hier - girugten

girugten.nl

hier - girugten

g

g

g

g g g g

g g

g

g

g

g g g g

g g

g

g

g

g

g

g g

g

g

g

g

g

g

g g

g

g

g

g g g g

g g

g

g

g

g

g

g g

g

g

g

g

g

g

g g

g

g

g

g

g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

faculteit

ruimtelijke

wetenschappen

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g g

g

g g g g

g g

contactadres

postbus 800

9700 AV Groningen

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

e-mail

info@girugten.nl

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

g g

g g g g g

g

g g

g g

g g g g g

g g

g g

g g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g g g

g g

g g

g g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g


g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g

faculteitsblad

ruimtelijke

wetenschappen

WWW.GIRUGTEN.NL

girugten

Eerstejaarseditie

girugten

00

jaargang 44


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

redactie

colofon

Eindredactie

Thijs Fikken (hoofdredacteur)

Sanne Feenstra (vormgeving)

Redactie

Eva Bouw

Robin Groenewold

Jordy Janssen

Wymer Praamstra

Jorn van der Scheer

Martinus Spoelstra

Steven Wester

Wietske Wilts

Saskia Zwiers

Druk

Drukkerij Sikkema, Warffum

Oplage

250 stuks

E-mail

info@girugten.nl

Contactadres

Postbus 800

9700 AV Groningen

Girugten is het onafhankelijk

faculteitsblad van de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen,

Rijksuniversiteit Groningen.

Girugten functioneert als een

zelfstandige redactie onder

faculteitsvereniging Ibn Battuta.

De eindredactie behoudt zich het

recht voor zonder opgaaf van redenen

artikelen in te korten, dan wel te

weigeren.

redactioneel

Beste eerstejaarsstudent,

Voor je ligt je eerste kennismaking met Girugten, het faculteitsblad van de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen. Deze eerstejaarseditie is speciaal voor jou samengesteld! Als

nieuwe student betreed je een andere wereld en een nieuwe omgeving, iets wat voor ons

geografen natuurlijk extra aansprekend is. Als redactie willen we je een handje helpen met

deze stap. Daarom brengen we dit eerstejaarsnummer uit.

In dit nummer vind je informatie over je vakken en je docenten. Ook kun je een interview

lezen met onze studieadviseur, Niels Rambags. Hij vertelt over zijn werkzaamheden aan de

faculteit. Natuurlijk komt niet alleen de studie ter sprake. In dit nummer vind je namelijk

ook een verzameling aan artikelen die het afgelopen jaar in de verschillende nummers van

Girugten zijn verschenen.

Girugten brengt door het jaar heen vijf verschillende edities uit: het eerstejaarsnummer

en vier themanummers. Zoals de naam al zegt heeft elk themanummer weer een ander

geografisch en planologisch thema. In deze nummers verschijnen verschillende artikelen

die een steentje bijdragen aan je kennis en daarnaast ook leuk zijn om te lezen.

Begint je schrijvershart na het lezen van dit nummer te kriebelen? Dan zit er maar een ding

op: neem contact met ons op! Stuur een mailtje naar info@girugten.nl of spreek een van de

redactieleden aan. Misschien maak jij binnenkort deel uit van de redactie!

Voor nu, veel leesplezier!

Thijs Fikken

Hoofdredacteur


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

inhoud

Inhoud

4.

6.

7.

8.

10.

12.

13.

9.

8.

14.

De redactie

Girugten

Belangrijke fietsroutes in Groningen

Jorn van der Scheer

De metro in Moskou

Eva Bouw

Verwaterd afval

Martinus Spoelstra

De wetenschapper(s): Owain Jones &

Paul Cloke

Wietske Wilts

Dubai: 1001 nachten in een Amerikaanse

woenstijnstad

Saskia Zwiers

Masdar: Oase in een olievlek

Thijs Fikken

18.

23.

14.

17.

18.

19.

22.

24.

25.

26.

Wollige grasmaaiers als duurzaam

alternatief voor bermbeheer

Saskia Zwiers

Wonen in het Hunzerheem

Martinus Spoelstra

‘Jeg bider Ikke!’ - een kennismaking met de

studieadviseur

Jorn van der Scheer

De docenten van de faculteit

Girugten

Vakintroductie

Girugten

Ibn Battuta

Geo Promotion

Pro Geo

4.


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

de redactie

Jordy Janssen

redacteur

Wietske Wilts

redacteur

Eva Bouw

redacteur

Thijs Fikken

hoofdredacteur

4.


Jorn van der Scheer

redacteur

Martinus Spoelstra

redacteur

Sanne Feenstra

vormgeving

Robin Groenewold

redacteur

Wymer Praamstra

redacteur

Saskia Zwiers

redacteur

Steven Wester

redacteur

5.


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

fietsen in Groningen

Groningen is, net zoals elke andere grote

stad, voor jou als nieuweling ‘de grote boze

stad’. Dit in tegenstelling tot je thuisthuis,

waar alles bekend is en je ouders nog wonen.

Als je al in Groningen op kamers woont, ben

je ook bezig met je huishouden, wat je moet

leren regelen en opzetten. Dat betekent

onder andere uitzoeken waar de supermarkt

om de hoek is en het leren kennen van je

huisgenoten. Kortom, je moet je settelen in

een nieuwe omgeving.

Je settelen betekent ook het leren kennen

van de stad zelf. Waar ga je allemaal naar toe?

Voor de faculteit moet je naar Zernike, aan

de noordkant van de stad. Voor vertier tot in

de late uurtjes ga je naar de binnenstad . Dit

is allemaal per fiets of bus te doen, waarbij je

alleen even de beste route uit moet zoeken.

Vandaar deze handleiding, die je vertelt

wat voor jou handige routes kunnen zijn.

Aangezien Groningen ingewikkeld in elkaar

zit, zijn er meerdere routes mogelijk, maar

verdwalen is hierdoor ook makkelijk.

Ook als je bij je ouders en niet in Groningen

woont, moet je routes uitzoeken. Als je met

het openbaar vervoer naar Groningen komt

en op het hoofdstation aankomt, moet je

voor colleges en tentamens naar Zernike.

Dit kan per bus (lijn 11, 15) en per fiets. Als

je fietst zijn er meerdere routes mogelijk,

waarvan een aantal makkelijk en ‘kort’ is.

De uitgangspunten van het kaartje zijn

het hoofdstation, de binnenstad, Selwerd

en de Korrewegwijk. Vanuit al deze

uitgangspunten is de route richting Zernike

met een rode lijn aangegeven.

Jorn van der Scheer

Fietsroutes in de stad Groningen

Ook belangrijk tijdens je studie zijn de SOGmomenten

(Studie Ontwijkend Gedrag). Op

deze momenten rust je uit en geniet je van

het leven naast je studie. Eén van de nietnachtelijke

locaties die door studenten veel

gebruikt wordt is het Noorderplantsoen.

Mocht je twee uur moeten wachten op een

college dan kan het de moeite waard zijn

om naar het Noorderplantsoen te fietsen en

weer terug naar het Zernike.

Ongeacht je route in Groningen is het

belangrijk dat je stoplichtmijdend fietst. De

stoplichten zijn slecht op elkaar afgesteld,

waardoor je niet op je eigen tempo door kan

fietsen, maar constant moet stoppen voor

het rode licht. Op de kaart zijn de routes

het noorderplantsoen

een te mijden verkeerslicht op de Eikenlaan

g

6.

vanaf de Korreweg, Selwerd en de binnenstad

zo veel mogelijk stoplichtmijdend gemaakt.

Alleen de route vanaf het hoofdstation

heeft te kampen met een aantal stoplichten;

dit heeft te maken met de eenvoud van de

route.

Belangrijke zo veel mogelijk te mijden straten

zijn de Nieuwe en Oude Ebbingestraat

en de Eikenlaan. Stoplichten en veel

verschillende verkeerstromen maken deze

straten vervelend en bovenal vertragend.

Levensgevaarlijk, wanneer je met je brakke

kop naar het Zernike moet.


girugten

04/ juni 2012

water

thema-artikel: trans-siberië-

expres

De metro in Moskou

Bijzonder in vele opzichten

In Moskou is de metro niet meer weg te

denken uit het hedendaagse stadsbeeld.

Met behulp van het metronetwerk kunnen

veel Russen de bovengrondse drukte

vermijden. Deze ontwikkeling heeft geleid

tot een geheel afzonderlijke wereld onder

de straten van de Russische hoofdstad.

Niet alleen is de metro in Moskou een efficiënt

vervoermiddel (wegens de bovengrondse

verkeerschaos), maar veel metrostations

zijn ook kunstwerken op zich. Vooral de

stations in het centrum van de stad zijn

heel mooi versierd. De metrostations zijn

versierd met beeldhouwwerken, mozaïeken,

(glas)beschilderingen en in sommige hallen

hangen zelfs kroonluchters. Een reden dat

de stations zo versierd zijn, is om de Russen

een beter gevoel te geven bij het reizen

met de metro. In eerste instantie waren

Het station in Moskou

Eva Bouw

de meeste (erg bijgelovige) Russen niet zo

enthousiast over het reizen met de metro.

De ondergrondse zou namelijk dichter bij

het hellevuur liggen. Gelukkig houden de

Russen wel van mooie spullen en kunst,

hierdoor zijn ze als het ware overgehaald

om toch de ondergrondse te gebruiken. Nu

is de metro voor de meeste Russen dan ook

niet meer weg te denken uit het dagelijks

leven.

In 1932 begon men met de bouw van de

metro en 15 mei 1935 werd het eerste traject

tussen Sokolnike en Park Kultury geopend.

Nog voor de Tweede Wereldoorlog werden

twee andere lijnen geopend. Stalin had in

die tijd een geheime doorgang vanuit zijn

woning naar het metrostation Tjistyje Proedi

(betekenis: Zuivere Bronnen). In de Tweede

Wereldoorlog dienden de diep uitgegraven

metrostations tevens als schuilplaats voor

de Moskovieten tegen de bombardementen

van de Duitsers. Ook sprak Stalin in de

ondergrondse zijn generalen toe.

Tegenwoordig heeft het metronetwerk een

totale lengte van 298 kilometer, zijn er 12

lijnen en 181 metrostations. Er worden

elke dag 8 tot 9 miljoen mensen door 7000

treinen vervoerd. Je hoeft ook nooit lang te

wachten op een trein, omdat er om de 1 à 2

minuten weer een nieuwe trein het station

binnen komt rijden. Als je met de metro wilt

reizen moet je een kaartje kopen, die geldig

is voor een lijn. Zodra je met een andere

lijn moet reizen, ben je verplicht een nieuw

kaartje te kopen.

Naast mensen zijn er ook andere ‘reizigers’

die gebruik maken van dit vervoer. Als

echte forenzen zijn er zwerfhonden die

gebruik maken van het openbaar vervoer. Zij

reizen zowel met de metro als met de trein

en de trolleybus. Ze kennen de stad en de

ondergrondse goed uit hun hoofd en reizen

naar plekken waar eten te vinden is. Ze

kennen ook de openingstijden van markten,

om zo gemakkelijker aan eten te komen.

Vanuit de buitenwijken en voorsteden van

Moskou forenzen ze ’s ochtends naar het

centrum van de stad. ’s Avonds keren ze

weer terug om te overnachten. Vooral in de

lente reizen ze heel actief, omdat ze dan

voortplantingsdrang en bewegingsdrang

Moskou

hebben. Deze groep honden (die reizen

naar hun voedsel) wordt gezien als een

intellectuele elitegroep onder de honden,

in tegenstelling tot andere honden die door

middel van agressie of door te bedelen aan

hun eten komen.

In het communistische tijdperk was het

onmogelijk voor honden om in de metro te

vertoeven, laat staan te reizen. Ze werden

verjaagd en doodgeschoten. Tegenwoordig

zijn zelfs politiemannen aardig voor de

honden en krijgen honden regelmatig iets te

eten en aandacht van passerende reizigers.

De meeste honden die je in de metro tegen

komt zijn dan ook niet agressief en weten

precies welke mensen bereid zijn aandacht

en eten te geven.

De Russen zijn echte hondenliefhebbers.

Er staat zelfs een beeld van een hond in

een metrostation. De neus van deze hond

is helemaal glimmend geworden van het

aantal handen die de ‘hond’ even over de

neus aaien. Het beeld moet de hond Maltsjik

voorstellen. Maltjisk leefde al jaren in het

metrostation en was erg geliefd bij mensen

die daar vaak kwamen en winkelhouders

die op het station een winkeltje hadden.

Maltjisk maakte een aantal jaar geleden

seksuele avances naar een andere hond.

Het baasje van de hond (een fotomodel) was

hier niet van gediend en stak uiteindelijk

Maltjisk dood. Er is later geld ingezameld om

een gedenkbeeld te maken voor de hond.

De metro van Moskou is dus meer dan alleen

maar openbaar vervoer: het staat bekend

om zijn architectuur, de geschiedenis, de

verhalen en de bijzondere reizigers. g

Bron:

Documentaire:

Van Moskou tot Moermansk;

aflevering ‘afscheid van Rusland’.

Te vinden op uitzendinggemist.nl

7.


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

thema-artikel: water

Verwaterd afval

Omdat deze editie van Girugten als thema

‘water’ draagt, wordt in dit artikel de

vervuiling van water belicht. In beginsel

gaat het hierbij om de ophoping van

plastic in de Stille Oceaan. We hebben het

dan over de ‘plastic soep’. Deze ophoping

ontstaat wanneer het plastic, wat waar

dan ook ter wereld in zee terecht komt,

via verschillende zeestromingen in een

circulerende oceaanstroom belandt. Dit

gebeurt overigens niet alleen in het noorden

en zuiden van de Stille Oceaan, maar ook

in de Indische Oceaan en de Atlantische

Oceaan. Over de plastic soep in de Stille

Oceaan is, door Amerikaans onderzoek, het

meeste bekend, maar ook is er nog veel

onbekend en onduidelijk. Bijvoorbeeld

de werkelijk afmeting; sommige bronnen

stellen tweemaal de omvang van Texas,

andere 34 maal Nederland. Ook wordt er

gesproken over tweemaal de Verenigde

Staten. Het lastige hier is het feit dat het

plastic niet echt op een hoopje ronddrijft als

een soort eiland, maar over een gigantisch

gebied ronddrijft en daardoor erg moeilijk in

kaart te brengen is.

Charles Moore

Eind jaren tachtig was het probleem van

Martinus Spoelstra

hoe vergeten plastic zich verzamelt in de oceaan

drijvend plastic in de Oceaan al voorspeld

door de wetenschap. Maar de soep is min of

meer ontdekt in 1997, door de Amerikaan

Charles Moore, die tijdens een zeilwedstrijd

van Californië naar Hawaï merkte hoe

vervuild de oceaan raakte met voornamelijk

plastic aan het wateroppervlak. In het

boek ‘Plastic Soup’ zegt Moore dat plastic

in principe geen slecht materiaal is. Het is

namelijk ontwikkeld met het idee van een

materiaal waarmee producten gemaakt

worden die lang mee kunnen gaan. Maar

vandaag de dag gebruiken we producten en

verpakkingen, bestaande uit plastic, vaak

maar eenmalig en daarna is het afval. Als dit

afval op het land blijft, is het relatief goed

te verwerken of te recyclen, maar als het

eenmaal in het water belandt, is het veel

moeilijker om het afval te traceren en te

verzamelen.

Effecten

Als het plastic op een gegeven moment in het

watersysteem komt, eindigt het uiteindelijk

in de oceaan. Dit heeft vele gevolgen

voor het milieu en voor het ecosysteem.

Plastic breekt in het water langzaam af tot

microdeeltjes (microplastics). Deze deeltjes

zijn, net als onafgebroken plastic, giftig

8.

en trekken juist meer chemische stoffen

aan dan onafgebroken plastic. Het formaat

maakt het onmogelijk om de microplastics

op te vissen. Een ander probleem is de

accumulatie van de chemische stoffen in

de biomassa, dus ook in zeedieren. Volgens

Moore is er relatief weinig voedsel op

zee, waardoor de evolutie heeft bepaald

dat dieren alles eten wat ze tegenkomen.

Hierdoor komt het voor dat vogels en vissen

soms meer plastic eten dan natuurlijk

voedsel. Ook zijn er gevallen bekend van

de maaginhoud van een dode vogel


zieke baby’s in Eskimogemeenschappen,

die vergiftigd raken door borstvoeding. De

stoffen komen via de moeder van vis. Hoe

dramatisch dit ook is, de cirkel is rond: de

plastic is weer terug bij de mens. De natuur

heeft het afgebroken maar niet opgeruimd.

Het plastic verstoort ecosystemen ook op

een andere manier. Drijvend plastic maakt

over een oceaan een lange reis. Van het

ene ecosysteem naar het andere. Tijdens

deze reis hechten veel soorten, zoals

schelpendieren en planten, zich aan het

plastic. Omdat het plastic er lang over doet,

kunnen de soorten zich aanpassen aan de

nieuwe abiotische omstandigheden waar

ze in terecht komen. Als exoten vormen

ze uiteindelijk een bedreiging in andere

ecosystemen die ze kunnen verstoren of

andere soorten kunnen verstoten. Hierdoor

kan de biodiversiteit sterk verminderen.

Verantwoordelijkheid en oplossingen

Het is moeilijk te zeggen wie schuldig is

aan de sluipende milieuramp. In principe

is niemand verantwoordelijk, dus zijn we

eigenlijk allemaal verantwoordelijk. De

internationale wateren kennen op gebied

van milieu geen wetgeving. Ook is alleen

opruimen niet een waterdichte oplossing

volgens Moore, want je pakt dan niet de

oorzaak aan. In ‘Plastic Soup’ vertelt hij dat

er in de Stille Oceaan twee circulaties van

plastic zijn, een westelijke en een oostelijke.

In de oostelijke eindigt het plastic; daar

drijft afval uit de jaren vijftig van de vorige

eeuw. Hoe verder je landwaarts gaat hoe

‘verser’ het plastic is. Ook zegt hij dat het

opruimen van het plastic onbetaalbaar is.

Je kan natuurlijk zeggen dat de

verpakkingsindustrie en plasticfabrikanten

schuld hebben aan de plastic soep. Maar

de oorzaak ligt ook bij de consument. In

principe moet ons hele systeem van gebruik

van producten over de kop. Er zijn al tal

van ontwikkelingen op gang gebracht op

gebied van recycling, hergebruik en het

verminderen van consumeren. Daarnaast is

het ook belangrijk dat wat we weggooien niet

in zee komt. Volgens deskundigen moeten

er meer regels komen van samenwerkende

landen. Zo wordt er bijvoorbeeld meer

en meer aandacht besteed aan strengere

regelgeving en controle op het vastzetten

van containerlading op vrachtschepen.

Daarnaast zetten steeds meer mensen zich

in om te werken aan meer en betere educatie

over vervuiling van de zee. Kinderen

onthouden het, nemen het verhaal mee

naar huis en vertellen het hun ouders. Ook

zijn er architecten die hun gedachten erover

9.

loslaten. Zo zijn er al modellen gemaakt van

ontwerpen van eilanden bestaande uit het

plastic. Deze eilanden drijven in de oceaan

en slokken al het plastic op wat op hun weg

komt. Ze zijn dus niet alleen een plek om te

leven, maar tegelijkertijd ook een filter om

het afval op te ruimen.

Of de oplossingen en maatregelen

uiteindelijk sneller resultaat bieden dan

de dagelijkse toevoer van nieuw afval aan

de plastic soep is onzeker. Wel is zeker dat

de mens verantwoordelijk is en er nog veel

moet gebeuren om te voorkomen dat ons

afval verwatert. g

Meer weten:

Goossens, J. (2009), Plastic Soup.

www.plasticsoupfoundation.org


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

uit: de stad van de toekomst

Wietske Wilts

De wetenschapper(s): Owain Jones & Paul Cloke

In deze editie niet één, maar twee

wetenschappers! In dit artikel bespreek

ik het werk van het inmiddels bij veel

cultureel-geografen bekende Britse

geografenduo Jones en Cloke. Hoewel

beide wetenschappers natuurlijk een eigen

achtergrond en studiegebied hebben,

schreven ze hun belangrijkste werk,

Tree Cultures, samen. Dit werk neemt

een belangrijke plaats in in de culturele

geografie. Om die redenen bespreek ik in dit

artikel Owain Jones en Paul Cloke als duo,

met de focus op Tree Cultures.

Studie

Owain Jones (1957) is na zijn promotie in

de geografie als onderzoeker aan de slag

gegaan bij het Countryside and Community

Research Institute, dat gelieerd is aan de

University of Gloucester. Hier focust hij zich

onder andere op landschap en herinnering,

geografie van kinderen en dieren en op

natuur-maatschappijrelaties. Daarnaast

werkt hij bij de University of the West of

England. Tijdens zijn promotieonderzoek

aan de University of Bristol was Paul

Cloke zijn begeleider. Paul Cloke (1953)

richt zich op plattelandsgeografie,

spirituele landschappen en natuurmaatschappijrelaties.

Voor de plattelandsgeografie

heeft hij een tijdschrift

opgericht: the Journal of Rural Studies.

Momenteel werkt hij bij de University

of Exeter. In hun tijd aan de universiteit

van Bristol schreven Jones en Cloke

Tree Cultures, the place of trees and trees in

their place (2002).

Tree Cultures

Beide geografen houden zich uitvoerig

bezig met natuur-maatschappijrelaties

en Tree Cultures is dan ook opgezet in

deze context. Natuur-maatschappijrelaties

ontvouwen zich continu op specifieke

plaatsen. Hier ontstaan betekenissen van

interacties tussen het sociale, cultuur- en

natuurelementen. Een andere context is

de actor-netwerktheorie, die is opgezet

door socioloog en filosoof Bruno Latour

en anderen. De actor-netwerktheorie is

een theorie, of een onderzoeksmethode,

die zich richt op de verbindingen die

plaatsvinden en gecreëerd worden tussen

mensen en niet-menselijke factoren die

betrokken zijn bij de productie van een

bepaald issue. Jones en Cloke maken

gebruik van de actor-netwerktheorie om

te verkennen wat een plaats is. Het besef

rijst dat natuur meer is dan een leeg doek

waarop onze maatschappij is gebaseerd.

Niet alleen mensen hebben de mogelijkheid

om te handelen, volgens Jones en Cloke

oefenen ook natuurlijke elementen een

grote invloed uit. In Tree Cultures nemen

zij bomen als representant voor natuur.

Bovendien kunnen bomen een heel eigen

invloed op het landschap en de mens daarin

uitoefenen.

Agency van bomen

De term ‘agency’ speelt een belangrijke

rol in Tree Cultures. Agency kan kortweg

worden omschreven als de capaciteit tot

handelen. Voorheen werd agency alleen

aan het menselijk domein toegeschreven,

tegenwoordig erkennen we ook nietmenselijke

vormen van agency. In deze

discours is Tree Cultures opgezet. Bomen

presenteren ons een onderzoeksgebied in

de niet-menselijke vormen van agency. Bij de

zogenaamde ‘non-human agency’ werd de

focus vaak gelegd op technologie of dieren.

Dit was ook in de actor-netwerktheorie het

geval. Nu zijn planten (bomen) aan de beurt.

Volgens Jones en Cloke moet de notie van

agency opnieuw bekeken worden en zijn

bomen hier conceptueel geschikt voor, want

“trees act upon as well as being acted upon”.

Waaruit bestaat de agency van bomen? De

fysieke invloed van een boom manifesteert

10.

zich in het feit dat een boom groeit en

bloeit op zijn eigen manier, transformeert

en creatief is. Een boom is geen passieve

ontvanger van menselijke interventies. Ook

oefenen bomen invloed uit, omdat ze een

cruciale rol spelen in het fotosyntheseproces

en omdat ze belangrijk zijn voor de

mensen om te ademen. Daarnaast dienen

bomen als medicijn voor schone lucht in

de stad. Bomen zijn een natuurlijke bron

voor gezondheid en werken tegen stress.

Vanwege hun zuivere aanwezigheid, grootte,

invloed op onze zintuigen en overeenkomst

met onze lichamen worden bomen als

belangrijke ‘plaatsmakers’ gezien. Verder

markeren bomen punten in het landschap,

bijvoorbeeld waar een kruispunt van wegen

is op het platteland.

Om een plaats te veranderen, kunnen bomen

een grote rol spelen. Ze worden ingezet om

het landschap de transformeren tot een

aangename plek. Bomen gaan mee met de

seizoenen en dragen op deze manier bij aan

een van karakter veranderende plaats door

het jaar heen. Ten slotte kunnen bomen de

staat waarin het landschap verkeert extra

kracht bijzetten. Als er jonge bomen in

een landschap staan, heeft het landschap

een jonge (of nieuwe) uitstraling. Met het

volwassen worden van de bomen wordt ook

het landschap volwassen.

De aanplant van bomen om erosie in een

gebied te voorkomen is een menselijke

vorm van agency, immers de mens bepaalt

dat deze bomen er moeten komen en plant

ze. Maar er is ook agency gelokaliseerd in de

bomen, omdat zij de mensen helpen met iets

wat ze zelf niet kunnen. Bovendien groeien

bomen op hun eigen wijze en ze kunnen

zich ook zonder menselijke tussenkomst

vermeerderen. De agency is dus verdeeld

over mensen en bomen (en andere actoren)

in het netwerk.

Voorbij een antropocentrisch wereldbeeld

Door agency buiten het menselijke domein

te erkennen, is het mogelijk om de dominante

westerse natuur-cultuurscheiding te

betwisten. Via de erkenning van de werking

van niet-menselijke agency in het netwerk

wordt ook de scherpe scheiding tussen

menselijke en niet-menselijke vormen van

agency aan de kant geschoven. Sterker

nog, volgens Jones en Cloke móeten we


niet-menselijke agency wel erkennen.

Ten eerste is het nodig om de wederzijds

constituerende rol van menselijke en nietmenselijke

actoren te erkennen: in een

boomgaard schrijft de boom zelf voor hoe

de mens hem moet plukken en snoeien,

terwijl de mens de boom vormt via het

plukken en snoeien (dit fenomeen is in de

colleges van Paulus Huigen bekend als

‘boomgaarderigheid’). Daarnaast kunnen

Owain Jones

Paul Cloke

bomen zich zelf vermeerderen, zonder dat

er mensen in het netwerk betrokken zijn. Ten

tweede schenkt het ons een bewustzijn van

een andere tijdschaal. Menselijke agency

kan een direct merkbaar effect hebben,

terwijl niet-menselijke agency pas op

langere termijn merkbaar is. Jones en Cloke

zien dat de pogingen om de complexiteit en

de multifunctionaliteit van bepaalde nietmenselijke

actoren te begrijpen helpen om

het immer aanwezige antropocentrische

beeld van agency te ontmantelen.

Tree Cultures raakt ook aan een ethisch

besef over hoe we met onze aarde omgaan

en moeten omgaan. Door het besef dat wij

mensen niet onuitputtelijk gebruik kunnen

maken van natuurlijke factoren, merken

we dat we zuinig om moeten gaan met de

natuur, die nodig is voor de wederzijdse

constitutie van ons dagelijks leven. Mensen

kunnen niet zomaar gebruik maken van wat

de natuur te bieden heeft, maar moeten haar

behandelen als iets dat ook ‘well-being’

heeft. We zijn gewend dat ethiek iets is

dat alleen bij mensen hoort, maar Jones en

Cloke vinden dat ethiek ook moet worden

doorgetrokken naar niet-menselijke vormen

van natuur. De natuur moet geïncorporeerd

worden en de positie van de mens moet

veranderen. De mens moet in relatie gezien

worden met de creatieve natuur en daarom

moeten we naar een relationele ethiek. Een

relationele ethiek overstijgt het menselijke

domein, strekt zich tot ver daarbuiten uit.

Als agency relationeel is, dus tot het hele

domein tussen mensen en natuur hoort,

g

11.

moet ethiek dat ook zijn. De ecologie en

relationaliteit van natuur moet op een

morele manier bekeken worden. De natuur

heeft haar eigen ethische waarden. De

relaties in de natuur maken leven mogelijk.

De stad van de toekomst

In de westerse geschiedenis werd de mens

altijd los gezien van het landschap, als

schilder die het portretteert, als heerser

die het aan zijn wetten probeert te

onderwerpen. De westerse mens beschouwt

de natuur als een mechanisme dat vooral

goed moet doen wat hij haar opdraagt. Mens

en natuur staan recht tegenover elkaar. Ik

denk dat Tree Cultures van Jones en Cloke

een belangrijke bijdrage kan leveren aan het

samenzijn van mens en natuur. Ten slotte,

om aan te sluiten bij het thema van het Geo

Promotion-congres, denk ik dat bomen en

andere vormen van natuur belangrijk zijn

voor de stad van de toekomst. In een tijdperk

waarin de (stedelijke) bevolking maar

raak consumeert en meer en meer wordt

opgeslokt door haar mobiele telefoons, kan

het heel heilzaam zijn om af en toe eens

even naar een mooie hoge boom op te kijken

en wat zuiver en natuurlijk ‘groenvoer’ op

te snuiven. Misschien kunnen we op die

manier ook onze omgang met de natuur

heroverwegen… g

Bron:

Jones, O. & P. Cloke (2002) Tree Cultures,

the place of trees and trees in their place,

Oxford: Berg


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

uit: stad van de toekomst

Saskia Zwiers

Dubai: 1001 nachten in een Amerikaanse

woestijnstad

Dubai is een van de zeven emiraten die de

Verenigde Arabische Emiraten (VAE) vormen.

Abu Dhabi is de hoofdstad en veruit het

rijkst, maar zijn baldadige buurstad Dubai

is bij buitenlanders vele malen bekender.

Dubai is de snelst groeiende stad van de VAE

en misschien wel van de wereld. Het is een

stad vol contrasten, een plek waar oud en

nieuw, traditioneel en modern, oost en west

overal met elkaar in verbinding staan.

In de jaren zeventig was Dubai niet meer dan

een zanderig vissersdorpje. De toenmalige

sjeik Rashid bin Saeed Al Maktoum had een

ambitieuze visie om het woestijnlandschap

om te toveren tot een nieuw wereldbolwerk

van economische activiteiten. In 1966

ontdekte men aardolie in het gebied en

sindsdien is de ontwikkeling van de stad in

een stroomversnelling gekomen. De stad

is bekend geworden om zijn weelderige

pracht, praal en playboyachtige ambiance

met een Arabisch tintje. De toenmalige sjeik

dacht dat olie geen blijvende welvaart zou

bieden. Hij besteedde de olieopbrengsten

niet aan zelfverrijking, maar besloot te

investeren in infrastructuur en economische

ontwikkeling.

Dit in tegenstelling tot vele Arabische

buurlanden, waar buitenproportionele

glorie de boventoon voert. Het luxe

Emirates Palace Hotel in Abu Dhabi is hier

een sprekend voorbeeld van. De huidige

sjeik van Dubai, Rashids zoon Mohammed,

zette deze investeringen op het gebied

van toerisme, financiën en technologie

voort. Onder zijn bewind is er een erg

gunstig investeringsklimaat gerealiseerd

met geringe overheidsbemoeienis en een

zeer lage belastingdruk. Het emiraat wordt

ook wel gezien als het ‘Hongkong van het

Midden-Oosten’ en is niet afhankelijk van

aardolie. De olieopbrengsten bedragen

maar zes procent van het nationaal inkomen.

De explosieve groei van Dubai trok veel

buitenlanders naar het emiraat. De stad

telt 2,3 miljoen inwoners, van wie maar

17% Emirati is. De stad is een enorme

mengelmoes van nationaliteiten, etnische

groepen en culturen. De bevolking telt

opvallend veel mannen, slechts 23% van de

bevolking is vrouw. Deze scheve verhouding

komt door de vele Aziatische arbeiders.

Voornamelijk Indiërs en Pakistani komen

naar het emiraat om te werken aan een van

de vele prestigieuze bouwwerken die de

stad rijk is.

Dubai is een stad van superlatieven; het

grootste winkelcentrum, het grootste

waterpark, de grootste overdekte skipiste,

de grootste door mensen gemaakte eilanden

en het hoogste gebouw ter wereld. Het land

ontving hierdoor in 2010 dan ook ruim 15

miljoen toeristen en het passagiersaantal

van Dubai International Airport groeit nog

steeds. Westerse toeristen kunnen zich

tegoed doen aan de rijke en kosmopolitische

allure van de stad. De toeristische attracties

hebben een Amerikaans karakter, maar

doen ook denken aan de sprookjesachtige

sfeer van 1001 nachten. De Dubai Mall

toont sterke overeenkomsten met de

Canadese West Edmonton Mall en is

voorzien van Amerikaanse attracties zoals

een ijshockeyring, foodcourt en een van de

grootste aquaria ter wereld. Sinds het najaar

van 2009 kent de stad een volautomatisch

metrosysteem bestaande uit twee lijnen,

maar deze wordt vrijwel alleen door de

immigrant-arbeiders gebruikt. De rijkere

Emirati’s verkiezen de nieuwste en grootste

modellen van Audi, BMW en Mercedes. Een

aantal kantoorlocaties is hierdoor verkeerd

ontworpen. Men had het aantal benodigde

parkeerplaatsen ernstig onderschat en kampt

nu met parkeerproblemen zoals wij die kennen.

Uit de gegevens hierboven lijkt het emiraat

een walhalla voor investeerders, bewoners

en toeristen. Toch kent ook Dubai een

keerzijde. Het land is streng islamitisch

en de gebruiken van de Emirati staan in

sterk contrast met de zo westers lijkende

samenleving. Zo zijn bijvoorbeeld in het

ontwerp van de moderne winkelcentra

meerdere gebedsruimtes opgenomen.

De vooraanstaande Burj Khalifa is op de

158e verdieping voorzien van de hoogste

gebedsruimte ter wereld. Iedere inwoner

van de stad dient binnen tien minuten

loopafstand van een moskee te wonen.

Tussen de moderne wolkenkrabbers staan

traditionele moskees waaruit vijf maal

daags het gebed door de straten galmt.

Westerse toeristen op huwelijksreis zullen

12.

zich moeten inhouden, aangezien hand in

hand lopen niet wordt gewaardeerd door de

lokale bevolking. Zoenen in het openbaar

is uit den boze en ook het dragen van open

kleding kan men beter niet doen. Vrouwen

hebben niet dezelfde rechten als mannen en

kunnen hier soms hinder van ondervinden.

Volgens de islamitische traditie valt het

weekend op vrijdag en zaterdag. Westerse

expats moeten hier vaak erg aan wennen.

Daarnaast is het nadelig voor internationale

handel, omdat dit het aantal efficiënte

handelsdagen vermindert.

Een andere keerzijde van deze moderne

stad is zijn geografische ligging. In de

zomer kunnen temperaturen er oplopen

tot 45 graden. De stad is een bolwerk van

airconditioningsystemen om het land in

de zomer leefbaar te houden. Pas sinds de

toepassing van airco is het mogelijk om

kantoorcomplexen te creëren voor, met

name internationale, investeerders. Het

nadeel hiervan is dat het koel houden van

de leefomgeving voortdurend ontzettend

veel stroom verbruikt. Voor de rijke

toeristen zijn in Dubai luxe resorts te

vinden met zwembaden en golfbanen. Deze

attracties slokken ongekend veel water en

energie op. Om nog niet te spreken van het

energieverbruik wat er komt kijken bij een

overdekte skipiste midden in de woestijn.

Dubai gaat in zijn wens om de ultieme

stedelijke bestemming te worden erg ver

en lijkt hierbij de natuur uit het oog te

verliezen. De stad groeit ontzettend snel

en in de omgeving heeft de natuur veel

moeten inleveren in de afgelopen tien jaren

verdwenen. Wel kent Dubai een wet waarbij

voor elke gekapte boom twee moet worden

teruggeplaatst. Op deze manier hoopt men

de schade aan de natuur te beperken. Ook

voor het watergebruik maakt men steeds

vaker gebruik van innovatieve oplossingen

zoals ontziltingsinstallaties. Een nadeel

van ontzilting is echter dat het proces van

condenseren veel energie kost. Men grapt


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

uit: stad van de toekomst

in Dubai wel eens dat water er duurder is

dan benzine. Dit zou een reden kunnen zijn

dat men tegenwoordig duurzamer omgaat

met water dan met benzine. Voor veel

Emirati’s is het nog ondenkbaar om de luxe

auto’s in te ruilen voor een energiezuiniger

vervoermiddel.

De Verenigde Arabische Emiraten zijn

momenteel het lachertje van de klas qua

duurzaamheid. Gezamenlijk zijn zij even

Oliereserves, dure auto’s, extreme

hoogbouw en skipistes in de woestijn. Dat

is waar de meeste mensen aan denken als

je het over de Verenigde Arabische Emiraten

(VAE) hebt. Zoals te lezen is in het artikel

‘Dubai: 1001 nachten in een Amerikaanse

woestijnstad’ zijn de ontwikkelingen in het

gebied niet echt duurzaam te noemen. Het

gebied tussen de Perzische Golf en Saoedi-

Arabië staat bekend om de grote rijkdom, die

de verschillende oliesjeiks hebben weten

te behalen met de winning van de voor de

wereld broodnodige koolwaterstoffen in de

bodem. Deze rijkdom, in combinatie met een

verzengende hitte het hele jaar door, heeft

eveneens voor de grootste ecologische

voetafdruk per hoofd van de bevolking ter

wereld gezorgd. Als men immers met de luxe

van het westen wil leven in een gebied als

de VAE, heeft men twee dingen nodig. Vers

water en airconditioning. De desalinatie van

het zoute water kost enorm veel energie

en je kunt je voorstellen hoeveel energie

het kost om de Burj Khalifa, met 828 meter

het hoogste gebouw van de wereld, koel te

houden. Naar aanleiding van al deze feiten

hebben de VAE veel kritiek gekregen van

milieuorganisaties en andere landen. De

vraag is, kan het ook anders?

Jazeker, denkt de sjeik van Abu Dhabi,

een van de prinsdommen. In 2006 werd

het Masdar-initiatief gepresenteerd,

ontworpen om oplossingen te vinden voor

een aantal van de grootste uitdagingen die

de mens te wachten staan: energietekorten,

klimaatverandering en een ‘sustainable

society’. En dit wordt niet zomaar een

projectje. De managers van Masdar willen

een stad bouwen die 40,000 mensen

huisvest, met een technologisch instituut

dat zich kan meten met het prestigieuze

Massachusetts Institute of Technology.

Daarnaast moet Masdar een wereldwijd

walhalla worden op het gebied van

Thijs Fikken

milieuvervuilend als ontwikkelingslanden

zoals India en Cambodja. Maar in de jaren

zestig waren de Emiraten even arm als deze

Aziatische landen. Elk land dat een dergelijke

snelle groei doormaakt, ondergaat dezelfde

processen. Echter, de immense welvaart in de

VAE zorgt voor extra druk op hun schouders

om duurzaamheid snel bovenaan de agenda

te plaatsen. In de emiraten ontstaan de

laatste jaren verschillende initiatieven

op het gebied van duurzaamheid. De VAE

Masdar: oase in een olievlek

duurzame energie en dit alles moet ook nog

eens CO2-neutraal blijven draaien. Bovenop

dit alles verlangt de regering van Abu Dhabi

ook nog eens dat het project winst op zal

leveren.

Onmogelijk zeg je? Dat dachten meer

mensen. Maar zoals vaker met projecten

in de VAE (denk maar aan de palmeilanden

voor de kust van Dubai), worden dromen

werkelijkheid. Op dit moment is het Masdar

Institute of Science and Technology aan

het groeien, waarbij studenten de eerste

inwoners van Masdar City zijn. Om de CO2uitstoot

te beperken, worden de gebouwen

goed geïsoleerd om, in het geval van Masdar,

koele lucht te behouden. Door een verbod

op auto’s in de stad is er de mogelijkheid

om smalle, schaduwrijke straten te bouwen

die als windtunnels fungeren: koele wind

wordt efficiënt van de ene naar de andere

kant van de stad geblazen. Daarnaast wordt

er een muur om de stad gebouwd om de

warme woestijnwind buiten te houden. De

gebouwen die al gebruikt worden draaien

op zonne-energie van een zonnecentrale in

het gebied zelf en er wordt gebruikgemaakt

van zonneboilers en geothermie om de

dagelijkse wensen van de bewoners te

vervullen. Duurzame technieken worden op

dit moment nog ontwikkeld en de middelen

die op dit moment toegankelijk zijn hebben

de benodigde capaciteiten om de stad

draaiende te houden simpelweg nog niet

bereikt. Daarom hebben de managers van

Masdar ruimte over gelaten in het plan.

Ruimte die naar mate het project vordert

gevuld kan worden met nieuwe innovatieve

systemen om energie op te wekken of te

besparen.

Natuurlijk is dit project maar een klein

stipje groen in de olievlek die VAE heet en

daar zijn ook de projectmanagers zich van

bewust. Zij stellen dat met Masdar een stap

genomen wordt richting het tijdperk waarin

de oliereservoirs op de wereld uitgeput zijn.

Die stap kan volgens hen het beste genomen

worden nu er nog kapitaal, afkomstig van

de oliereservoirs, aanwezig is in de VAE.

Het belang van het project is volgens hun

niet duurzaamheid, maar ontwikkeling en

daar is wel wat voor te zeggen. Als pluspunt

daarbij is Abu Dhabi de ideale plek om deze

ontwikkelingen te maken, er is immers zon

in overvloed.

Als we kijken naar een project als Masdar City,

zien we dat het wel degelijk anders kan.Het

probleem is alleen dat het geld kost. Zolang

wij, als bewoners van deze wereld, bereid

zijn te investeren in vergelijkbare projecten

waarbij de ecologische voetafdruk wordt

geminimaliseerd, zal deze ontwikkeling

zich voortzetten. Hopelijk werpt het project

zijn vruchten af en zullen meer landen dit

uitstootbesparende concept overnemen.

Om in te haken op het voorgaande artikel:

de voorwaarden voor de ultieme stad van

de toekomst zijn zeker te vinden in de VAEregio.

Geld en innovatie zijn aanwezig. De

enige twijfelfactor in het hele proces is de

mens en zijn prioriteiten zelf, maar met

Masdar heeft de regio zeker een stap in de

goede richting gezet. g

Bron:

\\\ www.masdarcity.ae

13.

hebben goede intenties maar moeten nog veel

leren. Wanneer Dubai duurzamer om weet te

gaan met haar natuurlijke omgeving komt het

weer een stap dichterbij de ultieme stad van de

toekomst. Heeft Dubai dan alle voorwaarden

in huis om de perfecte stad te zijn? g

Bronnen:

\\\ Lonely Planet Dubai

\\\ ‘de droom van Dubai’, Frank Karsten, HP

De Tijd, maart 2007


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

uit: duurzaamheid

Saskia Zwiers

Wollige grasmaaiers als duurzaam

alternatief voor bermbeheer

Een interview met de Groninger stadsherder

14.


Het is een niet alledaags beeld: een herder,

drie bordercollies en ruim driehonderd

schapen in het centrum van Groningen.

Verbaasde fietsers en automobilisten

trappen op de rem en maken foto’s. De

schapen lijken er niet van op te kijken, die

lopen in stevig tempo door zonder blikken

of blozen. De schapen zijn onderweg naar

lekker grasland en laten zich niet afleiden

door auto’s of verbaasde voorbijgangers. De

kudde loopt snel voorbij en laat inwoners

vragend achter: “wat doen die schapen hier,

die horen toch op de Drentse heide?” Toch

lijken de schapen minder ‘out of place’ dan

je op het eerste gezicht zou denken. Een

stadskudde biedt veel voordelen.

Op dierendag interview ik de Groningse

stadsherder Bouke Arends. Voor het vierde

jaar onderhoudt de herder met zijn kudde

‘stadsschapen’ een groot deel van de bermen

in de stad. Deze wollige ‘grasmaaiers’

zijn onderdeel van het ecologisch beleid

van de gemeente. Schapen onderhouden

gras op een veel duurzamere manier dan

een reguliere grasmaaier. Door schapen

de bermen te laten begrazen verbetert

de structuur van de bodem. Zo neemt de

variëteit aan flora toe. Daarnaast helpen

de schapen bij het verstuiven van zaden.

Zaadjes blijven in de vacht of tussen de

hoeven zitten en vallen ergens anders

weer uit waardoor allerlei plantensoorten

zich verspreiden door de stad. Insecten

en diertjes die in het gras leven blijven

bespaard door de schapenhoeven. Wanneer

de kudde graast op een gebied waar

kwetsbare planten groeien dan worden deze

afgeschermd. Hierdoor blijven bijzondere

planten zoals de pinksterbloem, de paarse

Morgenster en knoopkruid bespaard.

De gemeente Groningen is in 2007

begonnen met dit project als onderdeel

van de missie van Groningen om de

duurzaamste gemeente van Nederland te

worden. Groningen is echter niet de enige

stad in Nederland waar deze alternatieve

grasmaaiers ingezet worden. Ook Zwolle,

Amersfoort en Gent (België) maken gebruik

van deze vorm van bermbeheer. Afgelopen

zomer nog zette Outdoor Breda, een hippisch

evenement, 270 schapen in om het terrein

in optimale conditie te krijgen De schapen

weten in tegenstelling tot een gewone

grasmaaier namelijk heel nauwkeurig het

gras onder de paardenhindernissen op te

knabbelen.

Jaarlijks trekt de schaapskudde van april

tot november door de stad. De kudde heeft

een vaste route die drie keer per seizoen

begraasd wordt. De graaslocaties bevinden

zich aan de buitenkant van de stad. De route

start in het voorjaar in het noorden van

de stad bij de wijk Reitdiep. Deze locaties

ten noorden van het Zernikecomplex zijn

geschikt voor de lammeren, die dan voor

het eerst in een drukke omgeving terecht

komen. Hierna worden Vinkhuizen, de Held

en het Jaagpad aangedaan, waarna de kudde

richting het zuiden trekt. Daar wordt de

kade van het Noord-Willemskanaal en een

gedeelte van Corpus den Hoorn begraasd en

trekken de schapen via de geluidswal in de

Wijert richting de Helperzoom. Wanneer dit

gedeelte klaar is loopt de kudde weer naar

het Reitdiep, een tocht van ongeveer 45

minuten door het centrum van de stad.

Het beroep van een schaapherder heeft een

stoffig imago. Herder Bouke Arends werpt

echter een heel nieuw licht op het beroep.

De gemeente Groningen vroeg hem om

dagelijks een klein verslag te geven van

zijn werkzaamheden. Met behulp van een

BlackBerry bericht Bouke nu dagelijks op

Twitter waar zijn kudde verblijft. Met ruim

750 volgers is hij de populairste herder van

ons land. Daarnaast maakt een stadsherder

het beroep van herder zijn weer zichtbaar

voor mensen. “Meneer, kan ik ook herder

worden?” is een vraag die Bouke regelmatig

hoort. “Dat is toch fantastisch, op deze

manier kan ik een hele nieuwe generatie

bewust maken”, zegt hij. Een stadskudde

heeft dan ook zeker een educatieve functie;

de dieren brengen de natuur dichterbij

de mensen. Gedurende het seizoen krijgt

de herder regelmatig schoolklassen op

bezoek en vertelt hij over het beroep en zijn

schapen.

Ook het werkveld van deze herder is niet

alledaags. In de stad moet Bouke rekening

houden met fietsers, voetgangers en auto’s.

Daarnaast is het moeilijker om een goed

stuk grasland te vinden. Vaak zijn het kleine

stukken graasland waar de schapen binnen

een halve dag uitgegeten zijn. Een schaap eet

ongeveer tien á twaalf kilo gras per dag. Dit

15.

houdt in dat hij acht liter water binnenkrijgt

en twee kilo voedingsstoffen. Je ziet een

schaap daarom nooit water drinken. Vorig

seizoen heeft de kudde ongeveer 100.000

kilo gras gegeten.

Het jaar 2011 was voor de schapen een

erg goed grasjaar. Door de gematigde

temperaturen en genoeg regen groeide het

gras erg snel en hadden de schapen veel

te eten. Een nadeel van de vele regen was

dat sommige plekken te nat waren om te

begrazen. Schapen zijn gesteld op Gronings

gras. De kleigronden vormen een voedzame

bodem voor goed gras, beter dan de

Drentse heidegronden. Door de voedzame

grond beschikt Bouke over een gezonde

schaapskudde, waarin de schapen een lang

leven kunnen leiden

Schapen zoeken voortdurend naar lekker

vers groen gras, waardoor de herder continu

nieuwe locaties moet zoeken. Twee of drie

keer per dag verhuizen de schapen naar een

nieuwe locatie. Het werk van de herder gaat

in dit seizoen zeven dagen per week door.

Een groot deel van de dag is Bouke bezig met

het opzetten en opruimen van netten om de

graaslocaties af te bakenen. ’s Avonds gaan

de schapen in iets wat Bouke ‘het nachthok’

noemt; een rustig en groot stuk weiland.

Een nachthok wordt een aantal nachten

achter elkaar gebruikt. Wanneer daar weinig

gras te eten is zijn de schapen onrustig en

willen zij vroeg weer op pad. Het beroep van

stadsherder kent dan ook lange dagen.

Bouke heeft bij het dagelijkse hoeden veel

steun van zijn drie bordercollies. Borre &

Jur kennen al wat jaren de kneepjes van

het vak, herder Bouke hoeft hen vrijwel

geen aanwijzingen te geven. De jonge

enthousiaste Cas is nog in opleiding en moet

bij zijn baasje aan de lijn. Cas is nu twee jaar

oud en heeft nog minstens één jaar training

nodig voor hij volledig mee kan draaien.

Bij het uitzetten van graaslocaties houdt

Bouke rekening met het verkeer. Wanneer

hij een fietspad moet doorsteken met

zijn kudde zal hij dit nooit om half 9 s’

ochtends doen. Maar ook met het nieuwe

hondenbeleid in de stad houdt hij rekening.

De schapen grazen soms in directe omgeving

van een uitlaatgebied en dat belemmert de

hondeneigenaren. Wanneer de schapen

weer verder getrokken zijn maakt Bouke het

gebied zo snel mogelijk weer toegankelijk

voor anderen. Hondeneigenaren hoeven

overigens niet bang te zijn om vervolgens


door schapenkeutels te wandelen. De

uitwerpselen van schapen bestaan uit hooi.

Wanneer dit opdroogt vervliegt het en is

bijna niet te merken dat er schapen gelopen

hebben; op het kaal gevreten gras na.

Graaslocaties bestaan voornamelijk uit

bermen en groenstroken waar weinig

mensen wonen. Een gedeelte van de

wijk De Held is door een ontwerpfout

tegenwoordig een opvallende graaslocatie.

De wijkindeling maakt het voor een normale

grasmaaier onmogelijk om het talud rondom

de woningen te maaien. De stadsschapen

bieden de perfecte oplossing en lopen bijna

bij de bewoners in de achtertuin.

Drie keer per jaar maakt de herder een

overtocht van noord naar zuid of andersom.

Het hoeden door de straten lijkt allemaal

erg soepel te lopen. “Tuurlijk zijn er wel eens

stress-momentjes” zegt Bouke, “maar al veel

minder dan vier jaar geleden”. Toen werd de

nog politie ingeschakeld ter begeleiding

wanneer de kudde een groot verkeerspunt

over moest steken. Ervaring heeft de herder

geleerd dat dit geen enkel probleem hoeft

te zijn en durft hij zelfstandig met de kudde

de oversteek te maken. In het begin moesten

de schapen en hijzelf erg wennen aan de

nieuwe werkomgeving. Inmiddels zijn de

schapen goed gewend aan de aanwezigheid

van auto’s, fietsers en asfalt. Bij het maken

van de doorsteek van zuid naar noord krijgt

Bouke hulp van twee mensen. Zijn baas

helpt met hoeden en diens vrouw rijdt

achter de kudde aan om eventuele zwakkere

schapen op te vangen.

Later die week heb ik het genoegen om

tijdens de laatste doorsteek van dit jaar

met de kudde mee te lopen vanaf het

nieuwe DUO-gebouw naar het Reitdiep, op

een vrijdagavond direct na de avondspits.

Als de kudde eenmaal op gang is gekomen

lopen de schapen in een flink tempo over

het asfalt. Wanneer er lekker gras is zijn de

schapen direct afgeleid en houdt de kudde

even pauze. Bouke wil echter wel graag

door, want er vormt zich inmiddels al een

behoorlijke file achter hen. Automobilisten

blijven desondanks heel geduldig en zitten

lachend achter hun stuur. Bij het naderen

van het eerste grote kruispunt op onze route

word ik een beetje zenuwachtig en vraag

mij af hoe dit ooit goed kan gaan. De herder

bedenkt zich niet en stapt, gekleed in een

verkeersregelaar hesje, vol vertrouwen

de kruising op met zijn herdersstok in de

lucht. Bij het zien van de schapen maken de

auto’s vol begrip ruimte voor de kudde en

steken zij vlug over. De schapen ruiken het

16.

gras van de singel al bijna en lopen gauw

over het saaie asfalt. De kudde vervolgt

probleemloos zijn weg door de singels

en komt langs de Westerhaven. Bij de

MediaMarkt wordt de kudde wat onrustig en

ik vraag mij af waarom dit is. “De schapen

zien zichzelf in de etalages en vragen zich af

wie dat andere schaap is”, zegt Bouke. Vlak

hierna steekt Bouke met zijn kudde soepel

de kruising Westersingel/Astraat over, een

kruising die voor menig automobilist een

nachtmerrie vormt. De schapen zijn zich nog

altijd niet bewust van de verwarring die hun

aanwezigheid veroorzaakt. De route eindigt

bij de Wilhelminakade, waar de schapen

voor de laatste keer dit seizoen het gras

zullen maaien.

Een goede herder spreekt een aardig

woordje ‘schaaps’. De schapen zijn zich erg

bewust van hun herder en weten ook direct

wanneer hij niet goed oplet. Zo nu en dan

wil een eigenwijs schaap nog wel eens een

doorgang ontdekken naar een beter stuk

grasland. Dit schaap deelt dit vervolgens

enthousiast met de anderen en er barst een

enthousiast gemekker uit. Voor een leek

niet te begrijpen, maar wanneer Bouke dit

hoort weet hij direct wat er speelt. Zo ook

wanneer ik Bouke interview: “het is altijd

dezelfde die uitbreekt, een eigenwijze

Schoonebeeker!”. Bouke kent zijn kudde

goed, elk schaap heeft iets bijzonders.

De stadskudde van Groningen bestaat uit

een mix van ruim driehonderd Veluwseen

Schoonebeeker heideschapen en een

aantal Hampshire Downschapen. Deze

laatste zijn voornamelijk rammen die nieuw

bij de groep zijn, de eerste Schoonebeeker/

Hampshire Down gemengde lammeren zijn

al opgenomen in de groep. Eind november

zullen de schapen terug gaan naar hun

winterlocatie. De schapen verblijven dan

in een schaapskooi van Staatsbosbeheer in

het Bargerveen nabij Emmen. Hier zullen

zij weilanden begrazen en zes weken op

stal staan om te lammeren. Begin april

volgend jaar hoopt Bouke Arends de nieuwe

lammeren te introduceren in Groningen. g

Bronnen

Breda Vandaag (2011) http://www.

bredavandaag.nl/nieuws/2011-08-29/

schapen-eten-gras-voor-hoeven-paardenweg

Gemeente Groningen (2011) http://

gemeente.groningen.nl/wonen-en-levenpagina/stadsschapen

Twitternaam Bouke Arends:

@Stadskuddegrunn


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

uit: duurzaamheid

Het is alweer twee jaar geleden dat het

voormalig verzorgingshuis Hunzerheem op

31 oktober 2009 werd bezet door ongeveer

tachtig krakers. Vandaag de dag wonen er

48 mensen waarvan 7 van een anti-kraak

bedrijf. De krakers zijn afgesloten van water

en gas, maar hebben wel elektriciteit en een

internetverbinding. In dit artikel maken we

een rondje door de flat om te kijken wat de

visie van krakers is en hoe ze hun levenstijl

zo duurzaam mogelijk proberen in te richten.

‘In principe zijn er twee opties,’ zegt

kraker Josh. ‘Of we blijven hier zitten en

hebben een onderkomen, of er komt een

initiatief van de woningcorporatie Lefier

of een andere project-ontwikkelaar. In

het laatste geval vertrekken wij natuurlijk

vrijwillig.’ Ze vinden het geen goede zaak

dat er veel nieuwbouw plaatsvindt, terwijl

er gebouwen zoals het Hunzerheem leeg

staan. ‘We vullen de gaten in de stad op en

proberen daarmee de eigenaar en gemeente

te dwingen iets met de gaten te doen,’

merkt Josh op. Deze strategie past geheel

bij de levensstijl van de krakers, waarin één

uitgangspunt centraal staat: dingen blijven

gebruiken.

Martinus Spoelstra

Wonen in het Hunzerheem

Kraker Marinus (niet te verwarren met de

auteur) neemt ons mee naar de begaande

grond. ‘Hier hebben we een ‘Bikesjop’,’

legt hij uit. ‘Van verschillende kapotte,

afgeschreven fietsen worden hier weer

goede fietsen gemaakt. Ook kunnen

bewoners hier hun eigen fiets maken of

laten maken.’ ‘Verder hebben we op deze

gang een aantal ateliers voor kunstenaars

en oefenruimte voor bandjes.’

Op de eerste verdieping laat Marinus

de ‘Weggeefwinkel’ zien. ‘Hier krijgen

tweedehands spullen de mogelijkheid

op een nieuw leven. Door deze vorm

van hergebruik hoeven er geen nieuwe

producten gemaakt te worden. Dat scheelt

energie en afval.’ Dan lopen we verder

naar het eetcafé, genaamd ‘De Kale Kip’. Er

wordt uitsluitend veganistisch gegeten. Niet

iedereen in de flat is veganistisch, maar zo is

het eetcafé wel voor iedereen toegankelijk.

Bewoners, mensen uit de buurt en ‘Vrienden

van Hunzerheem’ krijgen hier, voor een

inleg van 4 euro, een driegangenmenu

voorgeschoteld.

Zoals eerder vermeld zijn de krakers

afgesloten van water. ‘We kunnen zo nu

en dan water krijgen van de anti-krakers

beneden ons, maar de hoeveelheid is

beperkt’ zegt Josh. ‘Je leert anders om

te gaan met water, omdat wij het zien als

een schaarste en je ziet in hoe belangrijk

schoon water is’ voegt Marinus toe. Om toch

warm te kunnen douchen installeerde Josh

en campingdouche. ‘Als ik 1 liter gekookt

water toevoeg aan nog eens 4 liter water,

heb ik 5 liter om mee te douchen. Je moet

dan wel snel zijn.’ Voor het doorspoelen

van de toiletten en het voorspoelen van

de afwas wordt opgevangen regenwater en

slootwater gebruikt. ‘Met behulp van een

pomp en een voorraadtank kunnen we dit

systeem in het hele gebouw toepassen.’

17.

Het verwarmen van de kamers is een ethisch

dilemma. ‘Omdat de centrale verwarming

kapot gevroren is, moeten we een groot

deel verwarmen met elektriciteit. Dit gaat

eigenlijk tegen onze principes in, maar er

is nog geen ander alternatief. We hebben

de woningcorporatie aangeboden voor

de elektriciteit te betalen, maar hier werd

niet op ingegaan. Waarschijnlijk zijn ze

bang dat we dan juridische rechten krijgen’

vertelt Josh. ‘We koken overigens op gas

uit gasflessen en voor het afval hebben we

een container. Hier gaat wel veel van de

gezamelijke kas aan op. Elke kraker betaalt

namelijk 20 euro per maand. Hiervan gaat de

helft naar de gemeente voor het legen van

de container. Er wordt ook veel geld besteed

aan het opknappen van het gebouw en het

aanbrengen of vervangen van sloten.’

De krakers houden goed in de gaten

wie er komen wonen. ‘Door middel van

een zelfbedachte procedure houden

we verkeerde personen op afstand en

komen er alleen mensen wonen die iets

bijdragen aan de flat en ons gedachtegoed’

legt Marinus uit. ‘Ook zijn we met infoavonden

begonnen in de buurt. We willen

met buurtbewoners samenwerken om de

leefomgeving in Selwerd te verbeteren. We

hebben afgelopen mei bijvoorbeeld met 21

krakers de buurt schoongemaakt en van de

beloning van de gemeente organiseerden

we een buurtfeest. Zo maak je mensen

bewust van het duurzaam omgaan met je

omgeving en het zorgt ook nog eens voor

contacten in de buurt.’

Op moment zijn er geen officiële plannen

en lijkt het er op dat de krakers nog wel een

g

tijdje in de Hunzerheem blijven wonen.

meer weten:

http://www.hunzerheem.info


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

studieadviseur

Niels Rambags is sinds 2010 studieadviseur

van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen

(FRW). Zijn kantoor is in de Mercator op de

begane grond (5417.0018) tegenover de

trap. Als studieadviseur is hij betrokken bij

studenten, van voorlichten in klas 4 VWO

tot aan het beantwoorden van vragen over

afgestudeerde masterstudenten die de

arbeidsmarkt op gaan.

De rol van studieadviseur is dusdanig groot

dat je in principe met elk probleem dat

invloed kan hebben op je studie bij hem langs

kunt om te praten over de mogelijkheden.

Ook met vragen over het verloop van je

studie, eventuele studiekeuzes, extra vakken

of minoren. In principe is de studieadviseur

na je mentor en je vakdocent de eerste

persoon om aan te spreken.

Niels is, net zoals velen van ons, geograaf.

Hij is afgestudeerd aan de universiteit van

Utrecht in de Regionale Geografie, die het

meest overeenkomt met de huidige Culturele

Geografiemaster. Het idee was eigenlijk om

in Groningen te gaan studeren, maar omdat

zijn roots in Limburg en Brabant liggen, wilde

hij niet te ver weg van huis studeren, want

“ik wilde ook nog wel eens ’s weekends naar

Jorn van der Scheer

‘Jeg bider Ikke!’ - Niels Rambags

huis”. Al snel bleek dat hij meer weekenden

op zijn kamer in Utrecht dan bij zijn ouders in

Limburg verbleef en hij dus net zo goed naar

Groningen had kunnen gaan.

De studiekeuze van Niels komt voort uit

zijn liefde voor atlassen, waarmee hij als

kind zeer veel tijd heeft doorgebracht.

Pagina’s werden verslonden en vooral de

pagina’s over Scandinavië waren de pineut.

Niels heeft het studeren gecombineerd met

allerlei commissies en een bestuursjaar

bij zijn studievereniging, maar ook met

voorlichten. Het voorlichten heeft hij

jaren met veel plezier gedaan, wat onder

andere zijn enthousiasme voor het vak van

studieadviseur heeft gewekt. Ook heeft

Niels gebruik gemaakt van de mogelijkheden

om in het buitenland te studeren. Hij heeft

een half jaar in Reykjavik gestudeerd en hij

heeft zijn afstudeerscriptie in Kopenhagen

geschreven over de Faeröereilanden. Door

zijn scriptieonderwerp heeft hij zich het

Deens snel eigen gemaakt, omdat bijna alle

interessante artikelen in het Deens waren

geschreven. Dit had een heleboel voordelen,

omdat hij nu niet meer de toerist was, maar

meer onderdeel werd van de samenleving:

hij kon een theatervoorstelling in het Deens

18.

prima volgen. Uiteindelijk bleek door zijn

integratie dat zelfs een jaar te kort was. De

gedachte om in Denemarken te gaan werken

was en is nog een droom, maar gelukkig blijft

hij de komende tijd nog in Groningen.

Na zijn afstuderen is hij bij toeval bij het

Bureau Buitenland aan het werk gegaan.

Daar organiseerde hij uitwisselingen voor

studenten. Vooral het werken met mensen

sprak hem aan, maar hij wilde graag meer met

studenten gaan doen, hetgeen leidde tot zijn

zoektocht naar een baan als studieadviseur.

Hij is toen via Amsterdam, waar hij ook als

studieadviseur heeft gewerkt, uiteindelijk

vanaf 2010 bij ons aan de faculteit gaan

werken, waar hij nu al ruim twee jaar met

veel plezier werkt.

Ook tijdens zijn werk als studieadviseur is

hij Scandinavië, en met name Denemarken,

niet uit het oog verloren. Recentelijk heeft

hij zijn bachelor Deens afgerond en ook in

zijn kantoor zijn meerdere verwijzingen naar

Denemarken te vinden.

Op de foto bij dit artikel staat daarom niet

alleen Niels, maar ook zijn prachtige kaart

van Denemarken. De pracht van deze kaart

zit wat betreft Niels in de kunst van het

weglaten.

Niels spreekt met veel enthousiasme

over zijn vak. Het contact met studenten

waardeert hij ontzettend. Omdat hij in

principe met alle studenten in contact komt,

is hij in staat de ontwikkeling van studenten

te volgen gedurende hun studententijd. Hij

vindt dit een bijzonder en mooi aspect van

zijn beroep. Het volgen van de ontwikkeling

van de student, buiten de kennisvergaring

door het onderwijs, vindt hij uniek en daaruit

blijkt ook zijn waardering voor de student.

Hij is zelf ook student geweest, heeft vakken

herkanst, heeft commissies gedaan en heeft

geprobeerd alles uit zijn studententijd te

halen. Doordat Niels weet wat een student

doormaakt is hij des te toegankelijker voor

iedereen en met name de eerstejaarsstudent.

Schroom niet om bij hem langs te gaan

tijdens zijn inloopspreekuur (maandag en

donderdag, 13-14 uur) of stuur een e-mail om

een afspraak te maken. En de titel van dit

artikel, misschien had je het al geraden, is een

uitspraak van Niels in het Deens. Wat het betekent?

‘Maar ik bijt niet!’. Want zo is het! g


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

docentenoverzicht

De docenten van de faculteit

In het eerste jaar van je studie leer je

ongelofelijk veel nieuwe mensen kennen.

Onder die mensen vallen ook de docenten

aan onze faculteit. Om je alvast een

voorsprong te geven hebben wij een lijst

samengesteld met alle docenten die je het

komende jaar tegen zal komen. Lees het

goed door, en misschien kan je er nog wel

wat voordeel uithalen voor op je tentamen

of practicum !

Dr. J.R. Beaumont

Ruimtelijke planning 2: urban challenge

Justin Beaumont (1973) is geboren in

Welwyn Garden City (Engeland). Hij

heeft de functie van assistant professor

bij Planologie aan onze faculteit. Hij

geeft het eerstejaarsvak, Ruimtelijke

Planning: the urban challenge, dat een

aantal stadsgerelateerde onderwerpen

introduceert. Beaumonts expertise ligt in

de volgende onderwerpen: Stadsgeografie,

urban governance and politics, sociaalruimtelijke

(on)rechtvaardigheid in steden,

post-seculiere steden/stedelijkheid,

en faith based organisations in Europa.

Onderzoeken waar Beaumont zich mee

bezighoudt zijn (1) steden met succes in

Europa, en (2) postseculiere ruimten in de

tad in het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Dr. A.E. Brouwer

Economische geografie 1

Aleid Brouwer is universitair docent bij

de basiseenheid Economische Geografie.

Zij zal in het eerste jaar Economische

Geografie: Grote theorieën en actuele

thema’s verzorgen, samen met dhr.

Sijtsma. Het onderzoek van Brouwer richt

zich onder andere op FDI (Foreign Direct

Investment), internationale (re)locatie,

bedrijfsheterogeniteit en gedragseconomie.

Brouwer is in 2005 gepromoveerd in

de Ruimtelijke Wetenschappen op een

bedrijfsdemografisch onderwerp en

aansluitend werkte zij als universitair docent

bij de vakgroep International Economics

& Business, ook bij de RuG. In haar vrije

tijd is zij bezig met provinciale politiek en

wijkontwikkeling.

Drs. M. de Bakker

Ruimtelijke Informatiekunde: Data &

Cartografie

Marien de Bakker werd in 1958 geboren in

Wageningen. Na zijn studie fysische

geografie aan de Vrije Universiteit

Amsterdam heeft hij zich verdiept

in het gebruik van geografische

informatiesystemen. Vooral de educatieve

aspecten, toepassingen van de ruimtelijke

informatiekunde (GIS en cartografie) en het

management van geoinformatie hebben

zijn interesse. Hij is de coördinator van het

Centrum voor Ruimtelijke Informatiekunde

CRIG van de faculteit.

Drs. H.C. Diederiks

Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek

Chris Diederiks heeft na zijn middelbare

school in Emmeloord net als jullie gekozen

voor een studie aan de Faculteit Ruimtelijke

19.

Wetenschappen. Na zijn afstuderen heeft hij

de Lerarenopleiding Aardrijkskunde gedaan.

Vervolgens heeft hij een aantal jaren op

verschillende middelbare scholen gewerkt

totdat hij de kans kreeg om aan de slag te

gaan als docent in de bacheloropleiding

SG&P. Zijn vrije tijd besteedt hij graag

aan reizen en wielrennen. Alle eerstejaars

FRW zullen hem in het eerste jaar ook

tegenkomen bij Inleiding Wetenschappelijk

Onderzoek.

Dr. ir. T. van Dijk

Ruimtelijk ontwerpen 1: Regionale strategieën

& Ruimtelijk Ontwerpen 3: ontwerpatelier

Terry van Dijk (1975) verzorgt twee vakken

(regionale strategieën en ontwerpatelier;

beide in je eerste jaar) in de ontwerplijn van

Technische Planologie, die twee jaar geleden

werd ingezet. Hij studeerde in Wageningen,

promoveerde in Delft, deed een NWO-

PostDoc onderzoek in Wageningen en is nu

dus universitair docent bij ons. Heeft veel in

het buitenland onderzoek gedaan, met name

naar ingrepen in agrarische structuur en

bescherming van open ruimte tussen grote

steden.Van Dijk onderzoekt nu vooral de

verleidingskracht van regionale ontwerpen:

wat doet een ontwerp met mensen, hoe ze

kijken naar hun regio, hoe beïnvloedt een

ontwerp hun beslissingen?

Prof. dr. J. van Dijk

Economie

Jouke van Dijk (1956) is hoogleraar

Regionale Arbeidsmarktanalyse en

verschijnt om die reden vaak in het

Dagblad van het Noorden. Hij is in 1981

afgestudeerd aan de economische faculteit

en richtte zich in zijn proefschrift op

‘Migratie en Arbeidsmarkt’. Als onderzoeker

houdt hij zich (volgens zijn website) bezig

met ‘… arbeidsmarktvraagstukken als

werkloosheid, werkgelegenheid, migratie

en arbeidsmarktbeleid…’. In het eerste jaar

komen jullie hem samen met prof. dr. Strijker

tegen bij economie.

Dr. P. Druijven

Regio in kwestie: China

Peter Druijven heeft uit de afgelopen

jaren een groot aantal publicaties op zijn

naam staan, vooral over onderwerpen

van cultureel-geografische aard. Druijven

heeft een tijd lang in Mexico gewoond en

is de afgelopen jaren ook mee geweest op


.

excursies naar dit land, die sommige SG&P

studenten in hun derde jaar gaan meemaken.

Naast zijn betrekking aan onze faculteit

op het gebied van culturele geografie is

hij ook nog werkzaam bij het universitair

onderwijscentrum van de universiteit, bij de

afdeling Teacher Education. Daarnaast geeft

hij het vak China aan eerstejaars.

Dr. P.D. Groote

Culturele geografie

Peter Groote werd in 1962 geboren in het

Friese Oosterwolde, maar groeide op in

Stadskanaal. Hij studeerde in 1988 aan

onze faculteit af in de regionale geografie

op een afstudeeronderzoek naar de

stedelijke planning in Lahore, Pakistan.

Na zijn afstuderen verhuisde hij binnen

het WSN-gebouw naar de Economische

Faculteit, waar hij in 1995 zijn dissertatie

over investeringen in infrastructuur in de

negentiende eeuw verdedigde. Vanaf 1996

is hij weer terug op het oude nest, waar

hij vooral cursussen culturele en politieke

geografie verzorgt. Toch kruipt het bloed nog

steeds waar het niet gaan kan, zodat hij nog

steeds graag bijklust in de cultuurhistorie

en de economische geschiedenis.

Dr. T. Haartsen

Geografie en planologie van Nederland

Net als Chris Diederiks en Annemieke

Logtmeijer is ook Tialda Haartsen geboren

en getogen in de Noordoostpolder. Na haar

studie Regionale Geografie (nu Culturele

Geografie) aan onze Faculteit is zij, via wat

omzwervingen richting onder andere het

Arctisch gebied, als promovendus bij de FRW

terecht gekomen. Haar promotieonderzoek

ging over veranderingen in gebruik,

eigendom en beelden van het platteland.

Sinds eind 2002 werkt ze als universitair

docent bij Culturele Geografie.

D.J. Herbers MSc

Population Dynamics

Daniël Herbers is net begonnen aan het

tweede jaar van zijn PhD. Het eerste jaar

heeft hij doorgebracht in Barcelona, om

daar de European Doctoral School of

Demography te volgen. In zijn PhD project

wil hij kijken hoe veranderingen in het

leven van het individu invloed kunnen

hebben op de woon-en leefsituatie en

het welzijn op oudere leeftijd. Dit jaar

gaat Daniël een aantal colleges geven bij

Population Dynamics. Daarnaast helpt hij

bij het organiseren van de ‘International

Conference of Population Geographies’ die

in juni 2013 in Groningen wordt gehouden.

20.

Prof. dr. ir. P. Ike

Ruimtelijke Ontwerpen 2: Bouwen & Ruimtelijk

ontwerpen 3: ontwerpatelier

Paul Ike werd in 1949 in Groningen geboren.

Na het behalen van het HBS-B diploma aan

het Heymans-lyceum in Groningen, ging hij

Weg- en Waterbouwkunde studeren aan

de HTS, eveneens in zijn geboortestad.

Na zijn dienstplicht is hij naar Delft

vertrokken om Civiele Techniek te gaan

studeren aan de Technische Universiteit

aldaar. Hij studeerde af in de richting

Civiele Planologie, Verkeerskunde en

Verkeersbouwkunde. Na zijn afstuderen

heeft hij drie jaar als onderzoeker aan de

Universiteit in Delft gewerkt. Vervolgens

is hij als docent en onderzoeker bij de

faculteit komen werken, aanvankelijk op

het gebied van de milieuplanning. Later

heeft hij zich meer gericht op de planning

van infrastructuur en ontgrondingen.

Hij promoveerde op het onderwerp ‘de

planning van ontgrondingen’. Hij is thans

bijzonder hoogleraar in de Technische

Planologie. Hij is de opleidingsdirecteur

voor de bachelor SG&P en de bachelor TP en

tevens secretaris van de examencommissie

van de bachelor Technische Planologie.

Dr. W.J. Meester

Statistiek 1

Wim Meester werd in 1953 in Heerenveen

geboren en groeide op in Akkrum. Hij

studeerde aan onze eigen faculteit, toen

nog Geografisch Instituut geheten, en werkt

er sinds 1983. Vanaf het begin heeft hij zich

hier bezig gehouden met onderzoek, in het

bijzonder naar imago’s en de waardering van

vestigingsplaatsen. Later is het onderwijs

er als taak bijgekomen. Jullie zullen hem

tegenkomen bij het vak Statistiek 1.

Dr. L.B. Meijering

Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek

Louise Meijering studeerde regionale

geografie aan de RUG. Na haar promotie

heeft ze onder andere aan de Universiteit

van Uppsala gewerkt. Binnen de

bachelor geeft ze vooral vakken op het

gebied van methodologie. Daarom zal

ze in de propedeuse het vak Inleiding

wetenschappelijk onderzoek en

wetenschappelijk presenteren verzorgen.

Dr. ir. E.W. Meijles

Fysische geografie van de wereld

Erik Meijles is geboren en getogen in

West-Friesland (Noord-Holland) en

heeft, na zijn middelbare school, Bodem,

Water en Atmosfeer gestudeerd in


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

Wageningen. Hij studeerde af op een

geomorfologische kartering in Costa Rica

en op de invloed van het landbouwbedrijf

op de bodemopbouw in Zeeland. Daarna

heeft hij een promotieonderzoek afgerond

in Plymouth (UK) over de gevolgen van

begrazing en heidebranden op bodem

en hydrologie van Dartmoor. Vervolgens

heeft Erik onderwijservaring opgedaan bij

Milieukunde aan het HBO Van Hall Larenstein

en heeft hij zich gericht op toepassingen

van Geografische Informatiesystemen in

omgevingswetenschappen. Sinds 2007 is

Erik werkzaam aan de faculteit en terug bij

zijn favoriete vakgebied: geografie van de

natuurlijke omgeving.

Prof. dr. C. Mulder

Population Dynamics

Prof. dr. C. Mulder is in maart 2011 benoemd

tot hoogleraar Demografie en Ruimte aan

onze faculteit. Daarvoor was Mulder acht

jaar aan de Universiteit van Amsterdam

dit vakgebied. Ook is ze als onderzoeker

verbonden geweest aan de Faculteit

Geowetenschappen aan de Universiteit

Utrecht. Ze heeft geografie gestudeerd

aan de Universiteit van Amsterdam.

Haar interesses liggen onder meer in

huisvesting en woningbezit, residentiële

mobiliteit, woningkeuze, familieverbanden

en de verbanden tussen huisvesting en

demografisch gedrag.

W. Rauws MSc

Ruimtelijk ontwerpen 3: ontwerpatelier

Ward Rauws, geboren in Lelystad, studeerde

in 2009 af op een onderzoek naar de

ontwikkeling van stad-land relaties in

Montpellier, Frankrijk. Sindsdien is hij in

dienst bij de faculteit als onderzoeker en

docent bij de basiseenheid Planologie. Hij is

betrokken bij onderzoeken naar peri-urbane

gebieden, ruimtelijke conceptvorming en

complexiteit & planning binnen Nederland

en op Europees niveau. Daarnaast is hij

medeoprichter van het Groninger Dispuut

der Planologen Ekistics.

prof. dr. G. de Roo

Ruimtelijke planning 1: structuren & functies

Gert de Roo is hoogleraar in de Planologie en

voorzitter van de Basiseenheid Planologie.

Daarnaast is hij President van de Association

of European Schools of Planning (AESOP).

AESOP vertegenwoordigt 170 universitaire

scholen in Europa die verantwoordelijk zijn

voor planologisch onderwijs en onderzoek.

AESOP is, samen met ACSP, de Amerikaanse

zusterorganisatie, mondiaal toonaangevend

als platform voor het planningtheoretische

debat, voor de ontwikkeling van het

planologisch onderwijs en voor interactie

tussen academici die ruimtelijke planning

als hun object van studie zien. Als hoofd

van de BE Planologie is verantwoordelijk

voor de ontwikkeling van planologisch

onderzoek en onderwijs. Dit heeft onder

meer geleid tot een fundamentele

herziening en vernieuwing van de Ba

Technische Planologie en de beide masters

in de planologie die aan onze faculteit zijn

verbonden. Zijn persoonlijke interesses

liggen op diverse terreinen, die onder meer

de besluitvorming beslaan rond interventies

in de fysieke leefomgeving. Veel van zijn

onderzoeken en publicaties zijn gericht

op de gevolgen van decentralisatie-,

integratie- en transitieprocessen, in het

bijzonder die het fysieke omgevingsbeleid

raken. Een ander belangrijk deel van zijn

onderzoek betreft de ontwikkeling en de

onderbouwing van beslissingsmodellen, die

keuzes kunnen ondersteunen ten aanzien

van ingrepen in de fysieke leefomgeving.

Dr. F.J. Sijtsma

Economische geografie 1

Frans Sijtsma (1964) is docent economische

geografie bij onze faculteit. Daarnaast

doet hij ook veel werk voor de Faculteit

Bedrijfskunde en Economie.

S. Slabbers

Ruimtelijk ontwerpen 1: regionale strategieën

Landschaparchitect Ir. Steven Slabbers

bekleedt aan onze faculteit de functie van

hoogleraarschap binnen het vakgebied van

o.m de landschapsarchtitectuur. Technisch

Planologiestudenten krijgen het eerste jaar

college van hem. Stevens Slabbers is sinds

enkele jaren actief op onze Faculteit en hij

is tevens directeur van het bureau Bosch

21.

en Slabbers, dat actief is op verschillende

terreinen van planning in zowel het landelijk

als het stedelijk gebied. In zijn colleges kan

hij de projecten waaraan zijn bureau heeft

gewerkt goed gebruiken om zijn verhaal te

vertellen aan de studenten.

Prof. dr. D. Strijker

Economie

Dirk Strijker (1953) is hoogleraar Culturele

geografie en is verantwoordelijk

voor de Mansholtleerstoel voor

Plattelandsontwikkeling. Hij bekleedt

veel functies binnen de faculteit: zo

is hij voorzitter van de Basiseenheid

Culturele Geografie en voorzitter van de

Faculteitsraad. Zijn interesse ligt vooral

op het gebied van het platteland en kan

elke student verbaasd doen staan over

zijn grote kennis van namen van kleine

gehuchtjes in de Veenkoloniën (zoals daar

is: Gasselterboerveenschemond).

Dr. ir. S. G. Weitkamp

Denken over geografie en planologie

Dr. ir. S.G. Weitkamp is sinds twee

jaar werkzaam bij de FRW. Hij is

assistent professor aan de RUG. Zijn

interessegebieden zijn landscape research

en GIS (geographic information systems). Hij

heeft landschapsarchitectuur gestudeerd

aan de Universiteit Wageningen. Naast

docent is hij ook coördinator van het

Honours College, dus de toppers onder de

eerstejaars krijgen veel met hem te maken.

Drs. C. Zuidema

Ruimtelijke planning 1: structuren & functies

Christian Zuidema werkt sinds 2003 aan

uiteenlopende onderwerpen. Hij richt

zich vooral op het Stedelijke Milieu.

Centraal staan daarbij onder andere de

problemen rondom luchtkwaliteit, de

groeiende invloed van de Europese Unie

op Nederlandse overheden en de toekomst

van het Nederlandse milieubeleid. Zuidema

heeft zijn PhD-traject aan onze faculteit

afgelegd. g


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

vakintroductie

Vakintroductie

Altijd handig: een lijst met al je vakken van

komend jaar. Zo kan je van tevoren checken

wat je allemaal tegen gaat komen!

Culturele Geografie

SG&P Semester 1a

Bij het vak Culturele Geografie draait

het allemaal om betekenis, ‘meaning’, de

relatie tussen mensen en plaatsen. Peter

Groote vertelt op levendige wijze over

de verschillende onderwerpen, waarbij

de betekenis van de plek een centrale rol

speelt. Vraagstukken omtrent etniciteit en

natuurontwikkeling worden besproken,

maar ook verschijnselen als globalisering en

lokalisering komen langs. Bovendien is het

boek ‘People and Place’ zowel interessant

als leuk om te lezen. Veel van de namen die

je hoort bij dit vak zal je later in je studie

weer tegenkomen. Een goed vak om op te

bouwen dus!

Denken over geografie en planologie

SG&P Semester 1a

Dit is een nieuwe cursus en het is wat praktijk

gerichter. Er wordt aandacht besteed aan het

toepassen van academische vaardigheden

in sociaal-ruimtelijke vraagstukken. Ook

komen er verschillende actuele thema’s

aan bod, waarbij je leert hoe een geograaf

of planoloog dit waarneemt. Dit vak wordt

gegeven door middel van hoorcolleges,

werkcolleges en een excursie. Je wordt

beoordeeld op je deelname tijdens de

werkcolleges, dus een actieve houding

is heel belangrijk. Verder maak je een

reflectieverslag en een tentamen. Het vak

wordt gedoceerd door Gerd Weitkamp

Economische Geografie 1: grote theorieën

en actuele thema’s

SG&P en TP Semester 1a

In deze cursus bespreken Aleid Brouwer

en Frans Sijtsma de basisbegrippen

binnen de economische geografie. De

eerste colleges gaan over de ‘klassieke’

vestigingsplaatstheorieën van bijvoorbeeld

Von Thünen en Christaller. Later worden

nieuwere theorieën uitgelegd. Centraal in

de colleges ligt de vraag of we de actuele

ontwikkelingen beter kunnen begrijpen aan

de hand van de grote theorieën. Kloppen

de modellen ook in het dagelijks leven of

komen ze alleen goed uit op papier?

Ruimtelijk Ontwerpen 1: regionale

strategieën

TP Semester 1a

Een vak waardoor meteen veel aspecten

van de planologie duidelijk worden voor de

student. De vele aspecten en problemen bij

het oplossen van ruimtelijke vraagstukken

komen aan bod. Na colleges van Terry van

Dijk en Steven Slabbers volgen vijf excursies

naar planologisch interessante gebieden in

Nederland. Of het nou Drenthe of Almere

is, overal zijn interessante ruimtelijke

structuren te vinden die aan de hand van

opdrachten worden behandeld.

Ruimtelijke Planning 1: structuren en

functies

TP Semester 1a

Dit vak kan worden gezien als een inleiding

in de planologie. Het fantastische boek ‘Van

Grachtengordel tot Vinexwijk’ behandelt

bijna de hele geschiedenis van de planologie

van Nederland en geeft een goede basis

voor de rest van je studie. Ook ingewikkelde

processen binnen de planologie worden

geïntroduceerd en vervolgens in latere

vakken uitgediept. Een goede inzet bij dit

vak levert bij andere vakken een voorsprong

op, en is dus aan te raden. Verder zijn de

colleges van dit vak meestal erg interessant

en gezellig.

Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek

SG&P en TP Semester 1b

Bij Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek zet

je je eerste stappen in het onderzoeksveld.

Tijdens hoorcolleges en practica leer je

hoe het onderzoeksproces er uit ziet en

schrijf je je eerste literatuurbespreking. Het

onderdeel bibliotheekvaardigheden bestaat

uit twee cursussen waarin je leert hoe je de

juiste artikelen voor jou onderzoek kunt

vinden. Ook je presentatievaardigheden

worden op de proef gesteld. In kleine

groepen bespreek je het onderzoek waarna

je kritiek ontvangt van je medestudenten.

Het is dé basis voor een wetenschappelijke

manier van werken.

Population Dynamics

SG&P en TP Semester 1b

Deze cursus wordt in het Engels gegeven.

Het gaat over demografie en veranderingen

die in de bevolkingsopbouw ontstaan

door bijvoorbeeld veranderingen in

het vruchtbaarheidscijfer, sterftecijfer,

22.

het aantal huwelijken en scheidingen,

maar ook het stijgen van de gemiddelde

levensverwachting. Daarnaast wordt er

aandacht besteed aan de gevolgen van zulk

soort veranderingen. Je kunt hierbij denken

aan de gevolgen die vergrijzing van de

bevolking kan hebben op de arbeidsmarkt,

de huizenmarkt en de manier waarop

mensen samenleven. De colleges worden

gegeven door verschillende docenten; Hans

Elshof, Daniël Herbers , Clara Mulder en een

aantal gastsprekers. Per college komt er een

ander thema aan bod, waarbij je verwacht

wordt bijbehorende artikelen te lezen. Het

vak wordt getoetst door middel van een

tentamen (60%) en opdrachten (40%).

Ruimtelijke planning 2: urban challenge

SG&P en TP Semester 1b

Ook deze cursus wordt in het Engels

gegeven. Dit vak, ruimtelijke planning,

richt zich op de stedelijke planning en

stedelijke cultuur. Tijdens de hoorcolleges

worden verschillende stedelijke theorieën

en concepten behandeld die je goed

moet weten voor het tentamen. Veel van

deze theorieën zul je ook later zeker nog

tegenkomen. Daarnaast moet je in een

groep verschillende deelopdrachten

maken, waarbij je vaak moet kijken naar

veranderingen in bepaalde steden,

problemen en oplossingen. Aan het einde

van elk van deze deelopdrachten betrek je

deze aspecten op een zelfgekozen stad. Als

laatste maak je een eindopdracht waarbij de

stad, die jou groepje heeft gekozen, centraal

staat. Deze opdrachten mag je zowel in het

Engels als Nederlands maken. Het vak wordt

gegeven door Justin Beaumont. Het wordt

getoetst door middel van de opdrachten

(60%) en een tentamen (40%).


Ruimtelijk Ontwerpen 2: bouwen

TP Semester 1b & 2b

Dit is voor velen een van de lastigste

vakken in het eerste jaar Technische

Planologie. Bouwen bestaat uit twee

onderdelen, sterkteleer en bouwrijpmaken,

en wordt sinds een paar jaar gesplitst

gegeven. Sterkteleer gaat vooral over met

natuurkundige principes berekeningen

uitvoeren op constructies om hun sterkte en

stijfheid te berekenen. Bij bouwrijpmaken

leer je over bodemgesteldheid en

waterhuishouding. Onderschat dit vak niet,

ga naar de colleges en maak je opdrachten,

dan krijg je het inzicht dat je nodig hebt om

de tentamens te halen.

Fysische geografie van de wereld

SG&P en TP Semester 2a

Bij het vak fysische geografie van de

wereld leer je kennis maken met een

andere invalshoek van de geografie. Ook

al lijkt fysische geografie weinig te maken

te hebben met ons vakgebied, het is toch

onmisbare kennis voor een geograaf. Bij

dit vak wordt er ingegaan op onderwerpen

als geologie, klimaat, bodemkunde en

hydrologie. Deze onderwerpen kunnen

nog bekend voorkomen van de middelbare

school, maar bij dit vak wordt er nog een

stuk gedetailleerder op de stof ingegaan.

Er wordt gekeken naar mondiale fysisch

geografische processen, waarbij de

ontstaansgeschiedenis van Nederland als

voorbeeld wordt gebruikt.

Ruimtelijke informatiekunde 1: data en

cartografie

SG&P en TP Semester 2a

Bij dit vak draait het om het verkrijgen van

data over allerlei geografische gegevens

van binnen en buiten Nederland en die

vervolgens verwerken. Hier kunnen dan

vervolgens kaarten van gemaakt worden,

die weer gebruikt kunnen worden voor

verder wetenschappelijk onderzoek.

Een voorbeeld is het verzamelen van de

spreiding van studenten over verschillende

wijken in Groningen. Van deze gegevens leer

je vervolgens duidelijke en overzichtelijke

kaarten te maken. Bij dit vak heb je naast

de gebruikelijke hoorcolleges ook een

aantal werkcolleges, waarbij je leert hoe

je een goede kaart maakt. Ook leer je hier

hoe je moet werken met geografische

informatiesystemen (GIS).

Statistiek 1

SG&P en TP Semester 2a

Statistiek staat bekend als een struikelvak

binnen onze faculteit. Dat is het trouwens niet

alleen bij ons, maar bij meerdere faculteiten.

Statistiek is namelijk een vak dat van groot

belang is voor je wetenschappelijke carrière.

Je hebt het vaak nodig bij het schrijven van

je bachelor –en masterscriptie. Bij dit vaak

krijg je hoorcolleges waar de stof wordt

uitgelegd, daarnaast nog werkcolleges

waar je vervolgens statistische opdrachten

voorgeschoteld krijgt. Als laatste heb je ook

nog computerpracticums waar je aan de

hand van het programma SPSS kennis leert

maken met statistiek op de computer.

Regio in kwestie: China

SG&P Semester 2b

China heeft met ruim 1,3 miljard inwoners

de grootste bevolking ter wereld. Alleen

dit al maakt van China een zeer interessant

land. Daarnaast zijn er nog zoveel dingen

die China bijzonder maken, zoals de rijke

historie en de politieke perikelen als de

éénkindpolitiek. Bovendien is de cultuur

heel anders dan die in Europa. Maar

China heeft ook een groeiende economie

en kan niet langer genegeerd worden

door de westerse wereld. Daarom is het

belangrijk om te weten met wat voor land

we te maken hebben. In dit vak wordt een

eerste kennismaking gemaakt met het

merkwaardige land China.

Economie

SG&P Semester 2b

Ondanks dat wij geen economische studie

doen, is het ook voor ons belangrijk om

wat van de economie af te weten. Dat

wordt al aangetoond door de vakken over

economische geografie. Dit vak gaat verder

in op het economische aspect zelf. Daarmee

23.

valt het vak wat minder in lijn met de andere

vakken van onze studies, maar toch is het

nuttige kennis. Voor mensen die economie

op de middelbare school hebben gehad,

zal er ongetwijfeld één en ander bekend

voorkomen, maar toch is het zeker geen vak

om te onderschatten.

Geografie & planologie van Nederland

SG&P Semester 2b

In dit vak wordt de kennis die opgedaan

is in de voorgaande vakken toegepast op

Nederland. Dat wordt gedaan aan de hand

van thema’s als de ruimtelijke ordening,

natuur en landschap. En dat gebeurt niet

alleen in de collegebanken, maar er hoort ook

een excursie bij. Allereerst zal er een tocht

door het interessante Flevoland gemaakt

worden. Flevoland is helemaal gepland

en gemaakt door mensen en is daarmee

anders dan alle andere provincies. Daarna

gaat de reis door naar Rotterdam. Er wordt

bijvoorbeeld een kijkje genomen in één van

de grootste havens ter wereld. Ook zullen

verschillende wijken worden geanalyseerd

om de verschillen en overeenkomsten te

ontdekken en te verklaren. Al met al een

interessante en leerzame trip.

Ruimtelijk Ontwerpen 3: ontwerpatelier

TP Semester 2b

Dit vak is de verbinding tussen alles wat

je in het eerste jaar hebt geleerd en de

alledaagse praktijk. Zeven weken lang ben je

twee volle dagen per week in Haren aan de

slag met het maken van regiovisies, plannen

en concrete ontwerpen in de gemeente

Haren. Deze producten moet je aan het eind

van de cursus ook aan afgevaardigden van

de gemeenteraad van Haren presenteren.

Naast het feit dat het fijn is om je kennis in

de praktijk te gebruiken is het ook een heel

gezellig vak waarbij je veel contact hebt met

je studiegenoten en docenten.

Ruimtelijk Ontwerpen 4: innovatief

denken

TP Semester 2b

Bij Innovatief denken leer je van Paul Ike

manieren om anders en vooral creatief over

problemen na te denken. In de verschillende

opdrachten ga je zelf bezig met het vinden

van oplossingen met nieuwe methoden. De

literatuur hierbij is erg leerzaam en veel

methoden zijn erg grappig om een keer mee

te werken. Een vak wat niet alleen binnen

de planologie handig kan zijn, maar waar je

ook in het dagelijks leven gebruik van kan

maken. g


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

studentenorganisaties

Geo Promotion

Beste nieuwe FRW-student,

Wij zijn Elisa, Danielle, Michiel, Roland, Robin

en Marten en wij organiseren in maart 2013

hét congres van de Faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen. Dit is een inspirerende

dag voor het bedrijfsleven en studenten

om verder in gesprek te gaan over een

specifiek faculteit gerelateerd thema. Het

congres laat je zien waarom je studeert en

biedt je de gelegenheid om met interessante

mensen in gesprek te gaan over thema’s die

jou boeien. Dus als je een studiedipje hebt,

simpelweg nog enthousiaster wilt worden

over je vakgebied of in contact wilt komen

met bedrijven is het congres, georganiseerd

door Geo Promotion, een dag waar jij bij

moet zijn! De dag bestaat uit verschillende

lezingen, boeiende workshoprondes, een

plenaire paneldiscussie met afsluitend een

borrel en diner.

Stichting Geo Promotion

In 1986 werd Stichting Geo Promotion

opgericht door een groep studenten van de

Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen aan

de Rijksuniversiteit Groningen. Sindsdien

houdt Geo Promotion zich bezig met het

organiseren van congressen, maar ook

symposia en seminars voor de faculteit. Deze

activiteiten hebben allen een geografisch,

planologisch of vastgoedkundig relevant

thema.

Geo Promotion stelt zich als doel de

belangstelling voor de geografie en

planologie wetenschap onder studenten

te vergroten. De activiteiten van Geo

Promotion zijn er om studenten bekend te

laten maken met de praktische toepassing

van wetenschap op het gebied van

planologie en geografie.

Roland Dijkhuizen - vicevoorzitter

Bestuur 2012 – 2013

Ons bestuur bestaat uit zes ambitieuze

studenten van de Faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen. Elisa Souverein vervult de

functie van voorzitter. Zij volgt de master

Vastgoedkunde en heeft daarnaast haar

eigen vastgoedconsultancybedrijf. Daniëlle

Koop doet de master Population Studies.

Michiel Roelfsema combineert de masters

Planologie en Vastgoedkunde. Roland

Dijkhuizen volgt de master ‘Environmental

and Infrastructure Planning’en is lid van

studentenroeivereniging ‘Aegir’. Robin

Groenewold zit in de laatste fase van de

bachelor SGP en is oud-bestuurslid

van Ibn Battuta. Marten Hoekstra is

bachelorstudent SGP.

Als bestuur 2012-2013 zijn we op dit

moment al druk op zoek naar een relevant

thema. Verschillende ideeën passeren de

revue. We hebben contact met verschillende

mensen van de faculteit, het bedrijfsleven

en de politiek. Op deze manier hopen wij

een zo actueel en interessant mogelijk

thema te bieden.

Wij hebben er in ieder geval allemaal

ontzettend veel zin in. Houd de site,

www.geopromotion.nl , in de gaten voor

de themabekendmaking, deelnemende

bedrijven en de interessante sprekers

die het congres compleet maken. Mocht

je vragen, suggesties, of mededelingen

hebben, of je wilt eens een kop koffie

drinken om mee te kunnen denken, mail dan

naar contact@geopromotion.nl.

Namens het bestuur van Geo Promotion

2012-2013,

Elisa Souverein - Voorzitter g

Robin Groenewold - commissaris intern

Elisa Souverein - voorzitter

Daniëlle Koop - secretaris

Michiel Roelfsema - penningmeester

Marten Hoekstra - commissaris extern

24.


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

studentenorganisaties

Ibn Battuta

Inmiddels is voor jullie een nieuw tijdperk

aangebroken. Je bent nu een echte student

geworden! Hopelijk heb je je plekje

kunnen vinden op de faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen en heb je inmiddels ook

al wat gehoord van Ibn Battuta. Nu hoor

ik je denken, wat is dat dan? Je spreekt

het uit als Ibbun Baattoettaa, en het eerste

gedeelte is geen afkorting maar een naam.

De naam behoort toe aan een Marokkaanse

ontdekkingsreiziger uit de 14e eeuw die

op zijn kameel ruim 120.000 kilometer

heeft afgelegd. Eigenlijk heet de goede

man Abdullah Mohammed ibn Abdullah

ibn Ibrahim al-Lawati ibn Battuta. Hij staat

bekend als één van de oudste grondleggers

van de geografie uit de Arabische wereld.

Maar wat doet een faculteitsvereniging

en specifiek Ibn Battuta nu eigenlijk?

De vereniging organiseert leuke,

studiegerelateerde en gezellige activiteiten.

Zo beginnen we elk jaar met het traditionele

introductiekamp, maar daarnaast doen

we natuurlijk nog veel meer. Excursies in

binnen- en buitenland, lezingen, borrels,

barbecues en feesten worden door een

groep enthousiastelingen georganiseerd

voor alle studenten aan de faculteit. Deze

groep bestaat onder andere uit het bestuur,

maar vooral belangrijk zijn de vele

Ibn Battuta

verschillende commissies, werkgroepen en

genootschappen die de vereniging rijk is.

Een van de dingen die de vereniging het

afgelopen jaar heeft georganiseerd was de

korte buitenlandse excursie naar Frankfurt.

Daarnaast werd er een lánge buitenlandse

excursie naar Roemenië, Moldavië en

Oekraïne gehouden. Tevens ging er een

grote groep studenten door middel van

een liftwedstrijd richting Oostende. Ook

vertrekt er sinds een aantal jaren elk jaar een

grote groep leden richting de Alpen voor de

wintersport met de wintersportcommissie.

Naast deze langere excursies zijn er ook vele

dagexcursies. Bijvoorbeeld een dagexcursie

naar de door een vuurwerkramp getroffen

wijk in Enschede en een rondleiding bij

een rioolwaterzuiveringsinstallatie in

Garmerwolde. Verder organiseert EGEA

voor weinig geld veel uitwisselingen met

andere geografiestudenten in Europa.

Naast al het reizen worden er ook lezingen,

bedrijfsbezoeken en workshops gehouden.

Hierbij moet je denken aan bijvoorbeeld

een lezing over het natuurbeleid, een

bezoek aan een bedrijf als Stadkwadraat en

een workshop ontwerpen. Kortom, er valt

voor iedereen wel iets te zien en te doen bij

de verschillende activiteiten.

g

25.

Ook dit jaar gaat er natuurlijk weer van alles

gebeuren. Alle activiteiten zijn te vinden

in de activiteitenagenda op onze website

www.ibnbattuta.nl.

Naast alle activiteiten heeft de vereniging

ook zijn eigen koffiekamer in het

Duisenberggebouw. Hier kun je elke dag

een lekker bakje koffie of thee halen tegen

een zeer schappelijke prijs. In de pauzes

loopt deze kamer gezellig vol met studenten

vanuit alle jaargangen om bij te komen van

het zware studentenleven. Tussen 10:00 en

13:00 is er ook altijd iemand van het bestuur

aanwezig in deze kamer. Dus heb je een

vraag, of gewoon zin in een gezellig praatje,

kom dan eens langs!

Tot slot, lijkt het je leuk om mee te gaan

met activiteiten van Ibn Battuta, schrijf je

dan in via de site of het mededelingenbord

bij de koffiekamer. Wil je naast je studie

ook actief worden en zelf onderdeel zijn

in het bedenken en tot stand laten komen

van alle verschillende activiteiten? Schrijf

je dan in voor één van de commissies of

werkgroepen van Ibn Battuta. Als je hierover

meer informatie wil, kijk dan eens op de site

of vraag een bestuurslid naar wanneer de

inschrijvingen van een bepaalde commissie

of werkgroep opengaan. g

Bestuur Ibn Battuta 2012-2013 (v.l.n.r.):

Kim van der Zande (commissaris extern), Ewout van Spijker (secretaris), Paula Bongertman (vice-voorzitter),

Lucas Vaartjes (voorzitter), Niels van den Brink (penningmeester), Marjolijn Dijk (commissaris intern).


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

studentenorganisaties

Pro Geo

Als je begint met studeren komen er altijd

een heleboel nieuwe leuke dingen op je

af. Nieuwe mensen, een nieuwe omgeving.

En ook een nieuwe manier van leren. Er

zijn immers veel verschillen tussen de

middelbare school en de universiteit. Een

belangrijk verschil is de grote mate van

zelfstandigheid die je hebt op de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen (FRW). Die

zelfstandigheid is fijn, maar wordt óók van

jou verwacht. Veel dingen moet je zelf

regelen, zoals: boeken kopen, inschrijven

voor vakken en naar colleges gaan. Het is

echter niet mogelijk om als student álles

binnen de FRW zelf te regelen. Daarom

bestaat Pro Geo. Deze stichting

wordt bestuurd door vijf studenten

en probeert de belangen van alle

studenten aan de faculteit zo

goed mogelijk te behartigen.

Bestuur Pro Geo 2012-2013:

(v.l.n.r.)

Martine Mollema

Vice-voorzitter

Anne Boer

Secretaris

Roselinde van der Wiel

Penningmeester

Loes Kerkdijk

Voorzitter

Berber Oosterhagen

Commissaris OC’s

Website: www.progeo.nl

E-mail: info@progeo.nl

Omdat dit misschien nogal vaag klinkt een

paar voorbeelden van wat Pro Geo (dus ook

voor jou!) doet:

- Pro Geo doet er alles aan om klachten

van studenten met betrekking tot de

FRW op te lossen. Voorbeelden zijn: een

overvolle collegezaal, een tentamen dat

de stof niet dekt of een docent die zijn

afspraken niet nakomt. Hierover nemen wij

dan contact op met de docent of met de

Opleidingscommissie. Je kunt bovendien

Pro Geo

anoniem blijven als je dat wilt. Op www.

progeo.nl/klachten of via de e-mail kun je

ons bereiken.

- Ook kan Pro Geo vragen beantwoorden

met betrekking tot je opleiding. Voor advies

en voorlichting kun je dus ook bij ons

terecht. Omdat we net als jij student zijn,

zijn we vaak goed op de hoogte van wat er

speelt bij vakken.

- Pro Geo controleert de kwaliteit van het

onderwijs aan de FRW. Dit gebeurt onder

andere in de Faculteitsraad (F-raad), die

zeggenschap heeft over

de onderwijsprogramma’s. De vijf

bestuursleden van Pro Geo zitten samen

met vijf personeelsleden in de F-raad.

Ongeveer vijf keer per jaar vergadert dit

orgaan over belangrijke zaken binnen de

FRW. Via verkiezingen in mei wordt de

F-raad ieder jaar samengesteld.

- Daarnaast stuurt Pro Geo de

Opleidingscommissies (OC’s) aan. In een OC

evalueren enkele studenten en docenten de

vakken van een vorige periode. Elke opleiding

heeft er één. Ook voor komend jaar zijn we

26.

weer op zoek naar een eerstejaarsstudent

SG&P en eerstejaarsstudent TP die zitting

willen nemen in de OC. Begin september

kun je je hiervoor inschrijven.

- Pro Geo organiseert samen met Ibn

Battuta de boekenverkoop voor studenten

in september. Daarnaast wordt er samen

de Carrièredag georganiseerd. Op deze dag

kunnen studenten kennismaken met de

arbeidsmarkt.

- Jaarlijks organiseert Pro Geo de FRW

Onderwijsprijs voor de beste docent aan

de faculteit. Met deze prijs proberen we

docenten te inspireren om interessante

colleges te geven.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van

zaken waar Pro Geo zich mee bezig houdt.

Meer informatie kun je vinden op de

website, of stuur ons een e-mail. Natuurlijk

kun je ook een praatje maken met één van

de bestuursleden van Pro Geo. g


girugten

00 / september 2012

eerstejaarseditie

poster

g

27.

More magazines by this user
Similar magazines