Voedingsovergevoeligheid bij de kat - RHP - Roman House ...

rhp.nu

Voedingsovergevoeligheid bij de kat - RHP - Roman House ...

JAARGANG 11 • NAJAAR 2010 • #3

HET VAKTIJDSCHRIFT VOOR DE DIERENARTSASSISTENT

Voedingsovergevoeligheid

bij de kat

NIEUWE INZICHTEN IN HET ELIMINATIEDIEET


Calm Diet van Royal Canin

CALM DIET

Geeft honden en katten rust

in stressvolle situaties

Inzetbaar nzetbaar voor een scala aan stressvolle situaties:

nieuwe huisgenoot verbouwing verhuizing vakantie transport

te veel huisdieren vuurwerk onweer nervositeit, etc.

Benieuwd naar positieve ervaringen met Calm Diet van Royal Canin? Vraag naar de

succesverhalen via vet@royalcanin.nl of uw Royal Canin Rayon Manager.

Royal Canin Nederland BV • Veterinaire Service • Postbus 63 - 5460 AB Veghel

Tel.: 0413-318488 (Veterinair Voedingsadvies) of 0413-318444 (bestellingen) • info@royalcanin.nl • www.royalcanin.nl

AS0166


kijk voor het

laatste

nieuws op

www.rhp.nu

Vaktijdschrift voor de

Dierenartsassistent.

Redactie-adres

Roman House Productions Ltd.

Publishing & Consultancy

Roman house

Allhallowgate, Ripon

HG4 1LE North Yorkshire

United Kingdom

T: 044 (0) 1765 607933

E: romanhouse@lineone.net

Aan deze uitgave

werkten mee:

Patrick Bourdeau

Mieke Holtslag

Elles Nijssen

Chris Polanen

Simone Thissen

Assistent is bestemd voor:

Para-veteri nairen,

dierenartsassistenten en

studenten dierenarts assistent.

Frequentie: 4x per jaar

Abonnementsprijs:

Nederland: € 25 per jaar

Buitenland: € 35 per jaar

In combinatie

met In Praktijk: € 90 per jaar

Abonnementen/

Advertentie-exploitatie:

Roman House Productions Ltd.

Publishing & Consultancy

Roman house

Allhallowgate, Ripon

HG4 1LE North Yorkshire

United Kingdom

T: 044 (0) 1765 607933

E: romanhouse@lineone.net

Opmaak:

APR Groep BV, Amersfoort

Druk:

A-D Druk BV, Zeist

Assistent is een uitgave van

Roman House Productions Ltd.

©2010 Roman House Publishers

Ltd.

Het auteursrecht op de inhoud

wordt uitdrukkelijkvoorbehouden.

Niets uit deze uitgave mag worden

verveelvoudigd en/of openbaar

gemaakt door middel van

druk, fotokopie, microfilm of op

welke andere wijze ook, zonder

voorafgaande toe stem ming van

de uitgever. Publicaties geschieden

uitsluitend onder verantwoording

van de auteurs. Alle daarin

vervatte informatie is zorgvuldig

gecontroleerd. De auteurs kunnen

echter geen verantwoordelijkheid

aanvaarden voor de gevolgen van

eventuele onjuistheden. De uitgever

kan op generlei wijze aansprakelijk

worden gesteld voor

eventueel ondervonden schade

voortvloeiende uit fouten en/of

onvolledigheden in de inhoud van

dit tijdschrift.

ISSN: 1568-1459

PRODUCTIONS

WWW.RHP.NU

4

16

32

Constipatie en

obstipatie bij de kat

Een

hardnekkig

probleem

Asymptomatischeleishmaniose

bij

de hond

Voedingsovergevoeligheid

bij

de kat

Nieuwe inzichten in het

eliminatiedieet

10

20

26

38

Pijn en pijnstilling

bij de kat Pijn en

pijnstilling bij de kat

Lijden in

stilte...

Nieuwe

uitdagingen

voor de

dierenartsassistent

Kittenparty

zonder kittens

Dat is pas feest!

Opvallende

toename

van zieke

zwerfdieren

3


Constipatie

en obstipatie

bij de kat

Een hardnekkig

probleem

De medische behandeling van de kat met constipatie, obstipatie of een

megacolon start met het breiken en onderhouden van een optimale vochtbalans.

4


De Canadese dierenarts Margie Scherk, gespecialiseerd in de kattengeneeskunde, sprak

tijdens het ISFM congres in Birmingham over constipatie bij de kat. Dit duidt op een afwezige,

vertraagde of moeizame stoelgang. een probleem dat regelmatig voorkomt bij de kat

en zich acuut, maar ook chronisch kan presenteren. Vaak is de oorzaak te vinden in uitdroging

(dehyratie) en kan behandeld worden met het toedienen van vocht (infuus, oraal of

subcutaan).

De verstopping is doorgaans kortdurend en geen reden

tot ongerustheid, maar wanneer de ontlasting langere

tijd vast blijft zitten in de dikke darm en endeldarm is

er sprake obstipatie. Obstipatie is een ernstige

aandoening die kan leiden functieverlies (darm knijpt

niet meer samen om de ontlasting richting endeldarm

te stuwen) en verwijding van de darm. Er ontstaat een

zogenaamd ‘megacolon’, wat letterlijk betekent ‘grote

dikke darm’.

OOrzaken

TEKST SimOnE ThiSSEn

DiErEnarTS

Zoals al genoemd vormt dehydratie een belangrijke

oorzaak van constipatie. De dikke darm die normaliter

vocht opneemt, zal bij uitdroging in de rest van het

lichaam, nog meer vocht opnemen uit de ontlasting,

resulterend in droge, harde ontlasting en constipatie.

Één van de meest voorkomende oorzaken van dehydratie

is chronisch nierfalen.

Ook gedragsproblemen kunnen leiden tot het weigeren

om zich te ontlasten, bijvoorbeeld als er strijd is

tussen katten om toegang tot de kattenbak, een

slechte ervaring tijdens het gebruik ervan of een

(nieuwe) kattenbakvulling die niet in de smaak valt.

Daarnaast kan pijn in de rug, bij de staartaanhechting

of in de achterpoten het aannemen van een hurkende

houding om te ontlasten, bemoeilijken.

Wanneer de zenuwbanen die de darmperistaltiek

reguleren beschadigd raken na een aanrijding of door

te hard aan de staart trekken, kan dit leiden tot

incontinentie (urine en/of ontlasting), maar ook tot

constipatie en/of anurie (geen urineproductie). Een

aanrijding kan ook leiden tot een bekkenfractuur, waarbij

het bekken vernauwd raakt op de plaats waar de

dikke darm door het bekkenkanaal loopt. Vernauwingen

kunnen ook aangeboren zijn of zich in de darm

zelf bevinden. in het laatste geval wordt dit een

‘strictuur’ genoemd en deze is vaak het gevolg van een

eerdere verwonding, operatie of tumor.

Tot slot zijn er nog enkele medicijnen (o.a. opiaten,

diuretica en antihistaminica) en verstoringen in de

elektrolytenbalans (o.a. hypokaliëmie, hypercalciëmie)

die kunnen leiden tot constipatie.

Herkennen Van COnStIpatIe

het is soms lastig om constipatie te herkennen.

Eigenaren beschouwen harde kattenkeutels vaak als

‘normaal’ en zullen dat ook aangeven als hiernaar

gevraagd wordt op de praktijk. De eigenaar zal heel

specifiek gevraagd moeten worden naar de kwaliteit

van de ontlasting: ”Bestaat de ontlasting uit harde

stukken, vochtige keutels, halfzachte hopen (zoals

koeienmest) of komt er een meer waterige substantie

uit?”

Veel eigenaren zien de ontlasting van hun kat niet

dagelijks wanneer de kat naar buiten gaat, er meerdere

katten gebruik maken van de bak en/of deze niet

5


Wanneer de constipatie chronisch wordt, zal de kat eetlust van de kat verdwijnen, lusteloosheid optreden en nog meer uitdroging.

dagelijks geleegd wordt. De kat wordt vaak aangeboden,

omdat de eigenaar heeft gezien dat de kat minder

vaak of niet op de bak gaat, pijn heeft tijdens het

ontlasten of naast de bak gaat zitten. Soms bevindt

zich bloed of slijm op de ontlasting, heeft de kat

periodiek last van diarree en katten die hard persen

kunnen hierdoor zelfs gaan braken. Wanneer de

constipatie chronisch wordt, zal de kat eetlust van de

kat verdwijnen, lusteloosheid optreden en nog meer

uitdroging.

DIAGNOSTIEK

Constipatie en obstipatie zijn aandoeningen die de kat

op elke leeftijd kunnen treffen, poezen even vaak als

katers en er is geen groter risico bij bepaalde kattenrassen.

Een megacolon lijkt iets vaker voor te komen bij

katten van rond de zes jaar, en dan met name bij de

Europees Korthaar katers.

AANVULLEND ONDERZOEK

Het is vaak lastig om op basis van de symptomen

onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld een

ophoping van ontlasting en een daardoor verwijde

dikke darm en een tumor of vreemd voorwerp in de

darm. Ook heup-, rug- of bekkenproblemen zijn

moeilijk vast te stellen zonder hulp van een röntgenfoto.

Bij voorkeur wordt een contrastfoto gemaakt

6

LET OP: GEBRUIK BIJ EEN KAT NOOIT EEN HUMAAN

KLYSMA DAT NATRIUMFOSFAAT BEVAT

waarbij bariumvloeistof wordt ingebracht, zodat

afwijkingen in de darm zichtbaar worden gemaakt.

Met behulp van een endoscoop kan een colonoscopie

gemaakt worden. Wanneer tijdens het bekijken van de

darm een tumor of afwijkend weefsel wordt waargenomen,

kan dan direct een biopt worden genomen voor

microscopisch onderzoek.

Bloedonderzoek (calcium- en kaliumgehalte, ureum/

creatinine ratio) en urineonderzoek kunnen bijdragen

aan het opsporen van eerder genoemde lichamelijke

oorzaken van constipatie.

BEHANDELING

De medische behandeling van de kat met constipatie,

obstipatie of een megacolon omvat vijf onderdelen:

1 Bereiken en onderhouden van optimale vochtbalans

2 Verwijderen van vastzittende ontlasting

3 Voedingsvezels

4 Laxeermiddelen

5 Darmstimulerende middelen

1. BEREIKEN EN ONDERHOUDEN

VAN EEN OPTIMALE VOCHTBALANS

Zolang de cellen een vochttekort hebben, zal

het lichaam water terugresorberen via de nieren

en darm. In de praktijk kan een intraveneus infuus

worden aangelegd, maar ook thuis kan de eigenaar


egelmatig vocht onder de huid toedienen.

De eigenaar kan overgaan van droogvoeding

naar blikvoeding (80% water) of water, bouillon

of vleesnat toevoegen aan de droogvoeding.

Ook het plaatsen van een waterfontein kan de

wateropname van de kat stimuleren. Op dit moment

mogen nog geen extra voedingsvezels gegeven

worden, de kat moet eerst zijn vochtbalans herstellen.

2. Verwijderen Van Vastzittende ontlasting

Dit is belangrijk om de blootstelling aan vrijkomende

toxinen aan de darmwand te verminderen, evenals

de darmontsteking die het gevolg is van de extra

druk en verwijding van de darm. Bij milde constipatie

kunnen zetpillen voor kinderen verlichting geven,

zoals bisacodyl (Dulcolax ® ).

Een klysma (inbrengen van vocht in het rectum) kan

ook helpen om harde ontlasting te verzachten.

Hiervoor kan een oplossing gemaakt worden van

warm kraanwater met paraffine of lactulose. Een

klysma moet voorzichtig en geleidelijk worden

aangebracht via een dunne catheter die rijkelijk is

voorzien van glijmiddel. Te snel toedienen kan leiden

tot braken of perforatie van de dikke darm, ook kan

het vocht te snel langs het ontlastingsvolume gaan,

zodat er geen tijd is om deze te verweken.

Let op: gebruik bij een kat nooit een humaan klysma

dat natriumfosfaat bevat (Colex ® ), omdat hierdoor

een levensbedreigende verstoring van de elektrolytenbalans

(hypernatriëmie, hyperfosfatemie en

hypocalciëmie) kan ontstaan. Vermijd ook zepen met

hexachlorofeen, omdat deze giftig voor het zenuwstelsel

(neurotoxisch) kunnen zijn.

Bij een hardnekkige constipatie moet de ontlasting

manueel verwijderd worden. Het aanbrengen van

warm water in de dikke darm, buikmassage van de

massa in de darm en voorzichtige manipulatie met

een tang of pincet om de massa af te breken zijn dan

zinvol. Wees voorzichtig om het risico op perforatie

te minimaliseren. Breng de kat altijd onder algehele

narcose vóór manipulatie in de dikke darm plaatsvindt

en breng een endotracheale tube aan voor het

geval de kat gaat braken.

3. VoedingsVezels

Voedingsvezels vergroten het ontlastingsvolume en

houden water vast. Tarwezemelen, graankorrels en

psyllium zijn onoplosbare vezelbronnen (slecht

fermenteerbaar), die de bewegingen van de dikke

darm stimuleren en verbeteren. Ze vergroten de

darmholte en verhogen het vochtgehalte in de darm,

waardoor de aanwezige toxinen verdund worden en

de passagesnelheid van de ontlasting toeneemt,

zodat de darmcellen minder worden blootgesteld

aan de toxinen en de ontlastingsfrequentie stijgt.

Sterk oplosbare vezels die zeer goed fermenteerbaar

zijn, zoals haverzemelen, bietenpulp en pectine, worden

snel afgebroken door darmbacteriën en leiden

tot de productie van kortketen vetzuren die belangrijk

zijn voor de gezondheid van de darmcellen

(‘voeden’ de darmcellen). Zij hebben echter geen

laxerende eigenschappen, omdat ze het ontlastingsvolume

nauwelijks vergroten en de aanwezige

toxinen niet verdunnen (ze houden geen water vast).

4. laxeermiddelen

Naast de volumevergrotende laxeermiddelen

(‘zwelmiddelen’) zijn er nog andere soorten laxeermiddelen:

• verzachtende middelen (emollientia): zij mengen

het vocht in de dikke darm met opgenomen

vetten, waardoor de vetopname toeneemt en de

wateropname afneemt. Bijv. natriumdocusaat

• glijmiddelen: verminderen de wateropname uit de

darm en verbeteren de passage van de ontlasting.

Bijv. vloeibare paraffine of Kat-a-Lax ®

• waterbindende middelen: bij de kat kan het

veiligst gebruik gemaakt worden van slecht

oplosbare suikers (lactulose - Duphalax ® , lactose),

die de vloeistofuitscheiding in de dikke darm

stimuleren evenals de darmbewegingen.

• darmwandprikkelende middelen: deze stimuleren

de darmbewegingen. Bijvoorbeeld Bisacodyl

(Dulcolax ® ). Langdurig gebruik kan echter

schadelijk zijn.

5. darmstimulerende middelen

Deze middelen bevorderen de peristaltiek in het

maagdarmkanaal zodat de voedselbrij sneller vanuit

7


AS0162


ÉÉN VAN DE MEEST VOORKOMENDE OORZAKEN VAN

DEHYDRATIE IS CHRONISCH NIERFALEN

de maag naar de endeldarm wordt gevoerd.

Cisapride (Prepulsid ® ) kan zinvol zijn bij milde tot

gemiddelde gevallen van constipatie. Scherk

gebruikt een tweemaal zo hoge dosering ( 5 mg/kat

PO q8-12u) als aangegeven in de bijsluiter (2,5 mg/

kat PO q8-12 uur), zonder bijwerkingen te zien.

Symptomen die duiden op een acute intoxicatie zijn

diarree, benauwdheid, trillingen, verlies van

oprichtreflex, verlies van spierspanning, catalepsie

en toevallen. Katten met chronische constipatie of

een megacolon zullen niet veel baat hebben bij dit

middel.

CHIRURGIE

Voor katten met chronische obstipatie of een megacolon

is chirurgie de laatste oplossing. Wanneer er niet

Voor katten met chronische obstipatie of een megacolon is chirurgie de laatste oplossing.

ingegrepen wordt zal de het opgehoopte ontlastingsvolume

leiden tot ulceratie van de darmwand en het

risico op perforatie. De operatie moet dan ook

uitgevoerd worden, voordat deze complicaties

optreden. De ingreep bestaat uit het verwijderen van

het verwijde deel van de dikke darm (colectomie). Het

nemen van enkele biopten tijdens de ingreep kan

helpen bij het opsporen van onderliggende aandoeningen

(lymfoom of FIP). Na de operatie kan de kat nog

zo’n vier tot zes weken last houden van diarree, omdat

de darmspanning zich nog moet herstellen. Meestal is

deze diarree van tijdelijke aard en de ingreep heeft een

goede prognose.

9


Tijdens het ISFM congres in juni te Amsterdam gaven

kattenspecialisten zoals Sheila Robertson en Andy

Sparks hun mening over dit onderwerp. Een samenvatting

over dit belangrijke aspect van de kattengeneeskunde.

Pijn en

pijnstilling

bij de kat

Lijden

in stilte...

Hoe weet je of een kat pijn heeft? Niet alleen eigenaren, dierenartsen en

assistenten, maar ook onderzoekers kunnen niet altijd vast stellen wanneer

een kat pijn heeft. Katachtigen hebben in de loop van de evolutie geleerd dat

pijn laten zien een teken van zwakte is en dus gevaarlijk. Zo zijn katten

uitgegroeid tot meesters in het verbergen van pijn.

10

TEKST ChRIS PolAnEn

DIEREnARTS

KatteN HebbeN HuN eigeN maNier vaN pijN uiteN

De tekenen dat een kat pijn heeft zijn vaak subtiel.

Klagelijk mauwen, gedrag dat de meeste mensen

associëren met pijn, zal slechts bij acute, heftige pijn te

horen zijn. Een goed voorbeeld is de kater die niet kan


HOE MEER MENSEN

ER IN DE PRAKTIJK

WERKEN, HOE

BELANGRIJKER HET

IS OM DEZE BEVIN-

DINGEN TE NOTEREN

IN EEN ZOGENAAMD

PIJNSCORESYSTEEM

plassen, omdat zijn urineweg verstopt is met blaasgruis.

De meeste katten lijden echter in stilte. Minder eetlust,

verminderde activiteit, minder interactie met andere

katten en de eigenaar zijn kenmerken die vaak

opvallen. De kat trekt zich soms terug in een stil,

donker hoekje van het huis.

Bij sommige katten leidt pijn juist tot rusteloosheid en

agressie, vooral als een pijnlijke plek aangeraakt wordt.

Een kat met pijn wast zich vaak minder, kan een andere

houding aannemen dan normaal, zelfs een andere

gezichtsuitdrukking hebben. Soms is een verwijde

pupil zichtbaar of een snelle ademhaling.

WAT IS NORMAAL?

Gedrag dat afwijkt van het normale, kan wijzen

op pijn. Maar wat is eigenlijk normaal gedrag? Uit

onderzoek naar het normale gedrag van katten blijkt

dat katten hun tijd zo besteden:

→ slapen 40 %

→ rusten 22 %

→ jagen 15 %

→ wassen 14 %

→ op pad zijn 3 %

→ verschuilen 2.4 %

→ eten 2.3 %

AANDOENINGEN DIE MET PIJN GEPAARD GAAN

Bij bepaalde ziekten en aandoeningen is het duidelijk

dat een kat pijn lijdt. Hier volgen een aantal aandoeningen

die voorkomen bij katten, waarbij dat vaak

minder duidelijk is, maar wel degelijk sprake is van

pijn:

→ Tandvleesontsteking, ontstoken tand en kieswortels.

→ Oorontsteking

→ Huidallergie en heftige jeuk.

→ Gewrichtsslijtage en vergroeiing van de rugwervels.

→ Obstipatie, maagdarmontsteking en alvleesklierontsteking.

→ Verstopping van de urineweg en blaasontsteking.

11


Ann. Advtg Dier Holl 12-03 12/03/10 14:00 Page 1

Ik word ziek

van vlooien!

Vlooien kunnen bij mij allergische dermatitis en anemie

veroorzaken...ze kunnen mij ook besmetten met Feline

Leucose virus, Calici virus en Dipylidium caninum!

De oplossing voor een snelle en doeltreffende vlooienbestrijding!

Advantage 40 – 80 voor katten Indicaties : Voor de preventie en de behandeling van vlooien bij katten. Een éénmalige behandeling beschermt tegen een verdere vlooienbesmetting

gedurende 3 tot 4 weken. Het product kan gebruikt worden als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen vlooienallergie-dermatitis. Contra-indicaties: Niet gespeende kittens van

minder dan 8 weken oud niet behandelen. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor één van de bestanddelen van dit product. Bijwerkingen: Het product heeft een bittere smaak en speekselen

kan occasioneel optreden wanneer de kat likt aan de toedieningsplaats onmiddellijk na de behandeling. Dit is geen intoxicatieverschijnsel en verdwijnt zonder behandeling binnen enkele

minuten. In zeer zeldzame gevallen kunnen huidreacties zoals haarverlies, roodheid, jeuk en huidletsels optreden. Agitatie en desoriëntatie werden ook gerapporteerd. Heel uitzonderlijk

werden bij honden en katten ook overvloedig speekselen en zenuwverschijnselen zoals incoördinatie, tremor en depressie gerapporteerd. Dosering: De aanbevolen minimale dosis is 10

mg/kg lichaamsgewicht imidacloprid. Herbesmetting door het opduiken van nieuwe vlooien in de omgeving kan gedurende 6 weken of langer na de aanvang van de behandeling aanhouden.

Meer dan 1 behandeling kan dus noodzakelijk zijn afhankelijk van de graad van vlooien in de omgeving. Om de besmetting in de omgeving van het dier te reduceren, wordt bijkomend een

behandeling van de omgeving tegen volwassen vlooien en de ontwikkelingsstadia ervan aanbevolen. Het product blijft werkzaam als het dier nat

wordt, bijvoorbeeld na blootstelling aan hevige regen. Evenwel kan een herbehandeling noodzakelijk worden, afhankelijk van de aanwezigheid

van vlooien in de omgeving. Verpakking: Blisterverpakking met 4 eenheidsdosis tubes. Registratienummers: REG NL 9214 (Advantage 40 voor

katten), REG NL 9215 (Advantage 80 voor katten) - Kanalisatiestatus: VRIJ.

AS0158


Als een pijnstiller werkt zal het normale gedrag van de kat terugkeren.

→ Oogontstekingen.

→ Tumoren.

DiergeneeskunDige behanDelingen

waarbij pijnstilling nooDzakelijk is

De huidige opvatting in de diergeneeskunde is dat

behandelingen die bij mensen pijn veroorzaken, dit bij

katten ook doen. Een jaar of vijftien geleden was het

echter geheel niet vanzelfsprekend dat katten voor de

onderstaande behandelingen pijnstilling toegediend

kregen.

behanDelingen ingeDeelD naar De mate van pijn:

milDe tot matige pijn

→ Sterilisatie van een poes (verwijdering van alleen de

eierstokken)

→ Castratie van een kater.

→ Verwijderen van bultjes of grotere weefseldelen.

→ Gebitsbehandeling zonder ingrijpende extracties

van hoektanden en kiezen.

→ Behandelen/hechten van bijt- en andere wonden.

matige pijn

→ Sterilisatie van een poes waarbij ook de baarmoeder

verwijderd wordt of andere complicaties optreden,

bijvoorbeeld een ontstoken baarmoeder.

→ Buikoperaties waarbij geen ernstige ontstekingen

zijn of veel weefselschade wordt toegebracht.

→ Behandeling/hechten van minder ernstig trauma,

bijv. door een ongeluk veroorzaakt.

→ Gebitsbehandeling waarbij een kies of hoektand

getrokken wordt.

matige tot ernstige pijn

→ Buikoperaties waarbij ernstige ontstekingen

aanwezig zijn of veel weefselschade wordt toegebracht.

→ Gebitsbehandelingen waarbij meerdere kiezen of

hoektanden getrokken worden.

→ Orthopedische behandelingen, zoals operatief

herstellen van botbreuken.

waar moet je als assistent

op letten bij een kat in opname?

→ Observeer het gedrag van een kat voor een operatie

en erna. Een kat die voldoende pijnstilling krijgt

moet na een operatie of pijnlijke ingreep hetzelfde

gedrag vertonen als voor de operatie.

→ Naast het geven van pijnstilling is minimaliseren van

stress en de omgeving zo aangenaam mogelijk

maken, erg belangrijk.

→ Let vooral op de gezichtsuitdrukking en de houding.

→ Een ineengedoken houding, waarbij de kop laag

gehouden wordt, kan wijzen op pijn na buikchirurgie.

→ Volledig languit liggen en geen interesse tonen in

de omgeving is voor een kat in opname geen

normaal gedrag.

De gezichtsuitdrukking van een kat die pijn heeft,

verandert:

de ogen zijn vaak wat dichtgeknepen

de ooghoeken staan niet meer op een lijn

de oren kunnen meer naar onderen en naar

achteren gericht zijn.

Controleer regelmatig het gedrag van postoperatieve

patiënten en pas indien nodig de pijnstilling aan.

13


The Human Touch

of technology

Spotchem EZ klinische chemie

Spotchem EL electrolyten

Ex igo / Medonic hematologie

Kwaliteitsbewaking Interne en externe QC

Ovucheck Premate/Plasma progesteron

E.R.D. Healthscreen nierfalen

Aution Micro urinediagnostiek

PocketChem BA ammoniak

Glucocard glucose

Lactate Pro lactaat

I-Stat bloedgassen

Animana veterinaire software

Aniwell klinische voeding

V HL DNA diagnostiek

De Haak 8, 5555 XK VALKENSWAARD www.menarinidiagnostics.nl

tel. 040 - 208 20 00, fax 040 - 204 21 84 e-mail mail@menarinidiagnostics.nl

Wat voor Assistent wil jij zijn?

14


Kijk op www.rhp.nu wat voor assistent jij bent

AS0136


Hoe meer mensen er in de praktijk werken, hoe

belangrijker het is om deze bevindingen te noteren in

een zogenaamd pijnscoresysteem.

Geef de eigenaar instructies om het gedrag van de kat

thuis goed in te gaten te houden. Mocht de kat

ondanks het voorgeschreven pijnstillingsregime, thuis

afwijkend gedrag vertonen, moet de eigenaar contact

opnemen met de praktijk.

Als een pijnstiller werkt zal het normale gedrag van de

kat terugkeren. Met name de eetlust, de activiteit en

het sociale gedrag zijn belangrijk. Aanraken van de

aanvankelijk pijnlijke plek geeft dan ook een minder

heftige reactie. Bedenk dat bij ernstig zieke katten de

mate van pijn moeilijker te evalueren is dan bij

gezonde katten met een lokaal probleem, zoals een

wond. Soms zijn de veranderingen in gedrag subtiel.

Bij langdurig gebruik van een pijnstiller is het goed om

de laagste dosis te geven die nog effectief is.

Pijnstillers bij katten.

Katten verdragen niet alle pijnstillers. Sommige pijnstillers

zoals paracetamol, zijn giftig en kunnen zelfs

dodelijk zijn voor katten. Veel eigenaren weten dit niet.

Voor langdurig gebruik wordt in Nederland voornamelijk

meloxicam (Metacam, Loxicom, Novacam)

gebruikt. Het is een van de weinige pijnstillers waarvan

de effecten op de lange duur geëvalueerd zijn. Het

middel is in Nederland geregistreerd voor de behandeling

van chronische pijn aan spieren/gewrichten/

botten en (sinds kort )voor behandeling van acute pijn.

Een kat die voldoende pijnstilling krijgt moet na een operatie of pijnlijke

ingreep hetzelfde gedrag vertonen als voor de operatie.

Het wordt vooral gebruikt voor katten met

gewrichtsslijtage. Een groot deel van de oudere katten

heeft hier last van.

Meloxicam heeft slechts bij een klein deel van de

katten (4%) bijwerkingen zoals misselijkheid, braken of

diarree. Ook zijn er geen schadelijke effecten voor de

nieren. Alleen als de kat al een nierpatiënt is, mag het

middel niet in de gebruikelijke dosis gegeven worden.

alternatieve Pijnstilling bij chronische Pijn.

accuPunctuur

Accupunctuur wordt steeds meer bij dieren ingezet als

methode van pijnstilling. Er zijn veel bemoedigende

resultaten bekend, maar echter nog geen studies

gedaan met betrekking tot resultaten bij katten. Over

het algemeen is de opvatting onder dierenartsen dat

katten minder geschikte accupunctuur patiënten zijn

dan honden. In de kliniek van de Veterinaire Universiteit

van Florida zijn bijvoorbeeld 4-6 % van de

patiënten die met acupunctuur behandeld worden,

katten. Veel minder dan bijvoorbeeld honden en

paarden, maar er zijn dus wel degelijk katten die

accupunctuur sessies tolereren.

voeding

Voeding kan een belangrijke rol spelen bij pijnstilling

voor katten met gewrichtsslijtage. Dit is inmiddels

bewezen voor voeding gesupplementeerd met

vetzuren (EPA en DHA), groenlipmossel extract en

glucosamine/chondroitine. Tijdens deze studie waarbij

de katten het dieet negen weken lang kregen, werd

vastgesteld dat de katten beter gingen bewegen.

FysiotheraPie

Het effect van fysiotherapie bij honden is inmiddels

duidelijk, maar bij katten zijn er nog geen studies op

dat gebied verricht. Het lijkt echter voor de hand

liggend dat als een kat de behandelingen verdraagt en

meewerkt, dezelfde goede resultaten behaald kunnen

worden. Bij fysiotherapie kunnen zowel oefeningen,

elektrische stimulatie als massage gebruikt worden.

lasertheraPie

Bij katten met ernstige tandvleesontsteking(stomatitis)

worden laserbehandelingen toegepast. Over de

effecten is echter nog weinig bekend.

15


16

Asymptomatische

leishmaniose

bij de hond

Op 16 juni jongstleden organiseerde Bayer Animal Health een

webconferentie waarin vector born diseases bij honden centraal

stond. Een van de presentaties, van prof. Bourdeau, treft u in dit

artikel aan.

TEKST PROF. DR PATRICK BOURDEAU -

L’ECOLE NATIONALE VÉTÉRINAIRE DE NANTES


Vaak is meer dan 50 % van de honden met een

bewezen Leishmania infectie asymptomatisch drager.

Deze honden worden gewoonlijk niet behandeld in de

dierenartsenpraktijk, maar kunnen de ziekte wel

overdragen en dragen daardoor bij tot het in stand

houden van een Leishmania infectie in een endemisch

gebied. Geïnfecteerde honden, zonder klinische

symptomen, kunnen meegenomen worden naar

voormalige niet-endemische gebieden.

Canine leishmaniose (canL) is een ernstige, chronische,

zoönotische, door vectoren overgedragen aandoening

met een endemische verspreiding in het Middellandse

zeegebied, Azië en Latijns-Amerika. De belangrijkste

veroorzaker van viscero-cutane leishmaniose bij de

hond is een protozoa Leishmania (donovani) infantum,

syn. L. chagasi, die ook kan leiden tot viscerale

leishmaniose (VL) bij de mens.

L. infantum is een (obligate) heteroxene parasiet, die

twee gastheren nodig heeft om zich te ontwikkelen.

De insecten die gastheer zijn voor Leishmania zijn

zandvliegen van het geslacht Phlebotomus. (fig. 1). Wat

betreft de gewervelde dieren, zijn de voorkeursgastheren

van L. infantum de hond en andere leden van de

familie Canidae (vos, jakhals en wolf).

De prevalentie van de infectie is sterk afhankelijk van

de lokale omgeving. In het Middellandse Zeegebied is

canL endemisch en de seroprevalentie van infectie bij

de hond varieert van een paar procent tot meer dan 60

% (o.a. Majorca, Malta) in bepaalde populaties1,2 .

Figuur 1: Zandvlieg (Phlebotomus spp.) die bloed zuigt op een vinger van een

mens (® Foto door Pospischil R., Monheim, Duitsland)

HONDACHTIGEN ALS RESERVOIR

De hond is zowel een natuurlijke gastheer als een

reservoir voor L. infantum. De reservoirfunctie is het

gevolg van verschillende oorzaken3 : een lange prepatent

periode, een hoge concentratie protozoaire

amastigoten in de huid, en een hoog percentage van

hervallen na antiparasitaire behandeling. Honden

vormen het grootste reservoir voor humane VL, omdat

ze in de dichte nabijheid van mensen leven. Andere

natuurlijke gastheren, zoals de vos, worden beschouwd

als bijkomende bronnen van humane VL, maar het is

onwaarschijnlijk dat zij een overdrachtcyclus vormen

onafhankelijk van geïnfecteerde honden4 .

SYMPTOMATISCHE EN ASYMPTOMATISCHE CANL

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat

meer dan 50 % van de honden met een bewezen

infectie met L. infantum er volkomen gezond uitzien

tijdens het klinisch onderzoek, dus geen specifieke

symptomen vertonen5,6,7,8,9 . Onder invloed van een

aantal bijkomende factoren (tabel 1), wordt het

verloop van de ziekte vooral bepaald door de eigen

immuniteit en het aanpassingsvermogen van deze

immuniteit. Enerzijds is er het beschermende (zelfgenezende

of asymptomatische) fenotype, wat geassocieerd

wordt met de inductie van de Th1-gereguleerde

celgebonden afweer. Anderzijds is er de Th2-gereguleerde

humorale immuunrespons die wordt geassocieerd

met ernstige ziekteverschijnselen.

Kortom, in endemische gebieden worden honden met

Leishmania onderverdeeld in vier groepen:

Immuunreactie (genetische bepaling:

Th1 of Th2 reactie)

Co-infectie en/of aandoening

(o.a. ehrlichiose, hepatozoönose, demodicose)

Immuunsuppressie of immuunsuppressieve therapie

Leeftijd (2-4 jaar), > 7 jaar 9)

Voedingstoestand

Herhaalde infecties

Virulentie van Leishmania infantum isolaat

Tabel 1: Verdachte factoren met invloed op het verloop van een infectie met

Leishmania infantum bij de hond (aangepast volgens Baneth G, orale presentatie

op het 3e Int. CVBD Symposium, 2008).

17


Onder experimentele omstandigheden blijken symptomatische honden vier keer zo infectieus voor zandvliegen als oligo- of asymptomatische honden.

Asymptomatische, resistente honden (‘contact’dieren);


Asymptomatische honden (preklinisch),

→ Oligosymptomatische honden (met minimale

symptomen van leishmaniose);

→ Symptomatische honden (lijdend aan verschillende

vormen van klinische leishmaniose) 10 .

Asymptomatische honden zijn of op weg naar het

Figuur 2: Verspreiding van diagnostische parameters binnen een hondenpopulatie

in een Leishmania-endemisch gebied (aangepvorale presentatie op het

3e Int. CVBD Symposium, 2008)

18

seropositive

PCR positive

symptomatic

disease

negative diagnostics

ontwikkelen van de ziekte (prepatente gevallen, groep

2), waarbij ze voor een langere tijd (soms levenslang)

symptoomloos blijven, of hebben een spontane

remissie doormaakt. In het laatste geval behoren ze tot

groep 1 en worden ze als resistent beschouwd (fig. 2).

Deze verschillende klinische presentaties van subklinisch/asymptomatisch

tot een volledige ontwikkeling

van de ziekte en de verschillende, in het algemeen

langdurige, incubatieperiodes tussen de 2 en 12

maanden met uitschieters tot zelfs enkele jaren,

creëren een lastige situatie voor het uitvoeren van

epidemiologisch onderzoek. Als gevolg van een

enorme variatie in sensitiviteit van diagnostische testen

kunnen epidemiologische onderzoeken de prevalentie

van canL en het risico op parasietenoverdracht

onderschatten11 . Diverse studies met verschillende

testsystemen werden uitgevoerd om een betere

opsporing van de asymptomatische dragers te

verkrijgen. Op dit moment wordt de combinatie van

serologie en een hoog-sensitieve PCR geadviseerd voor

gebruik bij prevalentie-onderzoeken.

Risico van oveRdRacht

Zowel asymptomatische als symptomatische honden

kunnen zandvliegen besmetten. Epidemiologisch

gezien spelen de asymptomatische honden een


elangrijke rol, omdat ze als gezond beschouwd

worden door hun eigenaren en niet onderzocht of

gediagnosticeerd als geïnfecteerd of mogelijk

geïnfecteerd. Zij vertegenwoordigen een levend

reservoir voor Leishmania vectoren, waarbij ook het

introduceren van de ziekte in voormalig Leishmania-

vrije gebieden mogelijk is als de vector daar aanwezig

is3 . De vraag of asymptomatische honden even

gemakkelijk de vectoren kunnen infecteren als symptomatische

dragers blijft onbeantwoord. Onder

experimentele omstandigheden blijken symptomatische

honden vier keer zo infectieus voor zandvliegen

als oligo- of asymptomatische honden12 . Een bijkomend

risico op overdracht wordt veroorzaakt door een hoog

percentage terugval na een antiparasitaire behandeling.

Bestrijding van canL

De bestrijding van canL en daarmee ook humane VL is

gericht op de behandeling van symptomatische

honden. Echter, een complete eliminatie van Leishmania,

een onderbreking van overdracht naar zandvliegen

en een preventie van terugval kunnen niet

worden gegarandeerd. Daarom moet de bestrijding

zich ook richten tegen Phlebotomi in het algemeen

met inbegrip van asymptomatische honden.

Bescherming bestaat uit het vermijden van blootstelling

aan en bestrijding van de vector. Afgezien van een

vaccin, dat alleen geregistreerd is in Brazilië, betekent

dit een gedragsaanpassing aan de circadiane en

seizoensactiviteiten van de vector (o.a. honden niet

uitlaten rond zonsondergang of buiten laten slapen) en

extra bescherming van honden met behulp van

afwerende middelen, zoals het spot-on preparaat met

afwerende werking: Advantix ® .

referenties

1 Headington C.E., Barbara C.H., Lambson B.E., Hart

D.T., Barker D.C. (2002): Diagnosis of leishmaniasis

in Maltese dogs with the aid of polymerase chain

reaction. Trans. R. Soc. Trop. Med. Hyg. 96 Suppl 1,

195-197

2 Solano-Gallego L., Morell P., Arboix M., Alberola J.,

Ferrer L. (2001): Prevalence of Leishmania infantum

infection in dogs living in an area of canine

leishmaniasis endemicity using PCR on several

tissues and serology. J. Clin. Microbiol. 39,560-563

3 Capelli G. (2007): Asymptomatic and symptomatic

dogs in endemic areas, their role in the epidemiology

of Lcan. Proc. 2nd Int. CVBD Symposium 2007,

58-63

4 Courtenay O., Quinnell R.J., Garcez L.M., Dye C.

(2002): Low infectiousness of a wildlife host of

Leishmania infantum: the crab-eating fox is not

important for transmission. Parasitol. 125, 407-14

5 Berrahal F., Mary C., Roze M., Berenger A., Escoffier

K., Lamouroux D., Dunan S. (1996): Canine

leishmaniasis: identification of asymptomatic

carriers by polymerase chain reaction and immunoblotting.

Am. J. Trop. Med. Hyg. 55, 273-277

6 Brandonisio O., Carelli G., Ceci L., Consenti B.,

Fasanella A., Puccini V. (1992): Canine leishmaniasis

in the Gargano promontory (Apulia, South Italy).

Eur. J. Epidemiol. 8, 273-276

7 Dantas-Torres F., de Brito M.E., Brandão-Filho S.P.

(2006): Seroepidemiological survey on canine

leishmaniasis among dogs from an urban area of

Brazil. Vet. Parasitol. 140, 54-60

8 Lachaud L., Chabbert E., Dubessay P., Dereure J.,

Lamothe J., Dedet J.P., Bastien P. (2002): Value of

two PCR methods for the diagnosis of canine

visceral leishmaniasis and the detection of asymptomatic

carriers. Parasitol. 125, 197-207

9 Miranda S., Roura X., Picado A., Ferrer L., Ramis A.

(2007): Characterization of sex, age, and breed for

a population of canine leishmaniosis diseased dogs.

Res. Vet. Sci., Oct. 15 (e-publication)

10 Oliva G., Foglia Manzillo V., Pagano A. (2004):

[Canine leishmaniosis: evolution of the chemotherapeutic

protocols.] Parassitologia 46, 231-234

11 Campino L., Santos-Gomes G., Rica Capela M.J.,

Cortes S., Abranches P. (2000): Infectivity of

promastigotes and amastigotes of Leishmania

infantum in a canine model for leishmaniosis. Vet.

Parasitol. 92, 269-275

12 Michalsky E.M., Rocha M.F., da Rocha Lima A.C.,

França-Silva J.C., Pires M.Q., Oliveira F.S., Pacheco

R.S., dos Santos S.L., Barata R.A., Romanha A.J.,

Fortes-Dias C.L., Dias E.S. (2007): Infectivity of

seropositive dogs, showing different clinical forms

of leishmaniasis, to Lutzomyia longipalpis phlebotomine

sand flies. Vet. Parasitol. 147, 67-76

19


20

Het In Praktijk Winter Congres wordt mede mogelijk gemaakt door:

internationalsocietyfelinemedicine

G R O OT H A N D E L

de zorgverzekering voor hond, kat en konijn

Proteq

Dier&Zorg


Nieuwe uitdagingen

voor de

dierenartsassistent

Diergeneeskunde en medische technologie zijn volop in ontwikkeling en jij wilt natuurlijk

niet achter blijven. Niet voor niets luidt het thema ‘Alles in Balans’. Daarom zien we je graag

op het IP Wintercongres dat op 9 en 10 december op de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren,

faculteit diergeneeskunde te Utrecht, zal plaatsvinden.

Op vrijdag 10 december hebben we een speciaal

programma voor dierenartsassistenten. Maar je bent

van harte welkom om eveneens het programma voor

de dierenarts op 9 december te volgen, of als je zelf de

handen uit de mouwen wil steken, kom dan naar een

van de praktische wetlabs die op beide dagen plaatsvinden.

Hieronder tref je een samenvatting van het lezingenprogramma

aan.

PArAveterIvNAIr sPeelt oNmIsBAre

rol IN effIcIeNcy vAN PrAktIjk

In het hele proces voor, tijdens en na een operatie

speelt de dierenarts weliswaar een centrale maar steeds

21


Gratis toeGanG

voor dierenartsassistenten

Dierenartsen die zich inschrijven voor de Pfizer

Precongresdag dat op woensdag 8 december eveneens

op de UKG zal plaatsvinden, mogen gratis hun

dierenartsassistent meenemen. Heeft jouw dierenarts

zich al ingeschreven?? Kijk op www.rhp.nu

kleinere rol. In de moderne gezelschapsdierenpraktijk

wordt het merendeel van alle handelingen door de

paraveterinair gedaan. Dit draagt in grote mate bij aan

de efficiëntie van de praktijk maar betekent een

grotere verantwoordelijkheid voor de assistent.

De basisopleiding tot paraveterinair kan, heel begrijpelijk,

niet voorzien in de specifieke kennis van die voor

het dragen van die verantwoordelijkheid nodig is.

Er is immers kennis nodig op veel gebieden. Denk aan;

instrumentenleer, reiniging/desinfectie/sterilisatie,

anesthesie en anesthesiebewaking, operatietechnieken,

22

De vrijdagochtendochtend van het

dierenartsassistenten-programma staat

helemaal in het teken van de rol van de

paraveterinair voor, tijdens en na een operatie.

zorg rond de recovery, aseptische technieken, etc. Veel

van deze kennis wordt ‘in de praktijk’ opgedaan,

echter hiervoor is meestal niet voldoende tijd aanwezig.

De vrijdagochtendochtend van het dierenartsassistenten-programma

staat helemaal in het teken van de

rol van de paraveterinair voor, tijdens en na een

operatie. Deze presentatie wordt gegeven door de

ervaren operatieassistente, Chantal Meijer en dierenarts/chirurg

Hans Nieuwendijk van het Verwijscentrum

voor gezelschapsdieren ‘de Tweede Lijn’.

Bewegingstherapie, ook voor dieren

Zelf vinden we het heel normaal om naar een Fysio of

bewegingstherapeut te gaan. Ook sporten we er lustig

op los om lekker soepeltjes te worden en te blijven.

Maar als het om dieren gaat zijn we heel terughoudend.

Als je naar jezelf kijkt; hoe vaak adviseer je

iemand om te gaan bewegen met zijn of haar dier

onder begeleiding? Kun je dan antwoorden met een

paar keer per week? Patiënten genoeg, want bijvoorbeeld

bij artrose, na een operatie aan gewrichten of

jonge honden met HD, is het vaak een hele goede

aanvulling op de behandeling. Als dierenartsen en

fysiotherapeuten meer gaan samenwerken, krijgen we

hele mooie resultaten. Om jullie te laten zien hoe je in

je praktijk een programma op kunt zetten en wat voor


Workshop hematologie

Hematologisch bloedonderzoek kan uitgevoerd worden

in de praktijk of in een veterinair specialistisch laboratorium.

Naast elektronisch verkregen uitslagen speelt

microscopisch onderzoek van een bloeduitstrijkje een

grote rol. Tijdens deze workshop gaat u zelf kijken naar

verschillende bloeduitstrijkjes onder de microscoop.

Aan de hand van verschillende casuïstieken wordt uw

kennis van de verschillende bloedcellijnen opgefrist.

Het belang van een bloeduitstrijkje met de beoordeling

van zowel erytrocyten, leukocyten en trombocyten

wordt u duidelijk. Vragen zoals waar u op moet letten

bij een anemie of met wat voor leukocytose heeft u te

maken worden beantwoord.

Dit is een praktische aanvulling op het gebruik van een

hematologie instrument in de praktijk.

Deze wetlab is in handen van mevrouw drs. Marrit

Prins en zal plaatsvinden op donderdag 9 en vrijdag 10

december, aanvang 14.00. [ 2 X 1,5h met 30 minuten

pauze].

Agressie bij de hond

Als dierenarts en dierenartsassistent komt u vaak

met angstige en/of agressieve honden in aanraking.

Soms valt een hond plotseling onverwacht uit; zonder

aanleiding! Wat is er aan de hand met deze hond? Vaak

zijn deze honden gestrest of angstig maar dit wordt niet

altijd herkend.

In dit wetlab over agressie bij de hond zullen we de mogelijke

oorzaken van agressie bespreken, hoe u subtieler

stress signalen bij honden kunt herkennen en hoe u met

deze en andere honden op een veilig manier omgaat.

Op deze manier kunt u stress voor de hond, de eigenaar,

uw medewerkers en u zelf voorkomen. Ook zullen

In de wetlab over agressie bij

de hond worden de mogelijke

oorzaken van agressie besproken,

hoe u subtiele stress signalen

bij honden kunt herkennen

en hoe u met deze en

andere honden op een veilige

manier omgaat.

we gaan kijken naar mogelijkheden om uw praktijk

nog meer diervriendelijk te maken om deze problemen

verder te verminderen of te voorkomen.

Deze wetlab duurt 1 uur en is in handen van mevrouw

Valerie Jonckheer-Sheehy, Coördinator Gedragskliniek

voor Dieren UKG, en zal plaatsvinden op donderdag 9

en vrijdag 10 december, aanvang 11.45.

Wetlab gebit

Van Dale binnen de tandheelkunde

“Daar achter bij die laatste kies rechtsboven” is wat in

de praktijk veelal gebruikt wordt om bijvoorbeeld aan

te geven dat er een parodontale pocket mesiobucaal van

de 110 zit…

Binnen de veterinaire tandheelkunde wordt gelukkig

steeds meer gebruik gemaakt van de laatste omschrijving,

wat misverstanden doet voorkomen. Om alles

kort en bondig en ondubbelzinnig te omschrijven, moet

je wel op de hoogte zijn van de tandheelkundige taal.

Als je als dierenartsassistent of dierenarts op de hoogte

bent van de termen die binnen de tandheelkunde

worden gebruikt kun je ‘op niveau‘ de tandheelkundige

problemen die je tegenkomt met collega’s bespreken.

Grote kans dat het vakgebied daardoor nog leuker gaat

worden dan dat het nu al is.

Tijdens het practicum worden door veterinairen

Marnix Lamberts en Henriëtte Booij-Vrieling eerst een

aantal termen uitgelegd, waarna de gelegenheid wordt

gegeven om het geleerde praktisch uit te voeren; samen

met je assistent of dierenarts een parodontaal onderzoek

gaan doen, met gebruik van de juiste termen.

Daarna zal hetgeen wat tijdens het onderzoek is gevonden

met gebruik van de juiste terminologie overgebracht

worden aan de andere deelnemers.

Deze wetlab is te volgen op donderdag 9 en vrijdag 10

december aanvang 14.00. [ 2 X 1,5h met 30 minuten

pauze].

Workshop Bewegingstherapie

Vrijdagmiddags kun je samen met dierfysiotherapeut

Anja Aartsen en Esther Klok gaan oefenen in een

speciale workshop bewegingstherapie, als aanvulling op

de lezing van Esther Klok eerder die ochtend. In deze

workshop leer je een aantal eenvoudige handelingen

waarmee je binnen je praktijk samen met je dierenarts

aan de slag kunt.

23


Voorkomen is vooruitzien

Pfi zer Animal Health introduceert

het Partners in Preventie programma.

Veel diereigenaren zijn zich niet bewust van het belang van regelmatige vaccinaties en van

een jaarlijkse gezondheidscontrole. Om deze tendens te doorbreken heeft Pfi zer Animal

Health nu het Partners in Preventie programma ontwikkeld. Voor optimale zorg en zekerheid:

voor het dier, de eigenaar en voor uw praktijk.

Het Partners in Preventie programma bestaat uit een uitgebreid pakket van innovatieve en

effectieve producten. Aangevuld met allround vak inhoudelijke en managementgerelateerde

ondersteuning en toegang tot loyaliteitsprogramma’s.

Wilt u meer weten over de inhoud van en deelname

aan het Partners in Preventie programma? Vraag

het uw accountmanager of neem contact op met

Pfi zer Animal Health, telefoon: 010 - 4064600 of

e-mail: info@pfi zerah.nl.

We know you care.

Pfi zer Animal Health bv, Postbus 37, 2900 AA Capelle a/d IJssel, telefoon: 010-4064600,

e-mail: info@pfi zerah.nl, internet: www.weknowyoucare.nl of www.pfi zerah.nl

AS0165


Laura Blok

Linda van der Ham

resultaten je ermee kunt bereiken kun je ’s ochtends

een presentatie volgen van dierenartsassistent-paraveterinair

Esther Klok (DKL Noord-West Groningen).

‘s Middags kun je samen met dierfysiotherapeut Anja

Aartsen en Esther Klok gaan oefenen in een speciale

workshop. In deze workshop leer je een aantal

eenvoudige handelingen waarmee je binnen je praktijk

samen met je dierenarts aan de slag kunt.

Dierenartsassistent van het Jaar

Wie wordt dit jaar de dierenartsassistent van het Jaar?

Luister naar de presentaties van de finalisten en stem

mee (Zie kader bovenaan pagina)!

voeDing en knaagDieren

Joanne Boerland

Mirella Leonard

Dierenarts Simone Thissen geeft een overzicht van de

nieuwste inzichten rondom voeding en voedingsgerelateerde

aandoeningen bij konijnen en knaagdieren.

Compassionate Care

Compassionate Care is meer dan de toepassing van de

diergeneeskunde, het is zorg die uit het hart komt. Het

is begrijpen welke emoties schuil gaan achter de unieke

mens/dier-relaties, waarmee de dierenarts en –assistenten

dagelijks wordt geconfronteerd. Een interactieve

duo-presentatie van dierenarts Paula Hendriks en

meer info

Voor meer informatie of aanmelden; klik op

www.rhp.nu

Amy Diepstraten

Tessa van Riet

Nadine Dijkstra

Rian Smolders

Areen Eeuwes

Judith van Thuila

paraveterinair Erlyn Vloemans van DKL Zuiderkaag uit

Schagen.

onCologie: alles wat een assistent moet weten

Arno Roos van het Gezondheidscentrum voor Dieren

‘Korte Akkeren’ in Gouda brengt je helemaal op de

hoogte van de laatste stand van zaken rondom

oncologie in de praktijk.

gezellig!!

Op de gezellige beursvloer kan je de hele dag terecht

voor een hapje en drankje, uiteraard zijn alle consumpties

bij de toegangsprijs inbegrepen. Een exclusieve

vertegenwoordiging van de Industrie heet u graag

welkom en voorziet u graag van informatie over hun

laatste produkten en diensten.

Compassionate Care is meer dan de toepassing van de diergeneeskunde, het

is zorg die uit het hart komt. Een interactieve duo-presentatie van dierenarts

Paula Hendriks en paraveterinair Erlyn Vloemans van DKL Zuiderkaag uit

Schagen.

25


Kittenparty Dat is pas feest!

zonder kittens

Sommige dierenartsenpraktijken organiseren kittenparty’s. Grofweg hebben deze

party’s drie doelen: eigenaren informeren over gedrag en over gezondheid, en de meegebrachte

kittens socialiseren. Voor dat laatste zijn kittenparty’s echter zo niet

geschikt. Hier lees je waarom. TEKST EllES NijSSEN KattENGEDraGSDESKuNDiGE

BEELD liNDa BEuMEr

Misschien wel de meerderheid van de kitten- en

katteneigenaren weet niet goed welke natuurlijke

gedragingen en behoeftes kittens en katten hebben,

en wat voor spullen je in huis nodig hebt om ze een

happy leven te geven. Vooral katten die binnen leven

krijgen vaak geen of onvoldoende gelegenheid om hun

natuurlijke gedrag te vertonen en kunnen daardoor

gedragsproblemen ontwikkelen. De kans daarop wordt

26

nog groter als ze de enige kat in huis zijn. Gedragsproblemen

leiden er uiteindelijk vaak toe dat een kat

wordt weggedaan, of zelfs geëuthanaseerd. Slechts

een kleine minderheid van de katteneigenaren schakelt

bij probleemgedrag een kattengedragstherapeut in.

Kortom, goede en liefst gratis - dus zeer toegankelijke

- informatie van de dierenartsenpraktijk aan kitten/

katteneigenaren kan letterlijk van levensbelang zijn.


Deze kittens socialiseren lekker thuis, bij hun moeder, tantes, neefjes en

nichtjes. Ze zijn acht (l) en vijf weken (r) oud.

Er kan veel leed mee worden voorkomen, zowel van

kittens/katten als van hun mensen. In dat opzicht zijn

kittenparty’s zeer zinvol.

OntwOrmen, is dat nOdig?

Kittenparty’s lenen zich ook uitstekend om voorlich-

ting te geven over gezondheid en medische zorg.

Bepaald geen overbodige luxe, want veel katten komen

als kitten misschien nog wel in de praktijk voor

medische controle, vaccinaties, ontwormen, onvlooien,

chippen en hopelijk castreren, maar daarna lange tijd

niet meer. Nogal wat mensen laten hun kat niet

jaarlijks controleren en vaccineren. Het ontwormen

schiet er vaak bij in (‘Moet dat? Ik zie helemaal geen

wormen!’). Helaas komen tamelijk veel volwassen

katten dan ook pas bij de dierenarts als ze klachten

hebben. De meeste eigenaren weten niet dat katten

ziekte en pijn van nature zo veel mogelijk verbergen en

daar erg goed in zijn, en dat gedragsveranderingen

kunnen duiden op ziekte en/of pijn. Goede materie

voor een kittenparty!

mOsterd na de maaltijd

Het derde doel van kittenparty’s, namelijk socialiseren,

is echter niet of nauwelijks op een party te realiseren.

Acht weken oud, slapend in vreemde handen. Deze kitten is goed gesocialiseerd op mensen.

Het belang van een goede socialisatie op een leven

als huisdier kan niet genoeg benadrukt worden. Maar

een party is daar om diverse redenen niet geschikt

voor.

8 - 14 weken is te laat

Kittenparty’s worden in de regel gehouden voor

kittens van ongeveer acht tot en met veertien weken.

Door naar een party te gaan zouden de feestvarkentjes

worden gesocialiseerd op de reismand, vervoerd

worden per auto of fiets, de dierenarts(enpraktijk),

vreemde mensen, gehanteerd worden en honden.

Belangrijke zaken en situaties dus, waar een huiskat

mee moet kunnen ‘dealen’. Maar nu komt het: de

eerste socialisatiefase, de fase waarin kittens gesocialiseerd

kunnen worden op mensen, andere diersoorten,

situaties en dingen, duurt van week twee tot en met

week zeven à negen. Kittens hierop met acht à veertien

weken (proberen te) socialiseren is dus mosterd na de

maaltijd.

Dan verlaag je toch de leeftijd waarop kittens naar

party’s gaan, denk je misschien. Maar dat is niet

verantwoord. Wil je het risico op besmetting met

ziektes en parasieten minimaliseren, dan dient een

kitten volledig gevaccineerd, ontvlooid en ontwormd

27


te zijn. Liefst moet de tweede vaccinatie minstens een

week geleden zijn.

Moeder is de belangrijkste lerares

Een ander argument om kittens mee te nemen naar

een party is om ze op andere katten te socialiseren.

Socialiseren op andere katten is een must. Katse

etiquette is namelijk niet aangeboren, maar moet

worden geleerd. En dat kan alleen tussen week acht tot

en met week zestien, in de tweede socialisatiefase. Qua

kittenpartyleeftijd komt dat dus redelijk uit. Daar vallen

echter kanttekeningen bij te maken. Gezien de leeftijd

waarop kittens aan een party kunnen deelnemen benut

je de helft van de tweede socialisatiefase niet. Minstens

zo belangrijk is dat kittens in de eerste plaats van hun

moeder leren, en wel door haar goed te observeren

(observationeel leren). Haar gedrag nemen ze als

eerste over. Ook van nestgenootjes kunnen ze leren,

maar minder. De beste manier om kittens te socialiseren

op andere katten is dan ook om ze langer dan de

wettelijk verplichte zeven weken bij hun moeder te

laten, tot en met week zestien*. Zo gaat het socialiseren

vanzelf. Op een rustige, natuurlijke manier, ieder

wakker moment.

28

‘Ik neem ruim de tijd om kitteneigenaren te informeren’

Annette Boonstra van Dierenkliniek De Jordaan in

Amsterdam: ‘Op de leeftijd waarop kittens naar party’s

gaan kun je ze alleen nog socialiseren op andere katten;

verder ben je te laat. Ook vanuit welzijnsoogpunt lijkt

het me beter de kittens thuis te laten. Ik ben er inmiddels

van overtuigd dat je kittens beter tot en met week

zestien bij hun moeder kunt laten.

Zelf organiseer ik geen kittenparty’s, ook niet zonder

kittens. Als mensen hier voor de eerste keer komen

met een kitten, neem ik ruim de tijd. Ik informeer ze

over van alles. Onder andere over medische zaken,

parasietenbestrijding, voeding en het belang van een

huisdierenverzekering. Ik vind dat erg leuk om te doen.

En ze krijgen een kittenpakket mee. Intussen loopt

zo’n kittentje hier dan rond, en kan het op die manier

Zo kan socialiseren op andere katten ook: kittens van acht en negen weken,

twee nestjes door elkaar. De andere moeder is in de buurt. Poezen zorgen

vaak voor elkaars kittens.

*In Assistent winter 2009 heb je kunnen lezen waarom

kittens hun moeder minstens zestien weken nodig hebben.

Dierenarts annette Boonstra :

wennen aan de praktijk.

Als mensen een kitten hebben en deze als alleen wonende

binnenkat gaat leven, raad ik ze aan om er een

bij te nemen. En bij kittens die veel jonger zijn dan zestien

weken vraag ik vaak of ze terug kunnen naar hun

moeder. Toevallig was er net een man met een rood

katertje van acht weken. Hij vroeg zelf of het kwaad

zou kunnen dat het dier alleen zou komen te leven.

Hij stond erg open voor de informatie die ik hem gaf.

Met als resultaat dat de kitten nog twee maanden terug

mag naar zijn moeder - de eigenaar van de moederpoes

werkt daaraan mee. Daarna mag ofwel ook het zusje

van het katertje mee, of adopteert hij een kitten uit een

opvang. Daar word ik zo blij van!

Kittenparty’s vind ik een goede manier om kitten- en

katteneigenaren te informeren. Maar een party mét kittens?

Wat mij betreft liever niet!’


Kitten Kindy ® : de eerste Kittenparty’s

De bedenker van kittenparty’s is de Australische

dierenarts en gedragsdeskundige Kersti Seksel. In

navolging van puppyparty’s ontwikkelde zij in de jaren

negentig van de vorige eeuw een speciaal programma

voor kittens: Kitten Kindy ® .

Kitten Kindy ® bestaat uit twee bijeenkomsten. Het

doel daarvan is kittens goed socialiseren op een leven

als huisdier zodat ze minder kans hebben om gedragsproblemen

te ontwikkelen, en eigenaren voorlichting

geven over gezondheid en welzijn. Uiterst belangrijke

zaken dus!

Kitten Kindy ® werkt met een vast programma. Pro-

Angstvrij sociAliseren is lAstig op een pArty

De essentie van socialiseren is dat je onder de angst-

drempel blijft. Een kitten dient neutrale, maar liever

nog positieve ervaringen op te doen. Op die manier

worden mensen, dieren, dingen en situaties ingeprent

Kitten op ontdekkingsreis bij dierenarts Tom Bouman van Dierenkliniek

Walenburg in Rotterdam.

grammaonderdelen waarin de kittens zelf aan bod

komen zijn onder andere spelen, training (‘zit’, ‘give me

five’, en aan een lijntje lopen), hantering, de kittens aan

elkaar doorgeven (‘pass the kitty’) en de kittens laten

kennismaken met een vriendelijke hond (‘bring in the

dog’).

Kitten Kindy ® is bestemd voor drie tot zes kittens van

acht tot veertien weken oud. Iedere kitten mag maximaal

twee mensen ‘meebrengen’.

In Nederland en België worden soortgelijke bijeenkomsten

georganiseerd. Meestal heten deze kittenparty of

kittenclass, en is er één bijeenkomst in plaats van twee.

als neutraal, of als leuk/fijn. Een angstige ervaring

levert een angstige inprenting op. Nog los van het feit

dat kittens in de regel op een leeftijd naar party’s gaan

die rijkelijk te laat is voor socialisatie, is het zeer de

vraag of het mogelijk is om in een vreemde omgeving,

bij vreemde kittens en bij vreemde mensen onder de

angstdrempel te blijven. Thuis socialiseren geeft veel

meer kans op een veilige socialisatie. De aanwezigheid

van moeder is daarbij van cruciaal belang. (Dat wil

zeggen, als moeder zelf goed gesocialiseerd is. Anders

kan zij beter even apart gezet worden.) Kittens

observeren immers hoe hun moeder op van alles

reageert en nemen haar gedrag als eerste over.

Bulk- en turBosociAlisAtie?

Voor zover er in een kittenparty nog sprake zou kunnen

zijn van socialiseren, gaat het hier om een soort

bulk- en turbosocialisatie: samen met vreemde kittens

in korte tijd kennismaken met allerlei nieuwe wezens,

dingen en situaties. Het reismandje, vervoerd worden

per auto of fiets, de dierenartsenpraktijk, vreemde

mensen, een katvriendelijke hond, gehanteerd worden:

dat is wel erg veel voor één of twee bijeenkomsten. En

dat terwijl deze socialisatie ook gewoon thuis kan

plaatsvinden, verspreid over de hele socialisatieperiode,

in alle rust, zonder angst en vooral met moeder en

nestgenootjes in de buurt, als rotsen in de branding.

Socialiseren op de reismand kan door de reismand in

de kamer te zetten en aanlokkelijk te maken, de kittens

29


Eenvoudig en

effectief gewichtsverlies

in slechts 8 weken

22% minder lichaamsvet

in slechts 8 weken door:

LANGER LEVEN

• Een revolutionaire vezeltechnologie

om de verteerbaarheid te verhogen,

het verzadigingsgevoel te stimuleren

en de energieopname te verlagen;

• Een geoptimaliseerd gehalte aan

eiwitten om het verzadigings -

gevoel te stimuleren;

• Een unieke combinatie van

hoge gehalten aan lysine en

L-carnitine.

Neem voor meer informatie contact op met uw

Hill’s buitendienstmedewerk(st)er of bel de

Hill’s Veterinary Helpline op 0800- 0222466 .

vets’ no.1 choice

vets’ no.1 choice

www.HillsPet.com

KORTER LEVEN

Hill's Prescription

Diet r/d: gevuld met

wetenschap!

Clinical nutrition to improve quality of life

Handelsmerken zijn eigendom van Hill’s Pet Nutrition, Inc. © 2010

AS0164


DIERENARTS ANNETTE BOONSTRA :

‘IK NEEM RUIM DE TIJD OM

KITTENEIGENAREN TE INFORMEREN’

er zelf in te laten gaan, ze er eens rustig in te zetten,

ermee door het huis lopen, dan eens een naar buiten

gaan, de kittens eens los te laten in de auto (zonder te

rijden natuurlijk!) etc. Kortom, stapje voor stapje, in

meerdere sessies. Zijn de kittens hierop gesocilialiseerd,

dan kunnen ze naar de dierenarts (liefst moeder

meenemen). In overleg met de dierenarts kunnen de

kittens bij het eerste bezoek spelen en wat lekkers

krijgen in de spreekkamer.

LET’S PARTY!

Is dat niet gek, een kittenparty zonder kittens?

Helemaal niet, het levert alleen maar voordelen op.

Zoals:

→ De kittens kunnen lekker thuisblijven, liefst bij

moeder en nestgenootjes. Dat is beter voor hun

welzijn.

→ De bezoekers worden niet afgeleid door de (schattige)

kittens en hebben dus meer aandacht voor de

geboden informatie.

→ Mensen die overwegen kittens te nemen of heel

jonge kittens hebben, kunnen de informatie die over

socialiseren wordt geboden nog toepassen tijdens

de eerste socialisatiefase.

→ Een kittenloze party kan meer bezoekers en dus

meer klantbinding opleveren als er een kitten/

kattenparty van wordt gemaakt: eerst wordt er

informatie gegeven die puur over kittens gaat (zoals

socialiseren, kittenvaccinaties, ontwormen, ontvlooien,

castreren, chippen), gevolgd door een

koffie- en theepauze. Daarna kunnen er ook

eigenaren van volwassen katten aanschuiven voor

informatie waar alle katteneigenaren wat aan

hebben, bijvoorbeeld over gezondheid, voeding,

gedragsproblemen en kattenbenodigdheden.

Twee vliegen in één klap dus. Kittens blij, katten blij,

baasjes blij, en de praktijk blij. Dat is pas echt feest!

31


Voedingsover-

gevoeligheid

bij de kat

Nieuwe

inzichten in het

eliminatiedieet

Tijdens het International Society Feline Medicine (ISFM) congres dat eerder dit jaar gehou-

den werd in Birmingham (UK), gaf dierenarts-dermatoloog Ed Rosser een update over de

diagnostische benadering en behandeling van een voedingsallergie bij de kat. Alvorens in te

gaan op deze nieuwe inzichten, volgt eerst een overzicht van de prevalentie, oorzaken en

symptomen van een voedingsallergie bij de kat.

naast een allergische reactie op opgenomen allerge-

nen (immunologische reactie), voedingsallergie

genoemd, kunnen katten ook lijden aan een voedingsintolerantie.

in dat laatste geval speelt het immuunsysteem

geen rol bij de reactie op het voedsel, er is

bijvoorbeeld sprake van een slecht verteerbare voeding

of de aanwezigheid van (plantaardige) toxinen of

32

TEKST Simone ThiSSen -

DierenarTS

histamine (bepaalde vissoorten). omdat deze twee

termen vaak (onterecht) door elkaar gebruikt worden

en het onderscheid ertussen niet altijd eenvoudig is

vast te stellen, is het beter te spreken over een

‘voedingsovergevoeligheid’. De term voedingsovergevoeligheid

verwijst naar zowel symptomen van een

voedingsallergie als een voedingsintolerantie.

PREVAlEnTIE

het aantal katten dat lijdt aan een voedingsintoleran-

tie/allergie is lastig in te schatten, maar de gemelde

prevalentie van voedingsovergevoeligheden varieert

van 1-11% van alle huidaandoeningen bij de kat. het

staat op de derde plaats als oorzaak van overgevoeligheidsreacties

bij de kat.

Een voedingsallergie kenmerkt

zich door een nietseizoensgebondenhuidontsteking

en kan op elke

leeftijd, bij elk kattenras

en zowel de poes als kater

optreden.


Voedingsallergenen

Elke voedingsstof vormt een potentieel allergeen, maar

in de praktijk zijn de meest voorkomende voedingsallergenen:

→ rund

→ lam

→ melk

→ vis

→ blikvoeding

→ gedroogde voedingsmiddelen

In mindere mate kunnen ook kip, gluten en additieven

reacties oproepen. Het meest allergeen zijn voedingsmiddelen

met een hoog eiwitgehalte en die het meest

gegeten worden: hoe langer een specifiek eiwit wordt

geconsumeerd, hoe groter de kans op het veroorzaken

van een overgevoeligheidsreactie.

immuunreacties

De meest voorkomende reactie bij een voedingsallergie

is het type I overgevoeligheidsreactie (directe overgevoeligheidsreactie),

maar ook type III (Arthus reactie)

en type IV (vertraagd type) komen voor. De directe

reactie kan al binnen enkele minuten tot uren na

opname van het allergeen optreden, de vertraagde

respons na meerdere uren of dagen. Het beschermingsmechanisme

in het lichaam dat een voedingsallergie

voorkomt, bestaat uit de beschermende werking

van het maagslijmvlies en de cellulaire immuniteit in

het maagdarmkanaal. Het slijmvlies houdt opgenomen

allergenen tegen, maar is permeabel voor sommige

(kleine) eiwitten, vooral als er sprake is van een virale

of parasitaire infectie. De aanwezigheid van IgA in het

maagdarmkanaal bestrijdt mogelijke allergenen en een

verstoring in deze afweer kan een dier gevoelig maken

voor een voedingsovergevoeligheid. Ook kan een

voedingsallergie zich ontwikkelen naast een andere

allergie, zoals een vlooienbeet overgevoeligheid of

atopische dermatitis.

symptomen

Een voedingsallergie kenmerkt zich door een niet-sei-

zoensgebonden huidontsteking en kan op elke leeftijd,

bij elk kattenras en zowel de poes als kater optreden.

Gemiddeld zijn de eerste symptomen zichtbaar op vier

tot vijf jarige leeftijd, maar de variatie hierin is groot,

van drie maanden tot 11 jaar. De siamees en de

burmees lijken vaker getroffen te worden dan andere

kattenrassen. De klinische symptomen kunnen sterk

variëren:

→ Jeuk ( pruritus): 90% van de katten heeft last van

lokale of gegeneraliseerde jeuk. In bijna de helft van

de gevallen reageert deze goed op corticosteroïden.

De dermatitis bevindt zich vooral in het kop- en

nekgebied en gaat gepaard met roodheid (erytheem),

papels en korsten.

→ Miliaire dermatitis

→ Zelf geïnduceerde kaalheid ( alopecia): symmetrische

kaalheid

→ Schilfering van de huid

→ Oorontsteking (één- of dubbelzijdig)

→ Ontstekingen van de voetzolen ( pododermatitis)

→ Ontstekingen in het perianale gebied

→ Maagdarmklachten: braken, diarree

diagnose

Een goede anamnese afnemen is erg belangrijk,

waarbij de eetgewoonten, de leefomgeving en het

dieet van de kat (met name eiwit- en koolhydraatbronnen)

duidelijk worden. Bij jeukklachten zonder

parasitaire oorzaak moet altijd gedacht worden aan

een voedingsovergevoeligheid.

Bloedonderzoek of het microscopisch onderzoek van

een huidbiopt zijn zinloos. De diagnostische resultaten

van intradermale huidtesten en in vitro IgE testen zijn

onbetrouwbaar bij de kat, ondanks dat deze in

toenemende mate beschikbaar zijn. Bij mensen zijn

deze testen theoretisch zinvol bij het vaststellen van

een acceptabel eliminatiedieet.

De enige manier om de diagnose te stellen is met

behulp van een eliminatiedieet, gevolgd door provocatie

met de oorspronkelijke voeding. Hierbij moeten de

volgende regels in acht worden genomen.

Andere aanwezige huidaandoeningen (vlooienbeet

allergie, secundaire bacteriële infectie (zelden bij de

kat)) moeten behandeld en genezen zijn, voor gestart

wordt het met dieet. In sommige gevallen is de

toediening van corticosteroïden, antihistaminica of

cyclosporine onvermijdelijk om de klachten tegen te

gaan. In die gevallen kan wel gestart worden met het

dieet, maar let op dat de tabletten niet toegediend

33


Adv Dechra


worden met boter, kaas, ijs of vlees of andere voe-

dingsmiddelen die eiwitten bevatten. Honing verdient

in dat geval de voorkeur.

1 Het voer moet aangeboden worden op een bord.

2 Gebruik geen plastic of metalen voer- en waterbak,

omdat de kat hier ook allergisch op kan reageren.

3 Speeltjes moeten verwijderd worden.

4 Geef tijdens de periode van het dieet geen diergeneesmiddelen

of supplementen (vitaminen, mineralen

of vetzuren) die verrijkt zijn met smaakstoffen.

5 Vermijd alle andere voedingsmiddelen en snacks.

Keuze van een eliminatiedieet

Een eliminatiedieet bestaat uit een voor het dier

onbekende eiwitbron en koolhydraatbron (zie tabel 1).

Eiwitbron (garen

door koken of braden)

Eend Rijst

Gans Maïs

Geit Tapioca

Koolhydraatbron

Kalkoen Aardappel

Lam Zoete aardappel

Paard Linzen

Wild (hert) Banaan

Struisvogel Pompoen

Witvis Groene erwten

Tabel 1. Voorbeelden van eiwit- en koolhydraatbronnen voor een zelfbereid

dieet. Veel katten verkiezen groene erwten boven rijst of aardappel en soms

wordt alleen een volledig eiwitdieet geaccepteerd.

zelfbereid dieet

Er kan gekozen worden voor een zelfbereid of een

kant-en-klaar dieet. Een zelfbereid eliminatiedieet

wordt nog altijd beschouwd als ‘de gouden standaard’,

maar kost veel tijd en inzet van de eigenaar en is geen

volledig uitgebalanceerde voeding, waardoor suppletie

nodig is voor jonge katten. Veel katten zijn wel dol op

een zelfbereide voeding.

Kant-en-Klare diëten

Bij kant-en-klare diëten bestaat de keuze uit hypoaller-

gene diëten op basis van een nieuwe eiwit- en koolhy-

draatbron of een dieet op basis van gehydrolyseerde

eiwitten.

Voedingsmiddelen die de klinische symptomen van

een voedingsallergie kunnen verergeren:

Vlees, kaas, bakolie, margarine, brood

Popcorn, pretzels, pinda’s, koekjes, chips, pizza en

friet.

Hypoallergene diëten, met name afkomstig uit het

niet-veterinaire kanaal, kunnen soms nog verborgen

voedingsallergenen bevatten (m.a.w. ze bevatten nog

sporen van andere eiwitbronnen). Om geen enkel

risico te nemen op verborgen allergenen kan er

daarom beter gekozen worden voor een dieet

gebaseerd op gehydrolyseerde eiwitten (vaak op basis

van gevogelte of soja), waarbij het molecuulgewicht

van de eiwitbron (Dalton) sterk verlaagd is tot gemiddeld

12 kD. Deze diëten worden vaak goed getolereerd

en zijn effectief. Zij kunnen echter ook geen 100%

garantie bieden op de volledige afwezigheid van

allergenen, omdat het molecuulgewicht dan nog lager

(1 tot 3 kD) zou moeten zijn.

De keuze voor een dieet moet altijd in goed overleg

met de eigenaar worden gemaakt waarbij rekening

moet worden gehouden met de voorkeur en voedingsgewoonten

van de kat. Daarnaast moet het nieuwe,

tijdelijke dieet geleidelijk worden geïntroduceerd.

Praktisch gezien zijn de diëten op basis van gehydrolyseerde

eiwitten het meest geschikt als eliminatiedieet

en kunnen de hypoallergene diëten hierna gebruikt

worden voor de (levenslange) behandeling.

duur van eliminatiedieet

De duur van het eliminatiedieet is sterk toegenomen

ten opzichte van de eerste adviezen jaren geleden van

drie weken. Inmiddels adviseren dermatologen een

periode van minimaal acht tot zelfs 12 weken, waarbij

vanaf het einde van de derde week een reactie kan

worden waargenomen (dit kan ook tot tien weken

duren!). Wanneer er geen reactie is op een kant-enklare

voeding, kan een voedingsallergie niet worden

uitgesloten en moet alsnog een zelfbereid dieet

worden ingezet.

Bij een gedeeltelijke reactie kan er sprake zijn van een

bijkomend huidprobleem en moet de eigenaar

gevraagd worden of het dieet wel strikt gevolgd is.

35


Bij jeukklachten zonder parasitaire oorzaak moet altijd gedacht worden aan een voedingsovergevoeligheid

PROVOCATIE

Wanneer een kat positief reageert op het eliminatiedieet,

moeten de oude voedingsmiddelen met regelmatige

intervallen opnieuw aangeboden worden gedurende

een week. Tijdens deze provocatie wordt er

zorgvuldig gelet op het terugkomen van de sympto-

Zelfbereid dieet Kant-en-klaar dieet

Voordelen

Eigenaar sterk betrokken Gebruiksvriendelijk, praktisch

Geen additieven Goed gebalanceerd, hoge verteerbaarheid

Controle over eiwitbronnen Laag-allergene eigenschappen / gehydrolyseerd

Grote keuze uit eiwitbronnen Smakelijkheid

Werkzaamheid

Smakelijkheid

Nadelen

Bereiding kost veel tijd Geen controle over eiwitbronnen

Vaak te eiwitrijk Additieven

Toevoegingen nodig voor groeiende katten (niet gebalan- Grote variatie tussen voedingen

ceerd)

Bijwerkingen Kosten

Smakelijkheid Smakelijkheid

Tabel 2. Overzicht van voor- en nadelen van zelfbereide en kant-en-klare diëten

36

HYPOALLERGENE DIËTEN, MET NAME

AFKOMSTIG UIT HET NIET-VETERINAIRE

KANAAL, KUNNEN SOMS NOG VERBORGEN

VOEDINGS ALLERGENEN BEVATTEN

men. Het is vaak lastig een eigenaar te motiveren om

het dier opnieuw te provoceren, omdat de kat eindelijk

symptoomvrij is. Het is echter wel zinvol, omdat er

vaak maar enkele allergenen verantwoordelijk zijn. De

meerderheid van de katten reageert niet met een

terugval na blootstelling aan een verdacht voedings-


DE DUUR VAN HET

ELIMINATIEDIEET IS

STERK TOEGENOMEN

TEN OPZICHTE VAN DE

EERSTE ADVIEZEN

JAREN GELEDEN

Het is vaak lastig een eigenaar te motiveren om het dier opnieuw te provoceren, omdat de kat eindelijk symptoomvrij is.

middel. Dit kan enerzijds verklaard worden door een

verandering in de immuunrespons in de loop van de

tijd. Een andere, waarschijnlijkere verklaring is dat het

maagdarmkanaal door het eten van een zeer goed

verteerbare voeding gedurende een groot aantal

weken de tijd heeft gekregen zijn normale permeabiliteit

te herstellen.

GEBREK AAN RESULTAAT - DE UITDAGING

De meeste katten met een voedingsovergevoeligheid

zullen na het volgen van bovenstaande stappen

uitkomen bij een geschikt dieet. Het stellen van de

diagnose en vinden van een geschikt hypoallergeen

kan echter sterk bemoeilijkt worden, wanneer:

→ De kat verdacht van een voedingsallergie al

blootgesteld is aan ‘alles behalve de vuilnisbak’.

→ Er kruiscontaminatie is opgetreden tijdens het

productieproces van kant-en-klare voedingen waar

de kat op reageert.

→ Het gebruik van een niet-veterinaire hypoallergene

voeding.

→ De patiënt gevoelig is voor verschillende ingrediënten

die gebruikt worden tijdens het productieproces

van diervoedingen.

BEHANDELING

De enige acceptabele en effectieve behandeling van

een voedingsovergevoeligheid is het uitsluiten van het

verantwoordelijke voedingsmiddel(en). Er moet echter

wel een volledige en gebalanceerde voeding gegeven

worden om voedingstekorten, skeletproblemen etc. te

voorkomen.

Voor de meeste katten is er een kant-en-klare hypoallergene

onderhoudsvoeding te vinden, maar in

sommige gevallen zal de eigenaar het onvolledige

eliminatiedieet aan moeten vullen met vitaminen,

vetzuren en mineralen om de kat een volledige

onderhoudsvoeding te bieden.

37


Opvallende toename van

zieke zwerfdieren

Knaag & Ko is een opvangcentrum van de Dierenbescherming Afdeling Utrecht

Amersfoort e.o. voor konijnen en knaagdieren. Op jaarbasis worden er ongeveer 600

dieren opgevangen. Ruim de helft bestaat uit konijnen, verder een kleine 100 cavia’s,

de overige dieren zijn hamsters, gerbils, muizen, degoes en chinchilla’s. Een groot deel

van deze dieren komt binnen als zwerfdier, de overige dieren komen als afstandsdier

in de opvang terecht. TEKST MIEKE HOLTSLAG –

BEELD KNAAG & KO

De laatste jaren is er een opvallende toename van

zwerfdieren die ziek zijn. Mensen willen of kunnen

de dierenartskosten niet betalen met als gevolg dat

de medische kosten voor de opvang enorm stijgen.

Per jaar betalen we ongeveer € 25.000,- aan dierenartskosten.

Gelukkig hebben we een vaste dierenarts

die ons tegen een gereduceerd tarief helpt.

VERKEERDE VOORLICHTING

De afstandsdieren komen door uiteenlopende redenen

bij ons terecht. Vaak worden dieren impulsief aangeschaft

en krijgt men na korte tijd spijt, mede omdat

men zich vaak totaal niet verdiept heeft in de betreffende

diersoort of verkeerd is voorgelicht.

Zo worden konijnen vaak aangeschaft voor kinderen

terwijl konijnen helemaal geen knuffeldieren zijn maar

meer dieren om naar te kijken. Kinderen zijn sowieso

snel uitgekeken op dieren en als de ouders niet enthou-

38

Een gedumpt

konijn met gebroken

achterpoot.

siast genoeg zijn worden de dieren weer weggedaan.

Ook verkeerde voorlichting leidt regelmatig tot

teleurstellingen. Vaak wordt er geadviseerd om twee

broertjes of zusjes te nemen wat in de meeste gevallen

tot vechtpartijen leidt.

Een andere oorzaak is het foutief bepalen van het

geslacht door dierenwinkel of dierenarts. Met weinig

ervaring is het soms best lastig om het juiste geslacht

te bepalen van konijntjes die een paar weken oud zijn.

Onterecht wordt er vaak aangenomen dat het om twee

vrouwelijke dieren gaat wat vaak niet het geval blijkt te

zijn zodat de nieuwe eigenaar vechtende dieren krijgt

of verrast wordt met een (ongewenst) nestje. Bij de

meeste diersoorten is het moederdier direct na de

bevalling vruchtbaar en wordt dan ook vaak onmiddellijk

gedekt met als gevolg dat er binnen korte tijd een

tweede nest wordt geboren. Het komt dan ook

regelmatig voor dat mensen van een of twee nestjes

afstand komen doen.

Ook goedbedoelde maar verkeerde adviezen leiden tot

problemen. Zo wordt er vaak gezegd dat een konijn

prima met een cavia kan leven. Dit is een slechte

combinatie om verschillende redenen: het betreft twee

totaal verschillende diersoorten die een andere manier

van communiceren hebben; cavia’s communiceren veel

met geluid waar een konijn niets van begrijpt, cavia’s

zijn dagdieren terwijl konijnen juist nachtdieren zijn,


Cavia met abces wordt behandeld Zo ziet een konijn eruit na in een ernstig vervuild hok te hebben gezeten.

daarnaast hebben ze andere voedingseisen. We krijgen

regelmatig cavia’s binnen die ernstig verwond zijn

geraakt door konijnen, geen goede combinatie dus!

De booDschap van Dit verhaal is:

1 Weet dat er een dergelijke opvang is om zodoende

te kunnen doorverwijzen (we horen nog steeds van

dierenartsen, o dat wist ik niet).

2 De leukste dieren in een opvang zitten, ook heel

veel jonge dieren.

3 De dieren (in principe) gezond zijn,

4 De dieren door een dierenarts gezien zijn.

5 Alle konijnen volledig geënt zijn.

6 Alle mannelijke konijnen en cavia's gecastreerd zijn.

7 Er heel veel kennis en ervaring is bij de mensen

binnen de opvang en zij uw cliënten dus ook

kunnen adviseren voor problemen met hun dieren.

8 Dieren altijd teruggebracht kunnen worden als het

niet klikt of tegenvalt.

9 Mensen van A tot Z begeleiding krijgen.

meer informatie

www.knaagenko.nl

of

www.konijnenbelangen.nl/links/opvangadressen/

index.htm voor soortgelijke opvangcentra elders in

het land.

39


Kopzorgen?

Daar gaan we wat aan doen op de Pfizer Precongresdag 2010!

Voorafgaand aan het IP’s Wintercongres 2010, dat wederom op de Universiteitskliniek

voor Gezelschapsdieren, Faculteit Diergeneeskunde te Utrecht zal plaatsvinden, wordt na

het grote succes van afgelopen jaar weer de Pfizer Precongresdag georganiseerd. Dit jaar

luidt het thema: ‘Kopzorgen’.

Aan en in de kop van hond en kat komen we een grote verscheidenheid aan ziektes,

problemen en afwijkingen tegen. Zowel diagnostiek als behandeling leveren vaak de

nodige uitdagingen op, reden genoeg om dit deel van het lichaam bij de kop te pakken.

Een boeiend programma dat je niet mag missen!

Kijk op www.rhp.nu voor het volledig programma en overzicht van sprekers.

Gaat jouw dierenarts naar deze dag? Dat is dan boffen, want iedere dierenarts mag

GRATIS een dierenartsassistent meenemen!

Maar let op! Afgelopen jaar waren er meer aanmeldingen dan beschikbare plaatsen.

Wacht dus niet te lang met inschrijven, want vol = vol! Kijk snel op www.rhp.nu

More magazines by this user
Similar magazines