Bijlagen - Gemeente Drimmelen - 15 juli 2013

drimmelen.shared.1eeurope.nl

Bijlagen - Gemeente Drimmelen - 15 juli 2013

Bijlagen

Bijlage 1: Luchtkwaliteit

Bijlage 2: Locaties te verwijderen of vervangen bomen met

snoeivormen.

Bijlage 3: Groeiruimte bomen

Bijlage 4: Stappenplan boomeffect analyse

Bijlage 5: Grondmengsels voor boomgroei

Bijlage 6: Bijzondere systemen voor de inrichting van plantlocaties

Bijlage 7: Kwaliteitseisen laanbomen

Bijlage 8: Aandachtspunten bij aanplant

Bijlage 9: Toetsingsschema voor nieuwe aanplant

Bijlage 10: Snoeiregels bij verschillende snoeitechnieken

Bijlage 11: Overzicht van de verschillende toepasbare technieken

voor het nader onderzoek van bomen

Bijlage 12: Toetsingsschema inboet

Bijlage 13: Uittreksel landelijk bestand Monumentale bomen

Bijlage 14: De Participatieladder

Bijlage 15: Veel gestelde vragen

Bijlage 16: Nuttige adressen en informatie

Tekeningen:

Bijlage I: Overzichtstekeningen

met locaties te verwijderen of vervangen bomen met

snoeivormen

Bijlage II: Overzichtstekeningen wensbeeld bomenstructuur


BIJLAGE 1: LUCHTKWALITEIT

Notitie aandachtspunten en richtlijnen bomen en luchtkwaliteit:

Criteria voor beheer van bomen ter verbetering van de lokale luchtkwaliteit.

1. Achtergrond

Fred Tonneijck

Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Plant Research International

Postbus 16, NL-6700 AA Wageningen

Tel: +31 317 475908, Fax: +31 317 423110

Email: fred.tonneijck@wur.nl

Bomen kunnen een positief effect hebben op de lokale luchtkwaliteit. De slechte luchtkwaliteit in de

stad is vooral te wijten aan het verkeer. De uitlaatgassen leiden tot hoge concentraties van fijn stof

(PM10) en stikstofoxiden. Uit stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen kan onder invloed van

zonlicht ozon worden gevormd. Gerichte inzet van beplanting is een hulpmiddel om de luchtkwaliteit

te beheersen. De belangrijkste richtlijnen voor een dergelijke inzet worden hier beschreven.

De relatie tussen bomen en luchtverontreiniging speelt zich af op vier domeinen, namelijk (1)

depositie, (2) filtering, (3) biogene emissies en (4) lokaal klimaat (voor verklaring zie verder). Binnen

elk domein zijn de volgende factoren van belang:

1. De soort boom. Soortspecifieke kenmerken van bladeren en het totale bladoppervlak bepalen in

grote mate de effectiviteit van de individuele boom.

2. Structuur van de boom en/of een groep bomen. Structurele kenmerken zijn vooral van belang waar

deze de luchtstromingen beïnvloeden.

3. Blootstelling. Dit betreft het type luchtverontreinigingscomponent (fijn stof, stikstofoxiden of ozon)

en de hoogte van de concentraties.

4. Het type locatie waarbij vooral gelet moet worden op de afstand tot de bron van emissie en de

aanwezigheid van bebouwing.

5. Uitwendige omstandigheden met belangrijke aspecten als groeiomstandigheden en het

microklimaat.

Kennis over al deze factoren levert aanknopingspunten voor de formulering van criteria die kunnen

worden gehanteerd bij de keuzes rond beheer van individuele bomen. Er wordt vooralsnog geen

onderscheid gemaakt tussen bestaand groen en gerichte aanplant van nieuw groen. Alle bomen nemen

luchtverontreiniging op. Voor het formuleren van de criteria maakt het niet uit of het gaat om ingrepen

in het bestaande bomenbestand dan wel om de gerichte inzet van nieuw groen.

2. Depositie.

Dit betreft het proces van verwijdering van vervuilende stoffen uit omstromende lucht. Dit

verschijnsel wordt in de literatuur vaak aangeduid met bulkvangst. Vooral de buitenste bladeren van

de boomkruin zijn hierbij actief. Criteria voor vergroting van de depositie zijn samengevat in

onderstaande tabel.


1. Verhoog het aantal gezonde bomen om verwijdering van luchtverontreiniging te

versterken;

2. Onderhoud het bestaande bladerdek;

3. Onderhoud vooral de grote gezonde bomen;

4. Gebruik bomen met een lange levensduur;

5. Gebruik bomen die weinig onderhoud nodig hebben en die aangepast zijn aan de

stedelijke omgeving;

6. Gebruik naaldbomen (bij voorkeur groenblijvend) voor effectieve opname van fijn

stof gedurende het jaar;

7. Gebruik voor de opname van fijn stof als alternatief loofbomen met ruwe en behaarde

bladeren;

8. Gebruik loofbomen met platte en brede bladeren voor de effectieve opname van

stikstofdioxide en ozon;

9. Gebruik geen soorten die gevoelig zijn voor luchtverontreiniging.

3. Filtering.

Hieronder wordt verstaan de verwijdering van vuile stoffen uit de lucht bij doorstroming van het

groenelement. In tegenstelling tot depositie gaat de vervuilde lucht hierbij door de boomkruin heen en

doen alle bladeren mee aan de luchtzuivering. Houd er rekening mee dat de eventuele verlaging van de

concentratie zeer lokaal is en aan de lijzijde van de boom plaatsvindt.

1. Draag er zorg voor dat de kruin van de boom vervuilde lucht kan doorlaten (> 50%

optische porositeit), hetzij via goede soortskeuze hetzij via gericht beheer;

2. Voorkom dat bomen de windsnelheid teveel dempen dichtbij de bron (de zogeheten

groene tunnel) en daardoor lokaal tot hogere concentraties aanleiding kunnen geven

ondanks hun luchtzuiverende werking;

3. Combineer opgekroonde bomen met een ondergroei van kruidachtigen, struiken en

heesters om effectief blad te hebben op de verschillende niveaus;

4. Bomen met een warrige takstructuur leveren een bijdrage aan de opname van fijn stof

ook indien er geen blad aan de boom zit;

5. Plant waar mogelijk bomen in lijnen loodrecht op de aanstromingsrichting van

vervuilde lucht en laat deze lijnen terugkomen in de wijk;

6. Zorg voor een ongestoorde zijwaartse aanstroming van de boom dichtbij een bron;

7. Gebruik bomen niet alleen dichtbij de bron van emissie vanwege de grote afvangst

maar ook bij gevoelige objecten zoals scholen, ziekenhuizen en bejaardenhuizen.

4. Biogene emissies.

Bomen produceren vluchtige organische stoffen die bijdragen aan de vorming van troposferisch ozon.

De ene boom produceert duidelijk meer dan de andere. Er zijn grote verschillen in de hoeveelheid

emissie tussen verschillende genera maar niet zozeer tussen soorten binnen genera.

1. Maximaliseer het gebruik van bomen die relatief weinig vluchtige organische stoffen

emitteren;

2. Vermijd grootschalige aanplant van boomsoorten die veel emitteren zoals populieren,

eiken, platanen en wilgen.


5. Lokaal klimaat.

Bomen hebben invloed op het lokale klimaat. Voor individuele bomen is vooral het effect van

beschaduwing bruikbaar

1. Plant bomen ter beschaduwing van geparkeerde auto’s opdat minder vluchtige

organische stoffen verdampen uit de benzinetanks;

2. Gebruik alternatieve groenstructuren zoals gevelgroen, pergola-achtige structuren en

dakgroen indien er geen plaats is voor bomen of indien de luchtcirculatie teveel wordt

beperkt.

6. Overige aandachtspunten

Iedere boom, of het nu gaat om een bestaande boom dan wel om een boom die nog wordt aangeplant,

kan bijdragen aan verbetering van de luchtkwaliteit. Een individuele boom is onderdeel van de groene

infrastructuur op niveau van wijk en stad. Daarbij is luchtverontreiniging niet aan één locatie

gebonden zoals een boom en omvat het een cocktail aan componenten.

1. Varieer het groen om de cocktail van verontreiniging aan te pakken;

2. Ontwikkel een strategisch groenplan voor de gehele stad;

3. Draag zorg voor een koppeling van het groenbeleid met het luchtkwaliteitsbeleid.

8 november 2006


BIJLAGE 2:

LOCATIES TE VERWIJDEREN OF VERVANGEN BOMEN MET SNOEIVORMEN

Made:

• Burgemeester van Campenhoutstraat 40 haagbeuken

• Kastanjelaan/Iepenlaan 25 platanen

• Esdoornlaan 9 wilgen

• Merelhof 7 platanen

• Plataanstraat 21 platanen

• Spechtstraat 9 platanen

• Van Wijnenstraat 8 robinia’s

• Asterstraat 5 platanen

• Olmenpad 1 plataan

• Nachtegaalstraat 1 plataan

• Nieuwstraat 5 populieren

• Witte weg 1 populier

• Reestraat 1 robinia

Drimmelen:

• Dorpsstraat 2 populieren

Terheijden

• Evenakker 1 wilg

• Liesveld 4 catalpa’s

• Kalkvliet 10 wilgen

• Lage linie 6 wilgen

• Ruitervaartseweg 1 plataan

• Vlaswiel 2 haagbeuken

• Markkant 4 leilinden

Lage Zwaluwe

• Ganshoeksingel 12 platanen

• Nieuwstraat 28 platanen

• Ameroever 10 wilgen

Totaal 194 bomen te vervangen of verwijderen


BIJLAGE 3: GROEIRUIMTE BOMEN

Maatvoeringen bomen: afmetingen groeiplaats in relatie tot het te verwachten eindbeeld

Randvoorwaarden maatvoeringen

Omloop boom

1 ste grootte

‘eindbeeld’

Optie 1:

Duurzaam > 60 jaar

Optie 2:

Verkort + 40 jaar

of boom 2 de grootte

Optie 3:

Kort + 20 jaar

of boom 3 de grootte

Optie 4:

Vormboom

duurzaam

Kroondiameter

eindbeeld

(minimaal)

10 - 15 m

* 6 – 9 m

7 – 10 m

* 4 – 6 m

5 – 7 m

* 3 – 4 m

3 – 5 m

* 1,5 – 3 m

* plantafstand t.o.v. obstakels = min. 0,6 x

kroonbreedte (x2 = plantafstand in de rij)

Stamdiameter

(indicatief)

50 - 70 cm

* 1,75 x 1,75 m

30 – 50 cm

* 1,25 x 1,25 m

15 - 25 cm

* 0,75 x 0,75 m

20 – 40 cm

* 0,75 x 0,75 m

* min. afmeting

open

plantspiegel

Bewortelbare

ruimte

(hangwater)

Bewortelbare

ruimte

(grondwater)

Breedte

plantlocatie

t.h.v. de boom

(stabiliteitskluit)

60 – 80 m³ 30 – 40 m³ 3 / 4,5 m

30 – 40 m³ 15 – 20 m³ 2,5 / 3,5 m

15 – 20 m³

7 – 10 m³ 1,5 / 2,5 m

7 – 10 m³ 4 – 5 m³ 1,5 / 2 m

Onder verhardingen: specifieke

randvoorwaarden t.b.v. inrichting

plantlocatie noodzakelijk

Bewortelbare

diepte

> 125 / 75 cm –mv

Opm. Het schema geldt voor ‘normaal’ groeiende bomen. Voor snelgroeiende boomsoorten

(populier, wilg, etc.) geldt een aangepast schema, zie KBB hoofdstuk 1.

Richtlijnen bovengrondse groeiruimte

Afstand tot woningen en andere

obstakels

Lichtmasten

Basisprincipe

Boomloze zone t.b.v

verkeerslicht

Minimaal de halve diameter van de uiteindelijke kroon +

één meter (hoofdregel)

Indien er sprake is van zeer dichte kronen, of grote ramen in de gevels,

moet een grotere afstanden overwogen worden.

Bomen en armaturen niet op één lijn

De afstand tussen de armaturen en de bomenrij bedraagt ten minst één

meter.

Minimaal 10 m.

Vrije doorrijhoogte Vrij profiel wegen: 4,5 m. Opkroonhoogte doorgaans 6 tot

8 m.

Vrij profiel voet/fietspaden: 2,5 m. Opkroonhoogte 3 tot 6

m.

De daadwerkelijke opkroonhoogte is mede afhankelijk van

boomspecifieke eigenschappen.

Bron: KBB 2007, NOCB


BIJLAGE 4: STAPPENPLAN BOOMEFFECT ANALYSE

Aanzet: Planvorming voor nieuwbouw of renovatie

Binnen de gemeente Drimmelen wordt beslist om werkzaamheden uit te voeren.

U dient zich de volgende vraag te stellen:

Hebben bouw -of (her)inrichtingsplannen:

- betrekking op de ruimte onder de boomkroon (of binnen een afstand van twee meter

vanaf de kroon)?

- betrekking op de grondwaterstand, of een andere verandering op de leefomgeving

van de boom?

Indien één van beide vragen of beide vragen met ja beantwoord is, kunnen de bouw -of

her)inrichtingsplannen een ernstige vermindering van de levensverwachting van de bomen

tot gevolg hebben.

Het onderstaande stappenplan is in dit geval van kracht:


Verkenningsfase

Stap 1 : Inventarisatie, taxatie en opmaak “bomenkaart”

Wie voert dit uit: een boomtechnisch specialist/ geregistreerd taxateur van bomen.

Inventarisatie en visuele controle van het relevante bomenbestand:

• Categorie-indeling van het bomenbestand:

a. Monumentale, zeer beeldbepalende boom met toekomstpotentie;

b. Beeldbepalende boom met toekomstpotentie;

c. Gezonde, stabiele boom met toekomstpotentie;

d. Gezonde, stabiele boom, maar ruimte kan in de toekomst ingenomen worden

door buurbomen;

e. Minder gewenste boom/boom met beperkte toekomst;

f. Ongewenste boom/boom zonder toekomst.

Bij het indelen van bomen in deze categorieën worden onder andere de volgende

facetten beoordeeld:

Boomsoort; leeftijd; omvang; conditie en vitaliteit; stabiliteit en

breukgevoeligheid; groeiplaatsomstandigheden en verwachte kwaliteit van de

beworteling (indicatief groeiplaatsonderzoek).

• Indeling van de bomen in verplantbaarheidscategorieën (grove indicatie):

1. Eenvoudig te verplanten/hoog slagingspercentage;

2. Moeilijke verplanting/nader onderzoek gewenst;

3. Verplanten wordt afgeraden.

• Opstellen van een “bomenkaart” met:

De stamvoetlocatie van de bomen;

De kroonprojectie van de bomen;

Een indicatie van de gevarenzone / no-go zone (mits deze sterk afwijkt van de

kroonprojectie van de bomen);

De categorie-indeling wordt met behulp van een kleurcode in de

kroonprojectie weergegeven.

Voorbeeld:

• Gevaren zone / no-go

zone: Het omkaderde

gebied geeft de te

beschermen zone

rond de bomen aan.

• De groene kleur van

de boomcirkel geeft

aan dat het monumentale

bomen zijn.

• De grootte van de

cirkel geeft de

werkelijke kroonprojectie

aan.


Stap 2 : Inventarisatie knelpunten kabels en leidingen

Wie voert dit uit:

- Gemeente Drimmelen levert de kaarten van kabels en leidingen aan,

welke geprojecteerd worden op bomenkaart;

- boomtechnisch specialist stelt knelpuntanalyse op met advies.

Aan de hand van kaarten worden knelpunten in het bestaande kabel- en leidingennetwerk

t.o.v. het huidige bomenbestand geïnventariseerd en op kaart weergegeven. Hierbij wordt

een toekomstvooruitzicht van 20 jaar aangehouden (alle kabels en leidingen die zich binnen

de ‘no-go zone’ bevinden).

• Inzicht in de situatie van het K&L-netwerk is onontbeerlijk bij het maken van de

overweging om een boom wel of niet te behouden. Voor een duurzaam boombeheer is

een structurele scheiding tussen groeiplaats voor bomen en kabels en leidingen een

vereiste.

Stap 3 : Voorstel - inrichtingsplan

Wie voert dit uit: ontwerper gebouwen en buiteninrichting.

Rekening houdend met de boomtechnische randvoorwaarden worden keuzes gemaakt

omtrent behoud of opgeven van bomen t.b.v. de gewenste ruimteclaim.

• In deze fase wordt bepaald waar bebouwing, verharding en groenaanleg gerealiseerd

worden en in welke vorm. Ook de gewenste maaiveldniveaus moeten in het

inrichtingsplan aangegeven worden.

• Bij opmaak van het inrichtingsplan moet gewerkt worden vanaf de “bomenkaart”, waarop

kroonprojecties, gevarenzone en stamvoet van de bomen ingetekend staan. Dit om

inzicht in de bestaande structuur te krijgen.

Stap 4 : Toetsing inrichtings- of bouwplan met boomtechnische

randvoorwaarden

Wie voert dit uit: een boomtechnisch specialist.

Een boomtechnisch adviseur bepaalt a.d.h.v. de bomenkaart welke bomen in het gegeven

inrichtingsplan niet behouden kunnen worden en welke bijkomende maatregelen in verband

met groeiplaatsinrichting noodzakelijk zijn voor de te handhaven bomen.

Groeiplaatsinrichting wordt slechts met steekwoorden uitgewerkt: detaillering komt later.


Stap 5 : Terugkoppeling

boomtechnische toetsing inrichtingsplan

Wie voert dit uit: samenwerking tussen betrokken partijen.

Aan de hand van de boomtechnische toetsing wordt het inrichtingsplan gewijzigd of worden

extra maatregelen voor behoud van specifieke bomen vastgelegd.

• Deze terugkoppeling kan meermaals gebeuren totdat een definitief inrichtingsplan

verkregen is.

Stap 6 : Opmaak “groeiplaatsplan” bomen (met kaart)

Wie voert dit uit: een boomtechnisch specialist.

Na een uitvoerig groeiplaats- en bewortelingsonderzoek wordt een kaart opgemaakt van de

te handhaven bomen waarop de bewortelingspatronen en de toestand van de groeiplaats

gedetailleerd weergegeven worden.

Aan de hand van deze kaart worden voorstellen geformuleerd voor de volgende aspecten:

• Te volgen tracés voor kabels en leidingen;

• Groeiplaatsinrichting of verbetering bij bestaande bomen;

• Groeiplaatsinrichting voor nieuw aan te planten bomen.


Aanvraagfase

Stap 7 : Definitieve planvorming

Wie voert dit uit: betrokken afdelingen van de gemeente Drimmelen

Er wordt een definitief plan opgemaakt van de nieuwe bebouwing, infrastructuur en

groenaanleg.

• Het inrichtingsplan vormt de basis voor de definitieve bovengrondse planvorming, de

groeiplaatskaart is de basis voor het definitieve ondergrondse structuurplan.

Stap 8 : Aanvraag bouwvergunning, kapvergunning

(verplantvergunning)

Wie voert dit uit: betrokken afdingen gemeente Drimmelen.

Stap 9 : Opstellen programma van eisen voor een

Groenbeschermingsplan

Wie voert dit uit: een boomtechnisch specialist.

In het programma van eisen worden de randvoorwaarden geformuleerd die nodig zijn om het

groen optimaal te kunnen beschermen tijdens de bouw/aanleg.

Stap 10 : Opstellen van een Groenbeschermingsplan

Wie voert dit uit: de aannemer.

Op basis van het programma van eisen wordt een Groenbeschermingsplan opgesteld. In dit

plan wordt aangegeven welke maatregelen worden getroffen om schade aan de te

handhaven bomen tijdens de werkzaamheden te voorkomen. De “Tien geboden voor bouw

of aanleg bij bomen” (zie bijlage 1) vormen de leidraad voor het bepalen welke

beschermingsmaatregelen genomen moeten worden.

Natuurlijk kan in dit plan ook de bescherming van andere groenelementen aan bod komen

zoals waardevolle struiken, borders of bijzondere planten.

De volgende items moeten in een Groenbeschermingsplan opgenomen worden (mits

relevant):

• Bouwhekkenplan;

• Plan van maatregelen bij aan- en afvoer van bouwmaterialen en opslag;

• Plan voor bronbemaling;

• Locatie depot verplantbare bomen, struiken e.d.;

• Lijst van waarde van bomen met het oog op schades bij uitvoering;

• Werkplan voor Groenwacht, met verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

(Vooropgesteld moet worden dat de activiteiten reëel praktisch uitvoerbaar zijn.

Anderszins is de enige optie meer bomen op te geven t.b.v. de geplande activiteiten.

Daarom dient de “uitvoerbaarheid” vooraf getoetst te worden in de bestekfase met een

plan van aanpak om verassingen te voorkomen.)


Stap 11 : Toetsing van het Groenbeschermingsplan

Wie voert dit uit: een boomtechnisch specialist.

Op basis van de eisen en de plannen die gemaakt zijn toetst de boomtechnisch specialist of

de voorgestelde werkwijze en maatregelen het gewenste resultaat op zullen leveren.

Uitvoeringsfase

Stap 12 : Uitgave bestekken aan aannemer waarin is opgenomen:

Wie voert dit uit: - betrokken afdelingen van de gemeente Drimmelen, (met als leidraad het

Groenbeschermingsplan);

- toets van de bestekken door een boomtechnisch specialist.

• Inbedding van de randvoorwaarden en maatregelen uit her Groenbeschermingsplan;

• Financiële consequenties bij verwijdering of beschadiging van het ‘te handhaven

bomenbestand’;

• Taken en bevoegdheden van de Groenwacht;

Stap 13 : Uitvoering met “Groenwacht”

Wie voert dit uit: - Aannemers;

- Eigen diensten gemeente;

- Boomtechnisch specialist: Groenwacht.

• Alleen een pure specialist in bomen (“European Tree Technician” of vergelijkbaar

opleidingsniveau) is in staat adequaat beslissingen te nemen omtrent het feit of

handelingen boomtechnisch verantwoord gebeuren waarbij constant “het geheel” in

ogenschouw moet worden gehouden, maar kan ook direct mee ingezet worden voor

praktische uitvoering;

• In deze fase wordt de voortgang van de werken permanent geëvalueerd en indien

noodzakelijk kunnen, na goedkeuring van de bomenwacht en de uitvoerder, bijkomende

maatregelen genomen worden.

Stap 14 : Definitieve evaluatie

Wie voert dit uit: alle betrokken partijen.

Evaluatie van het huidige stappenplan en bijstellen aan de hand van inzichten welke

opgedaan zijn bij de uitvoering.


Tien geboden voor bouw of aanleg bij bomen

1. Bescherm de stam en de wortels

Plaats voor de aanvang van de werkzaamheden vaste

bouwhekken rond de boom, tenminste ter grootte van de

kroonprojectie. Afwijking hiervan mag alleen na overleg met de

boombeheerder en/of een vakkundig boomverzorger.

2. Plaats geen bouwmaterialen en geen bouwkeet onder de

boom

Voertuigen of bouwketen mogen nooit (tijdelijk) op het

wortelpakket geplaatst worden. De opslag van bouwmaterialen is

in deze zone eveneens verboden. Dit leidt namelijk tot

beschadiging van de wortels en het verdicht de bodem, wat het

afsterven van wortels tot gevolg heeft.

3. Houd bouwverkeer buiten de kroonprojectie

Blijf met bouwmachines uit de buurt van de bomen om

bodemverdichting te voorkomen. Wanneer het onvermijdelijk is dat

over de boomwortels gereden moet worden: plaats minimaal

rijplaten. Afhankelijk van de structuur van de grond en de

verkeersdruk moeten mogelijk zwaardere maatregelen getroffen

worden.

4. Verstoor de bovengrond niet

Handhaaf de bestaande maaiveldhoogte. Binnen de

kroonprojectie niets ontgraven. Ophoging alleen onder de strikte

voorwaarde van voldoende beluchting van de wortels.

Raadpleeg de boombeheerder of een deskundig

boomverzorger voor een advies op maat.

5. Voorkom beschadiging van de wortels

Graaf nooit binnen de kroonprojectie. Laat een vakkundig

boomverzorger onderzoek uitvoeren als toch gegraven moet

worden onder de boomkroon. Bij noodzakelijk graafwerk zoveel

mogelijk handmatig werken. Hak nooit wortels door van meer dan

vijf centimeter dik. Let op! Ook verlies van zeer veel kleine wortels

levert problemen op voor de boom.


6. Leg kabels en leidingen zorgvuldig aan

Leg kabels en leidingen bij voorkeur buiten de toekomstige

kroonprojectie van bomen.Pas zo mogelijk sleufloze technieken toe,

dat wil zeggen: gestuurd boren onder het wortelpakket door in plaats

van een sleuf graven. Maak gebruik van kabelgoten en

mantelbuizen.

7. Houd de grondwaterstand bij de boom gelijk

Verhoging van de grondwaterstand leidt tot wortelsterfte

vanwege een zuurstoftekort. Zorg bij stijging van het

grondwaterniveau voor een damwand buiten de kroonprojectie of

pomp het water weg. Let bij grondwaterverlaging op uitdroging. Bij

noodzakelijke bronbemaling altijd damwanden plaatsen of een

irrigatiesysteem aanleggen. Dit laatste is werk voor een

boomtechnisch specialist.

8. Houd schadelijke stoffen uit de buurt van bomen

Gooi nooit olie, cementwater, chemische stoffen, zout, zuren of

kalk bij bomen.

9. Laat noodzakelijk snoeiwerk door vakkundige

boomverzorgers uitvoeren

Zaag nooit zelf zomaar takken of wortels af. Alleen een

deskundige kan beoordelen op welke wijze snoei verantwoord is.

10. Plaats geen dichte verharding over de wortels

Onder beton en asfalt ontstaat een tekort aan water en zuurstof,

waardoor wortels afsterven. Let op! Ook het verdichten bij de aanleg

van een halfverharding en het type halfverharding zelf kan

desastreus zijn voor de zuurstofhuishouding in de grond.

Overleg altijd met de boombeheerder en/of de vakkundig boomverzorger,

indien er knelpunten zijn bij het uitvoeren van deze tien geboden!


BIJLAGE 5: GRONDMENGSELS VOOR BOOMGROEI

Binnen de KBB© worden een zevental bomengrond- en bomenzandmengsels

onderscheiden:

Toepassing en

verwerkingsdiepte

–mv

BG = Bomengrond

Type

bomenmengsel

(1 t/m 7)

Organisch

stofgehalte

Open grond: beperkte verdichtingsvereisten

Bijvoorbeeld in open maaiveld of plantsoenstroken

0 – 70 cm 1. BG verrijkt 7 – 10 % 210 – 420

µm

0 – 70 cm 2. BG 5 – 7 % 210 – 420

> 70 cm 3. BG verschraald 3 – 5 % 210 – 420

µm

BZ = Bomenzand

Onder verhardingen: lichte verdichtingseisen

Bijvoorbeeld onder voet- en fietspaden

0 – 70 cm 4. BZ 3 – 4 % 300 – 600

M50 cijfer D60/D10

cijfer

µm

µm

Verdichten tot

< 5 1 - 1,5 MPa

< 5 1 – 1,5 MPa

< 5 1 – 1,5 MPa

< 2,5 2 – 2,5 MPa

> 70 cm 5. BZ verschraald 2 – 3 % 300 – 600

µm

< 2,5 2 – 2,5 MPa

EBZ = Eéntoppig bomenzand

Onder verhardingen: zwaardere verdichtingseisen

Bijvoorbeeld onder rijwegen en parkeerplaatsen voor lichte (personen)voertuigen

0 – 70 cm 6. EBZ 3 – 3,5 % 420 – 600 < 2,5 > 3,5 MPa

> 70 cm 7. EBZ

verschraald

Bron: KBB 2007, NOCB

µm

2 – 3 % 420 – 600

µm

< 2,5 > 3,5 MPa


BIJLAGE 6:

BIJZONDERE SYSTEMEN VOOR DE INRICHTING VAN PLANTLOCATIES

Specifieke

voorziening

Beluchtingssysteem

Doel Technische omschrijving

Verbeteren van de zuurstofintreding

in de bodem en rondom de wortels.

De toepassing is vooral gangbaar bij

plantlocaties waar de intreding van

zuurstof in de bodem wordt

bemoeilijkt (bv. bij diepere

plantlocaties of onder een

verharding.

Watergeefsysteem Het vergemakkelijken van water

geven, met name op die plaatsen

waar het water geven via het

maaiveld wordt bemoeilijkt.

Wortelpijlers Het realiseren van verticale

wortelgeleiding voor het verkrijgen

van wortelcontact met dieper

gelegen bodemzones of grondwater.

Grof zandbuffer Verlagen van de capillaire opstijging

bij hoge grondwaterstanden (hoger

dan 50 tot 70 cm –m.v.)

Drainage Kunstmatig ontwateren van een

platlocatie.

Ophoging maaiveld Vergroten van de verticale

bewortelbare ruimte, doorgaans

toegepast op plaatsen waar door

een hoge grondwaterstand

onvoldoende ruimte ter beschikking

is.

Wortelafscherming Creëren van verticale

wortelbarrières.

Wortelstraten Kunstmatig realiseren van

horizontale wortelgeleiding vanuit de

plantlocatie naar alternatieve

bewortelbare zones.

Een in de plantlocatie op ruime

afstand (min. 25 cm) van de

beworteling aangebracht

geperforeerd en met elkaar in

verbinding staand slangensysteem

waarbij minimaal twee uiteinde

boven het maaiveld uitsteken.

Direct rondom de kluit

aangebrachte geperforeerde

drainslag waarvan slechts één

uiteinde boven het maaiveld

uitsteekt.

Verticaal in de bodem aangebrachte

grondpijlers met een diameter van

ca. 20 – 40 cm, opgevuld met

verschraald grof bomenzand (org.

Stof 2 – 3 %, M50-cijfer minimaal

420µm).

Een onder in de plantlocatie, net

boven het grondwater aangebrachte

laag (min. laagdikte 20 cm)

humusloos, grof zand, bedoeld om

de capillaire opstijging vanuit het

grondwater te minimaliseren.

Een onder in de plantput

aangebrachte drainagepijp of

ribbeldrain, omhuld door een grof

zand buffer. De mogelijkheden van

drainage zijn sterk afhankelijk van de

ontwateringsmogelijkheden.

Ophogen van het maaiveld van de

plantlocatie.

Een aan de rand van de plantlocatie

ondergronds aangelegde verticale

barrière. De barrière mag geen

poriën of naden bevatten, moet

voldoende diep worden aangebracht

(20 cm beneden de

grondwaterspiegel GLG) en

doorlopen tot net boven het

maaiveld.

Een vanuit de plantlocatie

aangelegde bodemsleuf die

afhankelijk van de (civieltechnische)

bodemeisen wordt opgevuld met

bomengrond of bomenzand. Het is


Wortelbunkers Kunstmatig creëren van

afgeschermde bewortelbare ruimtes.

Wortelbunkers worden toegepast

onder verhardingen waar een zeer

hoge belastbaarheid vereist is.

Drukverdelingsmatten

(geogrid)

Skeletbouw

(bomengranulaat)

(Half) open

maaiveldverharding

(& booomroosters)

Plantspiegelbescher-

mers (verhoogde

betonband)

Boom- en

groeiplaatsbeschermers

Het vergroten van het

draagvermogen van het maaiveld en

de bodem.

Het creëren van bewortelbare ruimte

onder (extreem) hoge

verdichtingseisen.

Het waarborgen van diffusie en

infiltratie doorheen het maaiveld.

Het fysiek beschermen van een

open plantspiegel tegen voertuigen

en strooizout.

Het fysiek beschermen van een

boom en zijn groeiplaats tegen

externe factoren.

Boompalen Tijdelijke bovengrondse verankering

van de boom na aanplant.

Maaipaaltjes Het fysiek beschermen van de boom

tegen maaischade.

Bron: KBB 2007, NOCB

belangrijk dat wortelstraten goed

afgeschermd van toekomstige

graafwerkzaamheden.

Een wortelbunker wordt verkregen

door het ondergronds bouwen van

een ‘funderingskelder’ die wordt

volgestort met een voor bomen

gunstig grondmengsel en wordt

afgedekt met een deksel.

Het op of in de bodem aanbrengen

van een horizontale

drukverdelingsmat die het

draagvermogen van de bodem

vergroot.

Bomengranulaat wordt gerealiseerd

door bijvoorbeeld bomenzand door te

mengen met steensegmenten

(korrelgrootte min. 3 tot 5 cm) waarbij

een homogene menging met ten

minste 50% drager noodzakelijk is

om voldoende stabiliteit te kunnen

verkrijgen.

Het aanbrengen van een (half) open

verharding op het maaiveld van de

plantlocatie om de diffusie van

zuurstof en de infiltratie van water zo

goed mogelijk te waarborgen.

Het plaatsen van een verhoogde

betonband rondom de plantspiegel.

Het plaatsen van een bovengronds

kunstwerk zoals een verhoogde

betonband, paaltjes, hekjes, een

gebogen buizenframe etc., bedoeld

als fysieke bescherming van de

boom en zijn groeiplaats.

Het in de grond plaatsen van één of

meerdere boompalen, waaraan de

boom direct na aanplant, als tijdelijke

verankering, wordt bevestigd.

Doorgaans worden kniehoge palen

gebruikt. Bij gebruik van één paal

wordt deze aan de zuidwestzijde van

de stam geplaatst.

Het in de grond, rondom de boom,

plaatsen van korte, meestal houten

palen als fysieke bescherming van

de boom.


BIJLAGE 7: KWALITEITSEISEN LAANBOMEN

Algemeen

• Eerste kwaliteit en soortecht;

• In goede conditie verkerend en vrij van ziekten en aantastingen;

• Ten minste voorzien van een label met de vermelding van de feitelijke soort,

variëteit, maat, herkomst en producent;

• Aanvullend voorzien van een certificeringslabel en een plantenpaspoort

(indien van toepassing).

Kwaliteitseisen bovengronds

• Vrij van beschadigingen;

• Rechte, doorgaande, niet vergaffelde spil;

• Regelmatig gegroeid (gelijkmatige scheutlengten);

• Evenwichtige kroon met minimaal 4 gelijkmatig verdeelde takken;

• Aanwezige takken mogen niet (zichtbaar) zijn ingenomen of teruggezet;

• Minimaal 1,8 m takvrije stam (echte met een maximale stam:kroon verhouding

van 1:1):

• Kroon vrij van ‘probleemtakken’, waaronder te verstaan:

Dubbele top;

Beschadigde takken;

Te dikke takken in (tijdelijke) kroon. Takdikte of

snoeiwondgrootte maximaal 50% van de stamdiameter op

aanhechtingshoogte;

Zuigers of slecht aangehechte takken (bijv. plakoksels).

Kwaliteitscriteria ondergronds

• Diameter wortelpruik c.q. wortelkluit minimaal 5 à 6 keer de omtrek van de

stam;

• Voldoende vaak, regelmatig en recent verplant;

• Rondom ontwikkelde en regelmatig vertakte hoofdwortels;

• Gelijkmatig verdeelde, intensieve en in goede conditie verkerende

haarwortelontwikkeling;

• Hoofdwortels vrij van wurgwortels, kruisende wortels, ronddraaiende wortels of

wortels met noemenswaardige knikken.

Aanvullend voor kluit- en containerbomen:

• Beschermd met container of doek met draadkorf;

• Boom moet gegroeid zijn in de grond waaruit de kluit bestaat of waarmee de

container is gevuld;

• Wortelkluit en container moeten volledig zijn ingegroeid met wortels van de

boom;

• Kluiten moeten zodanig stabiel zijn dat deze bij het verwijderen van de

kluitverpakking of container niet uiteen vallen;

• Draadkorven om de kluit mogen niet zijn gegalvaniseerd en moeten bekleed

zijn met volledig verteerbaar materiaal (uitgegloeid draad en natuurjute);

• Containerbomen moeten minimaal 1 en maximaal 2 jaar zijn gekweekt in de

container waarin zij worden aangeleverd.

Bron: KBB 2007, NOCB


BIJLAGE 8: AANDACHTSPUNTEN BIJ AANPLANT

Bewortelingstype

plantmateriaal

Verwerking plantmateriaal en

transport

• Bomen met naakte wortelpruik

• Kluitbomen

• Containerbomen

• Fysieke schade moet worden voorkomen;

• Permanent beschermen naakte wortelpruik tegen uitdroging;

• Opgelet voor stam- en bastschade bij het gebruik van hijsbanden.

Opkuilen plantmateriaal • Kuilplaats beschut tegen wind;

• Kuilplaats dient een goede ontwateringstoestand te hebben;

• Haarwortels van het plantmateriaal dienen volledig afgedekt te

zijn met grond maar grond mag geen contact maken met

stamweefsel;

• Zuurstofgehalte in de bodem moet voldoende hoog zijn (minimaal

16%);

• Plantmateriaal ondersteunen zodat het niet scheefzakt of

omwaait.

Graven plantgat • Randen losmaken om verslemping te voorkomen;

• Groot risico op structuurbederf bij uitvoering van grondwerken

onder te natte omstandigheden;

• Geen onverteerde of half verteerde organisch restmateriaal

(graszoden, houtsnippers, organische meststoffen) in de bodem

doormengen i.v.m. risico op zuurstoftekort.

Plantgatdiepte en –grootte • Minimaal 20% groter dan de diameter van de wortelkluit of

wortelpruik;

• Diepte zodanig dat de wortelhalf even hoog of iets hoger staat

dan op de kwekerij;

• Alle fijne (haar)wortels moeten na het planten volledig zijn

afgedekt.

Wortelpruik en wortelkluit • Beschadigde wortels met snoeischaar verwijderen;

• Bij kluitbomen verpakking in zijn geheel verwijderen;

• Grond aan de buitenzijde van de kluit licht losmaken.

Planten en afwerken • Boom verticaal positioneren;

• Plantgat laagsgewijs aanvullen (laagdikte 40 cm.) en

aandrukken (met de voet);

• Wortelpruik of kluit inwateren;

• Maaiveld afwerken en egaliseren.

Verankering • Bij voorkeur 2 kniehoge boompalen;

• Voor grote maten of op bijzondere zichtlocaties kan eventueel

een ondergrondse kluitverankering gebruikt worden.

Snoei • Wanneer plantplaats en plantmateriaal voldoen aan

kwaliteitseisen in snoei direct na het planten niet aan de orde;

• Beschadigde of gebroken takken verwijderen of eventueel

terugsnoeien.

Nazorg • Controleren van de conditie en groeiontwikkeling van de

aangeplante bomen;

• Periodiek voorzien van water;

• Controleren en tijdig verwijderen van de verankering;

• Functioneel houden van eventuele specifieke voorzieningen

(beluchting, maaipaaltjes, stambescherming e.d.);

• Eerste snoeibeurt (begeleidingssnoei)

Bron: KBB 2007, NOCB


BIJLAGE 9: TOETSINGSSCHEMA VOOR NIEUWE AANPLANT

Toelichting op het toetsingsschema nieuwe aanplant

1. Aan nieuwbouw gaat een (stedenbouwkundig en civieltechnisch) ontwerpproces vooraf.

De verantwoordelijke voor het stedelijk groen moet hierin meepraten en meebeslissen.

Naast aandacht voor nieuwe bomen moet het behoud van al aanwezige bomen op

bouwlocaties worden nagestreefd.

2. Naar aanleiding van het overleg wordt een beplantingsplan gemaakt met zowel de te

sparen als de nieuw te planten bomen.

3. De civieltechnische uitwerking van het ontwerp en het beplantingsplan samen geven

samen een beeld van:

A. de (ruimtelijke) kwaliteit van de groeiplaats;

B. de groeiplaatseisen van de ontworpen beplanting (vooral voldoende ruimte, zowel

onder- als bovengronds).

4. De gewenste groeiomstandigheden worden vergeleken met de ontworpen situatie. Als in

het civieltechnisch ontwerp aan de eisen van de bomen wordt voldaan, kan direct

worden overgegaan naar stap 8. Zijn de groeiomstandigheden onvoldoende, dan volgt

stap 5.

5. Er wordt onderzocht of de groeiomstandigheden binnen het ontwerp kunnen worden

verbeterd, bijvoorbeeld door het verleggen of aanpassen van leidingenstraten of het

aanpassen van de verharding.

6. Zijn er effectieve mogelijkheden om de groeiomstandigheden te verbeteren en worden

deze, met de daarmee gepaard gaande kosten, geaccepteerd, dan volgt stap 8. Zo niet,

dan verder naar stap 7.

7. Er worden alternatieven voor het beplantingsontwerp en/of de soortkeuze opgesteld.

Houd in deze fase wel rekening met het bomenstructuurplan. Zijn er echt geen

mogelijkheden, dan moeten er geen bomen worden geplant.


8. Bij de potentiële plantplaatsen wordt onderzoek verricht naar de geschiktheid van de

bodem: structuur, vocht- en luchthuishouding en bodemrijkdom.

9. In de bebouwde kom zullen hier vaak tekorten worden gevonden. Dan volgt stap 10.

Wordt wel aan de bodemeisen voldaan, dan kan direct op stap 11 worden overgegaan.

10. Is de bodem niet geschikt, dan moet bodemverbetering of gronduitwisseling

plaatsvinden.

11. Is aan alle eisen voldaan en is de groeiplaats geschikt, dan wordt de plantplaats

voorbereid.

12. Uiteindelijk wordt in de plantplaats het plantgat gegraven en wordt de boom geplant.

Voor de stappen 8, 10, 11 en 12 is afstemming met de andere uitvoerende instanties

noodzakelijk. Dit geldt in sterke mate voor bomen die in de verharding worden aangeplant.

De meest praktische werkwijze is dat bij het grondwerk voor de wegenaanleg ook de

plantplaatsen worden aangelegd. Dit vereist echter gedegen vooroverleg en een goede

begeleiding van de uitvoering. De normen en eisen voor een goede groeiplaats in de

verharding en de verwerking van speciale grondmengsels die daarbij vaak worden gebruikt,

wijkt op onderdelen sterk af van de eisen voor het aanleggen van een goede verharding.

Onvoldoende afstemming leidt in de praktijk dan ook vaak tot (zwaar) teleurstellende

resultaten.

Bron: Stadsbomenvademecum deel 2A: groeiplaatsaspecten.


BIJLAGE 10: SNOEIREGELS BIJ VERSCHILLENDE SNOEITECHNIEKEN

Begeleidingssnoei

Bij begeleidingssnoei (ook jeugdsnoei genaamd) ligt de prioriteit op het

verkrijgen/handhaven van een doorgaande spil (zonder stamvergaffelingen) en het

tijdig verwijderen van te dikke takken uit de tijdelijke kroon.

Principes:

• Takken uit de tijdelijke kroon worden in het geheel verwijderd en dus niet

ingenomen;

• Begeleidingssnoei is nodig wanneer er in de tijdelijke kroon probleemtakken

voorkomen en/of het opkronen van de boom noodzakelijk is;

Probleemtakken worden verwijderd volgens onderstaande

prioriteitsindeling:

1 ste prioriteit: dubbele top

2 de prioriteit: (ernstig) beschadigde of aangetaste takken;

3 de prioriteit: te dikke takken in de tijdelijke kroon

Er is sprake van te dikke takken in de tijdelijke kroon wanneer:

- De takdiameter aan de basis groter is dan 50% van de stamdiameter op

aanhechtingshoogte OF

- De takdiameter (in cm) groter is dan de lengte van de boom (in m).

4 de prioriteit: takken die (de ontwikkeling van) de toekomstige tijdelijke

kroon negatief beïnvloeden.

• Bij het opkronen dient steeds een kroon/stamverhouding van 2:1 te worden

nagestreefd;

• Bij uitvoering van begeleidingssnoei is er sprake van een aanvaard

boombeeld wanneer bij het verwijderen van alle probleemtakken minder dan

25% van het kroonvolume wordt weggenomen;

• Wanneer meer dan 25% en minder dan 40% van het kroonvolume

weggenomen moet worden om alle probleemtakken te verwijderen, is er

sprake van achterstallig onderhoud;

• Men spreekt van een verwaarloosd boombeeld indien voor het verwijderen

van alle probleemtakken meer dan 40% van het kroonvolume moet worden

verwijderd. In dat geval moeten de snoeiwerkzaamheden over meerdere

snoeibeurten (verspreid over meerdere jaren) uitgevoerd worden;

• Per snoeibeurt mogen maximaal 2 takken per takkrans verwijderd worden, bij

voorkeur worden altijd tegenoverstaande takken verwijderd;

• Bij bemantelde c.q. beveerde bomen mag de twijgbemanteling pas worden

weggesnoeid wanneer de kroon zelf de stam voldoende kan afschermen

tegen direct zonlicht.


Onderhoudssnoei

Bij onderhoudssnoei ligt de prioriteit op het verwijderen en het voorkomen van reële

probleemtakken in de blijvende kroon. Zware snoeiingrepen en grote snoeiwonden

dienen hierbij vermeden te worden.

Principes:

• Onderhoudssnoei is allen van toepassing wanneer er binnen de blijvende

kroon reële probleemtakken voorkomen;

Bij onderhoudssnoei worden probleemtakken verwijderd volgens volgende

prioriteitsindeling:

1 ste prioriteit: ‘gevaarlijke’ takken: Takken die een voorzienbaar gevaar

opleveren voor de omgeving zoals dood hout (dikker dan 6 cm), ernstig

beschadigde of aangetaste takken, takken met een hoge mechanische

belasting en takken met een slechte takaanzet. Hiertoe behoren ook de

takken die de directe noodzakelijke vrije doorgang onder de boom

belemmeren.

2 de prioriteit: ‘probleemtakken’ (beoordeeld van boven naar beneden):

- Dubbele toppen, bij straatbomen stamvergaffeling weren tot 2/3

van de eindhoogte van de boom;

- Takken die de (toekomstige) ontwikkeling van de blijvende kroon

negatief beïnvloeden, zoals zuigers, schuur- en veegtakken e.d.

3 de prioriteit: in overleg met de opdrachtgever: takken die de functie van

bijvoorbeeld het straatmeubilair e.d. hinderen.

• Uit de blijvende kroon geen takken verwijderen die dikker zijn dan 30%van de

diameter van de stam waaraan zij zijn aangehecht, met een maximum

takdoorsnede van 20? cm;

• Bij een aanvaard boombeeld mag maximaal tot 20% van het kroonvolume

worden verwijderd;

• Bij achterstallig onderhoud mogen takken met een maximale dikte tot 50% van

de stamdikte verwijderd worden met een maximale reductie van het

kroonvolume met 30%;

• Indien er sprake is van verwaarloosde snoei, dan moeten de

snoeiwerkzaamheden gefaseerd over meerdere jaren worden uitgevoerd,

waarbij per snoeibeurt maximaal 30% van het kroonvolume wordt verwijderd;

• Takken worden bij voorkeur in hun geheel verwijderd (tot een takdoorsnede

van x cm). Eventueel kan het innemen van een tak als alternatief noodzakelijk

zijn wanneer een zware probleemtak als geheel niet mag worden

weggenomen. Het innemen van takken mag niet leiden tot een

noemenswaardige aantasting van de habitus van de betrokken boom.


Specifieke snoei

Alle snoeimaatregelen die niet onder de regulieren snoei vallen zijn binnen het KBB

gecatalogeerd onder de specifieke snoei. De specifieke snoei kan als volgt

onderverdeeld worden:

1. Geleide vormsnoei

• Intensieve vormsnoei (minimaal jaarlijks knippen/scheren) vb. leilindes

• Extensieve vormsnoei (periodiek, eens inde 3 tot 5 jaar opnieuw

terugzetten) vb. knotwilgen

2. Innemen van bestaande kroon of gesteltakken

• 1/4 innemen ca. 25% taklengtereductie

• 1/3 innemen ca. 35% taklengtereductie

• 1/2 innemen: kandelaberen ca. 50% taklengtereductie

• 3/4 innemen: kandelaren ca. 75% taklengtereductie

3. Uitlichten van de kroonperiferie (kroonlijn)

• Gelijkmatig verspreid over de buitenste kroonrand zijtakken

verwijderen.

4. Uitdunnen van de kroon

• Gelijkmatig verdeeld in de kroon wegnemen van gesteltakken.


BIJLAGE 11:

OVERZICHT VAN DE VERSCHILLENDE TOEPASBARE TECHNIEKEN VOOR

HET NADER ONDERZOEK VAN BOMEN

Beoordeling breukvastheid

Het onderzoek is erop gericht de breukvastheid van een verdachte stam of tak te

beoordelen.

• Indicatieve beoordeling aanwezigheid van ernstige holten of houtrot via

kloppen en/of prikken;

• Indicatieve meting van de aanwezigheid van structuurafwijkingen via

enkelvoudige geluidsmeting;

• Gerichte meting van de omvang van structuurafwijkingen via meervoudige

geluidsmetingen;

• Gerichte meting van de omvang van structuurafwijkingen via inwendig

onderzoek; weerstandsboringen;

• Gerichte metingen van de omvang van nog resterende restwand via inwendig

onderzoek: weerstandsboringen en/of holle boormethode;

• Indicatieve sterktemeting van restwanden via Fractometer.

Beoordeling takaanhechting

Het onderzoek is erop gericht de mate en kwaliteit van een verdachte takaanhechting

te beoordelen.

• Indicatieve beoordeling van de aanwezigheid van ernstige holten of houtrot in

de takaanzet via kloppen en/of prikken;

• Gerichte meting van eventuele insluiting van bastweefsel, scheurvorming of

structuurafwijking in de takaanzet via (meervoudige) geluidsmetingen en/of

weerstandsboringen.

Beoordeling entkwaliteit

Het onderzoek is erop gericht de kwaliteit van een (verdachte) ent te beoordelen.

• Indicatieve meting van eventuele scheurvorming of structuurafwijking via

enkelvoudige geluidsmeting;

• Gerichte metingen van de omvang van structuurafwijkingen via meervoudige

geluidsmetingen;

• Gerichte metingen van de omvang van structuurafwijkingen via inwendig

onderzoek: weerstandboringen en/of holle boormethode;

• Beoordeling van algemene standvastigheid via trekproef (specifiek) entplaats

wortelvoet.


Beoordeling standvastigheid

Het onderzoek is erop gericht de standvastigheid (verankering) van een boom in de

bodem te beoordelen.

• Verkenning bodemstructuur en bewortelingspatroon met grondradar;

• Beoordeling bewortelingspatroon en bodemgelaagdheid via profielboring en/of

profielsleuf;

• Beoordeling van de wortelvoet en stabiliteitswortels door vrijlegging;

• Indicatieve beoordeling van de aanwezigheid van ernstige holten of houtrot in

de wortelaanlopen en stabiliteitswortels door kloppen en/of prikken (evt. na

vrijlegging);

• Indicatieve beoordeling van de aanwezigheid van structuurafwijkingen in

wortelaanlopen en stabiliteitswortels via geluidsmeting m.b.v. enkelvoudige

geluidsmeting;

• Gerichte metingen van de omvang van structuurafwijkingen in wortelaanlopen

en stabiliteitswortels via geluidsmeting m.b.v. meervoudige geluidsmeting;

• Gerichte metingen van de omvang van structuurafwijkingen in wortelaanlopen

en stabiliteitswortels via inwendig onderzoek m.b.v. weerstandsboringen;

• Beoordelen van de algehele standvastigheid via trekproef.


BIJLAGE 12: TOETSINGSSCHEMA INBOET

Toelichting op afwegingsmodel:

1. Voordat er wordt ingeboet moet worden achterhaald, waarom een boom is

uitgevallen. De oorzaak kan een droge zomer of een ziekte zijn, maar er kan

ook iets niet in orde zijn met de groeiplaats. Een bodemkundig onderzoek en

een onderzoek naar de bovengrondse groeiplaatsomstandigheden kunnen

hierin inzicht geven.

2. Veel uitval is direct te herleiden tot problemen in de bodem. Een bodemkundig

onderzoek is dan ook op zijn plaats.

3. Blijkt de bodem geschikt te zijn, dan vormen de ondergrondse factoren geen

belemmeringen voor het inboeten (stap 8), zo niet dan volgt eerst stap 4.

4. De oorzaak van de uitval ligt vaak in slecht doorlatende lagen en daarmee

gepaard gaande wateroverlast. Dergelijke problemen moeten eerst worden

opgelost, voordat kan worden herplant.

5. Bovengrondse oorzaken moeten bij een onderzoek naar de bovengrondse

groeiplaatsomstandigheden aan het licht komen. Het kan overigens ook zo

zijn dat de oorzaak niets met de groeiplaatsomstandigheden te maken heeft,

bijvoorbeeld als de boom slachtoffer is geworden van het verkeer of

vandalisme.

6. Uit het onderzoek naar de bovengrondse groeiplaatsomstandigheden komt

naar voren of de inboet kans van slagen heeft. Zo ja, dan volgt stap 8, Zo nee,

dan volgt stap 7.

7. Wanneer de boom is doodgegaan door een verkeerde inrichting van de

groeiplaats, dan moet de groeiplaats worden aangepast. Het opheffen van

problemen in een bestaande situatie is echter altijd duurder dan wanneer men

direct bij de aanleg juist te werk was gegaan.

8,9 Wanneer de boven- en ondergrondse problemen zijn opgelost kan de inboet

na een eventuele plantplaatsvoorbereiding worden uitgevoerd.

Bron: Stadsbomenvademecum deel 2A


BIJLAGE 13: UITTREKSEL BESTAND MONUMENTALE BOMEN

Nee

Nee

Ja

Nee

Bomenstichting, Oudegracht 201 3512 NT Utrecht www.bomenstichting.nl info@bomenstichting.nl Tel: 030 2303510 Fax: 030 2310331

bis,

Gemeente : DRIMMELEN

Kaartblad: 44B Biesbosch

Objectnummer: 1.02

Boomsoort Lat: Fagus sylv.'Atropunicea'(Purpurea)

Leefcat: 1820 - 1830 Gerestaureerd

Jaarnummer: 862280 Boomsoort Ned: Bruine beuk

Hoogte: 25

Subsidie:

Bebouwdekom: Nee

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 465

Geregistreerd:

Coordinaten: X: 113,12

Gesitueerd in: agrarisch gebied

Conditie: Goed

Beschadiging:

Y: 413,76

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Particulieren

Standplaats: * zuidzijde Polder Noorder Koekoek, Koekoekweg, Drimmelen

Karakter: groep 10 tot 15 exempl aren

Opmerking: Aan de rand van een weiland in een bosje met essen en esdoorns.

Gerestaureerd Nee

Subsidie: Ja

Geregistreerd: Ja

Beschadiging: Nee

Objectnummer: 2.00

Boomsoort Lat: Fagus sylv.'Atropunicea'(Purpurea)

Leefcat: 1880 - 1890

Jaarnummer: 862281 Boomsoort Ned: Bruine beuk

Hoogte: 23

Bebouwdekom: Ja

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 360

Coordinaten: X: 114,57

Gesitueerd in: openbaar plantsoen

Conditie: Goed

Y: 413,34

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Gemeente

Standplaats: * Voetgangerspad/ Heerengracht 36, Drimmelen

Karakter: solitair

Opmerking: 7 Plakoksel bij zware zijarm boven woning. BOFO bijdrage voor kroonsnoei, en plaatsen van 2 verankeringen. 16 aug 1999.

Nee

Nee

Ja

Nee

3.00

Boomsoort Lat: Fagus sylv.'Atropunicea'(Purpurea)

Leefcat: 1890 - 1900 Gerestaureerd

862282 Boomsoort Ned: Bruine beuk

Hoogte: 20

Subsidie:

Ja

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 320

Geregistreerd:

114,6

Gesitueerd in: weg of dijk

Conditie: Goed

Beschadiging:

413,35

Reden inventarisatie Herdenkingsboom

Eigendom: Religieuze instanties

* voor Heerengracht 30, Drimmelen

Karakter: solitair

Objectnummer:

Jaarnummer:

Bebouwdekom:

Coordinaten: X:

Y:

Standplaats:

Opmerking:

Nee

Nee

Ja

Nee

4.00

Boomsoort Lat: Quercus robur

Leefcat: 1850 - 1860 Gerestaureerd

862283 Boomsoort Ned: Zomereik

Hoogte: 20

Subsidie:

Ja

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 300

Geregistreerd:

114,62

Gesitueerd in: tuin

Conditie: Goed

Beschadiging:

413,36

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Religieuze instanties

Voor ingang Protestanse kerk, Heerengracht 28, Drimmelen

Karakter: solitair

Objectnummer:

Jaarnummer:

Bebouwdekom:

Coordinaten: X:

Y:

Standplaats:

Opmerking:

1


Gerestaureerd Nee

Subsidie: Nee

Geregistreerd: Ja

Beschadiging: Nee

Gemeente : DRIMMELEN

Kaartblad: 44D Oosterhout

Objectnummer: 10.00

Boomsoort Lat: Fagus sylv.'Purpurea'

Leefcat: 1880 - 1890

Jaarnummer: 862314 Boomsoort Ned: Bruine beuk

Hoogte: 22

Bebouwdekom: Ja

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 240

Coordinaten: X: 114,31

Gesitueerd in: weg of dijk

Conditie: Redelijk

Y: 410,23

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Gemeente

Standplaats: Voor Pastoriestraat 3, Made

Karakter: solitair

Opmerking:

Objectnummer: 12.00

Boomsoort Lat: Aesculus hippocastanum

Leefcat: 1910 - 1920 Gerestaureerd Nee

Jaarnummer: 862316 Boomsoort Ned: Witte paardenkastanje

Hoogte: 23

Subsidie: Ja

Bebouwdekom: Ja

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 290

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 113,94

Gesitueerd in: weg of dijk

Conditie: Redelijk

Beschadiging: Ja

Y: 409,99

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Gemeente

Standplaats: * Godfried Schalkenstr/Adelstraat 2, Made

Karakter: solitair

Opmerking: In 1991 is een bank rondom de bank aangebracht,hierdoorwas de boom beschadigd. groeipl.onderzoek e.d. geadviseerd, 14 okt 1993. Bankje is verwijderd.

BOFO bijdrage voor groeiplaatsonderzoek/verbetering en verankering, 25 juni 2002.

Objectnummer: 13.01

Boomsoort Lat: Fagus sylvatica

Leefcat: 1860 - 1870 Gerestaureerd Nee

Jaarnummer: 862318 Boomsoort Ned: Beuk

Hoogte: 25

Subsidie: Nee

Bebouwdekom: Nee

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 420

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 113,13

Gesitueerd in: Begraafplaats

Conditie: Matig

Beschadiging: Nee

Y: 412,01

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Publiek rechterlijke organisatie

Standplaats: * Om de begraafplaats Oud Drimmelen, Oud Drimmelen

Karakter: groep 2 tot 5 exemplaren

Opmerking: Om de begraafplaats staan deels bruine beuken en eiken. Het bomenonderhoud is zwaar achterstallig en deels beschadigd door landbouwverkeer, 28 aug

2002.

Objectnummer: 13.02

Boomsoort Lat: Quercus robur

Leefcat: 1860 - 1870 Gerestaureerd Nee

Jaarnummer: 862319 Boomsoort Ned: Zomereik

Hoogte: 25

Subsidie: Nee

Bebouwdekom: Nee

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 250

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 113,13

Gesitueerd in: Begraafplaats

Conditie: Matig

Beschadiging: Ja

Y: 412,01

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Publiek rechterlijke organisatie

Standplaats: * Begraafplaats Oud Drimmelen, Oud Drimmelen

Karakter: groep 10 tot 15 exemplaren

Opmerking: Veel bomen zijn door het te zware landbouwverkeer beschadigd. Ook jonge lindebomen worden niet goed onderhouden. 28 aug 2002.

Gerestaureerd Nee

Subsidie: Nee

Geregistreerd: Ja

Beschadiging: Nee

28.00

Boomsoort Lat: Platanus x hispanica

Leefcat: 1930 - 1940

882104 Boomsoort Ned: Gewone plataan

Hoogte: 16

Ja

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 260

110,96

Gesitueerd in: openbaar plantsoen

Conditie: Goed

406,44

Reden inventarisatie Herdenkingsboom

Eigendom: Gemeente

Objectnummer:

Jaarnummer:

Bebouwdekom:

Coordinaten: X:

Y:

2


Gemeente : DRIMMELEN

Kaartblad: 44D Oosterhout

Standplaats: * Raadhuissstraat/Lageweg, Terheijden

Karakter: solitair

Opmerking: Huwelijksboom voor pr.Juliana & pr. Bernard uit 1937. Enkele oude snoeiwonden.

Objectnummer: 37.00

Boomsoort Lat: Tilia europaea

Leefcat: 1880 - 1890 Gerestaureerd Ja

Jaarnummer: 890111 Boomsoort Ned: Hollandse linde

Hoogte: 5

Subsidie: Nee

Bebouwdekom: Ja

Boomvorm: Leivorm

Omtrek: 200

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 113,89

Gesitueerd in: weg of dijk

Conditie: Matig

Beschadiging: Ja

Y: 410,15

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Gemeente

Standplaats: * Marktstraat tussen nr 2 en 48, Made

Karakter: laan 2 rijen 40 tot 100 exemplaren

Opmerking: Oude leilinde die regelmatig worden gesnoeid. Verschillende bomen met magne- siumgebrek. De boom tegenover huisnr 45 heeft een rotte stamvoet en is

instabiel. regelmatige controle v/d overige bomen & veruimen boomroosters is gewenst. 28 aug 2002.

Objectnummer: 43.00

Boomsoort Lat: Tilia europaea

Leefcat: 1830 - 1840 Gerestaureerd Nee

Jaarnummer: 940607 Boomsoort Ned: Hollandse linde

Hoogte: 6

Subsidie: Nee

Bebouwdekom: Nee

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 320

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 112,32

Gesitueerd in: tuin

Conditie: Goed

Beschadiging: Ja

Y: 403,6

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Particulieren

Standplaats: * Nieuwe Bredaseweg 1, Terheijden

Karakter: groep 2 tot 5 exemplaren

Opmerking: In 1906 is een deel van de stam verbrand en is de boom hol geworden.

Objectnummer: 46.00

Boomsoort Lat: Aesculus hipp.'Baumannii'

Leefcat: 1910 - 1920 Gerestaureerd Nee

Jaarnummer: 990101 Boomsoort Ned: Witte paardenkastanje

Hoogte: 20

Subsidie: Ja

Bebouwdekom: Ja

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 260

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 113,8

Gesitueerd in: weg of dijk

Conditie: Redelijk

Beschadiging: Ja

Y: 410,5

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Gemeente

Standplaats: * Molenstraat, Made

Karakter: dubbele rij 6 tot 40 exemplaren

Opmerking: Bedreigd door hergebruik bestrijdingsmiddelen op bestrating! ca 30n stuks. Snoeiwonden, enkele bomen zijn i.v.m. overlast gekapt. BOFO bijdrage voor

kroonsnoei en groeiplaatverbetering (zie rapport van Boom Totaalzorg), 8 apr 1999.

Objectnummer: 47.00

Boomsoort Lat: Salix sepulcralis'Chrysocoma'

Leefcat: 1940 - 1950 Gerestaureerd Nee

Jaarnummer: 990102 Boomsoort Ned: Treurwilg

Hoogte: 20

Subsidie: Nee

Bebouwdekom: Ja

Boomvorm: Treurvorm

Omtrek: 280

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 114,35

Gesitueerd in: tuin

Conditie: Goed

Beschadiging: Nee

Y: 410,47

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Particulieren

Standplaats: * Jachthoeve, Voorstraat 58, Made

Karakter: solitair

Opmerking: Uitlichten takken boven het staldak en verwijderen takstompen is noodzakelijk, 8 apr 1999.

51.00 Boomsoort Lat:

Leefcat: 1910 - 1920 Gerestaureerd Ja

990586

Boomsoort Ned:

Hoogte:

Subsidie: Ja

3

Objectnummer:

Jaarnummer:


Gemeente : DRIMMELEN

Kaartblad: 44D Oosterhout

15

Bebouwdekom: Ja

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 190 Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 114,02

Gesitueerd in: tuin

Conditie: Goed

Beschadiging: Nee

Y: 409,69

Reden inventarisatie Bijzonder Fruitras

Eigendom: Particulieren

Standplaats: * Haasdijk 7, Made

Karakter: solitair

Opmerking: Is in mei 1998 door Copijn Utrecht onderhouden. Bofobijdrage voor uitsnoei van zware takken. 15 december 2003 In 2004 door Timmerman

gesnoeid/onderhouden.

Objectnummer: 6.00

Boomsoort Lat: Quercus robur

Leefcat: 1860 - 1870 Gerestaureerd Ja

Jaarnummer: 870663 Boomsoort Ned: Zomereik

Hoogte: 20

Subsidie: Ja

Bebouwdekom: Nee

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 243

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 111,3

Gesitueerd in: weg of dijk

Conditie: Matig

Beschadiging: Ja

Y: 409,7

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Gemeente

Standplaats: * Helkantsedijk, Helkant

Karakter: laan 2 rijen meer dan 100 exemplaren

Opmerking: 176 stuks, 15 stuks zijn afgekeurd en worden geveld, 10 feb 1999. BOFO bij- drage voor kroonsnoei bij 148 bomen, 2 aug 1999. Door hevige sneeuwval in

combi met storm zijn vele takken uitgebroken en moet de gehele laan worden gesnoeid (8-12-2005).

Objectnummer: 7.00

Boomsoort Lat: Populus nigra

Leefcat: 1910 - 1920 Gerestaureerd Nee

Jaarnummer: 870662 Boomsoort Ned: Zwarte populier

Hoogte: 25

Subsidie: Nee

Bebouwdekom: Nee

Boomvorm: Natuurlijke vorm

Omtrek: 378

Geregistreerd: Ja

Coordinaten: X: 112,34

Gesitueerd in: bos en/of natuurterrein

Conditie: 7 Uitval

Beschadiging: Ja

Y: 407,29

Reden inventarisatie Monumentaal

Eigendom: Staatsbosbeheer

Standplaats: * Eendenkooi, Binnenpolder Terheijden

Karakter: solitair

Opmerking: Geen toegang, 28 aug 2002.


BIJLAGE 14: DE PARTICIPATIELADDER

(Gemeente Alphen aan den Rijn, 2005)

1. Informeren:

politiek en bestuur bepalen zelf in hoge mate de agenda voor besluitvorming en houden

de betrokkenen hiervan op de hoogte. Zij maken geen gebruik van de mogelijkheid om

betrokkenen daadwerkelijk input te laten leveren bij de beleidsontwikkeling;

2. Raadplegen:

politiek en bestuur bepalen in hoge mate zelf de agenda, maar zien betrokkenen als

gesprekspartner bij de ontwikkeling van beleid. Het proces richt zich op het inventariseren

van ervaringen, meningen en nieuwe ideeën. Belangrijk is dat zo inzicht verkregen

wordt in de wereld van de betrokkenen. De politiek verbindt zich niet aan de resultaten

die uit de gesprekken voortkomen;

3. Adviseren:

politiek en bestuur stellen in beginsel de agenda samen, maar geven betrokkenen

gelegenheid

om problemen aan te dragen en oplossingen te formuleren, waarbij deze ideeën

een volwaardige rol spelen in de ontwikkeling van het beleid. De politiek verbindt zich in

principe aan de resultaten, maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming hiervan

(beargumenteerd)

afwijken;

4. Coproduceren:

politiek, bestuur en betrokkenen komen gezamenlijk een probleemagenda overeen,

waarna gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht. De politiek verbindt zich aan deze

oplossingen met betrekking tot de uiteindelijke besluitvorming, na toetsing aan vooraf

gestelde randvoorwaarden;

5. Meebeslissen:

politiek en bestuur laten de ontwikkeling van, en de besluitvorming over het beleid, over

aan betrokkenen, waarbij het ambtelijk apparaat een adviserende rol vervult. De politiek

neemt de resultaten over. Resultaten uit het proces hebben spontaan bindende werking.


BIJLAGE 15: MEEST GESTELDE VRAGEN

1. Wat is een boom?

Taalkundig: Een houtachtig gewas met een zeer groot wortelgestel en een enkele, stevige,

houtige en zich secundair (= na beëindiging van de hoogte-groei) verdikkende, overblijvende

stam die zich eerst op enige hoogte boven de grond vertakt. Ook: de enkele stam, al of niet

geveld.

Volgens de Nederlandse Wet: Geen definitie

Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening van Drimmelen

Loof- of naaldboom, nog aanvullen als de vorm van Kapvergunning is gekozen

2. Waarom moet ik een kapvergunning aanvragen?

Bomen vormen een onderdeel van onze leefomgeving. Ze verrijken onze omgeving; ze

leveren zuurstof, vangen fijnstof, zorgen voor schaduw, geven structuur, enz. Niet alleen de

eigenaar ziet de boom, maar soms ook de buren en in sommige gevallen de bewoners van

de hele gemeente. Als de boom wordt gekapt veranderd dus ook voor hen de omgeving.

Daarnaast wordt Nederland steeds dichter bebouwd, hierdoor zijn er steeds minder bomen.

Om te voorkomen dat niet alleen uw boom maar bijvoorbeeld alle bomen in uw straat of dorp

gekapt worden, moet u als burger maar ook de gemeente een vergunning aanvragen als u

een boom wilt kappen.

3. Moet de gemeente ook een kapvergunning aanvragen voor haar eigen bomen?

Ja, de gemeente heeft daar geen aparte positie in.

4. Hoe werkt een aanvraag?

Het kappen van bomen en houtopstand is aan regels gebonden. Deze regelgeving is

opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hierin staat onder andere

omschreven dat u voor het kappen van bepaalde soorten bomen en/of bomen in bepaalde

gebieden een vergunning nodig hebt. Bijvoorbeeld voor bomen die een stamomtrek van 70

centimeter of meer hebben (= doorsnede 22 centimeter), gemeten op 1,30 meter van de

grond (bij meerstammige bomen geldt de omtrek van de dikste stam) is een kapvergunning

benodigd. Een aanvraag voor een dergelijke kapvergunning kunt u bij de gemeente indienen.

Afwijzingsgronden kunnen zijn dat de boom geen hinder oplevert, een markant onderdeel is

van een bepaalde straat is of onderdeel uitmaakt van een bij elkaar behorende bomenrij.

Procedure

1. De aanvraag wordt beoordeeld op volledigheid. Verder wordt getoetst of de

vergunning wordt aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die

krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid

gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

2. Er wordt gecontroleerd op samenhang met een bouwplan, uitvoering van een werk

en/of uitweg.

3. De boomgegevens, visueel geconstateerde afwijkingen, eventuele reden tot nader

onderzoek, eventuele verhoogde risico's, aanbevelingen worden op het toetsingsformulier

vermeld.

4. Verder wordt een advies gegeven of de boom bepalend is voor het straatbeeld of deel

uitmaakt van de primaire boomstructuur zoals vastgelegd in het bomenbeleidsplan.

5. Aan de hand van het toetsingsformulier wordt de aanvraag beoordeeld. Daarbij wordt

getoetst op de natuurwaarde, landschappelijke waarde van de houtopstand, de waarde van

de houtopstand voor stads- en dorpsschoon, de beeldbepalende waarde en de


cultuurhistorische waarde van de houtopstand alsmede de waarde voor de leefbaarheid van

de houtopstand. Hier kan eventueel nader overleg met opzichter plaats vinden. Bij twijfel

volgt een visuele inspectie van de betrokken boom of bomen. Hier wordt bezien of er sprake

is van bijzondere vergunningsvoorschriften en/of herplantingsinstandhoudingsplicht.

6. Vervolgens wordt er een besluit genomen en wordt de kapvergunning opgesteld met

eventuele voorwaarden. Bij verlening of weigering wordt een beschikking opgesteld met

bezwaarmogelijkheid en aanvraag voorlopige voorziening. De vergunning wordt verleend

onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet gebruik tot het moment van definitief worden

van de vergunning, oftewel tot het moment dat: de bezwaar- of beroepstermijn voor derden

is verstreken zonder dat bezwaar of beroep is ingediend, is beslist op een verzoek om een

voorlopige voorziening, c.q. is beslist op het beroep van derden en geen verzoek tot

voorlopige voorziening is gedaan.

7. De kapvergunningen worden gepubliceerd in het lokale huis-aan-huisblad ’t Carillon en

de website van de gemeente Drimmelen. De vergunning wordt afgegeven of geweigerd.

Jaarlijks worden de vergunningen waaraan een herplantingsplicht is verbonden via een

inspectie ter plaatse nagegaan in hoeverre aan deze verplichting is voldaan.

Na goedkeuring zal de vergunning per post toe gezonden worden.

Formulieren en te overleggen documenten

• Omschrijving van de boom (omvang en type).

• Plaats van de boom (adres).

Kosten

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een kapvergunning zijn leges

verschuldigd.

• Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor een

vergunning voor het kappen van 1 t/m 5 bomen met een stamomtrek van meer dan 70

centimeter € 12,65 .

• Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor een

vergunning voor het kappen van 6 of meer bomen met een stamomtrek van meer dan 70

centimeter, basistarief € 12,65 en daarnaast per boom tot een maximum van 20 bomen

€ 4,05.

5. Hoe lang duurt het voordat ik weet of ik een vergunning krijg of niet?

Dit duurt tussen de 6 en 8 weken. Na ontvangst van de aanvraag gaat binnen 1 week een

ambtenaar ter plekke de boom beoordelen. Aan de hand van deze beoordeling wordt de

kapvergunning voor boom al dan niet verleend. Hiervan krijgt u dan binnen twee weken

bericht. Als de kapvergunning niet wordt verleend, kunt u daar bezwaar tegen maken. Als de

vergunning verleend wordt dan wordt deze in ’t Carillon en op de gemeentelijke website

gepubliceerd. Belanghebbende (omwonenden e.d.) mogen dan binnen 6 weken bezwaar

maken. Als degene die bezwaar maakt niet belanghebbend is of de reden van bezwaar is

niet ontvankelijk (klopt niet of onterecht) dan veranderd de vergunning niet. Als het bezwaar

wel klopt, wordt het bezwaar in de Commissie bezwaar en beroep behandeld, dit is een

openbare zitting en u , de bezwaarmaker en de gemeente kunnen dan een toelichting geven.

De uitspraak van de commissie is niet bindend, het college van B&W mag gemotiveerd

afwijken van de uitspraak. Vanzelfsprekend speelt het bezwaar en beroep niet binnen de 8

weken af. De zitting is niet wekelijks en ook voor de uitspraak moet u een aantal weken

wachten.


6. Bij wie moet ik zijn voor een kapaanvraag en vragen daarover:

U kunt uw aanvraag indienen bij de afdeling openbare werken. De contactpersoon is John

Mandemakers ,functie: coördinator groen/natuur/landschap, telefoonnummer: 0162-690243

E-mail: jmandemakers@drimmelen.nl

7. Waarom moet ik leges betalen?

Dit is in het kader van de aanvrager betaald. De gemeente moet een ambtenaar inzetten om

de boom te beoordelen, de publicatie in ’t Carillon te maken en voor de administratieve

afwikkeling.

8. Wat houdt het bomenbeleid in

Het bomenbeleid is opgezet om de komende 10 jaar een continue beleid te hebben.

Daarnaast wil de gemeente Drimmelen graag een gezond en mooi bomenbestand.

In het beleidsplan is o.a. te lezen hoe de bomen in deze periode gesnoeid moeten worden,

welke structuren er zijn, adviezen voor de kapvergunning en hoe om te gaan met

monumentale particuliere bomen.

9. Waar kan ik terecht met vragen of klachten over de bomen in mijn straat?

In eerste instantie is het Meldpunt en in het verlengde daarvan het wijkteam het

aanspreekpunt. Meldingen over de openbare ruimte kunnen worden gemeld via tel. 0162 –

690190 en via e-mail meldpunt@drimmelen.nl .

Daarnaast kunt u tijdens het wijkspreekuur en wijkavonden mee te praten over hun eigen

woonomgeving. Ook worden er wijkbezoeken georganiseerd waarbij de gemeente naar u

toekomt. Tijdens een rondwandeling door de wijk kunnen gericht knelpunten door de

bewoners van de ‘wijken’ worden aangewezen en bespreekbaar worden gemaakt.

In derde instantie kunt t u contact opnemen met de wijkcoördinator Jos van Moergastel.

Telefoonnummer 06-53985670. E-mail: jvanmoergastel@drimmelen.nl

10. Als de gemeente voornemens is onderhoud uit te voeren aan de bomen hoe

weet ik dat dan? En kan er bezwaar worden gemaakt?

De vorm- en leibomen worden eenmaal per 2-3 jaar geknipt/gesnoeid. Aan de rest van de

bomen wordt onderhoud uitgevoerd naar behoefte. Er is een beperkte hoeveelheid tijd en

geld beschikbaar, soms moeten daardoor keuzes gemaakt worden. Als een bomenrij

gekadelaberd wordt n.a.v. van overlast, wordt u daar per brief van op de hoogte gesteld.

Voor kandelaberen is een kapvergunning nodig, hierop kan bezwaar worden gemaakt.

11. Ik heb een monumentale boom, is daar subsidie voor?

De Bomenstichting beheerd sinds 1991 het Bomenfonds. Dit is een bijdrageregeling voor

eigenaren van bomen die zijn opgenomen in het landelijk Register monumentale bomen.

Een informatiefolder over dit fonds, waarin is opgenomen voor wie en waarvoor een bijdrage

gegeven wordt, de bedragen en de aanvraag- en beoordelingsprocedure met

aanvraagformulier, kan bij de Bomenstichting worden aangevraagd. Voor bomen die niet in

het landelijk Register zijn opgenomen bestaan geen (nationale) onderhoudsregelingen. De

gemeente heeft wel/niet een bomenfonds voor plaatselijk monumentale bomen.

Telefoonnummer. 030 – 2303510, www.bomenstichting.nl

Nog aanvullen ligt aan wel/niet.


BIJLAGE 16: NUTTIGE ADRESSEN EN INFORMATIE

Bomenstichting

Oudegracht 201 bis

3511 NG Utrecht

t. 030 - 2303510

f. 030 - 2310331

info@bomenstichting.nl

www.bomenstichting.nl

Nuttige adressen voor boombeheerders 2006 - 2007

De Bomenstichting geeft dit boekje jaarlijks uit, met onder andere een lijst van

boomverzorgingsbedrijven in Nederland, bureaus die technisch onderzoek en beleids- en

juridisch advies leveren, namen en adressen van taxateurs van bomen, onderwijs en

cursussen, groenvoorzieners en materialen. De opgenomen bedrijven ondersteunen de

Bomenstichting financieel. Dit boekje kan bij de Bomenstichting worden aangevraagd.

Bomenfonds

De Bomenstichting beheert sinds 1991 het Bomenfonds. Dit is een bijdrageregeling voor

eigenaren van bomen die zijn opgenomen in het landelijk Register monumentale bomen.

Een informatiefolder over dit fonds, waarin is opgenomen voor wie en waarvoor een bijdrage

gegeven wordt, de bedragen en de aanvraag- en beoordelingsprocedure met

aanvraagformulier, kan bij de Bomenstichting worden aangevraagd. Voor bomen die niet in

het landelijk Register zijn opgenomen bestaan geen (nationale) onderhoudsregelingen. Voor

het opzetten van een lokale onderhoudsregeling voor particuliere bomen heeft de

Bomenstichting een handleiding

geschreven: het Model Gemeentelijk Bomenfonds. zie hierna.

Kiezen voor bomen, richtlijnen voor gemeentelijk beleid

Dit door de Bomenstichting uitgegeven boek gaat in op de randvoorwaarden voor goed

bomenbeleid. Verschillende beleidsinstrumenten voor boombescherming zoals

kapverordening in de APV, aparte bomenverordening, bestemmingsplan, aanlegvergunning,

monumentenverordening en bestekken. Het is bedoeld voor groenambtenaren en politici die

het beleid voor bomen in hun gemeente willen verbeteren. Het is ook nuttig voor burgers en

belangengroepen die hun gemeente met bruikbare adviezen willen stimuleren tot een

beter bomenbeleid.

Model Gemeentelijk Bomenfonds

De Bomenstichting heeft deze informatiebrochure opgesteld voor het gebruik van een lokale

subsidieregeling voor het duurzaam in stand houden van waardevolle bomen.

Nederlandse Vereniging Taxateurs van Bomen (NVTB)

Postbus 683

7300 AK Apeldoorn

t. 055 - 5999449

f. 055 - 5338844

info@boomtaxateur.nl

www.boomtaxateur.nl

De NVTB is een groeiende vereniging van boomdeskundigen die sinds 1993 op een

professionele en onafhankelijke wijze schades aan bomen in beeld brengt. Regelmatig

worden erkende boomtaxateurs ingeschakeld door gemeenten en provincies. De NVTB geeft

ook richtlijnen uit voor het taxeren van bomen die verwerkt worden in een publicatie.


Mr. B.M. Visser & Partners

Juridisch raadgever Natuur, Bos en Landschap

Ravenhorsterweg 61

7103 AR Winterswijk

t. 0543 - 518517

f. 0543 - 534693

e. bmvisser@freeler.nl


Bomenstructuur Landschappelijk

Versterking tussen de structuur langs de dijk tussen Wagenberg

en Hooge Zwaluwe (Kerkdijk) en de dijk tussen Hooge Zwaluwe

en Lage Zwaluwe (Loonsedijk, Gaete en Horenhilsedijk).


Bomenstructuur

Hooge en Lage Zwaluwe

Bomenstructuur verbindingswegen

|||||||||||| Bomenstructuur te ontwikkelen/versterken

XXXXX Bomenstructuur niet doorlopend

Bomenstructuur wijkontsluitingswegen

Bomenstructuur assen op Molenplein en NH-kerk

Bomenstructuur langs oude wegen


Bomenstructuur Terheijden

Bomenstructuur verbindingswegen

|||||||||||| Bomenstructuur te ontwikkelen/versterken

XXXXX Bomenstructuur niet doorlopend

Bomenstructuur wijkontsluitingswegen

Bomenstructuur assen op Molenplein en NH-kerk

Bomenstructuur langs oude wegen


Bomenstructuur Wagenberg en Drimmelen

Bomenstructuur verbindingswegen

|||||||||||| Bomenstructuur te ontwikkelen/versterken

XXXXX Bomenstructuur niet doorlopend

Bomenstructuur wijkontsluitingswegen

Bomenstructuur assen op Molenplein en NH-kerk

Bomenstructuur langs oude wegen


Bomenstructuur Made

Bomenstructuur verbindingswegen

|||||||||||| Bomenstructuur te ontwikkelen/versterken

XXXXX Bomenstructuur niet doorlopend

Bomenstructuur wijkontsluitingswegen

Bomenstructuur assen op Molenplein en NH-kerk

Bomenstructuur langs oude wegen