die afstand een winkel-"centrum" aanwezig dient te<br />

zijn. Hieronder vallen alle categorieën van centra, dus voor<br />

het plangebied ook het kern-winkelapparaat (Heuvelstraat,<br />

Schouwburgring e.o.), het Jan Heyncomplex en de Korvelseweg.<br />

De Bredaseweg is niet langer als een vorm van<br />

detailhandels-concentratie aangemerkt (zie kaartje).<br />

Het plangebied wordt -gezien de afstanden- door de diverse<br />

in de omgeving liggende centra voldoende bediend.<br />

Het beleid t.a.v. verspreide winkels dient volgens de nota<br />

"volgend" van aard zijn.<br />

Vanuit bestemmingsplan-oogpunt betekent dit dat deze<br />

winkels niet wegbestemd worden, alhoewel de "gewenste<br />

eindbestemming" anders zou kunnen zijn (bijv.<br />

woonbestemming). In principe zullen nieuwe vestigingen in<br />

het (nieuwe) bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt worden.<br />

In concrete gevallen kan de gemeente eventueel actief worden<br />

-om een gewenste bestemming in een winkelpand te<br />

realiseren- indien in zo'n pand blijkbaar geen hernieuwde<br />

winkelvestiging plaats vindt, bijv. bij langdurige leegstand.<br />

Daarbij zal in overleg gehandeld worden (het Stedelijk<br />

Platform Detailhandel kan in deze ook adviseren).<br />

3.3 Bedrijven<br />

Zoals in het Stadsbeheerplan -zie toel.kaart 8- is aangegeven<br />

wordt voor alle grotere bedrijventerreinen in het plangebied<br />

omzetting naar andere functies voorgesteld, variërend van<br />

wonen en groen (Kromhout, gerealiseerd) tot "onderwijs en<br />

diensten" (overige complexen). Vanwege het<br />

mobiliteitsbeleid- valt "diensten" bij voorkeur vertaald te<br />

worden als "kantoren".<br />

Het al dan niet handhaven of toestaan van kleinere bedrijven,<br />

hangt sterk samen met de bestaande of gewenste functies in<br />

de omgeving. Meest kwetsbaar is uiteraard de woonfunctie;<br />

de hinder die bestaande bedrijven voor het wonen<br />

veroorzaken en wat daaromtrent in het bestemmingsplan<br />

geregeld moet worden is hierna omschreven in de paragraaf<br />

"milieu", onder "bedrijfshinder".<br />

Een aantal bestaande bedrijven zal in het nieuwe<br />

bestemmingsplan opgenomen kunnen worden, al dan niet<br />

onder bepaalde voorwaarden. De woonfunctie zal verder<br />

beschermd worden door nieuwe vestigingen van bedrijvigheid<br />

te beperken tot aan een woning gebonden<br />

ondergeschikte functie. Daarbij gaat het om aan huis<br />

gebonden en -in de voorschriften van het plan- nader<br />

omschreven vormen van beroepsuitoefening.


4. Recreëren<br />

Recreatie los van het woongebeuren.<br />

Gelegenheid voor recreatie die ook als een functie los van de<br />

directe woonomgeving beschouwd kan worden, is binnen het<br />

plangebied verruimd door de aa<strong>nl</strong>eg van het Kromhoutpark.<br />

Het gaat hierbij zoals reeds eerder aangegeven werd, om een<br />

voorziening voor het zuidwestelijk deel van de oudere stad<br />

(overigens zijn meer buurtgerichte speelplekken in de rand<br />

van het park opgenomen). Meer nieuwe ontwikkelingen zijn in<br />

het plangebied, vanwege de ruime voorzieningen in het<br />

nabijgelegen stadscentrum, niet nodig en ook niet te<br />

verwachten.<br />

Recreatie binnen het woongebeuren.<br />

Er dient een goede spreiding van groen, pleintjes en<br />

speelplekken nagestreefd te worden. Kromhoutpark (deels),<br />

Hagelkruisplein, Lindenplein, de speelruimte op de hoek<br />

Ceciliastraat/Elzenstraat en het Elzenhof voldoen samen<br />

nauwelijks aan de behoefte.<br />

De kwaliteit van een aantal plekken laat te wensen over (meer<br />

betrokkenheid door buurtbeheer zou wellicht een uitkomst<br />

zijn). Een nu erg ingesloten liggende voorziening als het<br />

Elzenhof zou wellicht beter functioneren met een ruimere<br />

ontsluiting. Het speelterrein aan de Ceciliastraat ligt in een<br />

veranderingsgebied; deze voorziening - trapveld - dient in het<br />

noordelijk deel van de buurt behouden te blijven, met de<br />

situering kan bij reconstructie van het gebied uiteraard iets<br />

geschoven worden. Op het Regenboogterrein is een<br />

groengebied opgenomen in de ontwikkeling van dit gebied tot<br />

woningbouw.<br />

Ook kan het realiseren van zulke plekken in<br />

nieuwbouwgebied een uitstraling hebben op direct<br />

aangrenzende woonomgeving. Actief verwerven zou kunnen<br />

gebeuren waar er aa<strong>nl</strong>eiding toe bestaat (te koop aanbieden<br />

van eigendom, problematische situaties zoals bedrijfshinder,<br />

ruimtelijk storende elementen, sloop van panden e.d.).<br />

Tenslotte moet bij een veranderende bevolkingssamenstelling<br />

de inrichting van deze plekken aangepast kunnen worden, bij<br />

vergrijzing bijvoorbeeld meer wandel- en zitgelegenheid, bij<br />

verjonging meer speelvoorzieningen.<br />

Over de belevingswaarde van groen zie verder: paragraaf<br />

"Beleving: 1.2 openbare ruimte: b. groen).<br />

5. Waterhuishouding, ondergrondse infrastructuur<br />

Door het wijzigen van bestemmingen (met name in de<br />

veranderingsgebieden) zal er geen verandering optreden in de<br />

waterhuishoudkundige situatie.<br />

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (december '93) is bij het<br />

bepalen van de af te voeren hoeveelheden rekening gehouden<br />

met afvoer van vuil water en hemelwater voortkomend uit


gewijzigde situaties in de veranderingsgebieden; het<br />

rioleringsstelsel zal daartoe plaatselijk aangepast worden.<br />

Voor wat de verdere ondergrondse infrastructuur en stations<br />

voor energievoorziening betreft, wordt in de nabije toekomst<br />

een glasvezel-bekabeling aangelegd tussen het centrumgebied<br />

en de universiteit. Deze voorziening zal hoogstwaarschij<strong>nl</strong>ijk<br />

langs Spoorlaan, Hart van Brabantlaan en Prof.<br />

Cobbenhage<strong>nl</strong>aan lopen.


C. MILIEU-ASPECTEN<br />

1. Verkeershinder: geluidsoverlast en luchtverontreiniging<br />

Verkeersmilieukaart gehele stad<br />

---------------------------------------------------<br />

Dit niet vastgestelde rapport beoogde een algemene indruk te<br />

geven van de milieuproblematiek in de stad, voorzover die<br />

door het verkeer veroorzaakt wordt. Niet alleen is het rapport<br />

niet meer up-to-date (het dateert van 1987), maar het is ook<br />

te algemeen om er duidelijk omschreven resultaten voor het<br />

plangebied mee aan te geven. Wel geeft het door het invoeren<br />

van enkele toekomstvarianten (maatregelen) enig inzicht in<br />

de mogelijkheden en beperkingen van het te voeren beleid.<br />

De in de optimale variant van de in het kader van de 'verkeersmilieukaart'<br />

voorgestelde maatregelen die betrekking hebben op de<br />

hoofd- en aanvullende hoofdwegen en die een terugslag kunnen hebben<br />

op de situatie in het plangebied zijn:<br />

- Algemeen:<br />

- Een krachtig gemeente- en rijksbeleid tot beperking<br />

van (autonome) groei van verkeersbewegingen tot 0%;<br />

- Gerichte ingrepen in de toegankelijkheid van hoofd- en<br />

aanvullende<br />

hoofdwegen voor zwaar en middelzwaar vrachtverkeer<br />

(dag-<br />

resp. nachtperiode).<br />

De capaciteit van de hoofdwegen wordt gehandhaafd, dit om te<br />

voorkomen dat de daarlangs optredende hoge concentratie<br />

luchtverontreiniging en het hogere geluidnivo (autoverkeer)<br />

worden verplaatst.<br />

- Concreet:<br />

- Aansluiten Koopvaardijstraat/Havendijk op de<br />

Ringbaan Oost;<br />

- Bove<strong>nl</strong>aag van geluidarm materiaal aanbrengen in<br />

dewegdekconstructie van o.m. Ringbaan West, Hart van<br />

Brabantlaan en Spoor-<br />

laan.<br />

- Noordoosttangent, een Noordtangent en een<br />

Westttangent realise-<br />

ren teneinde samen met een deel van rijksweg 58 een<br />

volledige<br />

ring rond Tilburg te verkrijgen.<br />

In het vastgestelde 'Verkeerscirculatieplan Oude Stad 1995'<br />

zijn een aantal maatregelen aangegeven. Deze zullen<br />

stapsgewijs -afhankelijk van gebleken noodzaak- ingevoerd<br />

worden. Zie hiervoor in hoofdstuk B onder '1. Verkeer'.<br />

Geluidsonderzoek plangebied<br />

---------------------------------------- -------<br />

- zie de hier bijgevoegde verkeersintensiteiten-tabel en het<br />

overzichtskaartje uit het geluidrapport -


Het geluidsonderzoek is gericht op weg- en spoorwegverkeer<br />

uitgaande van de te verwachten verkeersintensiteiten in het<br />

jaar 2005. Voor hinder door bedrijfsgeluid wordt er van<br />

uitgegaan dat in het nieuwe bestemmingsplan vestiging van<br />

hinderlijke inrichtingen uitgesloten wordt.<br />

Het onderzoek is enerzijds toegespitst op plandelen die als<br />

beheergebied en anderzijds op delen die als<br />

veranderingsgebied te karakteriseren zijn. Hierna zal in het<br />

kort eerst op de beheergebieden als geheel en daarna op de<br />

diverse veranderingsgebieden afzonderlijk ingegaan worden.<br />

Beheergebieden<br />

Volgens de wet geluidhinder is een geluidsonderzoek<br />

noodzakelijk indien geluidongevoelige bestemmingen worden<br />

omgezet in geluidgevoelige. Daar het hier gaat om een<br />

bestemmingsplan waar voor groot deel de huidige<br />

bestemmingen gehandhaafd worden, is een globaal<br />

onderzoek verricht. Op een aantal punten langs de<br />

hoofdwegen is, om enig inzicht in de situatie te verkrijgen,<br />

de geluidbelasting berekend. Tevens is de ligging van<br />

geluidcontouren langs die wegen, uitgaande van een situatie<br />

zonder afscherming (bebouwing) berekend. Deze gegevens<br />

kunnen dienstig zijn bij eventuele planherzieningen.<br />

Geluidhinder door wegverkeer<br />

Op gevels langs de hoofdwegen zullen de belastingen in 2005<br />

meestal tussen de 60 en 65 d(B)A liggen, hetgeen hoog is. Een<br />

nog iets hogere belasting zal optreden bij Ringbaan-west (ten<br />

zuiden van de Bredaseweg) en Hart van Brabantlaan. De<br />

belasting is iets lager bij Gasthuisring en Ceciliastraat (ten<br />

noorden van de Spoorlaan). Vooralsnog is het rijksbeleid<br />

gericht op het saneren van die gevallen waar de 65 d(B)A<br />

grens overschreden wordt. In de toekomst zal deze grens<br />

verlaagd worden naar 60 dB(A).<br />

Geluidhinder door spoorwegverkeer<br />

Deze vorm van hinder heeft als peiljaar 2000, voor 2005 zijn<br />

dezelfde waarden aangehouden. Voor het<br />

spoorwegemplacement-gebied wordt na 1990 gerekend op<br />

73d(B)A op 60 meter uit het hart van de spoorweg (nb: aan de<br />

Hart van Brabantlaan variëerde de belasting volgens een<br />

onderzoek van 1993 van 62 tot 74 d(B)A).<br />

Veranderingsgebied Regenboogcomplex<br />

Dit gebied ligt op de hoek Bredaseweg/Regenboogstraat, er<br />

speelt alleen wegverkeerslawaai. Aan de Bredaseweg wordt,<br />

afhankelijk van de exacte ligging van de bouwlijn een<br />

geluidbelasting bereikt variërend van 55 tot 61 d(B)A. Een<br />

ontheffing in het kader van de Wet Geluidhinder is nodig. De<br />

te realiseren woningen dienen een geluidluwe zijde te hebben<br />

(aaneengesloten bebouwing).<br />

Veranderingsgebied Beukenstraat


De aan de ringbaan gebouwde en nog te realiseren kantoren<br />

hebben een afschermende werking voor de woningbouw naar<br />

de Beukenstraat toe. De geluidsgrenswaarden voor die<br />

woningen worden, nóch voor wegverkeer, nóch voor<br />

spoorwegverkeer overschreden.<br />

Veranderingsgebied Vervoerscentrum<br />

Op deze locatie wordt het spoorweglawaai volledig<br />

afgeschermd. Vanwege autoverkeer op de H. van Brabantlaan<br />

treedt een lichte overschrijding van de geluidsgrenswaarde<br />

op. Voor woningbouw zal dus een ontheffing aangevraagd<br />

moeten worden.<br />

Veranderingsgebied ten zuiden van de H. van<br />

Brabantlaan<br />

Hier gaat het om hoge geluidbelastingen door zowel<br />

wegverkeer als spoorwegverkeer; dit kan voor<br />

geluidgevoelige bestemmingen onoverkomelijk worden.<br />

Regels voor beoordeling van cumulatie van geluidhinder<br />

dienen door de Provincie nog vastgesteld te worden; bij<br />

hanteren van cumulatieregels is te verwachten dat geen<br />

ontheffingen meer gegeven zullen kunnen worden.<br />

Geluidhinder door wegverkeer<br />

De geluidbelasting op de huidige bouwlijn -zuidzijde weg- is<br />

66 d(B)A. Nieuwbouw zou dus verder terug moeten liggen,<br />

namelijk achter de 65d(B)A-lijn; deze ligt op 17 meter uit het<br />

hart van de weg. Ontheffing voor geluidgevoelige functies zal<br />

niet makkelijk verkregen kunnen worden.<br />

Ongeveer 100 meter ten zuiden van de wegas is de<br />

geluidbelasting op bebouwing aan de oostzijde van de<br />

Ceciliastraat nog steeds iets hoger dan 55d(B)A, ook hier zal<br />

in een gelijkaardige bebouwingssituatie ontheffing nodig zijn<br />

voor geluidgevoelige functies.<br />

Geluidhinder door spoorwegverkeer<br />

De prognose voor 2005 gaat uit van gegevens van peiljaar<br />

2000. De geluidbelasting op punten in de huidige bouwlijn<br />

aan de zuidzijde van de weg is erg hoog: 65 tot 74 d(B)A. Dit<br />

wordt mede veroorzaakt door het spoorwegviaduct. Daar hier<br />

een samengaan van weg- en spoorweglawaai voorkomt kan dit<br />

voor geluidgevoelige bestemmingen onoverkomelijk worden<br />

(regels voor beoordeling van een dergelijke situatie dienen<br />

door de provincie nog vastgesteld te worden).<br />

Veranderingsgebied ten noorden van de H. van<br />

Brabantlaan<br />

Ook hier speelt zowel geluidhinder door wegverkeer als door<br />

spoorwegverkeer een rol, met dezelfde problematiek<br />

tengevolge van cumulatie van deze twee geluidsbelastingen<br />

als bij het gebied ten zuiden van H. van Brabantlaan.<br />

Geluidhinder door wegverkeer


Voor de geluidbelasting op de huidige bouwlijn aan de<br />

noordzijde van de H. van Brabantlaan geldt hetzelfde als voor<br />

die aan de zuidzijde (zie hiervoor). Bij de Gasthuisring<br />

schommelt de belasting licht rond de 55d(B)A afhankelijk van<br />

de waarneemhoogte. Bij de Ceciliastraat ligt de waarde<br />

ongeveer op 60 d(B)A. In beide gevallen is ontheffing voor<br />

geluidgevoelige functies nodig.<br />

Geluidhinder door spoorwegverkeer<br />

Prognose 2005 gaat uit van peiljaar 2000. Op 10 meter uit het<br />

midden van de doorgaande sporen is de geluidbelasting 86<br />

d(B)A. Voor de dagperiode bedraagt de belasting 78 d(B)A.<br />

Ontheffing zal -zonder dat er geluidwerende maatregelen<br />

getroffen zijn- niet verstrekt worden.<br />

Gedacht moet worden aan maatregels bij de bron (viaduct) en<br />

aan afscherming.


2. Bedrijfshinder<br />

Bij de beschrijving van de bestaande toestand is aangegeven<br />

dat bedrijfshinder objectief in te delen is naar categorieën.<br />

Deze indeling is opgezet naar de maximale afstand waarover<br />

typen bedrijven hinder (geluid, stof, geur enz.) veroorzaken;<br />

het gaat hierbij om gemiddelden. Volgens de indeling kunnen<br />

bedrijven van categorie 1 en 2 goed tot redelijk ingepast<br />

worden in een woonomgeving (hinderstraal variëert van 0 tot<br />

30 meter). Bedrijven van categorie 3 en hoger zijn in<br />

principe, vanwege de grotere hinderstralen, niet in te passen<br />

in een woonbuurt.<br />

In de praktijk blijkt dat een bedrijf van bijv. categorie 2 wel<br />

degelijk hinderlijk kan zijn, het gaat dan boven de<br />

gemiddelde hinder van zijn categorie uit. Het omgekeerde<br />

kan ook het geval zijn: een bedrijf van categorie 3 kan blijken<br />

weinig of geen hinder te veroorzaken (de hinderstraal blijkt<br />

kleiner te zijn dan het gemiddelde waarop de categorieindeling<br />

gebaseerd is).<br />

De gemeente tracht door de voorschriften horend bij een<br />

hinderwetvergunning de overlast voor de omgeving zoveel<br />

mogelijk te beperken; bij bedrijven van categorie 3 en hoger<br />

kan dat in bepaalde gevallen een moeizame zaak zijn.<br />

Wanneer beperken van de overlast onmogelijk blijkt zonder<br />

de economische leefbaarheid van het bedrijf aan te tasten,<br />

dan is duidelijk dat een opheffing of verplaatsing van het bedrijf<br />

noodzakelijk is. Het weigeren van de<br />

hinderwetvergunning, eventueel gecombineerd met de<br />

bepalingen van het bestemmingsplan kan daartoe de aanzet<br />

geven.<br />

Maatregelen.<br />

Voor bedrijven van categorie 3 of hoger wordt getracht een<br />

nieuw bestemmingsplan toename van hinder (bijv. door<br />

uitbreiding en/of méér resp. andere activiteiten) tegen te<br />

gaan. Daarnaast wordt gepleit om -bij bëeindiging van de<br />

bedrijfsvoering- vestiging van een ander hinderlijk bedrijf te<br />

voorkomen.<br />

Voor een enkel bedrijven wordt geadviseerd verplaatsing naar<br />

daartoe geëigende locatie (buiten woongebieden) te<br />

bevorderen, het betreft:<br />

- Gianotten: Bredaseweg 61;<br />

Tenslotte zijn er in het plangebied enkele bedrijven gelegen,<br />

het NS-spoorwegemplacement en van Gend en Loos, die nu<br />

door hun situering nabij de spoorweg (en voorzover zij<br />

blijven voldoen aan de voorschriften van de<br />

hinderwetvergunning) aanvaardbaar zijn, maar die nieuwe<br />

ontwikkelingen in de richting van bijv. woningbouw<br />

uitsluiten. Hierbij dient aangetekend te worden dat de hinder<br />

veroorzaakt door de spoorweg zélf een dergelijke<br />

ontwikkeling -zonder geluidwering in de vorm van schermen<br />

of geluid-ongevoelige gebouwen- onwaarschij<strong>nl</strong>ijk maakt.


De problematiek van hinder van bedrijven aan de rand van<br />

het plangebied is in het kader van dit bestemmingsplan<br />

formeel niet te verhelpen. Terugdringen van hinder<br />

veroorzaakt door het functioneren van met name de<br />

Brandweer is bovendien niet haalbaar vanwege de negatieve<br />

consequenties die dat zou hebben voor de taakuitvoering van<br />

dat bedrijf.


3. Bodem- en grondwater-verontreiniging<br />

In hoofdstuk II is in de paragraaf over milieuaspecten onder<br />

punt 3 de huidige verontreinigingssituatie aangegeven<br />

voorzover deze bekend is.<br />

Minimaal wordt bij de opzet van een groter bestemmingsplan<br />

door de gemeente opdracht gegeven tot het uitvoeren van een<br />

historisch onderzoek.<br />

Voor de Noordhoek is zo'n onderzoek in 1993 verricht. De<br />

gegevens bieden inzicht in de mogelijke belemmeringen voor<br />

ontwikkelingen in het plangebied. Globaal inzicht in de<br />

financiële haalbaarheid van die ontwikkelingen kan uit het<br />

onderzoek afgeleid worden.<br />

Voor de overige veranderingsgebieden waar pas op langere<br />

termijn -wel binnen de planperiode van 10 jaar- actie<br />

verwacht wordt, kan nader onderzoek beter uitgesteld<br />

worden. Als regel dient zo'n onderzoek zo dicht mogelijk<br />

tegen het tijdstip van verandering aan te liggen, dit om te<br />

voorkomen dat na het onderzoek nog nieuwe vervuiling zou<br />

kunnen plaatsvinden. De verantwoordelijkheid voor<br />

onderzoek bij locaties die niet zijn meegenomen in het<br />

gemeentelijk programma bodemsanering berust overigens bij<br />

de eigenaar.<br />

In het bestemmingsplan wordt i.v.m. de langere<br />

termijnplanning voor deze locaties in principe gebruik<br />

gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid).<br />

NB: in het 'historisch onderzoek' naar mogelijke bodem- en waterverontreiniging<br />

staat in het hoofdstuk 'Aanbevelingen" meer specifiek<br />

aangegeven op welke locaties sprake kan zijn van ernstige<br />

verontreiniging. Op enkele van deze locaties is reeds onderzoek<br />

uitgevoerd of hebben deelsaneringen plaatsgevonden (zie ook kaart 4<br />

van dat onderzoek).


D. BELEVING: BEELD<br />

ALGEMEEN<br />

In het gemeentelijk structuurplan, het 'Stadsbeheerplan',<br />

wordt in het hoofdstuk 'Structuur en stadsbeeld' en in het<br />

hoofdstuk 'Plan: beheerbestemmingen' globaal aangegeven<br />

welk beleid ten aanzien van het stadsbeeld gevoerd moet<br />

worden. Hoe een en ander in het vat te gieten is aangegeven<br />

in de nota 'Stadsvorm Tilburg, toekomstige ontwikkeling'.<br />

Deze nota dient verder zijn uitwerking te vinden in<br />

bestemmingsplannen en beeldkwaliteitsplannen.<br />

Instrumenten om (ook bij ontbrekend formeel beleid)<br />

afwegingen te maken zijn er overigens wel: beoordeling door<br />

'welstandscommissie ', 'monumentencommissie',<br />

'supervisor-schap' en prijsvragen.<br />

Hierna wordt alleen aangehaald wat voor het plangebied van<br />

belang is.<br />

Stadsbeheerplan<br />

In dit plan worden de gebiedstypen: gegroeide lijnstructuur,<br />

ontworpen lijnstructuur, woonbuurten, bedrijfs-'complexen',<br />

groene 'complexen' en open, resp. gesloten groen<br />

onderscheiden.<br />

Voor het plangebied is dat wat lijnstructuur en woonbuurten<br />

aangaat het belangrijkst. De bedrijfscomplexen zijn er<br />

aangegeven als mogelijk veranderingsgebied. Verder is het<br />

kerkhof als groen'complex' aangegeven. Het Kromhoutpark<br />

valt onder de typering 'besloten groen.<br />

Het aspect 'groen' is overigens reeds verder uitgewerkt in de<br />

nota 'Groenstructuurplan'.<br />

Het stadsbeheerplan stelt dat alleen een herkenbare<br />

ruimtelijke hoofdstructuur -gegroeide en ontworpen<br />

lijnelementen- de verschillende gebiedstypen van de stad de<br />

nodige samenhang kan geven. Bij verdere ontwikkeling van<br />

deze structuur spelen de gebruiksintensiteit en de<br />

historische, culturele en ruimtelijke waarden een rol.<br />

Middelen ter versterking van de hoofdstructuur zijn:<br />

- koppelen van belangrijke functies aan die<br />

structuur<br />

- streven naar continuïteit in de structuur<br />

- aantrekkelijke architectuur<br />

- inrichting en beplanting<br />

- hogere bebouwing (vooral in het centrum),<br />

met respect voor de omgeving.<br />

Als hoofdstructuurelementen worden voor het plangebied<br />

aangemerkt: Spoorlaan, H. van Brabantlaan, Ringbaan-west,<br />

Bredaseweg en Noordhoekring. Met name de Noordhoekring<br />

was onderdeel van een oorspronkelijk gegroeide structuur,<br />

maar is dusdanig aangepast dat hij als een ontworpen<br />

structuur gezien kan worden.<br />

De 'secundaire' gegroeide lintstructuur, waartoe in het<br />

plangebied bijvoorbeeld de Boomstraat behoort, is niet in het<br />

eige<strong>nl</strong>ijke 'plan' (maatregelen) opgenomen. Binnen het


plangebied vormt de Boomstraat echter een zeer herkenbaar<br />

element, door de ouderdom, diversiteit en kleinschaligheid<br />

van de bebouwing. Herstel van de continuïteit is op enkele<br />

plekken gewenst.<br />

Het overgrote deel van het plangebied is 'woonbuurt'.<br />

Overwegend komt het 'besloten' type voor (rondom gesloten<br />

bouwblokken), zowel bij de gegroeide als bij de ontworpen<br />

onderdelen van het gebied. De langs de H. van Brabantlaan<br />

gesitueerde flatgebouwen horen bij het type 'gestapeld<br />

wooncomplex'.<br />

Dit onderscheid in typen vormt de ruimtelijke karakteristiek<br />

van het gebied, en is tevens een historisch merk<br />

(tijdsgebonden bouwwijzen).<br />

Het beleid is er op gericht deze ruimtelijke duidelijkheid te<br />

behouden en waar nodig te herstellen en te versterken.<br />

UITWERKING<br />

1. Ruimtelijke structuur en gebouwde omgeving<br />

- zie ook toelichtingskaart 3 voor verwijzingen -<br />

De wenselijkheid om in de ruimtelijke structuur van het<br />

gebied verbeteringen aan te brengen betreft vooral de<br />

hoofdstructuur; voor het binnengebied beperkt zich dat tot<br />

de veranderingszones. Op het hiervoor ingevoegde eerste<br />

kaartje wordt globaal aangegeven hoe de totaalstructuur er<br />

zou kunnen gaan uitzien.<br />

Analoog aan de beschrijving van de bestaande structuur in<br />

het gebied in deel II, worden hierna voor verschillende<br />

belangrijke zones in het plangebied problematiek en<br />

mogelijkheden aangaande de belevingswaarde omschreven.<br />

a. Spoorzone<br />

De spoorzone in het plangebied en verder naar het oosten is<br />

in het kader van de aanwijzing van Tilburg als "stedelijk<br />

knooppunt met een regionale positie" (4e nota over de<br />

ruimtelijke ordening -extra-), aangegeven als een van de<br />

strategische projecten.<br />

Naar aa<strong>nl</strong>eiding hiervan is voor die zone in '92 een studie<br />

opgezet: "Structuurvisie Stationszone Tilburg", in'94 verder<br />

uitgewerkt in een ontwikkelingsplan.<br />

De spoorzone is daarin gekenmerkt als een belangrijke<br />

toegangspoort tot de stad, waar alle vormen van vervoer<br />

intensief voorkomen, en een kwalitatief hoogwaardige locatie<br />

voor zakelijke dienstverlening. Deze kwaliteit dient ook<br />

vertaald te worden in de gebouwde omgeving en de inrichting<br />

van de openbare ruimte.<br />

In het rapport wordt als "ruggegraat" voor het gehele gebied<br />

de richting van het aaneengesloten zuidelijke gevelvlak van<br />

de Spoorlaan (ter hoogte van het stadscentrum) aangenomen.<br />

De toren van het Interpolisgebouw zal, als eindpunt aan de<br />

oostzijde van de "stationszone" in het verlengde van de as<br />

van de Spoorlaan geplaatst worden; voor het westeinde van<br />

de zone wordt -in het plangebied- geopteerd voor een eveneens<br />

in die as te plaatsen vergelijkbaar accent nabij de<br />

Ringbaan-west. Binnen het kader dat op deze wijze ontstaat


kan dan de diversiteit van de bebouwing worden behouden of<br />

verder ontwikkeld (perspectiefschetsen en tekst met<br />

uitgangspunten uit het plan zijn hiervóór ingevoegd).<br />

Voor het noordoostelijk in het plangebied gelegen deel van de<br />

spoorzone dient gestreefd te worden naar een duidelijk<br />

grootstedelijkere en meer coherente bebouwing, deze locaties<br />

(C, D, 36 en 37 op toel.kaart 3) zijn evenwel particulier<br />

eigendom (diverse eigenaars), hetgeen verweze<strong>nl</strong>ijking van<br />

het gewenste -kwalitatief hoogstaand- beeld niet<br />

vergemakkelijkt.<br />

Streefpunt is voor deze zone om ook waar mogelijk de relatie<br />

met het noordelijk van het spoor gelegen gebied ruimtelijk<br />

duidelijk aan te geven; tot nu toe is de enige visuele relatie<br />

gelegd in de spoorweg-onderdoorgangen; optimaal is dit te<br />

verbeteren door over het spoor heen te bouwen, zoals in het<br />

ontwikkelingsplan gesuggereerd is.<br />

Voor het noordwestelijk in het plangebied gelegen deel van<br />

de spoorzone (locatie 38 op toel.kaart 3) kan conform de<br />

structuurvisie voor de stationszone qua beeld zowel gekozen<br />

worden voor een dicht stedelijk milieu, aansluitend op het<br />

oostelijke deel, als voor een minder stedelijk<br />

overgangsmilieu. Daarbij blijft het hiervoor aangegeven<br />

beeldkader -de richting van de gevelwand van de Spoorlaan<br />

oostelijk van het plangebied- steeds het uitgangspunt.<br />

NB: een mogelijke keuze voor een minder stedelijk milieu<br />

sluit aan op het ten westen van het plangebied, tussen<br />

spoorbaan en Prof. Cobbenhage<strong>nl</strong>aan gelegen gebied. De hier<br />

aanwezige vrijstaande gebouwen (onderwijsvoorzieningen en<br />

kantoren) in een groene entourage geven deze strook het<br />

karakter van een overgangsgebied tussen stedelijk milieu en<br />

buitengebied, met als westelijk eindpunt het<br />

universiteitscomplex.<br />

Het gebied van spoorwegemplacement en van Gend en Loos<br />

ligt -behalve vanaf de spoorbaan- visueel geïsoleerd; het is<br />

voor verdere ontwikkeling van dit gebied vrijwel<br />

onvermijdelijk om het gebied open te leggen, daarbij is de<br />

meest voor de hand liggende oplossing het (deels ?) weghalen<br />

van de bestaande laagbouwwoningen.<br />

Een sterk accent in de vorm van een torengebouw nabij de<br />

Ringbaan dient -zoals hiervoor al werd aangegeven- te werken<br />

als westelijk eindpunt van de "Stationszone". Daarnaast is,<br />

zowel bij keuze voor een dicht stedelijk als voor een open<br />

overgangsmilieu, het aanbrengen van secundaire accenten in<br />

de vorm van een of meer torens in de rest van dit gebied<br />

denkbaar.<br />

Het grootste deel van de Hart van Brabantlaan zelf, met zijn<br />

hoge bebouwingswanden (woonflats), is niet bepaald<br />

aantrekkelijk; de menselijke schaal ontbreekt hier over een<br />

vrij groot gebied, bovendien biedt de ruimte om de<br />

bebouwing heen daarvoor nu geen compensatie. Door<br />

aanplant van grotere bomen is dit beeld enigszins verzacht<br />

(zie ook verder onder 'openbare ruimte').<br />

Een en ander zal in elk geval moeten leiden tot een voor het<br />

openbaar vervoer (bus) zo hoogwaardig mogelijke oplossing.


In het rapport over de inrichting van de spoorzone zijn de<br />

grote lijnen aangegeven. De beeldvorming gezien vanaf de<br />

spoorbaan -treinreizigers- is daarin niet afzonderlijk<br />

behandeld; toch dient dit stadsbeeld evenveel aandacht te<br />

krijgen als dat vanaf andere ontsluitingswegen. Dit houdt in<br />

dat bebouwing zich ook op de spoorbaanzijde dient te richten<br />

(geen "achterkantensfeer" al dan niet afgeschermd met groen<br />

of anderszins). Andersom is het van belang het treinverkeer<br />

gezien vanuit de stad zichtbaar te houden, wel niet over grote<br />

lengten, maar zeker incidenteel: ook dit draagt bij aan de<br />

"leesbaarheid" van de stedelijke structuur en aan de<br />

levendigheid van het centrum.<br />

Achtergebied<br />

Ook aan de noordzijde van deze zone ligt een 'achtergebied',<br />

buiten het plangebied. De relatie met dit gebied is hiervoor al<br />

aangekaart in het kader van de structuurvisie voor de<br />

stationszone.<br />

Zuidelijk van de spoorzone bevinden zich in het oostelijke<br />

deel bouwblokken met grotendeels lagere woonbebouwing, er<br />

is één bouwblok met een middelhoog schoolgebouw (spie<br />

Elzenstraat-Boomstraat).<br />

De overgang naar het achtergelegen woongebied vergt -bij<br />

reconstructie van bouwblokken in het veranderingsgebied-<br />

uiteraard de nodige zorg (schaal). De in de zuidoosthoek van<br />

dit project-onderdeel gelegen bestaande bebouwing van de<br />

Acaciastraat dient vanwege haar cultuurhistorische waarde<br />

behouden te blijven.<br />

Bij de te wijds opgezette Ceciliastraat (in de jaren '50<br />

geplande doorbraak) kunnen bij een reconstructie de twee<br />

aan weerszijden ervan gelegen bouwblokken dichter bij<br />

elkaar gebracht worden (zelfs een aaneensluiten met een<br />

onverbouwing is denkbaar. (zie de hiervoor ingevoegde<br />

perspectiefschets uit de structuurvisie voor de stationszone:<br />

de Ceciliastraat ten zuiden van de H. Van Brabantlaan is<br />

daarin opgeheven).<br />

Meer westelijk wordt het beeld in het achtergebied bepaald<br />

door de hoge bebouwing langs de Hart van Brabantlaan.<br />

Het beeld van zowel de aangrenzende terreinen als van de<br />

basis van de flatgebouwen zelf is daar niet bepaald fraai te<br />

noemen. Het bouwblok aan de Populierstraat (toel.kaart 3<br />

locatie B) vraagt om een definitieve invulling: tegenover het<br />

flatgebouw liggen enkele percelen die een verwaarloosde<br />

indruk geven. Volledige reconstructie van dit bouwblok ligt<br />

niet voor de hand: aan de zuidzijde staat vrij jonge<br />

bebouwing; meest voor de hand liggend is het situeren van<br />

voor de woonomgeving vriendelijke functies op de open<br />

terreinen.<br />

b. Noordhoekring<br />

Om de Noordhoekring in grotere mate de uitstraling te geven,<br />

die voor een centrum begrenzende weg toch wel gewenst is,<br />

dient op termijn de vervanging van met name de bebouwing<br />

in het noordwestelijke wanddeel door meer grootschalige en<br />

qua architectuur meer betekenisvolle bebouwing


gestimuleerd te worden. Daar het hier om kleinschalige<br />

particuliere eigendommen gaat is dit geen eenvoudige zaak;<br />

"inkleding" met bomen is de enige mogelijkheid die op<br />

kortere termijn dit straatbeeld zou kunnen verbeteren.<br />

Achtergebied<br />

In deze omgeving is het de situatie aan de Laagstraat die<br />

verbeterd kan worden. Als uiterste stap kan gekozen worden<br />

voor het verder terugdringen van de openbare<br />

verkeersfunctie in die straat. Dit houdt in dat de Laagstraat in<br />

feite als een binnenstraatje in de zin van een<br />

achterontsluiting gaat functioneren (daarbij zou de<br />

woonfunctie er dan niet langer vanzelfsprekend zijn).<br />

Ruimtelijk betekent dit vooral dat de (kop van deze) straat<br />

een minder geprononceerd gat kan zijn. Een andere optie<br />

bestaat juist uit het accepteren van het typische van dit<br />

straatje: grotendeels achterontsluiting, maar ook deels<br />

gewone straat met "voorkanten"; een opknapbeurt is dan wel<br />

noodzakelijk (erfafscheidingen e.d.).<br />

c. Bredaseweg<br />

Verbetering van het beeld van de Bredaseweg als stadsentree<br />

is belangrijk. Er doet zich echter hetzelfde probleem voor als<br />

bij de Noordhoekring (eveneens een "aanvullende hoofdweg"):<br />

het gaat hier om een groot aantal -relatief kleine- particuliere<br />

eigendommen. Ook hier is de enige mogelijkheid om op<br />

kortere termijn tot een hogere beeldkwaliteit te komen, het<br />

aanplanten van bomen (zie ook verder onder "openbare<br />

ruimte: groen).<br />

Speciale aandacht dient besteed te worden aan nieuwe<br />

bebouwing ter plaatse van het Regenboog-complex (toel.kaart<br />

3 locatie F): hier kan een meer stedelijk milieu gecreëerd<br />

worden (drie à vier bouwlagen). Door een -evenals nu bij de<br />

bestaande bebouwing- terugliggende bouwlijn aan te houden,<br />

zou het uitzicht op de watertoren (rijksmonument) vrij<br />

gehouden kunnen worden.<br />

De hoek Eikstraat dient opnieuw een afrondende bebouwing<br />

te krijgen.<br />

Achtergebied<br />

Straatbegeleidende bebouwing bij de aanzet van de<br />

Zilverlindestraat dient in het bestemmingsplan mogelijk<br />

gemaakt te worden.<br />

d. Ringbaan-west<br />

In het open gebied langs deze weg (toel.kaart 3, locaties 30<br />

en H-west) is een kantorengebied in ontwikkeling. Met<br />

"eigenstandige" vrij grootschalige kantoorgebouwen moet een<br />

aanvaardbare overgang tussen de zuidelijke randbebouwing<br />

(villa's) en de noordelijk gelegen hoogbouw (kantoren en<br />

woonflats op de hoek Ringbaan en H. van Brabantlaan)<br />

gerealiseerd worden.<br />

Van het eerste, dicht bij de villa's gesitueerde kantoor<br />

(locatie 30) is het hoofdvolume teruggelegd t.o.v. de


Ringbaan zodat het schaalverschil niet storend is; de qua<br />

volume min of meer vrijstaande voorbouw van het<br />

kantoorgebouw is meer op de schaal van de villa's en vormt<br />

daardoor een aanvaardbare overgang.<br />

e. Het overige plangebied: "binnengebied"<br />

Omgeving Kromhoutterrein.<br />

Geen extra zorg voor de ruimtebeleving noodzakelijk.<br />

Bomenbuurt-oost.<br />

Zoals in deel II werd aangegeven betreft het een qua beeld<br />

vrij gave woonbuurt. Een vreemd element vormt het<br />

noordelijk deel van de Wilgenstraat (op toel.kaart 3: tussen<br />

bouwblokken 19 en 20): daar dient gestreefd te worden naar<br />

het zoveel mogelijk sluiten van de straatwanden (Boomstraat<br />

of Kastanjestraat en Missionarisstraat) zodat de Wilgenstraat<br />

hier teruggebracht wordt tot wat zij is: een achter- of<br />

binnenstraatje.<br />

De aansluiting van Boomstraat, Populierstraat en Elzenstraat<br />

heeft geen duidelijke ruimtelijke structuur.Een betere<br />

begeleiding van de verkeersruimte met straatwanden is hier<br />

gewenst. Hetzelfde geldt vlakbij voor de zuidzijde van de<br />

Boomstraat waar een groot gat in de straatwand aanwezig is<br />

met parkeer- en opslagruimte. Zowel hier als aan de<br />

Kastanjestraat komt bebouwing voor die qua schaal en<br />

uiterlijk niet ingepast is in haar omgeving.<br />

Bomenbuurt-west.<br />

Deze woonbuurt vormt -op enkele punten na- een gaaf geheel,<br />

met het Hagelkruisplein als een fraai accent. Minder goed in<br />

het beeld passende bebouwing is onder andere de<br />

basisschool Toermalijn aan de Eikstraat (doorbreking<br />

gevelwand bouwblok) en het ten oosten van het Hagelkruisplein<br />

aan de Prunusstraat gerealiseerde blok met<br />

bedrijfsruimten en bovenwoningen.<br />

Meer westelijk, langs de ringbaan blijft een kantore<strong>nl</strong>ocatie<br />

gepland. Over beeldvorming langs Ringbaan en Bredaseweg is<br />

hiervoor reeds het nodige gezegd. Qua ruimtelijke<br />

verschijningsvorm dient gestreefd te worden naar een<br />

overgang tussen de blokvorm van de hoge kantoorbebouwing<br />

aan de Ringbaan en de woningbouwverkaveling nabij de<br />

Beukenstraat.<br />

Tegenover het Watertorenplein is bij nieuwbouw -locatie F- de<br />

ruimtebegrenzing met zorg te behandelen (pleinwand): een<br />

open verkaveling lijkt hier niet de goede oplossing.


2. Ruimtelijke structuur en openbare ruimte<br />

a. Algemeen<br />

Een beleidsnota specifiek over dit aspect is niet voorhanden<br />

en -behalve voor het stadscentrum- ook niet in ontwikkeling.<br />

Een toekomstige nota dient dan verder zijn uitwerking te<br />

vinden in bestemmingsplannen en beeldkwaliteitsplannen. De<br />

mogelijkheden van het bestemmingsplan zijn echter beperkt.<br />

Instrumenten om (ook bij ontbrekend formeel beleid)<br />

afwegingen te maken zijn ook hier: beoordeling door<br />

'welstandscommissie ' (straatarchitectuur, reclame e.d.),<br />

'monumentencommissie' (idem, ook openbare ruimte),<br />

'supervisor-schap' en prijsvragen.<br />

Keuzen voor bijvoorbeeld materialen en straatmeubilair<br />

dienen te passen in een beleid voor de gehele stad.<br />

Vooruitlopend op dat te creëren totaalbeeld kan voor de<br />

diverse gebiedstypen het volgende gesteld worden.<br />

Betreffende de inrichting van de openbare ruimte op zich,<br />

kan in een bestemmingsplan nauwelijks iets meer geregeld<br />

worden dan door bedoelingen aan te geven (beschrijving in<br />

hoofdlijnen: structuur van het gebied) en door eventueel aan<br />

te geven of het om openbare ruimte voor een of meer<br />

(doorgaande) verkeerssoorten gaat, om ruimte voor wonen<br />

(zogenaamde erf-functie) of voor groen; zover wil dit type<br />

bestemmingsplan echter niet gaan.<br />

b. Inrichting van de openbare ruimte: materialen,<br />

meubilair<br />

Keuzen voor materialen en straatmeubilair dienen te passen<br />

in een beleid voor de gehele stad. Hieromtrent dient een nota<br />

opgesteld te worden. Vooruitlopend daarop wordt hier een<br />

korte paragraaf aan mogelijke keuzen gewijd.<br />

De hoofdstructuur: (aanvullende) hoofdwegen.<br />

De betreffende wegen zijn: Ringbaan-west, Hart van<br />

Brabantlaan en Spoorlaan, Noordhoekring, Bredaseweg.<br />

Voor deze wegen kan in de toekomst, door -deels- invoeren<br />

van vrijliggende fietspaden en/of busbanen en aanplant van<br />

bomen, (weze<strong>nl</strong>ijk voor het realiseren van een zogenaamde<br />

'boulevard'; zie hierna) een en ander aan het karakter<br />

wijzigen.<br />

Opdeling van het wegprofiel voor diverse verkeerssoorten<br />

kan -d.m.v. tussenbermen- de oversteekbaarheid voor<br />

voetgangers verbeteren. Uiteraard dient de inrichting te<br />

blijven voldoen aan de functie: stedelijke hoofdstructuur<br />

voor doorgaand verkeer.<br />

Als wegdek-materiaal wordt asfalt -om de geluidhinder te<br />

beperken- gehandhaafd, behalve voor de fietspaden waar de<br />

rode tegels van toepassing blijven.<br />

Voor straatmeubilair wordt geen belangrijke verschuiving in<br />

keuze in de in bewerking zijnde nota verwacht; wel kan men<br />

zich afvragen of in de stedelijke hoofdstructuur de (visuele)<br />

kwaliteit niet hoger moet liggen dan elders in het straatbeeld.


Het binnengebied: (woongebied).<br />

Het woongebied wordt, voorzover dat al niet het geval is,<br />

ingericht als verkeersluw gebied. De straten dienen er als<br />

"erf" in het woongebeuren opgenomen te zijn. Formele<br />

inrichting als 30-km-zone vergt verkeersremmende<br />

maatregelen; inrichtingen zonder duidelijke trottoirs en met<br />

veel asverspringingen zoals gebruikelijk was bij woonerven,<br />

gaven vaak een onordelijk beeld. Het voldoen aan de 30-kmzone-voorschriften<br />

wordt daarom nu nagestreefd met een<br />

eenvoudige, vrij traditionele inrichting, waarbij als<br />

snelheidsremmer op regelmatige afstanden drempels -<br />

eventueel weg versmallingen- aangelegd worden.<br />

Ook het materiaalgebruik blijft traditioneel: betonstenen in<br />

het wegdek en tegels in het trottoir. Het valt te overwegen om<br />

in de oudere structuur van de wijk, bijvoorbeeld in een deel<br />

van de Boomstraat, te kiezen voor klinkers in rijweg en<br />

trottoir.<br />

Ook hier is geen beduidende verandering in keuze van<br />

straatmeubilair te verwachten.


c. Inrichting van de openbare ruimte: groen<br />

Ook voor wat de inrichting met groen betreft valt in een<br />

bestemmingsplan nauwelijks iets te regelen. De<br />

ruimtebeleving kan nochthans sterk bepaald worden door het<br />

aanwezige groen.<br />

In het Groenstructuurplan -zie het hier ingevoegd kaartje- is<br />

een globale opzet voor de groen-inrichting van de openbare<br />

ruimte in de stad aangegeven; de voor het plangebied van<br />

toepassing zijnde uitgangspunten zijn opgenomen in de<br />

hierna volgende paragraaf b.1.<br />

c.1 Groen in de openbare ruimte.<br />

Het "Groenstructuurplan" is een uitwerking van het<br />

Stadsbeheerplan, het gaat daarnaast ook uit van de opdracht<br />

"meer groen binnen de Ringbanen" uit het Algemeen<br />

Beleidsplan '90-'94 .<br />

Het structuurplan geeft een mogelijke en gewenste totaalstructuur<br />

voor de inrichting van de openbare ruimte voor een<br />

periode van 20 jaar.<br />

In het structuurplan zijn m.n. de volgende voor Tilburg als<br />

geheel vastgestelde tekortkomingen ook van toepassing voor<br />

het plangebied:<br />

- aantoonbaar tekort aan openbare ruimte voor<br />

recreatie, ontmoeting en spel;<br />

- gebrek aan samenhang in de openbare ruimte.<br />

Tekort aan openbare ruimte voor recreatie, ontmoeting en<br />

spel.<br />

Parken en parkjes.<br />

Een eveneens in het structuurplan genoemd, en ondertussen<br />

gerealiseerd project voor de periode '93-'97 is het<br />

Kromhoutpark. Dit park ligt vrij mooi ingebed in de<br />

bestaande en nieuwe stedebouwkundige structuur er omheen;<br />

het ontleent veel van zijn kracht aan het bomencarré en de<br />

waterpartij.<br />

Het zal niet licht vallen om in de bestaande buurt een tekort<br />

van enkele hectaren aan groen in goede samenhang met, of<br />

zelfs als versterking van de stedebouwkundige structuur te<br />

realiseren.<br />

Plekken waar dit wellicht mogelijk is en die om meer groene<br />

ruimte vragen zijn de woongebouwen aan de H. van<br />

Brabantlaan. Aan de noordzijde (terrein NS) is dit op lange(re)<br />

termijn wellicht te realiseren. Aan de zuidzijde ligt het<br />

problematischer, de ruimte is er beperkter en er is een<br />

gedifferentieerde eigendomssituatie.<br />

Verdere "vergroening" is qua ruimte binnen de woonbuurt<br />

moeilijk te bereiken, sloop en daarna definitieve bestemming<br />

tot groen is qua verwerving en financiering een moeizame<br />

zaak, toch zal er -indien men de normen voor<br />

groenvoorziening in de Oude Stad serieus neemt- in die<br />

richting gehandeld moeten worden.<br />

Dit aspect is overigens ook al behandeld in deel II onder<br />

"functionele aspecten: 4. recreëren.


Gebrek aan samenhang in de openbare ruimte<br />

De stedelijke hoofdwegen in het plangebied (Hart van<br />

Brabantlaan, Spoorlaan, Ringbaan West en Bredaseweg als<br />

"aanvullende hoofdweg") dienen een zo samenhangend<br />

mogelijke inrichting te krijgen. De inrichtingsmogelijkheden<br />

worden in het kader van een de jongste verkeerscirculatieplannen<br />

herzien.<br />

Voor de Hart van Brabantlaan geldt dat laanbeplanting in<br />

combinatie met de geplande opwaardering van de gehele<br />

stationszone (bebouwing, functies) de betekenis en de<br />

herkenbaarheid als "oost/west-boulevard" in de stad moet<br />

versterken en de ligging van het Tilburgse centrumgebied<br />

binnen het totale stedelijk weefsel moet verduidelijken.<br />

Typerend voor een 'boulevard-indeling is een symmetrisch<br />

profiel met aan weerszijden van de rijweg -op voldoende<br />

afstand van de gevels (minstens 8 meter) forse bomenrijen.<br />

Ook de laanbeplanting langs de Bredaseweg dient hersteld te<br />

worden daar waar deze ontbreekt (het gedeelte tussen<br />

Ringbaan West en Noordhoekring); daardoor kan het westelijk<br />

buitengebied weer met het centrumgebied verbonden<br />

worden. Het daartoe verleggen van aanwezige leidingen en<br />

het creëren van vervangende parkeerruimte in de omgeving<br />

zal wellicht noodzakelijk zijn.<br />

Voor de Noordhoekring wordt een reconstructie voorgesteld,<br />

mogelijk met een dubbele rijstrook noord-zuid en een enkele<br />

strook zuid-noord (afhankelijk van de faseringswijze van het<br />

'verkeerscirculatieplan oude stad '95). Verder is voorzien in<br />

uitvoering van vrijliggende fietspaden aan weerszijden.<br />

Ruimte voor boomaanplant zal er bij reconstructie voor<br />

maximale verkeersdoorstroming niet of nauwelijks zijn<br />

zonder -gedeelten van- de straatwand te slopen en<br />

terugliggend een nieuwe wand te realiseren.<br />

Het laankarakter van de Ringbaan-west tenslotte is redelijk<br />

gaaf en dient gehandhaafd en zo mogelijk versterkt te<br />

worden, ook buiten het plangebied.<br />

NB: in het 'Groenstructuurplan' (1992) voor de periode '93-<br />

'97 is de realisering van laanbeplanting in de Stationszone<br />

(Spoorlaan/Hart van Brabantlaan) en op de Bredaseweg<br />

opgenomen.<br />

c.2 Groen in particulier gebied.<br />

Meest opvallend particulier groen in het plangebied is<br />

uiteraard het kerkhof, maar in binnengebieden van<br />

bouwblokken komt soms waardevoller groen (in de vorm van<br />

bomen) voor. Bescherming van dat groen vindt enerzijds<br />

plaats door de Kapverordening, anderzijds door in het nieuwe<br />

bestemmingsplan een bouwverbod op te nemen, binnen een<br />

bepaalde afstand van de op de plankaart aangegeven<br />

waardevolle bomen. Deze "passieve" regelgeving voorkomt


dat een bouwvergunning zou moeten afgegeven worden,<br />

terwijl in strijd daarmee een weigering van een kapvergunning<br />

gewenst zou zijn. Waardevolle bomen zijn uiteindelijk<br />

opgenomen in de inventarisatie en in twee categorieën<br />

aangegeven waarvan A de belangrijkste is (zie toel.kaart 2 en<br />

plankaart).


3. Cultuurhistorische waarden<br />

Zoals in deel II is aangegeven ligt er een aanwijzing van delen<br />

van het plangebied in het kader van het landelijk<br />

"Monumenten-inventarisatie-Project" voor jongere bouwkunst<br />

en stedebouw. Het is de opzet van deze inventarisatie om<br />

objecten en structuren op te nemen in monumente<strong>nl</strong>ijsten<br />

en/of om over te gaan tot het aanwijzen van beschermde<br />

stadsgezichten.<br />

In het plangebied komt de "zwaarste" gebieds-categorie<br />

("bijzonder waardevol gebied") niet voor, Aanwijzing van<br />

delen van het plangebied als beschermd stadsgezicht zit er<br />

dus niet in. Wel komen enkele panden (Acaciastraat) in<br />

aanmerking om - naast de reeds eerder aangewezen<br />

monumenten - opgenomen te worden in een<br />

monumente<strong>nl</strong>ijst; deze procedure is nog gaande.<br />

Effect van het project is nu reeds dat in de gemeentelijke<br />

bouwverordening een sloopvergunningsregeling is<br />

opgenomen voor de aangewezen MIP-gebieden (en voor losse<br />

MIP-objecten buiten de aangewezen gebieden): betreffende<br />

sloop van -delen van- die objecten dient in elk geval de<br />

Raadscommissie van Ruimtelijke Ordening en -voorzover de<br />

proceduretijd dat toelaat- zo mogelijk ook de<br />

Monumentencommissie, gehoord te worden.


E. BELEVING: SOCIALE VEILIGHEID<br />

1.Algemeen<br />

In het kader van het ruimtelijke-ordenings-beleid, worden<br />

criteria gehanteerd om na te gaan of de bestaande of<br />

ontworpen omgeving voldoende sociaal veilig is. Bedoelde<br />

criteria staan voor een groot deel overigens los van de<br />

ruimtelijke ordening.<br />

Van belang zijn hier met name wel:<br />

- mogelijkheid tot sociale controle vanuit<br />

woningen en voorzieningen;<br />

- zichtbaarheid (ononderbroken zichtlijnen),<br />

zowel buiten als van<br />

binnen naar buiten en omgekeerd;<br />

- betrokkenheid (voelt een omgeving 'eigen' of<br />

'anoniem' aan),<br />

waarbij afstand en inrichting mede een rol spelen;<br />

- attractiviteit van de omgeving (ook beheer is<br />

hier van wezen<br />

lijk belang);<br />

- toegankelijkheid/vluchtwegen: duidelijk<br />

onderscheid tussen<br />

openbaar en privé (afsluitbaar); voor- en tegen van vluchtwegen<br />

afwegen.<br />

2. Toepassing in het plangebied<br />

Zoals in deel II reeds aangegeven werd is het plangebied in<br />

het algemeen als sociaal veilig te beschouwen. Bij<br />

reconstructie in 'veranderingsgebieden' kan met de<br />

genoemde criteria rekening gehouden worden. Verbetering<br />

van bestaande situaties is vaak moeilijker. Verbetering van de<br />

overzichtelijkheid wordt nagestreefd bij herinrichting van de<br />

woonomgeving.<br />

Dit is onder andere na te streven voor de omgeving van de<br />

flatgebouwen aan de Hart van Brabantlaan, en de fietstunnel<br />

onder de Ringbaan-west met de aansluitende fietsroute (voor<br />

dit fietsroute-onderdeel is overigens een alternatieve route<br />

aanwezig).<br />

Het omhoogbrengen van het verlichtingsniveau ´s nachts is<br />

een wens die in de gehele stad speelt. Vooralsnog ligt de<br />

prioriteit niet bij dit aspect (mede vanwege de zeer hoge<br />

kosten).<br />

De aanpassing van bestaande gebouwen is niet in het kader<br />

van een bestemmingsplan te regelen. Dit is slechts mogelijk<br />

indien eigenaars-beheerders bereid zijn in zo'n verbetering te<br />

investeren.<br />

F. FYSIEKE VEILIGHEID<br />

Spoorwegtransport gevaarlijke stoffen<br />

Binnen de huidige toestand en binnen wat het<br />

bestemmingsplan toestaat worden normen niet overschreden.<br />

Indien echter de maximaal door de NS gedachte intensivering<br />

van dit vervoer (prognose tot 2010) doorgezet wordt, is


overschrijding van de norm (‘oriënterende waarde<br />

groepsrisico’) niet uit te sluiten.<br />

Ook kunnen problemen ontstaan indien zich in het gebied<br />

langs het spoor ontwikkelingen voordoen die verder gaan dan<br />

het nu voorliggende bestemmingsplan toestaat (hogere<br />

bebouwingsdichtheid, andere functies), tenzij een barrière,<br />

bijvoorbeeld in de vorm van een parkeergarage of dergelijks<br />

opgericht wordt.<br />

- zie hierover meer in betreffende bijlage achterin deze<br />

bundel-<br />

88 Gevaar bij bedrijfsvoering<br />

Voor enkele bedrijven in het plangebied staan gunstige<br />

veranderingen op stapel.<br />

Het Shelltankstation op de hoek Hart van Brabantlaan /<br />

Ringbaan-west wordt –indien de plannen doorgang vinden-<br />

opgeheven in het kader van de bouw van een nieuw<br />

grootschalig wooncomplex.<br />

De brandstofopslag van Van Beurden b.v. aan de<br />

Hazelaarstraat zal conform de eisen van een nieuwe<br />

milieuvergunning gehalveerd en ondergronds gebracht<br />

worden. . Door deze aanpassingen wordt een aanzie<strong>nl</strong>ijke<br />

verbetering van de veiligheid gerealiseerd.


IV. PLANSYSTEMATIEK.<br />

A. ALGEMEEN<br />

Het voornemen om met een beperkt aantal grote<br />

bestemmingsplannen het gehele grondgebied van de<br />

gemeente te bestrijken, is een uitgangspunt van het<br />

Stadsbeheerplan. Daarbij is uitgegaan van op de huidige<br />

inzichten toegesneden globale plannen, die inhoudelijk en<br />

qua regelgeving op elkaar afgestemd zijn.<br />

Voor plangebieden in de bestaande stad gaat het in principe<br />

om "beheerplannen", waarbij het wel in onderdelen kan gaan<br />

om te (her)ontwikkelen "veranderingsgebied".<br />

Door het invoeren van een "beschrijving in hoofdlijnen" kan<br />

het gewenste beleid in een bestemmingsplan als<br />

toetsingskader ingezet worden.<br />

Zoals hierna onder "Planopzet" aangegeven wordt , vindt de<br />

planopzet plaats enerzijds vanuit het aspect "gebruik" of<br />

functie, anderzijds vanuit de aspecten "beeld" of ruimte.<br />

Bij het aspect 'functie' zal het beheer zich meer dan voorheen<br />

moeten bekommeren om de integratie ruimtelijke ordening -<br />

milieu. In het plan moet een afweging plaatsvinden van de<br />

verenigbaarheid van activiteiten. De milieuwetgeving op zich<br />

biedt daartoe te weinig mogelijkheden.<br />

Bij het ruimtelijk aspect is wel gestreefd naar een zo globaal<br />

mogelijke planopzet, maar is uit overwegingen van<br />

standaardisatie de bouwverordening grotendeels<br />

overgenomen. Dit betekent toch een vrij gedetailleerde<br />

regelgeving op dit vlak.<br />

Indien in bepaalde situaties meer specifieke regelgeving<br />

gewenst is, kan dat in een aparte set "nadere eisen" (met<br />

name voor veranderingsgebieden) en/of in een<br />

beeldkwaliteitsplan vastgelegd worden.


B. PLANOPZET<br />

1 Functioneel beheer<br />

1.1 Detailhandel<br />

Het beleid is gericht op handhaving en versterking van<br />

wijkcentra, op instandhouding en zonodig creëren van<br />

buurtcentra, indien dat uit een oogpunt van bereikbaarheid<br />

wenselijk is (>750m) en conservering met voorkoming van<br />

uitbreiding van verspreide bewinkeling.<br />

Het perifere detailhandelsbeleid is afgestemd op het<br />

rijksbeleid en is geconcretiseerd in de aanwijzing van een<br />

aantal locaties.<br />

Ambulante handel wordt niet geregeld op<br />

bestemmingsplanniveau. Hier is sprake van "vluchtig",<br />

kortstondig c.q. wisselend grondgebruik waarvoor een<br />

bestemmingsplanregeling geen adequaat middel is. Regeling<br />

vindt plaats op het niveau van de algemene plaatselijke<br />

verordening.<br />

Voor het plangebied werkt dit als volgt uit:<br />

Beleidsmatig zijn er geen winkelconcentraties in het<br />

plangebied aangewezen. Het gaat dus uitsluitend om<br />

verspreide bewinkeling. Deze is nader op de plankaart<br />

aangeduid binnen een andere bestemming (vooral<br />

woondoeleinden). Uitbreidingsmogelijkheden anders dan via<br />

de gebruikelijke 10% zijn niet voorzien. Integendeel een<br />

wijzigingsbevoegdheid dient om in voorkomende gevallen tot<br />

schrappen van een detailhandelsbestemming met omzetting<br />

in de andere bestemming te komen. Wel is het mogelijk -om<br />

een ander zakelijk gebruik van het (bedrijfs-)pand niet<br />

onnodig te blokkeren en kapitaalvernietiging te voorkomen-<br />

middels vrijstelling te komen tot omzetting in een zorg- of<br />

dienstverleningsfunctie zoals deze nader zijn omschreven in<br />

de bestemming "z".<br />

In het gebied komt geen perifere detailhandel voor.<br />

1.2 Horecavoorzieningen<br />

Binnen het gemeentelijke geintegreerd horecabeleid worden<br />

aan de ene kant drie typen horecavoorzieningen<br />

onderscheiden en aan de andere kant vijf gebiedstypen<br />

waaraan vestigingscriteria gekoppeld zijn. Bestaande<br />

horecavestigingen worden als zodanig bestemd,<br />

nieuwvestigingen worden slechts middels vrijstellingsmogelijkheden<br />

dan wel wijzigingsbevoegdheden toegelaten waarbij<br />

spreiding wordt beoogd, afhankelijk van zwaarte en omvang<br />

van de vestiging in relatie tot de typologie van het gebied.<br />

De gebiedstypen zijn:<br />

horecaconcentratiegebied, winkelcentra, lijnstructuur,<br />

woongebied en overig gebied.<br />

Voor het plangebied is dit als volgt uitgewerkt:<br />

- de 'lijnstructuur horeca' (plankaart B) beperkt zich in het plangebied<br />

tot Hart van Brabantlaan, Spoorlaan, Ceciliastraat ten noorden van de<br />

Spoorlaan, Gasthuisring, Noordhoekring, Bredaseweg en Ringbaanwest;


- als woongebied wordt beschouwd de bestemming "W" voorzover deze<br />

niet is gelegen aan de hiervoor benoemde wegen gelegen aan de<br />

lijnstructuur horeca;<br />

- overig gebied wordt gevormd door de andere bestemmingen niet zijnde<br />

verkeersbestemmingen en voor zover niet gelegen aan de hiervoor<br />

benoemde wegen gelegen aan de lijnstructuur horeca.<br />

Voor de afzonderlijke bestemmingen zijn vervolgens de<br />

spreidingscriteria in een vrijstellingsmogelijkheid<br />

opgenomen. Door de werking van de spreidingscriteria is<br />

impliciet bepaald dat de aard en omvang van de beoogde<br />

activiteit naar aard en schaal passen binnen het gebied en dat<br />

door de nieuwvestiging in beginsel geen onevenredige<br />

aantasting plaats vindt van de in de omgeving aanwezige<br />

functies. Voldoet een eventuele nieuwe vestiging aan de<br />

spreidingscriteria, dan dienen bij het toepassen van de<br />

wijzigingsbevoegdheid voor het toelaten van nieuwe horeca<br />

III vestigingen en de vrijstellingsbevoegdheid voor het<br />

toelaten van nieuwe horeca I of II vestigingen de navolgende<br />

criteria in de afwegingen te worden betrokken:<br />

- de eventueel verkeersaantrekkende effecten c.q. parkeerbehoefte in<br />

relatie tot de ontsluitingssituatie en de parkeer- en<br />

stallingsmogelijkheden op eigen terrein dan wel in het openbaar<br />

gebied;<br />

1.3 Kantoren<br />

Het gemeentelijk kantorenbeleid is vastgelegd in de nota<br />

“Ruimte voor kantoren”. De te ontwikkelen kantore<strong>nl</strong>ocaties<br />

zijn aangegeven op plankaart E. Een deel van de<br />

kantoorlocatie 'Hoofdstation' ligt in het onderhavige<br />

plangebied (zone langs Spoorlaan, H. van Brabantlaan en<br />

oostzijde Ringbaan-west).<br />

Kleinschalige kantoorontwikkelingen (tot 700m2 b.v.o.) zijn<br />

binnen de bestemmingen "C" en "G" (kleinschalig) zonder<br />

meer toegestaan.<br />

Voor de kleinschalige kantoorontwikkelingen is bovendien<br />

het beleid met betrekking tot grote (woon)panden van<br />

toepassing. Daarin zijn straten aangegeven waarlangs<br />

volledige onttrekking van grote woonpanden aan de<br />

woonbestemming ten behoeve van kantoren mogelijk is. Dit<br />

kan betreffen grote woonpanden met een bruto<br />

vloeroppervlekte van meer dan 300m2.<br />

In het onderhavige plangebied betreft het de Noordhoekring<br />

en de Bredaseweg. In artikel 21 is hiervoor een algemene<br />

vrijstellingsmogelijkheid opgenomen.<br />

1.4 Bedrijven<br />

Het plangebied kenmerkt zich enerzijds door de<br />

aanwezigheid van een vrij groot bedrijventerrein langs de<br />

spoorweg. De overige grote bedrijventerreinen zijn<br />

veranderingsgebieden (omzetting ten behoeven van kantoor-<br />

en woonfunctie).<br />

Verspreid in het gebied komen min of meer kleinschalige<br />

bedrijfsvestigingen in een menging met andere functies<br />

waaronder uiteraard wonen.<br />

Ten behoeve van bedrijven wordt het volgende beleid<br />

gevoerd:<br />

Gezien de ligging van het plangebied in het totale<br />

stadslichaam is - met uitzondering van de het bedrijfsgebied


langs het spoor nergens een exclusieve bedrijfsbestemming<br />

toegepast.<br />

Bestaande bedrijvigheid wordt in beginsel positief bestemd<br />

hetzij als onderdeel van gemengde of centrumdoeleinden,<br />

hetzij als afwijkende functie binnen woondoeleinden (als<br />

perceelsgerichte bestemming bovenop de<br />

gebiedsbestemming).<br />

Vestiging van nieuwe bedrijven is binnen de daarvoor<br />

aangewezen bestemmingen slechts toelaatbaar tot de<br />

daarvoor aangegeven hindercategorie.<br />

Uitbreidingsmogelijkheden zijn behoudens de fysiek<br />

beperkte bebouwingsregelingen ook gelimiteerd door<br />

genoemde categorieindeling. Uitbreiding (meer dan 10%) is<br />

niet toelaatbaar, indien het bedrijf de maximaal toelaatbare<br />

hindercategorie overschrijdt. De plansystematiek<br />

(dubbelbestemming -middels gebieds- plus perceelsbestemming-<br />

en wijzigingsbevoegdheid voor<br />

voorgevelrooilijnen en uitbreiding van de<br />

verkeersbestemmingen) maakt het mogelijk om op<br />

slagvaardige wijze in te spelen op<br />

ontwikkelingsmogelijkheden.<br />

1.5 Voorzieningen<br />

De in het plangebied voorkomende voorzieningen zoals<br />

scholen, kerken, medische voorzieningen,<br />

verzorgingstehuizen, buurthuizen en andere<br />

maatschappelijke voorzieningen zijn -hetzij als perceelsgerichte<br />

bestemming "m" bovenop een gebiedsgerichte<br />

bestemming, hetzij als "C" of "G"- bestemd met<br />

uitbreidingsmogelijkheden. Nieuwe locaties voor<br />

voorzieningen zijn vooralsnog niet voorzien.<br />

Wel valt te verwachten dat ten aanzien van scholen, in de<br />

komende planperiode reconstructie of hergebruik aan de orde<br />

zal zijn. De plansystematiek (dubbelbestemming -middels<br />

gebieds- plus perceelsbestemming- en wijzigingsbevoegdheid<br />

voor voorgevelrooilijnen en uitbreiding van de<br />

verkeersbestemmingen) maakt het mogelijk om op<br />

slagvaardige wijze in te spelen op<br />

ontwikkelingsmogelijkheden.<br />

1.6 Wonen<br />

Wonen is de hoofdfunctie van het gebied. In principe moeten<br />

andere functies zich daar naar voegen. Het met het plan<br />

beoogde beleid ziet er als volgt uit:<br />

De woonfunctie is geconserveerd binnen de bestemming<br />

woondoeleinden ("W" of "w"). De woonfunctie wordt ook<br />

mogelijk gemaakt binnen de bestemmingen "C" en "G". De<br />

percelen met perceelsgerichte bestemmingen (bestaande<br />

afwijkende functies) binnen de gebiedsgerichte bestemming<br />

"W" zijn tevens bestemd tot wonen.<br />

Vanwege het pluriforme karakter van de woonfunctie in het<br />

plangebied wordt in de bestemming geen onderscheid<br />

gemaakt naar gestapeld / niet-gestapeld, groot / klein,<br />

aaneengesloten en / (half)vrijstaand etc.<br />

Ook een onderscheid in wonen naar maatschappelijke<br />

groeperingen zoals studentenhuisvesting,<br />

bejaardenhuisvesting, therapeutisch wonen, c.q. wonen onder


egeleiding, wonen in opvangcentrum e.d. wordt in de<br />

woonbestemmingen niet gemaakt.<br />

1.7 Verkeersbestemmingen (openbaar gebied,<br />

groenstructuurplan)<br />

Op verkeersgebied is het gemeentelijk beleid neergelegd in<br />

diverse nota's.<br />

Vanwege het feit dat het verkeersbeleid enorm in beweging<br />

is, hetgeen zich uit in verkeerscirculatieplannen, openbaar<br />

vervoer plannen, fietsplannen en parkeerplannen, wordt het<br />

bestemmingsplan niet als uitvoeringsinstrument gebruikt om<br />

het verkeersbeleid tot uitvoering te brengen. Onderscheiden<br />

zijn rail-, water- en wegverkeer en de verblijfsaspecten<br />

daarbij. Bij de bestemmingen voor wegverkeer en verblijf is<br />

een onderscheid gemaakt tussen wegen met als hoofdaccent<br />

de gebiedsontsluitingsfunctie en wegen met als hoofdaccent<br />

de erftoegangsfunctie.<br />

Rekening houdend met het bepaalde in de wet geluidhinder is<br />

door middel van de bestemmingsaanduiding (code op de<br />

plankaart) aangegeven of een weg meer dan twee rijstroken<br />

heeft. Voorts is een zo groot mogelijke flexibiliteit<br />

gehanteerd. Dwarsprofielen (doorsneden over wegen) en<br />

wegindelingen worden niet vastgelegd. Dit betekent dat de<br />

inrichting van het openbare gebied ten behoeve van verkeers-<br />

en verblijfsfuncties voor het overige in principe vrij is.<br />

1.8 Structureel groen en water<br />

Het beleid met betrekking tot openbaar groen is neergelegd<br />

in het groenstructuurplan. Daarbij is zowel een functionele<br />

als een ruimtelijke ingang gekozen. Tevens is van toepassing<br />

het Streekplan Noord-Brabant.<br />

In het plangebied komen dergelijke structurele<br />

groenelementen niet voor.<br />

2 Ruimtelijk beheer<br />

2.1 Relatie bouwverordening<br />

In algemene zin is het gemeentelijk beleid op gebied van<br />

bouwen neergelegd in de gemeentelijke bouwverordening.<br />

Ook stedebouwkundige bouwregelgeving is daarin te vinden.<br />

Vanuit de historie, waarbij grote delen van de stad via de<br />

stedebouwkundige regelingen in de bouwverordening tot<br />

stand zijn gekomen, is gebleken dat deze regels in principe<br />

een goed en objectief kader bieden voor een<br />

bebouwingsregeling van de bestaande stad.<br />

Het gemeentelijk beleid is erop gericht om de regeling van de<br />

bouwverordening in bestemmingsplannen op te nemen en<br />

daar waar wenselijk andere accenten te leggen. Afwijkingen<br />

zijn met name nodig geacht op het punt van bouwhoogtes en<br />

vrijstellingsmogelijkheden en -criteria. Voorts is toegevoegd<br />

een bebouwingsregeling voor bijgebouwen.<br />

Ook is voor wat betreft de bebouwingsregeling onderscheid<br />

gemaakt tussen de 'ruimtelijke lijnstructuur' (plankaart<br />

A) enerzijds en de overige gebieden anderzijds conform het<br />

gestelde in het stadsbeheerplan.<br />

De aan de bouwverordening ontleende bebouwingsregeling is<br />

niet van toepassing op bijzondere bebouwingssituaties /


verkavelingen die niet zijn ingepast in c.q. geen deel<br />

uitmaken van een stroken- of blokverkaveling. Voor deze op<br />

de plankaart aangeduide gronden zijn wel de<br />

voorgevelrooilijnen aangegeven, maar gelden daarnaast<br />

specifieke op de plankaart aangegeven maximale bebouwingspercentages<br />

en maximale bouwhoogten. Dit betekent<br />

derhalve dat voor deze gronden met name de voorschriften<br />

verband houdende met de achtergevelrooilijnen en met de<br />

aan voor- en achtergevelrooilijnen gekoppelde bouwhoogten<br />

niet van toepassing zijn. Voorbeelden hiervan zijn de grotere<br />

complexen voor gezondheidszorg, onderwijs, sport- en<br />

recreatie, deze komen in het plangebied niet voor. Wel komen<br />

voor: solitair gesitueerde flatbebouwing en kantoren en een<br />

specifiek bedrijventerrein langs het spoor.<br />

2.2 Voorgevelrooilijnen<br />

De Woningwet geeft aan dat sprake is van vergunningvrije<br />

bouwwerken, meldingplichtige bouwwerken en<br />

vergunningplichtige bouwwerken.<br />

Criteria daarbij zijn m.n. oppervlakte, hoogte en ligging van<br />

het bouwwerk ten opzichte van de voorgevelrooilijn. De<br />

bouwverordening kent ook overigens grote waarde toe aan de<br />

voorgevelrooilijn als stedebouwkundig element: de lijn<br />

waarin gebouwd moet worden.<br />

Vanwege een eenduidige interpretatie in verschillende<br />

stedebouwkundige situaties kan niet volstaan worden met<br />

een omschrijving van de voorgevelrooilijn zoals in de<br />

bouwverordening het geval is, maar is overal, waar van een<br />

voorgevelrooilijn sprake kan zijn, deze op de plankaart<br />

aangegeven. Andersom geredeneerd mag op plaatsen waar<br />

geen voorgevelrooilijn is aangegeven, deze ook niet worden<br />

geconstrueerd vanuit de belendende bebouwing.<br />

2.3 Bebouwingsregeling<br />

De bouwverordening kent slechts één stedebouwkundige<br />

regeling, die overal wordt toegepast. Voor een adequaat en<br />

voldoende gedifferentiëerd bebouwingsregime wordt dit in<br />

de Tilburgse situatie onvoldoende geacht.<br />

Afwijkend bouwregime<br />

In de eerste plaats wordt dit bebouwingsregime niet<br />

toegepast voor bijzondere bebouwingssituaties /<br />

verkavelingen die op de plankaart worden aangegeven. Hier is<br />

geen sprake van een (overwegende) stroken- of<br />

blokverkaveling. Een specifiek bebouwingspercentage en een<br />

op de concrete situatie afgestemde maximale bouwhoogte is<br />

per locatie op de plankaart aangegeven. Het navolgende heeft<br />

op deze planonderdelen geen betrekking.<br />

In de tweede plaats wordt overal elders waar dit<br />

bebouwingsregime wel wordt toegepast, op grond van<br />

historisch / morfologische interpretatie een tweetal<br />

gebiedstypen onderscheiden, waarbij het onderscheid wordt<br />

gevormd door een andere bouwhoogte gerelateerd aan de<br />

straatbreedte.<br />

Langs de op plankaart A aangegeven 'ruimtelijke<br />

lijnstructuur' wordt een hogere bouwhoogte (maximaal 15m)<br />

toelaatbaar geacht dan in de overige gebieden (maximaal<br />

10m), zodat hierdoor contrasterende straattypes kunnen


ontstaan. Bestaande hoogte-accenten zijn als zodanig<br />

aangegeven, terwijl wenselijke afwijkende bouwhoogtes<br />

middels vrijstellingsmogelijkheden afhankelijk van de<br />

stedebouwkundige situatie zijn toegestaan.<br />

De vrijstellingsmogelijkheid in genoemde lijnstructuur voor<br />

een hogere bouwhoogte dan de maximale 15 m tot ten<br />

hoogste 2 maal de oorspronkelijke hoogte is in de volgende<br />

gevallen algemeen, derhalve niet specifiek toegespitst op het<br />

plangebied- mogelijk:<br />

- bebouwing t.b.v. woningbouw, maatschappelijke instellingen of<br />

detailhandel gelegen aan c.q. georiënteerd op de lijnstructuur én<br />

gelegen aan de verkeersbestemming "V" of "V+";<br />

- bebouwing t.b.v. de bestemming "Kantoren c.a. "K" gelegen aan c.q.<br />

georiënteerd op de lijnstructuur én gelegen aan de<br />

verkeersbestemming "V" of "V+";<br />

- bebouwing ten dienste van het railverkeer, -vervoer en verblijf binnen<br />

de bestemming "VR";<br />

Bij de toepassing moeten de navolgende algemene criteria in<br />

de afwegingen worden betrokken:<br />

a. de hogere bouwhoogte moet passen in de stedebouwkundige structuur<br />

en het stadsbeeld van de stad en hetzij wenselijk zijn uit een oogpunt<br />

van economisch en efficient grondgebruik hetzij noodzakelijk dan wel<br />

preferent zijn vanwege de bedrijfsvoering c.q. functionaliteit van<br />

hoogbouw. Hierbij gelden als referentiekaders:<br />

- de stedebouwkundige invalshoek.<br />

Structuur: in het stedelijk lichaam onderscheid de lijnstructuur<br />

zich naar functie (menging van functies, verbindings- en<br />

communicatiefunctie), beleving en beeld. De 'ruimtelijke<br />

lijnstructuur' aangegeven op plankaart A neemt in de<br />

hiërarchie van de stad de plaats in van drager van het<br />

fijnmazig stedelijk weefsel. Deze positie rechtvaardigt c.q.<br />

maakt een ruimtelijk profiel wenselijk dat past bij dit intensieve<br />

structurerende element.<br />

Beleving en beeld: door hogere bebouwing neemt de<br />

herkenbaarheid, de stadsbeleving in ruimtelijke zin toe. De<br />

stad markeert zich. Dit is of kan gewenst zijn op locaties langs<br />

de 'ruimtelijke lijnstructuur', bij uitstek het openbaar gebied<br />

waarlangs deze herkenbaarheid naar buiten treedt en wordt<br />

waargenomen;<br />

- een ruimtelijk / economische invalshoek vanwege<br />

toenemende schaarste aan grond. De dynamiek in de<br />

ontwikkeling van de stad waarbij als gevolg van groei<br />

(inbreiding), mobiliteit, centraliseren van economische<br />

functies in de binnenstad e.d. een intensiever<br />

grondgebruik wordt voorzien dat vraagt om hogere<br />

bouwhoogten voor diverse functies;<br />

- de invalshoek vanuit de verzoeker. Gezien vanuit de<br />

bedrijfsvoering of de functionele (meer-)waarde van<br />

bebouwing kan hogere bebouwing noodzakelijk c.q.<br />

preferent zijn. Hierbij kan met name worden gedacht<br />

aan bebouwing t.b.v. bedrijven, maatschappelijke<br />

instellingen, of die welke is toegelaten binnen de<br />

bestemmingen: Kantoren c.a. 'K', nutsvoorzieningen 'N'<br />

of railverkeer 'VR';<br />

b. bij ligging binnen of in de directe nabijheid van beschermde<br />

stadsgezichten dient afstemming plaats te vinden met het<br />

beschermd stadsgezicht waarmee hogere bebouwing zou


kunnen concurreren. Advies wordt gevraagd aan de<br />

Monumentencommissie.<br />

Daarnaast is de vrijstelling mogelijk onder meer voor specifieke<br />

bebouwing zoals agrarische bebouwing, bebouwing op<br />

bedrijventerreinen met de bestemming "B", alsmede voor<br />

veranderingen, specifieke constructies, bouwwerken geen<br />

gebouwen zijnde e.d. Hiervoor geldt bovenstaand<br />

afwegingskader niet. (Zie art. 4.30 onder g t/m q)<br />

Afwijkende bouwdiepte<br />

Conform de bouwverordening is de bouwdiepte gerelateerd<br />

aan de dieptemaat van het betreffende bouwblok.<br />

Vrijstellingen voor het overschrijden van de<br />

achtergevelrooilijn zijn mogelijk. Vrijstelling is -naast<br />

kleinere gevallen- met name nodig in die situaties waarin<br />

binnen de stroken- of blokverkaveling (gelegen binnen of<br />

aansluitend op het bestaande stadsweefsel) sprake is van:<br />

- complexgewijze bebouwing;<br />

- grote enkelvoudige, veelal niet in de voorgevelrooilijn geplaatste<br />

bouwvolumes zoals woningbouwflats, , kantoren;<br />

- bebouwing t.b.v. bepaalde functies/bestemmingen<br />

(zie 4.16).<br />

Bij het verlenen van vrijstelling dient een afweging plaats te<br />

vinden aan de hand van de navolgende criteria:<br />

a. de beoogde bebouwing moet stedebouwkundig gezien naar schaal<br />

passen c.q. inpasbaar zijn binnen het gebied, de bouwstrook of het<br />

bouwblok waarbij in het bijzonder afstemming met bestaande<br />

woonbebouwing moet plaatsvinden;<br />

b. bij ligging binnen beschermde stadsgezichten waarmee de schaal van<br />

de bebouwing zou kunnen concurreren dient afstemming plaats te<br />

vinden. In voorkomende gevallen wordt advies gevraagd aan de<br />

Monumentencommissie.<br />

Bijgebouwen<br />

Ook de bijgebouwenregeling is mede afgeleid van de<br />

bouwverordening en mede gerelateerd aan de functie c.q. de<br />

bestemming. De regeling is alleen relevant voor het<br />

bouwperceelsgedeelte achter de achtergevelrooilijn. In<br />

beginsel is de regeling voor alle functies gelijk: 40% met een<br />

maximum van 60 m2 en maximaal 3 meter hoog. Met<br />

vrijstelling is een groter volume aan bijgebouwen mogelijk,<br />

waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen woningen<br />

enerzijds en andere gebouwen dan woningen anderzijds. Bij<br />

woningen blijft 60 m2 het maximum. Voor andere functies<br />

dan wonen kan behoefte bestaan aan een groter oppervlak<br />

en/of laat de schaal, c.q. pluriformiteit van bebouwing of<br />

functies dit toe. Bij overige functies wordt een groter<br />

bebouwd oppervlak mogelijk, m.n. de regeling betreffende de<br />

onbebouwd blijvende terreingedeelten wordt dan<br />

nadrukkelijker de objectieve begrenzer. Ook kan met<br />

vrijstelling de bouwhoogte toenemen tot ten hoogste 4.5 m.<br />

Hierbij dient de concrete situatie te worden beoordeeld.<br />

Afhankelijk van de omgevingssituatie, d.w.z. met name indien<br />

er sprake is van bebouwing op een perceelsgrens met een<br />

woonbestemming, wordt in de perceelsgrens een afschuining<br />

voorgeschreven vanaf 3 meter onder een hoek van 45°.


2.4 Cultuurhistorische waarde en architectonische<br />

kwaliteit<br />

Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande kunst-<br />

en cultuurhistorische kwaliteiten te handhaven en nieuwe toe<br />

te voegen.<br />

Instrumentarium hiervoor vormen de Monumentenwet, de<br />

gemeentelijke monumentenverordening en de gemeentelijke<br />

welstandszorg.<br />

Een uitgebreide kunst- en cultuurhistorische inventarisatie<br />

onderscheidt daarnaast nog bijzonder waardevolle gebieden,<br />

waardevolle gebieden en aandachtsgebieden. De welstandszorg zal<br />

hierop worden afgestemd.<br />

Een algemeen onderwerp van welstandszorg is de<br />

waarborging van het kwaliteitsonderscheid tussen de<br />

lijnstructuur enerzijds en de overige gebieden anderzijds:<br />

diversiteit voortkomend uit gegroeide lintbebouwing<br />

tegenover eenheid en samenhang in ontworpen<br />

(woon)buurten.<br />

Het plangebied omvat geen beschermd stadgezicht, maar wel<br />

een beperkt aantal (o.a. beoogde) gemeentelijke en<br />

rijksmonumenten. De bescherming hiervan is gewaarborgd<br />

via de monumentenregelgeving.


V. UITGANGSPUNTEN EN HUN VERTALING IN HET PLAN<br />

Als planvorm wordt gestreefd naar een flexibel - en dus zo<br />

globaal mogelijk - plan, teneinde soepel met beheer-situaties<br />

te kunnen omgaan en om te kunnen inspelen op nieuwe<br />

ontwikkelingen.<br />

Het plan Noordhoek zal vooral een beheer-plan zijn; het<br />

grootste deel van het gebied is ingevuld en "stabiel". Er zijn<br />

echter wel belangrijke ontwikkelingen gaande en te<br />

verwachten. In ontwikkeling is het gebied gelegen tussen<br />

Ringbaan-west en Beukenstraat. Ontwikkelingen zijn te<br />

verwachten in de zogenaamde "spoorzone" (die zich richting<br />

centrum buiten het plangebied doorzet).<br />

Uitgangspunten voor de planvorming zijn zowel inhoudelijk<br />

als instrumenteel. Voorafgaand aan de opzet van het plan is<br />

een 'Nota van Uitgangspunten' opgesteld - waarover<br />

bevolkingscontact heeft plaatsgevonden - en door het college<br />

van burgemeester en wethouders vastgesteld.<br />

A. GEBRUIKS - EN BEELDASPECTEN<br />

GEBRUIK (FUNCTIES)<br />

Het plangebied bestaat voor het grootste deel uit<br />

functiezones die bestendigd kunnen worden en waar het dus<br />

om beheer-regeling gaat; daarnaast zijn in een aantal<br />

veranderingsgebieden nieuwe ontwikkelingen gaande of nog<br />

te initiëren. Hier dient ook een sturende regelgeving ingezet<br />

te worden.<br />

In grote lijnen is het plangebied in te delen in enerzijds een zone met<br />

overwegend een woonfunctie (midden-, zuidelijk en zuidoostelijk deel), hiervan<br />

is nog een deel in ontwikkeling of nog te ontwikkelen.<br />

Anderzijds bestaat een deel van het gebied uit grotendeels<br />

nog te revitaliseren of te ontwikkelen bedrijfs- en<br />

dienstengebied, nader te specificeren als een gebied voor met<br />

name kantoren, eventueel onderwijsvoorzieningen en in of<br />

bij een woonomgeving passende bedrijvigheid (noordelijk en<br />

noordwestelijk).<br />

Zie betreffende de vestiging van functies die een hoge<br />

mobiliteit meebrengen ook in hoofdstuk III onder B: vestiging<br />

van kantoren.<br />

Tenslotte kunnen zones als de bouwblokken langs de<br />

Bredaseweg het achtergebied direct bij de flats langs de H.<br />

van Brabantlaan beschouwd worden als een menggebied,<br />

waarin naast de woonfunctie weinig hinderlijke bedrijvigheid<br />

toelaatbaar is.<br />

Van bedrijvigheid die te hinderlijk is voor de woonomgeving<br />

(zie onder III E: milieu) dient óf door het treffen van<br />

maatregelen -verdergaand dan tot nu toe- of door<br />

verwijdering uit het gebied, de hinder opgeheven te worden.<br />

In principe is horeca in woonstraten uit te sluiten; in het<br />

plangebied komen daar wel een viertal vestigingen voor. Een<br />

typische wijkverzamelstraat, waar enige horeca toelaatbaar


zou kunnen zijn, komt in het gebied niet voor. Wel zijn<br />

vestigingen langs de aanwezige stedelijke (aanvullende)<br />

hoofdwegen acceptabel.<br />

Op de woonfunctie gerichte voorzieningen zoals scholen,<br />

buurtcentrum en buurtwinkels e.d. zijn terecht in het<br />

woongebied zelf aanwezig. Aan huis gebonden beroepen<br />

evenals kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid uiteraard<br />

eveneens.<br />

BEELD (RUIMTE)<br />

Zoals onder III G (beeldkwaliteit) reeds aangeven werd, is de<br />

beeldkwaliteit buiten de veranderingsgebieden redelijk tot<br />

goed, met uitzondering van enkele zones met een gebrek aan<br />

stedelijke allure aan hoofdwegen als de Noordhoekring en de<br />

Bredaseweg, en enkele minder gave plekken.<br />

Voor de straatwanden waar een grootschaliger en<br />

prestigieuser karakter gewenst wordt zal een passief beleid<br />

gevoerd worden; de regelingen zullen uiteraard de gewenste<br />

ontwikkeling toestaan.<br />

Voor de veranderingsgebieden langs de Spoorlaan, de Hart<br />

van Brabantlaan, de Ringbaan en de Bredaseweg geldt<br />

eveneens de behoefte aan een stedelijke allure, rekening<br />

houdend met overgangen naar de bestaande bebouwing.<br />

Voor het gebied ten noorden van de H. van Brabantlaan wordt<br />

de invulling nog niet uitgewerkt, daartoe is er nog te weinig<br />

inzicht op en behoefte aan de gebruiksmogelijkheden. De<br />

algemene lijn voor de ruimtevorming is daar wel het<br />

benadrukken van de richting en as-werking van de Spoorlaan<br />

ter hoogte van het centrum en het realiseren van een of meer<br />

accenten door hogere bebouwing (zie onder III G).<br />

De vorm van bebouwing en ruimte rond de stedelijke<br />

fietsroute in het meest westelijke veranderingsgebied heeft -<br />

samen met de in te voeren functie- gevolgen voor de kwaliteit<br />

van die route (sociale veiligheid).<br />

B. UITGANGSPUNTEN ALGEMEEN<br />

---------------------------------------------------<br />

1. Streven naar een optimale functionele structuur voor<br />

het plangebied.<br />

1.1 Dit houdt in dat in beheergebieden niet passende functies "ingeruild"<br />

dienen te (kunnen) worden voor wel passende, dit op korte termijn of<br />

via sturing op langere termijn. Voor veranderingsgebieden betekent het<br />

dat daar slechts in de gewenste functionele structuur van het gebied<br />

passende functies toegestaan zullen worden.<br />

1.2 De verkeersstructuur dient het gewenste optimale functioneren van het<br />

gebied te bevorderen. Structuur die qua functie het plangebied<br />

overstijgt (stedelijke routes) dient zich zo goed mogelijk in deze<br />

doelstelling te voegen.


2. Streven naar een optimale beeldkwaliteit en behoud c.q. herstel van<br />

cultuur-historisch waardevolle objecten.<br />

2.1 Dit houdt in dat in beheergebieden gestreefd wordt naar behoud en<br />

herstel van beeldkwaliteit en dat voor veranderingsgebieden die<br />

kwaliteit gegarandeerd wordt (door intensieve begeleiding, nadere<br />

eisen-regeling en/of beeldkwaliteitsplan).<br />

2.2 Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing e.a. objecten dienen<br />

behouden en hersteld te worden, hun entourage dient aan hun waarde<br />

bij te dragen.<br />

3. Beter integreren van milieu-aspecten in het het ruimtelijk beleid, dus<br />

ook in de opzet van dit bestemmingsplan .<br />

Voor het realiseren van deze doelstelling wordt een nauwere<br />

samenwerking tussen diverse gemeentelijke diensten nagestreefd, het<br />

gaat hierbij om het -voorzover mogelijk- ook door middel van het<br />

bestemmingsplan terugdringen en voorkomen van vervuiling en hinder<br />

(geluid, lucht, water, bodem; bedrijfshinder, verkeershinder -lawaai-<br />

e.d.).<br />

4. Beter integreren van het aspect sociale veiligheid in het ruimtelijk<br />

beleid, dus ook in de opzet van dit bestemmingsplan .<br />

In een beheergebied zijn de sturingsmogelijkheden qua ruimtelijke<br />

ordening vrij beperkt (daar gaat het eerder om oplossingen in de<br />

inrichting van de openbare ruimte, of om kleinschalige veranderingen<br />

in de bebouwing). Voor wat betreft planvorming in veranderingsgebieden<br />

kan en dient aandacht aan dit aspect besteed te worden.<br />

5. Opstellen van een op "beheer" gericht bestemmingsplan, waarbij<br />

evenwicht tussen flexibiliteit en rechtszekerheid nagestreefd wordt.<br />

Het plan dient ertoe toe te leiden dat de bestaande kwaliteiten in<br />

functioneel en ruimtelijk opzicht worden vastgelegd en dat het kader<br />

wordt aangegeven waarbinnen het gebied zich flexibel kan<br />

ontwikkelen. Daarbij dient een afweging plaats te vinden waarbij de<br />

volgende aspecten betrokken moeten worden:<br />

- maatschappelijke belangen, waaronder<br />

rechtszekerheid omtrent en<br />

aanvaardbaarheid van het plan; sociale veiligheid;<br />

- functionele en milieu-aspecten;<br />

- ruimtelijke aspecten en cultuurhistorische<br />

waarden;<br />

- financiëel-economisch aspect<br />

Het plan dient bovendien te passen in het ruimtelijke ordeningsbeleid<br />

van de stad als geheel.


C. UITGANGSPUNTEN UITGEWERKT<br />

-------------------------------------------------------<br />

- De hierna besproken uitgangspunten worden onderverdeeld volgens de<br />

aspecten: 'functie' en 'beleving'. Bij de functionele aspecten gaat het<br />

om het gebruik van gebouwen en ruimte, daar sluit overigens ook het<br />

milieu-aspect bij aan. Bij beleving gaat het om de ruimtelijke<br />

verschijningsvorm, beeldkwaliteit, cultuur-historische waarde en<br />

dergelijke.<br />

- Verder in de tekst worden de aan locaties toe te kennen 'bestemmingen'<br />

genoemd. Deze passen in de voor Tilburg nieuw ontwikkelde<br />

bestemmingsplansystematiek.<br />

FUNCTIONELE EN MILIEU-ASPECTEN<br />

--------------------------------------------------------<br />

1. Versterking van de functionele hoofdstructuur<br />

(stedelijk niveau).<br />

1.1 Langs de hoofdverkeerswegen (groot)stedelijke functies in een daarbij<br />

horend beeld onderbrengen.<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

Voor het plangebied gaat het hierbij om de aan de randwegen te<br />

situeren vrij grootschalige functies. De oppervlakte van functionele<br />

eenheden kan wel aan een bovengrens gebonden worden. In de praktijk<br />

zullen bepaalde functies uitgesloten zijn vanwege de hinder voor de<br />

woonfunctie in de omgeving, afhankelijk van de combinatie functie x<br />

locatie kan tot hindercategorie 3 gegaan worden. De gewenste<br />

grootstedelijke uitstraling kan uiteraard ook in wooncomplexen tot<br />

uiting komen.<br />

- Het veranderingsgebied rond Spoorlaan en Hart van Brabantlaan<br />

is in het ontwikkelingsplan voor de 'stationszone'<br />

meegenomen. Er is voorzien in een 15.000 m2 kantoorvloeroppervlakte,<br />

en een even grote oppervlakte aan onderwijsvoorzieningen.<br />

Er is ook gerekend op een 150-tal stadswoningen en<br />

-appartementen. Het spoorwegemplacement e.o. is in dit plan<br />

niet meegenomen.<br />

Het gebied is in de kantorennota omschreven als -westelijk-<br />

deel van de kantoren-'cluster hoofdstation NS'; de belangrijkste<br />

van de drie aangewezen te ontwikkelen kantore<strong>nl</strong>ocaties in de<br />

stad. Grootschalige functionele eenheden zijn hier gewenst.<br />

Overigens zijn bij ontwikkeling van deze zone aanpassingen<br />

van het onderliggend stedebouwkundig plan voor de<br />

stationszone wellicht noodzakelijk en ook mogelijk. Bedoeld<br />

plan is niet meer dan een richtsnoer.<br />

- Het voor kantoren inzetten van de voormalige bedrijfslocatie<br />

aan de Ringbaan-west past in het uitgangspunt van het<br />

Stadsbeheerplan om dergelijke plekken opnieuw in te zetten<br />

voor de werkgelegenheid. Ook hier is sprake van grootschalige<br />

eenheden.<br />

- Voor het veranderingsgebied direct ten westen van Beukenstraat<br />

en Regenboogstraat is eveneens een stedebouwkundig<br />

plan als richtsnoer opgesteld, dit plan omvat een 260-tal<br />

woningen, in hoofdzaak gestapelde bouw. Het ontwerp geeft


aan dat aan de Bredaseweg woonbebouwing in 3 bouwlagen<br />

gerealiseerd moet worden.<br />

Uitwerking in het plan<br />

Voor de Ringbaan-west kiezen voor de bestemming 'gemengde doeleinden'<br />

en plaatselijk 'kantoren' (voormalig van Casteren). Voor het<br />

oostelijk deel van de Hart van Brabantlaan (veranderingsgebied)<br />

'gemengde doeleinden grootschalig en kantoren'. Voor Noordhoekring<br />

en Bredaseweg grotendeels 'gemengde doeleinden' toepassen. Voor het<br />

complex van de Waterleidingmij - Ben de Graaff en voor het<br />

onderwijscomplex Odulphus de bestemming 'gemengde doeleindengrootschalig<br />

en wonen'. De aangrenzende of tusse<strong>nl</strong>iggende woningen<br />

worden in deze bestemming meegenomen.<br />

De bestaande grote wooncomplexen (H. van Brabantlaan, Spoorlaan<br />

hoek Noordhoekring) de bestemming 'wonen' geven als hoofdfunctie,<br />

aanvaardbare niet-woonfuncties worden afzonderlijk op de kaart<br />

aangegeven. De functie wonen is overigens opgenomen in de<br />

bestemmingen 'gemengde doeleinden' maar niet in de bestemmingen<br />

'gemengde doeleinden-grootschalig'. Binnen een mengbestemming<br />

zoals 'gemengde doeleinden' kan de woonfunctie vervangen worden<br />

door andere functies. Deze functies zijn overigens ingeperkt. Nieuwe<br />

horeca (horeca-categorieën 1 en 2) is slechts via vrijstelling eventueel<br />

mogelijk. Nieuwe bedrijven zijn tot maximaal de bedrijfscategorieën 2<br />

of 3 mogelijk. Nieuwe detailhandel is uitgesloten. De begraafplaats<br />

wordt opgenomen in de bestemming voor 'ope<strong>nl</strong>ucht'-functies (groen,<br />

sport en dergelijke).


1.2 De verkeersfunctie van de stedelijke hoofdstructuur<br />

optimaliseren<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

Het betreft doorgaande bewegingen (particulier en openbaar vervoer),<br />

maar daarnaast ook verplaatsingen van gebruikers binnen de directe<br />

omgeving (meestal een vorm van langzaam verkeer).<br />

Uitwerking in het plan<br />

De algemene bestemming voor openbare ruimte is 'verkeer'. Waar dat<br />

voor de functie nodig is, wordt -met name in de 'veranderingsgebieden'-<br />

een ruimer openbaar gebied ingetekend dan er in de huidige<br />

situatie aanwezig is.<br />

Voor het vastleggen van de daartoe nodige ruimte wordt in het plan<br />

gewerkt met bestemmingsvlakken en voorgevelrooilijnen. Daarbij is<br />

uiteraard uitgegaan van een optimale wegindeling.<br />

De eige<strong>nl</strong>ijke indeling van de openbare ruimte (rijstroken, fietspaden,<br />

bermen enz.) wordt niet in het bestemmingsplan gefixeerd om mogelijk<br />

gewenste aanpassingen te kunnen doorvoeren.<br />

De wet geluidhinder vergt het op de plankaart aangeven van wegen met<br />

meer dan twee rijstroken. Daaronder vallen de Ringbaan-west en de<br />

Noordhoekring. Deze laatste weg krijgt in de toekomst waarschij<strong>nl</strong>ijk -<br />

geheel of gedeeltelijk - een derde rijstrook zoals is aangegeven in het<br />

'verkeerscirculatieplan voor de oude stad'.<br />

2. Versterking van de functionele structuur van de<br />

'binnengebieden'<br />

2.1 Versterken van de woonfunctie.<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

Woonkwaliteit is uiteraard een zeer ruim begrip. Binnen het kader van<br />

dit plan gaat het onder andere om het voorzien in mogelijkheden voor<br />

diverse woonvormen en voor buurtgerichte voorzieningen (scholen,<br />

buurtcentrum e.d.). Het plan dient daarbij flexibel genoeg te zijn om te<br />

kunnen inspelen op veranderende woonwensen, bijv. voor een ouder<br />

wordende bevolking.<br />

Het samengaan van wonen met andere functies is in meer of mindere<br />

mate in een bestemmingsplan te regelen; door het karakter van een<br />

bestemmingsplan is daarentegen het behoud van bijv. gewenste<br />

voorzieningen niet te garanderen (een bestemmingsplan kan de<br />

gewenste bestemming aangeven maar de invulling daarvan niet<br />

afdwingen; dit laatste dient buiten het bestemmingsplankader om<br />

bevorderd te worden).<br />

- Het veranderingsgebied in het westen van het plangebied biedt<br />

met een stedebouwkundig ontwerp voor ongeveer 260<br />

woningen een substantiële bijdrage aan de versterking van de<br />

woonfunctie.<br />

Uitwerking in het plan<br />

Bouwblokken zoals het niet aan de hoofdwegen gesitueerde plangebied<br />

én de woon-hoogbouw krijgen de bestemming 'wonen'. In deze<br />

bestemming worden geen woontypen onderscheiden zoals


eengezinswoningen of andere woonvormen en gestapelde bouw<br />

(appartementen). Al deze woontypen zijn toegestaan om flexibiliteit in<br />

het plan te waarborgen.<br />

Afwijkende functies die aanvaardbaar zijn in het woonmilieu -dit hangt<br />

af van de mate van hinder- krijgen een afzonderlijke aanduiding (zij<br />

worden zogenaamd 'perceelsgericht' positief bestemd). Deze functies<br />

behouden daarbij de onderliggende 'gebiedsgerichte'<br />

hoofdbestemming wonen en kunnen ten allen tijde vervangen worden<br />

door de woonfunctie zelf.<br />

2.2 De verkeersfunctie in de specifieke woongebieden optimaal op de<br />

woonfunctie doen aansluiten.<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

Het gaat hierbij in principe om bestemmingsverkeer. De uiteindelijke<br />

inrichting van de woonomgeving dient gericht te zijn op het aspect<br />

'verblijven'. Er moet voor gewaakt worden dat een onduidelijke<br />

inrichting van de woonomgeving tot onveiligheid leidt.


Uitwerking in het plan<br />

In het plan wordt als bestemming 'verkeer en verblijf' opgenomen.<br />

Onder deze bestemming vallen ook de in het gebied gelegen plantsoenen<br />

en dergelijke (zie verder onder 2.3)<br />

Voor het bepalen van de nodige verkeers- en verblijfsruimte wordt in<br />

het plan gewerkt met bestemmingsvlakken en voorgevelrooilijnen. De<br />

eige<strong>nl</strong>ijke indeling van de openbare ruimte (rijstroken, fietspaden,<br />

trottoirs, plantsoen e.d) wordt niet in het bestemmingsplan vastgelegd<br />

omwille van de gewenste flexibiliteit.<br />

Betreffende parkeren en lossen en laden: zie onder<br />

4.2<br />

2.3 Behouden en indien nodig versterken van een op de bevolkingssamenstelling<br />

gerichte verblijfsomgeving.<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

Het betreft hier zowel hoeveelheid aan als spreiding van specifiek voor<br />

verblijf geschikte openbare ruimte (pleinen, parken, spelvoorzieningen)<br />

én de wijze waarop die ingericht is. Het bestemmingsplan regelt de<br />

mate aan openbare ruimte, de inrichting wordt niet vastgelegd, juist<br />

om deze flexibel te kunnen aanpassen aan veranderende behoeften.<br />

De in het Stadsbeheerplan opgenomen norm voor "structureel groen in<br />

de directe woonomgeving" (pleinen vallen hier overigens ook onder)<br />

van 10 m2 per inwoner komt neer op bijna 5 hectare voor het<br />

plangebied. Inclusief Kromhoutpark wordt deze oppervlakte gehaald,<br />

dit park ligt echter aan de rand van het plangebied. Alhoewel in het<br />

Groenstructuurplan (uitwerking van het Stadsbeheerplan) geen<br />

verruimingslocaties voor de Noordhoek aangegeven zijn, moet er<br />

gestreefd worden naar een betere spreiding van locaties, met name bij<br />

nieuwe ontwikkelingen (veranderingsgebieden).<br />

Uitwerking in het plan<br />

De niet specifiek voor verkeersdoeleinden bedoelde openbare ruimte<br />

valt onder de (dubbel)bestemming 'verkeer en verblijf'. Parkjes,<br />

pleinen, plantsoenen en speelplekken worden dus niet in afzonderlijk<br />

bestemd, de ruimte blijft echter wel gereserveerd. Achtergrond van dit<br />

niet apart vastleggen van kleinere voorzieningen is enerzijds de<br />

behoefte aan flexibiliteit en anderzijds het gegeven dat bedoelde<br />

plekken gemeente-eigendom zijn en dus niet zonder beleidswijziging<br />

een andere functie toegewezen zullen krijgen.<br />

Werkelijk grootschalige gebieden zoals het Kromhoutpark krijgen wel<br />

een andere bestemming, namelijk 'ope<strong>nl</strong>uchtrecreatie, sport- en<br />

groenvoorzieningen'.<br />

3. Behoud van diversiteit en levendigheid.<br />

3.1 Streven naar functiemenging in de stedelijke<br />

hoofdstructuur<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie B<br />

(wens)<br />

Toelichting<br />

De typisch stedelijke kwaliteit van afwisseling, intensiteit en<br />

levendigheid is slechts te bereiken door functiemenging. Dit dient


gecombineerd te worden met het streven om de stedelijke<br />

hoofdstructuur door (groot)stedelijke functies te markeren. Hierbij<br />

moet gewaakt worden voor een teveel aan grootschalige ontwikkelingen<br />

die ten koste gaan van de diversiteit.<br />

Uitwerking in het plan<br />

De langs de hoofdwegen geprojecteerde bestemmingen zijn - met<br />

uitzondering van enkele specifieke locaties - gebonden aan een<br />

maximale grootte van 1000 m2 per 'functionele eenheid'. Grootschaligere<br />

functies ('kantoren' en grootschalig 'gemengde doeleinden') zijn<br />

toegestaan op enkele locaties waar zij reeds voorkomen (deel van<br />

Bredaseweg en Noordhoekring) en daar waar zij gewenst zijn aan de<br />

Ringbaan-west en noordelijk in het plangebied (zoals aangegeven in de<br />

structuurvisie stationszone').<br />

3.2 Streven naar een woonvriendelijke functiemenging in<br />

het binnengebied<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie B<br />

(wens)<br />

Toelichting<br />

Niet-woonfuncties zijn deels buurtgericht, deels buurtoverstijgend of<br />

zelfs buurtvreemd. In het Stadsbeheerplan wordt de 'broedkamerfunctie'<br />

van woonbuurten voor beginnende bedrijven positief<br />

gewaardeerd. Alhoewel ook niet buurtgerichte functies bijdragen aan<br />

de gewenste afwisseling, dient hinder voor het wonen zoveel mogelijk<br />

voorkomen te worden.<br />

De betrokken functie op zich, haar verkeersaantrekking en parkeerbehoefte<br />

moeten voor wat de mate van hinder betreft gewogen worden.<br />

Werkelijk hinderlijke bedrijven dienen uit de woonomgeving<br />

verwijderd te worden (zie ook hierna onder 4.2).<br />

Uitwerking in het plan<br />

In het plan is de (hoofd)bestemming voor het binnengebied 'wonen'.<br />

Deze functie houdt tevens in dat zogenaamd 'beroep aan huis'<br />

toegestaan wordt. Andere functies krijgen een nadere aanduiding op de<br />

plankaart: dergelijke functionele eenheden worden aangegeven als<br />

'perceelsgerichte' bestemmingen en in voorkomende gevallen een<br />

hindercategorie-aanduiding.<br />

Alhoewel in de gekozen plan-systematiek omzetting in de woonfunctie<br />

en dus verlies aan variatie zondermeer mogelijk is, zal dit niet licht<br />

plaatsvinden (marktwaarde van het betrokken object).<br />

Betreffende parkeren, lossen en laden, zie onder 4.2.<br />

4. Integreren van milieu-aspecten in de opzet van het<br />

plan<br />

4.1 Geluidhinder door verkeer beperken<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

Het uitgangspunt spreekt voor zich. Er is wel een verschil in aanpak<br />

voor bestaande en voor nieuwe situaties.<br />

Daar waar het gaat om bestaande verkeerslawaaibronnen is het<br />

bestemmingsplan niet het geëigende instrument. De mogelijkheden om


verkeersintensiteiten af te zwakken zijn -met name op de hoofdwegen-<br />

beperkt en afhankelijk van de verkeerscirculatie in de gehele stad.<br />

Bij bestaande geluidgevoelige functies zal sanering in de vorm van<br />

betere geluidsisolatie plaatsvinden. Bij nieuw te situeren<br />

geluidgevoelige functies staat de koppeling tussen de wetgeving op<br />

gebied van ruimtelijke ordening en geluidhinder borg voor het<br />

voorkomen van ongewenste situaties.<br />

Uitwerking in het plan<br />

Situering van nieuwe geluidgevoelige functies is slechts mogelijk<br />

indien voldaan wordt aan het in de wetgeving toegestane geluidbelasting.<br />

Bestaande door geluidhinder 'overbelaste' functies zullen<br />

evenwel niet 'wegbestemd' worden.<br />

4.2 Hinder door bedrijven beperken<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

Dit uitgangspunt slaat niet alleen op hinder door het bedrijf op zich<br />

(geluid, stank, luchtverontreiniging en dergelijke), maar ook op de<br />

hinder door verkeersaantrekking.<br />

Uitwerking in het plan<br />

De mate van bedrijfshinder is vertaald in de hindercategorie-indeling<br />

die in het plan gehanteerd wordt. Ter voorkoming van parkeeroverlast<br />

worden in het plan parkeernormen opgenomen.<br />

Als maximale bedrijfshinder-categorie geldt '2' in het binnengebied<br />

(woonmilieu). Langs de hoofdstructuurwegen wordt maximaal categorie<br />

'3' toegestaan.<br />

Er worden wijzigingsbevoegdheden opgenomen om in het eige<strong>nl</strong>ijke<br />

woongebied de niet direct op de woonfunctie gerichte bestemmingen te<br />

sturen (opheffing, bijstelling, invoeren). Het gaat daarbij enerzijds om<br />

het verbeteren van de woonsituatie, anderzijds om behoud of zelfs<br />

versterking van de gewenste menging van functies.<br />

Voor een enkele al te hinderlijke functie zal bekeken worden of<br />

verplaatsing binnen afzienbare tijd mogelijk is.<br />

In het plan wordt geregeld dat in principe zowel parkeren als laden en<br />

lossen dient te gebeuren binnen de ruimte van een bedrijf zelf (in open<br />

lucht of in de gebouwen). Onder bepaalde voorwaarden zijn<br />

vrijstellingen mogelijk.<br />

4.3 Bodemverontreiniging opheffen en voorkomen<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

Opheffing van bodemverontreiniging is voor bestaande situaties<br />

afhankelijk van prioriteiten en financieringsmogelijkheden en staat los<br />

van de opzet van een bestemmingsplan. Bij nieuwe ontwikkelingen<br />

wordt per geval bekeken of eventuele bodemverontreiniging tot<br />

weigeren van een bouwvergunning zou kunnen leiden. Zoja, dan dient<br />

de bodem eerst gesaneerd te worden.<br />

Uitwerking in het plan<br />

Het 'historisch' bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van het plan<br />

geeft aan waar probleemconcentraties voorkomen. In veranderingsgebieden<br />

zal, met name bij voorgenomen vestiging van vervui-


lingsgevoelige functies, een verdergaand onderzoek moeten aantonen<br />

of en hoe de bodem opgeschoond moet worden. Overigens is het<br />

verplicht om bij elke bouwaanvraag aan te tonen dat de bodem schoon<br />

is.<br />

BELEVINGS-ASPECTEN (BEELD)<br />

-----------------------------------------------<br />

1. Versterking van de ruimtelijke hoofdstructuur.<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie B<br />

(wens)<br />

Toelichting<br />

Door maatvoering en vormgeving van gebouwen een (groot)stedelijke<br />

verschijningsvorm creëren, waar die nog niet aanwezig is langs<br />

belangrijke (stedelijke) wegen. Te denken valt hierbij aan het bieden<br />

van mogelijkheden voor hogere bebouwing langs Bredaseweg,<br />

Noordhoekring, Hart van Brabantlaan en Spoorlaan.<br />

Voor de veranderingsgebieden zijn stedebouwkundige plannen,<br />

dienende als richtsnoer voor de voorgestane ontwikkelingen<br />

opgesteld, met name voor de zogenaamde 'stationszone'<br />

(Spoorlaan, Hart van Brabantlaan en Ringbaan-West) en voor<br />

een nieuw woongebied westelijk in de wijk (grenzend aan de<br />

Bredaseweg). Hierin is recht gedaan aan het streven naar een<br />

grootstedelijkere uitstraling langs genoemde wegen met<br />

hoogten variërend van 3 tot een 30-tal bouwlagen.<br />

Het bestemmingsplan dient mogelijkheden tot ruimtelijke schaalvergroting<br />

- met behoud van diversiteit - te bieden. Waar mogelijk dient,<br />

ook buiten het kader van het bestemmingsplan om, actief het tot stand<br />

komen van de gewenste stedelijke verschijningsvorm bevorderd te<br />

worden.<br />

Bevorderd moet worden dat ook de openbare ruimte van de stedelijke<br />

hoofdstructuur als dusdanig - qua beeld - herkenbaar is. Dit aspect<br />

hangt samen met de inrichting van de openbare ruimte, enerzijds<br />

materiaalgebruik en straatmeubilair en dergelijke.<br />

Bij de groeninrichting is de laanbeplanting van groot belang. Deze is<br />

indien enigszins mogelijk te herstellen - was vroeger aanwezig - bij de<br />

Bredaseweg en te versterken bij de Spoorlaan en Hart van Brabantlaan.<br />

Uitwerking in het plan<br />

Langs de stedelijke hoofdstructuur-wegen kan een bouwvolume tot<br />

maximaal 15 meter gerealiseerd worden. Hoogtematen (bouw, gevels)<br />

zijn afhankelijk van de ruimte -bouwblokdiepte, wegbreedte- op de<br />

betrokken locatie.<br />

Door middel van vrijstelling is het binnen bepaalde bestemmingen<br />

mogelijk om hoger dan 15 meter te bouwen; dit is met name van<br />

toepassing in veranderingsgebied zoals langs de spoorzone.<br />

Ter bevordering van fietsverkeer en openbaar vervoer wordt in<br />

veranderingsgebied in het plan waar nodig extra openbare ruimte<br />

gereserveerd. Ook wordt daarbij gestreefd naar ruimte voor bomenrijen.<br />

De wegindelingen zelf worden in het plan echter niet vastgelegd<br />

(flexibiliteit).<br />

2. Behoud en, waar nodig, herstel en versterking van voor het gebied<br />

typische en waardevolle stedebouwkundige structuren.


Type uitgangspunt: beslispunt, categorie B<br />

(wens)<br />

Toelichting<br />

- Gesloten bouwblok<br />

Behalve langs de Ringbaan en langs de H. van Brabantlaan, is -<br />

zoals in het overgrote deel van de Oude Stad het- 'gesloten<br />

bouwblok' met zijn aaneengesloten vrij eenvormige bebouwing<br />

rond een binnengebied kenmerkend. Op een aantal plaatsen is<br />

deze verschijningsvorm aangetast, door ontbreken van<br />

straatwanddelen, en/of door -bijv.in hoogte- sterk afwijkende<br />

bebouwing.<br />

Niet (meer) aaneengesloten straatwanden vindt men in het<br />

achtergebied van de H. van Brabantlaan en Spoorlaan<br />

(omgeving Elzenstraat, Boomstraat nabij aansluiting<br />

Elzenstraat, Populierstraat) en verder het noordelijkste deel<br />

van de Wilgenstraat. In bouwhoogte afwijkende bebouwing<br />

bevindt zich langs Boomstraat en Prunusstraat.<br />

Het bestemmingsplan dient (bebouwings)mogelijkheden tot<br />

herstel te bieden. Waar mogelijk dient ook hier -buiten het<br />

bestemmingsplankader om- actief het tot stand komen van het<br />

gewenste beeld bevorderd te worden (welstand,<br />

beeldkwaliteitsplan)<br />

- Vrijstaande hoogbouw<br />

Een andere voor het gebied typische structuur is uiteraard de -<br />

alzijdig georiënteerde- hoogbouw. Deze bebouwing vraagt om -<br />

compenserende- ruimte, liefst in de vorm van woonomgeving<br />

(groen e.d.). In het plangebied laat dit beeld plaatselijk te<br />

wensen over. Ruimte is wel meestal aanwezig, maar is<br />

particulier eigendom. In het bestemmingsplan is deze ruimte in<br />

principe te reserveren voor woonomgeving.<br />

Uitwerking in het plan<br />

- Bevorderen van herstel van het gesloten<br />

bouwblok (straatwand)<br />

Slechts door het vastleggen van de (nieuwe) overgang tussen<br />

openbaar en niet-openbaar gebied en door het aangeven van<br />

rooilijnen kan herstel of versterking van het gesloten bouwblok<br />

bevorderd worden. Het plan schept hiermee de voorwaarden<br />

maar kan op zich de realisatie niet afdwingen (een gewenste<br />

verbetering kan bij gelegenheid buiten het<br />

bestemmingsplankader om bevorderd worden).<br />

- Bevorderen van open ruimte rond (middel-<br />

)hoogbouw<br />

Op gelijkaardige wijze kan bestaande open ruimte rond een<br />

groot wooncomplex aangegeven en vrijgehouden worden.<br />

- Er is geen gemeentelijk beleid om actief in te grijpen tot<br />

herstel van straatwanden of tot creëren van meer openbare<br />

ruimte rond (middel-)hoogbouw. Bij grootscheepse nieuwe<br />

ontwikkelingen (veranderingsgebied) wordt uiteraard naar een<br />

goede ruimtelijke oplossing gestreefd.<br />

3. Behoud en, waar nodig, herstel en versterking van in het gebied<br />

gelegen cultuur-historisch belangrijke objecten en stadsgezichten.


Type uitgangspunt: beslispunt, categorie B<br />

(wens)<br />

Toelichting<br />

Het plangebied is in het kader van een inventarisatie van waardevolle<br />

jongere bouwkunst en stedebouw (MIP-rapport over periode 1850-1940)<br />

niet als belangrijkste gebiedscategorie ("bijzonder waardevol")<br />

aangewezen.<br />

Aanwijzing van enig plandeel tot beschermd stadsgezicht vindt dus<br />

niet plaats, wel is uit de inventarisatie een voorstel tot aanwijzen van<br />

enkele nieuwe monumenten voortgekomen.<br />

Uitwerking in het plan<br />

Slechts in het kader van een aanwijzing tot beschermd stadsgezicht is<br />

een specifiek daarop gericht type bestemmingsplan inzetbaar ter<br />

bevordering van het uitgangspunt. Dit is voor het plangebied echter<br />

niet van toepassing.<br />

Door middel van een beeldkwaliteitsplan kan voor beoordeling van<br />

bouwplannen een meer coherent beleid (door de welstandscommissie)<br />

gevoerd worden. Dit instrument staat overigens los van het bestemmingsplan.<br />

Afzonderlijke monumenten worden beschermd in het kader van de<br />

Monumentenwet en van de gemeentelijke Monumentenverordening.<br />

4. Behoud en, waar nodig, herstel en versterking van in het gebied<br />

gelegen belangrijke groenelementen.<br />

Type uitgangspunt: beslispunt, categorie A (eis)<br />

Toelichting<br />

In het plangebied zijn waardevolle groenelementen geïnventariseerd,<br />

zowel in het openbaar gebied als in particuliere tuinen. Het betrof met<br />

name waardevolle beeldbepalende bomen.<br />

Uitwerking in het plan<br />

De geïnventariseerde waardevolle bomen worden op de plankaart<br />

aangegeven. In de voorschriften wordt bepaald dat voor bebouwing een<br />

afstand van 8 of 5 meter aangehouden moet voor bomen van categorie<br />

A respectievelijk B.


VI. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN.<br />

De economische uitvoerbaarheid heeft betrekking op de<br />

binnen het exploitatiegebied te realiseren bestemmingen. Het<br />

exploitatiegebied is gelijk aan het plangebied van het<br />

bestemmingsplan. Het exploitatiegebied is onder te verdelen<br />

in twee gebieden: het veranderingsgebied (aangeduid met de<br />

letters A t/m H) en het beheergebied (aangeduid met de<br />

cijfers 1 t/m 37). Achtereenvolgens wordt ingegaan op de<br />

economische uitvoerbaarheid van deze twee afzonderlijk<br />

deelgebieden.<br />

Veranderingsgebieden<br />

Mede als gevolg van het bestemmingsplan kunnen hier op<br />

korte termijn ontwikkelingen plaats gaan vinden. Deze<br />

ontwikkelingen kunnen via de grondexploitatie in gang gezet<br />

worden danwel via het particulier initiatief. Ten aanzien van<br />

de economisch uitvoerbaarheid kan ten aanzien van de<br />

aangeduide gebieden het navolgende worden opgemerkt:<br />

Veranderingsgebied A en B:<br />

Worden particuliere exploitaties die binnen het vigerende<br />

bestemmingsplan passen. Hier zijn geen kosten aan<br />

verbonden.<br />

Veranderingsgebied C, D en E:<br />

Maken onderdeel uit van de stationszone. Intentie is dat de<br />

ontwikkelingen door het particulier initiatief in gang gezet<br />

worden. De kosten zullen op de particulieren verhaald<br />

worden door middel van een exploitatieovereenkomst. Indien<br />

deze ontwikkelingen via de grondexploitatie in gang worden<br />

gezet zal het resultaat muteren in de algemene reserve<br />

grondexploitatie.<br />

Veranderingsgebied F:<br />

Het betreft hier het voormalig Regenboogterrein waar na een<br />

noodzakelijke grondsanering de bouw van in totaal 240<br />

woningen is voorzien. De kosten van deze sanering zijn<br />

voorzien in de grondexploitatie. Het tekort van deze lokatie is<br />

gedekt binnen de BAGE 1995.<br />

Veranderingsgebied H:<br />

Op deze lokatie zijn kantoorgebouwen voorzien langs de<br />

Ringbaan West en woningbouw langs de Beukenstraat.<br />

Aangezien het hier gaar om particuliere exploitaties zullen de<br />

kosten eveneens door een exploitatieovereenkomst worden<br />

verhaald op de initiatiefnemers.<br />

Beheergebieden<br />

Als gevolg van het bestemmingsplan zullen de vigerende<br />

bestemmingen binnen de beheergebieden van het plangebied<br />

niet worden gewijzigd. Voor eventueel gewenste<br />

bedrijfsverplaatsingen binnen dergelijke gebieden kan,<br />

afhankelijk van de daarvoor beschikbare middelen, een<br />

beroep worden gedaan op het budget voor


edrijfsverplaatsingen binnen het stadsbeheersplan. Indien<br />

er als gevolg van autonome ontwikkeling wijzigingen<br />

noodzakelijk zijn van het vigerende plan dan zullen de<br />

kosten op de initiatiefnemers worden verhaald door het<br />

afsluiten van een exploitatieovereenkomst.<br />

Conclusie:<br />

Alle kosten van het bestemmingsplan worden in principe<br />

afgedekt middels de te sluiten exploitatieovereenkomsten<br />

met de initiatiefnemers. Indien er sprake is van een<br />

gemeentelijke exploitatie dan komen de resultaten ten gunste<br />

of ten laste van de algemene reserve grondexploitatie alwaar<br />

dit resultaat voorzien is. Gelet op vorenstaande kan het plan<br />

"De Noordhoek" als economisch uitvoerbaar worden<br />

aangemerkt.


VII. MAATSCHAPPELIJKE AANVAARDBAARHEID VAN HET PLAN.<br />

In januari 1994 is gestart met de inspraak over het opzetten<br />

van een bestemmingsplan voor het gebied<br />

Noordhoek/Kromhout (beide gebieden worden in een plan<br />

onder de naam 'Noordhoek' ondergebracht).<br />

Als eerste stap is een vergadering voor alle belanghebbenden<br />

georganiseerd waarop door de gemeente uiteengezet is<br />

waarom er een nieuw bestemmingsplan aan de orde is, en dat<br />

er behoefte is aan een door belanghebbenden te vormen<br />

werkgroep om samen de uitgangspunten voor het plan op<br />

papier te zetten.<br />

In deze vergadering is er een werkgroep gevormd die in de<br />

loop van het volgende halfjaar een zevental keer bij elkaar<br />

geweest is. Daarbij werd de opzet van de nota van<br />

uitgangspunten besproken. Om de discussie daarover zinvol<br />

te laten verlopen is uitgebreid toelichting verstrekt over de<br />

onderliggende beleidsnota's, al dan niet reeds vastgesteld of<br />

nog in bewerking.<br />

Gevoelige punten in de discussie waren de volgende:<br />

- de te verwachten kantoorontwikkelingen in de spoorzone: te<br />

grootschalig, anoniem (vooral buiten werktijden sociaal onveilige<br />

omgeving)<br />

- hinder van diverse bedrijven in het gebied<br />

(onderschreven door de milieudienst);<br />

- verkeerscirculatieplan: te zware geluidsbelasting verwacht op de<br />

Bredaseweg (veel woonhuizen), vraagteken bij tegengaan sluipverkeer<br />

in de Beukenstraat (wel of niet een 'knip' aanbrengen);<br />

- bezwaar van winkeliers tegen het niet opnemen van de Bredaseweg als<br />

detailhandelsconcentratie in de nota detailhandel;<br />

- beeldkwaliteit: het zicht op de watertoren wordt bij de geplande<br />

nieuwbouw -stedebouwkundig verkavelingsplan- voor een groot deel<br />

belemmerd;<br />

- tekort aan groen in de wijk als geheel;<br />

- verloedering op een aantal plekken (omgeving barakken voormalige<br />

woningdienst), omgeving flats bij vervoerscentrum en bij de<br />

Populierstraat, problemen met beheer speeltuin in bouwblok bij<br />

klooster Elzenstraat en dergelijke meer.<br />

De afronding van een verder uitgewerkte nota van<br />

uitgangspunten is anderhalf jaar vertraagd. De oorzaak<br />

hiervan lag voor een deel in de wens om parallel aan het<br />

opzetten van de nota een volledig nieuwe systematiek voor<br />

dit soort bestemmingsplannen - voor grote stadsdelen - op te<br />

zetten. Deze werkzaamheden hebben meer tijd gevergd dan<br />

verwacht en werden op zich weer opgehouden door<br />

bestemmingsplan-juridisch werk dat hogere prioriteit had.<br />

Een concept van de nota van uitgangspunten is in het<br />

voorjaar van 1996 aan de buurtwerkgroep voorgelegd.<br />

Daarbij kwamen de hiervoor gemelde gevoelig liggende<br />

punten - deels stadsbeheer- en deels ruimtelijke<br />

ordeningsaspecten - opnieuw naar voor.


In juni 1996 heeft een 'bevolkingsconsultatie'<br />

plaatsgevonden nadat de nota door het college van B&W in<br />

principe goedgekeurd was. Deze consultatie leverde<br />

nauwelijks nieuwe aandachtspunten op, er werd melding<br />

gemaakt van een nog niet eerder aangegeven sluiproute voor<br />

autoverkeer (Ceciliastraat/Wilgenstraat) en er werd - door<br />

krakers - bezwaar aangetekend tegen de sloop van een pand<br />

in het reconstructiegebied aan de Beukenstraat.<br />

Bij de behandeling van de nota in de raadscommissie van<br />

ruimtelijke ordening en stadsbeheer kan rekening gehouden<br />

worden met wat vanuit de bevolking is aangedragen. Pas<br />

behandeling van de nota in de raadscommissie zal de nota<br />

definitief - al dan niet aangepast - door het college van<br />

burgemeester en wethouders vastgesteld worden.<br />

De werkgroep en uiteraard ook de overige belanghebbenden<br />

zijn geïnformeerd over en betrokken bij de diverse<br />

anticipatieprocedures die in het gebied speelden<br />

(woningbouw Kromhout en Beukenstraat, kantoren Ringbaanwest).<br />

Daar behandeling van een concept-bestemmingsplan voor een<br />

zo grootschalig gebied ondoe<strong>nl</strong>ijk is op een inspraakavond,<br />

en de hele planvorming intensief met een buurtwerkgroep<br />

besproken was, is besloten het plan in de zomer van 1997 zes<br />

weken -informeel- ter inzage te leggen op diverse punten in<br />

de stad, waaronder het buurtcentrum.<br />

Er is één inspraakreactie (schriftelijk) binnengekomen. Zij<br />

was afkomstig van de 'werkgroep speelplekkenplan'. De<br />

werkgroep had problemen met de bestemming 'verkeer en<br />

verblijf', van toepassing voor de openbare ruimte in het<br />

binnengebied van de wijk, waarin geen onderscheid gemaakt<br />

wordt tussen groen- en speelplekken e.d enerzijds en ruimte<br />

voor verkeer en parkeren anderzijds. De werkgroep vreesde<br />

dat door het niet vastleggen van groen- en speelplekken, deze<br />

niet voldoende veilig gesteld zouden zijn. De groep is er op<br />

gewezen dat voor het niet indelen van de openbare ruimte<br />

bewust gekozen is in het kader van een nieuw opgezette<br />

plansystematiek.<br />

Deze systematiek tracht zoveel mogelijk flexibiliteit in het<br />

plan in te bouwen; juist in het openbaar gebied is wijziging<br />

van indeling regelmatig gewenst of noodzakelijk. Een<br />

gedetailleerd plan, zoals de werkgroep blijkbaar voor ogen<br />

stond zou nopen tot telkens weer planaanpassingen met<br />

bijhorende procedures. Overigens wordt in het openbaar<br />

gebied geen wijziging doorgevoerd zonder inspraak en<br />

afweging van belangen. Flexibel op veranderende<br />

omstandigheden kunnen inspelen is een voordeel, juist ook<br />

in het belang van het (her)structureren van verblijfsgebied,<br />

groen- en speelplekken in de wijk.<br />

Deze inspraakreactie gaf derhalve geen aa<strong>nl</strong>eiding tot<br />

aanpassing van het voorontwerp-bestemmingsplan.<br />

Inspraak diverse anticipatieprocedures


De voorgaande jaren hebben diverse anticipatieprocedures plaats<br />

gevonden. De ontwikkelingen zijn nog steeds gaande in de<br />

veranderingsgebieden. De realisering van de kantoren van CZ-Groep en<br />

Regionale Politie aan de Ringbaan West heeft op zich niet tot grote<br />

weerstand geleid. Wel was er van meet af aan ongerustheid aangaande<br />

het parkeerbeleid rond deze kantoren (zie hierover ook in hoofdstuk<br />

VIII ‘overleg met overheden….’ Het onderdeel betreffende de Provincie<br />

en daarin het mobiliteitsbeleid. Een project dat meer weerstand<br />

oproept betreft de in voorbereiding zijnde realisering van een<br />

woontoren van ca. 130 meter hoog (Westpoint), op de Zuid-oostelijke<br />

hoek van de kruising van Ringbaan-West en Hart van Brabantlaan.<br />

De inspraak rond dit project is breed opgezet, via de<br />

plaatselijke pers is de bevolking opgeroepen haar mening<br />

kenbaar te maken. Een tiental stedelijke instellingen is<br />

schriftelijk verzocht op de plannen te reageren. Daarnaast<br />

zijn – zoals gebruikelijk – de omwonenden via een<br />

bewonersbrief ingelicht over het plan en zijn zij uitgenodigd<br />

op een vergadering war het project toegelicht werd en zij hun<br />

mening kenbaar konden maken.<br />

Stedelijke instellingen reageerden in overwegende mate<br />

positief. Omwonenden – vooral bewoners van de omliggende<br />

flatgebouwen – en de beherende woningbouwverenigingen<br />

reageerden kritisch. Er werden vraagtekens geplaatst bij de<br />

wenselijkheid van het project: is er wel behoefte aan,<br />

bevordert het de doorstroming zoals beweerd wordt?<br />

Er werd gevreesd voor de aantasting van de leefbaarheid: de<br />

dichtheid van bebouwing/bewoning zou te hoog worden, de<br />

omvang van het project zou een ‘psychische dreiging’ vormen<br />

voor de omgeving. Er werd gewezen op de achteruitgang van<br />

het micro-klimaat (schaduwwerking; valwinden). Ook werd<br />

met nadruk gewezen op de verhoging van de verkeersdruk op<br />

de omliggende straten. Op deze bezwaren is schriftelijk<br />

gereageerd, de meeste konden weerlegd of tot meer reële<br />

proporties herleid worden. Aan het bezwaar betreffende de<br />

verkeersdruk – met name op het Boksdoornerf – kom<br />

tegemoetgekomen worden door voor de te realiseren<br />

parkeergarage van het wooncomplex te voorzien in een inrijmogelijkheid<br />

rechtstreeks vanaf de Ringbaan-West.<br />

Bovengenoemde bezwaren kunnen uiteraard alsnog ingediend<br />

worden tijdens de Ruimtelijke Ordeningsprocedure die dit<br />

bestemmingsplan dient te doorlopen.


88.2 VIII. Overleg met overheden, diensten en bedrijven<br />

Het voorontwerp-bestemmingsplan is in het kader van het<br />

voorgeschreven overleg als bedoeld in artikel 10 van het<br />

Besluit op de Ruimtelijke Ordening toegezonden aan de<br />

Provinciale Commissie en aan andere overleginstanties.<br />

De reacties van de overleginstanties worden hieronder<br />

weergegeven, gevolgd door gemeentelijk commentaar, waarin<br />

is aangegeven op welke wijze de reacties –indien nodig- in<br />

het bestemmingsplan zijn verwerkt.<br />

88.2.1.a.1.1.1 A. Provinciale Planologische Commissie Noord-Brabant<br />

De behandeling in de commissie heeft geleid tot de volgende<br />

opmerkingen:<br />

1. Ontsluiting (cat.II); Gelet op de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het<br />

plan naar een zwaardere kantorenfunctie bij het spoor ligt een explicieter<br />

toets aan het provinciale beleid (Handleiding mobiliteit ruimtelijke<br />

plannen; B-locatie) voor de hand. Die zou bijvoorbeeld in de beschrijving in<br />

hoofdlijnen kunnen worden verwerkt;<br />

2. Bodemsanering (cat.II); Voor de situaties van ontwikkeling van woongebied<br />

binnen veranderingsgebieden verwacht de commissie in geval van<br />

overschrijding van een interventiewaarde een saneringsplan. De<br />

uitvoerbaarheid van het plan op dit punt moet immers duidelijk zijn bij de<br />

vaststelling ervan;<br />

3. Geluidhinder (cat.II);<br />

a. Op pagina 38 van de plantoelichting wordt een<br />

evaluatie genoemd van het “Verkeerscirculatieplan Oude Stad” en de<br />

opstelling van een “Verkeerscirculatieplan stadshart”. Wanneer die<br />

evaluatie nog tot besluitvorming zou leiden over een reconstructie van de<br />

Ringbaan-West en de Noordhoekring, is dat nog in het akoestisch rapport te<br />

verwerken.<br />

b. De geluidsbelasting van het spoor moet nog berekend<br />

worden met het nieuwe “Reken- en meetvoorschrift (1997)”. Ook kan de<br />

gedetailleerder “Standaardrekenmethode II” ten aanzien van het<br />

spoorweglawaai van de Hart van Brabantlaan nog toegepast worden.<br />

c. Omdat ook functiewijziging naar woningen en te<br />

projecteren dienstwoningen langs gezoneerde wegen mogelijk zijn<br />

gemaakt, zal een ontheffingsverzoek niet alleen betrekking hebben op twee<br />

veranderingsgebieden (Regenboogterrein bij Bredaseweg en gebied ten<br />

zuiden van de Hart van Brabantlaan). Ook in geval van keuze voor<br />

vervangende nieuwbouw is een ontheffingsprocedure noodzakelijk tenzij<br />

die vervanging op basis is van het geldende plan al mogelijk is.<br />

In het veranderingsgebied naar wonen ten zuiden van de Hart van<br />

Brabantlaan is volgens de toegepaste berekeningen sprake van een<br />

overschrijding van de uiterste ontheffingswaarden wegverkeerslawaai<br />

(66dB(A)) en spoorweglawaai (74 dB(A)). Ten aanzien van<br />

wegverkeerslawaai ondersteunt de commissie de afweging van ruisarm<br />

asfalt.<br />

d. Ten aanzien van het spoorweglawaai kan de te<br />

projecteren geluidsongevoelige grootschaliger bebouwing langs het spoor


eventueel dienen als extra afscherming voor veranderingsgebieden ten<br />

zuiden van de Hart van Brabantlaan. De realisering ervan zou dan vrijwel<br />

gelijktijdig tot stand moeten komen. Daarnaast is de uitkomst van de<br />

afweging van maatregelen aan/bij de spoorviaducten nog aan te geven. De<br />

afscherming langs het spoor is bij een positieve uitkomst nog op de<br />

plankaart te verwerken evenals de term “af te schermen gebied” (artikel 8<br />

voorschriften). Afscherming bij de woongebouwen kan een uiterste<br />

maatregel zijn die dan ook in het plan te verwerken zou zijn.<br />

e. Gelet op het grensstellende karakter van de uiterste<br />

ontheffingswaarden ten aanzien van te projecteren woningen zijn de<br />

bijbehorende contouren daarvan nog op de plankaart aan te geven rekening<br />

houdend met de uitkomst van de verdere afweging van maatregelen. Nu is<br />

alleen maar aan wegverkeerslawaai in de legenda van de plankaart<br />

aandacht gegeven.<br />

f. Gelet op de binnenstede<strong>nl</strong>ijke situatie acht de<br />

commissie ontheffing in hoofdzaak mogelijk, maar de afweging binnen het<br />

hoofdcriterium is nog niet afgerond. Aan de te stellen voorwaarden van een<br />

geluidsluwe gevel en situering van ruimten heeft gemeente in de<br />

plantoelichting al aandacht gegeven; daarbij is ook het eventueel optreden<br />

van geluidhinder van bedrijven te betrekken. De wettelijk noodzakelijke<br />

aandacht voor de cumulatie van lawaaisoorten bij de ontheffingswoningen<br />

kan behalve in de toepassing van de conceptrekenmethode ook tot uiting<br />

komen in de veiligstellingvan die voorwaarden en van de gecumuleerde<br />

gevelisolatie (meer dan het Bouwbesluit vereist).<br />

Geluidszones rondom bedrijventerreinen (artikel 8 voorschriften) komen in<br />

het plan niet voor en zijn daarom te schrappen.<br />

4. Artikel 19-procedure (cat.II); De artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening<br />

aanvraag voor de bouw van een kantoor ten behoeve van de huismeester<br />

van het flatgebouw aan het vervoerscentrum is verleend onder nummer<br />

9850068. De commissie adviseert het bestemmingsplan hieraan aan te<br />

passen.<br />

Conclusie:<br />

De commissie kan instemmen met het ontwerpbestemmingsplan<br />

“De Noordhoek”. Zij adviseert het plan<br />

verder in procedure te brengen met inachtneming van de<br />

hierboven gemaakte opmerking.<br />

Reactie gemeente<br />

Ad 1. Ontsluiting (cat II):<br />

De toelichting is als volgt aangepast:<br />

De situering van activiteiten ten opzichte van het verkeers-<br />

en vervoerssysteem bepaalt in belangrijke mate het gebruik<br />

van de auto, het openbare vervoer of de fiets. Met een gericht<br />

locatiebeleid probeert de gemeente deze samenhang tussen<br />

ruimtelijke ordening en mobiliteit te benutten.<br />

Ten aanzien van de bereikbaarheidsprofiel van locaties wordt<br />

op grond van de ontsluitingskenmerken onderscheid gemaakt<br />

in A-, B- en C-locaties.<br />

- A-locaties hebben de grootste potenties voor het gebruik van het<br />

openbaar vervoer en de fiets.<br />

- B-locaties hebben potenties voor zowel het gebruik van openbaar en<br />

fiets als de auto.


- C-locaties hebben de grootste potenties voor het gebruik van de auto.<br />

Het locatiebeleid heeft betrekking op de situering van<br />

bedrijventerreinen, woongebieden en andere aktiviteitenconcentraties<br />

en op de vestiging van individuele bedrijven.<br />

Uitgangspunt is dat de juiste activiteit op de juiste plek<br />

gevestigd wordt. Zo dienen op A-locaties activiteiten<br />

ondergebracht te worden met een potentieel hoog openbaar<br />

vervoer- en fietsgebruik en een lage auto-afhankelijkheid. Op<br />

B-locaties horen activiteiten thuis met een potentieel hoog<br />

openbaar vervoer- en fietsgebruik en een matige autoafhankelijkheid.<br />

C-locaties zijn bestemd voor activiteiten<br />

met een potentieel laag OV/fietsgebruik en een hoge autoafhankelijkheid.<br />

Het locatiebeleid van zowel gemeente als provincie is primair<br />

gericht op het ontwikkelen van een mobiliteitsvriendelijke<br />

ordening van de ruimte. Een parkeernormering komt op de<br />

tweede plaats, maar het voeren van een sturend<br />

parkeerbeleid kan een belangrijke bijdrage leveren aan de<br />

noodzakelijke terugdringing van het vermijdbaar<br />

autogebruik. Vooral op de locaties die de grootste potentie<br />

hebben voor het gebruik van openbaar vervoer en de fiets (de<br />

A- en B- locaties) is een sturend parkeerbeleid noodzakelijk.<br />

Volgens de Handleiding Mobiliteit Ruimtelijke Plannen van de<br />

provincie geldt voor een A-locatie in Tilburg een maximum<br />

parkeernorm van 10 parkeerplaatsen per 100 werknemers en<br />

voor een B-lokatie 20 parkeerplaatsen per 100 werknemers.<br />

Dit zijn de oorsponkelijke SVV- parkeernormen.<br />

Voor arbeidsintensieve bedrijven als kantoren mag dit<br />

vertaald worden naar een aantal parkeerplaatsen op basis van<br />

het bruto-vloeroppervlak (bvo). Dan wordt doorgaans<br />

uitgegaan van 25 m² bvo per werknemer. (20 parkeerplaatsen<br />

per 100 werknemers komt dan overeen met één parkeerplaats<br />

per 125 m² bvo, 40 parkeerplaatsen per 100 werknemers<br />

komt dan overeen met één parkeerplaats per 62,5 m² bvo).<br />

Inmiddels is gebleken dat voor locaties buiten de Randstad<br />

het bereikbaarheidsprofiel doorgaans onvoldoende aansluit<br />

op de strikte parkeernormen uit het Structuurschema Verkeer<br />

en Vervoer (SVV). Eind 1996 heeft de minister van Verkeer en<br />

waterstaat daarom in een schrijven aan de tweede kamer<br />

gemeld dat buiten de Randstad de normen verdubbeld mogen<br />

worden naar 20 p.p. per 100 werknemer voor A locaties en 40<br />

parkeerplaatsen per 100 werknemers voor B-locaties. Het is<br />

de bedoeling dat het surplus wordt teruggebracht in<br />

overeenstemming met de vorderingen bij de realisering van<br />

het beoogde bereikbaarheids-profiel. Bij de recente<br />

ontwikkeling van de kantoren aan Ringbaan West (CZ groep<br />

en politie) is met instemming van de provincie uitgegaan van<br />

een maximum parkeernorm van 40 parkeerplaatsen per 100<br />

werknemers.<br />

De bedrijven- en kantore<strong>nl</strong>ocaties tussen Hart van<br />

Brabantlaan, Noordhoekring en Ringbaan West hebben het<br />

(potentiële) bereikbaarheidsprofiel van een B-locatie.


Hetzelfde geldt voor het CéDé- terrein tussen St. Ceciliastraat,<br />

Gasthuisring, Hart van Brabantlaan en de spoorlijn.<br />

Deze classificatie is o.a. vastgelegd in Regionaal Verkeers- en<br />

vervoerplan en in de gemeentelijke "Kantorennota" (1992)".<br />

Op deze B-locaties wordt dus gestreefd naar functies met<br />

overeenkomstig B-mobiliteitsprofiel. Ook voor deze locaties<br />

geldt de parkeernorm van 40 parkeerplaatsen per 100<br />

werknemers of (als het aantal medewerkers niet bekend is),<br />

een daarvan afgeleide norm op basis van het brutovloeroppervlak.<br />

In de huidige situatie zitten op genoemde B-locaties veelal<br />

nog bedrijven die geen A of B profiel hebben. Dit betekent dat<br />

de streefnormen niet op korte termijn haalbaar zijn. Het<br />

toewerken naar de gewenst situatie geschiedt door bij een<br />

eventuele herstructering deze normen na te streven.<br />

Het zal voor bedrijven niet altijd even gemakkelijk zijn om te<br />

voldoen aan de parkeernormen. Teneinde te bereiken dat het<br />

autogebruik onder de medewerkers wordt beperkt, wordt van<br />

een bedrijf dat zich op een B-locatie wil vestigen, verlangd<br />

dat een gedetailleerd bedrijfsvervoerplan wordt opgesteld. In<br />

zo'n plan wordt aangegeven hoe een bedrijf, de<br />

doelstellingen ten aanzien van het autogebruik en het<br />

parkeren denkt te kunnen halen. Daarbij wordt gekeken naar<br />

de specifieke situatie die geldt voor het bedrijf in relatie met<br />

de locatie: woon-werkafstand werknemers, autoafhankelijkheid<br />

werknemers, potenties van alternatieve<br />

vervoerwijzen zoals openbaar vervoer en fiets en het<br />

flankerende beleid dat door het bedrijf gevoerd kan worden<br />

(faciliteiten, vergoedingen enz.).<br />

De gemeente zal, indien de noodzakelijk, via een sturend<br />

parkeerbeleid het langparkeren op openbaar terrein<br />

tegengaan. Daarbij moet gedacht worden aan betaald<br />

parkeren, parkeerduur-beperkingen en belanghebbendenregelingen.<br />

Tot slot zij opgemerkt dat in de Beschrijving in Hoofdlijnen<br />

een en ander aldus is vastgelegd.<br />

Ad 2. Bodemsanering (cat II)<br />

Gemeente stemt met de opmerking van de commissie in.<br />

Ad 3. Geluidhinder (cat II)<br />

Ad a.<br />

Er heeft geen nadere besluitvorming plaats gehad over een reconstructie van de<br />

Ringbaan-West en Noordhoekring. Er is ook geen zicht op dat besluitvorming<br />

op dit punt op korte termijn te verwachten is. Dit is in het akoestisch<br />

onderzoek dan ook niet verwerkt.<br />

Ad b.<br />

In het aanvullend akoestisch onderzoek is de geluidbelasting vanwege het<br />

spoor berekend met het nieuwe ‘Reken- en meetvoorschrift (1997)’. Toepassing<br />

van de gedetailleerder ‘Standaardrekenmethode II’ ten aanzien van<br />

wegverkeerslawaai van de Hart van Brabantlaan is niet relevant vanwege het<br />

ontbreken van overschrijding van de maximale ontheffingswaarden.


Ad c. Ontheffingsverzoek<br />

Brabantlaan (zie ontheffingsverzoek).<br />

Ter plaatse van de overschrijding van de maximale ontheffingswaarden voor<br />

spoorweglawaai in het veranderingsgebied naar wonen ten zuiden van de Hart<br />

van brabantlaan wordt voorzien in voorzetschermen, zulks ter voldoening aan<br />

het bepaalde in art. 8.5.6 van de voorschriften van het b.p. Noordhoek. In dit<br />

veranderingsgebied zal geen overschrijding van de uiterste grenswaarde voor<br />

wegverkeerslawaai optreden. Er worden binnen de 65 dB(A)geluidbelstingcontour<br />

geen geluidgevoelige bestemmingen geprojecteerd.<br />

Geluidarm asfalt is in deze situatie niet goed toepasbaar. Er is sprake van een<br />

gemeentelijke hoofdweg met een verkeersintensiteit van ca. 25.000<br />

motorvoertuigen per etmaal. Het aandeel vrachtverkeer is overdag 6.2% en ’s<br />

nachts 6.9%. De kruisingen St. Ceciliastraat en Gasthuisring zijn voorzien van<br />

verkeerslichten. Door het vrachtverkeer is bij toepassing van fijn<br />

steenmastiekasfalt (0/6) beschadiding van het wegdek (spoor- en<br />

ribbelvorming) te verwachten.<br />

Ad d.<br />

De realisering van grootschalige geluidongevoelige bebouwing langs het spoor<br />

(die eventueel kan dienen als extra afscherming voor veranderingsgebieden ten<br />

zuiden van de Hart van Brabantlaan) is voorlopig –mede vanwege de<br />

eigendomssituatie- niet aan de orde. Er zijn geen actuele ontwikkelingen op dit<br />

punt.<br />

Voor wat betreft de afweging van maatregelen aan/bij de spoorviaducten wordt<br />

verwezen naar het aanvullend akoestisch onderzoek (pag 7). De gemeente is in<br />

vergevorderd overleg met het Bureau Sanering Verkeerslawaai en de<br />

Nederlandse Spoorwegen over de te treffen saneringsmaatregelen in Tilburg.<br />

De afspraak is dat er voor 1 september 1999 een besteksklaar saneringsplan<br />

ligt voor het vervangen van spoorviaducten, het plaatsen van geluidschermen<br />

en gevelisolatiemaatregelen. Door BSV is mondeling toegezegd dat voor het jaar<br />

2000 geld kan worden vrijgemaaktvoor uitvoering van de totale sanering. NSrailinfrabeheer<br />

heeft toegezegd dat, als de middelen beschikbaar zijn, in 2000<br />

kan worden gestart met de uitvoering. Een concrete financiële toezegging van<br />

BSV wordt pas eind 1999 verwacht.De gemeente kan niet garanderen dat de<br />

maatregelen binnen enkele jaren zullen zijn gerealiseerd, omdat de<br />

medewerking van genoemde partijen nodig is.<br />

Ad e. Het aangeven van d<br />

bebouwing namelijk van invloed op de ligging van deze contouren. Om<br />

practische redenen is de geluidbelasting op een aantal representatieve<br />

waarneempunten vastgesteld. Overschrijding van de 73 dB(A) contour wordt<br />

voorkomen zonder dat het aangeven van de contour op de plankaart nodig is.<br />

Zie hiervoor het rapport ‘Aanvulling akoestisch onderzoek Noordhoek’<br />

Ad f. Voor de nadere afw<br />

De voorwaarden betreffende een geluidluwe gevel en situering van ruimten zijn<br />

nu ook in de voorschriften van het bestemmingsplan vastgelegd: zie art. 8.5.5.<br />

Eventuele geluidhinder door bedrijven zal worden betrokken bij de te stellen<br />

voorwaarden aan geluidgevoelige nieuwbouw.<br />

Het is in Tilburg vaste gedragslijn dat indien er sprake is van cumulatie van<br />

geluidsoorten, daarmee rekening wordt gehouden bij de beoordeling / toetsing<br />

van bouwaanvragen: op grond van het Bouwbesluit dienen bij het verlenen van<br />

een bouwvergunning eisen te worden gesteld aan de geluidwering van de gevel.<br />

Hierbij dient rekening te worden gehouden met mogelijke cumulatie van<br />

geluidhinder.<br />

Het plan is in zie zin nog aangepast dat de vestiging van bedrijven als bedoeld


in art. 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit van de Wet<br />

Milieubeheer (grote lawaaimakers) in het gehele bestemmingsplan is<br />

uitgesloten zodat de op grond van art. 59 van de Wet Geluidhinder aanwezige<br />

geluidzone daarmee komt te vervallen.<br />

b Ad 4. Artikel 19-procedure<br />

Plankaart is aangepast, woning van de huismeester is alsog<br />

ingetekend.<br />

88.2.1.b.1.1.1 B. NS Railinfrabeheer<br />

De NS maakt de volgende opmerkingen.<br />

1. Geluid: Er is geen rekening gehouden met de ter plaatse aanwezige<br />

geluidszone welke op grond van artikel 59 Wet Geluidhinder op 1 juli 1993<br />

van rechtswege van kracht is geworden. Deze zone is aanwezig omdat de<br />

bestemming “spoorwegdoeleinden” de mogelijke vestiging van Ainrichtingen<br />

niet uitsluit. Met name speelt hier de mogelijkheid van het<br />

realiseren van een rangeerheuvel. In het nieuwe bestemmingsplan moet<br />

rond het totale emplacementeen 50dB(A)-contour worden bepaald.<br />

2. Externe veiligheid: Ruimtelijke ontwikkelingen dienen getoetst te worden<br />

aan normen in verband met het vervoer van en rangeerhandelingen met<br />

gevaarlijke stoffen. Dit dient in overleg met NS railinfrabeheer expliciet in<br />

het nieuwe bestemmingsplan behandeld te worden.<br />

3. De reservering van ruimte voor de realisering van de spoorverdubbeling<br />

tussen Tilburg en Breda.<br />

88.2.1.b.1.1.1.1.1 Reactie gemeente<br />

Ad 1. Er is feitelijk geen A-inrichting aanwezig, de eventuele vestiging<br />

daarvan wordt ook niet beoogd en wordt –algemeen- ongewenst geacht.<br />

Door de mogelijke vestiging van dit soort inrichtingen thans expliciet<br />

uit te sluiten, verdwijnt de eerder van rechtswege ontstane zone.<br />

Ad 2. Regeling van de aspecten met betrekking tot externe veiligheid is geen<br />

zaak die op bestemmingsplanniveau wordt geregeld. Ander wettelijk<br />

instrumentarium (zoals APV) is hiervoor meer geëigend. Bovendien zou<br />

een regeling op bestemmingsplanniveau slechts een zeer klein gedeelte<br />

van een langer tracé behelzen.<br />

Ad 3. De plankaart is zodanig aangepast dat er voldoende ruimte is voor de<br />

realisering van een spoorverdubbeling, die mede van belang is in<br />

verband met de mogelijkheid om een nieuwe halte Reeshof te<br />

realiseren.<br />

88.2.1.b.1.1.2 C. Rijksdienst voor de Monumentenzorg<br />

De dienst maakt de volgende opmerkingen:<br />

1. Een aantal panden kan op lokaal niveau beschermd worden, zoals de<br />

woningen aan de Bredaseweg, de Acaciastraat en verschillende grotere<br />

gebouwen, zoals de kapel aan de Elzenstraat en de school<br />

(Dionysiusstraat). In die richting zijn al stappen ondernomen (p. 71 van<br />

de Toelichting); omdat de bescherming van panden op gemeentelijk<br />

niveau geen rijkstaak is, wordt er verder niet dieper op in gegaan; een<br />

detail is de discrepantie tussen van in de tekst als rijksmonument.<br />

2. Het beeldkwaliteitsplan zou de in stedenbouwkundig opzicht<br />

typerende plekken nader kunnen definiëren.<br />

88.2.1.b.1.1.2.1.1 Reactie gemeente


Ad 1. Een en ander wordt niet in het kader van het bestemmingsplan<br />

bekeken, maar is onderdeel van het integraal gemeentelijk<br />

monumentenbeleid. Voor het bepalen van het al dan niet monumentale<br />

karakter van een pand, gelden het MIP- en het MSP-traject<br />

(respectievelijk Monumenten Inventarisatie Project en het Monumenten<br />

Selectie Project), die uiteindelijk moeten leiden tot plaatsing op de<br />

Rijksmonumente<strong>nl</strong>ijst, alsmede het daarmee parallel lopende traject<br />

ten aanzien van gemeentelijke monumenten.<br />

Ad 2. In het kader van onderhavig bestemmingsplan is niet voor een<br />

beelkwaliteitsplan gekozen, en wordt dit ook niet overwogen.<br />

Afzonderlijke monumenten worden beschermd in het kader van de<br />

Monumentenwet en van de gemeentelijke Monumentenverordening.<br />

88.2.1.b.1.1.3 D. N.V. Tilburgse Waterleiding-Maatschappij (TWM)<br />

De TWM maakt de volgende opmerkingen:<br />

1. De watertoren staat wel op de gemeentelijke, maar niet op de<br />

Rijksmonumente<strong>nl</strong>ijst.<br />

2. Voorstander van het zoveel mogelijk vrij houden van het zicht op de<br />

watertoren. (p. 56 van de toelichting).<br />

3. Het eventueel beperken van de bereikbaarheid van de bedrijfsterreinen<br />

van de TWM via de Regenboogstraat is niet bespreekbaar.<br />

88.2.1.b.1.1.3.1.1 Reactie gemeente<br />

Ad 1. Wordt voor kennisgeving aangenomen.<br />

Ad 2. Hiermee is bij de ruimtelijke opzet rekening<br />

gehouden.<br />

Ad 3. Wordt vooralsnog voor kennisgeving aangenomen. Wordt te zijner tijd<br />

meegenomen in het kader van de ontwikkeling van het ontsluitings- en<br />

verkeerscirculatieplan van het Regenboogterrein.<br />

88.2.1.b.1.1.4 E. Waterschap De Dommel<br />

Het waterschap maakt de volgende opmerkingen:<br />

In paragraaf III.2.B.5 zijn de waterhuiskundige aspecten<br />

behandeld. Daarin is de huidige situatie beschreven en is<br />

aangegeven waarmee in de veranderingsgebieden rekening<br />

wordt gehouden. In de veranderingsgebieden wordt<br />

onvoldoende rekening gehouden met de<br />

beleidsuitgangspunten van het waterschap. Aandachtspunten<br />

daarbij zijn:<br />

1. Voor uitbreidingen of renovatie projecten indien mogelijk te kiezen<br />

voor infiltreren dan wel direct afvoeren van regenwater naar<br />

oppervlaktewater conform de Leidraad riolering (module A3200/10).<br />

Het infiltreren van regenwater afkomstig van verharde<br />

dakoppervlakken in de bodem levert een positieve bijdrage aan het<br />

duurzaam stedelijk waterbeheer. Hierbij kan gedacht worden aan een<br />

ondergrondse infiltratievoorziening of voor een Wadi.<br />

2. Voor nieuwe bedrijventerreinen geldt als eis dat er een verbeterd<br />

gescheiden rioolstelsel dient te worden aangelegd.<br />

Het waterschap verzoekt een en ander te heroverwegen en op<br />

te nemen in de voorschriften.<br />

88.2.1.b.1.1.4.1.1 Reactie gemeente<br />

Ad 1. Het gemeentelijk waterplan voorziet in de oplossingsrichting zoals<br />

aangedragen. Bij nieuwbouwprojecten is het belang van de<br />

waterhuishouding voldoende gewaarborgd, nu het waterplan als


andvoorwaarde wordt aangereikt.<br />

Met betrekking tot de suggestie om een en ander op te nemen in de<br />

voorschriften wordt opgemerkt dat in de praktijk dit aspect wordt<br />

overeengekomen met projectontwikkelaars in het kader van de<br />

gronduitgifte. Aan een regeling in het bestemmingsplan bestaat<br />

vooralsnog geen behoefte. Overingens dient nog nader te worden<br />

bezienof een regeling hiervan in de voorschriften het meest adequaat<br />

is.<br />

Ad 2. (Grootschalige) nieuwe bedrijventerreinen zijn in de Noordhoek niet<br />

aan de orde. Het gaat om bestaande bedrijventerreinen.<br />

88.2.1.b.1.1.5 F. BBA<br />

De BBA merkt op dat de beschrijving van het openbaar<br />

vervoer op pagina 17 van de toelichting niet de meest actuele<br />

is. Dit moet zijn:<br />

- over de Hart van Brabantlaan/Spoorlaan rijden de stadslijnen 46, 47 en<br />

48 plus de streeklijnen 127, 132, 136 en 138.<br />

- over de Bredaseweg rijdt de stadslijn 45 plus de streeklijn 131.<br />

- over de Noordhoekring rijdt de streeklijn 131.<br />

- de stadslijnen 41 en 42 rijden via Spoorlaan – St. Ceciliastraat.<br />

De BBA vraagt tevens aandacht voor de verkeerssituatie op de<br />

Bradaseweg, waar het openbaar vervoer regelmatig<br />

vertragingen ondervindt. In het plan wordt aangegeven dat<br />

het verkeersbelasting op de Bredasweg toe zal nemen. Om de<br />

doorstroming voor het openbaar vervoer te verbeteren zijn<br />

maatregelen zoals verkeerslichtenbeinvloeding en een vrije<br />

busstrook noodzakelijk. Met name de aa<strong>nl</strong>eg van een vrije<br />

busstrook zal ruimte vergen, die in de planontwikkeling<br />

meegenomen moet worden.<br />

88.2.1.b.1.1.5.1.1 Reactie gemeente<br />

Pagina 17 van de toelichting is aangepast aan de hand van de<br />

aanwijzingen.<br />

Met betrekking tot de verkeerssituatie aan de Bredaseweg en<br />

de vertragingen aldaar, wordt opgemerkt dat dit niet in het<br />

onderhavig plan wordt meegenomen en geregeld. Op termijn<br />

is dit zonodig afzonderlijk te bezien. (N.B. de vrije busstrook<br />

vraagt fysiek dermate veel ruimte dat deze tot ruimtelijke<br />

problemen zal leiden.)<br />

88.2.1.b.1.1.6 G. PTT telecom<br />

Geen opmerkingen.<br />

88.2.1.b.1.1.7 H. Samenwerkingsverband Midden Brabant (SMB)<br />

Geen opmerkingen.<br />

88.2.1.b.1.1.8 I. Ministerie van Defensie<br />

Geen opmerkingen.<br />

88.2.1.b.1.1.9 J. N.V. Nederlandse Gasunie<br />

Geen opmerkingen.<br />

88.2.1.b.1.1.10 K. Hoogheemraadschap van West-Brabant<br />

Geen opmerkingen.


88.3 IX. Behandeling van de ingediende Zienswijzen<br />

Het ontwerp-bestemmingsplan “De Noordhoek" heeft van 5 februari 1999 tot 5<br />

maart 1999 ter visie gelegen conform artikel 23 lid 2 van de Wet op de Ruimtelijke<br />

Ordening. Binnen die termijn zijn zienswijzen ingediend. Aan alle<br />

reclamanten is gelegenheid geboden hun zienswijzen<br />

mondeling toe te lichten. Op de hoorzitting van de<br />

Hoorcommissie Reclamanten <strong>Bestemmingsplan</strong>nen op 28<br />

april 1999, hebben 11 personen van die gelegenheid gebruik<br />

gemaakt en het woord gevoerd. De hoorzitting heeft geen<br />

nieuwe gezichtspunten opgeleverd.<br />

Hierna worden per ingediende zienswijze de zienswijze zelf ,<br />

de overweging en de conclusie daaromtrent behandeld, zoals<br />

een en ander in het raadsvoorstel is weergegeven.<br />

Daarna volgt een overzicht van voorgestelde<br />

planaanpassingen (staat van wijzigingen) en tenslotte een<br />

samenvatting van het voorstel zoals dat aan de raad gedaan<br />

is.<br />

I. NS RAILINFRABEHEER BV, REGIO ZUID, TE EINDHOVEN<br />

Reclamant merkt op dat de zienswijzen onder 1 en 2 eerder als<br />

opmerkingen zijn geplaatst in het kader van het vooroverleg.<br />

Reclamant voert 4 zienswijzen op, die als volgt luiden:<br />

a. Er is geen rekening gehouden met de van rechtswege ontstane<br />

geluidszone rondom het spoorwegemplacement.<br />

Op het terrein waar het spooremplcement Tilburg Goederen is gelegen<br />

is de vestiging van A-inrichtingen (grote lawaaimakers) niet uitgesloten.<br />

Ook is voor 1 juli 1993 geen zone ingevolge artikel 53 Wet geluidhinder<br />

vastgesteld met betrekking tot het gebied rondom het<br />

spooremplacement Tilburg. Op grond van artikel 59 Wet geluidhinder<br />

is er op 1 juli 1993 een zone van rechtswege ontstaan, waarmee de<br />

geluidruimte rondom onder meer het emplacement is vastgelegd. De<br />

zone omvat het gebied waar op 1 juli 1993 een hogere geluidsbelasting<br />

dan 50dB(A) vanwege het industrieterrein optrad. Uit de circulaire<br />

“Toepassing artikel 59 Wet geluidhinder”, dd 4 januari 1993, volgt dat<br />

nu de contouren van een zone van rechtswege door de gemeente<br />

bepaald moeten worden. De contouren van de zone van rechtswege<br />

zijn nog niet bekend. Dit feit doet niets af aan het bestaan van de zone<br />

en de rechten van reclamant met betrekking tot het veroorzaken van<br />

geluid.<br />

De gemeente geeft aan dat door het alsnog uitsluiten van de vestiging<br />

van A-inrichtingen, de zone van rechtswege verdwijnt. Deze stelling is<br />

naar de mening reclamant onjuist. Een eenmaal ontstane zone van<br />

rechtswege kan niet opgeheven worden door achteraf de vestiging van<br />

A-inrichtingen uit te sluiten of de zone zonder meer weg te bestemmen.<br />

Reclamant verzoekt om de 50dB(A)-contour vast te stellen en in het<br />

bestemmingsplan op te nemen.<br />

Op basis van de huidige vergunning (Hinderwetvergunning No. 10.018-<br />

84,dd 4 december 1984) heeft reclamant rechten met betrekking tot<br />

het produceren van geluid. Het is nu al duidelijk dat binnen de


geluidzone niet aan de voorkeursgrenswaarde van 50dB(A) kan worden<br />

voldaan. Het stellen van hogere waarden zal daarom noodzakelijk zijn.<br />

De zone van rechtswege kent een dergelijke procedure evenwel niet op<br />

de wijze zoals gangbaar is bij artikel 53 van de Wet geluidhinder.<br />

Hogere waarden kunnen alleen vastgesteld worden in combinatie met<br />

aanpassing van het bestemmingsplan. Omwille van de efficiëntie lijkt<br />

het reclamant zinvol om hier nu op te anticiperen.<br />

b. Bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan wordt geen<br />

rekening gehouden met aspecten van externe veiligheid.<br />

Volgens het landelijke risicobeleid moet een gemeente bij de<br />

ontwikkeling van ruimtelijke plannen rekening houden met activiteiten<br />

die risico’s veroorzaken in het plangebied. De contour van het<br />

inidividueel risico is een belangrijke indicatie voor de toelaatbaarheid<br />

van nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Het bestemmingsplan is<br />

geen instrument om de mate van risico’s te beheersen, maar vormt wel<br />

de schakel tussen het externe veiligheidsbeleid en de ruimtelijke<br />

ordening.<br />

Bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan “De Noordhoek” heeft de<br />

gemeente het externe veiligheidsbeleid niet betrokken, terwijl er over<br />

de spoorweg gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Ook is niet<br />

geanticipeerd op de verwachte toename van de hoeveelheid gevaarlijke<br />

stoffen die per spoor vervoerd worden. Bij de ontwikkeling van<br />

bestemmingsplan “De Noordhoek” dient dit feit betrokken te worden, en<br />

moet er ruimte gelaten worden voor deze toename. Dit blijkt onder<br />

meer uit de “Handreiking externe veiligheid vervoer gevaarlijke<br />

stoffen”, uitgegeven door het Ministerie van Volkshuisvesting,<br />

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het Ministerie van Verkeer en<br />

Waterstaat, maart 1998.<br />

c. Innerlijke tegenstrijdigheid in de toelichting op het<br />

bestemmingsplan.<br />

Op bladzijde 15 van de bijlage bij de toelichting betreffende<br />

bedrijfshinder, onder de kop “Nederlandse Spoorwegen,<br />

Hazelaarstraat”, geeft de gemeente aan dat er bij naleving van de<br />

voorschriften van de milieuvergunning momenteel geen problemen zijn<br />

voor wat betreft het gevaar dat wordt veroorzaakt door de doorgang<br />

van gevaarlijke transporten. Reclamant wijst er op dat de<br />

voorschriften met betrekking tot het doorgaande vervoer van<br />

gevaarlijke stoffen per spoor niet in de milieuvergunning van het<br />

emplacement opgenomen kunnen worden. Naleving van de<br />

vergunningvoorschriften heeft geen direct verband met het gevaar wat<br />

door het plaatsvinden van gevaarlijke transporten over het spoor<br />

wordt veroorzaakt.<br />

d. U gaat uit van het onjuiste standpunt dat het<br />

goederenemplacement opgeheven zal worden.<br />

In de toelichting wordt op bladzijde 34 onder 1.4 een mogelijke<br />

opheffing van het spooremplacement genoemd. Reclamant heeft geen<br />

voornemens het emplacement Tilburg Goederen op te heffen of te<br />

verplaatsen. Er is een aanvraag voor een vergunning in het kader van<br />

de Wet milieubeheer in voorbereiding met het oog op de actualisatie<br />

van de milieurechten.<br />

Reclamant heeft bij onderhavige brief een tweetal bijlagen gevoegd ter<br />

ondersteuning van de ingediende zienswijzen. (Deze stukken liggen<br />

voor de raadsleden ter inzage.)


Overwegingen:<br />

ad Ia.<br />

Art. 53 en volgende van de Wet Geluidhinder bepalen dat<br />

binnen twee jaar na inwerkingtreding van het betreffende<br />

hoofdstuk van de wet door de gemeenteraad een zone (ter<br />

plaatse van de 50 dB(A)-contour, d.w.z. de grens waarbuiten<br />

de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde<br />

van 50 dB(A) niet te boven gaat) moet worden vastgesteld<br />

rondom een terrein waar de mogelijkheid van vestiging van<br />

een zogenaamde A-inrichting (zogenaamde grote<br />

lawaaimakers) niet is uitgesloten. Komt een dergelijk besluit<br />

van de raad niet binnen de termijn tot stand, of is een<br />

dergelijke vestigingsmogelijkheid niet op tijd opgeheven<br />

middels planherziening, dan moet de zone door gedeputeerde<br />

staten worden vastgesteld. Indien echter op 1 juli 1993 noch<br />

het een noch het ander is gebeurd, dan bevindt zich<br />

ingevolge art. 59 van de wet rond dat terrein een zone van<br />

rechtswege waarbuiten de geluidbelasting vanwege dat<br />

terrein de waarde van 50 dB(A) niet mag overschrijden.<br />

In het vorige bestemmingplan ‘De Noordhoek’ was het NSemplacement<br />

opgenomen met een bestemming<br />

‘spoorwegdoeleinden’. Deze bestemming sloot de mogelijke<br />

vestiging van een zogenaamde rangeerheuvel niet uit. Een<br />

emplacement met een rangeerheuvel is aangemerkt als een<br />

zogenaamde A-inrichting. Door gemeente noch provincie is in<br />

het verleden actie ondernomen.<br />

Om deze reden is er sedert 1 juli 1993 een zone van<br />

rechtswege rondom het emplacement aanwezig. De 50 dB(A)contour<br />

is daarbij bepalend voor de ligging van de zonegrens.<br />

Art. 61, lid 1 van de wet Geluidhinder bepaalt echter dat een<br />

dergelijke zone kan worden opgeheven of gewijzigd bij de<br />

vaststelling of herziening van een bestemmingsplan. In het<br />

voorliggende bestemmingsplan ‘De Noordhoek’ is de<br />

mogelijkheid van vestiging van A-inrichtingen volledig<br />

uitgesloten. Het is niet gewenst om op deze locatie soorten<br />

van bedrijvigheid toe te laten die bovenmatig veel lawaai<br />

kunnen veroorzaken. De ligging van de locatie midden in de<br />

stad, de nabijheid van woningen aan de Hart van Brabantlaan,<br />

mogelijke toekomstige ontwikkelingen op termijn in dit deel<br />

van het spoorzonegebied, maar ook de bestaande situatie<br />

(bestaand gebruik en afwezigheid van een A-inrichting) en de<br />

afwezigheid van welke plannen van NS dan ook op korte en<br />

lange termijn voor dit gebied, maken<br />

vestigingsmogelijkheden voor zware lawaaimakers op deze<br />

locatie ongewenst. Tijdens overleg met NS is vast komen te<br />

staan dat een eventuele rangeerheuvel op deze locatie<br />

volstrekt niet aan de orde is en dat NS derhalve geen belang<br />

hecht aan deze planologische mogelijkheid.<br />

Weliswaar bepaalt art. 61, lid 2 van de Wet Geluidhinder ook<br />

dat opheffing of wijziging van de zone (van rechtswege) er<br />

niet toe kan strekken dat enig gebied waarbinnen met<br />

inachtneming van verleende milieuvergunningen een hogere<br />

geluidbelasting vanwege het industrieterrein optreedt dan 50<br />

dB(A), ophoudt van de zone deel uit te maken. Het begrip<br />

industrieterrein is echter in de begripsomschrijvingen van de


wet nadrukkelijk gereserveerd voor terreinen waaraan een<br />

bestemming wordt gegeven die de mogelijkheid van vestiging<br />

van A-inrichtingen insluit. Deze A-inrichtingen worden juist<br />

in het voorliggende bestemmingsplan uitgesloten zodat er<br />

geen sprake is van een industrieterrein als bedoeld.<br />

Van ambtelijke zijde is door de provincie aangegeven dat<br />

deze kan instemmen met het niet opnemen van de zone van<br />

rechtswege.<br />

De rechten van NS zoals voortvloeiend uit de bestaande<br />

milieuvergunning worden niet aangetast, immers ervan<br />

uitgaande dat er geen zone wordt vastgelegd, dan wordt de<br />

bestaande situatie van het emplacement in een nieuwe<br />

milieuvergunning vervat. Daarbij worden geen complicaties<br />

voorzien omdat aan de zuidzijde, ter plaatse van de woningen<br />

aan de Hart van Brabantlaan, de voorkeursgrenswaarde van<br />

55 dB(A) niet wordt overschreden en aan de noordzijde, ter<br />

plaatse van de Alleenhoudersstraat, het geluid van het<br />

goederenemplacement ondergeschikt is aan dat van het<br />

doorgaande spoor. Het geluid van het doorgaande spoor is<br />

maatgevend. De gemeente is in het kader van de<br />

vergunningverlening (NS vraagt een nieuwe milieuvergunning<br />

die de oude gaat vervangen) wettelijk adviseur. In die rol zal<br />

deze zienswijze onder de aandacht van de<br />

vergunningverlenende instantie (provincie) worden gebracht.<br />

Indien wel een zone zou moeten worden vastgelegd, bedraagt<br />

ingevolge art. 65 van de Wet Geluidhinder de<br />

voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting vanwege het<br />

industrieterrein voor de bestaande woningen binnen het<br />

plangebied (woningen aan de Hart van Brabantlaan) 55 dB(A).<br />

Akoestisch onderzoek wijst echter uit dat de maximaal<br />

optredende geluidbelasting van deze woningen 54 dB(A)<br />

bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB(A) wordt<br />

derhalve niet overschreden, dit betekent dat hogere waarden<br />

(als bestanddeel van een zonevaststelling) niet hoeven, maar<br />

ook niet kúnnen worden aangevraagd. Er ligt in dit<br />

plangebied dan ook geen weze<strong>nl</strong>ijk belang van NS bij opname<br />

van een zone van rechtswege. V.w.b. de buiten het plangebied<br />

gelegen Alleenhoudersstraat kan terzijde worden opgemerkt<br />

dat de geluidsituatie ter plaatse van de woningen in deze<br />

straat op korte termijn aanzie<strong>nl</strong>ijk zal verbeteren door de op<br />

stapel staande saneringsmaatregelen die ten behoeve van het<br />

doorgaand spoor worden getroffen.<br />

ad Ib.<br />

Door het adviesbureau AVIV uit Enschede is in mei 1999 een<br />

onderzoek opgesteld naar externe veiligheid in verband met<br />

spoortransport van gevaarlijke stoffen. (*)<br />

Uit het rapport van AVIV 1999 en ook uit de gesprekken met deze adviseur blijkt dat<br />

het advies over de in de toekomst te verwachten externe veiligheid altijd is gebaseerd<br />

op aannames van aantallen mensen in de nabijheid van, in dit geval de spoorweg, en de<br />

hoeveelheid gevaarlijke stoffen die vervoerd worden over een bepaald railvak. Bij<br />

verschillende aannames zullen uiteraard ook de uitkomsten niet gelijkluidend zijn.<br />

Het rapport van AVIV gaat uit van de bestemmingen zoals<br />

die in het plan zijn opgenomen, na aanpassing van het<br />

ontwerpplan t.b.v. gewijzigde vaststelling.<br />

Individueel risico


Het rapport van AVIV geeft aan dat het bestemmingsplan<br />

voor wat betreft de opgenomen bestemmingen, voldoet aan<br />

de normstelling voor het individueel risico. Dit is nu en ook<br />

in de toekomst het geval bij aanname van de (maximale)<br />

prognose van vervoer van NS Railinfrabeheer. Voor nadere<br />

gegevens zie het rapport op blz. 6 (opgenomen als bijlage in<br />

de Toelichting)<br />

Groepsrisico<br />

De conclusie van AVIV (1997) is dat uitgaande van de<br />

huidige vervoersstroom de oriënterende waarde in het<br />

plangebied niet wordt overschreden. Indien de (maximale)<br />

prognose van het vervoer volgens NS Railinfrabeheer<br />

gerealiseerd wordt is een beperkte overschrijding van de<br />

oriënterende niet uit te sluiten. Deze overschrijding komt<br />

voor in een kilometervak dat maar voor een klein gedeelte<br />

deel uitmaakt van het betreffende plangebied. Indien in de<br />

toekomst er een overschrijding plaatsvindt, kan het bevoegd<br />

gezag bij voldoende redenen, gemotiveerd een<br />

overschrijding van de normstelling toelaten.<br />

(*) Door AVIV zijn aanvullende berekeningen gemaakt omdat<br />

de uitgangspunten uit een eerder rapport van AVIV (1997) en<br />

een rapport van OD 205 (1999) niet vergelijkbaar zijn en het<br />

rapport van OD 205 fouten bevat. Deze aanvullende<br />

berekeningen zijn uitgevoerd met bijgestelde gegevens uit<br />

beide bovengenoemde onderzoeken. De gegevens over het<br />

aantal personen zijn zonder controle overgenomen uit het OD<br />

205 rapport.<br />

Voorgesteld wordt om de belangrijkste conclusies van het<br />

rapport in een afzonderlijke paragraaf in de Toelichting op te<br />

nemen en het rapport -als bijlage van de Toelichting- in het<br />

plan op te nemen.<br />

ad Ic. Deze opmerking in de bijlage bij de toelichting<br />

“Onderzoek bedrijfshinder …” is terecht.<br />

Voorgesteld wordt om de toelichting aan te passen en de betrokken<br />

zinsnede te schrappen.<br />

ad Id. Enige jaren geleden is door de NS een voorstel voor<br />

herinrichting van het gebied ten behoeve van kleine<br />

bedrijfscomplexen voorgelegd. Van gemeentezijde is toen<br />

aangegeven dat-vanwege de voorgestane visie betreffende de<br />

stationszone- aan een dergelijk ontwerp geen medewerking<br />

verleend zou worden. Blijkbaar zijn de Nederlandse<br />

Spoorwegen nu op hun eerder voornemen teruggekomen.<br />

Voorgesteld wordt om de toelichting aan te passen en de<br />

betrokken zinsnede te schrappen.<br />

88 Conclusie bij NS Railinfrabeheer<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen achten wij de hierboven<br />

onder Ia ingebrachte zienswijze ongegrond en wordt voor de ingebrachte<br />

zienswijzen onder Ib, c en d voorgesteld het plan op genoemde punten aan te<br />

passen.


II. STICHTING NOORDHOEK, BUURTCENTRUM “DE BOOMTAK”,<br />

BOOMSTRAAT 81, TILBURG<br />

a. Rangeerterrein NS/Laagbouwwoningen Hart van Brabantlaan<br />

Dit gebied heeft twee bestemmingen: Bedrijven en Railverkeer, vervoer<br />

en verblijf. De bouwhoogte is 15 meter en het bebouwingspercentage is<br />

100%. Daarnaast staat er een hoogteaccent ingetekend van 100 meter.<br />

Op bladzijde 45 staat vervolgens dat het aanbrengen van secundaire<br />

accenten in de vorm van 1 of meer torens in dit gebied denkbaar is.<br />

Reclamant verzoekt om tussen het hoogteaccent en het<br />

bebouwingspercentage een betere koppeling te leggen. Het<br />

bebouwingspercentage moet verlaagd worden, in elk geval voor een<br />

deel van het gebied naar 50%, of zoals op het Regenboogterrein is<br />

gebeurd een groenvoorziening vrij maken.<br />

Reclamant verwijst naar de eerder in dit raadsvoorstel geciteerde<br />

passage van bladzijde 45 van de toelichting inzake de<br />

laagbouwwoningen aan de Hart van Brabantlaan. Reclamant pleit voor<br />

behoud van deze woningen die beeldbepalend zijn voor de Hart van<br />

Brabantlaan.<br />

b. Bestemming Verkeer en Verblijf<br />

De waardevolle pleinen, kloostertuin, het fratersveld en het nieuw aan<br />

te leggen park op het Regenboogterrein hebben de bestemming Verkeer<br />

en Verblijf. Reclamant heeft argumenten om sommige openbare<br />

gebieden te benoemen als Ope<strong>nl</strong>uchtrecreatie,-sport en<br />

groenvoorzieningen. In de Noordhoek is te weinig groen aanwezig. De<br />

pleinen, de kloostertuin, het fratersveld en het nieuw aan te leggen<br />

park verdienen het om beschermd te worden.<br />

Als het makkelijker is om de bestemming te wijzigen van groen naar<br />

bijvoorbeeld parkeren, dan zijn deze plekken in de toekomst niet meer<br />

veilig. Reclamant pleit verder voor een “O”-bestemming voor de<br />

bomenrij langs de Wilgenstraat. De parkeervakken kunnen van deze<br />

bestemming gescheiden worden en als “VV” bestemd worden. Daarnaast<br />

pleit reclamant voor een “O”-bestemming voor het speeltuintje in de<br />

Boomstraat, waar nu een woonbestemming op ligt.<br />

c. Bestemmingen TWM en Odulpuslyceum<br />

Op deze terreinen rust de bestemming ”GGW”, gemengd grootschalig<br />

met wonen. Reclamant acht deze bestemming te globaal, aangezien het<br />

gaat om twee locaties waar ook groenvoorziening in het spel is.<br />

Reclamant vreest dat wanneer de functie van de complexen wordt<br />

gewijzigd, er een bevoegdheid ontstaat die het mogelijk maakt om voor<br />

de reconstructie van de terreinen het bestemmingsplan aan te passen.<br />

Reclamant pleit voor een meer specifieke bestemming van de twee<br />

gebieden. Bij de TWM moet het groen rond de watertoren worden<br />

beschermd en er moet een maximale bouwhoogte en<br />

bebouwingspercentage worden opgenomen. De bomenrij bij het<br />

Odulpuhuslyceum moet de bestemming “O” krijgen en er moeten een<br />

maximale bouwhoogte en bebouwingspercentage worden opgenomen.<br />

d. Het binnengebied<br />

Het hele binnengebied heeft de bestemming Wonen. Uit het MIP is<br />

gebleken dat de Noordhoek, of delen ervan niet in aanmerking komen<br />

voor een beschermd stadsgezicht. Reclamant pleit ervoor om voor de<br />

kern van het gebied een aparte bouwverordening op te stellen, zodat<br />

de nieuwbouwplannen het karakter van de wijk niet aantasten.


e. Veranderingsgebieden<br />

Reclamant spreekt verbazing uit over het feit dat er in het ontwerpbestemmingsplan<br />

in veranderingsgebieden Hollandterrein en Westpoint<br />

bouwhoogtes zijn opgenomen die zijn overgenomen van van de<br />

plannen die projectontwikkelaars hebben ontwikkeld. Naar de mening<br />

van reclamant moeten bouwplannen passen in het bestemmingsplan.<br />

Hier gebeurt het omgekeerde: het bestemmingsplan is in ontwikkeling<br />

en de projectontwikkelaars anticiperen op basis van dit proces.<br />

Buurtbewoners voelen zich onmachtig ten aanzien van<br />

inspraakprocedures die hebben plaatsgevonden. Reclamant wil er op<br />

wijzen dat de mogelijke maximale bouwhoogtes op genoemde locaties<br />

niet passend zijn bij het karakter van de wijk. Mochten de plannen<br />

doorgang vinden dan pleit reclamant ervoor dat een deel van de<br />

opbrengsten van deze locaties worden besteed aan het verbeteren van<br />

het binnengebied dat de gevolgen zal dragen, zoals toenemende<br />

verkeersstroom, parkeeroverlast, schaduwwerking, horizonvervuiling<br />

en toenemend inwoneraantal.<br />

f. Opmerkingen per pagina van de toelichting<br />

Blz 11.<br />

4 basisscholen in het plangebied zijn gefuseerd: Toermalijn met<br />

Centrumschool, nu de Vuurvogel; Montesorischool met Angelaschool,<br />

nu Montesorischool de Elzen.<br />

Blz 12<br />

Jongere woo<strong>nl</strong>ocaties: 55+ huisvesting.<br />

Moet “noordelijk, direct aan de fietsroute” niet zijn “zuidelijk” (zie<br />

laatste alinea, omgeving kruising Boomstraat/Pijnboomstraat).<br />

Blz 15<br />

Wat wordt er met de informatie over gevaarlijke kruisingen voor<br />

fietsers gedaan?<br />

Blz 16<br />

Stadslijn “4,6”, moet zijn “46”.<br />

Parkeersituatie leidt nergens tot problemen? Wild parkeren is wel<br />

degelijk een probleem, vooral in de Boomstraat, Watertorenstraat,<br />

Eikstraat, Missionarisstraat en Wilgenstraat.<br />

Blz 19<br />

Oudere woonwijken kunnen benut worden als broedkamer voor<br />

startende bedrijfjes. Negatieve effecten zoals bedrijfshinder,<br />

verkeersaantrekking en uitbreiding ten koste van de woonfunctie,<br />

dienen in de toekomst vermeden te worden.<br />

Reclamant onderstreept deze gedachte en pleit voor een goede<br />

procedure waarin de negatieve effecten bekeken worden. Zo heeft de<br />

TWM een pand in de Watertorenstraat gekocht (nr 60-62) dat nu<br />

gebruikt wordt als laad- en losplaats. Dit moet voorkomen worden.<br />

Blz 23<br />

Beschikbare historische gegevens over bodemgebruik zijn weergegeven<br />

in “terreingebruikkaart” en “vlekkenkaart”. Reclamant ontvangt graag<br />

een exemplaar van deze kaarten.<br />

Blz 25<br />

Een deel van de kloostertuin is omgezet in een openbare groen en<br />

speelplek. Waarom dan de bestemming Verkeer en Verblijf?


Blz 26<br />

Verlichting langs de fietsroute is een ander type verlichting:<br />

bolverlichting. Deze wordt op meer plaatsen in de wijk gebruikt en is<br />

niet functioneel: bolverlichting schijnt omhoog in plaats van op het<br />

troittoir en wegdek (zie onderzoek naar sociale veiligheid in de buurt,<br />

bekend bij Wijzaken).<br />

MIP: hoe zit het met de kapel aan de Elzenhof?<br />

Blz 27<br />

Beleving sociale veiligheid: bewoners hebben naar dit item onderzoek<br />

verricht dat bij Wijkzaken bekend is.<br />

Blz 31<br />

Stadsbeheerplan, toelichtingskaart 8: Regenboogterrein wordt<br />

wonen/diensten. Hollandterrein/Vormenfabriek wordt diensten/wonen.<br />

Op de plankaart zijn andere bestemmingen toegekend. Regenboog is<br />

wonen, Hollandterrein is deels wonen en deels gemengde doeleinden<br />

grootschalig wonen en kantoren.<br />

Blz 32<br />

Aan sociale veiligheid dient meer aandacht besteed te worden. Op<br />

welke manier dan. Reclamant ziet dit graag uitgewerkt.<br />

Blz 33<br />

Parkeerbeleid: welke consequenties heeft dit beleid van de hogere<br />

overheid voor de Noordhoek? Betaald parkeren, ontheffing voor<br />

bewoners, parkeren voor vergunningshouders?<br />

Reclamant pleit voor een herzien verkeerscirculatieplan voor de<br />

Noordhoek waarbij ontsluiting en eenrichtingsverkeer in de<br />

woonstraten onderzocht wordt<br />

Blz 34<br />

Er komen geen vrijliggende busbanen in de reconstructie.<br />

Blz 35<br />

Met het oog op projecten op het Hollandterrein en bij Westpoint pleit<br />

reclamant ervoor dat vooraf reeds een parkeerbeleid wordt opgesteld.<br />

De situatie bij de Interpolistoren is daar een goed voorbeeld van<br />

geweest.<br />

Blz 36<br />

De nota basiskwaliteit komt uit 1993-1994: Dit moet opnieuw<br />

onderzocht worden, nu in 5 jaar veel gebeurd kan zijn.<br />

Een aantal basisscholen zijn gefuseerd.<br />

Is wonen in het centrum, met name voor ouderen wel geschikt<br />

(bereikbaarheid voorzieningen) ?<br />

Blz 37<br />

– Spoorzone-ontwikkelingen. Het rangeerterrein wordt voorlopig niet<br />

ontwikkeld (sectie 4) omdat er nog geen plaatsvervangende locatie is<br />

gevonden voor de bedrijven die er nu zitten. Holland en Vormenfabriek<br />

(sectie 3) worden in samenhang ontwikkeld (wonen en kantoren). Het<br />

CeDe-terrein biedt plaats aan kantoorbestemming. Op de plankaart<br />

staat een hoogte-accent getekend op het rangeerterrein, zo ook bij<br />

Westpoint. Flats worden na realisatie van beide prestige projecten wel<br />

erg ingesloten!<br />

– Voormalige bedrijventerreinen worden omgezet tot onderwijs en<br />

diensten (kantoren). Het Regenboogterrein is bestemd voor wonen en


diensten, in plaats van onderwijs!<br />

– Er dient een goede spreiding van groen, pleintjes en speelplekken<br />

nagestreefd te worden. Kromhoutpark(deel), Hagelkruisplein,<br />

Lindeplein, de speelruimte op de hoek, St. Ceciliastraat/Elzenstraat en<br />

het Elzenhof(=Kloostertuin) voldoen samen nauwelijks aan de<br />

behoeften. Een goede reden om deze plekken extra te beschermen met<br />

de bestemming “O”.<br />

Blz 40<br />

Voor hinder door bedrijfsgeluid wordt ervan uitgegaan dat in het<br />

nieuwe bestemmingsplan vestiging van hinderlijke bedrijven<br />

uitgesloten wordt.<br />

Blz 42<br />

Enkele bedrijven wordt geadviseerd in te verplaatsen naar een andere<br />

locatie. Voor het plangebied is dit: Gianotten, Bredasweg 61. Hoe zit het<br />

met bedrijven die opgenomen zijn in de lijst op blz 22? Ook hier komen<br />

bedrijven in voor die qua hindercategorie niet passen in een<br />

woonbuurt.<br />

Blz 46<br />

- In de structuurvisie is de Ceciliastraat ten zuiden van de Hart van<br />

Brabantlaan opgeheven. In het stedenbouwkundig plan van Rein<br />

Geurtsen is dit echter niet mogelijk vanwege een inrit van de<br />

parkeergarage.<br />

– Wilgenstraat: sluiten van straatwanden (Missionarisstraat of<br />

Kastanjestraat). Er staan op deze plek veel garageboxen: sociale<br />

controle neemt af wanneer de straatwand gesloten wordt. Bewoners<br />

vrezen dat door sluiting van de straatwand meer inbraken zullen<br />

plaatsvinden.<br />

– Straatbegeleidende bebouwing bij aanzet Wilgenstraat dient middels<br />

het bestemmingsplan mogelijk gemaakt te worden. Waar is dit precies?<br />

Aan de kant van de Boomstraat of van de Bredaseweg? Graag meer<br />

duidelijkheid ver locatie en doel van deze uitspraak.<br />

Blz 47<br />

– De aansluiting Boomstraat, Populierstraat en Elzenstraat heeft geen<br />

duidelijke structuur. Herinrichting is gewenst !! Zeker op het gebied van<br />

verkeersveiligheid.<br />

– Basisschool Angela is gefuseerd met de Montesorischool. Het gebouw<br />

wordt nog gebruikt!!<br />

– Bomenbuurt-west vormt op enkele punten na een goed geheel, met<br />

het Hagelkruisplein als fraai accent. Minder goed in het beeld passende<br />

bebouwing is onder andere De basischool Toermalijn (nu:Vuurvogel)<br />

door doorbreking van de straatwand in de Eikstraat en ten oosten van<br />

het Hagelskruisplein aan de Prunusstraat gerealiseerde blok met<br />

bedrijfsruimten en bovenwoningen.<br />

Om te voorkomen dat bouwplannen zoals de bedrijfsruimten met<br />

bovenwoningen uitgevoerd kunnen worden in de toekomst (deze vorm<br />

van bouwen bevordert de sociale veiligheid niet!) pleiten wij voor een<br />

aparte bouwverordening voor het binnengebied van de wijk waarmee<br />

het huidige karakter van de oude woningen beschermd wordt.<br />

Overwegingen:<br />

Ad II.a Rangeerterrein NS/Laagbouwwoningen Hart van<br />

Brabantlaan


88 Koppeling hoogte-accent en bebouwingspercentage<br />

De ambtshalve aanpassing om hoogteaccenten van de plankaart te<br />

verwijderen is ingegeven uit twee overwegingen. In de eerste plaats was<br />

het ontwerpplan in zoverre niet consequent, dat qua bestemming de<br />

bestaande situatie werd vastgelegd, terwijl het mogelijke hoogteaccent al<br />

anticipeerde op uitvoering van de ontwikkelingsvisie stationszone. Van<br />

enige concrete planontwikkeling in die richting is echter nog geen<br />

sprake. In de tweede plaats boden de voorgestelde<br />

bebouwingsmogelijkheden in de huidige bestemming zoveel<br />

mogelijkheden dat dat optimale greep op toekomstige ontwikkelingen in<br />

de weg zou kunnen staan en de mogelijkheden van kostenverhaal zou<br />

kunnen verminderen.<br />

Om bovenstaande ambtshalve overwegingen (zie hierna in het<br />

raadsvoorstel onder punt 10) wordt voorgesteld het bestemmingsplan in<br />

die zin aan te passen dat de bedoelde hoogteaccenten niet langer<br />

worden opgenomen. Ook worden bouwhoogte en bebouwingspercentages<br />

teruggebracht naar de bestaande toestand. Deze ambtshalve aanpassing<br />

leidt ertoe dat de zienswijze II.a voor wat betreft dit onderdeel als<br />

gegrond kan worden aangemerkt.<br />

Laagbouwwoningen Hart van Brabantlaan<br />

In de toelichting op het bestemmingsplan wordt aan de<br />

mogelijke wijze van herinrichten van dit gebied gerefereerd,<br />

omdat het gaat om een bestaande studie van het gebied –<br />

visie stationszone- die bestuurlijk vastgesteld is en waarvan<br />

realisering in de toekomst niet uitgesloten geacht moet<br />

worden. De stand van zaken is nu echter zó, dat de laatste<br />

fase van de ontwikkeling van de stationszone -waarbinnen dit<br />

gebied valt- minder snel realiseringskansen biedt dan de<br />

delen van de stationszone ten oosten van de St. Ceciliastraat.<br />

Van een concrete planontwikkeling uitgaande van sloop van<br />

de betrokken woningen is in het geheel nog géén sprake. In<br />

het bestemmingsplan zijn de betrokken woningen daarom<br />

“positief” bestemd. Zij worden dus in planjuridische zin<br />

gehandhaafd.<br />

Deze bestemming kan na vaststelling van het plan alleen<br />

gewijzigd worden door middel van een<br />

bestemmingsplanherziening. Een dergelijke aanpassing,<br />

waarbij opnieuw een procedure met mogelijkheid van<br />

bezwaar en beroep doorlopen moet worden, is vooralsnog<br />

niet aan de orde.<br />

Wij stellen uw raad dan ook voor de zienswijze II.a voor wat betreft dit<br />

onderdeel als ongegrond te verklaren.<br />

II.b Bestemming Verkeer en Verblijf (openbaar gebied in<br />

woonbuurten)<br />

De bestemming “Verkeer en verblijf” (VV) slaat in principe op alle<br />

openbaar gebied buiten wijkverzamel- en hoofdwegen. Binnen deze<br />

bestemming zijn voorzieningen voor wegverkeer en<br />

verblijfsvoorzieningen toegestaan (zie omschrijving in artikel 7 van de<br />

voorschriften onder 7.16). De term “verkeer” in de<br />

bestemmingsbenaming wordt al snel geassocieerd met alles-behalvevoetgangers,<br />

maar ook voetgangers verplaatsen zich en maken deel uit<br />

van de verkeersbewegingen. Met “verblijf” in de bestemmingsbenaming<br />

wordt gedoeld op “verblijfsgebied” in de zin van woonerf of 30-km/uurgebied<br />

en ook, meer specifiek, op de kenmerkende functies in een<br />

dergelijk gebied: het flaneren en zitten, het gezellig onderonsje, het


spelen van kinderen, het genieten van de omgeving, waaronder ook het<br />

(kleinschaligere) groen.<br />

In het bestemmingsplan is voor een grootschaliger groengebied, en voor<br />

sportterreinen en dergelijke, een afzonderlijke bestemming opgenomen<br />

“Ope<strong>nl</strong>uchtrecreatie, ope<strong>nl</strong>uchtsport en groenvoorzieningen (O)”, artikel<br />

7.5 van de voorschriften. Deze bestemming komt niet in aanmerking<br />

voor de relatief kleine plekken in verblijfsgebied.<br />

Omwille van planflexibiliteit zijn in de bestemming “Verkeer- en verblijf”<br />

uitee<strong>nl</strong>opende functies zoals hiervoor omschreven opgenomen, immers er<br />

dient voorkomen te worden dat voor herinrichting van deze openbare<br />

ruimte bestemmingsplanherzieningen noodzakelijk zijn. De openbare<br />

ruimte dient regelmatig aangepast te kunnen worden. In plaats van<br />

parkeergelegenheid kan een groenvoorziening nodig zijn, een speelplek,<br />

of een zithoek, en andersom. Dit is afhankelijk van de in de buurt<br />

wijzigende inzichten en/of behoeften. Met name door verjongen of<br />

vergrijzen van de bevolking kan vrij snel een omslag ontstaan. Overigens<br />

worden dergelijke voorzieningen niet aangebracht, gewijzigd of<br />

opgeheven zonder dat daar goede redenen voor zijn, maar ook eerst<br />

nadat daar uitvoerig inspraak over is verleend. Zeker wanneer de<br />

herzinrichting van het openbaar gebied aan de orde is wordt uiteraard –<br />

zo enigszins mogelijk- terdege rekening gehouden met wensen en<br />

opmerkingen van bewoners en andere belanghebbenden.<br />

Desondanks wordt voorgesteld de beschrijving in hoofdlijnen (art 3 van<br />

de voorschriften van het bestemmingsplan) voor wat betreft de aanhef<br />

van punt 3.1.7., als volgt aan te passen: “3.1.7. Openbaar gebied,<br />

bestemmingen voor verkeer en verblijf”, en de navolgende tekst in te<br />

voegen:<br />

“De openbare ruimte van het grootste deel van het plangebied betreft<br />

verkeersluw gebied waarin de verblijfsfunctie voorop staat. Met name het<br />

groen- en spel-areaal dient er qua kwantiteit en kwaliteit gehandhaafd en<br />

waar mogelijk geoptimaliseerd te worden.”<br />

Wij stellen uw raad voor de zienswijze onder II.b ongegrond te verklaren,<br />

zij het dat naar aa<strong>nl</strong>eiding van deze zienswijze wordt voorgesteld de<br />

beschrijving in hoofdlijnen aan te vullen zoals aangegeven.<br />

Bomenrijen<br />

Bomen zoals die in de Wilgenstraat zijn beschermd doordat zij op de<br />

plankaart zijn aangegeven als waardevolle boom. Om een boom te<br />

verwijderen is een kapvergunning nodig.<br />

Als in het plan bomen opgenomen zijn als waardevol, gelden er<br />

beperkingen voor bebouwing en uitvoering van bepaalde werken (zie art<br />

4 lid 3 en art 23 lid 1 van de voorschriften). Ook hier is een bestemming<br />

“Ope<strong>nl</strong>uchtrecreatie etc.(O)” niet de aangewezen bestemming.<br />

Wij stellen uw raad voor de zienswijze II.b voor wat betreft dit onderdeel<br />

ongegrond te verklaren.<br />

Speelplek Boomstraat<br />

In de praktijk zal het weinig uitmaken, maar het is consequenter om op<br />

de speelplek een bestemming “Verkeer en Verblijf” te leggen in plaats van<br />

de bestemming “Wonen (tuin)”.<br />

Voorgesteld wordt dit onderdeel van de zienswijze II.b ongegrond te<br />

verklaren, echter naar aa<strong>nl</strong>eiding van de zienswijze wèl de plankaart<br />

aan te passen en op genoemde speelplek de bestemming “VV” te leggen.<br />

Ad II.c Bestemmingen TWM en Odulphuslyceum<br />

De watertoren op zich is door de provincie voorgedragen als<br />

rijksmonument (in het kader van het Monumenten-selectie-


project MSP). Indien men na aanwijzing tot monument op het<br />

perceel van de watertoren iets zou willen wijzigen, is hier een<br />

vrijstelling ingevolge de Monumentenverordening nodig,<br />

omdat dit in directe relatie met het monument staat. Deze<br />

bescherming is afdoende om indien nodig het karakter van<br />

het complex, inbegrepen de “groene terp” te handhaven.<br />

Voor de bomen rond het Odulphuslyceum wordt verwezen naar het<br />

hiervoor gestelde aangaande de bomen langs de Wilgenstraat. Verdere<br />

beperking voor bouwhoogte en –percentage zijn niet aan de orde.<br />

Wij stellen uw raad dan ook voor de zienswijze II.c ongegrond te<br />

verklaren.<br />

Ad II.d Het binnengebied<br />

Ter bescherming van hoge beeldkwaliteit van grotere gebieden is het<br />

opstellen van specifiek daarop gerichte bestemmingsplannen het<br />

aangewezen instrument. Het is nu juist de bebouwingsregeling in het<br />

bestemmingsplan die de gebiedsspecifieke karakteristiek moet<br />

beschermen.Het opstellen van een aparte bouwverordening is<br />

ongebruikelijk maar ook niet meer mogelijk, immers een<br />

bestemmingsplan prevaleert boven de bouwverordening in juridisch<br />

opzicht.<br />

Wij stellen uw raad dan ook voor de zienswijze II.d ongegrond te<br />

verklaren.<br />

Ad II.e Veranderingsgebieden<br />

Functies en bebouwingsvolume zijn bij projecten in de<br />

veranderingsgebieden niet zomaar overgenomen van plannen die<br />

zelfstandig door projectontwikkelaars opgezet zijn. Over de bedoelde<br />

projecten (Westpoint, Holland, kantoren aan de Ringbaan) is niet alleen<br />

intensief overleg gevoerd met de gemeentelijke diensten. Er heeft ook<br />

inspraak plaatsgevonden en er is ook bestuurlijk ingestemd met de<br />

projecten.<br />

Over hoge bebouwingsdichtheid en daartoe noodzakelijke bouwhoogten<br />

kan nog het volgende gezegd worden. Het streven naar verdichting in de<br />

bestaande stad en dan met name in de omgeving van het centrum en van<br />

stations heeft onder andere als doel om meer open ruimte buiten de stad<br />

vrij te houden. Dit is landelijk beleid. Dergelijke nieuwbouwinitiatieven<br />

worden ingepast in de omgeving.<br />

Wij stellen uw raad dan ook voor de zienswijze II.e ongegrond te<br />

verklaren.<br />

Opmerkingen per pagina van de Toelichting<br />

Ad blz 11<br />

Wij stellen uw raad voor de tekst van de Toelichting op dit punt te<br />

actualiseren.<br />

Ad blz 12<br />

Menggebieden: met “noordelijk direct aan de fietsroute” is wel degelijk<br />

“noordelijk” bedoeld.<br />

Deze zienswijze ware ongegrond te achten.<br />

Ad blz 15<br />

Elk jaar wordt in het kader van het Stadsprogramma bezien welke<br />

ongevallenconcentratiepunten in het programma opgenomen dienen te<br />

worden. Drie van de vier genoemde kruispunten zijn of worden inmiddels<br />

gereconstrueerd. De kruising Korenbloemstraat-Ringbaan-west staat<br />

voor wat betreft de mate van gevaar op de 51 e plaats. De prioriteiten


liggen derhalve vooralsnog elders, zodat er nog geen initiatieven zijn<br />

genomen om dit kruispunt te verbeteren.<br />

Deze zienswijze ware ongegrond te achten.<br />

Ad blz 16<br />

Er is sprake van een typefout. Voorgesteld wordt om deze te corrigeren.<br />

Parkeren: De parkeerdruk is hoog in bepaalde straten, vooral ten westen<br />

van de Zilverlindestraat, echter zonder dat dit tot echt grote<br />

parkeerproblemen leidt. Incidenteel zijn er grote problemen met wild<br />

parkeren, met name in de Boomstraat is stringenter toezicht gewenst.<br />

Wij stellen uw raad voor deze zienswijze voor het overige ongegrond te<br />

verklaren.<br />

Ad blz 19<br />

Door de TWM is o<strong>nl</strong>angs een nieuwe, de gehele inrichting omvattende<br />

milieuvergunning aangevraagd, daarop staat als functie voor het<br />

betrokken pand ‘opslag’ aangegeven. De mogelijk negatieve effecten<br />

zoals bedrijfshinder, verkeersaantrekking en uitbreiding ten koste van<br />

wonen, worden in de concrete situatie niet groter geacht dan bij het<br />

vroegere gebruik. Transportbewegingen in de Watertorenstraat zullen<br />

vanwege de moeilijkere bereikbaarheid per (vracht)auto en de smalle<br />

toegangspoort, beperkt blijven vergeleken met transport naar het pand<br />

over eigen terrein.<br />

Wij stellen uw raad voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.<br />

Ad blz 23<br />

Dit materiaal is in kleurendruk en op een groot formaat (niet te<br />

kopiëren). Het is ter inzage voor eenieder die dat wenst.<br />

Ad blz 25<br />

Kloostertuin met bestemming “Verkeer en verblijf”. Voor een reactie op<br />

deze zienswijze kan worden verwezen naar het gestelde onder ad II.b. Er<br />

is geen grond de Toelichting op dit punt aan te passen.<br />

Ad blz 26<br />

Verlichting: Dit punt is bekend. Het verlichtingsniveau is op vele plaatsen<br />

in de stad beneden het gewenste niveau. Om hierin verbetering te<br />

brengen, zijn forse investeringen noodzakelijk. Deze problematiek valt<br />

buiten het bestek van dit bestemmingsplan.<br />

Kapel Elzenhof: het rijk heeft te kennen gegeven de<br />

voordracht tot rijksmonument door de provincie van de<br />

Elzenhofkapel ter discussie te stellen. Als de kapel niet op de<br />

rijkslijst geplaatst wordt zal deze waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />

voorgedragen worden voor de gemeentelijke<br />

monumente<strong>nl</strong>ijst (na afronding van het monumentenselectieproject<br />

MSP). Op dit ogenblik heeft de kapel dus nog<br />

geen formele monumentstatus.<br />

Ad blz 27<br />

Voorgesteld wordt om de tekst van de Toelichting aan te passen in die<br />

zin dat de actuele gegevens daarin worden verwerkt. Voorgesteld wordt<br />

derhalve aan deze zienswijze tegemoet te komen.<br />

Ad blz 31<br />

De relatie tussen het Stadsbeheerplan en bestemmingsplannen is als<br />

volgt. Het Stadsbeheerplan is een structuurplan voor de gehele stad. Het<br />

geeft globaal de meest gewenste ontwikkelingsrichtingen aan. Indien<br />

daar goede redenen voor zijn, kan bij uitwerking van een structuurplan


in een bestemmingsplan plaatselijk afgeweken worden van een<br />

structuurplan. Voorts stemt de in het stadsbeheerplan gebruikte<br />

terminologie niet altijd overeen met die welke gebruikelijk is wanneer<br />

onderwerpen van kleinere schaal aan de orde zijn (bestemmingsplannen,<br />

bouwplannen). Zo vallen bijvoorbeeld kantoren in het stadsbeheerplan<br />

onder de term “diensten”.<br />

Wij stellen uw raad voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.<br />

Ad blz 32<br />

Sociale veiligheid: zie voor de uitwerking hoofdstuk III “Voorgestaan<br />

beleid” blz 52: “E. Beleving: Sociale veiligheid”.<br />

Wij stellen uw raad voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.<br />

Ad blz 33<br />

Parkeerbeleid: De bedrijven- en kantore<strong>nl</strong>ocaties tussen Hart<br />

van Brabantlaan, Noordhoekring en Ringbaan-West zijn aan<br />

te merken als zogenaamde B-locaties. De bereikbaarheid met<br />

openbaar vervoer is vrij goed. Het niet noodzakelijke<br />

autogebruik wordt teruggedrongen door een lage<br />

parkeernorm toe te passen. Dit houdt voor de betrokken<br />

bedrijven en kantoren in dat zij een bedrijfsvervoerplan<br />

moeten opstellen en uitvoeren. Ruime gratis<br />

parkeergelegenheid in de omgeving, op een te belopen<br />

afstand, zou dit beleid weer kunnen frustreren. Daarom<br />

dient in de ruime omgeving van een dergelijke locatie op<br />

een of andere wijze een belanghebbendenregeling ingevoerd<br />

te worden.<br />

Voor het onderhavige gebied is een regeling in voorbereiding waarbij<br />

parkeermeters worden geplaatst en bewoners een ontheffing krijgen.<br />

Verkeerscirculatieplan: Een nieuw verkeerscirculatieplan wordt niet<br />

zinvol geacht, het is maar de vraag of ingrijpende wijzigingen tot<br />

verbetering zouden leiden. De huidige opzet met hoofdzakelijk<br />

eenrichtingsverkeer voldoet redelijk, er bestaat ook een grote mate van<br />

consensus over. Incidentele wijzigingen zijn uiteraard bespreekbaar, op<br />

voorwaarde dat de belanghebbenden op één lijn zitten. Op sommige<br />

momenten van de week is de ontsluiting van de wijk naar het zuiden<br />

(Bredaseweg) problematisch, mogelijkheden tot verbetering doen zich op<br />

dit moment niet voor. Dit punt moet wel de aandacht blijven houden.<br />

De zienswijze leidt er ons inziens niet toe dat de Toelichting zou moeten<br />

worden aangepast.<br />

Ad blz 34<br />

Aa<strong>nl</strong>eg van vrije busbanen bleek té ingrijpend voor het andere verkeer<br />

(ruimte, capaciteit). Er moest noodgedwongen van afgezien worden.<br />

De zienswijze leidt er ons inziens niet toe dat de Toelichting zou moeten<br />

worden aangepast.<br />

Ad blz 35<br />

Deze situaties zijn te beschouwen als een leerproject. Het is duidelijk<br />

geworden dat de betrokken partijen (ondernemers en overheid) hun<br />

maatregelen getroffen moeten hebben meteen bij het betrekken van de<br />

nieuwe vestigingen. Dit houdt in dat bijvoorbeeld van de zijde van de<br />

ondernemers bedrijfsvervoerplannen meteen moeten ingaan en dat door<br />

de gemeente parkeerregulerende maatregelen ingevoerd moet zijn.<br />

De zienswijze leidt er ons inziens niet toe dat de Toelichting zou moeten<br />

worden aangepast.


Ad blz 36<br />

Een nieuwe nota “Basiskwaliteit” is in voorbereiding en zal naar<br />

verwachting in 1999 uitkomen.<br />

Fusie basisscholen: Wordt voor kennisgeving aangenomen, overigens kan<br />

deze situatie van jaar tot jaar wijzigen en blijft een<br />

(concept)bestemmingsplan-toelichting uiteraard een momentopname die<br />

spoedig door de werkelijkheid achterhaald kan worden.<br />

Uitgaande van de “toeloop” van ouderen zodra er nieuwbouw in of nabij<br />

het centrum beschikbaar komt, moet wel geconcludeerd worden dat zij<br />

de bereikbaarheid van noodzakelijke voorzieningen als voldoende<br />

gunstig beschouwen.<br />

De zienswijze leidt er ons inziens niet toe dat de Toelichting zou moeten<br />

worden aangepast.<br />

Ad blz 37<br />

- Spoorzone-ontwikkelingen: zoals in het bovenstaande naar aa<strong>nl</strong>eiding van<br />

zienswijze II.a reeds is voorgesteld zal het bestemmingsplan ambtshalve<br />

worden aangepast. Verwezen wordt naar het gestelde ad II.a. Ook de<br />

Toelichting zal –zonodig- dienovereenkomstig worden aangepast.<br />

- Voormalige bedrijventerreinen …enz.: hier geldt hetzelfde als voor de<br />

opmerking over teksten betreffende het stadsbeheerplan (zie hiervóór<br />

onder: Toelichting blz 31). Verwezen wordt jaar desbetreffende<br />

overwegingen en conclusie.<br />

- Spreiding groen, speelplekjes ..: zie het hiervóór gestelde onder “Bestemming openbaar<br />

gebied”. Verwezen wordt naar desbetreffende overwegingen en conclusie.<br />

Ad blz 40 en 42<br />

Bedrijfshinder (geluid): met “de tekst op blz 40 onder “Geluidsonderzoek<br />

plangebied” waarin gesteld wordt dat vestiging van (geluids)hinderlijke<br />

bedrijven uitgesloten wordt, is gedoeld op bedrijven die hun<br />

geluidsproductie per definitie niet “binnenshuis” kunnen houden (art 2.4<br />

van het Inrichtingen –en vergunningen besluit van de Wet milieubeheer).<br />

Het betreft hier de zogenaamde grote lawaaimakers die uitsluitend op<br />

een daarvoor geschikt industrieterrein zouden zijn toe te laten.<br />

Deze zienswijze leidt er niet toe dat de Toelichting zou moeten worden<br />

aangepast.<br />

Ad blz 46<br />

St Ceciliastraat: De structuurvisie betreffende de stationszone ging nog<br />

wel uit van het opheffen van de ontsluitingsfunctie van de St<br />

Ceciliastraat. In het later op basis van deze structuurvisie opgestelde<br />

“Ontwikkelingsplan stationszone” (oktober 1994), is geen sprake (meer)<br />

van de afsluiting of opheffing van de Ceciliastraat. In het<br />

bestemmingsplan is dan ook de verkeersruimte van de Ceciliastraat<br />

gehandhaafd. Terugdringen van de verkeersdruk op deze straat kan<br />

onder andere plaats vinden door het op een of andere wijze afsluiten<br />

voor doorgaand verkeer van het noordelijkste deel van de Wilgenstraat<br />

(zie ook toelichting blz 45, 46: Spoorzone/Achtergebied en<br />

Breaseweg/Achtergebied: Wilgenstraat).<br />

Deze zienswijze leidt er ons inziens niet toe dat de Toelichting zou<br />

moeten worden aangepast.<br />

Overig plangebied/Binnengebied: Wilgenstraat: Het betreft hier een<br />

voorstel tot verbetering van stedenbouwkundige structuur en<br />

beeldkwaliteit. Daarnaast spelen aspecten als verkeerscirculatie,<br />

parkeerbalans en sociale veiligheid. In het kader van het huidige<br />

jaarprogramma heeft inspraak plaatsgevonden en is het afsluiten van de


Wilgenstraat aan de orde geweest. In de context van dit jaarprogramma<br />

is van afsluiting door middel van bebouwing afgezien<br />

Ook in het kader van het voorliggend bestemmingsplan wordt –naar<br />

aa<strong>nl</strong>eiding van de ingekomen zienswijzen- voorgesteld om aan de zijde<br />

van de Missionarisstraat de bestaande toestand vast te leggen. De<br />

mogelijkheid tot afsluiten zou daarmee vervallen. Anderzijds stellen wij<br />

voor om de mogelijkheid om aan de zijde van de Kastanjestraat de<br />

Wilgenstraat in breedte te beperken (begeleidende bebouwing vanaf de<br />

Boomstraat) te handhaven. De stedenbouwkundige structuur en<br />

beeldkwaliteit kunnen op deze wijze verbeterd worden en sluipverkeer<br />

van noord naar zuid ligt minder voor de hand. Overigens heeft deze<br />

afweging ook plaatsgevonden ten aanzien van de Laagstraat. Ook hier<br />

stellen wij voor van de mogelijkheid tot afsluiten af te zien.<br />

Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren. De plankaart<br />

dient dan ook als zodanig te worden aangepast. De rooilijnen worden op<br />

de plankaart niet doorgetrokken en er komt een verkeersbestemming.<br />

Bredaseweg/Achtergebied: Hier moet “Zilverlindestraat” gelezen worden<br />

in plaats van “Wilgenstraat”.<br />

Wij stellen wij uw raad voor om de toelichting op dit punt te corrigeren.<br />

Ad blz 47<br />

- In het kader van het woonomgevingsverbeteringplan voor De Noordhoek<br />

(1998-1999) is reeds in een vroeg stadium voor deze kruising een<br />

aanpassing ontworpen. Deze is uiteindelijk niet meer in het traject<br />

meegenomen. Blijkbaar werd binnen het beschikbare budget voor de buurt<br />

de prioriteit elders gelegd.<br />

- Woningen boven bedrijfsruimten: aparte bouwverordening: Niet een<br />

afzonderlijke bouwverordening -voor het binnengebied- is de geëigende<br />

weg voor dit soort problemen, maar het bestemmingsplan (zie ook reactie<br />

op zienswijze bij “Het binnengebied”. In het bestemmingsplan is echter<br />

gekozen voor een meer flexibele aanpak, die ook dit soort ontwikkelingen<br />

niet in de weg staat.<br />

Deze zienswijzen leiden er ons inziens niet toe dat de<br />

Toelichting zou worden aangepast met uitzondering van de<br />

passages over sluiting van de basisschool Angela die in de<br />

Toelichting zullen worden gecorrigeerd.<br />

III. H. GROEN, SPARRENSTRAAT 42, TILBURG (namens werkgroep<br />

speelplekkenplan)<br />

Reclamant maakt bezwaar tegen het wijzigen van de bestemming van<br />

het Regenboogterrein, Hagelkruisplein, Kloostertuin, Lindeplein en het<br />

fratersveld. Het gaat om de wijziging van “groenvoorziening” naar “VV”<br />

(verkeer en verblijf).<br />

De werkgroep speelplekkenplan Noordhoek hecht in het bijzonder aan<br />

structurele en blijvende groenvoorzieningen. Speelvoorzieningen<br />

dienen in de directe omgeving gesitueerd te zijn, zodat ze bereikbaar<br />

zijn voor kinderen uit de wijk. Het compenseren van tekorten aan<br />

groen in de wijk, door het bijtrekken van het Kromhoutpark biedt geen<br />

soelaas.<br />

Reclamant verwijst verder nog naar de visie “het concept<br />

speelplekkenplan in de Noorhoek” dat in bezit is van de gemeente.<br />

Overwegingen bij H. Groen:<br />

Zie reactie op zienswijze Stichting Noordhoek onder “Verkeer en Verblijf”<br />

onder ad II.b.


Conclusie bij H. Groen:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

door H. Groen ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren.<br />

IV. PIET VAN BEURDEN B.V, HAZELAARSTRAAT 12, TILBURG<br />

a. De bestemming van het bedrijfsperceel van reclamant wordt in het<br />

bestemmingsplan ongewijzigd gehandhaafd. Het westelijk deel,<br />

±1500m² heeft de bestemming bedrijfsterrein, het oostelijk deel, ±<br />

2300m² heeft de bestemming S1= spoorwegdoeleinden. Sedert april<br />

1994 zijn door de raad opeenvolgende voorbereidingsbesluiten<br />

genomen welke feitelijk elke bedrijfsactiviteit of ontwikkeling van het<br />

bedrijfsterrein van reclamant frustreerden. Door thans het terrein de<br />

beheer-status mee te geven wordt de voorbereidingsperiode van 1994<br />

tot 1999 feitelijk voor onbepaalde tijd verlengd. Reclamant acht dit<br />

niet redelijk en verzoekt om een deel van het perceel met de<br />

bestemming S1 om te zetten in bedrijfsbestemming teneinde het meest<br />

doelmatige gebruik niet nog langer onmogelijk te maken.<br />

b. Sedert 1959 wordt door reclamant detailhandel bedreven op zijn<br />

bedrijfslocatie. In de toelichting: kaarten wordt op kaart 4a geen<br />

gewag gemaakt van deze bestaande toestand. Op dezelfde kaart wordt<br />

niet de aanwezigheid van het bestaande tank-en servicestation<br />

aangegeven. Reclamant zou het op prijs stellen als deze acitiviteiten<br />

bedoeld in artikel 13:Bedrijven “B” onder 13.1.1.3 met de letter d. en t.<br />

zouden worden vermeld.<br />

c. Op pagina 13 van de “Toelichting met bijlagen” is sprake van het<br />

rangeerterrein (NS) en omgeving (5d). Reclamant neemt aan dat<br />

bedoeld wordt (5b). Op pagina 22 van voormelde toelichting worden<br />

van Gend&Loos en het rangeerterrein van NS geplaatst onder 2.2 het<br />

veranderingsgebied. De tekening vermeldt “Beheergebied”. Reclamant<br />

vraagt zich af of dit mogelijk van doen heeft met het in de legenda<br />

vermelde “Potentieel veranderingsgebied”.<br />

d. In bijlage II van “Voorschriften + bijlagen” deel Register van<br />

Bedrijven in het Plangebied, komt op blz.2 laatste regel de afkorting<br />

“EDTH” voor. Reclamant vraagt naar de betekenis hiervan.<br />

Overwegingen bij Piet van Beurden B.V:<br />

88 Ad IV.a Bestemming bedrijven B<br />

Op de plankaart van het bestemmingsplan –en alleen deze kaart is<br />

juridisch relevant- is ter plaatse van het complex de bestemming<br />

“Bedrijven B” aangegeven. Daar binnen deze bestemming hoogstens een<br />

milieucategorie 3 toegestaan is, en het bedrijf tot categorie 4 behoort, is<br />

bovendien een perceelsgerichte bestemming “b4” opgenomen.<br />

88 Ad IV.b Detailhandel en tankstation<br />

Ten aanzien van het bedrijf is er, onder andere in het kader van het<br />

overleg over milieu-aspecten, vanuit gegaan dat de ter plaatse<br />

aanwezige detailhandel als een uitvloeisel van de hoofdfuncties<br />

(groothandel, benzineverkooppunt en wasstraat) gezien moest worden.


Deze secundaire functies zijn dan ook niet op toelichtingskaart 4a<br />

aangegeven.<br />

Op de plankaart dient de perceelsgerichte bestemming “t” voor de functie<br />

“tank- en servicestation” echter wel afzonderlijk aangegeven te worden.<br />

88 Ad IV.c Bemerkingen ten aanzien van de toelichting op het<br />

plan<br />

Pagina 13 van de toelichting: “NS-rangeerterrein” komt inderdaad<br />

overeen met 5b in plaats van 5d.<br />

Pagina 22 van de toelichting: Bij “2.2 Bedrijven in veranderingsgebied “<br />

dient ‘(potentiëel)’ tussengevoegd te worden.<br />

88 Ad IV.d Verzoek<br />

De aanduiding “EDTH” zoals die voorkomt in het register van bedrijven<br />

(voorschriften van het plan), is een tikfout. Er had moeten staan “DTH”<br />

wat “detailhandel” betekent.<br />

Conclusie bij Piet van Beurden B.V.:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

zienswijze onder ad IV.b deels gegrond en die onder ad IV.c en d<br />

ongegrond te verklaren. Plankaart, register en Toelichting ware aan te<br />

passen zoals hierboven is aangegeven.<br />

V. F.W.L. KLUTE, ELZENSTRAAT 33, TILBURG<br />

Reclamant maakt bezwaar tegen de bouwhoogte van de nieuw te<br />

bouwen woningen grenzend aan het pand Elzenstraat 33 en ter plaatse<br />

van voormalig pand Elzenstraat 35, zoals is voorgesteld in het<br />

stedenbouwkundig plan van Stienstra Projectontwikkeling te Heerlen en<br />

zoals dat nu mogelijk wordt gemaakt in het ontwerp-bestemmingsplan.<br />

Bij realisering van de bouw worden zowel privacy als lichttoetreding<br />

zeer ernstig belemmerd. Zoals blijkt uit de bouwtekeningen. De heer<br />

Huijnen van Stienstra Bedrijfsontwikkeling heeft na bezoek aan het<br />

pand Elzenstraat 33 op 27 mei 1998 aangegeven dat het bouwplan<br />

eventueel kan worden gewijzigd teneinde de lichtinval van het pand<br />

veilig te stellen. Het bestemmingsplan geeft echter op dit moment nog<br />

steeds de mogelijkheid om tegen de woning van reclamant aan te<br />

bouwen.<br />

Er zijn ook geen wijzigingen doorgevoerd aangaande dakvlak en<br />

dakhoogte. Daarnaast vindt reclamant geen bepalingen in het<br />

bestemmingsplan die meer waarborgen bieden aangaande privacy.<br />

Gedoeld wordt op situatie dat vanuit het geplande perceel op het erf<br />

van de woning van reclamant kan worden gekeken en vanuit de<br />

verdieping kunnen zelfs waarnemingen door de lichtkoepel worden<br />

gedaan.<br />

Reclamant verzoekt om een ruime afstand aan te houden tussen het<br />

pand van reclamant en de eerstgeplande te bouwen woning. Reclamant<br />

stelt voor om aan de Elzenstraat de geplande inrit naar het<br />

binnenterrein langs het pand Elzenstraat 33 te plannen, zoals ook door<br />

de heer Huijnen op 27 mei 1998 is voorgesteld.<br />

Overwegingen bij F.W.L. Klute:<br />

Op zich is het niet meer dan normaal dat in de vorm van een<br />

aaneengesloten straatwand wordt herbouwd. In het vroeger voor het<br />

gebied geldende bestemmingsplan was deze mogelijkheid ook reeds


aanwezig. Voor het huidige bestemmingsplan geldt dat die mogelijkheid<br />

gehandhaafd blijft. De rooilijnen zijn doorgetrokken, tenzij om ruimtelijk<br />

stedenbouwkundige redenen daarvan afgeweken dient te worden,<br />

bijvoorbeeld voor het handhaven van het karakter van een straat met<br />

vrijstaande of halfvrijstaande woningen.<br />

Het bestemmingsplan houdt echter geen verplichting in om op bepaalde<br />

plekken in de straatwand metterdaad aaneengesloten te bouwen. Indien<br />

bij de projectontwikkeling gekozen wordt voor een andere situering van<br />

de ontsluiting van het binnengebied, dan is daar geen bezwaar tegen, dit<br />

is echter een zaak die in het kader van het –reeds ingezette- overleg met<br />

de projectontwikkelaar nader vorm gaat krijgen.<br />

Conclusie bij F.W.L. Klute:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij voor de door<br />

F.W.L. Klute ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren<br />

VI. M.T.M. SPARIDAENS, HART VAN BRABANTLAAN 155, TILBURG<br />

Reclamant verwijst naar bladzijde 45 van het Toelichting met bijlagen:<br />

“het is voor verdere ontwikkeling van dit gebied vrijwel onvermijdelijk<br />

om dit gebied open te leggen, daarbij is de meest voor de hand<br />

liggende oplossing het (deels) weghalen van de bestaande laagbouw.<br />

Reclamant voert aan dat de laagbouw aan de Hart van Brabantlaan bij<br />

eerdere voorbereidingsbesluiten en bestemmingsplannen steeds buiten<br />

genoemd gebied lag. De gemeente moet de bewoners daar dan ook op<br />

attent maken.<br />

Het aantrekkelijk gedeelte (laagbouw) wordt afgebroken voor<br />

middelhoge en hoge bebouwing.<br />

De huizen zijn degelijk gebouwd en aangepast aan de moderne tijd.<br />

Reclamant kan daar nog vele jaren met plezier wonen.<br />

Achter de woning van reclamant ligt een garage waar zijn camper in<br />

staat.<br />

De woningen liggen aan de doorgaande weg die altijd begaanbaar<br />

wordt gehouden, zodat oudere mensen niet geïsoleeerd raken.<br />

Daarnaast liggen ze op loopafstand van het station en bushaltes.<br />

Verhuizen brengt voor reclamant nogal wat kosten met zich.<br />

Reclamant hoopt dat de passage uit het plan wordt gehaald, of<br />

minstens dat de bewoners van de laagbouwwoningen er tijdig bij<br />

betrokken worden als dit wordt besproken.<br />

Overwegingen bij M.T.M. Sparidaens:<br />

Voor de reactie verwijzen wij naar de overwegingen naar<br />

aa<strong>nl</strong>eiding van de zienswijze van de Stichting Noordhoek<br />

onder “Laagbouwwoningen Hart van Brabantlaan” onder II.b.<br />

Conclusie bij M.T.M. Sparidaens:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

door M.T.M. Sparidaens ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren.<br />

VII. A.P.J. DE SWART, HART VAN BRABANTLAAN 145, TILBURG<br />

Reclamant verwijst naar dezelfde passage op bladzijde 45 van de<br />

toelichting zoals hierboven al is aangehaald. Hij maakt nu reeds<br />

bezwaar tegen het voornemen tot het weghalen van<br />

laagbouwwoningen aan de Hart van Brabantlaan. Het weghalen van<br />

die woningen is pure kapitaalvernietiging. De bewuste woningen zijn


solide gebouwd, hebben een hoog woongenot en er is bovendien geen<br />

alternatief voor handen.<br />

Overwegingen bij A.P.J. de Swart:<br />

Voor de reactie verwijzen wij naar de overwegingen naar<br />

aa<strong>nl</strong>eiding van de zienswijze van de Stichting Noordhoek<br />

onder “Laagbouwwoningen Hart van Brabantlaan” onder II.b.<br />

Conclusie bij A.P.J. de Swart:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

door A.P.J. Swart ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren.<br />

VIII. G. NAAIJKENS EN H. NAAIJKENS-DE MAN HART VAN BRABANTLAAN 131,<br />

TILBURG<br />

Reclamanten citeren een passage van bladzijde 45 van de Toelichting +<br />

bijlagen: “Het gebied van spoorwegemplacement en van Gend en Loos<br />

ligt –behalve vanaf de spoorbaan- visueel geïsoleerd; het is voor de<br />

verdere ontwikkeling van dit gebied vrijwel onvermijdelijk om het<br />

gebied open te leggen, daarbij is de meest voor de hand liggende<br />

oplossing het (deels?) weghalen van de bestaande laagbouw”.<br />

Reclamanten achten het behoud van de laagbouwwoningen aan de<br />

Hart van Brabantlaan als zéér wenselijk.<br />

Overwegingen bij G. Naaijkens en H. Naaijkens-de Man:<br />

Voor de reactie verwijzen wij naar de overwegingen naar<br />

aa<strong>nl</strong>eiding van de zienswijze van de Stichting Noordhoek<br />

onder “Laagbouwwoningen Hart van Brabantlaan” onder II.b.<br />

Conclusie bij G. Naaijkens en H. Naaijkens-de Man:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

door G. Naaijkens en H. Naaijkens-de Man ingebrachte zienswijzen<br />

ongegrond te verklaren.<br />

IX. F.A.M.A.M. VAN DER BRUGGEN, HART VAN BRABANTLAAN 109,<br />

TILBURG<br />

Reclamant maakt bezwaar tegen het gestelde op pagina 45 van de<br />

Toelichting, zoals hierboven reeds geciteerd. In de tekst van de<br />

toelichting staat dat het grootste deel van de Hart van Brabantlaan niet<br />

bepaald aantrekkelijk is door zijn hoge bebouwing. Het is daarom<br />

tegenstrijdig dat overwogen wordt om het aantrekkelijk gedeelte van<br />

de Hart van Brabantlaan, de laagbouwwoningen tezijnertijd te slopen.<br />

Reclamant verzoekt het bestemmingsplan zo aan te passen dat de<br />

laagbouwwoningen nu en in de nabije toekomst behouden kunnen<br />

worden.<br />

Reclamant maakt bezwaar tegen de bouwhoogte van 45 meter op het<br />

W.A. Hollandterrein. Zowel in de herfst, winter als lente zal dit een<br />

enorm gemis van zonneschijn tot gevolg hebben omdat de schaduw<br />

over de woning van reclamant zal vallen. De stookkosten zullen<br />

hierdoor ernorm stijgen en en woning zal donkerder worden.<br />

Recalmant verzoekt om ook hier rekening mee te houden<br />

Overwegingen bij F.A.M.A.M. van der Bruggen:


Voor de reactie verwijzen wij naar de overwegingen naar<br />

aa<strong>nl</strong>eiding van de zienswijze van de Stichting Noordhoek<br />

onder “Laagbouwwoningen Hart van Brabantlaan” onder II.b.<br />

Aangaande de bouwhoogte op de locatie ‘Holland’ aan de<br />

zuidzijde van de Hart van Brabantlaan zij verwezen naar de<br />

reactie op de zienswijze van de Stichting Noordhoek hiervóór<br />

onder ‘Veranderingsgebieden’ onder II.e.<br />

Conclusie bij F.A.M.A.M. van der Bruggen:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

door F.A.M.A.M. van der Bruggen ingebrachte zienswijzen ongegrond te<br />

verklaren.<br />

X. M.N.A. RAYMAKERS, HART VAN BRABANTLAAN 121, TILBURG<br />

Reclamant maakt bezwaar tegen het weghalen van de<br />

laagbouwwoningen aan de Hart van Brabantlaan dat de gemeente<br />

voornemens is.<br />

De gemeente heeft hierover naar reclamant niets bekend gemaakt. De<br />

rij laagbouwwoningen heeft niet ter visie gelegen. Er zouden<br />

inspraakbijeenkomsten zijn geweest waarvan reclamant nooit op de<br />

hoogte is gesteld. Het enige fraaie aan de Hart van Brabantlaan zijn de<br />

laagbouwwoningen.<br />

Uit de tekeningen blijkt nergens dat er in het pand van reclamant(Hart<br />

van Brabantlaan 121 een bedrijf is gevestigd. Hiervoor is een<br />

vergunning afgegeven op 9 juli 1998, PUDELHA/1998/2038/30/01<br />

pi71235/770. Reclamant verzoekt om deze in het plan en de<br />

tekeningen aan te passen.<br />

Verplaatsing van het bedrijf vanwege het weghalen van de<br />

laagbouwwoningen zou het einde kunnen betekenen van het jong<br />

bedrijf van reclamant.<br />

Overwegingen bij M.N.A. Raymakers:<br />

Voor de reactie verwijzen wij naar de overwegingen naar<br />

aa<strong>nl</strong>eiding van de zienswijze van de Stichting Noordhoek<br />

onder “Laagbouwwoningen Hart van Brabantlaan” onder II.b.<br />

Reclamant heeft een ontheffing voor beroep aan huis, deze<br />

wordt niet op de plankaart aangegeven.<br />

Conclusie bij M.N.A. Raymakers:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

door M.N.A. Raymakers ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren.<br />

XI. BEWONERS LAAGBOUWWONINGEN, P/A HART VAN BRABANTLAAN<br />

109, TILBURG<br />

HANDTEKENINGEN VAN BEWONERS VAN NRS:<br />

105,107,109,117,121,123,127,131,133,139,141,143,145,149,153,155,<br />

159,161,163,165,167,169,171,173,177<br />

De bezwaren van reclamanten richten zich eveneens op de al eerder<br />

geciteerde passage van bladzijde 45 inzake de laagbouwwoningen aan<br />

de Hart van Brabantlaan. Reclamanten verzoeken om hun belangen<br />

hoger aan te slaan dan de bedrijfsontwikkelingen van het<br />

spooremplacement en van Gend&Loos, en de gewraakte stelling uit het<br />

bestemmingsplan te schrappen ter behoud van hun woningen.<br />

Overwegingen:


Voor de reactie verwijzen wij naar de overwegingen naar<br />

aa<strong>nl</strong>eiding van de zienswijze van de Stichting Noordhoek<br />

onder “Laagbouwwoningen Hart van Brabantlaan” onder II.b.<br />

Conclusie bij diverse bewoners laagbouwwoningen<br />

H.v.Brabantlaan:<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

door de bewoners van de laagbouwwoningen aan de Hart van Brabantlaan<br />

ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren.<br />

XII. J.J.H.M. VAN BOSSUM-WIJFELS, ESSCHESTROOM 8, TILBURG<br />

Het ontwerp-bestemmingsplan biedt onvoldoende mogelijkheden om de<br />

bezittingen van reclamant en zijn broers en zus in de toekomst goed te<br />

kunnen beheren.<br />

Overwegingen bij J.J.H.M. van Bossum-Wijffels:<br />

Deze zienswijze is onvoldoende gemotiveerd. Het blijft<br />

onduidelijk wat door reclamanten wordt bedoeld. De nadere<br />

onderbouwing zoals die door reclamanten in het vooruitzicht<br />

wordt gesteld, is nimmer ontvangen. Later hebben<br />

reclamanten, toen zij hierop telefonisch werden<br />

aangesproken, te kennen gegeven hun zienswijze in te<br />

trekken. Een schriftelijke bevestiging hiervan is, hoewel<br />

toegezegd, niet meer ontvangen.<br />

Conclusie bij J.J.H.M. van Bossum-Wijffels:<br />

Gelet op bovenstaande stellen wij uw raad voor de zienswijze<br />

van reclamanten niet ontvankelijk te veklaren.<br />

XIII. L.OERLEMANS, MEIDOORNSTRAAT 22, TILBURG EN R.J.A.<br />

SNOEREN, MEIDOORNSTRAAT 20, TILBURG<br />

Reclamanten maken bezwaar tegen de boogde bestemming van het<br />

perceel van de bandenherstelinrichting Gebr. Rentmeester, gelegen aan<br />

de Bredaseweg. Het perceel heeft in het ontwerp-bestemmingsplan een<br />

zodanige bestemming gekregen dat bedrijfsactiviteiten tot de<br />

milieucategorie 3 uitgevoerd mogen worden (dit was milieucategorie 2).<br />

Op het perceel wordt nu zelfs bedrijfsbebouwing toegestaan.<br />

Naar de mening van reclamanten is het o<strong>nl</strong>ogisch en ongewenst dat op<br />

dit perceel activiteiten mogen worden uitgeoefend die in een hogere<br />

milieucategorie vallen dan activiteiten die aan de Bredaseweg mogen<br />

worden uitgevoerd. Te meer omdat het perceel onmiddellijk grenst aan<br />

percelen met een woonbestemming. Bovendien druist de beoogde<br />

bestemming van het perceel in tegen alle uitspraken en beloften die<br />

vertegenwoordigers van de gemeente hebben gedaan. In gesprekken<br />

met verantwoordelijke ambtenaren en wethouders (o.a. met wethouder<br />

van Gurp) is de indruk gewekt dat een nieuw bestemmingsplan juist<br />

gebruikt zou worden om verdere uitbreiding van bedrijvigheid gelegen<br />

aan de Bredaseweg in de richting van de woonbebouwing aan de<br />

Meidoornstraat te voorkomen.<br />

Reclamanten verzoeken om de bestemming zodanig te wijzigen dat het<br />

perceel tezijnertijd een woonbestemming verkrijgt of anderszins zodat<br />

de bedrijfsactiviteiten zich niet kunnen uitbreiden.<br />

Overwegingen bij L. Oerlemans en R.J.A. Snoeren:


Het bedrijf van Rentmeester Bredaseweg 87A (binnengebied met<br />

ontsluiting aan de Meidoornstraat), strekt zich uit over twee<br />

bestemmingen: de bestemming “Gemengde Doeleinden G” langs de<br />

Bredaseweg, en de bestemming “Wonen W” langs de Meidoornstraat. De<br />

bestemming Bedrijven houdt onder andere in dat er bedrijfsvoering mag<br />

plaatsvinden tot maximaal categorie 2 (art 10 onder 10.1.3). Binnen de<br />

bestemming Wonen kunnen perceelsgerichte bestemmingen opgenomen<br />

worden, waaronder bedrijven. Dit is hier toegepast en aangegeven met<br />

de code kleine letter “b”, het cijfer “2” bij deze code geeft aan dat<br />

maximaal milieucategorie 2 toegestaan is. In het ontwerpplan rust op de<br />

locatie een bedrijfsbestemming. Vanwege een doorgetrokken rooilijn zou<br />

het mogelijk zijn daar ook een bedrijfsgebouw te vestigen. In het<br />

vigerende plan rust op bedoeld (binnen)gebied een woonbestemming. In<br />

het verleden zijn er regelmatig acties vanuit de buurt geweest ter behoud<br />

van de woonsfeer. Het bedrijf van Rentmeester is recentelijk gevestigd op<br />

genoemde locatie en heeft een bedrijfsuitrit in gebruik heeft genomen ten<br />

behoeve van zijn bedrijfsactiviteiten, ondanks de woonbestemming die er<br />

op rust. Voorgesteld wordt om in de zone langs de Meidoornstraat, ter<br />

plaatse van bedrijfsuitrit, de bedrijfsbestemming te verwijderen.<br />

Conclusie bij L. Oerlemans en R.J.A. Snoeren: Gelet op het<br />

bovenstaande achten wij de zienswijze gegrond en stellen wij<br />

uw raad voor om de plankaart in bedoelde zin aan te passen.<br />

XIV. BEWONERS VAN MISSIONARISSTRAAT<br />

7,14,24,26,27,37,47,42,30,28,13,17,15,22,11,12,14,16,7,9<br />

BEWONERS VAN WILGENSTRAAT 1a,2 en<br />

BEWONERS VAN KASTANJESTRAAT 14,16,12,5,19,21<br />

De hoek Wilgenstraat/Missionarisstraat krijgt de bestemming wonen.<br />

Daarnaast wordt de rest van dit stuk straat verlegd. Reclamanten<br />

hebben hierover hun bezwaren reeds geuit in een wijkergadering. In<br />

een volgende vergadering hebben zij de garantie gekregen dat de<br />

plannen van de baan waren. Nu staan ze weer op tekening. Bij de<br />

zienswijzen hebben reclamanten twee tekeningen gevoegd als bijlage.<br />

Door afsluiting van de Wilgenstraat wordt de bereikbaarheid van een<br />

aantal straten bemoeilijkt. Dit levert vooral problemen op tijdens<br />

koopavonden en zaterdagen en bij evenementen waarbij de<br />

Bredaseweg wordt afgesloten. Dit probleem geldt eveneens voor het<br />

hulpverlenend verkeer.<br />

De garages worden moeilijker toegankelijk. De donkere hoek die zal<br />

ontstaan geeft mogelijkheid tot samenscholing en criminaliteit. Er<br />

komen een tiental parkeerplaatsen te vervallen. De parkeerproblemen<br />

worden hierdoor alleen maar groter.<br />

De geopperde verkeersdrukte valt in zijn geheel mee.<br />

In de Wilgenstraat zou een gedeelte worden voorzien van<br />

snelheidsremmende middelen, niet door een gedeelte af te sluiten.<br />

Tot slot maken reclamanten bezwaar tegen het afsluiten van de<br />

Laagstraat in het gedeelte tussen de Esdoornstraat en de<br />

Noordhoekring. De Laagstraat is een belangrijke ontsluitngsroute en er<br />

bevinden zich een twintigtal parkeerplaatsen die door buurtbewoners<br />

niet meer gebruikt zullen worden, met als gevolg meer parkeeroverlast.<br />

Reclamanten concluderen dat de Wilgenstraat en de Laagstraat niet<br />

mogen afgesloten voor welk verkeer dan ook.<br />

Overwegingen:


Voor Wilgenstraat en Laagstraat geldt eenzelfde argumentatie en<br />

afweging. Die is hiervóór onder II.f aangegeven bij de reactie op de<br />

zienswijzen van de Stichting Noordhoek (onder: “Opmerkingen per<br />

pagina” ad blz 46: Overig plangebied/Binnengebied: Wilgenstraat. Van<br />

de afsluitingsmogelijkheid voor beide straten wordt afgezien.<br />

Conclusie bij bewoners Missionarisstraat<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

ingebrachte zienswijzen gegrond te verklaren.<br />

XV. A.H.M. JENNISKENS, BREDASEWEG 221, TILBURG<br />

Reclamant maakt bezwaar tegen de nadere invulling van het<br />

voormalige “Regenboogterrein”. Het geplande bouwblok is<br />

geprojecteerd tegen de volledige oostzijde van zijn perceel Bredasweg<br />

221. Het gaat om de bebouwing tegen de achterzijde van zijn tuin. Uit<br />

het ontwerp-bestemmingsplan blijkt dat bebouwing is toegestaan tot<br />

pal op de erfafscheiding met een maximale toegestane hoogte van 10<br />

meter.<br />

Voor reclamant betekent dit verlies van privacy vanwege volledig<br />

ongehinderde inkijk in zijn tuin (de woonkamers van het betreffende<br />

bouwblok zijn op de 1 e verdieping gesitueerd). Eenzelfde situatie is<br />

gepland tegen de zijgevel van zijn huis. Er is sprake van ongehinderde<br />

inkijk zowel vanaf de voorzijde als achterzijde.<br />

Tot slot merkt reclamant op dat de bebouwing aan de achterzijde op de<br />

erfafscheiding de aan hem toegezegde achterontsluiting via het CZterrein<br />

erg problematisch.<br />

Overwegingen:<br />

Een Nota van Uitgangspunten en later een stedenbouwkundig plan voor<br />

het betrokken gebied zijn destijds –in 1992 resp. in 1994- door het<br />

college van burgemeester en wethouders vastgesteld. De hierop<br />

gebaseerde bouwplannen zijn alle in de inspraak gebracht en hebben<br />

anticipatieprocedures doorlopen. Tegen geen van de woningbouwplannen<br />

is bezwaar ingediend. Uiteindelijk zijn zij ‘vertaald’ in het<br />

bestemmingsplan. Het planologisch juridisch regiem, zoals dat voor alle<br />

nieuw op te stellen bestemmingsplannen in de bestaande stad toegepast<br />

wordt staat een bouwhoogte van 10 meter toe in het betrokken<br />

bouwblok. Teneinde voldoende flexibiliteit in bestemmingsplannen te<br />

behouden worden daarin in principe geen regels opgenomen om bijv. het<br />

type woningen (eengezins of appartementen), laat staan de ligging van<br />

vertrekken in een woning af te dwingen. Dat woonkamers in het<br />

gewraakte bouwblok op verdiepingen en vlak bij perceelsgrenzen liggen<br />

past dus in het bestemmingsplan, en is overigens een gebruikelijke<br />

bouwwijze.<br />

Voorzover op dit moment bekend is, belemmert de situering van het<br />

noordelijke bouwblok de fysieke realisering van een ontsluiting via het<br />

CZ-terrein niet langer, maar gaat het alleen nog om afronding van het<br />

overleg tussen CZ en betrokkene, waarbij van gemeentezijde wel<br />

assistentie verleend is en indien nodig nog kan worden verleend.<br />

b Conclusie bij A.H.M. Jenniskens<br />

Gelet op de bijbehorende overwegingen stellen wij uw raad voor de<br />

hierboven ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren.<br />

--------------------------------------------------------------------------------------------------<br />

--------------------------------------------------


88.4<br />

88.5 Staat van wijzigingen<br />

Naar aa<strong>nl</strong>eiding van de behandeling van de zienswijzen en<br />

ambtshalve zijn de volgende voorgestelde wijzingen in het<br />

plan doorgevoerd:<br />

(a) = voorstel ambtshalve wijziging<br />

(b) = voorstel naar aa<strong>nl</strong>eiding van zienswijzen<br />

88.5.1.a.1.1.1.1 Toelichting<br />

(b):<br />

88.5.1.a.1.1.1.2 Ad I.b Voorgesteld wordt om de belangrijkste conclusies van het<br />

rapport van AVIV in een afzonderlijke paragraaf in de<br />

Toelichting en het rapport tevens als bijlage van de Toelichting,<br />

in het plan oop te nemen.<br />

Ad. I.c: (pagina 15 van de Toelichting) “Onderzoek<br />

bedrijfshinder …”, voorgesteld wordt om de betrokken<br />

zinsnede te schrappen.<br />

Ad I.d: (pagina 34 onder 1.4 van de Toelichting): voorgesteld<br />

wordt om de betrokken zinsnede inzake een mogelijk<br />

opheffing van het spooremplacement, te schrappen.<br />

(b):<br />

Pagina 11: tekst inzake de basisscholen actualiseren:<br />

Toermalijn met Centrumschool, nu de Vuurvogel;<br />

Montesorischool met Angelaschool, nu Montessorischool de<br />

Elzen.<br />

Pagina 16: stadslijn 4,6 moet zijn 46.<br />

Pagina 27: de actuele gegevens inzake de sociale veiligheid<br />

worden in de toelichting opgenomen.<br />

Pagina 46: Wilgenstraat moet zijn Zilverlindestraat.<br />

88.5.1.a.1.2 (a):<br />

88.5.1.a.1.3 Groennormering<br />

In het Stadsbeheerplan is destijds een groennorm<br />

opgenomen voor woonbuurten. Op pagina 20 van de<br />

Toelichting wordt daarnaar verwezen. In het<br />

groenstructuurplan, dat een uitwerkingsplan van het<br />

Stadsbeheerplan is, werd deze norm niet langer gehanteerd.<br />

Dit leidde tot verwarring bij de in de buurt actieve<br />

Werkgroep Speelplekken.<br />

Voorgesteld wordt de verwijzing naar het –verouderde-<br />

Stadsbeheerplan uit de toelichting te schrappen.<br />

(b):<br />

Ad XIII:<br />

Pagina 13 van de toelichting: “NS-rangeerterrein” komt inderdaad<br />

overeen met 5b in plaats van 5d.<br />

Pagina 22 van de toelichting: Bij “2.2 Bedrijven in<br />

veranderingsgebied “ dient ‘(potentiëel)’ tussengevoegd te<br />

worden


Plankaart:<br />

(a):<br />

Ad II.a: Nabij de Ringbaan West worden geen hoogteaccenten<br />

opgenomen. De bouwhoogte en bebouwingspercentages<br />

worden teruggebracht naar de bestaande toestand.<br />

(b):<br />

Ad II.b: Op speelplek Boomstraat wordt de bestemming “VV”<br />

gelegd.<br />

(b):<br />

Pagina 46: Overig plangebied/binnengebied (Wilgenstraat): De<br />

rooilijnen worden op de plankaart niet doorgetrokken en er<br />

komt een verkeersbestemming.<br />

c (a):<br />

d Aanpassing binnengebied Elzenstraat<br />

88.5.1.d.1.1 Een deel van het binnengebied van het bouwblok gelegen aan<br />

Elzenstraat / Noordhoekring is als tuin bij de kapel getrokken<br />

toen die particulier verkocht werd. Dit groengebiedje heeft de<br />

bestemming wonen gekregen (in plaats van de bestemming<br />

“Verkeer en Verblijf”, de kapel zelf blijft de bestemming<br />

“Gemengde doeleinden” behouden.<br />

(b):<br />

Ad IV.b: perceelsgerichte bestemming “t” toevoegen op het<br />

perceel van Piet van Beurden BV.<br />

(b):<br />

Ad XIII: De perceelsgerichte bestemming “b2” wordt<br />

vewijderd, “W” is de hoofdbestemming.<br />

(a):<br />

In verband met de terugkeer van de tapijt(groot)handel<br />

Hatema op het Holland-terrein, wordt ter plaatse de<br />

perceelsgerichte bestemming “p” op de plankaart opgenomen.<br />

88.5.1.d.1.1.1.1.1 Voorschriften<br />

(b):<br />

Ad II.b: beschrijving in hoofdlijnen (art 3 van de voorschriften van het<br />

bestemmingsplan) de aanhef van punt 3.1.7. komt als volgtte luiden:<br />

“3.1.7. Openbaar gebied, bestemmingen voor verkeer en verblijf”,<br />

de navolgende tekst wordt ingevoegd:<br />

“De openbare ruimte van het grootste deel van het plangebied<br />

betreft verkeersluw gebied waarin de verblijfsfunctie voorop<br />

staat. Met name het groen- en spel-areaal dient er qua<br />

kwantiteit en kwaliteit gehandhaafd en waar mogelijk<br />

geoptimaliseerd te worden.”<br />

(a):<br />

In verband met de terugkeer van de tapijt(groot)handel<br />

Hatema op het Holland-terrein wordt bij artikel 7.11 de<br />

navolgende tekst opgenomen:


Onder perifere detailhandel wordt verstaan:<br />

Detailhandel welke behoort tot specifieke hiernagenoemde<br />

branches waarvan de vestiging mag plaatsvinden op percelen<br />

waarop de perceelsgerichte bestemming "p" van toepassing is.<br />

Branches die in aanmerking komen voor perifere vestiging<br />

zijn:<br />

1. Bedrijven die op grond van milieuoverwegingen, de afwezigheid<br />

van een bepaald verzorgingsgebied en concurrentie<br />

voor het hiërarchisch winkelapparaat en het volumineuze<br />

karakter van de goederen een plaats kunnen krijgen buiten<br />

bestaande winkelcentra, te weten:<br />

a. detailhandel in brandbare en/of gevaarlijke stoffen;<br />

b. postorderbedrijf zonder afhaalmogelijkheden voor de<br />

consument;<br />

c. verkoop van auto's, (brom-)fietsen, motoren, boten en<br />

caravans;<br />

d. onderdelen voor auto's, (brom-)fietsen, motoren, boten en<br />

caravans in combinatie met montage, waarbij de ruimte die<br />

voor montage in beslag wordt genomen minimaal 50% van de<br />

totale ruimte moet beslaan.<br />

2. Bedrijven in branches die voorkomen in bestaande winkelcentra<br />

maar daarin niet noodzakelijk zijn en grootschalige<br />

bedrijven, die in principe thuishoren in winkelcentra en<br />

binnen welke branches de assortimentsgroepen vrijelijk mogen<br />

worden uitgewisseld. Hiertoe worden gerekend:<br />

a. tuincentra al dan niet gecombineerd met teeltbedrijf en<br />

tuinmeubelspeciaalzaken van minimaal 1000 m2<br />

verkoopvloeroppervlak;<br />

b. branches behorende bij de branchegroep ijzerwaren, verf,<br />

hout en sanitair (waaronder bouwmarkten) van minimaal<br />

1000 m2 verkoopvloeroppervlak. Hiertoe worden gerekend:<br />

- sanitairspeciaalzaken;<br />

- speciaalzaken in ijzerwaren en tuingereedschappen;<br />

- doe-het-zelf zaken, overwegend hout en<br />

bouwmaterialen;<br />

- doe-het-zelf zaken, algemeen assortiment;<br />

- keukenspeciaalzaken;<br />

- speciaalzaken in verf, glas en behang;<br />

- speciaalzaken in wandbekleding;<br />

c. branches behorende bij de branchegroep woninginrichting<br />

waaronder meubelen en vloerbedekking (ook als solitaire<br />

vestiging), met een verkoopvloeroppervlakte van in principe<br />

minimaal 1000 m2. Hiertoe worden gerekend:<br />

- detailhandel in woningtextiel, algemeen assortiment;<br />

- beddenspeciaalzaken;<br />

- speciaalzaken in vloerbedekking, excl. Oosterse<br />

tapijten;<br />

- speciaalzaken in oosterse tapijten;<br />

- niet gespecialiseerde woninginrichtingszaken;<br />

- meubelzaken, algemeen assortiment;<br />

- meubelzaken, kleinmeubelen;<br />

- meubelzaken, kindermeubelen zonder kinderkleding<br />

of kinderwagens;<br />

-rotanmeubelspeciaalzaken.<br />

d. zonweringsartikelen met een minimale<br />

verkoopvloeroppervlakte van 1000 m2.<br />

Tot perifere detailhandel worden tevens gerekend winkelon-


dersteunende (d.w.z. op winkelend publiek gerichte) horecavoorzieningen<br />

die een onderdeel uitmaken van -en zich<br />

bevinden binnen- winkelwarenhuizen of inpandig gesitueerd<br />

zijn in besloten winkelpassages en waarvoor de reguliere<br />

winkelsluitingstijden worden aangehouden.<br />

88.5.1.d.1.2 (a):<br />

88.5.1.d.1.3 Naar aa<strong>nl</strong>eiding van de nieuwe nota Ruime voor kantoren<br />

waarin de oude nota Grote panden in enigszins aangepaste<br />

vorm is geintegreerd komt artikel 21.7 onder a als volgt te<br />

luiden:<br />

“(…) voldaan:<br />

a. het woonpanden /-percelen betreft met een vloeroppervlak van<br />

tenminste 300 m²;<br />

b. de parkeerbehoefte op eigen terrein kan worden opgelost..<br />

(b):<br />

Ad IV.d: Register van Bedrijven pagina 2, afkorting “EDTH”<br />

moet zijn “DTH= detailhandel”.<br />

--------------------------------------------------------------------------------------------------<br />

---------------------------<br />

Voorstel aan de raad<br />

Op grond van het vorenstaande is het voorstel aan de raad<br />

om:<br />

1 de reclamanten genoemd onder XII niet-ontvankelijk te verklaren;<br />

2 de zienswijzen genoemd onder I.b, I.c, I.d, II.a (inzake rangeerterrein<br />

NS), II opmerkingen per pagina van de Toelichting p.27, p. 37<br />

(spoorzone), p. 46 overig plangebied/binnengebied (Wilgenstraat), IV.b,<br />

XIII, XIV gegrond te verklaren;<br />

3 de zienswijzen genoemd onder I.a, II.a (inzake laagbouwwoningen Hart<br />

van Brabantlaan), II.b, II.c, II.d, II.e, II opmerkingen per pagina van de<br />

Toelichting p. 11, p.12, p.15, p.16, p.19, p.23, p.25, p.26, p. 31, p.32,<br />

p.33, p.34, p.35, p.36, p 37, p.40, p.42, p.46 (St. Ceciliastraat), p. 47,<br />

III, IV.a, IV.c, IV.d, V, VI, VII, VIII, IX, X, XI, en XV ongegrond te<br />

verklaren.<br />

4 de plankaart, de voorschriften en de toelichting te herzien op de wijze<br />

zoals in het voorstel onder 10 is aangegeven;<br />

5 vast te stellen het bestemmingsplan “De Noordhoek” overeenkomstig de<br />

bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte voorschriften en<br />

plankaart, zulks in afwijking van het ontwerp-plan zoals dat met ingang<br />

van 5 februari 1999 tot 5 maart 1999 voor een ieder ter visie heeft<br />

gelegen.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 144 -<br />

OVERZICHT INHOUD<br />

blz<br />

<strong>Bestemmingsplan</strong> De Noordhoek<br />

Bijlagen bij de toelichting<br />

Overzicht inhoud 3<br />

Overzicht kaarten 5<br />

Overzicht bijlagen 6<br />

I. INLEIDING 7<br />

II. BESCHRIJVING PLANGEBIED 8<br />

II.1 LIGGING 8<br />

II.2 ONTWIKKELINGSGESCHIEDENIS 9<br />

A. ALGEMEEN 9<br />

B. FUNCTIEVERANDERINGEN NA 1830 10<br />

II.3 HUIDIGE SITUATIE 11<br />

A. FUNCTIONELE STRUCTUUR VAN HET GEBIED 11<br />

B. DIVERSE FUNCTIONELE ASPECTEN (GEBRUIK) 15<br />

1 verkeer 15<br />

2 wonen/voorzieningen 17<br />

3 werken 19<br />

4 recreëren 20<br />

5 waterhuishouding, ondergrondse infrastructuur 20<br />

C. MILIEU-ASPECTEN 21<br />

1 verkeershinder: geluid, luchtverontr. 21<br />

2 bedrijfshinder: diverse hindervormen 21<br />

3 bodem en grondwaterverontreiniging 23<br />

D. BELEVING: BEELD 24<br />

1 ruimtelijke structuur en gebouwde omgeving 24<br />

2 ruimtelijke structuur en openbare ruimte 26<br />

3 cultuurhistorische waarden 26<br />

E. BELEVING: SOCIALE VEILIGHEID 27<br />

F. FYSIEKE VEILIGHEID 27


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 145 -<br />

II.4 AANWEZIG JURIDISCH INSTRUMENTARIUM (R.O.) 28<br />

A. INSTRUMENTARIUM 28<br />

B. FUNCTIES AFWIJKEND VAN DE GELDENDE BESTEMMINGEN 28


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 146 -<br />

III. VOORGESTAAN BELEID 29<br />

III.1 ALGEMEEN 29<br />

III.2 UITWERKING 31<br />

A. FUNCTIONELE STRUCTUUR VAN HET GEBIED 31<br />

B. DIVERSE FUNCTIONELE ASPECTEN (GEBRUIK) 33<br />

1 verkeer 33<br />

2 wonen/voorzieningen 37<br />

3 werken 38<br />

3.1 kantoren 39<br />

3.2 detailhandel 39<br />

3.3 bedrijven 39<br />

4 recreëren 39<br />

5 waterhuishouding, ondergrondse infrastruct. 40<br />

C. MILIEU-ASPECTEN 41<br />

1 verkeershinder (geluid, luchtverontr.) 41<br />

2 bedrijfshinder (diverse) 43<br />

3 bodem- en grondwaterverontreiniging 44<br />

D. BELEVING:BEELD 45<br />

ALGEMEEN 45<br />

UITWERKING 45<br />

1 ruimtelijke structuur en gebouwde omgeving 45<br />

a spoorzone 45<br />

b noordhoekring 47<br />

c bredaseweg 47<br />

d ringbaan-west 47<br />

e overige: binnengebied 47<br />

2 ruimtelijke structuur en openbare ruimte 49<br />

a algemeen 49<br />

b materialen, meubilair 49<br />

c groen 50<br />

3 cultuurhistorische waarden 52<br />

E. BELEVING: SOCIALE VEILIGHEID 53<br />

F. FYSIEKE VEILIGHEID 53<br />

IV. PLANSYSTEMATIEK 54<br />

A. ALGEMEEN 54<br />

B. PLANOPZET 55<br />

V. UITGANGSPUNTEN EN VERTALING IN HET PLAN 60<br />

A. GEBRUIKS- EN BEELDASPECT 60<br />

B. UITGANGSPUNTEN ALGEMEEN 61<br />

C. UITGANGSPUNTEN UITGEWERKT 62<br />

VI. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN 68<br />

VII. MAATSCHAPPELIJKE AANVAARDBAARHEID VAN HET PLAN 69<br />

VIII.OVERLEG MET OVERHEDEN, DIENSTEN EN BEDRIJVEN 71<br />

IX. BEHANDELING VAN INGEDIENDE ZIENSWIJZEN 77


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 147 -<br />

KAARTEN<br />

1 ligging plangebied<br />

2 bestaande toestand (fysiek): bebouwing, groen + waardering<br />

3 overzichtskaart: veranderings- en beheergebieden; bouwbloknummers<br />

4a bestaande toestand: functies<br />

4b bestaande toestand: functiezones<br />

5 bestaande toestand: bedrijfscategorieën (zie ook rapport)<br />

6 eigendomssituatie in veranderingsgebieden(1-1-93)<br />

7a geldende bestemmingsplannen (1-1-93)<br />

7b geldende bestemmingen (1-1-93)<br />

8 deelkaart stadsbeheerplan 1989<br />

NB: In de tekst van de toelichting opgenomen kaartjes e.d. zijn:<br />

- historische ontwikkelingen; 3 kaartjes: 1835, 1900, 1935)<br />

(onder II.2: ontwikkelingsgeschiedenis)<br />

- ondergrondse infrastructuur en stations<br />

(onder II.3.C: milieu-aspecten)<br />

- bestaande ruimtelijke hoofdstructuur<br />

(onder II.D beleving: beeld)<br />

- stedebouwkundige typologie (structuurplan oude stad)<br />

idem<br />

- bestaande sted. structuur: bebouwingstypen<br />

idem<br />

- kantore<strong>nl</strong>ocaties<br />

(onder III.2; B: 3.1 kantoren)<br />

- detailhandelcentra<br />

(onder III.2; B: 3.2 detailhandel<br />

- geluidsonderzoek<br />

(onder III.2; C: 1 verkeershinder ...)<br />

- toekomstige ruimtelijke hoofdstructuur<br />

(onder III.2; D: beleving; beeld)<br />

- stationszone: perspectivische schetsen en tekst<br />

(idem)<br />

- groenstructuurplan<br />

(onder III.2; D: 2, c: groen)


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 148 -<br />

BIJLAGEN BETREFFFENDE MILIEU-ASPECTEN EN FYSIEKE VEILIGHEID<br />

- GELUIDSONDERZOEK<br />

- HISTORISCH ONDERZOEK BODEM-VERONTREINIGING<br />

- ONDERZOEK MILIEUHINDER BEDRIJVEN (*)<br />

- ONDERZOEK VEILIGHEID SPOORTRANSPORT<br />

(*) zie ook toelichtingskaart 5a in bundel met toelichtingskaarten


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 149 -<br />

I. INLEIDING<br />

Sinds 1991 is het beleid gericht op de ontwikkeling van bestemmingsplannen die<br />

de gehele stad met in hoofdzaak op beheer gerichte plannen bestrijken. Deze<br />

autonome ontwikkeling -los van incidentele noodzakelijke planingrepen- gaat uit<br />

van cycli van tien jaar waarbinnen telkens het gehele grondgebied qua<br />

bestemmingsplannen opnieuw bekeken wordt. Elk van de deelplannen beslaat een<br />

relatief groot gebied, in totaal is het grondgebied van Tilburg afgedekt met een<br />

dertigtal plannen.<br />

Bij de indeling van de stad in plangebieden is uitgegaan van de volgende aspecten:<br />

- de interne samenhang van een gebied op zich<br />

- logische infrastructurele begrenzing van gebieden<br />

- benadering van actuele bestemmingsplangrenzen<br />

- bestaande planologische wijkindelingen<br />

- bestaande planning en prioriteite<strong>nl</strong>ijst bestemmingsplannen.<br />

Het plangebied Noordhoek voldoet aan bovenstaande criteria; enigszins afwijkend<br />

is de toevoeging van het gebied Kromhout, gelegen aan de zuidzijde van de<br />

Bredaseweg. Dit in ontwikkeling zijnde veranderingsgebied is meegenomen<br />

vanwege de geprojecteerde stedebouwkundige samenhang met het eveneens in<br />

ontwikkeling gebrachte aansluitende gebied aan de noordzijde van de Bredaseweg.<br />

Als planvorm wordt in principe uitgegaan van globale eindplannen teneinde soepel<br />

met beheer-situaties te kunnen omgaan en om te kunnen inspelen op nieuwe<br />

ontwikkelingen in veranderingsgebieden.<br />

Het plan Noordhoek zal vooral een beheer-plan zijn; het grootste deel van het<br />

gebied is ingevuld en "stabiel". Er zijn echter wel belangrijke ontwikkelingen<br />

gaande en te verwachten. In ontwikkeling zijn het gebied Kromhout en het gebied<br />

gelegen tussen Ringbaan-west en Beukenstraat. Ontwikkelingen zijn te verwachten<br />

in de zogenaamde "spoorzone" (die zich richting centrum buiten het plangebied<br />

doorzet).<br />

Op de aard van beheer- en veranderingsgebieden zal ingegaan worden in het<br />

volgende hoofdstuk "Beschrijving van het plangebied".


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 150 -<br />

II. BESCHRIJVING PLANGEBIED<br />

II.1 LIGGING.<br />

Het plangebied "Noordhoek" ligt aan de westzijde tegen de Ringbaan-west aan; deze<br />

weg maakt deel uit van het ringbaanstelsel dat ongeveer de gehele "Oude Stad"<br />

omvat. De spoorbaan vormt -aan de noordzijde- de begrenzing van het plangebied.<br />

Aan de oostzijde ligt De Noordhoek tegen het centrum van de stad aan, de<br />

scheiding is de Noordhoekring, onderdeel van de zogenaamde "city-ring". Het<br />

plangebied wordt verder aan de zuidzijde grotendeels begrensd door de<br />

Bredaseweg, een stedelijke hoofdweg. Een plandeel overschrijdt deze weg naar het<br />

zuiden (in hoofdzaak een gebied in ontwikkeling: Kromhout).<br />

Aan alle zijden van het plangebied liggen -met uitzondering van het centrum,<br />

woongebieden. Ten noorden ligt, aan de andere zijde van de spoorweg, de<br />

noordelijke helft van de oude stad; ten westen ligt een jonger gebied: De Reit,<br />

grotendeels ontstaan in de jaren '50 en '60. Ten zuiden weer een deel van de Oude<br />

Stad en ten oosten, zoals reeds aangegeven: het stadscentrum, eveneens onderdeel<br />

van de Oude Stad.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 151 -<br />

II.2 ONTWIKKELINGSGESCHIEDENIS.<br />

zie bijgaande kaartjes uit ca 1830, ca 1900 en ca 1935<br />

A. ALGEMEEN.<br />

Rond 1830 was het gehele plangebied, gelegen in de buurt "De Schijf", agrarisch,<br />

het bestond uit landerijen en was vrijwel onbebouwd.<br />

De enige verharde wegen in de stad waren de Markt, Heuvelstraat en<br />

Nieuwlandstraat (de "steenweg").<br />

De in het plangebied gelegen wegen en "slijt"-paden waren allemaal onverhard.<br />

Slechts op de locatie waar veel later de Noordhoekse kerk werd gebouwd (noordoosthoek<br />

van het gebied) kwam in die tijd in het plangebied reeds enige bebouwing<br />

voor. Een begraafplaats ("kerkhof") werd op de kadastrale kaart van 1832 al<br />

vermeld in de zuidoosthoek van het gebied, daar waar nu nog de begraafplaats ligt<br />

op de hoek Bredaseweg/Noordhoekring.<br />

De eerste kadastrale kaart (van 1832) geeft al duidelijk de ligging aan van de<br />

volgende wegen: de Boomstraat, route die noordwestelijk doorliep richting<br />

Tongerlose Hoef, de Elzenstraat en de Diepenstraat. Ook het tracé van de Lange<br />

schijfstraat (nu voor een deel de Noordhoekring) is aangegeven.<br />

Het plangebied de Noordhoek heeft zijn huidige vorm -afgezien van de splitsing<br />

door de Bredaseweg- als samenhangend geheel verkregen, niet vanuit een<br />

historisch gegroeide maar door een ontworpen stedelijke verkeersstruktuur: de<br />

"rijksweg" van Breda over Tilburg naar den Bosch (1820-1830), de spoorweg (1860-<br />

1880) en nog later de Ringbaan-west (1930-1950) en de cityring (1950-1960).<br />

De Rijkswegen naar Den Bosch en Breda werden als rechte strakke banen<br />

aangelegd; de oorspronkelijke bochtig verlopende wegen lagen op een geheel ander<br />

tracé; de weg naar Breda bijvoorbeeld liep over de Berkdijksestraat en de<br />

Korvelseweg naar het stadscentrum (de functie als rijksweg werd pas in 1955 van<br />

de Bredaseweg overgezet naar de Ringbaan-zuid).<br />

Rond 1880 werd het gebied "de Schijf" doorsneden door de aa<strong>nl</strong>eg van de<br />

spoorwegverbindingen Tilburg-Breda en Tilburg-Turnhout. De aanzet van deze<br />

laatste lijn liep met een boog vanaf het station naar het zuiden (huidig tracé<br />

Vierwinde<strong>nl</strong>aan/Dongepad).<br />

Rond 1935 wordt de Ringbaan-west ter hoogte van het plangebied aangelegd op, en<br />

in het verlengde van het tracé van de Korenbloemstraat.<br />

In het kader van de uitvoering van de "doorbraakplannen" rond en naar het<br />

centrum en van de hoogspoorwerken - eind jaren '50, begin jaren '60- wordt onder<br />

andere de Lange Schijfstraat gereconstrueerd en omgevormd tot de huidige<br />

Noordhoekring als onderdeel van de "cityring", oostelijke begrenzing van het<br />

plangebied. Bij deze grote werken werd ook de Spoorlaan / Hart van Brabantlaan<br />

aangelegd en werd de aanzet van de spoorbaan naar België (het " Bels lijntje ") naar<br />

buiten de stad verplaatst; binnen het plangebied de Noordhoek herinnert niets<br />

meer aan de vroegere spoorverbinding naar Turnhout.<br />

Hiermede is de geschiedenis van de, voor de begrenzing van het gebied bepalende<br />

verkeersstrukturen, beknopt weergegeven.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 152 -<br />

B. FUNCTIEVERANDERING NA 1830.<br />

In een relatief korte periode is het karakter van het plangebied -tot dan een open<br />

agrarisch landschap- grondig gewijzigd. Deze plotselinge omslag heeft uiteraard te<br />

maken met de sterke industrialisering van de stad. In het gebied en in zijn directe<br />

omgeving zijn niet alleen bedrijvigheid en al dan niet daarmee samenhangend<br />

wonen terechtgekomen, maar ook een aantal functies met een stedelijk belang<br />

hebben er een plaats gevonden (niet verwonderlijk voor een omgeving die zo dicht<br />

bij het stadscentrum lag).<br />

Een aantal van de grootschaligere nieuwe functies uit die periode wordt hierna<br />

opgesomd om een beeld te geven van de ontwikkelingen in de loop van de tijd:<br />

Ca 1800 Lakenfabriek Pollet & Zonen (*);<br />

1811 de molen van Claassens (*);<br />

1849 Wollenstoffenfabriek Frans Mutsaers (*);<br />

ca 1850 Transportbedrijf van Casteren (*);<br />

ca 1860 Ursulinnenklooster (*),de kloosterkapel bestaat nog ;<br />

1880 Beeldenrij langs begraafplaats Bredaseweg / Noordoekring ;<br />

1890 de Regenboog "( Firma Janssen en Bierens Stoomververij en<br />

Chemische Wasscherij De Regenboog") ;<br />

Ca 1890 Huis van de missionarissen van het H. Hart met kloosterkapel ;<br />

1897 Fabriek van Muziekinstrumenten Kessels(*);<br />

1897 Waterleidingmaatschappij (watertoren en kantoor);<br />

ca 1900 Noordhoekse kerk (*);<br />

ca 1920 Cavalerie-kazerne Kromhout (*);<br />

1929 Hogere Textielschool ;<br />

1930 St. Odulphus-lyceum ;<br />

1935 Publieke Werken ;<br />

ca 1955 Hoofdburo van Politie (*) = ondertussen gesloopt<br />

De meeste van de hiervoor genoemde gebouwen zijn terug te vinden op bijgaand<br />

kaartjes van de situatie rond 1900 en 1930 ( Noordhoek met omliggend gebied; het<br />

omliggend gebied bestond in die tijd deels uit stedelijk- en deels uit buitengebied)<br />

Woningbouw in het plangebied<br />

Rond 1900 kent het gebied zowel een gegroeide als een geplande structuur, de<br />

meeste woningen zijn van eigenaar-bewoners, echter de grootste diversiteit komt<br />

duidelijk voor in de gegroeide en in de oudere ontworpen straten.<br />

Lintbebouwing is in die tijd te vinden in het oostelijk deel van de Boomstraat , de<br />

toenmalige Lange Schijfstraat , de Noordstraat/Industriestraat , de huidige<br />

Elzenstraat-oost en langs de Laagstraat. Ook de Bredaseweg heeft een zeer<br />

gedifferentieerde lintbebouwing alhoewel het hier om een geplande weg gaat.<br />

De eerste geplande woningbouw in het -huidige- binnengebied kwam tot stand<br />

langs Watertorenstraat , Eikstraat , Ceciliastraat en de Dyonisiusstraat.<br />

Rond 1920 werd , met de komst van de cavaleriekazerne werd langs de Bredaseweg<br />

een aaneengesloten rij statige officierswoningenm gebouwd, ook nu nog een fraai<br />

straatbeeld met een stedelijke allure, dit in tegenstelling tot het meer westelijke<br />

deel van de Bredasweg dat een eerder dorps karakter heeft behouden.<br />

Het Plan in Hoofdzaak van 1953 voorzag in een aantal "doorbraakplannen" die er<br />

op gericht waren het centrum en de Oude Stad optimaal te ontsluiten en aan te<br />

sluiten op de omliggende uitbreidingswijken.<br />

Belangrijk onderdeel voor De Noordhoek was de ongeveer evenwijdig aan de<br />

spoorbaan geprojecteerde "oost-west boulevard" (van Ringbaan-oost langs het<br />

centrum, over de Ringbaan-west tot het huidige universiteitscomplex doorlopend)<br />

die samen met de Ringbaan West als toekomstig belangrijkste assenkruis binnen de<br />

totale stedelijke verkeersstruktuur werd gedacht. Deze weg werd in de periode '55-<br />

'65 gerealiseerd.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 153 -<br />

Een deel van de geplande doorbraken werd deels of geheel niet gerealiseerd: in het<br />

plangebied bijvoorbeeld de koppeling, via de Ceciliastraat, tussen de genoemde oost-west<br />

boulevard en de Bredaseweg. De sporen van de doorbraak door het bouwblok tussen<br />

Ceciliastraat en Wilgenstraat zijn nog duidelijk te zien.<br />

Over het gedeelte vanaf de kruising met de Ringbaan-West tot aan de Gasthuisring<br />

werd de oost-west verkeersas Hart van Brabantlaan genoemd. Voor de Hart van<br />

Brabantlaan werd over nagenoeg de volle lengte een zware tweezijdige begeleiding<br />

in de vorm van direct aa<strong>nl</strong>iggende hoogbouw ten behoeve van voornamelijk wonen,<br />

gepland.<br />

Aan mogelijke bezwaren tegen een zware verkeersfunctie en tweezijdig daarlangs,<br />

hoge woongebouwen, werd toen nog niet gedacht.<br />

In de periode '65 tot '75 werd de hier geprojecteerde hoogbouw dan ook voor een<br />

belangrijk deel gerealiseerd in de vorm van galerij-flatgebouwen. De laatste<br />

grootschalige woningbouw in het plangebied is in 1978 op de locatie van de<br />

daartoe gesloopte Noordhoekse kerk gerealiseerd (een stedebouwkundige<br />

randvoorwaarde was dat hier een markant bouwvolume als vervanging van die kerk<br />

zou komen).


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 154 -<br />

II.3 HUIDIGE SITUATIE.<br />

A. FUNCTIONELE STRUCTUUR VAN HET GEBIED.<br />

- zie toelichtingskaart 4b: "functiezones"; deze kaart is afgeleid<br />

van de functiekaart 4a: "functies" -<br />

- zie deelkaartje "stedebouwkundige typering" uit het structuurplan<br />

voor de oude stad; ingevoegd bij de paragraaf over beleving -<br />

In het "Structuurplan voor de Oude Stad" (1976) is aangegeven dat de functionele<br />

structuur voor een groot deel samenhangt met de fysieke structuur van de oude<br />

stad. Dit gegeven vormt tevens de basis voor het daaropvolgende structuurplan:<br />

het "Stadsbeheerplan Tilburg" (1989).<br />

Globaal kan voor het gebied Noordhoek gesteld worden dat in de gegroeide<br />

lintbebouwde hoofdstructuur een menging van functies voorkomt (die in de loop<br />

van de laatste decennia enige ontmenging te zien geeft ten voordele van het<br />

wonen) en dat in de geplande structuur, de zogenaamde "clusterbebouwing" de<br />

woonfunctie overheerst . Overigens zijn er oudere delen "ontworpen structuur"<br />

waar eveneens menging van functies voorkomt, met name de Bredaseweg en het<br />

noordwestelijk deel vna de Noordhoekring. In de "amorfe" (d.i. weinig of niet<br />

gestructureerde) zones is de bedrijfsfunctie te vinden.<br />

Hierna worden de typerende gebiedsdelen beschreven.<br />

De grote oudere woonbuurt; kern van het plangebied<br />

(op de functiezone-kaart locatie 1a)<br />

De woonbuurt bestaat voor een kleiner deel uit een gegroeide structuur (zie<br />

ontwikkelingsgeschiedenis) en voor een groter deel uit een jongere planmatig<br />

ontstane structuur.<br />

Het oudste deel van de buurt ging er steeds verder op achteruit tot bij het<br />

opstellen van het "Structuurplan Oude Stad" -1976- bleek dat doorbraakplannen en<br />

dergelijke definitief van de baan waren. De aa<strong>nl</strong>eg -1977- van de eerste stedelijke<br />

fietsroute heeft het vernieuwde vertrouwen in het bestaansrecht van het oudere<br />

deel van het woningbestand nog versterkt, waarna het herstel doorzette.<br />

Het jongere deel van de buurt is te typeren als een wat betere woonbuurt,<br />

planmatig tot stand gekomen tussen 1920 en 1940, ook hier met overwegend eigen<br />

woningen. Van deze woningen is de bouwtechnische en de onderhoudstechnische<br />

staat redelijk tot goed te noemen.<br />

Enkele na 1975 binnen de woonbuurt vrijgekomen lokaties zijn dan ook weer voor<br />

woningbouw benut; hoek Elzenstraat/Dyonisiusstraat (40 wooneenheden in<br />

middelhoge bouw), een blok woningen aan de Laagstraat, de Kastanjestraat en<br />

langs de Boomstraat-noordzijde nabij de Noordhoekring.<br />

Andere functies binnen dit woongebied.<br />

Binnen het gebied zijn een drietal basisscholen gelegen (locaties 4; zie verder<br />

onder "schole<strong>nl</strong>ocaties").<br />

Er komen relatief weinig vormen van bedrijvigheid voor; het blijft bij een enkel<br />

confectieatelier, enkele timmerbedrijfjes, enige horeca en een minimum aan buurt-<br />

en andere kleinere winkels. Wel kan opgemerkt worden dat er in deze buurt maar<br />

weinig woonstraten voorkomen waarbinnen geen ex- winkelwoonhuis tussen de<br />

woningen is te ontdekken.<br />

Langs de Bredaseweg-noordzijde- heeft de horeca wel enige betekenis, er komt een<br />

grote drukkerij voor, doch langs deze zijde van de weg betreft het overwegend<br />

wonen.<br />

Binnen het "wonen" aan de zuidzijde van de Bredaseweg komt nog een kleine<br />

concentratie van detailhandel en dienstverlening voor (op kaart een der locaties<br />

3d).


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 155 -<br />

Elders verspreid voorkomende kleinere groepen oudere woningen (laagbouw)<br />

(op functiezone-kaart locaties 1b)<br />

Langs de Hart van Brabantlaan -noordzijde- komt, ter hoogte van het van Gend en<br />

Loos-complex , een uniform type oudere eengezinswoningen voor; in<br />

aaneengesloten vorm.<br />

De Bredaseweg-noordzijde is ter hoogte van de kruising met de Ringbaan bebouwd<br />

met veelal vrijstaande herenhuizen. Aansluitend langs de Ringbaan-oost komt een<br />

5-tal villa's op royale percelen voor.<br />

De tussen de voormalige Kromhoutkazerne en de Bredasewegen Ringbaan-west<br />

gelegen locatie is bebouwd met respectievelijk aaneen gebouwde statige woningen<br />

(het betreft voornamelijk voormalige officierswoningen uit de jaren '20-'25); en<br />

grotere woningen in de rij langs de Ringbaan. Langs de Korenbloemstraat ligt een<br />

complex dat als nette volkswoningbouw is te typeren.<br />

Voor de woonbebouwing langs de Bredaseweg is kenmerkend dat er nogal wat<br />

voormalige winkelwoonhuizen voorkomen (nu woningen) terwijl er op de hoek bij<br />

de Diepenstraat eenvoudige vervangende nieuwbouw van recente datum staat. De<br />

oudere panden aan de Bredaseweg geven -uitzonderingen daargelaten- vooral aan<br />

de noordzijde van deze weg een beeld van onvoldoende onderhoud.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 156 -<br />

De jongere woo<strong>nl</strong>ocaties<br />

(op functiezone-kaart locaties 2)<br />

De -onder ontwikkelingsgeschiedenis- al omschreven hoogbouw uit de jaren '65-<br />

'75, langs de hart van Brabantlaan omvat een 900-tal wooneenheden. Deze<br />

concentratie van hoogbouw komt als harde belijning van een -ruimtelijk gezien-<br />

smalle hoofdverkeersas, nogal hard over: tunneleffect.Deze meergezinshuizen<br />

ondergingen recent een ingrijpend groot onderhoud ; het totaal betreft een<br />

kwalitatief als goed aan te merken bebouwing.<br />

Het meest recent is het ca 200 wooneenheden omvattende woongebouw hoek<br />

Noordhoekring/Hart van Brabantlaan.<br />

Ondanks de negatieve invloed op het woonmilieu ten gevolge van de optredende<br />

verkeerlawaaibelasting en luchtvervuiling vormt het geheel aan hogere<br />

woonbebouwing langs de drukke Hart van Brabantlaan een blijvend gegeven.<br />

Menggebieden (wonen en andere functies)<br />

(functiezone-kaart locaties 3a t/m 3d)<br />

Gedeelte Noordhoekring (3a).<br />

De functies binnen de straatwand langs het noordelijk deel van de Noordhoekring<br />

zijn erg afwisselend. Dit front herbergt een menging van kleinschalige functies in<br />

detailhandel- en dienstverlening, ook komt enige horeca voor; alles afgewisseld<br />

met wonen;<br />

Omgeving kruising Boomstraat/Pijnboomstraat (3b).<br />

Dit menggebied omvat de locatie Wijffels -zuidelijk van de Boomstraat- en het<br />

gebied tussen Boomstraat, Pijnboomstraat en Populierstraat. Met uitzondering van<br />

de functies gesitueerd direct binnen de noordelijke straatwand aan de Boomstraat,<br />

is dit gebied vrij ongeordend. De bebouwing waarbinnen een autobedrijf en een<br />

zaak in woningtextiel zijn gehuisvest is weinig fraai en bouwtechnisch nauwelijks<br />

nog op te knappen. De doe het zelf-supermarkt is hier distributietechnisch verre<br />

van goed gelegen. Het ten zuiden van de Boomstraat gelegen gedeelte past niet in<br />

het aansluitende woongebied.<br />

Het noordelijk van de Boomstraat gelegen deel van het gebied verdient -als locatie-<br />

een meer intensieve bestemming dan er nu aan gegeven is. Het is alleen de<br />

noordelijke straatwand direct aan de fietsroute die, ook op termijn, als blijvend<br />

aangemerkt kan worden. Hoewel niet echt fraai, gaat het bij deze straatwand toch<br />

om een totaliteit die qua bouw en gebruik goed functioneert.<br />

Gebied zuidoostelijk van kruising Hart van Brabantlaan/Cecilia- straat(3c).<br />

Aanzien, en vooral gebruik van het -ruim 1 ha omvattende - onroerend goed,<br />

bekend als de voormalige W.A.Holland-locatie, zijn niet van de voor dit gebied<br />

gewenste kwaliteit.<br />

Binnen dit gebied komen ondermeer enkele grote zaken voor; een autoverhuurbedrijf,<br />

een detailhandel in volumineuze goederen, een nogal ruimtevergend<br />

horecabedrijf en een omvangrijke exporterende handel in tweedehands auto's.Het<br />

geheel vindt plaats binnen en buiten een groot, voormalig garagebedrijfspand.<br />

Als incidenteel voorkomende concentratie van kleinschalige detailhandel en<br />

dienstverlening -liggend aan hoofdwegen- zijn binnen het plangebied nog enkele<br />

locaties te onderkennen (3d):<br />

* de zuidzijde van de Bredaseweg ter hoogte van de Kromhoutlocatie,<br />

* de noordzijde van de H. van Brabantlaan, met name de begane grond van beide<br />

koppen van de hoogbouw.<br />

De schole<strong>nl</strong>ocaties:<br />

(toelichtingskaart 4b - functiezones - , locaties nrs 4)


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 157 -<br />

Basisscholen in het oudere woongebied zijn:<br />

"De Vuurvogel" een jonger gebouw aan de Eikstraat. Deze school is gefuseerd met<br />

de buiten het plangebied gelegen “Centrumschool”. Tweede basisschool is de<br />

“Angela”-school aan de Elzenstraat 64, deze is samengegaan met de<br />

Montessorischool “De Elzen” aan de Elzenstraat 14A. Deze scholen blijven<br />

voorzover nu te overzien is, gehandhaafd.<br />

Aan de Noordhoekring-westzijde ligt de grootschalige scholengemeenschap St.<br />

Odulphus (V.W.O./H.A.V.O.). Deze school beslaat de ruimte tussen de begraafplaats<br />

en de Laagstraat en tussen Noordhoekring en Wilgenstraat. De school heeft<br />

momenteel ca 1200 leerlingen.<br />

De grotere bedrijven-en kantore<strong>nl</strong>ocaties<br />

(functiezone-kaart locaties 5a t/m 5d)<br />

Het Regenboogcomplex (5a)<br />

Dit ruim 1,5 ha metende fabriekscomplex werd in 1983 van Palthe-Nederland<br />

aangekocht door de gemeente. De aankoop vond plaats om de werkgelegenheid<br />

voorlopig veilig te stellen, met de bedoeling uiteindelijk door reconstructie in<br />

samenhang met het noordelijk aangrenzende bedrijventerrein een nieuw woon- en<br />

kantorengebied te ontwikkelen. Ondertussen is eveneens gebleken dat er een<br />

omvangrijke bodem- en grondwatersanering zal moeten plaatsvinden.<br />

Aan de Hart van Brabantlaan ligt het bouwblok waarin een bedrijf en vrij veel<br />

openbaar groen bevinden (5b):<br />

De fabriek beslaat ongeveer 1 ha en bevindt zich nabij de kruising Hart van<br />

Brabantlaan/Ceciliastraat. In het bedrijfscomplex zijn 75 mensen werkzaam.<br />

Tussen de fabriek en de Elzenstraat lagen de noodgebouwen van de Vereniging<br />

Volkshuisvesting Tilburg (deze woningbouwcoöperatie is verhuisd naar de<br />

Stationstraat).<br />

Het bouwblok tussen Ceciliastraat en Gasthuisring(5c).<br />

Dit bouwblok bestaat voor een groot deel uit oude bedrijfspanden, waarvoor<br />

eveneens geldt dat aanzien en gebruik onvoldoende kwaliteit bieden voor deze<br />

omgeving. Dit geldt niet voor het aan de Ceciliastraat grenzende vrijstaande<br />

bedrijfspand (Cède-voeders) en de 2 kleinere kantoorpanden tegen de kruising. Wel<br />

is de kleinschaligheid van de kantoorbebouwing niet bepaald in overeenstemming<br />

met wat heden ten dage voor een dergelijke locatie (nabij een spoorwegstation)<br />

gewenst geacht wordt.<br />

Laatste grotere locatie is het rangeerterrein (NS) en omgeving (5b)<br />

Rangeerterrein met annexen.<br />

Ingesloten tussen Ringbaan West, spoorweg, Ceciliastraat en de woonbebouwing<br />

langs de Hart van Brabantlaan ligt een ca 4,5 ha metende areaal aan gronden van<br />

de Nederlandse Spoorwegen.<br />

Voor een deel liggen er nog de raccordementen voor verkeer met voornamelijk<br />

goederenwagons; ook gebruikt de N.S. aanwezige sporen voor het tijdelijk plaatsen<br />

van beschadigde treinstellen.<br />

Een behoorlijk deel van de N.S.-gronden is -momenteel nog- intensief in gebruik bij<br />

de regionale vestiging van van Gend&Loos. Van deze vestiging (met 160<br />

arbeidsplaatsen), is bekend dat ze uitkijkt naar een andere lokatie binnen de regio.<br />

De situering van een dergelijk bedrijf in een binnenstad wordt steeds<br />

problematischer; in dit geval speelt geluidsoverlast voor nabije woningen een rol.<br />

Vlakbij heeft de Rijksbelastingdienst hier een (in noodgebouwen gehuisveste)<br />

douane-afdeling met ca 60 arbeidsplaatsen.<br />

Het rangeerterrein zelf ligt langs de Hazelaarstraat.<br />

De gronden aan de westgrens van het N.S.terrein zijn voor een belangrijk deel in<br />

gebruik bij een drietal afzonderlijke bedrijven, alle nogal milieubelastend. Het<br />

geheel geeft een "onordelijke" aanblik aan dit deel van de Hazelaarstraat.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 158 -<br />

De overige bedrijven- en kantore<strong>nl</strong>ocaties:<br />

(functiezone-kaart locaties 6a t/m 6c)<br />

Het complex van de waterleidingmij TWM (6a):<br />

Dit complex vormt met zijn monumentale watertoren en statig kantoorpand, een<br />

markant geheel op de hoek Bredaseweg/Regenboogstraat. Het bedrijf omvat tevens<br />

vrij recent gebouwde kantoren en werkplaatsen , en vormt de hoofdvestiging van<br />

de maatschappij, die de drinkwatervoorziening verzorgt voor het grondgebied van<br />

de gemeenten Tilburg en Goirle(180.000 inwoners).<br />

Locatie Westpoint (6b):<br />

Aan de kruising Spoorlaan/Ringbaan-west bevindt zich "Westpoint", een<br />

kantoorgebouw in 5 lagen<br />

Binnen een deel van de onderbouw komen nog enkele andere functies voor: een<br />

praktijk voor acupunctuur, een bedrijf gespecialiseerd in auto-audio en, op de<br />

zuidkop van het pand een autobrandstof-verkooppunt.<br />

Locatie Gianotten (6c):<br />

Aan de Bredaseweg bevindt zich nabij de kruising met de Wilgenstraat een wat<br />

groter nog vrij jong bedrijfspand waarin een drukkerij is gevestigd. Het betreft de<br />

drukkerij Gianotten(60 arbeidsplaatsen).<br />

De begraafplaats<br />

Deze functie is gelegen op de hoek Bredaseweg/Noordhoekring zij beslaat ca 1,5<br />

ha. Het complex heeft grote cultuur-historische waarde.<br />

De bouwlocaties<br />

(functiezone-kaart 4b: locaties 7a t/m 7c)<br />

De Kromhout-locatie (7a):<br />

Op het vrijgekomen terrein van de voormalige Kromhout-kazerne zijn woningen en<br />

een stadsdeelpark gerealiseerd. Het totale kazernecomplex omvatte zo'n 5 ha,<br />

waarvan ca 3 ha in openbaar groen omgezet is. Van de woningen zijn een 20-tal<br />

uitgevoerd als eengezinswoningen, de overige zijn als apartementen uitgevoerd (ca<br />

50 in twee blokken langs de ontsluiting naar de Bredaseweg en ca 130 in vrijstaande<br />

gebouwen met elk 10 tot 30 woningen).<br />

Alleen het fraaie hoofdgebouw van de kazerne nabij de Diepenstraat is behouden<br />

en in gebruik voor wonen en kantoor.<br />

De locaties aan de Ringbaan-west (7b):<br />

Het Centraal Ziekenfonds heeft op de voormalige locatie Hurks (zuidelijk terrein)<br />

een zeer representatief hoofdkantoor, waarin ca. 650 mensen hun arbeidsplaats<br />

hebben.<br />

Voor het door Ballast-Nedam van het transportbedrijf van Casteren aangekochte<br />

terrein, ruim 4 ha (noordelijk), is eveneens in kantorenbouw voorzien, althans voor<br />

het deel langs de Ringbaan; het oostelijk deel langs de Beukenstraat is met<br />

woningen bebouwd.<br />

Vervoercentrum (7c):<br />

Achter Westpoint, tussen de fietsroute en het hoge woongebouw aan de Hart van<br />

Brabantlaan bevond zich een "vervoercentrum", een functie die op deze locatie<br />

moeilijk te handhaven was i.v.m. de overlast voor de aangrenzende woningen. De<br />

ruimte die is vrijgekomen bij verplaatsing van het vervoercentrum is ten behoeve<br />

van woningbouw ingevuld.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 159 -<br />

B. DIVERSE FUNCTIONELE ASPECTEN.<br />

1. Verkeer<br />

1.1 Autoverkeer.<br />

De verkeerswegen Hart van Brabantlaan/Spoorlaan en de Ringbaan West worden<br />

binnen het stedelijk wegennet aangemerkt als hoofdweg; deze hoofdwegen zijn<br />

ruim, doch niet overmatig, gedimensioneerd en beslaan een breedte van 30 tot<br />

40m. Zowel de Bredaseweg als de Noordhoekring zijn aangemerkt als<br />

wijkverzamelweg; deze wegen beslaan een breedte van 15 tot 20m. Op Ringbaan<br />

West is de werkelijke intensiteit regelmatig hoger dan de capaciteit. Hetzelfde is op<br />

zaterdagmiddag te zien op de invalswegen naar het centrum: de Bredaseweg en de<br />

Hart van Brabantlaan.<br />

Van de twee aantakkingen vanuit het noordelijk deel van de Oude Stad (St.<br />

Ceciliastraat en Gasthuisring) op de Hart van Brabantlaan, is alleen de Gasthuisring<br />

een wijkverzamelweg . Alle overige wegen binnen het plangebied zijn in hoofdzaak<br />

verkeersluwe straten (zijn of worden ingericht als de 30 km/uur zone). Overigens<br />

wordt de hiërarchie van het wegennet binnenkort (vóór 1 januari 2001) herzien in<br />

een nieuwe wegencategorisering.<br />

De Hart van Brabantlaan vormt een belangrijke ontsluitingsweg voor de gehele<br />

Oude Stad. Zowel in de Oude Stad als daarbuiten liggen op deze as belangrijke<br />

attractiepunten voor het verkeer. Te denken valt aan enerzijds het stadscentrum<br />

met kantorenzone (Spoorlaan), het spoorweg- en het busstation en anderzijds het<br />

universiteits-complex en de onderwijs- en kantorenzone aan de Prof. Cobbenhage<strong>nl</strong>aan.<br />

Via Ringbaan West vindt ontsluiting plaats naar de rest van de stad en de<br />

regio. Ringbaan West is een belangrijke verbinding in het regionale noord-zuid<br />

verkeer en is de schakel tussen de A58 en de N261.<br />

De autointensiteit bedraagt in 1998:<br />

Ringbaan West 40.600<br />

H. van Brabantlaan 25.000<br />

Noordhoekring 16.600<br />

Bredaseweg 14.850<br />

Ceciliastraat t.h.v Spoorlijn 10.200<br />

Gasthuisring 5.700<br />

Beukenstraat ten zuiden van fietsroute: 5.100 voertuigen<br />

Op de "hoofdwegen" en "wijkverzamelwegen" zijn 9 kruispunten voorzien van een<br />

verkeersregelinstal<br />

latie. Op de Bredaseweg bevindt zich ter hoogte van de Roggestraat een met<br />

verkeerslichten geregelde oversteekplaats voor voetgangers.<br />

1.2 Fietsverkeer.<br />

De in 1976 aangelegde demonstratiefietsroute, de "TOF-route", verbindt het<br />

universiteitscomplex in Tilburg west met het centrum en gaat vandaar door naar<br />

Oisterwijk. Deze route is een van sternetfietsroutes uit het "Fietsplan Tilburg<br />

1993". Zij loopt in het plangebied onder de Ringbaan West door en verder over het<br />

Iepenpad en de Boomstraat.<br />

Een andere sternetfietsroute is de "Noordhoekroute". Deze route loopt van Loon op<br />

Zand via de Gasthuisring, Noordhoekring en Trouwlaan naar Goirle.<br />

Verder liggen er in het plangebied iets minder belangrijke fietsroutes, de<br />

zogenaamde primaire routes: over Ringbaan West, Beukenstraat/Regenboogstraat,<br />

Bredaseweg, St. Ceciliastraat.<br />

Op het punt waar de primaire fietsroute<br />

Beukenstraat/Regenboogstraat/Diepenstraat de Bredaseweg kruist, is een


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 160 -<br />

verkeersregelinstallatie aanwezig. Deze installatie is nodig om de fietsers een<br />

veilige oversteekmogelijkheid te bieden. Binnen de aan de orde zijnde<br />

verkeersontsluiting zijn Ringbaan-west, Gasthuisring en Hart van Brabantlaan<br />

voorzien van vrijliggende fietspaden. De Bredaseweg, Noordhoekring en de St.<br />

Ceciliastraat zijn slechts van suggestiestroken voorzien.<br />

Qua etmaalintensiteit is de Gasthuisring de drukst bereden fietsroute in het<br />

plangebied met<br />

10.000 fietsbewegingen (van 7.00 tot 19.00m uur). Daarna volgen de TOF route en<br />

de Noordhoekring, beide met ca. 4000 fietsbewegingen en de Bredaseweg (3500) en<br />

Hart van Brabantlaan (2800).<br />

Binnen het gebied en aan de direct aan het gebied grenzende wegen bevinden zich<br />

verschillende objecten die veel fietsverkeer aantrekken. Aan Ringbaan West<br />

noemen we de nieuwe kantoorbebouwing van CZ Groep en de Regiopolitie met in<br />

totaal ca. 1500 werknemers. Bestemmingen net buiten het plangebied zijn de<br />

Hogeschool voor Voorlichting en Journalistiek aan de Gimbrèrelaan en kantoren- en<br />

scholenconcentratie aan de Professor Cobbenhage<strong>nl</strong>aan.<br />

1.3 Verkeersveiligheid en sociale veiligheid<br />

Op basis van de beschikbare ongevallengegevens is voor de periode van 1996 tot<br />

en met 1998 bekeken welke punten als ongevallenconcentratiepunt moeten worden<br />

aangemerkt.<br />

Bij een weging ( D: dodelijk ongeval = 5 punten, L: letselongeval = 3 en U:<br />

uitsluitend schadegeval = 1 punt) ontstaat een ranglijst. 8 van de eerste 100<br />

lokaties liggen in of tegen het hier aan de orde zijnde gebied:<br />

1 ste plaats: Hart van Brabantlaan/Ringbaan: 0 D, 15 L, 77 U: 122 punten. *)<br />

7 de plaats: Kruispunt Bredaseweg/Ringbaan West: 7 letsel, 39 U: 60 punten.*)<br />

8 ste plaats: Kruispunt Beukenstraat/Hart van Brabantlaan: 1 D, 7 L, 33 U:59 punten<br />

*)<br />

15 de plaats: Kruispunt Hart van Brabantlaan/Sint Ceciliastraat: 0 D, 10 L, 23 U: 53<br />

punten *)<br />

37 ste plaats: Kruispunt Bredaseweg/Regenboogstraat: 0 D, 7 L, 15 U: 36 punten<br />

48 ste plaats: Kruispunt Noordhoekring/Boomstraat: 0 D, 4 L, 22 U: 34 punten<br />

51 ste plaats: Kruispunt Korenbloemstraat/Ringbaan 0 D, 7 L, 13 U: 34 punten<br />

86 ste plaats: Kruispunt Bredaseweg/Noordhoekring 0 D, 3 L, 18 U: 27 punten *)<br />

*) Deze kruispunten zijn inmiddels in 1998/1999 gereconstrueerd.<br />

Met betrekking tot de sociale veiligheid van de fietsroutes in het plangebied moet<br />

worden vastgesteld dat het Iepenpad -waarin ook de fietstunnel- tot de sociaal<br />

minder veilige routes behoort. Het betreft een onderdeel van de bestaande<br />

stedelijke oost-west-route. Het Iepenpad heeft een verdiepte ligging en bestaat uit<br />

een 40 meter lange gesloten tunnelbak met hellingbanen; door de knik in de lengteas<br />

van dit deel van de route is de tunnel ook niet geheel te overzien, hetgeen het<br />

gevoel van onveiligheid verhoogt.<br />

1.4 Openbaar vervoer.<br />

Het plangebied wordt vooral aan de noordzijde uitstekend per openbaar vervoer<br />

bediend. Met name de over de as Hart van Brabantlaan/Spoorlaan rijden veel<br />

bussen van stads en streekdienst.<br />

Over de Hart van Brabantlaan rijden de stadslijnen 46 (Wandelbos), 47 (Reeshof) en<br />

48 (Bredaseweg, Reeshof) de streeklijnen 127 (Dongen), 132 (Goirle,Riel),<br />

136,137en 138 (Loon op Zand),<br />

De stadslijnen 41 (Tilburg Noord) en 42 (Tilburg West) rijden via Spoorlaan en St.<br />

Ceciliastraat.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 161 -<br />

In totaal zijn dat overdag 28 bussen per richting. Over de Bredaseweg rijdt 1<br />

stadslijn (lijn 45) en 1 streeklijn (131), samen 4 bussen per richting. Over de<br />

Noordhoekring rijdt streeklijnen 131(Gilze).<br />

1.5 Parkeren.<br />

Nagenoeg alle woonstraten binnen het -eerder omschreven- verkeersluwe<br />

woongebied _("30 km-zone") hebben een straatbreedte van 10 m of minder tussen<br />

de gevels van de woningen. Mogelijkheden tot parkeren op eigen erf dan wel in<br />

garages zijn er relatief weinig in dit gebied met uitsluitend aaneengesloten<br />

bebouwing. Als wordt uitgegaan van de geldende norm voor een gebied als de<br />

Noordhoek (1,3 pp/w.) moet de parkeersituatie als erg krap worden aangemerkt.<br />

Hoewel het beeld van de geparkeerde auto overheerst binnen het milieu van de<br />

doorsnee woonstraat in de Noordhoek, kan worden gesteld dat de parkeersituatie<br />

nergens tot echt grote problemen leidt. In de directe omgeving van de pleintjes<br />

(Lindeplein, Hagelkruisplein en Watertorenplein) en in de bredere woonstraten<br />

(Prunusstraat, Hagelkruisstraat en in delen van de Wilgenstraat en de Boomstraatwestelijk<br />

deel-) is de parkeersituatie zelfs voldoende te noemen.<br />

De parkeersituatie dreigt onder druk te komen door de recentelijk gebouwde en<br />

nog te bouwen kantoren aan Ringbaan west/Abeelstraat. Laden en lossen en<br />

manoeuvreren is bij de meeste binnen de plangrenzen gevestigde bedrijven en<br />

instellingen geen probleem. In een enkel geval worden door laden en lossen,<br />

manoeuvreren en bedrijfsmatig parkeren echter wel problemen ervaren,<br />

bijvoorbeeld in Boomstraat en Kastanjestraat.<br />

Verder doen zich in het plangebied op het gebied van parkeren voor<br />

bestemmingsverkeer, nauwelijks of geen problemen voor. De hoogbouw beschikt in<br />

voldoende mate over eigen deels gebouwde en deels niet overdekte<br />

parkeervoorzieningen.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 162 -<br />

2. Wonen, Voorzieningen<br />

2.1. Wonen<br />

Het plangebied, ongeveer 78 hectaren groot, bevat ca 2960 woningen, dat is een<br />

dichtheid van ca 40 woningen per hectare (de nieuwe woo<strong>nl</strong>ocatie op Kromhout is<br />

hierin meegerekend); rekening houdend met het grote deel van het gebied dat nog<br />

uit bedrijventerreinen e.d. bestaat is dit -zeker voor de Oude Stad van Tilburg- een<br />

normale dichtheid.<br />

Het grootste deel van het woningbestand bestaat uit eengezinswoningen (ruim<br />

60%), deze zijn bijna alle vooroorlogs. Na-oorlogse woningen zijn voor het<br />

overgrote deel flats. Ongeveer 45 % van de woningen is bewoond door de eigenaars<br />

zelf.<br />

De flatgebouwen langs de H. van Brabantlaan zijn in beheer bij woningbouwverenigingen;<br />

dit geldt ook voor de nieuwbouwflats langs en vlak tegenover<br />

de C. Ritsemastraat (Kromhout). Een klein aantal niet particuliere, verspreide<br />

eengezinswoningen is in beheer bij woningbouwvereniging TIWOS (vroegere<br />

gemeentelijke woningdienst).<br />

Het plangebied heeft, ondanks de vrij uitgestrekte niet-woongebieden, -die<br />

overigens als veranderingsgebied voor een belangrijk deel in woongebied omgezet<br />

zullen worden- duidelijk een accent op de woonfunctie.<br />

Als uitwerking van het Stadsbeheerplan zijn enkele nota's in verband met wonen<br />

tot stand gekomen. De nota "Volkshuisvesting in Tilburg" (1993) is vooral gericht<br />

op het te voeren beleid en geeft slechts zeer globaal en beknopt inzicht in de<br />

huidige situatie zonder dat de gegevens naar wijken uitgesplitst zijn.<br />

Een verdere uitwerking van het Stadsbeheerplan vindt plaats in de jaarlijks<br />

bijgestelde nota: "Basiskwaliteit Woonbuurten 1993/1994". Deze nota wordt<br />

opgezet ter versterking van een op stedelijke kwaliteit gericht beheer. Hij geeft de<br />

stand van zaken over de voorgaande periode weer; op basis van die gegevens<br />

wordt bepaald welke gebieden in de stad voor het volgende drietal jaren extra geld<br />

en inzet toegewezen krijgen. In het plangebied bevinden zich overigens geen<br />

achterstandsgebieden.<br />

Per 1-1-95 nog lopende projecten betreffen de aangewezen 'aandachtsgebieden':<br />

Groeseind/Hoefstraat en Pastorieklamp. Nieuw aangewezen gebieden zijn: Oerle en<br />

De Reit.<br />

Onderzocht zijn diverse aspecten betreffende de fysieke kwaliteit van bebouwing<br />

en van de inrichting van de openbare ruimte, gebruik en beschikbaarheid van<br />

voorzieningen (zie hierna), veiligheid, status van de buurt en maatschappelijke<br />

participatie. Het gaat te ver om in het kader van dit plan hier verder op in te gaan;<br />

voor het opzetten van een globaal bestemmingsplan zijn deze nota's van minder<br />

belang, zij zijn vooral gericht op de praktijk van het stedelijk beheer.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 163 -<br />

2.2. Voorzieningen.<br />

Zoals ook blijkt uit het rapport 'Basiskwaliteit Woonbuurten' is het plangebied in<br />

het algemeen zeer goed bedeeld met voorzieningen.<br />

Dit geldt met name voor basisonderwijs, kinderopvang en sportaccomodaties. Het<br />

niveau van voorzieningen voor ouderen ligt echter lager dan het stedelijk<br />

gemiddelde.<br />

Scholen: de buurt is ruim voorzien van basisscholen, bovendien ligt er nog een<br />

openbare basisschool vlakbij in het centrum.<br />

Buurtcentrum: is aanwezig in de Boomstraat.<br />

Buurtwinkels en dergelijke: door de nabije ligging van het stadscentrum is de<br />

levensvatbaarheid van buurtwinkels minder groot dan in wijken die verder van<br />

detailhandelskernen gelegen zijn; in het plangebied zijn een aantal winkels -ook<br />

niet buurtgerichte- aanwezig.<br />

In de buurt zijn verscheidene horeca-ondernemingen aanwezig waarbij er ook zijn -<br />

in het binnengebied van de buurt- die de functie van buurtcafé e.d. overstijgen<br />

en/of die behoren tot hindercategorie 3 en dus eige<strong>nl</strong>ijk niet in een woonbuurt<br />

thuishoren.<br />

Hierna wordt onder punt 4. "recreëren" ook de ruimte voor structureel groen en<br />

spel besproken, de invulling daarvan wordt behandeld in de paragraaf "beleving:<br />

openbare ruimte" (1.2).


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 164 -<br />

3. Werken<br />

Over dit aspect zijn als uitwerking van het Stadsbeheerplan enkele deelrapporten<br />

uitgebracht, met name de nota's over kantoren en detailhandel; het zijn rapporten<br />

gericht op het toekomstig beleid voor Tilburg als geheel. Betreffende de huidige<br />

situatie in het plangebied zelf is in deze nota's weinig relevants te vinden.<br />

Gegevens over de in het gebied aanwezige bedrijven zijn -voor het overgrote deel<br />

in tabel-vorm- opgenomen in een rapport, dit rapport is toegespitst op de milieuaspecten<br />

die verderop in deze toelichting behandeld worden. De inventarisatie van<br />

bedrijven is -v.w.b. categorie-indeling ook verwerkt in toelichtingskaart 5a. Daaruit<br />

blijkt dat er vooral in de noordelijke helft van de wijk en langs de Bredaseweg,<br />

bedrijvigheid gespreid voorkomt. Het betreft naast een aantal grotere, vooral<br />

kleinere bedrijven.<br />

Het zou in dit verband interessant zijn om voor het plangebied bijvoorbeeld meer<br />

inzicht te hebben in zijn functie als "broedkamer" voor startende kleine bedrijven;<br />

oudere woonbuurten worden hiervoor vaak als onmisbaar beschouwd. Negatieve<br />

effecten zoals bedrijfshinder, verkeersaantrekking en uitbreiding ten koste van de<br />

woonfunctie, dienen in de toekomst vermeden te worden. Inhoever dan nog van<br />

een "broedkamerfunctie gesproken kan worden, is de vraag.(zie hiervoor ook verder<br />

in dit deel II en in deel III van de toelichting onder milieuaspecten:<br />

bedrijfshinder).


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 165 -<br />

4. Recreëren<br />

Recreatie los van het woongebeuren.<br />

Dit aspect is in het plangebied als zelfstandig gebeuren -los van aan het wonen<br />

verbonden activiteiten als spelen en wandelen in de directe woonomgeving-<br />

nauwelijks van betekenis. Door de nabijheid van het centrum is de buurt echter<br />

goed voorzien; verder is er het buurtcentrum aan de Boomstraat waar een en ander<br />

georganiseerd kan worden.<br />

Recreatie binnen het woongebeuren.<br />

De Noordhoek is overwegend een aaneengesloten woongebied dat, zoals hierna<br />

aangegeven wordt, niet rijk is aan openbaar groen.<br />

Als kleinere groenplekken vindt men er het Hagelkruisplein, het Lindenplein, een<br />

terrein aan de Ceciliastraat en het binnengebied van een bouwblok aan de<br />

Elzenstraat. Het Hagelkruisplein heeft in tegenstelling tot de andere plekken een<br />

zuiver decoratieve functie; de andere functioneren (ook) als speelplek, waarvan de<br />

kwaliteit niet al te hoog is (Lindenplein).<br />

De oppervlakte aan bestaande kleinere groenplekken samen is niet meer dan een<br />

kleine hectare, dit is, uitgaande van gebruikelijke normen, beneden de maat.<br />

Het o<strong>nl</strong>angs aangelegde Kromhoutpark -dat overigens ook een functie heeft als<br />

"stadsdeelpark" voor het zuid-westen van de oudere stad ligt excentrisch in het<br />

plangebied. Enige vorm van extra-groen- of spelvoorziening te noorden van de<br />

Bredaseweg zou wel van nut zijn, met name voor kleinere kinderen.<br />

Het "Groenstructuurplan, voorziet overigens niet in nieuwe groenplekken in de<br />

buurt. Toch zal een nieuw parkje tot stand komen in het nieuwbouwgebied ten<br />

westen van het Watertorenplein.<br />

5. Waterhuishouding en ondergrondse infrastructuur<br />

Het plangebied is gelegen in het stroomgebied van de Zandley, die zowel<br />

kwantitatief (vanaf 1995) als kwalitatief behoort tot het beheergebied van het<br />

Waterschap de Dommel.<br />

De gemiddelde hoogte van het maaiveld in het gebied bedraagt ca 14.75 +NAP<br />

(nieuw-amsterdams-peil). De grondwaterstand in het gebied beweegt zich tussen de<br />

minimale en maximale standen van 10.50 resp. 12.80 +NAP.<br />

Ten behoeve van bebouwing is er voldoende drooglegging<br />

In het gebied functioneert een gecombineerd rioleringsstelsel dat afstroomt naar<br />

de rioolwaterzuivering in Tilburg-noord.<br />

In het plangebied bevinden zich de gebruikelijke ondergrondse netwerken en<br />

stations voor energievoorziening. De belangrijkste tracees, en (bijhorende) stations<br />

zijn op het hier ingevoegde kaartje aangegeven.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 166 -<br />

C. MILIEU-ASPECTEN<br />

Betreffende milieu zijn enkele rapporten van belang. Voor het plangebied zelf is<br />

onderzoek verricht naar geluidhinder en bodemverontreiniging. Van bedrijven is<br />

de potentiële hinder geïnventariseerd, lag die hoog, dan is nader onderzoek<br />

verricht. Deze rapporten zijn als bijlage bij het plan gevoegd, of zijn ter inzage.<br />

Algemene rapporten betreffende de gehele stad zijn het "Gemeentelijk<br />

Milieubeleidsplan 1995-1998" en de "Verkeersmilieukaart 1989". Dit laatste rapport<br />

is gebaseerd op metingen en is in feite verouderd.<br />

Het Milieubeleidsplan is zeer breed en globaal opgezet, het is een raamwerk waarin<br />

onder andere de behoefte aan integratie van milieubeleid, ruimtelijke<br />

ordening/stadsbeheer en economische zaken aangekaart wordt (vanuit de<br />

Milieudienst onder de noemer "externe integratie").<br />

De Verkeersmilieukaart past in het kader van die integratie, dit rapport over<br />

geluidsoverlast en luchtverontreiniging. Doordat voor de Oude Stad -met name<br />

voor het centrum nogal ingrijpend- een nieuwe verkeerscirculatie voorgesteld is,<br />

zullen die gegevens voor een belangrijk deel niet meer relevant zijn; aan een<br />

bijstelling van de nota wordt gewerkt. Wel kan er vanuit gegaan worden dat het<br />

kruispunt Ringbaan-west / Hart van Brabantlaan een qua luchtverontreiniging<br />

zwaar belast gebied zal blijven.<br />

1. Geluidsoverlast door verkeer<br />

-zie afzonderlijk rapport 'geluidsonderzoek'-<br />

Het aspect geluid is voor het plangebied in het kader van dit bestemmingsplan<br />

onderzocht, dit onderzoek betreft een veel ruimer gebied dan gebruikelijk met<br />

bovendien een overgroot deel waar geen grote veranderingen te verwachten zijn.<br />

De opzet van het onderzoek is dan ook toegesneden op de tweedeling<br />

'beheergebied' en 'veranderingsgebied'.<br />

Zoals de Wet Geluidhinder vereist is het rapport toekomstgericht:<br />

de naar verwachting in de toekomst veranderende gegevens -voor de volgende 10<br />

jaar- voor wat betreft verkeerscirculatie en -intensiteiten zijn er in verwerkt. In<br />

deel III van de toelichting (beleid) zal dan ook verder op dit rapport ingegaan<br />

worden.<br />

Het is zo dat in de huidige situatie al op een aantal plaatsen een duidelijk veel te<br />

hoge geluidbelasting bestaat, daar dient actie ondernomen te worden om de hinder<br />

terug te dringen. Het betreft zowel geluidhinder door wegverkeer als door<br />

spoorwegverkeer. Een aantal projecten is al ingediend voor opname in<br />

saneringsprogramma's. De te ondernemen actie kan zowel slaan op maatregelen<br />

aan de bron (bijv. bij de spoorweg, de spoorwegonderdoorgangen, het wegdek) als<br />

op maatregelen bij de hindergvoelige functies zelf (bijv. geluidsisolatie bij<br />

woningen).<br />

Voor nieuw te vestigen geluidgevoelige functies zal op een aantal plaatsen<br />

ontheffing in het kader van de Wet Geluidhinder noodzakelijk zijn.<br />

2. Bedrijfshinder.<br />

-zie afzonderlijke bijlage: rapport milieudienst, en toel.kaart nr 5-<br />

Het plangebied is in hoofdzaak een woongebied. In een woongebied zijn alleen<br />

bepaalde bedrijven min of meer inpasbaar (categorieën 1 en 2 zoals die<br />

aangehouden worden in de lijst opgesteld door de Ver. van Ned. Gemeenten -VNGlijst-),<br />

zwaardere bedrijven horen niet in een woonbuurt thuis.<br />

Behalve het feit dat categorieën 3 en 4 voorkomen in "veranderingsgebieden" (Van<br />

Beurden -oliehandel- en het NS-spoorwegemplacement) waar wellicht door<br />

omzetting van functies verbeteringen kunnen optreden, komen deze hinderlijke


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 167 -<br />

categorieën van bedrijvigheid ook elders in de wijk in zogenaamde<br />

"beheergebieden" voor. Het betreft daar een enkel bedrijf van de zware categorie 4<br />

(Elzenstraat) en een aantal bedrijven van categorie 3, vooral in het gebied tussen<br />

Spoorlaan/H. van Brabantlaan en Boomstraat/Prunusstraat in, maar eveneens -meer<br />

gespreid- ten zuiden daarvan.<br />

Het categorie 4 bedrijf aan de Elzenstraat -poelier- valt in het "beheergebied" waar<br />

dus weinig of geen functionele verschuivingen te verwachten zijn, van de categorie<br />

3-bedrijven (een dertigtal) valt ongeveer de helft in veranderingsgebied (meest in<br />

het noordoosten van de Noordhoek), gebied waar dus wel wijzigingen, ruimtelijk<br />

en/of functioneel kunnen gaan voorkomen. De overige helft valt in beheergebied.<br />

Bij de indeling in milieu-categorieën op basis van de te verwachten milieubelasting<br />

is uitgegaan van een gemiddeld modern bedrijf. Om een aantal redenen kan de<br />

reële milieubelasting afwijken die van het gemiddelde bedrijfstype en daarmee<br />

feitelijk in en andere bedrijfscategorie liggen. Deze verschillen kunnen voortkomen<br />

uit afwijkende bedrijfsgrootte (productiecapaciteit, opgesteld vermogen, aantal<br />

productiemedewerkers, terreinoppervlakte enz.).<br />

Een en ander kan leiden tot een hogere of lagere categorie-indeling. In het<br />

plangebied liggen een tiental bedrijven die formeel onder categorie 3 vallen, maar<br />

die functioneren als categorie 2).<br />

De Milieudienst heeft een onderzoek naar de bestaande hinder uitgevoerd, zie<br />

daarvoor ook de bijlage “Onderzoek bedrijfshinder”. Uit dit onderzoek daaruit<br />

blijkt het volgende:<br />

2.1 Bedrijven in beheergebied:<br />

- Gianotten; Bredaseweg 61: drukkerij, categorie 3; het bedrijf past door omvang en aard niet<br />

meer in de woon- en winkelomgeving; over last bestaat uit geluidhinder en aan- en<br />

afvoerbewegingen van het noodzakelijke transport.<br />

- Rentmeester gebr.: Bredaseweg 87a; bandengroothandel, autoservicebedrijf, categorie 2.<br />

Door handhaving van de voorschriften van de ‘standaardvergunning’ (zogenaamde AMVB) en<br />

de daarbij hotrende nadere eisen kan de overlast momenteel nog ingeperkt worden.<br />

- Coffeeshop Pasja: Bredaseweg 123: koffieshop, categorie 2; het pand is niet geschikt voor<br />

horeca-activiteiten; de functie op zich is in principe wel toelaatbaar.<br />

- MNS Omni-lectra: St. Ceciliastraat 34: detailhandel en metaal werkplaats, categorie 3; de<br />

milieuvergunning beperkt de overlast in voldoende mate, door zijn omvang past het bedrijf<br />

niet goed in de omgeving; met name vanwege de parkeerbehoefte.<br />

- Groenen: Eikstraat 14: transportbedrijf, categorie 3; door zijn aard (transport) past het<br />

bedrijf niet in de (woon)-omgeving of schoon de omvang van het bedrijf gering is.<br />

- Herel: Elzenstraat 15, 25 en Acaciastraat 12: loodgietersbedrijf,<br />

categorie 3; verdraagt zich door zijn omvang niet goed met de<br />

woonomgeving.<br />

- C. v.d. Nieuwenhuizen, Hagelkruisplein 30; aannemer, machinale houtbewerking, categorie<br />

3: past niet in de woonomgeving.<br />

- Cornelissen, Laagstraat 50: machinale houtbewerking, categorie 3: de aard der activiteiten<br />

past niet goed in de woonomgeving, de hinderwetvergunning kan momenteel overlast nog<br />

inperken.<br />

- Brabantse Glasexpress, Boomstraat 139; opslag glas, categorie 3; kleinschalig bedrijf, de<br />

functie op zich is in principe toelaatbaar.<br />

- Interfoot, Esdoornstraat 115; groothandel in pedicurebenodigdheden, categorie 2;<br />

kleinschalig bedrijf, de functie op zich is in principe toelaatbaar.<br />

- CZ Groep, Ringbaan West 236; kantoor, categorie 2; door handhaving van de voorschriften in<br />

de standaardvergunning (AMVB) wordt de overlast in voldoende mate beperkt.<br />

2.2 Bedrijven in (potentiëel) veranderingsgebied.


- van Gend en Loos: St Ceciliastraat 1; expeditiebedrijf, categorie 3: overlast voor<br />

woonomgeving mogelijk door transportbewegingen, nu door hinderwetvergunningsbeleid<br />

(nog) binnen de perken te houden.<br />

- Hatema: St Ceciliastraat, 4: detailhandel gordijnen, vloerbedekking,<br />

categorie 1: kan overlast geven door parkeren van bezoekers.<br />

- Vormenfabriek: St Ceciliastraat 23; productie van chocoladevormen<br />

(metaal en kunststof), categorie 3: door aard en omvang moeilijk inpasbaar in<br />

woonomgeving.<br />

- van Mensvoort: H. van Brabantlaan 92 e.a. huisnrs; categorie 3: verdraagt zich niet met de<br />

omgeving: hinder door geluid en transportbewegingen; staat leeg (12-98)<br />

- Nederlandse Spoorwegen: Hazelaarstraat; rangeeremplacement, categorie 4: bij naleving van<br />

de voorschriften van de vergunning geen problemen. Kritisch bij invoeren van gevoelige<br />

bestemmingen.<br />

- Van de Schoot, Pijnboomstraat 16; houtbewerkingsbedrijf, in- en verkoop antiek, categorie 3;<br />

het pand ligt in een gebied met meerdere bedrijven en is klein van omvang, de overlast<br />

wordt in voldoende mate beperkt door de voorschriften in de AmvB.<br />

- Regio Politie, Ringbaan West 232; kantoor + cellencomplex, categorie 3; door handhaving van<br />

de voorschriften in de AmvB wordt de overlast in voldoende mate beperkt.<br />

T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 168 -<br />

2.3 Hinder door bedrijven buiten het plangebied.<br />

Naast de in het plangebied voorkomende bedrijven, hebben ook bedrijven aan de<br />

rand, buiten het gebied toch invloed.<br />

- De Sting: Diepenstraat 76: opslag en distributie van kleding, categorie 3; grote<br />

verkeersaantrekkende werking waarop een woonstraat als de Diepenstraat niet berekend is.<br />

- Brandweer: Fabriekstraat 34 (Noordhoekring): brandweerkazerne met autoherstelinrichting,<br />

categorie 3; overlast is zoveel als mogelijk ondervangen door vergunningsvoorschriften en<br />

verkeersregeling ter plaatse.<br />

Voor mogelijke/gewenste ontwikkelingen v.w.b. bedrijfshinder: zie deel III van<br />

deze toelichting.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 169 -<br />

3. Bodem- en grondwaterverontreiniging<br />

In de herziene Woningwet is vastgelegd dat bij bouwaanvragen duidelijk moet zijn<br />

of er al dan niet bodemverontreiniging op het betrokken perceel aanwezig is. Dit<br />

geeft reeds een garantie, echter de provincie verlangt daarnaast, voor goedkeuring<br />

van bestemmingsplannen (en voor afgifte van verklaringen van geen bezwaar voor<br />

bouwplannen -vooruitlopend op een goedgekeurd bestemmingsplan), dat er inzicht<br />

bestaat in de bodemverontreinigingssituatie van het betrokken gebied.<br />

Voor het plangebied is daartoe een vooronderzoek naar bodemverontreiniging<br />

gedaan, het betreft een zogenaamd "historisch onderzoek" -archiefonderzoek-<br />

aangevuld met gegevens uit reeds eerder verrichte onderzoeken (zie afzonderlijk<br />

rapport).<br />

Hiermee is in kaart gebracht waar (mogelijke) verontreiniging van bodem en/of<br />

grondwater heeft plaatsgevonden. De beschikbare historische gegevens zijn<br />

verwerkt in een "terreingebruikkaart" die de huidige activiteiten aangeeft en in een<br />

"vlekken-kaart" die aangeeft waar verder bodemonderzoek noodzakelijk wordt<br />

geacht, waar reeds gesaneerd is en waar vermoedelijk gesaneerd dient te worden.<br />

Tenslotte is er een globale raming van kosten verbonden aan (mogelijk) nog te<br />

saneren locaties. Inmiddels heeft naar aa<strong>nl</strong>eiding van dit onderzoek op een aantal<br />

locaties een "indicatief" bodemonderzoek plaatsgevonden (gemeentelijk<br />

programma bodemsanering).<br />

Samenvatting resultaten onderzoek.<br />

(locatieaanduidingen verwijzen naar toelichtingskaart 3)<br />

Locatie D: Garage Holland en omgeving (H. v. Brabantlaan 100): waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />

ernstig verontreinigd door vroegere wollenstoffenfabriek en benzinepomp.<br />

Locaties 1, 2, 36, 37 en 39: NS-terrein, van Gend en Loos, een carrosseriefabriek en<br />

een smederij: mogelijk ernstige verontreiniging;<br />

Locatie E: bedrijfsterreinen aan de H. van Brabantlaan 11-27, vanwege vroegere<br />

laken- en wollenstoffenfabriek<br />

Locatie c: vormenfabriek St Ceciliastraat, sterk verontreinigd, onderzoek en<br />

sanering moeten door eigenaar opgepakt worden;<br />

Locatie F: 'Regenboog'-terrein: dit wordt in het kader van een provinciaal<br />

programma gesaneerd;<br />

Locatie B (Populierstraat, Pijnboomstraat, deel Boomstraat)<br />

Het gemeenteterrein ten westen van de Pijnboomstraat is verontreinigd als gevolg<br />

van bedrijfsactiviteiten die op Boomstraat 117A (Sikkens) en 139B hebben<br />

plaatsgevonden.<br />

Locaties H: voormalig van Casterenterrein, sanering is uitgevoerd op de locatie van<br />

ondergrondse tanks;<br />

Locatie 31 t/m 34 (Kromhout e.o.)<br />

Het gebied is opgeschoond.<br />

Overig gebied<br />

Het bedrijfsterrein nabij de Boomstraat (locatie H), zal wellicht verontreinigd zijn<br />

door kleinschalige bedrijfsactiviteiten en ter plaatse van tanks.<br />

Voor mogelijke/gewenste ontwikkelingen v.w.b. bodemverontreiniging: zie deel III<br />

van deze toelichting.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 170 -<br />

D. BELEVING: BEELD<br />

- zie toelichtingskaart 3 voor verwijzingen -<br />

1. Ruimtelijke structuur en gebouwde omgeving<br />

Algemeen:<br />

Bestaande ruimtelijke hoofd-structuur<br />

Het eerste hierbij ingevoegde kaartje geeft een globaal beeld van de belangrijkste<br />

ruimtelijke kenmerken in het plangebied: grootschaligere bebouwing vooral aan de<br />

westelijke en noordelijke hoofdwegen; een duidelijke groenstructuur (bomenrijen)<br />

op diezelfde breed opgezette wegen.<br />

Het plangebied bestaat verder uit laagbouw -op enkele schoolgebouwen en een<br />

bejaardencomplex na-, met vaak vrij smalle straten.<br />

Spontane versus geplande ruimtelijke ontwikkeling<br />

Zoals uit het hier ingevoegde kaartje -deel van het Structuurplan voor de Oude Stad<br />

(1976)- blijkt, bevindt de in de loop van de tijd 'spontaan' gegroeide lintbebouwde<br />

hoofdstructuur in het plangebied zich langs de oost en zuidzijde: Noordhoekring<br />

en Bredaseweg.<br />

Secundaire (minder belangrijke) gegroeide lintbebouwing ligt binnenin het gebied,<br />

in hoofdzaak in de noordoostelijke hoek: Boomstraat en Elzenstraat met enkele<br />

uitlopers.<br />

Verder is het woongebied een geplande, ontworpen structuur (zogenaamde<br />

'cluster'-bebouwing) met daarin een onderscheid tussen bouwblokken en<br />

zelfstandige gebouwen (zie verder)<br />

Er kwamen tot o<strong>nl</strong>angs twee grote privé-groengebieden voor: het kerkhof en de<br />

open ruimte in de Kromhoutkazerne, dit laatste is ondertussen omgezet in een<br />

openbaar groengebied. Het plangebied is verder bezet met minder duidelijk<br />

gestructureerde (amorfe) bedrijfsgebieden.<br />

Bebouwingstypen<br />

In het plangebied bevinden zich, zoals blijkt uit het laatste hier ingevoegde kaartje,<br />

in hoofdzaak twee typen bebouwing: de (semi-)gesloten bouwblokken en<br />

vrijstaande alzijdig gerichte gebouwen. De eerste vorm is eerder voorafgegaan<br />

door lintbebouwing met aansluitend agrarisch achterland (zie kaartje uit 1835<br />

onder "ontwikkelingsgeschiedenis"). De tweede vorm is -op een enkel<br />

schoolgebouw na- van vrij recente datum: vijftiger en zestiger jaren langs de H.<br />

van Brabantlaan, negentiger jaren: Kromhoutterrein.<br />

De belevingswaarde van het plangebied wordt hierna voor de verschillende zones<br />

in het gebied besproken.<br />

Spoorzone: noordelijk in het plangebied<br />

Het oostelijk deel van deze zone heeft een onsamenhangende ruimtelijke<br />

structuur. Dit contrasteert sterk met de strakke lineaire begeleidende structuur<br />

langs het westelijk deel. De daar aanwezige hoge en langgerekte<br />

bebouwingswanden (woonflats), geven een niet bepaald aantrekkelijk beeld, dat<br />

wel verzacht wordt door de aangeplante bomen.<br />

De achter de hoge flats gelegen bedrijventerreinen, grote en kleine geven veelal<br />

een wanordelijk of saai beeld. De beleving van het gebied vanaf de spoorbaan, ook


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 171 -<br />

een belangrijke 'toegangspoort' van de stad, is voor een groot deel onmogelijk.<br />

Daar waar beplanting ontbreekt is het beeld meestal allesbehalve fraai.<br />

Achtergebied spoorzone<br />

Aan de zuidzijde van de spoorzone bevinden zich in het oostelijke deel<br />

bouwblokken met grotendeels lagere woonbebouwing en een bouwblok met een<br />

middelhoog schoolgebouw. De bestaande bebouwing van de Acaciastraat is qua<br />

beeld en cultuur-historisch vrij bijzonder, de betrokken panden geven een divers<br />

beeld van hoogwaardige architectuur (1850-1940).<br />

Door het niet doorzetten van een in de 50-/60-er jaren geplande doorbraak geeft<br />

de Ceciliastraat een overgedimensioneerd beeld.<br />

Door de wandvorming van de meer westelijk gelegen flats ontstaat een afsluitend<br />

effect het achterliggende gebied. Aan de noordzijde (spoorwegemplacement e.o.) is<br />

dat in de huidige situatie niet bepaald een probleem, voor het woongebied ten<br />

zuiden van de Hart van Brabantlaan wel: er ontstaat een "achterkant"-sfeer door<br />

gebrek aan ruimte en door onaantrekkelijke ruimten en gebouwen. De locatie van<br />

het geheel westelijk gelegen vervoerscentrum biedt een niet bepaald het<br />

woonmilieu versterkend beeld. De hier aanwezige fietsroute ligt in een minder<br />

sociaal veilig milieu.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 172 -<br />

Noordhoekring<br />

De Noordhoekring biedt een zeer divers beeld. Hij vormt het westelijke deel van de<br />

cityring dat aan de centrumzijde begeleid wordt door vrij grootschalige niet<br />

aaneengesloten gebouwen (overheidskantoren) met daarnaast aan noord- en<br />

zuideinde forse woonbebouwing.<br />

Vooral de westzijde van deze weg. Aan het noordeinde staat een grootschalig<br />

wooncomplex; het noordelijke straatdeel bestaat verder uit kleinschalige<br />

aaneengesloten bebouwing zonder veel architecturale waarde. Meer naar het<br />

zuiden staat het grootschalig -en qua architectuur waardevol- gebouw van het<br />

Odulphuslyceum. Meest zuidelijk ligt het -cultuurhistorisch waardevolle- kerkhof.<br />

Achtergebied Noordhoekring<br />

De Boomstraat met zijn lage bebouwing ziet er nog vrij authentiek en gaaf uit.<br />

Hogere bebouwing komt in dit gebied alleen noordwestelijk voor , ter plaatse van<br />

een voormalig klooster (nu een vrij nieuw bejaardentehuis). Van het oude complex<br />

is nog een vleugel en de kapel op het binnenterrein aanwezig. Een deel van de<br />

kloostertuin omgezet in een openbare groen- en speelplek.<br />

Langs Boomstraat en Laagstraat bevindt zich kleinschalige lintbebouwing,<br />

hoofdzakelijk woningen. De Laagstraat biedt een typisch en vrij onordelijk beeld<br />

(veel panden zijn gesloopt).<br />

Bredaseweg<br />

De Bredaseweg is als stadsentree minder belangrijk geworden na de voltooing van<br />

het ringbaanstelsel, desondanks blijft het een belangrijke ontsluitingsweg. Het in<br />

het plangebied gelegen westelijke deel wordt begeleid door bebouwing die voor<br />

een groot deel allure heeft. De watertoren (rijksmonument) met bijbehorende 'villa'<br />

in 'engelse cottage'-stijl en het schuin aan de overzijde van de Bredaseweg gelegen<br />

monumentale klooster zijn wel letterlijk en figuurlijk hoogtepunten qua<br />

belevingswaarde voor deze stadsentree.<br />

Vanaf de dwarsstraten Eikstraat en Klaverstraat valt de stedelijke schaal weg.<br />

Achtergebied Bredaseweg<br />

Dit woongebied met zijn ontworpen structuur is vrij gaaf.<br />

Ringbaan-west<br />

De Ringbaan-west heeft voor grote delen duidelijk een stedelijke allure. Er komen<br />

hier diverse bebouwingstypes voor.<br />

Aan de westzijde korte rijen degelijke eengezinswoningen met voortuinen voor.<br />

Aan de oostzijde zuidelijk van de Bredaseweg eenzelfde type woningen, maar dan<br />

meer aaneengesloten gebouwd. Ten noorden van de Bredaseweg verandert het<br />

beeld: hier staat een vijftal vrijstaande villa's. Op het aansluitende gebied is nu een<br />

kantorenterrein in ontwikkeling.<br />

De in ontwikkeling zijnde en bestaande kantoorbebouwing meer noordelijk is<br />

grootschalig en sluit hiermee aan bij de woonbebouwing langs de H. van<br />

Brabantlaan.<br />

Binnengebied: het overige plangebied<br />

Omgeving Kromhoutterrein.<br />

Aan de Korenbloemstraat ligt een woonblok met een komvormig hofje dat een<br />

speciaal cachet heeft.<br />

Aan de zuidzijde -buiten het plangebied- bevindt zich de enige jaren geleden<br />

gerenoveerde wijk "de schildersbuurt", woningen van woningbouwcorporaties.<br />

Aan de oostzijde ligt het indrukwekkend kloostercomplex van de Missionarissen<br />

van het H. Hart met aansluitend een karakteristiek rijtje aaneengesloten woningen<br />

uit dezelfde tijd als het klooster.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 173 -<br />

Bomenbuurt-oost.<br />

In het zuidelijk deel van dit gebied is een gave, homogene woonbuurt aanwezig<br />

met als kern het Lindenplein. Ruimtelijke -en functionele- conflictpunten zijn wel<br />

ontstaan bij de overgang van de oudere structuur (o.a. Boomstraat) en de nieuwere<br />

aan weerszijden daarvan.<br />

De Wilgenstraat maakte -evenals de Ceciliastraat- deel uit van een geplande noordzuid-doorbraak,<br />

het noordelijkste deel van deze straat is een nooit voleind deel van<br />

die ingreep.<br />

De ruimte bij de aansluiting van Boomstraat, Populierstraat en Elzenstraat heeft<br />

geen duidelijke structuur. Aan de Boomstraat is een groot gat in de straatwand<br />

geslagen t.b.v. parkeer- en opslagruimte. Zowel hier als aan de Kastanjestraat komt<br />

bebouwing voor die qua schaal en uiterlijk niet past in haar omgeving.<br />

Bomenbuurt-west.<br />

Deze woonbuurt vormt een gaaf geheel met in het noordelijk deel het<br />

Hagelkruisplein als een fraai accent.<br />

In het binnengebied is de enige afwijkende bebouwing, in de zin van een<br />

doorbreking van de geslotenheid van de straatwand - niet echt storend - de school<br />

aan de Eikstraat.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 174 -<br />

2. Ruimtelijke structuur en openbare ruimte<br />

In het plangebied heeft geen ingrijpende herinrichting van de openbare ruimte,<br />

bijvoorbeeld tot 'woonerven', plaatsgevonden. Volstaan is met het aa<strong>nl</strong>eggen van<br />

drempels om het 30-km/uur statuut te kunnen invoeren. Wel is een stedelijke<br />

fietsroute over de Boomstraat aangelegd. Wegindeling en bestrating zijn in het<br />

plangebied traditioneel.<br />

Er is geen bijzonder straatmeubilair toegepast. Alleen is voor de verlichting langs<br />

de fietsroute gekozen voor een afwijkend type.<br />

Structuurbepalend groen<br />

Laanbeplanting langs belangrijke wegen is duidelijk langs de Ringbaan-west en<br />

langs de Hart van Brabantlaan. Langs de Bredaseweg heeft een begeleiding met<br />

bomen vroeger wel bestaan, maar heeft zij moeten voor nieuwe wijkinrichting.<br />

Afgezien van het aspect eenvormigheid en dus "leesbaarheid" van de<br />

hoofdstructuur wordt ook de schermfunctie van zo'n laanbeplanting voor een deel<br />

van Bredaseweg en Noordhoekring node gemist.<br />

Parkjes die als weze<strong>nl</strong>ijk onderdeel van de stedebouwkundige structuur van het<br />

gebied ontworpen werden, zijn in dit gebied het Hagelkruisplein en het<br />

Lindenplein. Van deze parkjes is eige<strong>nl</strong>ijk alleen het Hagelkruisplein nog volledig<br />

intact.<br />

Niet structuurbepalend groen<br />

De groenstrook met speelveld aan de St. Ceciliastraat en het binnengebiedje bij het<br />

voormalige klooster aan de Elzenstraat zijn voorbeelden van iets grootschaliger<br />

niet structuurbepalend groen; dat geldt ook voor de groenplek aan de westzijde<br />

van de Beukestraat die evenwel zou kunnen opgenomen worden als belangrijk<br />

element in een nieuwe stedebouwkundige uitleg voor dat gebied.<br />

Groenaankleding in de woonstraten is beperkt door een gebrek aan ruimte, of<br />

juister: door het ruimtebeslag van geparkeerde auto's. Met name bij langere straten<br />

zoals Eikstraat en Watertorenstraat en bij het Watertorenplein is het straatbeeld<br />

daardoor vrij saai.<br />

Privégroen met beeldwaarde voor de openbare ruimte<br />

In de 'bomenbuurt-west' komt een aantal voortuinstroken voor, deze fleuren het<br />

straatbeeld aanzie<strong>nl</strong>ijk op.<br />

In 1999 zl de gemeente een substatieel bedrag stoppen (ca. 1 miljoen) in het<br />

opknappen van het openbaar gebied.<br />

3. Cultuur-historische waarden<br />

Het gebied Noordhoek is vooral na ca 1830 bebouwd.<br />

In het kader vaqn het landelijk monumenten-inventarisatie-project MIP (jongere<br />

stedebouw en bouwkunst uit de periode 1850-1940) werden binnen het plangebied<br />

een tweetal gebieden als meer dan middelmatig beschouwd. 'Noordhoek-west' werd<br />

aangemerkt als zogenaamd 'aandachtsgebied'; het betreft nagenoeg het gehele<br />

(jongere) en van de grotere verkeerswegen afgekeerde binnengebied dat<br />

overwegend een woonfunctie heeft.<br />

'Bredaseweg-oost' werd als 'waardevol gebied' gewaardeerd: belangrijker dan het<br />

voorgaande; het betreft de omgeving van de kruising Bredaseweg-Ringbaan-west<br />

(voornamelijk "herenhuizen") met een oostelijke uitloper langs de noordzijde van<br />

de Bredaseweg (watertoren e.o.).<br />

In het plangebied komen daarnaast enkele monumenten voor:<br />

rijksmonument:<br />

Bredaseweg/Noordhoekring: kerkhof, althans de volgende onderdelen: het hekwerk<br />

met hekpijlers + beelden en de calvarieberg;<br />

gemeentelijke monumenten:<br />

Bredaseweg 209: watertoren uit 1897.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 175 -<br />

Acaciastraat 23: broodbakkerij, pand uit 1923.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 176 -<br />

E. BELEVING: SOCIALE VEILIGHEID<br />

Documentatie over sociale veiligheid binnen het plangebied is –afgezien van een<br />

inventarisatie door een buurtwerkgroep- niet direct voorhanden. De<br />

buurtinventarisatie geeft aan dat optimalisering van de sociale veiligheid mogelijk<br />

zou kunnen zijn door verhaoging van het verlichtingsniveau ´s nachts en door de<br />

inrichting van de openbare ruimte overzichtelijker te maken.<br />

In de nota "Basiskwaliteit woonbuurten 1992-93" is wel terug te vinden dat de<br />

buurt v.w.b. vandalisme en geweldsdelicten niet ongunstig scoort (iets minder<br />

gunstig in Bomenbuurt-oost, hetgeen mogelijk te maken heeft met de ligging<br />

vlakbij het centrum).<br />

In het algemeen is het plangebied sociaal veilig te noemen.<br />

Aandachtspunt is de omgeving van de flatgebouwen aan de Hart van Brabantlaan,<br />

vanwege het ontbreken van bewoning op de begane grond. Diverse plekken<br />

grenzend aan bedrijventerreinen kunnen, door het ontbreken van sociale controle,<br />

niet volkomen veilig worden genoemd. De fietstunnel onder de Ringbaan-west met<br />

de aansluitende fietsroute roept problemen op; ook hier is nauwelijks sociale<br />

controle mogelijk.<br />

F. FYSIEKE VEILIGHEID<br />

Fysieke veiligheid is in het kader van de ruimtelijke ordening een aspect dat zich<br />

vooral manifesteert in verband met verkeersaspecten en bedrijfsvoering.<br />

Bij verkeer gaat het met name om verkeersveiligheid en om transport van<br />

gevaarlijke stoffen (wegen en spoorwegen).<br />

Bij bedrijven gaat het vaak meestal om opslag, soms om bewerking van gevaarlijke<br />

stoffen.<br />

Wegverkeer<br />

In het plangebied komen twee kruispunten voor die met prioriteit gereconstrueerd dienden te<br />

worden vanwege een relatief hoog aantal verkeersslachtoffers. Het betreft de kruisingen van Hart<br />

van Brabaantlaan met Beukenstraat en Ringbaan-west. De herinrichting heeft ondertussen<br />

plaatsgevonden. Herinrichting van diverse plekken in de woonstraten –binnen het kader van het<br />

‘duurzaam veilig’beleid- zal binnenkort plaatsvinden.<br />

Wegtransport gevaarlijke stoffen<br />

De Ringbaan-west fungeert als route voor transport van gevaarlijke stoffen. Zodra de aa<strong>nl</strong>eg van de<br />

noord-oost-tangent volledig afgerond is, wordt de route daarnaar verlegd. Dit wordt ook<br />

noodzakelijk vanwege de verdichting van het wonen in de bestaande stad (project Westpoint<br />

bijvoorbeeld).<br />

Spoortransport gevaarlijke stoffen<br />

De spoorlijn die door Tilburg wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke<br />

stoffen, onder andere chloor. In de huidige situatie worden risico-normen niet<br />

overschreden.<br />

- zie hierover meer in de betreffende bijlage achterin deze bundel-<br />

88 Gevaar bij bedrijfsvoering<br />

In het plangebied bevindt zich LPG bij het Shelltankstation op de hoek Hart van<br />

Brabantlaan / Ringbaan-west. In de huidige situatie voldoet het tankstation aan de<br />

vergunning-voorschriften. Door een goede bedrijfsvoering mede aan de hand van<br />

de voorschriften en de handhaving van de voorschriften is het gevaar-aspect<br />

beperkt tot een aanvaardbaar minimum.<br />

Aan de Hazelaarstraat bevindt zich de brandstofopslag van Van Beurden b.v. In de<br />

huidige<br />

bedrijfsvorm past het bedrijf in zijn omgeving, een bedrijvengebied met o.a. het<br />

spoorwegrangeerterrein en expeditiebedrijf Van Gend en Loos.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 177 -<br />

AANWEZIG JURIDISCH INSTRUMENTARIUM (ruimtelijke ordening).<br />

- zie toelichtingskaarten 7a en 7b-<br />

A. INSTRUMENTARIUM<br />

Voor het grootste deel van het plangebied gelden ruimtelijke (bouw)regelingen die<br />

nog opgesteld zijn onder de werking van de Woningwet uit 1901 (o.a. het "Plan van<br />

uitbreiding: De Noordhoek" uit 1934) en die nu vallen onder de Overgangwet<br />

Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting.<br />

In deze oudere plannen is geen gebruiksregeling opgenomen. Dit is voor de meest<br />

kwetsbare plekken gedeeltelijk ondervangen door alleen het bestaande gebruik toe<br />

te staan met uitdrukkelijk uitsluiten van -het invoeren van- detailhandel; het<br />

betreft het in 1976 onherroepelijk geworden bestemmingsplan "Verspreide<br />

terreinen Oude Stad", dat op verscheidene terreinen en gebouwen van het<br />

plangebied van toepassing is.<br />

Qua vigerende plannen doet zich de volgende situatie voor :<br />

- zes gebieden vallen alleen onder de bouwverordening; hier geldt geen bestemmingsplan;<br />

- het grootste deel van het plangebied valt onder het (uit '34 daterende) "plan van uitbreiding<br />

de Noordhoek" met latere partiële herzieningen.<br />

- het overige deel valt onder de volgende plannen welke overwegend van meer recente datum<br />

zijn en waarin ook het gebruik van terreinen en opstallen geregeld is:<br />

* "Verspreide terreinen Oude Stad" uit 76,<br />

* "Hoek Noordhoekring-Spoorlaan" uit '83.<br />

* "Boomstraat" uit '87 en "Boomstraat/Kastanjestraat" uit '89 en<br />

* "de Berkdijk en het Villapark" uit '36.<br />

B. FUNCTIES AFWIJKEND VAN DE GELDENDE BESTEMMINGEN<br />

In het plangebied komt een 40-tal functies voor dat afwijkt van de geldende<br />

bestemmingen. Deze afwijkingen zijn uit te splitsen in enerzijds degene die zijn<br />

ontstaan middels een "verklaring van geen bezwaar" (anticipatieprocedure) zonder<br />

dat daar een planherziening op gevolgd is, en anderzijds uit de werkelijke<br />

afwijkingen, ontstaan vóór het betrokken plan in werking trad (overgangsregeling<br />

van toepassing), óf nadien.<br />

In dit plan wordt niet aan de hand van het type afwijking maar aan de hand van de<br />

bestaande situatie en mate van inpasbaarheid alsnog afgewogen welke functies<br />

toegestaan kunnen worden en welke niet.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 178 -<br />

III. VOORGESTAAN BELEID OP HOGER PLANNIVEAU<br />

III.1 ALGEMEEN<br />

Hiervoor, in deel II van deze toelichting is de huidige toestand van de<br />

functiespreiding in het plangebied weergegeven. In dit onderdeel (III) wordt<br />

bekeken welke wijzigingen gewenst zijn, met als voorzet ideeën die al eerder aan<br />

de orde waren. Hierna volgt een algemeen beeld (op structuurplan-niveau), waarna<br />

op de diverse functionele aspecten meer in detail ingegaan zal worden.<br />

Reeds in het Structuurplan voor de Oude Stad (1976) werden enkele belangrijke<br />

functiewisselingen voorgesteld: het omzetten van de grotere bedrijventerreinen<br />

(incl. de Kromhoutkazerne) in een "hoofdbestemming winkels, horeca, kantoren".<br />

Het spoorwegemplacement kreeg de hoofdbestemming "verkeer". De aanduiding<br />

"hoofdbestemming" gaf daarbij een richting aan, bepaalde -kwetsbaardere-<br />

bestemmingen dan de hoofdbestemming waren eveneens toegestaan. Dit hield voor<br />

het spoorwegemplacement in dat omzetting in alle ander bestemmingen mogelijk<br />

was. Voor de omzetting van bedrijventerreinen kwamen bijvoorbeeld ook de<br />

functies wonen en groen in aanmerking.<br />

Voor de bebouwing langs de Noordhoekring was de hoofdbestemming "gemengde<br />

doeleinden" opgenomen, hetgeen betekende dat wonen er kon omgezet worden in<br />

andere -niet grootschalige- functies. Voor het oostelijke deel van de Boomstraat<br />

(noordzijde) en voor de Bredaseweg gold hetzelfde.<br />

Globale probleemstelling en mogelijke doelstellingen voor het bestemmingsplan<br />

zijn deels af te leiden uit hoger en sectoraal planniveau. Op niveau van de<br />

stadsregio is -als onderdeel van het Streekplan- een overkoepelend plan in<br />

procedure. Een onderdeel hiervan is reeds afgerond: het "Regionaal Verkeers- en<br />

Vervoersplan". Voor het plangebied komen in deze bovengemeentelijke plannen<br />

echter geen zaken voor die niet ook in het "Stadsbeheerplan Tilburg" (1989) of in<br />

de daaruit afgeleide deelnota's aan de orde komen.<br />

Het direct op een bestemmingsplan aansluitende niveau, dat van het structuurplan,<br />

wordt gevormd door het Stadsbeheerplan.<br />

Het Stadsbeheerplan heeft geleid tot een aantal verder uitgewerkte deelnota's<br />

betreffende o.a:<br />

Aspect Wonen<br />

- Nota Grote Panden (omzetting wonen in andere functie, 1994); de nota<br />

"Volkshuisvesting in Tilburg" (1991) en de nota "Basiskwaliteit woon<br />

buurten 1993/94" (1994)<br />

Aspect Werken<br />

- Kantorennota (1991); Nota Industriebeleid (nog in bewerking);<br />

Aspect Verzorging<br />

- Nota Detailhandel (1994); Horecanota (1995); Nota Bedrijshuis-<br />

vesting Binnenstad; Nota monumentenbeleid (1992), Monumenten-<br />

inventarisatieproject (1992); Monumentenselectieproject (1995 nog<br />

niet afgerond); kadernota Vorm geven aan de Stad (architectuurbe-<br />

leid); Nota Inrichting Openbare Ruimte Binnenstad (laatste twee<br />

nota's nog in bewerking);<br />

Aspect Landschap<br />

- Groenstructuurplan Tilburg (1992);<br />

Aspect Verkeer<br />

- Nota Onderweg naar 2000 (1990); Fietsplan Tilburg 1993; het Verkeers<br />

circulatieplan Oude Stad (1995); Nota Parkeren (1995 wordt herzien);<br />

Nota Collectief Vervoer (1995 in voorbereiding);<br />

Structuur en Stadsbeeld<br />

- Structuurvisie Stationszone (1992); Ontwikkelingsplan Stationszone<br />

(1994); Stadsvorm Tilburg, historische ontwikkeling; Nota Binnenstad


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 179 -<br />

(functionele structuur; 1995 nog niet vastgesteld);<br />

Orde en Veiligheid<br />

- Nota sociale veiligheid<br />

Gemeentelijke beleidsnota's worden uiteraard ook geheel of gedeeltelijk los van<br />

het stadsbeheerplan ontwikkeld.<br />

Voor het plangebied hebben de volgende belang:<br />

"Profielschets Tilburg Knooppunt"<br />

"Gemeentelijk Milieu-beleidsplan 1990-1993" (1989) met als apart onderdeel<br />

de "Verkeersmilieukaart" (1987).<br />

De nota "Ontwikkelingsplan Stationszone Tilburg" is - samen met de "Kantorennota"<br />

- de basis voor de nagestreefde ontwikkelingen in de meeste veranderingsgebieden<br />

in dit bestemmingsplan.<br />

Relevante gegevens uit deze nota's zijn hiervoor reeds opgenomen in hoofdstuk II<br />

voorzover het om een beschrijving van de bestaande toestand ging; gegevens<br />

betreffende probleemstelling en mogelijkheden worden verder in dit hoofdstuk -<br />

eveneens per aspect, dus niet per nota- opgenomen.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 180 -<br />

III.2 UITWERKING<br />

A. FUNCTIONELE STRUCTUUR VAN HET GEBIED<br />

-zie toelichtingskaart 3 voor locatieaanduidingen -<br />

-zie ook toelichtingskaart 8: stadsbeheerplan-<br />

In het Stadsbeheerplan wordt het algemeen beleid aangegeven voor de zogenaamde<br />

"beheerbestemmingen", zoals zij ook aangegeven zijn op de bijhorende plankaart:<br />

"gegroeide -" resp. "ontworpen lijnstructuur", "woonbuurten", diverse typen<br />

"groencomplexen", "bedrijfscomplexen" en tenslotte het "stadscentrum". Hierna<br />

wordt ingegaan op de voor het plangebied relevante beleid, het betreft dan met<br />

name lijnstructuur, woonbuurten en groen. Daarna worden nog een aantal<br />

specifieke ingrepen vermeld, zoals die in het Stadsbeheerplan aangegeven zijn.<br />

- Gegroeide lijnstructuur<br />

In het plangebied bestaat de gegroeide lijnstructuur in feite uit een groot deel van<br />

de Boomstraat met enkele er op uitkomende straatdelen. In het Stadsbeheerplan is<br />

dit echter niet meegenomen, waarmee aangegeven wordt dat dit<br />

structuuronderdeel niet van primair belang geacht wordt.<br />

Volledigheidshalve wordt hier toch aangegeven wat het beleid voor dit type gebied<br />

inhoudt. Van belang is het handhaven van een menging van functies, met<br />

bijzondere aandacht voor de woonfunctie. Hinderlijke en grootschalige bedrijven<br />

dienen verwijderd te worden. Kleine bedrijfsvestigingen worden positief<br />

gewaardeerd.<br />

- Ontworpen lijnstructuur<br />

In het plangebied Noordhoek zijn als ontworpen lijnstructuur Ringbaan-west, Hart<br />

v. Brabantlaan/Spoorlaan, Noordhoekring en Bredaseweg aangegeven (er is geen<br />

gegroeide lijnstructuur aangegeven).<br />

Terwille van de "leesbaarheid" van de stad wordt gepleit voor het laten<br />

samenvallen van ruimtelijke en verkeershoofdstructuur; dit heeft uiteraard<br />

consequenties voor het type functie dat er in ondergebracht kan worden.<br />

Zo is de keuze voor wonen in middelhoge bebouwing gemaakt, zo mogelijk als<br />

geluidwerend scherm voor een achterliggende woonfunctie. Voor bijvoorbeeld de<br />

Ringbaan-west als "zichtlocatie- en aansluitend de Bredaseweg wordt de vestiging<br />

van kantoren bepleit.<br />

Meer aandacht voor de negatieve aspecten van het verkeer in deze structuur:<br />

geluidsoverlast, maar ook luchtverontreiniging, wordt noodzakelijk geacht; zie<br />

hiervoor verder in deze toelichting het onderdeel "milieu-aspecten"). Het aspect<br />

verkeersveiligheid speelt uiteraard ook (reconstructies van kruispunten,<br />

versmallen rijbanen enz).<br />

- Woonbuurten<br />

Het Stadsbeheerplan stelt de vraag of voor (alle) oudere woonbuurten renovatie<br />

nog zinvol is en of daarentegen wellicht vervanging noodzakelijk is. Dit speelt<br />

uiteraard eerder bij grotere wooncomplexen (bijvoorbeeld in beheer bij<br />

woningbouwverenigingen) dan bij grote aantallen particuliere woningen.<br />

Een voorbeeld hiervan zijn de in het noorden gelegen woonflats. Deze flats bieden<br />

echter -zeker indien enige aanpassing/renovatie tijdig plaats vindt- nog voldoende<br />

woonkwaliteit; sloop en nieuwbouw zijn hier dus niet van toepassing.<br />

Bij het vrijkomen van ruimte in een woonbuurt, bijvoorbeeld door opheffing van<br />

scholen of hinderlijke bedrijven, is een keuze te maken tussen enerzijds<br />

nieuwbouw (bijvoorbeeld t.b.v. wonen) en anderzijds verruiming van de<br />

woonomgeving (parkeren, groen, speelplekken). Daarbij dient bekeken te worden


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 181 -<br />

of bestaande woonomgeving-voorzieningen qua hoeveelheid en spreiding al dan<br />

niet voldoen.<br />

Behoud van functiemenging in oudere woonbuurten wordt nagestreefd, voorzover<br />

niet-woonfuncties geen hinder opleveren (niet alleen op zich, maar ook i.v.m.<br />

parkeren en verkeersbewegingen) voor het woonmilieu. Het stadsbeheerplan<br />

voorziet in dat kader in het toelaten van bedrijvigheid en horeca in woonbuurten<br />

voorzover deze buurtgebonden zijn en/of geen hinder veroorzaken (laagste<br />

hindercategorieën 1 en 2).<br />

Dit geldt niet voor detailhandel in verband met de gewenste hiërarchie in het<br />

winkelaanbod. Concentraties van winkels worden op bepaalde plaatsen in de stad<br />

bevorderd en op andere plekken zoveel mogelijk afgebouwd. Binnen de Noordhoek<br />

komen geen belangrijke concentraties voor; in de "Detailhandelsnota" zijn<br />

dergelijke winkelkernen voor het plangebied ook niet opgenomen. Verspreide<br />

buurtgebonden winkels vormen geen probleem.<br />

De spoorzone is in het plangebied een verhaal apart, er is nu een duidelijke<br />

woonfunctie, vooral in de vorm van flatgebouwen, aanwezig. Gestreefd wordt -<br />

zoals aangegeven is in het 'Ontwikkelingsplan Stationszone Tilburg' (1994)- naar<br />

een intensieve vestiging van kantoren in de spoorzone; het samenbrengen van die<br />

twee functies dient -ook ruimtelijk- met zorg te gebeuren.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 182 -<br />

- Groen<br />

In het plangebied komt alleen het type "besloten groencomplex" voor. Het betreft<br />

hier groen met een besloten karakter (geen ruime open gebieden zoals aan de rand<br />

van de stad).<br />

Voor het stedelijk gebied betreft het groen met accent op de recreatieve functie. In<br />

dit kader wordt de realisatie van het Kromhoutpark van belang geacht, als enige<br />

mogelijkheid voor recreatie dicht bij huis voor het zuid-westelijk deel van de Oude<br />

Stad. Inrichting en gebruiksmogelijkheden dienen afgestemd te zijn op de<br />

bevolkingssamenstelling van dit stadsdeel.<br />

- Sociale veiligheid<br />

Aan sociale veiligheid dient aandacht besteed te worden.<br />

In het Stadsbeheerplan aangegeven mogelijke of gewenste veranderingen in het<br />

plangebied zijn de volgende.<br />

In het Stadsbeheerplan uit 1989, dat nu geldt als structuurplan, zijn op de<br />

plankaart een aantal meer toegespitste bestemmingen aangegeven.<br />

De locaties 37, 38, C en D in de spoorzone, H-west,F en 30 aan Ringbaan en<br />

Bredaseweg, zijn aangegeven als om te zetten in "onderwijs en/of diensten"<br />

(waaronder ook kantoren verstaan worden).<br />

De locaties G en H-oost aan de Beukenstraat zijn aangewezen als toekomstig<br />

woongebied.<br />

Voor de Kromhout-locatie is omzetting in wonen/groen aangegeven (inmiddels<br />

gerealiseerd).<br />

Kleinere bedrijvenconcentraties als op locaties A, B en 24, zijn aangegeven als<br />

woongebied. Dit geldt tevens voor de bebouwing langs de Noordhoekring en langs<br />

de Bredaseweg (m.u.v. locaties 30 en F); voor de binnenin het gebied gelegen<br />

scholen, buurtcentrum, winkels, horeca e.d.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 183 -<br />

B. DIVERSE FUNCTIONELE ASPECTEN (GEBRUIK)<br />

1. Verkeer<br />

Algemeen uitgangspunt van beleid is de gemeentelijke nota ‘Onderweg naar 2000’,<br />

door de raad vastgesteld in 1991. De consequenties van de hierin voorgestelde<br />

maatregelen zijn verder verwerkt in de uitwerkingsnota's: het ‘Fietsplan Tilburg<br />

1993’, het ‘Verkeerscirculatieplan voor de Oude Stad’ (1995), het Collectief<br />

vervoerplan Tilburg-Goirle 1996-2000 (1995) en het Verkeersveiligheidsplan 1995.<br />

In 1998 is met het ‘Verkeerscirculatieplan Centrum’ een aantal vernieuwingen in<br />

gang gezet.<br />

In 1999 is gestart met de voorbereiding van de opvolger van ‘Onderweg naar 2000’:<br />

het ‘Tilburgs Verkeers en Vervoersplan’ (TVVP).<br />

1.1 Autoverkeer.<br />

De inzet van het beleid is om de auto een minder overheersende rol toe te delen bij<br />

de verplaatsingen over de kortere afstanden.<br />

De gemeente probeert dit te bereiken door automobilist te stimuleren gebruik te<br />

maken van de fiets of het openbaar vervoer, dan door meer personen gebruik te<br />

doen maken van één auto (carpoolen).<br />

Hiervoor wordt een pakket van maatregelen ingezet dat bestaat uit de zogenaamde<br />

"pull- en push- maatregelen (ofwel "honing- en azijnmaatregelen"). De pullmaatregelen<br />

zijn stimulerend van aard. Dit kan door het beschikbaar stellen van<br />

goede voorzieningen, zoals de aa<strong>nl</strong>eg van fietspaden of het beschikbaar stellen van<br />

faciliteiten aan werknemers. De push-maatregelen zijn gericht op het minder<br />

aantrekkelijke maken van de auto, bijvoorbeeld door parkeerregulerende<br />

maatregelen of circulatiemaatregelen voor de auto. Ten aanzien van het<br />

parkeerbeleid sluit de gemeente aan op het locatiebeleid van de hogere overheden.<br />

Dat beleid gaat ervan uit dat bedrijven met een hoge arbeids- en of<br />

bezoekersintensiteit worden gesitueerd op plaatsen die goed zijn ontsloten voor<br />

reizigers met openbaar vervoer en fietsers. Door middel van een krappere<br />

parkeernorm voor deze A of B-locaties, wordt gepoogd het autogebruik terug te<br />

dringen (sturend parkeerbeleid). De volgende binnen het plangebied gelegen<br />

gebieden zijn aangewezen als B-lokatie: CEDE-terrein, rangeerterrein NS,<br />

Hollandterrein, Ceciliastraat en Ringbaan West (lokatie CZ groep en regiopolitie).<br />

Het is de bedoeling dat hier bedrijven gevestigd worden met veel werknemers<br />

(hoge arbeidsintensiteit) en/of een belangrijke baliefunctie. Om parkeeroverlast in<br />

de woonstraten tegen te gaan zal de gemeente parkeer-regulerende maatregelen<br />

treffen (parkeerverboden, belanghebbendenregelingen enz.), gecombineerd met<br />

een adequate handhaving.<br />

Omdat de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad ook voor de toekomst<br />

gegarandeerd moet worden, zal het tangentenstelsel voltooid worden. In 2000<br />

komt de tweede fase van de noord oosttangent gereed. Het 'Verkeerscirculatieplan<br />

Oude Stad 1995' ('VOS') geeft in grote lijnen aan hoe het verkeer -in al zijn<br />

verschijningsvormen- binnen het ringbanenstelsel zal kunnen worden afgewikkeld.<br />

Voor het gebied binnen (en direct grenzend aan) de zogenaamde 'city-ring' moest<br />

nog een meer gedetailleerd verkeerscirculatieplan opgesteld worden. Dit gebeurde<br />

in 1997/1998 met de Nota ‘Verkeerscirculatieplan Centrum’, een in nauwe<br />

samenspraak met alle betrokkenen voorbereide nota die op 6 juli 1998 door de<br />

raad is vastgesteld.<br />

In 1995 is in het ‘VOS’ gekozen voor een oplossing waarbij de Heuvelring wordt<br />

afgesloten voor alle autoverkeer met uitzondering van taxi's en het openbaar<br />

vervoer. Positief effect van deze aanpak was een sterk verbeterd verblijfsklimaat<br />

op Heuvel(ring) en Paleisring hetgeen voor het functioneren van het stadscentrum<br />

als geheel van groot belang werd geacht. Het voor het plangebied belangrijkste<br />

effect is de zwaardere belasting van Noordhoekring en Bredaseweg.


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 184 -<br />

In 1996 was de verkeersintensiteit op de Noordhoekring 19.000 auto's terwijl deze<br />

in 1994 nog 15.500 bedroeg. Op de Bredaseweg steeg de intensiteit in die tijd van<br />

13.000 naar 14.000 en op de Schouwburgring van 20.000 naar 21.000 auto's.<br />

Als gevolg van het in 1998 door de raad vastgestelde ‘VCP Centrum’, mogen in de<br />

toekomst ook het openbaar vervoer en de taxi's niet meer over de Heuvel rijden.<br />

De gemeenteraad heeft besloten geen definitieve besluiten te nemen over de<br />

voorgestelde maatregelen maar de wenselijkheid en haalbaarheid beter in beeld te<br />

brengen door het verrichten van onderzoek.<br />

Met betrekking tot het plangebied zijn de volgende uitwerkingen van het ‘VCP<br />

Centrum’ van belang:<br />

* het multifunctioneel stationscomplex op de kop van de Heuvel<br />

* bundelen van autoverkeer op enkele hoogwaardige assen. De Hart van Brabantlaan en de<br />

Bosscheweg gaan in de toekomst functioneren als hoogwaardige toegangsroutes ("inprikkers")<br />

naar het centrum en de ringbanen worden opgewaardeeerd. Dit nader onderzoek moet (medio<br />

juni 1999) nog starten.<br />

* mogelijk een andere opzet van het openbaar vervoer, waarbij gedacht wordt aan een bundeling<br />

op enkele hoogwaardige assen en een ontsluiting van de wijken via kleinschalig<br />

(vraagafhankelijk) vervoer. Voor de ontsluiting van de oude stad wordt daarbij gedacht aan<br />

kleinschalig vervoer met een ‘T(ilburg)-bus’.<br />

* het ‘Sternetfietsplan’ wordt –gedeeltelijk- heroverwogen, met name voor het centrum.<br />

Voor het plangebied is van belang dat daarbij mogelijk de fietsroute door de Boomstraat alleen<br />

een functie blijft behouden voor het bestemmings(fiets)verkeer naar het centrum .De<br />

sternetfietsroute wordt dan verlegd naar de Hart van Brabantlaan/Spoorlaan.<br />

Naast Ringbaan West, Hart van Brabantlaan en de Spoorlaan blijven ook de<br />

Noordhoekring en de Bredaseweg een ontsluitingsfunctie houden voor het<br />

centrum.<br />

Verwacht mag worden dat bovengenoemde uitwerkingen van het ‘VCP Centrum’<br />

ook antwoord geven op de nog openstaande vragen uit het Verkeerscirculatieplan<br />

Oude Stad:<br />

- het mogelijk realiseren van een linksaf, komende van het noorden, op de Ringbaan-west richting<br />

Bredaseweg; daarbij zal een zekere toename van de verkeersintensiteit op de Ringbaan en op de<br />

Bredaseweg (zuidelijke rijstrook) plaatsvinden;<br />

- het mogelijk reconstrueren van de Noordhoekring om de zwaardere verkeersstroom van noord<br />

naar zuid op te vangen (door middel van –mogelijk slechts op een deel van deze weg- 2<br />

westelijke rijstroken).<br />

1.2 Fietsverkeer.<br />

Het "Fietsplan Tilburg" is bij de opstelling van het hiervoor besproken<br />

Verkeerscirculatieplan Oude Stad als randvoorwaarde meegenomen. Het ‘VCP<br />

Centrum’ leidt daarentegen waarschij<strong>nl</strong>ijk tot een partiële herziening van het<br />

fietsplan.<br />

Sternet-routes.<br />

In het plan zijn -naast de bestaande stedelijke route- een zestal hoogwaardige<br />

fietsroutes opgenomen. Een van deze sternetroutes n.l. de "Noordhoekroute", die<br />

vanaf de gemeente Loon op Zand via het centrum naar de gemeente Goirle loopt,<br />

loopt over Gasthuisring en Noordhoekring. Deze wegen zijn of worden aangepast<br />

om de functie van hoogwaardige fietsverbinding te kunnen vervullen d.m.v.<br />

vrijliggende fietspaden.<br />

Primaire routes.<br />

Langs en door het plangebied zijn zogenaamde "primaire" routes opgenomen:<br />

Ringbaan West, St. Ceciliastraat, Beukenstraat/Regenboogstraat en Bredaseweg.<br />

Deze wegvakken zullen -voorzover nog nodig is en minder ingrijpend dan bij de


T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 185 -<br />

sternetroutes- beter worden ingericht voor gebruik door de fietsers. In de<br />

Beukenstraat gebeurt dat in 1999 en in de Regenboogstraat staat uitvoering<br />

gepland in 2001.<br />

1.3 Openbaar vervoer<br />

In het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente vervult het openbaar vervoer,<br />

naast het fietsverkeer, een belangrijke rol bij het terugdringen van de groei van het<br />

autoverkeer.<br />

De Hart van Brabantlaan heeft voor het openbaar vervoer reeds een belangrijke<br />

functie: diverse stads- en streeklijnen gaan over deze weg.<br />

In de nog vigerende gemeentelijke nota "Collectief Vervoerplan 1996-2000 Tilburg-<br />

Goirle" is voorzien in twee typen buslijnen: ‘verbindende’ en ‘ontsluitende’ lijnen.<br />

De verbindende lijnen zijn snelle directe ‘hoogwaardig openbaar vervoerlijnen’<br />

(HOV lijnen) die verder afgelegen wijken verbinden met het centrum; ook<br />

streeklijnen horen bij dit type. Op deze routes worden maatregelen genomen<br />

waardoor bussen beter op tijd kunnen rijden; voorbeelden daarvan zijn vrije<br />

busbanen en prioriteit bij verkeerslichten. De Spoorlaan en de Hart van<br />

Brabantlaan (medio juni 1999 nog in uitvoering) zijn in dit kader reeds<br />

heringericht tot een HOV-route. Ook de Ringbaan-west is zo'n HOV-route.<br />

De ontsluitende lijnen zijn buslijnen die dieper de wijken ingaan en daar een flink<br />

aantal straten aandoen teneinde de loopafstanden naar bushalten kort te houden.<br />

Voor het plangebied - een relatief klein gebied - is de route over de Bredaseweg de<br />

enige die het gebied plaatselijk doorkruist. De routes van de ontsluitende buslijnen<br />

vallen verder samen met de verbindende lijnen.<br />

Spoorvervoer.<br />

Tilburg dient aan te sluiten op het net van snelle verbindingen over grote afstand,<br />

zoals de ‘hoge-snelheidslijnen’ HSL- zuid en -oost. Een belangrijk punt daarbij is<br />

het verkrijgen van een opstappunt in het EC/IC-net. Daarnaast maakt de gemeente<br />

zich sterk voor de realisatie van Interregiospoor, een systeem van<br />

stoptreinverbindingen in Brabant.<br />

1.4 Vervoer gevaarlijke stoffen.<br />

Op provinciaal nivo worden geregeld risico-analyses uitgevoerd. Op regio-niveau<br />

(brandweer) wordt met betrokken bedrijven overlegd over route- en tijdkeuzen. Het<br />

zal duidelijk zijn dat de spoorwegen (o.a. chloortransport) hun eigen beleid<br />

hebben. Voor wat betreft de route gevaarlijke stoffen over de Ringbaan West geldt<br />

dat deze verlegd zal worden naar de noord-tangent(en).<br />

1.5 Locatiebeleid en parkeren<br />

Begrippenomschrijving<br />

Een ‘bereikbaarheidsprofiel’ is gekoppeld aan een locatie en geeft daarvan de<br />

bereikbaarheid aan per openbaar vervoer, auto en fiets.<br />

Een ‘mobiliteitsprofiel’ is gekoppeld aan een bedrijf of publieke voorziening en<br />

geeft het potentieel openbaar vervoers- en fietsgebruik van werknemers en<br />

bezoekers van dat bedrijf of die voorziening aan.<br />

Toelichting<br />

De situering van activiteiten ten opzichte van het verkeers- en vervoerssysteem<br />

bepaalt in belangrijke mate het gebruik van de auto, het openbare vervoer of de<br />

fiets. Met een gericht locatiebeleid probeert de gemeente deze samenhang tussen<br />

ruimtelijke ordening en mobiliteit te benutten.


Ten aanzien van de bereikbaarheidsprofiel van lokaties wordt op grond van de<br />

ontsluitingskenmerken onderscheid gemaakt in A-, B- en C-locaties.<br />

A-locaties hebben de beste mogelijkheden voor het gebruik van het openbaar<br />

vervoer en de fiets.<br />

B-locaties hebben goede mogelijkheden voor zowel het gebruik van openbaar en<br />

fiets als de auto.<br />

C-locaties hebben de beste mogelijkheden voor het gebruik van de auto.<br />

T:\bestemmingsplanvoorschriften\1999-001.doc<br />

- 186 -<br />

Het locatiebeleid heeft betrekking op de situering van bedrijventerreinen,<br />

woongebieden en andere aktiviteiten-concentraties en op de vestiging van<br />

individuele bedrijven. Uitgangspunt is dat de juiste activiteit op de juiste plek<br />

gevestigd wordt.<br />