Kijkwijzer Dit is het Centraal Museum! - Centraal Museum Utrecht

static.centraalmuseum.nl

Kijkwijzer Dit is het Centraal Museum! - Centraal Museum Utrecht

Kijkwijzer voor

het voortgezet

onderwijs

bovenbouw HAVO/

VWO CKV

DIT IS

HET

CENTRAAL

MUSEUM!


DIT IS

HET

CENTRAAL

MUSEUM!

Dit is de kijkwijzer bij de tentoonstelling Dit is het

Centraal Museum! Deze kijkwijzer neemt je mee langs

verschillende topstukken van het Centraal Museum die,

van de middeleeuwen tot aan nu, in en rondom Utrecht

zijn gemaakt. Als je aan kunst denkt, denk je vaak aan

schilderijen. In deze tentoonstelling ontdek je dat er

veel meer soorten kunst zijn. Natuurlijk kun je straks

schilderijen bekijken, maar misschien ben jij meer

geïnteresseerd in architectuur. Houd je meer van

shoppen en de laatste mode? Ook dan ben je in het

Centraal Museum op de juiste plek, want juist hier kun

je de jurken van hedendaagse modeontwerpers als

Viktor & Rolf in het echt bekijken!

HOE GEBRUIK

JE DE KIJK-

WIJZER?

De kijkwijzer heeft een A- en B-versie. Kies je voor de

A-versie? Dan loop je langs de kunstwerken van het

middeleeuwse Utrecht (zaal 1) tot en met de Gouden

Eeuw (zaal 4). Als je kiest voor de B-versie, dan start

je bij de Patriottentijd (zaal 5) en eindig je bij de

hedendaagse kunst (zaal 8). Natuurlijk kun je de

kijkwijzer ook in zijn geheel maken!

Er zijn twee verschillende soorten vragen: algemene

vragen en verdiepingsvragen. Vragen met een * zijn

verdiepingsvragen. Overleg met je docent welke versie

en welke vragen je het beste kunt maken. En vergeet

vooral niet goed rond te kijken en je favoriete kunstwerk

uit deze tentoonstelling te kiezen! Je hebt dit kunstwerk

namelijk nodig bij de eindopdracht.

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 2 van 17

De voorloper van het Centraal Museum, het Stedelijk Museum

van Oudheden, gevestigd in Het Hogeland (1838-1921). Foto:

Centraal Museum

Weetje:

Het Centraal Museum is

175 jaar oud en daarmee het

oudste stedelijk museum van

Nederland!


PLATTEGROND

Onderstaande plattegrond geeft de route aan door

de tentoonstelling.

VERSIE A

VERSIE B

ZAAL 4

ZAAL 8 ZAAL 7 ZAAL 6

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 3 van 17

ZAAL 1 ZAAL 2

ZAAL 3

ZAAL 5


ZAAL 1

UTRECHT VOOR DE REFORMATIE: 1000-1580

JAAR

1000 1300

Het Utrechts schip

wordt gebouwd

Je bent nu in de zaal met de oudste kunstwerken

van het Centraal Museum.

Loop naar de maquette van de

Domkerk in het midden van deze

zaal.

1. Op welk kunstwerk zie je de Domtoren

nog meer? Noem de maker, de titel en het

jaartal.

In de verte zie je boven het Utrechtse landschap

de Domtoren opdoemen. Hieraan zagen

mensen dat Utrecht een bisdom is, de

belangrijkste plaats voor de katholieke kerk

in de Noordelijke Nederlanden. Aan het hoofd

stond de bisschop. Door zijn hoogte is de

prestigieuze Domtoren vanuit de hele stad

te zien en herinnert zo de mensen aan het

belang van het katholieke geloof.

Weetje:

De Domkerk is al 755 jaar oud en

heeft een toren van 112 meter hoog.

Daar past een gemiddeld huis zo’n

18 keer in!

Loop nu naar de Dombeelden van Jan Nude

naast de maquette.

Sint Maarten (Jan Nude, ca. 1450-1451). Foto: Centraal Museum

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 4 van 17

Aan het begin van de zestiende eeuw kwam er

steeds meer protest tegen het katholieke geloof

door de opkomst van de protestanten. Toen er in

1566 hongersnood uitbrak konden de protestanten

de rijkdom van de katholieke kerk niet meer aanzien.

De maat was vol en de protestanten bestormden en

vernietigden katholieke kerken in wat later de

Beeldenstorm wordt genoemd. De Domkerk werd

op het nippertje gered, totdat de protestanten tijdens

de reformatie in 1580 ook de Dom innamen. Vanaf

toen mocht het katholieke geloof niet meer

openbaar worden beoefend.

De beelden die je hier ziet hebben de Beeldenstorm

overleefd. Het beeld met de man op het paard stelt

Sint Maarten voor, de patroonheilige van de Domkerk

en de stad Utrecht. Voor een kreupele bedelaar snijdt

Sint Maarten zijn rood gekleurde mantel in tweeën.

Op de vloer van deze zaal zie je een illustratie over het

leven van de Utrechtse schilder Jan van Scorel.

Ga op de stip van de vloerillustratie

staan.


JAAR

1300 1321

1363

1321-1382

Bouw van de Domtoren

2b. Je kijkt nu naar het Drieluik met de intocht van

Christus in Jeruzalem (ca. 1526). Op dit schilderij

staat Sint Maarten afgebeeld. Waar staat hij en

waaraan kun je dat zien?

3. In de verte ligt de stad Jeruzalem. Tegenwoordig

kunnen we via internet bekijken hoe een stad

eruitziet. In de tijd dat Scorel leefde ging dat niet

zo gemakkelijk. Hoe wist Scorel toen hij dit schilderij

maakte dat Jeruzalem er zo uitzag? Leg uit. (Tip! Kijk

voor je antwoord goed naar de illustratie op de vloer)

Scorel was katholiek en ondernam een pelgrimstocht

naar Jeruzalem. Tussen 1520 en 1523 verbleef hij ook

in Rome. Scorel raakte daar geïnspireerd door beroemde

Italiaanse schilders als Michelangelo en Rafaël. Zij

schilderden in een nieuwe stijl die we kennen als de

Renaissance. Toen Scorel terugkwam in de Noordelijke

Nederlanden is hij in de vormentaal van de Italiaanse

Renaissance gaan schilderen. Dit heeft veel invloed

gehad op de schilderkunst in Utrecht en daarbuiten.

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 5 van 17

1445 1520 1523 1526 1566 1580

Gutenberg drukt het

eerste boek in Europa

Beeldenstorm

in Nederland

4*. Boven dit drieluik hangt het oudste schilderij

van het museum Calvarieberg van Hendrik van Rijn

(1363). Het is geschilderd in de middeleeuwen,

voordat Scorel de Renaissancestijl naar het Noorden

bracht. Noem drie verschillen tussen het schilderij

van Scorel en dit werk uit 1363. (Let vooral op de

houding van de figuren, de achtergrond, etc.)

I.

II.

III.


ZAAL 2

UTRECHT NA DE REFORMATIE: 1580-1625

JAAR

1580

Afbeelding bij vraag 5a. Foto: Centraal Museum

In 1580 vindt in Utrecht de reformatie plaats. Niet de

katholieken maar de protestanten kwamenaan de

macht. Zoals je nu weet uit zaal 1 was het niet

langer toegestaan om het katholieke geloof in het

openbaar uit te oefenen. Toch werden er in Utrecht

veel schilderijen met katholieke voorstellingen

geschilderd voor in schuilkerken.

Abraham Bloemaert was een schilder van katholieke

voorstellingen. Hij wordt ook wel ‘de vader van de

Utrechtse schilderschool’ genoemd omdat hij veel

leerlingen opleidde tot succesvolle schilders. Net

als Scorel reisden de leerlingen na hun opleiding

naar Italië om zich daar verder te ontwikkelen.

Eenmaal terug in Nederland vertelden de leerlingen

aan hun meester wat ze in Italië geleerd hadden.

Op deze manier leerde Bloemaert weer veel van

zijn leerlingen en de Italiaanse schilderkunst, zonder

dat hij zelf ooit in Italië was geweest!

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 6 van 17

1592 1600

5a. Hoe heet het schilderij op de afbeelding?

Noem de maker, de titel en het jaartal.

5b. Dergelijke afbeeldingen van gebeurtenissen die

plaatsvonden rond de geboorte van Christus waren

in de zeventiende eeuw heel populair. Was Bloemaert

katholiek of protestants? Waarom denk je dat?


JAAR

1600 1601

1602 1610

Oprichting van de Vereenigde Oostindische

Compagnie (VOC).

6. Links naast het schilderij uit vraag 5a. hangt

Mercurius, Argus en Io (1592) dat ook door Bloemaert

is gemaakt. Vind je de twee schilderijen op elkaar

lijken? Waarom wel of niet? (Let bijvoorbeeld op het

kleurgebruik en de houdingen van de figuren.)

Bloemaert schilderde de figuren expres in elegante

poses met langgerekte en gedraaide lichamen.

Deze schilderstijl wordt ook wel het maniërisme

genoemd. De schilder Joachim Wtewael (dit spreek

je uit als Uutewaal!) was net als Abraham Bloemaert

een belangrijke Utrechtse schilder en stond bekend

om zijn maniëristische schilderstijl.

Loop naar het Zelfportret (1601) van

Wtewael.

7a. Naast hem hangt een portret van een vrouw.

Waaraan kun je zien dat dit de vrouw van Wtewael

was? (Tip! Let op de compositie van de handen.)

7b. Probeer eens met een klasgenoot je handen op

dezelfde manier te draaien als het echtpaar Wtewael.

Lukt het bijna niet? Dat is ook niet zo gek! Herken je

de gekunstelde houding van het maniërisme?

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 7 van 17

8. Schilderen was voor Wtewael een hobby.

Geld om van te leven verdiende hij op een

andere manier. Hoe denk je dat Wtewael zijn

geld verdiende (Tip! Kijk naar de vloerillustratie.)

Wtewael was ook bestuurder en behoorde tot een zeer

welvarende familie uit Utrecht. Deze bestuurdershadden

de macht in handen en werden in de zeventiende en

achttiende eeuw regenten genoemd. In zaal 4 vandeze

tentoonstelling zie je hoe welvarend de regenten leefden!

Weetje:

De grote kast in deze zaal stond

bij Joachim Wtewael thuis. Hij is

dus meer dan 400 jaar oud! Wat zat

er in de kast denk je?


ZAAL 3

DE UTRECHTSE CARAVAGGISTEN: 1610-1630

JAAR

1610

De zaal waarin je nu staat laat hoogtepunten uit de

Utrechtse schilderkunst zien. De Utrechtse schilders

reisden vanaf de zeventiende eeuw naar Rome. Daar

zagen ze de revolutionaire schilderijen van de Italiaanse

schilder Caravaggio. De Utrechtse schilders waren zo

onder de indruk dat ze op dezelfde manier gingen

schilderen. Zo brachten ze een nieuwe schilderstijl

naar het Noorden!

9. Waarom worden deze schilders de Utrechtse

caravaggisten genoemd?

Loop nu eens naar de stip van de

illustratie op de vloer.

Het schilderij waar je nu voor staat heet De roeping van

Mattheus (1621) van de schilder Hendrick ter Brugghen.

Hij was één van de leerlingen van de schilder Abraham

Bloemaert die je in de vorige zaal hebt kunnen zien.

De roeping van Mattheus (Caravaggio, 1599-1600). Locatie:

Contarelli kapel, San Luigi dei Francesi, Rome. Foto: Web

Gallery of Art

Het schilderij op de afbeelding is van Caravaggio en

heet precies hetzelfde! Toen Ter Brugghen in Italië was

moet hij dit schilderij hebben gezien, want ze lijken

veel op elkaar. Toch zijn er ook verschillen.

10a. Vergelijk het schilderij op de afbeelding en het

schilderij op zaal. Wat zijn volgens jou de grootste

verschillen? Leg uit. (Tip! Let op het kleurgebruik,

het licht en de compositie.)

1620

1620-1630

Bloeiperiode Utrechts

caravaggisme

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 8 van 17

1621 1630

10b. Kijk eens goed naar de vloerillustratie. Hoe komt

het dat de kleuren van de afbeelding en het schilderij

zo verschillen?

I.

II.

III.

10c. Welk schilderij heeft jouw voorkeur? Waarom?

Caravaggio is bekend vanwege de lichtwerking in zijn

schilderijen. Dit zie je terug aan de afwisselend hele

donkere en lichte stukken. Het lijkt net alsof de figuren

in de spotlight staan!

11a. Hoe wordt deze lichtwerking ook wel genoemd?

(Tip! Zoek je antwoord in de illustratie op de vloer.)

11b. Op welke drie schilderijen in deze zaal zie je deze

schildertechniek terug? Noem de makers, de titels en

de jaartallen.

I.

II.

III.

Weetje:

De invloed van Caravaggio komt ook

terug in het beroemde schilderij De

Nachtwacht (1642) van Rembrandt van

Rijn. Rembrandt is alleen nooit in

Italië geweest! Hoe dat kan? Rembrandt

heeft de schilderstijl van de

Utrechtse caravaggisten ‘afgekeken’.


ZAAL 4

REGENTEN EN ITALIANISANTEN: 1625-1780

JAAR

1630 1636 1642

1660

Stichting Universiteit

van Utrecht

De kunstwerken die je hier ziet zijn allemaal

gemaakt in de Gouden Eeuw; een periode van

grote welvaart in de Republiek der Zeven

Verenigde Nederlanden.

Loop naar de stip van de illustratie

op de vloer.

Dit poppenhuis is niet om mee te spelen, maar

juist om mee te pronken bij familie en vrienden.

Alleen welvarende huisvrouwen konden zich deze

peperdure hobby veroorloven. Dit poppenhuis was

van de rijke koopmansvrouw Petronella de la

Court. Het duurde zeker 20 jaar voordat ze het

pronkpoppenhuis had samengesteld. De inboedel

liet ze in opdracht maken door ambachtslieden,

zoals meubelmakers of goudsmeden.

Het pronkpoppenhuis is een verkleinde, maar

ook geïdealiseerde, weergave van een zeventiende

eeuws huis aan de grachten van Amsterdam.

12. Als je dit huis vergelijkt met jouw eigen huis,

welke kamer(s) mis je hier dan?

13*. Waarom denk je dat Petronella een geïdealiseerde

versie van haar huishouden in het klein maakte?

Leg uit.

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 9 van 17

Poppenhuis (Anoniem, 1670-1690). Foto: Centraal Museum

14. Op de afbeelding zie je een kamer die we

tegenwoordig niet meer in huis hebben. Hoe

heet deze kamer? Omcirkel het juiste antwoord:

A. Kunstkamer

B. Saletkamer

C. Kraamkamer

Een museum zoals wij dat kennen bestond nog niet

in de Gouden Eeuw. Rijke kooplieden en regenten

(bestuurders van de stad) hadden vaak wel een

kunstkamer waar ze kunstschatten en rariteiten

verzamelden en bewaarden. Deze kamer is eigenlijk

de voorganger van het hedendaagse museum.

15. Bedenk welke kamer de kunstkamer is. Wat voor

kunstschatten en rariteiten zie je? Noem er drie.

I.

II.

III.


JAAR

1660

Als het goed is zie je ook hele kleine landschapsschilderijtjes

in de kunstkamer. Ze werden gemaakt door

schilders die verliefd waren op de Italiaanse landschappen

en de goudkleurige gloed van Italiaans zonlicht. Ze

worden ook wel Italianisanten genoemd. Als je om je

heen kijkt in deze zaal zie je ook landschapsschilderijen.

16a. Zoek een landschapsschilderij en schrijf de

naam van de maker, de titel en het jaartal op.

16b. Sommige Italianisanten voelden zich zo verbonden

met Italië dat ze hun naam veranderden in een

Italiaanse variant. De schilder Jan Baptist Weenix

signeerde zijn schilderijen bijvoorbeeld met de naam

Giovanni Battista. Wat zou jouw Italiaanse naam zijn?

1674 1700

Tornado verwoest het

middenschip van de Dom

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 10 van 17


ZAAL 5

PATRIOTTENTIJD, REVOLUTIE EN HERSTEL: 1780-1880

JAAR

1700

1713 1786 1787 1789 1800

Met de Vrede van Utrecht kwam een eind

aan twee eeuwen godsdienstoorlogen.

In deze zaal vind je werken die te maken hebben met

de patriottentijd. De patriotten waren ontevreden

burgers; ze wilden een democratisch bestuur in plaats

van het erfelijke bewind van stadhouder Willem V. In

1786 kwamen de patriotten aan de macht in Utrecht.

Dit was de eerste democratische revolutie in Europa.

De stadhouder liet het er niet bij zitten en in 1787 liep

de strijd uit op de slag bij Vreeswijk. Uiteindelijk wonnen

de Utrechtse patriotten, maar niet zonder slachtoffers…

Loop naar de vitrine in het midden van

deze zaal.

17a. Van welke twee mannen waren de spullen die je

hier ziet liggen? Waaraan kun je dat zien?

De spullen die je hier ziet liggen waren eigendom van

deze mannen. Ze waren patriot en zijn gedood tijdens

de slag bij Vreeswijk. Tijdens het gevecht droegen ze

deze voorwerpen.

A

B

D

C

Afbeelding bij vraag 17b. Foto: Centraal Museum

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 11 van 17

De Franse revolutie, introductie van de leus:

vrijheid, gelijkheid en broederschap

17b. Verbind de voorwerpen met de letters op de

afbeelding.

de pluim van een steek

haarlokken

met bloed besmeurde sjerpen

patriotteninsigne

2. Beide omgekomen patriotten werden gezien als

helden en kregen een heldenbegrafenis, waarbij

een lange stoet van rouwkoetsen door Utrecht trok.

Op welk kunstwerk zie je deze rouwstoet? Schrijf de

naam van de kunstenaar en het jaartal van de

aquarel op.

Loop nu naar het ontwerp van een grafmonument

voor mr. Cornelis Govert Visscher.

Verder dan dit ontwerp is het nooit gekomen, want

uiteindelijk versloeg Willem V de patriotten en kwam

hij toch weer aan de macht. Wil je weten hoe dit

gegaan is? Ga dan op de stip van de illustratie staan.

Utrecht was ooit een Franse stad met Lodewijk

Napoleon aan de macht. De patriotten stonden achter

het gedachtegoed van de Franse revolutie dat luidde:

‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’. De Russische

tsaar Alexander I wilde Napoleon ten val brengen en

werkte hiervoor samen met stadhouder Willem V.


JAAR

1800

1813 1816 1848 1880

19. Kijk eens goed naar het schilderij De aankomst

van de Kozakken in Utrecht in 1813 (1816) van de

schilder Pieter Gerardus van Os. De mannen op het

paard zijn de Kozakken. Zij komen het Russisch-

Pruisische leger aankondigen. De haan staat voor

de Fransen. Wie moeten uiteindelijk vluchten uit

Utrecht? Waaraan zie je dit?

20. Kun je ontdekken hoe laat de aankomst van de

Kozakken plaatsvond?

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 12 van 17

In de Nederlandse Grondwet worden

regels voor de staatsinrichting en de

grondrechten van de burgers vastgelegd.

De aankomst van de Kozakken in Utrecht in

1813 (Pieter Gerardus van Os, 1816). Foto:

Centraal Museum

Weetje:

Het schilderij was een geschenk

van de schilder P.G. van Os aan

de Russische Tsaar Alexander I.

De tsaar was zeer ingenomen met

het schilderij en gaf Van Os als

dank een ring met een diamant!


ZAAL 6

MODERNITEIT: 1880-1945

JAAR

1880

Aan het einde van de negentiende eeuw verandert de

stad Utrecht enorm. Dit komt onder andere door de

industriële revolutie en het snel groeiende aantal inwoners.

Een van die inwoners was de bekende ontwerper en

architect Gerrit Rietveld.

Loop naar de illustratie op de vloer en

ga op de stip staan.

Je ziet hier een maquette van het Rietveld Schröderhuis.

Het huis is ontworpen op verzoek van Truus Schröder-

Schräder en kwam tot stand dankzij een hechte

samenwerking tussen Truus en Gerrit. Dit huis is

opgebouwd uit glas, staal en gepleisterde witte wanden.

Nergens zie je krullen of bloemetjesprints zoals in die

tijd in de meeste huiselijke interieurs gebruikelijk was.

21a. Zou jij in het Rietveld Schröderhuis willen

wonen? Waarom wel of niet?

21b. Vergelijk het Rietveld Schröderhuis eens met

de beroemde rood-blauwe stoel (1918). Wat zijn de

overeenkomsten? Noem er drie. (Tip! Kijk goed naar

de vloerillustratie.)

I.

II.

III.

Loop nu naar de twee Rietveldstoelen.

22a. Wat zijn de grootste verschillen tussen de twee

stoelen? Noem er drie.

I.

II.

III.

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 13 van 17

1900

22b. De stoel is opgebouwd uit allerlei losse onderdelen,

zoals een rechthoekige zitting en latten voor de

armleuningen. Teken vier verschillende onderdelen

los van elkaar.

22c. Voeg de losse onderdelen die je getekend hebt

hieronder weer samen tot een nieuw meubel.

Weetje:

Het Rietveld Schröderhuis is

echt gebouwd en je kunt het

hier in Utrecht bezoeken. Eind

2000 plaatste UNESCO het huis

op de Werelderfgoedlijst!


JAAR

1900 1914 1918

1935 1940

1914-1918

Eerste Wereldoorlog

Afbeelding bij vraag 23a. Foto: Centraal Museum

Na de Eerste Wereldoorlog breken kunstenaars met de

regels en wetten van de traditionele kunst. Die regels

staan volgens hen alleen maar in de weg. Kunst moet

volgens de moderne kunstenaar de opbouw van een

betere toekomst versnellen. Kunstenaars gaan daarom

op zoek naar regels die voor iedereen gelden. Kunst

wordt zodoende steeds abstracter. In Nederland is de

kunstenaarsgroep De Stijl hiervan een voorbeeld.

De deelnemende kunstenaars stelden regels op waarin

rechthoekige vormen en primaire kleuren de voorkeur

hebben. Gerrit Rietveld en Piet Mondriaan maakten

deel uit van De Stijl. Ook van de oprichter van deze

kunstenaarsgroep is een kunstwerk terug te vinden

in deze zaal. Zijn naam is Theo van Doesburg.

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 14 van 17

1940-1945

Tweede

Wereldoorlog

1945

23a. Zoek het schilderij dat door Theo van Doesburg

is geschilderd. Schrijf de titel en het jaartal op.

Waarom heet dit schilderij zo? Leg uit.

23b*. Lees hierboven nog eens goed wat de kenmerken

van De Stijl waren. In welk werk uit deze zaal zie je

deze regels terugkomen? Schrijf de naam van het

kunstwerk op en leg uit.


ZAAL 7

SURREALISME VOOR EN NA DE OORLOG: 1930-1955

JAAR

1945

1949 1955 1964 1980

Televisie in

Nederland

Dick Bruna

bedenkt nijntje

Loop naar het schilderij Zelfportret

(1935) van Johannes Hendrikus Moesman.

Zelfportret (Johannes Hendrikus Moesman, 1935). Foto:

Centraal Museum

24. Vind je de titel toepasselijk voor dit schilderij?

Waarom wel of niet? Vergelijk je antwoord met het

antwoord van een klasgenoot.

De in Utrecht geboren Moesman is een surrealist.

Het onderbewustzijn staat centraal bij de surrealisten.

Voor het maken van dit soort schilderijen gebruikten

de kunstenaars verschillende technieken om tot het

onderbewustzijn door te dringen. Ze probeerden

bijvoorbeeld automatisch te schrijven, dus zonder erbij

na te denken, of ze maakten gebruik van droombeelden.

25a. Heb jij wel eens een droom gehad die je je nog

steeds herinnert? Misschien heb je vannacht nog

gedroomd? Zoek een klasgenoot op en vertel hem/

haar jouw droom. Vraag of hij/zij een scène uit de

droom hieronder wil tekenen.

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 15 van 17

25b. Vergelijk de tekening nu eens met de

surrealistische schilderijen. Is er misschien een

overeenkomst? Schrijf op.

Ook bij de COBRA-kunstenaars staat het onderbewustzijn

centraal. Zoek het schilderij La noyee (1964) van de

Nederlandse COBRA-kunstenaar Karel Appel.

“Ik rotzooi maar een beetje an” – Karel Appel

Vind je dit net een kindertekening? Dan geef je Karel

Appel een groot compliment! De COBRA-kunstenaars

zochten namelijk naar kinderlijke onbevangenheid om

tot hun onderbewustzijn te komen.

26. La noyee betekent de drenkelinge. Zie je dit terug

in het schilderij? Leg uit.

Weetje:

De COBRA-beweging is door

zes West-Europese kunstenaars

en dichters opgericht. In de

naam COBRA zitten de eerste

letters van de steden waar

de kunstenaars vandaan

komen: COpenhagen, BRussel

en Amsterdam.


ZAAL 8

NA HET POSTMODERNISME: 1990-HEDEN

JAAR

1980

Kroningsrellen

in Amsterdam

Aan het einde van de jaren 70 van de vorige eeuw komt

het postmodernisme op als reactie op het modernisme.

Het is een stijl waarin de kunstenaar kan doen en laten

wat hij wil. De kunst die ze maken hoeft niet meer

origineel te zijn. Oude stijlen worden hergebruikt en

verschillende stijlen lopen door elkaar. Klassiek naast

modern, schilderkunst naast cartoons, alles kan en

alles mag!

27. Kijk goed rond in deze zaal. Waaraan zie je dat de

werken die hier staan en hangen postmodern zijn?

Leg uit.

Als een kunstenaar kenmerken van een bepaalde stijl

uit het verleden hergebruikt in zijn eigen werk noem je

dit een stijlcitaat.

Loop naar het schilderij Blast IV (2008)

van Han Schuil.

28a. Volgens Schuil moet een kunstwerk helder en

direct zijn, het moet ‘knallen’. Waaraan doet dit

kunstwerk je denken? Welk stijlcitaat wordt hier

gebruikt? Leg uit.

28b. Als je dit schilderij vergelijkt met het schilderij

Groupshow (1993) van Marlene Dumas, wat valt je

dan op aan het materiaalgebruik? (Tip! Kijk ook goed

naar de zijkant van het schilder.)

1993 2002 2008 NU

Moord op politicus

Pim Fortuyn

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 16 van 17

28c*. Wat is postmodern aan het schilderij Blast IV

van Schuil?

The Fashion Show: Maryna

(paar klompen) (Viktor &

Rolf, 2007-2008 - najaar/

winter). Foto: Centraal

Museum

29a. Kijk eens naar de merkwaardige schoenen van

Viktor & Rolf. (Let op! Ze staan in zaal 7.) Wat hebben

ze veranderd waardoor het een nieuw ontwerp is

geworden en niet zomaar een klomp?

29b*. De ontwerpen van Viktor & Rolf kenmerken

zich door het herhalen, uitvergroten of accentueren

van bepaalde vormen. Hoe zie je dit terug in hun

kledingontwerp dat je hier ziet?

29c. Kijk eens naar de kleding die je nu zelf draagt.

Wat valt daaraan op? Maak hieronder een ontwerp

dat geïnspireerd is op jouw kledingstuk en waarbij je

een element uitvergroot of telkens herhaalt.


Tot slot

in vogelvlucht heb je nu kennis gemaakt met

de topstukken van het Centraal Museum. Heb je al een

favoriet kunstwerk kunnen ontdekken? Schrijf hier nog

even snel de naam van de kunstenaar, de titel van het

kunstwerk en het jaartal op. Deze informatie heb je

nodig bij het maken van de klassenopdracht.

Kunstenaar:

Titel kunstwerk:

Jaartal:

Klassenopdrachten

Kijkwijzer voor HAVO/VWO Bovenbouw Pagina 17 van 17

I Tijdbalkslinger

Zoek een klasgenoot die de andere versie van de

kijkwijzer heeft gemaakt. Plak de gemaakte

opdrachten op chronologische wijze achter elkaar

zodat er een tijdbalkslinger ontstaat. Overleg met

elkaar wat je precies gezien en geleerd hebt.

II Maak een set!

Bezoek samen met één of meer klasgenoten de

website www.centraalmuseum.nl en ga naar ‘Ontdek

de collectie’. Een van jullie logt in met een persoonlijke

gebruikersnaam en wachtwoord. Maak van jullie

favoriete kunstwerken samen een set en geef deze

een titel. Omschrijf waarom jullie specifiek voor deze

werken gekozen hebben. Vraag je vervolgens af wat de

overeenkomsten en verschillen tussen de kunstwerken

zijn. Schrijf dit op bij de set en kies ‘opslaan’.

III Maak je eigen illustratie!

Bezoek de website www.centraalmuseum.nl en ga

naar ‘Ontdek de collectie’. Vul in het zoekbalkje de titel

van het kunstwerk in die je hiernaast hebt opgeschreven.

Maak aan de hand van de informatie die je bij het

kunstwerk vindt jouw eigen illustratie. Verwerk daarin

informatie over de achtergrond van de kunstenaar

(afkomst, schilder of beeldhouwer, woonplaats, etc.)

en het werk dat je gekozen hebt (schilderij, beeld,

jurk, meubel, etc). Mocht je niet voldoende informatie

kunnen vinden, dan kun je natuurlijk ook verder op

het internet zoeken.

Tip!

Neem de vloerillustraties uit de tentoonstelling als

voorbeeld. Kijk voor inspiratie op:

www.centraalmuseum.nl/topstukken

More magazines by this user
Similar magazines