Folia 30#3.indd - theobakker.net

theobakker.net
  • No tags were found...

Folia 30#3.indd - theobakker.net

onderduikenReguliersgracht 34bDoor Dirk WolthekkerIvo Schöffer studeerde tijdens de oorlog geschiedenis. Met zijn studentenleven als dekmantelhield hij joodse onderduikers verborgen. ‘De buren dachten dat het studenten waren.’Achteraf gezien is historicus Ivo Schöffer misschienwel in de wieg gelegd om in de oorlogsjaren joodseonderduikers op te nemen in het studentenhuis aande Reguliersgracht waar hij woonde. In elk geval is hetdelen van woonruimte met kostgangers hem met depaplepel ingegoten. ‘Met mijn ouders, broer en zusbracht ik mijn jeugd door aan de Hacquartstraat inZuid. Tijdens de Olympische Spelen van 1928 verhuurdenmijn ouders kamers aan buitenlandse bezoekers.Mijn moeder had daar zo veel aardigheid in dat ze erna de Spelen mee is doorgegaan. We hadden altijd“paying guests” in huis, meestal alleenstaande vrouwenen meisjes van goede komaf, die tegen betalingkost en inwoning kregen. Het verschil tussen hen ende onderduikers was natuurlijk dat zij altijd moestenbetalen, de onderduikers vaak niet.’De Leidse emeritus-hoogleraar vaderlandse geschiedenisIvo Schöffer (Amsterdam, 1922) studeerde inde oorlogsjaren geschiedenis aan de UvA. ‘Ik kwamaan in 1941, het jaar van de Februaristaking en het jaarwaarin ik voor het eerst hoorde over doodsberichtenin concentratiekamp Mauthausen. Ik had de middelbareschool gevolgd op het Montessori Lyceum. Dathad toen nog geen overheidserkenning, waardoor jeer staatsexamen moest doen, wat ik niet haalde. Ikmaakte mijn middelbare school daarom af op wat toenhet ‘Gunning Lyceum’ werd genoemd, het tegenwoordigeAmsterdams Lyceum, toentertijd nog genoemdnaar de eerste rector en oprichter Christiaan Gunning.Op beide scholen zaten veel leerlingen met een socialistische,joodse of communistische achtergrond,precies de mensen waar de Duitsers niets van moestenhebben en andersom vaak ook niet. Je kunt wel zeggendat ik in een niet-Duitsgezinde omgeving mijn middelbareschooltijd heb doorgebracht.’Merkte u later aan de UvA iets van een pro- of anti-Duitsestemming?‘Wat ieders houding was in de oorlog werd vooral duidelijknadat de Duitsers in het voorjaar van 1943 vanalle Nederlandse studenten eisten dat ze een “loyaliteitsverklaring”zouden ondertekenen, waarbij ze‘Als baas van een onderduikadres moetje behoorlijk autoritair zijn. Ik eistegehoorzaamheid en discipline’moesten beloven zich te “onthouden van iedere tegenDuitsland gerichte handeling”, zoals men zei. Wie deverklaring niet tekende liep grote kans naar Duitslandte worden gestuurd voor de Arbeitseinsatz. In hetdispuut Unica, waarvan ik lid was, hebben we er veelruzie over gehad: tekenen of niet. Uiteindelijk hebbenvier leden getekend. Ik niet.’Wat voor dispuut was Unica?‘Unica was een echt intellectueel dispuut met veel aandachtvoor geschiedenis en literatuur. Ik was een succesfeut,want in de fleurtijd van het corps was ik doorzes verschillende disputen benaderd met de vraag of iklid wilde worden van hun dispuut. Daaronder Unica.Lidia Schöffer (links) en haar broer Ivo, bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen.Per jaar werden er maar een paar studenten gevraagdom lid te worden van dat dispuut, dus het was een heleeer door hen te worden uitgenodigd voor het lidmaatschap.Unica had haar dispuuthuis aan de Reguliersgracht34b, de b van “boven”. Het huis had – of lievergezegd heeft, want het bestaat nog steeds – twee voordeuren.De linkerdeur leidde naar een handelsfirma inkoloniale waren, de andere deur naar de bovenverdiepingenwaar we met een stuk of tien leden van Unicawoonden.’Hoe bent u op de gedachte gekomen joodse onderduikers onderte brengen in het dispuuthuis?‘Toeval. Het begon er mee dat ik een schuilplaatszocht voor mijn joodse vriend Gideon Kahn, die iknog kende van het Gunning Lyceum. Gideons vaderhad gewerkt bij het warenhuis Hirsch, maar was al vrijsnel in de oorlog naar Duitsland weggevoerd en daaromgekomen. Voor Gideon, zijn zus en zijn moederben ik toen op zoek gegaan naar een onderduikadres.Zijn broer wist uit te wijken naar Amerika. De zoektochtnaar een schuilplaats voor Gideon en zijn familieviel samen met de leegloop van het dispuuthuis. Eendeel van de dispuutleden had de loyaliteitsverklaringFoto: BeeldbankWO2/Verzetsmuseum Amsterdam30 | Folia 30


niet getekend en verliet het huis uit angst op transportnaar Duitsland te worden gezet. Een aantal had welgetekend, waardoor het huis een zekere “legale status”had gekregen. Niettemin waren ook die studentenvertrokken, want colleges waren er toch vaak niet.Zodoende ontstond de mogelijkheid om de familieKahn er onder te brengen en daar kwamen na verloopvan tijd nog een stuk of tien anderen bij.’Hoe verbleven die onderduikers daar?‘Ik moest natuurlijk de schijn ophouden dat het nogsteeds een studentenhuis was. De UB was overdagvaak gewoon open, ik haalde daar boeken die ik inde zitkamer legde. Ook onder elkaar probeerde weeen studieuze sfeer te creëren: Gideon gaf bijvoorbeeldvoordrachten over de joodse geschiedenis, ikover de Nederlandse opstand. De onderduikers haddenverder hun eigen “studentenkamer”. Een van de“studenten”, Erna Berg, had een niet-joods uiterlijk,zij “speelde” de rol van huishoudster en mocht dushet pand verlaten. Ze wist goede adresjes om inkopente doen en in de Hongerwinter zorgde ze dat er voldoendehout aanwezig was. De “studenten” mochtenoverdag niet op de verdieping direct boven de handelsfirmalopen om niet ontdekt te worden, en ze mochtenhet toilet niet doortrekken. Op de zolder richtte ik eenschuilplaats in, waar ze bij een eventuele inval naartoekonden vluchten. Een neef van mij legde een alarmsysteemaan, waarmee we snel konden signaleren ofPas na de oorlog deed Ivo Schöffer zijn kandidaatsendoctoraalexamen geschiedenis. Hij was toenook enige tijd redacteur van het satirische studentenweekbladPropria Cures. In 1956 promoveerde hijop het proefschrift Het nationaal-socialistische beeldvan de geschiedenis van de Nederlanden. Een historiografischeen bibliografische studie. Van 1961 tot aan zijnemeritaat in 1987 bekleedde hij de leerstoel vaderlandsegeschiedenis aan de Universiteit Leiden.Voor zijn hulp aan de joodse onderduikers kreeghij de Israëlische Yad Vashem-onderscheiding. DispuutUnica is inmiddels geen onderdeel meer vanhet studentencorps, maar een zelfstandige studentenvereniging.Het pand Reguliersgracht 34 is nogsteeds in haar bezit. In de gevel is een gedenksteengemetseld met de tekst Submergo ut Emergam,onderduiken om weer te voorschijn te komen. Alleonderduikers van Reguliersgracht 34 overleefdende oorlog.er Duitsers voor de deur stonden. Mijn zus Lidia hielpook mee: zij had een grafische opleiding gevolgd enwas heel goed in het vervalsen van persoonsbewijzen.Zij wist een “papje” te maken van echte, gestolen persoonsbewijzen,waarvan ze dan een vervalst exemplaarin elkaar “metselde”. We hebben vaak een nachtelijkeinval geoefend: met beddengoed en al naar de schuilplaatsvluchten. Maar een echte inval hebben we nooitgehad.’Waarom denkt u dat er nooit een inval is geweest?‘Als baas van een onderduikadres moet je strengIvo Schöffer, tegenwoordig woonachtig in Leidenzijn. Dat was ik ook. Ik was vaak behoorlijk tirannieken autoritair, ik eiste gehoorzaamheid endiscipline. Veel mensen slaan door als ze wordenverhoord, dus dat moet je voorkomen. Disciplinehelpt daarbij. Hoe meer discipline, hoe minderde kans op ontdekking. De buren zijn altijd blijvendenken dat de “studenten” ook echt studentenwaren. Zelf droeg ik daar ook aan bij: ik liep altijd ineen korte broek en zag er daardoor steevast jongeruit dan ik was. Dat hielp bij het creëren van een studentikozeuitstraling.’ lFoto: Henk ThomasFolia 30 | 31

More magazines by this user
Similar magazines