Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ...

docs.szw.nl
  • No tags were found...

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ...

Ministerie van Sociale Zakenen WerkgelegenheidAan de voorzitter van deTweede Kamer der Staten-GeneraalBinnenhof 1a2513 AA DEN HAAGPostbus 908012509 LV Den HaagAnna van Hannoverstraat 4Telefoon (070) 333 44 44Telefax (070) 333 40 33Uw briefOnderwerpOprichting Stichting CentrumVakopleidingOns kenmerkAM/ARV/01/70962Datum5 november 2001InleidingIn mijn brief d.d. 4 juli 2001, kenmerk AM/ARV/01/43730, Kamerstukken II 2000/2001,26448, nr.27) heb ik u gemeld dat het kabinet er voor kiest om het Centrum Vakopleiding,thans onderdeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, per 1 januari 2002 onder te brengenin een aparte rechtspersoon.Conform artikel 29 van de Comptabiliteitswet meld ik u hierbij mijn voornemen totoprichting van een stichting genaamd Stichting Centrum Vakopleiding.In deze stichting zal het huidige bedrijfsonderdeel Centrum Vakopleiding van deArbeidsvoorzieningsorganisatie worden ondergebracht.Doel van de oprichting van de Stichting is om, tegen de achtergrond van toenemendeconcurrentie en marktwerking,:• het heden door de Arbeidsvoorziening geleverde regionaal aanbod van hoofdelijkversnelde scholing te continueren en positioneren,• intensieve bestuurlijke en institutionele samenwerking met Regionale Opleidingen Centra(ROC’s) tot stand te laten komen.Het voortbestaan van de stichting op termijn is afhankelijk van de mate waarin, en de wijzewaarop, samenwerking met ROC’s gerealiseerd wordt. Ondanks het feit dat desamenwerking op vrijwillige basis geschiedt, doet het kabinet een dringend beroep op eencollegiale en constructieve inzet van betrokkenen.De overgang van de huidige dienstverlening op het gebied van scholing door deArbeidsvoorzieningsorganisatie naar een stichting (en vervolgens CV-ROC-combinaties) die,via een overgangsperiode, in concurrentie met derden opdrachten moet verwerven, betrefteen uitwerking van het Regeerakkoord 1998 en de kabinetsplannen met betrekking tot detoekomstige Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI). In het Regeerakkoord 1998 isgekozen voor samenwerking tussen ROC’s en het CV. In het Kabinetsstandpunt SUWI vanmaart 1999 is er in het kader van SUWI in eerste instantie voor gekozen om het Centrum


2Vakopleiding binnen het te privatiseren reïntegratiebedrijf van Arbeidsvoorziening (KLIQ) tehouden. In tweede instantie (zie bovengenoemde brief d.d. 4 juli 2001) is er voor gekozenom het Centrum Vakopleiding geen deel uit te laten maken van de NV KLIQ, aangezienbeide organisaties op onderscheiden markten werken.RechtsvormDe keuze voor een privaatrechtelijke vorm is gebaseerd op de overweging dat er geenwettelijke taken door de organisatie behoeven te worden vervuld. De keuze voor de vormvan een stichting is met name gebaseerd op het feit dat deze vorm de mogelijkheid biedt omhet primaat te leggen bij de realisatie van de maatschappelijke doelstelling van de stichting(continuering aanbod van het scholingsconcept en het tot stand brengen vansamenwerkingsverbanden met ROC’s). Naar verwachting zullen de commerciële activiteitenvan het CV in de eerste periode niet belemmerd worden door de stichtingsvorm. Op hetmoment dat dit wel het geval wordt kan de stichting wellicht worden opgeheven (omdat hetCV is opgegaan in samenwerkingsverbanden met ROC’s), of kan desgewenst onder destichting een NV of BV worden opgericht ten behoeve van de commerciële activiteiten vande stichting. Dit vergt te zijner tijd expliciete besluitvorming, met betrokkenheid van deminister.TijdpadHet streven is om de oprichting zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk per 1 januari 2002 telaten plaatsvinden, zodat dit in de tijd samenvalt met de beoogde datum vaninwerkingtreding van de SUWI-wet en de daarmee samenhangende opheffing van deArbeidsvoorzieningsorganisatie. Het is wenselijk dat de onderdelen van deArbeidsvoorzieningsorganisatie die niet overgaan naar de Centrale Organisatie Werk enInkomen zoveel mogelijk vóór de inwerkingtreding van de SUWI-wet zijn verzelfstandigd.ProcedureDe regeling van de overgang van vermogensbestanddelen van deArbeidsvoorzieningsorganisatie zal opgenomen worden in een algemene maatregel vanbestuur die gebaseerd is op artikel 39 van de Invoeringswet SUWI. De regeling heeft speciaaltot doel te voorkomen dat met de inwerkingtreding van de SUWI-wet devermogensbestanddelen die onderdeel uitmaken van het Centrum Vakopleiding zoudenovergaan naar de Centrale Organisatie Werk en Inkomen.De regeling betreft onder andere de kwalitatieve aanduiding van de vermogensbestanddelendie overgaan naar de Stichting Centrum Vakopleiding en de methode van waarderingdaarvan, de beschikbaarheid van gegevens van de Arbeidsvoorzieningsorgnisatie voor deStichting CV, de overgang van pensioenrechten van het personeel, alsmede de financiëleverantwoording van uitgaven door de Stichting van gelden die door het Rijk aan deArbeidsvoorzieningsorganisatie zijn verstrekt ten behoeve van de activiteiten van hetCentrum Vakopleiding.Tot het moment van oprichting van de Stichting zijn de per januari 2001 door mij aangesteldebestuurders van het Centrum Vakopleiding (als bedrijfsonderdeel van deArbeidsvoorzieningsorganisatie) verantwoordelijk voor de leiding van hetverzelfstandigingsproces en de voorbereiding en totstandkoming vansamenwerkingsverbanden met ROC’s. Na oprichting van de Stichting Centrum Vakopleidingzal deze taak worden opgedragen aan het Stichtingsbestuur.


3MiddelenIn mijn brief van 4 juli 2001 aan de Tweede Kamer is de toekenning van middelen als volgtingevuld. Voor het jaar 2002 is een subsidieverlening door het Rijk aan de Stichting CentrumVakopleiding beoogd ter grootte van 140 miljoen gulden. In een periode van twee à drie jaarzal deze susidieverlening geleidelijk worden teruggebracht . In deze periode zal de Stichtingin toenemende mate in concurrentie met andere scholingsaanbieders opdrachten moetenverwerven. Om gedurende de periode tot 2005 de vraag op de markt naar scholing in hetkader van reïntegratie te waarborgen zal in elk geval tot en met 2004 een deel van de doorhet Rijk aan gemeenten en het Uitvoeringsorgaan Werknemers Verzekeringen beschikbaar testellen reïntegratiemiddelen geoormerkt worden voor scholing. Nadat ervaring is opgedaanmet vraaggerichte financiering van scholing in het kader van reïntegratie, en dereïntegratiemarkt zich verder ontwikkeld heeft, zal in 2004 aan de hand van een evaluatiebezien worden of de budgetten voor scholing zonder oormerking kunnen opgaan in dealgemene overheidsbudgetten voor reïntegratie.De financiële startpositie van de op te richten stichting zal zorgvuldig moeten wordenbepaald. De stichting moet daarbij de voor zijn samenwerkingsdoelstelling benodigdeactiviteiten kunnen uitvoeren en zijn positie op de markt kunnen versterken, zonder datonevenredig concurrentievoordeel ten opzichte van andere aanbieders van scholing in hetkader van reïntegratie optreedt.De financiële startpositie komt tot uitdrukking in de openingsbalans. Voor de stichting zaleen openingsbalans worden opgesteld waarin een deel van de activa en passiva van deArbeidsvoorzieningsorganisatie zal worden opgenomen. Dit betreft in principe devermogensbestanddelen die kunnen worden toegerekend aan de taken en diensten van deArbeidsvoorzieningsorganisatie die worden overgeheveld naar de stichting. In aanvullinghierop kan de openingsbalans worden aangevuld met de noodzakelijk gebleken financiëlemiddelen, nodig voor een gezonde startpositie van de organisatie. De financiële startpositie(i.c. de openingsbalans) van de stichting zal door de Staat worden bepaald, in overleg met debestuurders van het Centrum Vakopleiding en na advisering door externe deskundigen.Nadere informatie aan de Tweede KamerIn het Algemeen overleg met de vaste commissie SZW van de Tweede Kamer op 9 oktoberjl. is de brief van 4 juli 2001 besproken. Zoals daar aangegeven zal ik de Tweede Kamer in deloop van november 2001 een brief doen toekomen waarin een nadere toelichting zal wordengegeven op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de wens tot behoud vanhoofdelijke versnelde scholing (HVS). Ik zal daarbij ingaan op de mogelijkheden tot sturingvan de minister en de financiering van de Stichting. De ontwerp-statuten, die u als bijlage bijdeze brief aantreft, bieden naar mijn mening hiertoe voldoende ruimte.De Minister van Sociale Zakenen Werkgelegenheid,(W.A. Vermeend)


OPRICHTINGvan de stichting:Stichting Centrum Vakopleiding,gevestigd te 's-GravenhageHeden, ** tweeduizend één, is voor mij, mr. Frank Jan Oranje, notaris te's-Gravenhage, verschenen:de heer **, geboren te ** op **, te dezen woonplaats kiezend ten kantore van PelsRijcken & Droogleever Fortuijn, advocaten en notarissen, (2595 AA) 's-Gravenhage,Koningin Julianaplein 30, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van depubliekrechtelijke rechtspersoon: de Staat der Nederlanden, zetelend te's-Gravenhage, te dezen kantoorhoudende ten kantore van het Ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid, (2595 BJ) 's-Gravenhage, Anna van Hannoverstraat 4.Volmacht.Van de volmacht aan de comparant blijkt uit een onderhandse akte van./. volmacht, welke aan deze akte wordt gehecht.De comparant, handelend als vermeld, heeft verklaard,in aanmerking nemende,- dat de Staat der Nederlanden met ingang van ** tweeduizend één een stichtingwenst op te richten;- dat de oprichting van een stichting overeenkomstig het bepaalde in artikel 29,eerste lid, van de Comptabiliteitswet, niet eerder zal plaatsvinden dan dertigdagen nadat van het voornemen daartoe door de betrokken minister, inovereenstemming met het gevoelen van de ministerraad, schriftelijk mededelingis gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal;- dat deze schriftelijke mededeling heeft plaatsgevonden, waarvan blijkt uit eenbrief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gericht aan deVoorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal, beidedaterend van ** tweeduizend één, welke brief in kopie aan deze akte wordtgehecht;


5- dat geen van beide Kamers als haar oordeel heeft uitgesproken dat devoorgenomen rechtshandeling van oprichting van de stichting een voorafgaandemachtiging bij de wet behoeft,ter uitvoering van de hiervoor vermelde overwegingen hierbij met ingang van **tweeduizend één op te richten een stichting en voor deze stichting vast te stellen denavolgende statuten:STATUTEN.Naam en zetel.Artikel 1.1. De stichting draagt de naam: Stichting Centrum Vakopleiding.2. Zij heeft haar zetel in de gemeente 's-Gravenhage.Doel en middelen.Artikel 2.1. De stichting heeft ten doel het verzorgen van een regionaal aanbod vanpraktijkscholing in het kader van de arbeidstoeleiding van werkzoekenden, hetverbeteren van de mogelijkheden voor (moeilijk plaatsbare) werkzoekenden omdeel te nemen aan het arbeidsproces, het verzorgen van bedrijfsscholing voorwerkenden en scholing voor sectoren en bedrijven en al hetgeen daarmeeverband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van hetwoord.2. Zij tracht dit doel te bereiken door onder meer intensieve bestuurlijke eninstitutionele samenwerking, in het bijzonder met Regionale Opleidingen Centra(ROC's).Vermogen.Artikel 3.Het tot verwezenlijking van het doel der stichting bestemde vermogen wordt gevormddoor:a. eenmalige of periodieke rijksbijdragen;b. vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, zoalsopgenomen in een algemene maatregel van bestuur gebaseerd op artikel 39 vande Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;c. overige baten.Bestuur: samenstelling, benoeming en ontslag.Artikel 4.1. Het bestuur bestaat uit een door de Minister vast te stellen aantal van tenminste drie natuurlijke personen.


62. De Minister benoemt de voorzitter van het bestuur. De overige bestuurdersworden benoemd door het bestuur, met dien verstande dat één bestuurder wordtbenoemd uit een bindende voordracht van ten minste twee personen voor iederevacature van de op deze wijze te benoemen bestuurder, op te maken door deondernemingsraad van de ondernemingsraad van de Stichting. Het bestuur kanaan de voordracht het bindend karakter ontnemen bij een besluit, genomen meteen meerderheid van ten minste tweederde van de stemmen, uitgebracht in eenvergadering waarin meer dan de helft van de leden van het bestuur aanwezig ofvertegenwoordigd is. Het bestuur is vrij in de benoeming ingeval aan devoordracht het bindend karakter werd ontnomen en voorts indien de voordrachtniet uiterlijk drie maanden na het ontstaan van de vacature werd opgemaakt enaan het bestuur medegedeeld.3. Het bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan, danwel in de plaats van de beide laatsten een secretaris-penningmeester.4. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden met dien verstande dat,ingeval er slechts één bestuurder in functie is, deze bestuurder slechts bevoegdzal zijn tot bestuurshandelingen voorzover nodig tot het voeren van het beheervoor de dagelijkse gang van zaken van de stichting. In vacatures wordt zospoedig mogelijk voorzien.5. De bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd.6. De Minister kan een bestuurder schorsen wegens door hem gepleegdeonregelmatigheden of verwaarlozing van zijn taak. Indien de Minister eenbestuurder heeft geschorst, dient de Minister binnen drie maanden na ingangvan de schorsing te besluiten hetzij tot ontslag hetzij tot opheffing of handhavingvan de schorsing; bij gebreke daarvan vervalt de schorsing. Een besluit tothandhaving van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en deschorsing kan daarbij ten hoogste worden gehandhaafd voor drie maanden,ingaande op de dag waarop de Minister het besluit tot handhaving heeftgenomen. Indien de Minister niet binnen de voor de handhaving bepaaldetermijn tot ontslag of tot opheffing van de schorsing heeft besloten, vervalt deschorsing.7. Onverminderd het gestelde in artikel 298 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboekdefungeert een bestuurder:a. door zijn overlijden;b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordtverleend;


7c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheerover zijn vermogen verliest;d. door zijn aftreden;e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank;f. door zijn ontslag, verleend door de Minister;g. door zijn ontslag, verleend door alle overige bestuurders.8. Een besluit tot schorsing (anders dan bedoeld in lid 6) of ontslag als in hetvorige lid sub g bedoeld, kan slechts worden genomen met een meerderheid vantweederde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuurwaarin ten minste tweederde van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigdzijn. Is in een vergadering van het bestuur niet ten minste tweederde van debestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergaderingbijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken nade eerste vergadering, in welke tweede vergadering rechtsgeldig omtrent ditontslag kan worden besloten met een meerderheid van tweederde van deuitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van debestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweedevergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot dit ontslag kanworden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurdersaanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn.Tot een schorsing of ontslag van de door de ondernemingsraad voorgedragenbestuurder, anders dan op voorstel van de ondernemingsraad, kan het bestuurslechts besluiten met algemene stemmen van de overige bestuurders in eenvergadering van het bestuur waar alle overige bestuurders aanwezig ofvertegenwoordigd zijn.9. De Minister is bevoegd tot het aanwijzen van een waarnemer in het bestuur.10. Een waarnemer als bedoeld in het vorig lid van dit artikel is geen bestuurder vande stichting; deze waarnemer wordt uitgenodigd de vergaderingen van hetbestuur bij te wonen. Het bestuur draagt zorg dat de waarnemer de ter zakerelevante stukken voor en van de bestuursvergadering ontvangt.Bestuur: taak en bevoegdheden.Artikel 5.1. Het bestuur is belast met het besturen der stichting.2. Het bestuur kan aan de directie voor de voorbereiding van debestuursvergaderingen en de uitvoering van de besluiten van het bestuurmandaat verlenen.


83. Binnen de vastgestelde en door de Minister goedgekeurde jaarlijksebegroting en werkprogramma verleent het bestuur aan de directie mandaattot het verrichten van rechtshandelingen die behoren tot de taak van dedirectie en die noodzakelijk zijn voor een gezonde bedrijfsvoering van destichting. Onder mandaat wordt verstaan de bevoegdheid om namens hetbestuur, onder diens verantwoordelijkheid en met inachtneming van diensalgemene en bijzondere aanwijzingen, besluiten te nemen, stukken vast testellen en te ondertekenen.De directie geeft aan het bestuur kennis van alle zaken betreffendeaangelegenheden waarvan het belang of gewicht naar het oordeel van dedirectie kennisneming door het bestuur wenselijk maakt en van alle zakenwaarvan het bestuur dit aan de directie heeft verzocht.4. De directie kan haar bevoegdheden ondermandateren. Onderondermandaat wordt verstaan de bevoegdheid om namens het bestuur,onder diens verantwoordelijkheid en met inachtneming van diens algemeneen bijzondere aanwijzigingen, besluiten te nemen, stukken vast te stellenen te ondertekenen.De directie geeft van ieder ondermandaat onverwijld kennis aan hetbestuur.5. Het bestuur kan de in het vorige lid genoemde bevoegdheid van de directietot ondermandaat beperken indien dit met het oog op de nakoming vanprivaatrechtelijke verplichtingen van de stichting noodzakelijk is.Het bestuur kan een ondermandaat vernietigen. Van een dergelijkebeslissing doet het bestuur onverwijld mededeling aan de directie.6. De mandataris, zijnde degene aan wie een (onder)mandaat is verleend, isverantwoording verschuldigd aan het bestuur.7. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten totverkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaanvan overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijkmedeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich totzekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Besluiten tot hetaangaan van de in dit lid bedoelde rechtshandelingen kunnen slechts wordengenomen met algemene stemmen, uitgebracht in een vergadering van hetbestuur waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn en op voorstelvan de voorzitter.Bestuur: vertegenwoordiging.Artikel 6.


91. Het bestuur is bevoegd tot vertegenwoordiging van de stichting in en buitenrechte. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzittertezamen met een andere bestuurder.2. Het bestuur kan besluiten tot verlening van volmacht aan een of meer derbestuurders, aan leden van de directie en aan overige medewerkers van destichting alsook aan derden om de stichting binnen de grenzen van die volmachtte vertegenwoordigen.Bestuur: werkwijze.Artikel 7.1. Voorzover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, wordenalle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachtestemmen.2. Iedere bestuurder is bevoegd tot het uitbrengen van één stem.3. Bij staking van stemmen in een bestuursvergadering heeft de voorzitter van hetbestuur een beslissende stem. Indien bij verkiezing tussen meer dan tweepersonen door niemand een volstrekte meerderheid is verkregen, wordtherstemd tussen de twee personen die het grootste aantal stemmen kregen, zonodig na tussenstemming.4. Het bestuur kan slechts geldige besluiten nemen in een vergadering waarin tenminste tweederde van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in eenvergadering minder dan tweederde van de bestuurders aanwezig ofvertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houdenten minste twee en ten hoogste vier weken nadien, in welke tweede vergaderingrechtsgeldig kan worden besloten, ongeacht het aantal aanwezige ofvertegenwoordigde bestuurders, omtrent de onderwerpen welke in de eerstevergadering op de agenda waren geplaatst doch waarover in die vergadering bijontbreken van het quorum niet kon worden besloten. Bij de oproeping tot denieuwe vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kanworden genomen onafhankelijk van het aantal ter vergadering aanwezige ofvertegenwoordigde bestuurders.5. De voorzitter alsook ten minste twee van de overige bestuurders zijn gelijkelijkbevoegd vergaderingen van het bestuur bijeen te roepen.6. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedtschriftelijk op een termijn van ten minste veertien dagen, de dag van deoproeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van de tebehandelen onderwerpen. De vergaderingen van het bestuur worden gehoudenter plaatse binnen Nederland, te bepalen door de voorzitter. Toegang tot de


10vergaderingen van het bestuur hebben de bestuurders en degenen die daartoedoor de voorzitter zijn uitgenodigd.7. Een bestuurder kan zich door een andere bestuurder ter vergadering schriftelijkdoen vertegenwoordigen. Een bestuurder kan slechts één medebestuurder tervergadering vertegenwoordigen.8. De voorzitter van het bestuur leidt de vergaderingen van het bestuur; devoorzitter van het bestuur is bevoegd een andere bestuurder met hetvoorzitterschap te belasten. Bij afwezigheid van de voorzitter, zonder dat eenander met het voorzitterschap is belast, voorziet de vergadering zelf in haarleiding.9. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in devergadering worden gehouden, met dien verstande dat, indien een of meer bestuurderszulks verlangen, stemmingen schriftelijk geschieden.10. Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeelomtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor deinhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijkvastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeelvan de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt overeenkomstig het inde wet bepaalde een nieuwe stemming plaats indien de meerderheid der vergaderingof, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijkgeschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwestemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.11. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulengehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezenpersoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergaderingen ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris van dievergadering ondertekend.12. Het bestuur kan, met inachtneming van deze statuten, een reglement opstellenwaarin de verdeling van haar taak over de verschillende bestuurders wordt geregeld.13. Bestuurders ontvangen voor de door hen ten behoeve van de stichting teverrichten werkzaamheden een vergoeding. De omvang van de werkzaamhedenen de vergoeding worden gespecificeerd in het werkprogramma en de begroting.Bestuur: goedkeuring van besluiten.Artikel 8.1. Onverminderd het elders in de statuten dienaangaande bepaalde, zijn aan degoedkeuring van de Minister onderworpen de besluiten van het bestuur tot:


11a. vaststelling, wijziging of opheffing van een reglement als bedoeld in artikel12;b. vaststelling van de jaarlijkse begroting en werkprogramma;c. vaststelling van de jaarstukken.2. De Minister kan bepalen dat een besluit als bedoeld in het eerste lid, sub a tot enmet c, niet aan zijn goedkeuring is onderworpen wanneer het daarmee gemoeidebelang een door de Minister te bepalen en schriftelijk aan de directie op te gevenwaarde niet te boven gaat.3. De Minister is bevoegd ook andere besluiten dan die in het eerste lid zijngenoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten dienenduidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het bestuur te wordenmedegedeeld.4. Het ontbreken van een goedkeuring als bedoeld in dit artikel tast devertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of bestuurders niet aan.Directie.Artikel 9.1. De stichting heeft een directie ter voorbereiding en ter uitvoering van debesluiten van het bestuur en de dagelijkse werkzaamheden. Binnen de daartoedoor het bestuur te stellen kaders is de directie verantwoordelijk voor de takendie krachtens de begroting door de directie worden uitgevoerd.2. Het bestuur benoemt de leden van de directie van de stichting, onder wie een ofmeer algemene directeuren en een of meer regionale directeuren, en kan dezeschorsen of ontslaan.3. De bezoldiging en de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van de directievan de stichting, onder wie de algemene en regionale directeur(en), worden doorhet bestuur vastgesteld.4. De organisatie van de directie wordt in een nader door het bestuur vast testellen directie reglement uitgewerkt.Begrotingen en werkprogramma.Artikel 10.Het bestuur zendt jaarlijks aan de Minister vóór een door deze te bepalen datum eenbegroting en een werkprogramma.Boekjaar en jaarstukken.Artikel 11.1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.2. Het bestuur stelt jaarlijks, voor vijftien maart, over het afgelopen boekjaar eenjaarverslag vast met bijbehorende jaarrekening, bestaande uit een balans, een


12staat van baten en lasten en de toelichting daarop, vergezeld van het verslag ende verklaring van de registeraccountant, zoals bedoeld in het volgende lid van ditartikel. De jaarrekening dient zoveel mogelijk te voldoen aan de systematiek ende normen zoals vermeld in titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.3. De controle van de jaarrekening geschiedt door een registeraccountant of eenaccountant-administratieconsulent als omschreven in artikel 393, eerste lid, vanboek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze brengt omtrent zijn onderzoek eenverslag uit aan het bestuur en legt omtrent zijn onderzoek een verklaring af.Reglementen.Artikel 12.1. Het bestuur kan reglementen vaststellen, wijzigen of opheffen, doch niet dan naschriftelijke toestemming van de Minister.2. Reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet of deze statuten.Statutenwijziging.Artikel 13.1. De Minister is bevoegd de statuten te wijzigen. Het bestuur is eveneens bevoegdde statuten te wijzigen, doch niet dan na schriftelijke toestemming van deMinister.2. Het besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid vantweederde van de stemmen, uitgebracht in een voltallige vergadering van hetbestuur. Is in de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan deorde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, tehouden niet eerder dan twee weken en niet later dan vier weken na de bedoeldevergadering, waarin het besluit kan worden genomen met een meerderheid vantweederde van de uitgebrachte stemmen, doch ongeacht het aantal aanwezige ofvertegenwoordigde bestuurders. Bij de oproeping tot de nieuwe vergaderingmoet worden vermeld dat en waarom een besluit tot statutenwijziging kanworden genomen onafhankelijk van het aantal ter vergadering aanwezige ofvertegenwoordigde bestuurders.3. Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zalworden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschriftvan het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging,bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt tenminste twee weken. Het bepaalde in artikel 7, vierde lid, derde zin, van dezestatuten is van overeenkomstige toepassing.


134. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte isopgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd de notariële akte van statutenwijzigingte tekenen.5. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en eenvolledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen tenkantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehoudenhandelsregister.Ontbinding en vereffening.Artikel 14.1. De Minister is bevoegd tot ontbinding te besluiten. Het bestuur is eveneensbevoegd tot ontbinding te besluiten, doch niet dan na schriftelijke toestemmingvan de Minister.2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in het tweede enderde lid van het voorgaande artikel van overeenkomstige toepassing.3. Tenzij de Minister anders besluit, is het bestuur met de vereffening belast.4. De vereffenaars doen aan het in het vijfde lid van het voorgaande artikel bedoelderegister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanigen van de gegevens over henzelf die van een bestuurder worden verlangd.5. De Minister is namens de Staat der Nederlanden gerechtigd tot het batig saldona vereffening. De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting wordenopgenomen in het archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van titel 1 van boek 2 van hetBurgerlijk Wetboek van toepassing.Slotbepaling.Artikel 15.In alle gevallen waarin de wet noch deze statuten voorzien, beslist het bestuur.Overgangsbepaling.Artikel 16.Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig december tweeduizendtwee.EINDE STATUTEN.Slotverklaring.Ten slotte heeft de comparant, handelend als vermeld, verklaard dat de Minister hetaantal bestuurders heeft vastgesteld op drie en dat - in afwijking van artikel 4 - bijdeze oprichting worden benoemd tot bestuurders van de stichting in de achter hunnaam vermelde functie:


141. de heer/mevrouw **, wonende te (**) **, **, geboren te ** op **: voorzitter;2. de heer/mevrouw **, wonende te (**) **, **, geboren te ** op **: bestuurder;3. de heer/mevrouw **, wonende te (**) **, **, geboren te ** op: bestuurder.Slot akte.De comparant is mij, notaris, bekend.WAARVAN AKTE in minuut is verleden te 's-Gravenhage op de datum in het hoofddezer akte vermeld.Na mededeling van de zakelijke inhoud van deze akte aan de comparant en het gevenvan een toelichting daarop, heeft de comparant verklaard tijdig voor het verlijden vandeze akte gelegenheid te hebben gehad om van de inhoud van deze akte kennis tenemen en daarvan ook kennis te hebben genomen, met de inhoud van deze akte in testemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.Onmiddellijk na voorlezing van in elk geval die gedeelten van deze akte, waarvan dewet voorlezing verplicht stelt, is deze akte vervolgens eerst door de comparant enonmiddellijk daarna door mij, notaris, ondertekend.

More magazines by this user
Similar magazines