Waar zit beleidsvoerend vermogen in (ver)scholen? - Plantyn

mfs.plantyn.com

Waar zit beleidsvoerend vermogen in (ver)scholen? - Plantyn

Waar zit beleidsvoerend vermogenin (ver)scholen?Aanknopingspunten voor zelfevaluatie en ontwikkelingJan VanhoofAlexia DeneirePeter Van Petegem


Inhoudsopgave3InhoudsopgaveInhoudsopgave 3Voorwoord door de minister 7Woord vooraf 8Structuur en leeswijzer 9Deel 1 Begripsomschrijving en situering vanbeleidsvoerend vermogen 131 Beleidsvoerend vermogen: van een beknopte definitie naar eenruime situering 151.1 Over ‘beschikbare beleidsruimte’ 151.1.1 De keerzijde van een groeiende beleidsruimte 161.1.2 De samenhang tussen (het benutten van) de beleidsruimte enbeleidsvoerend vermogen 171.2 Over ‘succesvol aanwenden’ 181.2.1 De inbedding in schooleffectiviteits- en schoolontwikkelingsonderzoek 181.2.2 (Afbakening van) indicatoren van beleidsvoerend vermogen 191.3 Over ‘proces van behouden of veranderen’ 211.4 Oververbeteren van onderwijskwaliteit en bereiken van doelen’ 222 Afrondend 24Deel 2 De kern van beleidsvoerend vermogen 251 Culturele en structurele aspecten binnen de indicatoren vanbeleidsvoerend vermogen 271.1 Inzicht in beleidsvoerend vermogen: culturele aspecten van de school 281.2 Inzicht in beleidsvoerend vermogen: structurele aspecten van de school 302 Beschrijving van de indicatoren van beleidsvoerend vermogen 342.1 Doeltreffende communicatie 342.2 Gedeeld leiderschap 362.3 Geïntegreerd beleid 392.4 Gezamenlijke doelgerichtheid 412.5 Innovatief vermogen 432.6 Ondersteunende relaties 452.7 Reflectief vermogen 482.8 Responsief vermogen 50


4WAAR ZIT BELEIDSVOEREND VERMOGEN IN (VER)SCHOLEN?3 Beleidsvoerend vermogen als een generiek (zelf)evaluatiekader 533.1 Intermezzo: drie exemplarische casussen 563.1.1 Beleidsvoerend vermogen bij het uitvoeren van een zelfevaluatie opschoolniveau 563.1.2 Beleidsvoerend vermogen bij het uitvoeren van evaluaties binnen eenvakwerkgroep 583.1.3 Beleidsvoerend vermogen bij het vooropstellen van doelen en strategieënin een scholengemeenschap 604 Afrondend 63Deel 3 De kern van zelfevaluatie 651 Zelfevaluatie: begrip en proces 671.1 Een conceptuele omschrijving aan de hand van noodzakelijkebestanddelen 671.2 Een stapsgewijze omschrijving van het verloop van zelfevaluatie 681.2.1 Plannen: opzetten van de zelfevaluatie 691.2.2 Doen: uitvoeren van de zelfevaluatie 711.2.3 Controleren: evalueren van de zelfevaluatie 721.2.4 Aanpassen: borgen en bijstellen van de zelfevaluatieaanpak 722 Zelfevaluatie: basisvoorwaarden 732.1 Visie: over de doelen van de zelfevaluatie en hoe zegepercipieerd worden 742.2 Vaardigheden: over de capaciteiten van scholen om tot succesvollezelfevaluatie te komen 752.3 Motivatie: over de centrale rol van betrokkenheid 752.4 Middelen: over de balans tussen mogelijkheden en verwachtingen 772.5 Actieplan: over het belang van een ruimer kader 782.6 Hoe deze basisvoorwaarden gebruiken? 793 Strategieën om beleidsvoerend vermogen in kaart te brengen 794 Afrondend 82Deel 4 Zelfevaluatie van het beleidsvoerend vermogen 831 De kwantitatieve benadering: het zelfevaluatie-instrumentbeleidsvoerend vermogen 851.1 Inhoud van het zelfevaluatie-instrument 851.1.1 Vaste items in het instrument 851.1.2 Variabele items in het instrument 901.2 Het gebruik van het zelfevaluatie-instrument 911.2.1 Veelzijdige inzetbaarheid naar doelgroep en respondenten 911.2.2 Praktische organisatie van de bevraging 951.2.3 Technische informatie 961.3 Het zelfevaluatierapport 971.3.1 De verschillende presentatievormen 971.3.2 Toelichting bij de gehanteerde statistische begrippen 99


Inhoudsopgave51.4 De interpretatie van het zelfevaluatierapport 1001.4.1 Stem de interpretatie af op het ‘waarom’ en ‘wat’ van de zelfevaluatie 1001.4.2 Scheid beschrijven en beoordelen 1001.4.3 Zorg voor een referentiekader om te bepalen wat goed en minder goed is 1011.4.4 Verlies de context van de gegevensverzameling niet uit het oog 1021.4.5 Vermijd redeneerfouten 1021.4.6 Van interpretatie naar diagnose: tien verklaringsgerichte vragen 1031.5 Doordacht communiceren over de zelfevaluatie en hetzelfevaluatierapport 1041.5.1 Communiceren over de zelfevaluatie in het algemeen 1051.5.2 Communiceren over het zelfevaluatierapport 1052 Alternatieven voor de schriftelijke enquête: de kwalitatievebenadering 1092.1.1 Gebruik van interviews en focusgroepgesprekken 1092.1.2 De kwalitatieve benadering: specifieke toepassingen 1123 Afrondend 114Deel 5 Het zelfevaluatie-instrument als startpunt voorschoolontwikkeling 1151 Zelfevaluatieresultaten als basis voor reflectie op (het eigen)beleidsvoerend vermogen 1171.1 Reflectie op de bestaande kijk op (het eigen) beleidsvoerendvermogen 1171.2 SWOT-analyse van het beleidsvoerend vermogen: van reflectienaar actie 1192 Zelfevaluatieresultaten als basis voor actie en verder onderzoek 1202.1 Komen tot acties inzake beleidsvoerend vermogen 1212.1.1 Actiepunten verkennen en tot prioriteiten komen 1212.1.2 De kwaliteit van keuzes bewaken 1252.1.3 Actiepunten doordacht formuleren 1272.1.4 Inschatten van en omgaan met weerstand bij actiepunten 1282.2 Komen tot systematische kwaliteitszorg en praktijkgericht onderzoek 1303 Zelfevaluatieresultaten als basis voor positieve waarderingen borging 1333.1 ‘Waarderend organiseren’ op basis van het zelfevaluatierapport 1343.2 Werken met een kwaliteitshandboek 1354 Afrondend 136Eindnoten en suggesties voor verdieping 137Meer weten over beleidsvoerend vermogen? 141


Voorwoord door de minister7Voorwoord door de ministerDe laatste jaren groeide de overtuiging dat de overheid minder regulerend moet optreden in debeleidsvoering van scholen. De Vlaamse basis- en secundaire scholen kregen geleidelijk aan meerruimte en autonomie om een eigen schoolbeleid te voeren. Dit vereist een sterk beleidsvoerendvermogen.Scholen met een sterk beleidsvoerend vermogen zijn in staat om binnen de krijtlijnen zoals uitgezetdoor de overheid, een zelfstandig schoolbeleid te voeren en beleidslijnen uit te stippelen. Hetschoolbeleid houdt rekening met de door de overheid toegestane beleidsalternatieven en met deeigen doelstellingen van de school. Scholen met een sterk beleidsvoerend vermogen stemmen deactiviteiten van de leerkrachten en de directeur op elkaar af, in functie van het leren van deleerlingen.Mijn voorganger gaf de opdracht om het beleidsvoerend vermogen in basis- en secundaire scholente onderzoeken binnen onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek(OBPWO). Om dit onderzoek optimaal te valoriseren en scholen te stimuleren om hiermee aan deslag te gaan, gaf ik de opdracht een instrument te ontwikkelen voor scholen om hun beleidsvoerendvermogen te kunnen evalueren en te versterken.Sterke scholen zijn lerende omgevingen. Zelfevaluatie kan een piste vormen om inzicht te krijgenin de sterktes en zwaktes van het eigen functioneren en hieruit lessen te trekken voor verdereschoolontwikkeling. Dit handboek en het bijhorende zelfevaluatieinstrument kunnen hierbij eenhulp zijn. Het boek richt zich tot scholen, schoolleiders en leerkrachten, pedagogisch begeleidersen nascholers.Dit instrument kwam tot stand in samenwerking met de pedagogische begeleidingsdiensten. Ik wilde vertegenwoordigers van de verschillende begeleidingsdiensten bedanken voor hun inbrengbinnen de klankbordgroep die de ontwikkeling van dit zelfevaluatieinstrument opvolgde.Ik wens de lezer veel succes om aan de slag te gaan met dit instrument.Pascal SmetVlaams minister van Onderwijs


8WAAR ZIT BELEIDSVOEREND VERMOGEN IN (VER)SCHOLEN?Woord voorafHet denken, spreken en handelen inzake beleidsvoerend vermogen maakt sinds de jaren 2000 eensteeds belangrijker deel uit van het beleid in scholen. Scholen willen tot een sterk beleidsvoerendvermogen komen, maar precies omdat dit beleidsvoerend vermogen vooralsnog beperkt is, loopt deontwikkeling in die richting niet steeds als vanzelfsprekend van een leien dakje.Dit boek heeft de ambitie een houvast te bieden voor scholen in hun streven naar een sterkerbeleidsvoerend vermogen. Het wil het verscholen beleidsvoerend vermogen aan de oppervlaktebrengen en suggesties voor schoolontwikkeling geven. Het boek speelt in op een aantal trends inhet onderwijslandschap. Centraal daarbij staan de groeiende verwachtingen ten aanzien vanscholen in het ontwikkelen en garanderen van de eigen onderwijskwaliteit. Niet toevallig wordt deaandacht voor beleidsvoerend vermogen in dit boek dan ook gekoppeld aan het uitvoeren vanzelfevaluaties.Op basis van onderzoeks- en ontwikkelingswerk inzake beleidsvoerend vermogen enerzijds enzelfevaluatie anderzijds wordt in dit boek het zelfevaluatie-instrument beleidsvoerend vermogenvoorgesteld. Het boek focust op schoolbeleid, maar zoals aangetoond zal worden, is het zelfevaluatieinstrumentruimer inzetbaar. Het stelt gebruikers in staat om het beleidsvoerend vermogen van deschool als geheel, van groepen medewerkers in de school (bijvoorbeeld de schoolleiding, hetleerkrachtenteam, het administratief team of het ondersteunend team), van een vakwerkgroep ofvan de scholengemeenschap in kaart te brengen. Het boek creëert mogelijkheden zonder prescriptiefte willen zijn over de wenselijkheid van deze mogelijkheden. De inschatting daarvan ligt bij de(school)actoren die met het instrumentarium aan de slag gaan.Het dient benadrukt dat dit instrument er enkel kon komen dankzij de financiële en inhoudelijkesteun van een aantal partners. Tegen de achtergrond van groeiende verwachtingen inzake beleidsvoerendvermogen en zelfevaluatie ontstond bij de Vlaamse overheid de idee om de ontwikkelingvan een zelfevaluatie-instrument uit te besteden aan de onderzoeksgroep EduBROn. Wij danken deoverheid voor het in ons gestelde vertrouwen. Ook de vertegenwoordigers van de verschillendebegeleidingsdiensten zijn we dankbaar voor hun inbreng binnen de klankbordgroep die de ontwikkelingvan dit zelfevaluatie-instrument opvolgde. Tevens willen we Peter Jacobs bedanken dieinstond voor de technische ontwikkeling van de geautomatiseerde versie van het instrument.We wensen de lezer alvast veel inspiratie toe bij het gebruik van de inhouden uit dit boek. In dehoop dat men erin mag vinden wat men nodig heeft om te bereiken wat men wil worden.Jan Vanhoof, Alexia Deneire en Peter Van PetegemAntwerpen, juni 2011


Structuur en leeswijzer9Structuur en leeswijzerIn de volgende alinea’s lichten we eerst de structuur van dit boek toe. Daarna presenteren weaan de hand van een beknopt stappenplan enkele richtlijnen die de lezer bijkomend kunnenoriënteren op het lezen en gebruiken van dit boek.Structuur van het boek in een notendopDe toelichting bij het zelfevaluatie-instrument beleidsvoerend vermogen omvat vijf delen.Deel 1 is bedoeld als inleiding op het geheel. Het omvat de omschrijving en een ruimere situeringvan het concept ‘beleidsvoerend vermogen’. In dit eerste deel willen we de lezer inzicht geven indatgene waar het concept precies voor staat en in de oorsprong van de huidige aandacht voorbeleidsvoerend vermogen. Het vormt een opstap naar de volgende delen die dieper ingaan op deinhoud van beleidsvoerend vermogen, op zelfevaluatie, op zelfevaluatie van het beleidsvoerendvermogen en op zelfevaluatie van het beleidsvoerend vermogen als startpunt voor (verdere)schoolontwikkeling.Deel 2 sluit op het vorige deel aan en gaat rechtstreeks in op de kern van beleidsvoerend vermogen.In dit deel geven we een beschrijving van de acht indicatoren van beleidsvoerend vermogen. Decentrale idee waarop dit handboek steunt, is dat de mate waarin men aan deze indicatorentegemoetkomt, de effectiviteit van het beleid dat men voert bepaalt. Om deze indicatoren zoomvattend mogelijk te kunnen toelichten, maken we gebruik van twee specifieke invalshoeken,met name ‘cultuur’ en ‘structuur’.In deel 3 is de centrale focus het uitvoeren van zelfevaluaties. Daarbij zoomen we in op drierelevante aspecten. Het eerste daarvan is het begrip zelfevaluatie als zodanig. Daarna staan we stilbij een aantal cruciale aandachtspunten bij het opzetten van een zelfevaluatie. Ten slotte zettenwe ook de stap naar concrete zelfevaluatiestrategieën om het eigen beleidsvoerend vermogen inkaart te brengen.In deel 4 staan concrete werkwijzen om de zelfevaluatie van het eigen beleidsvoerend vermogenvorm te geven centraal. Dit deel is opgebouwd op basis van twee complementaire strategieën omgegevens te verzamelen over het eigen beleidsvoerend vermogen: de kwantitatieve bevraging opgrond van het zelfevaluatie-instrument beleidsvoerend vermogen enerzijds, en de meer kwalitatiefgeïnspireerde en creatieve invalshoeken om het eigen beleidsvoerend vermogen te beschrijvenanderzijds. In dit deel wordt het zelfevaluatie-instrument gepresenteerd en worden praktischerichtlijnen gegeven bij het gebruik ervan.Deel 5 ten slotte gaat in op de wijze waarop de resultaten van het gebruik van het zelfevaluatieinstrumentbeleidsvoerend vermogen aanleiding kunnen geven tot schoolontwikkelingsinitiatieven.Het gaat daarbij bijvoorbeeld om aanknopingspunten omtrent hoe de zelfevaluatieresultatenaanleiding kunnen geven tot het reflecteren op het eigen beleidsvoerend vermogen, tot hetopzetten van acties en verder onderzoek of tot het borgen van de bestaande manier van werken.


10WAAR ZIT BELEIDSVOEREND VERMOGEN IN (VER)SCHOLEN?Antwoorden op specifieke zelfevaluatievragenWie van plan is het zelfevaluatie-instrument beleidsvoerend vermogen in de eigen context te gaanhanteren, adviseren we de vijf verschillende delen van dit boek achtereenvolgens door te nemen.Dat neemt echter niet weg dat het ook mogelijk is een ander leestraject te volgen of een aantalinhoudelijke klemtonen te leggen. Om de lezer daarbij enige houvast te geven, presenteren wehieronder een concreet stappenplan voor het opzetten van een zelfevaluatie van het beleidsvoerendvermogen (zie Figuur 1). Dat plan omvat vier stappen die bij het gebruik van het zelfevaluatieinstrumentonderscheiden kunnen worden. Afhankelijk van de fase waarin men zich bevindt en despecifieke vragen die daarbij opgeroepen worden, kan de lezer vervolgens gericht naar antwoordenzoeken. Bij elke vraag is een verwijzing naar een onderdeel van het boek opgenomen.Stap 1:ZelfevaluatievoorbereidenStap 4:Komen totschoolontwikkelingStappenplanzelfevaluatieStap 2:Gegevens verzamelenStap 3:Analyse, interpretatieen diagnoseFiguur 1: Stappenplan zelfevaluatie beleidsvoerend vermogenSTAP 1: ZELFEVALUATIE VOORBEREIDENEen zelfevaluatie van het beleidsvoerend vermogen vangt steeds aan met een planningsfase.In de voorbereidende planningsfase dienen belangrijke keuzes genomen te worden en wordt dezelfevaluatie gesitueerd in het ruimere schoolbeleid.• Wat is zelfevaluatie? (deel 1, § 1)• Waarom een zelfevaluatie uitvoeren? Welke functie kunnen wij toekennen aan dezezelfevaluatie? (deel 1; deel 3, § 1.2)• Wat wordt er in dit zelfevaluatie-instrument gemeten? Wat is de conceptuele achtergrond?(deel 2, § 2)• Met welke aandachtspunten moeten wij rekening houden alvorens aan deze zelfevaluatiete beginnen? (deel 3, § 2)•

More magazines by this user
Similar magazines