Gedenkrol Koninklijke Marine 1939-1962 / Harry ... - Veteranen-online

veteranen.online.nl

Gedenkrol Koninklijke Marine 1939-1962 / Harry ... - Veteranen-online

GEDENKROL

van de

Koninklijke Marine

1939-1962

Harry Floor

(samensteller)

1


Vormgeving en productie: Elijzen grafische producties

Bureauredactie: Stichting Het Veteraneninstituut

Copyright: Harry Floor, Weesp

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk,

fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming

van de samensteller.

Deze uitgave werd mogelijk gemaakt door de Stichting Het Veteraneninstituut en de Stichting

Karel Doorman Fonds.

2


Inhoudsopgave

Voorwoord 5

Inleiding 6

Deel I: Chronologie van incidenten: 11

A. Oppervlakteschepen (OS) 12

B. Kleine Vaartuigendienst (KVD) 26

C. Mijnendienst (MD) 29

D. Motortorpedobootdienst (MTB) 34

E. Onderzeedienst (OZD) 35

F. Marineluchtvaartdienst (MLD) 39

G. Korps Mariniers (MARNS) 58

H. Overig personeel (W) 79

Deel II: Alfabetische necrologie 100

Afkortingenlijst 191

Bronnenoverzicht 195

Woord van dank 203

Over de samensteller 204

3


Voorwoord

Veel Nederlands marinepersoneel vond tijdens de periode 1939-1962 als gevolg van oorlogsinzet de dood.

In de Tweede Wereldoorlog streden zij tegen de Duitse, Italiaanse en Japanse onderdrukkers; tijdens de

Indonesische dekolonisatieoorlog probeerden zij het geweld in de kolonie in te dammen; in de Koreaoorlog

vochten zij tegen de communistische overweldiger en bij de verdediging van Nieuw-Guinea

kwamen zij op voor de handhaving van de Nederlandse soevereiniteit. Zij die het hoogste offer gaven,

stierven zowel in directe confrontatie met de vijand, als door foltering, uitputting, of anderszins in

krijgsgevangenen- of concentratiekampen, anderen weer ten gevolge van ongevallen en ziekte gedurende

hun inzetperiode.

Van velen van hen zal men de graven vergeefs zoeken, is de achtergrond van hun doodsoorzaak bij het

publiek veelal onbekend, is het collectief rouwproces bemoeilijkt en blijft hun overlijden zodoende vaak

onbegrepen. Daarom is het lovenswaardig dat er nu een publicatie het licht ziet, waarin de achtergronden

van de dood van diverse marinemensen die tijdens hun inzet in voornoemde oorlogen het leven lieten,

wordt geschetst. De heer H.J.G. Floor, die als marineman zelf deelnam aan een van de hierboven

genoemde conflicten, werd bij een teraardebestelling van omgekomen marinepersoneel aangegrepen door

het ontbreken van details over het hoe en waarom van hun dood. Hierop nam hij zich voor de kille cijfers

betreffende deze omgekomen marinemensen aan te vullen met achtergrondgegevens, waardoor elke dode

een eigen verhaal zou krijgen. Dit voornemen resulteerde na jarenlang literatuuronderzoek en navorsing in

archieven in het werk dat nu voor u ligt. Met deze studie wordt niet alleen respect aan deze gevallenen

getoond, maar wordt tevens onder een breder publiek bekendheid gegeven aan de grote offers die het

personeel van de Nederlandse zeemacht in het recente verleden heeft gebracht.

C. van Duyvendijk

vice-admiraal b.d.

5


Inleiding

In de vroege ochtend van 1 september 1939 vielen de Duitse strijdkrachten Polen binnen. Twee dagen

later volgden de oorlogsverklaringen van Engeland en Frankrijk aan Duitsland. De Tweede Wereldoorlog

was een feit. Als reactie op deze gebeurtenissen had Nederland vanaf 28 augustus zijn strijdkrachten

gemobiliseerd. De datum waarop deze algemene mobilisatie was voltooid, 3 september 1939, is later te

boek komen te staan als het begin van een periode die bij de marine doorgaans de 'conflictperiode' of

'actieperiode' wordt genoemd. Deze periode beslaat de jaren 1939-1962 en omvat vier oorlogen of

gewapende conflicten: de Tweede Wereldoorlog (1940-1945), de Indonesische dekolonisatiestrijd (1945-

1949), de Korea-oorlog (1950-1953) en het conflict rond Nederlands Nieuw-Guinea (1950-1962). Tijdens

hun directe betrokkenheid bij deze conflicten of de directe nasleep daarvan zijn in deze zogenaamde

'conflictperiode' van 3 september 1939 tot 31 december 1962 ruim 4.000 militairen van de zeemacht

gesneuveld, geëxecuteerd, vermist, verongelukt of anderszins om het leven gekomen.

De conflictperiode

De grootste personele en materiële verliezen leed de Koninklijke Marine1 tijdens de Tweede Wereldoorlog

in de strijd tegen Duitsland en Japan. Directe betrokkenheid bij deze oorlog was voor het Koninkrijk der

Nederlanden op 10 mei 1940 een feit. Toen vielen Duitse troepen in de vroege ochtend Nederland binnen

en kwamen honderden vliegtuigen bij verrassing vanaf de zeekant. De eerste slachtoffers aan Nederlandse

kant werden bij wijze van spreken in de slaap gedood. Na een ongelijke strijd ondertekende Nederland op

15 mei de capitulatie, ofschoon de strijd in Zeeland nog twee dagen werd voortgezet.

Een deel van de Koninklijke Marine zag vóór 17 mei kans zich aan de greep van de vijand te

onttrekken en naar Engeland uit te wijken. Vóór 10 mei was er nauwelijks rekening gehouden met de

mogelijkheid dat men door een oorlog gedwongen zou worden Nederland te verlaten. De marine was er

dan ook niet bepaald op voorbereid, maar men besefte dat de strijd in geallieerd verband zou voortgaan.

Van de in Nederland achtergebleven militairen van de zeemacht kregen, behalve degenen die door de

Duitsers krijgsgevangen werden gemaakt, de overigen per 14 juli 1940 van de marineleiding een dagorder

uitgereikt waarin gesteld werd dat zij zich 'tijdelijk uit dienst' moesten beschouwen2. Een deel van hen ging

vervolgens - met alle risico's van dien - deelnemen aan ondergronds verzet tegen de bezetter. In Duitse

krijgsgevangenen- en concentratiekampen overleden vele militairen van de zeemacht door executie,

bombardementen, ongevallen of ziekte.

Ook voor Nederland bleef de betrokkenheid bij de oorlog niet beperkt tot de strijd tegen Nazi-

Duitsland. De aanval van Japan op de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor en de Britse gebieden in de

Pacific op 7 december 1941 leidde direct tot een oorlogsverklaring van Nederland aan Japan. Naarmate

Japan in Azië verder oprukte en de Britten en Amerikanen zware verliezen toebracht, kwam ook

6


Nederlands-Indië in de frontlinie te liggen. De verdediging van deze Nederlandse kolonie verliep

dramatisch. De slag in de Javazee op 27 februari 1942 werd een zware nederlaag met grote personele en

materiele verliezen. Ruim een week later moest ook het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger zich aan de

Japanse invasiemacht gewonnen geven en begon een jarenlange Japanse overheersing. Groot was het

lijden van de honderdduizenden burgers en militairen die daarna door de Japanners in internerings- of

krijgsgevangenenkampen werden ondergebracht. Ongeveer 1.400 marinemannen wisten hieraan te

ontkomen. Zij wisten begin maart per schip of vliegtuig Ceylon of Australië te bereiken.

Doordat tientallen schepen en vaartuigen, enkele onderzeeboten en een deel van de vliegtuigen

van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) in Groot-Brittannië, Australië, Ceylon of elders in veiligheid

waren gebracht, kon de marine tot het einde van de oorlog een bescheiden bijdrage aan de strijd blijven

leveren. Voor een belangrijk deel bestond deze uit verdedigende acties, zoals het escorteren van

konvooien en het beveiligen van kustwateren. Het meest offensief was het aandeel van de Nederlandse

onderzeeboten in bijvoorbeeld de Middellandse Zee en de Indische wateren, maar ook de toestellen van

de MLD hebben in de beide oorlogstheaters talloze offensieve acties uitgevoerd. De blijvende

oorlogsinspanningen van de marine brachten grote offers met zich mee. In totaal sneuvelden ruim 3.000

marinemensen.

Na de capitulatie van Duitsland (8 mei 1945) en Japan (15 augustus 1945) was de Tweede

Wereldoorlog ten einde. Voor Nederland brak nu een periode aan waarin de economische wederopbouw

centraal stond en waarin het herstel van het gezag over Nederlands-Indië vorm moest krijgen. Dit laatste

vormde de opmaat voor een langdurig gewapend conflict tussen Nederland en de op 17 augustus 1945

door de nationalistische leiders Soekarno en Hatta uitgeroepen Republiek Indonesië. De kern van het

conflict betrof niet zozeer de Indonesische onafhankelijkheidsdrang zelf, maar het onoverbrugbare

verschil van mening over het tempo van de weg tot deze zelfstandigheid. Waar de Republiek Indonesië

feitelijk met niet minder dan onmiddellijke en volledige onafhankelijkheid genoegen nam, wilde Nederland

niet verder gaan dan een geleidelijke dekolonisatie met een jarenlange overgangsperiode onder

Nederlandse leiding.

Om dit Indiëbeleid te kunnen afdwingen, zette de regering in de jaren 1946-1949 in totaal zo’n

200.000 militairen in tegen de Indonesische nationalisten. Het merendeel van deze militairen, die

gemiddeld bijna drie jaar in Nederlands-Indië werden ingezet, was uit Nederland afkomstig. De landmacht

leverde ongeveer 125.000 militairen (onder wie ongeveer 25.000 oorlogsvrijwilligers en 95.000

dienstplichtigen), terwijl de marine ruim 15.000 militairen (onder wie ruim 7.000 mariniers) inzette. Het

Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) completeerde de strijdkrachten met ruim 70.000

beroepsmilitairen en dienstplichtigen. Hiervan was ongeveer de helft van Indonesische afkomst. In de

jaren 1947-1949 kon Nederland al met al continu een strijdkracht van ruim 100.000 man op de been

houden.

Na vier jaar strijd bleek zelfs dit militaire potentieel niet afdoende om de Republiek Indonesië tot

inschikkelijkheid te bewegen. De enorme uitgestrektheid van de Indonesische archipel en de zware

klimatologische en geografische omstandigheden waren dan ook niet in Nederlands voordeel. Het

7


klassieke beeld van een in technisch opzicht superieure strijdmacht die tegen een omvangrijke

guerrillastrijdkracht in een alsmaar uitzichtlozer situatie terechtkomt, kenschetste zeker het laatste

oorlogsjaar 1949. Het waren vooral de grote buitenlandse mogendheden die aan de militaire patstelling een

einde maakten. De Republiek Indonesië had vanaf 1948 steeds meer internationale sympathie verworven.

Door de toenemende Amerikaanse en Britse politieke druk en de uitzichtloze militaire situatie legde

Nederland het hoofd medio 1949 in de schoot. Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit

over vrijwel de gehele archipel over aan de Verenigde Staten van Indonesië. De verrichtingen van de

Koninklijke Marine in de Archipel tot herstel van orde en vrede heeft een groot aantal marinemannen, aan

boord van schepen en vliegtuigen en vooral bij de mariniers te velde, het leven gekost. Er sneuvelden ruim

tweehonderd man, terwijl meer dan honderd door ziekte of ongevallen het leven lieten.

In 1950 verliet een deel van de Koninklijke Marine het nu onafhankelijke Indonesië en stak over

naar Nederlands Nieuw-Guinea. Het westelijk deel van Nieuw-Guinea was het enige deel van de

Indonesische archipel dat op 27 december 1949 buiten de soevereiniteitsoverdracht was gehouden. De

gecontinueerde Nederlandse koloniale aanwezigheid was de Indonesische regering van meet af aan een

doorn in het oog. Tot 1958 bleef het conflict rond Nieuw-Guinea, behoudens enkele kleinschalige

Indonesische infiltraties, hoofdzakelijk beperkt tot een politieke woordenstrijd. Van inzet onder

oorlogsomstandigheden was in deze jaren in strikt militaire zin eigenlijk geen sprake. Nederland kon

hierdoor de troepenmacht ter plaatse tot ongeveer 2.500 militairen beperken.

Vanaf 1958 liepen de spanningen evenwel op. In de jaren 1958-1962 verhoogde Nederland het

aantal militairen op Nieuw-Guinea (marine, landmacht en luchtmacht) daarom stapsgewijs tot 10.000. Dat

was gezien de vanaf 1960 in aantal en omvang toenemende Indonesische infiltraties en gevechtscontacten

geen overbodige maatregel. Toen het de Nederlandse regering medio 1962 duidelijk werd dat Indonesië

op het punt stond een grootscheepse invasie uit te voeren en inzag dat van westerse bondgenoten geen

militaire steun was te verwachten, koos zij alsnog voor een diplomatieke knieval. Met de Verenigde Naties

(VN) eind 1962 als tussenschakel werd de Nederlandse vlag op Nieuw-Guinea op 31 december 1962

gestreken en kwam Nieuw-Guinea in 1963 alsnog in Indonesische handen. Gedurende dit conflict met

Indonesië sneuvelden 2 mariniers en kwamen 38 man door ziekte of ongeval om het leven. Van de

ongeveer 30.000 Nederlandse militairen die in de jaren 1950-1962 op Nieuw-Guinea hebben gediend was

ruim de helft in dienst van de marine.

In de periode dat het conflict rond Nieuw-Guinea gestalte kreeg, raakte de marine ook direct

betrokken bij een ander en aanmerkelijk gewelddadiger conflict: de Korea-oorlog. Nadat Noord-

Koreaanse troepen op 25 juni 1950 massaal de 38ste breedtegraad waren overschreden schoot een door de

Amerikanen gedomineerde coalitie onder vlag van de Verenigde Naties Zuid-Korea te hulp. Al op 3 juli

1950 besloot de Nederlandse ministerraad tot deelname aan de maritieme acties onder de vlag van de VN.

Nederland stuurde een torpedobootjager en zorgde voor aflossers tot eind 1954. In deze periode zijn er

van de ongeveer 1.300 ingezette marinemensen 2 marinemannen om het leven gekomen. Bij het

Nederlands Detachement Verenigde Naties, het infanteriebataljon waarmee de landmacht jarenlang een

8


ijdrage aan de strijd tegen Noord-Korea en zijn Chinese bondgenoten leverde, dienden overigens ook

diverse (oud-)mariniers als vrijwilliger.

De Gedenkrol

De conflicten in Korea en Nieuw-Guinea markeerden de laatste fase van de zogeheten 'conflictperiode'.

Tijdens bijeenkomsten van veteranen en reünies van oud-militairen van de zeemacht wordt regelmatig

gesproken over de gevallen collega's die in bovengenoemde periode om het leven zijn gekomen. In een

aantal gevallen komt dan naar voren dat er eigenlijk weinig van de toedracht en achtergronden bekend is

en dat het zinvol zou zijn gegevens hierover te verzamelen. Hiervan kunnen dan niet alleen veteranen en

reünisten, maar ook nabestaanden kennis nemen. Jaarlijks worden overal in Nederland herdenkingen

gehouden voor de oorlogsslachtoffers. Zij worden vrijwel nooit met naam genoemd. Dat heeft de

samensteller ertoe doen besluiten om de in deze Gedenkrol vermelde persoonsgegevens te bundelen, waar

mogelijk met vermelding van de bijzonderheden en toedracht. Naast het beroeps- en reservepersoneel van

de Koninklijke Marine3 zijn ook het personeel van de Gouvernements Marine4 en de ambtenaren van het

Loodswezen die in beschouwde periode in dienst van de Koninklijke Marine het leven verloren

opgenomen. Over het algemeen wordt in deze Gedenkrol de grafligging van de ter aarde bestelden niet

vermeld. Deze is eventueel op te vragen bij de Oorlogsgravenstichting5 of de samensteller van deze

Gedenkrol.

Achteraf zal misschien blijken dat in een aantal gevallen de aard van de persoonsgegevens strikt

genomen wellicht geen opname in deze Gedenkrol rechtvaardigen. Omdat echter authentieke gegevens

van deze 'twijfelgevallen' vooralsnog ontbreken, is de samensteller er vanuit gegaan dat allen in principe

recht hebben op erkenning en is daarom de regel 'voordeel van de twijfel' gehanteerd. Verder heeft de

samensteller besloten om het noemen van namen die in diskrediet gebracht zouden kunnen worden te

vermijden. De samensteller is zich er overigens van bewust dat de door hem geraadpleegde en beschikbare

bronnen geen honderd procent volledigheid en nauwkeurigheid garanderen. Verscheidene personele

gegevens en data - hier denkt de samensteller in het bijzonder aan die van de inheemse schepelingen - zijn

bijvoorbeeld niet in de beschikbare informatiebronnen te vinden. De Gedenkrol moet dan ook worden

beschouwd als een levend document. Lezers die stuiten op omissies of onnauwkeurigheden worden

derhalve nadrukkelijk aangespoord deze te melden bij het Veteraneninstituut in Doorn, zodat het - indien

daartoe aanleiding is - te zijner tijd mogelijk wordt tot een herziene uitgave in gedrukte of in digitale vorm

(internetbestand) te komen. 6

1 Tot eind 1945 eigenlijk: Koninklijke Nederlandsche Marine.

2 Op grond van artikel 3 van het KB 30 juli 1945, Staatsblad F 129, gewijzigd bij de Wet van 5 juli 1946, Staatsblad G 145,

wordt het per 15 juli 1940 verleende ontslag geacht nimmer van kracht te zijn geweest.

3 In enkele gevallen worden ook militairen die al met eervol ontslag de Koninklijke Marine verlaten hadden in het overzicht

opgenomen, onder andere diegenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog actief waren in het verzet en als gevolg daarvan het

leven hebben verloren.

9


4 Op 22 augustus 1861 tot stand gekomen als een civiele dienst van de Nederlands-Indische regering, die de beschikking kreeg

over gewapende vaartuigen die overal in de Indische Archipel ingezet konden worden. Bij KB van 23 juni 1842 vastgestelde

benaming “Gouvernements Marine”. De Gouvernements Marine was van 1 september 1939 tot 1 maart 1942

gemilitariseerd. Ondanks het feit dat zij intussen waren gedemilitariseerd, werden officieren van de Gouvernements Marine

na de capitulatie door de Japanners als krijgsgevangenen beschouwd.

5 Sinds 28 november 2002 op het Internet (www.ogs.nl).

6 Stichting Het Veteraneninstituut, Willem van Lanschotplein 2, Postbus 125, 3940 AC Doorn (www.veteraneninstituut.nl)

10


Gedenkrol van de Koninklijke Marine

Deel I

Chronologie van incidenten waarbij personen in dienst van de Koninklijke

Marine omkwamen of vermist raakten in de periode van 3 september 1939

tot en met 31 december 1962.

11


I . Chronologie van incidenten

Bij de plaatsnamen worden in dit overzicht de in die tijd gebruikelijke namen aangehouden. Als in dit

overzicht personen worden genoemd, worden hun rang of stand, hun dienstvak en hun naam cursief

weergegeven.

A. Oppervlakteschepen (OS)

(Uitgezonderd schepen van de Motortorpedobootdienst, Mijnendienst en Kleine Vaartuigendienst)

OS 1 10-05-1940 Hr.Ms. Van Galen

Op 10 mei 1940 kreeg de torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen order naar Rotterdam op te stomen om de

overgang van de Duitsers over de Maasbruggen te beletten. Op de Nieuwe Waterweg, ter hoogte van

Vlaardingen, werd zij 1 aangevallen door Stukas (Duitse jachtbommenwerpers). Door “near misses” werd

grote schade aangericht. Stoomleidingen sprongen en waterdichte schotten scheurden. Als gevolg daarvan

werd stoker-olieman G. van den Brink gedood en raakten er dertien bemanningsleden gewond. Uiteindelijk zag

de commandant zich gedwongen het schip de Merwehaven binnen te brengen waar zij, ofschoon al

zinkende, werd afgemeerd in het oostelijke bassin. De gewonden en de dode werden afgevoerd naar het

ziekenhuis, de overige opvarenden werden ter beschikking gesteld van het Korps Mariniers (Marinedepot)

om de verdediging van Rotterdam te versterken.

OS 2 10-05-1940 Hr.Ms. Freyer

Op de namiddag van 10 mei 1940 stoomde de kanonneerboot Hr.Ms. Freyer Arnhem binnen. Vanuit de

huizen aan de Rijnkade werd het schip door daar aanwezige Duitse stoottroepen onder vuur genomen.

Vanaf de Freyer werd teruggeschoten met het 3,7 cm kanon en handvuurwapens. Na dit vuurgevecht, dat

matroos C.A. van Slooten het leven kostte, besloot de commandant de Rijn af te zakken en zich ter

beschikking te stellen van de troepen in de Grebbelinie.

Het stoffelijk overschot van Van Slooten ligt begraven op het Militair Ereveld Grebbeberg.

OS 3 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A (Stoomloodsvaartuig 19)

In de mobilisatietijd van 1939 werd het stoomloodsvaartuig 2 19 gevorderd door de marine en als

bewakingsvaartuig Hr.Ms. BV 19A in dienst gesteld. In Hoek van Holland werd het schip op 10 mei 1940

onder bevel gesteld van luitenant ter zee IJ.Smit. Vervolgens vertrok het schip naar Rotterdam en meerde daar

af in de Lekhaven. Op de hondewacht van de volgende dag werden 937 baren goud van de Nederlandse

Bank in kisten verpakt en aan boord genomen. De BV 19A vertrok om 05.00 uur met bestemming

Engeland. Behalve de bemanning waren er ook een hoofdofficier en twee schepelingen van de Royal Navy

aan boord. Ter hoogte van Maassluis werd de BV 19A midscheeps getroffen door een eerder vanuit de

lucht door de Duitsers afgeworpen magnetische mijn. Door de kracht van de explosie werd het schip

omhoog gestuwd en scheurde het vlak achter de machinekamer in twee stukken die snel zonken. Er waren

zestien slachtoffers. Behalve de drie Britten kwamen dertien Nederlandse bemanningsleden om het leven.

Het levenloze lichaam van de commandant werd in Vlaardingen aan wal gebracht. Drie omgekomen

opvarenden spoelden aan op het eiland Rozenburg: machinedrijver D. de Boer, zeeloods C. van der Horst en loodskwekeling

K. van der Meer. Slechts zes bemanningsleden overleefden de ramp.

OS 4 12-05-1940 Hr.Ms. Z 5

Bij het uitbreken van de oorlog in Nederland bevond de torpedoboot Hr.Ms. Z 5 zich op de Noordzee.

Omstreeks 06.00 uur stoomde zij de Nieuwe Waterweg op om in Rotterdam haar bijdrage te leveren aan de

strijd tegen de Duitsers. In de geschiedenis van de verdediging van de Maasstad, in het bijzonder de

Willemsbrug, het Noordereiland en het vliegveld Waalhaven, zal de Z 5 met haar bemanning van 30

koppen met ere genoemd blijven, omdat de torpedoboot ondanks hevige Duitse aanvallen vrijwel zonder

onderbreking twee dagen op haar post bleef. Onder de bemanning bevonden zich enkele lichtgewonden en

een zwaargewonde, die op 11 mei te Hoek van Holland werden ontscheept, waarna het schip met hoge

vaart terugstoomde. De zwaargewonde was matroos L. van der Struis, die de volgende dag in het Zuidwalziekenhuis

te Den Haag zou overlijden.

12


OS 5 12-05-1940 Hr.Ms. Luctor et Emergo

Het stoomschip Luctor et Emergo van de Provinciale Stoombootdienst Zeeland, dat ten behoeve van de

Koninklijke Marine op 29 augustus 1939 als hospitaalschip in dienst was gesteld, werd op 12 mei 1940 bij

Duitse bombardementen op en nabij Vlissingen vernietigd. Zeven mannen van de Vrijwillige Marine

Reserve 3 verloren daarbij het leven. Op 2 augustus werd de Luctor et Emergo gelicht en werden de zeven

bemanningsleden, alsmede drie volwassenen burgers en een kind geborgen. De vier laatste hadden tijdens

het bombardement een goed heenkomen aan boord gezocht.

OS 6 12-05-1940 Hr.Ms. Friso

Om te voorkomen dat Duitse troepen het IJsselmeer zouden oversteken naar de kust van Noord-Holland

opereerde hier een aantal eenheden van de Koninklijke Marine. Zo werden Duitse troepen in Stavoren

beschoten door de kanonneerboot Hr. Ms. Friso. Op 12 mei 1940 werd het schip dat nog steeds voor

Stavoren kruiste aangevallen door Duitse bommenwerpers. De Friso werd daarbij zwaar beschadigd en

begon te zinken. De mijnenveger Abraham van der Hulst wist langszij te komen om de bemanning over te

nemen. Van de zwaargewonden overleden spoedig de matrozen N.C. van Kampen en P. Koppejan, terwijl het

stoffelijk overschot van luitenant ter zee T.A. Kattouw op 28 mei aanspoelde bij Gaasterland.

OS 7 12-05-1940 Hr.Ms. Van Speijk / Wonsstelling

De voorpost van de stelling Den Helder, de Wonsstelling, vormde een klein bruggenhoofd voor de

oostelijke kop van de Afsluitdijk en bestond uit veldversterkingen van aarde en hout. Het geheel vormde

slechts een zwakke verdedigingslinie die werd bemand door militairen van het 33 e Regiment Infanterie en

een klein marinedetachement, bestaande uit schepelingen uit de rol van het in Den Helder liggende,

logements- en opleidingschip Hr.Ms. Van Speijk. Bij het naderen van Duitse troepen op 12 mei 1940 kreeg

matroos H. Baars opdracht om samen met een soldaat de draaibrug over de sluis bij Kornwerderzand open te

draaien. Tijdens het uitvoeren van deze opdracht werd de brug getroffen door een Duitse granaat. Door de

hevige explosie werd matroos H. Baars dodelijk getroffen.

Baars werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Den Helder. Zijn naam komt voor op het monument voor

gevallenen van de Wonsstelling, dat op het terrein staat van het Museum Kornwerderzand.

OS 8 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 4 (ex sleepboot Noordzee)

Het bewakingsvaartuig Hr.Ms. BV 34 liep op 14 mei 1940 tussen Vlissingen en Zoutelande, ter hoogte van

de scheidingston van Deurlo en Oostgat, op een magnetische mijn en verging. Twee drenkelingen werden

door een Britse torpedobootjager opgepikt. Van hen overleed machinist J.C. de Waal kort daarna. Van matroos

P.S Bergers en telegrafist W.J. de Leeuw spoelden later de stoffelijke resten aan. Zestien opvarenden, onder wie

de commandant, luitenant ter zee P. Schmidt, zijn met de BV 34 ten onder gegaan. De Bergerslaan te Beverwijk is

vernoemd naar matroos Bergers.

OS 9 15-05-1940 Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau (zie ook MD 5)

Op 15 mei 1940 om 16.30 uur stoomde de kanonneerboot Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau vanuit de rede

van Nieuwe Diep zeewaarts om met een aantal andere Nederlandse oorlogsbodems naar Engeland uit te

wijken. Tussen Callantsoog en Petten werd het schip door drie Duitse vliegtuigen aangevallen. Het kreeg

direct een bom op de commandotoren nabij kanon 2, die brand in het benedenschip veroorzaakte. Aan

boord bleef men de aanvallen afslaan. Met de laatste aanval van de Duitsers sloegen bommen in ter hoogte

van de machinekamer en in de schoorsteen. De kanonneerboot brak; het voorschip zonk snel en van het

achterschip sprongen de overlevende bemanningsleden te water. Een aantal van hen werd gered door de

mijnenleggers Hr.Ms. Nautilus en Jan van Brakel en de torpedoboot Hr.Ms. G 13. Negen bemanningsleden

vonden een zeemansgraf 5, terwijl de stoffelijke resten van acht opvarenden enige weken later aanspoelden.

OS 10 15-05-1940 Lichtschip Noord Hinder

Het lichtschip "Noord Hinder" (lichtschip 7) werd naar aanleiding van de toenemende oorlogsdreiging op

12 maart 1940 binnengehaald en opgelegd in Vlissingen, langszij het eveneens binnengehaalde lichtschip 6.

Tijdens de meidagen van 1940 werden beide schepen via het Kanaal door Walcheren versleept naar

Middelburg om te voorkomen dat ze tot zinken werden gebracht. Beide lichtschepen werden afgemeerd

langs de Loskade te Middelburg. Door een overvliegend Duits gevechtsvliegtuig werd de "Noord Hinder"

op 15 mei 1940 om 09.00 uur gemitrailleerd. Daarbij werd de zich aan boord bevindende

13


1 e lichtwachter/stuurman J.L.F.J. Pleijte van het Loodswezen dodelijk gewond. Zijn stoffelijk overschot werd op

19 mei voorlopig begraven in een veldgraf te Middelburg, maar later herbegraven op de

Noorderbegraafplaats te Vlissingen.

OS 11 21-07-1940 ss Stuyvesant

Het passagiersschip van de KNSM ss Stuyvesant vertrok op 21 juli 1940 van Southampton met bestemming

Falmouth. Aan boord bevond zich een marinedetachement. Op 24 juli zou het schip door de Koninklijke

Marine in Falmouth worden gevorderd en dienst gaan doen als logementschip. In de namiddag van 21 juli

1940 werd de Stuyvesant in Het Kanaal aangevallen door Duitse jachtbommenwerpers. Er waren slechts

“near misses” die evenwel enige schade aanrichtten. Toen de Duitsers zich terugtrokken, bleek marinier J.

Mutters vermist te zijn. Hij was tijdens de aanval kennelijk overboord geraakt.

OS 12 31-08-1940 Zwarte Zee (zie noot 3)

Op 10 mei 1940 lag de torpedobootjager Isaac Sweers nog in aanbouw bij de Koninklijke Maatschappij De

Schelde in Vlissingen. Het schip werd sleepklaar gemaakt en door de sleepboot Zwarte Zee op sleep

genomen en op 11 mei afgeleverd in de Downs 6. Het schip werd ingedeeld bij de Rescue Tug Section. In

Falmouth werd de Zwarte Zee op 20 augustus 1940 het slachtoffer van een Duitse luchtaanval waardoor

het schip kapseisde. Bijgestaan door een bergingsvaartuig, lukte het de bemanning de sleepboot in het

droogdok te brengen. Bij het lichten op 31 augustus raakte de matroos J. van der Zee in een staalkabel verward

en werd als gevolg hiervan gedood.

OS 13 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 / Rescue Tug Section (zie noot 4)

Bewakingsvaartuig Hr.Ms. BV 39 (de gevorderde sleepboot Lauwerszee) met gezagvoerder stuurman G.S.

Weltevrede was op 3 oktober 1940 uit Falmouth naar Plymouth vertrokken onder escorte van een

marinetrawler. De BV 39 sleepte een kabelschip dat kort na vertrek op een mijn liep en vrijwel onmiddellijk

zonk. Het bewakingsvaartuig kreeg order met de trawler door te gaan naar Plymouth. Een paar uur later liep

de BV 39 eveneens op een mijn en zonk zo snel, dat slechts een van de dertien opvarenden kon worden

gered.

OS 14 11-12-1940 ss Towa

Het stoomschip Towa van Mij Vrachtvaart te Rotterdam werd op 11 december 1940, tijdens de reis van

Sydney (Nova Scotia, Canada) naar Oban (Schotland) varend in konvooi HX92, op de Atlantische Oceaan

door de Duitse onderzeeboot U 96 tot zinken gebracht. Onder de achttien slachtoffers bevond zich de

Nederlandse zeeloods J.R. Kolster die aan boord als 3 e stuurman dienst deed.

OS 15 26-01-1941 ss Heemskerk

Het stoomschip Heemskerk van de VNS was in konvooi SL61 op weg van Freetown naar Liverpool. Op 20

januari 1941 werd het schip op ongeveer 220 mijl ten westen van Ierland door een Focke Wulf aangevallen,

en na twee bomtreffers ernstig beschadigd, waarna het ging zinken. Het schip werd door de bemanning

verlaten, uitgezonderd drie man die met het schip ten ondergingen. De Britse korvet HMS Delphinium, een

der escorteschepen, wist de meeste drenkelingen op te pikken, maar kon een sloep met acht opvarenden,

onder wie de kanonnier marinier W. de Heer, niet terugvinden.

OS 16 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique 7

De Vrije Franse Strijdkrachten beschikten aanvankelijk niet over voldoende personeel om de schepen van

de Franse marine die naar Engeland waren uitgeweken te bemannen. De Nederlandse marineleiding stelde

personeel ter beschikking om een aantal van deze schepen te bemannen, waaronder de antionderzeeboottrawler

Hr.Ms. Jean Frédérique. Dit schip werd op 1 mei 1941, om 16.00 uur, toen het schip

zich ongeveer vijftien mijl ten zuidoosten van Start Point (South Devon) bevond, door een Duits vliegtuig

met bommen en mitrailleurvuur bestookt. Het werd zwaar beschadigd en na een half uur verlieten alle

opvarenden het zinkende schip. Zij trachtten zich met behulp van twee vlotten drijvende te houden, doch

door onvoldoende ruimte, koude en uitputting verdronken 2 Britse en 24 Nederlandse marinemannen.

Onder hen bevond zich de commandant luitenant ter zee A.C. Lunbeck. De volgende dag werden de dertien

overlevenden om ongeveer 14.00 uur opgepikt door een Britse motorlaunch die hen in Dartmouth aan land

zette.

14


OS 17 24-11-1941 ss Groenlo

Op 24 november 1941 werd het ss Groenlo van de Stoomvaart Maatschappij Noordzee, dat op weg was

van Middelsborough naar Londen, op de Noordzee getorpedeerd door de Duitse torpedoboot S 52 en tot

zinken gebracht. Tien opvarenden vonden daarbij een zeemansgraf. De geredde rivierloods P.J. Guttig, die aan

boord dienst deed als tweede officier, werd zwaar gewond uit het water opgepikt door een escortevaartuig,

maar overleed onderweg naar Sheerness. Zijn stoffelijk overschot is op 28 november 1941 te Sheerness

begraven.

OS 18 02-01-1942 ss Langkoeas 8

Op weg van Tandjong Priok naar Soerabaja werd het ss Langkoeas, met aan boord 28 Europeanen, 87

Chinezen en 20 Javanen, het eerste slachtoffer van Japanse onderzeeboten in de Indische wateren. Het

schip werd in de Javazee ten westen van Bawean op 2 januari 1942 door een torpedo van de onderzeeboot I

58 in de machinekamer getroffen en zonk vrijwel onmiddellijk. De drenkelingen werden gemitrailleerd.

Onder de 91 omgekomenen bevonden zich de naar Soerabaja overgeplaatste matroos L. Hoogerwerf en de

militie-stoker W.F. Brasser.

OS 19 03-02-1942 Gss 9 Hr.Ms. Canopus

Tijdens een tocht met de motorsloep van Teaoe naar het op de rede van Hainsisi (Timor) liggend

bewakingsvaartuig Hr.Ms. Canopus werd de sloep op 3 februari 1942 door Japanse vliegtuigen

gemitrailleerd. De matrozen Johan Pare en Mozes Djo, alsmede motorist Janus van de Gouvernements Marine

werden daarbij gedood.

OS 20 04-02-1942 Gss Hr.Ms. Deneb

Op 4 februari 1942 werd bewakingsvaartuig Hr.Ms. Deneb in de nabijheid van het kustlicht Zuidbroeder in

de Riouw Archipel door Japanse vliegtuigen in de grond geboord. Van de Gouvernements Marine verloren

hierbij de derde werktuigkundige W.H. Koomans, de inheemse stoker Kasmadjin en een (onbekend gebleven)

inheemse stoker het leven.

OS 21 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes

Tijdens het escorteren van het evacuatieschip ss Sloet van de Beele van de KPM werd de torpedobootjager

Hr.Ms. Van Nes door bommenwerpers van het Japanse vliegdekschip Ryujo in de Gasparstraat ten zuiden

van het eiland Banka, op 17 februari 1942 tot zinken gebracht. Daarbij verloren 67 opvarenden, onder wie

de commandant luitenant ter zee C.A. Lagaay, het leven. Van de drenkelingen bezweken op hun vlot de officier

van de marinestoomvaartdienst B.C. Honig en bediende Soeparto op 20 februari aan hun verwondingen. Door ziekte

en uitputting overleed op 3 maart te Batavia de geredde en met vliegboot Dornier X 18 naar Java

overgebrachte eerste officier, luitenant ter zee B.C. Fock.

OS 22 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaia (Soerabaja)

Het opleidingsschip Hr.Ms. Soerabaia werd op 18 februari 1942 in het bassin van het Marine Etablissement

te Soerabaja door Japanse bommenwerpers tot zinken gebracht. De sergeanten-machinist J. Gras en J. Hofmeijer,

alsmede de inheemse stokers R. Apipi en Moedjijono kwamen om het leven, terwijl meer dan twintig

opvarenden werden gewond, van wie een aantal ernstig. Van hen overleden al spoedig zeven schepelingen

in de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting te Soerabaja aan hun verwondingen.

OS 23 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein

Een deel van de “Striking Force” 10, bestaande uit de kruisers Hr.Ms. De Ruyter en Java, alsmede de

torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein en de Amerikaanse jagers USS Ford en Pope, vertrok in de avond van

18 februari 1942 uit Tjilatjap om een aanval uit te voeren op de Japanse vloot die bij Sanoer op het eiland

Bali troepen aan land had gezet. In de avond van 19 februari kwam men bij de zuidelijke ingang van Straat

Badoeng in contact met de vijand, toen nog bestaande uit twee transportschepen en twee

torpedobootjagers. Tijdens het gevecht explodeerde een zware vijandelijke granaat in een ketelruim van de

Piet Hein. Het ondergeschikte hoofd machinekamer, de officier van de marinestoomvaartdienst W.M. van Moppes,

die eigenhandig een aantal gewonde stokers uit het ketelruim wist te halen, overleed tijdens het

reddingswerk. Van alle kanten werd de jager beschoten, zodat de strijd spoedig was beslist. Volkomen wrak

geschoten verdween de Piet Hein in de diepte, terwijl overlevenden zich met zwemvesten en vlotten

trachtten te redden. Benedendeks bevonden zich nog 59 man die met het schip ten onder gingen. De

15


commandant, luitenant ter zee J.M.L.I. Chömpff, is op 24 februari vlak onder Noesa Penida, een eilandje ten

zuidoosten van Bali, in volkomen uitgeputte toestand door verdrinking om het leven gekomen. Een aantal

drenkelingen kon zwemmend Noesa Penida bereiken. Van hen stierf majoor-machinist G.J. Swarthof op 25

februari door uitputting en viel korporaal-machinist W. Nak diezelfde dag in een grot, waardoor hij eveneens

om het leven kwam.

Op 12 december 1960 zijn twee ondiepwatermijnenvegers in dienst gesteld, vernoemd naar respectievelijk Chömpff en

Van Moppes.

OS 24 20-02/ 06-04-1942 Hr.Ms. Tromp

Op 19 februari 1942 vertrok de kruiser Hr.Ms. Tromp vergezeld van vier Amerikaanse torpedobootjagers

uit Soerabaja naar Straat Badoeng ten zuidoosten van Bali om een tweede aanval op de Japanse invasievloot

uit te voeren. Op de hondewacht van 20 februari kwam de kruiser in gevecht met twee Japanse

torpedobootjagers. Daarbij werd de kruiser door elf Japanse voltreffers getroffen. Tien bemanningsleden

werden gedood 11 en dertig bemanningsleden raakten gewond. Het gevecht duurde circa zes minuten,

waarna de Tromp naar Soerabaja terugstoomde. Daar werden de doden en zeventien ernstig gewonden naar

het hospitaal afgevoerd en werd een aanvang gemaakt de ergste ravage te herstellen. Door de aanhoudende

Japanse bombardementen was het niet mogelijk in Soerabaja de schade definitief te herstellen, zodat werd

besloten naar Fremantle uit te wijken. Eén van de ernstig gewonden, marinier A. Jansen, overleed op 6 april

1942 in de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting aan zijn verwondingen.

OS 25 21-02-1942 Hr.Ms. Op ten Noort

De “Op ten Noort”, een passagiersschip van 6.000 ton, was na het uitbreken van de oorlog met Japan door

de Koninklijke Marine van de KPM gevorderd en als hospitaalschip ingericht. In strijd met het oorlogsrecht

werd het schip op 21 februari 1942 in het Westervaarwater nabij Soerabaja door de Japanners vanuit de

lucht gebombardeerd. Hierbij kwamen de officier van gezondheid H. te Velde en de verpleegster R. Strik om het

leven. De zwaargewonde analiste J.M.W. Brasser overleed de volgende dag.

OS 26 27-02-1942 Hr.Ms. Soemba

Op 27 februari 1942 werd de kanonneerboot Hr.Ms. Soemba, die zich in gezelschap van zes Australische

korvetten bij Merak (noordwestkust van Java aan Straat Soenda) bevond, aangevallen door Japanse

bommenwerpers. Drie series bommen vielen vlakbij het schip, maar de schade bleef beperkt. Eén

opvarende werd ernstig gewond. Dit was matroos W.G. van der Wel, richter van het 7,5 cm antiluchtkanon.

Hij is, na door een mitrailleurkogel getroffen te zijn, blijven doorvuren tot de luchtaanval ten einde was.

Daarna verloor hij het bewustzijn en overleed enkele uren later zonder bij kennis te zijn gekomen. Op de

eerste wacht kreeg Van der Wel in de nabijheid van het eiland Krakatau een zeemansgraf.

Op 6 oktober 1961 is een ondiepwatermijnenveger naar Van der Wel vernoemd.

OS 27 27-02 / 03-03-1942 Hr.Ms. Kortenaer

Tijdens de slag in de Javazee op 27 februari 1942 werd de torpedobootjager Hr.Ms. Kortenaer om 17.15

uur midscheeps in de machinekamer getroffen door een Japanse torpedo. De jager werd plat op haar

stuurboordzijde geworpen. Direct daarop wierp het voorschip zich met een zwaar snuivend geluid omhoog

en verdween de brug onder water. De torpedo had het schip finaal in twee helften geslagen. Beide helften

stonden op hun breukvlakken rechtop in het water. Weldra verdween het achterschip, terwijl het voorschip

nog geruime tijd bleef drijven alvorens eveneens naar de diepte te verdwijnen. Als gevolg van deze ramp

kwamen 54 opvarenden, ruim eenderde van de bemanning, om het leven. De overlevenden werden

opgepikt door de Britse torpedobootjager HMS Encounter die hen de volgende morgen in Soerabaja

ontscheepte. Van hen overleed sergeant-telegrafist W. Vreeswijk op 3 maart 1942 in de Centrale Burgerlijke

Ziekeninrichting aan zijn verwondingen. Aan boord van de Encounter was intussen op 28 februari matroos

B.H. Hagendijk aan zijn verwondingen bezweken.

OS 28 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter

Tijdens de slag in de Javazee kreeg het vlaggeschip van de Striking Force, de kruiser Hr.Ms. De Ruyter, op

27 februari 1942 op de eerste platvoet vier Japanse voltreffers. De eerste treffer, om 16.31 uur, was een 20

cm granaat. Die kwam bijna loodrecht in de bottelarij binnen en passeerde vervolgens het volksverblijf in

de achterkuil, de dieselcentrale, de voorcentrale en de voorpompkamer; het projectiel kwam tot rust in de

dubbele bodem waar het onontploft bleef liggen. In de voorcentrale explodeerde bij de passage van de

16


granaat een zuurstoffles, waarbij stoker-olieman R. Hassing dodelijk en een monteur zwaar gewond raakten.

Om 23.40 uur werd de kruiser opnieuw getroffen, nu door een torpedo van de Japanse zware kruiser

Haguro. Zij zonk ruim twee uur later. De ondergang van De Ruyter heeft vermoedelijk 347 opvarenden,

onder wie de eskadercommandant, schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman, en de commandant, kapitein-luitenant ter

zee E.E.B. Lacomblé, het leven gekost.

Bij de Koninklijke Marine is tweemaal een vliegkampschip naar Karel Doorman vernoemd. Het eerste was het

hulpvliegkampschip Nairana dat van de Royal Navy werd overgenomen en op 20 april 1946 bij de KM in dienst werd

gesteld. Het tweede was het vlootvliegkampschip Venerable van de Royal Navy dat op 28 mei 1948 bij de KM in

dienst kwam. Dit schip werd op 8 oktober 1968 van de sterkte afgevoerd na een brand in de machinekamer. Op 31

mei 1991 een M-fregat in dienst gesteld als Hr.Ms. Karel Doorman, terwijl op 19 augustus 1960 een

ondiepwatermijnenveger naar overste Lacomblé werd vernoemd.

OS 29 27-02-1942 Hr.Ms. Java

Tijdens de slag in de Javazee op 27 februari 1942 werd de kruiser Hr.Ms. Java omstreeks 23.20 uur aan

stuurboord bij de achtermunitiebergplaats getroffen door een torpedo van een der Japanse zware kruisers.

Het achterschip brak af ter hoogte van de longroom, de achtermachinekamer liep vol en het schip maakte

snel slagzij over stuurboord. Het zonk binnen vijftien minuten. Waarschijnlijk gingen 518 opvarenden 12 met

het schip ten onder. De commandant, kapitein ter zee Ph.B.M. van Straelen, kon aanvankelijk op een in het

water drijvende bamboehouten rustbank klauteren, doch is nooit meer teruggezien. Sergeant der mariniers W.

van Nek raakte, overdekt met brandwonden, te water en werd op een vlot getrokken. Hij overleed de

volgende dag aan zijn verwondingen en kreeg een zeemansgraf.

Op 12 december 1960 is naar Van Straelen een ondiepwatermijnenveger vernoemd, terwijl in Soest een straat zijn naam

kreeg.

OS 30 28-02-1942 Gms Hr.Ms. Reiger

Op 28 februari 1942 om 23.00 uur werd het vliegbootmoederschip Hr.Ms. Reiger in de baai van Bantam

gevangen in een zoeklicht van de Japanse torpedobootjager Hatakaze. Tijdens het manoeuvreren om de

Japanner te ontlopen, liep de Reiger op een der riffen vast. Na nog verscheidene salvo's in de duisternis te

hebben afgevuurd, verdween de torpedobootjager. De eerste officier H.J.K. Lehmann en de derde

werktuigkundige W.R. Flissinger van de Reiger sprongen tijdens de aanval over boord en zwommen in de

richting van Poelau Doea. Er is nooit meer iets van hen vernomen.

OS 31 28-02-1942 / 01-03-1942 Hr.Ms. Evertsen

Op 28 februari 1942 lag de torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen in Tandjong Priok, toen zij opdracht kreeg

naar Tjilatjap op te stomen. Omstreeks 20.30 uur ontmeerde de jager en enkele uren later werden in de baai

van Bantam vuurverschijnselen van vermoedelijk een zeegevecht waargenomen. De commandant besloot te

proberen met een wijde boog daar omheen te stomen tot de Sumatrawal zou zijn bereikt en vervolgens te

trachten via Straat Soenda in de Indische Oceaan te komen. Na het passeren van het eilandje Dwars in de

Weg nam men onder de Javawal twee Japanse torpedobootjagers waar. Eén hunner ontstak een zoeklicht

en opende het vuur op de Evertsen. Door snel manoeuvreren en het leggen van een nevelscherm wist de

Nederlandse jager de belagers van zich af te schudden. Na het passeren van de eilanden Seboekoe en Sebesi

kreeg de Evertsen opnieuw zicht op de Japanse jagers die terstond het vuur openden. De Evertsen kreeg

een zevental treffers, één daarvan deed een hevige brand ontstaan. Sergeant-geschutmaker J.C. Borst kwam

hierbij om het leven, terwijl zowel de chef d’equipage 13, schipper W.K. Piet, als stoker H. Koopman

levensgevaarlijk werden gewond. De commandant meende dat het niet verantwoord was een nachtgevecht

aan te gaan en zette de Evertsen tussen Seboekoe Besar en Seboekoe Ketjil aan de grond, waarna de hele

bemanning, met uitzondering van wijlen sergeant Borst, op het grootste eiland aan wal ging. Er werden

zoveel mogelijk voedings- en geneesmiddelen meegenomen. Op de dagwacht van 1 maart bereikte de brand

de achtermunitiebergplaats. Deze explodeerde en daarbij werd het achterschip weggeslagen. Aan de wal

overleden al spoedig schipper Piet en stoker Koopman aan hun verwondingen. Zij werden nabij het strand

begraven. De bemanning trok in een leegstaande kampong op het eiland ten einde de komende

gebeurtenissen af te wachten. Een zevental Europese opvarenden van de Evertsen probeerde een goed

heenkomen te zoeken. Zij splitsten zich op 3 maart in twee groepjes. Elk groepje vertrok in een zeilprauw

om te proberen Java te bereiken. Het ene groepje bestond uit de luitenants ter zee J.G. Colijn en P. Groustra,

alsmede majoor-machinist A. de Heer. Van hen is nooit meer iets vernomen. Het tweede groepje, bestaande uit

sergeant-machinist J.G.A. van Kordelaar en de matrozen J. Eleveld, A. Stücken en Th.E. Wiggers, heeft in eerste

instantie getracht de Sumatrawal te bereiken. Door ontberingen en longontsteking stierven Van Kordelaar,

17


Eleveld en Wiggers binnen enkele weken, terwijl Stücken krijgsgevangen werd gemaakt. Op 8 maart kregen de

achtergebleven bemanningsleden bij monde van een Sumatraan bericht dat zij zich de volgende dag aan de

Japanners moesten overgeven. Een aantal Indo-Europese en inheemse bemanningsleden maakte zich

daarop uit de voeten. (zie W 26) Op 9 en 10 maart begaven de resterende opvarenden van de Evertsen zich

met de motorsloep en de whaleboot naar de Sumatrawal (Radjabasa), waar de Japanners hen stonden op te

wachten en formeel krijgsgevangen maakten. Met vrachtwagens werden zij overgebracht naar de gevangenis

van Tandjong Karang op Zuid-Sumatra. Daar overleed op 25 maart door onbekende oorzaak de

commandant van de Evertsen, luitenant ter zee W.M. de Vries. Intussen waren de nog overgebleven

Indonesische bemanningsleden door de Japanners in vrijheid gesteld.

OS 32 01-03-1942 USS Houston

Na de slag in de Javazee waren de Australische kruiser HMAS Perth en de Amerikaanse kruiser USS

Houston uitgeweken naar Tandjong Priok om olie te laden. Vandaar vertrokken beide schepen om via

Straat Soenda naar de Indische Oceaan uit te breken. Vóór de Bantambaai stootten zij in de nacht van 28

februari op 1 maart 1942 op het escorte van de Japanse invasievloot voor West-Java. In de korte, verwarde

actie die volgde gingen de twee geallieerde kruisers verloren. Onder de 696 opvarenden die met het schip

ten ondergingen, bevonden zich de Nederlandse verbindingsofficier luitenant ter zee J.C. van Leur en de

landstorm-matroos-seiner P.J.A. Stoopman. 368 overlevenden werden door de Japanners uit zee opgepikt.

OS 33 01-03-1942 Hr.Ms. Witte de With

Ten gevolge van het bombardement door Japanse vliegtuigen op het Marine Etablissement te Soerabaja op

1 maart 1942 werd de torpedobootjager Hr.Ms. Witte de With, die aan de Oedjongkade lag afgemeerd,

getroffen. Na het bombardement werd bootsman A.L. Knaape vermist.

OS 34 07-03-1942 ms Poelau Bras

In Pelaboehanratoe in de Wijnkoopsbaai, aan de zuidwestkust van Java, ging op 4 en 5 maart 1942 het uit

Bandoeng aangekomen marinepersoneel aan boord van het motorschip Poelau Bras van Stoomvaart

Maatschappij Nederland. Behalve het marinepersoneel werden ook militairen van het KNIL en burgerevacuées

geëmbarkeerd. Het schip vertrok op 6 maart om acht uur ’s avonds met bestemming Colombo.

De volgende morgen tegen 10.00 uur werd het in de Indische Oceaan aangevallen door vliegtuigen,

opgestegen vanaf het Japanse vliegkampschip Hiryu. De koopvaarder kreeg diverse voltreffers, sloeg lek en

raakte in brand. Ook toen het al in zinkende toestand verkeerde, bleven de Japanners het schip mitrailleren

en namen zelfs na de ondergang van de Poelau Bras de reddingssloepen onder vuur. Van de ruim 250

opvarenden konden zich niet meer dan 116 in veiligheid brengen. Zij werden gevangenen van de Japanners.

Onder de slachtoffers bevonden zich 36 marinemannen. Een groep drenkelingen, onder wie de gewonde

officier van gezondheid V. Droop, bereikte in een reddingsboot de kust bij Balimbang, op het zuidwestelijke

punt van Sumatra (Vlakke hoek), maar werd al spoedig krijgsgevangen gemaakt. Hij overleed op 1 april

1942 in Palembang aan zijn verwonding.

Naar de bij deze ramp omgekomen schout-bij-nacht J.J.A. van Staveren werd in Reeuwijk een straat vernoemd.

OS 35 16-04-1942 Gms Hr.Ms. Anna

H.H.M. Fuhri, tweede officier bij de Gouvernements Marine en gezaghebber van het gewestelijk vaartuig

Hr.Ms. Anna, werd na het in brand steken en tot zinken brengen van zijn schip 14 op 12 april 1942 op de

rede van Manokwari door de Japanners gevangengenomen. Hij werd gedurende de ondervraging

mishandeld en op 16 april 1942 geëxecuteerd. Vervolgens werden schipper Komendong, motorist Simoen en

matroos M. Engka van de Anna door de vijand om het leven gebracht.

OS 36 06-05-1942 ss Amazone

Op 6 mei 1942 werd het KNSM stoomschip Amazone, op weg van Caracol (Haïti) naar New York, voor de

kust van Florida bij Jupiter Inlet getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot U 333 en tot zinken gebracht.

Onder de veertien slachtoffers van deze ramp bevond zich marinier J.C. Kip die als kanonnier aan boord was

gedetacheerd.

OS 37 13-05-1942 ms Brabant (zie ook MLD 45)

Op 13 mei 1942 werd het Belgische motorschip Brabant van de maatschappij Armement Deppe, op weg

van Glasgow naar Curaçao via Trinidad, getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot U 155. Het zonk snel

18


en daarbij kwamen onder meer de luitenants ter zee H. Kolff 15 en W.J. Bouman, die bestemd waren voor dienst

bij de Marineluchtvaartdienst op Curaçao, om het leven.

OS 38 14-06-1942 ms Aagtekerk

Het motorschip Aagtekerk van de VNS vertrok in konvooi WM11 op 11 juni 1942 uit Port Said met

bestemming Malta. De bemanning telde 73 koppen, terwijl zich bovendien 102 Britse militairen aan boord

bevonden. Doordat twee koopvaardijschepen machineschade kregen, keerde het konvooi terug. De

Aagtekerk kreeg opdracht om onder begeleiding van een korvet koers te zetten naar Tobroek. Op 14 juni

op ongeveer 12 mijl benoorden Tobroek werden zij aangevallen door ongeveer 30 Duitse bommenwerpers.

De Aagtekerk kreeg midscheeps drie voltreffers waardoor er brand uitbrak. Van de bemanning sneuvelden

zes man, onder wie de derde stuurman, zeeloods J.C. van der Peijl, terwijl 42 Britse militairen het lieven lieten.

Met vlotten en sloepen wisten de overlevenden Tobroek te bereiken.

OS 39 01-07-1942 ms Olivia

De tanker ms Olivia, toebehorende aan de NV Petroleum Maatschappij La Corona, werd op 14 juni 1942 in

de Indische Oceaan, op weg van Abadan naar Fremantle, door de Duitse hulpkruiser Thor aangevallen en

tot zinken gebracht. Daarbij verloren 42 opvarenden het leven. De overlevenden gingen aan boord van de

enige nog bruikbare sloep en probeerden zoveel mogelijk westwaarts te varen. De derde werktuigkundige,

tevens sergeant-machinist van de Marine Reserve, A. Timme, was ernstig gewond. Hij bezweek op 1 juli aan zijn

verwondingen en kreeg een zeemansgraf. De daarop volgende dagen bezweken nog vier bemanningsleden.

Na een barre reis van een maand slaagden slechts vier man erin op 13 juli Madagaskar te bereiken.

OS 40 04-08-1942 Hr.Ms. Soemba

In de zomer van 1942 werd de kanonneerboot Hr.Ms. Soemba door de Commander-in-Chief East Indies

naar de Straat Hormus, tussen de Perzische Golf en de Golf van Oman, gezonden voor

onderzeebootbestrijdingsactiviteiten. Ten gevolge van de extreem hoge temperatuur, die opliep tot circa 50º

C, liep de chef d’equipage, schipper G.Th. van Huet, op 4 augustus een zonnesteek op. Hij overleed tijdens het

transport naar het hospitaal in Bahrein. De schipper werd begraven op de War Cemetery Basrah.

OS 41 08-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers

Op 8 november 1942 meldde de uitkijk van de torpedobootjager Hr.Ms. Isaac Sweers, die zich op zes mijl

van Europapunt ten zuiden van Gibraltar bevond, twee bellenbanen van torpedo’s die konden worden

ontweken. Onmiddellijk begaven de opvarenden van de niet daadwerkelijk op wacht staande

oorlogswachtsdivisie zich naar hun alarmposten. Daarbij struikelde matroos C.B. Heerspink over het ter

vrijmaking van het schootsveld neergeklapte relinghekwerk en viel overboord. Hij is sindsdien vermist.

OS 42 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers

Op 13 november 1942 maakte de torpedobootjager Hr.Ms. Isaac Sweers in de Middellandse Zee deel uit

van “Force R”, een formatie bestaande uit twee vloottankers, een torpedobootjager, een korvet en vier

trawlers, allen behorende tot de Royal Navy. Kort voor 17.30 uur werd de Nederlandse torpedobootjager,

op 55 mijl ten noordwesten van Algiers, met korte tussenpoos getroffen door twee torpedo’s, afkomstig

van de Duitse onderzeeboot U 431. De eerste torpedo trof de jager in een volle olietank, waarvan de

inhoud in brand vloog. De tweede raakte het schip ter hoogte van de longroom. Een aantal opvarenden

werd in zijn slaap gedood. Anderen kwamen om in zee als gevolg van de brandende olie die zich over het

wateroppervlak had verspreid. Inmiddels kwamen ook de dieptebommen en andere munitie tot ontploffing.

De overlevenden werden uit zee opgepikt. Van de 194 man die de Isaac Sweers op haar laatste reis aan

boord had, vonden er 103 (onder wie vijf Britten) de dood.

OS 43 30-11-1942 ss Nova Scotia

De zeeloods H.W. Bor had tot oktober 1942 als tweede stuurman dienst gedaan aan boord van het

stoomschip Themisto van de Mij Hudig & Veder uit Rotterdam. Hij werd ziek en op 27 oktober 1942 in

Aden naar het hospitaal overgebracht. Teneinde naar Engeland te worden getransporteerd voor herstel,

embarkeerde hij op 17 november 1942 als passagier aan boord van het Britse ss Nova Scotia. Dit schip zou

met geïnterneerde Italianen uit Massaoea (Ethiopië) aan boord vanuit Aden naar Durban gaan. Op 30

november 1942 werd de Nova Scotia, niet ver van de kust tussen Lourenço Marques en Durban

getorpedeerd door de U 177, waarna het schip in tien minuten zonk. Er waren honderden drenkelingen,

19


velen op vlotten en rubberboten, die later konden worden gered. Vele geïnterneerden, bemanningsleden en

passagiers, onder wie Bor, kwamen bij deze ramp om het leven.

OS 44 01-12-1942 HMAS Armidale

Om een KNIL-detachement op Timor af te zetten en daar andere KNIL-militairen en Portugese

vluchtelingen op te halen om naar Australië te brengen, vertrok de Australische korvet HMAS Armidale op

29 november 1942 vanuit Port Darwin. Toen de korvet Timor op de namiddag van 29 november 1942 op

enkele mijlen was genaderd, werd zij aangevallen door Japanse bommenwerpers en watervliegtuigen. Zij

werd door twee torpedo’s midscheeps getroffen, sloeg binnen vier minuten om en zonk. Er waren bij

vertrek uit Darwin 149 opvarenden aan boord: 83 leden van de bemanning, 3 Australische

landmachtmilitairen, het KNIL-detachement en 2 Nederlandse marinemannen. Bij de ramp kwamen 40

KNIL-militairen om het leven en werd één van de marinemannen, de matroos H. de Vries, vermist. De

overigen konden Australië per motorsloep bereiken of werden door een Catalina uit zee opgepikt.

OS 45 07-12-1942 ss Ceramic

Het Britse passagiersschip ss Ceramic, dat op 7 december 1942 in de Atlantische Oceaan op weg was van

Engeland naar Zuid-Afrika, werd door de Duitse onderzeeboot U 515 getorpedeerd en verging met man en

muis. Hierbij kwam ook de dienstplichtige monteur C.F. Kuipers, die als passagier op weg was naar Kaapstad

waar zijn familie woonde, om het leven.

OS 46 23-12-1942 ss Tacoma Maru 16

Op 15 oktober 1942 vertrok het oude, 3.000 ton metende Japanse transportschip ss Tacoma Maru met circa

1.700 Nederlandse krijgsgevangenen vanuit Tandjong Priok met bestemming Rangoon in Burma. Op de

rede van George Town, Penang (Malakka), waar het schip negen dagen ten anker bleef liggen, probeerde

konstabelsmaat G. Pronk op 12 december 1942 via de ankerketting te ontsnappen. Hij werd door Japanse

bewakers gegrepen en vervolgens ernstig mishandeld, waarna hij nog een etmaal lang op het voorschip in de

houding moest staan. Als gevolg daarvan overleed hij na aankomst in Rangoon op 23 december 1942.

OS 47 15-01-1943 ss Nitimei Maru

Op 10 januari 1943 vertrok vanuit Singapore het Japanse transportschip ss Nitimei Maru. Een roestend,

stinkend schip van ongeveer 7.000 ton geladen met onder meer vier locomotieven en spoorwegmateriaal

van de Javaanse Staatsspoorwegen. In Singapore waren circa 1.000 geallieerde krijgsgevangenen en 600 man

van de Japanse spoorwegtroepen geëmbarkeerd. De gevangenen werden in het voorruim en de Japanners in

het achterruim ondergebracht. Bij Penang werd met het 5.000 ton metende transportschip ss Modji Maru

en een korvet van de Japanse marine een konvooi gevormd. Aan boord van de Modji Maru bevonden zich

eveneens circa 1.000 geallieerde krijgsgevangenen. Bestemming was Rangoon. Toen het konvooi op

donderdag 15 januari in de Golf van Martaban stoomde, verschenen er om 12.40 uur plotseling zes

Amerikaanse B-24 Liberator bommenwerpers die de schepen aanvielen. Het ss Nitimei Maru werd tot

zinken gebracht, terwijl het ss Modji Maru zwaar werd beschadigd. Tot de 37 vermisten van de Nitimei

Maru behoorden 6 Nederlandse marinemannen. Drenkelingen van de Nitimei Maru werden groepsgewijs

opgepikt door sloepen van de korvet die hen aan boord nam om ze vervolgens naar de Modji Maru te

brengen. Omdat de Modji Maru door de near misses een lekkage had opgelopen, werd besloten om, in

plaats van de oorspronkelijke bestemming Rangoon, Moulmein aan de Golf van Martaban aan te doen.

Daar werden alle opvarenden gedebarkeerd. De krijgsgevangenen werden voorlopig opgesloten in de

Moulmein District Jail, waar de ernstig gewonde matroos W.J. Immink overleed. Na enkele dagen werden de

krijgsgevangenen naar Thanbyuzayat in Burma 17 overgebracht om tewerkgesteld te worden aan de beruchte

Burma-Siam spoorweg.

OS 48 25-01-1943 ms Nortind

De Noorse motortanker Nortind was op weg van New York naar Liverpool toen zij op 25 januari 1943

door de Duitse onderzeeboot U 67 op de Atlantische Oceaan werd getorpedeerd en vervolgens zonk. De

mariniers Ch.B. Felikxdal en D. van der Wijk, die als passagiers vanuit de Verenigde Staten op weg waren naar

hun nieuwe plaatsing in het Verenigd Koninkrijk, kwamen hierbij om het leven.

20


OS 49 05-05-1943 Hr.Ms. Jacob van Heemskerck

Aan boord van de luchtverdedigingskruiser Hr.Ms. Jacob van Heemskerck, die op weg was van Melbourne

naar de Exmouth Golf, West-Australië, bleek de matroos T. de Jong overboord te zijn geraakt. Hoewel meteen

op tegenkoers werd gegaan, werd niets meer van De Jong vernomen en moest worden aangenomen dat hij

was verdronken.

OS 50 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn (zie ook MLD 59)

Op weg van New York naar Basra (Perzië) werd het Noorse stoomschip Hoegh Silverdawn in de Indische

Oceaan op 15 juni 1943 door een Japanse hulpkruiser tot zinken gebracht. Met het schip gingen vier

onderofficieren van de MLD ten onder. Zij waren bestemd voor SQ 321 op de vliegbasis China Bay

(Trincomalee,Ceylon).

OS 51 05-08-1943 Hr.Ms. Soemba

In juli 1943 werd de kanonneerboot Hr.Ms. Soemba ingedeeld bij de geallieerde invasiemacht op de

oostkust van Sicilië. Het schip werd ingezet voor walbombardementen ter ondersteuning van de gelande

troepen. Op 5 augustus 1943 kreeg de Soemba bij Pozzillo op de oostkust van Sicilië op de brug een

voltreffer van een Duitse walbatterij. Hierdoor werden drie opvarenden gewond, van wie twee ernstig. Tot

de laatsten behoorde de commandant, kapitein-luitenant ter zee J.J.M. Sterkenburg, die enkele uren later aan zijn

verwondingen overleed.

OS 52 17-11-1943 ss Ryukyu Maru

In 1943 zijn vele krijgsgevangenen vanuit Soerabaja naar Ambon en naar het ten oosten van Ambon

gelegen eiland Haroekoe vervoerd. Zij moesten daar vliegvelden aanleggen. Het vliegveld van Haroekoe

kwam eind 1943 gereed. Vele krijgsgevangenen stierven als gevolg van ontberingen. De zieken werden per

schip naar Liang op Ambon vervoerd en zouden vervolgens met een Japans vrachtschip naar Java worden

getransporteerd. Twintig van deze zieken verdronken toen het vlot omsloeg, waarop zij naar het op Liang

ter rede liggende vrachtschip werden vervoerd. Omdat het schip te klein was om alle zieken te vervoeren,

werd een tweede Japans schip, het ss Ryukyu Maru, bij het vervoer ingeschakeld. Op weg naar Java werd dit

schip door de Amerikaanse onderzeeboot USS Sealion op 17 november nabij de Babar eilanden in de

Banda Zee getorpedeerd, waarop het zonk. De escorteur, een korvet, pikte de Japanners onder de

drenkelingen uit zee op. De krijgsgevangenen die, voor zover zij in leven waren gebleven, in zee

rondzwommen of dreven, werden gemitrailleerd. Circa 540 krijgsgevangenen, onder wie 43 inheemse

schepelingen van de Koninklijke Marine, vonden een zeemansgraf.

OS 53 29-11-1943 ss Suez Maru

Bij het afvoeren van zieke krijgsgevangenen van Ambon naar Java werd het Japanse transportschip ss Suez

Maru op 29 november 1943, honderd kilometer noordoostelijk van Kangean, door de Amerikaanse

onderzeeboot USS Bonefish getorpedeerd. Zeven overlevende Japanse bemanningsleden werden door een

konvooierend korvet gered. Daarna werd het drenkelingenveld door de Japanners gemitrailleerd. Er werden

134 Nederlandse krijgsgevangenen vermist, onder wie 15 van de Koninklijke Marine.

OS 54 01-12-1943 Japanse zeetransporten

Bij zeetransporten met krijgsgevangenen in Nederlands-Indië kwamen aan boord van onbekend gebleven

Japanse transportschepen 18 door verdrinking, ontbering, mishandeling of ziekte acht militairen van de

zeemacht om het leven.

OS 55 14-04-1944 ss Generaal van der Heyden

Het ss Generaal van der Heyden van de KPM lag voor reparatie in Bombay. Het lag vlakbij het met munitie

geladen Britse ss Fort Stikine, dat op 14 april 1944 explodeerde, waarna het vuur oversloeg naar de

Nederlandse koopvaarder. Door de enorme explosie sloeg het schip los, terwijl er op verschillende plaatsen

branden uitbraken. Twaalf man van de reparatiewerf en een bemanningslid van de Generaal van der

Heijden vonden daarbij de dood, evenals een hoofdemployé, de landstorm-korporaal-machinist W. van

Wijngaarden, die als opzichter toezicht hield op de reparaties aan boord.

21


OS 56 24-06-1944 ss Tomohoku Maru

Drie Japanse transportschepen en vier tankers, gekonvooieerd door drie korvetten, stoomden in de zomer

van 1944 van Singapore via Formosa naar Japan. Eén van de schepen, een oud Frans vrachtschip, door de

Japanners herdoopt in Tomohoku Maru, was in de onderste ruimen geladen met suiker. In het voorschip

was boven deze ruimen een tussendek waarop 772 krijgsgevangenen lagen. In het achterschip waren

ongeveer 1.500 gewonde en zieke Japanse militairen ondergebracht. Toen het konvooi op 24 juni Nagasaki

naderde, werd de Tomohoku Maru tegen middernacht getroffen door een torpedo van de Amerikaanse

onderzeeboot USS Tang. Binnen enkele minuten zonk het schip. De in het water liggende Japanners

werden door de korvetten gered, terwijl zij de zwemmende krijgsgevangenen aan hun lot overlieten. Onder

de 561 vermiste krijgsgevangenen bevonden zich 12 Nederlandse marinemannen. Even later werden twee

andere transportschepen, aan boord waarvan zich geen krijgsgevangenen bevonden, getorpedeerd. Alle nog

in zee liggende drenkelingen werden opgepikt door een walvisvaarder die vanuit Nagasaki te hulp was

gekomen. De 211 krijgsgevangenen, die de schipbreuk van de Tomohoku Maru hadden overleefd, werden

in Nagasaki overgebracht naar het krijgsgevangenenkamp Fukuoka 14.

OS 57 18-09 / 08-10-1944 ss Junyo Maru 19

Op 15 september 1944 vertrok het Japanse transportschip Junyo Maru (in 1930 te Liverpool van stapel

gelopen als het Britse ss Deslock van 5065 BRT) van Tandjong Priok naar Padang met ruim 2.000

krijgsgevangenen en 4.500 geronselde Indonesische arbeiders (romusha) aan boord, allen bestemd om te

worden ingezet bij de aanleg van de Pakanbaroe spoorweg 20. Het schip werd op 18 september 1944 in de

Indische Oceaan ter hoogte van Pasar Bantal (ten noorden van Bengkoelen) aan de westkust van Sumatra

aangevallen door de Britse onderzeeboot HMS Tradewind en vervolgens tot zinken gebracht. De

overlevenden konden bij Padang en Kaap Indrapoera aan wal komen. Onder hen bevond zich de gewonde

stoker O. Frans, die evenwel op 8 oktober 1944 in krijgsgevangenschap te Padang aan zijn verwondingen

overleed. Onder de 1.329 krijgsgevangenen die verdronken bevonden zich 50 Nederlandse marinemannen

en twee burgerambtenaren van het Marine Etablissement in Soerabaja.

OS 58 21-09-1944 ss Toyofuku Maru

De Toyofuku Maru (ook wel Hokofuku of kortweg Fuku Maru genoemd), een Japans vrachtschip van

ongeveer 5.000 ton dat was geladen met bauxieterts, had 213 Nederlandse en 1.076 Britse krijgsgevangenen

aan boord. Op 20 september 1944 vertrok het schip in een konvooi van ongeveer 25 schepen vanuit

Manilla Bay in de Philippijnen naar Japan. De volgende dag werd het konvooi ter hoogte van San Narciso

bij Subic Bay gebombardeerd door ongeveer 75 Amerikaanse bommenwerpers. De Toyofuku Maru, die

twee ‘near misses’ en twee voltreffers boekte, brak doormidden en zonk binnen enige minuten. Onder de

978 slachtoffers bevonden zich 11 Nederlandse marinemannen.

OS 59 13-10-1944 Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau

Een tragisch ongeval had tot gevolg dat het fregat Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau haar eerste dode moest

betreuren. Het schip lag op 13 oktober 1944 in de Shadwell Docks te Londen afgemeerd en was ’s nachts

evenals haar omgeving verduisterd. ’s Avonds keerden twee korporaals terug van passagieren. Een van hen,

korporaal-ziekenverpleger M. Geerse, raakte misleid door de duisternis te water. Onmiddellijk sloeg zijn collega

alarm en hulp was snel aanwezig. Na enig zoeken - vermoedelijk was Geerse bij zijn val van de hoge

kademuur tegen een obstakel gestoten en daardoor buiten bewustzijn geraakt - kon de drenkeling op het

droge worden gehesen. Hulp mocht evenwel niet meer baten. Geerse bleek te zijn verdronken.

OS 60 Najaar 1944 Raha/ss Maros Maru

Vanuit Ambon-Stad vertrok zowel op 9 als op 17 september een zeetransport met krijgsgevangenen. Het

eerste schip bracht het niet verder dan Raha, de hoofdstad van het eiland Moena, Zuid-Celebes. Daar werd

het op 10 september 1944 in Straat Boetoeng door een Amerikaanse bommenwerper aangevallen en in

brand geschoten. Er waren zeventien doden te betreuren. De overige 133 gevangenen bereikten de

Moenawal, waar ze ondergebracht werden in een krijgsgevangenenkamp te Raha. Velen overleden tijdens

hun gedwongen verblijf ten gevolge van ziekte en algehele uitputting. Onder hen bevonden zich de

marinemannen korporaal-ziekenverpleger E.J. Tuynman, matroos L.C. Koper en majoor-torpedomaker G. Linning. Vier

dagen na het vertrek uit Ambon bereikte het tweede schip, een tot “Maros Maru” omgedoopte oude

KPM’er Raha met 500 krijgsgevangenen aan boord. Een aantal overlevenden van het eerste schip werd

daarbij gevoegd en op 21 september 1944 vertrok de Maros Maru met bestemming Makassar, waar het de

22


28 e op de rede ten anker ging. Begin oktober koos het schip weer zee en stoomde noordwaarts naar

Parepare in de Golf van Mandar. De toestand aan boord was verschrikkelijk, mede door de tropische

temperatuur. Vele gevangenen bezweken. Onder hen bevonden zich de marinemannen korporaal-konstabel G.

Harmsen, stokers J.A. de Goede en L.F. Secherling en de matrozen J.E. Leidelmeijer en D.R. Stolze. Medio november

lichtte de Maros Maru het anker en zette vervolgens koers naar Soerabaja, waar het op 26 november 1944

binnenliep. Onderweg stierven vele krijgsgevangenen.

OS 61 27-02-1945 ss Sampa

De Nederlandse loods C. van Baaren 21 beloodste het Amerikaanse Liberty-schip "Sampa". Het behoorde tot

een uitgaand konvooi, dat op 27 februari 1945 circa 10 mijl benoorden Oostende werd aangevallen.

Vermoedelijk werd de Sampa getroffen door een torpedo. Door het geweld waarmee dit gebeurde, stortte

de mast met getopte laadbomen op de brug, waarbij Van Baaren werd getroffen. Hij raakte gewond en

overleed binnen een uur. Onmiddellijk werd hulp verleend door een Britse torpedobootjager, die de

gewonden en slachtoffers naar Chatham bracht. Van Baaren werd op 5 maart 1945 onder grote

belangstelling en met militaire eer begraven op het kerkhof te Gillingham nabij Chatham.

OS 62 30-03-1945 SCH.65 “Onderneming”.

De stoomlogger “Onderneming” had kennelijk van de bezettingsautoriteiten toestemming vanuit Delfzijl

zonder Duitse bewaking buitengaats te vissen. De logger vertrok op 30 maart 1945 naar zee. Sindsdien

wordt het schip en haar bemanning vermist. Bij vertrek bevonden zich aan boord twee bemanningsleden

die in mei 1940 behoorden tot de Vrijwillige Marine Reserve. Het waren de sergeant-machinist J.J. Plugge en

korporaal-machinist T. Vrolijk.

OS 63 01/02-05-1945 Hr.Ms. Tromp (Eastern Fleet, Trincomalee)

Tijdens een bombardement op een walbatterij ten noorden van Port Blair op de Andamanen ontplofte aan

boord van de lichte kruiser Hr.Ms. Tromp op 30 april 1945 voortijdig een 15 cm granaat van Amerikaanse

makelij. Kwartiermeester S.T. Hendriks en matroos J. Jobse raakten daardoor zeer ernstig gewond. De volgende

morgen overleed Hendriks aan zijn verwondingen en zijn stoffelijk overschot werd aan de golven

toevertrouwd. Later op de dag bezweek ook Jobse. Hij werd de volgende dag plechtig in zee bijgezet.

Naar Hendriks is in Beverwijk een laan vernoemd.

OS 64 18-11-1945 Hr.Ms. Van Galen

De officier van de marinestoomvaartdienst W.P. Snaauw, behorende tot de etat major van de torpedobootjager

Hr.Ms. Van Galen die in Tandjong Priok lag afgemeerd, werd op 18 november 1945 aan de Kramatweg te

Batavia door Indonesische guerrillastrijders ernstig verwond (zie W 130). Hij overleed als gevolg daarvan in

het Militair Hospitaal aldaar.

OS 65 14-12-1945 Hr.Ms. Kortenaer

De torpedobootjager Hr.Ms. Kortenaer lag voor het eiland Mendanau (tussen Banka en Billiton) op de rede

ten anker. De landingsdivisie werd op 14 december 1945 te Tandjong Pandan aan wal gebracht om samen

met een KNIL-detachement actie te gaan ondernemen tegen Indonesische guerrillastrijders op het eiland.

De marinemannen en de soldaten werden ’s avonds in drie prauwen door een sleepboot naar een kampong

aan de oostkust van Mendnau gesleept. In de vroege morgen van de 15 december landden zij op het strand.

Aan de wal werd seiner G.A. Linssen plotseling door een vijandelijke kogel getroffen en was op slag dood. Hij

werd met militaire eer begraven in Tandjong Pandan op Billiton.

Op een plaquette in Nijmegen wordt Linssen herdacht.

OS 66 26-12-1945 Hr.Ms. Tromp

De lichte kruiser Tromp lag op de rede van Tandjong Priok langszij Hr.Ms. Plancius afgemeerd, toen op 26

december 1945 de kok C. Halstein niet terugkeerde van een bezoek aan de wal. Sindsdien is er niets meer

van hem vernomen.

OS 67 15-05-1946 Hr.Ms. Piet Hein

Aan boord van de torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein, op weg van Australië naar Nederlands-Indië, werd

op 15 mei 1946 ter hoogte van Kaap Leeuwin (West-Australië) de monteur H.M. Janssen door een hoog

overkomende golf overboord geslagen. Direct ingezette zoekacties hadden geen resultaat.

23


OS 68 04-10-1946 Hr.Ms. Karel Doorman

In de Indische Oceaan deed zich aan boord van het hulpvliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman op 4

oktober 1946 een noodlottig ongeval voor. Matroos A. Gerritsen was bij de voorbereiding van een oefening

met een mitrailleur bezig het dekkleed van het geschut te verwijderen. Het kleed schoot onverwacht los.

Gerritsen verloor zijn evenwicht en viel vanaf het mitrailleurbordes ongeveer acht meter naar beneden in zee.

Reddingspogingen baatten niet. Gerritsen werd niet gevonden.

OS 69 26-11-1946 Hr.Ms. Evertsen

Toen de torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen op 26 november 1946 in Makassar lag afgemeerd, ging de

majoor-machinist P.P. Neefjes met een gehuurde motorfiets de stad in. Daar werd hij door onbekende

Indonesiërs doodgeschoten. Zijn stoffelijk overschot werd met militaire eer ter aarde besteld.

OS 70 28-02-1947 Hr.Ms. Ceram

Op de ochtend van 28 februari 1947 lag de korvet Hr.Ms. Ceram voor de monding van de Soengai Asahan

aan de kust van Sumatra in Straat Malakka. Er werd een motorsloep uitgestuurd om prauwen, die dicht

onder de kust in ondiep water in- en uitvoeren, te onderscheppen en onderzoeken. Nabij de monding van

de rivier lag de kustkampong Bagan-Asahan. Op een gegeven moment seinde de Ceram naar de motorsloep

dat een motortongkang naderde, die een roodwitte vlag voerde. De sloep koerste onmiddellijk op het

vaartuig af. De seiner gaf met zijn Aldislamp een stopsignaal, doch de tongkang vermeerderde vaart. Met

Brenguns werd het vaartuig, dat recht naar Bagan koerste, onder vuur genomen. De motorsloep was nu zo

dicht genaderd dat men bij de steiger een paar in groene uniformen geklede, met geweren bewapende

personen kon zien lopen. Ook werd een lichte mitrailleur op een driepoot waargenomen. De

sloepscommandant leek de situatie nu te riskant. Hij ging snel op tegenkoers. Plotseling klonk geweervuur.

Vanuit de kampong werd de sloep beschoten. Met de Brenguns werd teruggeschoten en juist op dat

moment sloeg de motor af en dreef de sloep met de stroom mee af. Tijdens het korte vuurgevecht was

matroos M. Huis door een kogel getroffen en op slag gedood. Een andere matroos kreeg een schot door zijn

arm. Na enige minuten wist de motorist de motor weer te starten en werd met volle kracht naar de Ceram

gevaren. Eenmaal langszij de Ceram werd de sloep gehesen en stoomde de korvet zover mogelijk naar

Bagan Asahan op. Met het kanon werden de steiger en de mitrailleur-opstelling onder vuur genomen. Later

op de dag werd het stoffelijk overschot van Huis en de gewonde matroos door een Catalina naar Soerabaja

overgevlogen. De begrafenis vond de volgende dag op het ereveld Kembang Koening plaats.

OS 71 08-08-1947 Hr.Ms. Banda

Begin augustus 1947 kwam de OAZ 22 Belawan er achter dat in het kustplaatsje Tandjong Tiram, aan de

monding van Soengai Goenoeng, een aantal prauwen met gestolen rubber lagen. Hij gaf opdracht aan de

commandanten van de korvet Hr.Ms. Banda en de patrouilleboten Hr.Ms. RP 122 en RP 130 om de daar

met rubber geladen tongkangs naar buiten te brengen en vervolgens naar Belawan te begeleiden. In de

vroege ochtend van 8 augustus 1947 kwam de Banda voor de monding van de rivier ten anker. Met de

motorsloep ging de landingsdivisie aan wal en vervolgens Tandjong Tiram in. De voorraden rubber in de

goedangs werden opgenomen. Drie met rubber geladen tongkangs werden onder bewaking van de

patrouilleboten naar buiten gestuurd. Vanuit de goedangs werd rubber overgeladen in langs de kant

liggende prauwen. Twee volgeladen prauwen werden buitengaats gezonden. Aan het eind van de middag

drong plotseling een TNI 23-patrouille de kampong binnen en er ontstond een schermutseling met de

landingsdivisie van de Banda. Matroos P. van Westen werd dadelijk dodelijk getroffen. De TNI trok zich

terug, maar de commandant van de landingsdivisie vond het raadzaam de actie af te breken. De RP 130 had

intussen het lijk van Van Westen aan boord genomen en met een volgeladen tongkang op sleeptouw koerste

zij naar buiten. De RP 122 sleepte een zeiljonk en de motorsloep begeleidde een met rubber geladen

tongkang. De volgende morgen vertrok een lang konvooi van tongkangs, jonken en prauwen onder

begeleiding van de drie Nederlandse oorlogsbodems naar Belawan. Daar werd Van Westen met militaire eer

begraven.

OS 72 28-07-1948 Hr.Ms. Banckert

De torpedobootjager Hr.Ms. Banckert lag in juli 1948 afgemeerd in Makassar. De chef d’equipage, schipper

G.L. Kroese, was met een motorfiets voor dienst de stad in, toen hij plotseling vanuit een hinderlaag werd

beschoten. Hij werd zwaar gewond naar het hospitaal gebracht, waar hij op 28 juli 1948 aan zijn

verwondingen overleed.

24


OS 73 30-04-1949 ms Kalianda

Het motorschip Kalianda van de KPM was op weg van Soerabaja naar Merauke. Aan boord bevond zich de

matroos D. Picasouw die met verlof op weg was naar zijn ouders in Merauke op NNG. Tijdens zwaar weer in

de Arafoera Zee op 30 april 1949 is hij door onbekende oorzaak overboord geslagen en verdronken.

OS 74 01-10-1951 HMS Grenville

Op 1 oktober 1951 vond in Het Kanaal in de namiddag een aanvaring plaats tussen twee Britse

oorlogsbodems: het vliegkampschip HMS Triumph en de torpedobootjager HMS Grenville. Aan boord van

de Grenville bevond zich de Nederlandse adelborst der eerste klasse D. Stap die als cursist

onderzeebootbestrijding bij de Royal Navy was gedetacheerd. De scheepshuid van de Grenville scheurde

open ter hoogte van het compartiment, waar Stap en twee Britse marinemannen zich bevonden, en dit liep

vol water. De drie mannen vonden daarbij de dood. De Grenville liep Portsmouth binnen waar de lijken

werden geborgen. Dat van Stap werd naar Nederland overgevlogen.

OS 75 18-01-1952 Hr.Ms. Piet Hein

Na vertrek van de torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein vanuit Den Helder met bestemming Korea, werd

kwartiermeester F. van der Horst op 18 januari bij windkracht 11 op de Noordzee overboord gespoeld.

Reddingsacties hadden geen resultaat.

OS 76 26-02-1953 Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau

Op 26 februari 1953 verloor telegrafist C. van Vliet door noodlottig vuur van Zuid-Koreaanse bondgenoten

het leven toen hij in de motorsloep van de Johan Maurits onderweg was naar het eiland So Suap-to op de

westkust van Korea om een ernstig zieke Zuid-Koreaanse militair op te halen. Op 2 maart werd Van Vliet

met militaire eer op het United Nations Military Cemetery te Tanggok (Zuid-Korea) begraven.

OS 77 20-04-1959 Hr.Ms. Drenthe

Matroos P.K. de Winter raakte als gevolg van de slechte weersomstandigheden op 20 april 1959 tussen

Dungeness en Royal Sovereign in Straat Dover buitenboord vanaf de onderzeebootjager Hr.Ms. Drenthe.

Reddingspogingen hadden geen resultaat.

OS 78 18-01-1962 Hr.Ms. Karel Doorman

Aan boord van het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman raakte door onbekende oorzaak op 18 januari

1962 in de Atlantische Oceaan de machinist R.J.M. van Duijl buitenboord. Hij is niet meer gevonden.

25


B. Kleine Vaartuigendienst (KVD)

KVD 1 13-05-1940 Hospitaalschip “Disponibel”

Op 13 mei 1940 kwam de dienstplichtige matroos H. Steenbergen van het Depot Vaartuigendienst Amsterdam

om het leven. Hij was gedetacheerd aan boord van het hospitaalschip “Disponibel” van de Pontonniers.

Dat schip was op de Lek nabij Schoonhoven door de Duitsers in brand geschoten en gezonken. Het

stoffelijk overschot van Steenbergen werd op 10 november 1940 bij het lichten van het vaartuig geborgen

en de volgende dag ter aarde besteld op de Algemene Begraafplaats te Zwartsluis.

KVD 2 10-01-1942 Hr.Ms. Van Masdijn

In de avond van 10 januari 1942 werd de patrouilleboot Hr.Ms. Van Masdijn, het buitgemaakte Japans

vissersvaartuig “Borneo Maru”, in de Celebes Zee voor de monding van de Beraoe door Japanse vliegboten

gebombardeerd. De commandant, luitenant ter zee J. Engles en de stoker Askander vonden daarbij de dood,

terwijl matroos R.F. Falkenberg zwaar gewond werd. Falkenberg sprong desondanks met de overige

opvarenden overboord. Dorniers van de GVT 4, op weg van Tarakan naar Balikpapan, landden in het

donker in de omgeving van de Van Masdijn en namen de drenkelingen aan boord. Zij werden in de nacht

naar Teloek Bajoer in noordoostelijk Borneo overgebracht. Daar overleed Falkenberg aan zijn verwondingen.

KVD 3 16-02-1942 Hr.Ms. P 40 (zie ook MD 13)

Het op de Moesi (Sumatra) liggende loodslichtschip werd op 15 februari 1942 door de eigen bemanning tot

zinken gebracht. De hulppatrouilleboot P 40 nam de bemanning van het loodslichtschip aan boord en

zocht een goed heenkomen in een van de zijrivieren van de Moesi. Daar werd de boot de volgende dag

vernietigd, waarna de kleine groep marinemannen na een avontuurlijke tocht kans zag Benkoelen te

bereiken. De commandant van de P 40, luitenant ter zee J.A.F. Monchen, die zich om onduidelijke redenen van

de groep had afgescheiden, is vermoedelijk door de plaatselijke bevolking om het leven gebracht.

KVD 4 25-02-1942 Hr.Ms. P 16

Toen de patrouilleboot Hr.Ms. P 16 op 25 februari 1942 de haven van Tandjong Priok uitvoer, werd zij

plotseling aangevallen door drie Japanse Navy-O vliegtuigen. Eén van deze vliegtuigen kon worden

neergeschoten, terwijl de andere twee door luchtafweer van de Britse kruiser HMS Exeter, die in de haven

ten anker lag, werden verdreven. Tijdens de aanval waren de matrozen H.W. Hengst en P. Dorif gewond

geraakt. Met spoed voer de P16 terug naar Tandjong Priok waar de gewonden naar het Militair Hospitaal

werden vervoerd. Voor Hengst mocht medische hulp niet meer baten. Met militaire eer werd zijn stoffelijk

overschot de volgende dag in Batavia begraven.

KVD 5 06-03-1942 Hr.Ms. Serdang

Bij het tot zinken brengen van het torpedowerkschip Hr.Ms. Serdang in het bassin van het Marine

Etablissement te Soerabaja kwam door een voortijdige explosie de matroos Soedarsono om het leven. De

Serdang had tijdelijk dienst gedaan als moederschip voor de patrouilledienst.

KVD 6 08-03-1942 Sleepboten “Zaza” en “Triton”.

Op 8 maart 1942 lagen de bewapende stoomsleepboten “Zaza” en “Triton”, respectievelijk onder

commando van een KNIL-onderofficier en de marineofficier luitenant ter zee F. Strebe, op de Mahakamrivier

in Oost-Borneo. Zij werden op de dagwacht door Japanse patrouilleboten bij Kota Bangoen ten westen van

Samarinda aangevallen. Zowel de “Triton” als de “Zaza” werden lek en in brand geschoten. De deels uit

marinepersoneel bestaande bemanningen vluchtten naar de wal. Bij een gevecht met de Japanners nabij

Kota Bangoen sneuvelden matroos P. van der Velden en stoker-olieman K. Haan. De overigen werden

krijgsgevangen gemaakt en naar Tenggarong overgebracht. Van hen overleed korporaal-machinist J.C.

Welbergen op 15 april aan verwondingen die hij had opgelopen tijdens het gevecht van 8 maart. De stokers

S.E. van der Linden en E.N. Corbet werden op 29 juli 1942 door de Japanners geëxecuteerd. Luitenant ter zee

Strebe ten slotte overleed op 22 mei 1944 als gevolg van ontberingen in krijgsgevangenschap op Tarakan.

KVD 7 02-08-1946 Hr.Ms. RP 105

Na de oorlog nam de Koninklijke Marine van Australië een veertiental Harbour Defense Motor Launches

(HDML) over om in de Indonesische archipel dienst te doen als patrouillevaartuigen. In augustus 1946

26


voeren de eerste vier HDML’s 24, Hr.Ms. RP 105, 106, 107 en 108, in divisieverband van Sydney naar

Soerabaja. een route van 3.900 zeemijlen. Op Thursday Island overleed op 2 augustus 1946 het

bemanningslid van de RP 105, de kok T.B. Rekers, in het plaatselijke hospitaal aan een acute blindedarm- en

buikvliesontsteking. Hij werd de volgende dag met militaire eer op het eiland begraven.

Rekers wordt herdacht op een plaquette in Nijmegen.

KVD 8 13-04-1947 Hr.Ms. RP 107 (gestationeerd te Soerabaja)

Tijdens een patrouillevaart in Straat Sapoedi ten oosten van Madoera verkende patrouilleboot Hr.Ms. RP

107 op 13 april 1947 een prauw die in noordelijke richting koerste. De prauw werd gesommeerd bij te

draaien, waaraan deze gevolg gaf. De RP 107 kwam langszij, waarna kwartiermeester A.J. Siahaya en matroos L.

Pieters vastmaakten om het vaartuig aan een onderzoek te onderwerpen. Een Javaan sprong naar voren met

een kris. De twee schepelingen konden nog juist het voorschip van de patrouilleboot bereiken, waar ze

ontzield tegen dek vielen. Beiden waren met dezelfde kris doorstoken. Aan boord van de prauw bleek zich

een bende van ongeveer 35 man te bevinden. De RP 107 gooide los en er ontstond een vuurgevecht. Via de

radio werd hulp ingeroepen van de korvet Hr.Ms. Batjan, die in de nabijheid patrouilleerde en snel ter

plaatse was. Na een korte beschieting met het kanon van de korvet kwamen de extremisten met de handen

omhoog aan dek. Het gevecht was ten einde. Vier Javanen hadden de beschieting niet overleefd, de

overigen werden gevangengenomen.

KVD 9 04-10-1947 Hr.Ms. RP 105 (gestationeerd te Belawan)

Op de Moesi werden patrouilleboten ingezet voor het escorteren van schepen die op de rivier van en naar

Palembang voeren. De oevers waren vijandelijk gebied en beschietingen vonden herhaaldelijk plaats. De

kampong Rantaupandjang, ongeveer 15 kilometer ten westen van Sekajoe, was berucht. Voortdurend

werden er schepen vanaf de oevers beschoten. Op 4 oktober 1947 besloot men tot een uitgebreide actie om

de Indonesische bendes in dit gebied op te ruimen. Een afdeling van het KNIL werd ingezet, ondersteund

door artillerie. De patrouilleboot Hr.Ms. RP 105 was hierbij eveneens ingeschakeld. De boot had een klein

landingsvaartuig met KNIL-militairen op sleeptouw. Na elke beschieting vanaf de wal moesten deze

infanteristen de beide oevers doorzoeken, terwijl een waarnemer aan boord van de patrouilleboot aan de

artillerie de inslagen doorgaf. De actie was enige tijd aan de gang, toen van de noordoever door

sluipschutters een paar schoten werden gelost. Het eerste schot trof de commandant van de RP105, luitenant

ter zee A.J. van der Pijl. Hij was op slag dood. De RP voer naar Sekajoe, van waaruit het stoffelijk overschot

van de commandant door het KNIL naar Palembang werd gebracht en de volgende dag werd begraven.

KVD 10 10-03-1948 Hr.Ms. RP 122 (gestationeerd in Tandjong Oeban)

De patrouilleboot Hr.Ms. RP 122 lag op de hondewacht van 10 maart 1948 voor de Sumatraanse noordkust

in Straat Benkalis op stroom ten anker. Zij had een de vorige avond aangehouden verdachte zeilprauw met

een sleeplijn aan zich vast. Bij het krieken van de dag werd een motortongkang, die de vorige dag

achtervolgd was, onder de wal waargenomen. Men liet de zeilprauw ten anker gaan en voer vervolgens

langzaam naar de wal. De tongkang leek verlaten, terwijl op de wal geen personen waren te zien. Plotseling

werd er echter vanaf de wal gevuurd. Bij het eerste schot werd de helper van de Oerlikon, kok W. de Groot,

getroffen. Er werd onmiddellijk teruggevuurd, waardoor het vuur vanaf de wal tot zwijgen werd gebracht.

De Groot bleek zwaar gewond te zijn. De commandant liet de patrouilleboot buiten het vuurbereik van de

wal komen en nam de situatie op. Besloten werd zowel de tongkang als de zeilprauw achter te laten en met

volle kracht naar Singapore op te stomen. In Straat Padang gekomen bleek De Groot aan bloedverlies te zijn

overleden. De RP 122 kreeg vervolgens opdracht zich naar Tandjong Pinang op het eiland Bintan in de

Riouw Archipel te begeven. Zij meerde daar de volgende dag af, waarna het stoffelijk overschot van De

Groot naar het kleine ziekenhuis van Pinang werd overgebracht. De volgende dag werd hij begraven, waarbij

een sectie van het KNIL militaire eer bewees.

KVD 11 19-12-1948 Hr.Ms. RP 130 (gestationeerd in Belawan)

Patrouillerend in Straat Malakka verkende Hr.Ms. RP 130 op 19 december 1948 een verdachte tongkang.

Het slechte weer veroorzaakte een hoge deining, hetgeen het langszij komen nogal bemoeilijkte. Ten einde

de tongkang te onderzoeken, sprong een matroos aan boord, gevolgd door de telegrafist J. Gitz. Door het

hevig slingeren raakte Gitz tussen de twee vaartuigen beklemd en werd daarbij ernstig verwond. De RP 130

onderbrak het onderzoek en stoomde met hoge vaart naar Belawan. Onderweg overleed de telegrafist als

gevolg van het bloedverlies. Hij werd de volgende dag met militaire eer in Belawan ter aarde besteld.

27


KVD 12 05-06-1949 Hr.Ms. RP 134 (gestationeerd in Belawan)

Tijdens een patrouille in Straat Berhala ontdekte Hr. Ms. RP 134 op 5 juni 1949 drie verdachte prauwen in

de monding van een kleine geul nabij Koeala Toengal. De patrouilleboot ging ten anker en de commandant

gaf drie gewapende matrozen opdracht om met de vlet de prauwen te onderzoeken. Het onderzoek leverde

niets op, maar iets verder lag nog een verdachte prauw bij een kampong aan een steiger. Matroos J.L. Brehm

gooide een kleine sampan los er roeide daarmee naar de steiger. De twee matrozen in de vlet zagen hem de

steiger opgaan en in de kampong verdwijnen. Na geruime tijd vergeefs op hem gewacht te hebben, roeiden

zij terug naar de patrouilleboot. De commandant is daarna meteen zelf met vier man in de vlet op

onderzoek uitgegaan, maar de invallende duisternis maakte verder zoeken onmogelijk. De volgende ochtend

werd de hulp van een nabij gelegen KNIL-garnizoen ingeroepen. Een speurtocht van een peloton KNILmilitairen

leverde echter niets op. Twee dagen later meldden infiltranten dat in de kampong een Hollandse

matroos gevangen was genomen en weggevoerd. Van Brehm is nooit meer iets vernomen.

28


C. Mijnendienst (MD)

(Inclusief de Mijnenopruimdienst)

MD 1 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck

De mijnenveger Hr.Ms. Willem van Ewijck was in 1939 belast met de controle van de eigen mijnenvelden.

Bij het tot stand brengen van een doorvaartopening in het Boomkensdiep liep het schip op 8 september

1939 op een mijn van de eigen versperring. Met een geweldige explosie brak de Van Ewijck in tweeën en

verdween binnen enkele minuten in de diepte. Een motorsloep van de mijnenlegger Hr.Ms. Nautilus begaf

zich naar de plaats des onheils om vier zwaargewonde drenkelingen, onder wie de commandant, luitenant ter

zee J.E. ten Klooster, op te nemen. Tijdens de vaart naar Den Helder bezweken Ten Klooster, adjudantonderofficier-machinist

B.C. de Bruin en bediende J. Bosch. De vierde, luitenant ter zee G. Anema, werd overgebracht

naar het Marinehospitaal te Willemsoord. Daar overleed hij dezelfde dag aan zijn verwondingen. Na deze

ramp werden 26 opvarenden vermist.

MD 2 01-10-1939 Hr.Ms. Jan van Gelder

Op 1 oktober 1939 raakten de schroeven van de mijnenveger Hr.Ms. Jan van Gelder nabij het

Boomkensdiep een mijn van de eigen versperring. Door de explosie werd het achterschip zwaar beschadigd.

Bij dit drama verloren zes opvarenden het leven en raakten er zeven gewond. Het schip werd naar Den

Helder versleept om daar te worden gerepareerd.

MD 3 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia

Bij een Duits luchtbombardement op Vlissingen in de morgen van 12 mei 1940 werd de mijnenlegger

Hr.Ms. Bulgia, die dienst deed als mijnenlichter, tot zinken gebracht. Dertien opvarenden vonden daarbij de

dood. Op 31 juli 1940 werd de Bulgia gelicht en konden elf stoffelijke overschotten worden geborgen. Deze

werden op 1 augustus op het Erehof van de Noorderbegraafplaats in Vlissingen ter aarde besteld.

De naam Hendrik Eenkooren is aangebracht op een monument voor gevallenen in Drachten.

MD 4 13-05-1940 Hr.Ms. M2

De hulpmijnenveger Hr.Ms. M2 was tijdens de meidagen van 1940 ingedeeld bij de divisie mijnenvegers II

in IJmuiden. Het schip liep op 13 mei 1940 in het Noordzeekanaal ter hoogte van Velsen op een door een

Duits vliegtuig afgeworpen magnetische mijn en zonk onmiddellijk. Van de vijftien opvarenden verloren er

zeven het leven.

MD 5 14-05-1940 Hr.Ms. Jan van Brakel (zie ook MD 6)

Matroos W.A. Jong, die op 14 mei 1940 zwaar gewond de zinkende kanonneerboot Hr.Ms. Johan Maurits

van Nassau had verlaten, werd door een sloep van Hr.Ms. Jan van Brakel uit de Noordzee opgepikt. Aan

boord van de mijnenlegger overleed hij dezelfde dag in de ziekenboeg aan zijn verwondingen.

MD 6 14-05-1940 Hr.Ms. Jan van Brakel (zie ook MD 5)

Toen de mijnenlegger Hr.Ms. Jan van Brakel op 14 mei 1940 omstreeks 21.30 uur op weg naar Engeland in

de Noordzee door een Duits vliegtuig met mitrailleurvuur werd aangevallen, sneuvelde aan boord de

adjudant-onderofficier-machinist H. Bakker. Het vliegtuig werd door de Van Brakel onder vuur genomen, waarna

het verdween. Matroos Jong (zie ook MD 5) en adjudant Bakker kregen een zeemansgraf. Daarna vervolgde

het schip de reis naar Engeland.

MD 7 15-05-1940 Hr.Ms. Motorloodsboot no. 1

De in 1939 bij Boele in Bolnes gebouwde motorloodsboot no: 1 werd in het voorjaar van 1940 tot

hulpmijnenlegger ingericht. Zij ontving op 15 mei 1940 van de directeur van het Loodswezen te Vlissingen

order gereed te blijven voor de overtocht van de Commandant in Zeeland. Het schip voer echter op eigen

initiatief naar Breskens om benzine in te nemen en liep om 19.00 uur voor de haven op een magnetische

mijn. Bij de explosie werd stoker W.D.C. Bosselaar onmiddellijk gedood en raakte machinedrijver J. Blind ernstig

gewond te water. Hij werd geborgen en naar het ziekenhuis te Oostburg op Zeeuws-Vlaanderen gebracht.

Daar overleed hij op 13 juni 1940 aan zijn verwondingen.

29


MD 8 15-05-1940 Hr.Ms. Hydra

De mijnenlegger Hr.Ms. Hydra werd op 15 mei 1940 van Vlissingen naar de Zijpe, tussen Schouwe

Duiveland en Sint-Filipsland, gedirigeerd om de overgang van Duitse troepen naar Duiveland te beletten.

Omdat het schip tijdens de tocht vanaf de wal met mitrailleurs werd beschoten, werd het niet ver van

Bruinisse buiten het schootsveld van de vijandelijke mitrailleurs ten anker gebracht. Om 22.00 uur werd

ankerop gegaan en de Zijpe binnengevaren. Nu werd de mijnenlegger niet alleen door mitrailleurs, maar

ook door licht geschut vanaf de wal onder vuur genomen. De Hydra liep een aantal treffers op, waardoor

korporaal-bottelier C. Broere overboord raakte, terwijl stoker/olieman J.M. Aarts ernstig werd verwond. Als

gevolg raakten sommige bemanningsleden in paniek. Majoor-machinist A. van Rijswijk sprong overboord en

zwom samen met Broere naar de Duivelandse wal. Daar werden zij voor Duitsers aangezien en door vuur

van eigen troepen gedood. Het stoffelijk overschot van korporaal Broere werd de volgende dag nabij

Bruinisse gevonden. Aarts kon aan wal worden gebracht. Hij overleed als gevolg van zijn verwonding op 1

juni 1940.

MD 9 01-12-1940 Hr.Ms. Douwe Aukes

Op 1 december 1940 werd Southampton door de Luftwaffe gebombardeerd. Als gevolg van een “near

miss” werd aan boord van de mijnenlegger Hr.Ms. Douwe Aukes bootsman C. de Groot gedood. Toen de

aanval begon, was de Douwe Aukes bezig met het leggen van een sluitversperring.

MD 10 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline / Milford Haven

Op 28 april 1941 werd de hulpmijnenveger Hr.Ms. Caroline (YM 26), nadat zij die dag al zes akoestische

mijnen had opgeruimd, door een ontploffing van de zevende mijn in de baai van Milford Haven (ZW-

Wales aan het St. George kanaal) volkomen uit elkaar geslagen. Elf opvarenden, onder wie de commandant

luitenant ter zee Van Buren Lensink, vonden een zeemansgraf. Vier slachtoffers konden worden geborgen. Zij

werden begraven in Milford Haven.

In Beverwijk is een straatnaam vernoemd naar korporaal-machinist Dirk Nielen, terwijl op het oorlogsmonument in

Oudorp de naam van matroos Klaas Akershoek staat gebeiteld. Beiden vonden bij deze ramp een zeemansgraf.

MD 11 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje

Na op 10 januari 1942 de sluitversperring van Tarakan, noordoost Borneo, te hebben gelegd, besloot de

commandant van de mijnenlegger Hr.Ms. Prins van Oranje, de luitenant ter zee A.C. van Versendaal, te

proberen gedurende de nacht te ontsnappen aan de Japanse oorlogsschepen die Tarakan naderden. Zij werd

op 11 januari in de Celebes Zee ontdekt door de Japanse torpedobootjager Yamakaze en een Japans

patrouillevaartuig. Er ontstond een hevig vuurgevecht. In deze ongelijke strijd ging de Prins van Oranje ten

onder. De Yamakaze nam vijf overlevenden aan boord.

Op 11 april 1962 is de ondiepwatermijnenveger Hr.Ms. Van Versendaal in dienst gesteld.

MD 12 27-01-1942 Hr.Ms. Eveline / Milford Haven

Op 27 januari 1942 lag de hulpmijnenveger Hr.Ms. Eveline (YM 115) ten anker in de baai van Milford

Haven, toen zij door de Britse mijnenveger HMS Shera werd aangevaren en vrijwel onmiddellijk zonk.

Matroos Jilles Goedknegt werd vermist. Er is nimmer iets van hem vernomen.

MD 13 15-02-1942 Hr.Ms. Pro Patria (zie ook KVD3)

Na het leggen van versperringen in de monding van de Moesi, stoomde de mijnenlegger Hr.Ms. Pro Patria

op 15 februari 1942 de rivier op. Voorbij Karpati werd het schip aangevallen door drie Japanse

bommenwerpers die echter geen schade aanrichtten. De Pro Patria opende het vuur, waarop de vliegtuigen

verdwenen. Zij zouden zeker in grotere getalen terugkeren, reden waarom de commandant besloot het

schip tot zinken te brengen. Het grootste deel van de bemanning verliet met sloepen de mijnenlegger. Toen

bediende Samar de sloep, waarmee hij de Pro Patria had verlaten, wilde uitstappen, struikelde hij. Hij viel in de

rivier en verdronk. Nadat aan de wal appèl was gehouden, bleken twee miliciens, stoker A.E. Bulham en

matroos J.F.J. Willemsen, te ontbreken. Van hen is niets meer vernomen. Met autobussen en allerlei andere

voertuigen konden de overigen Benkoelen bereiken.

MD 14 17-02-1942 Aruba / MOD

Bij een aanval door de Duitse onderzeeboot U 156 op een tanker in Oranjestad op Aruba liep nabij de

Lago-raffinarderij een torpedo op het strand zonder te ontploffen. Een opruimploeg werd er op 17 februari

30


1942 heen gestuurd om de torpedo te demonteren. Men trachtte het projectiel met behulp van een lijn

verder het strand op te trekken, toen het plotseling explodeerde. Luitenant ter zee P. Joose, majoor-torpedomaker

D.A.C. de Maagd en de mariniers L. Kooijman en J. Vogelezang kwamen hierbij om, terwijl drie ruimers licht

gewond raakten.

MD 15 02-03-1942 Hr.Ms. Ciska

De hulpmijnenveger en boeienschip Hr.Ms. Ciska, een voormalige sleepboot, werd op 24 februari 1942 in

het bassin van het Marine Etablissement te Soerabaja zwaar beschadigd ten gevolge van Japanse

luchtaanvallen. Daardoor werd matroos Asarie ernstig verwond en overgebracht naar de Centrale Burgerlijke

Ziekeninrichting, waar hij op 2 maart overleed.

MD 16 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh

Op 1 maart 1942 vertrok de hulpmijnenveger Hr.Ms. Endeh uit Tandjong Priok om te proberen Australië

te bereiken. Tijdens de hondewacht werd het schip verkend door een Japans vliegdekschip en twee

torpedobootjagers, in brand geschoten en tot zinken gebracht. Vervolgens verdwenen de vijandelijke

oorlogsbodems. Bij de beschieting waren zeven opvarenden om het leven gekomen. Zeventien man

overleefden de ondergang van de Endeh en wisten zich met veel moeite te redden in een vlet. Getracht

werd om in zuidwestelijke richting te varen, waarbij men zich voorlopig moest behelpen met een minimale

hoeveelheid voedsel en water. Nadat de vlet het gebied der Duizend eilanden ten noorden van Priok had

bereikt, had men op 13 maart een ontmoeting met enkele inheemse vissers. Deze vertelden dat in zuidelijke

richting het eilandje Poelau Klappa lag waar rijst en vis te koop zouden zijn. Luitenant ter zee N.J. Arnoldus,

de officieren H. Rutgers en D.P.C. Feij van de Gouvernements Marine en militie-matroos F.C. Loeffen gingen met

deze vissers mee om poolshoogte te nemen. Zij zijn volgens getuigen omstreeks 16 maart door inheemse

kampongbewoners vermoord. Tegen 23 maart bereikten de overige schipbreukelingen de wal bij de

landtong Krawang, ten noordoosten van Batavia. De volgende dag werden zij door een Japanse patrouille

gevangengenomen.

MD 17 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel / Eland Dubois

Bij een ontsnappingspoging naar Australië werd de mijnenveger Hr.Ms. Jan van Amstel op 9 maart 1942

’s avonds ten zuidoosten van Madoera ontdekt door de Japanse torpedobootjager Arashio en binnen korte

tijd tot een wrak geschoten, waarna het schip kapseisde. Aan boord bevonden zich naast de bemanning ook

een deel van de opvarenden van het zusterschip Hr.Ms. Eland Dubois, dat kort tevoren door de eigen

bemanning tot zinken was gebracht. Van de opvarenden verloren er 23 het leven, onder wie de

commandant van de Eland Dubois, luitenant ter zee H. de Jong.

MD 18 31-08-1942 Hr.Ms. Libra

Op koninginnedag van 1942 vertrok het verbindingsvaartuig “Trevessa” van de Royal Navy ten 23.40 uur

van de steiger te Milford Haven naar het Nederlandse flottielje mijnenvegers dat buiten de haven ten anker

lag. Aan boord van de Trevessa bevonden zich bemanningsleden van de flottielje die terugkwamen van

passagieren. Ter hoogte van de westelijke ton van de haveningang werd plotseling geroepen: “Man

overboard!”. Er werd onmiddellijk een reddingsboei buitenboord geworpen, terwijl het verbindingsvaartuig

enige vergeefse zoekslagen maakte. De vermiste drenkeling bleek matroos Cornelis Goedknegt te zijn, een

opvarende van de hulpmijnenveger Hr.Ms. Libra (YM 98).

MD 19 20-05-1944 Hr.Ms. Marken 25

Mijnenveger Hr.Ms. Marken, gebaseerd in Harwich, liep op 20 mei 1944 ter hoogte van het lichtschip Sunk

in de Noordzee op een mijn. Slechts één bemanningslid overleefde de ramp. Veertien opvarenden, onder

wie de commandant, luitenant ter zee, J.J. Plugge, vonden een zeemansgraf. Er werden nog een dode en één

zwaargewonde teruggevonden, die na korte tijd overleed.

MD 20 10-05-1945 Hr.Ms. Willem van der Zaan

Op 10 mei 1945 lag de mijnenlegger Hr.Ms. Willem van der Zaan ter rede van Spithead, Portsmouth. Door

een noodlottig ongeval raakte matroos J. Kartman overboord en verdronk.

31


MD 21 02-09-1945 Port Party 26, 's Gravenzande

Op het strand tussen Hoek van Holland en ‘s Gravenzande kwamen op 2 september 1945 tijdens het

opruimen van munitie de mariniers J.C. Lips en J.J. Pouwe door een explosie om het leven. Matroos J. Weststrate

werd zwaar gewond en overleed als gevolg daarvan op 1 december 1945 te Hoek van Holland.

MD 22 10-09-1945 Port Party, Anjum

Bij het opruimen van een losgeslagen Duitse mijn op het wad in de Lauwerszee bij Anjum (Friesland) op 10

september 1945 explodeerde deze plotseling. Hierbij kwam de gehele demonteerploeg om het leven: majoortorpedomaker

G. Lammers, korporaal-torpedomaker H.H. Overweg, torpedomakers J.P.J. Heggi en H. Bennink, alsmede

stoker H. Kombring.

Ter nagedachtenis aan hen werd op 7 november 1945 te Hoek van Holland een gedenkteken in de vorm van een mijn

onthuld.

MD 23 30-10-1945 Port Party , Keizersveer.

Het terugtrekkende Duitse leger had de brug bij Keizersveer over de Bergse Maas opgeblazen. Bij een

onderzoek naar eventuele resterende springladingen door de Bomb and Mine Disposal Party - deel

uitmakend van een Port Party - op 31 oktober 1945 raakte de duiker, matroos A. Meeuwissen, vermoedelijk

verward in uitstekend betonijzer. Het personeel boven hoorde hem door de microfoon in zijn duikershelm

schreeuwen, doch voordat zij adequaat kon ingrijpen werd het stil. Toen Meeuwissen naar boven was gehaald,

bleek hij te zijn overleden.

MD 24 15-01-1946 Hr.Ms. Willem van der Zaan

Op 15 januari 1946 vertrok de mijnenlegger 27 Hr.Ms. Willem van der Zaan, die op dat tijdstip dienst deed

als patrouillevaartuig, vanuit Singapore naar de Riouw-archipel om op Poelau Tjang een landingsdivisie aan

wal te zetten voor een te verwachten actie tegen Indonesische guerrillastrijders. Het treffen met de vijand

bleef uit, doch door een noodlottig misverstand is er wel eigen vuur afgegeven. Dat kostte een lid van de

landingsdivisie, stoker J.C. Adriaanse, het leven, terwijl een ander lid ernstig werd verwond. Het schip

stoomde daarop naar Tandjoeng Balai, hoofdplaats van het eiland Karimoen, waar Adriaanse op 16 januari

1946 ten 16.00 uur met militaire eer op het kleine Europese kerkhof werd begraven.

MD 25 27-06-1946 Port Party, Velsen

Ten gevolge van de voortijdige explosie van een anti-parachutistenmijn van Duitse herkomst op donderdag

27 juni 1946, op een afstand van ongeveer 500 meter van de Velserpont langs de weg naar Amsterdam,

kwamen om het leven: luitenant ter zee C. Schriel en de matrozen W. van de Geest, W.T. Kregting, J.G. Raithel en A.

Witvliet.

MD 26 14-08-1946 Tandjong Priok

Tijdens het demonteren van een landmijn die voortijdig explodeerde, kwam op 14 augustus 1948 in

Tandjong Priok de korporaal-konstabel J.J. Christiaansen om het leven.

MD 27 21-10-1946 MOD, Menado

Toen een afdeling van de mijnenopruimdienst nabij Menado (Celebes) op 21 oktober 1946 bezig was met

het opruimen van een Japanse mijnendump, explodeerde de hele voorraad mijnen. Daarbij kwamen de

torpedomakers sergeant C.C. Clemenkowff en korporaal F. van Harmelen, en vier Japanse krijgsgevangenen om

het leven. Ook 22 Indonesiërs van de nabijgelegen kampong Wawonasa, dat zwaar had geleden van de

explosie, werden gedood.

MD 28 18/19-11-1946 Hr.Ms. Walcheren

Op 18 november 1946 liep de mijnenveger Hr.Ms. Walcheren nabij Balikpapan op een Japanse mijn en ging

verloren. Korporaal-machinist Harno en matroos A. Vermeulen werden vermist. Hun stoffelijke overschotten zijn

later aangespoeld en begraven op het ereveld Kembang Koening te Soerabaja. De zwaargewonde

kwartiermeester N. Holthuijzen overleed de volgende dag in het Militair Hospitaal te Balikpapan.

MD 29 03-09-1948 Hr.Ms. Abraham van der Hulst

Van 30 augustus tot 7 september 1948 was de mijnenveger Hr. Ms. Abraham van der Hulst op patrouille in

de Amphitritebaai (Oost-Sumatra). Het schip ging op 2 september 1948 om 20.40 uur voor ten anker op 3

32


mijl benoorden Tandjong Datoek. De motorsloep werd met een gewapende bemanning uitgezonden voor

een patrouille onder de wal om smokkelvaartuigen die dicht onder de kust voeren te onderscheppen.

Tijdens een opkomende bui, gepaard gaande met een opstekende wind met kracht 7 tot 8, aanschietende

zee en hevige slagregens, waardoor het zicht geheel weg viel, werd de motorsloep om 02.40 uur ter hoogte

van Tandjong Datoek geramd door een onbekende motortongkang. De motorsloep werd aan bakboord

aangevaren, in het midden van de kuip. De sloep helde over stuurboord om dadelijk daarna over bakboord

naar beneden gedrukt te worden door de schuine voorsteven van de tongkang, waardoor een golf water de

sloep binnenstroomde. Na de aanvaring bleek matroos P.G. Kersten te zijn verdwenen. Tot het invallen van de

duisternis werd door de mijnenveger en de patrouilleboot Hr.Ms. RP 128 naar hem gezocht, echter zonder

resultaat.

Op een plaquette in Nijmegen wordt Kersten herdacht.

MD 30 18-04-1950 Hr.Ms. Vlieland / 2 e flottielje mijnenvegers

In het voorjaar van 1950 lag Hr.Ms. Woendi als moederschip van de mijnenvegerdivisie 9 ten anker in de

Panairivier op Ceram. Aan stuur- en bakboord lagen de MMS (Motor Minesweeper) mijnenvegers Hr.Ms.

Vlieland, Tholen, Voorne en Overflakkee langszij afgemeerd. Op de eerste wacht werd de chef

machinekamer van de Vlieland, sergeant-machinist J.P. Heijblok, vermist. Het ergste werd gevreesd. Duikers

hebben nog langdurig geprobeerd hem te vinden, doch zonder resultaat.

MD 31 10-03-1951 Hr.Ms. Woendi

Aan boord van het moederschip van de divisie mijnenvegers, Hr.Ms. Woendi, dat aan de Kruiserkade te

Soerabaja lag afgemeerd, werd tijdens baksgewijs op 10 maart 1951 de schrijver H. Nievaard vermist. Bij

navraag bleek hij het laatst gezien te zijn op het achterdek. Op de vloeien van het hekanker werden

bloedsporen gevonden, wat het ergste deed vermoeden. Duikers vonden ten slotte zijn stoffelijk overschot.

De volgende dag werd hij met militaire eer begraven op het ereveld Kembang Koening te Soerabaja.

MD 32 20-01-1960 Hr.Ms. Giethoorn

Tijdens een zware storm bevond de mijnenveger Hr.Ms. Giethoorn zich op de Noordzee. Bij het uitvoeren

van werkzaamheden op 20 januari 1960 werd bootsman L. Cijvat door een overkomende golf overboord

gespoeld. Ondanks direct ingezette reddingsacties werd zijn lichaam niet teruggevonden.

MD 33 02-05-1960 MOD, Cadzand

Tijdens het onschadelijk maken van een zeemijn op het strand bij Cadzand op 2 mei 1960 explodeerde de

mijn voortijdig. Hierbij werd de luitenant ter zee F.H.A. Brouwer gedood.

33


D. Motortorpedobootdienst (MTB)

MTB 1 10-05-1940 TM 51

Op 10 mei 1940 voer de nog niet in dienst gestelde motortorpedoboot TM 51 naar de Rotterdamse

Maasbrug teneinde Duitse parachutisten op en bij deze brug aan te vallen. De vijand boekte met zijn zware

mitrailleurs vele treffers op de Nederlandse motortorpedoboot. Matroos A.C. van Vegten, die de mitrailleur in

de stuurboordskoepel bediende, werd daarbij gedood. Hij werd twee dagen later met militaire eer in

Amsterdam begraven.

MTB 2 15-06-1942 Hr.Ms. MGB 46 28 (Panter, de tot MGB verbouwde TM 51)

In de nacht van 14 op 15 juni 1942 verlieten vijf geallieerde Motor Gun Boats (motor-kanonneerboten),

waaronder de Nederlandse Hr.Ms. MGB 46, de haven van Dover. Ter hoogte van Calais werden de boten

vanaf de wal plotseling door zoeklichten gevangen en beschoten door walbatterijen, waarbij vooral de MGB

46 het moest ontgelden. Een 20 mm springgranaat ontplofte aan dek en een 40 mm granaat drong aan

bakboord de motorkamer binnen en kwam daarbij tot explosie. De korporaal-machinist L.W. Fernhout werd

dodelijk getroffen. De MGB 46 kon op eigen kracht ontkomen en liep de volgende morgen Dover binnen.

Fernhout was de eerste die sneuvelde op de Nederlandse motorboten in Engeland. Hij had zich op dezelfde

boot tijdens de actie tegen de Maasbrug in Rotterdam onderscheiden en daarvoor het Bronzen Kruis

toegekend gekregen.

MTB 3 30-09-1943 Hr.Ms. MGB 114

In een gevecht met Duitse “R”-boten kreeg de MGB 114 in de nacht van 29 op 30 september 1943 ter

hoogte van Point du Haut Banc twee 40 mm-voltreffers in de radiohut. Korporaal-telegrafist P.T. Kint werd

daardoor dodelijk getroffen.

MTB 4 18-05-1944 Hr.Ms. MTB 203 (Arend)

In de nacht van 17 op 18 mei 1944 liep tijdens een mijnenlegoperatie onder de Franse kust, die werd

uitgevoerd door vijf Nederlandse motortorpedoboten, de MTB 203 op een losgeslagen drijvende Duitse

mijn. Direct na de explosie begon de boot snel weg te zinken. De stoker-olieman A.F. Verbeek ging met het

schip ten onder. De overige opvarenden konden door de andere motortorpedoboten worden gered.

MTB 5 27-07-1944 Hr.Ms. MTB 418

Tijdens een zeegevecht in de nacht van 26 op 27 juli 1944 van de groep FN 5 (MTB’n 418, 433 en 436) met

vijf Duitse E-boten 29 op de Ridensbank werd de MTB 418 ongelukkigerwijs getroffen door een 12 cm

granaat van de Britse torpedobootjager HMS Obedient die de Nederlandse motortorpedoboot voor een

Duitse E-boot aanzag. De granaat sloeg in op het dieptebommenrek. Door een scherf van een dieptebom

werd korporaal-konstabel J.Th. van Briemen op slag gedood. Bovendien werd matroos M. Pronk door een

mitrailleurweigering zwaar gewond. Hij overleed op de terugweg naar de thuisbasis.

34


E. Onderzeedienst (OZD) 30

OZD 1 09-10-1939 Hr.Ms. O 20

Op 2 oktober 1939 vertrokken het artillerie-instructieschip Hr.Ms. Van Kinsbergen en de onderzeeboten

Hr.Ms. O 15 en O 20 31 vanuit Den Helder naar de West. Halverwege de Atlantische Oceaan belandden de

schepen na een week in een zware storm. Matroos W. Termorshuizen, bemanningslid van de O 20, kreeg

opdracht enige werkzaamheden aan dek te verrichten. Hij is daarbij buitenboord geslagen en vanwege de

hoge zeegang niet meer gezien. Er werd nog geruime tijd naar de drenkeling gezocht, maar zonder resultaat.

OZD 2 06-03-1940 Hr.Ms. O 11

Tijdens opnamen voor de film “Ergens in Nederland” op 6 maart 1940 werd de onderzeeboot Hr.Ms. O 11

in de havenmond van Den Helder door het bewakingsvaartuig Hr.Ms. BV 3 (ex-sleepboot “Amsterdam”)

aangevaren en zonk onmiddellijk. Drie bemanningsleden kwamen daarbij om het leven: sergeant-torpedomaker

G.L. Logmans, sergeant-telegrafist F.W.J. Steenvoort en koksmaat O. Postma.

OZD 3 20-06-1940 Hr.Ms. O 13

Op 12 juni 1940 vertrok de onderzeeboot Hr.Ms. O 13 vanuit Dundee voor haar eerste

Noordzeepatrouille. Op 19 juni werd de boot teruggeroepen, doch zij is niet teruggekeerd. Vermoedelijk is

de Hr.Ms. O 13 een dag later op de Noordzee ter hoogte van Great Fisher Bank geramd door de Poolse

onderzeeboot “Wilk” en als gevolg daarvan met man en muis vergaan. De 34 opvarenden, onder wie 3

Britten, werden vermist.

Naar één van de vermisten, matroos J. Nagelhout, is in Bakhuizen een straat vernoemd.

OZD 4 19-11-1940 Hr.Ms. O 22

De onderzeeboot Hr.Ms. O 22 verliet op de namiddag van 5 november 1940 Dundee voor het uitvoeren

van een patrouille. Het patrouillegebied was de westkust van Noorwegen. Op 19 november kwam zij op

ongeveer 40 mijl ten zuidwesten van de Noorse kust door onbekende oorzaak tot zinken. Daarbij kwamen

46 opvarenden om het leven, onder wie 3 Britse marinemannen van de verbindingsdienst.

OZD 5 15-12-1941 Hr.Ms. O 16

In de Zuid-Chinese Zee, op weg naar Singapore, werden op de hondewacht van 15 december 1941 door de

onderzeeboot Hr.Ms. O 16 zoeklichten waargenomen. De commandant, luitenant ter zee A.J. Bussemaker,

wijzigde koers en voer in de richting van het licht. Toen de boot deze koers ongeveer een half uur had

aangehouden vond er tegen 02.30 uur een hevige explosie plaats. De O 16 was op een mijn gelopen en

zonk binnen een minuut. Met de boot gingen 36 opvarenden 32 ten onder. Tijdens de explosie bevonden

zich zes personen op de brug. Zij kwamen allen in het water terecht en trachtten zwemmend de wal te

bereiken. Van hen slaagde alleen kwartiermeester C. de Wolf daarin. De anderen zijn door uitputting

verdronken.

Op 19 augustus 1960 is een ondiepwatermijnenveger naar Bussemaker vernoemd.

OZD 6 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 33

Bij een patrouille in de Golf van Siam werd de op periscoopdiepte varende onderzeeboot Hr.Ms. O 20 op

de dagwacht van 19 december 1941 op ongeveer 25 mijl oost van Kota Baroe (oostkust Malakka) gepeild

door Japanse torpedobootjagers. Tijdens het wegduiken werd de boot al bestookt met dieptebommen die

echter weinig schade aanrichtten. De boot werd op een diepte van 42 meter op de grond gelegd. Naar later

bleek, was dat te diep voor de Japanse dieptebommen die waren ingesteld op dertig meter. Tegen het vallen

van de avond werd op de O 20 voor het laatst schroefgeruis gehoord. Doordat de batterijen bijna leeg

waren en er bovendien zuurstofgebrek was ontstaan, werd de boot in de avond aan de oppervlakte

gebracht. Vervolgens werd met vol vermogen oostwaarts gekoerst. Na ongeveer twintig minuten werd de O

20 ontdekt door een vijandelijke jager, die het vuur op de onderzeeboot opende. De commandant gaf order

het schip te verlaten en de boot tot zinken te brengen. Met de diesels op volle kracht verdween de boot in

de diepte. Toen de bemanning met zwemvesten om in het water lag, stoomde de Japanner met hoge vaart

dwars door de zwemmende groep. Op korte afstand wierp de jager nog dieptebommen. Toen ‘s avonds

onder de drenkelingen appèl werd gehouden, bleken zeven bemanningsleden, onder wie de commandant

luitenant ter zee P.G.J. Snippe, te ontbreken. De volgende dag werden de overlevenden opgepikt door de

35


Japanse torpedobootjager Uranami die hen naar Indo-China bracht. Op 22 december moesten de

gevangenen overstappen op een rivierboot voor verder transport naar Saigon. Op 10 januari 1942 werden

de mannen van de O 20 met een vrachtboot via Hainan naar Hongkong getransporteerd, waar zij twaalf

dagen later aankwamen. Vervolgens werden zij in het plaatselijke gevangenkamp North Point

ondergebracht.

Als gevolg van ziekte en ontberingen overleed op 14 december 1942 in dit kamp de majoor-monteur J. van Steenwijk.

OZD 7 21-12-1941 Hr.Ms. K XIII

Eind 1941 lag de onderzeeboot Hr.Ms. K XIII afgemeerd in de Naval Base te Singapore. Er moesten enige

noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd. Doordat de bemanning tijdelijk aan de wal was ondergebracht,

lag de boot onbemand en afgesloten. Op 21 december 1941 zouden drie bemanningsleden op de

achtermiddag een ronde over de boot maken. Daartoe maakten zij het voorluik open en daalden af in de

boot. Eén van hen ontstak de elektrische verlichting. Op dat moment volgde een ontploffing. Het bleek dat

bij het laden van de verouderde batterijen, waarvan de capaciteitstoestand onvoldoende was, een

aanzienlijke gasontwikkeling in de boot was ontstaan. De drie matrozen werden door de hevige explosie

vrijwel onmiddellijk gedood, terwijl de boot ernstig werd beschadigd.

OZD 8 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII

Op 16 december 1941 kregen de onderzeeboten Hr.Ms. K XI en K XVII van de Britse Commander in

Chief Eastern Forces opdracht om de toegangen tot de rivieren Kuantan en Pahang op de oostkust van

Malakka te bewaken. Op 19 december werden de boten naar Singapore teruggeroepen. Zij werden daar op

21 december verwacht. De K XI liep op de gestelde datum binnen, de K XVII niet. Er restte op 25

december niets anders dan de K XVII als vermist 34 te beschouwen en aan te nemen dat de opvarenden

enkele dagen eerder hun leven hadden verloren.

OZD 9 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI

Op 25 december 1941 kreeg de onderzeeboot Hr.Ms. K XVI opdracht om van haar operatieterrein aan de

noordkust van Borneo terug te keren naar Soerabaja. Daarna is niets meer van de boot vernomen. Later

bleek dat de K XVI op de eerste Kerstdag ten noordwesten van Kuching, West-Borneo, in de Zuid-

Chinese Zee door onbekende oorzaak is vergaan.

OZD 10 14-02-1942 O 21

Tijdens een onderhoudsperiode van de onderzeeboot Hr.Ms. O 21 op een werf te Grangemouth in

Schotland werd de bemanning van de boot ondergebracht in het plaatsje Falkirk. Toen matroos A. Breepoel

nabij het stadje een wandeling maakte, werd hij op 14 februari 1942 aangereden door een autobus. Zwaar

gewond werd hij naar het plaatselijke ziekenhuis gebracht, waar hij enkele uren later aan zijn verwondingen

overleed. Met militaire eer werd hij in Falkirk begraven.

OZD 11 18-02-1942 Hr.Ms. K VII

De onderzeeboot Hr.Ms. K VII lag bij het begin van de Japanse vijandelijkheden langszij een ponton bij de

onderzeebootsteigers van het Marine Etablissement te Soerabaja. De boot was, op de torpedo’s na, volledig

uitgerust. Op 18 februari 1942 was er luchtalarm en tijdens dat alarm dook de boot weg. Er bevond zich

een bemanning van dertien personen aan boord. Tijdens de eerste aanvalsgolf van de Japanse

bommenwerpers kreeg de boot twee bommen te verwerken. Bij dit drama kwamen alle opvarenden om het

leven. De stoffelijke overschotten van twee van hen, luitenant ter zee P.J. Mulder en matroos H.G. Boumans,

konden door duikers worden geborgen.

OZD 12 04-03-1942 ME Soerabaja

Op 4 maart 1942 vergezelde de luitenant ter zee der 1 e klasse C.A.J. van Well Groeneveld (RMWO), commandant

van de onderzeeboot Hr.Ms. K XVIII, de chef van het torpedo-atelier, de kapitein-luitenant ter zee J.J. van der

Have, op een tocht over het Marine Etablissement te Soerabaja. Zij inspecteerden of bepaalde objecten,

zoals het oude torpedo-atelier, voldoende waren vernield. Tijdens hun bezoek aan het atelier explodeerde

plotseling een springlading waarvan kennelijk de ontsteking niet op de ingestelde tijd had gewerkt. Beide

officieren verloren het leven.

Op 28 april 1961 is een ondiepwatermijnenveger naar Van Well Groeneveld vernoemd.

36


OZD 13 13-04-1942 Hr.Ms. K XII

Korporaal-machinist P. Jongerling, opvarende van de onderzeeboot Hr.Ms. K XII, werd na het passagieren in

Fremantle op maandagavond 13 april 1942 door een auto aangereden. Ten gevolge van dit ongeval overleed

hij nog dezelfde dag. De volgende dag werd hij met militaire eer in Perth begraven.

OZD 14 04-10-1942 Screwsburry, VK

Op 4 oktober 1942 raakte de bij de onderzeedienst geplaatste schrijver J. Sajet tijdens een dienstreis per auto

nabij Wolverhampton in het Verenigd Koninkrijk ernstig gewond. Hij overleed aan zijn verwondingen in

het hospitaal te Shrewsburry en werd begraven op de plaatselijke joodse begraafplaats.

OZD 15 29-10-1942 ss Abosso

Ter vervanging van de verouderde onderzeeboten kon de Koninklijke Marine omstreeks half 1942 de

beschikking krijgen over twee Britse boten van de “U”-klasse. De eerste werd op 7 november 1942 als

Hr.Ms. Dolfijn in dienst gesteld. Voor de tweede, die “Haai” zou gaan heten, was onvoldoende personeel in

het Verenigd Koninkrijk aanwezig. Er werd besloten om in Australië een bemanning samen te stellen uit

een aantal bemanningsleden van de K IX, K X en K XII. Met het ss Westernland van de Holland-Amerika

Lijn vertrok de groep in de tweede helft van augustus van Sydney naar Zuid-Afrika. Via Durban arriveerde

het schip op 4 oktober in Kaapstad. Op 8 oktober embarkeerde de Nederlandse marinemannen aan boord

van het ss Abosso van de Britse Elder Dempster Line en vertrokken de volgende dag met dit

ongeëscorteerde koopvaardijschip naar Liverpool. Op 29 oktober 1942 werd het schip in de Noord-

Atlantische Oceaan tussen New Foundland en Ierland door de Duitse onderzeeboot U 575 tot zinken

gebracht. 28 marinemannen verdwenen met de Abosso in de diepte. Slechts 31 overlevenden, onder wie 5

van de Koninklijke Marine, konden door de Britse korvet HMS Bideford worden opgepikt.

OZD 16 13-02-1943 Hr.Ms. K XII

Korporaal-telegrafist R. Davids, opvarende van de onderzeeboot Hr.Ms. K XII, werd gedetacheerd bij de

NEFIS 35 en kreeg een jungletraining in Cairns, Australië. Tijdens de opleiding verdronk hij bij een

landingsoefening op 13 februari 1943.

OZD 17 27-02-1943 Hr.Ms. Colombia

Op weg naar Colombo werd het onderzeebootmoederschip Hr.Ms. Colombia op

27 februari 1943 door de Duitse onderzeeboot U 516 in de Indische Oceaan nabij East London, Zuid-

Afrika, getorpedeerd. Het schip had slechts weinig waterdichte compartimenten en zonk snel. Acht

bemanningsleden kwamen bij deze ramp om het leven.

Ter herinnering aan de personeelsleden van de KNSM die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun leven verloren, is op

de eerste verdieping van het Scheepvaarthuis te Amsterdam een gedenkteken geplaatst. De naam van de aan boord

van de Colombia geplaatste gemilitariseerde matroos A.G. Arents is daarop terug te vinden.

OZD 18 12-06-1943 Hr.Ms. K XV

In juni 1943 werd de onderzeeboot Hr.Ms. K XV op de Amerikaanse onderzeebootbasis te New London

in Connecticut gereedgemaakt voor vertrek naar Dundee in Schotland. Op zaterdag 12 juni vond tijdens het

aan boord nemen van torpedo’s een ernstig ongeval plaats. Bij het hijsen van een torpedo brak de lijn

waaraan deze was bevestigd. Het projectiel viel naar beneden en trof de eerste officier van de K XV, de

luitenant ter zee D. van Beusekom. Hij was op slag dood.

OZD 19 16-09-1943 Hr.Ms. K XI

De onderzeeboot Hr.Ms. K XI lag in september 1943 voor onderhoud op de marinewerf te Bombay. Ten

gevolge van een tragisch ongeval aan de wal op 16 september 1943 werd het bemanningslid van de K XI,

de luitenant ter zee J.J. Snaauw, zodanig verwond dat hij dezelfde dag in het hospitaal overleed.

OZD 20 11-04-1945 Dronrijp

De in Leeuwarden wonende korporaal-machinist H. Harder was in de meidagen van 1940 geplaatst bij de

OZD. Na de capitulatie van Nederland werd hij op 14 juli 1940 “tijdelijk ontslagen” en dook hij onder. In

november 1944 werd hij lid van een Knokploeg. Op 7 april 1945 werd hij door de Duitsers gearresteerd en

als represaille voor een eerdere aanslag op de spoorlijn Leeuwarden-Harlingen, met tien andere

verzetstrijders op 11 april te Dronrijp gefusilleerd.

37


Aan de voet van de brug over het Van Harinxmakanaal in Dronrijp bevindt zich een monument ter nagedachtenis aan

deze elf gefusilleerden. De onthulling vond plaats op 11 april 1949.

OZD 21 20-10-1945 Hr.Ms. Tijgerhaai

Op 20 oktober 1945 werd door de Britse bewakingsdienst van Tandjong Priok bij kampong Kodja het

stoffelijk overschot gevonden van de kok H. Kramer, opvarende van de onderzeeboot Hr.Ms. Tijgerhaai die

in de Binnenhaven no: 1 in Priok lag afgemeerd. Uit onderzoek bleek dat Kramer in de nacht van 19 op 20

oktober door onbekenden om het leven is gebracht.

OZD 22 27-01-1955 Hr.Ms. Walrus

Tijdens oefeningen van het Smaldeel 5 in de Middellandse Zee raakte op 27 januari 1955 de matroos A.C. van

Dael van de onderzeeboot Hr.Ms. Walrus vanwege de ruwe zee buitenboord. Een dag lang zochten de

schepen van het smaldeel en de helicopters van Hr.Ms. Karel Doorman naar hem, echter zonder resultaat.

38


F. Marineluchtvaartdienst (MLD)

Inclusief vlootpersoneel, mariniers, personeel van de Militaire Luchtvaart en de R.A.F.

gedetacheerd of geplaatst bij de MLD, alsmede omgekomen marinepersoneel bij de

burgerluchtvaart.

MLD 1 26-09-1939 Fokker W 7 / Hr.Ms. De Ruyter

Op 26 september 1939 stortte het Fokker C-XI W boordvliegtuig W 7 van de kruiser Hr.Ms. De Ruyter

tijdens een postvlucht voor het eskader neer bij Blinjoe op de noordkust van Banka. Daarbij kwam de

officier-vlieger H.J. Stoutjesdijk om het leven.

MLD 2 13-04-1940 Fokker W 9 / MVK Veere

In de nacht van 13 op 14 april 1940 verongelukte door onbekende oorzaak het op het Marine Vliegkamp

Veere gebaseerde Fokker C-XI W drijvervliegtuig W 9 bij Kamperduin. De officier-zeewaarnemer H.F.G.

Langenhoff en sergeant-vlieger C.H.J. Knaapen overleefden dit ongeval niet.

MLD 3 10-05-1940 Fokker R 4 / MVK De Mok

Op 10 mei 1940 werd het Fokker T-VIII watervliegtuig R 4 nabij het strand van Scheveningen aangevallen

door de Duitse Messerschmitt 109 en in brand geschoten. Officier-vlieger J.M. Uytenhoudt werd hierbij gedood,

terwijl het tweede bemanningslid, vliegtuigmaker N.R.L. Kooiman, ernstig werd verwond en als gevolg daarvan

op 12 mei 1940 overleed.

MLD 4 12-05-1940 MVK Veere

In de late avond van 12 mei 1940 werden sergeant-monteur J.G. Bosman en matroos V.M. Deen door het

bewakingspersoneel van het MVK Veere aangezien voor Duitse parachutisten en doodgeschoten.

MLD 5 17-05-1940 MVK Veere

Als gevolg van Duitse luchtaanvallen op het Marinevliegkamp Veere op 17 mei 1940 kwam de vliegtuigmaker

J.M. de Vos om het leven en raakte vliegtuigmaker G.E. Hildebrand levensgevaarlijk gewond. Hildebrand werd

voor spoedeisende hulp overgebracht naar het ziekenhuis te Vlissingen, waar hij op 19 mei 1940 aan zijn

verwondingen overleed.

MLD 6 26-07-1940 Fokker AV 964 / Pembroke Dock, Wales.

Op 26 juli 1940 begeleidde het Fokker T-VIII watervliegtuig AV 964 (ex R 10) van het 1 e escadrille 36 van de

MLD een geallieerd konvooi in de Ierse Zee, toen het toestel plotsklaps van lage hoogte in zee dook.

Uitgezette reddingsloepen van het konvooi konden twee lichamen bergen. De twee andere

bemanningsleden zijn nooit meer gevonden. De vier omgekomenen waren: officieren-vlieger J.C. den Hollander

en E. Martaré, sergeant-majoor-vlieger A. de Knegt en korporaal-telegrafist J.G. Ras.

MLD 7 31-07-1940 Avro-Anson 37 K 8829 / Carew Cheriton

Het 2e escadrille van de MLD leed zijn eerste verlies, toen op 31 juli 1940 de Avro Anson K 8829 bij de

start in botsing kwam met een aan de rand van het vliegveld staand toestel. Bij dit ongeluk kwamen twee

Engelse bemanningsleden, flight-sergeant S.P. Tomley en sergeant-airgunner G. Willes, om het leven, terwijl de drie

Nederlanders verwondingen opliepen.

MLD 8 25-09-1940 MVKM Soerabaja

Op 25 september 1940 kwam op het MVK Morokrembangan de sergeant-vliegtuig-maker I.H. Theewis

ongelukkigerwijs in aanraking met een roterende propeller van een lesvliegtuig. Hij was op slag dood.

MLD 9 26-09-1940 Fokker AV 963 / SQ 320 / Pembroke Dock

Op 26 september 1940 raakte het Fokker T-VIII watervliegtuig AV 963 (ex R9) van de basis Pembroke

Dock in Wales tijdens een konvooivlucht in een vrille en stortte in de Ierse Zee. Officier-vlieger J.A.L.

Schevenhoven, sergeant-vlieger H.G.A. Akkers en seinersmaat L.J. Scholman kwamen hierbij om het leven.

39


MLD 10 13-11-1940 Dornier X 4 / GVT 4

Op 13 november 1940 ging tijdens een nachtlanding bij Soerabaja de Dornier 24K vliegboot X 4 verloren.

Daarbij kwamen vijf bemanningsleden om het leven. Sergeant-vliegtuigmaker J. Smit werd tijdens de landing

ernstig gewond en overleed als gevolg daarvan de volgende dag. Het wrak en de stoffelijke resten van de

overigen werden geborgen.

MLD 11 25-02-1941 Hudson 38 T 9364 / SQ 320 / Carew Cheriton

Op 25 februari 1941 stortte de Hudson T 9364 “Ypenburg” onmiddellijk na de start vanaf Carew Cheriton

neer en kwam op een der hangars terecht. Het ongeval was te wijten aan ijsafzetting die niet was verwijderd.

Van de vijf bemanningsleden kwamen er vier om het leven.

MLD 12 15-05-1941 Fokker V 9 / MVKM

Op 15 mei 1941 verongelukte het Fokker C-VII watervliegtuig V 9 bij de landing op MVK

Morokrembangan. Hierbij kwam leerling-onderofficier-vlieger D.J. Karrebeld om het leven.

MLD 13 26-05-1941 Fokker T 14 / MVKM

Bij nevelproeven stortte op 26 mei 1941 het Fokker T.IV.a watervliegtuig T 14 nabij Soerabaja neer. Daarbij

verongelukten de officier van de marinestoomvaartdienst J.W.T.A. Kaijzer en de officier-zeewaarnemer M.P. van Vliet.

MLD 14 17-06-1941 Fokker W 13 / MVKM

Op 17 juni 1941 vond er nabij Soerabaja een vliegongeval plaats met het Fokker C-XI watervliegtuig W 13

dat de levens eiste van luitenant ter zee H.A.V.R. baron van Lawick en vliegtuigmakersmaat J. Anzenberger alias

Rokot.

MLD 15 02-08-1941 Ryan S 20 / MVKM

Op 21 april 1941 verongelukte op het MVK Morokrembangan het Ryan lesvliegtuig

S 20. Adspirant-officier-vlieger J. Vermeijden werd daarbij zwaar gewond en overleed dientengevolge op 2

augustus 1941 in de marine-afdeling van de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting te Soerabaja.

MLD 16 10-08-1941 Hudson N 7396 / SQ 320 / Leuchars

Op 10 augustus 1941 bevond de Hudson N 7396 zich tijdens een trainingsvlucht vanaf de vliegbasis

Leuchars in het Schotse graafschap Fife laagvliegend in de omgeving van Dunino. Het toestel raakte opeens

de grond, vloog in brand en werd totaal vernield. De sergeant-vlieger A.M. ten Herkel en leerling-onderofficier-vlieger

W. Hijkoop verloren daarbij het leven.

MLD 17 19-08-1941 Hudson T 9413 / SQ 320 / Leuchars

Op 19 augustus 1941 ging de Hudson T 9413 “Ockenburg” verloren tijdens een verkenningsvlucht langs de

Noorse kust ter hoogte van Stavanger, waarbij de vijf bemanningsleden omkwamen.

MLD 18 30-08-1941 Hudsons SQ 320 / Leuchars

Op 30 augustus 1941 keerden de Hudsons T 9380 “Waalhaven”, V 9063 "Islawreker" en V 9065 “Moesi”

niet terug van een patrouille langs de Noorse kust. Twaalf bemanningsleden vonden de dood. De

“Islawreker” moest, nadat het door Duitse Bf 109-jagers zwaar was beschadigd, een noodlanding op zee

maken. Drie inzittenden vonden daarbij een zeemansgraf en twee werden door de Duitsers uit zee opgepikt,

nadat ze ongeveer vijf uur in het water hadden gelegen. Zij kwamen in krijgsgevangenschap terecht.

MLD 19 24-10-1941 Tiger Moth / Kemajoran

Op 24 oktober 1941 steeg vlieginstructeur majoor-konstabel J.A. Remmerswaal 39 vanaf het vliegveld Kemajoran

bij Batavia op met een Tiger Moth lesvliegtuig. Zijn leerling was de matroos-kustwachter E. Noldes van de

marine-afdeling van het Vrijwillig Vlieger Corps te Batavia. Even na de start op circa 60 meter hoogte sloeg

de motor af, waarna het toestel tegen een boom vloog en neerstortte. Majoor Remmerswaal was op slag dood.

Noldes overleefde het ongeval.

MLD 20 23-11-1941 Hudson T 9396 / SQ 320 / Leuchars

Op 23 november 1941 voerde de Hudson T 9396 “Vliegende Hollander” een aanval uit op een Duits

konvooi, bestaande uit een passagiersschip, een vrachtvaarder en een escortevaartuig. Op het vrachtschip

40


kon een voltreffer worden geplaatst, maar tijdens het vuurgevecht met de Duitse oorlogsbodem werd de

Hudson getroffen door een 20 mm granaat, die de vlieger, sergeant C.A.E. van Otterloo, zo ernstig verwondde

dat deze kort daarop overleed. De vliegtuigcommandant (een waarnemer) wist het zwaar beschadigde

toestel, zij het met moeite, veilig te Wick in Noord-Schotland aan de grond te zetten.

MLD 21 02-12-1941 Hudson V 9036 / SQ 320 / Leuchars

Op 2 december 1941 stortte de Hudson V 9036 “Makassar” neer tijdens een operationele vlucht voor de

Noorse kust, nabij Lister (Listafyr). Bij deze ramp kwamen vier bemanningsleden om het leven. Hun

stoffelijke resten werden door de Duitsers geborgen en bij de naburige plaats Vanse begraven.

MLD 22 06-12-1941 Catalina Y 44 / GVT 16

De Catalina Y 44 ging bij een ongelukkige landing op de binnenrede van Tandjong Pandan, Billiton, op 6

december 1941 verloren, waarbij vijf bemanningsleden de dood vonden.

MLD 23 18-12-1941 Dornier X 34 / GVT 7 (zie ook W 41)

Op 17 december 1941 werd in opdracht van de Commandant Zeemacht Nederlands-Indië een

bombardement uitgevoerd op vijandelijke schepen nabij Miri op Brits Borneo. Van deze opdracht keerde

de Dornier X 34 niet terug. De vliegboot bleek een noodlanding gemaakt te hebben op een riviertje aan de

noordkust van Borneo, waarbij militie-matroos-vliegtuigmaker D. Floris en korporaal-vliegtuigmaker T.G. van der

Beek ernstig werden gewond. Floris overleed de volgende dag aan zijn verwondingen en Van der Beek op 22

december. De overlevenden, officier-vlieger A. Baarschers, sergeant-vlieger J.M. van Halm, korporaal-telegrafist J.T.

Burghardt en militie-matroos-telegrafist K.A. Reen, konden na een tocht van 200 kilometer door de binnenlanden

de KNIL-post Long Nawang in Oost-Borneo nabij de grens van Serawak bereiken. Daar verschenen echter

op 20 augustus 1942 de Japanners die hen zes dagen later executeerden, samen met een aantal eveneens

naar Long Nawang gevluchte Europese militairen en burgers.

MLD 24 26-12-1941 Dorniers X 11, X 12 en X 25/ GVT 2, X 26 GVT 5.

Op 26 december 1941 werden vier Dornier 24K vliegboten, die op de watervliegbasis bij Kakas op het

Tondanomeer (Minahasa, noordoost Celebes) met volle benzinetanks gereedlagen voor actie, door Japanse

jachtvliegtuigen uit Kema vernietigd. Daarbij kwamen sergeant-vlieger R. Siezen en vliegtuigmakersmaat C.

Bruinhout om het leven en raakte sergeant-vlieger G.J. Evers zwaar gewond. Sergeant-monteur C. van Dijk, die

een schot door zijn arm gekregen had, redde sergeant Evers door met hem te blijven zwemmen tot een

motorboot hen beiden uit het water kon komen halen. Op 4 januari overleed Evers in Soerabaja alsnog aan

zijn verwondingen. Op 1 februari 1942 werd de vliegbasis door de Japanners bezet en na deze actie werd

inheems bediende Kardjo vermist.

MLD 25 29-12-1941 Dornier X 15 / GVT 1

Op 29 december 1941 keerde de Dornier vliegboot X 15 niet op haar basis Tajan aan de bovenloop van de

Kapoeasrivier (W-Borneo) terug van een verkenningsvlucht boven de Zuid-Chinese Zee. Het laatste wat

men hoorde was de melding van een luchtgevecht in Straat Karimata. Zes bemanningsleden werden als

vermist beschouwd.

MLD 26 10-01-1942 Catalina’s Y 58, Y 59 en Y 60 / GVT 17

Op 10 januari 1942 vond, samen met Amerikaanse Catalina’s, een bomaanval op de Japanse landingsvloot

voor Kema (Minahasa) plaats. Na het bombardement ontstond een luchtgevecht met Japanse

drijvervliegtuigen, waarbij aan boord van de Catalina Y 60 sergeant-vliegtuigmaker D.A. de Wijn door een

Japanse mitrailleurkogel om het leven kwam, terwijl de Y 58 vermist werd. Ongeveer 20 mijl uit de kust

werd zij voor het laatst waargenomen. Hoewel de Y 59 nog alle moeite deed haar op te sporen, was zij

voorgoed verdwenen en met haar de zes bemanningsleden.

MLD 27 21-01-1942 MVKM / Ryan

Ten gevolge van een vliegongeval met een Ryan lesvliegtuig nabij Maospati op Oost-Java, kwam de

adspirant-officier-vlieger W.T. Hepkema op 21 januari 1942 om het leven en raakte leerling-onderofficier-vlieger R.

Harjono zwaar gewond. Hij overleed op 25 januari aan zijn verwondingen in de Centrale Burgerlijke

Ziekeninrichting te Soerabaja.

41


MLD 28 22-01-1942 Dornier X 14 / GVT 4

Op 22 januari 1942 ondernam de Dornier X 14 een evacuatievlucht van Soerabaja naar de Soengai Riko

(een rivier die bewesten Balikpapan uitmondt). Op de rivier maakte de X 14 een ongelukkige landing en

werd zij totaal vernield. Drie bemanningsleden overleefden het ongeval niet. De enige overlevende was

seinersmaat A. Hensing. Hij werd na de inval van de Japanners krijgsgevangen gemaakt en vervolgens op 20

februari 1942 door hen vermoord. (zie ook W 22)

MLD 29 24-01-1942 Dornier X 19 / GVT 3

Op 24 januari 1942 werd de Dornier X 19 naar Groot Masalembo, een eiland in de oostelijke Javazee

(halverwege de oostpunt van Madoera en Tandjong Selatan op Borneo), gezonden om Amerikanen op te

pikken die afkomstig waren van een Flying Fortress, die een noodlanding had gemaakt. Zij werden niet

teruggevonden. Op de terugvlucht kwam de vliegboot in een zware regenbui terecht. De vlieger zag de

onder water staande sawah’s bij Fort Menarie aan voor het Westervaarwater en landde daarop. Het toestel

vloog tegen de sawahdijkjes. De brandstof in de tanks vatte dadelijk vlam, waardoor het toestel

explodeerde. Drie inzittenden verloren daarbij het leven, de drie licht gewonde overlevenden konden naar

de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting in Soerabaja worden vervoerd.

MLD 30 29-01-1942 Dornier X 29 / GVT 6

Op 29 januari 1942 voerde de Dornier X 29 tussen Tandjong Api en Kuching op West-Borneo een aanval

uit op een vaartuig van omstreeks 300 ton, volgepakt met Japanse soldaten. Het raakte midscheeps in

brand. Door vuur van het anti-luchtdoelgeschut van het Japanse vaartuig werd aan boord van de vliegboot

korporaal-vliegtuigmaker T. Veldman gedood.

MLD 31 03-02-1942 MVKM Soerabaja

Op 3 februari 1942 bombardeerden Japanse vliegtuigen het MVK Morokrembangan en de te water liggende

vliegboten en watervliegtuigen van de MLD. De vliegtuigtelegrafistenmaat E.A. Hartsteen en de vliegtuigmakers

J.H. Bruning en W.G. Hanss gingen met de boten ten onder. Op 5 februari werd het bombardement herhaald

en daarbij kwam matroos M.G. Wiegman op het vliegkamp om het leven.

MLD 32 09-02-1942 Catalina Y 38 / Ketapang

Op 9 februari 1942 landde de Catalina Y 38 in de monding van de Soengai Pawan bij Ketapang (W-

Borneo), teneinde Europeanen op te pikken om hen naar Java te brengen. Opeens werd de vliegboot

beschoten door laag overvliegende Japanse vliegtuigen. De inzittenden sprongen buiten boord. Leerlingonderofficier-vlieger

J.G. Persijn werd daarbij door een kaaiman aangevallen en bloedde dood. Intussen waren de

Japanners verdwenen en toen de bemanning, met meenemen van het stoffelijk overschot van Persijn, weer

aan boord van de beschadigde Catalina geklommen was, steeg men op en vloog naar het MVKM te

Soerabaja. Dit doel werd niet bereikt. In het Westervaarwater moest de Y 38 een noodlanding maken.

MLD 33 10-02-1942 Fokker W 12 / MVKM / GVT 13

Op 10 februari 1942 werd de W 12 - het op MVK Morokrembangan gestationeerde Fokker C-XI

boordvliegtuig van de kruiser Hr.Ms. De Ruyter - boven Tjepoe, ten westen van Bodjonegoro op Oost-

Java, door de Japanners neergeschoten. De vlieger kon zich met zijn parachute redden, doch de waarnemer,

luitenant ter zee G.J. van der Boom, die zich zonder parachute vastklemde aan de vlieger, moest loslaten en

stortte naar beneden. Hij overleefde het ongeval niet.

MLD 34 11-02-1942 Dornier X 29 / GVT 6

Op 11 februari 1942 maakte de Dornier X 29 vanuit Soerabaja een evacuatievlucht naar de omgeving van

Bandjermasin. De Japanners waren daar al de vorige dag binnengetrokken en nabij de stad werd de

vliegboot heftig beschoten. Van evacuatie van personeel kon geen sprake zijn. Als gevolg van de opgelopen

schade moest de Dornier tijdens de terugvlucht een noodlanding maken in het Westgat tussen Madoera en

de Javawal, waarbij de boot over de kop sloeg en zonk. Drie bemanningsleden vonden de

verdrinkingsdood, terwijl de commandant, de officier-vlieger P.L.C. Adriani, die tijdens de landing zwaar

gewond was geraakt, door de twee andere overlevenden kon worden gered. Hij overleed de volgende dag

aan zijn verwondingen.

42


MLD 35 23-02-1942 Catalina Y 47 / GVT 16

Bij terugkeer van een mijnenlegoperatie in Straat Banka verongelukte de Catalina Y 47 op 23 februari 1942

bij de landing op het MVK Tandjong Priok met verlies van vier bemanningsleden. De vlieger, luitenant ter zee

P.D.M.A. Bijlard, raakte zwaar gewond en overleed als gevolg daarvan de volgende dag in het Militair

Hospitaal te Batavia.

MLD 36 23-02-1942 Dornier X 21 / GVT 6

Van een mijnenlegvlucht naar Straat Bali en Straat Lombok keerde de Dornier vliegboot X 21 op 23

februari 1942 niet terug. De zevenkoppige bemanning moest als vermist worden beschouwd.

MLD 37 25-02-1942 Dornier X 17 / GVT 8

In de nacht van 24 op 25 februari 1942 werd door de vliegboten X 17 en X 18 een bomaanval uitgevoerd

op Japanse schepen ter rede van Muntok op het eiland Banka. Op de terugvlucht naar de basis werden

beide Dorniers bij het eiland Noordwachter, benoorden Straat Soenda, door Japanse jachtvliegtuigen

neergeschoten. De bemanning van de X 18 kon zwemmend de wal bereiken. Zij werd opgepikt door de

mijnenveger Hr.Ms. Djombang. Van de zes inzittenden van de X 17 werd niets meer vernomen.

Op 6 oktober 1960 is een ondiepwatermijnenveger naar de vermiste sergeant-vlieger P. Mahu vernoemd.

MLD 38 03-03-1942 Broome.

De Dornier-vliegboten X 3, X 23 en X 28 werden op 2 maart 1942 vanaf Java naar de Roebuckbaai bij

Broome, Noordwest-Australië, overgevlogen. De volgende dag vertrokken de Dorniers X 1 en X 20,

alsmede de Catalina’s Y 59, Y 60, Y 67 en Y 70, van Java naar Broome. Er was besloten dat niet alleen

marinepersoneel, maar ook een aantal vrouwen en kinderen op deze evacuatietocht mee mocht. Liggend bij

Broome, wachtend op een motorboot die de bemanningen en de passagiers naar de wal zou brengen, begon

om 09.10 uur onverhoeds een luchtaanval van acht Japanse Navy-O-jagers. De uitwerking van de aanval

was catastrofaal: een groot aantal doden en vermisten, onder wie 48 Nederlanders: 32 vrouwen en kinderen

en 16 marinemannen.

Ter herinnering aan de 82 geïdentificeerde geallieerde militairen en Nederlandse evacués is op 25 april 2000 in Broome

een “Allied War Memorial” onthuld.

MLD 39 08-03-1942 Catalina Y 63 / GVT 2

Op 27 februari 1942 werd de Catalina Y 63 op een verkenningsvlucht vanuit Tandjong Pandan naar Straat

Banka door zes Japanse Nakajima Ki-27A jachtvliegtuigen aangevallen. Twee konden worden

neergeschoten voordat de Y 63 zo zwaar beschadigd werd dat zij op het water een noodlanding moest

maken. De zevenkoppige bemanning wist na een avontuurlijke tocht, grotendeels per prauw, die via de

zuidkust van Sumatra voerde, de kustplaats Anjer Kidoel in de West-Javaanse residentie Bantam te

bereiken. Daar gingen zij uiteen. De gewonde sergeant-monteur 40 C. van Dijk werd in Anjer Kidoel voor

verzorging achtergelaten. Hij werd al spoedig door de Japanners gevangengenomen 41. Twee groepen van

ieder drie man gingen vervolgens langs verschillende routes op weg om te trachten Tjilatjap te bereiken. De

leden van de ene groep, sergeant-vlieger O. Noë, telegrafistenmaat H.A.J. Laane en vliegtuigtelegrafist F.H. van

Dingstee, zijn vermoedelijk op 8 maart in het Bantamse door de bevolking gedood. De andere groep is een

dag eerder door Bantammers gevangen genomen en aan de Japanners te Tjilegon overgeleverd.

MLD 40 12-03-1942 Blackburn Botha L 6314

Op 12 maart 1942 kwam door een vliegongeval met de Blackburn Botha L 6314 bij Crouk-ny-Irey-Lhae-

Rushen op het eiland Man de bij de MLD gedetacheerde reserve sergeant-vlieger B.M. Aarts 42 om het leven.

MLD 41 15-03-1942 Hurricane. Nr: 12 FTS / Grantham

Ten gevolge van een vliegongeval met een Hurricane op 15 maart 1942 kwam de bij de MLD gedetacheerde

officier-vlieger W.B. Straver* nabij Londen om het leven.

MLD 42 11-04-1942 Jackson, Mississippi.

In april 1942 werd op de vliegbasis Jackson de “Royal Netherlands Military Flying School” opgericht. Van

de 460 leerlingen, voor het grootste deel afkomstig uit Nederlands-Indië, werden er 126 aangewezen voor

dienst bij de Marine Luchtvaartdienst en 334 voor dienst bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL. Deze

43


vliegschool leed aanzienlijke verliezen door een reeks vliegongevallen tijdens de trainingen. De ML verloor

tot eind 1943 daardoor 21 en de MLD 6 personeelsleden.

MLD 43 08-05-1942 Hudson V 8981 / SQ 320 / Bircham Newton

Op 8 mei 1942 keerde de Hudson V 8981 “Soerabaja”, die met vijf andere Hudsons was vertrokken voor

een patrouille benoorden de Waddenzee, niet terug. De vierkoppige bemanning werd vermist.

MLD 44 11-05-1942 Sachsenhausen (zie ook W 32 en W 33)

De OD’er sergeant-vliegtuigmaker J.J.H. Buikes werd op 27 oktober 1941 in Den Helder gearresteerd vanwege

spionage en illegaal wapenbezit. Hij werd na een schijnproces in Maastricht ter dood veroordeeld,

vervolgens gedeporteerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen bij Oranienburg en op 11 mei 1942

gefusilleerd.

MLD 45 13-05-1942 ms Brabant (zie ook OS 37)

MLD 46 15-05-1942 Hudson AE 525 / SQ 320 / Bircham Newton.

Op 15 mei 1942 voerde de AE 525 “Malang” samen met vijf andere Hudsons een verkenningsvlucht uit in

de buurt van de Friese waddeneilanden. Tijdens de terugvlucht naar Engeland stortte de “Malang” nabij

Terschelling in zee. De vierkoppige bemanning werd vermist.

MLD 47 30-05-1942 Hudson V 9122 / SQ 320 / Bircham Newton.

In de nacht van 29 op 30 mei 1942 gingen twee Nederlandse Hudsons nabij Ameland verloren. De AM 929

"Cheribon" maakte een "ditch" in zee, maar de bemanning kon worden gered. De V 9122 “Wageningen”

explodeerde door onbekende oorzaak hoog in de lucht. Hierbij kwamen de vier bemanningsleden om het

leven.

Naar één van hen, marinier H.L. Emmens, is in Wagenborgen een straat vernoemd.

MLD 48 26-06-1942 Hudson T 9435 / SQ 320 / Bircham, Newton.

Op 26 juni 1942 vond een massale bomaanval, de zogenaamde "1000 Bomber-Raid", op Bremen plaats.

Hieraan namen zes Nederlandse Hudsons van SQ 320 deel. De T 9435 “Balikpapan” ging tijdens de raid

verloren. Het toestel werd boven Bremen neergeschoten. De vier bemanningsleden vonden daarbij de

dood.

MLD 49 22-08-1942 KLM / Parkiet

De KLM Lockheed 14 Super Electra ‘Parkiet’, die op weg was van Suriname naar Curaçao, stortte op 22

augustus 1942 bij Piarco (Trinidad) in zee. Alle inzittenden, onder wie luitenant ter zee G.E.W. van Notten en

vier burgertorpedomakers van de marine, kwamen daarbij om het leven.

MLD 50 14-09-1942 Makassar (zie ook W 42 en W 43)

Bij een ontvluchtingspoging uit het krijgsgevangenenkamp te Makassar (Celebes) werd de militie-matroosvliegtuigmaker

M. Entrop door de Japanse bewakers gepakt en op 14 september 1942 samen met vier andere

Nederlandse militairen geëxecuteerd.

MLD 51 26-10-1942 Hudson N 7302 / SQ 320 / Bircham Newton.

Tijdens een trainingsvlucht op 26 oktober 1942 verongelukte de Hudson N 7302 “Y” boven de Ierse Zee.

Korporaal-vliegtuigtelegrafist R.J. van Woerkom kwam bij dit ongeval om het leven. De andere bemanningsleden

konden worden gered.

MLD 52 09-11-1942 Hudson EW 912 / SQ 320 / Bircham Newton.

Op 9 november 1942 voerden twee Hudsons een aanval uit op een vijandelijk konvooi onder de

Nederlandse kust. Hierna werd de EW 912 met haar vierkoppige bemanning vermist.

MLD 53 22-11-1942 Hudson EW 903 / No. 1 RAF Silloth

Van de drie Hudsons die op de vooravond van 22 november 1942 met tussenpozen van één uur startten

voor een “Nomad Patrol” 43 langs de Nederlandse kust, keerde de EW 903 “E”, die als laatste vertrokken

was, niet terug. Van de bemanning werd niets meer vernomen.

44


MLD 54 11-01-1943 Hudson AM 863 / SQ 320 / Bircham Newton.

De AM 863, die op 11 januari 1943 verloren ging en waarbij de gehele bemanning om het leven kwam, is

vermoedelijk in de Solway Firth neergestort. In die baai van de Ierse Zee is het wrak van een Hudson

gevonden, waarvan men aannam dat dit het toestel in kwestie was.

MLD 55 27-01-1943 Hudson EW 919 / SQ 320 / Bircham Newton

In de nacht van 26 op 27 januari 1943 werden vier Hudsons uitgezonden om een Duits konvooi aan te

vallen. De EW 919 is bij Terschellingerbank waarschijnlijk het slachtoffer geworden van Duits afweervuur

(FLAK). Van het toestel en de vier bemanningsleden is niets meer vernomen.

MLD 56 29-03-1943 No. 4 Air Gunners School, Morpeth.

Op 29 maart 1943, tijdens een opleidingsperiode met Britse toestellen, kwamen vijf leden van SQ 320 om

het leven ten gevolge van een botsing tussen twee Blackburn Botha's. De toestellen stortten neer nabij de

RAF-Air Gunners School te Morpeth.

MLD 57 21-05-1943 Swordfish 44 / RNAS Arbroath

Bij een oefenvlucht op 21 mei 1943 vanaf het Royal Naval Air Station Arbroath stortte een Swordfish ten

westen van Budden Ness in de Firth of Tay (Schotland) in zee. Adspirant-reserve-officier-vlieger R.A.C. Heijne

verloor hierbij het leven.

MLD 58 01-06-1943 KLM DC 3 G-AGBB, Ibis.

Tijdens vlucht nr: 777A van Lissabon naar Bristol werd de KLM Douglas G-AGBB op 1 juni 1943 boven

de Golf van Biskaye door een Duitse Ju 88 neergeschoten. Zeventien inzittenden vonden een zeemansgraf,

onder wie de tweede piloot reserve officier-vlieger D. de Koning.

MLD 59 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn (zie ook OS 50)

Bij de ondergang van ss Hoegh Silverdawn kwamen de sergeanten-vliegtuigschutter C. Bruijn, D. van der Bijl en

C.A. Palings, alsmede sergeant-vliegtuigtelegrafist A.C. Diets om het leven.

MLD 60 27-06-1943 Hurricane Z 4922 / SQ 759 RNAS Yeovilton

Doordat zijn Hurricane Z 4922 neerstortte bij Ilton (Ilminster, Somerset) in het Verenigd Koninkrijk,

kwam op 27 juni 1943 de bij de MLD gedetacheerde officier-vlieger H.P.J. Tutein Nolthenius om het leven. Hij

werd op 30 juni begraven op de Churchyard Royal Naval Plot te Yeovilton.

MLD 61 30-07-1943 Mitchell 45 FR 144 / SQ 320 / Methwold 46.

Tijdens een met vijf toestellen in formatie gevlogen opdracht vanaf de Britse basis Methwold stortte de

Mitchell FR 144 “B” op 30 juli 1943 van grote hoogte benoorden Vlieland in de Noordzee. Er werd geen

spoor meer van het toestel en de vijf inzittenden gevonden.

MLD 62 23-08-1943 Albemarle P 1478

Op 23 augustus 1943 werd het vliegtuig Albemarle P 1478 vermist dat op weg was van Truxton-Hurn

(Gloucester, Engeland) naar Gibraltar, vermoedelijk ten gevolge van vijandelijke actie. Onder de vermisten

bevond zich de officier van de marinestoomvaartdienst P.H. Blom.

MLD 63 09-10-1943 Batoemerah, Ambon

Op 9 oktober 1943 werd krijgsgevangene korporaal-vliegtuigmaker J. Sipahelut te Batoemerah bij Ambon-stad

door de Japanners geëxecuteerd. Hij zou een vluchtpoging hebben ondernomen.

MLD 64 20-10-1943 SQ 98 RAF / No. 12 OTU.

Tijdens een oefening nachtvliegen bij het RAF SQ 98 stortte een Mitchell op 20 oktober 1943 neer nabij

Chipping Warden (Warwick). Sergeant Z.W.C. Dekkers vond daarbij de dood.

MLD 65 24-10-1943 Swordfish LS 398 / SQ 860 Dunino

Gedurende het nachtvliegen dook de Swordfish LS 398 bij een onderzeebootbestrijdingsoefening op 24

oktober 1943 in zee nabij het eiland May in de monding van de Firth of Forth. De vlieger werd opgepikt,

maar de telegrafist A.G. van Dam werd vermist.

45


MLD 66 25-10-1943 Mitchells FR 166 en FR 178 / SQ 320 Lasham

Op 25 oktober 1943 werd door de Mitchell FR 178 “W” samen met andere vliegtuigen een raid uitgevoerd

op het vliegveld Lanvéoc nabij Brest. Boven het doel aangekomen kwam het toestel in een hevig

luchtafweervuur terecht en kreeg het een voltreffer. Het vloog daarop in brand en spatte in de lucht uiteen.

De gehele bemanning, onder wie de squadroncommandant hoofdofficier-vlieger E. Bakker, kwam hierbij om het

leven. Ook de FR 166 “R” werd tijdens deze raid getroffen. Het toestel maakte een noodlanding op zee.

Hierbij verloor sergeant-vlieger C.J. Bank het leven en raakten de overige drie bemanningsleden in

krijgsgevangenschap.

MLD 67 28-10-1943 Mitchell FR 174 / SQ 320 / Lasham

Op 28 oktober 1943 vertrokken vanaf de basis Lasham zes Nederlandse Mitchells van squadron 320 voor

een aanval op de scheepvaart in de haven van Cherbourg. De FR 174 “K” kreeg tijdens de aanval een

voltreffer van het Duitse afweergeschut en stortte brandend in zee. De gehele bemanning kwam om het

leven.

MLD 68 26-11-1943 Mitchell FR 146 / SQ 320 / Lasham

Bij een aanval op 26 november 1943 op een V1-(raket)lanceerinstallatie in aanbouw te Martinvast, nabij

Cherbourg (Frankrijk) kreeg de Mitchell FR 146 “O” een voltreffer van het Duitse afweergeschut, waardoor

het in brand vloog. Men liet de bommenlast boven het doelgebied vallen, waarna de bemanning het toestel

per parachute verliet. Van de gesprongen inzittenden verloren sergeant-vlieger J.A. Kok en sergeantvliegtuigtelegrafist

J.H.H. de la Haije het leven.

MLD 69 08-12-1943 Swordfish HS 274 / SQ 860

Op 8 december 1943 stortte de Swordfish HS 274 neer in de heuvels nabij Grangemouth (Schotland). De

officier-vlieger J. Evers en de officier-zeewaarnemer J.G. Hoffman verloren hierbij het leven.

MLD 70 24-12-1943 Stuttgart

Toen de krijgsgevangen korporaal-vliegtuigmaker H.F. Snijders tijdens werkzaamheden in Stuttgart op 24

december 1943 ten 11.00 uur tussenbeide wilde komen bij een hooglopende ruzie tussen een medekrijgsgevangene

en een Duitse bewaker, richtte de laatste zijn geweer op Snijders en vuurde. Snijders werd

ernstig verwond en overleed vijf uur later.

MLD 71 28-12-1943 De Winton

Tijdens de opleiding op de RAF-vliegschool De Winton te Alberta (Canada) kwam de leerling-onderofficiervlieger

A. Jansen bij een vliegongeval om het leven.

MLD 72 04-01-1944 Mitchell N5-137 / SQ 18 47 / ML-KNIL.

Vanaf de basis Batchelor, circa 50 kilometer ten zuiden van Port Darwin, was de Mitchell N5-137 op

patrouille. Bij een aanval op vijandelijke schepen bij Tenau op Timor, werd het vliegtuig op 4 januari 1944

door de Japanners neergeschoten. De vijfkoppige bemanning, onder wie de bij de ML gedetacheerde

sergeant-vliegtuigtelegrafist van de MLD, C.B. Gontha, verloor daarbij het leven.

MLD 73 11-01-1944 Swordfish LS 244 / SQ 860

Op 3 januari 1944 scheepte een grondploeg van de MLD zich in aan boord van het MAC (Merchant

Aircraft Carrier) vliegdekschip Acavus en op 5 januari vlogen de Nederlandse Swordfishes “op” aan boord.

Vijf dagen na het opvliegen vertrok de Acavus naar zee en sloot zich aan bij een konvooi bestaande uit 64

schepen. Op 11 januari werd de eerste patrouille boven de Atlantische Oceaan gevlogen. Het weer was

slecht en werd met het uur slechter. Vermoedelijk heeft men aan boord van de LS 244 (Zwaardvis) de

windsnelheid onderschat, waardoor het vliegtuig niet tijdig het konvooi heeft kunnen bereiken en een

noodlanding op zee heeft moeten maken. Het is niet gelukt de bemanning in veiligheid te brengen.

MLD 74 13-02-1944 SQ 129

Tijdens een oefenvlucht boven Noord-Schotland op 13 februari 1944 botste een Mitchell bij Peterhead

tegen de berg Waghton Hill. De vier inzittenden, onder wie de bij de MLD gedetacheerde officier-vlieger H.F.

Buiskool, werden daardoor op slag gedood.

46


MLD 75 15-02-1944 Mitchell FL 194 / No. 13 OTU Bicester

Tijdens een trainingsvlucht stortte de Mitchell FL 194 op 15 februari 1944 neer te Gawcott, Buckingham

Road (Engeland). Drie inzittenden kwamen daarbij om het leven.

MLD 76 27-02-1944 Mitchell N5-191 / SQ 18 / ML-KNIL

Bij de overtocht van een groep B25-Mitchells tussen Californië en de Hawaii-eilanden verongelukte op 27

februari 1944 de N5-191 vanwege een mankement aan het brandstofsysteem. De vlieger was gedwongen

een noodlanding op zee te maken in de nabijheid van een van de ondersteuningsschepen die speciaal op de

route voor deze “ferry-vluchten” 48 waren geplaatst. Tijdens de landing op het ruwe zeeoppervlak ontplofte

een van de brandstoftanks en uit de vuurzee die daarna ontstond, ontkwam slechts een radiotelegrafist. Hij

werd enige tijd later door een reddingsboot van het ondersteuningsschip uit het water gehaald. De overige

bemanningsleden kwamen om. Het waren drie militairen van de ML en sergeant-vlieger J. de Wal van de MLD.

MLD 77 06-03-1944 Mitchell N5-179 / SQ 18 / ML-KNIL

Op 6 maart 1944 werd er op Toeal (Kei-eilanden) een nachtaanval uitgevoerd door negen Mitchells. Van

verschillende hoogten werd het doelgebied gebombardeerd. Er was bijna geen luchtafweer, maar er werden

drie tot vijf Japanse nachtjagers waargenomen. Lichtspoormunitie werd gezien en men zag een explosie in

de lucht. Van deze opdracht kwam één toestel niet terug: de N5-179. De bemanning bestond uit sergeantvlieger

E. Soeterik van de MLD, drie leden van de ML en twee vliegtuigschutters van de Australische

luchtmacht.

MLD 78 15-03-1944 Hellcats JV 161 en JV 166 / SQ 1840 Stretton

Teneinde met Grumman “Hellcats” jachtvliegtuigen te gaan opereren vanaf vliegdekschepen werd een

aantal MLD-vliegers gedetacheerd bij SQ 1840. Op 15 maart 1944 vond bij de vliegbasis Stretton,

halverwege Manchester en Liverpool, een botsing plaats tussen twee Hellcats. Het vliegtuig waarvan sergeantvlieger

A.J. Smith inzittende was, brandde geheel uit. Smith vond daarbij de dood. De officier-vlieger P.J. Huijer

trachtte zich per parachute te redden, doch de hoogte was te gering. Hij verongelukte eveneens. Zij werden

op 20 maart begraven op het kerkhof van Appleton Church nabij Warrington.

MLD 79 20-03-1944 Mitchell FR 141 / SQ 320 Dunsfold 49

Bij een aanval op de V1-lanceerinrichting bij Flixecourt, op 20 maart 1944 explodeerde een granaat van een

Duits afweergeschut vlak bij de Mitchell FR 141 “B”. Het toestel trok steil op uit de formatie en dook

daarna loodrecht naar beneden. Het boorde zich in de buurt van het dorp Bourbon in de grond, waarbij de

vierkoppige bemanning de dood vond.

MLD 80 27-03-1944 Hellcats / SQ 1847

Op 27 maart 1944 botsten boven het graafschap Londonderry, nabij Tullybrisland, twee Hellcats tegen

elkaar. Officier-vlieger J. Blok en sergeant-vlieger S. de Ridder verloren bij dit ongeval het leven.

MLD 81 08-04-1944 Mitchell FR 149 / SQ 320 Lasham

Op 8 april 1944 kwam op de RAF-basis Lasham bij Hampshire de vliegtuigmaker P. Kwast om het leven bij

een poging de brand van de motor van Mitchell FR 149 te blussen. Hij werd begraven te Brookwood.

MLD 82 26-04-1944 Wildcat FN 245 / SQ 759

De officier van de marinestoomvaartdienst G.A. Mallee was in het voorjaar van 1944 als leerling-vlieger

gedetacheerd bij het Britse SQ 759, gebaseerd op het Royal Naval Air Station Yeovilton in Somerset.

Tijdens een oefenvlucht op 26 april 1944 met de Wildcat FN 245 vloog hij op een gegeven moment te laag,

raakte een boom aan de rand van het vliegveld en stortte omgekeerd neer. Hij was op slag dood.

MLD 83 28-04-1944 Hellcat FN 390 / SQ 1847

Toen de zuurstofinstallatie op circa 26.000 voet onklaar raakte, stortte de Hellcat FN 390 op 28 april 1944

neer bij Ballymena (Noord-Ierland). Officier-vlieger E.H. den Hollander overleefde dit ongeval niet.

Den Hollander werd begraven op het Creggan Church Cemetery te Englinton, Noord-Ierland.

47


MLD 84 18-05-1944 Hellcats JV 182 en FN 376 / SQ 1847 RNAS Eglinton

Op 18 mei 1944 vond bij een nachtelijke oefening formatievliegen een botsing plaats tussen twee Hellcats.

De vliegtuigen stortten vanaf een hoogte van 300 meter neer in de Lough Foyle bij Londonderry. De officiervlieger

H.C. de Jager* en sergeant-waarnemer F.C.M. Brogtrop* verloren hierbij het leven. Beide bij de MLD

gedetacheerde vliegers van de Militaire Luchtvaart werden op 23 mei 1944 begraven te Eglinton.

MLD 85 06-06-1944 Hellcat FN 404 / SQ 1847

Tijdens “Fighter Direction Exercises” stortte de Hellcat FN 404 van officier-vlieger

Th. Limbosch op 6 juni 1944 neer ten zuidoosten van Arran Island in de Mull of Kintyre. Uitgebreide

reddingspogingen hadden geen succes.

MLD 86 08-06-1944 Mitchells FR 150 en FR 182 / SQ 320 Dunsfold

Kort na de start op 8 juni 1944 vanaf de RAF-basis Morley in Norfolk, met het doel het

spoorwegemplacement te Vire aan de Normandische kust te bombarderen, kwamen de Mitchells FR 150

“W” en FR 182 “R” met elkaar in botsing. De toestellen vlogen in brand waardoor hun bommenladingen

explodeerden. Zij stortten neer nabij Horsham in Surrey. Niemand van de beide bemanningen kon zich

redden.

MLD 87 08-06-1944 Mitchell FR 179 / SQ 320 Dunsfold

De Mitchell FR 179 “T” werd op 8 juni 1944 boven Coutances (Frankrijk) door Duits afweergeschut

neergeschoten. Zij was op weg naar Vire om aldaar het spoorweg-emplacement te bombarderen. De

bemanning kwam om het leven.

MLD 88 13-06-1944 Mitchell FR 205 / SQ 320 Dunsfold

Na een aanval op het spoorwegemplacement te Lisieux (halverwege de spoorlijn Cherbourg-Parijs) in de

nacht van 12 op 13 juni 1944, werd de Mitchell FR 205 “O” aangeschoten en stortte neer. De vijfkoppige

bemanning werd gedood en bij Lisieux begraven. Hun stoffelijke resten werden na de oorlog herbegraven

op het Ereveld Grebbeberg.

MLD 89 20-06-1944 Mitchell FR 151 / SQ 320 Dunsfold

Op 20 juni 1944 werd de Mitchell FR 151 “C”, die op weg was voor een aanval op een V1-raket

lanceeropstelling nabij Valry (Frankrijk), geraakt door Duits afweervuur en stortte neer. Het toestel sloeg te

pletter in een akker te Frichmesnel nabij Clères. De vier bemanningsleden kwamen daarbij om het leven.

MLD 90 23-06-1944 Mitchell N5-162 / SQ 18 Batchelor

Tijdens aanvallen op Japanse schepen en vliegvelden bij en op de Kei-eilanden door vier vliegtuigen op 23

juni 1944 werd de Mitchell N5-162 van de “Marine-flight” van de ML ( zie noot 53) door de Japanners

aangeschoten. Het toestel stortte in de Banda Zee ter hoogte van Tioor (Kei-eilanden). De zes inzittenden

vonden een zeemansgraf, onder wie vier man van de MLD.

MLD 91 24-06-1944 Mitchell FR 204 / SQ 320 Dunsfold

Op 24 juni 1944 werd de Mitchell FR 204 “S” na een aanval op Château d’Ansenne (Frankrijk) geraakt door

een voltreffer van het Duitse afweergeschut. Het toestel stortte neer. Geen der bemanningsleden kon het

toestel tijdig verlaten.

MLD 92 06-07-1944 Hudson KF 790 / IJsselmeer

In het voorjaar van 1942 evacueerde militie-matroos J.A. Walter vanuit Nederlands-Indië naar Engeland.

Bijna gelijkertijd vertrok verzetsman J. Bockma vanuit Nederland via Frankrijk en Spanje naar Algiers. Daar

nam hij dienst bij het Vreemdelingenlegioen, deserteerde en voer met een Noors schip naar Engeland.

Beide Nederlanders werden in juni 1943 als dienstplichtig sergeant van speciale diensten opgenomen in de

Koninklijke Marine (MLD) en vervolgens gedetacheerd bij de RAF voor het volgen van een

telegrafistenopleiding in Blackpool. Tijdens deze opleiding werden zij benaderd door de BBO Londen om

in hun organisatie te komen werken als geheim agent/macronist. Zij werden in juli 1944 uit de marine

gedemobiliseerd en ingelijfd bij de Koninklijke Landmacht. In de nacht van 5 op 6 juli 1944 vertrokken zij

met twee andere geheim agenten aan boord van het vliegtuig Hudson FK 790 naar hun droppingsgebied in

Nederland. Boven de Waddenzee werd hun vliegtuig aangeschoten door een Duitse nachtjager en stortte

48


neer in het IJsselmeer. Geen van de inzittenden overleefde dit drama. De stoffelijke overschotten van

Bockma en Walter werden op 14 juli door een vissersvaartuig nabij Kornwerderzand gevonden en

overgedragen aan de politie te Makkum.

MLD 93 26-07-1944 Mitchell FR 185 / SQ 320 Dunsfold

Na een geslaagde aanval op een olie en benzine-opslagplaats te Fontainbleau in de avond van 26 juli 1944

werd tijdens de terugvlucht de Mitchell FR 185 “Z” ten zuiden van Dreux door Duits afweergeschut

geraakt. Het toestel stortte met brandende motoren neer. De gehele bemanning kwam om het leven.

MLD 94 29-07-1944 Mitchell FR 158 / SQ 320 Dunsfold

Op 29 juli 1944 vertrok de Mitchell FR 158 “W” voor een solo-aanval op een Duitse geschutopstelling

nabij Garnetot aan de Laize rivier. Van deze vlucht keerde het toestel niet terug. De vier bemanningsleden

vonden de dood en zijn thans begraven op het Ereveld Grebbeberg.

MLD 95 03-08-1944 Hellcats JV 178 en JV 194 / SQ 1840

Bij een start vanaf het Britse vliegkampschip HMS Formidable op 3 augustus 1944 in de Atlantische

Oceaan ten westen van Schotland verongelukten de Hellcats JV 178 en HV 194. De officieren-vlieger C.A.D.

van Dongen en H. Laufer verloren daarbij het leven.

MLD 96 09-08-1944 Mitchell FR 186 / SQ 320 Dunsfold

Op 9 augustus 1944 werden de munitieopslagplaatsen in Fôret de Lyons in Frankrijk door Mitchells

aangevallen. De FR 186 “B” nam aan deze actie deel. Door afweervuur werd het toestel ernstig beschadigd

en raakte de korporaal-vliegtuigschutter E.E.G. de Preter zwaar gewond. De FR 186 vloog terug naar Engeland

en landde op een vliegveld te Friston in Sussex. De Preter werd naar het Prinsess Alice Hospitaal in

Eastbourne vervoerd, maar overleed op 11 augustus aan zijn verwondingen.

MLD 97 19-08-1944 Mitchell N5-210 / SQ 18 Batchelor

Tijdens een aanval op het vliegveld Langgoer op de Kei-eilanden op 19 augustus 1944 werd de Mitchell N5-

210 van de “Marine-flight” boven Langgoer door het Japanse afweergeschut aangeschoten en stortte

brandend neer. De bemanning, onder wie drie MLD’ers, overleefde deze ramp niet.

MLD 98 18/19-08-1944 Mitchell FW 258 / SQ 320 Dunsfold

In de nacht van 18 op 19 augustus 1944 moesten door enkele Mitchells lichtfakkels afgeworpen worden

boven de ‘zak van Falaise’, benoorden Le Havre. De FW 258 “G” werd geraakt door luchtafweervuur en

stortte neer. De vierkoppige bemanning werd aanvankelijk begraven op het Banneville British War

Cemetery, doch later herbegraven op het Militair Ereveld Grebbeberg in Rhenen.

MLD 99 30-08-1944 Mitchell FW 268 / RAF SQ 89

Op 30 augustus 1944 werd de Mitchell FW 268 tijdens een buiklanding te Goldalming (Engeland) zwaar

beschadigd. De bij de MLD gedetacheerde officier-vlieger C.W. Waardenburg* overleefde dit ongeval niet.

MLD 100 01-09-1944 Mitchell N5-214 / SQ18 Batchelor

Samen met vliegtuigen van de Australische luchtmacht werden acht vliegtuigen van SQ 18 uitgestuurd om

het vliegveld Langgoer op de Kei-eilanden opnieuw te bombarderen. Tijdens deze opdracht werd de

Mitchell N5-214 van de “Marine-flight” door de Japanners aangeschoten. Het viel brandend naar beneden,

explodeerde op 5.000 voet hoogte en viel in stukken uit elkaar. De bemanning overleefde dit drama niet.

MLD 101 05-09-1944 Eindhoven

Officier-vlieger buiten dienst A. Elkerbout was lid van het Nationaal Comite van het Verzet en actief bij de

onderduikershulp in de regio Eindhoven. Hij werd op 19 april 1944 gearresteerd, opgesloten in het

Grootseminarium te Haaren en later naar het concentratiekamp Vught overgebracht. Op 5 september 1944

werd hij bij de ontruiming van het kamp gefusilleerd.

In Eindhoven is een laan naar Elkerbout vernoemd.

MLD 102 06-09-1944 Mauthausen (zie noot 68)

49


Officier-zeewaarnemer Josef Bukkens werd als agent van het Britse Special Operations Executive op 26 februari

1942 gedropt tussen Katwijk en Den Haag. Hij werd slachtoffer van het “Englandspiel” en na zijn

“dropping” door de Duitsers gearresteerd. Op 6 september 1944 werd hij in Mauthausen om het leven

gebracht.

MLD 103 07-09-1944 Dakota C47 DT941 / ML

Op 6 september 1944 steeg het transportvliegtuig Dakota C47 DT941 van de Militaire Luchtvaart op vanaf

Merauke (NNG) met bestemming Australië. Sindsdien werd niets meer van het toestel en zijn bemanning

vernomen. Onder de 25 inzittenden bevonden zich drie marinemannen en een bij de MLD gedetacheerde

ML-vlieger. In 1989 werd ten noorden van de plaats Morssman aan de Koraalzee (Queensland, Australië)

het wrak gevonden.

MLD 104 28-10-1944 Waalsdorpervlakte

Als gevolg van zijn illegale acties in bezet Nederland werd de ondergedoken leerling-onderofficier-vlieger Nico

Corstanje op 27 oktober 1944, een dag voor de bevrijding van zijn geboorteplaats Goes, in Scheveningen

door de Duitse politie gearresteerd en de volgende dag op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

MLD 105 15-11-1944 Noord-Bergum

Korporaal-vliegtuigmaker J. Bakker meldde zich niet om in krijgsgevangenschap te gaan, maar sloot zich aan bij

de Landelijke Organisatie en verrichte diverse illegale werkzaamheden. Hij werd op 15 november 1944 door

de SD gearresteerd en opgesloten in de gevangenis te Leeuwarden. Daar werd hij aan verhoren

onderworpen en dusdanig mishandeld dat hij in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Al spoedig werd

hij opgehaald door twee SD’ers en vervolgens op 15 december 1944 in het Terluinslaantje te Noord-

Bergum door hen vermoord.

MLD 106 28-11-1944 Soerabaja

Op 28 november 1944 werd, na een vluchtpoging uit de Boeboetan-gevangenis te Soerabaja, de korporaalvliegtuigmaker

J. Kitoe door de Japanners doodgeschoten.

MLD 107 29-11-1944 Mitchell FR 207 / SQ 320 Melsbroek 50

Op 29 november 1944 werd de Mitchell FR 207 “U” bij een aanval op de spoorbrug over de IJssel te

Deventer getroffen door een Duitse luchtafweergranaat. Het projectiel sloeg in onder de geschutskoepel en

doodde sergeant-vliegtuigtelegrafist A. Hamelink. De andere inzittenden bleven ongedeerd en brachten het zwaar

beschadigde toestel veilig naar de basis.

MLD 108 29-12-1944 Mitchell FV 928 / SQ 320 Melsbroek

Op 29 december 1944 werden Duitse troepenconcentraties in het Belgische Ardennendorpje Vielsalm door

Mitchells aangevallen. De FV 928 werd tijdens de terugvlucht boven Goronne in beide motoren door

afweervuur getroffen, waarop de bemanning het toestel moest verlaten. De vlieger, de waarnemer en één

der vliegtuigschutters lukte dat. De andere schutter, sergeant J. Jillings, werd met het toestel de dood in

gesleept.

MLD 109 13-01-1945 Mitchells FW 227 + FR 181 / SQ 320 Melsbroek

Op 13 januari 1945 werd met 12 Mitchells een aanval uitgevoerd op Manderfeld bij de Duits-Belgische

grens. De FW 227 “P” kreeg een voltreffer van het afweergeschut en explodeerde in de lucht.

Waarschijnlijk door de luchtdruk van die explosie sloeg de FR 181 “R” een halve slag om, vloog nog even

in rugvlucht en stortte vervolgens neer. De bemanningsleden van beide toestellen kwamen hierbij om het

leven. De stoffelijke resten van de bemanningsleden van de FW 227 werden later herbegraven op de

Algemene Begraafplaats “Rusthof” bij Amersfoort. Onder de acht omgekomenen bevond zich de Belgische

luitenant-vlieger G.F. Mertens die met ingang van 4 november 1944 bij SQ 320 was gedetacheerd.

MLD 110 03-02-1945 Lancaster PA 158 / SQ 90 Bomber Command

Op 3 februari 1945 werd de Lancaster bommenwerper PA 158 neergeschoten ter hoogte van

Mönchengladbach (Duitsland). De bemanning, onder wie de bij SQ 90 gedetacheerde officier-vlieger J.J.

Buning, verloor hierbij het leven.

50


MLD 111 09-02-1945 Mitchells FR 165 + FW 212 / SQ 320 Melsbroek

Op 9 februari vertrokken zeventien Mitchells voor een aanval op de Duitse stad Geldern. Ongeveer een

kwartier na de start, boven het Belgische Tienen (Tirlemont), kwamen de FR 165 en de FW 212 met elkaar

in botsing en stortten onmiddellijk neer. De vijf bemanningsleden van de FW 212 (vier Nederlanders en

een Engelsman) zagen geen kans meer het toestel te verlaten. Van de FR 165 slaagden de vlieger en de

waarnemer er in zich per parachute in veiligheid te stellen. De twee sergeanten-vliegtuigschutters lukten dat

niet. Zij kwamen om.

MLD 112 13-02-1945 Spitfire IRK 892 / SQ 322

De bij (Dutch) Squadron 322 gedetacheerde officier-vlieger E. Ditmarsch keerde met zijn Spitfire IRK 892 niet

op de basis Woensdrecht terug van een operatie boven bezet Nederland, op 13 februari 1945 in de

omgeving van Oegstgeest.

MLD 113 16-02-1945 Mitchell FR 145 / SQ 320 Melsbroek

Tijdens een operationele vlucht boven Duitsland werd de Mitchell FR 145 “P” boven Weeze door

afweervuur geraakt. Tijdens de terugvlucht maakte zij een noodlanding nabij Eindhoven. Daarbij kwam de

bij de MLD gedetacheerde Britse vliegtuigtelegrafist Warrant Officer D.P.G. Miller om het leven.

MLD 114 18-02-1945 Dachau

Reserve officier-vlieger M.C. Moes werd op 4 augustus 1942 als lid van de OD door de Duitsers gearresteerd. Hij

werd op het tweede OD-proces veroordeeld en vervolgens naar het concentratiekamp Dachau

gedeporteerd. Als gevolge van ontberingen en uitputting overleed hij op 18 februari 1945.

MLD 115 23-02-1945 Mauthausen

Op 23 februari 1945 werd de adspirant officier-vlieger C.M. Popelier in het concentratiekamp Mauthausen door

de Duitsers om het leven gebracht. Hij was met twee cadetten op 10 januari 1944 tijdens de verhuizing van

het krijgsgevangenenkamp Stalag 371 te Stanislau naar Neubrandenburg ontsnapt, doch kort daarop in de

Karpaten opgepakt en teruggebracht. Vervolgens werd hij gedeporteerd naar het concentratiekamp Gross-

Rosen (50 kilometer ten zuidwesten van Breslau) en kwam uiteindelijk in juni 1944 in Mauthausen terecht,

waar hij zijn einde vond.

MLD 116 05-03-1945 Spitfire RR 240 / SQ 322

Op 5 maart 1945 keerde de bij de MLD gedetacheerde, maar aan de RAF uitgeleende officier-vlieger J. Vlug

niet terug van een patrouillevlucht boven Duitsland. Het toestel, de Spitfire RR 240, stortte neer ten

noorden van de Wesel. Het stoffelijk overschot van de vlieger werd op 7 maart gevonden.

MLD 117 28-03-1945 Musquito MM 131 / SQ 139 RAF Upwood

SQ 139 op RAF basis Upwood nam in de nacht van 27 op 28 maart 1945 met acht Musquito's als

"Pathfinder Force" deel aan een raid naar Berlijn. De Musquito MM 131 van de officier-vlieger A.A.J. van

Amsterdam* keerde daarvan niet terug.

MLD 118 28-03-1945 Mitchell HD 392

Tijdens een operationele vlucht werd de Mitchell HD 392 boven Duitsland, nabij Engels Kirchen, op 28

maart 1945 door afweervuur geraakt. De bij de MLD gedetacheerde Britse vliegtuigschutter H. Swinnerton werd

daarbij gedood.

MLD 119 21-04-1945 Liberator 51 / Coastal Command RAF.

Een Britse Liberator-bommenwerper stortte op 21 april 1945 neer in het bos van Norland nabij Årestrup

(Denemarken). De elf inzittenden, onder wie de Nederlandse vliegtuigcommandant luitenant ter zee N.

Guilonard, werden allen gedood. De Duitse Weermacht begroef hen de volgende dag ter plaatse. De Deense

autoriteiten zorgden ruim twee jaar later voor een herbegrafenis in Årestrup.

MLD 120 02-05-1945 SQ 320 Achmer

Op 2 mei 1945 verloren de sergeant-zeewaarnemer J. Bootsma en de sergeant-vliegtuigschutter A.M. Heijblom het

leven als gevolg van een munitieontploffing op het vliegveld Achmer nabij Osnabrück, waarheen SQ 320

eind april was verplaatst.

51


MLD 121 18-05-1945 Spitfire LF III, NF 588 / SQ 802

Tijdens een oefenvlucht moest de Spitfire NF 588 op 18 mei 1945 een noodlanding maken bij Abroath in

Schotland. Hierbij raakte de adspirant-reserveofficier-vlieger M.L. van den Brink zwaar gewond. Hij overleed enige

uren later in het hospitaal.

MLD 122 02-06-1945 Mitchell 44-31257

Ten gevolge van een ongeval te Grass Valey nabij Sacremento in Californië tijdens een ferryvlucht met de

B25J-30-NC Mitchell no: 44-31257, verloren de officieren-vlieger R.E. Basenau, C.C. Jager en B.G. de Vries op 2

juni 1945 het leven.

MLD 123 08-07-1945 Liberator KH 296 / SQ 321 / China Bay

In de nacht van 8 op 9 juli 1945 vertrokken drie Liberators van de basis China Bay bij Trincomalee (Ceylon)

naar de Cocoseilanden. De als laatste vertrokken Liberator KH 296 stortte direct na de start in zee. Vier

bemanningsleden verloren daarbij het leven.

MLD 124 24-07-1945 Corsair / SQ 1842

Bij het bombarderen van Japan vanaf het vliegkampschip HMS Formidable stortte de Change-Vought

Corsair van officier-vlieger B.K. Swart op 24 juli 1945 neer boven Kurashiki (Zuidoost-Honshū). Hij verloor

daarbij het leven.

MLD 125 01-08-1945 Kitty Hawk C3-534 / SQ 120

Aan boord van de Curtiss P40N Kitty Hawk jachtvliegtuigen van SQ 120, dat vanuit Australië opereerde,

hebben twee vliegers van de MLD deelgenomen aan acties tegen de Japanners. Hiertoe werd het squadron

in april 1945 naar Merauke gedirigeerd en vervolgens naar Biak. Vooral vanuit Biak werden de Japanse

troepen op Nieuw-Guinea geducht aangevallen. De voornaamste doelen waren Manokwari, Sorong en

Babo. Bij een aanval op Manokwari op 1 augustus 1945 werd de Kitty Hawk C3-534 van sergeant-vlieger F.

Hirdes neergeschoten. Hij kwam daarbij om het leven.

MLD 126 30-08-1945 Dakota KJ 974 / SQ 24 RAF Transport Command

Tijdens een transportvlucht met de Dakota KJ 974 vanaf de luchthaven Bouches-Du-Rhône te Istres (Zuid-

Frankrijk) stortte het toestel op 30 augustus 1945 boven het Rhônedal neer tijdens een hevige onweersbui.

Alle inzittenden, onder wie de vliegtuigcommandant officier-vlieger A.J. Daniëls en luitenant ter zee P.W. Ree

kwamen bij deze ramp om het leven.

De stoffelijke resten van beide militairen waren aanvankelijk in Marseille ter aarde besteld, maar dat van Daniëls is in

1957 door de OGS herbegraven op het Nederlandse Ereveld te Orry-la-Ville in de gemeente Senlis, dépt. Oise,

omgeving Parijs. Ree werd herbegraven op het Ereveld Loenen.

MLD 127 03-01-1946 Anson I MG-445

Tijdens een vlucht naar Jurby op het eiland Man vloog op 3 januari 1946 de Avro Anson I MG-445 tegen

een hoge heuvel en verongelukte. Matroos B.B. Komkommerman kwam daarbij om het leven.

MLD 128 11-02-1946 Albacore 52

Tijdens een oefenvlucht boven het Kanaal stortte op 11 februari 1946 een Albacore in zee. Hierbij

verdronk de officier-vlieger E.K. van Dam.

MLD 129 11-02-1946 Sea Musquito

Tijdens een solo-oefenvlucht vanaf de basis Croft stortte een Sea Musquito op 11 februari 1946 in de Firth

of Forth (Schotland). Officier-vlieger E.K. van Unen kwam daarbij om het leven.

MLD 130 14-02-1946 Mosquito

Tijdens een solo-oefenvlucht vanaf de basis Croft stortte op 14 februari 1946 nabij Croft ter hoogte van

West Hartlepool een Musquito in de Noordzee. Sergeant-vlieger G. la Hei verdronk daarbij.

MLD 131 07-10-1946 Firefly F15 / MVKV

52


Op 7 oktober 1946 vond een ernstig ongeluk plaats boven Apeldoorn als gevolg van stunten met de Firefly

F 15. Hierbij stortte het toestel boven op een school, waarbij een aantal kinderen en de sergeant-vlieger

M.G.D. Christern de dood vonden.

MLD 132 07-12-1946 Walrus PH-NAV

Marinevliegers vlogen ook op de Walrus amfibievliegboten van het fabrieksschip Willem Barentsz voor de

walvisvangst. Bij een ongeluk met de PH-NAV bij Kaapstad op 7 december 1946 kwam de vlieger, luitenant

ter zee L. Kuiper, om het leven.

MLD 133 10-12-1946 Firefly F 9

Tijdens een ferryvlucht van Engeland naar Nederland met de Firefly F 9 werd het toestel op 10 december

1946 vermist. De bij de MLD gedetacheerde officier-vlieger W. Saltykoff * is vermoedelijk met het vliegtuig in

de Noordzee gestort. Er werd niets meer van hem vernomen.

MLD 134 26-01-1947 Catalina P 204 / MVKM

Tijdens de landing in zee bij Gilimanoek op Bali op 26 januari 1947 brak de Catalina vliegboot P 204 in

tweeën juist ter hoogte van de zitplaats van de vlieger. Ten gevolge daarvan werd de sergeant-vlieger E. Muller

gedood. De andere inzittenden werden door de torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein opgepikt en met het

stoffelijke overschot van Muller naar Soerabaja gebracht.

MLD 135 14-05-1947 Firefly F 24 / SQ 860

Tijdens een luchtverkenningsvlucht boven het Weliranggebergte op Oost-Java stortte op 14 mei 1947 door

onbekende oorzaak de Firefly F 24 neer in de omgeving van Kemloko-Patjet. De inzittende korporaal der

mariniers J.J. van Seggelen werd uit het toestel geslingerd en raakte buiten bewustzijn. Naar het zich liet aanzien

was de vlieger, sergeant-vlieger J.J.M. Olde Weghuis, tijdens de crash bewusteloos of gewond geraakt en niet in

staat het vliegtuig, dat in brand was gevlogen, te verlaten. Van Seggelen werd de volgende dag door het

Republikeinse leger gevangengenomen. Van hem is niets meer vernomen.

Op het monument “Nederlands Oost-Indië” in Tilburg wordt Olde Weghuis herdacht.

MLD 136 29-05-1947 Avro Anson / LSK Gilze Rijen

Bij een ongeval tijdens een training met een Avro Anson vanaf het vliegveld van de LSK Gilze Rijen

kwamen op 29 mei 1947 zes MLD'ers om het leven.

MLD 137 21-07-1947 Firefly F 22 / SQ 860

Tijdens de Eerste Politionele Actie op Oost-Java werd de Firefly F 22 op 21 juli 1947 getroffen door

vijandelijk vuur en moest een noodlanding maken bij Pandakan. Dit werd waargenomen door de

commandant van SQ 860 vanuit diens Firefly. De F 22 brandde vervolgens geheel uit. Volgens ooggetuigen

kon de officier-vlieger R. Visser zich uit het toestel redden, maar werd vermoedelijk daarna door de plaatselijke

bevolking om het leven gebracht.

MLD 138 04-08-1947 Firefly F 27 / SQ 860

Tijdens de Eerste Politionele Actie werd de Firefly F 27 op 4 augustus 1947 boven Kamal op Madoera

neergeschoten. Sergeant-vlieger G.H. Verberne verloor daarbij het leven.

MLD 139 21-07-1948 Mitchell A-21 / SQ 2 Fourdon Airfield.

Op 21 juli 1948 vloog de Mitchell A-21 tegen een berg bij Auchinbrace aan de Schotse kust te pletter,

hetgeen zes levens kostte.

MLD 140 24-08-1948 Firefly K 56 / MVKV

Op 24 augustus 1948 stortte, na opgestegen te zijn vanaf het MVK Valkenburg, de Firefly K 56 in de

Noordzee. Adelborst-vlieger F.J.C. Meulenberg en schrijver F.J. Palings kwamen daarbij om het leven.

MLD 141 29-09-1948 Harvard B 36 / LSK Gilze Rijen

Ten gevolge van een vliegongeval in de omgeving van Boxtel met een Harvard B 36 van de vliegbasis Gilze-

Rijen kwamen op 29 september 1948 de officier-vlieger C.M. Velders en leerling-onderofficier-vlieger P. Nicolai om

het leven.

53


MLD 142 08-11-1948 Firefly L 13 / MVKV

Op 8 november 1948 verongelukte door onbekende oorzaak het lesvliegtuig Firefly L 13 nabij Voorhout.

Daarbij verloren officier-vlieger W.A. Limque en luitenant ter zee W.J.H. de Vries het leven.

MLD 143 15-04-1949 Dakota W-5 / Oostelijk Verkennings- en Transportsquadron

Toen de Dakota W-5 op 13 april 1949 op lage hoogte voorraden afwierp bij Klaten op Midden-Java, werd

het toestel vanaf de grond plotseling door de TNI beschoten. Sergeant-vliegtuigtelegrafist D.H. Berkhout kreeg

daarbij een schotwond in de schedel. De Dakota landde in Semarang, waar de sergeant op 15 april in het

plaatselijke Elizabeth Ziekenhuis aan zijn verwonding overleed. Hij werd de volgende dag met militaire eer

begraven op het Ereveld Candi.

MLD 144 05-07-1949 Firefly K 69 / SQ 2

Op 5 juli 1949 raakte de Firefly K 69 overboord bij het landen op het Britse vliegkampschip HMS Theseus

dat zich in de Middellandse Zee bevond. Adelborst-vlieger M.H. van Breen verloor daarbij het leven.

MLD 145 15-11-1949 Firefly K 35 / SQ 2

Na een mislukte landing op het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman, dat zich op 15 november 1949 in

de Schotse wateren aan de ingang van de Moray Firth bevond om “op te werken”, stortte de Firefly K 35 in

zee. De enige inzittende, luitenant ter zee vlieger M.J. van Wijck, slaagde er niet in te ontkomen uit het toestel,

dat onmiddellijk in de diepte verdween.

MLD 146 12-05-1950 Firefly K 81 / SQ 2

Op 12 mei 1950 stortte de Firefly K 81 neer in de Leidsevaart bij Haarlem. Hierbij verongelukte leerlingonderofficier-vlieger

J. Kiemel.

MLD 147 01-06-1950 Fireflys K 80 + K 84 / MVKV

Op 1 juni 1950 botsten de Fireflys K 80 en K 84 boven de Noordzee nabij Scheveningen op elkaar. De

korporaals-vlieger J. van Kleef en J.H. Verveer verloren daarbij het leven

MLD 148 27-07-1950 Seafury J 1 / MVKV

Ten gevolge van een vliegongeval op 27 juli 1950 met de Seafury J 1, die bij Valkenburg in een sloot dook,

kwam korporaal-vlieger L. van Leeuwen om het leven.

MLD 149 30-08-1950 Firefly K 76 / MVKV

MLD MVK Valkenburg. Door onbekende oorzaak stortte op 30 augustus 1950 de Firefly K 76 neer bij

Kijkduin ter hoogte van strekdam 21. Het aangespoelde stoffelijk overschot van leerling-onderofficier-vlieger W.

van den Born werd op 6 september op het strand van Noordwijk gevonden. Hij bleek te zijn verdronken. Het

stoffelijk overschot werd begraven in zijn woonplaats Huizen.

MLD 150 28-12-1950 Catalina P 82 / SQ 7 / MVKB

Op 28 december 1950 verongelukte de Catalina P 82 in de baai van Seroei op het eiland Japen in

Nederlands Nieuw-Guinea. Na de start kwam het toestel in moeilijkheden, stortte in zee en zonk. Drie

bemanningsleden verloren hierbij het leven.

MLD 151 12-01-1951 Seafury F 15 / MVKV

Door onbekende oorzaak stortte op 12 januari 1951 de Seafury F 15 bij Noordwijk neer. De vlieger,

luitenant ter zee F. Langenbach, overleefde het ongeval niet.

MLD 152 10-07-1951 Firefly K 45

Op 10 juli 1951 steeg de Firefly K 45 op vanaf het Britse vliegkampschip HMS Indomitable. Nabij Alisa

Graig in Schotland stortte het toestel door onbekende oorzaak neer, waarbij sergeant-vlieger J.M. van den Akker

het leven liet.

MLD 153 24-04-1952 Sea Otter R 6 / MVKV

54


Getroffen door een draaiende propeller van de Sea Otter R 6, die bij Moerdijk op het Hollands Diep aan

het oefenen was voor de reddingsdienst, vond de 24 jarige vliegtuigmaker-bekleder-parachutepakker W.A. Bruns

op 24 april 1952 een plotselinge dood. Het stoffelijk overschot bleef drijven in het zwemvest, zodat vissers

het later konden oppikken. De oefening bestond uit het redden van in zee gevallen vliegers met behulp van

een rubberboot. Staande in zo’n boot werd Bruns door de roterende propeller gegrepen.

MLD 154 14-07-1952 Skyraider AD 1

Adelborst-vlieger A.W.G. Poelder uit Nijmegen werd op 14 juli 1952 op slag gedood tijdens een vliegongeval

met de Skyraider AD 1 op de Air Force Base Kelly te San Antonio (Texas). Hij maakte deel uit van een

groep van vijf marineofficieren die op 15 februari was begonnen met een zogenaamde ‘advanced carrier

pilot training’.

MLD 155 21-09-1952 Firefly K 67

Op het vliegdek van het Britse vliegkampschip HMS Illustrious maakte de Firefly K 67 op 21 september

1952 een ongelukkige landing en gleed vanaf het vliegdek in de Noordzee. Hierbij kwam luitenant ter zee

vlieger A.C.M. Lambrechts om het leven.

MLD 156 14-10-1952 Firefly’s F 6 + F 30 / SQ 1 Curaçao

Op 14 oktober 1952 botsten in het luchtruim van de Nederlandse Antillen de Firefly’s

F 6 en F 30 op elkaar. Daarbij verloor luitenant ter zee vlieger P. Dekker het leven.

MLD 157 20-12-1952 Catalina P 211 / SQ 321

De Catalina P 211, die vanaf MVK Boeroekoe op Biak vertrokken was naar Nederland voor een grote

onderhoudsbeurt, vloog op 20 december 1952 in Libanon tegen een besneeuwde berg. Het toestel werd

geheel vernield. Bij dit ongeval kwam de sergeant-vlieger J.H. Roeby om het leven. De overige bemanningsleden

overleefden de ramp.

MLD 158 22-04-1953 Firefly P 70 / MVKV

Door een vliegongeval met de Firefly P 70 op 22 april 1953 ten westen van Noordwijk verloor de luitenant

ter zee F. Koops het leven.

MLD 159 19-05-1953 Seafury’s F 25 + F 28

Bij een botsing tussen de Seafury’s F 25 en F 28 boven Rhydwen (Wales) op 19 mei 1953 kwamen de

luitenants ter zee H. Statius Muller en J.P. van der Oort om het leven.

MLD 160 14-04-1954 Seafury J 9 / MVKV

Op 14 april 1954 botste de Seafury J 9 met de KLu Thunderjet K103 van de vliegbasis Welschap en stortte

neer in de Haarlemmermeer. Daarbij vond de MLD-vlieger luitenant ter zee L.B. Tjebbes de dood.

MLD 161 10-11-1954 Firefly K 51 / SQ1

Bij een ongeval op de Plesman luchthaven op Curaçao verongelukte de Firefly P 51 op 10 november 1954.

Korporaal-vlieger F. Renkema verloor daarbij het leven.

MLD 162 24-10-1955 Seafury F 8 / MVKV SQ 860

Op 24 oktober 1955 explodeerde de Seafury F 8 op het Marinevliegkamp Valkenburg. Luitenant ter zee D.

Th. Challik overleefde dit ongeval niet.

MLD 163 21-12-1956 Firefly U 13 / MVKV

Op 21 december 1956 stortte door onbekende oorzaak de Firefly U 13 nabij Scheveningen in zee. Luitenant

ter zee C.F.A. Linck en hulpvliegtuigmaker S. Weijma verloren daarbij het leven.

MLD 164 14-02-1957 Firefly U 14 / MVKV

Op 14 februari 1957 stortte bij Maaldrift (gemeente Valkenburg) het lesvliegtuig Firefly U 14 neer. Luitenant

ter zee K. den Hamer kwam hierbij om het leven.

MLD 165 16-07-1957 Superconstellation PH-LKT “Neutron” / Mokmer

55


Op 16 juli 1957 stortte het lijnvliegtuig “Neutron” om 03.32 uur plaatselijke tijd in zee, kort na de start

vanaf het vliegveld Mokmer op Biak. 59 personen, onder wie 6 man repatriërend marinepersoneel, kwamen

hierbij om het leven.

MLD 166 12-08-1957 Mariner P 312 / SQ 321

Vanaf het vliegveld Moppa bij Merauke (NNG) vertrok op 12 augustus 1957 de Mariner P 312. Tijdens de

start kwam het toestel in ernstige moeilijkheden, raakte een boom en stortte neer. Het vloog onmiddellijk

daarna in brand. Bij dit ongeval verloren zes bemanningsleden en twee Papoea-politiemannen het leven.

Sergeant-vliegtuigmaker A. Moens raakte zwaar gewond en overleed als gevolg daarvan de volgende dag.

MLD 167 06-11-1957 Seahawk F 53 / MVKV

Door onbekende oorzaak stortte de Seahawk F 53 op 6 november 1957 neer op Oud-Beijerland. Daarbij

verongelukte luitenant ter zee L. Dekker.

MLD 168 16-11-1957 Beaver J 2-PAB Kroonduif / NNG

Op 16 november 1957 stortte de Beaver J 2-PAB van de luchtvaartmaatschappij Kroonduif neer op het

strand nabij de monding van de Koembe-rivier aan de zuidkust van Nieuw-Guinea. Het vliegtuig was bezig

om in de omgeving van Merauke de kustlijn te bepalen met behulp van Decca-apparatuur. Drie inzittenden,

onder wie de oudste officier van de opnemer Hr.Ms. Snellius, luitenant ter zee Z.W. Mouton, die assisteerde bij

de metingen, kwamen bij dit ongeval om het leven.

MLD 169 10-09-1958 Mariner P 303 / SQ 321

Vanaf het Marinevliegkamp Boeroekoe op Biak vertrok op 11 juni 1958 de Mariner P 303 voor een grote

onderhoudsbeurt naar Nederland. Als gevolg van technische mankementen moest het toestel bij Abadan in

Perzië (Iran) landen. De bemanning vloog met een lijntoestel naar Nederland, terwijl de P 303 achterbleef

voor reparatie. Vanuit Nederland was intussen een reparatieploeg met het nodige materiaal naar Abadan

uitgezonden. Na enige tijd van uitstel door zandstormen in de omgeving vertrok de P 303 ten slotte op 10

september vanaf Abadan. Aan boord bevond zich de reparatieploeg en het inmiddels uit Nederland

overgekomen vliegend personeel dat het toestel naar Nederland zou brengen. Kort na de start trad

olielekkage op aan de bakboordmotor. Het toestel vloog terug naar Abadan en vlak voor de landingsbaan

maakte het een scherpe bocht naar rechts. Bij de duikvlucht ontweek de vlieger ternauwernood een

olieraffinaderij. Het toestel stortte neer en raakte vervolgens in brand. Hierbij kwamen alle inzittenden om

het leven.

Op de begraafplaats van Abadan werd een gedenksteen met de namen van de tien omgekomen bemanningsleden op

de graftombe aangebracht en op 10 september 1960 officieel onthuld. Op 13 november 2002 werden de stoffelijke

overschotten opgegraven en overgebracht naar Nederland. Op vrijdag 7 februari 2003 was op het Marinevliegkamp

Valkenburg een herdenkingsbijeenkomst, waarna de tien MLD-mannen werden herbegraven op de Katwijkse

begraafplaats Duinrust.

MLD 170 27-01-1959 Avenger A 9

Op ongeveer 80 mijl ten zuidwesten van Bermuda maakte de Avenger A 9 op de voormiddag van 27 januari

1959 na een vrije start vanaf het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman een noodlanding op zee. Hierbij

verongelukte korporaal-vliegtuigtelegrafist J. Müller. De overige inzittenden konden worden gered.

MLD 171 10-06-1959 Mariner P 306 / SQ 321

Op 31 mei 1959 vertrok vanaf het MVK Boeroekoe op Biak de Mariner P 306 op weg naar Nederland voor

groot onderhoud. De amfibie stortte op 10 juni 1959 neer bij Mormugao op Goa (Portugees bezit aan de

zuidkust van India) en vloog vervolgens in brand. Hierbij kwamen vier bemanningsleden om het leven,

terwijl er vier door Portugese militairen uit de vlammen konden worden bevrijd. Zij overleden alsnog in het

plaatselijke ziekenhuis.

MLD 172 07-07-1959 Sikorsky H 4 “Delilah”

De helikopter Sikorsky H 4 stortte op 7 juli 1959 neer in het Marsdiep. Drie inzittenden vonden daarbij de

dood.

MLD 173 30-09-1959 Seahawk F 61 / SQ 860

56


Na een bezoek aan Hamburg te hebben gebracht, bevond het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman zich

op de Noordzee ter hoogte van Noordwijk. Tijdens het afvliegen op 30 september 1959 stortte de Seahawk

F 61 kort na de katapultstart in zee en explodeerde. De vlieger, luitenant ter zee J.C. de Wolff, kwam hierbij om

het leven.

MLD 174 17-12-1959 Mariner P 302 / SQ 321

De Mariner P 302 vertrok op 17 december 1959 vanaf de landingstrip op het eiland Jefman, ten zuidwesten

van Sorong (NNG), voor een patrouille. Om ongeveer 11.30 uur werd de landing ingezet in de Patipibaai

bij Fak Fak. Daarbij sloeg de amfibie over de kop en brak in twee stukken die al snel zonken. Drie

bemanningsleden overleefden de ramp, doordat Papoea’s met vlerkprauwen snel te hulp kwamen. Vijf

inzittenden kwamen echter om het leven, onder wie de squadroncommandant luitenant ter zee vlieger 1 e klasse

J. Adriaanse.

MLD 175 25-02-1960 Avenger A 20 / Gibraltar.

Tijdens oefeningen van Smaldeel 1 in de Middellandse Zee stortte op 25 februari 1960 de Grumman

Avenger A 20 ten 11.00 uur, 60 mijl ten oosten van Gibraltar in zee en zonk. Vliegtuigmaker A.L. Coenraad

overleefde dit ongeval niet; hij verdronk. De drie overige inzittenden konden zich met het reddingsvlot

redden. Zij werden opgepikt door de onderzeebootjager Hr.Ms. Gelderland.

MLD 176 26-09-1960 Harvard AT 16 / SQ 4 / MVKV

Op 26 september 1960 stortte de Harvard AT 16 in zee tussen Kijkduin en Hoek van Holland. Luitenant ter

zee M.C.R. van Haga en sergeant-vlieger H.H. Veltmaat kwamen daarbij om het leven.

MLD 177 02-01-1961 Dakota 0 79 / SQ 321 / MVKB

Op Biak deed zich op 2 januari 1961 een ernstig ongeluk voor met de Dakota 0 79. Bij het oefenen van

landen en starts bij duisternis werd ook geoefend in het afwerpen van lichtfakkels. Na een aantal geslaagde

landingen en starts wilde de bemanning wederom een lichtfakkel afwerpen op ongeveer twee mijl van de

zuidkust van Biak. Vermoedelijk is toen de fakkel in het toestel tot ontbranding gekomen en is er aan boord

brand uitgebroken. Toen de vlieger een noodlanding op zee wilde maken, explodeerde het toestel en

kwamen de vijf bemanningsleden om het leven.

MLD 178 25-10-1961 Sikorsky HSS-IN-139 / Hr.Ms. Karel Doorman

Tijdens de NATO-oefening “Sharp Squall”, in de Noordzee ter hoogte van Schotland, waren op 25 oktober

1961 twee Grumman Trackers en vier helikopters vanaf het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman

gelanceerd voor het houden van oefeningen. Bij de aanvang van de eerste platvoet kreeg helikopter HSS-

IN-139 op enkele mijlen afstand van het schip motorproblemen. De oliedruk liep op. Het zag er

aanvankelijk naar uit dat de helikopter de Doorman nog kon halen, maar op enkele tientallen meters van het

schip viel het motorvermogen weg en stortte het toestel in zee. Drie van de vier bemanningsleden wisten uit

het toestel te komen. Het vierde bemanningslid, de adjudant-onderofficier-vlieger J.F. van Maas, werd ondanks

intensieve reddingspogingen niet teruggevonden.

MLD 179 09-03-1962 Seahawk F 65 / SQ 860 / MVKV

Op 9 maart 1962 stortte de Seahawk F65 in de Noordzee. Sergeant-vlieger E. Pijfers overleefde dit ongeval

niet.

57


G. Korps Mariniers (MARNS)

(Inclusief vloot-, MLD-, KNIL- en landmachtpersoneel dat in genoemde periode bij het Korps Mariniers was

ingedeeld, dan wel gedetacheerd.)

MARNS 1 10-05-1940 Rotterdam, 3 e Marine Compagnie 53

Toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen en parachutisten boven Rotterdam neerlieten,

werd de commandant van de kanonneerboot Hr.Ms. Balder, luitenant ter zee C.L.J.F. Douw van de Krap,

belast met het commando over de 3 e Marine Compagnie. Zijn bemanning werd eveneens daarbij ingedeeld.

Deze compagnie werd met spoed naar het Beursstation gezonden. Van daaruit werd een sectie in de

richting van de Boompjes gestuurd, ten einde te trachten in huizen van de zijstraten tussen de Wijnhaven en

de Scheepmakershaven een breder verdedigingsfront te bewerkstelligen. De voorhoede van de sectie liep in

een hinderlaag van een Duitse mitrailleurschutter, waarbij stoker J.H. Baghus sneuvelde.

MARNS 2 10-05-1940 Rotterdam, compagnie Schuiling (zie ook MARNS 22)

Marinier A. Poley vertrok op 10 mei 1940 met een ordonnansopdracht vanaf de Boompjes naar de Maasbrug.

Daarvan is hij nimmer teruggekeerd. Dezelfde dag sneuvelden bij straatgevechten op de Boompjes de

sergeant der mariniers G.J.J. Espen en marinier H.W. van Winkel. Kapitein der Mariniers W. Schuiling

onderscheidde zich in deze strijd door als commandant van zijn compagnie de Boompjes van vijanden te

zuiveren en daar 24 uur stand te houden.

MARNS 3 12-05-1940 Amsterdam

Marinier H.G.Hermans was geplaatst bij de marinekazerne Willemsoord te Den Helder. Hij maakte deel uit

van een marinecompagnie die op 11 mei 1940 met autobussen vanuit Den Helder naar Amsterdam was

gezonden. Tijdens patrouillediensten langs de brug Overtoom-Kostverlorenkade werd hij de volgende dag

dodelijk getroffen door een pistoolschot van een politieman die waarschijnlijk het zwarte mariniersuniform

van Hermans niet kon thuisbrengen.

MARNS 4 12-05-1940 Rotterdam, 3 e Marine Compagnie

Op 12 mei 1940 waren de Duitsers begonnen om de Oude Plantage te Rotterdam met mortieren te

bestoken. Daarom liet luitenant ter zee Douw van der Krap de 3 e Marine Compagnie dekking zoeken achter

de Honingerdijk. Een sectie van de Compagnie was geposteerd in en bij het gebouw van de Deutsche

Ruderverein. Kort nadat dit gebouw even was verlaten door enkele schepelingen die buiten een sigaret

wilden roken, ontploften vlakbij twee granaten. Door scherven daarvan werd majoor-torpedomaker P. Zeegers 54

gedood, terwijl marinier J. Bignell om het leven kwam doordat een granaatsplinter door zijn broodtas sloeg.

Daarin had hij zijn handgranaten opgeborgen. Even verderop sneuvelde bovendien de stoker J.C. van

Huijgevoort door vijandelijk vuur en werd marinier J. Zegers zwaar gewond. Hij overleed in het ziekenhuis.

Twee dagen later sneuvelde bij de verdediging van de Oude Plantage matroos P.J. Blonk en raakte de

konstabelsmaat D. van Oorschot, bemanningslid van Hr.Ms. Balder, zwaar gewond. Hij overleed op 18 mei

1940 aan zijn verwondingen.

MARNS 5 13-05-1940 Rotterdam, 2 e Marine Compagnie

Bij gevechten om en nabij de Boompjes en bij de verdediging van de Maasbruggen op 13 mei 1940 werd

een sectie van de 2 e Marine Compagnie vanaf de andere oever van de Maas door Duits mitrailleurvuur

bestookt. Daarbij verloren zeven mariniers en een matroos het leven. Marinier J.M. Wegman werd zwaar

gewond en overleed als gevolg daarvan op 25 mei 1940.

MARNS 6 14-05-1940 Rotterdam, Marine Depot

Ten gevolge van het bombardement op Rotterdam door Duitse vliegtuigen op 14 mei 1940 kwamen de

matroos M. Korporaal, marinier W. Otten en vliegtuigmaker H.A. Smits om het leven.

MARNS 7 14-05-1940 Overschie, detachement De Jong

Troepen die onder commando van de luitenant der mariniers De Jong opereerden in het gebied op de grens

van Rotterdam en Schiedam. Na te hebben deelgenomen aan gevechten bij Overschie verlieten enkele

mariniers op 14 mei met een motorvoertuig het gebied. De groep ging op weg naar Den Haag. In

58


Overschie stootten de mariniers op Duitse parachutisten met wie zij in gevecht raakten. Door vijandelijk

mitrailleurvuur sneuvelden de mariniers T.A.J. Feuth, C.L. Huijs, A. Knotter en J.D. Rijvordt.

Naar marinier J.D. Rijvordt is een straat in Beverwijk vernoemd.

MARNS 8 04-03-1942 Soerabaja, Marinekazerne Goebeng

Op 3 maart 1942 moest een sectie mariniers vanuit Soerabaja optreden in een streek ten noordoosten van

Grissee. Enige Indonesiërs, onder wie de wedono 55, waren vermoord. De sectie was gemotoriseerd op

motorrijwielen met zijspan. Na de rust te hebben hersteld, keerde de sectie terug naar de kazerne in

Soerabaja. Op de terugweg had een noodlottig ongeval plaats. Een der mariniers reed tegen een paaltje,

waardoor de in het zijspan zittende marinier G.Ch. Heck ernstig werd gewond en de volgende dag in

Soerabaja aan zijn verwonding overleed.

MARNS 9 05-03-1942 Soerabaja, Marinebataljon

Begin maart 1942 werd te Soerabaja een Marinebataljon geformeerd bestaande uit twee compagnieën

mariniers en twee compagnieën landstorm- en militiepersoneel van de Marine Bewakingsafdeling. Tijdens

gevechten tegen oprukkende infanterieafdelingen van de Japanse 48 e divisie in de nabijheid van Kertosono

en Djombang op Oost-Java op 5 maart 1942 sneuvelden of werden vermist: een korporaal-adelborst, zes

mariniers, vijf stokers, een matroos en een ziekenverpleger.

MARNS 10 05/06-03-1942 Kertosono, Marinebataljon

In de nacht van 5 op 6 maart 1942 werd een gevechtsgroep van het Marinebataljon door de Japanners

omsingeld en gevangengenomen. Op de binnenplaats van een afgelegen rijstpellerij nabij Kertosono op

Oost-Java werden de onderofficieren van de groep, een sergeant der mariniers, een sergeant-adelborst der

mariniers en een korporaal-adelborst der mariniers op wrede wijze ondervraagd, doch in leven gelaten. Zij

moesten evenwel aanhoren hoe de negen aan handen en voeten gebonden manschappen (zes mariniers,

twee stokers en een matroos) door de Japanners met bajonetten ter dood werden gebracht.

MARNS 11 08-03-1942 Sidoardjo, Marinebataljon

In de vroege morgen van 8 maart 1942 werd de matroos H.A. Ratemo van het Marinebataljon in de omgeving

van Sidoardjo, ten zuiden van Soerabaja, getroffen door mitrailleurvuur van een Japanse infanterie-eenheid.

Hij overleed aan zijn verwondingen in het ziekenhuis van Sidoardjo. Dezelfde dag werden de mariniers P. van

Buren, H. Clarisse en A.H. Nijland van het Marinebataljon vermist. Er werd niets meer van hen vernomen.

(zie ook W 26)

MARNS 12 03-05-1942 Sachsenhausen

Luitenant der mariniers P. Nanninga werd op 27 april 1941 als lid van de ‘Ordedienst’, groep Westerveld,

samen met 71 andere OD’ers in Den Haag door de Duitsers gearresteerd en vervolgens overgebracht naar

het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Tijdens het monsterproces OD1 voor het Luftwaffegericht

in een groot hotel op de Amersfoortse berg werden de 72 mannen op 11 april 1942 ter dood veroordeeld

en getransporteerd naar de Kriegswehrmachtgefängnis te Utrecht. Op 1 mei werden zij gedeporteerd naar

het concentratiekamp Sachsenhausen bij het plaatsje Oranienburg, ten noorden van Berlijn. Daar zijn zij op

3 mei 1942 geëxecuteerd.

MARNS 13 19-07-1942 Soerabaja, CBZ

Als gevolg van verwondingen die hij tijdens de slag in de Javazee aan boord van de tot zinken gebrachte

kruiser Hr.Ms. De Ruyter had opgelopen, overleed op 19 juli 1942 de marinier A.J.B. Pott in de Centrale

Burgerlijke Ziekeninrichting te Soerabaja.

MARNS 14 11-08-1942 Middelburg

Marinier A.C. Beest was lid van de Ordedienst, Gewest 15 te Middelburg. Hij was leider van een naar hem

vernoemde ondergrondse groepering en werd op 11 augustus 1942 bij zijn arrestatie in Middelburg door de

Duitsers doodgeschoten.

MARNS 15 29-12-1942 Leusderheide

Marinier A. Stemerding was lid van de Rotterdamse ondergrondse organisatie Leeuwengarde. De organisatie

maakte zich verdienstelijk door sabotage en spionage. Op 9 april 1942 werd Stemerding samen met 39 andere

59


leden van de organisatie door de SD gearresteerd. Hij werd opgesloten in de Polizeigefängnis (Oranjehotel)

te Scheveningen en door het Luftwaffegericht in Utrecht ter dood veroordeeld. Vervolgens werd hij

overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. Op 29 december 1942 werd hij op de Leusderheide

gefusilleerd.

In Soesterberg is een weg naar Stemerding vernoemd.

MARNS 16 26-09-1944 Nijmegen

Gedurende de Tweede Wereldoorlog deed sergeant der mariniers J.W. Geurts in Nijmegen dienst als controleur

van de crisiscontroledienst. Toen op 17 en 18 september 1944 het oorlogsgeweld over de stad rolde, ging

dat gepaard met beschietingen en granaatontploffingen. Daarbij werd Geurts levensgevaarlijk gewond

opgenomen in het St. Canisius ziekenhuis. Daar overleed hij op 26 september 1944 aan zijn verwonding.

MARNS 17 04-10-1944 Rijsbergen

In een boswachterswoning op het landgoed “De Vloeiweide” te Rijsbergen was een illegaal radiostation van

de Ordedienst geïnstalleerd. Die post werd op 4 oktober 1944 door de Duitsers overvallen. Bij het gevecht

dat daarbij ontstond, sneuvelde op 4 oktober 1944 marinier M. van de Boogaard samen met een viertal anderen

van de verzetsgroep. Zijn broer, lichtmatroos J.J. van de Boogaard, werd tijdens dit gevecht met acht andere

verzetstrijders gevangengenomen en overgebracht naar de Chassékazerne in Breda. De volgende dag

werden zij naar de zogenaamde Schietheide aan de Galderseweg onder Ginneken getransporteerd en zonder

vorm van proces gefusilleerd.

Op het landgoed herinnert een plaquette aan dit drama.

MARNS 18 10-10-1944 Deventer

Marinier 1 J.A.B. Husken woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog met vrouw en kind in Twello. Hij werkte

bij de Centrale Keuken in Deventer en overnachtte daar regelmatig op een contactadres. Husken was actief

in de illegaliteit en hielp onder andere neergekomen Engelse vliegtuigbemanningen in de omgeving van zijn

woonplaats te laten onderduiken. Toen hij op 10 oktober 1944 op zijn contactadres vertoefde, werd door

een groepje passerende Duitse militairen zijn bij het huis staande fiets meegenomen. Omdat hem dat al eens

eerder was overkomen, werd Husken zo woedend dat hij met zijn pistool achter de dieven aanging. Hij

sommeerde de Duitser die de gestolen fiets aan de hand had, deze onmiddellijk terug te geven. Toen deze

hautain weigerde, trok Husken zijn wapen en vuurde. Onmiddellijk werd hij door de andere Duitsers met

kogels doorzeefd en hij stierf ter plaatse. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats van Deventer.

Daarbij mocht zijn vrouw niet aanwezig zijn. Na de oorlog is het stoffelijk overschot met militaire eer

herbegraven op de RK Begraafplaats te Duistervoorde (gemeente Voorst).

MARNS 19 17-10-1944 Venlo

Tijdens een geallieerd luchtbombardement op de Maasbrug in Venlo op 13 oktober 1944 werd de daar

ondergedoken marinier W. Parlevliet ernstig verwond. Hij overleed als gevolg daarvan op 17 oktober in het

plaatselijke Sint-Josephziekenhuis en werd begraven op de Algemene begraafplaats van Venlo.

MARNS 20 18-10-1944 Brigade Prinses Irene

Ingedeeld bij de Brigade Prinses Irene nam een gevechtsgroep mariniers op 18 oktober 1944 deel aan een

opmars naar de Oirschotsche Heide om het doordringen van Duitse troepen over het Wilhelminakanaal te

beletten. Daar namen zij stelling die onafgebroken onder Duits artillerievuur kwam te liggen. Ten gevolge

daarvan werd korporaal der mariniers W. Meijwaard door een mortiergranaat op slag gedood.

MARNS 21 25-10-1944 Brigade Prinses Irene

Op 25 oktober 1944 had vanuit Hilvarenbeek een Britse aanval op Tilburg plaats. Tot de aanvallers

behoorde ook de Brigade Prinses Irene. Voor de colonne uit gingen drie verkenningssecties, waarvan een

sectie uit Nederlandse mariniers bestond. Zij kwamen onder Duits mitrailleurvuur te liggen. Daarbij raakte

sergeant der mariniers J.C. Buijtelaar zwaar gewond. Hij bezweek spoedig aan zijn verwonding.

MARNS 22 22-12-1944 Neubrandenburg (zie ook MARNS 2)

Kapitein der mariniers W. Schuiling RMWO overleed op 22 december 1944 in het krijgsgevangenenkamp voor

officieren Oflag 67 te Neubrandenburg door ziekte en ontberingen.

60


In Voorschoten is een straat naar hem vernoemd. Bovendien kreeg op 5 april 1961 een ondiepwatermijnenveger zijn

naam.

MARNS 23 15-01-1945 Neuengamme

Marinier H.H. Harsveld, gevangene in het concentratiekamp Neuengamme nabij Hamburg, kwam op 15

januari 1945 als gevolge van een geallieerd luchtbombardement om het leven.

MARNS 24 06-02-1945 Rotterdam

Korporaal der mariniers L. Eland was tijdens de Tweede Wereldoorlog opperwachtmeester bij de Staatspolitie,

maar ook lid van de LO en LKP Rotterdam. Hij werd op 6 februari 1945 gewaarschuwd dat het plaatselijk

LO-lid Flipse zou worden gearresteerd. Flipse deed dienst bij de Rotterdamse brandweer in de kazerne

Wilhelminakade. Bij een poging van Eland om samen met Flipse tijdig van die brandweerpost weg te

komen, werden zij door de postcommandant Van der Klei, een fanatiek nationaal-socialist, beschoten.

Eland werd getroffen en overleed vrijwel onmiddellijk.

Aan het oosteinde van de Wilhelminakade werd ter herinnering aan Eland in 1946 een kruis onthuld. In 2002 is

daarvoor in de plaats een plaquette gekomen.

MARNS 25 02-03-1945 Varsseveld

Omdat in een buurt van Varsseveld op 26 februari 1945 door een verzetsgroep van de LO vier Duitse

militairen waren geliquideerd, werden op vrijdag 2 maart 1945 door de SS uit de gevangenis De Kruisberg

in Doetinchem 46 politieke “Todeskandidaten” gehaald en naar een tarweveld aan de rand van Varsseveld

gebracht. Daar werden zij gefusilleerd, waarna vier inwoners door de SS gedwongen werden de lijken ter

plaatse te begraven. Later werden de stoffelijke overschotten herbegraven in hun woonplaats. Onder de

slachtoffers van deze vergeldingsactie bevond zich marinier J. Wijngaarden die als lid van een knokploeg

enige tijd geleden was opgepakt en vervolgens door de SD als “Todeskandidat” werd geboekt.

Ter nagedachtenis aan hen is achter de boerderij “De Aaltense Tol” aan de Aaltenseweg te Varsseveld een monument

met twee panelen met hun namen geplaatst.

MARNS 26 08-03-1945 Amsterdam

Marinier P.A. Stokhof was aanvankelijk koerier bij de LO en verspreidde illegale lectuur. Als oprichter van de

OD district Wervershoof organiseerde hij de BS en fungeerde daarin als districtsinstructeur. Door verraad

werd hij op 25 februari te Wervershoof, waar hij was ondergedoken, door de Grüne Polizei

(Ordnungspolizei) uit Medemblik gearresteerd. Als represaille voor de aanslag op Rauter werd hij op 8

maart samen met 50 andere Nederlanders gefusilleerd op de dijk bij Rozenoord, een buitenplaats aan de

Amstel te Amsterdam.

Een monument op de fusilladeplaats herinnert daaraan.

MARNS 27 12-03-1945 Rotterdam

Korporaal der mariniers C. van den Broek deed tijdens de bezetting dienst als agent van politie aan het bureau

Hoflaan te Rotterdam. Hij was lid van de plaatselijke knokploeg “Jos” en nam actief deel aan verschillende

acties tegen de bezetter. Hij werd door een politieofficier verraden, op 28 februari 1945 door de Duitsers

gearresteerd en vervolgens opgesloten in het Oranjehotel te Scheveningen. Als represaille voor een aanslag

op beambte Röhmer van de Sicherheitspolizei en de Nederlandse SS-man Koster op 5 maart 1945 werd hij

op 12 maart 1945 om 10.00 uur op de Pleinweg te Rotterdam gefusilleerd.

MARNS 28 15-04-1945 Murmerwoude

Pijper H. Brouwer was lid van Gewest 1 Dantumadeel van de Binnenlandse Strijdkrachten. In een

ondergrondse strijd tegen de Duitse Feldpolizei sneuvelde hij op 15 april 1945 te Murmerwoude (Friesland).

MARNS 29 16-04-1945 Cabouw

Tamboer B.W.J. Beelen behoorde tot de Landelijke Organisatie van Cabouw, gemeente Schoonhoven. Na

september 1944 sloot hij zich aan bij de knokploeg, commando Willige-Langerak en nam deel aan diverse

overvallen. Bovendien was hij agent van de ondergrondse pers. Bij het verspreiden van illegale lectuur werd

hij op 16 april 1945 door de Duitsers gearresteerd en nog diezelfde dag door hen te Cabouw gefusilleerd.

De plaats van zijn graf is onbekend gebleven.

In Lopik is zijn naam op het herdenkingsmonument in de Dorpsstraat aangebracht.

61


MARNS 30 07-05-1945 BS / Veenendaal

Marinier H.W. Lettink was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van gewest 8 van de Binnenlandse

Strijdkrachten in Veenendaal. Hij vervulde onder meer koerierdiensten tot in België en nam deel aan de

bevrijding van een politieke gevangene uit het ziekenhuis in Arnhem op 29 februari 1944. Hij werd op 10

november 1944 door de SD gearresteerd, maar door een knokploeg bevrijd. Lettink sneuvelde op 7 mei

1945 in Veenendaal tijdens een vuurgevecht met Nederlandse SS-ers die niet wilden capituleren, ondanks

het feit dat alle Duitse strijdkrachten in Nederland zich intussen aan de geallieerden hadden overgegeven.

MARNS 31 14-06-1945 Bandoeng

Omdat marinier J.C.E. de Jong tijdens krijgsgevangenschap te Bandoeng betrapt werd op het luisteren naar

een buitenlands zendstation op een zelfgebouwde radio-ontvanger, werd hij op 14 juni 1945 ter plaatse

door de Japanners om het leven gebracht.

MARNS 32 12-02-1946 Stafco / 1 e Inbat (gedetacheerd bij Inco “B”)

Het stootpeloton van de stafcompagnie nam deel aan gezamenlijke zuiveringsoperaties met het KNIL en

Brits-Indische troepen in de omgeving van Batavia. Tijdens een actie in het gebied van Krandji-Bekassi, bij

Tankoeng ten oosten van Meester Cornelis, ten einde dat gebied van Indonesische guerrillastrijders te

zuiveren, bevond luitenant der mariniers A.A.M. Born zich op 12 februari 1946 met zijn ordonnans, de marinier

P.J.E.F. van Leeuwen, bij kampong Doea een eind voor zijn troep. Plotseling nam een verdekt opgestelde

vijandelijke mitrailleur hen onder vuur en trof hen dodelijk. Zij waren de eerste leden van de

Mariniersbrigade die sneuvelden.

Op het monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg wordt luitenant Born herdacht.

MARNS 33 28-03-1946 2 e Inbat, Stafco

Tijdens een patrouille bij Bringkang, ongeveer zeventien kilometer ten westen van Soerabaja, viel marinier A.

Kramer op 27 maart 1946 in een snelstromende kali. Door de sterke stroom werd hij meegesleurd. Twee

andere mariniers sprongen hem te hulp, maar waren gedwongen terug te keren. De volgende dag werd het

ontzielde lichaam van Kramer stroomafwaarts gevonden.

MARNS 34 28-03-1946 3 e Inbat, Stafco

Marinier G.H.L. Lonussen was om 23.50 uur voor de hondewacht van 28 maart 1946 als schildwacht op post

gezet op de Rotterdamkade in de haven Tandjong Perak te Soerabaja. Toen de korporaal van aflossing om

03.30 uur een ronde maakte, was Lonussen niet op zijn post. Hij was nergens te vinden. Toen omstreeks

13.00 uur Lonussen nog steeds onvindbaar was, werd langs de kade gedregd. Om 15.00 uur werd zijn

stoffelijk overschot uit het water gehaald. Bij sectie bleek Lonussen aan het hoofd verwond te zijn. Op welke

wijze hij te water was geraakt, is onbekend gebleven.

MARNS 35 02-04-1946 Mobat

Tijdens een val van een GMC-truck tijdens een patrouille op 15 maart 1946 liep marinier A.C. Scheringa een

ernstig letsel op. Hij overleed als gevolg daarvan op 2 april 1946 in het Marinehospitaal te Soerabaja.

MARNS 36 02-04-1946 2 e Inbat, Inco "E"

Op dinsdag 2 april 1946 waren enige mariniers in stelling bij Domas, 18 kilometer ten westen van Soerabaja.

Door een noodlottige explosie van een handgranaat werd korporaal der mariniers H. Molenaar gedood en

marinier J. van Manen zwaar gewond. Van Manen overleed de volgende dag in het Marinehospitaal te

Soerabaja.

MARNS 37 13-04-1946 1 e Inbat, Inco "A" / Stafco

Tijdens een patrouille in de kampong Modjohtengah, 12 kilometer ten noorden van Krian, liep de marinier

W. van den Aarssen van de compagnie “A” op 13 april 1946 op een landmijn. Marinier-ziekenverpleger J. Mulder

van de stafcompagnie snelde te hulp, maar liep eveneens op een mijn. Beiden waren vrijwel op slag dood.

Mulder wordt herdacht op het Indië-monument te Groningen.

MARNS 38 16-04-1946 1 e Inbat, Inco "A"

Tijdens een mijnenpatrouille langs de Mengantiweg bij Sidowoengoe werd marinier

W.J.J. Kromwijk op 16 april 1946 vanuit een hinderlaag door vijandelijk vuur dodelijk getroffen.

62


MARNS 39 19-04-1946 3 e Inbat, Inco "I"

Tijdens een patrouille in de Soerabaja-sector sneuvelde op 19 april 1946 de marinier J.L. van Beek door

vijandelijk mitrailleurvuur nabij Goenoengsari. Vanwege het hevige spervuur kon zijn stoffelijk overschot

pas enige tijd later worden geborgen.

MARNS 40 30-04-1946 2 e Inbat, Inco "E"

Op 30 april 1946 stond korporaal der mariniers N.G. Klaver op een borstwering van zijn post in de sector

Gedangan, ten zuiden van Soerabaja, toen hij door een vijandelijke kogel werd getroffen en op slag dood

was.

MARNS 41 02-05-1946 1 e Inbat, Inco "B"

Tijdens een patrouille brachten de mariniers L.J. Pieren en L. Nievelstein op 2 mei 1946 nabij kampong

Kemendoeng, 23 kilometer ten westen van Soerabaja, een mitrailleur in stelling. Terwijl zij daarmee bezig

waren, werden zij plotseling van zeer korte afstand onder vijandelijk vuur van de TRI 56 genomen. Beiden

waren op slag dood.

MARNS 42 04-05-1946 Tankco

Door een ongeval bij het laden van een stuk geschut tijdens een actie, werd korporaal der mariniers P.J.J. van

Bezoijen ernstig verwond. Hij overleed als gevolg daarvan op 4 mei 1946 in het Marinehospitaal in Soerabaja.

Zijn naam is aangebracht op het Monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg.

MARNS 43 10-05-1946 1 e Inbat, Stafco

Tijdens het uitzetten van een “anti-personeelsmijn” in de omgeving van Bringkang viel op 10 mei 1946 de

helm van de vooroverbuigende korporaal der mariniers G.W.J. Uiterwijk op de struikeldraad van de mijn. Deze

explodeerde, waardoor Uiterwijk en de naast hem staande marinier J.L.H. Willems op slag werden gedood,

terwijl korporaal der mariniers J. de Gier ernstig werd gewond. Tijdens vervoer naar het Marinehospitaal te

Soerabaja overleed De Gier.

Op het monument “Nederlands Oost-Indië” in Tilburg wordt Uiterwijk herdacht.

MARNS 44 11-05-1946 2 e Inbat, Inco "F"

Een patrouille langs het Mengetankanaal in de Gedangan-sector werd op 11 mei 1946 beschoten door

sluipschutters. Marinier P.J. Vos werd door een kogel getroffen en was op slag dood.

MARNS 45 13-05-1946 2e Inbat, Inco “E”

Marinier M.H. Klunder raakte op 11 mei 1946 ten gevolge van vijandelijk vuur ernstig verwond tijdens een

patrouille ten zuidwesten van Soerabaja, in de nabijheid van Genting. In het Marinehospitaal te Soerabaja

overleed hij twee dagen later aan zijn verwonding.

MARNS 46 17-05-1946 2 e Inbat, Inco "E" / VDMB 57

Tijdens een patrouille in de Gedangan-sector sneuvelden bij Betro marinier W. Vliek en ESD 58 J.J. Frederik

door vijandelijk vuur op 17 mei 1946.

MARNS 47 22-05-1946 1 e Inbat, Inco "A"

Tijdens een patrouille tussen Waroengoenoeng en Driaredja op 22 mei 1946 kwam de sergeant der mariniers

C.G. Gielen door vijandelijk vuur om het leven.

MARNS 48 28-05-1946 1 e Inbat / Mobat / Stafco

Tijdens een patrouillerit met een truck in de omgeving van Bringkang, tussen Boboh en Kademan, kwam

door een noodlottig ongeval met een handgranaat de marinier D.F. Eijlers van het Mobat om het leven.

Marinier J. Kramer van het stootpeloton van de Stafco werd door het ongeval zwaar gewond en overleed

tijdens zijn vervoer naar Soerabaja.

MARNS 49 29-05-1946 2 e Inbat, staf

De bataljonscommandant en zijn opvolger, luitenant ter zee R. Hofstra 59, reden met een jeep bij Betro op een

mijn. De bataljonscommandant werd daarbij zwaar gewond, terwijl de zeeofficier op slag werd gedood.

63


MARNS 50 29-05-1946 1 e Inbat, Inco "C"

Bij zonsopkomst van 29 mei 1946 doorzocht een patrouille de kampong Kemendoeng, ten westen van

Soerabaja. Daarbij werd de marinier H. Bemmelen van der Plaat door vijandelijk vuur getroffen. Hij werd met

spoed naar het Marinehospitaal in Soerabaja overgebracht, doch overleed daar aan het einde van de

dagwacht.

MARNS 51 04-06-1946 2 e Inbat, Inco "F"

Op 4 juni 1946 kwam een patrouille die vanuit Kletek was vertrokken, plotseling bij de kampong

Sameiboeloe in de Gedangan-sector zwaar onder vuur te liggen. De waarnemer vroeg artilleriesteun aan,

maar gaf per abuis zijn eigen positie op. Voordat hij dat kon herstellen, werd de patrouille door eigen vuur

beschoten. Kapitein W.H. Dirks en marinier P.J. Houtepen verloren hierbij het leven.

Naar Houtepen werd op 21 maart 1962 een ondiepwatermijnenveger vernoemd.

MARNS 52 05-06-1946 2 e Inbat, Inco "E"

Tijdens een patrouille in de omgeving van Kletek werd marinier H. Rebergen op

5 juni 1946 door een vijandelijke kogel getroffen. Hij overleed vrijwel onmiddellijk.

MARNS 53 12-06-1946 3 e Inbat, Inco "I"

Op 12 juni 1946 bevond het pionierspeloton van sergeant der mariniers J.F. van der

Sluysveer zich op de weg Waroengoenoeng-Driaredja. Op een gegeven moment werd de groep van de

overzijde van de kali Soerabaja door vijandelijke schutters onder vuur genomen. De sergeant gaf bevel

stelling te nemen achter een dijk die langs de kali liep. Toen de groep zich naar de overzijde van de weg

begaf, werd Van der Sluijsveer door vijandelijk vuur getroffen. Hij overleed dezelfde dag in het

Marinehospitaal te Soerabaja.

MARNS 54 12-06-1946 2 e Inbat, Inco “E”

Tijdens een patrouille in de omgeving van Soerabaja werd marinier C.J.L. van Steen nabij kampong Kragan

dodelijk getroffen door een vijandelijke geweerkogel.

Op een plaquette in Breda wordt Van Steen herdacht.

MARNS 55 21-06-1946 3 e Inbat, Inco "L"

Uit de Grissee-sector terugkomend met een mitrailleurgroep kwam marinier G. Franx door een ongeval met

een handvuurwapen op 21 juni 1946 om het leven.

MARNS 56 26-06-1946 2 e Inbat, Inco "E"

Tijdens een patrouille in de omgeving van Sidoporno, ten zuiden van Soerabaja, werd marinier G. van den

Kruisweg op 26 juni 1946 door vijandelijk vuur ernstig gewond. Hij werd overgebracht naar Soerabaja, waar

hij nog dezelfde dag in het Marinehospitaal aan zijn verwondingen overleed.

MARNS 57 06-07-1946 2 e Inbat, Inco "G"

Tijdens een patrouille van het 1 e infanteriepeloton nabij Sambirono-Wetan, in de omgeving van Soerabaja,

werd op 6 juli 1946 de marinier L.A. van Vuren bij kampong Samirono dodelijk getroffen door een

vijandelijke mitrailleurkogel.

MARNS 58 11-07-1946 2 e Inbat, Inco "E"

Korporaal der mariniers R.P. de Leeuw en marinier H.J.L. Camps zaten op 11 juli op hun post in de Gedangansector

met enkele andere mariniers van hun infanterie-peloton te praten, toen zij werden verrast door een

voltreffer van vijandelijke artillerie. Beiden kregen daardoor zoveel letsel dat zij kort erna overleden.

MARNS 59 14-07-1946 1e Inbat, Inco “A”

Tijdens een patrouilletocht op 13 juli 1946 werd sergeant der mariniers F.H. van Wijlick op een kilometer ten

zuidwesten Driaredja door een vijandelijke kogel zwaar gewond. Hij werd met spoed overgebracht naar het

Marinehospitaal in Soerabaja, maar overleed daar de volgende dag.

64


MARNS 60 15-07-1946 3 e Inbat, Inco "I"

Tijdens een patrouille van het 2 e infanteriepeloton zagen de mariniers op 15 juli 1946 bij kampong

Wadoengasih nabij Driaredja een aantal in groen geklede figuren die op ca 75 meter het vuur op hen

openden. Marinier J.J. van Wunnik werd door een kogel gedood.

MARNS 61 19-07-1946 Genbat / Medco

Op 19 juli 1946 reed een truck van het Geniebataljon, terugkerend van het front met gewonde Indonesische

guerrillastrijders, ten noorden van Soerabaja bij Oedjong op een mijn. Het voertuig sloeg over de kop.

Mariniers M. Cornelissen en H. Offerman werden daarbij zwaar gewond. Beiden werden naar het

Marinehospitaal overgebracht, waar zij dezelfde dag aan hun verwondingen overleden.

MARNS 62 21-07-1946 1 e Inbat, Inco "A"

Adjudant onderofficier der mariniers A. Pronk, korporaal der mariniers J. Boers en marinier P. in ‘t Velt kwamen nabij

Driaredja op 21 juli 1946 om het leven toen een vijandelijke mijn die zij onschadelijk wilden maken,

plotseling explodeerde.

MARNS 63 21-07-1946 Arbat / batt. “A”

Bij een poging om op 21 juli 1946 in de buurt van Driaredja een vijandelijke mijn onschadelijk te maken,

explodeerde deze. De mariniers Th. de Boer en S. Kootstra werden vrijwel direct door scherfwerking gedood.

MARNS 64 22-07-1946 3 e Inbat, Inco "K"

Op 22 juli 1946 overleden luitenant der mariniers J.M. Wout en sergeant der mariniers J.H.M. Boonen aan

verwondingen die zij tijdens een patrouille bij kampong Botokan in de Gedangan-sector als gevolg van

vijandelijk mitrailleurvuur hadden opgelopen.

MARNS 65 23-07-1946 3 e Inbat, Inco "I"

Tijdens een patrouille nabij Betro in de omgeving van Gedangan liep de korporaal der mariniers A.A.H. van

Dartel op een booby-trap. Hij overleed aan zijn verwondingen tijdens het vervoer naar het Marinehospitaal.

MARNS 66 27-07-1946 2 e Inbat, Inco "E"

Tijdens een patrouille in de kampong Koewoeng nabij Soerabaja werd de luitenant der mariniers J.S.M. van der

Vossen op 27 juli 1946 door vijandelijk vuur getroffen. Hij sneuvelde vrijwel onmiddellijk.

MARNS 67 28-07-1946 3 e Inbat, Stafco (gedetacheerd bij Inco “K”)

Bij een patrouille in de buurt van Karangnongko, ten zuidwesten van Gedangan, werd plotseling vijandelijk

mortiervuur ontvangen, terwijl de patrouille bovendien vanuit bomen en sawahs met snipervuur werd

bestookt. Daarbij raakte de luitenant der mariniers K.H.G. Nijssen zwaar gewond. Hij werd met spoed naar het

Marinehospitaal te Soerabaja overgebracht, doch overleed daar dezelfde dag.

Op het monument “Nederlands-Indië” te Venlo wordt Nijssen herdacht.

MARNS 68 19-08-1946 1 e inbat, Inco "A"

Tijdens de operatie Quantico sneuvelden in kampong Banjoe Oerip, op achttien kilometer ten noordwesten

van Krian, op 19 augustus 1946 te 14.00 uur de mariniers G.A. Amptmeijer en K.F. Smits door

vijandelijk vuur.

MARNS 69 23-08-1946 2 e Inbat, Inco "F"

Tijdens het patrouilleren werd marinier W.G.J. Zeevenhoven op 23 augustus 1946 bij kampong Pagerwodjo-

Lor, nabij Sidoardjo, getroffen door een geweerkogel van een sluipschutter. Hij was op slag dood.

Op het monument “Nederlands-Indië” te Venlo wordt Zeevenhoven herdacht.

MARNS 70 05-09-1946 2 e Inbat, inco "F"

Tijdens een patrouille op 5 september 1946 door kampong Keboansikep in de omgeving van Soerabaja

verdween de vooroplopende marinier W.A.M. Winkelman opeens in het struikgewas. Toen de patrouille op

die plek was aangekomen, zag een marinier een figuur in gebukte houding door het struikgewas kruipen. In

de veronderstelling met een Indonesische guerrillastrijder te maken te hebben, vuurde hij onmiddellijk. Het

bleek Winkelman te zijn, die kort daarop aan de schotverwonding overleed.

65


MARNS 71 14-09-1946 3 e Inbat, inco "K"

Op 14 september 1946 sneuvelde de luitenant der mariniers J.M. Hombergen ten gevolge van vijandelijk vuur bij

Kebanagoeng / Wilajoet ten zuiden van Soekodono in de Gedangan-sector.

MARNS 72 17-09-1946 VDMB

Doordat op 17 september 1946 een truck van de veiligheidsdienst tijdens een patrouille bij Kedamean, in de

omgeving van Soerabaja, op een mijn reed, kwam de bij de veiligheidsdienst geplaatste militie-matroos H.L. de

Ceuninck van Capelle om het leven.

MARNS 73 ..-09-1946 VDMB

In september 1946 sneuvelde op Oost-Java de inheemse employé van speciale diensten M.D. Noedin. Exacte

datum, locatie en toedracht zijn onbekend.

MARNS 74 28-09-1946 2 e Inbat, Stafco

Bij de geniebrug nabij Kletek reed een GMC-truck van het Medisch Peloton op 27 september 1946 de kali

in. Daarbij werd de sergeant-majoor der mariniers J. Ekkel zwaar gewond. Hij overleed de volgende dag in het

Marinehospitaal te Soerabaja.

MARNS 75 11-10-1946 1 e Inbat, Inco "A"

Tijdens een patrouille met het mitrailleurpeloton nabij kampong Sidokerto in de Gedangan-sector werd op

11 oktober 1946 de korporaal der mariniers H.F. van der Horst door een vijandelijke kogel getroffen. Hij

overleed tijdens het transport naar Gedangan.

MARNS 76 12-10-1946 1 e Inbat, Inco "I"

Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden explodeerde op 12 oktober 1946 in de Darmowijk

te Soerabaja een gevonden vijandelijke 37 mm antitankgranaat, waarvan men veronderstelde dat die

onschadelijk was. Marinier J. Swarts werd hierdoor op slag gedood.

Op het Indië-monument te Groningen wordt Swarts herdacht.

MARNS 77 03-11-1946 3 e Inbat, Inco "K"

Vier mariniers gingen op 3 november 1946 vanuit Ploemboengan op stap om in de kampong

Sawohtjangkring eieren en vruchten te gaan kopen. Zij keerden daarvan niet terug. Toen men dezelfde

middag een onderzoek instelde, bleek dat de vier in handen waren gevallen van de TNI. Mariniers J.A.C.

Baarda en G. Deutekom waren gedood, terwijl marinier S. Groot zwaar gewond gevangen was genomen en

dezelfde dag in het republikeinse hospitaal te Malang aan zijn verwondingen overleed. De marinier

Vredenbregt werd krijgsgevangen gemaakt, doch later uitgewisseld.

MARNS 78 06-11-1946 3 e Inbat, Inco "K

De korporaal der mariniers W. Brunott sneuvelde tijdens het patrouilleren te Soekodono, nabij Soerabaja op 6

november 1946 als gevolg van vijandelijk artillerievuur.

MARNS 79 08-11-1946 2 e Inbat, Inco “C”

Marinier A. Janssen werd op 8 november 1946 tijdens een patrouille in de kampong Detejiro vermist. Hij

bleek op die dag gesneuveld te zijn zonder dat de andere leden van de patrouille dat hadden bemerkt. Zijn

stoffelijke resten werden zes dagen later door Indonesiërs gevonden. Zij brachten de Mariniersbrigade

daarvan op de hoogte.

MARNS 80 25-11-1946 VDMB

Ten gevolge van vijandelijk vuur nabij Sawahan, ten zuidoosten van Gedangan, sneuvelde op 25 november

1946 employee speciale diensten H.T. Eestermans.

MARNS 81 26-11-1946 3 e Inbat, Inco “I”

Te Sawahan in de Gedangan-sector werd de korporaal der mariniers G.P.L. Hopstaken van het

mitrailleurpeloton op 26 november 1946 door vijandelijk mortiervuur ernstig gewond. Hij werd naar het

Marinehospitaal te Soerabaja overgebracht. Daar overleed hij aan zijn verwondingen.

66


MARNS 82 20-01-1947 3 e Inbat, Inco "K"

Op 20 januari 1947 werd een patrouille tussen Karangnongko en Soekodono in de Gedangan-sector

plotseling door vijandelijk mortiervuur beschoten. Marinier W. van Wermeskerken zocht dekking in een

greppel waarin een bom was verborgen. De bom explodeerde, zodat Van Wermeskerken zwaar gewond

raakte. Hij werd met spoed naar het Marinehospitaal te Soerabaja vervoerd, doch overleed daar aan zijn

verwondingen.

MARNS 83 24-01-1947 3 e Inbat, Inco "I"

Tijdens een zuiveringsactie van het mitrailleurpeloton te Boedoeran in de Gedangan-sector werd de

korporaal der mariniers A.J. van Lunsen op 22 januari 1947 door een sluipschutter neergeschoten. Na ter plaatse

behandeld te zijn door een ziekenverpleger, werd hij naar de noodziekenboeg in Gedangan vervoerd.

Vervolgens werd hij per ambulance naar het Marinehospitaal te Soerabaja overgebracht. Daar overleed hij

op 24 januari aan zijn verwondingen.

MARNS 84 24-01-1947 Arbat, batt "A"

Tijdens het afgeven van artillerievuur bij een actie in de Gedangan-sector, nabij Ngemboeng en

Kemendoeng, raakte door een ongeval de luitenant der mariniers K.Chr. Prins levensgevaarlijk gewond. Hij

overleed dezelfde dag in het Marinehospitaal te Soerabaja.

MARNS 85 25-01-1947 3 e Inbat, Inco "I"

Op zaterdag 25 januari 1947 had sergeant der mariniers F. Steens de leiding bij het opruimen van mijnen en

bommen op de weg naar Boedoeran in de omgeving van kampong Seroeni. Hier werd een vliegtuigbom

onder de spoorrails ontdekt, waarvan de draad die aan het ontstekingsmechanisme was verbonden over de

weg was gespannen. Sergeant Steens waarschuwde zijn ondergeschikten van de draad af te blijven en liep naar

de bom. Hij was kennelijk van plan de bom met zijn bajonet te onderzoeken. Terwijl hij hurkte,

explodeerde deze door onbekende oorzaak. Steens werd op slag gedood.

MARNS 86 05-02-1947 2 e Inbat

Op woensdag 5 februari 1947 werd om 20.15 uur de post Halte Prambon, gelegen circa zes kilometer ten

zuiden van Krian, door vijandelijke artillerie onder vuur genomen. Een der eerste salvo’s sloeg midden in de

post, terwijl een granaat door de muur van een huis binnendrong en in een der kamers ontplofte. Marinier C.

van der Pijl die in deze kamer lag te slapen, werd daardoor zwaar gewond. Medische hulp mocht niet meer

baten. Hij overleed om 22.00 uur.

MARNS 87 06-03-1947

Ten gevolge van een mijnexplosie tijdens een patrouille van een peloton van de Mariniersbrigade even

buiten Soerabaja, werd de bij het peloton ingedeelde korporaal-ziekenverpleger T. Ferouge zwaar gewond. Hij

overleed als gevolg daarvan op 6 maart 1947 in het Marinehospitaal te Soerabaja.

MARNS 88 17-03-1947 Verka / 2 e Inbat, Inco "E"

Tijdens de actie ‘Ideaal’ was de reserve luitenant der mariniers C.H. Kranenburg, die van de cavalerie bij de

Mariniersbrigade was gedetacheerd, als commandant van het 1 e peloton pantserwagens van de

verkenningsafdeling, op 17 juli 1947 op weg van Modjosari naar de sluizen te Milrip, ten oosten van

Modjokerto, om deze te bezetten. Op een gegeven moment naderde een motor met zijspan, bemand met

ALRI 60 manschappen. Zij maakten de indruk zich te pletter te willen rijden tegen de voorste pantserwagen.

Luitenant Kranenburg beschoot hen vanuit de toren met zijn tommy-gun. De motorfiets vloog de weg af en

vatte vlam. Toen de luitenant zich echter iets te ver uit de toren verhief doorboorde een vijandelijke kogel

zijn helm. Hij was op slag dood.

MARNS 89 18-03-1947 Verka / 2 e Inbat, Inco "E"

Op 18 maart 1947 werden bij Lengkong, ten noordoosten van Modjokerto, sergeant der mariniers A.G. Dekker

van het 2 e Inbat en korporaal der mariniers G. Bolleman van de Verka door kogels dodelijk getroffen. Marinier J.

van der Holt van het 2 e Inbat werd levensgevaarlijk gewond en met spoed naar Soerabaja overgebracht. De

volgende dag overleed hij aan zijn verwondingen.

Op herdenkingsmonumenten in Beverwijk en in Terneuzen zijn de namen te vinden van respectievelijk Dekker en

Bolleman. De naam Van der Holt is opgenomen in het Indië-monument te Groningen.

67


MARNS 90 22-03-1947 Genbat

Als gevolg van het exploderen van een vijandelijke vliegtuigbom nabij Krian kwam de korporaal der mariniers

C.L. Geerts van het Geniebataljon op 22 maart 1947 om het leven.

MARNS 91 26-03-1947 3 e Inbat, Inco “I” / Brigstafco

Op 25 maart 1947 vertrokken vanuit Pandanaroem infanteriecompagnie “I” en een detachement van de

veiligheidsdienst van de Mariniersbrigade met de opdracht Trawas en Patjet te bezetten. De actie werd

‘Operatie Klimmer’ genoemd. Op 26 maart bij Trawas aangekomen, werden achter een huis twee verdachte

Indonesiërs ontdekt. Toen die de mariniers zagen aankomen, trokken zij zich terug in de sawahs. Zij

werden door de mariniers onder vuur genomen, waarop zij dekking zochten achter een sawahdijkje en

terugvuurden. Korporaal der mariniers W.H. Peters van de compagnie “I” en marinier J.L. van Oorschot van de

Stafcompagnie werden daarbij dodelijk getroffen.

Op een plaquette in Nijmegen wordt Peters herdacht.

MARNS 92 16-06-1947 Zwaco

Op 16 juni 1947 reed een jeep, bestuurd door de luitenant der mariniers J.A.G. van Groesen van de Zware

Wapens Compagnie, op de weg van Soerabaja naar Sidoardjo op twee landmijnen. De jeep werd enige

meters weggeslingerd. Luitenant Van Groessen raakte daarbij levensgevaarlijk gewond. Van de drie meerijders

raakten er twee zwaar- en één lichtgewond. Allen werden door een ambulance van de Medische Compagnie

van de Marbrig naar het Marinehospitaal vervoerd. Daar overleed luitenant Van Groesen aan zijn

verwondingen.

Op het monument “Nederlands-Indië” te Venlo wordt luitenant Van Groesen herdacht.

MARNS 93 21-07-1947 Brigstafco / VDMB

Tijdens de Eerste Politionele Actie werd na de landing bij Probolinggo sergeant der mariniers J. van Waateringe,

die zich op een M-2 truck bevond, door een vijandelijke kogel getroffen. Kort daarna overleed hij als gevolg

van zijn verwonding.

MARNS 94 21-07-1947 3 e Inbat, Inco "K"

Tijdens de Eerste Politionele Actie betrok korporaal der mariniers Tj. Nauta op 21 juli 1947 een dubbelpost op

het kruispunt gelegen aan de kali Porong twee kilometer ten noorden van Gempol. Even later arriveerde

een truck met ammunitie voor de tanks. Toen deze truck keerde om naar Gempol terug te rijden, reed het

voertuig op een vliegtuigbom. De chauffeur, marinier H.A.M. Caris en de korporaal die vlak achter de truck

stond, werden bij de explosie ernstig verwond. Ter plaatse werd eerste hulp verleend en vervolgens werden

de gewonden naar het Marinehospitaal te Soerabaja overgebracht. Nauta overleed na enige uren, Caris de

volgende dag.

In Broeksterwoude is een straat naar Nauta genoemd.

MARNS 95 25-07-1947 2 e Inbat, Inco "F"

Op 25 juli 1947 sneuvelde ten gevolge van vijandelijk vuur de commandant van het 3 e peloton, luitenant der

mariniers F.J. van Iersel, te Ardjasa, acht kilometer ten oosten van Sitoebondo.

MARNS 96 27-07-1947 3 e Inbat, Inco "L"

Op 27 juli 1947 werd de sergeant der mariniers/ziekenverpleger L.H. Buntinx bij het hulp bieden aan een aantal

gewonde mariniers tijdens een gevecht tussen Singosari en Modjosari bij Ardjosari door vijandelijk vuur

getroffen. Hij overleed als gevolg daarvan tijdens zijn vervoer naar Soerabaja.

MARNS 97 28-07-1947 Mobat, Inco "C"

Tijdens een patrouille in de nabijheid van Klakah viel marinier H. Hogenkamp op 28 juli 1947 in een

snelstromende kali en verdronk, omdat hij te zwaar bepakt was om zich zwemmend in veiligheid te kunnen

brengen.

MARNS 98 30-07-1947 3 e Inbat, Inco "L"

Tijdens de Eerste Politionele Actie op patrouille vanuit Lawang naar Blimbing sneuvelde mitrailleurschutter

marinier J.A. Jansen nabij Singosari op 30 juli 1947 ten gevolge van hevig vijandelijk vuur vanuit Ardjosari.

68


MARNS 99 30-07-1947 Tankco

Tijdens een patrouille nabij Bondowoso op 30 juli 1947 zat korporaal der mariniers P.A. Jägers op een rijdende

tank, waar hij door onbekende oorzaak van afviel en vervolgens werd overreden. Hij raakte daarbij ernstig

gewond. In het Marinehospitaal te Soerabaja overleed hij aan zijn verwondingen.

MARNS 100 31-07-1947 1 e Inbat, Inco "B"

Tijdens een patrouille werd marinier A. ten Hove op 31 juli 1947 op de kruising Smeroeweg-Kali Glidek nabij

Pasirian door vijandelijk mitrailleurvuur dodelijk getroffen.

MARNS 101 01-08-1947 2 e Inbat, Inco "E"

In de vroege morgen van 31 juli 1947 doorzocht het 2 e infanterie peloton van compagnie ‘E’ het

kampongcomplex Ledokamba. Alles bleek rustig te zijn. Na het verlaten van het complex liep de korporaal

der mariniers J.A.G. Nols als commandant van een automatische geweergroep voorop over een weg. Bij de

katoenaanplant aan de overzijde van de weg stond een twintigtal Javanen. Nols liep daarop af en, dichtbij

gekomen werd hij plotseling door een van hen gegrepen en met een kris ernstig verwond. Omdat de

korporaal zich op dat moment tussen de Javanen en zijn eigen geweergroep bevond, konden zijn collega’s

niets uitrichten. Direct daarop verdwenen de Javanen en werd Nols naar het noodhospitaal te Djember

vervoerd, waar hij de volgende dag aan zijn verwondingen overleed.

MARNS 102 01-08-1947 1 e Inbat, Inco "C"

Tijdens een patrouilleactie nabij de vulkaan Bromo raakte marinier Th.J. Giesen ten gevolge van vijandelijk

vuur ernstig gewond. Tijdens vervoer naar Probolinggo overleed hij op 1 augustus 1947 nabij Ngadas aan

zijn verwondingen.

MARNS 103 03-08-1947 2 e Inbat, Inco "F"

Marinier L. van Rixtel overleed op 3 augustus 1947 te Tegalampel, vier kilometer ten noordoosten van

Bondowoso, aan verwondingen die hij opliep tijdens een vuurgevecht met Indonesische guerrillastrijders.

MARNS 104 05-08-1947 2 e Inbat, Inco "E" / VDMB

Op 5 augustus 1947 reed een bevoorradingspatrouille van twintig mariniers met enkele trucks op de weg

van Djember naar Amboeloe, toen zij plotseling hevig werden beschoten vanuit een hinderlaag. Korporaal der

mariniers J. Bruggink sneuvelde en enkele andere mariniers raakten gewond. De patrouille maakte

rechtsomkeert naar Djember. Onderweg stuitten zij op inderhaast aangebrachte wegversperringen en

werden bovendien met geweervuur bestookt. Bij één van de versperringen moest een vastgelopen truck

noodgedwongen worden achtergelaten. Bij het overstappen naar een andere truck moest een woest

schietende bende van circa 500 Indonesiërs op afstand worden gehouden. Daarbij raakte marinier E.G.

Huijing zwaar gewond en sneuvelde employé speciale diensten Abdullah. De patrouille kon Djember bereiken,

waar Huijing echter als gevolg van zijn verwondingen overleed.

Huijing’s naam is opgenomen op het Indië-monument te Groningen

MARNS 105 05-08-1947 2 e Inbat, Inco "F"

Als gevolg van een ongeval met een jeep op de weg van Bondowoso naar Sitoebondo tijdens een patrouille

op 5 augustus 1947 kwam de marinier W.F.P.M. Simons om het leven.

Ter nagedachtenis is zijn naam aangebracht op het monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg.

MARNS 106 05-08-1947 3 e Inbat, Inco "K"

Tijdens een patrouille van het 2 e peloton op 5 augustus 1947 met twee amfibie-tractoren (amtracks) en twee

geweergroepen van Pamekasan naar Boengboengan op Madoera, werd korporaal der mariniers A.J. Wanders bij

een poging het touw van een trekbom door te knippen, door de scherven van de desondanks exploderende

bom zwaar gewond. Hij overleed als gevolg daarvan enkele ogenblikken later.

MARNS 107 14-08-1947 Stafco / VDMB

Op 14 augustus 1947 sneuvelde de korporaal der mariniers C. de Jager ten gevolge van vijandelijk vuur bij

Pasoeroean.

69


MARNS 108 14-08-1947 1 e Inbat, Inco "B"

In de vroege morgen van 14 augustus 1947 verlieten mariniers de truck die hen tot op twee kilometer van

Goenoengsawoer, ten noordwesten van Pasirian, had gebracht. Zij liepen naar Goenoengsawoer en vandaar

naar het noorden. De opdracht was de kampong Soemberwodjoer te doorzoeken en daarna naar het oosten

af te buigen. De patrouille was nauwelijks op weg of de spits zag een man lopen, gewapend met

handgranaten. De groep kreeg plotseling veel vuur van beide kanten en van voren. Sergeant der mariniers J.

Ottevanger en marinier G.J.Mensink werden daarbij gedood.

MARNS 109 16-08-1947 3 e Inbat, Inco "L"

Ten gevolge van vijandelijk vuur in kampong Wonoasih ten zuidwesten van Modjosari werd marinier H.

Hecker op 16 augustus 1947 gedood.

MARNS 110 19-08-1947 1 e Inbat, Inco "A"

Tijdens een patrouille nabij Tanggoel, negentien kilometer ten westen van Djember, werd de marinier D. de

Haan op 19 augustus 1947 door een sniperschot zwaar gewond. Hij overleed dezelfde dag in het

veldhospitaal te Djember.

MARNS 111 22-08-1947 1 e Inbat, Inco "C"

Tijdens patrouille in kampong Wonoasih, nabij Probolinggo, werd op 22 augustus 1947 de korporaal der

mariniers A.J. van der Moesdijk ten gevolge van vijandelijk geweervuur zwaar gewond. Hij werd direct

overgebracht naar de ziekenboeg van de compagnie in Probolinggo, doch overleed kort na aankomst.

MARNS 112 22-08-1947 2 e Inbat, Inco "F"

Tijdens een patrouille bij Sitoebondo verloor marinier G. Paskamp op 22 augustus 1947 het leven. Ten

gevolge van de kunstmatige verlichting en het heldere maanlicht waren er schaduweffecten ontstaan, zodat

Paskamps eigen post meende een vijandelijke bende te ontdekken, waarop men vuur opende. Daarbij kwam

Paskamp om het leven.

MARNS 113 26-08-1947 3 e Inbat, Inco "L"

Tijdens een patrouille werd marinier H.W. de Wilde op 26 augustus 1947 bij Modjokerto door een vijandelijke

kogel levensgevaarlijk gewond. Dezelfde dag overleed hij in het Marinehospitaal te Soerabaja.

MARNS 114 05-09-1947 1 e Inbat, Stafco

Op 5 september 1947 vertrok omstreeks 08.30 uur een konvooi van Djatiroto naar Djember. Om circa

09.00 uur reed een masterjeep van het verbindingspeloton tussen Tanggoel en Rambipoedji op een mijn,

kantelde en raakte in brand. De mariniers H.Th.M. van de Ven, M.R. Koster en A. Pul werden uit het voertuig

geslingerd en vervolgens door de vijand met slagwapens gedood. Het konvooi werd intussen onder vuur

genomen door vijandelijke mitrailleursschutters die echter konden worden verdreven. Marinier J. Put was

tijdens het gevecht zwaar gewond geraakt en werd afgevoerd naar Soerabaja, waar hij op 10 oktober in het

Marinehospitaal aan zijn verwondingen overleed.

MARNS 115 07-09-1947 2 e Inbat / VDMB

Door een noodlottig misverstand werd tijdens het omsingelen van de kampong Soemberketempak, nabij

Kalisat, op 6 september 1947 de employé speciale diensten en tolk F.M. Tambuwun door eigen vuur ernstig

verwond. Met spoed werd hij overgebracht naar het veldhospitaal te Djember, doch hij overleed de

volgende dag aan zijn verwondingen.

MARNS 116 11-09-1947 2 e Inbat, Stafco

Tijdens een patrouille in de omgeving van Djember liep de commandant van het stootpeloton, luitenant der

mariniers H.A.L. Bila, op 11 september 1947 op een mijn en werd daardoor levensgevaarlijk gewond. Hij

overleed aan zijn verwonding in het “C” hospitaal te Djember en werd begraven in Sitoebondo.

MARNS 117 13-09-1947 3 e Inbat, Inco "K"

Marinier P.C. van Dommelen sneuvelde op 13 september 1947 ten gevolge van vijandelijk vuur in kampong

Glindih in de stelling Bandegan-Koelon.

70


MARNS 118 13-09-1947 1 e Inbat, Inco "B"

Ten gevolge van vijandelijk artillerievuur op de weg Klakah-Djatiroto werd de korporaal der mariniers L.J. Dor

op 13 september 1947 gedood.

MARNS 119 19-09-1947 Brigstafco, VDMB / Mobat, Inco "B"

Doordat Indonesische guerrillastrijders op tien kilometer oostelijk van Djember een handgranaat naar een

marinierskonvooi wierpen, werden de luitenants der mariniers N.A. Mul van de veiligheidsdienst en P.J.L. de

Greeff van het motortransportbataljon op 19 september 1947 ernstig gewond. Zij overleden in het

veldhospitaal te Djember en werden begraven in Sitoebondo.

MARNS 120 19-09-1947 2 e Inbat, Inco "G"

Op vrijdag 19 september 1947 vertrok een gemotoriseerde patrouille van 20 man in twee trucks en een jeep

van de post Amboeloe naar Baloenglor, gelegen tussen Djember en Poeger. Nabij Grenden was een stalen

draad over de weg gespannen die door de chauffeur van de jeep, marinier J.M. Post, te laat werd opgemerkt.

De commandant van de patrouille, luitenant der mariniers H.W.F. Bongers, werd daardoor gedood. De

patrouille werd direct beschoten met automatische wapens, geweren en karabijnen. Voordat marinier Post uit

de jeep kon springen, werd hij door vijandelijke schoten geraakt en was op slag dood.

Post wordt herdacht op het Indië-monument te Groningen.

MARNS 121 22-10-1947 3 e Inbat, Inco "I"

Vanuit Loemadjang werd een patrouille uitgezonden naar de zuidkust van Oost-Java om contact op te

nemen met een patrouillevaartuig van de Koninklijke Marine. Dit contact werd op 22 oktober 1947 om

10.00 uur bij Poeger-koelon tot stand gebracht. Op de terugweg liep de patrouille bij Kentjong, twintig

kilometer ten zuidoosten van Loemadjang, in een vijandelijke hinderlaag van waaruit met automatische

wapens goed gericht vuur werd afgegeven. Al bij het eerste salvo werd marinier M.H. Smit door een kogel

dodelijk getroffen.

MARNS 122 22-10-1947 1 e Inbat, Inco “A”

Tijdens een patrouille van Loemadjang naar Daroengan liepen op 22 oktober 1947 korporaal der mariniers J.

Bijdemast en marinier P.K. Stam in kampong Djarit nabij Pasirian op een mijn en werden op slag gedood.

MARNS 123 30-10-1947 Depot troepen

Tijdens een patrouille in de nabijheid van Bondowoso werd op 30 oktober 1947 de marinier J.J.G.M. Crousen

door een vijandelijke kogel geraakt. Hij overleed ter plaatse.

MARNS 124 02-11-1947 3 e Inbat, Inco "K"

Op 2 november 1947 werd het 3 e peloton van compagnie ‘K’ belast met de beveiliging van de trein van

Djember naar Banjoewangi. Daartoe had korporaal der mariniers J.S.A. Kop Jansen plaatsgenomen op de

locomotief en de overige mariniers van het peloton in de wagons. Twintig minuten na het vertrek naderde

de trein een baanverhoging bij Kalisat. Plotseling klonken er schoten en de mariniers op de trein

beantwoordden onmiddellijk het vuur. Door obstakels op de rails kantelden de locomotief en enkele

wagons. Kop Jansen en het spoorwegpersoneel kwamen daarbij om het leven.

MARNS 125 04-11-1947 3 e Inbat, Inco "L"

Tijdens een patrouille met een peloton rekruten van het Depot troepen sneuvelde marinier G.C. de Groot op

4 november 1947 nabij Tjoerahmalang, een plaats ten zuidoosten van Djember, door vijandelijk vuur.

MARNS 126 08-11-1947 Mobat, Stafco

Op 8 november 1947 vertrok ‘s morgens een konvooi, bestaande uit drie trucks waarin een luitenant en elf

mariniers waren gezeten, van Djember via Mangli naar Amboeloe. Voorbij Mangli reed de voorste truck op

een mijn, waardoor de achterkant van het voertuig in brand vloog. Op datzelfde moment werd het konvooi

onder vuur genomen, ten gevolge waarvan marinier J.H. Notermans sneuvelde. Zijn stoffelijk overschot werd

naar het hospitaal te Djember overgebracht.

71


MARNS 127 13-11-1947 3 e Inbat, Inco "L"

Tijdens een patrouille werd marinier A. Smits op 13 november 1947 nabij Wonoredjo, ten oosten van

Djember, door vijandelijk mitrailleurvuur getroffen, waardoor hij op slag dood was. Zijn stoffelijk

overschot werd de volgende dag in Sitoebondo begraven.

MARNS 128 15-11-1947 1 e Inbat, Cie "I"

Tijdens een patrouille in de omgeving van Semboro, negen kilometer ten zuidoosten van Tanggoel, werd op

14 november 1947 de sergeant der mariniers A. Klarenberg, tijdens het beantwoorden van vijandelijk vuur door

een explosie van een eigen mortiergranaat verwond. Als gevolg daarvan overleed hij de volgende dag. Met

militaire eer werd hij op de Algemene Begraafplaats in Loemadjang begraven.

MARNS 129 21-11-1947 Arbat, Bat "A"

Als gevolg van een bomontploffing nabij Soerabaja op 21 november 1947 werd de marinier IJ.P. van Dijk

gedood.

Op het herdenkingsmonument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg is zijn naam opgenomen.

MARNS 130 25-11-1947 1 e Inbat, Inco "B"

Op zaterdagmorgen 22 november 1947 reed vanuit Soerabaja een patrouille met twee jeeps naar de

onderneming ‘Kamar Tengah’ bij Goetjialit, ten zuidwesten van Klakah in het Krageangebergte, om de

administrateur van de onderneming daarheen te brengen. Boven aangekomen zouden de jeeps op 25

november terugrijden. Een werd bestuurd door marinier H.P. Spee. Als enige passagier zat een Indonesische

chauffeur van de onderneming naast hem. Bij Poesoeng Pakel aangekomen slipte de jeep en stortte in een

ravijn, waarbij Spee om het leven kwam, doch de ondernemingschauffeur slechts licht gewond raakte.

MARNS 131 08-01-1948 VDMB

Employé speciale diensten C.D. Wessels sneuvelde bij het inwinnen van inlichtingen ergens op Oost-Java op 8

januari 1948. Nadere details ontbreken.

MARNS 132 19-01-1948 4 e Inbat, Inco "W"

Bij Josowilangoen ten zuidoosten van Loemadjang raakte een GMC-truck van compagnie ‘W’ op 19 januari

1948 in een hinderlaag van de TNI. Daarbij sneuvelde marinier H.J.H. Bos. Hij werd begraven op de

Algemene Begraafplaats te Loemadjang.

De naam van Bos komt voor op het Indië-monument te Groningen.

MARNS 133 21-02-1948 4 e Inbat, Inco "W"

Tijdens het patrouilleren raakte marinier R. Visbeek op 21 februari 1948 bij het doorwaden van de

snelstromende kali Krai nabij Josowilangoen plotseling onder water. Nadat hij op het droge was gebracht,

bleek hij niet meer te leven.

MARNS 134 24-02-1948 5 e Inbat

Op 24 februari 1948 overleed in het Marinehospitaal te Soerabaja de marinier B.T. Kors aan een

schotverwonding, opgelopen door een vuurwapenongeval tijdens een patrouille met een mitrailleurpeloton

in de omgeving van Soerabaja.

MARNS 135 14-08-1948 5 e Inbat

Ten gevolge van een vuurwapenongeval in een landmachtpost te Wangoenredja op West-Java, waar hij bij

zijn broer op bezoek was, kwam op 14 augustus 1948 de marinier C.A.J. Laurey om het leven.

Zijn naam is aangebracht op het monument “Nederland Oost-Indië” te Tilburg.

MARNS 136 15-10-1948 ATE / Brigstafco

Tijdens een landingsoefening op 15 oktober 1948 op de zuidkust van Madoera viel door onbekende

oorzaak de landingsklep van de LP (Landings Ponton) open. Het vaartuig kapseisde en door de sterke

stroom verdronken de zes opvarenden, onder wie sergeant-telegrafist L.E. de Haas. De sergeant was

bemanningslid van Hr.Ms. Tidore. Omdat de korvet in het Marine Etablissement in onderhoud lag en de

Mariniersbrigade kampte met een tekort aan verbindingspersoneel, was De Haas tijdelijk bij de

stafcompagnie van de brigade gedetacheerd.

72


MARNS 137 12-11-1948 VDMB

Op 12 november 1948 werd de employé speciale diensten Kario vermist. Hij was ergens op Oost-Java een

inlichtingenopdracht aan het uitvoeren.

MARNS 138 28-12-1948 Regiment Huzaren van Boreel

Tijdens een nachtelijke konvooirit van Rembang naar Blora op 28 december 1948 stortte een gepantserde

¾ tonner ten gevolge van een trekbomexplosie in een diepe kali bij Mantingen, dertien kilometer ten

noorden van Blora. Daarbij kwamen vier bij de Mariniersbrigade gedetacheerde huzaren van het 2-2

Mitrailleurpeloton om het leven.

MARNS 139 03-01-1949 5 e Inbat, Stafco

Ten gevolge van vijandelijk vuur werd de marinier C. Bil op 3 januari 1949 zwaar gewond. Hij overleed

dezelfde dag in het 2 e Veldhospitaal te Kertosono.

MARNS 140 05-01-1949 4 e Inbat, Stafco

Op 5 januari 1949 kreeg marinier G. Lammers opdracht met een jeep naar Ngawi ten noordwesten van

Madioen te rijden. Onderweg nam hij echter een verkeerde weg die leidde naar een kali bij Tjepoe, een

twintigtal meters beneden de weg. De brug erover was vernield en lag in de kali. Lammers bemerkte dat te

laat en stortte met de jeep naar beneden, waardoor hij vrijwel op slag dood was.

MARNS 141 06-01-1949 Detachement Marbrig / Oosthaven, Inco "M"

Marinier J.L.M. Bast sneuvelde op 6 januari 1949 als gevolg van vijandelijk vuur tijdens een patrouilleactie

nabij kampong Tandjoengkarang (Teloekboetoeng) op Zuid-Sumatra.

MARNS 142 06-01-1949 5 e Inbat, Stafco (gedetacheerd bij Inco "Y")

Ten gevolge van vijandelijke acties nabij de kampong Balong-Panggang op de weg Tjermee-Mantoep,

ongeveer twintig kilometer ten zuiden van Lamongan, sneuvelde marinier L. de Groot op 6 januari 1949 door

mitrailleurkogels.

MARNS 143 10-01-1949 5 e Inbat, Stafco

Op 10 januari 1949 reed de sergeant-majoor der mariniers U. Cloo met zijn jeep op de weg Bodjonegoro-Rengel

bij Soko op een vliegtuigbom, terwijl de jeep vanuit een hinderlaag hevig werd beschoten. De majoor

verloor daarbij het leven.

Zijn naam is aangebracht op het monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg.

MARNS 144 12-01-1949 4 e Inbat, Inco “U”

Marinier L. Hagting sneuvelde op 12 januari 1949 ten gevolge van vijandelijk vuur op twee kilometer ten

noordwesten van Ngimbang op de weg Babat-Ngimbang.

MARNS 145 14-01-1949 5 e Inbat, Inco "X"

Bij het leggen van een sluitversperring om kampong Gempoltoeklojo, ten westen van Tjermee, werd

marinier G.H. Piepenbrock van de 3 e mitrailleursectie op 14 januari 1949 door een kogel van een sluipschutter

getroffen. Hij was op slag dood.

MARNS 146 15-01-1949 4 e Inbat, Inco "U" / VDMB

Op 15 januari 1949 reed een colonne van compagnie ‘U’ vanuit Babat via Ploembang in de richting van

Bodjonegoro ten einde deze stad te bezetten. Ter hoogte van Rengel liep een truck op een vliegtuigbom en

een mijn. Ten gevolge van de zware explosies waren vijf doden en een zwaargewonde te betreuren. De

laatste, employé speciale diensten J. Soeitoe, overleed als gevolg van zijn verwondingen in het veldhospitaal te

Babat.

MARNS 147 17/18-01-1949 5 e Inbat, Stafco

Bij het voorttrekken van een munitiewagentje op de weg Mantoep-Tjikoeng ten oosten van Ngimbang reed

het wagentje op 17 januari 1949 op een mijn. Door de hevige explosie was marinier J. Beima op slag dood,

terwijl marinier W.Th. de Boer de volgende dag in het Marinehospitaal te Soerabaja aan zijn verwondingen

overleed.

73


MARNS 148 24-01-1949 4 e Inbat, Inco "V" / Brigstafco

Op 24 januari 1949 vertrok een geweergroep in een truck uit Ngimbang om de weg naar Tjarangbang, een

plaats nabij het meer Wadoek Pridjetan, te zuiveren en vervolgens door te rijden naar Babat om aldaar

goederen op te halen. Onderweg reed de truck op een mijn die explodeerde. Ten gevolge daarvan verloor

marinier T.C. Rozeboom van het 4 e Inbat het leven en raakte marinier M.J. Roksnoer van de Brigstafco zwaar

gewond. Na dit drama ontving de groep vijandelijk vuur uit alle richtingen, maar men kon ten slotte de

vijanden verjagen. Roksnoer overleed dezelfde dag in Babat aan zijn verwondingen.

Op de plaquette in Breda wordt Roksnoer herdacht, terwijl de naam van Rozeboom op het Indië-monument te

Groningen is opgenomen.

MARNS 149 28-01-1949 4 e Inbat / Inco ‘’W’’

Bij het uitzetten van booby-traps (“op scherp staande” handgranaten) op 28 januari 1949 te Patjitan

ontplofte door onbekende oorzaak een van de traps, waardoor korporaal der mariniers H.F. Duijndam en

marinier J.H. Houwen door de hevige scherfwerking werden gedood.

MARNS 150 06-02-1949 VDMB / Brigstafco

In de ochtend van 6 februari 1949 fietste sergeant der mariniers M. Schnitzler in gezelschap van een marinier en

drie burgertolken van de veiligheidsdienst op de weg Karangbinagoeng-Sidajoe. Op een geven moment

stootten zij op een vijandelijke hinderlaag. Tijdens het vuurgevecht dat ontstond werden sergeant Schnitzler en

employé speciale diensten H. Runtupalit door kogels getroffen. Ongeveer een uur later - een inmiddels

gearriveerde patrouille had het vijandelijke vuur tot zwijgen gebracht - overleden zij aan hun verwondingen.

MARNS 151 14-02-1949 4 e Inbat / Inco ‘’W’’

Een patrouille bevond zich op 14 februari 1949 in de nabijheid van Patjitan, toen deze plotseling van alle

kanten werd beschoten door TNI-eenheden. Daarbij werd marinier B. van Steveninck dodelijk getroffen.

MARNS 152 18-02-1949 5e Inbat / VDMB

Tijdens een ontvluchtingspoging van Indonesische arrestanten uit een politiebarak in Tjermee op 18

februari 1949 werd employé speciale diensten Achmad bin Salim Badjerie door een afdwalende kogel van het

bewakingspersoneel gedood.

MARNS 153 25-02-1949 4 e Inbat, Inco "W" / Stafco

Bij een patrouilleactie ten noorden van de kali Solo, in de omgeving van Ngawi, werd op 25 februari 1949

een groep van ongeveer vijftien mannen langs de kali ontdekt. De groep werd door de mariniers onder vuur

genomen, waarop zij de benen nam. Toen de mariniers zich naar een verbindingsjeep van de stafcompagnie

begaven, werden zij plotseling van de overzijde van de kali beschoten. Marinier G.F. Sipman raakte daarbij

ernstig gewond. Hij werd onmiddellijk naar het burgerziekenhuis van Ngawi vervoerd, waar hij werd

geopereerd. Het mocht niet baten. Hij overleed dezelfde dag aan zijn verwonding.

MARNS 154 26-02-1949 4 e Inbat, Inco "W" / Moco

Op 26 februari 1949 werd, als gewoonlijk ’s morgens, rijdend met een truck de weg vanaf de post Banjoe-

Oerip naar het dorp Kanten “gesweept” (van mijnen en andere explosieven ontdoen) door een patrouille

bestaande uit sergeant der mariniers Hartsuiker, korporaal der mariniers Van Delft en de mariniers Dijkstra,

Van Stoffelen, Van Keulen en Bosma. Als beveiliging gingen de mariniers Bens en Van Duin, twee mitrailleurschutters

van het stootpeloton, mee. De heenweg verliep zonder problemen. Op de terugweg echter, op

ongeveer vijf kilometer van de post Banjoe-Oerip, ontploften er voor en achter de truck enige granaten of

bommen die langs de wegkant waren aangebracht. Door deze ontploffingen kwam de truck onmiddellijk tot

stilstand. Voordat de inzittenden er af konden springen en dekking konden zoeken, opende de in een

hinderlaag gelegen vijand het vuur. Dit gebeurde om ongeveer 9.20 uur. M.R. Bens, G.F.J. Bosma, D.C. van

Delft en W. van Duin werden door de explosies en vijandelijke vuur gedood. Omdat er geen hulp kwam

opdagen, begaf de lichtgewonde marinier Van Keulen zich vervolgens op eigen initiatief naar de post

Banjoe-Oerip om deze te waarschuwen. Na ongeveer een half uur bereikte Van Keulen de ruïnes van de

BPM-woningen nabij de post Banjoe-Oerip. Hierop werd vanaf de post onmiddellijk een patrouille ter

assistentie uitgezonden. Op de plaats van de overval aangekomen, werd de vijandelijke bende verdreven en

verleende de ziekenverpleger eerste hulp aan de gewonden. De gesneuvelden en gewonden werden

vervolgens overgebracht naar Padangan.

74


MARNS 155 27-02-1949 Matco, Depot troepen

Op 27 februari 1949 vertrok ’s morgens vroeg het dagelijkse konvooi van Toeban naar Babat. Het konvooi

werd voorafgegaan door een tank van het stootpeloton ten einde eventuele mijnen en bommen

onschadelijk te maken. Onderweg werd plotseling ongeveer vier meter voor de tank een trekbom met

behulp van een lang touw tot ontploffing gebracht. Als gevolg daarvan werden de korporaals der mariniers K.

Eksteen en P.C. de Wit op slag gedood en een marinier levensgevaarlijk gewond. Zij werden met een intussen

uit Toeban opgehaalde ambulance naar het veldhospitaal in Babat overgebracht. De stoffelijke overschotten

van de korporaals werden op 28 februari te Soerabaja begraven.

MARNS 156 27-02-1949 5 e Inbat, Inco "Y"

Op 27 februari 1949 trachtte een patrouille met een prauw de snelstromende kali Bengawan-Solo bij

Sembajat over te steken. Doordat de prauw omsloeg, raakten de mariniers te water. Marinier C. Herreijgers

werd niet meer gezien, terwijl de andere mariniers zwemmend de wal konden bereiken. Na geruime tijd

zonder resultaat de kali te hebben afgezocht, werd aangenomen, dat Herreijgers naar zee afgedreven was. Een

Javaanse vrouw had immers een “orang belanda” zien drijven.

MARNS 157 03-03-1949 5 e Inbat, Stafco

Als commandant van een mortierpeloton vertrok de sergeant-majoor der mariniers H.J. Sanders om 03.00 uur uit

Ngimbang ten einde de weg naar Ploso te controleren. Onderweg ontplofte om 04.30 uur op ongeveer twee

meter rechts van de jeep waarin de majoor zat een trekbom, welke in de rechterweghelft nabij kampong

Broemboeng was aangebracht. Majoor Sanders werd door de explosie op slag gedood.

MARNS 158 15-03-1949 VDMB

Tijdens een onderzoekingspatrouille van de veiligheidsdienst tussen Ploso en Modjokerto op 15 maart 1949

sneuvelde als gevolg van vijandelijk mitrailleurvuur employé speciale diensten F.W. Reijgers.

MARNS 159 20-03-1949 Arbat

Op 20 maart 1949 was marinier C. van Duuren volgens ooggetuigen aan het spelevaren met een prauw in de

kali Soerabaja ter hoogte van de Wonokromobrug. Hij keerde daarvan niet terug. Later vond men

stroomopwaarts een aangespoeld ontzield lichaam. Het werd geïdentificeerd als het stoffelijk overschot van

Van Duuren. Er werden geen sporen van geweld gevonden, zodat men aannam dat hij was verdronken.

MARNS 160 02-04-1949 4 e Inbat, Inco "U"

Op 2 april 1949 vertrok uit Dander een jeep met een luitenant en drie mariniers. Zij waren op weg naar

Bodjonegoro. Men had nog maar tien minuten gereden, toen het voertuig werd beschoten door een bende

van ongeveer 35 man, welke aan weerskanten van de weg over een afstand van anderhalve kilometer in

hinderlaag lag. Gedurende de gehele afstand werd op de jeep van links en rechts gevuurd met geweren en

automatische wapens, wat door de mariniers werd beantwoord. Marinier P.J.B. Garthoff werd door twee

schoten getroffen en na aankomst te Bodjonegoro overleed hij in de ziekenboeg.

MARNS 161 09-04-1949 4 e Inbat, Stafco

Ten gevolge van een exploderende trekbom op de weg Merakoerak-Montongsekar in het Kalksteengebergte

werd marinier W.G. Govers op 7 april 1949 zwaar gewond. Via Babat werd hij naar Soerabaja vervoerd, doch

overleed twee dagen later aan zijn verwondingen in het Marinehospitaal.

MARNS 162 11-04-1949 2 e Inbat, Inco "V"

Tijdens een patrouille van het 2 e infanteriepeloton, dat de opdracht had de weg tussen Babat en

Soemberredjo te "sweepen", kwam op 11 april 1949 te 21.00 uur de geweerschutter marinier G.W.H. Arts

door een vijandelijke beschieting om het leven.

MARNS 163 13-04-1949 5 e Inbat, Stafco

De korporaals der mariniers Th. E. van Ommen en B. van der Pol werden op 13 april 1949 belast met het

opruimen van een bom die op de spoorbaan Modjokerto-Djombang nabij kampong Balongwono was

gesignaleerd. Bij het zoeken naar de bom, die op verdekte wijze op de baan was aangebracht, liep een van

de korporaals tegen het trekkoord. Door de explosie van de bom waren beide korporaals op slag dood.

75


MARNS 164 20-04-1949 4 e Inbat, Inco "U"

Op 20 april 1949 werd bij de brugpost Kali Klero op de weg Toeban-Babat een mitrailleurpeloton van

compagnie “U” overrompeld door twaalf zich als wegwerkers voordoende guerrillastrijders. Marinier A.A.

Buijs werd door hen gedood. Anderen werden lichtgewond. Zij konden enkele tegenstanders uitschakelen

en de rest verjagen.

Op het “Oost-Indië Monument” in Terneuzen wordt marinier Buijs herdacht.

MARNS 165 08-05-1949 4 e Inbat, Inco "V"

Tijdens een meerdaagse gevechtspatrouille van Montongsekar naar Djatirogo werd in Djodjogan een

verdacht huis omsingeld. Luitenant der mariniers G.H.W. Wouters en marinier H.F. van der Horst drongen het

huis aan de oostzijde binnen, terwijl een sergeant het huis aan de zuidzijde doorzocht. Na het horen van een

vuurstoot uit een automatisch wapen drong de sergeant het huis verder in. Hij zag de luitenant in een kamer

liggen, terwijl enkele meters verder marinier Van der Horst lag. Luitenant Wouters kwam nog even bij kennis,

doch overleed enkele ogenblikken daarna. De marinier moet vrijwel op slag zijn gedood. Per draagbaar

werden de gesneuvelden naar de basis Montongsekar gebracht.

Op een plaquette in Nijmegen wordt Van der Horst herdacht.

MARNS 166 17-06-1949 Amphibat, Inco "S"

Naar aanleiding van een bericht van de veiligheidsdienst vertrok op 17 juni 1949 een patrouille van de post

Soegio naar kampong Wonosari Koelon. Toen de patrouille zich ’s avonds in de nabijheid van de kampong

op een T-kruising bevond, weifelde men welke richting de juiste was. Behalve marinier A.J. Leijnse die

rechtdoor bleef lopen, liep de groep de zijweg in, maar men bemerkte al spoedig de verkeerde richting te

zijn ingeslagen en keerde op zijn schreden terug. Op de kruising aangekomen, kwam Leijnse juist teruglopen.

Omdat hij eerder niet gemist was, verkeerde een lid van de patrouille in de veronderstelling met een vijand

van doen te hebben. Hij opende het vuur, waardoor Leijnse ernstig werd verwond. Toen men Leijnse

genaderd was, lag hij op de grond en overleed kort daarna.

MARNS 167 26-07 en 04-09-1949 Amphibat, Inco "S"

Een patrouille ter sterkte van elf man onder commando van luitenant der mariniers L.M. Teeken vertrok op 23

juli 1949 van de post Rengel om naar kampong Pramton Wetan te gaan. Daar zou de groep om 12.15 uur

door een truck worden opgehaald. Toen het voertuig op de afgesproken tijd arriveerde, was de patrouille

niet aanwezig. Op 26 juli werden in de kali Solo bij de grote brug van Babat de aangespoelde lijken

gevonden van luitenant Teeken, korporaals der mariniers H. Bosma en H. Roepers, alsmede van marinier C.R. van

Straten. Vermist werden korporaal der mariniers F.J. Cordes en zes andere mariniers. Zij bleken door de TNI

krijgsgevangen te zijn gemaakt. Van hen overleed korporaal Cordes op 4 september in een republikeins

ziekenhuis te Djatirogo. Hij werd dezelfde dag met militaire eer van de TNI te Djatirogo begraven. De zes

anderen werden later na moeizame onderhandelingen vrijgelaten.

Luitenant Teeken wordt herdacht op het Indië-monument in Park Eekhout te Zwolle.

MARNS 168 31-07-1949 Amphibat, Inco "S"

Op 30 juli 1949 vertrok ten 13.30 uur een truck van de post Rengel ten noordoosten van Bodjonegoro naar

de nevenpost Ploempang om daar goederen op te halen. Onderweg werd geconstateerd dat de vijand een

poging deed om op de weg een trekbom tot ontploffing te brengen. Nadat de truck tot stilstand was

gebracht, werd deze door automatische wapens vanuit alle richtingen beschoten. Korporaal der mariniers F.

Westerhuis werd al bij het eerste salvo dodelijk getroffen, terwijl drie mariniers gewond raakten. Kort daarop

arriveerde een patrouille uit Ploempang die de vijand met mortiervuur verjoeg. De gewonden en het

stoffelijk overschot van Westerhuis werden per ambulance naar Babat overgebracht. Op 1 augustus werd de

korporaal in Soerabaja ter aarde besteld.

MARNS 169 07-08-1949 Amphibat, Inco "S"

Op donderdag 3 augustus 1949 gingen twee GMC-trucks van de post Montongsekar van Toeban naar

Ploempang om de foeragetruck van Toeban, die in Babat had geladen maar met motorpech stond, op te

halen. Tussen Toeban en post Kali Klero ontvingen de trucks vanaf de linkerzijde van de weg hevig

automatisch vuur. Reeds bij de eerste vijandelijke salvo’s werd marinier T. Kruiswijk levensgevaarlijk gewond.

Het vijandelijk vuur werd rijdend beantwoord teneinde zo snel mogelijk in Kali Klero te komen. Daar

aangekomen werd de post Toeban gewaarschuwd, die onmiddellijk een ambulance stuurde. Kruiswijk werd

76


vervolgens naar het veldhospitaal in Babat vervoerd. In de nacht van 4 op 5 augustus werd hij naar

Soerabaja overgebracht. In het Marinehospitaal overleed hij op 7 augustus om 15.10 uur.

Op het herdenkingsmonument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg is zijn naam vermeld.

MARNS 170 ..-12-1949 VD Mariniers-Oosten

In december 1949, nog vóór de soevereiniteitsoverdracht, werden de employés speciale diensten R.M. Notosubroto

alis Rijadi en Rompas in de omgeving van Modjokerto door Indonesiërs om het leven gebracht. In dezelfde

maand werd employé speciale diensten J. da Costa op de Wonokromobrug te Soerabaja door onbekenden

vermoord.

MARNS 171 13-04-1950 Mariniers Oosten

In de nacht van 12 op 13 april 1950 ontstond er voor de bioscoop Metropole op Pasar Besar in Soerabaja

een hooglopende ruzie tussen marinier L. Treffers, die geëmbarkeerd was aan boord van het ss Zuiderkruis

dat in Tandjong Perak lag afgemeerd, en enige Indonesiërs. Militairen van de TNI die daarvan getuige

waren, maakten gebruik van hun wapens, waardoor Treffers en een bemanningslid van het ss Zuiderkruis

werden gedood.

MARNS 172 03-01-1951 CAMNG

Op 3 januari 1951 zou een groep van 33 mariniers een meerdaagse patrouille uitvoeren om het terrein ten

zuiden van het Sentanimeer te verkennen. De landmacht had een motorboot op het meer, doch die bleek

defect te zijn. De overtocht werd toen gemaakt op een vlot dat door Papoea’s in elkaar was gezet. Bij het

ronden van een kaap, halverwege het meer, werd het vlot door de wind en de golfslag gegrepen en sloeg

om. Sergeant J. Jongsma en de mariniers P.H. Hermans, H.van der Loo en T.M. van der Sijde verdronken.

MARNS 173 05-02-1961 CMARNSNNG / 42 Inco

In een bivak nabij kampong Erega bij het Jamoermeer kwam op 5 februari 1961 marinier F.J. Vogt om het

leven. Rondom het bivak werden ‘s avonds booby-traps gelegd die de daaropvolgende morgen weer werden

opgeruimd. Toen Vogt dat ‘s morgens deed, ontplofte een handgranaat en werd hij levensgevaarlijk gewond.

Hij overleed later op de dag aan zijn verwondingen. Het stoffelijk overschot werd dezelfde dag met militaire

eer ter aarde besteld bij kampong Gariau aan het Jamoermeer.

MARNS 174 16-09-1961 CMARNSNNG / 42 Inco, Verpel 2

Tijdens een patrouille van het 2 e verkenningspeloton in de omgeving van Manokwari kwam op 16

september 1961 de marinier G.C.L.M. Duin om het leven. Hij raakte in een kali te water en werd door de

sterke stroom meegesleurd. Toen hij door zijn collega’s tenslotte uit het water was gehaald, bleek hij te zijn

verdronken. Het stoffelijk overschot werd de volgende dag met militaire eer ter aarde besteld op het

kerkhof Pasir Putih te Manokwari en later herbegraven op Kembang Kuning te Soerabaja.

MARNS 175 23-07-1962 CMARNSNNG / 42 Inco

Nadat er op 21 juli 1962 een melding was binnengekomen dat zich in de omgeving van kampong Kalapa

Lima, op twee kilometer ten oosten van Merauke, ongeveer dertig Indonesische para’s bevonden, werd

vanuit Merauke een patrouille uitgezonden. Op 23 juli om 06.45 ontstond een kort vuurgevecht met enkele

Indonesiërs die zich daarop terugtrokken. Tijdens het volgen van sporen werd plotseling van korte afstand

vijandelijk vuur geopend. Marinier E.H. Piena werd daardoor ernstig gewond. Tijdens de rit met een truck

naar Merauke overleed hij aan zijn verwondingen. Hij werd enkele uren later met militaire eer begraven.

Zijn stoffelijk overschot werd op 7 oktober 1962 naar Nederland overgebracht.

MARNS 175 14-08-1962 CMARNSNNG / 43 Inco, Verpel 4

Vanuit de kampong Wey, op Misool (Radja Ampat eilanden / Nieuw-Guinea), doorzocht op 14 augustus

1962 een verkenningspeloton een verlaten Indonesische bivak. De patrouille stuitte plotseling op een groep

van vijftien goed ingegraven en bewapende infiltranten. De mariniers kwamen onder hevig vuur te liggen

van automatische wapens, maar konden de Indonesiërs verdrijven. Bij dit gevecht raakte marinier P.M.C.G.

Mannie zwaar gewond. Hij overleed korte tijd later. Het stoffelijk overschot werd met het

opnemingsvaartuig Hr.Ms. Luijmes van Misool overgebracht naar Sorong en aldaar met militaire eer ter

aarde besteld. Op 7 oktober 1962 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar zijn woonplaats in

Nederland en aldaar herbegraven.

77


Ter nagedachtenis is zijn naam aangebracht op het monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg. In 2002 is hij

overgebracht naar het Ereveld Loenen, graf nr. 390.

78


H. Overig personeel (W)

(Uitgezonderd van het Korps Mariniers en de MLD.)

W 1 10-05-1940 Pontonniers, Dordrecht

Stokers E.L. van Voren en P.J. van Deursen maakten deel uit van het marinedetachement van het Vrijwillig

Landstormkorps Vaartuigendienst te Rotterdam. Van daaruit werden zij gedetacheerd bij de 2 e Depot

Compagnie Pontonniers te Dordrecht. Van Voren sneuvelde in de vroege morgen van 10 mei 1940 tijdens

de strijd tegen Duitse parachutisten in de Bosboom Toussaintstraat te Dordrecht. Hij werd begraven op het

Ereveld van de plaatselijke Algemene Begraafplaats. Van Deursen werd op 13 mei 1940 zwaar gewond in het

Bos van Roo bij een poging Duitse parachutisten uit dat bos te verdrijven. Hij werd door een pontonnier in

een gevorderde personenauto naar het Diaconessenhuis te Dordrecht gebracht, waar hij de volgende dag

aan zijn verwondingen overleed. Hij werd op 15 mei begraven in Dordrecht en op 22 mei herbegraven op

het Vredehof te Amsterdam.

W 2 14-05-1940 Den Helder

Op 14 mei 1940 verschenen om 20.15 uur Duitse vliegtuigen boven Den Helder. Zij wierpen in totaal een

dertigtal bommen en voerden ook mitrailleuraanvallen uit. Het voornaamste doelwit was Willemsoord, het

Commandement in Oostbatterij en de Rijkswerf met omgeving. In totaal werden 28 personen gedood,

onder wie een officier en vijf schepelingen van de Koninklijke Marine, terwijl twintig mensen gewond

werden.

W 3 17-05-1940 Terneuzen

In de namiddag van 10 mei 1940 arriveerden Franse troepen in Terneuzen om mee te helpen de Duitse

aanval te keren. Zij namen het commando over van de Nederlandse strijdkrachten ter plaatse. Op 17 mei

werd de staat van beleg voor Terneuzen afgekondigd. Tijdens een onderhoud in de Douanewacht aan de

Westsluis schoot een buiten zinnen geraakte Franse legerofficier met een automatisch vuurwapen een

kapitein van het Nederlandse Leger, twee Belgische soldaten, alsmede de Nederlandse loods J.W. Buis en

diens echtgenote dood. Buis en zijn vrouw zijn op 27 maart 1984 vanuit Terneuzen herbegraven in Loenen.

W 4 17-05 / 05-06-1940 Middelburg / Roosendaal

Toen Middelburg op 17 mei 1940 kort na het middaguur door Duitse vliegtuigen met brisantbommen werd

bestookt, werd daardoor de "hersteld actieve" opperkonstabel J. Missaar, commandant van de

Marinekustwacht, zwaar gewond. Hij overleed als gevolg daarvan op 5 juni 1940 en werd begraven te

Roosendaal. Tijdens datzelfde bombardement kwam schrijversmaat W. Zonneveld, geplaatst op het stafkwartier

van de commandant Zeeland aan de Koepoortstraat, om het leven.

W 5 21-05-1940 Garsel

Tijdens een krijgsgevangenentransport naar Duitsland vond op 21 mei 1940 een ongeval plaats met een

militaire vrachtauto van dat transport onder de gemeente Garsel in Noord-Brabant. Daarbij kwam de

tijdens de meidagen bij het marine-detachement van het Vrijwillig Landstormkorps Vaartuigendienst te

Rotterdam geplaatste matroos C. Terpstra om het leven. Terpstra werd begraven op de Noorderbegraafplaats te

Leeuwarden.

W 6 27-06-1940 Den Helder

Op 27 juni 1940 werd door een geallieerd vliegtuig een aantal brisantbommen afgeworpen in de polder Het

Koegras en op het vliegkamp De Kooi. Zes personen kwamen hierbij om het leven, onder wie de korporaalkok

M. van Vuuren. De korporaal werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Huisduinen.

W 7

Personeel in dienst van de Koninklijke Marine dat als gevolg van (dienst)ongevallen om het leven is

gekomen.

W 8

Personeelsleden van de Koninklijke Marine die overleden na hun bevrijding 61 uit Japanse

krijgsgevangenschap. Zij hebben de Japanse capitulatie mogen beleven, maar misten de kracht om het te

79


overleven. De repatriëring van de voormalige Nederlandse krijgsgevangenen verliep overigens zeer traag, in

tegenstelling tot die van de andere geallieerde ex-krijgsgevangenen.

W 9

Personeel overleden als gevolg van ziekte tijdens de vervulling van hun dienst bij de Koninklijke Marine

buiten Nederland.

W 10

Personeelsleden in dienst van de Koninklijke Marine die overleden nadat zij voor herstel van ziekte of

verwonding vanuit Nederlands-Indië naar Nederland werden teruggezonden.

W 11

Personeelsleden in dienst van de Koninklijke Marine die tijdens Japanse gevangenschap 62 in het voormalig

Nederlands-Indië om het leven zijn gekomen.

De krijgsgevangenen overleden in Japanse kampen buiten Nederlands-Indië en die van Makassar en Pakanbaroe

worden afzonderlijk in dit deel van de Gedenkrol vermeld.

W 12

Personeelsleden in dienst van de Koninklijke Marine die door ziekte, ontberingen, ongevallen of geallieerde

luchtbombardementen tijdens Duits krijgsgevangenschap zijn overleden.

W 13 08-03-1941 Londen

Op 8 maart 1941 bevond de officier van administratie L.M. Berger zich in Café de Paris op Piccadilly in Londen,

toen een Duitse vliegtuigbom insloeg. De Nederlandse marine-officier werd daardoor op slag gedood. Hij

werd ter aarde besteld op het Nederlandse ereveld Mill Hill te Londen.

W 14 13-03-1941 Waalsdorpervlakte

Stoker Dirk Kouwenhoven was lid van de in 1940 opgerichte groep “De Geuzen”. Hij werd tijdens een

verzetsactie tegen de Duitse bezetters op 2 december 1940 gearresteerd en opgesloten in de

“Cellenbarakken” (Oranjehotel, een nevengebouw van de grote strafgevangenis) aan de Pompstationsweg te

Scheveningen. In het Geuzenproces op 6 maart 1941 werd hij ter dood veroordeeld en op 13 maart 1941

op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Zijn stoffelijk overschot werd op 16 mei 1946 herbegraven aan de

Schouwweg te Wassenaar en in april 1982 overgebracht naar het Ereveld te Loenen.

Hij is één van de “Achtien Doden” uit het bekende gedicht van Jan Campert.

W 15 16-06-1941 Laren

In augustus 1940 sprong luitenant ter zee Lodewijk A.R.J. van Hamel uit een Brits vliegtuig boven de

Nederlandse duinen. Als eerste “organisator-parachutist” legde Van Hamel de grondslagen voor de

berichtendienst naar Engeland. In de nacht van 15 op 16 oktober wachtte hij op het Tjeukermeer in een

vissersboot op het watervliegtuig dat hem naar Engeland zou terugbrengen. Toen dit toestel ten gevolge

van de zware mist niet kon landen, werd hij door de Nederlandse politie aangehouden en overgeleverd aan

de Duitse bezettingsautoriteiten. Als spion werd hij op 8 maart 1941 ter dood veroordeeld en op 16 juni

1941 op de Larense hei geëxecuteerd. Op 8 maart 1948 werd zijn as op de erebegraafplaats te Bloemendaal

bijgezet.

Op 14 november 1960 is de ondiepwatermijnenveger Hr.Ms. Van Hamel in dienst gesteld en dragen er in diverse

gemeenten straten zijn naam.

W 16 10-01-1942 Menado

Op 11 januari 1942 bij het verlaten van Menado per auto richting Tomohon werd de gemilitariseerde

havenmeester van Menado, de reserve luitenant ter zee H.J. Gröllers door Japanse invasietroepen vanuit een

hinderlaag doodgeschoten.

W 17 12-01-1942 Tarakan

Tijdens hevige beschietingen door Japanse landingstroepen op het kustwachtstation te Tandjong Batoe ten

zuidoosten van het eiland Tarakan sneuvelde matroos-seiner M.N. van Oeveren op 12 januari 1942.

80


W 18 12-01-1942 Tarakan

Een kleine groep militairen, vijf infanteristen van het KNIL en matroos V.H. van der Horst van de

Koninklijke Marine, was vanaf de oostkust van Tarakan (vermoedelijk het kustwachtstation Tandjong

Batoe) op weg naar Tarakan-stad. Onderweg werden zij op 12 januari 1942 omsingeld door een infanterieeenheid

van de Japanse marine en om het leven gebracht.

W 19 03-02-1942 Ambon

Nadat de Japanners in de nacht van 30 op 31 januari 1942 op het eiland Ambon waren geland, executeerden

zij vele krijgsgevangenen: Australiërs, Nederlanders en Indonesiërs. Op 3 februari weigerden

krijgsgevangenen werkzaamheden te verrichten tot herstel van het vliegveld Laha en zij werden onmiddellijk

doodgeschoten. Onder hen bevonden zich twee Indonesische schepelingen van de Koninklijke Marine, de

bedienden Sumarno en Tam.

W 20 12-02-1942 Tarakan

Als represaille voor de vernielingen aan de olie-installaties werd de gemilitariseerde havenmeester van

Tarakan-stad, de luitenant ter zee titulair P. de Jonge, door de Japanners op 12 februari 1942 ter dood gebracht.

W 21 17-02-1942 Dijon

Sergeant-adelborst L. van Leeuwen die via Frankrijk en Portugal Engeland trachtte te bereiken, werd door de

Duitse politie gearresteerd. Hij werd overgebracht naar Besançon en daar ter dood veroordeeld. Op 17

februari 1942 is hij te Dijon gefusilleerd. Zijn stoffelijk overschot werd na de oorlog met militaire eer

herbegraven in Sassenheim.

W 22 20-02-1942 Balikpapan

Nadat de Japanners in de nacht van 23 op 24 januari 1942 Balikpapan op Borneo waren binnengevallen,

werd op 20 februari als wraak voor de vernielingen aan de olie-installaties een groep van 75 burgers en

krijgsgevangenen, onder wie de seinersmaat A. Hensing, bij Klandassan Ketjil in zee gedreven en vervolgens

doodgeschoten. (zie ook MLD 28)

W 23 28-02-1942 Pamanoekan

Van de matroos-kustwachter B.O. Briet, gestationeerd op de uitkijkpost Kaap Pamanoekan aan de Javazee in

West-Java, werd sinds 28 februari 1942 niets meer vernomen. Hij wordt als vermist beschouwd.

W 24 03-03-1942 Kragan

Een groep overlevenden van de slag in de Javazee werd op 3 maart 1942 door de Japanners aan de wal

gezet bij Kalipang, een strandkampong op vier kilometer ten oosten van Kragan op Noordoost-Java. Op

het strand overleed de aan boord van de kruiser Hr.Ms. De Ruyter ernstig verbrande oppermonteur K.J.

Langendoen.

W 25 06-03/07-06-1942 Sachsenhausen

Als politiek gevangenen werden de luitenant ter zee E.H.M. Minderman en G.M. van Rossem in 1941 door de

Duitse politie gearresteerd, toen zij – elk afzonderlijk - trachtten naar Engeland over te steken. Via de

gevangenis in Scheveningen (Oranjehotel) en het kamp Amersfoort werden zij vervolgens naar het

concentratiekamp Sachsenhausen overgebracht. Daar overleed Van Rossum op 6 maart 1942 aan dysenterie

en bezweek Minderman op 7 juni 1942 als gevolg van uitputting.

W 26 08-03-1942 Vermist in Nederlands-Indië

Op 9 maart 1942 had het Nederlandse koloniale gezag over Nederlands-Indië opgehouden te bestaan. De

aan de wal verblijvende niet-geëvacueerde militairen van de zeemacht moesten tot nader order in hun

kazernes of inrichtingen geconsigneerd blijven. Zo zou hun krijgsgevangenschap beginnen. Er heerste grote

onzekerheid. Inheemse schepelingen hadden in vele gevallen reeds gedurende voorgaande weken en dagen

de gelegenheid aangegrepen om hun uniform voor een sarong en kemedja te verwisselen en naar hun

kampongs of woonsteden uit te wijken of deden dat alsnog. Tevens zijn leden van de Indo-Europese militie

en landstormmatrozen ondergedoken en daardoor jarenlang of geheel buiten de handen van de Japanners

gebleven. Eind 1945 was van 116 personeelsleden van de Koninklijke Marine het lot onbekend. Mogelijk is

er een aantal van hen vermoord, gedeserteerd of overgelopen naar de Indonesische Republiek. Zij werden

81


ij beschikking van de Minister van Marine dd 03-11-1947 no: 81320 met ingang van 08-03-1942 uit de

sterkte afgevoerd als ”vermist”.

W 27 15-03-1942/07-05-1942 Koepang

Op 15 maart werden de te Koepang op Timor geplaatste korporaal-telegrafist A.S. Honsbeek en seinersmaat J.

Booij zonder aanwijsbare reden (vermoedelijk als represaille omdat zij het kortegolf-peilstation en de

seinpost onbruikbaar hadden gemaakt) door de Japanners om het leven gebracht. Wellicht om dezelfde

reden werd vervolgens op 1 april de matroos-telegrafist W.F.B. Verstift ter dood gebracht. Als represaille voor

het tot zinken brengen van het ms Tobelo van de KPM in de haven van Koepang werd de gezagvoerder, de

reserve luitenant ter zee Ch.J.Walraven, en drie van zijn officieren op 7 mei 1942 door de Japanners publiekelijk

geëxecuteerd.

W 28 19-03-1942 Colombo

Ziekenverpleger J. van Es, geplaatst aan boord van het onderzeebootmoederschip Hr.Ms. Colombia dat in

Colombo lag afgemeerd. Door onbekende oorzaak is hij op 19 maart 1942 in de haven verdronken. Hij

werd begraven op het Kanatte General Cemetery te Colombo.

W 29 31-03-1942 Long Berang

Een groep militairen en burgers was op 12 januari 1942 vanaf Djoeata op Tarakan naar de vaste wal van

Oost-Borneo overgestoken ten einde aan de Japanners te ontkomen. Aanvankelijk was men van plan Long

Nawang in Oost- Borneo te bereiken. Deze plaats was in vredestijd al een vrij belangrijke KNIL-post die

altijd ruim bevoorraad moest zijn, omdat men daar weken reizen van de bewoonde wereld af zat. Onderweg

werden echter twee leden van de groep door Dajaks (inwoners van Borneo) vermoord, terwijl op 31 maart

1942 één van de militairen stierf, de matroos J.J.A. Vriends, die vermoedelijk de ziekte van Weil had

opgelopen. Het onmogelijke van hun tocht inziend besloot de groep terug te keren. Zij werden op 24 april

1942 in Malinau door de Japanners gevangengenomen en vervolgens naar Tarakan overgebracht.

W 30 03-04-1942 Nijmegen

Sergeant-machinist F.G. Furer nam deel aan het verzet. Hij was onder meer actief bij het organiseren van

transporten van Engelandvaarders. Toen hij zelf naar Engeland wilde uitwijken, werd hij door een

Nederlandse SD-agent in handen van de Duitsers gespeeld en op 19 januari 1942 in Nijmegen gearresteerd.

Na tien dagen in de SD-gevangenis in Arnhem gevangen te hebben gezeten, werd hij vrijgelaten. Hij was

waarschijnlijk door injecties vergiftigd en daardoor was zijn gezondheid zwaar aangetast. Furer overleed als

gevolg daarvan op 3 april 1942 in het Wilhelminaziekenhuis te Nijmegen.

W 31 22-04-1942 Bandoeng

Op 22 april 1942 werd in Bandoeng de militie-matroos H. Karssen samen met vier KNIL-militairen publiekelijk

door middel van bajonetsteken terechtgesteld. Hij was met twee anderen buiten het kamp waar hij moest

verblijven gevangengenomen. Daarbij vonden de Japanners op Karssen een revolver.

Op 12 april 1954 werd het opleidingsschip zeemanschap Y 807 met zijn naam herdoopt.

W 32 11-05-1942 Sachsenhausen (zie ook W 33 en 34, alsmede MLD 44)

Tijdens de bezetting studeerde sergeant-adelborst J.C. Meijer in Delft. Daarnaast verzorgde hij inlichtingen voor

de OD. Na verraden te zijn door de bekende landverrader Anton van der Waals, werd hij op 19 september

1941 op het Hofplein te Rotterdam door de Sicherheitspolizei gearresteerd en overgebracht naar het

Oranjehotel te Scheveningen. Na een “spionnage-proces” te Maastricht werd hij ter dood veroordeeld,

vervolgens gedeporteerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen te Oranienburg en aldaar op 11 mei

1942 met 22 lotgenoten gefusilleerd.

W 33 11-05-1942 Sachsenhausen ( zie ook W 32 en 34, alsmede MLD 44)

Sergeant-adelborst J.J. Zomer behoorde tot de Centrale Inlichtingen Dienst te Londen en werd als geheim agent

van de Military Intelligence, Sectie 6, op 13 juli 1941 met een mede-agent bij Vledder in Drente gedropt. Bij

het uitpeilen van hun zender werden hij en zijn vriend op 29 augustus 1941 in Bilthoven gearresteerd.

Evenals adelborst Meijer werd Zomer via Scheveningen en Maastricht naar Oranienburg overgebracht en

daar op 11 mei 1942 gefusilleerd.

Op 16 oktober 1961 is een ondiepwatermijnenveger naar Zomer vernoemd.

82


W 34 11-05-1942 Sachsenhausen (zie ook W 32 en W 33)

Sergeant-telegrafist A.M. Michels installeerde in bezet Nederland op verschillende plaatsen illegale zenders ten

behoeve van het contact met Engeland. Op 1 september 1941 werd hij in Amsterdam door de

Sicherheitsdienst (SD) gearresteerd en vervolgens ter dood veroordeeld. Hij werd op 11 mei 1942 in het

concentratiekamp Sachsenhausen gefusilleerd.

W 35 25-05-1942 / 26-06-1943 Tarakan

Na beëindiging van de maritieme taken kwam het walpersoneel van de Koninklijke Marine (circa 80 man) in

Tarakan onder commando van de legercommandant. Zij vormden samen met een KNIL-compagnie de

verdediging van het Lingkasfront op Tarakan. Om te voorkomen dat zij door de snel oprukkende Japanse

landingstroepen vanuit het oosten krijgsgevangen zouden worden gemaakt, deden in de vroege morgen van

12 januari 1942 een aantal militairen van het Lingkasfront, onder wie stoker-olieman J. Hommes en matroos P.C.

van Schagen, een poging om naar de vaste wal van Borneo over te steken. Zij werden evenwel door de

Japanners ontdekt en krijgsgevangen gemaakt. Door de Tokeitai (Japanse marinepolitie) te Lingkas werd

Hommes op 25 mei 1942 en Van Schagen op 26 juni 1943 geëxecuteerd.

W 36 31-05-1942 tot 18-08-1945 Makassar

Overlevenden van de slag in de Javazee en het marinepersoneel van twee evacuatieschepen die op weg naar

Australië door de Japanse marine waren onderschept, kwamen begin maart 1942 terecht in het KNILkampement

aan de Strandweg te Makassar, dat als Japans krijgsgevangenenkamp dienst deed. In juni 1944

werden de krijgsgevangenen overgebracht naar het geïmproviseerde Mariso-kamp aan de zuidelijke

strandrand van Makassar, het zogenoemde Bamboekamp. De dagelijkse leiding was in handen van de

sergeant-majoor Yoshida Tomao. De gevangenen stonden bloot aan extreme geweldpleging, ondervoeding,

verwaarlozing en (vooral in 1945) geallieerde bombardementen. Tot de Japanse capitulatie heeft dit aan

bijna 400 krijgsgevangenen, onder wie 40 van de Koninklijke Marine, het leven gekost.

W 37 15-06-1942 Long Pahangai

Tijdens een gevangenentransport van Europese burgers en militairen van Long Isoen naar Long Pahangai

aan de Mahakam-rivier in Oost-Borneo raakte op 15 juni 1942 militie-matroos E. Vorstman in een heftig

meningsverschil met een Japanse tolk. Hij werd vrijwel onmiddellijk gedood door een Japanse soldaat die

daarvan getuige was.

W 38 07-08-1942 Amsterdam

Op 7 augustus 1942 keerde leerling-torpedomaker W.C. Blom niet bij zijn ouders in Amsterdam terug. Sindsdien

is hij spoorloos.

W 39 12-08-1942 Sachsenhausen

Bij een ontvluchtingspoging uit het concentratiekamp Sachsenhausen werd matroos A.N.J. Groenendijk op 12

augustus 1942 door Duitse bewakers doodgeschoten. Groenendijk was tijdens de oorlog beambte en actief in

het verzet.

W 40 15-08-1942 Laren 63

Reserve luitenant ter zee J.F. Goedhart en twee reserve-officieren van de landmacht hadden een plan gemaakt

om naar Engeland over te steken. Dat lekte uit en zij werden door een Nederlander verraden. Op 21 maart

1942 werden de drie mannen in Rotterdam door de Duitsers gearresteerd, waarbij op Goedhart

compromitterende papieren werden gevonden. Zij werden opgesloten en verhoord in het Haagse Veer, het

hoofdbureau van politie, en vervolgens overgebracht naar de Deutsche Abteilung van het Huis van

Bewaring aan de Weteringschans te Amsterdam. Op 15 augustus 1942 werden de mannen op de schietbaan

van Crailo te Laren gefusilleerd.

W 41 26-08-1942 Long Nawang (zie ook MLD 23)

Op de KNIL-post Long Nawang in Oost-Borneo, nabij de grens van Serawak, verbleven in de zomer van

1942 circa negentig Europese vluchtelingen. De groep bestond uit Britse burgers uit Serawak, twee

Amerikaanse zendelingen en een aantal Nederlandse militairen. Hierbij zaten achttien marinemannen die

vanaf Tarakan en enkele buitenposten aan de kust van Borneo hierheen waren uitgeweken plus vier

overlevenden van de verongelukte Dornier vliegboot

83


X 34. Op 20 augustus 1942 werd de post door een Japanse marine-eenheid overvallen. Die vermoordde zes

dagen later alle mannen en een maand daarna de vrouwen en kinderen van de groep.

W 42 14-09-1942 Makassar (zie MLD 50 en W 43)

Bij een ontvluchtingspoging uit het krijgsgevangenenkamp te Makassar, Celebes, werd de luitenant ter zee Th.

de Haan door de Japanse bewakers gepakt en op 14 september 1942, tegelijk met drie andere marinemannen

en een luitenant van het KNIL, geëxecuteerd.

W 43 14-09-1942 NEFIS 64 / Operatie Lion (zie ook MLD 50 en W 42)

Een NEFIS groep, bestaande uit een luitenant van het KNIL, alsmede de matrozen B. Belloni en J.A. Brandon,

vertrok op 24 juni 1942 met de zeilprauw “Samoa” van Darwin, Noord-Australië, met bestemming Wotoe,

in de Golf van Bone (Celebes) teneinde aldaar te trachten inlichtingen te verzamelen. Bij aankomst werden

zij al spoedig door de Indonesiche bevolking aan de Japanners verraden. Zij werden op 14 september 1942

samen met twee andere marinemannen te Makassar geëxecuteerd.

W 44 25-09-1942 Bloemendaal

Door verraad werd op 7 augustus 1942 het lid van de O.D. , luitenant ter zee G. Mante, door de Nederlandse

SD-ers Poos en Slachter in Den Haag opgepakt. Hij werd bij het “Eerste Ordedienstproces” op 18 augustus

1942 te Amsterdam ter dood veroordeeld en op 25 september 1942 in de Bloemendaalse duinen

gefusilleerd. Zijn as werd op 23 april 1954 bijgezet op het Ereveld Loenen (Gld).

W 45 20-10-1942 Leiden

De 3 e werktuigkundige van de Gouvernements Marine, de reserve luitenant ter zee A.A.F. Rügebregt, was in de

meidagen van 1940 met verlof uit Nederlands-Indië in Nederland. Als Duitse represaille tegen de

internering van Duitse onderdanen in Indië werden alle in Nederland met verlof verblijvende officieren van

de Gouvernements Marine in het concentratiekamp Buchenwald gevangengezet. Tot november 1941

mocht een aantal gijzelaars, onder wie Rügebregt, op medische gronden naar hun verblijfadres in bezet gebied

terugkeren. Ernstig verzwakt en ziek werd hij opgenomen in het Academisch ziekenhuis te Leiden. Hier

verergerde zijn toestand en op 20 oktober 1942 overleed hij.

W 46 11-11-1942 Neuengamme

Kapitein-luitenant ter zee D.J. de Kup was lid van de Landelijke Knokploeg en commandant van de afdeling

Hilversum. Hij werd op 28 september 1941 in Hilversum door de Duitsers op verdenking van

ondergrondse activiteiten gearresteerd en tijdens het eerste OD-proces schuldig bevonden. Hij werd

overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme, waar hij op 11 november 1942 overleed.

In Hilversum is een straat naar overste De Kup vernoemd.

W 47 13-11-1942 tot 09-08-1945 Japan

In totaal hebben circa 36.000 geallieerde krijgsgevangenen in Japan moeten werken. Daaronder bevonden

zich circa achtduizend Nederlanders en Indische Nederlanders. De krijgsgevangenenkampen waren over

heel Japan verspreid. De meeste bevonden zich evenwel op het eiland Kyūshū. Alle kampen op dit eiland

behoorden tot het legeronderdeel dat in de stad Fukuoka zijn hoofdkwartier had en droegen daarom de

naam Fukuoka, gevolgd door een nummer. Zo lag het kamp Fukuoka 14 in Nagasaki en kamp Fukuoka 2

op het eiland Koyagi in de baai van Nagasaki. De mannen van Fukuoka 14 waren aangewezen om te

werken op de Mitsubishiwerf en die van Fukuoka 2 moesten dat doen op de Kawamina-werf. Vanuit

andere kampen moesten de krijgsgevangenen werken in zeer oude en gebrekkige kolenmijnen. De meesten

hebben ’s winters onder bittere kou geleden en kregen weinig te eten. Zij waren in tropenkleding in Japan

gearriveerd en kregen vrijwel geen aanvullende kleding. Ten gevolge daarvan stierven velen aan

longontsteking. 91 marinemannen zijn als gevolg van ontberingen, bedrijfsongevallen, ziekten en geallieerde

luchtaanvallen in Japan overleden.

Te Mizumaki in Japan staat het monument Memorial Cross waarop de namen staan gegraveerd van de in Japan

omgekomen geallieerde krijgsgevangenen.

W 48 17-11-1942 tot 11-08-1945 Burma-Siam spoorweg

De Japanners wilden vanuit Burma een aanval doen op India, maar het zeetransport op het traject Saigon-

Singapore-Rangoon duurde hen te lang. Een oplossing daarvoor was een verbinding van Saigon over land

84


via Bangkok naar Rangoon. In juni 1942 was het project voor de Burma-Siam-spoorweg door het Japanse

Keizerlijk Hoofdkwartier goedgekeurd. De spoorweg, enkel smalspoor, moest een capaciteit krijgen van

3.000 ton per dag. De 414 kilometer lange spoorweg liep 300 kilometer door zo goed als onbewoond

gebied, merendeels tropisch moessonwoud. Veel bruggen, dijken, doorgravingen en emplacementen

moesten aangelegd worden in veelal bergachtig terrein. Men gebruikte meestal hout als materiaal, want de

spoorweg was slechts bedoeld voor oorlogstijd. Het werk werd uitgevoerd door Japanse gemilitariseerde

spoorwegtroepen, 61.000 geallieerde krijgsgevangenen en ongeveer 160.000 Aziatische arbeiders. In Siam

werkte men van zuid naar noord, van Non Pladuk (KM 0) naar Ban Pong (KM 5), waar de aftakking was

van de lijn Bangkok-Singapore, en vervolgens langs de Mae Nam via Kanchanaburi (KM 50) naar het

noorden langs de Kwai. Verder naar Chungkai (KM 57), Tamarkan (KM 66), Kinsayok (KM 172) en

Konquita (KM 263). In Burma werkte men van noord naar zuid, van Thanbyuzayat (KM 414) over de Drie-

Pagodenpas tot Konquita. Daar werden op 17 oktober 1943 de dwangarbeiders en krijgsgevangenen vanuit

het zuiden ontmoet en de spoorlijn officieel door de Japanners geopend. Omdat evenwel de lijn regelmatig

door de geallieerden werd gebombardeerd, hielden de Japanners nog veel krijgsgevangenen achter voor

herstelwerkzaamheden. De overigen werden afgevoerd naar Singapore of Japan. De werkkampen lagen

langs de lijn één tot tien kilometer uit elkaar. Vele werkkampen hadden geen naam. Zij werden dan

uitsluitend met hun kilometerafstand vanaf Non Pladuk (0 km) aangeduid. Op opengehakte stukjes land

stonden een paar tenten, enkele barakken, een keuken en een paar latrines. Dat was een kamp. De kampen

lagen midden in de wildernis en waren niet afgesloten. De arbeid aan de spoorweg moest worden verricht

onder ongunstige klimatologische omstandigheden, terwijl de voeding minimaal was. Daarbij werden de

schaars geklede krijgsgevangenen bij hun arbeid door de Japanners afgebeuld, opgejaagd en mishandeld.

Vele krijgsgevangenen, onder wie ongeveer 3.200 Nederlanders, stierven dan ook door ziekten, ontbering,

mishandeling of geallieerde bombardementen. Van de Koninklijke Marine lieten 253 man het leven 65. Op

ongeveer 5 kilometer afstand vanaf Non Pladuk, in de richting Bangkok, lag het grote zieken- en

herstellingskamp Nakhonpathon.

W 49 18-11-1942 Singapore

De Nederlandse krijgsgevangenen die van Java naar Singapore waren getransporteerd, werden gehuisvest in

het Changi-kamp op het Singapore eiland, waar slechts ruimte was voor circa 5.000 gevangenen. De

overigen, die later kwamen, werden ondergebracht in bamboehutten. De hygiëne in het overvolle complex

liet te wensen over, terwijl het voedsel abominabel was. Er kwam veel malaria en dysenterie voor. Na de

Japanse capitulatie kon een aantal bevrijde krijgsgevangenen als gevolg van hun fysieke gesteldheid niet

geëvacueerd worden. Er overleden alsnog vijf ernstig zieke schepelingen. (zie ook W 8) In september 1944

werden van Java nog eens 750 krijgsgevangenen, onder wie talrijke koopvaardij-officieren die door de

Japanners als krijgsgevangenen werden beschouwd, naar het eilandje Poelau Dammar bij Singapore

overgebracht om er te helpen bij het graven van een droogdok. Tijdens hun krijgsgevangenschap in

Singapore bezweken een officier van de Gouvernements Marine en zeven schepelingen van de Koninklijke

Marine.

W 50 22-11-1942 Formosa (Taiwan)

Tijdens hun Japanse krijgsgevangenschap op het eiland Formosa in de Grote Oceaan kwamen in het kamp

Heito drie militairen van de zeemacht om het leven. Dat waren luitenant ter zee G.L. Schultz, telegrafist S.

Neerings en marinier H.C. de Boer. Telegrafist L.N.E. Baier kon na de Japanse capitulatie als gevolg van zijn

kritieke gezondheidstoestand niet tijdig worden geëvacueerd. Hij stierf 28 augustus 1945 op Formosa.

W 51 24-01-1943 Sachsenhausen

Als koerier van de OD werd sergeant-adelborst A.J.C. van der Nagel op 27 februari 1941 in Den Haag

gearresteerd en overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. Vervolgens werd hij gedeporteerd

naar het concentratiekamp Sachsenhausen, waar hij als gevolg van het werk in een grindafgraving op 24

januari 1943 in het Kranken Revier (ziekenbarak) overleed.

W 52 10-02-1943 Amersfoort

Na het afzetten van twee geheim agenten op het strand bij Katwijk met een vlet vanaf een op de rede

liggende Nederlandse motortorpedoboot, kon het bemanningslid matroos A.G.H. Maassen ten gevolge van

de stroming niet naar de boot terug roeien. Hij ging naar Katwijk om hulp te zoeken. In het vissersdorp

werd Maassen, die zijn marine-uniform droeg, door een Duitse patrouille aangehouden. Hij belandde in een

85


krijgsgevangenenkamp bij Hamburg, maar werd overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. De

Duitsers beschouwden hem als geheim agent en niet als militair. Hij overleed op 10 februari 1943 als gevolg

van ontberingen.

W 53 19-02-1943 Den Helder

Op 19 februari 1943 werd om 14.35 uur door twaalf geallieerde bommenwerpers een luchtaanval op Den

Helder uitgevoerd. Er werden ongeveer 40 brisantbommen afgeworpen, waarvan de helft op de stad en de

andere helft op de Rijkswerf neerkwam. Onder de gedoden en gewonden bevonden zich talrijke personen

die zich op de Rijkswerf bevonden. onder hen bevond zich ook de torpedomakersmaat O.D. Vloetgraven, die

tijdens het bombardement werd gedood.

W 54 02-05-1943 NEFIS / Operatie Tiger V

In de nacht van 2 mei 1943 werd de korporaal-machinist R.M. Soejitno vanaf de onderzeeboot Hr.Ms. K XII in

de Pangpangbaai, aan de kust van Oost-Java in Straat Bali, aan wal gezet om informatie te verzamelen. Hij

zou na verloop van tijd daar weer worden opgepikt, doch was op het afgesproken tijdstip niet aanwezig.

Nadien is er niets meer van hem vernomen.

W 55 03-05-1943 NEFIS / Operatie Tiger IV

Op 3 mei 1943 werd de matroos-telegrafist Oentoeng door de onderzeeboot Hr.Ms. K XII ( zie ook W 54) ’s

nachts in de Pangpangbaai aan land gebracht om informatie te verzamelen. Tegelijkertijd met Soejitno zou hij

worden opgepikt, maar hij was evenmin op de afgesproken plek aanwezig. Van hem is niets meer gehoord.

W 56 04-05-1943 NEFIS / Operatie Tiger III

Op 9 februari 1943 werd de Menadonese militie-sergeant D. Lapod, die als eenling operatie Tiger III vormde,

vanaf de onderzeeboot Hr.Ms. K XII in de Baai van Tapen, tien kilometer ten oosten van de Serangbaai,

aan land gebracht. Hij viel ongeveer twee maanden later in handen van de Japanners en werd op 4 mei 1943

in Soerabaja ter dood gebracht. Hij werd begraven op het ereveld Antjol (graf 126/127) te Batavia.

W 57 24-05-1943 Haaren

Korporaal-machinist J.J.M. van Donk was lid van de OD, Gewest 13/Den Haag, en had contact met de Britse

Geheime Dienst. Hij werd op 24 juli 1942 door de Duitsers gearresteerd en opgesloten in het Oranjehotel

te Scheveningen en later overgebracht naar het Groot-seminarie Haaren 66 in Noord-Brabant. Tijdens het

tweede OD-proces werd hij ter dood veroordeeld en op 24 mei 1943 bij Haaren gefusilleerd.

W 58 10-06-1943 Bondowoso, Oost-Java

In Kisilir, aan de kali Baroe, 50 kilometer zuidwestelijk van Banjoewangi op Oost-Java, was een

landbouwkamp voor geïnterneerde Europeanen. In het kamp was een sabotagegroep actief. Zij werden

door een met de Japanners sympathiserende groep Indo-Europeanen in april 1943 verraden. Door de

Kenpeitai, de Japanse militaire politie, werden 38 man gearresteerd die allen op 10 juni 1943 in Bondowoso

werden geëxecuteerd. Daaronder bevonden zich de stoker-olieman J.B. Kannegieter, alsmede de matrozen H.

Esser en H. de Jonge.

W 59 29-06-1943 Buitenhuizen

Matroos S.H.P. Blokker werd op 29 juni 1943 dodelijk getroffen door rondvliegende scherven als gevolg van

een geallieerde luchtaanval op een Duits watertransport in het Noordzeekanaal in de buurt van de streek

Buitenhuizen.

W 60 08-07-1943 tot 09-08-1945 Rabaul

In 1943 werd een aantal krijgsgevangen inheemse schepelingen vanuit de Molukken door de Japanners

overgebracht naar Rabaul op New Britain, een eiland in de Bismarckzee. Zij moesten daar helpen bij het

herstel van het door de geallieerden gebombardeerde vliegveld Kakodo. Zes van hen kwamen hier door de

ontberingen om het leven.

W 61 20-07-1943 Leusderheide

Luitenant ter zee B.M.C. Braat was lid van de OD. Hij werd op 15 november 1942 gearresteerd en vervolgens

opgesloten in het Grootseminarie Haaren. Op 15 mei 1943 werd hij daaruit weggevoerd en na een

86


inlichtingendienstproces te Utrecht op 20 juli 1943 op de Leusderheide geëxecuteerd. Na de oorlog werd hij

herbegraven op Rusthof te Amersfoort.

W 62 21-07-1943 Japan

Luitenant ter zee P.J. Uni vluchtte uit het krijgsgevangenenkamp Harima bij Kobe (Japan) de bergen in, maar

werd op 12-07-1943 weer gepakt en naar het kamp teruggebracht. Hij werd met de polsen aan elkaar

geboeid opgesloten in een cel die bewaakt werd door een schildwacht. Na een week zagen de

krijgsgevangenen de schildwacht niet meer, waaruit zij concludeerden dat Uni naar elders was overgebracht.

Hij is vermoedelijk op 21-07-1945 door de Japanners om het leven gebracht.

W 63 25-07-1943 NEFIS / Aroe-eilanden

Met een Catalina was bootsman J.A. Blok gedropt op Enoe, een van de Aroe-eilanden. Hij zou aldaar

inlichtingen verzamelen. Hij werd echter door de Japanners gevangengenomen en op 25 juli 1943 door hen

geëxecuteerd.

W 64 15-08-1943 Vlissingen

Bij een geallieerde luchtaanval met 92 B-17 Vliegende Forten op Vlissingen op 15 augustus 1943 kwamen

40 personen om het leven, onder wie de matroos R.A.J. van Dun die als ambtenaar werkzaam was bij de Crisis

Controle Dienst.

W 65 06-09-1943 Stuttgart

Tijdens een geallieerd luchtbombardement op Stuttgart op 6 september 1943 kwam de daar tewerkgestelde

krijgsgevangene stoker B.J. Haas om het leven.

Op 11 september werd Haas met militaire eer in Stuttgart begraven. Op die begrafenis zijn foto's gemaakt die als

propagandamateriaal onder de krijgsgevangenen werden verspreid. De bedoeling hiervan was daarmee te laten merken

dat het Derde Rijk goed voor zijn krijgsgevangenen zorgde.

W 66 23-09-1943 Batavia

Op 23 september 1943 werd kwartiermeester P.G.H.M. Rutges door de Kenpeitai in Batavia geëxecuteerd. Hij

was lid van een verzetsorganisatie in de regio Batavia. Zijn stoffelijk overschot werd begraven op Antjol te

Batavia.

W 67 25-09-1943 NEFIS / Operatie Whiting

Een groep van vijf NEFIS-miltairen, bestaande uit sergeant aspirant-reserve-officier H.M. Staverman, een

Australische onderofficier en twee KNIL-korporaals, vertrok op 21 januari 1943 te voet uit Bena Bena

(Australisch Nieuw-Guinea). Zij passeerden op 15 september de grens tussen het Nederlandse en

Australische gebied, maar vielen al spoedig in Japanse handen. Zij werden op 25 september 1943 in

Hollandia geëxecuteerd.

Naar Staverman is op 21 februari 1962 een ondiepwatermijnenveger vernoemd.

W 68 30-09-1943 Zandkreek

Op 30 september 1943 voerden geallieerde jachtvliegtuigen een groot aantal aanvallen uit op in de

Zandkreek tussen Noord en Zuid-Beveland varende schepen, waaronder het stoombetonningsvaartuig

"Coertzen" dat zich nabij Wolphaartsdijk bevond. Daarbij werden vier employés van het Loodswezen

gedood.

Drie van hen zijn op de Noorderbegraafplaats te Vlissingen ter aarde besteld. De vierde, matroos

J. Melger, is herbegraven op het ereveld te Loenen.

W 69 02-11-1943 Bandjermasin

Als gevolg van subversieve daden, althans in de ogen van de Japanners, werd op

2 november 1943 de luitenant ter zee titulair E. de Jong in de gevangenis van Bandjermasin geëxecuteerd. Vóór

de capitulatie was De Jong als havenmeester van Bandjermasin gemilitariseerd.

W 70 05-11-1943 Arafoera Zee

Op 3 november 1943 ontvluchtten zeven inheemse schepelingen uit het Japanse krijgsgevangenenkamp

Lingat op Selaroe in de Tanimbar Archipel. Zij verlieten het eiland met twee prauwen en probeerden

Australië te bereiken. Meegenomen dekens werden als zeil gebruikt. Voedsel hadden zij niet, alleen drie

87


flessen zoet water. De derde dag stak een hevige storm op. Een van de prauwen kapseisde, waardoor de

drie inzittenden, matroos J. Senduk en de stokers H.G. Franciscus en K.A. Mustamu, verdronken. De andere

prauw werd na vijftien dagen ontdekt door het Amerikaanse transportschip "Wooster", dat de vier ernstig

verzwakte vluchtelingen aan boord nam en hen op 24 november overgaf aan de Australische korvet HMAS

Port Moresby. Zij werden in Port Darwin ontscheept.

W 71 09-12-1943 tot 28-07-1945 Hainan

Op 26 oktober 1942 gingen 237 militairen van het KNIL, 21 van de Koninklijke Marine en 267 Australiërs

als krijgsgevangenen met het Japanse transportschip ss Teiko Maru van Ambon naar Hainan in de Zuid-

Chinese Zee. Het schip arriveerde daar op 2 november 1942. De groep werd overgebracht naar een smerig

kamp aan het begin van een spoorlijn in de buurt van één van de ijzermijnen. Evenals het geval was in

andere Japanse krijgsgevangenenkampen hadden ook zij te lijden van ondervoeding, algemene uitputting en

mishandeling. Als gevolg daarvan overleden korporaals-telegrafist R. Mulder en W. Wensveen, alsmede de

luitenants ter zee O.C. Schröder en J.B. Goudschaal. Doordat hij ernstig ziek was, kon schrijver F.H. Coenraad na de

Japanse capitulatie niet worden geëvacueerd. Hij overleed op 24 augustus 1945.

W 72 15-12-1943 tot 15-09-1945 De Pakanbaroe spoorweg

Er was nog een tweede spoorweg die in de door de Japanners bezette gebieden in grote haast moest worden

aangelegd: de Pakanbaroe spoorweg, die op Midden-Sumatra de plaats Pakanbaroe, dat aan de voor kleine

vrachtschepen bevaarbare Siak ligt, moest verbinden met Moeara, het beginpunt van de bestaande spoorlijn

naar Padang. Het was een traject van circa 220 kilometer. Over circa tweederde liep het van Pakanbaroe

zuidwaarts, gedeeltelijk door een moerassig gebied waar veel malaria voorkwam, om daarna westwaarts af te

buigen en, het dal van een rivier volgend, het bergland in te gaan. Aanvankelijk werden vanaf maart 1943

uitsluitend romusha 67 aan het werk gezet die onbarmhartig door de Japanners werden opgejaagd. Velen

stierven. Er waren dus voortdurend nieuwe arbeidskrachten nodig. Daartoe werden in 1944

krijgsgevangenen aangevoerd. Door het harde werk, het weinige voedsel, de slechte behuizing en de

regelmatige mishandeling werden velen ziek en stierven. De aanleg was in maart 1943 begonnen bij

Pakanbaroe, aan het andere uiteinde, bij Moeara, werd pas twee jaar later een aanvang gemaakt met het

aanleggen van de baan. Op 15 augustus 1945, de dag waarop Japan capituleerde, was de spoorweg gereed.

De aanleg had circa 17.000 romusha en bijna 700 krijgsgevangenen, onder wie 20 van de marine, doen

bezwijken.

W 73 08-03-1944 Natzweiler

De in 1939 eervol ontslagen adelborst van administratie J. Josselin de Jong startte in het voorjaar van 1940 de

officiersopleiding van de Koninklijke Marechaussee. Na de opheffing hiervan weigerde hij de in Duitse

geest opgezette marechaussee-opleiding in Schalkhaar te volgen en nam deel aan het ondergrondse werk.

Door verraad werd hij op 18 november 1942 door de Duitse bezetter in Arnhem gearresteerd en via

Haaren en Amersfoort gedeporteerd naar KZ Natzweiler (Vogezen). Hij kreeg kampnumer 5645. Tijdens

sneeuwruimen werd hij op 8 maart 1944 door een Kapo (opppasser over mede-gevangenen) met een

knuppel doodgeslagen. Zijn stoffelijk overschot werd gecremeerd.

W 74 15-03 / 15-11-1044 Wewak

Tijdens krijgsgevangenschap in Wewak op Australisch Nieuw-Guinea overleden als gevolg van ziekte en

ontberingen drie inheemse onderofficieren van de Koninklijke Marine: korporaal-bottelier J. Manaboeng,

bootsman W.L. Rotty en sergeant-machinist P. Telehala.

W 75 11-04-1944 Mauthausen

Korporaal-adelborst J.P. van der Stok werd als codeur van het Bureau Inlichtingen op

19 september 1943 in bezet Nederland “gedropt”. Doordat zijn zender in Amsterdam door de Duitsers

werd uitgepeild werd hij op 2 februari 1944 gearresteerd. In het concentratiekamp Mauthausen is hij op 11

april 1944 gefusilleerd.

W 76 16-04-1944 Batavia

De reserve luitenant ter zee P.G. Adriaanse, vóór de capitulatie commandant van het Marinevendel in Batavia,

werd in Tjimahi geïnterneerd. In het voorjaar van 1944 werd hij door de Kenpeitai voor verhoor

88


weggevoerd en opgesloten in de gevangenis Tjipinang te Batavia. Daar overleed hij door uitputting en de

gevolgen van wrede mishandeling op 16 april 1944.

W 77 30-04-1944 Rawicz

Sergeanten van speciale diensten H.M. Macaré en C.C. Pouwels waren agenten van de SOE. Zij werden op 25

oktober 1942 ergens in Nederland gedropt en als gevolg van het “Englandspiel” door de Duitsers

opgewacht en vervolgens gevangen genomen. Zij werden op 30 april 1944 in een tuchthuis te Rawicz

(Polen) vermoord.

W 78 30-04-1944 Rawicz

Engelandvaarder luitenant ter zee jhr. F.D. Ortt werd als marconist samen met agent Jan Emmer van MI-6 op

12 maart 1942 in Nederland gedropt. Als gevolg van het “Englandspiel” werd hij op zijn onderduikadres in

Pijnacker door Nederlandse SD-ers op 29 mei 1942 opgepakt. In een tuchthuis te Rawicz (Polen) werd hij

op 30-04-1944 om het leven gebracht.

W 79 02-05-1944 Mauthausen

Bij een poging te ontvluchten uit het krijgsgevangenenkamp Stalag 371 te Stanislau in Polen werd luitenant

ter zee R. Stuffken met vier lotgenoten door Duitse bewakers gepakt. Zij werden overgebracht naar het

concentratiekamp Mauthausen en daar, op grond van de Aktion Kugel (maatregel tegen ontvluchte

krijgsgevangenen), op 2 mei 1944 om het leven gebracht.

W 80 05-05-1944 NEFIS / Operatie Flounder

Een groep NEFIS-militairen die onder leiding stond van de enige marineman van het gezelschap, luitenant

ter zee H.P. Nijgh, werd op 30 december 1942 op Ceram aan wal gezet door de Amerikaanse onderzeeboot

USS Searaven. De groep werd al spoedig door inheemsen aan de Japanners verraden. Op 5 mei 1944 werd

de marineofficier samen met de vijf andere leden van de groep op Ambon geëxecuteerd.

W 81 10-05-1944 Natzweiler

Als chef Ordedienst Zeeland werd luitenant ter zee K.G. Bron door de Duitsers in Koudekerke gearresteerd en

op 8 juni 1942 overgebracht naar het concentratiekamp Natzweiler in de Vogezen. Daar overleed hij door

ontberingen op 10 mei 1944.

W 82 21-05-1944 Sobibor

De joodse korporaal-schrijver J. Jacobs was ondergedoken. Hij werd op 20 april 1943 door de Duitse politie in

Arnhem gearresteerd met een vals persoonsbewijs op zak. Vervolgens werd hij op 4 mei naar Westerbork

overgebracht en vandaar op 18 mei naar het vernietigingskamp Sobibor in Polen gevoerd. Daar arriveerde

hij op 21 mei 1943. Hij trad op als leider van een groep gevangenen die een plan maakte om samen te

vluchten, doch hij werd verraden en op 21 mei 1944 doodgeschoten.

W 83 06-06-1944 Overveen

Bij een overval op een distributiekantoor in Oude Wetering op 30 april 1944 werd het lid van een

verzetsgroep, telegrafistenmaat C.F.M. Diemel, door drie Nederlandse marechaussees gearresteerd. Hij werd

door de Duitsers ter dood veroordeeld en op 6 juni 1944 samen met een aantal andere illegale werkers in de

duinen bij Overveen gefusilleerd.

In Leiden is een straat naar hem vernoemd.

W 84 10-06-1944 Haaren

Luitenant ter zee A.C. van der Giessen werd door de SOE in het najaar van 1942 boven Nederland

geparachuteerd. Hij werd als gevolg van het “Englandspiel” 68 bij zijn landing door de Duitsers

gevangengenomen. Van der Giessen werd opgesloten in het Grootseminarium in Haaren, van waaruit hij met

twee medegevangenen, geholpen door storm en regen, tijdens een novembernacht in 1943 ontsnapte. Na

verraad op 5 mei 1944 viel Van der Giessen weer in Duitse handen. Op 10 juni 1944 werd hij in een veld

buiten Haaren vastgebonden aan een mede-gevangene en door het Sondercommando Otto Frank

doodgeschoten.

W 85 26-06-1944 Bodjonegoro

89


Vier inheemse schepelingen, de stokers-olieman H.F. Berhitoe, J. Latuheru en Th. Tuhumury en de matroos D.

Joseph, alsmede de inheemse ambtenaar J.Z. Samallo, die als “heiho” (hulpsoldaat) waren ingelijfd bij het Japanse

leger, waren ondergedoken. Zij werden echter verraden. Latuheru, Joseph en Samallo werden op 26 juni,

Tumuhury op 27 juli en Berhitoe op 5 december 1944 door de Japanners in Bodjonegoro op Oost-Java

geëxecuteerd.

W 86 21-07-1944 Stuttgart

Tijdens een luchtalarm op 21 juli 1944 gingen twee nabij Stuttgart tewerkgestelde Nederlandse

krijgsgevangenen, marinier W.E. Schoonwater en matroos J.Knoop, een spoorwegtunnel in om te schuilen. Op

dat moment naderde uit de ene richting een goederentrein en uit de andere een sneltrein. Beide

schepelingen vonden hierbij de dood. Hun stoffelijke resten werden bijgezet op het Hauptfriedhof te

Stuttgart.

W 87 04-09-1944 Vught

Kwartiermeester W.J.J. Oort had geweigerd in krijgsgevangenschap te gaan. Hij werd lid van de KP in Ede en

nam deel aan diverse illegale acties. Bij een treincontrole in Amsterdam werd hij op 25 mei 1944 door de

SD gearresteerd. Hij werd overgebracht naar het concentratiekamp Vught, waar hij op 4 september 1944

werd gefusilleerd.

W 88 06-09-1944 Mauthausen

Als gevolg van het “Englandspiel” werden drie SOE-agenten, onder wie luitenant ter zee C.C. Braggaar, direct

na hun dropping op 17 februari 1943 door de Duitse marine uit het IJsselmeer opgevist. Zij werden op 6

september 1944 in Mauthausen geëxecuteerd.

W 89 06-09-1944 Mauthausen

Sergeant van speciale diensten G.L. Ruseler kwam vanuit Tjilatjap, Java, via Colombo in Engeland. Daar werd hij

SOE-agent en als zodanig op 28 november 1942 ergens in Nederland gedropt. Als gevolg van het

“Englandspiel” werd hij vrijwel direct door de Duitsers gevangengenomen. Via diverse gevangenissen

kwam hij uiteindelijk in Mauthausen terecht en is daar op 6 september 1944 vermoord.

W 90 07-09-1944 Mauthausen

Als gevolg van het “Englandspiel” werden twee SOE-agenten, onder wie luitenant ter zee Roelof Chr. Jongelie,

direct na hun dropping op 24 september 1942 door de Duitsers opgewacht. In het concentratiekamp

Mauthausen werden zij op 7 september 1944 vermoord.

W 91 07-09-1944 Mauthausen

Sergeant van speciale diensten H.A.J. Sanders was als agent van het Bureau Bijzondere Opdrachten in Londen op

1 april 1944 met zijn zender gedropt in de Wieringermeerpolder. Op 20 mei daaropvolgend werd hij in de

P.C.Hooftstraat 54 te Amsterdam door de Duitsers “uitgepeild” en gearresteerd. Hij werd op 7 september

1944 in Mauthausen vermoord.

W 92 07-09-1944 Mauthausen

Luitenant ter zee Aart H. Alblas was in april 1941 met een speedboot naar Engeland overgestoken. Hij nam

dienst als geheim agent bij de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst en was eveneens verbonden aan de

Military Intelligence, Section 6 (MI-6). Hij werd op 5 juli 1941 samen met een collega-agent met zijn zender

in de buurt van Delfzijl gedropt en begon met het verzamelen van inlichtingen. Hij opereerde meer dan een

jaar in bezet gebied. Als gevolg van het “Englandspiel” liep hij op 16 juli 1942 bij zijn verloofde in Den

Haag in een door de Sicherheitspolizei opgezette val. Hij werd op 7 september 1944 in Mauthausen

gefusilleerd.

Op 12 maart 1960 is een ondiepwatermijnenveger naar hem vernoemd.

W 93 07-09-1944 Mauthausen

SOE-agent bootsman P.C. Boogaart werd samen met twee andere geheim agenten op 10 maart 1943 bij

Ermelo gedropt. Zij werden slachtoffer van het “Englandspiel” en dezelfde dag door de Duitsers

gevangengenomen. Boogaart werd op 7 september 1944 in Mauthausen geëxecuteerd. Na de oorlog is zijn as

bijgezet in de Gedenkstätte Mauthausen.

90


W 94 24-10-1944 Rotterdam

Als gevolg van daden van verzet tegen de Duitse bezetter werd het lid van de Landelijke Organisatie en

contactman van de Knokploeg Rotterdam, de zeeloods J.P.J. Ameling, op 24 oktober 1944 voor de

schuilkelder op het Gedempte Doelwater bij het hoofdbureau van politie te Rotterdam als represaille voor

een overval op dat bureau, door de Grüne Polizei geëxecuteerd.

W 95 28-10-1944 Zoutelande

De zeeloods E.P.A. Aspeslagh was als lid van het Rode Kruis ingeschakeld bij de evacuatie van burgers in

verband met de inundatie. Tijdens de overstroming van Walcheren op 28 oktober 1944 is hij in de

omgeving van Zoutelande verdronken.

W 96 10-11-1944 Londen

Op 10 november 1944 kregen matroos L.J. Bal, stoker W.J. Frans en seiner F.H. Linkenhoff zwemonderricht van

hun baksmeester, korporaal-konstabel D.H. van der Wetering, in het “Public Bath” aan de Goulsten Road,

Londen. Tijdens de les kwam op het zwembadcomplex een Duitse V2-raket neer die explodeerde. De vier

Nederlandse marinemannen kwamen hierbij om het leven.

W 97 28-11-1944 Soerabaja

Op 28 november 1944 bezweek als gevolg van mishandelingen en ontberingen de reserve luitenant ter zee H.A.

Winkelman in de Boeboetangevangenis te Soerabaja. Hij was door de Japanners gearresteerd, omdat hij

steun zou hebben verleend aan Europese vrouwen die in kampen verbleven zonder voldoende middelen

van bestaan. Luitenant ter zee Winkelman maakte in maart 1942 deel uit van de Commissie tot behartiging der

belangen van marinegezinnen.

W 98 01-12-1944 NEFIS / Operaties Tiger I en Tiger II

Op 27 en 30 november 1942 werden twee groepen NEFIS-militairen, Tiger II en I, vanaf de onderzeeboot

Hr.Ms. K XII bij Kediri op de zuidkust van Java aan land gezet. De groep Tiger II, bestaande uit luitenant ter

zee B. Brocx en matroos-kok Sadimoen, landde in de Serangbaai; de tweede groep Tiger I, bestaande uit de officier

van de marine-stoomvaartdienst W. Bergsma, de telegrafist Soetarno en matroos J. Tapilatu, in de Parigibaai, 50

kilometer westelijker. Beide groepen vielen door verraad in handen van de Kenpeitai en werden opgesloten

in de Boeboetangevangenis te Soerabaja. De vijf marinemannen werden in 1944 overgebracht naar Batavia

en daar ter dood veroordeeld. Op 1 december 1944 werden zij geëxecuteerd.

W 99 07-12-1944 Wormerveer

Luitenant ter zee J. Bottema was actief in het verzet. In mei 1941 werd hij gevangengenomen, maar bij het

transport naar Duitland sprong hij uit de trein en werkte nog 2½ jaar illegaal als commandant van Gewest

10 / Amsterdam-Noord van de BS. Op 4 november 1944 werd hij opnieuw gearresteerd en op 17

december 1944 samen met vijf andere gevangenen gefusilleerd op het terrein van de zeepfabriek De

Adelaar te Wormerveer, als represaillemaatregel voor het bij deze plaats in het Noordhollandskanaal door

het verzet tot zinken brengen van een schip met materiaal dat voor de Duitsers bestemd was.

In Amsterdam, Bussum en Rotterdam zijn straten naar Bottema vernoemd.

W 100 15-12-1944 Bodjonegoro

Nadat stoker W.J. Mac-Gillavrij en matroos A.J. Carp uit gevangenschap waren ontsnapt (vermoedelijk uit Fort

Van den Bosch bij Ngawi op Oost-Java), werden zij in het district Bodjonegoro weer door de Japanners

gegrepen en op 15 december 1944 in Bodjonegoro geëxecuteerd.

W 101 19-12-1944 Herrenberg

Tijdens werkzaamheden nabij Herrenberg in Würtemberg, op 19 december 1944 viel de krijgsgevangene

torpedomakersmaat D. Verzijl een Duitse bewaker aan. Verzijl werd door een daarbij aanwezige tweede

bewaker doodgeschoten. Zijn stoffelijk overschot werd op de Schloszbegrabnisplatz te Herrenberg ter

aarde besteld.

W 102 24-12-1944 Banjoewangi

91


Op 24 december 1943 werd de korporaal-muzikant D. Dael in Banjoewangi door de Japanners geëxecuteerd.

Hij zou geprobeerd hebben te ontsnappen uit het krijgsgevangenenkamp.

W 103 19-01-1945 Tahoenoe

In Tahoenoe op het eiland Sangihe in de Celebes Zee werd op 19 januari 1945 bootsman B. Hengkenbala door

de Japanners geëxecuteerd. De juiste toedracht is onbekend.

W 104 29-01-1945 Soerabaja

Reserve vlootpredikant ds S.A. van Hoogstraten werd op 3 september 1943 in Soerabaja door de Kenpeitai

gearresteerd. Hij werd verdacht financiële en materiële hulp te hebben geboden aan geïnterneerde vrouwen

van marinepersoneel, wat door de Japanners ten strengste verboden was. Hij werd opgesloten in de

Boeboetangevangenis, waar hij als gevolge van ziekte en het ontberen van medische verzorging al spoedig

ernstig verzwakte. Hij werd in oktober 1944 overgebracht naar het Darmo-ziekenhuis waar hij op 29 januari

1945 bezweek.

W 105 31-01-1945 NEFIS / Operatie Apricot

Op 15 januari 1945 werden vijf Menadoneze NEFIS-militairen, vier van het KNIL en de leider van de

groep matroos 1 e klas Lucas Manoppo (bevorderd tot tijdelijk bootsman), vanaf de onderzeeboot Hr.Ms. K XV

in de Djiko Dodap Baai (Minahasa) aan land gebracht. Op 31 januari werd de groep afgehaald door de

Catalina Y 45 met uitzondering van Manoppo die door bewoners van het plaatsje Togit, waar hij inlichtingen

zou inwinnen, aan de Japanners was verraden. Vervolgens is hij geëxecuteerd. Zijn stoffelijk overschot is

herbegraven op Menteng Poelo XII-283 te Batavia.

W 106 03-02-1945 Dachau

Schipper W. Broos werd op 11 juni 1942 te Haarlem in het bezit van wapens door de Duitsers gearresteerd.

Door het Volksgerichtshof werd hij tot levenslang veroordeeld en overgebracht naar het concentratiekamp

Dachau. Daar overleed hij als gevolg van ontberingen en mishandeling op 3 februari 1945.

W 107 17-02-1945 Halfweg

Majoor-ziekenverpleger H. Dirkzwager, torpedomakersmaat A. Vermaat en de matrozen J. Dol en A.B. van Waarden

behoorden tot de ondergrondse stoottroep Den Helder-Anna Paulowna. Zij werden met vier andere

verzetstrijders op 5 februari 1945 door de Duitsers in Anna Paulowna en Breezand gearresteerd en

overgebracht naar de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Op 17 februari werden zij als

represaille voor een spoorwegaanslag op de Spaarndammerdijk in Halfweg gefusilleerd. Zij werden in de

duinen bij Overveen begraven en later herbegraven op het Ereveld te Bloemendaal.

W 108 19-02-1945 Neuengamme

Kwartiermeester Krijn A.J. Bouman 69 was lid van de knokploeg Noord-Drenthe en ingedeeld bij een

“droppingsploeg” die in de omgeving van Veenhuizen hulp verleende aan boven Nederland neergelaten

geheime agenten en neergekomen geallieerde vliegtuigbemanningen. Hij werd op 16 december 1944

gearresteerd en op 19 februari 1945 in het concentratiekamp Neuengamme door de Duitsers om het leven

gebracht.

W 109 24-02-1945 Batavia

Militie-matroos-monteur E.L. van Zijl werd in juni 1944 in Bandoeng door de Kenpeitai gearresteerd op grond

van vermeende anti-Japanse activiteiten in krijgsgevangenschap. Hij werd op 24 februari 1945 in Batavia

geëxecuteerd.

W 110 27-02-1945 Oudemirdum

Leerling-timmerman J. Wissink was commandant van een sabotagegroep van de KP in Oudemirdum,

Friesland, waar hij was ondergedoken om krijgsgevangenschap te ontgaan. Hij werd op 24 februari 1945 te

Woudsend door de Duitsers opgepakt en opgesloten in een politiebureau te Sneek. Op 27 februari 1945

werd hij in het Oudemirdumer bos gefusilleerd en begraven. Zijn herbegrafenis volgde op 10 juli 1945 op

Nieuw Eijk en Duin te ’s-Gravenhage.

De naam van Wissink is aangebracht op het “Monument 1940-1945” in het gemeentebos bij Oudemirdum.

92


W 111 27-02-1945 Amsterdam

Omdat zij hadden deelgenomen aan verzetsacties, werden drie leden van de Binnenlandse Strijdkrachten

(Gewest 11 / Anna Paulowna), kwartiermeester J.A. Roman, matroos Z. Besterveld en de burger L. Bosch, op 5

februari 1945 in Anna Paulowna door de Duitsers gearresteerd en op 27 februari 1945 bij Rozenoord aan

de Amsteldijk in Amsterdam gefusilleerd. Zij werden in de duinen bij Overveen begraven.

W 112 08-03-1945 Amersfoort

De officier van de marinestoomvaartddienst der 1 e klasse b.d. Th. Talboo was net met pensioen, toen de Duitsers

Nederland overrompelden. Hij nam deel aan diverse ondergrondse activiteiten en voor al deze gevaarlijke

werken stond de voormalige marineofficier in de voorste gelederen, hierbij krachtig gesteund door zijn

echtgenote. Op 19 januari 1945 werden hij en zijn vrouw door de Duitsers weggevoerd. Mevrouw Talboo

werd na enige weken gevangen te hebben gezeten weer vrijgelaten. Haar echtgenoot werd op 8 maart in het

kamp Amersfoort gefusilleerd.

W 113 10-03-1945 Zaandam

Matroos W. Zwart was lid van de OD en in juli 1944 toegetreden tot de 4 e sectie van Gewest 11 van de BS.

Bij een overval op een zwarthandelaar aan de Kanaalkade in Alkmaar werd de leider van de sectie herkend

en na verraden te zijn door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Als represaille voor het liquideren van de

politieagent Eelhart werd hij samen met drie andere leden van zijn sectie op 10 april 1945 te Zaandam door

de Duitsers gefusilleerd.

W 114 12-03-1945 Amsterdam

Twee broers, torpedomakers J.C. Pijl en M.A. Pijl, leden van een Amsterdamse stoottroep van Gewest 10 /

Amsterdam, werden op 1 maart 1945 door de Duitsers in Fort De Kwakel bij Uithoorn overvallen. Bij de

overval werden wapens gevonden. Als represaille voor de aanslag op een agent van de Sicherheitspolizei

werden zij op 12 maart 1945 in het Amsterdamse Eerste Weteringplantsoen gefusilleerd.

W 115 12-03-1945 Ede

Bij een bombardement door geallieerde vliegtuigen op 12 maart 1945 in de omgeving van Ede (Gld), kwam

de daar ondergedoken stoker J.J. Andreae om het leven.

W 116 08-03-1945 Amersfoort

Leerling-torpedomaker C.C. Möls had zich onttrokken aan krijgsgevangenschap en was ondergedoken. Hij werd

opgepakt en overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. Daar werd hij op 8 maart 1945 zonder

vorm van proces gefusilleerd.

W 117 08-03-1945 Amersfoort

Na de capitulatie van Nederland kreeg reserve-luitenant ter zee A.H. Kattouw contacten binnen de illegaliteit en

werd hij lid van een inlichtingendienst en districtsleider van de Landelijke Organisatie Afdeling Enkhuizen.

Later vertrok hij naar Amsterdam, waar hij een geheime radiozender ging bedienen van de verzetsgroep St.

Denijs. Op 7 september 1944 vertrok hij naar Hengelo en bediende daar een zender voor de groep Piet

Moll. Terwijl hij op 26 november 1944 aan het zenden was, werd hij door de SD uit Almelo op heterdaad

betrapt en gearresteerd. Hij werd overgebracht naar het huis van bewaring in Zwolle. In de nacht van 7 op

8 maart 1945 werd hij naar de Woeste Hoeve tussen Apeldoorn en Arnhem vervoerd, waar Kattouw samen

met 116 anderen werd gefusilleerd als represaille voor de aanslag op Rauter.

W 118 19-03-1945 Neuengamme

Leerling-torpedomaker A.N. Schrijer was door de Duitsers gearresteerd op grond van mogelijk illegale

praktijken. Details daarvan zijn niet bekend. Hij werd in het concentratiekamp Neuengamme op 19 maart

1945 om het leven gebracht.

W 119 04-04-1945 Cloppenburg

Tegen het einde van de oorlog was er een chaotische periode waarin diverse kampen en “Aussenlager” in

het Derde Rijk werden ontruimd en de gevangenen naar een ander kamp werden overgebracht. De ernstig

verzwakte lichtmatroos A. Popp werd per trein vanuit het concentratiekamp Neuengamme op transport

gesteld. Toen de trein op 4 april 1945 ter hoogte van Cloppenburg was aangekomen, bezweek Popp. Hij had

93


gedurende de bezetting als wachtmeester dienst gedaan bij de politie en aan het verzet deelgenomen.

Hiervoor was hij in maart 1944 door de SD gearresteerd. Zijn stoffelijke overschot werd in Neuengamme

gecremeerd.

W 120 12-04-1945 Laren

De matroos D.J. Buis moest zich in april 1943 bij de Duitsers melden voor krijgsgevangenschap. Hij dook

onder en werd lid van de knokploeg Eemnes van de LO Gewest 9 / Het Gooi. In een vuurgevecht met de

Duitse politie op 12 april 1945 na een wapendropping in de buurt van de Wakkerendijk te Blaricum werd

Buis in zijn been geraakt en vervolgens gevangengenomen. Hij werd naar de Ortskommandantur aan de

Drift 11 te Laren gebracht en vervolgens omstreeks 13.00 uur achter dat pand gefusilleerd. Zijn ontzielde

lichaam werd begraven in de duinen bij Overveen en eind 1945 herbegraven op de erebegraafplaats te

Bloemendaal.

In Hilversum is de Buisweg naar hem vernoemd.

W 121 14-04-1945 Amsterdam

In de Verzetsgroep 2000 opereerden marinemannen onder de naam “telegrafistengroep”. Zij waren belast

met de verzorging van ondergedoken militairen en bedienden de zend- en ontvanginstallatie in een kelder

van het Hervormde bejaardentehuis “Amstelhof” aan de Amstel te Amsterdam. Op 30 januari 1945 deden

de Duitsers een inval in dat gebouw en arresteerden de daar aanwezige marinemannen majoor-monteur S.G.

Kuster, majoor-telegrafist Th.J. Schamp, sergeanten-telegrafist L. Lauwerens en C.W. Dobbinga en matroos D. Hulsman.

Zij werden op 14 april 1945 bij Rozenoord aan de Amsteldijk te Amsterdam gefusilleerd en werden in

Overveen ter aarde besteld.

W 122 17-04-1945 Wöbbelin

De korporaal-schrijver H.D. Pastoor, die tijdens de oorlog dienst deed als brandweerman, werd als politiek

gevangene vanuit Nederland overgebracht naar de gevangenis Ludwiglaat te Wöbbelin, Ludwigslust in

Duitsland. Daar is hij op 17 april 1945 door onbekende oorzaak om het leven gekomen. Zijn stoffelijk

overschot werd begraven in Neuengamme.

W 123 24-04-1945 Bergen-Belsen

Sergeant-telegrafist K. Meuldijk was lid van de OD, Gewest Amsterdam. Hij werd bij het uitvoeren van illegaal

werk door de Duitsers gearresteerd en na een verblijf in diverse kampen vervolgens afgevoerd naar het

concentratiekamp Bergen-Belsen in Duitsland. Toen het kamp op 15 april 1945 door de Britse

strijdkrachten werd bevrijd, was Meuldijk te ziek en uitgeput om te evacueren. Hij overleed op 24 april 1945.

W 124 30-04-1945 Tarakan

Op 15 april 1945 werden elf Nederlandse krijgsgevangenen door de Japanners van de hoofdstad Tarakan in

de richting Djoeata op het eiland Tarakan afgevoerd. Voordat zij het einddoel bereikten, werden zij op 30

april 1945 door de Japanners vermoord. Dat gebeurde een dag voordat de Australische landingstroepen

Tarakan veroverden. Onder de elf vermoorden bevonden zich de matrozen G. Gravendeel en E.G.F. Peters.

W 125 09-05-1945 NEFIS / Operatie Potato

De onderzeeboot Hr.Ms. K XIV vertrok op 28 april 1945 van Darwin met bestemming Kemirian een

eilandje ten zuiden van het eiland Kangean. Daar werden op 7 mei 1945 vier NEFIS-agenten aan wal

gebracht. De groep bestond uit drie onderofficieren, sergeant-telegrafist J.M.L. van der Bijl van de Koninklijke

Marine, twee KNIL-sergeants en de Javaanse zeeman Hadji Tahib die familie op Kemirian had wonen. Het

eilandje zou dienen als basis voor infiltratie op Oost-Java. Men hoorde echter niets meer van de groep. Na

de oorlog legde Hadji Tahib als de enige overlevende van de groep een verklaring af. Volgens zijn lezing

waren zij in de nacht van 8 op 9 mei naar Kangean gezeild om daar te proberen radioverbinding te maken

met Australië. Na ongeveer een maand zijn de twee KNIL-militairen door de inwoners van de kampong

Doekoeh vermoord en is de marineman aan de Japanners overgedragen. Die is op 25 juni 1945

geëxecuteerd. Hadji Tahib kon onderduiken.

W 126 20-05-1945 Lauterecken

Op 20 mei 1945 vond er nabij Lauterecken in de deelstaat Rijnland-Pfalz een treinongeval plaats. In de trein

bevonden zich Nederlandse ex-krijgsgevangenen die onderweg waren naar huis. Ten gevolge van het

94


ongeval kwamen acht Nederlanders om het leven en er waren een tiental gewonden. Onder de doden

bevond zich de korporaal-machinst S. Saunders, terwijl matroos J. Groenewoud ernstig werd verwond. Als gevolg

daarvan overleed hij drie dagen later in het naburige plaatsje Kirn.

W 127 26-05-1945 Texel

Tijdens deelname aan de opstand van het 822 e Georgische Infanterie Bataljon (Duitse hulptroepen) op 6

april 1945 op Texel sneuvelde stoker F.P. Klumper. Pas op 26 mei 1945, zes dagen nadat de Canadezen op het

eiland waren gearriveerd, werd zijn stoffelijk overschot op het eiland gevonden.

W 128 31-05-1945 Bergen-Belsen

De reserve kapitein-luitenant ter zee J.J. Moret werd op 19 april 1941 als lid van de OD door de Duitse politie

gearresteerd. Hij werd tijdens het “Stijkel-proces”, dat op 1 september 1942 en de daarop volgende dagen in

Berlijn werd gevoerd, gevonnist. Vervolgens werd hij gedeporteerd naar het concentratiekamp Bergen-

Belsen, waar hij als gevolg van ziekte en uitputting op 31 mei 1945 overleed.

W 129 31-05-1945 Derde Rijk

In januari 1940 trad Jacob Zijlstra als lichtmatroos in dienst bij de Koninklijke Marine. Nadat hij op 14 juli 1940

“tijdelijk uit dienst” was gesteld, kwam hij in 1941 in contact met mensen die vanuit de Biesbos Engeland

probeerden te bereiken. Hij sloot zich daarbij aan, maar door verraad werd de groep door de Duitsers

gearresteerd. Zijlstra werd via het “Oranjehotel” in Scheveningen naar het concentratiekamp Sachsenhausen

gedeporteerd. Toen de Russische legers oprukten, werd het kamp ontruimd en moesten de gevangenen op

20 en 21 april 1945 een “dodenmars” maken in de richting Schwerin en Lubeck. Tijdens deze mars werd

Zijlstra, die zeer slecht kon lopen, vermoedelijk door de bewakers doodgeschoten. Een dergelijk drama

vond tijdens die "dodenmars" regelmatig plaats. Bij de Oorlogsgravenstichting en het Nederlandse Rode

Kruis is hij met ingang van 31 mei 1945 als “vermist” in hun archieven opgenomen.

W 130 29-07 / 14-08-1945 Poeroektjaoe, Borneo.

Omdat de geallieerde strijdkrachten in aantocht waren, werden de door de Japanners in Bandjermasin

geïnterneerde krijgsgevangenen op 27 juli 1945 met prauwen via de Barito-rivier overgebracht naar het

KNIL-kampement in Poeroektjaoe, diep in het binnenland. Tijdens de reis werd het transport op 29 juli

1945 bij Bantoeil door een geallieerd vliegtuig aangevallen. Militie-stoker C.A. Blaset verloor daarbij het leven.

Zijn stoffelijk overschot werd noodgedwongen buitenboord gezet. Toen het watertransport bij Boentok

was aangekomen, overleed de ernstig zieke militie-matroos J.C. Weijdemuller. In het kampement in

Poeroektjaoe bezweek op 14 augustus 1945 eveneens landstorm-stoker J.J. Rauchbaar als gevolg van zijn zeer

slechte lichamelijke toestand. Beiden werden door hun medegevangenen In Poeroektjaoe begraven. Later

werden hun stoffelijke resten bijgezet op Kembang Koening te Soerabaja.

W 131 10-09-1945 Grote Oceaan

Vanaf Okinawa vertrok een Amerikaanse B-24 Liberator bommenwerper met zieke en ernstig verzwakte

ex-krijgsgevangenen naar Manilla. Door onbekende oorzaak stortte het toestel op 10 september 1945 in de

Grote Oceaan. Een aantal inzittenden, onder wie schrijversmaat P.H. van Wingerden, kwam daarbij om het

leven. De slachtoffers konden worden geborgen. Van Wingerden werd begraven op het Sai Wan War

Cemetery te Hongkong, 4-N-7.

W 132 06-10-1945 / 19-06-1946 Java

Vanaf midden september 1945, het begin van de bloedige en hevige Bersiap-tijd 70, pleegden pemoeda's op

Java vele gewelddadigheden. Zij spanden zich in om zoveel mogelijk Nederlanders en Indische

Nederlanders in handen te krijgen, hetzij door hen in gevangenissen op te sluiten, hetzij door zich meester

te maken van de voormalige gevangenenkampen waarin nog vele Nederlanders en Indische Nederlanders

noodgedwongen vertoefden. Zij pleegden vele aanslagen en er ging geen dag voorbij waarop geen personen

ontvoerd werden, van wie men later vaak niets meer vernam. Vele Nederlanders en Indische Nederlanders

werden, ook na de Bersiaptijd, door pemoeda’s en andere guerrillagroepen vermoord. Onder hen bevonden

zich twaalf marinemannen.

W 133 24-04-1946 Biak

95


Matroos F.F.R. Matulessy behoorde tot de groep militairen van het NICA 71-detachement in Nederlands

Nieuw-Guinea. Op Biak werd Matulessy in de late avond van 23 april 1946 per abuis door een Papoeaschildwacht

aangeschoten. Zwaar gewond werd hij naar het NICA-hospitaal overgebracht. Hij overleed de

volgende dag aan zijn verwonding.

W 134 19-11-1946 Batavia

Matroos H.C. Arisse was geplaatst bij de Marine Bewakings Afdeling te Tandjong Priok. Tijdens een

nachtelijke patrouille op 19 november 1946 werd hij vermist. Bij een direct ingezette zoekactie door de

andere leden van de patrouille trof men hem zwaar gewond aan. Dezelfde dag overleed hij in het Militair

Hospitaal te Batavia aan zijn verwondingen.

W 135 27-03-1947 Alkmaar

De reserve kapitein-luitenant ter zee J.H. Coolhaas behoorde tijdens de Tweede Wereldoorlog tot de Landelijke

Organisatie, Afdeling Bergen (NH). Hij werd eind 1944 door de Sicherheitspolizei gearresteerd en in

Amsterdam gevangengezet. Als gevolg van vele mishandelingen gedurende de ondervragingen werd overste

Coolhaas ernstig ziek en uitgeput. Na de bevrijding werd hij opgenomen in een ziekenhuis te Alkmaar, doch

overleed als gevolg van de gebeurtenissen in de oorlog op 27 maart 1947.

W 136 20-01-1949 Tretes

Drie militairen van de zeemacht en vier burgerambtenaren, allen werkzaam op het Marine Etablissement te

Soerabaja, gingen op 20 januari 1949 vanuit Soerabaja met een truck richting Tretes op Oost-Java om daar

van een kort verlof te genieten. Tussen Pandakan en Tretes lag een versperring over de weg. Toen zij

stopten om de versperring op te ruimen, werden zij plotseling vanuit een hinderlaag door mitrailleurvuur

beschoten en gedood. De militairen, alle drie van het dienstvak van speciale diensten, waren de sergeant C.L.

Hes en de korporaals J. Deswijzen en P.J. Lataster. De burgerambtenaren waren A.J.S. Galestien, M.A. Geuze, M.

Jordan en A. van de Paardt.

W 137 10-06-1949 Sumatra.

De luitenants ter zee P.J. Oosterbaan en A.E.L. Roskott waren geplaatst op het Departement van Marine te

Batavia, toen zij in mei 1949 toestemming kregen om met de torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen naar

Belawan te reizen voor een zogenaamd binnenlands verlof. Eenmaal op Sumatra aangekomen, vertrokken

zij naar het Tobameer. Op 3 mei keerden zij niet terug van een wandeling bij Prapat. Eerst in november

bleek dat zij door leden van de TNI gevangen waren genomen en ontvoerd. Volgens de plaatselijke

bevolking zijn beiden op 10 juni 1949 gedood bij een poging te vluchten, waarna hun lichamen in de

Soengai Bila zouden zijn gegooid.

W 138 16-03-1950 Malang

In het marineverlofcentrum te Malang op Oost-Java stond op 16 maart 1950 een sportdag op het

programma. Het evenement zou op de sportvelden buiten Malang worden gehouden. Alvorens de

verlofgangers met trucks daarheen vervoerd zouden worden, begaven de chef ‘d equipage, schipper H.J.C.

Bolleurs, korporaal-schrijver M. Sumual en twee mariniers-sportinstructeur zich per jeep naar de sportvelden om

voorbereidingen te treffen. Onderweg daarheen stuitten zij plotseling op een wegversperring en moesten

stoppen. De schipper en de korporaal-schrijver sprongen uit de jeep om de versperring te verwijderen en

op dat moment sprong een twintigtal gewapende Javanen uit het struikgewas. De ongewapende mariniers

konden op tijd met de jeep ontkomen, maar zowel schipper Bolleurs als korporaal Sumual werden gedood.

96


Noten bij ‘Chronologie van incidenten’

1 Schepen worden in deze publicatie aangeduid als “zij”. Het woord “schip” is evenwel onzijdig en zou aangeduid moeten

worden met “hij” en “zijn”. De gewoonte een schip met “zij” aan te duiden stamt uit het Engelse taalgebied. Dat is

merkwaardig omdat ook daar het woord “ship” onzijdig is!

2 Ten einde aan bonafide handelsschepen loodsaanwijzingen te verstrekken, werden bij Hoek van Holland, IJmuiden en

Vlissingen loodsboten gebruikt die gemilitariseerd en bewapend waren. Zij deden ook dienst als bewakingsvaartuig.

3 Tijdens de voormobilisatie werd een aantal sleepboten, vissersvaartuigen en andere schepen gevorderd die werden verbouwd

tot hulpschepen voor de Koninklijke Marine. De bemanningen werden, op hun verzoek, als Vrijwillige Marine Reserve

opgenomen in de dienst Vrijwillige Reserve Hulpschepen.

4 De naar Engeland uitgeweken hulpschepen, waaronder bewakingsvaartuigen, kwamen bij de "Rescue Tug Section'" van de

Royal Navy en hebben de geallieerde zaak belangrijke diensten bewezen.

5 Naar stoker J. Nooitgedagt is in IJlst een straat vernoemd.

6 Een circa 15 km lange rede in het Nauw van Calais, langs de Engelse zuidoostkust.

7 In sommige bronnen “Jean Frédéric” genoemd.

8 Het ss Langkoeas was oorspronkelijk het Duitse vluchtschip ss Strassfurt dat op 10 mei 1940 te Tjilatjap in beslag werd

genomen en door de Nederlands-Indische regering in beheer bij de Koninklijke Rotterdamse Lloyd was gegeven.

9 De historisch correcte voorvoegsels voor de namen van Gouvernementsschepen waren "G" van "Gouvernements" en "ss"

van "stoomschip" of "ms" van motorschip. Ook na de militarisatie!

10 Op 1 februari 1942 werden te Tjilatjap de in Nederlands-Indië beschikbare kruisers en torpedobootjagers ondergebracht in

de "Combined Striking Force" onder tactisch bevel van schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman die de vlag zou voeren aan

boord van de kruiser Hr.Ms. De Ruyter.

11 In Lemmer is een straat naar korporaal-monteur F. van der Gaast vernoemd, terwijl op een gedenksteen in de muur van de

Hervormde kerk te Engwierum de naam van matroos R.J. Wiersma is aangebracht.

12 In Scherpenisse is naar matroos L.J. Deurloo een straat vernoemd.

13 Chef van alle schepelingen aan boord.

14 Het vernielen van schepen werd door de Japanners beschouwd als daden van hoogverraad.

15 Brevet vlieger-waarnemer. Voormalig commandant SQ 321.

16 De Japanners vervoerden over zee oorlogsbuit en grondstoffen die voor hun oorlogsindustrie van levensbelang waren. Zij

vervoerden ook krijgsgevangenen zonder dat de schepen herkenbaar waren als transportschepen met menselijke lading.

Werd zo'n transportschip met ruimen vol krijgsgevangenen door een geallieerde onderzeeboot of door geallieerde

vliegtuigen tot zinken gebracht, dan werden in het gunstigste geval de luiken van de ruimen geopend. Honderden mannen

probeerden dan door de kleine opening aan dek te komen. Tientallen konden overboord springen. In de meeste gevallen

zonder zwemvest! Vele krijgsgevangenen vonden de dood aan boord of kwamen om als drenkeling. (Maru = Japans voor

“schip”.)

17 De officiële Nederlandse naam is Birma, het begrip Burma-Siam spoorweg is echter algemeen spraakgebruik geworden. In

het Engels is het ook Burma. Siam had weliswaar zijn naam al in 1939 officieel veranderd in Thailand, maar de naam Siam

werd ten tijde van de Pacificoorlog nog veelvuldig gebruikt. De samenstelling Burma-Siam is dan ook algemeen aanvaard.

18 Namen van deze schepen waren niet te achterhalen.

19 Grootste scheepsramp aller tijden.

20 De Pakanbaroe spoorweg liep van Moeara (ten noordoosten van Padang) naar Pakanbaroe aan de Siakrivier op Sumatra.

21 Van Baaren was geplaatst op het hoofdkwartier van de Koninklijke Marine te Londen, afdeling Loodswezen.

22 Oudst Aanwezend Zeeofficier.

23 Tentara National Indonesia, Indonesische leger vanaf 04-06-1947.

24 Omdat de controle in de wateren van Nederlands-Indië in de periode van 1945 tot 1950 slechts uitgevoerd kon worden door

middel van het doorzoeken van het enorme aantal zeil- en motorprauwen en tongkangs dat de Archipel doorkruiste, terwijl

hiervoor slechts een gering aantal oorlogsschepen beschikbaar was, werd een groot aantal regionale patrouillevaartuigen

(RP’s) met weinig diepgang ingezet, die door hun aantal en door het feit dat zij dicht onder de kust en rivieren konden

komen, de onderzoekingsdienst overal konden uitvoeren. Het waren de RP’s 101 t/m 118 (de van Australië overgenomen

Harbour Defense Motor Launches) en de RP’s 119 t/m 136 (in Amerika gebouwde Higgensboten).

25 De Nederlandse marinemannen die bij het vegen op de Britse oostkust omkwamen, werden begraven op de begraafplaats te

Shotley, Suffolk.

26 Nederlands marinepersoneel dat samen met de Royal Navy van oktober 1944 tot medio 1946 zorg droeg voor het vrijmaken

van havens en vaarwegen van mijnen en ander explosief materiaal.

27 De Willem van der Zaan had al geruime tijd geen dienst meer gedaan als mijnenlegger en werd dan ook niet meer als zodanig

gebruikt. Het werd een ''manusje-van-alles'', van patrouilleschip tot fregat.

28 De Nederlandse motortorpedoboten en motorkanonneerboten hebben vanuit Engeland aan de strijd ter zee deelgenomen.

Zij hebben deel uitgemaakt van de "Coastal Forces" en waren gebaseerd in Dover en Ramsgate.

29 De Engelsen duidden alle Duitse lichte zeestrijdkrachten, waaronder de Schnellboten, aan als "Enemy-war-boats" (E-boats).

30 Op het monument op steiger 19 van de Marinehaven te Den Helder worden de mannen van de Onderzeedienst die tijdens

de Tweede Wereldoorlog hun leven verloren herdacht.

31 Vóór de Tweede Wereldoorlog werden de onderzeeboten waarvan de bouw bekostigd was uit de defensiebegroting

aangeduid met "O", gevolgd door een nummer in Arabische cijfers, de uit de begroting van het Ministerie van Koloniën

bekostigde onderzeeboten kregen een "K", gevolgd door een nummer in Romeinse cijfers.

32 Op het gedenkmonument aan het Julianaplein in Heerenveen is de naam van seinersmaat J.Hylkema aangebracht.

33 In augustus 2002 hebben duikers voor de oostkust van Maleisië op 45 meter diepte het wrak van de O20 gevonden.

97


34 In 1991 werd het wrak op de bodem van de Zuid-Chinese Zee gelokaliseerd en uit onderzoek bleek dat de boot op 24

december 1941, met verlies van alle 36 opvarenden, op een mijn is gelopen. Eén der omgekomen opvarenden, korporaaltorpedomaker

A.C. Groendijk, wordt herdacht op het gedenkraam in de Hervormde kerk in Ternaard (Fr).

35 Zie noot 64.

36 Op 2 augustus 1940 werd het 1 e en 2 e escadrille van de MLD door de RAF benoemd tot respectievelijk Royal Dutch Naval

Air Service SQ 320 en SQ 321. De squadrons maakten deel uit van het RAF Coastal Command. Op 1 februari 1941 werden

beide squadrons samengevoegd tot SQ 320.

37 Avro 625A Anson, tweemotorig landvliegtuig voor konvooibescherming. Dieptebommen aan boord. Zes bemanningsleden.

38 Lockheed Hudson MK1. Tweemotorige verkenner-bommenwerper met 4 tot 5 bemanningsleden.

39 In het bezit van het internationaal en marinevliegbrevet.

40 In het bezit van het internationaal en marinevliegbrevet.

41 Zie OS 56 en MLD 24.

42 Voortgekomen uit de Militaire Luchtvaart van de KL of het KNIL. De detachering van ML-personeel hield in dat het zich

geheel aan de marinevoorschriften onderwierp voor wat betreft uniform, onderkomen, werkomstandigheden en diensten.

43 "Nomad Patrols" waren patrouilles die tot doel hadden de door de vijandelijke scheepvaart gebruikte routes te verkennen en

daar vaartuigen aan te vallen.

44 Fairey Swordfish MK1, onderzeebootbestrijdingsvliegtuig, tweedekker met vanghaak. Twee inzittenden.

45 North American B-25 Mitchell tweemotorige verkenner-bommenwerper. Vijf bemanningsleden.

46 Begin 1943 werd SQ 320 ingedeeld bij de No.2 Group van het Bomber Command op het RAF-station Methwold. Op 30

maart 1943 verhuisde het squadron naar RAF Atlle Bridge, nabij Norwich (Norfolk) en op 30 augustus 1943 naar het

vliegveld Lasham in Hampshire.

47 Begin 1944 werd MLD-personeel geplaatst bij SQ 18 van de Militaire Luchtvaart te Batchelor, Australië, waarin een speciale

Marine-flight" met vier Mitchells was gevormd. Het operatieterrein bestond uit de Aroe-, Kei- en Tanimbar-eilanden, naast

de kleine Soenda-eilanden tot en met Timor. De opdrachten omvatten zowel het bestoken van de Japanse scheepvaart als

het bombarderen van vliegvelden. In de periode van de speciale “Marine-flight" bij SQ 18 werden zware verliezen geleden.

48 "Ferry-vluchten" : overbrengen van vliegtuigen van fabriek naar basis of van de ene basis naar de andere.

49 In het voorjaar van 1944 werd SQ 320 opgenomen in de 2nd Tactical Air Force en verhuisde daartoe in de derde week van

februari naar RAF Dunsfold, nabij Guildford, Middlesex.

50 In oktober 1944 werd SQ 320 verplaatst naar Melsbroek bij Brussel.

51 Consolidated B-24J MK VI Liberator, 4-motorige verkenner-bommenwerper. 8 bemanningsleden.

52 De Albacore was een torpedovliegtuig dat vanaf vliegdekschepen opereerde.

53 In het Marinedepot aan de Kralingse Mecklenburglaan in Rotterdam waren op 10 mei 1940 ondergebracht: de bemanning

van het bewakingsvaartuig Hr.Ms. Balder dat in Bolnes op een scheepswerf in dok lag, 150 mariniers, 450 zeemiliciens en

militair personeel geplaatst bij de afbouw van de onderzeeboot O 27. De bemanning van de tot zinken gebrachte

torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen (zie OS 1) zou twee dagen later eveneens in het depot worden ondergebracht. Uit dit

personeel werden vier compagnies geformeerd. Het commando berustte bij het Korps Mariniers.

54 Maakte aanvankelijk deel uit van het marinetoezicht bij de afbouw van de onderzeeboot O 27.

55 Inheems bestuursambtenaar.

56 Tentara Republik Indonesia, Republikeinse leger van 25-01-1946 tot 03-06-1947. Daarna TNI (Tentara National Indonesia).

57 Veiligheidsdienst Mariniers Brigade

58 Emloyé van Speciale Diensten. Burgerkrachten, bestaande uit Indonesische en Indische jongens met plaatselijke ervaring en

kennis van volk en taal, voor het verkrijgen van inlichtingen en het verhoren van krijgsgevangenen.

59 LTZ1 R. Hofstra werd in de VS bij de Mariniersbrigade gedetacheerd en benoemd tot opvolgend commandant van het 2 e

infanteriebataljon.

60 Angkatan Laoet Republik Indonesia, Republikeinse marine.

61 Sinds 15 augustus 1945 werd het Japanse leger door de geallieerden verantwoordelijk gesteld voor het welzijn en de

veiligheid van hun voormalige (krijgs)gevangenen die na de capitulatie in de kampen moesten blijven totdat het bevel voor

overplaatsing van de bezettingsautoriteiten zou worden ontvangen.

62 De krijgsgevangenen in de Japanse werkkampen hebben onder onvoorstelbaar slechte omstandigheden dwangarbeid moeten

verrichten. Velen stierven aan de gevolgen van mishandeling, ongevallen, uitputting, voedselgebrek, tropenzweren,

longontsteking en besmettelijke ziekten als beri-beri, malaria, tyfus, cholera en dysenterie.

63 De hierna beschreven gebeurtenis is vooralsnog niet met feitelijke informatie te staven. Door het combineren van

authentieke gegevens kan het beschrevene echter met grote zekerheid als juist worden beschouwd.

64 De organisatie voor het verzamelen van inlichtingen Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) die vanuit Australië

opereerde, zond regelmatig militairen naar de door de Japanners bezette gebieden in de Archipel. De opleiding was gevestigd

in Queensland.

65 Indien bekend, wordt in de necrologie het werkkamp waar betreffende marineman overleed, vermeld. Als er over de plaats

van overlijden twijfel bestaat, wordt de erebegraafplaats waar de militair uiteindelijk werd (her)begraven, genoemd. Zoals

Thambyuzayat, Kanchanaburi of Chungkai.

66 De priesteropleiding was er vandaan overgeplaatst.

67 Indonesische arbeider, in grote aantallen door de Japanners -vaak onder dwang- geronseld.

68 “Englandspiel”, benaming voor het tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse geheime dienst met de Britse

inlichtingendienst onderhouden radiocontact, waarbij zij deze van valse berichten voorzag. De Duitsers wisten dan ook vaak

op welke data geheime agenten in Nederland werden “gedropt”. Alle door hen gevangengenomen Englandspiel-agenten

werden opgesloten in het Grootseminarium te Haaren. Vijftig van hen werden eind november 1943 overgebracht naar het

Huis van Bewaring te Assen. In april 1944 werden zij getransporteerd naar het Duitse tuchthuis in Rawitsch, Silezië. Elf

hunner zijn nadien op een onbekende plaats -waarschijnlijk het concentratiekamp Gross-Rosen- en op een onbekend tijdstip

98


ter dood gebracht. De overigen werden op 5 september 1944 het concentratiekamp Mauthausen binnengevoerd en daar de

volgende twee dagen vermoord.

69 Deed tijdens de oorlog dienst als gestichtwachter van de Rijks Werk Inrichting te Veenhuizen.

70 Bersiap: Dagen van paraatheid; de maanden oktober/november 1945 waarin voornamelijk onder jonge Indonesiërs

(pemoeda's) een explosie van geweld losbarstte met het doel de Nederlanders ervan te weerhouden hun gezag in

Nederlands-Indië te herstellen.

71 Netherlands Indies Civil Administration. Nederlandse organisatie voor civiele zaken in Nederlands Oost-Indië na WO-II.

99


Gedenkrol van de Koninklijke Marine

Deel II

Alfabetische necrologie van personen die in dienst van de Koninklijke Marine omkwamen of

vermist raakten in de periode 3 september 1939 tot en met 31 december 1962.

100


Toelichting op alfabetische necrologie

- Niet opgenomen in deze necrologie zijn personen die ten gevolge van ziekte in Nederland een natuurlijke dood stierven

of die buiten dienst door een ongeval in Nederland het leven verloren.

- Persoonsgegevens van schepelingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst deden waren veiligheidshalve

overgebracht naar een hulpdepot te Schaarsbergen. Een aantal daarvan ging in 1944 tijdens een geallieerd bombardement

verloren en was niet meer te achterhalen. Bovendien werd in 1945 een gedeelte van het archief van het Nederlandse

Rode Kruis verwoest waardoor eveneens gegevens zijn verloren gegaan. In het voormalig Nederlands-Indië is gedurende

de oorlog met Japan een aanzienlijk aantal personeelsgegevens vernietigd. Bovendien waren veel mutaties die in het begin

van de oorlog plaats hadden gevonden, nog niet administratief verwerkt. De alfabetische necrologie is samengesteld uit

diverse archiefstukken, herdenkingsboeken en persoonlijke opgaven. Er kunnen derhalve onjuistheden in voorkomen.

De samensteller houdt zich aanbevolen voor eventuele aanvullingen en correcties.

- Vele inheemse (Indonesische) schepelingen bezaten geen voornamen.

- De genummerde verwijscodes OS, KVD, MD, OZD, MTB, MLD, MARNS en W verwijzen naar de overeenkomstige

codes in het eerste deel (Chronologie van incidenten) van deze Gedenkrol.

- Postuum verleende dapperheidsonderscheidingen worden, voor zover bij de samensteller bekend, tussen accolades

vermeld.

- Militairen van de KL of KNIL die omkwamen tijdens hun detachering bij de MLD, worden aangegeven met een asterix

*.

- In afwijking van de bij de marine gebruikelijke wijze van afkorten van rangen, standen en dienstvakken met

hoofdletters, zijn hier om technische redenen “kleine letters” gebruikt.

- Personen met achternamen die beginnen met de hoofdletter ‘IJ’ zijn in het namenregister tussen de letters ‘I’ en ‘J’

opgenomen.

101


Alfabetische necrologie

Naam,voorletter(s) en geboortejaar Kwaliteit/rang Datum en plaats overlijden Verwijscode

Aardening, W. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Aars, H.V. (1900) mil-kplmach 18-11-1944 Bandoeng W 11

Aarssen, W. van den (1924) marn.3.ovw 13-04-1946 Modjohtengah, Oost-Java MARNS 37

Aarts, B.M. (1913) sgtvl * 12-03-1942 Eiland Man (VK) MLD 40

Aarts, H. (1916) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Aarts, J.M. (1917) stok.o/m zm 01-06-1940 Hr.Ms. Hydra MD 8

Aarts, W.A. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Aartsen, Chr. (1921) Lmatr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Abas, A. (1897) inh-kplmach 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Abbink, G. (1906) Kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Abdoel Madjid, R. (1920) inh.sgttlg 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Abdullah Esd 05-08-1947 Djember, Oost-Java MARNS 104

Abels, R. (1906) mil-matr 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10

Aben, T.J.F. (1941) chf.3 12-04-1962 Biak, NNG W 7

Aberson, W.J. (1933) ltz.2.oc 25-01-1962 Biak, NNG W 7

Aboekar alias Pawirowinoto (1906) inh-stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Abramsz, P.M. (1902) lndst-matr 17-07-1943 Anganan, Burma W 48

Abspoel, J. (1914) Spr 26-08-1961 Hr.Ms. Groningen W 7

Achmad (1915) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Achmad bin Salim Badjerie (1916) Esd 18-02-1949 Tjermee, Oost-Java MARNS 152

Achmad Soeroeri (1918) inh-bed 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Adoe Moelip (1918) inh-matr 22-01-1946 Batavia W 9

Adriaans, J.W. (1920) ltz.3 (3e wk GM) 15-05-1945 Ngawi, Oost-Java W 11

Adriaanse, C. (1921) matr.2.snr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Adriaanse, F. (1904) Kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Adriaanse, J. (1923) ltzv.1. 17-12-1959 Mariner P 302, Fak Fak NNG MLD 174

Adriaanse, J.C. (1921) stok.3.ovw 15-01-1946 Hr.Ms. Willem van der Zaan MD 24

Adriaanse, J.W. (1919) matr.1.snr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Adriaanse, P.G. (1900) ltz.2.kmr 16-04-1944 Batavia W 76

Adriani, P.L.C. (1914) {VK} ovl.2 11-02-1942 Dornier X 29 MLD 34

Agerkop, E.E. (1910) marn.1 08-07-1951 Aruba W 9

Aggelen, J.G. van (1910) Sgtvgmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Aken, A.H. van (1916) mil-matr-zvpl 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Aken, C.C.J. van (1901) Kplmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Aken, G.C. van (1906) Majtpmr 14-11-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Akershoek, K. (1918) matr.2 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Akip (1919) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Akker, A. van den (1914) matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Akker, J.M. van den (1923) Sgtv 10-07-1951 Firefly K 45 MLD 152

Akkers, H.G.A. (1909) Sgtvl 26-09-1940 Fokker AV 963 MLD 9

Ala (1905) inh-stok.o/m 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Albinus, C.F.J. (1920) mil-matr-vgmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

102


Albinus, L.A. (1921) mil-matr-schr 22-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Alblas, A.H. (1918) {RMWO} ltz.3.kmr.sd 07-09-1944 Mauthausen W 92

Albregts, H.J.S.M. (1912) matr.1 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Alburg, L.A. (1929) Kplmach 04-04-1953 Biak, NNG W 7

Alderding, A.J. (1910) Sgttpmr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Alderliefste, J. (1902) stok. vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Alfons, A. (1902) inh-sgtzvpl 30-07-1944 Japans zeetransport OS 54

Ali Akbar (1920) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Alip (1921) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Alstede, P.S. (1906) {BK} ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Altman, R. (1919) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Amad (1924) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Amari (1896) inh-stok.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Amat (1906) inh-sgtvgmr 20-05-1942 West-Java W 11

Ambrosius, B.J.A. (1923) tdl.sgtmarns.ovw 16-08-1946 Soerabaja W 9

Ameling, J.P.J. (1884) Lds 24-10-1944 Rotterdam W 94

Amersfoort, G.A.A. van (1912) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Amersfoort, R.H. (1921) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Ames, E.S.M. (1914) kplvgmr 05-1944 Hollandia, Nieuw-Guinea. W 7

Ameyden van Duijn, E. van (1915) mil-matr 07-06-1943 Haroekoe, Molukken W 11

Amptmeyer, G. (1925) marn.2.ovw 19-08-1946 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 68

Amstel, W. van (1923) mil-stok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Amsterdam, A.A.J. van (1917) ovl.2.kmr* 27-03-1945 Musquito MM 131, DR MLD 117

Ancona, G.A.A. d' (1917) mil-matr-zvpl 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Andreae, E.J.J. (1920) stok.3 12-03-1945 Ede W 115

Andreas, J. (1927) ltz.2.oc 10-09-1958 Mariner P 303, Abedan MLD 169

Andriese, H.C. (1909) mil-matr-mont 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Anema, G. (1917) ltz.3.kmr 08-09-1939 Marinehospitaal Willemsoord MD 1

Anthonijs, E.J.R. (1909) mil-matr-snr/kw 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Anthonissen Ph.A. (1924) stok.2.kmrtv 14-03-1947 Hr.Ms. RP 122 W 7

Anzenberger alias Rokot, J. inh-vgmrsm 17-06-1941 Fokker W 13 MLD 14

Apeldoorn, A.G. (1920) kplvgsch 28-10-1943 Mitchell FR 174 MLD 67

Apipi, R. (1908) inh-stok.o/m 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaja OS 22

Appel, P.P.M. (1917) matr.1 15-02-1945 Fukuoka 6 (Japan) W 47

Appeldoorn, A. (1906) kpltlg 04-11-1944 Mater Dalorosa, Batavia W 11

Appeldoorn, J.A. (1909) matr.1 03-07-1943 Curaçao W 9

Apperloo, J.H. (1926) marn.1.ovw 11-10-1947 Djatiroto, Oost-Java W 9

Ardasseer, L.H. (1894) lndst-matr 19-07-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11

Ardewijn, M.A. (1902) sgtmont 06-12-1941 Catalina Y 44 MLD 22

Arends, J.F. (1922) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Arents, A.G. (1910) matr.2 27-02-1943 Hr.Ms. Colombia OZD 17

Arentsen, J.W. (1900) majschr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Arifin Adil (1921) inh-mil-matr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Arisse, H.C. (1925) matr.3.ovw 19-11-1946 Batavia W 134

Arjono, J. (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Arnoldi, R. van (1922) stok.2 27-02-1943 Hr.Ms. Colombia OZD 17

Arnoldus, M.J. (1909) ltz.2 16-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16

103


Arnts, J.J. (1914) kplmach 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Arroo, R. (1921) mil-stok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Arts, A.G. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Arts, G.W.H. (1927) marn.2.zm 11-04-1949 Babat, Oost-Java MARNS 162

Artz, J.C. (1903) kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

As, Joh. van (1916) omsd.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

As, K. van (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Asan (1907) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Asan Soekadi (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Asarie (1911) inh-matr.1 02-03-1942 Hr.Ms. Ciska MD 15

Askander (1922) inh-stok.2 10-01-1942 Hr.Ms. Masdijn KVD 2

Aspeslagh, E.P.A. (1906) lds 28-10-1944 Zoutelande W 95

Assah, K. (1903) inh-sgtmach 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Asselbergs, W.H. (1929) ltzv.2.oc 12-08-1957 Mariner P 312 MLD 166

Assink, J. (1916) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Atori (1922) inh.stok.1 27-02-1942 H.Ms. Kortenaer OS 27

Auf der Springe, L.H. (1915) matr.1.zm 10-11-1949 Soerabaja W 9

Ausum, W. (1905) sgtmach 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Awin (1922) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Azis (1914) inh-matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Baal, H.T. van (1917) matr.3.snr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Baalen, A.T.G. van (1931) kplvgmr 17-12-1959 Mariner P 302 MLD 174

Baan, M. (1918) knstm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Baar, J.C. de (1900) gezv. vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Baarda, J.A.C. (1924) marn.2.ovw 03-11-1946 Sawohjangkring, Oost-Java MARNS 77

Baaren, C. van (1911) ldskwk 27-03-1945 ss Sampa OS 61

Baars, H. (1920) matr.2 12-05-1940 Wonsstelling OS 7

Baarschers, A. (1913) ovl.3 26-08-1942 Long Nawang, Borneo MLD 23

Baarspul, M.J.A. (1935) ltz.2 10-06-1959 Mariner P 306 MLD 171

Baas Becking, J.M. (1923) mil-matr. 07-04-1945 Makassar W 36

Baas, J.P. (1925) tdl.sgtmarns.ovw 06-09-1946 Soerabaja W 7

Baas, W. (1925) tdl.kplmarns.ovw 29-10-1947 Soerabaja W 9

Bachman, O. (1910) mil-kplzvpl 04-10-1945 Bandoeng W 8

Bachmann, A.A.E.H. (1886) ambt. ME 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Back, C. de (1916) stok.1 22-04-1945 Makassar W 36

Backer, F.J. (1892) ambt. ME 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Backers, A.C. (1913) mil-stok 05-08-1942 Batavia W 11

Backers, J.A. (1920) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Backers, N.J. (1918) ova.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Baden, W.J. (1897) majtlg 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Badings, W. (1914) ozwnr.3.kmr.tv 08-06-1944 Mitchell FR 179 MLD 87

Badoe (1915) vgmr.1.zm 11-05-1949 Soerabaja W 9

Baert, E. (1909) mil-matr 24-06-1944 ss Tomohuku Maru OS 56

Baghus, J.H. (1907) stok.zm 10-05-1940 Rotterdam MARNS 1

Baier, L.N.E. (1916) mil-matr-tlg 28-08-1945 Taihoku, Formosa W 8 (W50)

Bailleul, J.F. (1916) tlgnm 01-02-1945 Osaka, Japan W 47

Bakels, H.M. (1902) lndst-matr 04-07-1943 Tarsao, Siam W 48

104


Bakker, A. (1902) sgtschr 25-09-1947 Soerabaja

Bakker, A. (1903) kplstok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Bakker, A. den (1900) opptlg 01-12-1945 Skegness, VK W 9

Bakker, B. (1919) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bakker, C. (1909) ltz.3.kmr.tv 30-03-1943 Rintin, Siam W 48

Bakker, C.D. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bakker, D.J. (1915) {BL} ovl.2 24-01-1942 Dornier X 19 MLD 29

Bakker, E. (1909) hovl.2 25-10-1943 Mitchell FR 178 MLD 66

Bakker, H. (1893) aoo.mach 14-05-1940 Hr.Ms. Jan van Brakel MD 6

Bakker, Ir. G.S. ambt.ME 01-02-1945 Surrey, VK W 7

Bakker, J. (1912) kplvgmr 15-11-1944 Tietjerksteradeel, Fr. MLD 105

Bakker, K. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bakker, W. (1909) kplmach 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Bakkum, D. (1902) majknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bakri (1900) inh-sgtmach 06-11-1942 Lawang, Oost-Java W 9

Bakri (1904) inh-bed 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Bakuwel, G. (1917) sgtvgmr 29-05-1947 Avro Anson. Gilze Rijen MLD 136

Bal, L.J. (1914) matr.2.zm 10-11-1944 Londen W 96

Balja, E. inh-lmatr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Baljé, J.C. (1909) kplmach 19-11-1940 Hr.Ms. 0 22 OZD 4

Balk, A.J.J. (1902) sgtknst 02-06-1945 Fukuoka, Japan W 47

Balpini (1920) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bank, C.J. (1918) sgtvl* 25-10-1943 Mitchell FR 166 MLD 66

Banke, G.J.J. (1907) mil-stok 07-12-1943 Osaka, Japan W 47

Bannink, A.J. (1905) stok.o/m 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Bannisseth, A.C.L. von (1908) mil-matr 24-03-1943 Hakodate, Japan W 47

Banoearli (1912) inh-kplschr 08-03-1942 Vermist NOI (Hr.Ms. Evertsen) W 26

Banse, J.Ch. (1915) mil-matr 21-12-1941 Hr.Ms. K XIII OZD 7

Bardjo (1905) inh-kplvgmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Barends, W.L. matr.1 08-07-1955 Den Helder

Baris (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Barkmeijer, A.E. (1922) mil-stok 01-11-1943 Chungkai, Siam W 48

Barna (1919) inh-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Barneveld Binkhuysen, H. (1916) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Barni (1904) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Barnstijn, L. (1915) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Barthold, J. van (1915) mil-stok 22-11-1944 Kuye, Siam W 48

Bartholomeus, A. (1921) sgtadb.a 15-11-1944 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Barwegen, A. (1911) sgtknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Basenau, R.E. (1913) ovl.2.kmr.tv 02-06-1945 Mitchell 44-31257 MLD 122

Basoeki, J.F. (1922) inh-llstok 24-02-1942 CBZ Soerabaja OS 22

Bast, J.L.M. (1926) marn.2.zm 06-01-1949 Oosthaven, Sumatra MARNS 141

Bastelaar, J.H. van (1907) sgttpmr 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 OZD 6

Bastiaans, H.H.R. (1920) mil-matr-tlg 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Bastiaansen, A.P. (1920) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Bastiaenen, C.A. (1919) ovl.2.kmr.tv* 13-01-1945 Mitchell FR 181 MLD 109

Batavier, J. (1925) kplmach 24-01-1958 Hollandia, NNG W 7

105


Batenburg, H.H. (1910) kplknst 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Bathoorn, J. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Battum, A.S. van (1921) snrsm 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Bauduin, D.C. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Bazendijk, P.D. (1907) ltz.2.kmr.sd 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bechtold, A.J.J. (1917) mil-o/m 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 OZD 6

Beckers, J.A. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Beckhoven, G.N. van (1911) kplkok 14-09-1945 Curaçao W 9

Bedja, M. (1923) inh-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Beek, H. ter (1931) stok.1 11-04-1954 Sorong, NNG W 7

Beek, J.E. van (1928) marn.2.zm 24-08-1949 Soerabaja W 9

Beek, J.L. van (1921) marn.2.ovw 19-04-1946 Goenoengsari, Oost-Java MARNS 39

Beek, T.G. van der (1916) kplvgmr 22-12-1941 Dornier X 34 MLD 23

Beekom, A.H.K. van (1923) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Beelen, B.W.J. (1920) tamb.3 16-04-1945 Cabauw, Utr. MARNS 29

Beem, D.G. van (1914) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Beer, H.Ch. (1897) lndst-matr 20-02-1945 Batavia W 11

Beest, A.C. van (1903) {BK} marn.1.kmr 11-08-1942 Middelburg MARNS 14

Beidjo (1903) inh-stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Beijer, A. kok.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Beijeren Bergen en Henegouwen, G. v. kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Beima, J. (1928) marn.2 17-01-1949 Mantoep, Oost-Java MARNS 147

Beishuizen, H. (1910) ltz.3.kmr.tv 09-11-1945 Semarang W 7

Bekkering, U.R. (1924) mil-matr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Bel, C.A.Th. van (1919) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Bel, W. van (1911) kplmach 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Belder, G.J. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Belgers, W.G. (1915) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Belgraven, Th. (1905) stok.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Belloni, B. (1918) mil-matr-tlg 14-09-1942 NEFIS, Lion W 43

Belloni, T.G.E. (1922) lmatr 14-10-1944 Fukuoka 2, Japan W 47

Belt, W. van der (1920) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Belzen, J. van (1906) matr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Belzen, J. van (1918) bed.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Belzen, M.C.van (1926) matr.2.ovw 06-08-1946 Hr.Ms. Piet Hein W 7

Belzen, P. van (1900) kplmach 21-02-1943 Rintin, Siam W 48

Bemer, L.H. (1928) kplvgmr.m 10-06-1959 Mariner P 306 MLD 171

Bemmel, I. van (1926) marn.1.ovw 30-04-1947 Gedangan, Oost-Java W 7

Bemmel, M.J.P. van (1895) lndst-kwmr 11-06-1943 Tokio, Japan W 47

Bemmelen van der Plaat, H. van (1927) marn.2.ovw 29-05-1946 Kemendoeng, Oost-Java MARNS 50

Benig, A.A. (1905) lndst-sgtmach 30-10-1942 Soerabaja W 11

Benig, C.Ch. (1908) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Benninger, G.A.Ch. (1901) lndst-matr 28-08-1944 Batavia W 11

Bens, M.R. (1927) marn.3.zm 26-02-1949 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 154

Bense, O.M. (1921) marn.3.ovw 20-03-1946 Ijmuiden W 7

Bent, D. van der (1922) lmatr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Bentink, H. (1919) tpmrsm 10-09-1945 Anjum, Fr. MD 22

106


Berben, P.W.J. (1915) kplmach 01-09-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 8,W 72

Berentsen, H. (1908) ltz.3.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Berg, A. van den (1912) sgtknst 03-07-1943 Anganan, Burma W 48

Berg, A. van der (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Berg, F.H. van den (1905) mil-sgtmach 24-02-1945 Makassar W 36

Berg, H. van den (1899) majtpmr 18-08-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Berg, H.J. van den (1904) ozwnr.1.kmr 27-01-1943 Hudson EW 919 MLD 55

Berg, J. van den (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Berg, J.S. (1907) kplmarns 24-08-1945 Fukuoka 2, Japan W 8, W 47

Berg, J.W. van den (1919) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Berg, M. van den (1918) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Berg, T.M. van den (1919) marn.1 22-101943 Takanun, Siam W 48

Berge, T. van den (1903) sgttpmr 22-03-1945 Makassar W 36

Bergen, G.L. van (1919) matr.1 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v. Nassau OS 9

Berger, L.M. (1916) ova.3 08-03-1941 Londen W 13

Bergers, P.S. (1920) matr.2 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Bergsma, J.R. (1922) mil-matr 30-09-1946 ss Otranto W 10

Bergsma, W. (1906) omsd.2.kmr 01-12-1944 Batavia (NEFIS-Tiger I) W 98

Bergsma, W. (1921) stok.1 02-03-1944 Brankassi, Siam W 48

Berhitoe, H.F. (1908) inh-stok.o/m 15-12-1944 Bodjonegoro, Oost-Java W 85

Berk, A. van (1908) kplmach 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Berkelaar, A.J. (1906) lndst-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Berkhout, B. (1919) {BK} vgmrsm 29-11-1944 ss Suez Maru OS 53

Berkhout, D.H. (1925) sgtvgtlg 15-04-1949 Semarang MLD 143

Berkhout, J. (1917) stm.vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13

Berkhout, J.P. (1923) kok.3.ovw 06-07-1946 Militair Hospitaal, Nijmegen W 10

Berkum, A.E. van (1902) ltz.1. (gezv. GM) 05-03-1945 Singapore W 49

Berkum, J.F. van (1926) marn.3.zm 22-06-1947 Straat Madoera W 7

Berlijn, F. (1921) mil-matr 16-08-1943 Kuye, Siam W 48

Bernawi (1911) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Bernhold, F.E.W. (1921) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Berrevoets, C.J. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Berrevoets, J.C. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bertens, C.N. (1921) matr.3.ovw 24-10-1946 Militair Hospitaal, Batavia W 9

Bertling, A.H.F. (1908) lndst-o/m 15-09-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 8, W 72

Bertram, H.K. (1926) ltzv.2.oc 17-12-1959 Mariner P 302 MLD 174

Besançon, H.C. (1906) ltz.1 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Besselsen, K. (1921) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bessems, J.M. (1917) matr.1.ovw 28-02-1947 Makassar W 7

Best, A. de (1916) tpmrsm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Best, H. de (1903) sgtknst 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Best, J. de (1908) sgtmach.vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Best, M. (1919) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Bestebreurtje, A. (1922) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Besterveld, M.J. (1921) matr.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Besterveld, Z. (1919) matr.3 27-02-1945 Amsterdam W 111

Betlem, B. (1921) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

107


Betzema, I.J. (1903) kwmr 14-03-1945 Makassar W 36

Beucker, J. van den (1919) stok.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Beumer, E. (1900) majmont 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Beusekom, D. van (1907) ltz.1.kmr 12-06-1943 Hr.Ms. K XV OZD 18

Bevelander, A. (1917) {VK} ozwnr.3.kmr.tv* 20-03-1944 Mitchell FR 141 MLD 79

Beveren, M.J. van (1920) mil-stok 19-09-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Beveren, R. van (1914) matr.2.zm 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Bezeij, C.Ph. van (1897) majtlg 12-10-1943 Anganan, Burma W 48

Bezoijen, P.J.J. van (1923) tdl.kplmarns.ovw 04-05-1946 Soerabaja MARNS 42

Bie, P.H. de (1941) marn.3.zm 07-03-1962 Curaçao W 7

Bielfeldt, J.P.J. (1910) sgtvgmr 30-08-1941 Hudson T 9380 MLD 18

Biemans, W. (1922) marn.2.ovw 28-04-1947 Porong, Oost-Java W 7

Bignell, J. (1920) marn.3 12-05-1940 Rotterdam MARNS 4

Bij, M. van der (1913) kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bijdemast, J. (1910) tdl.kplmarns.ovw 22-10-1947 Djarit, Oost-Java MARNS 122

Bijl, A. (1918) stok.o/m 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Bijl, D. van der (1919) sgtvgsch 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn OS 50

108

MLD 59

Bijl, J.M.L. van der (1909) mil-sgttlg 09-05-1945 Kemirian (NEFIS Potato) W 126

Bijl, P. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bijlaardt, J.W. van den (1905) ltz.3.kmr.tv 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Bijlard, P.D.M.A. (1906) ltz.2.kmr 23-02-1942 Catalina Y 47 MLD 35

Bijlsma, S.B. (1919) matr.1 01-11-1944 Makassar W 36

Bijmolt, J.P.W.H. (1891) ltz.3.tit (lds1) 30-10-1944 Tjimahi, West-Java W 11

Bijsterveld, F.A.C. (1910) kok.1.zm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Bikkers, C. (1915) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bil, C. (1927) marn.2.zm 03-01-1949 Kertosono, Oost-Java MARNS 139

Bila, H.A.L. (1922) {BL} elntmarns.kmr 11-09-1947 Djember, Oost-Java MARNS 116

Bimmel, J. (1902) matr.1 01-10-1939 Hr.Ms. Jan van Gelder MD 2

Bin Toedoe, E. (1914) matr.2 29-02-1948 Soerabaja W 9

Binnendijk, D.B. van (1915) kpltlg 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Birsak, G.G.A. van (1910) ozwnr.3.kmr 20-03-1944 Mitchell FR 141 MLD 79

Bisselink, Th.H. (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Blaauw, J. (1912) kpltlg 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Blaset, Ch.A. (1917) mil-matr 29-07-1945 Bantoeil, Borneo W 130

Blazer, H. (1910) kplmach 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Blijderveen, J. van (1920) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Blijderveen, W. van (1919) mil-stok 26-09-1943 Anganan, Burma W 48

Blikman, H.J. (1911) kwmr 19-07-1946 Kagerplas, MOD W 7

Blind, J. (1899) mdr LW 13-06-1940 Hr.Ms. Motorloodsboot no. 1 MD 7

Bloemen, A. (1908) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bloemendaal, J. (1918) sgtvl 29-12-1941 Dornier X 15 MLD 25

Bloemgarten, F.H. (1920) sgtzwnr.kmr.tv* 26-07-1944 Mitchell FR 185 MLD 93

Blog, M. (1913) kok.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Blok, A.J. (1918) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Blok, J. (1919) ovl.2 27-03-1944 Hellcat MLD 80

Blok, J.A. (1919) btsm.zm 25-07-1943 Enoe-eiland (NEFIS) W 63


Blok, M.A. (1904) majmach 17-04-1945 Makassar W 36

Blok, W.L. (1913) kplvgtlg 30-07-1943 Mitchell FR 144 MLD 61

Blokker, M. (1910) kplmach 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Blokker, S.H.P. (1919) matr.2 29-06-1943 Buitenhuizen W 59

Blom, C.J. (1917) kplmont 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Blom, H. (1920) stok.1 24-09-1943 Kuye, Siam W 48

Blom, P.H. (1913) omsd.3.kmr 23-08-1943 Albermarle P 1478 MLD 62

Blom, W. (1920) lltpmr 07-08-1942 Amsterdam W 38

Blom, W.A. (1918) matr.1.snr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Blom, W.F. (1916) omsd.2 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Blommert, H.D. (1911) k[plmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Blommert, J. (1903) sgtschr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Blommesteijn, Ch. van (1903) lndst-matr 12-10-1943 Tamarkan, Siam W 48

Blonk, P.J. (1915) matr.zm 14-05-1940 Rotterdam MARNS 4

Blumer, C.A.J. (1915) mil-matr 12-10-1944 Kuye, Siam W 48

Bochove, J.P. (1904) lndst-majvgmr 19-05-1946 Brisbane, Australië W 7

Bochove, P.D. (1922) ltz.1 07-07-1959 Sikorsky H4 MLD 172

Bochoven, H. van (1918) stok.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Bochoven, I. van (1920) matr.2 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Bock, A.R. de (1922) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms.Java OS 29

Bockma, J. (1921) sgt.vsd.zm 06-07-1944 IJsselmeer MLD 92

Bodaan, R.E. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bodenstaff, J.E. (1913) kplvgmr 10-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26

Bodin, E. (1905) inh-stok.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Boediman, Ch. (1904) inh-kplmach 15-02-1945 Maoemere, Flores W 11

Boediman, S. (1922) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Boedrie, Ch.F.M. (1921) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Boegborn, G.A. (1906) ktz 05-07-1953 Halifax, VS W 9

Boekel, B.W. van (1918) stok.3 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Boelhouwer, M. (1919) kplvgtlg 11-01-1944 Swordfish LS 244 MLD 73

Boengkaes, F. (1902) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Boer, B. (1926) schr.2.ovw 12-04-1948 Curaçao W 7

Boer, D. de (1895) mdr LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Boer, E. den (1904) marn.1 29-06-1943 Tomajo, Siam W 48

Boer, G. de (1917) marn.1 02-05-1945 Makassar W 36

Boer, G. de (1922) matr.2 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Boer, H.C. de (1917) marn.1 20-06-1945 Taihoku, Formosa W 50

Boer, R. de (1915) ovl.2 09-11-1942 Hudson EW 912 MLD 52

Boer, Th. de (1927) marn.2.ovw 21-07-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 63

Boer, W. de (1918) matr.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3

Boer, W. den (1920) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Boer, W.T. de (1928) marn.3.zm 18-01-1949 Mantoep, Oost-Java MARNS 147

Boerman, F.A. (1896) aoomach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Boerman, J. (1939) vgmr.2.zm 11-02-1960 Leiden (MVKV) W 7

Boers, C. (1919) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Boers, J. (1922) tdl.kplmarns.ovw 21-07-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 62

Boesnar (1904) inh-kplkok 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

109


Boesterd, A.G. den (1910) ltz.1 24-02-1946 Batavia

Boeve, D. (1918) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bogaert, E.A. van den (1920) ovl.3.kmr 11-01-1943 Hudson AM 863 MLD 54

Bogers, Th.G. (1918) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bognetteau, C.K. (1897) oppmont 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Boidin, J.J. (1918) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Bok, M.A. (1907) sgtmach 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Bokma, J.K. (1907) kplschr 30-04-1945 Makassar W 36

Bol, A.A.C. (1895) ova.1.kmr 30-12-1944 Eindhoven W 7

Bol, H. (1916) stok.o/m 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56

Bol, J.J. (1911) sgttpmr 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Bolk, M. (1913) sgttlg 25-10-1943 Mitchell FR 178 MLD 66

Bolleman, G. (1920) tdl.kplmarns.ovw 18-03-1947 Lengkong, Oost-Java MARNS 89

Bolleurs, H.A. (1919) sgtvgtlg 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 139

Bolleurs, H.J.C.M. (1904) spr 16-03-1950 Malang W 138

Bolluijt, Ph. (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bolte, J.B. (1916) vgmr.zm 26-06-1942 Hudson T 9435 MLD 48

Bolte, J.F.W. (1900) kwmr 12-06-1943 Namajo, Siam W 48

Bom, A. (1918) marn.2 02-12-1941 Hudson V 9036 MLD 21

Bommezijn, J.L. (1920) ltz.2 27-01-1945 Northwood, VK W 9

Bongers, H.W.F. (1925) elntmarns 19-09-1947 Grenden, Oost-Java MARNS 120

Bonte, C.G. (1910) tlg.zm 02-07-1948 Blitar, Oost-Java W 9

Bontius, G.H. (1928) sgtvgmr 02-01-1961 Dakota O 79 MLD 177

Boogaard, J.J. van den (1921) lmatr 05-10-1944 Ginneken MARNS 17

Boogaard, M. van den (1922) marn.3 04-10-1944 Rijsbergen MARNS 17

Boogaart, P.C. (1912) {BK} btsm 07-09-1944 Mauthausen W 93

Boogerman, M. (1909) sgtvsd 07-09-1944 Dakota C 47 DT941 MLD 103

Boogert, J.A. van den (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Booij, J. (1919) snrsm 15-03-1942 Koepang, Timor W 27

Bookelaar, J.J. (1918) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Boom, G. de (1916) stok.1 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Boom, G.J. van der (1907) ltz.3.kmr 10-02-1942 Fokker W 12 MLD 33

Boon, P. (1919) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Boone, F.G. (1918) stok.2 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Boone, P. (1913) matr.2 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Boonen, J.H.M. (1925) {BK} tdl.sgtmarns.ovw 22-07-1946 Botokan, Oost-Java MARNS 64

Booren, J.H. van den (1911) mil-matr-schr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Boots, H.J. (1918) sgtvl* 15-02-1944 Mitchell FL 194 MLD 75

Bootsma, J. (1919) {VK} sgtzwnr.zm 02-05-1945 Achmer, Dtsl. MLD 120

Booy, H.B. (1919) stok.2 08-12-1944 Brankassi, Siam W 48

Bor, H.W. (1901) lds 30-11-1942 ss Nova Scotia OS 43

Boreel, P.R. (1922) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Borg, J. (1904) kwmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Borking, J. (1903) matr.1 27-07-1945 Militair Hospitaal Den Haag W 9

Born, A.A.M. (1920) elntmarns.kmr.tv 12-02-1946 Tankoeng, West-Java MARNS 32

Born, D.H.J. (1918) sgtvgsch 09-02-1945 Mitchell FR 165 MLD 111

Born, W. van den (1924) lloovl 30-08-1950 Firefly K 76 MLD 149

110


Borsch, M. (1908) ltz.2.kmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Borst, J. (1881) matr-kok vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Borst, J.C. (1916) sgtgsmr 28-02-1942 Hr.Ms. Evertsen OS 31

Bos, A.F. (1905) kplmach 15-12-1941 Hr.Ms O 16 OZD 5

Bos, A.F. (1918) timmsm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Bos, H.J.H. (1928) marn.2 19-01-1948 Loemadjang, Oost-Java MARNS 132

Bos, P. van den (1914) hofmsm 21-12-1943 Perth, Australië W 7

Bos, P.H. (1924) marn.2.ovw 01-11-1948 Harderwijk W 10

Bos, T.A. (1920) matr.1 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Bos, W.N. (1906) ltz.2.kmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Bosch, H. ten (1900) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bosch, I.J. van den (1917) ltz.2 26-07-1941 Liverpool, VK

Bosch, J. (1910) bed.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Bosch, J. (1916) schrsm 10-01-1944 Non Pladuk, Siam W 48

Bosch, jhr. W.J.P. van den (1921) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Bosch, L. (1918) mil-o/m 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Boshoven, Ch. (1921) stok.1 19-06-1946 Soemobito, Oost-Java W 130

Bosma, F. (1919) tdl.kplmarns.ovw 13-11-1947 Soerabaja W 9

Bosma, G. (1917) {BK} marn.1 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5

Bosma, G.F.J. (1928) marn.3.zm 26-02-1949 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 154

Bosma, H. (1929) tdl.kplmarns.zm 26-07-1949 Soegihan, Oost-Java MARNS 167

Bosma, J. (1935) kplvgmr 10-09-1958 Mariner P 303 MLD 169

Bosman, A. (1907) kpltpmr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Bosman, J.G. (1895) sgtmont kmr 12-05-1940 MVK Veere MLD 4

Bosse, F. (1918) matr.1 24-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Bosselaar, J. (1906) matr.1 08-12-1941 Makassar W 9

Bosselaar, W.C. (1896) stok. LW 15-05-1940 Hr.Ms. Motorloodsboot no. 1 MD 7

Bossert, B.R. (1918) marn.3 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5

Bosveld, J.H. (1892) smjr-stafmzkt 14-03-1945 Makassar W 36

Bot, D. (1921) matr.3 14-05-1940 Hr.Ms. Johan Maurits v Nassau OS 9

Bothof, R. (1903) matr.1 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3

Bottema, J. (1913) {BL} ltz.2.kmr.tv 17-12-1944 Wormerveer W 99

Bouma, F. (1921) {(VK} ovl.2.kmr.tv* 19-08-1944 Mitchell FW 258 MLD 98

Bouma, L. (1913) stok.o/m 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Bouma, L.W. (1903) lndst-matr-mont 06-09-1945 Fukuoka 6, Japan W 8, W 47

Bouman, Ir. W.J. (1898) ltz.2.kmr.sd 13-05-1942 ms Brabant OS 37

Bouman, J.T. (1919) matr.1 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Bouman, K.A.J. (1914) kwmr 19-02-1945 Neuengamme, DR W 108

Boumann, A.H. (1909) mil-kplsnr/kw 07-09-1944 Non Pladuk, Siam W 48

Boumans, H.G. (1909) matr.1 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Bouquet, J. (1915) snrsm 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47

Bousche, J.E. (1895) lndst-matr 02-09-1943 Anganan, Burma W 48

Boutmy, E. (1915) ltz.3.kmr 24-11-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Bouwens, J.L. (1907) matr.1.zm 19-12-1949 Sidoardjo, Oost-Java W 130

Boven, J. van (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Boxman, C.A.A. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Braak, G.A. van der (1904) oppspr 03-12-1942 Colombo, Ceylon W 9

111


Braakman, E.W. (1922) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Braam, G.H. (1918) tlgnm 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Braat, B.M.C. (1912) ltz.2 20-07-1943 Leusderheide W 61

Braggaar, C.C. (1913) {BK} ltz.3.kmr.sd 07-09-1944 Mauthausen W 88

Brakel, H. van (1907) ltz.2.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Brandenburg, L.C. (1910) sgtvgmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Brandenburg, P. (1895) lndst-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Brandon, J.A. (1915) mil-matr 14-09-1942 Makassar (NEFIS Lion) W 43

Brands, A. (1909) kplmont 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Brandsma, Ph. (1942) matr.1 16-09-1960 Den Helder

Brandsma, W. (1915) bed.1.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Brandt, W.J. (1920) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Brandt, W.J. (1920) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms Java OS 29

Brasser, J.M.W. (1912) analiste KM 22-02-1942 Hr.Ms. Op ten Noort OS 25

Brasser, L.P. (1920) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Brasser, W.F. (1917) stok.2.zm 02-01-1942 ss Langkoeas OS 18

Braun, P.Ch.A. (1909) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java (vermoedelijk) OS 29

Brederode, P.J. (1900) lndst-sgtvsd 09-08-1945 Kamaichi, Japan W 47

Bree, R.J. (1911) mil-sgtmach 11-02-1945 Hitachi, Japan W 47

Breebaart, J.J.J. (1899) sgttpmr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Breedveld, J. (1906) stok. vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13

Breel, M. (1905) btsm 22-08-1942 CBZ Soerabaja W 9

Breen, M.H. van (1926) adbvl.1 15-07-1949 Firefly K 69 MLD 144

Breepoel, A. (1919) matr.1 14-02-1942 Falkirk, Schotland OZD 10

Breeschoten, A. (1917) montsm 25-12-1941 K XVI OZD 9

Breeuwsma, L. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Brehm, J.L. (1930) matr.2 05-06-1949 Vermist, Straat Berhala KVD 12

Breij, H. de (1918) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Brekelmans, Chr.A. (1916) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bremmer, A. (1905) sgtkok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bres, R. de (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bresser, H.J. (1917) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bretoniere, E.M. de la (1915) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Breugel, L. van (1923) stok.3.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Breukelen, A. van (1902) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Briemen, J.Th. van (1919) kplknst 27-07-1944 Hr.Ms. MTB 418 MTB 5

Brienne, J. (1911) kplhofm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Briet, B.O. (1912) mil-matr-snr/kw 28-02-1942 Pamanoekan, West-Java W 23

Brink, B.J. ten (1904) ltz.1 06-08-1942 Kesiler, Oost-Java W 11

Brink, G. van den (1915) stok.o/m 10-05-1940 Hr.Ms. Van Galen OS 1

Brink, L. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Brink, M.L. van den (1923) arovl 18-05-1945 Seafury F 588 MLD 121

Brinkman, P. (1914) stok.o/m 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Brocx, B. (1918) ltz.2 01-12-1944 Batavia (NEFIS Tiger II) W 98

Broeders, P.C.A. (1915) stok.o/m 24-1201941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Broek, A.C.P. van de (1906) sgtmach 04-05-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Broek, A.L.M. van den (1911) sgtvl* 30-05-1942 Hudson V 9122 MLD 47

112


Broek, C. van den (1907) kplmarns 12-03-1945 Rotterdam MARNS 27

Broek, G.H. van den (1919) stok.o/m.zm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Broekman, Th.F.M. (1922) kplmach.ovw 01-04-1947 Nijmegen, Militair Hospitaal W 10

Broer, W. (1912) kplmont 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Broere, A. (1895) omsd.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Broere, C. (1906) kplbott 15-05-1940 Hr.Ms Hydra MD 8

Broere, J. (1900) kplklmr 17-07-1943 Ludwigburg, DR W 12

Broers, T.J. (1903) ltz.2.kmr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Brogtrop, F.C.M. (1919) sgtzwnr* 18-05-1944 Hellcat MLD 84

Brokaar, G. (1911) kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Brokken, J.F.A. (1925) tdl.kplmarns.ovw 07-11-1946 Soerabaja W 7

Bromlewe, J.C. (1912) kpltpmr 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Bron, H. (1916) montsm 12-02-1944 Kuye, Siam W 48

Bron, K.G. (1897) {BK} ltz.1.kmr.tit. 10-05-1944 Natzweiler, DR W 81

Bron, R. van den (1925) adsvgtlg 29-03-1943 Morpeth, VK MLD 56

Bronke, M. (1901) kplmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Bronsdijk, H. (1918) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Bronsted, S. (1922) mil-matr-tlg 11-12-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Bronswijk, F.J. van (1907) lndst-kwmr 02-01-1943 Batavia W 11

Broodman, C. (1908) sgtmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Broos, W. (1900) spr 03-02-1945 Dachau, DR W 106

Brouwer, A. (1923) ltz.3 27-12-1949 Soerabaja W 7

Brouwer, A.J. (1927) marn.2.zm 08-12-1948 Djatiroto, Oost-Java W 9

Brouwer, F.H.A. (1936) ltz.2 02-05-1960 Cadzand (MOD) MD 33

Brouwer, H. (1922) pijper 3 15-04-1945 Murmerwoude, Fr MARNS 28

Brouwer, M.N.A. (1922) kplvgmr 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 139

Brouwer, R. (1906) {BK} majmont 27-02-1942 Hr.Ms.Java OS 29

Brouwer, W.R. (1925) lmatr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Brouwers, J.A.F. (1923) kplvgsch 29-07-1944 Mitchell FR 158 MLD 94

Brouwers, J.S. (1918) mil-matr-tlg 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Bruggen van Beek, J.P.T. van (1911) kplmach 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Bruggen, T. van (1897) kplmach 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Bruggink, J. (1924) tdl.kplmarns.ovw 05-08-1947 Djember, Oost-Java MARNS 104

Bruhns, J.F. (1922) mil-matr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Bruijn, C. (1921) mil-sgtvgsch 15-06-1944 ss Hoegh Silverdawn OS 50

Bruijn, F.A. de (1906) lndst-matr-tlg 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bruijn, G. de (1904) sgttlg 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Bruijn, J. de (1922) matr.2 10-02-1944 Ludwigsburg, DR W 12

Bruijn, L. (1914) {BK} kplmont 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Bruin, A.A. de (1929) kplvgmr 12-08-1957 Mariner P 312 MLD 166

Bruin, A.T. (1909) kplmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Bruin, B.C. de (1898) aoomach 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Bruin, D. de (1930) barb.1 31-01-1949 MVKM Soerabaja W 7

Bruin, S. (1928) sgtv 10-06-1959 Mariner P 306 MLD 171

Bruin, W. de (1929) matr.3 31-01-1949 Semarang W 9

Bruinenberg, J. (1921) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bruines, A.H. (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

113


Bruinhout, Ch. (1919) vgmrsm 26-12-1941 Dornier X 11 MLD 24

Bruinink, J.E. (1900) majtpmr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Bruins, W.A. (1915) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bruinsma, D. (1918) tlgnm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Bruinsma, M.K. (1922) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Bruinsma, W. (1926) marn.3.zm 21-07-1947 Pandakan, Oost-Java W 7

Bruist, D.F.J. (1937) schr.3 03-01-1955 Hilversum

Brummelen, H. van (1917) stok.1.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Bruna, F. (1905) kplzvpl 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Bruning, J.H. (1920) mil-matr-vgmr 03-02-1942 MVKM Soerabaja MLD 31

Bruno, J.J. (1896) hvlam 24-06-1946 Makassar W 7

Brunott, W. (1922) tdl.kplmarns.ovw 06-11-1946 Soerabaja MARNS 78

Bruns, W.H. (1928) vgmr.bp.1 24-04-1952 Sea Otter R 6 MLD 153

Brunsting, Th. (1910) kltz 15-10-1954 Manus eiland, Australië W 9

Brunt, J. (1924) lmatr 05-03-1942 Marinebataljon, Oost-Java MARNS 9

Bruring, C.A. (1916) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Brusselman, D. (1906) btsm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Büchner, L.A. (1918) marn.1 20-07-1943 Takanun, Siam W 48

Buck, C. de (1920) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Bueno de Mesquita, E. (1905) ltz.2.kmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Buijnink, C. (1918) tlgnm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Buijnink, P. (1911) smjrvl 30-05-1942 Hudson V 9122 MLD 47

Buijs, A.A. (1905) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Buijs, A.A. (1926) marn.1.zm 20-04-1949 Kaliklero, Oost-Java MARNS 164

Buijs, A.M. (1916) matr.1 22-06-1943 Anganan, Burma W 48

Buijs, C.M. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Buijs, J. (1919) matr.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Buijs, J.A. (1912) omsd.2 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Buijze, A.J. (1899) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Buijze, W. (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Buikes, J.J.H. (1903) sgtvgmr 11-05-1942 Sachsenhausen, DR MLD 44

Buikhuijsen, L. (1909) ltz.2.kmr.sd 22-06-1943 Hlapauk, Burma W 48

Buis, D.J. (1919) matr.3 12-04-1945 Laren W 120

Buis, J.W. (1901) lds 17-05-1940 Terneuzen W 3

Buiskool, H.F. (1920) ovl.2.kmr.tv* 13-02-1944 Mitchel (Peterhead, VK) MLD 74

Buitenhuis, N. (1920) matr.1 13-03-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 11

Bukkens, J. (1916) {BK} ozwnr.2.kmr.tv* 06-09-1944 Mauthausen MLD 103

Bulham, A.E. (1922) mil-stok 15-02-1942 Hr.Ms. Pro Patria MD 13

Buman, Th. (1919) mil-stok 14-05-1944 Tarakan, Borneo W 11

Buning, J.J. (1923) ovl.3.kmr.tv 03-02-1945 Lancaster PA 158 MLD 110

Bunschoten, J. (1919) stok.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Buntinx, L.H. (1927) tdl.sgtmarns.ovw 27-07-1947 Ardjosari, Oost-Java MARNS 96

Burchartz, H.H.J. (1909) lndst-matr 26-08-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Buren Lensinck, J.W. van (1914) ltz.2.kmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Buren, P. van (1917) marn.1 08-03-1942 Sidoardjo, Oost-Java MARNS 11

Burg, J. van den (1920) matr.1 03-09-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Burg, P. van den (1920) matr.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

114


Burgh, D. van der (1910) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Burgh, G.J. van der (1919) mil-matr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Burghardt, J.T. (1918) mil-kpltlg 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Burghout, M. (1917) kplmarns 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Burik, P.W.F. van (1916) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Busschere, J.H. de (1921) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Busselaar, W.J.G. (1908) mil-matr 10-11-1944 Bangkong, Semarang W 11

Bussemaker, A.J. (1900) {RMWO} ltz.1 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Bussink,L. (1918) kplmarns 23-04-1948 Utrecht W 10

But, J. (1916) kpltlg 26-06-1942 Hudson T 9435 MLD 48

Butteweg, D. (1920) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Buur, A. (1909) mil-matr-tlg 25-08-1943 Phadong, Burma W 48

Buurmeester, C. (1909) kplzvpl 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Buytelaar, J.C. (1915) sgtmarns 25-10-1944 Hilvarenbeek (Pr.Irene Brigade) MARNS 21

Cadot, A.F.J. (1920) stok.3 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Cadot, J.J.A. (1914) kpltpmr 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Cadsand, A. van (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Calame, A.H. (1922) matr.3 15-03-1942 Tjilatjap W 11

Callaars, J.H.G. (1928) dpl.huzaar 28-12-1948 Mantingen, Oost-Java MARNS 138

Camerik, E.W.C. (1912) mil-matr-zvpl 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Camerling, H.F. (1910) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Campert, H.M. (1904) mil-matr-snr/kw 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Camps, H.J.L. (1923) marn.2.ovw 11-07-1946 Gedangan, Oost-Java MARNS 58

Captain, J.M. (1922) mil-matr-snr/kw 02-02-1944 Non Pladuk, Siam W 48

Captijn, J.A.R.C. (1917) ova.2 05-08-1947 Volkel W 7

Cardozo, I. (1908) zvpl.2.ovw 26-03-1947 Malino, Celebes W 7

Carels, B.E. (1921) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Caris, H.A.M. (1926) marn.3.zm 22-07-1947 Soerabaja MARNS 94

Carli, A.F.A. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Carp, A.J. (1908) mil-stok 15-12-1944 Bodjonegoro, Oost-Java W 100

Casand, W.C.C. van (1919) {BL} mil-matr-snr/kw 13-06-1943 Kinsayok, Siam W 48

Cate, J. ten (1916) lmatr-vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Cattenburgch, W.O. (1915) marn.2 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10

Cattij, H.R. (1915) inh-matr.1 25-02-1944 Japans zeetransport OS 54

Cayaux, H.A. (1918) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ceuninck van Capelle, H.L. de (1927) mil-matr 17-09-1946 Kedemean, Oost-Java MARNS 72

Ceuster, J.A. de (1928) marn.2.zm 20-09-1949 Dander, Oost-Java W 7

Challik, D.Th (1920) ltzv.1.kmr.ov 24-10-1955 Seafury J 8 MLD 162

Chamin (1920) inh-matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Charmes, J.G. (1896) homsd.2 29-03-1944 Curaçao W 9

Charon de St.Germain, G. de (1925) sgtvgmr 10-09-1958 Mariner P 303 MLD 169

Château, E.H. (1915) snrsm 30-08-1941 Hudson V 9063 MLD 18

Chatelain, A.J.I. (1914) mil-matr 31-12-1943 Chungkai, Siam W 48

Chatelin, C. (1918) matr.1 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16

Chattelin, F.A.T. de (1916) mil-matr-tlg 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Chisholm, O.A. (1915) ord.signalman.RN 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Chömpff, J.M.L.I. (1904) {RMWO} ltz.1 24-02-1942 Noesa Penida OS 23

115


Chrisholm telegraphist RN 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Christern, M.W.D. (1922) lloovl* 07-10-1946 Firefly F 15 MLD 131

Christiaansen, J.J. (1919) kplknst 14-08-1946 Tandjong Priok (MOD) MD 26

Christiani, K.L. (1907) mil-matr-tpmr 19-11-1943 Chungkai, Siam W 48

Cijs, P. (1916) matr.1 11-01-1942 Hr. Ms. Prins van Oranje MD 11

Cijvat, L. (1926) btsm 20-01-1960 Hr.Ms. Giethoorn MD 32

Cingel, W. van der (1918) matr.2 31-05-1942 Makassar W 36

Claassen, A.H. (1913) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Clarisse, H. (1916) marn.1 08-03-1942 Sidoardjo, Oost-Java MARNS 11

Clark, Th.A. (1922) mil-matr 13-01-1944 Non Pladuk, Siam W 48

Claudius, J.H. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Claus, H. (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms De Ruyter OS 28

Clay, Mr. J.M.P. (1911) ozwnr.2.kmr 29-07-1944 Mitchell FR 158 MLD 94

Clemenkowff, C.C. (1907) sgttpmr 21-10-1946 Menado (MOD) MD 27

Clement, C.A. (1898) sgtmarns 01-08-1943 Altengrabow, DR W 12

Clignett, P.C.J. (1906) ltz.2.kmr.ov 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Cloesmeijer, J.H. (1916) kplvgtlg 27-01-1943 Hudson EW 919 MLD 55

Cloo, U. (1916) tdl.smjrmarns 10-01-1949 Soko, Oost-Java MARNS 143

Cobben, C.J. (1914) mil-matr 06-03-1945 Bandjermasin, Borneo W 11

Coblens, N. (1919) matr.2 10-05-1943 Phadong, Burma W 48

Cobussen, R. (1912) kplmach 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Coenders, F.P.L. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Coenraad, A.L. (1936) vgmrknst 25-02-1960 Avenger A 20 MLD 175

Coenraad, E.W. (1917) ll.vgmr 16-02-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Coenraad, F.H. (1919) mil-matr-schr 24-08-1945 Hsiao-Ling, Hainan W 8 (W 71)

Cohen, E.C. (1923) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Colbier, A.E. van (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Coldenhoff, V. (1924) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Colijn, J.G. (1919) ltz.3 03-03-1942 Vermist OS 31

Colin, D.E. (1915) mil-stok 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Collins, H.R.D. (1919) supply PO RN 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Combe, A. de la (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Commelin, D. (1906) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Conijn, F.P. (1922) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Consemulder, A.G. (1912) mil-o/m 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47

Cooke, R.A. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Coolhaas, J.H. (1887) kltz.tit.kmr 27-03-1947 Alkmaar W 135

Coomans, L.G. (1913) ovl.3.kmr 01-10-1942 Brooks, Texas MLD 42

Coone, J.D. (1915) sgtmach 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Cooten, J. van (1916) kplschr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Copier, A.A. (1924) vgmr.3.ovw 28-02-1947 Hospital Cromer, Norfolk (VK) W 9

Corbet, A.E. (1913) mil-stok 29-03-1943 Hindato, Siam W 48

Corbet, E.N. (1921) mil-stok 29-07-1942 Samarinda, Borneo KVD 6

Cordes, F.J. (1929) tdl.kplmarns 04-09-1949 Djatirogo, Oost-Java MARNS 167

Cordesius, L.J.C. (1904) ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Cordesius, Th.F. (1909) mil-matr 22-11-1943 Tarakan, Borneo W 11

Cornelis, J.C. (1893) kltz 09-03-1944 Kanchanaburi, Siam W 48

116


Cornelissen, M. (1916) marn.2.ovw 19-07-1946 Soerabaja MARNS 61

Corporaal, B. (1921) kplvgtlg 11-01-1943 Hudson AM 863 MLD 54

Corstanje, N. (1919) ll.oovl 28-10-1944 Scheveningen MLD 104

Corte, J.P.A. (1909) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26

Costa, J. da esd 12-1949 Soerabaja MARNS 170

Costa, S. da (1908) inh-matr-bott 27-02-1942 Hr.Ms.De Ruyter OS 28

Coterlet, H.Th. van der (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Couten Piccard Wieringa, J.G. van (1915) ltz.2 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Cox, J.P. (1910) sgtvgmr 10-07-1945 Kamaichi, Japan W 47

Cramer Bornemann, H. (1920) mil-stok 05-03-1942 Marinebataljon MARNS 9

Cramer, C.G. (1910) mil-matr-snr/kw 18-08-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 8

Cramer, J.J. (1917) mil-matr 24-08-1946 Makassar W 7

Cramer, J.J.M. (1920) mil-matr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Cremer, A. (1907) mil-sgtsnr/kw 10-11-1943 Liang, Ambon W 11

Cress, A. (1920) mil-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Croes, K.H. (1922) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Crousen, J.J.G.M. (1926) marn.3.zm 30-10-1947 Bondowoso, Oost-Java MARNS 123

Crucq, W. (1916) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Cruijff, R. (1923) tdl.kplmarns.ovw 16-12-1946 Soerabaja W 9

Cuijpers, F.H. (1918) stok.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Cupido, A. (1901) majmach 21-08-1943 Anganan, Burma W 48

Daalhuizen, W. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dael, A.C. van (1932) matr.2 27-01-1955 Hr.Ms. Walrus OZD 22

Dael, D. (1913) inh-kplmzkt 24-12-1944 Banjoewangi, Oost-Java W 102

Dahler, A. (1913) mil-kplvgmr 04-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Dalen, H. van (1911) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dalidjo (1918) inh-stok.o/m 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Dalijo (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Daliman (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Dalmijn, W.F.L. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Daloegoe, J. (1897) inh-matr.1 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Dam, A.G. van (1908) mil-matr-tlg 24-10-1943 Swordfish LS 398 MLD 65

Dam, E.K. van ovl.2.kmr.tv 11-02-1946 Albacore MLD 128

Dam, H. van (1918) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dam, J.G. van (1922) marn.2.ovw 29-12-1946 Soerabaja W 7

Dam, J.W. van (1907) kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dam, M.A. van (1901) majmont 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Dam, P.J.E. van (1922) kplvgsch 13-01-1945 Mitchell FW 227 MLD 109

Dam, Th. (1908) kplknst 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Damme, J.J. van (1908) mil-matr 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56

Damwijk, A. (1915) mil-stok 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10

Damwijk, B.R. (1918) vgmrsm 11-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26

Dani (1919) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Daniëls, A.J. (1902) ovl.2 30-08-1945 Dakota KJ 974 MLD 126

Daniëls, G.A. (1904) lndst-matr 09-09-1943 Anganan, Burma W 48

Dankelman, T.B. (1919) matr.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Dankmeijer, Th. (1923) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

117


Dantz, O.C.F. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Darga (1924) inh-bed 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Darmadi (1921) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dartel, A.A.H. van (1920) tdl.kplmarns.ovw 23-07-1946 Betro, Oost-Java MARNS 65

Dasijo (1923) inh-bed 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Davelaar, G. (1909) kpltpmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

David, D.C. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Davids, R. (1916) kpltlg 13-02-1943 Cairns, Australië OZD 16

Davidse, A. (1904) btsm 20-09-1943 Hindato, Siam W 48

Davidson, J. (1917) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Davidsz, G.F. (1916) mil-matr 29-07-1943 Hindato, Siam W 48

Deben, G.L. (1921) matr.2.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Deege, L.C. (1916) schnmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Deeleman, P.L. (1920) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Deen, K. (1916) ltz.2.kmr 30-08-1941 Hudson V 9063 MLD 18

Deen, V.M. (1912) matr.3.zm 12-05-1940 MVK Veere MLD 4

Degenaars, L. (1914) mil-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Dehn, A.H.G. van (1909) mil-kplmach 13-02-1944 Fukuoka 2, Japan W 47

Deinse, G.F. van (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Dekker, A.G. (1911) tdl.sgtmarns 18-03-1947 Modjokerto, Oost-Java MARNS 89

Dekker, H. (1918) marn.2 26-12-1943 Non Pladuk, Siam W 48

Dekker, J. (1903) spr 05-05-1944 Nakhonpathon, Siam W 48

Dekker, J. (1927) stok.3 07-08-1947 Hr.Ms. Karel Doorman W 7

Dekker, J.A.H. (1903) stok.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Dekker, J.M. (1908) kplkok.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Dekker, J.Th. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dekker, L. (1934) ltz.2 06-11-1957 Seahawk F 53 MLD 166

Dekker, P. (1928) ltz.3 14-10-1952 Firefly F 6 MLD 156

Dekker, P.C. (1930) matr.3 15-01-1948 Batavia W 7

Dekker, S. (1921) stok.3 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Dekkers, C.A. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dekkers, J. (1920) vgmrsm 29-12-1941 Dornier X 15 MLD 25

Dekkers, Z.W.C. (1916) sgtvsd.zm 20-10-1943 Mitchell (Banbury, VK) MLD 64

Delahaya, S. (1919) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Delden, M. van (1919) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Delft, D.C. van (1927) tdl.kplmarns.zm 26-02-1949 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 154

Delft, G. van (1916) stok.o/m 05-09-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 8 (W72)

Delmaar, R.R. (1910) mil-matr-tlg 13-11-1943 Phadong, Burma W 48

Delver, J. (1901) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Derksen, J.Th.M. (1935) marn.3.zm 13-03-1956 Remoe, NNG W 7

Desmet, C.J. (1919) llvgmr 12-02-1945 Makassar W 36

Deswijzen, J. (1920) kplvsd.kmr.tv 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136

Deug, L.F. (1920) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Deugd, A. de (1918) knstsm 29-12-1943 Thambyazayat, Burma W 48

Deurloo, L.J. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Deursen, P.J. van (1914) stok.2.zm 14-05-1940 Dordrecht W 1

Deutekom, G. (1927) marn.3.ovw 03-11-1946 Sawohtjangkring, Oost-Java MARNS 77

118


Deventer, P.J. van (1919) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Dias, Ch.R. (1917) mil-matr 14-01-1944 Fukuoka 14, Japan W 47

Diemel, C.F.M. (1914) tlgnm 06-06-1944 Bloemendaal W 83

Dien, J. van de (1899) stok.o/m 01-07-1946 Modjokerto, Oost-Java W 8

Dienaar, W. (1915) stok.2.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Dieren Bijvoet, A.J. van (1919) ovl.2.kmr.tv* 28-10-1943 Mitchell FR 174 MLD 67

Dieters, H.J. (1902) hofmsm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Diets, A.C. (1909) sgtvgtlg 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn OS 50

Diets, A.L. (1923) sgtvgtlg 09-02-1945 Mitchell FW 212 MLD 111

Dijck, N.L. van (1917) mil-matr 29-06-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Dijk, A. Th. van (1919) knstsm 04-10-1943 Kuye, Siam W 48

Dijk, A. van (1914) sgtmarns 11-06-1946 Bergen op Zoom W 7

Dijk, C. van (1905) sgtmont 24-06-1944 ss Tomohoku OS 56

Dijk, D. van (1903) lndst-sgtsnr/kw 01-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Dijk, D. van (1918) stok.o/m 22-10-1943 Kuye, Siam W 48

Dijk, E.Ch. van (1916) mil-matr-schr 11-06-1945 Nakhonpathon, Siam W 48

Dijk, F.H. (1904) mil-sgtvsd 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Dijk, F.H.J. van (1904) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dijk, G. van (1913) kplmarns 19-03-1945 Fukuoka 17, Japan W 47

Dijk, IJ.P. van (1927) marn.1.ovw 21-11-1947 Soerabaja MARNS 129

Dijk, J. van (1917) kplmach 19-02-1942 CBZ Soerabaja OS 22

Dijk, P. van (1917) marn.1 07-05-1945 Makassar W 36

Dijk, W.J. van (1919) vgmrsm 16-02-1941 MVKM Soerabaja W 7

Dijkema, A. (1929) sgtvgmrknst 10-06-1959 Mariner P 306 MLD 171

Dijkerman, G.J. (1911) ltz.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dijks, F. (1919) bed.2.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3

Dijksma, G. (1922) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dijkstra, J. (1904) ltzsd.1.kmr 05-01-1947 Malino, Celebes W 9

Dijkstra, J. (1921) matr.3 16-08-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 8 (W 36)

Dikmans, M.H. (1916) kplvgmr 18-08-1945 Makassar W 8/W 36

Dingemanse, P. (1909) kplbott 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Dings, L.C.L. (1902) kplbott 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Dingstee, F.H. van (1923) {BK} vgtlg 08-03-1942 Bantam, West-Java MLD 39

Diran (1912) inh-kplstok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Dirkmaat, D.J. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Dirks, W.H. (1917) tdl.kaptmarns.kmr 04-06-1946 Samoiboeloe, Oost-Java MARNS 51

Dirkzwager, H. (1897) majzvpl 17-02-1945 Halfweg W 107

Ditmarsch, E. (1922) ovl.3.kmr.tv 13-02-1945 Spitfire IRK 892 MLD 112

Dixhoorn, J. van (1919) matr.2 08-06-1942 Makassar W 36

Djabar, Moh. (1909) inh-kplschr 27-02-1942 Hr.Ms. Java (vermoedelijk) OS 29

Djajadi (1922) inh-bed 08-03-1942 Vermist, NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26

Djakar (1909) inh-stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Djakaria Djokosoedarsono, D. (1920) inh-stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Djamin (1920) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Djasimin (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Djimoen (1910) inh-kpltlg 23-02-1942 Dornier X 21 MLD 36

Djoemadi (1922) inh.stok.2 08-03-1942 Vermist, NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26

119


Djoemadi alias Saiman (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Djojomonggolo, J. (1921) inh.stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Djojosoenowo, A. (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Djoko Oentoeng (1923) inh-ll.stok 24-02-1942 Soerabaja OS 22

Dobbinga, C.W. (1898) {KV} sgttlg.tit 14-04-1945 Amsterdam W 121

Dobson, W.C. (1915) ovl.2.kmr.tv* 08-06-1944 Mitchell FR 150 MLD 86

Doeksen, T. (1911) sgtmont 26-02-1942 Hr.Ms. Java W 9

Doelmadjit (1907) inh-bed 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Doelrachman, A. (1919) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Does, C.P.J.M. van der (1920) kok.2.zm 30-07-1943 Mitchell FR 144 MLD 61

Dok, J. van (1887) stok. LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Dol, J. (1916) matr.1 17-02-1945 Halfweg W 107

Dolder, F. van (1919) matr.1.zm 01-09-1944 Aylesford, VK W 9

Dolman, J.D. (1911) ovl.2 02-12-1941 Hudson V 9036 MLD 21

Dom, B.H. (1921) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dom, H.N.R. (1922) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dommelen, E.C. van (1886) mach.vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Dommelen, P.C. van (1927) marn.1.ovw 13-09-1947 Bandagan-Koelon, Oost-Java MARNS 117

Dommers, W.C.H. (1902) ova.2.kmr 10-02-1942 Balikpapan, Borneo W 11

Dongen, C. van (1922) lmatr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Dongen, C.A.D. van (1923) ovl.3 03-08-1944 Hellcat JV 178 MLD 95

Donk, A.E. (1916) ovl.3.kmr 01-09-1944 Mitchell N5-214 MLD 100

Donk, A.H.H. (1909) mil-matr-tlg 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Donk, J.J.M. van (1905) kplmach 24-05-1943 Haaren, NB W 57

Donk, T. (1918) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Donkelaar, G.J. van (1932) sgtv 12-08-1957 Mariner P 312 MLD 165

Donkelaar, J. van (1916) sgtvl 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 138

Donker, G.H. (1912) ltz.2 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Donker, H.W. (1913) stok.o/m.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Donker, W.J.C. (1916) ltz.3.kmr 01-10-1939 Hr.Ms Jan van Gelder MD 2

Dons, J.M. (1913) btsm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Dool, H. van den (1912) mil-matr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Dooms, J.C. (1896) matr.vmr 12-05-1940 Hr.Ms. Luctor et Emergo OS 5

Dooren, F.F. van (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Doorman, K.W.F.M. (1889) {RMWO3} sbn 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Doorn, A. van (1924) marva 3 kmrtv 16-09-1945 Arnemuiden W 7

Doorn, R.H. van (1903) Sgttimm 14-05-1940 Hr.Ms. Johan Maurits v.Nassau OS 9

Doornbos, L. (1907) marn.1 05-02-1945 Fukuoka, Japan W 47

Doorne, J. van (1918) Kplmarns 07-03-1945 Maru-hospitaal, Japan W 47

Doornik, J.G. (1911) mil-matr 29-07-1945 Bandjermasin, Borneo W 11

Doornik, J.Th. (1923) mil-matr-tlg 25-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Doornweerd, Th.A. (1908) mil-matr-snr/kw 16-01-1944 Kamaichi, Japan W 47

Dor, L.J. (1923) tdl.kplmarns.ovw 13-09-1947 Bandagan-Koelon, Oost-Java MARNS 118

Dorant, J. (1926) marn.3.ovw 26-04-1946 Ketegan, Oost-Java W 7

Dorland, B.W. van (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dorland, H.A.G. van (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dornseiff, H. (1913) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

120


Dorscheidt, G.A.M. (1928) tdl.kplmarns 01-05-1949 Soekaredjo, Oost-Java W 7

Dort, C.J. van (1904) Btsm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Dort, G.J.P. (1914) mil-sgtvsd 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Dortalina, J.L. (1922) matr.2 04-02-1946 Curaçao W 9

Douw van der Krap, N.C.A. (1916) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Dreher, A.A. (1910) ovl.3.kmr 01-09-1944 Mitchell N5-214 MLD 99

Dreise, W. (1925) tdl.kplmarns.ovw 08-09-1946 Soerabaja W 9

Drenth, J. (1905) Kwmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Dreves, C.H.A. (1904) Sgttlg 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Drevijn, J.P.S. (1920) matr.1 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 OZD 6

Drexhage, A.P. (1914) mont.2.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Driel, J. van (1924) kplvgsch.zm 13-01-1945 Mitchell FR 181 MLD 109

Driel, T.A. van (1909) Sgtmont 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Drijdijk, M. (1918) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Drijsen, J. (1907) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Drijver, J. (1908) Lds 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Drijver, J. (1910) mil-o/m 15-06-1942 Batavia W 11

Drijver, J. (1919) stok.o/m.zm 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Drinhuijzen, J.H. (1917) mil-matr-tlg 11-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26

Droop, V. (1904) ovg.2.kmr 01-04-1942 Palembang, Sumatra OS 34

Dubbeldam, G. (1903) Sgtmach 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Dubbeldam, P. (1919) matr.2.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Dubois, A. (1913) Sgtvl 14-11-1940 Dornier X 4 MLD 10

Dudart, J.C. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dugro, F.D. (1920) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Duif, J. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Duijl, R.J.M. (1941) mach.1 18-01-1962 Hr.Ms. Karel Doorman OS 78

Duijndam, H.F. (1929) tdl.kplmarns 28-01-1949 Patjitan, Oost-Java MARNS 149

Duijne, D. van (1919) sgtmach.zm 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v.Nassau OS 9

Duijvelshoff, W.B. (1908) Kplmach 04-11-1943 Chungkai, Siam W 48

Duijvenvoorde, L. van (1894) sgtmach.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Duin, G.C.L.M. (1941) marn.1.zm 16-09-1961 Manokwari, NNG MARNS 174

Duin, P.B. (1909) Kwmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Duin, W. van (1928) marn.3.zm 26-02-1949 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 154

Duine, A. (1903) Sgtmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Dumas, C. (1922) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dumas, F. (1917) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Dumas, R. (1920) mil-stok 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47

Dumont, H.W. (1901) lndst-matr 25-05-1943 Haroekoe W 11

Dümürzük, M.A.F. (1899) lndst-matr 21-04-1944 Tokio, Japan W 47

Dun, R.A.J. van (1914) matr.1 15-08-1943 Vlissingen W 64

Dungen, F. van den (1918) matr.1 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Dupker, E.K.Th. (1917) mil-btsm 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Dupuij, H.J. (1899) Oppmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Duran, J. (1921) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Dussen, G. van der (1918) matr.1 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Dutrieux, A.M. (1919) mil-matr 01-06-1946 Makassar W 9

121


Dutrieux, H. (1917) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Duuren, C. van (1928) marn.3.zm 20-03-1949 Kali Soerabaja MARNS 159

Eck, W. van (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Eckeveld, C. van (1927) dpl.huzaar 28-12-1948 Mantingen, Oost-Java MARNS 138

Edwards, C.A. (1921) mil-matr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Edwards, R. (1918) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Eeden, P.C. van den (1927) marn.1.ovw 15-11-1947 Soerabaja W 7

Eekhout, J.W. (1918) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Eekman, H.W. (1912) stok.1.zm 16-06-1943 Dundee, VK W 7

Eekman, P.G. (1916) Knstsm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Eelman, R. (1910) Sgtmach 19-03-1945 Fukuoka 17, Japan W 47

Eenennaam, J.J. van (1904) Sgtzvpl 16-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Eenkooren, H. (1918) stok.2.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3

Eerhard, F.C. (1893) Oppvgmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Eestermans, H.J. (1925) Esd 25-11-1946 Gedangan, Oost-Java MARNS 80

Eeten, P. van (1900) ambt. ME 22-08-1942 KLM Parkiet MLD 49

Egas, P. (1914) ltz.2.kmr.sd 29-04-1945 Shotley, Suffolk (VK) W 9

Egberts, E.A. (1919) stok1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Eggink, H. (1918) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Egmond, A.W. van (1921) matr.1 29-03-1943 Morpeth, VK MLD 56

Egter van Wissekerke, J.G. (1923) mil-kpltlg 15-02-1944 Mitchell FL 194 MLD 75

Ehren, J.M. (1916) marn.1 27-09-1943 Takanun, Siam W 48

Eijkhout, P. (1908) Sgttlg 07-01-1944 Fukuoka 3, Japan W 47

Eijlers, D.F. (1924) marn.3.ovw 28-05-1946 Bringkang, Oost-Java MARNS 48

Eijnde, E.F.N. op 't (1922) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Eijnde, J.A. van den (1921) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Eijnsbergen, H.J.J. van (1907) ltz.2.kmr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Eijnthoven, J.Ch. (1918) matr.1 18-02-1941 CBZ Soerabaja W 7

Eijnwachter, J.C. (1899) ltz.2. (hfdwk GM) 18-04-1943 Osaka, Japan W 47

Eijzinga, J.W. (1915) Kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Eikelenboom, T. (1908) Btsm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Eind, E. van 't (1920) ovl.2.kmr.tv* 30-07-1943 Mitchell FR 144 MLD 61

Eindhoven, G. (1913) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ekelenburg, J. van (1901) Majmont 13-10-1943 Kuye, Siam W 48

Ekels, A.H.W. (1916) mil-kwmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Ekeren, J. van (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ekkebus, J.C. (1921) matr.2.snr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ekkel, J. (1911) tdl.smjrmarns.ovw 28-09-1946 Soerabaja MARNS 74

Eksam bin Moekamat (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Eksteen, K. (1926) tdl.kplmarns.zm 27-02-1949 Toeban-Babat, Oost-Java MARNS 155

Eland, L. (1915) Kplmarns 06-02-1945 Rotterdam MARNS 24

Elders, H.M. (1914) stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Eleveld, J. (1918) matr.1.tlg 13-03-1942 Pedada-baai OS 31

Elias, A. (1909) Sgtkok 28-12-1942 Rangoon, Burma W 48

Elink Schuurman, E.W.H. (1918) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Elkerbout, M.F. (1897) {BL} ovl.3. b.d. 05-09-1944 Vught MLD 101

Ellerkamp, H.H.E.O. (1904) lndst-matr-schr 15-06-1944 Makassar W 36

122


Elmensdorp, C.C. (1907) mil-o/m 10-10-1943 Maoemere, Flores W 11

Elsen, A.M.J. van (1928) vgknst.1 08-09-1949 Soerabaja W 9

Elshof, R.R. (1920) sgtadb.z 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Elshout, C.H. van den (1921) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Elst, A. (1918) matr.3 05-12-1941 Soerabaja

Elst, J.D. van der (1909) Kpltlg 12-04-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Elst, L. van der (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Elst, N.Ch. van der (1919) Tlgnm 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Elswijk, A.P. van (1908) Kplmont 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Emmen, A.H. (1915) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Emmens, H.L. (1917) marn.1 30-05-1942 Hudson V 9122 MLD 47

Emmerik, B. van (1912) Sgtvgmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Emmerik, Th.W. van (1927) tdl.kplmarns.zm 07-03-1949 Lamongan, Oost-Java W 7

Emondt, L.M. (1905) tdl.smjrmarns 25-04-1947 Soerabaja W 9

Emous, Th.M. (1915) ozwnr.2.kmr.tv 09-02-1945 Mitchell FW 212 MLD 111

Empel, H. van (1918) stok.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3

Enak (1909) inh-kplmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

End, G. van den (1911) {BL} ltz.3.kmr 25-02-1942 Dornier X 17 MLD 37

Ende, J.J. van den (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Engelhart, W.C. (1916) Kplmont 10-09-1944 Port Edgar, VK W 9

Engels, P. (1921) Sgtvgtlg 08-06-1944 Mitchell FR 182 MLD 86

Engelse, M.H.M. (1902) matr. LW 30-09-1943 "Croetzen" (Zandkreek) W 68

Engka, M. inh-matr. GM 16-04-1942 Hr.Ms. Anna OS 35

Engles, J. (1905) {BK} ltz.2.kmr 10-01-1942 Hr.Ms. Van Masdijn KVD 2

Enk, H. van (1903) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Enkelaar, P.J. (1898) Kplkok 15-08-1945 Tjimahi, West-Java W 11

Enting, H. (1899) majvgmr. 11-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Entrop, N. (1916) mil-matr-vgmr 14-09-1942 Makassar MLD 50

Epke, G.A. (1911) mil-matr-schr 21-11-1942 Rangoon, Burma W 48

Erkelens, H.A. (1920) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Es, G. van der (1902) Majtlg 14-11-1940 Dornier X 4 MLD 10

Es, J. van (1910) zvpl.zm 19-03-1942 Colombo, Ceylon W 28

Es, P.J. van (1924) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Es, W. van (1915) Kplvgmr 06-12-1941 Catalina Y 44 MLD 22

Eschbach, A. (1917) marn.3 15-05-1941 CBZ Soerabaja W 9

Eschels, W. van de (1924) zvpl.1 02-02-1953 Soerabaya (Miltaire Missie) W 7

Espen, C.J.J. van (1903) Sgtmarns 10-05-1940 Rotterdam MARNS 2

Essenberg, H. (1914) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Esser, H. (1908) mil-matr 10-06-1943 Bondowoso, Oost-Java W 58

Ester, D. (1912) stok.o/m.zm 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Evers, G.J. (1913) Sgtvl 04-01-1942 MVK Tondano, Celebes MLD 24

Evers, J. (1919) ovl.3.kmr.tv 08-12-1943 Swordfish HS 274 MLD 69

Evers, M. (1907) mil-kplsnr/kw 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Faas, G. (1921) matr.2 29-08-1943 Kuye, Siam W 48

Faas, H.J. Kplmarns 09-01-1949 Volkel W 7

Faber, A.S. (1895) homsd.2.kmr 22-07-1943 Washington DC, VS W 9

Faes, W.J.A. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

123


Fagel, J.A. (1917) matr.1 01-01-1941 Hr.Ms. Gruno, Londen. W 7

Falize, M.Th. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Falkenberg, R.F. (1911) mil-matr 15-01-1942 Teloek Bajoer, Borneo KVD 2

Farber, H.J. (1917) knstsm 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Fasol, P.N. (1915) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Feenstra, A. (1908) ltz.2.kmr.ov. 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Feenstra, A.W.P. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Feij, A. (1917) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Feij, D.P.C. (1914) 3e off GM 16-03-1942 Poelau Klappa MD 16

Feil, J.F. (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Feleus, K.L. (1923) matr.2.kmr.tv 28-03-1947 Bergen op Zoom (MOD) W 7

Feliksdal, Ch.B. (1901) marn.1 25-01-1943 ms Nortind OS 48

Fenenga, Mr. R.A. (1907) mil-matr 25-10-1944 Tarakan, Borneo W 11

Ferdinandus, Ch.J. (1923) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Fernhout, L.W. (1913) kplmach 15-08-1942 Hr.Ms MGB 46 MTB 2

Ferouge, Th. (1910) kplzvpl.zm 06-03-1947 Soerabaja MARNS 87

Ferweda, R. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Feu, C.F. le (1911) mil-matr 24-11-1945 Manilla W 8

Feuth, T.A.J. (1916) marn.1 14-05-1940 Overschie MARNS 7

Fial, J.H. (1924) marn.3 06-03-1942 Kertosono, Marinebataljon MARNS 10

Filarski, J.D. (1912) matr.3.zm 07-09-1941 ss King Edwin W 7

Fischer, C.E.E. (1913) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Fisser, H.E. de (1921) stok.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Fivet, H. (1919) matr.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Flem, P.W.P. (1911) mil-matr-tlg 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Flissinger, W.R. ltz.3 (3e wk GM) 28-02-1942 Hr.Ms. Reiger OS 30

Flohr, A.E. (1919) matr.2 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Flohr, E.W. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Florentinus, P.J. (1908) mil-matr-zvpl 20-07-1945 Makassar W 36

Floris, D. (1918) mil-matr-vgmr 18-12-1941 Dornier X 34 MLD 23

Floris, J.N.S. (1907) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Floris, K. (1916) stok.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Fock, B.C. (1911) {BL} ltz.1 03-03-1942 Batavia OS 21

Fokkens, G. (1922) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Fontaine, Joh. (1917) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Fontein, J.P. (1913) ltz.2.kmr 09-03-1942 Hr. Jan van Amstel MD 17

Fowler, A.J. (1899) signalman RN 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Franciscus, H.G. (1923) inh-stok.1 05-12-1943 Arafoera Zee W 70

Francke, J. (1902) matr.1 05-11-1941 CBZ Soerabaja W 9

Frank, B.J. (1919) matr.2 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Franken, G.J. (1919) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Franken, J.F. (1920) matr.3 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16

Franken, J.L. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Franken, W.G. (1916) ozwnr.3.kmr 01-09-1944 Mitchell N5-214 MLD 100

Franken. J.A. (1921) matr.3 27-04-1945 Stuttgart, DR W 12

Frans, O. (1902) inh-stok.o/m 08-10-1944 Padang, Sumatra OS 57

Frans, W.J. (1920) stok.1 10-11-1944 Londen W 96

124


Franse, H.J.N. (1916) stok. vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Franssen, C.A. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Fransz, W.J. (1923) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Franx, G. (1920) marn.3.ovw 21-06-1946 Grissee, Oost-Java MARNS 55

Frederik, J.J. (1922) esd (tolk) 17-05-1946 Gedangan, Oost-Java MARNS 46

Frederiksz, J.W. (1895) lndst-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Frijtag Drabbe, R.H.M.C. von (1912) elntmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Fritz, C.A. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Frowein, J.P. (1919) sgtvl.kmr* 18-08-1941 Hudson T 9413 MLD 17

Fruling, W.L. (1917) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Fuhri, H.H.M. (1915) (BL) ltz.3 (2e off GM) 16-04-1942 Hr.Ms. Anna OS 35

Fuik, R.J. (1917) mil-matr-schr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Furer, F.G. (1908) sgtmach 03-04-1942 Nijmegen W 30

Furer, J.Th. (1910) kwmr 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Furth, J. (1919) mil-matr-vgmr 19-06-1942 Melbourne, Australië W 7

Ga, A.R. (1909) inh-matr-schr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Gaag, A.J. van der (1916) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Gaag, J.J. van der (1935) telefonist.3.zm 16-07-1957 KLM Constellation Neutron MLD 165

Gaag, R.W.W.Th. van der (1915) mil-matr 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47

Gaast, F. van der (1911) kplmont 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24

Gabel, B.H.Ph. (1922) ll.vgmr 23-11-1944 Fukuoka 2, Japan W 47

Gabeler, C.N. (1923) sgtvgtlg 10-06-1959 Mariner P 306 MLD 171

Gäbler, O.K.F. (1907) mil-matr-vgmr 03-05-1943 Fukuoka 15, Japan W 47

Gadaen, E. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Galestien, A.J.S. (1916) ambt. ME 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136

Garama, P.A. (1906) sgtmach 14-01-1945 Fukuoka 1 B, Japan W 47

Garruthers, J. (1904) signalman RN 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Garsel, J. van (1912) marn.1 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5

Garson, G. (1910) kplmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Garthoff, P.J.B. (1929) marn.3 02-04-1949 Dander, Oost-Java MARNS 160

Gasper, F.C.H. (1921) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Gaspers, J.F. (1917) mil-matr-mont 09-08-1945 Kamaichi, Japan W 47

Gast, T.J. de (1919) sgtvgtlg 27-01-1943 Hudson EW 919 MLD 55

Geel, M.C. van (1917) kplgsmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Geen, Jhr. A. van (1903) {BL} ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Geenen, C.H. (1924) matr.3.zm 18-12-1944 Sydney, Australië W 9

Geerse, M. (1915) kplzvpl.zm 13-10-1944 Londen OS 59

Geerts, C.L. (1923) tdl.kplmarns.ovw 22-03-1947 Krian, Oost-Java MARNS 90

Geertse, J. (1902) kwmr 23-02-1943 Rintin, Siam W 48

Geertsema, G. (1920) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Geest, W. van der (1919) matr.2.kmr.tv 27-06-1947 Velsen MD 25

Geeve, A.J. (1919) mil-matr-schr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Geiger, F.J. (1909) matr.2.zm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Geilvoet, J. (1914) stok.vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Gelder, A.P.L. de (1907) {BL} ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Gelder, J.A. de (1897) kltz 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Gelton, C. (1902) majknst 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

125


Gend, C.L. van (1917) matr.1 26-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Genderen, M. van (1906) mil-matr-mont 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Genet, C.M. (1918) matr.2 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Gentis, D.H. (1915) ovl.2.kmr.tv 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 139

Geraedts, H.P.J. (1921) stok.o/m 13-10-1945 Perth, Australië W 7

Gereke, C.W.J. (1899) lndst-matr 10-08-1944 Kanchanaburi, Siam W 48

Gerrits, H.G. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Gerrits, L.G. (1921) marn.3 27-08-1941 Assen

Gerritsen van de Hoop, B. (1919) matr.1 27-03-1944 Rintin, Siam W 48

Gerritsen, A. (1925) matr.3.ovw 04-10-1948 Hr.Ms. Karel Doorman OS 68

Gerritsen, F.W. (1889) oppspr (ha) 15-05-1943 Holyhead, VK W 9

Gerritsen, H. (1914) kpltlg 20-05-1943 Soerabaja W 11

Gestel, D. (1903) ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Geurts, J.W. (1903) sgtmarns 26-09-1944 Nijmegen MARNS 16

Geurts, W.J. (1915) {VK} kplvgmr 25-02-1942 Dornier X 17 MLD 37

Geus, A.J. de (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Geus, C. (1881) ambt. ME 01-03-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11

Geuskens, M.W.J.M. (1912) ltz.2.kms.sd 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Geuze, M.A. (1926) ambt. ME 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136

Ghent, A. van (1911) mil-stok 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Gheselle, H.J. de (1908) mil-matr 10-05-1945 Thambyuzayat, Burma W 48

Gielen, C.G. (1913) tdl.sgtmarns 22-05-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 47

Gier, J. de (1921) tdl.kplmarns 10-05-1946 Bringkang, Oost-Java MARNS 43

Giesen, Th.J. (1925) marn.1.ovw 01-08-1947 Ngadas, Oost-Java MARNS 102

Giessen, A.C. van der (1916) {BK} ltz.3.kmr.sd 10-06-1944 Haaren, NB W 84

Gijzen, A.J. van (1907) matr.1. 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56

Gilbert, G. (1920) telegraphist RN 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Gilden, P.A.M. (1918) matr.1 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Gill, K. (1911) mil-kwmr 06-08-1943 Tamarkan, Siam W 48

Gillisen, H.J. (1919) matr.2 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Gils, P. van (1919) matr.2.zm 10-06-1944 Aylesford, VK W 9

Giman (1918) inh.bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ginkel, J.H. van (1916) ltz.2.kmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Gitz, J. (1929) tlg.2 19-12-1948 Hr.Ms. RP 130 KVD 11

Gitz, P.C. (1896) oppspr 27-02-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 11

Glas, A. (1904) matr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Glas, C. (1907) lndst-matr 28-02-1943 Rintin, Siam W 48

Glas, G. (1917) matr.vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Glas, M. (1921) matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Glas, P. (1917) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Gligoor, R.V.E. (1911) mil-matr-schr 19-09-1943 Anganan, Burma W 48

Glopper, J.J.J. de (1896) mach. LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Gobee, J.H. (1918) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Goede, J.A. de (1922) mil-stok 21-10-1944 ss Maros Maru OS 60

Goedeljee, R. (1915) mil-btsm 05-05-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 11

Goedhart, J.F. (1899) ltz.1.kmr 15-08-1942 Laren W 40

Goedhart, W. (1926) snr.2.ovw 16-07-1946 Colombo, Ceylon W 7

126


Goedknegt, C. (1904) matr.vmr 31-08-1942 Hr.Ms. Libra MD 18

Goedknegt, J. (1909) matr.vmr 27-01-1942 Hr.Ms. Eveline MD 12

Goemari (1921) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Gogugu, M. (1910) inh-matr-mzkt 03-08-1945 Djombang, Oost-Java W 7

Gommers, J.H.A. (1909) {VK} kplvgmr 14-07-1945 Kamaichi, Japan W 47

Gommers, W.J.R. (1903) sgttpmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Gonggrijp, F.R.L. (1908) ltz.1 27-06-1941 CBZ Soerabaja W 9

Gontha, C.B. (1913) mil-sgtvgtlg 04-01-1944 Mitchell N5-137 MLD 72

Goos, J.J. (1916) kpltpmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Goossens, Ch. (1909) mil-matr 04-11-1945 Manilla W 8

Goossens, G.J. (1928) marn.3 15-12-1947 Soerabaja W 7

Goossens, H.E.J.M. (1924) ltzv.2.oc 16-07-1957 KLM Constellation Neutron MLD 165

Goot, R. van de (1920) matr.1 26-08-1945 Singapore W 8

Gorkum, J.P. van (1909) mil-kplzvpl 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Görs, M.T.H. (1920) mil-matr 03-08-1945 Palembang W 11

Gorter, F.J. (1904) ltz.3.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Goshawk, T. (1917) ord.seaman RN 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Gossije, W.H. (1920) matr.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Goudschaal, J.B. (1905) ltz.2.kmr 28-07-1945 Hainan W 71

Gouverneur, J.J.E. (1907) omsd.2.kmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Govers, W.G. (1927) marn.2.zm 09-04-1949 Montongsekar, Oost-Java MARNS 161

Graaf, A. van de (1914) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Graaf, H.A. van der (1907) btsm 21-04-1941 CBZ Soerabaja W 9

Graaf, J. de (1913) mil-sgtvgmr 11-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Graaf, J. van der (1920) matr.2.snr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Graaf, J.H. de (1917) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Graaff, A. de (1881) spr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Graaff, C.J. van der (1903) ovl.1 26-06-1942 Hudson T 9435 MLD 48

Graaff, D.J. de (1896) oppspr 11-10-1943 Anganan, Burma W 48

Graaff, H. van den (1915) kpltimm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Graaff, J. de (1909) kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Grand, J.A. de (1900) majmach 13-03-1945 Makassar W 36

Gras, J. (1906) sgtmach 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaja OS 22

Grashoff, C. (1917) ltz.2.kmr.ov 22-03-1947 Batavia W 7

Grave, J.P. de (1917) mil-kplmach 24-09-1943 Kuye, Siam W 48

Grave, Th.P. (1919) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Gravemade, H.M. s'- (1918) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Graven, W.P. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Gravendeel, G. (1919) matr.1 30-04-1945 Tarakan, Borneo W 124

Greeff, P.J.L. de (1922) elntmarns 19-09-1947 Djember MARNS 119

Greener, C. (1922) telegraphist RN 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Gregorius, J.F. (1895) lndst-matr 24-08-1943 Anganan, Burma W 48

Gregorowitsch, S.H.J. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Greswell, B.E. (1917) lieutenant RN 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Griffioen, M. (1921) sgtvl.zm 08-07-1945 Liberator KH 296 MLD 123

Grillet, M.P. (1920) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Grimberg, G.A.W. (1905) omsd.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

127


Grimmon, F. (1921) ozwnr.2.kmr.tv 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 139

Grinsven, H.J. van (1927) marn.2.ovw 31-08-1947 Soerabaja W 7

Groen, A.J.W. van der (1923) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Groen, H. (1908) kplmach 23-07-1940 CBZ Soerabaja W 9

Groen, J. (1912) kplmach 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24

Groen, P. (1901) matr.1.snr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Groen, P. 1894 matr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms Caroline MD 10

Groen, S. matr.3.zm 15-03-1942

Groen, S. (1916) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Groen, W.J. (1900) oppmont 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Groendijk, A.C. (1908) kpltpmr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Groenendaal, G.E.J. (1909) {BK} omsd.2 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Groenendaal, P.J. (1899) ltz.2.kmr.sd 17-10-1945 Semarang W 130

Groenendijk, A.N.J. (1920) matr.3 12-08-1942 Sachsenhausen W 39

Groeneveld, J. (1898) sgtmach.vmr 17-05-1942 Milford Haven, VK W 9

Groenewold, J. (1917) snrsm 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Groenewoud, J. (1913) matr.1.zm 23-05-1945 Kirn, Duitsland W 126

Groenhuijzen, L. (1904) majtpmr 15-11-1942 Fukuoka 2, Japan W 47

Groesen, J.A.G. van (1922) tlntmarns 16-06-1947 Soerabaja MARNS 92

Grollé, A. (1903) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms.De Ruyter OS 28

Gröllers, H.J. (1902) ltz.2.tit (hvm.2) 11-01-1942 Menado W 16

Grondelle, B. van (1895) majvgmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Groot, A.J. de (1920) sgtvgtlg 29-05-1947 Avro Anson (Gilze Rijen) MLD 136

Groot, C. de (1907) btsm 01-12-1940 Hr.Ms. Douwe Aukes MD 9

Groot, E. de (1919) stok.o/m 15-12-1944 Motoyama, Hitachi (Japan) W 47

Groot, G.C. de (1927) marn.3.zm 04-11-1947 Tjoemalang, Oost-Java MARNS 125

Groot, H. de (1906) btsm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Groot, J. de (1931) vgmr.1 28-12-1950 Catalina P 82 MLD 150

Groot, J.B. de (1915) ova.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Groot, J.Th. de (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Groot, L. de (1929) marn3 06-01-1949 Balong-Panggang, Oost-Java MARNS 142

Groot, R.G. de (1906) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Groot, S. (1918) marn.2.ovw 03-11-1946 Malang, Oost-Java MARNS 77

Groot, W. de (1928) kok.1.ovw 10-03-1948 RP 122 KVD 10

Groote, L.H. de (1921) tdl.kplmarns 02-07-1946 Soerabaja

Grootenboer, A.H. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Grooth, J. de (1919) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Grootheest, G. van (1919) knstsm 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Grootjans, C. (1899) kplknst 01-10-1939 Hr.Ms. Jan van Gelder MD 2

Gross, R. (1921) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Groustra, P. (1917) ltz.3 03-03-1942 Vermist, NOI OS 31

Gruiter, W. de (1903) lndst-kwmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Gruiter, W. de (1919) matr.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Gruts, H.J.G. (1904) btsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Guilonard, N. (1904) ltz.1 21-04-1945 Liberator MLD 119

Guldenaar, L. (1915) mil-matr 04-06-1945 Chungkai, Siam W 48

Gunst, E. (1919) tdl.kplmarns.ovw 10-08-1946 Woendi, NNG W 7

128


Guttig, Ph. J. (1897) lds 24-11-1941 ss Groenlo OS 17

Haaften, H.G. van (1908) ovl.3.kmr.tv 25-10-1943 Mitchell FR 178 MLD 66

Haan, D. de (1926) marn.3.zm 19-08-1947 Tanggoel, Oost-Java MARNS 110

Haan, K. (1919) stok.o/m 08-03-1942 Kota Bangoen, Borneo KVD 6

Haan, Th. de (1921) ltz.3 14-09-1942 Makassar W 42

Haar, A.D. ter (1895) lndst-matr 06-04-1943 Anganan, Burma W 48

Haarlem, F.W. van (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Haarlem, G.D.J.P. van (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Haas, B.J. (1921) stok.2 06-09-1943 Stuttgart, DR W 65

Haas, J.H. de (1913) mil-matr 13-10-1943 Anganan, Burma W 48

Haas, L.E. de (1912) sgttlg 15-10-1948 Straat Madoera MARNS 136

Haas, Th. de (1921) mil-matr-schr 18-02-1943 Malang W 11

Haasen, R.L.A. van (1907) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Haasnoot, A. (1912) stok.o/m 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Haastert, A.M.W. van (1918) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Haayen, J.F. (1919) ltz.2 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Habben Jansen, J.N. (1925) tdl.sgtmarns.zm 24-08-1948 Soerabaja W 7

Hadeweg Scheffer, P.Th. (1911) mil-matr 28-09-1943 Quima, Siam W 48

Haeften, F.Ch.H. van (1914) ltz.3.kmr.sd 15-10-1943 Bandoeng, West-Java W 11

Hafkamp, A.Th. (1922) mjrmarns.kmr.ov 04-10-1955 Den Oever W 7

Haga, M.C.R. van (1934) ltz.2 26-09-1960 Harvard AT 16 MLD 176

Hagen, A.F.C. (1908) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Hagen, J. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hagen, J.H. van (1916) sgtvgsch 08-06-1944 Mitchell FR 150 MLD 86

Hagenaar, E.H. (1920) stok.2 07-10-1943 Chungkai, Siam W 48

Hagenaar, Th. (1910) mil-sgtmach 29-07-1945 Tokio, Japan W 47

Hagenbeek, G.L. (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hagendijk, B.H. (1920) matr.1 28-02-1942 HMS Encounter OS 27

Hagens, L. (1920) aro-vl 08-12-1940 Soerabaja W 7

Hager, N.J. (1914) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hagting, L. (1928) marn.3.zm 12-01-1949 Ngimbang, Oost-Java MARNS 144

Haije, J.H.H. de la (1920) sgtvgtlg 26-11-1943 Mitchell FR 146 MLD 68

Hajen, G.W. (1921) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hakhof, K. (1899) ambt. ME 22-08-1942 KLM Parkiet MLD 49

Hakkenberg, A.N. (1922) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Halewijn, E.A. (1920) mil-stok 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Hali, H. (1902) majmach 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Halkers, A. (1918) mil-kplmach 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Halm, J.M. van (1913) sgtvl 26-08-1942 Long Nawang, Borneo MLD 23

Halstein, C. (1916) kok.zm 26-12-1945 Tandjong Priok OS 66

Ham, Ch.A. van der (1915) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ham, F.A. van den (1908) kplbott 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Ham, J.F. van (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hamel, L.A.R.J. van (1915) {RMWO} ltz.2 16-06-1941 Laren W 15

Hamel, W.A. (1902) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Hamelink, A. (1917) sgtvgtlg 29-11-1944 Mitchell FR 207 MLD 107

Hamer, K. den (1928) ltz.2 14-02-1957 Firefly U 14 MLD 164

129


Hamers, J.I. (1906) spr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hamers, W.J. (1893) btsm.zm 04-07-1943 Holyhead, VK W 9

Hamersveld, G. van (1913) kplkok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Hamersveld, P. van (1917) kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hamilton of Silvertonhill, H.L. (1918) ovl.2.kmr.tv* 08-06-1944 Mitchell FR 179 MLD 87

Hamilton of Silvertonhill, P. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hammer, J.F. (1910) stok.o/m 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Hancock, J.T. (1904) signalman RN 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Hanibals, D. (1918) mil-matr-schr 15-02-1944 Fukuoka 7, Japan W 47

Hanss, W.G. (1920) mil-matr-vgmr 03-02-1942 MVKM Soerabaja MLD 31

Hanssen, W.J. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hanssens, E.Ch. (1923) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Harder, H. (1913) kplmach 11-04-1945 Dronrijp, Fr. OZD 20

Hardi Ajahjono (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hardjo bin Dalsijah (1917) inh-matr-bed GM 09-12-1944 Hr.Ms. Zuiderkruis W 9

Hardono (1918) inh.bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hardy, J.A. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Haremaker, G.J. (1915) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Harinck, J. (1915) ldskw.2. LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Hariono, R. (1921) ll.oovl 25-01-1942 Ryan S 19 MLD 27

Haris Fadillah (1923) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Harkema, J. (1916) (VK) ltz.3.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Harkx, R.W.M. (1919) stok.1 01-05-1941 Hr.Ms Jean Frédérique OS 16

Harmelen, F. van (1919) kpltpmr 21-10-1946 Menado (MOD) MD 27

Harmsen, G. (1905) kplknst 04-11-1944 ss Maros Maru OS 60

Harno (1904) kplmach 18-11-1946 Hr.Ms. Walcheren MD 28

Haroeno (1920) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Harselaar, E.C. van (1921) sgtvgsch 13-01-1945 Mitchell FR 181 MLD 109

Harsevoort, H. (1918) sgtvgsch.zm 09-02-1945 Mitchell FR 165 MLD 111

Harst, D. van der (1915) matr.2.zm 28-10-1941 Glasgow, Lenarkshire (VK) W 9

Harsveld, A.J. (1913) sgtmont 22-06-1945 Makassar W 36

Harsveld, H.H. (1916) marn.1 15-01-1945 Neugengamme, DR MARNS 23

Hartog, A.E. (1914) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hartog, L.E.W. den (1920) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Hartsteen, E.A. (1908) vgtlgnm 03-02-1942 MVKM Soerabaja MLD 31

Hasiboean, P.Ph. (1906) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hasselt, J. van (1920) {VK} matr.1 25-02-1942 Dornier X 17 MLD 37

Hasselt, L.J. van (1915) ltz.2 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Hassing, R. (1920) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hattem, G. van (1919) stok.1.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Hauber, W.E.G. (1922) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang W 41

Have, J.J. van der (1888) kltz 04-03-1942 ME Soerabaja OZD 12

Haven, J. (1918) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Havenaar, C.A. (1913) koksm 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Haye, S. de la (1919) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hazelaar, A. (1919) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Hazenoot, J. (1914) matr.1 07-04-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

130


Hazeveld, J. (1920) gsmrsm 16-10-1944 Ilsenburg, DR W 12

Heblij, H.J. (1915) sgtvl 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Heck, G.Ch. (1926) marn.3 04-03-1942 CBZ Soerabaja MARNS 8

Heck, W.H. (1921) marn.3 05-11-1942 Singapore W 49

Hecker, H. (1928) marn.3.ovw 16-08-1947 Gedangan, Oost-Java MARNS 109

Heel, H. van (1921) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Heer, A. de (1903) majmach 03-03-1942 Vermist, NOI OS 31

Heer, P. de (1912) mil-sgtmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Heer, W. de (1913) marn.1 26-01-1941 ss Heemskerk OS 15

Heerdt, A.G.E. baron van (1921) ltz.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Heeren, H.J. (1916) marn.1 30-08-1941 Hudson V 9063 MLD 18

Heeren, J. (1915) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OSD 29

Heerspink, B.W. (1921) tdl.sgtmarns.ovw 20-07-1948 Probolinggo, Oost-Java

Heerspink, C.B. (1924) mil-matr 08-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 41

Heese, J.J.A. (1909) mil-sgtmach 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Heggi, J.P.J. (1918) tpmrsm 10-09-1945 Anjum, Fr. (Port Party) MD 22

Hei, G. la (1918) sgtvl.zm 13-02-1946 Mosquito MLD 130

Heide, P.J. de (1899) kplknst 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Heideveld, J.B. (1906) sgtmarns 14-05-1940 Willemsoord W 2

Heijblok, J.P. (1909) sgtmach 18-04-1950 H.Ms. Vlieland MD 30

Heijblok, M. (1910) spr 05-08-1951 Willemstad, Curaçao W 9

Heijblom, A.M. (1914) sgtvgsch.zm 02-05-1945 Achmer, DR MLD 120

Heijden, E.Th. van der (1905) btsm 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Heijden, J.J. van der (1911) sgtvl 23-02-1942 Catalina Y 47 MLD 35

Heijden, M.W. van der (1908) mil-matr 10-06-1945 Singapore W 49

Heijdt, A.G. (1934) marn.3.zm 09-05-1956 Curaçao W 7

Heijlman, W.M. (1906) lndst-matr 21-03-1945 Makassar W 36

Heijman, F.E. (1911) mil-kplzvpl 23-03-1942 Soerabaja W 11

Heijne, R.A.C. (1923) arovl 21-05-1943 Swordfish MLD 57

Heijneker, G.G.F. (1919) vgmrsm 15-12-1943 Pangkalan Balei W 11

Heijnen, H.C.H. (1918) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Heijnen, J.G. (1917) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Heijnenbrok, J.H. (1900) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Heikamp, G.J. (1913) kplmach 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Heinemann, P. (1914) stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Heining, G. (1920) matr.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Heins, H. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hek, F.F. van (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms De Ruyter OS 28

Hekkema, W.A.L. (1904) kplkok 21-02-1944 Ludwigsburg, DR W 12

Heldoorn van de Louw, F. (1916) tlgnm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Heldring, J. (1911) ltz.3.kmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Heldt, F.W. den (1905) kplschr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Heller, R. (1918) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Helling, R.M. (1920) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Helmich, F. (1922) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Hendrik (1906) inh-stok.o/m 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Hendriks genaamd Jansen, S. (1906) ltz.2.kmr.ov 30-08-1941 Hudson T 9380 MLD 18

131


Hendriks, J.F. (1931) adb 12-07-1954 Kijkduin, Ijsselmeer W 7

Hendriks, K. (1920) stok.3 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Hendriks, S.T. (1920) kwmr 01-05-1945 Hr.Ms. Tromp OS 63

Hendrikse, J. (1920) matr.1 14-07-1943 Kuye, Siam W 48

Hendrikse, L. (1910) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hendrikse, P.J. (1890) ktz 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Hendriksen, P.C. (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hengeveld, H.J. (1936) mach.1 10-04-1956 Hr.Ms. De Zeven Provinciën W 7

Hengkenbala, B. (1904) mil-matr 19-01-1945 Tahoenoe, Sangihe W 103

Hengst, W.H. (1908) mil-matr 25-02-1942 Hr.Ms. P 16 KVD 4

Hennipman, P.C.M. (1918) mil-o/m 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Hensing, A. (1915) snrsm 20-02-1942 Balikpapan MLD 28

Hepkema, W.T. (1914) ovl.3.kmr 21-01-1942 Ryan lesvliegtuig MLD 27

Heres, C.T. (1901) tdl.oppschr 03-10-1948 MHS W 9

Herkel, A.M. ten (1918) sgtvl* 10-08-1941 Hudson N 7396 MLD 16

Herman, F.A. (1914) mil-matr 23-12-1943 Kamaichi, Japan W 47

Herman, J.J. (1904) serg.bott 27-11-1941 Soerabaja

Hermans, H.G. (1914) marn.1 12-05-1940 Amsterdam MARNS 3

Hermans, P.H. (1930) marn.1 03-01-1951 Sentanimeer, NNG MARNS 172

Hermsen, L. (1902) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Herne, P.E.L. o' (1904) ovg.2.kmr 24-06-1944 ss Tomohuku Maru OS 56

Herreijgers, C. (1928) marn.3.zm 27-02-1949 Sembajat, Oost-Java MARNS 156

Herst, A. (1918) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hes, Ch.L. (1912) sgtvsd.kmr.tv 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136

Hessel, G. (1917) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Hessel, H. (1895) lndst-o/m 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Hessel, M.A. (1919) mil-o/m 10-07-1943 Singapore W 49

Hesselberg, G.W. (1921) mil-stok 06-10-1945 Sidoardjo, Oost-Java W 132

Hesselink, K.V. (1919) mil-matr-schr 31-12-1942 Thambyuzayat, Burma W 48

Heuckeroth, W.F.G.L. (1921) stok.2.ovw 24-07-1947 Hr.Ms. Tjerk Hiddes W 9

Heugten, C.L.G. van (1913) sgtvl* 22-11-1942 Hudson EW 903 MLD 53

Heugten, J. van (1928) marn.2.zm 09-05-1949 Soerabaja W 9

Heuperman, L.H. (1915) stok.1 02-06-1944 Nakhonpathon, Siam W 48

Heus, H. de (1917) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Heusden, G.M. van (1900) sgtgsmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Heusden, H.J. van (1918) matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Heusschen, J.H. (1920) mil-matr 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Heuvel, K. van der (1916) marn.1 05-03-1942 Marinebataljon MARNS 9

Heuving, H. (1908) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Heymann, L.P. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hiddes, A.H. (1900) majknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hielckert, J.A.M.A. (1923) mil-sgtvgtlg 24-06-1944 Mitchell FR 204 MLD 91

Hielckert, L. (1916) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Higgs, F.G. (1919) ord.seaman RN 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Hijde, J.G. van der (1918) mil-o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hijkoop, W. (1911) sgtvl* 10-08-1941 Hudson N 7396 MLD 16

132

W 22


Hijlkema, J. (1919) snrsm 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Hijmans, H.M. (1905) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hildebrand, G.E. (1917) vgmr.zm 19-05-1940 Arnemuiden MLD 5

Hilderink, H. (1916) pijper 1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hilker, J.B. (1910) sgttpmr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Hill, J.A.C. (1901) commander RN 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Hillebrand, A.J. (1921) stok.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Hillers, B.E.H. (1903) hofmsm 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Hilst, F.J. van (1911) matr.1 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Hirdes, F. (1920) sgtvl 01-08-1945 Kitty Hawk C3-534 MLD 125

Hoboken, W.J. van (1923) mil-matr 27-02-1943 Hr.Ms. Colombia OZD 17

Hoebeke, C.A. (1917) matr.2 27-11-1940 CBZ Soerabaja W 9

Hoebink, Th.M.A. (1912) ltzv.1 10-09-1958 Mariner P 303 MLD 169

Hoefnagel, J.A. (1914) kpltlg 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hoeijmans, J. (1906) majmach 20-02-1942 CBZ Soerabaja OS 22

Hoek, H. van der (1916) knstsm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Hoek, J. van der (1921) matr.2 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Hoek, J.J. van der (1913) sgtmach 30-07-1949 Bandoeng W 9

Hoek, L. van (1902) sgtmarns 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Hoek, P.J. (1913) stok.o/m 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Hoeke, J.L.K. (1893) ktz 31-03-1944 Wallington, Surrey. (VK) W 9

Hoeksma, P. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hoepfner, D. (1904) kplknst 04-09-1943 Chungkai, Siam W 48

Hoerip, S. (1921) mil-matr-tlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Hoesami, M.S. (1922) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hoetomo (1923) inh-matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hoeve, P.N. van der (1900) sgtvgmr 21-04-1943 Chungkai, Siam W 48

Hoeven, A. (1912) stok.o/m zm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Hoeven, A.D. van der (1905) sgtmach 28-07-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Hoeven, J.Th. van der (1936) hvgmr.3.zm 16-01-1958 MVKB, Biak, NNG W 7

Hof, Iz. van 't (1916) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hof, J.A. van 't (1917) matr.1.zm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Hof, P. van 't (1887) mach.vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13

Hofdijk, H.W. (1915) mil-matr 25-02-1943 Tarakan, Borneo W 11

Hoff, J. van 't (1901) sgtmach 25-03-1945 Fukuoka 17, Japan W 47

Hoff, W. van der (1904) majmach 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Hoff, W.A. van 't (1905) kplkok 16-04-1945 Makassar W 36

Hoffman, J. (1914) mil-stok 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9

Hoffman, J.G. (1922) ozwnr.3.kmr 08-12-1943 Swordfish HS 274 MLD 69

Hofman, C. (1901) sgtbott 26-03-1944 Rintin, Siam W 48

Hofman, P.M. (1919) ads-kwmr 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Hofman, Th.J. (1924) marn.3 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Hofmeijer, J. (1907) sgtmach 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaja OS 22

Hofstra, R. (1906) ltz.1 29-05-1947 Betro, Oost-Java MARNS 49

Hogenbijl, H.E. (1918) matr.1 14-04-1946 Sydney, Australië W 9

Hogenkamp, H. (1926) marn.3.zm 28-07-1947 Klakah, Oost-Java MARNS 97

Hoiting, D. (1894) mdr. LW 19-12-1940 Haverford West, VK W 9

133


Hollander, E.H. den (1922) ovl.3 28-04-1944 Hellcat FN 390 MLD 83

Hollander, J.C. den (1918) ovl.3 26-07-1940 Fokker AV 964 MLD 6

Hollander, L. den (1923) kplvgsch.zm 20-06-1944 Mitchell FR 151 MLD 89

Hölscher, C.M. (1922) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Holt, J. van der (1924) marn.1.ovw 19-03-1947 Lengkong, Oost-Java MARNS 89

Holthuijzen, N. (1903) kwmr 19-11-1946 MH Balikpapan MD 28

Homan, J. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hombergen, J.M. (1917) tlntmarns 14-09-1946 Kebonagoeng, Oost-Java MARNS 71

Hommes, H. ovg.1.kmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Hommes, J. (1919) mil-o/m 25-05-1942 Tarakan, Borneo W 35

Honig, B.C. (1916) omsd.2 20-02-1942 Javazee OS 21

Honig, W.A. (1924) vgmr.3 13-12-1947 MVKM Soerabaja W 7

Honsbeek, A.S. (1900) kpltlg 15-03-1942 Koepang, Timor W 27

Hooff, Ch.N. (1906) mil-matr 05-12-1943 Namajo, Siam W 48

Hooft, D. 't (1908) sgtmach 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Hooft, D.M. (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hooft, P.J. (1909) omsd.2.kmr 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16

Hoog, C. de (1903) matr-kok-vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Hoogeland, H. (1902) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hoogendoorn, G. (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hoogenstrijd, W. (1920) matr.2 18-10-1943 Tarsao, Siam W 48

Hoogerwerf, L. (1919) matr.1 02-01-1942 ss Langkoeas OS 18

Hooghwinkel, H. (1906) ltz.2.kmr.sd 12-10-1944 Tjimahi, West-Java W 11

Hoogstraten, ds S.A. van (1896) vlop 29-01-1945 Soerabaja W 104

Hoogstraten, J.C. (1903) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hoogteiling, L.A. (1918) sgtvl* 22-11-1942 Hudson EW 903 MLD 53

Hooijberg, J. (1909) kplschr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hooijmans. F.Th.A.M. (1944) vgmrmb.2 31-08-1962 Biak, NNG W 7

Hoop, F.J. de (1902) omsd.1 29-05-1942 Bombay W 9

Hoope, L.H. ten (1913) mil-o/m 07-05-1943 Tjimahi, West-Java W 11

Hooper, C.W. (1921) mil-kplschr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Hoopman, H. (1916) mil-matr-tlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Hoorn, J.A. ten (1922) mil-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Hoorn, J.W. van (1918) tlgnm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Hoorn, M.C. van (1911) ltz.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Hopstaken, G.P.L. (1925) tdl.kplmarns.ovw 26-11-1946 Soerabaja MARNS 81

Hordijk, P. (1917) matr.2.zm 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5

Horn, G.F.W. (1909) mil-matr-tlg 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56

Hornbostel, A. (1917) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Horst, B.H. ter (1904) matr.1 08-09-1943 Kuye, Siam W 48

Horst, C. van der (1906) ldskw LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Horst, F. van der (1916) kwmr 18-01-1952 Hr.Ms. Piet Hein OS 75

Horst, H.F. van der (1926) tdl.kplmarns.ovw 11-10-1946 Sidokerto, Oost-Java MARNS 75

Horst, H.F. van der (1925) marn.1.zm 08-05-1949 Djodjogan, Oost-Java MARNS 165

Horst, T. (1923) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Horst, V.H. van der (1912) mil-matr 12-01-1942 Tarakan, Borneo W 18

Horstman, H. (1929) matr.2 19-10-1952 Hollandia, NNG W 7

134


Horton, J.D. (1920) telegraphist RN 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Hos, C. (1909) ltz.2 18-07-1942 Hr.Ms. Tjerk Hiddes

Hotting, A.C. (1916) kpltimm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Houdijk, W.B. (1919) matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Hout, F.G. van den (1921) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Houte, L.A. van (1896) ova.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Houten, Ch.L. van (1919) mil-matr-tlg 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Houten, N.J. van (1898) lndst-matr 18-09-1944 ss Juyo Maru OS 57

Houtepen, P.J. (1925) {BL} marn.3.ovw 04-06-1946 Sameiboeloe, Oost-Java MARNS 51

Houthuysen, W.J. (1918) mil-kplmach 04-09-1943 Kuye, Siam W 48

Houtman, M. (1918) matr.2 23-03-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11

Houtman, M. (1918) kplmont 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Houwen, G. van der (1902) stok.o/m-vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Houwen, J.H. (1928) marn.3.zm 28-01-1949 Patjitan, Oost-Java MARNS 149

Hove, A. ten (1926) marn.3.zm 31-07-1947 Pasirian, Oost-Java MARNS 100

Hovens, G.H. (1917) hofmsm 15-04-1942 Palembang, Sumatra W 11

Huber, H. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Huber, R. (1917) kplsnr.zm 31-12-1947 Militair Hospitaal, Batavia W 9

Hubregtse, C. (1909) kplknst 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Huele, H.H. (1906) lndst-matr 24-07-1943 Anganan, Burma W 48

Huese, dr. J.J. (1901) ovg.2.kmr 26-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56

Huet, G.Th. van (1898) spr 04-08-1942 Hr.Ms. Soemba OS 40

Huet, T.H. van (1922) lmatr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Huibers, J.H. (1920) lmatr 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Huibregtse, W. (1916) kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Huig, J. (1906) sgttpmr 15-02-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Huig, P. (1905) sgtmach 10-08-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Huijbers, J.A.M. (1918) stok.o/m 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Huijer, P.J. (1924) ovl.3.kmr.tv 15-03-1944 Hellcat JV 166 MLD 78

Huijgevoort, J.C. (1905) stok.zm 12-05-1940 Rotterdam MARNS 4

Huijing, E.G. (1927) marn.1.ovw 05-08-1947 Djember, Oost-Java MARNS 104

Huijs, C.L. (1917) marn.1 14-05-1940 Overschie MARNS 7

Huijskens, H. (1917) ovl.2.kmr* 13-06-1944 Mitchell FR 205 MLD 88

Huijsman, A.J. (1915) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Huinink, G.J. (1925) marn.2.ovw 16-08-1946 Soerabaja W 9

Huis in 't Veld, G.H. (1910) ltz.3.kmr.sd 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Huis, M. (1925) matr.2.ovw 28-02-1947 Hr.Ms. Ceram OS 70

Huisman, J. (1906) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Huiszoon, L. (1912) matr.1.zm 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Huizen, A. van (1914) stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Hulpusch, R.W. (1912) kpltpmr 03-04-1943 Hindato, Siam W 48

Hulsbergen, G.H. (1920) vgmrsm 23-02-1942 Dornier X 21 MLD 36

Hulsman, D. (1920) {KV} matr.2 14-04-1945 Amsterdam W 121

Hulst, K. van (1909) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Hurk, F.A. van der (1918) stok.2 18-08-1941 Hudson T 9413 MLD 17

Hurst, E. (1919) ord. telegraphist RN 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Husken, A.W. (1920) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

135


Husken, J.A.B. (1913) marn.1 10-10-1944 Deventer MARNS 18

Huson, A. (1910) mil-kplmach 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Huster, F.A.J. (1898) lndst-kplmach 24-08-1944 ss Tomohoku Maru OS 56

Huuksloot, J.A. van (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Huurdeman, Iz. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Huwae, J.M. (1899) inh-stok 17-11-1943 ss Ruyuku Maru OS 52

Huygens, E. (1918) ltz.2 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Ibrahim (1919) inh-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Iersel, F.J. van (1921) tlntmarns 25-07-1947 Ardjasa, Oost-Java MARNS 95

IJkema, T.S. (1917) kplmach.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

IJska, J. (1907) sgtmach 13-05-1940 Hr.Ms. M 2 MD 4

IJsselstein, J.A. (1917) ovl.3.kmr.tv 08-06-1944 Mitchell FR 182 MLD 86

Immers, G.F.G. (1929) kplvgmr 02-01-1961 Dakota O 79 MLD 177

Immerzeel, M. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Immink, W.J. (1906) lndst-matr 16-01-1943 Moulmein, Burma OS 47

Ingen, A. van (1919) mil-matr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Iperen, H.J. van (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Isaaks, C.W. (1913) mil-matr 14-09-1943 Anganan, Burma W 48

Isaaks, H.F.L. (1912) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Isaaks, H.J.V. (1907) mil-matr 16-06-1942 Tjimahi, West-Java W 11

Isbandi (1920) inh-bed 08-03-1942 Vermist NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26

Ishak, Moeh. (1918) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ismadi (1924) inh-stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Isman (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Iterson, J.J. van (1915) matr.1 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Jackson, M.R. (1920) sub-lieutenant RN 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Jacobi, H. (1917) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Jacobs, B.H. (1921) lmatr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Jacobs, J. (1902) kplschr 21-05-1944 Sobibor, Polen W 82

Jacobs, R. (1919) mil-matr-tlg 24-01-1942 Dornier X 19 MLD 29

Jacobs, S. (1912) inh-matr 14-11-1945 Soerabaja W 132

Jacobs, W.A.G. (1893) oppspr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Jacobsz, Th.J.D. (1922) mil-stok 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Jacquet, K.L. (1915) mil-kplvgmr 29-01-1944 Fukuoka 14, Japan W 47

Jager, A. de (1917) mil-kpl (mba) 29-08-1944 Soerabaja W 11

Jager, A.M. de (1906) sgtschr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Jager, C. de (1925) tdl.kplmarns.ovw 14-08-1947 Pasirian, Oost-Java MARNS 107

Jager, C.C. (1914) ovl.2.kmr.tv 02-06-1945 Mitchell 44-31257 MLD 122

Jager, H.C. de (1918) ovl.3.kmr.tv* 18-05-1944 Hellcat MLD 84

Jager, J. de (1919) kplmont 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Jager, J.J. (1886) kltz.kmr 12-12-1946 Batavia W 8

Jägers, P.A. (1914) tdl.kplmarns.ovw 30-07-1947 Soerabaja MARNS 99

Jagersma, H. (1926) marn.3.ovw 20-12-1946 Soekodona, Oost-Java W 7

Jagt, C. van der (1917) kplgsmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jagt, F.J. van der (1916) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jagtman, G.G. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jans, J. (1920) matr.1 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16

136


Janse, M.L. (1927) vgmr.2 21-09-1948 Soerabaja W 9

Jansen, A. (1919) {BK} omsd.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Jansen, A. (1920) marn.1 06-04-1942 CBZ Soerabaja OS 24

Jansen, A. (1921) lloovl 28-12-1943 Alberta, Canada MLD 71

Jansen, A.G.J. (1884) matr-kok-vmr 08-01-1945 Great Yarmouth, VK W 9

Jansen, A.H.J. (1936) matr.3.zm 24-08-1959 Hr.Ms. Karel Doorman W 7

Jansen, C.F. (1896) majtimm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Jansen, G.F. (1903) marn.1 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24

Jansen, G.J. (1921) mil-matr 03-09-1945 Singapore W 8, W 49

Jansen, H.J. (1913) {BL} ozwnr.2.kmr 23-06-1944 Mitchell N5-162 MLD 90

Jansen, H.J.P. (1915) ozwnr.3.kmr 15-02-1944 Mitchell FL 194 MLD 75

Jansen, J. (1906) sgtbott 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jansen, J.A. (1928) marn.3.zm 31-07-1947 Singosari, Oost-Java MARNS 98

Jansen, J.L.H. (1908) mil-kplschr 15-03-1945 Makassar W 36

Jansen, O. (1918) snrsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jansen, P.W. (1920) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jansen, W.G.J. (1915) sgtvl 08-05-1942 Hudson V 8981 MLD 43

Jansen, W.H. (1904) matr.1 20-09-1948 Hr.Ms. Piet Hein W 7

Jansen, W.J. (1913) sgtvl 24-01-1942 Dornier X 19 MLD 29

Janssen, A. (1926) marn.2.ovw 08-11-1946 Detejiro, Oost-Java MARNS 79

Janssen, D. (1912) kplmont 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Janssen, H.M. (1925) mont.1.ovw 15-05-1946 Hr.Ms. Piet Hein OS 67

Janssen, IJ. (1908) mil-matr-snr 02-09-1943 Phadong, Burma W 48

Janssen, J.H. (1916) marn.1 26-04-1943 Chungkai, Siam W 48

Janssen, M.J.P. (1920) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Janssen, W. (1917) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Janus motorist GM 03-02-1942 Hr.Ms. Canopus OS 19

Jarman, L.J. (1910) {BL} ltz.1 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Jeekel, C.A. (1909) ltz.2 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Jeekel, C.L.J. (1910) mil-matr-tlg 30-11-1942 Hakodate, Japan W 47

Jellema, S.K.R. (1922) stok.3. 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Jenkins, W. (1915) mil-matr-vgmr 12-10-1945 Batavia W 132

Jens, C.J. (1910) stok.o/m.zm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Jillings, J. (1916) sgtvgsch.zm 29-12-1944 Mitchell FW 928 MLD 108

Jobse, J. (1919) matr.1 02-05-1945 Hr.Ms. Tromp OS 63

Jobse, J. (1923) matr.2.ovw 07-11-1945 Carolus Ziekenhuis, Batavia W 9

Jöbsis, G.J. (1891) hova.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Joemono (1924) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jol, A. (1887) matr.vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13

Jong, C.G. de (1926) sgtmarns 13-12-1957 Curaçao W 7

Jong, D. de (1916) matr.1 07-08-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Jong, E. de (1908) ltz.2.tit (hvm.3) 02-11-1943 Banjermasin, Borneo W 69

Jong, H. de (1906) ltz.2.kmr 12-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel (vlot) MD 17

Jong, H.S. de (1917) ltz.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jong, J. de (1921) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Jong, J.Chr.E. de (1924) marn.3 14-06-1945 Bandoeng MARNS 31

Jong, J.F.H. de (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

137


Jong, J.J. de (1923) sgtvgtlg 20-03-1944 Mitchell FR 141 MLD 79

Jong, K. de (1920) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jong, L. de (1918) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jong, T. de (1921) matr.2 05-05-1943 Hr.Ms. Jacob van Heemskerck OS 49

Jong, W.A. (1912) matr.1 15-05-1940 Hr.Ms. Jan van Brakel MD 5

Jonge, H. de (1918) kwmr 10-06-1943 Bondowoso, Oost-Java W 58

Jonge, P. de (1898) ltz.2.tit (hvm.3) 12-02-1942 Tarakan, Borneo W 20

Jongejan, G.W.L. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Jongelie, R.C. (1903) {BK} ltz.1.kmr 07-09-1944 Mauthausen W 90

Jongeneel, E. (1925) marn.2.ovw 26-01-1948 ss Oldenbarneveldt W 9

Jongerling, P. (1902) kplmach 13-04-1942 Perth, Australië OZD 13

Jongman, H. (1911) vgmr.2.zm 09-11-1942 Hudson EW 912 MLD 52

Jongsma, J. (1917) sgtmarns 03-01-1951 Sentanimeer, NNG MARNS 172

Jonker, V. de (1923) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Jonkman, H. (1899) ltz.1.sd.kmr 24-02-1945 Durham, VK W 9

Joosse, P. (1912) ltz.2.kmr 17-02-1942 Aruba, MOD MD 14

Joosse, P.J. (1916) stok.2.ovw 02-11-1946 MH Den Haag W 10

Joost, R.P.A.Ch. van (1902) ovg.2.kmr 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Joosten, J. (1898) ltz.2.sd.kmr 24-12-1942 Rangoon, Burma W 48

Joosten, J.W. (1919) matr.2.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Joostensz, J. (1920) matr.3.kmr.tv 21-11-1946 MH Den Haag W 7

Jordan, M. (1906) ambt. ME 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136

Joseph, D. (1907) inh-matr.1 27-07-1944 Bodjonegoro W 85

Joseph, J. (1920) mil-matr-tlg 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Joseph, S. (1912) inh-matr.1 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Josselin de Jong, J.C. de (1920) adb.adm 08-03-1944 Natzweiler W 73

Jourdan, P.G. (1921) stok.2.zm 13-01-1947 MH Batavia W 9

Joziasse, J. (1926) marn.1.ovw 06-11-1947 Soerabaja W 7

Jüch, B.F. (1921) mil-stok 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56

Jut, M.J.A. (1918) mil-stok 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10

Jutting, H. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kaandorp, F.C. (1918) kok.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3

Kadan (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Kadim (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Kadir (1916) inh-matr-kok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kaffie (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kahle, J.W.R. (1922) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kaijadoe, P. (1908) inh-stok 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Kaijzer, J.W.T.A. (1909) omsd.2.kmr 26-05-1941 Fokker T 14 MLD 13

Kain, Joh. (1916) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kajamoeddin (1913) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Kalay, S. (1912) inh-matr 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Kam, J. de (1901) kwmr 13-02-1945 Fukuoka 17, Japan W 47

Kamidjo (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kampen, N.C. van (1923) lmatr 12-05-1940 Hr.Ms. Friso OS 6

Kampen, T.W. van (1920) matr.3 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v. Nassau OS 9

Kamphuis, G. (1907) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

138


Kampman, P.J. (1896) sgtkok 06-11-1944 Batavia W 11

Kampmeinert, C.K. (1906) lndst-matr 06-09-1943 Anganan, Burma W 48

Kanan (1909) inh-matr-kok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kandel, W.G. (1912) kwmr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Kannegieter, J.B. (1918) mil-o/m 10-06-1943 Bondowoso, Oost-Java W 58

Kant, B. de (1910) stok.o/m 06-05-1943 Bandoeng W 11

Kantorski, W. (1909) mil-matr 25-09-1946 MH Batavia W 9

Kappers, A.J.B. (1919) omsd.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kappers, J.Ch. (1909) mil-kplvgmr 11-04-1942 Malang, Oost-Java W 11

Kardi (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kardina (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kardjo (1910) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kardjo (1910) inh-bed 01-02-1942 MVK Tondano, Celebes MLD 24

Kario esd 12-11-1948 Vermist, Oost-Java MARNS 137

Karmoedji (1925) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Karrebeld, D.J. (1920) lloovl 15-05-1941 Fokker V 9 MLD 12

Karsseboom, J.P. (1917) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Karssen, H. (1918) {BL} mil-matr 22-04-1942 Bandoeng W 31

Karsten, W.J.F.S. (1898) btsm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Karta (1910) inh-stok.o/m 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Kartiman (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kartman, J. (1907) matr.1 10-05-1945 Hr.Ms. Willem van der Zaan MD 20

Kartono, Raden inh-stok.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Kasadi (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kasdoe (1915) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Kasidi (1920) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kasmadijn inh-stok GM 04-02-1942 Hr.Ms. Deneb OS 20

Kasman (1898) inh-stok.o/m 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Kasman, J.A. (1924) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kasmin, A.P. (1923) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kasram (1908) inh-kpltimm 08-03-1942 Vermist, NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26

Kastawi (1918) inh-matr-kok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kasteel, I.F. (1908) kplschr.zm 09-08-1945 Kamaichi, Japan W 47

Kasteelen, L.W.F. (1904) majmach 21-02-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Kasteren, H.J. van (1916) stok.o/m 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Kastolan (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Katar (1915) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kate, L. ten (1895) kplmarns 14-05-1940 Willemsoord W 2

Katiandangho, A. (1906) inh-kwmr 03-01-1945 Dilli, Timor W 11

Katni (1914) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kattouw, T.A. (1917) ltz.3.kmr 12-05-1940 Hr.Ms. Friso OS 6

Katwijk, J.F. van (1921) marn.3 09-01-1944 Ludwigsburg, DR W 12

Keasberry, W.H. (1918) mil-stok 14-07-1943 Tarsao, Siam W 48

Keekstra, A. (1918) snrsm 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Keim, W.G. (1906) mil-stok 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Keizer, F.J. (1898) gezh. GM 23-04-1945 Bangkong, Semarang W 11

Keizer, T.H. (1917) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

139


Kelder, W.C. (1918) ltz.3.kmr 17-11-1942 Rangoon, Burma W 48

Keller, W.J. (1918) mil-o/m 08-02-1945 Kanchanaburi, Siam W 48

Kelterborn, H.C. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kemna, J.A. (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kempen, A.A.A. van (1900) spr 09-08-1945 Kamaichi, Japan W 47

Kempen, A.G. van (1919) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kempen, M. van (1908) mil-matr 06-09-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Kempeners, M. (1915) {BK} kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kempers, B.J. (1918) marn.1 23-05-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Kengen, J.L. (1901) lndst-sgtmont 27-11-1944 Batavia W 11

Kepel, A. (1906) mil-matr-tlg 06-09-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Keppler, H.J. (1925) kplvgsch* 24-06-1944 Mitchell FR 204 MLD 91

Kerk, J. van der (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kerkdijk, H. (1901) sgttimm 12-04-1945 Mühlberg, DR W 12

Kerkhof, V.U. (1923) mil-stok 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Kerkmeester, H. (1921) marn.1 03-12-1943 Kuye, Siam W 48

Kern, W. (1908) mil-matr 08-06-1946 Banjermasin, Borneo W 8

Kerseboom, J.W. (1918) mil-matr 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Kerssemeijer, N. (1919) tdl.kplmarns.ovw 18-06-1946 Soerabaja W 7

Kersten, J.F.J. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kersten, P.G. (1923) matr.3.ovw 03-09-1948 Hr.Ms. Abraham van der Hulst MD 29

Kerstholt, C. (1923) mil-matr 13-09-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Kertoek, S. (1903) inh-matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Kessel, P.M. van (1913) sgtmont 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Kesteloo, J.J. (1899) majmach 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Keukens, L.J. (1906) omsd.1 01-01-1947 Batavia W 7

Keuker, J.K.F. (1900) sgtvgmr 13-08-1943 Kuye, Siam W 48

Keus, mr. E.H.P. (1911) ova.3.kmr 14-05-1940 Willemsoord W 2

Kiburg, A. (1910) matr.1 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Kiemel, J. (1929) lloovl 12-05-1950 Firefly K 81 MLD 146

Kiès, A.R. (1907) ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kievid, E.A. de (1907) mil-sgtvgmr 03-04-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Kievit, M. (1908) mil-sgtmach 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Kik, L. (1917) marn.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kiliaan, E.W. (1922) mil-matr 08-04-1945 Hlapauk, Burma W 48

Kiljan, C. (1908) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kimin (1905) inh-sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kinds, H. (1910) ambt. ME 22-8-1942 KLM Parkiet MLD 49

Kint, J.B. (1921) matr.1 02-06-1943 Tamarkan, Siam W 48

Kint, P.Th. (1918) kpltlg 30-09-1943 Hr.Ms. MGB 114 MTB 3

Kip, J.C. (1908) marn.1 06-05-1942 ss Amazone OS 36

Kisek, A. (1921) inh-llstok 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Kitoe, J. (1908) inh-kplvgmr 28-11-1944 Soerabaja MLD 106

Kivit, J.M. (1911) mil-sgtvgmr 01-05-1945 Chungkai, Siam W 48

Klaarmond, A.E.S. (1910) mil-matr 27-02-1943 Hr.Ms.Colombia OZD 17

Klaarwater, H.R. (1922) mil-matr 01-07-1943 Makassar W 36

Klaasen, H.W. (1911) kok.2.zm 15-02-1945 Dresden, DR W 12

140


Klaasse, H.F. (1918) stok.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Klaassen, A.W. (1917) sgtvgsch* 13-06-1944 Mitchell FR 205 MLD 88

Klaassens, J. (1903) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Klappe, S. (1918) matr.1 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Klarenberg, A. (1920) tdl.sgtmarns.ovw 15-11-1947 Semboro, Oost-Java MARNS 128

Klatt, C.L. (1918) mil-stok 05-03-1942 Marinebataljon MARNS 9

Klaus, K.J.T. (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Klaus, W.R. (1918) mil-matr-schr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Klaver, N.G. (1921) tdl.kplmarns 30-04-1946 Gedangan, Oost-Java MARNS 40

Klaveren, K. van (1915) kplmarns 08-05-1942 Hudson V 8981 MLD 43

Kleef, J. van (1928) kplvl 01-06-1950 Firefly K 80 MLD 147

Kleef, J.F. (1912) mil-stok 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Klees, J.Ch. (1918) mil-matr 05-08-1944 Tarakan, Borneo W 11

Kleijnen, H.J. (1921) matr.2 16-03-1943 Ashford, Kent (VK) W 9

Kleiman, G. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Klein, C.F. (1919) mil-stok 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9

Klein, G. (1895) kwmr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Klein, J.E. de (1919) matr.3 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v. Nassau OS 9

Klein, V. (1907) mil-matr 04-10-1943 Kuye, Siam W 48

Kleine, T. de (1919) marn.1 22-09-1945 Melbourne, Australië W 8

Kleinekoort, W.J. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Klenke, H. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Klift, J.J. van der (1918) kpltpmr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Klijne, W.F. de (1901) majknst 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Klok, J. (1889) matr-kok-vmr 01-06-1944 Wedsley, Sheffield (VK) W 9

Kloos, A.Th.J. (1910) matr.1.snr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Klooster, J.E. ten (1904) ltz.1 08-09-1939 Hr.Ms. Nautilius MD 1

Kloot, E. van der (1904) sgthofm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kluijfhout, W. (1920) matr.1 28-11-1944 Tarakan, Borneo W 11

Klumper, F.P. (1906) stok.1 26-05-1945 Texel W 127

Klumper, J.J.W. (1911) kwmr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Klunder, A.R. (1915) mont.2.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Klunder, J.H. (1919) stok.2 17-01-1942 Balikpapan, Borneo W 7

Klunder, M.H. (1927) marn.1.ovw 13-05-1946 Soerabaja MARNS 45

Knaap, C. van der (1916) ozwnr.2.kmr* 28-10-1943 Mitchell FR 174 MLD 67

Knaape, A.L. (1911) btsm 01-03-1942 Hr.Ms. Witte de With OS 33

Knaapen, C.H.J. (1910) sgtvl 13-04-1940 Fokker W 9 MLD 2

Knapp, A.K. (1915) ovl.3.kmr.tv 09-02-1945 Mitchell FW 212 MLD 111

Kneefel, F.H.A. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kneefel, J. (1920) stok.2 11-02-1942 Hr.Ms.Prins van Oranje MD 11

Knegt, A. de (1902) smjrvl 26-07-1940 Fokker AV 964 MLD 6

Knollenburg, G. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Knoop, J. (1919) matr.2 21-07-1944 Stuttgart, DR W 86

Knoops, A.K. (1916) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Knopjes, C.H. (1919) matr.1 03-06-1944 Singapore W 49

Knotter, A. (1917) marn.1 14-05-1940 Overschie MARNS 7

Knufman, P.H.J. (1918) tamb.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

141


Knust Graichen, F.E. (1907) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms De Ruyter OS 28

Kochi, W.Th.J. (1906) sgtknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kock, T. de (1920) matr.1 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Kock, W.J. (1917) stok.o/m 01-09-1945 Fukuoka 6, Japan W 8, W 47

Kodoati, K.E. (1898) matr.1 25-01-1945 Maoemere, Flores W 11

Koehl, B. (1918) vlgtlgnm 08-05-1942 Hudson V 8981 MLD 43

Koek, J. (1902) matr-vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Koekoeh (1922) inh-stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Koens, C. (1903) sgtmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Koens, C. (1925) matr.2.ovw 23-04-1948 Soerabaja W 9

Koento (1909) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Koepan (1916) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Koes, P.J. (1917) mil-matr 12-11-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Koesmadi (1907) inh-kplvgmr 22-06-1944 Soerabaja W 11

Koeswo (1921) inh-matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Koetsier, H.J. (1914) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kohier, Ch.L. (1908) mil-matr 29-03-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11

Kohlbrugge, F.N. (1917) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Köhler, G.H. (1897) lndst-matr 18-06-1945 Namajo, Siam W 48

Kok, J. de (1919) stok.o/m 22-01-1945 Nakhonpathon, Siam W 48

Kok, J.A. (1918) sgtvl* 26-11-1943 Mitchell FR 146 MLD 68

Kok, J.J.M. (1912) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kokkelink, D. (1910) sgttpmr 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Kolb, O.F. (1920) lieutenant USN 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kolder, H. (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kole, A.P. (1920) matr.1.snr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Kolff, H. (1907) ltz.1 13-05-1942 ms Brabant OS 37

Koll, F.W. (1918) stok.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Köllner, J. (1911) btsm 05-08-1943 Chungkai, Siam W 48

Kolster, J.R. (1897) lds 11-12-1940 ss Towa OS 14

Kombrink, H. (1919) stok.2.zm 10-09-1945 Anjum, Fr. (Port Party) MD 22

Komendong spr. GM 16-04-1942 Hr.Ms. Anna OS 35

Komkommerman, B.B. (1921) matr.1.zm 03-01-1946 Anson 1 MG-445 MLD 127

Kommer, C. (1901) majtlg 03-07-1943 Anganan, Burma W 48

Kommer, G. (1904) sgtkok 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Komsary, M. (1915) inh-llvgmr 17-11-1944 Sydney, Australië W 9

Koning, D. de (1915) {VK} ovl.2.kmr* 01-06-1943 LA/KLM DC 3 Ibis MLD 58

Koning, N.F. de (1894) ltz.3.kmr.sd 13-05-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Koning, P. de (1920) matr.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Konkelaar, P.M. (1908) stok.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Kooi, W. van der (1916) marn.1 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Kooij, D.J. (1919) matr.2.zm 29-03-1943 Morpeth, VK MLD 56

Kooij, D.J. van (1918) matr.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Kooij, G. (1942) schr.1 25-09-1962 Hollandia, NNG W 7

Kooij, M.R. van (1904) ltz.2.kmr 25-02-1941 Hudson T 9364 MLD 11

Kooij, P.J. (1902) sgthofm 28-12-1944 Makassar W 36

Kooijman, J. (1921) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

142


Kooijman, L. (1916) marn.1 17-02-1942 Aruba (MOD) MD 14

Kooiman, N.R.L. (1911) vgmr.2.zm 12-05-1940 Fokker R 4 MLD 3

Kool, C.J. (1890) ambt. ME 02-10-1942 Colombo, RNA Hospital W 9

Kool, J. (1921) matr.3 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Koomans, W.H. (1926) ltz.3 (3e wk GM) 04-02-1942 Hr.Ms. Deneb OS 20

Kooning, F.J. de (1915) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Koopman, H. (1915) stok.2.zm 01-03-1942 Seboekoe Besar, NOI OS 31

Koops, F. (1928) ltz.3 22-04-1953 Firefly P 70 MLD 158

Koops, H. (1920) matr.3 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Koops, H. (1942) vgmr-mb 07-04-1960 MVKK, Den Helder W 7

Koorn, C.P. (1906) sgtmach 24-12-1941 Hr.Ms K XVII OZD 8

Kooten, W.A. van (1914) marn.1 20-11-1945 Camp Davis, VS W 9

Kootstra, S. (1922) marn.2.ovw 21-07-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 63

Kop Jansen, J.S.A. (1927) tdl.kplmarns.ovw 02-11-1947 Kalisat, Oost-Java MARNS 124

Koper, L.C. (1908) mil-matr 29-03-1945 Raha, Moena (Celebes) OS 60

Koppejan, P. (1914) matr.1 12-05-1940 Hr.Ms. Friso OS 6

Koppel, P. van de (1901) oppspr 29-09-1943 Anganan, Burma W 48

Kordelaar, J.G.A. van (1907) sgtmach 21-03-1942 Lagoendi, Pedadabaai OS 31

Koree, J. (1889) ldsspr LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Korporaal, M. (1906) matr.2.zm 14-05-1940 Rotterdam MARNS 6

Kors, B.T. (1926) marn.3.zm 24-02-1948 Soerabaja MARNS 134

Korteweg, J.A. (1899) matr. LW 30-09-1943 Zandkreek, a/b Croetzen W 68

Korteweg, W. (1915) matr.3.zm 13-05-1940 Hr.Ms M 2 MD 4

Kortooms, Th.H. (1918) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Korver, M. (1912) kplmarns 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Kost, C.L. (1912) btsm 27-01-1943 Hudson EW 919 MLD 55

Kost, E. (1916) stok.o/m 11-10-1943 Tarsao, Siam W 48

Kostelijk, P. (1920) matr.2 22-07-1942 Curaçao W 9

Koster, C. (1923) sgtvgmr 10-06-1959 Mariner P 306 MLD 171

Koster, H.L. (1902) spr 14-01-1945 Melbourne, Australië W 9

Koster, K.H.A. (1911) bed.1.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Koster, M.R. (1924) marn.1.ovw 05-09-1947 Tanggoel, Oost-Java MARNS 114

Kosterman, A.J. (1901) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Koullen, H.J. (1914) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Kouwenhoven, D. (1916) stok.1 13-03-1941 Waalsdorpervlakte W 14

Kraag, P.E. (1920) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kraaij, F.M. (1920) mil-stok 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9

Kraaijeveld, P. (1927) marn.3.zm 26-08-1947 ss Volendam (Ind.Oceaan) W 9

Kraak, A.J. (1919) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Kraak, C. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Krak, J.J.J. (1906) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Kramer, A. (1922) marn.3.ovw 28-03-1946 Bringkang, Oost-Java MARNS 33

Kramer, A.A.Ch. (1893) homsd.2 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38

Kramer, A.E. (1917) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Kramer, C.G. (1910) mil-matr-snr/kw 18-08-1945 Palembang W 8

Kramer, H. (1918) kok.1.zm 19-10-1945 Tandjong Priok OZD 21

Kramer, J. (1923) marn.2.ovw 28-05-1946 Bringkang, Oost-Java MARNS 48

143


Kramer, J. de (1908) sgttpmr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Kramer, P. (1897) sgtvgmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Kramer, R.C. (1918) matr.1 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Kramer, S. (1896) majtimm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kramers, A.W. (1903) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kranenburg, C.H. (1917) tlntmarns.kmr 17-03-1947 Modjosari, Oost-Java MARNS 88

Kranenburg, J.W. (1914) elntmarns.kmr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Kraus, E.C.F. (1923) mil-matr-tlg 13-02-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Kreekels, J.M.A. (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kreel, N. van (1922) kpladb.marns 27-06-1943 Takanun, Siam W 48

Kregting, W.T.C. (1918) matr.2.kmr.tv 27-06-1946 Velsen (Port Party) MD 25

Krens, D.E.G.V. (1918) marn.3 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10

Kretz, J.M.A. (1922) llvgmr 03-03-1945 Koblenz, DR W 12

Kriegenbergh, H.D. von (1920) mil-stok 20-08-1943 Quima, Siam W 48

Kriele, L. (1916) barb 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kriesfeld, A.C.V. (1918) ltz.3 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24

Krift, R. van der (1917) stok.o/m 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Krijgsman, A.A.J. (1920) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Krijgsman, A.E. (1920) mil-stok 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56

Krijgsman, D. (1919) matr.1 26-07-1941 Hr.Ms Willem van der Zaan W 7

Krijnen, G.A.Q. (1921) ozwnr.3.kmr.tv 11-01-1944 Swordfish LS 244 MLD 73

Krijtenburg, G.D. (1909) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Krijthe, P.J. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kroes, J. (1916) knstsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kroes, P.J. de (1918) ovl.3.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Kroes, W.M.J. de (1902) lndst-matr 05-10-1943 Tarakan, Borneo W 11

Kroese, G.L. (1906) spr 28-07-1948 Makassar OS 72

Kroeze, H.N.P. (1921) ltz.3 25-06-1943 Hlapauk, Burma W 48

Krol, A.D.C.H. (1912) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Krom, J.F. de (1915) stok.o/m 01-10-1943 Anganan, Burma W 48

Kromwijk, A. (1912) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kromwijk, W.J.J. (1918) marn.3.ovw 16-04-1946 Sidowoengoe, Oost-Java MARNS 38

Kroon, B.H. ltz.1.kmr.sd 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Kroon, W. (1919) matr.2 25-09-1943 Hindato, Siam W 48

Kruijdenhof, F. (1920) matr.2 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Kruijs, G.R. (1913) ltz.2 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Kruijtser, M.P.F. (1913) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kruis, W.L. (1920) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kruisland, J.A. (1909) kplmach 01-10-1939 Hr.Ms. Jan van Gelder MD 2

Kruisweg, G. van den (1922) marn.3.ovw 26-06-1946 Soerabaja MARNS 56

Kruiswijk, T. (1928) marn.3.zm 07-08-1949 Toeban, Oost-Java MARNS 169

Kruizinga, J. (1906) sgtmach 20-05-1943 Kinsayok, Siam W 48

Krul, J. (1912) zvpl.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Krul, N.P. (1921) marn.1.ovw 14-06-1947 Soerabaja W 9

Kuen, C.W. (1918) stok.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3

Kuhuwael, H.J.B. (1923) inh-mil-stok 01-08-1945 Jamdena, Larat (NOI) W 11

Kuijpers, A.Th. (1922) tdl.kplmarns.ovw 28-08-1946 Soerabaja W 7

144


Kuijpers, F.M. (1911) sgtvgsch 08-06-1944 Mitchell FR 179 MLD 87

Kuijpers, W. (1917) kplvgsch.zm 20-03-1944 Mitchell FR 141 MLD 79

Kuiken, J.R. (1923) mil-sgtzwnr 23-02-1942 Dornier X 21 MLD 36

Kuiper, H. (1919) stok.3.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Kuiper, H. (1919) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Kuiper, K. (1920) stok.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Kuiper, L. (1910) {KV} ltz.2.kmr 07-12-1946 Walrus PH-NAV MLD 132

Kuipers, C.F. (1914) mont.2.zm 07-12-1942 ss Ceramic OS 45

Kuipers, J. (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kuipers, O. (1901) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kuit, G.M. van de (1924) marn.1.ovw 19-08-1947 Djember, Oost-Java W 7

Kuit, P. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Kuling, F.H. (1905) omsd.2.kmr 12-07-1944 Kendari, Oost-Celebes W 11

Kup, Ch.J. de (1886) kltz.kmr 11-11-1942 Neuengamme, DR W 46

Kuster, G.S. (1899) majmont 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Kuster, S.G. (1901) {KV} majmont 14-04-1945 Amsterdam W 121

Kwakman, P. (1899) lndst-matr 09-03-1944 Osaka, Japan W 47

Kwast, G.D. (1912) ltz.2 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Kwast, P. (1912) vgmr.1.zm 08-04-1944 Lasham, VK MLD 81

Kwawegen, A. van (1912) mil-matr-tlg 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Laan, J. van der (1917) matr.1 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Laan, J.B. (1919) marn.3 14-05-1940 Rotterdam MARNS 5

Laan, J.J. van der (1903) kplgsmr 10-11-1945 Semarang W 132

Laan, L. (1920) matr.2 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Laane, H.A.J. (1920) {BK} tlgnm 08-03-1942 Catalina Y 63 MLD 39

Lacomblé, E.E.B. (1896) {RMWO} kltz 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ladenius, P. (1904) tamb.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lagaay, C.A. (1907) {BL} ltz.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Laganti (1922) inh-matr.3 23-12-1944 Port Lonsdale, Australië W 7

Lagendaal, P.J. (1914) ovl.2.kmr 11-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26

Lagendijk, G. (1895) matr.LW 30-09-1943 Zandkreek, a/b Croetzen W 68

Lagerwey, J. (1915) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Lagh, J.H.G. de (1920) mil-matr-schr 02-12-1945 Bandoeng W 132

Lahope, H. (1910) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Lalenoh, J.A.U. (1910) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Laman Trip, jhr. J.H.W.S. (1911) ltz.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Lambo, L.H. (1913) omsd.1 14-11-1946 Schiphol, Amsterdam W 7

Lambrechts, A.C.M. (1926) ltzv.2 21-09-1952 Firefly K 67 MLD 155

Lambregtse, H.A.M. (1903) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Lamers, J.H.H. (1908) ovg.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lammerding, E.F. (1912) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lammers, G. (1908) majtpmr 10-09-1945 Anjum, Fr. (Port Party) MD 22

Lammers, G. (1927) marn.2.zm 05-01-1949 Tjepoe, Oost-Java MARNS 140

Lammers, H. (1918) stok.o/m 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 OZD 6

Lammers, H. (1923) kplvsd.kmr.tv 11-07-1949 Soerabaja W 9

Lampe, J.J. (1916) stok.1.zm 21-01-1949 MH Batavia W 9

Land, J. van der (1915) ozwnr.3.kmr* 13-06-1944 Mitchell FR 205 MLD 88

145


Landman, A. (1910) mil-matr 09-05-1942 Palembang W 11

Landman, H. (1926) marn.2.zm 15-10-1948 Straat Madoera MARNS 136

Lange, G.J. (1921) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Lange, M.Ch. de (1897) majknst 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Lange, W. de (1932) marn.2.zm 22-06-1953 Aruba W 7

Langelaar, C.A. (1915) ovl.2.kmr* 18-08-1941 Hudson T 9413 MLD 17

Langeler, J.W. (1890) ltz.1.kmr 03-09-1945 Batavia W 8

Langenbach, F. (1921) ltzv.2.kmr.ov 12-01-1951 Seafury F 15 MLD 151

Langendam, R. (1924) kplvgsch.zm 19-08-1944 Mitchell FW 258 MLD 98

Langendoen, K.J. (1896) oppmont 03-03-1942 Kalipang, Kragan. (Java) W 24

Langenhoff, H.F.G. (1902) ozwnr.2.kmr 14-04-1940 Fokker W 9 MLD 2

Langeraar, A. (1900) oppvgmr 10-04-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Langerveld, J. (1906) omsd.1 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Lannoy, E.F. de (1919) stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Lannoy, V. de (1909) mil-matr-schr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Lansdaal, P.A.M. (1929) ltz.2.oc 10-06-1959 Mariner P 306 MLD 171

Lansdorp, C.A. (1912) mil-matr 10-05-1943 Brankassi, Siam W 48

Lantermans, D.W. (1923) matr.2 06-06-1945 Chungkai, Siam W 48

Lapod, D. (1914) inh-mil-sgtvsd 04-05-1943 Oost Java (NEFIS Tiger III) W 56

Lapré, J.H. (1911) mil-matr-tlg 31-07-1943 Kinsayok, Siam W 48

Lasman, L. (1908) inh-stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Lassay, F.S. (1917) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Lassing, K.H.J.W. (1901) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Last, J. (1904) sgtmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Lastdrager, C. (1917) bed.zm 14-05-1940 Willemsoord W 2

Lataster, P.J. (1918) kplvsd.kmr.tv 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136

Latuheru, J. (1909) inh-stok.o/m 26-06-1944 Bodjonegoro, Oost-Java W 85

Latunij, J. (1901) inh-matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Laufer, H. (1919) ovl.3.kmr 03-08-1944 Hellcat HV 194 MLD 95

Laurens, J.M. (1903) inh.matr.1 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Laurey, C.A.J. (1929) marn.2 14-08-1948 Wanaredja, West-Java MARNS 135

Lauwerens, J. (1903) {KV} sgttlg 14-04-1945 Amsterdam W 121

Lawalata, A.A.L. (1912) inh-stok.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Lawalata, S. (1911) stok.1 08-11-1950 Ambon, R.I. W 9

Lawick, H.A.V.R. baron van (1909) ltz.2 17-06-1941 Fokker W 13 MLD 14

Lazare, E. (1909) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lebeau, J.R.L. (1905) {KV} ltz.1 07-09-1944 Dakota C47 DT 941 MLD 103

Ledeboer, F.W.C. (1909) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41

Ledeboer, I.Ch.F. (1909) mil-kplzvpl 09-04-1945 Makassar W 36

Leeden van Slotboom, J. mil-kplmach 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Leenders, B. (1900) spr 01-10-1939 Hr.Ms. Jan van Gelder MD 2

Leenderse, F. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 29

Leenstra, J. (1903) lndst-matr-mont 13-02-1945 Pangkalan Balai, Sumatra W 11

Leerdam, J.H. van (1912) kplhofm 16-07-1945 Pangkalan Balai, Sumatra W 11

Leerdam, S. van (1917) kplmach 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Leering, J. (1900) majmont 27-08-1943 Phadong, Burma W 48

Leersum, R.B. van (1922) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

146


Leether, D.J. (1920) matr.1 08-09-1943 Kuyr, Siam W 48

Leeuw, R.P. de (1920) tdl.kplmarns 11-07-1947 Gedangan, Oost-Java MARNS 58

Leeuw, W.J. de (1906) tlg.vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Leeuwen, C.B. van (1916) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Leeuwen, G.A. van (1916) ovl.2.kmr* 26-07-1944 Mitchell FR 185 MLD 93

Leeuwen, G.L.R. (1919) sgtvgtlg 13-06-1944 Mitchell FR 205 MLD 88

Leeuwen, J. van (1921) marn.3 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9

Leeuwen, K.C. van (1912) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Leeuwen, L. van (1920) sgtadb 17-02-1942 Dyon, Frankrijk W 21

Leeuwen, L. van (1926) kplvl 27-07-1950 Seafury J 1 MLD 148

Leeuwen, M.J.J. van (1920) marn.3 19-10-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Leeuwen, P.J.E.F. van (1925) marn.3.ovw 12-02-1946 Tankoeng, West-Java MARNS 32

Leeuwen, R.A. van (1915) sgtvl 23-02-1942 Catalina Y 47 MLD 35

Leeuwenburgh, H. (1898) ovg.2.kmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Leféber, Ch.A. (1916) mil-stok 04-01-1944 Fukuoka 3, Japan W 47

Legemaate , J.C. (1903) sgtmach 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Legi, T.W. (1902) inh-matr.1 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Legimin, P.J. (1923) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lehmann, H.K.J. (1906) ltz.2 (1e off GM) 28-02-1942 Hr.Ms. Reiger OS 30

Leidelmeijer, J.E. (1911) mil-matr 24-10-1944 ss Maros Maru OS 60

Leij, A.C.E. (1912) mil-matr 31-07-1943 Quima, Siam W 48

Leijder, J.A. (1909) mil-kplmont 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Leijnse, A.J. (1928) marn.2.zm 17-06-1949 Wonosari, Oost-Java MARNS 166

Leijte, J.C. (1918) ltz.3 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Lekahena, M. (1912) inh.matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Lekatompessy, Z. (1919) inh.matr.1 17-11-1944 ss Ryukyu Maru OS 52

Lelyveld, L.P. van (1902) ovg.2.kmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lemaire, N. (1911) kplknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lems, C. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lent, J.W. van (1917) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lepez, Ch.G. (1918) stok.o/m 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Lere, A.J. (1903) stok.1 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v.Nassau OS 9

Lernaja, A. (1904) inh-sgtzvpl 23-06-1943 Makassar W 36

Lesperan, L.A. (1903) marn.1 03-01-1941 Paramaribo, Suriname W 9

Leth, H.J.M. van (1926) kplvgmr 28-12-1950 Catalina P 82 MLD 150

Letsch, J.P.A. (1926) marn.3 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10

Lettink, H.W. (1920) marn.3 07-05-1945 Veenendaal MARNS 30

Leur, dr. J.C. van (1908) ltz.2.kmr.sd 01-03-1942 USS Houston OS 32

Lewerissa, A.W.F. (1922) inh-mil-stok 26-04-1944 Tarakan, Borneo W 11

Lewerissa, O. (1913) inh-matr-bott 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lewis, J.R. (1914) mil-stok 14-03-1945 Singapore W 49

Lian, H. (1910) inh-matr.1 25-02-1944 Japans zeetransport OS 54

Libourel, J.H. (1915) ovl.2 06-12-1941 Catalina Y 44 MLD 22

Liefhebber, J. (1909) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lienden, J.R. van ads-vgtlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Lienden, W. van (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms Java OS 29

Lier, Th.W. van (1917) ovl.3.kmr.tv 23-06-1944 Mitchell N5-162 MLD 90

147


Liesker, C.H. (1905) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Lignie, G.J. de (1904) lndst-btsm 02-10-1943 Phadong, Burma W 48

Ligt, J. (1918) vgtlgnm 22-11-1942 Hudson EW 903 MLD 53

Ligten, J.C. matr.3 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Ligthart, A.P. (1924) tlntmarns.kmr 21-09-1946 Soerabaja

Lijn, H.W. de (1917) kplvl 02-12-1941 Hudson V 9036 MLD 21

Lil, J.A. van (1899) smjrmarns 13-07-1943 Anganan, Burma W 48

Limahelu, J.H. (1910) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Limbat, N.F. (1923) inh-mil-stok 27-02-1943 Hr.Ms.Colombia OZD 11

Limbosch, L.T. (1919) ozwnr.3.kmr 13-01-1945 Mitchell FR 181 MLD 109

Limbosch, Th. (1923) ovl.3 06-06-1944 Hellcat FN 404 MLD 85

Limque, W.A. (1922) ovl.2.kmr.tv 08-11-1948 Firefly L 13 MLD 142

Linck, C.F.A. (1929) ltz.2 21-12-1956 Firefly U 13 MLD 163

Linde, A.J.E. van der (1922) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Linde, L.Th.M. van der (1912) kpltlg 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24

Linde, M.N. van der (1916) ltzsd.2.kmr.tv 28-02-1949 MH Padang, Sumatra W 7

Linden, D.W. van der (1918) matr.1 27-08-1943 Kuye, Siam W 48

Linden, H. van der (1917) stok.o/m 24-11-1943 Kuye, Siam W 48

Linden, P. van der (1903) lndst-sgtmach 22-09-1943 Kuye, Siam W 48

Linden, P.J.Ch. van der (1921) tlgnm 30-08-1941 Hudson V 9063 MLD 18

Linden, S.E. van der (1920) mil-stok 29-07-1942 Teng Garong, Borneo KVD 6

Lindheim, G.F. van (1903) lndst-matr 18-02-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Lindhout, N.M. (1920) matr.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Linkenhoff, F.H. (1921) mil-matr-snr/kw 10-11-1944 Londen W 96

Linning, G. (1901) majtpmr 07-05-1945 Raha, Moena (Celebes) OS 60

Linssen, G. (1922) snr.1 14-12-1945 Mendanau, NOI OS 65

Lintjewas, H.J. (1905) inh-kplmont 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Lips, J.C. (1926) marn.3.kmr.tv 02-09-1945 ’s-Gravenzande MD 21

Lisapalij, J. (1898) inh-stok.o/m 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Lisman, J.J. (1918) matr.1.snr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Lobbes, J.P. (1905) sgtmont 15-01-1942 CBZ Soerabaja W 9

Loeffen, F.C. (1923) mil-matr 16-03-1942 Poelau Klappa MD 16

Loekemeijer, P. (1906) btsm 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Loemban Tobing, F. (1921) inh-matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Loemban Tobing, G. (1910) inh-kpltlg 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Loetir, M. (1920) inh-mil-matr 12-10-1944 Merauke W 9

Logger, W. (1916) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Logmans, G.L. (1906) sgttpmr 06-03-1940 Hr.Ms. O 11 OZD 2

Lohman, A.V. (1919) kok.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willen van Ewijck MD 1

Lohuizen, H. van (1927) marn.2.zm 15-10-1948 Straat Madoera MARNS 136

Loing, A.F. (1907) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Lolong, M.T. (1908) inh-kplvgmr 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Lolowang, P.J. (1908) inh-kplschr 02-03-1942 CBZ Soerabaja W 9

Londt, J.W. (1907) mil-o/m 25-08-1943 Quima, Siam W 48

Lontoh, D. (1907) inh-btsm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Lonussen, G.L.H. (1923) marn.2.ovw 28-03-1946 Tandjong Perak, Soerabaja MARNS 34

Loo, G.A. van (1917) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

148


Loo, H. van der (1930) marn.1 03-01-1951 Sentanimeer, NNG MARNS 172

Loohuizen, A.J. (1917) ovl.2.kmr* 24-06-1944 Mitchell FR 204 MLD 91

Looijen, M.B. (1920) stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Look, G.J. van (1921) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Loomeijer, B.M.R. (1920) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Loomeijer, J. (1910) mil-matr 08-11-1945 Soerabaja W 8

Loon, A.W. van 1940 vgmrknst.1 17-12-1959 Mariner P 302 MLD 174

Loon, H. van (1930) matr.3 11-12-1949 Hr.Ms. RP 134 W 7

Loon, J.H.J. van (1918) ovl.2 09-11-1942 Hudson EW 912 MLD 52

Loon, L.A. van (1921) mil-stok 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Loor, J.H. de (1919) matr.1 27-01-1945 Fukuoka 6, Japan W 47

Loovens, C.H. (1927) matr.3 15-07-1948 Soerabaja W 9

Lorie, W.F. (1902) majmach 30-10-1943 Nigata-kamp, Japan W 47

Los, J.C. (1903) stok.1 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits van Nassau OS 9

Louis (1924) inh-matr.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Loupias, C.M. (1916) mil-kplschr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Lourens, J. (1917) matr.1 18-11-1942 Alor Star, Malakka W 48

Louwerens, C.E.J. (1911) mil-matr 21-03-1944 Fukuoka 2, Japan W 47

Louwhoff, H.C. (1898) oppzvpl 07-06-1944 Batavia W 11

Lubke, Th.J.A. (1893) sgthofm 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Lubse, J.G.H. (1918) bed.2.zm 15-05-1940 Marinehospitaal Den Helder OS 9

Lucardje, K.P. (1920) mil-stok 09-05-1944 Nakhonpathon, Siam W 48

Lucas, L. (1902) inh-matr 15-02-1946 Djombang, Oost-Java W 132

Luff, H.J. (1908) lndst-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Lugt, G.J. (1917) ovl.3.kmr 01-09-1944 Mitchell N5-214 MLD 100

Luideger, J.H. vlop 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Luiten, Joh. (1917) hofmsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Lunbeck, A.C. (1904) ltz.1 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Lunsen, A.J. van (1922) tdl.kplmarns.ovw 24-01-1947 Boedoeran, Oost-Java MARNS 83

Lüschen, H. (1911) ozwnr.3.kmr 20-06-1944 Mitchell FR 151 MLD 89

Luttenberg, A.J. (1918) stok.o/m 11-02-1944 Kamaichi, Japan W 47

Lutter, P.L. (1911) kwmr 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Luttikhuizen, E.J. van (1919) marn.1 13-12-1943 Chungkai, Siam W 48

Maagd, D.A.C. de (1894) majtpmr 17-02-1942 Aruba (MOD) MD 14

Maagt, R.A.M. de (1923) tlntmarns.kmr 04-05-1946 Soerabaja W 9

Maarleveld, D.A. (1922) marn.3 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Maarsen, W. (1909) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Maas, D. (1919) matr.3 05-01-1945 Kochem, DR W 12

Maas, Ir. A.L. (1916) ltz.2.kmr.sd 24-01-1944 Non Pladuk, Siam W 48

Maas, J.F. van (1917) aoov 25-10-1961 Sikorsky HSS-IN-139 MLD 178

Maas, L.C. van der (1909) kwmr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Maas, P.A. van der (1918) bed.vmr 12-05-1940 Hr.Ms. Luctor Et Emergo OS 5

Maas, T.P.J. (1943) matr.1 02-10-1962 Biak, NNG W 9

Maas, W.F. (1917) ltz.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Maasbach, L.C. (1919) matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Maassen, A.G.H. (1920) matr.1.zm 10-02-1943 Amersfoort W 52

Maat, P. (1914) kplmarns 10-03-1945 Rangoon, Burma W 48

149


Macaré, E.R. (1910) mil-matr 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Macaré, H.M. (1921) {BK} mil-sgtvsd 30-04-1944 Rawicz, Polen W 77

Mac-Gillavrij, W.J. (1913) mil-matr 15-12-1944 Bodjonegoro, Oost-Java W 100

Madders, R.G. (1915) sub-lieutenant RN 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Maes, H.J. (1907) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Mahu, P. (1917) {BL} sgtvl 25-02-1942 Vermist MLD 37

Maij, H.P. (1910) mil-kplschr 23-09-1943 Kuye, Siam W 48

Mailoeas, J. (1901) inh-kplstok 27-02-1942 Hr.Ms.Java OS 29

Mainakeij, F. (1910) inh-matr-bott 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Maitimoe, D. (1901) inh-sgtzvpl 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Maitimoe, M.R. (1924) inh-stok.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Maitimoe, P.L. (1900) inh-sgtmach 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Makatita, L.P.A.H. (1924) marn.3 20-08-1943 Takanun, Siam W 48

Mallee, F.C.P. (1889) omsd.2 07-11-1941 Hr.Ms. Gouden Leeuw, NOI

Mallee, G.A. (1921) omsd 26-04-1944 Wildcat FN 759 MLD 82

Malonda, J.H.J. (1923) inh-stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mambo, J.Th.J. (1910) inh-kplmach 24-12-1941 Hr.Ms. KXVII OZD 8

Mamisi (1902) inh-bed 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Man, J. de (1915) stok.o/m 13-05-1940 Hr.Ms. M 2 MD 4

Manaboeng, J. (1902) inh-kplbott 15-03-1944 Wewak, Nieuw Guinea W 73

Mandalika, A. (1914) inh-matr-zvpl 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Mandang, V. (1907) inh-sgtmach 07-12-1943 Japans zeetransport OS 54

Manen, J. van (1926) marn.3.ovw 03-04-1946 Domas, Oost-Java MARNS 36

Mangangka, P. (1903) inh-vgmr 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Mann, C.Ch.W. (1898) majmach 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Mannie, P.M.G.C. (1942) marn.2.zm 14-08-1962 Misool, NNG MARNS 176

Manoppo, L. (1916) tdl-inh-btsm 31-01-1945 Noord-Celebes (NEFIS) W 105

Mans, W.J. (1886) ltz.1.kmr 07-10-1945 Bakasi, West-Java W 130

Manschot, A. (1916) ovl.2.kmr.tv 09-02-1945 Mitchell FW 212 MLD 111

Manshande, J.J. (1926) matr.1 25-05-1949 Hr.Ms. Batjan W 7

Mansveld, W.E. (1913) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Mante, G. (1898) ltz.1.kmr 25-09-1942 Bloemendaal W 44

Mantje, A. (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Manuel, L. (1914) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Manuhurapong, W. (1911) inh-stok.o/m 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Manuhutta, A. inh-sgtschr 06-04-1941 CBZ Soerabaja W 9

Manuhuttu, J. (1905) inh-kplmzkt 25-06-1944 Soerabaja W 11

Manuhuwa, P. (1898) inh-matr.1 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Marcus, L. (1922) mil-matr 21-02-1942 Batavia W 9

Marcussen, W. (1917) mil-kplvl 31-01-1943 Jackson, VS MLD 42

Mardjoeki (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Margono (1919) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Marijnis, W. (1915) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Maris, H.Th. van (1918) tdl.kplmarns.ovw 14-04-1947 Rotterdam W 10

Marissen, J.F.H. (1903) lndst-sgttlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Marjono, R. (1907) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Markasan (1921) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

150


Markus, D. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Markx, M.F. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mars, A. (1917) mil-matr-snr/kw 04-07-1945 Tamuang, Siam W 48

Marsidan inh-kplkok 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Marsidik (1925) inh-llstok 24-02-1942 CBZ Soerabaja OS 22

Marsman, R.W. (1921) mil-matr-vgtlg 01-09-1944 Mitchell N5-214 MLD 100

Martaré, E. (1904) ovl.2 26-07-1940 Fokker AV 964 MLD 6

Martens, J.J.J. (1900) sgtvgmr 08-03-1942 Pematangsiantar, Sumatra W 26

Martens, J.Th. (1915) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Martens, S.E. (1922) mil-o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Martherus, C. (1920) mil-matr-schr 10-11-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Martijn, J.J. (1907) {BK} sgtmach 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Martius, W.H.F. (1893) oppspr (ha) 01-04-1941 Holyhead, VK W 9

Martoredjo, J.H. (1915) inh-matr-zvpl 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Maruanaja, S.F. (1910) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Masiran (1923) inh-llstok 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Masius, J.W.E. (1922) mil-matr 22-06-1944 Fukuoka 2, Japan W 47

Maspaitellia, J. (1902) inh-matr-mzkt 01-02-1945 Dilly, Portugees Timor W 11

Masselink, J. (1912) {KV} ltz.3.kmr 28-04-1943 Kobe, Japan W 47

Mast, C. van der (1909) sgtmach 30-10-1947 ss Cottica W 9

Matheron, J.Ch. (1914) mil-kplmont 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Matheron, P.A. (1920) mil-matr-mont 11-10-1943 Kuye, Siam W 48

Matheus, A. (1920) inh-stok.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Mathey, E.E.M. (1909) mil-matr 08-08-1943 Tarsao, Siam W 48

Mathies, L. (1918) mil-kplmach 05-10-1944 Tjimahi, West-Java W 11

Matsoetris, Raden A. (1921) inh-stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Matteman, F. (1924) tlg.2.ovw 26-12-1947 Soerabaja W 9

Mattijsen, W. (1904) {VK} ltz.2.kmr 26-06-1942 Hudson T 9435 MLD 48

Matugali inh-matr.1 04-03-1942 Vermist, NOI W 26

Matulessy, F.F.R. (1921) inh-mil-matr 24-04-1946 Biak, NNG W 133

Maurik, A. van (1900) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

May, W.E. (1912) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

McDonald, H.P. (1914) lead. telegraph. RN 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Mebus, A.W.R. (1920) matr.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Meenen, A. van (1893) oppvgmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Meeng, F.A. (1910) mil-kplzvpl 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Meer, A.W. van der (1915) vgtlg 23-02-1942 Dornier X 21 MLD 36

Meer, J.A. van der (1912) timm.1.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Meer, K. van der (1914) ldskw 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Meer, R.E. van der (1933) ltzt.3 29-02-1960 Hollandia, NNG W 7

Meerbeek, H. (1904) sgtmont 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Meerbeek, H.D. (1908) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Meere, H. (1919) stok.o/m.zm 19-11-1940 Ponta Delgade

Meeren, F.C. van der (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Meerleveld, S. (1928) marn.3.zm 12-04-1949 Woestduin, Doorn W 7

Meerveld, G.A. van (1924) mil-matr-vgmr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Meester, J. (1923) ozwnr.3.kmr 08-06-1944 Mitchell FR 150 MLD 86

151


Meesters, F.A. (1920) matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Meeues, H.M.J. (1922) matr.2 24-12-1941 CBZ Soerabaja W 7

Meeuwissen, A. (1918) matr.2.kmr.tv 30-10-1945 Keizersveer (Port Party) MD 23

Mehlbaum, G.R. (1919) mil-matr 18-05-1944 Tarakan, Borneo W 11

Meij, A.Ch.E. van der (1912) mil-matr 31-07-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Meijde, H. van der (1911) mil-sgtsnr/kw 02-06-1944 Nakhonpathon, Siam W 48

Meijer, B.D. (1922) mil-sgtvgtlg 26-07-1944 Mitchell FR 185 MLD 93

Meijer, D.A. (1919) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Meijer, dr. Th.M. (1904) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Meijer, F. (1903) {BK} btsm 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Meijer, G. (1919) koksm 14-02-1944 Chungkai, Siam W 48

Meijer, H. (1919) stok.1 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Meijer, J.C. (1920) {BL} sgtadb 11-05-1942 Sachsenhausen, DR W 32

Meijer, L.W.L. (1921) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms, Java OS 29

Meijer, M.H. (1911) kplmont 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Meijwaard, W. (1918) kplmarns 18-10-1944 Wilhelminakanaal MARNS 20

Meinema, A.J. (1919) matr.1.snr 14-03-1943 Kinsayok, Siam W 48

Meinema, R. (1900) majschr 25-08-1945 Tjimahi, West-Java W 8

Melchers, W.L.A. (1920) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Melger, J. (1907) matr. LW 30-09-1943 Coertzen W 68

Melger, W.F. (1906) sgtmach 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Melissen, W.A.H. (1924) kplvgsch.zm 19-08-1944 Mitchell FW 258 MLD 98

Mellema, T.J. (1894) mach.vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13

Melse, D. (1900) btsm.kmr.tv 27-11-1945 Rotterdam

Melsen, J.P. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mendes de Leon, P. (1927) tlntmarns.kmr 19-10-1946 Soerabaja W 7

Meng, G. (1907) majtlg 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Menijn, G.M. (1917) kplgsmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mensingh, Th.P. (1920) mil-sgtvgsch 08-06-1944 Mitchel FR 182 MLD 86

Mensink, G.J. (1924) marn.1.ovw 14-08-1947 Pasirian, Oost-Java MARNS 108

Mensink, L.G. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mentzij, J. (1909) kplmach 23-06-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Mereboer, H. (1913) sgtvgmr 20-12-1943 Hakodate, Japan W 47

Merkelbach, A. (1928) matr.2.zm 08-07-1949 Soerabaja W 7

Merkelbach, A.F. (1923) marn.3 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10

Meroch, J. inh-kplmach 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Mertens, G.F. (1919) lntvl Begisch Leger 13-01-1945 Mitchell FW 227 MLD 109

Mes, L. (1905) omsd.2.kmr 01-06-1943 Tarsao, Siam W 48

Meskers, J.C. (1913) mil-stok 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Metselaar, D. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Metselaar, Th. (1921) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Metzelaar, C.M. (1921) mil-o/m 07-03-1945 Fukuoka 17, Japan W 47

Meuldijk, K. (1907) sgttlg 24-04-1945 Bergen-Belsen, DR W 123

Meulen, F.J. van der (1910) mil-kwmr 08-12-1944 Kuye, Siam W 48

Meulenberg, F.J.C. (1927) adbvl.1.kmr 24-08-1948 Firefly K 56 MLD 140

Meulenberg, J.A. (1912) kwmr 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Meulmeester, A.J. (1915) marn.1 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5

152


Meurer, W.M.K.F. (1903) btsm 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Mey, J. van der (1919) stok.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Mey, J.G. van der (1916) mil-stok 08-12-1944 Kanchanaburi, Siam W 48

Mezach, G.F. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Michels, A.M. (1907) {KV} sgttlg 11-05-1942 Sachsenhausen, DR W 34

Michels, J. (1914) sgtvl* 25-02-1941 Hudson T 9364 MLD 11

Middel, K.R. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Middelink, A. (1909) kpltlg 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Middelkoop, F.E. van (1923) mil-sgtvgtlg 29-07-1944 Mitchell FR 158 MLD 94

Mijnders, L.J. (1935) amnt.3.zm 16-07-1957 KLM Constellation, Neutron MLD 165

Mijsberg, J.F. (1918) vgtlgnm 09-11-1942 Hudson EW 912 MLD 52

Mil, F.N. van (1899) kplknst 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Miller, D.P.G. (1920) w.o.observer RAF 16-02-1945 Mitchell FR 145 MLD 113

Minderhoud, J.C. (1918) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Minderman, E.H.M. (1909) ltz.2.kmr b.d. 07-06-1942 Sachsenhausen W 25

Minderman, W.P. (1921) mil-matr-tlg 26-01-1945 Rangoon, Burma W 48

Missaar, J. (1890) oppknst 05-06-1940 Roosendaal W 4

Misseijer, W.Th. (1916) mil-matr-tlg 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Mochamat (1906) inh-bed 03-01-1943 Soerabaja W 11

Modell, L. (1920) stok.3 18-01-1945 Vlissingen W 7

Moediono (1924) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Moedji (1919) inh-stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Moedjijo, Th. (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moedjijono (1898) inh-stok.o/m 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaja OS 22

Moehjadi, Raden (1923) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Moekardanoe, B. (1923) kplvl 18-05-1943 Jackson, VS MLD 42

Moekiman (1924) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moel, W.A. de (1906) kplmach 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Moelere, P. (1905) inh-matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Moeljoto (1904) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moelker, Joh. (1917) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moenadi (1909) inh-kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Moenawir, Raden (1919) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moens, A. (1920) sgtvgmr 13-08-1957 Mariner P 312 MLD 166

Moeradi (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Moerat (1917) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Moerdjomadi (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moerjono (1922) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moerkens, L.J. (1926) tdl.kplmarns 15-10-1948 Straat Madoera MARNS 136

Moermond, M. (1908) stok.o/m.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Moertidjan, I. (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moes, J. (1922) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Moes, J. (1926) marn.2.ovw 07-11-1947 Soerabaja W 7

Moes, M.C. (1897) ovl.1.tit.kmr 18-02-1945 Dachau, DR MLD 114

Moesdijk, A.J. van der (1920) tdl.kplmarns.ovw 22-08-1947 Wonoasih, Oost-Java MARNS 111

Moeslimin inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Moesran (1903) inh-kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

153


Moestram (1898) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Moi (1920) matr.3.zm 13-11-1947 Soerabaja W 9

Mol, C.B. (1920) matr.3 16-09-1943 Kuye , Siam W 48

Mol, F.J. (1901) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mol, J.A. (1916) sgtvl 29-05-1947 Avro Anson MLD 136

Mol, J.C. (1900) barb 15-02-1945 Makassar W 36

Molenaar, C. (1926) tdl.kplmarns.zm 27-11-1948 Soerabaja W 7

Molenaar, H. (1924) tdl.kplmarns.ovw 02-04-1946 Domas, Oost-Java MARNS 36

Molenaar, L. (1927) tdl.kplmarns.zm 15-01-1949 Babat, Oost-Java MARNS 146

Molenkamp, W.F. (1920) mil-matr-tlg 06-12-1941 Catalina Y 44 MLD 22

Moll, H.J. (1917) kplvl 30-08-1941 Hudson T 9380 MLD 18

Molly, H.M.A. (1901) marn.1 06-09-1943 Ludwigsburg, DR W 12

Möls, Ch.C. (1918) lltpmr 08-03-1945 Amersfoort W 116

Monchen, J.A. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Monchen, J.A.F. (1904) ltz.2.kmr 16-02-1942 Sumatra KVD 3

Monde, D. van der (1912) kpltlg 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Monfils, P.A. (1920) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Moniharpon, M. (1925) inh-vgmr 29-03-1945 Maoemere, Flores W 11

Monsantofils, G. (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Monsato, J. (1923) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Monster, G. (1922) mil-matr 22-03-1946 Makassar W 7

Montagne, P. (1917) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Mooij, Chr. (1921) inh-stok.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Mooijman, J.Ch. (1919) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Moojen, W.A. (1918) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mooldijk, J.J. (1907) btsm 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Moor, A. de (1919) matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Moormann, A. (1919) {BK} mil-matr-zvpl 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Moorrees, E. (1917) mil-matr-schr 04-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Moorrees, J.P.G. (1920) mil-matr-tlg 20-08-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Moot, J.W. van der (1921) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mooy, Ch.P. (1921) mil-matr 11-07-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11

Mooy, E.Ch.H. (1913) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Moppes, W.M. van (1914) {RMWO} omsd.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Moras, I.J. (1929) hofm.2 02-03-1950 Hollandia, NNG W 9

Moraux, W.A. (1917) omsd.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Morbeck, C. (1896) lndst-matr 24-10-1943 Kobe, Japan W 47

Moreau, C. (1908) ltz.2.kmr.ov 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Moret, J.J. (1880) kltz.kmr 31-05-1945 Bergen-Belsen, DR W 128

Moria, Th. (1927) marn.3 12-03-1945 Chungkai, Siam W 48

Morks, E.A. (1912) omsd.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mos, J. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mosselman, F.H.W.J. (1915) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Mosselman, H.W. (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mosterdijk, J.C. (1910) sgttpmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Mourik, J.W. van (1922) mil-stok. 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mouton, Z.W. (1929) ltz.2.oc 16-11-1957 J2-PAB Kroonduif, NNG MLD 168

154


Mouw, L.H. (1903) sgtmont 08-01-1940 CBZ Soerabaja W 9

Mozes, Djo matr. GM 03-02-1942 Hainsisi, Timor OS 19

Muis, A. (1924) matr.3.ovw 01-12-1945 Batavia W 9

Muiser, F.J.P. (1917) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mul, N.A. (1922) tlntmarns 19-09-1947 Djember, Oost-Java MARNS 119

Mulder, A.R. (1898) sgtvgmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Mulder, G. (1915) ozwnr.3.kmr 08-06-1944 Mitchell FR 182 MLD 86

Mulder, H.J.H. (1921) ads.vgtlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Mulder, J. (1926) marn.2.ovw 13-04-1946 Modjohtengah, Oost-Java MARNS 37

Mulder, J.A. (1908) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Mulder, J.M. (1919) ozwnr.3.kmr* 15-05-1942 Hudson AE 525 MLD 46

Mulder, L.A. (1917) matr.1 05-09-1943 Chungkai, Siam W 48

Mulder, M.C.H. (1920) matr.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Mulder, P.J. (1906) ltz.2.kmr 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Mulder, R. (1930) sgtv 02-01-1962 Dakota O 79 MLD 177

Mulder, R. (1912) mil-kpltlg 14-05-1945 Hainan W 71

Mulders, J.A. (1914) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Muller, A. (1902) lndst-matr-mont 08-03-1942 Vermist, Soerabaja W 26

Muller, A. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Muller, E. (1920) sgtvl 26-01-1947 Catalina P 204 MLD 134

Müller, J. (1927) kplvgtlg 27-01-1959 Avenger A 9 MLD 170

Müller, J.G.Z. (1908) matr.zm 11-03-1948 Batavia W 9

Muller, M. (1911) kplzvpl 11-02-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Muller, P.G. (1909) kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Muller, W.A. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Muntendan, D.S.F. (1920) {BK} mil-matr-vgmr 11-02-1944 Fukuoka 7, Japan W 47

Muntinga, Ir. J.H. (1911) ovl.3.kmr* 13-01-1945 Mitchell FW 227 MLD 109

Muskita, J.K.H. (1905) matr.1 21-12-1941 Hr.Ms. K XIII OZD 7

Mustamu, K.A. (1919) inh-stok.2 05-11-1943 Arafoera Zee W 70

Mutters, J. (1915) marn.1 21-07-1940 ss Stuyvesant OS 11

Nadema, H. (1925) marn.2.ovw 19-08-1946 Soerabaja W 7

Nadort, J. (1901) sgttpmr 11-02-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Nagel, A.J.C. van der (1919) sgtadb 24-01-1943 Sachsenhausen, DR W 51

Nagel, H.C. van der (1917) ltz.2 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Nagel, H.W. (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Nagelhout, J. (1915) matr.2.zm 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Nagtegaal, H. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Nahuijsen, A. (1909) mil-matr-tlg 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Nak, W. (1904) kplmach 25-02-1942 Noesa Penida, NOI OS 23

Nangin (1910) inh-kplhofm 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Nangin, R. (1913) inh-matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Nanlohy, D. (1899) inh-kplmach 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Nanninga, P. (1918) tlntmarns 03-05-1942 Sachsenhausen, DR MARNS 12

Nanuruw, F.L. (1913) inh-stok.o/m 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Nater, B. (1916) knstsm 11-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26

Nauta, J.M.C. (1913) ltz.3.kmr.sd 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Nauta, Tj. (1925) tdl.kplmarns.ovw 21-07-1947 Soerabaja MARNS 94

155


Nedorost, V. (1906) ltz.1.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Neef, G.A.J. de (1913) ltz.3.kmr.sd 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Neefjes, P.P. (1902) majmach 26-11-1946 Makassar OS 69

Neer, J.A.E. van (1920) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Neerings, S. (1910) tlg.zm 22-11-1942 Taiwankamp, Formosa W 50

Neesen, J.G.R. (1895) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Neimeier, R. (1902) spr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Nek, W. van (1899) smjrmarns 28-02-1942 Javazee OS 29

Nelle, E.K. van ovl.3.kmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Nepveu, J.H.J. (1906) ltz.2 29-12-1941 Dornier X 15 MLD 25

Netten, C. van (1911) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Neugebauer, J.A. (1900) sgtvgmr 15-10-1943 Chungkai, Siam W 48

Neugebauer, P.J.W. (1903) majtpmr 23-12-1941 CBZ Soerabaja W 9

Neyendorff, F. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Neyhoff, H.A. ads.vgtlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Ngadim (1918) inh-timmsm 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Ngalim (1919) inh-matr-kok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ngantung, W. (1900) inh-stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms Piet Hein OS 23

Nicolai, P. (1925) lloovl 29-09-1948 Harvard B 36 MLD 141

Niekerk, J.H. van (1919) snr.1.zm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Niël, S. (1915) kplvgmr 21-10-1944 MVK China Bay, Ceylon W 7

Nielen, D. (1897) kplmach.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10

Niesveld, G.W. (1927) sgtvgmr 07-07-1959 Sikorsky H 4 MLD 172

Niet, J.Ch. de (1905) kok.1.zm 02-06-1945 Rotterdam W 7

Niet, S. kpltlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Nieulant Pelkman, L. (1923) matr.3.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Nieuwenboer, J.A. (1922) mil-matr 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24

Nieuwenburg, A. (1903) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Nieuwenburg, J.B. (1898) barb 14-12-1943 Kamaichi, Japan W 47

Nieuwenhuijs, H. (1912) kplmarns 13-07-1946 Makassar W 7

Nieuwenhuis, J.O. (1920) ltz.3 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Nieuwenhuizen, C.W. van (1916) sgtvgtlg 29-05-1947 Avro Anson MLD 136

Nieuwenkamp, M. (1904) majmont 19-02-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Nieuwkerk, C. van (1929) marn.2 15-01-1949 Babat-Bodjonegoro MARNS 146

Nieuwland, J. (1912) kplvgmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Nieuwpoort, C. (1895) majtlg 04-04-1944 ss Mobioil W 9

Nievaard, H. (1929) schr.1 10-03-1951 Hr.Ms. Woendi MD 31

Nievelstein, L. (1921) marn.3.ovw 02-05-1946 Kemendoeng, Oost-Java MARNS 41

Nijenhuis, J.B. (1926) marn.2.zm 22-11-1948 Porong, Oost-Java W 7

Nijgh, H.P. (1907) ltz.2.kmr 05-05-1944 Ambon (NEFIS) W 80

Nijland, A.H. matr.3 08-03-1942 Sidoardjo. Vermist MARNS 11

Nijland, Th.A. (1913) mil-o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Nijpjes, T.M. (1901) kplvgmr 18-01-1944 Osaka, Japan W 47

Nijssen, K.H.C. (1921) tlntmarns 28-07-1946 Soerabaja MARNS 67

Nijwening, A. (1911) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Nikijuluw, J.W. (1915) inh-kplschr 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Nikkel, F.J. (1911) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

156


Niman (1919) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Nobel, H.P. (1916) mil-o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Nobel, J.E.L. (1918) stok.o/m 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Nobel, O.R.B. (1923) matr.2 22-06-1944 Sherborne, Dorsetshire (VK) W 9

Nobele, E. (1910) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Noë, O. (1918) sgtvl 08-03-1942 Bantam, West-Java MLD 39

Noedin, Moh. Djai esd 09-1946 Oost-Java MARNS 73

Noels, M.J. (1904) btsm 04-10-1944 Palembang, Sumatra W 11

Noija, A.A. (1917) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Nollen, J.A.C. (1905) sgtmach 18-01-1944 Non Pladuk, Siam W 48

Nolles, T. (1936) elntmarns 03-10-1961 Texel W 7

Nols, J.A.G. (1925) tdl.kplmarns.ovw 01-08-1947 Djember, Oost-Java MARNS 101

Nolten, J.J.E. (1918) mil-o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Nood, J. de (1921) matr.1 16-11-1946 MH Den Haag W 8

Nood, W. de (1916) stok.o/m 02-09-1943 Kuye, Siam W 48

Nooij, E.R. de (1918) tpmrsm 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Nooitgedagt, J. (1921) stok.3 15-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits van Nassau OS 9

Nool, P.J. (1919) stok.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Noordhoff, D. (1908) sgtmach 25-02-1942 CBZ Soerabaja OS 21

Noort, B. van (1896) ovg.1.kmr 08-07-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Noortwijk, J. van (1898) lndst-kwmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Noot, C. (1910) sgtvgmr 21-02-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Nooteboom, P. (1917) ova.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Nooy, E. (1923) mil-matr-zvpl 19-02-1944 Osaka, Japan W 47

Notermans, J.H. (1923) marn.2.ovw 08-11-1947 Amboeloe, Oost-Java MARNS 126

Notosubroto alias Rijadi, R.M. esd 12-1949 Oost-Java MARNS 170

Notten, G.E.W. van (1906) ltz.1.kmr.sd 22-08-1942 KLM Parkiet MLD 49

Nouwen, P. (1917) stok.2 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3

Noya, M. (1905) inh-matr.1 23-12-1945 Kediri, Oost-Java W 132

Nuijen, J. (1917) stok.o/m 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Nussy, I. (1908) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ockhuijsen, A. (1903) sgtschr 29-10-1944 Tjimahi, West-Java W 11

Oedijono (1913) inh-matr.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Oekroe, D. (1915) inh-matr.3 18-11-1945 Batavia W 8

Oembar (1912) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Oentoeng (1921) inh-matr-tlg 03-05-1943 NEFIS, Tiger IV W 55

Oetojo, R.A. (1919) inh-stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Oeveren, M.N. van (1919) matr.1.snr 12-01-1942 Tarakan, Borneo W 17

Offerman, G.P. (1920) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Offerman, H. (1926) marn.3.ovw 19-07-1946 Soerabaja MARNS 61

Offringa, M. (1919) matr.1.snr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ohr, A. (1909) omsd.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Okkema, J.A. 1937 hofm.1 16-07-1957 KLM Constellation Neutron MLD 165

Olde Weghuis, J.J.M. (1917) sgtvl 14-05-1947 Firefly F 24 MLD 135

Olmen, G.A. van (1915) mil-sgt 25-09-1943 Tjimahi, West-Java W 11

Oltmans, L. (1919) matr.3 21-12-1941 Hr.Ms. K XIII OZD 7

Oltmans, R. (1920) sgtvgtlg 30-04-1946 Soerabaja W 8

157


Ommen, J. van (1901) sgtvgmr 24-12-1943 Hakodate, Japan W 47

Ommen, K.W. van (1915) mil-o/m 13-11-1944 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Ommen, Th.E. van (1927) tdl.kplmarns.zm 13-04-1949 Balongwono, Oost-Java MARNS 163

Onstein, B. (1915) marn.1 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9

Ooijen, H. van (1920) marn.2 20-06-1943 Takanun, Siam W 48

Oordt, G. van (1924) ovl.3.kmr* 25-01-1944 Jackson, VS MLD 42

Oorebeek, H. (1916) kwmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Oorschot, D. van (1915) knstsm 18-05-1940 Rotterdam MARNS 4

Oorschot, J.L. van (1924) marn.2.ovw 26-03-1947 Trawas, Oost-Java MARNS 91

Oorschot, P.A.J. van (1914) sgt-aro-marns 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47

Oort, J.P. van der (1927) ltz.3 19-05-1953 Seafury F 28 MLD 159

Oort, W.J.J. (1912) kwmr 04-09-1944 Vught W 85

Oost, J. (1919) stok.2 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v.Nassau OS 9

Oost, J.C. van (1908) btsm 30-10-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Oostdam, C.J.N. (1915) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Oosten, H.W. van (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Oosterbaan, P.J. (1915) ltzsd.3.kmr.tv 10-06-1949 Prapat, Sumatra W 137

Oosterhoff, B. (1923) mil-matr 24-06-1946 Makassar W 7

Oosterlee, K. (1919) lmatr.vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13

Oosterling, A. (1904) lndst-stok 21-08-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

Oosterling, J. (1920) matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Oosterom, C.J. (1920) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Oosterveld, H.J. (1917) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Oosterwijk, G.M. van (1907) spr 28-03-1955 Biak, NNG W 9

Oostindiër, A. (1928) kplvgmr 30-07-1956 MVKB Biak, NNG W 7

Opdorp, B.E. van (1920) marn.2 29-03-1943 Morpeth, VK MLD 56

Opijnen, H.W.N. van (1916) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Opijnen, J.L. van (1919) mil-matr 04-11-1941 CBZ Soerabaja W 9

Opschoor, H. (1919) ads.kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ormondt, N.J.Ch. van (1906) ltz.1.kmr.ov 09-03-1951 Soerabaja (R.I.) W 9

Orsel, C. (1922) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Ort, J.W. (1902) ltz.1 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Ortt, jhr.F.D, (1907) {BK} ltz.3.kmr.sd 30-04-1944 Rawicz, Polen W 78

Os, H.G. van (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Os, K. van (1913) vgmr.3.zm 30-08-1941 Hudson V 9065 MLD 18

Os, O. van (1901) majtpmr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Osinga, B.F. matr.1 02-01-1955 Hr.Ms. Kortenaer

Otten, A. (1920) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Otten, G.A. (1920) matr.3 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Otten, H.G. (1926) marn.3.zm 20-02-1950 Soerabaja (R.I.) W 7

Otten, J.H. (1919) matr.1 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Otten, W. (1919) marn.3 14-05-1940 Rotterdam MARNS 6

Otterloo, C.A.E. van (1912) sgtvl 23-11-1941 Hudson T 9396 MLD 20

Otterspoor, J.T. (1900) lndst-matr-vgmr 27-04-1943 Kokuna Hospital, Japan W 47

Ottevanger, J. (1918) {BL} tdl.sgtmarns 14-08-1947 Pasirian, Oost-Java MARNS 108

Ottjes, Th.P.R. (1922) stok.1 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Oud, P.L. (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

158


Ouden, A.W.C. den (1906) ovl.1.kmr 14-11-1940 Dornier X 4 MLD 10

Ouden, J.A. den (1916) vgmr.2.zm 22-11-1942 Hudson EW 903 MLD 53

Oudendijk, P.M. (1917) matr.1 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Oudgenoeg, J. (1895) lndst-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Oudraad, J. (1907) mil-stok 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58

Oudshoorn, A. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Oudshoorn, J. (1914) kplmach.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Ouweneel, F. (1918) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Ouwenhand, C. (1910) matr.zm 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Ova, M. (1918) stok.1 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Overbeeke, M. (1919) matr.1 06-05-1946 Brisbane, Australië W 7

Overdijk, F. (1920) stok.2 25-02-1941 Hudson T 9364 MLD 11

Overduyn, A. (1901) oppspr 02-03-1941 CBZ Soerabaja W 9

Overhof, P. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Overweg, H.H. (1910) kpltpmr 10-09-1945 Anjum, Fr. (Port Party) MD 22

Paap, G.A. (1925) marn.2 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9

Paardekoper, P.J.M. (1930) sgtv 10-09-1948 Mariner P 303 MLD 169

Paardt, A. van de (1917) ambt ME 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136

Paauwe, C. (1921) stok.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Paidi inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Paidjan (1921) inh-bed 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Pakvis, C. (1919) matr.3 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Paliama, J. (1907) inh-matr.1 30-05-1945 Soerabaja W 11

Palijo (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Palings, C.A. (1918) sgtvgsch 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn OS 50

Palings, F.J. (1930) schr.2 24-08-1948 Firefly K 56 MLD 140

Palit, A.B. (1923) inh-stok.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Panimin (1905) inh-kplmach 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Pankow, P.W. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Papan (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Papilaja, B. (1901) inh-sgtbott 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Pardi, Th. inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Pare, J. inh-roerg. GM 03-02-1942 Hr.Ms. Canopus OS 19

Paridjan, Raden (1924) inh-stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Parlan (1920) inh-bed 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Parlevliet, W. (1917) marn.3 17-10-1944 Venlo MARNS 19

Paruntu, W.P. (1900) inh-kplmach 01-12-1943 Japans zeetransport OS 54

Paskamp, G. (1927) marn.3 22-08-1947 Sitoebondo, Oost-Java MARNS 112

Passchier, C. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pastoor, H.D. (1911) kplschr 17-04-1945 Wöbbelin, DR W 122

Pattianakotta, W. (1905) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Pattiasina, J. (1911) inh-matr-bott 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Pattilouw, A. (1907) inh-matr-barb 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Pattimahu, J.M. (1900) inh-majzvpl 05-05-1944 Manokwari W 11

Pattiwael, M. (1904) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Patty, A. (1918) matr.2 10-11-1946 Batavia W 8

Patty, E. (1897) stok.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

159


Pattynama, B.P. (1922) stok.3 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Paulusse, A. (1928) kplvgmr 16-07-1957 KLM Constellation Neutron MLD 165

Peddemors, J. (1916) kpltlg 05-11-1945 Colombo, Ceylon W 7

Peeters, J.C. (1915) tdl.kplmarns 04-12-1945 ss Noordam W 7

Peeters, P.J.M. (1917) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Peetoom, J. (1916) ovl.3.kmr* 18-08-1941 Hudson T 9413 MLD 17

Peetoom, P.H. (1918) mil-kplvgsch 13-01-1945 Mitchell FW 227 MLD 109

Peijl, J.C. van der (1903) {BK} lds 14-06-1942 ms Aagtekerk OS 38

Pelkwijk, J.J. ter (1914) mil-kwmr 02-03-1942 Hr.Ms Endeh MD 16

Pella, J.M.D. (1909) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pelser, F.A. (1908) sgttpmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Pelser, H.A. (1918) matr.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Pelt, G.J. van (1900) sgtmarns 14-11-1943 New River, VS W 7

Pelt, R.W.H. van (1913) ozwnr.3.kmr* 25-10-1943 Mitchell FR 178 MLD 66

Peltzer, I.M. (1911) mil-matr-snr/kw 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Perez Bik, E. de (1917) mil-matr 19-05-1943 Kuye, Siam W 48

Persijn, J.C. (1917) lloovl 09-02-1942 Catalina Y 38 MLD 32

Pesch, A.W.A. (1920) mil-matr 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16

Pesirerum, J. (1901) inh-matr-mzkt 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Peters, B. (1904) stok.1 08-08-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Peters, E.G.F. (1917) mil-matr 30-04-1945 Tarakan, Borneo W 124

Peters, F.P.M. (1909) mil-o/m 28-06-1943 Kinsayok, Siam W 48

Peters, H.H.A. (1919) stok.zm 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Peters, J. (1912) marn.1 14-05-1940 Rotterdam MARNS 5

Peters, M. (1926) matr.1.ovw 27-04-1947 Hr.Ms. Tholen, Soerabaja W 7

Peters, W.H. (1923) tdl.kplmarns.ovw 26-03-1947 Trawas, Oost-Java MARNS 91

Petit, F.G.L. de (1899) lndst-matr 10-04-1943 Tarsao, Siam W 48

Petta, B.J. (1909) inh-matr.1 20-03-1944 Tarakan, Borneo W 11

Peuter, A. de (1916) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Pezie, H. (1891) ltz.2.tit (hvm.1) 25-07-1945 Tjimahi, West-Java W 11

Pfaff, E. (1921) mil-stok 24-06-1944 Tamarkan, Siam W 48

Phielix, H. (1900) sgtmarns 26-08-1943 Altegrabow, DR W 12

Pian, A.R.E. (1903) kplmach 15-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits van Nassau OS 9

Picasouw, D. (1924) matr.2 30-04-1949 ms Kalianda OS 73

Picauly, E. (1910) inh-matr.1 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Pied, B. du (1931) stok.3 22-01-1952 Hr.Ms. Karel Doorman, Antillen

Piena, E.H. (1942) marn.3.zm 24-07-1962 Merauke, NNG MARNS 175

Piepenbroek, G.H. (1926) marn.1.zm 14-01-1949 Gempoltoeklojo, Oost-Java MARNS 145

Pieplenbosch, E.F. (1920) stok.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Pieren, L.J. (1926) marn.3.ovw 02-05-1946 Kemendoeng, Oost-Java MARNS 41

Piet, W.K. (1897) spr 01-03-1942 Seboekoe Besar OS 31

Pieters, D. (1923) elmnt.2.zm 28-01-1950 Soerabaja (R.I.) W 9

Pieters, J.A.B. (1919) mil-matr-zvpl 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Pieters, L. (1918) mil-matr-vgmr 24-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Pieters, L. (1918) matr.1 13-04-1947 Hr.Ms. RP 107 KVD 8

Pieters, O. (1919) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Pieters, W.L. (1912) mil-matr 02-01-1943 Thambyuzayat, Burma W 48

160


Pieterse, H. (1920) matr.2 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Pietersz, E.E. (1921) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Pietersz, G.Th. (1920) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pija (1917) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pijfers, E. (1936) sgtv 09-03-1962 Seahawk F 65 MLD 179

Pijl, A.B. van der (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pijl, A.J. van der (1924) ltzsd.3.kmr.tv 04-10-1947 Hr.Ms. RP 105 KVD 9

Pijl, C. van der (1927) marn.2.ovw 05-02-1947 Halte Prambon, Oost-Java MARNS 86

Pijl, F.J. van der (1898) hofm.vmr 12-05-1940 Hr.Ms. Luctor et Emergo OS 5

Pijl, G.J. (1922) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Pijl, J.C. (1922) lltpmr 12-03-1945 Amsterdam W 114

Pijl, K. van der (1886) kok.vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Pijl, M.A. (1918) tpmrsm 12-03-1945 Amsterdam W 114

Pijper, J. de (1919) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Plaisier, F. (1919) matr.1 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Plas, A. van der (1917) matr-kok-vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Plas, J. van der (1914) kpltpmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Pleijte, P.J.L.F.J. (1902) lw / stm LW 15-05-1940 Noord Hinder OS 10

Plekkenpol, H. (1901) sgtmach 13-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel (vlot) MD 17

Plemper van Balen, J.J. (1911) mil-o/m 03-09-1943 Kanchanaburi, Siam W 48

Plomp, E. (1928) timm.2 15-05-1948 Hr.Ms. Jan van Brakel, NOI W 7

Plooij, D. (1904) aoomach 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Plugge, J.J. (1887) sgtmach.vmr 30-03-1945 SCH.65 "Onderneming" OS 62

Plugge, J.J. (1905) ltz.2.kmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19

Pluijmers, A. (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pluim, S. (1897) omsd.1 28-02-1943 Kuye, Siam W 48

Poel, C. van der (1928) marn.3 26-07-1947 Lawang, Oost-Java W 7

Poelakker, F.W. (1914) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Poelder, A.W.G. (1930) adbv.1 14-07-1952 Skyraider AD 1 MLD 154

Poelen, P.M. (1927) marn.2.zm 15-01-1949 Babat-Bodjonegoro, Oost-Java MARNS 146

Poerwari (1918) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Poiesz, A.J.M. 1938 gsmr.1 25-08-1960 Hollandia, NNG W 7

Pol, A.K. van der (1917) {VK} vgmrsm 25-02-1942 Dornier X 17 MLD 37

Pol, B. van der (1928) tdl.kplmarns.zm 13-04-1949 Balongwono, Oost-Java MARNS 163

Pol, H. (1918) chf.1.kmr.tv 31-07-1947 nabij Bandoeng W 7

Pol, J. J. (1919) vgmrsm 25-02-1942 Dornier X 17 MLD 37

Pol, J. van der (1909) kplkok 27-12-1943 Hakodate, Japan W 47

Polanan Petel, A.A.G. van (1900) lndst-o/m 18-03-1945 Makassar W 36

Polanen Petel, J.Ch. van (1919) mil-sgtvgsch 19-08-1944 Mitchell N5-210 MLD 97

Poldervaart, J. (1916) kplgsmr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Poley, A. (1920) marn.3 10-05-1940 Rotterdam MARNS 2

Poll, G. (1917) snrsm 21-03-1945 Makassar W 36

Polman, R. (1913) ltz.2.kmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Polman, W. (1910) sgtvgmr 15-10-1945 Singapore W 8, W 49

Pols, J.W. (1892) stok. LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Pongoh, S. (1909) inh-stok.o/m 25-08-1943 Rabaul, New Britain W 60

Poniman (1904) inh-kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

161


Pontororing, E.R. (1905) inh-stok.o/m 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Pool, J. (1902) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Pool, L.G.J. (1937) ltz.2 25-09-1961 Hr.Ms. Zeehond W 7

Poort,, T.H. (1917) marn.1 30-11-1943 Southport, Lancashire (VK) W 9

Poorta, W. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Poorten, M. van der (1916) mil-matr-tlg 14-02-1944 Singapore W 49

Poortvliet, M.F. (1898) kplmach 08-09-1939 Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1

Poot, D. (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pootjes, C.A.L. (1916) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pop, P. (1911) stok.vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Popelier, C.M. (1918) ads-ovl 23-02-1945 Mauthausen, DR MLD 115

Popken, J. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Popp, A. (1922) lmatr 04-04-1945 Neuengamme, DR W 119

Porelli, B.E.E. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Portier, G.Ch. (1920) mil-matr-bott 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Portier, J.A. (1907) mil-stok 31-07-1943 Kuye, Siam W 48

Portier, J.A. (1921) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Portier, M.C. (1908) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Post, A.F. (1916) bed.1.zm 11-01-1943 Hudson AM 863 MLD 54

Post, J.M. (1927) marn.1.ovw 19-09-1947 Grenden, Oost-Java MARNS 120

Post, L. (1916) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Postema, D. marn.1 22-04-1945 Zahne, DR

Posthumus, I. (1923) mil-sgtvgtlg 08-06-1944 Mitchell FR 179 MLD 87

Postma, E. (1918) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Postma, O. (1918) koksm 06-03-1940 Hr.Ms. O 11 OZD 2

Postmus, E. (1907) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Postumus, W.J.D. (1885) kltz 10-09-1945 Batavia W 8

Pot, J.S. (1893) kplvgmr 04-03-1942 Vermist, Soerabaja W 26

Pott, A.J.B. (1919) marn.1 19-07-1942 Soerabaja MARNS 13

Poublon, H.A. (1922) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Pouwe, J.J. (1927) marn.3.kmr.tv 02-09-1945 's-Gravenzande (Port Party) MD 21

Pouwels, C.C. (1923) {BK} mil-sgtvsd 30-04-1944 Rawicz, Polen W 77

Pouwer, F. (1934) marn.3.zm 27-11-1954 Woestduin, Doorn W 7

Prager, H.C. (1916) ovl.2.kmr 30-08-1941 Hudson V 9065 MLD 18

Praiman (1908) inh-kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Prajitna (1922) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Prasetya (1917) inh-bed 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Preter, E.E.G. de (1922) kplvgsch 11-08-1944 Mitchell FR 186 MLD 96

Prins, C.M. (1916) kpltpmr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Prins, D.G.F. (1922) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Prins, K.Chr. (1926) {BL} tlntmarns 24-01-1947 Soerabaja MARNS 84

Prins, P. (1919) mil-matr-tlg 10-04-1944 Fukuoka 14, Japan W 47

Prins, W.S.J.A. (1913) ltz.2 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Prinsen, J. (1901) majmont 24-12-1941 Hr.Ms. XVII OZD 8

Prinsen, W. (1927) stok.1 29-03-1954 Hr.Ms. Holland W 7

Pronk, A. (1915) tdl.aoomarns 21-07-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 62

Pronk, G. (1915) knstsm 23-12-1942 Rangoon, Burma OS 46

162


Pronk, G. (1921) lltpmr 17-01-1944 Den Haag W 12

Pronk, L. (1904) ltz.3.kmr 14-06-1944 Bandoeng W 11

Pronk, M. (1918) matr.1 22-01-1944 Non Pladuk, Siam W 48

Pronk, M. (1919) matr.1.zm 27-07-1944 Hr.Ms. MGB 418 MTB 5

Provily, J. (1918) matr.2 25-11-1942 Singapore W 50

Pruss, R.R.A. (1919) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Puit, T. de (1904) marn.1 08-02-1945 Nakhonpathon, Siam W 48

Pul, A. (1925) marn.2.ovw 05-09-1947 Tanggoel, Oost-Java MARNS 114

Punt, M. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Punu, S.D. (1899) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Put, C. (1926) tdl.kplmarns.zm 31-10-1948 Soerabaja W 7

Put, H.E. van (1910) mil-matr-tlg 02-09-1943 Kuye, Siam W 48

Put, J. (1926) marn.1.ovw 10-10-1947 Tanggoel, Oost-Java MARNS 114

Putte, D.J. van de (1917) kplgsmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Putten, A.M. van (1912) kplzvpl.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Putten, D. van (1910) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Putter, A. de (1898) matr.vmr 12-05-1940 Hr.Ms. Luctor et Emergo OS 5

Puyt, F.M. (1920) mil-kplmach 19-10-1943 Chungkai, Siam W 48

Queljoe, A. de (1908) inh-stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Quinten, A. (1925) matr.3.ovw 13-03-1946 Singapore W 7

Quispel, J. (1928) ltz.2.oc 10-06-1959 Mariner P 306 MLD 171

Raaff, D. (1923) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Rachmad (1919) inh-matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Radder, P.J. (1914) snrsm 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Rademaker, C.J. (1911) kpltlg 25-02-1941 Hudson T 9364 MLD 11

Rademaker, J. (1908) kplmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Rademaker, W.L.I. (1913) mil-matr-vgmr 14-05-1943 Muroran, Japan W 47

Rademakers, E.P. (1920) matr.2 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Radesey, E.M. (1923) mil-stok 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Radius, J. (1914) ovl.2 08-07-1945 Liberator KH 296 MLD 123

Raemsdonck, A.G.P. van (1907) mil-kwmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Raithel, J.G. (1921) matr.2.kmr.tv 27-06-1946 Velsen (Port Party) MD 25

Rakoep (1906) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ramalan Atmodi Poero, R. (1917) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ramidin (1901) inh-stok.o/m 11-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel (vlot) MD 17

Rancunet, H.B.R. (1912) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Rangel, F.A. (1917) mil-matr-mont 18-02-1943 Pasoeroean, Oost-Java W 11

Ranoe, D. (1909) inh-kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Ras, J.G. (1911) kpltlg 26-07-1940 Fokker AV 964 MLD 6

Rasimin (1918) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ratag, J. (1919) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ratemo, H.A. (1897) inh-matr.1 08-03-1942 Sidoardjo, Oost-Java MARNS 11

Rathmann, J.L. (1911) kplknst 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Rauchbaar, J.J. (1900) lndst-stok 14-08-1945 Poeroektjaoe, Borneo W 130

Ravesteijn, G.J.J. van (1897) {KV} vlam 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ravestein, J. (1906) sgtknst 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Rebergen, H. (1925) marn.3.ovw 05-06-1946 Kletek, Oost-Java MARNS 52

163


Recourt, A.A. (1914) matr.1.tlg 30-08-1941 Hudson T 9380 MLD 18

Ree, L.M. van der (1927) dpl-huz 28-12-1948 Mantingen, Oost-Java MARNS 138

Ree, P.W. (1911) ltz.2.kmr 30-08-1945 Dakota KJ 974 MLD 126

Reedijk, W. (1917) ozwnr.3.kmr.tv 23-06-1944 Mitchell N5-162 MLD 90

Reek, J.H.J. van den (1921) marn.3.ovw 24-01-1946 Polonia, Batavia W 7

Reen, K.A. (1920) mil-matr-tlg 26-08-1942 Long Nawang, Borneo MLD 23

Reep, L.W. (1918) kplmach 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Reep, W. (1918) kpladbmarns 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9

Reiff, H.C. (1918) matr.1 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Reijden, H.W. van der (1920) stok.o/m 13-04-1943 Kuye, Siam W 48

Reijerse, P. (1899) kplmach 10-03-1945 Makassar W 36

Reijgers, A. (1921) mil-stok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Reijgers, F.W. (1926) esd (tolk) 15-03-1949 Ploso, Oost-Java MARNS 158

Reijghwart, A.A. (1916) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Reijnders, J.G. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Reijnhoudt, P. (1908) kplmach.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Reijtenbach, H. (1908) sgttpmr 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Reintjes, A.E. (1906) mil-kplsnr 04-05-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Rekers, Th.B. (1924) kok.2.ovw 02-08-1946 Thursday Island KVD 7

Remmerswaal, J.A. (1898) majknst 24-10-1941 Tiger Moth MLD 19

Renes, H.A. (1922) matr.3 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Renesse, A.B. van (1913) mil-sgtvsd 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Renkema, F. (1930) kplv 10-11-1954 Firefly K 51 MLD 161

Rens, D. (1903) kplmach.vmr 05-11-1943 Ipswich, VK W 7

Ribberink, J.W.M. (1919) mil-matr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Ridder, C. de (1922) bed.3.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Ridder, J.P.J. de (1918) tlgnm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ridder, S. de (1918) sgtvl 27-03-1944 Hellcat MLD 80

Rienstra, F.H. (1921) matr.3 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3

Riessen, G. van (1919) matr.1 21-04-1945 Makassar W 36

Riet, A. (1905) kplmarns 19-05-1943 Takanun, Siam W 48

Rietdijk, L.L. (1918) ova.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Rietvelt, A. (1906) sgtmont 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9

Rij, E.J. van (1913) ltz.2.kmr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Rijck, Ch. van (1908) mil-stok 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Rijcke, J. de (1898) sgtkok 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Rijke, S.G. de (1909) sgttpmr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Rijkers, F.H.W. (1918) stok.o/m 09-09-1944 Hr.Ms. MTB 432 W 7

Rijksen, J.J. (1938) marn.2 04-09-1962 Curaçao W 9

Rijnhout, C. (1914) schmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Rijniers, P.G. (1916) mont.2.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16

Rijnsburger, J. (1922) stok.3 13-05-1940 Hr.Ms. M 2 MD 4

Rijsdijk, J.P. (1920) stok.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Rijsingen, J.J. van (1915) kplmach 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Rijssen, J.A. van (1917) marn1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Rijstenbil, H. (1907) sgtmach 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Rijswijk, A. van (1900) majmach 15-05-1940 Schouwen-Duiveland, Zld MD 8

164


Rijswijk, J. van (1916) stok.o/m.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Rijswijk, S.J.J. van (1915) kplknst 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Rijvordt, J.D. (1917) marn.1 14-05-1940 Overschie MARNS 7

Rikaart, N.H.F. (1918) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Risseeuw, W.K.J. (1903) lndst-matr 31-03-1943 Kinsayok, Siam W 48

Ritman, J.L. (1918) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ritsema van Eck, R. (1911) {BK} ltz.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ritsema van Eck, S.C. (1909) ltz.2 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24

Ritte, W.J. (1913) ovl.2.kmr 30-07-1943 Mitchell FR 144 MLD 61

Riupassa, J. (1903) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Rixtel, L. van (1927) {BL} marn.1.ovw 03-08-1947 Tegalampel, Oost-Java MARNS 103

Robbe, A.K. (1929) ltz.2.oc 07-07-1959 Sikorsky H4 MLD 172

Rochani (1922) inh-stok.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Rochman (1920) inh-stok1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Roeby, J.H. (1925) sgtv 20-12-1952 Catalina P 211 MLD 157

Roeder, H. (1919) mil-matr-mont 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17

Roelants, L.F.G. (1909) mil-matr-tlg 17-05-1945 Kuye, Siam W 48

Roeleveld, A.K. (1917) sgtmarns 12-07-1961 Aruba W 7

Roelofs, A.L. (1918) kplknst 24-04-1949 Hr.Ms. Van Galen W 7

Roelse, J. (1905) stok.o/m 12-03-1942 Jan van Amstel (vlot) MD 17

Roelse, L. (1909) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Roepers, H. (1928) tdl.kplmarns 23-07-1949 kali Solo, Oost-Java MARNS 167

Roessingh, Mr. A. (1914) ovl.2.kmr* 30-07-1943 Mitchell FR 144 MLD 61

Roest, J. van (1925) marn.3 01-09-1943 Brankassi, Siam W 48

Roeswadhie (1915) inh-bed 08-03-1942 Vermist, NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26

Roggeveen, D.A. (1908) sgtmach 14-06-1943 Kinsayok, Siam W 48

Rohitu, J. (1907) inh-btsm 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Rohnström, C. (1916) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Roksnoer, M.J. (1926) marn.2.zm 24-01-1949 Tjarangbang, Oost-Java MARNS 148

Rolsma, S.A.F. 1884 mdr. LW 11-05-1950 Hr.Ms. BV 19A OS 3

Roman, J.A. (1913) kwmr 27-02-1945 Amsterdam W 111

Rombouts, J.C. (1908) btsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Rommers, G.C. (1922) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Rompas esd 12-1949 Oost-Java MARNS 170

Rompies, A. (1934) kplvgmr 10-09-1958 Mariner P 303 MLD 169

Romswinckel, A.W. (1916) ltz.3.kmr.sd.tv 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Romswinckel, H.K.A. (1912) ovg.2.kmr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53

Ronde, J. de (1890) hofm.vmr 12-05-1940 Hr.Ms. Luctor et Emergo OS 5

Rondeel, J.J. (1915) mil-stok 14-12-1944 Soerakarta, Midden-Java W 11

Rondel, F.S. (1919) mil-matr-tlg 31-08-1942 Makassar W 36

Roode, J. de (1902) {BK} sgtzvpl 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Rooij, A.C. van (1910) matr.2.zm 31-05-1940 Willemsoord W 2

Rooij, A.L. de (1920) matr.2.snr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42

Rooij, B. de (1914) mil-matr 09-04-1945 Fukuoka 6, Japan W 47

Rooij, H.H.C. van (1916) stok.o/m 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5

Rooij, H.J. de (1903) sgtmach 21-10-1943 Kuye, Siam W 48

Rooij, J.A. van (1918) stok.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

165


Rooij, W.A. de (1913) mil-matr 09-04-1945 Kuye, Siam W 48

Rooijakkers, C. (1918) marn.3.ovw 02-07-1946 Wonokromo, Oost-Java W 7

Roos, L.W. (1907) omsd.2.kmr 03-06-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72

Ros, J.E.R. (1904) omsd.1 29-10-1942 ss Abosso OZD 15

Rosenquist, R. (1923) mil-matr 18-02-1943 Fukuoka 2, Japan W 47

Roskott, Mr. A.E.L. (1919) ltzsd.2.kmr.tv 10-06-1949 Prapat, Sumatra W 137

Rosse, I. van (1917) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Rossem, G.M. van (1918) ltz.3 06-03-1942 Sachsenhausen, DR W 25

Rostbak, J. (1923) stok.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Roth, C. (1914) stok.zm 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8

Rotterdam, W. van (1928) marn.2 16-01-1950 Numansdorp W 10

Rotty, W.L. (1899) btsm 15-11-1944 Wewak, Nieuw-Guinea W 74

Roubos, L. (1916) marn.1 16-08-1943 Takanun, Siam W 48

Rouwenhorst, J. (1916) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Rozeboom, T.C. (1927) marn.2.zm 24-01-1949 Tjarangbang, Oost-Java MARNS 148

Rozenberg, M. (1916) knstsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Rozenhart, A.F. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ru, P.J. de (1915) sgtvl 11-02-1942 Dornier X 29 MLD 34

Rügebregt, A.A.F. (1908) ltz.3 (3e wk GM) 20-10-1942 Leiden W 45

Rühl, C. (1915) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Ruiswijk, F. van (1917) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Ruiten, C.P. van 1940 marn.1 10-01-1960 Hollandia, NNG W 9

Ruiten, T. (1900) sgtvgmr 25-08-1945 Hakodate, Japan W 8

Ruitenbeek, A.J. (1926) marn.1.ovw 07-11-1947 Soerabaja W 7

Ruitenschild, J. (1902) ltz.1 13-10-1944 Brugge, België W 7

Ruiter, J. de (1938) vgmrknst.1 12-08-1957 Mariner P 312 MLD 166

Ruiter, W.A. de (1905) ltz.2.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34

Rukait, J. (1924) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Rumangu, R. (1898) inh-kplbott 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57

Rumph, H.A. van (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Rumtu, W.A. (1898) inh-matr.1 17-07-1945 Balikpapan, Borneo W 11

Runtukahu, M.A. (1895) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Runtupalit, H. (1919) esd 06-02-1949 Karangbinagoeng, Oost-Java MARNS 150

Rusch, J.F. (1902) mil-kwmr 18-12-1944 Tjimahi, West-Java W 11

Ruseler, G.L. (1922) {BK} sgtvsd 06-09-1944 Mauthausen, DR W 93

Rusman, R.J.P. (1923) matr.3 08-03-1942 Vermist, NOI W 26

Rutgers, H. (1915) 2e off GM 16-03-1942 Poelau Klappa MD 16

Rutges, P.G.H.M. (1907) mil-kwmr 23-09-1943 Batavia W 66

Rutten, J.I.J.M. (1923) tdl.kplmarns.ovw 13-03-1946 Soerabaja W 7

Ruysscher, C.P.A. de (1919) matr.1 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4

Sáámena, A. (1904) inh-kplbott 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Sadimoen (1906) inh-matr-kok 01-12-1944 Batavia (NEFIS-Tiger II) W 98

Sadji (1916) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Sadjiman (1921) inh-bed 08-03-1942 Vermist, NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26

Saebie (1905) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Saelin (1919) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Saffrie, V.L. (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

166


Sagija (1922) inh-bed 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Sahari, Th. (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Sahertian, D. (1908) inh-matr.1 12-07-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11

Sahetappy, F.R. (1922) inh-stok.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Sahono alias Pronohotomo, R. (1918) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Sahusilawang, P. (1910) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27

Said (1924) inh-llstok 24-02-1942 CBZ Soerabaja OS 22

Said, H. (1917) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Saidi (1915) inh-bed 11-01-1942 Hr.Ms Prins van Oranje MD 11

Saidin (1909) inh-matr.1 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11

Saidjo (1917) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29

Saiman, H. (1923) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Sairin (1912) inh-kplkok 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Sajet, J. (1916) schr.2.zm 04-10-1942 Screwsburry, VK OZD 14

Sakiman (1923) inh-bed 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Sakimin (1919) inh-bed 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21

Sakri, Soeporto (1910) inh-bed 23-07-1944 Colombo, Ceylon W 9

Salaka, M. (1914) inh-matr.3 19-05-1946 Hr.Ms. Woendi, Makassar W 7

Salamoen (1919) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Salamor inh-matr 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52

Saldi (1907) inh-stok.o/m 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8

Salimin (1904) inh-matr.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23

Salimin (1904) inh-matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28

Salm, G. (1918) tlgnm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11

Salomon, A.A. (1916) mil-matr-snr/kw 28-04-1943 Kokura Hosp. Fukuoka, Japan W 47

Saltykoff, W. (1923) ovl.2.kmr* 03-12-1946 Firefly F 9 MLD 133

Samallo, J.Z. ambt ME 26-06-1944 Bodjonegoro, Oost-Java W 85