Veerman: 'Ruimte voor creativiteit' - Kivi Niria

kiviniria.nl

Veerman: 'Ruimte voor creativiteit' - Kivi Niria

1 ste jaargang / nummer 1 / december 2008

Prijs losse verkoop € 12,50

Leven en Bouwen in de Delta

Dordrecht bouwt huizenrij

als waterkering

Leidraad voor watervisie

Overstromingsrisico’s verzekeren

Leeft water onder jongeren?

Veerman: ‘Ruimte voor creativiteit’


Redactioneel

Krachtenbundeling

in de delta

Wereldwijd vestigen zich steeds meer mensen in kansrijke,

maar evenzeer kwetsbare delta’s, kust- en riviergebieden.

Een stijgende zeespiegel, dalende bodem, extreme

rivierafvoeren en een grotere druk op ruimte en milieu

brengen die kwetsbaarheid steeds vaker voor het voetlicht.

Deltares biedt innovatieve oplossingen voor water- en

ondergrondvraagstukken. Innovaties die nodig zijn om

deltagebieden leefbaar te houden.

Deltares staat voor een balans tussen specialistisch advies

en onderzoek, nationaal en internationaal. Buitenlandse

projecten bieden kansen Nederlandse kennis te verdiepen.

Dat doen we samen met kennispartners en het Nederlandse

bedrijfsleven.

Vier gerenommeerde kennisinstituten hebben hun krachten

gebundeld in Deltares: WL | Delft Hydraulics, GeoDelft, de unit

Bodem en Grondwater van TNO en delen van Rijkswaterstaat.

Deltares is een unieke combinatie van ruim 800 deskundigen met

visie, kennis en ervaring op het gebied van deltatechnologie. Met als

werkterrein delta’s, kusten, rivieren en andere laaggelegen gebieden

overal in de wereld.

INHOUD

4 Kort Nieuws

6 Tineke Huizinga:

”Nieuwe inzichten kunnen leiden tot bijsturing Deltaprogramma”

8 Stuurgroep moet vraag, aanbod en kansen bij elkaar brengen

11 Politiek karakter van waterschap sterker na verkiezingen

12 Leidraad voor watervisie

15 Column: Wereldspeler

16 Cees Veerman:”Ruimte voor toekomst en creativiteit”

19 Buurlanden werken mee aan veilige kust

21 Dordrecht neemt overstromingsrisico mee in stedenbouwkundig plan

24 25 km. lange dam beschermt St. Petersburg

27 Dakpark: unieke functionele dijk in Rotterdam

28 Hoe zwaar weegt water

30 Buitenlandse water-problemen raakt jongeren

34 Gemeenten zoeken naar overzicht in nieuwe waterwetten

38 Ruimte voor de rivierprojecten

41 IJkdijk als onderdeel van Flood Control 2015.

44 Overstromingsrisico’s verzekeren

46 Rijksoverheid moet belang zien van lokale coalities

48 Deltamarkt

50 Service

Delta denken . . .

en doen

Voor u ligt DeltaForum nr. 1. Een

nieuw magazine over Leven en

Bouwen in de Delta.

Alweer een nieuw magazine zult

u denken? Echter in de afgelopen

tijd is duidelijk geworden dat juist

door de overvloed aan media en

informatiebronnen een groeiende

behoefte is ontstaan aan goed geduide

vakinformatie. Met DeltaForum

willen wij informatie verschaffen over

de realisatie van een maatschappelijk

verantwoord en duurzaam

deltasysteem in Nederland en in de

wereld.

Zo leest u in dit nummer over de visie

van Tineke Huizinga, de taken van de

gemeentelijke waterambassadeurs, de

plannen van provincie Overijssel en

nieuwe projecten van bedrijven. Maar

ook het verzekeren van, en bouwen

met, overstromingsrisico’s, Cees

Veerman’s ideeën over de toekomst,

waterbeheer en ruimtelijke ordening

en de visie van jongeren komen aan

de orde. De redactie van DeltaForum

verwacht dat dit tijdschrift, door het

bundelen van al deze kennis en het

overdragen van de actuele informatie,

een onmisbare schakel zal zijn voor

het succesvol leven en bouwen in een

delta.

DeltaForum magazine verschijnt

tweemaal met een Nederlandse

editie en tweemaal met een Engelse

editie. Vanaf 1 januari 2009 komt

er voor het nieuws een periodieke

emailnieuwsbrief en een website met

nieuwsarchief en diverse dossiers.

Veel leesplezier

Rinus Onland

uitgever

Jaap Groot

hoofdredacteur

Uw reacties zien wij met belangstelling

tegemoet via info@deltaforummedia.net

3

www.deltares.nl | info@deltares.nl | 015 2858585


KORT NIEUWS

KORT NIEUWS

Brak water ecosysteem

Eind oktober kreeg waterschap Hollandse Delta het beheer van de zout waterinstallatie

in het Oostvoornse Meer van gemeente Rotterdam overgedragen. Daarmee wordt het

project Kwaliteitsimpuls Oostvoornse Meer officieel afgerond en kan het recreatief

aantrekkelijke meer uitgroeien tot een uniek brak water ecosysteem. De belangrijkste

doelstelling in de afgelopen twee jaar was het verzouten van het 320 hectare metende

Oostvoornse Meer. Hiervoor pompt een zout waterinstallatie vanaf de zomer van 2008

schoon en helder zout water vanuit het Beerkanaal het meer in. Dit water wordt op

vijftien meter diepte opgezogen, via een 800 meter lange leiding vervoerd en in het

meer gemengd met het brakke water. Net zolang tot het zoutgehalte voldoende is en de

natuur weer tot bloei komt.

Het waterschap Hollandse Delta rekent erop dat binnen vijf jaar de resultaten van de

invoer van zout water ook duidelijk zichtbaar in het meer zijn. Middels onderzoek en

monitoren zullen de verbeteringen in de gaten gehouden worden.

Bron: Waterschap Hollandse Delta

Internationaal

waternetwerk

Zeven internationale organisaties hebben

het “ Water Footprint Network” opgericht.

Het netwerk promoot de overgang naar

duurzaam, eerlijk en efficiënt watergebruik.

Onder andere door de benodigde

hoeveelheden water per product inzichtelijk

Waddenacademie te maken en te streven naar meetbare

ARCADIS pakt in drie verschillende

standaarden voor watergebruik. Aquaterra 2009

opdrachten zwakke schakels voor de

Sinds kort bestaat de Waddenacademie in De 'founding fathers' van het netwerk zijn:

Nederlandse kust aan. Het gaat om

Nederland. De Koninklijke Nederlandse de Universiteit van Twente, Het Wereld Aquaterra, het World Forum on Delta &

studies bij de Hondsbossche en Pettemer

Academie van Wetenschap (KNAW) is Natuurfonds, Unesco IHE Institute for Coastal Development 2009, zal plaatsvinden

Zeewering, Katwijk en de Duinen van de

initiatiefnemer van dit kenniscentrum dat Water education, The Water Neutral van 10 t/m 12 februari 2009 in de RAI

Kop van Noord-Holland in opdracht van FEWS User Days succesvol

onderzoek doet naar het waddengebied. Foundation, World Business Council on Amsterdam. In navolging van de lancering

Op 16 en 17 oktober j.l. vonden voor de vierde keer de jaarlijkse 'FEWS User Days' plaats bij Deltares. Ruim 60

het Hoogheemraadschap van Rijnland

gebruikers uit Italië, de USA, Duitsland, Oostenrijk, Engeland en Schotland wisselden praktijkervaringen uit en

Met de Waddenacademie wil de KNAW Sustainable development, the International van Aquaterra in 2007 is het NWP

en Hollands Noorderkwartier. Dit zijn

spraken met elkaar over nieuwe ontwikkelingen in’flood forecasting’. De focus van de huidige gebruikers ligt vooral

bijdragen aan de duurzame ontwikkeling Finance Corporation (onderdeel van de gevraagd te assisteren bij de thematische

de resterende drie zwakke kustschakels op rivierproblemen, de nieuwe ontwikkelingen richten zich ook op waterkwaliteit, voorspellingen in kustgebieden en

van het waddengebied.

Wereldbank Groep) en het Netherlands invulling van het programma. Aquaterra

van de tien die na een toets in 2003

olievervuiling. Behalve de gebruikers waren de WMO (World Meteorological Organization), de ECMWF (European

www.waddenzee.nl/

Water Partnership.

2009 bouwt daarbij voort op de insteek van

werden gevonden. De waarde van deze Centre for Medium-Range Weather Forecasts) en de Met Office, het Britse KNMI aanwezig. De gasten hielden een

waddenacademie.1209.0.html

De ‘Water Footprint’ is inmiddels een de 1e editie in 2007; een toonaangevend

drie opdrachten is circa 1,7 miljoen euro. presentatie waardoor de gebruikers meer inzicht kregen in de wereld van de meteorologie. Data van meteorologische

wereldwijd erkend fenomeen. Het netwerk internationaal evenement met een focus op

ARCADIS stelt een startnotitie op en een organisaties zijn bepalend voor de (on)zekerheid in voorspellingen. Vanzelfsprekend werden de gebruikers bekend

zoekt meer deelnemers om samen te deltatechnologie.

projectnota/ Milieu Effect Rapportage gemaakt met de nieuwe mogelijkheden van Deltares. Ook werd het FEWS team in de nieuwe samenstelling

werken aan de implementatie van de Aquaterra zal bestaan uit een internationaal

(MER). In nauwe samenwerking

voorgesteld. De FEWS gebruikers vormen steeds meer een wereldwijde ‘community’ of zoals een Amerikaanse gast

‘Water Footprint’ methodiek om het risico congres met omlijstende expositie. Een

het verwoordde: 'You enter the FEWS world.' Informatie: Simone van Schijndel, simone.vanschijndel@deltares.nl en

met opdrachtgevers en omgeving

www.deltares.nl

van overmatig watergebruik voor natuur, Internationaal Advies Comité ondersteunt

worden verschillende scenario’s voor

economie en maatschappij te verminderen. de samenstelling van het congresprogramma

kustversterking ontwikkeld. Dit leidt tot Flood Early Warning System (Delft-FEWS)

4 Bron: Netherlands Water Partnership

dat in het teken zal staan van World Delta’s.

een voorkeursalternatief dat zorgt voor

5

Foto: Professor Arjen Hoekstra van de

Universiteit Twente; bedenker van het’ Water

Footprint’ concept

Eco-kuststad

in China

Advies- en ingenieursbureau DHV is op

basis van een internationale competitie

naast het Chinese planningsinstituut

Qinghua en het Engelse bureau Arup

geselecteerd voor een prestigieus kust- en

stadsontwikkelingsproject in China. De te

bouwen kuststad beslaat een gebied van

150 km 2 en moet straks ruimte bieden

aan 1 miljoen inwoners. DHV heeft de

opdracht gewonnen door in haar concept

een eilanden- en lagunestructuur op het

gebied toe te passen, te vergelijken met

onze Waddenzee. Hierdoor wordt op

duurzame wijze zoet grondwater gekweekt

voor stedelijk groen. De internationale jury,

bestaande uit experts uit Italië, Zweden

en China, prees het ontwerp omdat

het kustontwikkeling, energie, water en

transport combineert in een attractief

stadsontwerp. De buitenste eilanden aan de

kust vormen bij hoog water een zeewering

die de achterliggende lagune tegen

overstromen beschermt. De stad wordt

gebouwd op eilanden in de lagune. Deze

worden met zand uit de lagune een aantal

meters boven het zoute water aangelegd.

Informatie: www.dhv.nl

Informatie: www.aquaterraforum.com

Foto: Dutch Water Pavilion van

het NWP ten tijde van Aquaterra 2007

Waterprojecten

tegen wateroverlast

De Ministerraad heeft besloten 3,3 miljoen euro subsidie te

verstrekken voor de uitvoering van twee grote waterbeheerprojecten

in het Reestdal en rond de Vledder Aa. Beide projecten zijn gericht

op bescherming tegen wateroverlast (waterberging), bestrijding van

verdroging, verbetering van de kwaliteit van het water en de natuur

en verbetering van de productieomstandigheden in de landbouw.

In het project Samen over de Reest voert het waterschap -

samen met andere betrokken partners - beekherstel uit over een

lengte van 25 kilometer in het Reestdal. De loop van de Reest

wordt op een aantal plaatsen versmald of juist verbreed en er

wordt meer waterberging gerealiseerd, vooral in combinatie met

natuurontwikkeling. De stadsrandzone van Meppel wordt gedeeltelijk

opnieuw ingericht, zodat een aantrekkelijk landschap ontstaat waar

het fijn is om te wonen en te recreëren. Het waterschap werkt bij dit

project nauw samen met de gemeente Meppel.

AANPAK

DRIE ZWAKKE

KUSTSCHAKELS

een veilige kust en geeft een impuls aan

ruimtelijke ontwikkelingen.

Informatie: www.arcadis.nl

Ruimte voor

Grondwaterkwaliteit

De vestiging van Deltares* in Utrecht heeft per 1 september 2008

plaats gemaakt voor een nieuwe afdeling binnen de unit Bodem- en

Grondwatersystemen: Grondwaterkwaliteit. In het nieuwe team is

een duidelijke inhoudelijke focus aanwezig op grondwaterkwaliteit.

De nieuwe afdeling Grondwaterkwaliteit gaat over:

- duurzaam en systeemgericht zorgen voor en omgaan met de

kwaliteit van water in de ondergrond,

- geochemie van het grondwater,

- transport van stoffen met het grondwater en het modelleren van de

stofstromen in het watersysteem,

- de interactie van grondwater met oppervlaktewaterkwaliteit en

ecologie.

De afdeling Grondwaterkwaliteit wordt gevormd door 17 mensen

die voorheen samenwerkten in de afdelingen Grondwaterbeheer en

Bodembeheer. Voor meer informatie: hilde.passier@deltares.nl.

*Deltares is een onafhankelijk instituut voor deltatechnologie. Het instituut is

toonaangevend in het ontwikkelen én toepassen van kennis voor de duurzame

inrichting en het beheer van kwetsbare delta’s, kusten en riviergebieden.

Foto: Joost Icke

Kust en Zee

Nieuws op het gebied van ontwikkelingen

bij de kust en de zee zijn te zien op de

nieuwe website van Kust&Zee Nieuws:

http://www.kustgids.nl/kustmail/Kusten-Zee2008-04.pdf.

Kust&Zee Nieuws

is een uitgave van de Kustvereniging

(EUCC), een partner van NatureNet

Europe.

Redactieadres: nieuws@kustvereniging.nl

De filosofie van Delft-FEWS is een open omgeving te bieden voor het uitvoeren van voorspellingen. Daarvoor beschikt

Delft-FEWS over een breed scala aan mogelijkheden voor dataverwerking en modelaansturing. Het systeem kan grote

hoeveelheden weer- en riviergegevens ‘real-time’ verwerken en vertalen in publieksgerichte informatie.


Beleid

beleid

'Door uitvoering van het Deltaprogramma verwacht ik uitbouw van onze positie als kennisland.'

6

Tineke Huizinga: “Voor het

bedrijfsleven liggen er veel kansen

om, met Nederland als thuismarkt,

nieuw opgedane kennis en ontwikkelde

technieken, ook elders in de wereld toe

te passen.”

Nationaal Waterplan is de eerste stap van visie naar uitvoering

Tekst: Jaap Groot

Tineke Huizinga:

'Nieuwe inzichten

kunnen leiden tot bijsturing

in het Deltaprogramma'

Tineke Huizinga, staatssecretaris van Verkeer

en Waterstaat, schetste in 2007 haar watervisie

in ‘Nederland veroveren op de toekomst’. Zij

gaf daarbij aan welke uitdagingen er zijn.

DeltaForum vroeg de staatssecretaris naar

de huidige stand van zaken en hoe we de

waterproblematiek met zijn allen in kaart kunnen

brengen, uitvoeren en realiseren.

"Na de Watervisie heb ik het initiatief genomen tot de

oprichting van een nieuwe Deltacommissie, onder leiding

van Cees Veerman. Centrale vraag die ik aan de commissie

meegaf was: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ons land

nog voor vele toekomstige generaties een veilige en

aantrekkelijke plek blijft om te wonen, te werken en te

leven met water?" In september namen minister-president

Balkenende en ik het advies van de commissie in ontvangst

en hebben we laten weten dat we er mee aan de slag gaan.

Het is van belang dat we voortvarend en zorgvuldig te

werk gaan. In het Nationaal Waterplan dat eind van dit jaar

in concept gereed is, laat ik weten hoe ik van plan ben de

wateropgaven te realiseren. Dan zet ik dus al de eerste stap

van visie naar uitvoering. Volgend jaar zet ik een volgende

stap, wanneer ik het ontwerp van een nieuwe Deltawet aan

de Kamer aanbied. Die wet geeft aan op welke wijze de

financiering voor dit Deltaprogramma wordt geregeld. De

wet regelt ook de noodzakelijke organisatie en aansturing –

inclusief een Deltaregisseur.”

Volgens sommigen besteedt het rapport van

de Commissie Veerman onvoldoende aandacht

aan onder andere ruimtelijke ordening. Deelt u

die kritiek? Hoe zou de betrokkenheid van alle

partijen vorm moeten krijgen?

“De aanleiding voor het instellen van de Deltacommissie

was de klimaatverandering. Vrijwel iedereen is het er over

eens dat ons klimaat verandert en dat dat leidt tot een

aanzienlijke stijging van de zeespiegel in de eeuw die voor

ons ligt. Ik vind het van het allergrootste belang dat we

ons daar nu al rekenschap van geven en dat we anticiperen

op dat wat ons te wachten staat. Het gaat immers om

fundamentele zaken: onze veiligheid, de beschikbaarheid

van voldoende zoet water, onze natuur en onze economie.

Het resultaat is naar mijn mening een samenhangende visie

waarin op nationaal niveau gekeken is naar de ruimtelijke

inrichting en het water. In een Deltaprogramma is

aangegeven welke ingrepen volgens de commissie de

komende 50 tot 100 jaar nodig zijn. Natuurlijk hebben we

iedereen nodig bij de uitvoering. Bij het uitwerken van

de maatregelen zie ik een belangrijke rol voor decentrale

overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Laten we de banden tussen rijk en regio hecht houden.

Dat levert tijdwinst op en leidt tot betere resultaten.

‘Ruimte voor de rivier’ en ‘Randstad Urgent’ zijn hier

sprekende voorbeelden van. “

Hoe kunnen we de gestelde doelen adequaat

bereiken?

“Het rapport van de Commissie Veerman bevat een

nationale samenhangende aanpak, verwoord in twaalf

aanbevelingen om concreet mee aan de slag te gaan. Ik

sta volledig achter de strategie om mee te ontwikkelen

met de klimaatverandering. We hebben de gelegenheid

om ons geleidelijk en flexibel aan te passen aan de

veranderingen die op ons af komen. Dat is het grote

voordeel van tijdig beginnen. Ik ben ervan overtuigd dat

deze aanpak ons op de lange termijn ook het minste zal

kosten. De commissie is er prima in geslaagd om kijkend

naar een termijn van 100 jaar concreet aan te geven waar

we morgen mee aan de slag moeten, en welke besluiten

daarna nodig zijn. En dit alles zonder te pretenderen een

blauwdruk voor Nederland te maken. Bijsturing blijft

altijd mogelijk. Nieuwe inzichten en innovaties, zoals het

concept van Deltadijken of het substantieel vergroten

van de zandsuppleties, kunnen leiden tot bijsturing in het

Deltaprogramma. “

Zijn er niet teveel verschillende wetten en regels

om een helder (water)beeld te krijgen?

“Alle waterwetgeving is gebundeld in de Waterwet. De

Deltacommissie heeft aangegeven dat in de huidige

wetgeving al veel goed is geregeld. De interactie van

de verschillende overheden in het ruimtelijk domein is

geregeld in de Nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Waar de Deltacommissie een aparte Deltawet voor heeft

aanbevolen is om de contouren van het Deltaprogramma,

de financiële basis voor dat programma en de

bevoegdheden van de Deltaregisseur vast te leggen. Dat is

aanvullend ten opzichte van de huidige wetgeving.”

Hoe krijg je een breed draagvlak bij de

Nederlanders om de komende decennia voor

waterveiligheid het benodigde geld op tafel te

leggen?

“Door mensen voortdurend betrokken te krijgen en te

houden bij het belang van een goede waterveiligheid

en een goed waterbeheer. Mijn boodschap is: als we

vooruitdenken en doen wat nodig is, kunnen we grote

problemen in de toekomst voorkomen. In New Orleans

heb ik gezien hoe vreselijk de gevolgen kunnen zijn

als waterveiligheid niet de vereiste prioriteit krijgt.

In Zuidwest-Nederland, waar de herinnering aan de

Watersnoodramp nog levend is, weten de mensen precies

wat ik bedoel. Dat bewustzijn moet overal doordringen.

Dat doen we langs allerlei wegen. Al langere tijd loopt

de campagne “Nederland leeft met Water” om het

waterbewustzijn te vergroten. De Deltacommissie heeft

een pakkende film laten maken die op een duidelijke

manier laat zien wat er aan de hand is en welke

maatregelen nodig zijn. Die film zal aan alle scholen in

Nederland worden toegezonden. Het is van belang dat

kinderen opgroeien in het besef dat veilig leven met water

niet vanzelf spreekt.”

Hoe breng je de baten in beeld van alle

investeringen in (water)veiligheid?

“Overstromingen kunnen slachtoffers vragen. We willen

de kans daarop zoveel mogelijk verkleinen. Maar we willen

ook de kans op economische schade en op schade aan

cultuurgoed en natuur terugdringen. Daar ligt ook de

basis van het belang om te investeren. We moeten beseffen

dat het grootste deel van ons Bruto Nationaal Product

onder zeespiegelniveau wordt verdiend en dat er talloze

prachtige steden en dorpen afhankelijk zijn van een goede

bescherming tegen het water. Baten op lange termijn zijn

nooit precies te kwantificeren. Wie weet wat de waarde van

zoet water in 2075 is? Dat blijft lastig en dat betekent dat je

soms ook beslissingen moet kunnen nemen zonder dat je

alle baten tot in detail kent.”

Heeft het bedrijfsleven bij het stimuleren en

uitvoeren van adequate plannen een rol?

“Het bedrijfsleven heeft zeker een rol. Het heeft zich

met de netwerken Watertechnologie en Deltatechnologie

ook goed georganiseerd. Ik zie een voortrekkersrol

voor ondernemers in het bedenken en toepassen van

innovatieve oplossingen. Neem bijvoorbeeld grootschalige

kustsuppleties, hoe kun je die zo duurzaam mogelijk

uitvoeren? Hoe kunnen we innovatieve woonwijken

temidden van het water creëren? Voor het bedrijfsleven

liggen er veel kansen om, met Nederland als thuismarkt,

nieuw opgedane kennis en ontwikkelde technieken, ook

elders in de wereld toe te passen.”

Hoe kan onze positie als (water)kennisland

verder uitgebouwd worden?

“Nederland is een waterkennisland bij uitstek en staat

over de hele wereld als zodanig bekend. Nederlandse

adviesbureaus werken overal en hebben een uitstekende

naam. Kennisinstellingen als Deltares, WUR en onze

universiteiten hebben een goede reputatie. Vanuit

verschillende kennisprogramma’s, die gefinancierd

worden uit de opbrengst van de aardgasbaten, wordt

veel kennis ontwikkeld. Met de vorming van Deltares

hebben we gekozen voor bundeling van kennis op het

gebied van Deltatechnologie. Met de uitvoering van het

Deltaprogramma verwacht ik de komende tijd een verdere

ontwikkeling en uitbouw van onze positie in de wereld als

kennisland.”

Wat vindt u van het nieuwe tijdschrift

DeltaForum waarbij het de bedoeling is om

(water)kennis te delen, informatie over te brengen

en alfa, bèta en gamma aan elkaar te koppelen?

Staatssecretaris Tineke Huizinga: “Dat vind ik een prima

initiatief. Om samenhangende, perspectiefrijke oplossingen te

kunnen ontwikkelen is de koppeling van alfa, bèta en gamma

noodzakelijk.”

7


Stuurgroep Deltatechnologie

Stuurgroep Deltatechnologie

Stuurgroep Deltatechnologie

De Stuurgroep Deltatechnologie is als volgt samengesteld

Innovatie- en implementatieprogramma gericht op een duurzaam watersysteem

Stuurgroep moet vraag,

Organisatie / Wereld Stuurgroeplid Plaatvervanger

Onafhankelijk voorzitter Arie Kraaijeveld Harry Baayen

VenW / DG Water Annemieke Nijhof

VenW / Rijkswaterstaat Bert Keijts Luc Kohsiek

Min. Economische Zaken Willem Zwalve

Min. VROM

Chris Kuijpers

VBKO Frank Verhoeven John van Herwijnen

ONRI Ed Nijpels Jan Bout

Kennisinstellingen

Harry Baayen

Provincies

Lenie Dwarshuis

Bouwend Nederland Nico de Vries Age Vermeer

WUR/Alterra Kees Slingerland Wim Cofino

Universiteiten

Louis de Quelerij

Landschapsarchitectuur Dirk Sijmons Lodewijk van Nieuwenhuijze

Unie van Waterschappen Sybe Schaap Peter Glas

Maatschappelijke organisaties Chris Kalden

G4

Arnoud Molenaar

Min LNV

Anita Wouters

Innovatie Platform

Suzanne Hulscher

Tekst: Olav Lammers

aanbod en kansen bij elkaar brengen

Flood Control 2015, een programma waarmee

aan de hand van innovatieve systemen

overstromingen vroegtijdig kunnen worden

voorspeld. Het zorgt er ook voor dat de juiste

informatie op het juiste moment beschikbaar is

om effectievere en efficiëntere beslissingen tijdens

dreigend hoogwater te kunnen nemen. Dat is

één van de twee eerste programma’s die vanuit

de Stuurgroep Delta Technologie binnenkort

van start gaat. Voor de export is dit concept, dat

voortvloeit uit de publiek-private samenwerking

waarop de Stuurgroep Delta Technologie is

gebaseerd, ook kansrijk.

Centraal in de aanpak van het netwerk

Deltatechnologie staat de innovatie-keten: van

De Stuurgroep Delta Technologie is op initiatief van het

fundamenteel en toegepast onderzoek, tot en

Netherlands Water Partnership (NWP) in samenwerking

met de toepassing in de thuismarkt, business

met Bloemblad Water en Waterfront op 3 november 2006

development en export.

opgericht en wordt ondersteund door de ministeries van

Het Netwerk is daarom betrokken bij de

Verkeer en Waterstaat/DG Water, Economische zaken,

volgende initiatieven:

uitvoerend bedrijfsleven, adviesbureaus, lagere overheden als

• Zuidwestelijke Delta

waterschappen en Deltares. De naam geeft aan dat met deze

De belangstelling voor de Nederlandse inbreng om de

• Flood Control 2015

stuurgroep wordt ingespeeld op de problemen die delta’s als

waterproblematiek in deltagebieden aan te pakken, komt • Klimaatbestendig bouwen Delta steden

Nederland overal in de wereld (zullen gaan) ondervinden als

8 daarbij is ons niet altijd maar te verzetten tegen het water

sterk tot uitdrukking tijdens de diverse Nederlandse missies • Building with Nature

9

gevolg van klimaatverandering.

Onder het NWP resulteert al wat langer ook de Stuurgroep

Watertechnologie waarbinnen met een soortgelijk

deelnemersveld innovatieve programma’s worden

ontwikkeld. Daarmee kunnen problemen rond drinkwater,

sanitatie en waterzuivering worden aangepakt en eveneens

een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen elders in de

wereld.

Harry Baayen, algemeen directeur van Deltares – het

delta-instituut waar organisaties als Geodelft, WL/

Delft Hydraulics, TNO Bouw en Ondergrond en de

diensten RIKZ, RIZA en DWW van Rijkswaterstaat

aan deelnemen – is zeer enthousiast en optimistisch over

de Stuurgroep Delta Technologie waar hij vice-voorzitter

van is. “De gedachte is om met de stuurgroep vraag en

aanbod en kansen op de markt bij elkaar te brengen door

publiek-private netwerken rond kennisontwikkeling,

innovatie en productontwikkeling te vereenvoudigen en de

samenhang tussen verschillende programma’s en activiteiten

te versterken. De stuurgroep houdt zich bezig met het

opstellen van een innovatie- en implementatieprogramma

gericht op een duurzaam watersysteem zowel in Nederland

als daarbuiten. Op die manier kan de positie van het

Nederlandse bedrijfsleven op de internationale watermarkt

worden versterkt. Flood Control 2015 is daar een goed

voorbeeld van. Dat geldt ook voor ons programma

Building with Nature dat meer gericht is op waterbouw

en bijvoorbeeld de morfologie van de kust. Uitgangspunt

door bijvoorbeeld al maar hogere dijken te bouwen, maar

de natuur een handje helpen of zorgen dat de natuur ons

een handje helpt om ons tegen het water te verdedigen. De

zandmotor is daar een mooi voorbeeld van.”

Beide programma’s zijn inmiddels gehonoreerd

vanuit de budgetten die via het Innovatieplatform

onder voorzitterschap van premier Balkenende in het

regeerakkoord zijn opgenomen. Baayen: “het bijzondere

van beide programma’s van de stuurgroep is dat ze door

een consortium van bedrijfsleven, kennisinstituten en

universiteiten in samenwerking met de overheid worden

gerealiseerd. De samenwerking met het bedrijfsleven is dus

verzekerd, is ingebouwd.”

Baayen benadrukt dat Nederland op watergebied in principe

al over een goede exportpositie beschikt, maar dat alle

aandacht nu wordt gericht op het verder uitbouwen en

op een hoger niveau brengen van die positie. “Wij worden

overal in de wereld gezien als het volk dat al bijna duizend

jaar ervaring heeft met het beheersen van het water. Ook

in bestuurlijk opzicht spreekt Nederland tot de verbeelding

in het buitenland met ons systeem van waterschappen en

de gezamenlijke verantwoordelijkheid die we met z’n allen

nemen om ons land tegen het water te beschermen”, aldus

de vice-voorzitter van de stuurgroep.

die overal op de wereld hebben plaatsgevonden, vertelt

Baayen. “Men is goed op de hoogte waar wij in Nederland

mee bezig zijn op watergebied. Niet alleen vanwege de vele

activiteiten die onze ingenieursbureaus en baggerbedrijven

overal in de wereld ontwikkelen; ook de proefnemingen met

de IJkdijk worden bijvoorbeeld op de voet gevolgd. En het is

niet voor niets dat het US Armycorps of Engineers – zeg de

Amerikaans Waterstaat- ons heeft gevraagd een onderzoek te

doen naar de mogelijkheden om de tientallen kilometers aan

wetlands bij New Orleans een bufferfunctie te geven tegen

de effecten van orkanen. Een mooi staaltje van Building

with Nature. Door bijvoorbeeld aanleg van mangrovebossen

op deze uitgestrekte, niet goed onderhouden gebieden, kan

veel van de energie van wind en water worden opgenomen,

en belasting van waterkeringen aanmerkelijk worden

verminderd.”

• Ruimte voor de Rivier

• Zandmotor

• Afsluitdijk


eleid

Nederlandse Waterbond

Utrecht,

www.waterbond.nl

Van Rooij: Meer ruimte voor innovatie

Interprovinciaal Overleg (IPO)

Den Haag,

www.ipo.nl

Politiek karakter van

waterschap sterker

na verkiezingen

Tekst: Mark de Winter

Nieuwe grote, politiek gestuurde waterschappen

gaan een aanjager worden voor provinciale

vergrotingen. Zeker nu de politieke partijen mee

hebben gedaan met de landelijke verkiezingen

voor de waterschappen. Provincies zouden

hier op moeten inspelen en via geleidelijke

herindelingen tot grotere en krachtigere

provincies moeten zien te komen.

Die boodschap verkondigde waterspecialist en voorzitter

van de Waterbond Peter van Rooy in het tijdschrift

Provincies. Van Rooy, die lange tijd zeer kritisch was

over de waterschappen, is inmiddels een stuk milder in

zijn oordeel. Door de schaalvergroting hebben zij hun

efficiëntie flink verbeterd en die ontwikkeling zet verder

door. Hun beheersgebieden zullen zo groot worden dat

sprake zal zijn van 'inliggende' provincies, voorspelt Van

Rooy.

Van Rooy waarschuwt de provincies voor de effecten van

de te verwachten schaalsprong die de waterschappen de

komende jaren volgens hem gaan maken. Hij constateert

zelf dat de discussies binnen de waterwereld over de

schaalsprong volop worden gevoerd en verwacht dat het

aantal waterschappen vóór 2015 zal zijn teruggebracht

tot maximaal zeven, overeenkomstig de opdeling in

stroomgebieden waar bij de Europese Kaderrichtlijn Water

van wordt uitgegaan.

"Het proces gaat snel en de waterschappen hebben al heel

wat slagen gemaakt. Daarbij komt dat aan de landelijke

waterschapsverkiezingen nu ook politieke partijen mee

deden. Ik heb er eerder voor gewaarschuwd dat daarmee

een nog complexere vierde bestuurslaag gaat ontstaan. In

combinatie met de schaalsprong van de waterschappen,

komt de positie van de bestaande provincies op het gebied

van water en ruimte in geding", zo vervolgt Van Rooy.

Peter van Rooy is overigens goed te spreken over de

slag die de waterschappen hebben gemaakt en ziet in de

verwachte schaalsprong een belangrijke bijdrage aan het

verminderen van de bureaucratie. "Maar het kan nog

beter, er moet meer ruimte komen voor innovatie, meer

openheid naar de andere actoren en de organisatie moet

beter worden ingericht, zodat ze goed kan meedoen

met gebiedsontwikkeling en ruimtelijke ontwikkelingen

in Nederland waarbinnen het watersysteem een sterke

rol speelt. De strakke planning die ze altijd gewend zijn

geweest, moet plaats maken voor flexibiliteit en dynamiek

in de organisatie. Dit om te voorkomen dat ze zichzelf

buitensluiten. De waterschappen moeten buiten de

contouren van het functioneel bestuur treden en daarbij

niet bang zijn dat daardoor weer een discussie ontstaat over

het bestaansrecht. Waterschappen worden geroemd om hun

uitvoeringskracht en kennis. Laten zij koplopers als Amstel,

Gooi en Vecht en De Dommel als voorbeeld nemen", stelt

van Rooy.

11


interview

Leven met water

leven met water

Werken aan water is de komende jaren een zeer boeiende aangelegenheid in onze Nederlandse delta. Los van

het beperken van de wateroverlast, dient zich de mogelijkheid aan er tegelijk iets moois van te maken. Er zijn

al mooie voorbeelden van natuurlijke habitats en natuurwaarden die vanwege het nieuwe waterbeleid in de stad

zijn teruggekeerd en niet in het landelijk gebied worden aangetroffen. Dat is onder meer ook de reden geweest

dat binnen Tauw de waterpoot samen met ecologie in één groep is ondergebracht. Het water krijgt dan ook meer

belevingswaarden voor de burger.

De commissie Veerman heeft

verregaande voorstellen gedaan

over hoe wij de Nederlandse

delta tot in de verre toekomst

kunnen beveiligen tegen en

afstemmen op het ‘grote water’

als Noordzee, grote rivieren

en IJsselmeer. Maar ook daarbinnen dienen alle

zaken als infrastructuur, wonen, recreatie, natuur

en economie te worden afgestemd op de ruimte

die het water moet krijgen.

Een enorme opgave in een dichtbevolkte delta als

Nederland. Zowel voor het buitengebied als de complexe

stedelijke agglomeratie waar alle functies samenkomen.

Het ministerie van VROM gaf Rioned opdracht speciaal

voor het stedelijk gebied een leidraad te laten samenstellen

waarmee gemeentebesturen een eigen onontbeerlijke

watervisie kunnen ontwikkelen.

voor zichzelf vaststelt wat ze met water wil en waarom ze

water belangrijk vindt. “Door zo’n eigen visie verder uit

te werken kan het (beleid) ook veel beter aansluiten bij

en ‘communiceren’ met de plannen van waterschappen

- die steeds meer van het oppervlaktewaterbeheer in de

stad overnemen - waterleidingbedrijven en provincie om

vervolgens tot een gezamenlijke watervisie te komen.”

Aanwijzingen

De door Tauw en Ganzevles geschreven leidraad biedt

op een zeer inzichtelijke wijze handvatten waarmee een

gemeentelijke watervisie kan worden opgezet. Het geeft

aanwijzingen waarmee een gemeente kan bepalen welke

rol water en riolering in andere sectoren hebben. Hoe

het meest praktisch kan worden ingespeeld op de trits

‘vasthouden, bergen, afvoeren’ uit WB-21 (Waterbeheer

21e eeuw) en hoe dat binnen het beperkte ruimtebeslag

van een stad kan worden gerealiseerd. Er worden ook

duidelijke voorbeelden uit de praktijk geboden van

gemeenten die ten aanzien van dit onderwerp afzonderlijk

of in samenwerkingsverband al behoorlijk succesvol aan de

slag zijn gegaan.

Gemeenten moeten denken in water

Leidraad voor

watervisie

Tekst: Olav Lammers

Foto’s: Tauw

“Als je in Nederland als gemeente nog geen visie hebt over

hoe je wilt omgaan met water in relatie met de ruimtelijke

ontwikkelingen, heb je de komende tijd nog veel werk

te verzetten.” Zo stelt Tauw medewerker Koen Westrik .

Samen met zijn collega Annemarie Wolters van milieu- en

civieltechnisch ingenieurs- en adviesbureau Tauw en Peter

Ganzevles van Ganzevles Advies& Management schreef

hij voor Rioned de leidraadmodule ‘Visie op water in de

gemeente’ die in augustus is verschenen.

“Nederland heeft op het gebied van water heel veel werk

te verzetten”, vervolgt Westrik. “Vooral met het oog op

de toenemende druk op de ruimte en de te verwachten

klimaatveranderingen waarvan de eerste verschijnselen zich

de laatste drie jaar al vroegtijdig hebben gemanifesteerd.

De beelden op het journaal van ondergelopen gebieden,

straten en winkels als gevolg van heftige buien zijn al bijna

geen nieuws meer. Woedende winkeliers, omdat gemeente

de overlast en schade niet heeft (kunnen) voorkomen,

benadrukken het groeiende probleem. En met de toename

van het verharde oppervlak waardoor het regenwater niet

meer via natuurlijke weg of de riolering afdoende en snel

kan worden afgevoerd, zullen de gevolgen alleen maar

ernstiger worden. Dat is de realiteit van vandaag waar

niemand meer omheen kan.”

“Met aanpassingen aan de riolering en andere locatie

gerichte maatregelen alleen komen we er niet” zegt

Westrik. “Als je al die maatregelen zonder richtingsgevoel

gaat doen, kom je ergens op uit waar je misschien niet

op uit had willen komen. De ruimte die het water nodig

heeft raakt zoveel stedelijke aspecten, dat het van groot Het schrijven van een gemeentelijke watervisie is

belang is een gemeentelijke visie op water te ontwikkelen volgens Westrik vooralsnog een vrijblijvende, vrijwillige

12

die als paraplu kan dienen voor alle andere activiteiten en aangelegenheid. ‘Ik kan mij ook niet voorstellen dat het 13

maatregelen die een gemeentebestuur dagelijks heeft uit te

voeren.”

Westrik wijst op het belang dat een gemeentebestuur eerst

Westrik: “Water raakt bijna alles wat binnen een stad aan

activiteiten en (bouw)projecten plaatsvindt. Daarbij kun

je denken aan verkeer en vervoer, openbare veiligheid en

volksgezondheid, milieu, huisvesting, werkgelegenheid,

ruimtelijke ordening, groenbeheer, cultuurhistorie en

recreatie.

De lokale situatie bepaalt per gemeente welke belangen de

voorkeur hebben en hoe breed de scoop van de watervisie

moet zijn. De watervisie kan vervolgens integraal als

basisdocument dienen waarmee een gemeente kan inspelen

op diverse ontwikkelingen binnen en ook buiten de

gemeentegrenzen.”

Structuurvisie

Tauw medewerker Westrik wijst ten aanzien van de

leidraad op de wel zeer prettige bijkomstigheid van de

nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening die per 1 juli van

kracht is geworden. De oude WRO voldeed al zeker 10

jaar niet meer. “Het was verworden tot een lappendeken,

onoverzichtelijk en traag door het vele verstelwerk”,

zo sprak minister Jacqueline Cramer van VROM bij de

totstandkoming van de nieuwe wet nog.

Westrik: “De gemeentelijke watervisie krijgt met de

nieuwe WRO veel meer aandacht. De wet schrijft namelijk

voor dat er voor de ruimtelijke ordening structuurvisies

moeten worden gemaakt. Daar kunnen ook structuurvisies

op thema’s onder vallen, zoals water. De vakgebieden

ruimtelijke ordening en water komen zo steeds dichter bij

elkaar te liggen. Iets wat wij als Tauw natuurlijk alleen maar

toejuichen.”

een wettelijke verankering zal krijgen, omdat de (water)

situatie per gemeente sterk kan verschillen. “Natuurlijk, in

gebieden in onze delta waar water echt de ruimte moet


leven met water

interview Column

14

krijgen, is een watervisie van essentieel belang, zeker met

de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening. Ik denk daarbij

vooral aan de gebieden langs de (grote) rivieren, de

Randstad en de streek langs de westkust waar de bodem

voortdurend aan daling onderhevig is.

Een stad als Rotterdam bijvoorbeeld kan echt niet zonder

watervisie. Daar hebben ze het ook prachtig op orde met

goed doordachte waterplannen waar ook duidelijk een

visie in zit verwerkt.”

Op de hoge zandgronden daarentegen zal een watervisie

van veel minder belang zijn, vervolgt Westrik. “Daar

kunnen gemeenten vaak volstaan met het GRP, het

wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan -

voortvloeiend uit de Wet verankering en bekostiging

gemeentelijke watertaken - waarmee de zorgplicht

voor afvalwater, hemelwater en grondwater voldoende

is verankerd. In zo’n GRP zit dan op zich meestal een

voldoende visie over hoe met het water in die specifieke

gebieden moet worden omgegaan. Alleen daar waar sprake

is van een raakvlak met ruimtelijke ontwikkelingen kan het

GRP nog wel eens tekortschieten, zou je kunnen zeggen.

In dat geval gaan waterplannen en een watervisie veel

verder.

Natuurlijk is daar ook nog de wettelijke Watertoets voor

allerlei ruimtelijke ontwikkelingen waarmee water een plek

gegeven kan worden. Maar wil je echt het watersysteem

kunnen sturen, op de inrichting en het gebruik ervan, dan

is een watervisie voor een gemeente toch het beste stuur

waarmee adequaat op ruimtelijke ontwikkelingen kan

worden ingespeeld. Met de watervisie heb je, zeker in het

nieuwe planstelsel, een document dat kan communiceren

op het niveau van een structuurvisie”, aldus Westrik.

Samenwerking

Volgens Westrik is door verschillende gemeenten al

zeer tevreden gereageerd op de bruikbaarheid van een

watervisie. “In de ene gemeente is men met het ‘denken in

water’ en de know-how weliswaar al een stuk verder dan

in de andere. Goed overleg en samenwerking op ambtelijk

niveau, ook met andere gemeenten en waterschappen, is in

ieder geval van heel groot belang. Een watervisie brengt in

dat verband niet alleen het eindplaatje waar je naartoe wilt

goed in beeld, de watervisie geeft tegelijk een gedragslijn

weer van hoe je met water omgaat. Die combinatie maakt

een watervisie juist sterk en bruikbaar.”

Informatie: www.rioned.nl

Wet ruimtelijke ordening

Minder regels, decentraal wat kan en

uitvoeringsgericht. Dit zijn uitgangspunten van

de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening (WRO),

die per 1 juli 2008 in werking is getreden. Deze

nieuwe wet beoogt een zodanige verdeling van

verantwoordelijkheden en bevoegdheden over

gemeenten, provincies en rijk, dat iedere bestuurslaag

optimaal de haar toevertrouwde belangen kan

behartigen.

Uit een onderzoek van Advies- en ingenieursbureau

Oranjewoud (november 2008) blijkt dat de Wro

een voorzichtige start kent. Voor de ambtenaar

betekent de wet extra werkzaamheden zoals het

actualiseren en digitaliseren van bestemmingsplannen

en het opstellen van structuurvisies. Een groot deel

van de Nederlandse gemeenten kampt nu echter al

met een structureel tekort aan mankracht.

Uit het onderzoek blijkt dat de bestemmingsplannen

van meer dan de helft van de ondervraagde

gemeenten niet voldoen aan de nieuwe Wro.

Daarnaast beschikt zo’n tachtig procent niet over een

structuurvisie die aan de nieuwe eisen voldoet.

Een tweede belangrijke conclusie van het onderzoek

is dat de ondervraagden nauwelijks de meerwaarde

zien van de bijbehorende nieuwe beleidsinstrumenten.

Voor het gebruik van de beheersverordening schrikken

veel gemeenten vooralsnog terug, vanwege de

onduidelijkheden omtrent vorm en rechtszekerheid

van dit instrument.

Informatie: www. nieuwewro.nl

Linker foto:

Bij een goede ruimtelijke ontwikkeling is alleen een rioleringsplan onvoldoende

Rechter foto:

Gemeenten moeten ‘denken in water’

Wereldspeler

Ik beschouw het als eervol een openingscolumn te

mogen schrijven in het nieuwe magazine DeltaForum.

De opzet van dit blad lijkt veelbelovend. Aandacht voor

de deltaproblematiek is immers meer dan urgent, zeker

in mondiaal perspectief; dit in het licht van de overal snel

verslechterende toestand. Hier ligt dus een grote uitdaging,

ook voor de veiligste delta ter wereld. De wijze waarop

in brede kring is gereageerd op het Deltaplan van de

commissie Veerman maakt duidelijk dat Nederland eraan

toe is deze uitdaging op te pakken. Dit biedt kansen voor

een magazine dat daarop wil inspelen.

In haar perspectiefschets stelt de redactie van DeltaForum

terecht dat de deltaproblematiek ertoe dwingt technische

items te verbinden met ruimtelijke en juridischbestuurlijke

aspecten. In dit verband zijn enkele

opmerkingen van belang. Bedacht moet worden dat een

groot deel van de wereldwijde deltaproblematiek door

de mens is veroorzaakt. En dan heb ik het niet in de

eerste plaats over de effecten van klimaatveranderingen.

Ik denk veeleer aan de snel groeiende bevolkingsomvang

in deze regio’s, de bodemdaling in de stedelijke gebieden

door grondwateronttrekking, erosie en sedimentatie,

grootschalige vervuiling, etc. Waterveiligheid en

volksgezondheid zijn steeds nauw verbonden. Het

aanpakken van en noodgedwongen aanpassen aan deze

ontwikkelingen moet een integraal karakter hebben; het

institutionele aspect is daarvan een wezenlijk onderdeel.

Nederland kan wat dit betreft wat laten zien. Voorwaarde

voor dit laatste is wel, dat ook wij in beweging blijven

en dus niet alleen schermen met vroegere projecten.

Zonder overdrijving kan gesteld worden, dat de wereld

op het gebied van waterbeheer en beveiliging tegen

overstromingen vrijwel uitsluitend derde wereld landen

kent. Dit geldt zelfs de USA. Het technisch potentieel

in deze landen is meestal niet de grootste bottleneck.

Wat alom ontbreekt is een adequate organisatie van het

waterbeheer en een verzekerde financiering daarvan. Veel

landen gaan gebukt onder een veel te ver doorgeschoten

centralisme van het openbare bestuur. Dit is riskant voor

domeinen als het waterbeheer en ruimtelijke ordening.

Het beheer van hoofdsystemen en dat van regionale

systemen vraagt een onderscheiden benadering. Zonder

evenwicht tussen centrale en decentrale organisaties en

bevoegdheden gaat het niet. In de hoofdsteden en op de

centrale ministeries ontbreekt het aan inzicht in de perifere

problematiek. Teveel centralisme maakt de bevolking

daarenboven inert. Vandaar dat institutionele hervormingen

een voorwaarde zijn van een effectief waterbeheer.

Dat Nederland de deltawereld wat kan laten zien neemt

niet weg, dat ook wij alert moeten blijven voor een

evenwichtige benadering van de eigen problematiek: het

centralistische virus voelt zich sinds Napoleon ook hier

erg thuis. Ook wij moeten vasthouden aan een goede

balans tussen centraal en decentraal bij de implementatie

van de Kaderrichtlijn Water en de uitwerking van het

nieuwe Deltaplan. En voor Nederland zou ik er aan

willen toevoegen dat dit Deltaplan ook veel technische

uitdagingen bevat. Dit laatste dreigen wij nogal eens uit het

oog te verliezen.

Het nieuwe Deltaplan bevat nog een grote waarde, in

mondiaal en historisch opzicht. Zo ongeveer voor het eerst

willen we niet meer afwachten tot het misgaat, voor het

eerst is onze houding niet meer reactief. Anders gezegd,

voor het eerst willen we ons niet meer beschermen

tegen de vorige ramp maar brengen we toekomstige

ontwikkelingen in kaart en gaan we ons beschermen

tegen de volgende ramp. Terecht heeft Cees Veerman deze

benadering urgent genoemd. Waarop het nu aankomt

is dit besef van urgentie vast te houden en te vertalen

in het Nationale Waterplan en de regionale plannen.

Studieopdrachten moeten voortvarend worden opgepakt

en maatregelen daadkrachtig doorgepakt. Een aansprekende

uitdaging die er ook toe leidt dat Nederland in het

deltadomein wereldspeler blijft. Ik hoop dat DeltaForum

hierin als katalysator gaat functioneren.

Sybe Schaap, voorzitter Unie van Waterschappen

15


interview

beleid

Deltacommissie start met basisbeslissingen

Cees Veerman:

Tekst: Olav Lammers

Veerman: :

“We hebben we een richtinggevend

programma gepresenteerd”

Foto: Wim Spaans

DeltaForum

“Een voortreffelijk idee” , zo reageert de voorzitter van

de Deltacommissie en oud- minister van Landbouw Cees

Veerman op het initiatief voor het nieuwe blad DeltaForum.

“Waar het aan ontbreekt is dat bijvoorbeeld wetenschappers

onderling moeilijk communiceren als het niet hun directe

vakgebied aangaat. Maar daardoor zijn ze ‘slechts’ bezig

met een deeltje van de werkelijkheid terwijl die werkelijkheid

schreeuwt om een integrale benadering en aanpak. Ik verwacht

dat DeltaForum zeker een belangrijke bijdrage kan leveren

aan de onderlinge communicatie en de communicatie naar en

“U vraagt mij of ik blij ben met de conclusie

uit het laatste rapport van het Wereld Natuur

Fonds dat het klimaat sneller verandert dan tot

nu werd aangenomen? Natuurlijk niet! Het gaat

er helemaal niet om dat wij gelijk krijgen. Hoe

minder erg het is, hoe liever het ons allemaal

moet zijn! “

Cees Veerman, voorzitter van de Deltacommissie,

reageert wat geïrriteerd op de eerste vraag

naar aanleiding van een krantenbericht op

3 oktober j.l. Begrijpelijk. Zo enthousiast

als de aanbevelingen van zijn commissie

waren ontvangen om Nederland klimaat- en

waterbestendig te maken, zoveel ‘gezeur’ kwam

er sindsdien druppelsgewijs naar buiten.

Veerman: “We moeten dat gebruikelijke Nederlandse

cynisme nu eens een keer aan de kant zetten. Het was ons

erom begonnen zo vroeg mogelijk in kaart te brengen wat

er aan de hand is en daar maatregelen tegenover te zetten

waardoor wij met z’n allen zo lang mogelijk in staat zijn

in deze Nederlandse delta te kunnen blijven wonen en

werken.Laten we toch eindelijk eens ophouden met dat

gekissebis en er met z’n allen de schouders onderzetten.

We staan voor een enorme uitdaging waarmee wij

ook in de rest van de wereld onze rijke watertraditie

kunnen exploiteren. Vergeet niet dat 50 procent van de

wereldbevolking in een delta woont. Delta’s die allemaal

onder druk komen te staan door klimaatverandering en

zeespiegelstijging!”

Kernboodschap serieus nemen

“De commissie is opgeheven. Het kantoor is dicht. Het

werk zit er op. Voor ons als commissie dan”, vervolgt

Veerman. “Het is nu aan de regering om verder vervolg te Creatieve geesten nodig

met de buitenwereld. Ik denk dan in het bijzonder aan het

16

geven aan onze bevindingen en voorstellen. Wij hebben De commissievoorzitter geeft het voorbeeld van het

17

bedrijfsleven. Want juist de bevruchting tussen wetenschap en

bedrijfsleven is altijd al de motor van nieuwe ontwikkelingen

geweest.”

Kustvereniging blij

De Kunstvereniging is blij dat de commissie Veerman niets

ziet in de eilanden dichtbij de kust. De commissie pleit in

haar advies voor een geleidelijke kustuitbreiding door het

opspuiten van zand en het zodanig aanleggen van nieuwe

duinen dat er nieuwe duinen ontstaan.. De kustvereniging

neemt wel met enige zorg kennis van de stelling van de

commissie dat het voortbestaan van de Waddenzee, in haar

huidige vorm, geen vanzelfsprekendheid is.

www.kunstvereniging.nl

duidelijk beargumenteerd en gedocumenteerd hoe wij

tot onze conclusies zijn gekomen. Als de politiek daarvan

zou willen afwijken, is dat haar verantwoordelijkheid. Zij

zijn de bestuurders van Nederland; niet de commissie. Als

men de kern van onze boodschap maar serieus neemt en

daarvan uit gaat handelen.”

Basiskeuzes en oplossingsrichtingen

Oud-minister Veerman kan niet genoeg benadrukken

dat zijn commissie ‘slechts’ een aantal basiskeuzes en

richtinggevende oplossingen heeft aangedragen om

Nederland in ieder geval voor de komende 100 jaar

waterproof te houden. De invulling ervan is aan anderen.

Er moeten ook nog heel wat studies worden verricht.

Veerman: “Wij hebben met de commissie naar beste weten

en met de meest deskundige personen proberen vast te

stellen wat wij ten aanzien van klimaatverandering en

zeespiegelstijging kunnen verwachten en waarop we dat

kunnen baseren. Wij hebben ons voor een belangrijk deel

gebaseerd op de berekeningen van professor Vellinga die bij

zijn oratie onlangs nog waarschuwde dat we geen 100 maar

slechts dertig jaar tijd hebben om maatregelen te nemen.

Maar we hebben ook de beste klimaatdeskundige van de

wereld gehoord en wat vaststaat is dat er geen eenduidige

mening uitkomt. Wel is duidelijk dat iedereen de situatie

als ernstig ziet, ernstiger dan wij 5 jaar geleden nog hadden

gehoopt. Dat er een versnelling plaatsvindt, blijkt ook uit

onze gegevens. Dat wij afweken van de KNMI-gegevens

had te maken met nog recenter materiaal waarover wij

kwamen te beschikken. Het is allemaal buitengewoon

onzeker en wij hebben niet de pretentie gehad het laatste

woord te spreken.”

Blijven monitoren

Dat is volgens Veerman ook de reden waarom zijn

commissie erop aandringt voortdurend te blijven

monitoren om in de gaten te blijven houden wat er speelt

en daar al werkende steeds het beleid en maatregelen op

af te stemmen. Veerman:”De situatie is urgent maar niet

acuut. Wij laten dus veel ruimte voor de toekomst en voor

creativiteit. Je weet ook niet welke nieuwe innovatieve

techieken ons over bijvoorbeeld 15 jaar ter beschikking

staan. Zoals we 15 jaar geleden ook niet konden bevroeden

dat we tunnels konden boren in onze slappe bodem, dat

je dijken kon vastspijkeren zoals nu met de dijkdeuvels en

dat overstroombare, maar niet-doorlaatbare dijken ingezet

kunnen worden.

Basisbeslissingen noodzakelijk

Ruimte voor creativiteit dus, maar wij laten niet veel

ruimte waar het de basisbeslissingen betreft. Als je geen

duidelijke uitspraken doet over bijvoorbeeld het IJsselmeer

en het Rivierengebied, dan blijf je maar zweven. En als je

niet de uitspraak doet dat je het wilt en over hoe je het

kunt betalen, blijft alles ook hangen. Daarom hebben we

een richtinggevend programma gepresenteerd en geen

vastomlijnd Deltaplan”, aldus Veerman.

IJsselmeer. “Wij denken dat het voorradig zijn van

zoetwater buitengewoon belangrijk is voor de toekomst.

Dat is een van de redenen geweest aan te bevelen het

beleid


eleid

stroomgebieden

IJsselmeerdijken worden

verhoogd zodat het waterpeil

ruim een meter verhoogd kan

worden

financieringsvoorstel van de Deltacommissie “een sectorale

koers inslaat dat financieel gezien een bom kan leggen

onder de Structuurvisie Randstad 2040”. “Onbegrijpelijk”,

reageert Veerman. “Wij hebben juist gezegd dat het

geld niet van de belastingbetaler moet komen, maar

via het afsluiten van leningen en voor een deel uit de

aardgasbaten zodat het juist niet de normale begrotingen

belast. Wij hebben ook voor lenen gekozen omdat daar

ook toekomstige generaties aan mee betalen. Al die

voorzieningen hoeven niet alleen betaald te worden door

al die mensen die nu toevallig op aarde rondlopen, maar

ook door mensen die nu nog niet geboren zijn. Want ook

voor hen worden die voorzieningen getroffen.”

'Safecoast' en 'Chain of Safety'

Buurlanden werken

mee aan veilige kust

18

niveau van het IJsselmeerwater een meter op te zetten. Dat

dat consequenties heeft voor de plaatsen en dijken langs het

IJsselmeer, ligt dan voor de hand. We moeten nu dus aan de

slag om te bekijken hoe de gevolgen zoveel mogelijk zijn

in te passen, dan wel te verminderen. Daarmee doelen wij

op het opstaan van creatieve geesten, die echt niet alleen uit

de waterbouw hoeven te komen. Dat kunnen bijvoorbeeld

ook landschapsarchitecten zijn En het hoeft ook echt niet

allemaal binnen een week gerealiseerd te worden.”

Nieuwe generatie pakt kansen

Veerman heeft wat betreft die creativiteit hoge

verwachtingen: “Het is natuurlijk een prachtig project.

Het zet de Nederlandse traditie voort en het biedt zoveel

mogelijkheden voor innovatieve oplossingen. Ik denk dat

we daar echt klaar voor zijn en voldoende geëquipeerd.

Kijk naar de TU Delft waar ik ook lezingen geef, het

klassieke broeinest van waterbouwers. Wat daar aanwezig

is aan gedachten en creativiteit, daar krijg ik een kick

van. Ervaren en ambitieuze jonge mensen zijn er daar

ontzettend mee bezig. Die zien hun kansen die onze

commissie en de politiek hen biedt. Dat zie je ook met

het oog op de voedselcrisis. Steeds meer jonge mensen

interesseren zich weer voor de landbouwwetenschap. Van

die generatie moet het komen en voor die generatie en

generaties daarna doen we het ook.”

Samenwerking bedrijven en universiteiten

Veerman benadrukt ook de extra mogelijkheden die

een gezamenlijke aanpak met het bedrijfsleven kan

opleveren. “Ik verwijs naar het artikel in het Financieel

Dagblad waarin Frans Nauta, oud-secretaris van het

Innovatieplatform wijst op de enorme successen die in

Finland op innovatiegebied worden gehaald, juist omdat

bedrijven en universiteiten er zo goed samenwerken. Dat

kan hier ook en ik merk dat van beide kanten al de nodige

aanzetten worden gegeven.”

Financiering naar de toekomst

Dat bengt Veerman op de voorstellen van zijn

commissie voor de financiering van de voorgestelde

maatregelen, waar ook de nodige kritiek op is gekomen.

Zo schreef Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar

integrale gebiedsontwikkeling aan de TU laatst dat het

Jaarpremie van slechts een half promille

En wat het door de commissie genoemde bedrag van 1

miljard extra per jaar over een periode van 100 jaar betreft:

“Ondernemers die ik het plan heb toegelicht, halen hun

schouders ervoor op. Dat is toch niks, zeiden ze. Met

onze plannen beschermen we wel een vertegenwoordigde

waarde van 2000 miljard in onze delta. Dat is drie keer

zoveel als wat de Amerikanen aan slechte leningen

opkopen. Daar betalen we dan een jaarpremie voor die

neerkomt op een half promille. Dat is vier keer minder dan

waarvoor wij onze huizen tegen brand verzekeren.”

Wettelijke verankering

Dat de Deltacommissie te veel aandacht heeft geschonken

aan techniek en niet ingaat op de interactie tussen alfa,

bèta en gamma, wordt door Veerman verworpen. In die

zin dat het de commssie ging om het aandragen van een

aantal basiskeuzes en oplossingsrichtingen. Veerman: “Die

lijnen worden verankerd in een wettelijk kader dat niet

alles weer op zijn kop moet zetten, maar moet aansluiten

op bijvoorbeeld de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening. Dat

wettelijke kader houdt het onderwerp ook op de agenda.

Onder leiding van de Deltaregisseur, die zeer binnenkort

wordt aangewezen en het geheel bestuurlijk vorm

gaat geven, kunnen deelplannen aan dat kader worden

gekoppeld en interactie tussen alfa, bèta en gamma worden

gerealiseerd. Dan hebben we het over de invulling en dat is

niet aan de commissie.”

Haar op de tanden

De ophef rond ‘de bangmakerij’ waar Veerman zich

schuldig aan zou maken en de term Deltadictator die in de

onderliggende stukken van het Deltarapport is genoemd,

bestempelt Veerman als ‘datzelfde gekissebis’. “Ik had

geen behoefte daarop in te gaan. Juist vanwege datzelfde

gekissebis waar we in Nederland om bekend staan, hadden

jonge ingenieurs en de jonge garde uit het bedrijfsleven

tijdens één van de bijeenkomsten gezegd dat om

slagvaardig op te treden een kerel nodig was of een vrouw

met haar op de tanden die ons bij de les houdt. Daar kwam

dat ongeveer op neer. We moeten het resultaat van de

commissie beoordelen op wat er in het rapport staat en

daar met z’n allen onze schouders onder zetten. Er komt

in het land al veel op gang en zelfs de natuurbeweging

heeft zich over het algemeen positief over onze plannen

uitgelaten.”

Tekst: Marijke ten Oever

Twee door de EU gesubsidieerde projecten, 'Safecoast'

en 'Chain of Safety', laten zien hoe de vijf landen

rond de Noordzee omgaan met zeespiegelstijging en

overstromingsricio’s.

Samen met internationale kustbeheerders zijn op

verschillende geografische schalen risicoanalyses uitgevoerd

om zodoende te leren van elkaars methoden en aanpak.

Zo is een deel van het Vlaamse kustveiligheidsplan

mede in het kader van Safecoast ontwikkeld en zijn

grensoverschrijdende kaarten gepresenteerd.

In het project Chain of Safety, geleid door de

provincie Zeeland, is gekeken naar hoe landen

zich grensoverschrijdend kunnen voorbereiden op

overstromingsrampen. Door het project zijn de landen

rond de Noordzee meer gaan samenwerken en is

veel kennis uitgewisseld. Dit heeft geresulteerd in een

gezamenlijk rampenplan, waaronder de grote oefening die

begin november werd gehouden.

Beide projecten zijn samen met overheidsinstellingen

uit Denemarken, Duitsland, Vlaanderen en Engeland

uitgevoerd.

Informatie: www.safecoast.org en www.chainofsafety.com

Ministerie Verkeer en Waterstaat en Provincie Zeeland

presenteerden gezamenlijk twee internationale projecten gericht

op samenwerking en kennisuitwisseling op het gebied van

overstromingen uit zee.

De partners in Chain of Safety hebben de Provincie Zeeland

gevraagd om een kenniscentrum voor overstromingsrampen

op te zetten. In dit centrum kan de gefragmenteerde Europese

informatie en kennis in kaart worden gebracht en worden

gedeeld met hulpverleners, onderzoekers en studenten. In een

tweede vervolgproject wordt onderzocht of het nodig is nadere

afspraken voor rampenbeheersing met de naburige regio’s in

een verdrag op te nemen

Karla Peijs, commissaris van de koningin in Zeeland, opende in

Scheveningen de gezamenlijke eindconferentie van de EU-projecten

'Safecoast' en 'Chain of safety'

19

Informatie: www.deltacommissie.com


stedelijk interview water

AMSTERDAM

Second World Forum on Delta & Coastal Development

www.aquaterraforum.com

Praktijkproject Urban Flood Management

Dordrecht neemt

overstromingsrisico mee

in stedenbouwkundig plan

Tekst: Martijn Prinsen

Foto: Dura Vermeer.

Dordrecht integreert als één van de eerste

gemeenten in Nederland een overstromingsrisico

in de ontwerpplannen voor een nieuwe

woonwijk. Voor een buitendijks gebied in

Dordrecht – een voormalig industrieterrein –

worden woningen en wijken ontworpen die

tegen hoogwater bestand zijn. Hierdoor zullen

de inwoners geen risico lopen en de materiële

schade zal beperkt blijven. Van dit praktijkproject,

dat deel uitmaakt van een internationaal

onderzoek naar Urban Flood Management,

wil men leren hoe overstromingsrisico kan

worden geïntegreerd in een stedenbouwkundig

ontwerpproces.

voordoen. De klimaatverandering zorgt bovendien voor

wisselvalliger weer. Korte maar hevige regenbuien maken

de kans dat delen van Nederland overstromen navenant

groter. Langdurige regenbuien op hun beurt laten de

afvoer in rivieren toenemen, waardoor, zeker in combinatie

met storm op zee en springtij, eveneens meer kans op

overstroming ontstaat. Dordrecht zag deze bui hangen

en initieerde samen met de steden Londen en Hamburg

een onderzoek naar Urban Flood Management, oftewel

stedelijk hoogwaterbeheer. Uitgangspunt daarbij is dat naast

een verdedigende aanpak zoals het aanleggen van dijken

of het ophogen van een gebied, ook andere oplossingen

voor overstromingsrisico’s worden overwogen. Het idee is

het water de ruimte te geven en bij extreem hoog water

slachtoffers en schade tot een minimum te beperken. Bij het

ontwerpen van een stedelijke ontwikkeling dient rekening te

worden gehouden met hoogwater door woningen en wijken

zodanig aan te passen dat ze tegen een ‘stootje’ kunnen.

Organised by:

Sponsor:

Partners:

Dordrecht ligt op een drierivierenpunt. Rivierwater omsluit

het oude eiland en zelfs de getijden van de Noordzee laten

zich gelden tot aan de stadspoorten. Buitendijkse delen

van de stad liggen zeer laag en wateroverlast is dan ook

een reëel risico. Een risico dat door de klimaatverandering

groter wordt: extreem hoog water zal zich steeds vaker

Praktijk

“Er was nog vrijwel geen ervaring met de ontwikkeling

van overstromingsgevoelige gebieden waar het

overstromingsrisico expliciet wordt meegenomen als

ontwerpvariabele”, vertelt Judit Bax, stedenbouwkundige bij

de Sector Stadsontwikkeling van de gemeente Dordrecht.

21


interview

stedelijk water

stedelijk water

Foto: Mariska Mörs

“Het onderzoeksproject Urban Flood Management is dan

ook een pilot. Met als belangrijkste toegevoegde waarde de

praktijktoepassing. Ideeën om de ruimtelijke inrichting aan

te passen aan mogelijke overstromingen komen pas echt tot

leven als je het over een concreet gebied hebt. We hebben

daarom het voormalige industrieterrein De Stadswerven

gekozen als uitgangspunt voor een ontwerpend onderzoek.

Dit buitendijks gebied zal worden getransformeerd tot

woonwijk.”

Bij het ontwerp van deze nieuwe woonwijk wordt ervan

uitgegaan dat het gebied te maken kan krijgen met

hoogwater. Gaandeweg werd bekeken welke problemen

en oplossingen deze opgave met zich mee zou brengen.

“Moeten we bijvoorbeeld de huizen aan de onderkant

waterdicht maken, of de begane grond verhogen? Of

de grond zelf? Hoe en waar naar toe laten we het water

wegstromen? Kan het technisch allemaal wel? En: is het

financieel haalbaar? Maar ook: tegen welke hobbels loop je

op in bestaande wet- en regelgeving?”

Professor Chris Zevenbergen, hoogleraar

bij de vakgroep Stedelijk Waterbeheer en Sanitatie

bij Unesco-IHE, is blij met het project Urban

Flood Management. “Uitstekend dat een

gemeente een overstromingsmodel in de praktijk

wil toepassen. Het is nog nooit eerder gedaan, dus

alle ervaringsgegevens zijn bruikbaar. Ik hoop

dat met deze gegevens gemeenten anders gaan

aankijken tegen overstromingen en buitendijks

wonen. Een belangrijke conclusie is dat

buitendijks wonen veilig kan zijn.”

onderzoek naar het overstromingsrisico plus de mogelijke

schade aan huizen na een overstroming. Op basis van deze

gegevens werden stedenbouwkundige oplossingen voor

de nieuwe woonwijk bedacht. Vervolgens werd samen

met betrokken overheden zoals waterschap, provincie en

Rijkswaterstaat bekeken of deze nieuwe oplossingen passen

binnen de huidige regels, of dat nieuwe regels moeten

worden gemaakt dan wel worden aangepast.

Aan dit project werken negen publieke en private partijen

mee die elk hun specifieke kennis inbrengen. Judit

Bax: “Het ontwerpen van een stukje stad dat bestand

is tegen hoogwater is geen dagelijks werk voor een

stedenbouwkundige. Een van de doelen van het project

is dan ook het bij elkaar brengen van deskundigen uit

verschillende vakgebieden om gezamenlijk een bredere kijk

op water te ontwikkelen.”

Een van die deskundige partijen is Deltares. Dit bedrijf

heeft met behulp van een softwareprogramma het

overstromingsrisico onderzocht en in kaart gebracht. “We

hebben hiervoor verschillende stedenbouwkundige schetsen

aangeleverd. Het resultaat: een overstromingsmodel dat

extremere scenario’s met

hogere waterstanden. Na

berekening bleken deze

slechts enkele decimeters

hoger water op te leveren.

We hebben dit vertaald naar

aanpassingsmogelijkheden

van de wijk. Stel dat in

de loop van de tijd de

waterstanden hoger uitvallen

dan berekend, dan kunnen

we relatief eenvoudig

passende maatregelen

nemen.”

Oplossingen

Op basis van het overstromingsmodel zijn enkele

oplossingsrichtingen bedacht. “De dynamiek van het water

is de basis voor het ontwerp: de verschillende waterstanden

die met een bepaalde frequentie kunnen optreden en de

verhouding tussen het water en het stedelijk gebied. Bij

een hoogwaterstand die eens in de tien jaar in dit gebied

voorkomt bouw je een andersoortig gebouw dan bij een

hoogwaterstand waar je eens per dag mee te maken hebt.

Bovendien: hoe lager het gebied ligt hoe meer kans op

overstroming, dus hoe meer je de bebouwing hieraan moet

aanpassen.”

Voor de inrichting van De Stadswerven zijn drie concepten

op gebouwniveau voorgesteld. “Meer dan bij andere plannen

moesten we nu gaan denken in verticale doorsneden.

Net als in de oude binnenstad is voor de Stadswerven de

spanning gezocht in het verticale vlak: een gedeelte van de

bebouwing komt dichtbij het water, een ander er verder

vanaf. De oplossingsrichtingen zijn dan ook niet nieuw:

ze worden hier al eeuwen toegepast. Zo kun je gebouwen

plaatsen op terpen. Volgens een ander concept kan met een

huizenrij een zogenaamd vloedfront worden gevormd. Deze

huizenrij dient als waterkering. Tot slot kunnen watertreden

worden toegepast waarbij verschillende hoogten van het

maaiveld worden toegestaan. Elk niveau krijgt een eigen

bebouwingstype. Bijvoorbeeld drijvende woningen in het

laagste gedeelte; in de hogere gedeelten gebouwen met een

waterdichte voet en gebouwen waarvan de begane grond is

opgetild ten opzichte van het straatniveau.”

In het ontwerpend onderzoek voor De Stadswerven zijn

geen waterafvoer en retentiegebieden ontworpen. “Bij de

eerste schetsen hebben we in een soort megalomane stijl

grote afvoergeulen bedacht. Maar de waterdeskundigen

zeiden dat het gebied te klein is voor een dergelijk

afvoersysteem. Bovendien is een dergelijke maatregel

stroomopwaarts effectiever. Door de dichte bebouwing zal

er ook geen ruimte zijn voor retentiegebieden. Maar omdat

het een buitendijks gebied betreft, zal het hoge water vanzelf

wegstromen zonder schade aan te richten.”

Het peil, de vorm en de grondsamenstelling van het land;

de vorm en stromingssnelheid van de rivier; de invloed

van getijdenwerking; de hoogwaterfrequentie: met al deze

aspecten moet rekening worden gehouden. “Dit project is

dan ook niet bedoeld om een standaard oplossing te geven.

De gemeente wil daarentegen onderzoeken wat er bij komt

kijken deskundigen op watergebied te laten meedenken.

Het was in eerste instantie even aftasten wat we aan elkaar

hebben en welke gegevens we van elkaar nodig hebben,

maar nu kan ik bij wijze van spreken met één telefoontje de

noodzakelijke informatie voor ontwerpopgaven opvragen.”

Naast de ontwerpopgave worden binnen het project

ook mogelijke aanpassingen van wetgeving en beleid

bekeken. Volgens Ellen Kelder, projectleider van Urban

Flood Management, zijn er wat dat betreft tot nu toe

geen wezenlijke belemmeringen of obstakels geweest.

“Juridisch lijkt het geen probleem. Er hoeven geen wetten

te worden aangepast. Wel moeten we nadenken over

het inpassen van de nieuwe modellen op divers gebied,

zoals vergunningverlening en toetsing. Zo adviseert

Rijkswaterstaat het land van De Stadswerven op te hogen

tot vier meter boven NAP. Dit advies gaat uit van de kans

op overstroming, niet van het risicomodel zoals wij dat

willen hanteren. Hoe moeten we met dit advies omgaan?

Bij ons staat de waterveiligheid voorop. Deze zal zeker niet

minder worden met onze aanpak. De vraag is wel hoe we dit

moeten vastleggen in de watertoets. Het overstromingsmodel

en schademodel zijn nieuwe instrumenten die hierin

moeten worden ingepast. Het ministerie van VWS zit in

het consortium van dit project en zij denkt met ons mee.

Gelukkig doet het ministerie er alles aan om op dit niveau

een en ander mogelijk te maken.”

Meer vragen

Meer vragen doemden op: "Wat zullen de

hypotheekverstrekker en de verzekeraar van de nieuwe

overstromings- en schademodellen vinden?" Ellen Kelder:

“We kunnen uiteraard wel de modellen laten zien, maar dit

is nog geen geaccepteerd keurmerk. Dit deel van het project

loopt nog, dus hoe we dit moeten aanpakken wordt nog

onderzocht. Een van de vragen die we ons daarbij stellen is:

"Is een drijvende woning onroerend goed of niet?”

De opgedane kennis en ervaring met Urban Flood

Management kan worden gebruikt voor andere

ontwikkelingen in Dordrecht, in Nederland en daarbuiten.

Zo staan Hamburg en Londen voor dezelfde uitdaging.

Ook zij willen uitbreiden naar gebieden die buitendijks

zijn gelegen. Hamburg heeft al buitendijks ‘aangepaste’

nieuwbouw gerealiseerd. Binnen het project Urban Flood

Management wisselen de betrokken experts van de drie

steden kennis en ervaring uit.

De conclusies en ervaringen die tot nu toe uit de verschillende

werkpakketten kunnen worden getrokken, zullen binnenkort

op de website van Urban Flood Management Dordrecht

worden gepubliceerd. “Andere gemeenten kunnen

hiermee hun voordeel doen”, denkt Kelder. “Beleidsmatige

Samenwerking

Inpassen

22 Deze en andere vragen zijn in het Urban Flood

de locale waterstanden in de toekomst aangeeft, over een

Een blauwdruk voor een stedenbouwkundig ontwerp veranderingen zullen niet drastisch blijken te zijn. Het

Management project gegroepeerd onder een

periode van honderd jaar. Voorspellingen over een dergelijk

waarbij het overstromingsrisico wordt ingecalculeerd, is belangrijkste is dat een gemeente weet welke tools zij moet

23

zestal deelgebieden. Na het uitvoeren van een

lange periode brengen natuurlijk veel onzekerheden

niet te geven, meent Bax. De oplossingen die kunnen toepassen. Dus dat ze voor het betreffende gebied een

haalbaarheidsonderzoek was een van de eerste een

met zich mee. Daarom hebben we ook gekeken naar

worden gekozen, zijn sterk afhankelijk van de situatie. watermodel en schademodel laat maken.”

Informatie: www.ufmdordrecht.nl


uitvoering

uitvoering

interview

Samenwerking kost ontzettend veel tijd

25 km. lange dam

beschermt St. Petersburg

Tekst: Jaap Groot

In Rusland is Royal Haskoning nauw betrokken

bij de bouw van een enorme stormvloedkering

die St. Petersburg tegen overstromingen moet

beschermen. Onlangs werd een belangrijke

schakel in dit project, een 25 kilometer lange

dam, gerealiseerd.

Royal Haskoning adviseert

de Russische overheid op het gebied van

waterbouwkundige, uitvoeringstechnische en

contractuele aspecten.

24

Bert te Slaa, projectmanager bij Haskoning, “Het project

is begin jaren zeventig door Rusland opgezet en gestart,

maar door breed gedragen protesten vanwege vermoede

milieuproblemen werd de bouw stilgelegd. Toen de

milieuproblemen ontzenuwd waren had de Sovjetunie

opgehouden te bestaan en was er daarna geen geld meer om

het karwei af te maken.”

In 2002 is het project met hulp van de EBRD en het

programma Partners voor Water weer opgepakt en werd

Haskoning erbij betrokken. Bert: “De milieuorganisaties

maakten zich vooral zorgen om de kwaliteit van het water,

maar die waren slechts van tijdelijke aard. Hoewel de meeste

milieuorganisaties inmiddels hun bezwaren opzij hebben

gezet, laten sommige toch nog af toe een kritisch geluid

horen. Jammer, want bijvoorbeeld Greenpeace gaat dan

weer van de oude situatie uit zonder zich te realiseren dat

die problemen niet meer bestaan, en dat bij een hevige

overstroming zonder dam zich veel grotere milieuproblemen

voordoen”.

Bij de veranderingen in de oorspronkelijke plannen heeft

Haskoning een belangrijke rol gespeeld, samen met veel

Russische en internationale bedrijven. Bert, die al vier jaar

in Rusland bij het project betrokken is, noemt daarmee

ook meteen één van zijn meest tijdrovende taken:“De

samenwerking met de Russische collega’s kost ontzettend

veel tijd. Niet alleen de taal is daaraan debet, maar ook

de ambtelijke cultuur, de gewoontes en de procedures in

Rusland vergen veel tijd.” Toch lijkt het te lukken om de

nieuwe dam binnen de gestelde termijn te bouwen en over

anderhalf jaar zullen alle beweegbare delen in het project

klaar zijn, zodat vanaf dat moment van daadwerkelijke

bescherming tegen overstroming sprake zal zijn. Daarna zal

het nog wel een paar jaar duren voordat het hele project,

waaronder de périférique rond Sint Petersburg, klaar is.

Bert benadrukt dat hij, ondanks alle extra werkzaamheden,

de activiteiten in Rusland bijzonder boeiend vindt. “Water

leeft in Rusland. Zowel politiek als onder de burgers. Men

is zich terdege bewust van alle risico’s en gevaren. Denk

daarbij niet alleen aan overstromingen maar ook aan droogte

en slibafzetting. Bijvoorbeeld voor de katoenbouw is er in

het verleden zoveel water aan de rivieren onttrokken dat de

Aralzee bijna is drooggevallen en in de rivieren zorgen de

vele stuwdammen, gebouwd voor energievoorziening, voor

een opeenhoping van grote hoeveelheden slib. Natuurlijk is

er ook aandacht voor de kust, waarbij de prioriteit ligt bij de

bewoonde risicogebieden.”

Eind jaren zeventig begon men al met de aanleg van de dam

Know how

Hoewel er veel kennis in Rusland is, worden toch

buitenlandse bedrijven uitgenodigd om mee te werken aan

de oplossingen. Bert: “ Nederlandse bedrijven hebben een

enorme know how en ervaring. Ik ben er bijvoorbeeld

van overtuigd dat als wij een aantal veranderingen in het

oorspronkelijke plan niet hadden voorgesteld en uitgevoerd,

de risico’s op overstromingen aanwezig zouden blijven. Dat

realiseren de Russische collega’s zich gelukkig ook. Zij

zijn daarom bijzonder geïnteresseerd in onze oplossingen

en werkwijze, maar aan de andere kant zouden ze het veel

liever allemaal zelf willen doen. Je kan zeggen dat wij met

onze Russische collega’s een soort haat/liefde verhouding

hebben. Dat maakt het werk ingewikkeld maar gelukkig

ook heel boeiend."

Na zeer zware overstromingen in 1955 en 1975 heeft de

Russische regering besloten een dam aan te leggen in de

Neva Bay, het uiteinde van de Finse Golf. Rusland begon,

eind jaren zeventig van de vorige eeuw, met de aanleg van

een damcomplex met als middelpunt het eiland Kotlin.

In de 25 km lange dam zijn zes sluiscomplexen aangelegd

voor de afwatering en twee scheepvaartopeningen die

afgesloten kunnen worden. De dam maakt onderdeel uit van

een zesbaans ‘périférique’ rond St. Petersburg.

Sinds de jaren ’90 is Royal Haskoning betrokken bij

het project, dat volgens het ingenieursbureau het best te

omschrijven is als ‘een combinatie van de Afsluitdijk, de

Haringvlietsluizen, de Hartelkering en de Maeslantkering in

één project.’

Ook het Nederlandse baggerbedrijf Boskalis is bij de

stormvloedkering betrokken.

Royal Haskoning is op verschillende terreinen in Rusland

actief. Niet alleen werken maritiem experts in St. Petersburg,

In 2002 werd Royal Haskoning bij het plan betrokken

adviseurs van het advies- en ingenieursbureau zijn sinds

2000 actief in Sakhalin op het gebied van energie-exploratie

en -productie, industrie, veiligheid en milieu. Onlangs werd

er ook een opdracht aan Royal Haskoning gegund voor

het ontwerp van een containerterminal in St. Petersburg

en Royal Haskoning neemt deel aan een consortium dat

is gevraagd een proposal in te dienen voor een masterplan

voor Vladivostok in verband met de APEC 2012 (Asian

Pacific Economic Conference). Bert te Slaa: “Je kan niet één

speciale reden noemen waarom Haskoning zo nadrukkelijk

in Rusland aanwezig is. Natuurlijk is het een kwestie van

know how en ervaring, maar er zijn ook veel andere zaken

die meespelen. Bijvoorbeeld de steun en lobby van de

Nederlandse regering, de wil van de Russische partners

om met buitenlandse bedrijven te werken, wie zijn je

contactpersonen en is je eigen organisatie bereid en in

staat om in landen te werken die een andere cultuur en

procedures hebben”.

25


Flood resilient planning and building

Whenever grasslands and forests are replaced by rooftops and roads…

The Netherlands is one of the most densely populated

areas in the world. This specially holds true

for the western region of the country. This

DeltaMetropolis, like many other deltaic regions,

faces huge challenges in the decades to come.

There is a need to implement safety and mitigation

measures towards flooding and to improve spatial

quality. At the same time the enormous demand for

new homes, work places and infrastructure need

to be accommodated.

Het Dakpark

Unieke multifunctionele dijk in Rotterdam

Het Dakpark Rotterdam komt te liggen in de Vierhavenstrip. Het is een langgerekte strook van ca. 1 kilometer in een soort niemandsland

tussen Bospolder, Schiemond en Fruithavens. De kern van de gehele opgave is het combineren in één ontwerp van

een dijk, een intensief gebouwd programma van bedrijven, winkels, scholen, etc. (ca. 85.000m²), een gereduceerd spoorweg -

emplacement en een openbaar park. Op een zodanige manier dat de omliggende buurten het park ook als hun visitekaartje

beschouwen. Om aan alle ruimteclaims te voldoen, zijn de programma's over elkaar heen geschoven en behoort de deksel, het

feitelijke dakpark, tevens tot het grootste groene dak van europa. Een goed voorbeeld van intensief ruimtegebruik en dubbel

grondgebruik. Het Dakpark is een samenwerkingsproject tussen de Gemeente Rotterdam en Dura Vermeer en is tot stand

gekomen met een ontwerpteam onder leiding van landschapsarchitect Edwin Santhagens.

As one of the leading companies in the Dutch construction

industry Dura Vermeer is anticipating to these changes. Dura

Vermeer is investing annually a significant amount

Before inundation

in Research & Development programmes to advance innovation

in flood resilient planning and building. Spatial

concepts, products and services allow new built-up areas to

be developed in a more sustainable way. Land developments

which preserve the natural hydrologic patterns in conjunc tion

with residential and commercial settings are resilient to

flooding at present date and robust in terms of climate

change, land subsidence and sea level rise in the future.

The company collaborates and maintains strategic partner -

ships with nationally and internationally renowned research

Dakpark watertrap

institutions with the purpose of jointly conducting research

and developing new concepts and products in this field.

Through the pilot projects it implements, the advanced

solutions it offers and its Research & Development

programmes, Dura Vermeer is acknowledged as an inno vative

company.

After inundation

Bospolder is een woongebied in een polder omsloten door dijken en

grenzend aan havens. Met de ontwikkeling van het dakpark verandert de

oriëntatie van de wijk van binnen naar buiten. De bewoners van Bospolder

kunnen straks letterlijk over de dijk en over de stad uitkijken. Om die reden

heeft de landschapsarchitect gekozen voor een ontwerp dat iets groots en

wijds uitstraalt. Het parkontwerp heeft over de gehele lengte een mean-

Niet in de laatste plaats geldt dit voor de wensen van de bewoners van

Bospolder. Deze bewoners worden bij de verdere ontwikkeling, realisatie en

het beheer van het toekomstige park nadrukkelijk betrokken.

derend (slingerend) pad met waterstroom.

Alterations of the land surface such as clearing vegetation, compacting soil,

Waterkering

ditching and draining and covering the land surface with impervious roofs and

Het Dakpark heeft tegelijkertijd de functie van een waterkering. Daarmee is

roads radically alter the hydrologic patterns. Flooding is one of these unanticipa-

dit project in zowel techniek als proces innovatief. Het is een trendsetter voor

ted side effects that can result from these alterations. The use of new practices

een nieuwe generatie multifunctionele waterkeringen in met name dicht -

Dura Vermeer Business Development BV

P.O. Box 3098

2130 KB Hoofddorp

T +31(0)23 569 23 45

www.duravermeerbusinessdevelopment.nl

to reduce the amount of impervious surfaces and disconnected flow paths,

treat storm water at its source and flood proofing the urban fabric all help to

minimize the impacts to local hydrology. In this innovative urban design public

open space (e.g. playing field) provides storage for surface runoff. Hard pavings

and roofed areas drain onto unpaved areas and all buildings are adapted to

stedelijke gebieden van Nederland waar ruimte schaars is en versterking van

dijken nodig is. Het is in dit project gelukt de vele beperkingen te overbruggen

en tegemoet te komen aan de eisen van alle betrokken partijen als het

Hoogheemraadschap, de Nederlandse Spoorwegen en het Havenbedrijf.

Dakpark vogelvlucht

incidental conditions of peak discharge and inundation.


interview

leven met water

leven met water

Waterbeheer en ruimtelijke ordening

Hoe zwaar weegt water?

Foto’s: Jilke Sal en Roelof Klem

Het landgebruik bepaalt op veel plaatsen in

Nederland hoe met het water op die plek wordt

omgegaan. Voor akkers wordt het grondwaterpeil

laag gehouden; kreekjes zijn weggestopt in

ondergrondse buizen als een nieuwbouwwijk

in de loop kwam te staan; rivieren zijn versmald

en ingedamd als de doorvaarbaarheid van de

rivier dat vereiste. Echter, door onder andere

de klimaatverandering is meer aandacht voor

het water vereist. Moet het water daarom meer

gewicht in de schaal leggen bij de ruimtelijke

ordening? En zo ja, wat komt daarbij kijken voor

de betrokken overheden?

Klimaatverandering, meer kans op overstromingen,

zeespiegelstijging, brak grondwater, droogte en watertekort

zijn enkele natuurlijke ontwikkelingen die Nederlandse

overheden met andere ogen naar het water in ons land

laten kijken. Oplossingen kunnen worden gezocht bij de

ruimtelijke inrichting. Onder meer door het water beter te

integreren in woongebieden, grond- en oppervlaktewater

weer hun natuurlijke loop te laten volgen, rivieren

meer ruimte te geven, bergingsgebieden te creëren,

bebouwing en landbouw alleen daar te plaatsen waar

de wateromstandigheden voor deze functies van nature

gunstig zijn, enzovoort. Dergelijke aanpassingen vereisen

een goede communicatie en belangenuitwisseling tussen

de waterbeheerders en de ruimtelijke ordenaars. Een

uitwisseling die niet altijd probleemloos verloopt.

Provinciale visie

Bij de provincie Overijssel wordt momenteel de laatste

hand gelegd aan een nieuwe Omgevingsvisie, waarin het

provinciaal beleid tot 2030 wordt aangegeven. De visie

28

combineert een viertal beleidsgebieden waaronder verkeer geven, enzovoort.”

landbouwbedrijven moeten uitkopen, omdat deze dit als waterbeheerder een gunstige ontwikkeling, want 29

en vervoer, ruimtelijke ordening en waterbeheer. Bij de

totstandkoming wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan

de integratie tussen ruimtelijke ordening en water. “Ons

Voor een goede waterkwaliteit is overleg

met alle betrokkenen noodzakelijk

vertrekpunt is hierbij: water moet een meer sturende rol

krijgen”, licht Roelof Klem toe, beleidsadviseur Water

bij de provincie Overijssel. “Onder de noemer ‘zwaar

wegend water’ hebben we, in het licht van de nieuwe

ontwikkelingen, de verschillende aspecten van onze

verantwoordelijkheid voor waterbeheer bekeken, zoals

veiligheid, ecologie, grondwateroverlast, drinkwater en

zwemplassen. De kans op overstromingen bijvoorbeeld

wordt groter. Met betrekking tot de veiligheid bekijken

we nu van te voren – eerder dan in het verleden – wat er

gebeurt als een bepaald gebied zal overstromen. En welke

maatregelen we moeten nemen als het zover komt. Met

betrekking tot wateroverlast hebben we in kaart gebracht

welke gebieden hiervoor gevoelig zijn. De waterschappen in

onze provincie krijgen tot 2015 de tijd om de normen die

we in de Omgevingsvisie neerleggen, te halen. Bijvoorbeeld:

een woongebied mag voortaan slechts eens in de honderd

jaar overstromen. Ook gaan we meer aandacht geven aan

ecosystemen. Volgens de Kaderrichtlijn Water zullen we meer

milieuvriendelijke oevers aanleggen, de vistrek ruim baan

Vierdeling

De plannen van de provincie zullen gevolgen hebben

Functiefacilitering landbouwgrond

voor de ruimtelijke inrichting. Om de integratie tussen

water en ruimtelijke ordening te structureren, heeft de

provincie een categorie-indeling bedacht. “Je kunt niet

stellen: vanaf nu maakt het water en het waterbeheer de

dienst uit. Daarmee zou je de ruimtelijke ordening op

slot zetten. Anderzijds zijn er kaderstellende maatregelen

noodzakelijk. We hebben daarom een vierdeling gemaakt:

water is kaderstellend, zwaarwegend, mede ordenend

of dienend. Kaderstellend is onder andere alles wat te

maken heeft met ruimte voor de rivier. De veiligheid is

hierbij doorslaggevend. Zwaarwegend is bijvoorbeeld de

overweging geen woonwijken te bouwen in laaggelegen

gebieden. Doe je dit wel, dan moeten er vergaande

maatregelen worden genomen om overtollig water

ergens anders naar toe te brengen. Onder de categorie

‘mede ordenend’ valt het plannen van meer ruimte voor

oppervlaktewater in stedelijk gebied. Niet alleen betreft dit

het creëren van meer berging, maar ook het toelaten van

water op een natuurlijke manier. Water is niet alleen een

last, het kan natuurlijk ook een sfeervolle of recreatieve

toevoeging zijn. Binnen de vierde categorie is het water

dienende, zoals in landbouw- en natuurgebieden. In

landbouwgebied wordt een grondwaterpeil aangehouden

naar de wensen van de landbouwers. Natte natuurgebieden

zoals de Weerribben zijn afhankelijk van de waterconditie;

ons waterbeheer is daaraan dienend.”

Gevolgen

De waterschappen in de provincie Overijssel zijn blij

met de aandacht die waterbeheer krijgt bij de ruimtelijke

ordening. De provincieplannen worden nu doorvertaald in

de nieuwe waterbeheersplannen.

Voor gemeenten en projectontwikkelaars heeft de

provincie per landfunctie aangegeven in welke categorie

deze thuishoort, dus hoe zwaar het belang is van water.

“Met deze categorie-indeling hebben we bepaald

over welke punten niet kan worden onderhandeld. Bij

woningbouw bijvoorbeeld vinden nogal eens discussies

plaats over het belang van het water. Zo komt het voor

dat een projectontwikkelaar zijn oog heeft laten vallen op

een mooie plek om woningen te bouwen, terwijl het land

daar zo laag ligt dat er vele maatregelen moeten worden

genomen om wateroverlast te voorkomen. We vinden

het belangrijk dat we iedereen van te voren kunnen

informeren over plekken waar je beter niet kunt bouwen.

Dit is beter dan dat je achteraf, na de locatiekeuze van de

projectontwikkelaar, met hem in discussie moet om aan

te tonen dat die locatie niet gunstig is. We hebben daarom

deze plekken op kaarten aangegeven en deze onder

gemeenten en projectontwikkelaars verspreid.”

Andere partijen, zoals landbouwbedrijven, zullen eveneens

de gevolgen van de nieuwe visie ondervinden. “Over het

algemeen zullen we geen bestaande landfuncties aanpassen,

maar sommige grondeigenaren zullen de geïntensiveerde

aandacht voor het water wel degelijk bemerken. We zullen

bijvoorbeeld door peilverhoging in landbouwgebied

niet meer op die plek kunnen functioneren. We zullen

tevens grond verwerven langs rivieren en beken om de

noodzakelijke ruimte te creëren voor ecologische oevers.”

Ook Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

bemerkte dat er wel wat verbeterd kon worden in de

relatie tussen waterbeheerder en ruimtelijke inrichters.

Als adviseur bij gemeentelijke en provinciale plannen

wilde het hoogheemraadschap duidelijker en transparant

aangeven hoe zij tot een bepaald advies is gekomen.

Het nieuwe middel: functiefaciliteringskaarten. “Op

basis van eenvoudige criteria geven deze kaarten

aan in welke gebieden en bij welk landgebruik het

waterbeheer veel inspanning en geld kost, en waar niet,”

zegt Michiel Schreijer, strategisch beleidsadviseur bij het

hoogheemraadschap. “Het komt vaak voor dat in een

gebied een bepaalde functie zich heeft ontwikkeld of is

gepland, zonder dat is gekeken naar de gevolgen voor het

waterbeheer. Een nieuwe woonwijk zou je eigenlijk niet in

een laaggelegen veengebied moeten projecteren, omdat de

waterbeheerder het hier knap moeilijk gaat krijgen. Toch

is dit in het verleden wel gebeurd: functies zijn gepland in

gebieden die, wat waterbeheer betreft, daar niet geschikt

voor zijn.”

Al rond 2000 wilde het hoogheemraadschap graag meer

sturing op de ruimtelijke ordening krijgen en eerder in

het ontwikkelingsproces meebeslissen. Men begon te

experimenteren met zogeheten waterkansenkaarten waarop

werd aangegeven hoe het water moest worden geïntegreerd

in de ruimtelijke inrichting. “Met deze kaarten konden we

echter moeilijk communiceren. We gingen te veel op de

stoel van de mensen van ruimtelijke ordening zitten. Toen

we enkele jaren daarna in kaart wilden brengen waar wel

en waar niet het beste bergingsgebieden kunnen worden

gerealiseerd, zijn we aan de functiefaciliteringskaarten

begonnen. Die bevielen goed, omdat we hiermee meer

grip kregen op toekomstige ruimtelijke

ontwikkelingen. We hebben de kaarten uitgebreid en zijn

gaan redeneren vanuit de facilitering van landfuncties.

Waar kan een bepaald landgebruik het goedkoopst of

eenvoudigst worden gefaciliteerd door de waterbeheerder?

Hiervoor hebben we in eerste instantie gekeken naar vier

verschillende landfuncties: bebouwing, natuur, bollenteelt

en overig agrarisch gebruik. De kaarten zijn gemaakt op

basis van eenvoudige criteria, zoals grondsoort en aan- en

afvoer van water. Zo wordt voor iedere buitenstaander

inzichtelijk hoe en waarom we tot een bepaalde ruimtelijke

indeling zijn gekomen. Deze kaarten kunnen worden

uitgebreid met meer criteria om bijvoorbeeld onderscheid

te maken tussen woningbouw en bedrijventerreinen. We

kunnen ook voor andere functies kaarten maken.”

Op deze manier wordt het ruimtelijke ordeningsproces

niet geforceerd, maar blijven de keuzes open. “Bovendien

kunnen we voor een ontwikkelingsplan de gevolgen voor

het waterbeheer kwantificeren. Bijvoorbeeld met een

kosten/batenanalyse. Zo kan ruimtelijke ordening een

zuiverder afweging maken.”

De provincie Noord-Holland is inmiddels geïnteresseerd in

de functiefaciliteringskaarten van het hoogheemraadschap

en wil ze opnemen in haar nieuwe structuurvisie. “Ik vind

in de structuurvisie zijn uitspraken over de ruimtelijke

ordening bindend,” aldus Schreijer.


interview

Nieuwe concepten

Foto links: Veel jongeren zijn op de hoogte van het

broeikaseffect en de stijgende zeespiegel, maar niet van

waterveiligheid. (Op de foto Roald Treffers met zijn

medestudenten)

nieuwe concepten

aan herstel van het moeras, want dat is in deze delta de

natuurlijke bondgenoot van de mens.’

Controleerbaar aftakken

Na het literatuuronderzoek en het maken van de

noodzakelijke berekeningen kwam het studententeam uit

Delft met een voorstel om de natuurlijke processen in de

delta te herstellen door het controleerbaar aftakken van

(grote delen van) de Mississippi. Zij mochten hun plan

toetsen bij de Louisiana State University in Baton Rouge.

Drie dagenlang experimenteerden ze met een fysisch model

van de rivier de Mississippi om de fysieke mogelijkheden

aanschouwelijk te maken en dat met cijfers te onderbouwen.

Eenmaal weer in Delft leverde het onderzoeksproject

hen een goed cijfer op. Marten Hillen werd, onder meer

op basis van het onderzoek, benoemd tot Science Guide

Student of the Year 2007. En nu dingen Nordbeck, Kuilboer,

Hillen en Treffers met hun artikel 'Building with nature,

De Stichting Akvo combineert kennis over

informatietechnologie met wereldwijde kennis over wateren

sanitatie-oplossingen. Net als bij de internet-encyclopedie

Wikipedia kunnen mensen informatie toevoegen, updaten

of opzoeken op de site Akvopedia. Op de website staat ook

een ‘marktplaats’ met projecten waar geld voor nodig is. Het

is heel eenvoudig om 50 euro te lenen aan een vrouw in

een krottenwijk in India die een nieuwe waterpomp wil

installeren. Of om 25 euro te schenken aan een school in

Kenia voor de aanleg van sanitaire voorzieningen. Zonder

bureaucratische rompslomp kunnen mensen en organisaties

geld doneren of lenen. Het wel en wee van de projecten

wordt vervolgens met behulp van foto’s en filmpjes getoond

op de site, net als op Youtube. ‘Na een aanloop in 2007

ging Akvo tijdens de WereldWaterDag in maart van dit jaar

officieel van start. We werken samen met gecontroleerde

hulporganisaties en met lokale tussenpersonen voor het

posten van projecten. Het idee is dat Akvo, wat in Esperanto

Jonge professionals hebben aandacht voor overstromingsveiligheid in Nederland

Buitenlandse water-problematiek raakt jongeren

Tekst: Kate Eaton

Tekst: Kate Eaton, journalist

Oudere generaties in Nederland maakten de

watersnoodramp in 1953 mee. Daaropvolgende

generaties werden op school met de neus op

de Deltawerken gedrukt. Maar hoe zit het

eigenlijk met de jongere generaties in ons land?

Zijn die zich bewust van de geschiedenis van

Nederland als waterland? Beseffen zij dat de

waterhuishouding van de lage landen blijvend

aandacht nodig heeft? Met andere woorden: lééft

water onder jongeren?

Water leeft in ieder geval bij een aantal bevlogen jonge

mensen. Roald Treffers, masterstudent Waterbouwkunde

aan de Technische Universiteit in Delft, is een sprekend

voorbeeld van iemand die al van jongs af aan in de ban van

water is. ‘Als kind zeilde ik vaak met mijn ouders. Ik raakte

gefascineerd door boten, havens en scheepvaartwegen.

Tijdens mijn bachelorstudie Civiele Techniek werd mij ook

Ondanks hun eigen enthousiasme en inzet maken beide

al snel duidelijk dat juist de waterbouw mijn belangstelling

jonge mannen een voorbehoud. ‘De verwachting van

heeft.’ In het vierde jaar van de opleiding Civiele Techniek

veel jongeren is dat als je de kraan opendraait, er gewoon

hebben studenten de mogelijkheid een onderzoekproject

water uitkomt. Watervraagstukken staan niet echt in de

op te zetten. Door de universiteit wordt het gestimuleerd

belangstelling’, veronderstelt Peter van der Linde. ‘Er zijn

dit in het buitenland te doen. Daarom kozen Treffers en

wel innovatieve projecten, zoals het drijvend bouwen in de

zijn studiegenoten Marten Hillen, Jos Kuilboer en Pieter

Golf bijvoorbeeld. Maar ‘water’ heeft toch een beetje een

30 Nordbeck ervoor om achttien maanden na de orkaan overstromingsveiligheid vindt er geen sedimentatie meer

en organisaties die geld willen geven of lenen ook aan stoffig imago. Het is dan ook opvallend moeilijk om een 31

Katrina naar Louisiana in de Verenigde Staten af te reizen.

‘New Orleans leek ons een indrukwekkende plek voor ons

onderzoeksproject. Niet alleen had zich daar kort tevoren

een ramp voltrokken, maar we dachten ook dat we veel

zouden kunnen leren van wat er na de overstroming was

gebeurd. In New Orleans is ontzettend veel gaande op

het gebied van waterbouw en er valt een hoop werk te

verzetten.’

De vier studenten wilden zich bezighouden met de

veiligheid van de stad op de lange termijn. Niet met het

uitgangspunt de natuur te bedwingen, maar juist door

gebruik te maken van de natuurlijke kustdynamiek. Het

viertal werd ter plaatse ontvangen door Royal Haskoning.

Door gesprekken met deskundigen van Haskoning, het U.S.

Army Corps of Engineers (vergelijkbaar met Rijkswaterstaat

in Nederland), verschillende universiteiten in en rond New

Orleans, een journalist en verscheidene andere specialisten

stelden zij zich op de hoogte van de situatie. ‘Al snel bleek

dat op korte termijn natuurlijk gewerkt moet worden aan

de bedijking van New Orleans. Maar voor de veiligheid

op de lange termijn moet juist gekeken worden naar de

eigenschappen van de Mississippi-delta zelf.’ De rivier wordt

omgeven door een moeras. Een dergelijk moerassysteem

heeft als voordeel dat het de stormvloed ten gevolgen

van orkanen, de storm surge, verlaagd. In de Mississippidelta

is echter sprake van ernstige erosie van het moeras.

‘Door de bedijking van de rivier voor de scheepvaart en

plaats vanuit de rivier in de delta. Zo gaan de moerassen

verloren en dat maakt New Orleans heel kwetsbaar. Voor

veiligheid op de lange termijn moet gewerkt worden

finding a balance between natural and human processes

in delta's bovendien mee naar een prijs in de prestigieuze,

internationale DeltaCompetition 2008' (zie kader).

Rampenstudie

Een ander inspirerend voorbeeld is dat van Peter van der

Linde. De jonge hydroloog werkt voorlopig nog één dag

in de week als projectmedewerker bij het Nederlands

Water Partnership. De rest van zijn werkweek besteedt hij

aan de Stichting Akvo, waarvan hij mede-oprichter is. Van

der Linde vertelt dat hij altijd al een buitenmens was met

interesse voor zijn natuurlijke omgeving. Na een studie

Integraal Waterbeheer in Wageningen specialiseerde hij zich

in Rampenstudies. Door zijn werk in Zuid-Afrika en in

Bangladesh groeide zijn interesse voor watervraagstukken

in ontwikkelingslanden. Innovatieve kennis en middelen

die in het Westen voorhanden zijn, blijken daar nauwelijks

te verkrijgen. ‘Eén miljard mensen in de wereld heeft geen

veilig drinkwater en twee miljard heeft geen sanitaire

voorzieningen. De meeste van hen wonen in rurale

gebieden of sloppenwijken in ontwikkelingslanden. Met

Akvo willen we oplossingen bieden voor problemen met

water en sanitatie door kennis daarover gemakkelijk online

beschikbaar te maken. Via de website koppelt Akvo mensen

mensen die geld nodig hebben voor kleinschalige projecten.

Met foto’s en filmpjes laten we dan weer precies zien wat er

met dat geld gebeurt.’

Nederlandse jonge professionals krijgen in

Indië uitleg over locale waterprojecten

trouwens gewoon ‘water’ betekent, de eigen broek ophoudt.

Het is opgezet als een onderneming met een businessplan en

met drie heldere doelen. Het eerste doel is om te koppelen

tussen mensen die geld willen geven en mensen die geld

nodig hebben voor projecten. Het tweede is om kennis

beschikbaar te stellen. Het derde doel is om de besteding van

geld op een eenvoudige manier te verantwoorden.’

Van der Linde: ‘We kiezen voor een directe benadering en

maken gebruik van moderne middelen. Zo vroegen we

van bezoekers van het Paradefestival in Utrecht € 0,50 per

persoon om het toilet te gebruiken. De opbrengst ging

in zijn geheel naar een toilettenproject in Kameroen. We

vragen aandacht voor Akvo op een traditionele manier,

bijvoorbeeld tijdens waterevenementen of het staatsbezoek

in India. Maar we richten ons ook specifiek op jongeren met

ons illustratiemateriaal (website), via Facebook en Hyves.’

nieuwe generatie aan te trekken in de sector. Er zijn maar

weinig jongeren geïnteresseerd, de nadruk ligt meer op

duurzaamheid.’ Toch is er sinds de jaren negentig veel


nieuwe concepten

Movares is mijn bedrijf

“Omdat innovatie alleen ontkiemt

op vruchtbare bodem.”

Jelte Bos, Senior Consultant

WereldWaterDag

In 1992 riepen de Verenigde Naties de 'World Water Day' (WereldWaterDag) in het leven. In maart van ieder jaar wordt tijdens

een congres stilgestaan bij het belang van goed waterbeheer en watermanagement. Eén van de millenniumdoelstellingen voor 2015 is

om het aantal mensen zonder schoon drinkwater of met een tekort daaraan tot de helft te reduceren.

In Nederland wordt de WereldWaterDag georganiseerd door het Nederlands Water Partnership, Aqua for All en Unicef. Om

kinderen bewust te maken van het belang van schoon drinkwater wordt ook een grote scholenactie georganiseerd en kunnen kinderen

‘watervriend’ worden.

Ga voor meer informatie naar www.wereldwaterdag.nl, www.dailywater.org of www.aquaforall.nl.

Advies- en ingenieursbureau Movares is in toenemende mate actief op de

watermarkt. In 2009 zullen dan ook diverse vacatures binnen dit vakgebied

ontstaan. Movares stimuleert mensen zichzelf te zijn. Wij geven je de ruimte om

je leven in te richten op een manier die bij je past en die je capaciteiten tot hun

recht laat komen. Bij ons geef je technisch inhoud aan maatschappelijk relevante

projecten. Hierin heb je een eigen verantwoordelijkheid die we niet alleen met

geld belonen, maar ook met vrije tijd, flexibiliteit en ontwikkelingsmogelijkheden.

En in de mogelijkheid om mede-eigenaar te worden. Wil je in 2009 meebouwen

aan onze ambities op de watermarkt? Praat eens met ons.

adviesen

ingenieursbureau

veranderd, meent hij: ‘De drijfveer van het ‘grote geld’

is verdwenen. Jongeren houden zich vaker bezig met

milieuvraagstukken en willen iets goeds doen met hun

leven. Daarin ligt een uitdaging. Mijn ervaring is dat je

juist in ontwikkelingslanden heel wat kunt bereiken als

je er de schouders onder zet.’ Om mensen te interesseren

moeten ze al in hun jongste jeugd attent worden gemaakt

op waterproblematiek. ‘Tijdens de WereldWaterDag in

maart liepen schoolkinderen zes kilometer met een rugzakje

gevuld met zes liter water. Dan kan een kind in Nederland

zich opeens veel beter voorstellen hoe dat is voor een

kind in een ontwikkelingsland. Het lijkt me belangrijk

om jongeren te attenderen op spraakmakende verhalen en

projecten via kanalen die zich specifiek op hen richten.

Kinderen en jongeren leren dan dat ‘water’ niet overal even

vanzelfsprekend is. En óók dat werken in de waterbouw heel

leuk kan zijn, omdat je er veel verschillende kanten mee op

kunt.’

Ook Roald Treffers put uit zijn persoonlijke ervaring

als hij zegt dat jongeren niet echt beseffen welke

problemen er spelen op het gebied van waterkwaliteit

en waterveiligheid. ‘Nederland is hoog ontwikkeld en

relatief veilig op het gebied van de waterbouw. Het lijkt

vanzelfsprekend dat het hier goed voor elkaar is. Maar

juist voor die vanzelfsprekendheid moeten we waken. De

problematiek is actueel. New Orleans ligt in het rijkste

land ter wereld en toch liep het er helemaal fout.’ Volgens

hem kijken jongeren eerder naar water in een mondiaal

verband dan dat ze over de problematiek in eigen land

nadenken. ‘Milieuproblematiek en waterproblematiek

moeten onderscheiden worden. Veel jongeren zijn –onder

andere na de film van Al Gore – op de hoogte van het

broeikaseffect en de stijgende zeespiegel, maar niet van

waterveiligheid. Ze zien de dreiging wel, maar koppelen die

niet aan de eigen situatie. Natuurlijk moeten we bedacht

zijn op internationale situaties zoals die van de Ganges of

van de Mississippi. Maar er moet ook aandacht zijn voor

de overstromingsveiligheid en waterkwaliteit in Nederland.

Bijvoorbeeld door herinneringen aan de watersnoodramp

in New Orleans in 2005 en Zeeland in 1953 te koppelen

aan hedendaagse problemen die hand in hand gaan met

klimaatveranderingen.’

Als de inschatting van Peter van der Linde en Roald

Treffers juist is, leven vooral de ‘internationale wateren’

onder jongeren. Dat is eigenlijk heel mooi. Maar het is

geen overbodige luxe hen nog eens te herinneren aan de

geschiedenis van Nederland als waterland en samen met hen

na te denken over de toekomst.

DeltaCompetition

Dit jaar organiseert Royal

Haskoning voor de tweede

keer een DeltaCompetition.

Studenten(teams) uit

alle windrichtingen

worden opgeroepen

onderzoeksartikelen

in te leveren met

innovatieve ideeën en

creatieve oplossingen

voor de gevolgen van

klimaatverandering in

deltagebieden. De beste

individuele paper en

de beste teampaper

worden beloond met een

geldbedrag. Bovendien

worden de beste papers gebundeld en gepubliceerd. Naast

de in dit artikel genoemde inzending van het team van de

TU Delft komen de inzendingen dit jaar uit Hong Kong

(Double-channel and tidal power station van Wang Fei,

Han Bo en Li Yuan); Groot-Brittannië (onderwerpen:

mangroven als natuurlijke verdediging tegen natuurrampen

van Fang Yenn Teo uit Cardiff en een verbeterd model

voor adaptatie-initiatieven van Paula Posas uit Liverpool);

Canada (Design and deployment of Aquaponic

Grid communities van Duc Tung Nguyen, Karthik

Ramanathan en Sameer Vohra) In zijn motivatie voor het

organiseren van de prijsvraag stelt Jan Bout, voorzitter van

de Raad van Bestuur, onder meer dat ‘Royal Haskoning

de blik op de toekomst (wil) richten. En de toekomstige

generatie vragen mee te denken in het zoeken naar

duurzame oplossingen voor problemen – maar ook kansen

– die de klimaatverandering in dichtbevolkte deltagebieden

met zich meebrengt.’ In 2006 won een team van de TU

Delft de eerste prijs met de paper Floating City IJmeer.

De internationale jury heeft twee winnaars gekozen.

Fang Yenn Teo van Cardiff University, Wales won met

zijn paper ‘Mangroven als natuurlijke verdediging tegen

natuurrampen’, € 5000,-. Duc Tung Nguyen, Karthik

Ramanathan en Sameer Vohra van de Universiteit van

Toronto, Canada wonnen met hun teampaper ‘Aquaponics

systemen in Bangladesh’ een prijzengeld van € 10.000,-

Informatie:

www.akvo.org, www.deltacompetition.com

www.nwp.nl, www.royalhaskoning.com

www.wikipedia.org, www.youtube.com

33

www.movares.nl


interview

Stedelijk water

stedelijk water

Gemeenteambassadeurs Water adviseren gemeenten

Gemeenten zoeken naar

overzicht in nieuwe

waterwetten

Tekst: Martijn Prinsen

Er zijn diverse wetten die het omgaan met

water in gemeentegebied regelen. Juist in deze

en komende periode komen er nieuwe wetten

bij, wordt bestaande regelgeving herzien en

zijn provincies en waterschappen bezig met

het ontwerpen van nieuwe structuurvisies

en waterbeheersplannen. Veel - voornamelijk

kleinere - gemeenten hebben moeite al deze

vernieuwingen en veranderingen op een rij te

krijgen. Vijfentwintig ambassadeurs Water helpen

gemeenten bij de inpassing.

Medio 2009 wordt de nieuwe Waterwet verwacht,

een wet waarin negen waterstaatwetten zullen worden

opgenomen en zes vergunningsstelsels plaats zullen maken

voor één watervergunning. Vervolgens zal er een nieuw

Waterplan komen dat de koppeling tussen ruimtelijke

ordening en waterbeheersplannen moet regelen. Rijk en

34 provincies krijgen hierdoor de bevoegdheid waterplannen verlengd met een jaar.

Samenwerking

Noord-Hollandse gemeenten. “Het hoogheemraadschap 35

als structuurvisie op te leggen aan gemeenten. Daarnaast

hebben gemeenten te maken met onder andere de

Kaderrichtlijn Water. Vooral kleinere gemeenten met

Aanleg van een grote bak om overstortwater

tijdelijk op te vangen. Het water komt niet in het

oppervlaktewater terecht

ambtenaren die als duizendpoten meerdere disciplines onder

hun hoede hebben, spreken van een overkill. Daarbij moeten

bepaalde nieuwe wetten ook nog op korte termijn worden

ingepast. Tijdsnood ligt bij menige gemeente op de loer.

Gemeenteambassadeurs

Tot 2004 spraken Rijkswaterstaat, provincies en

waterschappen over de Kaderrichtlijn Water zonder

vertegenwoordiging van de gemeenten. De VNG wilde de

gemeenten meer bij het overleg betrekken en in dat jaar

werden, via de Stimuleringregeling gemeenten van het

ministerie van V&W, vijfentwintig gemeenteambassadeurs

Water aangesteld om de betrokken partijen bij elkaar te

brengen. De ambassadeurs werden over districten verdeeld

en kregen twee taken mee: water en waterbeheer goed op de

gemeentelijke agenda krijgen en de bestaande verkokering

doorbreken tussen de watersector enerzijds en gemeenten

anderzijds. In verband met de beschikbaarheid van de

subsidie kregen de ambassadeurs tot en met 2008 de tijd.

Omdat gemeenten veel behoefte blijken te hebben aan de

adviseringsrol van de ambassadeurs is hun termijn inmiddels

Willem van Douwen is teamcoördinator van acht

gemeenteambassadeurs die opereren in het district Rijn-

West. Hij ondervindt in de dagelijkse praktijk de moeite en

Willem van

Douwen:

“Voor een goede

samenwerking is

het noodzakelijk

dat waterschappen

en gemeenten soms

buiten de eigen

instellingsprincipes

gaan.”

problemen die gemeenten hebben met het invoeren van

nieuwe waterwetten. “De gemeentelijke taken zijn breed:

waterbeheer is daar slechts één van. Voornamelijk in de

kleinere gemeenten komt al veel af op een ambtenaar die

verschillende disciplines onder zijn of haar beheer heeft.

Organisatorische problemen ontstaan als de implementatie

van alle nieuwe waterwetten en beheersplannen bij die ene

ambtenaar wordt neergelegd. Ik ga dan bij deze gemeente

op bezoek en adviseer over een mogelijke aanpak. Die

aanpak kan onder meer bestaan uit het verspreiden en goed

afstemmen van implementatietaken over de betrokken

afdelingen, zoals Groen en Ruimtelijke ordening. Op

zich een voor de hand liggend voorstel, maar ik merk dat

gemeenten wel opgelucht zijn het zo te kunnen oplossen.”

Grondwateroverlast

In de nieuwe Waterwet zullen de gemeentelijke taken

nadrukkelijker worden geformuleerd. Een nieuwe taak

betreft de zorgplicht bij grondwateroverlast. Volgens de

nieuwe wet zullen gemeenten plannen moeten maken om

grondwateroverlast aan te pakken. “De meeste gemeenten

vinden het prettig dat de gemeentelijke bevoegdheden en

verantwoordelijkheden in de nieuwe wet duidelijker worden

verwoord”, meent Van Douwen. “Net zo is men blij dat

de zorg om grondwateroverlast tot de gemeentelijke taken

gaat behoren. Voorheen moesten gemeenten burgers die last

hadden van natte kruipruimtes van het kastje naar de muur

sturen. Nu komt er één instelling en adres tot wie de burger

zich kan richten.”

Van Douwen adviseert de gemeenten de nieuwe zorgplicht

niet meteen in regels om te zetten, maar deze pragmatischer

in te voeren. “In de basis komt het neer op: inventariseer

de problemen en zorg voor een doeltreffende aanpak. Dus:

breng in kaart waar wateroverlast kan ontstaan en bekijk de

mogelijke oplossingen. Het liefst samen met het waterschap.

De gemeente dient immers te zorgen voor haar burgers: als

je vanuit die invalshoek de zorgplicht oppakt, zul je minder

moeite hebben met het implementeren van de nieuwe

wet. Pas in tweede instantie zijn regels nodig. Bijvoorbeeld

met betrekking tot het omslaan van de extra kosten op de

rioleringsheffing.”

Naast de implementatie van nieuwe wetten is een

continu punt van aandacht de samenwerking tussen

waterschappen en gemeenten. Eén van de taken van

de gemeenteambassadeur is het verbeteren van die

samenwerking. Samenwerking is nodig bij onder meer het

opstellen van gemeentelijke watervisies, afvoer en zuivering

van afvalwater, het oplossen van grondwateroverlast, de

implementatie van nieuwe wetten en het plannen van

water in de ruimtelijke ordening. “Omdat beide partijen

in hetzelfde gebied werken, is het beter samen beleid te

ontwikkelen. Dit beleid kan vervolgens worden vertaald

naar de eigen situatie. In de meeste gevallen verloopt de

samenwerking goed, maar soms ontstaan er problemen.

Bijvoorbeeld na het verdwijnen van de vaste contactpersoon

van een gemeente bij reorganisaties en fusies van de

waterschappen. Ik bespreek dit met het waterschap. Zonder

ze de zwarte Piet toe te spelen, overigens: waterschappen

denken graag constructief mee. Zij begrijpen zelf wel dat de

continuïteit in het contact met gemeenten meer aandacht

vereist.”

Zowel gemeenten als waterschappen kijken nog te vaak

alleen naar de eigen organisatie en waar die voor staat, vindt

Van Douwen. “Te veel eigenbelang. Hoewel het op het

gebied van riolering en waterbeheer meestal goed gaat – en

ik verwacht dat het bij het oplossen van grondwateroverlast

ook wel goed zal gaan – loopt het contact bij ruimtelijke

ordening vaak minder. Het gebeurt nogal eens dat een

waterschap te laat bij de plannen van de gemeente wordt

betrokken. We hebben natuurlijk de watertoets, waardoor

de ruimtelijke ordening rekening moet houden met water

en waterbeheer. Maar gemeenten moeten deze toets niet

op postzegelniveau toepassen, dus bijvoorbeeld één sloot

aanleggen bij een klein project van tien nieuwe huizen. Het

gaat om structuurplanniveau. Waterschappen moeten op hun

beurt snappen hoe ruimtelijke ordeningsprocessen verlopen

en hiermee diplomatiek omgaan. Ze moeten het beeld

overbrengen van deskundig adviseur.”

Om een goede samenwerking te bewerkstelligen, moeten

zowel gemeenten als waterschappen boven het eigenbelang

staan. “Een bestuur moet het vertrouwen en de ruimte

geven aan haar medewerkers die namens de instelling

overleg voeren met de andere partij. Voor een goede

samenwerking is het noodzakelijk dat zij soms buiten de

eigen instellingsprincipes gaan.”

Beverwijk

Om de nieuwe wetten en waterbeheersplannen goed

te kunnen implementeren adviseert Van Douwen

kleinere gemeenten niet alleen samenwerking te

zoeken met waterschap en provincie, maar ook met

buurgemeenten. In zijn district zijn de gemeenten

Beverwijk, Heemskerk en Uitgeest een goed voorbeeld

van een dergelijke samenwerking. De drie gemeenten

hebben in 2007 gezamenlijk een waterplan opgesteld.

“Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

initieerde de samenwerking tussen onze gemeente en twee

kleinere buurgemeenten,” vertelt Martijn van Bemmelen,

beleidsmedewerker Water van de gemeente Beverwijk en

plaatsvervangend voorzitter Kennisplatform Water Vereniging

ging daarbij uit van een bepaald stroomgebied, niet van

gemeentegrenzen. Dat sprak ons wel aan. Voor een goede

waterkwaliteit bijvoorbeeld is het verstandig zowel


lezers Aanbieding

stedelijk water

Leven en Bouwen in de Delta

Op de kaart staat waar in de

toekomst mogelijk grondwateroverlast

te verwachten is (blauw) en waar echt

sprake is van een actueel probleem

(oranje en paars).

36

DeltaForum,

Leven en Bouwen in de Delta in 2009

Informeer en presenteer u optimaal via

Print:

- 4 x per jaar een magazine

met opinie en achtergrond

informatie,

2 x een Nederlandse uitgave:

8 mei en 4 december

2 x een Engelse uitgave:

6 februari en 11 september

- oplage magazine 5000ex.

(startfase)

Online:

Uw reactie is relevant en welkom

Uiteraard staan wij open voor persbijdragen,

suggesties voor onderwerpen via redactie@

deltaforummedia.net.

Reserveren voor adverteren:

adverteren@deltaforummedia.net

of bel 015-3617433.

- een 2 wekelijkse e-mail

nieuwsbrief om snel

geïnformeerd te zijn

- een 24/7 website voor het

nieuwsarchief

- verzendlijst emailnieuwsbrief

3000 ex. (startfase)

Live:

- een 2 à 3 tal evenementen

voor directe kennisuitwisseling

en netwerken

- aantal deelnemers evenementen

75-100 personen

GRATIS

proefabonnement

(t.w.v. €25,-)

Voor aanvraag gratis

proefabonnement van 2 edities:

mail naar info@deltaforummedia.net

uw volledige adresgegevens.

stroomopwaarts als stroomafwaarts maatregelen te nemen.

Als we hier in Beverwijk bij wijze van spreken niets

zouden doen om het water schoon te maken, hebben ze

het stroomafwaarts, in Uitgeest, extra moeilijk. Bovendien

wilden we graag samenwerken uit kostenoverweging en

efficiency. Voor het hoogheemraadschap was het eveneens

gunstig. Met eenenveertig gemeenten in haar district is het

voor het hoogheemraadschap haast onmogelijk voor iedere

gemeente apart een waterplan te maken.”

Aan het samenstellen van het waterplan werkten niet

alleen verschillende gemeenten mee, ook werden

verschillende watersystemen geïntegreerd. “We zijn bezig de

hemelwaterafvoer los te koppelen van de rioolwaterafvoer.

Bij deze opgave hebben we tevens gekeken naar de afvoer

van overtollig grondwater. Voor de hemelwaterafvoer worden

aparte buizen in de grond gelegd. Door deze buizen kan,

via gaatjes, ook het grondwater worden afgevoerd. Als

het grondwaterpeil erg laag is kan na een regenbui het

hemelwater door de gaatjes in de grond terecht komen. We

hebben zo een aantal opgaven in één keer aangepakt: we zijn

van de overstort in oppervlaktewater af, de rwzi’s kunnen

efficiënter werken, de grondwateroverlast is aangepakt, de

bodem wordt gebruikt als waterberging, verdroging wordt

tegengegaan, enzovoort.”

Daar komt nog iets bij: de afvoerbuizen kunnen niet

oneindig lang zijn en het water kan, zonder pomp, niet

heuvelopwaarts stromen. Daarom legt de gemeente, waar het

maar kan, sloten, vijvers en ander oppervlaktewater aan om

de afstand tussen de afvoerbuizen en waterberging zo kort

mogelijk te laten zijn. “Zo pakken we dus ook het tekort aan

waterberging op. Daarmee hebben we meer gedaan dan de

nieuwe Waterwet van gemeenten eist. We verwachten wat

dat betreft geen problemen bij de implementatie.”

Andere clusters van gemeenten volgen nu het

samenwerkingsvoorbeeld van de drie pioniers.

De Waterwet

In de Waterwet worden negen waterstaatswetten opgenomen,

waaronder de Wet op de waterkering, de Wet op de

waterhuishouding en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Zes vergunningstelsels zullen plaats maken voor één

watervergunning. De Waterwet zal naar verwachting medio

2009 in werking treden.

Het wetsvoorstel zal een instrumentarium bieden voor een

doeltreffende en doelmatige aanpak van grote opgaven op

het gebied van het waterbeheer en tegemoet komen aan

Europese verplichtingen op het gebied van het integraal

beheer van watersystemen. Daarnaast wil de overheid met

de nieuwe Waterwet invulling geven aan het Programma

Andere Overheid, waarbij de vermindering van regelgeving en

administratieve lasten voorop staat.

Belangrijkste doelstellingen van de nieuwe wet zijn het

voorkomen of beperken van overstromingen, onacceptabele

wateroverlast en waterschaarste. Ook de bescherming en

verbetering van de chemische en ecologische toestand van water

krijgen aandacht. Bij het realiseren van deze doelstellingen

is het rijk onder andere verantwoordelijk voor het nationaal

beleidskader. De provincies vertalen dit door naar de regionale

beleidskaders. De waterschappen leggen de condities voor

de uitvoering van de doelstellingen vast en zorgen voor

de zuivering van het stedelijk afvalwater, het operationeel

grondwaterbeheer en het beheer van waterbodems binnen hun

gebied. informatie: www.waterwet.nl

Waterplan

De Waterwet introduceert het nationaal en het regionaal

waterplan. Deze twee plannen krijgen in de nieuwe Wet

ruimtelijke ordening de status van een structuurvisie. Door deze

koppeling met de wetgeving op het gebied van de ruimtelijke

ordening zijn provincie en rijk verplicht de wateraspecten uit

deze visie te betrekken bij hun algemene afwegingen.

Het nationaal waterplan wordt door het rijk opgesteld en

vervangt de nota Waterhuishouding. Het regionaal waterplan

is de verantwoordelijkheid van de provincie en vervangt het

provinciaal plan voor de waterhuishouding Nieuw is ook dat

het regionaal plan hydrologische eenheden mag volgen. Deze

vrijheid maakt het mogelijk voor de betrokken overheden

samenhangende plannen en besluiten te nemen.

37


stroom gebieden

stroomgebieden

38

Regio werkt samen aan een veilige en mooie IJssel

Ruimte voor de

Rivierprojecten

Tekst: Peter Lindeboom,

Fotografie: Provincie Overijssel

De rivier de IJssel staat aan de vooravond van een

aantal ingrijpende maatregelen, die de veiligheid

tegen hoogwater moeten vergroten. Zes

landelijke en regionale partijen hebben afspraken

gemaakt om de projecten samen te realiseren.

De IJssel krijgt meer water te verwerken. Dit is het gevolg

van meer en heftiger regenval door de klimaatsverandering.

Om bescherming te bieden tegen het water is de aanleg

van hogere dijken niet meer afdoende. De IJssel moet weer

de ruimte krijgen, anders pakt de rivier die zelf. Naast het

bevorderen van de veiligheid is het uitgangspunt dat het

fraaie en aantrekkelijke van de rivier behouden blijft. De

verschillende overheden werken nauw met elkaar samen,

staan voor een open communicatieproces en betrekken de

bewoners en belanghebbenden bij het ontwikkelen van de

plannen.

De betrokken partijen zijn de rijksoverheid, de gemeente

Zwolle, het waterschap Groot Salland en de provincie

Overijssel. Door de samenwerkingsovereenkomst is nu

duidelijk welke taken en verantwoordelijkheden iedere

partij heeft tijdens de uitvoeringsfase. Het is bijzonder dat

overheden hun gezamenlijke afspraken op een dergelijke

zakelijke manier voor lange tijd vastleggen en bekrachtigen.

In de samenwerkingsovereenkomst ligt onder meer vast dat

het waterschap Groot Salland de initiatiefnemer wordt voor

de aanleg. In november ging het waterschap daarvoor een

aparte realisatieovereenkomst aan met het rijk. Gedeputeerde

Piet Jansen van de provincie Overijssel is gevraagd voorzitter

te blijven van de stuurgroep die de projecten begeleidt. De

programmadirectie Ruimte voor de Rivier blijft namens de

rijksoverheid de opdrachtgever voor de projecten.

De samenwerkingsovereenkomst geldt vooralsnog voor

de twee Ruimte voor de Rivierprojecten bij Zwolle, de

dijkverlegging Westenholte en de uiterwaarden- vergraving

in de Scheller- en Oldeneler uiterwaarden. Over een jaar

zullen de uiterwaardenvergravingsprojecten bij Deventer,

Bolwerksplas, de Worp en Ossenwaard en Keizers- en

Stobbenwaarden en Olsterwaarden zich bij de overeenkomst

aansluiten. Daarvoor is inmiddels een intentieovereenkomst

getekend door de betrokken partijen.

Koplopers

De dijkverlegging bij Westenholte is één van de 39 projecten

die in het hele land worden uitgevoerd langs de rivieren.

Samen met de Scheller- en Oldeneler uiterwaarden en de

twee Deventer projecten vormt Westenholte de zogeheten

koploperprojecten. De vier projecten zijn relatief vroeg

begonnen met de planvorming en liggen in de planning voor

op projecten elders.

Momenteel worden de voorbereidingen getroffen

voor de formele procedures die nodig zijn voor de

bestemmingsplanwijziging en de benodigde vergunningen.

Die procedures worden naar verwachting voor het eind

van het jaar opgestart. Als de procedures zijn afgerond

zal waarschijnlijk in 2010 worden begonnen met de

werkzaamheden. In 2015 moet het hele project klaar zijn.

Deventer

Bij Deventer versmalt de IJssel. Deze flessenhals vormt bij

hoogwater een obstakel, waardoor risico op overstroming

ontstaat voor de omgeving. Het graven van nevengeulen

in de uiterwaarden van de IJssel is de oplossing. De

nevengeulen bij Deventer zijn onderdeel van het

rijksprogramma Ruimte voor de Rivier.

Behalve het oplossen van het veiligheidsvraagstuk heeft

het project ook tot doel om het landschap in het gebied

te verfraaien. Er is ruimte voor nieuwe natuur, en door

het toevoegen van extra recreatievoorzieningen als fietsen

wandelpaden kan iedereen ervan genieten. Door

aanpassing van de Zandweerdplas ontstaat wellicht meer

ruimte voor de bestaande watersportfuncties. Belangrijke

randvoorwaarde is dat de beroepsscheepvaart geen hinder

ondervindt van de nevengeulen.

De Keizers-, Stobben- en

Olsterwaarden

Dit gebied te noorden van de stad Deventer ligt op de

oostelijke IJsseloever. Kenmerkend is het hoogteverschil

binnen de uiterwaard: een relatief hoog gedeelte langs de

provinciale weg naar Zwolle en een lager deel richting

de rivier. In de reeds aanwezige Munnikenhank bevinden

zich bijzondere diersoorten als de modderkruiper.

De Hengforderwaarden zijn broedgebied voor een

kolonie aalscholvers.Het project voorziet in de Keizers-,

Stobben- en Olsterwaarden een serie geulen die samen

een waterstandsdaling opleveren van 11 centimeter.

Daarnaast wordt de aansluiting bij de binnendijks gelegen

landgoederen versterkt. Het gebied is nagenoeg geheel

in bezit van de stichting IJssellandschap, die plannen

heeft voor een ‘natuurderij’ in de uiterwaarden. Verder is

het de bedoeling de bestaande natuur en landschap te

versterken: dat betekent dat ook in de nieuwe situatie een

nieuwe leefomgeving wordt gecreëerd voor de bijzondere

diersoorten.

Bolwerkplas

De tweede nevengeul loopt aan de westzijde van

de IJssel door de Bolwerkplas, de Worp en de

Ossenwaard. Behalve de geul zelf vindt er geen verdere

vergraving plaats. De vergraving van de uiterwaard

levert een waterstandssverlaging op van 20 cm. De

werkzaamheden hebben grote invloed op de inrichting

en het ruimtelijke beeld van het gebied. Nu worden

de uiterwaarden bijvoorbeeld intensief gebruikt als

uitloopgebied en recreatiegebied voor de stad en hebben

ze hoge landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten.

Zwolle

De gemeente Zwolle is initiatiefnemer van Scheller- en

Oldeneler uiterwaarden. Het doel van dit project is

het verlagen van het hoogwater met acht centimeter.

Daarnaast wordt bijgedragen aan het versterken van de

ruimtelijke kwaliteit. De maatregel omvat het gedeeltelijk

vergraven van de uiterwaard en de aanleg van een geul.

Het gebied krijgt als hoofdfunctie ‘natuur’.

Het project Dijkverlegging Westenholte ligt ten

noordwesten van de stad Zwolle. Een aantal jaren

geleden is in het projectgebied (de Vreugderijkerwaard)

al een meestromende nevengeul langs de IJssel gegraven.

Om in de toekomst nog meer water af te kunnen

voeren zijn in deze rivierbocht extra maatregelen nodig.

De dijkverlegging Westenholte is een project uit het

landelijke programma Ruimte voor de Rivier.

Het project bestaat uit vier onderdelen. Allereerst wordt

over een lengte van 2,2 kilometer een nieuwe dijk

aangelegd.

Deze dijk ligt maximaal zo'n driehonderd meter verder

landinwaarts dan de huidige, en is even hoog. In het

nieuwe buitendijkse gebied wordt een nieuwe geul

aangelegd, die aansluit op de reeds bestaande geul. Tot

slot wordt het nieuwe buitendijkse gebied ingericht als

nieuw natuurgebied, met mogelijkheden voor recreatief

medegebruik.

39


stroomgebieden

N E W B U S I N E S S

Projectkaart dijkverlegging

(Kijkrichting: zuid-noord)

Tineke Huizinga bekijkt

de plannen op locatie.

”Innovation that matters for

our company and for the world”

Instemming staatssecretaris

Staatssecretaris Huizinga van Verkeer en Waterstaat

gaat akkoord met het planontwerp voor het project

dijkverlegging Westenholte nabij Zwolle. Het is het

eerste project sinds het vaststellen van Ruimte voor de

Riviermaatregelen in 2006 dat deze mijlpaal bereikt.

Huizinga geeft aan dat door de maatregelen nabij

Westenholte het waterpeil in de IJssel bij grote afvoeren

ruim voldoende zal dalen om de waterveiligheid te

kunnen garanderen. Ook maakt het plan de omgeving

aantrekkelijker om te wonen en te recreëren. Het plan

is in nauw overleg met bewoners en betrokkenen

opgesteld.

Gedeputeerde Piet Jansen is verheugd over de

instemming van de staatssecretaris: “Onlangs gaf de

Deltacommissie van oud-minister Veerman nog eens

het belang aan van de snelle voortzetting van de

Ruimte voor de Rivierplannen. Daarnaast ben ik blij

met de grote betrokkenheid van de bewoners bij de

planvorming. Ik hoop dat we dat kunnen voortzetten

tijdens de realisatie”.

IBM: Expert op het terrein van water

IJkdijk als onderdeel van

Flood Control 2015

Tekst: Sandra Meulenbelt

Foto’s: IBM

40

Ruimte voor de Rivier

Het creëren van meer ruimte voor het water om

het rivierengebied beter te beschermen tegen

overstromingen, dat is waar het om draait bij het

programma Ruimte voor de Rivier.Door de

klimaatveranderingen krijgen de rivieren meer water

te verwerken , waardoor de kans op overstromingen

toeneemt. Het alleen verhogen van dijken biedt geen

duurzame oplossing. Er is een nieuw soort maatregelen

nodig: de rivier moet meer ruimte krijgen, bijvoorbeeld

door het verleggen van dijken, of het verlagen van

uiterwaarden.

Subsidie

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat verleent

subsidie voor projecten waar synergie (meerwaarde

door samenwerking) ontstaat door samen met andere

partners verschillende soorten maatregelen uit te voeren.

Daardoor kunnen betere resultaten worden behaald en

met de subsidie is het mogelijk om eerder te starten met

de uitvoering van projecten.

Sinds 1 februari 2008 is in Amsterdam het IBM

Global Center of Excellence for Watermanagement

gevestigd. IBM heeft veel klanten, zowel in de

private als publieke sector, die worstelen met

waterproblematiek. Het Center legt zich er op

toe mensen op te leiden die zich inzetten om de

problematiek en de uitdagingen waar de klant voor

staat te begrijpen, en die van daaruit de vertaalslag

kunnen maken naar Informatie Technologie als deel

van de oplossing. Djeevan Schiferli is als business

development executive nauw betrokken bij het

Center, hij vertelt over het ontstaan van het Center,

de rol van het Center bij Flood Control 2015 en de

rol van IBM met betrekking tot het milieu in het

algemeen en waterbeheer in het bijzonder.

Wat is de reden dat het Center is opgezet in

Amsterdam en waarom is het gelijk gestart met

het programma Flood Control 2015 van de

Nederlandse overheid?

Djeevan Schiferli: “Flood Control 2015 en het Center hebben

veel, maar niet alles met elkaar te maken. Wereldwijd was

IBM aan het kijken wat speelt er allemaal op het terrein van

watermanagement. Het gebied is extreem breed en om die

reden breng je focus aan en zoek je naar een project waar

je je tanden in kunt zetten en waarmee je ervaring op kunt

doen. Zo´n project was Flood Control 2015. Wij hebben mee

geschreven aan het programma vanuit het perspectief van

Informatie Technologie. De centrale vraag daarbij was welke

technologie- en kennisbijdrage wij kunnen leveren, die de

watersector in staat stelt om hun werk nog beter te doen. Het

41


N E W B U S I N E S S

N E W B U S I N E S S

programma heeft er mede toe bijgedragen dat IBM heeft

besloten het Center of Excellence for Water Management

in Amsterdam te vestigen. Andere redenen daarvoor liggen

wat meer voor de hand en hebben te maken met de strategie

van de ´globally integrated enterprise´ van IBM. Vrij vertaald

houdt deze strategie in dat je investeert op die plekken waar

je de beste omstandigheden en randvoorwaarden aantreft. Om

iets te kunnen bereiken heb je de juiste professionals nodig

en partners die bereid zijn om met jou een commitment aan

te gaan. Nederland is wat waterbeheer betreft dan een hele

logische plek. We leven nu eenmaal al heel lang met water als

een bedreiging en als een kans.”

Djeevan Chiferly

Sommige mensen zullen zich afvragen wat moet

IBM nou met water, ook al houdt IBM zich al

veel langer en in breder perspectief bezig met het

milieu?

“IBM houdt zich inderdaad al veel langer bezig met

het milieu, om precies te zijn al vanaf 1969. CEO Tom

Watson stelde in die tijd dat IBM de voorloper moet zijn

op het gebied van milieuvriendelijkheid. In 2007 hebben

we Big Green innovations gelanceerd. Binnen Big Green

innovations worden producten en diensten ontwikkeld,

die gerelateerd zijn aan het klimaatprobleem. Hierbij

kun je aan energiemanagement, carbonmanagement en

watermanagement denken.

In het kader van Flood Control 2015 gaat het vooral om

infrastructuurmanagement. Overheden wereldwijd willen

graag zo vroeg mogelijk weten of er zich een potentiële

overstromingssituatie voor doet. Hoe eerder en nauwkeuriger

de informatie, des te beter de bestuurders en ambtenaren

in staat zijn om tijdig in te grijpen en betere beslissingen

te nemen. Maar er zijn er ook wateruitdagingen in de

industriesector.

Sommige bedrijven gebruiken (veel) water als grondstof of als

hulpmiddel. Die bedrijven willen dat gebruik terugdringen

als ze op plekken zijn gevestigd waar tekorten ontstaan

en hebben daarbij behoefte aan hulpmiddelen om hun

waterverbruik te monitoren of te optimaliseren in hun

supplychain. IBM verkent over de volledige breedte de

invloed die water heeft op bedrijfsprocessen. “

Tot slot, hoe zie jij de rol van IBM op het terrein

van watermanagement in de toekomst en wat

Kun je wat meer vertellen over de rol van

mogen mensen verwachten van IBM als het op

Informatie Technologie bij Flood Control 2015?

water aankomt?

“Er wordt al veel gebruik gemaakt van modellen in de En hoe speelt serious gaming en 3 D internet een

“Ten eerste, dat wij de volle breedte van het terrein water

watersector. Bovendien worden er steeds meer sensoren rol bij Flood Control 2015?

aan het verkennen zijn en dat wij ons niet beperken tot de

gebruikt om bijvoorbeeld deze modellen te kalibreren “In het kader van het beheersen van overstromingsrisico´s

projecten die wij in het afgelopen jaar gestart zijn. Wat we

waardoor de voorspelling accurater wordt. In andere gevallen worden er mensen getraind, bijvoorbeeld bij een

tot nu toe gedaan hebben is eerder om te laten zien dat IBM

wordt er steeds meer gemonitoord zoals waterkwaliteit of evacuatieoefening, op een situatie die hopelijk maar

en water wat ons betreft alles met elkaar te maken hebben.

waterhoogtes. Wil je de juiste maatregelen kunnen nemen, zelden plaatsvindt. Zo´n evacuatieoefening is grootschalig

Denk maar aan sensordata, supercomputing, serious gaming

zal de informatie sneller en nauwkeuriger binnen moeten en kost veel geld, waardoor je het niet vaak kunt doen.

en het monitoren van allerlei zaken. Wij willen graag de

komen. Door bijvoorbeeld een weervoorspellingsmodel Met behulp van serious gaming en 3D internet creëer je

uitdagingen en alle aspecten van de problematiek begrijpen

te koppelen aan een stroommodel van een rivier en een virtuele werelden waarin mensen zo vaak als ze willen

die watermanagers ondervinden. Samen met hen willen we

model dat de dijksterkte berekent is een efficiëntieslag te met elkaar kunnen oefenen. Door de uitgangswaarden te

vervolgens graag de uitdaging aangaan om te zoeken naar

behalen. In dit kader is het macrostabiliteit’s experiment variëren bereid je mensen bovendien voor op uiteenlopende

oplossingen.”

42 op de ijkdijk interessant. Dijken worden tot op de dag van crisissituaties. Dit kost veel minder geld en levert voor

omdat veel mensen en bedrijven er van afhankelijk zijn. Er zijn

43

vandaag met het oog gecontroleerd. In 1995 zijn bijvoorbeeld

250.000 mensen geëvacueerd omdat de experts niet wisten

of de dijk waarachter zij woonden het zou houden of niet.

Bij nieuwbouwplannen kan je vooraf

een weervoorspellingsmodel koppelen

aan stroommodellen zodat je risico’s kan

inplannen

Vanuit het idee dat er meer informatie beschikbaar zou

moeten zijn op dit punt zijn heel veel sensoren in een dijk

gestopt die ze uiteindelijk hebben laten bezwijken. Hier

zijn maar liefst 32 miljoen meetgegevens uit voortgekomen.

Watermanagement beweegt zich van een data arme naar

een data rijke omgeving en dan heeft IT een duidelijke rol

te spelen. Naast het integreren van alles wat er al is, zal er

zoveel informatie gegenereerd worden dat de behoefte aan

supercomputingcapaciteit ontstaat en dat is ook iets waar IBM

verstand van heeft.”

beleidsmakers en beslissers veel interessante informatie.

Hierdoor kunnen ze achteraf beter evalueren en krijgen ze

meer inzicht in het effect van bepaalde beslissingen.”

Waarom voert IBM wereldwijd een aantal pilots

uit in het kader van watermanagement.

“Om de grenzen op te zoeken hoe en waar informatie

technologie een toegevoegde waarde kan bieden, is IBM

een aantal projecten gestart die alles te maken hebben met

waterproblematiek. Een van die pilots wordt uitgevoerd in

samenwerking met het Beacon Instituut in New York. De

Hudson rivier wordt daar over een lengte van vijfhonderd

kilometer uitgerust met een sensornetwerk. Duizenden

sensoren registeren bio data, chemische data en fysische data.

Al deze gegevens moeten allemaal continu, in real time

worden uitgelezen. De IT uitdaging daarbij is om die enorme

hoeveelheid data op te vangen, te analyseren en om te zetten

naar informatie waar niet technische mensen beslissingen op

kunnen nemen. Op die manier wordt een observatiesysteem

ontwikkeld dat in de toekomst ook bij andere riviersystemen

kan worden toegepast.

Een andere pilot wordt uitgevoerd in samenwerking met

The Nature Conservancy in onder andere Zuid Amerika

in het stroomgebied van de Paraguay-Paraná rivier, die door

Argentinië, Brazilië en Paraguay stroomt. Rondom grote

rivieren spelen bij uitstek allerlei vragen van watermanagement

modellen die duidelijk maken wat de impact is van bepaalde

beslissingen. Bijvoorbeeld, wanneer je bovenstrooms een bos

kapt om daar een gebied te gaan ontwikkelen, wat voor impact

heeft dat dan op de vispopulatie en indirect op een vissersdorp

dat ergens stroomafwaarts economisch afhankelijk is van die vis.

Ook hier zetten wij Informatie Technologie in om de informatie

uit alle beschikbare modellen en beslissingsondersteunende

systemen aan elkaar te koppelen zodat beleidsmedewerkers de

juiste beslissingen kunnen nemen.”

informatie: www.ibm.com/technology/greeninnovations


interview

leven met water

leven met water

Perfecte veiligheid is valse belofte

Overstromingsrisico’s

verzekeren?

Tekst: Peter Lindeboom,

Dat we in Nederland slecht zijn voorbereid op

sommige rampen hoeft helemaal geen reden

voor bezorgdheid te zijn, zo stelt onderzoeker

Ruben Jongejan, die in oktober promoveerde aan

de TU Delft op het onderwerp ‘How safe is safe

enough?’

“Bij rampen die een heel lage kans van optreden hebben,

zoals een grote overstroming, kun je je schaarse geld

veel beter investeren in preventie zoals dijkversteviging

dan in het verbeteren van de rampenbestrijding", zegt

Verzekeringen

wetenschapper Ruben Jongejan. “Vaak wordt gesteld

Binnen het programma Klimaat voor ruimte zijn er twee

44 dat de 'veiligheidsketen' (proactie, preventie, preparatie, zodat we tijdig kunnen bijsturen. Maar zo'n voorzichtige

projecten die over verzekeren meer kennis ontwikkelen. Informatie: dr. ir.drs. R.B. (Ruben) Jongejan, faculteit Civiele

45

repressie) net zo zwak is als de zwakste schakel. Maar dat

is niet juist want er is geen sprake van een seriesysteem.

Dit heeft belangrijke gevolgen voor het beleid: slecht

presterende 'schakels' hoeven lang niet altijd te worden

versterkt.”

Voorzorgprincipe

Jongejan deed onderzoek naar het overheidsbeleid ten

aanzien van industriële rampen en overstromingen.

Rampen kunnen nooit geheel worden voorkomen.

Jongejan adviseert tevens om het 'voorzorgprincipe' niet als

richtsnoer te hanteren bij de beoordeling van risico's. “Veel

interpretaties van dit principe zijn niet verdedigbaar uit

economisch perspectief. Dat wil niet zeggen dat voorzorg

altijd onverstandig is. Soms weegt een risico niet op tegen

de baten van een activiteit. Ook is het soms verstandig

om een nieuwe technologie voorzichtig te introduceren

aanpak is niet altijd zinvol: soms bestaat er simpelweg

geen mogelijkheid om tijdig lessen te trekken, of zijn de

potentiële gevolgen reversibel of beperkt. In zulke gevallen

Ruben Jongejan: “ Laat je mensen

vrij dan creëer je het dilemma of je

de meerderheid, die zich mogelijk

niet verzekert en toch de dupe

wordt van een ramp, maar aan zijn

lot moet overlaten"

kan voorzorg onnodig belastend zijn. Voorzorg is dus soms

verstandig, maar dat is lang niet altijd het geval.”

Verzekeringen

Een apart onderdeel van het onderzoek van Jongejan

betrof de verzekering van grote overstromingsrisico's. Dat is

op dit moment niet mogelijk. Volgens Jongejan zou de staat

hier een nuttige rol kunnen vervullen. Een arrangement

waarin de nationale overheid verzekeringscapaciteit

beschikbaar stelt, en dus niet de verzekeraars, zou de

onverzekerbaarheid van

grootschalige overstromingen in

Nederland op efficiënte wijze

kunnen opheffen. Wel zouden

verzekeraars betrokken kunnen

worden bij de uitvoering van het

arrangement.

Jongejan: “Binnendijkse

gebieden worden beschermd

door primaire waterkeringen,

zoals dijken en duinen. Bij

een overstroming is de schade

veelal groot. Om die reden

ligt het voor de hand de staat partij te laten zijn in een

verzekeringsprogramma voor overstromingsrisico’s in

binnendijkse gebieden. Daarnaast is de prikkel voor een

overheid om voldoende te investeren in waterkeringen

dan het grootst. De staat zou bijvoorbeeld regels en

procedures voor de tegemoetkoming van slachtoffers bij

wet kunnen vastleggen. Voor het afwikkelen van claims kan

ze eventueel verzekeraars inschakelen”..

Voor buitendijkse gebieden ligt de situatie volgens Jongejan

anders. “Komt er een polis voor buitendijkse gebieden, de

uiterwaarden, dan moeten juist de burgers worden aangezet

tot het treffen van voorzorgsmaatregelen. Daarom zou hier

vooral een rol zijn weggelegd voor private verzekeraars

en herverzekeraars. Zij zijn over het algemeen strenger op

het gedrag van de verzekeringsnemer. Via hun aanvullende

voorwaarden kunnen zij mensen prikkelen tot preventieve

maatregelen, zoals tegeltjes in plaats van parket op de

begane grond.”

Zo’n verzekering werkt echter alleen als de staat burgers

ertoe kan verplichten, mogelijk via een combinatie met de

opstal, waarschuwt de promovendus. “Mogelijk is dat een

heikel punt. Laat je mensen vrij dan creëer je het dilemma

of je de meerderheid, die zich mogelijk niet verzekert en

toch de dupe wordt van een ramp, maar aan zijn lot moet

overlaten.”

Overheden en verzekeringsmaatschappijen maken daar

nu al gebruik van. Jeroen Aerts bepleit bijvoorbeeld dat

overstromingen moeten kunnen worden verzekerd. Hij is

als hoogleraar Klimaatrisico’s en verzekeringen verbonden

aan de Vrije Universiteit Amsterdam en o.a projectleider

van het Leven met Water project Aandacht voor veiligheid.

Dat project is inmiddels afgerond en de resultaten daarvan

zijn aangeboden aan de Deltacommissie.

Desgevraagd licht hij toe dat de mogelijkheid om je te

verzekeren tegen overstromingsrisico’s met name van

belang is voor mensen die buitendijks wonen. “Over

die mensen wordt vaak gezegd dat zij een grotere eigen

verantwoordelijkheid hebben om overstromingsschade te

voorkomen, maar het probleem is dat veel buitendijkse

mensen niet weten dat ze buitendijks wonen. Daar zou

ook wel wat aan gedaan kunnen worden. Door aandacht

in de media is de verzekerbaarheid van overstromingen wel

in een stroomversnelling gekomen. Met het Verbond van

Verzekeraars wordt daar nu serieus over gesproken.”

Die gesprekken vinden plaats binnen de Taskforce

Overstromingen Verzekeren. Aerts: “Het draait natuurlijk

ook om de risico’s en de premies die mensen dan

zouden moeten betalen. Als je alleen kijkt naar de

mensen die buitendijks wonen, vinden verzekeraars die

markt waarschijnlijk te klein. Maar het is toch raadzaam

om er goed naar te kijken, omdat het om aanzienlijke

stedelijke uitbreidingen gaat in onder meer Dordrecht en

Rotterdam”.

Ook het Leven met Water project ‘Van neerslag tot schade’

bestudeert de verzekerbaarheid van overstromingsrisico’s.

Projectleider is Matthijs Kok van HKV Lijn in water

en huisadviseur bij het Verbond van Verzekeraars op het

gebied van de verzekerbaarheid van overstromingen:

“Samen met het KNMI kijken we naar de regionale

verschillen in extreme neerslag, met de Universiteit van

Twente onderzoeken we hoe mensen de risico’s beleven

en als adviesbureau HKV Lijn in water kijken we naar

verschillende oorzaken en typen van risico’s.”

“Voor de verzekerbaarheid hebben we de ervaringen van

de orkaan Katrina in New Orleans in beeld gebracht.

Afhankelijk van de oorzaak passeren verschillende

mogelijkheden in de schadeafhandeling de revue.

Bijvoorbeeld dat er een maximum gesteld wordt aan het

uit te keren bedrag of dat burgers meebetalen via een

verplichte toeslag op de opstalpolis. Het verschil tussen

binnendijks en buitendijks verliezen we hierbij niet uit het

oog. Welke oplossingen we ook bedenken: het hoeft niet

per se zo te zijn dat de verzekeraars daarin een rol spelen.”

Het project ‘Van neerslag tot schade’ is in november

afgerond. De resultaten daarvan kunnen meegenomen

worden in de uitwerking van het advies van de Commissie

Veerman.

Techniek en Geowetenschappen / faculteit Techniek, Bestuur en

Management How safe is safe enough? The government's response

to industrial and flood risks en www.levenmetwater.nl


V I S I E & P R A K T I J K

V I S I E & P R A K T I J K

46

ARCADIS reageert op rapport Deltacommissie

'Rijksoverheid

moet belang zien

van lokale coalities'

Tekst: IJdo Groot

De Deltacommissie presenteerde in september

haar eindrapport ‘Samen werken met water’

aan het kabinet. In dit veelbesproken geschrift

worden aanbevelingen gedaan voor het vergroten

van de waterveiligheid en zoetwatervoorraad in

Nederland. De zet is nu aan de overheid. Harm

Albert Zanting van ARCADIS ziet hierin zowel

kansen als gevaren.

In het rapport staan twaalf aanbevelingen om het

Nederlandse delta- en waterbeheer voor te bereiden op

de klimaatverandering en zeespiegelstijging. De commissie

heeft deze problematiek verdeeld over vijf regio’s: de

Noordzee, de Wadden, de zuidwestelijke delta, het

rivierengebied en het IJsselmeer. ‘De kracht van dit rapport

is dat per regio duidelijke keuzes zijn gemaakt,’ zegt Harm

Albert Zanting, directeur Delta’s & Rivieren bij ARCADIS.

‘Het risico dat we nu lopen is dat de rijksoverheid top

down een blauwdruk gaat opleggen aan lokale uitvoerders,

ruimtelijke ordenaars en waterbeheerders. Nationaal doelen

stellen is goed, er een beetje dwang achter zetten ook,

maar we gaan niet de goede kant op als maatregelen met

betrekking tot de waterveiligheid en zoetwatervoorraad

worden doorgedrukt ten koste van alle overige lokale

belangen. Het is niet gezegd dat dit ook nu gebeurt, maar

in het verleden zijn al vaker rapporten zo vertaald en

geïmplementeerd.’

Coalities

In plaats van het top down doordrukken van plannen

lijkt het Zanting veel beter lokale coalities ideeën te

laten ontwikkelen. ‘Een coalitie is een doegemeenschap.

Mensen die samen iets willen. Zij kunnen de wateropgave

combineren met andere lokale belangen. Op een creatieve

manier. In Nederland hebben we bijvoorbeeld prachtige

waterkanten. Mooie plekken om te wonen of te recreëren.

Als overheid ben je niet goed bezig als je stelt dat niets met

die waterkanten mag gebeuren omdat de veiligheid dat

vereist.’

Een lokale coalitie kan bijvoorbeeld bestaan uit de

waterbeheerder, een projectontwikkelaar, een adviesbureau

en een milieuorganisatie. ‘In de zuidwestelijke delta neemt

al een dergelijke coalitie initiatieven. De rijksoverheid zou

deze initiatieven niet moeten overrulen , maar juist moeten

stimuleren en ondersteunen. De Deltacommissie suggereert

1,5 miljard euro per jaar uit te geven aan de waterveiligheid

en zoetwatervoorraad. Ik stel me voor dat een deel van dit

geld – op nader te stellen voorwaarden – via die coalities

gaat. Lokale belangenpartijen kunnen geld aan een project

toevoegen. Bijvoorbeeld de projectontwikkelaar die

woningen op een waterrijke plek wil neerzetten.’

Communicatie

De commissie adviseert verder een zogenaamde

deltaregisseur aan te stellen. Deze deltaregisseur moet het

nationale beleid vertalen in regionaal beleid en erop toezien

dat de maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Zanting ziet wel wat in deze functie en vergelijkt de rol

van een deltaregisseur met die van voetbalcoach Hiddink.

‘Hiddink bespreekt met zijn spelers een bepaalde tactiek

en stuurt ze vervolgens het veld in. De spelers moeten

het verder doen. De deltaregisseur kan net zo een tactiek

ontwikkelen, de snelheid erin houden, coachen.’

Om een lokaal plan te kunnen maken, zijn goede

communicatie en begrip voor elkaars belang

basisvoorwaarden, meent Zanting. ‘Waterbeheerders kijken

nogal eens naar de waterveiligheid alleen. Het is ‘hun’ dijk

en daar dient ieder ander vanaf te blijven. Wil je meerdere

lokale belangen verweven tot één breed gedragen plan, dan

is een omslag in denken nodig. Waterbeheerders kunnen

beter niet blijven roepen ‘blijf af’, maar ‘ik doe mee’. Dus in

die coalitie gaan zitten.’

Zanting constateert dat de laatste jaren waterbeheerders

en ruimtelijke ordenaars beter samenwerken. Maar er valt

nog steeds een slag te maken. ‘Er wordt nog teveel naast

elkaar gepraat. Als normen te strikt worden gesteld, zet je

initiatieven op slot. Er moet meer gezamenlijk worden

gewerkt aan ruimtelijke opgaven. De herinrichting van

de Scheveningse boulevard is een geslaagd voorbeeld. De

boulevard moet worden aangepast aan de zeespiegelstijging,

maar in de plannen is tevens rekening gehouden met overige

lokale belangen van onder meer bewoners en middenstand.

Dit principe moet ook op grotere schaal worden toegepast.’

De kracht van het rapport is dat per regio

duidelijke keuzes zijn gemaakt

47


deltamarkt

deltamarkt

WILO hogedrukpompen

Wilo Nederland B.V. te Beverwijk heeft een nieuwe serie hogedrukpompen geïntroduceerd..

Belangrijke voordelen van de Helix hogedrukpompen zijn het lage energiegebruik, het hoge

rendement en de lage bedrijfskosten. Het lage energieverbruik wordt bereikt door de toepassing van

energiebesparende Eff1-motoren, efficiënte hydraulica en een geavanceerd 3-D waaier ontwerp.

Kenmerkend is de gebruiksvriendelijke besturing dankzij Wilo's rode-knop technologie, waarbij

alle functies met een enkele knop worden geregeld. Toepassingen zijn watervoorziening en

drukverhoging, industriële circulatiesystemen, proceswater, koel- en klimaatbeheersingscircuits, was- en

beregeningsinstallaties, enz.

Informatie: Wilo Nederland. Tel.: 0251 - 220844

www.wilo.nl

Gescheiden

sanitatie

Water Industry

Solution Pack

GMB en Waterschap Rivierenland gaan een In een sluis op de Afsluitdijk heeft Tocardo, In januari gaat de cursus ‘Van stedelijke

grootschalige pilot uitvoeren met het winnen een bedrijf dat getijdenenergie commercieel wateropgave naar robuust systeem’ van start. In

GE Fanuc Intelligent Platforms, onderdeel

van meststoffen uit urine die vrijkomt bij haalbaar wil maken, een waterturbine geplaatst. de cursus, die in Wageningen wordt gegeven, staat

van GE Enterprise Solutions, introduceert

gescheiden sanitatie. Urine wordt daarbij als De waterturbine komt bij eb in werking als de het bestaand stedelijk gebied centraal. Immers

een pakket dat voor waterbedrijven gerichte

een afzonderlijke afvalstroom ingezameld en sluizen het overtollige water uit het IJsselmeer veel naoorlogse wijken zijn aan vervanging

oplossingen biedt . Het Water Solution Pack 2008

verwerkt. Uit deze afvalstroom worden de in de Waddenzee spuien. De installatie kostte (herinrichting en renovatie) toe. De vragen

omvat een uitgebreide, op de water industrie

nuttige stoffen stikstof en fosfaat gewonnen. De een half miljoen euro, hierdoor is de kostprijs worden beantwoord aan de hand van lezingen

afgestemde Dynamo bibliotheek, door NERC

urine vormt namelijk slechts 1 procent van het per kilowattuur uit de turbine rond de 45 cent. en discussies, de casus Poptahof te Delft en een

aanbevolen beveiligingsvoorzieningen en een

totale afvalwater. Deze relatief kleine stroom (Bij een kolen- of gasinstallatie is dat circa zes excursie naar Nijmegen, de wijken Hatert en

nauwere integratie met de water-/afvalwater

zorgt echter wel voor 85 procent van de stikstof cent). Deze kostprijs is nu al op het zelfde niveau Grootstal.

rapportage software van OPS Systems. Dit alles

en 45 procent van het fosfaat in het afvalwater. als de kostprijs voor zonne energie en zal in de De cursus, georganiseerd door Wageningen

biedt gebruikers van Proficy® HMI/SCADA

Waterzuiveringen zullen door een evenwichtiger toekomst verder omlaag komen naar tarieven van Business School heeft een integrale benadering

– iFIX blijvend voordeel. Als iFIX 5.0 met het

mix van afvalstoffen beter renderen en eerder aan wind en offshore wind (10-15 ct).

met aandacht voor onder meer: ‘Wateroverlast’ en

Water Solutions Pack 2008 wordt gekoppeld,

de Europese eisen kunnen voldoen. Bovendien Andere plaatsen in Nederland waar een

droogte en ‘Ontwerpen met water’.

kunnen klanten hun toepassingen op een – wat

zal de kwaliteit van het gereinigde water nog waterturbine geplaatst kan worden zijn volgens Nadere informatie www.wbs.wur.nl.

functionaliteiten betreft - hoger niveau brengen,

verder verbeteren. GMB – actief op het gebied TU Delft: De Brouwersdam, Het Marsdiep, de

terwijl de inzet- en beheerkosten dalen.

van water, energie en bodem – en Waterschap tweede Maasvlakte, de Zeeuwse Delta en bij een

Informatie: GE Fanuc Intelligent Platforms

Rivierenland voeren de grootschalige pilot uit aantal wadden eilanden . De totale potentie van

Europe S.A.,

onder de naam ‘Betuwse Kunstmest’. Hiervoor Nederland voor waterturbines zou dan maximaal

Breda. Tel: 076 57 83 212

wordt in Tiel een verwerkingsinstallatie ingericht. vijfhonderd megawatt zijn. De capaciteit van één

www.gefanuc.com.

Bij de pilot zijn ook Stichting Toegepast

grote kolencentrale.

48 Onderzoek Waterbeheer (STOWA) en Lettinga Informatie: www.tocardo.com

van de stad, een tunnel tussen de haven en Port

49

Associates Foundation (LeAF) betrokken als

kennis- en onderzoekspartners.

martinwilschut@gmb.eu

Waterturbine

Stedelijke

wateropgave

Havenopdracht

Suezkanaal

Advies- en ingenieursbureau DHV heeft het

Masterplan voor een haven- en industriecomplex

ten oosten van Port Said afgerond. Port Said

is gelegen aan de Middellandse Zeezijde van

het Suezkanaal waar 30% van het wereldwijde

containertransport passeert en 13% van de

totale wereldhandel. Partners in het project zijn

het Nederlandse Ecorys en Nile Consultants

uit Egypte. De minister-president van Egypte

heeft het plan gepresenteerd aan geïnteresseerde

investeerders en havenbedrijven.

“Dit is één van de meest veelbelovende

havenprojecten ter wereld, omdat we het van

begin af aan kunnen opbouwen. Normaal

moeten we oplossingen zoeken voor een

deelgebied, maar nu kijken we naar het

totaalconcept”, verklaart Wim Klomp,

projectmanager van DHV. Het totale gebied

heeft een oppervlakte van 120 km 2 , vergelijkbaar

met het Rotterdamse havencomplex. In het

Masterplan adviseert DHV hoe het 120 km 2

grote haven- en industriegebied kan worden

ontwikkeld. Daarbij wordt het gebied geclusterd

in verschillende sectoren. ”De haven is vooral

interessant voor internationale bedrijven die

produceren voor Noord-Afrika, Europa en West-

Azië. De aanwezigheid van het industrieterrein is

een groot voordeel. We zien grote interesse van

bedrijven uit de logistieke sector, automotive,

petrochemie, textiel en elektrische apparaten.”

In een later stadium komen andere belangrijke

investeringen aan de orde, zoals de uitbereiding

Said en een verbetering van de infrastructuur

naar Cairo.

Informatie www.dhv.nl

De “Stuwende

Kracht”

Waterschap Peel en Maasvallei is een aantal jaren

geleden gestart met het project de “Stuwende

Kracht”. Doordat Limburg relatief hoog gelegen

is, leidt snelle afvoer van water tot onnodige

verdroging van landbouwgrond en aantasting

van natuurgebied. Het vasthouden van water

begint al in de boerensloot. Waterschap Peel

en Maasvallei biedt agrariërs en tuinders met

stuwtjes in sloten meer mogelijkheden om zelf

regenwater vast te houden. Met als belangrijkste

voordeel: minder beregenen, dalende inzet van

arbeid en besparing op bemestingskosten. Om

die reden zijn er de afgelopen jaren honderden

stuwen geplaatst in boerensloten en de komende

jaren zullen er nog honderden volgen. Plaatsing

van stuwen past in het streven naar het Nieuw

Limburgs Peil: een nieuw waterpeil dat de

belangen van de landbouw respecteert en

tegelijkertijd meer kansen biedt aan natuur. Het

waterpeil wordt zo afgestemd op de functies

in het gebied en het resulteert in een meer

evenwichtige waterhuishouding.

Aannemersbedrijven Ploegam BV uit Vinkel en

Van Uijtert & Zn uit Hedel plaatsten de stuwen.

Ploegam heeft Beuker Kunststoffen uit Opmeer

benaderd voor het leveren van PP buizen die aan

de stuwen gemonteerd worden. Er zijn in totaal

720 lengtes van 6 meter geleverd in de diameters

315, 630 en 800mm. Omdat de buizen licht in

gewicht zijn, zijn ze makkelijk te verwerken.


servicepagina


vooruitblik

DeltaForum biedt in 2009:

Print:

Online:

Live:

- 4 x per jaar een magazine

met opinie en achtergrond

informatie,

2 x een Nederlandse uitgave:

8 mei en 4 december

2 x een Engelse uitgave:

6 februari en 11 september

- een 2 wekelijkse e-mail

nieuwsbrief om snel

geïnformeerd te zijn

- een 24/7 website voor het

nieuwsarchief

- verzendlijst emailnieuwsbrief

3000 ex. (startfase)

- een 2 à 3 tal evenementen

voor directe kennisuitwisseling

en netwerken

- aantal deelnemers evenementen

75-100 personen

colofon

50

- oplage magazine 5000ex.

(startfase)

16 december, Utrecht

Studiedag: Wabo op komst!

Deze studiedag geeft inzicht in de wijzigingen die de

Wabo met zich meebrengt.

Organisatie: Euroforum, Eindhoven,

040-2974977 www.euroforum.nl

13-16 januari 2009, Rotterdam

InfraTech 2009

InfraTech is de ontmoetingsplaats voor iedereen die

zich bezighoudt met grond-, water en/of wegenbouw.

Organisatie: Ahoy, Rotterdam,

010-2933133 www.infratechahoy.nl

29 januari en 5 februari 2009,

Rotterdam

3e Nationale Debatcyclus 'Water, Aarde en

Samenleven'

Nederland klimaatbestendig maken

Debatcyclus: Hoe vertalen we de strategische

uitdagingen van het klimaatbestendig maken van de

RO, waterbeheer, veiligheid en economie naar meer

samenhangende stuurkennis.

Organisatie: BlomBerg Instituut, Vught,

073-6842525www.wateraardesamenleven.nl

Agenda

10-12 februari, Amsterdam

Aquaterra 2009

Advertentie index

Een internationale conferentie en beurs over

ontwikkelingen in kust- en deltagebieden. De

mogelijkheden en uitdagingen worden op alle niveaus

belicht; van economisch en financieel tot veiligheid en

planning.

Organisatie: Amsterdam RAI,

020-5491212 www.aquaterraforum.com

12 maart, Utrecht

Praktijkmiddag Waterwet en Wet Ruimtelijke

Ordening

Praktijkmiddag over de veranderingen die de nieuwe

wetgeving meebrengt voor uw uitvoeringspraktijk.

Aan de orde komen doelstellingen, procedures en

instrumenten voor de uitvoering. De samenhang

tussen deze beide wetten en het werken met de

beschikbare uitvoeringsinstrumenten staan daarbij

centraal. Zijdelings komt ook de samenhang met de

wet gemeentelijke watertaken en de grondexploitatiewet

aan de orde.

Organisatie: Nirov, Den Haag,

070-3028482 www.netwerklandenwater.nl

Adverteerder Pagina Telefoon E-mail Website

Aquaterra 20 020- 549 12 12 aquaterra@rai.nl www.aquaterraforum.com

Deltares 2 015 - 285 85 85 info@deltares.nl www.deltares.nl

Dura Vermeer 26 079 - 343 80 80 info@duravermeer.nl www.duravermeer.nl

IBM 52 06 - 2036 28 61 schiferli@nl.ibm.com www.ibm.com/technology/

greeninnovations

InfraTech 10 010 - 293 31 33 infratech@ahoy.nl www.infratech.nl

Movares 32 030 - 265 55 55 info@movares.nl www.movares.nl

Royal Haskoning 51 024 - 328 42 84 info@royalhaskoning.com www.royalhaskoning.com

Bijsluiter

InfraTech 010 - 293 31 33 infratech@ahoy.nl www.infratech.nl

PAO 015 - 278 46 18 info@paotudelft.nl www.paotudelft.nl

DeltaForum Magazine, Leven en Bouwen in de

Delta, is een uitgave van:

NovaForum Business Media BV, Postbus

228, 2640 AE Pijnacker, 015-3617433, www.

novaforum.net.

Doelgroep Overheden, Waterschappen,

Waterleidingbedrijven, Stuurgroep Deltatechnologie

betrokken organisaties, verdere koepels en

instanties, Adviessector, Bouwbedrijven, Baggeraars,

Projectontwikkelaars, Financiële instellingen

–verzekeraars, Architecten / stedenbouwkundigen,

Woningcorporaties, Energiebedrijven, Toeleveranciers,

Makelaars, Pers / media.

Oplage 5.000 exemplaren (startfase)

Uitgever Rinus Onland

Redactie: Jaap Groot, hoofdredacteur

m.m.v., Kate Eaton, Ydo de Groot,

Olav Lammers, Peter Lindeboom,

Marijke ten Oever, Martijn Prinsen,

Sybe Schaap, Mark de Winter, Chris

Zevenbergen

Redactie secretariaat Sylvia van Winden,

redactie@deltaforummedia.net

Verkoop Daan van Bunge 015-3617433,

verkoop@deltaforummedia.net

Verkoop secretariaat Sylvia

van Winden 015-3617433,

secretariaat@deltaforummedia.net

Abonnementenadministratie DeltaForum

Magazine wordt als proefabonnement voor 2

edities op aanvraag toegestuurd aan relevante

doelgroepen. De prijs van losse nummers bedraagt

12,50 euro.

Aanvraag en/of adresmutaties via

secretariaat@deltaforummedia.net

Vormgeving MarkDesign, Hoofddorp

Druk Den Haag offset BV Rijswijk

Leveringsvoorwaarden Op alle aanbiedingen, offertes en

overeenkomsten van NovaForum Business Media BV

zijn van toepassing de voorwaarden die zijn gedeponeerd

bij de Kamer van Koophandel Haaglanden. Copyright

NovaForum Business Media BV, 2008. Auteursrecht op

inhoud en vormgeving zijn voorbehouden aan de uitgever.










DeltaCompetition

2008


STOP TALKING START DOING

_ COMBINED REVENUE OF THE 1,130 CEOS

SURVEYED IN THE 2008 GLOBAL CEO STUDY

Re

puta

tati

tion

s are buil

ilt on res

esul

ults

ts. Take

adv

dvan

anta

tage

of uniq

ique

per

ersp

spec

ecti

tive

ves from

1,1,130

CEO

s and

busi

ness

lea

eade

ders

rs* fro

rom arou

ound

the

wor

orld

ld. All summ

mmed

up in our

mos

ost comp

mpre

rehe

hens

nsiv

ive CEO

stud

udy ever

er. Get insi

sigh

t into

the

unp

npre

rece

cede

dent

nted

cha

hang

e th

at is impa

pact

ing our worl

rld and how

thes

esee inno

nova

tors are

usi

sing

the

heir

kno

nowl

wledg

dge to pos

osit

itio

ion thei

r or

gani

zati

tion

s for the futu

ture

re.

DOWN

LOAD

“TH

THE ENTE

TERP

RI

SE

OF TH

E FUTU

TURE

RE” AT IBM

BM.C

.COM

OM/D

/DOI

OING

NG/C

/CEO

EOST

STUD

UDY

*CEOs include general managers and senior public sector and business leaders worldwide. Revenue estimated—not available for all organizations. IBM, the IBM logo,

ibm.com and STOP TALKING START DOING are registered trademarks or trademarks of International Business Machines Corporation in the United States and/or

other countries. Other company, product and service names may be trademarks or service marks of others. © Copyright IBM Corporation 2008. All rights reserved.

More magazines by this user
Similar magazines