06.09.2013 Views

Gedenkrol Koninklijke Marine 1939-1962 / Harry ... - Veteranen-online

Gedenkrol Koninklijke Marine 1939-1962 / Harry ... - Veteranen-online

Gedenkrol Koninklijke Marine 1939-1962 / Harry ... - Veteranen-online

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

GEDENKROL<br />

van de<br />

<strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong><br />

<strong>1939</strong>-<strong>1962</strong><br />

<strong>Harry</strong> Floor<br />

(samensteller)<br />

1


Vormgeving en productie: Elijzen grafische producties<br />

Bureauredactie: Stichting Het <strong>Veteranen</strong>instituut<br />

Copyright: <strong>Harry</strong> Floor, Weesp<br />

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk,<br />

fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming<br />

van de samensteller.<br />

Deze uitgave werd mogelijk gemaakt door de Stichting Het <strong>Veteranen</strong>instituut en de Stichting<br />

Karel Doorman Fonds.<br />

2


Inhoudsopgave<br />

Voorwoord 5<br />

Inleiding 6<br />

Deel I: Chronologie van incidenten: 11<br />

A. Oppervlakteschepen (OS) 12<br />

B. Kleine Vaartuigendienst (KVD) 26<br />

C. Mijnendienst (MD) 29<br />

D. Motortorpedobootdienst (MTB) 34<br />

E. Onderzeedienst (OZD) 35<br />

F. <strong>Marine</strong>luchtvaartdienst (MLD) 39<br />

G. Korps Mariniers (MARNS) 58<br />

H. Overig personeel (W) 79<br />

Deel II: Alfabetische necrologie 100<br />

Afkortingenlijst 191<br />

Bronnenoverzicht 195<br />

Woord van dank 203<br />

Over de samensteller 204<br />

3


Voorwoord<br />

Veel Nederlands marinepersoneel vond tijdens de periode <strong>1939</strong>-<strong>1962</strong> als gevolg van oorlogsinzet de dood.<br />

In de Tweede Wereldoorlog streden zij tegen de Duitse, Italiaanse en Japanse onderdrukkers; tijdens de<br />

Indonesische dekolonisatieoorlog probeerden zij het geweld in de kolonie in te dammen; in de Koreaoorlog<br />

vochten zij tegen de communistische overweldiger en bij de verdediging van Nieuw-Guinea<br />

kwamen zij op voor de handhaving van de Nederlandse soevereiniteit. Zij die het hoogste offer gaven,<br />

stierven zowel in directe confrontatie met de vijand, als door foltering, uitputting, of anderszins in<br />

krijgsgevangenen- of concentratiekampen, anderen weer ten gevolge van ongevallen en ziekte gedurende<br />

hun inzetperiode.<br />

Van velen van hen zal men de graven vergeefs zoeken, is de achtergrond van hun doodsoorzaak bij het<br />

publiek veelal onbekend, is het collectief rouwproces bemoeilijkt en blijft hun overlijden zodoende vaak<br />

onbegrepen. Daarom is het lovenswaardig dat er nu een publicatie het licht ziet, waarin de achtergronden<br />

van de dood van diverse marinemensen die tijdens hun inzet in voornoemde oorlogen het leven lieten,<br />

wordt geschetst. De heer H.J.G. Floor, die als marineman zelf deelnam aan een van de hierboven<br />

genoemde conflicten, werd bij een teraardebestelling van omgekomen marinepersoneel aangegrepen door<br />

het ontbreken van details over het hoe en waarom van hun dood. Hierop nam hij zich voor de kille cijfers<br />

betreffende deze omgekomen marinemensen aan te vullen met achtergrondgegevens, waardoor elke dode<br />

een eigen verhaal zou krijgen. Dit voornemen resulteerde na jarenlang literatuuronderzoek en navorsing in<br />

archieven in het werk dat nu voor u ligt. Met deze studie wordt niet alleen respect aan deze gevallenen<br />

getoond, maar wordt tevens onder een breder publiek bekendheid gegeven aan de grote offers die het<br />

personeel van de Nederlandse zeemacht in het recente verleden heeft gebracht.<br />

C. van Duyvendijk<br />

vice-admiraal b.d.<br />

5


Inleiding<br />

In de vroege ochtend van 1 september <strong>1939</strong> vielen de Duitse strijdkrachten Polen binnen. Twee dagen<br />

later volgden de oorlogsverklaringen van Engeland en Frankrijk aan Duitsland. De Tweede Wereldoorlog<br />

was een feit. Als reactie op deze gebeurtenissen had Nederland vanaf 28 augustus zijn strijdkrachten<br />

gemobiliseerd. De datum waarop deze algemene mobilisatie was voltooid, 3 september <strong>1939</strong>, is later te<br />

boek komen te staan als het begin van een periode die bij de marine doorgaans de 'conflictperiode' of<br />

'actieperiode' wordt genoemd. Deze periode beslaat de jaren <strong>1939</strong>-<strong>1962</strong> en omvat vier oorlogen of<br />

gewapende conflicten: de Tweede Wereldoorlog (1940-1945), de Indonesische dekolonisatiestrijd (1945-<br />

1949), de Korea-oorlog (1950-1953) en het conflict rond Nederlands Nieuw-Guinea (1950-<strong>1962</strong>). Tijdens<br />

hun directe betrokkenheid bij deze conflicten of de directe nasleep daarvan zijn in deze zogenaamde<br />

'conflictperiode' van 3 september <strong>1939</strong> tot 31 december <strong>1962</strong> ruim 4.000 militairen van de zeemacht<br />

gesneuveld, geëxecuteerd, vermist, verongelukt of anderszins om het leven gekomen.<br />

De conflictperiode<br />

De grootste personele en materiële verliezen leed de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>1 tijdens de Tweede Wereldoorlog<br />

in de strijd tegen Duitsland en Japan. Directe betrokkenheid bij deze oorlog was voor het Koninkrijk der<br />

Nederlanden op 10 mei 1940 een feit. Toen vielen Duitse troepen in de vroege ochtend Nederland binnen<br />

en kwamen honderden vliegtuigen bij verrassing vanaf de zeekant. De eerste slachtoffers aan Nederlandse<br />

kant werden bij wijze van spreken in de slaap gedood. Na een ongelijke strijd ondertekende Nederland op<br />

15 mei de capitulatie, ofschoon de strijd in Zeeland nog twee dagen werd voortgezet.<br />

Een deel van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> zag vóór 17 mei kans zich aan de greep van de vijand te<br />

onttrekken en naar Engeland uit te wijken. Vóór 10 mei was er nauwelijks rekening gehouden met de<br />

mogelijkheid dat men door een oorlog gedwongen zou worden Nederland te verlaten. De marine was er<br />

dan ook niet bepaald op voorbereid, maar men besefte dat de strijd in geallieerd verband zou voortgaan.<br />

Van de in Nederland achtergebleven militairen van de zeemacht kregen, behalve degenen die door de<br />

Duitsers krijgsgevangen werden gemaakt, de overigen per 14 juli 1940 van de marineleiding een dagorder<br />

uitgereikt waarin gesteld werd dat zij zich 'tijdelijk uit dienst' moesten beschouwen2. Een deel van hen ging<br />

vervolgens - met alle risico's van dien - deelnemen aan ondergronds verzet tegen de bezetter. In Duitse<br />

krijgsgevangenen- en concentratiekampen overleden vele militairen van de zeemacht door executie,<br />

bombardementen, ongevallen of ziekte.<br />

Ook voor Nederland bleef de betrokkenheid bij de oorlog niet beperkt tot de strijd tegen Nazi-<br />

Duitsland. De aanval van Japan op de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor en de Britse gebieden in de<br />

Pacific op 7 december 1941 leidde direct tot een oorlogsverklaring van Nederland aan Japan. Naarmate<br />

Japan in Azië verder oprukte en de Britten en Amerikanen zware verliezen toebracht, kwam ook<br />

6


Nederlands-Indië in de frontlinie te liggen. De verdediging van deze Nederlandse kolonie verliep<br />

dramatisch. De slag in de Javazee op 27 februari 1942 werd een zware nederlaag met grote personele en<br />

materiele verliezen. Ruim een week later moest ook het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger zich aan de<br />

Japanse invasiemacht gewonnen geven en begon een jarenlange Japanse overheersing. Groot was het<br />

lijden van de honderdduizenden burgers en militairen die daarna door de Japanners in internerings- of<br />

krijgsgevangenenkampen werden ondergebracht. Ongeveer 1.400 marinemannen wisten hieraan te<br />

ontkomen. Zij wisten begin maart per schip of vliegtuig Ceylon of Australië te bereiken.<br />

Doordat tientallen schepen en vaartuigen, enkele onderzeeboten en een deel van de vliegtuigen<br />

van de <strong>Marine</strong> Luchtvaartdienst (MLD) in Groot-Brittannië, Australië, Ceylon of elders in veiligheid<br />

waren gebracht, kon de marine tot het einde van de oorlog een bescheiden bijdrage aan de strijd blijven<br />

leveren. Voor een belangrijk deel bestond deze uit verdedigende acties, zoals het escorteren van<br />

konvooien en het beveiligen van kustwateren. Het meest offensief was het aandeel van de Nederlandse<br />

onderzeeboten in bijvoorbeeld de Middellandse Zee en de Indische wateren, maar ook de toestellen van<br />

de MLD hebben in de beide oorlogstheaters talloze offensieve acties uitgevoerd. De blijvende<br />

oorlogsinspanningen van de marine brachten grote offers met zich mee. In totaal sneuvelden ruim 3.000<br />

marinemensen.<br />

Na de capitulatie van Duitsland (8 mei 1945) en Japan (15 augustus 1945) was de Tweede<br />

Wereldoorlog ten einde. Voor Nederland brak nu een periode aan waarin de economische wederopbouw<br />

centraal stond en waarin het herstel van het gezag over Nederlands-Indië vorm moest krijgen. Dit laatste<br />

vormde de opmaat voor een langdurig gewapend conflict tussen Nederland en de op 17 augustus 1945<br />

door de nationalistische leiders Soekarno en Hatta uitgeroepen Republiek Indonesië. De kern van het<br />

conflict betrof niet zozeer de Indonesische onafhankelijkheidsdrang zelf, maar het onoverbrugbare<br />

verschil van mening over het tempo van de weg tot deze zelfstandigheid. Waar de Republiek Indonesië<br />

feitelijk met niet minder dan onmiddellijke en volledige onafhankelijkheid genoegen nam, wilde Nederland<br />

niet verder gaan dan een geleidelijke dekolonisatie met een jarenlange overgangsperiode onder<br />

Nederlandse leiding.<br />

Om dit Indiëbeleid te kunnen afdwingen, zette de regering in de jaren 1946-1949 in totaal zo’n<br />

200.000 militairen in tegen de Indonesische nationalisten. Het merendeel van deze militairen, die<br />

gemiddeld bijna drie jaar in Nederlands-Indië werden ingezet, was uit Nederland afkomstig. De landmacht<br />

leverde ongeveer 125.000 militairen (onder wie ongeveer 25.000 oorlogsvrijwilligers en 95.000<br />

dienstplichtigen), terwijl de marine ruim 15.000 militairen (onder wie ruim 7.000 mariniers) inzette. Het<br />

Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) completeerde de strijdkrachten met ruim 70.000<br />

beroepsmilitairen en dienstplichtigen. Hiervan was ongeveer de helft van Indonesische afkomst. In de<br />

jaren 1947-1949 kon Nederland al met al continu een strijdkracht van ruim 100.000 man op de been<br />

houden.<br />

Na vier jaar strijd bleek zelfs dit militaire potentieel niet afdoende om de Republiek Indonesië tot<br />

inschikkelijkheid te bewegen. De enorme uitgestrektheid van de Indonesische archipel en de zware<br />

klimatologische en geografische omstandigheden waren dan ook niet in Nederlands voordeel. Het<br />

7


klassieke beeld van een in technisch opzicht superieure strijdmacht die tegen een omvangrijke<br />

guerrillastrijdkracht in een alsmaar uitzichtlozer situatie terechtkomt, kenschetste zeker het laatste<br />

oorlogsjaar 1949. Het waren vooral de grote buitenlandse mogendheden die aan de militaire patstelling een<br />

einde maakten. De Republiek Indonesië had vanaf 1948 steeds meer internationale sympathie verworven.<br />

Door de toenemende Amerikaanse en Britse politieke druk en de uitzichtloze militaire situatie legde<br />

Nederland het hoofd medio 1949 in de schoot. Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit<br />

over vrijwel de gehele archipel over aan de Verenigde Staten van Indonesië. De verrichtingen van de<br />

<strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> in de Archipel tot herstel van orde en vrede heeft een groot aantal marinemannen, aan<br />

boord van schepen en vliegtuigen en vooral bij de mariniers te velde, het leven gekost. Er sneuvelden ruim<br />

tweehonderd man, terwijl meer dan honderd door ziekte of ongevallen het leven lieten.<br />

In 1950 verliet een deel van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> het nu onafhankelijke Indonesië en stak over<br />

naar Nederlands Nieuw-Guinea. Het westelijk deel van Nieuw-Guinea was het enige deel van de<br />

Indonesische archipel dat op 27 december 1949 buiten de soevereiniteitsoverdracht was gehouden. De<br />

gecontinueerde Nederlandse koloniale aanwezigheid was de Indonesische regering van meet af aan een<br />

doorn in het oog. Tot 1958 bleef het conflict rond Nieuw-Guinea, behoudens enkele kleinschalige<br />

Indonesische infiltraties, hoofdzakelijk beperkt tot een politieke woordenstrijd. Van inzet onder<br />

oorlogsomstandigheden was in deze jaren in strikt militaire zin eigenlijk geen sprake. Nederland kon<br />

hierdoor de troepenmacht ter plaatse tot ongeveer 2.500 militairen beperken.<br />

Vanaf 1958 liepen de spanningen evenwel op. In de jaren 1958-<strong>1962</strong> verhoogde Nederland het<br />

aantal militairen op Nieuw-Guinea (marine, landmacht en luchtmacht) daarom stapsgewijs tot 10.000. Dat<br />

was gezien de vanaf 1960 in aantal en omvang toenemende Indonesische infiltraties en gevechtscontacten<br />

geen overbodige maatregel. Toen het de Nederlandse regering medio <strong>1962</strong> duidelijk werd dat Indonesië<br />

op het punt stond een grootscheepse invasie uit te voeren en inzag dat van westerse bondgenoten geen<br />

militaire steun was te verwachten, koos zij alsnog voor een diplomatieke knieval. Met de Verenigde Naties<br />

(VN) eind <strong>1962</strong> als tussenschakel werd de Nederlandse vlag op Nieuw-Guinea op 31 december <strong>1962</strong><br />

gestreken en kwam Nieuw-Guinea in 1963 alsnog in Indonesische handen. Gedurende dit conflict met<br />

Indonesië sneuvelden 2 mariniers en kwamen 38 man door ziekte of ongeval om het leven. Van de<br />

ongeveer 30.000 Nederlandse militairen die in de jaren 1950-<strong>1962</strong> op Nieuw-Guinea hebben gediend was<br />

ruim de helft in dienst van de marine.<br />

In de periode dat het conflict rond Nieuw-Guinea gestalte kreeg, raakte de marine ook direct<br />

betrokken bij een ander en aanmerkelijk gewelddadiger conflict: de Korea-oorlog. Nadat Noord-<br />

Koreaanse troepen op 25 juni 1950 massaal de 38ste breedtegraad waren overschreden schoot een door de<br />

Amerikanen gedomineerde coalitie onder vlag van de Verenigde Naties Zuid-Korea te hulp. Al op 3 juli<br />

1950 besloot de Nederlandse ministerraad tot deelname aan de maritieme acties onder de vlag van de VN.<br />

Nederland stuurde een torpedobootjager en zorgde voor aflossers tot eind 1954. In deze periode zijn er<br />

van de ongeveer 1.300 ingezette marinemensen 2 marinemannen om het leven gekomen. Bij het<br />

Nederlands Detachement Verenigde Naties, het infanteriebataljon waarmee de landmacht jarenlang een<br />

8


ijdrage aan de strijd tegen Noord-Korea en zijn Chinese bondgenoten leverde, dienden overigens ook<br />

diverse (oud-)mariniers als vrijwilliger.<br />

De <strong>Gedenkrol</strong><br />

De conflicten in Korea en Nieuw-Guinea markeerden de laatste fase van de zogeheten 'conflictperiode'.<br />

Tijdens bijeenkomsten van veteranen en reünies van oud-militairen van de zeemacht wordt regelmatig<br />

gesproken over de gevallen collega's die in bovengenoemde periode om het leven zijn gekomen. In een<br />

aantal gevallen komt dan naar voren dat er eigenlijk weinig van de toedracht en achtergronden bekend is<br />

en dat het zinvol zou zijn gegevens hierover te verzamelen. Hiervan kunnen dan niet alleen veteranen en<br />

reünisten, maar ook nabestaanden kennis nemen. Jaarlijks worden overal in Nederland herdenkingen<br />

gehouden voor de oorlogsslachtoffers. Zij worden vrijwel nooit met naam genoemd. Dat heeft de<br />

samensteller ertoe doen besluiten om de in deze <strong>Gedenkrol</strong> vermelde persoonsgegevens te bundelen, waar<br />

mogelijk met vermelding van de bijzonderheden en toedracht. Naast het beroeps- en reservepersoneel van<br />

de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>3 zijn ook het personeel van de Gouvernements <strong>Marine</strong>4 en de ambtenaren van het<br />

Loodswezen die in beschouwde periode in dienst van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> het leven verloren<br />

opgenomen. Over het algemeen wordt in deze <strong>Gedenkrol</strong> de grafligging van de ter aarde bestelden niet<br />

vermeld. Deze is eventueel op te vragen bij de Oorlogsgravenstichting5 of de samensteller van deze<br />

<strong>Gedenkrol</strong>.<br />

Achteraf zal misschien blijken dat in een aantal gevallen de aard van de persoonsgegevens strikt<br />

genomen wellicht geen opname in deze <strong>Gedenkrol</strong> rechtvaardigen. Omdat echter authentieke gegevens<br />

van deze 'twijfelgevallen' vooralsnog ontbreken, is de samensteller er vanuit gegaan dat allen in principe<br />

recht hebben op erkenning en is daarom de regel 'voordeel van de twijfel' gehanteerd. Verder heeft de<br />

samensteller besloten om het noemen van namen die in diskrediet gebracht zouden kunnen worden te<br />

vermijden. De samensteller is zich er overigens van bewust dat de door hem geraadpleegde en beschikbare<br />

bronnen geen honderd procent volledigheid en nauwkeurigheid garanderen. Verscheidene personele<br />

gegevens en data - hier denkt de samensteller in het bijzonder aan die van de inheemse schepelingen - zijn<br />

bijvoorbeeld niet in de beschikbare informatiebronnen te vinden. De <strong>Gedenkrol</strong> moet dan ook worden<br />

beschouwd als een levend document. Lezers die stuiten op omissies of onnauwkeurigheden worden<br />

derhalve nadrukkelijk aangespoord deze te melden bij het <strong>Veteranen</strong>instituut in Doorn, zodat het - indien<br />

daartoe aanleiding is - te zijner tijd mogelijk wordt tot een herziene uitgave in gedrukte of in digitale vorm<br />

(internetbestand) te komen. 6<br />

1 Tot eind 1945 eigenlijk: <strong>Koninklijke</strong> Nederlandsche <strong>Marine</strong>.<br />

2 Op grond van artikel 3 van het KB 30 juli 1945, Staatsblad F 129, gewijzigd bij de Wet van 5 juli 1946, Staatsblad G 145,<br />

wordt het per 15 juli 1940 verleende ontslag geacht nimmer van kracht te zijn geweest.<br />

3 In enkele gevallen worden ook militairen die al met eervol ontslag de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> verlaten hadden in het overzicht<br />

opgenomen, onder andere diegenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog actief waren in het verzet en als gevolg daarvan het<br />

leven hebben verloren.<br />

9


4 Op 22 augustus 1861 tot stand gekomen als een civiele dienst van de Nederlands-Indische regering, die de beschikking kreeg<br />

over gewapende vaartuigen die overal in de Indische Archipel ingezet konden worden. Bij KB van 23 juni 1842 vastgestelde<br />

benaming “Gouvernements <strong>Marine</strong>”. De Gouvernements <strong>Marine</strong> was van 1 september <strong>1939</strong> tot 1 maart 1942<br />

gemilitariseerd. Ondanks het feit dat zij intussen waren gedemilitariseerd, werden officieren van de Gouvernements <strong>Marine</strong><br />

na de capitulatie door de Japanners als krijgsgevangenen beschouwd.<br />

5 Sinds 28 november 2002 op het Internet (www.ogs.nl).<br />

6 Stichting Het <strong>Veteranen</strong>instituut, Willem van Lanschotplein 2, Postbus 125, 3940 AC Doorn (www.veteraneninstituut.nl)<br />

10


<strong>Gedenkrol</strong> van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong><br />

Deel I<br />

Chronologie van incidenten waarbij personen in dienst van de <strong>Koninklijke</strong><br />

<strong>Marine</strong> omkwamen of vermist raakten in de periode van 3 september <strong>1939</strong><br />

tot en met 31 december <strong>1962</strong>.<br />

11


I . Chronologie van incidenten<br />

Bij de plaatsnamen worden in dit overzicht de in die tijd gebruikelijke namen aangehouden. Als in dit<br />

overzicht personen worden genoemd, worden hun rang of stand, hun dienstvak en hun naam cursief<br />

weergegeven.<br />

A. Oppervlakteschepen (OS)<br />

(Uitgezonderd schepen van de Motortorpedobootdienst, Mijnendienst en Kleine Vaartuigendienst)<br />

OS 1 10-05-1940 Hr.Ms. Van Galen<br />

Op 10 mei 1940 kreeg de torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen order naar Rotterdam op te stomen om de<br />

overgang van de Duitsers over de Maasbruggen te beletten. Op de Nieuwe Waterweg, ter hoogte van<br />

Vlaardingen, werd zij 1 aangevallen door Stukas (Duitse jachtbommenwerpers). Door “near misses” werd<br />

grote schade aangericht. Stoomleidingen sprongen en waterdichte schotten scheurden. Als gevolg daarvan<br />

werd stoker-olieman G. van den Brink gedood en raakten er dertien bemanningsleden gewond. Uiteindelijk zag<br />

de commandant zich gedwongen het schip de Merwehaven binnen te brengen waar zij, ofschoon al<br />

zinkende, werd afgemeerd in het oostelijke bassin. De gewonden en de dode werden afgevoerd naar het<br />

ziekenhuis, de overige opvarenden werden ter beschikking gesteld van het Korps Mariniers (<strong>Marine</strong>depot)<br />

om de verdediging van Rotterdam te versterken.<br />

OS 2 10-05-1940 Hr.Ms. Freyer<br />

Op de namiddag van 10 mei 1940 stoomde de kanonneerboot Hr.Ms. Freyer Arnhem binnen. Vanuit de<br />

huizen aan de Rijnkade werd het schip door daar aanwezige Duitse stoottroepen onder vuur genomen.<br />

Vanaf de Freyer werd teruggeschoten met het 3,7 cm kanon en handvuurwapens. Na dit vuurgevecht, dat<br />

matroos C.A. van Slooten het leven kostte, besloot de commandant de Rijn af te zakken en zich ter<br />

beschikking te stellen van de troepen in de Grebbelinie.<br />

Het stoffelijk overschot van Van Slooten ligt begraven op het Militair Ereveld Grebbeberg.<br />

OS 3 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A (Stoomloodsvaartuig 19)<br />

In de mobilisatietijd van <strong>1939</strong> werd het stoomloodsvaartuig 2 19 gevorderd door de marine en als<br />

bewakingsvaartuig Hr.Ms. BV 19A in dienst gesteld. In Hoek van Holland werd het schip op 10 mei 1940<br />

onder bevel gesteld van luitenant ter zee IJ.Smit. Vervolgens vertrok het schip naar Rotterdam en meerde daar<br />

af in de Lekhaven. Op de hondewacht van de volgende dag werden 937 baren goud van de Nederlandse<br />

Bank in kisten verpakt en aan boord genomen. De BV 19A vertrok om 05.00 uur met bestemming<br />

Engeland. Behalve de bemanning waren er ook een hoofdofficier en twee schepelingen van de Royal Navy<br />

aan boord. Ter hoogte van Maassluis werd de BV 19A midscheeps getroffen door een eerder vanuit de<br />

lucht door de Duitsers afgeworpen magnetische mijn. Door de kracht van de explosie werd het schip<br />

omhoog gestuwd en scheurde het vlak achter de machinekamer in twee stukken die snel zonken. Er waren<br />

zestien slachtoffers. Behalve de drie Britten kwamen dertien Nederlandse bemanningsleden om het leven.<br />

Het levenloze lichaam van de commandant werd in Vlaardingen aan wal gebracht. Drie omgekomen<br />

opvarenden spoelden aan op het eiland Rozenburg: machinedrijver D. de Boer, zeeloods C. van der Horst en loodskwekeling<br />

K. van der Meer. Slechts zes bemanningsleden overleefden de ramp.<br />

OS 4 12-05-1940 Hr.Ms. Z 5<br />

Bij het uitbreken van de oorlog in Nederland bevond de torpedoboot Hr.Ms. Z 5 zich op de Noordzee.<br />

Omstreeks 06.00 uur stoomde zij de Nieuwe Waterweg op om in Rotterdam haar bijdrage te leveren aan de<br />

strijd tegen de Duitsers. In de geschiedenis van de verdediging van de Maasstad, in het bijzonder de<br />

Willemsbrug, het Noordereiland en het vliegveld Waalhaven, zal de Z 5 met haar bemanning van 30<br />

koppen met ere genoemd blijven, omdat de torpedoboot ondanks hevige Duitse aanvallen vrijwel zonder<br />

onderbreking twee dagen op haar post bleef. Onder de bemanning bevonden zich enkele lichtgewonden en<br />

een zwaargewonde, die op 11 mei te Hoek van Holland werden ontscheept, waarna het schip met hoge<br />

vaart terugstoomde. De zwaargewonde was matroos L. van der Struis, die de volgende dag in het Zuidwalziekenhuis<br />

te Den Haag zou overlijden.<br />

12


OS 5 12-05-1940 Hr.Ms. Luctor et Emergo<br />

Het stoomschip Luctor et Emergo van de Provinciale Stoombootdienst Zeeland, dat ten behoeve van de<br />

<strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> op 29 augustus <strong>1939</strong> als hospitaalschip in dienst was gesteld, werd op 12 mei 1940 bij<br />

Duitse bombardementen op en nabij Vlissingen vernietigd. Zeven mannen van de Vrijwillige <strong>Marine</strong><br />

Reserve 3 verloren daarbij het leven. Op 2 augustus werd de Luctor et Emergo gelicht en werden de zeven<br />

bemanningsleden, alsmede drie volwassenen burgers en een kind geborgen. De vier laatste hadden tijdens<br />

het bombardement een goed heenkomen aan boord gezocht.<br />

OS 6 12-05-1940 Hr.Ms. Friso<br />

Om te voorkomen dat Duitse troepen het IJsselmeer zouden oversteken naar de kust van Noord-Holland<br />

opereerde hier een aantal eenheden van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>. Zo werden Duitse troepen in Stavoren<br />

beschoten door de kanonneerboot Hr. Ms. Friso. Op 12 mei 1940 werd het schip dat nog steeds voor<br />

Stavoren kruiste aangevallen door Duitse bommenwerpers. De Friso werd daarbij zwaar beschadigd en<br />

begon te zinken. De mijnenveger Abraham van der Hulst wist langszij te komen om de bemanning over te<br />

nemen. Van de zwaargewonden overleden spoedig de matrozen N.C. van Kampen en P. Koppejan, terwijl het<br />

stoffelijk overschot van luitenant ter zee T.A. Kattouw op 28 mei aanspoelde bij Gaasterland.<br />

OS 7 12-05-1940 Hr.Ms. Van Speijk / Wonsstelling<br />

De voorpost van de stelling Den Helder, de Wonsstelling, vormde een klein bruggenhoofd voor de<br />

oostelijke kop van de Afsluitdijk en bestond uit veldversterkingen van aarde en hout. Het geheel vormde<br />

slechts een zwakke verdedigingslinie die werd bemand door militairen van het 33 e Regiment Infanterie en<br />

een klein marinedetachement, bestaande uit schepelingen uit de rol van het in Den Helder liggende,<br />

logements- en opleidingschip Hr.Ms. Van Speijk. Bij het naderen van Duitse troepen op 12 mei 1940 kreeg<br />

matroos H. Baars opdracht om samen met een soldaat de draaibrug over de sluis bij Kornwerderzand open te<br />

draaien. Tijdens het uitvoeren van deze opdracht werd de brug getroffen door een Duitse granaat. Door de<br />

hevige explosie werd matroos H. Baars dodelijk getroffen.<br />

Baars werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Den Helder. Zijn naam komt voor op het monument voor<br />

gevallenen van de Wonsstelling, dat op het terrein staat van het Museum Kornwerderzand.<br />

OS 8 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 4 (ex sleepboot Noordzee)<br />

Het bewakingsvaartuig Hr.Ms. BV 34 liep op 14 mei 1940 tussen Vlissingen en Zoutelande, ter hoogte van<br />

de scheidingston van Deurlo en Oostgat, op een magnetische mijn en verging. Twee drenkelingen werden<br />

door een Britse torpedobootjager opgepikt. Van hen overleed machinist J.C. de Waal kort daarna. Van matroos<br />

P.S Bergers en telegrafist W.J. de Leeuw spoelden later de stoffelijke resten aan. Zestien opvarenden, onder wie<br />

de commandant, luitenant ter zee P. Schmidt, zijn met de BV 34 ten onder gegaan. De Bergerslaan te Beverwijk is<br />

vernoemd naar matroos Bergers.<br />

OS 9 15-05-1940 Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau (zie ook MD 5)<br />

Op 15 mei 1940 om 16.30 uur stoomde de kanonneerboot Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau vanuit de rede<br />

van Nieuwe Diep zeewaarts om met een aantal andere Nederlandse oorlogsbodems naar Engeland uit te<br />

wijken. Tussen Callantsoog en Petten werd het schip door drie Duitse vliegtuigen aangevallen. Het kreeg<br />

direct een bom op de commandotoren nabij kanon 2, die brand in het benedenschip veroorzaakte. Aan<br />

boord bleef men de aanvallen afslaan. Met de laatste aanval van de Duitsers sloegen bommen in ter hoogte<br />

van de machinekamer en in de schoorsteen. De kanonneerboot brak; het voorschip zonk snel en van het<br />

achterschip sprongen de overlevende bemanningsleden te water. Een aantal van hen werd gered door de<br />

mijnenleggers Hr.Ms. Nautilus en Jan van Brakel en de torpedoboot Hr.Ms. G 13. Negen bemanningsleden<br />

vonden een zeemansgraf 5, terwijl de stoffelijke resten van acht opvarenden enige weken later aanspoelden.<br />

OS 10 15-05-1940 Lichtschip Noord Hinder<br />

Het lichtschip "Noord Hinder" (lichtschip 7) werd naar aanleiding van de toenemende oorlogsdreiging op<br />

12 maart 1940 binnengehaald en opgelegd in Vlissingen, langszij het eveneens binnengehaalde lichtschip 6.<br />

Tijdens de meidagen van 1940 werden beide schepen via het Kanaal door Walcheren versleept naar<br />

Middelburg om te voorkomen dat ze tot zinken werden gebracht. Beide lichtschepen werden afgemeerd<br />

langs de Loskade te Middelburg. Door een overvliegend Duits gevechtsvliegtuig werd de "Noord Hinder"<br />

op 15 mei 1940 om 09.00 uur gemitrailleerd. Daarbij werd de zich aan boord bevindende<br />

13


1 e lichtwachter/stuurman J.L.F.J. Pleijte van het Loodswezen dodelijk gewond. Zijn stoffelijk overschot werd op<br />

19 mei voorlopig begraven in een veldgraf te Middelburg, maar later herbegraven op de<br />

Noorderbegraafplaats te Vlissingen.<br />

OS 11 21-07-1940 ss Stuyvesant<br />

Het passagiersschip van de KNSM ss Stuyvesant vertrok op 21 juli 1940 van Southampton met bestemming<br />

Falmouth. Aan boord bevond zich een marinedetachement. Op 24 juli zou het schip door de <strong>Koninklijke</strong><br />

<strong>Marine</strong> in Falmouth worden gevorderd en dienst gaan doen als logementschip. In de namiddag van 21 juli<br />

1940 werd de Stuyvesant in Het Kanaal aangevallen door Duitse jachtbommenwerpers. Er waren slechts<br />

“near misses” die evenwel enige schade aanrichtten. Toen de Duitsers zich terugtrokken, bleek marinier J.<br />

Mutters vermist te zijn. Hij was tijdens de aanval kennelijk overboord geraakt.<br />

OS 12 31-08-1940 Zwarte Zee (zie noot 3)<br />

Op 10 mei 1940 lag de torpedobootjager Isaac Sweers nog in aanbouw bij de <strong>Koninklijke</strong> Maatschappij De<br />

Schelde in Vlissingen. Het schip werd sleepklaar gemaakt en door de sleepboot Zwarte Zee op sleep<br />

genomen en op 11 mei afgeleverd in de Downs 6. Het schip werd ingedeeld bij de Rescue Tug Section. In<br />

Falmouth werd de Zwarte Zee op 20 augustus 1940 het slachtoffer van een Duitse luchtaanval waardoor<br />

het schip kapseisde. Bijgestaan door een bergingsvaartuig, lukte het de bemanning de sleepboot in het<br />

droogdok te brengen. Bij het lichten op 31 augustus raakte de matroos J. van der Zee in een staalkabel verward<br />

en werd als gevolg hiervan gedood.<br />

OS 13 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 / Rescue Tug Section (zie noot 4)<br />

Bewakingsvaartuig Hr.Ms. BV 39 (de gevorderde sleepboot Lauwerszee) met gezagvoerder stuurman G.S.<br />

Weltevrede was op 3 oktober 1940 uit Falmouth naar Plymouth vertrokken onder escorte van een<br />

marinetrawler. De BV 39 sleepte een kabelschip dat kort na vertrek op een mijn liep en vrijwel onmiddellijk<br />

zonk. Het bewakingsvaartuig kreeg order met de trawler door te gaan naar Plymouth. Een paar uur later liep<br />

de BV 39 eveneens op een mijn en zonk zo snel, dat slechts een van de dertien opvarenden kon worden<br />

gered.<br />

OS 14 11-12-1940 ss Towa<br />

Het stoomschip Towa van Mij Vrachtvaart te Rotterdam werd op 11 december 1940, tijdens de reis van<br />

Sydney (Nova Scotia, Canada) naar Oban (Schotland) varend in konvooi HX92, op de Atlantische Oceaan<br />

door de Duitse onderzeeboot U 96 tot zinken gebracht. Onder de achttien slachtoffers bevond zich de<br />

Nederlandse zeeloods J.R. Kolster die aan boord als 3 e stuurman dienst deed.<br />

OS 15 26-01-1941 ss Heemskerk<br />

Het stoomschip Heemskerk van de VNS was in konvooi SL61 op weg van Freetown naar Liverpool. Op 20<br />

januari 1941 werd het schip op ongeveer 220 mijl ten westen van Ierland door een Focke Wulf aangevallen,<br />

en na twee bomtreffers ernstig beschadigd, waarna het ging zinken. Het schip werd door de bemanning<br />

verlaten, uitgezonderd drie man die met het schip ten ondergingen. De Britse korvet HMS Delphinium, een<br />

der escorteschepen, wist de meeste drenkelingen op te pikken, maar kon een sloep met acht opvarenden,<br />

onder wie de kanonnier marinier W. de Heer, niet terugvinden.<br />

OS 16 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique 7<br />

De Vrije Franse Strijdkrachten beschikten aanvankelijk niet over voldoende personeel om de schepen van<br />

de Franse marine die naar Engeland waren uitgeweken te bemannen. De Nederlandse marineleiding stelde<br />

personeel ter beschikking om een aantal van deze schepen te bemannen, waaronder de antionderzeeboottrawler<br />

Hr.Ms. Jean Frédérique. Dit schip werd op 1 mei 1941, om 16.00 uur, toen het schip<br />

zich ongeveer vijftien mijl ten zuidoosten van Start Point (South Devon) bevond, door een Duits vliegtuig<br />

met bommen en mitrailleurvuur bestookt. Het werd zwaar beschadigd en na een half uur verlieten alle<br />

opvarenden het zinkende schip. Zij trachtten zich met behulp van twee vlotten drijvende te houden, doch<br />

door onvoldoende ruimte, koude en uitputting verdronken 2 Britse en 24 Nederlandse marinemannen.<br />

Onder hen bevond zich de commandant luitenant ter zee A.C. Lunbeck. De volgende dag werden de dertien<br />

overlevenden om ongeveer 14.00 uur opgepikt door een Britse motorlaunch die hen in Dartmouth aan land<br />

zette.<br />

14


OS 17 24-11-1941 ss Groenlo<br />

Op 24 november 1941 werd het ss Groenlo van de Stoomvaart Maatschappij Noordzee, dat op weg was<br />

van Middelsborough naar Londen, op de Noordzee getorpedeerd door de Duitse torpedoboot S 52 en tot<br />

zinken gebracht. Tien opvarenden vonden daarbij een zeemansgraf. De geredde rivierloods P.J. Guttig, die aan<br />

boord dienst deed als tweede officier, werd zwaar gewond uit het water opgepikt door een escortevaartuig,<br />

maar overleed onderweg naar Sheerness. Zijn stoffelijk overschot is op 28 november 1941 te Sheerness<br />

begraven.<br />

OS 18 02-01-1942 ss Langkoeas 8<br />

Op weg van Tandjong Priok naar Soerabaja werd het ss Langkoeas, met aan boord 28 Europeanen, 87<br />

Chinezen en 20 Javanen, het eerste slachtoffer van Japanse onderzeeboten in de Indische wateren. Het<br />

schip werd in de Javazee ten westen van Bawean op 2 januari 1942 door een torpedo van de onderzeeboot I<br />

58 in de machinekamer getroffen en zonk vrijwel onmiddellijk. De drenkelingen werden gemitrailleerd.<br />

Onder de 91 omgekomenen bevonden zich de naar Soerabaja overgeplaatste matroos L. Hoogerwerf en de<br />

militie-stoker W.F. Brasser.<br />

OS 19 03-02-1942 Gss 9 Hr.Ms. Canopus<br />

Tijdens een tocht met de motorsloep van Teaoe naar het op de rede van Hainsisi (Timor) liggend<br />

bewakingsvaartuig Hr.Ms. Canopus werd de sloep op 3 februari 1942 door Japanse vliegtuigen<br />

gemitrailleerd. De matrozen Johan Pare en Mozes Djo, alsmede motorist Janus van de Gouvernements <strong>Marine</strong><br />

werden daarbij gedood.<br />

OS 20 04-02-1942 Gss Hr.Ms. Deneb<br />

Op 4 februari 1942 werd bewakingsvaartuig Hr.Ms. Deneb in de nabijheid van het kustlicht Zuidbroeder in<br />

de Riouw Archipel door Japanse vliegtuigen in de grond geboord. Van de Gouvernements <strong>Marine</strong> verloren<br />

hierbij de derde werktuigkundige W.H. Koomans, de inheemse stoker Kasmadjin en een (onbekend gebleven)<br />

inheemse stoker het leven.<br />

OS 21 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes<br />

Tijdens het escorteren van het evacuatieschip ss Sloet van de Beele van de KPM werd de torpedobootjager<br />

Hr.Ms. Van Nes door bommenwerpers van het Japanse vliegdekschip Ryujo in de Gasparstraat ten zuiden<br />

van het eiland Banka, op 17 februari 1942 tot zinken gebracht. Daarbij verloren 67 opvarenden, onder wie<br />

de commandant luitenant ter zee C.A. Lagaay, het leven. Van de drenkelingen bezweken op hun vlot de officier<br />

van de marinestoomvaartdienst B.C. Honig en bediende Soeparto op 20 februari aan hun verwondingen. Door ziekte<br />

en uitputting overleed op 3 maart te Batavia de geredde en met vliegboot Dornier X 18 naar Java<br />

overgebrachte eerste officier, luitenant ter zee B.C. Fock.<br />

OS 22 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaia (Soerabaja)<br />

Het opleidingsschip Hr.Ms. Soerabaia werd op 18 februari 1942 in het bassin van het <strong>Marine</strong> Etablissement<br />

te Soerabaja door Japanse bommenwerpers tot zinken gebracht. De sergeanten-machinist J. Gras en J. Hofmeijer,<br />

alsmede de inheemse stokers R. Apipi en Moedjijono kwamen om het leven, terwijl meer dan twintig<br />

opvarenden werden gewond, van wie een aantal ernstig. Van hen overleden al spoedig zeven schepelingen<br />

in de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting te Soerabaja aan hun verwondingen.<br />

OS 23 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein<br />

Een deel van de “Striking Force” 10, bestaande uit de kruisers Hr.Ms. De Ruyter en Java, alsmede de<br />

torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein en de Amerikaanse jagers USS Ford en Pope, vertrok in de avond van<br />

18 februari 1942 uit Tjilatjap om een aanval uit te voeren op de Japanse vloot die bij Sanoer op het eiland<br />

Bali troepen aan land had gezet. In de avond van 19 februari kwam men bij de zuidelijke ingang van Straat<br />

Badoeng in contact met de vijand, toen nog bestaande uit twee transportschepen en twee<br />

torpedobootjagers. Tijdens het gevecht explodeerde een zware vijandelijke granaat in een ketelruim van de<br />

Piet Hein. Het ondergeschikte hoofd machinekamer, de officier van de marinestoomvaartdienst W.M. van Moppes,<br />

die eigenhandig een aantal gewonde stokers uit het ketelruim wist te halen, overleed tijdens het<br />

reddingswerk. Van alle kanten werd de jager beschoten, zodat de strijd spoedig was beslist. Volkomen wrak<br />

geschoten verdween de Piet Hein in de diepte, terwijl overlevenden zich met zwemvesten en vlotten<br />

trachtten te redden. Benedendeks bevonden zich nog 59 man die met het schip ten onder gingen. De<br />

15


commandant, luitenant ter zee J.M.L.I. Chömpff, is op 24 februari vlak onder Noesa Penida, een eilandje ten<br />

zuidoosten van Bali, in volkomen uitgeputte toestand door verdrinking om het leven gekomen. Een aantal<br />

drenkelingen kon zwemmend Noesa Penida bereiken. Van hen stierf majoor-machinist G.J. Swarthof op 25<br />

februari door uitputting en viel korporaal-machinist W. Nak diezelfde dag in een grot, waardoor hij eveneens<br />

om het leven kwam.<br />

Op 12 december 1960 zijn twee ondiepwatermijnenvegers in dienst gesteld, vernoemd naar respectievelijk Chömpff en<br />

Van Moppes.<br />

OS 24 20-02/ 06-04-1942 Hr.Ms. Tromp<br />

Op 19 februari 1942 vertrok de kruiser Hr.Ms. Tromp vergezeld van vier Amerikaanse torpedobootjagers<br />

uit Soerabaja naar Straat Badoeng ten zuidoosten van Bali om een tweede aanval op de Japanse invasievloot<br />

uit te voeren. Op de hondewacht van 20 februari kwam de kruiser in gevecht met twee Japanse<br />

torpedobootjagers. Daarbij werd de kruiser door elf Japanse voltreffers getroffen. Tien bemanningsleden<br />

werden gedood 11 en dertig bemanningsleden raakten gewond. Het gevecht duurde circa zes minuten,<br />

waarna de Tromp naar Soerabaja terugstoomde. Daar werden de doden en zeventien ernstig gewonden naar<br />

het hospitaal afgevoerd en werd een aanvang gemaakt de ergste ravage te herstellen. Door de aanhoudende<br />

Japanse bombardementen was het niet mogelijk in Soerabaja de schade definitief te herstellen, zodat werd<br />

besloten naar Fremantle uit te wijken. Eén van de ernstig gewonden, marinier A. Jansen, overleed op 6 april<br />

1942 in de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting aan zijn verwondingen.<br />

OS 25 21-02-1942 Hr.Ms. Op ten Noort<br />

De “Op ten Noort”, een passagiersschip van 6.000 ton, was na het uitbreken van de oorlog met Japan door<br />

de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> van de KPM gevorderd en als hospitaalschip ingericht. In strijd met het oorlogsrecht<br />

werd het schip op 21 februari 1942 in het Westervaarwater nabij Soerabaja door de Japanners vanuit de<br />

lucht gebombardeerd. Hierbij kwamen de officier van gezondheid H. te Velde en de verpleegster R. Strik om het<br />

leven. De zwaargewonde analiste J.M.W. Brasser overleed de volgende dag.<br />

OS 26 27-02-1942 Hr.Ms. Soemba<br />

Op 27 februari 1942 werd de kanonneerboot Hr.Ms. Soemba, die zich in gezelschap van zes Australische<br />

korvetten bij Merak (noordwestkust van Java aan Straat Soenda) bevond, aangevallen door Japanse<br />

bommenwerpers. Drie series bommen vielen vlakbij het schip, maar de schade bleef beperkt. Eén<br />

opvarende werd ernstig gewond. Dit was matroos W.G. van der Wel, richter van het 7,5 cm antiluchtkanon.<br />

Hij is, na door een mitrailleurkogel getroffen te zijn, blijven doorvuren tot de luchtaanval ten einde was.<br />

Daarna verloor hij het bewustzijn en overleed enkele uren later zonder bij kennis te zijn gekomen. Op de<br />

eerste wacht kreeg Van der Wel in de nabijheid van het eiland Krakatau een zeemansgraf.<br />

Op 6 oktober 1961 is een ondiepwatermijnenveger naar Van der Wel vernoemd.<br />

OS 27 27-02 / 03-03-1942 Hr.Ms. Kortenaer<br />

Tijdens de slag in de Javazee op 27 februari 1942 werd de torpedobootjager Hr.Ms. Kortenaer om 17.15<br />

uur midscheeps in de machinekamer getroffen door een Japanse torpedo. De jager werd plat op haar<br />

stuurboordzijde geworpen. Direct daarop wierp het voorschip zich met een zwaar snuivend geluid omhoog<br />

en verdween de brug onder water. De torpedo had het schip finaal in twee helften geslagen. Beide helften<br />

stonden op hun breukvlakken rechtop in het water. Weldra verdween het achterschip, terwijl het voorschip<br />

nog geruime tijd bleef drijven alvorens eveneens naar de diepte te verdwijnen. Als gevolg van deze ramp<br />

kwamen 54 opvarenden, ruim eenderde van de bemanning, om het leven. De overlevenden werden<br />

opgepikt door de Britse torpedobootjager HMS Encounter die hen de volgende morgen in Soerabaja<br />

ontscheepte. Van hen overleed sergeant-telegrafist W. Vreeswijk op 3 maart 1942 in de Centrale Burgerlijke<br />

Ziekeninrichting aan zijn verwondingen. Aan boord van de Encounter was intussen op 28 februari matroos<br />

B.H. Hagendijk aan zijn verwondingen bezweken.<br />

OS 28 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter<br />

Tijdens de slag in de Javazee kreeg het vlaggeschip van de Striking Force, de kruiser Hr.Ms. De Ruyter, op<br />

27 februari 1942 op de eerste platvoet vier Japanse voltreffers. De eerste treffer, om 16.31 uur, was een 20<br />

cm granaat. Die kwam bijna loodrecht in de bottelarij binnen en passeerde vervolgens het volksverblijf in<br />

de achterkuil, de dieselcentrale, de voorcentrale en de voorpompkamer; het projectiel kwam tot rust in de<br />

dubbele bodem waar het onontploft bleef liggen. In de voorcentrale explodeerde bij de passage van de<br />

16


granaat een zuurstoffles, waarbij stoker-olieman R. Hassing dodelijk en een monteur zwaar gewond raakten.<br />

Om 23.40 uur werd de kruiser opnieuw getroffen, nu door een torpedo van de Japanse zware kruiser<br />

Haguro. Zij zonk ruim twee uur later. De ondergang van De Ruyter heeft vermoedelijk 347 opvarenden,<br />

onder wie de eskadercommandant, schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman, en de commandant, kapitein-luitenant ter<br />

zee E.E.B. Lacomblé, het leven gekost.<br />

Bij de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> is tweemaal een vliegkampschip naar Karel Doorman vernoemd. Het eerste was het<br />

hulpvliegkampschip Nairana dat van de Royal Navy werd overgenomen en op 20 april 1946 bij de KM in dienst werd<br />

gesteld. Het tweede was het vlootvliegkampschip Venerable van de Royal Navy dat op 28 mei 1948 bij de KM in<br />

dienst kwam. Dit schip werd op 8 oktober 1968 van de sterkte afgevoerd na een brand in de machinekamer. Op 31<br />

mei 1991 een M-fregat in dienst gesteld als Hr.Ms. Karel Doorman, terwijl op 19 augustus 1960 een<br />

ondiepwatermijnenveger naar overste Lacomblé werd vernoemd.<br />

OS 29 27-02-1942 Hr.Ms. Java<br />

Tijdens de slag in de Javazee op 27 februari 1942 werd de kruiser Hr.Ms. Java omstreeks 23.20 uur aan<br />

stuurboord bij de achtermunitiebergplaats getroffen door een torpedo van een der Japanse zware kruisers.<br />

Het achterschip brak af ter hoogte van de longroom, de achtermachinekamer liep vol en het schip maakte<br />

snel slagzij over stuurboord. Het zonk binnen vijftien minuten. Waarschijnlijk gingen 518 opvarenden 12 met<br />

het schip ten onder. De commandant, kapitein ter zee Ph.B.M. van Straelen, kon aanvankelijk op een in het<br />

water drijvende bamboehouten rustbank klauteren, doch is nooit meer teruggezien. Sergeant der mariniers W.<br />

van Nek raakte, overdekt met brandwonden, te water en werd op een vlot getrokken. Hij overleed de<br />

volgende dag aan zijn verwondingen en kreeg een zeemansgraf.<br />

Op 12 december 1960 is naar Van Straelen een ondiepwatermijnenveger vernoemd, terwijl in Soest een straat zijn naam<br />

kreeg.<br />

OS 30 28-02-1942 Gms Hr.Ms. Reiger<br />

Op 28 februari 1942 om 23.00 uur werd het vliegbootmoederschip Hr.Ms. Reiger in de baai van Bantam<br />

gevangen in een zoeklicht van de Japanse torpedobootjager Hatakaze. Tijdens het manoeuvreren om de<br />

Japanner te ontlopen, liep de Reiger op een der riffen vast. Na nog verscheidene salvo's in de duisternis te<br />

hebben afgevuurd, verdween de torpedobootjager. De eerste officier H.J.K. Lehmann en de derde<br />

werktuigkundige W.R. Flissinger van de Reiger sprongen tijdens de aanval over boord en zwommen in de<br />

richting van Poelau Doea. Er is nooit meer iets van hen vernomen.<br />

OS 31 28-02-1942 / 01-03-1942 Hr.Ms. Evertsen<br />

Op 28 februari 1942 lag de torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen in Tandjong Priok, toen zij opdracht kreeg<br />

naar Tjilatjap op te stomen. Omstreeks 20.30 uur ontmeerde de jager en enkele uren later werden in de baai<br />

van Bantam vuurverschijnselen van vermoedelijk een zeegevecht waargenomen. De commandant besloot te<br />

proberen met een wijde boog daar omheen te stomen tot de Sumatrawal zou zijn bereikt en vervolgens te<br />

trachten via Straat Soenda in de Indische Oceaan te komen. Na het passeren van het eilandje Dwars in de<br />

Weg nam men onder de Javawal twee Japanse torpedobootjagers waar. Eén hunner ontstak een zoeklicht<br />

en opende het vuur op de Evertsen. Door snel manoeuvreren en het leggen van een nevelscherm wist de<br />

Nederlandse jager de belagers van zich af te schudden. Na het passeren van de eilanden Seboekoe en Sebesi<br />

kreeg de Evertsen opnieuw zicht op de Japanse jagers die terstond het vuur openden. De Evertsen kreeg<br />

een zevental treffers, één daarvan deed een hevige brand ontstaan. Sergeant-geschutmaker J.C. Borst kwam<br />

hierbij om het leven, terwijl zowel de chef d’equipage 13, schipper W.K. Piet, als stoker H. Koopman<br />

levensgevaarlijk werden gewond. De commandant meende dat het niet verantwoord was een nachtgevecht<br />

aan te gaan en zette de Evertsen tussen Seboekoe Besar en Seboekoe Ketjil aan de grond, waarna de hele<br />

bemanning, met uitzondering van wijlen sergeant Borst, op het grootste eiland aan wal ging. Er werden<br />

zoveel mogelijk voedings- en geneesmiddelen meegenomen. Op de dagwacht van 1 maart bereikte de brand<br />

de achtermunitiebergplaats. Deze explodeerde en daarbij werd het achterschip weggeslagen. Aan de wal<br />

overleden al spoedig schipper Piet en stoker Koopman aan hun verwondingen. Zij werden nabij het strand<br />

begraven. De bemanning trok in een leegstaande kampong op het eiland ten einde de komende<br />

gebeurtenissen af te wachten. Een zevental Europese opvarenden van de Evertsen probeerde een goed<br />

heenkomen te zoeken. Zij splitsten zich op 3 maart in twee groepjes. Elk groepje vertrok in een zeilprauw<br />

om te proberen Java te bereiken. Het ene groepje bestond uit de luitenants ter zee J.G. Colijn en P. Groustra,<br />

alsmede majoor-machinist A. de Heer. Van hen is nooit meer iets vernomen. Het tweede groepje, bestaande uit<br />

sergeant-machinist J.G.A. van Kordelaar en de matrozen J. Eleveld, A. Stücken en Th.E. Wiggers, heeft in eerste<br />

instantie getracht de Sumatrawal te bereiken. Door ontberingen en longontsteking stierven Van Kordelaar,<br />

17


Eleveld en Wiggers binnen enkele weken, terwijl Stücken krijgsgevangen werd gemaakt. Op 8 maart kregen de<br />

achtergebleven bemanningsleden bij monde van een Sumatraan bericht dat zij zich de volgende dag aan de<br />

Japanners moesten overgeven. Een aantal Indo-Europese en inheemse bemanningsleden maakte zich<br />

daarop uit de voeten. (zie W 26) Op 9 en 10 maart begaven de resterende opvarenden van de Evertsen zich<br />

met de motorsloep en de whaleboot naar de Sumatrawal (Radjabasa), waar de Japanners hen stonden op te<br />

wachten en formeel krijgsgevangen maakten. Met vrachtwagens werden zij overgebracht naar de gevangenis<br />

van Tandjong Karang op Zuid-Sumatra. Daar overleed op 25 maart door onbekende oorzaak de<br />

commandant van de Evertsen, luitenant ter zee W.M. de Vries. Intussen waren de nog overgebleven<br />

Indonesische bemanningsleden door de Japanners in vrijheid gesteld.<br />

OS 32 01-03-1942 USS Houston<br />

Na de slag in de Javazee waren de Australische kruiser HMAS Perth en de Amerikaanse kruiser USS<br />

Houston uitgeweken naar Tandjong Priok om olie te laden. Vandaar vertrokken beide schepen om via<br />

Straat Soenda naar de Indische Oceaan uit te breken. Vóór de Bantambaai stootten zij in de nacht van 28<br />

februari op 1 maart 1942 op het escorte van de Japanse invasievloot voor West-Java. In de korte, verwarde<br />

actie die volgde gingen de twee geallieerde kruisers verloren. Onder de 696 opvarenden die met het schip<br />

ten ondergingen, bevonden zich de Nederlandse verbindingsofficier luitenant ter zee J.C. van Leur en de<br />

landstorm-matroos-seiner P.J.A. Stoopman. 368 overlevenden werden door de Japanners uit zee opgepikt.<br />

OS 33 01-03-1942 Hr.Ms. Witte de With<br />

Ten gevolge van het bombardement door Japanse vliegtuigen op het <strong>Marine</strong> Etablissement te Soerabaja op<br />

1 maart 1942 werd de torpedobootjager Hr.Ms. Witte de With, die aan de Oedjongkade lag afgemeerd,<br />

getroffen. Na het bombardement werd bootsman A.L. Knaape vermist.<br />

OS 34 07-03-1942 ms Poelau Bras<br />

In Pelaboehanratoe in de Wijnkoopsbaai, aan de zuidwestkust van Java, ging op 4 en 5 maart 1942 het uit<br />

Bandoeng aangekomen marinepersoneel aan boord van het motorschip Poelau Bras van Stoomvaart<br />

Maatschappij Nederland. Behalve het marinepersoneel werden ook militairen van het KNIL en burgerevacuées<br />

geëmbarkeerd. Het schip vertrok op 6 maart om acht uur ’s avonds met bestemming Colombo.<br />

De volgende morgen tegen 10.00 uur werd het in de Indische Oceaan aangevallen door vliegtuigen,<br />

opgestegen vanaf het Japanse vliegkampschip Hiryu. De koopvaarder kreeg diverse voltreffers, sloeg lek en<br />

raakte in brand. Ook toen het al in zinkende toestand verkeerde, bleven de Japanners het schip mitrailleren<br />

en namen zelfs na de ondergang van de Poelau Bras de reddingssloepen onder vuur. Van de ruim 250<br />

opvarenden konden zich niet meer dan 116 in veiligheid brengen. Zij werden gevangenen van de Japanners.<br />

Onder de slachtoffers bevonden zich 36 marinemannen. Een groep drenkelingen, onder wie de gewonde<br />

officier van gezondheid V. Droop, bereikte in een reddingsboot de kust bij Balimbang, op het zuidwestelijke<br />

punt van Sumatra (Vlakke hoek), maar werd al spoedig krijgsgevangen gemaakt. Hij overleed op 1 april<br />

1942 in Palembang aan zijn verwonding.<br />

Naar de bij deze ramp omgekomen schout-bij-nacht J.J.A. van Staveren werd in Reeuwijk een straat vernoemd.<br />

OS 35 16-04-1942 Gms Hr.Ms. Anna<br />

H.H.M. Fuhri, tweede officier bij de Gouvernements <strong>Marine</strong> en gezaghebber van het gewestelijk vaartuig<br />

Hr.Ms. Anna, werd na het in brand steken en tot zinken brengen van zijn schip 14 op 12 april 1942 op de<br />

rede van Manokwari door de Japanners gevangengenomen. Hij werd gedurende de ondervraging<br />

mishandeld en op 16 april 1942 geëxecuteerd. Vervolgens werden schipper Komendong, motorist Simoen en<br />

matroos M. Engka van de Anna door de vijand om het leven gebracht.<br />

OS 36 06-05-1942 ss Amazone<br />

Op 6 mei 1942 werd het KNSM stoomschip Amazone, op weg van Caracol (Haïti) naar New York, voor de<br />

kust van Florida bij Jupiter Inlet getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot U 333 en tot zinken gebracht.<br />

Onder de veertien slachtoffers van deze ramp bevond zich marinier J.C. Kip die als kanonnier aan boord was<br />

gedetacheerd.<br />

OS 37 13-05-1942 ms Brabant (zie ook MLD 45)<br />

Op 13 mei 1942 werd het Belgische motorschip Brabant van de maatschappij Armement Deppe, op weg<br />

van Glasgow naar Curaçao via Trinidad, getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot U 155. Het zonk snel<br />

18


en daarbij kwamen onder meer de luitenants ter zee H. Kolff 15 en W.J. Bouman, die bestemd waren voor dienst<br />

bij de <strong>Marine</strong>luchtvaartdienst op Curaçao, om het leven.<br />

OS 38 14-06-1942 ms Aagtekerk<br />

Het motorschip Aagtekerk van de VNS vertrok in konvooi WM11 op 11 juni 1942 uit Port Said met<br />

bestemming Malta. De bemanning telde 73 koppen, terwijl zich bovendien 102 Britse militairen aan boord<br />

bevonden. Doordat twee koopvaardijschepen machineschade kregen, keerde het konvooi terug. De<br />

Aagtekerk kreeg opdracht om onder begeleiding van een korvet koers te zetten naar Tobroek. Op 14 juni<br />

op ongeveer 12 mijl benoorden Tobroek werden zij aangevallen door ongeveer 30 Duitse bommenwerpers.<br />

De Aagtekerk kreeg midscheeps drie voltreffers waardoor er brand uitbrak. Van de bemanning sneuvelden<br />

zes man, onder wie de derde stuurman, zeeloods J.C. van der Peijl, terwijl 42 Britse militairen het lieven lieten.<br />

Met vlotten en sloepen wisten de overlevenden Tobroek te bereiken.<br />

OS 39 01-07-1942 ms Olivia<br />

De tanker ms Olivia, toebehorende aan de NV Petroleum Maatschappij La Corona, werd op 14 juni 1942 in<br />

de Indische Oceaan, op weg van Abadan naar Fremantle, door de Duitse hulpkruiser Thor aangevallen en<br />

tot zinken gebracht. Daarbij verloren 42 opvarenden het leven. De overlevenden gingen aan boord van de<br />

enige nog bruikbare sloep en probeerden zoveel mogelijk westwaarts te varen. De derde werktuigkundige,<br />

tevens sergeant-machinist van de <strong>Marine</strong> Reserve, A. Timme, was ernstig gewond. Hij bezweek op 1 juli aan zijn<br />

verwondingen en kreeg een zeemansgraf. De daarop volgende dagen bezweken nog vier bemanningsleden.<br />

Na een barre reis van een maand slaagden slechts vier man erin op 13 juli Madagaskar te bereiken.<br />

OS 40 04-08-1942 Hr.Ms. Soemba<br />

In de zomer van 1942 werd de kanonneerboot Hr.Ms. Soemba door de Commander-in-Chief East Indies<br />

naar de Straat Hormus, tussen de Perzische Golf en de Golf van Oman, gezonden voor<br />

onderzeebootbestrijdingsactiviteiten. Ten gevolge van de extreem hoge temperatuur, die opliep tot circa 50º<br />

C, liep de chef d’equipage, schipper G.Th. van Huet, op 4 augustus een zonnesteek op. Hij overleed tijdens het<br />

transport naar het hospitaal in Bahrein. De schipper werd begraven op de War Cemetery Basrah.<br />

OS 41 08-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers<br />

Op 8 november 1942 meldde de uitkijk van de torpedobootjager Hr.Ms. Isaac Sweers, die zich op zes mijl<br />

van Europapunt ten zuiden van Gibraltar bevond, twee bellenbanen van torpedo’s die konden worden<br />

ontweken. Onmiddellijk begaven de opvarenden van de niet daadwerkelijk op wacht staande<br />

oorlogswachtsdivisie zich naar hun alarmposten. Daarbij struikelde matroos C.B. Heerspink over het ter<br />

vrijmaking van het schootsveld neergeklapte relinghekwerk en viel overboord. Hij is sindsdien vermist.<br />

OS 42 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers<br />

Op 13 november 1942 maakte de torpedobootjager Hr.Ms. Isaac Sweers in de Middellandse Zee deel uit<br />

van “Force R”, een formatie bestaande uit twee vloottankers, een torpedobootjager, een korvet en vier<br />

trawlers, allen behorende tot de Royal Navy. Kort voor 17.30 uur werd de Nederlandse torpedobootjager,<br />

op 55 mijl ten noordwesten van Algiers, met korte tussenpoos getroffen door twee torpedo’s, afkomstig<br />

van de Duitse onderzeeboot U 431. De eerste torpedo trof de jager in een volle olietank, waarvan de<br />

inhoud in brand vloog. De tweede raakte het schip ter hoogte van de longroom. Een aantal opvarenden<br />

werd in zijn slaap gedood. Anderen kwamen om in zee als gevolg van de brandende olie die zich over het<br />

wateroppervlak had verspreid. Inmiddels kwamen ook de dieptebommen en andere munitie tot ontploffing.<br />

De overlevenden werden uit zee opgepikt. Van de 194 man die de Isaac Sweers op haar laatste reis aan<br />

boord had, vonden er 103 (onder wie vijf Britten) de dood.<br />

OS 43 30-11-1942 ss Nova Scotia<br />

De zeeloods H.W. Bor had tot oktober 1942 als tweede stuurman dienst gedaan aan boord van het<br />

stoomschip Themisto van de Mij Hudig & Veder uit Rotterdam. Hij werd ziek en op 27 oktober 1942 in<br />

Aden naar het hospitaal overgebracht. Teneinde naar Engeland te worden getransporteerd voor herstel,<br />

embarkeerde hij op 17 november 1942 als passagier aan boord van het Britse ss Nova Scotia. Dit schip zou<br />

met geïnterneerde Italianen uit Massaoea (Ethiopië) aan boord vanuit Aden naar Durban gaan. Op 30<br />

november 1942 werd de Nova Scotia, niet ver van de kust tussen Lourenço Marques en Durban<br />

getorpedeerd door de U 177, waarna het schip in tien minuten zonk. Er waren honderden drenkelingen,<br />

19


velen op vlotten en rubberboten, die later konden worden gered. Vele geïnterneerden, bemanningsleden en<br />

passagiers, onder wie Bor, kwamen bij deze ramp om het leven.<br />

OS 44 01-12-1942 HMAS Armidale<br />

Om een KNIL-detachement op Timor af te zetten en daar andere KNIL-militairen en Portugese<br />

vluchtelingen op te halen om naar Australië te brengen, vertrok de Australische korvet HMAS Armidale op<br />

29 november 1942 vanuit Port Darwin. Toen de korvet Timor op de namiddag van 29 november 1942 op<br />

enkele mijlen was genaderd, werd zij aangevallen door Japanse bommenwerpers en watervliegtuigen. Zij<br />

werd door twee torpedo’s midscheeps getroffen, sloeg binnen vier minuten om en zonk. Er waren bij<br />

vertrek uit Darwin 149 opvarenden aan boord: 83 leden van de bemanning, 3 Australische<br />

landmachtmilitairen, het KNIL-detachement en 2 Nederlandse marinemannen. Bij de ramp kwamen 40<br />

KNIL-militairen om het leven en werd één van de marinemannen, de matroos H. de Vries, vermist. De<br />

overigen konden Australië per motorsloep bereiken of werden door een Catalina uit zee opgepikt.<br />

OS 45 07-12-1942 ss Ceramic<br />

Het Britse passagiersschip ss Ceramic, dat op 7 december 1942 in de Atlantische Oceaan op weg was van<br />

Engeland naar Zuid-Afrika, werd door de Duitse onderzeeboot U 515 getorpedeerd en verging met man en<br />

muis. Hierbij kwam ook de dienstplichtige monteur C.F. Kuipers, die als passagier op weg was naar Kaapstad<br />

waar zijn familie woonde, om het leven.<br />

OS 46 23-12-1942 ss Tacoma Maru 16<br />

Op 15 oktober 1942 vertrok het oude, 3.000 ton metende Japanse transportschip ss Tacoma Maru met circa<br />

1.700 Nederlandse krijgsgevangenen vanuit Tandjong Priok met bestemming Rangoon in Burma. Op de<br />

rede van George Town, Penang (Malakka), waar het schip negen dagen ten anker bleef liggen, probeerde<br />

konstabelsmaat G. Pronk op 12 december 1942 via de ankerketting te ontsnappen. Hij werd door Japanse<br />

bewakers gegrepen en vervolgens ernstig mishandeld, waarna hij nog een etmaal lang op het voorschip in de<br />

houding moest staan. Als gevolg daarvan overleed hij na aankomst in Rangoon op 23 december 1942.<br />

OS 47 15-01-1943 ss Nitimei Maru<br />

Op 10 januari 1943 vertrok vanuit Singapore het Japanse transportschip ss Nitimei Maru. Een roestend,<br />

stinkend schip van ongeveer 7.000 ton geladen met onder meer vier locomotieven en spoorwegmateriaal<br />

van de Javaanse Staatsspoorwegen. In Singapore waren circa 1.000 geallieerde krijgsgevangenen en 600 man<br />

van de Japanse spoorwegtroepen geëmbarkeerd. De gevangenen werden in het voorruim en de Japanners in<br />

het achterruim ondergebracht. Bij Penang werd met het 5.000 ton metende transportschip ss Modji Maru<br />

en een korvet van de Japanse marine een konvooi gevormd. Aan boord van de Modji Maru bevonden zich<br />

eveneens circa 1.000 geallieerde krijgsgevangenen. Bestemming was Rangoon. Toen het konvooi op<br />

donderdag 15 januari in de Golf van Martaban stoomde, verschenen er om 12.40 uur plotseling zes<br />

Amerikaanse B-24 Liberator bommenwerpers die de schepen aanvielen. Het ss Nitimei Maru werd tot<br />

zinken gebracht, terwijl het ss Modji Maru zwaar werd beschadigd. Tot de 37 vermisten van de Nitimei<br />

Maru behoorden 6 Nederlandse marinemannen. Drenkelingen van de Nitimei Maru werden groepsgewijs<br />

opgepikt door sloepen van de korvet die hen aan boord nam om ze vervolgens naar de Modji Maru te<br />

brengen. Omdat de Modji Maru door de near misses een lekkage had opgelopen, werd besloten om, in<br />

plaats van de oorspronkelijke bestemming Rangoon, Moulmein aan de Golf van Martaban aan te doen.<br />

Daar werden alle opvarenden gedebarkeerd. De krijgsgevangenen werden voorlopig opgesloten in de<br />

Moulmein District Jail, waar de ernstig gewonde matroos W.J. Immink overleed. Na enkele dagen werden de<br />

krijgsgevangenen naar Thanbyuzayat in Burma 17 overgebracht om tewerkgesteld te worden aan de beruchte<br />

Burma-Siam spoorweg.<br />

OS 48 25-01-1943 ms Nortind<br />

De Noorse motortanker Nortind was op weg van New York naar Liverpool toen zij op 25 januari 1943<br />

door de Duitse onderzeeboot U 67 op de Atlantische Oceaan werd getorpedeerd en vervolgens zonk. De<br />

mariniers Ch.B. Felikxdal en D. van der Wijk, die als passagiers vanuit de Verenigde Staten op weg waren naar<br />

hun nieuwe plaatsing in het Verenigd Koninkrijk, kwamen hierbij om het leven.<br />

20


OS 49 05-05-1943 Hr.Ms. Jacob van Heemskerck<br />

Aan boord van de luchtverdedigingskruiser Hr.Ms. Jacob van Heemskerck, die op weg was van Melbourne<br />

naar de Exmouth Golf, West-Australië, bleek de matroos T. de Jong overboord te zijn geraakt. Hoewel meteen<br />

op tegenkoers werd gegaan, werd niets meer van De Jong vernomen en moest worden aangenomen dat hij<br />

was verdronken.<br />

OS 50 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn (zie ook MLD 59)<br />

Op weg van New York naar Basra (Perzië) werd het Noorse stoomschip Hoegh Silverdawn in de Indische<br />

Oceaan op 15 juni 1943 door een Japanse hulpkruiser tot zinken gebracht. Met het schip gingen vier<br />

onderofficieren van de MLD ten onder. Zij waren bestemd voor SQ 321 op de vliegbasis China Bay<br />

(Trincomalee,Ceylon).<br />

OS 51 05-08-1943 Hr.Ms. Soemba<br />

In juli 1943 werd de kanonneerboot Hr.Ms. Soemba ingedeeld bij de geallieerde invasiemacht op de<br />

oostkust van Sicilië. Het schip werd ingezet voor walbombardementen ter ondersteuning van de gelande<br />

troepen. Op 5 augustus 1943 kreeg de Soemba bij Pozzillo op de oostkust van Sicilië op de brug een<br />

voltreffer van een Duitse walbatterij. Hierdoor werden drie opvarenden gewond, van wie twee ernstig. Tot<br />

de laatsten behoorde de commandant, kapitein-luitenant ter zee J.J.M. Sterkenburg, die enkele uren later aan zijn<br />

verwondingen overleed.<br />

OS 52 17-11-1943 ss Ryukyu Maru<br />

In 1943 zijn vele krijgsgevangenen vanuit Soerabaja naar Ambon en naar het ten oosten van Ambon<br />

gelegen eiland Haroekoe vervoerd. Zij moesten daar vliegvelden aanleggen. Het vliegveld van Haroekoe<br />

kwam eind 1943 gereed. Vele krijgsgevangenen stierven als gevolg van ontberingen. De zieken werden per<br />

schip naar Liang op Ambon vervoerd en zouden vervolgens met een Japans vrachtschip naar Java worden<br />

getransporteerd. Twintig van deze zieken verdronken toen het vlot omsloeg, waarop zij naar het op Liang<br />

ter rede liggende vrachtschip werden vervoerd. Omdat het schip te klein was om alle zieken te vervoeren,<br />

werd een tweede Japans schip, het ss Ryukyu Maru, bij het vervoer ingeschakeld. Op weg naar Java werd dit<br />

schip door de Amerikaanse onderzeeboot USS Sealion op 17 november nabij de Babar eilanden in de<br />

Banda Zee getorpedeerd, waarop het zonk. De escorteur, een korvet, pikte de Japanners onder de<br />

drenkelingen uit zee op. De krijgsgevangenen die, voor zover zij in leven waren gebleven, in zee<br />

rondzwommen of dreven, werden gemitrailleerd. Circa 540 krijgsgevangenen, onder wie 43 inheemse<br />

schepelingen van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>, vonden een zeemansgraf.<br />

OS 53 29-11-1943 ss Suez Maru<br />

Bij het afvoeren van zieke krijgsgevangenen van Ambon naar Java werd het Japanse transportschip ss Suez<br />

Maru op 29 november 1943, honderd kilometer noordoostelijk van Kangean, door de Amerikaanse<br />

onderzeeboot USS Bonefish getorpedeerd. Zeven overlevende Japanse bemanningsleden werden door een<br />

konvooierend korvet gered. Daarna werd het drenkelingenveld door de Japanners gemitrailleerd. Er werden<br />

134 Nederlandse krijgsgevangenen vermist, onder wie 15 van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>.<br />

OS 54 01-12-1943 Japanse zeetransporten<br />

Bij zeetransporten met krijgsgevangenen in Nederlands-Indië kwamen aan boord van onbekend gebleven<br />

Japanse transportschepen 18 door verdrinking, ontbering, mishandeling of ziekte acht militairen van de<br />

zeemacht om het leven.<br />

OS 55 14-04-1944 ss Generaal van der Heyden<br />

Het ss Generaal van der Heyden van de KPM lag voor reparatie in Bombay. Het lag vlakbij het met munitie<br />

geladen Britse ss Fort Stikine, dat op 14 april 1944 explodeerde, waarna het vuur oversloeg naar de<br />

Nederlandse koopvaarder. Door de enorme explosie sloeg het schip los, terwijl er op verschillende plaatsen<br />

branden uitbraken. Twaalf man van de reparatiewerf en een bemanningslid van de Generaal van der<br />

Heijden vonden daarbij de dood, evenals een hoofdemployé, de landstorm-korporaal-machinist W. van<br />

Wijngaarden, die als opzichter toezicht hield op de reparaties aan boord.<br />

21


OS 56 24-06-1944 ss Tomohoku Maru<br />

Drie Japanse transportschepen en vier tankers, gekonvooieerd door drie korvetten, stoomden in de zomer<br />

van 1944 van Singapore via Formosa naar Japan. Eén van de schepen, een oud Frans vrachtschip, door de<br />

Japanners herdoopt in Tomohoku Maru, was in de onderste ruimen geladen met suiker. In het voorschip<br />

was boven deze ruimen een tussendek waarop 772 krijgsgevangenen lagen. In het achterschip waren<br />

ongeveer 1.500 gewonde en zieke Japanse militairen ondergebracht. Toen het konvooi op 24 juni Nagasaki<br />

naderde, werd de Tomohoku Maru tegen middernacht getroffen door een torpedo van de Amerikaanse<br />

onderzeeboot USS Tang. Binnen enkele minuten zonk het schip. De in het water liggende Japanners<br />

werden door de korvetten gered, terwijl zij de zwemmende krijgsgevangenen aan hun lot overlieten. Onder<br />

de 561 vermiste krijgsgevangenen bevonden zich 12 Nederlandse marinemannen. Even later werden twee<br />

andere transportschepen, aan boord waarvan zich geen krijgsgevangenen bevonden, getorpedeerd. Alle nog<br />

in zee liggende drenkelingen werden opgepikt door een walvisvaarder die vanuit Nagasaki te hulp was<br />

gekomen. De 211 krijgsgevangenen, die de schipbreuk van de Tomohoku Maru hadden overleefd, werden<br />

in Nagasaki overgebracht naar het krijgsgevangenenkamp Fukuoka 14.<br />

OS 57 18-09 / 08-10-1944 ss Junyo Maru 19<br />

Op 15 september 1944 vertrok het Japanse transportschip Junyo Maru (in 1930 te Liverpool van stapel<br />

gelopen als het Britse ss Deslock van 5065 BRT) van Tandjong Priok naar Padang met ruim 2.000<br />

krijgsgevangenen en 4.500 geronselde Indonesische arbeiders (romusha) aan boord, allen bestemd om te<br />

worden ingezet bij de aanleg van de Pakanbaroe spoorweg 20. Het schip werd op 18 september 1944 in de<br />

Indische Oceaan ter hoogte van Pasar Bantal (ten noorden van Bengkoelen) aan de westkust van Sumatra<br />

aangevallen door de Britse onderzeeboot HMS Tradewind en vervolgens tot zinken gebracht. De<br />

overlevenden konden bij Padang en Kaap Indrapoera aan wal komen. Onder hen bevond zich de gewonde<br />

stoker O. Frans, die evenwel op 8 oktober 1944 in krijgsgevangenschap te Padang aan zijn verwondingen<br />

overleed. Onder de 1.329 krijgsgevangenen die verdronken bevonden zich 50 Nederlandse marinemannen<br />

en twee burgerambtenaren van het <strong>Marine</strong> Etablissement in Soerabaja.<br />

OS 58 21-09-1944 ss Toyofuku Maru<br />

De Toyofuku Maru (ook wel Hokofuku of kortweg Fuku Maru genoemd), een Japans vrachtschip van<br />

ongeveer 5.000 ton dat was geladen met bauxieterts, had 213 Nederlandse en 1.076 Britse krijgsgevangenen<br />

aan boord. Op 20 september 1944 vertrok het schip in een konvooi van ongeveer 25 schepen vanuit<br />

Manilla Bay in de Philippijnen naar Japan. De volgende dag werd het konvooi ter hoogte van San Narciso<br />

bij Subic Bay gebombardeerd door ongeveer 75 Amerikaanse bommenwerpers. De Toyofuku Maru, die<br />

twee ‘near misses’ en twee voltreffers boekte, brak doormidden en zonk binnen enige minuten. Onder de<br />

978 slachtoffers bevonden zich 11 Nederlandse marinemannen.<br />

OS 59 13-10-1944 Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau<br />

Een tragisch ongeval had tot gevolg dat het fregat Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau haar eerste dode moest<br />

betreuren. Het schip lag op 13 oktober 1944 in de Shadwell Docks te Londen afgemeerd en was ’s nachts<br />

evenals haar omgeving verduisterd. ’s Avonds keerden twee korporaals terug van passagieren. Een van hen,<br />

korporaal-ziekenverpleger M. Geerse, raakte misleid door de duisternis te water. Onmiddellijk sloeg zijn collega<br />

alarm en hulp was snel aanwezig. Na enig zoeken - vermoedelijk was Geerse bij zijn val van de hoge<br />

kademuur tegen een obstakel gestoten en daardoor buiten bewustzijn geraakt - kon de drenkeling op het<br />

droge worden gehesen. Hulp mocht evenwel niet meer baten. Geerse bleek te zijn verdronken.<br />

OS 60 Najaar 1944 Raha/ss Maros Maru<br />

Vanuit Ambon-Stad vertrok zowel op 9 als op 17 september een zeetransport met krijgsgevangenen. Het<br />

eerste schip bracht het niet verder dan Raha, de hoofdstad van het eiland Moena, Zuid-Celebes. Daar werd<br />

het op 10 september 1944 in Straat Boetoeng door een Amerikaanse bommenwerper aangevallen en in<br />

brand geschoten. Er waren zeventien doden te betreuren. De overige 133 gevangenen bereikten de<br />

Moenawal, waar ze ondergebracht werden in een krijgsgevangenenkamp te Raha. Velen overleden tijdens<br />

hun gedwongen verblijf ten gevolge van ziekte en algehele uitputting. Onder hen bevonden zich de<br />

marinemannen korporaal-ziekenverpleger E.J. Tuynman, matroos L.C. Koper en majoor-torpedomaker G. Linning. Vier<br />

dagen na het vertrek uit Ambon bereikte het tweede schip, een tot “Maros Maru” omgedoopte oude<br />

KPM’er Raha met 500 krijgsgevangenen aan boord. Een aantal overlevenden van het eerste schip werd<br />

daarbij gevoegd en op 21 september 1944 vertrok de Maros Maru met bestemming Makassar, waar het de<br />

22


28 e op de rede ten anker ging. Begin oktober koos het schip weer zee en stoomde noordwaarts naar<br />

Parepare in de Golf van Mandar. De toestand aan boord was verschrikkelijk, mede door de tropische<br />

temperatuur. Vele gevangenen bezweken. Onder hen bevonden zich de marinemannen korporaal-konstabel G.<br />

Harmsen, stokers J.A. de Goede en L.F. Secherling en de matrozen J.E. Leidelmeijer en D.R. Stolze. Medio november<br />

lichtte de Maros Maru het anker en zette vervolgens koers naar Soerabaja, waar het op 26 november 1944<br />

binnenliep. Onderweg stierven vele krijgsgevangenen.<br />

OS 61 27-02-1945 ss Sampa<br />

De Nederlandse loods C. van Baaren 21 beloodste het Amerikaanse Liberty-schip "Sampa". Het behoorde tot<br />

een uitgaand konvooi, dat op 27 februari 1945 circa 10 mijl benoorden Oostende werd aangevallen.<br />

Vermoedelijk werd de Sampa getroffen door een torpedo. Door het geweld waarmee dit gebeurde, stortte<br />

de mast met getopte laadbomen op de brug, waarbij Van Baaren werd getroffen. Hij raakte gewond en<br />

overleed binnen een uur. Onmiddellijk werd hulp verleend door een Britse torpedobootjager, die de<br />

gewonden en slachtoffers naar Chatham bracht. Van Baaren werd op 5 maart 1945 onder grote<br />

belangstelling en met militaire eer begraven op het kerkhof te Gillingham nabij Chatham.<br />

OS 62 30-03-1945 SCH.65 “Onderneming”.<br />

De stoomlogger “Onderneming” had kennelijk van de bezettingsautoriteiten toestemming vanuit Delfzijl<br />

zonder Duitse bewaking buitengaats te vissen. De logger vertrok op 30 maart 1945 naar zee. Sindsdien<br />

wordt het schip en haar bemanning vermist. Bij vertrek bevonden zich aan boord twee bemanningsleden<br />

die in mei 1940 behoorden tot de Vrijwillige <strong>Marine</strong> Reserve. Het waren de sergeant-machinist J.J. Plugge en<br />

korporaal-machinist T. Vrolijk.<br />

OS 63 01/02-05-1945 Hr.Ms. Tromp (Eastern Fleet, Trincomalee)<br />

Tijdens een bombardement op een walbatterij ten noorden van Port Blair op de Andamanen ontplofte aan<br />

boord van de lichte kruiser Hr.Ms. Tromp op 30 april 1945 voortijdig een 15 cm granaat van Amerikaanse<br />

makelij. Kwartiermeester S.T. Hendriks en matroos J. Jobse raakten daardoor zeer ernstig gewond. De volgende<br />

morgen overleed Hendriks aan zijn verwondingen en zijn stoffelijk overschot werd aan de golven<br />

toevertrouwd. Later op de dag bezweek ook Jobse. Hij werd de volgende dag plechtig in zee bijgezet.<br />

Naar Hendriks is in Beverwijk een laan vernoemd.<br />

OS 64 18-11-1945 Hr.Ms. Van Galen<br />

De officier van de marinestoomvaartdienst W.P. Snaauw, behorende tot de etat major van de torpedobootjager<br />

Hr.Ms. Van Galen die in Tandjong Priok lag afgemeerd, werd op 18 november 1945 aan de Kramatweg te<br />

Batavia door Indonesische guerrillastrijders ernstig verwond (zie W 130). Hij overleed als gevolg daarvan in<br />

het Militair Hospitaal aldaar.<br />

OS 65 14-12-1945 Hr.Ms. Kortenaer<br />

De torpedobootjager Hr.Ms. Kortenaer lag voor het eiland Mendanau (tussen Banka en Billiton) op de rede<br />

ten anker. De landingsdivisie werd op 14 december 1945 te Tandjong Pandan aan wal gebracht om samen<br />

met een KNIL-detachement actie te gaan ondernemen tegen Indonesische guerrillastrijders op het eiland.<br />

De marinemannen en de soldaten werden ’s avonds in drie prauwen door een sleepboot naar een kampong<br />

aan de oostkust van Mendnau gesleept. In de vroege morgen van de 15 december landden zij op het strand.<br />

Aan de wal werd seiner G.A. Linssen plotseling door een vijandelijke kogel getroffen en was op slag dood. Hij<br />

werd met militaire eer begraven in Tandjong Pandan op Billiton.<br />

Op een plaquette in Nijmegen wordt Linssen herdacht.<br />

OS 66 26-12-1945 Hr.Ms. Tromp<br />

De lichte kruiser Tromp lag op de rede van Tandjong Priok langszij Hr.Ms. Plancius afgemeerd, toen op 26<br />

december 1945 de kok C. Halstein niet terugkeerde van een bezoek aan de wal. Sindsdien is er niets meer<br />

van hem vernomen.<br />

OS 67 15-05-1946 Hr.Ms. Piet Hein<br />

Aan boord van de torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein, op weg van Australië naar Nederlands-Indië, werd<br />

op 15 mei 1946 ter hoogte van Kaap Leeuwin (West-Australië) de monteur H.M. Janssen door een hoog<br />

overkomende golf overboord geslagen. Direct ingezette zoekacties hadden geen resultaat.<br />

23


OS 68 04-10-1946 Hr.Ms. Karel Doorman<br />

In de Indische Oceaan deed zich aan boord van het hulpvliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman op 4<br />

oktober 1946 een noodlottig ongeval voor. Matroos A. Gerritsen was bij de voorbereiding van een oefening<br />

met een mitrailleur bezig het dekkleed van het geschut te verwijderen. Het kleed schoot onverwacht los.<br />

Gerritsen verloor zijn evenwicht en viel vanaf het mitrailleurbordes ongeveer acht meter naar beneden in zee.<br />

Reddingspogingen baatten niet. Gerritsen werd niet gevonden.<br />

OS 69 26-11-1946 Hr.Ms. Evertsen<br />

Toen de torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen op 26 november 1946 in Makassar lag afgemeerd, ging de<br />

majoor-machinist P.P. Neefjes met een gehuurde motorfiets de stad in. Daar werd hij door onbekende<br />

Indonesiërs doodgeschoten. Zijn stoffelijk overschot werd met militaire eer ter aarde besteld.<br />

OS 70 28-02-1947 Hr.Ms. Ceram<br />

Op de ochtend van 28 februari 1947 lag de korvet Hr.Ms. Ceram voor de monding van de Soengai Asahan<br />

aan de kust van Sumatra in Straat Malakka. Er werd een motorsloep uitgestuurd om prauwen, die dicht<br />

onder de kust in ondiep water in- en uitvoeren, te onderscheppen en onderzoeken. Nabij de monding van<br />

de rivier lag de kustkampong Bagan-Asahan. Op een gegeven moment seinde de Ceram naar de motorsloep<br />

dat een motortongkang naderde, die een roodwitte vlag voerde. De sloep koerste onmiddellijk op het<br />

vaartuig af. De seiner gaf met zijn Aldislamp een stopsignaal, doch de tongkang vermeerderde vaart. Met<br />

Brenguns werd het vaartuig, dat recht naar Bagan koerste, onder vuur genomen. De motorsloep was nu zo<br />

dicht genaderd dat men bij de steiger een paar in groene uniformen geklede, met geweren bewapende<br />

personen kon zien lopen. Ook werd een lichte mitrailleur op een driepoot waargenomen. De<br />

sloepscommandant leek de situatie nu te riskant. Hij ging snel op tegenkoers. Plotseling klonk geweervuur.<br />

Vanuit de kampong werd de sloep beschoten. Met de Brenguns werd teruggeschoten en juist op dat<br />

moment sloeg de motor af en dreef de sloep met de stroom mee af. Tijdens het korte vuurgevecht was<br />

matroos M. Huis door een kogel getroffen en op slag gedood. Een andere matroos kreeg een schot door zijn<br />

arm. Na enige minuten wist de motorist de motor weer te starten en werd met volle kracht naar de Ceram<br />

gevaren. Eenmaal langszij de Ceram werd de sloep gehesen en stoomde de korvet zover mogelijk naar<br />

Bagan Asahan op. Met het kanon werden de steiger en de mitrailleur-opstelling onder vuur genomen. Later<br />

op de dag werd het stoffelijk overschot van Huis en de gewonde matroos door een Catalina naar Soerabaja<br />

overgevlogen. De begrafenis vond de volgende dag op het ereveld Kembang Koening plaats.<br />

OS 71 08-08-1947 Hr.Ms. Banda<br />

Begin augustus 1947 kwam de OAZ 22 Belawan er achter dat in het kustplaatsje Tandjong Tiram, aan de<br />

monding van Soengai Goenoeng, een aantal prauwen met gestolen rubber lagen. Hij gaf opdracht aan de<br />

commandanten van de korvet Hr.Ms. Banda en de patrouilleboten Hr.Ms. RP 122 en RP 130 om de daar<br />

met rubber geladen tongkangs naar buiten te brengen en vervolgens naar Belawan te begeleiden. In de<br />

vroege ochtend van 8 augustus 1947 kwam de Banda voor de monding van de rivier ten anker. Met de<br />

motorsloep ging de landingsdivisie aan wal en vervolgens Tandjong Tiram in. De voorraden rubber in de<br />

goedangs werden opgenomen. Drie met rubber geladen tongkangs werden onder bewaking van de<br />

patrouilleboten naar buiten gestuurd. Vanuit de goedangs werd rubber overgeladen in langs de kant<br />

liggende prauwen. Twee volgeladen prauwen werden buitengaats gezonden. Aan het eind van de middag<br />

drong plotseling een TNI 23-patrouille de kampong binnen en er ontstond een schermutseling met de<br />

landingsdivisie van de Banda. Matroos P. van Westen werd dadelijk dodelijk getroffen. De TNI trok zich<br />

terug, maar de commandant van de landingsdivisie vond het raadzaam de actie af te breken. De RP 130 had<br />

intussen het lijk van Van Westen aan boord genomen en met een volgeladen tongkang op sleeptouw koerste<br />

zij naar buiten. De RP 122 sleepte een zeiljonk en de motorsloep begeleidde een met rubber geladen<br />

tongkang. De volgende morgen vertrok een lang konvooi van tongkangs, jonken en prauwen onder<br />

begeleiding van de drie Nederlandse oorlogsbodems naar Belawan. Daar werd Van Westen met militaire eer<br />

begraven.<br />

OS 72 28-07-1948 Hr.Ms. Banckert<br />

De torpedobootjager Hr.Ms. Banckert lag in juli 1948 afgemeerd in Makassar. De chef d’equipage, schipper<br />

G.L. Kroese, was met een motorfiets voor dienst de stad in, toen hij plotseling vanuit een hinderlaag werd<br />

beschoten. Hij werd zwaar gewond naar het hospitaal gebracht, waar hij op 28 juli 1948 aan zijn<br />

verwondingen overleed.<br />

24


OS 73 30-04-1949 ms Kalianda<br />

Het motorschip Kalianda van de KPM was op weg van Soerabaja naar Merauke. Aan boord bevond zich de<br />

matroos D. Picasouw die met verlof op weg was naar zijn ouders in Merauke op NNG. Tijdens zwaar weer in<br />

de Arafoera Zee op 30 april 1949 is hij door onbekende oorzaak overboord geslagen en verdronken.<br />

OS 74 01-10-1951 HMS Grenville<br />

Op 1 oktober 1951 vond in Het Kanaal in de namiddag een aanvaring plaats tussen twee Britse<br />

oorlogsbodems: het vliegkampschip HMS Triumph en de torpedobootjager HMS Grenville. Aan boord van<br />

de Grenville bevond zich de Nederlandse adelborst der eerste klasse D. Stap die als cursist<br />

onderzeebootbestrijding bij de Royal Navy was gedetacheerd. De scheepshuid van de Grenville scheurde<br />

open ter hoogte van het compartiment, waar Stap en twee Britse marinemannen zich bevonden, en dit liep<br />

vol water. De drie mannen vonden daarbij de dood. De Grenville liep Portsmouth binnen waar de lijken<br />

werden geborgen. Dat van Stap werd naar Nederland overgevlogen.<br />

OS 75 18-01-1952 Hr.Ms. Piet Hein<br />

Na vertrek van de torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein vanuit Den Helder met bestemming Korea, werd<br />

kwartiermeester F. van der Horst op 18 januari bij windkracht 11 op de Noordzee overboord gespoeld.<br />

Reddingsacties hadden geen resultaat.<br />

OS 76 26-02-1953 Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau<br />

Op 26 februari 1953 verloor telegrafist C. van Vliet door noodlottig vuur van Zuid-Koreaanse bondgenoten<br />

het leven toen hij in de motorsloep van de Johan Maurits onderweg was naar het eiland So Suap-to op de<br />

westkust van Korea om een ernstig zieke Zuid-Koreaanse militair op te halen. Op 2 maart werd Van Vliet<br />

met militaire eer op het United Nations Military Cemetery te Tanggok (Zuid-Korea) begraven.<br />

OS 77 20-04-1959 Hr.Ms. Drenthe<br />

Matroos P.K. de Winter raakte als gevolg van de slechte weersomstandigheden op 20 april 1959 tussen<br />

Dungeness en Royal Sovereign in Straat Dover buitenboord vanaf de onderzeebootjager Hr.Ms. Drenthe.<br />

Reddingspogingen hadden geen resultaat.<br />

OS 78 18-01-<strong>1962</strong> Hr.Ms. Karel Doorman<br />

Aan boord van het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman raakte door onbekende oorzaak op 18 januari<br />

<strong>1962</strong> in de Atlantische Oceaan de machinist R.J.M. van Duijl buitenboord. Hij is niet meer gevonden.<br />

25


B. Kleine Vaartuigendienst (KVD)<br />

KVD 1 13-05-1940 Hospitaalschip “Disponibel”<br />

Op 13 mei 1940 kwam de dienstplichtige matroos H. Steenbergen van het Depot Vaartuigendienst Amsterdam<br />

om het leven. Hij was gedetacheerd aan boord van het hospitaalschip “Disponibel” van de Pontonniers.<br />

Dat schip was op de Lek nabij Schoonhoven door de Duitsers in brand geschoten en gezonken. Het<br />

stoffelijk overschot van Steenbergen werd op 10 november 1940 bij het lichten van het vaartuig geborgen<br />

en de volgende dag ter aarde besteld op de Algemene Begraafplaats te Zwartsluis.<br />

KVD 2 10-01-1942 Hr.Ms. Van Masdijn<br />

In de avond van 10 januari 1942 werd de patrouilleboot Hr.Ms. Van Masdijn, het buitgemaakte Japans<br />

vissersvaartuig “Borneo Maru”, in de Celebes Zee voor de monding van de Beraoe door Japanse vliegboten<br />

gebombardeerd. De commandant, luitenant ter zee J. Engles en de stoker Askander vonden daarbij de dood,<br />

terwijl matroos R.F. Falkenberg zwaar gewond werd. Falkenberg sprong desondanks met de overige<br />

opvarenden overboord. Dorniers van de GVT 4, op weg van Tarakan naar Balikpapan, landden in het<br />

donker in de omgeving van de Van Masdijn en namen de drenkelingen aan boord. Zij werden in de nacht<br />

naar Teloek Bajoer in noordoostelijk Borneo overgebracht. Daar overleed Falkenberg aan zijn verwondingen.<br />

KVD 3 16-02-1942 Hr.Ms. P 40 (zie ook MD 13)<br />

Het op de Moesi (Sumatra) liggende loodslichtschip werd op 15 februari 1942 door de eigen bemanning tot<br />

zinken gebracht. De hulppatrouilleboot P 40 nam de bemanning van het loodslichtschip aan boord en<br />

zocht een goed heenkomen in een van de zijrivieren van de Moesi. Daar werd de boot de volgende dag<br />

vernietigd, waarna de kleine groep marinemannen na een avontuurlijke tocht kans zag Benkoelen te<br />

bereiken. De commandant van de P 40, luitenant ter zee J.A.F. Monchen, die zich om onduidelijke redenen van<br />

de groep had afgescheiden, is vermoedelijk door de plaatselijke bevolking om het leven gebracht.<br />

KVD 4 25-02-1942 Hr.Ms. P 16<br />

Toen de patrouilleboot Hr.Ms. P 16 op 25 februari 1942 de haven van Tandjong Priok uitvoer, werd zij<br />

plotseling aangevallen door drie Japanse Navy-O vliegtuigen. Eén van deze vliegtuigen kon worden<br />

neergeschoten, terwijl de andere twee door luchtafweer van de Britse kruiser HMS Exeter, die in de haven<br />

ten anker lag, werden verdreven. Tijdens de aanval waren de matrozen H.W. Hengst en P. Dorif gewond<br />

geraakt. Met spoed voer de P16 terug naar Tandjong Priok waar de gewonden naar het Militair Hospitaal<br />

werden vervoerd. Voor Hengst mocht medische hulp niet meer baten. Met militaire eer werd zijn stoffelijk<br />

overschot de volgende dag in Batavia begraven.<br />

KVD 5 06-03-1942 Hr.Ms. Serdang<br />

Bij het tot zinken brengen van het torpedowerkschip Hr.Ms. Serdang in het bassin van het <strong>Marine</strong><br />

Etablissement te Soerabaja kwam door een voortijdige explosie de matroos Soedarsono om het leven. De<br />

Serdang had tijdelijk dienst gedaan als moederschip voor de patrouilledienst.<br />

KVD 6 08-03-1942 Sleepboten “Zaza” en “Triton”.<br />

Op 8 maart 1942 lagen de bewapende stoomsleepboten “Zaza” en “Triton”, respectievelijk onder<br />

commando van een KNIL-onderofficier en de marineofficier luitenant ter zee F. Strebe, op de Mahakamrivier<br />

in Oost-Borneo. Zij werden op de dagwacht door Japanse patrouilleboten bij Kota Bangoen ten westen van<br />

Samarinda aangevallen. Zowel de “Triton” als de “Zaza” werden lek en in brand geschoten. De deels uit<br />

marinepersoneel bestaande bemanningen vluchtten naar de wal. Bij een gevecht met de Japanners nabij<br />

Kota Bangoen sneuvelden matroos P. van der Velden en stoker-olieman K. Haan. De overigen werden<br />

krijgsgevangen gemaakt en naar Tenggarong overgebracht. Van hen overleed korporaal-machinist J.C.<br />

Welbergen op 15 april aan verwondingen die hij had opgelopen tijdens het gevecht van 8 maart. De stokers<br />

S.E. van der Linden en E.N. Corbet werden op 29 juli 1942 door de Japanners geëxecuteerd. Luitenant ter zee<br />

Strebe ten slotte overleed op 22 mei 1944 als gevolg van ontberingen in krijgsgevangenschap op Tarakan.<br />

KVD 7 02-08-1946 Hr.Ms. RP 105<br />

Na de oorlog nam de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> van Australië een veertiental Harbour Defense Motor Launches<br />

(HDML) over om in de Indonesische archipel dienst te doen als patrouillevaartuigen. In augustus 1946<br />

26


voeren de eerste vier HDML’s 24, Hr.Ms. RP 105, 106, 107 en 108, in divisieverband van Sydney naar<br />

Soerabaja. een route van 3.900 zeemijlen. Op Thursday Island overleed op 2 augustus 1946 het<br />

bemanningslid van de RP 105, de kok T.B. Rekers, in het plaatselijke hospitaal aan een acute blindedarm- en<br />

buikvliesontsteking. Hij werd de volgende dag met militaire eer op het eiland begraven.<br />

Rekers wordt herdacht op een plaquette in Nijmegen.<br />

KVD 8 13-04-1947 Hr.Ms. RP 107 (gestationeerd te Soerabaja)<br />

Tijdens een patrouillevaart in Straat Sapoedi ten oosten van Madoera verkende patrouilleboot Hr.Ms. RP<br />

107 op 13 april 1947 een prauw die in noordelijke richting koerste. De prauw werd gesommeerd bij te<br />

draaien, waaraan deze gevolg gaf. De RP 107 kwam langszij, waarna kwartiermeester A.J. Siahaya en matroos L.<br />

Pieters vastmaakten om het vaartuig aan een onderzoek te onderwerpen. Een Javaan sprong naar voren met<br />

een kris. De twee schepelingen konden nog juist het voorschip van de patrouilleboot bereiken, waar ze<br />

ontzield tegen dek vielen. Beiden waren met dezelfde kris doorstoken. Aan boord van de prauw bleek zich<br />

een bende van ongeveer 35 man te bevinden. De RP 107 gooide los en er ontstond een vuurgevecht. Via de<br />

radio werd hulp ingeroepen van de korvet Hr.Ms. Batjan, die in de nabijheid patrouilleerde en snel ter<br />

plaatse was. Na een korte beschieting met het kanon van de korvet kwamen de extremisten met de handen<br />

omhoog aan dek. Het gevecht was ten einde. Vier Javanen hadden de beschieting niet overleefd, de<br />

overigen werden gevangengenomen.<br />

KVD 9 04-10-1947 Hr.Ms. RP 105 (gestationeerd te Belawan)<br />

Op de Moesi werden patrouilleboten ingezet voor het escorteren van schepen die op de rivier van en naar<br />

Palembang voeren. De oevers waren vijandelijk gebied en beschietingen vonden herhaaldelijk plaats. De<br />

kampong Rantaupandjang, ongeveer 15 kilometer ten westen van Sekajoe, was berucht. Voortdurend<br />

werden er schepen vanaf de oevers beschoten. Op 4 oktober 1947 besloot men tot een uitgebreide actie om<br />

de Indonesische bendes in dit gebied op te ruimen. Een afdeling van het KNIL werd ingezet, ondersteund<br />

door artillerie. De patrouilleboot Hr.Ms. RP 105 was hierbij eveneens ingeschakeld. De boot had een klein<br />

landingsvaartuig met KNIL-militairen op sleeptouw. Na elke beschieting vanaf de wal moesten deze<br />

infanteristen de beide oevers doorzoeken, terwijl een waarnemer aan boord van de patrouilleboot aan de<br />

artillerie de inslagen doorgaf. De actie was enige tijd aan de gang, toen van de noordoever door<br />

sluipschutters een paar schoten werden gelost. Het eerste schot trof de commandant van de RP105, luitenant<br />

ter zee A.J. van der Pijl. Hij was op slag dood. De RP voer naar Sekajoe, van waaruit het stoffelijk overschot<br />

van de commandant door het KNIL naar Palembang werd gebracht en de volgende dag werd begraven.<br />

KVD 10 10-03-1948 Hr.Ms. RP 122 (gestationeerd in Tandjong Oeban)<br />

De patrouilleboot Hr.Ms. RP 122 lag op de hondewacht van 10 maart 1948 voor de Sumatraanse noordkust<br />

in Straat Benkalis op stroom ten anker. Zij had een de vorige avond aangehouden verdachte zeilprauw met<br />

een sleeplijn aan zich vast. Bij het krieken van de dag werd een motortongkang, die de vorige dag<br />

achtervolgd was, onder de wal waargenomen. Men liet de zeilprauw ten anker gaan en voer vervolgens<br />

langzaam naar de wal. De tongkang leek verlaten, terwijl op de wal geen personen waren te zien. Plotseling<br />

werd er echter vanaf de wal gevuurd. Bij het eerste schot werd de helper van de Oerlikon, kok W. de Groot,<br />

getroffen. Er werd onmiddellijk teruggevuurd, waardoor het vuur vanaf de wal tot zwijgen werd gebracht.<br />

De Groot bleek zwaar gewond te zijn. De commandant liet de patrouilleboot buiten het vuurbereik van de<br />

wal komen en nam de situatie op. Besloten werd zowel de tongkang als de zeilprauw achter te laten en met<br />

volle kracht naar Singapore op te stomen. In Straat Padang gekomen bleek De Groot aan bloedverlies te zijn<br />

overleden. De RP 122 kreeg vervolgens opdracht zich naar Tandjong Pinang op het eiland Bintan in de<br />

Riouw Archipel te begeven. Zij meerde daar de volgende dag af, waarna het stoffelijk overschot van De<br />

Groot naar het kleine ziekenhuis van Pinang werd overgebracht. De volgende dag werd hij begraven, waarbij<br />

een sectie van het KNIL militaire eer bewees.<br />

KVD 11 19-12-1948 Hr.Ms. RP 130 (gestationeerd in Belawan)<br />

Patrouillerend in Straat Malakka verkende Hr.Ms. RP 130 op 19 december 1948 een verdachte tongkang.<br />

Het slechte weer veroorzaakte een hoge deining, hetgeen het langszij komen nogal bemoeilijkte. Ten einde<br />

de tongkang te onderzoeken, sprong een matroos aan boord, gevolgd door de telegrafist J. Gitz. Door het<br />

hevig slingeren raakte Gitz tussen de twee vaartuigen beklemd en werd daarbij ernstig verwond. De RP 130<br />

onderbrak het onderzoek en stoomde met hoge vaart naar Belawan. Onderweg overleed de telegrafist als<br />

gevolg van het bloedverlies. Hij werd de volgende dag met militaire eer in Belawan ter aarde besteld.<br />

27


KVD 12 05-06-1949 Hr.Ms. RP 134 (gestationeerd in Belawan)<br />

Tijdens een patrouille in Straat Berhala ontdekte Hr. Ms. RP 134 op 5 juni 1949 drie verdachte prauwen in<br />

de monding van een kleine geul nabij Koeala Toengal. De patrouilleboot ging ten anker en de commandant<br />

gaf drie gewapende matrozen opdracht om met de vlet de prauwen te onderzoeken. Het onderzoek leverde<br />

niets op, maar iets verder lag nog een verdachte prauw bij een kampong aan een steiger. Matroos J.L. Brehm<br />

gooide een kleine sampan los er roeide daarmee naar de steiger. De twee matrozen in de vlet zagen hem de<br />

steiger opgaan en in de kampong verdwijnen. Na geruime tijd vergeefs op hem gewacht te hebben, roeiden<br />

zij terug naar de patrouilleboot. De commandant is daarna meteen zelf met vier man in de vlet op<br />

onderzoek uitgegaan, maar de invallende duisternis maakte verder zoeken onmogelijk. De volgende ochtend<br />

werd de hulp van een nabij gelegen KNIL-garnizoen ingeroepen. Een speurtocht van een peloton KNILmilitairen<br />

leverde echter niets op. Twee dagen later meldden infiltranten dat in de kampong een Hollandse<br />

matroos gevangen was genomen en weggevoerd. Van Brehm is nooit meer iets vernomen.<br />

28


C. Mijnendienst (MD)<br />

(Inclusief de Mijnenopruimdienst)<br />

MD 1 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck<br />

De mijnenveger Hr.Ms. Willem van Ewijck was in <strong>1939</strong> belast met de controle van de eigen mijnenvelden.<br />

Bij het tot stand brengen van een doorvaartopening in het Boomkensdiep liep het schip op 8 september<br />

<strong>1939</strong> op een mijn van de eigen versperring. Met een geweldige explosie brak de Van Ewijck in tweeën en<br />

verdween binnen enkele minuten in de diepte. Een motorsloep van de mijnenlegger Hr.Ms. Nautilus begaf<br />

zich naar de plaats des onheils om vier zwaargewonde drenkelingen, onder wie de commandant, luitenant ter<br />

zee J.E. ten Klooster, op te nemen. Tijdens de vaart naar Den Helder bezweken Ten Klooster, adjudantonderofficier-machinist<br />

B.C. de Bruin en bediende J. Bosch. De vierde, luitenant ter zee G. Anema, werd overgebracht<br />

naar het <strong>Marine</strong>hospitaal te Willemsoord. Daar overleed hij dezelfde dag aan zijn verwondingen. Na deze<br />

ramp werden 26 opvarenden vermist.<br />

MD 2 01-10-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Jan van Gelder<br />

Op 1 oktober <strong>1939</strong> raakten de schroeven van de mijnenveger Hr.Ms. Jan van Gelder nabij het<br />

Boomkensdiep een mijn van de eigen versperring. Door de explosie werd het achterschip zwaar beschadigd.<br />

Bij dit drama verloren zes opvarenden het leven en raakten er zeven gewond. Het schip werd naar Den<br />

Helder versleept om daar te worden gerepareerd.<br />

MD 3 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia<br />

Bij een Duits luchtbombardement op Vlissingen in de morgen van 12 mei 1940 werd de mijnenlegger<br />

Hr.Ms. Bulgia, die dienst deed als mijnenlichter, tot zinken gebracht. Dertien opvarenden vonden daarbij de<br />

dood. Op 31 juli 1940 werd de Bulgia gelicht en konden elf stoffelijke overschotten worden geborgen. Deze<br />

werden op 1 augustus op het Erehof van de Noorderbegraafplaats in Vlissingen ter aarde besteld.<br />

De naam Hendrik Eenkooren is aangebracht op een monument voor gevallenen in Drachten.<br />

MD 4 13-05-1940 Hr.Ms. M2<br />

De hulpmijnenveger Hr.Ms. M2 was tijdens de meidagen van 1940 ingedeeld bij de divisie mijnenvegers II<br />

in IJmuiden. Het schip liep op 13 mei 1940 in het Noordzeekanaal ter hoogte van Velsen op een door een<br />

Duits vliegtuig afgeworpen magnetische mijn en zonk onmiddellijk. Van de vijftien opvarenden verloren er<br />

zeven het leven.<br />

MD 5 14-05-1940 Hr.Ms. Jan van Brakel (zie ook MD 6)<br />

Matroos W.A. Jong, die op 14 mei 1940 zwaar gewond de zinkende kanonneerboot Hr.Ms. Johan Maurits<br />

van Nassau had verlaten, werd door een sloep van Hr.Ms. Jan van Brakel uit de Noordzee opgepikt. Aan<br />

boord van de mijnenlegger overleed hij dezelfde dag in de ziekenboeg aan zijn verwondingen.<br />

MD 6 14-05-1940 Hr.Ms. Jan van Brakel (zie ook MD 5)<br />

Toen de mijnenlegger Hr.Ms. Jan van Brakel op 14 mei 1940 omstreeks 21.30 uur op weg naar Engeland in<br />

de Noordzee door een Duits vliegtuig met mitrailleurvuur werd aangevallen, sneuvelde aan boord de<br />

adjudant-onderofficier-machinist H. Bakker. Het vliegtuig werd door de Van Brakel onder vuur genomen, waarna<br />

het verdween. Matroos Jong (zie ook MD 5) en adjudant Bakker kregen een zeemansgraf. Daarna vervolgde<br />

het schip de reis naar Engeland.<br />

MD 7 15-05-1940 Hr.Ms. Motorloodsboot no. 1<br />

De in <strong>1939</strong> bij Boele in Bolnes gebouwde motorloodsboot no: 1 werd in het voorjaar van 1940 tot<br />

hulpmijnenlegger ingericht. Zij ontving op 15 mei 1940 van de directeur van het Loodswezen te Vlissingen<br />

order gereed te blijven voor de overtocht van de Commandant in Zeeland. Het schip voer echter op eigen<br />

initiatief naar Breskens om benzine in te nemen en liep om 19.00 uur voor de haven op een magnetische<br />

mijn. Bij de explosie werd stoker W.D.C. Bosselaar onmiddellijk gedood en raakte machinedrijver J. Blind ernstig<br />

gewond te water. Hij werd geborgen en naar het ziekenhuis te Oostburg op Zeeuws-Vlaanderen gebracht.<br />

Daar overleed hij op 13 juni 1940 aan zijn verwondingen.<br />

29


MD 8 15-05-1940 Hr.Ms. Hydra<br />

De mijnenlegger Hr.Ms. Hydra werd op 15 mei 1940 van Vlissingen naar de Zijpe, tussen Schouwe<br />

Duiveland en Sint-Filipsland, gedirigeerd om de overgang van Duitse troepen naar Duiveland te beletten.<br />

Omdat het schip tijdens de tocht vanaf de wal met mitrailleurs werd beschoten, werd het niet ver van<br />

Bruinisse buiten het schootsveld van de vijandelijke mitrailleurs ten anker gebracht. Om 22.00 uur werd<br />

ankerop gegaan en de Zijpe binnengevaren. Nu werd de mijnenlegger niet alleen door mitrailleurs, maar<br />

ook door licht geschut vanaf de wal onder vuur genomen. De Hydra liep een aantal treffers op, waardoor<br />

korporaal-bottelier C. Broere overboord raakte, terwijl stoker/olieman J.M. Aarts ernstig werd verwond. Als<br />

gevolg raakten sommige bemanningsleden in paniek. Majoor-machinist A. van Rijswijk sprong overboord en<br />

zwom samen met Broere naar de Duivelandse wal. Daar werden zij voor Duitsers aangezien en door vuur<br />

van eigen troepen gedood. Het stoffelijk overschot van korporaal Broere werd de volgende dag nabij<br />

Bruinisse gevonden. Aarts kon aan wal worden gebracht. Hij overleed als gevolg van zijn verwonding op 1<br />

juni 1940.<br />

MD 9 01-12-1940 Hr.Ms. Douwe Aukes<br />

Op 1 december 1940 werd Southampton door de Luftwaffe gebombardeerd. Als gevolg van een “near<br />

miss” werd aan boord van de mijnenlegger Hr.Ms. Douwe Aukes bootsman C. de Groot gedood. Toen de<br />

aanval begon, was de Douwe Aukes bezig met het leggen van een sluitversperring.<br />

MD 10 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline / Milford Haven<br />

Op 28 april 1941 werd de hulpmijnenveger Hr.Ms. Caroline (YM 26), nadat zij die dag al zes akoestische<br />

mijnen had opgeruimd, door een ontploffing van de zevende mijn in de baai van Milford Haven (ZW-<br />

Wales aan het St. George kanaal) volkomen uit elkaar geslagen. Elf opvarenden, onder wie de commandant<br />

luitenant ter zee Van Buren Lensink, vonden een zeemansgraf. Vier slachtoffers konden worden geborgen. Zij<br />

werden begraven in Milford Haven.<br />

In Beverwijk is een straatnaam vernoemd naar korporaal-machinist Dirk Nielen, terwijl op het oorlogsmonument in<br />

Oudorp de naam van matroos Klaas Akershoek staat gebeiteld. Beiden vonden bij deze ramp een zeemansgraf.<br />

MD 11 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje<br />

Na op 10 januari 1942 de sluitversperring van Tarakan, noordoost Borneo, te hebben gelegd, besloot de<br />

commandant van de mijnenlegger Hr.Ms. Prins van Oranje, de luitenant ter zee A.C. van Versendaal, te<br />

proberen gedurende de nacht te ontsnappen aan de Japanse oorlogsschepen die Tarakan naderden. Zij werd<br />

op 11 januari in de Celebes Zee ontdekt door de Japanse torpedobootjager Yamakaze en een Japans<br />

patrouillevaartuig. Er ontstond een hevig vuurgevecht. In deze ongelijke strijd ging de Prins van Oranje ten<br />

onder. De Yamakaze nam vijf overlevenden aan boord.<br />

Op 11 april <strong>1962</strong> is de ondiepwatermijnenveger Hr.Ms. Van Versendaal in dienst gesteld.<br />

MD 12 27-01-1942 Hr.Ms. Eveline / Milford Haven<br />

Op 27 januari 1942 lag de hulpmijnenveger Hr.Ms. Eveline (YM 115) ten anker in de baai van Milford<br />

Haven, toen zij door de Britse mijnenveger HMS Shera werd aangevaren en vrijwel onmiddellijk zonk.<br />

Matroos Jilles Goedknegt werd vermist. Er is nimmer iets van hem vernomen.<br />

MD 13 15-02-1942 Hr.Ms. Pro Patria (zie ook KVD3)<br />

Na het leggen van versperringen in de monding van de Moesi, stoomde de mijnenlegger Hr.Ms. Pro Patria<br />

op 15 februari 1942 de rivier op. Voorbij Karpati werd het schip aangevallen door drie Japanse<br />

bommenwerpers die echter geen schade aanrichtten. De Pro Patria opende het vuur, waarop de vliegtuigen<br />

verdwenen. Zij zouden zeker in grotere getalen terugkeren, reden waarom de commandant besloot het<br />

schip tot zinken te brengen. Het grootste deel van de bemanning verliet met sloepen de mijnenlegger. Toen<br />

bediende Samar de sloep, waarmee hij de Pro Patria had verlaten, wilde uitstappen, struikelde hij. Hij viel in de<br />

rivier en verdronk. Nadat aan de wal appèl was gehouden, bleken twee miliciens, stoker A.E. Bulham en<br />

matroos J.F.J. Willemsen, te ontbreken. Van hen is niets meer vernomen. Met autobussen en allerlei andere<br />

voertuigen konden de overigen Benkoelen bereiken.<br />

MD 14 17-02-1942 Aruba / MOD<br />

Bij een aanval door de Duitse onderzeeboot U 156 op een tanker in Oranjestad op Aruba liep nabij de<br />

Lago-raffinarderij een torpedo op het strand zonder te ontploffen. Een opruimploeg werd er op 17 februari<br />

30


1942 heen gestuurd om de torpedo te demonteren. Men trachtte het projectiel met behulp van een lijn<br />

verder het strand op te trekken, toen het plotseling explodeerde. Luitenant ter zee P. Joose, majoor-torpedomaker<br />

D.A.C. de Maagd en de mariniers L. Kooijman en J. Vogelezang kwamen hierbij om, terwijl drie ruimers licht<br />

gewond raakten.<br />

MD 15 02-03-1942 Hr.Ms. Ciska<br />

De hulpmijnenveger en boeienschip Hr.Ms. Ciska, een voormalige sleepboot, werd op 24 februari 1942 in<br />

het bassin van het <strong>Marine</strong> Etablissement te Soerabaja zwaar beschadigd ten gevolge van Japanse<br />

luchtaanvallen. Daardoor werd matroos Asarie ernstig verwond en overgebracht naar de Centrale Burgerlijke<br />

Ziekeninrichting, waar hij op 2 maart overleed.<br />

MD 16 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh<br />

Op 1 maart 1942 vertrok de hulpmijnenveger Hr.Ms. Endeh uit Tandjong Priok om te proberen Australië<br />

te bereiken. Tijdens de hondewacht werd het schip verkend door een Japans vliegdekschip en twee<br />

torpedobootjagers, in brand geschoten en tot zinken gebracht. Vervolgens verdwenen de vijandelijke<br />

oorlogsbodems. Bij de beschieting waren zeven opvarenden om het leven gekomen. Zeventien man<br />

overleefden de ondergang van de Endeh en wisten zich met veel moeite te redden in een vlet. Getracht<br />

werd om in zuidwestelijke richting te varen, waarbij men zich voorlopig moest behelpen met een minimale<br />

hoeveelheid voedsel en water. Nadat de vlet het gebied der Duizend eilanden ten noorden van Priok had<br />

bereikt, had men op 13 maart een ontmoeting met enkele inheemse vissers. Deze vertelden dat in zuidelijke<br />

richting het eilandje Poelau Klappa lag waar rijst en vis te koop zouden zijn. Luitenant ter zee N.J. Arnoldus,<br />

de officieren H. Rutgers en D.P.C. Feij van de Gouvernements <strong>Marine</strong> en militie-matroos F.C. Loeffen gingen met<br />

deze vissers mee om poolshoogte te nemen. Zij zijn volgens getuigen omstreeks 16 maart door inheemse<br />

kampongbewoners vermoord. Tegen 23 maart bereikten de overige schipbreukelingen de wal bij de<br />

landtong Krawang, ten noordoosten van Batavia. De volgende dag werden zij door een Japanse patrouille<br />

gevangengenomen.<br />

MD 17 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel / Eland Dubois<br />

Bij een ontsnappingspoging naar Australië werd de mijnenveger Hr.Ms. Jan van Amstel op 9 maart 1942<br />

’s avonds ten zuidoosten van Madoera ontdekt door de Japanse torpedobootjager Arashio en binnen korte<br />

tijd tot een wrak geschoten, waarna het schip kapseisde. Aan boord bevonden zich naast de bemanning ook<br />

een deel van de opvarenden van het zusterschip Hr.Ms. Eland Dubois, dat kort tevoren door de eigen<br />

bemanning tot zinken was gebracht. Van de opvarenden verloren er 23 het leven, onder wie de<br />

commandant van de Eland Dubois, luitenant ter zee H. de Jong.<br />

MD 18 31-08-1942 Hr.Ms. Libra<br />

Op koninginnedag van 1942 vertrok het verbindingsvaartuig “Trevessa” van de Royal Navy ten 23.40 uur<br />

van de steiger te Milford Haven naar het Nederlandse flottielje mijnenvegers dat buiten de haven ten anker<br />

lag. Aan boord van de Trevessa bevonden zich bemanningsleden van de flottielje die terugkwamen van<br />

passagieren. Ter hoogte van de westelijke ton van de haveningang werd plotseling geroepen: “Man<br />

overboard!”. Er werd onmiddellijk een reddingsboei buitenboord geworpen, terwijl het verbindingsvaartuig<br />

enige vergeefse zoekslagen maakte. De vermiste drenkeling bleek matroos Cornelis Goedknegt te zijn, een<br />

opvarende van de hulpmijnenveger Hr.Ms. Libra (YM 98).<br />

MD 19 20-05-1944 Hr.Ms. Marken 25<br />

Mijnenveger Hr.Ms. Marken, gebaseerd in Harwich, liep op 20 mei 1944 ter hoogte van het lichtschip Sunk<br />

in de Noordzee op een mijn. Slechts één bemanningslid overleefde de ramp. Veertien opvarenden, onder<br />

wie de commandant, luitenant ter zee, J.J. Plugge, vonden een zeemansgraf. Er werden nog een dode en één<br />

zwaargewonde teruggevonden, die na korte tijd overleed.<br />

MD 20 10-05-1945 Hr.Ms. Willem van der Zaan<br />

Op 10 mei 1945 lag de mijnenlegger Hr.Ms. Willem van der Zaan ter rede van Spithead, Portsmouth. Door<br />

een noodlottig ongeval raakte matroos J. Kartman overboord en verdronk.<br />

31


MD 21 02-09-1945 Port Party 26, 's Gravenzande<br />

Op het strand tussen Hoek van Holland en ‘s Gravenzande kwamen op 2 september 1945 tijdens het<br />

opruimen van munitie de mariniers J.C. Lips en J.J. Pouwe door een explosie om het leven. Matroos J. Weststrate<br />

werd zwaar gewond en overleed als gevolg daarvan op 1 december 1945 te Hoek van Holland.<br />

MD 22 10-09-1945 Port Party, Anjum<br />

Bij het opruimen van een losgeslagen Duitse mijn op het wad in de Lauwerszee bij Anjum (Friesland) op 10<br />

september 1945 explodeerde deze plotseling. Hierbij kwam de gehele demonteerploeg om het leven: majoortorpedomaker<br />

G. Lammers, korporaal-torpedomaker H.H. Overweg, torpedomakers J.P.J. Heggi en H. Bennink, alsmede<br />

stoker H. Kombring.<br />

Ter nagedachtenis aan hen werd op 7 november 1945 te Hoek van Holland een gedenkteken in de vorm van een mijn<br />

onthuld.<br />

MD 23 30-10-1945 Port Party , Keizersveer.<br />

Het terugtrekkende Duitse leger had de brug bij Keizersveer over de Bergse Maas opgeblazen. Bij een<br />

onderzoek naar eventuele resterende springladingen door de Bomb and Mine Disposal Party - deel<br />

uitmakend van een Port Party - op 31 oktober 1945 raakte de duiker, matroos A. Meeuwissen, vermoedelijk<br />

verward in uitstekend betonijzer. Het personeel boven hoorde hem door de microfoon in zijn duikershelm<br />

schreeuwen, doch voordat zij adequaat kon ingrijpen werd het stil. Toen Meeuwissen naar boven was gehaald,<br />

bleek hij te zijn overleden.<br />

MD 24 15-01-1946 Hr.Ms. Willem van der Zaan<br />

Op 15 januari 1946 vertrok de mijnenlegger 27 Hr.Ms. Willem van der Zaan, die op dat tijdstip dienst deed<br />

als patrouillevaartuig, vanuit Singapore naar de Riouw-archipel om op Poelau Tjang een landingsdivisie aan<br />

wal te zetten voor een te verwachten actie tegen Indonesische guerrillastrijders. Het treffen met de vijand<br />

bleef uit, doch door een noodlottig misverstand is er wel eigen vuur afgegeven. Dat kostte een lid van de<br />

landingsdivisie, stoker J.C. Adriaanse, het leven, terwijl een ander lid ernstig werd verwond. Het schip<br />

stoomde daarop naar Tandjoeng Balai, hoofdplaats van het eiland Karimoen, waar Adriaanse op 16 januari<br />

1946 ten 16.00 uur met militaire eer op het kleine Europese kerkhof werd begraven.<br />

MD 25 27-06-1946 Port Party, Velsen<br />

Ten gevolge van de voortijdige explosie van een anti-parachutistenmijn van Duitse herkomst op donderdag<br />

27 juni 1946, op een afstand van ongeveer 500 meter van de Velserpont langs de weg naar Amsterdam,<br />

kwamen om het leven: luitenant ter zee C. Schriel en de matrozen W. van de Geest, W.T. Kregting, J.G. Raithel en A.<br />

Witvliet.<br />

MD 26 14-08-1946 Tandjong Priok<br />

Tijdens het demonteren van een landmijn die voortijdig explodeerde, kwam op 14 augustus 1948 in<br />

Tandjong Priok de korporaal-konstabel J.J. Christiaansen om het leven.<br />

MD 27 21-10-1946 MOD, Menado<br />

Toen een afdeling van de mijnenopruimdienst nabij Menado (Celebes) op 21 oktober 1946 bezig was met<br />

het opruimen van een Japanse mijnendump, explodeerde de hele voorraad mijnen. Daarbij kwamen de<br />

torpedomakers sergeant C.C. Clemenkowff en korporaal F. van Harmelen, en vier Japanse krijgsgevangenen om<br />

het leven. Ook 22 Indonesiërs van de nabijgelegen kampong Wawonasa, dat zwaar had geleden van de<br />

explosie, werden gedood.<br />

MD 28 18/19-11-1946 Hr.Ms. Walcheren<br />

Op 18 november 1946 liep de mijnenveger Hr.Ms. Walcheren nabij Balikpapan op een Japanse mijn en ging<br />

verloren. Korporaal-machinist Harno en matroos A. Vermeulen werden vermist. Hun stoffelijke overschotten zijn<br />

later aangespoeld en begraven op het ereveld Kembang Koening te Soerabaja. De zwaargewonde<br />

kwartiermeester N. Holthuijzen overleed de volgende dag in het Militair Hospitaal te Balikpapan.<br />

MD 29 03-09-1948 Hr.Ms. Abraham van der Hulst<br />

Van 30 augustus tot 7 september 1948 was de mijnenveger Hr. Ms. Abraham van der Hulst op patrouille in<br />

de Amphitritebaai (Oost-Sumatra). Het schip ging op 2 september 1948 om 20.40 uur voor ten anker op 3<br />

32


mijl benoorden Tandjong Datoek. De motorsloep werd met een gewapende bemanning uitgezonden voor<br />

een patrouille onder de wal om smokkelvaartuigen die dicht onder de kust voeren te onderscheppen.<br />

Tijdens een opkomende bui, gepaard gaande met een opstekende wind met kracht 7 tot 8, aanschietende<br />

zee en hevige slagregens, waardoor het zicht geheel weg viel, werd de motorsloep om 02.40 uur ter hoogte<br />

van Tandjong Datoek geramd door een onbekende motortongkang. De motorsloep werd aan bakboord<br />

aangevaren, in het midden van de kuip. De sloep helde over stuurboord om dadelijk daarna over bakboord<br />

naar beneden gedrukt te worden door de schuine voorsteven van de tongkang, waardoor een golf water de<br />

sloep binnenstroomde. Na de aanvaring bleek matroos P.G. Kersten te zijn verdwenen. Tot het invallen van de<br />

duisternis werd door de mijnenveger en de patrouilleboot Hr.Ms. RP 128 naar hem gezocht, echter zonder<br />

resultaat.<br />

Op een plaquette in Nijmegen wordt Kersten herdacht.<br />

MD 30 18-04-1950 Hr.Ms. Vlieland / 2 e flottielje mijnenvegers<br />

In het voorjaar van 1950 lag Hr.Ms. Woendi als moederschip van de mijnenvegerdivisie 9 ten anker in de<br />

Panairivier op Ceram. Aan stuur- en bakboord lagen de MMS (Motor Minesweeper) mijnenvegers Hr.Ms.<br />

Vlieland, Tholen, Voorne en Overflakkee langszij afgemeerd. Op de eerste wacht werd de chef<br />

machinekamer van de Vlieland, sergeant-machinist J.P. Heijblok, vermist. Het ergste werd gevreesd. Duikers<br />

hebben nog langdurig geprobeerd hem te vinden, doch zonder resultaat.<br />

MD 31 10-03-1951 Hr.Ms. Woendi<br />

Aan boord van het moederschip van de divisie mijnenvegers, Hr.Ms. Woendi, dat aan de Kruiserkade te<br />

Soerabaja lag afgemeerd, werd tijdens baksgewijs op 10 maart 1951 de schrijver H. Nievaard vermist. Bij<br />

navraag bleek hij het laatst gezien te zijn op het achterdek. Op de vloeien van het hekanker werden<br />

bloedsporen gevonden, wat het ergste deed vermoeden. Duikers vonden ten slotte zijn stoffelijk overschot.<br />

De volgende dag werd hij met militaire eer begraven op het ereveld Kembang Koening te Soerabaja.<br />

MD 32 20-01-1960 Hr.Ms. Giethoorn<br />

Tijdens een zware storm bevond de mijnenveger Hr.Ms. Giethoorn zich op de Noordzee. Bij het uitvoeren<br />

van werkzaamheden op 20 januari 1960 werd bootsman L. Cijvat door een overkomende golf overboord<br />

gespoeld. Ondanks direct ingezette reddingsacties werd zijn lichaam niet teruggevonden.<br />

MD 33 02-05-1960 MOD, Cadzand<br />

Tijdens het onschadelijk maken van een zeemijn op het strand bij Cadzand op 2 mei 1960 explodeerde de<br />

mijn voortijdig. Hierbij werd de luitenant ter zee F.H.A. Brouwer gedood.<br />

33


D. Motortorpedobootdienst (MTB)<br />

MTB 1 10-05-1940 TM 51<br />

Op 10 mei 1940 voer de nog niet in dienst gestelde motortorpedoboot TM 51 naar de Rotterdamse<br />

Maasbrug teneinde Duitse parachutisten op en bij deze brug aan te vallen. De vijand boekte met zijn zware<br />

mitrailleurs vele treffers op de Nederlandse motortorpedoboot. Matroos A.C. van Vegten, die de mitrailleur in<br />

de stuurboordskoepel bediende, werd daarbij gedood. Hij werd twee dagen later met militaire eer in<br />

Amsterdam begraven.<br />

MTB 2 15-06-1942 Hr.Ms. MGB 46 28 (Panter, de tot MGB verbouwde TM 51)<br />

In de nacht van 14 op 15 juni 1942 verlieten vijf geallieerde Motor Gun Boats (motor-kanonneerboten),<br />

waaronder de Nederlandse Hr.Ms. MGB 46, de haven van Dover. Ter hoogte van Calais werden de boten<br />

vanaf de wal plotseling door zoeklichten gevangen en beschoten door walbatterijen, waarbij vooral de MGB<br />

46 het moest ontgelden. Een 20 mm springgranaat ontplofte aan dek en een 40 mm granaat drong aan<br />

bakboord de motorkamer binnen en kwam daarbij tot explosie. De korporaal-machinist L.W. Fernhout werd<br />

dodelijk getroffen. De MGB 46 kon op eigen kracht ontkomen en liep de volgende morgen Dover binnen.<br />

Fernhout was de eerste die sneuvelde op de Nederlandse motorboten in Engeland. Hij had zich op dezelfde<br />

boot tijdens de actie tegen de Maasbrug in Rotterdam onderscheiden en daarvoor het Bronzen Kruis<br />

toegekend gekregen.<br />

MTB 3 30-09-1943 Hr.Ms. MGB 114<br />

In een gevecht met Duitse “R”-boten kreeg de MGB 114 in de nacht van 29 op 30 september 1943 ter<br />

hoogte van Point du Haut Banc twee 40 mm-voltreffers in de radiohut. Korporaal-telegrafist P.T. Kint werd<br />

daardoor dodelijk getroffen.<br />

MTB 4 18-05-1944 Hr.Ms. MTB 203 (Arend)<br />

In de nacht van 17 op 18 mei 1944 liep tijdens een mijnenlegoperatie onder de Franse kust, die werd<br />

uitgevoerd door vijf Nederlandse motortorpedoboten, de MTB 203 op een losgeslagen drijvende Duitse<br />

mijn. Direct na de explosie begon de boot snel weg te zinken. De stoker-olieman A.F. Verbeek ging met het<br />

schip ten onder. De overige opvarenden konden door de andere motortorpedoboten worden gered.<br />

MTB 5 27-07-1944 Hr.Ms. MTB 418<br />

Tijdens een zeegevecht in de nacht van 26 op 27 juli 1944 van de groep FN 5 (MTB’n 418, 433 en 436) met<br />

vijf Duitse E-boten 29 op de Ridensbank werd de MTB 418 ongelukkigerwijs getroffen door een 12 cm<br />

granaat van de Britse torpedobootjager HMS Obedient die de Nederlandse motortorpedoboot voor een<br />

Duitse E-boot aanzag. De granaat sloeg in op het dieptebommenrek. Door een scherf van een dieptebom<br />

werd korporaal-konstabel J.Th. van Briemen op slag gedood. Bovendien werd matroos M. Pronk door een<br />

mitrailleurweigering zwaar gewond. Hij overleed op de terugweg naar de thuisbasis.<br />

34


E. Onderzeedienst (OZD) 30<br />

OZD 1 09-10-<strong>1939</strong> Hr.Ms. O 20<br />

Op 2 oktober <strong>1939</strong> vertrokken het artillerie-instructieschip Hr.Ms. Van Kinsbergen en de onderzeeboten<br />

Hr.Ms. O 15 en O 20 31 vanuit Den Helder naar de West. Halverwege de Atlantische Oceaan belandden de<br />

schepen na een week in een zware storm. Matroos W. Termorshuizen, bemanningslid van de O 20, kreeg<br />

opdracht enige werkzaamheden aan dek te verrichten. Hij is daarbij buitenboord geslagen en vanwege de<br />

hoge zeegang niet meer gezien. Er werd nog geruime tijd naar de drenkeling gezocht, maar zonder resultaat.<br />

OZD 2 06-03-1940 Hr.Ms. O 11<br />

Tijdens opnamen voor de film “Ergens in Nederland” op 6 maart 1940 werd de onderzeeboot Hr.Ms. O 11<br />

in de havenmond van Den Helder door het bewakingsvaartuig Hr.Ms. BV 3 (ex-sleepboot “Amsterdam”)<br />

aangevaren en zonk onmiddellijk. Drie bemanningsleden kwamen daarbij om het leven: sergeant-torpedomaker<br />

G.L. Logmans, sergeant-telegrafist F.W.J. Steenvoort en koksmaat O. Postma.<br />

OZD 3 20-06-1940 Hr.Ms. O 13<br />

Op 12 juni 1940 vertrok de onderzeeboot Hr.Ms. O 13 vanuit Dundee voor haar eerste<br />

Noordzeepatrouille. Op 19 juni werd de boot teruggeroepen, doch zij is niet teruggekeerd. Vermoedelijk is<br />

de Hr.Ms. O 13 een dag later op de Noordzee ter hoogte van Great Fisher Bank geramd door de Poolse<br />

onderzeeboot “Wilk” en als gevolg daarvan met man en muis vergaan. De 34 opvarenden, onder wie 3<br />

Britten, werden vermist.<br />

Naar één van de vermisten, matroos J. Nagelhout, is in Bakhuizen een straat vernoemd.<br />

OZD 4 19-11-1940 Hr.Ms. O 22<br />

De onderzeeboot Hr.Ms. O 22 verliet op de namiddag van 5 november 1940 Dundee voor het uitvoeren<br />

van een patrouille. Het patrouillegebied was de westkust van Noorwegen. Op 19 november kwam zij op<br />

ongeveer 40 mijl ten zuidwesten van de Noorse kust door onbekende oorzaak tot zinken. Daarbij kwamen<br />

46 opvarenden om het leven, onder wie 3 Britse marinemannen van de verbindingsdienst.<br />

OZD 5 15-12-1941 Hr.Ms. O 16<br />

In de Zuid-Chinese Zee, op weg naar Singapore, werden op de hondewacht van 15 december 1941 door de<br />

onderzeeboot Hr.Ms. O 16 zoeklichten waargenomen. De commandant, luitenant ter zee A.J. Bussemaker,<br />

wijzigde koers en voer in de richting van het licht. Toen de boot deze koers ongeveer een half uur had<br />

aangehouden vond er tegen 02.30 uur een hevige explosie plaats. De O 16 was op een mijn gelopen en<br />

zonk binnen een minuut. Met de boot gingen 36 opvarenden 32 ten onder. Tijdens de explosie bevonden<br />

zich zes personen op de brug. Zij kwamen allen in het water terecht en trachtten zwemmend de wal te<br />

bereiken. Van hen slaagde alleen kwartiermeester C. de Wolf daarin. De anderen zijn door uitputting<br />

verdronken.<br />

Op 19 augustus 1960 is een ondiepwatermijnenveger naar Bussemaker vernoemd.<br />

OZD 6 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 33<br />

Bij een patrouille in de Golf van Siam werd de op periscoopdiepte varende onderzeeboot Hr.Ms. O 20 op<br />

de dagwacht van 19 december 1941 op ongeveer 25 mijl oost van Kota Baroe (oostkust Malakka) gepeild<br />

door Japanse torpedobootjagers. Tijdens het wegduiken werd de boot al bestookt met dieptebommen die<br />

echter weinig schade aanrichtten. De boot werd op een diepte van 42 meter op de grond gelegd. Naar later<br />

bleek, was dat te diep voor de Japanse dieptebommen die waren ingesteld op dertig meter. Tegen het vallen<br />

van de avond werd op de O 20 voor het laatst schroefgeruis gehoord. Doordat de batterijen bijna leeg<br />

waren en er bovendien zuurstofgebrek was ontstaan, werd de boot in de avond aan de oppervlakte<br />

gebracht. Vervolgens werd met vol vermogen oostwaarts gekoerst. Na ongeveer twintig minuten werd de O<br />

20 ontdekt door een vijandelijke jager, die het vuur op de onderzeeboot opende. De commandant gaf order<br />

het schip te verlaten en de boot tot zinken te brengen. Met de diesels op volle kracht verdween de boot in<br />

de diepte. Toen de bemanning met zwemvesten om in het water lag, stoomde de Japanner met hoge vaart<br />

dwars door de zwemmende groep. Op korte afstand wierp de jager nog dieptebommen. Toen ‘s avonds<br />

onder de drenkelingen appèl werd gehouden, bleken zeven bemanningsleden, onder wie de commandant<br />

luitenant ter zee P.G.J. Snippe, te ontbreken. De volgende dag werden de overlevenden opgepikt door de<br />

35


Japanse torpedobootjager Uranami die hen naar Indo-China bracht. Op 22 december moesten de<br />

gevangenen overstappen op een rivierboot voor verder transport naar Saigon. Op 10 januari 1942 werden<br />

de mannen van de O 20 met een vrachtboot via Hainan naar Hongkong getransporteerd, waar zij twaalf<br />

dagen later aankwamen. Vervolgens werden zij in het plaatselijke gevangenkamp North Point<br />

ondergebracht.<br />

Als gevolg van ziekte en ontberingen overleed op 14 december 1942 in dit kamp de majoor-monteur J. van Steenwijk.<br />

OZD 7 21-12-1941 Hr.Ms. K XIII<br />

Eind 1941 lag de onderzeeboot Hr.Ms. K XIII afgemeerd in de Naval Base te Singapore. Er moesten enige<br />

noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd. Doordat de bemanning tijdelijk aan de wal was ondergebracht,<br />

lag de boot onbemand en afgesloten. Op 21 december 1941 zouden drie bemanningsleden op de<br />

achtermiddag een ronde over de boot maken. Daartoe maakten zij het voorluik open en daalden af in de<br />

boot. Eén van hen ontstak de elektrische verlichting. Op dat moment volgde een ontploffing. Het bleek dat<br />

bij het laden van de verouderde batterijen, waarvan de capaciteitstoestand onvoldoende was, een<br />

aanzienlijke gasontwikkeling in de boot was ontstaan. De drie matrozen werden door de hevige explosie<br />

vrijwel onmiddellijk gedood, terwijl de boot ernstig werd beschadigd.<br />

OZD 8 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII<br />

Op 16 december 1941 kregen de onderzeeboten Hr.Ms. K XI en K XVII van de Britse Commander in<br />

Chief Eastern Forces opdracht om de toegangen tot de rivieren Kuantan en Pahang op de oostkust van<br />

Malakka te bewaken. Op 19 december werden de boten naar Singapore teruggeroepen. Zij werden daar op<br />

21 december verwacht. De K XI liep op de gestelde datum binnen, de K XVII niet. Er restte op 25<br />

december niets anders dan de K XVII als vermist 34 te beschouwen en aan te nemen dat de opvarenden<br />

enkele dagen eerder hun leven hadden verloren.<br />

OZD 9 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI<br />

Op 25 december 1941 kreeg de onderzeeboot Hr.Ms. K XVI opdracht om van haar operatieterrein aan de<br />

noordkust van Borneo terug te keren naar Soerabaja. Daarna is niets meer van de boot vernomen. Later<br />

bleek dat de K XVI op de eerste Kerstdag ten noordwesten van Kuching, West-Borneo, in de Zuid-<br />

Chinese Zee door onbekende oorzaak is vergaan.<br />

OZD 10 14-02-1942 O 21<br />

Tijdens een onderhoudsperiode van de onderzeeboot Hr.Ms. O 21 op een werf te Grangemouth in<br />

Schotland werd de bemanning van de boot ondergebracht in het plaatsje Falkirk. Toen matroos A. Breepoel<br />

nabij het stadje een wandeling maakte, werd hij op 14 februari 1942 aangereden door een autobus. Zwaar<br />

gewond werd hij naar het plaatselijke ziekenhuis gebracht, waar hij enkele uren later aan zijn verwondingen<br />

overleed. Met militaire eer werd hij in Falkirk begraven.<br />

OZD 11 18-02-1942 Hr.Ms. K VII<br />

De onderzeeboot Hr.Ms. K VII lag bij het begin van de Japanse vijandelijkheden langszij een ponton bij de<br />

onderzeebootsteigers van het <strong>Marine</strong> Etablissement te Soerabaja. De boot was, op de torpedo’s na, volledig<br />

uitgerust. Op 18 februari 1942 was er luchtalarm en tijdens dat alarm dook de boot weg. Er bevond zich<br />

een bemanning van dertien personen aan boord. Tijdens de eerste aanvalsgolf van de Japanse<br />

bommenwerpers kreeg de boot twee bommen te verwerken. Bij dit drama kwamen alle opvarenden om het<br />

leven. De stoffelijke overschotten van twee van hen, luitenant ter zee P.J. Mulder en matroos H.G. Boumans,<br />

konden door duikers worden geborgen.<br />

OZD 12 04-03-1942 ME Soerabaja<br />

Op 4 maart 1942 vergezelde de luitenant ter zee der 1 e klasse C.A.J. van Well Groeneveld (RMWO), commandant<br />

van de onderzeeboot Hr.Ms. K XVIII, de chef van het torpedo-atelier, de kapitein-luitenant ter zee J.J. van der<br />

Have, op een tocht over het <strong>Marine</strong> Etablissement te Soerabaja. Zij inspecteerden of bepaalde objecten,<br />

zoals het oude torpedo-atelier, voldoende waren vernield. Tijdens hun bezoek aan het atelier explodeerde<br />

plotseling een springlading waarvan kennelijk de ontsteking niet op de ingestelde tijd had gewerkt. Beide<br />

officieren verloren het leven.<br />

Op 28 april 1961 is een ondiepwatermijnenveger naar Van Well Groeneveld vernoemd.<br />

36


OZD 13 13-04-1942 Hr.Ms. K XII<br />

Korporaal-machinist P. Jongerling, opvarende van de onderzeeboot Hr.Ms. K XII, werd na het passagieren in<br />

Fremantle op maandagavond 13 april 1942 door een auto aangereden. Ten gevolge van dit ongeval overleed<br />

hij nog dezelfde dag. De volgende dag werd hij met militaire eer in Perth begraven.<br />

OZD 14 04-10-1942 Screwsburry, VK<br />

Op 4 oktober 1942 raakte de bij de onderzeedienst geplaatste schrijver J. Sajet tijdens een dienstreis per auto<br />

nabij Wolverhampton in het Verenigd Koninkrijk ernstig gewond. Hij overleed aan zijn verwondingen in<br />

het hospitaal te Shrewsburry en werd begraven op de plaatselijke joodse begraafplaats.<br />

OZD 15 29-10-1942 ss Abosso<br />

Ter vervanging van de verouderde onderzeeboten kon de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> omstreeks half 1942 de<br />

beschikking krijgen over twee Britse boten van de “U”-klasse. De eerste werd op 7 november 1942 als<br />

Hr.Ms. Dolfijn in dienst gesteld. Voor de tweede, die “Haai” zou gaan heten, was onvoldoende personeel in<br />

het Verenigd Koninkrijk aanwezig. Er werd besloten om in Australië een bemanning samen te stellen uit<br />

een aantal bemanningsleden van de K IX, K X en K XII. Met het ss Westernland van de Holland-Amerika<br />

Lijn vertrok de groep in de tweede helft van augustus van Sydney naar Zuid-Afrika. Via Durban arriveerde<br />

het schip op 4 oktober in Kaapstad. Op 8 oktober embarkeerde de Nederlandse marinemannen aan boord<br />

van het ss Abosso van de Britse Elder Dempster Line en vertrokken de volgende dag met dit<br />

ongeëscorteerde koopvaardijschip naar Liverpool. Op 29 oktober 1942 werd het schip in de Noord-<br />

Atlantische Oceaan tussen New Foundland en Ierland door de Duitse onderzeeboot U 575 tot zinken<br />

gebracht. 28 marinemannen verdwenen met de Abosso in de diepte. Slechts 31 overlevenden, onder wie 5<br />

van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>, konden door de Britse korvet HMS Bideford worden opgepikt.<br />

OZD 16 13-02-1943 Hr.Ms. K XII<br />

Korporaal-telegrafist R. Davids, opvarende van de onderzeeboot Hr.Ms. K XII, werd gedetacheerd bij de<br />

NEFIS 35 en kreeg een jungletraining in Cairns, Australië. Tijdens de opleiding verdronk hij bij een<br />

landingsoefening op 13 februari 1943.<br />

OZD 17 27-02-1943 Hr.Ms. Colombia<br />

Op weg naar Colombo werd het onderzeebootmoederschip Hr.Ms. Colombia op<br />

27 februari 1943 door de Duitse onderzeeboot U 516 in de Indische Oceaan nabij East London, Zuid-<br />

Afrika, getorpedeerd. Het schip had slechts weinig waterdichte compartimenten en zonk snel. Acht<br />

bemanningsleden kwamen bij deze ramp om het leven.<br />

Ter herinnering aan de personeelsleden van de KNSM die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun leven verloren, is op<br />

de eerste verdieping van het Scheepvaarthuis te Amsterdam een gedenkteken geplaatst. De naam van de aan boord<br />

van de Colombia geplaatste gemilitariseerde matroos A.G. Arents is daarop terug te vinden.<br />

OZD 18 12-06-1943 Hr.Ms. K XV<br />

In juni 1943 werd de onderzeeboot Hr.Ms. K XV op de Amerikaanse onderzeebootbasis te New London<br />

in Connecticut gereedgemaakt voor vertrek naar Dundee in Schotland. Op zaterdag 12 juni vond tijdens het<br />

aan boord nemen van torpedo’s een ernstig ongeval plaats. Bij het hijsen van een torpedo brak de lijn<br />

waaraan deze was bevestigd. Het projectiel viel naar beneden en trof de eerste officier van de K XV, de<br />

luitenant ter zee D. van Beusekom. Hij was op slag dood.<br />

OZD 19 16-09-1943 Hr.Ms. K XI<br />

De onderzeeboot Hr.Ms. K XI lag in september 1943 voor onderhoud op de marinewerf te Bombay. Ten<br />

gevolge van een tragisch ongeval aan de wal op 16 september 1943 werd het bemanningslid van de K XI,<br />

de luitenant ter zee J.J. Snaauw, zodanig verwond dat hij dezelfde dag in het hospitaal overleed.<br />

OZD 20 11-04-1945 Dronrijp<br />

De in Leeuwarden wonende korporaal-machinist H. Harder was in de meidagen van 1940 geplaatst bij de<br />

OZD. Na de capitulatie van Nederland werd hij op 14 juli 1940 “tijdelijk ontslagen” en dook hij onder. In<br />

november 1944 werd hij lid van een Knokploeg. Op 7 april 1945 werd hij door de Duitsers gearresteerd en<br />

als represaille voor een eerdere aanslag op de spoorlijn Leeuwarden-Harlingen, met tien andere<br />

verzetstrijders op 11 april te Dronrijp gefusilleerd.<br />

37


Aan de voet van de brug over het Van Harinxmakanaal in Dronrijp bevindt zich een monument ter nagedachtenis aan<br />

deze elf gefusilleerden. De onthulling vond plaats op 11 april 1949.<br />

OZD 21 20-10-1945 Hr.Ms. Tijgerhaai<br />

Op 20 oktober 1945 werd door de Britse bewakingsdienst van Tandjong Priok bij kampong Kodja het<br />

stoffelijk overschot gevonden van de kok H. Kramer, opvarende van de onderzeeboot Hr.Ms. Tijgerhaai die<br />

in de Binnenhaven no: 1 in Priok lag afgemeerd. Uit onderzoek bleek dat Kramer in de nacht van 19 op 20<br />

oktober door onbekenden om het leven is gebracht.<br />

OZD 22 27-01-1955 Hr.Ms. Walrus<br />

Tijdens oefeningen van het Smaldeel 5 in de Middellandse Zee raakte op 27 januari 1955 de matroos A.C. van<br />

Dael van de onderzeeboot Hr.Ms. Walrus vanwege de ruwe zee buitenboord. Een dag lang zochten de<br />

schepen van het smaldeel en de helicopters van Hr.Ms. Karel Doorman naar hem, echter zonder resultaat.<br />

38


F. <strong>Marine</strong>luchtvaartdienst (MLD)<br />

Inclusief vlootpersoneel, mariniers, personeel van de Militaire Luchtvaart en de R.A.F.<br />

gedetacheerd of geplaatst bij de MLD, alsmede omgekomen marinepersoneel bij de<br />

burgerluchtvaart.<br />

MLD 1 26-09-<strong>1939</strong> Fokker W 7 / Hr.Ms. De Ruyter<br />

Op 26 september <strong>1939</strong> stortte het Fokker C-XI W boordvliegtuig W 7 van de kruiser Hr.Ms. De Ruyter<br />

tijdens een postvlucht voor het eskader neer bij Blinjoe op de noordkust van Banka. Daarbij kwam de<br />

officier-vlieger H.J. Stoutjesdijk om het leven.<br />

MLD 2 13-04-1940 Fokker W 9 / MVK Veere<br />

In de nacht van 13 op 14 april 1940 verongelukte door onbekende oorzaak het op het <strong>Marine</strong> Vliegkamp<br />

Veere gebaseerde Fokker C-XI W drijvervliegtuig W 9 bij Kamperduin. De officier-zeewaarnemer H.F.G.<br />

Langenhoff en sergeant-vlieger C.H.J. Knaapen overleefden dit ongeval niet.<br />

MLD 3 10-05-1940 Fokker R 4 / MVK De Mok<br />

Op 10 mei 1940 werd het Fokker T-VIII watervliegtuig R 4 nabij het strand van Scheveningen aangevallen<br />

door de Duitse Messerschmitt 109 en in brand geschoten. Officier-vlieger J.M. Uytenhoudt werd hierbij gedood,<br />

terwijl het tweede bemanningslid, vliegtuigmaker N.R.L. Kooiman, ernstig werd verwond en als gevolg daarvan<br />

op 12 mei 1940 overleed.<br />

MLD 4 12-05-1940 MVK Veere<br />

In de late avond van 12 mei 1940 werden sergeant-monteur J.G. Bosman en matroos V.M. Deen door het<br />

bewakingspersoneel van het MVK Veere aangezien voor Duitse parachutisten en doodgeschoten.<br />

MLD 5 17-05-1940 MVK Veere<br />

Als gevolg van Duitse luchtaanvallen op het <strong>Marine</strong>vliegkamp Veere op 17 mei 1940 kwam de vliegtuigmaker<br />

J.M. de Vos om het leven en raakte vliegtuigmaker G.E. Hildebrand levensgevaarlijk gewond. Hildebrand werd<br />

voor spoedeisende hulp overgebracht naar het ziekenhuis te Vlissingen, waar hij op 19 mei 1940 aan zijn<br />

verwondingen overleed.<br />

MLD 6 26-07-1940 Fokker AV 964 / Pembroke Dock, Wales.<br />

Op 26 juli 1940 begeleidde het Fokker T-VIII watervliegtuig AV 964 (ex R 10) van het 1 e escadrille 36 van de<br />

MLD een geallieerd konvooi in de Ierse Zee, toen het toestel plotsklaps van lage hoogte in zee dook.<br />

Uitgezette reddingsloepen van het konvooi konden twee lichamen bergen. De twee andere<br />

bemanningsleden zijn nooit meer gevonden. De vier omgekomenen waren: officieren-vlieger J.C. den Hollander<br />

en E. Martaré, sergeant-majoor-vlieger A. de Knegt en korporaal-telegrafist J.G. Ras.<br />

MLD 7 31-07-1940 Avro-Anson 37 K 8829 / Carew Cheriton<br />

Het 2e escadrille van de MLD leed zijn eerste verlies, toen op 31 juli 1940 de Avro Anson K 8829 bij de<br />

start in botsing kwam met een aan de rand van het vliegveld staand toestel. Bij dit ongeluk kwamen twee<br />

Engelse bemanningsleden, flight-sergeant S.P. Tomley en sergeant-airgunner G. Willes, om het leven, terwijl de drie<br />

Nederlanders verwondingen opliepen.<br />

MLD 8 25-09-1940 MVKM Soerabaja<br />

Op 25 september 1940 kwam op het MVK Morokrembangan de sergeant-vliegtuig-maker I.H. Theewis<br />

ongelukkigerwijs in aanraking met een roterende propeller van een lesvliegtuig. Hij was op slag dood.<br />

MLD 9 26-09-1940 Fokker AV 963 / SQ 320 / Pembroke Dock<br />

Op 26 september 1940 raakte het Fokker T-VIII watervliegtuig AV 963 (ex R9) van de basis Pembroke<br />

Dock in Wales tijdens een konvooivlucht in een vrille en stortte in de Ierse Zee. Officier-vlieger J.A.L.<br />

Schevenhoven, sergeant-vlieger H.G.A. Akkers en seinersmaat L.J. Scholman kwamen hierbij om het leven.<br />

39


MLD 10 13-11-1940 Dornier X 4 / GVT 4<br />

Op 13 november 1940 ging tijdens een nachtlanding bij Soerabaja de Dornier 24K vliegboot X 4 verloren.<br />

Daarbij kwamen vijf bemanningsleden om het leven. Sergeant-vliegtuigmaker J. Smit werd tijdens de landing<br />

ernstig gewond en overleed als gevolg daarvan de volgende dag. Het wrak en de stoffelijke resten van de<br />

overigen werden geborgen.<br />

MLD 11 25-02-1941 Hudson 38 T 9364 / SQ 320 / Carew Cheriton<br />

Op 25 februari 1941 stortte de Hudson T 9364 “Ypenburg” onmiddellijk na de start vanaf Carew Cheriton<br />

neer en kwam op een der hangars terecht. Het ongeval was te wijten aan ijsafzetting die niet was verwijderd.<br />

Van de vijf bemanningsleden kwamen er vier om het leven.<br />

MLD 12 15-05-1941 Fokker V 9 / MVKM<br />

Op 15 mei 1941 verongelukte het Fokker C-VII watervliegtuig V 9 bij de landing op MVK<br />

Morokrembangan. Hierbij kwam leerling-onderofficier-vlieger D.J. Karrebeld om het leven.<br />

MLD 13 26-05-1941 Fokker T 14 / MVKM<br />

Bij nevelproeven stortte op 26 mei 1941 het Fokker T.IV.a watervliegtuig T 14 nabij Soerabaja neer. Daarbij<br />

verongelukten de officier van de marinestoomvaartdienst J.W.T.A. Kaijzer en de officier-zeewaarnemer M.P. van Vliet.<br />

MLD 14 17-06-1941 Fokker W 13 / MVKM<br />

Op 17 juni 1941 vond er nabij Soerabaja een vliegongeval plaats met het Fokker C-XI watervliegtuig W 13<br />

dat de levens eiste van luitenant ter zee H.A.V.R. baron van Lawick en vliegtuigmakersmaat J. Anzenberger alias<br />

Rokot.<br />

MLD 15 02-08-1941 Ryan S 20 / MVKM<br />

Op 21 april 1941 verongelukte op het MVK Morokrembangan het Ryan lesvliegtuig<br />

S 20. Adspirant-officier-vlieger J. Vermeijden werd daarbij zwaar gewond en overleed dientengevolge op 2<br />

augustus 1941 in de marine-afdeling van de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting te Soerabaja.<br />

MLD 16 10-08-1941 Hudson N 7396 / SQ 320 / Leuchars<br />

Op 10 augustus 1941 bevond de Hudson N 7396 zich tijdens een trainingsvlucht vanaf de vliegbasis<br />

Leuchars in het Schotse graafschap Fife laagvliegend in de omgeving van Dunino. Het toestel raakte opeens<br />

de grond, vloog in brand en werd totaal vernield. De sergeant-vlieger A.M. ten Herkel en leerling-onderofficier-vlieger<br />

W. Hijkoop verloren daarbij het leven.<br />

MLD 17 19-08-1941 Hudson T 9413 / SQ 320 / Leuchars<br />

Op 19 augustus 1941 ging de Hudson T 9413 “Ockenburg” verloren tijdens een verkenningsvlucht langs de<br />

Noorse kust ter hoogte van Stavanger, waarbij de vijf bemanningsleden omkwamen.<br />

MLD 18 30-08-1941 Hudsons SQ 320 / Leuchars<br />

Op 30 augustus 1941 keerden de Hudsons T 9380 “Waalhaven”, V 9063 "Islawreker" en V 9065 “Moesi”<br />

niet terug van een patrouille langs de Noorse kust. Twaalf bemanningsleden vonden de dood. De<br />

“Islawreker” moest, nadat het door Duitse Bf 109-jagers zwaar was beschadigd, een noodlanding op zee<br />

maken. Drie inzittenden vonden daarbij een zeemansgraf en twee werden door de Duitsers uit zee opgepikt,<br />

nadat ze ongeveer vijf uur in het water hadden gelegen. Zij kwamen in krijgsgevangenschap terecht.<br />

MLD 19 24-10-1941 Tiger Moth / Kemajoran<br />

Op 24 oktober 1941 steeg vlieginstructeur majoor-konstabel J.A. Remmerswaal 39 vanaf het vliegveld Kemajoran<br />

bij Batavia op met een Tiger Moth lesvliegtuig. Zijn leerling was de matroos-kustwachter E. Noldes van de<br />

marine-afdeling van het Vrijwillig Vlieger Corps te Batavia. Even na de start op circa 60 meter hoogte sloeg<br />

de motor af, waarna het toestel tegen een boom vloog en neerstortte. Majoor Remmerswaal was op slag dood.<br />

Noldes overleefde het ongeval.<br />

MLD 20 23-11-1941 Hudson T 9396 / SQ 320 / Leuchars<br />

Op 23 november 1941 voerde de Hudson T 9396 “Vliegende Hollander” een aanval uit op een Duits<br />

konvooi, bestaande uit een passagiersschip, een vrachtvaarder en een escortevaartuig. Op het vrachtschip<br />

40


kon een voltreffer worden geplaatst, maar tijdens het vuurgevecht met de Duitse oorlogsbodem werd de<br />

Hudson getroffen door een 20 mm granaat, die de vlieger, sergeant C.A.E. van Otterloo, zo ernstig verwondde<br />

dat deze kort daarop overleed. De vliegtuigcommandant (een waarnemer) wist het zwaar beschadigde<br />

toestel, zij het met moeite, veilig te Wick in Noord-Schotland aan de grond te zetten.<br />

MLD 21 02-12-1941 Hudson V 9036 / SQ 320 / Leuchars<br />

Op 2 december 1941 stortte de Hudson V 9036 “Makassar” neer tijdens een operationele vlucht voor de<br />

Noorse kust, nabij Lister (Listafyr). Bij deze ramp kwamen vier bemanningsleden om het leven. Hun<br />

stoffelijke resten werden door de Duitsers geborgen en bij de naburige plaats Vanse begraven.<br />

MLD 22 06-12-1941 Catalina Y 44 / GVT 16<br />

De Catalina Y 44 ging bij een ongelukkige landing op de binnenrede van Tandjong Pandan, Billiton, op 6<br />

december 1941 verloren, waarbij vijf bemanningsleden de dood vonden.<br />

MLD 23 18-12-1941 Dornier X 34 / GVT 7 (zie ook W 41)<br />

Op 17 december 1941 werd in opdracht van de Commandant Zeemacht Nederlands-Indië een<br />

bombardement uitgevoerd op vijandelijke schepen nabij Miri op Brits Borneo. Van deze opdracht keerde<br />

de Dornier X 34 niet terug. De vliegboot bleek een noodlanding gemaakt te hebben op een riviertje aan de<br />

noordkust van Borneo, waarbij militie-matroos-vliegtuigmaker D. Floris en korporaal-vliegtuigmaker T.G. van der<br />

Beek ernstig werden gewond. Floris overleed de volgende dag aan zijn verwondingen en Van der Beek op 22<br />

december. De overlevenden, officier-vlieger A. Baarschers, sergeant-vlieger J.M. van Halm, korporaal-telegrafist J.T.<br />

Burghardt en militie-matroos-telegrafist K.A. Reen, konden na een tocht van 200 kilometer door de binnenlanden<br />

de KNIL-post Long Nawang in Oost-Borneo nabij de grens van Serawak bereiken. Daar verschenen echter<br />

op 20 augustus 1942 de Japanners die hen zes dagen later executeerden, samen met een aantal eveneens<br />

naar Long Nawang gevluchte Europese militairen en burgers.<br />

MLD 24 26-12-1941 Dorniers X 11, X 12 en X 25/ GVT 2, X 26 GVT 5.<br />

Op 26 december 1941 werden vier Dornier 24K vliegboten, die op de watervliegbasis bij Kakas op het<br />

Tondanomeer (Minahasa, noordoost Celebes) met volle benzinetanks gereedlagen voor actie, door Japanse<br />

jachtvliegtuigen uit Kema vernietigd. Daarbij kwamen sergeant-vlieger R. Siezen en vliegtuigmakersmaat C.<br />

Bruinhout om het leven en raakte sergeant-vlieger G.J. Evers zwaar gewond. Sergeant-monteur C. van Dijk, die<br />

een schot door zijn arm gekregen had, redde sergeant Evers door met hem te blijven zwemmen tot een<br />

motorboot hen beiden uit het water kon komen halen. Op 4 januari overleed Evers in Soerabaja alsnog aan<br />

zijn verwondingen. Op 1 februari 1942 werd de vliegbasis door de Japanners bezet en na deze actie werd<br />

inheems bediende Kardjo vermist.<br />

MLD 25 29-12-1941 Dornier X 15 / GVT 1<br />

Op 29 december 1941 keerde de Dornier vliegboot X 15 niet op haar basis Tajan aan de bovenloop van de<br />

Kapoeasrivier (W-Borneo) terug van een verkenningsvlucht boven de Zuid-Chinese Zee. Het laatste wat<br />

men hoorde was de melding van een luchtgevecht in Straat Karimata. Zes bemanningsleden werden als<br />

vermist beschouwd.<br />

MLD 26 10-01-1942 Catalina’s Y 58, Y 59 en Y 60 / GVT 17<br />

Op 10 januari 1942 vond, samen met Amerikaanse Catalina’s, een bomaanval op de Japanse landingsvloot<br />

voor Kema (Minahasa) plaats. Na het bombardement ontstond een luchtgevecht met Japanse<br />

drijvervliegtuigen, waarbij aan boord van de Catalina Y 60 sergeant-vliegtuigmaker D.A. de Wijn door een<br />

Japanse mitrailleurkogel om het leven kwam, terwijl de Y 58 vermist werd. Ongeveer 20 mijl uit de kust<br />

werd zij voor het laatst waargenomen. Hoewel de Y 59 nog alle moeite deed haar op te sporen, was zij<br />

voorgoed verdwenen en met haar de zes bemanningsleden.<br />

MLD 27 21-01-1942 MVKM / Ryan<br />

Ten gevolge van een vliegongeval met een Ryan lesvliegtuig nabij Maospati op Oost-Java, kwam de<br />

adspirant-officier-vlieger W.T. Hepkema op 21 januari 1942 om het leven en raakte leerling-onderofficier-vlieger R.<br />

Harjono zwaar gewond. Hij overleed op 25 januari aan zijn verwondingen in de Centrale Burgerlijke<br />

Ziekeninrichting te Soerabaja.<br />

41


MLD 28 22-01-1942 Dornier X 14 / GVT 4<br />

Op 22 januari 1942 ondernam de Dornier X 14 een evacuatievlucht van Soerabaja naar de Soengai Riko<br />

(een rivier die bewesten Balikpapan uitmondt). Op de rivier maakte de X 14 een ongelukkige landing en<br />

werd zij totaal vernield. Drie bemanningsleden overleefden het ongeval niet. De enige overlevende was<br />

seinersmaat A. Hensing. Hij werd na de inval van de Japanners krijgsgevangen gemaakt en vervolgens op 20<br />

februari 1942 door hen vermoord. (zie ook W 22)<br />

MLD 29 24-01-1942 Dornier X 19 / GVT 3<br />

Op 24 januari 1942 werd de Dornier X 19 naar Groot Masalembo, een eiland in de oostelijke Javazee<br />

(halverwege de oostpunt van Madoera en Tandjong Selatan op Borneo), gezonden om Amerikanen op te<br />

pikken die afkomstig waren van een Flying Fortress, die een noodlanding had gemaakt. Zij werden niet<br />

teruggevonden. Op de terugvlucht kwam de vliegboot in een zware regenbui terecht. De vlieger zag de<br />

onder water staande sawah’s bij Fort Menarie aan voor het Westervaarwater en landde daarop. Het toestel<br />

vloog tegen de sawahdijkjes. De brandstof in de tanks vatte dadelijk vlam, waardoor het toestel<br />

explodeerde. Drie inzittenden verloren daarbij het leven, de drie licht gewonde overlevenden konden naar<br />

de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting in Soerabaja worden vervoerd.<br />

MLD 30 29-01-1942 Dornier X 29 / GVT 6<br />

Op 29 januari 1942 voerde de Dornier X 29 tussen Tandjong Api en Kuching op West-Borneo een aanval<br />

uit op een vaartuig van omstreeks 300 ton, volgepakt met Japanse soldaten. Het raakte midscheeps in<br />

brand. Door vuur van het anti-luchtdoelgeschut van het Japanse vaartuig werd aan boord van de vliegboot<br />

korporaal-vliegtuigmaker T. Veldman gedood.<br />

MLD 31 03-02-1942 MVKM Soerabaja<br />

Op 3 februari 1942 bombardeerden Japanse vliegtuigen het MVK Morokrembangan en de te water liggende<br />

vliegboten en watervliegtuigen van de MLD. De vliegtuigtelegrafistenmaat E.A. Hartsteen en de vliegtuigmakers<br />

J.H. Bruning en W.G. Hanss gingen met de boten ten onder. Op 5 februari werd het bombardement herhaald<br />

en daarbij kwam matroos M.G. Wiegman op het vliegkamp om het leven.<br />

MLD 32 09-02-1942 Catalina Y 38 / Ketapang<br />

Op 9 februari 1942 landde de Catalina Y 38 in de monding van de Soengai Pawan bij Ketapang (W-<br />

Borneo), teneinde Europeanen op te pikken om hen naar Java te brengen. Opeens werd de vliegboot<br />

beschoten door laag overvliegende Japanse vliegtuigen. De inzittenden sprongen buiten boord. Leerlingonderofficier-vlieger<br />

J.G. Persijn werd daarbij door een kaaiman aangevallen en bloedde dood. Intussen waren de<br />

Japanners verdwenen en toen de bemanning, met meenemen van het stoffelijk overschot van Persijn, weer<br />

aan boord van de beschadigde Catalina geklommen was, steeg men op en vloog naar het MVKM te<br />

Soerabaja. Dit doel werd niet bereikt. In het Westervaarwater moest de Y 38 een noodlanding maken.<br />

MLD 33 10-02-1942 Fokker W 12 / MVKM / GVT 13<br />

Op 10 februari 1942 werd de W 12 - het op MVK Morokrembangan gestationeerde Fokker C-XI<br />

boordvliegtuig van de kruiser Hr.Ms. De Ruyter - boven Tjepoe, ten westen van Bodjonegoro op Oost-<br />

Java, door de Japanners neergeschoten. De vlieger kon zich met zijn parachute redden, doch de waarnemer,<br />

luitenant ter zee G.J. van der Boom, die zich zonder parachute vastklemde aan de vlieger, moest loslaten en<br />

stortte naar beneden. Hij overleefde het ongeval niet.<br />

MLD 34 11-02-1942 Dornier X 29 / GVT 6<br />

Op 11 februari 1942 maakte de Dornier X 29 vanuit Soerabaja een evacuatievlucht naar de omgeving van<br />

Bandjermasin. De Japanners waren daar al de vorige dag binnengetrokken en nabij de stad werd de<br />

vliegboot heftig beschoten. Van evacuatie van personeel kon geen sprake zijn. Als gevolg van de opgelopen<br />

schade moest de Dornier tijdens de terugvlucht een noodlanding maken in het Westgat tussen Madoera en<br />

de Javawal, waarbij de boot over de kop sloeg en zonk. Drie bemanningsleden vonden de<br />

verdrinkingsdood, terwijl de commandant, de officier-vlieger P.L.C. Adriani, die tijdens de landing zwaar<br />

gewond was geraakt, door de twee andere overlevenden kon worden gered. Hij overleed de volgende dag<br />

aan zijn verwondingen.<br />

42


MLD 35 23-02-1942 Catalina Y 47 / GVT 16<br />

Bij terugkeer van een mijnenlegoperatie in Straat Banka verongelukte de Catalina Y 47 op 23 februari 1942<br />

bij de landing op het MVK Tandjong Priok met verlies van vier bemanningsleden. De vlieger, luitenant ter zee<br />

P.D.M.A. Bijlard, raakte zwaar gewond en overleed als gevolg daarvan de volgende dag in het Militair<br />

Hospitaal te Batavia.<br />

MLD 36 23-02-1942 Dornier X 21 / GVT 6<br />

Van een mijnenlegvlucht naar Straat Bali en Straat Lombok keerde de Dornier vliegboot X 21 op 23<br />

februari 1942 niet terug. De zevenkoppige bemanning moest als vermist worden beschouwd.<br />

MLD 37 25-02-1942 Dornier X 17 / GVT 8<br />

In de nacht van 24 op 25 februari 1942 werd door de vliegboten X 17 en X 18 een bomaanval uitgevoerd<br />

op Japanse schepen ter rede van Muntok op het eiland Banka. Op de terugvlucht naar de basis werden<br />

beide Dorniers bij het eiland Noordwachter, benoorden Straat Soenda, door Japanse jachtvliegtuigen<br />

neergeschoten. De bemanning van de X 18 kon zwemmend de wal bereiken. Zij werd opgepikt door de<br />

mijnenveger Hr.Ms. Djombang. Van de zes inzittenden van de X 17 werd niets meer vernomen.<br />

Op 6 oktober 1960 is een ondiepwatermijnenveger naar de vermiste sergeant-vlieger P. Mahu vernoemd.<br />

MLD 38 03-03-1942 Broome.<br />

De Dornier-vliegboten X 3, X 23 en X 28 werden op 2 maart 1942 vanaf Java naar de Roebuckbaai bij<br />

Broome, Noordwest-Australië, overgevlogen. De volgende dag vertrokken de Dorniers X 1 en X 20,<br />

alsmede de Catalina’s Y 59, Y 60, Y 67 en Y 70, van Java naar Broome. Er was besloten dat niet alleen<br />

marinepersoneel, maar ook een aantal vrouwen en kinderen op deze evacuatietocht mee mocht. Liggend bij<br />

Broome, wachtend op een motorboot die de bemanningen en de passagiers naar de wal zou brengen, begon<br />

om 09.10 uur onverhoeds een luchtaanval van acht Japanse Navy-O-jagers. De uitwerking van de aanval<br />

was catastrofaal: een groot aantal doden en vermisten, onder wie 48 Nederlanders: 32 vrouwen en kinderen<br />

en 16 marinemannen.<br />

Ter herinnering aan de 82 geïdentificeerde geallieerde militairen en Nederlandse evacués is op 25 april 2000 in Broome<br />

een “Allied War Memorial” onthuld.<br />

MLD 39 08-03-1942 Catalina Y 63 / GVT 2<br />

Op 27 februari 1942 werd de Catalina Y 63 op een verkenningsvlucht vanuit Tandjong Pandan naar Straat<br />

Banka door zes Japanse Nakajima Ki-27A jachtvliegtuigen aangevallen. Twee konden worden<br />

neergeschoten voordat de Y 63 zo zwaar beschadigd werd dat zij op het water een noodlanding moest<br />

maken. De zevenkoppige bemanning wist na een avontuurlijke tocht, grotendeels per prauw, die via de<br />

zuidkust van Sumatra voerde, de kustplaats Anjer Kidoel in de West-Javaanse residentie Bantam te<br />

bereiken. Daar gingen zij uiteen. De gewonde sergeant-monteur 40 C. van Dijk werd in Anjer Kidoel voor<br />

verzorging achtergelaten. Hij werd al spoedig door de Japanners gevangengenomen 41. Twee groepen van<br />

ieder drie man gingen vervolgens langs verschillende routes op weg om te trachten Tjilatjap te bereiken. De<br />

leden van de ene groep, sergeant-vlieger O. Noë, telegrafistenmaat H.A.J. Laane en vliegtuigtelegrafist F.H. van<br />

Dingstee, zijn vermoedelijk op 8 maart in het Bantamse door de bevolking gedood. De andere groep is een<br />

dag eerder door Bantammers gevangen genomen en aan de Japanners te Tjilegon overgeleverd.<br />

MLD 40 12-03-1942 Blackburn Botha L 6314<br />

Op 12 maart 1942 kwam door een vliegongeval met de Blackburn Botha L 6314 bij Crouk-ny-Irey-Lhae-<br />

Rushen op het eiland Man de bij de MLD gedetacheerde reserve sergeant-vlieger B.M. Aarts 42 om het leven.<br />

MLD 41 15-03-1942 Hurricane. Nr: 12 FTS / Grantham<br />

Ten gevolge van een vliegongeval met een Hurricane op 15 maart 1942 kwam de bij de MLD gedetacheerde<br />

officier-vlieger W.B. Straver* nabij Londen om het leven.<br />

MLD 42 11-04-1942 Jackson, Mississippi.<br />

In april 1942 werd op de vliegbasis Jackson de “Royal Netherlands Military Flying School” opgericht. Van<br />

de 460 leerlingen, voor het grootste deel afkomstig uit Nederlands-Indië, werden er 126 aangewezen voor<br />

dienst bij de <strong>Marine</strong> Luchtvaartdienst en 334 voor dienst bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL. Deze<br />

43


vliegschool leed aanzienlijke verliezen door een reeks vliegongevallen tijdens de trainingen. De ML verloor<br />

tot eind 1943 daardoor 21 en de MLD 6 personeelsleden.<br />

MLD 43 08-05-1942 Hudson V 8981 / SQ 320 / Bircham Newton<br />

Op 8 mei 1942 keerde de Hudson V 8981 “Soerabaja”, die met vijf andere Hudsons was vertrokken voor<br />

een patrouille benoorden de Waddenzee, niet terug. De vierkoppige bemanning werd vermist.<br />

MLD 44 11-05-1942 Sachsenhausen (zie ook W 32 en W 33)<br />

De OD’er sergeant-vliegtuigmaker J.J.H. Buikes werd op 27 oktober 1941 in Den Helder gearresteerd vanwege<br />

spionage en illegaal wapenbezit. Hij werd na een schijnproces in Maastricht ter dood veroordeeld,<br />

vervolgens gedeporteerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen bij Oranienburg en op 11 mei 1942<br />

gefusilleerd.<br />

MLD 45 13-05-1942 ms Brabant (zie ook OS 37)<br />

MLD 46 15-05-1942 Hudson AE 525 / SQ 320 / Bircham Newton.<br />

Op 15 mei 1942 voerde de AE 525 “Malang” samen met vijf andere Hudsons een verkenningsvlucht uit in<br />

de buurt van de Friese waddeneilanden. Tijdens de terugvlucht naar Engeland stortte de “Malang” nabij<br />

Terschelling in zee. De vierkoppige bemanning werd vermist.<br />

MLD 47 30-05-1942 Hudson V 9122 / SQ 320 / Bircham Newton.<br />

In de nacht van 29 op 30 mei 1942 gingen twee Nederlandse Hudsons nabij Ameland verloren. De AM 929<br />

"Cheribon" maakte een "ditch" in zee, maar de bemanning kon worden gered. De V 9122 “Wageningen”<br />

explodeerde door onbekende oorzaak hoog in de lucht. Hierbij kwamen de vier bemanningsleden om het<br />

leven.<br />

Naar één van hen, marinier H.L. Emmens, is in Wagenborgen een straat vernoemd.<br />

MLD 48 26-06-1942 Hudson T 9435 / SQ 320 / Bircham, Newton.<br />

Op 26 juni 1942 vond een massale bomaanval, de zogenaamde "1000 Bomber-Raid", op Bremen plaats.<br />

Hieraan namen zes Nederlandse Hudsons van SQ 320 deel. De T 9435 “Balikpapan” ging tijdens de raid<br />

verloren. Het toestel werd boven Bremen neergeschoten. De vier bemanningsleden vonden daarbij de<br />

dood.<br />

MLD 49 22-08-1942 KLM / Parkiet<br />

De KLM Lockheed 14 Super Electra ‘Parkiet’, die op weg was van Suriname naar Curaçao, stortte op 22<br />

augustus 1942 bij Piarco (Trinidad) in zee. Alle inzittenden, onder wie luitenant ter zee G.E.W. van Notten en<br />

vier burgertorpedomakers van de marine, kwamen daarbij om het leven.<br />

MLD 50 14-09-1942 Makassar (zie ook W 42 en W 43)<br />

Bij een ontvluchtingspoging uit het krijgsgevangenenkamp te Makassar (Celebes) werd de militie-matroosvliegtuigmaker<br />

M. Entrop door de Japanse bewakers gepakt en op 14 september 1942 samen met vier andere<br />

Nederlandse militairen geëxecuteerd.<br />

MLD 51 26-10-1942 Hudson N 7302 / SQ 320 / Bircham Newton.<br />

Tijdens een trainingsvlucht op 26 oktober 1942 verongelukte de Hudson N 7302 “Y” boven de Ierse Zee.<br />

Korporaal-vliegtuigtelegrafist R.J. van Woerkom kwam bij dit ongeval om het leven. De andere bemanningsleden<br />

konden worden gered.<br />

MLD 52 09-11-1942 Hudson EW 912 / SQ 320 / Bircham Newton.<br />

Op 9 november 1942 voerden twee Hudsons een aanval uit op een vijandelijk konvooi onder de<br />

Nederlandse kust. Hierna werd de EW 912 met haar vierkoppige bemanning vermist.<br />

MLD 53 22-11-1942 Hudson EW 903 / No. 1 RAF Silloth<br />

Van de drie Hudsons die op de vooravond van 22 november 1942 met tussenpozen van één uur startten<br />

voor een “Nomad Patrol” 43 langs de Nederlandse kust, keerde de EW 903 “E”, die als laatste vertrokken<br />

was, niet terug. Van de bemanning werd niets meer vernomen.<br />

44


MLD 54 11-01-1943 Hudson AM 863 / SQ 320 / Bircham Newton.<br />

De AM 863, die op 11 januari 1943 verloren ging en waarbij de gehele bemanning om het leven kwam, is<br />

vermoedelijk in de Solway Firth neergestort. In die baai van de Ierse Zee is het wrak van een Hudson<br />

gevonden, waarvan men aannam dat dit het toestel in kwestie was.<br />

MLD 55 27-01-1943 Hudson EW 919 / SQ 320 / Bircham Newton<br />

In de nacht van 26 op 27 januari 1943 werden vier Hudsons uitgezonden om een Duits konvooi aan te<br />

vallen. De EW 919 is bij Terschellingerbank waarschijnlijk het slachtoffer geworden van Duits afweervuur<br />

(FLAK). Van het toestel en de vier bemanningsleden is niets meer vernomen.<br />

MLD 56 29-03-1943 No. 4 Air Gunners School, Morpeth.<br />

Op 29 maart 1943, tijdens een opleidingsperiode met Britse toestellen, kwamen vijf leden van SQ 320 om<br />

het leven ten gevolge van een botsing tussen twee Blackburn Botha's. De toestellen stortten neer nabij de<br />

RAF-Air Gunners School te Morpeth.<br />

MLD 57 21-05-1943 Swordfish 44 / RNAS Arbroath<br />

Bij een oefenvlucht op 21 mei 1943 vanaf het Royal Naval Air Station Arbroath stortte een Swordfish ten<br />

westen van Budden Ness in de Firth of Tay (Schotland) in zee. Adspirant-reserve-officier-vlieger R.A.C. Heijne<br />

verloor hierbij het leven.<br />

MLD 58 01-06-1943 KLM DC 3 G-AGBB, Ibis.<br />

Tijdens vlucht nr: 777A van Lissabon naar Bristol werd de KLM Douglas G-AGBB op 1 juni 1943 boven<br />

de Golf van Biskaye door een Duitse Ju 88 neergeschoten. Zeventien inzittenden vonden een zeemansgraf,<br />

onder wie de tweede piloot reserve officier-vlieger D. de Koning.<br />

MLD 59 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn (zie ook OS 50)<br />

Bij de ondergang van ss Hoegh Silverdawn kwamen de sergeanten-vliegtuigschutter C. Bruijn, D. van der Bijl en<br />

C.A. Palings, alsmede sergeant-vliegtuigtelegrafist A.C. Diets om het leven.<br />

MLD 60 27-06-1943 Hurricane Z 4922 / SQ 759 RNAS Yeovilton<br />

Doordat zijn Hurricane Z 4922 neerstortte bij Ilton (Ilminster, Somerset) in het Verenigd Koninkrijk,<br />

kwam op 27 juni 1943 de bij de MLD gedetacheerde officier-vlieger H.P.J. Tutein Nolthenius om het leven. Hij<br />

werd op 30 juni begraven op de Churchyard Royal Naval Plot te Yeovilton.<br />

MLD 61 30-07-1943 Mitchell 45 FR 144 / SQ 320 / Methwold 46.<br />

Tijdens een met vijf toestellen in formatie gevlogen opdracht vanaf de Britse basis Methwold stortte de<br />

Mitchell FR 144 “B” op 30 juli 1943 van grote hoogte benoorden Vlieland in de Noordzee. Er werd geen<br />

spoor meer van het toestel en de vijf inzittenden gevonden.<br />

MLD 62 23-08-1943 Albemarle P 1478<br />

Op 23 augustus 1943 werd het vliegtuig Albemarle P 1478 vermist dat op weg was van Truxton-Hurn<br />

(Gloucester, Engeland) naar Gibraltar, vermoedelijk ten gevolge van vijandelijke actie. Onder de vermisten<br />

bevond zich de officier van de marinestoomvaartdienst P.H. Blom.<br />

MLD 63 09-10-1943 Batoemerah, Ambon<br />

Op 9 oktober 1943 werd krijgsgevangene korporaal-vliegtuigmaker J. Sipahelut te Batoemerah bij Ambon-stad<br />

door de Japanners geëxecuteerd. Hij zou een vluchtpoging hebben ondernomen.<br />

MLD 64 20-10-1943 SQ 98 RAF / No. 12 OTU.<br />

Tijdens een oefening nachtvliegen bij het RAF SQ 98 stortte een Mitchell op 20 oktober 1943 neer nabij<br />

Chipping Warden (Warwick). Sergeant Z.W.C. Dekkers vond daarbij de dood.<br />

MLD 65 24-10-1943 Swordfish LS 398 / SQ 860 Dunino<br />

Gedurende het nachtvliegen dook de Swordfish LS 398 bij een onderzeebootbestrijdingsoefening op 24<br />

oktober 1943 in zee nabij het eiland May in de monding van de Firth of Forth. De vlieger werd opgepikt,<br />

maar de telegrafist A.G. van Dam werd vermist.<br />

45


MLD 66 25-10-1943 Mitchells FR 166 en FR 178 / SQ 320 Lasham<br />

Op 25 oktober 1943 werd door de Mitchell FR 178 “W” samen met andere vliegtuigen een raid uitgevoerd<br />

op het vliegveld Lanvéoc nabij Brest. Boven het doel aangekomen kwam het toestel in een hevig<br />

luchtafweervuur terecht en kreeg het een voltreffer. Het vloog daarop in brand en spatte in de lucht uiteen.<br />

De gehele bemanning, onder wie de squadroncommandant hoofdofficier-vlieger E. Bakker, kwam hierbij om het<br />

leven. Ook de FR 166 “R” werd tijdens deze raid getroffen. Het toestel maakte een noodlanding op zee.<br />

Hierbij verloor sergeant-vlieger C.J. Bank het leven en raakten de overige drie bemanningsleden in<br />

krijgsgevangenschap.<br />

MLD 67 28-10-1943 Mitchell FR 174 / SQ 320 / Lasham<br />

Op 28 oktober 1943 vertrokken vanaf de basis Lasham zes Nederlandse Mitchells van squadron 320 voor<br />

een aanval op de scheepvaart in de haven van Cherbourg. De FR 174 “K” kreeg tijdens de aanval een<br />

voltreffer van het Duitse afweergeschut en stortte brandend in zee. De gehele bemanning kwam om het<br />

leven.<br />

MLD 68 26-11-1943 Mitchell FR 146 / SQ 320 / Lasham<br />

Bij een aanval op 26 november 1943 op een V1-(raket)lanceerinstallatie in aanbouw te Martinvast, nabij<br />

Cherbourg (Frankrijk) kreeg de Mitchell FR 146 “O” een voltreffer van het Duitse afweergeschut, waardoor<br />

het in brand vloog. Men liet de bommenlast boven het doelgebied vallen, waarna de bemanning het toestel<br />

per parachute verliet. Van de gesprongen inzittenden verloren sergeant-vlieger J.A. Kok en sergeantvliegtuigtelegrafist<br />

J.H.H. de la Haije het leven.<br />

MLD 69 08-12-1943 Swordfish HS 274 / SQ 860<br />

Op 8 december 1943 stortte de Swordfish HS 274 neer in de heuvels nabij Grangemouth (Schotland). De<br />

officier-vlieger J. Evers en de officier-zeewaarnemer J.G. Hoffman verloren hierbij het leven.<br />

MLD 70 24-12-1943 Stuttgart<br />

Toen de krijgsgevangen korporaal-vliegtuigmaker H.F. Snijders tijdens werkzaamheden in Stuttgart op 24<br />

december 1943 ten 11.00 uur tussenbeide wilde komen bij een hooglopende ruzie tussen een medekrijgsgevangene<br />

en een Duitse bewaker, richtte de laatste zijn geweer op Snijders en vuurde. Snijders werd<br />

ernstig verwond en overleed vijf uur later.<br />

MLD 71 28-12-1943 De Winton<br />

Tijdens de opleiding op de RAF-vliegschool De Winton te Alberta (Canada) kwam de leerling-onderofficiervlieger<br />

A. Jansen bij een vliegongeval om het leven.<br />

MLD 72 04-01-1944 Mitchell N5-137 / SQ 18 47 / ML-KNIL.<br />

Vanaf de basis Batchelor, circa 50 kilometer ten zuiden van Port Darwin, was de Mitchell N5-137 op<br />

patrouille. Bij een aanval op vijandelijke schepen bij Tenau op Timor, werd het vliegtuig op 4 januari 1944<br />

door de Japanners neergeschoten. De vijfkoppige bemanning, onder wie de bij de ML gedetacheerde<br />

sergeant-vliegtuigtelegrafist van de MLD, C.B. Gontha, verloor daarbij het leven.<br />

MLD 73 11-01-1944 Swordfish LS 244 / SQ 860<br />

Op 3 januari 1944 scheepte een grondploeg van de MLD zich in aan boord van het MAC (Merchant<br />

Aircraft Carrier) vliegdekschip Acavus en op 5 januari vlogen de Nederlandse Swordfishes “op” aan boord.<br />

Vijf dagen na het opvliegen vertrok de Acavus naar zee en sloot zich aan bij een konvooi bestaande uit 64<br />

schepen. Op 11 januari werd de eerste patrouille boven de Atlantische Oceaan gevlogen. Het weer was<br />

slecht en werd met het uur slechter. Vermoedelijk heeft men aan boord van de LS 244 (Zwaardvis) de<br />

windsnelheid onderschat, waardoor het vliegtuig niet tijdig het konvooi heeft kunnen bereiken en een<br />

noodlanding op zee heeft moeten maken. Het is niet gelukt de bemanning in veiligheid te brengen.<br />

MLD 74 13-02-1944 SQ 129<br />

Tijdens een oefenvlucht boven Noord-Schotland op 13 februari 1944 botste een Mitchell bij Peterhead<br />

tegen de berg Waghton Hill. De vier inzittenden, onder wie de bij de MLD gedetacheerde officier-vlieger H.F.<br />

Buiskool, werden daardoor op slag gedood.<br />

46


MLD 75 15-02-1944 Mitchell FL 194 / No. 13 OTU Bicester<br />

Tijdens een trainingsvlucht stortte de Mitchell FL 194 op 15 februari 1944 neer te Gawcott, Buckingham<br />

Road (Engeland). Drie inzittenden kwamen daarbij om het leven.<br />

MLD 76 27-02-1944 Mitchell N5-191 / SQ 18 / ML-KNIL<br />

Bij de overtocht van een groep B25-Mitchells tussen Californië en de Hawaii-eilanden verongelukte op 27<br />

februari 1944 de N5-191 vanwege een mankement aan het brandstofsysteem. De vlieger was gedwongen<br />

een noodlanding op zee te maken in de nabijheid van een van de ondersteuningsschepen die speciaal op de<br />

route voor deze “ferry-vluchten” 48 waren geplaatst. Tijdens de landing op het ruwe zeeoppervlak ontplofte<br />

een van de brandstoftanks en uit de vuurzee die daarna ontstond, ontkwam slechts een radiotelegrafist. Hij<br />

werd enige tijd later door een reddingsboot van het ondersteuningsschip uit het water gehaald. De overige<br />

bemanningsleden kwamen om. Het waren drie militairen van de ML en sergeant-vlieger J. de Wal van de MLD.<br />

MLD 77 06-03-1944 Mitchell N5-179 / SQ 18 / ML-KNIL<br />

Op 6 maart 1944 werd er op Toeal (Kei-eilanden) een nachtaanval uitgevoerd door negen Mitchells. Van<br />

verschillende hoogten werd het doelgebied gebombardeerd. Er was bijna geen luchtafweer, maar er werden<br />

drie tot vijf Japanse nachtjagers waargenomen. Lichtspoormunitie werd gezien en men zag een explosie in<br />

de lucht. Van deze opdracht kwam één toestel niet terug: de N5-179. De bemanning bestond uit sergeantvlieger<br />

E. Soeterik van de MLD, drie leden van de ML en twee vliegtuigschutters van de Australische<br />

luchtmacht.<br />

MLD 78 15-03-1944 Hellcats JV 161 en JV 166 / SQ 1840 Stretton<br />

Teneinde met Grumman “Hellcats” jachtvliegtuigen te gaan opereren vanaf vliegdekschepen werd een<br />

aantal MLD-vliegers gedetacheerd bij SQ 1840. Op 15 maart 1944 vond bij de vliegbasis Stretton,<br />

halverwege Manchester en Liverpool, een botsing plaats tussen twee Hellcats. Het vliegtuig waarvan sergeantvlieger<br />

A.J. Smith inzittende was, brandde geheel uit. Smith vond daarbij de dood. De officier-vlieger P.J. Huijer<br />

trachtte zich per parachute te redden, doch de hoogte was te gering. Hij verongelukte eveneens. Zij werden<br />

op 20 maart begraven op het kerkhof van Appleton Church nabij Warrington.<br />

MLD 79 20-03-1944 Mitchell FR 141 / SQ 320 Dunsfold 49<br />

Bij een aanval op de V1-lanceerinrichting bij Flixecourt, op 20 maart 1944 explodeerde een granaat van een<br />

Duits afweergeschut vlak bij de Mitchell FR 141 “B”. Het toestel trok steil op uit de formatie en dook<br />

daarna loodrecht naar beneden. Het boorde zich in de buurt van het dorp Bourbon in de grond, waarbij de<br />

vierkoppige bemanning de dood vond.<br />

MLD 80 27-03-1944 Hellcats / SQ 1847<br />

Op 27 maart 1944 botsten boven het graafschap Londonderry, nabij Tullybrisland, twee Hellcats tegen<br />

elkaar. Officier-vlieger J. Blok en sergeant-vlieger S. de Ridder verloren bij dit ongeval het leven.<br />

MLD 81 08-04-1944 Mitchell FR 149 / SQ 320 Lasham<br />

Op 8 april 1944 kwam op de RAF-basis Lasham bij Hampshire de vliegtuigmaker P. Kwast om het leven bij<br />

een poging de brand van de motor van Mitchell FR 149 te blussen. Hij werd begraven te Brookwood.<br />

MLD 82 26-04-1944 Wildcat FN 245 / SQ 759<br />

De officier van de marinestoomvaartdienst G.A. Mallee was in het voorjaar van 1944 als leerling-vlieger<br />

gedetacheerd bij het Britse SQ 759, gebaseerd op het Royal Naval Air Station Yeovilton in Somerset.<br />

Tijdens een oefenvlucht op 26 april 1944 met de Wildcat FN 245 vloog hij op een gegeven moment te laag,<br />

raakte een boom aan de rand van het vliegveld en stortte omgekeerd neer. Hij was op slag dood.<br />

MLD 83 28-04-1944 Hellcat FN 390 / SQ 1847<br />

Toen de zuurstofinstallatie op circa 26.000 voet onklaar raakte, stortte de Hellcat FN 390 op 28 april 1944<br />

neer bij Ballymena (Noord-Ierland). Officier-vlieger E.H. den Hollander overleefde dit ongeval niet.<br />

Den Hollander werd begraven op het Creggan Church Cemetery te Englinton, Noord-Ierland.<br />

47


MLD 84 18-05-1944 Hellcats JV 182 en FN 376 / SQ 1847 RNAS Eglinton<br />

Op 18 mei 1944 vond bij een nachtelijke oefening formatievliegen een botsing plaats tussen twee Hellcats.<br />

De vliegtuigen stortten vanaf een hoogte van 300 meter neer in de Lough Foyle bij Londonderry. De officiervlieger<br />

H.C. de Jager* en sergeant-waarnemer F.C.M. Brogtrop* verloren hierbij het leven. Beide bij de MLD<br />

gedetacheerde vliegers van de Militaire Luchtvaart werden op 23 mei 1944 begraven te Eglinton.<br />

MLD 85 06-06-1944 Hellcat FN 404 / SQ 1847<br />

Tijdens “Fighter Direction Exercises” stortte de Hellcat FN 404 van officier-vlieger<br />

Th. Limbosch op 6 juni 1944 neer ten zuidoosten van Arran Island in de Mull of Kintyre. Uitgebreide<br />

reddingspogingen hadden geen succes.<br />

MLD 86 08-06-1944 Mitchells FR 150 en FR 182 / SQ 320 Dunsfold<br />

Kort na de start op 8 juni 1944 vanaf de RAF-basis Morley in Norfolk, met het doel het<br />

spoorwegemplacement te Vire aan de Normandische kust te bombarderen, kwamen de Mitchells FR 150<br />

“W” en FR 182 “R” met elkaar in botsing. De toestellen vlogen in brand waardoor hun bommenladingen<br />

explodeerden. Zij stortten neer nabij Horsham in Surrey. Niemand van de beide bemanningen kon zich<br />

redden.<br />

MLD 87 08-06-1944 Mitchell FR 179 / SQ 320 Dunsfold<br />

De Mitchell FR 179 “T” werd op 8 juni 1944 boven Coutances (Frankrijk) door Duits afweergeschut<br />

neergeschoten. Zij was op weg naar Vire om aldaar het spoorweg-emplacement te bombarderen. De<br />

bemanning kwam om het leven.<br />

MLD 88 13-06-1944 Mitchell FR 205 / SQ 320 Dunsfold<br />

Na een aanval op het spoorwegemplacement te Lisieux (halverwege de spoorlijn Cherbourg-Parijs) in de<br />

nacht van 12 op 13 juni 1944, werd de Mitchell FR 205 “O” aangeschoten en stortte neer. De vijfkoppige<br />

bemanning werd gedood en bij Lisieux begraven. Hun stoffelijke resten werden na de oorlog herbegraven<br />

op het Ereveld Grebbeberg.<br />

MLD 89 20-06-1944 Mitchell FR 151 / SQ 320 Dunsfold<br />

Op 20 juni 1944 werd de Mitchell FR 151 “C”, die op weg was voor een aanval op een V1-raket<br />

lanceeropstelling nabij Valry (Frankrijk), geraakt door Duits afweervuur en stortte neer. Het toestel sloeg te<br />

pletter in een akker te Frichmesnel nabij Clères. De vier bemanningsleden kwamen daarbij om het leven.<br />

MLD 90 23-06-1944 Mitchell N5-162 / SQ 18 Batchelor<br />

Tijdens aanvallen op Japanse schepen en vliegvelden bij en op de Kei-eilanden door vier vliegtuigen op 23<br />

juni 1944 werd de Mitchell N5-162 van de “<strong>Marine</strong>-flight” van de ML ( zie noot 53) door de Japanners<br />

aangeschoten. Het toestel stortte in de Banda Zee ter hoogte van Tioor (Kei-eilanden). De zes inzittenden<br />

vonden een zeemansgraf, onder wie vier man van de MLD.<br />

MLD 91 24-06-1944 Mitchell FR 204 / SQ 320 Dunsfold<br />

Op 24 juni 1944 werd de Mitchell FR 204 “S” na een aanval op Château d’Ansenne (Frankrijk) geraakt door<br />

een voltreffer van het Duitse afweergeschut. Het toestel stortte neer. Geen der bemanningsleden kon het<br />

toestel tijdig verlaten.<br />

MLD 92 06-07-1944 Hudson KF 790 / IJsselmeer<br />

In het voorjaar van 1942 evacueerde militie-matroos J.A. Walter vanuit Nederlands-Indië naar Engeland.<br />

Bijna gelijkertijd vertrok verzetsman J. Bockma vanuit Nederland via Frankrijk en Spanje naar Algiers. Daar<br />

nam hij dienst bij het Vreemdelingenlegioen, deserteerde en voer met een Noors schip naar Engeland.<br />

Beide Nederlanders werden in juni 1943 als dienstplichtig sergeant van speciale diensten opgenomen in de<br />

<strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> (MLD) en vervolgens gedetacheerd bij de RAF voor het volgen van een<br />

telegrafistenopleiding in Blackpool. Tijdens deze opleiding werden zij benaderd door de BBO Londen om<br />

in hun organisatie te komen werken als geheim agent/macronist. Zij werden in juli 1944 uit de marine<br />

gedemobiliseerd en ingelijfd bij de <strong>Koninklijke</strong> Landmacht. In de nacht van 5 op 6 juli 1944 vertrokken zij<br />

met twee andere geheim agenten aan boord van het vliegtuig Hudson FK 790 naar hun droppingsgebied in<br />

Nederland. Boven de Waddenzee werd hun vliegtuig aangeschoten door een Duitse nachtjager en stortte<br />

48


neer in het IJsselmeer. Geen van de inzittenden overleefde dit drama. De stoffelijke overschotten van<br />

Bockma en Walter werden op 14 juli door een vissersvaartuig nabij Kornwerderzand gevonden en<br />

overgedragen aan de politie te Makkum.<br />

MLD 93 26-07-1944 Mitchell FR 185 / SQ 320 Dunsfold<br />

Na een geslaagde aanval op een olie en benzine-opslagplaats te Fontainbleau in de avond van 26 juli 1944<br />

werd tijdens de terugvlucht de Mitchell FR 185 “Z” ten zuiden van Dreux door Duits afweergeschut<br />

geraakt. Het toestel stortte met brandende motoren neer. De gehele bemanning kwam om het leven.<br />

MLD 94 29-07-1944 Mitchell FR 158 / SQ 320 Dunsfold<br />

Op 29 juli 1944 vertrok de Mitchell FR 158 “W” voor een solo-aanval op een Duitse geschutopstelling<br />

nabij Garnetot aan de Laize rivier. Van deze vlucht keerde het toestel niet terug. De vier bemanningsleden<br />

vonden de dood en zijn thans begraven op het Ereveld Grebbeberg.<br />

MLD 95 03-08-1944 Hellcats JV 178 en JV 194 / SQ 1840<br />

Bij een start vanaf het Britse vliegkampschip HMS Formidable op 3 augustus 1944 in de Atlantische<br />

Oceaan ten westen van Schotland verongelukten de Hellcats JV 178 en HV 194. De officieren-vlieger C.A.D.<br />

van Dongen en H. Laufer verloren daarbij het leven.<br />

MLD 96 09-08-1944 Mitchell FR 186 / SQ 320 Dunsfold<br />

Op 9 augustus 1944 werden de munitieopslagplaatsen in Fôret de Lyons in Frankrijk door Mitchells<br />

aangevallen. De FR 186 “B” nam aan deze actie deel. Door afweervuur werd het toestel ernstig beschadigd<br />

en raakte de korporaal-vliegtuigschutter E.E.G. de Preter zwaar gewond. De FR 186 vloog terug naar Engeland<br />

en landde op een vliegveld te Friston in Sussex. De Preter werd naar het Prinsess Alice Hospitaal in<br />

Eastbourne vervoerd, maar overleed op 11 augustus aan zijn verwondingen.<br />

MLD 97 19-08-1944 Mitchell N5-210 / SQ 18 Batchelor<br />

Tijdens een aanval op het vliegveld Langgoer op de Kei-eilanden op 19 augustus 1944 werd de Mitchell N5-<br />

210 van de “<strong>Marine</strong>-flight” boven Langgoer door het Japanse afweergeschut aangeschoten en stortte<br />

brandend neer. De bemanning, onder wie drie MLD’ers, overleefde deze ramp niet.<br />

MLD 98 18/19-08-1944 Mitchell FW 258 / SQ 320 Dunsfold<br />

In de nacht van 18 op 19 augustus 1944 moesten door enkele Mitchells lichtfakkels afgeworpen worden<br />

boven de ‘zak van Falaise’, benoorden Le Havre. De FW 258 “G” werd geraakt door luchtafweervuur en<br />

stortte neer. De vierkoppige bemanning werd aanvankelijk begraven op het Banneville British War<br />

Cemetery, doch later herbegraven op het Militair Ereveld Grebbeberg in Rhenen.<br />

MLD 99 30-08-1944 Mitchell FW 268 / RAF SQ 89<br />

Op 30 augustus 1944 werd de Mitchell FW 268 tijdens een buiklanding te Goldalming (Engeland) zwaar<br />

beschadigd. De bij de MLD gedetacheerde officier-vlieger C.W. Waardenburg* overleefde dit ongeval niet.<br />

MLD 100 01-09-1944 Mitchell N5-214 / SQ18 Batchelor<br />

Samen met vliegtuigen van de Australische luchtmacht werden acht vliegtuigen van SQ 18 uitgestuurd om<br />

het vliegveld Langgoer op de Kei-eilanden opnieuw te bombarderen. Tijdens deze opdracht werd de<br />

Mitchell N5-214 van de “<strong>Marine</strong>-flight” door de Japanners aangeschoten. Het viel brandend naar beneden,<br />

explodeerde op 5.000 voet hoogte en viel in stukken uit elkaar. De bemanning overleefde dit drama niet.<br />

MLD 101 05-09-1944 Eindhoven<br />

Officier-vlieger buiten dienst A. Elkerbout was lid van het Nationaal Comite van het Verzet en actief bij de<br />

onderduikershulp in de regio Eindhoven. Hij werd op 19 april 1944 gearresteerd, opgesloten in het<br />

Grootseminarium te Haaren en later naar het concentratiekamp Vught overgebracht. Op 5 september 1944<br />

werd hij bij de ontruiming van het kamp gefusilleerd.<br />

In Eindhoven is een laan naar Elkerbout vernoemd.<br />

MLD 102 06-09-1944 Mauthausen (zie noot 68)<br />

49


Officier-zeewaarnemer Josef Bukkens werd als agent van het Britse Special Operations Executive op 26 februari<br />

1942 gedropt tussen Katwijk en Den Haag. Hij werd slachtoffer van het “Englandspiel” en na zijn<br />

“dropping” door de Duitsers gearresteerd. Op 6 september 1944 werd hij in Mauthausen om het leven<br />

gebracht.<br />

MLD 103 07-09-1944 Dakota C47 DT941 / ML<br />

Op 6 september 1944 steeg het transportvliegtuig Dakota C47 DT941 van de Militaire Luchtvaart op vanaf<br />

Merauke (NNG) met bestemming Australië. Sindsdien werd niets meer van het toestel en zijn bemanning<br />

vernomen. Onder de 25 inzittenden bevonden zich drie marinemannen en een bij de MLD gedetacheerde<br />

ML-vlieger. In 1989 werd ten noorden van de plaats Morssman aan de Koraalzee (Queensland, Australië)<br />

het wrak gevonden.<br />

MLD 104 28-10-1944 Waalsdorpervlakte<br />

Als gevolg van zijn illegale acties in bezet Nederland werd de ondergedoken leerling-onderofficier-vlieger Nico<br />

Corstanje op 27 oktober 1944, een dag voor de bevrijding van zijn geboorteplaats Goes, in Scheveningen<br />

door de Duitse politie gearresteerd en de volgende dag op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.<br />

MLD 105 15-11-1944 Noord-Bergum<br />

Korporaal-vliegtuigmaker J. Bakker meldde zich niet om in krijgsgevangenschap te gaan, maar sloot zich aan bij<br />

de Landelijke Organisatie en verrichte diverse illegale werkzaamheden. Hij werd op 15 november 1944 door<br />

de SD gearresteerd en opgesloten in de gevangenis te Leeuwarden. Daar werd hij aan verhoren<br />

onderworpen en dusdanig mishandeld dat hij in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Al spoedig werd<br />

hij opgehaald door twee SD’ers en vervolgens op 15 december 1944 in het Terluinslaantje te Noord-<br />

Bergum door hen vermoord.<br />

MLD 106 28-11-1944 Soerabaja<br />

Op 28 november 1944 werd, na een vluchtpoging uit de Boeboetan-gevangenis te Soerabaja, de korporaalvliegtuigmaker<br />

J. Kitoe door de Japanners doodgeschoten.<br />

MLD 107 29-11-1944 Mitchell FR 207 / SQ 320 Melsbroek 50<br />

Op 29 november 1944 werd de Mitchell FR 207 “U” bij een aanval op de spoorbrug over de IJssel te<br />

Deventer getroffen door een Duitse luchtafweergranaat. Het projectiel sloeg in onder de geschutskoepel en<br />

doodde sergeant-vliegtuigtelegrafist A. Hamelink. De andere inzittenden bleven ongedeerd en brachten het zwaar<br />

beschadigde toestel veilig naar de basis.<br />

MLD 108 29-12-1944 Mitchell FV 928 / SQ 320 Melsbroek<br />

Op 29 december 1944 werden Duitse troepenconcentraties in het Belgische Ardennendorpje Vielsalm door<br />

Mitchells aangevallen. De FV 928 werd tijdens de terugvlucht boven Goronne in beide motoren door<br />

afweervuur getroffen, waarop de bemanning het toestel moest verlaten. De vlieger, de waarnemer en één<br />

der vliegtuigschutters lukte dat. De andere schutter, sergeant J. Jillings, werd met het toestel de dood in<br />

gesleept.<br />

MLD 109 13-01-1945 Mitchells FW 227 + FR 181 / SQ 320 Melsbroek<br />

Op 13 januari 1945 werd met 12 Mitchells een aanval uitgevoerd op Manderfeld bij de Duits-Belgische<br />

grens. De FW 227 “P” kreeg een voltreffer van het afweergeschut en explodeerde in de lucht.<br />

Waarschijnlijk door de luchtdruk van die explosie sloeg de FR 181 “R” een halve slag om, vloog nog even<br />

in rugvlucht en stortte vervolgens neer. De bemanningsleden van beide toestellen kwamen hierbij om het<br />

leven. De stoffelijke resten van de bemanningsleden van de FW 227 werden later herbegraven op de<br />

Algemene Begraafplaats “Rusthof” bij Amersfoort. Onder de acht omgekomenen bevond zich de Belgische<br />

luitenant-vlieger G.F. Mertens die met ingang van 4 november 1944 bij SQ 320 was gedetacheerd.<br />

MLD 110 03-02-1945 Lancaster PA 158 / SQ 90 Bomber Command<br />

Op 3 februari 1945 werd de Lancaster bommenwerper PA 158 neergeschoten ter hoogte van<br />

Mönchengladbach (Duitsland). De bemanning, onder wie de bij SQ 90 gedetacheerde officier-vlieger J.J.<br />

Buning, verloor hierbij het leven.<br />

50


MLD 111 09-02-1945 Mitchells FR 165 + FW 212 / SQ 320 Melsbroek<br />

Op 9 februari vertrokken zeventien Mitchells voor een aanval op de Duitse stad Geldern. Ongeveer een<br />

kwartier na de start, boven het Belgische Tienen (Tirlemont), kwamen de FR 165 en de FW 212 met elkaar<br />

in botsing en stortten onmiddellijk neer. De vijf bemanningsleden van de FW 212 (vier Nederlanders en<br />

een Engelsman) zagen geen kans meer het toestel te verlaten. Van de FR 165 slaagden de vlieger en de<br />

waarnemer er in zich per parachute in veiligheid te stellen. De twee sergeanten-vliegtuigschutters lukten dat<br />

niet. Zij kwamen om.<br />

MLD 112 13-02-1945 Spitfire IRK 892 / SQ 322<br />

De bij (Dutch) Squadron 322 gedetacheerde officier-vlieger E. Ditmarsch keerde met zijn Spitfire IRK 892 niet<br />

op de basis Woensdrecht terug van een operatie boven bezet Nederland, op 13 februari 1945 in de<br />

omgeving van Oegstgeest.<br />

MLD 113 16-02-1945 Mitchell FR 145 / SQ 320 Melsbroek<br />

Tijdens een operationele vlucht boven Duitsland werd de Mitchell FR 145 “P” boven Weeze door<br />

afweervuur geraakt. Tijdens de terugvlucht maakte zij een noodlanding nabij Eindhoven. Daarbij kwam de<br />

bij de MLD gedetacheerde Britse vliegtuigtelegrafist Warrant Officer D.P.G. Miller om het leven.<br />

MLD 114 18-02-1945 Dachau<br />

Reserve officier-vlieger M.C. Moes werd op 4 augustus 1942 als lid van de OD door de Duitsers gearresteerd. Hij<br />

werd op het tweede OD-proces veroordeeld en vervolgens naar het concentratiekamp Dachau<br />

gedeporteerd. Als gevolge van ontberingen en uitputting overleed hij op 18 februari 1945.<br />

MLD 115 23-02-1945 Mauthausen<br />

Op 23 februari 1945 werd de adspirant officier-vlieger C.M. Popelier in het concentratiekamp Mauthausen door<br />

de Duitsers om het leven gebracht. Hij was met twee cadetten op 10 januari 1944 tijdens de verhuizing van<br />

het krijgsgevangenenkamp Stalag 371 te Stanislau naar Neubrandenburg ontsnapt, doch kort daarop in de<br />

Karpaten opgepakt en teruggebracht. Vervolgens werd hij gedeporteerd naar het concentratiekamp Gross-<br />

Rosen (50 kilometer ten zuidwesten van Breslau) en kwam uiteindelijk in juni 1944 in Mauthausen terecht,<br />

waar hij zijn einde vond.<br />

MLD 116 05-03-1945 Spitfire RR 240 / SQ 322<br />

Op 5 maart 1945 keerde de bij de MLD gedetacheerde, maar aan de RAF uitgeleende officier-vlieger J. Vlug<br />

niet terug van een patrouillevlucht boven Duitsland. Het toestel, de Spitfire RR 240, stortte neer ten<br />

noorden van de Wesel. Het stoffelijk overschot van de vlieger werd op 7 maart gevonden.<br />

MLD 117 28-03-1945 Musquito MM 131 / SQ 139 RAF Upwood<br />

SQ 139 op RAF basis Upwood nam in de nacht van 27 op 28 maart 1945 met acht Musquito's als<br />

"Pathfinder Force" deel aan een raid naar Berlijn. De Musquito MM 131 van de officier-vlieger A.A.J. van<br />

Amsterdam* keerde daarvan niet terug.<br />

MLD 118 28-03-1945 Mitchell HD 392<br />

Tijdens een operationele vlucht werd de Mitchell HD 392 boven Duitsland, nabij Engels Kirchen, op 28<br />

maart 1945 door afweervuur geraakt. De bij de MLD gedetacheerde Britse vliegtuigschutter H. Swinnerton werd<br />

daarbij gedood.<br />

MLD 119 21-04-1945 Liberator 51 / Coastal Command RAF.<br />

Een Britse Liberator-bommenwerper stortte op 21 april 1945 neer in het bos van Norland nabij Årestrup<br />

(Denemarken). De elf inzittenden, onder wie de Nederlandse vliegtuigcommandant luitenant ter zee N.<br />

Guilonard, werden allen gedood. De Duitse Weermacht begroef hen de volgende dag ter plaatse. De Deense<br />

autoriteiten zorgden ruim twee jaar later voor een herbegrafenis in Årestrup.<br />

MLD 120 02-05-1945 SQ 320 Achmer<br />

Op 2 mei 1945 verloren de sergeant-zeewaarnemer J. Bootsma en de sergeant-vliegtuigschutter A.M. Heijblom het<br />

leven als gevolg van een munitieontploffing op het vliegveld Achmer nabij Osnabrück, waarheen SQ 320<br />

eind april was verplaatst.<br />

51


MLD 121 18-05-1945 Spitfire LF III, NF 588 / SQ 802<br />

Tijdens een oefenvlucht moest de Spitfire NF 588 op 18 mei 1945 een noodlanding maken bij Abroath in<br />

Schotland. Hierbij raakte de adspirant-reserveofficier-vlieger M.L. van den Brink zwaar gewond. Hij overleed enige<br />

uren later in het hospitaal.<br />

MLD 122 02-06-1945 Mitchell 44-31257<br />

Ten gevolge van een ongeval te Grass Valey nabij Sacremento in Californië tijdens een ferryvlucht met de<br />

B25J-30-NC Mitchell no: 44-31257, verloren de officieren-vlieger R.E. Basenau, C.C. Jager en B.G. de Vries op 2<br />

juni 1945 het leven.<br />

MLD 123 08-07-1945 Liberator KH 296 / SQ 321 / China Bay<br />

In de nacht van 8 op 9 juli 1945 vertrokken drie Liberators van de basis China Bay bij Trincomalee (Ceylon)<br />

naar de Cocoseilanden. De als laatste vertrokken Liberator KH 296 stortte direct na de start in zee. Vier<br />

bemanningsleden verloren daarbij het leven.<br />

MLD 124 24-07-1945 Corsair / SQ 1842<br />

Bij het bombarderen van Japan vanaf het vliegkampschip HMS Formidable stortte de Change-Vought<br />

Corsair van officier-vlieger B.K. Swart op 24 juli 1945 neer boven Kurashiki (Zuidoost-Honshū). Hij verloor<br />

daarbij het leven.<br />

MLD 125 01-08-1945 Kitty Hawk C3-534 / SQ 120<br />

Aan boord van de Curtiss P40N Kitty Hawk jachtvliegtuigen van SQ 120, dat vanuit Australië opereerde,<br />

hebben twee vliegers van de MLD deelgenomen aan acties tegen de Japanners. Hiertoe werd het squadron<br />

in april 1945 naar Merauke gedirigeerd en vervolgens naar Biak. Vooral vanuit Biak werden de Japanse<br />

troepen op Nieuw-Guinea geducht aangevallen. De voornaamste doelen waren Manokwari, Sorong en<br />

Babo. Bij een aanval op Manokwari op 1 augustus 1945 werd de Kitty Hawk C3-534 van sergeant-vlieger F.<br />

Hirdes neergeschoten. Hij kwam daarbij om het leven.<br />

MLD 126 30-08-1945 Dakota KJ 974 / SQ 24 RAF Transport Command<br />

Tijdens een transportvlucht met de Dakota KJ 974 vanaf de luchthaven Bouches-Du-Rhône te Istres (Zuid-<br />

Frankrijk) stortte het toestel op 30 augustus 1945 boven het Rhônedal neer tijdens een hevige onweersbui.<br />

Alle inzittenden, onder wie de vliegtuigcommandant officier-vlieger A.J. Daniëls en luitenant ter zee P.W. Ree<br />

kwamen bij deze ramp om het leven.<br />

De stoffelijke resten van beide militairen waren aanvankelijk in Marseille ter aarde besteld, maar dat van Daniëls is in<br />

1957 door de OGS herbegraven op het Nederlandse Ereveld te Orry-la-Ville in de gemeente Senlis, dépt. Oise,<br />

omgeving Parijs. Ree werd herbegraven op het Ereveld Loenen.<br />

MLD 127 03-01-1946 Anson I MG-445<br />

Tijdens een vlucht naar Jurby op het eiland Man vloog op 3 januari 1946 de Avro Anson I MG-445 tegen<br />

een hoge heuvel en verongelukte. Matroos B.B. Komkommerman kwam daarbij om het leven.<br />

MLD 128 11-02-1946 Albacore 52<br />

Tijdens een oefenvlucht boven het Kanaal stortte op 11 februari 1946 een Albacore in zee. Hierbij<br />

verdronk de officier-vlieger E.K. van Dam.<br />

MLD 129 11-02-1946 Sea Musquito<br />

Tijdens een solo-oefenvlucht vanaf de basis Croft stortte een Sea Musquito op 11 februari 1946 in de Firth<br />

of Forth (Schotland). Officier-vlieger E.K. van Unen kwam daarbij om het leven.<br />

MLD 130 14-02-1946 Mosquito<br />

Tijdens een solo-oefenvlucht vanaf de basis Croft stortte op 14 februari 1946 nabij Croft ter hoogte van<br />

West Hartlepool een Musquito in de Noordzee. Sergeant-vlieger G. la Hei verdronk daarbij.<br />

MLD 131 07-10-1946 Firefly F15 / MVKV<br />

52


Op 7 oktober 1946 vond een ernstig ongeluk plaats boven Apeldoorn als gevolg van stunten met de Firefly<br />

F 15. Hierbij stortte het toestel boven op een school, waarbij een aantal kinderen en de sergeant-vlieger<br />

M.G.D. Christern de dood vonden.<br />

MLD 132 07-12-1946 Walrus PH-NAV<br />

<strong>Marine</strong>vliegers vlogen ook op de Walrus amfibievliegboten van het fabrieksschip Willem Barentsz voor de<br />

walvisvangst. Bij een ongeluk met de PH-NAV bij Kaapstad op 7 december 1946 kwam de vlieger, luitenant<br />

ter zee L. Kuiper, om het leven.<br />

MLD 133 10-12-1946 Firefly F 9<br />

Tijdens een ferryvlucht van Engeland naar Nederland met de Firefly F 9 werd het toestel op 10 december<br />

1946 vermist. De bij de MLD gedetacheerde officier-vlieger W. Saltykoff * is vermoedelijk met het vliegtuig in<br />

de Noordzee gestort. Er werd niets meer van hem vernomen.<br />

MLD 134 26-01-1947 Catalina P 204 / MVKM<br />

Tijdens de landing in zee bij Gilimanoek op Bali op 26 januari 1947 brak de Catalina vliegboot P 204 in<br />

tweeën juist ter hoogte van de zitplaats van de vlieger. Ten gevolge daarvan werd de sergeant-vlieger E. Muller<br />

gedood. De andere inzittenden werden door de torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein opgepikt en met het<br />

stoffelijke overschot van Muller naar Soerabaja gebracht.<br />

MLD 135 14-05-1947 Firefly F 24 / SQ 860<br />

Tijdens een luchtverkenningsvlucht boven het Weliranggebergte op Oost-Java stortte op 14 mei 1947 door<br />

onbekende oorzaak de Firefly F 24 neer in de omgeving van Kemloko-Patjet. De inzittende korporaal der<br />

mariniers J.J. van Seggelen werd uit het toestel geslingerd en raakte buiten bewustzijn. Naar het zich liet aanzien<br />

was de vlieger, sergeant-vlieger J.J.M. Olde Weghuis, tijdens de crash bewusteloos of gewond geraakt en niet in<br />

staat het vliegtuig, dat in brand was gevlogen, te verlaten. Van Seggelen werd de volgende dag door het<br />

Republikeinse leger gevangengenomen. Van hem is niets meer vernomen.<br />

Op het monument “Nederlands Oost-Indië” in Tilburg wordt Olde Weghuis herdacht.<br />

MLD 136 29-05-1947 Avro Anson / LSK Gilze Rijen<br />

Bij een ongeval tijdens een training met een Avro Anson vanaf het vliegveld van de LSK Gilze Rijen<br />

kwamen op 29 mei 1947 zes MLD'ers om het leven.<br />

MLD 137 21-07-1947 Firefly F 22 / SQ 860<br />

Tijdens de Eerste Politionele Actie op Oost-Java werd de Firefly F 22 op 21 juli 1947 getroffen door<br />

vijandelijk vuur en moest een noodlanding maken bij Pandakan. Dit werd waargenomen door de<br />

commandant van SQ 860 vanuit diens Firefly. De F 22 brandde vervolgens geheel uit. Volgens ooggetuigen<br />

kon de officier-vlieger R. Visser zich uit het toestel redden, maar werd vermoedelijk daarna door de plaatselijke<br />

bevolking om het leven gebracht.<br />

MLD 138 04-08-1947 Firefly F 27 / SQ 860<br />

Tijdens de Eerste Politionele Actie werd de Firefly F 27 op 4 augustus 1947 boven Kamal op Madoera<br />

neergeschoten. Sergeant-vlieger G.H. Verberne verloor daarbij het leven.<br />

MLD 139 21-07-1948 Mitchell A-21 / SQ 2 Fourdon Airfield.<br />

Op 21 juli 1948 vloog de Mitchell A-21 tegen een berg bij Auchinbrace aan de Schotse kust te pletter,<br />

hetgeen zes levens kostte.<br />

MLD 140 24-08-1948 Firefly K 56 / MVKV<br />

Op 24 augustus 1948 stortte, na opgestegen te zijn vanaf het MVK Valkenburg, de Firefly K 56 in de<br />

Noordzee. Adelborst-vlieger F.J.C. Meulenberg en schrijver F.J. Palings kwamen daarbij om het leven.<br />

MLD 141 29-09-1948 Harvard B 36 / LSK Gilze Rijen<br />

Ten gevolge van een vliegongeval in de omgeving van Boxtel met een Harvard B 36 van de vliegbasis Gilze-<br />

Rijen kwamen op 29 september 1948 de officier-vlieger C.M. Velders en leerling-onderofficier-vlieger P. Nicolai om<br />

het leven.<br />

53


MLD 142 08-11-1948 Firefly L 13 / MVKV<br />

Op 8 november 1948 verongelukte door onbekende oorzaak het lesvliegtuig Firefly L 13 nabij Voorhout.<br />

Daarbij verloren officier-vlieger W.A. Limque en luitenant ter zee W.J.H. de Vries het leven.<br />

MLD 143 15-04-1949 Dakota W-5 / Oostelijk Verkennings- en Transportsquadron<br />

Toen de Dakota W-5 op 13 april 1949 op lage hoogte voorraden afwierp bij Klaten op Midden-Java, werd<br />

het toestel vanaf de grond plotseling door de TNI beschoten. Sergeant-vliegtuigtelegrafist D.H. Berkhout kreeg<br />

daarbij een schotwond in de schedel. De Dakota landde in Semarang, waar de sergeant op 15 april in het<br />

plaatselijke Elizabeth Ziekenhuis aan zijn verwonding overleed. Hij werd de volgende dag met militaire eer<br />

begraven op het Ereveld Candi.<br />

MLD 144 05-07-1949 Firefly K 69 / SQ 2<br />

Op 5 juli 1949 raakte de Firefly K 69 overboord bij het landen op het Britse vliegkampschip HMS Theseus<br />

dat zich in de Middellandse Zee bevond. Adelborst-vlieger M.H. van Breen verloor daarbij het leven.<br />

MLD 145 15-11-1949 Firefly K 35 / SQ 2<br />

Na een mislukte landing op het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman, dat zich op 15 november 1949 in<br />

de Schotse wateren aan de ingang van de Moray Firth bevond om “op te werken”, stortte de Firefly K 35 in<br />

zee. De enige inzittende, luitenant ter zee vlieger M.J. van Wijck, slaagde er niet in te ontkomen uit het toestel,<br />

dat onmiddellijk in de diepte verdween.<br />

MLD 146 12-05-1950 Firefly K 81 / SQ 2<br />

Op 12 mei 1950 stortte de Firefly K 81 neer in de Leidsevaart bij Haarlem. Hierbij verongelukte leerlingonderofficier-vlieger<br />

J. Kiemel.<br />

MLD 147 01-06-1950 Fireflys K 80 + K 84 / MVKV<br />

Op 1 juni 1950 botsten de Fireflys K 80 en K 84 boven de Noordzee nabij Scheveningen op elkaar. De<br />

korporaals-vlieger J. van Kleef en J.H. Verveer verloren daarbij het leven<br />

MLD 148 27-07-1950 Seafury J 1 / MVKV<br />

Ten gevolge van een vliegongeval op 27 juli 1950 met de Seafury J 1, die bij Valkenburg in een sloot dook,<br />

kwam korporaal-vlieger L. van Leeuwen om het leven.<br />

MLD 149 30-08-1950 Firefly K 76 / MVKV<br />

MLD MVK Valkenburg. Door onbekende oorzaak stortte op 30 augustus 1950 de Firefly K 76 neer bij<br />

Kijkduin ter hoogte van strekdam 21. Het aangespoelde stoffelijk overschot van leerling-onderofficier-vlieger W.<br />

van den Born werd op 6 september op het strand van Noordwijk gevonden. Hij bleek te zijn verdronken. Het<br />

stoffelijk overschot werd begraven in zijn woonplaats Huizen.<br />

MLD 150 28-12-1950 Catalina P 82 / SQ 7 / MVKB<br />

Op 28 december 1950 verongelukte de Catalina P 82 in de baai van Seroei op het eiland Japen in<br />

Nederlands Nieuw-Guinea. Na de start kwam het toestel in moeilijkheden, stortte in zee en zonk. Drie<br />

bemanningsleden verloren hierbij het leven.<br />

MLD 151 12-01-1951 Seafury F 15 / MVKV<br />

Door onbekende oorzaak stortte op 12 januari 1951 de Seafury F 15 bij Noordwijk neer. De vlieger,<br />

luitenant ter zee F. Langenbach, overleefde het ongeval niet.<br />

MLD 152 10-07-1951 Firefly K 45<br />

Op 10 juli 1951 steeg de Firefly K 45 op vanaf het Britse vliegkampschip HMS Indomitable. Nabij Alisa<br />

Graig in Schotland stortte het toestel door onbekende oorzaak neer, waarbij sergeant-vlieger J.M. van den Akker<br />

het leven liet.<br />

MLD 153 24-04-1952 Sea Otter R 6 / MVKV<br />

54


Getroffen door een draaiende propeller van de Sea Otter R 6, die bij Moerdijk op het Hollands Diep aan<br />

het oefenen was voor de reddingsdienst, vond de 24 jarige vliegtuigmaker-bekleder-parachutepakker W.A. Bruns<br />

op 24 april 1952 een plotselinge dood. Het stoffelijk overschot bleef drijven in het zwemvest, zodat vissers<br />

het later konden oppikken. De oefening bestond uit het redden van in zee gevallen vliegers met behulp van<br />

een rubberboot. Staande in zo’n boot werd Bruns door de roterende propeller gegrepen.<br />

MLD 154 14-07-1952 Skyraider AD 1<br />

Adelborst-vlieger A.W.G. Poelder uit Nijmegen werd op 14 juli 1952 op slag gedood tijdens een vliegongeval<br />

met de Skyraider AD 1 op de Air Force Base Kelly te San Antonio (Texas). Hij maakte deel uit van een<br />

groep van vijf marineofficieren die op 15 februari was begonnen met een zogenaamde ‘advanced carrier<br />

pilot training’.<br />

MLD 155 21-09-1952 Firefly K 67<br />

Op het vliegdek van het Britse vliegkampschip HMS Illustrious maakte de Firefly K 67 op 21 september<br />

1952 een ongelukkige landing en gleed vanaf het vliegdek in de Noordzee. Hierbij kwam luitenant ter zee<br />

vlieger A.C.M. Lambrechts om het leven.<br />

MLD 156 14-10-1952 Firefly’s F 6 + F 30 / SQ 1 Curaçao<br />

Op 14 oktober 1952 botsten in het luchtruim van de Nederlandse Antillen de Firefly’s<br />

F 6 en F 30 op elkaar. Daarbij verloor luitenant ter zee vlieger P. Dekker het leven.<br />

MLD 157 20-12-1952 Catalina P 211 / SQ 321<br />

De Catalina P 211, die vanaf MVK Boeroekoe op Biak vertrokken was naar Nederland voor een grote<br />

onderhoudsbeurt, vloog op 20 december 1952 in Libanon tegen een besneeuwde berg. Het toestel werd<br />

geheel vernield. Bij dit ongeval kwam de sergeant-vlieger J.H. Roeby om het leven. De overige bemanningsleden<br />

overleefden de ramp.<br />

MLD 158 22-04-1953 Firefly P 70 / MVKV<br />

Door een vliegongeval met de Firefly P 70 op 22 april 1953 ten westen van Noordwijk verloor de luitenant<br />

ter zee F. Koops het leven.<br />

MLD 159 19-05-1953 Seafury’s F 25 + F 28<br />

Bij een botsing tussen de Seafury’s F 25 en F 28 boven Rhydwen (Wales) op 19 mei 1953 kwamen de<br />

luitenants ter zee H. Statius Muller en J.P. van der Oort om het leven.<br />

MLD 160 14-04-1954 Seafury J 9 / MVKV<br />

Op 14 april 1954 botste de Seafury J 9 met de KLu Thunderjet K103 van de vliegbasis Welschap en stortte<br />

neer in de Haarlemmermeer. Daarbij vond de MLD-vlieger luitenant ter zee L.B. Tjebbes de dood.<br />

MLD 161 10-11-1954 Firefly K 51 / SQ1<br />

Bij een ongeval op de Plesman luchthaven op Curaçao verongelukte de Firefly P 51 op 10 november 1954.<br />

Korporaal-vlieger F. Renkema verloor daarbij het leven.<br />

MLD 162 24-10-1955 Seafury F 8 / MVKV SQ 860<br />

Op 24 oktober 1955 explodeerde de Seafury F 8 op het <strong>Marine</strong>vliegkamp Valkenburg. Luitenant ter zee D.<br />

Th. Challik overleefde dit ongeval niet.<br />

MLD 163 21-12-1956 Firefly U 13 / MVKV<br />

Op 21 december 1956 stortte door onbekende oorzaak de Firefly U 13 nabij Scheveningen in zee. Luitenant<br />

ter zee C.F.A. Linck en hulpvliegtuigmaker S. Weijma verloren daarbij het leven.<br />

MLD 164 14-02-1957 Firefly U 14 / MVKV<br />

Op 14 februari 1957 stortte bij Maaldrift (gemeente Valkenburg) het lesvliegtuig Firefly U 14 neer. Luitenant<br />

ter zee K. den Hamer kwam hierbij om het leven.<br />

MLD 165 16-07-1957 Superconstellation PH-LKT “Neutron” / Mokmer<br />

55


Op 16 juli 1957 stortte het lijnvliegtuig “Neutron” om 03.32 uur plaatselijke tijd in zee, kort na de start<br />

vanaf het vliegveld Mokmer op Biak. 59 personen, onder wie 6 man repatriërend marinepersoneel, kwamen<br />

hierbij om het leven.<br />

MLD 166 12-08-1957 <strong>Marine</strong>r P 312 / SQ 321<br />

Vanaf het vliegveld Moppa bij Merauke (NNG) vertrok op 12 augustus 1957 de <strong>Marine</strong>r P 312. Tijdens de<br />

start kwam het toestel in ernstige moeilijkheden, raakte een boom en stortte neer. Het vloog onmiddellijk<br />

daarna in brand. Bij dit ongeval verloren zes bemanningsleden en twee Papoea-politiemannen het leven.<br />

Sergeant-vliegtuigmaker A. Moens raakte zwaar gewond en overleed als gevolg daarvan de volgende dag.<br />

MLD 167 06-11-1957 Seahawk F 53 / MVKV<br />

Door onbekende oorzaak stortte de Seahawk F 53 op 6 november 1957 neer op Oud-Beijerland. Daarbij<br />

verongelukte luitenant ter zee L. Dekker.<br />

MLD 168 16-11-1957 Beaver J 2-PAB Kroonduif / NNG<br />

Op 16 november 1957 stortte de Beaver J 2-PAB van de luchtvaartmaatschappij Kroonduif neer op het<br />

strand nabij de monding van de Koembe-rivier aan de zuidkust van Nieuw-Guinea. Het vliegtuig was bezig<br />

om in de omgeving van Merauke de kustlijn te bepalen met behulp van Decca-apparatuur. Drie inzittenden,<br />

onder wie de oudste officier van de opnemer Hr.Ms. Snellius, luitenant ter zee Z.W. Mouton, die assisteerde bij<br />

de metingen, kwamen bij dit ongeval om het leven.<br />

MLD 169 10-09-1958 <strong>Marine</strong>r P 303 / SQ 321<br />

Vanaf het <strong>Marine</strong>vliegkamp Boeroekoe op Biak vertrok op 11 juni 1958 de <strong>Marine</strong>r P 303 voor een grote<br />

onderhoudsbeurt naar Nederland. Als gevolg van technische mankementen moest het toestel bij Abadan in<br />

Perzië (Iran) landen. De bemanning vloog met een lijntoestel naar Nederland, terwijl de P 303 achterbleef<br />

voor reparatie. Vanuit Nederland was intussen een reparatieploeg met het nodige materiaal naar Abadan<br />

uitgezonden. Na enige tijd van uitstel door zandstormen in de omgeving vertrok de P 303 ten slotte op 10<br />

september vanaf Abadan. Aan boord bevond zich de reparatieploeg en het inmiddels uit Nederland<br />

overgekomen vliegend personeel dat het toestel naar Nederland zou brengen. Kort na de start trad<br />

olielekkage op aan de bakboordmotor. Het toestel vloog terug naar Abadan en vlak voor de landingsbaan<br />

maakte het een scherpe bocht naar rechts. Bij de duikvlucht ontweek de vlieger ternauwernood een<br />

olieraffinaderij. Het toestel stortte neer en raakte vervolgens in brand. Hierbij kwamen alle inzittenden om<br />

het leven.<br />

Op de begraafplaats van Abadan werd een gedenksteen met de namen van de tien omgekomen bemanningsleden op<br />

de graftombe aangebracht en op 10 september 1960 officieel onthuld. Op 13 november 2002 werden de stoffelijke<br />

overschotten opgegraven en overgebracht naar Nederland. Op vrijdag 7 februari 2003 was op het <strong>Marine</strong>vliegkamp<br />

Valkenburg een herdenkingsbijeenkomst, waarna de tien MLD-mannen werden herbegraven op de Katwijkse<br />

begraafplaats Duinrust.<br />

MLD 170 27-01-1959 Avenger A 9<br />

Op ongeveer 80 mijl ten zuidwesten van Bermuda maakte de Avenger A 9 op de voormiddag van 27 januari<br />

1959 na een vrije start vanaf het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman een noodlanding op zee. Hierbij<br />

verongelukte korporaal-vliegtuigtelegrafist J. Müller. De overige inzittenden konden worden gered.<br />

MLD 171 10-06-1959 <strong>Marine</strong>r P 306 / SQ 321<br />

Op 31 mei 1959 vertrok vanaf het MVK Boeroekoe op Biak de <strong>Marine</strong>r P 306 op weg naar Nederland voor<br />

groot onderhoud. De amfibie stortte op 10 juni 1959 neer bij Mormugao op Goa (Portugees bezit aan de<br />

zuidkust van India) en vloog vervolgens in brand. Hierbij kwamen vier bemanningsleden om het leven,<br />

terwijl er vier door Portugese militairen uit de vlammen konden worden bevrijd. Zij overleden alsnog in het<br />

plaatselijke ziekenhuis.<br />

MLD 172 07-07-1959 Sikorsky H 4 “Delilah”<br />

De helikopter Sikorsky H 4 stortte op 7 juli 1959 neer in het Marsdiep. Drie inzittenden vonden daarbij de<br />

dood.<br />

MLD 173 30-09-1959 Seahawk F 61 / SQ 860<br />

56


Na een bezoek aan Hamburg te hebben gebracht, bevond het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman zich<br />

op de Noordzee ter hoogte van Noordwijk. Tijdens het afvliegen op 30 september 1959 stortte de Seahawk<br />

F 61 kort na de katapultstart in zee en explodeerde. De vlieger, luitenant ter zee J.C. de Wolff, kwam hierbij om<br />

het leven.<br />

MLD 174 17-12-1959 <strong>Marine</strong>r P 302 / SQ 321<br />

De <strong>Marine</strong>r P 302 vertrok op 17 december 1959 vanaf de landingstrip op het eiland Jefman, ten zuidwesten<br />

van Sorong (NNG), voor een patrouille. Om ongeveer 11.30 uur werd de landing ingezet in de Patipibaai<br />

bij Fak Fak. Daarbij sloeg de amfibie over de kop en brak in twee stukken die al snel zonken. Drie<br />

bemanningsleden overleefden de ramp, doordat Papoea’s met vlerkprauwen snel te hulp kwamen. Vijf<br />

inzittenden kwamen echter om het leven, onder wie de squadroncommandant luitenant ter zee vlieger 1 e klasse<br />

J. Adriaanse.<br />

MLD 175 25-02-1960 Avenger A 20 / Gibraltar.<br />

Tijdens oefeningen van Smaldeel 1 in de Middellandse Zee stortte op 25 februari 1960 de Grumman<br />

Avenger A 20 ten 11.00 uur, 60 mijl ten oosten van Gibraltar in zee en zonk. Vliegtuigmaker A.L. Coenraad<br />

overleefde dit ongeval niet; hij verdronk. De drie overige inzittenden konden zich met het reddingsvlot<br />

redden. Zij werden opgepikt door de onderzeebootjager Hr.Ms. Gelderland.<br />

MLD 176 26-09-1960 Harvard AT 16 / SQ 4 / MVKV<br />

Op 26 september 1960 stortte de Harvard AT 16 in zee tussen Kijkduin en Hoek van Holland. Luitenant ter<br />

zee M.C.R. van Haga en sergeant-vlieger H.H. Veltmaat kwamen daarbij om het leven.<br />

MLD 177 02-01-1961 Dakota 0 79 / SQ 321 / MVKB<br />

Op Biak deed zich op 2 januari 1961 een ernstig ongeluk voor met de Dakota 0 79. Bij het oefenen van<br />

landen en starts bij duisternis werd ook geoefend in het afwerpen van lichtfakkels. Na een aantal geslaagde<br />

landingen en starts wilde de bemanning wederom een lichtfakkel afwerpen op ongeveer twee mijl van de<br />

zuidkust van Biak. Vermoedelijk is toen de fakkel in het toestel tot ontbranding gekomen en is er aan boord<br />

brand uitgebroken. Toen de vlieger een noodlanding op zee wilde maken, explodeerde het toestel en<br />

kwamen de vijf bemanningsleden om het leven.<br />

MLD 178 25-10-1961 Sikorsky HSS-IN-139 / Hr.Ms. Karel Doorman<br />

Tijdens de NATO-oefening “Sharp Squall”, in de Noordzee ter hoogte van Schotland, waren op 25 oktober<br />

1961 twee Grumman Trackers en vier helikopters vanaf het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman<br />

gelanceerd voor het houden van oefeningen. Bij de aanvang van de eerste platvoet kreeg helikopter HSS-<br />

IN-139 op enkele mijlen afstand van het schip motorproblemen. De oliedruk liep op. Het zag er<br />

aanvankelijk naar uit dat de helikopter de Doorman nog kon halen, maar op enkele tientallen meters van het<br />

schip viel het motorvermogen weg en stortte het toestel in zee. Drie van de vier bemanningsleden wisten uit<br />

het toestel te komen. Het vierde bemanningslid, de adjudant-onderofficier-vlieger J.F. van Maas, werd ondanks<br />

intensieve reddingspogingen niet teruggevonden.<br />

MLD 179 09-03-<strong>1962</strong> Seahawk F 65 / SQ 860 / MVKV<br />

Op 9 maart <strong>1962</strong> stortte de Seahawk F65 in de Noordzee. Sergeant-vlieger E. Pijfers overleefde dit ongeval<br />

niet.<br />

57


G. Korps Mariniers (MARNS)<br />

(Inclusief vloot-, MLD-, KNIL- en landmachtpersoneel dat in genoemde periode bij het Korps Mariniers was<br />

ingedeeld, dan wel gedetacheerd.)<br />

MARNS 1 10-05-1940 Rotterdam, 3 e <strong>Marine</strong> Compagnie 53<br />

Toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen en parachutisten boven Rotterdam neerlieten,<br />

werd de commandant van de kanonneerboot Hr.Ms. Balder, luitenant ter zee C.L.J.F. Douw van de Krap,<br />

belast met het commando over de 3 e <strong>Marine</strong> Compagnie. Zijn bemanning werd eveneens daarbij ingedeeld.<br />

Deze compagnie werd met spoed naar het Beursstation gezonden. Van daaruit werd een sectie in de<br />

richting van de Boompjes gestuurd, ten einde te trachten in huizen van de zijstraten tussen de Wijnhaven en<br />

de Scheepmakershaven een breder verdedigingsfront te bewerkstelligen. De voorhoede van de sectie liep in<br />

een hinderlaag van een Duitse mitrailleurschutter, waarbij stoker J.H. Baghus sneuvelde.<br />

MARNS 2 10-05-1940 Rotterdam, compagnie Schuiling (zie ook MARNS 22)<br />

Marinier A. Poley vertrok op 10 mei 1940 met een ordonnansopdracht vanaf de Boompjes naar de Maasbrug.<br />

Daarvan is hij nimmer teruggekeerd. Dezelfde dag sneuvelden bij straatgevechten op de Boompjes de<br />

sergeant der mariniers G.J.J. Espen en marinier H.W. van Winkel. Kapitein der Mariniers W. Schuiling<br />

onderscheidde zich in deze strijd door als commandant van zijn compagnie de Boompjes van vijanden te<br />

zuiveren en daar 24 uur stand te houden.<br />

MARNS 3 12-05-1940 Amsterdam<br />

Marinier H.G.Hermans was geplaatst bij de marinekazerne Willemsoord te Den Helder. Hij maakte deel uit<br />

van een marinecompagnie die op 11 mei 1940 met autobussen vanuit Den Helder naar Amsterdam was<br />

gezonden. Tijdens patrouillediensten langs de brug Overtoom-Kostverlorenkade werd hij de volgende dag<br />

dodelijk getroffen door een pistoolschot van een politieman die waarschijnlijk het zwarte mariniersuniform<br />

van Hermans niet kon thuisbrengen.<br />

MARNS 4 12-05-1940 Rotterdam, 3 e <strong>Marine</strong> Compagnie<br />

Op 12 mei 1940 waren de Duitsers begonnen om de Oude Plantage te Rotterdam met mortieren te<br />

bestoken. Daarom liet luitenant ter zee Douw van der Krap de 3 e <strong>Marine</strong> Compagnie dekking zoeken achter<br />

de Honingerdijk. Een sectie van de Compagnie was geposteerd in en bij het gebouw van de Deutsche<br />

Ruderverein. Kort nadat dit gebouw even was verlaten door enkele schepelingen die buiten een sigaret<br />

wilden roken, ontploften vlakbij twee granaten. Door scherven daarvan werd majoor-torpedomaker P. Zeegers 54<br />

gedood, terwijl marinier J. Bignell om het leven kwam doordat een granaatsplinter door zijn broodtas sloeg.<br />

Daarin had hij zijn handgranaten opgeborgen. Even verderop sneuvelde bovendien de stoker J.C. van<br />

Huijgevoort door vijandelijk vuur en werd marinier J. Zegers zwaar gewond. Hij overleed in het ziekenhuis.<br />

Twee dagen later sneuvelde bij de verdediging van de Oude Plantage matroos P.J. Blonk en raakte de<br />

konstabelsmaat D. van Oorschot, bemanningslid van Hr.Ms. Balder, zwaar gewond. Hij overleed op 18 mei<br />

1940 aan zijn verwondingen.<br />

MARNS 5 13-05-1940 Rotterdam, 2 e <strong>Marine</strong> Compagnie<br />

Bij gevechten om en nabij de Boompjes en bij de verdediging van de Maasbruggen op 13 mei 1940 werd<br />

een sectie van de 2 e <strong>Marine</strong> Compagnie vanaf de andere oever van de Maas door Duits mitrailleurvuur<br />

bestookt. Daarbij verloren zeven mariniers en een matroos het leven. Marinier J.M. Wegman werd zwaar<br />

gewond en overleed als gevolg daarvan op 25 mei 1940.<br />

MARNS 6 14-05-1940 Rotterdam, <strong>Marine</strong> Depot<br />

Ten gevolge van het bombardement op Rotterdam door Duitse vliegtuigen op 14 mei 1940 kwamen de<br />

matroos M. Korporaal, marinier W. Otten en vliegtuigmaker H.A. Smits om het leven.<br />

MARNS 7 14-05-1940 Overschie, detachement De Jong<br />

Troepen die onder commando van de luitenant der mariniers De Jong opereerden in het gebied op de grens<br />

van Rotterdam en Schiedam. Na te hebben deelgenomen aan gevechten bij Overschie verlieten enkele<br />

mariniers op 14 mei met een motorvoertuig het gebied. De groep ging op weg naar Den Haag. In<br />

58


Overschie stootten de mariniers op Duitse parachutisten met wie zij in gevecht raakten. Door vijandelijk<br />

mitrailleurvuur sneuvelden de mariniers T.A.J. Feuth, C.L. Huijs, A. Knotter en J.D. Rijvordt.<br />

Naar marinier J.D. Rijvordt is een straat in Beverwijk vernoemd.<br />

MARNS 8 04-03-1942 Soerabaja, <strong>Marine</strong>kazerne Goebeng<br />

Op 3 maart 1942 moest een sectie mariniers vanuit Soerabaja optreden in een streek ten noordoosten van<br />

Grissee. Enige Indonesiërs, onder wie de wedono 55, waren vermoord. De sectie was gemotoriseerd op<br />

motorrijwielen met zijspan. Na de rust te hebben hersteld, keerde de sectie terug naar de kazerne in<br />

Soerabaja. Op de terugweg had een noodlottig ongeval plaats. Een der mariniers reed tegen een paaltje,<br />

waardoor de in het zijspan zittende marinier G.Ch. Heck ernstig werd gewond en de volgende dag in<br />

Soerabaja aan zijn verwonding overleed.<br />

MARNS 9 05-03-1942 Soerabaja, <strong>Marine</strong>bataljon<br />

Begin maart 1942 werd te Soerabaja een <strong>Marine</strong>bataljon geformeerd bestaande uit twee compagnieën<br />

mariniers en twee compagnieën landstorm- en militiepersoneel van de <strong>Marine</strong> Bewakingsafdeling. Tijdens<br />

gevechten tegen oprukkende infanterieafdelingen van de Japanse 48 e divisie in de nabijheid van Kertosono<br />

en Djombang op Oost-Java op 5 maart 1942 sneuvelden of werden vermist: een korporaal-adelborst, zes<br />

mariniers, vijf stokers, een matroos en een ziekenverpleger.<br />

MARNS 10 05/06-03-1942 Kertosono, <strong>Marine</strong>bataljon<br />

In de nacht van 5 op 6 maart 1942 werd een gevechtsgroep van het <strong>Marine</strong>bataljon door de Japanners<br />

omsingeld en gevangengenomen. Op de binnenplaats van een afgelegen rijstpellerij nabij Kertosono op<br />

Oost-Java werden de onderofficieren van de groep, een sergeant der mariniers, een sergeant-adelborst der<br />

mariniers en een korporaal-adelborst der mariniers op wrede wijze ondervraagd, doch in leven gelaten. Zij<br />

moesten evenwel aanhoren hoe de negen aan handen en voeten gebonden manschappen (zes mariniers,<br />

twee stokers en een matroos) door de Japanners met bajonetten ter dood werden gebracht.<br />

MARNS 11 08-03-1942 Sidoardjo, <strong>Marine</strong>bataljon<br />

In de vroege morgen van 8 maart 1942 werd de matroos H.A. Ratemo van het <strong>Marine</strong>bataljon in de omgeving<br />

van Sidoardjo, ten zuiden van Soerabaja, getroffen door mitrailleurvuur van een Japanse infanterie-eenheid.<br />

Hij overleed aan zijn verwondingen in het ziekenhuis van Sidoardjo. Dezelfde dag werden de mariniers P. van<br />

Buren, H. Clarisse en A.H. Nijland van het <strong>Marine</strong>bataljon vermist. Er werd niets meer van hen vernomen.<br />

(zie ook W 26)<br />

MARNS 12 03-05-1942 Sachsenhausen<br />

Luitenant der mariniers P. Nanninga werd op 27 april 1941 als lid van de ‘Ordedienst’, groep Westerveld,<br />

samen met 71 andere OD’ers in Den Haag door de Duitsers gearresteerd en vervolgens overgebracht naar<br />

het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Tijdens het monsterproces OD1 voor het Luftwaffegericht<br />

in een groot hotel op de Amersfoortse berg werden de 72 mannen op 11 april 1942 ter dood veroordeeld<br />

en getransporteerd naar de Kriegswehrmachtgefängnis te Utrecht. Op 1 mei werden zij gedeporteerd naar<br />

het concentratiekamp Sachsenhausen bij het plaatsje Oranienburg, ten noorden van Berlijn. Daar zijn zij op<br />

3 mei 1942 geëxecuteerd.<br />

MARNS 13 19-07-1942 Soerabaja, CBZ<br />

Als gevolg van verwondingen die hij tijdens de slag in de Javazee aan boord van de tot zinken gebrachte<br />

kruiser Hr.Ms. De Ruyter had opgelopen, overleed op 19 juli 1942 de marinier A.J.B. Pott in de Centrale<br />

Burgerlijke Ziekeninrichting te Soerabaja.<br />

MARNS 14 11-08-1942 Middelburg<br />

Marinier A.C. Beest was lid van de Ordedienst, Gewest 15 te Middelburg. Hij was leider van een naar hem<br />

vernoemde ondergrondse groepering en werd op 11 augustus 1942 bij zijn arrestatie in Middelburg door de<br />

Duitsers doodgeschoten.<br />

MARNS 15 29-12-1942 Leusderheide<br />

Marinier A. Stemerding was lid van de Rotterdamse ondergrondse organisatie Leeuwengarde. De organisatie<br />

maakte zich verdienstelijk door sabotage en spionage. Op 9 april 1942 werd Stemerding samen met 39 andere<br />

59


leden van de organisatie door de SD gearresteerd. Hij werd opgesloten in de Polizeigefängnis (Oranjehotel)<br />

te Scheveningen en door het Luftwaffegericht in Utrecht ter dood veroordeeld. Vervolgens werd hij<br />

overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. Op 29 december 1942 werd hij op de Leusderheide<br />

gefusilleerd.<br />

In Soesterberg is een weg naar Stemerding vernoemd.<br />

MARNS 16 26-09-1944 Nijmegen<br />

Gedurende de Tweede Wereldoorlog deed sergeant der mariniers J.W. Geurts in Nijmegen dienst als controleur<br />

van de crisiscontroledienst. Toen op 17 en 18 september 1944 het oorlogsgeweld over de stad rolde, ging<br />

dat gepaard met beschietingen en granaatontploffingen. Daarbij werd Geurts levensgevaarlijk gewond<br />

opgenomen in het St. Canisius ziekenhuis. Daar overleed hij op 26 september 1944 aan zijn verwonding.<br />

MARNS 17 04-10-1944 Rijsbergen<br />

In een boswachterswoning op het landgoed “De Vloeiweide” te Rijsbergen was een illegaal radiostation van<br />

de Ordedienst geïnstalleerd. Die post werd op 4 oktober 1944 door de Duitsers overvallen. Bij het gevecht<br />

dat daarbij ontstond, sneuvelde op 4 oktober 1944 marinier M. van de Boogaard samen met een viertal anderen<br />

van de verzetsgroep. Zijn broer, lichtmatroos J.J. van de Boogaard, werd tijdens dit gevecht met acht andere<br />

verzetstrijders gevangengenomen en overgebracht naar de Chassékazerne in Breda. De volgende dag<br />

werden zij naar de zogenaamde Schietheide aan de Galderseweg onder Ginneken getransporteerd en zonder<br />

vorm van proces gefusilleerd.<br />

Op het landgoed herinnert een plaquette aan dit drama.<br />

MARNS 18 10-10-1944 Deventer<br />

Marinier 1 J.A.B. Husken woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog met vrouw en kind in Twello. Hij werkte<br />

bij de Centrale Keuken in Deventer en overnachtte daar regelmatig op een contactadres. Husken was actief<br />

in de illegaliteit en hielp onder andere neergekomen Engelse vliegtuigbemanningen in de omgeving van zijn<br />

woonplaats te laten onderduiken. Toen hij op 10 oktober 1944 op zijn contactadres vertoefde, werd door<br />

een groepje passerende Duitse militairen zijn bij het huis staande fiets meegenomen. Omdat hem dat al eens<br />

eerder was overkomen, werd Husken zo woedend dat hij met zijn pistool achter de dieven aanging. Hij<br />

sommeerde de Duitser die de gestolen fiets aan de hand had, deze onmiddellijk terug te geven. Toen deze<br />

hautain weigerde, trok Husken zijn wapen en vuurde. Onmiddellijk werd hij door de andere Duitsers met<br />

kogels doorzeefd en hij stierf ter plaatse. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats van Deventer.<br />

Daarbij mocht zijn vrouw niet aanwezig zijn. Na de oorlog is het stoffelijk overschot met militaire eer<br />

herbegraven op de RK Begraafplaats te Duistervoorde (gemeente Voorst).<br />

MARNS 19 17-10-1944 Venlo<br />

Tijdens een geallieerd luchtbombardement op de Maasbrug in Venlo op 13 oktober 1944 werd de daar<br />

ondergedoken marinier W. Parlevliet ernstig verwond. Hij overleed als gevolg daarvan op 17 oktober in het<br />

plaatselijke Sint-Josephziekenhuis en werd begraven op de Algemene begraafplaats van Venlo.<br />

MARNS 20 18-10-1944 Brigade Prinses Irene<br />

Ingedeeld bij de Brigade Prinses Irene nam een gevechtsgroep mariniers op 18 oktober 1944 deel aan een<br />

opmars naar de Oirschotsche Heide om het doordringen van Duitse troepen over het Wilhelminakanaal te<br />

beletten. Daar namen zij stelling die onafgebroken onder Duits artillerievuur kwam te liggen. Ten gevolge<br />

daarvan werd korporaal der mariniers W. Meijwaard door een mortiergranaat op slag gedood.<br />

MARNS 21 25-10-1944 Brigade Prinses Irene<br />

Op 25 oktober 1944 had vanuit Hilvarenbeek een Britse aanval op Tilburg plaats. Tot de aanvallers<br />

behoorde ook de Brigade Prinses Irene. Voor de colonne uit gingen drie verkenningssecties, waarvan een<br />

sectie uit Nederlandse mariniers bestond. Zij kwamen onder Duits mitrailleurvuur te liggen. Daarbij raakte<br />

sergeant der mariniers J.C. Buijtelaar zwaar gewond. Hij bezweek spoedig aan zijn verwonding.<br />

MARNS 22 22-12-1944 Neubrandenburg (zie ook MARNS 2)<br />

Kapitein der mariniers W. Schuiling RMWO overleed op 22 december 1944 in het krijgsgevangenenkamp voor<br />

officieren Oflag 67 te Neubrandenburg door ziekte en ontberingen.<br />

60


In Voorschoten is een straat naar hem vernoemd. Bovendien kreeg op 5 april 1961 een ondiepwatermijnenveger zijn<br />

naam.<br />

MARNS 23 15-01-1945 Neuengamme<br />

Marinier H.H. Harsveld, gevangene in het concentratiekamp Neuengamme nabij Hamburg, kwam op 15<br />

januari 1945 als gevolge van een geallieerd luchtbombardement om het leven.<br />

MARNS 24 06-02-1945 Rotterdam<br />

Korporaal der mariniers L. Eland was tijdens de Tweede Wereldoorlog opperwachtmeester bij de Staatspolitie,<br />

maar ook lid van de LO en LKP Rotterdam. Hij werd op 6 februari 1945 gewaarschuwd dat het plaatselijk<br />

LO-lid Flipse zou worden gearresteerd. Flipse deed dienst bij de Rotterdamse brandweer in de kazerne<br />

Wilhelminakade. Bij een poging van Eland om samen met Flipse tijdig van die brandweerpost weg te<br />

komen, werden zij door de postcommandant Van der Klei, een fanatiek nationaal-socialist, beschoten.<br />

Eland werd getroffen en overleed vrijwel onmiddellijk.<br />

Aan het oosteinde van de Wilhelminakade werd ter herinnering aan Eland in 1946 een kruis onthuld. In 2002 is<br />

daarvoor in de plaats een plaquette gekomen.<br />

MARNS 25 02-03-1945 Varsseveld<br />

Omdat in een buurt van Varsseveld op 26 februari 1945 door een verzetsgroep van de LO vier Duitse<br />

militairen waren geliquideerd, werden op vrijdag 2 maart 1945 door de SS uit de gevangenis De Kruisberg<br />

in Doetinchem 46 politieke “Todeskandidaten” gehaald en naar een tarweveld aan de rand van Varsseveld<br />

gebracht. Daar werden zij gefusilleerd, waarna vier inwoners door de SS gedwongen werden de lijken ter<br />

plaatse te begraven. Later werden de stoffelijke overschotten herbegraven in hun woonplaats. Onder de<br />

slachtoffers van deze vergeldingsactie bevond zich marinier J. Wijngaarden die als lid van een knokploeg<br />

enige tijd geleden was opgepakt en vervolgens door de SD als “Todeskandidat” werd geboekt.<br />

Ter nagedachtenis aan hen is achter de boerderij “De Aaltense Tol” aan de Aaltenseweg te Varsseveld een monument<br />

met twee panelen met hun namen geplaatst.<br />

MARNS 26 08-03-1945 Amsterdam<br />

Marinier P.A. Stokhof was aanvankelijk koerier bij de LO en verspreidde illegale lectuur. Als oprichter van de<br />

OD district Wervershoof organiseerde hij de BS en fungeerde daarin als districtsinstructeur. Door verraad<br />

werd hij op 25 februari te Wervershoof, waar hij was ondergedoken, door de Grüne Polizei<br />

(Ordnungspolizei) uit Medemblik gearresteerd. Als represaille voor de aanslag op Rauter werd hij op 8<br />

maart samen met 50 andere Nederlanders gefusilleerd op de dijk bij Rozenoord, een buitenplaats aan de<br />

Amstel te Amsterdam.<br />

Een monument op de fusilladeplaats herinnert daaraan.<br />

MARNS 27 12-03-1945 Rotterdam<br />

Korporaal der mariniers C. van den Broek deed tijdens de bezetting dienst als agent van politie aan het bureau<br />

Hoflaan te Rotterdam. Hij was lid van de plaatselijke knokploeg “Jos” en nam actief deel aan verschillende<br />

acties tegen de bezetter. Hij werd door een politieofficier verraden, op 28 februari 1945 door de Duitsers<br />

gearresteerd en vervolgens opgesloten in het Oranjehotel te Scheveningen. Als represaille voor een aanslag<br />

op beambte Röhmer van de Sicherheitspolizei en de Nederlandse SS-man Koster op 5 maart 1945 werd hij<br />

op 12 maart 1945 om 10.00 uur op de Pleinweg te Rotterdam gefusilleerd.<br />

MARNS 28 15-04-1945 Murmerwoude<br />

Pijper H. Brouwer was lid van Gewest 1 Dantumadeel van de Binnenlandse Strijdkrachten. In een<br />

ondergrondse strijd tegen de Duitse Feldpolizei sneuvelde hij op 15 april 1945 te Murmerwoude (Friesland).<br />

MARNS 29 16-04-1945 Cabouw<br />

Tamboer B.W.J. Beelen behoorde tot de Landelijke Organisatie van Cabouw, gemeente Schoonhoven. Na<br />

september 1944 sloot hij zich aan bij de knokploeg, commando Willige-Langerak en nam deel aan diverse<br />

overvallen. Bovendien was hij agent van de ondergrondse pers. Bij het verspreiden van illegale lectuur werd<br />

hij op 16 april 1945 door de Duitsers gearresteerd en nog diezelfde dag door hen te Cabouw gefusilleerd.<br />

De plaats van zijn graf is onbekend gebleven.<br />

In Lopik is zijn naam op het herdenkingsmonument in de Dorpsstraat aangebracht.<br />

61


MARNS 30 07-05-1945 BS / Veenendaal<br />

Marinier H.W. Lettink was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van gewest 8 van de Binnenlandse<br />

Strijdkrachten in Veenendaal. Hij vervulde onder meer koerierdiensten tot in België en nam deel aan de<br />

bevrijding van een politieke gevangene uit het ziekenhuis in Arnhem op 29 februari 1944. Hij werd op 10<br />

november 1944 door de SD gearresteerd, maar door een knokploeg bevrijd. Lettink sneuvelde op 7 mei<br />

1945 in Veenendaal tijdens een vuurgevecht met Nederlandse SS-ers die niet wilden capituleren, ondanks<br />

het feit dat alle Duitse strijdkrachten in Nederland zich intussen aan de geallieerden hadden overgegeven.<br />

MARNS 31 14-06-1945 Bandoeng<br />

Omdat marinier J.C.E. de Jong tijdens krijgsgevangenschap te Bandoeng betrapt werd op het luisteren naar<br />

een buitenlands zendstation op een zelfgebouwde radio-ontvanger, werd hij op 14 juni 1945 ter plaatse<br />

door de Japanners om het leven gebracht.<br />

MARNS 32 12-02-1946 Stafco / 1 e Inbat (gedetacheerd bij Inco “B”)<br />

Het stootpeloton van de stafcompagnie nam deel aan gezamenlijke zuiveringsoperaties met het KNIL en<br />

Brits-Indische troepen in de omgeving van Batavia. Tijdens een actie in het gebied van Krandji-Bekassi, bij<br />

Tankoeng ten oosten van Meester Cornelis, ten einde dat gebied van Indonesische guerrillastrijders te<br />

zuiveren, bevond luitenant der mariniers A.A.M. Born zich op 12 februari 1946 met zijn ordonnans, de marinier<br />

P.J.E.F. van Leeuwen, bij kampong Doea een eind voor zijn troep. Plotseling nam een verdekt opgestelde<br />

vijandelijke mitrailleur hen onder vuur en trof hen dodelijk. Zij waren de eerste leden van de<br />

Mariniersbrigade die sneuvelden.<br />

Op het monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg wordt luitenant Born herdacht.<br />

MARNS 33 28-03-1946 2 e Inbat, Stafco<br />

Tijdens een patrouille bij Bringkang, ongeveer zeventien kilometer ten westen van Soerabaja, viel marinier A.<br />

Kramer op 27 maart 1946 in een snelstromende kali. Door de sterke stroom werd hij meegesleurd. Twee<br />

andere mariniers sprongen hem te hulp, maar waren gedwongen terug te keren. De volgende dag werd het<br />

ontzielde lichaam van Kramer stroomafwaarts gevonden.<br />

MARNS 34 28-03-1946 3 e Inbat, Stafco<br />

Marinier G.H.L. Lonussen was om 23.50 uur voor de hondewacht van 28 maart 1946 als schildwacht op post<br />

gezet op de Rotterdamkade in de haven Tandjong Perak te Soerabaja. Toen de korporaal van aflossing om<br />

03.30 uur een ronde maakte, was Lonussen niet op zijn post. Hij was nergens te vinden. Toen omstreeks<br />

13.00 uur Lonussen nog steeds onvindbaar was, werd langs de kade gedregd. Om 15.00 uur werd zijn<br />

stoffelijk overschot uit het water gehaald. Bij sectie bleek Lonussen aan het hoofd verwond te zijn. Op welke<br />

wijze hij te water was geraakt, is onbekend gebleven.<br />

MARNS 35 02-04-1946 Mobat<br />

Tijdens een val van een GMC-truck tijdens een patrouille op 15 maart 1946 liep marinier A.C. Scheringa een<br />

ernstig letsel op. Hij overleed als gevolg daarvan op 2 april 1946 in het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja.<br />

MARNS 36 02-04-1946 2 e Inbat, Inco "E"<br />

Op dinsdag 2 april 1946 waren enige mariniers in stelling bij Domas, 18 kilometer ten westen van Soerabaja.<br />

Door een noodlottige explosie van een handgranaat werd korporaal der mariniers H. Molenaar gedood en<br />

marinier J. van Manen zwaar gewond. Van Manen overleed de volgende dag in het <strong>Marine</strong>hospitaal te<br />

Soerabaja.<br />

MARNS 37 13-04-1946 1 e Inbat, Inco "A" / Stafco<br />

Tijdens een patrouille in de kampong Modjohtengah, 12 kilometer ten noorden van Krian, liep de marinier<br />

W. van den Aarssen van de compagnie “A” op 13 april 1946 op een landmijn. Marinier-ziekenverpleger J. Mulder<br />

van de stafcompagnie snelde te hulp, maar liep eveneens op een mijn. Beiden waren vrijwel op slag dood.<br />

Mulder wordt herdacht op het Indië-monument te Groningen.<br />

MARNS 38 16-04-1946 1 e Inbat, Inco "A"<br />

Tijdens een mijnenpatrouille langs de Mengantiweg bij Sidowoengoe werd marinier<br />

W.J.J. Kromwijk op 16 april 1946 vanuit een hinderlaag door vijandelijk vuur dodelijk getroffen.<br />

62


MARNS 39 19-04-1946 3 e Inbat, Inco "I"<br />

Tijdens een patrouille in de Soerabaja-sector sneuvelde op 19 april 1946 de marinier J.L. van Beek door<br />

vijandelijk mitrailleurvuur nabij Goenoengsari. Vanwege het hevige spervuur kon zijn stoffelijk overschot<br />

pas enige tijd later worden geborgen.<br />

MARNS 40 30-04-1946 2 e Inbat, Inco "E"<br />

Op 30 april 1946 stond korporaal der mariniers N.G. Klaver op een borstwering van zijn post in de sector<br />

Gedangan, ten zuiden van Soerabaja, toen hij door een vijandelijke kogel werd getroffen en op slag dood<br />

was.<br />

MARNS 41 02-05-1946 1 e Inbat, Inco "B"<br />

Tijdens een patrouille brachten de mariniers L.J. Pieren en L. Nievelstein op 2 mei 1946 nabij kampong<br />

Kemendoeng, 23 kilometer ten westen van Soerabaja, een mitrailleur in stelling. Terwijl zij daarmee bezig<br />

waren, werden zij plotseling van zeer korte afstand onder vijandelijk vuur van de TRI 56 genomen. Beiden<br />

waren op slag dood.<br />

MARNS 42 04-05-1946 Tankco<br />

Door een ongeval bij het laden van een stuk geschut tijdens een actie, werd korporaal der mariniers P.J.J. van<br />

Bezoijen ernstig verwond. Hij overleed als gevolg daarvan op 4 mei 1946 in het <strong>Marine</strong>hospitaal in Soerabaja.<br />

Zijn naam is aangebracht op het Monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg.<br />

MARNS 43 10-05-1946 1 e Inbat, Stafco<br />

Tijdens het uitzetten van een “anti-personeelsmijn” in de omgeving van Bringkang viel op 10 mei 1946 de<br />

helm van de vooroverbuigende korporaal der mariniers G.W.J. Uiterwijk op de struikeldraad van de mijn. Deze<br />

explodeerde, waardoor Uiterwijk en de naast hem staande marinier J.L.H. Willems op slag werden gedood,<br />

terwijl korporaal der mariniers J. de Gier ernstig werd gewond. Tijdens vervoer naar het <strong>Marine</strong>hospitaal te<br />

Soerabaja overleed De Gier.<br />

Op het monument “Nederlands Oost-Indië” in Tilburg wordt Uiterwijk herdacht.<br />

MARNS 44 11-05-1946 2 e Inbat, Inco "F"<br />

Een patrouille langs het Mengetankanaal in de Gedangan-sector werd op 11 mei 1946 beschoten door<br />

sluipschutters. Marinier P.J. Vos werd door een kogel getroffen en was op slag dood.<br />

MARNS 45 13-05-1946 2e Inbat, Inco “E”<br />

Marinier M.H. Klunder raakte op 11 mei 1946 ten gevolge van vijandelijk vuur ernstig verwond tijdens een<br />

patrouille ten zuidwesten van Soerabaja, in de nabijheid van Genting. In het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja<br />

overleed hij twee dagen later aan zijn verwonding.<br />

MARNS 46 17-05-1946 2 e Inbat, Inco "E" / VDMB 57<br />

Tijdens een patrouille in de Gedangan-sector sneuvelden bij Betro marinier W. Vliek en ESD 58 J.J. Frederik<br />

door vijandelijk vuur op 17 mei 1946.<br />

MARNS 47 22-05-1946 1 e Inbat, Inco "A"<br />

Tijdens een patrouille tussen Waroengoenoeng en Driaredja op 22 mei 1946 kwam de sergeant der mariniers<br />

C.G. Gielen door vijandelijk vuur om het leven.<br />

MARNS 48 28-05-1946 1 e Inbat / Mobat / Stafco<br />

Tijdens een patrouillerit met een truck in de omgeving van Bringkang, tussen Boboh en Kademan, kwam<br />

door een noodlottig ongeval met een handgranaat de marinier D.F. Eijlers van het Mobat om het leven.<br />

Marinier J. Kramer van het stootpeloton van de Stafco werd door het ongeval zwaar gewond en overleed<br />

tijdens zijn vervoer naar Soerabaja.<br />

MARNS 49 29-05-1946 2 e Inbat, staf<br />

De bataljonscommandant en zijn opvolger, luitenant ter zee R. Hofstra 59, reden met een jeep bij Betro op een<br />

mijn. De bataljonscommandant werd daarbij zwaar gewond, terwijl de zeeofficier op slag werd gedood.<br />

63


MARNS 50 29-05-1946 1 e Inbat, Inco "C"<br />

Bij zonsopkomst van 29 mei 1946 doorzocht een patrouille de kampong Kemendoeng, ten westen van<br />

Soerabaja. Daarbij werd de marinier H. Bemmelen van der Plaat door vijandelijk vuur getroffen. Hij werd met<br />

spoed naar het <strong>Marine</strong>hospitaal in Soerabaja overgebracht, doch overleed daar aan het einde van de<br />

dagwacht.<br />

MARNS 51 04-06-1946 2 e Inbat, Inco "F"<br />

Op 4 juni 1946 kwam een patrouille die vanuit Kletek was vertrokken, plotseling bij de kampong<br />

Sameiboeloe in de Gedangan-sector zwaar onder vuur te liggen. De waarnemer vroeg artilleriesteun aan,<br />

maar gaf per abuis zijn eigen positie op. Voordat hij dat kon herstellen, werd de patrouille door eigen vuur<br />

beschoten. Kapitein W.H. Dirks en marinier P.J. Houtepen verloren hierbij het leven.<br />

Naar Houtepen werd op 21 maart <strong>1962</strong> een ondiepwatermijnenveger vernoemd.<br />

MARNS 52 05-06-1946 2 e Inbat, Inco "E"<br />

Tijdens een patrouille in de omgeving van Kletek werd marinier H. Rebergen op<br />

5 juni 1946 door een vijandelijke kogel getroffen. Hij overleed vrijwel onmiddellijk.<br />

MARNS 53 12-06-1946 3 e Inbat, Inco "I"<br />

Op 12 juni 1946 bevond het pionierspeloton van sergeant der mariniers J.F. van der<br />

Sluysveer zich op de weg Waroengoenoeng-Driaredja. Op een gegeven moment werd de groep van de<br />

overzijde van de kali Soerabaja door vijandelijke schutters onder vuur genomen. De sergeant gaf bevel<br />

stelling te nemen achter een dijk die langs de kali liep. Toen de groep zich naar de overzijde van de weg<br />

begaf, werd Van der Sluijsveer door vijandelijk vuur getroffen. Hij overleed dezelfde dag in het<br />

<strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja.<br />

MARNS 54 12-06-1946 2 e Inbat, Inco “E”<br />

Tijdens een patrouille in de omgeving van Soerabaja werd marinier C.J.L. van Steen nabij kampong Kragan<br />

dodelijk getroffen door een vijandelijke geweerkogel.<br />

Op een plaquette in Breda wordt Van Steen herdacht.<br />

MARNS 55 21-06-1946 3 e Inbat, Inco "L"<br />

Uit de Grissee-sector terugkomend met een mitrailleurgroep kwam marinier G. Franx door een ongeval met<br />

een handvuurwapen op 21 juni 1946 om het leven.<br />

MARNS 56 26-06-1946 2 e Inbat, Inco "E"<br />

Tijdens een patrouille in de omgeving van Sidoporno, ten zuiden van Soerabaja, werd marinier G. van den<br />

Kruisweg op 26 juni 1946 door vijandelijk vuur ernstig gewond. Hij werd overgebracht naar Soerabaja, waar<br />

hij nog dezelfde dag in het <strong>Marine</strong>hospitaal aan zijn verwondingen overleed.<br />

MARNS 57 06-07-1946 2 e Inbat, Inco "G"<br />

Tijdens een patrouille van het 1 e infanteriepeloton nabij Sambirono-Wetan, in de omgeving van Soerabaja,<br />

werd op 6 juli 1946 de marinier L.A. van Vuren bij kampong Samirono dodelijk getroffen door een<br />

vijandelijke mitrailleurkogel.<br />

MARNS 58 11-07-1946 2 e Inbat, Inco "E"<br />

Korporaal der mariniers R.P. de Leeuw en marinier H.J.L. Camps zaten op 11 juli op hun post in de Gedangansector<br />

met enkele andere mariniers van hun infanterie-peloton te praten, toen zij werden verrast door een<br />

voltreffer van vijandelijke artillerie. Beiden kregen daardoor zoveel letsel dat zij kort erna overleden.<br />

MARNS 59 14-07-1946 1e Inbat, Inco “A”<br />

Tijdens een patrouilletocht op 13 juli 1946 werd sergeant der mariniers F.H. van Wijlick op een kilometer ten<br />

zuidwesten Driaredja door een vijandelijke kogel zwaar gewond. Hij werd met spoed overgebracht naar het<br />

<strong>Marine</strong>hospitaal in Soerabaja, maar overleed daar de volgende dag.<br />

64


MARNS 60 15-07-1946 3 e Inbat, Inco "I"<br />

Tijdens een patrouille van het 2 e infanteriepeloton zagen de mariniers op 15 juli 1946 bij kampong<br />

Wadoengasih nabij Driaredja een aantal in groen geklede figuren die op ca 75 meter het vuur op hen<br />

openden. Marinier J.J. van Wunnik werd door een kogel gedood.<br />

MARNS 61 19-07-1946 Genbat / Medco<br />

Op 19 juli 1946 reed een truck van het Geniebataljon, terugkerend van het front met gewonde Indonesische<br />

guerrillastrijders, ten noorden van Soerabaja bij Oedjong op een mijn. Het voertuig sloeg over de kop.<br />

Mariniers M. Cornelissen en H. Offerman werden daarbij zwaar gewond. Beiden werden naar het<br />

<strong>Marine</strong>hospitaal overgebracht, waar zij dezelfde dag aan hun verwondingen overleden.<br />

MARNS 62 21-07-1946 1 e Inbat, Inco "A"<br />

Adjudant onderofficier der mariniers A. Pronk, korporaal der mariniers J. Boers en marinier P. in ‘t Velt kwamen nabij<br />

Driaredja op 21 juli 1946 om het leven toen een vijandelijke mijn die zij onschadelijk wilden maken,<br />

plotseling explodeerde.<br />

MARNS 63 21-07-1946 Arbat / batt. “A”<br />

Bij een poging om op 21 juli 1946 in de buurt van Driaredja een vijandelijke mijn onschadelijk te maken,<br />

explodeerde deze. De mariniers Th. de Boer en S. Kootstra werden vrijwel direct door scherfwerking gedood.<br />

MARNS 64 22-07-1946 3 e Inbat, Inco "K"<br />

Op 22 juli 1946 overleden luitenant der mariniers J.M. Wout en sergeant der mariniers J.H.M. Boonen aan<br />

verwondingen die zij tijdens een patrouille bij kampong Botokan in de Gedangan-sector als gevolg van<br />

vijandelijk mitrailleurvuur hadden opgelopen.<br />

MARNS 65 23-07-1946 3 e Inbat, Inco "I"<br />

Tijdens een patrouille nabij Betro in de omgeving van Gedangan liep de korporaal der mariniers A.A.H. van<br />

Dartel op een booby-trap. Hij overleed aan zijn verwondingen tijdens het vervoer naar het <strong>Marine</strong>hospitaal.<br />

MARNS 66 27-07-1946 2 e Inbat, Inco "E"<br />

Tijdens een patrouille in de kampong Koewoeng nabij Soerabaja werd de luitenant der mariniers J.S.M. van der<br />

Vossen op 27 juli 1946 door vijandelijk vuur getroffen. Hij sneuvelde vrijwel onmiddellijk.<br />

MARNS 67 28-07-1946 3 e Inbat, Stafco (gedetacheerd bij Inco “K”)<br />

Bij een patrouille in de buurt van Karangnongko, ten zuidwesten van Gedangan, werd plotseling vijandelijk<br />

mortiervuur ontvangen, terwijl de patrouille bovendien vanuit bomen en sawahs met snipervuur werd<br />

bestookt. Daarbij raakte de luitenant der mariniers K.H.G. Nijssen zwaar gewond. Hij werd met spoed naar het<br />

<strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja overgebracht, doch overleed daar dezelfde dag.<br />

Op het monument “Nederlands-Indië” te Venlo wordt Nijssen herdacht.<br />

MARNS 68 19-08-1946 1 e inbat, Inco "A"<br />

Tijdens de operatie Quantico sneuvelden in kampong Banjoe Oerip, op achttien kilometer ten noordwesten<br />

van Krian, op 19 augustus 1946 te 14.00 uur de mariniers G.A. Amptmeijer en K.F. Smits door<br />

vijandelijk vuur.<br />

MARNS 69 23-08-1946 2 e Inbat, Inco "F"<br />

Tijdens het patrouilleren werd marinier W.G.J. Zeevenhoven op 23 augustus 1946 bij kampong Pagerwodjo-<br />

Lor, nabij Sidoardjo, getroffen door een geweerkogel van een sluipschutter. Hij was op slag dood.<br />

Op het monument “Nederlands-Indië” te Venlo wordt Zeevenhoven herdacht.<br />

MARNS 70 05-09-1946 2 e Inbat, inco "F"<br />

Tijdens een patrouille op 5 september 1946 door kampong Keboansikep in de omgeving van Soerabaja<br />

verdween de vooroplopende marinier W.A.M. Winkelman opeens in het struikgewas. Toen de patrouille op<br />

die plek was aangekomen, zag een marinier een figuur in gebukte houding door het struikgewas kruipen. In<br />

de veronderstelling met een Indonesische guerrillastrijder te maken te hebben, vuurde hij onmiddellijk. Het<br />

bleek Winkelman te zijn, die kort daarop aan de schotverwonding overleed.<br />

65


MARNS 71 14-09-1946 3 e Inbat, inco "K"<br />

Op 14 september 1946 sneuvelde de luitenant der mariniers J.M. Hombergen ten gevolge van vijandelijk vuur bij<br />

Kebanagoeng / Wilajoet ten zuiden van Soekodono in de Gedangan-sector.<br />

MARNS 72 17-09-1946 VDMB<br />

Doordat op 17 september 1946 een truck van de veiligheidsdienst tijdens een patrouille bij Kedamean, in de<br />

omgeving van Soerabaja, op een mijn reed, kwam de bij de veiligheidsdienst geplaatste militie-matroos H.L. de<br />

Ceuninck van Capelle om het leven.<br />

MARNS 73 ..-09-1946 VDMB<br />

In september 1946 sneuvelde op Oost-Java de inheemse employé van speciale diensten M.D. Noedin. Exacte<br />

datum, locatie en toedracht zijn onbekend.<br />

MARNS 74 28-09-1946 2 e Inbat, Stafco<br />

Bij de geniebrug nabij Kletek reed een GMC-truck van het Medisch Peloton op 27 september 1946 de kali<br />

in. Daarbij werd de sergeant-majoor der mariniers J. Ekkel zwaar gewond. Hij overleed de volgende dag in het<br />

<strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja.<br />

MARNS 75 11-10-1946 1 e Inbat, Inco "A"<br />

Tijdens een patrouille met het mitrailleurpeloton nabij kampong Sidokerto in de Gedangan-sector werd op<br />

11 oktober 1946 de korporaal der mariniers H.F. van der Horst door een vijandelijke kogel getroffen. Hij<br />

overleed tijdens het transport naar Gedangan.<br />

MARNS 76 12-10-1946 1 e Inbat, Inco "I"<br />

Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden explodeerde op 12 oktober 1946 in de Darmowijk<br />

te Soerabaja een gevonden vijandelijke 37 mm antitankgranaat, waarvan men veronderstelde dat die<br />

onschadelijk was. Marinier J. Swarts werd hierdoor op slag gedood.<br />

Op het Indië-monument te Groningen wordt Swarts herdacht.<br />

MARNS 77 03-11-1946 3 e Inbat, Inco "K"<br />

Vier mariniers gingen op 3 november 1946 vanuit Ploemboengan op stap om in de kampong<br />

Sawohtjangkring eieren en vruchten te gaan kopen. Zij keerden daarvan niet terug. Toen men dezelfde<br />

middag een onderzoek instelde, bleek dat de vier in handen waren gevallen van de TNI. Mariniers J.A.C.<br />

Baarda en G. Deutekom waren gedood, terwijl marinier S. Groot zwaar gewond gevangen was genomen en<br />

dezelfde dag in het republikeinse hospitaal te Malang aan zijn verwondingen overleed. De marinier<br />

Vredenbregt werd krijgsgevangen gemaakt, doch later uitgewisseld.<br />

MARNS 78 06-11-1946 3 e Inbat, Inco "K<br />

De korporaal der mariniers W. Brunott sneuvelde tijdens het patrouilleren te Soekodono, nabij Soerabaja op 6<br />

november 1946 als gevolg van vijandelijk artillerievuur.<br />

MARNS 79 08-11-1946 2 e Inbat, Inco “C”<br />

Marinier A. Janssen werd op 8 november 1946 tijdens een patrouille in de kampong Detejiro vermist. Hij<br />

bleek op die dag gesneuveld te zijn zonder dat de andere leden van de patrouille dat hadden bemerkt. Zijn<br />

stoffelijke resten werden zes dagen later door Indonesiërs gevonden. Zij brachten de Mariniersbrigade<br />

daarvan op de hoogte.<br />

MARNS 80 25-11-1946 VDMB<br />

Ten gevolge van vijandelijk vuur nabij Sawahan, ten zuidoosten van Gedangan, sneuvelde op 25 november<br />

1946 employee speciale diensten H.T. Eestermans.<br />

MARNS 81 26-11-1946 3 e Inbat, Inco “I”<br />

Te Sawahan in de Gedangan-sector werd de korporaal der mariniers G.P.L. Hopstaken van het<br />

mitrailleurpeloton op 26 november 1946 door vijandelijk mortiervuur ernstig gewond. Hij werd naar het<br />

<strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja overgebracht. Daar overleed hij aan zijn verwondingen.<br />

66


MARNS 82 20-01-1947 3 e Inbat, Inco "K"<br />

Op 20 januari 1947 werd een patrouille tussen Karangnongko en Soekodono in de Gedangan-sector<br />

plotseling door vijandelijk mortiervuur beschoten. Marinier W. van Wermeskerken zocht dekking in een<br />

greppel waarin een bom was verborgen. De bom explodeerde, zodat Van Wermeskerken zwaar gewond<br />

raakte. Hij werd met spoed naar het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja vervoerd, doch overleed daar aan zijn<br />

verwondingen.<br />

MARNS 83 24-01-1947 3 e Inbat, Inco "I"<br />

Tijdens een zuiveringsactie van het mitrailleurpeloton te Boedoeran in de Gedangan-sector werd de<br />

korporaal der mariniers A.J. van Lunsen op 22 januari 1947 door een sluipschutter neergeschoten. Na ter plaatse<br />

behandeld te zijn door een ziekenverpleger, werd hij naar de noodziekenboeg in Gedangan vervoerd.<br />

Vervolgens werd hij per ambulance naar het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja overgebracht. Daar overleed hij<br />

op 24 januari aan zijn verwondingen.<br />

MARNS 84 24-01-1947 Arbat, batt "A"<br />

Tijdens het afgeven van artillerievuur bij een actie in de Gedangan-sector, nabij Ngemboeng en<br />

Kemendoeng, raakte door een ongeval de luitenant der mariniers K.Chr. Prins levensgevaarlijk gewond. Hij<br />

overleed dezelfde dag in het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja.<br />

MARNS 85 25-01-1947 3 e Inbat, Inco "I"<br />

Op zaterdag 25 januari 1947 had sergeant der mariniers F. Steens de leiding bij het opruimen van mijnen en<br />

bommen op de weg naar Boedoeran in de omgeving van kampong Seroeni. Hier werd een vliegtuigbom<br />

onder de spoorrails ontdekt, waarvan de draad die aan het ontstekingsmechanisme was verbonden over de<br />

weg was gespannen. Sergeant Steens waarschuwde zijn ondergeschikten van de draad af te blijven en liep naar<br />

de bom. Hij was kennelijk van plan de bom met zijn bajonet te onderzoeken. Terwijl hij hurkte,<br />

explodeerde deze door onbekende oorzaak. Steens werd op slag gedood.<br />

MARNS 86 05-02-1947 2 e Inbat<br />

Op woensdag 5 februari 1947 werd om 20.15 uur de post Halte Prambon, gelegen circa zes kilometer ten<br />

zuiden van Krian, door vijandelijke artillerie onder vuur genomen. Een der eerste salvo’s sloeg midden in de<br />

post, terwijl een granaat door de muur van een huis binnendrong en in een der kamers ontplofte. Marinier C.<br />

van der Pijl die in deze kamer lag te slapen, werd daardoor zwaar gewond. Medische hulp mocht niet meer<br />

baten. Hij overleed om 22.00 uur.<br />

MARNS 87 06-03-1947<br />

Ten gevolge van een mijnexplosie tijdens een patrouille van een peloton van de Mariniersbrigade even<br />

buiten Soerabaja, werd de bij het peloton ingedeelde korporaal-ziekenverpleger T. Ferouge zwaar gewond. Hij<br />

overleed als gevolg daarvan op 6 maart 1947 in het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja.<br />

MARNS 88 17-03-1947 Verka / 2 e Inbat, Inco "E"<br />

Tijdens de actie ‘Ideaal’ was de reserve luitenant der mariniers C.H. Kranenburg, die van de cavalerie bij de<br />

Mariniersbrigade was gedetacheerd, als commandant van het 1 e peloton pantserwagens van de<br />

verkenningsafdeling, op 17 juli 1947 op weg van Modjosari naar de sluizen te Milrip, ten oosten van<br />

Modjokerto, om deze te bezetten. Op een gegeven moment naderde een motor met zijspan, bemand met<br />

ALRI 60 manschappen. Zij maakten de indruk zich te pletter te willen rijden tegen de voorste pantserwagen.<br />

Luitenant Kranenburg beschoot hen vanuit de toren met zijn tommy-gun. De motorfiets vloog de weg af en<br />

vatte vlam. Toen de luitenant zich echter iets te ver uit de toren verhief doorboorde een vijandelijke kogel<br />

zijn helm. Hij was op slag dood.<br />

MARNS 89 18-03-1947 Verka / 2 e Inbat, Inco "E"<br />

Op 18 maart 1947 werden bij Lengkong, ten noordoosten van Modjokerto, sergeant der mariniers A.G. Dekker<br />

van het 2 e Inbat en korporaal der mariniers G. Bolleman van de Verka door kogels dodelijk getroffen. Marinier J.<br />

van der Holt van het 2 e Inbat werd levensgevaarlijk gewond en met spoed naar Soerabaja overgebracht. De<br />

volgende dag overleed hij aan zijn verwondingen.<br />

Op herdenkingsmonumenten in Beverwijk en in Terneuzen zijn de namen te vinden van respectievelijk Dekker en<br />

Bolleman. De naam Van der Holt is opgenomen in het Indië-monument te Groningen.<br />

67


MARNS 90 22-03-1947 Genbat<br />

Als gevolg van het exploderen van een vijandelijke vliegtuigbom nabij Krian kwam de korporaal der mariniers<br />

C.L. Geerts van het Geniebataljon op 22 maart 1947 om het leven.<br />

MARNS 91 26-03-1947 3 e Inbat, Inco “I” / Brigstafco<br />

Op 25 maart 1947 vertrokken vanuit Pandanaroem infanteriecompagnie “I” en een detachement van de<br />

veiligheidsdienst van de Mariniersbrigade met de opdracht Trawas en Patjet te bezetten. De actie werd<br />

‘Operatie Klimmer’ genoemd. Op 26 maart bij Trawas aangekomen, werden achter een huis twee verdachte<br />

Indonesiërs ontdekt. Toen die de mariniers zagen aankomen, trokken zij zich terug in de sawahs. Zij<br />

werden door de mariniers onder vuur genomen, waarop zij dekking zochten achter een sawahdijkje en<br />

terugvuurden. Korporaal der mariniers W.H. Peters van de compagnie “I” en marinier J.L. van Oorschot van de<br />

Stafcompagnie werden daarbij dodelijk getroffen.<br />

Op een plaquette in Nijmegen wordt Peters herdacht.<br />

MARNS 92 16-06-1947 Zwaco<br />

Op 16 juni 1947 reed een jeep, bestuurd door de luitenant der mariniers J.A.G. van Groesen van de Zware<br />

Wapens Compagnie, op de weg van Soerabaja naar Sidoardjo op twee landmijnen. De jeep werd enige<br />

meters weggeslingerd. Luitenant Van Groessen raakte daarbij levensgevaarlijk gewond. Van de drie meerijders<br />

raakten er twee zwaar- en één lichtgewond. Allen werden door een ambulance van de Medische Compagnie<br />

van de Marbrig naar het <strong>Marine</strong>hospitaal vervoerd. Daar overleed luitenant Van Groesen aan zijn<br />

verwondingen.<br />

Op het monument “Nederlands-Indië” te Venlo wordt luitenant Van Groesen herdacht.<br />

MARNS 93 21-07-1947 Brigstafco / VDMB<br />

Tijdens de Eerste Politionele Actie werd na de landing bij Probolinggo sergeant der mariniers J. van Waateringe,<br />

die zich op een M-2 truck bevond, door een vijandelijke kogel getroffen. Kort daarna overleed hij als gevolg<br />

van zijn verwonding.<br />

MARNS 94 21-07-1947 3 e Inbat, Inco "K"<br />

Tijdens de Eerste Politionele Actie betrok korporaal der mariniers Tj. Nauta op 21 juli 1947 een dubbelpost op<br />

het kruispunt gelegen aan de kali Porong twee kilometer ten noorden van Gempol. Even later arriveerde<br />

een truck met ammunitie voor de tanks. Toen deze truck keerde om naar Gempol terug te rijden, reed het<br />

voertuig op een vliegtuigbom. De chauffeur, marinier H.A.M. Caris en de korporaal die vlak achter de truck<br />

stond, werden bij de explosie ernstig verwond. Ter plaatse werd eerste hulp verleend en vervolgens werden<br />

de gewonden naar het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja overgebracht. Nauta overleed na enige uren, Caris de<br />

volgende dag.<br />

In Broeksterwoude is een straat naar Nauta genoemd.<br />

MARNS 95 25-07-1947 2 e Inbat, Inco "F"<br />

Op 25 juli 1947 sneuvelde ten gevolge van vijandelijk vuur de commandant van het 3 e peloton, luitenant der<br />

mariniers F.J. van Iersel, te Ardjasa, acht kilometer ten oosten van Sitoebondo.<br />

MARNS 96 27-07-1947 3 e Inbat, Inco "L"<br />

Op 27 juli 1947 werd de sergeant der mariniers/ziekenverpleger L.H. Buntinx bij het hulp bieden aan een aantal<br />

gewonde mariniers tijdens een gevecht tussen Singosari en Modjosari bij Ardjosari door vijandelijk vuur<br />

getroffen. Hij overleed als gevolg daarvan tijdens zijn vervoer naar Soerabaja.<br />

MARNS 97 28-07-1947 Mobat, Inco "C"<br />

Tijdens een patrouille in de nabijheid van Klakah viel marinier H. Hogenkamp op 28 juli 1947 in een<br />

snelstromende kali en verdronk, omdat hij te zwaar bepakt was om zich zwemmend in veiligheid te kunnen<br />

brengen.<br />

MARNS 98 30-07-1947 3 e Inbat, Inco "L"<br />

Tijdens de Eerste Politionele Actie op patrouille vanuit Lawang naar Blimbing sneuvelde mitrailleurschutter<br />

marinier J.A. Jansen nabij Singosari op 30 juli 1947 ten gevolge van hevig vijandelijk vuur vanuit Ardjosari.<br />

68


MARNS 99 30-07-1947 Tankco<br />

Tijdens een patrouille nabij Bondowoso op 30 juli 1947 zat korporaal der mariniers P.A. Jägers op een rijdende<br />

tank, waar hij door onbekende oorzaak van afviel en vervolgens werd overreden. Hij raakte daarbij ernstig<br />

gewond. In het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja overleed hij aan zijn verwondingen.<br />

MARNS 100 31-07-1947 1 e Inbat, Inco "B"<br />

Tijdens een patrouille werd marinier A. ten Hove op 31 juli 1947 op de kruising Smeroeweg-Kali Glidek nabij<br />

Pasirian door vijandelijk mitrailleurvuur dodelijk getroffen.<br />

MARNS 101 01-08-1947 2 e Inbat, Inco "E"<br />

In de vroege morgen van 31 juli 1947 doorzocht het 2 e infanterie peloton van compagnie ‘E’ het<br />

kampongcomplex Ledokamba. Alles bleek rustig te zijn. Na het verlaten van het complex liep de korporaal<br />

der mariniers J.A.G. Nols als commandant van een automatische geweergroep voorop over een weg. Bij de<br />

katoenaanplant aan de overzijde van de weg stond een twintigtal Javanen. Nols liep daarop af en, dichtbij<br />

gekomen werd hij plotseling door een van hen gegrepen en met een kris ernstig verwond. Omdat de<br />

korporaal zich op dat moment tussen de Javanen en zijn eigen geweergroep bevond, konden zijn collega’s<br />

niets uitrichten. Direct daarop verdwenen de Javanen en werd Nols naar het noodhospitaal te Djember<br />

vervoerd, waar hij de volgende dag aan zijn verwondingen overleed.<br />

MARNS 102 01-08-1947 1 e Inbat, Inco "C"<br />

Tijdens een patrouilleactie nabij de vulkaan Bromo raakte marinier Th.J. Giesen ten gevolge van vijandelijk<br />

vuur ernstig gewond. Tijdens vervoer naar Probolinggo overleed hij op 1 augustus 1947 nabij Ngadas aan<br />

zijn verwondingen.<br />

MARNS 103 03-08-1947 2 e Inbat, Inco "F"<br />

Marinier L. van Rixtel overleed op 3 augustus 1947 te Tegalampel, vier kilometer ten noordoosten van<br />

Bondowoso, aan verwondingen die hij opliep tijdens een vuurgevecht met Indonesische guerrillastrijders.<br />

MARNS 104 05-08-1947 2 e Inbat, Inco "E" / VDMB<br />

Op 5 augustus 1947 reed een bevoorradingspatrouille van twintig mariniers met enkele trucks op de weg<br />

van Djember naar Amboeloe, toen zij plotseling hevig werden beschoten vanuit een hinderlaag. Korporaal der<br />

mariniers J. Bruggink sneuvelde en enkele andere mariniers raakten gewond. De patrouille maakte<br />

rechtsomkeert naar Djember. Onderweg stuitten zij op inderhaast aangebrachte wegversperringen en<br />

werden bovendien met geweervuur bestookt. Bij één van de versperringen moest een vastgelopen truck<br />

noodgedwongen worden achtergelaten. Bij het overstappen naar een andere truck moest een woest<br />

schietende bende van circa 500 Indonesiërs op afstand worden gehouden. Daarbij raakte marinier E.G.<br />

Huijing zwaar gewond en sneuvelde employé speciale diensten Abdullah. De patrouille kon Djember bereiken,<br />

waar Huijing echter als gevolg van zijn verwondingen overleed.<br />

Huijing’s naam is opgenomen op het Indië-monument te Groningen<br />

MARNS 105 05-08-1947 2 e Inbat, Inco "F"<br />

Als gevolg van een ongeval met een jeep op de weg van Bondowoso naar Sitoebondo tijdens een patrouille<br />

op 5 augustus 1947 kwam de marinier W.F.P.M. Simons om het leven.<br />

Ter nagedachtenis is zijn naam aangebracht op het monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg.<br />

MARNS 106 05-08-1947 3 e Inbat, Inco "K"<br />

Tijdens een patrouille van het 2 e peloton op 5 augustus 1947 met twee amfibie-tractoren (amtracks) en twee<br />

geweergroepen van Pamekasan naar Boengboengan op Madoera, werd korporaal der mariniers A.J. Wanders bij<br />

een poging het touw van een trekbom door te knippen, door de scherven van de desondanks exploderende<br />

bom zwaar gewond. Hij overleed als gevolg daarvan enkele ogenblikken later.<br />

MARNS 107 14-08-1947 Stafco / VDMB<br />

Op 14 augustus 1947 sneuvelde de korporaal der mariniers C. de Jager ten gevolge van vijandelijk vuur bij<br />

Pasoeroean.<br />

69


MARNS 108 14-08-1947 1 e Inbat, Inco "B"<br />

In de vroege morgen van 14 augustus 1947 verlieten mariniers de truck die hen tot op twee kilometer van<br />

Goenoengsawoer, ten noordwesten van Pasirian, had gebracht. Zij liepen naar Goenoengsawoer en vandaar<br />

naar het noorden. De opdracht was de kampong Soemberwodjoer te doorzoeken en daarna naar het oosten<br />

af te buigen. De patrouille was nauwelijks op weg of de spits zag een man lopen, gewapend met<br />

handgranaten. De groep kreeg plotseling veel vuur van beide kanten en van voren. Sergeant der mariniers J.<br />

Ottevanger en marinier G.J.Mensink werden daarbij gedood.<br />

MARNS 109 16-08-1947 3 e Inbat, Inco "L"<br />

Ten gevolge van vijandelijk vuur in kampong Wonoasih ten zuidwesten van Modjosari werd marinier H.<br />

Hecker op 16 augustus 1947 gedood.<br />

MARNS 110 19-08-1947 1 e Inbat, Inco "A"<br />

Tijdens een patrouille nabij Tanggoel, negentien kilometer ten westen van Djember, werd de marinier D. de<br />

Haan op 19 augustus 1947 door een sniperschot zwaar gewond. Hij overleed dezelfde dag in het<br />

veldhospitaal te Djember.<br />

MARNS 111 22-08-1947 1 e Inbat, Inco "C"<br />

Tijdens patrouille in kampong Wonoasih, nabij Probolinggo, werd op 22 augustus 1947 de korporaal der<br />

mariniers A.J. van der Moesdijk ten gevolge van vijandelijk geweervuur zwaar gewond. Hij werd direct<br />

overgebracht naar de ziekenboeg van de compagnie in Probolinggo, doch overleed kort na aankomst.<br />

MARNS 112 22-08-1947 2 e Inbat, Inco "F"<br />

Tijdens een patrouille bij Sitoebondo verloor marinier G. Paskamp op 22 augustus 1947 het leven. Ten<br />

gevolge van de kunstmatige verlichting en het heldere maanlicht waren er schaduweffecten ontstaan, zodat<br />

Paskamps eigen post meende een vijandelijke bende te ontdekken, waarop men vuur opende. Daarbij kwam<br />

Paskamp om het leven.<br />

MARNS 113 26-08-1947 3 e Inbat, Inco "L"<br />

Tijdens een patrouille werd marinier H.W. de Wilde op 26 augustus 1947 bij Modjokerto door een vijandelijke<br />

kogel levensgevaarlijk gewond. Dezelfde dag overleed hij in het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja.<br />

MARNS 114 05-09-1947 1 e Inbat, Stafco<br />

Op 5 september 1947 vertrok omstreeks 08.30 uur een konvooi van Djatiroto naar Djember. Om circa<br />

09.00 uur reed een masterjeep van het verbindingspeloton tussen Tanggoel en Rambipoedji op een mijn,<br />

kantelde en raakte in brand. De mariniers H.Th.M. van de Ven, M.R. Koster en A. Pul werden uit het voertuig<br />

geslingerd en vervolgens door de vijand met slagwapens gedood. Het konvooi werd intussen onder vuur<br />

genomen door vijandelijke mitrailleursschutters die echter konden worden verdreven. Marinier J. Put was<br />

tijdens het gevecht zwaar gewond geraakt en werd afgevoerd naar Soerabaja, waar hij op 10 oktober in het<br />

<strong>Marine</strong>hospitaal aan zijn verwondingen overleed.<br />

MARNS 115 07-09-1947 2 e Inbat / VDMB<br />

Door een noodlottig misverstand werd tijdens het omsingelen van de kampong Soemberketempak, nabij<br />

Kalisat, op 6 september 1947 de employé speciale diensten en tolk F.M. Tambuwun door eigen vuur ernstig<br />

verwond. Met spoed werd hij overgebracht naar het veldhospitaal te Djember, doch hij overleed de<br />

volgende dag aan zijn verwondingen.<br />

MARNS 116 11-09-1947 2 e Inbat, Stafco<br />

Tijdens een patrouille in de omgeving van Djember liep de commandant van het stootpeloton, luitenant der<br />

mariniers H.A.L. Bila, op 11 september 1947 op een mijn en werd daardoor levensgevaarlijk gewond. Hij<br />

overleed aan zijn verwonding in het “C” hospitaal te Djember en werd begraven in Sitoebondo.<br />

MARNS 117 13-09-1947 3 e Inbat, Inco "K"<br />

Marinier P.C. van Dommelen sneuvelde op 13 september 1947 ten gevolge van vijandelijk vuur in kampong<br />

Glindih in de stelling Bandegan-Koelon.<br />

70


MARNS 118 13-09-1947 1 e Inbat, Inco "B"<br />

Ten gevolge van vijandelijk artillerievuur op de weg Klakah-Djatiroto werd de korporaal der mariniers L.J. Dor<br />

op 13 september 1947 gedood.<br />

MARNS 119 19-09-1947 Brigstafco, VDMB / Mobat, Inco "B"<br />

Doordat Indonesische guerrillastrijders op tien kilometer oostelijk van Djember een handgranaat naar een<br />

marinierskonvooi wierpen, werden de luitenants der mariniers N.A. Mul van de veiligheidsdienst en P.J.L. de<br />

Greeff van het motortransportbataljon op 19 september 1947 ernstig gewond. Zij overleden in het<br />

veldhospitaal te Djember en werden begraven in Sitoebondo.<br />

MARNS 120 19-09-1947 2 e Inbat, Inco "G"<br />

Op vrijdag 19 september 1947 vertrok een gemotoriseerde patrouille van 20 man in twee trucks en een jeep<br />

van de post Amboeloe naar Baloenglor, gelegen tussen Djember en Poeger. Nabij Grenden was een stalen<br />

draad over de weg gespannen die door de chauffeur van de jeep, marinier J.M. Post, te laat werd opgemerkt.<br />

De commandant van de patrouille, luitenant der mariniers H.W.F. Bongers, werd daardoor gedood. De<br />

patrouille werd direct beschoten met automatische wapens, geweren en karabijnen. Voordat marinier Post uit<br />

de jeep kon springen, werd hij door vijandelijke schoten geraakt en was op slag dood.<br />

Post wordt herdacht op het Indië-monument te Groningen.<br />

MARNS 121 22-10-1947 3 e Inbat, Inco "I"<br />

Vanuit Loemadjang werd een patrouille uitgezonden naar de zuidkust van Oost-Java om contact op te<br />

nemen met een patrouillevaartuig van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>. Dit contact werd op 22 oktober 1947 om<br />

10.00 uur bij Poeger-koelon tot stand gebracht. Op de terugweg liep de patrouille bij Kentjong, twintig<br />

kilometer ten zuidoosten van Loemadjang, in een vijandelijke hinderlaag van waaruit met automatische<br />

wapens goed gericht vuur werd afgegeven. Al bij het eerste salvo werd marinier M.H. Smit door een kogel<br />

dodelijk getroffen.<br />

MARNS 122 22-10-1947 1 e Inbat, Inco “A”<br />

Tijdens een patrouille van Loemadjang naar Daroengan liepen op 22 oktober 1947 korporaal der mariniers J.<br />

Bijdemast en marinier P.K. Stam in kampong Djarit nabij Pasirian op een mijn en werden op slag gedood.<br />

MARNS 123 30-10-1947 Depot troepen<br />

Tijdens een patrouille in de nabijheid van Bondowoso werd op 30 oktober 1947 de marinier J.J.G.M. Crousen<br />

door een vijandelijke kogel geraakt. Hij overleed ter plaatse.<br />

MARNS 124 02-11-1947 3 e Inbat, Inco "K"<br />

Op 2 november 1947 werd het 3 e peloton van compagnie ‘K’ belast met de beveiliging van de trein van<br />

Djember naar Banjoewangi. Daartoe had korporaal der mariniers J.S.A. Kop Jansen plaatsgenomen op de<br />

locomotief en de overige mariniers van het peloton in de wagons. Twintig minuten na het vertrek naderde<br />

de trein een baanverhoging bij Kalisat. Plotseling klonken er schoten en de mariniers op de trein<br />

beantwoordden onmiddellijk het vuur. Door obstakels op de rails kantelden de locomotief en enkele<br />

wagons. Kop Jansen en het spoorwegpersoneel kwamen daarbij om het leven.<br />

MARNS 125 04-11-1947 3 e Inbat, Inco "L"<br />

Tijdens een patrouille met een peloton rekruten van het Depot troepen sneuvelde marinier G.C. de Groot op<br />

4 november 1947 nabij Tjoerahmalang, een plaats ten zuidoosten van Djember, door vijandelijk vuur.<br />

MARNS 126 08-11-1947 Mobat, Stafco<br />

Op 8 november 1947 vertrok ‘s morgens een konvooi, bestaande uit drie trucks waarin een luitenant en elf<br />

mariniers waren gezeten, van Djember via Mangli naar Amboeloe. Voorbij Mangli reed de voorste truck op<br />

een mijn, waardoor de achterkant van het voertuig in brand vloog. Op datzelfde moment werd het konvooi<br />

onder vuur genomen, ten gevolge waarvan marinier J.H. Notermans sneuvelde. Zijn stoffelijk overschot werd<br />

naar het hospitaal te Djember overgebracht.<br />

71


MARNS 127 13-11-1947 3 e Inbat, Inco "L"<br />

Tijdens een patrouille werd marinier A. Smits op 13 november 1947 nabij Wonoredjo, ten oosten van<br />

Djember, door vijandelijk mitrailleurvuur getroffen, waardoor hij op slag dood was. Zijn stoffelijk<br />

overschot werd de volgende dag in Sitoebondo begraven.<br />

MARNS 128 15-11-1947 1 e Inbat, Cie "I"<br />

Tijdens een patrouille in de omgeving van Semboro, negen kilometer ten zuidoosten van Tanggoel, werd op<br />

14 november 1947 de sergeant der mariniers A. Klarenberg, tijdens het beantwoorden van vijandelijk vuur door<br />

een explosie van een eigen mortiergranaat verwond. Als gevolg daarvan overleed hij de volgende dag. Met<br />

militaire eer werd hij op de Algemene Begraafplaats in Loemadjang begraven.<br />

MARNS 129 21-11-1947 Arbat, Bat "A"<br />

Als gevolg van een bomontploffing nabij Soerabaja op 21 november 1947 werd de marinier IJ.P. van Dijk<br />

gedood.<br />

Op het herdenkingsmonument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg is zijn naam opgenomen.<br />

MARNS 130 25-11-1947 1 e Inbat, Inco "B"<br />

Op zaterdagmorgen 22 november 1947 reed vanuit Soerabaja een patrouille met twee jeeps naar de<br />

onderneming ‘Kamar Tengah’ bij Goetjialit, ten zuidwesten van Klakah in het Krageangebergte, om de<br />

administrateur van de onderneming daarheen te brengen. Boven aangekomen zouden de jeeps op 25<br />

november terugrijden. Een werd bestuurd door marinier H.P. Spee. Als enige passagier zat een Indonesische<br />

chauffeur van de onderneming naast hem. Bij Poesoeng Pakel aangekomen slipte de jeep en stortte in een<br />

ravijn, waarbij Spee om het leven kwam, doch de ondernemingschauffeur slechts licht gewond raakte.<br />

MARNS 131 08-01-1948 VDMB<br />

Employé speciale diensten C.D. Wessels sneuvelde bij het inwinnen van inlichtingen ergens op Oost-Java op 8<br />

januari 1948. Nadere details ontbreken.<br />

MARNS 132 19-01-1948 4 e Inbat, Inco "W"<br />

Bij Josowilangoen ten zuidoosten van Loemadjang raakte een GMC-truck van compagnie ‘W’ op 19 januari<br />

1948 in een hinderlaag van de TNI. Daarbij sneuvelde marinier H.J.H. Bos. Hij werd begraven op de<br />

Algemene Begraafplaats te Loemadjang.<br />

De naam van Bos komt voor op het Indië-monument te Groningen.<br />

MARNS 133 21-02-1948 4 e Inbat, Inco "W"<br />

Tijdens het patrouilleren raakte marinier R. Visbeek op 21 februari 1948 bij het doorwaden van de<br />

snelstromende kali Krai nabij Josowilangoen plotseling onder water. Nadat hij op het droge was gebracht,<br />

bleek hij niet meer te leven.<br />

MARNS 134 24-02-1948 5 e Inbat<br />

Op 24 februari 1948 overleed in het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja de marinier B.T. Kors aan een<br />

schotverwonding, opgelopen door een vuurwapenongeval tijdens een patrouille met een mitrailleurpeloton<br />

in de omgeving van Soerabaja.<br />

MARNS 135 14-08-1948 5 e Inbat<br />

Ten gevolge van een vuurwapenongeval in een landmachtpost te Wangoenredja op West-Java, waar hij bij<br />

zijn broer op bezoek was, kwam op 14 augustus 1948 de marinier C.A.J. Laurey om het leven.<br />

Zijn naam is aangebracht op het monument “Nederland Oost-Indië” te Tilburg.<br />

MARNS 136 15-10-1948 ATE / Brigstafco<br />

Tijdens een landingsoefening op 15 oktober 1948 op de zuidkust van Madoera viel door onbekende<br />

oorzaak de landingsklep van de LP (Landings Ponton) open. Het vaartuig kapseisde en door de sterke<br />

stroom verdronken de zes opvarenden, onder wie sergeant-telegrafist L.E. de Haas. De sergeant was<br />

bemanningslid van Hr.Ms. Tidore. Omdat de korvet in het <strong>Marine</strong> Etablissement in onderhoud lag en de<br />

Mariniersbrigade kampte met een tekort aan verbindingspersoneel, was De Haas tijdelijk bij de<br />

stafcompagnie van de brigade gedetacheerd.<br />

72


MARNS 137 12-11-1948 VDMB<br />

Op 12 november 1948 werd de employé speciale diensten Kario vermist. Hij was ergens op Oost-Java een<br />

inlichtingenopdracht aan het uitvoeren.<br />

MARNS 138 28-12-1948 Regiment Huzaren van Boreel<br />

Tijdens een nachtelijke konvooirit van Rembang naar Blora op 28 december 1948 stortte een gepantserde<br />

¾ tonner ten gevolge van een trekbomexplosie in een diepe kali bij Mantingen, dertien kilometer ten<br />

noorden van Blora. Daarbij kwamen vier bij de Mariniersbrigade gedetacheerde huzaren van het 2-2<br />

Mitrailleurpeloton om het leven.<br />

MARNS 139 03-01-1949 5 e Inbat, Stafco<br />

Ten gevolge van vijandelijk vuur werd de marinier C. Bil op 3 januari 1949 zwaar gewond. Hij overleed<br />

dezelfde dag in het 2 e Veldhospitaal te Kertosono.<br />

MARNS 140 05-01-1949 4 e Inbat, Stafco<br />

Op 5 januari 1949 kreeg marinier G. Lammers opdracht met een jeep naar Ngawi ten noordwesten van<br />

Madioen te rijden. Onderweg nam hij echter een verkeerde weg die leidde naar een kali bij Tjepoe, een<br />

twintigtal meters beneden de weg. De brug erover was vernield en lag in de kali. Lammers bemerkte dat te<br />

laat en stortte met de jeep naar beneden, waardoor hij vrijwel op slag dood was.<br />

MARNS 141 06-01-1949 Detachement Marbrig / Oosthaven, Inco "M"<br />

Marinier J.L.M. Bast sneuvelde op 6 januari 1949 als gevolg van vijandelijk vuur tijdens een patrouilleactie<br />

nabij kampong Tandjoengkarang (Teloekboetoeng) op Zuid-Sumatra.<br />

MARNS 142 06-01-1949 5 e Inbat, Stafco (gedetacheerd bij Inco "Y")<br />

Ten gevolge van vijandelijke acties nabij de kampong Balong-Panggang op de weg Tjermee-Mantoep,<br />

ongeveer twintig kilometer ten zuiden van Lamongan, sneuvelde marinier L. de Groot op 6 januari 1949 door<br />

mitrailleurkogels.<br />

MARNS 143 10-01-1949 5 e Inbat, Stafco<br />

Op 10 januari 1949 reed de sergeant-majoor der mariniers U. Cloo met zijn jeep op de weg Bodjonegoro-Rengel<br />

bij Soko op een vliegtuigbom, terwijl de jeep vanuit een hinderlaag hevig werd beschoten. De majoor<br />

verloor daarbij het leven.<br />

Zijn naam is aangebracht op het monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg.<br />

MARNS 144 12-01-1949 4 e Inbat, Inco “U”<br />

Marinier L. Hagting sneuvelde op 12 januari 1949 ten gevolge van vijandelijk vuur op twee kilometer ten<br />

noordwesten van Ngimbang op de weg Babat-Ngimbang.<br />

MARNS 145 14-01-1949 5 e Inbat, Inco "X"<br />

Bij het leggen van een sluitversperring om kampong Gempoltoeklojo, ten westen van Tjermee, werd<br />

marinier G.H. Piepenbrock van de 3 e mitrailleursectie op 14 januari 1949 door een kogel van een sluipschutter<br />

getroffen. Hij was op slag dood.<br />

MARNS 146 15-01-1949 4 e Inbat, Inco "U" / VDMB<br />

Op 15 januari 1949 reed een colonne van compagnie ‘U’ vanuit Babat via Ploembang in de richting van<br />

Bodjonegoro ten einde deze stad te bezetten. Ter hoogte van Rengel liep een truck op een vliegtuigbom en<br />

een mijn. Ten gevolge van de zware explosies waren vijf doden en een zwaargewonde te betreuren. De<br />

laatste, employé speciale diensten J. Soeitoe, overleed als gevolg van zijn verwondingen in het veldhospitaal te<br />

Babat.<br />

MARNS 147 17/18-01-1949 5 e Inbat, Stafco<br />

Bij het voorttrekken van een munitiewagentje op de weg Mantoep-Tjikoeng ten oosten van Ngimbang reed<br />

het wagentje op 17 januari 1949 op een mijn. Door de hevige explosie was marinier J. Beima op slag dood,<br />

terwijl marinier W.Th. de Boer de volgende dag in het <strong>Marine</strong>hospitaal te Soerabaja aan zijn verwondingen<br />

overleed.<br />

73


MARNS 148 24-01-1949 4 e Inbat, Inco "V" / Brigstafco<br />

Op 24 januari 1949 vertrok een geweergroep in een truck uit Ngimbang om de weg naar Tjarangbang, een<br />

plaats nabij het meer Wadoek Pridjetan, te zuiveren en vervolgens door te rijden naar Babat om aldaar<br />

goederen op te halen. Onderweg reed de truck op een mijn die explodeerde. Ten gevolge daarvan verloor<br />

marinier T.C. Rozeboom van het 4 e Inbat het leven en raakte marinier M.J. Roksnoer van de Brigstafco zwaar<br />

gewond. Na dit drama ontving de groep vijandelijk vuur uit alle richtingen, maar men kon ten slotte de<br />

vijanden verjagen. Roksnoer overleed dezelfde dag in Babat aan zijn verwondingen.<br />

Op de plaquette in Breda wordt Roksnoer herdacht, terwijl de naam van Rozeboom op het Indië-monument te<br />

Groningen is opgenomen.<br />

MARNS 149 28-01-1949 4 e Inbat / Inco ‘’W’’<br />

Bij het uitzetten van booby-traps (“op scherp staande” handgranaten) op 28 januari 1949 te Patjitan<br />

ontplofte door onbekende oorzaak een van de traps, waardoor korporaal der mariniers H.F. Duijndam en<br />

marinier J.H. Houwen door de hevige scherfwerking werden gedood.<br />

MARNS 150 06-02-1949 VDMB / Brigstafco<br />

In de ochtend van 6 februari 1949 fietste sergeant der mariniers M. Schnitzler in gezelschap van een marinier en<br />

drie burgertolken van de veiligheidsdienst op de weg Karangbinagoeng-Sidajoe. Op een geven moment<br />

stootten zij op een vijandelijke hinderlaag. Tijdens het vuurgevecht dat ontstond werden sergeant Schnitzler en<br />

employé speciale diensten H. Runtupalit door kogels getroffen. Ongeveer een uur later - een inmiddels<br />

gearriveerde patrouille had het vijandelijke vuur tot zwijgen gebracht - overleden zij aan hun verwondingen.<br />

MARNS 151 14-02-1949 4 e Inbat / Inco ‘’W’’<br />

Een patrouille bevond zich op 14 februari 1949 in de nabijheid van Patjitan, toen deze plotseling van alle<br />

kanten werd beschoten door TNI-eenheden. Daarbij werd marinier B. van Steveninck dodelijk getroffen.<br />

MARNS 152 18-02-1949 5e Inbat / VDMB<br />

Tijdens een ontvluchtingspoging van Indonesische arrestanten uit een politiebarak in Tjermee op 18<br />

februari 1949 werd employé speciale diensten Achmad bin Salim Badjerie door een afdwalende kogel van het<br />

bewakingspersoneel gedood.<br />

MARNS 153 25-02-1949 4 e Inbat, Inco "W" / Stafco<br />

Bij een patrouilleactie ten noorden van de kali Solo, in de omgeving van Ngawi, werd op 25 februari 1949<br />

een groep van ongeveer vijftien mannen langs de kali ontdekt. De groep werd door de mariniers onder vuur<br />

genomen, waarop zij de benen nam. Toen de mariniers zich naar een verbindingsjeep van de stafcompagnie<br />

begaven, werden zij plotseling van de overzijde van de kali beschoten. Marinier G.F. Sipman raakte daarbij<br />

ernstig gewond. Hij werd onmiddellijk naar het burgerziekenhuis van Ngawi vervoerd, waar hij werd<br />

geopereerd. Het mocht niet baten. Hij overleed dezelfde dag aan zijn verwonding.<br />

MARNS 154 26-02-1949 4 e Inbat, Inco "W" / Moco<br />

Op 26 februari 1949 werd, als gewoonlijk ’s morgens, rijdend met een truck de weg vanaf de post Banjoe-<br />

Oerip naar het dorp Kanten “gesweept” (van mijnen en andere explosieven ontdoen) door een patrouille<br />

bestaande uit sergeant der mariniers Hartsuiker, korporaal der mariniers Van Delft en de mariniers Dijkstra,<br />

Van Stoffelen, Van Keulen en Bosma. Als beveiliging gingen de mariniers Bens en Van Duin, twee mitrailleurschutters<br />

van het stootpeloton, mee. De heenweg verliep zonder problemen. Op de terugweg echter, op<br />

ongeveer vijf kilometer van de post Banjoe-Oerip, ontploften er voor en achter de truck enige granaten of<br />

bommen die langs de wegkant waren aangebracht. Door deze ontploffingen kwam de truck onmiddellijk tot<br />

stilstand. Voordat de inzittenden er af konden springen en dekking konden zoeken, opende de in een<br />

hinderlaag gelegen vijand het vuur. Dit gebeurde om ongeveer 9.20 uur. M.R. Bens, G.F.J. Bosma, D.C. van<br />

Delft en W. van Duin werden door de explosies en vijandelijke vuur gedood. Omdat er geen hulp kwam<br />

opdagen, begaf de lichtgewonde marinier Van Keulen zich vervolgens op eigen initiatief naar de post<br />

Banjoe-Oerip om deze te waarschuwen. Na ongeveer een half uur bereikte Van Keulen de ruïnes van de<br />

BPM-woningen nabij de post Banjoe-Oerip. Hierop werd vanaf de post onmiddellijk een patrouille ter<br />

assistentie uitgezonden. Op de plaats van de overval aangekomen, werd de vijandelijke bende verdreven en<br />

verleende de ziekenverpleger eerste hulp aan de gewonden. De gesneuvelden en gewonden werden<br />

vervolgens overgebracht naar Padangan.<br />

74


MARNS 155 27-02-1949 Matco, Depot troepen<br />

Op 27 februari 1949 vertrok ’s morgens vroeg het dagelijkse konvooi van Toeban naar Babat. Het konvooi<br />

werd voorafgegaan door een tank van het stootpeloton ten einde eventuele mijnen en bommen<br />

onschadelijk te maken. Onderweg werd plotseling ongeveer vier meter voor de tank een trekbom met<br />

behulp van een lang touw tot ontploffing gebracht. Als gevolg daarvan werden de korporaals der mariniers K.<br />

Eksteen en P.C. de Wit op slag gedood en een marinier levensgevaarlijk gewond. Zij werden met een intussen<br />

uit Toeban opgehaalde ambulance naar het veldhospitaal in Babat overgebracht. De stoffelijke overschotten<br />

van de korporaals werden op 28 februari te Soerabaja begraven.<br />

MARNS 156 27-02-1949 5 e Inbat, Inco "Y"<br />

Op 27 februari 1949 trachtte een patrouille met een prauw de snelstromende kali Bengawan-Solo bij<br />

Sembajat over te steken. Doordat de prauw omsloeg, raakten de mariniers te water. Marinier C. Herreijgers<br />

werd niet meer gezien, terwijl de andere mariniers zwemmend de wal konden bereiken. Na geruime tijd<br />

zonder resultaat de kali te hebben afgezocht, werd aangenomen, dat Herreijgers naar zee afgedreven was. Een<br />

Javaanse vrouw had immers een “orang belanda” zien drijven.<br />

MARNS 157 03-03-1949 5 e Inbat, Stafco<br />

Als commandant van een mortierpeloton vertrok de sergeant-majoor der mariniers H.J. Sanders om 03.00 uur uit<br />

Ngimbang ten einde de weg naar Ploso te controleren. Onderweg ontplofte om 04.30 uur op ongeveer twee<br />

meter rechts van de jeep waarin de majoor zat een trekbom, welke in de rechterweghelft nabij kampong<br />

Broemboeng was aangebracht. Majoor Sanders werd door de explosie op slag gedood.<br />

MARNS 158 15-03-1949 VDMB<br />

Tijdens een onderzoekingspatrouille van de veiligheidsdienst tussen Ploso en Modjokerto op 15 maart 1949<br />

sneuvelde als gevolg van vijandelijk mitrailleurvuur employé speciale diensten F.W. Reijgers.<br />

MARNS 159 20-03-1949 Arbat<br />

Op 20 maart 1949 was marinier C. van Duuren volgens ooggetuigen aan het spelevaren met een prauw in de<br />

kali Soerabaja ter hoogte van de Wonokromobrug. Hij keerde daarvan niet terug. Later vond men<br />

stroomopwaarts een aangespoeld ontzield lichaam. Het werd geïdentificeerd als het stoffelijk overschot van<br />

Van Duuren. Er werden geen sporen van geweld gevonden, zodat men aannam dat hij was verdronken.<br />

MARNS 160 02-04-1949 4 e Inbat, Inco "U"<br />

Op 2 april 1949 vertrok uit Dander een jeep met een luitenant en drie mariniers. Zij waren op weg naar<br />

Bodjonegoro. Men had nog maar tien minuten gereden, toen het voertuig werd beschoten door een bende<br />

van ongeveer 35 man, welke aan weerskanten van de weg over een afstand van anderhalve kilometer in<br />

hinderlaag lag. Gedurende de gehele afstand werd op de jeep van links en rechts gevuurd met geweren en<br />

automatische wapens, wat door de mariniers werd beantwoord. Marinier P.J.B. Garthoff werd door twee<br />

schoten getroffen en na aankomst te Bodjonegoro overleed hij in de ziekenboeg.<br />

MARNS 161 09-04-1949 4 e Inbat, Stafco<br />

Ten gevolge van een exploderende trekbom op de weg Merakoerak-Montongsekar in het Kalksteengebergte<br />

werd marinier W.G. Govers op 7 april 1949 zwaar gewond. Via Babat werd hij naar Soerabaja vervoerd, doch<br />

overleed twee dagen later aan zijn verwondingen in het <strong>Marine</strong>hospitaal.<br />

MARNS 162 11-04-1949 2 e Inbat, Inco "V"<br />

Tijdens een patrouille van het 2 e infanteriepeloton, dat de opdracht had de weg tussen Babat en<br />

Soemberredjo te "sweepen", kwam op 11 april 1949 te 21.00 uur de geweerschutter marinier G.W.H. Arts<br />

door een vijandelijke beschieting om het leven.<br />

MARNS 163 13-04-1949 5 e Inbat, Stafco<br />

De korporaals der mariniers Th. E. van Ommen en B. van der Pol werden op 13 april 1949 belast met het<br />

opruimen van een bom die op de spoorbaan Modjokerto-Djombang nabij kampong Balongwono was<br />

gesignaleerd. Bij het zoeken naar de bom, die op verdekte wijze op de baan was aangebracht, liep een van<br />

de korporaals tegen het trekkoord. Door de explosie van de bom waren beide korporaals op slag dood.<br />

75


MARNS 164 20-04-1949 4 e Inbat, Inco "U"<br />

Op 20 april 1949 werd bij de brugpost Kali Klero op de weg Toeban-Babat een mitrailleurpeloton van<br />

compagnie “U” overrompeld door twaalf zich als wegwerkers voordoende guerrillastrijders. Marinier A.A.<br />

Buijs werd door hen gedood. Anderen werden lichtgewond. Zij konden enkele tegenstanders uitschakelen<br />

en de rest verjagen.<br />

Op het “Oost-Indië Monument” in Terneuzen wordt marinier Buijs herdacht.<br />

MARNS 165 08-05-1949 4 e Inbat, Inco "V"<br />

Tijdens een meerdaagse gevechtspatrouille van Montongsekar naar Djatirogo werd in Djodjogan een<br />

verdacht huis omsingeld. Luitenant der mariniers G.H.W. Wouters en marinier H.F. van der Horst drongen het<br />

huis aan de oostzijde binnen, terwijl een sergeant het huis aan de zuidzijde doorzocht. Na het horen van een<br />

vuurstoot uit een automatisch wapen drong de sergeant het huis verder in. Hij zag de luitenant in een kamer<br />

liggen, terwijl enkele meters verder marinier Van der Horst lag. Luitenant Wouters kwam nog even bij kennis,<br />

doch overleed enkele ogenblikken daarna. De marinier moet vrijwel op slag zijn gedood. Per draagbaar<br />

werden de gesneuvelden naar de basis Montongsekar gebracht.<br />

Op een plaquette in Nijmegen wordt Van der Horst herdacht.<br />

MARNS 166 17-06-1949 Amphibat, Inco "S"<br />

Naar aanleiding van een bericht van de veiligheidsdienst vertrok op 17 juni 1949 een patrouille van de post<br />

Soegio naar kampong Wonosari Koelon. Toen de patrouille zich ’s avonds in de nabijheid van de kampong<br />

op een T-kruising bevond, weifelde men welke richting de juiste was. Behalve marinier A.J. Leijnse die<br />

rechtdoor bleef lopen, liep de groep de zijweg in, maar men bemerkte al spoedig de verkeerde richting te<br />

zijn ingeslagen en keerde op zijn schreden terug. Op de kruising aangekomen, kwam Leijnse juist teruglopen.<br />

Omdat hij eerder niet gemist was, verkeerde een lid van de patrouille in de veronderstelling met een vijand<br />

van doen te hebben. Hij opende het vuur, waardoor Leijnse ernstig werd verwond. Toen men Leijnse<br />

genaderd was, lag hij op de grond en overleed kort daarna.<br />

MARNS 167 26-07 en 04-09-1949 Amphibat, Inco "S"<br />

Een patrouille ter sterkte van elf man onder commando van luitenant der mariniers L.M. Teeken vertrok op 23<br />

juli 1949 van de post Rengel om naar kampong Pramton Wetan te gaan. Daar zou de groep om 12.15 uur<br />

door een truck worden opgehaald. Toen het voertuig op de afgesproken tijd arriveerde, was de patrouille<br />

niet aanwezig. Op 26 juli werden in de kali Solo bij de grote brug van Babat de aangespoelde lijken<br />

gevonden van luitenant Teeken, korporaals der mariniers H. Bosma en H. Roepers, alsmede van marinier C.R. van<br />

Straten. Vermist werden korporaal der mariniers F.J. Cordes en zes andere mariniers. Zij bleken door de TNI<br />

krijgsgevangen te zijn gemaakt. Van hen overleed korporaal Cordes op 4 september in een republikeins<br />

ziekenhuis te Djatirogo. Hij werd dezelfde dag met militaire eer van de TNI te Djatirogo begraven. De zes<br />

anderen werden later na moeizame onderhandelingen vrijgelaten.<br />

Luitenant Teeken wordt herdacht op het Indië-monument in Park Eekhout te Zwolle.<br />

MARNS 168 31-07-1949 Amphibat, Inco "S"<br />

Op 30 juli 1949 vertrok ten 13.30 uur een truck van de post Rengel ten noordoosten van Bodjonegoro naar<br />

de nevenpost Ploempang om daar goederen op te halen. Onderweg werd geconstateerd dat de vijand een<br />

poging deed om op de weg een trekbom tot ontploffing te brengen. Nadat de truck tot stilstand was<br />

gebracht, werd deze door automatische wapens vanuit alle richtingen beschoten. Korporaal der mariniers F.<br />

Westerhuis werd al bij het eerste salvo dodelijk getroffen, terwijl drie mariniers gewond raakten. Kort daarop<br />

arriveerde een patrouille uit Ploempang die de vijand met mortiervuur verjoeg. De gewonden en het<br />

stoffelijk overschot van Westerhuis werden per ambulance naar Babat overgebracht. Op 1 augustus werd de<br />

korporaal in Soerabaja ter aarde besteld.<br />

MARNS 169 07-08-1949 Amphibat, Inco "S"<br />

Op donderdag 3 augustus 1949 gingen twee GMC-trucks van de post Montongsekar van Toeban naar<br />

Ploempang om de foeragetruck van Toeban, die in Babat had geladen maar met motorpech stond, op te<br />

halen. Tussen Toeban en post Kali Klero ontvingen de trucks vanaf de linkerzijde van de weg hevig<br />

automatisch vuur. Reeds bij de eerste vijandelijke salvo’s werd marinier T. Kruiswijk levensgevaarlijk gewond.<br />

Het vijandelijk vuur werd rijdend beantwoord teneinde zo snel mogelijk in Kali Klero te komen. Daar<br />

aangekomen werd de post Toeban gewaarschuwd, die onmiddellijk een ambulance stuurde. Kruiswijk werd<br />

76


vervolgens naar het veldhospitaal in Babat vervoerd. In de nacht van 4 op 5 augustus werd hij naar<br />

Soerabaja overgebracht. In het <strong>Marine</strong>hospitaal overleed hij op 7 augustus om 15.10 uur.<br />

Op het herdenkingsmonument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg is zijn naam vermeld.<br />

MARNS 170 ..-12-1949 VD Mariniers-Oosten<br />

In december 1949, nog vóór de soevereiniteitsoverdracht, werden de employés speciale diensten R.M. Notosubroto<br />

alis Rijadi en Rompas in de omgeving van Modjokerto door Indonesiërs om het leven gebracht. In dezelfde<br />

maand werd employé speciale diensten J. da Costa op de Wonokromobrug te Soerabaja door onbekenden<br />

vermoord.<br />

MARNS 171 13-04-1950 Mariniers Oosten<br />

In de nacht van 12 op 13 april 1950 ontstond er voor de bioscoop Metropole op Pasar Besar in Soerabaja<br />

een hooglopende ruzie tussen marinier L. Treffers, die geëmbarkeerd was aan boord van het ss Zuiderkruis<br />

dat in Tandjong Perak lag afgemeerd, en enige Indonesiërs. Militairen van de TNI die daarvan getuige<br />

waren, maakten gebruik van hun wapens, waardoor Treffers en een bemanningslid van het ss Zuiderkruis<br />

werden gedood.<br />

MARNS 172 03-01-1951 CAMNG<br />

Op 3 januari 1951 zou een groep van 33 mariniers een meerdaagse patrouille uitvoeren om het terrein ten<br />

zuiden van het Sentanimeer te verkennen. De landmacht had een motorboot op het meer, doch die bleek<br />

defect te zijn. De overtocht werd toen gemaakt op een vlot dat door Papoea’s in elkaar was gezet. Bij het<br />

ronden van een kaap, halverwege het meer, werd het vlot door de wind en de golfslag gegrepen en sloeg<br />

om. Sergeant J. Jongsma en de mariniers P.H. Hermans, H.van der Loo en T.M. van der Sijde verdronken.<br />

MARNS 173 05-02-1961 CMARNSNNG / 42 Inco<br />

In een bivak nabij kampong Erega bij het Jamoermeer kwam op 5 februari 1961 marinier F.J. Vogt om het<br />

leven. Rondom het bivak werden ‘s avonds booby-traps gelegd die de daaropvolgende morgen weer werden<br />

opgeruimd. Toen Vogt dat ‘s morgens deed, ontplofte een handgranaat en werd hij levensgevaarlijk gewond.<br />

Hij overleed later op de dag aan zijn verwondingen. Het stoffelijk overschot werd dezelfde dag met militaire<br />

eer ter aarde besteld bij kampong Gariau aan het Jamoermeer.<br />

MARNS 174 16-09-1961 CMARNSNNG / 42 Inco, Verpel 2<br />

Tijdens een patrouille van het 2 e verkenningspeloton in de omgeving van Manokwari kwam op 16<br />

september 1961 de marinier G.C.L.M. Duin om het leven. Hij raakte in een kali te water en werd door de<br />

sterke stroom meegesleurd. Toen hij door zijn collega’s tenslotte uit het water was gehaald, bleek hij te zijn<br />

verdronken. Het stoffelijk overschot werd de volgende dag met militaire eer ter aarde besteld op het<br />

kerkhof Pasir Putih te Manokwari en later herbegraven op Kembang Kuning te Soerabaja.<br />

MARNS 175 23-07-<strong>1962</strong> CMARNSNNG / 42 Inco<br />

Nadat er op 21 juli <strong>1962</strong> een melding was binnengekomen dat zich in de omgeving van kampong Kalapa<br />

Lima, op twee kilometer ten oosten van Merauke, ongeveer dertig Indonesische para’s bevonden, werd<br />

vanuit Merauke een patrouille uitgezonden. Op 23 juli om 06.45 ontstond een kort vuurgevecht met enkele<br />

Indonesiërs die zich daarop terugtrokken. Tijdens het volgen van sporen werd plotseling van korte afstand<br />

vijandelijk vuur geopend. Marinier E.H. Piena werd daardoor ernstig gewond. Tijdens de rit met een truck<br />

naar Merauke overleed hij aan zijn verwondingen. Hij werd enkele uren later met militaire eer begraven.<br />

Zijn stoffelijk overschot werd op 7 oktober <strong>1962</strong> naar Nederland overgebracht.<br />

MARNS 175 14-08-<strong>1962</strong> CMARNSNNG / 43 Inco, Verpel 4<br />

Vanuit de kampong Wey, op Misool (Radja Ampat eilanden / Nieuw-Guinea), doorzocht op 14 augustus<br />

<strong>1962</strong> een verkenningspeloton een verlaten Indonesische bivak. De patrouille stuitte plotseling op een groep<br />

van vijftien goed ingegraven en bewapende infiltranten. De mariniers kwamen onder hevig vuur te liggen<br />

van automatische wapens, maar konden de Indonesiërs verdrijven. Bij dit gevecht raakte marinier P.M.C.G.<br />

Mannie zwaar gewond. Hij overleed korte tijd later. Het stoffelijk overschot werd met het<br />

opnemingsvaartuig Hr.Ms. Luijmes van Misool overgebracht naar Sorong en aldaar met militaire eer ter<br />

aarde besteld. Op 7 oktober <strong>1962</strong> werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar zijn woonplaats in<br />

Nederland en aldaar herbegraven.<br />

77


Ter nagedachtenis is zijn naam aangebracht op het monument “Nederlands Oost-Indië” te Tilburg. In 2002 is hij<br />

overgebracht naar het Ereveld Loenen, graf nr. 390.<br />

78


H. Overig personeel (W)<br />

(Uitgezonderd van het Korps Mariniers en de MLD.)<br />

W 1 10-05-1940 Pontonniers, Dordrecht<br />

Stokers E.L. van Voren en P.J. van Deursen maakten deel uit van het marinedetachement van het Vrijwillig<br />

Landstormkorps Vaartuigendienst te Rotterdam. Van daaruit werden zij gedetacheerd bij de 2 e Depot<br />

Compagnie Pontonniers te Dordrecht. Van Voren sneuvelde in de vroege morgen van 10 mei 1940 tijdens<br />

de strijd tegen Duitse parachutisten in de Bosboom Toussaintstraat te Dordrecht. Hij werd begraven op het<br />

Ereveld van de plaatselijke Algemene Begraafplaats. Van Deursen werd op 13 mei 1940 zwaar gewond in het<br />

Bos van Roo bij een poging Duitse parachutisten uit dat bos te verdrijven. Hij werd door een pontonnier in<br />

een gevorderde personenauto naar het Diaconessenhuis te Dordrecht gebracht, waar hij de volgende dag<br />

aan zijn verwondingen overleed. Hij werd op 15 mei begraven in Dordrecht en op 22 mei herbegraven op<br />

het Vredehof te Amsterdam.<br />

W 2 14-05-1940 Den Helder<br />

Op 14 mei 1940 verschenen om 20.15 uur Duitse vliegtuigen boven Den Helder. Zij wierpen in totaal een<br />

dertigtal bommen en voerden ook mitrailleuraanvallen uit. Het voornaamste doelwit was Willemsoord, het<br />

Commandement in Oostbatterij en de Rijkswerf met omgeving. In totaal werden 28 personen gedood,<br />

onder wie een officier en vijf schepelingen van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>, terwijl twintig mensen gewond<br />

werden.<br />

W 3 17-05-1940 Terneuzen<br />

In de namiddag van 10 mei 1940 arriveerden Franse troepen in Terneuzen om mee te helpen de Duitse<br />

aanval te keren. Zij namen het commando over van de Nederlandse strijdkrachten ter plaatse. Op 17 mei<br />

werd de staat van beleg voor Terneuzen afgekondigd. Tijdens een onderhoud in de Douanewacht aan de<br />

Westsluis schoot een buiten zinnen geraakte Franse legerofficier met een automatisch vuurwapen een<br />

kapitein van het Nederlandse Leger, twee Belgische soldaten, alsmede de Nederlandse loods J.W. Buis en<br />

diens echtgenote dood. Buis en zijn vrouw zijn op 27 maart 1984 vanuit Terneuzen herbegraven in Loenen.<br />

W 4 17-05 / 05-06-1940 Middelburg / Roosendaal<br />

Toen Middelburg op 17 mei 1940 kort na het middaguur door Duitse vliegtuigen met brisantbommen werd<br />

bestookt, werd daardoor de "hersteld actieve" opperkonstabel J. Missaar, commandant van de<br />

<strong>Marine</strong>kustwacht, zwaar gewond. Hij overleed als gevolg daarvan op 5 juni 1940 en werd begraven te<br />

Roosendaal. Tijdens datzelfde bombardement kwam schrijversmaat W. Zonneveld, geplaatst op het stafkwartier<br />

van de commandant Zeeland aan de Koepoortstraat, om het leven.<br />

W 5 21-05-1940 Garsel<br />

Tijdens een krijgsgevangenentransport naar Duitsland vond op 21 mei 1940 een ongeval plaats met een<br />

militaire vrachtauto van dat transport onder de gemeente Garsel in Noord-Brabant. Daarbij kwam de<br />

tijdens de meidagen bij het marine-detachement van het Vrijwillig Landstormkorps Vaartuigendienst te<br />

Rotterdam geplaatste matroos C. Terpstra om het leven. Terpstra werd begraven op de Noorderbegraafplaats te<br />

Leeuwarden.<br />

W 6 27-06-1940 Den Helder<br />

Op 27 juni 1940 werd door een geallieerd vliegtuig een aantal brisantbommen afgeworpen in de polder Het<br />

Koegras en op het vliegkamp De Kooi. Zes personen kwamen hierbij om het leven, onder wie de korporaalkok<br />

M. van Vuuren. De korporaal werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Huisduinen.<br />

W 7<br />

Personeel in dienst van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> dat als gevolg van (dienst)ongevallen om het leven is<br />

gekomen.<br />

W 8<br />

Personeelsleden van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> die overleden na hun bevrijding 61 uit Japanse<br />

krijgsgevangenschap. Zij hebben de Japanse capitulatie mogen beleven, maar misten de kracht om het te<br />

79


overleven. De repatriëring van de voormalige Nederlandse krijgsgevangenen verliep overigens zeer traag, in<br />

tegenstelling tot die van de andere geallieerde ex-krijgsgevangenen.<br />

W 9<br />

Personeel overleden als gevolg van ziekte tijdens de vervulling van hun dienst bij de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong><br />

buiten Nederland.<br />

W 10<br />

Personeelsleden in dienst van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> die overleden nadat zij voor herstel van ziekte of<br />

verwonding vanuit Nederlands-Indië naar Nederland werden teruggezonden.<br />

W 11<br />

Personeelsleden in dienst van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> die tijdens Japanse gevangenschap 62 in het voormalig<br />

Nederlands-Indië om het leven zijn gekomen.<br />

De krijgsgevangenen overleden in Japanse kampen buiten Nederlands-Indië en die van Makassar en Pakanbaroe<br />

worden afzonderlijk in dit deel van de <strong>Gedenkrol</strong> vermeld.<br />

W 12<br />

Personeelsleden in dienst van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> die door ziekte, ontberingen, ongevallen of geallieerde<br />

luchtbombardementen tijdens Duits krijgsgevangenschap zijn overleden.<br />

W 13 08-03-1941 Londen<br />

Op 8 maart 1941 bevond de officier van administratie L.M. Berger zich in Café de Paris op Piccadilly in Londen,<br />

toen een Duitse vliegtuigbom insloeg. De Nederlandse marine-officier werd daardoor op slag gedood. Hij<br />

werd ter aarde besteld op het Nederlandse ereveld Mill Hill te Londen.<br />

W 14 13-03-1941 Waalsdorpervlakte<br />

Stoker Dirk Kouwenhoven was lid van de in 1940 opgerichte groep “De Geuzen”. Hij werd tijdens een<br />

verzetsactie tegen de Duitse bezetters op 2 december 1940 gearresteerd en opgesloten in de<br />

“Cellenbarakken” (Oranjehotel, een nevengebouw van de grote strafgevangenis) aan de Pompstationsweg te<br />

Scheveningen. In het Geuzenproces op 6 maart 1941 werd hij ter dood veroordeeld en op 13 maart 1941<br />

op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Zijn stoffelijk overschot werd op 16 mei 1946 herbegraven aan de<br />

Schouwweg te Wassenaar en in april 1982 overgebracht naar het Ereveld te Loenen.<br />

Hij is één van de “Achtien Doden” uit het bekende gedicht van Jan Campert.<br />

W 15 16-06-1941 Laren<br />

In augustus 1940 sprong luitenant ter zee Lodewijk A.R.J. van Hamel uit een Brits vliegtuig boven de<br />

Nederlandse duinen. Als eerste “organisator-parachutist” legde Van Hamel de grondslagen voor de<br />

berichtendienst naar Engeland. In de nacht van 15 op 16 oktober wachtte hij op het Tjeukermeer in een<br />

vissersboot op het watervliegtuig dat hem naar Engeland zou terugbrengen. Toen dit toestel ten gevolge<br />

van de zware mist niet kon landen, werd hij door de Nederlandse politie aangehouden en overgeleverd aan<br />

de Duitse bezettingsautoriteiten. Als spion werd hij op 8 maart 1941 ter dood veroordeeld en op 16 juni<br />

1941 op de Larense hei geëxecuteerd. Op 8 maart 1948 werd zijn as op de erebegraafplaats te Bloemendaal<br />

bijgezet.<br />

Op 14 november 1960 is de ondiepwatermijnenveger Hr.Ms. Van Hamel in dienst gesteld en dragen er in diverse<br />

gemeenten straten zijn naam.<br />

W 16 10-01-1942 Menado<br />

Op 11 januari 1942 bij het verlaten van Menado per auto richting Tomohon werd de gemilitariseerde<br />

havenmeester van Menado, de reserve luitenant ter zee H.J. Gröllers door Japanse invasietroepen vanuit een<br />

hinderlaag doodgeschoten.<br />

W 17 12-01-1942 Tarakan<br />

Tijdens hevige beschietingen door Japanse landingstroepen op het kustwachtstation te Tandjong Batoe ten<br />

zuidoosten van het eiland Tarakan sneuvelde matroos-seiner M.N. van Oeveren op 12 januari 1942.<br />

80


W 18 12-01-1942 Tarakan<br />

Een kleine groep militairen, vijf infanteristen van het KNIL en matroos V.H. van der Horst van de<br />

<strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>, was vanaf de oostkust van Tarakan (vermoedelijk het kustwachtstation Tandjong<br />

Batoe) op weg naar Tarakan-stad. Onderweg werden zij op 12 januari 1942 omsingeld door een infanterieeenheid<br />

van de Japanse marine en om het leven gebracht.<br />

W 19 03-02-1942 Ambon<br />

Nadat de Japanners in de nacht van 30 op 31 januari 1942 op het eiland Ambon waren geland, executeerden<br />

zij vele krijgsgevangenen: Australiërs, Nederlanders en Indonesiërs. Op 3 februari weigerden<br />

krijgsgevangenen werkzaamheden te verrichten tot herstel van het vliegveld Laha en zij werden onmiddellijk<br />

doodgeschoten. Onder hen bevonden zich twee Indonesische schepelingen van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>, de<br />

bedienden Sumarno en Tam.<br />

W 20 12-02-1942 Tarakan<br />

Als represaille voor de vernielingen aan de olie-installaties werd de gemilitariseerde havenmeester van<br />

Tarakan-stad, de luitenant ter zee titulair P. de Jonge, door de Japanners op 12 februari 1942 ter dood gebracht.<br />

W 21 17-02-1942 Dijon<br />

Sergeant-adelborst L. van Leeuwen die via Frankrijk en Portugal Engeland trachtte te bereiken, werd door de<br />

Duitse politie gearresteerd. Hij werd overgebracht naar Besançon en daar ter dood veroordeeld. Op 17<br />

februari 1942 is hij te Dijon gefusilleerd. Zijn stoffelijk overschot werd na de oorlog met militaire eer<br />

herbegraven in Sassenheim.<br />

W 22 20-02-1942 Balikpapan<br />

Nadat de Japanners in de nacht van 23 op 24 januari 1942 Balikpapan op Borneo waren binnengevallen,<br />

werd op 20 februari als wraak voor de vernielingen aan de olie-installaties een groep van 75 burgers en<br />

krijgsgevangenen, onder wie de seinersmaat A. Hensing, bij Klandassan Ketjil in zee gedreven en vervolgens<br />

doodgeschoten. (zie ook MLD 28)<br />

W 23 28-02-1942 Pamanoekan<br />

Van de matroos-kustwachter B.O. Briet, gestationeerd op de uitkijkpost Kaap Pamanoekan aan de Javazee in<br />

West-Java, werd sinds 28 februari 1942 niets meer vernomen. Hij wordt als vermist beschouwd.<br />

W 24 03-03-1942 Kragan<br />

Een groep overlevenden van de slag in de Javazee werd op 3 maart 1942 door de Japanners aan de wal<br />

gezet bij Kalipang, een strandkampong op vier kilometer ten oosten van Kragan op Noordoost-Java. Op<br />

het strand overleed de aan boord van de kruiser Hr.Ms. De Ruyter ernstig verbrande oppermonteur K.J.<br />

Langendoen.<br />

W 25 06-03/07-06-1942 Sachsenhausen<br />

Als politiek gevangenen werden de luitenant ter zee E.H.M. Minderman en G.M. van Rossem in 1941 door de<br />

Duitse politie gearresteerd, toen zij – elk afzonderlijk - trachtten naar Engeland over te steken. Via de<br />

gevangenis in Scheveningen (Oranjehotel) en het kamp Amersfoort werden zij vervolgens naar het<br />

concentratiekamp Sachsenhausen overgebracht. Daar overleed Van Rossum op 6 maart 1942 aan dysenterie<br />

en bezweek Minderman op 7 juni 1942 als gevolg van uitputting.<br />

W 26 08-03-1942 Vermist in Nederlands-Indië<br />

Op 9 maart 1942 had het Nederlandse koloniale gezag over Nederlands-Indië opgehouden te bestaan. De<br />

aan de wal verblijvende niet-geëvacueerde militairen van de zeemacht moesten tot nader order in hun<br />

kazernes of inrichtingen geconsigneerd blijven. Zo zou hun krijgsgevangenschap beginnen. Er heerste grote<br />

onzekerheid. Inheemse schepelingen hadden in vele gevallen reeds gedurende voorgaande weken en dagen<br />

de gelegenheid aangegrepen om hun uniform voor een sarong en kemedja te verwisselen en naar hun<br />

kampongs of woonsteden uit te wijken of deden dat alsnog. Tevens zijn leden van de Indo-Europese militie<br />

en landstormmatrozen ondergedoken en daardoor jarenlang of geheel buiten de handen van de Japanners<br />

gebleven. Eind 1945 was van 116 personeelsleden van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> het lot onbekend. Mogelijk is<br />

er een aantal van hen vermoord, gedeserteerd of overgelopen naar de Indonesische Republiek. Zij werden<br />

81


ij beschikking van de Minister van <strong>Marine</strong> dd 03-11-1947 no: 81320 met ingang van 08-03-1942 uit de<br />

sterkte afgevoerd als ”vermist”.<br />

W 27 15-03-1942/07-05-1942 Koepang<br />

Op 15 maart werden de te Koepang op Timor geplaatste korporaal-telegrafist A.S. Honsbeek en seinersmaat J.<br />

Booij zonder aanwijsbare reden (vermoedelijk als represaille omdat zij het kortegolf-peilstation en de<br />

seinpost onbruikbaar hadden gemaakt) door de Japanners om het leven gebracht. Wellicht om dezelfde<br />

reden werd vervolgens op 1 april de matroos-telegrafist W.F.B. Verstift ter dood gebracht. Als represaille voor<br />

het tot zinken brengen van het ms Tobelo van de KPM in de haven van Koepang werd de gezagvoerder, de<br />

reserve luitenant ter zee Ch.J.Walraven, en drie van zijn officieren op 7 mei 1942 door de Japanners publiekelijk<br />

geëxecuteerd.<br />

W 28 19-03-1942 Colombo<br />

Ziekenverpleger J. van Es, geplaatst aan boord van het onderzeebootmoederschip Hr.Ms. Colombia dat in<br />

Colombo lag afgemeerd. Door onbekende oorzaak is hij op 19 maart 1942 in de haven verdronken. Hij<br />

werd begraven op het Kanatte General Cemetery te Colombo.<br />

W 29 31-03-1942 Long Berang<br />

Een groep militairen en burgers was op 12 januari 1942 vanaf Djoeata op Tarakan naar de vaste wal van<br />

Oost-Borneo overgestoken ten einde aan de Japanners te ontkomen. Aanvankelijk was men van plan Long<br />

Nawang in Oost- Borneo te bereiken. Deze plaats was in vredestijd al een vrij belangrijke KNIL-post die<br />

altijd ruim bevoorraad moest zijn, omdat men daar weken reizen van de bewoonde wereld af zat. Onderweg<br />

werden echter twee leden van de groep door Dajaks (inwoners van Borneo) vermoord, terwijl op 31 maart<br />

1942 één van de militairen stierf, de matroos J.J.A. Vriends, die vermoedelijk de ziekte van Weil had<br />

opgelopen. Het onmogelijke van hun tocht inziend besloot de groep terug te keren. Zij werden op 24 april<br />

1942 in Malinau door de Japanners gevangengenomen en vervolgens naar Tarakan overgebracht.<br />

W 30 03-04-1942 Nijmegen<br />

Sergeant-machinist F.G. Furer nam deel aan het verzet. Hij was onder meer actief bij het organiseren van<br />

transporten van Engelandvaarders. Toen hij zelf naar Engeland wilde uitwijken, werd hij door een<br />

Nederlandse SD-agent in handen van de Duitsers gespeeld en op 19 januari 1942 in Nijmegen gearresteerd.<br />

Na tien dagen in de SD-gevangenis in Arnhem gevangen te hebben gezeten, werd hij vrijgelaten. Hij was<br />

waarschijnlijk door injecties vergiftigd en daardoor was zijn gezondheid zwaar aangetast. Furer overleed als<br />

gevolg daarvan op 3 april 1942 in het Wilhelminaziekenhuis te Nijmegen.<br />

W 31 22-04-1942 Bandoeng<br />

Op 22 april 1942 werd in Bandoeng de militie-matroos H. Karssen samen met vier KNIL-militairen publiekelijk<br />

door middel van bajonetsteken terechtgesteld. Hij was met twee anderen buiten het kamp waar hij moest<br />

verblijven gevangengenomen. Daarbij vonden de Japanners op Karssen een revolver.<br />

Op 12 april 1954 werd het opleidingsschip zeemanschap Y 807 met zijn naam herdoopt.<br />

W 32 11-05-1942 Sachsenhausen (zie ook W 33 en 34, alsmede MLD 44)<br />

Tijdens de bezetting studeerde sergeant-adelborst J.C. Meijer in Delft. Daarnaast verzorgde hij inlichtingen voor<br />

de OD. Na verraden te zijn door de bekende landverrader Anton van der Waals, werd hij op 19 september<br />

1941 op het Hofplein te Rotterdam door de Sicherheitspolizei gearresteerd en overgebracht naar het<br />

Oranjehotel te Scheveningen. Na een “spionnage-proces” te Maastricht werd hij ter dood veroordeeld,<br />

vervolgens gedeporteerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen te Oranienburg en aldaar op 11 mei<br />

1942 met 22 lotgenoten gefusilleerd.<br />

W 33 11-05-1942 Sachsenhausen ( zie ook W 32 en 34, alsmede MLD 44)<br />

Sergeant-adelborst J.J. Zomer behoorde tot de Centrale Inlichtingen Dienst te Londen en werd als geheim agent<br />

van de Military Intelligence, Sectie 6, op 13 juli 1941 met een mede-agent bij Vledder in Drente gedropt. Bij<br />

het uitpeilen van hun zender werden hij en zijn vriend op 29 augustus 1941 in Bilthoven gearresteerd.<br />

Evenals adelborst Meijer werd Zomer via Scheveningen en Maastricht naar Oranienburg overgebracht en<br />

daar op 11 mei 1942 gefusilleerd.<br />

Op 16 oktober 1961 is een ondiepwatermijnenveger naar Zomer vernoemd.<br />

82


W 34 11-05-1942 Sachsenhausen (zie ook W 32 en W 33)<br />

Sergeant-telegrafist A.M. Michels installeerde in bezet Nederland op verschillende plaatsen illegale zenders ten<br />

behoeve van het contact met Engeland. Op 1 september 1941 werd hij in Amsterdam door de<br />

Sicherheitsdienst (SD) gearresteerd en vervolgens ter dood veroordeeld. Hij werd op 11 mei 1942 in het<br />

concentratiekamp Sachsenhausen gefusilleerd.<br />

W 35 25-05-1942 / 26-06-1943 Tarakan<br />

Na beëindiging van de maritieme taken kwam het walpersoneel van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> (circa 80 man) in<br />

Tarakan onder commando van de legercommandant. Zij vormden samen met een KNIL-compagnie de<br />

verdediging van het Lingkasfront op Tarakan. Om te voorkomen dat zij door de snel oprukkende Japanse<br />

landingstroepen vanuit het oosten krijgsgevangen zouden worden gemaakt, deden in de vroege morgen van<br />

12 januari 1942 een aantal militairen van het Lingkasfront, onder wie stoker-olieman J. Hommes en matroos P.C.<br />

van Schagen, een poging om naar de vaste wal van Borneo over te steken. Zij werden evenwel door de<br />

Japanners ontdekt en krijgsgevangen gemaakt. Door de Tokeitai (Japanse marinepolitie) te Lingkas werd<br />

Hommes op 25 mei 1942 en Van Schagen op 26 juni 1943 geëxecuteerd.<br />

W 36 31-05-1942 tot 18-08-1945 Makassar<br />

Overlevenden van de slag in de Javazee en het marinepersoneel van twee evacuatieschepen die op weg naar<br />

Australië door de Japanse marine waren onderschept, kwamen begin maart 1942 terecht in het KNILkampement<br />

aan de Strandweg te Makassar, dat als Japans krijgsgevangenenkamp dienst deed. In juni 1944<br />

werden de krijgsgevangenen overgebracht naar het geïmproviseerde Mariso-kamp aan de zuidelijke<br />

strandrand van Makassar, het zogenoemde Bamboekamp. De dagelijkse leiding was in handen van de<br />

sergeant-majoor Yoshida Tomao. De gevangenen stonden bloot aan extreme geweldpleging, ondervoeding,<br />

verwaarlozing en (vooral in 1945) geallieerde bombardementen. Tot de Japanse capitulatie heeft dit aan<br />

bijna 400 krijgsgevangenen, onder wie 40 van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>, het leven gekost.<br />

W 37 15-06-1942 Long Pahangai<br />

Tijdens een gevangenentransport van Europese burgers en militairen van Long Isoen naar Long Pahangai<br />

aan de Mahakam-rivier in Oost-Borneo raakte op 15 juni 1942 militie-matroos E. Vorstman in een heftig<br />

meningsverschil met een Japanse tolk. Hij werd vrijwel onmiddellijk gedood door een Japanse soldaat die<br />

daarvan getuige was.<br />

W 38 07-08-1942 Amsterdam<br />

Op 7 augustus 1942 keerde leerling-torpedomaker W.C. Blom niet bij zijn ouders in Amsterdam terug. Sindsdien<br />

is hij spoorloos.<br />

W 39 12-08-1942 Sachsenhausen<br />

Bij een ontvluchtingspoging uit het concentratiekamp Sachsenhausen werd matroos A.N.J. Groenendijk op 12<br />

augustus 1942 door Duitse bewakers doodgeschoten. Groenendijk was tijdens de oorlog beambte en actief in<br />

het verzet.<br />

W 40 15-08-1942 Laren 63<br />

Reserve luitenant ter zee J.F. Goedhart en twee reserve-officieren van de landmacht hadden een plan gemaakt<br />

om naar Engeland over te steken. Dat lekte uit en zij werden door een Nederlander verraden. Op 21 maart<br />

1942 werden de drie mannen in Rotterdam door de Duitsers gearresteerd, waarbij op Goedhart<br />

compromitterende papieren werden gevonden. Zij werden opgesloten en verhoord in het Haagse Veer, het<br />

hoofdbureau van politie, en vervolgens overgebracht naar de Deutsche Abteilung van het Huis van<br />

Bewaring aan de Weteringschans te Amsterdam. Op 15 augustus 1942 werden de mannen op de schietbaan<br />

van Crailo te Laren gefusilleerd.<br />

W 41 26-08-1942 Long Nawang (zie ook MLD 23)<br />

Op de KNIL-post Long Nawang in Oost-Borneo, nabij de grens van Serawak, verbleven in de zomer van<br />

1942 circa negentig Europese vluchtelingen. De groep bestond uit Britse burgers uit Serawak, twee<br />

Amerikaanse zendelingen en een aantal Nederlandse militairen. Hierbij zaten achttien marinemannen die<br />

vanaf Tarakan en enkele buitenposten aan de kust van Borneo hierheen waren uitgeweken plus vier<br />

overlevenden van de verongelukte Dornier vliegboot<br />

83


X 34. Op 20 augustus 1942 werd de post door een Japanse marine-eenheid overvallen. Die vermoordde zes<br />

dagen later alle mannen en een maand daarna de vrouwen en kinderen van de groep.<br />

W 42 14-09-1942 Makassar (zie MLD 50 en W 43)<br />

Bij een ontvluchtingspoging uit het krijgsgevangenenkamp te Makassar, Celebes, werd de luitenant ter zee Th.<br />

de Haan door de Japanse bewakers gepakt en op 14 september 1942, tegelijk met drie andere marinemannen<br />

en een luitenant van het KNIL, geëxecuteerd.<br />

W 43 14-09-1942 NEFIS 64 / Operatie Lion (zie ook MLD 50 en W 42)<br />

Een NEFIS groep, bestaande uit een luitenant van het KNIL, alsmede de matrozen B. Belloni en J.A. Brandon,<br />

vertrok op 24 juni 1942 met de zeilprauw “Samoa” van Darwin, Noord-Australië, met bestemming Wotoe,<br />

in de Golf van Bone (Celebes) teneinde aldaar te trachten inlichtingen te verzamelen. Bij aankomst werden<br />

zij al spoedig door de Indonesiche bevolking aan de Japanners verraden. Zij werden op 14 september 1942<br />

samen met twee andere marinemannen te Makassar geëxecuteerd.<br />

W 44 25-09-1942 Bloemendaal<br />

Door verraad werd op 7 augustus 1942 het lid van de O.D. , luitenant ter zee G. Mante, door de Nederlandse<br />

SD-ers Poos en Slachter in Den Haag opgepakt. Hij werd bij het “Eerste Ordedienstproces” op 18 augustus<br />

1942 te Amsterdam ter dood veroordeeld en op 25 september 1942 in de Bloemendaalse duinen<br />

gefusilleerd. Zijn as werd op 23 april 1954 bijgezet op het Ereveld Loenen (Gld).<br />

W 45 20-10-1942 Leiden<br />

De 3 e werktuigkundige van de Gouvernements <strong>Marine</strong>, de reserve luitenant ter zee A.A.F. Rügebregt, was in de<br />

meidagen van 1940 met verlof uit Nederlands-Indië in Nederland. Als Duitse represaille tegen de<br />

internering van Duitse onderdanen in Indië werden alle in Nederland met verlof verblijvende officieren van<br />

de Gouvernements <strong>Marine</strong> in het concentratiekamp Buchenwald gevangengezet. Tot november 1941<br />

mocht een aantal gijzelaars, onder wie Rügebregt, op medische gronden naar hun verblijfadres in bezet gebied<br />

terugkeren. Ernstig verzwakt en ziek werd hij opgenomen in het Academisch ziekenhuis te Leiden. Hier<br />

verergerde zijn toestand en op 20 oktober 1942 overleed hij.<br />

W 46 11-11-1942 Neuengamme<br />

Kapitein-luitenant ter zee D.J. de Kup was lid van de Landelijke Knokploeg en commandant van de afdeling<br />

Hilversum. Hij werd op 28 september 1941 in Hilversum door de Duitsers op verdenking van<br />

ondergrondse activiteiten gearresteerd en tijdens het eerste OD-proces schuldig bevonden. Hij werd<br />

overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme, waar hij op 11 november 1942 overleed.<br />

In Hilversum is een straat naar overste De Kup vernoemd.<br />

W 47 13-11-1942 tot 09-08-1945 Japan<br />

In totaal hebben circa 36.000 geallieerde krijgsgevangenen in Japan moeten werken. Daaronder bevonden<br />

zich circa achtduizend Nederlanders en Indische Nederlanders. De krijgsgevangenenkampen waren over<br />

heel Japan verspreid. De meeste bevonden zich evenwel op het eiland Kyūshū. Alle kampen op dit eiland<br />

behoorden tot het legeronderdeel dat in de stad Fukuoka zijn hoofdkwartier had en droegen daarom de<br />

naam Fukuoka, gevolgd door een nummer. Zo lag het kamp Fukuoka 14 in Nagasaki en kamp Fukuoka 2<br />

op het eiland Koyagi in de baai van Nagasaki. De mannen van Fukuoka 14 waren aangewezen om te<br />

werken op de Mitsubishiwerf en die van Fukuoka 2 moesten dat doen op de Kawamina-werf. Vanuit<br />

andere kampen moesten de krijgsgevangenen werken in zeer oude en gebrekkige kolenmijnen. De meesten<br />

hebben ’s winters onder bittere kou geleden en kregen weinig te eten. Zij waren in tropenkleding in Japan<br />

gearriveerd en kregen vrijwel geen aanvullende kleding. Ten gevolge daarvan stierven velen aan<br />

longontsteking. 91 marinemannen zijn als gevolg van ontberingen, bedrijfsongevallen, ziekten en geallieerde<br />

luchtaanvallen in Japan overleden.<br />

Te Mizumaki in Japan staat het monument Memorial Cross waarop de namen staan gegraveerd van de in Japan<br />

omgekomen geallieerde krijgsgevangenen.<br />

W 48 17-11-1942 tot 11-08-1945 Burma-Siam spoorweg<br />

De Japanners wilden vanuit Burma een aanval doen op India, maar het zeetransport op het traject Saigon-<br />

Singapore-Rangoon duurde hen te lang. Een oplossing daarvoor was een verbinding van Saigon over land<br />

84


via Bangkok naar Rangoon. In juni 1942 was het project voor de Burma-Siam-spoorweg door het Japanse<br />

Keizerlijk Hoofdkwartier goedgekeurd. De spoorweg, enkel smalspoor, moest een capaciteit krijgen van<br />

3.000 ton per dag. De 414 kilometer lange spoorweg liep 300 kilometer door zo goed als onbewoond<br />

gebied, merendeels tropisch moessonwoud. Veel bruggen, dijken, doorgravingen en emplacementen<br />

moesten aangelegd worden in veelal bergachtig terrein. Men gebruikte meestal hout als materiaal, want de<br />

spoorweg was slechts bedoeld voor oorlogstijd. Het werk werd uitgevoerd door Japanse gemilitariseerde<br />

spoorwegtroepen, 61.000 geallieerde krijgsgevangenen en ongeveer 160.000 Aziatische arbeiders. In Siam<br />

werkte men van zuid naar noord, van Non Pladuk (KM 0) naar Ban Pong (KM 5), waar de aftakking was<br />

van de lijn Bangkok-Singapore, en vervolgens langs de Mae Nam via Kanchanaburi (KM 50) naar het<br />

noorden langs de Kwai. Verder naar Chungkai (KM 57), Tamarkan (KM 66), Kinsayok (KM 172) en<br />

Konquita (KM 263). In Burma werkte men van noord naar zuid, van Thanbyuzayat (KM 414) over de Drie-<br />

Pagodenpas tot Konquita. Daar werden op 17 oktober 1943 de dwangarbeiders en krijgsgevangenen vanuit<br />

het zuiden ontmoet en de spoorlijn officieel door de Japanners geopend. Omdat evenwel de lijn regelmatig<br />

door de geallieerden werd gebombardeerd, hielden de Japanners nog veel krijgsgevangenen achter voor<br />

herstelwerkzaamheden. De overigen werden afgevoerd naar Singapore of Japan. De werkkampen lagen<br />

langs de lijn één tot tien kilometer uit elkaar. Vele werkkampen hadden geen naam. Zij werden dan<br />

uitsluitend met hun kilometerafstand vanaf Non Pladuk (0 km) aangeduid. Op opengehakte stukjes land<br />

stonden een paar tenten, enkele barakken, een keuken en een paar latrines. Dat was een kamp. De kampen<br />

lagen midden in de wildernis en waren niet afgesloten. De arbeid aan de spoorweg moest worden verricht<br />

onder ongunstige klimatologische omstandigheden, terwijl de voeding minimaal was. Daarbij werden de<br />

schaars geklede krijgsgevangenen bij hun arbeid door de Japanners afgebeuld, opgejaagd en mishandeld.<br />

Vele krijgsgevangenen, onder wie ongeveer 3.200 Nederlanders, stierven dan ook door ziekten, ontbering,<br />

mishandeling of geallieerde bombardementen. Van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> lieten 253 man het leven 65. Op<br />

ongeveer 5 kilometer afstand vanaf Non Pladuk, in de richting Bangkok, lag het grote zieken- en<br />

herstellingskamp Nakhonpathon.<br />

W 49 18-11-1942 Singapore<br />

De Nederlandse krijgsgevangenen die van Java naar Singapore waren getransporteerd, werden gehuisvest in<br />

het Changi-kamp op het Singapore eiland, waar slechts ruimte was voor circa 5.000 gevangenen. De<br />

overigen, die later kwamen, werden ondergebracht in bamboehutten. De hygiëne in het overvolle complex<br />

liet te wensen over, terwijl het voedsel abominabel was. Er kwam veel malaria en dysenterie voor. Na de<br />

Japanse capitulatie kon een aantal bevrijde krijgsgevangenen als gevolg van hun fysieke gesteldheid niet<br />

geëvacueerd worden. Er overleden alsnog vijf ernstig zieke schepelingen. (zie ook W 8) In september 1944<br />

werden van Java nog eens 750 krijgsgevangenen, onder wie talrijke koopvaardij-officieren die door de<br />

Japanners als krijgsgevangenen werden beschouwd, naar het eilandje Poelau Dammar bij Singapore<br />

overgebracht om er te helpen bij het graven van een droogdok. Tijdens hun krijgsgevangenschap in<br />

Singapore bezweken een officier van de Gouvernements <strong>Marine</strong> en zeven schepelingen van de <strong>Koninklijke</strong><br />

<strong>Marine</strong>.<br />

W 50 22-11-1942 Formosa (Taiwan)<br />

Tijdens hun Japanse krijgsgevangenschap op het eiland Formosa in de Grote Oceaan kwamen in het kamp<br />

Heito drie militairen van de zeemacht om het leven. Dat waren luitenant ter zee G.L. Schultz, telegrafist S.<br />

Neerings en marinier H.C. de Boer. Telegrafist L.N.E. Baier kon na de Japanse capitulatie als gevolg van zijn<br />

kritieke gezondheidstoestand niet tijdig worden geëvacueerd. Hij stierf 28 augustus 1945 op Formosa.<br />

W 51 24-01-1943 Sachsenhausen<br />

Als koerier van de OD werd sergeant-adelborst A.J.C. van der Nagel op 27 februari 1941 in Den Haag<br />

gearresteerd en overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. Vervolgens werd hij gedeporteerd<br />

naar het concentratiekamp Sachsenhausen, waar hij als gevolg van het werk in een grindafgraving op 24<br />

januari 1943 in het Kranken Revier (ziekenbarak) overleed.<br />

W 52 10-02-1943 Amersfoort<br />

Na het afzetten van twee geheim agenten op het strand bij Katwijk met een vlet vanaf een op de rede<br />

liggende Nederlandse motortorpedoboot, kon het bemanningslid matroos A.G.H. Maassen ten gevolge van<br />

de stroming niet naar de boot terug roeien. Hij ging naar Katwijk om hulp te zoeken. In het vissersdorp<br />

werd Maassen, die zijn marine-uniform droeg, door een Duitse patrouille aangehouden. Hij belandde in een<br />

85


krijgsgevangenenkamp bij Hamburg, maar werd overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. De<br />

Duitsers beschouwden hem als geheim agent en niet als militair. Hij overleed op 10 februari 1943 als gevolg<br />

van ontberingen.<br />

W 53 19-02-1943 Den Helder<br />

Op 19 februari 1943 werd om 14.35 uur door twaalf geallieerde bommenwerpers een luchtaanval op Den<br />

Helder uitgevoerd. Er werden ongeveer 40 brisantbommen afgeworpen, waarvan de helft op de stad en de<br />

andere helft op de Rijkswerf neerkwam. Onder de gedoden en gewonden bevonden zich talrijke personen<br />

die zich op de Rijkswerf bevonden. onder hen bevond zich ook de torpedomakersmaat O.D. Vloetgraven, die<br />

tijdens het bombardement werd gedood.<br />

W 54 02-05-1943 NEFIS / Operatie Tiger V<br />

In de nacht van 2 mei 1943 werd de korporaal-machinist R.M. Soejitno vanaf de onderzeeboot Hr.Ms. K XII in<br />

de Pangpangbaai, aan de kust van Oost-Java in Straat Bali, aan wal gezet om informatie te verzamelen. Hij<br />

zou na verloop van tijd daar weer worden opgepikt, doch was op het afgesproken tijdstip niet aanwezig.<br />

Nadien is er niets meer van hem vernomen.<br />

W 55 03-05-1943 NEFIS / Operatie Tiger IV<br />

Op 3 mei 1943 werd de matroos-telegrafist Oentoeng door de onderzeeboot Hr.Ms. K XII ( zie ook W 54) ’s<br />

nachts in de Pangpangbaai aan land gebracht om informatie te verzamelen. Tegelijkertijd met Soejitno zou hij<br />

worden opgepikt, maar hij was evenmin op de afgesproken plek aanwezig. Van hem is niets meer gehoord.<br />

W 56 04-05-1943 NEFIS / Operatie Tiger III<br />

Op 9 februari 1943 werd de Menadonese militie-sergeant D. Lapod, die als eenling operatie Tiger III vormde,<br />

vanaf de onderzeeboot Hr.Ms. K XII in de Baai van Tapen, tien kilometer ten oosten van de Serangbaai,<br />

aan land gebracht. Hij viel ongeveer twee maanden later in handen van de Japanners en werd op 4 mei 1943<br />

in Soerabaja ter dood gebracht. Hij werd begraven op het ereveld Antjol (graf 126/127) te Batavia.<br />

W 57 24-05-1943 Haaren<br />

Korporaal-machinist J.J.M. van Donk was lid van de OD, Gewest 13/Den Haag, en had contact met de Britse<br />

Geheime Dienst. Hij werd op 24 juli 1942 door de Duitsers gearresteerd en opgesloten in het Oranjehotel<br />

te Scheveningen en later overgebracht naar het Groot-seminarie Haaren 66 in Noord-Brabant. Tijdens het<br />

tweede OD-proces werd hij ter dood veroordeeld en op 24 mei 1943 bij Haaren gefusilleerd.<br />

W 58 10-06-1943 Bondowoso, Oost-Java<br />

In Kisilir, aan de kali Baroe, 50 kilometer zuidwestelijk van Banjoewangi op Oost-Java, was een<br />

landbouwkamp voor geïnterneerde Europeanen. In het kamp was een sabotagegroep actief. Zij werden<br />

door een met de Japanners sympathiserende groep Indo-Europeanen in april 1943 verraden. Door de<br />

Kenpeitai, de Japanse militaire politie, werden 38 man gearresteerd die allen op 10 juni 1943 in Bondowoso<br />

werden geëxecuteerd. Daaronder bevonden zich de stoker-olieman J.B. Kannegieter, alsmede de matrozen H.<br />

Esser en H. de Jonge.<br />

W 59 29-06-1943 Buitenhuizen<br />

Matroos S.H.P. Blokker werd op 29 juni 1943 dodelijk getroffen door rondvliegende scherven als gevolg van<br />

een geallieerde luchtaanval op een Duits watertransport in het Noordzeekanaal in de buurt van de streek<br />

Buitenhuizen.<br />

W 60 08-07-1943 tot 09-08-1945 Rabaul<br />

In 1943 werd een aantal krijgsgevangen inheemse schepelingen vanuit de Molukken door de Japanners<br />

overgebracht naar Rabaul op New Britain, een eiland in de Bismarckzee. Zij moesten daar helpen bij het<br />

herstel van het door de geallieerden gebombardeerde vliegveld Kakodo. Zes van hen kwamen hier door de<br />

ontberingen om het leven.<br />

W 61 20-07-1943 Leusderheide<br />

Luitenant ter zee B.M.C. Braat was lid van de OD. Hij werd op 15 november 1942 gearresteerd en vervolgens<br />

opgesloten in het Grootseminarie Haaren. Op 15 mei 1943 werd hij daaruit weggevoerd en na een<br />

86


inlichtingendienstproces te Utrecht op 20 juli 1943 op de Leusderheide geëxecuteerd. Na de oorlog werd hij<br />

herbegraven op Rusthof te Amersfoort.<br />

W 62 21-07-1943 Japan<br />

Luitenant ter zee P.J. Uni vluchtte uit het krijgsgevangenenkamp Harima bij Kobe (Japan) de bergen in, maar<br />

werd op 12-07-1943 weer gepakt en naar het kamp teruggebracht. Hij werd met de polsen aan elkaar<br />

geboeid opgesloten in een cel die bewaakt werd door een schildwacht. Na een week zagen de<br />

krijgsgevangenen de schildwacht niet meer, waaruit zij concludeerden dat Uni naar elders was overgebracht.<br />

Hij is vermoedelijk op 21-07-1945 door de Japanners om het leven gebracht.<br />

W 63 25-07-1943 NEFIS / Aroe-eilanden<br />

Met een Catalina was bootsman J.A. Blok gedropt op Enoe, een van de Aroe-eilanden. Hij zou aldaar<br />

inlichtingen verzamelen. Hij werd echter door de Japanners gevangengenomen en op 25 juli 1943 door hen<br />

geëxecuteerd.<br />

W 64 15-08-1943 Vlissingen<br />

Bij een geallieerde luchtaanval met 92 B-17 Vliegende Forten op Vlissingen op 15 augustus 1943 kwamen<br />

40 personen om het leven, onder wie de matroos R.A.J. van Dun die als ambtenaar werkzaam was bij de Crisis<br />

Controle Dienst.<br />

W 65 06-09-1943 Stuttgart<br />

Tijdens een geallieerd luchtbombardement op Stuttgart op 6 september 1943 kwam de daar tewerkgestelde<br />

krijgsgevangene stoker B.J. Haas om het leven.<br />

Op 11 september werd Haas met militaire eer in Stuttgart begraven. Op die begrafenis zijn foto's gemaakt die als<br />

propagandamateriaal onder de krijgsgevangenen werden verspreid. De bedoeling hiervan was daarmee te laten merken<br />

dat het Derde Rijk goed voor zijn krijgsgevangenen zorgde.<br />

W 66 23-09-1943 Batavia<br />

Op 23 september 1943 werd kwartiermeester P.G.H.M. Rutges door de Kenpeitai in Batavia geëxecuteerd. Hij<br />

was lid van een verzetsorganisatie in de regio Batavia. Zijn stoffelijk overschot werd begraven op Antjol te<br />

Batavia.<br />

W 67 25-09-1943 NEFIS / Operatie Whiting<br />

Een groep van vijf NEFIS-miltairen, bestaande uit sergeant aspirant-reserve-officier H.M. Staverman, een<br />

Australische onderofficier en twee KNIL-korporaals, vertrok op 21 januari 1943 te voet uit Bena Bena<br />

(Australisch Nieuw-Guinea). Zij passeerden op 15 september de grens tussen het Nederlandse en<br />

Australische gebied, maar vielen al spoedig in Japanse handen. Zij werden op 25 september 1943 in<br />

Hollandia geëxecuteerd.<br />

Naar Staverman is op 21 februari <strong>1962</strong> een ondiepwatermijnenveger vernoemd.<br />

W 68 30-09-1943 Zandkreek<br />

Op 30 september 1943 voerden geallieerde jachtvliegtuigen een groot aantal aanvallen uit op in de<br />

Zandkreek tussen Noord en Zuid-Beveland varende schepen, waaronder het stoombetonningsvaartuig<br />

"Coertzen" dat zich nabij Wolphaartsdijk bevond. Daarbij werden vier employés van het Loodswezen<br />

gedood.<br />

Drie van hen zijn op de Noorderbegraafplaats te Vlissingen ter aarde besteld. De vierde, matroos<br />

J. Melger, is herbegraven op het ereveld te Loenen.<br />

W 69 02-11-1943 Bandjermasin<br />

Als gevolg van subversieve daden, althans in de ogen van de Japanners, werd op<br />

2 november 1943 de luitenant ter zee titulair E. de Jong in de gevangenis van Bandjermasin geëxecuteerd. Vóór<br />

de capitulatie was De Jong als havenmeester van Bandjermasin gemilitariseerd.<br />

W 70 05-11-1943 Arafoera Zee<br />

Op 3 november 1943 ontvluchtten zeven inheemse schepelingen uit het Japanse krijgsgevangenenkamp<br />

Lingat op Selaroe in de Tanimbar Archipel. Zij verlieten het eiland met twee prauwen en probeerden<br />

Australië te bereiken. Meegenomen dekens werden als zeil gebruikt. Voedsel hadden zij niet, alleen drie<br />

87


flessen zoet water. De derde dag stak een hevige storm op. Een van de prauwen kapseisde, waardoor de<br />

drie inzittenden, matroos J. Senduk en de stokers H.G. Franciscus en K.A. Mustamu, verdronken. De andere<br />

prauw werd na vijftien dagen ontdekt door het Amerikaanse transportschip "Wooster", dat de vier ernstig<br />

verzwakte vluchtelingen aan boord nam en hen op 24 november overgaf aan de Australische korvet HMAS<br />

Port Moresby. Zij werden in Port Darwin ontscheept.<br />

W 71 09-12-1943 tot 28-07-1945 Hainan<br />

Op 26 oktober 1942 gingen 237 militairen van het KNIL, 21 van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> en 267 Australiërs<br />

als krijgsgevangenen met het Japanse transportschip ss Teiko Maru van Ambon naar Hainan in de Zuid-<br />

Chinese Zee. Het schip arriveerde daar op 2 november 1942. De groep werd overgebracht naar een smerig<br />

kamp aan het begin van een spoorlijn in de buurt van één van de ijzermijnen. Evenals het geval was in<br />

andere Japanse krijgsgevangenenkampen hadden ook zij te lijden van ondervoeding, algemene uitputting en<br />

mishandeling. Als gevolg daarvan overleden korporaals-telegrafist R. Mulder en W. Wensveen, alsmede de<br />

luitenants ter zee O.C. Schröder en J.B. Goudschaal. Doordat hij ernstig ziek was, kon schrijver F.H. Coenraad na de<br />

Japanse capitulatie niet worden geëvacueerd. Hij overleed op 24 augustus 1945.<br />

W 72 15-12-1943 tot 15-09-1945 De Pakanbaroe spoorweg<br />

Er was nog een tweede spoorweg die in de door de Japanners bezette gebieden in grote haast moest worden<br />

aangelegd: de Pakanbaroe spoorweg, die op Midden-Sumatra de plaats Pakanbaroe, dat aan de voor kleine<br />

vrachtschepen bevaarbare Siak ligt, moest verbinden met Moeara, het beginpunt van de bestaande spoorlijn<br />

naar Padang. Het was een traject van circa 220 kilometer. Over circa tweederde liep het van Pakanbaroe<br />

zuidwaarts, gedeeltelijk door een moerassig gebied waar veel malaria voorkwam, om daarna westwaarts af te<br />

buigen en, het dal van een rivier volgend, het bergland in te gaan. Aanvankelijk werden vanaf maart 1943<br />

uitsluitend romusha 67 aan het werk gezet die onbarmhartig door de Japanners werden opgejaagd. Velen<br />

stierven. Er waren dus voortdurend nieuwe arbeidskrachten nodig. Daartoe werden in 1944<br />

krijgsgevangenen aangevoerd. Door het harde werk, het weinige voedsel, de slechte behuizing en de<br />

regelmatige mishandeling werden velen ziek en stierven. De aanleg was in maart 1943 begonnen bij<br />

Pakanbaroe, aan het andere uiteinde, bij Moeara, werd pas twee jaar later een aanvang gemaakt met het<br />

aanleggen van de baan. Op 15 augustus 1945, de dag waarop Japan capituleerde, was de spoorweg gereed.<br />

De aanleg had circa 17.000 romusha en bijna 700 krijgsgevangenen, onder wie 20 van de marine, doen<br />

bezwijken.<br />

W 73 08-03-1944 Natzweiler<br />

De in <strong>1939</strong> eervol ontslagen adelborst van administratie J. Josselin de Jong startte in het voorjaar van 1940 de<br />

officiersopleiding van de <strong>Koninklijke</strong> Marechaussee. Na de opheffing hiervan weigerde hij de in Duitse<br />

geest opgezette marechaussee-opleiding in Schalkhaar te volgen en nam deel aan het ondergrondse werk.<br />

Door verraad werd hij op 18 november 1942 door de Duitse bezetter in Arnhem gearresteerd en via<br />

Haaren en Amersfoort gedeporteerd naar KZ Natzweiler (Vogezen). Hij kreeg kampnumer 5645. Tijdens<br />

sneeuwruimen werd hij op 8 maart 1944 door een Kapo (opppasser over mede-gevangenen) met een<br />

knuppel doodgeslagen. Zijn stoffelijk overschot werd gecremeerd.<br />

W 74 15-03 / 15-11-1044 Wewak<br />

Tijdens krijgsgevangenschap in Wewak op Australisch Nieuw-Guinea overleden als gevolg van ziekte en<br />

ontberingen drie inheemse onderofficieren van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>: korporaal-bottelier J. Manaboeng,<br />

bootsman W.L. Rotty en sergeant-machinist P. Telehala.<br />

W 75 11-04-1944 Mauthausen<br />

Korporaal-adelborst J.P. van der Stok werd als codeur van het Bureau Inlichtingen op<br />

19 september 1943 in bezet Nederland “gedropt”. Doordat zijn zender in Amsterdam door de Duitsers<br />

werd uitgepeild werd hij op 2 februari 1944 gearresteerd. In het concentratiekamp Mauthausen is hij op 11<br />

april 1944 gefusilleerd.<br />

W 76 16-04-1944 Batavia<br />

De reserve luitenant ter zee P.G. Adriaanse, vóór de capitulatie commandant van het <strong>Marine</strong>vendel in Batavia,<br />

werd in Tjimahi geïnterneerd. In het voorjaar van 1944 werd hij door de Kenpeitai voor verhoor<br />

88


weggevoerd en opgesloten in de gevangenis Tjipinang te Batavia. Daar overleed hij door uitputting en de<br />

gevolgen van wrede mishandeling op 16 april 1944.<br />

W 77 30-04-1944 Rawicz<br />

Sergeanten van speciale diensten H.M. Macaré en C.C. Pouwels waren agenten van de SOE. Zij werden op 25<br />

oktober 1942 ergens in Nederland gedropt en als gevolg van het “Englandspiel” door de Duitsers<br />

opgewacht en vervolgens gevangen genomen. Zij werden op 30 april 1944 in een tuchthuis te Rawicz<br />

(Polen) vermoord.<br />

W 78 30-04-1944 Rawicz<br />

Engelandvaarder luitenant ter zee jhr. F.D. Ortt werd als marconist samen met agent Jan Emmer van MI-6 op<br />

12 maart 1942 in Nederland gedropt. Als gevolg van het “Englandspiel” werd hij op zijn onderduikadres in<br />

Pijnacker door Nederlandse SD-ers op 29 mei 1942 opgepakt. In een tuchthuis te Rawicz (Polen) werd hij<br />

op 30-04-1944 om het leven gebracht.<br />

W 79 02-05-1944 Mauthausen<br />

Bij een poging te ontvluchten uit het krijgsgevangenenkamp Stalag 371 te Stanislau in Polen werd luitenant<br />

ter zee R. Stuffken met vier lotgenoten door Duitse bewakers gepakt. Zij werden overgebracht naar het<br />

concentratiekamp Mauthausen en daar, op grond van de Aktion Kugel (maatregel tegen ontvluchte<br />

krijgsgevangenen), op 2 mei 1944 om het leven gebracht.<br />

W 80 05-05-1944 NEFIS / Operatie Flounder<br />

Een groep NEFIS-militairen die onder leiding stond van de enige marineman van het gezelschap, luitenant<br />

ter zee H.P. Nijgh, werd op 30 december 1942 op Ceram aan wal gezet door de Amerikaanse onderzeeboot<br />

USS Searaven. De groep werd al spoedig door inheemsen aan de Japanners verraden. Op 5 mei 1944 werd<br />

de marineofficier samen met de vijf andere leden van de groep op Ambon geëxecuteerd.<br />

W 81 10-05-1944 Natzweiler<br />

Als chef Ordedienst Zeeland werd luitenant ter zee K.G. Bron door de Duitsers in Koudekerke gearresteerd en<br />

op 8 juni 1942 overgebracht naar het concentratiekamp Natzweiler in de Vogezen. Daar overleed hij door<br />

ontberingen op 10 mei 1944.<br />

W 82 21-05-1944 Sobibor<br />

De joodse korporaal-schrijver J. Jacobs was ondergedoken. Hij werd op 20 april 1943 door de Duitse politie in<br />

Arnhem gearresteerd met een vals persoonsbewijs op zak. Vervolgens werd hij op 4 mei naar Westerbork<br />

overgebracht en vandaar op 18 mei naar het vernietigingskamp Sobibor in Polen gevoerd. Daar arriveerde<br />

hij op 21 mei 1943. Hij trad op als leider van een groep gevangenen die een plan maakte om samen te<br />

vluchten, doch hij werd verraden en op 21 mei 1944 doodgeschoten.<br />

W 83 06-06-1944 Overveen<br />

Bij een overval op een distributiekantoor in Oude Wetering op 30 april 1944 werd het lid van een<br />

verzetsgroep, telegrafistenmaat C.F.M. Diemel, door drie Nederlandse marechaussees gearresteerd. Hij werd<br />

door de Duitsers ter dood veroordeeld en op 6 juni 1944 samen met een aantal andere illegale werkers in de<br />

duinen bij Overveen gefusilleerd.<br />

In Leiden is een straat naar hem vernoemd.<br />

W 84 10-06-1944 Haaren<br />

Luitenant ter zee A.C. van der Giessen werd door de SOE in het najaar van 1942 boven Nederland<br />

geparachuteerd. Hij werd als gevolg van het “Englandspiel” 68 bij zijn landing door de Duitsers<br />

gevangengenomen. Van der Giessen werd opgesloten in het Grootseminarium in Haaren, van waaruit hij met<br />

twee medegevangenen, geholpen door storm en regen, tijdens een novembernacht in 1943 ontsnapte. Na<br />

verraad op 5 mei 1944 viel Van der Giessen weer in Duitse handen. Op 10 juni 1944 werd hij in een veld<br />

buiten Haaren vastgebonden aan een mede-gevangene en door het Sondercommando Otto Frank<br />

doodgeschoten.<br />

W 85 26-06-1944 Bodjonegoro<br />

89


Vier inheemse schepelingen, de stokers-olieman H.F. Berhitoe, J. Latuheru en Th. Tuhumury en de matroos D.<br />

Joseph, alsmede de inheemse ambtenaar J.Z. Samallo, die als “heiho” (hulpsoldaat) waren ingelijfd bij het Japanse<br />

leger, waren ondergedoken. Zij werden echter verraden. Latuheru, Joseph en Samallo werden op 26 juni,<br />

Tumuhury op 27 juli en Berhitoe op 5 december 1944 door de Japanners in Bodjonegoro op Oost-Java<br />

geëxecuteerd.<br />

W 86 21-07-1944 Stuttgart<br />

Tijdens een luchtalarm op 21 juli 1944 gingen twee nabij Stuttgart tewerkgestelde Nederlandse<br />

krijgsgevangenen, marinier W.E. Schoonwater en matroos J.Knoop, een spoorwegtunnel in om te schuilen. Op<br />

dat moment naderde uit de ene richting een goederentrein en uit de andere een sneltrein. Beide<br />

schepelingen vonden hierbij de dood. Hun stoffelijke resten werden bijgezet op het Hauptfriedhof te<br />

Stuttgart.<br />

W 87 04-09-1944 Vught<br />

Kwartiermeester W.J.J. Oort had geweigerd in krijgsgevangenschap te gaan. Hij werd lid van de KP in Ede en<br />

nam deel aan diverse illegale acties. Bij een treincontrole in Amsterdam werd hij op 25 mei 1944 door de<br />

SD gearresteerd. Hij werd overgebracht naar het concentratiekamp Vught, waar hij op 4 september 1944<br />

werd gefusilleerd.<br />

W 88 06-09-1944 Mauthausen<br />

Als gevolg van het “Englandspiel” werden drie SOE-agenten, onder wie luitenant ter zee C.C. Braggaar, direct<br />

na hun dropping op 17 februari 1943 door de Duitse marine uit het IJsselmeer opgevist. Zij werden op 6<br />

september 1944 in Mauthausen geëxecuteerd.<br />

W 89 06-09-1944 Mauthausen<br />

Sergeant van speciale diensten G.L. Ruseler kwam vanuit Tjilatjap, Java, via Colombo in Engeland. Daar werd hij<br />

SOE-agent en als zodanig op 28 november 1942 ergens in Nederland gedropt. Als gevolg van het<br />

“Englandspiel” werd hij vrijwel direct door de Duitsers gevangengenomen. Via diverse gevangenissen<br />

kwam hij uiteindelijk in Mauthausen terecht en is daar op 6 september 1944 vermoord.<br />

W 90 07-09-1944 Mauthausen<br />

Als gevolg van het “Englandspiel” werden twee SOE-agenten, onder wie luitenant ter zee Roelof Chr. Jongelie,<br />

direct na hun dropping op 24 september 1942 door de Duitsers opgewacht. In het concentratiekamp<br />

Mauthausen werden zij op 7 september 1944 vermoord.<br />

W 91 07-09-1944 Mauthausen<br />

Sergeant van speciale diensten H.A.J. Sanders was als agent van het Bureau Bijzondere Opdrachten in Londen op<br />

1 april 1944 met zijn zender gedropt in de Wieringermeerpolder. Op 20 mei daaropvolgend werd hij in de<br />

P.C.Hooftstraat 54 te Amsterdam door de Duitsers “uitgepeild” en gearresteerd. Hij werd op 7 september<br />

1944 in Mauthausen vermoord.<br />

W 92 07-09-1944 Mauthausen<br />

Luitenant ter zee Aart H. Alblas was in april 1941 met een speedboot naar Engeland overgestoken. Hij nam<br />

dienst als geheim agent bij de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst en was eveneens verbonden aan de<br />

Military Intelligence, Section 6 (MI-6). Hij werd op 5 juli 1941 samen met een collega-agent met zijn zender<br />

in de buurt van Delfzijl gedropt en begon met het verzamelen van inlichtingen. Hij opereerde meer dan een<br />

jaar in bezet gebied. Als gevolg van het “Englandspiel” liep hij op 16 juli 1942 bij zijn verloofde in Den<br />

Haag in een door de Sicherheitspolizei opgezette val. Hij werd op 7 september 1944 in Mauthausen<br />

gefusilleerd.<br />

Op 12 maart 1960 is een ondiepwatermijnenveger naar hem vernoemd.<br />

W 93 07-09-1944 Mauthausen<br />

SOE-agent bootsman P.C. Boogaart werd samen met twee andere geheim agenten op 10 maart 1943 bij<br />

Ermelo gedropt. Zij werden slachtoffer van het “Englandspiel” en dezelfde dag door de Duitsers<br />

gevangengenomen. Boogaart werd op 7 september 1944 in Mauthausen geëxecuteerd. Na de oorlog is zijn as<br />

bijgezet in de Gedenkstätte Mauthausen.<br />

90


W 94 24-10-1944 Rotterdam<br />

Als gevolg van daden van verzet tegen de Duitse bezetter werd het lid van de Landelijke Organisatie en<br />

contactman van de Knokploeg Rotterdam, de zeeloods J.P.J. Ameling, op 24 oktober 1944 voor de<br />

schuilkelder op het Gedempte Doelwater bij het hoofdbureau van politie te Rotterdam als represaille voor<br />

een overval op dat bureau, door de Grüne Polizei geëxecuteerd.<br />

W 95 28-10-1944 Zoutelande<br />

De zeeloods E.P.A. Aspeslagh was als lid van het Rode Kruis ingeschakeld bij de evacuatie van burgers in<br />

verband met de inundatie. Tijdens de overstroming van Walcheren op 28 oktober 1944 is hij in de<br />

omgeving van Zoutelande verdronken.<br />

W 96 10-11-1944 Londen<br />

Op 10 november 1944 kregen matroos L.J. Bal, stoker W.J. Frans en seiner F.H. Linkenhoff zwemonderricht van<br />

hun baksmeester, korporaal-konstabel D.H. van der Wetering, in het “Public Bath” aan de Goulsten Road,<br />

Londen. Tijdens de les kwam op het zwembadcomplex een Duitse V2-raket neer die explodeerde. De vier<br />

Nederlandse marinemannen kwamen hierbij om het leven.<br />

W 97 28-11-1944 Soerabaja<br />

Op 28 november 1944 bezweek als gevolg van mishandelingen en ontberingen de reserve luitenant ter zee H.A.<br />

Winkelman in de Boeboetangevangenis te Soerabaja. Hij was door de Japanners gearresteerd, omdat hij<br />

steun zou hebben verleend aan Europese vrouwen die in kampen verbleven zonder voldoende middelen<br />

van bestaan. Luitenant ter zee Winkelman maakte in maart 1942 deel uit van de Commissie tot behartiging der<br />

belangen van marinegezinnen.<br />

W 98 01-12-1944 NEFIS / Operaties Tiger I en Tiger II<br />

Op 27 en 30 november 1942 werden twee groepen NEFIS-militairen, Tiger II en I, vanaf de onderzeeboot<br />

Hr.Ms. K XII bij Kediri op de zuidkust van Java aan land gezet. De groep Tiger II, bestaande uit luitenant ter<br />

zee B. Brocx en matroos-kok Sadimoen, landde in de Serangbaai; de tweede groep Tiger I, bestaande uit de officier<br />

van de marine-stoomvaartdienst W. Bergsma, de telegrafist Soetarno en matroos J. Tapilatu, in de Parigibaai, 50<br />

kilometer westelijker. Beide groepen vielen door verraad in handen van de Kenpeitai en werden opgesloten<br />

in de Boeboetangevangenis te Soerabaja. De vijf marinemannen werden in 1944 overgebracht naar Batavia<br />

en daar ter dood veroordeeld. Op 1 december 1944 werden zij geëxecuteerd.<br />

W 99 07-12-1944 Wormerveer<br />

Luitenant ter zee J. Bottema was actief in het verzet. In mei 1941 werd hij gevangengenomen, maar bij het<br />

transport naar Duitland sprong hij uit de trein en werkte nog 2½ jaar illegaal als commandant van Gewest<br />

10 / Amsterdam-Noord van de BS. Op 4 november 1944 werd hij opnieuw gearresteerd en op 17<br />

december 1944 samen met vijf andere gevangenen gefusilleerd op het terrein van de zeepfabriek De<br />

Adelaar te Wormerveer, als represaillemaatregel voor het bij deze plaats in het Noordhollandskanaal door<br />

het verzet tot zinken brengen van een schip met materiaal dat voor de Duitsers bestemd was.<br />

In Amsterdam, Bussum en Rotterdam zijn straten naar Bottema vernoemd.<br />

W 100 15-12-1944 Bodjonegoro<br />

Nadat stoker W.J. Mac-Gillavrij en matroos A.J. Carp uit gevangenschap waren ontsnapt (vermoedelijk uit Fort<br />

Van den Bosch bij Ngawi op Oost-Java), werden zij in het district Bodjonegoro weer door de Japanners<br />

gegrepen en op 15 december 1944 in Bodjonegoro geëxecuteerd.<br />

W 101 19-12-1944 Herrenberg<br />

Tijdens werkzaamheden nabij Herrenberg in Würtemberg, op 19 december 1944 viel de krijgsgevangene<br />

torpedomakersmaat D. Verzijl een Duitse bewaker aan. Verzijl werd door een daarbij aanwezige tweede<br />

bewaker doodgeschoten. Zijn stoffelijk overschot werd op de Schloszbegrabnisplatz te Herrenberg ter<br />

aarde besteld.<br />

W 102 24-12-1944 Banjoewangi<br />

91


Op 24 december 1943 werd de korporaal-muzikant D. Dael in Banjoewangi door de Japanners geëxecuteerd.<br />

Hij zou geprobeerd hebben te ontsnappen uit het krijgsgevangenenkamp.<br />

W 103 19-01-1945 Tahoenoe<br />

In Tahoenoe op het eiland Sangihe in de Celebes Zee werd op 19 januari 1945 bootsman B. Hengkenbala door<br />

de Japanners geëxecuteerd. De juiste toedracht is onbekend.<br />

W 104 29-01-1945 Soerabaja<br />

Reserve vlootpredikant ds S.A. van Hoogstraten werd op 3 september 1943 in Soerabaja door de Kenpeitai<br />

gearresteerd. Hij werd verdacht financiële en materiële hulp te hebben geboden aan geïnterneerde vrouwen<br />

van marinepersoneel, wat door de Japanners ten strengste verboden was. Hij werd opgesloten in de<br />

Boeboetangevangenis, waar hij als gevolge van ziekte en het ontberen van medische verzorging al spoedig<br />

ernstig verzwakte. Hij werd in oktober 1944 overgebracht naar het Darmo-ziekenhuis waar hij op 29 januari<br />

1945 bezweek.<br />

W 105 31-01-1945 NEFIS / Operatie Apricot<br />

Op 15 januari 1945 werden vijf Menadoneze NEFIS-militairen, vier van het KNIL en de leider van de<br />

groep matroos 1 e klas Lucas Manoppo (bevorderd tot tijdelijk bootsman), vanaf de onderzeeboot Hr.Ms. K XV<br />

in de Djiko Dodap Baai (Minahasa) aan land gebracht. Op 31 januari werd de groep afgehaald door de<br />

Catalina Y 45 met uitzondering van Manoppo die door bewoners van het plaatsje Togit, waar hij inlichtingen<br />

zou inwinnen, aan de Japanners was verraden. Vervolgens is hij geëxecuteerd. Zijn stoffelijk overschot is<br />

herbegraven op Menteng Poelo XII-283 te Batavia.<br />

W 106 03-02-1945 Dachau<br />

Schipper W. Broos werd op 11 juni 1942 te Haarlem in het bezit van wapens door de Duitsers gearresteerd.<br />

Door het Volksgerichtshof werd hij tot levenslang veroordeeld en overgebracht naar het concentratiekamp<br />

Dachau. Daar overleed hij als gevolg van ontberingen en mishandeling op 3 februari 1945.<br />

W 107 17-02-1945 Halfweg<br />

Majoor-ziekenverpleger H. Dirkzwager, torpedomakersmaat A. Vermaat en de matrozen J. Dol en A.B. van Waarden<br />

behoorden tot de ondergrondse stoottroep Den Helder-Anna Paulowna. Zij werden met vier andere<br />

verzetstrijders op 5 februari 1945 door de Duitsers in Anna Paulowna en Breezand gearresteerd en<br />

overgebracht naar de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Op 17 februari werden zij als<br />

represaille voor een spoorwegaanslag op de Spaarndammerdijk in Halfweg gefusilleerd. Zij werden in de<br />

duinen bij Overveen begraven en later herbegraven op het Ereveld te Bloemendaal.<br />

W 108 19-02-1945 Neuengamme<br />

Kwartiermeester Krijn A.J. Bouman 69 was lid van de knokploeg Noord-Drenthe en ingedeeld bij een<br />

“droppingsploeg” die in de omgeving van Veenhuizen hulp verleende aan boven Nederland neergelaten<br />

geheime agenten en neergekomen geallieerde vliegtuigbemanningen. Hij werd op 16 december 1944<br />

gearresteerd en op 19 februari 1945 in het concentratiekamp Neuengamme door de Duitsers om het leven<br />

gebracht.<br />

W 109 24-02-1945 Batavia<br />

Militie-matroos-monteur E.L. van Zijl werd in juni 1944 in Bandoeng door de Kenpeitai gearresteerd op grond<br />

van vermeende anti-Japanse activiteiten in krijgsgevangenschap. Hij werd op 24 februari 1945 in Batavia<br />

geëxecuteerd.<br />

W 110 27-02-1945 Oudemirdum<br />

Leerling-timmerman J. Wissink was commandant van een sabotagegroep van de KP in Oudemirdum,<br />

Friesland, waar hij was ondergedoken om krijgsgevangenschap te ontgaan. Hij werd op 24 februari 1945 te<br />

Woudsend door de Duitsers opgepakt en opgesloten in een politiebureau te Sneek. Op 27 februari 1945<br />

werd hij in het Oudemirdumer bos gefusilleerd en begraven. Zijn herbegrafenis volgde op 10 juli 1945 op<br />

Nieuw Eijk en Duin te ’s-Gravenhage.<br />

De naam van Wissink is aangebracht op het “Monument 1940-1945” in het gemeentebos bij Oudemirdum.<br />

92


W 111 27-02-1945 Amsterdam<br />

Omdat zij hadden deelgenomen aan verzetsacties, werden drie leden van de Binnenlandse Strijdkrachten<br />

(Gewest 11 / Anna Paulowna), kwartiermeester J.A. Roman, matroos Z. Besterveld en de burger L. Bosch, op 5<br />

februari 1945 in Anna Paulowna door de Duitsers gearresteerd en op 27 februari 1945 bij Rozenoord aan<br />

de Amsteldijk in Amsterdam gefusilleerd. Zij werden in de duinen bij Overveen begraven.<br />

W 112 08-03-1945 Amersfoort<br />

De officier van de marinestoomvaartddienst der 1 e klasse b.d. Th. Talboo was net met pensioen, toen de Duitsers<br />

Nederland overrompelden. Hij nam deel aan diverse ondergrondse activiteiten en voor al deze gevaarlijke<br />

werken stond de voormalige marineofficier in de voorste gelederen, hierbij krachtig gesteund door zijn<br />

echtgenote. Op 19 januari 1945 werden hij en zijn vrouw door de Duitsers weggevoerd. Mevrouw Talboo<br />

werd na enige weken gevangen te hebben gezeten weer vrijgelaten. Haar echtgenoot werd op 8 maart in het<br />

kamp Amersfoort gefusilleerd.<br />

W 113 10-03-1945 Zaandam<br />

Matroos W. Zwart was lid van de OD en in juli 1944 toegetreden tot de 4 e sectie van Gewest 11 van de BS.<br />

Bij een overval op een zwarthandelaar aan de Kanaalkade in Alkmaar werd de leider van de sectie herkend<br />

en na verraden te zijn door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Als represaille voor het liquideren van de<br />

politieagent Eelhart werd hij samen met drie andere leden van zijn sectie op 10 april 1945 te Zaandam door<br />

de Duitsers gefusilleerd.<br />

W 114 12-03-1945 Amsterdam<br />

Twee broers, torpedomakers J.C. Pijl en M.A. Pijl, leden van een Amsterdamse stoottroep van Gewest 10 /<br />

Amsterdam, werden op 1 maart 1945 door de Duitsers in Fort De Kwakel bij Uithoorn overvallen. Bij de<br />

overval werden wapens gevonden. Als represaille voor de aanslag op een agent van de Sicherheitspolizei<br />

werden zij op 12 maart 1945 in het Amsterdamse Eerste Weteringplantsoen gefusilleerd.<br />

W 115 12-03-1945 Ede<br />

Bij een bombardement door geallieerde vliegtuigen op 12 maart 1945 in de omgeving van Ede (Gld), kwam<br />

de daar ondergedoken stoker J.J. Andreae om het leven.<br />

W 116 08-03-1945 Amersfoort<br />

Leerling-torpedomaker C.C. Möls had zich onttrokken aan krijgsgevangenschap en was ondergedoken. Hij werd<br />

opgepakt en overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. Daar werd hij op 8 maart 1945 zonder<br />

vorm van proces gefusilleerd.<br />

W 117 08-03-1945 Amersfoort<br />

Na de capitulatie van Nederland kreeg reserve-luitenant ter zee A.H. Kattouw contacten binnen de illegaliteit en<br />

werd hij lid van een inlichtingendienst en districtsleider van de Landelijke Organisatie Afdeling Enkhuizen.<br />

Later vertrok hij naar Amsterdam, waar hij een geheime radiozender ging bedienen van de verzetsgroep St.<br />

Denijs. Op 7 september 1944 vertrok hij naar Hengelo en bediende daar een zender voor de groep Piet<br />

Moll. Terwijl hij op 26 november 1944 aan het zenden was, werd hij door de SD uit Almelo op heterdaad<br />

betrapt en gearresteerd. Hij werd overgebracht naar het huis van bewaring in Zwolle. In de nacht van 7 op<br />

8 maart 1945 werd hij naar de Woeste Hoeve tussen Apeldoorn en Arnhem vervoerd, waar Kattouw samen<br />

met 116 anderen werd gefusilleerd als represaille voor de aanslag op Rauter.<br />

W 118 19-03-1945 Neuengamme<br />

Leerling-torpedomaker A.N. Schrijer was door de Duitsers gearresteerd op grond van mogelijk illegale<br />

praktijken. Details daarvan zijn niet bekend. Hij werd in het concentratiekamp Neuengamme op 19 maart<br />

1945 om het leven gebracht.<br />

W 119 04-04-1945 Cloppenburg<br />

Tegen het einde van de oorlog was er een chaotische periode waarin diverse kampen en “Aussenlager” in<br />

het Derde Rijk werden ontruimd en de gevangenen naar een ander kamp werden overgebracht. De ernstig<br />

verzwakte lichtmatroos A. Popp werd per trein vanuit het concentratiekamp Neuengamme op transport<br />

gesteld. Toen de trein op 4 april 1945 ter hoogte van Cloppenburg was aangekomen, bezweek Popp. Hij had<br />

93


gedurende de bezetting als wachtmeester dienst gedaan bij de politie en aan het verzet deelgenomen.<br />

Hiervoor was hij in maart 1944 door de SD gearresteerd. Zijn stoffelijke overschot werd in Neuengamme<br />

gecremeerd.<br />

W 120 12-04-1945 Laren<br />

De matroos D.J. Buis moest zich in april 1943 bij de Duitsers melden voor krijgsgevangenschap. Hij dook<br />

onder en werd lid van de knokploeg Eemnes van de LO Gewest 9 / Het Gooi. In een vuurgevecht met de<br />

Duitse politie op 12 april 1945 na een wapendropping in de buurt van de Wakkerendijk te Blaricum werd<br />

Buis in zijn been geraakt en vervolgens gevangengenomen. Hij werd naar de Ortskommandantur aan de<br />

Drift 11 te Laren gebracht en vervolgens omstreeks 13.00 uur achter dat pand gefusilleerd. Zijn ontzielde<br />

lichaam werd begraven in de duinen bij Overveen en eind 1945 herbegraven op de erebegraafplaats te<br />

Bloemendaal.<br />

In Hilversum is de Buisweg naar hem vernoemd.<br />

W 121 14-04-1945 Amsterdam<br />

In de Verzetsgroep 2000 opereerden marinemannen onder de naam “telegrafistengroep”. Zij waren belast<br />

met de verzorging van ondergedoken militairen en bedienden de zend- en ontvanginstallatie in een kelder<br />

van het Hervormde bejaardentehuis “Amstelhof” aan de Amstel te Amsterdam. Op 30 januari 1945 deden<br />

de Duitsers een inval in dat gebouw en arresteerden de daar aanwezige marinemannen majoor-monteur S.G.<br />

Kuster, majoor-telegrafist Th.J. Schamp, sergeanten-telegrafist L. Lauwerens en C.W. Dobbinga en matroos D. Hulsman.<br />

Zij werden op 14 april 1945 bij Rozenoord aan de Amsteldijk te Amsterdam gefusilleerd en werden in<br />

Overveen ter aarde besteld.<br />

W 122 17-04-1945 Wöbbelin<br />

De korporaal-schrijver H.D. Pastoor, die tijdens de oorlog dienst deed als brandweerman, werd als politiek<br />

gevangene vanuit Nederland overgebracht naar de gevangenis Ludwiglaat te Wöbbelin, Ludwigslust in<br />

Duitsland. Daar is hij op 17 april 1945 door onbekende oorzaak om het leven gekomen. Zijn stoffelijk<br />

overschot werd begraven in Neuengamme.<br />

W 123 24-04-1945 Bergen-Belsen<br />

Sergeant-telegrafist K. Meuldijk was lid van de OD, Gewest Amsterdam. Hij werd bij het uitvoeren van illegaal<br />

werk door de Duitsers gearresteerd en na een verblijf in diverse kampen vervolgens afgevoerd naar het<br />

concentratiekamp Bergen-Belsen in Duitsland. Toen het kamp op 15 april 1945 door de Britse<br />

strijdkrachten werd bevrijd, was Meuldijk te ziek en uitgeput om te evacueren. Hij overleed op 24 april 1945.<br />

W 124 30-04-1945 Tarakan<br />

Op 15 april 1945 werden elf Nederlandse krijgsgevangenen door de Japanners van de hoofdstad Tarakan in<br />

de richting Djoeata op het eiland Tarakan afgevoerd. Voordat zij het einddoel bereikten, werden zij op 30<br />

april 1945 door de Japanners vermoord. Dat gebeurde een dag voordat de Australische landingstroepen<br />

Tarakan veroverden. Onder de elf vermoorden bevonden zich de matrozen G. Gravendeel en E.G.F. Peters.<br />

W 125 09-05-1945 NEFIS / Operatie Potato<br />

De onderzeeboot Hr.Ms. K XIV vertrok op 28 april 1945 van Darwin met bestemming Kemirian een<br />

eilandje ten zuiden van het eiland Kangean. Daar werden op 7 mei 1945 vier NEFIS-agenten aan wal<br />

gebracht. De groep bestond uit drie onderofficieren, sergeant-telegrafist J.M.L. van der Bijl van de <strong>Koninklijke</strong><br />

<strong>Marine</strong>, twee KNIL-sergeants en de Javaanse zeeman Hadji Tahib die familie op Kemirian had wonen. Het<br />

eilandje zou dienen als basis voor infiltratie op Oost-Java. Men hoorde echter niets meer van de groep. Na<br />

de oorlog legde Hadji Tahib als de enige overlevende van de groep een verklaring af. Volgens zijn lezing<br />

waren zij in de nacht van 8 op 9 mei naar Kangean gezeild om daar te proberen radioverbinding te maken<br />

met Australië. Na ongeveer een maand zijn de twee KNIL-militairen door de inwoners van de kampong<br />

Doekoeh vermoord en is de marineman aan de Japanners overgedragen. Die is op 25 juni 1945<br />

geëxecuteerd. Hadji Tahib kon onderduiken.<br />

W 126 20-05-1945 Lauterecken<br />

Op 20 mei 1945 vond er nabij Lauterecken in de deelstaat Rijnland-Pfalz een treinongeval plaats. In de trein<br />

bevonden zich Nederlandse ex-krijgsgevangenen die onderweg waren naar huis. Ten gevolge van het<br />

94


ongeval kwamen acht Nederlanders om het leven en er waren een tiental gewonden. Onder de doden<br />

bevond zich de korporaal-machinst S. Saunders, terwijl matroos J. Groenewoud ernstig werd verwond. Als gevolg<br />

daarvan overleed hij drie dagen later in het naburige plaatsje Kirn.<br />

W 127 26-05-1945 Texel<br />

Tijdens deelname aan de opstand van het 822 e Georgische Infanterie Bataljon (Duitse hulptroepen) op 6<br />

april 1945 op Texel sneuvelde stoker F.P. Klumper. Pas op 26 mei 1945, zes dagen nadat de Canadezen op het<br />

eiland waren gearriveerd, werd zijn stoffelijk overschot op het eiland gevonden.<br />

W 128 31-05-1945 Bergen-Belsen<br />

De reserve kapitein-luitenant ter zee J.J. Moret werd op 19 april 1941 als lid van de OD door de Duitse politie<br />

gearresteerd. Hij werd tijdens het “Stijkel-proces”, dat op 1 september 1942 en de daarop volgende dagen in<br />

Berlijn werd gevoerd, gevonnist. Vervolgens werd hij gedeporteerd naar het concentratiekamp Bergen-<br />

Belsen, waar hij als gevolg van ziekte en uitputting op 31 mei 1945 overleed.<br />

W 129 31-05-1945 Derde Rijk<br />

In januari 1940 trad Jacob Zijlstra als lichtmatroos in dienst bij de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>. Nadat hij op 14 juli 1940<br />

“tijdelijk uit dienst” was gesteld, kwam hij in 1941 in contact met mensen die vanuit de Biesbos Engeland<br />

probeerden te bereiken. Hij sloot zich daarbij aan, maar door verraad werd de groep door de Duitsers<br />

gearresteerd. Zijlstra werd via het “Oranjehotel” in Scheveningen naar het concentratiekamp Sachsenhausen<br />

gedeporteerd. Toen de Russische legers oprukten, werd het kamp ontruimd en moesten de gevangenen op<br />

20 en 21 april 1945 een “dodenmars” maken in de richting Schwerin en Lubeck. Tijdens deze mars werd<br />

Zijlstra, die zeer slecht kon lopen, vermoedelijk door de bewakers doodgeschoten. Een dergelijk drama<br />

vond tijdens die "dodenmars" regelmatig plaats. Bij de Oorlogsgravenstichting en het Nederlandse Rode<br />

Kruis is hij met ingang van 31 mei 1945 als “vermist” in hun archieven opgenomen.<br />

W 130 29-07 / 14-08-1945 Poeroektjaoe, Borneo.<br />

Omdat de geallieerde strijdkrachten in aantocht waren, werden de door de Japanners in Bandjermasin<br />

geïnterneerde krijgsgevangenen op 27 juli 1945 met prauwen via de Barito-rivier overgebracht naar het<br />

KNIL-kampement in Poeroektjaoe, diep in het binnenland. Tijdens de reis werd het transport op 29 juli<br />

1945 bij Bantoeil door een geallieerd vliegtuig aangevallen. Militie-stoker C.A. Blaset verloor daarbij het leven.<br />

Zijn stoffelijk overschot werd noodgedwongen buitenboord gezet. Toen het watertransport bij Boentok<br />

was aangekomen, overleed de ernstig zieke militie-matroos J.C. Weijdemuller. In het kampement in<br />

Poeroektjaoe bezweek op 14 augustus 1945 eveneens landstorm-stoker J.J. Rauchbaar als gevolg van zijn zeer<br />

slechte lichamelijke toestand. Beiden werden door hun medegevangenen In Poeroektjaoe begraven. Later<br />

werden hun stoffelijke resten bijgezet op Kembang Koening te Soerabaja.<br />

W 131 10-09-1945 Grote Oceaan<br />

Vanaf Okinawa vertrok een Amerikaanse B-24 Liberator bommenwerper met zieke en ernstig verzwakte<br />

ex-krijgsgevangenen naar Manilla. Door onbekende oorzaak stortte het toestel op 10 september 1945 in de<br />

Grote Oceaan. Een aantal inzittenden, onder wie schrijversmaat P.H. van Wingerden, kwam daarbij om het<br />

leven. De slachtoffers konden worden geborgen. Van Wingerden werd begraven op het Sai Wan War<br />

Cemetery te Hongkong, 4-N-7.<br />

W 132 06-10-1945 / 19-06-1946 Java<br />

Vanaf midden september 1945, het begin van de bloedige en hevige Bersiap-tijd 70, pleegden pemoeda's op<br />

Java vele gewelddadigheden. Zij spanden zich in om zoveel mogelijk Nederlanders en Indische<br />

Nederlanders in handen te krijgen, hetzij door hen in gevangenissen op te sluiten, hetzij door zich meester<br />

te maken van de voormalige gevangenenkampen waarin nog vele Nederlanders en Indische Nederlanders<br />

noodgedwongen vertoefden. Zij pleegden vele aanslagen en er ging geen dag voorbij waarop geen personen<br />

ontvoerd werden, van wie men later vaak niets meer vernam. Vele Nederlanders en Indische Nederlanders<br />

werden, ook na de Bersiaptijd, door pemoeda’s en andere guerrillagroepen vermoord. Onder hen bevonden<br />

zich twaalf marinemannen.<br />

W 133 24-04-1946 Biak<br />

95


Matroos F.F.R. Matulessy behoorde tot de groep militairen van het NICA 71-detachement in Nederlands<br />

Nieuw-Guinea. Op Biak werd Matulessy in de late avond van 23 april 1946 per abuis door een Papoeaschildwacht<br />

aangeschoten. Zwaar gewond werd hij naar het NICA-hospitaal overgebracht. Hij overleed de<br />

volgende dag aan zijn verwonding.<br />

W 134 19-11-1946 Batavia<br />

Matroos H.C. Arisse was geplaatst bij de <strong>Marine</strong> Bewakings Afdeling te Tandjong Priok. Tijdens een<br />

nachtelijke patrouille op 19 november 1946 werd hij vermist. Bij een direct ingezette zoekactie door de<br />

andere leden van de patrouille trof men hem zwaar gewond aan. Dezelfde dag overleed hij in het Militair<br />

Hospitaal te Batavia aan zijn verwondingen.<br />

W 135 27-03-1947 Alkmaar<br />

De reserve kapitein-luitenant ter zee J.H. Coolhaas behoorde tijdens de Tweede Wereldoorlog tot de Landelijke<br />

Organisatie, Afdeling Bergen (NH). Hij werd eind 1944 door de Sicherheitspolizei gearresteerd en in<br />

Amsterdam gevangengezet. Als gevolg van vele mishandelingen gedurende de ondervragingen werd overste<br />

Coolhaas ernstig ziek en uitgeput. Na de bevrijding werd hij opgenomen in een ziekenhuis te Alkmaar, doch<br />

overleed als gevolg van de gebeurtenissen in de oorlog op 27 maart 1947.<br />

W 136 20-01-1949 Tretes<br />

Drie militairen van de zeemacht en vier burgerambtenaren, allen werkzaam op het <strong>Marine</strong> Etablissement te<br />

Soerabaja, gingen op 20 januari 1949 vanuit Soerabaja met een truck richting Tretes op Oost-Java om daar<br />

van een kort verlof te genieten. Tussen Pandakan en Tretes lag een versperring over de weg. Toen zij<br />

stopten om de versperring op te ruimen, werden zij plotseling vanuit een hinderlaag door mitrailleurvuur<br />

beschoten en gedood. De militairen, alle drie van het dienstvak van speciale diensten, waren de sergeant C.L.<br />

Hes en de korporaals J. Deswijzen en P.J. Lataster. De burgerambtenaren waren A.J.S. Galestien, M.A. Geuze, M.<br />

Jordan en A. van de Paardt.<br />

W 137 10-06-1949 Sumatra.<br />

De luitenants ter zee P.J. Oosterbaan en A.E.L. Roskott waren geplaatst op het Departement van <strong>Marine</strong> te<br />

Batavia, toen zij in mei 1949 toestemming kregen om met de torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen naar<br />

Belawan te reizen voor een zogenaamd binnenlands verlof. Eenmaal op Sumatra aangekomen, vertrokken<br />

zij naar het Tobameer. Op 3 mei keerden zij niet terug van een wandeling bij Prapat. Eerst in november<br />

bleek dat zij door leden van de TNI gevangen waren genomen en ontvoerd. Volgens de plaatselijke<br />

bevolking zijn beiden op 10 juni 1949 gedood bij een poging te vluchten, waarna hun lichamen in de<br />

Soengai Bila zouden zijn gegooid.<br />

W 138 16-03-1950 Malang<br />

In het marineverlofcentrum te Malang op Oost-Java stond op 16 maart 1950 een sportdag op het<br />

programma. Het evenement zou op de sportvelden buiten Malang worden gehouden. Alvorens de<br />

verlofgangers met trucks daarheen vervoerd zouden worden, begaven de chef ‘d equipage, schipper H.J.C.<br />

Bolleurs, korporaal-schrijver M. Sumual en twee mariniers-sportinstructeur zich per jeep naar de sportvelden om<br />

voorbereidingen te treffen. Onderweg daarheen stuitten zij plotseling op een wegversperring en moesten<br />

stoppen. De schipper en de korporaal-schrijver sprongen uit de jeep om de versperring te verwijderen en<br />

op dat moment sprong een twintigtal gewapende Javanen uit het struikgewas. De ongewapende mariniers<br />

konden op tijd met de jeep ontkomen, maar zowel schipper Bolleurs als korporaal Sumual werden gedood.<br />

96


Noten bij ‘Chronologie van incidenten’<br />

1 Schepen worden in deze publicatie aangeduid als “zij”. Het woord “schip” is evenwel onzijdig en zou aangeduid moeten<br />

worden met “hij” en “zijn”. De gewoonte een schip met “zij” aan te duiden stamt uit het Engelse taalgebied. Dat is<br />

merkwaardig omdat ook daar het woord “ship” onzijdig is!<br />

2 Ten einde aan bonafide handelsschepen loodsaanwijzingen te verstrekken, werden bij Hoek van Holland, IJmuiden en<br />

Vlissingen loodsboten gebruikt die gemilitariseerd en bewapend waren. Zij deden ook dienst als bewakingsvaartuig.<br />

3 Tijdens de voormobilisatie werd een aantal sleepboten, vissersvaartuigen en andere schepen gevorderd die werden verbouwd<br />

tot hulpschepen voor de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong>. De bemanningen werden, op hun verzoek, als Vrijwillige <strong>Marine</strong> Reserve<br />

opgenomen in de dienst Vrijwillige Reserve Hulpschepen.<br />

4 De naar Engeland uitgeweken hulpschepen, waaronder bewakingsvaartuigen, kwamen bij de "Rescue Tug Section'" van de<br />

Royal Navy en hebben de geallieerde zaak belangrijke diensten bewezen.<br />

5 Naar stoker J. Nooitgedagt is in IJlst een straat vernoemd.<br />

6 Een circa 15 km lange rede in het Nauw van Calais, langs de Engelse zuidoostkust.<br />

7 In sommige bronnen “Jean Frédéric” genoemd.<br />

8 Het ss Langkoeas was oorspronkelijk het Duitse vluchtschip ss Strassfurt dat op 10 mei 1940 te Tjilatjap in beslag werd<br />

genomen en door de Nederlands-Indische regering in beheer bij de <strong>Koninklijke</strong> Rotterdamse Lloyd was gegeven.<br />

9 De historisch correcte voorvoegsels voor de namen van Gouvernementsschepen waren "G" van "Gouvernements" en "ss"<br />

van "stoomschip" of "ms" van motorschip. Ook na de militarisatie!<br />

10 Op 1 februari 1942 werden te Tjilatjap de in Nederlands-Indië beschikbare kruisers en torpedobootjagers ondergebracht in<br />

de "Combined Striking Force" onder tactisch bevel van schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman die de vlag zou voeren aan<br />

boord van de kruiser Hr.Ms. De Ruyter.<br />

11 In Lemmer is een straat naar korporaal-monteur F. van der Gaast vernoemd, terwijl op een gedenksteen in de muur van de<br />

Hervormde kerk te Engwierum de naam van matroos R.J. Wiersma is aangebracht.<br />

12 In Scherpenisse is naar matroos L.J. Deurloo een straat vernoemd.<br />

13 Chef van alle schepelingen aan boord.<br />

14 Het vernielen van schepen werd door de Japanners beschouwd als daden van hoogverraad.<br />

15 Brevet vlieger-waarnemer. Voormalig commandant SQ 321.<br />

16 De Japanners vervoerden over zee oorlogsbuit en grondstoffen die voor hun oorlogsindustrie van levensbelang waren. Zij<br />

vervoerden ook krijgsgevangenen zonder dat de schepen herkenbaar waren als transportschepen met menselijke lading.<br />

Werd zo'n transportschip met ruimen vol krijgsgevangenen door een geallieerde onderzeeboot of door geallieerde<br />

vliegtuigen tot zinken gebracht, dan werden in het gunstigste geval de luiken van de ruimen geopend. Honderden mannen<br />

probeerden dan door de kleine opening aan dek te komen. Tientallen konden overboord springen. In de meeste gevallen<br />

zonder zwemvest! Vele krijgsgevangenen vonden de dood aan boord of kwamen om als drenkeling. (Maru = Japans voor<br />

“schip”.)<br />

17 De officiële Nederlandse naam is Birma, het begrip Burma-Siam spoorweg is echter algemeen spraakgebruik geworden. In<br />

het Engels is het ook Burma. Siam had weliswaar zijn naam al in <strong>1939</strong> officieel veranderd in Thailand, maar de naam Siam<br />

werd ten tijde van de Pacificoorlog nog veelvuldig gebruikt. De samenstelling Burma-Siam is dan ook algemeen aanvaard.<br />

18 Namen van deze schepen waren niet te achterhalen.<br />

19 Grootste scheepsramp aller tijden.<br />

20 De Pakanbaroe spoorweg liep van Moeara (ten noordoosten van Padang) naar Pakanbaroe aan de Siakrivier op Sumatra.<br />

21 Van Baaren was geplaatst op het hoofdkwartier van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> te Londen, afdeling Loodswezen.<br />

22 Oudst Aanwezend Zeeofficier.<br />

23 Tentara National Indonesia, Indonesische leger vanaf 04-06-1947.<br />

24 Omdat de controle in de wateren van Nederlands-Indië in de periode van 1945 tot 1950 slechts uitgevoerd kon worden door<br />

middel van het doorzoeken van het enorme aantal zeil- en motorprauwen en tongkangs dat de Archipel doorkruiste, terwijl<br />

hiervoor slechts een gering aantal oorlogsschepen beschikbaar was, werd een groot aantal regionale patrouillevaartuigen<br />

(RP’s) met weinig diepgang ingezet, die door hun aantal en door het feit dat zij dicht onder de kust en rivieren konden<br />

komen, de onderzoekingsdienst overal konden uitvoeren. Het waren de RP’s 101 t/m 118 (de van Australië overgenomen<br />

Harbour Defense Motor Launches) en de RP’s 119 t/m 136 (in Amerika gebouwde Higgensboten).<br />

25 De Nederlandse marinemannen die bij het vegen op de Britse oostkust omkwamen, werden begraven op de begraafplaats te<br />

Shotley, Suffolk.<br />

26 Nederlands marinepersoneel dat samen met de Royal Navy van oktober 1944 tot medio 1946 zorg droeg voor het vrijmaken<br />

van havens en vaarwegen van mijnen en ander explosief materiaal.<br />

27 De Willem van der Zaan had al geruime tijd geen dienst meer gedaan als mijnenlegger en werd dan ook niet meer als zodanig<br />

gebruikt. Het werd een ''manusje-van-alles'', van patrouilleschip tot fregat.<br />

28 De Nederlandse motortorpedoboten en motorkanonneerboten hebben vanuit Engeland aan de strijd ter zee deelgenomen.<br />

Zij hebben deel uitgemaakt van de "Coastal Forces" en waren gebaseerd in Dover en Ramsgate.<br />

29 De Engelsen duidden alle Duitse lichte zeestrijdkrachten, waaronder de Schnellboten, aan als "Enemy-war-boats" (E-boats).<br />

30 Op het monument op steiger 19 van de <strong>Marine</strong>haven te Den Helder worden de mannen van de Onderzeedienst die tijdens<br />

de Tweede Wereldoorlog hun leven verloren herdacht.<br />

31 Vóór de Tweede Wereldoorlog werden de onderzeeboten waarvan de bouw bekostigd was uit de defensiebegroting<br />

aangeduid met "O", gevolgd door een nummer in Arabische cijfers, de uit de begroting van het Ministerie van Koloniën<br />

bekostigde onderzeeboten kregen een "K", gevolgd door een nummer in Romeinse cijfers.<br />

32 Op het gedenkmonument aan het Julianaplein in Heerenveen is de naam van seinersmaat J.Hylkema aangebracht.<br />

33 In augustus 2002 hebben duikers voor de oostkust van Maleisië op 45 meter diepte het wrak van de O20 gevonden.<br />

97


34 In 1991 werd het wrak op de bodem van de Zuid-Chinese Zee gelokaliseerd en uit onderzoek bleek dat de boot op 24<br />

december 1941, met verlies van alle 36 opvarenden, op een mijn is gelopen. Eén der omgekomen opvarenden, korporaaltorpedomaker<br />

A.C. Groendijk, wordt herdacht op het gedenkraam in de Hervormde kerk in Ternaard (Fr).<br />

35 Zie noot 64.<br />

36 Op 2 augustus 1940 werd het 1 e en 2 e escadrille van de MLD door de RAF benoemd tot respectievelijk Royal Dutch Naval<br />

Air Service SQ 320 en SQ 321. De squadrons maakten deel uit van het RAF Coastal Command. Op 1 februari 1941 werden<br />

beide squadrons samengevoegd tot SQ 320.<br />

37 Avro 625A Anson, tweemotorig landvliegtuig voor konvooibescherming. Dieptebommen aan boord. Zes bemanningsleden.<br />

38 Lockheed Hudson MK1. Tweemotorige verkenner-bommenwerper met 4 tot 5 bemanningsleden.<br />

39 In het bezit van het internationaal en marinevliegbrevet.<br />

40 In het bezit van het internationaal en marinevliegbrevet.<br />

41 Zie OS 56 en MLD 24.<br />

42 Voortgekomen uit de Militaire Luchtvaart van de KL of het KNIL. De detachering van ML-personeel hield in dat het zich<br />

geheel aan de marinevoorschriften onderwierp voor wat betreft uniform, onderkomen, werkomstandigheden en diensten.<br />

43 "Nomad Patrols" waren patrouilles die tot doel hadden de door de vijandelijke scheepvaart gebruikte routes te verkennen en<br />

daar vaartuigen aan te vallen.<br />

44 Fairey Swordfish MK1, onderzeebootbestrijdingsvliegtuig, tweedekker met vanghaak. Twee inzittenden.<br />

45 North American B-25 Mitchell tweemotorige verkenner-bommenwerper. Vijf bemanningsleden.<br />

46 Begin 1943 werd SQ 320 ingedeeld bij de No.2 Group van het Bomber Command op het RAF-station Methwold. Op 30<br />

maart 1943 verhuisde het squadron naar RAF Atlle Bridge, nabij Norwich (Norfolk) en op 30 augustus 1943 naar het<br />

vliegveld Lasham in Hampshire.<br />

47 Begin 1944 werd MLD-personeel geplaatst bij SQ 18 van de Militaire Luchtvaart te Batchelor, Australië, waarin een speciale<br />

“<strong>Marine</strong>-flight" met vier Mitchells was gevormd. Het operatieterrein bestond uit de Aroe-, Kei- en Tanimbar-eilanden, naast<br />

de kleine Soenda-eilanden tot en met Timor. De opdrachten omvatten zowel het bestoken van de Japanse scheepvaart als<br />

het bombarderen van vliegvelden. In de periode van de speciale “<strong>Marine</strong>-flight" bij SQ 18 werden zware verliezen geleden.<br />

48 "Ferry-vluchten" : overbrengen van vliegtuigen van fabriek naar basis of van de ene basis naar de andere.<br />

49 In het voorjaar van 1944 werd SQ 320 opgenomen in de 2nd Tactical Air Force en verhuisde daartoe in de derde week van<br />

februari naar RAF Dunsfold, nabij Guildford, Middlesex.<br />

50 In oktober 1944 werd SQ 320 verplaatst naar Melsbroek bij Brussel.<br />

51 Consolidated B-24J MK VI Liberator, 4-motorige verkenner-bommenwerper. 8 bemanningsleden.<br />

52 De Albacore was een torpedovliegtuig dat vanaf vliegdekschepen opereerde.<br />

53 In het <strong>Marine</strong>depot aan de Kralingse Mecklenburglaan in Rotterdam waren op 10 mei 1940 ondergebracht: de bemanning<br />

van het bewakingsvaartuig Hr.Ms. Balder dat in Bolnes op een scheepswerf in dok lag, 150 mariniers, 450 zeemiliciens en<br />

militair personeel geplaatst bij de afbouw van de onderzeeboot O 27. De bemanning van de tot zinken gebrachte<br />

torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen (zie OS 1) zou twee dagen later eveneens in het depot worden ondergebracht. Uit dit<br />

personeel werden vier compagnies geformeerd. Het commando berustte bij het Korps Mariniers.<br />

54 Maakte aanvankelijk deel uit van het marinetoezicht bij de afbouw van de onderzeeboot O 27.<br />

55 Inheems bestuursambtenaar.<br />

56 Tentara Republik Indonesia, Republikeinse leger van 25-01-1946 tot 03-06-1947. Daarna TNI (Tentara National Indonesia).<br />

57 Veiligheidsdienst Mariniers Brigade<br />

58 Emloyé van Speciale Diensten. Burgerkrachten, bestaande uit Indonesische en Indische jongens met plaatselijke ervaring en<br />

kennis van volk en taal, voor het verkrijgen van inlichtingen en het verhoren van krijgsgevangenen.<br />

59 LTZ1 R. Hofstra werd in de VS bij de Mariniersbrigade gedetacheerd en benoemd tot opvolgend commandant van het 2 e<br />

infanteriebataljon.<br />

60 Angkatan Laoet Republik Indonesia, Republikeinse marine.<br />

61 Sinds 15 augustus 1945 werd het Japanse leger door de geallieerden verantwoordelijk gesteld voor het welzijn en de<br />

veiligheid van hun voormalige (krijgs)gevangenen die na de capitulatie in de kampen moesten blijven totdat het bevel voor<br />

overplaatsing van de bezettingsautoriteiten zou worden ontvangen.<br />

62 De krijgsgevangenen in de Japanse werkkampen hebben onder onvoorstelbaar slechte omstandigheden dwangarbeid moeten<br />

verrichten. Velen stierven aan de gevolgen van mishandeling, ongevallen, uitputting, voedselgebrek, tropenzweren,<br />

longontsteking en besmettelijke ziekten als beri-beri, malaria, tyfus, cholera en dysenterie.<br />

63 De hierna beschreven gebeurtenis is vooralsnog niet met feitelijke informatie te staven. Door het combineren van<br />

authentieke gegevens kan het beschrevene echter met grote zekerheid als juist worden beschouwd.<br />

64 De organisatie voor het verzamelen van inlichtingen Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) die vanuit Australië<br />

opereerde, zond regelmatig militairen naar de door de Japanners bezette gebieden in de Archipel. De opleiding was gevestigd<br />

in Queensland.<br />

65 Indien bekend, wordt in de necrologie het werkkamp waar betreffende marineman overleed, vermeld. Als er over de plaats<br />

van overlijden twijfel bestaat, wordt de erebegraafplaats waar de militair uiteindelijk werd (her)begraven, genoemd. Zoals<br />

Thambyuzayat, Kanchanaburi of Chungkai.<br />

66 De priesteropleiding was er vandaan overgeplaatst.<br />

67 Indonesische arbeider, in grote aantallen door de Japanners -vaak onder dwang- geronseld.<br />

68 “Englandspiel”, benaming voor het tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse geheime dienst met de Britse<br />

inlichtingendienst onderhouden radiocontact, waarbij zij deze van valse berichten voorzag. De Duitsers wisten dan ook vaak<br />

op welke data geheime agenten in Nederland werden “gedropt”. Alle door hen gevangengenomen Englandspiel-agenten<br />

werden opgesloten in het Grootseminarium te Haaren. Vijftig van hen werden eind november 1943 overgebracht naar het<br />

Huis van Bewaring te Assen. In april 1944 werden zij getransporteerd naar het Duitse tuchthuis in Rawitsch, Silezië. Elf<br />

hunner zijn nadien op een onbekende plaats -waarschijnlijk het concentratiekamp Gross-Rosen- en op een onbekend tijdstip<br />

98


ter dood gebracht. De overigen werden op 5 september 1944 het concentratiekamp Mauthausen binnengevoerd en daar de<br />

volgende twee dagen vermoord.<br />

69 Deed tijdens de oorlog dienst als gestichtwachter van de Rijks Werk Inrichting te Veenhuizen.<br />

70 Bersiap: Dagen van paraatheid; de maanden oktober/november 1945 waarin voornamelijk onder jonge Indonesiërs<br />

(pemoeda's) een explosie van geweld losbarstte met het doel de Nederlanders ervan te weerhouden hun gezag in<br />

Nederlands-Indië te herstellen.<br />

71 Netherlands Indies Civil Administration. Nederlandse organisatie voor civiele zaken in Nederlands Oost-Indië na WO-II.<br />

99


<strong>Gedenkrol</strong> van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong><br />

Deel II<br />

Alfabetische necrologie van personen die in dienst van de <strong>Koninklijke</strong> <strong>Marine</strong> omkwamen of<br />

vermist raakten in de periode 3 september <strong>1939</strong> tot en met 31 december <strong>1962</strong>.<br />

100


Toelichting op alfabetische necrologie<br />

- Niet opgenomen in deze necrologie zijn personen die ten gevolge van ziekte in Nederland een natuurlijke dood stierven<br />

of die buiten dienst door een ongeval in Nederland het leven verloren.<br />

- Persoonsgegevens van schepelingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst deden waren veiligheidshalve<br />

overgebracht naar een hulpdepot te Schaarsbergen. Een aantal daarvan ging in 1944 tijdens een geallieerd bombardement<br />

verloren en was niet meer te achterhalen. Bovendien werd in 1945 een gedeelte van het archief van het Nederlandse<br />

Rode Kruis verwoest waardoor eveneens gegevens zijn verloren gegaan. In het voormalig Nederlands-Indië is gedurende<br />

de oorlog met Japan een aanzienlijk aantal personeelsgegevens vernietigd. Bovendien waren veel mutaties die in het begin<br />

van de oorlog plaats hadden gevonden, nog niet administratief verwerkt. De alfabetische necrologie is samengesteld uit<br />

diverse archiefstukken, herdenkingsboeken en persoonlijke opgaven. Er kunnen derhalve onjuistheden in voorkomen.<br />

De samensteller houdt zich aanbevolen voor eventuele aanvullingen en correcties.<br />

- Vele inheemse (Indonesische) schepelingen bezaten geen voornamen.<br />

- De genummerde verwijscodes OS, KVD, MD, OZD, MTB, MLD, MARNS en W verwijzen naar de overeenkomstige<br />

codes in het eerste deel (Chronologie van incidenten) van deze <strong>Gedenkrol</strong>.<br />

- Postuum verleende dapperheidsonderscheidingen worden, voor zover bij de samensteller bekend, tussen accolades<br />

vermeld.<br />

- Militairen van de KL of KNIL die omkwamen tijdens hun detachering bij de MLD, worden aangegeven met een asterix<br />

*.<br />

- In afwijking van de bij de marine gebruikelijke wijze van afkorten van rangen, standen en dienstvakken met<br />

hoofdletters, zijn hier om technische redenen “kleine letters” gebruikt.<br />

- Personen met achternamen die beginnen met de hoofdletter ‘IJ’ zijn in het namenregister tussen de letters ‘I’ en ‘J’<br />

opgenomen.<br />

101


Alfabetische necrologie<br />

Naam,voorletter(s) en geboortejaar Kwaliteit/rang Datum en plaats overlijden Verwijscode<br />

Aardening, W. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Aars, H.V. (1900) mil-kplmach 18-11-1944 Bandoeng W 11<br />

Aarssen, W. van den (1924) marn.3.ovw 13-04-1946 Modjohtengah, Oost-Java MARNS 37<br />

Aarts, B.M. (1913) sgtvl * 12-03-1942 Eiland Man (VK) MLD 40<br />

Aarts, H. (1916) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Aarts, J.M. (1917) stok.o/m zm 01-06-1940 Hr.Ms. Hydra MD 8<br />

Aarts, W.A. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Aartsen, Chr. (1921) Lmatr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Abas, A. (1897) inh-kplmach 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Abbink, G. (1906) Kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Abdoel Madjid, R. (1920) inh.sgttlg 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Abdullah Esd 05-08-1947 Djember, Oost-Java MARNS 104<br />

Abels, R. (1906) mil-matr 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10<br />

Aben, T.J.F. (1941) chf.3 12-04-<strong>1962</strong> Biak, NNG W 7<br />

Aberson, W.J. (1933) ltz.2.oc 25-01-<strong>1962</strong> Biak, NNG W 7<br />

Aboekar alias Pawirowinoto (1906) inh-stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Abramsz, P.M. (1902) lndst-matr 17-07-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Abspoel, J. (1914) Spr 26-08-1961 Hr.Ms. Groningen W 7<br />

Achmad (1915) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Achmad bin Salim Badjerie (1916) Esd 18-02-1949 Tjermee, Oost-Java MARNS 152<br />

Achmad Soeroeri (1918) inh-bed 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Adoe Moelip (1918) inh-matr 22-01-1946 Batavia W 9<br />

Adriaans, J.W. (1920) ltz.3 (3e wk GM) 15-05-1945 Ngawi, Oost-Java W 11<br />

Adriaanse, C. (1921) matr.2.snr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Adriaanse, F. (1904) Kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Adriaanse, J. (1923) ltzv.1. 17-12-1959 <strong>Marine</strong>r P 302, Fak Fak NNG MLD 174<br />

Adriaanse, J.C. (1921) stok.3.ovw 15-01-1946 Hr.Ms. Willem van der Zaan MD 24<br />

Adriaanse, J.W. (1919) matr.1.snr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Adriaanse, P.G. (1900) ltz.2.kmr 16-04-1944 Batavia W 76<br />

Adriani, P.L.C. (1914) {VK} ovl.2 11-02-1942 Dornier X 29 MLD 34<br />

Agerkop, E.E. (1910) marn.1 08-07-1951 Aruba W 9<br />

Aggelen, J.G. van (1910) Sgtvgmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Aken, A.H. van (1916) mil-matr-zvpl 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Aken, C.C.J. van (1901) Kplmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Aken, G.C. van (1906) Majtpmr 14-11-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Akershoek, K. (1918) matr.2 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Akip (1919) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Akker, A. van den (1914) matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Akker, J.M. van den (1923) Sgtv 10-07-1951 Firefly K 45 MLD 152<br />

Akkers, H.G.A. (1909) Sgtvl 26-09-1940 Fokker AV 963 MLD 9<br />

Ala (1905) inh-stok.o/m 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Albinus, C.F.J. (1920) mil-matr-vgmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

102


Albinus, L.A. (1921) mil-matr-schr 22-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Alblas, A.H. (1918) {RMWO} ltz.3.kmr.sd 07-09-1944 Mauthausen W 92<br />

Albregts, H.J.S.M. (1912) matr.1 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Alburg, L.A. (1929) Kplmach 04-04-1953 Biak, NNG W 7<br />

Alderding, A.J. (1910) Sgttpmr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Alderliefste, J. (1902) stok. vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Alfons, A. (1902) inh-sgtzvpl 30-07-1944 Japans zeetransport OS 54<br />

Ali Akbar (1920) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Alip (1921) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Alstede, P.S. (1906) {BK} ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Altman, R. (1919) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Amad (1924) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Amari (1896) inh-stok.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Amat (1906) inh-sgtvgmr 20-05-1942 West-Java W 11<br />

Ambrosius, B.J.A. (1923) tdl.sgtmarns.ovw 16-08-1946 Soerabaja W 9<br />

Ameling, J.P.J. (1884) Lds 24-10-1944 Rotterdam W 94<br />

Amersfoort, G.A.A. van (1912) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Amersfoort, R.H. (1921) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Ames, E.S.M. (1914) kplvgmr 05-1944 Hollandia, Nieuw-Guinea. W 7<br />

Ameyden van Duijn, E. van (1915) mil-matr 07-06-1943 Haroekoe, Molukken W 11<br />

Amptmeyer, G. (1925) marn.2.ovw 19-08-1946 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 68<br />

Amstel, W. van (1923) mil-stok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Amsterdam, A.A.J. van (1917) ovl.2.kmr* 27-03-1945 Musquito MM 131, DR MLD 117<br />

Ancona, G.A.A. d' (1917) mil-matr-zvpl 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Andreae, E.J.J. (1920) stok.3 12-03-1945 Ede W 115<br />

Andreas, J. (1927) ltz.2.oc 10-09-1958 <strong>Marine</strong>r P 303, Abedan MLD 169<br />

Andriese, H.C. (1909) mil-matr-mont 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11<br />

Anema, G. (1917) ltz.3.kmr 08-09-<strong>1939</strong> <strong>Marine</strong>hospitaal Willemsoord MD 1<br />

Anthonijs, E.J.R. (1909) mil-matr-snr/kw 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Anthonissen Ph.A. (1924) stok.2.kmrtv 14-03-1947 Hr.Ms. RP 122 W 7<br />

Anzenberger alias Rokot, J. inh-vgmrsm 17-06-1941 Fokker W 13 MLD 14<br />

Apeldoorn, A.G. (1920) kplvgsch 28-10-1943 Mitchell FR 174 MLD 67<br />

Apipi, R. (1908) inh-stok.o/m 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaja OS 22<br />

Appel, P.P.M. (1917) matr.1 15-02-1945 Fukuoka 6 (Japan) W 47<br />

Appeldoorn, A. (1906) kpltlg 04-11-1944 Mater Dalorosa, Batavia W 11<br />

Appeldoorn, J.A. (1909) matr.1 03-07-1943 Curaçao W 9<br />

Apperloo, J.H. (1926) marn.1.ovw 11-10-1947 Djatiroto, Oost-Java W 9<br />

Ardasseer, L.H. (1894) lndst-matr 19-07-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11<br />

Ardewijn, M.A. (1902) sgtmont 06-12-1941 Catalina Y 44 MLD 22<br />

Arends, J.F. (1922) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Arents, A.G. (1910) matr.2 27-02-1943 Hr.Ms. Colombia OZD 17<br />

Arentsen, J.W. (1900) majschr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Arifin Adil (1921) inh-mil-matr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Arisse, H.C. (1925) matr.3.ovw 19-11-1946 Batavia W 134<br />

Arjono, J. (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Arnoldi, R. van (1922) stok.2 27-02-1943 Hr.Ms. Colombia OZD 17<br />

Arnoldus, M.J. (1909) ltz.2 16-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16<br />

103


Arnts, J.J. (1914) kplmach 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Arroo, R. (1921) mil-stok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Arts, A.G. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Arts, G.W.H. (1927) marn.2.zm 11-04-1949 Babat, Oost-Java MARNS 162<br />

Artz, J.C. (1903) kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

As, Joh. van (1916) omsd.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

As, K. van (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Asan (1907) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Asan Soekadi (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Asarie (1911) inh-matr.1 02-03-1942 Hr.Ms. Ciska MD 15<br />

Askander (1922) inh-stok.2 10-01-1942 Hr.Ms. Masdijn KVD 2<br />

Aspeslagh, E.P.A. (1906) lds 28-10-1944 Zoutelande W 95<br />

Assah, K. (1903) inh-sgtmach 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Asselbergs, W.H. (1929) ltzv.2.oc 12-08-1957 <strong>Marine</strong>r P 312 MLD 166<br />

Assink, J. (1916) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Atori (1922) inh.stok.1 27-02-1942 H.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Auf der Springe, L.H. (1915) matr.1.zm 10-11-1949 Soerabaja W 9<br />

Ausum, W. (1905) sgtmach 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Awin (1922) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Azis (1914) inh-matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Baal, H.T. van (1917) matr.3.snr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Baalen, A.T.G. van (1931) kplvgmr 17-12-1959 <strong>Marine</strong>r P 302 MLD 174<br />

Baan, M. (1918) knstm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Baar, J.C. de (1900) gezv. vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Baarda, J.A.C. (1924) marn.2.ovw 03-11-1946 Sawohjangkring, Oost-Java MARNS 77<br />

Baaren, C. van (1911) ldskwk 27-03-1945 ss Sampa OS 61<br />

Baars, H. (1920) matr.2 12-05-1940 Wonsstelling OS 7<br />

Baarschers, A. (1913) ovl.3 26-08-1942 Long Nawang, Borneo MLD 23<br />

Baarspul, M.J.A. (1935) ltz.2 10-06-1959 <strong>Marine</strong>r P 306 MLD 171<br />

Baas Becking, J.M. (1923) mil-matr. 07-04-1945 Makassar W 36<br />

Baas, J.P. (1925) tdl.sgtmarns.ovw 06-09-1946 Soerabaja W 7<br />

Baas, W. (1925) tdl.kplmarns.ovw 29-10-1947 Soerabaja W 9<br />

Bachman, O. (1910) mil-kplzvpl 04-10-1945 Bandoeng W 8<br />

Bachmann, A.A.E.H. (1886) ambt. ME 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Back, C. de (1916) stok.1 22-04-1945 Makassar W 36<br />

Backer, F.J. (1892) ambt. ME 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Backers, A.C. (1913) mil-stok 05-08-1942 Batavia W 11<br />

Backers, J.A. (1920) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Backers, N.J. (1918) ova.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Baden, W.J. (1897) majtlg 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Badings, W. (1914) ozwnr.3.kmr.tv 08-06-1944 Mitchell FR 179 MLD 87<br />

Badoe (1915) vgmr.1.zm 11-05-1949 Soerabaja W 9<br />

Baert, E. (1909) mil-matr 24-06-1944 ss Tomohuku Maru OS 56<br />

Baghus, J.H. (1907) stok.zm 10-05-1940 Rotterdam MARNS 1<br />

Baier, L.N.E. (1916) mil-matr-tlg 28-08-1945 Taihoku, Formosa W 8 (W50)<br />

Bailleul, J.F. (1916) tlgnm 01-02-1945 Osaka, Japan W 47<br />

Bakels, H.M. (1902) lndst-matr 04-07-1943 Tarsao, Siam W 48<br />

104


Bakker, A. (1902) sgtschr 25-09-1947 Soerabaja<br />

Bakker, A. (1903) kplstok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Bakker, A. den (1900) opptlg 01-12-1945 Skegness, VK W 9<br />

Bakker, B. (1919) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bakker, C. (1909) ltz.3.kmr.tv 30-03-1943 Rintin, Siam W 48<br />

Bakker, C.D. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bakker, D.J. (1915) {BL} ovl.2 24-01-1942 Dornier X 19 MLD 29<br />

Bakker, E. (1909) hovl.2 25-10-1943 Mitchell FR 178 MLD 66<br />

Bakker, H. (1893) aoo.mach 14-05-1940 Hr.Ms. Jan van Brakel MD 6<br />

Bakker, Ir. G.S. ambt.ME 01-02-1945 Surrey, VK W 7<br />

Bakker, J. (1912) kplvgmr 15-11-1944 Tietjerksteradeel, Fr. MLD 105<br />

Bakker, K. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bakker, W. (1909) kplmach 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Bakkum, D. (1902) majknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bakri (1900) inh-sgtmach 06-11-1942 Lawang, Oost-Java W 9<br />

Bakri (1904) inh-bed 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Bakuwel, G. (1917) sgtvgmr 29-05-1947 Avro Anson. Gilze Rijen MLD 136<br />

Bal, L.J. (1914) matr.2.zm 10-11-1944 Londen W 96<br />

Balja, E. inh-lmatr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Baljé, J.C. (1909) kplmach 19-11-1940 Hr.Ms. 0 22 OZD 4<br />

Balk, A.J.J. (1902) sgtknst 02-06-1945 Fukuoka, Japan W 47<br />

Balpini (1920) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bank, C.J. (1918) sgtvl* 25-10-1943 Mitchell FR 166 MLD 66<br />

Banke, G.J.J. (1907) mil-stok 07-12-1943 Osaka, Japan W 47<br />

Bannink, A.J. (1905) stok.o/m 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Bannisseth, A.C.L. von (1908) mil-matr 24-03-1943 Hakodate, Japan W 47<br />

Banoearli (1912) inh-kplschr 08-03-1942 Vermist NOI (Hr.Ms. Evertsen) W 26<br />

Banse, J.Ch. (1915) mil-matr 21-12-1941 Hr.Ms. K XIII OZD 7<br />

Bardjo (1905) inh-kplvgmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Barends, W.L. matr.1 08-07-1955 Den Helder<br />

Baris (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Barkmeijer, A.E. (1922) mil-stok 01-11-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Barna (1919) inh-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Barneveld Binkhuysen, H. (1916) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Barni (1904) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Barnstijn, L. (1915) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Barthold, J. van (1915) mil-stok 22-11-1944 Kuye, Siam W 48<br />

Bartholomeus, A. (1921) sgtadb.a 15-11-1944 Pakanbaroe, Sumatra W 72<br />

Barwegen, A. (1911) sgtknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Basenau, R.E. (1913) ovl.2.kmr.tv 02-06-1945 Mitchell 44-31257 MLD 122<br />

Basoeki, J.F. (1922) inh-llstok 24-02-1942 CBZ Soerabaja OS 22<br />

Bast, J.L.M. (1926) marn.2.zm 06-01-1949 Oosthaven, Sumatra MARNS 141<br />

Bastelaar, J.H. van (1907) sgttpmr 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 OZD 6<br />

Bastiaans, H.H.R. (1920) mil-matr-tlg 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Bastiaansen, A.P. (1920) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Bastiaenen, C.A. (1919) ovl.2.kmr.tv* 13-01-1945 Mitchell FR 181 MLD 109<br />

Batavier, J. (1925) kplmach 24-01-1958 Hollandia, NNG W 7<br />

105


Batenburg, H.H. (1910) kplknst 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Bathoorn, J. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Battum, A.S. van (1921) snrsm 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Bauduin, D.C. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Bazendijk, P.D. (1907) ltz.2.kmr.sd 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bechtold, A.J.J. (1917) mil-o/m 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 OZD 6<br />

Beckers, J.A. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Beckhoven, G.N. van (1911) kplkok 14-09-1945 Curaçao W 9<br />

Bedja, M. (1923) inh-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Beek, H. ter (1931) stok.1 11-04-1954 Sorong, NNG W 7<br />

Beek, J.E. van (1928) marn.2.zm 24-08-1949 Soerabaja W 9<br />

Beek, J.L. van (1921) marn.2.ovw 19-04-1946 Goenoengsari, Oost-Java MARNS 39<br />

Beek, T.G. van der (1916) kplvgmr 22-12-1941 Dornier X 34 MLD 23<br />

Beekom, A.H.K. van (1923) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Beelen, B.W.J. (1920) tamb.3 16-04-1945 Cabauw, Utr. MARNS 29<br />

Beem, D.G. van (1914) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Beer, H.Ch. (1897) lndst-matr 20-02-1945 Batavia W 11<br />

Beest, A.C. van (1903) {BK} marn.1.kmr 11-08-1942 Middelburg MARNS 14<br />

Beidjo (1903) inh-stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Beijer, A. kok.zm 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Beijeren Bergen en Henegouwen, G. v. kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Beima, J. (1928) marn.2 17-01-1949 Mantoep, Oost-Java MARNS 147<br />

Beishuizen, H. (1910) ltz.3.kmr.tv 09-11-1945 Semarang W 7<br />

Bekkering, U.R. (1924) mil-matr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Bel, C.A.Th. van (1919) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Bel, W. van (1911) kplmach 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Belder, G.J. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Belgers, W.G. (1915) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Belgraven, Th. (1905) stok.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Belloni, B. (1918) mil-matr-tlg 14-09-1942 NEFIS, Lion W 43<br />

Belloni, T.G.E. (1922) lmatr 14-10-1944 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Belt, W. van der (1920) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Belzen, J. van (1906) matr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Belzen, J. van (1918) bed.zm 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Belzen, M.C.van (1926) matr.2.ovw 06-08-1946 Hr.Ms. Piet Hein W 7<br />

Belzen, P. van (1900) kplmach 21-02-1943 Rintin, Siam W 48<br />

Bemer, L.H. (1928) kplvgmr.m 10-06-1959 <strong>Marine</strong>r P 306 MLD 171<br />

Bemmel, I. van (1926) marn.1.ovw 30-04-1947 Gedangan, Oost-Java W 7<br />

Bemmel, M.J.P. van (1895) lndst-kwmr 11-06-1943 Tokio, Japan W 47<br />

Bemmelen van der Plaat, H. van (1927) marn.2.ovw 29-05-1946 Kemendoeng, Oost-Java MARNS 50<br />

Benig, A.A. (1905) lndst-sgtmach 30-10-1942 Soerabaja W 11<br />

Benig, C.Ch. (1908) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Benninger, G.A.Ch. (1901) lndst-matr 28-08-1944 Batavia W 11<br />

Bens, M.R. (1927) marn.3.zm 26-02-1949 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 154<br />

Bense, O.M. (1921) marn.3.ovw 20-03-1946 Ijmuiden W 7<br />

Bent, D. van der (1922) lmatr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Bentink, H. (1919) tpmrsm 10-09-1945 Anjum, Fr. MD 22<br />

106


Berben, P.W.J. (1915) kplmach 01-09-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 8,W 72<br />

Berentsen, H. (1908) ltz.3.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Berg, A. van den (1912) sgtknst 03-07-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Berg, A. van der (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Berg, F.H. van den (1905) mil-sgtmach 24-02-1945 Makassar W 36<br />

Berg, H. van den (1899) majtpmr 18-08-1943 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Berg, H.J. van den (1904) ozwnr.1.kmr 27-01-1943 Hudson EW 919 MLD 55<br />

Berg, J. van den (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Berg, J.S. (1907) kplmarns 24-08-1945 Fukuoka 2, Japan W 8, W 47<br />

Berg, J.W. van den (1919) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Berg, M. van den (1918) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Berg, T.M. van den (1919) marn.1 22-101943 Takanun, Siam W 48<br />

Berge, T. van den (1903) sgttpmr 22-03-1945 Makassar W 36<br />

Bergen, G.L. van (1919) matr.1 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v. Nassau OS 9<br />

Berger, L.M. (1916) ova.3 08-03-1941 Londen W 13<br />

Bergers, P.S. (1920) matr.2 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Bergsma, J.R. (1922) mil-matr 30-09-1946 ss Otranto W 10<br />

Bergsma, W. (1906) omsd.2.kmr 01-12-1944 Batavia (NEFIS-Tiger I) W 98<br />

Bergsma, W. (1921) stok.1 02-03-1944 Brankassi, Siam W 48<br />

Berhitoe, H.F. (1908) inh-stok.o/m 15-12-1944 Bodjonegoro, Oost-Java W 85<br />

Berk, A. van (1908) kplmach 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Berkelaar, A.J. (1906) lndst-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Berkhout, B. (1919) {BK} vgmrsm 29-11-1944 ss Suez Maru OS 53<br />

Berkhout, D.H. (1925) sgtvgtlg 15-04-1949 Semarang MLD 143<br />

Berkhout, J. (1917) stm.vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13<br />

Berkhout, J.P. (1923) kok.3.ovw 06-07-1946 Militair Hospitaal, Nijmegen W 10<br />

Berkum, A.E. van (1902) ltz.1. (gezv. GM) 05-03-1945 Singapore W 49<br />

Berkum, J.F. van (1926) marn.3.zm 22-06-1947 Straat Madoera W 7<br />

Berlijn, F. (1921) mil-matr 16-08-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Bernawi (1911) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Bernhold, F.E.W. (1921) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Berrevoets, C.J. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Berrevoets, J.C. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bertens, C.N. (1921) matr.3.ovw 24-10-1946 Militair Hospitaal, Batavia W 9<br />

Bertling, A.H.F. (1908) lndst-o/m 15-09-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 8, W 72<br />

Bertram, H.K. (1926) ltzv.2.oc 17-12-1959 <strong>Marine</strong>r P 302 MLD 174<br />

Besançon, H.C. (1906) ltz.1 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Besselsen, K. (1921) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bessems, J.M. (1917) matr.1.ovw 28-02-1947 Makassar W 7<br />

Best, A. de (1916) tpmrsm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Best, H. de (1903) sgtknst 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Best, J. de (1908) sgtmach.vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Best, M. (1919) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Bestebreurtje, A. (1922) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Besterveld, M.J. (1921) matr.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Besterveld, Z. (1919) matr.3 27-02-1945 Amsterdam W 111<br />

Betlem, B. (1921) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

107


Betzema, I.J. (1903) kwmr 14-03-1945 Makassar W 36<br />

Beucker, J. van den (1919) stok.zm 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Beumer, E. (1900) majmont 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Beusekom, D. van (1907) ltz.1.kmr 12-06-1943 Hr.Ms. K XV OZD 18<br />

Bevelander, A. (1917) {VK} ozwnr.3.kmr.tv* 20-03-1944 Mitchell FR 141 MLD 79<br />

Beveren, M.J. van (1920) mil-stok 19-09-1943 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Beveren, R. van (1914) matr.2.zm 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Bezeij, C.Ph. van (1897) majtlg 12-10-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Bezoijen, P.J.J. van (1923) tdl.kplmarns.ovw 04-05-1946 Soerabaja MARNS 42<br />

Bie, P.H. de (1941) marn.3.zm 07-03-<strong>1962</strong> Curaçao W 7<br />

Bielfeldt, J.P.J. (1910) sgtvgmr 30-08-1941 Hudson T 9380 MLD 18<br />

Biemans, W. (1922) marn.2.ovw 28-04-1947 Porong, Oost-Java W 7<br />

Bignell, J. (1920) marn.3 12-05-1940 Rotterdam MARNS 4<br />

Bij, M. van der (1913) kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bijdemast, J. (1910) tdl.kplmarns.ovw 22-10-1947 Djarit, Oost-Java MARNS 122<br />

Bijl, A. (1918) stok.o/m 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Bijl, D. van der (1919) sgtvgsch 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn OS 50<br />

108<br />

MLD 59<br />

Bijl, J.M.L. van der (1909) mil-sgttlg 09-05-1945 Kemirian (NEFIS Potato) W 126<br />

Bijl, P. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bijlaardt, J.W. van den (1905) ltz.3.kmr.tv 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Bijlard, P.D.M.A. (1906) ltz.2.kmr 23-02-1942 Catalina Y 47 MLD 35<br />

Bijlsma, S.B. (1919) matr.1 01-11-1944 Makassar W 36<br />

Bijmolt, J.P.W.H. (1891) ltz.3.tit (lds1) 30-10-1944 Tjimahi, West-Java W 11<br />

Bijsterveld, F.A.C. (1910) kok.1.zm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Bikkers, C. (1915) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bil, C. (1927) marn.2.zm 03-01-1949 Kertosono, Oost-Java MARNS 139<br />

Bila, H.A.L. (1922) {BL} elntmarns.kmr 11-09-1947 Djember, Oost-Java MARNS 116<br />

Bimmel, J. (1902) matr.1 01-10-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Jan van Gelder MD 2<br />

Bin Toedoe, E. (1914) matr.2 29-02-1948 Soerabaja W 9<br />

Binnendijk, D.B. van (1915) kpltlg 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Birsak, G.G.A. van (1910) ozwnr.3.kmr 20-03-1944 Mitchell FR 141 MLD 79<br />

Bisselink, Th.H. (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Blaauw, J. (1912) kpltlg 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Blaset, Ch.A. (1917) mil-matr 29-07-1945 Bantoeil, Borneo W 130<br />

Blazer, H. (1910) kplmach 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Blijderveen, J. van (1920) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Blijderveen, W. van (1919) mil-stok 26-09-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Blikman, H.J. (1911) kwmr 19-07-1946 Kagerplas, MOD W 7<br />

Blind, J. (1899) mdr LW 13-06-1940 Hr.Ms. Motorloodsboot no. 1 MD 7<br />

Bloemen, A. (1908) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bloemendaal, J. (1918) sgtvl 29-12-1941 Dornier X 15 MLD 25<br />

Bloemgarten, F.H. (1920) sgtzwnr.kmr.tv* 26-07-1944 Mitchell FR 185 MLD 93<br />

Blog, M. (1913) kok.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Blok, A.J. (1918) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Blok, J. (1919) ovl.2 27-03-1944 Hellcat MLD 80<br />

Blok, J.A. (1919) btsm.zm 25-07-1943 Enoe-eiland (NEFIS) W 63


Blok, M.A. (1904) majmach 17-04-1945 Makassar W 36<br />

Blok, W.L. (1913) kplvgtlg 30-07-1943 Mitchell FR 144 MLD 61<br />

Blokker, M. (1910) kplmach 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Blokker, S.H.P. (1919) matr.2 29-06-1943 Buitenhuizen W 59<br />

Blom, C.J. (1917) kplmont 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Blom, H. (1920) stok.1 24-09-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Blom, P.H. (1913) omsd.3.kmr 23-08-1943 Albermarle P 1478 MLD 62<br />

Blom, W. (1920) lltpmr 07-08-1942 Amsterdam W 38<br />

Blom, W.A. (1918) matr.1.snr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Blom, W.F. (1916) omsd.2 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Blommert, H.D. (1911) k[plmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Blommert, J. (1903) sgtschr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Blommesteijn, Ch. van (1903) lndst-matr 12-10-1943 Tamarkan, Siam W 48<br />

Blonk, P.J. (1915) matr.zm 14-05-1940 Rotterdam MARNS 4<br />

Blumer, C.A.J. (1915) mil-matr 12-10-1944 Kuye, Siam W 48<br />

Bochove, J.P. (1904) lndst-majvgmr 19-05-1946 Brisbane, Australië W 7<br />

Bochove, P.D. (1922) ltz.1 07-07-1959 Sikorsky H4 MLD 172<br />

Bochoven, H. van (1918) stok.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Bochoven, I. van (1920) matr.2 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Bock, A.R. de (1922) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms.Java OS 29<br />

Bockma, J. (1921) sgt.vsd.zm 06-07-1944 IJsselmeer MLD 92<br />

Bodaan, R.E. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bodenstaff, J.E. (1913) kplvgmr 10-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26<br />

Bodin, E. (1905) inh-stok.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52<br />

Boediman, Ch. (1904) inh-kplmach 15-02-1945 Maoemere, Flores W 11<br />

Boediman, S. (1922) inh-stok.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Boedrie, Ch.F.M. (1921) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Boegborn, G.A. (1906) ktz 05-07-1953 Halifax, VS W 9<br />

Boekel, B.W. van (1918) stok.3 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Boelhouwer, M. (1919) kplvgtlg 11-01-1944 Swordfish LS 244 MLD 73<br />

Boengkaes, F. (1902) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52<br />

Boer, B. (1926) schr.2.ovw 12-04-1948 Curaçao W 7<br />

Boer, D. de (1895) mdr LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Boer, E. den (1904) marn.1 29-06-1943 Tomajo, Siam W 48<br />

Boer, G. de (1917) marn.1 02-05-1945 Makassar W 36<br />

Boer, G. de (1922) matr.2 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Boer, H.C. de (1917) marn.1 20-06-1945 Taihoku, Formosa W 50<br />

Boer, R. de (1915) ovl.2 09-11-1942 Hudson EW 912 MLD 52<br />

Boer, Th. de (1927) marn.2.ovw 21-07-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 63<br />

Boer, W. de (1918) matr.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3<br />

Boer, W. den (1920) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Boer, W.T. de (1928) marn.3.zm 18-01-1949 Mantoep, Oost-Java MARNS 147<br />

Boerman, F.A. (1896) aoomach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Boerman, J. (<strong>1939</strong>) vgmr.2.zm 11-02-1960 Leiden (MVKV) W 7<br />

Boers, C. (1919) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Boers, J. (1922) tdl.kplmarns.ovw 21-07-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 62<br />

Boesnar (1904) inh-kplkok 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

109


Boesterd, A.G. den (1910) ltz.1 24-02-1946 Batavia<br />

Boeve, D. (1918) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bogaert, E.A. van den (1920) ovl.3.kmr 11-01-1943 Hudson AM 863 MLD 54<br />

Bogers, Th.G. (1918) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bognetteau, C.K. (1897) oppmont 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Boidin, J.J. (1918) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Bok, M.A. (1907) sgtmach 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Bokma, J.K. (1907) kplschr 30-04-1945 Makassar W 36<br />

Bol, A.A.C. (1895) ova.1.kmr 30-12-1944 Eindhoven W 7<br />

Bol, H. (1916) stok.o/m 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56<br />

Bol, J.J. (1911) sgttpmr 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Bolk, M. (1913) sgttlg 25-10-1943 Mitchell FR 178 MLD 66<br />

Bolleman, G. (1920) tdl.kplmarns.ovw 18-03-1947 Lengkong, Oost-Java MARNS 89<br />

Bolleurs, H.A. (1919) sgtvgtlg 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 139<br />

Bolleurs, H.J.C.M. (1904) spr 16-03-1950 Malang W 138<br />

Bolluijt, Ph. (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bolte, J.B. (1916) vgmr.zm 26-06-1942 Hudson T 9435 MLD 48<br />

Bolte, J.F.W. (1900) kwmr 12-06-1943 Namajo, Siam W 48<br />

Bom, A. (1918) marn.2 02-12-1941 Hudson V 9036 MLD 21<br />

Bommezijn, J.L. (1920) ltz.2 27-01-1945 Northwood, VK W 9<br />

Bongers, H.W.F. (1925) elntmarns 19-09-1947 Grenden, Oost-Java MARNS 120<br />

Bonte, C.G. (1910) tlg.zm 02-07-1948 Blitar, Oost-Java W 9<br />

Bontius, G.H. (1928) sgtvgmr 02-01-1961 Dakota O 79 MLD 177<br />

Boogaard, J.J. van den (1921) lmatr 05-10-1944 Ginneken MARNS 17<br />

Boogaard, M. van den (1922) marn.3 04-10-1944 Rijsbergen MARNS 17<br />

Boogaart, P.C. (1912) {BK} btsm 07-09-1944 Mauthausen W 93<br />

Boogerman, M. (1909) sgtvsd 07-09-1944 Dakota C 47 DT941 MLD 103<br />

Boogert, J.A. van den (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Booij, J. (1919) snrsm 15-03-1942 Koepang, Timor W 27<br />

Bookelaar, J.J. (1918) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Boom, G. de (1916) stok.1 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Boom, G.J. van der (1907) ltz.3.kmr 10-02-1942 Fokker W 12 MLD 33<br />

Boon, P. (1919) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Boone, F.G. (1918) stok.2 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Boone, P. (1913) matr.2 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Boonen, J.H.M. (1925) {BK} tdl.sgtmarns.ovw 22-07-1946 Botokan, Oost-Java MARNS 64<br />

Booren, J.H. van den (1911) mil-matr-schr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Boots, H.J. (1918) sgtvl* 15-02-1944 Mitchell FL 194 MLD 75<br />

Bootsma, J. (1919) {VK} sgtzwnr.zm 02-05-1945 Achmer, Dtsl. MLD 120<br />

Booy, H.B. (1919) stok.2 08-12-1944 Brankassi, Siam W 48<br />

Bor, H.W. (1901) lds 30-11-1942 ss Nova Scotia OS 43<br />

Boreel, P.R. (1922) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Borg, J. (1904) kwmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Borking, J. (1903) matr.1 27-07-1945 Militair Hospitaal Den Haag W 9<br />

Born, A.A.M. (1920) elntmarns.kmr.tv 12-02-1946 Tankoeng, West-Java MARNS 32<br />

Born, D.H.J. (1918) sgtvgsch 09-02-1945 Mitchell FR 165 MLD 111<br />

Born, W. van den (1924) lloovl 30-08-1950 Firefly K 76 MLD 149<br />

110


Borsch, M. (1908) ltz.2.kmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Borst, J. (1881) matr-kok vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Borst, J.C. (1916) sgtgsmr 28-02-1942 Hr.Ms. Evertsen OS 31<br />

Bos, A.F. (1905) kplmach 15-12-1941 Hr.Ms O 16 OZD 5<br />

Bos, A.F. (1918) timmsm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Bos, H.J.H. (1928) marn.2 19-01-1948 Loemadjang, Oost-Java MARNS 132<br />

Bos, P. van den (1914) hofmsm 21-12-1943 Perth, Australië W 7<br />

Bos, P.H. (1924) marn.2.ovw 01-11-1948 Harderwijk W 10<br />

Bos, T.A. (1920) matr.1 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Bos, W.N. (1906) ltz.2.kmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Bosch, H. ten (1900) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bosch, I.J. van den (1917) ltz.2 26-07-1941 Liverpool, VK<br />

Bosch, J. (1910) bed.zm 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Bosch, J. (1916) schrsm 10-01-1944 Non Pladuk, Siam W 48<br />

Bosch, jhr. W.J.P. van den (1921) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Bosch, L. (1918) mil-o/m 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17<br />

Boshoven, Ch. (1921) stok.1 19-06-1946 Soemobito, Oost-Java W 130<br />

Bosma, F. (1919) tdl.kplmarns.ovw 13-11-1947 Soerabaja W 9<br />

Bosma, G. (1917) {BK} marn.1 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5<br />

Bosma, G.F.J. (1928) marn.3.zm 26-02-1949 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 154<br />

Bosma, H. (1929) tdl.kplmarns.zm 26-07-1949 Soegihan, Oost-Java MARNS 167<br />

Bosma, J. (1935) kplvgmr 10-09-1958 <strong>Marine</strong>r P 303 MLD 169<br />

Bosman, A. (1907) kpltpmr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Bosman, J.G. (1895) sgtmont kmr 12-05-1940 MVK Veere MLD 4<br />

Bosse, F. (1918) matr.1 24-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Bosselaar, J. (1906) matr.1 08-12-1941 Makassar W 9<br />

Bosselaar, W.C. (1896) stok. LW 15-05-1940 Hr.Ms. Motorloodsboot no. 1 MD 7<br />

Bossert, B.R. (1918) marn.3 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5<br />

Bosveld, J.H. (1892) smjr-stafmzkt 14-03-1945 Makassar W 36<br />

Bot, D. (1921) matr.3 14-05-1940 Hr.Ms. Johan Maurits v Nassau OS 9<br />

Bothof, R. (1903) matr.1 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3<br />

Bottema, J. (1913) {BL} ltz.2.kmr.tv 17-12-1944 Wormerveer W 99<br />

Bouma, F. (1921) {(VK} ovl.2.kmr.tv* 19-08-1944 Mitchell FW 258 MLD 98<br />

Bouma, L. (1913) stok.o/m 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Bouma, L.W. (1903) lndst-matr-mont 06-09-1945 Fukuoka 6, Japan W 8, W 47<br />

Bouman, Ir. W.J. (1898) ltz.2.kmr.sd 13-05-1942 ms Brabant OS 37<br />

Bouman, J.T. (1919) matr.1 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Bouman, K.A.J. (1914) kwmr 19-02-1945 Neuengamme, DR W 108<br />

Boumann, A.H. (1909) mil-kplsnr/kw 07-09-1944 Non Pladuk, Siam W 48<br />

Boumans, H.G. (1909) matr.1 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11<br />

Bouquet, J. (1915) snrsm 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47<br />

Bousche, J.E. (1895) lndst-matr 02-09-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Boutmy, E. (1915) ltz.3.kmr 24-11-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Bouwens, J.L. (1907) matr.1.zm 19-12-1949 Sidoardjo, Oost-Java W 130<br />

Boven, J. van (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Boxman, C.A.A. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Braak, G.A. van der (1904) oppspr 03-12-1942 Colombo, Ceylon W 9<br />

111


Braakman, E.W. (1922) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Braam, G.H. (1918) tlgnm 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Braat, B.M.C. (1912) ltz.2 20-07-1943 Leusderheide W 61<br />

Braggaar, C.C. (1913) {BK} ltz.3.kmr.sd 07-09-1944 Mauthausen W 88<br />

Brakel, H. van (1907) ltz.2.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Brandenburg, L.C. (1910) sgtvgmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Brandenburg, P. (1895) lndst-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Brandon, J.A. (1915) mil-matr 14-09-1942 Makassar (NEFIS Lion) W 43<br />

Brands, A. (1909) kplmont 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Brandsma, Ph. (1942) matr.1 16-09-1960 Den Helder<br />

Brandsma, W. (1915) bed.1.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Brandt, W.J. (1920) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Brandt, W.J. (1920) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms Java OS 29<br />

Brasser, J.M.W. (1912) analiste KM 22-02-1942 Hr.Ms. Op ten Noort OS 25<br />

Brasser, L.P. (1920) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Brasser, W.F. (1917) stok.2.zm 02-01-1942 ss Langkoeas OS 18<br />

Braun, P.Ch.A. (1909) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java (vermoedelijk) OS 29<br />

Brederode, P.J. (1900) lndst-sgtvsd 09-08-1945 Kamaichi, Japan W 47<br />

Bree, R.J. (1911) mil-sgtmach 11-02-1945 Hitachi, Japan W 47<br />

Breebaart, J.J.J. (1899) sgttpmr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Breedveld, J. (1906) stok. vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13<br />

Breel, M. (1905) btsm 22-08-1942 CBZ Soerabaja W 9<br />

Breen, M.H. van (1926) adbvl.1 15-07-1949 Firefly K 69 MLD 144<br />

Breepoel, A. (1919) matr.1 14-02-1942 Falkirk, Schotland OZD 10<br />

Breeschoten, A. (1917) montsm 25-12-1941 K XVI OZD 9<br />

Breeuwsma, L. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Brehm, J.L. (1930) matr.2 05-06-1949 Vermist, Straat Berhala KVD 12<br />

Breij, H. de (1918) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Brekelmans, Chr.A. (1916) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bremmer, A. (1905) sgtkok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bres, R. de (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bresser, H.J. (1917) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bretoniere, E.M. de la (1915) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Breugel, L. van (1923) stok.3.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Breukelen, A. van (1902) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Briemen, J.Th. van (1919) kplknst 27-07-1944 Hr.Ms. MTB 418 MTB 5<br />

Brienne, J. (1911) kplhofm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Briet, B.O. (1912) mil-matr-snr/kw 28-02-1942 Pamanoekan, West-Java W 23<br />

Brink, B.J. ten (1904) ltz.1 06-08-1942 Kesiler, Oost-Java W 11<br />

Brink, G. van den (1915) stok.o/m 10-05-1940 Hr.Ms. Van Galen OS 1<br />

Brink, L. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Brink, M.L. van den (1923) arovl 18-05-1945 Seafury F 588 MLD 121<br />

Brinkman, P. (1914) stok.o/m 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Brocx, B. (1918) ltz.2 01-12-1944 Batavia (NEFIS Tiger II) W 98<br />

Broeders, P.C.A. (1915) stok.o/m 24-1201941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Broek, A.C.P. van de (1906) sgtmach 04-05-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Broek, A.L.M. van den (1911) sgtvl* 30-05-1942 Hudson V 9122 MLD 47<br />

112


Broek, C. van den (1907) kplmarns 12-03-1945 Rotterdam MARNS 27<br />

Broek, G.H. van den (1919) stok.o/m.zm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Broekman, Th.F.M. (1922) kplmach.ovw 01-04-1947 Nijmegen, Militair Hospitaal W 10<br />

Broer, W. (1912) kplmont 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Broere, A. (1895) omsd.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Broere, C. (1906) kplbott 15-05-1940 Hr.Ms Hydra MD 8<br />

Broere, J. (1900) kplklmr 17-07-1943 Ludwigburg, DR W 12<br />

Broers, T.J. (1903) ltz.2.kmr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Brogtrop, F.C.M. (1919) sgtzwnr* 18-05-1944 Hellcat MLD 84<br />

Brokaar, G. (1911) kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Brokken, J.F.A. (1925) tdl.kplmarns.ovw 07-11-1946 Soerabaja W 7<br />

Bromlewe, J.C. (1912) kpltpmr 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Bron, H. (1916) montsm 12-02-1944 Kuye, Siam W 48<br />

Bron, K.G. (1897) {BK} ltz.1.kmr.tit. 10-05-1944 Natzweiler, DR W 81<br />

Bron, R. van den (1925) adsvgtlg 29-03-1943 Morpeth, VK MLD 56<br />

Bronke, M. (1901) kplmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Bronsdijk, H. (1918) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Bronsted, S. (1922) mil-matr-tlg 11-12-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Bronswijk, F.J. van (1907) lndst-kwmr 02-01-1943 Batavia W 11<br />

Broodman, C. (1908) sgtmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Broos, W. (1900) spr 03-02-1945 Dachau, DR W 106<br />

Brouwer, A. (1923) ltz.3 27-12-1949 Soerabaja W 7<br />

Brouwer, A.J. (1927) marn.2.zm 08-12-1948 Djatiroto, Oost-Java W 9<br />

Brouwer, F.H.A. (1936) ltz.2 02-05-1960 Cadzand (MOD) MD 33<br />

Brouwer, H. (1922) pijper 3 15-04-1945 Murmerwoude, Fr MARNS 28<br />

Brouwer, M.N.A. (1922) kplvgmr 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 139<br />

Brouwer, R. (1906) {BK} majmont 27-02-1942 Hr.Ms.Java OS 29<br />

Brouwer, W.R. (1925) lmatr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Brouwers, J.A.F. (1923) kplvgsch 29-07-1944 Mitchell FR 158 MLD 94<br />

Brouwers, J.S. (1918) mil-matr-tlg 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Bruggen van Beek, J.P.T. van (1911) kplmach 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Bruggen, T. van (1897) kplmach 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Bruggink, J. (1924) tdl.kplmarns.ovw 05-08-1947 Djember, Oost-Java MARNS 104<br />

Bruhns, J.F. (1922) mil-matr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Bruijn, C. (1921) mil-sgtvgsch 15-06-1944 ss Hoegh Silverdawn OS 50<br />

Bruijn, F.A. de (1906) lndst-matr-tlg 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bruijn, G. de (1904) sgttlg 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Bruijn, J. de (1922) matr.2 10-02-1944 Ludwigsburg, DR W 12<br />

Bruijn, L. (1914) {BK} kplmont 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Bruin, A.A. de (1929) kplvgmr 12-08-1957 <strong>Marine</strong>r P 312 MLD 166<br />

Bruin, A.T. (1909) kplmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Bruin, B.C. de (1898) aoomach 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Bruin, D. de (1930) barb.1 31-01-1949 MVKM Soerabaja W 7<br />

Bruin, S. (1928) sgtv 10-06-1959 <strong>Marine</strong>r P 306 MLD 171<br />

Bruin, W. de (1929) matr.3 31-01-1949 Semarang W 9<br />

Bruinenberg, J. (1921) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bruines, A.H. (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

113


Bruinhout, Ch. (1919) vgmrsm 26-12-1941 Dornier X 11 MLD 24<br />

Bruinink, J.E. (1900) majtpmr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Bruins, W.A. (1915) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bruinsma, D. (1918) tlgnm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Bruinsma, M.K. (1922) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Bruinsma, W. (1926) marn.3.zm 21-07-1947 Pandakan, Oost-Java W 7<br />

Bruist, D.F.J. (1937) schr.3 03-01-1955 Hilversum<br />

Brummelen, H. van (1917) stok.1.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Bruna, F. (1905) kplzvpl 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Bruning, J.H. (1920) mil-matr-vgmr 03-02-1942 MVKM Soerabaja MLD 31<br />

Bruno, J.J. (1896) hvlam 24-06-1946 Makassar W 7<br />

Brunott, W. (1922) tdl.kplmarns.ovw 06-11-1946 Soerabaja MARNS 78<br />

Bruns, W.H. (1928) vgmr.bp.1 24-04-1952 Sea Otter R 6 MLD 153<br />

Brunsting, Th. (1910) kltz 15-10-1954 Manus eiland, Australië W 9<br />

Brunt, J. (1924) lmatr 05-03-1942 <strong>Marine</strong>bataljon, Oost-Java MARNS 9<br />

Bruring, C.A. (1916) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Brusselman, D. (1906) btsm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Büchner, L.A. (1918) marn.1 20-07-1943 Takanun, Siam W 48<br />

Buck, C. de (1920) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Bueno de Mesquita, E. (1905) ltz.2.kmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Buijnink, C. (1918) tlgnm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Buijnink, P. (1911) smjrvl 30-05-1942 Hudson V 9122 MLD 47<br />

Buijs, A.A. (1905) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Buijs, A.A. (1926) marn.1.zm 20-04-1949 Kaliklero, Oost-Java MARNS 164<br />

Buijs, A.M. (1916) matr.1 22-06-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Buijs, C.M. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Buijs, J. (1919) matr.zm 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Buijs, J.A. (1912) omsd.2 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Buijze, A.J. (1899) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Buijze, W. (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Buikes, J.J.H. (1903) sgtvgmr 11-05-1942 Sachsenhausen, DR MLD 44<br />

Buikhuijsen, L. (1909) ltz.2.kmr.sd 22-06-1943 Hlapauk, Burma W 48<br />

Buis, D.J. (1919) matr.3 12-04-1945 Laren W 120<br />

Buis, J.W. (1901) lds 17-05-1940 Terneuzen W 3<br />

Buiskool, H.F. (1920) ovl.2.kmr.tv* 13-02-1944 Mitchel (Peterhead, VK) MLD 74<br />

Buitenhuis, N. (1920) matr.1 13-03-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 11<br />

Bukkens, J. (1916) {BK} ozwnr.2.kmr.tv* 06-09-1944 Mauthausen MLD 103<br />

Bulham, A.E. (1922) mil-stok 15-02-1942 Hr.Ms. Pro Patria MD 13<br />

Buman, Th. (1919) mil-stok 14-05-1944 Tarakan, Borneo W 11<br />

Buning, J.J. (1923) ovl.3.kmr.tv 03-02-1945 Lancaster PA 158 MLD 110<br />

Bunschoten, J. (1919) stok.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Buntinx, L.H. (1927) tdl.sgtmarns.ovw 27-07-1947 Ardjosari, Oost-Java MARNS 96<br />

Burchartz, H.H.J. (1909) lndst-matr 26-08-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Buren Lensinck, J.W. van (1914) ltz.2.kmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Buren, P. van (1917) marn.1 08-03-1942 Sidoardjo, Oost-Java MARNS 11<br />

Burg, J. van den (1920) matr.1 03-09-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Burg, P. van den (1920) matr.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

114


Burgh, D. van der (1910) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Burgh, G.J. van der (1919) mil-matr 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Burghardt, J.T. (1918) mil-kpltlg 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Burghout, M. (1917) kplmarns 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58<br />

Burik, P.W.F. van (1916) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Busschere, J.H. de (1921) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Busselaar, W.J.G. (1908) mil-matr 10-11-1944 Bangkong, Semarang W 11<br />

Bussemaker, A.J. (1900) {RMWO} ltz.1 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Bussink,L. (1918) kplmarns 23-04-1948 Utrecht W 10<br />

But, J. (1916) kpltlg 26-06-1942 Hudson T 9435 MLD 48<br />

Butteweg, D. (1920) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Buur, A. (1909) mil-matr-tlg 25-08-1943 Phadong, Burma W 48<br />

Buurmeester, C. (1909) kplzvpl 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Buytelaar, J.C. (1915) sgtmarns 25-10-1944 Hilvarenbeek (Pr.Irene Brigade) MARNS 21<br />

Cadot, A.F.J. (1920) stok.3 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Cadot, J.J.A. (1914) kpltpmr 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Cadsand, A. van (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Calame, A.H. (1922) matr.3 15-03-1942 Tjilatjap W 11<br />

Callaars, J.H.G. (1928) dpl.huzaar 28-12-1948 Mantingen, Oost-Java MARNS 138<br />

Camerik, E.W.C. (1912) mil-matr-zvpl 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Camerling, H.F. (1910) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Campert, H.M. (1904) mil-matr-snr/kw 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Camps, H.J.L. (1923) marn.2.ovw 11-07-1946 Gedangan, Oost-Java MARNS 58<br />

Captain, J.M. (1922) mil-matr-snr/kw 02-02-1944 Non Pladuk, Siam W 48<br />

Captijn, J.A.R.C. (1917) ova.2 05-08-1947 Volkel W 7<br />

Cardozo, I. (1908) zvpl.2.ovw 26-03-1947 Malino, Celebes W 7<br />

Carels, B.E. (1921) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Caris, H.A.M. (1926) marn.3.zm 22-07-1947 Soerabaja MARNS 94<br />

Carli, A.F.A. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Carp, A.J. (1908) mil-stok 15-12-1944 Bodjonegoro, Oost-Java W 100<br />

Casand, W.C.C. van (1919) {BL} mil-matr-snr/kw 13-06-1943 Kinsayok, Siam W 48<br />

Cate, J. ten (1916) lmatr-vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Cattenburgch, W.O. (1915) marn.2 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10<br />

Cattij, H.R. (1915) inh-matr.1 25-02-1944 Japans zeetransport OS 54<br />

Cayaux, H.A. (1918) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Ceuninck van Capelle, H.L. de (1927) mil-matr 17-09-1946 Kedemean, Oost-Java MARNS 72<br />

Ceuster, J.A. de (1928) marn.2.zm 20-09-1949 Dander, Oost-Java W 7<br />

Challik, D.Th (1920) ltzv.1.kmr.ov 24-10-1955 Seafury J 8 MLD 162<br />

Chamin (1920) inh-matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Charmes, J.G. (1896) homsd.2 29-03-1944 Curaçao W 9<br />

Charon de St.Germain, G. de (1925) sgtvgmr 10-09-1958 <strong>Marine</strong>r P 303 MLD 169<br />

Château, E.H. (1915) snrsm 30-08-1941 Hudson V 9063 MLD 18<br />

Chatelain, A.J.I. (1914) mil-matr 31-12-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Chatelin, C. (1918) matr.1 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16<br />

Chattelin, F.A.T. de (1916) mil-matr-tlg 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Chisholm, O.A. (1915) ord.signalman.RN 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Chömpff, J.M.L.I. (1904) {RMWO} ltz.1 24-02-1942 Noesa Penida OS 23<br />

115


Chrisholm telegraphist RN 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Christern, M.W.D. (1922) lloovl* 07-10-1946 Firefly F 15 MLD 131<br />

Christiaansen, J.J. (1919) kplknst 14-08-1946 Tandjong Priok (MOD) MD 26<br />

Christiani, K.L. (1907) mil-matr-tpmr 19-11-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Cijs, P. (1916) matr.1 11-01-1942 Hr. Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Cijvat, L. (1926) btsm 20-01-1960 Hr.Ms. Giethoorn MD 32<br />

Cingel, W. van der (1918) matr.2 31-05-1942 Makassar W 36<br />

Claassen, A.H. (1913) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Clarisse, H. (1916) marn.1 08-03-1942 Sidoardjo, Oost-Java MARNS 11<br />

Clark, Th.A. (1922) mil-matr 13-01-1944 Non Pladuk, Siam W 48<br />

Claudius, J.H. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Claus, H. (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms De Ruyter OS 28<br />

Clay, Mr. J.M.P. (1911) ozwnr.2.kmr 29-07-1944 Mitchell FR 158 MLD 94<br />

Clemenkowff, C.C. (1907) sgttpmr 21-10-1946 Menado (MOD) MD 27<br />

Clement, C.A. (1898) sgtmarns 01-08-1943 Altengrabow, DR W 12<br />

Clignett, P.C.J. (1906) ltz.2.kmr.ov 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Cloesmeijer, J.H. (1916) kplvgtlg 27-01-1943 Hudson EW 919 MLD 55<br />

Cloo, U. (1916) tdl.smjrmarns 10-01-1949 Soko, Oost-Java MARNS 143<br />

Cobben, C.J. (1914) mil-matr 06-03-1945 Bandjermasin, Borneo W 11<br />

Coblens, N. (1919) matr.2 10-05-1943 Phadong, Burma W 48<br />

Cobussen, R. (1912) kplmach 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Coenders, F.P.L. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Coenraad, A.L. (1936) vgmrknst 25-02-1960 Avenger A 20 MLD 175<br />

Coenraad, E.W. (1917) ll.vgmr 16-02-1943 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Coenraad, F.H. (1919) mil-matr-schr 24-08-1945 Hsiao-Ling, Hainan W 8 (W 71)<br />

Cohen, E.C. (1923) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Colbier, A.E. van (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Coldenhoff, V. (1924) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Colijn, J.G. (1919) ltz.3 03-03-1942 Vermist OS 31<br />

Colin, D.E. (1915) mil-stok 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58<br />

Collins, H.R.D. (1919) supply PO RN 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Combe, A. de la (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Commelin, D. (1906) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Conijn, F.P. (1922) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Consemulder, A.G. (1912) mil-o/m 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47<br />

Cooke, R.A. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Coolhaas, J.H. (1887) kltz.tit.kmr 27-03-1947 Alkmaar W 135<br />

Coomans, L.G. (1913) ovl.3.kmr 01-10-1942 Brooks, Texas MLD 42<br />

Coone, J.D. (1915) sgtmach 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Cooten, J. van (1916) kplschr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Copier, A.A. (1924) vgmr.3.ovw 28-02-1947 Hospital Cromer, Norfolk (VK) W 9<br />

Corbet, A.E. (1913) mil-stok 29-03-1943 Hindato, Siam W 48<br />

Corbet, E.N. (1921) mil-stok 29-07-1942 Samarinda, Borneo KVD 6<br />

Cordes, F.J. (1929) tdl.kplmarns 04-09-1949 Djatirogo, Oost-Java MARNS 167<br />

Cordesius, L.J.C. (1904) ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Cordesius, Th.F. (1909) mil-matr 22-11-1943 Tarakan, Borneo W 11<br />

Cornelis, J.C. (1893) kltz 09-03-1944 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

116


Cornelissen, M. (1916) marn.2.ovw 19-07-1946 Soerabaja MARNS 61<br />

Corporaal, B. (1921) kplvgtlg 11-01-1943 Hudson AM 863 MLD 54<br />

Corstanje, N. (1919) ll.oovl 28-10-1944 Scheveningen MLD 104<br />

Corte, J.P.A. (1909) mil-matr 08-03-1942 Vermist NOI W 26<br />

Costa, J. da esd 12-1949 Soerabaja MARNS 170<br />

Costa, S. da (1908) inh-matr-bott 27-02-1942 Hr.Ms.De Ruyter OS 28<br />

Coterlet, H.Th. van der (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Couten Piccard Wieringa, J.G. van (1915) ltz.2 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Cox, J.P. (1910) sgtvgmr 10-07-1945 Kamaichi, Japan W 47<br />

Cramer Bornemann, H. (1920) mil-stok 05-03-1942 <strong>Marine</strong>bataljon MARNS 9<br />

Cramer, C.G. (1910) mil-matr-snr/kw 18-08-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 8<br />

Cramer, J.J. (1917) mil-matr 24-08-1946 Makassar W 7<br />

Cramer, J.J.M. (1920) mil-matr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Cremer, A. (1907) mil-sgtsnr/kw 10-11-1943 Liang, Ambon W 11<br />

Cress, A. (1920) mil-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Croes, K.H. (1922) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Crousen, J.J.G.M. (1926) marn.3.zm 30-10-1947 Bondowoso, Oost-Java MARNS 123<br />

Crucq, W. (1916) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Cruijff, R. (1923) tdl.kplmarns.ovw 16-12-1946 Soerabaja W 9<br />

Cuijpers, F.H. (1918) stok.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Cupido, A. (1901) majmach 21-08-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Daalhuizen, W. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dael, A.C. van (1932) matr.2 27-01-1955 Hr.Ms. Walrus OZD 22<br />

Dael, D. (1913) inh-kplmzkt 24-12-1944 Banjoewangi, Oost-Java W 102<br />

Dahler, A. (1913) mil-kplvgmr 04-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Dalen, H. van (1911) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dalidjo (1918) inh-stok.o/m 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Dalijo (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Daliman (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Dalmijn, W.F.L. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Daloegoe, J. (1897) inh-matr.1 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Dam, A.G. van (1908) mil-matr-tlg 24-10-1943 Swordfish LS 398 MLD 65<br />

Dam, E.K. van ovl.2.kmr.tv 11-02-1946 Albacore MLD 128<br />

Dam, H. van (1918) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dam, J.G. van (1922) marn.2.ovw 29-12-1946 Soerabaja W 7<br />

Dam, J.W. van (1907) kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dam, M.A. van (1901) majmont 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Dam, P.J.E. van (1922) kplvgsch 13-01-1945 Mitchell FW 227 MLD 109<br />

Dam, Th. (1908) kplknst 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Damme, J.J. van (1908) mil-matr 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56<br />

Damwijk, A. (1915) mil-stok 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10<br />

Damwijk, B.R. (1918) vgmrsm 11-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26<br />

Dani (1919) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Daniëls, A.J. (1902) ovl.2 30-08-1945 Dakota KJ 974 MLD 126<br />

Daniëls, G.A. (1904) lndst-matr 09-09-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Dankelman, T.B. (1919) matr.1 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Dankmeijer, Th. (1923) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

117


Dantz, O.C.F. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Darga (1924) inh-bed 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Darmadi (1921) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dartel, A.A.H. van (1920) tdl.kplmarns.ovw 23-07-1946 Betro, Oost-Java MARNS 65<br />

Dasijo (1923) inh-bed 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Davelaar, G. (1909) kpltpmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

David, D.C. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Davids, R. (1916) kpltlg 13-02-1943 Cairns, Australië OZD 16<br />

Davidse, A. (1904) btsm 20-09-1943 Hindato, Siam W 48<br />

Davidson, J. (1917) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Davidsz, G.F. (1916) mil-matr 29-07-1943 Hindato, Siam W 48<br />

Deben, G.L. (1921) matr.2.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Deege, L.C. (1916) schnmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Deeleman, P.L. (1920) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Deen, K. (1916) ltz.2.kmr 30-08-1941 Hudson V 9063 MLD 18<br />

Deen, V.M. (1912) matr.3.zm 12-05-1940 MVK Veere MLD 4<br />

Degenaars, L. (1914) mil-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Dehn, A.H.G. van (1909) mil-kplmach 13-02-1944 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Deinse, G.F. van (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Dekker, A.G. (1911) tdl.sgtmarns 18-03-1947 Modjokerto, Oost-Java MARNS 89<br />

Dekker, H. (1918) marn.2 26-12-1943 Non Pladuk, Siam W 48<br />

Dekker, J. (1903) spr 05-05-1944 Nakhonpathon, Siam W 48<br />

Dekker, J. (1927) stok.3 07-08-1947 Hr.Ms. Karel Doorman W 7<br />

Dekker, J.A.H. (1903) stok.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Dekker, J.M. (1908) kplkok.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Dekker, J.Th. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dekker, L. (1934) ltz.2 06-11-1957 Seahawk F 53 MLD 166<br />

Dekker, P. (1928) ltz.3 14-10-1952 Firefly F 6 MLD 156<br />

Dekker, P.C. (1930) matr.3 15-01-1948 Batavia W 7<br />

Dekker, S. (1921) stok.3 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Dekkers, C.A. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dekkers, J. (1920) vgmrsm 29-12-1941 Dornier X 15 MLD 25<br />

Dekkers, Z.W.C. (1916) sgtvsd.zm 20-10-1943 Mitchell (Banbury, VK) MLD 64<br />

Delahaya, S. (1919) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Delden, M. van (1919) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Delft, D.C. van (1927) tdl.kplmarns.zm 26-02-1949 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 154<br />

Delft, G. van (1916) stok.o/m 05-09-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 8 (W72)<br />

Delmaar, R.R. (1910) mil-matr-tlg 13-11-1943 Phadong, Burma W 48<br />

Delver, J. (1901) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Derksen, J.Th.M. (1935) marn.3.zm 13-03-1956 Remoe, NNG W 7<br />

Desmet, C.J. (1919) llvgmr 12-02-1945 Makassar W 36<br />

Deswijzen, J. (1920) kplvsd.kmr.tv 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136<br />

Deug, L.F. (1920) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Deugd, A. de (1918) knstsm 29-12-1943 Thambyazayat, Burma W 48<br />

Deurloo, L.J. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Deursen, P.J. van (1914) stok.2.zm 14-05-1940 Dordrecht W 1<br />

Deutekom, G. (1927) marn.3.ovw 03-11-1946 Sawohtjangkring, Oost-Java MARNS 77<br />

118


Deventer, P.J. van (1919) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Dias, Ch.R. (1917) mil-matr 14-01-1944 Fukuoka 14, Japan W 47<br />

Diemel, C.F.M. (1914) tlgnm 06-06-1944 Bloemendaal W 83<br />

Dien, J. van de (1899) stok.o/m 01-07-1946 Modjokerto, Oost-Java W 8<br />

Dienaar, W. (1915) stok.2.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Dieren Bijvoet, A.J. van (1919) ovl.2.kmr.tv* 28-10-1943 Mitchell FR 174 MLD 67<br />

Dieters, H.J. (1902) hofmsm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Diets, A.C. (1909) sgtvgtlg 15-06-1943 ss Hoegh Silverdawn OS 50<br />

Diets, A.L. (1923) sgtvgtlg 09-02-1945 Mitchell FW 212 MLD 111<br />

Dijck, N.L. van (1917) mil-matr 29-06-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Dijk, A. Th. van (1919) knstsm 04-10-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Dijk, A. van (1914) sgtmarns 11-06-1946 Bergen op Zoom W 7<br />

Dijk, C. van (1905) sgtmont 24-06-1944 ss Tomohoku OS 56<br />

Dijk, D. van (1903) lndst-sgtsnr/kw 01-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Dijk, D. van (1918) stok.o/m 22-10-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Dijk, E.Ch. van (1916) mil-matr-schr 11-06-1945 Nakhonpathon, Siam W 48<br />

Dijk, F.H. (1904) mil-sgtvsd 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Dijk, F.H.J. van (1904) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dijk, G. van (1913) kplmarns 19-03-1945 Fukuoka 17, Japan W 47<br />

Dijk, IJ.P. van (1927) marn.1.ovw 21-11-1947 Soerabaja MARNS 129<br />

Dijk, J. van (1917) kplmach 19-02-1942 CBZ Soerabaja OS 22<br />

Dijk, P. van (1917) marn.1 07-05-1945 Makassar W 36<br />

Dijk, W.J. van (1919) vgmrsm 16-02-1941 MVKM Soerabaja W 7<br />

Dijkema, A. (1929) sgtvgmrknst 10-06-1959 <strong>Marine</strong>r P 306 MLD 171<br />

Dijkerman, G.J. (1911) ltz.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dijks, F. (1919) bed.2.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3<br />

Dijksma, G. (1922) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dijkstra, J. (1904) ltzsd.1.kmr 05-01-1947 Malino, Celebes W 9<br />

Dijkstra, J. (1921) matr.3 16-08-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 8 (W 36)<br />

Dikmans, M.H. (1916) kplvgmr 18-08-1945 Makassar W 8/W 36<br />

Dingemanse, P. (1909) kplbott 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Dings, L.C.L. (1902) kplbott 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Dingstee, F.H. van (1923) {BK} vgtlg 08-03-1942 Bantam, West-Java MLD 39<br />

Diran (1912) inh-kplstok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Dirkmaat, D.J. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Dirks, W.H. (1917) tdl.kaptmarns.kmr 04-06-1946 Samoiboeloe, Oost-Java MARNS 51<br />

Dirkzwager, H. (1897) majzvpl 17-02-1945 Halfweg W 107<br />

Ditmarsch, E. (1922) ovl.3.kmr.tv 13-02-1945 Spitfire IRK 892 MLD 112<br />

Dixhoorn, J. van (1919) matr.2 08-06-1942 Makassar W 36<br />

Djabar, Moh. (1909) inh-kplschr 27-02-1942 Hr.Ms. Java (vermoedelijk) OS 29<br />

Djajadi (1922) inh-bed 08-03-1942 Vermist, NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26<br />

Djakar (1909) inh-stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Djakaria Djokosoedarsono, D. (1920) inh-stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Djamin (1920) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Djasimin (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Djimoen (1910) inh-kpltlg 23-02-1942 Dornier X 21 MLD 36<br />

Djoemadi (1922) inh.stok.2 08-03-1942 Vermist, NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26<br />

119


Djoemadi alias Saiman (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Djojomonggolo, J. (1921) inh.stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Djojosoenowo, A. (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Djoko Oentoeng (1923) inh-ll.stok 24-02-1942 Soerabaja OS 22<br />

Dobbinga, C.W. (1898) {KV} sgttlg.tit 14-04-1945 Amsterdam W 121<br />

Dobson, W.C. (1915) ovl.2.kmr.tv* 08-06-1944 Mitchell FR 150 MLD 86<br />

Doeksen, T. (1911) sgtmont 26-02-1942 Hr.Ms. Java W 9<br />

Doelmadjit (1907) inh-bed 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Doelrachman, A. (1919) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Does, C.P.J.M. van der (1920) kok.2.zm 30-07-1943 Mitchell FR 144 MLD 61<br />

Dok, J. van (1887) stok. LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Dol, J. (1916) matr.1 17-02-1945 Halfweg W 107<br />

Dolder, F. van (1919) matr.1.zm 01-09-1944 Aylesford, VK W 9<br />

Dolman, J.D. (1911) ovl.2 02-12-1941 Hudson V 9036 MLD 21<br />

Dom, B.H. (1921) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dom, H.N.R. (1922) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dommelen, E.C. van (1886) mach.vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Dommelen, P.C. van (1927) marn.1.ovw 13-09-1947 Bandagan-Koelon, Oost-Java MARNS 117<br />

Dommers, W.C.H. (1902) ova.2.kmr 10-02-1942 Balikpapan, Borneo W 11<br />

Dongen, C. van (1922) lmatr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Dongen, C.A.D. van (1923) ovl.3 03-08-1944 Hellcat JV 178 MLD 95<br />

Donk, A.E. (1916) ovl.3.kmr 01-09-1944 Mitchell N5-214 MLD 100<br />

Donk, A.H.H. (1909) mil-matr-tlg 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Donk, J.J.M. van (1905) kplmach 24-05-1943 Haaren, NB W 57<br />

Donk, T. (1918) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Donkelaar, G.J. van (1932) sgtv 12-08-1957 <strong>Marine</strong>r P 312 MLD 165<br />

Donkelaar, J. van (1916) sgtvl 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 138<br />

Donker, G.H. (1912) ltz.2 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Donker, H.W. (1913) stok.o/m.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Donker, W.J.C. (1916) ltz.3.kmr 01-10-<strong>1939</strong> Hr.Ms Jan van Gelder MD 2<br />

Dons, J.M. (1913) btsm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Dool, H. van den (1912) mil-matr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Dooms, J.C. (1896) matr.vmr 12-05-1940 Hr.Ms. Luctor et Emergo OS 5<br />

Dooren, F.F. van (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Doorman, K.W.F.M. (1889) {RMWO3} sbn 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Doorn, A. van (1924) marva 3 kmrtv 16-09-1945 Arnemuiden W 7<br />

Doorn, R.H. van (1903) Sgttimm 14-05-1940 Hr.Ms. Johan Maurits v.Nassau OS 9<br />

Doornbos, L. (1907) marn.1 05-02-1945 Fukuoka, Japan W 47<br />

Doorne, J. van (1918) Kplmarns 07-03-1945 Maru-hospitaal, Japan W 47<br />

Doornik, J.G. (1911) mil-matr 29-07-1945 Bandjermasin, Borneo W 11<br />

Doornik, J.Th. (1923) mil-matr-tlg 25-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Doornweerd, Th.A. (1908) mil-matr-snr/kw 16-01-1944 Kamaichi, Japan W 47<br />

Dor, L.J. (1923) tdl.kplmarns.ovw 13-09-1947 Bandagan-Koelon, Oost-Java MARNS 118<br />

Dorant, J. (1926) marn.3.ovw 26-04-1946 Ketegan, Oost-Java W 7<br />

Dorland, B.W. van (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dorland, H.A.G. van (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dornseiff, H. (1913) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

120


Dorscheidt, G.A.M. (1928) tdl.kplmarns 01-05-1949 Soekaredjo, Oost-Java W 7<br />

Dort, C.J. van (1904) Btsm 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Dort, G.J.P. (1914) mil-sgtvsd 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Dortalina, J.L. (1922) matr.2 04-02-1946 Curaçao W 9<br />

Douw van der Krap, N.C.A. (1916) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Dreher, A.A. (1910) ovl.3.kmr 01-09-1944 Mitchell N5-214 MLD 99<br />

Dreise, W. (1925) tdl.kplmarns.ovw 08-09-1946 Soerabaja W 9<br />

Drenth, J. (1905) Kwmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Dreves, C.H.A. (1904) Sgttlg 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Drevijn, J.P.S. (1920) matr.1 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 OZD 6<br />

Drexhage, A.P. (1914) mont.2.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Driel, J. van (1924) kplvgsch.zm 13-01-1945 Mitchell FR 181 MLD 109<br />

Driel, T.A. van (1909) Sgtmont 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Drijdijk, M. (1918) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Drijsen, J. (1907) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Drijver, J. (1908) Lds 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Drijver, J. (1910) mil-o/m 15-06-1942 Batavia W 11<br />

Drijver, J. (1919) stok.o/m.zm 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Drinhuijzen, J.H. (1917) mil-matr-tlg 11-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26<br />

Droop, V. (1904) ovg.2.kmr 01-04-1942 Palembang, Sumatra OS 34<br />

Dubbeldam, G. (1903) Sgtmach 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Dubbeldam, P. (1919) matr.2.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Dubois, A. (1913) Sgtvl 14-11-1940 Dornier X 4 MLD 10<br />

Dudart, J.C. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dugro, F.D. (1920) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Duif, J. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Duijl, R.J.M. (1941) mach.1 18-01-<strong>1962</strong> Hr.Ms. Karel Doorman OS 78<br />

Duijndam, H.F. (1929) tdl.kplmarns 28-01-1949 Patjitan, Oost-Java MARNS 149<br />

Duijne, D. van (1919) sgtmach.zm 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v.Nassau OS 9<br />

Duijvelshoff, W.B. (1908) Kplmach 04-11-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Duijvenvoorde, L. van (1894) sgtmach.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Duin, G.C.L.M. (1941) marn.1.zm 16-09-1961 Manokwari, NNG MARNS 174<br />

Duin, P.B. (1909) Kwmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Duin, W. van (1928) marn.3.zm 26-02-1949 Banjoe Oerip, Oost-Java MARNS 154<br />

Duine, A. (1903) Sgtmach 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Dumas, C. (1922) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dumas, F. (1917) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Dumas, R. (1920) mil-stok 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47<br />

Dumont, H.W. (1901) lndst-matr 25-05-1943 Haroekoe W 11<br />

Dümürzük, M.A.F. (1899) lndst-matr 21-04-1944 Tokio, Japan W 47<br />

Dun, R.A.J. van (1914) matr.1 15-08-1943 Vlissingen W 64<br />

Dungen, F. van den (1918) matr.1 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Dupker, E.K.Th. (1917) mil-btsm 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Dupuij, H.J. (1899) Oppmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Duran, J. (1921) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Dussen, G. van der (1918) matr.1 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Dutrieux, A.M. (1919) mil-matr 01-06-1946 Makassar W 9<br />

121


Dutrieux, H. (1917) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Duuren, C. van (1928) marn.3.zm 20-03-1949 Kali Soerabaja MARNS 159<br />

Eck, W. van (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Eckeveld, C. van (1927) dpl.huzaar 28-12-1948 Mantingen, Oost-Java MARNS 138<br />

Edwards, C.A. (1921) mil-matr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Edwards, R. (1918) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Eeden, P.C. van den (1927) marn.1.ovw 15-11-1947 Soerabaja W 7<br />

Eekhout, J.W. (1918) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Eekman, H.W. (1912) stok.1.zm 16-06-1943 Dundee, VK W 7<br />

Eekman, P.G. (1916) Knstsm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Eelman, R. (1910) Sgtmach 19-03-1945 Fukuoka 17, Japan W 47<br />

Eenennaam, J.J. van (1904) Sgtzvpl 16-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Eenkooren, H. (1918) stok.2.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3<br />

Eerhard, F.C. (1893) Oppvgmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Eestermans, H.J. (1925) Esd 25-11-1946 Gedangan, Oost-Java MARNS 80<br />

Eeten, P. van (1900) ambt. ME 22-08-1942 KLM Parkiet MLD 49<br />

Egas, P. (1914) ltz.2.kmr.sd 29-04-1945 Shotley, Suffolk (VK) W 9<br />

Egberts, E.A. (1919) stok1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Eggink, H. (1918) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Egmond, A.W. van (1921) matr.1 29-03-1943 Morpeth, VK MLD 56<br />

Egter van Wissekerke, J.G. (1923) mil-kpltlg 15-02-1944 Mitchell FL 194 MLD 75<br />

Ehren, J.M. (1916) marn.1 27-09-1943 Takanun, Siam W 48<br />

Eijkhout, P. (1908) Sgttlg 07-01-1944 Fukuoka 3, Japan W 47<br />

Eijlers, D.F. (1924) marn.3.ovw 28-05-1946 Bringkang, Oost-Java MARNS 48<br />

Eijnde, E.F.N. op 't (1922) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Eijnde, J.A. van den (1921) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Eijnsbergen, H.J.J. van (1907) ltz.2.kmr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Eijnthoven, J.Ch. (1918) matr.1 18-02-1941 CBZ Soerabaja W 7<br />

Eijnwachter, J.C. (1899) ltz.2. (hfdwk GM) 18-04-1943 Osaka, Japan W 47<br />

Eijzinga, J.W. (1915) Kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Eikelenboom, T. (1908) Btsm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Eind, E. van 't (1920) ovl.2.kmr.tv* 30-07-1943 Mitchell FR 144 MLD 61<br />

Eindhoven, G. (1913) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Ekelenburg, J. van (1901) Majmont 13-10-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Ekels, A.H.W. (1916) mil-kwmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Ekeren, J. van (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Ekkebus, J.C. (1921) matr.2.snr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Ekkel, J. (1911) tdl.smjrmarns.ovw 28-09-1946 Soerabaja MARNS 74<br />

Eksam bin Moekamat (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Eksteen, K. (1926) tdl.kplmarns.zm 27-02-1949 Toeban-Babat, Oost-Java MARNS 155<br />

Eland, L. (1915) Kplmarns 06-02-1945 Rotterdam MARNS 24<br />

Elders, H.M. (1914) stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Eleveld, J. (1918) matr.1.tlg 13-03-1942 Pedada-baai OS 31<br />

Elias, A. (1909) Sgtkok 28-12-1942 Rangoon, Burma W 48<br />

Elink Schuurman, E.W.H. (1918) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Elkerbout, M.F. (1897) {BL} ovl.3. b.d. 05-09-1944 Vught MLD 101<br />

Ellerkamp, H.H.E.O. (1904) lndst-matr-schr 15-06-1944 Makassar W 36<br />

122


Elmensdorp, C.C. (1907) mil-o/m 10-10-1943 Maoemere, Flores W 11<br />

Elsen, A.M.J. van (1928) vgknst.1 08-09-1949 Soerabaja W 9<br />

Elshof, R.R. (1920) sgtadb.z 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Elshout, C.H. van den (1921) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Elst, A. (1918) matr.3 05-12-1941 Soerabaja<br />

Elst, J.D. van der (1909) Kpltlg 12-04-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72<br />

Elst, L. van der (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Elst, N.Ch. van der (1919) Tlgnm 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Elswijk, A.P. van (1908) Kplmont 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Emmen, A.H. (1915) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Emmens, H.L. (1917) marn.1 30-05-1942 Hudson V 9122 MLD 47<br />

Emmerik, B. van (1912) Sgtvgmr 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Emmerik, Th.W. van (1927) tdl.kplmarns.zm 07-03-1949 Lamongan, Oost-Java W 7<br />

Emondt, L.M. (1905) tdl.smjrmarns 25-04-1947 Soerabaja W 9<br />

Emous, Th.M. (1915) ozwnr.2.kmr.tv 09-02-1945 Mitchell FW 212 MLD 111<br />

Empel, H. van (1918) stok.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3<br />

Enak (1909) inh-kplmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

End, G. van den (1911) {BL} ltz.3.kmr 25-02-1942 Dornier X 17 MLD 37<br />

Ende, J.J. van den (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Engelhart, W.C. (1916) Kplmont 10-09-1944 Port Edgar, VK W 9<br />

Engels, P. (1921) Sgtvgtlg 08-06-1944 Mitchell FR 182 MLD 86<br />

Engelse, M.H.M. (1902) matr. LW 30-09-1943 "Croetzen" (Zandkreek) W 68<br />

Engka, M. inh-matr. GM 16-04-1942 Hr.Ms. Anna OS 35<br />

Engles, J. (1905) {BK} ltz.2.kmr 10-01-1942 Hr.Ms. Van Masdijn KVD 2<br />

Enk, H. van (1903) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Enkelaar, P.J. (1898) Kplkok 15-08-1945 Tjimahi, West-Java W 11<br />

Enting, H. (1899) majvgmr. 11-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Entrop, N. (1916) mil-matr-vgmr 14-09-1942 Makassar MLD 50<br />

Epke, G.A. (1911) mil-matr-schr 21-11-1942 Rangoon, Burma W 48<br />

Erkelens, H.A. (1920) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Es, G. van der (1902) Majtlg 14-11-1940 Dornier X 4 MLD 10<br />

Es, J. van (1910) zvpl.zm 19-03-1942 Colombo, Ceylon W 28<br />

Es, P.J. van (1924) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Es, W. van (1915) Kplvgmr 06-12-1941 Catalina Y 44 MLD 22<br />

Eschbach, A. (1917) marn.3 15-05-1941 CBZ Soerabaja W 9<br />

Eschels, W. van de (1924) zvpl.1 02-02-1953 Soerabaya (Miltaire Missie) W 7<br />

Espen, C.J.J. van (1903) Sgtmarns 10-05-1940 Rotterdam MARNS 2<br />

Essenberg, H. (1914) stok.o/m 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Esser, H. (1908) mil-matr 10-06-1943 Bondowoso, Oost-Java W 58<br />

Ester, D. (1912) stok.o/m.zm 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Evers, G.J. (1913) Sgtvl 04-01-1942 MVK Tondano, Celebes MLD 24<br />

Evers, J. (1919) ovl.3.kmr.tv 08-12-1943 Swordfish HS 274 MLD 69<br />

Evers, M. (1907) mil-kplsnr/kw 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Faas, G. (1921) matr.2 29-08-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Faas, H.J. Kplmarns 09-01-1949 Volkel W 7<br />

Faber, A.S. (1895) homsd.2.kmr 22-07-1943 Washington DC, VS W 9<br />

Faes, W.J.A. (1918) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

123


Fagel, J.A. (1917) matr.1 01-01-1941 Hr.Ms. Gruno, Londen. W 7<br />

Falize, M.Th. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Falkenberg, R.F. (1911) mil-matr 15-01-1942 Teloek Bajoer, Borneo KVD 2<br />

Farber, H.J. (1917) knstsm 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Fasol, P.N. (1915) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Feenstra, A. (1908) ltz.2.kmr.ov. 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Feenstra, A.W.P. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Feij, A. (1917) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Feij, D.P.C. (1914) 3e off GM 16-03-1942 Poelau Klappa MD 16<br />

Feil, J.F. (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Feleus, K.L. (1923) matr.2.kmr.tv 28-03-1947 Bergen op Zoom (MOD) W 7<br />

Feliksdal, Ch.B. (1901) marn.1 25-01-1943 ms Nortind OS 48<br />

Fenenga, Mr. R.A. (1907) mil-matr 25-10-1944 Tarakan, Borneo W 11<br />

Ferdinandus, Ch.J. (1923) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Fernhout, L.W. (1913) kplmach 15-08-1942 Hr.Ms MGB 46 MTB 2<br />

Ferouge, Th. (1910) kplzvpl.zm 06-03-1947 Soerabaja MARNS 87<br />

Ferweda, R. (1919) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Feu, C.F. le (1911) mil-matr 24-11-1945 Manilla W 8<br />

Feuth, T.A.J. (1916) marn.1 14-05-1940 Overschie MARNS 7<br />

Fial, J.H. (1924) marn.3 06-03-1942 Kertosono, <strong>Marine</strong>bataljon MARNS 10<br />

Filarski, J.D. (1912) matr.3.zm 07-09-1941 ss King Edwin W 7<br />

Fischer, C.E.E. (1913) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Fisser, H.E. de (1921) stok.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Fivet, H. (1919) matr.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Flem, P.W.P. (1911) mil-matr-tlg 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Flissinger, W.R. ltz.3 (3e wk GM) 28-02-1942 Hr.Ms. Reiger OS 30<br />

Flohr, A.E. (1919) matr.2 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Flohr, E.W. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Florentinus, P.J. (1908) mil-matr-zvpl 20-07-1945 Makassar W 36<br />

Floris, D. (1918) mil-matr-vgmr 18-12-1941 Dornier X 34 MLD 23<br />

Floris, J.N.S. (1907) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Floris, K. (1916) stok.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Fock, B.C. (1911) {BL} ltz.1 03-03-1942 Batavia OS 21<br />

Fokkens, G. (1922) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Fontaine, Joh. (1917) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Fontein, J.P. (1913) ltz.2.kmr 09-03-1942 Hr. Jan van Amstel MD 17<br />

Fowler, A.J. (1899) signalman RN 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Franciscus, H.G. (1923) inh-stok.1 05-12-1943 Arafoera Zee W 70<br />

Francke, J. (1902) matr.1 05-11-1941 CBZ Soerabaja W 9<br />

Frank, B.J. (1919) matr.2 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Franken, G.J. (1919) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Franken, J.F. (1920) matr.3 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16<br />

Franken, J.L. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Franken, W.G. (1916) ozwnr.3.kmr 01-09-1944 Mitchell N5-214 MLD 100<br />

Franken. J.A. (1921) matr.3 27-04-1945 Stuttgart, DR W 12<br />

Frans, O. (1902) inh-stok.o/m 08-10-1944 Padang, Sumatra OS 57<br />

Frans, W.J. (1920) stok.1 10-11-1944 Londen W 96<br />

124


Franse, H.J.N. (1916) stok. vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Franssen, C.A. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Fransz, W.J. (1923) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Franx, G. (1920) marn.3.ovw 21-06-1946 Grissee, Oost-Java MARNS 55<br />

Frederik, J.J. (1922) esd (tolk) 17-05-1946 Gedangan, Oost-Java MARNS 46<br />

Frederiksz, J.W. (1895) lndst-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Frijtag Drabbe, R.H.M.C. von (1912) elntmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Fritz, C.A. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Frowein, J.P. (1919) sgtvl.kmr* 18-08-1941 Hudson T 9413 MLD 17<br />

Fruling, W.L. (1917) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Fuhri, H.H.M. (1915) (BL) ltz.3 (2e off GM) 16-04-1942 Hr.Ms. Anna OS 35<br />

Fuik, R.J. (1917) mil-matr-schr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Furer, F.G. (1908) sgtmach 03-04-1942 Nijmegen W 30<br />

Furer, J.Th. (1910) kwmr 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11<br />

Furth, J. (1919) mil-matr-vgmr 19-06-1942 Melbourne, Australië W 7<br />

Ga, A.R. (1909) inh-matr-schr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Gaag, A.J. van der (1916) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Gaag, J.J. van der (1935) telefonist.3.zm 16-07-1957 KLM Constellation Neutron MLD 165<br />

Gaag, R.W.W.Th. van der (1915) mil-matr 15-01-1943 ss Nitimei Maru OS 47<br />

Gaast, F. van der (1911) kplmont 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24<br />

Gabel, B.H.Ph. (1922) ll.vgmr 23-11-1944 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Gabeler, C.N. (1923) sgtvgtlg 10-06-1959 <strong>Marine</strong>r P 306 MLD 171<br />

Gäbler, O.K.F. (1907) mil-matr-vgmr 03-05-1943 Fukuoka 15, Japan W 47<br />

Gadaen, E. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Galestien, A.J.S. (1916) ambt. ME 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136<br />

Garama, P.A. (1906) sgtmach 14-01-1945 Fukuoka 1 B, Japan W 47<br />

Garruthers, J. (1904) signalman RN 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Garsel, J. van (1912) marn.1 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5<br />

Garson, G. (1910) kplmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Garthoff, P.J.B. (1929) marn.3 02-04-1949 Dander, Oost-Java MARNS 160<br />

Gasper, F.C.H. (1921) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Gaspers, J.F. (1917) mil-matr-mont 09-08-1945 Kamaichi, Japan W 47<br />

Gast, T.J. de (1919) sgtvgtlg 27-01-1943 Hudson EW 919 MLD 55<br />

Geel, M.C. van (1917) kplgsmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Geen, Jhr. A. van (1903) {BL} ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Geenen, C.H. (1924) matr.3.zm 18-12-1944 Sydney, Australië W 9<br />

Geerse, M. (1915) kplzvpl.zm 13-10-1944 Londen OS 59<br />

Geerts, C.L. (1923) tdl.kplmarns.ovw 22-03-1947 Krian, Oost-Java MARNS 90<br />

Geertse, J. (1902) kwmr 23-02-1943 Rintin, Siam W 48<br />

Geertsema, G. (1920) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Geest, W. van der (1919) matr.2.kmr.tv 27-06-1947 Velsen MD 25<br />

Geeve, A.J. (1919) mil-matr-schr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Geiger, F.J. (1909) matr.2.zm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Geilvoet, J. (1914) stok.vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Gelder, A.P.L. de (1907) {BL} ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Gelder, J.A. de (1897) kltz 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Gelton, C. (1902) majknst 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58<br />

125


Gend, C.L. van (1917) matr.1 26-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Genderen, M. van (1906) mil-matr-mont 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Genet, C.M. (1918) matr.2 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Gentis, D.H. (1915) ovl.2.kmr.tv 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 139<br />

Geraedts, H.P.J. (1921) stok.o/m 13-10-1945 Perth, Australië W 7<br />

Gereke, C.W.J. (1899) lndst-matr 10-08-1944 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Gerrits, H.G. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Gerrits, L.G. (1921) marn.3 27-08-1941 Assen<br />

Gerritsen van de Hoop, B. (1919) matr.1 27-03-1944 Rintin, Siam W 48<br />

Gerritsen, A. (1925) matr.3.ovw 04-10-1948 Hr.Ms. Karel Doorman OS 68<br />

Gerritsen, F.W. (1889) oppspr (ha) 15-05-1943 Holyhead, VK W 9<br />

Gerritsen, H. (1914) kpltlg 20-05-1943 Soerabaja W 11<br />

Gestel, D. (1903) ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Geurts, J.W. (1903) sgtmarns 26-09-1944 Nijmegen MARNS 16<br />

Geurts, W.J. (1915) {VK} kplvgmr 25-02-1942 Dornier X 17 MLD 37<br />

Geus, A.J. de (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Geus, C. (1881) ambt. ME 01-03-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11<br />

Geuskens, M.W.J.M. (1912) ltz.2.kms.sd 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Geuze, M.A. (1926) ambt. ME 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136<br />

Ghent, A. van (1911) mil-stok 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Gheselle, H.J. de (1908) mil-matr 10-05-1945 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Gielen, C.G. (1913) tdl.sgtmarns 22-05-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 47<br />

Gier, J. de (1921) tdl.kplmarns 10-05-1946 Bringkang, Oost-Java MARNS 43<br />

Giesen, Th.J. (1925) marn.1.ovw 01-08-1947 Ngadas, Oost-Java MARNS 102<br />

Giessen, A.C. van der (1916) {BK} ltz.3.kmr.sd 10-06-1944 Haaren, NB W 84<br />

Gijzen, A.J. van (1907) matr.1. 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56<br />

Gilbert, G. (1920) telegraphist RN 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Gilden, P.A.M. (1918) matr.1 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Gill, K. (1911) mil-kwmr 06-08-1943 Tamarkan, Siam W 48<br />

Gillisen, H.J. (1919) matr.2 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Gils, P. van (1919) matr.2.zm 10-06-1944 Aylesford, VK W 9<br />

Giman (1918) inh.bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Ginkel, J.H. van (1916) ltz.2.kmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Gitz, J. (1929) tlg.2 19-12-1948 Hr.Ms. RP 130 KVD 11<br />

Gitz, P.C. (1896) oppspr 27-02-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 11<br />

Glas, A. (1904) matr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Glas, C. (1907) lndst-matr 28-02-1943 Rintin, Siam W 48<br />

Glas, G. (1917) matr.vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Glas, M. (1921) matr.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Glas, P. (1917) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Gligoor, R.V.E. (1911) mil-matr-schr 19-09-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Glopper, J.J.J. de (1896) mach. LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Gobee, J.H. (1918) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Goede, J.A. de (1922) mil-stok 21-10-1944 ss Maros Maru OS 60<br />

Goedeljee, R. (1915) mil-btsm 05-05-1945 Pangkalan Balei, Sumatra W 11<br />

Goedhart, J.F. (1899) ltz.1.kmr 15-08-1942 Laren W 40<br />

Goedhart, W. (1926) snr.2.ovw 16-07-1946 Colombo, Ceylon W 7<br />

126


Goedknegt, C. (1904) matr.vmr 31-08-1942 Hr.Ms. Libra MD 18<br />

Goedknegt, J. (1909) matr.vmr 27-01-1942 Hr.Ms. Eveline MD 12<br />

Goemari (1921) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Gogugu, M. (1910) inh-matr-mzkt 03-08-1945 Djombang, Oost-Java W 7<br />

Gommers, J.H.A. (1909) {VK} kplvgmr 14-07-1945 Kamaichi, Japan W 47<br />

Gommers, W.J.R. (1903) sgttpmr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Gonggrijp, F.R.L. (1908) ltz.1 27-06-1941 CBZ Soerabaja W 9<br />

Gontha, C.B. (1913) mil-sgtvgtlg 04-01-1944 Mitchell N5-137 MLD 72<br />

Goos, J.J. (1916) kpltpmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Goossens, Ch. (1909) mil-matr 04-11-1945 Manilla W 8<br />

Goossens, G.J. (1928) marn.3 15-12-1947 Soerabaja W 7<br />

Goossens, H.E.J.M. (1924) ltzv.2.oc 16-07-1957 KLM Constellation Neutron MLD 165<br />

Goot, R. van de (1920) matr.1 26-08-1945 Singapore W 8<br />

Gorkum, J.P. van (1909) mil-kplzvpl 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Görs, M.T.H. (1920) mil-matr 03-08-1945 Palembang W 11<br />

Gorter, F.J. (1904) ltz.3.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Goshawk, T. (1917) ord.seaman RN 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Gossije, W.H. (1920) matr.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Goudschaal, J.B. (1905) ltz.2.kmr 28-07-1945 Hainan W 71<br />

Gouverneur, J.J.E. (1907) omsd.2.kmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Govers, W.G. (1927) marn.2.zm 09-04-1949 Montongsekar, Oost-Java MARNS 161<br />

Graaf, A. van de (1914) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Graaf, H.A. van der (1907) btsm 21-04-1941 CBZ Soerabaja W 9<br />

Graaf, J. de (1913) mil-sgtvgmr 11-01-1943 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Graaf, J. van der (1920) matr.2.snr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Graaf, J.H. de (1917) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Graaff, A. de (1881) spr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Graaff, C.J. van der (1903) ovl.1 26-06-1942 Hudson T 9435 MLD 48<br />

Graaff, D.J. de (1896) oppspr 11-10-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Graaff, H. van den (1915) kpltimm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Graaff, J. de (1909) kplhofm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Grand, J.A. de (1900) majmach 13-03-1945 Makassar W 36<br />

Gras, J. (1906) sgtmach 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaja OS 22<br />

Grashoff, C. (1917) ltz.2.kmr.ov 22-03-1947 Batavia W 7<br />

Grave, J.P. de (1917) mil-kplmach 24-09-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Grave, Th.P. (1919) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Gravemade, H.M. s'- (1918) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Graven, W.P. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Gravendeel, G. (1919) matr.1 30-04-1945 Tarakan, Borneo W 124<br />

Greeff, P.J.L. de (1922) elntmarns 19-09-1947 Djember MARNS 119<br />

Greener, C. (1922) telegraphist RN 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Gregorius, J.F. (1895) lndst-matr 24-08-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Gregorowitsch, S.H.J. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Greswell, B.E. (1917) lieutenant RN 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Griffioen, M. (1921) sgtvl.zm 08-07-1945 Liberator KH 296 MLD 123<br />

Grillet, M.P. (1920) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Grimberg, G.A.W. (1905) omsd.1 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

127


Grimmon, F. (1921) ozwnr.2.kmr.tv 21-07-1948 Mitchell A 21 MLD 139<br />

Grinsven, H.J. van (1927) marn.2.ovw 31-08-1947 Soerabaja W 7<br />

Groen, A.J.W. van der (1923) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Groen, H. (1908) kplmach 23-07-1940 CBZ Soerabaja W 9<br />

Groen, J. (1912) kplmach 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24<br />

Groen, P. (1901) matr.1.snr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Groen, P. 1894 matr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms Caroline MD 10<br />

Groen, S. matr.3.zm 15-03-1942<br />

Groen, S. (1916) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Groen, W.J. (1900) oppmont 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Groendijk, A.C. (1908) kpltpmr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Groenendaal, G.E.J. (1909) {BK} omsd.2 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Groenendaal, P.J. (1899) ltz.2.kmr.sd 17-10-1945 Semarang W 130<br />

Groenendijk, A.N.J. (1920) matr.3 12-08-1942 Sachsenhausen W 39<br />

Groeneveld, J. (1898) sgtmach.vmr 17-05-1942 Milford Haven, VK W 9<br />

Groenewold, J. (1917) snrsm 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Groenewoud, J. (1913) matr.1.zm 23-05-1945 Kirn, Duitsland W 126<br />

Groenhuijzen, L. (1904) majtpmr 15-11-1942 Fukuoka 2, Japan W 47<br />

Groesen, J.A.G. van (1922) tlntmarns 16-06-1947 Soerabaja MARNS 92<br />

Grollé, A. (1903) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms.De Ruyter OS 28<br />

Gröllers, H.J. (1902) ltz.2.tit (hvm.2) 11-01-1942 Menado W 16<br />

Grondelle, B. van (1895) majvgmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Groot, A.J. de (1920) sgtvgtlg 29-05-1947 Avro Anson (Gilze Rijen) MLD 136<br />

Groot, C. de (1907) btsm 01-12-1940 Hr.Ms. Douwe Aukes MD 9<br />

Groot, E. de (1919) stok.o/m 15-12-1944 Motoyama, Hitachi (Japan) W 47<br />

Groot, G.C. de (1927) marn.3.zm 04-11-1947 Tjoemalang, Oost-Java MARNS 125<br />

Groot, H. de (1906) btsm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Groot, J. de (1931) vgmr.1 28-12-1950 Catalina P 82 MLD 150<br />

Groot, J.B. de (1915) ova.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Groot, J.Th. de (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Groot, L. de (1929) marn3 06-01-1949 Balong-Panggang, Oost-Java MARNS 142<br />

Groot, R.G. de (1906) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Groot, S. (1918) marn.2.ovw 03-11-1946 Malang, Oost-Java MARNS 77<br />

Groot, W. de (1928) kok.1.ovw 10-03-1948 RP 122 KVD 10<br />

Groote, L.H. de (1921) tdl.kplmarns 02-07-1946 Soerabaja<br />

Grootenboer, A.H. (1918) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Grooth, J. de (1919) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Grootheest, G. van (1919) knstsm 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Grootjans, C. (1899) kplknst 01-10-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Jan van Gelder MD 2<br />

Gross, R. (1921) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Groustra, P. (1917) ltz.3 03-03-1942 Vermist, NOI OS 31<br />

Gruiter, W. de (1903) lndst-kwmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Gruiter, W. de (1919) matr.2 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Gruts, H.J.G. (1904) btsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Guilonard, N. (1904) ltz.1 21-04-1945 Liberator MLD 119<br />

Guldenaar, L. (1915) mil-matr 04-06-1945 Chungkai, Siam W 48<br />

Gunst, E. (1919) tdl.kplmarns.ovw 10-08-1946 Woendi, NNG W 7<br />

128


Guttig, Ph. J. (1897) lds 24-11-1941 ss Groenlo OS 17<br />

Haaften, H.G. van (1908) ovl.3.kmr.tv 25-10-1943 Mitchell FR 178 MLD 66<br />

Haan, D. de (1926) marn.3.zm 19-08-1947 Tanggoel, Oost-Java MARNS 110<br />

Haan, K. (1919) stok.o/m 08-03-1942 Kota Bangoen, Borneo KVD 6<br />

Haan, Th. de (1921) ltz.3 14-09-1942 Makassar W 42<br />

Haar, A.D. ter (1895) lndst-matr 06-04-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Haarlem, F.W. van (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Haarlem, G.D.J.P. van (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Haas, B.J. (1921) stok.2 06-09-1943 Stuttgart, DR W 65<br />

Haas, J.H. de (1913) mil-matr 13-10-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Haas, L.E. de (1912) sgttlg 15-10-1948 Straat Madoera MARNS 136<br />

Haas, Th. de (1921) mil-matr-schr 18-02-1943 Malang W 11<br />

Haasen, R.L.A. van (1907) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Haasnoot, A. (1912) stok.o/m 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Haastert, A.M.W. van (1918) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Haayen, J.F. (1919) ltz.2 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Habben Jansen, J.N. (1925) tdl.sgtmarns.zm 24-08-1948 Soerabaja W 7<br />

Hadeweg Scheffer, P.Th. (1911) mil-matr 28-09-1943 Quima, Siam W 48<br />

Haeften, F.Ch.H. van (1914) ltz.3.kmr.sd 15-10-1943 Bandoeng, West-Java W 11<br />

Hafkamp, A.Th. (1922) mjrmarns.kmr.ov 04-10-1955 Den Oever W 7<br />

Haga, M.C.R. van (1934) ltz.2 26-09-1960 Harvard AT 16 MLD 176<br />

Hagen, A.F.C. (1908) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Hagen, J. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hagen, J.H. van (1916) sgtvgsch 08-06-1944 Mitchell FR 150 MLD 86<br />

Hagenaar, E.H. (1920) stok.2 07-10-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Hagenaar, Th. (1910) mil-sgtmach 29-07-1945 Tokio, Japan W 47<br />

Hagenbeek, G.L. (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hagendijk, B.H. (1920) matr.1 28-02-1942 HMS Encounter OS 27<br />

Hagens, L. (1920) aro-vl 08-12-1940 Soerabaja W 7<br />

Hager, N.J. (1914) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hagting, L. (1928) marn.3.zm 12-01-1949 Ngimbang, Oost-Java MARNS 144<br />

Haije, J.H.H. de la (1920) sgtvgtlg 26-11-1943 Mitchell FR 146 MLD 68<br />

Hajen, G.W. (1921) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hakhof, K. (1899) ambt. ME 22-08-1942 KLM Parkiet MLD 49<br />

Hakkenberg, A.N. (1922) stok.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Halewijn, E.A. (1920) mil-stok 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Hali, H. (1902) majmach 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Halkers, A. (1918) mil-kplmach 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Halm, J.M. van (1913) sgtvl 26-08-1942 Long Nawang, Borneo MLD 23<br />

Halstein, C. (1916) kok.zm 26-12-1945 Tandjong Priok OS 66<br />

Ham, Ch.A. van der (1915) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Ham, F.A. van den (1908) kplbott 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Ham, J.F. van (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hamel, L.A.R.J. van (1915) {RMWO} ltz.2 16-06-1941 Laren W 15<br />

Hamel, W.A. (1902) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Hamelink, A. (1917) sgtvgtlg 29-11-1944 Mitchell FR 207 MLD 107<br />

Hamer, K. den (1928) ltz.2 14-02-1957 Firefly U 14 MLD 164<br />

129


Hamers, J.I. (1906) spr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hamers, W.J. (1893) btsm.zm 04-07-1943 Holyhead, VK W 9<br />

Hamersveld, G. van (1913) kplkok 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Hamersveld, P. van (1917) kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hamilton of Silvertonhill, H.L. (1918) ovl.2.kmr.tv* 08-06-1944 Mitchell FR 179 MLD 87<br />

Hamilton of Silvertonhill, P. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hammer, J.F. (1910) stok.o/m 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Hancock, J.T. (1904) signalman RN 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Hanibals, D. (1918) mil-matr-schr 15-02-1944 Fukuoka 7, Japan W 47<br />

Hanss, W.G. (1920) mil-matr-vgmr 03-02-1942 MVKM Soerabaja MLD 31<br />

Hanssen, W.J. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hanssens, E.Ch. (1923) mil-matr-vgmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Harder, H. (1913) kplmach 11-04-1945 Dronrijp, Fr. OZD 20<br />

Hardi Ajahjono (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hardjo bin Dalsijah (1917) inh-matr-bed GM 09-12-1944 Hr.Ms. Zuiderkruis W 9<br />

Hardono (1918) inh.bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hardy, J.A. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Haremaker, G.J. (1915) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Harinck, J. (1915) ldskw.2. LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Hariono, R. (1921) ll.oovl 25-01-1942 Ryan S 19 MLD 27<br />

Haris Fadillah (1923) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Harkema, J. (1916) (VK) ltz.3.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Harkx, R.W.M. (1919) stok.1 01-05-1941 Hr.Ms Jean Frédérique OS 16<br />

Harmelen, F. van (1919) kpltpmr 21-10-1946 Menado (MOD) MD 27<br />

Harmsen, G. (1905) kplknst 04-11-1944 ss Maros Maru OS 60<br />

Harno (1904) kplmach 18-11-1946 Hr.Ms. Walcheren MD 28<br />

Haroeno (1920) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Harselaar, E.C. van (1921) sgtvgsch 13-01-1945 Mitchell FR 181 MLD 109<br />

Harsevoort, H. (1918) sgtvgsch.zm 09-02-1945 Mitchell FR 165 MLD 111<br />

Harst, D. van der (1915) matr.2.zm 28-10-1941 Glasgow, Lenarkshire (VK) W 9<br />

Harsveld, A.J. (1913) sgtmont 22-06-1945 Makassar W 36<br />

Harsveld, H.H. (1916) marn.1 15-01-1945 Neugengamme, DR MARNS 23<br />

Hartog, A.E. (1914) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hartog, L.E.W. den (1920) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Hartsteen, E.A. (1908) vgtlgnm 03-02-1942 MVKM Soerabaja MLD 31<br />

Hasiboean, P.Ph. (1906) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hasselt, J. van (1920) {VK} matr.1 25-02-1942 Dornier X 17 MLD 37<br />

Hasselt, L.J. van (1915) ltz.2 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Hassing, R. (1920) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hattem, G. van (1919) stok.1.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Hauber, W.E.G. (1922) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang W 41<br />

Have, J.J. van der (1888) kltz 04-03-1942 ME Soerabaja OZD 12<br />

Haven, J. (1918) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Havenaar, C.A. (1913) koksm 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Haye, S. de la (1919) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hazelaar, A. (1919) matr.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Hazenoot, J. (1914) matr.1 07-04-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72<br />

130


Hazeveld, J. (1920) gsmrsm 16-10-1944 Ilsenburg, DR W 12<br />

Heblij, H.J. (1915) sgtvl 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Heck, G.Ch. (1926) marn.3 04-03-1942 CBZ Soerabaja MARNS 8<br />

Heck, W.H. (1921) marn.3 05-11-1942 Singapore W 49<br />

Hecker, H. (1928) marn.3.ovw 16-08-1947 Gedangan, Oost-Java MARNS 109<br />

Heel, H. van (1921) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Heer, A. de (1903) majmach 03-03-1942 Vermist, NOI OS 31<br />

Heer, P. de (1912) mil-sgtmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Heer, W. de (1913) marn.1 26-01-1941 ss Heemskerk OS 15<br />

Heerdt, A.G.E. baron van (1921) ltz.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Heeren, H.J. (1916) marn.1 30-08-1941 Hudson V 9063 MLD 18<br />

Heeren, J. (1915) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OSD 29<br />

Heerspink, B.W. (1921) tdl.sgtmarns.ovw 20-07-1948 Probolinggo, Oost-Java<br />

Heerspink, C.B. (1924) mil-matr 08-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 41<br />

Heese, J.J.A. (1909) mil-sgtmach 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Heggi, J.P.J. (1918) tpmrsm 10-09-1945 Anjum, Fr. (Port Party) MD 22<br />

Hei, G. la (1918) sgtvl.zm 13-02-1946 Mosquito MLD 130<br />

Heide, P.J. de (1899) kplknst 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Heideveld, J.B. (1906) sgtmarns 14-05-1940 Willemsoord W 2<br />

Heijblok, J.P. (1909) sgtmach 18-04-1950 H.Ms. Vlieland MD 30<br />

Heijblok, M. (1910) spr 05-08-1951 Willemstad, Curaçao W 9<br />

Heijblom, A.M. (1914) sgtvgsch.zm 02-05-1945 Achmer, DR MLD 120<br />

Heijden, E.Th. van der (1905) btsm 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Heijden, J.J. van der (1911) sgtvl 23-02-1942 Catalina Y 47 MLD 35<br />

Heijden, M.W. van der (1908) mil-matr 10-06-1945 Singapore W 49<br />

Heijdt, A.G. (1934) marn.3.zm 09-05-1956 Curaçao W 7<br />

Heijlman, W.M. (1906) lndst-matr 21-03-1945 Makassar W 36<br />

Heijman, F.E. (1911) mil-kplzvpl 23-03-1942 Soerabaja W 11<br />

Heijne, R.A.C. (1923) arovl 21-05-1943 Swordfish MLD 57<br />

Heijneker, G.G.F. (1919) vgmrsm 15-12-1943 Pangkalan Balei W 11<br />

Heijnen, H.C.H. (1918) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Heijnen, J.G. (1917) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Heijnenbrok, J.H. (1900) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Heikamp, G.J. (1913) kplmach 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Heinemann, P. (1914) stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Heining, G. (1920) matr.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Heins, H. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hek, F.F. van (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms De Ruyter OS 28<br />

Hekkema, W.A.L. (1904) kplkok 21-02-1944 Ludwigsburg, DR W 12<br />

Heldoorn van de Louw, F. (1916) tlgnm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Heldring, J. (1911) ltz.3.kmr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Heldt, F.W. den (1905) kplschr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Heller, R. (1918) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Helling, R.M. (1920) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Helmich, F. (1922) mil-matr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Hendrik (1906) inh-stok.o/m 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Hendriks genaamd Jansen, S. (1906) ltz.2.kmr.ov 30-08-1941 Hudson T 9380 MLD 18<br />

131


Hendriks, J.F. (1931) adb 12-07-1954 Kijkduin, Ijsselmeer W 7<br />

Hendriks, K. (1920) stok.3 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Hendriks, S.T. (1920) kwmr 01-05-1945 Hr.Ms. Tromp OS 63<br />

Hendrikse, J. (1920) matr.1 14-07-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Hendrikse, L. (1910) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hendrikse, P.J. (1890) ktz 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Hendriksen, P.C. (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hengeveld, H.J. (1936) mach.1 10-04-1956 Hr.Ms. De Zeven Provinciën W 7<br />

Hengkenbala, B. (1904) mil-matr 19-01-1945 Tahoenoe, Sangihe W 103<br />

Hengst, W.H. (1908) mil-matr 25-02-1942 Hr.Ms. P 16 KVD 4<br />

Hennipman, P.C.M. (1918) mil-o/m 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Hensing, A. (1915) snrsm 20-02-1942 Balikpapan MLD 28<br />

Hepkema, W.T. (1914) ovl.3.kmr 21-01-1942 Ryan lesvliegtuig MLD 27<br />

Heres, C.T. (1901) tdl.oppschr 03-10-1948 MHS W 9<br />

Herkel, A.M. ten (1918) sgtvl* 10-08-1941 Hudson N 7396 MLD 16<br />

Herman, F.A. (1914) mil-matr 23-12-1943 Kamaichi, Japan W 47<br />

Herman, J.J. (1904) serg.bott 27-11-1941 Soerabaja<br />

Hermans, H.G. (1914) marn.1 12-05-1940 Amsterdam MARNS 3<br />

Hermans, P.H. (1930) marn.1 03-01-1951 Sentanimeer, NNG MARNS 172<br />

Hermsen, L. (1902) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Herne, P.E.L. o' (1904) ovg.2.kmr 24-06-1944 ss Tomohuku Maru OS 56<br />

Herreijgers, C. (1928) marn.3.zm 27-02-1949 Sembajat, Oost-Java MARNS 156<br />

Herst, A. (1918) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hes, Ch.L. (1912) sgtvsd.kmr.tv 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136<br />

Hessel, G. (1917) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Hessel, H. (1895) lndst-o/m 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Hessel, M.A. (1919) mil-o/m 10-07-1943 Singapore W 49<br />

Hesselberg, G.W. (1921) mil-stok 06-10-1945 Sidoardjo, Oost-Java W 132<br />

Hesselink, K.V. (1919) mil-matr-schr 31-12-1942 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Heuckeroth, W.F.G.L. (1921) stok.2.ovw 24-07-1947 Hr.Ms. Tjerk Hiddes W 9<br />

Heugten, C.L.G. van (1913) sgtvl* 22-11-1942 Hudson EW 903 MLD 53<br />

Heugten, J. van (1928) marn.2.zm 09-05-1949 Soerabaja W 9<br />

Heuperman, L.H. (1915) stok.1 02-06-1944 Nakhonpathon, Siam W 48<br />

Heus, H. de (1917) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Heusden, G.M. van (1900) sgtgsmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Heusden, H.J. van (1918) matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Heusschen, J.H. (1920) mil-matr 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Heuvel, K. van der (1916) marn.1 05-03-1942 <strong>Marine</strong>bataljon MARNS 9<br />

Heuving, H. (1908) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Heymann, L.P. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hiddes, A.H. (1900) majknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hielckert, J.A.M.A. (1923) mil-sgtvgtlg 24-06-1944 Mitchell FR 204 MLD 91<br />

Hielckert, L. (1916) stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Higgs, F.G. (1919) ord.seaman RN 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Hijde, J.G. van der (1918) mil-o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hijkoop, W. (1911) sgtvl* 10-08-1941 Hudson N 7396 MLD 16<br />

132<br />

W 22


Hijlkema, J. (1919) snrsm 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Hijmans, H.M. (1905) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hildebrand, G.E. (1917) vgmr.zm 19-05-1940 Arnemuiden MLD 5<br />

Hilderink, H. (1916) pijper 1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hilker, J.B. (1910) sgttpmr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Hill, J.A.C. (1901) commander RN 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Hillebrand, A.J. (1921) stok.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Hillers, B.E.H. (1903) hofmsm 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Hilst, F.J. van (1911) matr.1 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Hirdes, F. (1920) sgtvl 01-08-1945 Kitty Hawk C3-534 MLD 125<br />

Hoboken, W.J. van (1923) mil-matr 27-02-1943 Hr.Ms. Colombia OZD 17<br />

Hoebeke, C.A. (1917) matr.2 27-11-1940 CBZ Soerabaja W 9<br />

Hoebink, Th.M.A. (1912) ltzv.1 10-09-1958 <strong>Marine</strong>r P 303 MLD 169<br />

Hoefnagel, J.A. (1914) kpltlg 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hoeijmans, J. (1906) majmach 20-02-1942 CBZ Soerabaja OS 22<br />

Hoek, H. van der (1916) knstsm 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Hoek, J. van der (1921) matr.2 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17<br />

Hoek, J.J. van der (1913) sgtmach 30-07-1949 Bandoeng W 9<br />

Hoek, L. van (1902) sgtmarns 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Hoek, P.J. (1913) stok.o/m 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Hoeke, J.L.K. (1893) ktz 31-03-1944 Wallington, Surrey. (VK) W 9<br />

Hoeksma, P. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hoepfner, D. (1904) kplknst 04-09-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Hoerip, S. (1921) mil-matr-tlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Hoesami, M.S. (1922) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hoetomo (1923) inh-matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hoeve, P.N. van der (1900) sgtvgmr 21-04-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Hoeven, A. (1912) stok.o/m zm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Hoeven, A.D. van der (1905) sgtmach 28-07-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Hoeven, J.Th. van der (1936) hvgmr.3.zm 16-01-1958 MVKB, Biak, NNG W 7<br />

Hof, Iz. van 't (1916) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hof, J.A. van 't (1917) matr.1.zm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Hof, P. van 't (1887) mach.vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13<br />

Hofdijk, H.W. (1915) mil-matr 25-02-1943 Tarakan, Borneo W 11<br />

Hoff, J. van 't (1901) sgtmach 25-03-1945 Fukuoka 17, Japan W 47<br />

Hoff, W. van der (1904) majmach 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Hoff, W.A. van 't (1905) kplkok 16-04-1945 Makassar W 36<br />

Hoffman, J. (1914) mil-stok 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9<br />

Hoffman, J.G. (1922) ozwnr.3.kmr 08-12-1943 Swordfish HS 274 MLD 69<br />

Hofman, C. (1901) sgtbott 26-03-1944 Rintin, Siam W 48<br />

Hofman, P.M. (1919) ads-kwmr 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Hofman, Th.J. (1924) marn.3 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58<br />

Hofmeijer, J. (1907) sgtmach 18-02-1942 Hr.Ms. Soerabaja OS 22<br />

Hofstra, R. (1906) ltz.1 29-05-1947 Betro, Oost-Java MARNS 49<br />

Hogenbijl, H.E. (1918) matr.1 14-04-1946 Sydney, Australië W 9<br />

Hogenkamp, H. (1926) marn.3.zm 28-07-1947 Klakah, Oost-Java MARNS 97<br />

Hoiting, D. (1894) mdr. LW 19-12-1940 Haverford West, VK W 9<br />

133


Hollander, E.H. den (1922) ovl.3 28-04-1944 Hellcat FN 390 MLD 83<br />

Hollander, J.C. den (1918) ovl.3 26-07-1940 Fokker AV 964 MLD 6<br />

Hollander, L. den (1923) kplvgsch.zm 20-06-1944 Mitchell FR 151 MLD 89<br />

Hölscher, C.M. (1922) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Holt, J. van der (1924) marn.1.ovw 19-03-1947 Lengkong, Oost-Java MARNS 89<br />

Holthuijzen, N. (1903) kwmr 19-11-1946 MH Balikpapan MD 28<br />

Homan, J. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hombergen, J.M. (1917) tlntmarns 14-09-1946 Kebonagoeng, Oost-Java MARNS 71<br />

Hommes, H. ovg.1.kmr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Hommes, J. (1919) mil-o/m 25-05-1942 Tarakan, Borneo W 35<br />

Honig, B.C. (1916) omsd.2 20-02-1942 Javazee OS 21<br />

Honig, W.A. (1924) vgmr.3 13-12-1947 MVKM Soerabaja W 7<br />

Honsbeek, A.S. (1900) kpltlg 15-03-1942 Koepang, Timor W 27<br />

Hooff, Ch.N. (1906) mil-matr 05-12-1943 Namajo, Siam W 48<br />

Hooft, D. 't (1908) sgtmach 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Hooft, D.M. (1917) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hooft, P.J. (1909) omsd.2.kmr 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16<br />

Hoog, C. de (1903) matr-kok-vmr 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Hoogeland, H. (1902) kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hoogendoorn, G. (1920) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hoogenstrijd, W. (1920) matr.2 18-10-1943 Tarsao, Siam W 48<br />

Hoogerwerf, L. (1919) matr.1 02-01-1942 ss Langkoeas OS 18<br />

Hooghwinkel, H. (1906) ltz.2.kmr.sd 12-10-1944 Tjimahi, West-Java W 11<br />

Hoogstraten, ds S.A. van (1896) vlop 29-01-1945 Soerabaja W 104<br />

Hoogstraten, J.C. (1903) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hoogteiling, L.A. (1918) sgtvl* 22-11-1942 Hudson EW 903 MLD 53<br />

Hooijberg, J. (1909) kplschr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hooijmans. F.Th.A.M. (1944) vgmrmb.2 31-08-<strong>1962</strong> Biak, NNG W 7<br />

Hoop, F.J. de (1902) omsd.1 29-05-1942 Bombay W 9<br />

Hoope, L.H. ten (1913) mil-o/m 07-05-1943 Tjimahi, West-Java W 11<br />

Hooper, C.W. (1921) mil-kplschr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Hoopman, H. (1916) mil-matr-tlg 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Hoorn, J.A. ten (1922) mil-matr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Hoorn, J.W. van (1918) tlgnm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Hoorn, M.C. van (1911) ltz.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Hopstaken, G.P.L. (1925) tdl.kplmarns.ovw 26-11-1946 Soerabaja MARNS 81<br />

Hordijk, P. (1917) matr.2.zm 13-05-1940 Rotterdam MARNS 5<br />

Horn, G.F.W. (1909) mil-matr-tlg 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56<br />

Hornbostel, A. (1917) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Horst, B.H. ter (1904) matr.1 08-09-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Horst, C. van der (1906) ldskw LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Horst, F. van der (1916) kwmr 18-01-1952 Hr.Ms. Piet Hein OS 75<br />

Horst, H.F. van der (1926) tdl.kplmarns.ovw 11-10-1946 Sidokerto, Oost-Java MARNS 75<br />

Horst, H.F. van der (1925) marn.1.zm 08-05-1949 Djodjogan, Oost-Java MARNS 165<br />

Horst, T. (1923) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Horst, V.H. van der (1912) mil-matr 12-01-1942 Tarakan, Borneo W 18<br />

Horstman, H. (1929) matr.2 19-10-1952 Hollandia, NNG W 7<br />

134


Horton, J.D. (1920) telegraphist RN 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Hos, C. (1909) ltz.2 18-07-1942 Hr.Ms. Tjerk Hiddes<br />

Hotting, A.C. (1916) kpltimm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Houdijk, W.B. (1919) matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Hout, F.G. van den (1921) marn.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Houte, L.A. van (1896) ova.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Houten, Ch.L. van (1919) mil-matr-tlg 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Houten, N.J. van (1898) lndst-matr 18-09-1944 ss Juyo Maru OS 57<br />

Houtepen, P.J. (1925) {BL} marn.3.ovw 04-06-1946 Sameiboeloe, Oost-Java MARNS 51<br />

Houthuysen, W.J. (1918) mil-kplmach 04-09-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Houtman, M. (1918) matr.2 23-03-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11<br />

Houtman, M. (1918) kplmont 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Houwen, G. van der (1902) stok.o/m-vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Houwen, J.H. (1928) marn.3.zm 28-01-1949 Patjitan, Oost-Java MARNS 149<br />

Hove, A. ten (1926) marn.3.zm 31-07-1947 Pasirian, Oost-Java MARNS 100<br />

Hovens, G.H. (1917) hofmsm 15-04-1942 Palembang, Sumatra W 11<br />

Huber, H. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Huber, R. (1917) kplsnr.zm 31-12-1947 Militair Hospitaal, Batavia W 9<br />

Hubregtse, C. (1909) kplknst 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Huele, H.H. (1906) lndst-matr 24-07-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Huese, dr. J.J. (1901) ovg.2.kmr 26-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56<br />

Huet, G.Th. van (1898) spr 04-08-1942 Hr.Ms. Soemba OS 40<br />

Huet, T.H. van (1922) lmatr 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Huibers, J.H. (1920) lmatr 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Huibregtse, W. (1916) kplmarns 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Huig, J. (1906) sgttpmr 15-02-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Huig, P. (1905) sgtmach 10-08-1943 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Huijbers, J.A.M. (1918) stok.o/m 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Huijer, P.J. (1924) ovl.3.kmr.tv 15-03-1944 Hellcat JV 166 MLD 78<br />

Huijgevoort, J.C. (1905) stok.zm 12-05-1940 Rotterdam MARNS 4<br />

Huijing, E.G. (1927) marn.1.ovw 05-08-1947 Djember, Oost-Java MARNS 104<br />

Huijs, C.L. (1917) marn.1 14-05-1940 Overschie MARNS 7<br />

Huijskens, H. (1917) ovl.2.kmr* 13-06-1944 Mitchell FR 205 MLD 88<br />

Huijsman, A.J. (1915) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Huinink, G.J. (1925) marn.2.ovw 16-08-1946 Soerabaja W 9<br />

Huis in 't Veld, G.H. (1910) ltz.3.kmr.sd 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Huis, M. (1925) matr.2.ovw 28-02-1947 Hr.Ms. Ceram OS 70<br />

Huisman, J. (1906) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Huiszoon, L. (1912) matr.1.zm 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Huizen, A. van (1914) stok.o/m 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Hulpusch, R.W. (1912) kpltpmr 03-04-1943 Hindato, Siam W 48<br />

Hulsbergen, G.H. (1920) vgmrsm 23-02-1942 Dornier X 21 MLD 36<br />

Hulsman, D. (1920) {KV} matr.2 14-04-1945 Amsterdam W 121<br />

Hulst, K. van (1909) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Hurk, F.A. van der (1918) stok.2 18-08-1941 Hudson T 9413 MLD 17<br />

Hurst, E. (1919) ord. telegraphist RN 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Husken, A.W. (1920) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

135


Husken, J.A.B. (1913) marn.1 10-10-1944 Deventer MARNS 18<br />

Huson, A. (1910) mil-kplmach 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Huster, F.A.J. (1898) lndst-kplmach 24-08-1944 ss Tomohoku Maru OS 56<br />

Huuksloot, J.A. van (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Huurdeman, Iz. (1921) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Huwae, J.M. (1899) inh-stok 17-11-1943 ss Ruyuku Maru OS 52<br />

Huygens, E. (1918) ltz.2 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Ibrahim (1919) inh-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Iersel, F.J. van (1921) tlntmarns 25-07-1947 Ardjasa, Oost-Java MARNS 95<br />

IJkema, T.S. (1917) kplmach.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

IJska, J. (1907) sgtmach 13-05-1940 Hr.Ms. M 2 MD 4<br />

IJsselstein, J.A. (1917) ovl.3.kmr.tv 08-06-1944 Mitchell FR 182 MLD 86<br />

Immers, G.F.G. (1929) kplvgmr 02-01-1961 Dakota O 79 MLD 177<br />

Immerzeel, M. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Immink, W.J. (1906) lndst-matr 16-01-1943 Moulmein, Burma OS 47<br />

Ingen, A. van (1919) mil-matr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Iperen, H.J. van (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Isaaks, C.W. (1913) mil-matr 14-09-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Isaaks, H.F.L. (1912) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Isaaks, H.J.V. (1907) mil-matr 16-06-1942 Tjimahi, West-Java W 11<br />

Isbandi (1920) inh-bed 08-03-1942 Vermist NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26<br />

Ishak, Moeh. (1918) inh-mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Ismadi (1924) inh-stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Isman (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Iterson, J.J. van (1915) matr.1 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Jackson, M.R. (1920) sub-lieutenant RN 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Jacobi, H. (1917) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Jacobs, B.H. (1921) lmatr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Jacobs, J. (1902) kplschr 21-05-1944 Sobibor, Polen W 82<br />

Jacobs, R. (1919) mil-matr-tlg 24-01-1942 Dornier X 19 MLD 29<br />

Jacobs, S. (1912) inh-matr 14-11-1945 Soerabaja W 132<br />

Jacobs, W.A.G. (1893) oppspr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Jacobsz, Th.J.D. (1922) mil-stok 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17<br />

Jacquet, K.L. (1915) mil-kplvgmr 29-01-1944 Fukuoka 14, Japan W 47<br />

Jager, A. de (1917) mil-kpl (mba) 29-08-1944 Soerabaja W 11<br />

Jager, A.M. de (1906) sgtschr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Jager, C. de (1925) tdl.kplmarns.ovw 14-08-1947 Pasirian, Oost-Java MARNS 107<br />

Jager, C.C. (1914) ovl.2.kmr.tv 02-06-1945 Mitchell 44-31257 MLD 122<br />

Jager, H.C. de (1918) ovl.3.kmr.tv* 18-05-1944 Hellcat MLD 84<br />

Jager, J. de (1919) kplmont 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Jager, J.J. (1886) kltz.kmr 12-12-1946 Batavia W 8<br />

Jägers, P.A. (1914) tdl.kplmarns.ovw 30-07-1947 Soerabaja MARNS 99<br />

Jagersma, H. (1926) marn.3.ovw 20-12-1946 Soekodona, Oost-Java W 7<br />

Jagt, C. van der (1917) kplgsmr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jagt, F.J. van der (1916) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jagtman, G.G. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jans, J. (1920) matr.1 02-03-1942 Hr.Ms. Endeh MD 16<br />

136


Janse, M.L. (1927) vgmr.2 21-09-1948 Soerabaja W 9<br />

Jansen, A. (1919) {BK} omsd.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Jansen, A. (1920) marn.1 06-04-1942 CBZ Soerabaja OS 24<br />

Jansen, A. (1921) lloovl 28-12-1943 Alberta, Canada MLD 71<br />

Jansen, A.G.J. (1884) matr-kok-vmr 08-01-1945 Great Yarmouth, VK W 9<br />

Jansen, A.H.J. (1936) matr.3.zm 24-08-1959 Hr.Ms. Karel Doorman W 7<br />

Jansen, C.F. (1896) majtimm 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Jansen, G.F. (1903) marn.1 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24<br />

Jansen, G.J. (1921) mil-matr 03-09-1945 Singapore W 8, W 49<br />

Jansen, H.J. (1913) {BL} ozwnr.2.kmr 23-06-1944 Mitchell N5-162 MLD 90<br />

Jansen, H.J.P. (1915) ozwnr.3.kmr 15-02-1944 Mitchell FL 194 MLD 75<br />

Jansen, J. (1906) sgtbott 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jansen, J.A. (1928) marn.3.zm 31-07-1947 Singosari, Oost-Java MARNS 98<br />

Jansen, J.L.H. (1908) mil-kplschr 15-03-1945 Makassar W 36<br />

Jansen, O. (1918) snrsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jansen, P.W. (1920) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jansen, W.G.J. (1915) sgtvl 08-05-1942 Hudson V 8981 MLD 43<br />

Jansen, W.H. (1904) matr.1 20-09-1948 Hr.Ms. Piet Hein W 7<br />

Jansen, W.J. (1913) sgtvl 24-01-1942 Dornier X 19 MLD 29<br />

Janssen, A. (1926) marn.2.ovw 08-11-1946 Detejiro, Oost-Java MARNS 79<br />

Janssen, D. (1912) kplmont 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Janssen, H.M. (1925) mont.1.ovw 15-05-1946 Hr.Ms. Piet Hein OS 67<br />

Janssen, IJ. (1908) mil-matr-snr 02-09-1943 Phadong, Burma W 48<br />

Janssen, J.H. (1916) marn.1 26-04-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Janssen, M.J.P. (1920) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Janssen, W. (1917) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Janus motorist GM 03-02-1942 Hr.Ms. Canopus OS 19<br />

Jarman, L.J. (1910) {BL} ltz.1 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Jeekel, C.A. (1909) ltz.2 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Jeekel, C.L.J. (1910) mil-matr-tlg 30-11-1942 Hakodate, Japan W 47<br />

Jellema, S.K.R. (1922) stok.3. 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Jenkins, W. (1915) mil-matr-vgmr 12-10-1945 Batavia W 132<br />

Jens, C.J. (1910) stok.o/m.zm 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Jillings, J. (1916) sgtvgsch.zm 29-12-1944 Mitchell FW 928 MLD 108<br />

Jobse, J. (1919) matr.1 02-05-1945 Hr.Ms. Tromp OS 63<br />

Jobse, J. (1923) matr.2.ovw 07-11-1945 Carolus Ziekenhuis, Batavia W 9<br />

Jöbsis, G.J. (1891) hova.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Joemono (1924) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jol, A. (1887) matr.vmr 03-10-1940 Hr.Ms. BV 39 OS 13<br />

Jong, C.G. de (1926) sgtmarns 13-12-1957 Curaçao W 7<br />

Jong, D. de (1916) matr.1 07-08-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72<br />

Jong, E. de (1908) ltz.2.tit (hvm.3) 02-11-1943 Banjermasin, Borneo W 69<br />

Jong, H. de (1906) ltz.2.kmr 12-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel (vlot) MD 17<br />

Jong, H.S. de (1917) ltz.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jong, J. de (1921) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Jong, J.Chr.E. de (1924) marn.3 14-06-1945 Bandoeng MARNS 31<br />

Jong, J.F.H. de (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

137


Jong, J.J. de (1923) sgtvgtlg 20-03-1944 Mitchell FR 141 MLD 79<br />

Jong, K. de (1920) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jong, L. de (1918) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jong, T. de (1921) matr.2 05-05-1943 Hr.Ms. Jacob van Heemskerck OS 49<br />

Jong, W.A. (1912) matr.1 15-05-1940 Hr.Ms. Jan van Brakel MD 5<br />

Jonge, H. de (1918) kwmr 10-06-1943 Bondowoso, Oost-Java W 58<br />

Jonge, P. de (1898) ltz.2.tit (hvm.3) 12-02-1942 Tarakan, Borneo W 20<br />

Jongejan, G.W.L. (1908) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Jongelie, R.C. (1903) {BK} ltz.1.kmr 07-09-1944 Mauthausen W 90<br />

Jongeneel, E. (1925) marn.2.ovw 26-01-1948 ss Oldenbarneveldt W 9<br />

Jongerling, P. (1902) kplmach 13-04-1942 Perth, Australië OZD 13<br />

Jongman, H. (1911) vgmr.2.zm 09-11-1942 Hudson EW 912 MLD 52<br />

Jongsma, J. (1917) sgtmarns 03-01-1951 Sentanimeer, NNG MARNS 172<br />

Jonker, V. de (1923) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Jonkman, H. (1899) ltz.1.sd.kmr 24-02-1945 Durham, VK W 9<br />

Joosse, P. (1912) ltz.2.kmr 17-02-1942 Aruba, MOD MD 14<br />

Joosse, P.J. (1916) stok.2.ovw 02-11-1946 MH Den Haag W 10<br />

Joost, R.P.A.Ch. van (1902) ovg.2.kmr 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Joosten, J. (1898) ltz.2.sd.kmr 24-12-1942 Rangoon, Burma W 48<br />

Joosten, J.W. (1919) matr.2.zm 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Joostensz, J. (1920) matr.3.kmr.tv 21-11-1946 MH Den Haag W 7<br />

Jordan, M. (1906) ambt. ME 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136<br />

Joseph, D. (1907) inh-matr.1 27-07-1944 Bodjonegoro W 85<br />

Joseph, J. (1920) mil-matr-tlg 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Joseph, S. (1912) inh-matr.1 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Josselin de Jong, J.C. de (1920) adb.adm 08-03-1944 Natzweiler W 73<br />

Jourdan, P.G. (1921) stok.2.zm 13-01-1947 MH Batavia W 9<br />

Joziasse, J. (1926) marn.1.ovw 06-11-1947 Soerabaja W 7<br />

Jüch, B.F. (1921) mil-stok 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56<br />

Jut, M.J.A. (1918) mil-stok 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10<br />

Jutting, H. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kaandorp, F.C. (1918) kok.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3<br />

Kadan (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Kadim (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Kadir (1916) inh-matr-kok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kaffie (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kahle, J.W.R. (1922) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kaijadoe, P. (1908) inh-stok 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52<br />

Kaijzer, J.W.T.A. (1909) omsd.2.kmr 26-05-1941 Fokker T 14 MLD 13<br />

Kain, Joh. (1916) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kajamoeddin (1913) inh-stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Kalay, S. (1912) inh-matr 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52<br />

Kam, J. de (1901) kwmr 13-02-1945 Fukuoka 17, Japan W 47<br />

Kamidjo (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kampen, N.C. van (1923) lmatr 12-05-1940 Hr.Ms. Friso OS 6<br />

Kampen, T.W. van (1920) matr.3 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v. Nassau OS 9<br />

Kamphuis, G. (1907) kplkok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

138


Kampman, P.J. (1896) sgtkok 06-11-1944 Batavia W 11<br />

Kampmeinert, C.K. (1906) lndst-matr 06-09-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Kanan (1909) inh-matr-kok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kandel, W.G. (1912) kwmr 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Kannegieter, J.B. (1918) mil-o/m 10-06-1943 Bondowoso, Oost-Java W 58<br />

Kant, B. de (1910) stok.o/m 06-05-1943 Bandoeng W 11<br />

Kantorski, W. (1909) mil-matr 25-09-1946 MH Batavia W 9<br />

Kappers, A.J.B. (1919) omsd.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kappers, J.Ch. (1909) mil-kplvgmr 11-04-1942 Malang, Oost-Java W 11<br />

Kardi (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kardina (1923) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kardjo (1910) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kardjo (1910) inh-bed 01-02-1942 MVK Tondano, Celebes MLD 24<br />

Kario esd 12-11-1948 Vermist, Oost-Java MARNS 137<br />

Karmoedji (1925) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Karrebeld, D.J. (1920) lloovl 15-05-1941 Fokker V 9 MLD 12<br />

Karsseboom, J.P. (1917) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Karssen, H. (1918) {BL} mil-matr 22-04-1942 Bandoeng W 31<br />

Karsten, W.J.F.S. (1898) btsm 20-05-1944 Hr.Ms. Marken MD 19<br />

Karta (1910) inh-stok.o/m 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Kartiman (1921) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kartman, J. (1907) matr.1 10-05-1945 Hr.Ms. Willem van der Zaan MD 20<br />

Kartono, Raden inh-stok.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Kasadi (1920) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kasdoe (1915) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Kasidi (1920) inh-stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kasmadijn inh-stok GM 04-02-1942 Hr.Ms. Deneb OS 20<br />

Kasman (1898) inh-stok.o/m 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11<br />

Kasman, J.A. (1924) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kasmin, A.P. (1923) inh-matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kasram (1908) inh-kpltimm 08-03-1942 Vermist, NOI (Hr.Ms.Evertsen) W 26<br />

Kastawi (1918) inh-matr-kok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kasteel, I.F. (1908) kplschr.zm 09-08-1945 Kamaichi, Japan W 47<br />

Kasteelen, L.W.F. (1904) majmach 21-02-1943 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Kasteren, H.J. van (1916) stok.o/m 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Kastolan (1918) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Katar (1915) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kate, L. ten (1895) kplmarns 14-05-1940 Willemsoord W 2<br />

Katiandangho, A. (1906) inh-kwmr 03-01-1945 Dilli, Timor W 11<br />

Katni (1914) inh-bed 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kattouw, T.A. (1917) ltz.3.kmr 12-05-1940 Hr.Ms. Friso OS 6<br />

Katwijk, J.F. van (1921) marn.3 09-01-1944 Ludwigsburg, DR W 12<br />

Keasberry, W.H. (1918) mil-stok 14-07-1943 Tarsao, Siam W 48<br />

Keekstra, A. (1918) snrsm 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Keim, W.G. (1906) mil-stok 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17<br />

Keizer, F.J. (1898) gezh. GM 23-04-1945 Bangkong, Semarang W 11<br />

Keizer, T.H. (1917) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

139


Kelder, W.C. (1918) ltz.3.kmr 17-11-1942 Rangoon, Burma W 48<br />

Keller, W.J. (1918) mil-o/m 08-02-1945 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Kelterborn, H.C. (1920) matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kemna, J.A. (1917) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kempen, A.A.A. van (1900) spr 09-08-1945 Kamaichi, Japan W 47<br />

Kempen, A.G. van (1919) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kempen, M. van (1908) mil-matr 06-09-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Kempeners, M. (1915) {BK} kwmr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kempers, B.J. (1918) marn.1 23-05-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Kengen, J.L. (1901) lndst-sgtmont 27-11-1944 Batavia W 11<br />

Kepel, A. (1906) mil-matr-tlg 06-09-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Keppler, H.J. (1925) kplvgsch* 24-06-1944 Mitchell FR 204 MLD 91<br />

Kerk, J. van der (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kerkdijk, H. (1901) sgttimm 12-04-1945 Mühlberg, DR W 12<br />

Kerkhof, V.U. (1923) mil-stok 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Kerkmeester, H. (1921) marn.1 03-12-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Kern, W. (1908) mil-matr 08-06-1946 Banjermasin, Borneo W 8<br />

Kerseboom, J.W. (1918) mil-matr 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Kerssemeijer, N. (1919) tdl.kplmarns.ovw 18-06-1946 Soerabaja W 7<br />

Kersten, J.F.J. (1916) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kersten, P.G. (1923) matr.3.ovw 03-09-1948 Hr.Ms. Abraham van der Hulst MD 29<br />

Kerstholt, C. (1923) mil-matr 13-09-1943 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Kertoek, S. (1903) inh-matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Kessel, P.M. van (1913) sgtmont 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Kesteloo, J.J. (1899) majmach 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Keukens, L.J. (1906) omsd.1 01-01-1947 Batavia W 7<br />

Keuker, J.K.F. (1900) sgtvgmr 13-08-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Keus, mr. E.H.P. (1911) ova.3.kmr 14-05-1940 Willemsoord W 2<br />

Kiburg, A. (1910) matr.1 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Kiemel, J. (1929) lloovl 12-05-1950 Firefly K 81 MLD 146<br />

Kiès, A.R. (1907) ltz.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kievid, E.A. de (1907) mil-sgtvgmr 03-04-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72<br />

Kievit, M. (1908) mil-sgtmach 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Kik, L. (1917) marn.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kiliaan, E.W. (1922) mil-matr 08-04-1945 Hlapauk, Burma W 48<br />

Kiljan, C. (1908) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kimin (1905) inh-sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kinds, H. (1910) ambt. ME 22-8-1942 KLM Parkiet MLD 49<br />

Kint, J.B. (1921) matr.1 02-06-1943 Tamarkan, Siam W 48<br />

Kint, P.Th. (1918) kpltlg 30-09-1943 Hr.Ms. MGB 114 MTB 3<br />

Kip, J.C. (1908) marn.1 06-05-1942 ss Amazone OS 36<br />

Kisek, A. (1921) inh-llstok 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52<br />

Kitoe, J. (1908) inh-kplvgmr 28-11-1944 Soerabaja MLD 106<br />

Kivit, J.M. (1911) mil-sgtvgmr 01-05-1945 Chungkai, Siam W 48<br />

Klaarmond, A.E.S. (1910) mil-matr 27-02-1943 Hr.Ms.Colombia OZD 17<br />

Klaarwater, H.R. (1922) mil-matr 01-07-1943 Makassar W 36<br />

Klaasen, H.W. (1911) kok.2.zm 15-02-1945 Dresden, DR W 12<br />

140


Klaasse, H.F. (1918) stok.2 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Klaassen, A.W. (1917) sgtvgsch* 13-06-1944 Mitchell FR 205 MLD 88<br />

Klaassens, J. (1903) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Klappe, S. (1918) matr.1 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Klarenberg, A. (1920) tdl.sgtmarns.ovw 15-11-1947 Semboro, Oost-Java MARNS 128<br />

Klatt, C.L. (1918) mil-stok 05-03-1942 <strong>Marine</strong>bataljon MARNS 9<br />

Klaus, K.J.T. (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Klaus, W.R. (1918) mil-matr-schr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Klaver, N.G. (1921) tdl.kplmarns 30-04-1946 Gedangan, Oost-Java MARNS 40<br />

Klaveren, K. van (1915) kplmarns 08-05-1942 Hudson V 8981 MLD 43<br />

Kleef, J. van (1928) kplvl 01-06-1950 Firefly K 80 MLD 147<br />

Kleef, J.F. (1912) mil-stok 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58<br />

Klees, J.Ch. (1918) mil-matr 05-08-1944 Tarakan, Borneo W 11<br />

Kleijnen, H.J. (1921) matr.2 16-03-1943 Ashford, Kent (VK) W 9<br />

Kleiman, G. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Klein, C.F. (1919) mil-stok 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9<br />

Klein, G. (1895) kwmr.vmr 28-04-1941 Hr.Ms. Caroline MD 10<br />

Klein, J.E. de (1919) matr.3 14-05-1940 Hr.Ms.Johan Maurits v. Nassau OS 9<br />

Klein, V. (1907) mil-matr 04-10-1943 Kuye, Siam W 48<br />

Kleine, T. de (1919) marn.1 22-09-1945 Melbourne, Australië W 8<br />

Kleinekoort, W.J. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Klenke, H. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Klift, J.J. van der (1918) kpltpmr 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Klijne, W.F. de (1901) majknst 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Klok, J. (1889) matr-kok-vmr 01-06-1944 Wedsley, Sheffield (VK) W 9<br />

Kloos, A.Th.J. (1910) matr.1.snr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Klooster, J.E. ten (1904) ltz.1 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Nautilius MD 1<br />

Kloot, E. van der (1904) sgthofm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kluijfhout, W. (1920) matr.1 28-11-1944 Tarakan, Borneo W 11<br />

Klumper, F.P. (1906) stok.1 26-05-1945 Texel W 127<br />

Klumper, J.J.W. (1911) kwmr 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Klunder, A.R. (1915) mont.2.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Klunder, J.H. (1919) stok.2 17-01-1942 Balikpapan, Borneo W 7<br />

Klunder, M.H. (1927) marn.1.ovw 13-05-1946 Soerabaja MARNS 45<br />

Knaap, C. van der (1916) ozwnr.2.kmr* 28-10-1943 Mitchell FR 174 MLD 67<br />

Knaape, A.L. (1911) btsm 01-03-1942 Hr.Ms. Witte de With OS 33<br />

Knaapen, C.H.J. (1910) sgtvl 13-04-1940 Fokker W 9 MLD 2<br />

Knapp, A.K. (1915) ovl.3.kmr.tv 09-02-1945 Mitchell FW 212 MLD 111<br />

Kneefel, F.H.A. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kneefel, J. (1920) stok.2 11-02-1942 Hr.Ms.Prins van Oranje MD 11<br />

Knegt, A. de (1902) smjrvl 26-07-1940 Fokker AV 964 MLD 6<br />

Knollenburg, G. (1919) marn.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Knoop, J. (1919) matr.2 21-07-1944 Stuttgart, DR W 86<br />

Knoops, A.K. (1916) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Knopjes, C.H. (1919) matr.1 03-06-1944 Singapore W 49<br />

Knotter, A. (1917) marn.1 14-05-1940 Overschie MARNS 7<br />

Knufman, P.H.J. (1918) tamb.1 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

141


Knust Graichen, F.E. (1907) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms De Ruyter OS 28<br />

Kochi, W.Th.J. (1906) sgtknst 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kock, T. de (1920) matr.1 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17<br />

Kock, W.J. (1917) stok.o/m 01-09-1945 Fukuoka 6, Japan W 8, W 47<br />

Kodoati, K.E. (1898) matr.1 25-01-1945 Maoemere, Flores W 11<br />

Koehl, B. (1918) vlgtlgnm 08-05-1942 Hudson V 8981 MLD 43<br />

Koek, J. (1902) matr-vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Koekoeh (1922) inh-stok.2 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Koens, C. (1903) sgtmarns 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Koens, C. (1925) matr.2.ovw 23-04-1948 Soerabaja W 9<br />

Koento (1909) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Koepan (1916) inh-kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Koes, P.J. (1917) mil-matr 12-11-1943 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Koesmadi (1907) inh-kplvgmr 22-06-1944 Soerabaja W 11<br />

Koeswo (1921) inh-matr.2 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Koetsier, H.J. (1914) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kohier, Ch.L. (1908) mil-matr 29-03-1945 Ambarawa, Midden-Java W 11<br />

Kohlbrugge, F.N. (1917) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Köhler, G.H. (1897) lndst-matr 18-06-1945 Namajo, Siam W 48<br />

Kok, J. de (1919) stok.o/m 22-01-1945 Nakhonpathon, Siam W 48<br />

Kok, J.A. (1918) sgtvl* 26-11-1943 Mitchell FR 146 MLD 68<br />

Kok, J.J.M. (1912) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kokkelink, D. (1910) sgttpmr 18-02-1942 Hr.Ms. K VII OZD 11<br />

Kolb, O.F. (1920) lieutenant USN 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kolder, H. (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kole, A.P. (1920) matr.1.snr 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Kolff, H. (1907) ltz.1 13-05-1942 ms Brabant OS 37<br />

Koll, F.W. (1918) stok.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Köllner, J. (1911) btsm 05-08-1943 Chungkai, Siam W 48<br />

Kolster, J.R. (1897) lds 11-12-1940 ss Towa OS 14<br />

Kombrink, H. (1919) stok.2.zm 10-09-1945 Anjum, Fr. (Port Party) MD 22<br />

Komendong spr. GM 16-04-1942 Hr.Ms. Anna OS 35<br />

Komkommerman, B.B. (1921) matr.1.zm 03-01-1946 Anson 1 MG-445 MLD 127<br />

Kommer, C. (1901) majtlg 03-07-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Kommer, G. (1904) sgtkok 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Komsary, M. (1915) inh-llvgmr 17-11-1944 Sydney, Australië W 9<br />

Koning, D. de (1915) {VK} ovl.2.kmr* 01-06-1943 LA/KLM DC 3 Ibis MLD 58<br />

Koning, N.F. de (1894) ltz.3.kmr.sd 13-05-1943 Kanchanaburi, Siam W 48<br />

Koning, P. de (1920) matr.3 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Konkelaar, P.M. (1908) stok.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Kooi, W. van der (1916) marn.1 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58<br />

Kooij, D.J. (1919) matr.2.zm 29-03-1943 Morpeth, VK MLD 56<br />

Kooij, D.J. van (1918) matr.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Kooij, G. (1942) schr.1 25-09-<strong>1962</strong> Hollandia, NNG W 7<br />

Kooij, M.R. van (1904) ltz.2.kmr 25-02-1941 Hudson T 9364 MLD 11<br />

Kooij, P.J. (1902) sgthofm 28-12-1944 Makassar W 36<br />

Kooijman, J. (1921) ltz.3 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

142


Kooijman, L. (1916) marn.1 17-02-1942 Aruba (MOD) MD 14<br />

Kooiman, N.R.L. (1911) vgmr.2.zm 12-05-1940 Fokker R 4 MLD 3<br />

Kool, C.J. (1890) ambt. ME 02-10-1942 Colombo, RNA Hospital W 9<br />

Kool, J. (1921) matr.3 01-05-1941 Hr.Ms. Jean Frédérique OS 16<br />

Koomans, W.H. (1926) ltz.3 (3e wk GM) 04-02-1942 Hr.Ms. Deneb OS 20<br />

Kooning, F.J. de (1915) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Koopman, H. (1915) stok.2.zm 01-03-1942 Seboekoe Besar, NOI OS 31<br />

Koops, F. (1928) ltz.3 22-04-1953 Firefly P 70 MLD 158<br />

Koops, H. (1920) matr.3 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Koops, H. (1942) vgmr-mb 07-04-1960 MVKK, Den Helder W 7<br />

Koorn, C.P. (1906) sgtmach 24-12-1941 Hr.Ms K XVII OZD 8<br />

Kooten, W.A. van (1914) marn.1 20-11-1945 Camp Davis, VS W 9<br />

Kootstra, S. (1922) marn.2.ovw 21-07-1946 Driaredja, Oost-Java MARNS 63<br />

Kop Jansen, J.S.A. (1927) tdl.kplmarns.ovw 02-11-1947 Kalisat, Oost-Java MARNS 124<br />

Koper, L.C. (1908) mil-matr 29-03-1945 Raha, Moena (Celebes) OS 60<br />

Koppejan, P. (1914) matr.1 12-05-1940 Hr.Ms. Friso OS 6<br />

Koppel, P. van de (1901) oppspr 29-09-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Kordelaar, J.G.A. van (1907) sgtmach 21-03-1942 Lagoendi, Pedadabaai OS 31<br />

Koree, J. (1889) ldsspr LW 11-05-1940 Hr.Ms. BV 19A OS 3<br />

Korporaal, M. (1906) matr.2.zm 14-05-1940 Rotterdam MARNS 6<br />

Kors, B.T. (1926) marn.3.zm 24-02-1948 Soerabaja MARNS 134<br />

Korteweg, J.A. (1899) matr. LW 30-09-1943 Zandkreek, a/b Croetzen W 68<br />

Korteweg, W. (1915) matr.3.zm 13-05-1940 Hr.Ms M 2 MD 4<br />

Kortooms, Th.H. (1918) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Korver, M. (1912) kplmarns 21-09-1944 ss Toyofuku Maru OS 58<br />

Kost, C.L. (1912) btsm 27-01-1943 Hudson EW 919 MLD 55<br />

Kost, E. (1916) stok.o/m 11-10-1943 Tarsao, Siam W 48<br />

Kostelijk, P. (1920) matr.2 22-07-1942 Curaçao W 9<br />

Koster, C. (1923) sgtvgmr 10-06-1959 <strong>Marine</strong>r P 306 MLD 171<br />

Koster, H.L. (1902) spr 14-01-1945 Melbourne, Australië W 9<br />

Koster, K.H.A. (1911) bed.1.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Koster, M.R. (1924) marn.1.ovw 05-09-1947 Tanggoel, Oost-Java MARNS 114<br />

Kosterman, A.J. (1901) majmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Koullen, H.J. (1914) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Kouwenhoven, D. (1916) stok.1 13-03-1941 Waalsdorpervlakte W 14<br />

Kraag, P.E. (1920) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kraaij, F.M. (1920) mil-stok 05-03-1942 Oost-Java MARNS 9<br />

Kraaijeveld, P. (1927) marn.3.zm 26-08-1947 ss Volendam (Ind.Oceaan) W 9<br />

Kraak, A.J. (1919) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Kraak, C. (1921) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Krak, J.J.J. (1906) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Kramer, A. (1922) marn.3.ovw 28-03-1946 Bringkang, Oost-Java MARNS 33<br />

Kramer, A.A.Ch. (1893) homsd.2 03-03-1942 Broome, Australië MLD 38<br />

Kramer, A.E. (1917) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Kramer, C.G. (1910) mil-matr-snr/kw 18-08-1945 Palembang W 8<br />

Kramer, H. (1918) kok.1.zm 19-10-1945 Tandjong Priok OZD 21<br />

Kramer, J. (1923) marn.2.ovw 28-05-1946 Bringkang, Oost-Java MARNS 48<br />

143


Kramer, J. de (1908) sgttpmr 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Kramer, P. (1897) sgtvgmr 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Kramer, R.C. (1918) matr.1 18-09-1944 ss Junyo Maru OS 57<br />

Kramer, S. (1896) majtimm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kramers, A.W. (1903) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kranenburg, C.H. (1917) tlntmarns.kmr 17-03-1947 Modjosari, Oost-Java MARNS 88<br />

Kranenburg, J.W. (1914) elntmarns.kmr 29-11-1943 ss Suez Maru OS 53<br />

Kraus, E.C.F. (1923) mil-matr-tlg 13-02-1943 Thambyuzayat, Burma W 48<br />

Kreekels, J.M.A. (1914) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kreel, N. van (1922) kpladb.marns 27-06-1943 Takanun, Siam W 48<br />

Kregting, W.T.C. (1918) matr.2.kmr.tv 27-06-1946 Velsen (Port Party) MD 25<br />

Krens, D.E.G.V. (1918) marn.3 06-03-1942 Kertosono, Oost-Java MARNS 10<br />

Kretz, J.M.A. (1922) llvgmr 03-03-1945 Koblenz, DR W 12<br />

Kriegenbergh, H.D. von (1920) mil-stok 20-08-1943 Quima, Siam W 48<br />

Kriele, L. (1916) barb 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kriesfeld, A.C.V. (1918) ltz.3 20-02-1942 Hr.Ms. Tromp OS 24<br />

Krift, R. van der (1917) stok.o/m 29-10-1942 ss Abosso OZD 15<br />

Krijgsman, A.A.J. (1920) matr.2 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Krijgsman, A.E. (1920) mil-stok 24-06-1944 ss Tomohoku Maru OS 56<br />

Krijgsman, D. (1919) matr.1 26-07-1941 Hr.Ms Willem van der Zaan W 7<br />

Krijnen, G.A.Q. (1921) ozwnr.3.kmr.tv 11-01-1944 Swordfish LS 244 MLD 73<br />

Krijtenburg, G.D. (1909) sgtmont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Krijthe, P.J. (1922) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kroes, J. (1916) knstsm 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kroes, P.J. de (1918) ovl.3.kmr 07-03-1942 ms Poelau Bras OS 34<br />

Kroes, W.M.J. de (1902) lndst-matr 05-10-1943 Tarakan, Borneo W 11<br />

Kroese, G.L. (1906) spr 28-07-1948 Makassar OS 72<br />

Kroeze, H.N.P. (1921) ltz.3 25-06-1943 Hlapauk, Burma W 48<br />

Krol, A.D.C.H. (1912) mil-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Krom, J.F. de (1915) stok.o/m 01-10-1943 Anganan, Burma W 48<br />

Kromwijk, A. (1912) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kromwijk, W.J.J. (1918) marn.3.ovw 16-04-1946 Sidowoengoe, Oost-Java MARNS 38<br />

Kroon, B.H. ltz.1.kmr.sd 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Kroon, W. (1919) matr.2 25-09-1943 Hindato, Siam W 48<br />

Kruijdenhof, F. (1920) matr.2 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Kruijs, G.R. (1913) ltz.2 24-12-1941 Hr.Ms. K XVII OZD 8<br />

Kruijtser, M.P.F. (1913) kplmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kruis, W.L. (1920) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kruisland, J.A. (1909) kplmach 01-10-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Jan van Gelder MD 2<br />

Kruisweg, G. van den (1922) marn.3.ovw 26-06-1946 Soerabaja MARNS 56<br />

Kruiswijk, T. (1928) marn.3.zm 07-08-1949 Toeban, Oost-Java MARNS 169<br />

Kruizinga, J. (1906) sgtmach 20-05-1943 Kinsayok, Siam W 48<br />

Krul, J. (1912) zvpl.zm 08-09-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Willem van Ewijck MD 1<br />

Krul, N.P. (1921) marn.1.ovw 14-06-1947 Soerabaja W 9<br />

Kuen, C.W. (1918) stok.zm 12-05-1940 Hr.Ms. Bulgia MD 3<br />

Kuhuwael, H.J.B. (1923) inh-mil-stok 01-08-1945 Jamdena, Larat (NOI) W 11<br />

Kuijpers, A.Th. (1922) tdl.kplmarns.ovw 28-08-1946 Soerabaja W 7<br />

144


Kuijpers, F.M. (1911) sgtvgsch 08-06-1944 Mitchell FR 179 MLD 87<br />

Kuijpers, W. (1917) kplvgsch.zm 20-03-1944 Mitchell FR 141 MLD 79<br />

Kuiken, J.R. (1923) mil-sgtzwnr 23-02-1942 Dornier X 21 MLD 36<br />

Kuiper, H. (1919) stok.3.zm 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Kuiper, H. (1919) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Kuiper, K. (1920) stok.2 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Kuiper, L. (1910) {KV} ltz.2.kmr 07-12-1946 Walrus PH-NAV MLD 132<br />

Kuipers, C.F. (1914) mont.2.zm 07-12-1942 ss Ceramic OS 45<br />

Kuipers, J. (1923) matr.3 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kuipers, O. (1901) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kuit, G.M. van de (1924) marn.1.ovw 19-08-1947 Djember, Oost-Java W 7<br />

Kuit, P. (1919) matr.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Kuling, F.H. (1905) omsd.2.kmr 12-07-1944 Kendari, Oost-Celebes W 11<br />

Kup, Ch.J. de (1886) kltz.kmr 11-11-1942 Neuengamme, DR W 46<br />

Kuster, G.S. (1899) majmont 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Kuster, S.G. (1901) {KV} majmont 14-04-1945 Amsterdam W 121<br />

Kwakman, P. (1899) lndst-matr 09-03-1944 Osaka, Japan W 47<br />

Kwast, G.D. (1912) ltz.2 19-11-1940 Hr.Ms. O 22 OZD 4<br />

Kwast, P. (1912) vgmr.1.zm 08-04-1944 Lasham, VK MLD 81<br />

Kwawegen, A. van (1912) mil-matr-tlg 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Laan, J. van der (1917) matr.1 09-03-1942 Hr.Ms. Jan van Amstel MD 17<br />

Laan, J.B. (1919) marn.3 14-05-1940 Rotterdam MARNS 5<br />

Laan, J.J. van der (1903) kplgsmr 10-11-1945 Semarang W 132<br />

Laan, L. (1920) matr.2 20-06-1940 Hr.Ms. O 13 OZD 3<br />

Laane, H.A.J. (1920) {BK} tlgnm 08-03-1942 Catalina Y 63 MLD 39<br />

Lacomblé, E.E.B. (1896) {RMWO} kltz 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Ladenius, P. (1904) tamb.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Lagaay, C.A. (1907) {BL} ltz.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Laganti (1922) inh-matr.3 23-12-1944 Port Lonsdale, Australië W 7<br />

Lagendaal, P.J. (1914) ovl.2.kmr 11-01-1942 Catalina Y 58 MLD 26<br />

Lagendijk, G. (1895) matr.LW 30-09-1943 Zandkreek, a/b Croetzen W 68<br />

Lagerwey, J. (1915) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Lagh, J.H.G. de (1920) mil-matr-schr 02-12-1945 Bandoeng W 132<br />

Lahope, H. (1910) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52<br />

Lalenoh, J.A.U. (1910) inh-matr.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52<br />

Laman Trip, jhr. J.H.W.S. (1911) ltz.1 13-11-1942 Hr.Ms. Isaac Sweers OS 42<br />

Lambo, L.H. (1913) omsd.1 14-11-1946 Schiphol, Amsterdam W 7<br />

Lambrechts, A.C.M. (1926) ltzv.2 21-09-1952 Firefly K 67 MLD 155<br />

Lambregtse, H.A.M. (1903) sgtmach 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Lamers, J.H.H. (1908) ovg.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Lammerding, E.F. (1912) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Lammers, G. (1908) majtpmr 10-09-1945 Anjum, Fr. (Port Party) MD 22<br />

Lammers, G. (1927) marn.2.zm 05-01-1949 Tjepoe, Oost-Java MARNS 140<br />

Lammers, H. (1918) stok.o/m 19-12-1941 Hr.Ms. O 20 OZD 6<br />

Lammers, H. (1923) kplvsd.kmr.tv 11-07-1949 Soerabaja W 9<br />

Lampe, J.J. (1916) stok.1.zm 21-01-1949 MH Batavia W 9<br />

Land, J. van der (1915) ozwnr.3.kmr* 13-06-1944 Mitchell FR 205 MLD 88<br />

145


Landman, A. (1910) mil-matr 09-05-1942 Palembang W 11<br />

Landman, H. (1926) marn.2.zm 15-10-1948 Straat Madoera MARNS 136<br />

Lange, G.J. (1921) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

Lange, M.Ch. de (1897) majknst 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Lange, W. de (1932) marn.2.zm 22-06-1953 Aruba W 7<br />

Langelaar, C.A. (1915) ovl.2.kmr* 18-08-1941 Hudson T 9413 MLD 17<br />

Langeler, J.W. (1890) ltz.1.kmr 03-09-1945 Batavia W 8<br />

Langenbach, F. (1921) ltzv.2.kmr.ov 12-01-1951 Seafury F 15 MLD 151<br />

Langendam, R. (1924) kplvgsch.zm 19-08-1944 Mitchell FW 258 MLD 98<br />

Langendoen, K.J. (1896) oppmont 03-03-1942 Kalipang, Kragan. (Java) W 24<br />

Langenhoff, H.F.G. (1902) ozwnr.2.kmr 14-04-1940 Fokker W 9 MLD 2<br />

Langeraar, A. (1900) oppvgmr 10-04-1945 Pakanbaroe, Sumatra W 72<br />

Langerveld, J. (1906) omsd.1 15-12-1941 Hr.Ms. O 16 OZD 5<br />

Lannoy, E.F. de (1919) stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Lannoy, V. de (1909) mil-matr-schr 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Lansdaal, P.A.M. (1929) ltz.2.oc 10-06-1959 <strong>Marine</strong>r P 306 MLD 171<br />

Lansdorp, C.A. (1912) mil-matr 10-05-1943 Brankassi, Siam W 48<br />

Lantermans, D.W. (1923) matr.2 06-06-1945 Chungkai, Siam W 48<br />

Lapod, D. (1914) inh-mil-sgtvsd 04-05-1943 Oost Java (NEFIS Tiger III) W 56<br />

Lapré, J.H. (1911) mil-matr-tlg 31-07-1943 Kinsayok, Siam W 48<br />

Lasman, L. (1908) inh-stok.o/m 19-02-1942 Hr.Ms. Piet Hein OS 23<br />

Lassay, F.S. (1917) mil-matr-mont 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 28<br />

Lassing, K.H.J.W. (1901) lndst-matr 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Last, J. (1904) sgtmach 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Lastdrager, C. (1917) bed.zm 14-05-1940 Willemsoord W 2<br />

Lataster, P.J. (1918) kplvsd.kmr.tv 20-01-1949 Tretes, Oost-Java W 136<br />

Latuheru, J. (1909) inh-stok.o/m 26-06-1944 Bodjonegoro, Oost-Java W 85<br />

Latunij, J. (1901) inh-matr.1 17-02-1942 Hr.Ms. Van Nes OS 21<br />

Laufer, H. (1919) ovl.3.kmr 03-08-1944 Hellcat HV 194 MLD 95<br />

Laurens, J.M. (1903) inh.matr.1 25-12-1941 Hr.Ms. K XVI OZD 9<br />

Laurey, C.A.J. (1929) marn.2 14-08-1948 Wanaredja, West-Java MARNS 135<br />

Lauwerens, J. (1903) {KV} sgttlg 14-04-1945 Amsterdam W 121<br />

Lawalata, A.A.L. (1912) inh-stok.1 17-11-1943 ss Ryukyu Maru OS 52<br />

Lawalata, S. (1911) stok.1 08-11-1950 Ambon, R.I. W 9<br />

Lawick, H.A.V.R. baron van (1909) ltz.2 17-06-1941 Fokker W 13 MLD 14<br />

Lazare, E. (1909) mil-matr 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Lebeau, J.R.L. (1905) {KV} ltz.1 07-09-1944 Dakota C47 DT 941 MLD 103<br />

Ledeboer, F.W.C. (1909) mil-matr 26-08-1942 Long Nawang, Borneo W 41<br />

Ledeboer, I.Ch.F. (1909) mil-kplzvpl 09-04-1945 Makassar W 36<br />

Leeden van Slotboom, J. mil-kplmach 08-03-1942 Vermist, NOI W 26<br />

Leenders, B. (1900) spr 01-10-<strong>1939</strong> Hr.Ms. Jan van Gelder MD 2<br />

Leenderse, F. (1916) stok.o/m 27-02-1942 Hr.Ms. De Ruyter OS 29<br />

Leenstra, J. (1903) lndst-matr-mont 13-02-1945 Pangkalan Balai, Sumatra W 11<br />

Leerdam, J.H. van (1912) kplhofm 16-07-1945 Pangkalan Balai, Sumatra W 11<br />

Leerdam, S. van (1917) kplmach 11-01-1942 Hr.Ms. Prins van Oranje MD 11<br />

Leering, J. (1900) majmont 27-08-1943 Phadong, Burma W 48<br />

Leersum, R.B. van (1922) mil-stok 27-02-1942 Hr.Ms. Kortenaer OS 27<br />

146


Leether, D.J. (1920) matr.1 08-09-1943 Kuyr, Siam W 48<br />

Leeuw, R.P. de (1920) tdl.kplmarns 11-07-1947 Gedangan, Oost-Java MARNS 58<br />

Leeuw, W.J. de (1906) tlg.vmr 14-05-1940 Hr.Ms. BV 34 OS 8<br />

Leeuwen, C.B. van (1916) stok.1 27-02-1942 Hr.Ms. Java OS 29<br />

Leeuwen, G.A. van (1916) ovl.2.km