PATER-STELTENPOOL HEEFT NIETS MEER - Stichting Papua ...

papuaerfgoed.org

PATER-STELTENPOOL HEEFT NIETS MEER - Stichting Papua ...

N ' 1 JiJJ S | I f Ut ,

üli.11 Uftt HU > O U l »! f''l .

f (| f u ii^ tri « n

* ' i tt» f K ] '| MP »I?,]>JII3 ,

11 'i ' n * 3 j i 11 i { » L«- tr

" ' t » i f) ( i k n"x ir" v ! ! i»

i f t fit i lt > i iiui ( h ' | i«

1 ' vv I \ > ! } ] 11 k l p - j


AFSCHEID

VOGKUI-:

Vertrek Pater Steltenpool

Maandag 17 februari vertrek.

Kwart voor 3 inscheping tfc Antwerpen.

Eindelijk is 'l fcÖOVerlH Met de

„Ëdmund Fannlng" naar Sjatighaiü

Ik denk teï-ug vooral aan

Wognutn, Wervershoof, Nieuwe

Niec'orp, Spanferöèk, Hdpg"Wöud,

de JTeerhugowaarcf ert Alkmaar,

waar ik door zoovele vrienden

zoo daadwerkelijk ben gchGipcn.

Ook denk ik aan de velen, die

van elders mij hun milde giften

^r. goede gaven hebben toegezonden.

Ja, met dftnkbaarhtid

denk ik teriif» aan


HOOFDSTUK 1

ANTWERPEN.

MET ZEEGAT UIT

Ruim vijf en een half jaar lang had ik in de kop van Noord-Ho11and als

assistentie-pater met velen lief en leed gedeeld.

De oorlog was nu al bijna twee jaar voorbij. Holland was nog arm en leeg.

Het was'al lang geleden dat ons door de Bisschop in een volle kathedraal

het missiekruis was omgehangen, We waren zeker wel met een paar honderd

man. Hen grote groep Franciscaanse missionarissen was na de oorlog al

naar alle streken vertrokken. Diegenen die bestemd waren voor China hadden

steeds moeten wachten. F,r was maar steeds geen bootgelegenheid. En

wat de missieprocurator in de oorlog had bijeen gegaard, was allemaal

reeds uitgedeeld.

Met heel veel moeite en heel veel behulpzame handen had ik,met of zonder

punten of vergunning, mijn spullen bij elkaar gescharreld en met bijeengebedeld

schnpenwol toch nog een behoor!ijk warme uitzet voor het koude

China bljeengekregen.

De koffers waren Dec. '46 in Rotterdam op de "Champol!ion" gebracht. Dat

was toen een barre tocht door de sneeuw. Zelf stapte ik op een vroege

morgen in het "koffiemolentje" naar Hoorn. Daar stond een echte trein

klaar om naar Antwemen te brengen. Dat was op Maandagmorgen 17 Febr.1947.

Broer Ton was er getuige van dat tot en niet Roos~eHJaa laXLëiT 'gbed' i 'VërTrêp.

Het was maar goed dat hij mee was, want zonder hem zouden de koffers me

in Amsterdam en Roosendaal wellicht een breuk bezorgd hebben. Rij de douane

hadden we geen moeilijkheden.

Na Roosendaal werd ik weer geholpen door een mannetje dat ons ook in

Amsterdam al ontzettend behulpzaam was geweest. Hij sjouwde met mijn

koffers of zijn leven er van afhing.

Op het grensstation in Esschen nam de douane genoegen met het laten zien

van de pas. Er moest niets worden geopend. Wat ik mee had was transito

en dus was alles in orde.

Om kwart voor drie waren we in Station Antwerpen-üost. We kwamen er met

zijn drieën aan, want in Roosendaal waren ook de paters Arthemius Huls en

Abdias van de Sande komen opdagen. Na enige tijd troffen we hier op het

zelfde kleine stationnetje ook de paters Ilubertinus Backes, Stanislaus

Mulder en br. Hippolytus van Schie. We waren dus nu kompleet.

Er werden gauw twee taxi's gecharterd en allereerst ging het nu naar liet

bureel van Vinke & Co.. Hier moesten we de passagcbiïjetten gaan halen.

We horen dat de boot in het derde havendok ligt, maar.... de passagiers

worden pas Woensdag 19 Febr. aan boord verwacht ! Dat is potdorie de eerste

verrassing al, weer een paar dagen uitstel van vertrek ! Ja, ze hadden wel

aan onze Franciscaanse Procuur van onze Belgische paters op Den Oever het

laten weten, maar wij stonden toch raar te kijken. Waar moesten we heen ?

We hadden alleen een beetje overgebleven Hollands geld op zak. Er was ons

op de Procuur in Weert verteld dat er in Antwerpen en op de verdere reis

voor alle:; zou worden gezorgd. Op br. Hiep na, gingen we allen eigenlijk

voor het eerst op reis. Niemand van ons had er dan ook aan gedacht om op

een of andere manier wat buitenlands geld, zwart of niet zwart» te bemachtigen.

Geen van allen hadden we enige reiservaring. We besloten om te proberen

toch maar aan boord te kanen. Maar bij Vinke & Co. zeiden ze, dat

de kapitein daarover moest beslissen. Hij was tot vier uur nog aan boord.

We trokken dus de stoute schoenen aan en tuften met onze taxi door naar

Kaai no. 180. Daar lag het grote Liberty-schip, de " EiMJND FANNING"

eigendom van de beruchte ISBRAM1SEN COMPANY. Benzelfde schip als de

"Champollion", dat ik in Rotterdam al gezien had.

_ ~\ _


De kapitein was eem geschikte man

Hij begreep onze situatie. De steward

sputterde nog wat tegen want

er was voor de passagiers nog niets

klaar. Ondanks het protest van de

steward mochten we aan boord. Het

was bijna vij uur. Etenstijd. Ook

voor het eten moest worden gezorgd,

zei de kapitein. Vijf man meer of

minder...maak je geen zorg steward'

De paters zullen zich in de hutten

wel. wat behelpen. En de eerste

stuurman, een kerel als een boom,

deed er nog een schepje bovenop en

hij koesterde het stewardje in z'n

gro^e armen. ïn de diningroom leek

het wel tafeltje-dekje. Vanuit een

verhongerd Nederland leek het wel of we in een luilekkerland terecht waren

gekomen. Ik had me niet vergist toen in Rotterdam op de Champillion de lucht

ervan al had opgesnoven. Bij de boot hebben we ook onze missieprocurator

Majella Weeninck nog even gezien. We kregen van hem Ï00 frs, voor de komende

dagen. Net genoeg om 1} maal een tramretourtje naar de stad te kunnen kopen,

De koek in Weert was blijkbaar helemaal op. De laatste missionarissen van de

grote groep na de oorlog had hij nu afgeduwd. Ons liet hij met een dooie mus

in onze handen achter : honderd francs I Met zijn assistent "onze vlotte

Joop" is hij daarna waarschijnlijk de stad ingegaan om daar in een heerlijk

botelleke onder het genot van een heerlijk etentje de zaken met de maatschappij

verder af te wikkelen. De China-reizlgers waren afgeleverd. Ik dacht nog

even aan de das die hij ons in Weert had omgedaan (deel I, bit* 65).

Ons eerste souper had heerlijk gesmaakt. ïin we vroegen ons af of onze broeken

en -jasjes tijdens de lange reis wel bestand zouden zijn tegen de gevolgen van

zulk een eten. Maar op een reis als de onze is veel ongewis. Allerlei storingen

kunnen op onze buikrien nog van invloed zijn.

Voor ons was een plaats ingeruimd op het achterdek. Daar waren onze hutten.

De verbinding vanaf het middeschip met het achterdek was wel idyllisch, maar

wij betraden de hrugjes en trapjes toch met wankele schreden, liet eerste wat

na het souper moest gebeuren was het in orde maken van de hutten, zodat we

in elk geval zouden kunnen slapen. We rekenen erop dat we we] een maand of

vier op het achterdek moeten bivakkeren. Ik zal mijn verjaardag nog wel op

de boot vieren.Abdias en Artheem gingen intussen naar onze medebroeders in

de stad, om daar het lezen van de Mis te bespreken. Dat deden we toen nog

ieder afzonderlijk, elke dag.

We begonnen ons te installeren. Besloten werd dat ik de grootste hut zou

delen met Br. Hiep en F'. Huub. Het zou de stamhut worden waar we door de dag

en vooral 's avonds gezellig bij elkaar zouden komen. We zouden het. hier

gezellig moeten maken, want elke vorm van passagiers-accommodatie ontbrak

op deze vrachtschuit. Behalve in de dini.ngroom hebben we alleen een beetje

plaats op het achterdek. Verder staat heel de boot vol met lokömotieven

en ander spul.

Natuurlijk werd er die eerste avond 'm de hut een pikketanissie te voorschijn

getoverd.....op de goede afloop van de reis '

Dinsdagmorgen 18 Fe hr.gingen we al heel vroeg in de morgen met een trollyïïus

nliar 3esta3 om er in het klooster de H.Mis te lezen. Ik had nog nooit

een trolly-bus gezien. Het is eigenlijk een autobus door stroom aangedreven.

Dus half auto, half tram, maar dan zonder rails.

- 2 -


We hadden in Antwerpen nog ruim 2 dagen vóór we zouden vertrekken.

Te lang - en ook zonde - om al die tijd rustig op de boot te blijven zitten.

Bovendien hadden we al gauw gezien dat er in de etalages veel meer te koop

werd aangeboden dan waar ook in Holland. Die kans mochten we niet laten

schieten. Er moest dus iets gebeuren. Pater Gardiaan op den Oever begreep

dat ook wel. Hij hielp ons aan Misintenties. Om te beginnen voor de komende

twee dagen. Dat was al 300 frs. We konden nu tenminste allen weer een paar

keer met de trolly naar de boot en de stad, want dat was wel 2 uur lopen.

Ook werd de Missienrocuur in het klooster opgezocht. We sloten eenvoudig een

kleine lening. De procurator vond:het redelijk dat we de kans waarname nom

in Antwerpen nog een en ander voor de reis in te slaan. Hij zou het later met

de procuur in Weert wel afrekenen. We hebben er - heel begrijpelijk - nooit

er iets over gehoord. Voor ieder van ons kocht de procurator een gemakkelijke

ligstoel, üen noodzakelijk meubel, voor onze vrachtboot. Zelf kochten

we pantoffels voor warme en koude dagen en...aardig wat rookwerk. Mijn pijp

moest ook blijven branden. Voor Hollands geld wisten we een flinke borrel in

te slaan en ik voor mij kocht ergens een best polshorloge en "n wekkertje.

We waren met drieën aan het inkonen doen. Na verloop~van tijd hadden we zoveel

bijeengescharreld dat we het zaakje niet meer konden dragen. We waren tenslotte

genoodzaakt om ons met een taxi - die waren niet duur - naar de boot te

laten brengen. Met groot plezier zag de kanitein de "smokkelaars" binnenkomen.

Tussen de bedrijven door werden er natuurlijk in de stad ook nog vele kerken

en musea bezocht.

We hoorden deze morgen, na het lezen van de M.Mis, in het klooster een mededeling

die ons wel verraste. Een van de paters kwam aandragen met de "Gazet

van Antwerpen", 17 Febr.'47. Tussen alle berichten in, stond daar, schrik

niet, het volgende :

"NOORD AAN BOOM) VAN EEN SCHIP"

"Het lijk bij aankomst in Antwerpen ontdekt.

Zaterdag is in de haven van Antweipen het stoomschip

"EIMJND FANNING" binnengelopen. Toen het schip zich

ter hoogte van Vlissingcn bevond, ontdekte men het

lijk van een lid der bemanning...met afgesneden keel.

Het Antwerps Parket heeft een onderzoek ingesteld."

Het bericht verraste ons, temeer omdat de bemanning on ons juist een zeer

goede indruk gemaakt had. Het verontrustte ons daarom toch niet zo erg.

Kranten schrijven dikwijls zo veel. Maar toen we de volgende dag de kapitein

zagen, moesten we toch even een visje uitwerpen. Hij lachte zich rot toen we

hem vertelden dat we 's avonds alles toch maar extra goed gegrendeld hadden.

Er waren volgens zijn zeggen een paar heren wat aan het kiften geweest en

één'had er toen inderdaad wel een paar schrammetjes van overgehouden. Dat

was alles !.'!

Kanitein Fitzgerald is een aardige vent. Hij houdt blijkbaar van orde en

tucht. Hij is de baas. Hij gaf ons de beschikking over alle vier hutten op

het achterdek...en toen we hem vertelden dat er volgens de steward in Genua

nog twee andere passagiers bij zouden komen, verzekerde hij ons : " I say:

ik deel de lakens uit". "Die passagiers duw ik wel in het midship. Ik wil

dat jullie hier ruim en vrij kunnen bivakkeren."

Niet alleen door de kapitein, maar ook door de andere officieren en manschappen

worden we met alle egards behandeld. Als de soep een minuut te vroeg

wordt opgediend, dan wordt de salonmaster direct op zijn vingers getikt.

De kapitein is katholiek en heeft zelfs een neef die kardinaal is. Twee

neven zijn bisschop en verder heeft hij in de familie nog 13 priesters.

ASWOENSDAG 19 FERR.

De boot vertrekt nog niet. We gaan dus de stad maar weer in. ledere dag kan

de laatste zijn. Vandaag moeten daarom de laatste francs op. Eén van ons

heeft ergens beste broeken zien liggen, kakiebroeken. Prachtig voor een

reis op een boot als de onze, want alles buiten de hutten is olie, smeer en

stof. Maar onze portemannaie kan zulke onkosten niet meer dragen.

"~ D ""*


Toch komen we klaar. We kloppen nog maar een keer aan bij onze paters op

den Oever. Ze hebben het niet breed, maar misschien kunnen ze ons nog weer

aan misintenties helpen, waarvoor we op de boot H.H. Missen kunnen lezen.

Pater Gardiaan vond dat de giften die daarvoor gegeven worden, niet beter

besteed konden worden. Een broek is voor een arme drommel een belangrijk

bezit l

's Avonds was ieder van ons een kakibroek rijk. ^•1aar wat een tegenvaller l

Ik ben niet in staat mijn achterwerk er in te frummelen. Twee anderen zitten

met hetzelfde euvel. Gelukkig blijft de boot nog een dag. Na het souper kwam

de kapitein bij ons op bezoek. Hij was nog niet op het achterdek geweest.

Hij hoorde van onze broeken en begreep onze armoede. Al gauw rende hij overeind

en haalde als troost voor ons een hele slof Chesterfield. "Hier voor

vanavond". We hoefden niet bang te zijn, zonder te komen zitten. Hij wenste

ons veel succes bij het ruilen van de broeken morgen. Net voor hij kwam,

waren we begonnen raet de inrichting van ons kapelletje. "Ik loop niet zo

hard naar de kerk", zei hij "maar ik heb mijn vrouw vandaag geschreven dat

de kerk nu naar mij toekomt. Ze kan nu gerust zijn, want ik heb nu goed

volk op de boot".

In de diningroom hebben we de eerste plaatsen. Twee van ons zitten er steeds

met de kapitein en de eerste suurman aan tafel. Het gaat er erg zakelijk aan

toe. Dat is Amerikaans. Geen komplimentjes, weinig woorden. Er is één uur

om te eten. Als je klaar bent, stap je op. Als je te laat bent, is er niets

meer. Bidden aan tafel doen de amerikanen blijkbaar ook niet. Maar als wij

bidden staat de salonmaster, 'n neger, in de houding, dikwijls de meest

onmogelijke.

Het is voor ons vandaag een vreemde Aswoensdag en de avond gaf ons nog weer

een kleine sensatie. De Belgische wachtpost op de boot, vraagt of we misschien

een jongen van een jaar of 16 gezien hebben. Hij moet zich op de boot verstopt

hebben. Hoe het is afgelopen weet ik niet. Wij hebben er niets meer van gehoord.

Maar heel de boot werd afgezocht. IWNDÊROAGMORGEN lazen we voor het

eerst de H.Mis in ons eigen kapelletje. Onze eigen procuur had zelfs aan de

meest gewone dingen als hosties en miswijn niet gedacht. Voor irat we niet hadde

hebben onze onvergetelijke medebroeders op Den Oever gezorgd.

We moesten met het Mislezen al vroeg beginnen, want we waren met zijn vijven.

Afwisselend dienden we elkaar. We hadden die eerste morgen netjes op elkaar

gwacht, tot ieder klaar was en tussen het wachten door ons brevier gelezen.

Na de Mis gingen we gezamenlijk ontbijten, maar...de tijd voor het breakfast

ging voorbij. De steward was in geen velden te vinden. De diningroom was

leeg en alles was opgeruimd. Gelukkig hadden we een heel blik speculaas ingeslagen..en

zo was ons ontbijt spoedig gemaakt. Na dit vreemdsoortig ontbijt

zijn we met z'n tweeen de stad ingegaan. We konden de trolly nog net betalen.

Er moesten drie broeken geruild. Gelukkig stond de winkel er nog. Maar wat

een tegenvaller als we even rondkijken. Met grote letters staat er voor de

ramen :"HIER WORDT NIETS GERUILD OF TERUGGENOMEN". Het werd toch geprobeerd.,

arme missionarissen op weg naar China...Het lukte.

We waren nu met 't dinner thuis. In de mening dat er niemand meer binnen was,

sloten we de buitendeur van onze tent af, om ook naar de diningroom te gaan.

In de haven loopt zo van alles rond. Ook mensen met lange vingers. Er was voor

gewaarschuwd de patrijspoorten en de deuren steeds goed te sluiten. Abdias

was er het eerste slachtoffer van. Toen wij de zaak buiten afsloten, zat hij

rustig in het kapelletje zijn brevier te bidden! Behalve zijn ontbijt dreigde

hij nu ook zijn dinner te moeten missen. Maar dat was hem toch te bar. Hij is

van armoede door de patrijspoort, naar buiten geklommen en zo kwam boontje

toch nog on tijd aan zijn loontje Hij heeft die keer gegeten als een

dijker J Na het dinner was het weer broeken"passen en meten. Zonder bijbetaling

had ieder nu een broek die paste, zij het dan met behulp van de nodige

ingrepen die de naald van broeder Hiep nog moest aanbrengen.

- 4 -


HET ZEEGAT UIT...PK REIS BEGINT

Vrijdagmorgen staat het aangeplakt : THIS SIIT SAILS AT 12 NOON, 21.2."47

JJatwil duszeggen dat we om twaalf uur vertrekken. De morgen verloopt

heel rustig. De laatste lading wordt in de buik van het schip gebracht en

om één uur trekken de sleepboten ons van wal. We varen door het kanaal tot

aan de sluizen. Hier moeten we een hele tijd wachten. Daarna wordt het de

kapitein te laat. Hij besluit hier te wachten tot de volgende dag, want

hij wil met zijn vrachtje niet in het donker door de Schelde varen.

Het werd Zaterdag half twaalf eer we in de sluizen lagen. Hier gaat er een

Belgische loods met ons mee naar Vlissingen. Een Hollandse loods zal ons

vandaaruit het zeegat in loodsen en ons vergezellen tot Dover. Het duurde

drie uur voor we onze Belgische loods in Vlissingen weer kwijt waren.

's Avonds om half zeven is de Hollandse kust eindelijk uit het zicht verdwenen.

"VAARWEL MIJN DIERBAAR VADERLAND "

Nu gaat het komen. Je hebt tocht wel het gevoel iets op te moeten geven.

Het schip helpt ons in die rol. Het begint al gauw aardig te deinen. We

vinden het in elk geval al heel wat. Maar we zijn natuurlijk nog niets gewend.

Niemand wil ook van zijn inwendige kriebels iets laten merken. Maar

ongemerkt grijpt de een eens naar zijn hoofd, de ander strijkt eens over

zijn maag. Al gauw zoeken er enigen verdrijving op bed. Anderen zoeken

verfrissing in de ruwe wind op het achterdek. Heel stoer zet ik een grammofoonplaat

op en met een heel passend lied, zo in de trant van :"varentvaren

over de baren. Het is wel rot, maar het mot".

Broeder Hiep ging er prat op dat hij al twee maal de reis zonder kleerscheuren

gemaakt had. Hij gaf ons allerlei vaderlijke wenken. Maar ondanks

de goede tips aan ons gegeven, was hij de eerste die de zee zijn tol ging

betalen. "Rustig op bed blijven liggen" had hij gezegd, maar op eem onverwacht

manent vloog hij als een kieviet van bed naar de railing...nog net

op tijd l

Huub volgde al heel gauw. Ik had, zo ik al zei, verademing gezocht in de

frisse lucht, maar bij een domme noging om het ook eens binnen op bed te

proberen, was ik vrijwel meteen genoodzaakt om daar holderdebolder het

toilet op te zoeken om er verruüning te vinden.

Het was die avond gauw donker en sneeuwstormen belemmerden elk uitzicht.

Na een paar uur varen werd het anker uitgeworpen om halfweg Vlissingen en

Dover te overnachten. Dat gelukte ons buitengewoon goed. We hadden een

goede nacht. Maar 's morgens, nauwelijks op de been, begon het bij verschillenden

al weer aardig te kriebelen. Op de vraag vanuit de crew, 's avonds

tevoren: wanneer het morgen gelegenheid was om de Mis te horen, hadden we

stoer geantwoord : van half zes tot half acht .'

Nu was het Zondagmorgen. Stan en Artheem waren present, maar toen ik om

half zeven zou beginnen, kon het niet verder brengen dan tot de canon.

Mijn benen waren als die van een dronken man en mijn maag deed het ergste

vrezen. Abdias nam het over, blij dat het voor hem zo met een heel klein

misje (alleen de canon) ook gauw bekeken was. Met Huub was het ook helemaal

mis. Zo waren we genoodzaakt om op die eerste Zondagmorgen nog een van de

weinige misklanten naar huis te sturen. Huub en ik verschenen die morgen

niet in de diningroom...de kapitein had grote lol l

Zo ndagmorgen is om kwart over twaalf de Engelse kust in zicht. Even over

tweéên wordt onze Hollandse loods met een bootje vanuit Dover van boord

gehaald. Met hem gaat mijn eerste briefje mee om via Dover in Vlissingen

t e ^° s t e n ' Ergensopzee.

Zondagmorgen 23.2.'47.

Liefste allen.

Vrijdag 21.2 om 1 uur uit Antwerpen vertrokken.

We moesten lang wachten voor de sluis.

Zaterdagmorgen de Schelde uit, laat in de morgen.

Om vijf uur in volle zee. Veel geschommel. Zware sneeuwstormen.

*~ J ***


We lagen al gauw over de railing.Slecht uitzicht. Sein:

niet verder...en dat na 8 uur Noordwaarts gevaren te

hebben, Heel de nacht dus stil gelegen. Lekker geslapen.

Maar ik kon vanmorgen toch geen mislezen. Nu alles weer

best. We gaan nu richting Dover. Daar moet de loods eraf.

Hij zal deze brief in Vlissingen posten.

Ik loop nu wat rond op liet dek. Lekker fris.

De zon schijnt en het sneeuwt wat.

We maken een geweldige omweg over zee.

Morgen komen we in Le Havre aan.

We komen ook nog in Nancls.

Het beste !

Jan.

De loods is met de brief vertrokken. De zee is hu buitengwoon rustig.

De verfrissing op het dek heeft me goed gedaan. Het souper smaakt om

vijf uur weer best. De kapitein kon weer gerust zijn.

Uren lang varen we langs de Engelse kust. Toen we Maandagmorgen 24 Febr.

wakker werden lagen we te wachten voor de haven van Le Havre. Om 11 uur

kwam de sleepboot ons halen. Om 1 uur lagen we aan wal.

LE HAVRE : ëén grote ruTne I

We zouden er maar drie uur blijven. Maar om vijf uur kregen we verlof om te

gaan nassagieren. Een boot heeft blijkbaar weinig te vertellen. Men is van

allerlei instanties afhankelijk. Dat is in de haven zo. Maar we hadden het

ook op zee al ondervonden. Want toen we Vlissingen verlieten om langs de kust

naar Le Havre te varen» kregen we bericht om de reis langs de Engel?e kust

voort te zetten. Vandaar die omweg.

Le Havre is prachtig gelegen tegen de hoge Franse kust. Maar de haven en de

gebouwen...het was ontzettend l Wat een verwoesting 1 De haven was totaal

aan pulver.

We lagen aan een grote ijzeren pier, zoals Amerikanen die gebruikten bij hun

landingen. Fr was eigenlijk maar één plaats waar een boot kon aanleggen.

Met kleinere schepen kon men hier of daar nog wel aan wal komen. De stad

telde nog een 100.000 inwoners. 50.000 hadden vanwege de verwoesting elders

een plaatsje gezocht. We vonden het in het stadje maar een vuile troep...

en er waren kroegjes bij de vleet. Fatsoenlijke zaken of hotels zag je niet.

In de gekste krotten en stukken huis woonden nog mensen. Om je hart vast te

houden. Hoe durven ze er nog in. Dikwijls levensgevaarlijk.

Alles draagt hier ook de sporen van de allergrootste armoede. Je zag er ook

bijna niemand roken. De mensen hadden blijkbaar ook geen zeep om zich te

wassen. Alles was er even duur en men had mogelijk ook geen geld om het

allernoodzakelijkste te kopen.

De mensen leven denk ik van wat groenten. En vooral de viswinkeltjes,

smerige vishokkken, hadden het erg druk. F.en bokkumpie is ook voor moeder

de vrouw wel erg gemakkelijk !

Niet ver van de haven lag een kerk, een brokstuk kerk. De pastoor was juist

bezig met het geven van de catechismus...aan zes kinderen ! Hij deed zijn

uiterste best er een oefening van berouw of akte van geloof er in te krijgen.

In een andere kerk werd 's avonds het Rozenhoedje gebeden...ook voor zegge

en schrijve zes mensen.

We brachten een rustige nacht door in het haventje. De morgen die daarop volgde

konden we nog even de stad in. We wisten dat er Franciscanen woonden. Na

lang zoeken vonden we ze. De gardiaan was een aardige man..hoe kan het ook

anders. Priester gewijd in 1908, had hij 8 jaar in Bleyerheide (Kerkrade)

gewoond, waar toen vanwege vervolging, een Franse kolonie was neergestreken.

In hetzelfde kloostertje waar ik mijn noviciaat gemaakt had. Hij wist er

nog eeen paar woorden Hollands uit te brengen. Het was er in dit kloostertje

erg arm. De gardiaan had nog de beste hcri nneringen aan het godsdienstig

leven in Holland. Hij wilde er Le Havre gaarne voor ruilen.

- 6 -


DE "EDMUND FANNING"

Ons schip is een van de vele machtige Mberty-schepen, gebouwd voor het

transport van troepen tijdens de oorlog. De "Edmund Fanning" is naar ik

schat 16 nu breed en 130 nu lang» Van de kade af leidt de brug je naar

het middenschip. Daar is de

diningroom en de keuken met wat

daarbij behoort. Ook zijn daar

de hutten van de kapitein' en de

bemanning gelegen. Meestal ook

nog een paar hutten voor eventuele

passagiers. Op het achterdek

liggen de hutten die ons heiligdom

zijn. Hen dient er als kapel en

éën is er volgestouwd met onze koffers.

De twee anderen zijn onze

si aaphutten. Bij troepentransporten

dienden deze hutten als uitkijkpost.

Op weg vanaf het middenschip naar

onze hutten staan twee knoerten van

lokomotieven met twee even grote bunkerwagehs. Hen akelig brugje brengt ons

langs vele trapjes en hindernissen naar ons appartement op het achterdek. Ik

was al drie dagen op het schip toen ik merkte dat er ook op het voordek zo'n

stel van die kolossen stonden. Alles was natuurlijk goed vast gesoldeerd en

met allerlei halken vastgetimmerd. De weg naar ons achterdek ging dus niet

over rozen. De kleinste misstap en je zag er uit als een machinist. Zonder

zaklantaarn was het 's avonds beslist een gevaarlijke onderneming om heelhuids

thuis te komen. Boven op de cabines van het achterdek stond een hele

serie flessen met zoutzuur. De snelheid van onze boot varieert van 12 tot 15

knopen of zeemijlen. Een knoop is ruim 1609 meter. Voor een vrachtboot op de

grote waterplas is dat dus nog een aardig gangetje.

We bivakkeren nu ruim een week op het schip. Het lijkt me een duidelijke zaak

dat we als passagiers op deze vrachtboot niet als een last worden ervaren. Het

geeft de bemanning een zekere verruiming. De mannen kunnen ook eens praten

met een ander soort mensen en over andere dingen. Br groeit een zekere hand

en een bepaald huiselijk samenleven. Van groot belang is natuurlijk wel de

opstelling van de kapitein. Zijn omgang met passagiers en bemanning. En dat

zit wel goed. Hij is een rondborstige Amerikaan, een loyale vent. Voor ons

lang niet krenterig. Gisteren kregen we allemaal al weer een hele slof cigaretten.

Dat is tien pakjes. En ieder nog een paar pakjes tabak voor de pijp.

Geen slecht rantsoen voor vijf dagen l Dat gaat wel af van het boardgeld

(de snoepcenten) die voor ons gestort zijn. Haar eg schriel neemt de kapitein

dat niet.

Op de "l-dmund Fanning' 1 is het dus zo slecht nog niet...als je tenminste

tegen schommelen kimt. De menu's die ons in de diningroom worden voorgezet

zijn voor ons nog steeds om van te watertanden. Zowel breakfast als dinner

en sunper bestaan voor oen zeer groot gedeelte uit verschillende soorten

vlees. Bij elke maaltijd is het vleesrantsoen zowat gelijk aan een weekrantsoen

in ons eigen vaderlandje, 't Is hier of er geen oorlog is geweest. Natuurlijk

wordt alles op zijn amerikaans klaargemaakt met zoete aardappelen

en mais, of beter gezegd'*op zijn negers", want de koks zijn zwart. Maar ze

weten wel wat lekker is. Het eten is wel erg zoet. Alles is er in overvloed.

Het lijkt er soms wel op dat de Amerikanen hun magen vullen zoals ze dat

doen met de tank van hun auto. Ze bunkeren behoorlijk die bootslui l

De crew is ook erg gedienstig. Altijd bereid ons ergens mee te helpe n. De

bril van Artheem was op een nacht op onverklaarbare wijze kapot geraakt.

Daar komt zo'n nassekwant terloops even langs en een half uur later is ie

keurig gemaakt. Hen ander breekt de steel van zijn pijp. Alle soorten

veilen worden gehaald...en je kunt weer roken. Hen sterkere lamp in de kapel.

Je hoeft maar een kik te geven en hij is er.

- 7 _


Het -is n u dinsdag 25 Februari. Om een uur of drie zullen we Le Havre verlaten,

het stadje dat 120 bombardementen te verduren heeft gehad. De bel

roept nu voor het dinner. Het zal benieuwen wie het vanavond weer het eerste

kwijt is. Het hoofdbestanddeel is ook deze keer weer vlees...met macaroni.

Ja, soms is het wel een puzzle wat er op tafel komt. Als we gewoon aardappeler

hebben, wil dat zeggen dat er hoogstens één voor ieder op de schaal ligt.

De aardappel wordt zo'n beetie ais groente gegeten.

Zonder tegenslag kunnen we Donderdag in Bordeaux zijn. We zijn benieuwd.

Maar...men vreest dat de zee niet erg mak zal zijn. Nu..dan zij wij het wel !

De ervaring op het schip, ons schip - want zo beginnen we het al aan te

voelen - heeft ons dat wel geleerd.

A^ s we Le liavre verlaten hebbeh zitten wc al tamelijk gauw in volle zee.

We gaan langs Cherbourg en Brest. We vrezen weer heel wat benauwde uren. De

eerste nacht ging het best, maar dat kwam wel omdat de kapitein ons in de

avond op een fikse Schiedammer had getrakteerd. Tegen de morgen begon het

gekriebel - 1 . He boot klauterde als een hobbelpaard tegen de golven. De zee

was behoorlijk ruw. Het was al gauw helemaal mis en het breakfast kon de

meesten van ons helemaal niet bekoren. Voor wie het wel had aangedurfd was

het een hele toer om het geroosterd brood en het kopje thee er langer dan

3 uur in te houden. Met mij was het aldus gesteld : veel praatjes als ik

rustig op bed lag, maar zo gauw Lk op mi in benen stond was ik als een dronken

man met hoge aandrang van binnenuit om de visjes te gaan voeren. Alles bijeen

ivaren het voor ons weer een paar rot dagen. Maar zo gauw we de rivier de

Gironde opgingen, was alle leed weer geleden.

Donderdag 27 Februari, lagen we 's nachts om 12 uur in Bordeaux aan wal.

Om een loods*aan' boord te krijgen moet je soms uren wachten, maar hier was

het allemaal heel vlot gegaan. Met wat 1 ïxhtseinen wisten wc er een van een

andere boot op te pikken. De haven ligt een drie kwartier varen het land in.

We hadden er weinig van kunnen zien want het was behoorlijk donker toen we

de Gironde binnengingen. Maar in de morgen zagen we dat Bordeaux echt een

mooie stad was. Heel iets anders dan Le Havre.

BORDEAUX ( 27 Febr. - 2 Haart )

Vriidagmorqen gaan we meteen de stad in. Het valt mee, want vanaf de haven

ben je zo in de stad. Alle beroerdigheid en ellende is weer vergeten. Zo

gauw je aan wal bent kun je veer genieten van het passagieren. Hn passagieren

is voor bootreizigers altijd een heerlijke attractie.

JTlereerst gingen we naar de Rue de Pessac 208, waar de paters Franciscanen

jnen. We worden er buitengewoon hartelijk ontvangen. Ze nodigden ons uit

om Zaterdag te komen dineren. Zoiets neem je natuurlijk aan. We maakten het

daarom nu maar kort.

Na de korte kennismaking bij onze paters gingen we op snor naar zusters.

We kwamen terecht bij de Zu'ters Franciscaines de Marie. Ook zij nodigden

ons uit om de volgende dag bij hen te komen dineren, maar...we hadden reeds

een afspraak. Na veel aandrang gaven we toe om er in de avond te kanen

souperen. We kregen deze uitnodiging nog op den koop toe, want het eigenlijke

doel van ons bezoek was : de was. We waren nu tien dagen van huis,

waarvan zeven dagen op zee. En bijna al die dagen waren we zo belabberd

geweest, dat de was was blijven liggen. Niemand had de moed gehad er aan

te beginnen. Daarom zagen we uit naar de zusters aan de wal. "Haal het maar

gauw", zeiden ze. Wij terug naar de boot, zochten het zaakje gauw bijelkaar

en na het dinner werd het met veel genoegen bij de zusters gedeponeerd. Ze

kregen het om half drie en de volgende dag om half zes was alles kant en

klaar. Daar kunnen wij niet tegenop. De zuster 1 : wilden ons nog van alles

gevon en onder veel protest gaven ze ons nog .SOU francs voor de tram en

andere onkosten. We waren er to'ch wel erg blij mee. Natuurlijk kunnen wjj

bij de purser op de boot ook wel wat boardgeld opnemen, maar met dat geld

moeten we zuimg ~iju. iWmi na n \t&\ne. z*d\*n we


dat de mensen bier in ti'invetbindingen denken. Van do ene 'ram verwezen

ze je naar de andere. Alles np it dan ook p-ir tram. Gelukkig dat wc br.Hiep

bij ons hebben, w.-nt die spreekt vlot lians. Mi i xs zijn levensweg als

Broeder in Frankrijk begonnen. Ilii praat nel on v.ij. ..mrar knikken wt af

en toe een gebroken zinnetje Frons.

Op onze wandeling door de stad naar de lusters kwamen ve


missionarissen in het klooster waren geweest...en die waren nu allemaal

martelaar I Ik zag Pelinus van Wognum al op een consolletje staan . f Van

de tafel herinner ik me alleen nog dat ie werd afgesloten met een heerlijk

kop koffie, met daarin een lekker scheutje cognac. Ik had dat nog

itog nooit gehad.

Na tafel moesten we met heel de commumteit cm de foto. Deze gebeurtenis

mocht niet worden vergeten !

Na afloop nam een van de paters, een vlotte vurige kerel, ons meer naar

het huis van de mariniers. Hij was er aalmoezenier. I-lij wilde ons nog even

op iets heel fijns tracteren : een glas Bordeaux als nooit ! Een goede

vriend die even kwam kijken, gaf ons twee van de fijnste flessen champagne

mee van fl. 25,-. per fles toen ! We besloten ze te bewaren voor de Apostolische

Vicaris van Kianchow, Mgr. Pessers. Want daarheen gaat uiteindelijk

onze reis. 's Avonds kwam de aalmoezenier ons met twee studenten een

tegenbezoek brengen op de boot. Hij informeerde naar het gezinsleven in

Holland en wij vertelden hem van het grote aantal priesterroeningen. Meerdere

Bisschoppen wisten toen met hun jonge priesters bijna geen raad. Waar

maar een gaatje was, werd een kapelaan neergepoot en waar het een beetje

verantwoord was, werd een nieuwe paro chie opgericht. In het Haarlemse

moesten de priesters langer dan 25 jaar wachten om ergens pastoor te kunnen

worden. We vergaten natuurlijk niet te vertellen dat een plaatsje als

Volendam toen een 5o-tal priesters had. De nater vertrok om 10 uur, want

om die tijd zou de boot vertrekken. Het werd 12 uur...want de purser kwam

maar niet. opduiken en dat is op een boot een nogal voornaam persoon. Gewacht

en nog wat gewacht. De man had te dien in het glaasje gekeken... Er

werd een order achtergelaten dat hij zijn best moest doen om in Barcelona

de boot weer op te pikken. De grens met Spanje was evenwel gesloten. Mogelijk

zien we hem pas in Genua.

We hadden nog gehoopt de zondag in Bordeaux te kunnen vieren, want er zou

een grote plechtigheid plaatsvinden. In de kathedraal was alles versierd.

De relikwieën van de H. Theresia deden een triomftocht door het land en

die werden Zaterdag in de kathedraal verwacht. Een grootse plechtigheid

in een land arm aan geloof,

Ook de hoop om vanuit Bordeaux neg even Ln Lourdes te komen, moesten we

opgeven. De tijd was te kort...en het zou ook nogal wat gekost hebben.

RARE CAPRIOLEN

In het nachtelijk duister werd Bordeaux Zo_ndag 2 Maart in de vroege morgen

verlaten. We verlaten Frankrijk met zijn levendTg~gesticulerende mensen.

Het land waar iedereen een alpino schijnt te dragen, zo gemakkelijk in het

gebruik, al gauw passend voor ieder lid van de meestal kleine gezinnen.

De boot snijdt weer door de golven.

De dagen die nu volgen kan ik we] het beste tekenen niet de woorden van St,

Paulus : er is maar één ding waarop ik kan roemen : mijn zwakheid 1

's Nachts ging het nog goed en in de vroege morgen hadden we nog allemaal

de H. Mis gelezen. Maar we waren nauwelijks de Gironde afgevaren of het spul

begon. Je kunt je groot, houden, maar ik vind dat ook het minder mooie moet

worden verteld. Ook dagene wat je nederig houdt en klein. Moedig gingen we

nog ontbijten, maar sommigen gingen meteen weer retour. Bijna gezamenlijk

openden we onze mond om in grote edelmoedigheid uit de rijkdom van ons binnenste

te geven...aan de vissen.'En dat op de zevende verjaardag van mij

Priesterwijding .' Ofschoon we het hadden kunnen weten spuwde de Gironde ons

onaangekondigd en onverwacht uit in de ons allen bekende en gevreesde Golf

van Biskaye. ' "

Van dat ogenblik af ging het met alles vóór de wind. Eén van ons was evenwel

alle oriëntatie kwijt. Hij probeerde het tegen de wind. Hij zag eruit als

een zebra ! We lagen al heel gauw met vieren tegen de matras gedrukt en ik

voelde me als een kikker die zich met opgezwollen buik (waarvan? want ik had

nog niets gegeten) en uitpuilende ogen angstig vastklemt aan wat kroos dat

hem voor verdrinking moet behoeden.

- 10 -


We troffen het wel heel erg slecht. Zelfs de kapitein begon al te spreken

van iets dat op een storm leek. Het schip maakte sprongen van drie tot

vier nieter omhoog en dan weer omlaag. Dan had je nog die wiegelende beweging

zijwaarts..en onder je het gebonk en geronk van de scheepsmotoren.

De hutkoffers slingerden van de ene kant van de cabine naar de andere. Zo

ging het richting Spanje. Heel de Zondag storm...en het stormt nog als we

Maandagmorgen om half negen de meest Noordelijke kust van Spanje passeren.

Dinsdag (4 Maart) is de storm wel wat geluwd, maar het schip maakte met

z'n kostbare lading nog rare capriolen. U denkt bij die lading aan ons, de

passagiers, maar ik denk aan wat ons later in Genua duidelijk zou worden.

Want in de buik van het schip zaten geen eieren !

Terwijl we zo langs de kust van Portugal varen, voelen de meesten van ons

zich van binnen tamelijk mal. Alleen Artheem en Stan weten zich op de been

te houden. Zij passen op hun zwakkere broeders, tiaar ze kunnen weinig of

niets aan ons slijten.

We•passeren Lissabon. Graag waren we even aan land gegaan o?n wat verfrissing

op te doen, daar waar St. Anthonius zijn roeping ontving tot Franciscaan.

Hij zag toen de eerste vijf Franciscaanse martelaren in triomftocht

Lissabon binnenkomen. Maar wat een tegenstelling : ik was op het purit die

roeping bijna te verliezen. Want op weg naar het land mijner idealen was ik

zo ziek als een krab. Wat kan een mens op zee ziek zijn. Ze hadden me bij

het voederen der dieren wel zo overboord mogen gooien. Ik weet niet of de

anderen aan Anthonius hebben gedacht, maar als het zo was, dan hebben ook

zij zeker verzucht 'Anthenius, Anthonius, wat laat je je medebroeders in

de steek J'

Al wiegend en hobbelend door een stormcentrum gaat Portugal aan ons voorbij.

Het land van Francesco en Jacintha..en met de maag op mijn tong denk ik aan

de gidsen en verkenners van Nieuwe Niedorp, die zo dikwijls van mij over

Fatitna hoorden vertellen.

Woensdag 5 Maart passeren we kaap St. Vincent. Hen geweldige stuwing uit het

Zuiden bezorgt ons nog vele beroerde uren. Van ons kon je dat verwachten.

Maar nu zijn er ook van het bootsvolk velen die zich rot voelen. We gaan de

na dbt weer in. De laatste beroerde nacht van deze episode.

Donderdag 6 Maart passeren we 's morgens om vijf uur Gibraltar. Behalve onze

ellendige toestand was ook de duisternis er de oorzaak van dat het maoie van

dit schone punt ons ongemerkt voorbij ging.

Als de kust van Spanje in de voormiddag weer in zicht: is, zijn we de Iberische

Zee binnen gevaren. We varen er allemaal wel bij. Alle ellende is weer verdwenen.

De ~ee is weer zo glad als een spiegel. We rapen onze geradbraakte

leden weer bijeen om in onze ligstoelen te genieten van de mooie berggezichten

langs de kust. Wfe passeren Malaga on afstand en zien al gauw het plaatsje

Voorde eerste'keer na bijna vier dagen brengen we weer een bezoek aan de

dimngroom. We zijn er vandaag ook mee begonnen om in ons kapelletje weer

wat orde op zaken te stellen. Want de stormen hadden ons heiligdom niet gespaard.

Alles was tegen de vlakte geschommeld. Maar de kapitein hielp met

zagen en timmeren om alles weer degelijk en vakkundig in orde te maken.

Met het kapelletje staan ook wij weer overeind en het eten smaakte ons weer

lekker...maar zulke dagen en nachten gaan je niet in je koude kleren zitten.

In alle rust passeren we op het eind van de Iberische Zee, Catagena. De

hoge bergen zijn tegen de avond duidelijk zichtbaar. Het duurt niet lang of

we zwenken af naar Barcelona.

Vrijdagmorgen voor het eerst weer Mis gelezen.

Heel de morgen varen we langs de mooie Spaanse kust. De prachtige bergen doen

ons denken aan de Prefectuur waarvoor we bestemd zijn, al. zijn de bergen daar

waarschijnlijk heel wat kaler dan hier. Kaap San Antonio, Kaap de La Noa en

de eilandengroeo die Balearen heet, liggen al weer achter ons. We staren ons

blind op liet mooie plaatsje Javea aan de voet van die machtige bergen.

Heel de dag zitten we vandaag buiten en ik maak intussen mijn aantekeningen

van al wat vermeldenswaard is. We voelen ons in elk opzicht weer mens. Het

leed is echt geleden. Althans dit leed !

Vandaag feestdag van St. Thomas. Over de kwestie dat het beter ware geweest

- 11 -


dat we maar in Genua scheep gegaan waren, wordt deze morgen niet gefilosofeerd.

Nuttiger is het om ter ere van St. Thomas een meer practisch

punt te bespreken. Onze fluub leidt het debat "de non ente" (over wat niet

is). Om ook het "ens M (het zijnde) 2ijn deel te geven, hadden we na drie

minuten debat haustus (borrel) ter ere van de kapitein die vandaag 36 jaar

werd.

Even voorbij Javea schrokken we plotseling op. Er werd alarm geblazen. Met

onze reddingsgordels aan moesten we ons naar de reddingsboten begeven. Gelukkig

gold het slechts een oefening...Na alle stormen kwam die oefening

als mosterd na de maaltijd.Maar we weten nu waar op het middenschip de

reddingsboten zijn, als de nood ooit aan de man zou komen.

Het is intussen ai weer tijd geworden voor het souper. Ik hoop dat: het

weer net zo lekker smaakt als de heerlijke visgerechten van het dinner.

Als het zo doorgaat zitten we middernacht in Barcelona. Vol goede moed

zingen we' : hoe zachtkens glijdt ons bootje....

Als voorbode van de lente kregen we deze vrijdagavond bezoek van een

zwaluw. Het beestje zat te slapen boven op het kruisbeeld in de kapel.

Om kwart over tien zagen we de eerste

lichten, daar waar Barcelona moest liggen.

Maar het duurde ons toch te lang

om toch te wachten tot we gemeerd zouden

zijn. Wc kropen de koezemat in...maar het

was van korte duur. Om 1 uur stonden we

in pyama met z ( n allen op het achterdek.

Een heerlijk nachtelijk schouwspel :

Barcelona, de stad gebouwd op en tegen

de bergen...een zee van licht l

Fantastisch l

BARCELONA : EEN M3OIE STAD

Zaterdagmorgen 8 Maart lopen we al vroeg te huppelen en te springen op het

dek, als de schimmel van de Sint over de daken. We hebben maar één verlangen

deze prachtige stad te zien.

We hebben de passagierslijsten voor de respectievelijke instanties weer getekend,

maar het zit niet glad om aan wal te komen. Onze paspoorten moeten

mee de stad in. "Jouw schuld 1 ' zegt de kapitein tegen me, "ze zijn hier erg

bang voor het schoelje dat men communisten noemt. Het zien van jouw naam,

boven aan de lijst, is voor de douane voldoende om met jullie erg voorzichtig

te zijn". Feit was dat we Nederlanders waren en Nederland was de

eerste die de Ambassadeur uit Madrid terugriep onder het Francoregiem.

Mogelijk was dit nog van invloed.

Na de middag konden we gelukkig de stad in. De kapitein gaf ons 500 peseta's.

Wij op stap. De post wegbrengen en dan met de aanbevelingsbrieven van de

zusters uit Bordeaux naar de Mission Franciscaine de Marie. Daar zouden we

zeker met Frans terecht kunnen. Die zouden ons ook de weg kunnen wijzen naar

de paters Franciscanen. Even gauw naar de zusters dus. Maar dat was een

heksentoer, want wie we ook vroegen, niemand verstond er Frans. ï:n de

adressen dié we bij ons hadden waren nu juist ook niet zo duidelijk geschreven.

Die laten zien, hielp ook al niet. Intussen hadden wc met onze

specifieke Hollandse priesterboordjes ontzettend veel bokijks. Vooral de

pandjesjas van Stan. Hij liep met die ouderwetse billetikker echt voor

schut. We werden bovendien allemaal aangezien voor Protestantse dominee's.

Zo liepen we daar, niemand verstond ons. We stonden machteloos. Gelukkig

zag ik een toga lopen met een oude geeestelijke erin. Die kent in elk

geval Latijn dacht ik. Wij er op af. Het duurde wel een kwartier voor hij

begreep dat we Franciscanen waren...en wel hele rare. Zonder pij.' Geloof

dat maar. Wel zes keer vroeg hij of we wel katholiek waren... of misschien

protestant? In het laatste geval was hij zeker zo weggelopen. Kan t met

zulke ketters heb je geen omgang. Wel een keer of tien moesten we hem ver-

- 12 -


tellen : ^Misslonarii sumus, Franciscani navigantes in China: we zijn

Franciscaanse missionarissen op weg naai" China. Cathoiici ? Katholiek ?

Ja man wij zijn heus knal Rooms. He man sprak aIJ een Spaans en misschien

wat Italiaans. Zijn Lrtiin was bepaald slecht, foen hij eenmaaL was gerustgesteld,

wat de zuiverheid van ons geloof betrof, was hij weer erg

voorkomend. Wij hadden overigens tijdens het gesprek met hem wel erg veel

belangstelling. Wel 2n - 30 mensen staken hun kop tussen de onze, in de

hoop ïets van" liet gesprek te kunnen opvangen. Ofschoon het voor hem hoognodig

tijd werd om te eten, ging het oude pastoortje toch met ons*mee de

ti-ain in. Mij zou ons dan wel naar de Francicanen brengen. In de tram vroeg

hij nog tweemaal of we wel echt katholiek waren. Gelukkig zat er in de

tram een heertje die in dezelfde straat woonde als de zusters. De oude

gessteliike stapte foen maar weer uit en zonder een woord te spreken

bracht deze heer ons naar de zusters. Het adres bteek juist te zijn. We

werden hartelijk ontvangen. De zusters waren erg arm. We namen een kijkje

in hun school tic : allemaal arme kinderen, de armsten der armen. Maar ze

zagen er absoluut netjes uit. We namen wat kiekjes en moesten weer verderop.

Ze kregen dus geen was van ons.Haar van zusters ben je niet zomaar af. Ook

hier wilden ze ons weer met alles van dienst zijn.We hadden samen maar één

amikt (schouderdock) en die was intussen al behoorlijk smoezelig.Ook hadden

we de man slechts eén keikdoekje. We kregen een nieuwe amikt en elk één

kekkxloekje.

De niddag was zijn gang gegaan en het werd tijd om ook de paters nog even

op te zoeken. Er kwam deftig een taxi voor, Haar hadden de zusters voor

gezorgd. Ook bij de paters werden we broeder Lijk ontvangen. Kerst even het

het spreekkamertje in. Toen in de refter. In hun tuin "üg ik voor het eerst

van mijn le\en citroenen rijp aan de boom hangen. Iiven een kort bezoekje bij

P. Provinciaal. Aan de wand r.agen we foto's van 00 paters martelaren uit de

biu - geroorlog. We konden ons bij onze inedebi oeders met latijn gelukkig goed

verstaanbaar maken. Pater secretaris bracht ons weer de tram in en met meer

dan 500 peseta's kwamen we tegen het souper weer de boot op. Gauw eten en

toen de stad weer in. De tijd moet goed besteed, want vannacht vertrekken

we weer.

Barcelona : een stad van twee millioen inwoners. De mooiste stad die we tot

nu toe gezien hebben. Onvertelijk ! Zo ik al zei hadden we vanwege onze

zwarte pakken en stijve boordjes erg voel hekijks, maar de mensen maakten

toch overal een vriendelijke en behulpzame indruk. De mensen liepen keurig

gekleed. De stad was zindelijk, schoon. We troffen het want het was juist

Zaterdagavond, Dan is er markt. Alles loopt 's avonds over straat. Het was

een hele toer om mekaar niet kwijt te raken. Ik hield vroeger erg van markten.

Ik heb het nooit zo gezellig gedaan als in Barcelona. I'rachtige groenten :

bloemkool, bananen, citroenen, sinaasappelen enz. enz. enz. Ontzettend veel

lekkere vis. Alle tentjes waren even zindelijk. Allemaal dingen die we sinds

de oorlog niet meer gezien hadden en vóór de oorlog kreeg je zoiets trouwens

alleen met Kennis of met een bijzonder feest. Hier lag dat allemaal volop.

Kon ik maai iet*-- sturen naar zus Lino die thuis ongeneeslijk ziek lagt en

er heel erg blij mee zou zijn. Vergeet niet dat we jaren lang in Holland

geen buitenlandse vruchten meer gegeten hadden en toen ze na de oorlog weer

kwamen, \


Waar we kwamen zagen we oyeral prachtige grote gebouwen. Van Sinterklaas

hebben we alleen zijn schimmel gezien in een etalage. Of hij naar China

zal komen ? De mensen in Spanje wisten het niet. liet zal - zeiden ze -

wel afhangen van het gedrag van zijn vrienden in Holland.

In Barcelona komen vier nieuwe passagiers aan boord. Als er in Genua

ook nog een paar bijkomen, dan weet ik niet waar de kapitein ze moet

stoppen, zonder dat wij plaats moeten inruimen. Nu blijft het achterdek

nog van ons. De kapitein bracht ze midshins onder. Hij wist it in woord

nu in elk geval nog waar temaken.

In Barcelona kwam ook de purser weer opdagen. "Dat nooit meer", hoorden

we hem zeggen, liet was hem niet meegevallen om over de Frans-Spaanse

grens te komen.

Zondag 9 Maart om twee uur in de nacht laten we het mooie Spanje weer

achter ons. He vaart begon niet gek, maar het werd ai heel gauw minder

mooi. Want tegen een uur of negen zijn we n1 weer gekomen in de Golf

van Lvon. De zee is hier al tamelijk onrustig.«Tot vier uur toe wist ik

het eten er nog in te houden, maar toen J


prettig vooruitzicht. Het schooien zit blijkbaar in alle lagen van de

bevolking. Een naar maanden later zou ons oordeel evenwel heel wat milder

uitvallen.Toen wisten we iets meer van wat die door-en-door arme zusters,

broeders en paters in deze stad voor de verwaarloosde kinderen óed^ri,

Italië was armer dan waar ook. Duizenden kinderen zwierven er in Genua

rond, zonder onderdak en eten. Nergens enige regeringssteun voor. Alles

moest bijeen gebedeld. De nood was ontzettend, maar men vergat wel eens

dat fatsoen toch nog altijd da arme mens siert. Wij vonden dat toen nog

zo vanzelfsprekend. Maar armoede maakt de mensen hard. We hebben het zelf

in de oorlog meegemaakt. Ts het dan te verwonderen dat de liefdevolle

strijders tegen de ontzettende armoede in Genua, op ons wel eens een

onsympathieke indruk maakten. Zij stonden voor ebn bovenmenselijke opgave.

Al drie dagen lang waren we aan het klimmen en klauteren in de stad. Br

was veel te zien. Mooi en lelijk. Zo kwanten we ook eens bij een kloostertje.

Wij aanbellen. Dat doen nette lui, ook al. staat de poort open. Er

kwam niets.Wij naar binnen. Misschien was het wel een Franciscaans kloostertje.

We zagen geen kop tot we tenslotte in een hee vieze keuken een monnik

zagen,..,die lag. te slapen oo een vieze tafel.

Wie in Genua komt moet zeker het befaamde kerkhof zien. Daar staat ook het

wereldberoemde monument van de bedelares. Heel haar leven lang had ze gebedeld

om dit monument op haar graf te kunnen zetten. Het is ontroerend,

maar het toont toch wel de armoede van haar geest. "Ijdelheid der ijdelheden"

Deze •vrouw heeft haar leven lang nooit aan iets anders gedacht. Er zijn ook

arme en arbeidzame bedelaars als een Benois Labre. Deze arme man deelde

zijn liefde mee aan anderen en richtte zo een monument op, dat no steeds

uitnodigt tot navolging.

De plannen om vanuit Napels naar Rome te gaan, nemen in Genua al tamelijk

serieuze vormen aan. De kapitein heeft, er ook wel zin aan. We hebben al

geschreven naar onze Hollandse Confraters in Rome, om het vereiste verlof

van Pater Generaal. We hopen het antwoord in Napels te vinden. De crew

heeft er ook van gehoord. Een audiëntie bij de Paus maak je ook niet alle

dagen mee. Ze weten dat we arme drommels zijn en één van 'hen is uit eigen

beweging met de pet rond gegaan: 16.000 lires ! Dat is ongeveer een 30

amerikaanse dollars. In Rome kost ons logies bij de paters niets. Als nu

de kapitein nog meegaats komt alles wel voor elkaar.

Ja, de mens heeft zo zijn dromen, maar op Donderdag 13 Maart zouden al

onze dromen de lucht in vliegen. Over wat er aan vooraf ging, geef ik nu

eerst het woord aan Abdias.

1 (

Ij


va cNUA

C11111 a - re I zS ge rs

op een

brandend schip

«loot jtnt^r Abiila» vnti tl Barcelona aancrekoerst. Barcelopa bracht

on» in Genun. Wy hebbeu allen onzo

herinnerinirtns aan deze plaatsen,

aan de mensen, dia wij er"Ontmoet

hebben, aan do ruwe zoo en de liehfo

storm, aan zee/iekte en ftan de schoua

kusten. Vanduag gaan wij weer 13

verder, eerst naar Livorno. D&arnn

naar Napels. Vanuit Napcln zullen

wij per trein naar Kome jxaaii en Ier

audiëntie bij O.H. Vader de Paus

worden toegelaten, («enua is sehosm".

iijti city tefreu do stoile helling en MAART

zijn hog« bergtoppen dauraehter.

Maar «Ie henvvtH vatt het eeuwige

Kome trekken OHM Bterker en OTIH bezoek

aan Paus Pi vis XI i zal het

hoogtepunt zijn van onze rei» naar

China. Het i» nu negen uur, om 1947

twaaif uur zullen wy vertrekken.

Tot -xovtr voorlopig ftbdia,s,diè.

in ""St.AniHc«ius


WAT WAS ER GEBEURD ?

In de overtuiging dat U mijn betrouwbaarheid niet minder hoog aanslaat dan

die van Abdias, ben ik 20 vrij on zelf verder te vertellen, wat er daarna

met mij gebeurde.

Na een heerlijke nacht ziet het er naar uit: dat ook de vierde morgen in

Genua weer een hele mooie zal worden. Al vroeg in de morgen staat liet aangeplakt

: "TUIS SHIP SAILS AT 12 NOON, 13.3.'47." Wij zijn allen-van plan

om deze laatste morgen aan wal nog maar goed te besteden. Ik besluit mijn

zomerkleren maar aan te trekken. Pat komt dan neer op het thuis laten van

je vest en het uitdoen van je borstrok. Ik bleef dus deftig in het zwart.

Hen zomerpak om te gaan passagieren had je niet en niemand had toen nog het

lef z'n stijve priesterboordie af te leggen. Maar het brillante weer en de

klimpartijen in petto, noopten me toch om iets sportiever de stad in te

gaan.We willen allen graag nog iets zien van de bergen aan de rand van de

stad, om 20 iets op te snuiven van de lucht die ons in China met zijn talrijke

bergen te wachten staat. We hadden al vroeg de f!. Mis gelezen en na

het ontbijt hadden mijn confraters, gekleed in hun bootcostuüm - met pantoffels

en een oude sok - elders op de boot hun toevlucht gezocht.' Want het

is zo mooi om vanaf zo'n boot een havenstad te zien ontwaken, ik was op het

achterdek gebleven. Ik had een flink begin gemaakt met liet bidden van mijn

brevier in ons stemmige kapelletje. Na een tijdje ging ik onze eigen cabine

weer in. Met nraten in de hut van Stan was ook opgehouden. Ook de laatste

twee hadden het achterdek verlaten, om elders aan de railing, een luchtje

te gaan schepoen. Met was dus erg stil achter op het dek. Ik had de kleine

uurtjes (verplicht morgengebed) al af, maar ik dacht : laat ik de vespers

(avondgebed) ook alvast maar bidden. Dat valt weer mee als ik vanavond thuis

kom. Intussen zat ik eigenlijk op de anderen te wachten. Ik had de schoenen

al aan. Alles was klaar om zo de stad in te gaan. De pas en wat geld had ik

bij me. In onze hut was alles netjes opgeruimd. De cabine naast ons, hadden

we moeten ontruimen, want daar was een Chinees ingestopt. De kapitein had

het niet kunnen tegenhouden. De meeste koffers van ons, waren daarom naar

het midship gebracht. Ik had nog maar één koffer over. Je kon moeilijk alles

uitpakken en uitzoeken wat je zeker nodig zou hebben en zo had ik radicaal

besloten het de verdere reis maar met die ene koffer te doen. Terwijl

ik 20 in de hut eigenlijk wat zat te wachten hoorde ik plots een rinkelend

geluid, ais van een bel of zo iets. "Het zal de wekker van Stan zijn. Zeker

vergeten af te'zetten '•', dacht ik. Toch maar even in die andere cabine

kijken. Hij staat zeker in de kast. Maar de kast was op slot. "Laat dat

ding dan maar rammelen"...Ik kijk daarna door de patrij spoort. Potjandorie»

wat is het ineens mistig geworden, Weer dat gerinkel. Het lijkt de stoomfluit

wel. Ik wordt echt wat ongerust. Drie keren ! Zou het alarm zijn ?

Maar dat kan toch niet. We liggen al drie dagen stil in de haven. Zou de

boot dan nu ineens vertrekken ? We vertrekken toch pas om twaalf uur.

't. Lijkt toch wel iets bijzonders. Ik vind het allemaal erg vreemd en zeg

bij mezelf : "Waar blijven die anderen toch ? Want het wordt onderhand tijd

de stad in te gaan. Ik vertrouw het niet. Kan, ik moest maar eens gaan kijken.

Ik gooi mijn brevier op bed...Daar komt iemand aangehold. De buitendeur

slaat dicht en Artheem stapt mijn cabine binnen. " Peul, d'r is een brandje.

Waar ?, Vóör op het schip."

WAT WAS ER GEBEURD ? P.Abdias stond boven or> de brug de heerlijke morgenlucht

op te"shiTTvën. Artheem was daar ook ergens. Plotseling zag er een»

aan de voorkant van het schip wat rook, waaierig en grijs, maar anders dan

de bekende rooks.1 ierten van kleine slepertjes. Huub was net weer van een

wandelingetje op de kade, terug op het schip. Abdias zag dat er iets mis

was en hij holde naar beneden. Hfj waarschuwde de Chiefmate, die hij net tegen

het lijf liep. Deze nam de situatie op en gaf direct het eerste alarm. Er

werd een snelblusser gehaald en geholpen door Abdias en Artheem werden de

brandslangen uitgerold. Intussen waren er ook enkele leden van de crew

komen orxlagen. De meesten liepen niet zo hard, want het was de avond tevoren

aan wal voor de meesten erg laat geworden.

- 17 -


Uit de twee luchtkokers van het eerste ruim komen grote wolken rook en

al heel kort daarop stijgt do rook dicht en zwart op uit de ruimen. Direct

wordt het grote alarm gegeven en de stoomfluit loeit zijn langgerekte

noodschreeuwcn. Hr klonk bevel dat alle passagiers direct het schip

moesten verlaten, Hnkelen vlogen meteen via de loopplank de kade op.

Artheem was al naar achteren om zijn pantoffels voor schoenen te verwisselen.

Abdias en Stan volgden om gauw nog het een en ander op te halen. Ze

zijn amper bij de hutten op het achterdek» toen ik vanuit de cabine naar

buiten stapte om een? polshoogte te nemen...Op datzelfde ogenblik dreunt

een oorverdovend lawaai in onze oren. Een brede vuurzuil springt vanuit

de voorste scheepsruime»' de lucht in. Stukken ijzer, hout en scheepshallast

worden omhoog geslingerd vanuit de buik van liet schip. Ik zag een zee van

vuur en gloeiend metaal, huizenhoog...om ons allen te vernietigen.

Intense rookwolken snijden ons de adem af. De lucht rondom ons wordt sterk

verhit. Het schip springt en rukt aan de touwen. Ik had de indruk een onderdeel

te zijn van een ontploffende bom, die ons schip was. We werden tegen

de grond gedrukt en kwamen terecht aan de achterkant van onze cabines, die

ons gelukkig tegen de scherven en de luchtdruk beveiligden. Eén gedachte

bezielde ons : we moeten van dit seMp aF !!!

Maar overeind gekrabbeld zien we dat de brug op het nüdship is weggeslingerd.

Waar moeten we heen ? Het schip is 20 hoog en de achterpunt van het schip

ligt meters ver van de kade l

Over wat er na de eerste explosie gebeurd?, citeer ik nu uit liet verhaal

van P.Abdias. "Pater Pelinus" ben ik :

Op het moment zelf, waarop zij plaats heeft, komt pater Pelinus

uit de hutten. Hij schrikt zo hevig van wat hij hoort en ziet,

dat hij zonder meer op de railing klint en zich onder de kreet :

Abdias, het moet 1 omlaag stoot. Hij probeert nog een der

touwen te grijpen, waarmee het schip vastligt, maar zijn eigen

val slaat hem ervan los en plonsend duikt hij in zee.

Ik ben hem over de railing gevolgd. Ik heb mij al van het schip

laten zakken, de handen aan het dek geklemd, klaar omte vallen.

De paters Artemius, Ilubertinus en Stanislaus blijven op het

achterdek staan, gedekt door de passagiershutten.

Een twede explosie volgt. Opnieuw vuur en rook en projectielen.

Officieren en mannen swingen in zee of vluchten achter de

passagiershutten. Ik roep om hulp. Twee kerels schieten toe op

de handen, die zich nog aan het dek vastklemmen en sjorren mij

weer aan boord.

Dan weer een nieuwe explosie. Horen en zien vergaan. Wij moeten

weg van dit vuurschip, misschien barst het in het volgend ogenblik

helemaal uit elkaar. Wij grijpen naar reddingsgortlels,

want. we zullen todi in zee moeten. Kr zit niets anders op.

Van de loopplank gaan durft niemand; daarvoor moeten wij achter

de veil i-ge. wand van onze hutten uit komen en dat betekent de

dood.

De bemanning heeft het gevonden. Zij kruipt door het gat in de

scheepswand, waardoor twee naast elkaar lopende touwen het

schip met de kade verbinden. Er is geen beraad nodig. De een

na de ander stoot zich voor het gat en kruipt achteruit de

touwen op : de laatste van de bemanning, clan pater Hubertinus,

ik, Artemius, Stanislaus en.de Chinees. Zo kruipen wij terug

naar het leven.

Tot zover Abdias.

- 18 -


Na mijn salto-mortaie zwom ik naar de kademuur. Die was natuurlijk veel

te hoog oüi er uit eigen kracht tegenop te klimmen. Maar soms zijn Lieren

daar van die trapjes. Zien kon ik ze niet» want mijn bril v;as een en

al vuiligheid» Ik taste de kademuur af. Maar...geen trapjes te bek^nnan.

Ik durfde ook niet te ver te gaan bij het zoekens v;ant dan zou ik bij een

volgende explosie tussen de muur en het schip te pletter worden gedrukt.

Ik kreeg nog de bekoring v/eg te zwemmen van het schip, maar de overkant

van de haven was veel te ver en bovendien zou de rook me onzichtbaar

maken.De kade bccd me weinig hcHyast. Ik hield me daarom maar wat drijvende»

Ik vertrouwde cp mijn corifraters die vasten dat ik tussen ons achterschip

en de voorboeg van onze Amerikaanse buurman lag.

Bij het kruipen over de touwen naar de kade, raakte een van de bemanningsleden

zijn evenwicht kwijt en zo kreeg ik nog onverwachts gezelschap in

het water* Bij een van de explosies had ik grote balen stof cf zijdedoek

uitgerold in de lucht zien hangen. Ze werden uit de ruimen gesuikerd.

Mannen aan de kant wierpen bij wijze van touw een lang stuk naai- ons toe»

Het mannetje greep het vlug vaste Hij bond het cm zich heen en ik gaf hem

nog een kontje en dacht bij mezelf : die weet in eik geval dat ik Lier

nog lig. o cStraics is het mijn beurt . Iiij zal me ze^er helpen. Maai' toen

het mannetje boven was, holde hij met zijn helpers weg... en machteloos

lag ik uit te zien naar nieuwe hulp.

In zulke omstandigheden is een minuut erg lang. Ik wachtte éens tv;e-3s

misschien wel drie minuten, teen ik voetstappen hoorde. Ik keek offilwog en

zag de doodsbenauwde gezichten van Abdias, Artheem en Stan en ik riep t

"Hebben jullie een touw?" "Nee" n Pak dan zc'n lap van die balen stof....

en daar kwam ai zo'n lap» «.ze haciden net blxjicbaai- s.± bij zien. lic benei

het oni mijn middel, en draaide het tussen mijn benen.*."Vooruitl Trek

maar. Schiet op V Zo gaf Feuitje zijn bevelen.„.Ik schommelde het water

uit, schuurde tegen de kademuur...één meter, twee meter.,.drie en..«pats l

Daar brak de lap en ik tuimede weer het water in. Radeloos renden mijn

redders weg., .cm iets beters te zoeken. Juist op tijd; want ze ware:;.

net weg of er kwam weer een explosie. In dodelijke angst schreeuwden ze

elkaar toe dat Peul nu wel reddeloos verloren zou zij E. Lie zuiging van

het water had me weer naar beneden getrokken, inaar de achtersteven van

het schip had me weer beveiligd tegen alie mogelijke brokstukken.

Weer boven gekomen zag ik tot mijn schrik boven op onze cabines de vele

flessen zoutzuur staan. Ze stonden daar ais stuka's, klaar om op mij

te worden afgevuurd. Ik had in mijn angst het water boven het vuur verkozen,

maar nog lange minuten heb ik daarna de angst voor beiden moeten

ondergaan. Nog, wordtelend met deze gedachte werd ik door een volgende

explosie zo diep onder water gezogen, dat ik dacht dood te zijn.

En in liet angstaanjagende gat van mijn bestaan zag ik een voor mij onbegrijpelijke

God, die, om zo te zeggen, zijn eigen glazen ingooide. Vlarden

uit het verleden vlogen vluchtig aan mij voorbij : neef Piet MSC moest

jong sterven, toen hij net een jaar in het verre Eraziiie was. Broei- Paul

was in de oorlog plots weggerukt. Ik zag liet verdrietige gezicht van mijn

Moeder. Mijn God, vraagt U nu liet leven ook ai van mij ? ik stond als liet

ware voor God en mijn korte leven ging aan me voorbij...heel vlug.

Ik stond voor de Heer van alle leven en de woorden die ik in gedachte

uitsprak, waren eigenlijk een gebed om toch maar te mogen blijven leven.,.

En toen ik weer boven het water was uitgekomen, kwam ik tot de ontdekking

dat ik nog leefde ï Ik voelde me weer I-tangen in het donkere gat van het

niemandsland.ïk denk ei 1 aan mijn schoenen uit te trappen en mijn jasje

en mijn lange broek uit te doen. Maar wat je hier in het water uitdoet,

ben je voorgoed kwijt, en in mijn jasje zat nog altijd mijn paspoort en

wat geld. Ik wilde nog wegzwemmen, maar bedacht me. Met de zwembewegingen

van mijn benen, wist ik me nog drijvende te houden. Soms dreef ik wat op

mijn rug. Ik klampte me vast aan de ene gedachte : ze komen nog. En

inderdaad 1 Niemand durfde of mocht nog in de buurt van het schip komen.

Maar nauwelijks was het lawaai van de explosie weer bedaard of mijn medefef-Jf^ifê

vergaten hun eigen levensgevaar. Het accute gevaar van een der

- 19 -


hunnen, weerhield hen ervan om ook ver weg te vluchten. Na wederzijdse

aanmoediging springen ze op het nabij zijnde Amerikaanse schip. Ze worden

er door de kapitein v/eer vanaf gestuurd, "Er ligt neg een mens te water"

schreeuwen ze en vragen hem een mes cm een kabeltouw van zijn schip te

mogen doorsnijden,, De man gooit zijn zakmes naar hen toe,..en daarmee

wordt die dikke kabel stukje voor stukje doorgesneden. Ze rennen er mee

naar het brandende schip..."Peul, leef je nog ?" hoor ik hen schreeuwen.

Hu vanuit de diepte klonk weer de waag omhoog : "Hebben jullie een touw ?

Ja '" hoorde ik bulderen en ze gooiden het naar beneden en meteen zie ik

weer het van doodsangst verwrongen gezicht van Abdias en wat vager de gezichten

van Stan en Artheem. Het touw komt voor mijn ogen. Ik mopper en

zeg :"zijn jullie gek. Dat touw is veel te dik. Dat kan ik niet knopen !"

Deze nuchtere ontboezeming irriteerde mijn medebroeders, die- hun leven

voor mij op het spel hadden gezet en ik hoorde dan ook "Joh,schiet op !

Anders vliegen we straks allemaal de lucht in I" Ik sloeg de kabel tussen

mijn benen en toen om me heen en hield liet uiteinde naar boven gedraaid

vast. Weer begonnen ze boven met alle kracht die er in hen was, te trekken.

Mijn lichaam, verzwaard door ai liet xvater, schuurt weer tegen de kademuur.

Uén meter omhoog..„twee meter.. .drie... en toen schoof plots de kabel

over mijn bibs...een angstig ogenblik...maar ik hield de lus met mijn

knieën en het uiteinde boven mijn handen vast. Zoiets lukt je maai' eens

in je leven. Onbegrijpelijk l V7at kan een mens die zich vastklampt aan de

laatste draad van zijn leven toch sterk zijn. Ook mijn helpers bo \an

presteerden iets v/at eigenlijk bovenmenselijk is. Ruk voor ruk, kom ik

dichterbij„..en ais mijn hoofd boven zichtbaar wordt en zij mij bij mijn

polsen willen grijpen, weet dat natte Dak niets anders te zeggen dan :

"denk ow mijn polshorloge" "Wel een staaltje van de onverwGestbaarheid

van Hollands nuchter" noemt Abdias het in zijn verhaal. Onvoorstelbaar I

Mijn heipers hadden geen kompassie en met een laatste ruk sjorden ze me

op het droge. Het polshorloge in Antwerpen voor Hollands geld gekocht

was blijven staan op 9.10 uur....Zeker 15 minuten lang had ik gehangen

in het gapende gat van het niemandsland. Eenmaal op het droge, sjok ik

nog een meter of tien zo'n beetje op eigen benen verder, maar dan grijpen

mijn medebroeders me beet en brengen me veilig in een havengebouwtje.

Ik doe mijn natte kleren uit „ Ik zit te rillen van de kou. Er wordt

een Lrandertje gehaald. Ik zit me zo in mijn onderbroekje wat te warmen.

Intussen heeft er een 'n üiaatsje voor me ingeruimd in een van de ziekenauto's

en zo werd ik gebracht naar een van de hospitaals. Over al wat er

toen gebeurd is, heb ik later dikwijls nagedacht en vol dankbaarheid gebeden

wat er in psalm 18 geschreven staat : Hij schoot zijn pijlen en

strooide ze rond (vers 15)...Open lag de bedding der zee (vers 16), maar

toen stak Hij zijn hand uit en greep me vast en trok me omhoog uit de

onstuimige golven (vers 17).

Toen ik was afgevoerd lioorden mijn confraters opnieuw geschreeuw om hulp.

Ze willen wel weg, maar kunnen niet. Abdias vertelt het aldus :

Nog een man aan boord. Wij kunnen niet weg en schreeuwen al: Where

are you? Waar zit je. Waar zit je? in het water? No 1 Op het schip?

Ja .' Wij roepen, dat hij zich naar het achterste dek moet begeven en

daar op de touwen moet zien te komen.

Na enige ogenblikken zien wij hem werkelijk achter op het schip staan.

Hij kruipt door het gat in de scheepswand en vindt dan de reddende

touwen. Schreeuwend vanangst komt hij naar beneden gekropen en wordt

in veiligheid gebracht. Het is een der Spaanse passagiers. Als wij

opnieuw aanstalten maken om,te vluchten, horen wij een andere stem om

hulp roepen. Wij beginnen weer te roepen. De man blijkt in het v/ater

te liggen, tussen het schip en de kade in, ongeveer midships. Wij

halen een nieuw touw van het andere sci ;:, en trekken ook deze man

nog aan wal. Naast ons ligt een lijk, ndend en met opgengespleten

schedel op de kade. Zo gauw we kunnen . „-nnen wij met de laatste

drenkeling tussen ons in, weg van het gevaar, achter de beschutting-,

van de hangars. Wij zorgen, dat de man, die wij meegesleept hebben,

- 20 -


naar het ziekenhuis vervoerd wordt en hebben dan pas tijd elkaar eens te

bekijken. Wij zien er uit als bootwerkers: bevuilde en gescheurde

kleren en vol kleine brandwonden. Wij wassen ons wat in een naburige

garage en trekken dan verder de stad in. De paters Minimi nemen ons

op» vandaar worden wij via het Amerikaans consulaat en het agentschap

van onze Rederij in een hotel ondergebracht.

IN HET HOSPITAAL

Ik was dus naar een hospitaal gebracht. Daar werd ik in een deken gewikkeld

en in een bed gelegd met evenveel aan als toen ik werd geboren.

Na een korte maar hevige huilbui kwam ik al tamelijk gauw weer tot rust.

Ik doezelde wat en na verloop van tijd zag ik dat er nog een stuk of zes

van onze bemanningsleden bij me op de zaal lagen. Enkele van hen hadden

urenlang moete nzwemmen voor ze werden opgepikt! Ze waren allen geradbraakt.

Gelukkig maar Jat ik de bekoring had weerstaan om van het schip weg te

zwemmen, want ik zou het zeker niet; overleefd hebben.Tijdens en na mijn

redding had ik maar drie medebroeders gezien. "Waar was broeder Hiep ?"

Daar lag ik lange tijd over te piekeren...maar er zat niets anders op dan

maar geduldig te wachten tot er iemand zou komen.

Na lang zoeken waren mijn confraters er achter gekomen in welk ziekenhuis

ik terecht was gekomen. Het was al flink in de namiddag toen Abdias bij me

kwam. Hij vertelde me dat broeder Uien direkt na het bevel van boord was

gehold, net voordat de brug bij de eerste klap kapot was geslagen. Hij vertelde

me ook, dat ze 's middags naar het schin terug waren gegaan. ïiet gevaar

was, naar men dacht, geweken en Huub had het klaar gekregen om via

een van de brandladders op het achterdek te komen, want dit was wonder

boven wonder voor het vuur bespaard gebleven. Hij probeerde nog een en

ander te redden. Maar het was voor Huub om er moedeloos van te worden.

Want telkens als hij vanuit de hutten weer met iets naar beneden kwam,

was er beneden op de kade weer liet nodige weggepikt. Gelukkig kreeg hij

helpers in ziin medebroeders. Maar ze moesten de geredde spullen met hand

en tand verdedigen tegen de roofzucht van de Italianen die er als aasgieren

bij stonHên

S&i hield er de wacht.

- 21 -


Van alles werd hen nog ontstolen. Toen het gevaar voor verdere uitbreiding

van de brand weer dreige, moesten verdere pogingen worden opgegeven. De

volgende ochtend bleek dat onze Italiaanse vrienden» verschillende koffers

die nog onbeschadigd aan boord stonden, ook maar hadden weggekaapt. Ook de

twee flessen met heerlijke Champagne, die we in Bordeaux gekregen hadden,,

waren verdwenen. Onze lieve vrienden hebben practisch alles wat niet verbrand

was, weggehaald. Hn ze waren zo brutfcal, dat ze ons bijna een half

jaar later in Peking nog achtervolgden. Want Abdias kreeg daar nog een

brief. Daarin zaten, wat 20 gezegd werd "gevonden" foto's van een zogenaamde

eerlijke vinder, met daarbij ingesloten een bedelbriefje voor zijn

zorgwekkend gezin. De man was blijkbaar vergeten dat hij het adres van ons

in Peking, alleen kon weten door het af te lezen van de gestolen hutkoffers

waaruit ook de foto's kwamen.

Je krijgt geen hoge dunk van een volk als het profiteert van de onmacht van

vreemdetingen die schipbreuk lijden.

Maar kom, ik dwaal af. Ik lig tenslotte nog in het.ziekenhuis. En al lag ik

daar dan in bed. ik had het daar ontzettend koud en vroeg de aandacht van

de verpleegsters. "Caldo? caldo?" vroegen ze. Ik zei "ja", want ik had het

koud en wilde graag een broek aan mijn gat, Ze begrepen er niets van, maar

kwamen toen maar met een tweede deken aandragen. Maar dat gaf niets. Een

deken sluit niet af. Het probleem bleef. Om mijn probleem op te lossen

werd er in de avond een verpleegster op mij afgestuurd die was Duits verstond.

Het bleek dat de hele verpleegafdeling op zijn kop stond. Die pater zegt

dat hij het warm (caldo) heeft, maar hij heeft geen koorts. Itet tegendeel

lijkt waar. We hebben hem daarom nog maar een deken gegeven en nu was het

nog niet goed. Ik had op de vraag "caldo", "nee" moeten zeggen, want "caldo"

is juist warm. Ik had het koud en dat is "frigido". Ik had het kunnen Weten,

want "frigidus" is koud in het Latijn en wat een frigidair is, weten we

allemaal. Maar...die avond werd het probleem nog niet opgelost, want in

heel het ziekenhuis en klooster was geen broek te vinden, althans geen

mannenbroek 1 De volgende dag kwamen de zusters met een hansop aandragen.

Dat is een hemd met lange broek aan één stuk, met een klep van achteren

en knoopsluiting van voren. Ze hadden dat instrument voor tabak, zwart gekocht

van een oude man. Ik heb nooit zo'n lekkere broek aan mijn bibs gehad

S In de avond en nacht zag ik vanuit m'n bed in het ziekenhuis een

prachtig vuurwerk. Heel de haven was verlicht, want de brand was tegen de

avond weer opgelaaid.

De tweede dag in het ziekenhuis kwam de Hollandse Consul, op bezoek en even

later kreeg ik bezoek van een zuster die nerfekt Latijn sprak. Ze had haar

klas meegenomen, de zesde klas van een meisjesgymnasium. Onder hen was een

nichtje van de Gasnari, de premier van Italië. We sprake nwat Latijn en

ofschoon de kennis van het Latijn bij het broekverhaai wel wat zoek was

geraakt, wees de zuster haar pupillen op het goede gebruik van 't gerundium

en supinum, door de pater. Ik weet er nu niets meer van. Maar toen klonk

het blijkbaar goed. De meisjes brachten wat druiven en rozijnen voor de

slachtoffers van de boot en in het bijzonder voor de pater-missionaris.

In het ziekenhuis hoorde ik dat er bij de eerste ontploffing ook doden

waren gevallen. Waarschijnlijk zes. Het waren degenen die het bluswerk

ter hand hadden genomen toen de paters werden weggestuurd.

Van mijn polshorloge, dat ik nog steeds bij mij had, was waarschijnlijk

alleen het glas gebroken. In het ziekenhuis kwam er al heel gauw een

Italiaan, die dat wel even voor me zou laten repareren...Ik heb het natuurlijk

nooit meer teruggezien!

Ofschoon ik, na het bekomen van de eerste schrik, eigenlijk niets mankeerde,

mocht ik toch het ziekenhuis niet uit.Ik heb het er twee dagen uitgehouden.

Toen ben ik maar weggelopen...en ik was wat blij dat ik me weer bij mijn

confraters kon voegen, die intussen in hotel Brittania waren ondergebracht.

Ik hoorde van hen dat ze na de ramp nog veel plezier hadden gehad van de

Provinciaal der Minimi van St. Franciscus a Paulo. We zouden hem twee

maanden later nog weer ontmoeten.

De dagen die -nu volgden werden van het ene bureau naar het andere gesleept

- 22 -


We mochten in een deftige zaak een burgerpakje kopen. Gewone mensenkleren.

Je had het gevoel of je tot de lekenstand was teruggebracht. Je was helemaal

niet meer "apart"...en het leek wel of juist daarom iedereen naar je

keek .' We kregen twee stel ondergoed en twee overhemden met een das je. Alles

op kosten van de maatschappij. In een hele sjieke zaak mochten we

schoenen passen. Hen stel keurige dametjes waren er met ons bezit...toen

in een onbewaakt ogenblik vanwege de gladheid van de vloer» de stoel

waarop ik zat, onder me wegwipte...Tk met de benen de lucht in..,maar

de dametjes vertrokken geen snier...tot. mijn confraters en ik zelf het

uitproestten van het lachen. Voor een klant deden ze daar nog alles.

Liggend op zijn gat is hij daar nög Koning I

Intussen was er naar Holland een telegram gestuurd om het Moederhuis en

de familie genist te stellen. Persoonlijk hadden we geen letsel opgelopen.

Maar....we waren wel alles kwijt I Teruggaan naar Holland. Als een verzopen

kat weer thuis komen. Wéér aan de bedel, met in het vooruitzicht weer afscheid

nemen....het was geen plezierige keuze. Maar zó de reis voortzetten

was gewoon dwaasheid. Van armoe besloten we dus om maar naar huis terug te

keren .

Wellicht omdat hij bij de reddingsactie in het water was gevallen, was

mijn hutkoffer niet gestolen. Ik heb hem toen met mijn oude typemachientje

en wat spullen van de andere paters naar "Annunciata" gebracht, het half

kapot geschoten kloostertje van onze paters, dicht bij de haven. Want met

de maatschappij werd geregeld, dat we met. een der volgende boten vanuit

Genua weer verder zouden reizen.

Op het consulaat heeft Consul Drogendijk ons met raad en daad bijgestaan.

We hadden onze passen nog en ook ik kon mijn verzopen pas nog tonen. Mej.

Nagelhout raadde ons aan met de nachttrein uit Milaan» over Bazel, naar

Holland te vertrekken. De maatschappij had naar ik meen het spoorkaartje

betaald, maar de Consul liet ons heel vriendelijk zonder een cent op zak

naar huis gaan. We konden voor de reis geen rooie cent loskrijgen.

De reis naar Rome konden we wel vergeten, en van de centen die men

's avonds vóór de ramp voor ons bijeen had gebedeld, hebben we ook nooit

meer iets van gezien of gehoord. Waar ik me later erg over heb verwonder

was dit: ondanks de reddingsoefening even voor Barcelöna, was niemand op

het idee gekomen, een reddingsvest of een reddingsboei naar me toe te

gooien. En in het water heb ik er zelf ook niet aan gedachtI

We namen afscheid van onze vriend, Kapitein Fitzgerald, die nog alles had

gedaan om onze privacy op het achterdek te beschermen. Maar hij kon het

niet tegenhouden-. De Chinees kwam daar toch. TIn om de pil wat te verzoeten

had hij ons 's avonds flink getrakteerd. Toen wij naar onze hutten gingen

was hij de stad ingegaan. Hij is daar toen blijven logeren en op de morgen

van de ramp was de kapitein niet op het schip. Ontzettend beroerd voor de man

die nu in Genua moest achterblijven, om het gerechtelijk onderzoek af te

wachten.

Het was voor ons een moeilijk afscheid.

TERUG NAAR HUIS

Op het feest van St. Jozef (Woensdag 19 Maart) verlieten we met de nachttrein,

als een stelletje landverhuizer Italië, keurig gekleed in lekenvermomming.

Zes dagen na de ramp ging het zo vals schijnende Italiaanse

zonnetje achter ons onder.

Abdias eindigt zijn verhaal aldus :

"God en Zijn heilige Moeder hebben ons beschermd.

Onie reis was door één der missionarissen gesteld

onder bizondere bescherming van de Sterre der Zee,

wier beeltenis in zijn hut hing.

Precies vóör onze hutten is de"brand geblust.

Moge onze goede Moeder ons weer even moederlijk

beschermen oij ons volgend wogen."

- 23 -


KLAAR VOOR DE START

Poter Steltenpool

vertrekt weer

Wojfnum, 20 April '47.

Datr gaat hij weer... Pater Pech

zou ik bijna ïngjien. Weer gaat het

naar China, maar nu mot het zwemdiploma

In de zak. De vuurproef en

d

nu» was toch ook op den tSde.n

Maart. Kn in "t hotel In Genua wa*

ft'cii kimicr )3. Zou Ik nu evengoed

J3 April naar Hoorn gaan? 't Was

ren blzondere diif!, Zondag 13 April.

D'r war, motorrace in Hoorn. Hoe

kunnen /.e zoo iet* nu doen op den

derlk'iuten? Ik r.an tti Utr stad heel

wnt VI:IK(Jn.

Kr was collorte in dt- kork. Collocli'

vuor oen arme drommel van

een niiN.'inü.-uia. DP man hiwi in Genua

c)o vtiurproof rnnptcn doorstiian

pn de waterproet en. ... tic Kans om

hi v t ïi'wmdtploma te behalen heeft

hij zich niet lutcn ontglippen Nu

wil hij wi-pi' trniH nanr Gnnua on

vandaur wunt hij 25 April met de 5

midcn- üchiitbri'iikrHnitcn-missimiarissen

n.jBi ... . Chlnn. En wat heelt

Hoorn mt jjeflnnn? Mot vlait 2ii w;'ni

pel Pater Steltenpool blnnenRrhtiRld

En dr> collecte vix>r hom Bfhourlen

bt-nehl niet minder op dan f 2.377.63

rn.... verschillende pakjes Was

! dat even een das van naastenliefde!

Gelukkig de mart, die dat mocht

ondervinden!

Parochianen van Hoorn, hartelijk,

liarletiik cimikl Ook nnmen* de an-

"dere miRfiionniiisgcn. Vergeet on* r»ok

^iet tüdens rie rei*. Ik ïal rtenken

ann U.

• Pater Sfefitenpool O.F.M.

I

21


BERICHTEN

Zes Minderbroeders op weg naar

de Missie aan den dood ontsnapt

Schip door explosie doormidden gespleten

Ou 19 Februari waren «e» Nederlandsehe

Mlndcrbrwdrr»,

de palet* rellnus Steltenpool,

Ituhertlmta Baekes, A Kim lus

Hul». Abdiac van der Samle,

•S nttisIniiK Mulder en de broe-

«Ier ARtirilu* van U«r Weide,

met het Amcrtkaanüche vrachtschip

„Edmund Fantiinu" uit

Antwerpen vertrokken mei be-

Menim!nn SJanRhai TerwUI hel

M'hip In een haven lag U het

als RCVOIB van e«n «-xplor.ie

door midden gespleten, waarbij

de mijsloitarlHsen "i> het

kan Je af aan den dood syn

oiitxnapt.

Het Provineinlant te Weert vin

de Minderbroxlers krees» 'itp 14

Maart het bericht vim de explivie

alsmede de meder'eeliny, dot t In tic

Itini'ii Ki-Cviiliidi-rril «*H». In- tnl'-^MiiiHtti-

M'ii iwirnt miK hl Ifvru, itiHti lk»« dn

«lliiiitlr »nx, kun iiuH'lUjk iiltpi-ni.iiilil

worilrn,

Kr lifcrst hfe een (Cinveidiue

verwarrlHB, waarvan etui Rroot j

«tel dieven Rehrtiik «inaUlrn j

om allr-s wa( ?i| te pakken

konden krljnwt m«-e •« «lerprn.

Wc nmestcit op de dlmn-n. «li*•

«V ntig jsercd hndden, (taan

ritten om «e niel kwijt 'f taken,

vertelden de iniwtiitiiariü-

«en.

Pater Sti'llenpixd, die f>py"nomen

werd in een ziekenhuis moe.it

het met geleende kleeren d'n-n. We

hebben veel steun ondervonden v;tn

den Nedf'rlani'selven consul, verrl.

den zij. Hij hielp hen mr) de no;>dice

forma!t'citer, vo°r d«;n 'er'i.4reis

naar Nederland en nam »n.!.>.

re neod?nke.liiki, maalrepeli-n.

! (Dit ber ; Ku /tjn ro t^ruggekorrd, Knviweiijk» "p

het eiste RczlPlit te herKptiiicn. wntit /.ij

Urnisrn allen bururrklrccliig tn blyiirii

Mie» verloren U> licbbcn.

Niemand kun precies yev'-cn «at rto

ouivnnk vmi tlö ramp w»«. Er UTICJ vuur

((i/icii m cve-n.tntcr hiw rr «*ni psplnüt*

pl.iniV.tllc het nclilp v«n 11)000 tui» cl A-tmUKIrü

8p)ci:t ft» do nnuwf^ltc» !!\


PATER-STELTENPOOL

HEEFT NIETS MEER !

Hij werd als door een wonder van den dood

gered

PATER 8TFXTENPO0L *it

vcor me in ren keurig llali-

«ar.sch eolbertje. HU heeft dit

Bi krrgi-n dank *U de bemiddeling

van den Nederlajndschen

wnsul In Genu». In deze haven

in fc«t nhip, wurmee hU naar

China tuit (aan, door een aerie

onverklaarbare ontploffingen

vergaan. Daardoor, ën door

den dlrfachllgen (nulag van het

HaUsatuche vclk, I* pater Stel-

(«•npcol van alle» beroofd. Zijn

kt ik alken hefft hU neg gered

en een IM.CIJP cr.ld, dut hU 'At

ïich had nilc «chip van iO.OOO Ion, wn

knaap van t, vertrok vüti

Antwerpen naar Genua om doo, te

reizen naar Sha»ghaS. C\-(-r de

route tot Gt-nua deed het schip

ruim drie weken. Over den terugreis

vnn Gtnua r>aar Neileritnii

deed tk' patt'r p' - r trein twéé ciafii'n!

Dal wat vlug, maar het was

tie bedoeling niet. ...

Wat it er nu precies gebeurd?

Niemand weet het. Maar toen men

in de haven lag, klcmk er plotseling

een ontploffing, nadat een van di'

palcr* eerst Iets vnn brand leek te

vtitttilateercn. De brand was ontst.inn

op het achterschip eti vlak

daarop had er mldsrhccpt een ontploffing

plaaU.' Hoe er verband kan

bestaan tusschrn dien brand en de

ontploffing, terwijl er verschillende

ijzeren tusschenschotten in het

•chip waren, is een raaditel.

Maar t-rn feit iü, dat er vlammen

opstegen, en d«t Ijzer en stnal en

hout on* om de ooren vlogen, zo»

vertelt pater Steltenpool. Ik trachtte

me te redden langs den kabel,

waisrmede het schip aan de kade

gemeerd I», doch Ik kon het dikke

touw niet houden en viel in het

water. De anderen zagen me tüefc

Weer en nog eens klonk tr. een ontploffing,

totn kon ik Iets grijpen,

wat een soort Hnt leek, manr hft

brak en Ik viel weer te water. Met

(fUcrtde krachtsinspanning hield ik

me drijvende tuwchcq het Betroff«?n

«chip en een tweede boot, die

In rfp b""rt l»g. Jtlet duurde en

dumtle maar. hot loeV'eïïn eeuwigheid

en Ik wa« np het


We waren practisch alles kwijt. We moesten wel naar huis, maar wilden

toch weer in Genua terugkeren. De reis is nog niet ten einde.

De treinreis overdag door Zwitserland met zijn fantastisch mooie bergen

en dalgen, was geweldig ! We hadden ogen tekort, maar het bleven blijkbaar

wel priesterogen. Want toen een van de heren-in-burger een gesprekje

probeerde aan te knopen met een jonge dame» werd hij toch maar netjes

met "Padre" aangesproken. Men kan blijkbaar aan neus en ogen zien dat je

"pater" bent. We kamen, denk ik, + 2 uur in Bazel aan en de trein zou. om

6 uur weer vertrekken. We waren hongerig als wolven. We wilden graag wat

eten, maar zonder geld doe je dan niet veel. In Bazel waren geen Franciscanen.

Maar Capucijnen zijn ook volgelingen van Christus, tin die waren er

wel. De portier opende de deur, maar zijn ogen gingen nog veel wijder open

toen hij ons verhaal hoorde. De tijd van eten was voorbij. Hij wilde daarom

even horen wat de Gardiaan er van dacht. Ik denk dat ie de zaak niet vertrouwde.

Heel begrijpelijk. De Gardiaan kwam en vroeg mij m'n paspoort.

Het ding zag er heel vies en met vuil water doordrenkt uit. Geloof in ons

verhaal, en alle vertrouwen in ons, als persoon, was daarmee gewonnen. De

man bood zijn excuus aan en wij prezen zijn verstandig beleid. We werden

als medebroeders allerhartelijkst ontvangen. Het eten in aller ijl klaar-,

gemaakt, was er heerlijk en overdadig. We kregen meer dan voldoende geld

mee, om ook in de trein nog wat te kunnen kopen. Gesterkt gingen we weer

verder...om half uitgeslapen in Maastricht aan te komen. Hoe laat weet ik

niet meer. In de loop van de morgen heb ik van daaruit het Moederhuis in

Weert opgebeld. Ik kreeg de Provinciaal hintself (Apollonarius) aan de lijn.

Waar zitten jullie, Peul" "In Maastricht!" "Wat, zitten jullie in Holland?"

"Ja, en we vragen nu of v/e naar Weert mogen komen, om ons verhaal te vertellen."

"Ja, kom maar gauw !"

fin in Weert werd het verhaal verteld. Ik was zo gelukkig om met het. zwembrevet,

behaald in de Golf van Genua, in de hand, alles te mogen navertellen.

Er werd met spanning naar geluister. Hn toen het afgelopen was, zei

P. Provinciaal : "Peul, maar goed dat je kon zwemmen !" En op de manier

waarop toen de Provinciaal nog werd aangesproken, zei ik, heel. droogjes

maar toch eerbiedig : "Pater Referende, weet U wel, dat ik het klandestien

heb moeten leren Hl Toen'"er in mijn studentijd in Sittard een zwembad

kwam, mochten de studenten van Solanus daar niet heen, Wc hebben als

student gestaakt, maar de progressieve minderheid van de lerearen moest

het onderspit delven. Toen we na het uitbreken van de oorlog, als jong

pater, werden ondergebracht in Baexem (deel "f, pag. 47)werd het door de

Magister aanvankelijk oogluikend toegestaan dat we in het ven mochten ;

zwemmen, maar om scandalum te vermijden, werd het later weer verboden.

De grootste schrik voor het water ben ik pas kwijt geraakt in het "Petje"

van Oude Niedorp. Alles bijelkaar is het nêt genoeg geweest om mijn leven

in Genua te kunnen redden.

Mijn confraters kregen natuurlijk een pluim voor hun moedig gedrag. Ik

weet niet meer wat ze toen gezegd hebben, maar toen ik Artheem 33 jaar

later (op de reunie van het 40-jarig priesterfeest), ontmoette, zei hij:

" Ja, we moesten jou er wel uithalen, want' jij had ons geld bij je '!! "

Vrijdagmorgen 21 Maart ging het vanuit Weert met de trein naar Wognurn,

blij weer bij Moeder thuis te zijn, na alles wat. er gebeurd was. Iedereen

was blij dat het allemaal goed was afgelopen. Met alle recht konden we

zingen HIJ TS MET ZIJN GAT,JE IN HET WATERGEVALLEN, FALDERALDEiUERE,

FALDERALDERA....HOERAJ!11HOERA 1!!!

Een maand en één dag was ik in Wognum, ma.ir.de weken thuis waren geen

weken van rust. Practisch alle dagen was ik q> sjouw, om weer een nieuwe

missie-uitzet bij elkaar te krijgen. Drie Zondagen had ik slechts om

een klap op de preekstoel te geven. Dat gebeurde in Wognum, Hoorn en

Beverwijk, waarheen Deken Morsman verplaatst was. Het waren weken van

zwoegen en sjouwen, maar ook weken waarin ik veel liefde en dankbaarheid

mocht ondervinden. Dit maakte ook mijn zorgen licht en gaf me de-kracht

om met een blij hart de reis opnieuw te aanvaarden.

- 25 -


HOODSTUK 2 LANGS EEN ANDERE WEG

DE VROLIJKE GOLF

Alle goeie dingen in drieën.

De eerste keer werd de afstand Holland-Genua per schip afgelegd. De reis

duurde 17 dagen. Ontnuchterd en berooid werd de weg terug'afgelegd per

trein, 't Ging heel wat vlugger !

Toen we de derde keer de afstand weer zouden afleggen, werd gekozen voor

een avontuurlijke reis per autocar.,..langs weer een heel andere weg.

Inspecteur Brouns uit Oss, de zwager van br. Hiep, was de aanstichter

van dit feest. Met twee agenten had hij het plan geopperd om ons tegen

betaling van de treinonkosten, per auto naar Genua te brengen.

Het wagentje van het muziekgezeischap "De Vrolijke Golf" uit Boxtel

was daartoe omgebouwd tot een soort touringcar, lir waren banken in getimmerd

en ramen ingemaakt en enkele hoevendekens moesten ons zitvlak voor

ergere dingen behoeden..De grote bagage was in een boevenwagen door een

agent opgehaald, maar verder wist ik er weinig Van, hoe alles zou verlopen.

Zaterdag 26 April zou de "Stephan Kearny" ons vanuit Genua brengen naar het

land van onze idealen. Dinsdag 22 April moesten we daarom in Alverna zijn,

ons verzamelpunt.

De tijd van afscheid nemen was weer aangebroken. Ik bezocht in het ziekenhuis

in Alkmaar voor de laatste keer zus Lino en ik wist dat ik haar nooit

meer terug zou zien. Het einde was toen al in zicht.

MAANDAG 21 April ging het met een taxi naar Hoorn. In Amsterdam nam ik

afscheid van zus Tine en Truus en moest toen allereerst naar het Italiaanse

consulaat om mijn visum te halen. Ik trof daar een zekere mijnheer Laken

uit Eist. Hij kende wat Frans en hoorde dat de aanleggers van het feest

hem graag mee hadden als tolk. Hij moest een visum zien te krijgen om als

chauffeur mee te kunnen gaan naar Genua. Haar zo f n verhaaltje kan iedereen

wel ophangen. Hij kreeg geen visum. Gelukkig had ik de uitzendingsbrief

van Pater Generaal uit Rome bij me. Hij was geschreven in het Latijn en

ik gaf de Consul er tekst en uitleg van, :•;'•• v/cl OP "•& jn nn^icr l

FR. PACIF1CUS PERANTONI

VICARIS-GENERAAL VAN DE ORDE DER MTNDERBROEDERS

en nederige dienaar in den HEER

aa.n zijn in Christus zeer geliefde zonen :

Pater PEL TNUS STELTENPOOL

Pater Uubertinus Backes

Pater Arthemius Huls

Pater Abdias van de Sande

Pater Stanislaus Mulder

HEIL EN SERAFEINSE ZHGEN

Onder de gewichtige aangelegenheden van de Serafeinse Orde, welke wij

krachtens ons ambt gehouden zijn te behartigen, is wel een van de voornaamste

deze, dat wij geschikte mannen uitzenden om in de missieën aan het zieleheil

van de ongelovigen te gaan arbeiden.

Daar wij nu een zeer groot vertrouwen stellen in Uw ongerepte levenswandel,

l/w alleszins voldoende kennis en Uw ijver voor de verbreiding van het heilig

Geloof, dragen wij U krachtens deze en onder de verdiensten van de heilige

gehoorzaamheid op, U te begeven naar onze Missieën : PATER PELINUS STELTEN-

POOL, Pater Arthemius Huls...enze.enz., naar onze Missie in CHINA

om daar in het gebied, dat aan onze Orde en de Nederlandse Minderbroeders-

Provincie, is toevertrouwd, te gaan arbeiden onder de gehoorzaamheid aan Uw

Oversten aldaar, terwijl WIJ U ten zeerste aanbevelen aan Uw Oversten en

aan allen, die Gij op Uw reis zult ontmoeten. VAARWEL .'

Gegeven te Rome in het College van den heilige Antonius.

December 1946. Fr. Pacificus Perantoni

Vicaris-Generaal der Minderbroedersorde.

- 26 -


Ik vertelde de man op het Consulaat, die zeer goed Hollands sprak, dat.ik

als leider van de groep fik was de oudste en stond gelukkig bovenaan) het

absoluut noodzakelijk vond, dat er, behalve een tweede monteur, ook een

tweede chauffeur mee moest naar Genua. We mochten geen risico nemen om met

het labiele automateriaal de boot in Genua weer te moeten missen.

Meneer Laken kreeg zijn visum en samen reisden wij naar Gist, In Nijmegen

deed ik nog enkele boodschappen en als eerste kwam ik tegen de avond in

Alverna aan.

DINSDAG 22 Apri 1 kwam om 9 uur "de Vrolijke Golf" voor. Even wat zaken rege-

TëlTme't 'JiTprbcurator. Nog gauw een korte bespreking over de te volgen route.

Een afscheidsbezoekje bij P. Provinciaal. Hven naar de kerk om het reisgebed

te doen en....we stapten de "touringcar" in, omstuwd door een menigte

hartelijk meelevende medebroeders.

HET AVONT11JR BEGINT

Om kwart voor tien gingen de wielen rond en wij rolden de Graafseweg op,

richting Eindhoven. De reis was begonnen. Alles op goed geluk af 1

Onze reisbagage was boven op de wagen vastgebonden en waar het nog enigszins

kon, stond nog een jerrycan benzine, want met de schaarste die er overal was,

zou het niet gemakkelijk zijn om ons karretje rijdend te houden. Vol goede

moed zongen we : "Hen karretje op de straatweg reed....

Toen chauffeur de Jong met de boevenwagen in Wognum mijn koffers had opgehaald,

had hij vergeten mij nog wat zeepbonnen te geven. Hij had ze nu bij

zich en zijn geweten begon te knagen. Zonde om die niet te gebruiken. Onderweg

had ik hier en daar al eens geprobeerd, maar steeds kwam ik zonder zeep

de winkel uit. Bij de Gruyter in Eindhoven zou ik het nog eens proberen.

Triompherend kwam ik de winkel uit met een pak van 20 stukken zeep in de

lucht. Alle aandacht was gericht op de juichende schare in de auot...

Intussen liet een kind bijna het leven. Met een stuk vel van knieën, kwam

ik met mijn neus op de straatstenen terecht...overal stukken zeep over de

grond. Ik meende nl. achter een Moeder om te lopen, maar deze had aan een

lange stok nog een karretje achter zich, met een kind er in. De eerste hulp

bij ongelukken was overigens niet nodig, maar men vertelde in de auto, dat

de moeder van schrik ook om zeep is gegaan....

Om half 12 gingen we bij Reusel de grens over. Dat ging va.n een leien dakje.

Inspecteur Brouns ging met zijn manne, allen gekleed in uniform, in de

houding staan en zei : "In naam van Oranje, doe open de poort ". De poort

ging open en met de meegesmokkelde benzine konden we nu een heel eindje

vooruit. De weg naar Antwerpen lag voor ons open. We waren naar Antwerpen ~

gegaan om financieële redenen. Want hier konden onze begeleiders van een

paar bekende wielrenners, wat francs op den kop tikken en die zouden, vooral

in Frankrijk, goed van pas kunnen komen.

We deden natuurlijk ook onze medebroeder on Den Oever aan. Het was een prettig

weerzien en ze hadden een heerlijk etentje voor ons klaargemaakt. We

kregen nog een rokertje mee en om kwart over 4 werden we weer hartelijk uitgeleide

gedaan.Broeder portier zag zijn gasten weer vertrekken. Daarna werd

het spurten,...op Brussel aan. Hier kregen we de eerste lekke band, maar met

een kwartiertje was dat weer verholpen. We zouden nog heel wat lekke banden

krijgen, maar de reparatie was telkens een peuleschilletje. Want de reservebanden

waren steeds in orde. Als we ergens de nacht doorbrachten, was dat

altijd een mooie gelegenheid om tevens de banden te laten repareren.

In Brussel dacht.ik nog aan m'n schoonzus, Rie Bayer, de weduwe van broer

Paui. Ze was nu met Torn Beerepoot getrouwd. Maar waar zou ze wonen ? Ik had

"en de tijd ontbrak ons ook, want we hadden nog een hele reis

voor de boeg. We wilden komen tot de Franse grens.

De wegen in België waren na de oorlog bar slecht en de heuvels begonnen al

te komen. We passeerden Waterloo dat ruim 120 m. boven Amsterdams Peil ligt.

Waterloo met zijn slachtvëlïïërTïïit de tijd van Napoleon. De leeuw van Waterloo

met z'n 226 trappen en een gewicht van 28.000 kg, stond er nog. Van

hieruit zoeken we het Maasdal. Passeren Charleroi, met zijn kolenmijnen,

ijzer en staal. De \^eg is sterk golvend en na Philippeville zeer bosrijk.

- 27 -


Het loopt al aardig in de avond en het wordt tijd eens uit te kijken naar

onderdak. Maar we zien niets dat lijkt op een klooster of zo iets. Br.Hiep

stapt met een van de agenten, chauffeur van Nunnen, maar eens een café binnen.

Een kilometer of 10 verderop ligt een Canucijnenklooster. Het is al

half elf !

'n CAPUCI.ÏNENKLOOSTER

Nog eens ergens vragen. We zijn dan in Rni.lv. We treffen daar in een huis

een moeder aan met drie dochters. Ze scTvrlMen zich rot, geen wonder, want

de inspecteur en de agenten zijn in uniform en voor hen is dat een heel

vreemd uniform. Eenmaal van de schrik bekomen was de moeder toch heel vriendelijk.

Ze vatte al haar moed bijeen en bracht ons naar de ingang van de

pastorie, die vlak bij lag. Zij gauw terug naar haar dochter. Je weet het

nooit. Vol goede moed belden we aan, in de overtuiging dat de pastoor er

wel raad op wist. Er wordt boven een raampje opgen gedaan en wij ontwaren

het hoofd en een stuk pyama van de pastoor. Hij had wel wat plaats, maar

toen de man hoorde van onderdak voor elf mensen, toen schrok hij toch. Zeer

begrijpelijk en ...hij kuchte. We infromeerden naar dat Capucynenklooster.

"Ja, dat is vlak bij in Petit Chapelle. Ga daar heen, want daar is plaats

in overvloed. De pater zal jullie zeker ontvangen. Maar mocht het niet gaan.

kom dan gerust terug, dan zal ik twee kamers voor jullie inrichten. Maar het

zal niet nodig zijn."

Om bij het klooster te komen, moesten we even over de Franse grens. De douane

liet ons door op voorwaarde dat we de volgende dag daar weer terug

zouden komen. Bruly ligt 283 m. boven A.P., maar om in Petit ChapelIe te

komen, moest ons wagentje nog aardig klimmen. Om 11 uur"'bcïderTwi"j Bij het

klooster aan. Een Capucijnerpater deed open. Hij bleek de enige bewoner

van het klooster te zijn. We werden met opgen armen ontvangen. De huishoudster,

een meisje van + 70 was al even hartelijk.

Er werd gauw koffie gezet. Brood hadden we nog. De Capucyn gaf ons een

goed glas wijn en intussen werden er bedden en dekens gezocht. In' vier

kamers met ledikanten en kermisbedden brachten \ve die eerste nacht door.

Het klooster was een gymnasium geweest. Maar wegens bezetting van Duitsers

en later van Engelsen, was het ontruimd. Volgend jaar hoopte men er weer

te kunnen beginnen. De pater was waakhond van het college en tevens rector

van het gehucht. We hadden er een heerlijke nacht...want de dag was zwaar

geweest, 's Morgens lazen we er de M. Mis. Dat kon toen overal nog zonder

moeilijkheden, want liet gebeurde overal nog in het Latyn. De keuken was

een echte Franse, buitengewoon aitnoedig aangekleed en wat rommelig, maar

het was er tafeitje-dek-je.Het regende spiegeleieren en volop brood. En

brood is vooral over de Belgische grens erg schaars. We kregen nog een

brood mee.

De pater ging op zijn bergfietsje alvast vooruit, naar de douane in Bruly,

die ons er op het eerlijke gezicht 's avonds tevoren had doorgelaten. We

namen daar afscheid van onze buitengewoon gastvrije gastheer en gingen

zonder moeite Frankrijk binnen. Dat was Woonsdagrorgen 25 April om 10 uur.

IN 't WITTE PAARD

We zochten Sedan en volgden vandaar de weg, welke een der belangrijkste

verbindingen vormt van Nederland naar de Rivièra. We komen in het dal van

de Maas en het blijkt dat onze tocht op een historische gaat lijken.

WfflJÖKT roept ons weer naar de geschiedenisles, maar de onderlinge repetitie

gelijkt soms op een repeterende breuk. In !)ONRFWY-LA-C!-iAPELLE passeren we

het geboortehuis van Jeanne d'Arc, de redster van Frankrijk. l s Avonds

om 9 uur zijn we in Langres_, 460 m. boven A.P.. De inspecteur was in zijn

kleine wagentje vooruit gereden en had na wat zoeken een onderdak gevonden

in hotel "Le Cheval Blanc". Weer sliepen we allemaal onder hetzelfde dak.

We verlangden naar een bed en na een uurtje zitten, kropen we gauw onder de

wol, want de volgende dag moest de afstand nog een stukje groter zijn.

We vertrokken daarom om kwart vöör zessen al uit Langres. In Dyon déjeuneerden

we in een café en in Lvon aten we 's middags om een uur oT drie bij

onze paters. We werden weer hartelijk ontvangen en onze knorrende magen

•" Co


werden weer tot zwijgen gebracht. Vanuit Pyon hadden we 's morgens een

telegram gestuurd naar de consul in Genua, met het verzoek om de juiste

vertrekdatum van onze boot : antwoord, poste restante te Avignon. Nu

waren we in Lyon. Het zou niet kwaad zijn om van hieruit het postkantoor

in Avignon te bellen, om het antwoord op ons telegram te weten te komen.

Maar de voorschriften stonden dat niet toe. lïr ging ook een telefoontje

naar onze medebroeders in Avignon om onderdak, want we wilden die avond

nog tot Avignon doorreizen. Dat was nog een paar honderd kilometer van

Lyon. Het antwoord was gunstig en wij vervolgden onze weg door de heerlijke

wijnbergen van Frankrijk. Bij een wijnboer wisten we voor een prikje

enige flessen los te krijgen. Het smaakte heerlijk !

De heuveltjes zijn niet mis en het is met ons wagentje soms een toer om er

bovenop te'komen. De motor is af en toe aardig aan het ronken. Maar toch

loopt ons karretje vandaag beter dan gisteren. Teveel gastoevoer blijkt

bij het klimmen "fataal te zijn.

We passeren Vienne, Valence en Montelimar, waar de heerlijkste nougat vandaan

komt. Het land verandert van karakter. De bergen worden kaal. Het is

al aardig aan het schemeren al| we Orange passeren, de bakermat van ons

Vorstenhuis. Een plaatsje van - 8.000 inw. We zongen hier het Wilhelmus

en om half 10 kwamen we aan bij de paters in Avignon.

BIJ DE MEDEBROEDERS IN AVIGNON

Waren we in Bruly vertroeteld door een dienstbode en haar buurvrouw, die

hun schoonheid al lang verloren hadden - zo ze die ooit hadden bezeten -

hier in Avignon waren het weer hartelijke medebroeders, die ook weer hun

beste beentje hadden voorgezet. Het klooster was oud en in een steeg gelegen.

On ons tegen mogelijke diefstal te beschermen werden onze wagens

door de tuinpoort naar binnen gereden, veilig achter de hoge kloostermuur.

Het leek me een echte achterbuurt toe en de paters hadden het. blijkbaar

erg arm. Ondanks hun armoede hebben ze toch gedaan voor ons wat ze konden,

«rood hadden ze niet. Als een soort eregast zat ik naast de gardiaan aan

a e ^. Door een broeder wei*d een pan met nap op tafel gezet en daarna een

grote pan met zwarte niepers. Piepers,gekookt in de schil, zoals buurman

Renckens ze aan de varkens gaf. Het was de eerste keer dat ik dit meemaakte.

Maar in China zag ik later zulke piepers, wel zoete, als een lekkernij op

de'.markt liggen en in N. Guinea zou ik later dikwijls lekker eten van de

zoete aardappelen, met de schil, geroft in de hete as.

Toch moest ik proberen met dankbaarheid te eten. Kr kwam nog een en ander

on tafel en als dessert, een portie dadels. Het smaakte de meesten als koek.

Tot slot nog een flinke slok franse koffie. He paters en broeders hadden

zich werkelijk uitgesloofd on deze late avond. In zulke.omstandigheden heb

je er toch maar veel plezier van te behoren to de grote Franciscaanse

familie. Mij werd voor de nacht een grote - ik denk de bisschopskamer -

aangeboden. Ik denk vanwege liet grote panier van P. Generaal, waarop mijn

naam bovenaan priikte. De anderen hebben heerlijk geslapen in een kennisbed.

Zoals ik al zei hadden we in Lyon de paters opgebeld of ze liet telegram van

de Consul uit Genua wilden afhalen van het nostkantoor. Ze hadden het wel

geprobeerd, maar ze mochten daar eigenlijk niet eens zeggen, dat er een

telegram was aangekomen. Alleen de persoon aan wie het. verzonden was mocht

het in ontvangst nemen, 's Avonds was het kantoor gesloten en we konden

het pas de volgende dag om 7 uur 's morgens afhalen. Dat was een beroerd

geval, want van het. antwoord hing heel onze verdere reis af. Met was nu

24 April. Als de boot inderdaad op 27 April zou vertrekken, dan moesten we

toch zeker zeker Zaterdagmorgen 26 April-in Genua zijn...en dat was nog

een hele afstand.

D'r zat niets anders op dan maar net te doen alsof de boot Zondag zou

vertrekken. VrjjJajjmOT£en_^5 Atsril werd in alle vroegte de vragen opgeladen.

Met het kleine auto" T T5e^«mr" - her~telegra]n opgehaald. Intussen stonden wij

klaar om zo in de auto te snringen. Het telegram kwam en de Consul Drogen-

dijk liet weten dat de boet niet 27 April, maar 3 Mei zou vertrekken.

- 29 -


Zouden we nu nog naar Lourdes gaan ? We vonden het toch te riskant. De

Vrolijke Golf liep wel best, ja hij liep steeds beter, maar we wisten

al wat het zeggen wilde om ruim 400 km. op één dag te moeten rijden. En

dat zouden we dan nog een dag o£ 4 moeten doen, met het gevaar misschien

nog net vöör Lourdes te moeten teruggaan. Bovendien zou dat stuk door de

bergen, geen benzine drinken, maar zuipen.

We besloten maar flink door te rijden. Misschien zouden er nog wel een

paar dagen uitstel bij komen en dan ....zouden we nog naar_Rome kunnen

gaan. We zouden dat dan met de trein doen, want de benzine was in Italië

tweemaal zo duur als in Frankrijk, nl. fl. 2,~. per liter. Bovendien : de

inspecteur met zijn knechten konden ook niet steeds op vakantie blijven.

Ze moesten weer op tijd naar huis. Al wachtend op het telegram, hadden we

toch nog even tijd om in Avignon het pauselijk paleis te bekijken. Ik

vond het zeldzaam mooi. Het is gebouwd in de 14e eeuw. Het was mooi gerestaureerd

en de tuinen waren keurig verzorgd. Wij hadden hier een

prachtig uitzicht op het Rhönedal, waarin we, vanuit het Maasdal via het

Saönedal. al rijdende terecht waren gekomen.

Een heel stuk sombere kerkgeschiedenis ging er hier in Avignon aan onze

geest voorbij. Op aandringen van Catherina van Siena is Paus Grègorius XI

toch maar weer naar Rome teruggekeerd ( 14e eeuw ).

NOG DRIE DAGEN IN DE AUTO

Vrijdag 25 April ging het om 10 uur vanuit Avignon allereerst naar Arles»

We dachten vandaaruit met de middag bij onze paters in MARSEILLE te zijn.

Maar dat werd een lelijke misrekening. We waren er pas om 4 uur. De mannen

in de voorste auto'hadden niet goed naar de wegborden gekeken. Dat kostte

ons 2\ uur. Ook in Marseille werden we door onze paters weer erg hartelijk

ontvangen. We hebben er weer goed gegeten. Dit spaarde ons weer heel wat

francs uit, die we overigens op de Bank in Avignon volop konden kopen.

Het vriendelijke aanbod om te blijven overnachten, namen we maar niet aan.

We wilden verder, want we vreesden nog heel wat kilometers. We passeerden

Toulon en daar we nergens een klooster konden ontdekken, verlieten we al

tamelijk laat in de avond de grote weg en kwamen terecht in SALIER-PONT,

'n heel stil dorpje. We konden wel samen eten, maar om de nacht door te

brengen, moesten we ons verdelen over twee herbergen.

Onder het eten kwamen er een paar kerels binnen, tamelijk sjofel gekleed.

De een bleek de burgemeester te zijn en de ander zal zijn secretaris wel

geweest zijn of anders was hij zeker van de gemeentereiniging. Het halve

dorp stond hier van de ramen van ons hotel, want er was de krgemeester

verteld dat er vuil schoelje het dorp was binnengekomen ,spionnen...

Duitse generaals in uniform. Het hoofd van de gemeente stapte met grote

schreden op onze inspecteur af en vroeg hem om zijn papieren. Het liep

met een sisser af en de goêie gemeente werd gerutgesteid...de paters waren

echt én de generaals gewoon hollandse agenten.

De dag was weer lang niet gemakkelijk geweest. We hadden zo graag eens

vanaf een uur of zeven, gezellig bij elkaar willen zitten. Nu was het al

weer bedtijd, het souper was - hoe kan het ook anders - echt frans en we

konden o.a. ons hart ophalen aan olijven, die ik nog steeds liever aan

de varkens geef.

In het hotelletje was het allemaal tamelijk primitief, maar het lukte die

nacht met het slapen weer erg goed. De prijs viel er reuze mee.

ZATERDAG 26 APRIL Om 9 uur ging de reis weer verder langs de Cöte d"'Azur

namen we een bad. In NICE werden wanhpopige pogingen gedaan om wat brood

te kopen en dat bleek geen gemakkelijke opgave te zijn. Enfin, het leverde

in elk geval iets op en omdat je een bedelmonnik altijd x^at geeft -aldus

de bakker - kreeg de pater een citroen cadeau. Er werd hier ook even gebeld

naar de medebroeders in Monte Carlo. We waren, hoe kon het ook anders,

ook hier weer welkom. Het valt niet mee om telkens in zo'n vreemde plaats

zo'n klooster te vinden. Meestal wisten we wel een eindje een passagier

mee te troggelen. Het klooster lag zeer hoog, maar tegen onze verwachting

in, xvist ae motor tegen de heuvel op te klauteren. Natuurlijk namen we een

- 30 -


kijkje-bii de beruchte speelbank. Zoals bijna overal', ontmoetten we nok

hier'weer een Hollandse familie, Na een goed souper bij onze paters,

zochten we de rust weer op &\ brachten ?.o saraen "eine Nacht" door "in Monte

Carlo", Ook dit 'hoorde eigenlijk wel bij een, reis als de oii"ö,

ZONDAG 27 APRIL» Vandaag moeten we...Genua, halen.,-We wilden daarom om 9 uur

vertrekken, maar het werd itaïf elf. Bij MÉN"JT)N-moesten we de grens naar

Ttalie over. Het ging niet, 20 erg'gesmeerd.. :De douane was niet gemakkelijk

en toen Stan wat zenuwachtig rond ons wagentje liep, moost ie zijn zakken

binnenste-buiten. keren..- Hij moest heel wat lichter verder» Op de terugreis

souden onze agenten het geld weer kunnen ophalen.*».Jammer van die centen.,

maar we komtert nog vooruit. Want op deze tweede reis waren we 7-elf financieel

ook wat beter uitgerust met. dollars en ponden. Na dit 'intermezzo

in Mertton volgden, we de weg langs de zee. Het was een prachtige tocht, maar

de weg. langs de Riviêra was toch stukken moeder. Aan het strand sa.g je

overigens heel wat minder aap-menselijk gedoe*. Misschien zijn de Italianen

nog wat bang'voor het water.

We weten onmogelijk hoc lang de w#sg nog is. De weg slingert: zigzag langs de

kust. en dan weer dooi* de. bergen, 'net de meest mooie vergezichten. Eindelijk

zien /we. een wegbard : Genua '13 km. f wij xijn er dus bijna. Zou het daar op

die hoek Liggen ? Och dat kan niet. Waar ligt de vuurtoren'dan ? We zouden

er heel wat later achter komen dat er van. dat kilorsieterbord een nul was

zoekgeraakt. Het "was van daar geen, 13 maar 130 km.»

Het was intussen al flink in de namiddag» De maag begon al aardig te rammelen.

Maar nergens slaagden we er in om brood te kopen. Ja, een heel klein

stukjef net genoeg voor anderhalve man. Meneer Laken uit Eist bracht nog een

beetje uitkomst. Hij had nog een, 'brood bewaard, voor het geval we eens niets

zouden hebben. Maar wat is één brood voor ".oveleu ? En de vissen ontbraken

totaal, leder kreeg anderhalf snee brood en een glas wijn. Daar moesten we

liet voorlopig mee doem De eieren die wij nog bij ons hadden voor* noodgevallen,

bleken te zijn bedorven. Geen wonder l Wie sou er niet bederven ais

hij gekookt een. week lang een brandende rit: moet meanaken ?

Enigszins versterkt gingen we weer verder« We konten in etm dorpje Mbenia*

We .zien er een paar paters lopen. Wij er op af. We kregen in een. soort 7 ""*""

patronaat een glas wijn, maar eten was ook daar niet. We hoorden dat het nog

een heel eindje was naar Genua.» We gingen dus weer gauw verder.

We kwamen om half 10 in Genua aan bij het klooster "Annunciata", waar onze

koffer** ware 1 ") ondergebracht met nog wat spullen van de "Bdntund Fai'ming".

Hier werd alles in het werk gesteld om voor ons onderdak te krijgen. In het

half verwoeste kloostertje was geen niaats voor allen» Om Maandagmorgen

vlug .Inlichtingen te kunngn inwinnen ontrent de boot, werd besloten dat ik

met een van onse paters ïn, "Armunciata" zou blijven, De gardiaan en pater

Mfl.uriti.0 gingen ergens buiten slapen en gaven zo hun cel aan ons*

De kerk die bij het klooster hoorde was vroeger de rijkste kerk van Genua,

Alias was grondig verwoest en het. herstel zou zeker een S miliioen kosten.

In het kloostertje woonden slechts S paters en geen enkele broeder. Ite

knecht-koster-huishoudster was de stad in.

Peter Mauritio bracht me naar zijn cel en daar stond ilc...,ik rammelde van

de^honger. Ik vroeg Mauritio of hij misschien een stukje brood voor me had,

Hij trok een bedenkelijk gezicht en ?,ou eens gaan kijken in de 'keuken* Maar

er was totaal .niets l " Ik weet tvat het wil zeggen, honger te hebben * f 2ei

hij, M want ïk hen nog niet 20 lang terug uit Engelse krijgsgevangenschap..,

mar we hebben niets. Morgenochtend legt'de knecht voor ieder een portie

brood neer, Jij mag dan het mijne opeten ", Een gezellige avondrecreatie

zoals in Holland, kennen ze in Italië ook al niet, maar ik vond het. niet zo

erg3 Ik. was moe en kroon lekker te bed, Ik sliep al heel gauw als een os.

Intussen waren de anderen ondergebracht in een klooster met grote tuin, ;

boven op een berg. Ook daar was.gem brood» want dat -is ovoral erg schaars.

En Zondagavond laat is dat natuurlijk; nooit ergens te koop, Maar in dat

klooster hadden, ze het. fornuis weer aangemaakt en voor het uitgehongerde

stel een Italiaans potje klaargemaakt. 2e hebben het daar opgegeten of het

koek was.

- 31 -


WE GAAN NAAR ROME

M/\ANDAG 28 APRIL. De morgen was er een van zaken doen. Op het agentschap

horen we dat de boot zeker niet vóór 5 Mei vertrekt. We kunnen dus nog

naar Rome. We gaan er maar vanuit dat het verkregen verlof van P.Generaal

twee maanden geleden, ook nu nog wel van kracht zal zijn. Weverzoeken de

Consul of hij ons in Rome een telegram met de vertrekdatum wil sturen als

de boot binnen is. Daar kunnen we op rekenen. Dan moeten we naar de bank,

want een reis naar Rome kost lires. We moeten dus wat buitenlands geld gaan

wisselen. Tussen de bedrijven door ontmoetten we de kapitein van de

"Edmund Fanning", die nog steeds in afwachting was van het proces. Als

altijd is hij nog steeds even aardig voor ons. Met drie man, de anderen

konden niet, dineren we met hem in Hotel Colombia.

Na verder alles geregeld te hebben, werde de spoorkaartjes gehaald en om

0.20 uur in de nacht hangen we in de trein naar ROME. Hangen, want het

was er tjokvol l Maar de droom zou werkelijkheid gaan worden. We gaan

naar Rome !.'

Urenlang stonden we in het gangetje van de trein. Soms kon je even op je

hurken zitten. We waarschuwden elkaar voor zakkenrollers en we probeerden

de heren en dames in de gaten te houden. Ze zaten in je zak. Letterlijk I

Huub was de eerste die na een uur zijn portemonnaie al miste;- Het duurde

niet lang of ook ik was de kees. Ondanks het feit dat mijn handen, mijn

zakken bewaakten, was mijn portefeuille met een flinke duit Italiaans

reisgeld uit mijn binnenzak verdwenen. Er zaten gelukkig geen ponden of

dollars in. Alleen het geld dat ik gewisseld had. Dus ook het reisgeld

voor de terugreis. Verder wat officieële stukken, als benoemingsbrief,

celebret, foto's enz. Mijn pas had ik gelukkig nog en verder zal men ons

op ons eerlijke gezicht moeten geloven. Een tjokvolle trein met hangende,

hurkende en halfslapende passagiers is natuurlijk v/el een lustoord voor

zakkenrollers. Het is dan ook georganiseerd x^erk van mannen en vrouwen,

geholpen door handlan(st)ers op ieder station. Steeds staat er iemand

klaar om de buit in ontvangst te nemen.

DINSDAG 29 APRIL zijn we om half 5 in de namiddag in Rome. Een reis van

17 uur hangen in de trein. We zijn geradbraakt als we bij ons klooster

San Antonio, aan de Via Merulana, aankomen. Het is ons Generalaat en

tevens een internationaal studieklooster. Een geweldig groot gebouw met

daarin gelukkig ook enige Hollandse medebroeders, die van onze wederwaardigheden

wat op de hoogte waren en voor verdere introducties zouden zorgdragen.

Ze konden meteen aan de bak, want San Antonio zat tjokvol Franciscanen die

internationaal Mariacongres hielden. We waren erg \relkom. We konden er ook

eten, maar er was geen slaapgelegenheid. Maar bij de Capucijnen werd slaapgelegenheid

gevonden. Overigens troffen we het, want de studenten hadden

deze dagen geen les.

DE EEUWIGE STAD

Als je Rome wilt zien dan moeten je voeten het ontgelden, ook al pik je af

en toe een tram. De tijd is kostbaar en moet goed besteed. Met enige patersstudenten

gingen we Woensdagmorgen meteen op stap. Onder hen was ook pater

Felix Neefjes uit Westwoud. Tegen alle regels in heb ik zelfs met hem op

zijn cel geslapen. 33 jaar later zou ik hem in de Heerhugowaard weer ontmoeten*

Hij kwam toen vanuit Brazilië als generale visitator naar onze Hollandse

Provincie. Hij vertelde me toen dat hij die nacht in Rome slecht had geslapen,.

.. .ik denk : uit angst, \\rant met twee man slapen op êên cel was

zeker een reden om je meteen naar huis te sturen. Het kan verkeren I Was

het uit angst of kwam het misschien door het snurken ?

Die eerste morgen namen we een kijke in de kerk van Maria super Minerva.

Daar was feest van de patrones van Rome, Catharina van Siena, de vrouw die

zo veel gedaan had om paus Gregorius XI vanuit Avignon, weer in Rome terug

te krijgen. 7 Z - j nam ook geen blad voor de mond5 om haar kritiek te uiten

op alles wat ur in Rome mis was. Er waren wel 10 kardinalen aanwezig.

's Middags gingen we op stap met P. Pancratiüs Maarschalkerweert. Hij was

- 32 -


niet knap van uiterlijk en hij werd daarom in. de Provincie sarcastisch

"Miss Rome" genoemd. Hij was een uitstekend Rome-kenner, We hebben veel

gezien.* maar ik zal U het opnoemen en beschrijven van alle kerken en manureenten

besparen* Een weekje in Rome. .Het lijkt heel wat, maar je duizelt

v«n ?ii wat je 3iet en hoort. Ik wil slechts een. paar dingen aantippen. Natuurlijk

zagen we het geweldige hörenigifigsiiionument door Victor ümsnuel gebouwd»

door de Kerk van toen. uitsluitend, gezien als verheerlijking van de rooi" op

é» kerkelijke staten in 1S?0. Van toen af' voelde de Paus zich nl. als de

gevangene van hot Vatic'san, De Italianen, slen hierin echter de geboorte

van. het rdetwe Italië. In 1920 werd onder Pius IX het verdrag van Lateranen

ondertekend „ waarbij het Vaticaan weer een onafhankelijke Staat wfcrd»

In de kerk era de Ara Coe.i.j. - het klooster is afgebroken vanwege het monument

- maakten i^e voor hst eerst kennis raet een echt Italiaanse devotie

van de H, Bambino, Bambino is kind. Een Franciscaan laat je het beeldje van

het Jesus-kin.d zien» dat; ook al door een Franciscaan gevonden is in

Gtethemanie in de He eeuw, 3jet is toen overgebracht naar bovengenoemde kerk

en wordt er huitcaigewoon vereerd. Ik vond het beeldje bidtegawoon lelijk,

al was het dan ook opgesierd met goud. en allerlei tierlaxttijttties»

Hier en elders doen de winkeltjes goede zaken, roaar je vraagt ie wel af,

waarom er soveel paters, broeders en zusters met dese- devotie-negotie

besig «eten zijn* Zou er in RoRie of elders in de wereld geen beter werk te

verrichten zijn ?

We bezoeken de St» Jan van Lateranen, met op de gevel de beelden van 10 m.

hoog. Het is de domkerk van de bisschop van Rome. Het paleis door Keizier

Constat.ijn aan de Paus geschonken» werd tijdens het verblijf van. de paltsen

te Aviguoii door een aardbeving en. door brand geteisterd en onbevjoanbaar,,

zodat de paus later in het Vat.ica.an ging wonen.»

We zagen de Maria Maggiore, Een pracht van oen 'kerk raet zeldzaam mooie

mozaïeken in, de zijbeuken. Verder de boog van ConstaJitijn niet da grote

Ov^rwinningsweg s die Mussolini ais een andere Constaütijn het aloude Rome

had moeten binnenvoeren.. We zien liet paleis en het balcon, waarop Missoiini#

de tegenhanger van de P'ius, de menigte toesprak. Ook de IL Trap •werii bekocht,,

Ik herinner me nog dat oom f'fenus (oud-aouaaf) «oj daarvan vertelde. Ook

het. ColosseijRi worrdt bekeken. Daarin was indertijd plaats voor 87,000 toeschouwers.,

die er kwamen kijken naar de gevechten van de gladiatoren inet

de wilde dieren. Allerlei herinneringen aars de oude heidentijd on de glorietijd

komen naar boven, en natuurlijk moet je daar ook denken aan de martelingen

van ontelbare Christenen onder Nero.

Ook. een heldin uit onze tijd wordt beïoerht. Ze lag opge bard in de Kerk van

' Joh.an.nes en Paulus. Haar gebalsemd gebeente rustte in een sprekend gelijkend

missen beeld. Heel Rome vos er vol van* Want ze was Zondag j, 27 April,

2.alig verklaard» Een meisje van 12 jaar, een dorpskind.., ,arm, want vader

was vroeg gestorven. Moeder moest hard werken en vanaf haar 9e jaar woest

^ËLlSJiSJlS.i'Êj ^ mt ~ kuishoudenwaarneroen. Het was een flink kind.,' Vroegrijp

Ièr*to0rr¥©7""a.!ieeii in huis, 03;) een dag in 1902, door een jonge mm werf

overvallen» liet :5e si eb. niet verleiden* maar ze stierf onder 2,ijn handen

als-martelares. Als ik me niet vergis is dit het enige geval in heel de

hagiographie (heiligenlevens-beschrijving), waarin iemand de martelaarskroon

verd.i.end heeft? alleen door de deugd van reinheid te bewaren.

^est ging het gepaard met de verdediging van het geloof.

Er doen zich. veïe gebeclsverhor:ingèn voor. Men verwacht daarom


werd ik door dit alles zeer getroffen. Ik was echt wel. geraakt door de

Italiaanse, vroomheid,

Bij de zaligverklaring van Maria Goretti waren haar moeder aanwezig, een

vrouw van 86 jaar, twee zusters en een broer. Eén van haar zussen, een

nonnetje heb ik ook gezien, en zoals alle Italianen dat deden, haar ook

aangeraakt. Je moest wel meedoen, zo spontaan ging dat ! Ik was werkelijk

bang dat dat nonnetje niet levend door de kerk heen kwam. De moordenaar,

knecht geworden in een klooster, was ook van pla nde zalgverklaring bij

te wonen, maar bij een poging tot inbraak 's nachts in het klooster, werd

de pater die de man naar Rome zou vergezellen, zwaar gewond. De moordenaar

beschouwde dit als een vingerwijzing, om maar niet naar Rome te gaan.

Een wonderlijke geschiedenis. Er werd ook verteld dat de man, na zijn

lange ge vangenisstraf te hebben uitgezeten, zijn ouderlijk huis voorbij

liep en zich direkt naar het huis van de moeder van Maria Goretti begaf.

Hij vroeg haar vergiffenis en de moeder zei ; hoe zou ik dat kunnen

weigeren. Maria zou zeker ook niet doen...De volgende dag lagen ze samen

aan de Communiebank..... I

Pater Pancratius was conservator van het missiemuseum in het Paleis van

Lateranen. Met hem gingen we ook ó&ê.r heen. Prachtig, wat daar te zien was.

We beperkten ons tot de Chinese afdeling. In dit paleis is ook het Verdrag

van Lateranen ondertekend. Ik kon niet nalaten even te gaan zitten op de

plaats waar Mussolini het heeft ondertekend.

De St. Paulus buiten de muren, met haar mooie mozaïeken in de apsis, werd

niet vergeten. We deden een rondgang door de catacomben van Callixtus. Als

jongen speelde ik eens de rol van Neo, de martelaar der catacomben. Dat was

hier dus. De gids die ons hier rondleidde was een Maastrichtcnaar.

Zondag 4 Mei woonden we de zaligverklaring bij van de Franse zuster Alessia

Ie Clerc. Mr waren ook 100 Hollandse pelgrims aanwezig. Bijna uitsluitend

koSschoolmeisjes uit Vught...en met één daarvan gaf ik enkele souveniertjes

mee naar huis. Iets om thuis op de piano te zetten. Voor de meisjes een

kruisje. Voor de jongens een rozenkrans. Voor mijn oomzeggertjes een

speldje of ringetje met Maria Goretti er op. Voor de gehuwden een plaat

met pauselijke zegen. Daar was toen ieder wel blij mee.

We hebben dus ook Paus Pius XI1 gezien en zijn zegen ontvangen. We konden

geen narticuliere audiëntie krijgen - ook onze Generaal met de paters van

het Mariacongres niet - want de Paus had het erg dnik en moest zich zeer

in acht nemen. Maar het doel van onze reis hebben we toch niet gemist want

we kregen een kaart voor de grote algemene audiëntie. Het binnenkomen van

de Paus op zijn draagstoel maakt een geweldige indruk, liet is een geschreeuw

en gedoe, maar toch werd ik er door getroffen. Ik begon ook al te roepen :

" Viva Papa".'! Velen reikten de paus een wit. solidee't je toe. Hij zette het

dan op zijn hoofd en gaf het weer blij terug. Een vreemd gedoe, maar ja...

het volk is hier anders dan in Holland.

Als wij 's morgens de kerk binnengaan om de H. Mis te horen, is het alles

zo doods en heilig stil. In Rome lijkt het dikwijls op een markt. Hier en

staan of hurken groepjes mensen. Hr worden soms op al die zij-altaren wel

10 Missen tegelijk gelezen, maar ieder volgt dan zijn eigen Mis. Soms dient

de koster een heel stel missen tegelijk. Hij lijkt dan wel op een kellner,

die nrompt reageert als ergens aan een altaar iets gezegd wordt en dan

vliegensvlug weer nresent is, als ergens anders water of wijn moet zijn.

Maar als hij er niet is komt er wel een of andere man inspringen en op

enige afstand zijn er altijd wel enige vrouwen die antwoorden in hot Latijn,

zoais dat toen nog overal gewoonte was. [ ; ,erst vond ik het 's morgens in zo'n

kerk erg rommelig, maar later werd ik toch gesticht door de diepe godsdientzin

die je er aantreft. De druk gesticulerende Italianen kunnen bidden om

jaloers van te worden. Ze zijn met hart en ziel met Gal bezig. Ken en al

overgave !

Kortom : ik heb in Italië vele beroerde dingen meegemaakt, maar toch ook

veel moois gezien, waar een nuchtere Hollander echt wel iets van kan leren.

Rij ons is in de kerk dikwijls alles zo stil en heilig, dat we op buitenlanders

wel de indruk moeten maken van een bid- zit- en pitkerk. Br zit

- 34 -


dikwijls totaal geen leven in ons samen kerk zijn.

De tijd gaat intussen door. Maandag 5 Mei hebben we maar eens opgebeld

naar Genua. We krijgen bericht dat de boot pas 20 Mei vertrekt. Dat is

te gek om los te lopen ! Maar gauw een telegram er overheen naar de

Consul. Dat was maar goed ook. Want. hij vertelde ons dat de boot 8 Mei

zou vertrekken. Zo'n snotneus op het agentschap zou je een mooie poets

bakken. We moesten dus zeker 's morgens 7 Mei in Genua zijn.

Dinsdagmiddag om 2 uur vertrokken we uit Rome. Assisie moesten we jammer

genoeg laten schieten. Alleen Abdias had het op de heenreis nog even

mee gepikt. We hadden allen een zitplaats in de trein, maar we waren er

ook 2 uur tevoren. We hebben in Rome een fijne, maar vermoeiende week gehad.

Alles bijelkaar was het een goedkoop uitstapje. De kost en inwoning,

hadden we gratis en de reis naar Rome had ons, omgerekend in Hollands

geld, 16 gulden gekost. Pater Pancratius heeft bijna alle onkosten voor

zijn rekening genomen.

WEER GENUA

DE " STEPilAN KFARNY " LIGT KLAAR

Woensdagmorgen 7 Mei zijn we om 5 uur weer in Genua. 15 uur sporen deze

keer. We gingen direkt maar naar de paters. Daar misgelezen, gegeten en

toen naar het agentschap om de papieren in orde te maken. Hier horen we

dat we pas Zaterdag 10 Mei vertrekken. We mochten in ieder geval de boot

op.

Ik heb het indertijd niet naar huis geschreven, maar ik kreeg de tranen

in mijn ogen, toen ik het schip zag. Eenzelfde Liberty-schip met op het

dek dezelfde lading I Lokomotleven met aanhangwagens. En wat zat er nü

in de buik van deze gigant ? Zeker geen " ham and eggs " voor Korea.

We dineerden om 12 uur in de diningrootn van de " Stephan Kearny ". Het

leek erop alsof er in Genua niets gebeurd was. Alles op de boot was precies

als op de " Edmund Panning ". VOOR MIJ WAS ALLES ANDERS. Want toen

ik DEZE keer de boot opging, draaide mijn hart om in mijn lijf. Ik beleefde

opnieuw de momenten dat mijn adem bijna stokte en mijn leven als een

schaduwbeeld aan me voorbij trok. Ik heb de angst heel de reis meegedragen

en als er maar een wekker afliep, ging mijn hartje al van rikketikketik.

Als ik iemand zag roken terwijl in de haven de ruimen open lagen, dan vloog

ik als een controleur op die havenarbeider af, en riep dan : "No smoking"II

Steeds was ik bang voor brand. Zo zijn we de boot opgegaan met de verzekering

dat het met de lading nu zeker goed zat. "We zijn gerust voorzichtig",zei de

Chiefinate, "Ik heb ook vrouw en kinderen".

Na het dinner ging het weer naar liet achterdek, naar onze cabines. Nog moe

van de Rome-reis hadden we gelukkig allemaal een heerlijke middagdut.

Daarna werden op kosten van de maatschappij met een auto onze koffers opgehaald.

Direct er mee naar de douane. Ze waren daar deze keer buitegewoon

voorkomend. Zonder uit te pakken kreeg alles direkt een krijtje. Er was deze

keer ook niets gestolen en in de loop van de middag brachten we alles netjes

aan boord. Als de spullen in de cabines een plaatsje hebben gekregen, beginnen

we meteen maar een van de cabines in te richten als kapel. De paramenten

werden gewijd en drie corporales dienden als altaardwalen. Alles netjes

volgens de voorschriften.

DONDERDAGMORGEN 8 MEI mocht ik de eerste Mis op een geïmproviseerd altaar

lezen om Gods zegen over de reis af te smeken. Mijn grammofoon, die gered

was, werd geprobeerd. Ook hij deed alsof er niets was gebeurd.

's Middags gingen we met een bootje naar de"Rotti", die net was aangekomen

maar nog buiten de haven lag. P. Tobias die de hele autotocht met ons had

meegemaakt, wilde er even naar toe, om een hem bekende mede-missionaris uit

Brits Indie te begroeten. Daarna zijn we even doorgevaren naar het wrak van

de "Edmund Fanning". Even on de kade geweest en daarna wat rond gedobberd

OP de plaats waar ik in het water lag. Na een half uurtje roeien in de

haven, waren we weer thuis.

- 35 -


Vrijdagmorgen kregen we de oude kapitein nog even op bezoek. We nemen nu

afscheid van hem. Het proces is voor hem slecht verlopen. Als oorzaak van

de ramp werd stuwing in de lading genoemd...en dat terwijl het schip al

drie dagen stil lag in de ha wi. Wij denken meer aan sabotage. De buik

van het schip zat vol spullen die vanuit Hamburg vervoerd werden naar Korea,

daar werd toen hevig gevochten. Kap. Fitzgerald werd verantwoordelijk gesteld

voor die stuwing, ook al was hij bij het innemen van do lading geen

kaüitein op het. schip. Ook de bootsjongen, -John, van de "Edmund Fanning"

kwam ons nog even gedag zeggen, hij was dolblij dat hij het kruisbeeld

dat hij van de brandende boot gered had, zelf mee mocht nomen ais aandenken

naar huis.

Consul Drogendijk kwam ook nog even een afscheidsbezoek brengen.

's Middags werden nog wat boodschappen gedaan. Voor 5 Hollandse guldens

werd een Missale Defunctoruin gekocht. Zaterdag souden we vertrekken.

Maar dit werd weer uitgesteld tot Maandag.

Zo heb ik Zaterdagïïiorgen alle tijd om de koffer met de geredde spullen

eens rustig na te kijken, liet zeewater had er geen goed aan gedaan. Mijn

tropenbroeken waren aardig opgesierd met roestvlekken. Alles wordt eens

goed gedroogd en je maakt je er maar weer blij mee dat je tenminste nog

iets hebt teruggevonden.

's Avonds krijgen we Mathieu Smedts, redacteur van de Volkskrant, op bezoek.

We wisselden onze indrukken over Italië uit, en over Genua in het bijzonder.

Genua, waar de volgende Uag ter ere van Catharina van Siena een processie

zou worden gehouden van 10.000 kinderen. Maar in datzelfde Genua lopen een

25.000 kinderen rond, die geheel aan hun lot zijn overgelaten. We zagen

reeds hoe paters, broeders en zusters voor hen aan het schooien waren.

Maar de meesten moeten zien, hoe ze aan de kost komen. Ze bedelen,schooien

en stelen, lopen met cigaretten of" met weet ik wat, te koop em velen komen

terecht in café's of zaakjes van het allerminste allooi.

Een jaar of- zeven later zou ik de heer Smedts in N. Guinea nog eens tegenkomen.

Ik woonde toen bij de mensen in het stenen tijdperk. In zijn boek :

rt Geen tabak, geen hallelujah " schrijft hii daarover on hlz. 49 e.v.

Zondag tegen de avond komt er een Hollandse boot binnen. We zien met de

verrekijker dat er monniken op zijn. Pater Abdias gaat er met een roeibootje

heen en komt met drie Belgische Carmelieten terug.

Later op de avond krijgen we nog 4 Italiaanse verkenners op bezoek. De verkennerij

staat hier blijkbaar nog in de kinderschoenen. Ik liet ze de verkenners

en gidsen van N.Niedorp zien. Zo ver zijn ze in Genua nog niet !J

Hier is het alleen wat elite-werk.

- 36 -


HOOFDSTUK III

MOEDIG VERDER

Maandagmorgen 11 Mei staat het geschreven :S/VtLING AT 12 NOON.

Het' werd kwart voor vier, toen we de haven van Genua eindelijk verlieten.

We moeten nog beginnen te varen, maar wij zijn al aardig thuis op de boot.

Ergens is voor ons alles precies hetzelfde. Alleen de mensen zijn anders,

De crew (scheensnersoneel) telt 36 koppen. De kapitein en officers inbegrepen,

Met lijkt dat de kan. op het schip de puntjes wat on i heeft gezet. In Genua

zijn er niet minder dan 5 weggestuurd vanwege dronkenschap. Overingens geloof

ik, dat we het mit volk v/eer best zullen vinden. We hebben intussen #1 kennis

gemaakt met onze medepassagiers, de hr. en mevr. Graafland uit den Haag.

Ze gaan naar Bombay. Hij werkt op het Consulaat. Het leven op deze rommelige

vrachtboot kan hen niet zo bekoren. De mensen waren al 2 weken te vroeg in

Ge ma. Ze hebben hun buik al vol, vóór de reis begint. Ze hebben de cabine

bij ons OP het achterdek verlaten en èen hut. midships gekregen. Wij hebben

nu alle vier de cabines tot onze beschikking. Bij slecht weer buurten we

midships. Als het weer mooi is en stil, dan komen ze bij ons.

DINSDAGMORGEN vroeg gaan we de eerste haven al weer binnen. Het is LTVORNO.

Het stadje en de haven hebben veel geleden. Maar er wordt best gewerkt, al

zijn er slechts twee grote kranen en 6én kleine. Alles gebeurt, hier met

eigen kranen. We hadden een aardige lading in te nemen, maar WOENSDAGMORGEN

om 9 uur konden we al weer vertrekken. Wc mochten jammer genoeg de stad

niet in. Kakelen van ons lieten zich op de boot v/oor een pakje cigaretten

de haren afsnijden.

Met een politieman, die best Rooms was, want hij was gedoopt en gevormd,

en ging over een maand in dienst bij het Vaticaan, gaf ik mijn laatste

vanaf het vasteland mee naar huis. Ik hoon dat. hij me goed begrepen heeft

en op de brief ook een postzegel heeft geplakt.

Het vertrek uit Livorno ging erg gesmeerd. Het ging bijna te vlug. Het

scheelde een haar of we hadden in Livorno nog een paar weken vacantie gekregen.

De kapitein had haast. Hij wilde vlug de haven uit. Want de Consul

had vanuit Genua een dronken kok naar Livorno gestuurd om die naar Amerika terug

te brengen. Vóór die was aangeland, moesten we weg zijn. Het scheen dat ook

de loods wat wilde meewerken. Want het schin mocht al heel gauw op eigen

kracht meevaren. De wind deed ook zijn best. 's Avonds had de kap. ons nog

verteld dat de loodsen van Livorno de besten ter wereld waren, maar het

scheelde die morgen een haar, of onze loods had het schip te pletter laten

lopen. De kapitein greep in en de eerste stuurman liet met donderend geweld

de ankers vallen. We lagen een 30 meter voor de grote havenmuur stil. Het

was een spannend moment. Alles was wat te vlug gegaan. Het had de kapitein

zijn baantje kunnen kosten, want de kap. is verantwoordelijk ook al heeft.

hij de voorgeschreven loods aan boord, f let lijkt me niet zo erg konsekwent,

maar het is nu eenmaal zo. De kapitein moet luisteren naar de loods en als

het verkeerd gaat, dan krijgt de kapitein op zijn nek.

We moesten een naar honderd meter terug en toen kon het schip de draai pas

nemen. Op onze eerste tocht naar Genua waren we steeds trouw begeleid door

hele zwermen zeemeeuwen. Hier zien we ze niet meer.

Het is vanmorgen heel. rustig. Twee van ons hebben de cabine van de fm».Graafland

in bezit genomen. We hoeven dus niet meer met 4 in êën cabine te slapen.

Het zal in de Rode Zee wel erg benauwd worden. In iedere cabine is daarom een

fan (luchtvenerser) aangebracht.

We passeren Gorgona en Corsica, het geboorteland van Napoleon, Maar als we

Elba naderen, wordt de zee al tameliik onrustig. Bij het dinner blijven er 2

plaatsen onen. Een flinke dosis slaan besnaarde me 's nachts vele akelige

uren. 's Morgens was het 1 ffÜMELVAARTSDAG. Als een bezetene ben ik na de Mis

midships naar de brug gehold en zo wist ik me een uitstapje naar de railijig

te besparen. De zee wordt steeds onrustiger. De kleine hartversterking ter

ere van het feest bleef onaangeroerd. Niemand die een slokje lustte. Tot

aller verbazing hielden ze ook nog een reddingsoefening. Maar van het chorus

clericorum was niet veel present. Onopgemerkt gaat 's middags de vulkaan

de Stromboli aan ons voorbii,maar de woelingen van de onstuimige zee hebhen

- 37 -


in ons binnenste wel degelijk hun uitwerking. Oe etcnslust is ook zoekgeraakt.

Het regent en het is koud. Het waait en stormt dat het niet mooi

ïiieer is. En ondanks de kou, bivakkeer ik heel de dag buiten on het middenschip

en zoek daar naar verstrooiing die er niet is. Dat is zo ook geen

leven II Ik zoek miin heil maar weer OÜ het achterdek. Daar waren er al

3 bezweken. Het duurde maar een paar minuten...toen was ook mijn eerste

offer weer volbracht ï Stilliggend in mijn kooi, had ik daarna gelukkig

een goede nacht. ï-n toen ik Vrijdagmorgen 16 Mei wakker werd, was de zee

weer rustig! We naderen intussen de Straat van Messina* Aan de ene kant

het vaste land van Italië, aan de andere tent . N het eiland

CJciliÊ? waar de Landing van de geallieerden .'.'.'.'. . \ begon.

T t Is iammer genoeg erg mistig. We zien niet veel. We herinneren ons de

verhalen van de Scilla en de Charibdis. Alleen Odysseus ?,ou het gezang

van de Sirenen nogen horen. Hij stopte daarom de oren van zijn mannen

dicht met was. Maar om zelf niet voor de tovermacht van hun lokkend lied

te bezwijken liet hij zich met de sterkste touwen aan de mast vastbinden.

Wij varen er gelukkig rustig doorheen, maar we zien niet- veel van de

zingende nvmphenr die zoveel zeelieden hebben verlokt. Tussen de poëzie

en de werkelijkheid is blijkbaar een groot verschil. Want zelfs van de

aloude draaikolken konden we niets merken en ze zeggen nu dat de nymphen

verhuisd zijn naar de haven van Siracusa. Hoor de onderinding onderricht,

blijf ik heel de middag maar wat midships. Kr staat een stevige wind, maar

de zon maakt het verblijf midshins nogal dragelijk. Ik weet in elk ge\al

de kop boven water te houden. Stan en Arthcem timmeren er intussen iustig

op los en eer het avond is, staat er in de kapel een stevig altaar.

Zaterdag 17 Mei wordt het voor het eerst gebruikt. Het is mooi weer en

iedereen is weer op de been.

ZONDAG 18 MEI is het een dag van bil zondere devotie, firgens tussen Cicilië

en Alexandrië vier ik mijn 34e verjaardag. Het weer werkte mee en het was

echt gezellig on het achterdek. Mevr. Graafland zorgde voor een lekkere

ice-cfeam en f s avonds zaten we ook niet op een droogje.

Als je een 1500 kin. gevaren hebt, doet het je goed weer een haven binnen

te varen. De tocht was vanuit Livorno gesmeerd verlopen, ofschoon onze

maag zo af en toe zijn protesten had Jaten merken. De mannen on zee spraken

van een gunztige wind. We haalden gemiddeld bijna 11 knopen, d.i. zowat

17 Ion. per uur. Met afgelegde stuk was zowat even groot als de afstand van

Bordeaux naar Barcelona. Viif dagen en vijf nachten hadden we weer op zee

doorgebracht toen we Maandagmorgen 10 Mei de haven van Alexandrië binnen

liepen. Wat voor verrassing zou Alexandrië ons bieden ?

- 38 -


ALEXANDRIA

De stad heeft een flinke haven en ik denk dat je hier alles wat. Oosters is

bijelkaar vindt. Interessant is het om vanaf de boot op de kade te kijken.

Je bent net aangekomen of op de kade en on de boot wordt er van alles uitgestald.

De prachtigste spullen, het fijnste leer en niet duur....als je

maar dollars hebt. Ze praten in alle talen. Ook in het Hollands : "verdomme

...jij kope, jij hep veel geld...ollands geld ook goed " enz.enz. Kunstenaars

balanceren met een stoel on de neus en een kind van een jaar of 10 er botenop.

Anderen balanceren weer met twee wandelstokken op hun neus. Duikelaars springen

het water in, achter een muntje aan. Allerlei soorten goochelaars en

slangenbezweerders.

Wij hebben er uren naar gekeken, want vijf uur lang moesten wij wachten op

de kapitein. Hij was de stad in, om het nassagieren te regelen en om geld

te wisselen. We konden pas om 6 uur de stad in. We gingen twee aan twee.

Teder had wat te doen. De mensen hier, groot en klein, zijn voor de passagiers

ontzettend lastig. Ze zitten op je, als vliegen op een koeienvla. Je

moet van alles konen. Ze willen met je mee, zijn stuk voor stuk onmisbaar.

Tonen napieren, zijn van de geheime politie en zijn in staat je tassen en

je zakken te doorzoeken. Sommigen willen je mcetroggelen naar een hotel en

nouden foto's met de schoonste dames voor je ogen. Anderen scheuren je aan

je jasje of staan op je tenen. Ze blijven met hun karretjes een kwartier

naast je rijden of rijden rondjes om ie heen. Door weer anderen wordt je

er zowat ingetild. Kortom, eigenlijk een honeloze zaak als je daar tussen

terecht komt.

Nog onwetend van alles stapten Artheem en ik moedig en enthousiast de kade

op, blij dat we weer vaste grond onder de voeten hadden. Wij zouden samen

onze brieven gaan nosten. Het. begon al op de kade en we houden al heel wat

troubles moeten doorstaan, want een heel stel kwaie apen cirkelden om ons

heen. Aangemoedigd en bijgestaan door elke ingezetene, wilden ze ons van

alles aansmeren. Maar sommigen hadden ook duidelijk andere doeleinden voor

ogen. Sinds het vertrek van de Engelsen nam de vreemdelingenhaat met de dag

toe. Europeanen zijn alleen nog maar goed om ze uit te kleden en daar waren

ze al aardig mee bezig. Het begon bij ons van binnen al aardig te koken.

Maar wat doe je ? Als je er één een tik geeft, krijg je heel de stad tegen je.

Artheem had een kleur als een pioenroos. "Ik sla er op", zei hij. "Doe dat nu

niet, want dan komen we niet levend meer thuis. We moesten maar terug gaan

vóór er moorden gebeuren". Het kalmerend aanbod wordt aangenomen. We lopen

misschien nêt een meter of tien terug..."Potdorie ik ben mijn vulpen kwijt".,

en meteen keert de eerwaarde heer ^rthemius Huls zich om...achter de dieven

aan l Ren iongen zegt : "Ik weet wie het heeft gedaan " en hij komt het

slachtoffer edelmoedig ten hulp. "I know him : ik ken hem. Follow me : ga

maar met me mee". Fin de man stoof vooruit. Als een lokomotief liep de gedupeerde

er achteraan. Alles ging razend vlug en vóór ik het in de gaten had,

was ik een 50 meter achterop geraakt. Alle aandacht was op Artheem gericht en

op de man die voorop liep. De man schoot een zijstraat, in, Artheem aarzelde,

maar vatte daarop alle moed bij elkaar. Hn Mi "zichzelf moest hij ongetwijfeld

gezegd hebbeen : "ik laat me niet kisten. Ik ga mee." En hij volgde hem met

in zijn hart duizend angsten : waar zou dat jong me heen brengen ?

Ik was intussen het spoor kwijtgeraakt en...koos de kortste weg naar huis.

Tk ontmoette Stan en Huub die na ons toen juist samen de stad ingingen,

"Wat is er met jou?", want het viel hen op, dat ik als een dolle stier door

de straat Hen. "Waar ga je heen?" Ik vertelde hen hoe ik Artheem was kwijt

geraakt. "Ik ga naar huis. Ze krijgen mij met geen stok meer van de boot".

Ik nam de benen en dacht : de Heer zal wel over zijn beenderen waken, opdat

hij er geen van breekt (ps. 34:21).

Zij besloten toen een andere weg te nemen en schoten een zijstraat in. Ik

nestelde me.ergens op het achterdek en wachtte daar rustig op de dingen die

komen zouden. Het duurde niet eens zo erg lam», toen ik in de verte tot

mijn grote verrassing en vreugde Artheem zag aankomen. Als een casuaris zag

ik hem van de straat uit, de kade opstampen. Met grote stappen kwam hij de

boot op, en rood van kwaijigheid kwam hai bij me zitten. Zijn verhaal was

- 39 -


kort. Die iongen ging een zaakje binnen. Het bleek een Brits café te zijn.

De zaak werd verteld, de kastelein er bij gehaald. "Wacht U maar meneer,

ga even zitten en drink een potje bier". Het jong zou intussen de dief wel

even opsporen. Artheem vertrouwde de zaak natuurlijk niet en wilde ook niet

gaan zitten. Er werd een Hollandse jongeman bijgehaald. Ook die zei hem wat

te wachten 1 . Naar Artheem had er het lef niet toe. Hij wilde weg.

"Ik moet om kwart voor 7 op de boot zijn". "Op Uw werk?" "Ja !" "We zullen

zoeken. Komt U morgen nog even terug..." "Kom" zei ik, "laten we dan op de

goede afloop maar een goede Hollandse sigaar opsteken.Dat gebeurde, maar de

afkoeling verliep minder snel. Ik heb toen maar gauw een Hollandse borrel

gehaald om de alternatie wat af te spoelen.

We zaten nog niet lang of er kwam al weer ander volk thuis. Waren wf_f thuis

gekomen rood van woede, nu kwamen Huub en Stan thuis, nog hijgend en krijtwit

van emotie. Rij hen was het een schoenpoetser, die het ( m had geflikt.

Zij waren een stil straatje ingeslagen, maar het duurde niet lang of ze \verden

lastig gevallen door iemand die maar bleef zeuren over schoenpoetsen.

"Meneer, ftw broek is vuil....en Uw schoenen ook." Dat vuil maken, flikken ze

'm dan ongemerkt door een flesje rommel langs je heen te gooien. Ze beginnen

dan meteen al te borstelen..."Schoenpoetsen menöer ?" "Mee". "Heb je geld

bij je ?" "Nee ?"...Meteen staat het suiet met een mes voor hen. Wat moeten

we nu ? Iemand hier overhoop steken is hier zo erg niet...Huub had slechts

één biljet in zijn zak, maar dat had een waarde van $ 4,-. Het kwam er even

uit...en weg was het. De man natuurlijk ook...

Afodias was met Hiep in de namiddag het eerst op pad gegaan, zii zouden

zusters zoeken voor de was. Ze 'kwamen terecht bij een pastoor die hen een

ioneetie meegaf" om hen hii de zusters te brengen. Hij was daar misdienaar.

Zij mochten de was direct wel brengen, want de volgende dag moesten ze toch

wassen. Het zovi zeker dinsdagavond'klaar zijn. Zij gauw naar huis, om het

zaakje er heen te brengen. Maar bij de havennolitie moesten ze alles op tafel

leggen, daarna mochten ze doorgaan .Hl'ij kwamen ze' thuis, toen hoorden ze dat

ons vertrek vervroegd was. Morgen half drie. Ze moesten meteen rechtsomkeerts

om de zusters te vragen,of de was om 12 uur al klaar kon zijn. Ik gaf Abdias

tevens de oost mee met het verzoek : "vraag maar of de zusters er voor willen

zorgen, maar betaal de nostzegels". >)e zusters wisten met die buitenlandse post en

hetgejwicht ervan geen raad. Maar in het gebouw voor Britse zeelieden kwam

alles voor elkaar. De was zou klaar zijn. Maar toen die werd ongehaaid kreeg

Abdias toch nog een steen naar hem t.oegegooid.. .maar die leek bestemd te zijn

voor een hond die met hem was meeeelonen.

Dinsdagmorgen is Artheem toch nog even naar dat café" geweest. Natuurlijk

geen Tien te bekennen. Het lijkt dat ze dat lokken naar enfe's ook wel doen

om on die manier klandizie te krijgen. •

We kregen deze morgen ook de consul nog even op bezoek. Dat ze hier stelen

als de raven, was voor hem peen nieuws, Hjj begreep best dat we de afgelopen

nacht alles achter slot en qrendel hadden. Alle kleren in de kastjes, patrijs-

"noorten dicht en zelf zaten we helemaal ongesloten, terwijl we zo hard frisse

lucht nodip hadden.

De consul feliciteerde Artheem dat hij er OP de pen na, toch nog zo goed was

afgekomen. HU vertelde ons nog enige staaltjes van kunnen. Hen hollandse

nnter, die hier in de oorlog veel gedaan heeft, zat met een engelse officier

te nraten en zei hem : "doe ie vulnen toch weg," "dat wil ik zien of ze hem

van mi i zullen


ii alle bootrezigers een zaak van wereldfaam. Om ons in deze stad voor

troubles te behoeden zou de consul even bellen naar zijn ambtsgenoot aldaar.

"Jullie hadden me direct moeten bellen" zei hij "dan had ik jullie ook kunnen

helnen". Ja, dat is maar een weet l leze consul bleek zeer behulpzaam

te zijn en voor boodschappen die gedaan moesten worden, gaf hii personeel

mee. "Daar ziin we voor", zgi hij. Of het in Port-Said ook zo zal zijn...

we zijn benieuwd l

DINSDAGMIDDAG 20 MEI verlieten we om half drie Alexandrië. Maar een paar uur

vóór we vertrokken kwam er nop, een minder plezierige verrassing op ons af.

Haar zouden vóór het vertrek nog even vier passagiers bijkomen. Een rijke dame,

een iongeheer en een echtpaar..,en er was nog maar één cabine op het middenschin.

Gelukkig is het echtpaar niet gekomen, maar die jongeman werd neergepoot

in een van onze cabines. Met gevolg is dat we nu weer met vier man in

één cabine slanen...en dat met de Rode Zee vóór ons. Het was in Alexandriè

al zo warm I Wat moet dat worden ? De officieren vinden het een schandaal...

maar de maatschappij wil verdienen. Oeze kapitein wil bliikbaar een wit voetje

hebben, zeggen ze. Maar wij ziin wel de kees !1!

WOENSDAGMORGEN 21 W-I lagen we gemeerd in FORT-SAIO. Vanaf de boot gezien een bui

tenew woon mooie stad, Als je het kanaal binnenvaart, wordt je er stil van.

Haar stond toen aan het begin nog het machtige heel van de man die dit reuzenwerk

verricht heeft : Ferdinand de Lessens. Alles is met de hand gegraven.

Maar hoeveel mensen hebben er het leven hij gelaten ?

We mochten hier niet aan wal. Het was de moeite niet waard, want. om 12 uur

zouden we al weer vertrekken. We konden het winkelen bij Simon Artz dus wel

vergeten. De kapitein krijgt haast. We passeren het mooie Ismailia. We zien

een naar nederzettingen met een paar echte lieve katholieke kerkjes. Zelfs

nog ergens een sroorweg over het kanaal. Alles nog wel uit de Franse tijd.

We gaan door het Bitter Meer op Suez aan. We hadden Suez graag gezien, maar

we gaan er in de nacht in alle stilte aan voorbij. De convoo.ien hebben ons

tot nu toe weinig oponthoud bezorgd.

LAS VINKEN IN EEN BRAADPAN

Ongemerkt varen we DONDERDAG 22 MEI de Hol f van Suez binnen, we zien aan beide

kanten alleen maar woestijn, 's Avonds zitten we op de hoogte van de Sinaï»

maar de nacht valt en we zien er niets van. ilet duurt niet zo lang meer of

we zien overdag alleen maar water, water, Rode Zee-water. Een plas water die

149 mijl breed is. Halfiveg.de Rode Zee nasseren we links Mekka. Van de Egyptenaren

die in dit water verdronken zijrij merken we niets. Meer dan vier dagen

duurt het nog eer we in Aden zullen zim. He temperatuur stijgt bijna met het

uur. Het is of we door een kokend meer varen. Het Mis lezen is bijna geen doen.

Je staat doornat aan het altaar. We dienen mekaar ook nog. Maar af en toe moet

je wel even weglopen, want een uur achter elkaar in die cabine houd je niet.

vol. Gelukkig vinden we in de buurt van de hut zo af en toe wat schaduw. Tegen

de avond nemen we ons bed on en gooien het dan ergens op het dek neer.,

ZONDAG 25 MEI is het PINKSTEREN. We vieren het met een gezongen 11. Mis in de

diningroom. 'Vlies van buiten, want boeken hadden we niet. Het deed ons goed

dat. alles zo keurig verliep. We hadden echt een beetie Zondags-idee. De kapitein

was aanwezig en ook de 1e Stuurman. Twee matrozen in de houding naast het

altaar. De hr. en mevr. Graafland waren er ook. Jammer dat het zo warm was. De

kaarsjes smolten op het altaar. Gelukkig stond de ijskast er vlak bij, Vier

minuten inde ijskast en dan weer vier minuten op het altaar. Zo hadden we de

langste tiid toch kaasticht titdens. de dienst. De temperatuur was naar schatting

96-97 gr. Fahr. We waren door en door nat. We voelen ons als vinken in een

braadnan. ^et Zeewater was gister om R uur in de avond, 92 gr. In onze hutten

lien het tegen de 100 en on het dek in de zon, was het 116 gr. In de machinekamer

was het 124-126 gr. en men zegt dat het hier over een maand nog voel

wanner is. Je moet nog al eens van henrnie verwisselen. Als ie je even over het

dek waagt om te gaan eten, alles is ijzer, kan je bij je terugkomst je hempie

wel uitwringen. Een mens in deze warmte doet je soms denken aan een slak, die

- 41 -


met -wat zout op ziin rug-in het zcnnetie ligt : je bent een en al vettigheid.

Vte boot helpt er wel aan mee, want alles is even vies, stoffig en roestig.

Overal hangt een vette olielucht. Je bent totaal niets nut. Met veel dingen

moet ie jezelf ook maar redden. Je doet maar net of ie thuis bent en daar

neemt ook in de diningroom niemand aanstoot aan. Als je zin hebt snij je een

boterham of brouw je een kon koffie of thee. ftikwiils moet ie eerst nog een

kopie zoeken. Er is hier ot> deze boot heel weinig van dat spul. Door de stormen

is er bliikbaar veel gebroken of het is on een of andere manier zo langzamerhand

verdwenen. r>e rantsoenen on de "Stenhan Keamy" ziin zowat net als op de

"fidmund Fanning". Vanwege de warmte hebben we gelukkig een naar keer een koud

supner gehad. Dat is niet zo zwaar en dat doet je daarom goed. We hebben ook al

eens inktvis gehad, maar daar vond ik weinig smaak aan. Dikwijls krijg je iets

in ie buik.«.wat 't is mag Joost weten. Wat overblijft qaat allemaal over boord.

In


Katholieke Arabieren ziin er nractisch niet.. He paters zaten er al een hele

txirl...te wachten op bekeerlingen. Je zit daar dan fijn als Bisschop omdat

Rome' de Kerk overal present wil stellen. Hier missionaris te zijn lijkt me

ontzettend zwaar. Vruchten van ie werk zie ie practisch niet. De Moslem -

Arabieren zien je eenvoudig niet staan.

Toch waren ook deze Paters er op uitgestuurd en er toe bestemd vruchten

voort te brengen (Jof.15,16).

Later on de Wisselmeren heb ik dikwijls aan deze paters gedacht. Ze hadden

het misschien zwaarder dan wij. Hen mens die vruchten van zijn werk ziet,

kan veel aan. Je kracht groeit met. de dag I Naar de mens gesnroken, wel fijn

dat te mogen constateren ! Onze hosties waren zo goed als op, maar de patjers

hadden slechts 25 kleine hosties in voorraad. De koster was evenals de

huisknecht.een Moslem, maar hoewel het snikheet was, ping hij voor ons nog

even aan het hosties bakken.

Voor 'Wen was het nu de warmste tijd van het jaar. Hr stond geen zuchtje wind.

Toch wilden we in de avond nog wel even winkelen. De paters gaven ons een

knechtie mee. He mensen waren hier niet zo lastig als in Alexandrië, de Britse

nolitie was sterk vertegenwoordigd en hield hen poed in de gaten. De jongen

die met ons meeliep werd er dan ook netjes tussenuit genikt en gevraagd wat

hij met ons wilde uitspoken. Het liep voor hem nogal goed af.

!)e Joden hebben hier de grootste shops. Vanwege de 2e Pinksterdag waren er

dan ook vele winkels gesloten. Maar Mi enkele zaakjes konden we nog terecht.

Goedkoop als nergens. We slaagden dan ook best. Je kon alles vrij kopen en -

behalve whisky - meenemen naar het schin.

Met mijn witte pantalon - nog gered van de "Kdniund Fanning" - leek ik op de

boot, vanwege de roestvlekken, wel een bonte ïïoe. Ik had ze al eens met witte

verf behandeld. Een paar nieuwe witte broeken waren dus niet overbodig. Ik kan

nu weer verschijnen. Ik kocht hier ook nog een rozenkrans van een MohammedaanI

DINSDAGMORGEN 27 MHI verlieten we om 7 uur Aden, na weer een heerlijk nacht je

op het dek geslanen te hebben. Gelukkig moesten ze in onze buurt niet laden of

lossen. De cabines moesten zoals gewoonlijk in de havens secuur gesloten. Wat

je niet kon missen zoals sandalen, bril, sleutel, enz., lep je dan maar vlak bij

ie of onder het hoofdkussen.

Fr ligt nu een waterweg van 1472 mijl vóór ons. Hat. is zes dagen en nachten

waterl Hoor het afsluiten van de hutten was het dinsdagmorgen daar zo warm, dat

je OP de vloer wel eieren kon bakken, 'n smeltkroes gelijk. Van Mislezen kon

niets komen. De kaarsen die we nog hadden waren in de kast tot een hoopje was

geworden. Al. vele dop.en staat overdag de zon recht boven ons hoofd.'s Avonds

is het om half zeven donker, Dinsdag zien we in de Arabische Zee vliegende

vissen bij de vleet. Ze zijn een armlengte groot, Met de warmte wordt het gelukkig

weer wat beter. Hr is een frisse wind merkbaar, maar overdag kan het

nog knap toe.

Europa ligt. achter ons. Afrika met figvpte en 't zo bekende Somaliland zijn we

ook al weer gepasseerd. We zi in al kilometers ver van de Arabische kust verwijderd.

De kerels met de zwarte snoeten en broeken aan, waar Volendammerbroeken

kinderbroekies bij ziin, do zwaar gesluierde vrouwen, we denken er nauwelijks

merrr aan. We zijn verlangend naar weer een nieuw land en een ander volk. De

boot haalt intussen 13 mijlen per uur, een record l liet. is nu om half acht

donker, want de klok is weer eens een uur verzet. We gaan weer wat naar het

Noorden en zien het Zuiderkruis nu in het Westen.

Voor de afwisseling houden we Donderdag om 1 uur een reddingsoefening.

De oevergang van de Perzische Golf naar de Arabische Zee bracht meerderen van

ons weer in een moei!lik narket. We ziin geen van allen meer 100%. Na de reddingsoefening

kan er geen dutje meer vanaf, want er was geen plekje schaduw

te vinden. Je leefde met de angst dat er straks op de gloeiende plaat ijzer

ergens alleen nog maar een vetvlekje van ie te vinden zou zijn,

Vrijdag 30 Mei is het helemaal om te stikken. Nergens een briesje wind te

vinden. Het lijkt er weer on dat we in de Rode Zee zitten.

On een boot als deze loopt in deze hitte bijna iedereen halfstok. Maar aan

tafel verschijnen de officieren toch nog met een hempie aan. De kapitein vergeet

WP 1 wns «vj ander broekie aan te trekken, maar in een onderbroekje smaakt het

- '13 -•


eten hem ooïc wel. OD een Hollandse boot is zoiets ondenkbaar. Het eten is nu

net als dat van de winter op de "Edmund Fanning". Dus veel te zwaar voor deze

warmte. De steward gelooft het wel. Hij had er misschien op gerekend onderweg

een eilandie met verse groenten tegen te komen. We eten nog steeds winterkost.

We gaan al eens aan het rekenen en zien dat wil Zondagmorgen in Karachi kunnen

zii.n. Zijn we dan halfweg? Van Karachi af hebben we nog zo'n 5S00 km. af te

leggen. De afstand van Genua naar Karachi is in elk geval korter. De Heer en

Mevr. Graaf land geven een afscheidsavond;] e. Ze hebben de reis er bijna opzitten.

Vanuit Karachi gaan ze met de trein naar Bombay. Niet te zeggen, dat ze blij

zijn deze boot hun rug te kunnen toekeren. De bemanning is zo'n beetje begonnen

de boot wat on té schilderen. De vieze vuile grauwe oorlogskleur gaat er nu

eindelijk af. Maar of nu alle roest en vuiligheid ook verdwijnt ? We betwijfelen

het. Je bederft al te kleren. Het is bijv. onmogelijk om vanuit onze cabines

in een witte broek naar de diningroom te gaan. Zonder scheuren kom je er misschien

af, maar zeker niet zonder vlekken. Het. is mij geloof ik nog nooit gelukt

om met schone handen aan tafel te komen. Wat je ook aanpakt, het is zwart.

Ik trek nog steeds deftig mijn roodbonte broek aan, als ik ter tafel ga. Mijn

nieuwe broeken zijn voor aan de wal. Mijn overhemden hebben ook allerlei gore

kleuren, het midden tussen rood, wit en zwart.

Een heerlijke nacht op het schommelende dek brengt ons weer in de Zaterdagmorgen.

De zee is wat wilder. Dat komt door de stuwing uit de Perzische Golf. Gelukkig

moeten we daar niet in. De warmte moet daar onuitstaanbaar zijn. Of het een

andere schommeling is, of dat we er nu tegen kunnen, de vissen worden in elk

geval door ons niet meer gevoederd. Het stikt hier van de vliegende visjes, kleine

zilverkleurige krengetjes. Ze vliegen soms wel 20-30 meter. Het lijken wel

vogeltjes. De stuwing van het water tegen de zijkant is nu zo zwaar dat we 2

mijlen per uur minder varen. De neus van het schip wordt steeds uit de koers gedrukt,

ivè zullen dus een paar uur later in Karachi aankomen.

We hebben de paters alvast een telegram gestuurd. Het is altijd mooi als je

van tevoren weet dat ie een paar loge's krijgt. We hopen tenminste dat er plaats

is, om daar weer eens heerlijk te kunnen slat>en. Want op de boot is het zeker

in de haven bij deze warmte geen leven. Drie dagen geen boot en geen water i

BRITS INDIE;

Zo heette dat toen nog. Nu spreken we van Pakistan en India. We maakten er

kennis mee in Karachi en Bombay.

ZONDAGMORGEN 1 JUNI tegen een uur of elf kwamen we dansend over de golven

Karachi binnen. Pater Valens Wienk superior Eccl., br. Prosper en een Brits-

Indische medebroeder stonden al op de kade. Ze hadden denk ik van alles maar

wat gestuurd, want ze wisten niet precies wat voor confraters ze mochten verwelkomen.

Ook hier teerden we weer allerhartelijkst ontvangen. Want het Noord-

Hollands Dagblad had hen ook hier al van onze avonturen verteld.

We gaan meteen naar de mooie St. Patric kathedraal waar ook het klooster ligt

van onze paters. Vóór de kathedraal staat een groot H.Hart-monument. Daar in

de buurt staat ook de mooie high-scool, een voor 1600 meisjes en een voor

evenzoveel jongens.

Er is in Karachi veel te zien. Veel wat erg vreemd is voor onze ogen. Allereerst

va"; op dat het in de straten wemelt van koeien. Ze leven van eten uit de vuilnisbakken,

ze zijn blijkbaar allen lid van de stadsreinigingsdienêt. Ze lopen

er dag en nacht rond als hondjes. Iedereen laat ze begaan, want in de ogen van

vele Brits-Indiers zijn het heilige beesten. Maandenlang kuieren ze in de straten

zonder dat de eigenaar er naar omkijkt. Nooit komt het voor dat zo'n beest gestolen

wordt, Die koeienvereerders worden, denk"ik, vooral gevonden onder de

z.g. Parsies. En de heiligen onder hen aarzelen niet zich in te wrijven met

datgene, wat zo'n beest dik of dun laat lonen. Die heiligen zijn de meest

vieze kerels die er rondlopem Ze laten haren en baard groeien (vrouwen kunnen

daarom blijkbaar niet heilig ziin ) ze dragen een paar todden om hun lendenen

en smeren zich in met allerlei vuil.

Behalve koeien en heiligen zag ie ook veel kamelen, vrouwen met potten of

snanden op hun hoofd en heel veel blote kinderen die evenwel altijd nog wel

iets om hun hzjpen hebben. Soms is het bandje wit, soms bruin. Ik denk naar

gelang ze sympathiseren met de derde orde van Franciscanen of Dominicanen.

- 44 -


PikwiUs dragen, ze een nikkelen of koperen kettinkje. Met staat in elk geval

toch gekleed. In Karachi wonen nogal wat katholieken. Meestal zijn het Goanezen".

ik. geloof niet dat Ik ergens zulke goede bidzielen gezien heb onder de

Christenen ais in Karachi, Maar'in tegenstelling roet bijv. "Rome was in de kerk

alles ingetogen, stil en heilig. Het Anthoniuslof was stikkend vol. en 's morgei

in de missen ook steeds veel volk. Mannen en. jonge kerels ontbreken niet. Ook

door de dag Kitten er steeds mensen in de kerk, ïn Karachi bezochten we verschillende

kerkjes waar onze medebroeders werkten. Op de rand van de woestijn

bataóiten we het, studieklooster. Negen hollanclse fraters - waaronder Zepherirms

.de Mati» bekend uit N, Niedoro - en 9 Brits-Indische fraters ontvangen daar

hun ooleiding. Ik ontmoette daar ook water Lobo» het Brits-Indisch pastoortje

die in onze tijd in Wyehen noviciaat naakte. Hij was er vicarius.

In Karachi.- ontmoette ik ook pater de Moei uit Venhuizen. Voor het eerst van

mi in leven ging ik hier op ecsi avond, 'kiiken naar een hockev-rnatch. 'De beste

teams uit Brits Indië spelen.het liefst o» het veld, van de St« Patrioschool,

We hadden het hier bii onze paters reuze fijn. ,ïn Karachi heb ik geen. grasswietie

ki.in.tien ontdekkers.» Het was er alles 20 kaal als een luis, Hier en

daar alleen, wat bomen zoals -rond ons klooster in de stad en rond het studie- . ;

buis» De fraters die met ons -in. Wyehen Dec. '46 hun afscheid vierden, hadden in

het halfjaar dat 2e er waren nog geen druntsel regen gesden. Het regent in Ka~

rachi als regel tisaar 2 é. 3 dagen in het jastr. Dan sijn er de z.g. raoesons.

Alles smelt dan van de straten. Deze regen wordt eind Juni verwacht. Dan is

de natuur ontzettend warm en drukkend en de zee is clan erg onstuimig en. woeste

In KarfteM was hettrouwens ms al stikkend heet en overdag was het voor ons geej

doem. cm #en wandelingetje te maken, De tropenhelm kon hoofd en leden, niet koel

houden.* Gelukkig kregen we elk een lekker dun wit tropenpijtie' aan. Dat. was

heerlijk. Maar de tijd ging door. De koek was weer op* De drie dp.gen in Karachi

tvaren weer om*

ViOÏMSOAGMÖftGEN 4 JIJNT sou onze boot weer vertrekken> OP. 1.2 uur. We moesten dus

mi elf uur present ziin o?3 de kade. De meesters gingen met de tram» begeleid.

door enkele medebroeders. Ieder hield de tropenpij aan om bii de douane geen

-Moeilijkheden te kriigen. Daar ik toevallig de oudste was mocht ik met Pater

Valens in de auto van het klooster rneeriiden. We waren er trrecies cin elf uur.

Maar alles *!&$• in ren en roer. Want de boot: stond or» het punt «1 te vertrekken

Je zal het meemaken II Het is toch nos geen 12 uur, zoals was afgesproken.

Wat was er gebeurd ? T)e loods was aan. boord gekomen. '13e éb begint 20 !t had ie

gelegd, "direct vertrekken anders kan liet niet v66t morgen". En dat. kost de

müatscha'fjnii geld, "IVaar 2i1n de andere peters?" riep de kapitein al vanaf de

brug. De eerste stuimrian kwam al naar me toehollen o;n de kade. De tweede ook al

"Ze komen 20",, z-ei ik "wet de tram" Maar die was van daaruit, niet. te sien, Pe

toiMen meteen al lós.t^ejnaafet en ik stond daar troedersiel alleen op de toot.

'"Ze konten zo J M Net wilde èe kapitem het sein geven om te vertrekken» toen zo

in de verte heel rustig kwamen aankuieren. Wij scb.reeuwen : "Kom l Kom I

Schiet op 2" Ze waren nog net op tijd. De laatste roet was nog snaar net op de

boot of de treeplank •werd naar binnen gehaald,..We gingen al. De paters die

hen uitgeleide hadden gedaan konden het kotvje koffie op de boot wel vergeten,

De geleende pijen konden nog net op de kade worden gemikt en daar ging het.,..,

naar Bombay j

Het. is naar Botnbay t.oe n?a.ar een 'korte trip-s triaar wij maakten, die trip net. in de

overgang van de droge tijd naar de natte roesons. De lucht, was'benauwd, en warm

De zee tameliik- nw en ik moest mijn troost al weer op bed toeken.

VRJCJDA.CMfDDAG 6 Juni kwamen we in Bombay aan. In Karadii hadden we gehoord, dat

er in ISombay een Engelse Frmiciscaan zat, rector van een high-scool voor meisjis

Het >?as dn.ik net de schepen in d.e haven, sodat we pas Zondag in dok konden gab

Dan lip, je daar waar in zee te braden on ie schip,'Om kapotste gaan. l Twee gaan

er met een 1:>oatje naar de wal. Die onkosten moéten er mar a£. Je uwet trouwens

wel een visie uitwerpen om een snoek te vangen. Se gingen die pater Franciscaan

opzoeken en zien of er hij hem misschien plaats was voor enkele logé's. Na ee:.i

paar uur komen de twee terug. We kunnen allemaal, slapen in de refter van de

rrseisies, want die aijn op vacant i e. 'De susters, •weer Pranciscaines de Marie»

söullen ons hartelijk ontvangen. Het ims voor mij een. bevrijdende boodschap dit

schip weer gauw te ruogen verlaten. Want Ik voelde de ivannteskruinen in de raven

- 45 -


al"als bonkige stieren op me afkomen» Ik zag al hoe ze mij als de buffels van

%san zouden omsingelen en hoe ze hun muil als verscheurende, brullende leeuwen

naar mij zouden opensperren (ps.22,13")".

Maar deze angstaanjagende warmtebuien «ingen nu gelukkig aan mij voorbij. Juist

toen we van boord gingen krees ik de eerste post van huis. ! ; ,r was wel post verstuurd,

maar die was in Men te laat aanrekenen en nu naar Bombav doorgestuurd.

Aan een piinliike onzekerheid was nu een. eind gekomen. Zus Lino was op 27 Mei

gestorven , net even 30 ianr oud. Ze hield van het leven. Hen heldin in haar

ïiiden. Het zonnetje in huis. O.L.M, wij danken 11 zo'n lieve zus gehad te hebben.

RO>*RAY heeft drie en een half millioen inwoners. Rr is veel te zien : modern,

maar ook veel dat autochtoon is. M ensen van allerlei ras lonen er rond. Je ziet

er Hindoes, Mohammedanen, Parsi's enz.. Je ziet er lopen met rooie of zwarte

ronde plekken on hun hoofd. He vrouwen Ionen er sierlijker bij dan ik Karachi.

Je ziet er velen met ringen en medailles in hun tenen, beneden de enkels of aan

hun neus. Soms is dat een teken, van stamverschil, soms ook gewoon een ornament. -

Vele mannen dragen geen broeken en de vrouwen ook geen lurken zoals bij ons.

He mannen knopen een doek om hun beunen en de vrouwen draaien die om haar lichaam

en zo tot over bet hoofd. Oikwijls heel vreemd. Ken heel stuk van de rug en de

buik is onbedekt en de benen dikwijls ook.Ze lopen bijna allemaal op blote

voeten. Van achteren dikwiils een koddig gezicht.

Je ziet moderne grote zaken, maar ook piepkleine winkelties, zo groot als een

tafeltie. Haar zit dan dikwijls zo'n vieze vent met zijn zweetvoeten in, lekker

OP zijn hurkies. Hele troenen vrouwen en kinderen zitten hurkend op straat, met

allerlei koopwaar rondom hen uitgestald. Soms zitten kerels met de "lekkere"

eetbare spullen, uitgestald tussen hun benen of achter hun zitvlak. Groenten,

besmeerd met zoet of zuur. Rn bij het klaarmaken zie je tegelijk hier en daar

en overal krabben...maar men eet er lekker van II Zo zitten er honderden op

een riitie, op de grond, op een verhoginkie of in een keldertie waarin ze zich

hurkend üunnen omdraaien. Och, ie moet het zien. Het is niet te beschrijven.

Je ziet er Leuke straaties met kleermakers, koperslagers en blikslagers, timmerlui,

schoenmakers, goudsmeden enz.enz. en alles zit in die benauwde hokjes te

werken. Kappers zitten in grote riien OP de "rond of OP een tafeltie met een

afdakie van hout er over heen. Hurkend tegen en over de klant wordt er dan geknipt.

Bij honderden slanen de mensen onder de bomen, in de portaaltjes of langs

de weg, tegen de huizen. Je struikelt er dikwijls over. Heilige koeien en heilige

mannen (Heilige vrouwen zag U; ook hier niet) horen ook hier bij het straatbeeld.

Ook bier zag ik on het trottoir van een brug zo'n heilige liggen. Helemaal grijs I

Ik dacht eerst dat het een geraamte was, maar hij leefde en vroeg om een aalmoes.

Languit in de brandende zon Ing hii daar. Iedereen loopt er rustig om heen. Er

ziin er die zich rustig een 48 uur laten ingraven. Vandaar die grijze kleur I

Wii zagen in Rombay ook een prachtig landgoed, alleen toegankelijk voor

Parsies. Haarbinnen ligt een mooie temnel en op het plat van een grote toren

leggen ze de lijken. Ze begraven ze niet, maar geven ze ten prooi aan-de gieren

en andere roofvogels.

We bezochten ook een artis. K %ar dat viel tegen. Wie denkt er nou in een artis

in Bom^av een kameel enz. te zien ? Ik dacht er een varken te zien, een schaap

of een konijn enz., kortom Buropese dieren. Mee, dat viel erg tegen !

Mooier waren de z.g. "hanging gardens" : de hangende tuinen, maar een achtste

wereldwonder vond ik het niet. Dan moet je, zegt men naar Babyion. Hier waren

het gewoon dieren uitgeknipt in heiningen en boomstruiken.

In Bombav hadden we ook voor het eerst gelegenheid om eens te zwemmen. Ik kon

het resultaat' van Genua hier niet overtreffen. Toen ik na een avondwandeling

de engelse pater vertelde waar ik geweest was : een straat barstensvol mensen

met om de 30-40 meter een Politieagent, toen zei hij : "Wees maar, erg blij

dat je heel bent thuisgekomen,"


MOEDIG VERDER


EVEN VAN BOORD


OP NAAR STNfAPOTU:

Na een week ver1i eten we BomKiv,

ZATERDAG 14 JlfNI gingen we de grote plas weer on. He trip naar Oalcutta wordt

gelukkig geannuleerd. We laten ook Uangoon (Birma) en de Golf van Bengalen

noordel lik liegen. We koersen de Indische Oceaan on richting Malakka.

In plaats van 2000 ton hebben we nu 6500 ton bij ons, hoofdzakelijk katoen.

We zijn nog wel niet vol, maar liggen toch heel. wat zwaarder. De zee was rustig

maar het was nog behoorlijk warm.

Toen de fam. Hranfland vertrok, kwam hun cabine OD het mi.rldensch.ip leeg. Met

algemene stemmen werd die toegewezen aan Hut tb en ondergetekende. Het was echt

goed bedoeld en door ons dankbaar aanvaard. We hadden ook minder last van de

schommelingen, maar in de cabine was het. om te stikken. Heen zuchtje wind.

De oude cabine 'He we on het achterdek hadden en met. ziin vieren deelden, gaf

bij gunstige wind nog wel eens wat frisheid.

De eerste nacht na Hombav. Ik kon niet slapen. Ik ping om half twee eens naar

het achterdek om een ligstoel te zoeken. Tk vind alleen slanende medebroeders.

De ligstoelen 1 ismen binnen. Maar ze hebben de fleur on slot. Maak ze dan maar

eens wakker. Tk terug en dacht aan de hangmat die ik met Abdias voor onze laatste

Hollandse centen in Bombav gekocht had. Rr werd gauw een plaatsje gevonden en

al-heel gauw si iet) ik als een nrins. Ongemerkt begon het te spatten.. Ik voelde

me denk ik heel fris. Hiar...dc touwen begonnen door te zakken...en na een paar

minuten zat ik letterliik met mijn gatie in het water. Hen klein moesonnet ie l

In de cabine was het 92 gr. 'te komende dagen waren we geen van allen 1001 . Ik

was er gewoonweg beroerd aan toen. Was het zeeziekte ? Ren week lang leef ik op

een naar sneedjes brood en wat. water. Van al het eten kan ik wel spuwen...en de

anderen met mii. " r e zoeken ons heil dan ook dikwijls op bed en proberen het in

elk geval met een flinke middagdut weer wat goeH te maken. Van het personeel zijn

er ook een heel stel die zich lang niet goed voelen. De overgang van het weer

wreekt zich blijkbaar in de maag.

We zijn maar eens isrezen klagen : bonen, bieten, wortelen, zuurkool en dan al dat

zware vlees. Dat is toch geen eten voor warme dagen. De kanitein geeft de kok de

schuld en belooft in een volgende haven verse groenten te zullen kopen. We leven

dus maar weer met hoop. Intussen krijgen wo in elk geval 's avonds kaas en kinnen

we een lekkere hollandse boterham nemen.

Van Bombav naar Singanorc zijn acht .1 tien dagen.. .niets dan water.. .water en

dan geen van al Jen fit..stikkend warm ! Je hebt allen behoefte aan afleiding en

ie vindt er geen. Ik wou het eens nroheren. "Artheem", zei ik, "zullen we eens

een potie natience snelen" "Ja, dat is wel iets" Maar...ik kon nergens mijn

patience-kaarten vinden. '11i hield erg van schaken. Het was ook geen weer om

een nartiïtie te gaan knokken. De tetnnerattiur was juist erg geschikt om maar

heel stil achter een schaakbord te gaan zitten. Daarom vroeg ik hem : "zullen

we maar eens een notie gaan schaken?" Ja, daar had hij ocht wel eens zin in.

fïraag l Rn hii ging ziin schaakbord halen met het blikken doosje met de stukken.

Teruggekomen gaf ik hem nog een hollandse sigaar. Met een trek van voldoening

werden toen de spullen on het tafeltje gezet. De mouwen werden opgestroopt en

Artheem opende het doosie met schaakstukken..,.hij trok wit af...door de warmte

waren de ebonieten schaakstukken bijna allen tot één klont geworden,..behalve

een naard dat meteen on ziin gat viel en de koningin die meteen de grond kuste.

Verder kleefde alles aan elkaar, één vormeloze massa ï Zo ging ook deze pret

weer gauw over. Na een kwartier bood ik aan een grammofoonplaatje te.gaan

draaien. Ze vonden het een goed idee. He zaak wordt gehaald. D'r wordt gedraaid

maar de nlaat wil niet lonen. Ook deze poging mislukte. Hr kwam geen muziek uit.

Later bleek dat. gelukkig niet alle njaten bedorven waren. De dagen verliepen

traag en somber.

Donderdagnacht dreigde het heel somber te worden. Het had maar een beetje gescheeld

of we wnron weer naar Bomba'v teruggevaren. De ternneratiiur daalde die

nacht in onze cabine tot 88 gr. Het was geweldig. Hr kwam een lekkere frisse

wind naar binnen. Ma ar.... het ging met het schip helemaal fout. Na een uur kwam

men er achter en er werden direct, maatregelen genomen. Het bleek dat de man aan

het roer de richting kwiit was. liii had te dien in het glaasje gekeken.

- 48 -


Er lag die nacht pok een vliegende vis or) het dek» Ze werd aan Flosjc, onze

enigste vrouwelijke nassaiüere gegeven.,.aan tafel...

Na een week waren we eindeliik aan land. Blijkbaar een paar eilandjes van de

Nicobarengroep, vlak vóór Suntatra. We naderen de STUW VAN MALAKKA, die nog

al breed en lang is. We zien zelfs geen land meer. We varen er twee dagen lang

doorheen, öovallend was dat we ons allen meteen een stuk heter voelden toen

we de Straat van Malakka binnen voeren. Zelfs onze Hutib was weer zowat tot het

peloof der vaderen teruggekeerd. Hij durfde evenwel de Mis nog niet te lezen,

maar ging wel te Communie. We eten nu al heel wat beter. l : .n...het water is

spiegel


EEN MOOIE POKKESTWEK

Fr was rond ons schip gelukkig ook nog wel wat afwisseling. Vanaf de bootjes

komt er van alles op ons schin. Het Hikt wel een markt op het dek. Ik kocht

maar v


Zaterdagmiddag moeten we de stad in om hosties. Wc zijn met zijn drieën. We

komen terecht bij de naters van de vreemde missie van Parijs. Ook hier een

droge ontvangst, maar de nater brengt ons naar het militaire tehuis om er

een- biertie te drinken. De aalmoezenier was een Franciscaan. We praatten wat

met hem, maar hij moest paan biechthoren inde kathedraal. Zo moesten we ons

biertie nog zelf betalen. Bier is hier duur. 2 Potjes voor een dollar of 2

naki.es cigaretten. We zouden nog wat winkels gaan kijken en zo op huis afgaan.

IJuub wilde nog even naar de kapper. De regen dreigt...wij hollen naar de boot,

net on tijd binnen. Pen wolkbreukie. ïluub i»t"R schuilen in een leeszaal, maar

deze werd om 7 uur gesloten. De stumper,. heeft buiten nog ruim een uur onder

een afdakje staan schuilen, voor hij het waagde naar de boot terug te keren.

Wii waren al 2\ uur thuis, \rtheem ging nog even met Huub naar het achtèrdek

om iets te halen. Mij kon. daar twee uur vachten, toen kon hij samen met 'Huub

eindelijk ook even gaan eten. ,1a, dat regenen kan er hier afgaan!

Saigon, och het is er net als overal. .Fe ziet er aardige dingen, maar ook

veel dat lelijk, is. We treffen hier een slavenvolk van de fransen aan. Hen

tran hier en een grauw daar. Pen massa koelies. Fen naar gevonden aardappels...

geef hier 2 Een naar kleine lege flesjes....waar haal je die vandaan ? Zo gaat

het bij de havenwacht. w e maken kennis met. een arm volk en naar het schijnt

door en door ziek. Ook daar zie je heel wat van.Haar niet alleen hier. Overal

in het Verre Oosten zie je dezelfde uitingen van het verval. De toekomst ligt

in het Oosten .' Zou het oosten de morele waarde van het livangelie accenteren ?

De Kerk van de fransen ? We zullen het hopen. Pn je denkt dan aan Rome waar

alle moraliteit zowat verdwenen was toen Petrus en Paulus er kwamen. Ze hebben

niet gewanhoopt en gewonnen ! Ook de andere Apostelen deden dat elders.

Waar misschien heeft het Oosten toch wel oerspectieven.

Sairon het zal ons lang heugen. Geen kerel \vas meer veilig op de boot. Iin

wij de enige passagiers on de "Stenhan Kearny" waren het. evenmin. We hadden de

eerste avond wel wat bootjes gezien. Ze kwamen van alle kanten aanvaren en zaten

allen vol aantrekkelijk opgedirkte meisies. We hadden dit wel ongemerkt,

maar nog niet meegemaakt hoe dit verder in zijn werk ging. Deze dames hadden

bii ons on het achtèrdek in elk geval geen sioege gekregen. We zaten gezellig

bij elkaar. Maar toen Huub en ik naar het middenschip Ringen om te gaan slapen

zagen we dat tuig overal or> het schip rondsluinen on zoek wie ze nu weer

zouden verslinden (Petr. 5:8). Ik trof er zelfs een aan,hurkend boven op de

W.C.-bril, met ergens helemaal niks aan. Ze lachte vriendelijk en uitnodigend,

maar de deur werd hard dichtgeklapt. Onze broeders on het achtèrdek hadden er

intussen ook wat van oemerkt. Ze zagen de dames als ratten langs de touwen de

de boot opklimmen, maar onze mannen werden on het achtèrdek,waar men de deur

en de natrijsnoorten gesloten had, gelukkig verder met rust gelaten. Iluub en

ik hadden een slechte nacht, want het was in onze buurt tamelijk luidruchtig, maar

vijhadden het wel raadzaam gevonden maar rm.:t: gesloten deuren te slapen. We

werden in onze slaap ook nog gestoord door de.muskito's..,en dat zijn hele

lastige kleine krengetjes!

De tweede avond in Saigon was wat minder luidruchtig. w|j zün de volgende

dag met zijn allen naar de kapitein gestapt. Ui} vond het ook niet leuk en

ipoest bekennen dat hij zijn mannen niet meer in de hand had. Hij beloofde bij

de brut» een extra wacht, te zullen zetten, dat is dan iemand van het havennersoneel.

Rn wat hij verder zei was zo iets als : ratten daar heb je rattenvangers

voor maar insecten kunnen tegen alles opklimmen en overal doorheen

vliegen. He kanitein vertelde dat de bemanning er al een hele lange trip op

had zitten en dat ze afgelonen week nog even bericht kregen, dat ze er nog

eenzelfde trip aan moesten toevoegen. T)e heren wilden wei. eens naar huis. Hij

kon ze niet meer houden. We begrepen wel dat de kapitein het moeilijk had,

maar nu had hij er toch wel blijk van gegeven een vent. van Jan Pet te zijn.

Wèl, hii zou ziin best doen. Huub en ik dachten de derde nacht dat het wel

veilig zou zijn. Onze deur was niet op slot. Om een uur of 12 hoor ik een

dronken sailor...maar die werd er blijkbaar gauw uitgebonjourd. Maar daar

bleef het niet-bii. Waarschijnlijk door het opendoen van de deur werd ik wakker,

en voor ik mijn ogen goed en wei open heb, hangt daar zo'n slet - de moeder -

overste van het zoodje, over me heengebogen. Zonder me van alles goed bewust

- SI -


te zijn, had ik haar ai een opdoffer gegeven, zodat ze aan de overkant tegen

de kast viel. Huub leverde ook zijn bijdrage en in oogwenk lag het slet buiten

on d» grond. Wij denken dat ze gestuurd was door een lid van de bemanning. Die

wilden wel eens zien hoe "naters" zouden reageren. Ze kwam niet meer terug l

On de "Edmund %nning" zou zoiets niet denkbaar geweest zijn. Drie dagen Saigon,

het was meer dan genoeg.

MAANDAG ^0 .JUNI verlieten we Saigon.

He Mekong slingerde ons weer het zeegat in...naar Honkong, een 940 miil.

We gaan snel. Zelfs êên dag 12? mijl per uur.De zee was buitengewoon mooi. Van

dit stuk valt weinig te vertellen. De dagen worden weer wat langer. Dan is 't

het ondereaan van de zon dat onze aandacht trekt, d3n weer het onkomen van de

TTi'lJ-ïf'l

Halfweg nassercn we de Parcel-eilanden, als zovele eilanden die we hadden gezien,

lagen ze daar als korrels zand, verloren in de zee (Jes.40,15). Hier in

de buurt hadden we met de boot 1 uur ononthoud. Heel in de verte zagen we dobberend

on het water een bootje, een zwart bootie, maar on de rand zie je duidelijk

witte gedaanten. Je ziet beweging. Zouden er mensen in zitten ? Daar wordt

een töuwladder uitgeworpen. Br wordt met het schip gemanouvreerd. He eerste

stuunnan komt in zwembroek aangelonen. Het bootje lijkt naar ons toe te komsn.

Wii komen steeds dichterbij. De gedaanten lijken op vogels. En inderdaad I

Als we er bij zijn, vliegen acht witte grote zeemeeuwen van de rand. De chiefmate

soringt onder van de touwladder de zee in...een naar grote slagen en hij

heeft het bootje te nakken. Ook een tweede wordt nog ongenikt. Waarschijnlijk

zijn ze losgeslagen van de eilanden, Gelukkig geen bootramp. Een boot als de

onze draait heel log, maar 't lukte vrij snel beide bootjes als buit aan boord

te hiisen. Met twee sokken van de stuurman armer en twee bootjes rijker ging

het weer verder. Het water was hier zo helder dat de Chief onder de boot door

kon kiiken. Haaien had hij niet gezien. Een kranig staaltje van de man die in

Bombay zei, dat hü niet. kon zxvemmen.

Intussen ruiken we Hongkong. Hongkong ligt vóór ons...en je kunt wel zeggen,

dat we daar al in China ziin i

HONGKONG

DONDERDAG 4 .JULI om 5 uur ziin we in Hongkong. We kunnen niet in dok en brengen

de eerste nacht door in.de baai. Van alle kanten liggen we tussen de bergen. Het

is een nracht. En als ie 's avonds de stad met al die lichtjes tegen en on de

bercen ziet liggen,, is dat gewoonweg een snrookje. Toch honen we hier niet zo

lanp te moeten blirven. 'Ve willen liefst zo gauw mogel.uk naar Sjanghai.

Die eerste avond en nacht was het in onze cabine 98 gr. We zullen dan ook

gauw proberen ergens in de stad een onderdak te vinden, liet is hier wéér om te

stikken. T n Karachi en %jmbay is het goed gelukt, maar als we hier in Hongkong

niet ergens worden ongevangen, is het gevaar niet denkbeeldig, dat we toch nog

geroosterd in het eigenlijke China aankomen.

Een van de eerste bezoekers aan boord in een haven, is altijd de dokter. Ook

hij vertelde ons dat we ingeënt moesten worden. We lieten onze briefjes uit

Saidon zien en we vertelden hem van die nokkestreek, die ons 15 dollar had gekost.

M aar die briefjes waren niet voldoende. Wij dachten dat hij misschien

wist van dat bordeel, dat zo hartelijk on onze boot door onze lieve crew was

ontvangen. Die lui brengen dikwijls ook bepaalde besmettingsgevaren mee. Maar

daar ging het niet om. We waren in Saigon toch aan wal getveest en daarom moesten

we ingeënt worden. We hadden mogelijk de pest in, nu dat was wel zo. Zeker weer

15 dollar. Van onze boardmonev zou dan practisch niets meer overblijven. Hoe we

ook protesteerden : het nokkebrie-f'ie van Saigon was onvoldoende. Hij bleef op

ziin strepen- staan : laten inenten of niet aan de wal ! We voelden ons genomen.

Weer een rib uit ons liif, maar we hadden geen keus. Met het bootpersoneel

moesten ook wii ons laten inenten. We hebben het. toen maar gedaan en....het

kostte ons niets. Wat ziin die Engelsen rovaal .'

Tegen de avond werd ook hier ons schin bezocht door een schuitje vol met

gepoederde dames, die van hetzelfde kaliber waren als die in Saigon. Maar ze

- 52 -


troffen het slecht. Ze meenden aan te leggen aan het achterdek...waar 6

eerwaarde heren waren eezeten. Ze kwaman van een koude kennis thuis !

Geen klandizie ! He wachten werden door ons ook even onder schot genomen :

het is jullie taak er voor te zorgen dat dit gespuis niet aan boord komt !

De.wachten, een Indiër ('n Shik) en een Mohammedaan deden daarop wat hun

best. Het zal vooral de >fohammedaan wel moeite gekost hebben, want die lui

nemen het op dit eebied niet zo nauw. Hij zal onze manier van...doen wel erg

vreemd gevonden hebben.

Voor alle zekerheid gingen er nog twee van ons naar de kanitein. Hij verzekerde

ons dat hij'order regeven had iedereen te weren on straffe van inhouding van het

wachtloon. Het bleef in Hongkong inderdaad schoonschip.

Het was on het schip bar warm en ontzettend druk met het lossen. De luiken van

alle ruimen stonden open. Hn steeds als dit het geval was, was ik bang voor

rokende havenarbeiders. Artheem en Stan gingen zo gauw mogelijk de stad in.

Er moesten weer hosties worden opgescharreld en wat voornamer was : ze zouden

proberen ergens onderdak voor ons te vinden. Hiep en ik zouden vat boodschappen

doen. Abdias en Huub zouden wat films laten ontwikkelen.

Net was ik met Hiep thuis toen Artheem en Stan aankwamen. Ze hadden een

nrachtig Kanaan voor ons gevonden bij de kathedraal. Paar zaten de paters van

de vreemde missieën van Milaan. Italiaanse paters, maar ze spraken lingels,

zoals trouwens bijna iedereen in Hongkon«. We waren allen zeer welkom en werden

om half acht aan het souoer verwacht.

' Het was al half zeven. Het werd dus zo'n beetje tijd om er heen te gaan. We

konden toch moeilijk de tafel laten dekken en dan niet on tijd komen. Onze

boot lag in Kowloon en van hieruit moesten we met een pont om zo in de stad

te komen. Dat kostte dus wat tijd. Stan zou wachten op de filmboodschappers.

Hii hee**t gewacht tot 10 uur „Toen is ook hi i naar de wal gegaan, met achterlating

van een briefje voor de anderen. Wat was er gebeurd ?

Huub en Abdias hadden in de stad de kanitein ontmoet. Hij vroeg hen of ze

met hem mee wilden gaan om te shonnen (winkelen). Van shontren kwam souperen

en de man werd .er» pratig. Hii had er blijkbaar behoefte aan zich eens uit te

snreken. Hii sprak over zijn moeiliikheden. Hij had zelfs een poging gedaan

zich van het leven te benemen. Dat was een maand geleden, '•laar de kogel ging

niet af. De huls was leeg. Hti beschouwde het als een wondet.Hij zag nu zijn

dwaasheid in, de arme kerel 1 Ronduit sprak hii ziin opinie uit over ons en

wat andere officieren van\:ons dachten. Hij had ook eens Methodisten mee gehad.

Maar dat soort priesters kon ie wel doodschieten. Hij vralgde ervan. Wij waren

gelukkig niet van die doodbidders. He meeste officieren mochten ons wel. Maar

er was er onder hen toch nog wel de een of ander, die niet' ge lof de dat wij

leefden zoals wii ons voordeden... o..dat' celibaat I

T oen Huub en Abdias die avond de boot opgingen, vonden ze niemand thuis. Ze

hadden een hele warme nacht in hun cabine.

Zaterdagmorgen om '0 uur waren ze bij ons. We hadden in Hongkong een paar.

heerliike dagen. Het klooster was lekker fris. Tn de stad en vlak bij de bergen.

We hadden Hier ieder een eigen kamer. Je was vrij in al je doen en laten. Kortom

een heerliik hotel. De overste was buitengewoon aardig en wilde niets liever

dan dat we na alle schommelingen een paar mooie dagen zouden hebhen.

Hongkong ... is eigenlijk helemaal geen Chinese stad. Ja, de inwoners zijn

wel allemaal zowat Chinezen, maar de bouw is Westers. De stad kon ook gerust

in Spnnie of Italië liggen. !Iet is buitengewoon mooi zoals de stad op en tegen

de heuvels gebouwd is. Hrote wegen tegen de bergen i Onbegrijpelijk zoals ze

daar hangen. Sommi«en waren nog niet hersteld en slechts on eigen risico begaanbaar.

Ook de haven is buitengewoon mooi. i-en van de paters vertelde ons dat er 100

iaar geleden geen mens woonde. He Engelsen zagen er een mooie haven in en

gingen aan de overkant wonen, de Westkant, die van de bergen. Maar ze stierven

er als ratten. Toen hebben ze het on een andere plaats'geprobeerd.. Ze zijn

aan het graven gegaan en aan 't werk en nu ligt er een stad van ruim 3.000.000

inwoners.

Hongkong is momenteel de meest welvarende stad van de Chinezen. Het was er nog

nooit zo p;oed pewecst volttcns de mters. Van alles was er te krijgen. Het is

dan ook wat ie noemt een VUJHAVT-N. Winkels en etalages... Hoe ze aantrekkelijk

te maken ? De inwoners van Antwerpen, Harcelona of van waar ter wereld ook,

- 53 -


HET LAATSTE STUKJE


ze hoeven het de 'Chinezen niet te leren. Want smaak hebhen ze wei. Het was

in de stad ook erg schoon.

Natuurlijk heb je in de stad ook wel echte chinese wijken en daar rommelt

het ivel wat. Alles zit daar on of langs de straat. Maar er lonen daar

geen koeien zoals in Brits-Tndië. .Je hebt in Hongkong echt Chinees en modern

Westers doorelkaar. Van muskieten of ander soort ongedierte hadden we ook

's nachts geen last. Er stond trouwens in de krant dat de Hngelsen D.D.T.poeder

met vliegtuigen hadden uitgestrooid.

Aan wat ie zo hoort, hliikt wel dat het niet de Hngelsen zijn, die de

Chinezen sympathiek zijn, maar de Amerikanen. Oie helnen tenminste, zegt men.

Maar...dat neemt toch niet weg dat het werk van de Hngelsen in Hongkong je

respect afdwinpt. Hn natuurlijk heh ie toch ook wel re snee t voor het aanpassingsvermogen

van de Chinezen, Men liet ons duidelijk blijken dat Hongkong

niet het. echte China is. Het blijkt ook nergens uit dat de modernisering de

Chinezen dichter tot het Christendom gebracht heeft.

Tn het klooster hier was ook een Italiaanse franciscaan. Hij is bezig met het

maken van een Chinees-Italiaanse dictionnairc. He man was al op laren. Had

altiid in China ticwerkt. Was daar o.a. 15 jaar rector van een kleinsemenari.

Wat liet gehalte van de inlandse clerus in China betreft, was de oninie van

deze man niet zo optimistisch. Ze missen de anostolische geest. Het zijn geen

zielzorgers. Hii hoonte dat wii er op onze oude dag meer moois van mochten zien.

Hij zei nop wel dat forceren niet helpt. Het moet van Roven komen. Alles kost

ook tijd.

Behalve praten over de problemen die jonge missionarissen interesseren,

amuseerden wij ons in de stad. He mensen maken een veel gezelliger indruk dan

in Brits Tndië, laat staan figvpte. Twee middagen gingen we ('e bergen in, een

130D voet hoog. Met het weer troffen we het reuze. Van de inenting tegen de

nest heeft gelukkig ook niemand last. gehad. We hebben aan Hongkong de mooiste

herinneringen. Hongkong heeft ons fjoed gedaan.

Woensdagmorgen moesten we om 11 uur weer on de boot zijn. We werden opgescheept

met twee nieuwe passagiers van een ander schip van onze geliefde

maatscharmij. De een was ziek en de ander was een officier die geregeld

dronken was. Hij had in Hongkong gevochten en met een bijl op het schip de

zaak kort en klein geslagen. De kamtein moest hem meenemen om hem aan de

politie in Sianghai over te leveren. Onze Lieve crew wilde hem niet bij zich

hebben. Hr zat niks anders on dan hem on te bergen bij de zieke op het achterdek,

in de cabine die onze kapel was. ? : ,erst zou hij geboeid worden, maar hij

loont toch los...met drinkverbod ! De slnieur heeft evenwel toch wat binnengesmokkeld.

Hie zieke passagier heeft hem daarbij wel geholnen' en gewoon gezegd

dat het van hem is. 's Avonds kwam meneer ons uitnodigen on een borrel.

We zeiden maar dat. we gingen slapen...en wc sliepen die eerste nacht, op weg

naar de Chineese zee, van armoe met gesloten deuren.

WIF^WlMluDAG 0 .T1FIJ om 4 uur, de laatste trip met de "STF.PflAN KEARNY" is

begonnen. v ia de straat van Pornosa ging het door de Chinese Zee op Sianghai

aan. Hen afstand van 860 mijl, bijna drie dagen varen. We hadden gelukkig een

rustige zee. De enige afwisseling die we hadden was een bezoek aan de machinekamer

van het schip. Daar was heel wat te zien. Maar ik vond het toch erg eng,

zo diep onder water. De temperatuur was T maar even 124 gr. Na dit bezoek

volgde de laatste avond en de nacht on dit schin. Daarmede kwam het einde van

onze trip met de "STF.PHAN KRARNY";

SJANQ1AT

ZATERDAGMORGEN- 1? .11 IL f komen we in Sianghai aan. We mogen de haven niet binnen

en onze boot blijft vóór de haven liggen. Ongeveer 6 mijlen van het centrum van

de stad verwijderd. Ze willen ons op de boot blijkbaar zo lang mogelijk bij zich

houden. Renakt én beladen stonden we uren lang te wachten. De havenpolitie en

het agentschan zouden ons netjes aan wal brengen. De formaliteiten met de dokter

waren gelukkig vlue geregeld. Maar alles bij elkaar duurde het tot 5 uur eer het

bootje ons naar de wal bracht. Hoe zal het nu bij de douane gaan ? De douane-

- 54 -


praktijken zijn overal anders en we za


een zekere plaats, fn Sianghai was het 37 iaar niet zo warm geweest. Je moet

het maar treffen om ook zo iets nog mee te mogen maken. Met. eten on de Procuur

was best, mnar waar ie trek in had, mocht ie niet hehhen.«.komkommers,

tomaten.. .fruit. Met zweet drupt heel de dat? van ie lij F. Het minste tochtje

en ie bent verkouden. We waren als kasplanties, o zo teer !

Hoe was intussen de toestand in China ? We waren er erg benieuwd naar toen

we er aankwamen. Want de berichten die we opgevangen hadden waren nogal verontrustend.

We hoorden al Mi onzp medebroeders in Karachi dat heel de Prefectuur

van Kianchow (mgr. Pessers) helemaal in handen was van de communisten.

Tn ^janghai lazen we in de krant dat de kanonnen van de communisten al in

Peking te horen waren. Tn het. Zuiden was alles rustig. P. p otveer was naar

Nanking vertrokken, naar was een nieuw huis gekocht. De p aters Fortuin en

n rankhuizen konden niet naar hun Umnfu terug en zouden ook ergens in het

Zuiden peolaatst wsrrden. Wat "moesten wij ? Toch naar Peking, naar de taalschool

daar ? Pater Schnussenberg, de delegaat en overste van al onze paters

in China had met Mgr. liburi, de internuntius, de zaak besnroken. 'let resultaat

was •-'at ze samen met ons naar Peking zouden reizen. Ze zien er geen gevaar

in. 'fe hoorden dat, toen de de legaat naai" Sjanghai kvam om er zijn veriaardag

te vieren. Tn Pekin" zitten nog vele buiten Sanders, mocht het gevaarlijk

worden, dan kunnen er alt.lid no


maag noopte me 's middags om maar gauw van tafel weg te hollen naar de

railine Met wat ik o r ferde, verloor ik,om mijn bril te redden, ook m'n

gebitie (een brugstukie met twee tanden). Zo werd ik ongewild uiterlijk

weer enige dagen ouder en dat terwiil ik ook al een tijdie mijn baard had

laten staan. Teeen de avond deed Stan de ronde om te weten hoeveel nislezers

er zouden zijn voor de volgende morqen. Dat moest goed geregeld.

Hii telde er zes, maar over liet «.lek lonend zag hl i daar iemand in pyama

zitten. Hij zat daar z'n brevier te bidden. ' f You are a nriest too "'? vroeg

Stan. " T think so", zei de mand. Laat het nu Internuntius Mgr. Riberi

zijn !

Het was die nacht erg heet. ïk wilde mijn slaapntatie on de brug neerleggen,

maar werd weggestuurd. Ik heb toen maar buiten voor de cabine, tussen de

Chinezen de nacht doorgebracht.

dinsdag 2°i Juli werd de reiswortn:ezet. Het


DE EERSTE HTAPPE ging wr trein van Wognum naar Antwerpen. Vandaar per

boot naar f^nua. Na de rarnn aldaar ging het per trein via Milaan-Bazel

terug naar Wögnum« De bootreis duurde 17 dagen. Over zee werden 2664 muilen

sfeelegd. 4 Dagen zaten we inde trein- 9 Hagen in Genua. 3 Hagen in Le

Havrc en. Bordeaux.

Üe2e triti duurde van M Febr. tot en roet 21 Maart, dus 53 dagen,

DB TWEEDE KTAPPE ging 21 April van start, Per trein van Hoorn naar

Nijmegen. Daarna naar Wychen OTI per touringcar naar Genua, Vandaar

een sliopertie naar Rome en vice versa weer terQg naar Genua. Daarna

gin* het op 11 Mei weer per boot naar Tientsin. Dit was een afstand

van 9703 mijlen. De stukken van haven tot haven deden me denken aan

de narassngen van de anabis, alleen waren 2e heel wat langer. Deze*

tt^eede etanoe duurde 105 dagen en eindigde op 3 Augustus.

De afstand van de hele reis óver zee bedroeg MA%! mijl.

Over land oer auto t>£ per trein konen er dan nog zo'n slordige 300(1 mijl

bil. Dat wordt sasien een afstand van 1.S.457 mijl.Bij elkaar is dat meer

dan de halve omtrek van de aarde.

We ziin OD weg naar China wel echte globetrotters geworden,

De hele reis heeft 167' dagen geduurd. Daarvan brachten we 62 dagen

al varende door op z;ee. 61 dagen j.a^en we m de verschillende havens.

Een maand lang waren we " om ov verhaal te kranen M in Holland. Een week

in Home en de rest van de dagen brachten ve door in de trein of zwervend

door Ruropa met onze touringcar.

5 Maanden en 18 dagen en nachten, varen we onderweg.

We kwamen in België, Frankrijk, Italië, Zivitserland, Luxemburg, ftaaco,

Egypte, Arabië, Brits Indië, de Straits Settlements en Chochin China.

Reizend door of Ijpgs 12 landen kwamen ww einsielijk MftAND.AO 3 AOGÜ?mB ! 47

in WIPM' 'aafii 1 .""

- 5f -


HOODSTUK I

PF.IPINR : HET HARTJE VAN HHT HEMRLSR RIJK

De stad was voor ons niet uitgelopen en op het station geen vlag om ons harteliik

welkom toe te roet>en. Maar wel waren daar de blij uitgestrekte armen van

enkele Hollandse waters : van Mgr. Kramer, Claudius van de Westenlaken (later

nog mijn overste in Nw. Guinea) en P. Jesualdus van Ifemert. Ze hielpen ons bij

de pasformaliteiten. Voor .vreemdelingen is dat in China een hopeloze zaak.

Deftig gezeten in een riksja werden we daarna gebracht, naar wat ons nieuwe

thuis zou worden : 18 Li Kwang Ch'iao.

CViao betekent "brug". Het geheel is genoemd naar de brug die leidde naar het

huis van een prins die Li Kwang heette. Met de ondergang van het keizerrijk

(1911) was ook hij aan lager wal geraakt. De nieuwe republiek werd gesticht.

Sun-Yat-Sen kreeg met. zijn Kuo-min-tang (nationale volkspartij) de touwtjes

in handen. Maar echte hervormingen bleven uit. 1-r brak in 1916 een nieuwe opstand

uit. Tijdens de eerste wereldoorlog werd het land blootgesteld aan

nieuwe vernederingen toen de Japanners de Duitse bezittingen in Siantung veroverden

en 2ich daar vestigden. Daarop vormde de Kuo-min-tang een eigen regering

in Kanton. Intussen waren de regionale rovergeneraals alleen maar uit

op eigen voordeel en plunderde de arme weerloze boerenbevolking. Chaos en

anarchie dreigden overal. De grote mogendheden dwongen Janan zich terug te trek

uit Shantung. De oude haat tegen de vreemde indringers stimuleerde het nationaliteitsgevoel.

De Chinese communistische partij werd ongericht en deze begon

zijn partijtje mee te blazen in het gistingsproces. De regering in Kanton

met Sun-Yat-Sen aan het hoofd, zocht steeds meer samenwerking met de regering

in Moskou. Met Russische steun werd geprobeerd in de vormeloze massabeweging

wat orde te schennen en er werd een modern leger gevormd. Na de revolutie-van

1925 begon dat nationale leger in .Juni 1926 vanuit Kanton zijn lange opmars

om het land één te maken' en te bevrijden van alle vreemde indringers. Het werd

één grote overwinningstocht. De rovergeneraals werden een voor een verdre\ f en

6f tot onderwerping gebracht. De ene provincie na de andere kwam in handen van

het leger van de Kuo-min-tang. De vreemde machthebbers moesten verdwijnen. Het

iuk der vreemdelingen moest afgeschud, er moest rust en orde komen in de staat.

Het p.ezag moest hersteld en de belangen in het buitenland moesten gehandhaafd.

Maar in de Kuo-min-tang waren ook de radicale intellectuelen en de communisten.

Ook zii wilden één groot China, maar er moest een radicale sociale ommekeer

komen.Sun-Yat-Sen wist tot zijn dood toe (1925) het evenwicht te bewaren. Maar

toen kwam Tsjang-Kai-Siek. Hij moest van de communisten niets hebben. Ze werden

buiten regering en leger gezet. Tsjang werd dictator van China. Sjanghai werd

veroverd en alle communisten eruit gegooid. Daarop kwam Mao-Tse-Timg. Hij begon

de boeren, die 851> van China's bevolking uitmaakten, nolitiek te interesseren

en te organiseren. Hij bracht zijn rode partisanen op de been en begon

daarmee zijn guerilla-oorlog. Steeds achtervolgd door Tsjang begon hij in

1934 zijn beruchte "lange mars" van bijna 10.000 km. door woestijnen en moerassen,

over bergen en door dalen, door Huan, Kueichow en Sechuan naar Shensi in

het Noordwesten. Honger en ziekte teisterden zijn troepen. Van de 100.000 man

bereikten 20.000 het doel. Yenan werd de hoofdstad en hier werd het uur van

het communisme afgewacht. Niet tevergeefs. Hier trouwde M ao in 1939 de "geslepen"

Jiang Quing, die later als een nieuwe keizerin de Culturele Revolutie

zou leiden. De tijd zou voor Mao werken en Tsjang-Kai-Sjek zou met zijn onbekwame

en corrupte ambtenaren het loodje moeten leggen. Maar daarover later

misschien nog een en ander.

'Toen wii in China kwamen was de strijd tussen beide kemphanen nog in volle

gang. De uitslag ervan zou ook ons verder lot bepalen. Voorlopig was Peiping

wel het eindpunt van onze reis, maar bij onze aankomst was de spanning om ooit

nog verder naar Kianchow te kunnen gaan, nog volon aanwezig.

Pater Schnusenberg ofm, de Delegaat van alle Franciscanen in het Verre Oosten

was optimistisch en had ons daarom naar hier gebracht. Als Duitser wist hij

het tijdens de Tweede Wereldoorlog van de Janpen klaar te krijgen dat alle

- 1 -


uitenlandse missionarissen uit Noord China, hier in dit mooie huis werden

geïnterneerd. Sinds de .Tanpen hen hierheen hadden gebracht zaten er hier na

de oorlog nog altiid een groen oudere paters en broeders en ook nog enkele

bisschopnen uit de j?ebieden die nog door de communisten bezet waren. Tien

deel van de Hollandse paters was na de internering op vacantie gegaan en na

terugkomst voorlonig in het Zuiden geplaatst. De Paters Potveer, Goedhart,

de Reep, Herculanus, Cajus en naar ik meen ook Schoor! had ik in Ifolland ont

moet.

Van de oudere paters die waren achtergebleven troffen we Mgr. Kramer aan en

behalve de naters van Westenlaken en van üemert ook P. Wismans en P. Authert

van Macht. Bij de zusters woonden verder nog de paters Schilte en de oude

krasse Marcianus n erks, eens na de Uoksersopstand bevorderd tot mandarijn,

Hü was de held die met kachelpüpen en veel lawaai Matschang met succes

tegen de Boksers verdedipd Had. Mars was ;il 50 jaar in China l Op 1B Li Kwan

Oh'iao was het vooral-Mi de Hollandse paters feest. Alles lachte ons als he

ware toe.

Het was alsof alles ons toerien :

ft VEEL NIEUW GELUK VANUÏT DB IffiMFl

VOOR HFT JAAR HAT KO1EN GAAT ï "

De eerste vijf ionge missionarissen na de oorlog waren dan toch eindelijk

aangekomen. Vijf man. Allen bestend voor de pasopgerichte Prefectuur van

Kiangchow, dat voorheen tot Luanfu behoorde. Mgr. Pessers was er na de

oorlog met enige paters heengegaan, 2e waren daar moedig weer begonnen.

Ms pas aangekomen nieuwelingen in de oude keizerlijke stad hadden we ogen

en oren tekort. Na een lange reis waren we in het 36e jaar van de Chinese

Republiek, OTJ de derde dag van de Hste maand, dan eindelijk in het hartje

van China aangekomen. In het Westen was het. 3 Augustus 1047.

We kwamen te wonen in een pracht van een huis met een magnifieke tuin.

Voor ons een sprookjesachtig begin I

_ 7 ~


18 LI KWANG ÖT'IAO

Li Kwang Ch'iao was niet zo maar een huis, Dagenlang was het voor ons als

een doolhof. Op een terrein van 150 bij 100 meter stonden allerlei gebouwen,

groot en klein. ïn grote'liinen kwam dit buitenhuis overeen met een chinees

huis waar een hele familie in woont. Ik heb er een plattegrond van gemaakt.

Het was een heel karwei, u vindt het on pag, 3, misschien vel interessant

't eens rustig te bekiiken.

Aan de Westziïde van het gebouwencomplex liep een beek met daarover aan de

zuidzijde een brug. De brug naar wat eens het buitenhuis was van een prins,

Li Kwang genaamd. Mij woonde daar dus in met zijn zonen en zijn personeel.

Vanaf de brug liep er een iveg tussen de wal en de zuidelijke muur om-de

school heen, naar de eigenlijke ingang aan de Oostzijde.

Het hele complex was omgeven door een muur, zoals meestal in China.

Eenmaal door de ingang binnen, stond je voor een muurtje dat de kwade geesten

moest weren. Om hen af te schrikken stonden er op dergelijke muurtjes afschuwelijke

draken afgebeeld. Soms ook staat er een stenen draak voor een

gebouw. Zo stond er ook een voor de bibliotheek»

Achter de geestenmuur lag de Yüentze (binnenplaats) die ie in bijna alle oude

chinese huizen aantreft. De Yüentze was de eigenlijke woonplaats. Rond de

Yüentze was een galerij gebouwd met twee grote zalen. In zaal ! woonde dan de

vader en moeder. Aan beide kanten van de Yüentze de oudste zonen. Zaal 2

was bij onze Prins de zaal van het zalige nietsdoen. Van achter had deze zaal

uitzicht op het water (nu droog en volleweid) en op de hambu-tuin. De '©verdekte

galerij liep door naar zaal 3, die voor ons als kapel was ingericht.

Daarvoor lag weer een rotstuintie. 'Van de Westzijde lag er dan nog, rond een

prachtige bioementuin een grote sniegelgalerii. Vanuit zaal 3, die vroeger

ontvangzaal voor de dames was, konden deze dames zich dan spiegelen in een

twintigtal spiegels van allerlei vormen. Heze spiegelgalerii was een nabootsing

van Hie in het zomemaleis van de keizer.

Noordellik hiervan lap; het domus Pranciscana, waar het merendeel der paters

woonde. Met de school (geheel in het Zuiden) is dit later gebouwd. Helemaal

in het Noorden lag het oude gebouw met veranda en met nog wat kleine gebouwtji

Al repende het ook hooivorken, vanuit het domus franciscane kon ik altijd

met een klein sprongetje op de overdekte gangen komen en dus zo droog OP

school. Naar de refter en de kapel moest ik altijd even door de buitenlucht.

Tn het Noord-Oosten lag dan nog, temidden van uitzonderlijk mooie rotstuinen,

de bibliotheek met veranda.

Het was een geweldig comnlex van gebouwen waarin tijdens de internering talrljke

paters en broeders waren ondergebracht. Rond het geheel liep een pad,

westelijk van de beek, in het noorden langs de grote waterplassen net lotusblomen.

Langs meerdere plaatsen kon men zo naar de stad.

In de zonnige dagen van onze aankomst was Li Kwang Ch'iao met zijn overdekte

wandelgangen en ziin overdaad aan tuürolezier als een Eldorado voor ons, een

stukie paradiis. Maar dit zou gauw veranderen. Want.ook in dit stukje paradij:

had de zonde ziin sporen nagelaten. Uit vele landen waren we naar hier gekomêi

om hier, temidden van een warwinkel van talen, de taal óer wijzen weer te

ontdekken : liet Chinees. Om hiermede gewapend, in dit land vol verscheidenheden,

tot de mensen te gaan met een boodschap van vrede en liefde. Mooi .'

**aar het innemen van die letters op onze school, zou me zwaar op de maag

gaan liggen .' Ergens mijn eigen schuld, want net als alle andere Hollandse

studenten in PeiPing, had ik in 1041 ook naar Niimegen kunnen gaan om er van

China een en ander OP te steken bii Prof. Mulder.

Maar ik had daar toen weinig vertrouwen in. Ik dacht ook dat het oponthoud

ui Holland wel niet te lang zou duren. Ik wilde daarom liever naar Nieuwe

Niedorn om daar in de pastoraal wat thuis te geraken.

Maar ik heb het geweten want mijn OFM-con^raters hadden in die tijd vooral

bij P. Maurus van Genk OFM al heel wat chinese lettertjes gegeten'.

?-Q lagen me in Peirung wel een streepje voor.

~.3««


DF. TAALSCHOOL

Vroeger moesten de jonge missionarissen die naar China wilden» als het enigszins

kon, eerst een jaar naar Rome orn daar in het missierecht onderricht te

worden. Pater Schnusenberg of.m. meende zeer terecht dat dit beter in het betreffende

land kon plaatshebben. Pastoraal kon dan alles beter worden aangepast

en ook de taaistudie kon effectiever worden aangepakt,

de "Scbnus" richtte daarom na' de oorlog in Peining de taalschool on. Deze

was een gerichte voortzetting van de taalstudie waarmee velen tijdens de internering

al zeer intens begonnen waren.

Als vroeger een missionaris in China aankwam, dan werd hii onmiddellijk doorgestuurd

naar zijn missiegebied. Het hehuln van een confrater, de knecht en

iie Christenen, moest hii het Chinees maar zien te leren en tegelijkertijd begon

hij dan het-werk wat over te nemen. Haar met het Chinees kom je'dan niet

ver.tOm'Roed Chinees te leren praten, lezen en schrijven is een jarenlange

studie vereist. Al het andere werk moet dan opzij gezet worden. De jonge missionaris

moet weer naar school. Pater Schnusenberg vond dat die school in

Peining moest komen. En hij droomde er van om in Li Kwang Ch'ao die school

voor ionr>;e missionarissen te kunnen beginnen. Peiping. was volgens hem de aangewezen

plaats. Deze stad was eeuwenlang de keizerlijke residentie geweest.

Hier klopte nog steeds het hart van de Chinese cultuur. Peining is één groot

museum. Alles spreekt hier van een groots verleden. De schatten der cultuur

liegen hier bij honderdtallen uitgestald. Je ziet zo iets nergens anders,

Temnels, naleizen, pagoden, erenoorten» beelden van draken enz. enz., een

stad voll Bovendien is de taal van Peining, het Pekinees of de mandarijnentaal,

de offciele taal van China. Peining is dus de aangewezen plaats voor

een taalschool. Lik Kwang heeft weinig plezier van z'n buitenhuis gehad. Want

het was net klaar en meteen daarop kwam de revolutie. De man kwam op de keien

terecht en xvii uiteindelijk in ziin buitenhuis, nu taalschool voor de jonge

missonarissen in China.

De Belgische pater Hermes Peters en de taaivirtuoos P. Beatus Teunissen hadden

de leiding. Ze werden ov school geholpen door een 20 Chinese onderwijzers.

Later werden er nog wat aan toegevoegd. Aanbod, was er genoeg zodat er een

goede keuze remaakt kon worden. De meesters moesten een goede uitspraak heb"

ben. On hun godsdienst werd niet gelet. Ze waren bijna allemaal nog heiden.

Wel moesten ze onze cathechismus wat kennen, want deze stond op ons lesprogramma

.

Toen wij na een lange reis van veel omzwervingen eindeliik in China aankwamen,

wisten we dat we naar school moesten. 'Twee jaar lang naar school...

en je staat dan on de torens van het beloofde land l Schrijf de missietochten

op de rug van een muil voorlopig maar op ie buik J Vooruit jongens de schoolbanken

weer in .' En daar moet. ie dan een taal leren waarvan gezegd wordt dat

ie zo moeilijk is'omdat de duivel zelf die uitgevonden heeft om de bekering

van China een halt toe te roenen. Het zal dan ook een hele worsteling worden

Iedere 3 maanden zou een nieuw schooljaar beginnen. Wij begonnen met een

60 leerlingen, maar er zouden er in de loon van het jaar nog een dikke 20

bijkomen, allen bezield van het zelfde doel. De leerlingen kwamen wel uit 10

verschillende landen. Het was alsof er geen oorlog geweest was. Allerlei

ordes en congregaties waren vertegenwoordigd. De meesten bezaten een eigen

huis in de stad.

Tn ons huis zaten denk ik zo'n 50 o.ïï.M.ers, waarvan 10 Hollanders. (>p

school begonnen we met 5 Hollandse studenten HFM. Verder waren er nog vier

Hollandse S.V.D.'ers en drie Lazaristen. Van vijf ervan ken ik de namen nog ;

de Kort, Beune, Lcenaerts, Brasnenning en mijn kameraadje in de klas, Verstap

nen. Na een paar weken van acclamatiseren begonnen de lessen.

Viif lesdagen in de week...en die waren niet mals 5

We zaten 's morgens om 8 uur al in de klas. In de morgenuren hadden we vijf

lessen. In die les zaten v/e met 21 man. P. Hermes geeft dan kerkelijk recht

of mstoraal. Alles in het Latijn. 1'. Reatus vertelt ons in zijn les, dikwijl

in allerlei talen, over de structuur van de taal. Hii laat ons een duik

nemen in het. moeras van de "karakter 1 '-opbouw en probeert ons de oren te

~ z. _


18 LI KWANG CH'AO


openen om de verschillen in toonhoogte, kwantiteit en klemtoon op te vangen,

"n Verschil in klemtoon kan rare gevolgen hebben. We weten dat uit het verhaal

van de slechte koning Achah. Om hem tot overgave te dwingen werd hem

toegeroenen : "Gooi je sabel naar beneden". Verdoofd door het geschreeuw

en gehoon gooide hij toen zijn lieve Jézabel vanuit het raam boven, tegen

de straatstenen. Als wij in de Sinterklaastiid vragen om een lekker stukje

"taai-taai" maakt het geen verschil OT> welke toon wij dat uitspreken. Maar

zeg ie dat tegen een Chinees OP de eerste toon, dan denkt ie dat je gek

bent geworden. Je vraagt toch geen "oud wiif" om op te eten !

Behalve de twee algemene lessen, hebben wc dagelijks nog drie sectj.e-lessen.

Je zit dan in groenjes van viif samen. Verder heb -je elke dag nog twee

privaatlessen. Je zit dan een half uur lang alleen met zo'n meester in een

kamertie. De kriebels lopen dan over ie lijf. Want die man mag alleen maar

Chinees praten. Als hij Engels snreekt wordt hij prompt ontslagen. Je moet

dan zijn geluiden nabootsen en proberen te begrijpen wat hij zegt. Wijzend

op,zich zelf zegt ie dan in de derde toon'Vo". Jè komt er dan achter dat

wo : "ik" betekent- Wijzend on de natient tegenover hem zegt ie dan op de

tweede toon : "nin ". bat is dan : "lij". En wijzend naar een denkbeeldige

derde persoon zegt hii dan op de eerste toon : "ta " en dat is dan "hij".

Tellend op de vingers zegt ie dan op verschillende tonen: T, êrh, san, tzu :

én 1 , twee, drie, vier enz.. De meesters stellen je dan ook allerlei vragen.

Van de kant van de patiënt valt er dan dikwijls een langdurige stilte. Je

weet je met ie dommigheid geen raad en sotns de meester ook niet. Kortom :

de methode lijkt on een naardemiddel, maar het werkt wel. Na verloop van

tijd heb ie het handvat om vragen te stellen dóór., en je begint dan zelf :

wat is dit ? Wat is dat ? enz.. Dan leer ie zo woordjes kennen. Uit het

niets kom ie zo langzamerhand tot iets. Toen ik later bij de Bkagi's op

de Wisselmeren kwam, heb ik zelf deze handvaten ook toegepast om met de

mensen daar de eerste contacten te kunnen leggen.

Ik heb later dikwijls teruggedacht aan die lessen in dat kamertje met

zo'n Chinese meester. Moederziel alleen met hem, opgesloten in dat vertrekj?

wist je dikwijls alleen maar de benauwende geur te definiëren van de knoflook,

die op de vroege morgen al, uit de keel van je leermeester opborrelde

^a een half uur mocht ie dan naar een ander kamertje, waar een andere meester

al een half uur lang op dezelfde manier zijn stinkende best had gedaan.

Biina dagelijks klonk het : "Heer, o Heer, wie zal bestand zijn"? van onze

lippen. Maar onze verzuchtingen werden verhoord, want om ons toch nog enige

overlevingskans te geven, werd na verloop van tijd gelukkig besloten om met

dat knoflookrantsoen maar te stonnen.

De meesters verdienden, naar ik meen, één amerikaanse dollar per dag.

Voor hen toen een aardige duit. Er kwam dan ook niemand OP het idee om maar

te gaan staken. T-r waren voor dit vak liefhebbers bij de vleet. Ik had een

•nrivaatdocent die precies op Tsjang Kai Siek leek. Mij was zo blij als een

kind, als ik soms een goed antwoord gaf. Hij gaf me alle dagen ook enkele

karaktertekens mee naar huis. 7e waren keurig met een penseel geschreven.

Ik legde ze alle dagen, netjes uitgeknipt, in een Hernardo-doosje en daarmee

speelde ik op miin cel dan legpuzzle. Aan de achterkant had ik de uitspraak

en de betekenis geschreven, maar daar mocht ik natuurlijk niet naar

kijken....Zo moest Jantje leren lezen 1 Allemaal streepjes, haakjes, boogje:

en vierkanties, waaruit het mannetje was ongebouwd. Ik voelde me dan als

Adam, die alle diertjes een naam mocht geven. Maar hij kon ze zelf bedenken

Ik moest er maar naar raden, hoe anderen dat beeestje genoemd hadden.

Tk had echt het idee weer OP de Kakschool te zitten...zij het dan zonder

klepbroekie. We zitten in school allemaal braaf op een stoeltje voor een

schrijftafeltie met een schrijfplankje eron. Het is net een Montessorischool...en

dan te bedenken dat ik al 34 iaar ben. "Als ge niet wordt als

kinderen"....Tjo1ken in de klas met banana-drink was er toen nog niet bij,

maar er ziin wel grote kinderen, 'die zo nodig af en toe hun vinger moeten

opsteken. De elf nogal levendige Italianen, met hun Overste aan het hoofd,

hebben daar een handje van. In de latiinse les P. Hermes hoor je ze niet.

Je hebt het idee dat ze amper weten waar liet over gaat. Maar als ze door

hebben wat de meester in z'n les bedoelt, dan laten ze het met handen en

voeten zien.

- 7 -


Er gaat dan steevast van zo'n braaf mannetje, als om striid een vinger

omhoog. Twee vingers omhoog steken mag niet. Dat is om het geheim te

verbergen, dat onze zorgzame paters vergeten hebben in de kakschool

een W.C. te bouwen. Die staat nu ergens buiten. We moeten daarom groot

zijn en wachten tot na de les. Tn de les denken we alleen aan hogere

dingen. Men heeft ons toch niet Voor niets een nieuwe naam gegeven,

(Jes.62,2) : sienf.u, vader van de geest, zielevader. Luisterend naar de

klanken van 'Steltenpool" noemde de meester mij "Suntzu-nu" Kort gezegd:

Sun-sienfu.

HET LEVEN ROND DR BOERENKATER

Na een naar weken had ik de Belezenheid om me eens te laten wegen,142 pond.

Een verlies van 10 pond, sinds ik van huis gegaan was. De hitte van de

reis was niet in mijn kleren gaan zitten, maar eenmaal in Peiping kwam ik

weer aardig bij. We eten alle vijf als dijkers, het lijkt wel of we uitgehongerd

ziin. He maat* blijft om eten vragen. Sinds het noviciaat - 13 jaar

geleden - heb ik niet zoveel gegeten als nu. In de keuken staat een Beierse

broeder en al ziin ziin knechten niet alt Lid even sdhoon, het. eten is werkelijk

poed. Mleen kan ik de "Maagdenburgerba1len", die we nog al eens krijgen,

niet zo ern; appreciëren. Dat zijn van die meelklodders, bijna een vuist

dik, die in het water gekookt worden. Ze worden met jus erover opgediend. Maar

ze liggen als een keisteen OP ie maag. Rlke morgen zit ik na de M. Mis om

7 uur al achter een bord vogeltieszaad. Hen waterpapje dat best te verteren

is, maar of het als zangzaad bij mii ook enige uitwerking zal hebben, valt

te hetwiifelen. Op Zon- en feestdagen krijgen we 's morgens een rijstpapje,

maar ook zonder melk. Melk is bier erg kostbaar, want koeien ziin hier zeldzaam

en de beesten geven maar een naar liter melk. De bahies zien het zelden.

Het. gewone volk ziet nractisch nooit melk. Na een week of zes had ik slechts

twee maal een klontje boter geproefd en dat v/as nog van de IJNRA. Wij krijgen

bijna alle daeen wel wat vlees en het brood is lekker. De gewone drank aan

tafel is thee. Koffie is een elite-drank. We drinken het alleen in de recreatie

die Hollanders met elkaar houden.

De thee heeft meestal een verdacht lichtgele kleur, maar soms zit er echt

een nunneltje thee in. De thee wordt door de Chinezen en paters veel gedronken.

Ik drink het voorlopig alleen 's morgens bij 't ontbijt, want 's middags en

's avonds krijgen we aan tafel nog steeds bier van de'.Amerikanen. Want toen

ze na de oorlog weggingen hebben ze al 't eten dat ze achter moesten laten

maar aan de naters en. de zusters gegeven. Daarbij was ook tamelijk veel bier

en prote blikken bonbons. Wat dit betreft waren we hier dus nog mooi op tijd

aangekomen. Want er was nog heel wat van dat spul.

toen ik wat was ingeburgerd heb ik, maar eens een tandarts ongezocht. Want

OP de boot naar Tientsin was ik mijn voortanden kwijtgeraakt. Ik kwam bij een

Pool terecht, of misschien was het ook wel een Hongaar. Maar het was er in

elk geval een, die de waarde van het geld goed kende. Hij metselde een paar

stifttanden in mi in mond, heel keurig, maar ik moest er wel 1.800.000 Chinese

dollar voor neerdokken, oftewel 36 Amerikaanse dollar. Gelukkig had ik ze nog.

Ze ziin in eik geval goed besteed. Ik zie er nu weer behoorlijk jong uit.

Het is nu alsof de tijd aan mij is voorbij gegaan. Hit zei. P. Reatus tenminste

tegen me, toen ik mijn baard had afgeschoren. Ren van de Chinese meesters vond

het maar niks met al die baarden. Oe tiid is voorbij dat wij in het buitenland

een museum willen ziin van oude mannen met baarden. "We ziin in een modern

China", zei hii. Maar Chinezen ziin fijngevoelig en slim. Hij bedoelde misschien

wel te zeggen, dat wij niet moesten denken ooit echt Chinees*te worden. Zeker

niet als we meenden dit te moeten bereiken door wat haren rond onze kin te

laten proeien. 'teel radicaal heb ik toen meteen na de les meteen mijn baard,

die bestond u.it trvee woeste plukken haar, maar afgeschoren. Ik was er net

mee klaar toen pater Autbert, een man van 50, me kwam vragen of ik zijn haar

wilde krdrmen. "Je kunt het toch"? "Natuurlijk", zei ik...maar ik had het

nog nooit gedaan. Ik had wel de spullen. Hij ging zitten en ik begon het

veld te verkennen. Ik maaide wat over ziin kop* ma^r de resultaten waren miniem.

- 8 -


Ik wilde me niet laten kennen. Zonder dat hij het merkte - hij was behoor'

lijk kippig - had ik een hand van mijn eigen baardharen on de grond gestrooid.

Hij voelde met zijn hand naar zijn hoofd. "Er is nog niks af".

Wat ? Kijk dan eens op de grond ! Ja 2 En hij ging er weer voor zitten.

"De machine trekt", zei Autie. "Ja, ik moet hem even smeren". Weer geprobeerd

en ik wist er hier en daar een hak uit te krijgen. Zelfs een hele

ladder midden over zijn kon. Maar toen ping het helemaal mis. Ik kon er

geen beweging meer in krijgen. De tondeuse hin.p in zijn haren. Ik kon niet

meer van het lachen. Br kwamen natuurlijk buren 'on bezoek. Fr werd een meer

bekwame vakman Mi gehaald, maar die kon het ook niet. We lagen krom.

Tenslotte heeft een Amerikaanse medebroeder zijn machine gehaald...en heel

dat hoofd maar gemilimeterd met behulp van een klein schaartje. Het -schouwsnel

heeft bijna twee uur geduurd en....het kostte niets. Alleen had het

lijdend voorwem er zijn dutje voor moeten opofferen.

We woonden als Hollanders allemaal gezellig bij elkaar in het Franciscaanse

Ordenshuis. On Zondagen en bijzondere Feestdagen kwamen we op de

kamer van Mgr. Kramer bil elkaar. Dan nodigde Luanfu ons uit. op de Chinese

borrel. Het indrinken van de Chinese wetenschap ging me lang niet gemakkelijk

af. Maar de Chinese borrel heb ik nöóit door mijn keel kunnen krijgen.

Precies petrolie. Meestal was er dan ook wel iets anders. Het was onder die

borrel wel altijd gezellig, maar veel openheid over het wel en wee van de

missie was er niet. Was dat om ons de moed niet te ontnemen ? De gesprekken

waren altijd wat geheimzinnig en te rooskleurig. Wij moesten onze inlichtinge

nractisch uitsluitend uit Engelse kranten in Peiping halen.

Bij de andere ordensgenoten in huis, was het geen gewoonte om samen wat

recreatie te houden. .Ta, men liep na het eten dikwijls een rondje in de tuin.

Maar dat was dan ook alles. Samen recreatie houden op een cel. in huis, was

dan ook verboden. Er moest in huis stilte en rust heersen, een sfeer van

studie en gebed. Maar de Hollanders waren die gezellige recreatie van huis

uit gewoon.Daarom had de Delegaat voor ons een uitzondering gemaakt. Ook de

huisoverste Pater Fortunatus Baumgarten begreep dat goed en stopte ons in

de vorm yan misintenties wel eens wat toe, om zo behalve koffie, ook eens

wat anders te kunnen drinken.

In de missie had men vroeger al het nrivilege on je kamer de H.Mis te

mogen lezen. Zo x^as mijn cel in Peining 's morgens kapel en 's .avonds werd

hii meestal verheven tot "boerenkamer" waar we dan dikwijls nog even gezellig

bij elkaar kwamen. Die naam stamt eigenlijk uit de oude kloosters in

Holland, waar ook altijd een aparte kamers was, waar de boeren gezellig

bii elkaar kwamen samen met de portier, als ze de spullen naar het klooster

brachten ( boter, kaas, mest voor de tuin enz.) die de termijnbroeder bij

elkaar gebedeld had. Wij hebben on onze hoeronkamer veel lol gehad.

Toen we in Peiping aankwamen waren de hondsdagen net zowat voorbij.

Tijdens die dagen is het dag en nacht ontzettend zwoel. Het vocht trekt dan

overal doorheen. Al is het overdag nog zo warm, drogen doet het niet. Je

moet ie tabak voor de pijn dan alle dagen op het vuur drogen. Drie, vier

keer op een dag moet je wel van kleren verwisselen. Als je dan maar goed

kunt transpireren, want dat is gezond. Na de hondsdagen komt er dan weer

een tijd van veel regen. De hitte wordt er dan evenwel niet minder op.

De zomerdagen zijn dan ook meestal zwoel en nat. Al regent het hooivorken,

echt onfrissen doet het niet. In de nacht daalt de temperatuur wel iets,

want dan is ook in Peiping meestal de zon afwezig. Maar als regel blijft

het toch benauwd. Dat duurt dan meestal tot Maria ten Hemelopneming,

15 Aug. Daarna is de zon overdag nog wel sterk, maar 's nachts begint het

dan al aardig af te koelen. Daarna gaat het langzamerhand naar het midwinterfeest

toe. Met als in Sjanphai kan ook in Peiping het weer erg verradelijk

zijn. Ineens kan de temperatuur dan flink omlaag vliegen.

OMRINGPDOnR HOFFELIJKE MENSEN

Enige dagen vóór het feest van Franciscus f 4fet.) kreeg ik het voor miin

krieken. Zowat vijf dagen achtereen bracht ik door OP het stilletje, oftewel

-9-


de W.C.. Ik had behoorliik wat kou in de buik. Mgr. Kramer bracht me een

lekkere warme buikband. Maar deze kon toch niet verhinderen dat ik, niet

tijdens de retraite, naar het ziekenhuis moest. Ik lag daar met nog een

Hollander, Het waren daar Belgische zusters. We konden dus Hollands praten,

zulle. Ja viif dagen kuren was ik weer van alle vreemde smetten vrij. Ik

heb er h?el wat pillen moeten slikken en drankjes ter bestrijding van de

nijn. >p het feest van Franciscus kwam Moeder-Overste van de Hollandse

Zusters met druiven en neren...maar ik mocht er alleen maar naar kijken.

Toer. de broeken schoon waren en de nijn weer geleden, mocht ik weer naar

hui.Ï. Dat ging ner riks ja» waarvan er wel enkele duizenden in Peipdng

roncriiden. Met behulp van een zuster had ik met het riksja-mannetje aftjesuróken

dat Mj me voor 4000 dollar zou thuisbrengen. Als een vorst zat

ik in dat wagentje, een soort sulky dus met het man-dravertje ervoor.

Maar na een minuut of vijf ploft er een band. Ik er uit en ik wilde

meteen in een andere riksja stampen, die me al werd aangeboden. Dat kereltie

achter mij aan. Gesticulerend met handen en voeten stond hij vöör me.

Hij wilde zijn geld hebben. Ik vond ook dat hij wel recht had op bijv.

1000 dollar, maar ik had alleen maar een briefje van 5000 dollar. Ik kon

er niets afscheuren en ik zag er ook geen kans toe om hem duidelijk te

maken mijn briefje van 5000 dollar te wisselen. In een wip stond ik wel

tussen honderd mensen : n. Ik dacht aan Alexandrië. Maar in Peiping bleek

men nog met respect na;-?- een buitenlander op te zien. Het waren hier geen

brullende leeuwen die m


Haar zit. toch p,een vrucht, meer aan I Dat was wel zo, maar de knecht, dacht

ik moet de paden schoonhouden. Als die bladeren maar steeds blijven vallen

kan ik wel aan het harken Wijven. Mij zat daarom in de boem om alle bladeren

er af te schudden l

Half Hctober was er vanuit Weert een uitzending voor de missionarissen.

•Het was om 3 uur 's middags in Holland. Hier was het toen middernacht 12 uur.

Dus 9 uur verschil. Het woordje van de provinciaal kwam goed over. De muziek

kwam minder goed door.

Het eerste wintert.ie dat we meemaakten, een soort voorwintertje, begon

plotseling op 12 November. Ineens was het mooie weer voorbij en het vroor

meteen 7 graden. De volgende dagen varieerde het van 6 tot 13 gr.. De kou

liep zelfs op tot 16-17 gr., maar het weer was lekker droog. RÏoemcn on de

ramen zie je dan zelden, want alles is kurkdroog.

Vóór de droge koude begint, de eigenliike winter, heb ie de beruchte

Voord Ooster of zoals de Chinezen zeegen : de Oost-Noorderwind, Als je dan

met ie gewatteerde kleren on straat loont, heb je het gevoel in je zwembroek

ie te lonen. De koude wind voel ie dan door hart en nieren heen. liet

kan gebeuren dat ie op straat geen hand voor ogen kunt zien van het zand en

de stof. Ik ben zo gelukkig dat ik miin kamer aart de Zuidzijde heb, maar aan

de Noordkant moet je in die tijd steeds lagen zand van vloer en tafel verwilderen

en dat terwiil er toch dubbele ramen zijn.

In de donkere avonden zitten we dikwijls bij een petroleumlampje, want

met het licht hier is het steeds klungelen. r 5e nieuwe baas van de lichtvoorziening;

gaf er laatst een verslap van in de gemeenteraad. Waarom, zo werd

Gevraagd, gaat het met het licht nog steeds zo slecht ? Wanneer is het nu

eens gemaakt ? Het is er mee, zei de slimme Chinees, als met een patiënt.

He dokter kan ook moei.liik zeggen wanneer deze helemaal genezen zal zijn.

He H een concreet plan om het te verbeteren ? Ja, negatief zal er naar

gestreefd worden door rantsoenering van het lichtverbruik. En positief zal

de verbetering hierin bestaan, dat er nieuwe machines uit Amerika moeten

komen. He slimmerik l Ze doen geen cent ruin de verbetering, maar desondanks

heeft het bedrijf de laatste 3 maanden 2 billioen Chinese, dollar aan schuld.

EEN ONVERGETELIJKE SINTERKLAAS

'Iepen Sinterklaas kwam er hier uit Holland een nieuwe spruit aan. Hij moet

een bolleboos ziin in het Chinees, Nevolon Smith. Hij heeft in Holland al

jarenlang met buitengewoon succes Chinees gestudeerd.

De reis naar China zal hem ook nog lang heugen. Want ook hij kwam met

een verhaal van een brandend schift in China aan. Tussen Manilla, op weg naar

Hongkong, brak er brand uit on de boot. Het begon in het. eerste ruim, net

als on onze boot. Toen ze het in de nacht baTierkten, was het hele dek v6ór

al vuurrood. Het barstte onen en een vuurzee kwam naar boven. Daarbij kwam

nog dat ze midden in een tynhoon zaten. Zo lagen ze te dobberen toen het

tweede ruim ook al begon. Toen kwam de kapitein, OP het idee om ruim twee

en drie onder hete stoom te zetten, zodat na afkoeling in die ruimen alles

nat zou ziin. En dit is hun redding geweest. Er waren vijf geestelijken

aan boord en onder hen drie Franciscanen. Van 's nachts 12 uur af tot 8

uur in de morgen hebben ze in regen en wind bij de reddingsboot gestaan,

die al buitenboord hing. Ze zijn er niet ingegaan, omdat dat met die hoge

zee voor 80% de dood betekende. Wel was on het alarm een Amerikaanse tanker

komen opdagen. Maar deze bleef alleen in de nabijheid om eventuele drenkelingen

on te nikken, dn 8 uur was de bemanning de brand meester. Ofschoon

de boeg deerlijk gehavend was, ziin ze achteruit varend, tegen de wind in,

naar Hongkong gestoomd. Dit gebeurde zo, opdat de vlammen door de wind

niet opnieuw zouden worden aangewakkerd. Fn Hongkong kwam de zeebrandweer

otxla-en. Maar de schrik was ons Smithie ook niet in zijn koude kleren gaan

zitten. De koude wind bil aankomst in Peining, sloeg hem dan ook meteen op

ziin borstrok. Maar het lien gelukkig met een sisser af, het bleef bij een

grienje.

Met Sinterklaas is het overal in Holland vreugde. Je denkt aan de mooie

-11 - .


Sinterklaasavonden van de laatste jaren Mi de jeugd in Nieuwe Niedorp.

China kent de weldaden van de Sint nog niet. De oost uit Holland was evenwel

present en onze huisóverste, die een Duitser is, had in de refter goed

aan de Hollanders gedacht, om van de Hollandse zusters maar niet te praten.

He eerste Sinterklaasavond m China werd een onvergetelijke avond. Maar de

oorzaak van het onvergetelijke lag in iets geheel anderst

Uit Kiangchow waren al wat vage berichten binnengekomen. Dat Pater Bruns

vermoord was, daaraan mocht ie niet meer twüfelen. Hat was wel zeker. Van

de andere paters en zusters werd verteld dat ze ook waren opgepikt of gevlucht.

Maar van een van de zusters klonte de naam weer niet, daarom werd

dit bericht vanuit Peining niet doorgegeven naar Holland. We zaten in elk

geval al een paar weken in onzekerheid. Ais do een iets vertelt aan de ande:

berg ie dan. Hen Chinees weet dan zelfs niet meer wat waar is. De bijzonder'

heden van de dood van Mgr. Pessers kwamen ook van iemand die in de stad geveest

was...en er bleek niets van waar te zijn. Maar vanuit Nanking had men

dit bericht al als zeker naar Holland doorgegeven. De berichtgeving van ver

is o zo moeiliik. Wat ivisten we eind 1947 van wat er achter het ijzeren gor

dijn biiv. in Polen gebeurde ?. Van drie Chinese priesters die uit het vica^

riaat gevlucht waren, hadden we nu in Peining on Sinterklaasavond de laatsti

gegevens. Eén van hun hen was nu bii ons in Peining aangekomen. Hun relaas

was.bijzonder voor ons ionge paters, een harde klap. He missie waarvoor wij

bestemd waren, was nu ook in handen van de communisten. Die Chinese prieste:

vertelde dat hii even vóór het feest van St. Franciscus (4 Oct.) nog heilij

Olie had laten halen bii Mgr. Pessets. 'let het feest van Franciscus waren &'.

naters (on twee na) nog Mi elkaar geweest, nok Pater Bruns was er nog. De

Chinese priesters waren toen al erg bang, maar de Hollandse paters hadden n<

wel hoon. Ze hebben nog een gezellig feest gehad.

Een van de drie bovengenoemde Chinese priesters was er bij geweest dat

Mgr. Pessers met de andere paters gevangen genomen werd. Hij zat toevallig

in de kerk, toen die omsingeld werd. Maar hij wist in het hospitaal te komei

en 's avonds werd hij, alsof hij een lopende patiënt was, naar huis gestuurt

samen met de andere zieken, die ook de hele dag hadden vastgezeten. Deze

priester vertelde dat Mgr. Pessers nog in leven was, althans een dag of vij.

vóór hij naar Peining kwajn. Wel was Mgr. flink gepijnigd om zo de verborgen

kerkgoederen te pakken te kriigen. Ook Moeder-Eerste en een Chinese priesti

hadden veel moeten lijden. Ze zaten dus allemaal gevangen en Mgr. moest aan

meelmolen draaien. Dat was nu 10 dagen geleden. Wat er daarna gebeurd was, \

bovengenoemde Chinese pater niet. Want hii was, met nog een chinese priestei

gevlucht naar een plaats waar nog 12 Chinese priesters,. 6 Chinese zusters ei

een stel semenaristen zaten. Ze zaten daar zeer geïsoleerd, maar de stad ha<

een vliegveld! en vanuit Peining zijn ze met een vliegtuig opgehaald. Niet t<

zeggen dat ze blii waren !

Toen Mgr. Pessers OP het Franciscusfeest sprak over weggaan, wilde pater

Bruns daar niets van weten. Hij wilde niet vluchten, maar bij zijn Christen*

blitven. Na zes dagen gevangen gezeten te hebben is hii op 20 October 1947

vermoord. Tn een kamer naast de ziine werd vergadering gehouden. P. Bruns

• kon alles verstaan, want hij kon Perfect Chinees. Hij hoorde die avond dat

hii de volgende dag zou moeten sterven. Toen zijn knecht hem eten bracht,

was hij zeer opgeruimd. Hij maakte er nog gekheid mee. "Ik zal nog eens lekker

eten, want morgen hoeft het niet meer ". Hii is de volgende dag van het

z.g. crerechtsverhoog, achterover gegooid on toen doorstoken. De knecht heefi

han mogen begraven.

Tk heb Pater Leonidas Bruns uit-Amsterdam heel goed gekend. Hii was. meet

ik, tv/ee klassen boven mij. Ik heb hem dus in Sittard 4 jaar meegemaakt. Hi*

was een zeer begaafde jongen, snrak Chinees als de beste. Hij stierf temidcü

van ziin Christenen, die al eeuwenlang hebben laten zien dat'ze in geloofs~

sterkte en heldenmoed niet onderdoen voor de beste Christenen, waar ter werc

ook. Pater Bruns is een echte martelaar, die t.z.t. ziin plaats wel zal krijgt

in de Franciscaanse heiligenbooin.

Ongemerkt dacht ik die Sinterklaasavond -aan ons bezoek bii de Franciscant

in bordeaux (Deel 2,1. Ik dacht aan het vuur waarmede de gardlaan had ge-

- f? _


snroken over het bezoek aan dat klooster van iongemannen, die allemaal

martelaar waren geworden. Ja, de moed en offers van de martelaren moeten

latere geslachten wel strekken tot grote steun en zegen l Dat is de

Christelijke wraak : de hemel zal de akker vruchtbaarder maken dan ooit.

Dit is dan misschien wel mooi...voor later l Maar als je het 20 van dicht-

Mi meemaakt, wordt je wel erg droevig gestemd. Want door wat er allemaal

in Kiangchow gebeurde hing ook onze toekomst, aan een zijden draadje. ..Je

krijct in elk geval, wel een schok en ie begint je af te vragen of je droom

wel ooit werkelijkheid zal worden. Daar waar onze naters 50 jaar gewerkt

hebben, is nog maar één Chinese nriester werkzaam. Hij zwerft er als een

koopnannet i e al vi 7 f j aar rond.

ALS KERSTMIS MADRRT

'let leven on school is erg saai. Alle dagen die poppetjes onder je ogen...

ie wordt er gek van- '\ r e hebben, om dit te voorkomen, dan ook elke Zaterdag

vrij. On die Zaterdagen en in de vacant ie duld fk dan ook geen letter onder

mijn ogen. In de zomer kun ie noc, eens hier on daar heen. Maar in de winter

is er heel weinig te beleven. Gelukkig is er on de katholieke universiteit

van de paters S.V.D. nog wel eens iets te doen. Zo ben ik tegen Kerstmis

naar een Mozart-concert geweest. Kardinaal Tien was er ook. Met Smithje

ben ik ook mee geweest naar een toneelstuk. Het duurde vier uur en een

kwartier. Drie uur heb ik het volgehouden, fk begreep er zo goed als niets

van. Wel werd ik er nog iets wijzer van. Want de taal die we leren, stant

in elk geval niet uit de tijd van Hamurapi. De spelers snraken wat wij on

school, leerden : Kwuo Yü, de officiële taal van het land.

On school bleek al heel. gauw dat Smithje ons allen in 't Chinees verreweg

de baas was. De assistent en oudkapelaan va.n Nieuwe Niedorp bracht er

niet veel van terecht. Om te beginnen had ik een horrelpoot. Het tekenen

van de oogies, oortjes en mondjes van die chi.nese mannetjes was bij mij

echt Vakschool-werk. Wat ik de ene week leerde, was ik de andere week weer

kwijt. Tn mijn hoofd lonen de namen van al die poppetjes steecis doorelkaar.

En bij het uitspreken ervan tref ik zelden de goede toon. Tk val soms van

de ene wanhoonsstemming in de andere, maar ik probeer toch mijn kop koel te

houden. Je hebt het gevoel alsof bij elk nieuw karakterteken dat er in moet.

er weer tien ouderen plaats moeten maken en de benen nemen. Ze willen op

school dat de mannetjes aangroeien tot legertjes, maar het aantal deserteurs

groeit met de dag. Tk laat ze maar wat lopen in de hoop dat ze later weer

terugkomen. Soms "lijkt het alsof die mannetjes ais spoken door je hersenkamers

vliegen. Dan weer ben ik er rustig mee be2.ig als met kruiswoordpuzzle

of met het ontcijferen van een algebrasom.

LOM P'ING VIERT KERSTMIS IN PETPFNG

Hij heette Lou P'ING. Z'n familie was al eeuwenlang Christen. Hij heeft zelfs

een broer die uriester is' en Franciscaan. Lou P'ING was boer en van goede

h u i z e . : . .,.• ..... • • •„ ..' . •.,... .... • . . • • . : .....

Mu is hij gevlucht met velen uit het vicariaat van Luanfu. Z'n familie is

uiteengerukt. Zijn oudere broer is vermoord. P'ïng werkt nu als knecht in het

Franciscaanse studiehuis te Peiping. . . • .

De voorwinter is al begonnen en Lou P ( Ing zorgt nu voor de verwarming van het

huis. Hrenlang brengt hij door temidden van sintels en kolengruis. Het duurt

niet lang meer of het zal Kerstmis zijn. Alle dagen zit hij met zijn gedachte

in Luanfu. Wat zal het daar een droevig feest worden : geen bisschop, geen

priester, geen H.Mis, geen kribje....alleen maar moord, vernieling en christe

haat !

In alle stilte zal hier en daar nog vel worden gebeden door een oude vader of

moeder, door een vrouw die met haar kinderen of met die van anderen is achtergebleven.

Hii weet dat zelfs dit bidden levensgevaarlijk is. En dat weten ook

alle vluchtelingen uit Luanfu. Ze komen nu in Peiping nog dikwijls bij elkaar

- 13 -


ond de paters of om Mi de zusters het Rozenhoedie te bidden.

Lou P'Ing is alles kwijt. Maar meer dan ooit weet hij wat Christus nu voor

hem betekent. Hij wil daar nu getuigenis van geven, Hij wil er anderen mee

troosten. En Lou P'ïng, de boer uit Sjansi, begon zijn werk met sintels en

kolengruis.

On tveg naar school lien ik er alle daeen langs en ik vroeg me af : wat gaat

Lou P'Ing hier nu maken ? Hij stapelde de sintels or> elkaar. Het leek wel

een huis, in elk geval een onderdak. Hij begon beelden te maken, poppen.

Vormen van menselijke wezens en iets dat on een kribbe leek. Toen het zo

ver was, begon het wat te sneeuwen. En met die sneeuw, het kolengruis en

de sintels , steentjes en oud napier beeldde hij zijn kerstgroep uit. : de

GEROCKTE IN HF. STAL.

En iedereen die kwam kijken vertelde hij van ziin geloof in Christus.

Lou P'Tng had van Jezus' komst op aarde iets begrepen. En met de handen nog

zwart van het kolengruis, getuigde hii met bewogen stem van Gods liefde voor

de mensen. Hii wilde warmte en liefde on aarde vestigen. Onze schuld dragen.

lln zo gaf Jezus zijn leven voor het wel ziin van de .mensen !

De communisten konden hem alles afnemen...maar juist nu was Christus hem meer

nabij dan ooit. Dat gelovig weten en ervaren was(ziin steun en kracht. Wat

Christus voor hem betekende kon niemand hem ontroven I

Zo werd met mjn in het hart EER gebracht AAN GOD IN DEN-HOGE en de christenen

van Luanf.u zongen in Peiping van VREDE AAN ALLE MENSEN VAN (DEDEN WIL.

Zii zongen in ballingschap de hun vertrouwde kerstliederen.

Ik zal die Kerst in Peining in 1047, nooit vergeten.

Voor mensen van goeden wil

gaat de hemel eenvoudig open

en dan wordt al les stil

(Anton van Duinkerken")

Pater Goedhart die op het eind van het studiejaar ook tijdelijk naar Peiping

kwam en ons van zijn kostelijke verhalen or> onze boerenkamer liet genieten,

zei om ons te troosten : Chinees is net meetkunde, Misschien wel een goede

verstandsoefening, maar verder heb ie er niets aan. Het is alleen goed om

aan het klimaat te wennen.

Om iets In China te kunnen doen, moet je in elk geval ergens een tijdje

zitten. Ik denk dat de man uit de Wormer blij was dat ie de verstandsverbijsteringsnerikelen

van onze school niet behoefde mee te maken. De taallessen

die hij in de interneringstijd had meegemaakt vond ie al mooi genoeg.

Feit is dat ik van mijn kant heel wat verzuchtingen geslaakt heb. Ik heb

dikwijls tot mezelf gezegd : Peul, wat ben je toch begonnen ! Echt spijt heb

ik er nooit van gehad. Maar ik begon me toch wel eens af te vragen : waar

zou het uiteindelijk voor dienen ? He toestand was niet zo rooskleurig.

Soms had ik gelukkig het gevoel toch al iets van het Chinees te begrijpen.

Hêt was een geweldige ervaring als je tegen een Chinees iets zei, die er dan

ook nog iets'van scheen te begriineh. Maar als h.ff dan z'n mond open deed,

sloeg de schrik je dikwijls weer op het lijf. Je verstond er dan geen syllabe

van. Ik v/as steeds erg jaloers op kleine kinderen. Die kleine hummels praten

Chinees in alle toonaarden l Maar....het schrijven en lezen is voor hen toch

ook erg moeilijk. Dat is ook voor elke Chinees een heksentoer.

WÏ5 zijn klaar met 26 letters. Sommige talen hebben er nog minder. Het

Ekagi dat ik later in Nw. Guinea leerde kennen, heeft maar 10 medeklinkers,

5 klinkers en 5 tweeklanken.

Het Chinees is heel iets anders. Het is een beeldschrift. Fik begrip wordt

door een klein tekeningetje uitgebeeld, een karakter. En dat karakter is opgebouwd

uit allerlei streepjes, krulletjes en onderdeeltjes. Dat kan wel oplopen

tot 30 stuks. Er zijn alles bij elkaar misschien wel 50.000 karakters.

Die kan natuurlijk niemand onthouden. Voor het lezen van de krant kom ie met

zo'n 4.000 wel klaar.

Ik moest na 4 maanden taalschool 275 karakters kunnen schrijven. Maar toen

ik repeteerde wist ik er slechts één OP de tien. Tk moest toen een 700

- 14 -


woorden binnen spreken. Maar dat was met een paar honderd ook wel bekeken.

Toch hield ik taai vol. Maar ik voelde me dikwi.ils alsof ik met een zeef

water aan het sjouwen was. Op het eind van de week was ik leep. Zaterdags

moest ik er uit. om verstandsverbijstering te voorkomen.

Uit onze missie's Luanfu en Kianpchow hebben we na het Sinterklaasfeest

geen nieuws meer vernomen. Maar over het geheel genomen is de toestand

er niet heter op geworden. In liet Moorden (Mukden) misschien zelfs wat

slechter. Ik meen dat het even vóör Kerstmis was, dat de bevelhebber van

heel Noord China (generaal Fu-tso-J) heel de geestelijkheid van Peiping

biieen riep, om met hen te praten. Ik was er ook bij. Het maakte op mij

wel indruk dat een heiden dit contact zocht. Kardinaal Tien was er ook bij

en nog 4 bisschoppen. Generaal Fu stelde veel .vertrouwen in het werk van

de Kerk in China. Hij verwachtte van haar ook alle medewerking als -na de

herovering en zuivering nieuwe bestuurders moesten worden aangesteld.

"Jullie kennen de mensen daar beter dan wij", zei hij. Overigens wist hij

niet veel meer te zeggen dan dat het niet hopeloos was. Fin de reorganisatie

die hii moest, doorvoeren vorderde nu eenmaal tijd, dus geduld. Als iedereen

meewerkt komt het zeker weer goed.

Dat was zo ongeveer alles wat generaal Fu ons te vertellen had.

In de recreatie op de. kamer van Luanfu had men een bijna blind vertrouwen

in deze generaal Fu-tso-J.

De tijd ging gelukkig door en ongemerkt was het.Kerstmis.

Om 12 uur hadden we gezamenlijk een mooie gezongen H.Mis in de kapel.

Daarna las ik met mijn compagnon or> mijn cel de drie H.M.Missen die met

Kerstmis waren voorgeschreven. We dienden elkaar, zoals we dat dagelijks

deden. We vonden het toen al een groot privilege dat je in de missie gewoon

op je kamer de Mis mocht lezen. Nu mag je in Holland bij huisdiensten

of met een zieke op de kamer de Mis lezen.

WAAR GAAT 'T HEEN ?

Op 1 Jan. 1948 hadden \ie een grootse plechtigheid in de cathedraal, er

was een biduur voor de vrede. Ik had nog nooit zoveel heren geestelijiken

bij elkaar gezien. Peiping leek Rome wel. Er waren zeker 600-700 Chinezen

en buitenlanders, maar het kunnen er ook wel 1000 geweest zijn. Rn dan nog

de vele zusters van allerlei pluimage. Behalve kardinaal Tien waren er nog

7 bisschoppen die uit hun diocees verdreven waren. Rn dat allemaal midden

in een heidense stad. Heidens ? Peiping kent ook vele gelovige boedisten

van welke richting ze dan ook ziin.

Er waren natuurlijk ook ontzettend veel katholieke vluchtelingen van elders

Wat had er niet kunnen gebeuren als al deze priesters en zusters normaal

hadden kunnen werken. Ze waren er nu, in afwachting van betere tijden.

Maar...rooskleurig was de toestand niet.

Dat wist men ook in Holland wel en uit vele brieven bleek dat men daar

met nog groter belangstelling dan ooit, uitzag naar wat er in het grote

Chinese Rijk stond te gebeuren. Hun belangstelling liep parallel met de

miine, wat betrof de gebeurtenissen in Europa. Daar gebeurden weer dezelfde

dingen als in '37,'38 en '40.

Wat was er in China aan de hand ?

6 Jan. 1948 schreef ik daarover naar mijn familie, als antwoord op hun

vragen, het volgende:

"Eerlijk gezegd wordt het er hier niet beter op...maar het moet gezegd,

dat er door Tsjang Kai Sjek wel het een en ander gedaan is, om de gunst en

het vertrouwen van .Amerika weer enigszins waardig te zijn. Voor Chinees

doen, ziin er werkelijk radicale hervormingen aangebracht.

Zo berust de militaire leiding in Noord China nu eindeliik in één hand,

nl. generaal Fu. Maar generaal Fu heeft met de grootste moeilijkheden te

kampen. Voorheen d»ed ieder provinciebaasie zijn best om niet met de communisten

in aanraking te komen. Wat er in het gebied van zijn buurman gebeurde

was iets, waar hij niet voor had te zorgen. En heel wat van die heren

dachten alleen aan hun eigen portemonnaie. Want dit is bij de militaire en

- 15 -


urgelijke bazen als een overgeërfde ziekte. Verschillende van die heren

zijn nu afgezet. Maar juist die heren moet men met veel eerbied behandelen.

Een jonge generaal aanstellen boven een oudere is in China een heiligschenni:

Want als de heren htm gezicht, verloren hebben, zijn ze tot alles in staat.

De coördinatie van de militaire krachten onder jonge leiding staat wel op

papier, maar dat is zo direct nog geen werkelijkheid. Wordt bij de bestuursonderdeten

het landsbelang maar al te dikwijls vergeten, bij de legeronderdelen

is dat ook maar al te veel het geval. Het lukt me wel dat er aan de

organisatie en uitrusting wat meer aandacht besteed wordt, maar het gaat.

allemaal, niet zo vlug."

Het. volk als zodanig mist ook nog steeds de bezieling om eens echt alles

in het werk te stellen, de communisten er uit te boksen» Met is voor hen die

goed willen, wél modderen. In onze missie is bijv. laatst Yuntchen veroverd

door de nationalen. Een grote overwinning ! Maar als diezelfde nationale

troepen geen maand getreuzeld hadden (ze lagen er maar een dag of wat vanaf)

dan had de stad nooit een communist gezien. Toen heel de stad was leeggeroofc

en dus geen betekenis meer had voor de na lou's (roden) zijn ze weggegaan.

Daarop begonnen de nationalen te schieten...en veroverden de stad, die nu

ook voor hen geen betekenis meer heeft, ^et zulte onderdelen moet generaal Ft

werken.

In Noord-China (Mukden) is de eigenlijke legermacht van de nationalen nog

steeds intact»..maar de eigenlijke slag wordt vermeden. ,

De tactiek om alleen maar grote steden te verdedigen moet veranderd. Er moetc

verzetsbewegingen komen, men moet het lef hebben om eens aanvallend OP te

treden. Maar wanneer zal dat beginnen ?

De nationalen hebben nu nog mensen in overvloed. En volgens generaal Fu zijn

hun wanens heus niet minder dan die van de pa lou's, maar....!

Als MUkden valt, zegt men, ligt heel China open voor de communisten. De val

van Mukden kan evenwel nog een hele tijd duren. De oorlog gaat. hier anders

dan in Europa. Met is trouwens ook heel best mogelijk dat Mukden bijv. over

een half jaar, maar dan is het lang niet zeker dat ook Peiping een paar maanc

later ook valt...en dat wij dan allemaal de Kees zijn !

Nee het is hier geen bliksemoorlog. Zwaar geschut hebben ze practisch niet

en vliegtuigen ook niet. Ja, de nationalen hebben er nog wel wat, maar de

communisten schijnen ze zo goed als niet te hebben.

Momenteel hebben we hier in Peining de indruk dat. de regeringstroepen inderdaad

alles doen om Mukden te behouden en daarmee practisch heel Noord-China.

We zullen dan öok maar honen dat het lukt en dat we niet hoeven te verhuizen

vóór onze"kostelijke"studie er on zit. Direct gevaar is er in elk geval nog

niet. Geloof daarom maar niet wat eventueel in Holland de kranten zeggen :

Mgr. F'essers leeft ook nog... .alle berichten ten spijt.

Alles overziende mag wel worden geconstateerd dat. het voor de regering en

het volk gaat om het zijn of niet-zün. En Amerika ? Ziet het bij deze worstc

ling belangeloos toe ? Ik geloof het toch van niet. Waarom stuurt het dan gec

militaire hulp ? Welke consequenties zou dat met zich mee brengen ?

Er zijn er verschillenden die op het standpunt staan dat die consequenties

toch niet te voorkomen zijn. Zij zien de gevolgen in Europa (communistische

penetratie) en de resultaten van de besprekingen misschien wel zoals ze gezie

moeten worden : daarom moet alles gedaan om China te behouden en dat kan alleen

als behalve economische en financiële hulp, ook militaire hulp komt.

Aldus spreken mannen als Mc.Govern, Rullit, Wedemeyer en Mac Arthur. En de

vliegergeneraal Chennault zal in Amerika wel hetzelfde gaan zeggen.

Wil Marshall er dan volstrekt niets van weten ? Hij zegt : geen militaire

hulp J....maar toen het vuur hem na aan zijn schenen werd gelegd, moesTÜij

toch toegeven dat er wat oude schepen aan China waren verkocht...en wat oude

geweren enz.. Ze waren het overbrengen na. de oorlog niet meer waard. Ook met

een duizend vliegtuigen was het zo gegaan. Natuurlijk alleen voor het economisch

herstel ! De vliegergeneraal Chennault (maar dat zei Marshall niet)

leidt nog steeds Chinese piloten op*. Net als tegen de Jannen, Ook is het wel

zeker dat nu.verschillende legeronderdelen niet alleen op z'n amerikaans

zijn uitgerust, maar ook opgeleid. 1-n af en toe zie ie hier of daar weer eens

- 16 -


een amerikaanse generaal om de hoek kijken. Nee, onverschillig is men in

Amerika niet...Maar is het te verwonderen dat men van de eigen regering

en legerleiding eerst eens daden wil zien ? Waar zal men het meemaken dat

een buitenlandse gezant in een brief aan het volk, de zwakke plekken van

zijn regering aanwijst ? De ponulaire Amerikaanse gezant Stuart (getogen

in China) deed het toch maar, zii het dan op vaderlijke wijze. Verschillende

politici en generaals hebben hetzelfde gedaan en hun mening onomwonden

aan Tsjang Kal Sjek bekend gemaakt : eerst hervorming in regering

en legerleiding l De verkeerde elementen moeten e"r onherroepelijk uit. De

regering moet zonder uitzondering eerst het voorbeeld geven. Dan zal het

volk zijn taak ook begrijpen.

Toch is Tsjang Kai Siek nog de enige in wie men nog vertrouwen heeft.

Zal Tsjang er in slagen de oude militaire aristocratie aan kant te zetten ?

Zal hii de invloed van enkele grootkapitalisten (.Soong,Kuung) kunnen

breken en de leiding van alle corruptie zuiveren ? Men meent dat het in de

goede richting gaat. De verzekering van (om te beginnen) economische en

financiële steim is er het gevolg van. Rn de ''adviseurs'V 3T?~men op" "de koop

to¥'1krTjgt, worden dankbaar aanvaard door alle vooraanstaanden die van

goede wil zijn.

Het begin van de hervorming is er. De rest zal, naar wii hopen, ook wel

komen. De tijd zal leren of het mogelijk is om zonder openlijke conflicten

uit te lokken, in China een leger on de been te krijgen, dat" in staat zal

zijn minstens in eigen land het communistisch gevaar'te keren. Marshall

hoopt het te bereiken op deze manier. P,n hij hoopt, dat als het ooit tot

een openlijke breuk of een nieuwe wereldoorlog komt, dat dan het Chinese

leger veel kan doen wat anders de Amerikanen zouden moeten doen. Ren soort

gokje dus. fin als dit niet lukt ? Dan zullen Wedemeyer c.s. wel hun zin

krijgen, vóór China zich heeft doodgevochten. Om dit laatste te voorkomen

en om zich dan bijtijds van militaire hulp te verzekeren is er - zoals een

hoge Piet hier opmerkte - nog één oplossing : Tsjang zal dun Amerika de

oorlog moeten verklaren. Dan moeten ze wel komen om het land te bezetten.

En dat zal dan tevens ook de zuivering van de communisten tot gevolg hebben.

Maar deze grap zal wel overbodig ziin. Alles bijeen : China lijkt nog

credietwaardig zo te zien, en Amerika verkiest de staande regering boven

elk nieuw experiment.

De eigenlijke winter was van korte duur en is best. meegevallen. Een paar

keer hadden we wel een flinke koude wind en heel Peiping was die dagen

dan ook één grote stofwolk. Stel je het grote Peiping dan niet vroor als

een mooie stad wet asfaltwegen, grasperken en plantsoenen. Br zijn enkele

wegen met kinderhoofdjes. Verder zijn het bijna uitsluitend modderwegen

met veel zandstof en gruis, zonder grasbermen. Er is *s winters geen grassprietje

te zien. Alles is dan stof en kolengruis of iets van dien aard en

daar tussendoor waait dan die koude Noord-Oostenwind. Alles waalt door

ramen en kleren heen. Maar dit iaar was het half Januari al buitengewoon

zacht weer. Maar het is in deze tijd wel gauw donker. En als je dan, na de

lessen, op je cel komt - min of meer "black out"- dan begint liet geklungel

met het licht. Alle avonden een lichtje nog kleiner dan een kaars. De

Chinese petroletmlamnjes zijn vreselijk. Het ene lampje na het andere be~

zwiikt. De katoentjes zakken steeds weg en als ze niet zakken ziet zo'n

lampie er na een klein tiidje uit als een schoorsteen zo zwart. Dan zou ik

het dine liefst zo het raam uit kwakken. Dikwijls is 'het dan verstandiger

maar kalm het. bed in te kruipen.

De lente begon al OP 5 februari. Maar al was het dan al zacht weer, de

bomen buiten begonnen toch nop niet uit te botten.

Tijdens de winter had ik natuurlijk hard gestudeerd. Van Kerstmis af. On

9 Februari had ik weer examen in de Chinese letteren. Met Stnithje ging ik

op de vrije Zaterdag dikwijls aan.de wandel. Mij kon bijna alles lezen wat

op de winkels of de reclameborden stond. Voor mij was het om te duizelen.

Op het examen was het ook zo. Maar na het examen was het feest. Want de

volgende dag was het in China Nieuwjaarsdag.

- 17 -


CHINEES NIEUWJAAR ( 10 FEBRUARI )

Met Chinees Nieuwjaar is het alsmaar donderen en lichten, De donderbussen

doen hun werk dag en nacht.. De vuurpijlen alleen in het donker. Alle

Chinezen van twee tot tachtig jaar doen er aan mee. Hoe meer gedonder hoe

groter feest. Deze srjort wordt overal gepleegd, op straat, maar ook tussen

de huizen. Tegenwoordig kent men deze snort ook in Holland, maar ik heb het

•t eerst in Peining meegemaakt. Tk ben me die eerste keer het apenzuur geschrokken.

Je was on straat je leven niet zeker. De stukken donderbus vlogei

tussen ie voeten en om je oren. Van een rustig opzitten of slapen van Oud ii

Nieuw was geen sprake. Het was herrie en het bleef lawaai, heel de nacht doe

Want het was feest !

V66r het feest begint hebben de Chinese vrouwen de schoonmaak achter de rug

Want met Nieuwjaar moet alles fieter zijn. Maar, zei een van de meesters,

ze kunnen het gerust laten. Want na twee dagen is alles weer vuil.

On het Nieuwjaarsfeest viert elke Chinees zijn verjaardag, werkt niemand en

men gaat dan ook niet on reis. He winkels zijn dicht en nergens is er eten

of drinken te koop.

Eigenlijk mag je ook niet doodgaan. Je wordt, in elk geval die dag niet begraven.

Tn elk huis heeft er 's morgens een intieme plechtigheid plaats. Al

buitenstaander zul ie dat niet gemakkelijk te zien krijgen. De kinderen gev

die morden hun ouders (broers en zussen doen het aan elkaar) de z.g. "ko t'

Een eerbiedsbetuiging die bestaat uit drie heel diepe buigingen (dikwijls

doen ze dat geknield) met de neus tot aan de grond en met gevouwen handen.

Daarna begint het. feest.LeVker eten en geschenken geven. Als dat thuis gebe

is gaat men de familie af en men doet dan hetzelfde bij de getrouwde broers

Daarna gaat men naar een of andere tempel. Want het is een van de attractie

in Peining dat er die dag enige temnels open zijn, die verder heel het jaar

gesloten zijn. Velen trekken clan naar de grote Tüng Yueh Miao (tempel van d

Oostertop)." Ze doen dat uit nieuwsgierigheid of^ö¥*a5ÏÏ*Tïürr3evotie te volde

Want ook de godheden moet de "ko t'ou" gegeven'•worden. Velen doen het eerst

thuis voor een of andere voorstelling van een of andere geest- dikwijls gemaakt

van louter namer - of voor het htiisgodénaltaar. Ze geven de geest de

veel lekker eten. Dat eten moet dan drie dagen blijven staan.

De christenen ( in de mond van de naters zijn dat alle katholiekgedoopten )

toeven op die dag de "ko t'ou" eerst aan het kruisbeeld, dan aan hun ouders,

enz.. Wat er thuis gebeurt kan een buitenstaander als regel niet zien.

Wel wat er in de tempel gebeurt, want die staat heel de dag voor iedereen

open. Oe Tung Yueh Miao ligt even buiten de stad. Ste'1 je nu zo'n tempel

niet voor 'aTs'^e^nTRêrTT Zo'n grote ternnel is een groot, comniex met enkele

gebouwen, aan de zijkanten aaneengebouwd een reeks van devotiekapelletjes

zal ik maar zeggen.- Langs het geheel temt een veranda. Achter de grote ing;

van bovengenoemde tempel heb je drie grote vierkanten. Binnen die grote

ruimten en overal buiten is het dan met Nieuwjaar kermis. Haar lijkt het

tenminste wel on. Huizende mensen stromen er met Nieuwjaar naar zb'n tempe

Fn nog eens duizenden lopen er overal rond. Onvoorstelbaar zoveel mensen j'

dan ziet. Alles wat lonen kan gaat er heen.

Een stuk of acht s^oden bleken erg in tel te zijn. Bij hen werd geofferd en

gestookt (offerstokjes) dat het een lust was. Rij hen brachten al die mens

ook de "ko t'ou". Ik zag er zelfs enkelen huilen, maar dat kan ook van de

rook zijn geweest. Toch zag ik hier iets wat ik eigenlijk niet verwacht ha

ontzettend veel gelovig ongeloof 1 Het heidendom in zijn schrilste armoede

En dat gedoe gebeurde niet alleen door wat ouderwetse mensen. Nee, men zag

ook heel veel modern geklede mensen lui in de rij staan om op hun beurt op

de grond te knielen en de goden te vereren.

Schoon.was het niet in deze tempel. Rr waren beelden waar wel een centimet

stof on lag. Ik vond het jnaar een vuile boel. In een hoek van de hoofdtemt.

zag ik zelfs onder het stof en-de rommel nog een hele hoop kolen liggen vc

de winter. De Lab tao, de monniken zagen er gewoonweg vies uit. Er werd ge

praat en gelachen, gekheid gemaakt en van alles gedaan. Maar die goeden

houden daar blijkbaar van. Leuk was het te zien hoe buitenlanders overal

* 1Q ~

i o


met hun neus bijzaten. Dat mocht allemaal. We hebben nog geprobeerd foto's

te maken, maar in de tempel was het zonder flitsen practisch onmogelijk.

Het was er te donker en buiten v/aren zoveel mensen dat je nergens bij kon

komen.

Geloven die mensen nu dat die beelden God zijn ? Ik denk van bijna niemand.

Maar ze geloven wel in het bestaan van die god of geest. Rn dat beeld is er

een voorstelling, van. De god of geest is er die dag ook wel met een bijzondere

macht aanwezig. In eik geval : ie kamt nooit weten I

Het is onmogelijk alles in êên bezoek in je op te nemen. Stel je voor :

het eerste vierkant omvat al 72 z.g. Szu, van die kleine kapelletjes, Maar

ik heb wel gezien dat de tweeling-goden van de Rijkdom ( met ieder 18 ondergeschikte

godheden ) het erg druk hadden.

De pijnigingen voor de zondaars waren ook niet mis, Hoe denken ze het allemaal

uit ! Je wordt doormidden gezaagd, in een molen rondgedraaid, van met.

messen bezaaide rotsen naar beneden gegooid, opengesneden, uitelkaar gerekt

of opgehangen. Je kunt het. zo gek niet uitdenken of het is wel ergens uitgebeeld,

Het kunstpebrilte van de beelden was beneden nul. Flat virl wel erg tegen.

Jammer nenoeg kon ik de oude Moeder Wang i'Wnng Mn-M,->) vanwege 'dn drukte niet

zien. Oat zou me wel een naar uur "pelcöst hebben.

Wang-Ma-Ma in het blauw gekleed, een bloem van appelgranaat in haar haren

en met een lepel in de hand, is de eerste toevlucht voor de zielen der afgestorvenen.

Als ze bij haar komen aangevl ogen^eeft ze hen met de lepel een

schep heerlijk sap uit de kuip met suikerwater, die aan haar voeten staat.

De zielen vergeten dan hun aards bestaan. Maar de kuip was, zo ik hoorde

zeggen, leeg. Mogelijk omdat het water erq schaars was, of misschien was de

suiker OP de bon.

De god van het huwelijk heb ik ook niet kunnen vinden. Dit godsbeeld is omhangen

met rode draden. Het is trouwens on deze dagen alles rood, want rood

is geluk. Als iemand nu geen vrouw kan krijgen, dan heeft hij altijd wel een

vriend die een draad van dat beeld komt halen. Hij spant die draad dan

stiekem ergens in zijn huis. Breekt, hij die dan. zonder er erg in te hebben,

dan zal Mi gauw getrouwd zijn. De gelukkige moet dan weer een andere draad

aan het beeld hangen.

F,r is in deze tempel geen ziekte vergeten en geen hellestraf niet uitgebeeld

Bar druk was het ook bij Wen Ch'ang met het fameuze witte ipaardvan _Jade t

waarop hij zijn reizen doet. Haar stond ook een bronzen imiilëzeYHie"'/overal

werd aangestreken. De ogen en de jukbeenderen waren zowat afgesleten. De

voet van Petrus in Rome is, hierbij vergeleken, nog kinderwerk. Het aanstrij

van de muil beschermt tegen allerlei ziekten. De verering was enorm !

Er waren hier in deze tempel denk ik, weinig monniken. Maar goed ook, want

deze Lao tao waren, zoals ik al zei, stinkend vies.

Aan de overkant van de weg stond nog een andere tempel, niet zo groot, de

temnel van de 18 hellen. Daar woonde maar één monnik. We brachten een bezoek

aan de slapende Boeddha en de tempel der witte wolken. We hebben ook nog een

heel groot klooster bezocht. Daar woonden wel een 100 Lao tao-mohniken. Een

van de onderwijzers vertelde in de klas, dat de heren in dat klooster, even

vóór wii in Peiping aankwamen, de "abt",zal ik maar zeggen, hadden vermoord

met de procurator erbii. \in hij die nu het hoofd van de Pai-Yu-K'uan•(kloost

is, geniet alles behalve een goede reputatie. Het moet een rare scharrelaar

ziin. Hij heeft ziin vrouw naar huis gestuurd en is met behulp van waf monniken

van minder goed allooi en met steun van de Yamen (hoge omes' in de ste

nu geestelijk vader geworden. Deze heren staan bij de mensen niet zo erg hoc

aangeschreven, maar met de Nieuwjaarsdag kwamen'er toch duizende mensen

kijken en hun stokjes stoken.

Het liikt ook dat ieder jaar zijn eigen beschermgod heeft. Er zijn dan ook

gedenktemneltjes voor elke leeftijd in genoemd groot klooster. Vroeger genoc

dit klooster grote reputatie bij het keizerlijke hof. Ook hier leek heel de

feestviering op een kermis en alles bijeen was het ongetwijfeld voor de monniken

een goede business.

In één van die tempels was de volgende dag de uitdrijving vaïi de boze geestc

- 19 -


Ook een interessante bezigheid! We ziin er niet heen geweest. Je kunt ook

niet. alles zien. Want Peiüing is wel enkele honderden temoels rijk!

EN DE TIJD TIKTE RUSTIG VOORT

In de eerste week van Maart kregen we weer een soort overgang van het weer.

Het kan ook dan weer echt verraderlijk zijn. Het lijkt soms erg mooi, maar

na een paar mooie dagen heb je het ineens te pakken. In Li Kwang Ch'iao

hadden we de eerste dagen van Haart geregeld zo'n twintig zieken in huis.

Het leek wel een soort grien. Artheem en Stan gingen er helemaal onderdoor.

Ze moesten afgevoerd worden naar tiet ziekenhuis» Want hun koorts j.iep op

tot bijna 41 gr.. Zo ging de eerste winter voorbij. We hadden eigenlijk

een pracht winter. Er viel heel weinig sneeuw, Alles bijeen amper een

decuneter. Maar dat viel gelukkig allemaal nét voor Kerstmis. Sinds half

Maart is het bijna alle dagen helder weer. Betrokken is de lucht slechts

hij uitzondering. Steeds is het droog. Niets van de vochtige lucht in ons

kikkerlandje. Het land zal het nu verder moeten doen met het beetje sneeuw

dat er dit jaar gevallen is. De winter is nu wel helemaal voorbij.

Naast ons huis zijn wat Chinezen bezig de stukken ijs uit het water te

halen. Ze stopnen het in de grond. Hoe dat precies gaat kan ik niet bekijken.Maar

je ziet het hier weer : een Chinees bewaart alles. Waarvoor ?

Ze zullen er later wel geen ijsjes vari maken. Misschien gebruiken ze het

voor zoiets dat on een frigidaire lijkt.

In China gebeuren meer vreemde dingen. Zo drinken we 's zomers dikwijls

warm water en in. de winter krijgen we ijsjes d.w.z. vruchten die ze laten

bevriezen en dan zo koud mogelijk on tafel brengen. Ze zien er uit als een

tomaat en van binnen lijken ze wel on ahrikozen. Ze smaken heerlijk 1

We vieren intussen Zondag Laetare, de dag waarop wij, Hollandse Franciscanen

priester werden gewijd. Voor mij is dat al we?r acht jaar geleden.

Ondanks mijn ijver op school is het vooruitzicht om hier in China een

plaatsje te bezetten in onze eiren missie, nog alles behalve rooskleurig.

Mgr. Pessers zit nog vast. Wel zijn er met behulp van de nationalen twee

paters ( waaronder de broer van P. Start Mulder } en vier zusters naar

Peiping gekomen. Die zijn in elk geval weer veilig thuis. Zo voel je dat

tenminste aan. Maar ook dat kan nog weer veranderen. P. Mulder gaat nu

naar Holland om wat bij te komen. Want na de internering is hij meteen naar

Kiangchow gegaan. On wee: naar Holland kwam hier in deze tijd ook nog

Br. Stanislaus Oostenmever.aan. Een heel aardige man. Maar hoe kan dat ook

anders, want ook hii is geboren in Wervershoof. Hij ging naar Voorhout en

zou ze, evenals, pater Mulder, de groeten gaan brengen.

In Peiping zitten ook Tranpisten. Ook zij zijn gevlucht, uit hun. missiegebied.

Zij zijn hier nu een grote boerderij begonnen. Ze hebben dik 60

koeien. Mooi Hollands vee, maar ik had met die beesten te doen, want ze

stonden dag en nacht'op een stukje grond zo groot als een voetbalveld.

Hier koe zijn is dus ook niet alles. Ook deze Trapisten hopen op betere

tiiden. Maar...zullen ze nog ooit naar hun abdij terugkeren ?

Pasen vierden we dit jaar op 28 Maart. Ofschoon het in China geen gewoonte

is, hebben we toch Paaseieren gehad. Het waren gelukkig niet van die

eieren die de Chirfzen in de grond stoppen om ze er na jaren weer uit te

voorschijn te halen. Ze moeten dan reuze lekker zijn, maar wij kregen gelukkig

gewone verse eieren.

In de wintertijd hadden we on de Zater- en Zondagen al heel wat van de stad

gezien. Vooral in de oude Keizerlijke stad raak je nooit uitgekeken. De ver

boden stad is één groot museum. Fantastisch \ Deze stad is werkelijk uniek

in de wereld. Als je 's avonds naar de sterren kijkt kun je ook unieke ding

zien.'On een avond na mijn verjaardag zag ik de avondster staan naast de

sikkel Yan de maan. Bijna het teken van de Mohamedanen. En in Nw. Guinea zo

ik later de maansikkel op z'n gat zien zitten.

Met de komst van het mooie we'er kon ook de fiets weer worden gebruikt.

Eind November 1947 waren onze fietsen vanuit Sjanghai eindelijk aangekomen.

Ze waren in Dec. '46 al in Rotterdam op de boot gegaan.'Maar de douane had

- 20 -


in Sjanghai met aïIe andere smulen een half jaar vastgehouden. We zijn er

in de zomer heel. wat keren mee naar het iachtnark of het zomernaleis gektrd,

daar konden we dan voor een prikje een bootje huren en zwemmen in het heer*

Hik qrote meer. We konden dan heel gemakkelijk de vrije dagen en uren die

we in de wintertijd thuis doorbrachten, met het lezen van een oude "Linie"

of het volgen van het voetbal in Holland in een oude "Tijd", heel gemakkelijk

vergeten. Aan het snelen van een spelletje natience hadden we dan ook geen

behoefte meer.

Tussen de bedrijven door ging de burgeroorlog rustig verder. Zonder ingrijpen

van het buitenland zullen we de ondergang van de communisten wel niet meemake

Alsof er geen vuiltje aan de lucht was, kwam dezer dagen in Nanking het nieuw

gekozen parlement biieen. Hen nieuwe president met ruim 2.000 afgevaardigden

Yü-Ping, de aartsbisschop van Nanking sneelt er ook in mee. Allenaal poppenkast,

zonde van de centen. Hat was onze indruk toen. Wij kregen die'dag 's mi

dags éën uur vrij .'

Alsof alles wat er gebeurde, en niét gebeurde geen rol speelde in ons dagelij

leven, nam het aantal "karakters" dat ik onder mijn ogen kreeg, steeds toe.

Het groeide aan tot een .legertje...maar dan wel een Chinees legertje. Want er

raakten steeds meer mannetjes zoek. Hiar ik vond dat niet 20 erg. Het spookte

al genoeg in mijn hoofd.

Sinds kort gaan we nu ook geregeld naar de "lering". Want er is ook al een be

gin pemaakt met het lezen van de cathechismus....en ook dat is lang geen lolletjeJ

Gelukkig ontbreekt de note comique ook niet. Ik heb tegenwoordig een

onderwijzer die z'n roggels met een plechtig gebaar in een hoek van het kastie

flapt. Maar er zijn ook anderen. Een zakdoek is voor de meeste Chinezen

een dwaasheid. Maar sommige meesters weten zich al aardig aan te Dassen. Laai

hadden we er een, die onder de les nlechtig een boek naast zich had liggen.

Na enipe tijd ging het open en werd er een blad uitgesoheurd. Het blad werd

daarna onder z'n neus gedeponeerd en toen met inhoud plechtig op een hoekje

van de tafel gelegd. Na de les verdween het "ongemerkt" in zijn zak. Waarschijnlijk

moest het papiertje daarna nog voor andere doeleinden gebruikt

worden. Houdt ie maar goed llll

Tk was al acht maanden in Peiping toen ik een kaart van de missie in Sjans

in handen kreeg. Er st nden natuurlijk vele plaatsen op met grote en kleine

letters. Met de hulp v. een oudere nater had ik daarop een 20 missiestaties

ontcijferd en in enkelen daarvan, zaten ook nu nog paters. Ma afloop had ik

de kaart weer met een paar ninijzertjes aan de muur geprikt. Na een paar

dagen ging ik er weer voor staaa. De kleuren en lijnen volgend vond ik van

de 20 gewesten, er een stuk of 10 terug. Maar ik kon geen letter meer terugvinden.

Kiiken en nog eens kijken,...tot die oudere pater weer kw|an. Verhip

De kaart hing al twee dagen on z'n kop. Haar heb je dan/triekwart jaar Chinese

letteren voor gestudeerd l Maar binnenkort zal dat wel makkelijker word

Want in een Engelse krant las ik niet lang daarna, dat men op een universiteit

in Amerika ook VOOT het Chinees een nieuw alfabet, had uitgevonden. Wil

China in de wereldgemeenschap zijn Plaats innemen dan zal zo'n alfabet absoluut

noodzakelijk zijn. Ik dacht dat ik te laat in China was gekomen, maar

ik begin nu te vrezen, dat ik nog te vroeg gekomen ben. Zou al mijn moeite

om complexen als de fabrieken van Zwanenburg of Philips (de karakters) te

tekenen, nu voor niets geweest zijn ? De tijd zal 't leren, maar ik vrees

dat de Chinezen de vondst van die universiteit wel niet zo erg zullen waarderen.

..Ze zullen die poging wel rustig naast zich neerleggen.

Ik blijf dus maar bidden om verlichting van het verstand, mijn verstand

en dat van de Chinezen. Bij mij moeten er nu al zo'n 1700 van die karakters

onder miin vet zitten.

Om voor een ontwikkeld Chinees door te kunnen gaan, moet men heel wat jaren

Chinese letteren studeren. Omdat van de priestercandidaten zoveel andere

dingen gevraagd werden, waren ze in het oog der Chinezen intellectueel echt

de mindere. En als Chinees verlies je dan wel je gezicht.

Kardinaal Tien stuurde daarom vele jonge priesters een paar jaar naar de un

versiteit om zich nog wat in de Chinese letteren te bekwamen". Maar dit had

ook weer een kwalijk gevolg. Want'velen wilden liever voor intellectueel do

- 22 -


LAND VAN MIJN DROMEN

- 23 -


gaan en de : liefde voor de gewone zielzorg moest, -daar weer onder lijden. Bij

velen verdween de apostolische geest. Precies wat die Pater in Hongkong al

van hen gezegd had. '%ar 'dit qing natuurlijk niet voor allen on. tn Peiping

heb ik ook heel wat iiverige Chinese priesters gezien.

Om het de buitenlanders wat gemakkelijker te maken,was er in onze tijd al

een manier bedacht om de uitspraak van de karakters weer te geven in de verschillende

westerse talen. Zo had ie dictionaires net Engelse, I : ranse en.

Duitse romanisatie. Dit is de uitsnraak in latiinse letters uitgedrukt. Men

noemt dat geloof ik Pin Yin. Er blijft dan. altijd nog een moeilijkheid. Want

ie kan elke klinker minstens oo vier toonhoogtes uitspreken. Daardoor krijgt

dat word-dan telkens een andere betekemFTTmTHat weer 1.41 te drukken, schreef

men bo^eri aan het woord een kleine 1,2,3 of 4--•bijv. "niiv" (jij), "ta " (hii)

of "wo"" fik), liet Chinees is dus wat men noemt-een toontaal. Maar. genoeg

hierover.

DF, CHINESE MUUR

Begin Mei hadden we schoolfeest. Wc gingen niet naar de bergen om pootje te

baden. Nee, deze keer gingen we met alle meesters naar Mongolië d.w.z. naar

het Chinese wereldwonder» de grote Chinese muur aan de spoorweg Peiping-Kalgan

Al wat achter die muur ligt is Mongolië, in de wijze zin, of te wel het gebied

der barbaren. Het is met de trein een 40-60 km. ver. Niemand weet; precies

hoe ver het is. He reis kostte ons 11,000 dollar per persoon. De Amerikaanse

dollar lien-toen zwart al aardig naar de twee miljoen. Ik denk dat alleen

papierschaarste het oplopen nog wat kan afremmen. Volgens de koers van die

dag kostte de reis 20 ongeveer 13 cent oer nersoon. Maar dan zit'je daar ook

zowat S\ uur voor in de trein!

De eerste keer dat we stopten zag ik iemand uitstappen. Hij behoorde tot de

lfêiders van de trein. Hij zocht een mooi plekje om te doen, wat zelfs deze

belangrijke mensen nederig moet houden. Ja, ze zijn er heus toe in staat om

de trein daarvoor' te laten stonnen. Helemaal zo gek nog niet. Als vroeger een

pater van Nieuwe Niedorn net de koffiemolen' naar Wognum, of Hoorn moest, dan

bleef de tram ook stonnen als-Ie bij de overweg zün hand ophield.

Toen de man hier ziin zaakje had afgewerkt bleef de trein nog een half uur

staan. We moesten wachten op een legertrein. Ma de eerste kwam een tweede en

ni«t lang daarna een derde. Om half twaalf waren we daar waar we moesten zi-jn:

een stationnetje temidden van de grootste eenzaamheid. f)n het stationnetje sto

een meneer van steen, de maker van dat spoorlijntje. Een spoorlijn met tunnels

Ik heb daar voor die meneer miin pet afgenomen, want aan hem hadden we tenslot

dit uitstarne te danken. Vanuit het stationnetje liepen we een kwartier lang

langs' de spoorbaan. Want er was geen weg. Daarna moesten we nog wat klauteren

over stenen en heuvelrugjes, en 20 kwamen we uiteindelijk boven op de Chinese

Muur» ueze is als een gigantische borstwering over de bergen heen gebouwd..

Echte Chinese bergen, kale berden van steen of bruingeel van klei, stof en

zand. Met bijna geen bomen er on» zonder groen en zonder gras.

Uit betrouwbare bron werd medegedeeld dat we een naar duizend meter boven de

zeesniegel waren. Twee locomotieven hadden dan ook ons treintje bergopwaarts

moeten 'trekken. Het laatste stukje tot on de muur moesten we.zelf afleggen.

Met de neus op de schoenen en de tanp, uit de mond, klauterden we een dikke

100 m. de vestingmuur on naar de hoogste ton, waar één van de 25.000 vestingtorens

cebouwd was. Ik dacht aan het Kopie van Bloemendaal waar ik na mijn

overrompelend examen bij de paters M.S.C, in Driehuis - zonder succes zoals

later bleek - een lekker glas limonade gekregen had. Maar hier was het boven

OP die top een droge boel, frisdranken waren er niet. Haar dat is begrijpelijk

want een Chinees is bang voor kou in de buik. Maar daar was ook geen

warm water'of wanne thee. Hr was ook niets te eten. Haar gelukkig hadden de

paters aan alles gedacht. We hielden daar boven op die ton een heerlijke

picnic. Prinses Beatrix en Prins Claus, Joop den ilyl en Minister van der

Klauw hebben het ruim 22 laar later,-daar zeker met minder-moeten doen.

Het was een ideaal van een marie-.zoals die ons in de fraters jaren altijd

werd voorgehouden : ie boterham en zoome zo ver mogelijk wegbrengen, op een

- 24 -


mooi -plekje alles naar binnen werken en dan zo gauw mogelijk naar huis terug.

Zo gebeurde..het dan ook hier, want we moesten om drie uur weer bij de treinhalte

zijn.

De muur 'is bijna zo oud als de duiven, want toen de Romeinen +^ 300 vóór Chr.

met de aanleg'van de Via Appiia begonnen» was Keizer TTwaHg-ti al begonnen met

deze gnfote muur. Rond 1400 na Chr. had. die muur al een lengte van zowat

2.500 km., men zegt dat hii nu 5.000 ton. lang is. Stel je een weg voor van

grote effengemaakte keistenen met daarlangs muren van manshoogte tot meer dan

vil f meter. Tussen die muren liet de hobbelige keiweg, waar je met wagens

overheen kunt rijden. Rn bovenop die muur om de 150-200 meter een hoge vestin

toren met uitzicht, over de bergen. Die muur loont als een rupsbaan 'over de

bergen heen. On de röntgenbeelden van de astronauten lag volgens Leo Thuring

de cjrote muur als een winkel haak on de schedel van Moeder Aarde.

^e muur is natuurlijk in verval geraakt. Haar dit deel is voor de touristen

gerestaureerd. De prote muur is een machtig getuigenis van angst voor de barbaren

en van weergaloze macht over de onderdanen, die met hun ezels, bij het

boutven van de muur, bij duizenden het leven lieten. Als een Maginotlinie lag

hii daar» maar de muur heeft weinig strategisch «ut gehad. Het wereldwonder,

dat :op bevel van China's Keizer,met bloed, zweet en tranen was gebouwd, werd

door de Mongoolse nomadenhorden overspoeld. Hn in Peiping lieten de nieuwe

heersers zich zalven tot Keizer van het Eeuwige Rijk. De vernedering is voor

de Chinezen wel coranleet geworden. Na de barbaarse nomaden kwamen de Westerse

mogendheden en Japan, Pas met de komst van Mao werd aan de vreemde overheersi

en inmenging definitief een einde gemaakt.

Toen we na ons bezoek aan de vestingstoren op de Muur weer beneden waren, kwa

een Chinees opa'tie ons met zijn ezeltje tegemoet, f lij dacht : misschien kan

ik met ezeltje rijden wel wat verdienen. F,r was geen animo om na het moeizaa

klimmen en dalen, ie achterste nog zeer te rijden oo een Mikans houten ezelt

Hij zei iets tegen zijn kleindochtertje, liet zijn ezeltje staan en hij ging

or> weg naar de plaats waar wij gepicnict hadden. De koning te rijk kwam hij

met een zak lege bierflesjes en busjes (nog van de amerikanen) terug. Misdadige

handen hadden, toen hii naar de muur was, het ezeltje misbruikt, en

menig daoper ruiterkiekie v/as gemaakt. Heel onschuldig gaf men de eigenaar

zijn ezeltje terug, Inmiddels werd het onze tijd, als we tenminste vandaag

nog thuis wilden komen. En daar was alle reden toe. Want ëên van de meesters

deed zijn eerste.ritje met de trein. Het moet gezegd : hii hield zich goed.

Van angst was bijna niets te bespeuren. Maar na zo'n eerste ritje kun ie

toch niet zo maar een nacht wegblijven. De meester heeft er recht op, om

déze avond nop zijn vrouw en z'n Moeder te vertellen van zijn bevindingen

in een wagen zonder peerden. We voelden ons dus verplicht om zeker op tijd

thuis te zijn.

T le reis terug ging bergafwaarts en duurde ruim drie uren. Onderweg hoor

ik plots een Westerse muziekvereniging snelen, een fanfare 1 Ik kon het net

bekijken. Zes man sterk ï Rr wordt een bruidje, een deftig bruidje overgebracht

naar het huis van haar aanstaande. Ze heeft hem misschien nog nooit

gezien. Het is vandaag druk met dit werk. Wie zou het ook vandaag niet doen,

als de waarzeggers zeggen dat het nu een. gelukkige dag is. De waarzeggers

weten dat precies en hebben, naar men zegt, in het bepalen van de dag een

flinke cornsgeest : want als het niet eens goed mocht' gaan...die en die is

toen op die dag ook getrouwd...en is het hen niet goed gegaan ?

We passeren een rivier die we vanmorgen ook gezien hebben. Maar nu is

het aan de overkant behoorlijk druk : de vrouwen zijn er aan de was. Ze

kunnen daar hele dagen zo zitten. Ze hebben hiervoor niets meer nodig dan

een blokje hout, water en een riviersteen om op te rossen. Als ze gelukkig

zijn hebben ze nog een stukje zeep. Dikwijls heeft men een kleine mee en

met de beentjes in het water zit moeder heel rustig dat ding te voeden.

Die kleintjes sjouwen ze overal mee. De Christenen nemen ze ook mee in de

kerk. Interessant volk. Eigenaardig land. Land van verfijnde omgangsvormen

en onbegrijpelijke gezichtendienarij. Ja, het dienen van'het "gezicht" en

de angst on net te verliezen, snee.lt een grote rol in de -samenleving.

Wij. zijn de 'Tu-pi-tzu-ti jen" : de langneuzen...en die zijn rijk ! Je krijgt

.. 7 K „


de Indruk dat hier voor geld alles buigt en knipt. Ze beniiden ons vreemdelingen,

niet om dè lange neus die we wél hebben, maar om bet geld dat we

iilët hebben* Maar dat kunnen ze aan ons gezicht ook niet zien.

RHZOEK VAM IV PROVINCIAAL

Voor de studenten van Li.Kwang CViao ging het leven rustig zi.in gang. We

boorden natuurlijk de minder mooie berichten ook wel, of we lazen erover

in de Peipingse kranten. We wisten wel dat de toestand er niet be er op werd,

maar voor de rest hadden we het allemaal erg druk met de studie, .n de Hollandse

kranten schreef men al dat de communisten in de straten van Peiping

aan het vechten waren. Maar wij gingen rustig dagelijks naar de les. Het

Chinees zou zo maar niet door het Russich vervangen worden.

In .China zaten voor de oorlog zeer veel Franciseanen van allerlei nationaliteiten»

Toen, na de internering, de Hollandse medebroeders niet terug

konden naar hun missiegebied in het Noorden (Luanfu), gingen de jongeren

hun medebroeders in het Zuiden helpen. Daar was ook volon werk. Voor de

oudere paters viel dat niet mee, daar behalve het klimaat, ook de taal nog

al wat verschilde.

De Paters Scheutisten biiv. hadden geen missies in het Zuiden, Hun missie.'

s in het Noorden waren allemaal bezet door de communisten (Mongolië).

Zij namen toen het besluit om een dertig maters naar Japan en Amerika te

sturen. Ze kwamen gewoon met hun, personeel in de knoop.

De oudere naters.van Luanfu zaten al-een jaar of zes te wachten in Peitïing.

Maar van een terugkeer naar de missie kon nog .geen sprake zijn.

In Kiangchow werd het er. ook niet béter or>. P. Bruns was vermoord. Van Mgr.

Pessers en P, Sunerior %vs wisten we, dat ze nu in de stad vrij konden

rondlopen» Ze woonden in een' huisie vlak bij de residentie, kregen meel van

de Christenen en zagen er ^^ ! at beter uit. Ook de zusters konden de zieken

weer wat bezoeken.- Ze liepen wat rond als gevangen. Er was geprobeerd hen

tot vluchten te bewegen, dat was wel mogelijk, maar mgr. wilde dat niet.

Wellicht omdat er nog een Chinese pater gevangen zat en hij WAS bang dat

er dan wraakgenomen zou worden op de Christenen. **O.L, Heer heeft me tot

nu toe goed geholpen, daarom wil < ik blijven" moet Mgr. gezegd hebben. Hij

is er in elk geval van overtuigd dat zijn aanwezigheid nog een grote steun

is voor zijn Christenen, Waar de paters gevlucht zijn is dat omdat juist

hun aanwezigheid on barbaarse wijze .gewroken werd op de Christenen.

In Kiangchow is dat nog niet het. geval. De vooruitzichten om ooit in onze

eigen prefectuur te mogen werken waren niet groot. We studeerden intussen

maar rustig verder.

Was vanuit Peiping de toestand op afstand dikwijls moeilijk te beoordelen,

in Holland was dat nog moeilijker. Misschien dat daarom P, Provinciaal zelf

eens poolshoogte kwam nemen. Als magister van de fraters had Apollinaris mij

indertijd naar Brazilië willen sturen. Maar dat rit ging toen niet door. Ik

Voelde daar niets voor. Maar als Provinciaal uiteindelijk had me toch daarheen

gestuurd, waarheen ik graag wilde gaan. Voor ons studenten was hij dus

lang geen onbekende. Hij had z*n reis f i in uitgestinpeld, maar hij kwam er

toch gauw achter dat de zaken in China wel. eens anders lonen, dan men in het

Westen denkt. Het begon al. in Sjanghai met z'n ticket. Hij had uitgerekend

dat het hem, omgezet in Chinese dollars» 35 Amerikaanse dollar zou kosten.

"Nee-V zei de man nan het loket, "dat is te weinig. Met moet dan 81 zijn".

"Inderdaad" snrak de man waarnaar hij venvezen werd. "Weet je wat" zei die

man, "betaal met Chinees geld". Arspolinaris wisselde ziin geld, betaalde toen

met Chinees geld en de reis naar Peiling kostte hem toen maar 25 Amer.dollar.

Je kan toch on een ticket beter 23«000.000 zetten, dan 81. Hen groot getal

maakt indruk l

Tn Peiping aangekomen werd de toestand besproken. Er werden knopen doorgehakt.

De viif oudere naters zouden terug :g.aan naar Holland. Terug naar Luanfu

zat. er niet. meer "in.- De toestand werd. steeds, slechter. Voor hen een" hard gelag !

Je mout maar vanaf ie nriesterwiiding, in China gezeten hebben. Pater. Mareianus

"ïerks maar liefst zo'n 50 jaar ! : "Als het toch moet", zei Mars, "dan liever

- 26 -


vandaag dan morgen ". In Peiping was'de ziel zorg,tot dan toe, beperkt gebleven'tot

de vier parochiekerken van de stad, toevertrouwd .aan de lazaristen.

Maar Kardinaal Tien wilde de vele nriesters die in de stad zaten te

wachten, eenvoudig maar inschakelen, l-lii kwam met een nieuwe parochie-indeling.

De verschillende orden en congregaties kregen ieder een gebied toegewezen.

Dat zou de zielzorg ook wat overzichtelijker maken. Een van de nieuwe

parochie's werd aan de Hollandse provincie toevertrouwd. I.uanfu zou voorlopig

de mensen leveren. Pater Hogeriboom, die al in Sjanghal was aangekomen, zou de

nieuwe pastoor worden. liet huis was al gekocht door de wnd. overste Pater

van Westen]aken. Het zou dus niet meer zo lang duren, of wij, de studenten,

zouden in Li Kwanq Ch'iao alleen achterblijven roet als enige troost : de

school«...en misschien af en toe een kopje koffie bij de paters op de .pastorie.

We hopen in elk geval dat \sre hun koffiemolen mogen blijven gebruiken.

Ons eerste studieiaar Hen al aardig naar het einde, Hlke schooldag werd

geteld. We zouden zo mogelijk onze studie afmaken» maar....als het mijs zou

gaan ? Fr zou dan zeker alle tijd ziin om met Amerikaanse vliegtuigen nog

weg te kunnen. Waarheen ? Pakistan werd genoemd, India, Sukabumi, Batavia en

Romeo, waar de Canuciinen veel onder de Chinezen werkten. Het is toen allemaal

wel besnroken. Vol hoop op een goede toekomst brachten we Pater Provinciaal

naar het vliegveld. Op het vliegveld kwam er een bekende op mij af.

Een Chinese katholieke -jongeman} die ik on de boot naar Tlentsin ontmoet had.

"Ik ken je bijna niet meer", zei hij, "zonder baard (mei vu hu'-zsu)" en hij

trok aan ziin kin. 'Ma", zei ik, "mei vu k'u -zsu" (zonder baard geeft een

heel ander gezicht). n e man hield zich goed. Want wat ik zei betekende :

zonder broek. Inderdaad een heel ander gezicht. Behalve het woord, had ik

ook de toon glad verkeerd. Maar...door fouten moet men leren.

Als ik weer thuis ben vraagt er een Chinese broeder of ik hem van zijn

haren af wilde helpen. Dat moet dan maar even. Kaal ? Ja, graag. Zo kaal als

een luis gaat de man blij naar ziin kamer en ik denk, die komt voorlopig niet

meer.

Half Juni kwam P. Potveer vanuit Nanking,OP doorreis naar Sinan, hier aan.

In Sinan werken nog enige van onze paters in de buurt van de eigen missie.

Sinan is bijna het enige kantoor waar de berichten uit onze tnissie aanlanden.

Met Potveer kwam ook de nieuwe pastoor van Pelning hier aan. P. Hogenbooai zou

later, terug in Holland, missieprocurator worden en Provinciaal. In 1966 zou

hij me in St. Annanarochie tot vicaris benoemen. Na het vertrek van de oudjes

naar Holland, is de komst van P. Högenboom voor de Hollandse kolonie in Peiping

een gelukkige aanwinst.

Wij studenten van Li Kwang Ch'iao hadden eigenlijk geen overste. Want die

zat met Mgr, nog steeds in Kianchow vast. We leunden altijd zo'n beetje tegen

Luanfu op. Maar na het bezoek van P,Provinciaal werd Potveer tijdelijk tot

overste benoemd. Hij was royaal en wist wat. arme jongens toekwam.

VACAWIE

Half Juli zat het eerste schooljaar er op. Het is droog warm zomerweer. Het

bevalt me wel. Ik houd het hoofd maar koel. fir worden nu geen nieuwe poppetjes

ingestopt. We hebben alle tijd om de fiets te pakken en nemen nog al eens een

duik in het water Mi het zomernaleis. Na de zomer kwamen de bondsdagen weer.

Veel repen en zwoel. Peiteliik de eerste hondsdagen in Peiping. Abdias had het

er erg slecht mee. Hij kwam als laatste in het ziekenhuis terecht en heeft er

een heel tiidie in gelenen. Het de acclamatisering ging het al een heel tijdje

niet goed met hem. Hij is brandmager, kan niet eten. Zijn maagklieren werken

slecht. Steeés diarrhee. Gelukkig geen koorts. Op Huub na, zijn we nu allen

in het ziekenhuis terecht gekomen. Artheem en Stan zelfs twee keer. Het klimaat

vreet blijkbaar toch wel aan je. Met de buik hebben we allemaal wel eens last.

Of het er mee te maken heeft, weet ik niet, maar sinds de delegaat hier geweest

is, kriicen'we nu iedere dag 's morgens boter bij het brood. Wij krijgen ook wat

meer fruit, abrikozen en vroege of l^ate perziken. Als groente eten wc erg veel

sla, zelfs heel de winter door.

Kardinaal Tien heeft nu ook de paters van Kianchow de zorg voor een parochie

- 27 -


in de maag gesplitst., Potveer wordt pastoor. Hij-is alle dagen aan het

zoeken naar een geschikt huis. Voor ons jongelui, biedt dat eigenlijk wel

mooie'perspectieven. Want als we over een jaar klaar zijn met de studie,

zal de missie nog wel niet vrij zijn. Peiping is in elk geval, zoals het

er;nu nog \roorstaat, voorlopig nog veilig. We hoeven niet naar het Zuiden

en kunnen ons in Peiping inwerken. Dan krijgen we een goede ondergrond en

wordt onze kennis geen mengelmoes van dialecten. Ik wordt dus nog wel eens

kapelaan- in de grootstad. En daar is werk zat in Peiping.

Landeliïlc wordt de toestand er economisch, financieel en militair niet

beter on. T)e Chinese dollar stond deze week on bijna 10.000.000 tegen

1 Amerikaanse dollar. Het wordt xverken met pakken en zakken vol geld. Waar

gaat 't heen ?

Taienfun, de hoofdstad van Sjansi lc;:\'; nu ook gevaar. Het gebied rond

de stad is nu met heel de provincie in handen van de pa-loes (roden. In de

stad ligt het seminarie, waar ook nog drie Hollandse tsaters zitten, nl.

P. Kemp, Goedhart en van Mechelen, d?e ik later in Harlingen bij de zusters

\«3er zou terugvinden. Men had al plannen gehad dit seminarie naar Hanchow

over te plaatsen, maar dat is nu te laat. Mgr. Kramer heeft het vuur uit zijn

sloffen gelopen om er nog OP tijd een vliegtuig heen te kunnen krijgen. Het

lukte, maar het kwam terug vol priesters uit een ander vicariaat. Het waren

voor het grootste deel ook wel Franciscanen, maar daarvoor had Mgr. het

vliegtuig niet gestuurd. Te dag daarop ging het er weer heen en kwam toen

vol semenaristen terug. Oe Hollandse ••saters waren er weer niet bij. Het was

vol I Maar een derde poging gelukte. Be vastorie van Luanfu in de stad, zit

nu meteen vol. Er zitten na 3 Hollandse paters, met twee Chinese kapelaans.

De recreatiezaal in Li Kwang Ch'iao staat nu ook vol bedden en ons huis is

weer een bisschop rijker. O, dat Peiping bergt wat tussen ;:Iin muren l

23 Augusutus is het nieuwe schooljaar weer bego-inen. Met vv Ie borst leg ik

me weer toe op het ontleden en bestuderen van mijn bevriende mannetjes. We

gaan weer vel goede meed verder. Na een jaar studie kant het nu en dan al

eens voor dat ik iets begrijp.

Begin September was er een droeve dag voor de school. We moesten een Italiaanse

medebroeder-student begraven. Binnen twee dagen was hij dooi aan zoiets

als slaapziekte. Hij ligt begraven buiten de stad op Shala, waar ook de grote

missionarissen als Ricci en Verbiest begraven zijn. De tombe van Verbiest heb

ik nog gezien, maar het graf is indertijd door barbaren vernield.

OP 6 Sept. vierden we Kordnginnefees op de ambassade. Ik meen dat de

ambassadeur Vlxeboxe heette. Er v/aren 50 aanwezigen. Biïna uitsluitend geestelijken,

waaronder een 20 zusters. Twee filmpjes over ÏValcheren en één van

de koninklijke familie in Canada. Esn sober kaal avondje. Een etentje kon er

niet af. Wsï was er na afloop een grote taart. Moeder Overste moest die aan-,

snijden. Tin ieder kreeg daarbij... een glas limonade. De mannen werden nog

getroost met een Hollandse sigaar. Na a c 'oop hebben we gelukkig thuis in een

hoekje van de kast nog iets gevonden.

MIDWINTERFEEST

Op de 15e van de 8ste maanc in het 37ste jaar van de Republiek vierden we

in Peiping voor de tweede keer het MIDWI^ÏTERFEEST. In Holland was het de 15e

van de 9e maand, oftewel 15 September 1948. U merkt het wel, in China heeft

men een andere i"prtelling.

Op Midwinterfee:,:C. (bet is hier dan nog lang geen winter) is de ntaan rond en

helder als nooit in het Jaar....en het ''Vvouwtje" in de maan lacht dan zo

liefelijk, dat iedereen er stil'vs.n word;.. Keel vanzelfsprekend heb ik me

natuurlijk afgevraagd hoe het toch "komt car. Chinezen geen "mannetje" in de

maan zien. zoals wij. Dit is een hele geschiedenis. Toer; we een jaar in China

waren, heeft onze meester "Sjang.Kai Sj^'k'' het ons verteld. Het houdt verband

met de- geboortedag van de maan-, . ; .

"Hsi Chi'h" v/as locnr>a.n-veldhear. Van zijn vorst had hii OP zekere dag een

heel kostbare pil ten geschenke gekregen. Een medicijn, voor een lang leven.

Hij verborg die in zijn"huis. Maar zijn vrouw, üi'eng Erh vond die medicijn

- Z,ü -


en at ze op. Toen de man thuiskwam vond hij zijn VTÖUW geheel vergeestelijkt

en voor de ogen van haar man vlooq, sii als eerste naar wat wij nu de maan

noemen. '\ls ik het goed heqrenen heb fundeert ze daar nu als ooievaar. Ze

is de draagster van het leven. Zii brengt het menseliik leven on aarde,

terwiil het manneliik princien dat zetelt in de zon ~ bij ons is de zon

vrouwelijk - het leven voortbrengt."

Het vrouwtje in de maan spreekt, dus de rhinezen meer aan dan een mannetje.

"TV zie, ik zie» wat jij niet ". Hat fieldt wel bijzonder voor Chinezen.

Zij zien de dingen anders dan wij, Want volgens een ander Midwinterfeestverhaal

woont er een "haasje" or> de maan. Ook dat wordt door de vrouwen

bijzonder vereerd.

OP zekere dag was Sakvamuni, de gcincameerde Boeddha» zeer bedroefd.

T erwiil hij zich aan zijn smart overgaf, kwam. er een haasje naar hem toe,

om hem in zijn eenzaamheid te troosten. "Hier in deze-mooie tuin zullen wij,

de dieren, U gezelschap houden ", zei het haasje. Rn door zijn grote macht

or» de andere «lieren, slaagde het haas ie erin Boeddha van zijn smart af te

helpen. Zij wilden toen samen een dankoffer ondragen» maar er was niets'om

te offeren. Toen offerde het hnasje zichzelf vrijwillig op. Het kreeg daarom

als loon een nooit eindigend leven en de maan ais verblijfplaats. Daar on de

maan bereidt het haasje de medicijn van het nooit eindigend leven. Kn op het

midwinterfeest, als heel de familie feest viert, moeten de vrouwen de maan»

waarin het haasje woont, de "ko t'ou"(diepe hoofdbuiging) geven en hun handen

er naar uitstrekken, als teken van vertrouwen» hoop en dankbaarheid.

Op het. Midwinterfeest eten de Chinezen ook allen van de z.g. maankoekjes

(Yinq ping). Die koekjes hebben een historische achtergrond en zijn een

herinnering aan een soort Chinese Rartholomeusnacht.

Tijdens de Mongoolse overheersing wilde men in opstand komen tegen de

barbaarse onderdrukkers, maar hoe noest men dat over het gehele land organiseren

zonder dat het. gemerkt werd ? Er werden toen overal koekjes gebakken

en in die koekjes zaten papiertjes waarop stond : "de 15e dag van de 8e maand."

Op die dag werden alle barbaarse onderdrukkers naar de andere wereld geholpen!

Met waarlijk grootse trots wist de meester ons deze verhalen te vertellen,

...en wij hingen aan ziin lippen !

Vol ijver legden we ons voor de rest. van de maand weer toe on het ontcijferen

van. de gebruikelijke kruisvroordouzzles. We hadden weer retraite,

ter voorbereiding van het Francicusfeest op 4 October. Twee weken daarna

moest ik bij de meester onder het mes. Hij was denk ik vooral over de anderen

zeer tevreden en hij zei. : beste jongens, het is nu net alsof het al

Kerstmis is. Zover zijn jullie nu al. Als jullie zo doorgaan is het met

Kerstmis al Pasen. Dan hebben iullie een trimester gewonnen.

Maar onze missie gaan, zal dan nog wel geen kijk OP zijn. Maar we hopen

wel na Pasen een plaats ie te krijgen, on onze nieuwe pastorie, of als alles

in China mocht mislopen, dan maar ergens in Sukabumi of zo iets. Maar moge

God dit. aan ons voorbij doen gaan. !

Al enige tijd lees ik nu 's morgens de l!,Mis bij de zusters. Dat was

toen nog in het Latiin. ^aar met behulp van Smithje kon ik de gebeden na

de Mis en ook de Litanie in het Lof, al in het Chinees bidden. Ik schreef

dan wel onder elk karakter de uitspraak. Voor het oog, of liever gezegd,

voor het gehoor, was dat al heel wat. Na de Hls krees ik dan altijd een lekker

bordje pap en dat deed me deugd, 's Middags om 4 uur had ik dan altijd

bij de boterham nog het klont ie boter, dat 's morgens voor me was blijven

Hggen.

Na de bondsdagen hadden we een heerlijke herfst, die niets weg had van

een herfst in Holland.. Alle dagen mooi. droog en zonnig weer. Alleen is het

's nachts en 's morgens wat koud. De verwarming'brandt nog niet.

Ik had in de krant een Daar weken "geleden al eens gelezen dat er in China

55 milioen réfugées rondzwierven en daaronder waren natuurlijk ook zeer veel

Christenen.Op onze school merk ie daar zo niets van. .fa, er wo'ont wat meer

volk in huis. Br zijn, een paar knechten uit bezette gebieden. Bij de zusters

en rond het ziekenhuis zie ie wat meer vrouwvolk van buiten. Maar toen tk

half .October een bezoek bracht aan de wereldberoemde hemeltempel, zag ik er

wat meer van. Hier in deze hemel tempel bracht de Keizêf~vröëger"7 uit naam

- 29 -


van zijn volk, eenmaal per jaar het grote offer. Je ziet hier dingen die

uniek in de wereld zijn. Maar in de tempel gebouwen en in de tenten erom

heen zaten zeker een 3000 studenten, waaronder die van Taienfu. Het was

een van de studentenkamnen. Fr zitten» naar men zegt, wel 13 tot 20.000

vreemde studenten in de stad, allemaal, gevlucht. Ken bord tegen een boom

getimmerd...dat was de schooi. In de temnels en in de tenten liggen ze

als palingen zo dicht op elkaar. Als ze komende winter geen andere plaats

vinden» moeten ze eenvoudig doodvriezen. Ze moeten zelf hout sprokkelen om

hun eten te koken. Het was een droef gezicht. Behalve deze studenten zi'in

er nog duizenden andere vluchtelingen. Je mag er niet aan denken wat de

komende winter voor deze mensen gaat betekenen. Sociale zorg en christelijke

naastenliefde kent China niet.

Na dit bezoek zijn we eens door de parochie van Kiangchow gefietst.

Een pracht stuk Chinese stad en een reuze gezellige drukte. Natuurlijk

wilden we ook onze nieuwe pastorie zien. ttindelijk hadden we het gevonden,

nr. 33...Wat een rot huis l En dan zo duur ! "Ik ga naar Sukabumi", waren

mltn eerste woorden. In een Chineees huis mag ie niet zomaar naar binnen.

Maar de voorkant maakte een slechte indruk. Thuisgekomen moest ik direct

eens naar pastoor Potveer. Ik moest reuze voorzichtig zijn,.want de man

had zijn stinkende best gedaan iets te kopen. Ik kon hem dus niet direct

de grond inboren. Na wat voorzichtig vragen kon ik hem mededelen dat ik

mijn voornemen om naar Sukabumi te gaan, nog maar wat voor me zou houden.

De man had het verkeerde huisnummer opgegeven, per ongeluk natuurlijk 1

Potveer gaat er al vóór Kerstmis wonen. Wij hopen er met Pasen bij te gaan

zitten, als tenminste de toestand vóór die tijd niet helemaal hopeloos wordt.

Want Peiping wordt nu nog wel niet direct bedreigd, maar over de hele linie

winnen de communisten nog steeds veld.

Het fietsen in Peiping was altiid een aardige afleiding. Het verkeer op

de wegen was wel'niet 20 groot. F.r reden betrekkelijk weinig fietsen, maar

riks^ja's des te meer. Je moet wel erg uitkijken, want verkeersregels zijn

er niet. 2e rijden ie van alle kanten omver. Er zijn ook geen asfaltwegen.

Nee, het. gaat meestal over kinderhoofdjes en toen ik eens met. de Delegaat

Schnusenherg, blij on huis af reed, zei lui : "Pelinus, jetzt kommen die

Kamele." Het leken wel koeiekopnen ï

De stad doet somber aan. Peiping lijkt in de verste verte niet op Sjanghai,

met zijn grote handelshuizen, banken en prachtige reclarneverlichtingen. De

Huropese bezoeker vindt er geen herkenningspunten. Je mist er ook de fleurige

kleding, vooral van vrouwen» zoals je dat dikwijls in het Oosten, ziet.

Geen sjieke dametjes zoals bijv. in Rombay. De kleding van mannen en vrouwen

is even grauw als de huizen. De vrouwen liepen er veelal met dezelfde zwarte

of blauwe broeken als de mannen. Haar de modernisering begon toch wat zijn

intrede te doen. Rn als je bij gelegenheid van een of ander feest de meisjes

van de S.V.D.-universiteit, in sportkleding zag, dan was dat hypermodern.

Deze meisjes liepen ook zomers meestal wel in een keurig wit blousje met

zwart rokje. Vele studenten liepen in de zomer ook wel met een wit overhemd.

Maar in de winter lier» alles in de gewatteerde kleren. Dan was er geen verschil

te zien.

De gezichten lijken in het begin allemaal op elkaar, maar na verloop van

tijd zie je behoorlijke verschillen. Als ik 's morgens vroeg naar de zusters

ging om Mis te lezen, was er in de straten nog bijna geen kop te zien. Een

van de allereersten die zijn rondje maakte \tfas wel de "drollenpikker". Gewapend

piet iets dat. OP een sehen leek en een prikker, zocht hij met zijn ogen

de straatstenen af en elke ongerechtigheid van mens of dier werd vakkundig in

het mandje of emmertie dat hij op zijn rug had, gekieperd. Die mest was geld

waard en 's morgens vroeg was er op straat altijd wel wat te vinden.

De handen die ie zag, waren altiid even mager en ze hadden in het morgenuur

ook dikwijls hun aandeel in het schoonmaken van de straat. Ze-deden dikwijls

nog meer. Kleine kinderen hadden vakkundig gemaakte broekjes aan, die bij

het zitten automatisch openstaan. Het gebeurde wel dat zo'n kleine dan iets

liet vallen, maar een hond was dan gauw ter plaatse. Het offertje liad dan

geen tijd om koud te worden...en het gat ie werd fiin schoongelikt. Ja, papier-

- 30 -


verkwisting kent men in China niet. Het kan ook anders.

De kinderen zijn ook hier erg leuk. Ze snelen weinig. Ze hebben dan ook

weinig om mee te snelen. Ze snelen en si ouwen met hun jongere zusjes of

broertjes. Dag in dag uit, tot laat in de avond, ziek of niet ziek. Ze

lonen er mee rond. Het klimaat is ook voor hen verraderlijk, er sterven

er dan ook met bosjes. Er zal wel eens honger zijn, maar ik denk niet dat

ze daaraan sterven. Dat zullen er weinig zijn. De ouders komen dikwijls met

stervende kinderen bij* de zusters aansjouwen. Ze zijn wel dol op liun kinderen.

Er lijken van de kleintjes zo'n 801 te sterven...en toch krioelt het

er van. Men zegt dat er zo'n 700 miljoen Chinezen zijn I

Je ziet ook veel jongetjes met alleen midden op hun kon een plukje haar',

een strengelt je. Dat is om kwade trees ten te beduvelen. Die denken dan dat

het meisies zijn, en die doen ze geen kwaad.

Erg interessant is het de Chinees on de markt te zien. Het gaat er heel

anders toe dan bijv. in India of Pakistan» De Chinees zit lijdzaam bij z'n

snullen, die dikwijls on amner een vierkante meter liggen uitgestald, on de

Éfronö. V6ór een nienklein tafeltje zie ie een vader staan, met op zijn

rug een kind hangend, vanonderen gesteund door de hand van de vader. Een

mannetje zit tussen de stang op een laag fietsje met vöör hem, on een stukje

handdoek, de kostbare spullen. On tafeltjes of on de grond zie je brandende

vuurtjes met daaron onduidelijke lekkernijen. Je ziet allerlei wagentjes

en karretjes en achter een verhoginkje een oudere vrouw met een nijp

in haar mond. Ze wacht geduldig op een klant, die zin heeft in een in de

schil, genofte zoete aardannel. Anderen lonen met vrachtjes die voor en

achter over de schouder hangen aan een zwiepende stok. Je kunt een brief

laten schrijven in sierlijke chinese letters en op de dievenmarkt is van

alles te koon...maar voor een Europeaan is er niets, op welke markt dan ook,

wat er aantrekkelijk uitziet...

Ik denk dat elke Chinees liefde heeft voor siervissen, vogeltjes en koken.

Je ziet vele oudere heren met een vogelkooitje in de hand over straat lopen.

Met de hygiëne neemt men het niet zo nauw. En niet. te zeggen dat rond al die

stalletjes met knoflook etende mensen, dikwijls een benauwende sfeer hangt.

Op weg naar huis kom je voornii een stortplaats van allerlei vuilnis. Twee

vrouwen zitten daar heerlijk in te graaien. Ze hebben in eik geval een bundeltje

nanier naast zich liggen, om daarmee thuis het vuur te stoken. Er is ongetwijfeld

veel armoede in China»

Soms kom je ook een begrafenisstoet tegen. Voorop lonen dan de muzikanten.

Er is ook dikwijls een ceremoniemeester bij, Tk heb ze wel eens een kist met

zeker 40 man zien dragen. Die kist was uit één stuk hout gemaakt, zeker een

decimeter dik. Loodzwaar. Gehakt uit een knoert van een boomstam.Dat was wel

van een rijk man. Daarachter werden de grote dingen gedragen, die de man op

z'n mis naar de eeuwigheid zouden vergezellen. Ook allerlei kleinere dingen

worden verbrand en hem zo meegegeven.

Chinezen willen ie altijd graag iets teruggeven als ie iets voor hen doet.

Ze zijn erg dankbaar. Met een jongen, die wat meer van onze godsdienst wilde

weten, had ik wat keren iets uit de catechismus gelezen. Maar op het Midwinterfeest

kwam hij me daarvoor wel wat lekkere koek brengen. Hen nrivê-leraar,

die blij was on Li Kwang Ch'iao te mogen werken, nodigde me eens bij hem thuis

on de koffie. Dat doet men niet gauw. Hii mocht een deel van het huis gebruiken

om mii te ontvangen. Alles was keurig schoon gemaakt,, De familie had het niet

breed, want voor mi in bezoek was één loodje koffie gekocht, waarmee net twee

konies gezet konden worden. Mijn gastheer gebruikte niets. Ik ben ook eens uitgenodigd

te komen kiiken bij een onderwijzer die ging trouwen. Maar het jonge

naar deed het zo'n beetje op zijn Westers. Westerse manieren en kleding. Maar

toch wel leuk om mee te maken. Het zien van al deze dingen was een aangename

afwisseling in ons schoolse leefklimaat. Je was ook blij met de brieven die je

geregeld van thuis en uit M .Niedorn ontving. Ze deden er 10-15 dagen over. Je

voelde ie heel wat. als da S.,V,T),-studenten je.jfwaijien yragen om in hun huis een

Vruiswe? on te richten. Want dat was een privilege van f>e arme.Franciscanen!'

Gods kerk wist wel wat een arm mens toekwam. De S.V.D. stüdejnten hebben daar

niet lanc de kruisweg kunnen bidden, want heel N'oord-China begon te kraken en

Peining kraakte mee.

- 31 -


DE STAD IN


OP EXCURSIE


TOFDSTUK 2

HET DOEK VALT

On 1 November schreef ik het naar huis : voor alle studenten is plots een

eind gekomen aan hun Chinese studieperiode. Ik ben student af en wat 't.

worden zal, weet ik nog niet. Ik vraag me af : krijg ik nog ooit de kans

iets te worden ? Waar ik terecht kom weet ik nog niet. Maar...mijn

REISVERHAAL wordt voortgezet. Ik hoon nog on een happy end.

Het Ring al lange tiid bergafwaarts in China. De regeringskiiek, met

Slang Kai Sjek aan het hoofd, heeft het zover laten komen dat het land nu

voor de roden te grijnen ligt. De steden.in het Noorden zijn stuk voor stuk

gevallen, ook Mukden het laatste bolwerk. De regering in Nanking liet

Fu-tso-T, de enige generaal die nog te vertrouwen was, maar aanmodderen. De

inflatie was niet meer bij te houden. Je liep tenslotte met nakken en zakken

vol papiergeld, Ik denk dat ze tenslotte, door papierschaarste,gedwongen

werden tot geldzuivering. He gouddollar werd in Augustus ingevoerd. Het

buitenlands geld moest worden ingeleverd, maar de zware straffen konden de

zwarte markt toch niet wegnemen. Po geldzuiverin*» werd een fiasco. Het land

is bankroet, de republiek staat on springen. Je hoort in Peiping stemmen die

hopen dat Amerika zal ingrijpen, door Sjang Kai Sjek aan de kant te zetten

en Fu-tso-I, de coiimandant van Noord-China, de laatste kans te geven, door

hem direct alle militaire steun te geven die hij nodig heeft, zonder dat

anderen er tussenkomen, om , na het verkopen van het materiaal, de centen in

eigen zak te steken. Wat zou Amerika doen ? Amerika dat in Oost Eurona nu al

zoveel priis heeft moeten geven door de sovietisering van de satellietstaten.

Denk maar aan de D.O.R., Polen, Roemenië, Tsjechoslowakije en de blokkade.van

Berlijn. We zitten in Peining midden in een zee van geruchten nu de maand

November gaat beginnen. We zitten in de grootste spanning nu vandaag 1 Nov.

de presidentsverkiezingen in .Amerika bekend zullen worden. Blijft Truman ?

De spanning in Oost Azië doet niet onder voor die in Oost EuropaI In Europa

eaan uit angst voor ergere dingen, velen (ook uit Nederland) emigreren naar

elders. .In'China maken alle buitenlanders zich klaar om hetzelfde te doen.

Km vele Chinezen mét hen. Noord China is naar de haaien. Zuid China ligt voor

het griipen. Ren grote chaos - beter nog: een nog grotere chaos - staat voor

de deur» Het wil er Mi ons nog niet in, dat Amerika geen andere uitweg ziet

dan China maar in ziln SOP te laten gaarkoken.

De ontstemming over de regering neemt overal in het land'met de dag toe.

Er hangt een revolutie boven het land en daar zullen de roden wel gebruik

van weten te maken.Als China nog te redden is zal Generaal Fu in elk geval

een grote rol. moeten spelen. Vanuit het Noorden zal de redding moeten komen.

Haar Pëining hangt aan een zijden draadje. De mooie stad zal wel niet verdedigd

worden. De toestand is zorgelijk.

Op Allerzielen namen de Amerikanen alle maatregelen voor de evacuatie»

Alle consuls en zaakgelastigden stelden hun onderdanen van het plan op de

hoogte. De buitenlanders zouden op 15 en 30 Nov. in Tientsin worden ingescheept.

De goederen zouden naar Hongkong gaan, de personen naar Sjanghai, om van daaruit

verder te worden getransporteerd.

Ook in Li Kwang Ch'iao wordt besloten, alle studenten te evacueren. De. Chinese

studie zit er opl

Abdias, Artheëm en Stan wilden van de nood een deugd maken. Ze voelden, er veel

voor om naar Japan te gaan. Ze zouden dan van de gemaakte studie misschien nog

profiit kunnen hebben. Over uitwijken naar Japan was, bij het bezoek van Pater

Provinciaal, niet gesproken. Ik vond dat het voor de provincie nogal consequenties

zou hebben, als we alle vijf naar Japan zouden gaan. Dat kwam neer

op het stichten van een nieuwe missie. Later bleek dat ook P.Schnusenberg er

OT3 dat moment weinig voor voelde.

Met Smithje besloot ik om eerst maar naar Sukabumi te gaan. Daar zouden we

wel verder zien. Misschien van daaruit"'werk' 'zoeken onder de Chinezen op Borneo,

Toen Janan niet doorging wilden de anderen het zo lang mogelijk rekken en

- 33 -


ze wilden toen bii P. Potveer or> de pastorie in Peiping gaan werken als

kapelaan. Ik stelde P. Potveer voor, één van ons dan maar als kapelaan bij

zich te houden en de rest maar weg te sturen. Want voor ons allen is er

geen werk op die nietiwe tsastorie.. .en het wordt hongerlijden zonder Amerikaanse

dollars...met dan voor allen het vooruitzicht later nog tussen de

witte muren te worden opgesloten, p. Potveer was blij dat ik een keuze had

gemaakt. Hij zou bericht naar Holland sturen naar het Provincialaat en naar

Sukabumi. Hij zou me ook een brief meegeven.

Tot de anderen zei hij : ik wil jullie nog niet opleggen te vertrekken, maar

als het mmtje hii het paaltje komt heb ik wel het laatste woord. Persoonlijk

vond ik de beslissing van mijn confraters toen onverantwoord.

Smithje ging naar Mgr. Kramer om zijn voornemen met hem te bespreken. Hij

kreeg toen de opdracht om verder Chinees te gaan studeren in Amerika.

Mgr. hoottte dat de politieke toestand mogelijk nog weer zou veranderen.

Het lien intussen storm naar de boten en de vliegtuigen. Oe leiding van het

domus Franciscane had de knoop doorgehakt en Dinsdagmorgen 9 November stond

er al een gecharterd vliegtuig voor ons klaar.'s Morgens om 6 uur moesten

we bij het"vliegoffice zijn.

Het was juist 's avonds tevoren v/at hegonmm te-sneeuwen. Ik had het; gevoel

alsof heel de omgeving als het nare een r


het land van miin idealen te moeten verlaten als een batige vluchteling en

dat na laren van wachten in Holland en na 1. c . maanden van dorre ingespannen

studievoorbereidins I T ieze gedachte ontnam me van het begin af, alle gevoel

van t>rettig hoog en onbevangen in de wolken te zijn.

We vlogen met wind en wolken mee en ik d;ich* : "de mens is niet meer dan

een vleugje wind» ziin dagen verdaan als eci vluchtige schaduw."(Ps„144,4)

Het eerste stukje China vloog als een sd: v voorbij. Om half elf stonden

we errrens op de grond. Het bleek Tientsin \ > zijn. Onze vogel had dorst en

daar ook dat snul al moeiliik naar Peipinn gebracht kon worden, gaan de

vliegtuigen naar het Zuiden eerst even tan! •m in Tientsin, Men is er zelfs

mee bezig, heel het vliegveld van Peimng naar Tientsin over te brengen.

Na een half uur zaten we weer in de lucht. Als regel zaten we boven de

wolken en ik had het gevoel over een grote zee te varen. Werkelijk een

wacht gezicht. V 1aar ik kon de vergelijking met een schiü toch niet helemaal

van me afzetten» Als de motoren van een schio iets krijgen, blijf je

toch altiid noe drijven, maar als deze duwen iets mankeren, dan lig je

meteen voor .Taffa. *Ut gevoel raakte ik niet kwijt, maar Ik was niet de

enige. We zullen dan ook zo stiekemweg heei wat weesgegroetjes gebeden hebben.

Hutten lukte ook al niet, ofschoon miin maat pater Smith wel iets presteerde

dat er on leek. Praten ging ook al moeilijk, Want die herrieschoppers

(motoren) aan de kant, deden hun best elk menselijk geluid te verstommen.

Kortom : in een transportvliegtuig mis je olke afleiding. Je zit alleen .'

Om half vier schoten we weer door de wolken naar beneden en vóór ons lag

de grote stad Sianghai l Het was er irrachtig weer. He temperatuur was erg

mild. Haar stonden we weer : de drie Hollands sprekenden. De duiker van

Genua. Pater Smith, die tussen Singanore en Hongkong, midden in een storm

urenlang naast de reddingsboot on z'n knieën had Reiegen, en een Belg? die

on ziin reis naar China bil Kurnming, tijdens de start met z'n vliegtuig

naar beneden was getuimeld. Maar....deze kaer zonder ongelukken t T och was

ik vast besloten de verdere reis over zee voort te zetten.

'.VEER SJANGHAI

Tn Sianghai is het ontvettend druk. Kr wonen ruim 7 millioen mensen. Het

eten in de stad begint een groot nrobleem te worden. De ontstemming tegen

de regering neemt met de dag toe. Het tegenwoordige regime kan het zeker

niet houden. China gaat er aan. Moskou \•• jgt het ook hier voor het zeggen.

De evacuatie van buitenlanders is hier in Sianghai ook al begonnen. Vele

studenten uit Peininp; zijn holderdebolder hun missie's in het Zuiden ingetrokken,

maar hier aangekomen blijkt dat het Zuiden misschien nog eerder

naar de haaien is als het Noorden. Tn sianghai komen de vluchtelingen van

daaruit, nu ook al binnen. Sommigen die er vanuit Peiping zijn heengestuurd

komen rechtsomkeerts terug. Zeer veel Amerikaanse burgers worden vanuit

Amerika teruggeroepen. .Je hebt 't gevoel dat ze geen echte reden opgeven.

Soms denk ie, de Amerikanen hebben van China hun buik vol. In de haven liggen

twee knagen van Amerikaanse kruisers en ook nog een Engelse. Men zegt

dat die mariniers er zijn om, in geval v- n nood, de buitenlanders en-hun

bezittingen te beschermen. Maar soms deri\ ie ook aan een oorlog en aan gewanend

ingrijpen van Amerika. Maar wat er van zij: voor de buitenlanders

is het hier verkeken.

Oe procuur waar ik zit, is stikvol. Alle dagen vertrekken er, maar alle

dagen komen er ook weer nieuwelingen. !*,r gebeuren de gekste dingen. Ik denk

dat de inloten er dikwijls ook niets van begrijpen. Ze moeten holderdebolder

mensen evacueren en anderen worden er weer heengestuurd«.

Een van de eerste dagen hoorde ik vanaf nijn kamer boven, een bekende stem.

Ik gauw naar beneden en daar stond Frenske Dassen. Tk had hem meer dan tien

iaar niet gezien. Hij zag er uit. als een bosjesman. Ik heb z'n baardje er

wat afgehaald en van z'n hoofd zo een en ander afgemaaid. Hij is nu tien

iaar ionger. Mii kwam hier vanuit Sian en was benoemd tot kapelaan in Peiping

....terwijl er drie jonge paters zijn achtergebleven 1 Wist de Delegaat dat

niet ? T e .gek om los te lopen I Ie belegaat zou binnenkort, in Sianghai komen,

- 35 -


Frenske zou hem afwachten. "Als ik er heen moet, best, maar dat dan die

anderen ook blijven is onzin. Dat zal ik ze wel vertellen! "

Een van de eerste dingen die ik in Sianghai deed, was een bezoek afleggen

Mi de Hollandse ambassade. De consul stelde voor mij reisdeviezén beschikbaar

en verzekerde mij nriorite.it te geven boven andere rassagiers on het

eerstvolgende Hollandse schiü, dat waarschijnlijk 2? November van Sianghai

naar Hongkong zou gaan. Hat zou mooi zii; 1 , want ik zou dan de bagage, die

OP onze heenreis naar Peiping in Sianghai was blijven staan» mooi kunnen,

meenemen om die dan bij onze raters in Hongkong te deponeren. Ik kende die

paters daar allemaal. Tk zou mi in eigen spullen dan mee kunnen nemen naar

Batavia. De rest moest dan naar wachten on nadere bestemming. De consul zou

voor mijn visum zorgdragen.

Ik zat al te genieten van eert heerlijke zeereis die me te wachten stond'.

Na een paar dagen stond plotseling Huub ttackes in de procuur. .Hij had opdracht

gekregen Pcimng te verlaten. Hij moest met Snrlthje mee naar Amerika,

om daar Chinees te gaan studeren. Ze krec.en meteen hun visa en vertrokken

naar de nieuwe wereld. Intussen was ik al ie koffers aan het doorsnuffelen

om ze klaar te maken voor verzending naar Hongkong. Daar zit dan ook aan

vast, dat ik nogal eens wat hureaux moet bezoeken, om de nodige papieren

voor mezelf en voor de anderen af te halen.

We horen steeds allerlei berichten. We horen dat Mgr. Fessers in Kianchow

nu weer goed behandeld wordt. Hij mag tamelijk vrij rondlopen, maar geen

H.Mis lezen. De zusters ziin zelfs, op verzoek van de rooien, weer een dispensair

begonnen. Ze hebben tarwe gekregen om medicijnen te kopen. Ja, de

communisten zijn overal anders. Soms zijn ze betrekkelijk goed. On andere

plaatsen weer niet. Rr is hier en daar weer verandering van taktiek. Maar

of men er on kan. bouwen ? Er zijn in elk geval tot nu toe bosjes mensen vermoord

.

We horen ook dat er deze week de laatste gelegenheid voor de êvacué's is,

om vanuit Tientsin per boot te vertrekken. Daarna zal het rustig afwachten

worden. Misschien nog eens een vliegtuig,

Ook Sianghai. en Nanking moeten nu worden geëvacueerd. Je ziet hier al dikwiils

gewapende auto's door de straten rijden. De treinen, die hier vanuit

het binnenland aankomen, ziin onmenselijk vol. De Delegaat is met br. Hyp

fook nog een Gemia-klant) vanuit Nanking hier aangeland. Ze vertellen dat de

mensen 's avonds om zeven uur al voor de trein lagen, die in.de komende morgen

zou vertrekken. De trein was al pro ol toen de Delegaat, er met br. Hyp

aankwam. F,r was geen doorkomen aan, maar met. behulp van het. spoorwegpersoneel

ziin ze nog door een 'raam in de trein gekomen. Je moet je voorstellen : de

dikke Schnuss door een counëraamniel Huizende mensen springen zonder kaartje

OP boten en zitten boven OP de trein en de locomotief.

Ook de banken hebben het zwaar te verduren.. Tk zag voor één van de banken

de mensen over hoofden van anderen lonen...in de hoop nog wat goud of zilver

te bemachtigen. De. vrouwen doden lustig mee. Ontzetten!wat. ie dikwijls ziet.

Tn huis is het dikwijls erg druk en geen gebrek aan voorname personen.

Een der eersten die ik hier OP de procuur ontmoette was Mgr. Gubbels, een.

Belg. Hü nodigde me% allervriendelijkst uit om met hem mee naar Itchang te

gaan. Tk deelde ziin optimisme niet. Hij zal xvel niet ver gekomen zijn.

Sianghai loopt vol êvaaiö's, overal vandaan. Het begint er op te lijken

dat de toestand in het Zuiden even beroerd wordt als in het Noorden»

Br kwam dezer dapen hier ook iemand binnen, die er uit zag als een veehandelaar.

De man had 21 dagen ot> de rug van een kameel of een muilezel gezeten.

Daarna een ontzettend stuk in de trein en toen van Lachow met het vliegtuig

mar Sjanohai. Het was Mgr. Ibagnes, een Spaanse Franciscaan, Hij had al

iarenlang temidden van de communisten gezeten. Nu werd het hem onmogelijk

nog langer te blijven. Zoals hij aankwam, zo loopt hij nog. rond l Ik zei

tegen br. Hvp : "Vraag eens of ie z'n -schoenen mag poetsen". Hij lachte wat,

keek naar beneden en zei : H ze zijn nog mooi zwart M . Zo zie je In Holland

geen bisschop rondlopen. Hoe z'n benen er in de schoenen uitzagen, konden

wij niet zien.

Pater bassen is, alsof er niets aan de hand is, naar Peiping vertrokken.

- 36 -


Mu maar afwachten wanneer en of Stan en Artheem terugkomen. P.Provinciaal

heeft nu ook aangeraden, al onze studenten te evacueren. Hr is nog verbinding

met Peining, want ik kreeg deze week van daaruit nog enige Hollandse

brieven. P. Goedhart zal ook wel uit Penning naar hier komen.

Br. Hyp gaat naar Karachi. In Peining zitten nu nog Mgr. Kramer en de

paters Potveer, Hogenboom, Kenm en Dassen.

Het is onderhand eind November geworden. Twee Hollandse boten zijn er al

van hier vertrokken en ik zit nor; steeds te wachten op een visum voor Batavia.

Ik raak al aardig thuis in de stad, maar van mij kunnen ze het hier

onderhand wel stelen. De consuls hier en in Peining hebben heus wel hun

best eedaan. In t vjanghai is het visum al drie keer telegrafisch aangevraagd,

maar vanuit Ratavia werd taal noch teken vernomen. Ieder land helpt zijn

evancué's, maar het ambtenarencoms in Ratavia vindt het blijkbaar te veel

om voor een Hollander emigratienapieren te schrijven. Alle dagen ga ik nu

naar de Ambassade. De volgende boot gaat nu 6 December, Ik kan wel passage

kriigen OP die boten, maar...dan moet ik naar Holland. En dat wil ik niet.

Intussen loon ik overdag wat in de stad rond, .Ta, ik koon er zelfs wat catechismusboekjes.

Misschien kan ik ze nog wel. getvruiken ergens bij de Chinezen.

's Avonds loop ik wat te kijken naar de geweldige lichtreclames. Die doen

alsof er niets gaat gebeuren. Ik merk dat de grote Poolse gemeenschap die er

vroeger was, al bijna helemaal is verdwenen. Ze zijn wéér weggevlucht, nu

naar Amerika. In de stad is weer wat meer eten, maar in huis is het nog steeds

druk. De Internuntius Riberi is ook in huis en Mgr. Capuchi, een aartsbisschop.

Ik had de eer hem ook zijn haren te mogen knippen. Ik slaan nu met de secretaris

van de Internuntius on dezelfde kamer. Br. Hyn sliep er ook nog bij.

On het feest van Sinterklaas is ook do derde'Hollandse boot al weer vertrokken.

Er was nög peen visum voor me. Mis^.hien, mede om te troosten, hebben

onze Belgische paters op de procuur er toch nog voor gezorgd, dat er op

Sinterklaasavond iets extra's voor ons was.

Fte toestand in Sianghai werd steeds nijpender. Steeds meer vluchtelingen.

T)e winkel, werd leeggek'ocht. Eigenlijk onbegrijpelijk hoe gelaten de Chinezen

nog zijn. Je merkt niets van vreemdelingenhaat of geplunder. De geruchten

gaan 'dat regeringsfunctionarissen in Nanking al de benen nemen. Sjang Kai Sjek

en zijn kliek zoeken, met wat ze mee kunnen nemen, de wijk naar het buitenland.

De kerkelijke leiders van Nanking, met Yfinin aan het hoofd, die de kliek zo

lang gesteund hebben, zijn ook al gevlucht. Kardinaal Tien is met een oogziekte

naar het buitenland gegaan voor iv nezing, De Kerk mist elke leiding.

Men zegt dat in Nanking slechts twee buitenlandse priesters over zijn. Ook

de Chinese priesters ziiv. daar gevlucht. De gewone man is alle vertrouwen

kwiit. De revolutie kan alle dagen uitbreken. Het volk kan veel verdragen,

maar wil niet meer geregeerd worden en kan ook zichzelf niet regeren. Dat is

China ï Ieder regeert zichzelf en dat zullen de communisten vroeg of laat

ook wel ondervinder». He bezitlozen - en dat zijn er velen - kunnen alleen

maar verbeteren onder een ander regime. Ook de middenklasse hoopt er beter

van te worden. Oe rijken zullen voor de uitsuigerij hun loon ontvangen i

Maar : ieder zal wel weer proberen een troontje voor zichzelf te bouwen.

T*en grote chaos staat voor de deur. Het missiewerk ligt on vele plaatsen

al heel lang lam en waar het nog kan worden voortgezet, zal het nog slachtoffers

vragen. Van de ionge paters in Pelning is niets vernomen. Waar-

..schiinlijk hebben ze^te lang gewacht en is het nu te laat.

Ik loot) intussen alle dagen een noot af naar het consulaat. Zeven weken van

wachten en nog geen visum i Ik wil nu echt weg. De consul stelde voor me

een transito-visum te geven met het gevaar dat men mij na drie dagen Batavia

weer uit zou knikkeren. Maar om dat te voorkomen gaf hij me nog een briefje

mee. Zaterdagmorgen, 18 December, ging ik het halen en juist voor ik kwam

was er een telegram ontvangen dat ik torgelaten zou worden in het Rijksgebied

SIJKABUMT. Ik was graag met cle boot gegHcu?, maar ik was het wachten zat. De

KLM gaf alle medewerking en ik kon meteen voor de volgende dag een plaats

besnreken. Om hal-f zeven stond ik al op het vliegveld en...met een geldig

visum ! Wat was ik hlii .'....maar ik voelde me ook allerellendigst. "Gaat

en onderwijst alle volkeren". In China is van dopen en onderwijzen niets

- 3 7 -


terecht gekomen.' Ik moet nu het land uit. Voorgoed ? Ik hoon ooit nog terug

te komen. Ik zal nu miin diensten elders aanbieden.

Zondagmorgen ging ik met 25 kg, bagage, moederziel alleen naar Java. Zal

ik in Sukabumi terecht komen of misschien nog bij de Chinezen OT> Romeo of

zal men in Holland op miin brief reageren en me "toch nog ergens anders heensturen?

Het was mistig die morgen. De ceiling was laag. Na lang wachten zaten

we in de lucht. Met was Zondag 19 Decanb^ half één.

' WAT HE TOEKOMST BRENGEN' MOOI!

MIJ GELEIDT DES IIERKN HAND ;

MHEDIG SLA TK DIN DE OGKN

NAAR HET ONBEKENDE LAND

LEER MIJ VOLGEN ZONDER VRAGEN

VADER, WAT GIJ DOET IS GOKD l

LEER MIJ SLECHTS HET f EDEN DRAGEN

MET EEN RUSTIG , KALME MOED ï"

( John Zundel )

Pas later leerde ik in Friesland dit reformatorisch lied kennen, het geeft

wel goed de stemming van toen weer.

Maar na de gevaren or> zee, moest ik ook de gevaren in de lucht aan den

lijve ondervinden, in deel 4 hoon ik H daarover nog een en ander te vertellen.

Ik stond r>as Woensdag 22 December om half twee op het vliegveld, in Batavia,

zoals dat toen nog heette.

Wat zal Batavia mij nu brengen ?

'*Ende dispereert niet " zei Jan Pieterss* Coen.

" Alles sal reg com " zei 'n ander groot man.

Ja....maar ik zou nog rare snronqen moeten maken.

Miin reis bleek nog niet ten einde. Mijn bestemming was nog niet bereikt.

- 38 -


QEEL !V OP OOORTOCHT

JAVA BATAVÏA

Evenals Peipirig» zat ook Batavia niet on mii te wachten. Geen mens. was er

uitgelopen om mij te .verwelkomen. Zelfs mijn medebroeders; niet. Dat kon

ook niet, want zii wisten niets van mijn komst.

Tk stond op Woensdag 22 December 1948 om.half twee op het vliegveld -in'.

BATAVIA, zoal s'.dat; toen nog heette. Bijna drie dagen na mijn vertrek uit

SJANGHAT. Moederziel' alleen ;.s.t;örid ik daar, met een hoofd v-p 1-herinneringen

aan rhinaJHerinneringen aan de vele zweetdruppels in de schoolbanken van.

Li Kwans Ch'iao. De vervelende herinneringen vooral aan het vertrek uit

Peiping en het wekenlange wachten in Sjanghai. Daar stond ik dan weer in

ëën-vreemd 1 land. Hoelang zal ik er moeten blijven ? Ik weet het>niet, maar

ik vrees dat'het;wel een paar jaar zal duren. In elk geval zit ik^er. voorlopig.

En ; als dié toestand in China niet koert ? Ja» dan blijf ik hier-misschien

weT hangen of ergens in de Prefectuur van Sukabumi. Misschien heeft 1

het Provinciaïaat onze post uit China ontvangen en'ligt er op Kramat een

antwoord on mij te wachten. Ondanks alle beroerde herinneringen zou ik

toch, -graag per boot van Sjanghai naar Ratavia zijn gegaan. Ik had dan in

Hongkong de spullen kunnen meenemen, die nooit, naar Peiping .waren opgestuurd,

en die vanuit Sjanghai weer ingescheept waren naar de pares in Hongkong. Er

zat ..misschien nog .wel een'en ander bij, dat. ik hier in de tropen zou kunnen

gebruiken. Tk stond daar dus OP dat vliegveld, met in mi in hand slechts één

koffertje, waarin een pa/ar "verschoningen en wat onbenullige spullen. Iki geloof

niet dat'er êën boek inzat, behalve dan een paar dunne Chinese boekjes,

die ik in Sjanghai nog gekocht had en wat aantekeningen. Ja, mijn vierdelig

Latijns brevier zat er in en mijn typemachientje, beiden nog gered in Genua.

Tk stond daar dtts zonder codex (kerkelijk recht) en zonder boeken over dogmatiek

en moraal. Erg arm dus. Maar wat erger was : ik had geen cent op zak !

Ik' had alleen 1 het adres van de paters OP Kramat. Ik verstond natuurlijk ook

geen woord van'de taal die ik er hoorde, van,het Maleis. Ik liep tesezweten

als een os, want ik liep er rond met een zwart pak en een stijf witIpriesterboordje.

Buiten het vHéuveld gekomen kwam er al Rauw een bedja OP me, af. "Kramat 134,

Kramat Vincentius "., zei'ik. "Saja tau, saja tau H hoorde ik de man (zeggen...

en ik dacht : wat' moet die man met touw : saja tau. Gelukkig verstond 1 '.ie ook

wat Nederlands .: "Ik weet, Kramat ik weet". "Paters, jou betalen'*, zei• ik.

"Baik"; zei-d-ie en ik begreep dat het wel goed zat en ging in de bedja zitten.

Zo kwam ik aan in Kramat en belde er tussen drie en vier uur aan. Ze keken

me.daar aan of ze een verschiining zagen en ik dacht dat ik iri een douche -

inrichting terecht was gekomen, want ze ontvingen me ïn hun pyama, alsof zé

allemaal zo uit het bad kwamen aanlopen. Later begreep ik, da:t ze'na de siesta

ën het bad, geregeld zo nog wat rond bleven lopen. "Peul is:.>er u klonk het

door'heel 't huis. Hn daar stonden ze voor me : m'n oude duozittertje-van de

eerste klas in Sittard, Jan,Pruim en Gerbert Vermeulen, die een jaar eerder

was gewild en pater, Adam vari.de veldt, die pastoor en waarn. oversteuwasi." •

Ook/pater Hod.deleen Capucijn, kwam orxJagen, Hij" was. hoofd van.het Centrale

Missiebureau in Batavia. Zonder zijn voorkennis kwamer .geen missionaris

Tndonesia'binnen. Maar'mij was dat wel gelukt. Hoe kom: Je hier ? ; Wat is ér

allemaal in China aan de hand ?,Tk vertelde hen van Peifnng. Van mijn verblijf

van ruim 5 weken in.Sjanghai-en hoe iv laaina iondag ! 1 ^ December m Sianghai'

om half één de lucht in ging. *Vn ha


acht uur lang door te vliegen naar Bangkok, dat risico durfde de piloot niet

aan. De machine was eigenlijk ook te zwaar geladen. 10 man bemanning en 47

Passagiersz waarvan de mees ten zoveel mogelijk hadden meegenomen. Er was

geen controle geweest, de raeesten hadden wat extra meegcsmokkeld. Terug

naar Sianghai durfde de piloot niet, want Sianghai lag r>otdicht. Vanwege

de bergen, de wolken en de wind moesten we hoog vliegen, terwijl vie na het

uitvallen van de motor, heel langzaam wat: hoogte verloren. Er moest iets

gebeuren. Er moest iets uit. Het was voo 1 * de hand liggend geweest om er

Jonas maar uit te gooien, maar gelukkig -wam men niet op dat idee. Jonas

zat intussen te bidden als bub, en in ieder geval nog 4 paters en 4 zusters

met hem. Men besloot niet Jonas er uit te kieperen, maar men zou 700 liter

benzine laten lopen. Dat was een kritiek moment.

Vóör in het vliegtuig kwamen weer die bekende rode letters. Er werd weer

gevraagd niet te roken en de riemen vast te binden. Hen kon geen tank afwerpen.

Nee, men moest de benzine gewoon laten lopen en dat duurde wel een

kwartier, misschien wel 20 minuten. Je zag het er zo uitlopem. En ik voor mij,

keek angstig naar de gloeiende motoren. Eén straaltje er tegenop....één vonk

en het kan gebeurd zijn. Zo keek ik er t< nminste tegen aan. Angstig keken

passagiers en bemanning uit naar de aflc o. Het liep gelukkig goed af. God

zij gedankt l Een zucht van verlichting deed het vliegtuig van blijdschap

opspringen in de lucht. Nu moest een haven aangedaan, die zeker niet verder

lag dan vijf uur vliegen. Hongkong lag wel in de richting, maar de piloot

was bang dat er voor bijna 60 personen geen logies gevonden kon worden. En

daar 2 dagen op het vliegveld in de t>lane bivakkeren* omdat er aan de motor

gesleuteld moest worden, was ook onbegonnen werk. De piloot koos voor het

dichstbijzijnde vliegveld. Ilii gooide het roer om naar het Oosten. Voor mij

kropen de minuten voorbij en ik begon zelfs de seconden te tellen. Om kwart

over vier kwamen er een paar vliegtuigen opdagen...en ons vliegtuig maakte

plots een flinke schommeling. We trokken wit af. De ste\vafdess niet het

minst. Daar gaan we ! Dat was onze enige gedachte. Later bleek dat het een

groet uit dankbaarheid was geweest. Maar dat had de gezagsvoerder ons wel

even mogen vertellen. Twee jetnlanes waren er OP uitgestuurd om eens te kijken

hoe we het maakten. Ze wezen ons de weg cr> het laatste stukje van de rit.

Op het vliegveld stond de brandweer klaar en twee Rode Kruis-auto's volgden

ons tot we stil stonden. Het was half vil f...v/ij stonden in Okinawa ! Het

ligt ten Zuiden van Jar>an. Dit eilandje vormde in de oorlog de grote verdedigingsbasis

van de Jappen. Alles xvas iret een sisser afgelopen.

Alle lof voor de KLM die,koste wat het kostte, geen enkel risico wilde

nemen. Op drie motoren hadden we de rei: ook kunnen voortzetten, maar...Sis

er dan iets komt je kunt maar beter secuur zijn.

We waren nu de gast van de Amerikanen en ze waren buitengewoon vriendelijk.

We werden in de barakken ondergebracht en we aten en sliepen er goed. Maar.,

we waren op een militaire basis terechtgekomen en de bewegingsvrijheid is

daar nu eenmaal beperkt. We zaten op een klein stukje kale grond en daar

moesten, ive ons tevreden mee stellen. Een en al lof voor onze gastheren l

Daar Sjanghai dich zat, kwam er 's avonds ook nog een Amerikaans vliegtuig

aangewaaid...met ian boord een Russisch diplomaat. We sliepen al toen er gevraagd

werd of er misschien een pater was, die goed Frans kende. Pater Hennes

werd uit zijn bed gehaald om als tolk te fungeren. Want de Rus had heel wat

noten op zijn zang. Meneer wenste een barak, om die alleen met z'n maat te

delen, en twee doosjes sigaretten en vier flesjes bier. Men was hem terwille

en gaf hem een afgeschoten stuk van de barak, om die met zijn gezel, te delen.

Rij de verzegelde pakken konden ze dan beurt om beurt waken. Bier en sigaretten

kregen ze ook.

Intussen was onze kist onderzocht. Er moest een nieuwe motor komen. Men

hoopte vanuit Batavia. Maandag 20 December was voor allen een dag van verwachting.

Er zou vanuit Batavia een vlieptuig met motor komen, maar dit bericht

werd vanuit Batavia weer gecancelled. We hoorden dit van de Aalmoezenier,

toen hij ons met zijn auto na de II.Mis weer thuisbracht. We hadden verlof

gekregen om met hem mee te gaan om bij hem de Mis te kunnen lezen uit

dankbaarheid en om bescherming te vragen voor de verdere reis.

•- 2 -


Dinsdagmorgen kwam.er om half tien vanuit Batavia een Constellation om ons

allemaal op te halen. Hij had er tien uur over gevlogen. Om elf uur zaten

we weer in de lucht. We lieten de brokstukken achter en de bemanning die

zo gehoopt had, thuis in Holland nog Kerstmis te kunnen vieren. Alles ging

goed, maar in de buurt van Hongkong hadden we een geweldige tegenwind. We

vlogen 2.700 km. in acht en een half uur, 320 km. per uur, dat gaat nog wel.

Maar voor mij was het een hele zit. Het werden lange uren van rotte spanning.

Om half acht stonden we aan de grond in Bangkok, het grote knooppunt van de

KLM-lijnen. Een bus bracht ons naar het prachtig mooie KLM-hotel. Hier werd

ons een copieus diner aangeboden,het was niet druk in het hotel. Ik kreeg

vorstelijk twee kamers tot mijn beschikking. We kregen drie bonnetjes om

daardoor getroost de avond door te brengen. Van de vele muskieten hadden we

persoonlijk geen last, want er werd flink gespoten en we sliepen onder een

muskietennet.

WOENSDAG 22 DEC. vlogen we om 7 uur het luchtruim weer in. Het ging gesmeerd

want na drie uur vliegen nasseerden we de Hollandse Skymaster» die eèn half

uur eerder al vertrokken was. We wuifden elkander hartelijk toe, want vele

van onze medepassagiers waren in die plane overgeheveld, om vanuit Singapore

iweer verder te reizen. Wlf gingen linea recta naar Batavia. Tegen een uur of

elf kwamen we in een mussonnetje terecht en daarna nog een paar keer. Ik

onderging hetzelfde gevoel als de kist, een gevoel als van een vogel die het

erg te kwaad heeft met de wind. We botsten tegen de wolken en we noorden het

dreunend gekletter van de donder. Het was bliksem en onweer en Jantje was ontiegelijk

stil. Ren Amerikaans sprekende juffrouw wilde me blijkbaar troosten

ze gaf me een boekje met daarin psalm 29 :De openbaring van het onweer !

"De stem van de Heer schalt" over het" water

Gods majesteit roept van over de zee.

De stem van de Heer met dreunend geweld

De stem van de Heer ontzagwekkend

De Heer troont boven het firmament

Hij zegent zijn volk met vrede".

Hét onweer was niet zo erg, zei ze, maar ik was toch blij...iedere keer als

de rode letters vooraan in de plane weer verdx^enen waren !

Vanaf Bangkok zaten we maar met 15 passagiers in het vliegtuig. Er was niemand

luchtziek geworden. Klndei~en waren er het laatste stuk gelukkig niet bij.

Het weer werd al tamelijk spoedig weer beter. We schoten aardig op en tussen

de bedrijven door, kreep ik er wat aardigheid in om eens door het raampje te

kijken. Van hoog uit de lucht zag ik daar zowaar Sumatra liggen, geheel rechts.

Links lag Banka. Het laatste stukje kon ik er nog wat van genieten. Vlak vöór

Java zag ik, als in een heerlijk schilderij, de kleine eilandjes liggen. Ze

lagen er als bladeren van een lotusbloem in een grote waterplas. Eilandjes

met in het midden bos. Dan een nlöegrand van goudgeel zand, gevolgd door een

brede bedding van gras, groen uitlopend in het zilte water. Ik begon er werkelijk

lyrisch bij te worden. En daarna zag ik het land, waarvan ik dacht dat ik

er voorlopig wonen zou. Java 1 We doken omlaag en cirkelden over de-stad die

Ratavia heette. F.r zaten weer heel wat kilometertjes op. Zes en een half uur

hadden we gevlogen. Het x^as half twee.

Zou de zwerver eindelijk het land gevonden hebben, xvaar hij eindelijk eens

wat kan gaan werken ? óf zou hij ook nu van.de regen in de drup gekomen, zijn ?

Mijn confraters vroegen me het hemd van mijn gat over de toestand en over

onze mannen in China. Ze waren nieuwsgierig naar duizend en één .dingen en natuurlijk

wilden ze uit mijn eigen mond nu ook, het inmiddels xvrereldverbreide

verhaal van Genua wel eens horen. Maar voorlopig was er genoeg vertéld. Ze

hadden gelukkig ook comnassie met me, ivant ik was nog steeds gekleed in m'n

zwarte costuüm met boordje. Er werd me gauw een kamer gepresenteerd en ik nam

een bad. Veel geriefelijks aan kleren had ik niet bij me. Ik trok die eerste

avond maar een:iekkererChinese witte i as aan, die ik nog bij me had. Maar

buiten zou ik zo OP z'n'Chinees niet kunnen blijven rondlopen, ze zouden dan

denken dat ik schilder van beroep was. Ik had ook nog een witte broek en een

- 3 -


hemd, zodat ik ook nog de gedaante van een tennisspeler kon aannemen.

Verder kon ik het met m'n kleren niet brengen. De zusters Clarissen verborgden

de kleding van de flaters. Maar die woonden heel in Cipanas, het

zöü zeker na Kerstmis worden om daar heen te gaan.

KERSTMIS OP SEMPLAK

In Sjanghai had ik een brief van Vader ontvangen. Daarin stond dat mijn

jongste broer Peter, rond Kerstmis met de "Waterman" in Batavia zou arriveren

als militair. Daags voor Kerstmis, dus Donderdag werd ik om 12 uur

naar de telefoon geroepen. "Is U pater Steltenpool?" "Ja". "Ik zal U verbinden

met Moeder". "He?" "Wacht Ü even."••Met Moeder ? Och, dat bestaat

toch niet. Ze weten in Wognum toch met dat ik al hier zit 1 Het zal misschien

mijn broeder zijn. Ik sta een half uur te wachten, geen verbinding!

Ik dacht, het zal het hoofdkantoor van de militairen wel zijn. Broer Peter I

Later bleek het de Moeder te zijn van een of ander gesticht. Ze zochten

iemand voor de Nachtmis. Maar er moest ook een pater ergens bij militairen

zijn. "Wil jij dat voor me doen, dan ga ik naar het gesticht", zei een van

de"paters. Goed I "Om half vier kame/;- ze ie halen"."Zo vroeg al ?" "Ja, het

is niet in de stad. Het is heel in .SuTiplak" Semplak ? Wat zegt mij Semplak ?

Jan Pruim was aalmoezenier geweest. Hij leende me een kakypak, maar zonder

kruis en streepjes. Zo kon ik in ieder geval de straat or>.

OP de afgesproken tijd kwam de auto en deze bracht me naar een groen

vliegveldje. Daar stond een pipercupie klaar. Dat is een piepklein vliegtuigje.

"Stap maar in pastoor", zei de dokter-chauffeur, die pok voor piloot

zou spelen. "Nee, voorin alstublieft" "Ja, maar:ik'moet toch-niet sturen?"

"Nee, xvees maar gerust. Blijf overal af. Sturen kan i 1 - achter ook." We

konden er net met z'n tweeën in. Plus drie kilo bagage de man. Met veel

moeite wist ik er in te stappen. Het bakje was niet groter dan twee kinderwagens

achter elkaar. Een schermpje :las aan de voorkant en verder was

alles open. De riemen werden vastgebonden en daar ging het. Nauwelijks was

ie de startbaan op of hij vloog er arn de zijkant weer af. We zaten al in

de lucht. Deze keer had ik niet het gevoel te worden gevlogen, zoals in een

grote constellation, nee, nu vloog ik zelf. Ik kon naast me de vogeltjes

vangen, maar ik zat toch reuze on miin gemak. Ik had een pracht gezicht op

alles onder me. Ik dacht er niet aan, dat peloppers ons vanaf de grond zo

zouden kunnen neerschieten. Over "neloppers had ik trouwens nog hooit gehoord

en pas later hoorde ik dat de dokter het veiliger vond met het pipercupje

dan met de jeep. Ik genoot in elk geval van een mooi tochtje. We kwamen ook

nog een bui'tje tegen. " 0, niet erg" zei de dokter, "daar fietsen we om

heen". We bleven allebei droog. Het dingetje; ging 70 mijl per uur. Na 21

minuten stonden we weer ot> de grond. Semplak, niet zo ver van Buitenzorg.

Een jeep bracht me naar het kamp. IV werd ondergebracht in een Rodekruishuisje

om er, samen met de dominee, de nacht door te brengen. Om half zeven

werd er met de militairen het rozenhoedje gebeden. Er waren maar een paar

biechtelingen, want ze hadden daags tevoren al bij de .Aalmoezenier gebiecht.

Daarna een klein uurtie zangles, want een Nachtmis zonder zarig is ook niks.

En zonder oefenen wordt het pet. Ik creëerde er een tot dirigent. Vooruit!

Geen geduvel 1 Het eing best. Met. b


Het was geen kleinigheid om een haven- en een boordpas te krijgen. Want

de kantoren waren de Eerste Kerstdag gesloten. Met een militaire auto

lïfte ik naar Priok. Ik vertelde van mijn nachtelijk aalmoezenierschap

en de wacht bracht me naar een hoge ome. Maar deze mocht me geen pas

geven. Hristelde me wel zijn jëëp met chauffeur ter beschikking, en na

drie kwartier tuffen - van de ene hoge ome naar de andere, ze waren allen

echt van goede wil - werd ik om alle moeilijkheden te voorkomen in een

jeep tot aan de boot gebracht. Daar stond ik 'avonds om 7 uur op de

"Waterman" maar de militairen waren er tussen 1 en 2 uur afgegaan.

Pech . Drie uur lang met een auto rond streden en nu wist niemand waar de

militairen waren.

Op de Tweede Kerstdag assisteerde ik bij het toedienen van : het H.Vörmsel

in tana Tinggi. Joel van de Meer was er pastoor van de kleine autochtone

parochie. Z'n werkkamer diende tevens als sacristiè. Je kon er- je 'gat bijna

niet keren. Maar Mgf. Willekens prees de knusheid. "Pastoor, jè hebt hier

alles meteen bij de hand ".

Die Zondag, Tweede Kerstdag was; ik erna 20 telefoontjes achtergekomen dat

de aangekomen militairen in Tjilitan zaten. De aalmoezenier zou me:6e volgende

morgen komen ophalen. Maar de telefoon was nog nauwelijks koud of pra 4

uur stond broer Peter al voor de deur, met twee van zijn vrienden, ril. Cor

Sijm uit Opmeer en een Limburger. Het werd zo toch nog een leuke Kerstverrassing.

Maandagmorgen kwam de aalmoezenier me 'ophalen en ik mocht eens kijken hoe

Peter, de Huzaar van Boreel, het in Tjilitan maakte. Hij tractëerde me op

een paar doosjes lekkere sigaretten. Hij was blijkbaar rijker bij kas dan ik.

Dinsdag 28 December ging ik'naat Sukabumi om me te presenteren bij Mjgr.

Geise. Het was een mooi auto-tochtje. Overdag was het practisch zonder gevaar.

Maar 's avonds kan men het beter niet doen, want we 1 leefden in de tijd

van de politionele actie. De grote w*•.' n zijn hier goed en de rijkdom yan

het landschap is overweldigend. Je zie: de prachtige rijstvelden, badend

in het water dat van de bergen komt. De weg kronkelt langs hellingen en

dalen. Overal kamponcs en dessa's, afgewisseld door bouwland en bossen.

Sukabumi is geen Sjanghai of Peiping. Nee, het is maar een klein, stil

plaatsje. Midden in het stadje is een moskee, een protestants kerkje en

het kerkje van de katholieke missie, dat on de dag dat ik in Batavia aankwam,

zo maar even tot kathedraal verheven werd. Want Sukabumi was net een

eigen Prefectuur geworden....maar het is een prefectuur met bijna geen gelovigen.

Later is Bogor (Mitenzorg) er bij gekomen en dat werd dan ook het

centrale middeinunt. Mgr. hoopte er, via onderwijs en scholen, toch een en

ander van de grond te krijgen. Dat is jok wel wat gelukt.Wkrit vele Mohamedanen,

ook Sukarno, stuurden ook in dit gebied later hun kinderen bij voorkeur

naar de missiescholen. Batavia ligt'er eigenlijk vlak bij. Daar zitten

5 broeders en bijna de helft van onze paters. Maar Batavia is een eigen

bisdom van de Jezuïeten.

's Avonds had ik een onderhoud met Mgr. Geise en ik kon 2ijn antwoord

lezen OP mijn brief, die ik vanuit Sjanghai geschreven had. Dat antwoord

lag nog steeds te wachten in Hongkong, want ik was van plan geweest daar

met de boot heen te gaan....maar dat was misgelopen. Mgr. was blij met mijn

komst. Hij meende dat ik Sukabumi blijvend mijn diensten kwam aanbieden.

Ik zei dat ik de kat nog even uit de boom wilde kijken, misschien zou het

tij in China nóg keren. Ik was "voorlopig uitgeleend". Er werd daarom besloten

dat ik voorlopig wat meer uitsluitend Hollandssprekend irèrk in Batavia

zou doen. De bedoeling was het Chinees wat bij te houden en langzaamaan

wat Maleis te leren, voor het geval ik zou blijven hangen. Met de waarn.

overste en Mgr. Willekens zou over mijn werkkring overleg worden gepleegd.

In Sukabumi ontmoette ik ook Cor van der Laan uit Blokker. Toen ik hem opbelde

dacht hij dat ik hem beduvelde, maar het onvervalste Westfries gaf

hem 't geloof in mijn aanwezigheid. Na een nachtje slapen pakte ik mijn

koffer weer in en ging langs een omw T naar Batavia terug.

Ik nam de bus naai" Tjiandjur (Ciavnur). Dat was daar ook wel de meest

veilige manier van reizen, want daar maakt als regel alleen de inlandse bevolking

gebruik van. Het was een heerlijk stukje weg dat dwarrelde naar de

- 5 -


voet van de Gedeh, de tegenhanger van de Salak. In Tjiandiur stond een

aardig pastorietje en een leuk kerkje. Hr woonden twee paters en een

honderd Christenen. Ik denk voornamelijk Chinezen. Pater Postma was een

oud China-missionaris. Hij vroeg dan ook de oren van mijn kor». In Batavia

is het zwoel en vochtig,, maar in Sukabumi en in Tjiandiur is het heerlijk

fris.

Donderdag 30 December ging ik naar Tjïnanas (Cipanas). Daar ontmoette

ik mijn klasgenoot pater v.d.Berg (Zie f)l. 1, hlz.27 al.4) en pater Kohier

die een klas ouder was. Negen jaar hadden we elkaar niet gezien. Tji-panas

ligt'1.100 meter hoog. Een stukje paradijs I "Hoe vindt ie het hier ?"

Het is alsof de natuur tegen me zegt: "dit alles zal ik je geven, als je

neervalt en mij aanbidt". Maar ondanks alles, geef mij China maar...al zijn

de bergen daar dan kaal en het volk ontzettend arm, veel armer nog dan hier.

In China kan je werken. Haar hier ? De Mahomedanen zijn bijna niet te benaderen.

Het is zwaar werk om hier iets van de grond te krijgen. Een tijdje

feleden was pater Kohier met een kamnongschooltje begonnen. Er kwam geen

op, maar de Oudejaarsavond daarop kwamen -/el de Chinezen hun dankbaarheid

daarvoor, met veel geschenken tot uitdrukking brengen. In fjipanas woonden

ook de Clarissen die vanuit Holland ook hier begonen waren. Ik liet me bij

hen een paar zomerpij'tjes aanmeten en een paar pvama's.

Nieuwjaar '49 ging ik weer naar Batavia terug. Ik zou proberen te liften.

Maar daarvoor was de dag wel ongunstig. Een militaire truck pikte me gelukkig

OP, en achterop gezeten, tussen de militairen, slingerde dat ding naar

het hoogtepunt van de Puntjak-pas. Het dalen en stijgen van een vliegtuig

leek hierbij vergeleken wel kinderspel. Ondanks de dikke mist sitoven we er

met een vaart overheen. Een van de militairen voelde zich lang niet goed. Het

was ook een bezeten race. Ik zei maar niets. De truck stopte toen we er

overheen waren. Nóg 10 minuten heb ik daar gewacht; Daarna pikte een bus me

of> naar Buitenzorg. 2ijn eindpunt was het station. "Pastoor, over 2 minuten gaat

de trein". Dat trof dus. Maar de reis duurde ruim 2 uur, want het \^as een

boemel. Met de auto duurt het een half ut'-.

KftPELAAN OP KRAMAT

Terug in Batavia hoorde ik dat de Apostolisch Delegaat Mgr. G»de Jonge ~

d'Ardóve had laten weten mijn komst zeer OP prijs te stellen. Wat doe je in

zo'n geval ? Op 5 Januari werd ik om hal r zes verwacht. Om kwart voor aciht

bracht een bedja me weer naar huis. Dë Dèiegaat sprak Engels, Frans, Chinees

en Nederlands...alles door elkaar. Maar hij >?asr zeer onderhoudend...én had

als oud China-missionaris grote belangsteliing voor de situatie in China.

Deze dag werd ook over mijn lot beslist. Ik werd kapelaan in Kramat.

Het klimaat in Batavia is wel niet zó lekker, maar het inwerken zal wel niet

zo lang duren, want alles in de kerk en op de scholen is hier Hollands.

Óp 6 Jan. ging ik on hoog bezoek naar Mgr. Willekens om jurisdictie te halen.

Ik kón aan het werk. Het werd tijd ook, want mijn voorkomen was allang geen

reclame meer voor net arme China. Er mochten gerust een paar pondjes af.

Van de politionele actie heb ik eigenlijk in Djakarta niet zo veel gemerkt.

Het viel nogal mee. Maar de laatste zuive ing zal nog wel wat duren. Je hoort

hier en daar en toch wel bij goed ingelichte personen, dat ze net op tijd

zi'in geweest. Je krijgt zo de indruk dat üïet maar een haar rcheelde of de

tragedie van China was hier ook begonnen. Want de gerechtigde nationale gevoelens

zaten voor een groot deel al in verkeerd vaarwater. Onder dé 200.000

Chifteïën hier in de stad wordt ook door Moskou hard gewerkt. In allerlei verenigingen

van sport, padvinderij, kranten, toneel enz. zijn ze doorgedrongen.

Men ruikt de nieuwe vrijheid. In de strijd voor zelfstandigheid werkte wat er

in China gebeurde voor velen als een voorbeeld. Aan de spanningen met de

Chinees-georiënteerde Communistische Partij zou pas in 1959 met geweld een

einde worden gemaakt.

Toen ik in Batavia kwam was het er in de stad zeer rustig. Je kon overal

vrij en veilig lopen. Je krijgt de indruk dat de pastoors - dat zijn hier

allé priesters - bii de bevolking een streepje voor hebben. Na mijn bezoek

- 6 -


ij Mgr.'Willekens stond er ergens een van de nastoors met een kapotte

auto.. De Man die voor de reparatie gevraagd werd, wilde eerst niet komen,

maar toenhii hoorde dat het voor ee^. nastoor was, kwam hij direct en....

het kostte geen cent l

Voor het eerst ha twee jaar zat ik dan weer in de practijk. Bind Januari

hield ik mijn eerste preek v/eer in een echte kerk. Aan werk was in Batavia

geen gebrek. Op vier scholen moest ik de catechese verzorgen. Het zijn

openbare scholen. De meeste ouders':gel oven het wel. Probeer die kinderen dan

nog; maar iets bii te brengen. Het is dikwijls een puzzle erachter te komen

of de kinderen gedoopt ziin. "Ben je katholiek"? "Ja Pater 1" "Ben je gedoopt

?" "Nee, pater!" Als ze door hebben dat dopen nodig is om echt katho~

liek te zijn, dan wil een heel stel zich graag laten dopen. Op twee scholen

zijn dat er al een vijftig. Dikwijls zijn de ouders gedoopt.. Dikwijls ook

niet. De Chinese kinderen willen zowai allen gedoopt worden. Je hebt ook

heel wat gezinnen waarvan de ouders heiden zijn en de kinderen voorbeeldig

katholiek. Maar er ziin er ook velen die, als ze van school af zijn, alles

weer vergeten zijn. Rvenals mijn confraters zit ik ook practisch iedere

morgen op school. Op school heb je de grootste verscheidenheid. Onder de .

kinderen van de eerste klas, zitten er van 8 tot 13 jaar. Op de hogere klassen

zitten er van 17 tot 18 jaar. Je moet dan allerlei groepjes maken. Je

krijgt op school een lokaaltje en dat soms maar ëên of twee uur per morgen.

De reformatorische broeders moeten ook wat ruimte hebben. Ik had al gauw

een stel assistenten. Allemaal Chinese jongens- en meisjesstudenten. Buiten

de school zijn de kinderen nergens op te vangen. Onder de Chinezen heb je

veel mooie gezinnen. Iedere pastoor heeft een stel bekeerlingen. Dan heb je

je werk in de parochie, Ieder heeft zijn wijk en daar is het dikwijls modderen.

Het zijn lans niet de gelovigen uit de kop van Noord Holland. In wijken

die vroeger heel. mooi moeten zijn geweest is het nu, sinds velen

naar Holland vertrokken zijn, een uitgeleefde boel. Het krioelt er in die

huizen dikwijls van de mensen. Soms viif gezinnen in één huis. Je kunt er

dikwijls geen touw aan vastknopen wie, waar bij hoort. Gelovig, niet gelovig.

Getrouwd of riiet getrouwd...ze weten let soms zelf niet. Veel van de vrouwen

zijn "in het klooster" geweest.. ..m?'-. ze bedoelen dan bij de zusters op het

internast. Een echtpaar OP jaren^egt dat ze gescheiden:;zijn. En...jullie

worten hier toch pittig samen l Ja, we kunnen niet elk een eigen huis krijgen.

"Zij gaat trouwen", zei een trotse vader. "Zij ?" "Ja patert ik ga trouwen.

Vader wil het en ik ook wel". Het kind was 13 jaar I Later werd het toch

X\ r eer afgeketst. Het is me wat in die wijken. De mensen verstaan allemaal

Hollands al spreken ze zelf ook Maleis. Alles bij elkaar ligt er in de wijk

een mooie klus werk en ik doe het wel graag.

Iedereen op de pastorie was blij met mijn komst en ik dacht vast dat ik nier

voorlopig w;I zcu blijven zitten. Op de pastorie was het goed en gezellig.

DE VERRASSING

Het element van de verrassing bleef, me achtervolgen. Wat nu weer ?

Ik was nog nauwelijks een v/eek in Batavia aan het werkteen er vanuit Weert;

antwoord kwam op de brieven van de overste en van mij, die we de eerste

helft van November 1948 uit China verzonden hadden. Vanwege moeilijkheden

in Perzië (Mossadecq) waren de vliegverbindingen met He]land verbroken geweest

en de post \^as ergens blijven liggen. Het antwoord kwam pas tegen

half Januari 1949.

"Brieven vanuit China melden ons dat je op weg bent naar Nederlands

Indië. Je zult dus binnenkort in Batavia aankomen, veronderstel ik. In opdracht

van de Hoogeerw. Pater Provinciaal deel ik je mee, dat het evenwel

zijn bedoeling is, dat je jezelf ter * eschikking stelt van de Overste van

Nieuw Wat Nieuw ? Van Nieuw Oinea \l\\V

Nou wordt ie pas echt missionaris l Nieuw Guinea. Dat ligt een heel stuk

buiten de deur. Weer heel iets anders l lic zal de reisstaf weer ter hand

moeten nemen. " Ga naar het land dat :lk U tonen zal"(Gen. 12,1)

"En zingt daar voor de Heer en verkondigt zijn Naam " (PS. 95,2)


Juist op de dag dat ik in Batavia uit de lucht viel, was in Weert dit

briefje geschreven. Pater van de Veldt had ook een brief gekregen. Na

het lezen van de brief keken wij elkaar aan, alsof we het in Keulen

hoorden donderen. We vonden het beiden allesbehalve leuk. Als ik vanuit

China hier aangeland, die brief gevonde. zou hebben, zou ik er blij mee

geweest zijn. Want toen ik na de oorlog maar nooit naar China kon, had

Ik al met plannen rondgelopen, mij maar op te geven voor N.Guinea. Als

toekomstige China-vaarders waren we na de oorlog in Weert en daar troffen

wij ook pater Cremers aan. Hij was geinterneerd geweest in Indonesië

en was na de oorlog benoemd tot missie-overste van Nw. Guinea. "Ga met

mii mee", zei hij toen. Maar we wilden nog wat wachten. Maar nu....naar

Nw. Guinea ? Men had mij hier in Batavia net een mooie werkkring gegeven

xvaarin ik al mijn krachten kon ontplooien. Mensen verplaatst om mij Hollands

.werk te kunnen geven. En nu ? In de brief aan Pater v.d.Veldt

stond dat alleen "zeer ernstige redenen 15 deze beslissing konden veranderen.

Een beroerd geval. Want pas 7 Januari was ik in Batavia benoemd.

Ik was hierheen gegaan in.overleg met de overste in China en in overeenstemming

met de mondelinge wil van Pater Provinciaal. En had hij naar

China nog niet geschreven : "vergeet vooral Sukabumi niet". Direct Mgr.

Geise opgebeld. Evenals Adam v.d. Veldt Tiet hij me vrij. Maar ik vond

mijn positie toch wel precair. Want het zou een mooie boel zijn, zomaar

weg te lopen. Ik besloot Weert direct van de situatie op de hoogte te

brengen. Geen voorkeur te laten merken en de beslissing dan maar aan Weert

over te laten. Ik schetste de situatie voor en na mijn komst en vroeg eenvoudig

of de hier geschapen toestand geen ernstig bezwaar was, mij hier weg

te halen. Maar als de Provinciaal bij zijn beslissing bleef...ik zou met

plezier gaan. Want ergens trok het onbekende me ook wel. Persoonlijk kon

ik trouwens moeilijk bezwaar maken, want mijn conditie was geestelijk en

lichamelijk van dien aard, dat aanpassing x^aar dan ook, nog wel zou lukken.

" Nu blijf je wel ", zei pater v.d. Veldt na het lezen van mijn brief.

"Ernstige bezwaren". Ja, er kan vanuit Nw. Guinea misschien ook om gevraagd

ziiin. Het antwoord kwam 21 Jan. per telegram: "steltenpool naar Nieuw

Guinea, desideratus komt batavia". Ze hielden er in elk geval in Batavia

een extra kracht aan, over nl. P. Desideratus Mulder, de broer van Stanislaus.

Ook oud China-^mis:;ionaris, maar ï....j werd helaas al heel gauw. het

slachtoffer van een roofmoord in Priok.

Ik had het eigenlijk niet verwacht, maar nu was het toch Nw. Guinea geworden.

"Pech' 1 zei P. v.d. Veldt. Ik ben m'n medebroeders in Indonesië

altijd dankbaar gebleven voor de mooie kans die ze me gegeven hebben.

Ik moest nu weg, maar we hebben elkaar niets te verwij ten... zo van: wij je

op het paard zetten, je lekker in de kleren steken en...nu smeer je 'm.

Ik kon natuurlijk niet op stel en sprong weggaan en ik vroeg daarom Nw.

Guinea om wat uitstel en clementie. Dat was mijn antwoord op een brief van

Mgr. Cremers die me al heel gauw vroeg vaar ik bleef en of ik misschien

geen zin had. Later bleek dat Holandia ; o speciaal voor Ternate gevraagd

had, bijzonder voor de zusters van Heerlen daar. Momenteel zat daar niemand

en omdat ik niet zo piepjong meer was, had Mgr. Cremers een bodje gewaagd,

toen hij hoorde dat ik China verlaten had.

Plotseling stond ik dus voor weer iets heel anders.

- 8 -


ENDE DISPEREERT NIET


HOOFDSTUK 2

NAAR HET' ONBEKENDE LAND

Daar P. Teepê op vacantie ging, werd me gevraagd de laatste paar weken

nog als waarn. pastoor naar Sukabumi te gaan> ;• IK herinner >me nóg heel

goed een nachtelijke overval van de pelopper5. Het xvas één geschiet van

jewelste. De kogels vlogen over en langs ons pastörietje, waarvan de xvanden

zelfs niet tegen ratten en muizen bestand waren. Liggend op de grond

bracht ik een groot deel van de nacht door. Tegen de morgen was het weer

stil geworden. Niet wetend wat me boven het hoofd hing, was ik in de

vroege morgenschemering naar de zusters gegaan om daar de Mis te lezen.

Ik had het gevoel alsof vanaf achter elk huis wel geschoten kon worden'.

Maar tot mijn grote verbazing waren de mensen die ik in het halfdonker

tegenkwam, erg vriendelijk. Bij de zusters hoorde ik alleen maar een kreet

van verlichting : God zii gedankt dat de pater toch gekomen is I

Ik denk dat ik onopvallend met een gevone autobus weer naar Batavia terug

ben gegaan. Toen ik afscheid nam van :ün confraters op Kramat was Maart

al in de tweede helft.

De boot lag klaar om te vertrekken in Priok. Ik vond het jammer weer

weg te moeten gaan, maar ergens x^as ik er ook weer niet zo rouwig om.

Ik ging met de K(oninklijke)P(akketvaart)M(aatschappii) zoals dat toen

nog heette naarifcllandia...Thet onbekende land tegemoet....vol spanning

om wat het me;brengen zou, maar toch ook een beetje blij, want van het

geschiet in Sukaburoi, was ik toch ook wel wat geschrokken. Op dé bobt was

-meen ik, derde klas voor me betaald, maar ik mocht vrij vertoeven onder hen

die beter betaald hadden en ik mocht ook met hen eten. Dat was traditie bij

de KPM als ze een pater aan boord hac.en. Want vroeger ging deze bij wijze

van dienstreis zo af en toe mee, om de verdwaalde katholieke schapen onder

de ambtenaren aan de kusten van Nw. Guinea wat op te zoeken.Daar was;.immers

alles protestantse zending. Voor de missie was dat gesloten gebied.

De zee was lekker rustig en de'reis zou drie weken duren. Het we,rd een

mooie tocht. Verder weet ik er eigenlijk weinig meer van.

In Surabaya lag neef Jan Bot als militair, maar niemand mocht de boot:af.

Het was er blijkbaar lang niet veilig. In de haven was het stikkend warm.

In Makassar logeerde ik enkele dagen op de missieprocuur van de paters van

Scheut. Met een Hollandse pater, die landbouwingenieur was, heb ik nog ergens

op een grote rubberplantage gelogeerd. Ik zag daar hoe de bakjes^a^i'de,,

bomen, onder de inkepingen,vol Üe.pen met rubbervocht, latex genaamd. Na vier

uur is zö'.n bakje vol. Ik zag daar ook hoe er in een fabriek rubber matten

\\'erdèn gefabriceerd. F.r was OP die plantage veel te zien en ik kreeg de indruk

dat alles er normaal werkte onder de Toradja's daar. Er was niets te

merken van enige politionele actie. Alles bij elkaar was het een, interessant

slippertje. In Makassar ontmoette ik ook een pater die lid was van het Oost-

Molukse parlement. Dat was toen nog een deelstaat. Over de Bahdazee ging het

naar'Ambon. Daar zocht ik de paters KSC'ers op. Zij hadden hier een kleine

parochie temidden van een overgrote Protestantse gemeenschap. De verhoudingen

met de katholieken lagen hier nog vooroorlogs hard. Ambon bleek een bolwerk

te zijn van de Zending. Hier werden in elk geval geen Coornhert's gekweekt

die verdraagzaamheid predikten. Het Hollands Bestuur haalde hier veel van

zijn lagere ambtenaren-weg en de mannen van de KNIL.

Het Centrum \ r an de Missie lag ten Zuidoosten van Ambon..in Langgoer op

de Kei-eilanden. Daar was de broer vanm' 1 h tante Jantje, bisschop. Nieuw

Guinea viel daar vroeier ook onder. Mgr. Grênt MSC is' in Wervershoof geboren.

Samen met m'n vader doorliep hij daar de 'lagere school. Berden

leven nog. ":.>r is nu (Oct,'81) Mjna 98. Jammer dat we de Kei-eilanden

niet aanaed^is maar ^k had Mgr. Greht in Batavia nog ontmoet.

Ik had er toen nog geen vermoeden vav dat de wrijving tussen de vr©me

christenen van "i±cn en de Kei-eilanden ons bij de missionering in Nw. Guinea

nog grote parten zouden spelen.

_ Q _


Tussen de.vele eilandjes door kwamen we aan de kusten van "Nieuw Gulnea.

We klauterden langs de Vogelkop omhoog en die kop was bijna het enige

wat ik van het grote eiland wist. Waar onze paters zaten wist ik maar

heel vaag. p akfak lieten we jammer genoeg liggen. Sorong deden we wel

aan. We lagen meen ik maar heel kort bij, het eilandje Doom. Ik heb er

niemand van de missie gezien. Vanuit ,cle baai ;in Éanokwari was het,

vanwege de tijd, te riskant om er mijn klasgenoot ; Gem Keizer, in het

dorp on te zoeken. Meestal kwam hij zelf wel naar de boot. Later bleek

•dat hii ziek geweest was. Het eiland Blak was het volgende station.

Het bleek een eiland zonder bergen te zijn. F'én groot stuk droge kalksteen,

een kaal dor eiland, waarop eigenlijk niets te zien was. Ik wist

niet of er een -nater woonde, ik kende er niemand. Ik had daarom ook geen

vervoer en ik had ook geen cent op zak. Later hoorde ik dat pater

Leo Boersma en P, Misaël Kammerer daar in Biak al enige maanden in een

pastorietje tevergeefs hadden zitten wachten OP het officiële verlof

om het missiewerk aan de Wisselmeren te mogen hervatten.

Pas toen pater Tillemans MSC na ziin vacantie in Biak verscheen, kon

het niet langer geweigerd worden. Noodgedwongen werd er toen door het

Bestuur wat plaats ingeruimd in het gecharterde marinevliegtuig, dat

vanuit Batavia weer naar Biak was gekomen, om de bestuurspost aan de

Wisselmeren van spullen en levensmiddelen te voorzien. P. Tillemans zou

enige tijd meegaan om de Pranciskanen in dit nieuwe gebied in te wijden.

Zo was deze pionier OP 31 Maart met Leo en Misaël vanuit Biak naar de

W.M. vertrokken, om daar het missiewerk dat hij daar al in 1938 begonnen

was, te hervatten, ^aar die Wisselmeren lagen en dat die pater Tillemans

een beroemd pionier-woudloner was, hoorde ik pas later. Toen:ik dus Biak

passeerde was het net een dag of tien geleden dat de eerste Franciscanen

naar de Wisselmeren waren vertrokken.

Na enig ononthoud in Biak ging de KPH-boot de zee weer or> en op de avond

van 12 April kwam ik In Hollandi a-Haven aan. Wijd en zijd verspreid zagen

we hier en daar vat lichtjes, maar Hollandia'maakte helemaal niet de indruk

een flinke stad te zijn. We mochten die avond nog niet van boord.

De volgende morgen zagen we in het water hier en daar wat paalwoningen

en langs het vrater op het land wat bouwvallige hutten met oude roestige

zinken daken. Hollandia 1 was toen eigenlijk nog niets. Ik werd opgevangen

door P. Max Lunter die toen nog Aalmoezenier was en dus een auto had. Hij

bezorgde me een mooi autotochtie langs de prachtige HumboldtBaai die op

't uiterste puntje van N.Guinea ligt, maar ook in het midden van het grote

eiland waartoe ook Panua Guinea behoort. Zullen deze 2 delen misschien ééns

samengroeien tot één groot Panua-lanr. ? Men zegt dat Jan van Fechhoud juist

daarom de Humboltbaai" gekozen heeft om daar Hollandia te bouwen, want deze

zeldzaam mooie baai, die de Amerikanen tijdens de oorlog ook al ontdekten,

zou voor de ontwikkeling van het grote eiland wel eens van grote betekenis

kunnen worden.

Hollandia, dat nu Djaianura heets is wel 40 km. lang. Er zijn wel \tfat

mensen bijgekomen, maar een grote stad is het nog lang niet. Ik werd met de

ieep naar Kota Baru gebracht. Daar woonde de missie-overste P.Oscar Cremers

en P. Zeno Moors uit Tungelroy. Hij ; .as secretaris en had twee broers die

bisschop waren, riscar en Zeno woonden daar samen op een stukje woestijngrond

in een lange oude quonset-hut, nog een overblijfsel-van de Amerikanen. In

vergelijking met ons huis in China en met wat ik OP Java' had gezien, was

deze behuizing erg r>rimitief. Het was een krot. De qüoriset was in stukken

verdeeld en ik woonde In één van diè hokken...in afwachting van v/at er nu

hier in dit land weer met me zou gaan gebeuren.

Hollandia is in elk geval lang geen Batavia. Van het grote eiland, dat Nw.

Guinea heet, is. ons nog veel onbekend. De inwoners ervan zijn. heel lang vergeten

en Ik weet niets van de papua's. Hollandia zelf trekt me niets. De

missie betekent er nog niets, een ov 's quonset met twee man erin, dat was

alles, maar wat ik hoor van het binnenland, bekoort me... al zitten ook daar

dé mensen; wel • niet on me te wachten. Toch zou Ik er wel heen willen, maar

voorlopig zit ik in Hollandia. Hoe mijn weg verder loont, hoop ik U in

deel V te vertellen.

- 10 -


DEEL I

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTIJK 2

INHOUDSOPGAVE

HOF BI.JNA ALTIJD ALLES ANDERS LIEP

: HET THUISHAALDERTJË

WOORD VnCRAF

: VAM KRIJP TOT WILTJESWLOKKER

GEBOORTEGROND

NAAR WGNT1M

DE SCHOOLTAREN

AKXERSTUDENT

OP STTIDIE

HET JAAR VAN DE BEPROEVING

TN HOGER SFEREN

GEBOGEN OVER DE SCHRIFTEN,

NAAR HET WEDERHMIS

PRIESTERFEËST

: AAN DE ZWALK

^€t hASZAK OP STAP

IN HET HEILIG GRAF

VUILTJES PLOKKEN IN'EIGEN STREEK

HONGERWINTER V44 - '45

DRIJFJACHT M'itfÓGMÏM

EEN ZWARTE DAG .VOOR VELEN

HET HtlIS UITGEZET

DE INVAL IN !ffiT KLOOSTER

HET LAND VAN HLTN IDEALEN

.- 11-

PAG.

n

ii

it

»i

ii

tt

it

M

II

»l

II

tl

II

lt

II

II

11

II

tl

11

1

6 6

14

16

20

24

30

57

39

40

42

4S

45

47

48

52

57

60

60

62

64


DEEL II

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

INHOUDSOPGAVE

; DOOR TWAALF. LANDEN NAAR CHINA

: HET ZEEGAT UIT

ANTWERPEN

ASWOENSDAG 19 Febr.'47

HET ZEEGAT HIT...DERETS BEGINT

DE "EUMJND FANNING"

TüORDEAITK

RARE CAPRIOLEN

BARCELONA : EEN MOOIE STAD

GENUA

CHINA-REIZIGERS OP EEN BRANDEND

WAT WAS ER GEBEURD ?

IN !iET HOSPITAAL

TERUG • NAAR' HUIS.

BERICHTEN IN HOLLAND

KLAAR VOOR EEN NIEUWE START

LANGS EEN ANDERE WEG

ÜE VROLlJKE : GOLF

HET AVONTUUR BEGINT

'n CAWfóï^NENKLOOSTER

IN *Ü T éTTË PAARD

BIJ DE MEDEBROEDERS IN AVIGNON

NOG DRIE DAGEN IN DE AUTO"

WE GAAN NAAR ROMB

DE EEUWIGE STAD

DE "STEPHAN KEARNY" LIGT KIAAR

OPNIHM, DE ZEE OP

MOEDIG \/ERDER

ALEXANDRIE

ALS VINKEN IN EEN BRAADPAN

BRITS - INDIE

OP NAAR SINGAPORE

EEN ^IE POKKENSTREEK

DE POORT VAN CHINA

HONGKONG

SJANGHAI

RAAR TIENTSIN

- 1Z-

PAG.

• i

ti

11

• i

ti

ti

H

SCHIP H

ii

il

ii


tt

ti

ti

H

tt

ii

M

tt

ii

ii

ti

ii

ii

ii

tt

ii

H

tt

M

tl

tt

1

1

3 57

8

10

12

14

16

17

21

23

24

25

25

26

27

28

28

29

30

32

32

35

37

37

39

41

44

48

50

50

52

54

56


DEEL III

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

DEEL IV

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

: CHINA.

INHOUDSOPGAVE

: PEIPING : HET HARTJE VAN HET HEMELSE RIJK

LI WANG CH'ÏAO : DE TAALSCHOOL

HET LEVEN ROND DE BOERENKAMER

OMRINGD DOOR HOFFELIJKE MENSEN

ALS DE BLADEREN VALLEN

EEN ONVERGETELIJKE .SINTERKLAAS

ALS KERSTMIS NADERT

LOtï P'ING VIERT KERSTMIS IN PEIPING

WAAR GAAT 't HEEN ?

CHINEES NIEUWJAAR

EN DE TIJD TIKTE RUSTIG VOORT

DE CHINESE MUUR

BEZOEK VAN P. PROVINCIAAL

VACANTIE

MIDWINTERFEEST

: HET DOEK VALT

WEER SJANGHAI

: OP DOORTOCHT NAAR....

: RATAVIA...»KRAMAT 138

KERSTMIS OP SEMILAK

KAPELAAN OP KRAMAT

DE VERRASSING

: NAAR HET ONBEKENDE LAN»

+ (J-

PAG.

i>

tf

ii

' M

II

II

II

II

1!

II

II

II

II

II

II

II

II

tl

«1

•1

II

II

1

4 89

10

11

13

15

15

18

20

24

26

27

28

33

35

1

1 467

9

More magazines by this user
Similar magazines