4de ned .indd

homie1337.bestmail.ws

4de ned .indd

de 20e eeuw

Naar een communicatiemaatschappij

René De Herdt


Het MIAt

een unIeke reflectIe op onze sAMenlevIng

Het MIAT toont hoezeer onze samenleving tussen 1750

en 2000 is geëvolueerd en hoe grondig de industriële

revoluties het dagelijks leven hebben veranderd.

In het museum illustreren tal van voorwerpen, machines

en evocaties de vooruitgang in de 19e en 20e eeuw.

Maar het MIAT gaat ook dieper in op het leven van

onze voorouders. Je krijgt als bezoeker niet alleen een

buitengewoon uitzicht over de stad Gent, maar ook een

goed inzicht in hoe onze hedendaagse samenleving

zich heeft ontwikkeld. Tijdens de eerste industriële

revolutie waren de wol- en katoennijverheid innoverende

nijverheden. Daarom legt het MIAT een

bijzonder accent op textiel.

Het MIAT is een jong museum. In 1990 werd het

ondergebracht in de voormalige katoenspinnerij Desmet-

Guéquier, een gebouw uit 1905. Het verwijst naar de

periode waarin Gent nog een echte textielstad was. ‘Het

Manchester van het continent’ werd ze genoemd.

Via een metalen trap daal je af naar het MIAT. Vroeger

bevond zich hier een zogeheten ‘meers’: ‘de Minnemeers’.

Op dit lage weidegebied (‘meers’) in de noordelijke

bocht van de Leie werd vanaf de 16e eeuw linnen te

bleken gelegd. Nu bevindt er zich een verftuin met een

veertigtal verschillende planten die gebruikt werden

om textiel artisanaal te verven. De naam ‘Minnemeers’

verwijst tevens naar de ‘meermin’, een heidens symbool

voor de bedrieglijke kracht van de zinnelijkheid, dat werd

gerecupereerd door de middeleeuwse kerk.

Uiterst rechts staat een bronzen standbeeld van

Pierre De Geyter (1848-1922), een ontwerp van

kunstenaar Tom Frantzen. Het werd opgericht in 1998,

ter herinnering aan de Gentenaar die ‘De Internationale’

componeerde, het lijflied van de socialistische beweging.


NAAR EEN

commuNicAtiEmAAtschAppij

De 20e eeuw: produceren voor de consumptiemaatschappij

In de 19e eeuw ontstonden op het noordelijk halfrond industriële grootmachten.

De liberale economie waar ze op stoelden, wordt in de 20e eeuw voortgezet.

Het arme zuidelijke halfrond levert de grondstoffen, terwijl het Noorden de grote

winsten opstrijkt. Het economisch leven wordt in veel gevallen nog geregeld

door het optreden van de staat. De arbeider krijgt een aanvaardbaar loon en

kan rekenen op allerlei sociale voorzieningen. Er komt meer vrije tijd en de

ontspanningsmogelijkheden nemen toe, net als het comfort.

Europa moet zijn plaats als industriële koploper afstaan aan de VS. Twee

verwoestende oorlogen, met daartussen de economische wereldcrisis van 1929-

1939, dragen daartoe bij. Hoewel tussen 1945 en 1985 de nieuwe Amerikaanse

grootmacht verwikkeld is in een ‘Koude Oorlog’ met de communistische Sovjet-

Unie en in de westerse landen de dekolonisatie inzet, breekt een gouden tijd van

materiële overvloed en consumptie aan. Vanaf 1989 valt het Oostblok uiteen en

begint de derde industriële revolutie. Daarin spelen biotechniek, het audiovisuele en

de informatica een cruciale rol. Het pad naar de mondialisering en de communicatie-

en informatiemaatschappij is hiermee voorgoed geëffend.

i. Bij de aanvang van de 20e eeuw

La belle époque

De benaming “Belle Époque” ontstond na de Eerste Wereldoorlog. Met veel nostalgie werd toen

teruggeblikt op, de periode tussen 1890 en 1914, een tijd van grote ontdekkingen, ongeziene vooruitgang

en het geloof in de onbegrensde mogelijkheden van wetenschap en technologie.

Rond de eeuwwisseling bevond de industrie zich in een stroomversnelling. Nieuwe sectoren zoals de

staal- en de metaalnijverheid, de scheikundige industrie, de elektriciteitsproductie en de petroleumwinning

maakten een stormachtige ontwikkeling door. Transatlantische schepen zorgden voor snel en goedkoop

transport. Telegraaf en telefoon voorzagen in communicatie op lange afstand. In 1908 bracht Henry Ford de

eerste betaalbare auto op de markt, de Ford T. Een jaar later stak de Fransman Louis Blériot voor het eerst

met een vliegtuig het Kanaal over. In de kunstwereld ontstonden stromingen als het fauvisme, het kubisme

en het impressionisme. Rijke industriëlen zoals Armand Solvay lieten door architecten als Victor Horta en

Henry van de Velde een Art Nouveau huis bouwen.


1

2

3

4

Voor België was de Belle Epoque een tijd van nooit geziene

industriële en commerciële expansie. Tegen 1914 was ons land

de vijfde handelsnatie ter wereld. Op sociaal gebied ging achter

dit moderne dynamische België nog een andere realiteit schuil.

Deze wereld werd bevolkt door fabrieksarbeiders, kleine boeren,

handwerkers, dienstboden, leurders, thuiswerkers en ambachtslui.

Arbeiders- en vrouwenbewegingen streden voor meer sociale

rechtvaardigheid en stemrecht. Levensbeschouwelijke tegenstellingen

concentreerden zich nog steeds op de strijd rond het onderwijs.

Kasseibestrating

De belle époque werd in Gent, Brussel en Antwerpen onder meer

gekenmerkt door grote saneringswerken: men opende nieuwe

straten en boulevards, en legde pleinen, squares en openbare parken

aan. Dit stuk 19e-eeuwse verharde openbare weg bestaat uit ruw

behouwen porfierkeien. Porfier was een granietsoort uit Henegouwen

die in Vlaanderen zeer geliefd was voor het aanleggen van wegen. (1)

straatverlichting

Grote booglamp met originele lamphouder en ophangingssysteem.

Het (witte) licht werd verkregen door een vonk die tussen twee

koolstofstaven oversloeg. Het was zo fel dat één lamp een heel plein

kon verlichten. (2)

De kar van de scharensliep, 1890

De scharensliep was een volksfiguur die met zijn wagen, een soort

mobiele werkplaats, door de straten trok om gereedschap te slijpen.

(Herkomst: Van Windsen, Desteldonk) (3)

Woonhuis en interieur, ca. 1910

Reconstructie van de gevel en het interieur van een woning van

vóór W.O.I. Let op de schaarse verlichting met een kooldraadlamp.

Verwarmen gebeurde met steenkool in een kookhaard. Aangezien er

nog geen lopend water was, moest het water opgepompt worden uit

een waterput. Wonen, koken en andere huishoudelijke taken, zoals

strijken, gebeurden in één ruimte. Het feit dat er elektriciteit was,

wijst erop dat dit een interieur van een beter betaalde arbeider was.

(1)


5

6

7

8

9

mosterdfabriek tierenteyn

Reconstructie van mosterdwinkel Tierenteyn met de originele houten

winkelpui in neoclassicistische stijl.

In 1818 startte Petrus Tierenteyn met een kruidenierszaak in Gent,

waar hij volgens de bereidingswijze uit Dijon mosterd produceerde.

De winkelpui zelf dateert uit het begin van de 20e eeuw. Hoewel

toen de belle époque en de art nouveau floreerden, is hij traditioneel

vormgegeven.

In de mosterdwinkel staat een gietijzeren cilindermolen (eerste

kwart 20e eeuw) voor het pletten van mosterdzaad. Na het pletten

werden de zaadjes met azijn gemengd. De brij moest 24 uur rusten

en zwellen in houten tonnen. Nadien maalde een grote pletmolen de

mosterd.

Na het zwellen werd de gemalen brij tussen twee molenstenen

fijngewreven. Deze pletmolen (ca. 1900) moest na elke draaibeurt

gedemonteerd, gespoeld en grondig gereinigd worden. Dit was een

zeer omslachtig werk, vooral door het gewicht van de molenstenen.

Men ziet ook een mandenfles of ‘dame jeann’. Deze typische fles

werd gebruikt voor het transport van vloeistoffen. Hier zijn de

mandenflessen gevuld met azijn.

Men bemerkt ook houten mosterdvaatjes (eerste kwart 20e eeuw),

waarin de mosterd werd bewaard. Een klasseerkast en een kasregister

vervolledigen het geheel. Al deze opbjecten zijn afkomstig van de

Mosterdfabriek Tierenteyn-Verlent Gent. (5) (6) (7)

triomfboog voor de Gentse

wereldtentoonstelling, 1913

Deze verkleinde reconstructie van een triomfboog is gebaseerd op

een ontwerp van de belangrijke Gentse architect Geo Henderick

(1879-1957). In tegenstelling tot zijn ‘Hal der Machines en der

Elektriciteit’ voor de wereldtentoonstelling werd dit voorstel niet

gerealiseerd. (8)

Evocatie van de gelagzaal van grand

café Gambrinus

Café Gambrinus was een befaamd grand café met een restaurant

in de Vlaanderenstraat, bij het voormalige Zuidstation in Gent.

Het was genoemd naar de god van het bier en de bierbrouwers.

Het oorspronkelijke art nouveau-interieur uit 1897 werd na W.O.I

gewijzigd. Hier ziet men slechts twee van de vijf schilderijen die tot

het interieur behoorden. Deze twee anonieme schilderijen in sociaal-


10

11

12

realistische stijl – we zien een spinnerij en weverij – verheerlijken de

Gentse industrie. (9)

Tot dit interieur behoort ook een grammofoon. De grammofoon werd

geperst in bakeliet en ze werd afgetast door de groeftaste (pick-up)

van de platenspeler. Hierbij volgde de naad de slingeringen in de

groef. Het elektrisch signaal werd versterkt in de geluidsversterker

en aan een luidspreker doorgegeven. Dankzij talrijke verbeteringen

verscheen naast de 78-toerenplaat met een speelduur van ca. 4,5 min

per kant de 33-toeren langspeelplaat met een speelduur van 22 tot

30 min. (10)

(Merk Chantal. Herkomst L. Moeremans, Gent).

Leeskast medische apparatuur, begin

20e eeuw (11)

In België werd aan het begin van de 20e eeuw steeds meer

aan geboortebeperking gedaan. Naast de coïtus interruptus

(vroegtijdige terugtrekking) gebruikte men vooral vaginale douches,

spoelringen en irrigatiemethodes. Bij vaginale douches werd na

de geslachtsgemeenschap lauw water, gemengd met citroensap,

zeepsop of azijn, in de vagina gespoten. Het pessarium werd door

een minderheid van de vrouwen gebruikt.

Voorwerpen:

- Spoelkan en spons (Verzameling MIAT)

- Pessarium (3 stuks) en zaaddodende middelen

(Verzameling prof. M. Thiery, Gent)

- Bladzijde uit ‘Het middelenboekje’ van de Nieuwe Malthusiaanse

Bond (Verzameling prof. M. Thiery)

De afbeeldingen tonen achtereenvolgens:

1. een sponsje met zijden lintje dat vóór de

geslachtsgemeenschap in de schede moest worden gebracht;

2. een irrigator, waarmee na de geslachtsgemeenschap de

vagina werd gespoeld;

3. een pessarium, dat als barrière in de schede van de vrouw

werd gebracht.

- Werkboekje (mevrouw De Cuyper-Temmerman, 1908)

- Strijkijzers op houtskool (Legaat J. Storme)

Vier schilderijen van de socialistische

arbeidersbeweging (12)

Constant Dratz (1875-1930) schilderde deze werken in 1924 voor

de Internationale Coöperatieve Tentoonstelling in het Gentse

Citadelpark.


13

14

15

1. ‘De vlag en standaard van de Textielarbeiderscentrale van België’

(13)

2. ‘Muze neemt arbeidster onder haar hoede’. Dit schilderij illustreert

de rol van de vrouw in de arbeidersvereniging.

3. ‘Hulde aan Emiel Moyson, met de vaandels van Gentse spinners en

wevers, de oudste vlaggen van arbeidersorganisaties in

Vlaanderen’

4. ‘De weldaden van de vakvereniging als een symbolische

levensboom’

(Herkomst: Museum voor Schone Kunsten, Gent)

metaaldraaibank comhaire, vóór 1914

Eind 19e en begin 20e eeuw groeide Gent uit tot het belangrijkste

centrum voor machinebouw in Vlaanderen. Gentse machine- en

motorenfabrieken, zoals Carels, Vande Kerckhove en de Phoenix

waren, internationaal gekend. (14)

Constructie: Atelier Comhaire, Gent

Natte vlascontinu, 1902

De Gentse vlasnijverheid bereikte in het eerste kwart van de

20e eeuw haar hoogtepunt. Gent telde toen de drie grootste

vlasfabrieken van Vlaanderen: La Lys, La Liève en La Linière Gantoise.

De machines kwamen bijna uitsluitend uit Ierland. Aan deze beruchte

natte continu’s werkten enkel spinsters. Ze waren onderbetaald

en leden door de slechte arbeidsomstandigheden vaak aan

beroepsziekten. (15)

Constructeur: J. Mackie & Sons, Belfast

(Herkomst: Stedelijk Textielinstituut H. Story, Gent)


16

3. Kinderen in de jutespinnerij, ca. 1919

Deze Hollandse meisjes naaiden jute tot zakken.

Fototentoonstelling over kinderarbeid.

Kinderarbeid kwam nog voor in de lichte en ambachtelijke nijverheid

en in de landbouw. (16)

1. Kinderen uit La Linière Gantoise

Groepsfoto van kinderen op weg naar de vlasspinnerij La Linière

Gantoise, genomen aan de Hoogpoort te Gent. Veel jongens en

meisjes moesten ’s morgens rond 4 uur opstaan. Ze woonden op

anderhalf tot 2 uur loopafstand van de fabriek.

2. Landelijke betoging in Brussel, 1906

Op 15 augustus 1906 manifesteerden in Brussel de kinderen en

vrouwen uit de natte vlasspinnerijen voor een vermindering van

het aantal arbeidsuren. Uiterst rechts op de foto staat Jan Samijn,

voorzitter van de vakvereniging van de Gentse vlasbewerkers.

(Herkomst: Verzameling Archief en Museum van de Socialistische

Arbeidersbeweging (Amsab), Gent)

4. Stakende textielarbeiders in Kortrijk, 1909

Groep stakende meisjes en vrouwen uit de vlasfabriek van M. De Kien en Co., op de dag dat zij Josef Coole

(tweede van links vooraan), secretaris van de Kortrijkse vakbond, naar de gevangenis vergezelden. Coole

was veroordeeld tot zes maanden gevangenis omdat hij zijn arbeidsters in het openbaar had verdedigd.

(Herkomst: Verzameling Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging (Amsab), Gent)

5. Kleine jongen helpt bij de bietenoogst, ca. 1902

(Herkomst: Seminarie voor Historische en Vergelijkende Pedagogiek, Gent)

6. Vlasbewerking: het samenbinden van de bussels

Het slijten of trekken van het vlas gebeurde op het eind van de maand juni. De kinderen gingen niet naar

school en hielpen bij de vlasboeren. Het vlas werd met wortel en al uit de grond getrokken en in bussels

gebonden.

7. Vlasbewerking: het eggen

Na het zaaien van het vlas volgde het eggen, waarbij het jonge zaad in de grond werd ‘gedekt’. Jongens

werden bij deze bewerking als volwaardige arbeidskracht naast een volwassen man ingeschakeld.

(Copyright: J. Ballegeer en J.P. Braems)

8. Bloembollenpelsters in Nederland, 1924

“We waren twaalf, als er controle was moesten we ‘veertien’ zeggen. ’t Was elke dag drie kwartier heen en

terug naar de bollenschuur. Een fiets hadden we niet. Die kon je wel huren, voor 1,25 guldens in de week,

maar als je niet meer dan een kwartje in de maand kreeg, was dat zonde.”


9. Stoelenmatster en zoontje, 1910

De huiskamer werd vaak omgevormd tot werkplaats voor de vrouw en enkele kinderen. Dit is de werkplaats

van een stoelenmatster en haar zoon in Mechelen. Dit vak telde rond 1900 zevenhonderd arbeiders, die tot

60 uur per week werkten en daarvoor amper zeven frank kregen.

10. Meisje in een steenbakkerij in Steendorp (Oost-Vlaanderen)

In de steenbakkerij werkten zeer veel kleine kinderen. Bijna alles gebeurde in openlucht en het werk was

erg vermoeiend. Volwassenen begonnen om 3 uur ’s morgens, kinderen en jongeren om 4 uur. Ze werden

soms slapend aangekleed en door hun vader naar de werf gedragen. Daar kregen ze koud water in hun

gezicht om hen wakker te maken. Het werk werd haast ononderbroken voortgezet tot 9 of 10 uur ’s avonds.

De behandeling van de werklieden was vaak zeer slecht. Veel meisjes werden nog op hun eerste werkdag

ontmaagd. Dit ‘herenrecht’ wordt door Piet van Aken in zijn roman Klinkaart (1954) schrijnend beschreven.

(Herkomst: Verzameling Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas, Sint-Niklaas)

11. Kuiper Warrinier met twee leerjongens, poserend voor zijn atelier te Brugge, ca. 1900

In de kuiperijen, die rond de eeuwwisseling floreerden, werkten heel wat kleine jongetjes. Het werk van een

kuiper bestond uit het maken van houten tonnen, tobben, emmers, waskuipen en boterkannen.

(Copyright: G. Michiels, Brugge)

12. Kleine kinderen maken het stro klaar voor de stoelenvlechters, Mechelen, 1910

(Herkomst: Verzameling F. Van Bost, Gent)

13. Hulpje van de schoorsteenveger

Toen huizen nog met kolenvuren en houtkachels werden verwarmd, was schoorsteenveger een veel

voorkomend beroep. De veger had lenige jongetjes in dienst die in de schouwen van grote huizen

klommen om er het roet weg te kappen of te vegen. Het werk gebeurde blootsvoets om voldoende grip te

hebben op de stenen. Het was gevaarlijk en de kinderen kregen een grote hoeveelheid roet en stof binnen.

14. Schoenmakershulpjes

De kinderen leerden van jongs af ‘de stiel’. Ze verdienden heel weinig, tot ze alle knepen van het vak

beheersten. Soms hadden dergelijke hulpjes het veel harder te verduren dan fabrieksarbeidertjes.

15. Schipperskinderen in een trekzeel, ca. 1925

Een binnenschip werd door een paard of door de vrouw of kinderen van de schipper getrokken langs het

jaagpad. Kinderen liepen zo tot 12 uur per dag. Schipperskinderen gingen vaak nauwelijks naar school.

(Herkomst: Seminarie voor Historische en Vergelijkende Pedagogiek, Gent)

16. Melkverkopertjes

Naast het specifieke veldwerk moesten boerenkinderen ’s morgens vroeg naar de stad om er producten van

de boerderij te verkopen. Het vervoer van de kannen melk en van de karnemelk (afgeroomde melk met een

zurige smaak) gebeurde met hondenkarren.


ii. Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog is een rechtstreekse uitloper van het economisch kapitalistisch denken tijdens de

belle époque, met z’n niet te stuiten optimisme, mateloos nationalisme en uitbuitend imperialisme. Vanaf

1907 ontstonden er bij de Europese mogendheden twee blokken: de Centralen (Oostenrijk-Hongarije,

Duitsland, Turkije…) en de Geallieerden (Servië, Rusland, Frankrijk, België, Groot-Brittannië…). Een

bewapeningswedloop zorgde voor een oorlogspsychose: niemand wou de oorlog, maar iedereen was er

ook van overtuigd dat een vlugge diplomatieke overwinning met militaire ingrepen mogelijk was. Tegen

alle verwachtingen in mondden de vijandelijkheden uit in een loopgravenoorlog.

Oostenrijk greep de moord op aartshertog en troonopvolger Franz Ferdinand door de Serviër Prinzip

(Sarajevo, 28 juni 1914, zie tekening) aan om Servië de oorlog te verklaren. Hierop volgde een reeks

ultimatums en oorlogsverklaringen tussen de landen van de twee blokken. In het Westen trokken de

Duitsers door België en Noord-Frankrijk, met als doel Parijs. Dat bereikten ze niet. Ook hun poging om het

Kanaal te bereiken stuitte op het verzet van het Belgisch leger, dat zich achter de IJzer had ingegraven.

Wat eind 1914 begon als een ‘militaire wandeling’ tussen enkele Europese hoofdsteden, draaide uit op

een nooit geziene slachtpartij. Deze loopgravenoorlog duurde tot 11 november 1918. Toen ondertekende

Duitsland een wapenstilstand in het bos van Compiègne nabij Parijs. De ’Groote Oorlog’, gevoerd door

moderne geïndustrialiseerde staten, maar met verouderde militaire strategieën, was op menselijk vlak

catastrofaal: 10 miljoen doden, 20 miljoen gewonden en enorme verwoestingen. Het optimisme van vóór

1914 was gefnuikt. Talrijke politieke problemen bleven onopgelost en het vredesverdrag van Versailles

(1919) bevatte al de kiemen van de Tweede Wereldoorlog.

17

Reconstructie van een loopgracht uit de

Eerste Wereldoorlog (17)

tekening aanslag Franz Ferdinand

Op 28 juni 1914 werden de Habsburgse kroonprins Franz Ferdinand

en zijn vrouw neergeschoten in Sarajevo. Deze aanslag vormde de

directe aanleiding voor het begin van de Eerste Wereldoorlog.

Foto Zeppelin

In 1915 zette Duitsland Zeppelins in bij aanvallen op Groot-Brittannië.

Op 7 juni 1915 haalde een Britse piloot een Zeppelin neer boven

Gent. Het luchtschip stortte te pletter op het klooster van Onze-

Lieve-Vrouw-visitatie in Sint-Amandsberg.

(Stadsarchief Gent)


18

iii. De interbellumperiode

19

20

Leeskast Eerste Wereldoorlog:

‘Vechten om te overleven’ (18)

De Duitse invasie in België (augustus 1914) ging gepaard met

gruwelen tegenover de burgerbevolking. Het dagelijks leven werd

beheerst door de strijd om te overleven. De industrie lag grotendeels

plat en de werkloosheid nam enorme proporties aan. Vooral bij

vrouwen uit de textiel- en vlassector liep het werkloosheidscijfer

hoog op. Zij engageerden zich o.a. in liefdadigheidsorganisaties, in

hospitalen aan het front en zelfs in de wapenindustrie.

- Strijkijzers met steen. Het strijkijzer kon worden gevuld met een

gloeiende steen, zodat de strijkzool warm werd (Legaat J. Storme)

- Soepkan, gamel, koffiebrandtoestel voor Leuvense stoof

- Sunlight- en Condorzeep

Fabriekspoort met aanplakbiljetten en

affiches (19)

Reproducties van affiches, aanplakbiljetten en verordeningen

uitgevaardigd tijdens de Wederopbouw. Dit materiaal dateert van na

28 november 1918.

(Herkomst fabriekspoort: katoenspinnerij Van Acker, Gent)

Leeskast jaren 1920: ‘terug naar de

haard en de kinderen’ (20)

In de jaren 1920 nam in België de vrouwelijke tewerkstelling in

de landbouw en de industrie enorm af; ook in de dienstensector

konden vrouwen zich nauwelijks handhaven. De huisarbeid moest

het definitief afleggen tegen de gemechaniseerde arbeid. Het

zogenaamde ‘traditionele gezin’ – met een buitenshuis werkende

vader en een huismoeder – werd meer en meer de norm.

- Typemachine Pheinmetall Borsig, sigarettenhouder

- Gietijzeren strijkijzers. Het strijkijzer moest eerst opgewarmd

worden op een kachel. (Legaat J. Storme)


21

22

23

hoedenstoompersmachine (21)

Een hoed staat altijd goed. De eerste bolhoed werd rond 1850

in Engeland ontworpen door James en George Lock. Hun

opdrachtgever, Thomas Williame Coke, 2de Graaf van Leicester,

zocht aanvankelijk een hoofddeksel dat hard genoeg was om zijn

jachtopzichters, op zoek naar stropers, te beschermen tegen slagen

op het hoofd en een ruiter te paard tegen laaghangende takken.

Het ontwerp van de Locks werd op grote schaal geproduceerd door

hoedenmakers Thomas en William Bowler. De bolhoed kreeg in het

Engels dan ook de naam “bowler hat”.

Rond de eeuwwisseling piekte de populariteit van de bolhoed

wereldwijd. Het werd een tijdsicoon. De bolhoed vormde de

middenweg tussen de hoge hoed die gedragen werd door hogere

sociale klasse en de stoffen pet van de arbeider.

Contructeur: A. De Herdt – De Groof, F. Vande Cruys, Brussel

huishoudtoestellen die het leven van de

vrouw vergemakkelijkten

De opgestelde toestellen waren een luxe die enkel de hogere klasse

zich kon permitteren. (22)

1. Kolenfornuizen uit een burgerhuis

Fornuis, L.F.B., 1925 en fornuis Godin

2. Rolveger

Met dit apparaat, de voorloper van de stofzuiger, maakte de

huisvrouw gemakkelijk de vloerbedekking en de tapijten schoon.

De rolveger werd in 1876 uitgevonden en was zeer populair.

Constructeur: Bissel’s Elite

3. Stofzuiger Hoover, tweede helft 20e eeuw

De mechanische stofzuiger werd rond de eeuwwisseling uitgevonden.

In 1908 begon de Amerikaan William Hoover met het vervaardigen

van elektrische stofzuigers. Vanaf de jaren 1920 verspreidde de

stofzuiger zich ook over Europa. Tien jaar later was hij in België

razend populair.

4. Sanitair comfort in een burgerhuis

- Badkuip in vuurvaste klei, verstevigd met ijzeren banden

(Constructeur: Rudford & Co Manufacturers [Stourbridge])

- Warmwaterboiler op steenkool, Houben en gasboiler Idalia,

ca. 1880


24

25

26

27

De vrouw tijden het interbellum

- In 1919 werd het algemeen (enkelvoudig) stemrecht voor mannen

vanaf 21 jaar ingevoerd. Vrouwen moesten nog tot na de Tweede

Wereldoorlog wachten. (Stadsarchief Brussel)

- Studentes van de kandidaturen lichamelijke opvoeding leggen

examen af bij professor Irène Van den Oostende-Van der Bracht,

de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Gentse universiteit.

(Archief Universiteit Gent)

- Na de Eerste Wereldoorlog onderging de uiterlijke verschijning

van vrouwen een grote verandering. Het nieuwe schoonheidsideaal

was een jongensachtig meisjestype, dat schijnbaar vrijgevochten

door het leven ging.

Kolenfornuis of ‘cuisinière’ (24)

uit burgerhuis, eerste kwart 20ste eeuw

Vervaardigd door Gentse stovensmid Charles Van Acker & Co.

(Brouwerij Excelsior)

ciné palace (26)

Het MIAT reconstrueerde een eigen filmzaaltje: Ciné Palace is

genoemd naar een merkwaardige art deco-filmzaal op de Korenmarkt

in Gent (nu Cinema Sphinx). Aan de ingang staat een Triarcfilmprojector

voor stomme films. De fotovergroting toont een rij

wachtenden aan de ingang voor een filmvoorstelling in de Nouveau

Cirque in de Sint-Pietersnieuwstraat in Gent. (Stadsarchief Gent). Op

de houten staander liggen het ontwerp van Geo Henderick voor Ciné

Palace en foto’s van het toenmalige interieur. Boven de inkom hangt

een calicot van Metropolis (1929), een futuristische film van Fritz

Lang. In Ciné Palace staat een Zeiss Ikon-projector uit 1945 waarop

nog filmklassiekers worden afgespeeld. Dat gebeurt elke tweede

zondag van de maand. De zaaldeuren zijn afkomstig van Ciné Savoy

uit Gent en de toonkasten van Ciné Rex in Antwerpen.

In de nabijheid van het zaaltje ziet men nog een calicot ter promotie

van de film Casablanca (1942) met Humphrey Bogart en Ingrid

Bergman. In dit kader bevinden zich originele filmtickets uit 1930.

tRiARc-filmprojector voor stomme film

(27)


28

29

30

31

Evocatie van een arbeiderswoonkamer

uit de interbellumperiode

Reconstructie van de gevel en het origineel interieur van een

woonkamer uit de jaren 1920-1930. De kookhaard is voorzien

van een fornuis en er staat reeds een koelkast. De strijkplank en

naaimachine waren de traditionele hulpmiddelen van de vrouw. Haar

inspiratie vond ze in vrouwentijdschriften en in het kookboek van de

Boerinnenbond. (28)

Koffiebranderij sao paulo, interbellum

Het branden van koffie is een delicaat proces dat de koffie zijn

typische smaak bezorgt. Tijdens het branden (‘roosteren’) verandert

de intense warmte de structuur van de boon en worden de essentiële

oliën uit de koffie verwijderd. (29)

(Herkomst: Koffiebranderij Sao Paulo, Sint-Amandsberg, Gent)

Fotovergrotingen

De fotovergrotingen aan de wand illustreren het sociale leven in het

interbellum: (30)

1. Betoging van de huishoudsters in de straten van Cuesmes in de

Borinage tijdens de wilde staking van 1932.

(Herkomst: Verzameling Archief en Museum van de Socialistische

Arbeidersbeweging. (Amsab, Gent)

2. ‘Arbeidsverbod voor vrouwen lost de crisis niet op’. Vrouwendag

in Deinze (Oost-Vlaanderen) in 1934. Tijdens de crisisjaren

probeerde de regering de arbeid van gehuwde vrouwen

te ontmoedigen en te beperken, wat hevig protest uitlokte.

(Herkomst: Verzameling Archief en Museum van de Socialistische

Arbeidersbeweging (Amsab, Gent)

3. Een schippersvrouw aan het werk in de jaren 1930.

(Stadsarchief Antwerpen)

4. Ontspanning aan het Noordkasteel in Antwerpen. In 1936 werd

een jaarlijks betaalde vakantie van zes dagen ingevoerd.

(Stadsarchief Antwerpen)

De huisuitzetting

Reconstructie van een stootkar met huisraad (tafel, stoelen, bed...) na

een woonstuitzetting. De beurscrash van 1929 was nadelig voor alle

klassen in de samenleving. Deze opstelling toont wat een arbeider

zonder werk en woonst in crisistijd moest ondergaan. (31)


32

33

34

Bakelietpers

Oorspronkelijk werd plastic gebruikt om allerlei materialen te

imiteren, maar al snel merkte men dat het ook eigen kwaliteiten

had. Bakeliet was het eerste echt synthetische plastic. Het werd in

1909 uitgevonden door de naar de Verenigde Staten uitgeweken

Gentenaar Leo Baekeland. Vooral in het interbellum was deze

kunststof enorm populair. Deze pers voor wisselende persvormen is

het resultaat van een kwarteeuw technische vooruitgang. (32)

Constructieatelier: Machinefabrik Giesserei Nestal (D)

Leeskast jaren 1930:

‘Vrouwenarbeid doet de werkloosheid

stijgen en schaadt de familie’ (33)

De titel komt van een Franse krant (november 1931). De economische

crisis van de jaren 1930 legde een ernstige hypotheek op de

beroepsarbeid van de vrouw. Ook de doorbraak van het fascisme en

nazisme betekende een terugval voor de situatie van de vrouwen.

Volgens extreem rechts hoorden vrouwen thuis aan de haard en

moesten ze zoveel mogelijk kinderen op de wereld zetten. Bij de

overschakeling op een oorlogseconomie werden veel vrouwen in de

wapenindustrie ingezet.

De kast toont diverse voorwerpen die gebruikt werden in die periode:

- Schuurpoeder Reynco

- Tondeuse

- Thermometer met grotere schaal om de lichaamstemperatuur bij

te houden en zo de vruchtbare periode van een vrouw te bepalen.

(Verzameling prof. M. Thiery)

- Grafieken waarop de lichaamstemperatuur van een vrouw werd

bijgehouden. (Verzameling prof. M. Thiery)

- Strijkijzers verwarmd met spiritus (alcohol). Bij dit type strijkijzer

werd brandspiritus gebruikt als brandstof. (Legaat J. Storme)

Evocatie van een confectieatelier voor

dameslingerie, ca. 1940-1950 (34)

Een selectie grondstoffen voor en afgewerkte producten van

dameslingerie: korsetten, bustehouders in verschillende stadia van

afwerking. De etalagepop Tina is een beschilderde plaasteren pop

van omstreeks 1940.

We zien:

1. Een stoffensnijmachine, een onmisbaar instrument in de

confectienijverheid om volgens knippatronen op maat stukken


35

weefsel te snijden.

(Constructeur: Phillipsohn & Leschziner N 1022, Berlijn)

2. Huismodellen van naai- of borduurmachines uit het eerste kwart

van de 20e eeuw

Elektrisch fabrieksschakelbord,

interbellum

Controle- en schakelbord op marmer uit een bedrijf dat elektriciteit

opwekte door een stoommachine met dynamo of/en turbo-alternator.

De eerste elektrische centrales ontstonden bij het begin van de

20e eeuw, hoewel veel bedrijven toen nog hun eigen energie

produceerden. (35)

Constructeur: Neyt en De Smedt, Gent

‘Zusters, stemt rood!’

Kopie van een socialistische affiche voor de gemeenteraadsverkiezingen

van 1932.

(Herkomst: Stadsarchief Gent)

iV. De tweede Wereldoorlog

36

Leeskast over de tweede Wereldoorlog

Met de inval van Hitlers leger in Polen op 1 september 1939

begon een nieuwe wereldoorlog. Die werd gevoerd door de

zogeheten ‘asmogendheden’ (Duitsland, Italië en Japan) en de

Geallieerden (Frankrijk, Groot-Brittannië, de Sovjet-Unie, de V.S.

+ hun bondgenoten). Op 10 mei 1940 begon het Duitse leger

met de bezetting van België, Nederland en Luxemburg. Mannen

maar vooral ook vrouwen werden geconfronteerd met het harde

bezettingsregime: door de voedselschaarste, de rantsoenering en

het urenlang aanschuiven namen vele vrouwen hun toevlucht tot hun

zuinigheid en vindingrijkheid om het huishouden overeind te houden.

Sommigen collaboreerden met de nazi’s uit politieke overtuiging

of door familiale invloeden. Anderen traden uit humanitaire

overwegingen in het georganiseerd verzet. De meesten hielden

zich afzijdig. Honderdduizenden stierven in de uitroeiingskampen.

Op 6 juni (‘D-day’) 1944 vielen de Geallieerden Normandië binnen.


België werd bevrijd in september 1944. Duitsland capituleerde

onvoorwaardelijk op 7 mei 1945. (36)

1. Amidonstijfsel, gemaakt van zetmeel of rijst, diende om de was op

te stijven en tijdens W.O.II ook om de soep aan te dikken.

2. Kookboekje met oorlogsrecepten

3. Wastoestel waarmee men water in beweging kon brengen

4. Tondeuse

5. Strijkijzers met gas. Het gas werd als brandstof gebruikt om het

ijzer op te warmen.

(Legaat J. Storme)

V. Na 1945: van consumptietijdperk naar

informatiemaatschappij

Na de Tweede Wereldoorlog brak in het Westen dankzij het heropbloeien van de democratie en de

vrijemarkteconomie een gouden tijd aan. Doorgedreven specialisatie en automatisering in de industrie,

goedkope grondstoffen en nieuwe vormen van energie brachten een welvaartsstijging met zich mee. De

kwaliteit van het leven verbeterde aanzienlijk en de Europese Unie groeide uit tot een machtig handelsblok.

Veel westerse landen werden verzorgingsstaten en vrouwen werden ingeschakeld in het arbeidsproces.

Kolonies scheurden zich af van hun moederlanden.

Omstreeks 1964 ontstond er bij de jongere generatie een nieuwe mentaliteit. Studentenrevoltes, zoals

die van mei 1968 in Parijs, stelden de bestaande maatschappij in vraag. Vanaf de jaren 1970 kwam er een

einde aan de stijgende economische welvaart, onder meer door de drastische stijging van de aardolieprijs.

In de derde wereld heerste vaak schrijnende armoede. De val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989

betekende het einde van de Koude Oorlog tussen het kapitalistische en het communistische machtsblok.

Terwijl de industrie een mondiaal gegeven werd, bleven de rijke industrielanden de internationale

instellingen domineren. Nieuwe technieken, zoals internet, leidden tot een nieuwe informatiemaatschappij

waarin communicatie, media en beeldcultuur uitzonderlijk belangrijk zijn.

37

Bottelarij: volautomatische vul- en

kurkmachine, jaren 1950

Deze evocatie van een bottelarij illustreert de automatisering in de

bedrijven. De vulmachine werd gebruikt om wijnflessen te vullen. De

volle flessen werden vervolgens op een lopende band gezet, waar

ze automatisch gekurkt en van een etiket voorzien werden. Op de

achtergrond staan enkele grote houten wijntonnen, flessenwagentjes

en flessenbakken. (37)

(Herkomst: Wijnhandel en jeneverstokerij Bruggeman, Gent)


38

39

40

Leeskast: ‘keuken, kookpot en kinderen’

Met de demobilisatie na de Tweede Wereldoorlog werd de vrouw

net als in 1918 teruggestuurd naar het huishouden en de kinderen.

De situatie van buitenhuiswerkende vrouwen was niet altijd

benijdenswaardig. Zij hadden in veel gevallen een laag betaalde

baan in de textiel-, de confectie- of de voedingsnijverheid. In de

geïndustrialiseerde landen betekenden de jaren vijftig het begin

van een lange periode van stijgende levensstandaard, toenemende

welvaart en meer comfort. Deze jaren vormden het hoogtepunt van

de vrouw als ‘koningin van het huishouden’. De komst van stromend

water, elektriciteit en huishoudtoestellen bracht een aanzienlijke

verbetering in de gewone leefomstandigheden en verlichtte de

dagelijkse taken.De tijd, die aan het huishouden werd besteed,

daalde, maar de toenemende drang naar perfectie deed de druk op

vrouwen nog toenemen. (38)

- De plichten van de vrouw in het maatschappelijke en staatkundige

vrouwen (‘Kristelijke arbeidersvrouwen’, 1945, privécollectie)

- Vim waspoeder

- Lux waspoeder

- Coral waspoeder

- Chocopasta Kwatta

- Reisstrijkijzers (Legaat J. Storme)

Evocatie van een interieur van

arbeidersgezin, ca. 1950

Deze woonkamer beschikt over een elektrisch fornuis, afzonderlijke

verwarming, een ijskast, radio, mixer en een naaimachine met

voetkast en continu. Het duurde tot na de wereldtentoonstelling

van 1958 in Brussel tot de meeste Vlaamse gezinnen een televisie

bezaten. (39)

Kinderwelzijn, jaren 1950

Babytafels en weegschaal. Instellingen voor kinderwelzijn

bewezen ook na de Tweede Wereldoorlog hun doeltreffendheid.

Jonge moeders maakten er kennis met de nieuwste medische

ontwikkelingen. Baby- en kinderziektes die in het interbellum

nog nefast waren geweest, verdwenen volledig. Ook preventief

gynaecologisch onderzoek raakte stilaan ingeburgerd. Mede door

de afnemende invloed van de kerk, werd het abortusprobleem einde

jaren 1960 bespreekbaar. (40)


41

42

43

Fotowand (41)

1. De komst van het stromend water, gasfornuizen en elektrische

huishoudapparaten verlichtte de huishoudelijke taken van heel wat

huisvrouwen in de jaren 1950.

(Foto: Herman Selleslaghs)

2. Anti-Sovjetbetoging in New York, april 1959. Op het einde van de

jaren 1950 nam de spanning tussen oost en west opnieuw toe.

(Amsab, Gent)

Breimachine (41)

Na de naaimachine voor huishoudelijk gebruik in de 19de eeuw

zorgde vanaf de jaren 1950 de breimachine voor de vereenvoudiging

van het breiwerk van de huisvrouw.

Passap Duomatic, Zwitserland

televisie, ca. 1950 (41)

In 1936 begon de BBC met de eerste publieke televisie-uitzendingen.

Vanaf 1953 werd in de Verenigde Staten de kleurentelevisie

ontwikkeld. In België was de eerste officiële televisie-uitzending te

zien op 31 oktober 1953.

Constructeur: Anex (IT)

Leeskast jaren 1960: ‘het persoonlijke

wordt politiek, maar met mate’

Vanaf de jaren 1960 werd vrouwenarbeid dankzij de economische

expansie en de hoogconjunctuur sterk aangemoedigd. Hoewel meer

vrouwen betaalde arbeid verrichtten, waren ze vooral te vinden in

de non-profitsector. Daar verdienden ze minder en waren er minder

promotiemogelijkheden. In het midden van de jaren 1960 waaide

een feministische golf over uit Amerika en begon de strijd tegen

discriminatie en voor een gelijk loon. (42)

1. Mixer, broodtoaster en vleesgrill op elektriciteit

(Verzameling MIAT)

2. Elektrische strijkijzers (Legaat J. Storme)

Extruder voor plastiek (43)

De eerste plastic voorwerpen voor huishoudelijk gebruik verschenen

in Vlaanderen eind jaren 1950. Op de jaarbeurzen vochten de

bezoekers toen nog voor eenvoudige witplastic drinkbekertjes, die


44

45

46

door deze machines werden uitgespuwd.

Plastickorrels werden in deze machine gesmolten en in vorm

gestampt. De plastic voorwerpen vervingen voornamelijk voorwerpen

in zink en bakeliet.

Constructeur: Battersfeld, 1961

sanitair comfort, jaren 1950

Badkamerinrichting uit de jaren 1950-1960, met een lavabo

en een verplaatsbaar wastoestel in plastic. Let ook op de twee

Japanse wasmachines. Ze werden via een hendeltje met de hand

aangedreven. (44)

studentenkamer, ca. 1968

In de jaren 1960 ontstond een nieuwe jongerencultuur.

Hippiejongeren protesteerden tegen oorlog en hadden hun eigen

kledingstijl, muziek en filosofie. De flower-powerperiode werd

ook gekenmerkt door de seksuele revolutie. De pil, ontdekt in

1956, bezorgde de vrouw een ongekende seksuele vrijheid en

protestbetogingen voor abortus maakten dat er grote stappen

werden gezet in de emancipatie van de vrouw. (45)

Een Dolle mina komt op voor haar

seksuele vrijheid

‘Dolle Mina’ was een linkse, radicaal feministische actiegroep,

ontstaan in december 1969 in Nederland. Zij kwam onder andere

op voor een gelijk loon voor gelijke arbeid, meer en betere seksuele

voorlichting en opvoeding, goede anticonceptie en zelfbeslissing

over abortus (‘Baas in eigen Buik’). (46)

Fotowand

1. In 1969 riep de ‘National Organisation for Women’, één van de

invloedrijkste Amerikaanse vrouwengroepen, secretaresses op om

niet langer slaafs de bevelen van hun baas te volgen.

2. Een vrouw aan het werk op een ouderwetse computer.

(Kadoc, Leuven)

3. Een airhostess in de cockpit van een vliegtuig. (Kadoc, Leuven)


47

48

49

50

Burotica/informatica

Omstreeks 1941 werd in de Verenigde Staten een gigantisch grote

computer gebouwd, de ENIAC. Hij bestond uit 19.000 radiobuizen.

Computers werden in die periode enkel door overheden en grote

bedrijven gebruikt. Met de eerste transistors in 1947 werden de

computers kleiner. De geïntegreerde schakeling (1969) opende de

weg naar de eerste homecomputers (1975-1985). (47)

Constructeur: GA-General Automation

industriële eenarmige robot eerste

generatie, jaren 1980

Computergestuurde robot van het type Smart die werd gebruikt voor

het lassen van naden in de auto-industrie. (48)

(Schenking : Volvo Cars Gent)

politiemotor, 1977

Deze motor Hona werd gebruikt door de Gentse politie. Hij staat

symbool voor de federale staat België, die in 1993 tot stand

kwam. De drie gemeenschappen – de Vlaamse, Franse en Duitse

– zijn bevoegd zijn voor cultuur, onderwijs en persoonsgebonden

aangelegenheden. De drie gewesten – het Vlaamse, het Waalse en

het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – zijn bevoegd voor regionale

materies, zoals economie, werkgelegenheid, landbouw en energie.

Een aantal aangelegenheden bleven federaal: defensie, buitenlandse

zaken, de sociale zekerheid… In 1995 kwam er een tiende provincie

bij, toen de tweetalige provincie Brabant werd gesplitst in de

eentalige provincies Vlaams- en Waals-Brabant. (49)

Leeskast jaren 1970: ‘Vrouwen tussen

inhaalbeweging en crisis’

In de jaren 1970 waren er in Vlaanderen en Wallonië uitlopers van

de feministische golf. De strijdthema’s van de nieuwe organisaties en

actiegroepen gingen over gelijke kansen, de gelijke behandeling van

vrouwen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, een evenwichtige

taakverdeling binnen het gezin en het doorbreken van traditionele

rolpatronen en rechtsregels. (50)

Vrouwen kwamen op voor abortus en namen steeds meer deel aan

het hoger onderwijs.

1. Elektrische strijkijzers (Legaat J. Storme)

2. Het rode boekje van de vrouw (Privécollectie)


51

52

53

3. Indicator voor periodieke onthouding

4. De pil met verpakkingen, diverse spiraaltjes, het condoom

(Verzameling prof. M. Thiery)

Leeskast over de jaren 1990-2000:

‘Een stand van zaken’

Tijdens de jongste decennia werden de huishoudelijke snufjes steeds

gesofisticeerder.

De situatie van de vrouwen is er in de loop van de 20ste en 21ste

eeuw sterk op vooruitgegaan. De vrouwen zijn geleidelijk actiever

en zichtbaarder in de politiek, op het werk en in het culturele

leven. Toch betekent deze vooruitgang niet het einde van alle

discriminatie en vooroordelen. Vrouwen verdienen nog steeds

aanzienlijk minder dan hun mannelijke collega’s voor hetzelfde werk

en zijn vaak nog ondervertegenwoordigd in de politiek. Aan de top

van het internationale zakenwezen, de diplomatie, het leger en de

academische wereld blijven vrouwen witte raven. (51)

- Flessenverwarmer

- Yoghurtmaker op electriciteit

- Floppydisks

- Stempelkaart (Rijksdienst voor Arbeidsvoorzieningen)

stereocamera voor luchtfotografie en

cartografie, ca. 1970

Deze stereocamera kon in 3D fotograferen en werd gebruikt voor het

interpreteren van luchtfoto’s om kaarten uit te tekenen. (52)

(Herkomst: Aero Survey, Sint-Niklaas)

Vlaanderen in kaart

Collage van kaarten door het Cartografisch Instituut Brussel op

1:20.000. (52)

camera

Televisiecamera Thomson Cfs. (53)

Constructeur: W. Vinten Ltd., Londen


twee gebouwen

Het museum zelf bestaat uit twee afzonderlijke gebouwen. In het hoofdgebouw bevinden zich de

museumcollecties. Het werd tussen 1905 en 1912 opgetrokken in Manchesteriaanse fabrieksstijl.

In 1994 werd het aanpalende dienstgebouw ingehuldigd. Dat bevat de ontvangstruimte met

museumbalie, museumcafé ‘De Soupape’ met museumwinkel en een auditorium-polyvalente zaal.

In het museumcafé stellen twee schilderijen het textielveredelingsbedrijf Alsberge & Van Oost in

Drongen voor. Reclameschilder Jules Gondry schilderde ze omstreeks 1904.

Panorama

Via de lift in de trappentoren bereik je de hoogste verdieping, met een van de meest

spectaculaire panorama’s over het historisch centrum van Gent. Vlak voor je, aan de westkant, zie

je het oude stadscentrum met van links naar rechts: de Sint-Jacobskerk, de Sint-Baafskathedraal,

het Belfort, de Sint-Niklaaskerk, het Stadhuis, het ‘s Gravensteen en de silhouetten van andere

kerken, kloosters en gildenhuizen.

Zo moet het Gentse dakenpatroon er tijdens het ancien régime ongeveer hebben uitgezien. Als

je tenminste de nieuwe flatgebouwen, het silhouet van de Boekentoren van de Gentse universiteit

en het socialistisch mutualiteitengebouw (‘Bond Moyson’) op de Vrijdagmarkt even wegdenkt.

In het noorden en het oosten zie je op de achtergrond nog restanten van fabrieksschouwen en

fabrieken uit de 19e en 20e eeuw, met kranen en havenloodsen.

Vijf niveaus

Het hoofdgebouw telt vijf niveaus, elk zowat 900 m² groot. De twee hoogste vormen een

organisch geheel. Je krijgt er een indringend beeld van de evolutie van de industriële

samenleving.

Op het hoogste niveau (niveau 5) – ‘Naar een nieuwe samenleving’ – toont het museum de

evolutie van de samenleving tussen 1750 en 1900. Een belangrijk accent ligt op de eerste en

tweede industriële revolutie en op (historische) kinderarbeid. Verspreid over de afdeling staan

een vijftiental speelkasten met museumspelen. Die kunnen zowel in familieverband als door

schoolgroepen gespeeld worden.

Na het bezoek aan dit niveau daal je af naar de vierde verdieping, waar we zien hoe de

maatschappij van 1900 tot 2007 evolueerde. Hier staan het dagelijks leven en de communicatie

tussen mensen, met onder meer drukwerk en film, centraal. Dit niveau is onderverdeeld in drie

afdelingen: ‘Het geluk van de huisvrouw’, het cinemazaaltje ‘Ciné Palace’ en de drukkerij en

letterzetterij.

Niveau 3 gaat in op het vervaardigingsproces in de industriële periode. De permanente opstelling

‘Katoenkabaal’ toont de industriële productie van textiel. Ook de geschiedenis van textiel en

hedendaagse en hoogtechnologische textielstoffen komen uitvoerig aan bod.

Niveau 2 omvat een kleine zaal in het dienstgebouw. In dit auditorium-polyvalente zaal vinden

tijdelijke tentoonstellingen plaats.

Op niveau 1 staan de grote en zware machines, motoren, stoommachines en

vlasverwerkingsmachines. Ze werden er geplaatst op de wijze van een machinegalerij tijdens de

Gentse wereldtentoonstelling van 1913. Deze galerij kan op aanvraag bezocht worden.

Niveau 0 of de kelderverdieping is niet toegankelijk voor het publiek. Hier bevinden zich de

reserves van het MIAT, waar nog meer dan 50 % van de collectie opgeborgen is. De reserves zijn

zo’n 1000 m² groot.


ColoFon

tekst: René De Herdt

Coördinatie: Ann Van Nieuwenhuyse

Redactie: Patrick De Rynck

Medewerking: Sabine De Groote,

Brigitte De Meyer, Sofie De Schampheleire,

Nele Desimpelaere, Maria De Waele,

Pieter Neirinckx, Florian Preiss, Tanya Van Hecke,

Lieve Van Schoors

Fotografie: Josiane Kisteman

Vormgeving: Rose-Marie Marchand

D/2007/3938/009

met dank aan

More magazines by this user
Similar magazines