Menselijk gedrag bij brand; ​Validatie van de toepassing - NIFV

nifv.nl

Menselijk gedrag bij brand; ​Validatie van de toepassing - NIFV

Menselijk gedrag bij brand

Validatie van de toepassing van serious gaming in onderzoek

naar brandveiligheidspsychonomie


2

Een nieuwe kijk op brandveiligheid

Veilig vluchten is het belangrijkste aspect bij de brandveiligheid van gebouwen.

De voorzieningen in het gebouw moeten dan wel zo zijn dat in geval van brand

snel gevlucht kan worden. In de praktijk blijkt dat niet altijd mogelijk te zijn.

Bovendien blijken sommige aannames in het huidige brandveiligheidsbeleid

niet overeen te komen met het menselijk gedrag bij werkelijke brandevacuaties.

Om brandveiligheidsmaatregelen goed af te stemmen op het werkelijke

gedrag bij brand is inzicht in psychonomie van essentieel belang. Oftewel

hoe functioneert en reageert de mens in zijn omgeving. Daarbij gaat

het vooral om de menselijke perceptie van brand en van de gebouwde

omgeving. Dit betekent dat nieuwe kennis nodig is over evacuatiegedrag.

Er is vooral inzicht nodig in het proces van wayfinding, de wijze waarop

mensen hun vluchtroute vinden. En hoe dit proces van wayfinding met

lay-out en ontwerpmaatregelen kan worden ondersteund. Om dit inzicht te

verkrijgen kan praktijkonderzoek uitgevoerd worden met de methode van

onaangekondigde ontruimingsoefeningen.

Daarnaast lijkt serious gaming een geschikt instrument voor onderzoek

naar passende brandveiligheidsvoorzieningen op basis van psychonomie.

De belangrijkste doelstelling van het promotieonderzoek is daarom de

validatie, oftewel een wetenschappelijke goedkeuring van een nieuwe

onderzoeksmethode, waarbij gebruik gemaakt wordt van serious gaming.

Deze nieuwe onderzoeksmethode bestaat uit een analysemodel waarmee de

zelfredzaamheid bij brand in gebouwen op systematische wijze bestudeerd kan

worden (Analysemodel vluchtveiligheid), en uit een virtuele omgeving waarin

het menselijk gedrag uitvoerig bestudeerd kan worden, namelijk de serious

game ADMS-BART.

De nieuwe onderzoeksmethode is ontwikkeld om inzicht te krijgen

in het evacuatiegedrag en in het effect van het gebouwontwerp op dat

evacuatiegedrag. En in het bijzonder op wayfinding. Het verkrijgen van dit

inzicht is een aanvullende doelstelling van het promotieonderzoek.

Meer info: brochures op www.nifv.nl:

• ‘Psychonomie en brandveiligheid - Een nieuwe kijk op fire safety engineering’

• ‘Zelfredzaamheid bij brand - Tien mythen ontkracht’


Validatie ADMS-BART

ADMS-BART is de Behavioural Assessment and Research Tool in de simulatieplatform

Advanced Disaster Management Simulator. ADMS-BART is een

onderzoeksinstrument in de vorm van een serious game. Een serious game

is een spel dat gebruik maakt van interactieve simulatie door middel van

computertechnologie. Interactieve simulatie is de voorstelling van de rol

van een mens, de omgeving, of van beide, die in de loop van de speltijd

zullen veranderen als de speler wel of geen acties uitvoert.

Het gebruik van ADMS-BART is

gevalideerd door de testresultaten

in een echt hotel te vergelijken

met dezelfde type testen in een

virtuele replica van het hotel in

de serious game. In totaal zijn

153 brandevacuatietesten in drie

scenario’s bestudeerd voor de

validatie-analyse, namelijk 83 testen

in het echte hotel en 70 testen in het

virtuele hotel. In elk afzonderlijk

testscenario (zowel in het echte als in

het virtuele hotel) deden ten minste

20 personen mee.

Uit het onderzoek is gebleken dat

ADMS-BART gebruikt kan worden

als instrument voor onderzoek naar

het gedrag van wayfinding bij brand: de invloed van rook op de uitgangkeuze

is in het virtuele hotel niet significant anders dan in het echte hotel. Het

resultaat voor uitgangkeuze in het ‘lage bordjes scenario’ bleek in het virtuele

hotel contra-intuïtief te zijn. Daardoor is de validiteit van ADMS-BART nog

niet volledig aangetoond voor onderzoek naar de invloed van de locatie van

vluchtrouteaanduiding op de uitgangkeuze.

Toch zijn de resultaten uit het onderzoek veelbelovend. Zo melden de

deelnemers aan het onderzoek in de gebruiksvriendelijkheidstesten dat

ADMS-BART een realistische omgeving simuleert. Verder geven zij aan de

gesimuleerde omgeving in een gedragsonderzoek niet als een ‘spel’-situatie

maar als een ‘echte’ situatie te beleven.


4

Uit het onderzoek is verder naar voren gekomen dat de testsituatie in de

virtuele omgeving van ADMS-BART voor deelnemers overtuigender is dan de

testsituatie in het echte hotel. Enkele belangrijke emoties, zoals het gevoel van

nood, het gevoel van haast en het gevoel van stress, zijn namelijk significant

sterker in de testen in de virtuele omgeving dan in de echte omgeving.

Analysemodel vluchtveiligheid

De mate van zelfredzaamheid bij brand en de mate van risico’s voor de

aanwezigen in een gebouw zijn een belangrijke indicator voor de brandveiligheid

van een gebouw.

Uit een literatuurstudie naar brandveiligheid en het menselijk gedrag bij brand

is naar voren gekomen dat de mate van zelfredzaamheid wordt beïnvloed door

drie groepen van factoren, namelijk de kenmerken van brand, de mens en het

gebouw. De drie groepen factoren en de subfactoren zijn samengebracht in het

‘Analysemodel vluchtveiligheid’.

Het analysemodel geeft een overzicht van de kritieke factoren die de

zelfredzaamheid bij brand in gebouwen bepalen en een kwalitatieve

beoordeling van het effect van de kritieke factoren op vluchtveiligheid.

Het gebruik van het ‘Analysemodel vluchtveiligheid’ is getoetst door het

te gebruiken bij de analyse van de brand in het voetbalstadion Euroborg

(april, 2008). Uit de test is naar voren gekomen dat het gebruik van het

model leidt tot een systematische analyse. Verder geeft het een duidelijk

overzicht van het effect van verschillende aspecten van vluchtveiligheid in

een gebouw. Deze kennis is nodig voor de ontwikkeling en verbetering van

brandveiligheidsbeleid en voor de toepassing van Fire Safety Engineering (FSE).

Daarnaast is gebleken dat het model een toereikende voorspelling geeft van de

mate van zelfredzaamheid in een gebouw.

Het ‘Analysemodel vluchtveiligheid’ kan toegepast worden op nieuwe

gebouwontwerpen, bestaande gebouwen en op gebouwen waarin een brand

is geweest. Bij nieuwe gebouwontwerpen kan het model gebruikt worden

om maatgevende brandscenario’s en gedragscenario’s te ontwikkelen die

gebaseerd zijn op zowel de kenmerken van het gebouwontwerp als de

kenmerken van de te verwachten gebouwpopulatie. Bij bestaande gebouwen

kan het model toegepast worden om de situatie op gebied van brandveiligheid

te analyseren, door alle factoren te bestuderen die van invloed kunnen


zijn op de zelfredzaamheid bij brand. Bij gebouwen waarin een brand

is geweest kan het model gebruikt worden om nieuwe informatie over

brandveiligheidspsychonomie te verzamelen. Deze informatie kan toegepast

worden in andere bestaande FSE-instrumenten, zoals in evacuatiesimulatiesoftware,

en is het bruikbaar voor de verdere ontwikkeling van FSEinstrumenten.

Meer info: brochure ‘Analysemodel vluchtveiligheid - Systematische analyse

van vluchtveiligheid van gebouwen’ op www.nifv.nl

Nachtelijke ontruimingsoefeningen in een hotel

Om inzicht te krijgen in menselijk gedrag bij brand is praktijkonderzoek

uitgevoerd naar gedrag bij wayfinding. De experimenten zijn uitgevoerd

in Hotel Veluwemeer Amersfoort en in een virtuele replica van het

hotel in de serious game ADMS-BART. Een ethische commissie van

Universiteit Groningen heeft de onderzoeksopzet goedgekeurd.

Situatie in het hotel

I I

Basisscenario Rookscenario Lage-bordjesscenario

Geen zichtbare rook

Hooggeplaatste

vluchtrouteaanduiding

Normaal

verlichtingsniveau

Situatie met ADMS-BART

Zichtbare rook

Hooggeplaatste

vluchtrouteaanduiding

Normaal

verlichtingsniveau

Basisscenario Rookscenario

Geen zichtbare rook

Hooggeplaatste

vluchtrouteaanduiding

Normaal

verlichtingsniveau

Zichtbare rook

Hooggeplaatste

vluchtrouteaanduiding

Normaal

verlichtingsniveau

I

Zichtbare rook

Laaggeplaatste

vluchtrouteaanduiding

Normaal

verlichtingsniveau

Lage-bordjesscenario

Zichtbare rook

Laaggeplaatste

vluchtrouteaanduiding

Normaal

verlichtingsniveau

Gereduceerde

verlichtingsscenario

Zichtbare rook

Hooggeplaatste

vluchtrouteaanduiding

Normaal

verlichtingsniveau

5


6

Het onderzoek bestond uit experimenten die uitgevoerd werden in

verschillende testsituaties (scenario’s). In de echte omgeving werden drie

scenario’s getest, namelijk het ‘basis scenario’, het ‘rook scenario’ en het ‘lage

bordjes scenario’. In de virtuele omgeving werd daar een vierde scenario aan

toegevoegd: het ‘gereduceerde verlichting scenario’.

Invloed rook

De invloed van rook op wayfinding is in de echte omgeving getest. In het ‘basis

scenario’ in de echte omgeving is de meerderheid (55%) van de deelnemers

via de hoofduitgang gevlucht. In het ‘rook scenario’ en in het ‘lage bordjes

scenario’ in de echte omgeving is de meerderheid (64%, respectievelijk 75%)

daarentegen via de dichtstbijzijnde nooduitgang gevlucht. Dit wijst erop dat de

aanwezigheid (of geen aanwezigheid) van waarneembare rook van invloed is

op de keuze van de uitgang. In het ‘rook scenario’ is toch nog een aanzienlijk

deel van de groep testpersonen (31%) via de hoofduitgang gevlucht. Dit

betekent dat bijna een derde van de groep deelnemers door de rook en langs

de (fictieve) brandhaard is gevlucht. In een echte brandsituatie zou dit gedrag

waarschijnlijk tot slachtoffers hebben geleid. Het al of niet hebben van een

BHV-achtergrond blijkt nauwelijks de keuze van de uitgang te beïnvloeden.

De mate van bekendheid met de omgeving (of type van omgeving) blijkt wel

van invloed te zijn op de routekeuze. Zo zijn mensen die voor het slapen gaan

de vluchtroute hebben geïnspecteerd meer geneigd via de nooduitgang te

vluchten.

Vluchtrouteaanduiding

Ook de invloed van de locatie van vluchtrouteaanduiding is in de echte

omgeving getest. Het merendeel van de deelnemers heeft aangegeven dat

zij gebruik hebben gemaakt van de vluchtrouteaanduidingen. Het gebruik

van vluchtrouteaanduidingen heeft een aantoonbaar positief effect op het

gebruik van de dichtstbijzijnde nooduitgang. Bovendien blijkt dat vooral de

laag geplaatste bordjes duidelijke informatie geven en dat het een positieve

invloed heeft op het gebruik van de nooduitgang. Daar staat tegenover dat 22%

van de mensen die in het basis scenario heeft aangegeven dat zij gebruik heeft

gemaakt van de vluchtrouteaanduiding de aanwijzingen op de groene borden

niet heeft opgevolgd. In het rook scenario heeft 33% van de deelnemers de

aanwijzingen op de borden niet opgevolgd.


Verlichtingsniveau

De invloed van het verlichtingsniveau is alleen in de virtuele omgeving getest.

Het verlichtingsniveau heeft een significante invloed gehad op de keuze

van de uitgang: evacués zullen eerder via de dichtstbijzijnde nooduitgang

vluchten wanneer sprake is van een normaal verlichtingsniveau. In de

huidige regelgeving is het laag

verlichtingsniveau in geval van nood

geaccepteerd.

Aannames loopgedrag

Verder blijkt dat de aannames

over het loopgedrag die in de

regelgeving worden gedaan niet

overeenkomen met de resultaten uit

het praktijkonderzoek in het echte

hotel. Zo wordt in de regelgeving

aangenomen dat gebouwgebruikers in geval van nood via de kortste route

vluchten: in het scenario zonder waarneembare rook vluchtte 70% echter niet

via de kortste route en in de scenario’s met waarneembare rook vluchtte 33%

(lage bordjes scenario) tot 39% (rook scenario) van de deelnemers niet via de

kortste route. Dat betekent dat waarschijnlijk ademhalingsproblemen zullen

optreden wanneer de kortste route naar een ‘vluchtdeur’ ongeveer 30 meter is,

zoals in de regelgeving wordt geaccepteerd. Daarnaast is een loopsnelheid van

1 m/s nodig om de geaccepteerde 30 meter in 30 seconden af te leggen. In totaal

liep 60% van de testpersonen langzamer dan 1 m/s, terwijl in de hotelvleugel

sprake was van een lage bezettingsdichtheid.

Colofon

In deze folder zijn enkele hoofdpunten opgenomen uit het promotieonderzoek van Margrethe Kobes

bij de leerstoel Crisisbeheersing en Fysieke Veiligheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, in

samenwerking met het NIFV en de leerstoel Architectonische Ontwerpsystemen van de Technische

Universiteit Eindhoven.

De volledige rapportage van het onderzoek kunt u vinden in het proefschrift ‘Understanding human

behaviour in fire’, verkrijgbaar via www.nifv.nl

Omslagfoto: Brand stadion Euroborg (Tuitman 2008)

“De aannames in de huidige

regelgeving over loopsnelheid

en loopafstand zouden

opnieuw in overweging

genomen moeten worden.

Dit geldt ook voor de eisen

voor noodverlichting.”

Meer info: brochure ‘Wayfinding bij brand - Nachtelijke ontruimingsoefeningen

in een hotel’ op www.nifv.nl

7


Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid

Postbus 7010

6801 HA Arnhem

T 026 355 24 00

F 026 351 50 51

www.nifv.nl

More magazines by this user
Similar magazines