zuidelijker - girugten

girugten.nl

zuidelijker - girugten

faculteit

ruimtelijke

wetenschappen

contactadres

postbus 800

9700 AV Groningen

e-mail

info@girugten.nl

faculteitsblad

ruimtelijke

wetenschappen

w w w . g i r u g t e n . n l

girugten

De poolcirkel

girugten

02

jaargang 44


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

redactie

colofon

Eindredactie

Thijs Fikken (hoofdredacteur)

Sanne Feenstra (vormgeving)

Redactie

Eva Bouw

Robin Groenewold

Jordy Janssen

Wymer Praamstra

Jorn van der Scheer

Martinus Spoelstra

Paul Steeneken

Wessel van Vliet

Steven Wester

Wietske Wilts

Saskia Zwiers

Druk

Drukkerij Veenstra, Groningen

Oplage

900 stuks

E-mail

info@girugten.nl

Contactadres

Postbus 800

9700 AV Groningen

Girugten is het onafhankelijk

faculteitsblad van de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen,

Rijksuniversiteit Groningen.

Girugten functioneert als een

zelfstandige redactie onder

faculteitsvereniging Ibn Battuta.

De eindredactie behoudt zich het

recht voor zonder opgaaf van redenen

artikelen in te korten, dan wel te

weigeren.

redactioneel

Beste lezer,

Met de laagste temperaturen van het jaar achter ons brengt Girugten je graag nog even terug

in de wintersferen. In dit nummer, dat geheel in het teken staat van de meest noordelijke

(én zuidelijke) plekken op onze aarde, komt de temperatuur nauwelijks boven het vriespunt

uit. In deze barre wereld waarin maar weinig mensen wonen wordt een grote strijd gevoerd.

Die van het leven met de kou. Deze strijd wordt voor jou beschreven in deze editie van

Girugten! Alles boven, onder, en op de poolcirkels komt voorbij.

Ben je geïnteresseerd in de Inuit, gefascineerd door Russische steden of geïntrigeerd

door de oliestrijd om en nabij de Noordpool? Dan zit je goed met dit nummer. Zo wordt

de ontwikkeling van noordelijke Russische steden na de val van de Sovjet-Unie besproken

en de machtsstrijd om mineralen uitgelicht. Maar Girugten leidt je niet alleen maar

noordwaarts. Antarctica, het enige onbewoonde continent op aarde, komt ook voorbij.

Naast de berg artikelen over de polen is er ook een bijzonder boeiende editie van

‘Geografen aan het werk’ te lezen. Hierin vertelt oud-Girugtenredacteur Arvid Krechting

over zijn werkzaamheden in Oekraïne.

Binnen de redactie hebben zich een hoop veranderingen afgespeeld. Na het behalen van

haar diploma heeft Saskia Zwiers besloten om een punt achter haar Girugtencarrière te

zetten. Saskia, bedankt voor de prachtige artikelen die jij elk nummer weer hebt afgeleverd!

Gelukkig hebben we versterking gekregen van Nienke Harmelink, Wessel van Vliet en Paul

Steeneken.

Dompel jezelf onder in het ijskoude avontuur dat klaarligt in deze Girugten!

Veel leesplezier,

Thijs Fikken

hoofdredacteur

Oplossing Raad de Plaat en logo’s bovenbalken

Raad de Plaat: Midtown Madness 2, Red Alert 2, Roller Coaster Tycoon 1, Wolfenstein 3D

Logo’s: Twitter, Skype, Google Earth, Dropbox, the Sims, Angry Birds, Pacman, Google

Chrome, Myspace, Spotify, Windows Media Player, Limewire, Tetris, utorrent, X-Box (live),

Mario/mushroom, MSN, Keen, Space Invadors, VLC Media Player

girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

inhoud

6.

Inhoud

4.

7.

9.

10.

12.

14.

16.

Zwart goud in een witte wereld

Wymer Praamstra

Oorlogen en goelagkampen

Steven Wester

Column: de trein, de mandarijn en de Polen

Martinus Spoelstra

De aantrekkingskracht van Antarctica

Thijs Fikken

Om de noord - Willem Barentsz

Martinus Spoelstra

Inuitgemeenschappen in Noord-Amerika

Eva Bouw & Wietske Wilts

Raad de plaat

12. 19.

14.

10.

4.

18.

19.

22.

23.

24.

25.

26.

Bij de kerstman thuis

Saskia Zwiers

Masterthesis - “Alsof je omarmd wordt door

alles om je heen”

Wietske Wilts

Geografen aan het werk

Arvid Krechting

Uit het buitenland

Titia Leutscher

Herta Machtscriptieprijs

Ibn Battuta

Pro Geo & Forum

4.


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

thema-artikel

Het incident op 31 december met boorschip

Kulluk, wat ‘donder’ in een lokaal Inuitdialect

betekent, bracht de boringen van Shell in de

zeeën rond de Noordpool opnieuw in beeld.

Is het gedonder met de Kulluk de doodsteek

voor de avonturen van de multinationals die

op zoek zijn naar olie en gas? Of winnen

geld en de honger naar olie van landen als

Rusland en Amerika, maar ook West-Europa,

het opnieuw van de natuur?

Hoewel alleen de activiteiten van Shell

veel in het nieuws kwamen de laatste tijd

is het zeker niet het eerste en enige bedrijf

dat in de barre omstandigheden boven

de poolcirkel op zoek gaat naar nieuwe

gas- en olievelden. BP is zelfs al sinds

wymer praamstra

Zwart goud in een witte wereld

de jaren zeventig aan het boren in een

baai in het noorden van Alaska. Naast de

Verenigde Staten die Shell de benodigde

vergunningen gaf, zijn ook Rusland,

Noorwegen en Denemarken (via Groenland)

bezig grote oliemaatschappijen toe te laten

in hun wateren. Hoewel, ‘hun’ wateren? De

maatschappijen die tot nu toe gerechtigd

zijn te boren doen dit zonder uitzondering

in de Exclusieve Economische Zones van het

De hoeveelheid aardolie in de Noordpoolregio

wordt geschat op 90 miljard

vaten, dat is met de huidige olieprijs

goed voor ongeveer 10,44 biljoen (!)

dollar. De hoeveelheid aardgas op 47

biljoen kubieke meter.

4.

betreffende land. Deze zones zijn onderdeel

van de internationale wateren en dus

onafhankelijk grondgebied, maar door een

EEZ in te stellen krijgt het betreffende land

bepaalde rechten en verplichtingen in een

gebied tot 200 zeemijl van de kust.

Via deze regeling gaf Amerika BP al lang

geleden toestemming om te boren in de daar

aanwezig olie- en gasvelden. Alaska grenst

immers aan de Poolzeeën. In samenwerking

met Rosneft, een Russisch staatsbedrijf

in de oliesector, zijn Exxonmobil (bij ons

bekend als Esso) en het Italiaanse ENI

bezig met boringen vlakbij Nova Zembla.

De ontginningen in de Barentszzee zijn

ook al gestart door het Noorse Statoil.

Dat de nieuwe boorplannen van Shell

zoveel ophef veroorzaken komt met name

omdat hun proefboringen veel verder

van de kust gaan en daardoor mogelijk

meer schade kunnen aanrichten. Ook de

opeenstapeling van missers door Shell

wordt door tegenstanders als Greenpeace

uitvergroot met actiewebsites en een

handtekeningenactie.

Het breken van de sleepkabels van de Kulluk

tijdens Van wie zijn reis zijn naar de Seattle (Ant)arcticsche blijkt in de rij gebieden?

incidenten pas het topje van de ijsberg.

Naast de stukken Exclusieve Economische Zone langs de randen van

de omliggende landen is de Noordpool van niemand. Dit wil zeggen,

er liggen wel claims van onder andere Rusland en Canada, maar

officieel is het ‘niemandsland’. De door Rusland geplante vlag

op de bodem van een oceaan bij de Noordpool is natuurlijk puur

symbolisch. Momenteel lopen er onderzoeken door verschillende

wetenschappers uit belanghebbende landen om te kijken of hun

land op een of andere manier onder het water door verbonden is

met de Noordpool. Op die manier hopen onder andere Rusland

en Denemarken (Groenland) aanspraak te maken op de vele

grondstoffen die in deze ijzige omgeving te vinden zijn.

Op de Zuidpool is het een stuk overzichtelijker geregeld. Nouja, op

papier in ieder geval. In het Antarctisch Verdrag dat in 1959 werd

afgesloten werd de Zuidpool als een diepvriespizza opgedeeld

in punten. Onder andere Argentinië, Australië, Nieuw Zeeland en

Chili kregen een stukje toebedeeld, maar ook minder in de buurt

liggende landen als Engeland en Noorwegen hebben er ‘grondbezit’.

Juridisch gezien behoort de Zuidpool echter tot geen van deze

landen. Wel is in het Antarctisch Verdrag vastgesteld dat geen van

de landen militaire activiteit mag ontplooien op het continent en dat

wetenschappelijk onderzoek de primaire aandacht heeft. In 1991

werd het Antarctisch Milieuprotocol toegevoegd aan het verdrag.

Greenpeace stipt de problemen natuurlijk

gretig aan op hun speciale website. Feit blijft

dat met name de veiligheidsmaatregelen

die Shell heeft getroffen om in het geval van

een incident bij de boringen adequaat op te

kunnen treden niet bepaald waterdicht zijn.

Gefaalde veiligheidstesten, problemen met

de 22 schepen tellende vloot die in actie

moet komen bij incidenten en een uitspraak

van de vice-president van Shell dat er

waarschijnlijk op een bepaald moment wel

olie weg gaat lekken tijdens het boren bij de

Noordpool zijn alles behalve goede reclame

voor het Nederlandse-Britse bedrijf. Als

dan in het achterhoofd wordt gehouden

dat deze problemen optraden bij slechts

twee proefboringen, in de Beaufort- en

Tsjoektsjenzee, lijkt de kans op ongelukken

als straks echt olie- en gasvelden worden

aangeboord zeker aanwezig.

Voor de Amerikaanse overheid was het

veiligheidsplan van Shell echter voldoende

om de benodigde vergunningen uit te geven.

De grote consumptie van olie en gas door dat

land is algemeen bekend. Met de groeiende

onrust in het Midden-Oosten is het voor de

Amerikaanse overheid een logische keuze

om hun afhankelijkheid te verkleinen. De

economische belangen zijn inmiddels zo

groot dat Shell niet meer kan stoppen met

de projecten zonder grote verliezen te

lijden. Van de nu al geïnvesteerde 5 miljard

(!) dollar is nog geen cent terugverdiend.

Maar worden door geld, zoals zo vaak, de

risico’s voor de natuur én de mens uit het

oog verloren?

Feit is dat boren op en nabij de Noordpool

veel meer risico’s met zich meebrengt

dan in ‘normale’ oceanen. Grote massa’s

territoriale verdeling van antarctica

Dit protocol zorgt er voor dat er tot 2048 geen delfstoffen mogen

worden gewonnen op de Zuidpool. Tenminste, in ieder geval niet

door staten die het verdrag hebben ondertekend. Rusland gaf begin

2011 al aan dat ze gaan beginnen met verkennend onderzoek naar

grondstoffen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

5.


de bp-pijplijn in Alaska

ronddrijvend ijs zorgden er dit jaar al voor dat

de proefboringen van Shell later dan gepland

begonnen. Dat zelfs de dikste kabels niet

zijn bestand tegen het extreme noodweer

dat soms huishoudt in de Noordelijke zeeën

werd pijnlijk duidelijk bij het transport

van de Kulluk. Bovendien brengen de

veranderende weersomstandigheden

ook meer onvoorspelbaarheid. En als het

misgaat, dan zit je in de afgelegen ijszee

boven Alaska ook niet op een makkelijk

bereikbare plek. Binnen een straal van

800 kilometer is er maar één grote haven.

Met een paar landingsstrips en een zeer

minimale infrastructuur loert er een

gigantische ramp die moeilijk binnen de

perken kan worden gehouden. Of de 22

boten tellende incidentenvloot van Shell

dan snel de situatie onder controle krijgt

valt nog maar te bezien.

De gevolgen van een groot olielek zijn niet

te overzien. Het opruimen van olie op ijs

valt nog mee, maar als olie onder ijs gaat

drijven is het zeer lastig weg te krijgen. De

Nederlandse directeur van Shell geeft zelf

toe dat zijn bedrijf hier nog geen ervaring

mee heeft en laten we met hem hopen dat

dit ook niet nodig zal zijn. Grootschalige

vervuiling van de zeeën rond de Noordpool

heeft enorme gevolgen. Niet alleen direct,

maar ook indirect. Als plankton, de basis

van veel voedselketens in die omgeving,

vervuild raakt zullen alle dieren hoger in

de keten daar grote last van ondervinden.

Opgeteld bij de grote druk waaronder veel

dierenpopulaties in dat gebied al staan,

kan dit het einde voor sommige soorten

betekenen. De lokale Inuitbevolking leeft

grotendeels van de visvangst dus zullen dan

ook zwaar getroffen worden. In maart 1989

liep olietanker Exxon Valdez aan de grond in

6.

de Golf van Alaska. De hierbij vrijgekomen

miljoenen liters olie hebben vandaag de dag

nog steeds grote invloed op de ecosystemen

in de 2000 kilometer lange kuststreek. Naar

schatting zijn onder andere 500.000 vogels

overleden als gevolg van dit olielek. Om dan

in te schatten wat er bij een soortgelijke

ramp bij de boringen van Shell kan gebeuren

heb je weinig verbeeldingskracht nodig.

Gezien de gigantische investeringen

die onder andere Shell al heeft gedaan

in de voorbereidende fase en het feit

dat vergunningen al zijn verstrekt

door verschillende overheden zal het

boren in de zeeën rond de Noordpool

hoogtswaarschijnlijk gewoon doorgaan.

De huidige economische motor draait nou

eenmaal op olie en gas en de toenemende

schaarste maakt voorheen minder gunstige

ontginningen opeens aantrekkelijk. Laten

we samen met de ijsberen, walvissen,

vogelkoloniën en Inuitstammen hopen dat

hun leefgebieden geen olieramp hoeven te

verwerken. g

olie- en gasboringen in het noordpoolgebied

girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

thema-artikel

steven wester

Oorlogen en Goelagkampen

Russische steden ten noorden van de poolcirkel

Wanneer je aan de poolcirkel denkt, denk

je in eerste instantie zeker niet aan grote

steden. Het overgrote deel van de gebieden

ten noorden van de Noordpoolcirkel is

ook onbewoond. Toch is er een aantal

uitzonderingen. Wat ten eerste opvalt als

je kijkt naar steden ten noorden van de

poolcirkel, is dat veruit het grootste deel

hiervan in Rusland ligt. Sterker nog, buiten

Rusland is er maar één stad op aarde

binnen de poolcirkel met meer dan 50.000

inwoners: Tromsø in Noorwegen. Ondanks

dat deze stad zo noordelijk ligt heeft het een

vrij mild klimaat. Tromsø ligt namelijk aan de

de haven van moermansk

Atlantische oceaan en wordt sterk beïnvloed

door de warme golfstroom langs de Noorse

kust.

In Rusland is dat wel anders met de

gevreesde Siberische winters. Er zijn op

dit moment nog zes Russische steden met

meer dan 50.000 inwoners. Dit waren er

in het communistische tijdperk nog meer,

maar sinds de val van de Sovjet-Unie is er

sprake van een bevolkingskrimp in bijna

alle Russische steden ten noorden van de

poolcirkel.

Moermansk

Moermansk is de grootste stad boven de

poolcirkel ter wereld met ruim 300.000

inwoners. Het ligt in het dichtstbevolkte

gebied ten noorden van de poolcirkel,

namelijk de gelijknamige Oblast Moermansk

in het uiterste noordwesten van Rusland.

Dit gebied, dat ongeveer drie keer zo groot

is als Nederland, heeft een kleine 900.000

inwoners. Dit is naar schatting een derde

van de gehele bevolking ten noorden van

7.


de poolcirkel. Dit geeft alvast aan hoe

weinig mensen er relatief gezien boven de

poolcirkel wonen.

Moermansk is de laatste stad die in het

Russische tsarentijdperk gesticht is. Om

precies te zijn in 1915. Uit strategisch oogpunt

werd er tijdens de Eerste Wereldoorlog een

spoorlijn vanaf de stad Petrozavodsk naar het

noorden richting de Barentszzee gebouwd.

Aan het eind van deze spoorlijn van bijna

1000 kilometer, werd Moermansk gesticht.

Het was een strategische post tijdens de

Eerste Wereldoorlog. Er konden vanaf

het Russische vasteland allerlei militaire

goederen richting de stad vervoerd worden,

en vanaf daar worden verscheept. Hierbij

was het zeer belangrijk dat Moermansk ook

tijdens de winter een ijsvrije haven had.

Door de gunstig gelegen positie kon de

nederzetting snel groeien en kreeg het in

een jaar tijd al de status van ‘stad’.

Moermansk speelde ook een belangrijke

rol in de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers

probeerden in 1941 met de hulp van het

Finse leger om de stad in handen te krijgen

onder de naam ‘Operatie Silverfox’. Het

Russische leger verloor al snel een groot

deel van haar manschappen, hierdoor werd

Moermansk na Stalingrad en Leningrad de

stad die de meeste schade leed door de

Tweede Wereldoorlog. In tegenstelling tot

andere Russische steden in deze tijd van de

oorlog wist het wel stand te houden, mede

door de winterse omstandigheden waar de

Duitsers niet tegen opgewassen waren. Door

de grote strijd die in en rond Moermansk

werd geleverd en het grote strategische

belang ervan, werd Moermansk uitgeroepen

tot ‘heldenstad’.

Na de oorlog werd de Sovjet-Unie

terughoudender tegenover het buitenland,

zeker met het uitbreken van de Koude

Oorlog. Moermansk werd net als vele andere

Russische steden een ‘verboden stad’ voor

buitenlanders. Vanuit Moermansk werden

onder andere expedities ondernomen met

onderzeeërs om ze klaar te stomen voor

een eventuele oorlog. Naast de strategische

oorlogspositie, is het voorkomen van

natuurlijke hulpbronnen in de directe

omgeving ook een belangrijke reden

waarom er verhoudingsgewijs veel

mensen in Oblast Moermansk wonen.

Zo zijn er meer dan 700 verschillende

mineralen in de buurt van Moermansk.

Een groot gedeelte van de arbeidsmarkt

is dan ook afgestemd op deze natuurlijke

hulpbronnen en mineralen. De grootste

arbeidssectoren zijn de metaalindustrie en

de elektriciteitsproductie. Verder heeft de

visserij ook nog een belangrijk aandeel in

de economie van Moermansk. De bevolking

van Moermansk is na de val van de Sovjet

-Unie snel gekrompen. Twintig jaar geleden

woonde er nog een kleine 500.000 mensen

in de stad, tegenwoordig dus nog maar

300.000. Het is inmiddels officieel geen

verboden stad meer, maar toch is het lastig

voor buitenlanders om de stad binnen

te komen. Wel is Moermansk sinds 1989

partnerstad van Groningen.

De Goelag van Vorkuta en Norilsk

Vorkuta ligt in het uiterste noorden van het

vasteland van Rusland, een paar honderd

kilometer ten zuiden van Nova Zembla.

In de zomer van 1930 werd er in de buurt

van Vorkuta steenkool gevonden. Dit

kwam goed van pas voor het uitvoeren

van de pas ingevoerde vijfjarenplannen

onder leiding van Josef Stalin. Voor de

industrialisatie van Rusland was deze

steenkoolvoorraad essentieel. Vandaar dat

de nederzetting Vorkuta in 1931 gesticht

is. Vanaf 1932 werden er in de buurt van

Vorkuta meerdere werkkampen van de

Goelag gesticht. De mensen die in deze

strafkampen gingen werken hadden veel

verschillende achtergronden. Naar deze

kampen werden bijvoorbeeld politieke

tegenstanders, geestelijken, gehandicapten

en sommige bevolkingsgroepen gestuurd.

Tiksi

8.

Uiteindelijk werden al deze groepen mensen

samengevat onder de naam ‘Vijand van

het volk’. Omdat Stalin deze term nogal

subjectief interpreteerde werden er

miljoenen onschuldige burgers verbannen.

Met het uitbreken van de Tweede

Wereldoorlog kwam de ontwikkeling van

de Goelag in een stroomversnelling terecht.

Vorkuta werd in 1941 door een spoorlijn

verbonden met de rest van Rusland,

waardoor de steenkool sneller vervoerd kon

worden. Deze spoorlijn werd echter door

het uitbreken van de oorlog veel sneller

afgemaakt dan eigenlijk kon, het kostte in de

kampen dan ook duizenden levens. Tijdens

de oorlog werd vanuit Vorkuta meer dan 7

miljoen ton steenkool vervoerd richting

Leningrad en de Oeral.

Vlak na de dood van Stalin ontstond de

grootste opstand tegen de Goelag ooit in

de werkkampen van Vorkuta. Hieraan deden

ongeveer 100.000 kampbewoners aan mee.

Het kostte het Rode Leger erg veel moeite

om deze opstand neer te slaan. Uiteindelijk

zorgde dit ervoor dat de Russische regering

onder leiding van Chroesjtsjov de meeste

Goelagkampen liet sluiten in de jaren ’50. De

mijnen werden nog wel in stand gehouden

tot het eind van de Koude Oorlog. Rond 1990

woonden er nog 120.000 mensen in de stad.

Een groot deel van de bevolking is vertrokken

toen het grootste deel van de mijnen werd

gesloten, nadat deze onrendabel waren

geworden door de val van de Sovjet-Unie.

g

De burgemeester van Vorkuta maakte in

2006 een plan om toeristen naar Vorkuta

te lokken. Hij wilde een nieuw Goelagkamp

geheel in traditionele stijl in Vorkuta laten

bouwen waar je als toerist jezelf drie dagen

lang kon laten opsluiten voor een kleine 450

euro. Dit plan stuitte echter op veel kritiek,

niet alleen omdat Vorkuta zo afgelegen ligt,

maar ook vanwege de nagedachtenis aan

slachtoffers van de Goelag.

Norilsk ligt in het noorden van Siberië en is

volgens sommige bronnen de koudste stad

op aarde. Ook is het de noordelijkste stad

met meer dan 100.000 inwoners. Norilsk

is net als Vorkuta zwaar getekend door

haar Goelaghistorie. In de jaren ’20 werden

in Norilsk talloze delfstoffen gevonden,

waaronder goud en nikkel. In 1935 werd in

een klap door 365.000 dwangarbeiders de

stad uit de grond gestampt. Een groot deel

van de arbeiders moest in de beginjaren in

tenten slapen in de Siberische kou, waarbij

vele duizenden doden vielen. Door de

schaarste aan voedsel kwam een groot deel

van de 400.000 dwangarbeiders om tijdens

de oorlog. De opstand in de kampen van

Vorkuta in 1953 sloeg over richting Norilsk,

waardoor ook hier de Goelagkampen in de

jaren ’50 werden gesloten. De productie van

met name nikkel is gewoon doorgegaan in

Norilsk. De stad heeft de twijfelachtige eer

de meest vervuilende fabriek van Rusland

te bezitten, ‘Norilsk Nikkel’. Volgens de

BBC is dit de grootste producent van zure

regen ter wereld. Net als in Moermansk en

Vorkuta is ook in Norilsk bijna de helft van

de bevolking weggetrokken sinds de val van

de Sovjet-Unie.

Tiksi, een godvergeten oord

De hiervoor besproken steden hebben

allemaal nog de mogelijkheid om de

komende decennia in ieder geval een stad te

blijven, maar dat is lang niet overal het geval.

Een goed voorbeeld hiervan is Tiksi. Dit was

met name in de Tweede Wereldoorlog een

belangrijke havenstad aan de Noordelijke

Ijszee in Noordoost-Siberië. In de Koude

Oorlog werden er hier twee grote vliegvelden

aangelegd om bommenwerpers vanaf te

kunnen positioneren. Het is echter nooit

zover gekomen dat ze ook daadwerkelijk

gebruikt werden. Na de val van de Sovjet

-Unie is de haven in Tiksi in vervallen staat

terecht gekomen, waardoor er nauwelijks

meer schepen komen. Doordat het zo

afgelegen ligt, is er ook geen weg richting

Tiksi en zijn de kosten voor levensonderhoud

buitenproportioneel hoog. Alcoholisme

vormt hier ook een probleem, maar alcohol is

aan de andere kant zo duur dat het nauwelijks

betaalbaar is. Tegenwoordig wonen er nog

maar een paar duizend mensen in de stad,

en daardoor is een paar maanden geleden

ook het vliegveld gesloten. Hierdoor is de

nederzetting alleen nog bereikbaar per

helikopter. Het einde lijkt dan ook nabij voor

Tiksi. g

g

9.

/// meer weten?

http://www.uitzendinggemist.nl/programmas/7385-van-moskou-tot-moermansk

- Aflevering: Soldatenoffer

http://www.uitzendinggemist.nl/programmas/5919-van-moskou-tot-magadan

- Aflevering: Magadan, een vergeten

verleden

column Martinus Spoelstra

De trein, de mandarijn en de Polen

Eigenlijk kan ik nooit goed lezen in de trein. Niet omdat de boeken die ik in de tas heb

per definitie saai zijn, maar juist omdat er buiten zoveel te zien is. Of het nou ‘The Oxford

Handbook of Economic Geography’ of ‘Asterix en de knallende ketel’ is, na enkele bladzijden

ben ik automatisch naar buiten aan het turen. Er valt aan de andere kant van het raam ook

zoveel te zien: het landschap, de gebouwen, de infrastructuur, de ruimtelijke ordening. In

principe is het één grote speelfilm die aan je voorbij gaat, en je kunt gewoon met een kop

koffie in je stoel blijven zitten, alsof je je nooit hebt verplaatst. Behalve de stationsnamen

komt er geen woord aan te pas. Wonder boven wonder kom je uiteindelijk ook nog eens

op de gewenste plek van bestemming aan. Maar wellicht dat alleen mensen met een

planologen- of geografenhart het op die manier beleven.

Samen met mijn vriendin ben ik onderweg naar Praag. Een stad in Centraal-Europa waar ik

nog nooit ben geweest. We hebben een overstap in Dresden, een stad waar ik ook nog nooit

ben geweest. Het ligt momenteel in Duitsland, maar nog niet zo lang geleden lag het in een

ander land, waarvan ik de naam even kwijt ben. We hebben samen besloten om deze keer

niet te vliegen. Dit heeft niks te maken met het milieubewust of ‘groen’ reizen, maar meer

met de vliegangst van één van ons. Per vliegtuig samen naar Londen ging nog wel, maar

door een gunstig ‘Angebot’ van Die Bahn en de vrouwelijke stem die voor twee telt waren

de treintickets snel geboekt. Nog voor ik terug was met de koffie.

Ze vraagt of ik ook een mandarijntje wil. Eigenlijk is een mandarijntje de slimmere versie

van de sinaasappel. Het is kleiner, dus handiger mee te nemen, makkelijker te pellen, minder

sappig, dus geen kleverige handen, en bovendien kun je de partjes beter van elkaar scheiden.

Dus om te eten gebruiksvriendelijker, maar een glas mandarijnensap is weer omslachtiger

te produceren. Het is maar net wat je wil. Eigenlijk hetzelfde idee bij het kiezen tussen

reizen per trein of vliegtuig. Overigens gaat het vergelijken van vervoersmiddelen met fruit

misschien iets te ver.

Het doet me denken aan de treinreis die ik vijf jaar geleden maakte naar een EGEAcongres

in het zuiden van Polen. Je vindt eerst dat de omgeving voor een gast of toerist

niet aantrekkelijk aandoet, maar als je je realiseert waar je bent en wat het voor plek is,

wordt het des te interessanter. Het was m’n eerste EGEA-congres, later kwamen er nog

acht en onderhand ken ik vooraf het programma van a tot z. Maar daar in Ustron maakte

ik het dus voor het eerst mee. De zondagavond; een openingsceremonie met enkele

prominente sprekers en een optreden van een traditionele, in de regio wereldberoemde

folkloredansgroep. Een kleurrijke mix van trotse jonge mannen en vrouwen die gezamenlijk

in de rondte dansen. De Poolcirkel, fantastisch!

Terug in mijn boek over Praag. Ik zit ergens rond het jaar 1918 toen Praag de Hoofdstad werd

van een zelfstandig Tsjecho-Slowakije. Snel blader ik door. Nog even wat belangrijke punten

van de stad opzoeken aan de hand van een bijgeleverde kaart en het boek kan dicht. Ik zie

het daar wel. g


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

thema-artikel

Eeuwenlang heeft de westerse beschaving

gefilosofeerd over het bestaan van een

mystiek zuidelijk continent. ‘Terra Australis

Incognita’, ‘het onbekende zuidelijke

land’, werd al beschreven door denkers als

Aristoteles en Ptolemaeus, die geloofden

dat het noordelijke land in evenwicht

gehouden werd door een groot zuidelijk

continent. Door de vele ontdekkingsreizen

werd duidelijk dat het continent niet

vastzat aan Afrika of Zuid-Amerika. Even

werd zelfs gedacht dat het continent niet

zou bestaan en dat Australië (waar zou die

naam toch vandaan komen?) het zuidelijkste

continent was. Na de officiële ontdekking

Thijs Fikken

De aantrekkingskracht van Antarctica

de Zuidpool als toeristische trekpleister

van Antarctica in 1820 en de beroemde

expedities naar de geografische Zuidpool

van Scott en Amundsen is de interesse

echter weer aangewakkerd.

Nadat de Noor Amundsen als eerste de

geografische Zuidpool had bereikt in 1920,

begon de Amerikaan Byrd met het verkennen

van het continent vanuit de lucht. Deze

nieuwe informatie werd gebruikt om in 1957

het eerste permanente zuidpoolstation te

bouwen, het ‘Amundsen-Scott South Pole

Station’. Dit station is vanaf de oplevering

permanent bewoond geweest. De groei aan

kennis over het continent, in combinatie

Een van de leden van de expeditie van Amundsen naast de Noorse vlag op de

geografische zuidpool

10.

met de altijd aanwezige ontdekkingsdrang

van de mens, zorgde voor een nieuwe

ontwikkeling: toerisme. Op dit moment

bieden vele reisorganisaties tochten naar

Antarctica aan. Hoe gaan die organisaties

te werk? Is toerisme naar dit continent van

extremen wel verantwoord?

De eerste toeristische expedities naar

Antarctica vonden in de jaren zestig plaats.

Deze reizen werden gemaakt met grote

onderzoeksschepen. Naast het uitgebreide

onderzoek dat op deze schepen plaatsvond

was er beperkt ruimte voor een aantal

toeristen, die uiteraard goed moesten

betalen. Tegen het einde van de jaren zestig

verschenen de eerste cruiseschepen, die

toerisme als enige doel hadden. Met de

komst van deze schepen steeg het aantal

toeristen met het ‘einde van de wereld’ als

bestemming aanzienlijk. Op dit moment

ontvangt Antarctica zo’n 30,000 toeristen

per jaar.

Antarctische cruiseschepen vertrekken vanaf

een aantal plaatsen. Ushuaia, in Argentinië,

is een van de belangrijkste steden. Deze

stad, de meest zuidelijke op de wereld,

draait voor een groot deel op de inkomsten

van toeristische tochten naar Antarctica en

het Sub-Antarctisch gebied. Vanaf Ushuaia

vertrekken de meeste schepen richting het

Antarctisch Schiereiland. Dit gebied heeft

een milder klimaat dan de rest van het

continent. In de zomermaanden liggen de

temperaturen net onder het vriespunt. Na

de tocht door de verraderlijke Straat Drake

verzorgen de meeste reisorganisaties een

landing op het vasteland van Antarctica. Met

behulp van Zodiacs, kleine opblaasbootjes

waarin ongeveer twintig man vervoerd

kunnen worden, komen de toeristen aan

land.

Antarctica kan ook via de lucht bereikt

worden. Eind jaren zeventig vertrokken

er vliegtuigen vanuit Australië en Nieuw-

Zeeland om de sneeuwvlaktes vanuit de

lucht te bezichtigen. Japanse touroperators

verkochten reizen waarop Antarctica in

vogelvlucht bekeken kon worden. De

interesse was groot, totdat een van de

vliegtuigen in 1979 verongelukte. Bij

de crash kwamen alle inzittenden én de

Antarctische vliegindustrie om het leven.

Tegenwoordig kan het continent wel weer

via de lucht bezocht worden. Vanwege de

prijs en logistieke problemen gebeurt dit

echter zelden met toeristen.

Al deze mogelijkheden, samen met een

groeiende portemonnee van de gemiddelde

toerist, hebben in de tweede helft van de

twintigste eeuw voor een stevige groei van

het toerisme gezorgd. Deze groei brengt

ook zorgen met zich mee. Antarctica heeft

geen inheemse bevolking en dus ook geen

regering. Hoe zorg je er dan voor dat het

toerisme naar het continent duurzaam

en verantwoord verloopt? Gelukkig is in

1959 het Antarctisch Verdrag tot leven

geroepen. In dit verdrag, waarover je ook

kunt lezen in het artikel van Wymer, staan

een aantal belangrijke regels opgesteld. Zo

is Antarctica verboden gebied voor militaire

activiteiten, het dumpen van radioactief

materiaal en nucleaire proeven. Met de

komst van het Antarctisch Milieuprotocol

in 1991 is de bescherming van het gebied

verder verscherpt. Zo mogen mineralen

alleen nog voor wetenschappelijke

doeleinden gewonnen worden. Ook is

het vanaf dit moment verplicht om een

milieueffectrapportage op te stellen voor

elke activiteit die ondernomen wordt, dus

ook voor toerisme.

Prachtig, zo’n protocol dat strijdt voor vrede

en milieubewustheid, maar moeilijk te

reguleren. Omdat Antarctica aan niemand

toebehoort, is het ook lastig om organisaties

te bestraffen. De toeristische sector is

door dit probleem op zichzelf aangewezen,

met zelfregulatie als gevolg. Om er voor te

zorgen dat de reizen naar Antarctica veilig,

duurzaam en verantwoord verlopen is de

‘International Association of Antarctica

Tour Operators’ (IAATO) opgericht. Deze

organisatie strijdt graag voor wat volgens

hun ‘de meest indrukwekkende vertoning

van internationale vrede en samenwerking’

is. Vrijwel elke reisorganisatie die ten zuiden

van de poolcirkel te werk gaat is verbonden

aan de IAATO.

Dankzij de IAATO is de impact van toerisme

op het Antarctisch continent nauwelijks

waarneembaar. Nieuwe regelingen, zoals het

verbod op zware brandstoffen, worden bijna

jaarlijks ingevoerd. Het aantal toeristen is,

zeker in verhouding tot de omvang van het

gebied, met gemiddeld 30,000 per jaar nog

relatief laag. Ter vergelijking: Amsterdam

ontvangt zo’n 100,000 recreatieve bezoekers

per dág. Sinds 2008 stijgt het aantal toeristen

niet meer. De economische crisis eist ook

voor het Antarctisch toerisme zijn tol. Veel

van de schepen zijn oud en versleten en er is

geen geld om nieuwe vaartuigen te bouwen.

Toch blijft de IAATO alert. Op dit moment

wordt een nieuw vijfjarenplan gemaakt om

met de toekomstige groei van de sector

om te gaan. Het beschermen van de witte

wildernis lijkt in goede handen te zijn.

Het Antarctisch continent. Het Antarctisch Schier-

eiland of Graham Land is duidelijk zichtbaar.

11.

Naast de introductie van nieuwe regels die

Antarctica moeten beschermen heeft de

IAATO een ander doel: onderwijs. De IAATO

vreest niet voor toeristen. Integendeel, door

de komst van toeristen hoopt de organisatie

het continent nog effectiever te beschermen.

Tijdens de reis laten de touroperators zo

veel mogelijk van het continent zien om de

toeristen met open mond achter te laten.

Door het zien van de schoonheid van het

pinguïncontinent worden de reizigers zich

bewust van de waarde van het gebied.

De hoop van de IAATO is dat de toeristen

bij terugkomst hun mond nog steeds niet

dicht kunnen houden over het uitzicht.

De reis zorgt op die manier voor een

beschermingsdrang bij alle bezoekers. Als

je immers hebt meegemaakt hoe uniek het

landschap is, zal je het belang van Antarctica

voor de wereld inzien.

Velen vrezen dat het Antarctisch toerisme

de ondergang zal betekenen voor het laatste

stukje wildernis op onze aarde. In zekere

zin is deze angst terecht. Massatoerisme

naar het continent zal de sneeuwvlakte

vervuilen als spaghettivlekken op een

wit laken. Zolang het Antarctisch Verdrag

economische uitbuiting van het continent

voorkomt, kunnen de pinguïns rustig

blijven zitten. Maar ook dit verdrag zal ooit

eindigen. Toerisme kan veel mensen helpen

om de waarde van Antarctica in te zien. De

verantwoording zit hem in het leerproces.

Zoals de IAATO zegt: ‘bezoekers komen terug

als ambassadeurs van vrede en bescherming

voor dit unieke landschap’. Het is aan deze

ambassadeurs om de rest van de wereld van

hun gelijk te overtuigen. g

/// meer weten?

www.iaato.org


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

thema-artikel

Wie wel eens per trein door het noorden van

Nederland reist, kan in de ‘Willem Barentsz’

rijden. Vervoersbedrijf Arriva vernoemde

enkele jaren terug een trein naar deze

Nederlandse zeeheld. Ook ontlenen een

eiland, een zee, een maritiem instituut, een

veerboot en enkele schepen uit de moderne

walvisvaart hun naam aan Willem Barentsz.

Ondanks zijn heldenstatus heeft hij zijn doel

en droom helaas nooit kunnen waarmaken.

Barentsz is geboren halverwege de

zestiende eeuw in Formerum op Terschelling.

Behalve zijn laatste levensjaren is er weinig

bekend over z’n levensloop. Van beroep

was Barentsz zeeman en cartograaf. Zo

bracht hij bijvoorbeeld een atlas uit van de

Middellandse zee. Volgens deskundigen

bleek deze zo gedetailleerd, ondanks de

beperkte middelen van die tijd, dat Barentsz

op dat gebied zijn tijd ver vooruit was. Het

was de tijd van de Tachtigjarige Oorlog die

de Nederlanden voerden tegen het Spaanse

Rijk. Daarnaast bezaten de Portugezen als

enigen de strategische handelsroute naar

martinus spoelstra

‘Om de Noord’

over de ontberingen van een zeeheld die zijn doel nooit heeft bereikt

kaart van de noordpool door g. mercator m.b.v. bevindingen van barentsz

Indië en China via Kaap de Goede Hoop.

De Hollanders wilden juist onafhankelijk

handel kunnen drijven met het Verre Oosten

en bedachten daarom een alternatief:

een nieuwe handelsroute via de Poolzee.

Omdat men destijds geen idee had hoe dit

deel van de wereld eruit zag en of de route

überhaupt bevaarbaar was, werd er in 1594

een expeditie georganiseerd.

Willem Barentsz was stuurman op één

van de vier uitvarende schepen van de

expeditie, die begin juni 1594 vertrokken.

Een geheel nieuwe route werd niet

gevonden; het langgerekte Nova Zembla en

het uitstrekkende pakijs bleken een grote

hindernis te vormen. Wel bereikte één van

de schepen de Karische Zee via de Straat

van Waygats, ten zuiden van Nova Zembla.

Bij terugkomst werd de reis daarom toch een

succes genoemd. Het optimisme leidde tot

een tweede poging. Deze expeditie vertrok

een jaar later en omvatte twee keer zoveel

schepen en bemanning. Maar deze reis

verliep eigenlijk nog veel slechter dan de

12.

eerste; enorme ijsvlaktes hielden de vloot

al in een vroeg stadium van de tocht tegen.

Tevergeefs keerden de schepen terug naar

de Nederlanden.

De Amsterdamse dominee Plancius, die

ook meewerkte aan het plannen van de

eerste expeditie, was de enige die na de

twee mislukkingen op rij nog geloofde

in een route om de Noord. Hij meende

namelijk dat tot nu toe Nova Zembla alleen

nog maar via het zuiden was getracht te

omzeilen, maar dat Nova Zembla juist via

de noordzijde moest worden gepasseerd.

Omdat eerder de expeditie gefinancierd

werd door de Zeeuwen en de Hollanders

samen, maar de Zeeuwen dit maal van de

financiering afzagen, vertrokken op 10 mei

1596 twee kleinere Amsterdamse schepen

met Willem Barentsz aan de leiding. Het

wetenschappelijke deel van de expeditie

viel onder Barentsz’ verantwoordelijkheid,

de overige zaken aan boord werden

aangestuurd door Jacob van Heemskerck

en Jan Cornelisz Rijp. Ondanks deze heldere

taakverdeling en verantwoordelijkheden

ontstond er al snel een conflict tussen

Barentsz en Rijp over de te bevaren koers

van de vloot.

Na bijna een maand te hebben gevaren

passeerden de schepen de eerste kleine

ijsschotsen. Echter, het bereiken van Nova

Zembla had nogal wat voeten in de aarde.

Ten eerste meerden de schepen af bij een

eiland vol meeuwennesten, omsloten door

steile kusten. Na een gevecht met een

uit de kluiten gewassen ijsbeer koos de

bemanning weer voor het ruime sop. Het

eiland lieten ze achter zich en noemden

het Bereneiland (tussen Noorwegen en het

huidige Spitsbergen). Met de kennis van nu

weten we dat de ijsbeer eigenlijk niet eens

een permanente bewoner van dit eiland

is, maar vaak de oversteek maakt vanaf

de eilanden die dichter bij Spitsbergen

liggen. Vervolgens bereikte de expeditie

opnieuw land. De bemanning dacht eerst

te zijn afgemeerd aan de Groenlandse

kust, maar het ‘Nieuwe Land’ bleek een

grote eilandengroep te zijn en werd na

de expeditie Spitsbergen genoemd. Later

zou dit een strategische uitvalsbasis

blijken voor de Nederlandse walvisvaart

van de zeventiende eeuw. De oplopende

onenigheid tussen Barentsz en Rijp over

waar open zee was en waar het ijs een gevaar

kon vormen, leidde tot een opsplitsing van

de expeditie; Rijp ging met zijn schip in

noordwestelijke richting, Barentsz en Van

Heemskerck zetten de koers juist uit in

noordoostelijke richting.

Het was midden juli toen het schip van

Willem Barentsz Nova Zembla bereikte.

Vanaf dat moment voer het schip langs de

kust in noordelijke richting met de hoop

op open zee voorbij het noordelijkste punt

van Nova Zembla, precies zoals Plancius

thuis in Amsterdam had voorspeld. Helaas

stuitten Barentsz en zijn bemanning

opnieuw op steeds beklemmender

wordende ijsschotsen. Uiteindelijk was er

geen weg meer vooruit, maar ook geen weg

meer terug. Gestrand in een baai, IJshaven

genaamd, zag de bemanning hoe het schip

door het oprukkende ijs omhoog geduwd

werd. Langzaam maar zeker realiseerden

de zeemannen zich dat ze midden op

Nova Zembla moesten overwinteren.

Gelukkig vonden ze niet ver van de baai

een stroompje met zoetwater. In de baai

lagen her en der aangespoelde stukken

drijfhout en boomstammen. Ze begonnen

aan de bouw van een onderkomen, maar

de dagen werden korter en de poolnacht

lag op de loer. Ondanks het overlijden

van de scheepstimmerman tijdens de

bouw werd het skelet van het huis begin

oktober voltooid. Er was meer hout nodig

en daarom moest het schip eraan geloven.

Ook werd vanuit het schip het onderkomen

bevoorraad met het resterende proviand.

Het gebouw kreeg de naam ‘’t Behouden

Huys’.

‘t behouden huys

De poolnacht deed z’n intrede en het werd

overdag niet meer licht. Dit maakte het snel

een stuk kouder. De hongerige ijsberen

bleven door de winterslaap ook weg, maar de

bemanning jaagde nog wel op poolvossen.

Door het verse vlees sterkten de verzwakte

mannen aan en van de pels werden mutsen

gemaakt. Toch stierf één van de mannen

vanwege de ijzige kou. Halverwege januari

namen Barentsz en zijn mannen weer

schemer waar en langzamerhand kwam

de zon weer tevoorschijn. Een nadeel was

echter dat de ijsberen ook ontwaakten en

het Behouden Huys zo nu en dan aanvielen.

Gedurende het voorjaar probeerde de

bemanning IJshaven te verlaten. Van het

overgebleven hout werden open roeiboten

getimmerd en deze moesten eerst een heel

eind over het ijs gesleept worden. Deze

zware klus werd ook nog eens bemoeilijkt

door nieuwsgierige ijsberen. Midden

juni 1597 verlieten de mannen eindelijk

roeiend Nova Zembla. Willem Barentsz zelf

stierf al na een kleine week op zee, net

de dood van willem barentsz - c.j.l. portman

13.

als twee anderen van de bemanning. De

overgebleven mannen roeiden nog twee

maanden via de westkust van Nova Zembla

en kwamen aan in Kola, in het noordelijke

Russische vasteland. Hier ontmoetten ze

Cornelisz de Rijp. Met zijn schip kwamen ze

wonder boven wonder op 29 oktober 1597

weer aan in de Nederlanden.

Door de expedities van Willem Barentsz

werd er geen noordelijke zeevaartroute

gevonden. Wel werd een groot deel van het

poolgebied en de kusten van Spitsbergen

en Nova Zembla in kaart gebracht. Ook

waren hij en z’n bemanning de eerste

Europeanen ooit die in het poolgebied

hebben overwinterd.

Aan boord van de laatste expeditie van

Willem Barentsz was ook schrijver Gerrit

de Veer. Hij behorende tot de twaalf

overlevenden die heelhuids de Nederlanden

weer bereikten. Zijn taak was om alles wat

er op het schip werd gedaan, afgesproken

en beleefd op te schrijven. Zijn reisverslag

lag halverwege 1598 in de boekhandel

met de titel ‘Waerachtighe beschryvinghe

van drie seylagien ter werelt noyt soo

vreemt ghehoort’. Het werd Nederlands

eerste bestseller. Het boek werd in 2012

herdrukt. In 2011 werd de laatste expeditie

van Willem Barentsz verfilmd. Deze gaat de

boeken in als Nederlands eerste 3D-film.

Een nalatenschap waar Willem Barentsz

waarschijnlijk niet van heeft durven

dromen tijdens de ontberingen in de koude

poolnacht op Nova Zembla. g

g


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

thema-artikel

Het is moeilijk voor te stellen dat er mensen

wonen in barre omstandigheden van sneeuw

en ijs. Toch hebben 6000 jaar geleden

de eerste Inuitculturen (Eskimo’s) zich in

Alaska gevestigd, waarna de stammen zich

verspreidde naar Groenland en het noorden

van Canada. Oorspronkelijk komt het volk

uit Azië. De Inuits zijn vanuit het oosten

van Siberië de Beringstraat overgestoken

toen deze bevroren was. Ze hebben zich

aangepast aan de barre omstandigheden

van het hoge noorden en op die manier een

bijzondere cultuur ontwikkeld. In de loop

der tijd zijn de leefomstandigheden voor de

Inuits erg veranderd en de integratie in de

moderne wereld zou een bedreiging kunnen

vormen voor het voortbestaan van hun

cultuur. Hoe leven de Inuits nu? En weten ze

hun cultuur ondanks deze veranderingen in

stand te houden?

De Canadese Inuits leven hoofdzakelijk in

Inuvialuit, Nunavut, Nunavik (een regio in

het noorden van Quebeq) en in Nunatsiavut

(een regio in Labrador). De leefgebieden

van de Inuits bevinden zich dus grotendeels

binnen de poolcirkel.

In Canada leven Inuits in verschillende

groepen en leefomgevingen, waardoor

er niet echt één homogene cultuur is in

Noord-Amerika. Er zijn daardoor veel

verschillende talen. Ook zijn er veel plekken

met Inuitnamen. Vaak worden deze plekken

gezien als niemandsland in onze ogen,

omdat er ‘niks’ is, maar voor de Inuits zijn

deze plekken erg belangrijk, omdat ze een

verhaal hebben. De Inuitcultuur is van

oudsher overgedragen door het vertellen

van verhalen en legendes. In deze verhalen

spelen plekken altijd een belangrijke rol.

Doordat Inuits leefden als nomaden/jagers

eva bouw

&

wietske wilts

Inuitgemeenschappen in Noord-Amerika

verzamelaars, hebben ze een bijzondere

relatie met hun omgeving. Ze emigreerden

mee met de dieren, om zichzelf van voedsel

te kunnen voorzien. Daarnaast wordt land

niet gezien als een bezitting (wat bij ons

wel het geval is), juist doordat ze geen vaste

woonplek hadden. Ze zien het land meer als

verstrekker van voedsel. Wel was er onder

de verschillende gemeenschappen bekend

welk gebied tot bepaalde groeperingen

behoorde. Doordat plekken zo belangrijk

zijn voor Inuits, identificeren ze zich ook met

de plek waar ze vandaan komen; als ze zich

voorstellen noemen ze altijd de plek van

herkomst. Verder kunnen Inuits gemakkelijk

hun weg vinden in het Arctisch gebied.

Een voorbeeld hiervan is het oriënteren

door middel van opgestapelde stenen, de

zogenaamde ‘inuksuk’. Deze markeringen

geven aan waar bijvoorbeeld een

jachtgebied is, hoe reizigers de weg kunnen

vinden, ze kunnen een waarschuwing zijn

voor gevaarlijke plekken of ze markeren

juist een plek die ze respecteren. De manier

waarop de stenen zijn opgestapeld geven

de betekenis weer en de ‘armen’ of ‘ benen’

geven de richting aan waar reizigers naar

toe kunnen gaan.

Inuits behandelden mensen, dieren en

planten allemaal met evenveel respect. Nog

steeds is het erg van belang dat er voorzichtig

omgegaan wordt met de grondstoffen die

het land en de zee verstrekken. Er wordt

bijvoorbeeld niet gejaagd voor het plezier

en in Nunatsiavut is het verboden om in het

paarseizoen op dieren te jagen. Verder is het

gebruikelijk dat het eten gedeeld wordt met

de gemeenschap en om elk deel van een

dier te gebruiken, voor bijvoorbeeld eten,

kleding en zelfs speelgoed. Ook is er vaak

een hele andere belevenis van tijd. Voor

14.

de Inuit is tijd circulair en wordt er vooral

gekeken naar de standen van de zon en de

maan. Ze zijn in de winter ook minder actief

dan in de zomer. Daarnaast hebben de Inuits

in Ammitturmiut (Nunavut) een ‘kalender’

met acht seizoenen in plaats van de vier

seizoenen die wij kennen. Deze kalender is

gebaseerd op het nomadenleven en geeft

bijvoorbeeld aan wanneer het ijs bevroren

is en de Inuits het ijs op kunnen.

Inuits hebben duizenden jaren op

deze manier geleefd, totdat Europese

ontdekkingsreizigers, walvisjagers,

handelaren en andere culturen naar

Canada kwamen. Tegenwoordig leven de

gemeenschappen wel in dorpen. In Canada

zijn er 55.700 Inuits die in 53 dorpen leven.

Je zou het misschien niet verwachten, maar

de Inuitgemeenschappen zijn in de loop

der jaren erg gegroeid. Dit komt vooral door

de betere gezondheidszorg en scholing.

Ondanks dat de leefomstandigheden erg

zijn veranderd, hebben de Inuits nog steeds

een eigen taal, religie, kennis en cultuur.

Ruimtelijke oriëntatie bij de Inuits

Inuits wonen in uitgestrekte toendravlaktes, die er voor een

buitenstaander erg monotoon uitzien. Het landschap verandert

continu door bewegend zee-ijs. Toch kunnen de Inuitjagers

zich er perfect oriënteren, zonder kaarten of andere navigatieinstrumenten.

Hoe doen zij dat, in een landschap waar plekken voor

een buitenstaander nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn?

Inuits oriënteren zich op andere manieren dan wij. Oorspronkelijk

maakten zij geen gebruik van kaarten of andere navigatieinstrumenten,

maar oriënteerden zij zich direct via de zintuigen.

Inuits oriënteren zich voornamelijk via de wind. Ze identificeren

vier verschillende soorten winden, die hen de weg wijzen: Uangnaq

(WNW), Kanangnaq (NNO), Nigiq (OZO) en Akinnaq (ZZW). Die winden

vormen bepaalde vormen in de sneeuw, waardoor Inuits zich kunnen

oriënteren in het landschap. Voor de Inuits is storm bijvoorbeeld

Ze leven bijvoorbeeld nog steeds van het

jagen, ook al is dit in veel gevallen niet

nodig. Veel ouderen zijn wel bang dat de

cultuur en de kennis van de verschillende

plekken verloren gaat, omdat de jongeren

minder in contact zijn met het landschap en

zo de verhalen niet overgedragen worden.

Desondanks is het nog wel gebruikelijk dat

de jongeren ook leren jagen en periodes

doorbrengen buiten het dorp. Dit gebeurt

vaak in de zomer, wanneer de hele familie

erop uit trekt.

Binnen de Inuitgemeenschappen zijn

helaas veel problemen: doordat ze in

dorpen moesten leven (grotendeels

gedwongen door de Canadese overheid)

en steeds meer in de moderne economie

geïntegreerd raakten, veranderde de manier

van leven voor de Inuits drastisch. Er zijn

daarnaast weinig goed betaalde banen

voor deze mensen, waardoor veel van hen

een uitkering krijgen. Een ander groot

probleem binnen de Inuitcultuur is het

hoge zelfmoordaantal onder jonge mensen.

Jongeren die in een Inuitregio wonen lopen

30 keer meer het risico om zelfmoord te

plegen dan jongeren in de rest van Canada.

Het zelfmoordaantal onder Inuits is daarmee

het hoogste in heel Noord-Amerika. Ook

is het leven in deze gemeenschappen

vaak heel geïsoleerd, waardoor er erg veel

sociale controle is. Voor veel jongeren is er

nauwelijks goed onderwijs. Vooral studeren

is lastig, omdat ze dan moeten verhuizen.

Een ander fenomeen dat een bedreiging

vormt voor de Inuitgemeenschappen, is het

steeds verder smelten van het ijs, dankzij

- de misschien iets te vaak genoemde

- ‘klimaatverandering’. Het ijs wordt

namelijk gebruikt als bouwgrond, weg en

jachtveld. Vooral het jagen wordt door het

veranderende klimaat bemoeilijkt, omdat

het de jachtperiode verkort en het jagen

op het ijs gevaarlijker wordt. Ondanks deze

problemen, kan de komst van bijvoorbeeld

andere vis- en vogelsoorten ook een

voordeel zijn. Daarnaast blijven veel Inuits

toch in het gebied wonen, vooral vanwege

hun familie.

Het is lastig om te voorspellen of de

Inuitcultuur lang stand kan houden. Er

wordt namelijk al heel lang gedacht dat

de Inuitcultuur op het punt van uitsterven

staat. Het kan voor de Inuits lastig zijn om

hun cultuur te behouden, omdat ze niet

meer op dezelfde manier kunnen leven als

15.

een ideale weersomstandigheid. Een zwakke wind bemoeilijkt de

navigatie. Als er weinig wind is, zit er voor Inuitjagers soms niets

anders op dan de tocht te staken en weer verder te gaan als de wind

weer opsteekt.

Plaatsen worden beschreven als vergezichten. Voor Inuits is kennis

van de horizon dus essentieel om hun plek te bepalen in het

landschap en te reizen. Plaatsen worden ook niet als entiteiten op

zich herinnerd, maar in termen van relaties. Voor de Inuits is het

daarom een belangrijke taak om een diepgaande betrokkenheid met

het landschap te ontwikkelen. Voor deze diepgaande betrokkenheid

is alleen kennis van het landschap niet genoeg. Slechts via een directe

relatie met de omgeving, een emotionele binding en herinneringen

aan bepaalde plaatsen kan deze diepgaande betrokkenheid

ontstaan. Plaatsen worden bijvoorbeeld onthouden aan de hand van

herinneringen.

vroeger. Toch hebben ze zich al duizenden

jaren weten aan te passen aan veranderende

omstandigheden. Dus, waarom zouden

ze dat nu dan niet kunnen? Ondanks de

veranderende leefomstandigheden voelen

veel Inuits zich nog steeds erg verbonden

met hun omgeving. Dit belangrijk voor

het behoud van hun cultuur, omdat

dit ook de essentie is van hun cultuur.

Daarnaast hechten ze veel waarde aan de

aanwezigheid van familie. Doordat hier

veel waarde aan wordt gehecht en het feit

dat ze zich hebben weten aan te passen

aan de moderne omstandigheden, is de

Inuitcultuur grotendeels in tact gebleven.

Hopelijk blijft dit zo. g

/// meer weten? https://www.itk.ca,

A place called Nunavut, multiple identities

for a new region - Proefschrift door Kim van

Dam


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

raad de plaat

Raad de Plaat

16.

Waar is deze foto genomen?

Dit bouwwerk ligt op een ijslaag van bijna 3000 meter dik

en de gemiddelde temperatuur is hier -49 °c. Weet je wat

dit is? Mail je antwoord naar info@girugten.nl en maak

kans op een prachtige prijs!

Oplossing vorige keer: zie redactioneel (p.2)

Winnaar: Jorren Westra

g

17.


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

thema-artikel

Bij de kerstman thuis

De link tussen het thema Poolcirkel en de

Kerstman is snel gelegd. Misschien heb je

vroeger wel eens een brief geschreven aan

de Kerstman, per adres ‘Rendierenstraat,

Noordpool’. Maar is deze link wel zo logisch?

Komt de Kerstman wel van de Noordpool?

Met de kerstgedachte nog in het achterhoofd

onderzoek ik op een koude januari-avond

de historie van deze geliefde rode, bolle

pakjesbezorger.

Tijdens mijn digitale zoektocht naar de

woonplaats van de Kerstman stuit ik al snel

op het eerste probleem: welke Kerstman

is de echte? Vele culturen kennen ieder

hun eigen kerstrituelen en legendes. Zo

beweren de Amerikaanse vertellingen

dat de Kerstman op de Noordpool woont,

terwijl in Europa de plaats Rovaniemi in Fins

Lapland vaak wordt aangedragen. De Denen

beweren dat Julemanden (de Kerstman)

nabij Uummannaq in Groenland woont,

terwijl de woonplaats van ‘Grootvader Vorst’

(Ded Moroz) volgens de Russen in de bossen

bij Veliki Oestjoeg ligt. Volgens Bulgaarse

traditie woont Grootvader Vorst diep in het

bos samen met Snezhanka, een ijsprinses

die ondanks de commerciële hedendaagse

vertoning nog altijd het knappe hulpje van

de Kerstman is en hem vergezelt tijdens

publieke vertoningen. Dit wijkt af van de

westerse opvatting waarbij de Kerstman

elfjes heeft die onzichtbaar druk werken.

Anders dan bij Sinterklaas is over de

woonplaats van de Kerstman meer bekend.

Sinterklaas woont ergens in Spanje maar

niemand heeft ooit zijn kasteel of pietenhuis

gezien. In veel gevallen is van de Kerstman

bekend dat hij diep in het donkere bos

woont, in een geheimzinnig klein huisje

met een werkplaats en ruimte voor zijn

arrenslee. Maar het kan ook anders. In de

Amerikaanse staat Indiana kent de Kerstman

geen geheimen; er is zelfs een dorp naar hem

vernoemd. Het dorp Santa Claus, gelegen

aan Christmas Lake, telt 2.400 inwoners die

allen wonen in straten als North Pole Lane,

Jingle Bell Lane en Mistletoe Drive. De naam

van het dorp werd op kerstavond 1881 door

een kind bedacht, dat een vergadering over

de nieuwe dorpsnaam verstoorde omdat

het de Kerstman zag lopen. De Amerikaanse

Kerstman ontvangt zijn post grotendeels in

het kleine postkantoortje van Santa Claus.

De kleine gemeenschap van Santa Claus

is actief betrokken bij haar bijzondere

saskia zwiers

dorpsgeschiedenis en helpt vrijwillig om

brieven van kinderen te beantwoorden.

In Europa is de stad Rovaniemi, de hoofdstad

van Lapland, het meest bekend als woonplaats

van de Kerstman. Net boven de

poolcirkel, 8 kilometer buiten de stad,

bevindt zich ‘The Santa Claus Village’. Het

park is volledig opgebouwd in kerstsferen

en iedere dag klinken er kerstliedjes in de

verschillende winkeltjes. Op dit park is de

Kerstman iedere dag van het jaar te vinden

in zijn kantoortje, zelfs in de zomer staan

er rijen voor zijn deur. Het gehele jaar door

stromen brieven binnen van kinderen die om

Lego of een Xbox vragen. In totaal ontving de

Kerstman in Finland al 13 miljoen brieven uit

197 verschillende landen. Er worden brieven

tentoongesteld en enveloppen met het

adres van de Kerstman erop geschreven. De

adressen variëren enorm maar desondanks

ontvangt iedere brief een persoonlijk

antwoord van de Kerstman. Hoewel de

exacte woonplaats van de echte Kerstman

altijd een raadsel zal blijven, zijn de

postbodes erg goed op de hoogte. Een brief

met de adressering ‘Kerstman, Poolcirkel,

Finland’ ontvangt altijd een antwoord.

18.

Naast deze twee voorbeelden zijn er nog

talloze andere locaties waar de Kerstman

te vinden is. In Lapland is het een erg

populaire toeristische attractie om met een

rendierenslee door de sneeuw te reizen. Met

dit bijzondere vervoersmiddel reis je naar

een klein hutje diep in het bos, alwaar je bij

rond een kampvuur warme chocolademelk

kunt drinken. Als je geluk hebt mag je bij de

Kerstman op schoot zitten en vertellen dat

je braaf geweest bent. Op deze manier wordt

er ingegaan op de ‘kerstervaring’ en het

sprookje dat rond de Kerstman gecreëerd is

de afgelopen decennia. De naaldbomen, de

rendieren, een dikke man met baard in een

rood pak hebben in werkelijkheid weinig

met elkaar te maken. We weten allemaal

dat de Coca-Cola Company de Kerstman

rood kleedde, dat rendieren niet kunnen

vliegen en Rudolf geen rode neus heeft.

Bovendien stamt onze kerstboom af van een

heidense midwinterviering dat niets met

het christelijke kerstfeest te maken heeft.

Toch vallen deze onderdelen gemakkelijk

samen te voegen in Lapland en creëren zij

gezamenlijk een sprookjesachtige omgeving

waar je gemakkelijk bij weg kan dromen.

girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

masterthesis

“Alsof je omarmd wordt door alles om je heen’’

een cultureelgeografisch onderzoek naar de beleving van de natuurlijke tuin

“… cultural geographers have found their

way (back) to the material in very different

ways that variously resonate with what

I take to be amongst the most enduring

of geographical concerns – the vital

connections between the geo (earth) and

the bio (life)” – Sarah Whatmore*

Mensen maken zichzelf een thuis op de

wereld. In dit zogeheten ‘home-makingproces’

maken mensen zich een aangename

plek in huis, maar ook in de tuin, die in mijn

afstudeeronderzoek en in dit artikel centraal

staat. Een thuis wordt (in de westerse

wereld) opgevat als een plek die voor en

door mensen gemaakt wordt, als een plek

waar (wilde) natuur buitengesloten wordt.

Vanuit dit traditionele perspectief wordt de

tuin dan ook opgevat als een reflectie van

de cultuur van de tuinier, met natuur (dieren

en planten) als passieve objecten. Als echter

vanuit het dwelling-perspectief gekeken

wordt, maken mensen zich een thuis op een

plek samen met al het andere op die plek, dus

ook samen met de aanwezige natuur. Omdat

‘thuis’ en ‘natuur’ traditioneel als gescheiden

worden gezien, is het interessant om te

kijken hoe mensen het contact met natuur

in hun tuin ervaren. Bovendien is de tuin

een plek die mensen (menselijke actoren)

naar hun eigen smaak in willen richten. Maar

tegelijk oefenen er ook planten en dieren

(niet-menselijke actoren) invloed uit in de

tuin… De vraag is welke rol de interactie met

deze niet-menselijke actoren in de beleving

van de tuin speelt, en wat dit betekent voor

het home-making-proces van de tuinier.

Wat is een tuin?

Het woord ‘tuin’ is verwant aan het Engelse

woord ‘town’, dat omheinen betekent.

Dit suggereert dat de tuin iets is dat

omheind wordt, een afscheiding vormt

van de omgeving. Ook Van Dale spreekt

van een ‘omheind of afgeperkt stuk

grond, behorende bij een huis en daaraan

sluitende, of het omgevende, waar bloemen

gekweekt of groenten enz. geteeld worden’.

In deze definities staat de activiteit van de

mens centraal. Alsof de tuin een blank doek

is waarop de tuinier de planten van zijn

keuze kan telen. Toch weet iedereen die

wel eens in de tuin bezig is dat planten en

wietske wilts

dieren niet altijd doen wat de mens wil. Zij

oefenen hun eigen invloed uit. Sinds een

aantal jaar wordt de tuin dan ook breder

opgevat: als een hybride netwerk waarin

mensen, planten en dieren samenleven. En

zo beleven mensen hun tuin ook.

Thuis

Als mensen over hun thuis vertellen, komt

ook vaak hun tuin ter sprake. De tuin speelt

dus een belangrijke rol in hoe mensen zich

thuis voelen op hun woonplek. ‘Home’

wordt geassocieerd met een gevoel van

veiligheid, zekerheid, vrijheid en controle.

Door middel van home-making-praktijken

maken mensen zich een aangename plek.

Via heel gewone dagelijkse routines, zoals

koken, afwassen, theedrinken, ontstaat een

thuisgevoel, een gevoel van vertrouwdheid

met de omgeving. Home-making-praktijken

vinden ook in de tuin plaats: ook dat wordt

voor mensen een vertrouwde plek. De

tuin is onder andere belangrijk voor het

thuisgevoel vanwege de privacy die in

de tuin wordt ervaren en de betoverende

ervaringen die de tuin biedt.

Dwelling

Als vanuit het dwelling-perspectief naar het

thuisgevoel wordt gekeken, wordt duidelijk

hoe mensen zich een thuis maken samen

met al het andere op de plek. Het dwellingperspectief

ziet de relatie tussen mensen

19.

foto 1

vrijheid

en hun omgeving als een relatie waarin

mensen in wat ze bouwen, hoe ze leven

en denken gevormd worden door hun

essentiële inbedding in de wereld. Dwelling

is de vertaling van Dasein, een begrip van de

Duitse filosoof Martin Heidegger. Dwelling

betekent dus simpelweg ‘er zijn’. En ‘er

zijn’ betekent samenzijn met al het andere

dat ‘er is’. Een thuis is dus niet enkel een

afscheiding, maar er is altijd contact met al

het andere dat aanwezig is.

Multizintuiglijke, belichaamde ervaring

Mensen staan in de tuin voortdurend in

contact met (niet-menselijke) natuur. Dit

contact gebeurt op een multizintuiglijk,

belichaamde manier. Multizintuiglijk

betekent dat mensen via alle zintuigen

contact maken met de planten en dieren

in hun tuin: ze zien de bloemen bloeien,

ze horen de vogels zingen, ze ruiken de

geur van rozen, ze proeven de groenten

en kruiden uit de moestuin en voelen

boomblaadjes, de aarde en de wind.

Zoals het citaat boven dit artikel laat zien,

wordt het contact met al het andere in de

tuin op een materiële manier ervaren:

via het lichaam. Door in de tuin te zijn,

pikken de zintuigen allerlei prikkels op. De

aanwezigheid van deze prikkels (geluiden,

geuren) benadrukken het zijn-in-de-tuin. Zo

raken mensen op een hele directe manier,

via de zintuigen, verbonden met hun tuin


Actor-netwerktheorie

Door via actor-netwerktheorie naar de tuin

te kijken, is de tuin niet alleen maar een plek

van de mensen, maar ook van de aanwezige

dieren en planten. Actor-netwerktheorie is

een benadering die fenomenen bestudeert

in termen van hun interacties met andere

actoren en met een groter geheel. In de

tuin interacteren de menselijke actoren

met de niet-menselijke actoren en in deze

interactie wordt het netwerk ‘tuin’ gevormd.

Op deze manier ontstaat ook het besef dat

mensen ingebed zijn in een groter geheel.

Hun thuis wordt dus niet alleen door henzelf

gevormd, maar ook door niet-menselijke

actoren. En dit besef kan ervoor zorgen dat

mensen respectvol omgaan met de natuur

in hun omgeving (en op de aarde, want: waar

houdt je omgeving op?).

Methoden

Voor dit onderzoek heb ik de tuinbeleving

van negen mensen met een natuurlijke

tuin in de provincie Groningen

onderzocht. Er zijn drie verschillende

onderzoekmethoden gebruikt: ten eerste

hebben de respondenten zelf foto’s

gemaakt van belangrijke dingen in hun

tuin, ten tweede hebben de respondenten

mij een rondleiding gegeven door hun tuin

en ten derde heb ik de respondenten over

hun tuinbeleving laten vertellen tijdens

een diepte-interview. Tijdens dit diepteinterview

heb ik de respondenten ook over

de gemaakte foto’s laten vertellen. Op deze

manier heb ik een goed beeld gekregen

van de tuinbeleving van de respondenten.

De foto’s zijn hierin heel waardevol, omdat

hierop te zien is wat voor de respondenten

belangrijk is.

Thuis in de tuin

Uit dit onderzoek blijkt dat de tuin een

belangrijke bijdrage levert aan het thuisgevoel

van de respondenten. Zo vertelt Bodhi:

“Ik merk ook dat ik veel minder de behoefte

heb aan vakantie enzo. Ik hoef niet meer

zo weg. Ik zeg ook altijd tegen anderen: ik

kampeer het hele jaar. En zo voelt het ook. Het

is een vrijheid die ik van kamperen en reizen

en dat soort dingen ken. Ik ga wel eens weg,

maar ik merk dat die behoefte steeds meer

afneemt. Dus ik voel me hier echt thuis.”

Uit dit citaat blijkt dat Bodhi sterk geworteld

is op haar thuisplek. Zij woont in een

woonwagen en heeft een grote tuin waarin

zij dagelijks rondscharrelt en geniet (zie

foto 1). Haar tuin maakt het voor haar

foto 2

groentetuin

mogelijk om in alle vrijheid rond te reizen

in haar eigen tuin. In dit reizen ontmoet en

vormt zij continu haar eigen woonomgeving

samen met de aanwezige natuur. Door deze

routines wordt de plek haar vertrouwd en

raakt zij geworteld op deze plek.

Verbondenheid met al het andere

Het zijn-in-de-tuin is een bijzonder rijke

belevenis, waarbij alle zintuigen geprikkeld

worden. Zien, horen en ruiken gebeuren

vanzelf, maar voor proeven moet je zelf

kiezen. Franziska, bijvoorbeeld, raakt via het

smaakzintuig verbonden met haar tuin en

met de aarde. Zij zegt:

“Als je wil eten, ga je gewoon naar buiten en

je kijkt wat er is. Je neemt een courgette mee

en een paar peultjes. Dan neem je een beetje

kruiden mee wat er net goed bij staat.”

Uit dit citaat blijkt ook dat de tuin een

heel concrete bijdrage levert aan het

thuisgevoel. In de dagelijks routine van het

eten en koken levert de tuin een essentiële

bijdrage. Hierin wordt ook duidelijk dat

niet alleen de tuinier kiest hoe zij de tuin

foto 3

houtduif

20.

gebruikt, maar dat zij zich ook laat leiden

door hoe de planten er bij staan. In wat ze

eet, laat ze zich leiden door wat de tuin voor

haar in de aanbieding heeft. Door voedsel

uit eigen tuin te eten (zie foto 2), raakt de

tuinier op een intieme manier verweven met

de plek. Proeven brengt de tuinier in een

vitale verbinding met de aarde en het leven.

Voelen kan betekenen dat de planten en

dieren in de tuin aangeraakt worden, maar

sommige tuiniers kunnen ook voelen hoe

het is om omringd te worden door planten.

Zo vertelt Jan over zijn tuinbeleving:

“Het geeft iets. Niet alleen rust, maar planten

geven je wat. Ze omhullen je ook. Je voelt het

gewoon, als je ergens loopt. Alsof je omarmd

wordt door alles om je heen. Dat heb ik nu

ook, waar we nu zitten. Dat voel je. Maar wat

het precies is, zou ik niet uit kunnen leggen.”

In het omarmd worden door alles om hem

heen, bevestigt hij niet alleen dat de natuur

‘in here’ is, maar ook dat hij zelf fysiek is

ingebed ín de natuur.

Interactie met niet-menselijke actoren

In de tuin interacteren mensen continu

met de niet-menselijke actoren. In deze

interactie krijgt de tuin vorm. In de beleving

van de tuin spelen deze niet-menselijke

actoren een grote rol. Dit blijkt uit het

onderstaande citaat van vogelaar Michiel:

“Dit is de houtduif op haar nest. Die zat in

de vlier bij de achterdeur te broeden en toen

hebben we wel vier weken de achterdeur niet

gebruikt, maar de voordeur, omdat we haar

telkens zo verstoorden op het nest. Die heeft

dus nogal een grote impact gehad, dat we vier

weken de achterdeur niet hebben gebruikt.”

De houtduif (zie foto 3) oefent enorm

veel invloed uit op hoe de tuinier zijn

tuin beleeft en gebruikt. Deze houtduif

‘verstoort’ de dagelijkse gang van Michiel

om via de achterdeur naar binnen te gaan.

Hieruit wordt ook weer duidelijk hoe de

niet-menselijke actoren een rol spelen in

het menselijke home-making-proces. In de

interactie met de duif laat de tuinier zich

leiden door de wensen van de duif. Hiermee

wordt de tuin een dynamisch netwerk waarin

mensen en duiven met elkaar interacteren.

Een ethische houding tegenover natuur

“Het klinkt eigenlijk heel menselijk, ik wil alles

(de planten en dieren in de tuin, red. WW) tot

z’n recht laten komen, zoals je zou willen dat

ook ieder mens tot z’n recht komt.”

Met dit citaat maakt Greetje duidelijk hoe

haar tuin een plek is waar het voor planten

en dieren goed toeven is. Het is duidelijk dat

zij een ethische houding inneemt tegenover

de natuur in haar tuin en daarbuiten. Door

bijvoorbeeld bessenstruiken te planten,

hebben vogels goed te eten (en mensen

ook!). Henks ethische houding tegenover

dieren in zijn omgeving wordt duidelijk in

het volgende citaat:

“Je hebt een verbinding tussen het ene

stukje natuur en het andere stukje natuur.

Ik beschouw dit als een doorgangshuis voor

dieren. Jij bent onderdeel van die wereld en ik

vind dat je je zo moet gedragen. Maar wij zijn

de enige. De buren zetten een schutting, dat

betekent: hier niet verder, egel.”

Henk beseft duidelijk dat hij ingebed is in de

natuur die hem omringt. En daar gedraagt

hij zich ook naar. Hij richt daartoe zijn tuin in

als een doorgangshuis voor dieren. Met oud

hout en waterpartijen voor vogels, egels en

andere dieren, en bloeiende bloemen voor

vlinders en bijen zorgt hij voor een fijne

verblijfplaats voor dieren. Zodoende treft

hij in zijn tuin veel vogels, egels, vlinders,

bijen en andere dieren aan. En dat maakt dat

hij zich thuis voelt op zijn woonplek.

Slot

Dit onderzoek laat zien dat de interactie met

niet-menselijke actoren op een dagelijkse

basis een grote rol speelt in de beleving

van de tuin, omdat tuiniers gefascineerd

zijn door de groeikracht van planten (zie

foto 4) en de schoonheid van dieren, óók

als deze iets anders doen dan wat de tuinier

foto 4

opkomende varens

21.

wil. Dit is interessant, omdat in zijn/haar

home-making-proces, de tuinier dus iets

in zijn thuissfeer tegenkomt wat níet zijn

bedoelingen reflecteert, maar een eigen

leven leidt. Uit dit onderzoek blijkt dat

juist de ontmoeting met de niet-menselijke

ander en het in contact staan met al het

andere op de plek maakt dat de tuinier een

positief thuisgevoel ontwikkelt op zijn/haar

woonplek. De niet-menselijke natuur biedt

de tuinier iets wat hij/zij zelf niet heeft: de

natuur geeft hem/haar rust en betovert.

Dit betekent dat het home-making-proces

van de mens moet worden gezien als een

proces dat continu gevormd wordt door de

niet-menselijke natuur, en dat een thuis iets

is dat continu gevormd wordt door de nietmenselijke

natuur.

In het citaat aan het begin van dit artikel

constateert Sarah Whatmore dat cultureelgeografen

zijn teruggekeerd naar het

bestuderen van het materiële en dat zij

zich hierin bezighouden met de verbinding

tussen aarde en leven. Uit dit onderzoek

blijkt dat het bestuderen van de verbinding

tussen de aarde en het leven van mensen,

dieren en planten op een materiële manier

bijzonder rijke en intieme informatie

oplevert over hoe mensen deze verbinding

ervaren in de tuin: “alsof je omarmd wordt

door alles om je heen”…

Bronnen

- Blunt, A. (2005) Cultural geography:

cultural geographies of home, in: Progress in

Human Geography, 29, vol. 4, pp. 505-515

- Cloke, P. & O. Jones (2003) Grounding

ethical mindfulness for/in Nature: Trees

in Their Places, in: Ethics, Place and

Environment 6, pp. 195-214

- Hitchings, R. (2003) People, plants and

performance: on actor network theory and

the material pleasures of the private garden,

in: Social and Cultural Geography 4, pp. 99-

112

- Power, E.R. (2005) Human-nature relations

in suburban gardens, in: Australian

Geographer 36, no. 1, pp. 39-52

- Whatmore, S. (2006) Materialist returns:

practising cultural geography in and for a

more-than-human world, in: Cultural

Geographies 13, pp. 600-609 *

- Wilts, W. (2012) “Alsof je omarmd

wordt door alles om je heen” – een

cultureelgeografisch onderzoek naar de

beleving van de natuurlijke tuin, Groningen:

RUG, via http://scripties.frw.eldoc.ub.rug.

nl/root/ma/CG/2012/wwilts/


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

geografen aan het werk

Geografen aan het werk

In deze rubriek beschrijft een alumnus van

de FRW recente belangrijke ontwikkelingen

in het werkveld van geografen. Deze

rubriek wordt gemaakt in samenwerking

met de Professor Keuning Vereniging, de

alumnivereniging voor alle afgestudeerden

van de faculteit.

Ik werk als projectmanager voor Multi

Development Ukraine, de Oekraïense tak

van het pan-Europese Multi Corporation

uit Gouda, dat in 15 landen actief is

met het ontwikkelen en beheren van

winkelvastgoed. Dat houdt in dat ik me

bezig houd met het ontwikkelen van

grootschalige winkelcentra in een land dat

dat soort complexen nauwelijks kent. Er

zijn (slechte) winkelcentra, geüpgradede

sovjetwarenhuizen, markten, van alles

eigenlijk, maar nog niet het soort gebouwen

en locaties waar Multi groot en succesvol

mee is geworden. We zijn bezig om dat

in Lviv en in Kharkov (op twee locaties) te

realiseren.

Afgezien van projectmanagement houd ik

me bezig met acquisitie en marktonderzoek,

en dat lijkt regelmatig op pure geografie.

De crisis heeft een aardige deuk in onze

expansiedrift geslagen, maar nog steeds

komt het voor dat ik naar een stad reis om

een locatie te bekijken. Dat is fantastisch

om te doen. Oekraïne is, ondanks het EK,

voor veel mensen nog steeds een blinde

vlek. Weinig mensen weten dat het qua

oppervlak het grootste land is dat geheel

in Europa ligt, dat er 45 miljoen mensen

wonen, dat er 5 miljoenensteden zijn, en

dat een stad als Zaporozje, waar overigens

ook de grootste kerncentrale van Europa

staat (ja, van hetzelfde type als Tsjernobyl,

maar vast veilig), meer inwoners heeft dan

Amsterdam.

Het is mijn taak om zo’n stad in kaart te

brengen. Dat betekent door een stad

lopen, kijken waar gewinkeld wordt, wat

de concurrentie is, waar mensen wonen,

waar de koopkracht geconcentreerd is,

wat de belangrijke transportassen en

knooppunten zijn, en waar gebouwd wordt.

Veel informatie ontbreekt in Oekraïne. Zo

wordt bijvoorbeeld de zwarte economie

op ongeveer 50% van de reële economie

geschat. Dat vraagt om creatieve methoden

om bijvoorbeeld koopkracht te meten:

kijken waar duurdere auto’s staan, waar al

nieuwe kozijnen in de grauwe sovjetflats

zitten, hoeveel schotels er aan de gevel

hangen, enzovoorts. Dat vraagt een open

blik, oog voor detail, en bereidheid om

atlassen en Wikipedia uit te pluizen. Een

betere beschrijving van een geograaf kun je

bijna niet maken!

Daar komt nog bij dat het fascinerend is om

Oekraïne in haar context te zien. Het land

bestaat uit twee delen: een deel dat sterk op

Rusland gericht is en een deel dat op Europa

gericht is (Polen, Slowakije, Hongarije,

Roemenië). En Kiev ligt keurig in het midden.

Er zijn heel veel overeenkomsten met beide

blokken te vinden, maar de verschillen zijn

minstens zo interessant. Geen kwaad woord

over de EU hier, de enorme voorsprong

van Polen op Oekraïne, die in 1989 qua

ontwikkelingsniveau vrijwel afwezig was, is

vrijwel geheel ontstaan door het Europese

ontwikkeltraject van Polen. En ondanks

dat Rusland Oekraïne vaak nog als een

soort provincie beschouwt, een historische

anomalie, is Oekraïne echt een ander land,

met een andere geschiedenis, en inmiddels

een behoorlijk andere economie. Het gebrek

aan natuurlijke grondstoffen (met name olie;

gas is er wel, net als steenkool en ijzererts)

maakt dat Oekraïne gedwongen is te

diversifiëren, door bijvoorbeeld het enorme

landbouwpotentieel beter te benutten.

Arvid Krechting (1983)

Gestudeerd 2001-2007

Bachelor Technische

Planologie

Master Economische

Geografie

Werkzaam voor Multi

Development Ukraine in

Kiev

www.multi.eu

Arvid krechting

22.

Ook in de retailmarkt is dat te zien. Een

stad als Kiev doet in veel opzichten aan

als een Moskou in pocketformaat, maar

qua ontwikkeling volgt het ook netjes de

curves van Warschau en Boedapest. Die

combinatie maakt het zo interessant, nog

afgezien van het hedonisme in Odessa,

dat tot de feesthoofdstad van Europa kan

uitgroeien, Lviv als Europese cultuurstad,

met zijn UNESCO-beschermde binnenstad,

en de industriële grootmachten Kharkov

(machinebouw, atoomindustrie), Donetsk

(mijnbouw, staal) en Dnepropetrovsk

(ruimtevaart, meer staal).

Inmiddels woon ik in meer dan drie jaar

in Kiev. Er is ongelofelijk veel veranderd,

helemaal sinds de eerste keer dat ik

het land bezocht, met de buitenlandse

excursie van Ibn Battuta in 2005. Er is

veel gebouwd, er zijn talloze buitenlandse

merken bijgekomen, de straatnamen en

metrostations zijn inmiddels ook in Latijnse

letters te lezen en het land is meer en

meer westers aan het worden. Dat lokale

politici dat niet begrijpen zal uiteindelijk

hun probleem zijn. Het gaat met vallen en

opstaan, er moet nog steeds waanzinnig

veel gebeuren, maar het gáát wel. Dat ik

in een samenleving kan wonen en werken

waar de verandering zo tastbaar is is een

groot genoegen. Dat ik in de tussentijd

ook nog zoveel met mijn studie doe is een

geweldige bonus. g

g

girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

uit het buitenland

Sky-station

De 26-urige treinreis van Noord naar Zuid-

Zweden geeft mij tijd om na te denken

over de afgelopen vijf maanden als

uitwisselingsstudent in dit lang uitgestrekte

land, met vele verschillende gezichten, dat

bekend is van Pippi Langkous.

20 augustus begon het allemaal, ik stond

vol zenuwen op het vliegveld. Na mijn

kortste vliegreis ooit stond ik opeens met

al mijn bagage in een land waar ik nog

nooit eerder was geweest. Vanaf het begin

voelde het gelijk al vertrouwd: Lund is net

als Groningen een echte studentenstad.

Ook hier is het favoriete vervoermiddel een

mooie felgekleurde fiets.

Al snel merkte ik typische Zweedse

gewoontes op. Een voorbeeld hiervan is fika;

dit is koffie of thee drinken met iets lekkers

erbij. Als student wordt er natuurlijk ook

gedronken in de avonduren. Alcohol boven

de 3,5% is hier alleen verkrijgbaar in de

systembolaget, die beperkte openingstijden

heeft. Dit om het drankgebruik van de

Zweden enigszins onder controle te houden.

Over het algemeen zijn Zweden erg beleefd

en netjes, ze volgen het begrip ‘lagom’.

Dit betekent: niet te veel, niet te weinig,

precies genoeg. Ze zullen nooit snel het

laatste stukje eten, of snel een laatste slok

van hun drinken nemen. ‘S nachts wijken de

studenten met het drankgebruik wel vaak

Titia Leutscher

van dit begrip af. 4 oktober is het dierendag

in Nederland, alle uitwisselingsstudenten

in Lund kijken raar van deze feestdag op.

De Zweden hebben op 4 oktober ook een

feestdag, namelijk kanelbullar-dag. Echte

Zweden vinden dit een overdreven feestdag,

het is meer commercieel gericht. Maar als

uitwisselingsstudent heb ik wel mijn record

kanelbullar op één dag gegeten.

In Lund woon ik in een internationale

corridor, heel dicht bij het station en

het centrum, perfect dus. Als student ga

je uit bij nations, dit zijn een soort van

studentenverenigingen. Ze kennen geen

Groningse sluitingstijden tot de zon weer

opkomt. Het voordeel is dat het eerder

begint en dat je de volgende dag lekker fit

bent om van alles te ondernemen. Maar als

je wel de zon wilt zien opkomen, wees niet

getreurd, afterparty’s, huisparty’s en preparty’s

zijn hier niet onbekend.

De Zweedse taal lijkt veel op het

Nederlands. Zweden spreken echter ook

uitstekend Engels. Al mijn colleges waren

natuurlijk in het Engels. Het onderwijs is

hier erg informeel; je spreekt je docent

altijd met zijn of haar voornaam aan en je

hebt vaak in kleine groepen college en ook

veel discussies.

23.

Vanuit en in Zweden heb ik tripjes

gemaakt naar Oslo, Copenhagen, Malmo,

Gothenborg, Stockholm en Ystad. Daarnaast

heb ik een autotrip naar Helsingborg en een

natuurpark gemaakt. Verder heb ik in het

begin toen het nog zonnig weer was, veel

gewandeld en gekampeerd in de natuur.

Met kerst ben ik naar een cottage in de buurt

van Jönköping gegaan. Oud & Nieuw heb ik

in Kopenhagen gevierd. Als klapper op de

vuurpijl heb ik ook nog een trip boven de

poolcirkel gemaakt; naar Lapland.

Over 15 uur ben ik weer thuis, in Lund.

Ik heb me net een week lang boven de

poolcirkel begeven. De zon is al die

dagen niet opgekomen in Abisko. Wel

was het een paar uur per dag licht met

vaak enorm mooie luchten. Het oneindige

sneeuwlandschap heb ik op verschillende

manieren ontdekt; wandelen, crosscountryskiën,

sleeën, huskysleeën en het bezoeken

van een Saami-tent (de oorspronkelijke

bewoners van Lapland). De plaats Abisko

is 195 kilometer ten noorden van de

poolcirkel, 1343 km van Lund en 1804 km

van Groningen vandaan. Het is één van

de beste plaatsen om de Aurora Borealis

te spotten. Elke dag heb ik dit bijzondere

licht mogen aanschouwen. Één keer ben ik

met de langste skilift in Zweden naar het

skystation gegaan, ingepakt in een heel dik

pak. Onderweg dachten we telkens dat we

er waren, vooral toen we in de verte twee

gestalten op de grond zagen staan. Maar we

waren er nog niet. Een dag later raakten we

in gesprek met vier jongens, ze vertelden dat

twee van hen gisteravond per ongeluk al op

het middelstation waren uitgestapt, wat wel

vaker voorkomt. En iedereen houdt er zijn

eigen manier op na om weer in een karretje

te komen; er is zelfs een keer iemand plat

bovenop twee mensen in een stoeltjes lift

gedoken. Eenmaal boven op de top van de

berg, lijkt het net alsof ik mij op een andere

planeet bevind: ik zie ontelbaar veel sterren

en prachtig groenachtig beweegbaar licht.

Daar gaat een vallende ster, ik doe een wens.

Lapland heeft uitgestrekte en bijzondere

landschappen, en ik ervaar rust en stilte.

Lund is mijn studentenstad in Zweden,

waar ik nog een kleine twee weken ben en

waarvan de afgelopen vijf maanden voorbij

zijn gevlogen.

Vi ses, Titia

g


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

facultaire berichten

In 2012 is de prijs gewonnen door Jeroen Beekmans (UvA). Een

opmerking uit het juryrapport:

“Hij heeft een hoog innovatieve en vooruitkijkende karakter van

zijn methodische aanpak, en ook van de daarmee gepaard gaande

opvatting over “stedelijkheid” en “gentrification”. Hiermee kunnen

echt nieuwe inzichten worden verkregen en zijn methodiek biedt

naar mijn mening ook een aantal zinvolle aanknopingspunten

met het momenteel in de stadsgeografie zeer actuele begrip

van “urban assemblages”, waarin ook fysieke omstandigheden,

technologieën en nieuwe media evenzeer een rol spelen als keuzes

en gedrag van mensen”.

In 2011 is de prijs gewonnen door Marloes van Houten (UvA)

Een opmerking uit het juryrapport:

“Ik heb veel ontzag voor haar veldwerk, de persoonlijke groei die

zij en de zorgvuldigheid waarmee zij te werk is gegaan en daarvan

verslag doet. Het is een prachtige bijdrage aan Conflict Studies,

met belangwekkende bevindingen en nieuwe en gedetailleerde

informatie over een gebied waarover weinig kennis voor handen

was.”

In 2010 is de prijs gewonnen door Michiel van den Bergh (UvA)

met zijn masterthesis over zijn onderzoek naar het dreigende

verdwijnen van een van de meest bijzondere paradijsvogels in

Papua New Guinea. Enkele opmerkingen uit de juryrapporten:

Destructive attraction. Blue Bids-of-paradise and local inhabitants:

an equilibrium?

“Een prachtig, zelfstandig veldwerk in een moeilijke omgeving. Het

verbindt de oude en de nieuwe geografie.”

…geheel in de traditie van de Royal Geographical Society en,

inderdaad, de National Geographic “

“…aangezien het toch een enorme belevenis moet zijn geweest dit

onderzoek te doen“

“Dankzij zijn veldwerk heeft hij belangrijke, nieuwe informatie

boven water gekregen over de kennis en de visie van de lokale

bosbewoners uit verschillende etnische groepen in verschillende

locaties. Ik vind de scriptie ook erg prijswaardig voor de

zorgvuldige ethische reflectie over het eigen handelen en invloed

faculteit

ruimtelijke

wetenschappen

herta machtscriptieprijs 2013

Bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen wordt in 2013 voor de achtste maal de Herta MachtScriptieprijs uitgereikt. De prijs,

een geldbedrag van €1000.- en een aandenken wordt naar verwachting op 1 juli 2013 uitgereikt in Groningen. De deadline voor

het inleveren van scripties is 11 maart 2013.

van het veldwerk, erg anders dan de ontdekkingsreizigers waar zijn

begeleider in de aanbevelingsbrief refereert!”

In 2009 is de prijs gewonnen door Anu Kõu met haar Engelstalige

masterthesis over naar Nederland gemigreerde Esten, “

Perceived consequences of migration on the social networks and

adaptation of long-term migrants, Estonians in Netherlands”.

Kõu is inmiddels PhD-student bij het Population Research

Centre waar ze werkt aan haar onderzoek: “Brain gain: Migrant

biographies of highly skilled South Asians in the Netherlands and

United Kingdom”.

In 2008 won Denise Kroes (Universiteit Utrecht, Internationale

Ontwikkelingsstudies) de prijs met haar scriptie: Community

Based Tourism: A way out of Poverty?

De scriptie werd beoordeeld als “...een geslaagde weerslag

van een zeer gedegen stuk (veld)werk. Het onderzoek is een mooi

voorbeeld van maatschappelijk relevant onderzoek”.

Bermmonumenten : Plekken om bij stil te staan van Vincent

Breen (RUG) was de winnende scriptie in 2007. De jury meende

o.m. dat “...Vincent Breen koos voor een origineel onderwerp, en de

vasthoudendheid waarmee hij heeft geprobeerd zoveel mogelijk

moeilijk vindbare betrokkenen op te sporen en vervolgens mee te

spreken, verdient zeer grote waardering”.

Marieke van der Sloot (UvA) won in 2006 voor de eerste keer

de scriptieprijs met haar scriptie over jonge Tibetanen in India

(I-Eye Tibet. Autovideographies depicting ethno-national

identity in daily lives of young Tibetans in Dharamsala, India).

Zij liet de jonge mensen zelf hun leven filmen en leverde een

omvangrijk boekwerk incl. CD-rom af. De jury merkte o.m.

op dat “...Haar manier van dataverzameling (het geven van een

videorecorder aan Tibetanen met het verzoek om een compleet

verhaal te maken over zichzelf en hun persoonlijk leven) is origineel

- een methodologisch experiment waarvoor zij lof verdient”.

De UK plaatste een interview met Van der Sloot.

De Scriptieprijs is bedoeld voor jong talent in de Ruimtelijke Wetenschappen en heeft als doel het bevorderen van culturele

aspecten in en maatschappelijke relevantie van de Ruimtelijke Wetenschappen.

In aanmerking komen scripties die niet ouder zijn dan 2 jaar en zijn beoordeeld met het cijfer 8 of hoger.

Aanmelden? Surf naar http://www.rug.nl/frw/onderwijs/scriptieprijs voor het aanmeldingsformulier en het reglement.

De deadline voor het inleveren van scripties is 11 maart 2013. g

24.

girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

studentenorganisaties

Ibn Battuta

Het is inmiddels al weer 2013. Het jaar

begon gelijk goed met een onvergetelijk

leuke wintersport. Er werd geskied, geboard

en gefeest. Het weer zat mee, waardoor we

zelfs in staat waren om lekker buiten op het

terras te genieten van een gekoeld pilsje en

de verse berglucht. Wel is er dit jaar helaas

weer iemand het slachtoffer geworden van

een gladde piste. Wij willen Jorren Westra

dan ook veel sterkte toewensen met het

revalideren van zijn driedubbele polsbreuk.

Kort na de wintersport werd de Almanak

uitgereikt. Het thema van dit mooie boek

is dit jaar ‘Bazen’ . Hij is op te halen in de

koffiekamer op het Zernike. Verder heeft de

Lezingencommissie een zeer interessante

weerlezing georganiseerd. Deze kwam

zeer goed van pas om de fysische kant van

de geografie onder de aandacht van onze

leden te brengen. Hiernaast verzorgde

ibn battuta

de Eerstejaarscommissie een gezellige

filmavond waar gelachen werd om de

komedie ’Ted’.

Naast deze bijzondere activiteiten was

er op 15 januari ook weer een ouderwets

gezellige borrel. Van tevoren organiseerden

de vertrouwenspersonen van Ibn Battuta

een zogenaamde groepstherapie, waarbij

de deelnemers hun diepste gevoelens

kenbaar konden maken onder het genot van

een koud drankje. Helemaal gereinigd van

depressiviteit gingen deze dappere mensen

vervolgens de borrel vergezellen met frisse

moed en een goede lach.

Ten slotte konden ook de zakelijk ingestelde

leden van Ibn Battuta aan hun trekken komen

met het bedrijfsbezoek aan Weusthuis &

Partners. Het was een interessante middag

waarin onze leden in aanraking konden

25.

komen met mensen uit het bedrijfsleven in

ons vakgebied.

Inmiddels zijn de tentamens ook weer

geweest en ziet het er naar uit dat 2013

wederom een fantastisch jaar vol leuke

activiteiten gaat worden. Zo komen er

nog enkele bedrijfsbezoeken, lezingen,

excursies en natuurlijk ook genoeg borrels

aan. Daarnaast is onze merchandise-lijn

nu ook geopend. Dit jaar kun je voor zeer

schappelijke prijzen in het bezit komen van

echte Ibn Battuta koffiemokken, T-shirts

en petten. Ben je geïnteresseerd in deze

producten of wil je een keer aan een van

onze leuke activiteiten meedoen, houd

dan onze site (www.ibnbattuta.nl) in de

gaten of kom een keer gezellig langs in de

koffiekamer! g


girugten

02 / maart 2013

de poolcirkel

studentenorganisaties

Vanouds betekent het Griekse ‘techne’

zowel het fysiek ‘maken’ van dingen als het

strategisch ‘voorbereiden’ van dat fysieke

‘maken’. Het is dus zowel het werkelijke

bouwen als het beredeneren, ontwerpen

en onderhandelen over wat en waarom

gebouwd moet worden. Daarom is onze

opleiding wel degelijk technisch te noemen.

Niet in de Delftse zin van het woord,

waarbij berekeningen en natuurkundige

principes centraal staan. Maar wel in de

planologische zin. Technisch betekent

doelgericht sleutelen aan de wereld om ons

heen. Hoe en waarom zullen we de wereld

veranderen, zodat het geschikter zal zijn

voor de activiteiten die wij als samenleving

willen ontplooien? Dat is het complexe

proces dat we willen leren begrijpen, zodat

onze afgestudeerden, opererend binnen

dat proces, het verschil kunnen maken. Dit

gebeurt vaak in directe samenwerking met

andere soorten technici.

Terry van Dijk, docent Technische Planologie

Dit keer in het forum een discussie over het element Technisch in de

naam ‘Technische Planologie.’ Dekt de naam Technische Planologie

de inhoud van de studie eigenlijk wel? De nadruk van deze stelling

ligt vooral op het woord Technisch, is dat wel op zijn plaats? Is de

studie niet té technisch, of juist te mild? Terry van Dijk licht toe hoe hij

de Technisch Planoloog plaatst tussen andere technici. Daarna belicht

Niels het onderwerp vanuit zijn ervaringen aan de TU Delft. Tot slot

gaat Jesper dieper in op de naam en of er een geschikt alternatief is.

Stelling: De naam Technische Planologie

dekt de inhoud van de studie.

In 2009 begon ik met de studie ‘Lucht- en Ruimtevaarttechniek’ aan de

TU Delft, maar deze studie bleek te ingewikkeld voor mij. Daarom ben ik

gaan zoeken naar een andere opleiding en ben uiteindelijk bij Technische

Planologie uitgekomen. Planologie leek me erg interessant en in combinatie

met techniek was het voor mij de perfecte opleiding. Na de eerste colleges

vond ik de studie al erg leuk maar ik vroeg me wel af wanneer de exacte

vakken precies kwamen. Ik had zin om een vak te krijgen waar weer echt

rekenwerk nodig was. Helaas werd dit vak pas in 2a gegeven en de inhoud

was vrij algemeen.

Het is zonde dat bij het vak Ruimtelijk Ontwerpen 2 eigenlijk twee

verschillende onderdelen worden behandeld, namelijk ‘Sterkteleer’ en

‘Bouwrijp maken’. Ik denk dat het terug moet naar twee verschillende vakken

zodat er dieper op de stof kan worden ingegaan.

Het zou de studie ten goede komen om het technische aspect te benadrukken.

Ik denk echter dat er vrij veel mensen tegen zouden zijn, omdat technische

vakken vaak als moeilijk worden beschouwd. Om dat te veranderen zou er

bijvoorbeeld een toelatingsnatuurkundetoets gemaakt moeten worden

voordat je Technische Planologie mag doen. Uiteindelijk zijn de technische

vakken het belangrijkste van deze opleiding, omdat hierdoor de studie zich

onderscheidt en het technische gedeelte nieuwe studenten aantrekt. Mocht

het technische aspect vrouwen afschrikken, dan is er altijd nog een andere

bachelor.

Niels van den Brink, derdejaars Technische Planologie

Om antwoord te kunnen geven op de stelling is het verstandig om na te gaan of alleen de naam ‘Planologie’ de inhoud

van de studie zou dekken. Planologie is een wetenschappelijke discipline waarin wordt gereflecteerd op onder andere

de doelmatigheid, maatschappelijke en milieutechnische invloed en methoden van ruimtelijke planning. Deze reflectie

wordt vanuit veel verschillende perspectieven uitgevoerd: voornamelijk geografische, economische, verkeerskundige,

psychologische en sociologische. In de bachelorstudie Technische Planologie komen alle laatstgenoemde perspectieven

in de studieonderdelen aan bod. Maar er komen ook studieonderdelen in voor, die niet voornaam zijn in de Planologische

discipline. De naam ‘Planologie’ zou dus tekort doen aan de inhoud van de studie.

Deze ´andere´ studieonderdelen zijn vakken met als kern ‘Ruimtelijk Ontwerpen’. Studenten passen in deze vakken onder

meer hun communicatie-, presentatie- en samenwerkingsvaardigheden toe ten behoeve van een planmatig proces. Ook wordt

het begrip van de toegepaste mechanica bij studenten verhoogd. Kortom, studenten worden opgeleid om hun vaardigheden

studiegerelateerd toe te passen en uiteindelijk te beheersen.

Dan nu de definitie van techniek: techniek is het beheersen van de niet-levende natuur, bijvoorbeeld een planmatig proces,

door de mens. De studieonderdelen van Ruimtelijk Ontwerpen in de opleiding ‘Technische Planologie’ zijn dus van technische

aard. Deze technische onderdelen lopen als een rode draad door de bachelorstudie. Omdat de technische studieonderdelen

van de opleiding niet direct in het planologische rijtje passen is het noodzaak dit ook in de naam van de studie te vermelden.

Het aandeel van technische vakken is echter niet groter dan de planologische vakken samen. Als de studie overduidelijk

technisch was, dan heette het wel ‘Planologische Techniek’.

Jesper Betsman, tweedejaars Technische Planologie

26.

Nieuws van Pro Geo

In het vorige nummer van Girugten hebben we beloofd om verder in te gaan op ons beleidsplan. We hebben hier sinds onze aanstelling

hard aan gewerkt! Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste punten uit ons beleidsplan. Het volledige beleidsplan kan gelezen

worden op www.progeo.nl.

Ook zijn wij altijd benieuwd naar wat jullie van de opleiding vinden. Door jullie input kunnen we het onderwijs verbeteren! Spreek ons dus aan

of stuur een mailtje met vragen, ideeën over en kritiek op het onderwijs.

We horen graag van jullie!

Bestuur Pro Geo 2012-2013

(v.l.n.r.)

Martine Mollema, vice-voorzitter

Anne Boer, secretaris

Roselinde van der Wiel, penningmeester

Loes Kerkdijk, voorzitter

Berber Oosterhagen, commissaris OC’s

info@progeo.nl/www.progeo.nl

Het zijn momenteel spannende en

turbulente jaren voor alle universiteiten in

Nederland, ook voor de Rijksuniversiteit

Groningen en onze faculteit.

Sinds de prestatieafspraken die zijn

opgelegd door het kabinet moeten de

studierendementen fors omhoog. Om dit

te bewerkstelligen, ondernemen de RUG en

de FRW verschillende maatregelen, zoals de

invoering en de ophoging van het BSA en de

herstructurering van beide bachelors.

Als Pro Geo zijn wij in sterke mate betrokken

bij de ingrijpende veranderingen in

het onderwijs en denken wij mee over

hoe onze faculteit het beste met deze

veranderingen kan omgaan. Dit zie je terug

in ons beleidsplan, naast andere concrete

verbeterpunten. Een paar van de punten

waar wij voor pleiten, worden hieronder

besproken. Ons volledige beleidsplan kun je

lezen op onze website.

Learning communities

Eén van de wegen waarlangs de RUG hoopt

een hoger rendement te behalen, is het

experimenteren met learning communities:

vaste jaargroepen van studenten die samen

studeren, waardoor het groepsgevoel en

betrokkenheid bij de opleiding vergroot

worden. Hoe deze learning communities

aan de FRW vormgegeven worden is echter

nog niet duidelijk. Ter oriëntatie op de

mogelijkheden hebben wij samen met de

student-leden van de opleidingscommissies

gebrainstormd. Vervolgens hebben we om

de tafel gezeten met een aantal studenten,

docenten en leden van het faculteitsbestuur.

Hieruit zijn veel goede ideeën gekomen.

Als jullie zelf suggesties hebben en willen

meedenken, is dit zeer welkom!

Vaardigheden

Momenteel wordt de bachelor Sociale

Geografie & Planologie geherstructureerd.

Dit biedt mogelijkheden om

belangrijke vaardigheden beter in het

onderwijsprogramma te verwerken, zoals

schrijven, presenteren en werken met

SPSS/GIS. Deze vaardigheden zouden

herhaaldelijk terug moeten komen in het

studieprogramma, zodat je er met meer

vanzelfsprekendheid mee om kunt gaan,

zowel tijdens je studie als daarna.

Tentameninzage

Stichting Pro Geo wil toe naar één centraal,

ingeroosterd tentameninzagemoment in

groepsverband, waarbij het tentamen in

zijn geheel wordt besproken met de docent,

zodat de docent meer context kan geven bij

de antwoorden. Daarna kun je aan de docent

vragen stellen (ook over puntentelling

bijvoorbeeld), in plaats van dat je dit via de

mail doet. Hiernaast zul je ook je tentamen

bij het BOE kunnen inzien.

27.

De achterliggende gedachte is dat het voor

docenten makkelijker en minder tijdrovend

wordt om op vragen in te gaan, nu ze niet

langer overladen worden met mail na

bekendmaking van de tentamencijfers. Voor

de studenten is het leerzaam om te zien wat

ze fout hebben gedaan en de stof nogmaals

te herhalen. Over dit onderwerp hebben

wij onlangs ook een poll geplaatst op onze

Facebookpagina, waarop veel gereageerd is.

De overgrote meerderheid gaf aan zich te

kunnen vinden in het idee van één centraal

tentameninzagemoment. We hopen ook

in de toekomst zoveel nuttige reacties van

jullie via Facebook te krijgen!

Met alumni rond de tafel

Volgend studiejaar willen wij een activiteit

organiseren in het kader van Career

Services, om studenten een goed beeld te

geven van hun mogelijkheden na de studie.

Deze dag biedt de kans om ‘rond de tafel’ te

zitten met alumni in het werkveld. Hierover

zullen jullie later nog meer horen!

Op 11 december hebben wij de tweede

vergadering van de faculteitsraad gehad,

waarin onder andere een notitie van ons

over de learning communities besproken is.

Wordt vervolgd. g

More magazines by this user
Similar magazines