Roetfilters op werkmaterieel - Bmwt

bmwt.nl

Roetfilters op werkmaterieel - Bmwt

Roetfilters op

werkmaterieel

Een uitgave over regelingen, verplichtingen en subsidies voor beheerders van grondverzetmachines.

Deze is tot stand gekomen middels een financiële bijdrage van SenterNovem/VROM.

BMWT-KEUR


Roetfilters op werkmaterieel

Inhoud

2


3 Inhoud

Roetfilters op werkmaterieel

1 Waarom roetfilters? 5

2 Overheidsbeleid 7

3 Flankerend beleid 11

1 Groen Bestek 11

2 Duurzaam inkopen 12

4 Additionele maatregelen 15

1 Brandstof besparen, het nieuwe rijden 15

2 Brandstof EN 590 16

3 Start – Stop – Systeem 16

4 Regelmatig onderhoud 17

5 Europese emissie-eisen aan mobiele werktuigen 19

6 Subsidieregeling 21

7 Werking en functie van het roetfilter 25

1 Algemene informatie 25

2 Soorten roetfilters 25

3 Werking van roetfilters 26

4 Toepassing van roetfilters 26

5 Roetfilterfamilies 28

6 Voorbeelden van filtersystemen 28

7 Regeneratie (reiniging) van roetfilters 30

8 Voorbeelden van actieve regeneratie 31

9 Voorbeelden van passieve regeneratie 32

10 Keuze van een roetfilter 33

8 Het onderhouden en keuren van het roetfilter 35

1 Regelmatig onderhoud 35

2 Periodieke keuring 35


Roetfilters op werkmaterieel

1 Waarom roetfilters?

4


5 Hoofdstuk 1

1 Waarom roetfilters?

Al decennia lang vormt de luchtkwaliteit een probleem waarvan de gevolgen merkbaar

zijn in alle delen van de samenleving. Ondanks verbeteringen in de afgelopen

jaren, zoals een reductie van de uitstoot van schadelijke stoffen van 50 tot 80%, is het

nog altijd noodzakelijk om te werken aan het verbeteren van de luchtkwaliteit, met

name in dichtbevolkte gebieden.

Zo blijkt uit RIVM-rapporten dat er in Nederland jaarlijks gemiddeld 18.000 mensen

te vroeg sterven aan de gevolgen van langdurige blootstelling aan bijvoorbeeld roetdeeltjes

en stikstofdioxide. Ook leidt luchtverontreiniging tot meer gezondheidsklachten

van mensen met luchtwegaandoeningen en ziekten (zoals een verminderde

longfunctie, allerlei hart- en vaatziekten) en een toename van de kans op verschillende

vormen van kanker.

Bovendien leidt Europese milieuregelgeving rond de maximaal toelaatbare hoeveelheid

fijnstof en stikstofdioxide in de lucht er toe dat op een groot aantal plaatsen in

Nederland nauwelijks nog kan worden gebouwd.

De dieselmotor wordt gezien als een belangrijke verspreider van fijnstof en stikstofdioxide,

stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Roet en PAK’s (Polycyclische

Aromatische Koolwaterstoffen), bestanddelen van DieselMotorenEmissies (DME’s),

zijn kankerverwekkend gebleken. Roetfilters kunnen deze stoffen opvangen en

daarmee voorkomen dat deze in ons milieu terechtkomen.

Binnen de bouwsector worden veel dieselgedreven

werktuigen ingezet, waardoor machinisten/bestuurders

in direct contact komen met DME’s. Hierdoor wordt de

kwaliteit van de werkplek aangetast.

De overheid heeft een subsidieregeling in het leven geroepen,

bedoeld om het retrofit monteren van roetfilters

op werkmateriaal te stimuleren. Het doel van deze

regeling is de luchtkwaliteit van het binnenstedelijk milieu

te verbeteren.

In deze publicatie vindt u informatie over het overheidsbeleid

op dit terrein. Ook wordt ingegaan op

flankerend beleid, additionele maatregelen, Europese

emissie-eisen en de inhoud van de subsidieregeling.

Tenslotte komt het roetfilter zelf aan bod: werking,

functie, onderhoud en keuring worden besproken.


Roetfilters op werkmaterieel

2 Overheidsbeleid

6


7

2 Overheidsbeleid

Hoofdstuk 2

Het overheidsbeleid ten aanzien van het verbeteren van de luchtkwaliteit is ontstaan

door een samenwerking van alle ministeries. In het kader van deze brochure

zijn met name het beleid van de ministeries van VROM en SZW van belang. VROM

hanteert een insteek vanuit het milieu, terwijl SZW de kwaliteit van de werkplek

centraal stelt.

Begin 2006 zijn DieselMotorEmissies (DME’s) aangewezen als kankerverwekkende

stof of mengsel. Volgens de Arbeidsinspectie moet de werkgever maatregelen

nemen om blootstelling aan kankerverwekkende stoffen te voorkomen of in ieder

geval te beperken tot een zo laag mogelijk niveau. Als eerste maatregel valt daarbij

te denken aan vervanging, bijvoorbeeld een diesel gedreven heftruck vervangen

door een elektrisch gedreven heftruck. De vervangingsplicht geldt uitsluitend

wanneer het technisch uitvoerbaar is om de machine te vervangen. Is het technisch

wel mogelijk om een machine te vervangen, maar om bedrijfstechnische redenen

niet? Dan moeten andere maatregelen worden getroffen. Een mogelijkheid is dan

het plaatsen van roetfilters. Roetfilters kunnen voor vrijwel iedere motor worden

geleverd.

De resultaten van de bovenstaande maatregelen

moeten getoetst worden: worden er wel voldoende

resultaten behaald? De overheid heeft op dit moment

nog geen grenswaarde vastgesteld om de resultaten

aan te toetsen. De Gezondheidsraad is wel bezig met

het vaststellen van risicogrenzen in geval van blootstelling

aan DME’s. Zolang er nog geen wettelijke

grenswaarde is vastgelegd, moet de werkgever de

resultaten toetsen aan de grenswaarde die hij zelf

heeft vastgesteld. Daarbij moet hij die grenswaarde zo

laag mogelijk stellen. Het overleg met werknemers (in

het kader van de Arbocatalogus) moet leiden tot een

grenswaarde die de streefwaarde zo dicht mogelijk

benadert. Er moet duidelijk kenbaar worden gemaakt

waarom een grenswaarde dichter bij de streefwaarde

niet mogelijk is. Het is niet zondermeer toegelaten om

een waarde dicht bij de verbodswaarde als grenswaarde

te hanteren.

VROM heeft per 1 januari 2008 een subsidieregeling

ingevoerd voor roetfilters op mobiele werktuigen.

Eigenaren van bijvoorbeeld grondverzetmachines met

een vermogen vanaf 75 kW ontvangen een vergoeding

van 35 % van de aankoop- en inbouwkosten van

het roetfilter.


Voor vorkheftrucks met een hefcapaciteit t/m 4 ton in binnenruimten 1 heeft de Arbeidsinspectie

in november 2006 besloten haar handhavingsbeleid aan te scherpen,

wat betekent:

• een verplichte vervanging van dieselmotor-aangedreven vorkheftrucks met een

hefvermogen tot 4 ton door elektrisch of LPG-aangedreven voertuigen;

• de hefcapaciteit van een heftruck wordt standaard vastgelegd middels het begrip

“nominale hefcapaciteit” dat door de fabrikant wordt bepaald. De nominale

hefcapaciteit blijft gelden als een hulpstuk op de heftruck wordt gemonteerd,

ondanks het feit dat de restcapaciteit daardoor lager ligt dan de nominale hefcapaciteit.

2

De essentie van het beleid is dat blootstelling aan DME’s wordt vermeden, wat bereikt

kan worden door dieselmotoren uit omsloten ruimten te weren. Moeten toch

arbeidsmiddelen in omsloten ruimten worden gebruikt dan is de vervangingsplicht

aan de orde.

De werkgever moet dan zoals eerder beschreven eerst nadrukkelijk onderzoeken of

vervanging van een dieselgedreven arbeidsmiddel technisch mogelijk is (economische

motieven spelen daarbij geen rol).

Pas als weren of vervangen niet mogelijk blijkt moet de werkgever zich inspannen

om de blootstelling aan DME’s tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen.

Aan deze inspanningsverplichting is onder andere voldaan als het arbeidsmiddel/

voertuig is voorzien van een roetfilter met een afvangrendement van minimaal

70%.

Ook met het inzetten van vrachtwagens die voldoen aan de zogenaamde Euro 4 of

Euro 5 norm wordt aan de inspanningsverplichting voldaan.

Sporadisch komt het voor dat het om louter technische redenen niet mogelijk blijkt

om een roetfilter in te zetten (ook geen opsteekfilter). Als het onweerlegbaar

noodzakelijk is dat een dergelijk arbeidsmiddel in een omsloten ruimte moet worden

ingezet (en vervanging is onmogelijk) dan moeten aanvullende maatregelen

worden getroffen. Deze maatregelen moeten altijd worden getroffen, tenzij de

concentratie DME’s is teruggebracht tot het achtergrondniveau ter plaatse.

In alle gevallen moet de werkgever door middel van een beoordeling van de blootstelling

aan DME’s nagaan wat de effectiviteit van de getroffen maatregelen is. Als

de werkgever heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting (roetfilter > 70% en/

of Euro 4/5 vrachtwagens) dan start de overheid geen handhavingstraject op deze

verplichting. Bij het voldoen aan de inspanningsverplichting mag de werkgever er

van uit gaan dat de blootstelling aan DME’s zo laag mogelijk is.

In alle andere gevallen is er geen zicht op de effectiviteit van de getroffen maatregelen.

Daarom ziet de overheid er op toe dat in die gevallen de blootstelling van

personeel aan DME’s na het treffen van de maatregelen alsnog wordt beoordeeld.

1 De Arbeidsinspectie blijft uiteraard ook de inzetomstandigheden in de buitensituatie monitoren.

2 Heftrucks komen, met uitzondering van de ruw terrein heftrucks, niet in aanmerking voor subsidie.

Roetfilters op werkmaterieel

2 Overheidsbeleid

8


9

Hoofdstuk 2

Voor deze beoordeling is een grenswaarde nodig. Voor DME’s is van overheidswege

(nog) geen grenswaarde vastgesteld. Een werkgever hoeft geen verdere beheersmaatregelen

te treffen wanneer de blootstellingsconcentratie is teruggebracht

tot het achtergrondniveau ter plaatse. Zoals eerder beschreven kunnen werkgevers

en werknemers in het kader van bijvoorbeeld een Arbocatalogus afspraken

maken over de noodzakelijke beheersmaatregelen en (in afwijking van de achtergrondconcentratie)

over een toetsnorm, een grenswaarde voor de branche. Deze

grenswaarde kan niet willekeurig worden gekozen maar moet zo dicht mogelijk de

streefwaarde benaderen.

Tenslotte nog dit

Theoretisch zal elke uitstoot van DME’s in een omsloten ruimte bijdragen aan een verhoging

van de concentratie ten opzichte van de achtergrond.

Bij het inzetten van gesloten roetfilters dan wel Euro 4/5 vrachtwagens mag de werkgever

er op vertrouwen dat daarmee de blootstelling aan DME’s is teruggebracht naar een zo

laag mogelijk niveau. Dat niveau kan per situatie enigszins verschillen maar er is voldaan

aan de inspanningsverplichting.

Indien het noodzakelijk is aanvullende maatregelen te treffen dan is de werkgever gehouden

aan een resultaatverplichting. Aan deze resultaatverplichting is voldaan indien uit

de beoordeling blijkt dat de blootstelling onder het achtergrondniveau ter plaatse ligt of

onder de door werkgevers en werknemers overeengekomen grenswaarde.


Roetfilters op werkmaterieel

3 Flankerend beleid

10


11 Hoofdstuk 3

3 Flankerend beleid

Het overheidsbeleid om de luchtkwaliteit te verbeteren en het toepassen van roetfilters

te stimuleren, omvat tevens een aanvullend pakket van maatregelen dat als flankerend

beleid wordt ingezet. Daarbij valt onder andere te denken aan het project

Groen Bestek en het stimuleren van duurzaam inkopen bij aanbestedingsprojecten.

3.1 Groen Bestek

Groen Bestek is een project van de Stichting Natuur en Milieu (SNM) om schone technieken

bij mobiele werktuigen te stimuleren. Het project wordt ondersteund door

het ministerie van VROM, dat een subsidie verleend heeft aan SNM.

Het project richt zich op:

• nieuwe voertuigen;

• aanpassingen aan bestaande voertuigen (roetfilters);

• schone(re) brandstoffen.

In het project worden de mogelijkheden van schone technieken voor mobiele werktuigen

verkend en wordt een handreiking gedaan voor groene aanbesteding van

projecten waarin mobiele werktuigen worden ingezet.

SNM wil de overheid als belangrijke

opdrachtgever van werken en diensten

in de bouwwereld bewegen tot het vergroenen

van mobiele werktuigen. Door

in het bestek eisen te stellen aan de uitstoot

van machines kunnen aannemers

gedwongen worden om maatregelen te

nemen, zoals het plaatsen van roetfilters.

SNM stelt een handleiding op en

verspreid deze op brede schaal. Tevens

zal zij overheden en bedrijfsleven intentieverklaringen

laten ondertekenen

waarin de volgende zaken met betrekking

tot mobiele werktuigen worden

geregeld:

• laagzwavelige dieselolie;

• roetfilters toepassen;

• training en opleiding;

• vervangingsinvesteringen in klasse

Euro IIIB-machines;

• een Start-Stop-Systeem om stationaire

emissie te beperken;

• onderzoek naar andere brandstoffen.

!


In het Groen Bestek geeft SNM de volgende mogelijke oplossingen die overheden

kunnen toepassen:

1. Schonere brandstoffen gebruiken

Maatregel schonere brandstoffen Milieurendement

Dieselolie met een lager zwavelgehalte Tot 90% minder SO2 en 10 – 30% minder PM10

Alternatieve brandstoffen (elektriciteit, LPG en aardgas of zelf water-

stof ) in plaats van diesel

2. Schonere motoren

3. Machines efficiënt gebruiken

90 – 100% minder PM10

50 – 100% NOx

Maatregel schonere motoren Milieurendement

Bij aanschaf nieuwe werktuigen kiezen voor schonere motoren Reductie van 90% PM10 en 50% NOx

Versneld vervangen van oudere werktuigen Variabel + besparing brandstof en CO2

Roetfilters op nieuwe en bestaande werktuigen 90 – 95% fijn stof reductie

Maatregel gebruik Milieurendement

Regelmatig onderhoud van de machines,

jaarlijkse controle op de emissies

Opleiding en training van personeel

Stoponderbreker en tracksysteem monteren

± 10 – 15 % minder PM10 en 10 – 15 % NOx

± 10 – 15 % minder PM10 en 10 – 15 % NOx +

besparing brandstof en minder CO2

± 10 – 15 % minder PM10 en 10 – 15 % NOx +

besparing brandstof en minder CO2

3.2 Duurzaam inkopen

De rijksoverheid wil in 2010 al haar producten en diensten duurzaam inkopen en /

of aanbesteden. Voor provincies, gemeenten en waterschappen geldt een streefpercentage

van minstens 50% in 2010. Op die manier willen de overheden het

goede voorbeeld geven voor een duurzamer Nederland.

De overheid stelt duurzaamheidseisen aan producten, in dit geval aan mobiele

werktuigen. Het gaat daarbij zowel om mobiele werktuigen die de overheid zelf

inkoopt als om de aanbesteding van diensten aan derden (diensten waarbij mobiele

werktuigen worden ingezet). Zij stimuleert daarmee de markt om duurzame

producten te maken en lokt duurzame innovaties uit. Bij het duurzaam inkopen

Roetfilters op werkmaterieel

3 Flankerend beleid

12


13

Hoofdstuk 3

van mobiele werktuigen zet de overheid in op het gebruik van mobiele werktuigen

met een zo klein mogelijke uitstoot van schadelijke stoffen. Bedrijven worden bij

de werkzaamheden voor de overheid aangemoedigd hun werktuigenpark voortdurend

aan te passen aan de nieuwste uitstootnormen en een zo schoon mogelijk

werktuigenpark te gebruiken. Het is daarom voor bedrijven nu al van belang werktuigen

aan te schaffen die zo min mogelijk uitstoot veroorzaken. Mobiele werktuigen

die niet aan de huidige normen voldoen, kunnen door retrofit aanpassingen,

zoals roetfilters en katalysatoren, schoner gemaakt worden.

Er zijn duurzaamheidscriteria opgesteld voor de aankoop van mobiele werktuigen

bij de overheid en voor het gebruik van mobiele werktuigen bij het uitvoeren van

werkzaamheden voor overheden. Deze normen worden regelmatig bijgesteld en

aangescherpt. De door de overheid opgestelde duurzaamheidscriteria geven geen

uitsluitsel over de techniek die gebruikt wordt om de uitstoot te verminderen.

Naast het toepassen van een roetfilter kan de uitstoot dus ook verminderd worden

door een schonere motor of andere brandstof.

In de criteria wordt onderscheid gemaakt naar gebruik van mobiele werktuigen

binnen en buiten de bebouwde kom.

In de criteria wordt bovendien gekeken naar de gebruiksduur van een werktuig:

hoe langer een werktuig op een bepaalde plek gebruikt wordt, hoe kleiner de toegestane

uitstoot van het werktuig.

Duurzaamheidscriteria in de praktijk

Opgestelde duurzaamheidscriteria worden gepubliceerd op de website van SenterNovem:

www.senternovem.nl/duurzaaminkopen. De belangrijkste punten uit de

criteria zijn:

• mobiele werktuigen moeten, indien nieuw en door een overheid aangeschaft,

minimaal voldoen aan de uitstootnormen van Fase IIIA en de eisen voor de uitstoot

van roetdeeltjes van Fase IIIB;

• mobiele werktuigen die gebruikt worden tijdens werkzaamheden voor de overheid

dienen aan de hoogst mogelijke uitstootnorm te voldoen en minimaal aan

Fase I. De inzetmogelijkheden zijn dan als volgt:

• werktuigen die voldoen aan Fase I zijn beperkt inzetbaar;

• werktuigen die voldoen aan Fase II zijn breder inzetbaar, vooral als zij beschikken

over een roetfilter;

• werktuigen die aan de laatste stand van de techniek voldoen en de minste uitstoot

hebben zijn overal inzetbaar;

• mobiele werktuigen moeten zwavelarme diesel gebruiken. Het gebruik van biologisch

afbreekbare vetten, smeermiddelen, hydraulische olie en het gebruik van

andere brandstoffen die brandstofbesparing of een geringere uitstoot tot gevolg

hebben, worden gestimuleerd;

• moeten zijn voorzien van biologisch afbreekbare en niet-toxische hydrauliek olie;

• om brandstof te besparen moeten mobiele werktuigen voorzien zijn van een

gebruiksprotocol.


Roetfilters op werkmaterieel

4 Additionele maatregelen

14


15

4 Additionele maatregelen

Hoofdstuk 4

Naast de eerder genoemde maatregelen vervanging, montage van roetfilters en

aanschaf van nieuwe motoren, zijn er aanvullende maatregelen mogelijk waarmee

de uitstoot van schadelijke stoffen kan worden verminderd. Het gaat om brandstof

besparen, gebruiken van brandstof EN 590, Start – Stop – Systeem en regelmatig

onderhoud.

4.1 Brandstof besparen

De mogelijkheid en noodzaak van brandstof besparen is bij de meeste Nederlanders

al bekend door de campagne rondom ‘Het nieuwe rijden’, de nieuwe rijstijl van

de 21e eeuw. ‘Het nieuwe rijden’ is een rijstijl die tot 10% minder brandstofverbruik

leidt. Het gaat hierbij niet alleen over de rijstijl, maar ook over controle van de

bandenspanning en zuiniger aankoopgedrag door energie-etiketten. Voor mobiele

werktuigen zijn de basiselementen van ‘Het nieuwe rijden’ ook van toepassing.

’Het nieuwe rijden’ omvat drie basiselementen:

1. de rijstijl. Deze omvat onder andere elementen als starten zonder gas geven, zo

snel mogelijk bij lage toerentallen doorschakelen (binnen de bebouwde kom de

vijfde versnelling gebruiken) en waar mogelijk de auto in een zo hoog mogelijke

versnelling laten uitrollen in plaats van remmen. Vooruitkijken dus.

2. bandenspanning en -onderhoud. Regelmatige controle van de bandenspanning

verhoogt de veiligheid en reduceert het brandstofverbruik.

3. het gebruik van instrumenten die de machinist/bestuurder informatie geven over

onzuinig rijgedrag, over het actuele brandstofverbruik of het verbruik per rit.


De belangrijkste tips van ‘Het nieuwe rijden’, vertaald naar het

werken met mobiele werktuigen:

1. Werk zoveel mogelijk gelijkmatig. Vermijd plotselinge versnellingen en vertragingen.

2. Schakel zo vroeg mogelijk naar een hogere versnelling.

3. Ziet u dat u snelheid moet minderen of moet stoppen, laat dan tijdig gas los en laat de

machine in de versnelling van dat moment uitrollen. Dit geldt natuurlijk ook bij lastwisselingen.

4. Zet de motor af bij kortere stops. Start u weer, doe dit dan zonder gas te geven.

5. Controleer maandelijks de bandenspanning.

4.2 Brandstof EN 590

De meeste fabrikanten van mobiele werktuigen schrijven het gebruik van EN 590

genormeerde brandstof voor. En dit is niet voor niets! Rode gasolie kan grote

schades veroorzaken aan de motor. Het is daarom belangrijk om machinisten te

instrueren welke brandstof moet worden gebruikt. EN 590 genormeerde brandstof

is beschikbaar met verschillende zwavelgehaltes.

In de volgende tabel is te zien hoe verschillende brandstoffen zich tot elkaar verhouden.

Specificaties Huisbrandolie Gasolie Rood Diesel EN 590 zwavelvrij

Cetaangetal / Min. 48 Min. 51

Smerende werking

(Lubricity)

/ / Max. 460 micron

Zwavelgehalte Max. 2000 ppm Max. 2000 ppm Max. 10 ppm*

Cloud point zomer

+5 ºC

+4 ºC

+5 ºC

Cloud point winter

+1 ºC

-7 ºC

-7 ºC

C.F.P.P.* zomer

-10 ºC

-7 ºC

-3 ºC

C.F.P.P. winter

-12 ºC

-18 ºC

-20 ºC

* C.F.P.P. = Cold Filter Plugging Point

4.3 Start – Stop – Systeem

Iedereen kent het wel: machines die continu stationair draaien zonder dat er vermogen

van wordt gevraagd. Dit is erg belastend voor het milieu, kost onnodig veel

geld en is storend voor de omgeving.

Een Start – Stop – Systeem is een systeem dat dit voorkomt. De machinist kan door

middel van dit systeem de motor van de machine op afstand inschakelen en ook

weer uitschakelen. Daarnaast is het mogelijk het systeem zo in te stellen, dat na 3 minuten

stationair draaien de motor automatisch wordt uitgeschakeld. Hierdoor draait

de machine alleen maar op het moment dat er vermogen gevraagd wordt, waardoor

de omgeving en het milieu minder belast worden en geld wordt bespaard.

Roetfilters op werkmaterieel

4 Additionele maatregelen

16


17

Hoofdstuk 4

Een Start – Stop – Systeem is in verband met de veiligheid alleen werkzaam als de

versnelling van de machine in neutraal staat, de handrem aangetrokken is en de

machine stil staat. Het kan op alle soorten motoren worden geïnstalleerd, zoals

op aggregaten die dan op afstand door middel van een mobiele telefoon kunnen

worden bediend.

Resultaat

Het gebruik van een Start – Stop – Systeem levert een aantal voordelen op:

• minder brandstofverbruik: de motor draait alleen als het nodig is. Dit levert een

forse brandstofbesparing. Aangezien de motor alleen draait wanneer het nodig is

wordt ook het milieu minder belast en geld bespaard op brandstof en onderhoud

(draaiuren!);

• minder overlast: de omgeving waar de motor draait heeft minder last van de

stationair draaiende motor aangezien deze alleen loopt wanneer dit nodig is. Een

aggregaat met een Start – Stop –Systeem draait alleen wanneer dit daadwerkelijk

nodig is en voorkomt overlast in de omgeving;

• minder belasting van het roetfilter: een roetfilter werkt optimaal als de motor op

bedrijfstemperatuur is. Bij langdurig stationair draaien zit het roetfilter binnen de

kortste keren vol en valt de machine/truck stil. Om 6.30 uur de motor starten en

die dan eerst stationair laten lopen om tijdens een bak koffie een lekkere cabinetemperatuur

te krijgen, dat kan echt niet meer;

• onbevoegden kunnen geen oneigenlijk gebruik maken van de handels of andere

onderdelen van de machine of aggregaat en deze manipuleren.

Kosten

De kosten van een compleet Start – Stop – Systeem zijn beperkt. De brandstofbesparing

en de klanttevredenheid in acht nemende zal de investering zich snel terug

verdienen.

4.4 Regelmatig onderhoud

Mobiele werktuigen zijn per jaar meer uren in bedrijf dan een gemiddelde personenauto.

Dit vraagt veel van de motor. Regelmatig onderhoud van de motor

zorgt ervoor dat deze altijd goed afgesteld is, wat leidt tot optimalisering van het

verbrandingsproces. Dit kan zorgen voor 10% minder roetuitstoot. Onderdelen die

het verbrandingsproces beïnvloeden moeten extra gecontroleerd worden, net als

slangen, slangklemmen, verbindingsstukken en afdichtingen.


Roetfilters op werkmaterieel

5 Europese emissie-eisen aan mobiele werktuigen

18


19 Hoofdstuk 5

5 Europese emissie-eisen aan mobiele werktuigen

Europa heeft een beleid ontwikkeld om dieselmotoren schoner te maken. Aangezien

dit beleid veel inspanningen van de fabrikanten van motoren vergt, is besloten

om dit gefaseerd te realiseren. Hierbij is een onderscheid gemaakt in de vermogens

van de verschillende dieselmotoren.

De Europese richtlijn 97/68/EC heeft als doel om eenheid te brengen in emissiestandaarden

en type-goedkeuringsprocedures voor motoren die ingebouwd worden in

niet voor de openbare weg bedoelde mobiele werktuigen. Dit alles om gezondheid

en milieu te beschermen.

De grenswaarden voor DieselMotorenEmissies zijn voor mobiele werktuigen van

Stage II vastgesteld volgens de volgende tabel (richtlijn 97/68/EC).

Stage II

Nuttig Vermogen P (kW) 18-37 37-75 75-130 130-560

Koolmonoxide CO (g / kWh) 5,50 5,00 5,00 3,50

Stikstofoxide NOx (g / kWh) 8,00 7,00 6,00 6,00

Partikel PM (g / kWh) 0,80 0,40 0,30 0,20

Geldig vanaf 01-2001 01-2004 01-2003 01-2002

Voor mobiele werktuigen van Stage IIIa, IIIb en IV zijn de grenswaarden voor de

DieselMotorenEmissies vastgelegd in Europese richtlijn 2004/26/EC. De grenswaarden

zijn weergegeven in de volgende tabellen.

Stage IIIa

Nuttig Vermogen P (kW) 19 tot


Stage IIIb

Nuttig Vermogen P (kW) 37 tot


21 Hoofdstuk 6

6 Subsidieregeling Mobiele Werktuigen (SRMW)

Om het toepassen van roetfilters op mobiele werktuigen te stimuleren, heeft het

Ministerie van VROM per 1 januari 2008 een subsidieregeling ingevoerd, als aanvulling

op de reeds bestaande subsidieregelingen voor roetfilters voor wegvoertuigen.

Doel en subsidiebedrag

Doel van de regeling is een bijdrage te leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit

in Nederland door de DieselMotorenEmissies (DME’s) voor mobiele werktuigen

te verminderen.

De subsidieregeling is sinds 1 januari 2008 van kracht. Voor de regeling is in eerste

instantie tot en met 31 december 2008 € 7.000.000 beschikbaar. De subsidie

bedraagt 35% van de betaalde kosten voor aanschaf en inbouw van een emissieverminderende

voorziening, met een maximum van € 5.000. Als de aanvrager

BTW-plichtig is, worden voor de subsidie de kosten exclusief BTW in aanmerking

genomen. Per mobiel werktuig wordt slechts eenmaal subsidie verstrekt.

Categorieën

De subsidie wordt alleen verstrekt als het gaat om een roetfilter voor een mobiel

werktuig:

• met een dieselmotor met een vermogen van 75 tot en met 560 kW;

• waarbij de motor beschikt over een typegoedkeuring overeenkomstig fase II of

fase IIIA;

• waarbij het roetfilter niet bij de levering af fabriek al aanwezig is;

• bovendien moet het gaan om een ongebruikt filter.

Let op: als er voor het mobiele werktuig al van de MIA of VAMIL-regeling 3 gebruik

is gemaakt, wordt er geen subsidie verstrekt.

De volgende mobiele werktuigen komen in aanmerking voor subsidie:

1. verreiker of telescooplader;

2. hoogwerker;

3. mobiele kraan;

4. ruw terrein heftruck;

5. laadschop, shovel of wiellader;

6. graafmachine;

7. graaflaadcombinatie;

8. bulldozer;

9. dumper;

10. scraper of schraper;

11. grader;

12. asfalt-afwerkinstallatie;

13. asfaltfreesinstallatie;

14. wals.

3 MIA en Vamil zijn fiscale aftrekregelingen voor ondernemers die investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen die

voorkomen op de zogenoemde Milieulijst. Meer informatie vindt u op de website van SenterNovem.


Roetfilters

De subsidieregeling stelt een aantal emissiereductie-eisen:

• de emissie moet minstens 90% lager zijn dan de waarde die bij de typegoedkeuring

is gehanteerd;

• de grenswaarden voor de uitstoot van gasvormige verontreinigende stoffen mogen

niet worden overschreden;

• het mobiele werktuig moet ook na inbouw voldoen aan de eisen volgens de Wegenverkeerswet

1994 en de geluidsemissienormen volgens de Wet geluidhinder.

Verder stelt de subsidieregeling enkele technische eisen. Deze zijn overeenkomstig

de eisen uit de VERT-lijst 4 :

• het moet technisch onmogelijk zijn om het filterelement in omgekeerde richting

te monteren;

• de doorstromingsrichting van het filterelement moet met een goed zichtbare pijl

zijn aangegeven;

• aan de ingangszijde is een geschikt en afsluitbaar monsternamepunt aanwezig

voor de diagnose van het uitlaatgas voordat dit het roetfilter ingaat;

• het functioneren van het roetfilter moet elektronisch worden bewaakt, zodat

registratie plaatsvindt (‘datalogger’) en bij een tegendrukoverschrijding met

meer dan 200 mbar die langer dan 5 seconden aanhoudt een akoestisch of visueel

alarm wordt geactiveerd;

• het functioneren van het roetfilter mag niet tot gevolg hebben dat de geluidsproductie

van de machine toeneemt.

De volgende filters voldoen zonder verder benodigd bewijs aan de genoemde

emissiereductie-eisen:

• alle door de Dienst Wegverkeer (RDW) goedgekeurde gesloten merken en types,

mits tevens aan bovenstaande eisen is voldaan (dat wil zeggen dat gesloten roetfilters

goedgekeurd voor vrachtwagens ook in aanmerking komen voor subsidie

op mobiele werktuigen);

• alle filters die zijn opgenomen op de VERT-lijst.

Voor alle filters geldt dat ze altijd moeten voldoen aan de technische eisen.

Procedure

Alleen de eigenaar of houder van de machine kan de subsidie aanvragen. De

aanvraag moet ingediend worden bij SenterNovem, een agentschap van het

Ministerie van Economische Zaken. Het aanvraagformulier en meer informatie

is beschikbaar op de website www.senternovem.nl/SRMW. Informatie kan ook

opgevraagd worden door te bellen met de helpdesk verkeersmaatregelen

luchtkwaliteit SenterNovem: 038 – 45 53 400.

Roetfilters op werkmaterieel

6 Subsidieregeling Mobiele Werktuigen (SRMW)

4 VERT = Verminderung der Emissionen von Realmaschinen im Tunnelbau.

In de subsidieregeling is dit gedefinieerd als “alle filters behorende tot de categorie ‘Partikelfilter-Systeme für den

Dauereinsatz’ van de lijst van BAFU/Suva genaamd ‘Geprüfte und erprobte Partikelfilter-Systeme für die Nachrüstung von

Dieselmotoren’. Op deze lijst staan dus roetfilters die geschikt zijn om permanent te worden ingebouwd (‘Dauereinsatz’).

22


23 Hoofdstuk 6

Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden ingeleverd:

1. verklaring (zie ook Bijlage V van de Subsidieregeling) met:

a. verklaring van de eigenaar of houder van het werktuig met informatie over het

werktuig zelf, het inzetprofiel en de onderhoudstoestand;

b. verklaring van de inbouwer van de voorziening met informatie over welk filter

hij (op basis van de verklaring van de eigenaar of houder) heeft gemonteerd;

2. afschrift van de factuur (waarop uitsluitend de kosten voor aanschaf en inbouw

van het roetfilter staan; een combinatie met andere werkzaamheden, bijvoorbeeld

onderhoud of reparatie, is niet toegestaan) en een bijbehorend betalingsbewijs.

Op de factuur staat in ieder geval per mobiel werktuig:

a. het merk en type van het mobiele werktuig;

b. de aard van de emissieverminderende voorziening;

c. de merknaam, het type en het goedkeuringsnummer (Dienst Wegverkeer) of

het controlenummer van de geschiktheidstest (VERT-lijst);

3. als het roetfilter niet voorkomt op de VERT-lijst of de lijst van de Dienst Wegverkeer:

documenten waarmee wordt aangetoond dat het roetfilter voldoet aan de

eisen uit de subsidieregeling.

Bovenstaande tekst is een beschrijving van de inhoud van de subsidieregeling. Aan bovenstaande tekst kunnen geen

rechten worden ontleend. Voor de originele en volledige tekst van de subsidieregeling verwijzen we u naar de publicatie

in de Staatscourant, 27 december 2007.


Roetfilters op werkmaterieel

7 Dieselmotoren en roet

24


25 Hoofdstuk 7

7 Dieselmotoren en roet

In dit hoofdstuk gaan we in op de verschillende soorten roetfilters en de technische

specificaties die daarbij horen. Mogelijk denkt u ‘wat moet ik met al deze informatie,

ik vind het alleen belangrijk dat het roetfilter werkt.’ In dat geval kunt u

volstaan met alleen het lezen van de paragrafen 7.1 en 7.10. U weet dan alles wat u

moet weten. Wilt u meer weten over de techniek van de verschillende roetfilters,

lees dan ook de andere paragrafen van dit hoofdstuk.

7.1 Algemene informatie

Dieselmotoren zijn zuinig in het gebruik. Bij de verbranding van diesel komt echter

veel roet vrij. Roet bestaat uit deeltjes die ontstaan na onvolledige verbranding en

die bij afkoeling een zwart aërosol vormen. Een aërosol bestaat uit vaste of vloeibare

deeltjes die in een gasvormig milieu, in dit geval de atmosfeer, wordt verspreid.

Door hun geringe dimensie, van een tienduizendste tot een miljoenste van een

millimeter kunnen deze deeltjes probleemloos tot diep in de menselijke luchtwegen

doordringen. In het verleden ontstond roet voornamelijk ten gevolge van industriele

verbranding en huisverwarming. De voornaamste bron ligt momenteel bij de

dieselverbranding in personenwagens en vrachtvervoer. Een gevolg daarvan is dat

het grote publiek dagelijks en in hoge mate aan deze ongezonde deeltjes wordt

blootgesteld.

Bij het indelen van roetdeeltjes wordt onderscheid gemaakt in de grootte ervan:

• PM 10 : deeltjes met een doorsnede kleiner dan 10 micrometer;

• PM 2,5 : deeltjes met een doorsnede kleiner dan 2,5 micrometer;

• PM 0,1 : deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer (ultrafijn).

Zoals eerder vermeld vormen de roetpartikels in de uitlaatgassen

een gevaar voor de gezondheid: ze kunnen zware long- en hartaandoeningen

veroorzaken. Verschillende studies hebben aangetoond

dat per jaar 10.000 tot 19.000 sterfgevallen toe te schrijven zijn aan

de uitlaatgassen van dieselmotoren. De grootste boosdoener zijn de

PM 10 deeltjes, die afgevangen kunnen worden door roetfilters.

7.2 Soorten roetfilters

Een roetfilter is ontwikkeld om de uitstoot van roetdeeltjes van een

dieselmotor te verminderen. Het verminderen berust op verschillende

principes:

• het afvangen en opslaan van deeltjes;

• het afvangen en oxideren (verbranden) van deeltjes;

• het verlengen van de doorstroomtijd van een deeltje zodat het

direct wordt geoxideerd.


Het op dit moment meest gebruikte systeem is het afvangen en oxideren van de

deeltjes. Dit principe is onder andere toegepast in de CRT, DPX en CWF. Het afvangen

en opslaan van deeltjes wordt alleen toegepast wanneer het oxideren van de

deeltjes niet direct mogelijk of niet rendabel is. Voor het afvangen worden opzet

filters gebruikt of zogenaamde papieren filters. Het verlengen van de doorstroomtijd

is een relatief nieuwe techniek die nog in ontwikkeling is en zal in deze publicatie

niet verder behandeld worden.

7.3 Werking van roetfilters

Roetfilters kunnen worden onderscheiden in gesloten “wall flow” filters en (half)

open filters. 5 Het is verleidelijk een roetfilter te zien als een zeef waar uitlaatgassen

door heen kunnen en roetdeeltjes in blijven liggen. Deze voorstelling is echter

onjuist. Vooral de kleinere deeltjes worden afgevangen doordat zij vastkleven aan

de wanden van de poriën van het filtermateriaal. Roetfilters zijn daardoor ook voor

de allerkleinste deeltjes effectief.

Een roetfilter kan worden gemaakt van keramisch materiaal, bijvoorbeeld uit siliciumcarbide.

Een roetfilter wordt zo dicht mogelijk bij de motor in het uitlaatsysteem

gemonteerd. Er is onderscheid in passieve en actieve roetfilters. In een passief roetfilter

worden de roetdeeltjes opgevangen in een filter en door middel van katalyse

omgezet. In een actief roetfilter oxideren de roetdeeltjes door het toevoegen van

stoffen (additieven) aan het systeem, of door verbranding of verhitting van de

deeltjes.

Bij het monteren van een roetfilter is het streven dat het motorvermogen niet

wordt verminderd, maar het kan voorkomen dat de motor 2 tot 4 % meer brandstof

verbruikt.

7.4 Toepassing van roetfilters

Met een roetfilter kan de deeltjesemissie sterk worden gereduceerd. De reductie is

in de praktijk afhankelijk van het type motor en het zwavelgehalte in de brandstof.

Afhankelijk van deze factoren kan een roetfilter de emissie van deeltjes verminderen

met meer dan 90 %.

Naast een reductie van roet zorgt het filter ook voor reductie van de uitstoot van

koolwaterstoffen (HC’s) en CO; een reductie van meer dan 70 % is aangetoond.

Door de ophoping van vervuilende deeltjes afkomstig van de motorolie, brandstof

en slijtage van de motor treedt vervuiling van het filter op. Deze vervuiling kan niet

worden geregenereerd. Daarom moet het filter regelmatig worden onderhouden

en schoongemaakt. Door de vervuiling neemt na verloop van tijd de tegendruk van

het filter toe.

5 Let op: voor half open filters wordt geen subsidie verstrekt! Ook worden ze door de Arbeidsinspectie niet gezien als

afdoende bescherming.

Roetfilters op werkmaterieel

7 Dieselmotoren en roet

26


27 Hoofdstuk 7

Het roetfilter stelt drie voorwaarden:

• de dieselbrandstof moet zwavelvrij zijn;

• het oxidatieproces van de koolstof tijdens de regeneratie vereist een uitlaatgastemperatuur

die regelmatig boven de 275 °C uitkomt;

• het roetfilter kan toegepast worden bij Euro2 en Euro3-dieselmotoren.

Wanneer een roetfilter op een bestaande machine gemonteerd wordt mag het

zwavelgehalte maximaal 50 ppm zijn en het olieverbruik niet hoger dan 1 liter op

1000 km of 1 liter op 20 draaiuren.

Het roetfilter beïnvloedt waarden als de uitlaatgastemperatuur en tegendruk. Het

type roetfilter is tevens afhankelijk van de cilinderinhoud en roetuitstoot (roetwaarde)

van de motor. Het type roetfilter moet daarom aangepast worden aan de

specificaties van de fabrikant.

7.5 Roetfilterfamilies

De roetfilters worden in eerste instantie opgedeeld in twee soorten met de volgende

kenmerken:

• wegwerpfilters: wanneer het filterelement vol is, wordt het vervangen door een

nieuw (afvangen en opslaan);

• herbruikbaar: wanneer het filter vol is wordt het verzameld roet verbrand en kan

het opnieuw worden gebruikt (afvangen en oxideren).

De herbruikbare filters kunnen op hun beurt weer onderverdeeld worden in twee

soorten met de volgende kenmerken:

• half open: deel van het uitlaatgassen worden gefilterd, deze soorten worden bij

“niet voor de weg bestemde” mobiele machines niet gebruikt;

• hoog rendement: de uitlaatgassen worden geheel gefilterd.

De hoogrendement filters kunnen weer onderverdeeld worden in drie groepen:

• keramische monolieten: circa. 90% van de toepassingen;

• gesinterd metaal: circa 8% van de toepassingen;

• hittebestendige vezels: circa 2% van de toepassingen

Aangezien de keramische monolieten het meest voorkomen zullen we alleen die in

deze publicatie behandelen.

Het filter van keramisch monoliet (keramisch filter uit één stuk) is een “wall flow”-

of gesloten filter waarvan de kanalen om en om zijn afgedicht. De kanalen hebben

poreuze wanden waar de gassen doorgelaten worden en het roet zich tegen de

wanden verzameld (zie afbeelding).


7.6 Voorbeelden van

filtersystemen

CWF-Filter (Coated

Wall Flow)

Het CWF-filtersysteem

is een met edelmetaal

gecoat keramisch “wall

flow” filter. Door de coating

op de filter vindt de

regeneratie van de filter

al bij een lage temperatuur

plaats (+/- 250 °C).

Randvoorwaarden voor het gebruik van het CWF-systeem:

• de brandstof mag niet meer dan 350 ppm zwavel bevatten;

• de uitlaatgastemperatuur moet minimaal 30% van de inzet boven de 250 °C komen;

• de filter moet eens per 1000 bedrijfsuren (minimaal eens per jaar) worden gereinigd.

Een CWF-filter kan toegepast worden op zowel turbo als niet turbo geladen dieselmotoren.

CWF-filter

Reducties na het filter:

• roet >90%;

• koolwaterstof >95%;

• koolmonoxide >95%.

Er is een minimale toename van stikstofdioxide (NO).

CRT-filter (Continously

Regenerating Trap)

Het CRT-systeem is een

keramisch “wall flow”

filter met een voorgeschakelde

oxidatie

katalysator. De door de

katalysator geproduceerde

stikstofdioxide

zorgt voor de oxidatie

van de roetdeeltjes, die

Roetfilters op werkmaterieel

7 Dieselmotoren en roet

28

!


29 Hoofdstuk 7

door het filter uit de uitlaatgassen stroom zijn gefilterd. Randvoorwaarden voor het

gebruik van het CRT systeem:

• de brandstof mag niet meer dan 50 ppm zwavel bevatten;

• de uitlaatgastemperatuur moet minimaal 30% van de inzet boven de 275 °C komen;

• het filter moet eens per 1000 bedrijfsuren (minimaal eens per jaar) worden gereinigd.

De CRT is alleen geschikt voor turbo geladen motoren.

CRT-filter

De roetreductie is > 90%.

DPX-filter

Het DPX-filtersysteem is een met edelmetaal gecoat keramisch “wall flow” filter.

Door de coating op het filter vindt de regeneratie van het filter al bij een lage

temperatuur plaats ( +/- 275 °C). Randvoorwaarden voor het gebruik van het DPXsysteem:

• de brandstof mag niet meer dan 50 ppm zwavel bevatten;

• de uitlaatgastemperatuur moet minimaal 30% van de inzet boven de 275 °C komen;

• het filter moet eens per 1000 bedrijfsuren (minimaal eens per jaar) worden gereinigd.

De DPX kan toegepast worden op zowel turbo als niet turbo geladen dieselmotoren.

DPX-filter

De roetreductie is >90%.

SCR (Selective Catalytic Reaction)

Om de uitstoot van NOx (stikstof oxides) nog meer te

verminderen, kan een CRT of DPX filtersysteem uitgerust

worden met SCR. Door middel van SCR kan een

vooraf geregelde reactie plaatsvinden.

Dit wordt gedaan door ammoniak( ureum) aan de

gassen toe te voegen en dan over een katalysator te

leiden zodat de NOx omgezet wordt in N2 (stikstof)

en de ammoniak in water. Deze techniek wordt veel

toegepast op stationaire dieselmotoren en aardgasmotoren,

welke worden gebruik voor de opwekking

van stroom of het aandrijven van pompen. Sinds een


ookgas

generator

(motor)

uitlaatgas

ureum

tank

paar jaar is het ook mogelijk om deze techniek toe te passen op dynamische motor

inzet zoals bussen, vrachtwagens en op horizontaal/verticaal transportmachines.

Hieronder wordt SCR schematisch weergegeven.

ureum inspuitlans

mengen van ureum

MSR

kast

SCR

streek

OXI

streek

gezuiverd gas

reactor

SCR voldoet aan de euro 4-

en 5 norm.

Voordeel van dit systeem is

dat er een grote reductie is

van CO, HC, PM en NOx.

Nadelen van dit systeem

zijn de grotere constructie,

een duurder systeem en er

is additief (ureum) noodzakelijk.

7.7 Regeneratie (reinigen)

van dieselroetfilters

Na verloop van tijd zullen

de wanden van het filter

met roet bedekt zijn en

raakt het verstopt. Het

filter moet dan gereinigd

worden. Dit reinigen betekent

dat de brandbare be-

standdelen van het roet worden verbrand (oxidatie). Om de verbranding op gang te

brengen zijn ontstekingstemperaturen nodig tussen de 350 °C en 600 °C afhankelijk

van het soort reinigingsproces. Dit proces noemen we regeneren. Er zijn verschillende

manieren om te regenereren:

Actief regenereren

Het regeneratieproces moet door mensen gestart en onderhouden worden. Kenmerk

van dit proces is dat de uitlaatgastemperatuur laag is (< 300 °C). Het proces

wordt ingeschakeld door de temperatuur van de uitlaatgassen te verhogen door

elektrische bijverwarming of bijverwarming door middel van een dieselbrander. De

bijverwarming kan op de machine gemonteerd zijn (elektrisch on board of dieselbrander)

of als gescheiden apparaat (elektrisch off board).

Passief regenereren

Het regeneratieproces wordt automatisch gestart en onderhouden. Kenmerk van

dit proces is dat de uitlaatgastemperatuur relatief hoog is ( > 300 °C). Deze temperaturen

kunnen, zelfs door moderne dieselmotoren, nauwelijks bereikt worden.

Daardoor moeten er katalysatoren toegevoegd worden om de reactie bij een lage

temperatuur toch op gang te brengen of er worden toevoegingen aan de brandstof

bijgemengd.

Roetfilters op werkmaterieel

7 Dieselmotoren en roet

30


31 Hoofdstuk 7

Katalysatoren worden uitgevoerd als een katalysator/filtercombinatie of als een

filter met een katalytische laag.

Passief/Actief regenereren

Het proces start automatisch, maar is tussentijds wel bij te sturen. Kenmerk van

dit proces is dat de uitlaatgastemperatuur sterk varieert. Uitlaatgastemperaturen

kunnen hoger gemaakt worden door de luchtinlaat te smoren of door brandstof

na-inspuiting in combinatie met een katalysator.

7.8 Voorbeelden van actieve regeneratie

Off-Board

Wanneer het filterelement vol is wordt het gedemonteerd en op een regeneratiestation

geplaatst. De regeneratie duurt ½ tot 2 uur, afhankelijk van de grootte van

het filter en het vermogen van het regeneratiestation.

De voordelen zijn dat de installatie eenvoudig is in uitvoering en gebruik, een lage

aanschafprijs heeft en dat de regeneratie gecontroleerd uitgevoerd wordt.

De nadelen zijn dat de regeneratie discipline vereist, tijdrovend is en dat men het

filter moet demonteren. Ook is verbranding van het filter tijdens de regeneratie

niet denkbeeldig.

On-Board

Wanneer het filterelement vol is wordt de machine op het elektriciteitsnet aangesloten.

De regeneratie duurt ½ tot 2 uur, afhankelijk van de grootte van het filter

en het vermogen van de regeneratie warmtespiraal. Men is afhankelijk van een

elektriciteitsbron.

De voordelen zijn dat de installatie eenvoudig is in uitvoering en gebruik, een lage

aanschafprijs heeft en dat de regeneratie gecontroleerd uitgevoerd wordt.

De nadelen zijn dat de regeneratie discipline vereist, tijdrovend is en de machine

kan tijdens de regeneratie niet gebruikt worden. Men is afhankelijk van een elektriciteitsbron.

Dieselbrander

Wanneer het filterelement vol is, wordt de motor stilgezet en de regeneratie in

gang gezet middels de dieselbrander. De regeneratie duurt 10 tot 20 minuten,

afhankelijk van de grootte van het filter.

De voordelen zijn dat er geen externe energiebron nodig is, de regeneratie snel

verloopt en eenvoudig in gebruik is.

De nadelen zijn dat de installatie relatief complex is, de machine stilstaat tijdens de

regeneratie en de aanschafprijs hoog is.


7.9 Voorbeelden van passieve regeneratie

Brandstofadditieven (verhogen van de uitlaatgastemperatuur)

Het regeneratie proces start vanzelf wanneer de uitlaatgassentemperatuur hoog

genoeg is (250 – 300 °C), onafhankelijk van de belasting van het filter.

De voordelen zijn dat er geen externe energiebron nodig is, geen extra apparaat,

de ongevoeligheid voor de kwaliteit van de brandstof, regeneratie is mogelijk

tijdens het operationele proces en er is geen gebruiksaanwijzing anders dan de

toevoeging van het additief.

De nadelen zijn dat de asresten, veroorzaakt door het additief, vaker verwijderd

moeten worden. Ook zijn er de kosten van het additief.

Katalytische behandeling (verlagen van de ontbrandingstemperatuur van het roet)

Door verschillende katalysatoren toe te passen kan men de ontbrandingstemperatuur

van het roet verlagen. Hieronder volgen voorbeelden van mogelijke combinaties.

T30 Systeem

> 550 – 600 ºC Zelfontbrandingstemperatuur v/h roet

> 380 – 420 ºC Katalytisch met Basismetalen

> 3xx ºC Katalytisch met 5g Pt(platina)

> 340 ºC Licht katalytisch met Pt + FBC

> 325 ºC Katalytisch met 50g Pt

Filterbehandeling/temperatuur combinaties voor zelfontbranding van het roet

Met T30 wordt bedoeld dat de vermelde temperatuur zeker 30 % van de draaiuren

aanwezig moet zijn.

Roetfilters op werkmaterieel

7 Dieselmotoren en roet

32


33 Hoofdstuk 7

Passieve regeneratie is niet alleen afhankelijk van temperatuur, ook de tegendruk

van de uitlaat bepaalt de mate en snelheid van de regeneratie. Dit is weergegeven

in de figuur hier onder.

Tegendruk (mbar) ➝

300

250

200

150

100

50

Katalytische behandeling

0

100 200 300 400 500 600

Temperatuur (ºC) ➝

Tenslotte worden de verschillende roetfilters met elkaar vergeleken ten opzichte

van de mate van (passieve) regeneratie en de tijdsduur van de regeneratie. De

uitlaat gassentemperatuur is hierbij op 600 ºC afgesteld. Dit is weergegeven in de

grafiek hieronder.

100

90

80

70

60

50

40

30

20

10

0

Regeneratie

Na 2 - 4

minuten

Filter

+

Additief

Na 6 - 8

minuten

Filter

katalytisch

behandeld

Na

10 minuten

Filter

onbehandeld

zonder additief


7.10 Keuze van een roetfilter

Op de vraag welk type roetfilter nu geschikt is voor een bepaald mobiel werktuig

is geen pasklaar antwoord te geven. Dit zal afhangen van diverse factoren. Bij het

bepalen van het geschikte roetfilter kunnen de volgende vragen een rol spelen:

• bevindt de machine zich binnen, buiten of een combinatie daarvan?

• bevindt de machine zich in de buurt van een elektrische bron?

• werkt de machine in het veld, ver van de onderhoudswerkplaats?

• wat is de bedrijfstijd per dag van de machine?

• waar wordt de machine voor ingezet?

• is zwavelarme dieselolie verkrijgbaar?

• hoe groot is het olieverbruik?

Deze vragen kunnen het beste samen met de dealer van roetfilters doorgenomen

worden, waarbij een aantal kenmerken van de machine ook een rol spelen, bijvoorbeeld:

• hoe hoog is de uitlaatgastemperatuur?

• wat is de maximale tegendruk van het systeem?

• wat is de cilinderinhoud/nominaal toerental?

• wat is de roetwaarde/onderhoudsinterval?

De antwoorden op deze vragen moeten leiden tot een juiste keuze van het roetfilter.

Maak de keuze altijd in samenwerking met de importeur/leverancier van de

machine!

Roetfilters op werkmaterieel

8 Onderhoud en keuring van het roetfilter

34


35 Hoofdstuk 8

8 Onderhoud en keuring van het roetfilter

Om het roetfilter ook na plaatsing steeds goed te laten werken, is het nodig het te

onderhouden en te laten keuren.

8.1 Regelmatig onderhoud

Een roetfilter zonder onderhoudsintervallen bestaat niet. Hoe vaak er onderhoud

nodig is, is wél afhankelijk van het gekozen filtersysteem. De meeste systemen

moeten minimaal één keer per jaar onderhoud krijgen. In het algemeen kan men

stellen dat voor het onderhoudsinterval geldt:

Smeerolieconsumptie * Filtervolume * Filteroppervlak * Verzamelde asvolume

Een voorbeeld

Een passief CRT filter heeft een verwachte levensduur van 5000 uur.

Tijdens de regeneratie perioden kunnen asresten in de poriën van de wand gaan

sinteren (inbranden), waardoor het filter kan verstoppen. De fabrikant schrijft dus

voor:

• na 500 draaiuren de asresten uit het filter verwijderen met een HEPA stofzuiger

en vervolgens met water spoelen;

• na 1000 draaiuren het filter een ovenbehandeling geven, daarna weer wassen en

drogen;

• vervolgens weer na 500 uur de asresten verwijderen, enzovoort.


Ieder type filter heeft zijn eigen schoonmaakprocedures. Volg hierbij altijd de instructies

van de fabrikant.

Het filtersysteem kan met een datalogging systeem gevolgd worden. Via de data-

logging kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld over een periode van drie maanden,

hoe de drukontwikkeling is verlopen. Dit wordt in een grafiek zichtbaar gemaakt.

Figuur: Voorbeeld uitlezing datalogger.

8.2 Periodieke keuring

De periodieke keuring is bedoeld om vast te stellen of het roetfilter adequaat functioneert.

Het is een visuele/auditieve keuring plus datalogging. Geeft deze visuele

keuring/inspectie onduidelijke resultaten dan wordt een meting op de K-waarde

gelast. Alle te keuren aspecten zijn op een keuringsformulier samengebracht.

Roetfilters op werkmaterieel

8 Onderhoud en keuring van het roetfilter

36


37 Hoofdstuk 8

Gebruiker

Naam

Adres

Postcode

Plaats

Telefoon

Cont.pers.

Roetfilter

Merk Keurend bedrijf

Bouwjaar Naam

Type Adres

Serie no. bouwmachine Postcode

Serie no. roetfilter Plaats

Keuringsdatum Telefoon

Stickernummer Keurmeester

1 Visuele en auditieve keuringsitems

1 Afdichtingen

2 Ophanging/bevestiging

3 Elektrische aansluitingen

4 Doorstroombaarheid filter

5 Materiaalverkleuring

6 Geluidsontwikkeling

GOED

Bevindingen Aanbevelingen

Visuele en auditieve keuringsitems: Datalogging:

Goedgekeurd/afgekeurd Getekend voor gezien

handtekening keurmeester handtekening klantbedrijf

MATIG

SLECHT

N.V.T.

2 Datalogging

1 Regeneratie-intervallen

2 Drukverloop

3 Frequentie waarin pieken optreden

4 Temperatuurverschillen voor en na

het filter

specimen

GOED

MATIG

SLECHT

N.V.T.

Revisienr.: 01-09-’07


Roetfilters op werkmaterieel

Voetnoten

38


39 Aantekeningen


BMWT-KEUR

BMWT-Keur

Voor de keuring van al uw

mobiele werktuigen.

Vlietweg 17U

2266 AK Leidschendam

Tel.: (070) 301 01 03

Fax: (070) 317 60 58

www.bmwt.nl

secr@bmwt.nl

ELvF

Erkend Leverancier van Filters

Wielingenstraat 28

1078 KL Amsterdam

Postbus 74800

1070 DM Amsterdam

Tel.: (020) 50 44 949

www.raivereniging.nl

SenterNovem

Agentschap voor duurzaamheid

en innovatie.

Catharijnesingel 59

Postbus 8242

3503 RE Utrecht

Tel.: (030) 239 34 93

Fax: (030) 231 64 91

www.senternovem.nl

info@senternovem.nl

Ministerie van VROM

Staat voor ruimte, milieu, wonen,

wijken en integratie.

Rijnstraat 8

2515 XP DEN HAAG

Postbus 20951

2500 EZ DEN HAAG

Tel.: (070) 339 39 39

www.vrom.nl

vrominfo@postbus51.nl

More magazines by this user
Similar magazines