Wascabi 2017

sven.gatz

Cultuur in Brussel bruist. Daar kan je niet naast kijken tijdens de uitreiking van de Ultimas, de Vlaamse Cultuurprijzen, dit jaaar. Frisse en vernieuwende Brusselse organisaties kaapten er een derde van de prijzen weg.

MAKELAARS

IN HOOP


In Vlaanderen zijn de middelen en de verantwoordelijkheid voor het lokaal cultuurbeleid

sinds vorig jaar volledig bij de gemeenten beland. Dit is niet zo voor de faciliteitengemeenten

in de Vlaamse Rand rond Brussel en de gemeenten van Brussel, waar het decreet Lokaal

Cultuurbeleid onverminderd van kracht blijft. Wat kan Brussel voorleggen na vijftien jaar

lokaal cultuurbeleid? Is cultuur er sterker uit gekomen? En what’s next? Twee Brusselse

zwaargewichten, de Vlaamse minister van Cultuur Sven Gatz en Pascal Smet, Brussels

minister voor Mobiliteit en Openbare Werken en VGC-collegelid voor Cultuur, Jeugd, Sport

en Stedelijk Beleid, blikken hoopvol de toekomst in.

Cultuur in Brussel

bruist. Daar kon je

niet naast kijken

tijdens de uitreiking

van de Ultimas,

de Vlaamse

Cultuurprijzen, dit jaar. Frisse en

vernieuwende Brusselse organisaties

kaapten er een derde van de

prijzen weg. Wiels, in Vorst, kreeg

de bekroning voor Beeldende Kunst,

Muziekpublique werd in de categorie

Muziek gelauwerd voor zijn project

“Refugees for Refugees”. Toestand,

dat in Brussel leegstaande gebouwen,

terreinen en (publieke) ruimte

tijdelijk omtovert tot socioculturele

centra, kreeg de prijs voor het beste

Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk.

Forumtheater Radicalisering, een

groep vrouwen uit Molenbeek die

op een inspirerende manier aan de

slag gingen met hun ervaringen met

racisme en radicalisering, won in de

categorie Amateurkunsten.

Heren, zit er iets in de Brusselse

bodem?

PASCAL SMET: is een

“Brussel

laboratorium voor de toekomst.

Stadsbewoners zijn opener, ze zijn

vatbaarder voor prikkels, ze experimenteren

meer en zoeken nieuwe

dingen. Dat is ook zo voor Brussel.

Sommige Vlamingen vinden haar

daarom een rare stad, omdat ze

tegen de Vlaamse aard van de voorspelbaarheid

van een leven onder

de kerktoren ingaat. Terwijl het net

de kracht van deze stad en van het

sociaal-cultureel werk hier is dat

mensen er voortdurend op zoek gaan

naar nieuwe grenzen en de confrontatie

aangaan met het onbekende. ”

SVEN GATZ:

“We

komen uit een

moeilijke periode, met de uitlopers

van de vluchtelingencrisis en de

naweeën van de aanslagen. Het fotomoment

van de twaalf cultuurprijzen

is eigenlijk een goede samenvatting

van het voorbije jaar. Brussel is

daar logischerwijs nadrukkelijk in

vertegenwoordigd, met de problematiek

van de publieke ruimte waar

Toestand op inspeelt of de verwerking,

via kunst en cultuur, van het

geweld dat Brussel getroffen heeft

via Forumtheater Radicalisering,

maar ook met het kosmopolitisme

van Wiels en het werk van

Muziekpublique met vluchtelingen.

Dat sluit allemaal bij elkaar aan.

Dit verhaal kwam mooi naar voren

tijdens de prijzen. ”

LOKAAL

CULTUURBELEID:

GASPEDAAL OF REM?

In Brussel bougeert het duidelijk. Is

het decreet Lokaal Cultuurbeleid een

stimulans geweest voor cultuur in de

Brusselse gemeenten of eerder een

rem op hun autonomie en daadkracht?

SMET: keek Brussel

“Aanvankelijk

wantrouwig naar het decreet Lokaal

Cultuurbeleid. Vlaanderen ging

direct met de gemeenten werken,

de VGC kreeg een coördinerende rol.

Maar het is een succes gebleken.

Achttien van de negentien gemeenten

hebben een lokaal-cultuurbeleidscoördinator,

een cultuurraad, er

zijn 22 gemeentelijke bibliotheken,

de gemeenschapscentra, die steeds

vaker in een netwerk functioneren,

draaien. De VGC vult die coördinatierol

op een correcte manier in. Geen

enkele gemeente zou het in zijn kop

halen om dit beleid te schrappen. ”

2017 I 13



De kracht van

deze stad is

dat mensen er

voortdurend

de confrontatie

aangaan met

het onbekende


PASCAL SMET

Minister Gatz, loopt het decreet op

eenzelfde manier verder of gaat u

aanpassen of heronderhandelen?

GATZ: de middelen voor lokaal

“Hoe

cultuurbeleid in Brussel worden aangewend

stelt niemand in vraag. We

werken wel aan een manier om de

procedures om deze middelen aan te

wenden, te vereenvoudigen. We doen

dit in het kader van een ruimere

oefening die een aantal decreten

over gemeenschapsaangelegenheden

concentreert in een Brusseldecreet.

Er komt meer autonomie

voor de VGC, die dan direct met de

gemeenten kan werken als de vertaler

van de Vlaamse regelgeving naar

de Brusselse realiteit, op basis van

prioriteiten die zijn bepaald door de

Vlaamse overheid. ”

Welk eigen verhaal moet Brussel

brengen als de VGC meer autonomie

krijgt voor het lokaal cultuurbeleid?

SMET: hebben in de gemeenten

“We

een bibliotheek, een lokale cultuurraad,

een lokaal-cultuurbeleidscöordinator,

een schepen van Cultuur,

een gemeenschapscentrum. Maar

ze zitten nog niet in elke gemeente

in een goed netwerk, soms werken

ze elkaar zelfs tegen. De schepen

van Cultuur, die toch lokaal een

aanspreekpunt is, zou een soort

coördinerende rol moeten spelen.

In een stad als Brussel vervaagt

cultuur in de klassieke zin van het

woord. In de gemeenschapscentra

proberen we geïntegreerd te werken

en een rode draad te weven doorheen

cultuur, welzijn, onderwijs.

Dat moeten we nog meer doen. En

daarom moet die lokale schepen nog

veel meer inzetten op zijn netwerkfunctie,

met de VGC die globaal de

doelstellingen en het kader bepaalt,

die coördineert en ondersteunt en

de schakel is voor Vlaanderen. Nog

een uitdaging op lokaal vlak is om

de vele anderstalige kinderen in het

Nederlandstalig onderwijs te laten

proeven van de Nederlandstalige

cultuur. We zijn al niet met zovelen,

we moeten dat opentrekken en

daarvoor moeten we de krachten

bundelen. Hoe kunnen onze centra

deze andere leefwerelden betrekken,

zonder de nestwarmte die ze bieden

voor vaak oudere Nederlandstalige

bewoners te verliezen? Dat is een

uitdaging in een multiculturele stad

als Brussel. ”

REGELGEVING:

MENSEN KANSEN

GEVEN OM IETS

TE DOEN

In Brussel is recent een nieuwe verordening

voor het sociaal-cultureel

volwassenenwerk goedgekeurd door

de VGC en ook in Vlaanderen komt er

een nieuw decreet Sociaal-cultureel

Volwassenenwerk aan. Welke waren

de doelstellingen van beide?

GATZ: het nieuwe Vlaamse

“In

decreet worden de klassieke werksoorten

verlaten. We maken meer

bruggen mogelijk tussen manieren

van werken. Organisaties moeten

zelf hun sociaal-cultureel DNA

bepalen. Of ze zich dan een beweging

of een vereniging noemen maakt

ons minder uit. De beoordeling zal

voortaan ook eerder kwalitatief dan

louter kwantitatief zijn. Dit kan voor

onzekerheid zorgen, we proberen

daarom in het decreet handvaten

te steken voor de sector. Een derde

grote principe is het ‘civiel perspectief’.

Verenigingen zijn geen

onderaannemers van de overheid.

Ze zijn van onderuit gegroeid en ze

krijgen een grote vrijheid om te doen

wat ze doen. De vrijheid van vereniging

is een en ondeelbaar, ze is er

niet alleen voor verenigingen die je

14 I 2017



zelf leuk vindt. Tot slot willen we de

in- en uitstroom vergemakkelijken,

waarbij we de sector in zijn geheel

over een paar jaar ook meer financiële

ruimte willen geven. Het is een

decreet dat de sector in zijn waarde

laat en nieuwe dingen laat blijven

ontwikkelen en doen. ”

SMET:

“Met

de verordening hebben

wij ook ingezet op kwaliteit en

minder op klassieke kwantiteitscriteria,

en nieuwe vormen van

sociaal-cultureel werk een kans

gegeven. We hebben gezorgd voor

minder planlast en tonen vertrouwen

in de verenigingen, door ze ook

op de langere termijn zekerheid te

Hoe de middelen voor

lokaal cultuurbeleid

in Brussel worden

aangewend stelt

niemand in vraag.

We gaan wel

de procedures

vereenvoudigen


SVEN GATZ

geven en de middelen op te trekken.

We hebben die wijzigingen gedaan

in overleg met het werkveld. Er was

nogal wat wantrouwen, de relatie

was verzuurd. Dankzij het overleg

hebben we dat wantrouwen weggekregen.

Politiek moet dingen

mogelijk en niet onmogelijk maken.

En dat is wat wij met die verordening

gedaan hebben: mensen een kans

geven om iets te doen. ”

BURGERKABINET:

DICHTER BIJ HET

BRUSSELS BELEID

Brussel is een multiculturele,

meertalige, sociaal gelaagde wereldstad

waarin zowel de Vlaamse als

de Franse Gemeenschap actief is.

Daarnaast heb je ook de 19 gemeenten

met in totaal ongeveer 1,2 miljoen

inwoners. Zorgt deze unieke context

ervoor dat het sociaal-cultureel volwassenenwerk

hier anders evolueert

dan in Vlaanderen?

GATZ: denk dat wel. Hier in

“Ik

Brussel zijn er ook vrij klassieke

verenigingen zoals we die in

Vlaanderen kennen en daar is niets

mis mee. Maar in Brussel zijn de

uitdagingen groter en je ziet hier op

een organische manier bewegingen

ontstaan van Brusselaars die rond

een nieuw thema samen iets opzetten.

Bovendien stellen sociale ongelijkheid,

armoede, migratie zich hier

scherper. Dus het sociaal-cultureel

werk ontwikkelt zich hier wat anders.

Vlaanderen kan wel wat oppikken

van wat hier gebeurt. Brussel is een

interessant laboratorium. ”

Om te vatten hoe dat laboratorium

werkt, organiseerde u onlangs een

burgerkabinet voor Brussel. Welke

waren de voornaamste conclusies en

wat gaat u ermee doen?

GATZ: waren drie soorten voorstellen.

De burgers gingen in op

“Er

de discussie over het bestuur in

Brussel. Dat kwam zowel in mijn

burgerkabinet als in dat van Rachid

Madrane (minister van Jeugd van de

Federatie Wallonië-Brussel, red.) aan

bod: burgers willen een centraal

bestuur dat duidelijk herkenbaar

is, met een verankering in wijken of

gemeenten. Ook interessant was de

vraag dat cultuurhuizen deels met

burgerbudgetten zouden werken. Ik

ga informeel bekijken hoe ze daar

tegenover staan en hoe dat zou

kunnen werken, want dat gaat over

hoe je het publiek kunt diverser

maken en verbreden. Daarnaast

waren er gerichtere vragen, zoals

2017 I 15



De vrijheid

van vereniging

is een en

ondeelbaar,

ze is er niet

alleen voor

verenigingen

die je zelf

leuk vindt


SVEN GATZ

over het nachtelijk openbaar vervoer.

Wat gaan we daar nu mee doen?

Van sommige vragen gaan we op de

korte termijn zelf werk maken, over

andere gaan we overleggen met onze

Brusselse collega’s. De Brusselse

regering organiseert met BruVoices

een eigen participatief traject. In het

najaar kunnen we een aantal dingen

in elkaar schuiven. Dat burgerkabinet

is geen alleenzaligmakend

middel. Er zijn verschillende recepten

om de democratie te versterken

en mensen dichter bij het beleid te

brengen. Maar de burgerkabinetten

zijn mijn recept.”

Minister Smet, deelt u die vaststellingen

van dit burgerkabinet? En welke

zijn de Brusselse antwoorden hierop?

SMET: moet de conclusies van

“Ik

BruVoices nog krijgen. Maar ik woon,

leef, eet en slaap in deze stad. Ik

hoor waar mensen mee bezig zijn.

Het verbaast me niet dat de resultaten

van Sven en Rachid gelijklopen.

De breuklijn in deze stad is niet

langer de taal, de breuklijn is die

tussen open en gesloten, tussen

omgaan met verandering of bang zijn

voor verandering, tussen conservatief

en progressief, tussen in een

netwerk zitten en zonder zitten. Dat

is een van de grote vragen voor de

politiek. Ik heb het gevoel dat klassieke

partijen aan het einde van hun

verhaal komen omdat ze gebaseerd

zijn op breuklijnen uit andere tijden.

En dat merk je in deze stad en in het

sociaal-cultureel werk. ”

GATZ:

“De

druk op het sociaal-cultureel

werk om zich aan te passen

en zich te verhouden tot een nieuwe

realiteit weegt ook op politieke

partijen. Partijen waren in oorsprong

ideologische verenigingen met een

coherent conceptueel kader die

de maatschappij op een bepaalde

manier bekeken. De kaders zijn

aan het schuiven. En dan heb je het

nieuwe van een beweging nodig om

dat dooreen te schudden. ”

SMET:

“Mensen

hebben vooral

behoefte aan hoop. Samenlevingen

die niet meer geloven in morgen zijn

samenlevingen die kapot zijn en die

achteruitgaan. Het is niet altijd makkelijk

om een positieve boodschap

te geven, maar een van de grote uitdagingen

voor het verenigingsleven

en uiteindelijk ook voor de politiek

is hoop geven. De hoop dat het beter

kan. ”

GATZ:

“Het

is een moeilijke opdracht

voor een politicus om hoop te geven

en dat te verzoenen met goed

bestuur. Hoop kan iedereen geven,

maar op een gegeven moment moet

je zeggen hoe je die hoop vorm zult

geven zonder te vervallen in zakelijkheid

en business as usual. Het

is elke dag weer zoeken hoe je die

spanning kunt overbruggen. Hoe

je mensen ook kunt overtuigen dat

voor sommige dingen een langetermijnperspectief

nodig is, dat

er een draagvlak moet gevonden

worden, dat er procedures moeten

gevolgd worden of middelen gezocht

worden. ”

WEG MET DE

ACHTERUITKIJK-

SPIEGEL

Gaat het dan over het opnieuw

stimuleren van het geloof in de

maakbaarheid van de samenleving,

waarbij mensen zelf in hun beweging

of vereniging de handen uit de

mouwen steken en op eigen kracht

iets veranderen?

GATZ: ben als liberaal iets

“Ik

minder overtuigd van de maakbaarheid

van de samenleving.

Maar ik ben er vanuit dat civiel

16 I 2017


perspectief wel heel erg van overtuigd

dat mensen hun lot in eigen

handen moeten nemen. Het hangt

uiteraard niet alleen van hen af,

er is ook nog zoiets als de sociale

context. Maar als je maakbaarheid

vertaalt als samen werken om iets

te veranderen, dan geloof ik wel in

maakbaarheid. ”

SMET:

“Maakbaarheid

is niet een

uitgewerkt model toepassen, want

dan zit je al snel in een autoritair

systeem. Maar ik geloof wel dat we

een samenleving kunnen maken.

Daarbij is verbinding belangrijk.

Het sociaal-cultureel werk verbindt

mensen, en de politiek moet dat ook

doen. Mensen verbinden is waar

klassieke politieke partijen vandaag

falen. ”

GATZ: genoeg zijn er ook

“Jammer

politici die net succes hebben door te

verdelen. ”

SMET: Maar op de lange termijn


zijn het degenen die verbinden, die

winnen. En dat is voor mij de grote

breuklijn en het grote verschil:

degenen die via angst de samenleving

naar beneden halen en

degenen die ze via hoop en verbinding

optillen. Als ik zie wat het


Op de lange

termijn zijn

het degenen

die verbinden,

die winnen


PASCAL SMET

sociaal-cultureel werk doet, wat

jeugdverenigingen doen, als je kijkt

naar al die energie en die wil om

te verbinden, dan zie ik het niet zo

zwart in. Het enige wat we moeten

doen is onze samenleving opnieuw

helpen te geloven in morgen. In

Europa heerst er op dit moment

zo’n ongelofelijk wantrouwen: zal

het morgen nog beter zijn? En dan

denken mensen in louter materiële

termen. Terwijl het ook beter kan

zijn op een ander niveau: cultuur,

samenleven, geluk. Daar moeten we

in blijven geloven. ”

GATZ:

“Jongeren

geloven wel

nog in de toekomst. Je ziet hoe zij

steeds vaker in cruciale debatten

het verschil maken. Zij zijn niet zo

behoudsgezind. Wij kijken door een

achteruitkijkspiegel, zij kunnen

alleen vooruitkijken. Die kracht is er

nog steeds. ”

SMET:

“Het

komt allemaal goed.

(lacht)


→ www.burgerkabinet.be

→ Vragen of reacties?

hannes@fov.be of liesbeth@fov.be

Wat moet je in Brussel zeker

gedaan of gezien hebben?

SVEN GATZ: Magrittehuis,

“Het

in Jette. De plek waar Magritte

gewerkt heeft. En de Villa Empain,

vlakbij de ULB. Een prachtig

art-decogebouw dat in ere is hersteld,

en waar nu mooie tentoonstellingen

worden gehouden. Dat

zijn twee verborgen parels. ”

PASCAL SMET:

“De

wijk van de

Vismarkt en de Kaaien, waar ik

ook woon. Dat is echt Brussel,

grootstedelijk en kleinschalig

tegelijk, een dorp in de grote

stad. Het is een wijk voor de echte

Brusselaar, al zie je er ook wel

eens een verdwaalde toerist. En

de abdij van Terkameren, een

prachtig rustpunt in de stad. Je

daalt af van op de Louizalaan en je

waant je plots ergens anders. ”

Welke Brusselaar verdient een

plekje in de Brusselse Walk of

Fame?

PASCAL SMET: Plaizier,

“Wijnand

over wie er nu een expo loopt in

Bozar. Hij maakte postkaarten

van Brussel. Geen klassieke

toeristische postkaarten, maar

verrassende foto’s die de geest en

de ziel van de stad vatten. Mensen

als Wijnand zijn te weinig gekend,

maar ze kruiden de stad. ”

SVEN GATZ:

“Stromae.

Omwille

van de muziek en de mode. Maar

zeker ook omdat hij het nieuwe

Brussel vertegenwoordigt in zijn

persoon, zijn manier van zijn en

doen, zijn kosmopolitisme. Hij

woont overigens niet ver van Wiels

in Vorst, waar met hardnekkige

vasthoudendheid een prachtig

museum is ontwikkeld, waar nu

galerijen de deuren openen en

artiesten neerstrijken. Het is fijn

om zien dat de stad altijd verandert

en nooit af is. Stromae is

daar een levend voorbeeld van. ”

2017 I 17