Zilver Magazine - Winter 2021

zilver.magazine

De wintereditie van Zilver Magazine, het inspiratiemagazine voor de trotse Twentse 60-plusser

JAARGANG 4 NUMMER 4 - WINTER 2021 / 2022

INSPIRATIEMAGAZINE VOOR DE TROTSE TWENTSE 60-PLUSSER

3, 95

Naar mensen kijken

is van alle tijden

BERT HAANSTRA

ISSN 2665-9522

9 772665 952000

49.

ART BRUT KIK

Galerie voor tedere kunst

58.

JET VAN DER SLUIS

Eerbetoon aan Bert Haanstra

65.

NATUURBEHEER

maakt ruimte voor plant en dier

69.

GIGENGACK

Zeven generaties botsauto’s


Design en inspiratie!

De mooiste merken en passend

advies vind je bij Brok Interieur

De ruime winkel van Brok Interieur zit al bijna 90 jaar in hartje centrum Hengelo en

bij deze woonwinkel loop je niet alleen naar binnen voor een passend en smaakvol

advies voor jouw interieur. Want hoewel er een heel team aan adviseurs voor je

klaarstaat om jouw woondroom vorm te geven heeft Brok Interieur meer te bieden…

In de drie verdiepingen tellende woonwinkel vind je namelijk ook een

textielafdeling, èn een slaapafdeling. Zo kun je voor de hele inrichting

van jouw (nieuwe) huis terecht bij Brok Interieur.

Wanneer je vooral op zoek bent naar inspiratie, dan ben je ook bij

Brok Interieur aan het juiste adres. De woonwinkel staat namelijk

vol met de mooiste meubelen, bedden, vloeren en raamdecoratie.

Ideeën in overvloed en altijd een passende oplossing.

Daarbij worden er met grote regelmaat nieuwe items aan de collectie

van Brok toegevoegd en wekelijks wordt de winkel opnieuw gestyled

om te blijven inspireren. Al met al ruim 3000 vierkante meter gevuld

met design om je hart op te halen.

En het merkenaanbod bestaat uit voornamelijk Nederlands fabricaat:

van Leolux tot Pastoe, van Montis tot Gelderland, van Auping tot

Pullman en van Luxaflex tot Tarkett. Een mix die goed op elkaar

aansluit en waarmee mooie ontwerpen te realiseren zijn, passend

bij jouw wensen.

Je bent van harte welkom in de mooie, ruime showroom

En of je nu voor een uitgebreid interieuradvies komt, puur wat inspiratie

op komt doen of op zoek bent naar een nieuw bed of nieuwe gordijnen;

het hele team specialisten van Brok Interieur staat voor je klaar.

Al jaren zijn ze op elkaar ingespeeld en ze zullen er alles aan doen om

jou het beste interieur-, slaap-, of textieladvies te geven.

Brok Interieur Wonen, Slapen & Textiel

Drienerstraat 47, 7551HL Hengelo

074-2913126, info@brokinterieur.nl

www.brokinterieur.nl

Door die enorme hoeveelheid vierkante meters is het bij Brok Interieur

veilig winkelen. We zien je graag voor advies of een inspiratieronde

door de winkel.


Voorwoord

Winter

HET AFGELOPEN HALF JAAR LIEP EEN STUDENTE VAN DE HBO-OPLEIDING

TOEGEPASTE GERONTOLOGIE, DANIEK DE KONING, STAGE BIJ ZILVER MAGAZINE.

HAAR STUDIE LEIDT OP TOT PROFESSIONALS DIE VOOR HET GROEIENDE AANTAL

OUDEREN IN NEDERLAND PRODUCTEN OF DIENSTEN ONTWIKKELEN, BIJVOORBEELD

OM HET MAKKELIJKER, VEILIGER OF AANTREKKELIJKER MAKEN LANGER THUIS TE

WONEN OF OM IN EEN VERPLEEGTEHUIS MINDER AFHANKELIJK TE ZIJN VAN

DE ZORG VAN VERPLEEGKUNDIGEN.

Dat die studie ertoe doet, bleek wel uit de

ontmoeting die Daniek en ik hadden met

Heidi de Bruijn, voorzitter van de Raad

van Bestuur van Carintreggeland. Voor het

artikel in deze editie van Zilver Magazine

praatten we met haar over de veranderingen

die de ouderenzorg de komende decennia te

wachten staat. De verwachte zorgcapaciteit

is niet voldoende om de almaar groter

wordende groep ouderen op dezelfde manier

te bij te staan als we al decennia gewend

zijn. Technologische ontwikkelingen bieden

oplossingen, zoals in het interview met

Heidi de Bruijn te lezen is, maar ook elkaar

wat vaker opzoeken, omzien naar elkaar..

Studenten als Daniek spelen in de toekomst

een belangrijke rol bij het opnieuw inrichten

van de zorg. Bij Zilver Magazine onderzocht

Daniek het project Zilver Maatje, waarmee

we ouderen met elkaar in verbinding brengen

om zo sociale contacten te stimuleren en

achterliggende eenzaamheid te verminderen.

Via brainstormsessies met een aantal lezers,

door enquêtes af te nemen en door bestaande

initiatieven in kaart te brengen probeerde

ze een beter beeld te krijgen hoe dit concept

verder vorm te geven. Maar er zijn ook allerlei

al bestaande initiatieven voor ontmoeting.

Er is voor iedereen wel iemand om het leuk

mee te hebben. Vanuit gemeentes, vanuit

maatschappelijke instellingen, maar u kunt

ook zelf initiatief nemen voor bijvoorbeeld

een wandelclub, samen koken, een wekelijks

koffieuurtje of een leesclub. Meer over

leesclubs leest u in het artikel over Lutterzand

Literair. Misschien voor u aanleiding om met

een groepje een goed boek te lezen en het

naderhand gezamenlijk te bespreken? Wat

u ook graag met iemand of met meerdere

zou willen doen, ik hoop dat u elkaar weet te

vinden en het samen fijn heeft.

.3

ZILVER WINTER 2021 / 2022


INHOUD.

In dit

nummer

34.

Interview

JET VAN DER SLUIS

Groot vermogen tot bewonderen

72.

Twente Light

.4

Interviews

Reportages

10. LUTTERZAND LITERAIR

Noaberschap

24. DE NOORDMOLEN

Draait nog steeds

29. CARNAVAL

Het feest der zotten

58. EERBETOON AAN BERT HAANSTRA

Jet van der Sluis over de bekendste

Nederlandse filmmaker

65. NATUURBEHEER

Maakt ruimte voor plant en dier

72. TWENTE LIGHT

Een betoverend lichtspektakel

86. HUNENBORG IN HET VOLTHERBROEK

John van Zuidam over deze

geheimzinnige plek

92. PIETER GRIMBERGEN

Compassie is mens zijn

06. HEIDI DE BRUIJN

De veranderende zorg

20. JOHNNY LOOHUIS

Drijvende kracht achter cultuur en feest in Oldenzaal

34. BEPPIE KAMPHUIS

De Twentse gitaarlegende stopt ermee

38. PATRICK DRIJVER

De filmmaker over zijn documentaire

49. GALERIE ART BRUT KIK

Tedere kunst met een verhaal

54. CHLOÉ VAN DRIEL

Ziet opruimen als haar passie

60. DE KONING SCHILDERS

Bestaat 115 jaar

69. ZEVEN GENERATIES GIGENGACK

Leven van dakloze auto’s

76. IN DE BAN VAN DE MOTOR

Familie Pol over motorrijden

79. ERVE EFFINK

Met hart en ziel bezig met gezond voedsel


Vierde jaargang, nummer 4, winter 2021/22

79.

Erve Effink

DE BOERDERIJ TOEN EN NU

Een uitgave van Zilver Media BV

Grootestraat 1 B

7571 EJ Oldenzaal

Hoofdredactie en bladmanagement

Carmen Luttikhuis

Aan dit nummer werkten mee:

Paul Abels, Ina Brouwer, Lindy Brouwer,

Henk Boom, Marry Dijkshoorn, Annemarie

Haak, Joan Koenderink, Daniek de Koning,

Gerrit Lansink, Harry Moek, Astrid Olde Olthuis,

Marcel Olde Rikkert, Ton Ouwehand,

Theo de Rooij, Jet van der Sluis, Jan Riesewijk,

Jan Walburg, John van Zuidam en anderen

Fotografie cover

Jill Wellington

Fotografie

Ebo Fraterman, Annina Romita, Sam Warnaar,

Brit Willemsen, Art Wittingen en anderen

Redactie website

Astrid Olde Olthuis

Vormgeving

Ellen Gözel-Niehoff, Enschede

whatellse.nl

Jos Hovestad, Losser

joshovestad.nl

60.

De Koning

schilders

BESTAAT 115 JAAR

Uitgever

Marcel Willemsen

Telefoon: 0541 511162

verkoop@zilvermedia.nl

Druk

Drukkerij Roelofs, Enschede

Oplage: 7.500

Bereik: 30.000 Twentse 60-plussers

.5

Columns

13. MARCEL OLDE RIKKERT

Goed praten met je dokter

‘ Ik maak dagelijks

tijd vrij om onze

mooie en waardevolle

agrarische sector

te promoten. ’

Redactieadres

Postbus 59, 7570 AB Oldenzaal

redactie@zilvermedia.nl

Abonnementen

via verkoop@zilvermedia.nl

of 0541 511162

19. HENK BOOM

Onrust

27. GERRIT LANSINK

n Aander Kerstkeend

Vaste rubrieken

Overig

43. GEDICHT VAN GERRIT LANSINK

Küppersbusch

41. JAN WALBURG

Opa en oma

53. INA BROUWER

Verschillig

63. JOAN KOENDERINK

Aangesproken

82. PAUL ABELS

Milatos

83. THEO DE ROOIJ

Opa’s ambitie

14. BERICHT VAN

Paul Abels

16. 66 EN NU?

Jet van der Sluis

44. OVER DE GRENS

Annie van Osselen in Frankrijk

46. WINTERRECEPT

Bistro Puur Oldenzaal

90. BOEKENTIPS

Van Lutterzand Literair

74. ENQUETE

Wat vinden onze lezers van

Zilver Magazine?

75. GEDICHT VAN AREND LAMM

Liefde voor het Twents

94. PUZZELPAGINA

97. SERVICEPAGINA

98. ZILVER AANBIEDING

ZILVER WINTER 2021 / 2022


INTERVIEW. HEIDI DE BRUIJN

‘Veel ouderen kunnen

tegenwoordig prima

met een iPad overweg.’

.6


// Tekst

CARMEN LUTTIKHUIS

// Foto’s

CARINTREGGELAND

MARJO BAARS

Heidi de Bruijn over

De veranderende zorg

in een veranderende

maatschappij

.7

Het is niet alleen een trend, maar ook een noodzaak dat ouderen in de nabije toekomst

meer voor zichzelf en voor elkaar gaan zorgen. Zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid

voor eigen geluk zijn thema’s die maatschappelijk veel aandacht hebben. Waarom dat is

en hoe de ouderenzorg daarin ondersteunt, vertelt Heidi de Bruijn, sinds 2016 lid van de

Raad van Bestuur en sinds 1 juli jl. bestuursvoorzitter van zorgorganisatie Carintreggeland.

Is het voor senioren prettiger

of lastiger om ouder te worden

in vergelijking met zo’n

30 jaar geleden?

‘Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik denk

dat het ouder worden een generatie terug

op een aantal punten makkelijker was. De

kinderen woonden vaak dichtbij en als je

hulp nodig had, was er altijd wel iemand

in de buurt. Er was genoeg zorgpersoneel,

ook in de wijk. Rond je zeventigste ging je

naar het bejaardentehuis, waar altijd wel

een plekje en gezelligheid was. Je woonde

er vaak met bekenden van vroeger. Nu dat

bejaardentehuis er niet meer is, moeten

ouderen langer thuis blijven wonen.

Gezinnen hebben minder kinderen,

die veelal niet meer in de buurt wonen.

Gelukkig zien we in Twente dat er nog

wel voldoende mantelzorg voorhanden

is. In steden in het westen van het land is

dat vaak al een stuk schaarser. Dat maakt

ouder zijn nu lastiger. Aan de andere kant

word je nu ouder omdat je langer gezond

bent. Er is meer preventie, mensen blijven

langer in beweging. Als je ziek bent

kan een ziekenhuis in vergelijking met

vroeger veel meer voor je doen. Mensen

leven daardoor langer, maar of dat altijd

een lang, waardevol leven is? Ik weet niet

of langer leven beter of slechter is, daar

dub ik over.’

Hoe is de ouderenzorg daarin

mee veranderd?

‘Veel meer dan vroeger sturen we aan

op de regie over eigen leven, over je

eigen gezondheid, over je eigen geluk.

Mensen hebben zeggenschap en een

eigen verantwoordelijkheid om zich

zoveel mogelijk zelf te redden, dat geldt

voor oud en jong. Dat wordt van alle

kanten gestimuleerd. Vanuit de zorg

kijken we: wat kun je nog zelf en waar

kun je ondersteuning uit je netwerk bij

krijgen. Vervolgens zoeken we de juiste

hulp of hulpmiddelen daarbij. Er is

tegenwoordig heel veel waardoor je je op

meer momenten zelf kunt redden zoals

medicijndispensers, druppelbrillen, een

kousenaantrekhulp, een toilet die de

persoon schoon en droog maakt. Dat

kunnen we aanreiken, maar nog mooier

is het als mensen zelf gaan zoeken. Veel

ouderen kunnen tegenwoordig prima

met een iPad overweg. De een is er

misschien wat handiger in dan de ander,

maar je kunt ook hulp vragen om ermee

te leren omgaan.’ >>

ZILVER WINTER 2021 / 2022


INTERVIEW. HEIDI DE BRUIJN

.8

Welke rol speelt digitale zorgtechnologie?

‘Handen en fysieke menskracht blijven altijd nodig,

maar door digitalisering wel minder vaak en op minder

plekken. Je kunt digitalisering inzetten voor informatieuitwisseling,

dan hoeft de zorg niet meer per se fysiek

langs te komen. Er zijn allerlei hulpmiddelen voor

contact of controle op afstand. Met sensoren op een

koelkast kun je bijhouden hoe vaak iemand eet. Die

kun je ook op de voordeur plaatsen, zodat je in de

gaten kunt houden of iemand die even weggaat ook

weer terugkomt. Een speciale klok kan structuur geven

aan iemand die in de war is. Een paar jaar geleden zou

je dat niet bedenken. Het zijn allemaal hulpmiddelen

waarmee je langer zelfstandig kunt blijven wonen. Die

ontwikkeling gaat de komende jaren alleen maar verder

en het is belangrijk om hier actief op in te spelen en in

mee te gaan.’

Heb je er in je eigen omgeving ervaring mee?

‘Mijn ouders zijn 87 en 92, ze wonen nog zelfstandig en

helpen elkaar veel. Toen ze 27 jaar geleden verhuisden,

wilden ze, voor later, de mogelijkheid voor een

slaapkamer op de begane grond. Dat ze zo ver vooruit

dachten, daar hebben ze nu profijt van. In de badkamer

hebben ze een infraroodcabine. Hierin droogt mijn

moeder zichzelf na het douchen. Er hoeft daarom niet

wekelijks iemand van de zorg te komen om haar te

helpen douchen. Dat kan ze zelf, ook al kost dat wat tijd.

Mijn moeder kan goed overweg met de computer, dat

vindt ze leuk. Ik kan haar gerust vragen om op internet

te zoeken naar hulpmiddelen die het leven makkelijker

maken. We hoeven haar ook niet veel uit te leggen over

haar iPhone. Daar kan ze van alles mee.’

Wat is de rol van familie en mantelzorgers als

iemand in een verpleeghuis woont?

‘Zij hebben nog steeds een belangrijke rol in het leven van

de cliënt. Dat wat je samen gewend was, hoeft zeker niet te

stoppen. Wandelen, een spelletje, het haar van je moeder

blijven doen, wassen en aankleden. Die hulp blijven bieden

in een verpleeghuis was in het verleden misschien niet zo

gebruikelijk, maar we vinden het inmiddels alleen maar

prettig om samen met de dierbaren of mantelzorgers deze

zorg te delen. Het ontlast de medewerkers, maar veel

belangrijker, het verrijkt het leven van de cliënt. Dat geldt

ook voor mensen met dementie. Daar kun je weliswaar

niet meer altijd even goed een gesprek mee voeren, maar je

kunt wel nagels lakken, muziek luisteren, liedjes zingen, er

zijn. Op die manier heb je toch contact. Ouderen genieten

daar heel erg van. Je draagt bij aan een waardevol leven

van een ander.’


‘Mensen staan op een

andere manier in het

leven dan vroeger.’

Waardoor is die omslag in ouderenzorgverlening

ontstaan?

‘Er zijn drie belangrijke redenen van de veranderende

zorg: geld, arbeidsmarkt en de veranderende

hulpvraag van cliënten. De budgetten waarmee

we werken staan onder druk. We moeten

steeds meer doen met hetzelfde geld. Dat houdt

in dat we de zorg efficiënter moeten inzetten om

te blijven bijdragen aan een waardvol leven van

cliënten. Daarbij zijn technologie en de inzet van

mantelzorgers een belangrijke ondersteuning. Ten

tweede vergrijst de maatschappij. Richting 2030/40

komen er steeds meer ouderen en steeds minder

jongeren. Hoe langer mensen leven, hoe langer

ze gebruik maken van zorg, in welke vorm dan

ook. Rond die tijd zou een op de drie jongeren in

de zorg moeten werken om iedereen te kunnen

ondersteunen. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren.

Daar moeten we op vooruit lopen en inzetten

op preventie, het ontwikkelen van hulpmiddelen

en zorgen dat het beroep van zorgmedewerker

aantrekkelijk is. En tenslotte speelt de veranderende

hulpvraag mee. Mensen staan op een andere manier

in het leven dan vroeger. Ze zijn langer actief

en willen ook zo lang mogelijk zelfstandig wonen,

zonder dat er wekelijks allemaal vreemde mensen

over de vloer komen. Dat vraagt wat van zelfredzaamheid.

Daar proberen we handvaten voor aan

te reiken.’

Is er een oplossing voor eenzaamheid als er minder

zorg aan huis komt?

‘Ouder worden en langer thuis wonen heeft ook een keerzijde.

Mensen in de omgeving vallen weg, eenzaamheid kan toenemen.

Ieder mens heeft behoefte aan nabijheid, om sociale verbinding

te ervaren, het gevoel dat als ik iets niet kan, ik bij jou kan

aankloppen voor hulp. We kijken samen met de oudere waar

de behoefte ligt en hoe we dat kunnen organiseren. Wij kunnen

eenzaamheid niet oplossen door vaker te komen, maar we

kunnen wel samen naar een oplossing zoeken. Gaan we een

vrijwilliger zoeken die mee wil om boodschappen te doen of

iemand die af en toe een kopje koffie komt drinken? Misschien

zijn er bij het buurthuis activiteiten die passen? We proberen aan

te sporen op eigen initiatief. Zelf de telefoon pakken als ze iemand

missen of een maatje zoeken voor een gemeenschappelijke

hobby. Sommige ouderen vinden het wel spannend om de deur

uit te gaan of contacten te leggen. We gaan hier voorzichtig mee

om en betrekken de familie daarbij. In overleg met huisartsen

en (welzijns)organisaties in de gemeente is er vaak van alles

mogelijk. Maar uiteindelijk is iedereen wel verantwoordelijk

voor zijn of haar eigen geluk. Het belangrijkste daarbij is de

ondersteuningsbehoefte te uiten om dat geluk vorm te geven. De

zorg kan een stukje bijdragen aan dat geluk, als het past bij wat we

te bieden hebben. En anders putten we uit ons maatschappelijke

netwerk. Zorgen en ondersteunen doen we samen.’

.9

ZILVER WINTER 2021 / 2022


ZILVER. LITERATUUR

Noaberschap thema bij

LUTTERZAND

LITERAIR

// Foto’s

CYRIL WERMERS

DIANNE WEERNINK

.10

In deze tijden van corona en negatieve berichtgeving in

media door rellen en groepen die elkaar bekritiseren,

vergeten we wel eens dat het merendeel van de mensen

‘gewoon normaal’ doet. Sterker, velen van ons hebben

positieve aandacht voor elkaar. We bellen een keer extra op

of we gaan eens vaker langs. Bij buren of alleenstaanden uit

onze omgeving. Oftewel: het noaberschap viert hoogtij. En

daar speelt het literatuurfestival Lutterzand Literair op in.

Op zaterdag 29 en zondag 30 januari 2022 zindert

het Lutterzand in De Lutte van verwachtingsvolle

boekenliefhebbers die schrijvers ontmoeten. En

die bovendien – niet onbelangrijk – ook worden verrast door

andere culturele uitingen zoals locatietheater, muziek, poëzie en

Twentse verhalen. Deze derde editie van het festival Lutterzand

Literair heeft als thema ‘noaberschap’. Bedenker en drijvende

kracht Dorine Holman vertelt waarom zij noaberschap als rode

draad heeft verweven in het festival.

‘De afgelopen twee edities waren in korte tijd uitverkocht,

ondanks dat het festival nog niet erg bekend was. Heel fijn

natuurlijk, kennelijk voldeed het aan een behoefte. Dat ik

in januari 2021 vanwege de lockdown geen festival kon

organiseren was teleurstellend. Maar als rasoptimist bedacht ik

dat we deze tegenslag ook in iets bruikbaars konden omzetten.

Ik zag in mijn omgeving dat veel mensen, met name de wat

oudere, een enorme schraalheid ervoeren. Geen musea, geen

theater of film, geen bezoek. Zelfs bibliotheken en boekhandels

waren dicht. En dat was erg, want boeken bieden troost,

inspireren en verbinden. Ook als je alleen bent. Het idee om

voor 2022 iets te doen met noaberschap binnen literatuurfestival

volgde al snel. Want wat leren romans en non-fictieboeken je

hier over? Of over het ontbreken van noaberschap? Want helaas

is dat er ook. In boeken én in het echte leven.’

De Landelijke Leesclub Dag

‘Praten met een groepje mensen

over een boek dat je allemaal gelezen

hebt, en een andere visie ontwikkelen

doordat een leesclubgenoot andere

dingen uit een boek haalt, is fijn. Het

verruimt je blik. Het was voor mij

daarom zonneklaar dat we de tweede

editie van De Landelijke Leesclub

Dag tijdens Lutterzand Literair ook

het thema noaberschap zouden

meegeven. En dat niet alleen, ook in

de uitvoer passen we noaberschap

toe: in de week voorafgaand en na

het festival gaan we naar zorgcentra om daar samen met

lichtdementerenden te lezen en te praten over boeken.’

‘Maar ook voor nieuwkomers die het Nederlands nog niet

zo machtig zijn organiseren we sessies. Voor mensen die

nog maar net hier zijn of al wat langer. Auteurs die over

het leren van een nieuwe taal geschreven hebben, komen

daarover vertellen. Tijdens het festival, op De Landelijke

Leesclub Dag, zodat deze nieuw- en oudkomers andere

lezers kunnen ontmoeten. En natuurlijk hoop ik dat

iedereen, van doorgewinterde boekenliefhebbers tot

mensen die alleen voor deze gelegenheid een boek hebben

gelezen, zó enthousiast raken dat ze ook lid worden van

een leesclub, of zoals ze hier in Twente zeggen: leeskring.

Van een bibliotheek, bij een boekhandel of gewoon, met

een paar vrienden.’


‘Boeken bieden

troost, inspireren

en verbinden.’

Zaterdag: natuur, literatuur en cultuur

‘Bezoekers schrijven zich vooraf in voor een groep. Met die

groep trekken ze de hele dag op, letterlijk zelfs. Want met jouw

groep loop je door de prachtige natuur van het Lutterzand naar

verschillende schrijvers. Tijdens die wisselingen word je verrast

door locatietheater, Twentse verhalen, muziek en poëzie. En

ondertussen kan je met je groepsgenoten praten over wat je net

gezien en gehoord hebt. Zo ontstaat er een culturele bubbel;

je bent er helemaal uit en beleeft van alles. Voor mensen die

minder mobiel zijn is er bijzonder vervoer, zoals huifkarren

met paarden.’

Zondag: met noaberschap verder in de 21e eeuw in

‘De zondagmorgen was bij Lutterzand Literair de afgelopen

keren een plenaire sessie. Die korte traditie wil ik maar

voortzetten’, aldus Holman. ‘Dit keer met drie bekende nonfictieschrijvers.

Petra Possel, bekend van o.a. Radio Kunststof

op NPO 1, heeft na haar verhuizing van Amsterdam naar

Friesland aan den lijve ondervonden hoe noaberschap werkt

en daar twee leuke boeken over geschreven. Samen met

rijksbouwmeester Floris van Alkemade en Floor Milikowski

gaat zij in gesprek. Milikowski schrijft als sociaal geograaf,

planoloog en journalist veelal over de toenemende ongelijkheid

tussen Nederlandse dorpen, steden en regio’s. Alkemade

pleit er onder meer voor om niet de wereld te laten bepalen

wie we zijn, maar omgekeerd, met onze verhalen de wereld

te vormen. Kortom, stof genoeg voor deze drie om een mooi

programma te brengen!’

Totale programma

Op zaterdag treden de volgende auteurs op:

Volkskrantjournalist en schrijver Fokke Obbema over

‘De zin van het leven’ en ‘Een zinvol leven’

Gevierd auteur Manon Uphoff over ‘Vallen is als vliegen’

Sholeh Rezazadeh die met ‘De hemel is altijd paars’ een

Bronzen Uil voor het beste Nederlandstalige debuut won

En de natuurboekenschrijver Romke van de Kaa, genomineerd

voor de Jan Wolkersprijs, over ‘De onderwereld van

de tuin’ oftewel noaberschap in de natuur

En vinden de finales van de schrijfwedstijd plaats die in

samenwerking met de TC Tubantia wordt georganiseerd.

Op zondagmorgen:

Journaliste en schrijver Petra Possel gaat met rijksbouwmeester

en essayschrijver Floris Alkemade en

Floor Milikowski (planoloog, journalist en schrijver) in

gesprek over noaberschap in Nederland en de toekomst.

Bij De Landelijke Leesclub Dag komen:

Lale Gül met ‘Ik wil leven’

Gerda Blees met ‘Wij zijn licht’

Linda Polman met ‘Niemand wil ze hebben’

Philip Dröge met ‘Moederstad’

Teun Toebes met ‘VerpleegThuis’

Said El Haji met ‘Gemeente zegt ik Nederlands leren’

Mariska Reijmerink en Afeef Al Doubosh met

‘Niet je moerstaal. Anderstaligen in Nederland’.

Wilt u meer weten over het festival, de schrijfwedstrijd en

De Landelijke Leesclub Dag? Kijk dan op www.lutterzandliterair.nl.

Kaartjes zijn online te koop via de website.

.11

ZILVER WINTER 2021 / 2022


Welkom

Ook wij hanteren

de actuele rivm

maatregelen

Zilver Magazine

LEZERSMENU

Voorgerecht

Dessert

Carpaccio van ossenhaas en

truffelcrème met Parmezaanse kaas

of

Grand dessert

.12

Huisgemaakte paddenstoelkroketjes

met pastinaakcrème

Hoofdgerecht

Gegrilde zeebaarsfilet

met kruidenrisotto en wittewijnsaus

of

Zachtgegaarde wildzwijnnek

met truffeljus

Nu voor alle 60 + lezers * van

Zilver Magazine geen €39, 50 maar €29, 50

Op een gezellige plek naast de Sint-Plechelmusbasiliek in Oldenzaal geniet u van klassieke gerechten met een moderne twist. Ook deze

winter leggen chefkok Jan Huiskes en zijn team u weer helemaal in de watten. (H)eerlijk, vers eten om uw vingers bij af te likken. Geniet

van een mals stukje vlees, vis of een truffelrisotto. Wat u ook kiest, u snapt waar het restaurant zijn naam aan te danken heeft. Natuurlijk

staat er dit seizoen ook vis en wild op de kaart en prijst u uzelf gelukkig met een uitgebreide selectie aan mooie wijnen.

* Dit speciale en erg mooie lezersmenu wordt alleen op dinsdag, woensdag en donderdag voor u bereid.

De bijpassende wijnen staan in onze fraaie, maar zeker betaalbare, wijnkaart.

* Wij verzoeken u ons aan te tonen dat u 60 jaar of ouder bent.

Sint Plechelmusplein 18 | Oldenzaal | Tel: 0541 535060 | www.bistropuur.nl


COLUMN. MARCEL OLDE RIKKERT

Marcel

COLUMN

Olde Rikkert

Goed praten met je dokter

Marcel Olde Rikkert is in

zijn woonplaats Nijmegen

hoogleraar geriatrie in het

Radboudumc en hoofd van

het Radboudumc Alzheimer

Centrum. Hij is geboren en

getogen in Hengelo (O).

Zijn missie is om oudere

mensen zo goed mogelijk

te helpen kiezen uit al wat

de geneeskunde te bieden

heeft, passend bij hun eigen

verhaal. Dat heeft hij ook

beschreven in zijn boek

‘Jong blijven en Oud worden’

(2015, Thoeris A’dam).

Heeft u een vraag aan

professor Olde Rikkert,

stuur dan een e-mail naar

redactie@zilvermedia.nl

t.a.v. de heer Olde Rikkert.

Het eind van het jaar is dé tijd voor

goede gesprekken. Maar hoe goed kunt

u praten met uw dokter? En dan bedoel

ik niet gewoon over een pijntje links of

rechts, maar echt praten over de dingen

die er toe doen. In de praktijk blijkt dat

heel lastig. Het gesprek is dan een soort

tango. Een ingewikkelde dans waarbij

de danspartners ogenschijnlijk dicht bij

elkaar zijn, maar toch geheel verschillende

rollen hebben. De een leidt, de ander

volgt, maar de emoties worden zorgvuldig

gekanaliseerd.

Toch is het als je ouder wordt steeds

belangrijker om een goed gesprek te

kunnen aangaan met je huisarts of

specialist. Het is spannend omdat er

steeds meer ziektes op het

spel staan. Maar ook voor

de dokter is het spannend.

Oudere mensen verschillen

immers steeds meer van

elkaar, waardoor je als

dok ter steeds meer moeite

moet doen voor finetuning.

Besteed je daar niet voldoende tijd aan

dan kom je niet goed tot gezamenlijke

besluitvorming, en dat verwacht je tegenwoordig

wel van artsen.

Een oudere dame schreef me er recent

een lange brief over. Haar hartenkreet:

‘Praten met dokters is niet mogelijk!,

Zelfs niet met psychiaters.’ Maar ze had

als 91-jarige wel de moeite genomen om

haar belangrijkste lessen aan mij door te

geven. Ik geef ze met haar toestemming

graag weer door, omdat ik het geheel met

haar eens ben.

Ze raadt op de eerste plaats aan om veel te

investeren in het psychisch gezond blijven,

door zo goed mogelijk de moeilijkheden

die het leven brengt te verwerken. ‘Het

leven wordt alleen daardoor rijk, en niet

door het geld op de bank. En zeker niet

van de rente.’ Verder bepleit ze om niet te

proberen met medicijnen zo lang mogelijk

te blijven leven. ‘Alles moet draaien om

een goed leven. Bovendien werkt alles in

het lichaam met elkaar samen, dus één

ding genezen helpt niet zo veel op de

leeftijd waarop je door de kat of de hond

gebeten wordt.’

‘Van praten

over de dood

ga je niet

dood.’

Wijze woorden, alleen dat niet kunnen

praten met dokters, zit me niet lekker.

Bij haar was het gevoed door allerlei

nare gebeurtenissen in haar jeugd. Dat

onderstreept hoe belangrijk een goed

gesprek met je dokter is. Je kunt er

zomaar een leven lang mee worstelen.

Dus een mooi en belangrijk

voornemen voor komend

jaar is de top drie belangrijkste

zaken over je gezond

heid te bespreken.

Daar hoort praten over je

levenseinde gewoon bij.

Net zoals ieder jaar afloopt,

loopt ieder leven af. We denken al vroeg

na hoe we de kerst willen vieren en wat we

met oudjaar gaan doen. Maar aangeven

hoe we onze laatste levensdagen willen

is een stuk moeilijker. Toch gewoon

doen. En het is nooit te vroeg, want van

dat gesprek ga je niet dood. En dat kun

je ieder jaar opnieuw doen. Net het

kerstgesprek tussen de 90-jarige Engelse

dame en haar butler, dat ieder jaar op de

Duitse televisie is. ‘Zelfde procedure als

vorig jaar, mevrouw?’ Uw knipoog spreekt

boekdelen: ‘Zelfde als vorig jaar!’

Marcel

Olde Rikkert

Klinisch geriater Radboudumc

.13

ZILVER WINTER 2021 / 2022


BERICHT VAN. PAUL ABELS

// Tekst en foto’s

PAUL ABELS

// Tekst en foto

PAUL ABELS

De winter,

de Guzzi

en de heupen

.14

Ik ben erg gek met mijn motorfiets.

Al heel veel jaren. Het is een oude

Moto Guzzi California, 1000 cc,

tweecilinder, 267 kilogram exclusief

het gewicht van 23 liter benzine. Dit

vertel ik er even bij voor de mannen.

Voor de vrouwen vertel ik er meteen

bij dat er maar weinig dingen zo

romantisch zijn als op reis gaan met

je motor, liefst zo ver mogelijk weg.

Ik heb een trekhaak en een klein

aanhangertje: alles wat ik nodig heb,

kan daar in. Veel mannen praten alleen

maar over de techniek van hun

brommer. Met zulke mannen kun

je niet praten.

In 2011 was ik bijna verongelukt met mijn vorige motor, ook een

Moto Guzzi, 850 cc (California III). Een nog ouder model uit

1981. Op de A35, bij hectometerpaaltje 56.4, twaalf kilometer

voor Enschede, kreeg ik een vastloper. Altijd als ik langs die plek

rijd, denk ik eraan.

Bibberen

Een vastloper. Dat klinkt relaxt, bijna als wadloper, maar dat moet

u niet willen, want het is levensgevaarlijk als je 120 kilometer per

uur rijdt. Normaliter blokkeert dan het achterwiel. Ik had de hand

aan de koppeling en trok hem op tijd in. Daardoor niet over de

kop geslagen. Er zat een gat in het motorblok ter grootte van een

ouderwetse rijksdaalder. Eén drijfstang zat vast in de rechtercilinder,

de andere drijfstang verpulverd, krukas aan barrels. Pas toen ik weer

thuis was, begon ik heftig te bibberen.


‘Als ik dan ’s avonds laat terugrijd,

hoor ik de tweecilinder tevreden

tokkelen en zie de maan schijnen

over de A1.’

Chauffeur met hoed op

Die bijna fatale motorpech was heel confronterend.

Waarom rijd ik motor als het zo gevaarlijk

is, vroeg ik me af. Dit was dan toevallig een

technisch probleem, maar hoe vaak had ik de

afgelopen twintig jaar al niet gehad dat ik als een

gek in de remmen moest omdat automobilisten

me niet gezien hadden? In Engeland hebben veel

motorrijders een speldje op hun motorjas waarin

ze met een afkorting refereren aan de blindheid

van veel autorijders: SPDNSY. Sorry Pal Did

Not See You. Heel vaak lacht de chauffeur er

vrolijk bij in zijn veilige blikken huisje. Ik niet,

omdat ik al wel twintig keer door zo’n gezellige

lachebek invalide gereden zou zijn als ik minder

alert was geweest. Ik heb het gelukkig goed

geleerd: defensief rijden, elke automobilist

wantrouwen als motorrijder, altijd weten hoe je

uit kunt wijken als er weer ’s eentje je niet ziet.

Opletten wanneer voor je een chauffeur met een

hoed op achter het stuur zit. Van die dingen.

Motorrrraria

Die vastloper was zo confronterend dat ik

besloot een boek te maken over motorrijden en

motorrijders. Vrouwen en mannen. Vierenvijftig

mensen deden eraan mee. Ook beroemde

schrijvers: Tommy Wieringa, A.L. Snijders,

Jaap Scholten, Herman Pieter de Boer, Jan

Cremer. De romantiek, de gevaren, de ellende,

de techniek, de cultus, het kwam allemaal aan

de orde. Motorrrraria heet het boek. Ik vind het

het mooiste boek dat ik als uitgever gemaakt heb.

Wieringa schreef over zijn leraar Nederlands,

Jon Verhave, fervent motorrijder. Die moest met

zijn BMW plots uitwijken voor een afslaande

tractor. Het stereotiepe motorfietsongeluk. Hij

raakte een verkeersbord. Niet hard, maar hard

genoeg. Dwarslaesie. Hij bleef lesgeven vanuit

zijn rolstoel, hij bleef fan van de motorfiets. En

ja, zo nog honderd verhalen. Jan Cremer met

zijn Harley Davidson. Sophie Timmer, dochter

van de voormalige baas van de TT, over de

erotiek van het motorrijden. Paultje de Boer

van de Groningse Benzinebar over het in brand

steken van Japanse motorfietsen, ‘die rommel

van pisbakkenstaal’. Albert Bos uit Westerbork

over Moto Guzzi’s: ‘warkmotors’ en Nortons:

‘Die lekken altijd, daarom hebben de Engelsen

allemaal van dat grint om het huis’ en over het

opwindende geluid van Giacomo Agostini op

zijn MV Agusta: ‘Als Agostini voorbij kwam

tijdens de TT, gingen mijn vader en mijn ooms

met de benen wijd staan. Waarom? Gewoon,

omdat het zo’n geil geluid is!’

Heet bad

Heel veel kilometers heb ik gemaakt op de

motor. Toen ik hem pas had wel 20.000 per

jaar. Als je met de auto naar de Randstad rijdt

vanuit Twente, ben je moe en duf na het getuf

op de snelweg en alle files. Dan moet je je auto

nog parkeren. Als je in een Amsterdamse parkeergarage

gaat staan, kost je dat zo veertig euro

per dagdeel. Niets van dat alles als ik met mijn

trouwe Guzzi naar het westen pruttel. De wind

waait om mijn hoofd, ik blijf alert, rijd rustig

tussen de file door en parkeer mijn motor op

de stoep, naast de fietsen. Geen kosten, geen

bekeuring. Als ik dan ’s avonds laat terugrijd,

hoor ik de tweecilinder tevreden tokkelen en

zie de maan schijnen over de A1. Dan daalt er

grote vrede neer. Je komt thuis, misschien nat en

koud, misschien stram en stijf, maar dan laat je je

zakken in een heet bad met een koud biertje op

de rand en je slaapt als een blok daarna....

Heupendokter

Allemaal mooi en aardig, maar nu nog eens

wat. Dit verhaal is voor het winternummer van

Zilver Magazine. Winter: winterbanden voor

de auto, winterstalling voor mijn Moto Guzzi.

De eerste tien jaar reed ik gewoon door in de

winter. IJspegels aan de helm. Kan heel goed,

kon heel goed. De laatste jaren, nu ik bijna

pensioengerechtigd ben, overwintert mijn

motor in de garage. Veilig en warm. Deze keer

heb ik echter voor het eerst onrust en twijfels:

zou het weer lukken, lekker rijden straks in de

lente? Want: artrose in de knieën, artrose in

de heupen, artrose in de schouders. Alleen al

om te kunnen blijven motorrijden zou ik mij

graag verse heupen en knieën laten aanmeten.

De schouders laat ik nog maar even zitten. Het

schijnt een operatie van niks te zijn, een heupje.

Ik ga mij maar eens oriënteren in het Hengelose

ziekenhuis. Daar schijnt een goeie heupendokter

te zitten...

.15

ZILVER WINTER 2021 / 2022


66 EN NU? JET VAN DER SLUIS

Nieuwe Zilvercolumnist

Jet van der Sluis:

groot vermogen

tot bewonderen

.16

‘Daar verdien je geen geld mee, ‘ zegt haar

vader als reactie op de wens van de toen jonge

Jet van der Sluis om kunstgeschiedenis te

studeren. De geboren Lemster kiest voor

veiligheid en rondt in 1973 de opleiding tot

eerstegraads docent Nederlands af aan de

Rijksuniversiteit in Groningen. Ze verhuist na

wat omzwervingen met man en kinderen naar

het Twentse Oldenzaal. Dertig jaar lang staat

ze voor de klas, haar belangstelling voor kunst

blijft. Eind jaren negentig wijdt ze zich fulltime

aan de vierjarige studie Kunstgeschiedenis aan

de Universiteit van Utrecht die ze in 2001 met

als specialisatie Beeldende Kunst cum laude

afrondt. Ze combineert het docentschap met

haar passie voor kunst: de kunst van het woord

en het beeld komen zo mooi samen.

UNST


‘ We hebben

hier heel

leuke jonge

mensen.’

.17

// Tekst

ASTRID OLDE OLTHUIS

// Fotografie

BRIT WILLEMSEN

ZILVER WINTER 2021 / 2022


66 EN NU? JET VAN DER SLUIS

.18

HISTORISCHE

KUNST

Het zaadje wordt geplant wanneer

ze als jong meisje met haar ouders

de kathedralen van Rheims en

Chartres bezoekt, en later ook de grotten

van het Franse Lascaux. Historische kunst.

‘Ik heb een groot vermogen tot bewonderen,’

vertelt ze erover, ‘Die rozetramen maakten

als klein kind een enorme indruk op mij, het

beeldende verhaal dat ik erin zag.’ Ze erft de

interesse voor bouwkunst van haar vader.

Tegelijkertijd beseft ze dat moderne beeldende

kunst het bijna altijd af moet leggen tegen

de stromingen uit het verleden. ‘Dat werkt

verlammend. Jonge kunstenaars moeten altijd

concurreren met oude meesters als Rembrandt

en Van Gogh. Ook in Twente. Het podium

voor Twentse talenten is klein. Er is te weinig

aandacht voor. Iedere regio heeft een culturele

humuslaag nodig waarop getalenteerde

zaadjes kunnen groeien. We hebben hier heel

leuke jonge mensen.’ Jet publiceert erover in

kunsttijdschriften als Beeldenmagazine, Jong

Holland, Museumtijdschrift en het ter ziele

gegane weekblad De Roskam. De gesprekken

die ze ervoor voert, beschouwt ze als een

voorrecht. Ze bewondert Twentse kunstenaars

als Linda Biemans, Elsbeth Cochius en Adrie

Arendsman.

HeArtfund

Ze vindt het prachtig om op haar - naar eigen zeggen

- oude dag in gesprek te gaan met jonge kunstzinnige

mensen over wat hen beweegt om te kiezen voor zo’n

onzeker bestaan: die intrinsieke motivatie, het alleen

maar bezig willen zijn met beeldende kunst. Jet draagt het

Twentse HeArtfund een warm hart toe waarbij jaarlijks

een afgestudeerde kunstschilder de kans krijgt zichzelf

zonder zorgen te ontwikkelen met gebruik van atelier

en materialen. Ze zorgt voor de afsluitende publicatie in

boekvorm en zag winnaars als Remco Dikken, Liesbeth

Piena en Omar Koubâa groeien. Laatstgenoemde ontving

zelfs de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst en

exposeerde in het Paleis op de Dam.

Escher in 3D

Voor Zilver Magazine beschrijft ze typische beelden

in Twente die wel enige vertaling kunnen gebruiken.

Hierover zegt ze: ‘Het is in werkelijkheid altijd anders

dan hoe er op internet over geschreven wordt. Daarom

bekijk ik de beelden altijd ter plekke en beschrijf ik wat

ik er in zie.’ Zo omschrijft ze elders in dit magazine de

verschillende kanten van het monument voor filmmaker

Bert Haanstra in Goor. Maar ook de werken van kunstenaar

en wiskundige Rinus Roelofs uit Hengelo kunnen

de kunstcriticus bekoren: ‘Die beelden vind ik zo fascinerend.

Hij weet een link tussen kunst en de taal van

wiskunde te leggen. Zijn werk lijkt onbestaanbaar, je

snapt vaak niet hoe het in elkaar zit. Het lijkt wel Escher

in 3D in mooie, stevige tastbare beelden.’

Of ze er zelf ooit over gedacht heeft om kunstenaar te

worden? ‘Ach, ik kon vroeger aardig tekenen, maar als je

echt kunstenaar wilt zijn, moet je niets anders willen dan

dat. Ik noem dit het ‘heilig moeten’. Alleen dat leidt tot

authentieke kunst.’


INTERVIEW. COLUMN. WEDUWE HENK BOOM TIMMERMAN?

column

Henk

Boom

ONRUST

Wanneer begon het? Mijn onrust. ‘Zit toch eens stil’,

zei mijn moeder vroeger als ik aan tafel zat te draaien.

Bovendien probeerde ik altijd haantje de voorste te zijn.

Dat kreeg ik nog lang van haar te horen. Bijna als een

reprimande. Pas veel later vertaalde ik die onrust en

dat voortdurend vooraan willen staan met het op reis

willen gaan. ‘Het was ontsnappen en verdwijnen’, zoals

Paul Theroux, de auteur van mythische reisverhalen, het

heeft verwoord. Op reis gaan werd voor mij zelfs een

bevrijding. Anderen noemden het een vlucht vooruit.

Hoe dan ook, onrust, reizen en nieuwsgierigheid hebben

aan de wieg gestaan van mijn journalistieke bestaan.

Mijn nieuwe levenscredo dank ik zelfs aan het reizen: het

inruilen van de onzekerheid van de zekerheid voor de

zekerheid van de onzekerheid. Dat gaf een intens goed

gevoel, ook al dacht mijn moeder daar anders over.

Meer dan de helft van mijn leven heb ik nu in het

buitenland gewoond. Terug op mijn geboortegrond zeg

ik voortdurend dat ik in Diepenheim-aan-Zee woon. Ik

heb altijd aan zee willen wonen. In mijn verbeelding zie

ik dan aan de horizon de overkant van mijn leven.

Henk Boom (1945), geboren

in Almelo en woonachtig in

Diepenheim. Als journalist

werkte hij bij het dagblad

Tubantia en bij de Haagsche

Courant. Als correspondent

was hij ruim dertig jaar actief

in Mexico en Spanje. Als auteur

wijdt hij zich nu aan boeken

met historische thema’s.

.19

Inmiddels wentel ik mij in herinneringen. ’Wonderlijk is

dat na mijn dood ook mijn herinneringen verdwijnen’,

schreef Karel van het Reve kort voor hij overleed. Dat is

het. Ik moet opschieten voordat Charon zich meldt voor

de overtocht over de Styx. In afwachting daarvan ben ik

deze winter begonnen aan een reis door mijn kamer.

Want de onrust blijft.

Henk Boom

ZILVER WINTER 2021 / 2022


CULTUUR. JOHNNY LOOHUIS

Dan hoor ik:

‘Goed idee

Johnny, regel

jij dat?’

.20


// Tekst & foto’s

HARRY MOEK

Johnny Loohuis

Drijvende kracht

achter cultuur en

feest in Oldenzaal

Oldenzaal is een stad met een prima voedingsbodem

voor cultuur en feesten. Johnny Loohuis heeft door de

jaren heen in die bodem veel vruchtbare ideeën geplant.

.21

De lijst feesten en culturele evenementen

in Oldenzaal waar Johnny Loohuis de

hand in heeft gehad is lang. De 62-jarige

saxofoondocent, een creatief en kleurrijk doener en

netwerker, lijkt onvermoeibaar. Zijn grote uitdaging

op dit moment is het realiseren van stadsbrouwerij

De Bombazijn. Loohuis: ‘Oldenzaal heeft meer

iconen nodig. En de Bombazijn gaat er zeker een

worden!’

Muziek

Johnny Loohuis leeft van en voor de muziek. Toen

hij zich inschreef voor het conservatorium zeiden

zijn ouders: ‘Zou je dat wel doen, jongen? Met

muziek is geen droog brood te verdienen.’ Maar

zinnen als ‘zou je dat wel doen’ werken bij Johnny

als een rode lap op een stier. Het lijkt hem te sterken

in zijn voornemens, tegendraads als hij kan zijn.

Johnny: ‘Tja, ik ben een eigenwijze Twent. Mijn

ouders hadden trouwens wel gelijk hoor. In de

muziek kun je maar weinig verdienen, tenzij je een

heel grote ster wordt.’ Toch blijft het zijn roeping

om mensen op te leiden in de muziek. De jeugd

lijkt helaas echter steeds minder voor muzieklessen

te porren. Johnny: ‘Jongeren zitten liever achter

schermpjes, lekker makkelijk. Muziek maken vraagt

niet alleen talent, maar ook vaardigheid. Inspanning

en doorzettingsvermogen heb je ervoor nodig.’

Stroatensemble

Het Stroatensemble, in en buiten Oldenzaal een bekend

fenomeen, is orkest, vriendenclub en creatieve bubbel

ineen met als ingrediënten: feest, muzikaliteit en een

vleugje chaos. Helemaal passend bij Johnny. Het is ook

de kraamkamer van vele evenementen en acties, zoals

de Kinderwagenoptocht, het eigen carnavalsgala de

Galo, het Stroadl benefietconcert en Graanzak Smiet’n.

Johnny: ‘Ik werkte bij discotheek De Kei en zag dat de

carnavalskapel De Boeskeulkes van de eigenaar gratis

te drinken kreeg als ze muziek kwamen maken in zijn

tent. Ik dacht: dat kan ik ook! Ik trommelde een aantal

vrienden op om ook met regelmaat een deuntje weg te

blazen bij De Kei. Gratis bier, hoe mooi was dat? Maar

nog belangrijker: de basis van het latere Stroatensemble!’

Johnny is groot jazz-liefhebber. Johnny: ‘De vrijheid, de

improvisatie en als iemand een noot verkeerd blaast, is

er geen man overboord.’ Zijn grootste held is saxofonist

Michael Brecker. Met de muziekmaten van Stroat

bezocht hij geregeld het North Sea Jazzfestival. Even leek

het erop dat ze er zelf ook zouden gaan optreden. Johnny

wist met zijn enthousiasme de grote baas, Paul Ackett,

over te halen om het Stroatensemble op het North Sea

te boeken. Johnny: ‘Helaas overleed Ackett voordat dat

daadwerkelijk zover kwam. Zijn opvolgers kozen daarna

helaas voor een andere invulling.’ >>

ZILVER WINTER 2021 / 2022


CULTUUR. JOHNNY LOOHUIS

.22

‘ Ik kwam

begeleid met

zwaailicht en

sirene veilig in

Oldenzaal aan.’

De Stroat-bus

Het Stroatensemble laat zich vervoeren in een zeer

opvallende bus. Een oud exemplaar, die dankzij

tender loving care van Johnny en de zijnen en

de door Herman Bodewes speciaal gebouwde

‘Falderalderal-hal’ nog steeds geschikt is voor

gebruik. Over twee jaar is de bus 50 jaar oud.

Wie Johnny kent weet dat dat maar één ding kan

betekenen: weer een feest! De bus is een jaar of tien

geleden geheel gerenoveerd. De bus werd gestript

en het kunstzinnig beschilderde plaatstaal van

de carrosserie werd geveild om de kosten van de

restauratie te kunnen dekken. De hele operatie

staat Johnny nog goed bij. Johnny: ‘Er was een

geheel nieuw frame aan het onderstel gelast en

de bus had geen dak, geen vloer, geen wanden,

laat staan verlichting. Er was een chauffeursstoel

provisorisch op het frame gelast en ik moest dat

karkas naar Oldenzaal rijden. Een motoragent hield

mij plots staande. Zijn mond viel wagenwijd open

en hij zei: ‘Loohuus, wat bis doe an ’t doon? Wat een

overtredingen! Hier is gin schriew’n an!’ Hij kende

mij blijkbaar, dat was mijn redding. De agent bood

aan om me te escorteren en zo kwam ik begeleid

met zwaailicht en sirene veilig in Oldenzaal aan.’


Bombazijn

Hét grote project waar Johnny zich momenteel

met hart en ziel voor inzet is de bouw van een

stadsbrouwerij in de Bombazijn, een vervallen

pand uit de textielhistorie van Oldenzaal. En

Johnny en de zijnen zijn niet weinig ambitieus. Het

pand gaat helemaal in oude staat teruggebracht

worden, er komt een grote kelder voor een

professionele brouwinstallatie. Een klein gilde van

amateurbrouwers is al jaren actief. Ze brouwen op

kleine schaal een variëteit aan Bombazijn-bieren. De

financiering voor het plan moet nog rond komen,

maar Johnny is optimistisch en vastberaden: ‘Dit

krijgen we voor elkaar, zeker weten!’

Johnny: ‘Gelukkig heeft de gemeente meegedacht

en is men zo moedig geweest om de geplande

hoogbouw op de plek van de omliggende stadstuin

af te blazen. Met de Bombazijn koesteren we erfgoed

en hebben we er een mooie voedingsbodem voor

culturele evenementen bij. Het bier dat we gaan

brouwen is bedoeld voor alle Oldenzalers. De

bezoekers maar ook de horeca moeten daar beter

van gaan worden.’

‘Tja, ik ben

een eigenwijze

Twent.’

Intocht Plechelmusklok

In Zilver Magazine herfst schreven we over de

nieuwe Plechelmusklok. Dat bleek een mooie

aanleiding voor een feestelijke dag. Een echte

intocht en meerdere feesten. En ja hoor: ook daar

was Johnny Loohuis aan verbonden. Johnny: ‘Ik

vond dat het volk zo’n geschenk aan de stad moet

omarmen. Ik opperde om er een grote intocht

van te maken. Met paard en wagen, muziek en

een mooi feest. En, hoe gaat het dan? Dan hoor

ik: ‘Goed idee Johnny, regel jij dat?’ En het is een

mooi feest geworden, of niet?’

De Bond

Johnny’s geboortehuis staat aan de Molenstraat,

tegenover Stadstheater De Bond. Hij woont daar

nog steeds. Het pand, oorspronkelijk ’n Oaln

Bond, met daarin in de jaren zeventig en tachtig

de beroemde discotheek Trio Club, zou gesloopt

worden voor woningen. Johnny: ‘Ik heb toen

met wat strijdmakkers de werkgroep Redbond

opgericht. Dankzij het daarna geïnstalleerde

bestuur en vele andere Oldenzalers hebben de

woningbouwplannen daar geen gevolg gekregen

en hebben we nu een bloeiend Stadstheater.’

In Oldenzaal wordt Johnny gezien als een

onverbeterlijke optimist. Johnny: ‘Ik ben echt geen

Don Quichot, ik denk wel drie keer na voordat ik

een kar ga trekken. Maar ik weet zeker: als er echt

een wens is, en draagvlak, dan is er ook een weg!’

.23

ZILVER WINTER 2021 / 2022


ZILVER. CULTUREEL ERFGOED

Vrijwilligers houden

de 670 jaar oude

NOORDMOLEN

draaiend

.24

De exacte leeftijd van de Noordmolen is onbekend.

Vast staat dat de molen al genoemd wordt in een koopakte

uit 1347, toen Herman van Twicklo Huize Eijsink

kocht, met de Noordmolens, het waren er destijds twee,

aan de Azelerbeek. Waarschijnlijk betrof het een korenen

een oliemolen. De verkoper was Berend van Hulscher,

een edelman en herenboer. Uit Huize Eijsink zou uiteindelijk

ontstond Kasteel Twickel ontstaan. De korenmolen

is rond 1825 gesloopt, de oliemolen bleef bewaard.

// Tekst & foto’s

ANNEMARIE HAAK


De Noordmolen staat verscholen in de bossen

van Twickel, vlak bij de ijsbaan in Delden,

pal naast de brug die de Oelerbeek met de

Azelerbeek verbindt. Het verval is groot en het water

klotst tegen de schoepen van het rad dat hierdoor in

beweging komt. Het piept en het kraakt als de molen

in werking wordt gezet. Een heerlijk geluid voor de

enthousiaste molenaars. Elke zondag zijn ze present.

Ze zetten het waterrad in gang en daarmee ook de

molen. In totaal zijn ze met 25. ‘Eigenlijk is de naam

molenaar niet helemaal goed’, verklaart Jaap Mereboer.

Samen met Jan Leushuis en Jan Roerink maakt hij deel

uit van het bestuur. ‘We zijn olieslagers, olie wordt geslagen

en niet gemalen!’

Een rondleiding door de molen laat dit zien. Grondstof

voor de olie is vlas, dat werd destijds veel verbouwd

op de arme zandgronden van de streek onder meer

voor het weven van linnen. ‘Vlaskorrels worden eerst

gekneusd in de kollergang.’ Mereboer toont de twee

grote stenen wielen die over de korrels walsen. ‘Als ze

voldoende geplet zijn gaan ze in de vuister, dat is een

bodemloze pan, die op een kachel staat. Daar worden

ze gebrand.’ Het meel wordt opgevangen in zakken,

buulen. Het olie slaan vindt plaats op de persbank. De

buulen worden tussen twee planken in de persbank

gelegd. Een vallende slaghei perst olie uit het meel,

lijnzaadolie. Van het overblijfsel worden lijnzaadkoeken

gemaakt voor het vee.

.25

‘Het gaat om

het oude vak, de

oude techniek, het

erfgoed. Dat moet

bewaard blijven.’

Erfgoed

‘Lijnzaadolie heeft een bijzondere werking en bevat

omega 3-, 6- en 9-vetzuren. Dat is erg goed voor de

darmen’, benadrukt Mereboer. ‘Bovendien verlaagt

het bloeddruk en cholesterol en stimuleert het de

gezondheid van hart- en bloedvaten volgens de

geleerden!’ De molenaar is tevens voorzitter van de

pr-groep. Over belangstelling heeft hij overigens niet

te klagen. Zodra de deuren open gaan dienen zich de

eerste bezoekers al aan. De molen is het hele jaar door

iedere zondagmiddag geopend, in de zomer ook op

woensdag. ‘Dat doen we vanaf de laatste week van

juni tot en met de eerste twee weken van september.

Dan komen onze molenaars aan het werk!’, lacht hij.

Elke keer zijn er drie vrijwilligers aanwezig. Om het

vak te leren hebben ze allemaal een cursus gevolgd.

‘Bezoekers hebben altijd vragen, daar moet je antwoord

op kunnen geven. Het grootste deel van de vrijwilligers

loopt echter al jaren mee en heeft daar geen moeite

mee.’ Het gaat om het oude vak, de oude techniek, het

erfgoed, dat moet bewaard blijven. Dat is minstens zo

belangrijk als het product dat er afgeleverd wordt. >>

ZILVER WINTER 2021 / 2022


4000 hectare

.26

Restauraties

De molen is door de jaren heen diverse keren gerestaureerd.

Dat is te zien aan de gedenkstenen in de kademuren. In 1917

werd de molen hersteld, maar omdat er te weinig water door

de beek stroomde, leidde dit tot verval. In de jaren 1976-1978

is het molengebouw opnieuw gerestaureerd in opdracht van

de Stichting Twickel. In 1984 werd er een nieuw molenrad

geïnstalleerd, mogelijk gemaakt door de Rotaryclub Borne-

Delden. In 1989 werd het interieur afgerond. Vrijwilligers

houden sinds 1990 de molen in bedrijf. In 2006 was er

opnieuw een grote reparatie noodzakelijk en werd er een

molenaarshuis bijgebouwd. Dit is zoveel mogelijk volgens

de oude technieken gebeurd, een project dat mede dankzij

Europese subsidie (Leader+) gerealiseerd kon worden. In het

molenaarshuis kunnen de molenaars pauzeren en vergaderen.

Bovendien is er een klein keukentje en een toilet en een plek

voor de administratie. Het complex is ondergebracht in de

Stichting Beheer Noordmolen die weer deel uitmaakt van

de Stichting Twickel. Toen in 1975 de laatste barones van

Twickel overleed werd het 4.000 hectare grote landgoed met

het kasteel ondergebracht in een stichting voor behoud en

beheer met als doel het geheel te behouden en te beheren.

Bovendien moest het kasteel bewoond blijven en dat gebeurt

ook. Daarom is het kasteel slechts beperkt te bezichtigen.

‘Het zou leuk

zijn als de groep

vrijwilligers wat

groter wordt.’

Plezier in het werk

De Noordmolen is het waard om behouden te blijven.

Daarom wordt er veel aan public relations gedaan.

Scholen, families, bedrijven worden uitgenodigd om te

komen kijken. Een rondleiding is altijd te boeken. Maar

toch is het niet allemaal rozengeur, de aanwas van nieuwe

vrijwilligers stagneert en dat baart de heren wel zorgen.

De meeste molenaars lopen al heel wat jaartjes mee en

worden een dagje ouder. ‘We hebben ontzettend veel

plezier in ons werk en zwaar is het niet. Ook de sfeer onderling

is goed. Het zou leuk zijn als de groep vrij willigers wat

groter kan worden!’ Daarom doet de groep een dringend

beroep op iedereen die het leuk lijkt om molenaar te zijn.

Kijk op de website noordmolen-twickel.nl en meld je aan!


COLUMN. GERRIT LANSINK

GERRITS

STUKSKE

n Aander

Kerstkeend

De weejn begonn op Kerstoavnd, vlak vuur n kooldstn dag

van t joar. n Moes-iegel lag a wekn met tien hertslaagn in

de minuut oaver zeute zommernachtn te dreumn. En n

haazn zat in t höfke biej bangig moanlech köpkes moos

kepot te maaln. Huulnd mirreweenterhoorndschaln droog

de zeertestekn van t nearfdroad met de letter van

Depressie. Eenmoal op de weerld wör t keend in witwoln

dekns wikkeld.

Vanachter met steerne van keunstsnee beplakte roetn

keekn de naar jonge oalders o zo greuts noar n noazoat.

Dizzent zag duur n weerschien eankeld uur doonkerte, vaker

as eens kats vortbraand duur t schennharde schiensel van

de koplöchtn van weenterbaandwaagns. Zo tieegn de tied

dat et met kristalkloare vöarmkes ingelegde spöldeuske

vuur de leste keer zien Noordzweedse kerstleedke gung

ofdreain, begonn t kwik zwoar naar daaltn te goan.

‘Min 18!’, zeadn de leu n neechstn moorgn duur griestrechters

oet n moond. Ze keekn derbiej of ze ne wedstried

wonn hadn.

Dat joar bleef n thermometer oonder nul hangn. Et dee t

Kerstkeend gen zeerte.

... n haazn zat in t höfke köpkes moos kepot te maaln ...

Oet Verkade album Winter (1909), pleatke nr. 87

ill. L.W.R. Wenckebach

.27

Ok de eerste daag van jannuari was Könnink Weenter kaant

de baas. Pas op n viefdn völ n doo in, met weendvolle bujn,

et nare van dizn dag nog verzwoarnd. Zeg noe joa zölf,

wat is der slimmer as n hölpeloos weegnd, met völklurig

keersnsmet oavertrokn kerst-engelke op n dag vuur

Dreekönningn, in nen reagn van dannnoaldn?

Et keend haaldn t kerstbeumeverbraandn nog, as n

vuurteekn van de aller-, allergrötste koplaamp. Zachtkes

kwiendn t keend der op vort. Noa n goodbesteed leavn as

sneepop in doonkre daagn.

Cerrit Lansink

Gerrit Lansink (Bokel, 1950) was

zon dertig joar tekstmänneke in de

reklame. Heuld et in t schrievn kort

met gedichtn (beundelkes Pikstrik

en Oaver Stroatn en Weagn) en

stukskes (zooas in Bodbreef, De Nieje

Tied en Twentse Almanak) in t plat,

met doarnöast luk in t Neerlaands

(Onze Taal, Het Land der Letteren

en Verhalen uit het Oosten). Hoold

van meziek, in t biejzeunder de joarn

vieftig, zestig en zeuvntig, sportkiekn

(voetbaln, wielrenn en schaatsn) en

reagnachtige zundage in juli.

ZILVER WINTER 2021 / 2022


Oogcentrum Eibergen

.28

Uw oogspecialisten in de Achterhoek voor

oogheelkundige behandelingen waaronder:

, Grijze staar (cataract)

, Verhoogde oogdruk/glaucoom

, Maculadegeneratie

, Netvliesaandoeningen

, Oogleden: operatief en niet-operatief

, Hoornvliesaandoeningen

, Diabetes gerelateerde aandoeningen

, Glasvochtvertroebelingen (mouches volantes)

, CBR keuringen

ADV

Bel 088 119 82 00

Wij opereren in ons eigen operatie- en lasercentrum

Euregio Vision in Vreden.

OOGCENTRUM

EIBERGEN

Oogcentrum Eibergen, Nijverheidsstraat 8 - 04

7151 HN Eibergen, Telefoon 0545 47 80 80

info@oogcentrum-eibergen.nl

www.oogcentrum-eibergen.nl

dvertentie_102 x 147 print - Euregio.indd 1 25.10.21 15:55

www.indienstvanhetleven.nl

Pedro Swier

Voor uw

gezondheid

en vitaliteit!

Deel je leven

Een betekenisvol leven en uitgaan van wat mensen wél kunnen.

Dat is waar Zorggroep Sint Maarten voor staat. Elke dag

opnieuw gaan wij uit van de kracht van mensen, hun

mogelijkheden en hun talent. En van de kracht van delen.

Kijk op www.zorggroepsintmaarten.nl om te kijken wat we voor

elkaar kunnen betekenen.

088 - 000 52 00

info@zorggroepsintmaarten.nl

deel je leven

Maartje is er voor thuiszorg, kraamzorg, behandeling

én revalidatie. Professioneel en vertrouwd. Voor

jong en oud. Kleinschalig en in de buurt. Met eigen

vestigingen en altijd één vast aanspreekpunt.

Afspraak maken met Maartje bij ú in de buurt?

Bezoek dan één van onze vestigingen in Losser,

Oldenzaal, Ootmarsum, Tubbergen, Geesteren,

Weerselo of Hengelo. Of bel of mail ons!

Thuiszorg

Behandeling

Kraamzorg

Revalidatie

www.maartje.nl

info@maartje.nl

053 - 537 55 55

088 - 000 52 05

088 - 000 52 15

053 - 537 55 55

Maartje is onderdeel van

7 dagen per week,

24 uur per dag

bereikbaar

Uitleen van hulpmiddelen zonder lidmaatschap


CARNAVAL. IN TWENTE

Carnaval,

het feest der

zotten

.29

Als de coronamaatregelen het toelaten en we in 2022 carnaval

mogen vieren, staat het van oorsprong katholieke volksfeest op

de agenda van zaterdag 26 februari t/m dinsdag 1 maart 2022.

Carnaval vindt altijd zeven weken vóór pasen plaats en pasen

is altijd op de zondag na de eerste volle maan in de lente. De

dag na carnaval, aswoensdag, is de eerste dag van 40 dagen vasten,

de periode die aan pasen vooraf gaat. De laatste carnavalsavond,

de dinsdagavond, is de vastenavond. Die vastenavond

is de oorsprong van het latere carnaval zoals wij het nu vieren.

Een van de verklaringen van het woord carnaval is het Italiaanse

‘carna vale’, wat ‘vaarwel vlees’ betekent. In delen van Limburg

heet carnaval echter vasteloavond. Ook in delen van Duits land

en België, noemen ze carnaval zo.

// Met dank aan

JAN RIESEWIJK

// Foto’s

ARCHIEF GAFFEL AÖSKES LOSSER

ARCHIEF DE TWENTSCHE COURANT,

KANTOOR OLDENZAAL


CARNAVAL. IN TWENTE

car

.30

De eerste verenigingen

Aan ons huidige carnaval liggen de

heidense nieuwjaars- en lentefeesten

met veel eten en drinken ten grondslag. Wanneer

vanaf de late oudheid het christendom opkomt,

probeert men in eerste instantie deze heidense

feesten te verbannen, maar dat lukt niet. In 1091

krijgt aswoensdag een plek op de kerkelijke

kalender. Eeuwenlang is het carnaval vooral een

eet- en verkleedfeest dat zich op de dag vóór

aswoensdag vooral op straat afspeelt. In periodes

dat de protestanten meer macht hebben dan de

katholieken, wordt het feest in grote delen van

Europa verbannen. Met de terugkeer van het

katholicisme in de 19 e eeuw, ontstaat er weer

ruimte voor carnaval. In 1823 wordt in Keulen

de eerste carnavalsvereniging van Europa opgericht,

niet lang daarna volgen Maastricht in

1839 en Venlo in 1842. In Twente zijn de vastenavondvieringen

dan nog besloten: in eigen huis

en later ook in café’s.

Het zal nog meer dan honderd jaar duren tot in

Twente carnavalsverenigingen het levenslicht

zien: in Hengelo ‘de Windbuuln’ op 1 januari

1950, gevolgd door ‘de Smoezen’ in Vroomshoop

in april 1951. Een groep Oldenzalers bezoekt in

1954 de carnavalsoptocht in Gronau. Zij keren

naderhand enthousiast huiswaarts en verenigen

zich in de ‘Kadolstermennekes’. Ze weten binnen een paar jaren grote

carnavalsevenementen te organiseren. Van de plaatsen die reeds

carnaval hebben in de jaren ’50 mag zeker ook Losser genoemd worden.

Hier wordt in 1952 het eerste openbare carnavalsfeest georganiseerd

door de Losserse Motor Club. In 1957 volgen de eerste twee officiële

carnavalsverenigingen; de ‘Martini Kerlkes’ en de ‘Daore Trappers’.

Vanaf de jaren ’60 en ’70 krijgt het carnaval overal in Twente voet aan

de grond, van Tubbergen tot Haaksbergen en van Enter tot Glanerbrug;

het feest der zotten doorkruist heel katholiek Twente. En hoewel het

carnaval in Zuid-Nederland nog dieper geworteld is in de cultuur en

de samenleving, doet het Twentse carnaval daar niet voor onder. Zeker

wat betreft de wagenbouw kunnen de Twentse carnavalisten zich meten

aan de carnavalsverenigingen uit het zuiden.

Wagenbouw

Naast de opkomstfeesten van de hoogheden, de gala’s en het sociale

carnaval bij en met bewoners in zorginstellingen, zijn vooral de

optochten de hoogtepunten van het Twentse carnaval. Het zijn de

uithangborden van de verenigingen. Bij redelijke weersomstandig -

heden trekken de plaatselijke optochten duizenden bezoekers. Met de

Grote Twentse Carnavalsoptocht in Oldenzaal als uitschieter met vaak

ruim 100.000 bezoekers. Vanuit heel Twente doen duizenden mensen

mee op carnavalswagens, in loopgroepen en als een- en tweelingen.

Carnavalsverenigingen zijn maanden bezig met de wagenbouw en in

de loodsen wordt samenhorig gewerkt aan een prachtig resultaat. Het

maatschappelijke en sociale aspect van de wagenbouw mag dan ook

zeker niet vergeten worden, ook voor veel jongeren is het een zinvolle


naval

invulling van de vrije tijd. Wanneer in het carnavalsweekend de

fraaie creaties aan het publiek voorbij trekken, vallen bezoekers

van de ene verbazing in de andere.

In de jaren ’70 en ’80 zijn de Losserse carnavalsverenigingen (op

het hoogte punt zijn er 17 verenigingen in de gemeente Losser én

aangesloten bij de overkoepelende Gaffel Aöskes) grootleveranciers

in de optochten in de regio. In de jaren negentig neemt Dinkelland

die functie over. Oldenzaal is altijd al prominent aanwezig in de

optochten. In de top van de meest creatieve wagens eindigen naast

Oldenzaal steevast de wagenbouwers uit de gemeente Dinkelland

zoals Denekamp, Rossum en Ootmarsum.

Het gewone volk aan de macht

Carnaval is het feest van de omkering, het gewone volk aan de

macht. De macht wordt geparodieerd in de vorm van een prins

carnaval (of een graaf, vorst of baron). Deze prins heeft alle

uiterlijkheden van een echte vorst; kleding, onderscheidingen,

scepter, adellijke titels, proclamatie, et cetera. Alles gaat volgens

een strak protocol en er zijn, verschillend per vereniging en plaats,

tal van ongeschreven wetten en regels die bij het prinsenschap

horen. Het spel moet serieus gespeeld worden, anders verliest

het zijn kracht en waarde. Prins te mogen zijn van een plaats en/

of vereniging is een grote eer en menigeen hoopt hiervoor ooit

uitverkoren te worden. Is dit hooghedenschap van vroeger uit

vooral bestemd voor de man, tegenwoordig zien we ook steeds

meer ‘Prinsessen Carnaval’. Hoewel op dit gebied menig plaats

meegaat in de tijdsgeest, is in andere plaatsen een vrouwelijke

hoogheid nog (lang ) niet aan de orde.

.31

Immaterieel erfgoed

Ondertussen mogen we, na zo’n 70 jaar carnaval in

Twente, voorzichtig zeggen dat het carnaval hier

misschien wel volksfeest nummer één is. En dan

vooral in Noord-Oost Twente. Het carnaval hier

is zelfs zo eigen, dat het in Noord-Oost Twente

(Tubbergen, Dinkelland, Oldenzaal en Losser) van

de Unesco het predicaat ‘Immaterieel Erfgoed’ heeft

gekregen.

Hoewel er natuurlijk ook mensen zijn die niets met

het feest der zotten hebben, of er zelfs regelrecht

een hekel aan hebben. In 1984 zei de heer Jansen,

directeur van het carnavalsmuseum in Echt daar

treffend over: ‘Carnaval is een feest voor iedereen,

maar niemand is verplicht om mee te doen. In zijn

ware karakter gaat het om een zuiver volksfeest,

waarin de bandbreedte zich beweegt tussen totale

onderdompeling en geamuseerd toekijken.’

ZILVER WINTER 2021 / 2022


ZILVER ZAKELIJK. ERVAAR HET OV

OV-ambassadeurs helpen senioren met praktische zaken in het openbaar vervoer

Wilt u reizen met de bus

.32

Reizen met het openbaar vervoer kan even geleden zijn

of misschien is het nieuw voor u. Kan ik nog ergens een

treinkaartje kopen? Hoe kom ik aan een OV-chipkaart?

En in- en uitchecken, hoe werkt dat eigenlijk? Voor de OVambassadeurs

is het gesneden koek. Zij helpen u graag met

al die praktische zaken, zodat u met een gerust hart met het

openbaar vervoer kunnen reizen. ‘Je wereld wordt groter als

je er weer op uit gaat. En bijna elke keer hoor ik: Dat gaat een

stuk makkelijker dan ik dacht’, zegt OV-ambassadeur Rob Bos.

Spreekuren voor vragen over het openbaar vervoer

Rob Bos (82) uit Dronten is een ware ambassadeur voor bus en trein.

‘Ik ben 20 jaar geleden als vrijwilliger begonnen bij de invoering

van de OV-chipkaart. Ik heb heel wat vrouwenverenigingen,

buurtverenigingen en dergelijke bezocht om uitleg te geven. Nu

verzorg ik als OV-ambassadeur nog steeds informatiebijeenkomsten

en houden we met een groep van zo’n 35 OV-ambassadeurs eens

per maand inloopspreekuren in veel gemeenten in Gelderland,

Flevoland en Overijssel. Daarnaast zijn we dagelijks op verschillende

dagdelen bereikbaar tijdens de telefonische spreekuren. Zo kunnen

we ook vanuit huis vragen over het OV beantwoorden en dat is een

prettige bijkomstigheid in deze tijd.’

// HET PROJECT OV-AMBASSADEURS IS EEN GEZAMENLIJK PROJECT VAN DE PROVINCIES GELDERLAND, OVERIJSSEL EN FLEVOLAND.


en de trein?

Hulp bij digitaal aanvragen van een reisproduct

Rob en de andere OV-ambassadeurs geven tijdens inloopspreekuren

en telefonische spreekuren ook tips over gunstige

abonnementen en samenreiskortingen. En helpen bij het digitaal

aanvragen van een reisproduct. ‘Dat vinden senioren soms lastig,

bijvoorbeeld het digitaal aanleveren van een foto. Maar bij de

inloopspreekuren hebben we ook nog gewoon de papieren

aanvraagformulieren hoor.’ Hij vindt het prachtig als een 80-er

dankzij zijn inzet na zestig jaar weer de trein pakt. ‘Die man had

een leven lang bij de koeien moeten blijven en zat nu voor het

eerst sinds zijn diensttijd weer in de trein.’ Of als een weduwe

zonder auto toch weer op pad kan. ‘Zo moeilijk is het allemaal

niet, probeer het gewoon met onze hulp. Je wereld wordt er

groter van’, roept hij op.

Proefreisjes halen de drempel weg

‘Om senioren over de drempel te helpen bieden we in Overijssel,

Gelderland en Flevoland proefreisjes aan. Op die proefreisjes

gaan we samen met de senioren echt op pad om alle praktische

zaken uit te proberen. Met de buurtbus naar het station, en dan

een tripje met de trein. Dat kan naar iedere stad, ook in Twente.

Ik koos bewust voor Zwolle, een wat groter treinstation. En we

maken een ritje waarbij ze ook een keer moeten overstappen

naar een andere maatschap pij. Lijkt allemaal ingewikkeld, maar

je moet het gewoon een keer gedaan hebben. We maken er wat

gezelligs van, met een kop koffie. En bijna altijd hoor ik: het viel

me reuze mee. Je moet het gewoon een keer doen.’ Als Rob op het

perron enthousiast zijn verhaal doet, haken vaak spontaan andere

senioren aan. ‘Prima toch?’ Anita (58) is twee keer met de ervaren

Rob mee geweest en is inmiddels gestart als OV-ambassadeur.

‘Ik heb veel gereisd, onder andere naar India en Suriname, en

koos altijd voor bus en trein. Het is in Nederland allemaal zo goed

geregeld met het OV. Maar ik snap dat op pad gaan met het OV

niet voor iedereen vanzelfsprekend is en daarom help ik graag.’

Volgens haar is een belangrijk misverstand dat reizen met OV

zoveel tijd kost. ‘Vaak gaat het met een auto wel sneller, maar

onderweg kan je niks. Met bus of trein word je bijna voor de deur

afgezet en je kan lekker om je heen kijken of een boek lezen. Ik

vind het heel ontspannend en laat anderen dat ook graag ervaren.’

.33

Provincies Gelderland, Flevoland en Overijssel vinden

het belangrijk dat iedereen met het open baar

vervoer veilig en gemakkelijk kan reizen. Daarom

geven OV-ambassadeurs, vrijwilligers en zelf ook 55 + ,

uitleg over reizen met trein en bus.

Kunt u hulp gebruiken bij het reizen met het openbaar

vervoer? Neem dan contact op via telefoonnummer

038- 30 37 010. Meer informatie en bereikbaar

heidstijden vindt u op: www.ervaarhetov.nl/

ov-ambassadeur

ZILVER WINTER 2021 / 2022


INTERVIEW. BEPPIE KAMPHUIS

.34

‘Het is weinigen

gegeven: zonder

ego spelen waar de

muziek om vraagt.’

// Tekst

TON OUWEHAND

// Fotografie

ANNINA ROMITA


Twentse gitaarlegende

Beppie Kamphuis

stopt ermee

Gitarist Beppie Kamphuis heeft een stevig stempel op het Twentse muziekleven

gezet. Een van de drijvende krachten achter onder andere First Move, Faghm, Jeep

en Block. Maar nu is het afgelopen. Door gehoorproblemen moet hij stoppen. Op

het festival Textielbeat in januari zou hij worden geëerd, maar dat festival is afgelast.

Het gebeurde een maand of vier geleden in

Enschede, de stad waar hij 73 jaar geleden

is geboren en waar hij altijd bleef wonen.

Hij was aan het repeteren met Bouke’s Bee Boys, een

bandje waarbij je van de groepsnaam al kunt afleiden

dat Beppie Kamphuis er vanaf het begin bij zit. Want

alle namen van de bandleden beginnen met een ‘B’.

Naast bandleider Bouke zijn die Bee Boys natuurlijk

Beppie op gitaar en Bert op bas.

Maar deze avond wordt voor Bee Boy Beppie pijnlijk

duidelijk dat zijn gehoorproblemen dusdanige vormen

hebben aangenomen dat verder gaan met in groepsverband

musiceren niet meer verantwoord is. Hij kan

zijn eigen oren niet meer vertrouwen. ‘Ik had een

stemvork. Als ik hem bij mijn linkeroor hield hoorde

ik een ‘c’, maar bij mijn rechter klonk hij als een ‘g’.

Dat gaf voor mij de doorslag dat ik niet verder kon.

Het was menens. Ik moest stoppen met spelen. Ik heb

de jongens gezegd dat ze René Merbis maar moesten

vragen.’

Beppie fietst diezelfde avond nog naar Wouter Muller

om hem van het dramatische feit op de hoogte te

stellen. Na twintig jaar moet er ook een einde aan de

samenwerking met Wouter komen. Beppie is vanaf het

begin betrokken bij activiteiten van Wouter Muller

over diens Indische roots die hij na zijn eerste bezoek

aan zijn moederland was gaan ondernemen. Beppie

speelt op Mullers eerste drie cd’s, hij deed mee in

nagenoeg al zijn voorstellingen, maar ook die

samenwerking zou hij nu moeten beëindigen.

Gehoor is voor een muzikant van essentieel belang.

Zeker in het geval van Beppie Kamphuis. Beethoven

en Jimmy Raney hebben in respectievelijk klassieke

muziek en jazz nog iets tot stand kunnen brengen

ondanks doofheid. Maar Beppie is een gitarist

die het moet hebben van zijn gehoor. Een vel

bladmuziek voor z’n neus zetten heeft geen zin.

Kamphuis is een gitarist die luistert. Hij baseert

zijn spel op wat hij om zich heen hoort. Hij was

altijd een muzikant die feilloos aanvoelde wat hij

op zijn gitaar aan de muziek om zich heen moest

toevoegen. Het is weinigen gegeven: zonder ego

spelen waar de muziek om vraagt. In de band Jeep

trof hij ineens gitaarbeul Adje van den Berg naast

zich. Beppie werd er niet warm of koud van: hij had

daarvoor in First Move gitaargigant Eef Albers al

naast hem gehad.

Beppie bleef altijd op zijn eigen bescheiden wijze

zijn aandeel leveren en de muziek knapte er altijd

alleen maar van op. >>

.35

ZILVER WINTER 2021 / 2022


INTERVIEW. BEPPIE KAMPHUIS

Clapton is bove

Vanaf de jaren zestig toen hij zich aandiende in zijn eerste bandje

Centurions staat hij bekend als de gitarist met de goede smaak. Hij werd

in de jaren zestig wel vergeleken met Eric Clapton. Al vond hij het zelf

rijkelijk overdreven. Maar inderdaad, net als Clapton gebruikte Beppie

nooit te veel noten. En net als zijn Britse collega ging zijn spel in feite

altijd over de blues vanuit een lichte jazzy timing.

Maar terwijl ze in Engeland ‘Clapton is God’ op een muur kalkten,

kwamen ze in Enschede niet verder dan op een muur ‘God is Love’

te schilderen. Goed, dat muurtje bevond zich wel schuin tegenover

poppodium De Kokerjuffer (het latere Atak), waar in de jaren zeventig

onder andere Beppie’s bands Jeep en Block werden gepresenteerd. En op

een gegeven moment had een humorist met witte verf de ‘L’ in een ‘B’

veranderd. Daar kon je met een beetje fantasie een eerbetoon aan Beppie

in zien, terwijl er letterlijk alleen ‘God is Bove’ stond.

K

.36

‘Daar kon je met

een beetje fantasie

een eerbetoon aan

Beppie in zien.’

Ondanks zijn faam is Beppie Kamphuis nooit beroepsmusicus geweest.

Hij werkte de eerste helft van zijn leven als graficus, de tweede helft werkte

hij bij de fameuze restaurateur van historische piano’s Edwin Beunk. ‘Ik

weet nog wel dat de jongens van de First Move beroeps wilden worden.

We vergaderden in gebouw Irene daarover. Er speelde op dat moment

een schoolbandje uit Wageningen. De toen nog onbekende piepjonge Eef

Albers was daar de sologitarist. Ik zei tegen de jongens dat ik in de grafische

industrie zou blijven werken. Ik wees op Eef: ‘dat wordt mijn opvolger.’

Het gevolg was dat Eef Albers in Enschede in de kost ging, hij was de

gitarist van de First Move geworden. De band viel na een paar maanden

al uit elkaar, terwijl Beppie gewoon zijn grafische werkzaamheden bleef

verrichten. Er waren meer momenten dat Beppie Kamphuis een stap had

kunnen zetten om beroepsmuzikant te worden. Hij heeft het nooit willen

doen. Waarom niet? Hij is een en al bescheidenheid. Daar vond zichzelf

nooit goed genoeg voor. Hij had de ambitie niet. Die naam, die hij had?

Dat gaat vanzelf, relativeert hij als iemand roept dat Beppie Kamphuis

een goede gitarist is. Een ander kent hem niet of nauwelijks, maar heeft

geen reden daaraan te twijfelen en gaat het vervolgens ook roepen. Zo

verspreidt het misverstand zich vanzelf.

Maar deze ochtend komt hij ook met een andere verklaring. ‘Eigenlijk

hou ik er niet zo van om op een podium te staan. Ik sta het liefste met

een voet ernaast. Ik hou niet zo van die aandacht. Misschien wel omdat

ik als kind ben gepest met mijn hazenlip. Aandacht van de meisjes, die

ging vooral naar de zangers. En dan kwamen ze alleen maar bij mij om te

vragen of ik een goed woordje voor ze kon doen.’

Fossielen

Beppie Kamphuis wekt deze ochtend niet bepaald de indruk dat hij

ernstig gebukt gaat onder zijn terugtreding uit de muziekwereld. Er staat

een gitaar in de woonkamer klaar die hij af en toe pakt. Een oude Höfner

uit de eerste helft van de jaren zestig. Hij heeft ‘m zelf gerestaureerd. Hij

heeft het instrument aangesloten op een object dat zestigplussers zich

mogelijk herinneren als de geluidsbox die in ieder gezin aan de wand

hing voor de distributieradio. Beppie heeft er een versterker in gebouwd.

Maar uit de hele woonkamer blijkt wel dat er buiten muziek nog zoveel

is dat het leven de moeite waard maakt. Een vitrine met een flinke

hoeveelheid door hem zelf gevonden fossielen. Het is maar een klein

gedeelte van zijn verzameling, zegt hij. Boven in zijn werkkamer bevindt

zich een enorme collectie. Hij is ook lid van een geologische vereniging.

Alles zelf gevonden in de omgeving. En bij een bouwproject in Gronau

vond hij laatst iets wat een leek wellicht versleten had voor een slordig

stuk beton. Maar Beppie legt uit dat het miljoenen jaren oud is. Aan de

schelpen kun je zien dat op die plek de zee is geweest.


unst.

Hij toont een paar recent gemaakte beeldhouwwerken:

koppen die hij uit speksteen heeft gehouwen. Nooit

eerder gedaan. Maar wel goed gelukt. Vindt hij zelf

ook. Hij heeft wel meer aan beeldende kunst gedaan.

Vaak geëxposeerd. Hij heeft door de jaren heen zo’n

zestig kunstwerken verkocht, zegt hij. Objecten voor

aan de muur. Schilderijen waarin hij onderdelen van

muziekinstrumenten had verwerkt: oude pianotoetsen,

pianosnaren, gitaarhalzen. Geef Beppie Kamphuis

een kapot instrument en dan kunnen er twee dingen

gebeuren: hij restaureert het instrument tot het er

weer puik uitziet en het weer goed functioneert. Of hij

integreert de onderdelen in een kunstwerk.

Dat laatste heeft hij al een paar jaar niet meer gedaan.

‘Ik heb nog tien kunstwerken op zolder liggen. Als ik

meer maak, weet ik niet waar ik het moet laten.’ Zo

ging het altijd. Het meeste wat hij maakte verkocht hij

wel. En de opbrengst kon hij weer wat investeren in

zijn muziekpassie.

In zijn werkkamer tref je naast een wand fossielen

een enorme collectie gitaren. Zijn Fender Stratocaster

waarvoor hij in 1969 met de trein naar Den Haag

reisde omdat die gitaar daar een paar honderd gulden

goedkoper was. Het instrument oogt alsof het veel

geleden heeft. Beppie heeft er het nodige aan verbouwd.

Daarom is het lang zoveel niet waard als wanneer hij

het in originele staat had gelaten. Maar er hangen

wel twintig andere gitaren omheen. Opknappertjes,

gekke instrumenten. Een ukelele, een viool. Met

ukelele begon het allemaal op de Alphonsusschool.

En ja, in Block in de jaren zeventig heeft Beppie ook

viool gespeeld. Hij heeft er nog een foto van, dat ze in

De Doelen in Rotterdam optraden.

Voor mij is het onbekend dat Beppie Kamphuis ook

viool heeft gespeeld. Maar wat hij vervolgens over

zijn vioolspel opmerkt, dat had ik weer wel kunnen

raden: het stelde niet veel voor, het waren maar een

paar loopjes. Zo heeft hij ook wel eens wat dwarsfluit

gespeeld en zingende zaag. Ook niets opzienbarends.

Typisch Beppie. Hij heeft altijd gespeeld waar de

muziek om vroeg. Als er een vioolloopje moest

komen, kwam dat er. En als het op fluit beter zou

klinken, werd het fluit. Het enige wat Beppie in dat

opzicht nooit onder de knie heeft gekregen, is daar

gewichtig over doen. Naast z’n schoenen lopen, hij

krijgt het niet voor elkaar. En dat is de eigenschap

waar bescheiden genieën nu eenmaal patent op

hebben.

.37

‘Net als Clapton

gebruikte

Beppie nooit

te veel noten.’

ZILVER WINTER 2021 / 2022


INTERVIEW. PATRICK DRIJVER

LEVE

// Tekst

TON OUWEHAND

// Foto’s

ARCHIEF PATRICK DRIJVER

.38

Patrick Drijver is filmmaker. Hij maakte

twee jaar geleden een documentaire over

het bombardement op de Enschedese

wijk Horstlanden Veldkamp. En hij voltooide

recentelijk een drieluik over de

wederopbouw van diezelfde wijk, waar

hij zelf al een jaar of veertig, vijfenveertig

woont.


‘Een driedelige documentaire over

de wederopbouw van de Enschedese

wijk Horstlanden - Veldkamp na

het bombardement in de Tweede

Wereldoorlog. ’

Hij had wel voet aan de grond willen krijgen in Hilversum.

Met zijn eindexamenproductie De Split Quiz bijvoorbeeld.

Een met vier camera’s opgenomen show van een uur

waarin een getrouwd stel hun boedel inclusief kinderen ging

scheiden door middel van een televisiequiz. Iets waar we in deze

tijd niet van zouden opkijken, maar begin jaren tachtig was het

behoorlijk controversieel. Gemaakt in de VPRO-traditie. Maar toen

Patrick Drijver de productie waarmee hij zijn studie aan de AKI in

1982 afsloot aan Roelof Kiers, directeur van de VPRO toonde, vroeg

die na één minuut of het allemaal zo doorging. En vervolgens ging

de omroepbaas met zijn rug naar het beeld zitten telefoneren. Nee,

dat was ongeschikt voor uitzending bij de VPRO, wilde Kiers later nog

wel kwijt. Het leek hem teveel op echte televisie. De voortekenen

van eventuele belangstelling uit het westen van het land voor

Patricks werk waren al weinig veelbelovend geweest.

Toen hij acteur Dimitri Frenkel Frank (maker van de

satirische televisieprogramma’s Zo is het toevallig

ook nog eens een keer en Hadimassa) vroeg om

zijn rijksgecommitteerde te zijn, antwoordde

die denigrerend: ‘Enschede, weet je wel waar

dat ligt?’ Aan de andere kant, theatermakerregisseur

Berend Boudewijn wilde als gecommitteerde

de reis naar Enschede wel maken.

Hij was enthousiast over het examen van Drijver

en beoordeelde positief. Zowel de TROS als de

VARA liet weten de show erg leuk te vinden, maar het

onderwerp vonden ze te gewaagd. De Telegraaf besteedde

ook enige aandacht aan zijn eindexamen. Het dagblad wijdde er een

kolom aan waarin ze schande spraken van het project. Schandalig

vonden ze het, een satirische show met als thema echtscheiding.

Ook zonder de aandacht van Hilversum is Patrick Drijver er wel

gekomen. Naast opdrachtfilms voor bedrijfsleven en overheid

produceert hij documentaires. Zijn documentaire over Menthol,

de eerste zwarte inwoner van Hengelo, leidde later nog tot een

theaterproductie (van The Young Ones) en een boek (Frank Krake).

De film die hij met Peter Scholten produceerde over Jan Cremer

kwam wél op de landelijke televisie bij AVRO Close-Up en de

documentaire ‘De verborgen klank’ over de forte-piano bracht hem

in Japan. Zo kunnen we nog wel enige tijd doorgaan. Maar nu heeft

de filmer met Peter van Roosmalen voor stichting Cultuurgoed een

driedelige documentaire voltooid over de wederopbouw van de

Enschedese wijk Horstlanden - Veldkamp na het bombardement in

de Tweede Wereldoorlog.

In den beginne

Dat hij überhaupt filmer zou worden? Het was geen vooropgezet

plan. Toen de decaan van de middelbare school in Oegstgeest

vroeg wat Patrick Drijver eigenlijk zou gaan doen als hij zijn diploma

had, voelde hij zich enigszins overvallen. Daar had hij in het

eindexamenjaar nog niet echt over nagedacht. ‘Iets met mensen’,

wilde hij, maar hij moest wel resultaat kunnen zien. Dat wordt

‘ Kleine

16-mm-films

met grote

speelfilmthema’s

als oorlog of

thriller.‘

dan fysiotherapie, concludeerde de decaan. Patrick stelde

eenmaal toegelaten tot die studie binnen een maand al vast

dat het niets voor hem was. Hij besloot een tussenjaar te

nemen waarin hij zich de inspirerende lessen van filmmaker

Frans Zwartjes bij hun op school herinnerde. Hij meldde zich

aan bij de filmacademie in Londen. Daar werd hij toegelaten,

maar het werd om financiële redenen de AKI in Enschede, de

kunstacademie waar je je toen ook al met film en video bezig

kon houden omdat ‘audiovisueel’ een specialisatie was van

de studierichting Grafische Vormgeving.

Hij richtte samen met medestudent Robert van Alphen

met bescheiden knipoog naar het vermaarde filmbedrijf

Paramount Pictures, een Hollandse equivalent op:

Parahill. Humor was een belangrijk wapen. Ze

maakten diverse kleine 16-mm-films met grote

speelfilmthema’s als oorlog of thriller. Ze

presenteerden zich als de Oost-Neder landse

Pim & Wim. Oftewel Pim de la Parra en Wim

Verstappen, destijds zeer spraakmakende

filmmakers. Zoiets kan iedereen natuurlijk

wel beweren, maar Drijver en Van Alphen

maakten publiciteitsfoto’s waarop ze

samen met Pim & Wim als broeders in de

cinematografie te zien zijn. Een mooi verslag

over die twee staat in het boek uit 2002 waarmee

de AKI het vijftigjarig bestaan vierde. Een boek vol

foto’s en verhalen van en over AKI-studenten en -docenten.

Studente Henriëtte Groot Breteler schetst daarin uitgebreid

waarheidsgetrouw en humoristisch hoe zich in 1976 ineens

de nieuwe studenten Patrick Drijver en Robert van Alphen

aandienden. Geen van de redacteuren van het jubileumboek

had de moeite genomen om te checken wie Henriëtte Groot

Breteler eigenlijk was. Gelukkig maar, want dan hadden

ze vastgesteld dat deze studente nooit heeft bestaan.

Onder die naam had Patrick het verhaal zelf geschreven.

Het bombardement

Op 22 februari 1944 werd de Enschedese wijk Horstlanden -

Veldkamp gebombardeerd. Veertig doden, er was weinig over

van de woningen en bedrijven. Foutje van de geallieerden,

die meenden boven Münster te vliegen. De documentaire

Het Bombardement, die Patrick Drijver en Peter van

Roosmalen in 2019 daarover maakten met ooggetuigen van

destijds, brengt aan het licht dat het bombardement ook

wel eens een doelbewuste actie geweest kan zijn. Dit om de

midden in de wijk gevestigde machinefabriek Sanders uit

te schakelen omdat daar onderdelen voor V1- en V2-vliegtuigen

werden gefabriceerd. De documentaire neemt verder

geen stelling, signaleert beide opvattingen en richt zich

vooral op de enorme impact van het bombardement op de

bewoners van de wijk, toen nog kinderen. >>

.39

ZILVER WINTER 2021 / 2022


INTERVIEW. PATRICK DRIJVER

De documentaire die nu onder andere te vinden is op de site

horstlandenveldkamp.nl sloeg in als een bom. De midden

in de wijk gelegen Bethelkerk zat stampvol bij de première.

En buiten stond er zo’n lange rij dat ze de film direct na

afloop opnieuw voor een volle zaal nogmaals vertoonden.

En daarmee was een belangrijk doel bereikt: oorspronkelijke

verhalen boven water krijgen. Waarbij mensen met elkaar in

gesprek gaan over wat ze hebben meegemaakt en na het zien

van de film met een andere blik naar de wijk kijken.

‘En daarmee was een

belangrijk doel bereikt:

oorspronkelijke verhalen

boven water krijgen.’

.40

En nu is er een vervolg. Een documentaire die in drie delen de

wederopbouw van de wijk laat zien. Ook gemaakt door Patrick,

die al zo’n 40, 45 jaar in de wijk woont, in samenwerking met

Peter van Roosmalen, die in deze wijk is geboren en getogen.

Het was de bedoeling om de documentaire vorig jaar zomer

midden in de wijk in de openlucht op het grote grasveld bij

De Bogen in première te laten gaan. De makers zagen het

voor zich. Alle wijkbewoners op een eigen meegebrachte stoel

op het gras en praten over ‘toen en nu’. Maar een Chinees

virus stak er een stokje voor. Nu werd de film begin oktober

voor alle medewerkers vertoond in de ook in de wijk gelegen

synagoge. Er is daarna nog een weekeinde geweest waarop

de documentaire twee dagen non-stop te zien was in de

voormalige pyjamafabriek Robson aan de Blekerstraat in de

wijk. Ook voor mensen buiten de wijk zijn de persoonlijke

en vaak humoristische anekdotes over de 50-er en 60-er

jaren heel herkenbaar. Op 9 januari is er een vertoning in

Theater Concordia en daarna staan ook deze delen op de site

horstlandenveldkamp.nl.

Corona had invloed op de manier waarop de persoonlijke

verhalen in het drieluik zijn gefilmd. ‘We hebben weinig

binnenopnames gemaakt. De meeste mensen vertellen de

verhalen buiten. Op straat, voor hun huis of in de tuin. Dat

geeft een bijzonder beeld van de wijk.’

Addy Scheele

De kracht van Patrick Drijver als filmer is dat hij een creatief denker

is. Dat hij het toestaat als sommige verhalen een andere kant

opgaan dan hij vooraf had ingeschat. Neem de geportretteerde

Addy Scheele. Momenteel muzikant in ruste te Groningen. Zijn

ouders hadden een textielzaakje midden in de wijk aan de

Zwedeweg. Drijver laat Scheele smakelijk vertellen over hoe zijn

ouders het bedrijfje runden. Scheele leest de koddige advertenties

voor die zijn vader bedacht en in Dagblad Tubantia liet plaatsen.

Tot zover wat was gepland. Maar dan blijkt dat Scheele in de

vroege jaren zestig als gitarist een belangrijke rol speelde in het

Enschedese muziekleven als sologitarist van de Ronal Four. Hij was

een van de bepalende figuren van de Textielbeat. Toen de bijdrage

van Addy Scheele was opgenomen vroeg de muzikant hoe het

eigenlijk met de muziek zat voor de documentaire. Daar zouden

stockmuziekjes voor worden gebruikt, was het antwoord. Dat kon

beter, vond Scheele en hij kwam op de aftiteling als componist van

de soundtrack, die hij overigens ook grotendeels zelf inspeelde.

En Addy Scheele heeft op zijn beurt ook iets geleerd van zijn

medewerking aan de documentaire. ‘De Zwedeweg loopt van de

Emmastraat naar de Pathmossingel. Ik ben er daarom altijd vanuit

gegaan dat ik mijn jeugd heb doorgebracht in de wijk Pathmos.

Ik voelde me een Pathmosjongen. Kom ik er na mijn zeventigste

achter dat die wijk Horstlanden – Veldkamp heet...’

Het Bombardement is te zien op

www.horstlandenveldkamp.nl. Daarop staat

ook het eerste deel van de driedelige serie:

De Wederopbouw. De drie delen Bouwen & Wonen,

Werken & Winkels en Jeugdherinneringen worden

op zondagmiddag 9 januari vertoond in Theater

Concordia in Enschede. Na die datum zijn ze ook te

vinden op bovengenoemde site.


COLUMN. JAN WALBURG

OPA EN OMA

COLUMN

JAN WALBURG

‘Hé opa en oma!’, klonk het van achter een hek rond een speelplaats bij een school. Ik keek even

naar het meisje dat dit riep en keek toen om me heen waar die opa en oma waren. Niemand te zien.

‘Opa en oma, er is een tas buiten het hek gevallen!’ Ik zag de tas liggen waarbij tegelijkertijd het besef

tot me doordrong dat wij die opa en oma waren. Mijn vrouw en ik. Terwijl mijn vrouw adequaat in

actie kwam en de tas aan het meisje gaf, was ik aan het bekomen van de schok. Mijn vrouw en ik,

als we over straat lopen, zien eruit als een opa en oma! Nu heb ik kleinkinderen, maar die zeggen,

ter onderscheiding van de andere opa en oma, gropa en groma tegen ons. Op zich ook weer niet

zonder complicaties want ik hoorde mijn kleinzoon een keer geduldig uitleggen aan zijn vriendje,

die een beetje moest lachen om het woord ‘gropa’, dat deze opa nu eenmaal gropa heet. ‘Begrijp je?’

Maar goed, ik loop over straat en ben dus te herkennen als opa. Als een ouwe opa. ‘Kijk, daar loopt

een opa op straat’. Dat is toch even wennen. Mijn vrouw doet dat niets en vindt het raar dat ik daar

drukte over maak. Maar mijn zelfbeeld kan ik niet meteen overeenstemmen met het beeld van een

ouwe opa. Die loopt een beetje krom met een stok en zegt steeds: ‘Ja ja, in mijn tijd was het allemaal

helemaal anders jongens’ en ‘Tjonge jonge, wat wij allemaal hebben uitgehaald!’

Ik ben ervan overtuigd dat het beeld dat je van jezelf hebt ook bepaalt hoe je je gedraagt. Dat is

een overtuiging die gesteund wordt door de wetenschap. Dat heet ‘zelf attributie’ (dat even voor

degenen die mijn stukjes lezen als cursus psychologie). Dus dat als je jezelf ziet als ouwe oma of

opa, daar dan ook het gedrag van een ouwe opa of oma bij hoort. Bijvoorbeeld, om te beginnen,

een bloemetjesjurk voor oma en een geruit overhemd voor opa. Voorzichtig lopen. Steeds de

trapleuning vasthouden.

Voor veel ouderen vormt dat zelfbeeld een belemmering. Zo sprak ik een niet eens zo heel oude

dame die dacht dat ze als ouder iemand niet meer zo goed zou kunnen leren en daarom dus maar

niet begon aan een cursus Spaans waar ze eigenlijk best zin in had. Terwijl het juist heel verstandig

is om als je ouder bent een taal te leren of om een cursus te doen. Dat stimuleert je hersenen. En

ook om, als het kan, stevige wandelingen te maken. En om culturele instellingen te bezoeken zoals

musea of concerten. Toegeven aan het zelfbeeld van een voorzichtige, wat hulpbehoevende oudere

kan voorbarig zijn. Maar je kunt ook overdrijven zoals in mijn geval, waarbij je denkt dat je eruitziet

als pakweg een vijftigjarige. Dan kan je ineens tegen een zesjarig meisje aanlopen dat je blij als opa

begroet. En vervolgens gaan zitten mokken dat je je helemaal geen opa voelt. Nee, maar ik ben het

wel, wat geen enkel probleem is zolang ik kansen blijf aangrijpen om te leren en me te ontwikkelen.

Zeg ik dan maar tegen mezelf.

.41

Jan Auke Walburg

Jan Auke Walburg is emeritus hoogleraar op het gebied van de positieve psychologie, die condities

bestudeert waaronder mensen tot bloei komen. Daarvoor werkte hij als directeur in verschillende

organisaties op het gebied van de gezondheidszorg. Thans schrijft hij over diverse onderwerpen,

helpt hij mee aan de organisatie van een klassiek muziek festival in Twente, werkt hij in zijn tuin en

heeft hij plezier met zijn vrouw, vrienden, kinderen en vooral kleinkinderen. Hij woont in Losser.

ZILVER WINTER 2021 / 2022


Wel héle wakkere

actieweken op de

slaapafdeling bij

Brok Interieur in

Hengelo.

Korting!

Op de luxe boxsprings

van Carpe Diem*

alleen bij Brok Interieur

Carpe Diem Droomweken

Je krijgt momenteel korting

op verschillende luxe

boxsprings van Carpe Diem.

En naast dit prachtige merk

hebben we nog veel meer

mooie designbedden in

onze winkel staan.

Kom gerust langs voor een

uitgebreid slaapadvies of

een rondje proefliggen!

Ons team staat voor je klaar.

*vraag naar de voorwaarden

Brok Interieur Wonen, Slapen & Textiel

Drienerstraat 47, 7551HL Hengelo

074-2913126, info@brokinterieur.nl

www.brokinterieur.nl

Je bent van harte welkom

Je kunt in onze ruime showroom veilig winkelen.

Een afspraak maken voor slaapadvies? Dat doe je via:

074-2913126 / info@brokinterieur.nl

.42

// Foto

ART WITTINGEN

// Gedicht

GERRIT LANSINK


ZILVER. GEDICHT

Küppersbusch

Noa t schaatsn

met half ofgeboondn veute

t oavnvak in

van t fornuus

met de sneeplaatn.

De fantoomzeerte van -15 o C

hef gen schrik van

wöarmte

oet briketn

met kruusheamerkes.

.43

In broengeschreuide sökn

röatelt de teen

nen zet later

dat ze der wier bint.

// Foto

ART WITTINGEN

// Gedicht

GERRIT LANSINK ZILVER WINTER 2021 / 2022


OVER DE GRENS. FRANKRIJK

Tussen de rozen

in de Anjou

.44

‘Ik ben een

natuurmens.

Mooier dan

hier kan ik

niet wonen.’

Annie van Osselen (70) vertrok vijftien jaar geleden met haar man

Wim vanuit Diepenheim naar Frankrijk. Op een schitterende

locatie kochten ze een oude boerderij die ze na een verbouwing

konden verhuren aan gasten. Voor zichzelf bouwden ze een

nieuw huis achter de boerderij, waar Annie nu nog woont.

Je neemt de telefoon op in het Frans, maar eigenlijk ben je een rasechte Tukker?

‘Ik ben opgegroeid in Hengelo en heb daar mijn man Wim ontmoet. Hij was toen eigenaar

van de door hem opgerichte platenzaak Popeye in de Kasbah. Samen begonnen we Emma’s

Eetcafé aan de Emmastraat. Dat werd een groot succes. Na vier jaar hard werken verkochten

we het en begonnen we de trendy woonwinkel World of Wonders, ook in Hengelo.’

Was jullie ondernemerszin daarmee bevredigd?

‘Nee, toen we boerderij De Relker in Diepenheim konden huren zijn we daarheen verhuisd

en begonnen we De Tafel van Van Osselen, ons traiteursbedrijf. We onderscheidden

ons al snel door onze originele gerechten, verfijnde kookkunst en sfeervolle aankleding.

We verzorgden de vaste catering bij trouwerijen, openingen en recepties op landgoed

Singraven. We caterden ook bij mensen thuis diners, aangeklede borrels of partijen. In

onze boerderij hielden we één keer per maand op de deel een table, waar veel animo voor

was. Dat waren prachtige avonden.’


// Tekst

MARRY DIJKSHOORN

// Foto’s

ARCHIEF ANNIE VAN OSSSELEN

Was er tussen jullie een vaste rolverdeling?

‘Wim hield van koken en kon het ook erg goed. Ik verzorgde de

aankleding, maakte fleurige boeketten, dekte de tafels met veel

mooie brocante die we verzameld hadden. Ik houd zelf niet van

koken, maar ik hielp Wim wel altijd.’

Waarom zijn jullie naar Frankrijk verhuisd?

‘De eigenaren van de De Relker wilden er zelf gaan wonen, dus

moesten wij op zoek naar een ander huis. Een vriendin van ons

woonde in een oude boerderij bij het dorp Brissac in de Anjou, ook

bekend als de rozenstreek. Oorspronkelijk was het een smederij, dat

kon je nog aan een van de kelders zien en aan de naam: La Forge.

Wij kwamen er veel en kregen de kans om de boerderij van haar te

kopen. Helemaal in de originele stijl van die streek. Een woonkamer

met open haard, een grote eetkeuken en drie slaapkamers boven,

door ons eclectisch ingericht met brocante, antiek, modern en

mooie kunst. Een schuur in de tuin hebben we onder architectuur

omgebouwd tot een heel modern tiny house, waar Wim en ik zelf

zijn gaan wonen. Op de fundering van de oude schuurmuren is

een houten doos gezet. De bovenverdieping heeft een prachtig

uitzicht rondom over de heuvels met wijngaarden en de velden

met zonnebloemen en graan. Samen met de grote ommuurde tuin,

overdadig begroeid met de rozen waar ik zo dol op ben, is het een

prachtig geheel. De Anjou heeft een zacht microklimaat, het weer

is hier meestal heel aangenaam en de grond vruchtbaar. Ze maken

hier een befaamde wijn. Het grote huis maakten we geschikt voor

de verhuur als gîte, wat het tot op de dag van vandaag nog steeds is.’

En toen sloeg het noodlot toe.

‘Wim overleed vijf jaar geleden aan een hersentumor. Hij is lang

ziek geweest, een zware en verdrietige tijd. Vrienden in Nederland

raadden mij aan terug te komen, maar ik wilde hier niet weg, ben

zo gehecht geraakt aan dit huis en mijn leven hier. Als ik in mei op

mijn terras zit hoor ik nachtegalen fluiten, waar hoor je dat nog?

Het is hier heel rustig, maar ik heb lieve, behulpzame Franse buren.

Tuinieren is mijn grootste hobby en ik wandel graag. Ik heb geen

spijt van mijn vertrek naar Frankrijk, ik ben een natuurmens en

mooier dan hier kan ik niet wonen.’

‘Samen met Wim, hij speelde tuba en ik dwarsfluit,

en nog wat mensen hebben we indertijd een orkest

opgericht, de Fanfare Bancale, dat zoiets als ‘uit de

toon’ betekent. Iedere vrijdagavond repeteren we bij

een van ons thuis, met als standaardafsluiting een

viergangendiner. We zijn twaalf amateurs en hebben

heel veel plezier samen. Af en toe treden we op, in

weilanden bij een dorpsfeest of bij een wijnproeverij.

Als het bij mij is, dek ik een mooie tafel en koken er

anderen. Want zelf koken, dat doe ik nog steeds niet.’

Twee jaar geleden barstte ook in Frankrijk de

pandemie los. Wat betekende dat voor jou?

‘Ik ben er zwaar ziek van geweest. Ik ben er niet voor

opgenomen, maar leefde thuis wel heel erg geïsoleerd.

Franse vrienden kwamen mij dagelijks boodschappen

brengen en ik kreeg thuiszorg. Een moeilijke tijd, maar

ik ben inmiddels grotendeels opgeknapt.

Voordat ik hier kwam wonen sprak ik nauwelijks Frans,

nu spreek ik het altijd. Samen met Wim en nu alleen

heb ik hier veel vrienden gemaakt, ik voel mij hier

niet eenzaam. Naast huurders krijg ik ook regelmatig

bezoek van vrienden en familie uit Nederland.’

.45

Voor informatie en boekingen van de gîte La Forge in

Brissac: hallohermanna@gmail.com

ZILVER WINTER 2021 / 2022


CULINAIR. WINTERRECEPTEN

.46

Winterrecept

Bistro Puur

om thuis te bereiden

met wijnadvies van Vindom Wijn Boutique

Van het lezersmenu dat Bistro Puur deze editie van Zilver Magazine voor

een speciale prijs aanbiedt (zie pagina 12) deelt chefkok Jan Huiskes het

recept met u. Vindom Wijn Boutique adviseert u er passende wijnen bij. Of

u thuis of in het sfeervolle restaurant Puur onder de Plechelmustoren van

dit menu geniet, wij wensen u en uw gast(en) veel smaakplezier.

Voor 4 personen


Paddenstoelkroketjes

Ingrediënten

Bereiding

Wijnadvies

50 gram gesmolten roomboter

60 gram bloem

350 ml bio-groentebouillon

een halve gesnipperde ui

100 gram fijngesneden paddenstoelen

een halve eetlepel truffeltapenade

5 ml zoute kikoman

5 gram fijngesneden verse kruiden

een scheutje olijfolie

een geklutst ei

een beetje extra bloem

500 gram panko broodkruim

extra nodig: frituurpan

- maak een roux door de roomboter langzaam te smelten,

hier de bloem aan toe te voegen en deze op een laag

vuur te laten garen, totdat het zanderig wordt

- zet een bakpan op het vuur met scheutje olijfolie en

voeg de gesneden ui, de kruiden en de paddenstoelen

toe. Laat dit enkele minuten zachtjes garen.

- blus de paddenstoelen af met de bouillon en voeg de

truffel-tapenade en kikoman toe

- meng de roux door het warme paddenstoelenmengsel

en roer goed door met een garde

- laat het even koken en stort het mengsel dan op een

plaat of in een ovenschaal en laat het afkoelen

- vorm kroketten van het mengsel, rol deze door de

bloem en daarna door een geklutst ei en dan door de

panko zodat de hele kroket bedekt is

- bak de kroketten 2 minuten in een frituurpan op

170 graden

Château Fontenille,

Entre-Deux-Mers,

2020

Stuivende aroma’s van

citrusfruit en witte

perziken, een aangenaam

vetgehalte en een licht

gepeperde finale, met

een mooie aanhoudende

afdronk.

.47

Zacht gegaarde zwijnsnek

Ingrediënten

800 gram scharrelvarkensnek

(procureur )

3 liter bio-groentebouilllon

6 grote tenen verse knoflook, in plakjes

2 uien, gesnipperd

50 ml zoete sojasaus

Tip: het lekkerste is het om dit gerecht

een dag van tevoren te bereiden

Bereiding

- zet een grote pan met de bouillon op een laag vuur

- voeg de scharrelvarkensnek, de knoflook en de ui toe

en laat het geheel heel rustig (plm. 2,5 uur) koken

- laat het vlees in de bouillon afkoelen

- snijd in plakken, besprenkel met sojasaus en warm

5 minuten op in een oven op 200 gr.

Wijnadvies

Ernst Loosen, Villa Wolf,

Pinot Noir /

Spätburgunder

In de smaak rijp rood

fruit, zoals bosaardbei en

rode bessen. De tannines

zijn lekker zacht en de

wijn heeft een mooie

lange afdronk.

ZILVER WINTER 2021 / 2022


CULINAIR. WINTERRECEPTEN

Tarte Tatin van appel

Ingrediënten

Bereiding

Wijnadvies

.48

3 jonagoldappels

100 gram suiker

4 plakjes bladerdeeg

4 cocottes van 9 cm

slagroom en ijs naar keuze

- schil de appels en verwijder het klokhuis met

een appelboor

- snijd de appels van steel naar kruin

door midden

- smelt de suiker in een kleine pan tot karamel

- verdeel de karamel in de vier kookrondjes

- snijd de halve appels in plakken (niet te dun,

ongeveer 5 á 6 plakken uit een halve appel )

- leg de plakjes appel netjes naast elkaar en

dakpansgewijs in de kookrondjes. De appels

mogen iets boven de rand uitkomen.

- steek rondjes uit het bladerdeeg en leg deze op

de appel

- zet de kookrondjes op een bakplaat en bak ca

45 minuten op 180 graden

- stort de appelrondjes op de kop op een bord

- serveer met ijs en slagroom naar keuze

Bodegas Málaga

Virgen, Pedro Ximénez

Reserva de Familia

De stroperige en zalvende Pedro Ximénez

Reserva de Familia is gemaakt van

gedroogde druiven en 24 maanden gerijpt

op eiken; het druipt van pure chocolade,

kastanjebruine glacé, toffee, stroop, dadels,

vijgen, toast en daarnaast ook wat houtrook.

Voor deze Bodegas Málaga Virgen, Pedro

Ximénez Reserva de Familia wil je deze

heerlijke, warme Tarte Tartin wel op tafel

zetten! Maar het is net zo heerlijk over

vanille-ijs en bij krachtige kazen.


KUNST. GALERIE ART BRUT KIK

Galerie

Art Brut Kik

Tedere kunst

met een verhaal

.49

// Tekst

CARMEN LUTTIKHUIS

// Foto’s

BRIT WILLEMSEN

ZILVER WINTER 2021 / 2022


KUNST. GALERIE ART BRUT KIK

Zeg Ootmarsum en je zegt leuke

winkeltjes, gezellige terrassen,

smalle klinkersteegjes én kunst.

Voor veel mensen maakt kunst

kijken, kunst bewonderen en

kunst kopen een bezoek aan het

.50

pittoreske stadscentrum extra

bijzonder. Tussen de tientallen

galeries en ateliers neemt

Galerie Art Brut Kik een aparte

plaats in.

Kunst doet iets met je. Neem je even

de tijd voor kunst, dan laat het je

op een andere manier, buiten de

lijntjes, naar de wereld kijken, ongeacht of je

het mooi vindt waar je naar kijkt of dat het werk

je wat minder aanspreekt. Sta je open voor de

creativiteit achter een kunstwerk, dan verbreedt

dat je eigen blik en verbeelding. Sta je open voor

het verhaal van de maker, dan loop je een stukje

mee in het leven van de maker. In Galerie Art

Brut Kik aan de Oostwal/Kloosterstraat vindt

u kunst met een verhaal. De kunst in de galerie

is gemaakt door mensen met een verstandelijke

beperking of psychische aandoening. Verdeeld

over drie verdiepingen staan er van ruim

honderd kunstenaars werken. In de winkel bij

de entree servies, sieraden, tassen, sjaals en

hebbedingetjes. Alles is gemaakt door mensen

met een beperking.

Gezien worden

Toen initiatiefnemer Jan Wegdam (77) in

2006 met pensioen ging, nam hij niet alleen

afscheid van zijn werk in het onderwijs, maar

ook van zijn maatschappelijke nevenfuncties.

Hij besloot de tijd die hij ervoor terugkreeg te

besteden aan een goed doel. Als vader van zoon

Rogier met het syndroom van Down, al jong

woonachtig op de Losserhof, en als jarenlange

voorzitter van de cliëntenraad van Losserhof

en De Twentse Zorg Centra, kende Jan de ins

en outs, de mogelijkheden en beperkingen,

de kansen en uitdagingen van de geestelijke

gezondheidszorg. ‘Bij mijn afscheid van het

onderwijs mocht ik twee schilderijen van een

cliënten laten veilen. Een van hen had zijn hele

leven in bed gelegen, was niet aanspreekbaar

en werkte op een speciaal voor hem aangepaste

schildersezel. Ik was erg geraakt door hoe hij

zijn leven in zijn beelden, landschappen, had

verwerkt. Ik moest denken aan Goethes ‘In de

beperking toont zich de meester’. Die uitspraak

klopte hier helemaal. Als je dat kunt, dan ben je

een ware kunstenaar. Ook de begeleider die dit

talent uit de beperking haalt is een kunstenaar.

Ik dacht, met de kunst van deze mensen moeten

we naar buiten, dit mag niet alleen maar binnen

de zorginstellingen te blijven. We gaan deze

kunstenaars een plek bieden waar ze breed

gezien worden. Daarmee geven we ze wat ieder

mens wil, gezien worden.’


‘Hopelijk gaan

we gezamenlijk

een hele mooie

toekomst

tegemoet’

Eigenwaarde

Er kwam een artikel over het initiatief in de krant

en Jans grote netwerk bood spontaan hulp. Binnen

twee maanden was de Stichting Kwaliteit Investeren

in Kwetsbaarheid (KIK) een feit. De doelstelling:

door middel van kunst welzijn en ontspanning

financieren voor verstandelijk beperkten in de

hele wereld, op aanvraag, op projectbasis. Jan verzamelde

kunstwerken en ging er met zijn echtgenote

en bestuurders mee op pad naar kunstmarkten, ze

organiseerden exposities, ze brachten kunst in bij

benefietavonden. Ze waren met de kunst aanwezig

op evenementen die er in de kunstwereld toe doen,

zoals in Diepenheim en in Ootmarsum, soms

eenmalig, soms meerdere jaren na elkaar. Totdat een

Ootmarsumse wethouder zei: ‘Jullie verdienen een

plek in ons kunststadje’. Vijf jaar lang mochten ze

tegen een geringe vergoeding van een pop-up-locatie

aan de Oostwal 2 gebruik maken. De afspraak was

dat ze bij verkoop of eigen gebruik van het pand een

andere plek zouden zoeken. Dat gebeurde twee jaar

geleden en een verhuizing naar het huidige pand aan

de Oostwal/Kloosterstraat volgde. Hettie Scheper-

Hulshof, al jaren betrokken bij de stichting, werd er

galeriehouder. Hettie: ‘Dit is een aa-locatie, tussen

Annemiek Punt en Ton Schulten. Hier passen we.

Onderscheidend, kwalitatief en eigenzinnig. Deze

plek verdienen onze kunstenaars omdat ze gewoon

fantastisch werk maken. Dit zouden ze zelf nooit

kunnen organiseren.’ Sponsoren hielpen financieel en

praktisch om de galerie te kunnen starten. Dat helpen

doen ze nog steeds, anders zou de stichting het niet

redden. De kunstwerken en kunstgerelateerde

producten die in de galerie te koop zijn, hebben

een laagdrempelige verkoopprijs. Jan: ‘Voor ons

is het belangrijk om de kunstenaar blij te maken.

Hoeveel een koper ervoor betaald heeft, dat maakt

niet zoveel uit. Het gevoel van trots dat een verkocht

kunstwerk een kwetsbare kunstenaar bezorgt, is niet

in geld uit te drukken. Het is zo’n mooi moment om

een verkoop door te appen. Gelukkig komt dat best

regelmatig voor.’ >>

.51

ZILVER WINTER 2021 / 2022


.52

Hettie: ‘De galerie kan niet zonder spons

oren en giften, maar ook niet zonder

vrijwilligers. Allen zijn enorm betrokken

en weten de verhalen van de kunstenaars

over te dragen, maar ook in alle rust naar

de ervaringen van bezoekers te luisteren.

De tederheid in de galerie raakt iedereen.

Met name kunstenaars met een psychische

beperking krijgen hun eigenwaarde terug

en leven helemaal op. Hun zelfvertrouwen

neemt toe, wij bieden hen verbinding en

perspectief.’ Jan: ‘Een Duitse bezoeker

zei onlangs “Das gibt ja nur bei euch. In

Freiwilliger, da sind sie Weltmeister.” Een

Franse bezoeker was helemaal ontroerd:

“Wat jullie verstandelijk gehandicapten

bieden, is uitzonderlijk. Zover zijn wij

nog lang niet.” Een Zweedse gast was

verrukt over de kwaliteit van de werken.

Een Amerikaan zei dat hij nog nooit zo’n

mooie collectie gezien had. Wij maken

echt wat los. Zoveel mensen maken thuis,

in de familie of in de vriendenkring mee

dat iemand geestelijk ziek of verstandelijk

beperkt is of werken zelf in de geestelijke

gezondheidszorg. Zij kun nen hier hun

verhaal kwijt. Wij bieden altijd een

luisterend oor. Maar het belangrijkste zijn

onze kunstenaars, zij zijn het goud dat we

hier een volwaardig podium bieden.’

Toekomst

Ootmarsum en de galerie hebben elkaar de

liefde verklaard. Voor de toekomst hopen

Jan Wegdam en Hettie Scheper op een

lange, bestendige relatie. Corona bracht ook

hier flinke schade aan. De galerie is geen

onderneming en ze moesten het zonder

ondersteuning doen. Na de lockdown

organiseerden ze begin 2021 de kunstroute

‘Ootmarsum omarmt kwetsbaarheid’, met

door alle straatjes bij 46 ondernemers

kunstwerken in winkels en etalages. Het

eerste evenement op de toen lege agenda. Een

succes voor de ondernemers, de bezoekers, de

inwoners en de VVV Ootmarsum. In 2022

staat de tweede editie gepland en iedereen

doet weer mee. De boodschap van stichting

Art Brut Kik aan Ootmarsum: kom met jullie

energie, kom met jullie talenten, welkom

bestuurders, welkom donateurs. Gelukkig

kwam aan het eind van de Elephant parade

een flink deel van de opbrengst van de veiling

in het museum van Ton Schulten ten goede

aan de stichting om tijdelijk kosten te dekken

voor de galerie. Hettie: ‘Kwetsbare kunst

verdient een blijvende plek tussen de andere

kunst in Ootmarsum, maar daar kunnen

we niet alleen voor zorgen, daar hebben we

de gemeenschap voor nodig. Hopelijk gaan

we gezamenlijk een hele mooie toekomst

tegemoet.’ Jan: ‘Ootmarsum verdient ons.’

OOTMARSUM

OMARMT

KWETSBAARHEID

Stichting Kik heeft sinds de oprichting al voor meer dan € 150.000

over de hele wereld projecten gefinancierd, zoals de ondersteuning

van een crisishuis in Hongarije, ondersteuning van een werkplaats

voor verstandelijk beperkten in Suriname, ondersteuning van

projecten in Vietnam, Cambodja, India, Ghana en Sri Lanka. Bij deze

projecten zijn altijd Nederlanders betrokken, zoals zorgmedewerkers

die hun ervaring een periode in het buitenland delen. Financiering

van projecten gaat op aanvraag.


COLUMN. INA BROUWER

column

Ina

Brouwer

Ina Brouwer-Snippe is journalist bij RTV Oost, met speciale belangstelling voor levens-

beschouwing. Ze maakt wekelijks op zondagochtend het radioprogramma Hoogtij.

Wilt u reageren op haar column? Dat kan via een e-mail naar i.brouwer@rtvoost.nl

Verschillig

De herfst en de winter zijn bij uitstek de seizoenen

om de mountainbike uit de schuur te halen. Meestal

rijden we een rit vanuit ons huis. Vandaag pakken we

de auto en rijden met de fietsen achterop richting

Ommen. We verkennen een voor ons nieuwe route.

Hij is niet al te moeilijk, dus ik heb volop de tijd om te

genieten van de mooie omgeving.

Niet verder vertellen, maar Overijssel is zo mooi! De

Vecht met zijn bochten, de boerderijen bij Beerze, de

stuw bij Junne, de indrukwekkende bossen bij kasteel

Eerde... Ineens daagt het me: blijft dit zo? Kunnen mijn

kleinkinderen hier straks ook nog van genieten? Ach,

Oost-Nederland ligt hoger dan de rest van ons land,

dus het zal hier wel meevallen met de gevolgen van

klimaatverandering. Toch? Ik stort mezelf van een

heuveltje af en mis een bordje. Ai, verkeerde afslag.

We zijn laat vertrokken. Het wordt al vroeg donker en

met de zon zakt ook de temperatuur. Eenmaal thuis

wacht de warme chocolademelk en een hete douche.

Of andersom, ook lekker. Ik zet een tandje bij om warm

te blijven. In de auto kan de stoelverwarming aan. Ik

besef ineens hoe decadent dat is. Stoelverwarming. En

welja, stuurverwarming kan ook. Ook thuis is er niets

te klagen: vloerverwarming! Dankzij de zonnepanelen

op het dak zijn we redelijk zelfvoorzienend. Nee, ik

ben niet bang voor een koude winter en ik vrees ook

niet voor een hoge energierekening.

Het zweet breekt me uit: niet iedereen heeft het zo

goed. Bij veel mensen zal de energierekening in 2022

een groot gat in het budget slaan. Ik ontwijk nog net

een groot gat in de singletrack voor me. Als een nat

pak mijn grootste zorg is...

.53

Eenmaal terug op de route vraag ik me af, of je

in de bossen van Ommen ook kunt verdwalen.

Echt verdwalen, uren lopen zonder dat je iemand

tegenkomt. Geen mens, geen boerderij in de verste

verte te zien. Gelukkig ook geen beren of wolven...

wat zouden de vluchtelingen die door Wit-Rusland

zijn gedumpt aan de grens bij Polen ervaren? Zouden

ze bang zijn het niet te overleven? Voelen ze zich

bedrogen, kwetsbare pionnen in een internationaal

schaakspel? En hoe staat het met onze solidariteit?

Ben ik stiekem niet blij dat dit drama zich niet aan de

Nederlandse buitengrens afspeelt? Ik spring met mijn

mtb behendig over een slootje en kom gelukkig goed

terecht. Ik wel.

Eenmaal terug op de parkeerplaats laat ik mijn

gedachten gaan over de route die achter me ligt. De

pijltjes hebben de weg gewezen dus je komt altijd weer

bij het beginpunt uit. Was het altijd maar zo eenvoudig.

Corona, 2G of 3G, en hoe zit het met stikstof en CO2?

Het duizelt me. Voor de grote problemen van onze

tijd heb ik geen oplossing. Ik heb ook niet overal een

mening over. Maar dat betekent niet dat het me koud

laat. Als het me maar niet onverschillig laat. Ergens je

schouders over ophalen omdat je er niet direct mee

te maken hebt maakt onverschillig. Laten we in 2022

vooral verschillig zijn. Proberen het verschil te maken.

En dat zit m in kleine dingen. Denk ik. Hoe en wat, dat

mag u zelf invullen. Goodgoan!

Ina Brouwer

ZILVER WINTER 2021 / 2022


PRAKTISCH. CHLOÉ VAN DRIEL

.54

Laat kinderen

niet met

een huis vol

spullen achter

In een wereld van overconsumptie en materialisme

worden onze huizen steeds voller met spullen.

Door de jaren heen verzamelen we van alles bij

elkaar. Verhuizen naar een (vaak) kleinere seniorenwoning

kan dan best eens wat problemen opleveren.

Opruimcoach Chloé van Driel helpt

mensen te ordenen en daar mee een frisse start

te maken in de nieuwe woning. ‘Ontspullen,’

noemt ze het, ‘Niet alleen in je huis, maar vooral

ook in je hoofd. Vaak hebben we niet eens in

de gaten hoeveel ballast te veel rommel, zoals

ik het maar noem, met zich mee brengt. Iedereen

kent het wel: ach, morgen ga ik dat laatje of die

kast opruimen. Maar vaak komt het er niet van

of je weet simpelweg niet hoe te beginnen. Vooral

bij verhuizen levert dat nog wel eens stress op.

Dan komt er sowieso al veel op je af. Ik zeg altijd:

begin nu, ongeacht wanneer je gaat verhuizen, met

opruimen. Dat geldt vooral voor ouderen want

soms is er sprake van een gedwongen verhuizing en

blijven kinderen met een huis vol spullen achter.’


// Tekst

ASTRID OLDE OLTHUIS

// Foto’s

CHLOÉ VAN DRIEL

Spullen met een lach en een traan

De goedlachse Hengelose ziet opruimen als haar

passie. Het helpt haar om de rust te bewaren en in

balans te blijven. Ze heeft er haar beroep van gemaakt. ‘Zo

moeilijk is het niet,’ vertelt ze, ‘Als je altijd een vaste plek voor

je spullen hebt en ze op de plek bewaart waar je ze gebruikt,

dan raak je ze nooit meer kwijt. Als je dan verhuist, weet je alles

ook beter te ordenen. Mijn kracht is dat we het samen doen.

Over elk artikel wordt meteen een beslissing genomen: kan het

weg of moet het bewaard worden? En als het bewaard wordt,

dan krijgt het meteen een logische plek. Soms hebben spullen

een eigen verhaal met een lach of een traan. Daar hebben we

het dan over, maar besluiten wel: zitten de kinderen hier ook

op te wachten? Als je zelf verzamelaar bent van boeken over

tuinieren, wil het niet zeggen dat de kinderen dat ook zijn.

In zo’n geval bundelen we alles zodat het niet meteen weg

hoeft, maar wel zo dat het overzichtelijk blijft. Zo kunnen de

kinderen er later makkelijker over beslissen. Bij een verhuizing

gaan de spullen die mee moeten naar de nieuwe woning in

een doos met een groene sticker.’ Regie houden over je eigen

huisraad is de leidraad waarbij de kinderen het vaak ook fijn

vinden dat Van Driel als coördinator in de familie meedraait.

Hoofdbrekens over digitaal tijdperk

Opruimen en structuur brengen in huis beperkt zich niet

tot alleen maar spullen. Van Driel helpt ook bij het ordenen

van het papierwerk. Nu zaken van verzekeraars, banken,

belastingdienst en verschillende overheidsinstellingen bijna

alleen maar digitaal plaatsvinden, veroorzaakt dat bij senioren

nogal eens hoofdbrekens. ‘Ik hoor regelmatig: oh, mijn man

doet de administratie,’ zegt ze erover. ‘Maar wat als je man er

niet meer is, vraag ik dan. Dan merk je wel die angst voor het

digitale. En dat is ook logisch, want vaak weet je niet in de

wirwar waar je wat moet vinden. Inlogcode hier, wachtwoord

daar en wat is de gebruikersnaam. Ik ga samen met de klant

ervoor zitten en loop stapje voor stapje door het proces, laat

de mensen het zelf doen. Zo weten zij na verloop van tijd

precies waar ze wat kunnen vinden op hun computer. Onlangs

hielp ik nog een vrouw op leeftijd wiens man overleden was.

We maakten samen een stappenplan en nu doet ze zelf de

administratie, zonder problemen.’

‘Kan het weg

of moet het

bewaard

worden?’

Rondje huis

Van Driel plant altijd een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

‘Dat duurt ongeveer een uurtje. We bespreken

eerst waar behoefte aan is en hoe ik kan helpen met het

overzichtelijk maken van spullen of administratie,’ legt ze

uit, ‘Daarna doen we een rondje huis. Ieder huis is anders

en ieder mens is anders. Daarom is mijn opruimmethode

maatwerk. Ik stem het af op de bewoner, waar hij of zij

zich prettig bij voelt. Hoe het vervolgtraject eruit ziet en

hoe lang dat duurt, is afhankelijk van de wens van de

klant.’

Lezers van Zilver Magazine krijgen 10% korting

op het ‘Opruim kickstartpakket’ voor een 2 x 3 uur

durende opruimsessie inclusief gratis E-book met

99 opruimtips. www.happyinorganising.nl

TIPS BIJ VERHUIZEN:

• Begin op tijd met je planning ook al duurt de

verhuizing nog een hele tijd.

• Zet een doos neer voor spullen die weg kunnen

en sorteer direct: naar de kringloop of

weggooien.

• Maak een boodschappenlijstje: stevige

dozen, tape, etiketten, inpakmateriaal, stiften,

huishoudfolie, touw.

• Plan op tijd mensen in die kunnen helpen en

maak voor ieder een takenlijstje zodat ze weten

wat ze moeten doen om chaos te voorkomen.

Te veel hulp is niet goed, te weinig ook niet.

.55

ZILVER WINTER 2021 / 2022


CULINAIR. WINTERRECEPT

Ontspannen

EVEN LEKKER

.56

Met De Ledenservice van Carintreggeland

Het uitgebreide aanbod van De Ledenservice maakt voor jong en oud het

leven makkelijker, veiliger en leuker. En hoe leuk wordt het om te gaan

naar één van de theaters met 25% korting!? Speciaal voor onze leden is er

een gevarieerd aanbod geselecteerd, voor een gezellige avond uit.

Theaterhotel

Almelo

Midden in het centrum van Almelo vindt

u dit prachtige Theaterhotel. Speciaal

voor onze leden vindt u hier mooie

voorstellingen met korting:

www.theaterhotel.nl/crleden

Schouwburg

Hengelo

Vlak bij het station is de Schouwburg

Hengelo te vinden. Kijk voor het

programma van voorstellingen en

concerten op:

www.schouwburghengelo.nl/crleden

Stadstheater

De Bond in Oldenzaal

Stadstheater De Bond is dé culturele

voorziening voor Oldenzaal en

omgeving. Kijk op deze pagina

voor het gevarieerde aanbod:

www.stadstheaterdebond.nl/crleden

€22, 50

per huishouden per

kalenderjaar (2022)

Digitale ledenpas

Nieuws! Vanaf 2022 ontvangt u geen fysieke ledenpas. Wij vinden duurzaamheid belangrijk,

daarom is besloten om geen fysieke pas meer aan te bieden. Op onze nieuwe website

staat uw digitale ledenpas klaar in uw eigen account. Bent u al lid, maar heeft u nog geen

account? Ga naar de website* en klik op inloggen om uw inloggegevens aan te vragen.

Lid worden

Lid worden van De Ledenservice voor slechts €22,50 per huishouden, per kalenderjaar

(2022) gaat eenvoudig via de website*. Klik op de knop ‘Word lid’ en vul uw gegevens in.

Liever persoonlijk contact dat kan via 088 3672373 of leden@carintreggeland.nl.

*www.carintreggeland.nl/ledenservice


Eet smakelijk!

Ervaar het gemak van maaltijden

aan huis. Komt het even niet uit om

te koken, maak dan gebruik van het

aanbod van apetito of Food Connect.

Met de maaltijdservice is het net of u

thuis uit eten gaat. Eenvoudig aan te

vragen via onze website*.

THUIS

lekker eten!

apetito

Ledenvoordeel Bestel 5 maaltijden

voor slechts €19,95 en ontvang gratis

een ijsassortiment t.w.v. €12,99. Geef

daarvoor actiecode 108 CARE 1221

door. Bestel zonder bezorgkosten en

verplichtingen.

Food Connect

Ledenvoordeel Stel nu een proefpakket

samen: kies drie gerechten voor €15,- of

vijf gerechten voor €20,-. En ontvang

een gratis puzzelboek bij de bestelling.

U betaalt geen bezorgkosten.

ZO ZIT U ER

warmpjes bij

.57

Of het nu gaat om lekker warm ondergoed of de rits vervangen van uw

favoriete winterjas. Deze voordeelpartners regelen het voor u. Eenvoudig aan

te vragen via onze website*.

Quincy Naaistudio (Hengelo e.o.)

Past uw kleding niet meer zoals u

gewend bent? Zij maken uw kleding

weer passend. Ook voor een nieuwe

rits of ander herstelwerk bent u aan het

juiste adres.

Ledenvoordeel 10% korting op het

totaalbedrag.

Otten Textiel

Ruim assortiment onder- en nachtmode voor het hele gezin. Op de markt in Denekamp,

Losser, Goor en Hengelo, bent u van harte welkom. Thuisbezoek is ook mogelijk!

Ledenvoordeel 10% korting op het hele assortiment.

ZILVER WINTER 2021 / 2022


CULTUUR. MONUMENT

Eerbetoon

aan

BERT

HAANSTRA

.58

In Goor zijn ze trots op Bert Haanstra,

de bekendste Nederlandse filmmaker

van de twintigste eeuw. Sinds 1999 staat

vlakbij het oude gemeentehuis aan

de Diepenheimseweg een monument

gemaakt door Nicolas Dings, als eerbetoon

aan deze beroemde inwoner van

de stad.

// Tekst en foto’s

JET VAN DER SLUIS


Jeugd in Goor

Haanstra werd in Espelo geboren, maar groeide op in

Goor. Hij was de tweede zoon uit een artistiek en warm

onderwijzersgezin. De jonge Bert was met veel talenten

gezegend: hij kon goed fotograferen, maar ook tekenen en schilderen.

Alhoewel hij uiteindelijk voor de film koos, heeft hij eerst

op de kunstacademie in Amsterdam gezeten. Hij was een zeer

ver dienstelijk schilder, net als zijn vader Folkert en twee van zijn

broers: Johan en Folkert junior.

Bij het grote publiek werd Bert Haanstra vooral bekend door zijn

speelfilm Fanfare en door documentairefilms als Alleman en Bij

de Beesten af. Hij won talloze filmonderscheidingen en voor de

documentaire Glas kreeg hij in 1960 zelfs een Oscar. Haanstra

was een scherpe observator die in zijn films Nederland op een

geestige manier een spiegel voor hield.

Bert Haanstra in 1989

(foto Wikipedia)

Kijken en bekeken worden

Het Haanstramonument laat zich niet zo makkelijk ‘lezen’: waar

kijken we precies naar? Het beeld bestaat uit een tafel van terrazzo

waarop - als bij een stilleven - een aantal voorwerpen is uitgestald.

We herkennen een gestileerde camera en verder zien we twee

bronzen maskers en een stenen schijf. Op een plaquette staat:

Bert Haanstra 1916 - 1977 met daaronder de tekst film is kijken

/ naar mensen / die kijken. Een citaat van Remco Campert uit zijn

boek Het gangstermeisje.

‘Het is een beeld dat

over kijken gaat,

iets wat Haanstra

bij uitstek deed.’

.59

Wat de maskers en de schijf betekenen, is niet meteen duidelijk.

Op internet wordt gesuggereerd dat de schijf naar een lens of naar

een filmblik verwijst. Daar lijkt wat voor te zeggen, maar bij nadere

beschouwing blijkt die platte schijf helemaal niet rond, maar ovaal

te zijn! De maskers zouden verwijzen naar de twee toneelmaskers

waarmee de bekendste theatervormen worden aangeduid: de

tragedie en de komedie (in de volksmond: ‘Jantje lacht en Jantje

huilt’). Een zinspeling op Haanstra’s filmscripts dus, maar waarom

hebben de maskers hier een neutrale gelaatsuitdrukking?

Gelukkig is Nicolas Dings bereid om er zelf iets over te vertellen.

‘De schijf waar je op doelt, is een spiegel! Het is een beeld dat over

kijken gaat, iets wat Haanstra bij uitstek deed. Spiegel, camera,

januskop zijn de attributen die het fenomeen kijken en bekeken

worden benadrukken. Vandaar ook de regel van Campert’, zo laat

hij per e-mail weten. De twee maskers die tegen elkaar aanleunen

en elk een andere kant opkijken, verbeelden dus de Romeinse God

Janus die geen achterhoofd, maar twee gezichten had. Daarmee

kon hij zowel vooruit, in de toekomst, als achteruit, naar het

verleden, kijken. Dit beeld gaat over observeren, over heel goed

kijken, met of zonder camera, en het houdt ons - net als Haanstra

- een spiegel voor. Daarop zinspeelt ook zijn uitspraak waarmee

de stalen plint van het nieuwe gemeentehuis in Goor is opgesierd:

‘Naar mensen kijken is van alle tijden’ (Bert Haanstra 1916 - 1997).

Meer weten over de filmer en zijn familie? Lees het pas

verschenen boek De Haanstra’s, een bijzonder verhaal

over de schilders die het modernisme introduceerden

in Twente (uitgegeven door WBOOKS). In december en

januari is in Kunsthal Hof 88 in Almelo een tentoonstelling

aan deze kunstenaarsfamilie gewijd, waarbij ook de

films van Bert Haanstra worden getoond.

ZILVER WINTER 2021 / 2022


JUBILEUM. DE KONING SCHILDERS

.60

115 JAAR

DE KONING

SCHILDERS


Een advertentie in de Hengelosche krant

in 1906: Hendrik Albertus De Koning

vestigt zich in Hengelo als zelfstandig

schilder. Vanuit Rheden trok hij naar de

groeiende metaalstad, daar was behoefte

aan vaklieden. Zijn eenmanszaak groeit

uit tot een gerenommeerd schildersbedrijf

waar vele werknemers een baan voor het

leven vinden. Zelfs tijdens de crisis en

de daaropvolgende oorlogsjaren gaan de

zaken niet slecht getuige een kasboekje uit

die tijd.

Na drie dochters komt de langgewenste

opvolger, zoon Jaap. Met zijn vakdiploma’s

op zak stapt hij op 18-jarige leeftijd in

het bedrijf, dan gevestigd aan de Tollensstraat.

Bij Hollandse Signaalapparaten zijn vijf schilders

continu aan het werk. Ook de woningbouwvereniging

St. Joseph behoort tot de vaste klanten. Bijzonder,

want in de tijd van verzuiling was het niet gebruikelijk

dat een katholieke corporatie met een protestantse

onderneming in zee ging. Ook voor het schilderwerk

van het nieuwe Koningin Julianaziekenhuis wordt

De Koning gevraagd.

.61

Jaaps zoon Henk volgt na de ulo de mts In Utrecht, waar

hij zijn meestersvakdiploma haalt. ‘De hele week in de

kost en alleen de weekenden naar huis’, vertelt hij. Hij

besluit dat ook zijn zoon Erik deze degelijke opleiding

moet volgen.

Het bedrijf groeit mee met de toenemende welvaart.

Het pand aan de Tollensstraat wordt te klein. Op de

Westermaat, een industrieterrein in ontwikkeling,

mogen ze een woning met een bedrijfshal bouwen.

De vierde generatie, Erik de Koning (53), neemt het

stokje in 2000 over en kiest ervoor om zich met het

bedrijf vooral op onderhoud en restauratie te richten.

Bijzondere klussen komen voorbij zoals het werk aan

de oude villa De Wiem van Van Heek. ‘Een project voor

de echte vakmensen, een project dat kennis van zaken

vereist.’ Ook het schilderwerk aan de Kasbah is er voor

Erik een om trots op te zijn. ‘De Kasbah blijft toch een

opvallende wijk met de paalwoningen. Natuurlijk zijn

niet alle opdrachten zo opvallend, maar het resultaat

moet telkens hetzelfde zijn. Strak in de lak. Dat geeft

altijd voldoening.’ >>

// Tekst

ANNEMARIE HAAK

// Fotografie

EBO FRATERMAN

ARCHIEF DE KONING

ZILVER WINTER 2021 / 2022


JUBILEUM. DE KONING SCHILDERS

.62

Praktijkopleiding

De Koning Schilders heeft twintig schilders in

vaste dienst en huurt regelmatig krachten in via

uitzendbureaus. Werk is er volop, ook gedurende de

wintermaanden. Het vinden van echt goede schilders,

is niet altijd makkelijk. Daarom zette Henk zich,

samen met collega’s in om een schildersopleiding op

te richten. Deze is gevestigd in het voormalige gebouw

van Stork Pompen aan het spoor, tegenwoordig de

schildersvakopleiding SVO. ‘Door het opheffen van de

oude ambachtsschool missen we vaklui. Daar wilden

we een oplossing voor creëren. Leerlingen van de SVO

zijn verzekerd van een arbeidscontract van twee jaar

en dat werkt erg goed. Wat dat betreft zijn we hier in

Twente goed bezig.’

Er is in de loop der jaren veel veranderd. Neem

alleen het materiaal al. Verf moet voldoen aan

steeds strengere voorwaarden, moet binnen onder

meer oplosmiddelhoudend zijn. Vroeger was een

schilder allround en beheerste alle facetten van het

vak. Tegenwoordig kun je ervoor kiezen om je te

specialiseren. Bovendien zijn er Arboregels om de

veiligheid van de werknemers te waar borgen. Ladders

zijn daarom vervangen door steigers.

‘Werk is er

volop, ook

gedurende de

wintermaanden.’

Familiebedrijf

De meeste werknemers zijn al meer dan twintig jaar in

dienst, dat typeert de sfeer en daar zijn Erik en echtgenote

Gonnie trots op. ‘Dat is de charme van een familiebedrijf.

Er is veel onderlinge betrokkenheid en we houden van leuke

extraatjes. Een presentje met Sinterklaas, een kerstborrel, een

bezoekje wanneer er iemand ziek is. Voor ons zijn die dingen

vanzelfsprekend en heel erg belangrijk’, benadrukt Gonnie.

Zo ging ze met een bontgekleurde elektrische bakfiets bij alle

personeelsleden langs om op taart te trakteren, ter gelegenheid

van het 40-jarig dienstjubileum van een collega. ‘De reacties

waren zo leuk, iedereen wilde er even rondje mee rijden. Een

van de schilders gebruikte de fiets daarna regelmatig voor het

werk. Alle verf kon erin en je manoeuvreerde er sneller mee

door het drukke centrum dan met een auto.’

Hoewel Erik nog lang niet met pensioen gaat, denkt hij wel

eens aan de toekomst. Hoe zou het verder gaan met de zaak?

Samen met Gonnie heeft hij drie dochters. Of zij het bedrijf

voortzetten? ‘Daar hebben we het nog niet echt over gehad.

Ze zijn bezig met een opleiding en kiezen hun eigen richting.

We zien wel wat de toekomst brengt. Voorlopig gaan wij nog

wel even door!’


COLUMN. JOAN KOENDERINK

Column

Joan Koenderink

Aangesproken

‘Mag ik u iets vragen?’ Het is nog vroeg in de ochtend en ik verlaat net

met de liefste Labrador Retriever ooit geboren het Boerenkerkhof

aan de Deurningerstraat dat sinds 1954 voor begravingen is gesloten.

Het is een groen, bijzonder en mooi bewaard gebleven stukje

historie in Enschede. En hoewel ik er al het grootste deel van mijn

leven zo ongeveer naast woon, kom ik er zelden. Mede omdat het de

afgelopen jaren een ontmoetingsplek is geworden voor daklozen die

er ook slapen, hun behoefte doen en hun lege bierblikjes naast de

prullenbakken parkeren en ook omdat ik niet geïnteresseerd ben in

de waar die drugsdealers en prostituees er slijten.

In een vroeger leven at ik ook al mijn broodje bij

de er schuin tegenover gelegen, broodjeszaak

en ergerde me aan mensen die blijkbaar op de

begraafplaats hun hond uitlieten: ‘Wie doet dat

nou? Respectloos!’

Inmiddels heb ik zelf een hond en is gebleken

dat de oude begraafplaats een enorme

aantrekkingskracht heeft op Charlie. Soms laat

ik mij letterlijk en figuurlijk door hem mee sleu -

ren en kom ik er toch. Ik begrijp die hond wel:

het is daar een walhalla voor een dier met een

groot reukvermogen. Er is mollig mos, wierig

gras. Er zijn oude bomen, rondrennende

konijnen en eekhoorns. Luchten van drank,

drugs en… andere honden.

‘Hoe zou ú het vinden als een hond op het

graf van een van uw overleden naasten zou

poepen?’ Haar ogen priemen zich in de mijne

en ik ben ineens klaarwakker en voel mij hoogst

ongemakkelijk. ‘Ik kom van elders, woon hier

nog maar kort maar vind het ongelooflijk hoeveel

mensen hier dagelijks hun hond uitlaten,’

vervolgt ze. ‘En u loopt hier ook. En of u die

poep nou opruimt of niet: daar liggen ménsen

begraven!’ Haar fonkelende ogen priemen zich in

de mijne terwijl ik mij ervan bewust ben dat het

schaamrood op mijn kaken vlekkeloos overloopt

in mijn gelijkkleurige sjaal.

Charlie is er inmiddels bij gaan zitten en snuffelt

uitgebreid richting de hond die zij zelf aan haar

riem heeft en die beslist nog nooit één poot

op dat Boerenkerkhof heeft gezet. Ik kan niet

anders dan haar gelijk geven en bewonder haar

moed mij aan te spreken. Antwoord dat ik zelf

eigenlijk ook niet begrijp waarom mijn principes

ooit met slechte muziek zijn meegegaan. Dat,

ook naar waarheid, mijn overgrootvader er zelfs

begraven ligt en ik mijn leven per direct wens te

verbeteren.

‘Doet u mij een plezier? Spreekt u in de toekomst

ook mensen aan die hun hond hier uitlaten?

Dan komen we misschien nog ergens…’ ‘Ja,

mevrouw. Dat beloof ik,’ met de hand op mijn

hart en mijn staart tussen mijn benen.

Joan Koenderink

Joan Koenderink. Inmiddels

50-jarige geboren en

getogen Tukker. Woont

samen met haar hond

Charlie in Enschede en

zou nergens anders willen

wonen (nou ja... op Ameland

misschien). Schrijft uit

haar eigen leven gegrepen

teksten: columns voor alle

leeftijden. Is ooit voor Zilver

Magazine benaderd door

voormalig hoofdredacteur

Gijs Eijssink die ze in haar

bewogen hockeyverleden

heeft leren kennen en

waarvoor ze destijds menig

zondagavond op de sportredactie

van de Twentsche

Courant heeft gewerkt.

.63

ZILVER WINTER 2021 / 2022


Als dood

een deel van je

leven wordt…

NOLET BULT &

ANNEMARIE KOOP-HAKENBERG

T 0541 229 779

www.noletbult.nl

.64

Praktijkadres

Beatrixstraat 147

7571 CA Oldenzaal

Telefoon (0541) 51 25 28

E-mail praktijk@veerdig.nl

www.veerdig.nl

Haverstraatpassage 60 | Enschede | info@scooterenschede.nl

Marktstraat 11 A | Ootmarsum | info@scooterootmarsum.nl

WONEN & SLAPEN

Schrameijer Wonen & Slapen stopt er half januari mee!

Profiteer nu van kortingen tot 70% en van alle

afgeprijsde meubelen! De koffie staat klaar!

Welkom bij Schrameijer Wonen & Slapen

• Molenstraat 32 in Tubbergen, 0546-623239

• 4000 m 2 meubelvoordeel!

• Elke zondag koopzondag!

2 E KERSTDAG,

MEGA

UITVERKOOP

KERSTSHOW

Welkom van

12 tot 17 uur

NU

TOT 70%

KORTING

Openingstijden

Maandag: 13:00 – 17:30 uur

Dinsdag: 10:00 – 17:30 uur

Woensdag: 10:00 – 17:30 uur

Donderdag: 10:00 – 17:30 uur

Vrijdag: 10:00 – 17:30 uur

Zaterdag: 10.00 – 17:00 uur

Zondag: 12:00 – 17:00 uur


NATUUR. LANDSCHAP OVERIJSSEL

// Met dank aan

PROVINCIE OVERIJSSEL

Natuurbeheer

maakt

ruimte voor

plant en dier

In Overijssel werken allerlei organisaties

zoals LTO Noord, Staatsbosbeheer,

Landschap Overijssel, Natuurmonumenten

Waterschap Vechtstromen en Provincie

Overijssel samen om de bijzondere natuur

in onze provincie te behouden en sterker te

maken. Waarom en wat deze organisaties

samen zoal doen, staat uitgebreid

beschreven in onderstaand verslag over de

werkzaamheden die binnenkort in het gebied

Springendal en Dal van de Mosbeek starten.

Bijzondere plant- en diersoorten in het

Springendal en Dal van de Mosbeek

zijn in gevaar. Dit komt onder andere

doordat er teveel stikstof uit de lucht in de

bodem terecht komt en doordat er teveel bemest

wordt. De uitstoot van stikstof zorgt er ook voor

dat de droge heide in gevaar is. Door de groei

van jonge bomen komen de heidevelden steeds

meer geïsoleerd te liggen. Doordat de bodem

verandert en er meer stikstof in zit, groeit hier

ook steeds meer mos en gras. Er groeien geen

jonge jeneverbesstruwelen meer. Ook kan de

zandhagedis geen eieren meer leggen, doordat

op het zand andere planten groeien. Ook is het

gebied te droog. Dat is nog een reden waarom

bijzondere planten en dieren het moeilijk

hebben. Hun leefgebied verkleint en verdwijnt

uiteindelijk als wij niets doen.

.65

Om deze soorten een kans te geven om te

overleven, zorgen wij voor betere omstandigheden

voor deze planten en dieren. Daarom

maken wij onder andere het gebied natter. Dit is

ook beter voor de alluviale bossen langs de beek.

// Foto

EVA ELIJAS

We maken het beekdal- en heidelandschap

sterker en zorgen voor meer afwisseling in de

natuur. Denk aan de typisch Twentse kleine

akkers, heide, houtwallen, bossen en hooilanden

vol met bloemen langs de beek. >>

ZILVER WINTER 2021 / 2022


NATUUR. LANDSCHAP OVERIJSSEL

‘Voor het vliegend

hert zijn de

houtwallen een

soort grens in

het landschap.’

We beschermen de droge heide en de

heischrale graslanden en breiden ze uit.

Dit doen we door…

.66

… aan de slag te gaan met het bos

Als we bos weghalen, komt er meer plek om de droge heide

en heischraal grasland uit te breiden. In het Springen dal

is het bos al weggehaald. Op bepaalde plekken zorgen we

ervoor dat het er weer uitziet zoals het er vroeger uitzag.

Hier kan het vliegend hert dan beter overleven. In de

rest van het gebied sparen we zoveel mogelijk bijzondere

bomen, boomgroepen en houtwallen. Ook verbeteren

we stukken bos. Het ‘omvormen’ van bos naar heide kost

meerdere jaren. Hierbij gaat het erom dat we het gebied

zo goed mogelijk gaan beheren.

…het gebied op een goede manier te beheren

Nadat we delen van het bos hebben weggehaald, gaan we

het gebied op een goede manier beheren. Dit doen we door

te maaien en te begrazen. We maaien op verschillende

plekken, zoals de cirkels van Jannink en voeren daarna

het maaisel af. We laten daarnaast heidekoeien en schapen

grazen in het gebied. Zo zorgen wij voor een situatie waar

weer droge heide en heischraal grasland kan ontstaan.

… te plaggen

We halen de bovenste laag van de bodem weg. In deze

laag zit veel fosfaat. Dat is een voedingsstof die niet goed

is voor de groei van de heide. Zonder deze laag kan de

heide nog sterker worden.

…de verschillende stukken heide te verbinden

We verbinden de heidegebieden. Een heidegebied dat aan

elkaar ligt, is sterker en kan beter tegen een stootje. Zo

beschermen we de heide en breiden we het tegelijkertijd

uit. Insecten en reptielen kunnen zich hierdoor ook

gemakkelijker verplaatsen, bijvoorbeeld vanaf de

Hugelgraberheide in Duitsland, over de Paardenslenkte,

verder het Springendal in en weer terug. Hun leefgebied

wordt groter en dat zorgt ervoor dat de groep met

bijzondere diersoorten groter en sterker zal worden.

We maken het gebied natter om de beken te

herstellen. Dit doen we door…

… gebieden te maken om water in op te slaan

De beken in dit gebied liggen diep in het landschap.

De beken zijn zo diep omdat ze vaak in korte tijd grote

hoeveelheden neerslag moeten afvoeren. Hierdoor slijt

de bodem van de beek steeds verder uit. Zo verdroogt

het beekdal en kunnen bijzondere planten hier niet

overleven. We gaan daarom water opvangen vóór het

in de beken terechtkomt en de oorspronkelijke hoogte

van de bodem van de beek herstellen.

… sloten te dempen en drainage te verwijderen

Om de afvoer van het water verder te verminderen

en te vertragen, halen we op verschillende plekken de

drainage weg van de landbouwgronden. Daarnaast

dempen we sloten. Hierdoor blijft het water langer in

het gebied staan. Zo maken we het gebied natter. Dit

zorgt voor een beter leefgebied voor de bijzondere planten

diersoorten.

… te stoppen met bemesten

Als we stoppen met bemesten, komen er minder

voedings- en meststoffen in de bodem terecht. Dit

is beter voor de kwetsbare natuur die rondom de

landbouwgronden ligt. Zo zorgen we voor goede

omstandigheden voor de bijzondere planten en dieren.


// Foto

RUDMER ZWERVER

// Foto

C. WELMAN

.67

We beschermen en versterken het leefgebied

van bijzondere diersoorten. Dit doen we door…

… houtwallen te maken voor het vliegend hert

Het vliegend hert is de meest bekende en bijzondere

diersoort in dit gebied. Daarom maken we houtwallen voor

het vliegend hert. Houtwallen zijn als het ware natuurlijke

hekken, gemaakt van bomen, struiken of dood hout zoals

boomstammen en takken. De houtwallen zijn een soort

van grens in het landschap. Het dode hout is een plek waar

het vliegend hert het meeste voorkomt. Alleen hier kan dit

bijzonder grote insect het beste overleven. Daarom maken

en herstellen we houtwallen om betere omstandigheden te

maken voor het vliegend hert.

… poelen te maken voor de kamsalamander

We leggen poelen aan voor de kamsalamander. Deze

bijzondere diersoort heeft water én land nodig om zich te

kunnen verspreiden. De poelen zijn dan ook een belangrijk

leefgebied voor de kamsalamander. Bovendien kan het vee

deze poelen ook gebruiken om uit te drinken.

‘Op bepaalde

plekken zorgen

we ervoor dat

het er weer uitziet

zoals het er

vroeger uitzag.’

Tijdens de uitvoering zijn delen van het gebied tijdelijk niet of

minder goed toegankelijk, rijden er trekkers en bouwverkeer

door het gebied, liggen er materialen opgeslagen, worden

bestaande paden verlegd en zijn er (harde) werkgeluiden

hoorbaar. Om de natuur zo min mogelijk te storen, liggen

de werkzaamheden soms ook stil - bijvoorbeeld in het

vogelbroedseizoen - terwijl ze nog niet af zijn.

ZILVER WINTER 2021 / 2022


ZILVER ZAKELIJK. NOTARISKANTOOR KROEZEN

Een levenstestament maken?

Meneer Snijders komt elk jaar begin december een kop koffie halen om ‘even bij te praten’. Ieder

jaar eindigt hij het gesprek met de woorden ‘het wel zeer op prijs te stellen als hij een kantoorpen

mee mag nemen voor de dagelijkse kruiswoordpuzzel’. Dit jaar vertelde de heer Snijders

dat de woning van hem en zijn vrouw - voor een zeer goede prijs - was verkocht. Daardoor

konden ze ook nog een leuk bedrag aan de kinderen en kleinkinderen schenken. Helaas

kon zijn vrouw niet bij de overdracht aanwezig zijn omdat ze vanwege een besmetting

met het coronavirus in het ziekenhuis was opgenomen.

Jarenlang vond de heer Snijders - 85 jaar jong - het niet nodig om een levenstestament

te maken ‘want dat was alleen voor ouderen!’. Gelukkig hadden de heer en mevrouw

Snijders begin van dit jaar op ons advies alsnog een levenstestament gemaakt voor

het geval ze niet meer wilsbekwaam zouden zijn. Dat wij toen op corona hadden

gewezen hebben we de heer Snijders tijdens zijn kopje koffie maar niet meer aan

herinnerd. Meneer Snijders kon nu de overdracht van de woning ook namens

zijn echtgenote ondertekenen. De gang naar de kantonrechter was gelukkig

niet nodig. De kinderen en kleinkinderen waren erg blij met de gulle gift. En

mévrouw Snijders was inmiddels weer gezond thuis.

Hans Kroezen (notaris)

Een gelukkig man verliet - uiteraard met een kantoorpen - het kantoor.

.68

Wat is een levenstestament?

In een levenstestament regelt u uw zaken als u niet in de

gelegenheid of niet in staat bent om zelf uw eigen wil te

bepalen. Bijvoorbeeld door een geestelijke of lichamelijke

beperking of door andere onverwachte omstandigheden.

In die gevallen kunt u één of meerdere personen die u

vertrouwt de bevoegdheid geven uw zaken te regelen.

Heeft u geen levenstestament gemaakt? Dan zal de rechter

een beslissing nemen en een bewindvoerder, curator en/

of mentor benoemen.

Administratieve zaken

U kunt iemand een volmacht geven om namens u uw

administratieve zaken te regelen. Hieronder vallen

bijvoorbeeld het betalen van rekeningen, het verzorgen

van de dagelijkse administratie en het doen van

belastingaangiften. Wilt u dat de gevolmachtigde ook

schenkingen mag doen? Leg dan vast wanneer en aan wie

die schenkingen mogen worden gedaan en voor welke

bedragen. Het doen van schenkingen kan van (positieve)

invloed zijn op de eigen bijdrage voor het verblijf in een

zorginstelling en de inkomstenbelasting.

Persoonlijke belangen

Wie behartigt uw persoonlijke belangen? Wie neemt de

beslissing over bijvoorbeeld opname in een zorginstelling

als u dat zelf niet kunt? U kunt hiervoor iemand aanwijzen

in uw levenstestament. Deze persoon kan ook regelen dat

uw woning wordt verkocht als u wordt opgenomen in

een zorginstelling.

Medische wensen

Het is mogelijk dat u bepaalde wensen heeft met

betrekking tot medische behandelingen. Zo kunt u als

wens hebben dat artsen er alles aan moeten doen om u

in leven te houden als u erg ziek bent. Of u wilt juist dat

bepaalde behandelingen niet meer worden uitgevoerd als

u ernstig ziek bent of aan het dementeren raakt. Als u zelf

niet meer in staat bent om uw wil te uiten en overleg met

de arts te plegen dan is het belangrijk dat een ander dit

voor u kan doen. Hiervoor kunt u in uw levenstestament

een gevolmachtigde benoemen. Deze persoon kan - als u

daartoe zelf niet meer in staat bent - namens u handelen

en overleg met de behandelend arts/specialist hebben.

Op tijd regelen

Zorg dat u uw levenstestament op tijd heeft geregeld

voordat er een situatie ontstaat waarbij u hiertoe niet

meer in staat bent.

En … de kantoorpen, die mag u meenemen!

Wilt u meer informatie of hulp bij het opstellen

van een levenstestament? Wij staan graag voor

u klaar!

Monnikstraat 62, 7571 CW Oldenzaal | 0541 - 572 525 | notariskantoorkroezen.nl


ge

ne

ra

ties

GENERATIE. GIGENGACK

.69

LEVEN

VAN

DAKLOZE

AUTO’S

// Tekst

TON OUWEHAND

// Foto’s

ANNINA ROMITA

Ferdi Gigengack houdt wel van een geintje. Als

mensen vragen wat hij voor de kost doet, trekt

hij soms een ernstig gezicht en begint met: ik

handel in elektrische auto’s. Dat heeft meestal

goedkeurende, instemmende blikken tot gevolg.

Want ja, dan ben je goed bezig wat milieu betreft.

Maar de invoelende gezichtsuitdrukkingen veran

deren in vraagtekens als hij erop laat volgen

dat het wel uitsluitend om het cabrioletmodel

gaat, de dakloze auto. En het onbegrip bereikt

een hoogtepunt als hij daarna doorgaat met de

opmerking dat hij dat al vijftig jaar doet en dat

hij er zeker van is dat de toehoorders allemaal in

zo’n ding hebben gereden. Maar aan de andere

kant, hij was niet lang geleden op een beurs

in Engeland waar hij zich wilde voorstellen

aan een mogelijke klant. Hij had zijn hand al

uitgestoken, hij kreeg de kans niet zijn naam

te noemen want de Brit had hem al herkend.

Hij schudde de uitgestoken hand met zichtbaar

ontzag terwijl hij vol bewondering zei: ‘You are

Mr. Bumpercars.’ >>

ZILVER WINTER 2021 / 2022


GENERATIE. GIGENGACK

.70

Het zal duidelijk zijn: de Hengeloër

Ferdi Gigengack (1957) zit tot diep

in de botsauto’s. Daar bestaat ook

bij het betreden van zijn bedrijfsruimte geen

enkel misverstand over. Langs de wanden van

de hal staan stellingen met vijf verdiepingen

botsauto’s. Honderden van die karretjes staan

keurig in het gelid. Op de bovenverdieping

heeft hij nog een privémuseum ingericht.

Met behalve drie draaimolenpaardjes (voor

elk van zijn zoons eentje) een collectie van

enkele tientallen historische botsauto’s. En

behalve dat ook enig historisch materiaal

van het Gigengackgeslacht. Het bord van

café-restaurant Luttikhuis bijvoorbeeld, dat

in het verleden langs de weg tussen Hengelo

en Oldenzaal aangaf waar het gelijknamige

restaurant zich bevond.

‘Wij zeiden altijd:

meisjes bloot,

handel dood.’

‘Mijn ouders hadden een kermisattractie. Ik groeide op in

een woonwagen die altijd bij de draaimolen van mijn ouders

stond, op de kermis waar ze dan ook maar stonden in het

land. Ik ging naar de rijdende school. Die ‘stichting rijdende

school’ bestaat nog steeds, een Nederlandse organisatie

waar vanuit het buitenland jaloers naar wordt gekeken.

Basisonderwijs voor kinderen van kermisexploitanten.

Als er bij kermisexploitanten in totaal zeven of meer leerplichtige

kinderen zijn, komt er een trailer of een bus met

onderwijsfaciliteiten, inclusief onderwijzers. Mijn kinderen

hebben er ook op gezeten. Toen ik tien was wilden mijn

ouders wel een vaste plek, een vaste woonplaats. Zodat de

kinderen naar een gewone school konden.


Mijn vader Freek kreeg het voor elkaar dat hij

in 1967 met zijn attractie een vaste plek kreeg

bij Luttikhuis. Daar heeft hij tot 1994 gestaan.’

Ja, zijn vader Freek was dus ook F. Gigengack. De

lettercombinatie FG hangt in gloeilampen aan

de wand. De oudste zoon een naam geven die

met een F begint is een soort van familietraditie.

Het begon vijf generaties geleden. Ferdi laat

een officieel bewijsstuk zien van Frederich

Ferdinand Gigengack geboren op 30 november

1825. Hij was vanuit Kopenhagen in Zutphen

terecht gekomen. Het document laat zien dat hij

in 1860 van de gemeente toestemming krijgt zijn

‘mallemolen’ te exploiteren op de kermis van

Oud-Zevenaar. Het oudst gevonden document

waarop de Gigengacks als kermisfamilie zijn

geregistreerd. Overigens ook opgetekend in de

in 1954 verschenen familiekroniek van Johan

Gigengack.

Zevende generatie

De nazaten van Frederich zaten allemaal in de

kermiswereld. Zijn vader dus, zijn grootvader,

overgrootvader en al hun voornamen begonnen

met een F. En ja, zijn zoon Frank (1987) zal de

handel van Ferdi overnemen als zesde generatie.

En de zevende generatie heeft zich ook al

aangediend. Fenn Gigengack, net een jaar oud.

Aan alles laat hij blijken dat hij op dit tijdstip

van de ochtend liever in zijn bedje had gelegen.

Maar zowel vader als grootvader willen niet

uitsluiten dat de jongste als zevende generatie

het kermiswerk gaat voortzetten. Zijn naam

begint voor alle zekerheid alvast met een F. En

dan is het toch leuk als ze als drie F. Gigengacks

op een kermispaardje poseren?

Ferdi Gigengack is agent van de Italiaanse firma

Bertazonn, een familiebedrijf in botsauto’s,

maar ze produceren ook grote kermisattracties

als draaimolens en andere family carrousels.

Zijn vader tekende meer dan vijftig jaar geleden

de overeenkomst en Ferdi heeft de relatie in

zoverre opgeschroefd dat zijn Bumpercars iets

meer dan helft van de totale botsautoproductie

verkoopt. Hoe Bumpercars zo groot kon

worden? Ferdi geeft als verklaring dat zij ook

gebruikte botsauto’s inruilen en reviseren.

Dat was iets waar zijn vader nooit aan wilde

beginnen.

‘Honderden

botsauto’s staan

keurig in het gelid.’

Voor hij fulltime verkoper van kermisattrac ties

werd, stond Ferdi Gigengack met zijn vrouw zelf

op kermissen. Eerst met ‘Flying Bob’ en later met

een uitgebreid spookhuis genaamd ‘Thriller’. In de

zomer woonden ze in een woonwagen naast de

attractie. In de winter hadden ze een stenen huis

in Hengelo. In die tijd moesten de sta-plekken

geregeld worden voor het kermisseizoen. ‘Dat is

een lastige tijd, want je weet niet wat voor weer het

in augustus wordt. Als het een bloedhete zomer

wordt, kun je je omzet wel op je buik schrijven.

Wij zeiden altijd: meisjes bloot, handel dood.’ Zijn

kinderen zijn ook opgeroeid naast de attractie

van hun ouders, net als hij. ‘Dat is een heel leuke

jeugd. Mensen vragen wel eens, kun je wel slapen

op de kermis met dat lawaai, die harde muziek?

Ik kan alleen maar zeggen dat het geen enkel

probleem was. Ja, ’s nachts. Als het publiek was

vertrokken en de generatoren uit werden gezet

omdat krachtstroom niet meer nodig was, werden

wij wakker. Van de stilte.’

www.bumpercars.nl

ge

ne

ra

ties

.71

ZILVER WINTER 2021 / 2022


CULTUUR. TWENTE LIGHT

BETOVEREND

LICHTSPEKTAKEL

OVER DE VRIJHEID

OM TE DROMEN

.72

‘Nog één verhaaltje dan?’, vraagt Sara (9) aan opa. ‘Een hele

bijzondere’, knikt opa, en hij begint te vertellen over de bevrijding

van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Sara is geraakt door

opa’s verhaal en droomt die nacht realistischer dan ooit. De

hele wereld is magisch verlicht. Ze ziet de militairen waar opa

over vertelde, maar ook allemaal wilde dieren, bloemen en

wolken. Nog nooit was de wereld zo mooi. In die wereld neemt

Sara u deze winter mee op Vliegveld Twente, waar honderden

lichtobjecten het verhaal van de vrijheid vertellen.


.73

De route met verschillende droomwerelden is gemaakt van honderden Chinese

lichtsculpturen. Deze sculpturen staan opgesteld op de bunkerstrip en zijn

speciaal op maat gemaakt voor Twente Light 2021-2022.

Twente Light is een buitenevenement. Voor kaarten en meer info bezoekt u de

website www.twentelight.nl

ZILVER WINTER 2021 / 2022


Wat vinden

onze lezers van

Zilver

Magazine?

Onlangs stelden we onze abonnees de vraag

wat zij van Zilver Magazine vinden én of

ze tips voor ons hebben. Uit de honderden

reacties lichten we er graag enkele uit.

Omdat we er trots op zijn op hoe lezers ons

beoordelen en omdat we het fijn vinden dat

u als lezers meedenkt hoe we Zilver Magazine

nog mooier en interessanter kunnen maken.

Wilt u ons na het lezen van onderstaande vertellen

over uw ervaring met Zilver Magazine?

Heeft u tips? Dan zijn deze van harte welkom

via redactie@zilvermedia.nl

Gemiddelde beoordeling: 8,4

.74

‘Een prachtig blad, dat ik met

heel veel plezier van voor naar

achter lees’

‘Leuk magazine gezien het

nieuws uit de regio en de

verhalen en weetjes.’

‘Ik wist niet dat er pagina’s op

insta, FB en LinkedIn zijn…

daar ligt nog een kans.’

‘Een mooi gevarieerd magazine’

‘Duidelijke verhalen die rasechte

Twentenaren in het hart raken’

‘Heel fijn om abonnee te zijn’

‘Een leuk blad! Het ziet er

gezellig uit en ik hoor om me

heen dat ze het een lekker

leesbaar blad vinden’

‘Mooi blad. Doorgaan op deze

weg’

‘Leuk blad: wij kijken er naar uit:

Ga zo door!’

‘Het is een buitengewoon mooi

blad!’

‘Is een prettig blad! Goede

uitgever, sociaal bewogen en

open voor ieder.’

‘Een prachtig blad, om steeds

weer even te pakken, maar ook

om te bewaren!!’

‘Duidelijk, gezellig, voor elk wat

wils’

‘Redelijk goed leesbaar, sommige

verhalen mogen wel wat korter,

te langdradig.’

‘Zilver ziet er mooi en goed uit,

kijk er altijd naar uit en bewaar

ze ook allemaal!!’

‘Ik vind het een leuk blad om te

kijken en sommige artikelen te

lezen, alleen ik zie het nog niet

als inspiratiemagazine. Daar zou

het nog in kunnen groeien.’

‘Inhoud is heel divers. Heerlijk

dik bladerblad dat je weg kunt

leggen en een volgende dag weer

in door kunt gaan.’

‘Mag één keer in de maand

verschijnen’

‘Zou graag zien dat plaatsen in

Twente wat uitgebreider belicht

zouden worden.’

‘Lekker doorgaan en misschien

iets meer aan de weg timmeren’

‘Misschien is het leuk om

verhalen te plaatsen die

verbonden zijn met plaatsen/

bijzondere plekken in Twente.

Ook de minder bekende plekken

zullen een leuke aanvulling

kunnen zijn.’

‘De onderwerpen zijn

gevarieerd. Ze sluiten goed aan

bij de doelgroep’

‘Interessant om uit je directe

omgeving zoveel verschillende

onderwerpen te lezen. Woon hier

al 60 jaar, maar lees altijd weer

wat nieuws.’

De persoonlijke verhalen de

Twentse bijzonderheden,

kunst, aparte beroepen, kleine

bedrijfjes en dat alles door en

voor Twentenaren. Genieten!


GEDICHT. AREND LAMM

AREND LAMM

Liefde voor het Twents

MODERSPRÅÅK

Mien weeg hef hier ien Twäänte ståån.

Men höört et an mien pråten.

‘k Heb mij dåårvüür noojt schamen dåån;

ik kan et toch nich låten!

See klienkt so stoerig, relk en roond,

dee åle Twääntske wöörde.

See vlööjt ůw söötkes ůůt ’n moond,

et leefste wat ik höre.

De modersprååk, see döt so good

vüür wel sik ůůt wil pråten,

wel met ’n blij of droof gemood

siksölf ees gåån wil låten.

Arend Lamm (Hengelo 1908) maakte in de tweede

helft van de jaren vijfig naam als dichter in de Twentse

streektaal. In die periode werd veel van zijn poëzie

gepubliceerd in de Twentsche Courant. Zijn oeuvre

omvat, naast circa 110 gedichten, een aantal korte

verhalen en twee streekromans. Tot een uitgave van

dit laatste is het nooit gekomen. Wel verscheen het

eerste boek Geike in de vorm van een feuilleton in de

Twentsche Courant.

Arend Lamm schreef over de jaargetijden, oorlog en

vrede en de schoonheid van het Twentse landschap

en de natuur, uitingen van hetgeen hem beroerde

en bezighield. In een aantal van zijn gedichten komt

een diepgaand religieus besef naar voren. En ook de

uitingen van zijn liefde voor de moderspraoke mogen

zeker niet onvermeld blijven.

In 1959 werd een verzameling van 25 gedichten, die

de naam Algerak meekreeg, uitgebracht. In 1974

verscheen Tweansche Bleujsels. In deze publicatie

werd de poëzie van Arend treffend geïllustreerd door

zijn neef, de bekende schilder en tekenaar Henk

Lamm (Hengelo, 1908). In oktober 2006 verscheen de

bundel Bleujsels van de Moderspraoke met daarin

25 gedichten, waarvan het grootste deel niet eerder

werd gepubliceerd. Aanleiding was een tentoonstelling

over de neven Lamm in het Historisch Museum Hengelo.

Zijn gevoelens en gedachten over dit alles legde hij vast

op een vaak ingetogen en fijnzinnige wijze. Maar ook de

lichtvoetig heid en humor ontbreken niet in zijn poëzie.

Als geen ander wist Arend Lamm zich uit te drukken in

de moderspraoke, die hem zo ná aan het hart lag.

Wel trööst ees soch ien såårg, elään,

en dan ien ’t Twäänts mag hören

‘nen goden rååd den rech is määnd;

dåår geet niks van verlören.

As wij ‘nen wienteråvend lang

ůůns üm den heerd magt riegen,

üm so de tied met prååt en sang

pleserig kot te kriegen.

Dåår is so völ dat of hef dåån

as of et was versletten.

Mer ůůnse språke blif beståån,

wij wilt eer nich vergetten.

Völ sint der, as ‘k mij nich vergis,

dee ’t leefst eer dood wilt swiegen.

Mer blöjen sal see, jůůnk en fris

as bäärken-vüürjåårstwiegen.

Ik höör ’n rüüsken ůp de wiend

dat sprek van åle tieden.

Et röp en flůstert en et viendt

de weg nå alle sieden.

Et grööjt en geet sien ägen gaank,

wel sol dat tegenhålen?

Wil redden van den ůůndergaank

de språke van de ålen.

Wel vüür dee språåk nog leefde hef,

dee sal eer nich verswiegen.

Haarůp! Töt elken Twäänt sik gef;

dan sal et sik wal riegen.

.75

// Schilderij

HENK LAMM

// Gedicht

AREND LAMM

// Met dank aan

HISTORISCH MUSEUM HENGELO

ZILVER WINTER 2021 / 2022


SPORT. MIRJAM POL

IN DE BAN

VAN DE

MOTOR

.76

// Tekst

ANNEMARIE HAAK

// Foto’s

ANNEMARIE HAAK

FAMILIE POL

Ze weet nog goed hoe de reactie van haar ouders was toen ze voor het eerst

met haar grote liefde thuis kwam. ‘Een motorrijder?? Kind toch, gebruik je

verstand. Dat wordt alleen maar ellende!’

Ine Pol (72) kan er nu hartelijk om lachen en is maar wat trots op haar kinderen.

Gezellig zit ze in de eethoek tussen haar zoon Hans (42) en dochter

Mirjam (38). De een Nederlands kampioen Enduro en de andere bekend

Dakarrijder en wereldkampioen Baja. Fervente motorrijders dus! De titels

werden op zondag 30 oktober behaald. Hans in het Achterhoekse Harsen

en Mirjam in Portugal. Heel bijzonder.


Het motorrijden zit de familie in het bloed. Ook

Ine vindt het geweldig. Zelf reed ze ook graag,

tot ze in 1977 een zwaar ongeluk kreeg en drie

maanden in het ziekenhuis belandde. Sindsdien loopt

ze moeilijk. Ze volgt de prestaties van haar kinderen

op de voet, zoals ze dat ook met echtgenoot Hans deed.

Geen wedstrijd werd overgeslagen en de kinderen gingen

mee, hoe klein ze ook waren. ‘Hans was zes weken oud,

het was noodweer, maar er stond een strandrace in

Scheveningen op het programma, dus we gingen!’ Het

kwam haar op felle kritiek van haar ouders te staan,

maar ja, het bloed kruipt… Op het geboortekaartje van

Mirjam staat broer Hans met zijn zijspan afgebeeld. Toen

de kinderen wat groter waren, bond ze de kleintjes met

een lang touw aan de trekhaak van de auto. Hadden ze

toch enige speelruimte, maar konden ze niet weglopen.

‘Doordat ik slecht liep, was ik niet snel genoeg om achter

ze aan te gaan. Dit was voor mij een perfecte oplossing!’

Hans sr was crosser en reed motor met zijspan. Eerst met

zwager Ben Koenderink en later met Johan Besselink

als bakkenist. Het hele leven stond in het teken van de

cross. De meterslange prijzenkast in de garage toont alle

gewonnen prijzen en bekers.

Hans jr en Mirjam kregen de liefde voor de motor met

de paplepel ingegoten. ‘Ik was drie jaar en kreeg een

klein motortje, waar ik behoorlijk goed mee overweg

kon. Daarmee mocht ik in de Evenementenhal een

miniparcours rijden dat was afgezet met strobalen’,

vertelt Hans. ‘Ik had echter veel meer aandacht voor al

het publiek dat eromheen stond. Binnen de kortste keren

ging ik onderuit met alle gevolgen van dien.’ Het gezicht

beschadigd, behoorlijk veel schaafwonden, maar de liefde

voor de motor bleef. Samen met Mirjam deed hij al mee

aan wedstrijdjes voor vijf- en zesjarigen in Lonneker,

Saasveld en Enschede. ‘Dat gebeurde meestal op een stuk

maïsland dat net geoogst was. In die tijd kon dat nog. We

hadden toch zeker 25 tot 30 deelnemertjes. Ook in de

Ankerhallen in Saasveld werd gecrosst, indoor’. Hans sr en

Ine vonden het prachtig en genoten. Er was zelfs bij huis

een parcours aangelegd in een veld met dennetjes, daar

konden de kinderen naar hartenlust crossen.

.77

Dat bleef zo tot Hans in 2007 de garage van zijn vader na

diens overlijden overnam. De motor kwam op de tweede

plaats. Voor Mirjam niet. Zij behaalde haar groot rijbewijs

op haar 22e zodat ze ook op zwaardere motoren mocht

rijden. Datzelfde jaar stond ze aan de start van haar eerste

Dakar in Afrika. Veruit de jongste deelnemer, door velen

met enige minachting bekeken. Niemand had gedacht dat

ze het zou halen. Moeder Ine volgde thuis het nieuws en

kreeg op een gegeven moment teveel van al die negatieve

kritiek. >>

ZILVER WINTER 2021 / 2022


SPORT. MIRJAM POL

‘ Datzelfde jaar

stond ze aan

de start van

haar eerste

Dakar in

Afrika.’

.78

‘Ze werd bestempeld als een onnozel kuuk’n, een dom

wicht dat niet wist wat een Dakar inhield. Ik zei tegen

Hans: Kom we moeten er naar toe!’ Mirjam hield zich

staande en dwong langzaam maar zeker respect af. ‘Er

werd al met bewonderende blikken gekeken toen ik na de

tweede etappe toch de finish bereikte en daarna kreeg ik

zelfs complimenten!’ Mirjam finishte als beste vrouw en Ine

en Hans waren erbij. Ze is nu de enige vrouw ter wereld die

de Dakar op drie continenten gereden heeft.

‘Mijn moeder, Hans en ik, we zijn een team’, verklaart

Mirjam, ‘en kunnen niet zonder elkaar. Ik ben verantwoordelijk

voor de kosten, voor het eigen materieel en voor

mijn eigen sponsoren als ik mee wil doen aan wedstrijden,

ook de Dakar. Gelukkig wonen we hier naast elkaar achter

de garage in Borne, dat maakt alles een stuk gemakkelijker.

Samen met Hans sleutel ik aan de motoren, hij is heel

technisch en mijn moeder staat me bij in alles. Moeten

er spullen gehaald en gebracht worden, dan stapt ma in

de auto en heb ik wat nodig voor de motor dan kan ik op

Hans bouwen.’ Mountainbiken, trainen doen ze ook veel

samen en als het even kan samen naar de bioscoop. ‘Met

een drankje en een halve zak popcorn’ lacht Hans.

‘ Op het geboortekaartje van

Mirjam staat broer Hans

met zijn zijspan afgebeeld’

Ine ging heel vaak mee als er internationale wedstrijden gereden

moesten worden. Zo was ze al op Sardinië en in Abu Dhabi. ‘In de

woestijn in het bivak van de motorrijders, een geweldige ervaring.

Soms knoopten we er een vakantie aan vast.’ De laatste jaren gaat

ze niet meer mee, het reizen wordt haar te zwaar. Samen met Hans

volgt ze de verrichtingen op de televisie. ‘Soms zitten we om drie

uur ’s nachts nog voor de buis! Het is een machtig mooie sport!’

Voor Hans heeft de motor geen prioriteit meer. Het is een hobby

geworden, een geweldige uitlaatklep. Hij is apetrots op zijn

nationale titel, maar daar blijft het bij. Mirjam bereidt zich intussen

voor op de volgende Dakar. In de woonkamer stapelen de reistassen

en koffers zich op. Na de kerstdagen vertrekt ze naar Saoudi-Arabië.

Ondanks de vele botbreuken en blessures blijven ze verknocht aan

het motorrijden. ‘Dat kun je niet uitleggen aan iemand die geen

motor rijdt. Het is een passie die je leven blijft beheersen!’


GENERATIE. ERVE EFFINK

.79

DE BOERDERIJ

TOEN EN NU

MET HART EN ZIEL BEZIG MET GEZOND VOEDSEL

// Tekst CARMEN LUTTIKHUIS // Foto’s SAM WARNAAR

Joke en Gerard Kottelenberg van

boer derij Effink zijn de vijfde generatie

van een van de oudste boerenfamilies

in Nederland. Hun boerderij aan de

Stokkumerweg in Markelo is niet

eeuwenoud, want gebouwd in 1973,

op een locatie die na de grote ruilverkaveling

Markelo-Holten aan

de familie toegewezen werd.

Toen de ouders van Gerard, Gerrit-Jan (87) en

Jo (83) Kottelenberg, in 1974 naar de nieuwe plek

verhuisden, verhuisden ze niet alleen met hun

eigen gezin, ook Gerards schoonmoeder met haar vrijgezelle

broer, zus en een oom verhuisden mee naar de dubbele

woning. Boerenfamilies bleven vroeger zo lang het kon bij

elkaar wonen. Dat ze met twee familietakken naar de nieuwe

boerderij verhuisden kwam omdat ze hun beider bedrijven

hadden samengevoegd. De boerderijen bezaten apart te

weinig hectare voor de verkaveling. Als één bedrijf kwamen

ze er wel voor in aanmerking. Daarnaast hadden de ouders

van Gerards moeder geen opvolging. In Stokkum was erve

Effink een gemengd bedrijf met koeien, varkens en kippen. In

Markelo gingen ze verder als melkveehouderij. >>

ZILVER WINTER 2021 / 2022


GENERATIE. ERVE EFFINK

‘ALS EEN KOE GING

KALVEN, LIEP JE NAAR

DE BUURMAN, KLOPTE

JE OP HET RAAM EN

RIEP ‘KOEKALVERIJ’.’

.80

Geen keuze

Joke en Gerard verbleven de eerste jaren na hun trouwen in 1990 in

een chalet op het erf, waar ook de eerste telgen van de zesde generatie

het levenslicht zagen. ‘Als je met een boer trouwde, trouwde je met

zijn familie’, dat wist Joke wel. Zelf groeide ze ook op op een boerderij,

aan de andere kant van de provinciegrens, in de Achterhoek. Maar

goed dat liefde blind maakt, blikt ze terug. Want met drie generaties

op één locatie was er weinig bewegingsvrijheid. Dat beaamt

Jo Kottelenberg: ‘Toen wij in 1963 trouwden had je geen keuze. Op

een familieboerenbedrijf ging je vanzelfsprekend bij elkaar wonen. Je

had het maar te accepteren dat je weinig privacy had. Ik vond dat niet

altijd gemakkelijk. Sowieso vond ik het boerenleven best zwaar en

niet altijd even leuk. Lange dagen werken op het land, we deden nog

veel met de hand. We verbouwden onze eigen groente. In de winter

hadden we in de kelder planken vol weckpotten met ingemaakte

wortelen, bonen, peren.’

Samen met de buurt

Gerrit-Jan Kottelenberg: ‘Mijn ouders en mijn oom en tante woonden

naast elkaar. Mijn oom overleed jong, hij was veertig. Ga jij je

tante maar helpen om hun boerderij te runnen, werd mij gezegd.

Ik was 18, de enige zoon, dus dat deed ik. De zomer vond ik altijd

de mooiste tijd. Zeker ook omdat we het vele werk samen met de

buurt deden. Samen maaien, inkuilen, aardappels rapen, koeien naar

een andere wei drijven. Drie paarden voor de kar en oogsten, mooi

werk. Machines werden gezamenlijk aangeschaft. En als het werk

gedaan was, dronken we daar ter afsluiting samen een borrel op.’

Jo Kottelenberg: ‘Als een koe ging kalven, liep je naar de buurman,

klopte je op het raam en riep ‘koekalverij’. Ook al was het midden in

de nacht, binnen een paar minuten was de buurman aangekleed om

te komen helpen. Kalven deden we zoveel mogelijk zelf. Pas als je

samen besloot dat er een dierenarts bij moest komen, werd die gebeld.

Iedereen stond altijd voor elkaar klaar, er was veel saamhorigheid,

noaberschap zoals het bedoeld is.’

Willem-Alexander

Hun schaarse vrije tijd besteedden Gerrit-Jan en Jo Kottelenberg

graag buitenshuis. Boerendansen bij de folkloristische vereniging

Markelo, waarmee ze voor optredens alle landen Europa

bezochten, wekelijks een avond van de plattelandsvrouwen, de

voetbalvereniging, drie dagen per jaar als begeleider mee met het

schoolreisje en de jaarlijkse deelname aan de koeverkiezing. De

topper was kampioenskoe Jo13, vernoemd naar zijn echtgenote.

Gerard ging in zijn jeugd met zijn vader vaak het bos in voor de

beheersjacht om de wildstand te reguleren. Gerard: ‘Dat doe ik nog

steeds regelmatig, samen met vier maten, in een groot gebied in

deze regio. Met mijn opa jaagden we ook in de kroondomeinen bij

Apeldoorn. Tijdens een van die jachten zat ik als kleine jongen in

de auto met een jonge prins Willem-Alexander. Hij was ook met

zijn opa, prins Bernhard, mee.’


Petje af

Gerrit-Jan en Jo Kottelenberg nemen hun pet af voor de

huidige generatie boeren. Jo Kottelenberg: ‘Het is geen

makkelijke tijd om te boeren. Er zijn nu zoveel regels, er

wordt administratief en financieel zoveel van je verwacht.

In onze tijd konden we sparen. Wil je tegenwoordig iets

aanschaffen, renoveren of verduurzamen, dan moet je

naar de bank voor een lening. Dat kenden wij niet.’ Joke:

‘Vroeger gingen de inkomsten van alle familieleden bij

elkaar in een pot zoals de aow van de senioren, soms

had iemand een uitkering. Dat was voldoende voor het

levensonderhoud van iedereen. We leefden zuinig en

we hadden weinig woonlasten, want de boerderij was

familiebezit. Zo kon het bedrijfsgeld in de boerderij

blijven. Als er een nieuwe machine gekocht moest

worden, dan kon dat. Tegenwoordig gaat het zo anders.

De boerderij is onze inkomstenbron, daar moet alles

uit betaald worden. Dat is prima, maar het legt wel een

druk om te presteren, terwijl we ons aan steeds meer

restricties dienen te houden, die ook nog eens financiële

consequenties hebben. Als je bijvoorbeeld aan bepaalde

regels of leveringen niet kunt voldoen, kom je niet in

aanmerking voor een toeslag. De opbrengst van een liter

melk en de kosten die daar tegenover staan, zijn niet

meer met elkaar in verhouding als je het met vroeger

vergelijkt. Boeren of hun partners werken er vaak deels

buitenshuis bij, anders krijgen ze het huishoudboekje

financieel niet rond. Of ze starten een tweede tak, zoals

een boerderijcamping of een boerderijwinkel.’

‘IK MAAK DAGELIJKS TIJD

VRIJ OM ONZE MOOIE EN

WAARDEVOLLE AGRARISCHE

SECTOR TE PROMOTEN.’

Eigen zuivellijn

Een tweede tak had de familie Kottelenberg ook lange

tijd. Gerrit-Jan Kottelenberg: ‘Toen de superheffing werd

ingevoerd, hadden we de keuze om quota te kopen of

om voor de melk een meerwaarde te creëren. Ik had bij

kennissen in Rotterdam gezien dat ze hun eigen zuivel

maakten. Dat leek me wel wat, dus zetten we onze eigen

productielijn op: Erve Effink boerenmelk, yoghurt, kaas,

vla, kwark. De vrouwen bestierden de boerderijwinkel

die we tot 2013 aanhielden. In de jaren negentig was

er veel belangstelling voor producten rechtstreeks van

de boer, mensen reden er graag voor om, maar die

belangstelling en daarmee de verkoop liepen na verloop

van tijd terug. Het voor ons te duur om de tweede tak aan

te houden. Beter één ding goed doen, dan twee dingen

half. Nu zou zo’n winkel wel weer kunnen, er is weer

interesse in lokale producten.’

Ambassadeur

De groeiende interesse in regionale producten is er niet

vanzelf. Allerlei organisaties in Nederland zetten zich

in om consumenten te laten zien, te vertellen en te laten

ervaren waar de agrarische sector voor staat: gezonde

voeding. Een van die organisaties is Team Agro NL. Joke

is er al enkele jaren ambassadeur. Joke: ‘Vanuit die rol

maak ik dagelijks tijd vrij om onze mooie en waardevolle

agrarische sector te promoten. Bijvoorbeeld op mijn

socialmediakanalen ‘Twentse Boerin’, waar ik mijn

volgers meeneem in het reilen en zeilen op de boerderij.

Daarnaast zet ik mij in voor boerderijeducatie. Ik vind

dat alle basisschoolkinderen minstens een keer een

boerderij moeten hebben bezocht. Zo’n kennismaking

legt de basis voor het besef waar ons voedsel vandaan

komt, maar ook het besef hoeveel mensen er dag in dag

uit met hart en ziel voor zorgen dat er gezond voedsel

in de supermarkt of in je koelkast ligt. Dat mogen

mensen buiten de sector zich wel meer realiseren.

Boerderijbezoeken zijn in verband met corona nu wat

lastig, daarom zoeken wij de kinderen op en gaan we

op schoolbezoek met informatiemateriaal. Ik zou niet

zonder dit werk erbij kunnen. Ik heb het nodig om ook

werk buiten de boerderij te doen, samen met anderen.’

Zesde generatie

Of de boerderij over zal gaan naar de zesde generatie,

dat is nog maar de vraag. Gerard Kottelenberg: ‘Hoe

de toekomst van de agrarische sector eruit ziet, is

onduidelijk, toch ziet de jonge generatie ook uitdagingen.

Onze kinderen hebben daar wel ideeën over, maar of die

financieel haalbaar zijn? De situatie is niet te vergelijken

met vroeger. De vanzelfsprekendheid van overname

binnen de familie, dat bestaat bijna nergens meer. Je

hebt tegenwoordig een bank of een investeerder nodig.

Die wil meebepalen over de bedrijfsvoering. Je levert

zelfstandigheid in, je bent geen eigen baas meer. Van de

andere kant krijg je daar een stukje rust en vrijheid voor

terug. Aan de jongeren de keuze of ze wel of niet op die

manier willen boeren.’

.81

ZILVER WINTER 2021 / 2022


COLUMN. PAUL ABELS

MILATOS

.82

Nog nooit was ik op Kreta geweest. Mijn

vrouw wel. Ze zei dat het nodig moest

gebeuren, naar Kreta. Ze zei ook: ‘Alleen

voor wie reist (en leest, maar dat is bijna

hetzelfde) is de wereld begrijpelijk.’ Ze

heeft gelijk.

Kreta bracht me aan het peinzen. Over

wat dat is, spiritualiteit. Op de mooiste

manier: gewoon, door wat je tegenkomt

onderweg. Zonder toe lichting van gidsen,

god geleerden, goeroes. Werkelijke spiritualiteit

heeft geen toelichting of marketing

van node. Wie de geest vrij heeft,

ziet en voelt. In een spierwit kapel letje,

zomaar ergens langs de weg, geen toerist

te zien: een geborduurd sandaaltje,

zorgvuldig afgesloten in een liefdevol

bewerkt houten kistje op een altaar,

omringd door iconen, de ene nog mooier

dan de andere. Ik zag in kerken de moeder

Gods, omhangen met devotieplaatjes,

dank betuigingen aan de heilige maagd.

Een blikken been, een blikken baby, een

blikken jongetje in korte broek.

Ergens hoog in de bergen in het zuiden

vonden we onszelf terug in een gehucht

dat Milatos bleek te heten. Een stenig

pad omhoog langs steile rotswanden

leidde ergens heen, onduidelijk waar

naar toe. Het was nauwelijks begaanbaar.

Mijn vrouw, met hoogtevrees, ging niet,

ik wel. Diep in het dal hoorde ik belletjes

rinkelen van geiten. Hoog in de lucht

zweefden steenarenden op de thermiek.

Er was geen mens. Na een half uur

klimmen kwam ik bij een grot. Er stond

tot mijn verbazing een blauwe bezem,

zoals je hem koopt bij de Blokker, tegen

de wand. Een donker gat bleek de ingang

van de grot. Ik knipte het lampje in mijn

telefoon aan en schoof gebukt naar

binnen. Een enorme ruimte. Ik moest

mijn best doen om niet te struikelen

en om mijn hoofd niet te stoten. Ik

zag ergens daglicht binnenkomen en

schoof de kant op van het licht. Zou dat

met spiritualiteit te maken hebben? Dat

je beweegt in de richting van het licht,

bedoel ik? Er was een altaar, een icoon,

kaarsen, versleten fluwelen gordijnen.

Een gedenkplek met een zware lading.

Ik moest weten wat er gebeurd was

op deze plek, Milatos. Het bleek een

schokkend verhaal. In 1823 verstopten

zich in deze grot 3500 Kretenzische

mannen, vrouwen en kinderen uit de

omliggende dorpjes, op de vlucht voor

het Turkse leger onder leiding van de

veldheer Hasan Pascha. Na twee weken

belegering door een enorme overmacht

moesten de Kretenzers het opgeven. De

straf was verschrikkelijk. Oudere mannen

werden vertrapt door paarden, jonge

mannen onthoofd, kinderen gedood en

de vrouwen bestemd voor de slaver nij.

De wrede veldheer ontkwam niet aan

zijn lot. Toen hij Milatos verliet, sloeg

zijn paard op hol en wierp hem af. Hij

brak zijn nek. In de grot bouwden de

Kretenzers een kerk, gewijd aan de

heilige Thomas. Er worden beenderen

bewaard van de dappere rebellen die het

opnamen tegen de Turken.

Waar Hasan Pascha begraven is, werd

mij niet duidelijk.

Paul Abels


‘Een gehucht

dat Milatos

bleek te heten.’

.83

ZILVER WINTER 2021 / 2022


.84


ZILVER WINTER 2021 / 2022

.85


CULTUURHISTORIE. HUNENBORG

1823 | 1837 | 1838 | 1839 | 1841 |

De geheimzinnige

Hunenborg

in het

Voltherbroek

.86

Lange winteravonden met verhalen bij het knapperende haardvuur, kunt u er ook zo

naar terug verlangen? Onze voorouders, niet afgeleid door social media, netflix of

televisie, wisten er wel raad mee. Terwijl de ijskoude wind door alle kieren en gaten

van het lös hoes gierde, hokte het boerengezin met gloeiendhete wangen behaaglijk

samen bij de stookplaats met het open vuur en bracht menig uurtje zoet met het

aan elkaar opdissen van spannende volksverhalen die in Twente de ronde deden.

Helaas kennen we tegenwoordig nog maar weinig echte vertellers die

je in de ban weten te brengen door je fantasie te prikkelen. Dat was

in de 19e eeuw wel anders. Zo tekende de schrijver van historische

romans Jacob van Lennep, die in 1823 samen met Dirk van Hogendorp op

hun voetreis door Nederland ook Twente aandeed, de sagen op die hem

onderweg ter ore kwamen. Hij publiceerde die later tussen 1839 en 1843 in het

Tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen onder de titel: Onze voorouders

in verschillende taferelen geschetst.

Jacob van Lennep publiceerde in deel III van zijn taferelen uit 1841 de sage

die zich afspeelde rondom de ringwalburcht de Hunenborg, die eenzaam

in het uitgestrekte moerasgebied van het Voltherbroek ten zuidoosten van

Ootmarsum lag en die eeuwenlang tot de verbeelding sprak, omdat de

herkomst van dit vroege kasteel in nevelen was gehuld.

// Tekst

JOHN VAN ZUIDAM

// Luchtfoto

WIKIPEDIA

Uit zijn reisverslag valt niet op te maken dat hij de Hunenborg daadwerkelijk

heeft bezocht, wel deed hij Oldenzaal en Ootmarsum aan. Zijn kennis zal

zijn gebaseerd op wat hij onderweg opving, aangevuld met informatie uit de

publicaties die in 1837 en 1838 in de Overijsselsche Almanak voor Oudheid

en Letteren verschenen.


1843 | 1848 | 1905 | 1910 | 1916 | 1978 | 2016

was daarom allerminst gediend van Arpad’s vrijerijen

met Barta en besloot hem in de borg te bezoeken. De

hoofdman maakte Weender echter duidelijk dat zij

hem trouw had beloofd. Maar hij wenste niet met

Weender op vijandige voet verder te gaan en stak hem

de hand toe, waarop Weender hem het spit, de punt

van zijn speer, aanbood. Daarop ontstak Arpad in

woede en hij zette de achtervolging van Weender in,

die maar ternauwernood de dans ontsprong door de

niendeur van de boerderij achter zich op slot te gooien.

De prins gooide hem nog wel zijn lans achterna, maar

deze bleef in de stiepel steken.

De rector van het gymnasium in Oldenzaal J. Weeling kwam

in 1837 tot het oordeel dat het Aziatische nomadenvolk

de Hunnen, die in de 4e en 5e eeuw in Midden-Europa

huishielden, onmogelijk in Twente kon zijn geweest. Eerder

achtte hij de Magyaren, ook pseudo-Hunnen genoemd,

een ruitervolk uit de steppen van het Midden-Wolga

gebied in Rusland, verantwoordelijk voor de aanleg van de

ringwalburcht. Die volksstam kwam vier eeuwen later op

dezelfde wijze dood en verderf zaaien en werd, na in 933 te

zijn verslagen door de Duitse keizer, gedwongen zich terug

te trekken in het huidige Hongarije. Dezelfde mening was

plaatsgenoot J. Helderman, leraar Frans aan de Latijnse school

en richter van de marke Volthe, toegedaan in zijn opvolgende

publicatie van 1838, waarin hij tevens verslag deed van de

sagen die hij uit de monden van de boerenbevolking uit de

naaste omgeving had opgetekend.

De sage in een notendop

De Hunenborg was volgens de sage bevolkt door gevluchte

heidenen, die een slag tegen de Duitse keizer hadden verloren

en zich in deze oude ‘Romeinse’ burcht hadden verschanst.

Hun hoofdman Arpad was prins van een volk dat in de 19e

eeuw Madscharen, tegenwoordig Magyaren, werd genoemd.

Deze Arpad was verliefd geworden op de boerendochter

Barta, afkomstig van het nabijgelegen erve Scholten Linde.

Het boerengezin had zich tot het christendom bekeerd.

Barta bleek echter een vondeling te zijn die in de familie

liefderijk was opgenomen en voorbestemd om met Weender,

de zoon van de boer, te trouwen. De jaloerse boerenzoon

Bij een latere schermutseling tussen Arpad en

bisschop Balderik van Kleef, de stichter van de

Plechelmusbasiliek in Oldenzaal, werd de afkomst als

zijnde de dochter van de bisschop (!) helder. Tijdens

oorlogshandelingen was ze ontvoerd en te vondeling

gelegd. Uiteindelijk werd het huwelijk tussen de

prins en Barta toch voltrokken en ingezegend door

de abt van Corvey, een klooster in het Weserland.

Deze bekering tot het christendom van de prins vond

navolging onder zijn stamgenoten, die zich daarna

lieten dopen. Ze zouden zich later hebben vermengd

met de Twentse bevolking. We zien in deze sage een

voorbeeld van een volksverhaal waarin de overgang

wordt geschetst van een heidense naar een gekerstende

gemeenschap.

De naamgeving van de burcht

De veldnamen hunne, hune, honde en andere

verbasteringen komen veelvuldig in Twente, maar

eveneens in andere delen van Oost-Nederland en het

aanpalende Münsterland voor. Zo is er bijvoorbeeld

de Hondeborg in het Zendernerbroek, met een

Twickelboerderij uit 1841 op een burchtheuvel

gelegen, omringd door een gracht. Of denk aan de

hunebedden in Drenthe. Over de betekenis van het

woord hunne is veel gesteggeld en tot nu toe is een

afdoende verklaring nog niet gegeven. In de 18de en

19de eeuw had men de overtuiging dat het begrip

terug te voeren was tot de hierboven besproken

Aziatische volksstam of tot de stam der pseudo-

Hunnen, de Magyaren, zoals de sage veronderstelt,

waarbij hun een synoniem is van reus. Blijkbaar

werden de Magyaren in de volksmond afgeschilderd

als forse mannetjeputters.

Het begrip borg is gemakkelijker te verklaren. Het is

verwant aan burcht en betekent versterkt kasteel. >>

.87

ZILVER WINTER 2021 / 2022


CULTUURHISTORIE. HUNENBORG

Van mythe tot werkelijkheid:

archeologisch en landschappelijk onderzoek

In 1905 werd in Enschede de Oudheidkamer Twente opgericht, die in 1910, met

financiële steun van de fabrikanten, de (Hoge) Hunenborg aankocht teneinde

deze van verdere ontginning te vrijwaren en voor het nageslacht te bewaren.

In 1968 werd de borg in erfpacht gegeven aan het Overijssels Landschap, dat

er een natuurterrein van maakte. De Oudheidkamer gaf in 1916 aan de Leidse

prehistoricus J.H. Holwerda de opdracht de eerste serieuze archeologische

opgraving te verrichten. Tegen de oostelijke wal werden zware Bentheimer

zandstenen funderingen aangetroffen van een rechthoekig gebouw met drie

aanbouwen, die lichtere funderingen hadden. Elders werden op het hoge

borgterrein restanten van houten bouwsels gevonden, De bodem gaf weinig

aardewerk prijs, hetgeen een juiste datering van de burcht in de weg stond.

In 1978 werd door de toenmalige provinciaal archeoloog A.J. Verlinde samen

met de fysisch geograaf R.A. van Zuidam (een ver familielid),

onder meer op basis van luchtfoto-interpretatie een nieuw

onderzoek uitgevoerd. Hun opvallende conclusie was dat de

ringwalburcht nabij een oude bocht van de Dinkel heeft gelegen

en zowel over water als over land bereikbaar is geweest. Ze

ontdekten bovendien dat de burcht niet uit de 10e, zoals Holwerda

dacht, maar uit de 12e eeuw dateerde en een rol had gespeeld in de territoriale

machtsuitbreiding van de bisschop van Utrecht. Honderd jaar na dato van

de opgraving van Holwerda, vond in 2016 een nieuw, nu interdisciplinair,

onderzoek plaats, waarbij de oude sleuven opnieuw werden uitgegraven en

aanvullend ecologische en historische nasporing werd verricht met behulp

van de nieuwste onderzoeksmethoden.

Tekening uit de Overijsselsche

Almanak voor oudheid en

letteren uit 1848.

Twente bezit met deze

versterking een uniek

archeologisch monument.

.88

Oudste kasteel van Nederland

Vanaf 2016 kreeg de ringwalburcht weer zo veel mogelijk zijn oorspronkelijke

aanzien. Landschap Overijssel ontdeed de gehele Hoge Hunenborg van

bomen en struiken, zodat de wortels de archeologische resten niet verder

kunnen aantasten. Twente bezit met deze versterking een uniek archeologisch

monument. Het betreft hier namelijk een kasteel van de toenmalige landsheer

de bisschop van Utrecht, aangelegd in fasen, beginnend omstreeks 1075 na

Chr. Het is daarmee het oudste kasteel van Nederland. Het is voorts een van

de weinige kastelen die min of meer in isolement werden opgeworpen in een

moeilijk doordringbaar bebost moerassig gebied op een zandrug, mogelijk

nabij een oude loop van de Dinkel. Het bestaat uit twee delen: de Hoge

Hunenborg, waarbinnen zich aanvankelijk houten gebouwen bevonden, later

omgezet in een woontoren of donjon van Bentheimer zandsteen en wat tufsteen

en als aanbouw een kapel. Op de Lage Hunenborg bevonden zich mogelijk de

bedrijfsgebouwtjes, waaronder een boerderij. Hiervan zijn echter nauwelijks

sporen teruggevonden, omdat dit terrein in later eeuwen werd geëgaliseerd

en geschikt gemaakt voor akkerbouw en veeteelt. De Lage Hunenborg is nog

nauwelijks in het terrein waarneembaar, mede doordat er een agrarisch bedrijf

is gevestigd. Jammer dat dit gedeelte zo is aangetast, waardoor de onderlinge

samenhang tussen het hoge en lage gedeelte is verbroken.

Desondanks roept de Hunenborg ook heden ten dage nog de nodige

verbeeldingskracht op, hoewel lang niet meer zo in isolement gelegen als in

de tijd van Jacob van Lennep, die schreef:

“De wind was gaan liggen: een doodsche stilte heerschte langs de vlakte, alleen

nu en dan gestoord door het dof gebulk eener koe, die later dan gewoonlijk naar

stal gedreven werd, of door het verwijderd geblaf van een onrustigen hofhond.

Hij, die op dat tijdstip een dier heuvels beklommen had, welke het bijgeloof als

de woonplaatsen der nachtgeesten en Witte Wijven beschouwde, en die van daar

den blik in het rond had laten gaan, zou allicht gewaand hebben, zich in een

vergeten en onbewoonde streek te bevinden…”

John van Zuidam (Nijverdal 1945)

Studeerde geografie aan de Radboud Universiteit

Nijmegen. Was van 1970-2004 docent aardrijkskunde

en decaan aan het Canisiuscollege

aldaar. Schrijft sinds 1980 over zijn geboortestreek.

In 2011 oprichter en secretaris-penningmeester

van het Netwerk voor Landschap & Geschiedenis

Twènterlaand, een wetenschappelijke ‘denktank’

van onderzoekers uit verschillende disciplines. Deed

na zijn vervroegde pensionering 12 jaar onderzoek

in zijn geboortestreek, resulterend in zijn boek: ‘Oale

Groond. Geschiedenis van het Twentse landschap’

(2018, herdruk 2019 en 2021). Ontving in oktober

2019 vanwege zijn verdiensten voor Twente als

tweede de prestigieuze J.W. Racer prijs in Oldenzaal.

Woont ‘boetenmaarks’ in Malden bij Nijmegen.


COLUMN. THEO DE ROOIJ

Column

Theo de Rooij

Opa’s ambitie

Mont Ventoux, de 1910 meter hoge reus van de Provence. Iconische

steenpuist van uitersten. Windsnelheden tot 300 kilometer per uur,

extreme temperatuurverschillen tussen voet en top en genadeloze

stijgingspercentages. Moorddadig meedogenloos getuige de vele sporters

die jaarlijks overlijden als gevolg van hartstilstanden en ongelukken.

Profrenner Tom Simpson stierf in 1967 tijdens de Tour op de oogverblindend

schroeiende bergflank. De megapuist heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht

op velen.

Ik beklom de Ventoux voor de eerste keer op 30 mei 1980 tijdens de etappekoers

Dauphiné Libéré. Beneden in Malaucène was het zonnig en met 20 graden

aangenaam. De verre top was verborgen in een zwarte wolk. In de beklimming

viel het peloton al snel uit elkaar, ik hing bij het naderen van het culminatiepunt

aan het staartje van de eerste groep van zo’n twintig renners. Duisternis viel in,

een forse wind stak op, het begon te regenen en de temperatuur ging onderuit.

Bibberend van de kou kwamen we boven, met moeite hielden we onze fietsen

op koers, stoppen en beschermende warme kleding aantrekken was onmogelijk.

Na enkele kilometers dalen begon plots de zon weer te schijnen, bij de finish in

Orange waren de ontberingen snel vergeten.

Vele duizenden sportieve fietsers beklimmen jaarlijks haar flanken en fietsen

miljoenen euro bij elkaar voor goede doelen als Hersentumorfonds, Stichting ALS

en MS Fonds. Sinds 2013 ben ik vijfmaal met het Sterrenfietsteam teruggekeerd

naar de Ventoux. Wij zetten ons in voor een tweetal goede doelen en beklimmen

de berg steeds minimaal een keer. De echte bikkels bedwingen de drie zijden

van de berg. Het kale monster blijft trekken. Het is steevast magisch om

’s morgens om 06.00 uur in Bédoin van start te gaan, zoals ook dit jaar. Tijdens

de beklimming wordt de absolute, nog frisse stilte verbroken door het schuchtere

gefluit van de eerste vogels, de hemel klaart op boven de nog verre top, prille

zonnestralen beroeren de bomen. Beentempo, ademhaling en lichaam zijn

volledig in balans. Adembenemend is niet alleen de ruim anderhalf uur klimmen

maar ook het uitzicht op de top. Ik ervaar het telkens als ware rijkdom, het verveelt

nooit. Ooit was ik een bevlogen topsporter, de vlam is nog steeds niet gedoofd.

Voormalig profwielrenner en

tot op de dag van vandaag in

geest en activiteit overtuigd

sporter. ‘Goed voor jezelf

zorgen betekent dat je ook voor

een ander het verschil kunt

maken. Verantwoordelijkheid

nemen voor jezelf is de enige

manier om de grote pro blemen

van deze tijd op te lossen. Deze

filosofische instelling komt vaak

terug in mijn columns.’

.89

Ondertussen ben ik tweemaal opa. Begin september reed ik tijdens een

retrofietstocht in Limburg naast mede-opa en vijfvoudig Tourwinnaar Bernard

Hinault. Wij stelden vast dat onze kinderen op jonge leeftijd veel vaderlijke

aandacht tekort waren gekomen en dat we enorm genoten van onze

kleinkinderen. Ik kocht eind augustus in Bédoin tijdens Ventoux3 een tweetal

gele mini-koerstruitjes voor mijn prachtige kleindochters Babette (3,5 jaar) en

Skye (10 maanden). De oudste trok het shirtje onmiddellijk aan en wilde het niet

meer uittrekken. Bernard vertelde hetzelfde over zijn twee destijds opgroeiende

zoons. De ondertussen passende gele truien van papa wilden zij ooit niet meer

uitdoen.

Ik stel mij voor dat ik op 80-jarige leeftijd de Ventoux beklim, geflankeerd door

mijn twee prachtige kleindochters, 16 en 19 jaar oud.

Theo de Rooij

ZILVER WINTER 2021 / 2022


BOEKENTIPS. LUTTERZAND LITERAIR

Leesclub

boekentips

van

Lutterzand Literair

Noaberschap, het thema van Lutterzand Literair, horen

we steeds vaker in de rest van Nederland. ‘Samen leving’

VAN

HARTE

AANBEVOLEN

en aandacht, oog en een luisterend oor hebben voor

elkaar. Ook in de boeken die u leest, misschien

wel samen met een groepje, om naderhand

met elkaar de leeservaringen te bespreken.

aan

.90

Vluchtelingenreis

WINNAAR NS PUBLIEKSPRIJS

Opgroeien in een streng islamitisch

gezin betekent voor Büsra dingen

stiekem doen. Stiekem make-up en

sieraden dragen, laat thuiskomen, met

jongens afspreken en alcohol serveren

in een restaurant. Maar het betekent

vooral: voortdurend vragen stellen. In

een ongekend eerlijk relaas onderzoekt

Büsra met veel humor de grenzen van

haar geloof en de gemeenschap waar ze

in opgroeit. Als er iemand geen blad voor

de mond neemt, is het Büsra wel.

Lale Gül - Ik ga leven – 352 blz.

In Niemand wil ze hebben beschrijft

Linda Polman de energie, creativiteit en

financiële middelen die Europese landen

investeren in hun War against Migrants

– of het gelukszoekers zijn, of ‘bona fide’

vluchtelingen. Polman begint haar verhaal

in 1938, bij de Conferentie van Evian aan

het Meer van Genève, waar Europa de

fundamenten voor zijn aanpak metselde.

Daarvandaan neemt zij de lezer mee op

een verbazingwekkende reis, dwars door

de Koude Oorlog, naar de gigantische

Afrikaanse vluchtelingkampen, via veilige

enclaves bomvol vluchtelingen, naar

hotspot Lesbos. Onderweg ontmoeten

de lezers onder meer ‘IDP’s’, ‘refugees in

orbit’, Zambiaanse blauwhelmen, hulpverleners,

asielfraudeurs en een rotzooiende

Rotterdamse mensen smokkelaar,

zijn pitbull aan de voet. Tachtig jaar

vluchtelingenbeleid en Europa is nog geen

stap dichterbij zijn doel.

Linda Polman

Niemand wil ze hebben – 279 blz.


bevolen

JAKARTA, EEN FAMILIEGESCHIEDENIS

Nieuwsgierig

Meer dan drie eeuwen lang woonden de voorouders van

Philip Dröge in Jakarta, zo heeft hij ooit van zijn Indische

opa gehoord. Maar wie waren ze? In wat voor stad

leefden ze? Hoe is twintig procent Aziatisch DNA in hem

terechtgekomen? Tijdens een meeslepende zoektocht

naar antwoorden legt hij de historie van de stad én zijn

familiegeschiedenis bloot. Uit het verleden duiken de

meest verrassende voorvaders en -moeders op. Een

Duitse soldaat die aan het moorden slaat, een slavin van

Soembawa, een Hollandse haremhouder en een Chinese

vrouw met erg lange oorlellen. Samen vertellen ze het

verhaal van een metropool in wording.

Moederstad is de intieme biografie van de mooiste stad

die Nederland nooit heeft gehad. Het is een kroniek

over dik drie eeuwen liefde, geweld, slavernij, seks,

onderdrukking en hoop.

Philip Dröge – Moederstad – 448 blz.

Veelgeprezen

Midden in een zomernacht sterft

Elisabeth, de oudste bewoonster van

Woongroep Klank en Liefde. Haar drie

huisgenoten worden aangehouden: het

streven van de groep om te stoppen met

eten en van licht en liefde te gaan leven,

lijkt Elisabeth fataal te zijn geworden.

Van wereldvreemde idealisten aan de

rand van de maatschappij zijn de drie

plotseling verdachten in een strafzaak

geworden. Vanuit verschillende perspec

tieven zien we hoe elk van de betrokkenen

een ander antwoord geeft op

de vraag hoe Elisabeth kon overlijden.

Wie is er schuldig? En heeft de woongroep

nog een toekomst? Wij zijn licht is een

beklemmende en tegelijkertijd hoogst

vermakelijke roman over kleine mensen

in een grote wereld, en hun verbindende

maar ook vernietigende verlangen om in

verheven idealen te geloven.

Gerda Blees - Wij zijn licht – 242 blz.

Een tweede taal leren is een moeizaam

proces, helemaal als je weinig

naar school bent geweest, niet

meer zo jong bent en er op straffe

van een korting op je uitkering toe

gedwongen wordt. Said El Haji is

behalve schrijver ook NT2-docent.

Hij geeft les aan mensen voor wie

het Nederlands de tweede taal is,

zoals vluchtelingen en oudkomers.

Said El Haji stelt zijn cursisten

graag en onbevangen vragen. De

cursisten mogen dat uiteraard ook.

Hoe nieuwsgieriger hoe beter, is

zijn devies, want van nieuwsgierig -

heid ga je praten. In Gemeente zegt

ik Nederlands leren doet hij daar

met veel humor en medeleven

verslag van.

Said El Haji - Gemeente zegt ik

Nederlands leren – 144 blz.

LEVEN MET DEMENTIE

Op 21-jarige leeftijd maakte Teun Toebes de

gedurfde keuze om op de gesloten afdeling van

een verpleeghuis te gaan wonen. Niet alleen

om te ervaren hoe de zorg voor mensen met

dementie verbeterd kan worden, maar vooral om

te laten zien dat wij als maatschappij ons beeld van

dementie moeten aanpassen. Op ontwapenende

en ontroerende wijze beschrijft hij de pijnlijke

systemen die in de zorg en samenleving heersen

en hoe wij deze kunnen veranderen. VerpleegThuis

is niet alleen een boek over de toekomst van

dementie, maar vooral een boek over de toekomst

van ons allemaal.

Teun Toebes – VerpleegThuis – 208 blz.

.91

ZILVER WINTER 2021 / 2022


LEVENSBESCHOUWING. PIETER GRIMBERGEN

ompassie

// Tekst & beeld

PIETER GRIMBERGEN

mens zijn

Deze tijden van corona, van maatregelen, van vaccinaties en de verhitte discussies

.92

daarover, roepen vragen op. Zijn mensen, en al helemaal in de leeftijd van boven de

50, vooral kostenplaatjes? Hebben kwetsbare mensen nut in de samenleving? Wat

is de invloed van ‘zelfredzaamheid’ op de samenleving? Welke plaats krijgen mensen

in de leeftijd waarin het risico van kwetsbaarheid groter lijkt te zijn, in de zucht naar

succes en perfectie in onze maatschappij?

Het zijn vragen waarmee ik worstel. Ik las een

bijdrage van filosofe en publiciste Stine Jensen

waarin zij stelt dat het juist een teken van

grootste beschaving is dat er aandacht en zorg is voor

kwetsbare mensen. Bij het oplopen van je leeftijd gaat

menigeen meer reflecteren op het leven. Dat perfectie

als begrip discutabel is, bewijst ons eigen lichaam: dat ís

niet perfect. Dat komen we nu in de afgelopen jaren ook

zo overduidelijk tegen. En laten we eerlijk zijn, dat heeft

met leeftijd niets te maken. Imperfectie als verbinding

tussen ons allemaal? Mag ik u bekennen dat ik daar een

beetje op uitkom?

theoloog, psycholoog, hulpverlener, schrijver,

die in de laatste jaren van zijn leven

werkte met verstandelijk gehandicapten in

een Arkgemeenschap (waar hulpverleners

samenwonen met bewoners). Hij vertelt

dat we kunnen leren van kwetsbaren: dat

mensen die te maken hebben met te genslag

dwars door façades van glimlachjes

heen prikken, en vooral dat zorgen voor

mensen, niets anders is dan ‘mens zijn’.

Dat laatste is de kern van mijn werk en van

genoemd boek.

‘Mens zijn’

In Zilver Magazine is mijn boek ‘Zorg, zingeving en

waardigheid’ in najaar 2020 in een korte aankondiging

onder de aandacht gebracht. Ik kon toen niet vermoeden

dat de inhoud ervan een blijvende actualiteit zou krijgen.

Ik werk als coach voor de Nijestichting (voor iedereen die

te maken heeft met kanker) en voor een online platform

voor mensen die door corona getroffen worden. Ik ben

als coach én als auteur geïnspireerd door Henri Nouwen.

Nouwen (1964-1996) is een Nederlandse priester,

Compassie

‘Je bent nooit te oud om te leren’, u kent die

uitspraak ongetwijfeld. Als coach ging ik

daar eens extra mee aan de slag. Nouwens

werk, meer dan veertig boeken, ging ik herlezen,

zoals ‘De gewonde heler’ of ‘Eindelijk

thuis’. Verdiepen. Ik hoop zo dat de bizarre

tijd waarin we nu leven voor velen ‘nooit

te oud om te leren’ oplevert. In de harde

discussies over corona stond ik versteld van


‘ Tempel der Passanten’ , van Nils Udo. Over tijd, steen en mens, passanten. Omarming zonder beklemming.

de verdeling, kampen welhaast. Iets wat misschien ernstiger is

dan corona zelf? Hoe zijn we in deze situatie terecht gekomen?

Wat maakt dat we recht tegenover elkaar staan? Missen we

compassie?

Meeleven

Compassie is een lastig onderwerp. Voor mij een reden om

mij in compassie te verdiepen. Ik schreef er in 2021 een boek

over, ‘Confrontaties met compassie’. En uitgebreid onderzoek

verrichtte ik voor dit boek samen met vijftien mensen die als

hulpverlener werken, met compassie, zonder het woord tijdens

dat werk te noemen. Compassie heeft werkelijk alles te maken

met meeleven, zo ervoer ik. Over hoe je met tegenslag omgaat,

van jou, van de ander. Over je kracht voelen, moed tonen,

hoop houden, en over voor jezelf en voor anderen te zorgen.

Compassie gaat over toegeven dat het even niet meezit, en

over het aanhoren bij de ander dat het leven even niet meezit.

Compassie gaat over steun geven en vragen, hulp geven en

vragen. Niemand ontkomt in het leven aan een moment waarop

je hulp geeft, maar ook niet aan het moment waarop je hulp

vraagt. Denk aan een moment van ziekte, pijn, scheiding,

financiële malaise, geestelijke nood. Eigenlijk zijn wij allemaal

experts op dat vlak. Maar soms vergeten we dat wel eens, en is

het goed om dit tot je te nemen.

In de bestaande literatuur is niet veel aandacht voor mensen

die compassie in hun werk ontmoeten, er in een fractie van een

seconde mee geconfronteerd worden en er dan naar moeten

handelen. Denk aan ambulancechauffeurs, verpleegkundigen,

maatschappelijk werkers, pastors, geestelijk verzorgers,

mantelzorgers, vrijwilligers in een hospice, uitvaartverzorgers,

de eigenaar van een thuiszorgonderneming, loopbaancoaches.

Deze mensen noem ik ‘compassiewerkers’: mensen die

werken in en met compassie, met de poten in de klei staan,

en compassie zien als iets wat je doet. Zij leerden mij iets

waarvan menigeen zal zeggen ‘maar dat wist je toch al!’:

compassie is een way of life, iets wat je doet, het brengt

zingeving. Compassie is mens-zijn. Dit brengt mij terug bij

iemand die ik eerder noemde, Henri Nouwen. Ik wens u

een mooie winter, blijf gezond, blijf vragen en blijf zoeken.

Over Pieter Grimbergen

Pieter Grimbergen (1959)

werk te lange tijd als concertpianist

en als docent. Door een

tegenslag in zijn gezondheid

veranderde hij van werk: hij

liet zich opleiden tot coach.

Hij studeerde in Amerika bij

het Center for Courage and

Renewal en bij Brené Brown,

en in Nederland volgde hij de opleiding Acceptance

& Commitment Therapy ACT. Momenteel werkt Pieter

als coach voor de Nijestichting in Hengelo en spreekt

hij op events in Nederland en in Amerika. Over zijn

werk en over levens- en zingevingsvragen verschenen

twee boeken van hem: ‘Zorg zingeving en waardigheid’

(LannooCampus) en ‘Confrontaties met compassie’

(Boom uitgevers Amsterdam), die in de pers met

enthousiasme werden ontvangen. Zijn volgende boek

komt uit in 2023 en gaat over wegwijzers in het leven.

Over zijn werk vindt er op 30 januari 2022 om 16.00

een theaterprogramma plaats in Herberg de Pol in

Diepenheim, de woonplaats van Pieter, waarvoor u

kunt reserveren op diepenheim.nl

.93

ZILVER WINTER 2021 / 2022


ZILVER. PUZZELPAGINA

Binaire

puzzel

De binaire puzzel is een uitdagende

puzzel die je op kunt lossen door logisch

te redeneren. Hoewel de binaire puzzel

slechts bestaat uit nullen en enen, is het

oplossen zeker niet gemakkelijk.

Regels

1. Elke cel moet een nul of een één

bevatten.

2. Er mogen niet meer dan twee dezelfde

cijfers direct naast elkaar of direct onder

elkaar worden geplaatst.

3. Elke rij en elke kolom moet evenveel

nullen als enen bevatten.

4. Elke rij is uniek en elke kolom is uniek.

Een willekeurige rij mag echter

wel hetzelfde ingevuld worden als een

willekeurige kolom.

De oplossing vindt u op pagina 97.

.94

Zoek de verschillen

Mooi Ootmarsum in de sneeuw. De twee foto’s lijken identiek, toch zijn er maar liefst 10 verschillen. Kunt u ze allemaal vinden?

De oplossing vindt u op pagina 97.


Puzzel & WIN! Woordzoeker nr. 5

Vind de oplossing door alle woorden weg te strepen. Woorden kunnen horizontaal, verticaal, diagonaal en achterstevoren staan.

Stuur de oplossing met vermelding van uw naam en adres naar redactie@zilvermedia.nl. Onder de goede inzenders verloten

we drie prijzen waaronder een boekenbon ter waarde van € 50,- die beschikbaar wordt gesteld door Boekhandel Broekhuis.

De 2e en 3e prijswinnaars verblijden we een mooie Twentse gedichtenbundel van Geert Christenhusz uit Oldenzaal.

S W N R O O H R E T N I W D I M

L U H O U T V U U R P T A N S A

N E D N A T R E P P A L K A K S

H E Z O L G I N V G H T C A I C

O N K IJ S B E E R L C S A B V H

O S A K B T Z T I A S A R S A A

G R M A O O E N E D D C T T K N

G E I K B L N A S H N I T A A S

E D S S O L V W K E A T R A N S

B E T A S I E W O I L C O H T P

E O I L B A E D U D W R H C I R

R P G A E M N H O E U A S S E I

G N I L E D N A W R E T N I W N

T P E O S N E T W R E N R E E G

E T S R O V T H C A N A S U R E

T H C O T N E D E T S F L E I N

ALASKA

ANTARCTICA

ELFSTEDENTOCHT

ERWTENSOEP

GLADHEID

HOOGGEBERGTE

HOUTVUUR

IGLO

KLAPPERTANDEN

MAILLOT

MIDWINTERHOORN

MISTIG

NACHTVORST

POEDERSNEEUW

RODELBAAN

SCHAATSBAAN

SCHANSSPRINGEN

SHORTTRACK

SKIVAKANTIE

SNEEUWLANDSCHAP

SNEEUWVLOKKEN

TRUI

VRIESKOU

VRIEZENVEEN

WANTEN

WINTERWANDELING

IJSBEER

IJZEL

.95

S

23-11-2021 20:47 Sudokuweb.nl

** ***

23-11-2021 20:46 Sudokuweb.nl

u do

k

u

In

de sudoku-puzzel moeten de cijfers 1 tot en met 9 worden ingevuld, en wel op zodanige wijze dat:

• op elke horizontale rij elk cijfer slechts één keer voorkomt

• in elke verticale kolom elk cijfer slechts één keer voorkomt

• in elk subrooster elk cijfer slechts één keer voorkomt

Hier komt ook de naam van de puzzel vandaan: sudoku betekent in het Japans zoiets als

‘getallen enkelvoudig’.

De oplossing vindt u op pagina 97.

ZILVER WINTER 2021 / 2022

https://www.sudokuweb.nl/printen.php?type=normaal&id=924&grootte=4&opl=0 https://www.sudokuweb.nl/printen.php?type=normaal&id=2671&grootte=4&opl=0 1/1

1/1


ZILVER ZAKELIJK. LISANNE JUTTE

Woontrends Winter 21/22

S

.96

Lisanne Jutte interieurstylist

info@lisannejutte.nl

Instagram: LISANNE JUTTE

www.lisannejutte.nl

Naturel Chique

Buiten is het koud en wordt het vroeg donker, des te meer

reden om het in huis warm en gezellig te maken. Door de

gekke tijd waar we in zitten zien we in de interieurwereld

nieuwe trends ontstaan. Een warm en gezellig huis met veel

persoonlijkheid en karakter, maar ook met veel elementen

die doen denken aan vroeger en die vol sentiment zitten.

Het creëren van een veilige thuisbasis is echt tekenend voor

deze tijd, maar waar zit hem dat nou in?

De zoektocht naar geborgenheid zit hem in een knusse

opstelling, maar ook zeker in kleurgebruik, materiaalkeuze

en de juiste verlichting. Het mag warm en gezellig maar

ook zacht en cosy zijn.

Lekker dicht bij de haard kunnen vertoeven of met een

dekentje op de bank zitten is heerlijk op een koude en vaak

donkere winterdag. Door een vloerkleed toe te voegen aan

de zithoek krijg je meteen warmte en textuur en verbind

je de elementen met elkaar tot een wooneiland. Met de

kleur van het kleed kun je zowel een naturelle basis als een

eyecatcher neerzetten.

En zo zijn er natuurlijk ook van nature koele en warme

tinten, een als we nou kijken naar de trends voor deze

winter zien we nog steeds veel naturellen. De zogenoemde

champignonkleuren, variërend van hele lichte zand- en

wittinten via de taupekleuren naar de bruintinten. Zeker in

contrast met bijvoorbeeld wengékleurige tafels of antraciet

kastenwanden geeft dat een heel warm maar stoer uiterlijk.

In materialen zie je die warmte goed terug in aaibare

stoffen zoals velours, teddy en de bouclé. Of in retroachtige

prints zoals het pied-de-poule-kussen van Rivièra

Maison. Maar ook de vormen zijn zacht, met gebogen

lijnen en rond. Wat een interieur spannend maakt zijn

contrasten. Die kun je uiteraard zoeken in kleur, maar

ook in glansgraad en reliëf. Zo is een bank in 3D-velours

prachtig te combineren met fauteuils in een matte leersoort.

Natuurlijke materialen doen het sowieso erg goed en zo

zie je ook heel veel houten meubels of accessoires die door

kleine imperfecties handgemaakt lijken. Dat ambachte lijke

uiterlijk zorgt natuurlijk voor ontzettend veel karakter en

juist de oneffenheden worden onderdeel van het design.

Mocht u nou op zoek zijn naar interieurinspiratie of

kunt u wel wat hulp gebruiken, kom dan eens langs bij

Woonboulevard Oldenzaal. Daar geef ik interieuradvies

en kan ik u helpen bij het (her)inrichten van uw woning,

zo maken we van elk huis uw thuis.


ervice

Oplossingen puzzelpagina

ZILVER. SERVICEPAGINA

23-11-2021 20:47 Sudokuweb.nl

**

23-11-2021 20:46 Sudokuweb.nl

***

https://www.sudokuweb.nl/printen.php?type=normaal&id=924&grootte=4&opl=1 1/1

Oplossing prijspuzzel

S V B G I L L E T S C H O O N M A A K D

Woordzoeker nr. 4 herfstnummer

P L O O I P A A R D E B L O E M E N L A

R M L N T N S N E K I U K E F I R E A U

I U G L E H N E D H U L S B E E K J M W

Z W A R T B A

D S L IJ M V I S Z G Z

BAKSEL

Contactinformatie

N S E E V G C O J S T E I F G G S F M T

G E E L B A N D G R O N D

L O E N E

FIETS

Z W A R T B A N D

Losse nummers

S L IJ M V I S Z G Z

GENIETEN

EG TR S W T N I L P N P ER L I S Z T T A C A RO TO WE I M I A J E E E R

GRATIS

E E L B A

D G R O N D E L O E N E

Zilver Magazine HULSBEEK is te koop voor

L A A D R A A P I U L

L V E R L R S

HYPER

E A A T I E V E L N IJ H N H E D R I T A

T S T I P P E L S T A A R T W I I J

slechts KROKUS € 3,95 bij diverse verkooppunten

zoals boekhandels,

O E G E L V I S A R O S R A S E V A I

LENTEZON

LN AM A S D E R N A P A PI I R U B L N A E L VB EA RY L S R N S V L J P

KAMPEREN

M Z A Z W P B T R E D T E R I P I H V

KEFIR

OD ET GS E K L D V P I

S AE R E O B S O R AM SR EP V E A O I E E E P

KUIKENS

P A L I U A A S E P

E U K V A S K L

tijdschriftenwinkels

LANDSCHAP

en kiosken in

M Z A Z W P B T R E

A O E R E O V S J D O T U E RZ IA PE I O H Z V I D S E

LAMELLE

J D E L A N

I N R E R Z E N K I A E

Twente LAMMETJES en bij een aantal verkooppunten

P A L I U A A S E P D E U K V A S K L

LATTROP

L O N I R N IJ S G A N T A R L E S A C N

E E D V J G R D D A B L E N R D V B

J D E L

LENTEKRIEBELS

A N A I N R E R Z E N K I A E

in de rest van Nederland.

LOSSER

NR LS NE E E L S A K S DV SO K G A E E L N

S AJ RE T B T T S V M H E

MADELIEFJE

E E D V J G R D D A B L E N R D V B E

MUSEUM

EN K OK R B E S S M E

E KL N S R E T E K VA G OE E B O N A U A L

NARCISSEN

L N E L A S D S K A E N S A R T T S

Abonnement

PAARDEBLOEMEN

R I R K B I S R O E B S O I T O P N E

E LR OC R E E A S E ER KA N S R S T A K VE AS OE E L O E N S E P E

OOTMARSUM

U P G A A V N

P R E I G S N N M IJ P

Wilt u informatie OPSNOEIEN over het afsluiten

PASEN

R IO R I K L B A I O S RP OK E U B R S L O P I TO OS P N N L E S S E D

PAASHAAS

M V E R K N E O R E

V E T A I O N S

van een abonnement, voor uzelf

U P

PICKNICKEN

G A A V N R P R E I G S N N M IJ P

E K N S H L A O E V A K A N T I E U N N

PLATTELAND

S I E P W A E G

O L N L O L A R M N

M V E R K N E O R E E V E T A I O N S

of zakelijk? PLOOI Stuur dan een e-mail

REGENBOOG

MP SU Z K E K A S B P RL GA B T H T I R V NO RP B T L E O E M E A

S I E P W A E G O O L N L O L A R M N

naar info@zilvermedia.nl SCHAPEN

of bel

E R A R L M N O

SCHOONMAAK

M S C D A B E OT P N O E U W I GT HN HA V K U R E E T A W

S Z E A A P R G B H I V N R A T E O

SERVIES

met 0541 511162.

L O L A A B A W K V R R S C H O L N K

SNOER

EA S I T A R G P L A T T E L A N D P E L

R A R L M N O O P O U I G H H V U E

SPRINGENDAL

T D M I R E P R A K S B

S B L I E

STELLIG

LK OT L P A O A P B S A WN KO V E R I R E S CN HA OR L C N I K S S E N

STOEP

T

Oplossing: Z O E TWA T E R V I S

ALVER

D

M

ARENDSKOPROG

ALVER

BAARS

ARENDSKOPROG

BAKHARING

BAARS

BARBEEL

BAKHARING

BLIEK

BARBEEL

BOERENKARPER

BLIEK

BRUINVIS

BOERENKARPER

DORS

BRUINVIS

EGELVIS

DORS

GEELBANDGRONDEL

EGELVIS

HAAI

GEELBANDGRONDEL

HORS

HAAI

KABELJAUW

HORS

KARPER

KABELJAUW

KWABAAL

KARPER

KWAL

KWABAAL

LANTAARNVIS

KWAL

LOMPJE

LANTAARNVIS

I

R

E

P

R

A

ZV O EO TWA R J A AT ER RS BV OI SE K E T

LUIPAARDAAL

K

VARKENSVIS

MAANVIS

VOREN

LUIPAARDAAL VARKENSVIS

MEUN

ZADELLIPVIS

MAANVIS

VOREN

MURENE

ZALM

MEUN

ZADELLIPVIS

NOORDKAPER ZEEGRONDEL

MURENE

ZALM

PANGA

ZWARTBANDSLIJMVIS

NOORDKAPER ZEEGRONDEL

PENSEELVISJE ZEILVIS

PANGA

ZWARTBANDSLIJMVIS

POON

ZILVERKARPER

PENSEELVISJE ZEILVIS

REUZENKOGELVIS

POON

ZILVERKARPER

SCHAR

REUZENKOGELVIS

SCHOL

SCHAR

SIDDERROG

SCHOL

SMELT

SIDDERROG

SNEEP

SMELT

SNOEK

SNEEP

STERLET

SNOEK

STIPPELSTAART

STERLET

TONG

STIPPELSTAART

TONIJN

TONG

S

B

S

S

B

L

I

E

K

BESPAT

BLOEM

BLOEMKNOPPEN

BLOESEM

BLOUSES

BOLGEWASSEN

BRAMEN

BIJTJES

DAUWTRAPPEN

TUBBERGEN

TWENTEBAD

VAKANTIE

VASSE

VISVIJVER

VLEGEL

VLINDERS

VOGELS

VOORJAAR

WANDELEN

WATERKANT

ZONDAG

ZONNIG

ZONLICHT

Adverteren

Wilt u adverteren in Zilver Magazine

of op de website zilvermedia.nl?

Wij denken graag met u mee

over de mogelijkheden.

Neem voor meer informatie

contact op met onze afdeling

media-advies en advertenties,

Marcel Willemsen,

telefoon: 0541 511162 of

via e-mail: verkoop@zilvermedia.nl

Volgende uitgave

Het lentenummer van

Zilver Magazine verschijnt

op 16 maart 2022.

Wat vindt u van Zilver Magazine?

We zijn benieuwd naar wat u graag leest in Zilver Magazine.

Waar kunnen we u mee plezieren?

https://www.sudokuweb.nl/printen.php?type=normaal&id=2671&grootte=4&opl=1 1/1

Tips voor de redactie zijn van harte welkom via redactie@zilvermedia.nl.

ZILVER WINTER 2021 / 2022

.97


Neem nu een

zeer voordelig

abonnement op

Zilver Magazine

CADEAUTIP:

Geef een

abonnement op

Zilver Magazine

Wilt u ieder kwartaal verzekerd zijn van mooie achtergrondverhalen,

boeiende interviews, tips voor uitjes, interessante artikelen en

mooie natuurfoto’s, neem dan een abonnement op Zilver

Magazine. Dan valt ieder kwartaal een nieuwe uitgave vanzelf op

uw deurmat. Al vele Twentse 60-plussers ervaren het plezier en

gemak van een abonnement.

.98

SPECIALE AANBIEDING

Een jaarabonnement voor 2022

(vier edities) kost slechts € 15,-.

Als cadeautje krijgt u daar van ons

gratis de wintereditie 2021 bij!

Voor een abonnement neemt u contact met ons op via

telefoonnummer 0541-511162 of via e-mail:

verkoop@zilvermedia.nl. Ook kunt u zich abonneren via de

website van Zilver Magazine www.zilvermedia.nl.

ZILVER MAGAZINE IS VOOR € 3,95 TE KOOP IN VEEL

BOEKHANDELS IN TWENTE EN IN DIVERSE BOEKHANDELS

IN DE REST VAN NEDERLAND.

Het

lentenummer

verschijnt

16 maart



More magazines by this user
Similar magazines