december - Meet- en Regeltechniek

regeltechnieken.org

december - Meet- en Regeltechniek

ALGEMEEN MAANDBLAD VAN DE VLAAMSE INGENIEURSKAMER

adreswijzigingen : VIK, Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem

jaargang 38 • nummer 12 • december 2000

verschijnt niet in juli en augustus

afgiftekantoor Overpelt 1

T EN GELEIDE GELEIDE •• 3 3

G RAAD RAAD EN DIPLOMA DIPLOMA •• 44

V ERENIGINGSNIEUWS ERENIGINGSNIEUWS •28 •28

II NGENIEURSCARRIERE NGENIEURSCARRIERE •30 •30

II NGENIEUR NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ MAATSCHAPPIJ •• 32

II NGENIEUR NGENIEUR EN BEROEP BEROEP •40 •40

II NGENIEUR NGENIEUR EN VORMING VORMING •• 41

A CTUEEL CTUEEL •45 •45

SS TUDIEGROEPEN TUDIEGROEPEN •46 •46

N IEUWS IEUWS VAN VAN DE AFDELINGEN AFDELINGEN •52

•52


TELINDUS ACCESS PRODUCTS

OPERATORS

ENTERPRISE NETWORKING:

NETWORKING

REMOTE & MOBILE

SECURITY

VOICE & VIDEO

E-NETWORKING SOLUTIONS:

UNIFIED MESSAGING

WAP & WEB APPLICATION

INTEGRATION

SERVICES:

CREATE SERVICES

OPERATE SERVICES

www.telindus.com

As a one stop solution provider

and manufacturer, Telindus is

the European leader in data

communications and network

integration.

Through its experience in both

national and international WAN

and LAN, intranet and extranet,

mobile and multimedia enabled

networks, Telindus is your

shortcut to leading edge

technology and best of breed

products and services.

Carriers, service providers,

enterprises, governments and

financial institutions rely on

Telindus' know-how.

Through its strong presence

on the European market and

territory, Telindus has the ability

to offer customized services

that suit your local operations

and specific business needs in

most European countries.

Check out www.telindus.com for

more information and contact

details for your country.

Full connectivity & mobility

INGENIEURS

MEDEDELINGEN


Algemeen maandblad van de VIK,

Vlaamse Ingenieurskamer

Jaargang 38 - nummer 12

december 2000

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Ing. Etienne Beernaerts

E. Claeslaan 29, 9051 St. Denijs-Westrem

HOOFDREDACTEUR

Ing. Ivan Born

REDACTIERAAD

Ing. E. Aelbrecht

Ing. E. Beernaerts

Ing. I. Born

Ing. B. Demol

Ing. H. Derycke

Ing. N. Lagast

Ing. G. Roymans

Ing. L. Van Bouwel

REDACTIESECRETARIAAT

Francine Demaret

Eddy De Winter

SECRETARIAAT VIK

Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem

Tel. (+32)03-259 11 00 - Fax (+32)03-259 11 01

URL : http://www.vik.be

E-mail : ing@vik.be

Doorlopend open van 08.30u tot 17.00u

U kan lid worden door betaling op

rekening 406-0098501-56

van de VIK te Antwerpen

50,00 € (2.017 BEF)

voor technisch en industrieel ingenieurs,

die meer dan drie jaar gediplomeerd zijn;

voor geassocieerde leden

25,00 € (1.008 BEF)

voor hen, die 3 jaar of minder dan drie jaar

gediplomeerd zijn; voor een samenwonend lid

(1 e lidmaatschap tegen 50,00 €) of

voor gepensioneerden

12,50 € (504 BEF)

voor studenten-industrieel ingenieur

65,00 € (2.622 BEF)

voor leden woonachtig in het buitenland

350,00 € (14.119 BEF)

voor bedrijven, scholen, instellingen, enz.

met meer dan 250 werknemers

200,00 € (8.068 BEF)

voor bedrijven, scholen, instellingen, enz.

met minder dan 250 werknemers

DRUKKERIJ & LAY-OUT

Drukkerij SLEURS nv, Overpelt

Tel (+32)011-80 90 90 - Fax (+32)011-80 90 95

Lid van de Unie van de Uitgevers van de

Periodieke Pers (U.U.P.P.)

Voor de ondertekende artikels

zijn alleen de auteurs aansprakelijk.

17 38

52

3

T EN GELEIDE

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA G RAAD EN DIPLOMA

VIK-CONGRES 2000: DE VLAAMSE INGENIEUR IN EEN

EUROPEES PERSPECTIEF

In het Vlaams Parlement vond op

zaterdag 18 november het driejaarlijks

congres plaats van de

Vlaamse Ingenieurskamer met als

thema “de Vlaamse ingenieur in

een Europees Perspectief”. Er

was een grote opkomst, met een

sterke delegatie van de Waalse

tegenhanger van de VIK, UFIIB,

een vertegenwoordiging van de

K VIV, vertegenwoordigers van

het hoger onderwijs, verschillende

vooraanstaande politici en industriëlen,

en...heel veel studenten

industrieel ingenieur.

De Vlaamse Ingenieurskamer pleit

sinds jaren voor de toekenning van een

academische graad aan de industrieel

ingenieur. Volgens het decreet op de

hogescholen van 1994 is hun opleiding

van academisch niveau, maar het ontbreekt

de industrieel ingenieur aan de

academische graad waarmee wereldwijd

het onderwijs van academisch

niveau wordt afgesloten. Daardoor

wordt het diploma, vooral in de open

Europese markt, niet naar waarde

geschat en krijgen de studies interna-

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

4

Vicky Van De Sompel

G. Van Wichelen

N. Lagast

tionaal niet de erkenning waar ze recht

op hebben.

Na de verwelkoming door VIK-

Voorzitter van de Raad van Beheer Ing.

Gustaaf Van Wichelen vergeleek VIK erevoorzitter

Ing. Noël Lagast in een doorwrochte

presentatie de studies van de

Vlaamse industrieel ingenieur met de

ingenieursopleidingen in Nederland,

Frankrijk, Duitsland en Engeland. Zijn

besluit is ondubbelzinnig: de opleiding

van industrieel ingenieur is gelijkwaardig

aan die van het hoogste ingenieursniveau

uit de buurlanden.

Rector André Oosterlinck van de

KULeuven behandelde in zijn gelegenheidstoespraak

de invloed van Europa

op het hoger onderwijs in Vlaanderen.

Volgens Oosterlinck is de erkenning en

de academische graad van de industrieel

ingenieur in de kennismaatschappij

waarin wij vandaag leven, en in

het kader van de Bolognaverklaring,

een logische stap. De accreditatie van

het diploma op universitair niveau kan

zijn inziens best gebeuren door een

internationale accreditatiecommissie.

Hij benadrukte daarbij wel dat dit alles

niet direct hoeft te gebeuren door een

5-de jaar toe te voegen aan de studies.

De mogelijke stap die Europa vraagt

Vergelijking opleiding industrieel ingenieur met de opleiding van ingenieur

van de omringende landen

BELGIE NEDERLAND DUITSLAND FRANKRIJK VK

Ing. ir. HBO-Ing. ir. Dipl.-Ing. Dipl. -Ing. Diplme Ma”tre BSc MSc

dÕIngenieu Ingenieur B Eng

M Eng

Aantal 4 5 4 5 4 5 5 4 3 (of 4) 4 (of 5)

studiejaren

Studieniveau - Hoger Lager Ongeveer Lager Ongeveer Ongeveer Lager Lager Ongeveer

gelijk gelijk gelijk gelijk

Onderwijs Hogeschool Universiteit Hogeschool Technische Fachhoch Technische Grande Universiteit Universiteit Universiteit

instelling Universiteit schule Universiteit Ecole

Graad Academisch Academisch Niet- Academisch NA A A A A A

niveau Academisch (A)

(NA)

HOGER ONDERWIJS VAN NIET-ACADEMISCH NIVEAU (NAN) en van

ACADEMISCH NIVEAU (AN)

ACADEMISCH ONDERWIJS (AO)

LAND HOGESCHOOL UNIVERSITEIT of

TU/TH

H.O. van NAN H.O. van AN AO

Belgi‘ 1 cyclus opleiding industrieel ir. (U)

(graduaat) ingenieur

(2 cycli

opleidingen)

Nederland HBO - Ing. ir. (TU)

Duitsland Dipl. - Ing. (FH) Dipl. - Ing. (TU/TH)

Frankrijk Diploma van ingenieur of

Ma”tre-IngŽnieur

VK BSc

B Eng C Eng

MSc

Samenvattende slides PP-presentatie N. Lagast

G. Aelterman

5

om elke 4-jarige opleiding op 5 jaar te

brengen is financieel niet haalbaar,

aldus rector Oosterlinck maar... de kwaliteit

van onze vierjarige ingenieursopleiding

is gelijk aan die van de meeste

vijfjarige opleidingen.

VLHORA (Vlaamse Hogescholenraad)

voorzitter Guy Aelterman lichtte de toekomst

toe van de Vlaamse hogescholen

in een nieuwe Europese context.

Volgens Aelterman dienen universiteiten

en hogescholen op termijn een

nauwere samenwerking te ontwikkelen.

Daarbij moeten zij zoeken naar complementariteit.

Hij wees op het toenemende

belang van de hogescholen,

waarbij de kwaliteit centraal staat.

Bologna moet volgens Aelterman

gezien worden als een politiek signaal,

een katalysator, waarbij men niet direct

➱ ➱

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA

de bestaande structuren in vraag moet

stellen.

Volgens Aelterman is het logisch dat de

afgestudeerden uit de 1-cyclus opleidingen

(de huidige graduaatsopledingen)

recht hebben op een nieuwe

Europese “Bachelor” graad, terwijl de

afgestudeerden uit de 02-cycli-opleidingen

(de opleidingen van academisch

niveau, o.a. deze van industrieel ingenieur)

in een nauwe samenwerking

met de universiteit de “Master” graad

moeten kunnen bekomen. Algemeen

bevestigde de VLHORA-voorzitter het

hoge opleidingsniveau van de hogescholen.

Universiteiten en hogescholen

moeten zich omvormen tot socio-economische

entiteiten in samenwerking

met de industrie.

Namens het VEV nam ondervoorzitter

Urbain Vandeurzen het woord. Hij schetste

de verwachtingen van de industrie

naar de universitaire- en hogeschoolopleidingen.

Daarbij ligt het accent vooral

op de noodzaak tot veranderingen,

innovatie, en op het nieuwe profiel van

de ingenieur in het kader van een nieuwe

economische realiteit. Volgens

Vandeurzen is de ingenieur de spil van

duurzaam ondernemen, de integrale

innovator en de permanent lerende

multidisciplinaire kenniswerker. Volgens

het VEV moet het complementaire

karakter tussen de opleidingen tot

burgerlijk ingenieur en industrieel

ingenieur behouden blijven, maar beiden

hebben recht op de “Master

Degree” die voorzien wordt in de

Bologna verklaring. Evenals doctor

Aelterman pleitte doctor Vandeurzen

voor samenwerking tussen hogescholen,

universiteiten en industrie.

Het VEV pleit voor een 5-jarige mastergraad

voor zowel de burgerlijk- als de

industrieel ingenieur. Het VEV stelt

daarabij twee belangrijke voorwaarden.

Enerzijds e accreditatie van de graad en

het diploma van industrieel ingenieur

door de universiteiten en anderzijds

een integratie van de 2-cycli-opleidingen

van de hogescholen binnen de universiteiten.

Als laatste spreker voerde VIK algemeen

voorzitter Ing. Leo Wezenbeek het

woord. Hij legde het eisenpakket van

de Vlaamse Ingenieurskamer voor. Dat

komt neer op de invoering van de mas-

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

ter graad voor de industrieel ingenieur,

met eventueel de introductie van een

5e jaar indien de Europese context dit

vereist. Gezien deze universitaire graad

op dit ogenblik slechts uitgereikt kan

worden door de universiteiten, betekent

dit voor de VIK-voorzitter de integratie

van de 2-cycli opleidingen in de

universiteit met de accreditatie van de

graad door een internationaal erkende

accreditatiecommissie. Volgens Leo

Wezenbeek betekent dit niet automatisch

de fysieke verhuis vanuit de hogescholen

naar de universitaire campus

toe. Ook pleitte hij sterk voor het

6

L. Wezenbeek

G. Roymans

behoud van beide ingenieursopleidingen

die Vlaanderen kent, en die door

de industrie gewaardeerd worden voor

hun eigenheid en complementariteit.

Daarbij deed de VIK-voorzitter een

oproep tot zijn collega’s burgerlijk

ingenieur om tot een constructief

gesprek en oplossing te komen. Verder

benadrukte hij de noodzaak om in

nauwe samenwerking met de industrie

de ingenieursstudies uit te bouwen en

aan te passen aan de noden van de

industrie.

Ere-Voorzitter Ing. Guy Roymans modereerde

een geanimeerd panelgesprek

waarbij alle sprekers de vele vragen uit

de zaal beantwoordden.

Tot slot formuleerde Ing.Wezenbeek

de volgende congresbesluiten:

1.Als finaliteit voor de algemeen aanvaarde

hoogwaardige opleiding van

de Industrieel Ingenieur eist de

Vlaamse Ingenieurskamer een academische

graad. Daardoor krijgen de

huidige studenten en afgestudeerden

Industrieel Ingenieurs de internationale

erkenning en herkenning waarop

zij reeds lang recht hebben en

geven we hen een eerlijke en volwaardige

concurrentiële kans in de

open Europese en internationale

markt van vandaag. Dit probleem kan

op korte termijn worden opgelost.

2.Op termijn eist de VIK een correcte

inschaling van de opleiding tot industrieel

ingenieur in de toekomstige

Europese structuren van het hoger

onderwijs. De finaliteit van een

“Master degree” uitgereikt door een

universiteit is, in vergelijking met wat

er in andere landen gebeurt en rekening

houdend met het hoge niveau

van de opleiding, de enige graad die

daarbij aanvaardbaar is.

Ing. Guy Roymans



Gaat u oplossingen

integreren of

zoekt u een

geïntegreerde

oplossing ?

Database

Marketing

Sales

Support

Webstore

Procurement

Manufacturing

Supply Chain Mgmt

Financials

Human Resources

Oracle e-business Suite











© 2000 Oracle Corporation. All rights reserved. Oracle is a registered trademark, and Software Powers the Internet is a

trademark or registered trademark of Oracle Corporation. Other names may be trademarks of their respective owners.

Een volledige E-business

oplossing van Oracle of

stukken van een oplossing bij

verschillende leveranciers.

U kiest maar.

www.oracle.com


Europa is niet meer weg te denken

uit ons onderwijslandschap.

De onderwijsruimte Vlaanderen

maakt plaats voor een onderwijsruimte

Europa. De laatste jaren is

er zich zelfs een overduidelijke

stroomversnelling aan het aftekenen.

De politieke eenwording van

Europa is weliswaar nog niet voor

morgen, maar de economische

eenheid is zo goed als gerealiseerd.

Het is in die economische

context dat we de toegenomen

belangstelling voor het onderwijs

moeten situeren. Door meer eenheid

op onderwijsvlak na te streven,

wordt het vrije verkeer van

werknemers immers bevorderd -

en dat is een sleutelfactor voor en

van de economische eenheid.

DE BELOFTE VAN BOLOGNA

De toverwoorden voor wie het over

onderwijs in een Europese context

heeft, zijn natuurlijk Sorbonne en

Bologna. De teksten die uit die bijeenkomsten

ontstaan zijn, hebben een

nieuw kader geschapen, dat verregaande

wijzigingen met zich meebrengt.

Deze teksten passen in een gewijzigd

toekomstbeeld over ons onderwijs. Dat

toekomstige onderwijs zal gekenmerkt

worden door termen als internationalisering,

harmonisering, netwerking en

onderlinge vergelijkbaarheid. Het zal

zijn vorm krijgen in een nauwere

samenspraak met de arbeidswereld.

Het zal veel meer een levenslang proces

zijn dan zich te beperken tot een

welbepaalde periode uit ons leven. Het

zal intensief gebruik maken van de

nieuwe media. Enzovoort. Aan kenmerken

is er geen tekort, dus.

Als onderdeel van de voorbereiding

van dat nieuwe onderwijs werden intussen

de nodige beginselverklaringen

afgelegd. Hoe belangrijk die ook zijn,

toch wil ik vooraf al even waarschuwen

tegen te hooggespannen verwachtingen.

We vergeten veel te vaak dat

Europa werk in uitvoering is, en géén

volledig uitgetekend kader, dat we

alleen nog maar even moeten invullen.

Dat geldt ook voor het Europa van het

onderwijs. De Bologna-verklaring moet

beschouwd worden als een ideaal, niet

als een volledig uitgeschreven draaiboek

dat we blindelings te volgen hebben.

De Bologna-verklaring van 19 juli 1999

werd ondertekend door de ministers

van Onderwijs van de Europese Unie

en van een aantal Oosteuropese landen.

Dat laatste feit is niet onbelangrijk.

Voor Oost-Europa was de Bolognaverklaring

immers niet zozeer op

onderwijsvlak relevant. De ondertekening

gold voor hen veel meer als een

politiek feit - namelijk het (willen)

behoren tot de Europese gemeenschap

- dan als een intentieverklaring om op

onderwijsgebied naar meer eenheid te

streven. En ook voor de landen van de

Europese Unie werd de ondertekening

nogal verschillend geïnterpreteerd.

Voor de grote landen was het een gelegenheid

om zich internationaal te positioneren.

Voor anderen was de tekst

dan weer een verteerbare verwoording

van besparingsplannen - namelijk door

te streven naar een verkorting van de

doorlooptijd van studenten. Voor sommige

belangengroepen was het dan

weer een goede aanleiding om jarenlange

verzuchtingen, bijvoorbeeld

rond de academisering van diploma’s,

een extra zetje te geven. Samengevat:

de Bologna-tekst bevat zéér veel verborgen

agenda’s en doelstellingen. Daar

moeten we rekening mee houden bij

onze interpretatie van de toekomst van

Bologna. Zonder pessimistisch te willen

klinken, zal het intussen wel duidelijk

zijn dat een dergelijke hoeveelheid verschillende

opvattingen en bedoelingen

9

G RAAD EN DIPLOMA

INVLOED VAN EUROPA OP HET HOGER ONDERWIJS

IN VLAANDEREN

TOESPRAAK DOOR PROF. A. OOSTERLINCK

een vlotte implementatie van de tekst

in de weg staat. En bovendien scheppen

deze verschillende visies op dezelfde

tekst ruimte voor een verschillend

gebruik - moet ik zeggen: misbruik?

De Bologna-tekst had als titel: The

European Higher Education Area. De

basis van de Bologna-verklaring ligt de

zogenaamde Sorbonne-verklaring van

een viertal van die ministers, daterend

uit 1998. Het creëren van één hogeronderwijs-ruimte

wordt beschouwd als

een belangrijk middel voor het bevorderen

van – ik citeer - citizen’s mobility

and employability, and the

Continent’s overall development.

DOELSTELLINGEN VAN BOLOGNA

Om haar ambitieuze einddoel te realiseren,

formuleert de Bologna-verklaring

6 doelstellingen, die in het jaar

2010 gerealiseerd zouden moeten zijn.

Het gaat hier om zeer uiteenlopende

doelstellingen, waarvan momenteel

vooral de tweede het voorwerp is van

verhitte discussies.

• Die tweede doelstelling heeft te

maken met de invoering over de hele

Unie van het bachelor’s-master’s-model.

De andere doelstellingen zijn,

heel in het kort:

• de ontwikkeling van vlot begrijpelijke

en vooral vergelijkbare kwoteringen;

• de invoering van het zogenaamde

credit-systeem, waardoor een éénmaal

behaald examenpunt voor altijd

verworven blijft, ook in het buitenland;

• het bevorderen van samenwerking in

quality assurance en dus internationale

accrediteringssystemen;

• het bevorderen van European dimensions

in higher education;

en ten zesde het wegnemen van

belemmeringen voor studentenmobiliteit.

Dit is natuurlijk de sfeer

van de Erasmus- en Socrates-programma’s.

Het zijn doelstellingen van een duide-


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA

lijk verschillend gewicht. Wie spreekt

over het bevorderen van European

dimensions in higher education, houdt

zich redelijk op de vlakte en blijft vrij

theoretisch. Ik geloof niet dat over dié

doelstelling ooit verhitte discussies zullen

ontstaan. Over andere daarentegen

wel.

Verder zijn er in de Bologna-verklaring

ook een aantal opvallend afwezige

zaken, die nochtans van evident belang

zijn met het oog op het algemene doel

van de grote Europese onderwijsruimte.

Ik wijs bijvoorbeeld op het ontbreken

van een gemeenschappelijke

onderwijs-taal. In onze onderwijsruimte

worden meer dan 20 talen gebruikt.

Ik vraag mij sterk af of er sprake kan

zijn van een werkelijk gemeenschappelijke

ruimte indien er geen gemeenschappelijke

taal is.

DE TWEEDE DOELSTELLING:

BACHELORS-MASTERS

Over de tweede doelstelling van

Bologna wordt intensief gedebatteerd.

Nochtans is de nagestreefde structurele

gelijkschakeling – of moet ik zeggen:

terminologische gelijkschakeling –

eigenlijk een doelstelling van ondergeschikte

orde, die relatief weinig bij te

dragen heeft tot het grote doel, namelijk

de bevordering van het vrij verkeer

van personen en de algemene ontwikkeling

van Europa. Veel méér moet

daarentegen verwacht worden van de

andere doelstellingen, de samenwerking

rond kwaliteitsbewaking, de gelijkschakeling

van kwoteringen enzovoort.

Pas dàn, als die meer ambitieuze doelstellingen

gerealiseerd zijn, is een zinvolle

structurele gelijkschakeling mogelijk.

Begrijp mij goed: de invoering van

een bachelor’s-master’s-structuur heeft

wel degelijk belang, maar dan slechts

als onderdeel van een veel groter streefdoel,

namelijk de verbetering van onze

onderwijs-kwaliteit.

Dergelijke bedenkingen doen echter

niets af van het feit dat de eenheidsstructuur

wel degelijk op komst is, en

dat we er het nodige voor moeten

doen, ook in ons Vlaamse onderwijslandschap.

Grosso modo komt de nieuwe

structuur neer op het volgende:

• alle landen van de Europese Unie

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

voeren in hun hoger onderwijs een

systeem van twee cycli in, een undergraduate

en een graduate, waarvan

de eerste minimaal drie jaar duurt;

• de eerste cyclus leidt tot de graad van

bachelor –en de tweede cyclus leidt

tot de graad van master;

• de eerste cyclus moet zo ingericht

worden dat ze een finaliteit heeft. Dat

betekent dat het bachelor’s diploma

een waarde op de arbeidsmarkt moet

hebben.

10

EVALUATIE VAN DE

NIEUWE STRUCTUUR

Als u er mij intussen van zou verdenken

dat ik een beetje kritisch sta tegenover

de mooie woorden van de Bologna-ver-

klaring, dan hebt u gelijk. Als u er mij

echter van verdenkt dat ik deze idealen

niet zou delen, dan vergist u zich. Ik

schaar mij wél en ten volle achter het

grote doel, namelijk een verbetering

van onze toekomstkansen door een

beter onderwijs. Dat beter onderwijs

wordt dan gekenmerkt door de idee

van harmonisering en op-elkaar-afstemming

van de Europese opleidingen,

mobiliteit, transparantie enzovoort.

Wie daar kritiek op heeft, geeft blijk

van kortzichtigheid.

Toch zijn er wel degelijk punten van

kritiek op de Bologna-verklaring, en

dus ook op de tweede doelstelling. Ik

noem bijvoorbeeld het té grote automatisme

met betrekking tot de overgang

van bachelor- naar master-niveau.

Op dit ogenblik is er een té groot verschil

in de verschillende onderwijsniveau’s

van de verschillende lidstaten

om die overgang zómaar toe te laten.

Het is niet omdat men in Griekenland

een bachelor’s behaald heeft dat men

alléén daardoor automatisch het recht

zou moeten verwerven om in Frankrijk

of België tot een master’s toegelaten te

worden. Gaandeweg zal daar allicht

meer stroomlijning in komen, maar

voorlopig moet deze overgang nog

individueel bekeken worden. Ik acht de

automatische doorstroming alleen

haalbaar binnen de eigen instelling of

binnen hetzelfde onderwijssysteem.

Wél is het natuurlijk zo dat, indien de

A. Oosterlinck

kwoteringssystemen meer gestroomlijnd

worden, indien de kwaliteitszorg

vergelijkbaar wordt en indien er op

curriculum-vlak een groei naar elkaar

toe waar te nemen valt, dat dàn een

overstap vlotter gerealiseerd kan worden.

Een tweede punt van kritiek vind ik in

het onvoldoende verwoorden van verschillen

tussen bachelor-diploma’s,

naargelang ze door verschillende

onderwijsniveau’s toegekend worden.

Zo is een bachelor-graad die door een

universiteit wordt toegekend, essentieel

een doorstroomgraad. De Bologna-ver-


klaring kent er in te algemene mate

een finaliteit aan toe.

Dat is natuurlijk heel anders in de

hogescholen. De facto verlaat meer dan

de helft van alle studenten in ons hoger

onderwijs – dus universiteit en hogescholen

sàmen – de schoolbanken na

één cyclus van drie jaar. Dat is boven

het Europees gemiddelde. Voor de studenten

uit de hogeschoolrichtingen

heeft een bachelor’s-diploma ook op

dit ogenblik al wel degelijk een uitstroomwaarde,

een eigen finaliteit. In

die zin is onze Vlaamse situatie dus al

volledig in de geest van de Bologna-verklaring.

Een geforceerde finaliteitstoekenning

op universitair niveau lijkt me

echter niet te verantwoorden – tenzij

de arbeidsmarkt zich grondig zou wijzigen.

Mag u mij er nu van verdenken dat ik

de verschillen tussen universiteit en

hogeschool wil verscherpen? Integendeel,

dat mag u niét. Ik pleit zelfs voor

veel méér toenadering tussen beiden,

specifiek op dit bachelor-niveau. Meer

onderlinge afspraken en samenwerkingsvormen

tussen hogescholen en

universiteiten kunnen leiden tot een

veel productiever studieverloop. Men

zou bijvoorbeeld kunnen denken aan

de uitbouw van een betere overstapregeling,

waardoor studenten van beide

vormen van hoger onderwijs naar het

andere niveau zouden kunnen overstappen

op een veel beter begeleide en

beter omkaderde manier dan nu het

geval is. Dat impliceert een bepaald

A. Oosterlinck

niveau van netwerkvorming, waarvan ik

een overtuigd voorstander ben. De tijd

dat hogescholen en vooral universiteiten

ieder hun eigen koers volgden, zonder

om zich heen te kijken, is voorbij.

Als de europeanisering van ons onderwijs

ons dààr al wat meer bewust van

zou kunnen maken, bereiken we al

heel wat.

Maar laten we de terugkeren naar ons

Bologna-verhaal. Ik hoor in dat verband

wel eens het ergerlijke misverstand

dat de Bologna-verklaring zou

aansturen op een éénvormig Europees

onderwijs. Dat is natuurlijk niét het

geval. Het zou trouwens getuigen van

uiterste domheid om de eigen sterkten

op te geven omdat die toevallig verschillen

van die van de buurlanden.

Nog een ander misverstand is dat de

Bologna-verklaring zou streven naar

een opheffing van de binaire structuur

die ons onderwijs al zovele jaren kenmerkt,

en die ook in de toekomst van

zeer groot belang blijft. Het feit dat ook

de hogescholen in de toekomst deel

uitmaken van de bachelor-master-structuur,

doet aan die binaire structuur

niets af. De universiteiten hebben er

geen probleem mee dat ook hogescholen

een master’s-diploma afleveren,

met dien verstande dat de hogescholen

hun kwaliteitsbewaking met even veel

zorgvuldigheid in acht nemen als de

universiteiten – iets waar ik overigens

niet aan twijfel. Ik heb het hier echter

niét over hogeschool-opleidingen met

één cyclus. Dààr een master’s-bovenbouw

in voorzien lijkt me niet opportuun.

Dat zou, omwille van het specifiek

beroepsgerichte karakter van de

één-cyclus-opleiding, leiden tot de

creatie van twee soorten master’s-diploma’s.

En dat zou op zijn beurt indruisen

tegen de geest van de Bologna-verklaring,

die toch gericht is op een vereenvoudiging

van het Europese onderwijs.

In de plaats daarvan lijkt het me

veel zinvoller dat er gewerkt wordt aan

betere doorstromings- en overstapmogelijkheden

voor de beste afgestudeerden

van deze één-cyclus-opleidingen

naar bepaalde universitaire opleidingen.

Deze overstap moet echter,

gezien de zeer verschillende finaliteit

van universiteit en één-cyclus-opleidingen,

geval per geval bekeken worden.

11

G RAAD EN DIPLOMA

DE INGENIEURSOPLEIDING

IN HET NIEUWE EUROPA

Het spreekt vanzelf dat de europeanisering

van ons onderwijs ook gevolgen

zal hebben voor de opleiding van onze

ingenieurs. In het Europa van morgen

zal ook de ingenieurs-opleiding ingepast

worden in de bachelor-masterstructuur.

Het VIK opteert in zijn resoluties

voor een inschakeling van de

industrieel-ingenieurs-opleiding in het

3-5-8 model. Daar zijn argumenten

voor te bedenken, maar in de huidige

context opteer ik eerder voor een 3-4+structuur.

Ik bedoel daarmee dat het

mogelijk moet blijven om op 4 jaar tijd

een sterk diploma van industrieel ingenieur

- of over enkele jaren: een master’s

diploma - te verwerven. Eventueel

kan dat, met een jaar extra, aangevuld

worden tot een specialisatie-diploma.

Ik pleit voor een model dat te vergelijken

is met de studie in de Toegepaste

Economische Wetenschappen, waar

men na 4 jaar licentiaat TEW wordt, en

na 5 jaar Handelsingenieur. Het gaat

dus om verschillende diploma’s. Het

lijkt me onverstandig om op dit ogenblik

te streven naar een soort Italiaans

systeem, waar alle studierichtingen op 5

jaar gebracht worden, maar waar de

financiering op 4 jaar gebaseerd blijft.

Laten we ook duidelijk stellen dat het

niet alleen het aantal jaren studie is dat

telt, maar het niveau van de opleiding.

Op dat vlak scoort Vlaanderen zéér

goed. Onze industrieel ingenieurs kunnen

de vergelijking met Nederland of

Duitsland prima doorstaan. Ik kan mij

dan ook goed vinden in het plan om

het diploma voortaan master’s te noemen,

omdat daarmee de realiteit geen

geweld aangedaan wordt, en omdat die

aanduiding in het buitenland beter

begrepen wordt dan onze huidige terminologie.

“Niet-universitaire studies

van universitair niveau” is inderdaad

geen toonbeeld van efficiënte verwoording.

Waar het voor onze Vlaamse ingenieurs

op aankomt, is een zinvolle

“inschaling”, namelijk op master’sniveau,

eerder dan op de organisatie

van een veralgemeend vijfde jaar.

In de resoluties lees ik ook dat de

bachelor-master-opleiding tot industrieel

ingenieur in principe door de

universiteit georganiseerd wordt. Dat

betekent ofwel de integratie of opslor-


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA

ping van de bestaande opleidingen in

de universiteiten, ofwel, wat ik veel

haalbaarder acht, het opzetten van

samenwerkingsverbanden. Dat zou

impliceren dat er gezamenlijke accreditatie-commissies

met binnen- en buitenlandse

experten opgericht worden.

Zeker op korte en middellange termijn

voorzie ik eerder een evolutie in die

laatste richting. Dat zou perfect toelaten

de eigenheid van de twee types

ingenieurs te respecteren, en tegelijkertijd

gebruik te maken van onderlinge

know-how, infrastructuur en kwaliteitszorg.

Dat past ook mooi in het pleidooi

van het VIK voor het behoud van

onze twee ingenieurstypes. Ik geloof

trouwens niet dat er iémand zit te wachten

op een gelijkschakeling, die ook

door de arbeidswereld zo mooi gewaardeerd

wordt. Dat zou neerkomen op

het schrappen van één van beide types

ingenieurs, en daar vraagt niemand

naar. Persoonlijk denk ik dat het VIK

een belangrijke rol te spelen heeft in

de realisatie van die nieuwe structuur.

Het zijn immers de afgestudeerden,

dus u allemaal, de leden van het VIK,

die moeten ijveren voor de toenadering

tussen universiteit en hogescho-

VISIE VAN DE INDUSTRIE

Mijnheer de voorzitter, beste collega’s

ingenieurs, dames en heren,

Het is me een bijzondere eer en een

groot genoegen u hier vandaag op dit

VIK-congres te mogen toespreken, als

VEV-ondervoorzitter, maar ook als

overtuigd ingenieur, begaan met ons

beroep. Ik apprecieer bovendien dat

dit congres in het teken staat van de

toekomst van de ingenieur en van het

belang van de ingenieursvorming in

Europees perspectief. Maar dit VIKcongres

biedt dan ook een uitstekend

forum om over deze onderwerpen het

debat ten gronde te voeren. En de vorige

sprekers hebben reeds duidelijk

gemaakt dat het hier gaat over een

belangrijk, maar ook complex dossier.

Onze Vlaamse ondernemingen en hun

ingenieurs opereren vandaag in een

snel evoluerende omgeving. Een omge-

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

len, zeker als de instellingen zelf in

onvoldoende snel zouden handelen. U

hebt een belangrijke rol te spelen in de

uitbouw van netwerken, bijvoorbeeld

met het oog op een gezamenlijke kwaliteitsbewaking

of de uitwerking van

een gemeenschappelijks personeelsbeleid.

12

CONCLUSIES

Onze Europese onderwijsruimte gaat

grote ontwikkelingen tegemoet. Die

ontwikkelingen zullen er voor Vlaanderen

niét op neerkomen dat we het

niveau van onze opleidingen moeten

verhogen, maar wel de kwaliteit. Dat is

een subtiel verschil, maar een heel

belangrijk. We moeten de eigenheid

van de twee opleidingen en de twee

beroepen blijven cultiveren. Tegelijkertijd

moeten we streven naar een optimale

inzet van de beschikbare middelen.

Dat kan, als we de idee van netwerkvorming

voortdurend voor ogen

houden. Soms zullen daarbij corporatistische

reflexen overwonnen moeten

worden, maar zonder inspanningen

lukt niéts. Het spreekt ook vanzelf dat

ving die gekenmerkt wordt door globalisering

en radicale innovatie. De transformatie

van een productie-economie

naar een kennis- en netwerkeconomie

heeft een dramatische impact op de rol

van de ingenieur. Deze wordt steeds

meer aangesproken in de rol van integrale

innovator en katalysator van verandering.

Als gevolg hiervan stelt het

bedrijfsleven dan ook een ganse reeks

van nieuwe verwachtingen ten aanzien

van de kennis, de vaardigheden en de

attitudes van de ingenieur van morgen.

Deze uitdaging alleen verplicht ons

reeds het debat aan te gaan over een

toekomstgerichte opleiding van industrieel

en burgerlijk ingenieurs. Maar

ook internationale afspraken zoals de

Bologna-verklaring - die o.m. de convergentie

van de academische graden

binnen Europa beoogt - noodzaken ons

om de toekomstgerichte opties uit te

die ingrijpende reorganisaties, netwerking

enz. niét zullen slagen wanneer de

financiële omkadering van de onderwijs-instellingen

in ademnood gebracht

wordt. Reorganisatie is dus prima, maar

het mag géén excuus zijn voor financiële

beknibbeling.

Als het Bologna-ideaal gerealiseerd

wordt, zal dat een vereenvoudiging en

een kwaliteitsverbetering van ons

onderwijs betekenen. Als het echter

niét lukt, en die mogelijkheid kan niet

uitgesloten worden, hypothekeren we

niet zozeer onze eigen toekomst - voor

onze generatie hoeft het eigenlijk niet

zozeer - maar wel de toekomst van onze

kinderen. Elke onderwijspolitieke overweging

die teveel gebaseerd is op andere

motieven dan de zorg voor de toekomst,

valt af te keuren. Ik hoop dan

ook van harte dat Bologna realiteit

wordt, ook al besef ik dat de weg nog

zéér lang is.

Prof.A. Oosterlinck

rector K.U.Leuven

TOESPRAAK DOOR DR. U. VANDEURZEN

werken. Bij de gevolgen van de

Bologna-verklaring voor de ingenieursopleiding

in Vlaanderen en de mening

daaromtrent van het VEV zal ik straks

een reeks kanttekeningen plaatsen.

Sta me eerst toe om het debat open te

trekken en samen met u enkele trends

aan te duiden die een belangrijke

impact hebben op de functie van de

ingenieur. Ik merk in onze omgeving

vier belangrijke tendensen op die onze

manier van leven en werken in het algemeen,

en de rol van de ingenieur in het

bijzonder ten gronde beïnvloeden.

Een eerste tendens is de globalisering

en de snelheid van verandering. Je kan

haast spreken over een versnelling van

de versnelling. Economische verschuivingen

hebben vandaag al snel een

mondiale impact, waardoor onderne-



mingen geconfronteerd worden met

een enorme schaalvergroting. Ze kunnen

steeds gemakkelijker internationaliseren

en nieuwe markten opzoeken,

maar krijgen ook sneller en gemakkelijker

te maken met harde concurrentie

op hun thuismarkt. Concurrenten opereren

voortaan immers wereldwijd en

spelen in op de specifieke vereisten van

de lokale markten, daarbij geholpen

door de quasi onbegrensde mogelijkheden

van nieuwe media en ICT. De

concurrentie in de ondernemingsomgeving

evolueert inhoudelijk ook

steeds sneller. Klanten vragen én de

beste producten én de beste service

tegen de beste voorwaarden.

Het overgaan van de oude economie in

een zich op zijn beurt steeds sneller vernieuwende

kenniseconomie, stelt

ondernemingen dus voor een enorme

uitdaging. Ondernemingen moeten

niet alleen bijblijven, ze moeten zelfs

voorop lopen en voorop blijven lopen.

Daarvoor dienen ze continu nieuwe

product-marktcombinaties op te zetten,

en blijvend te innoveren zowel in

hun technologie, in markten als in

businessmodellen en in businessstrategieën.

De ingenieur van morgen - die in

dit alles een spilfunctie vervult - is dus

meer dan ooit een globetrotter, een

innovator die multidisciplinair kan denken

en handelen.

Dit brengt mij bij een tweede tendens.

U. Vandeurzen

In de nieuwe kenniseconomie winnen

immateriële activa steeds meer aan

belang.

De groeikracht van een onderneming

zal steeds meer bepaald worden door

het vermogen om snel kennis te verwerven,

deze kennis toe te passen in

innoverende projecten en zo pro-actief

in te spelen op allerlei opportuniteiten.

Voor de onderneming vormt het permanent

ontwikkelen van de kennis van

haar medewerkers dan ook een kritische

succesfactor.

Daarmee bedoel ik niet alleen het kennisniveau

van de individuele medewerkers,

maar ook van de organisatie als

geheel. Het staat buiten kijf dat kennis

vandaag de klassieke productiefactoren

arbeid en kapitaal in de schaduw stelt.

De beschikbaarheid van kennis en de

toepassing van deze kennis in innoverende

projecten hangt samen met de

kwaliteit en de motivatie van de kenniswerkers,

waarvan de ‘ingenieur’ een

prototype is. Dit ‘met blijvend succes

goed doen’ impliceert persoonlijke

vaardigheden zoals leervermogen,

creativiteit en inventiviteit.

Organisaties die een sterke innovatiecultuur

koppelen aan intern ondernemerschap

en een grote vaardigheid in

veranderingsmanagement, hebben de

beste kansen op succes. Een attitude

van kunnen omgaan met continue verandering

is immers cruciaal om permanent

te kunnen inspelen op opportuniteiten.

Van de ‘ingenieur’ wordt hierbij

een voortrekkersrol verwacht. En de

communicatievaardigheden van de

ingenieur spelen hierbij een cruciale

rol. Als men niet kan overtuigen, kan

men geen verandering creëren en echt

overtuigen betekent overtuigen zowel

op het rationele als ook op het emotionele

vlak.

Een derde belangrijke dimensie voor

verandering en vernieuwing die ik wil

benadrukken, is de evolutie van relaties

tussen ondernemingen in de kenniseconomie

naar netwerken van samenwerkende

bedrijven.

Eigenlijk doet de ‘nieuwe netwerkeconomie’

de traditionele waardeketens

uiteenvallen. Ondernemingen concen-

13

G RAAD EN DIPLOMA

treren zich daardoor op hun kernactiviteiten

en besteden de rest steeds

vaker uit aan een netwerk van partners.

Waardeketens worden zo uitgebouwd

tot waardenetwerken. Van de ingenieur

wordt steeds vaker verwacht dat hij of

zij zich als een ‘spin’ gedraagt in zo’n

netwerk.

Hij of zij moet dan zeer vaardig zijn in

het onderhouden en ontwikkelen van

partnerrelaties en in het managen van

virtuele organisaties.

De vierde en laatste tendens die ik wil

benadrukken, is dat de globalisering,

de versnelling van de veranderingen en

de toegenomen economische druk niet

kritiekloos aanvaard worden door de

samenleving.

De samenleving van vandaag stelt vragen,

confronteert ondernemingen met

hun gedrag. De samenleving vraagt

respect voor ‘nieuwe waarden’.

Zo vraagt ze enerzijds meer ruimte

voor eigen, persoonlijke keuzevrijheid,

en hecht ze anderzijds een steeds groter

belang aan duurzame ontwikkeling

en duurzaam ondernemen, aan meer

evenwicht tussen de economie en de

kwaliteit van het leven, tussen het economische,

het sociale en het ecologische.

Het Europees waardenonderzoek

- waarvan de resultaten een drietal

weken geleden publiek werden

gemaakt - illustreert deze ontwikkeling,

wanneer blijkt dat arbeid steeds meer

gemotiveerd wordt vanuit de individuele

wens tot zelfontplooiing. Mensen

kiezen steeds vaker voor interessant

werk, dat initiatief en verantwoordelijkheid

toelaat. Meer geld wordt relatief

minder belangrijk.

De ‘ingenieur van morgen’ moet zich

van deze maatschappelijke evolutie

bewust zijn. Want het is aan de ingenieur

om ontwikkelingskansen voor

zijn of haar medewerkers te organiseren,

verantwoordelijkheden te delegeren

en op te treden als coach en motivator.

De ‘ingenieur van morgen’ moet

zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid

opnemen en staat open voor de

ethische en ecologische bekommernissen

die steeds meer aan belang winnen.

Binnen het VEV zijn we ervan overtuigd

dat het succes van een onderne-


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA

ming in de toekomst steeds meer zal

afhangen van de mate waarin de onderneming

duurzaam onderneemt. VEVvoorzitter

Jef Roos heeft van de ontwikkeling

van een visie over duurzaam

ondernemen het kernpunt gemaakt

van zijn voorzitterschap.

We omschrijven duurzaam ondernemen

als de evenwichtige ontwikkeling

en groei van een onderneming op vlak

van economie, milieu en socio-ethiek,

en dit zonder de toekomst van één van

de drie dimensies in het gedrang te

brengen.

Dit kan door doelbewust te streven

naar resultaten in én de economische,

én de sociale én de milieusfeer. De

aandacht voor deze triple bottom line

zal bepalend zijn voor het ondernemingssucces

op lange termijn.

Dit is het nieuwe referentiekader voor

de “ingenieur van morgen”. Evenwichtsoefeningen

waarbij tegelijk rekening

gehouden moet worden met verschillende

eisen en beperkingen zijn

voor ingenieurs niet nieuw. Het is de

essentie van hun zoektocht naar optimale

oplossingen binnen de grenzen

van een opgelegd en vaak snel veranderend

kader.

Ondernemingen die duurzaam ondernemen

als een kans zien, zullen hun

kijk op strategie, technologie en de

markt wellicht moeten aanpassen. Een

kernpunt in het concept van Duurzaam

Ondernemen is dan ook een radicale

strategie gericht op innovatie – integrale

innovatie – het permanent vernieuwen

van producten /diensten, van processen,

maar ook van organisatie en

van management.

Meer innovatie impliceert ook een

sterk engagement naar Onderzoek en

Ontwikkeling. De Vlaamse regering

ambieert voor Vlaanderen een koploperspositie

in Europa. Dit kan niet zonder

een grotere aandacht voor wetenschappen

en technologie, voor ondernemerschap

en innovatie, en last but

not least voor onderwijs en permanente

vorming.

Om Vlaanderen tot de koplopers te

maken in het Europa van de kenniseconomie,

moet het innovatie- en

onderwijsbeleid dringend bijgestuurd

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

worden. Universiteiten en hogescholen

zelf staan voor de taak om meer aandacht

te schenken aan het ontwikkelen

van toekomstgerichte houdingen, zoals

creativiteit, leergierigheid, flexibiliteit

en openheid. Er moet ook meer

gestructureerde samenwerking komen

tussen universitaire labo’s en onderzoekscentra

en de labo’s en de ondernemingen,

partnerships tussen ondernemingen,

universiteiten en hogescholen.

Ook het gebrek aan een brede cultuur

van ondernemerschap in het

onderwijscurriculum blijft een drempel

om de aanwezige knowhow economisch

te valoriseren.

De opbouw van een sterke kennisinfrastructuur

is noodzakelijk, maar niet

voldoende. We moeten deze infrastructuur

en de knowhow die aanwezig is

ook voldoende benutten en valoriseren.

Vlaanderen staat hier voor de uitdaging

om de zogenaamde innovatieparadox

op te lossen: de paradox tussen veel

goede wetenschap en te weinig industriële

realisaties. Het bedrijfsleven is

vragende partij voor een dringende

versterking van het innovatiebeleid in

Vlaanderen door het beter afstemmen

op de behoeften van het bedrijfsleven.

Wij menen dat op korte termijn een

reeks initiatieven nodig zijn om belangrijke

instrumenten zoals het VRWB en

het IWT bij te sturen.

Het is duidelijk dat de ‘ingenieur’ op

het terrein en binnen de onderneming

een spilfunctie vervult in de zoektocht

naar duurzame ontwikkeling, in het uittekenen

en uitvoeren van de innovatiestrategie

van de onderneming en meer

algemeen in veranderingsmanagement.

De innovatiecapaciteit, waarin de

ingenieur dus een cruciale rol speelt,

zal mee bepalend zijn voor de welvaart

en het welzijn van deze en de volgende

generaties.

Hierbij stelt zich zowel een grote kwantitatieve

als een kwalitatieve uitdaging.

Kwantitatief: we kunnen in Vlaanderen

over te weinig – veel te weinig – ingenieurs

beschikken. Dit tekort is structureel.

Laten we daarover duidelijk

zijn. Begin 2000 telde de VDAB een

duizendtal openstaande vacatures. Het

aantal afgestudeerde ingenieurs zakt

14

echter sinds 1994.

Kwalitatief: De competentie en het

opleidingsprofiel van de ingenieurs is

vandaag onvoldoende gericht op het

profiel van de integrale innovator met

aandacht voor duurzame langetermijnontwikkeling,

zoals we het hier

geschetst hebben.

Dit is dan meteen ook het kader waarin

wij de discussie over de Vlaamse ingenieur

en de Europese harmonisering

van het onderwijssysteem moeten situeren.

Vandaag kennen we een exponentiële

toename van de hoeveelheid informatie

en kennis. Deze kennisexplosie

heeft als gevolg dat de marktintroductie

van nieuwe producten, diensten en

combinaties ervan steeds sneller en

sneller verloopt.

Dit betekent ook dat het onmogelijk is

geworden voor een welbepaalde specialisatie

alle kennis te inventariseren en

trachten te onderwijzen, laat staan alle

kennis op één ogenblik voor immer en

altijd te verwerven.

In de kenniseconomie moet ons onderwijssysteem

daarom gericht zijn op het

leren leren. Dit betekent minder

teaching en meer learning. Een toekomstgericht

onderwijssysteem tracht

een sterke basiskennis te ontwikkelen,

samen met een uitgebouwd programma

om het leervermogen - het ‘leren

leren’ - te ontwikkelen.

Het aanscherpen van het leervermogen

start bij het opwekken van een blijvende

leergierigheid en het stimuleren

van zelfstudie en permanente ontwikkeling.

Deze vaardigheden moeten in

het onderwijs zo vroeg mogelijk ontwikkeld

worden.

Om het noodzakelijke leervermogen te

kunnen ontwikkelen moet Vlaanderen

zijn onderwijs innoveren. Niet alleen

ondernemingen, ook onderwijsorganisaties

moeten getransformeerd worden

tot ‘lerende organisaties’.

De implementatie van de Bologna-verklaring,

die hier vandaag reeds vaak

vernoemd is, betekent veel meer dan

een harmonisatie van de curricula op

Europees vlak.


Het momentum van de Bologna-verklaring

reikt tevens de opportuniteit aan

voor een grondige innovatie van het

ingenieurscurriculum in functie van

een toekomstgericht profiel van de

ingenieur. Eenvoudig gesteld: een

nieuw ingenieurscurriculum moet leiden

tot meer en betere ingenieurs met

een gedifferentieerd profiel: academisch

georiënteerd of praktijkgericht

maar steeds excellent in innovatie en

veranderingsmanagement.

Inhoudelijk ambieert de transformatie

een vorming tot ingenieur, als globetrotter

die internationaal georiënteerd

is, multidisciplinair met een groot leervermogen,

creatief en innovatief; een

integrale innovator en een katalysator

van verandering.

De ingenieur van morgen is zeer mensgericht

met grote humane vaardigheden,

emotionele intelligentie naast

technologische intelligentie, is maatschappelijk

georiënteerd en heeft oog

voor ethische en ecologische bekommernissen.

Dit is de inhoudelijke transformatie

waar het bedrijfsleven naar

uitkijkt.

Wat betekent onderwijsinnovatie en de

Bologna-verklaring nu specifiek voor

de opleiding tot industrieel en burgerlijk

ingenieur?

De Bologna-verklaring wenst de undergraduate-graduate-structuur

in de

diverse Europese landen te veralgemenen.

In Vlaanderen kennen we echter

een tertiaire onderwijsstructuur, met

universiteiten, hogescholen met één

cyclus en hogescholen met twee cycli.

Indien het Europese opleidingsmodel

grosso modo evolueert naar een 3-5-8model,

waaraan nog weinigen twijfelen,

dan dient Vlaanderen hierop een specifiek

en liefst pro-actief antwoord te

geven dat vertrekt van de huidige sterktes

van de aangeboden opleidingen.

Voor Vlaanderen stelt het VEV voor dat

de opleidingen bij hogescholen met

één cyclus voldoen aan de bachelors

degree en dat opleidingen aan universiteiten

en hogescholen met twee cycli

voldoen aan de voorwaarden voor een

masters degree.

In het kader van de ingenieursopleiding

van zowel de industrieel als de

burgerlijk ingenieur opteert het VEV

voor het master degree, een twee-cyclussysteem

van in principe 5 jaar of 10

semesters. De erkenning van een master

degree is in de nieuwe Europese

context voor beide opleidingen noodzakelijk.

Daarom is een accreditatie

van het diploma van industrieel ingenieur

door de universiteit nodig. Dit

betekent dat in principe deze opleiding

van het lange type in de tweede cyclus

binnen de universiteiten zal moeten

georganiseerd worden en dat bijgevolg

de tweede cyclus van de hogescholen

binnen de universiteiten zo sterk mogelijk

dient geïntegreerd te worden.

Het is duidelijk dat daarvoor nieuwe

afspraken tussen universiteiten en

hogescholen noodzakelijk zullen zijn.

Dit heeft als bijkomend voordeel dat de

universiteiten meer kritische massa

winnen en zo beter geplaatst zijn om

tot de Europese top te behoren.

Het VEV blijft echter ook belang hechten

aan differentiatie in eigenheid aan

profiel en inhoud tussen de opleiding

voor burgerlijk en industrieel ingenieur,

de ene meer wetenschappelijk,

de andere meer beroepsgericht. Dit

onderscheid vormt immers een troef

voor de ondernemingen in Vlaanderen.

Deze complementariteit dient

in een Europees kader behouden te

blijven. Dit kan enkel gerealiseerd worden

door in het Europees kader vanuit

Vlaanderen proactiever op te treden.

Maar wat baat een innoverende opleiding

als het ons aan kandidaten ontbreekt.

Vandaar dat het ook zo belang-

15

G RAAD EN DIPLOMA

rijk is voor onze toekomstige welvaart

en welzijn dat in ons secundair onderwijs

voldoende stappen gezet worden

om de totale instroom naar technologisch

georiënteerde richtingen en naar

de ingenieursstudie in het bijzonder –

en daarmee bedoel ik zowel de academisch

georiënteerde en de praktijkgerichte

‘master’ - niet verminderd, maar

integendeel versterkt wordt.

Ingenieurs liggen aan de basis van

nieuwe en efficiëntere productiemethoden,

van nieuwe diensten, van technologie

die meer kan met minder.

Door de jaren heen zijn bedrijven er

daardoor in geslaagd steeds meer te

produceren met minder, een betere

dienstverlening te organiseren en voorsprong

te nemen op concurrenten.

Vandaag wordt van dezelfde ingenieur

innovaties verwacht die de onderneming

toelaat in te spelen op de maatschappelijke

vraag naar meer duurzaamheid.

Het is aan de ingenieurs om

de voortrekkers te zijn bij het uitvoeren

van de grote innovatieve projecten die

toekomstbepalend zullen zijn. Morgen

zullen ingenieurs immers meer dan

ooit ingenieus en innovatief moeten

zijn, met verstand, met humane vaardigheden,

met leervermogen én creatief

ondernemend talent.

Urbain Vandeurzen

VEV-ondervoorzitter


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


Join the Mobile

Information Society.

www.nokia.be

©Nokia 2000. Nokia and Nokia Connecting People are registered trademarks of Nokia Corporation. All rights reserved.

de studenten arriveren eerst

ook vrouwen op het congres :

l:Gerda Thibaut (departementshoofd HL) en r:Ilse Vanderstukken (docente HL)

17

G RAAD EN DIPLOMA

wie hangt daar tegen het plafond?

de ontvangsthal stroomt vol

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

18

aanmelden bij de balie

dr. G. Aelterman, Rector A. Oosterlinck, Voorzitter L. Wezenbeek,

volksvertegenwoordiger P. Ceyssens en doctor A. Vandeurzen

gastvrouw Vicky Van De Sompel

een helder forum

de volle zaal

L. Wezenbeek en A. Oosterlinck

19

G RAAD EN DIPLOMA

aandacht voor de toespraak van voorzitter Wezenbeek

Ing. G. Van Wichelen en volksvertegenwoordiger P. Ceyssens

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

L. Wezenbeek

20

alle sprekers, samen het panel

N. Lagast en G. Aelterman

panelgesprek o.l.v. G. Roymans (midden)


E. De Winter, J. Van Opstal, A. Oosterlinck

Congresvoorzitter G. Roymans en R. Mortier,

Voorzitter Afdeling Brussel-Halle-Vilvoorde

VIK-bestuursleden J. Wouters, E. Aelbrecht, L. Verhegghe en P. Vanderbiesen

21

G RAAD EN DIPLOMA

Chris Ribus, Ilse Vanderstukken,

Raymond Froidmont en Francine Demaret

Leo Wezenbeek, John Thielemans en Kris Van Esbroeck

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

V I K - C O N G R E S 2 0 0 0

22

GESLAAGD MEDE DANKZIJ:


G RAAD EN DIPLOMA

DE GESCHIEDENIS VAN DE INGENIEUR (DEEL 20)

DE EUROPESE EENMAKING VAN 1957 LAG IN 1969 AAN DE BASIS VAN HET EERSTE

WETGEVEND INITIATIEF IN VERBAND MET DE STUDIES VAN TECHNISCH INGENIEUR

VERENIGDE STATEN VAN EUROPA:

EEN IDEE VAN INGENIEUR HENRI

DE SAINT-SIMON (1760-1825)

Met de ondertekening van het Verdrag

van Rome op 25 maart 1957 werd een

nieuw Europees tijdperk ingeleid. Eén

van de aandachtspunten van het

Verdrag was de problematiek van de

wederzijdse erkenning van diploma’s,

zoals deze van de ingenieurs. In 1969

was dit de aanleiding om een eerste

wetgevend initiatief in verband met de

studies van technisch ingenieur te

nemen. Het kwam 36 jaar na het in

voege treden van de wet op de bescherming

van de titel van technisch ingenieur.

Zoveel is duidelijk geduld wordt

beloond.

Voor de eenmaking van Europa was het

niet anders. In de loop van vele eeuwen

werden immers heel wat ideeën voor

een verenigd Europa op papier gezet.

De oudste plannen gaan zelfs terug tot

het begin van de 14de eeuw. Als reactie

op de voortschrijdende vorming van

dynastieën ontstond immers heimwee

naar de verloren eenheid.

Dante Allighieri (1265-1321) staat

bekend als de voorloper van de eenheidsgedachte.

Zijn beroemd werk “De

Monarchia” uit 1308, was een pleidooi

voor een federaal verbond van volken

onder Europees patronaat... Dante

zette hiervoor het federalistisch principe

van de eenheid in verscheidenheid

voorop. Ook de Catalaanse humanist

Jean Louis Vives (1492-1540), wiens

borstbeeld in de nabijheid van het

Europacollege in Brugge staat, bepleitte

een “algemene reconstructie van

Europa”. De 17de eeuw leverde vier

grootse plannen op. Ze hadden de

ordening van de Europese samenleving

en van een federaal Europa op het oog.

Niet alleen humanisten en filosofen

(zoals Emmanuel Kant 1724-1804) hebben

in hun werken voor de eenheid

van Europa gepleit, ook ingenieur

Henri De Saint-Simon-Sandricourt

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

(1760-1825) deed dit. Saint-Simon was

een Franse militaire ingenieur en een

voormalige gevangene van de terreur.

In 1815,het jaar waarin Napoleon naar

Sint-Helena werd verbannen, publiceerde

hij een opmerkelijk werk waarin

hij een plan beschreef voor de vorming

van de Verenigde Staten van Europa.

Saint-Simon baseerde zijn plan op de

ontwikkeling van de economie die volgens

hem in vele landen gemeenschappelijke

belangen had. Mensen, zo stelde

Saint-Simon, moeten vertrouwd worden

met zaken die niet tot hun eigen

land beperkt blijven. Zij moeten een

ruime algemene visie hebben en over

hun eigen grenzen heen het gemeenschappelijk

Europees belang betrachten.

Hij meende dat deze mensen het

best te vinden waren in een viertal

beroepscategorieën: de ondernemers,

waaronder de ingenieurs, de geleerden,

de magistraten en de administrateurs.

Ingenieur Saint-Simon was daarmee

een voortrekker van de stromingen

uit de 20ste eeuw, die de Europese

Economische Gemeenschap en de

Organisatie van Economische Samenwerking

en Ontwikkeling (OESO) hebben

voortgebracht.

24

1957: HET BEGIN VAN EEN

NIEUW EUROPEES TIJDPERK

Het Verdrag van Rome dat door 6

ministers van buitenlandse zaken op 25

maart 1957 werd ondertekend, bepaalde

de oprichting van de Europese

Economische Gemeenschap (EEG) en

de Gemeenschap voor Atoomenergie

(EGA of Euratom). Tot de zes lidstaten

die het Verdrag ondertekenden

behoorden België, Frankrijk, Italië,

Luxemburg, Nederland en West-

Duitsland. Oorspronkelijk was de

samenwerking alleen gericht op economische

belangen. In het Verdrag van

Rome wordt er immers niets over

onderwijs vermeld. Men vond dat

onderwijs en cultuur enkel tot de

bevoegdheden van de lidstaten behoorden.

In de loop van het daaropvolgend

kwarteeuw nam men afstand van deze

eenzijdige benadering. Onderwijs en

vorming werden immers hoe langer

hoe meer belangrijke hulpmiddelen

voor de ontwikkeling van de Europese

economie. De ideeën die ingenieur

Saint-Simon bijna twee eeuwen voordien

had gepubliceerd kregen opnieuw

aandacht. Meteen het zoveelste bewijs

dat vooruitgang gebouwd is op het verleden

en dat kennis over dit verleden

altijd belangrijk zal blijven.

Over eigen grenzen gaan kijken en er

vaardigheden opdoen, werd midden in

de jaren 1980 overigens één van de

belangrijke actiepunten van de

Europese Gemeenschap. Om de mobiliteit

te bevorderen creëerde de EG

allerlei financieel ondersteunde uitwisselingsprogramma’s

voor studenten en

voor het onderwijzend personeel. Het

mobiliteitsprincipe werd reeds vastgelegd

in het Verdrag van Rome zelf. Het

waarborgde immers het vrij verkeer van

personen en goederen.

HET RECHT VAN VRIJE

VESTIGING IN EUROPA

Het principe van het vrij verkeer van

personen had onmiddellijk gevolgen

voor degene die hun beroep in een

ander land wilden uitoefenen. Voor

beroepen die een nauw omschreven

academische of professionele kwalificatie

vereisten, lag de zaak echter moeilijker.

De grote verscheidenheid van de

opleidingen in de verschillende landen,

bemoeilijkte immers de wederzijdse

erkenning van de diploma’s. Vooral

de wederzijdse erkenning van de diploma’s

van de ingenieurs vormde een

probleem, wanneer men zich in een

ander land wilde vestigen. In het

hoofdstuk “Recht van vestiging” van het

artikel 57-1 van het Verdrag van Rome


beschouwt men nochtans de onderlinge

erkenning van diploma’s als een

middel is voor het verwezenlijken van

het recht van vestiging. In ruimere zin

is het één van de voornaamste doelstellingen

van de Europese Unie.

“ONDERLINGE ERKENNING” IS

GEEN “GELIJKSTELLING”

Het Verdrag van Rome gaat er vanuit

dat een onderlinge erkenning van de

diploma’s geen voorwaarde is voor het

verwezenlijken van vestiging. Wel

draagt het daartoe belangrijk bij.

Overigens spreekt het Verdrag van

Rome alleen over onderlinge erkenning

van diploma’s en niet over de

gelijkstelling ervan. De onderlinge

erkenning heeft betrekking op alle,

door de wet van de eigen lidstaat vereiste

voorwaarden om toegang te krijgen

tot bepaalde werkzaamheden.

‘WERKZAAMHEDEN’ ZIJN

GEEN ‘BEROEPEN’

Het Artikel 57-1 van het Verdrag van

Rome heef het over “werkzaamheden

en niet over “beroepen”. De opstellers

van de tekst gingen er van uit dat het

beroepsbeeld van land tot land merkelijk

kan verschillen. Het beroepsbeeld

vormt immers het geheel van werkzaamheden

of activiteiten die nodig is

om een bepaald beroep uit te oefenen.

1961: EEN EERSTE

“ALGEMEEN PROGRAMMA”

VAN DE EUROPESE RAAD

Al spoedig bleek dat men het niet eens

kon geraken over de wederzijdse erkenning

van diploma’s. Protectionisme en

persoonlijke belangen dwarsboomden

het algemeen belang. De Europese

Commissie (het dagelijks bestuur) nam

dan maar zelf een initiatief dat gericht

was op het algemeen belang. Op basis

van het principe van de vrije vestiging

vroeg ze aan de Raad van Europa (de

ministers van de lidstaten, ieder

bevoegd voor deze materie) om richtlijnen

inzake de wederzijdse erkenning

van diploma’s vast te leggen.

Op 18 december 1961 bekrachtigde de

Europese Raad het zogenaamd

“Algemeen Programma”. Het omvatte

onder meer een belangrijke overgangsmaatregel.

In afwachting van het verschijnen

van definitieve richtlijnen

dienden degenen die in het buitenland

hun beroep wilden uitoefenen, een

schriftelijke verklaring voor te leggen.

Met deze verklaring diende men de

wettige en effectieve uitvoering van de

werkzaamheid in het land van herkomst

aan te tonen. Uiteraard ging het

hier alleen over de vestiging voor het

uitoefenen van een beroep dat niet tot

de categorie van de loondiensten

behoorde. Juiste getallen in verband

met het aantal personen die hebben

gebruik gemaakt van deze maatregel,

die overigens alleen gold voor de zes

landen van de EG, zijn mij niet bekend.

Met het invoeren van deze overgangsmaatregel

werd een eerste stap gezet

naar een Europese richtlijn voor de

onderlinge erkenning van diploma’s.

1966: HOGE RAAD VOOR HET

T.O. OPTEERT VOOR HET UNIVER-

SITAIR NIVEAU VAN DE STUDIES

De overgangsmaatregel zoals gestipuleerd

in het Algemeen Programma van

de Raad van Europa (1961) was een

belangrijk “testcase” in verband met de

al of niet noodzaak om verder te werken

aan het opstellen van richtlijnen

inzake de wederzijdse erkenning van

diploma’s. De ministers van de zes landen

hadden begrepen dat er geen

terugweg meer was. Onze regering

vroeg het advies aan de Hoge Raad

voor het Technisch Onderwijs

(HRTO). In haar besluiten, die in 1966

bij de regering werden ingediend stond

gestipuleerd dat in het kader van de

akkoorden van de EG de studies van

technisch ingenieur dienden erkend te

worden als zijnde van universitair

niveau. Bovendien bepaalden de

besluiten van de HRTO dat de technisch

ingenieurs dienden te worden

geklasseerd op het hoogste niveau van

de classificatie van de Europese instellingen.

25

G RAAD EN DIPLOMA

DE SCHOOLPACTWET VAN 1957

ZORGDE VOOR EEN ENORME

PROLIFERATIE VAN HET

AANTAL SCHOLEN

De problemen in verband met de eventuele

erkenning van de studies van

technisch ingenieur op het hoogste

Europees niveau waren niet van de

minste. De Schoolpactwet van 29 mei

1959 (la Pacte Scolaire) had immers

voor een gevoelige proliferatie van het

aantal scholen voor technisch ingenieur

en voor een ongebreidelde toename

van het aantal studierichtingen

gezorgd.

Het schoolpact was een akkoord dat

werd afgesloten onder drie politieke

partijen: de Christelijke Volkspartij, de

Belgische Socialistische Partij en de

Liberale Partij. Het doel was, zo lezen

we in de toelichting bij de wet: “bij te

dragen tot de bevordering van het cultureel

en materieel welzijn van het land

door een uitbreiding van het onderwijs

en het vestigen van de schoolvrede”. En

stipuleerde deze wet onder het hoofdstuk

“democratische uitbreiding van

het onderwijs”, wij citeren: “Een ruime

en gedurfde politiek van uitbreiding

van het onderwijs moet één der hoofdobjectieven

zijn van elke regering in de

komende jaren”.

Voor de Christelijke Volkspartij tekenden

Theo Lefevre (voorzitter), P.

Harmel, R. Houben en M. Van

Hemelryck. Voor de Belgische

Socialistische Partij waren de ondertekenaars:

M. Buset (voorzitter), Leo

Collard, Antoon Spinoy en J. Bracops.

De Liberale Partij liet het akkoord

ondertekenen door M. Desteney (voorzitter),

R. Motz, Ch. Janssens en Omer

Vanaudenhove.

Het lag voor de hand dat er na de

ondertekening in 1959 veel zou

gebouwd en verbouwd worden. Dit was

het geval voor het bewaarschoolonderwijs

en het lager onderwijs, voor het

middelbaar, normaal, technisch, kunsten

buitengewoon onderwijs.

Tussen 1958 en 1968 was het aantal

scholen voor technisch ingenieurs

opgelopen van 15 tot 30 in het

Nederlandstalig gedeelte van het land

en van 17 tot 23 in het Franstalig


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA G RAAD EN DIPLOMA

gedeelte. Alleen al voor het vrij onderwijs

steeg het aantal instellingen over

het ganse land van 9 in 1958 tot 22 in

1968.

1966: DE COMMISSIE DE WITTE

OPTEERT VOOR HET

UNIVERSITAIR NIVEAU…

De enorme toename van het aantal

scholen en studierichtingen voor technisch

ingenieur deed meteen een aantal

vragen rijzen over de kwaliteit van

de opleiding. Sommige scholen hadden

niet eens honderd studenten.

Hierdoor kwam de internationale

onderlinge erkenning van de diploma’s

in het gedrang. De eis vanwege de technisch

ingenieurs om te worden opgenomen

op het hoogste niveau van de

classificaties van Europese instellingen

kreeg meteen een flinke deuk. De fout

lag niet bij de afgestudeerden, wel bij

degene die voor de proliferatie hadden

gezorgd.

Als voorbereiding van de Belgische

inbreng in de komende bijeenkomst

van de Raad van Europa, stelde de regering

voor om een inventaris te maken

in verband met de “toestand van de

technisch ingenieurs”. Dit werd het

werk van de Commissie De Witte. Ze

werd door de voormalige minister voor

Nationale Opvoeding, Frans Grootjans

en de minister-staatsecretaris Michel

Toussaint op 6 juli 1966 geïnstalleerd.

Haar voornaamste opdracht was het

bestuderen en vergelijken van de opleiding

van technisch ingenieur met

gelijkaardige opleidingen in de E.G.

Toen was er reeds sprake om de E.G.

uit te breiden met drie lidstaten. Op 1

januari 1973 was de eerste uitbreiding

met Denemarken, Ierland en het

Verenigd Koninkrijk een feit. In de

optiek van de uitbreiding van de E.G.

kwam de problematiek van de wederzijdse

erkenning van graden en diploma’s

opnieuw in de belangstelling.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

In het verslag dat op 2 juli 1967 door de

Commissie De Witte aan de bevoegde

Belgische ministers werd overhandigd,

werd een belangrijk besluit opgenomen.

De commissie stelde immers dat

de studies van technisch ingenieur

dienden te worden gerangschikt op het

universitair niveau in de Europese context.

De voorzitter van de commissie was de

toen 57-jarige Kortrijkenaar Yvan De

Witte, een burgerlijk ingenieur bouwkunde

die later beheerder werd van de

N.V. Bekaert, één van de grootste

metaalverwerkende sectoren van ons

land. De Witte was overigens goed

geplaatst om de bijzonder hoge waarde

van de opleiding van de technisch ingenieurs

in te schatten. Bekaert had toen

ruim 200 technisch ingenieurs in

dienst en veel onder hen bekleedden

een kaderfunctie. Yvan De Witte was bij

Bekaert bijna 40 jaar productieingenieur

geweest (van 1938 tot 1977). Hij

werd ook beheerder van het Vlaams

Economisch Verbond (VEV), van

Fabrimetal, het IWONL en de CRIF,

twee belangrijke onderzoekscentra.

De besluiten van de Commissie De

Witte zouden slechts leiden tot een

“schets van wetsontwerp”. Door de val

van de regering en de ontbinding van

de kamers, werd deze “schets van wetsontwerp”

voorlopig in de koelkast

opgeborgen.

26

1967: EEN EERSTE VOORSTEL

VOOR EEN HERVORMING VAN

DE STRUCTUUR VAN HET H.O.

DE COMMISSIE RENS

Regeringswisselingen waren destijds

een gewone zaak. Telkens na de vorming

van een nieuwe regering deden

de beroepsverenigingen voor technisch

ingenieurs voorstellen om tot een

oplossing te komen van hun problematiek

die reeds sinds 1933 aansleepte. De

aanslepende problematiek zorgde

overigens voor naambekendheid van

bepaalde politici. Onder de toenmalige

Eerste Minister en Minister van

Wetenschapsbeleid, Paul Vanden

Boeynants, werd het dossier van de

technisch ingenieurs weer opgerakeld.

Vanden Boeynants installeerde hiervoor

op 18 juli 1967 een gemengde

werkgroep die, naar de naam van haar

voorzitter, die tevens voorzitter was van

de Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid,

de geschiedenis inging als de

Commissie Rens.

De Commissie kreeg het predikaat

“gemengd” omdat ze was samengesteld

uit enerzijds afgevaardigden van de

Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid

en anderzijds, ook voor de helft,

uit afgevaardigden van de Hoge Raad

van het Technisch Hoger Onderwijs.

Op 15 november 1968 diende ze haar

besluiten bij de regering in. Om tegemoet

te komen aan de internationale

voorschriften en het reeds in omloop

zijnde ontwerpvoorstel van richtlijnen

van de E.G. inzake wederzijdse erkenning

van diploma’s, opteerde de

Commissie Rens voor een drastische

hervorming van de opleidingsstructuur

van technisch ingenieurs. Er werden

ook nieuwe titels voorgesteld, met

name deze van industrieel ingenieur en

van industrieel conducteur. Een aantal

voorstellen leidden op 6 maart 1969 tot

het indienen van het wetsontwerp 609

van de ministers Vermeylen en Dubois.

De meeste voorstellen werden echter

door de beroepsverenigingen van technisch

ingenieurs verworpen. Het jaar

1968 staat in de annalen van het hoger

onderwijs geboekstaafd als een onrustige

periode.

EEN FEEST VAN KORTE DUUR

De geschiedenis van de hervorming

van het hoger onderwijs is steeds nauw

verweven met het sociaal en economisch

klimaat van een land. Dit gold

ook voor ons land. Een bondig overzicht.

Vanaf 1960 was de levensstandaard in

ons land spectaculair gestegen. Deze

periode staat bekend als de “golden sixties”.

Goedkopere machines zorgden


voor massaproductie en spectaculaire

prijsdalingen van de goederen. In 1970

behaalde de reële loonstijging een

hoogtepunt (+ 9,4 %). Het feest eindigde

echter in 1975.

De stijging van de levensstandaard tussen

1960 en 1970 was in menig opzicht

een breuk met de naoorlogse periode.

In tien jaar tijd werd het betonnen lint

dat ons land doorkruiste steeds langer.

Het aantal auto’s was gevoelig toegenomen.

Was in 1960 een reis naar de

Middellandse Zee of naar Rome slechts

voor enkelen weggelegd, vanaf 1965

begonnen de eerste massale volksverhuizingen

naar het zuiden, de

Belgische kust of de Ardennen. Wat

onbereikbaar was of onbereikbaar leek

bracht de zwart-wit televisie in huis. Het

dagelijks journaal leerde dat er een

volk bestond tussen Lommel en

Oostende. Vóór 1960 was voor een

Antwerpenaar iemand uit “de

Vlaanderen” iemand aan de andere

zijde van de stroom. Na 1960 werd de

Nederlandssprekende Belg een

Vlaming. Stilaan werd Vlaanderen een

staatsbegrip.

De Nederlandse TV-zuilen irriteerden

de Belgen niet langer met hun uitspraak

over de “Pelgen”. Onze noorderburen

ontdekten dat “Pelgië” in

feite “België” was. Het volk van het destijds

onder koning Willem I verenigd

noorden en zuiden, leerde de standaardtaal

van het “Algemeen

Beschaafd Nederlands”. Dank zij de

nieuwe mogelijkheden die het onderwijs

op alle niveaus aanreikte werd men

wijzer en meer geletterd. Daarvoor had

in ons land ook de Schoolpactwet van

mei 1957 zijn steentje bijgedragen. Het

Schoolpact zwaaide niet alleen kwistig

met geld, het zorgde ook voor een uitbouw

van het onderwijs en een gevoelige

verbetering van de kwaliteit.

De versoepeling van de voorwaarden

om van een studiebeurs te kunnen

genieten, betekende bovendien de

start van de democratisering van het

hoger onderwijs. Ze maakte het hoger

onderwijs voor een brede laag van de

jongeren betaalbaar, hetgeen vóór

1960 niet het geval was. Toen het systeem

van studiebeurzen voor het eerst

bij Koninklijk Besluit van 16 juli 1953 in

ons land werd ingevoerd, dienden

degene die wensten in aanmerking te

komen voor een beurs voor de studies

van technisch ingenieur bij hun laatste

examens ten minste een onderscheiding

hebben behaald. Bovendien

moesten ze ook geslaagd zijn in een

schriftelijke of mondelinge proef.

Vóór 1957 bestond alleen het “Fonds

der Meestbegaafden”. Het werd in 1948

opgericht. De gemeenten of arrondissementen

gaven toen studieleningen

aan “buitengewoon begaafde en door

de fortuin minst begunstigde studenten”.

De lening (alles moest terugbetaald

worden) werd pas toegekend na

geslaagd te zijn in “schiftingsproeven

over de wiskundige wetenschappen en

vooral in het “opstel in de moedertaal”.

MEI 1968: EEN BITSIG KLIMAAT

Met de snel gestegen materiële welvaart

uit de jaren zestig brokkelde het

voorheen, weliswaar vaak kunstmatig,

opgebouwd gezag af. Het respect voor

de moeizaam opgebouwde naoorlogse

maatschappelijke waarden ging midden

de zestiger jaren achteruit. De eerste

tekens van ontevredenheid staken

ook in Frankrijk en Duitsland de kop

op.

In Frankrijk begon onder het laatste

bewind van Charles de Gaulle één en

ander in 1967 uit de hand te lopen.

Met de openbare diensten, de post, het

openbaar vervoer, enz… liep het flink

mis. De studenten aan de universiteiten

eisten een grondige verandering van

het onderwijssysteem en van de maatschappelijke

waarden. De ‘meerdere’

beschouwden ze niet langer als ‘goddelijk’.

Ze eisten dat de “meerderen” ook

maar eens gecontroleerd moesten worden

op hun echte waarde en niet op

hun naam, rang of stand. Aan de al of

niet vermeende saaiheid van het leven

diende een einde te komen. De grimmige

sfeer sloeg over naar Duitsland.

Massale betogingen volgden elkaar op.

De gebeurtenissen van mei 1968 lieten

zowel in Duitsland als in Frankrijk

diepe sporen na. Dit laatste is ook wel

letterlijk te nemen. In massale betogingen

stapten de ontevreden arbeiders

op. Onder leiding van de Franse studentenleider

Cohn-Bendit (het latere

Europa Parlementslid) werden in de

27

D. Cohn-Bendit

omgeving van de Sorbonne in Parijs

massale veldslagen met de Franse

oproerpolitie gevoerd. In de omgeving

van de universiteit werden de

Boulevard Saint-Gemain en de

Boulevard Saint-Michel herschapen tot

een puinhoop. In Frankfurt deden zich

dezelfde taferelen voor. Frankrijk stond

aan de grens van een burgeroorlog. De

Gaulle trad af en werd opgevolgd door

Pompidou.

Gelijkaardige toestanden, maar heel

wat minder gewelddadig, kende men

ook in Leuven. In de universiteitsstad

was reeds in 1961 de verhouding tussen

de Franstalige en Vlaamse studenten

vertroebeld. In 1963 werd de eis van de

Vlaamse studenten voor een verhuis

van hun Franstalige collega’s al luidruchtiger.

Het hek was helemaal van de

dam toen ze,einde 1967, vernamen dat

de regering en de academische overheid

hadden besloten om de Franse

afdeling in Leuven te behouden. Op 15

november 1968 gooiden de Vlaamse

studenten de inboedel van het rectoraat

op straat en staken het in brand.

Op 16 februari 1968 nam de regering

P. Vanden Boeynants ontslag. Uit de

helden van de toenmalige studentenleiders,

die zich Vlaams links noemden,

werden talrijke nieuwe leiders van de

maatschappij, regeringsleiders of parlementairen

geboren. Na de strijd om

Leuven Vlaams ruilden velen het “linkse

cachet” voor een “rechtse signe”.


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


G RAAD EN DIPLOMA

Al bij al viel er van de ‘strijd van mei

1968’ weinig te bespeuren in de overige

steden van Vlaanderen. Was de strijd

om Leuven Vlaams een belangrijke

reden van de uitbarstingen, in essentie

had de onrustige periode te maken met

een verlangen naar de uitbouw van de

democratisering van het hoger onderwijs.

In de regeringsverklaring van de

nieuw aangetreden regering stond het

thema van de universitaire expansie

dan ook centraal. Ze zou de universiteiten

op wetenschappelijk en financieel

gebied de mogelijkheid geven om het

hoofd te bieden aan het stijgend aantal

studenten.

De volgende bijdrage handelt over de

V ERENIGINGSNIEUWS

ZELFKLEVERSLAG

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

Europese Richtlijnen die vanaf 1970

beschermende maatregelen invoerde

voor de ingenieurs in Nederland,

Frankrijk, Duitsland en het Verenigd

Koninkrijk.

28

Ing. Noël Lagast


Geraadpleegde bronnen:

De geschiedenis van de Europese gedachte (1960).

Voorlichtingsdienst van de Europese Gemeenschap.

Publicatiebladen van de EG, jaargangen 1968,

1969, 1970.

Eigen archief in verband met de werkzaamheden van

de Commissie De Witte en Rens (1968-1969).

Voorstellen van Richtlijnen van de Raad van

Europa. Publicatieblad van de E.G. van 30 juli

1969.

Verslagen van de Nationale Raad voor

Wetenschapsbeleid (1965-1966).

Maandelijks delen we met de stickeractie een aantal prijzen uit. Kleef uw VIK-sticker op een leuke plaats (auto,

fiets, brievenbus, enz.) neem een foto en stuur hem op. De beste foto wordt beloond. Zonder foto’s gaat het

ook: u kan in de prijzen vallen als een attente collega uw sticker opmerkt en ons dat meldt. Werd uw nummerplaat

gepubliceerd in een vorige uitgave van de Ingenieursmededelingen dan kan u nog steeds reageren.

Uit de nummerplaten die onze fulltime speurploeg doorseinde, lootten we de volgende nummers:

AFJ 614 BJY 814 JYF 957 RGC 290 ZC 784

Als een van deze nummerplaten de uwe is, stuur dan een kopie van het inschrijvingsbewijs en van uw VIK-lidkaart

(een fotootje mag ook altijd !) op naar het VIK-secretariaat, t.a.v. Francine Demaret, Herentalsebaan 643

Wommelgem.

Succes!

BELANGRIJKE BIJEENKOMSTEN

NIEUWJAARSRECEPTIE EN UITREIKING EGEMINPRIJS

29

V ERENIGINGSNIEUWS

De jaarlijkse VIK-Nieuwjaarsreceptie en uitreiking van de Egeminprijs 2000 heeft dit jaar plaats op vrijdag 19 januari 2001.

Plaats: KBC-toren, Schoenmarkt 35, Antwerpen. Ontvangst vanaf 19.00 u. Inschrijvingen kunnen gebeuren op het VIK-secretariaat,

Francine Demaret, tel. 03-259 11 09, e-mail: francine.demaret@vik.be.

MIS OVERLEDEN COLLEGA’S

Zoals dit ook in het verleden reeds het geval was, zal ook dit jaar een Mis voor de overleden collega’s georganiseerd worden.

Deze heeft plaats op zaterdag 27 januari 2001. Inlichtingen over de juiste plaats en uur zijn te bekomen op het VIK-secretariaat,

Francine Demaret, tel. 03-259 11 09, e-mail: francine.demaret@vik.be.

CENTRUM INDUSTRIE

Op donderdag 22 februari 2001 richt het VIK-Centrum Industrie in het VIK-secretariaat te Wommelgem een eerste voordracht

in met als spreker de heer Jan De Schepper, Vice-President, Telindus. Aanvang: 20.00 u.

Deze spreekbeurt vormt de eerste in de reeks spreekbeurten die door het Centrum Industrie ingericht worden op elke laatste

donderdag van de maand. Elke spreekbeurt wordt gevolgd door een receptie, waar gelegenheid is tot contact met andere

collega’s. Aanmelden is noodzakelijk bij Vicky Van de Sompel, tel. 03-259 11 08, e-mail: vicky.vandesompel@vik.be.

CENTRUM ONDERWIJS

Op zaterdag 10 februari 2001 heeft in het VIK-secretariaat te Wommelgem een voorstelling plaats van de Sorbonne-Bolognaverklaringen.

Deze voorstelling is speciaal gericht naar collega’s industrieel ingenieurs die tewerkgesteld zijn in de twee-cycli

afdelingen van de hogescholen. Aanvang: 10.00 u. Gelegenheid tot napraten bij de daaropvolgende receptie.

Aanmelden is noodzakelijk bij Vicky Van de Sompel, tel. 03-259 11 08, e-mail: vicky.vandesompel@vik.be.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


I NGENIEURSCARRIERE

JE EIGEN WEDDE EVALUEREN

Geld is niet het enige criterium om

je goed te voelen in een job. Bijna

niemand wil zoveel mogelijk verdienen

ten koste van andere

belangrijke welzijnsfactoren binnen

en buiten het werk. Toch is het

voor iedereen uiterst belangrijk

een duidelijk zicht te hebben op

wat men betaald krijgt voor het

werk dat men doet. Wij geven

hier een manier om, met cijfergegevens

in de hand, een valabele

beoordeling te maken van de

eigen verloning.

1. Basisgegevens

Alle cijfers die we hier hanteren komen

uit de twee wedde-enquetes de enquête

die de Vlaamse Ingenieurskamer deze

zomer organiseerde bij de leden en bij

een voldoende groot staal van bedrijven

die industrieel ingenieurs tewerk

stellen.

Eens te meer bleek uit de ontvangen

cijfergegevens hoe gevarieerd de verloning

is voor schijnbaar vergelijkbare

functies van industrieel ingenieurs in

de privé-bedrijven. Dit wil zeggen dat

ook onze cijfers niet anders kunnen

zijn dan gemiddelden van een voldoende

groot staal deelnemers aan de

wedde-enquete. Wij zijn er wel van

overtuigd dat de resultaten van onze

enquetes een betrouwbare weergave

zijn van de realiteit voor alle industrieel

ingenieurs in privé-dienst in

Vlaanderen.

De cijfers die we geven zijn uiteraard

bruto-salarissen en uitsluitend geldend

in privé-ondernemingen in Vlaanderen.

Het is nodig er hier nog eens aan

te herinneren dat er in de privé-bedrijven

geen wettelijk voorgeschreven

wedde-barema’s bestaan voor de functies

waar we het over hebben.

2. Wanneer gebruiken?

De methode om je eigen wedde te evalueren

kan gebruikt worden in volgende

gevallen:

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

1° bij de vraag waar de eigen wedde ligt

in verhouding tot wat gebruikelijk is

voor industrieel ingenieurs die in een

vergelijkbare arbeidssituatie tewerkgesteld

zijn;

2° Bij het jaarlijks evaluatiegesprek met

je chef over je prestaties. Zulk gesprek

resulteert meestal in een loonaanpassing.

Waaraan kan ik me verwachten?

Denk eraan dat de wedde altijd geleidelijk

evolueert volgens een in het

bedrijf intern gebruikelijk systeem.

Maak je dus geen illusies over ongebruikelijke

sprongen naar boven;

3° Bij een gesprek met de chefs of de

directie in het vooruitzicht op een promotie.

Ook hier zijn grote sprongen

zeldzaam. De kurve kan wel steiler gaan

stijgen in de toekomst maar ze maakt

geen pieken;

4° Bij de besprekingen met een nieuwe

werkgever. Hier moet je je zeker vooraf

informeren of het bedrijf gekend is als

een hoge of een lage betaler.

3. Wedde-verschillen

De wedde wordt in de eerste plaats

bepaald door het gebruik in elk

bepaald bedrijf. Het is wel de gewoonte

dat bedrijven zich richten naar de

lonen die in hun sector gebruikelijk

zijn, maar er blijven, ook in dezelfde

omgevingsfactoren, nog verschillen van

plus en minus 5%.

De regionale verschillen worden steeds

minder markant. Men kan stellen dat

de regionale loonverschillen volledig

verdwijnen in de verschillen volgens

andere criteria. In een streek waar een

bepaalde bedrijvigheid zich concentreert

heeft dat meestal hogere (ca4%)

lonen voor die activiteit tot gevolg. Er is

op dit ogenblik geen reden meer om in

onze evaluaties rekening te houden

met de regionale verschillen.

De bedrijfsgrootte speelt een duidelijke

rol. Grote internationale bedrijven

met meer dan 1000 werknemers (eventueel

verspreid) of middelgrote bedrijven

in de high-tech sectoren betalen ca

5 à 8% meer dan kleinere lokale bedrijven.

We merken wel dat anderzijds de

kleine bedrijven tegenwoordig hogere

30

beginweddes betalen dan vroeger.

Het loonverschil tussen de bedrijfssectoren

houdt nog wel stand. Dit is geen

zuiver Belgisch verschijnsel. Wel moeten

we wijzen op een specifieke eigenaardigheid

voor onze beroepsgroep. In

sectoren waar vroeger weinig industrieel

ingenieurs werkzaam waren is

men zich er nog niet van bewust dat

onze studies op academisch niveau te

plaatsen zijn. Zo betalen de sectoren

“dienstenen “financies” opmerkelijk

minder dan de klassieke technische

sectoren.

4. Wat is de echte wedde?

Op het eerste gezicht lijkt het eenvoudig

om de bruto maandwedde vast te

stellen. Sinds de werkgevers meer en

meer overgaan tot het aanbieden van

diverse loongedeelten buiten de

maandwedde is het feitelijk onmogelijk

om de reële maandwedde vast te stellen.

Een vergelijking tussen de salarissen

en voordelen van verschillende

bedrijven en zelfs van werknemers van

eenzelfde bedrijf kan dus nooit correct

gemaakt worden. Altijd blijft er een factor

die gevoelsmatig moet worden

benaderd.

Om enige bruikbare vorm van vergelijking

mogelijk te maken hanteren wij

een “herrekende maandwedde”. Deze

bestaat uit:

1° de overeengekomen bruto wedde

die maandelijks wordt uitbetaald;

2° het maandgemiddelde van het overeengekomen

commissieloon (over de

laatste 6 maanden);

3° 80% van de waarde van het privégebruik

van een firma-wagen met een

maximum van 10.000 BEF. Dwz gemiddeld

aantal gereden Km x 12 BEF. We

rekenen de schone schijn en de onzekerheid

niet als vast loon;

4° 50% van de maandelijks uitgekeerde

forfaitaire kostenvergoeding met maximum

5000 BEF.

Indien de werkelijk gemaakte kosten

hoger liggen dan 50% moet men ze

aftrekken.


Alle andere uitkeringen en voordelen

hebben zeker hun waarde en men

moet rekening houden met hun

bestaan. Ze vormen echter geen vast en

vrij besteedbaar loon dat beschikbaar is

als gezinsinkomen.

5. Niveau van de functie

De belangrijkste factor in het toekennen

van de wedde voor een bepaalde

functie is het niveau van die functie.

Dat niveau wordt in de eerste plaats

bepaald door het belang dat de werkgever

aan die taak hecht. Er bestaan

internationaal erkende methodes om

het relatief niveau van functies vast te

stellen. Deze systemen werken echter

alleen in de structuur van dat bepaald

bedrijf. Alhoewel dit uitermate belangrijk

is voor een juiste loon-evaluatie is

het in onze situatie uitgesloten aan

individuele niveau-bepalingen te doen.

Bij onze laatste enquete hebben we

vastgesteld dat de leden ook niet in

staat zijn om een bruikbare inschatting

van hun niveau te maken. Dit is het

zwakste punt in de hele techniek van

wedde-evaluatie. Vaste definities van

functie-niveaus met enige vorm van

hiërarchische structuur worden meer

en meer vervangen door algemene

waarderings-niveaus.

Wij houden ons aan de pragmatische

indeling in drie niveaus. Deze indeling

is in elk geval een realiteit, zelfs als ze in

een bedrijf niet als dusdanig wordt

gehanteerd. Voor jongere ingenieurs

beneden 30 à 33 jaar oud houden wij

nog geen rekening mat niveau-verschillen.

Voor de anderen is een juiste en

realistische plaatsing in één van die

drie niveaus wel noodzakelijk.

6. Leeftijd

Het is evident dat de wedde geen lineaire

functie is van de ouderdom. Dit zal

in de toekomst steeds minder het geval

zijn. Toch blijkt uit alle enquêtes die

worden gepubliceerd dat grafieken in

functie van de leeftijd de enige hanteerbare

zijn. Hoezeer de bedrijven

ook zouden willen afstappen van de

gewoonte van jaarlijkse loonsverhogingen

blijken alle gemiddelden nog altijd

te stijgen met de leeftijd (of de anciënniteit).

7. Rekenfactoren

Volgens de sector van bedrijvigheid

moet de totale maandwedde nog worden

aangepast met een factor Fc.

Fc = 0.95 voor Diensten, Financiële

Instellingen, Voeding,

Textiel, Bouw en toelevering

31

I NGENIEURSCARRIERE

Fc = 1.00 voor Metaalbouw, Hout

Papier Glas en Kunststoffen,

Transport, Grafisch,

Milieu en Veiligheid

Fc = 1.06 voor Chemie, Petrochemie,

Metalurgie, Telecommunicatie,Informatica,

Energie

Voor grote internationale bedrijven of

Belgische bedrijven met meer dan 500

werknemers moet Fc worden verhoogd

met 0.04.

8. Wedde-evaluatie

Op het wedde-diagram bepaalt men de

gemiddelde maandwedde volgens de

leeftijd of het aantal jaren dat men als

jonge ingenieur gewerkt heeft en volgens

het niveau 1, 2 of 3. Men vermenigvuldigt

dit gemiddelde met de factor

Fc. Dit is de wedde die men zou

mogen verwachten. Bepaal de herrekende

wedde aan de hand van §4.

Vergelijk deze met de te verwachten

wedde en trek je conclusie.

Ing. Leo Van Bouwel


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


I NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ

EEN COLLEGA IN DE KIJKER

EEN GESPREK MET ING. ARTHUR VANHOUTTE,

ALGEMEEN DIRECTEUR VAN MUTOH EUROPE N.V.

“Niets heeft zoveel succes als succes. Wel is

succes afhankelijk van vele factoren”.

Wie op de A10 naar Oostende rijdt

wordt even voor het binnenrijden van

de badstad geconfronteerd met enkele

modern ogende bedrijfsgebouwen

zoals de Japanse vestigingen Daikin

Europe N.V. en Mutoh Europe N.V.

Daikin Europe vestigde zich in 1973 in

Oostende, Mutoh Europe in 1992.

Beide Japanse bedrijven kozen

Oostende als vestigingsplaats om reden

van de talrijke faciliteiten, maar vooral

voor de aanwezigheid van goed

geschoold technisch personeel en de

nabijheid van een hogeschool voor

industrieel ingenieurs. De wereldleider

voor airconditioning apparatuur stelt

momenteel zo’n 1.200 mensen te werk.

Bij Mutoh, de producent en ontwikkelaar

van snijplotters en digitale kleurenprinters

voor groot formaat, groeit

het aantal medewerkers in een versneld

tempo. Na de zomervakantie werd

reeds de 120ste werknemer aangeworven.

Mutoh Europe wordt autonoom en

onafhankelijk van het Japans moederbedrijf

in Tokio geleid door industrieel

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

ingenieur Arthur Vanhoutte. Een

Vlaming die een topfunctie bekleedt in

een Japanse buitenlandse vestiging is

eerder een uitzondering dan een algemene

regel. Wat bepaalt dan het succes

van Mutoh Europe? Op een snikhete

dag gingen we in de Royal North Sea

Yachtclub van Oostende praten met

collega Ing. Arthur Vanhoutte. Daarna

leidde hij ons rond in het bedrijf.

32

EEN VROEGE TECHNEUT

Collega Arthur Vanhoutte (°1949)

werd in Oostende geboren. Zijn vader

was in deze badstad hoofd van de stedelijke

werkhuizen. Zijn moeder gaf er

aan het stedelijk middelbaar onderwijs

les in boekhouden en handel. De

belangstelling voor de techniek kreeg

hij al heel vroeg te pakken. Toen hij 10

jaar was knutselde hij wat met radio’s,

destijds nog gebouwd met lampen. “Als

knaap beschouwde ik zo een radio als

een technisch wonder” zegt hij. “Op

mijn twaalfde kreeg ik mijn eerste elektrische

trein. De techniek werd mijn

hobby. Later bouwde ik elektronisch

gestuurde zendapparatuur. Enkele

jaren was ik ook zendamateur.”

Zijn moeder raadde hem aan om voor

onderwijzer te studeren, maar tegen

haar zin koos hij voor een technische

opleiding. Eerst volgde hij in Oostende

een A2-opleiding elektronica, daarna

studeerde hij voor technisch ingenieur

elektronica (1970). “Ik ben nooit een

gemakkelijke teenager geweest” typeert

hij zichzelf. “Ik hield eraan om zelfstandig

te mogen beslissen. Dat was ook het

geval toen ik op mijn veertiende voor

de A2-richting koos. Ik had er wel een

verblijf op een internaat voor over. Ik

heb er nooit spijt van gehad. Stel je

voor, je kiest voor een verblijf van drie

jaar in een internaat in een stad waar je

ouders wonen. In deze comfortabele

tijden klinkt dit misschien ongewoon,

misschien een beetje gek, maar goed zo

ging dat nu eenmaal. Ik wilde vooral

zelfstandig leren beslissen, mijn plan

leren trekken. Het was niet altijd leuk

om je vrienden ’s avonds naar huis te

zien trekken, terwijl je op kostschool

achterbleef. Maar dat was mijn vrije

beslissing. Ja, het heeft me een beetje

gesterkt”.

EEN PORTRET

Zijn spontane vertelstijl doet vergeten

dat de hitte van de dag (aan zee

bedroeg de temperatuur 32° !) onze

energie langzaam wegzuigt. Door zijn

gevarieerde levenservaring blijft hij het

hele interview boeien. Hij straalt

levenslust uit en zegt wat hij bedoelt.

“Weet je dat ik je reeds sinds 1969 ken?”

parafrasseert hij tussendoor. “Jullie

hebben toen met de VVTI (Vereniging

van Vlaamse Technisch Ingenieurs)

heel wat werk verzet voor de waardering

van de technisch ingenieurs. Ik

meen me te herinneren dat ik als student

toen lid was van de VVTI”.

Blijkbaar heeft hij een goed geheugen.

Jaren later kruisten onze wegen elkaar

opnieuw, deze keer als beheerder van

de Kamer voor Handel en Nijverheid

van Kortrijk-Oostende-Tielt-Roeselare.

In dit kader laten de vele ontmoetingen

ons toe om hem te kenmerken als


iemand met een “joie de vivre”, met

een milde humor en met een groot

talent voor het “analyseren van situaties”,

zoals men dit in de Kamer voor

Handel en Nijverheid wel eens pleegt

te noemen. Met het hart op de tong

ventileert hij vriendelijk en hartelijk

zijn mening, soms met een tomeloze

energie. Zijn gevoel voor relativering

maakt hem nooit tot de gevangene van

zijn eigen denkwereld. Deze “lichtjes

enfant terrible”, zoals hij zichzelf

noemt, kreeg van zijn ouders de waarden

mee die zijn later handelen zouden

bepalen. Plichtsbesef en een sterk

gevoel voor verantwoordelijkheid

lopen immers als een rode draad door

heel zijn professionele loopbaan. Het

maakte van hem het type van de ambitieuze

bouwer en leider, de werker,

organisator en plannenmaker. Ideeën

creëren, visies tot ontwikkeling laten

komen en nieuwe mogelijkheden uittesten

kenschetsen deze collega industrieel

ingenieur, die echter als “praktisch”

mens, met zijn twee voeten op de

aarde blijft staan.

Meegetrokken in de wervelwind van

een wisselend bedrijfsleven, gaven zijn

opeenvolgende werkgevers hem daarvoor

de vrije ruimte. Ze maakten hem

duidelijk dat het in hoofdzaak steeds

om het resultaat ging, een verwachting

die hij niet onbetuigd liet. Met een aangeboren

neiging om grenzen te verleggen

en terreinen te betreden, die voor

hem vaak terra incognito waren, toetste

hij de wereld van het haalbare. Zo veel

werd na dit interview bevestigd. Als

algemeen directeur van een dynamisch

bedrijf houdt hij van zijn beroep.

Wellicht heeft het allemaal te maken

met een betrachting die hij reeds in

zijn jeugdjaren koesterde: het vorm

geven aan iets, maar dan wel met een

planmatige aanpak.

PLEIDOOI VOOR EEN WAT

MEER PRAKTISCHE OPLEIDING

Wat denkt hij over de huidige opleiding

van industrieel ingenieur? “Bij het

aanwerven van pas afgestudeerde

industrieel ingenieurs, zegt hij, stellen

we vast dat ze weliswaar heel goed theoretisch

zijn opgeleid, maar ze hebben,

in tegenstelling tot de opleiding van de

vroegere technisch ingenieurs, te weinig

praktische onderbouw. Bovendien

moeten we vaststellen dat in de loop

van de voorbije jaren het opleidingsniveau

van de A2-afgestudeerden er flink

op achteruit is gegaan. Dit heeft voor

gevolg dat er te weinig A2-ers de studierichting

voor industrieel ingenieur

durven kiezen. Als je een korte rondvraag

doet bij A2-afgestudeerden geven

ze je te kennen dat ze vooral schrik

hebben voor de te theoretische studies

van industrieel ingenieur. Vooral het

pakket wiskunde blijkt hen af te schrikken.

Hoeft de opleiding nu absoluut zo

theoretisch te zijn? Het hoger onderwijs

zal daar zeker iets moeten aan

doen willen we niet dat we waardevolle

krachten voor de industrie laten verloren

gaan. Ik pleit met mijn collega’s

ook voor een behoorlijke praktische

stage voor de industrieel ingenieurs.

Dit zou bijvoorbeeld kunnen ingelast

worden in het voorlaatste jaar van de

opleiding. Een stage van enkele maanden,

naar het voorbeeld van Nederland

en Duitsland, lijkt me noodzakelijk”.

Is de industrie bereid om naar het

voorbeeld van deze landen de stagiair

daarvoor een financiële vergoeding te

geven? “Het gaat natuurlijk niet op dat

de industrie over het probleem blijft

klagen. Ik ben de eerste om te zeggen

dat niemand gratis hoeft te werken.

Niemand doet dat, ik evenmin. Als

bedrijfsleider sta ik ten volle achter het

toekennen van een financiële vergoeding

voor de stagiair. Dit is volgens mij

de enige manier om de jongeren die

voor industrieel ingenieur wensen te

studeren opnieuw daarvoor te motiveren,

hem een nog betere vorming te

geven en zijn opleiding meer af te stemmen

op de noden van de industrie. Je

hoort me niet zeggen dat de opleiding

niet hoogstaand is. Ze is wel te theoretisch

en onvoldoende op de praktijk

afgestemd. Ik vermoed dat dit te

maken heeft met de bekwaamheidsdiploma’s

van de lesgevers die op het

doctoraal niveau liggen. De belangstelling

voor de studies van industrieel en

burgerlijk ingenieur nam de jongste

jaren overal af. Dat is een feitelijk gegeven

waar men niet naast kan kijken.

Het probleem is alle bedrijfsleiders

bekend. We moeten er een oplossing

aan geven. Mijn voorstel is dan ook om

tijdens de studies een langere periode

in te bouwen, waarbij de student tegen

verloning kennis maakt met de praktijk”.

I NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ

33

EERSTE BEDRIJFSERVARING

Toen Ing. Arthur Vanhoutte in 1970 als

technisch ingenieur elektronica afstudeerde

lagen de vacante betrekkingen

in de regio Oostende niet voor het

rapen. Hij solliciteerde eerst in de

streek van Brussel, meer bepaald voor

de richting van de instrumentatie.

Spoedig vond hij als productmanager

werk bij een verdeler van meetapparatuur.

Twee jaar lang pendelde hij elke

dag van Oostende naar Brussel.

“Als Oostendenaar lag de zee me zo

nauw aan het hart”, zegt hij, “dat ik

toen reeds zocht naar werk in mijn

geboortestreek, wat me ook is gelukt”.

In 1973 kon hij aan de slag in een

bedrijf te Gistel bij Oostende. Het

Amerikaans bedrijf Bausch & Lomb

richtte er immers een vestiging op voor

de productie van meetapparatuur,

spectrofotometrie en analoge registreertoestellen.

“Dat was toevallig een

tak van de techniek waarmee ik reeds

voeling en wat ervaring had” zegt hij.

Met een drietal medewerkers kon hij in

Gistel als productiesupervisor beginnen

met het opstarten van de productie.

Het Amerikaanse Bausch & Lomb was

oorspronkelijk een fabrikant van brillen

en contactlenzen. In de loop der

jaren had het bedrijf wereldwijd een 20tal

spin-offs opgezet, allerlei afdelingen,

onder meer voor spectofotometrie


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


I NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ

en meetapparatuur voor werktuigmachines.

Het moederbedrijf voor brillen

en contactlenzen, dat destijds circa

8.000 mensen tewerkstelde, was in

Rochester gevestigd. Met een vestiging

in Gistel wilde men vaste voet in

Europa krijgen. “Als verantwoordelijke

voor het opzetten van de nieuwe productielijnen

was dit voor mij een hele

uitdaging” zegt collega Vanhoutte. De

nieuwe vestiging in Gistel ging van start

met en 40-tal medewerkers. Meerdere

keren vloog hij naar Amerika waar hij

telkens voor korte perioden verbleef

om het opstarten van de productielijnen

aan te leren. Later verkocht de

Gistelse afdeling analoge recorders aan

het Amerikaanse Ametek, een bedrijf

dat zich had toegespitst op de markt

van printers en plotters.

ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

Kort na zijn indiensttreding bij Bausch

& Lomb te Gistel begon Ing. Vanhoutte

zich vragen te stellen over de opportuniteit

van de delokalisatie van een multinational.

Is het voor een internationale

firma, die louter op productie is afgestemd,

wel interessant om een vestiging

op te zetten in een land als België.

De loonkost ligt hier immers hoog, hetgeen

ook reeds het geval was in de

jaren zeventig, zo redeneerde hij. Wat

is de waarde van een bedrijf dat alleen

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

34

Ing. Arthur Vanhoutte

is afgestemd op productie tegen een

hoge loonkost, vroeg hij zich af. “In

feite niet veel, want multinationals kunnen

van de ene dag op de andere hun

productie-eenheid verplaatsen naar

een ander continent, waar de loonkost

veel lager ligt. Ik voelde dat we in Gistel

zeer kwetsbaar waren. Als we niet alleen

eigen producten fabriceren maar ook

instaan voor de ontwikkeling ervan dan

had volgens mij het bedrijf ook meer

waarde. Dan waren we onafhankelijk

van de moedermaatschappij in

Amerika. Dat idee liet me niet meer

los”.

Met een vijftal industrieel ingenieurs

startte Bausch & Lomb Gistel zijn eigen

afdeling voor onderzoek en ontwikkeling.

Het team concentreerde zich op

de ontwikkeling van nieuwe producten

en op de oprichting van een eigen marketingafdeling.

“Zoiets gebeurt natuurlijk

niet in een handomdraai”, zegt

onze gesprekspartner. “Er gingen enkel

jaren overheen. Je moet eerst proberen

zelf ideeën voor nieuwe producten bij

elkaar te brengen. Je moet ook durven

naar anderen toestappen. Je kan

immers niet alles zelf doen.

Aanvankelijk ging het goed. Spijtig

genoeg begon het moederhuis zijn

belangstelling te verliezen voor die kleine

spin-offs die in de loop der jaren

gediversifieerd waren in allerlei technologieën.

In feite zag men de bomen

niet meer door het bos. De nieuwe

manager in Amerika besliste om te specialiseren

in het product waarin het

bedrijf zijn sporen had verdiend. De

kernactiviteit van Bausch & Lomb was

immers de fabricage van brillen en contactlenzen.

Alle afdelingen die met de

core-business niets te maken hadden

werden wereldwijd afgestoten en verkocht.

Op dat ogenblik stelden we in

Gistel circa 120 mensen te werk. Het

was voor ons een moeilijke periode”.

EEN NIEUWE UITDAGING:

MUTOH EUROPE N.V.

Het toeval speelt vaak een grote rol in

het leven. Collega Vanhoutte, die na

het behalen van zijn graad en diploma

van technisch ingenieur bijna alle

bedrijfsfuncties had doorlopen en het

bij Bausch & Lomb gebracht had tot

marketingmanager voor Europa, kan

er van meespreken. Toen hij in deze

functie in 1989 in Oostenrijk een uiteenzetting

gaf over de producten die in

Gistel werden ontwikkeld en gefabriceerd

kwam hij in contact met de

Japanse producent Mutoh.

Reeds in 1948 had de Japanner een eerste

mechanische tekentafel ontwikkeld.

Na enkele jaren werden ze in grote aantallen

geproduceerd. Met een 1.000-tal

werknemers stond het bedrijf in Japan

bekend als de nummer één op het vlak

van de productie en de ontwikkeling

van tekenapparatuur.

In de jaren zestig schakelde het bedrijf

in Japan over op de productie en ontwikkeling

van penplotters. Ongeveer 98

% van de productie was voor het eigen

continent bestemd, de rest voerde men

uit. In Europa stond Mutoh betrekkelijk

zwak. Grote baas Mutoh zag Europa

als een belangrijk afzetgebied.

Tijdens de bijeenkomst in Oostenrijk

werden ook de Mutoh-producten voorgesteld.

Een ontmoeting met Mutoh

gaf een nieuwe wending aan de loopbaan

van Ing. Vanhoutte. “Het

MUTOH management wisselde met

mij ideeën over de mogelijkheden om

hun marktaandeel in Europa te vergroten

zegt onze gesprekspartner. “Zij

namen zich voor om in Europa eigen

producten te fabriceren. Weliswaar

hadden ze, zoals de meeste Japanse

ondernemingen, in Düsseldorf een ver-


koopskantoor met een vijftal verkopers,

een paar magazijniers en enkele technici

om herstellingen te doen. Het

grootste probleem was echter de niet

compatibiliteit van de Japanse normen

met deze voor de Europese markt. Een

Japans bedrijf dat hier wil groeien moet

ter plaatste produceren en als het kan

ook het product lokaal ontwikkelen. In

Japan had men de noodzaak daarvan

vlug ingezien en mijnheer Mutoh vroeg

me op de man af of ik de leiding voor

een nieuwe vestiging in Europa op me

wilde nemen. Het voorstel kwam op het

gepaste moment. Ik gaf mijn principieel

akkoord. Het klikte tussen ons

beide. Ik kreeg wat bedenktijd”.

ONAFHANKELIJK EN AUTONOOM

“Japanners”, merkt Ing. Vanhoutte op,

“staan bekend voor hun ietwat complexe

persoonlijkheid. Ze hechten ook

een zeer grote waarde aan de hiërarchie

in een bedrijf. Ik was een open

Amerikaanse bedrijfsmentaliteit gewoon

en aanvankelijk vreesde ik in een

keurslijf te worden gedrongen. In de

meeste Japanse vestigingen in Europa

worden de touwtjes in handen gehouden

door een Japanner. Ik zag dit niet

zitten. Als projectleider wilde ik immers

onafhankelijk en autonoom werken. Ik

wilde dus zelf algemeen directeur van

de Mutoh vestiging in Europa zijn.

Mijnheer Mutoh stemde in met mijn

voorstel. De vrees die ik aanvankelijk

had was dus voorbarig geweest. Ze vroegen

me om een businessplan op te stellen

en om uit te kijken naar een

geschikte lokalisatie in Europa. Ik stelde

de Benelux voorop. Daarna werd de

inplanting gefocusseerd op België, vervolgens

werd West-Vlaanderen vooropgesteld.

Met de medewerking van de

GOM gingen we in Veurne en

Oostende op zoek naar een aangepast

stuk grond. Uiteindelijk werd beslist

om de vestiging in Oostende in te planten.

Daarvoor had ik een aantal goede

argumenten. In Oostende konden we

immers beschikken over een voldoend

groot terrein langs de A10, aan de rand

van de badstad. De Japanners hechten

overigens veel belang aan de uitstraling

en het imago van hun bedrijven. Het

gebouw moet voor de buitenwereld

goed zichtbaar zijn. Aan een inplanting

ergens in een verloren hoek, geïsoleerd

van de buitenwereld, hebben ze geen

boodschap.

De nabijheid van een lucht- en zeehaven

was een belangrijke troef. Een

belangrijke rol speelde ook de beschikbaarheid

over goed opgeleid technisch

personeel en de nabijheid van een

hogeschool voor industrieel ingenieurs.

Het succes van de Japanse

gebuur Daikin was ook een pluspunt.

Van de grote baas kreeg ik dus “carte

blanche”. De hoofdopdracht was duidelijk

gesteld: Mutoh wilde zijn marktaandeel

in Europa vergroten. De winst

diende opnieuw in het bedrijf te worden

geïnvesteerd. Na zes maanden konden

we aan de realisatie van het nieuw

gebouw beginnen. Naar Japanse normen

vond ik dat het allemaal vrij snel

was verlopen. Japanners beslissen

immers niet vlug”.

1993: DE START VAN

MUTOH EUROPE N.V.

In een goed jaar werd het nieuw

bedrijfsgebouw opgetrokken. In 1993

kon men met de productie van penplotters

in monokleur voor CAD-toepassingen

van start gaan. Het bedrijf

nam een 50-tal werknemers, waaronder

een paar industrieel ingenieurs, in

dienst. Het eerste werkjaar werd afgesloten

met een omzet van ongeveer 400

miljoen BEF. “Dat was behoorlijk goed”

I NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ

35

zegt Ing. Vanhoutte. “Maar na een paar

jaar daagde er een concurrent op die

de inktjettechnologie toepaste. Voor de

productie van deze nieuwe technologie

waren we nog toen nog niet gereed. In

Japan werd beslist om gedurende drie

jaar te investeren in de opleiding van

een 100-tal Japanse ingenieurs. Hun

know-how pasten we daarna toe in ons

bedrijf. In 1994 werden er een 4-tal

industrieel ingenieurs in dienst genomen.

Met de basistechnologie die we

reeds in huis hadden konden we in 6

maanden een snijplotter ontwikkelen

voor groot formaat. De ontwikkeling

van dit nieuw marktsegment was onze

redding”.

OP ZOEK NAAR

DISTRIBUTIEKANALEN

Ing. Arthur Vanhoutte: “Om een nieuw

ontwikkeld product wereldwijd te kunnen

verkopen heb je bekendheid

nodig. We misten dit. Wat doe je dan?

Je kan het wagen om tegen een grote

concurrent te vechten. Als kleine firma

delf je dan je eigen graf. Je kan ook

eens bij de concurrent nagaan wat je

samen kan doen. Dat laatste heb ik

gedaan. Ik trok naar de grootste concurrent

in de Verenigde Staten en stelde

hen voor om ons product als een

toegevoegde waarde onder hun naam

te fabriceren en te verkopen.

Aanvankelijk gaf mijnheer Mutoh me


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


I NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ

geen kans van slagen. Maar met mijn

West-Vlaamse ingesteldheid hield ik

vol. Op een dag kregen we van het

Amerikaans bedrijf een bestellingsorder

voor de productie van enkele honderden

toestellen. De overeenkomsten

werden correct nageleefd en we verkochten

de apparaten onder hun

naam. Inmiddels bouwden we als leverancier

voor een wereldfirma een stevige

reputatie op. Parallel bouwden we

ook een nieuw distributiekanaal op”.

Uit de verschillende technieken opteerde

Mutoh Europe N.V. inmiddels voor

de piëzo-elektrische technologie, hetgeen

toeliet om een 6-kleuren inktjetprinter

van groot formaat te produceren.

Met deze printer kunnen fotografische

reproducties van het A0-formaat

worden gemaakt. Onder de belangrijke

klanten treft men vandaag namen aan

als Agfa Gevaert en Kodak. Weliswaar

worden de toestellen onder hun merknaam

geproduceerd.

NEEM STEEDS EEN BESLISSING

Dat collega Vanhoutte een pionier is

blijkt voldoende uit het voorgaande.

Hij baant zich voortdurend een weg,

houdt altijd hoop en reikt naar het

hoogst haalbare. De trigger voor dat

alles is ongetwijfeld zijn analytische

geest en zijn verbeelding. Alles wat

vorm krijgt bestaat immers eerst in de

verbeelding. Met zijn ondernemende

geest laat een beslissing zelden lang op

zich wachten.

“Als bedrijfsleider moet je elke dag

beslissingen nemen. Dit vraagt soms

moed. Een vroegere baas van mij, een

Amerikaan van het “generaal-type”, zei

me ooit “it’s better to make a bad decision

than no decision”. Eerst dacht ik,

wat zegt die nu voor iets stoms. Later

heb ik geleerd dat door niet te beslissen

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

je de zaak veel erger maakt. Je wordt

dan passief en bovendien heb je ook

niets geleerd. Wat heb je immers aan

iemand die niet beslist, alleen maar

omdat hij meent gelijk te moeten krijgen

terwijl hij fout zit. Degene die niet

beslissen gaan ervan uit dat er alleen

een voor henzelf passende waarheid

bestaat”.

36

UITLAATKLEPPEN

Of hij naast zijn werk als algemeen

directeur ook nog tijd vindt voor wat

anders? Arthur Vanhoutte: “Ach, ik ben

altijd wel met iets bezig. Mijn geest

werkt soms superactief. Ik heb dit waarschijnlijk

van mijn moeder geërfd.

Misschien is dit de algemene aard van

een kustbewoner, ze zijn gewoon om

zich steeds opnieuw aan te passen. Ja,

wat doe ik zo allemaal buiten het intens

bezig zijn met het bedrijf? Dat is een

goede vraag. Ik heb er nooit bij stil

gestaan. A propos vergeet niet, ik heb

ook nog een gezin. Ik ben gehuwd en

we hebben drie kinderen. De oudste

zoon (28) is piloot bij Sabena. Hij vliegt

met de 737 op Istanbul en binnenkort

op Tenerife. Hij wilde niet weten van

techniek. De oorzaak ligt wellicht een

beetje bij mijzelf. De smaak om later

piloot te worden moet hij gekregen

hebben toen ik 28 jaar geleden voor

het eerst naar Amerika vloog. Papa zat

voor hem voor de zoveelste keer in de

“vlieger”. Ik bracht voor hem vaak allerlei

documentatie over vliegtuigen mee

en ook wel eens schaalmodellen. Vele

jaren geleden kocht ik in Amerika de

eerste CD-roms waarmee je op een PC

simultaan kan leren vliegen.

Nu is vliegen voor hem werkelijkheid

en niet meer virtueel Weer een verloren

industrieel ingenieur, denk ik

soms. Met zijn keuze voor piloot ben ik

nochtans heel blij en ook fier. Als

ouder moet je nooit een beroep aan je

kinderen willen opdringen. Dwang kan

alleen maar leiden tot emotionele crisissen.

Als knaap was ik ook steeds op

zoek naar mijn eigen identiteit. De

tweede zoon (25) volgde een medische

opleiding en vestigde zich als zelfstandige

osteopaat. Toen mijn dochter 8

was (inmiddels is ze 13) vroeg ze zich af

wat er met Mutoh zal gebeuren eens ik

op pensioen ga. Een bedrijf zonder

algemeen directeur dat kon volgens

haar niet. Als ik haar jeugdige bezorgdheid

van destijds mag geloven, zit er

misschien een mogelijkheid in dat ze

later voor een of andere technische

richting zal kiezen. Laat ons toch maar

afwachten” lacht onze gesprekspartner.

Bevredigend werk mag voor collega

Vanhoutte dan wel heel belangrijk zijn,

niet minder belangrijk vindt hij de ontspanning.

Het geeft hem een nieuwe

dosis energie of een verfrissende “chi”

zoals de Japanners plegen te zeggen.

“Op een kalme zondag, of andere dag,

haal ik mijn motorfiets van stal. Ik

maak dan een flinke tocht, zij het tegen

een gezapige snelheid. Op de motorfiets

voel ik me een heel ander mens. Ik

heb het gevoel dat de motor alle stress

uit me wegzuigt. Heerlijk, zo’n flinke

luchtstroom over je hersenen, die alles

als het ware grondig schoonveegt”.

Een andere hobby weerspiegelt

opnieuw zijn belangstelling voor de

techniek. Jaren geleden liet hij immers

een oldtimer bouwen, een Engelse

Morgan. Een wagen die volledig handgemaakt

is. “De enige wagen waarop je

na bestelling zeven jaar dient te wachten.

Begrijpelijk want die auto werd

gebouwd met een 3.000-tal verschillende

opties. Voor je geduld word je door

de firma beloond. Tijdens de samenstelling

mag je immers regelmatig een

kijkje gaan nemen. Je leert hierdoor de

techniek beter waarderen”. Al voor de

Eerste Wereldoorlog bouwde Harry

Morgan zijn eerste automobielen. Het

ontwerp was in die tijd al vrij modern,

maar wie kon vermoeden dat het

model, vrijwel onveranderd, ook tegenwoordig

zou worden geproduceerd. De

auto’s zijn altijd volledig met de hand

gebouwd. Harry werd opgevolgd door

zijn zoon Peter, die op zijn beurt het

bedrijf weer overdeed aan zijn zoon

Charles. Tegenwoordig worden zo’n

400 Morgans per jaar gebouwd en moet

de klant rekenen op lange wachttijden”.

Zelf schrikt hij niet terug om de handen

uit de mouwen te steken.

Karweitjes opknappen in zijn eigen

woning of in die van zijn kinderen. Hij

beschouwt het allemaal als een “nuttige

en noodzakelijk middel om zich te ontspannen”.

Van zijn inmiddels overleden

populaire grootvader, een gewezen


gemeenteraadslid en provincieraadslid,

erfde hij de belangstelling voor de

lokale geschiedenis. Al speelt hij niet

zelf basket, als beheerder van de

Oostendse basketbalploeg Telindus

meent hij dat meer ondernemers deze

sport zouden moeten ondersteunen en

ook helpen uitbouwen.

EEN JAPANSE AWARD

Voor het eerst in een halve eeuw

geschiedenis van het Japanse moederbedrijf

Mutoh werd aan een Vlaamse

bedrijfsleider een onderscheiding toegekend.

Heel recent ontving Ing.

Vanhoutte de President Award for

Performance. “Een mooi diploma”

voegt hij er aan toe, “dat niet alleen aan

mij toekomt. Deze erkentelijkheid wens

ik te delen met alle medewerkers in

Oostende”.

UITBREIDEN

Vooraleer we in het bedrijf door onze

collega worden rondgeleid krijgen we

wat uitleg over het gamma producten

die worden gefabriceerd. Mutoh

Europe is een modern bedrijf. De

Japanse binnentuin en enkele foto’s

aan de wanden in de ontvangstzaal

geven de affiniteit met Japan weer.

Buiten de enige Japanse medewerkster,

zijn alle andere medewerkers

Vlamingen. Overigens kent Japan weinig

vrouwelijke managers. Vrouwelijke

ingenieurs vormen eerder een uitzondering.

Dit typisch Japans verschijnsel

viel ons overigens ook op bij het bekijken

van een groepsfoto dat discreet aan

een wand van de ontvangstzaal hangt.

De afbeelding is een mannelijk gezelschap,

met onder meer de Belgische

ambassadeur in Japan, de heer

Nothomb in gezelschap van mijnheer

Mutoh, onze collega en een groep

andere mannen.

Terugblikkend op haar verblijf in Japan

begin der jaren negentig schreef de

dochter van de Belgische ambassadeur

in Japan, Amélie, een boek. In “Met

angst en beven” beschrijft ze ee hilarische

hiërarchie in het Japanse bedrijfsleven.

Ze had het allemaal van heel

dicht meegemaakt toen ze in 1990 een

baan als tolk had gevonden bij

Yumimoto, een firma in Tokia die er

een onwrikbare hiërarchie op nahield.

Het nichtje van de gewezen Belgische

minister Ferdinand Nothomb kon zich

niet plooien naar de regels van het

Japans bedrijfsleven. Haar loopbaan in

Tokio eindigde na twaalf maanden als

toiletjuffrouw.

Het boek, dat in feite een lucide en

humoristisch verhaal is over het onbegrip

tussen twee culturen werd een

absolute bestseller. Het werd door

Manteau uitgegeven in maar liefst 18

talen. Maar een bedrijf in Japan is daarom

nog niet een Japans bedrijf in

Vlaanderen.

“Japanners” zegt Ing. Vanhoutte, “hebben

inmiddels van ons geleerd dat er

geen verschil bestaat tussen mannelijke

en vrouwelijke intelligentie. Beide zijn

I NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ

37

gelijkwaardig”. Bij de rondgang valt het

ons op dat de productie als een trein

loopt. Aan de ontwikkeling van nieuwe

producten wordt koortsachtig gewerkt.

Het lukt Motoh Europe om voor te blijven

op de bikkelharde concurrentie.

De motivatie van de in hoofdzaak jonge

medewerkers is erg groot en de cashflow

is behoorlijk positief. Elke vierkante

meter is vandaag nog ingenomen.

Maar dat is niet meer voor lang. Voor

productie, opslag, onderzoek en ontwikkeling,

en voor een trainingscentrum

voor verdelers komen er 5.000 m?

bij. De dag van ons bezoek werd de

grond waarop een nieuwe produktiehal

komt aangekocht.

We wensen onze collega en zijn medewerkers

veel succes.

Tekst: Ing. Noël Lagast

Foto’s: Ing. Hilaire Derycke

Mutoh Europe N.V. ontwikkelt en produceert in Oostende snijplotters, groot formaat digitale printers en computerrandapparatuur

voor grafisch werk.

Het bedrijf biedt zowel inkten, bedrukbare media, software en technische ondersteuning. Voor de klant wordt bij

betrouwbare partners gezocht naar compatibele producten.

Het paradepaardje is de zes kleuren piëzo elektrische inktjetprint voor groot formaat reproducties met afmetingen van

1 m op 1,6 m. Deze technologie laat toe om zonder temperatuurverschillen aan een zeer grote snelheid afdrukken te

maken op verschillende ondergronden. De inkten die worden gebruikt zijn samengesteld op basis van een solvent in

plaats van water. Hierdoor kan ook rechtstreeks worden gedrukt op niet-gecoate materialen voor buitengebruik. Tot

de OEM’s (Original Equipment Manufactures) behoren Agfa Gevaert in Mortsel en de Duitse afdeling in Stuttgart van

het Amerikaanse Kodak. Eind 2000 verwacht men een omzet van 1,5 miljard frank.

Het bedrijf heeft ruimte voor een brede waaier van functies. De bottleneck blijft de A2-technici en de industrieel ingenieurs.

Voor productie is er voorlopig geen tekort aan mensen.

Mutoh Europe N.V. stelt 120 medewerkers te werk, waaronder 18 industrieel ingenieurs en technisch gegradueerden.

Het bedrijf is gelegen aan de Archimedesstraat 13 in Oostende. E-mail: avanhoutte@mutoh.be.

N.L.


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


I NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ

JAARLIJKSE PRIJS-VDVHB

PreBes heeft als algemene doelstelling

het bevorderen van alle

activiteiten die de zorg voor de

fysische integriteit en de gezondheid

van de werknemer nastreven.

De voortdurende technologische

evolutie veronderstelt een

continu aanpassing inzake preventie

aan nieuwe werkomstandigheden

met andere risico’s.

Daarom juist worden de prijzen

toegewezen aan die studieresultaten

met een vernieuwende preventieve

inslag. De realisatie met

algemeen praktisch toepasbare

methoden genieten de voorkeur.

Reglement van de prijs

Art. 1 Doel

De prijs-VDVHB (Preventie en

Bescherming) heeft tot doel studies in

de vorm van eindwerken te belonen in

zoverre die een essentiële bijdrage leveren

tot het verbeteren en of het stimuleren

van de arbeidsveiligheid en

–hygiëne in het werkmilieu.

Art. 2 Prijzen

Er worden 2 prijzen toegekend ten

bedrage van elk 25.000 BEF (618,97

EURO). De jury maakt haar keuze

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

onder de voorgelegde inzendingen. De

jury kan beslissen de prijzen geheel of

gedeeltelijk niet toe te kennen als blijkt

dat de inzendingen niet voldoen aan

de gestelde voorwaarden. De prijzen

zullen aan de laureaten worden overhandigd

tijdens een openbare plechtigheid.

Art. 3 Deelneming

De deelneming aan de wedstrijd is kosteloos.

De prijs is ingesteld tot beloning

van de auteur van een eindwerk dat is

ingediend voor het behalen van het

getuigschrift van bijkomende vorming

niveau 2, niveau 1 en overgangsniveau

(alle erkende opleidingscursussen).

Art. 4 In te zenden documenten aan het

adres van het PreBes secretariaat:

• inschrijvingsformulier,

• 3 exemplaren van het eindwerk,

• een samenvattende tekst van 3 à 5

bladzijden voor eventuele publicatie

in het tijdschrift “Veiligheidsnieuws”.

Art. 5 Taal

De officiële taal is het Nederlands.

Art. 6 Termijn

De eindwerken kunnen ingestuurd

worden aansluitend aan het kalenderjaar

waarin ze verdedigd werden en dit

voor 15.01.2001.

Art.7 Eigendom

De ingestuurde documenten worden

slechts op aanvraag terugbezorgd. De

andere werken blijven op het secretariaat

bewaard gedurende 1 jaar.

Door hun deelneming aan de wedstrijd

aanvaarden de deelnemers dat hun

documenten worden tentoongesteld,

beoordeeld, gepubliceerd, als verkorte

publicaties gebruikt zonder vergoeding.

Art. 8

De jury wordt voor de duur van 1 jaar

samengesteld door de Raad van Beheer

van PreBes en kan zowel leden van

PreBes als niet-leden omvatten.

Art.9

Door deelname aanvaardt elke deelnemer

de reglementen van de wedstrijd.

38

Art. 10

De jury is bevoegd om geldig te delibereren

wanneer tenminste drie van haar

leden aanwezig zijn of geldig vertegenwoordigd

zijn. De jury maakt haar

keuze uit de voorgelegde projecten.

Teneinde in de grootst mogelijke mate

te voldoen aan het door de prijs beoogde

doel, maakt de jury een keuze en

een beoordeling van een overzicht van

de voorgelegde werken. De jury neemt

haar beslissingen na beraadslaging,

met gewone meerderheid van stemmen.

Bij staking van stemmen is de

stem van de voorzitter doorslaggevend.

Over de in onderhavig reglement niet

voorziene gevallen zal door de jury

worden beslist na het inwinnen van de

adviezen die ze nodig acht. De beslissingen

van de jury zijn onherroepelijk.

Voor inlichtingen en inschrijvingen

kan men zich wenden tot PreBes,

Gouverneur Roppesingel 81 A, 3500

Hasselt, tel. 011-28 83 40.


PUZZELAAR NR. 56

HET KWADRATENVRAAGSTUK

Bewijs dat driemaal de som van drie kwadraten gelijk is aan

de som van vier kwadraten.

Bijvraag: hoeveel juiste inzendingen zullen we ontvangen.

We verwachten uw juiste oplossing voor 1 februari 2001 bij

Ing. Roland Mebis, Tabaartstraat 23, 3740 Bilzen.

I NGENIEUR EN MAATSCHAPPIJ

OPLOSSING PUZZELAAR NR. 54: ZONDAARS

ONDER DE PATERS

Veronderstel dat er 1 zondaar is. Bij de eerste vespers zal de pater geen enkele collega zien met een stip, dus

weet hij dat hij de zondaar moet zijn en zal vertrekken. Dus als er slechts 1 zondaar is, is hij na 1 dag verdwenen.

Veronderstel dat er 2 zondaars zijn. Bij de eerste vespers zien de paters die geen zondaars zijn twee collega’s

met een stip, de zondaars zelf zien er 1 met een stip. Doordat iedere pater dus minstens 1 zondaar ziet zal

na de eerste dag niemand vertrekken. Bij de tweede vespers is niemand verdwenen. De zondaars weten dus

dat iedere pater een pater met stip heeft gezien op de eerste vespers. Aangezien een zondaar maar 1 pater

met stip ziet, die op zijn beurt ook een pater met stip ziet, weten de zondaars dat ze zondaar zijn. Dus na

twee dagen zijn de twee zondaars verdwenen.

Veronderstel dat er drie zondaars zijn. Idem als bij twee, echter de tweede dag weten ze nog niets zeker. Als

bij de derde vespers nog niemand verdwenen is, moeten er dus 3 zondaars zijn (zie bewijs hierboven) en

aangezien een zondaar zelf maar 2 paters ziet met een stip moet hij zelf ook zondaar zijn. Dus als er 3 zondaars

zijn, zijn ze na drie dagen verdwenen. Het aantal dagen is dus steeds gelijk aan het aantal zondaars,

dus na 13 dagen zijn de 13 zondaars verdwenen.

We ontvingen een goede oplossing van T.Demets, Evergem; L.Hautekeete, Ooigem; B.Laeremans, Rumst en

van de winnaars Van Eemeren Ivo, Armand Segerslei 83 bus 1, 2640 Mortsel en Steven Vanmaercke,

Lindelaan 78, 8850 Zwevegem. Proficiat!

39

Ing. Roland Mebis


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


I NGENIEUR EN BEROEP

ONTWIKKELEN VAN ONDERNEMERSCHAP

OPROEP VOOR PROJECTEN

Het Vlaams Instituut voor het

Zelfstandig Ondernemen (VIZO)

lanceert als regisseur voor zwaartepunt

3 een oproep voor projecten

gericht op het versterken van

ondernemerschap in Vlaanderen

voor de periode 2000-2006.

Het Europees Sociaal Fonds (ESF) is

het belangrijkste Structuurfonds van

de Europese Unie, belast met steun aan

de tewerkstellingsmaatregelen voor de

lidstaten. Het beleid is toegespitst op 3

doelstellingen, waarvan doelstelling 3

omschreven is als “Ontwikkeling van

menselijke hulpbronnen”. Voor

Vlaanderen wordt deze doelstelling vertaald

naar 6 zwaartepunten.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

Zwaartepunt 3 is gericht op het

“Ontwikkelen van ondernemerschap”.

De taak van het VIZO als regisseur

bestaat uit het ondersteunen van promotoren,

centraliseren van de projectaanvragen,

begeleiden van projecten,

…In concreto betekent dit dat het

VIZO, in overleg met de Strategische

Werkgroep, in de periode 2000-2006

zo’n half miljard BEF aan ESF-middelen

kan verdelen via het selecteren en

ondersteunen van projecten.

Om in aanmerking te komen voor ESFsubsidies,

dienen de voorgestelde projecten

onder een van de volgende

maatregelen te vallen:

• Stimuleren en ondersteunen van

potentiële starters en verantwoord

ondernemerschap;

40

De volgende doelstellingen worden

beoogd:

- kwaliteitsverbetering van de leertijd;

- hoogstaande opleiding en begeleiding

voor starters;

- bevorderen van verantwoord ondernemerschap;

Het aanbod wordt hierbij onder meer

gericht op groeisectoren, sociale economie

en nieuwe doelgroepen.

• Ontwikkeling van een één-loket

(zoweel reëel als virtueel);

In deze maatregel wordt de ontwikkeling

van een één-loket (zowel virtueel

als reëel) en de sensibilisering van

KMO’s hierover beoogd, ondermeer

om de administratieve doolhof te ontwarren.

• Bevordering van de kenniseconomie.

Kennisoverdracht binnen en tussen

ondernemingen dient bevorderd te

worden teneinde het volledige endogene

potentieel te benutten. De nieuwe

mogelijkheden die het ICT-netwerk

biedt, dienen hierbij ten volle aangegrepen

te worden.

Risicogroepen dienen bijzondere aandacht

te krijgen vermits zij geconfronteerd

worden met verscheidene hindernissen

bij de opstart en uitbouw van

een zaak. Horizontaal, over alle doelstellingen

heen, vormt de aandacht

voor gelijke kansen een rode

draad.Projectaanvragen moeten het

VIZO bereiken voor 31/01/2001.

Ing. Ivan Born

ESF 2000-2006

European Social Fund

“Bijdragen tot de ontwikkeling van de werkgelegenheid door inzetbaarheid, ondernemingsgeest, aanpassingsvermogen

en gelijke kansen te bevorderen en door te investeren in menselijke hulpbronnen.”

Voor verdere informatie kan u terecht bij VIZO, Ben Bruyndonckx of Bart Meysmans, Coördinator internationale

betrekkingen Adjunct van de directeur Kanselarijstraat 19, 1000 Brussel, tel. 02-0227 49 40, fax: 02-227 49 34,

e-mail: Ben.Bruyndonckx@vizo.be; Bart.Meysmans@vizo.be


CURSUSOVERZICHT VOORJAAR 2001

= nieuw START aantal SESSIES

* PLAATS

TECHNOLOGIE

Bouwkunde

Regelen van geschillen in

de bouwsector 1N*A 12.02

Veiligheidscoördinatie bouw 3A*A 14.03

Bouwputten : berekening 3A*A 13.03

Bouwputten : uitvoeringen 3A*A 06.02

Bouwputten: grondwaterbeheersing

4A*A 05.06

Bouwgebreken 3N*A 15.03

Paalfunderingen 3A*D 19.04

Grondmechanica en

funderingstechniek 6A*D 01.02

CAFCA: calculatie en

projectopvolging 4N*A 04.05

Veiligheidspreventie voor

architecten/ontwerpers 5A*G 01.03

Elektriciteit- Elektronica

Management van elektromechanische

projecten 2N*A 19.03

Aardingssystemen (TT,TN,IT) in

industriële elektrische installaties 3A*G 19.04

Elektronisch sturen van motoren 7A*G 06.02

Transmissie en omzetting van

energie in de elektrotechniek 2N*A 19.04

Energie - Koeltechnieken

Toepassingen van zonne-energie

in Noord-Europa 3A*A 05.03

Energie: audit, balans en

besparingen 1D*A 17.05

Kunststoffen

Workshop: spuitgieten van

kunststoffen 4D*AGe 07.02

PVC-compounds en

verwerkingstechnieken 6N*A 09.02

Basiscursus kunststoffen 9N*A 07.03

Basiscursus spuitgieten voor commerciële

en administratieve werknemers 1D*G 09.05

Extruderen 6N*A 20.04

Gasinjectie 3A*A 20.04

Rubber: soorten, additieve en

verwerking tot eindartikel 3V*A 21.04

Mechanica

Piping & engineering 8A*G 01.02

Hydrauliek: Componenten en

basisschakelingen 6V*A 10.02

41

VANAF JANUARI 2001

START aantal SESSIES

* PLAATS

Hydrauliek: proportionele en

servosturingen 3V*A 07.04

Inleidng tot de eindige

elementenmethode 3A*G 07.02

Begrippen van sterkteleer 9A*G 08.02

Scheikunde

Chemische procesengineering 6V*A 03.02

Verbindingstechnieken

Schroefdraadverbindingen 3V*A 09.06

Lijmen 7A*A 17.04

Voeding

Cleaning in Place 2N*A 20.03

BEDRIJFSKUNDE

I NGENIEUR EN VORMING

Arbeidsanalyse

6 SIGMA: gestructureerd en fundamenteel

problemen aanpakken 4A*A 31.01

Arbeidsanalyse

Werkmethodeverbetering in

productieomgeving 5A*G 06.02

Tijdstudie en normstelling 2D*A 19.04

Omsteltijdreductie met de

SMED-methode 2D*A 07.06

FMEA (Failure Mode and

Effects Analysis) 2A*A 09.05

Het ontwerpen en implementeren

van effectieve performance

Measurement Systemen 1D*A 17.05

Facility Management

Facility Management 5A*A 15.05

Kwaliteit

De nieuwe ISO 9001 1D*A 23.04

Interne auditor 1D*A 20.04

Het meten van klantentevredenheid

4N*A 01.02

Logistiek

Magazijnbeheer 8N*A 11.05

Business Process Reorientation 4A*A 08.03

Productie en logistiek beleid 4D*A 06.03

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


I NGENIEUR EN VORMING

Milieu

Regenwatergebruik: omdat

drinkwater een schaars goed is ... 1N*A 07.05

EMAS/ISO 14001 Milieuzorg

ook uw zorg ?...! 2D*A 29.05

Basisprincipes, regeling en troubleshooting

in industriële biologische

afvalwaterzuiveringsstations 7A*A 05.02

Ontwerp van fysico-chemische en

biologische industriële

afvalwaterzuiveringstations 9A*A 23.04

Bodemsanering 8AV*W 12.01

Ecotoxiciteit 1V*W 10.03

Luchtverontreiniging en gaszuivering

4AV*W 23.03

Reukhinder 8AV*W 21.04

Gevaarlijke stoffen 2AV*W 04.05

Informatiebronnen voor

milieucoördinatoren 1A*W 11.05

Onderhoud

Technische documentatie: een

noodzaak voor optimale bediening

en onderhoud 1D*A 20.02

De Werkvoorbereider als

kostenbespaarder 3D*A 20.04

Naar een efficiënt MRO-beheer 2A*A 14.05

Computerondersteund

onderhoudsbeheer 1D*A 27.03

Total Productive Maintenance 2D*A 23.03

Projecting

Projectplanning en

projectmanagement 3D*A 22.05

Projectbeheersing en

projectmatig werken 4D*A 13.03

07.03

10.03

MS Project 2D*A 05.02

Veiligheid

De veiligheidsadviseur voor het vervoer

van gevaarlijke stoffen 5D*A 05.02

Veiligheidsmanagement voor

leidinggevenden 1D*A 20.04

INFORMATICA &

COMMUNICATIE TECHNOLOGIE

Algemeen

Hoe gebruiksvriendelijke

interfaces bouwen 2D*A 16.05

Internet

Hoe gebruiksvriendelijke

websites bouwen 2D*A 30.05

Inleiding tot de XML standaard 1D*A 08.01

XML voor gevorderden 1D*A 15.01

XLST en Xpath 1D*A 22.01

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

42

Netwerken & telecommunicatie

Networking Technologies 8A*A 05.03

TCP/IP hands on 4D*A 23.04

Information and Communication

Technologies 9A*A 31.01

Voice over IP 2A*A 09.05

TCP/IP: spoedcursus 2A*A 25.04

Telemetrie 4V*A 10.03

PC-Trainingen

Programmeren met Visual Basic 3D*A 09.02

Database programmatie met

Visual Basic (for applications) 3D*A 20.04

Microsofts Visual C++ 8A*A 15.03

AutoCAD training 6A*A 07.02

3D*A 31.01

AutoCAD voor gevorderden 5A*A 18.04

Windows NT 6A*A 06.03

Acces for Windows 5A*A 01.02

Werken met Outlook 2V*A 03.02

Access voor gevorderden 2D*A 15.03

Basisopleiding Mechanical

Desktop 8A*A 08.01

4D*A 19.02

Basiscursus programmeren in

JAVA 10V*A 20.01

Windows applicaties in Borland

Delphi 5A*A 21.04

Software ontwikkeling en toepassingen

LabView : Hands on 5A*Ge 05.02

SQL en zijn implementatie in

Oracle en SQL server 7 4V*A 03.02

PC gebaseerde Vision Systemen 5A*Ge 06.02

MANAGEMENT

Algemeen

Knowledge management d.m.v. de

TINK methodologie 1D*A 14.03

Bedrijfsvoering

Business Building 2D*A 13.03

Financieel

Basis in het balanslezen 2D*A 08.05

Basis in het financieel beleid 4D*A 06.03

4D*G 29.05

Businessplanning 4A*A 03.05

Financieel management voor

niet-financiëlen 14A*A 12.02

Human Resources

People Management 4A*A 01.02

Werken met mensen 4D*B 07.03

4D*A 30.05

Houden van functionerings- en

beoordelingsgesprekken 2D*A 22.03

SOCIALE EN PERSOONLIJKE

VAARDIGHEDEN

Communicatie

De winnende presentatie 1D*A 21.03

Presentaties in Powerpoint 1D*B 22.03

14.06

Leidinggeven

Effectief leidinggeven 8A*A 30.01

Persoonlijke Effectiviteit

Brainmapping 1D*A 06.03

Invloed uitoefenen door

persoonlijke kracht 2D*B 22.05

Assertiviteitstraining 3D*A 13.03

Ontwikkelen van Emotionele Intelligentie

en positieve stresshantering 4V*G 26.04

Tijdsbeheer 2D*A 14.03

Omgaan met groepsdynamiek 3D*A 15.05

Team

Coachen van medewerkers 5A*A 17.04

Team management 4A*A 08.03

Verkoop

Verkopen voor ingenieurs 6A*A 07.02

Workshop : De winnende offerte! 1D*A 21.02

Commerciële onderhandelingstechnieken

5A*A 01.02

Efficient inkoopbeleid 7A*A 19.03

Commercieel denken en

handelen van binnendiensten 1D*A 10.05

Offertes voor aanbestedingen en

prijsvragen 1N*A 12.03

Legende

A = avond (19.00 u tot 22.00 u)

V = voormiddag (09.00 u tot 12.00 u)

N = namiddag (verschillend per cursus)

D = dag (09.00 u tot 17.00 u)

*A = Antwerpen; *G = Gent; *Ge = Geel; *B = Brussel;

*D = Diest; *W = Sint-Katelijne-Waver

Meer informatie over ons opleidingsprogramma kan men

vinden op de VIK-website: http://www.vik.be of in de Gids

Permanente Vorming najaar 2000.

Contact: VIK-secretariaat, Noël Aelbrecht, Herentalsebaan

643, 2160 Wommelgem, tel. 03-259 11 05, fax: 03-259 11 01,

e-mail: noel.aelbrecht@vik.be.

STUDIEDAG “PLATDAK”

Een organisatie van de VIK in samenwerking met Bevad en

W.T.C.B.

PROGRAMMA

Voormidddagthema: TV 215

08.30 u : Onthaal met koffie

09.00 u : Opening door de voormiddagvoorzitter, door

ir. F. Louwers, Voorzitter T.C. “dichtingswerken

WTCB

09.15 u : Eisen aan het oppervlak van de dakvloer in

correlatie met het afdichtingssysteem, door

de heer M. Buvé, BEVAD

09.50 u : Thermische isolatie en vochtbeheersing in

platte daken, dr. ir. arch. A. Janssens,

Universiteit Gent, ir. L. Lassoie, WTCB

10.25 u : Koffiepauze

10.50 u : Afdichtingen : (Ver)nieuw(d)e producten

gebruiksvriendelijke plaatsingstechnieken,

door ir. J. Coumans, Voorzitter BEVAD

11.25 u : Windbelasting, door ir. P. Spehl, SECO en

ir. D. Raymaekers, WTCB

Discussie en vragen gevolgd door lunch

Namiddagthema: wet en praktijk

13.45 u : Opening door de namiddagvoorzitter, door

ir. J. Coumans,Voorzitter BEVAD

14.00 u : Pathologie van platte daken en renovatie,

door Ing. W. Van de Sande, WTCB en

43

I NGENIEUR EN VORMING

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


I NGENIEUR EN VORMING

Ing. M. Wagneur, WTCB

14.30 u : Kwaliteits- en conformiteitsverklaringen van

dakproducten en –systemen (ATG-labels,

Benor-merk, CE-markeringen), door ir. arch.

P. Vitse, WTCB en Ing. M. Wagneur, WTCB

15.00 u : Koffiepauze

15.30 u : Duurzaam bouwen door dr. B. Simons,

Centrum Duurzaam Bouwen

15.55 u : Recyclage bitumineus restafval Ing. J.

Biesmans, beheerder BEVAD en

ir. T. De Jonghe, Benelux Bitume

1615 u : De architect op een platdak, door Arch.

Daniëls, Stadsbouwmeester Stad Antwerpen en

arch. Derde, Katholieke Universiteit Leuven

16.45 u : Discussie en vragen

17.15 u: Receptie

PRAKTISCH

Plaats: Ter Elst, Ter Elststraat 310, Edegem

Datum: dinsdag 20 februari 2001

Kosten voor deelneming: 8.900 BEF voor leden VIK/

NIRIA/NUTI/WTCB; 9.900 BEF voor niet-leden; 4.450 BEF

voor leraars studenten lid VIK/NIRIA/NUTI/WTCB

Inschrijving: VIK-secretariaat, Ria Brughmans, tel. 03-259 11 06,

fax: 03-259 11 01, e-mail: ria.brughmans@vik.be

OPLEIDINGSPAKKETTEN “MILIEU”

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

De Vlaamse Ingenieurskamer (VIK) biedt in samenwerking

met het De Nayer instituut en WEL de mogelijkheid deel te

nemen aan een aantal opleidingspakketten “MILIEU”. Deze

pakketten richten zich tot iedereen die enige interesse heeft

voor deze modules, KMO-bedrijfsleiders, juristen, milieucoördinatoren,

enz

Deze opleiding komt in aanmerking voor het 30-uren pakket

voor de milieucoördinatoren. De lessen gaan steeds door in

het De Nayer Instituut in Sint-Katelijne Waver op vrijdagnamiddag

(14.30 u – 20.00 u) en/of op zaterdagvoormiddag

(09.00 u- 12.00 u).

Hierbij ons aanbod:

• Bodemsanering: vrijdag en zaterdag: 12 - 13 - 19 - 20 - 26 -

27 januari 2001 en 2 - 3 februari 2001

Kosten voor deelname: 8.000 BEF voor leden VIK/

WEL/NUTI/NIRIA/Afgestudeerden De Nayer instituut;

10.400 BEF voor niet-leden.

• Ecotoxiciteit: zaterdag 10 maart 2001

Kosten voor deelname: 1.200 BEF voor leden VIK/

WEL/NUTI/NIRIA/Afgestudeerden De Nayer instituut;

1.560 BEF voor niet-leden.

• Luchtverontreiniging en gaszuivering: vrijdag en zaterdag

23 - 24 - 30 - 31 maart 2001

Kosten voor deelname: 4.000 BEF voor leden VIK/

WEL/NUTI/NIRIA/Afgestudeerden De Nayer instituut;

5.200 BEF voor niet-leden.

• Reukhinder: zaterdag 21 april 2001

Kosten voor deelname: 750 BEF voor leden VIK/

WEL/NUTI/NIRIA/Afgestudeerden De Nayer instituut;1.000

BEF voor niet-leden.

• Gevaarlijke stoffen: vrijdag en zaterdag 4 - 5 mei 2001

Kosten voor deelname: 2.000 BEF voor leden VIK/

WEL/NUTI/NIRIA/Afgestudeerden De Nayer instituut;

2.600 BEF voor niet-leden.

• Informatiebronnen voor de milieucoördinator: vrijdag 11

mei 2001

Kosten voor deelname: 1.500 BEF voor leden VIK/

WEL/NUTI/NIRIA/Afgestudeerden De Nayer instituut;

1.950 BEF voor niet-leden.

Bijkomende inlichtingen zijn steeds te bekomen bij Ria

Brughmans, VIK-secretariaat, Herentalsebaan 643, 2160

Wommelgem, tel. 03-259 11 06, e-mail: ria.brughmans@vik.be.

44

INGENIEURS BIEDEN HUN DIENSTEN AAN

20038: Ing. (Chemie, 1999).

Bijkomende opleiding: G.A.S. Milieuwetenschappen

(2000).

Vrij: onmiddellijk.

Talen: N,E,F.

Ervaring: vakantiewerk; stage.

Computerkennis: MS-Word, Excel, Powerpoint;

DOS; Autocad v.13; Labview; Aspen.Maxx;

Windows.

20039: Ing. (Chemie, 2000).

Vrij: onmiddellijk.

Talen: N,E.

Belangstelling: milieu; chemische industrie.

Verkiest: Limburg, Antwerpen (regio Geel).

20040: Ing. (Chemie, 1999).

Vrij: 2 à 3 weken na opzeg.

Talen: N,E.

Ervaring: hoofd afdeling oppervlaktebehandeling;

sterke interesse in financieel management;

algemeen management; produktie management.

Belangstelling: management.

Verkiest: Limburg.

20041: Ing. (Elektromechanica, 1992).

Vrij: na opzeg.

Talen: N,F,E,D.

Ervaring: processing; project-management; investeringsanalyse;

postgraduaat + MBA.

Belangstelling: interdisciplinaire contacten; productiemanagement;

afdelingsverantwoordelijke.

20042: Ing. (Biochemie, 2000).

Vrij: onmiddellijk. Talen: N,E.

Ervaring: stage (Biotek).

Belangstelling: R & D; labo-analyses.

Verkiest: Antwerpen, Vlaams-Brabant.

20043: Ing. (Elektronica, 1986).

Vrij: Na 2 à 3 weken.

Talen: N,E,F,D.

Ervaring: real-time ingebedde software op diverse

microprocessoren en microcontrollers; technische

software op PC in Visual Basic en C++; diverse

communicatieprojecten (radio, modern,

RS232, CAN).

Belangstelling: technische software/hardware op

ingebedde systemen op PC.

45

A CTUEEL

20044: Ing. (Chemie, 1976).

Vrij: onmiddellijk.

Talen: N,F,E,D.

Ervaring: proces; productie; projecten; bedrijfsorganisatie.

Verkiest: Antwerpen.

Werkgevers die in verbinding wensen te komen met één of

meer van deze ingenieurs, kunnen zich wenden tot het

VIK - secretariaat, Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem,

tel.: 03-259 11 00, fax: 03-259 11 01.

Leden die een dienstaanbieding willen laten opnemen in

de ingenieursmededelingen sturen het inschrijvingsformulier

(zie achteraan in tijdschrift) naar het VIK-secretariaat,

Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem, fax: 03-259 11 01,

e-mail: ing.@vik.be

Dit is een gratis dienst van uw

Vereniging. Maak er gebruik van.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


S TUDIEGROEPEN

TECHNISCH-COMMERCIEEL

LEZING: “INNOVATIEVE MARKETING STRATEGIEËN”

REALISEER EEN EXTRA NETTOWINST VAN 20 TOT 50%, OF MEER !!

Ontdek in deze snelcursus het verborgen

fortuin en de gemiste kansen voor

uw bedrijf.

Tijdens deze unieke avondlezing, zelfs

voor twijfelaars, leert u:

• Hoe u eenvoudig en snel meer klanten

krijgt.

• Hoe u een unieke positie in de markt

inneemt.

• Hoe uw klanten bij u kopen en niet

bij uw concurrent.

• Welke winstgevende mogelijkheden

u nu over het hoofd ziet.

• Hoe u met reclame geld weggooit –

en hoe u er geld mee verdient.

• Hoe u effectief aan marketing doet

met een klein budget.

• Hoe u winst boekt met internet.

• En nog veel meer …

Wie is Imed Baatout ?

Imed Batout heeft al met honderden

bedrijven gewerkt. Hij weet uit ervaring

Ieder die iets wil verkopen probeert

eerst te achterhalen wat de wensen van

de klant zijn en probeert deze behoefte

optimaal bevredigen. Maar er is ook

het product zelf dat we willen slijten om

te overleven en te groeien.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

dat vrijwel elke zaak een potentiële

goudmijn is. Alleen, u moet weten waar

het goud zit om het te kunnen bovenhalen.

PRAKTISCH

Plaats: Hotel Mercure Diamant,

Desguinlei, Antwerpen

Datum: dinsdag 27 maart 2001 om

20.00u

Spreker: Imed Batout, Baatout

Training Center

Kosten voor inschrijving: 300 BEF voor

de leden op vertoon van hun lidmaatschapskaart,

niet-leden betalen 500

BEF

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat

LEZING: “PROFESSIONEEL VERKOPEN IS ASSERTIEF

VERKOPEN”

DINSDAG 30 JANUARI 2001

46


Het opsporen van behoeften en de

invulling ervan is een vrij passief proces

– als we geluk hebben slaat het product

aan en voorziet het in een behoefte.

Doet het dat niet dan kunnen we twee

dingen doen. We kunnen proberen ons

product of aanbod dermate aan te passen

dat het wèl aanslaat...een kostelijke

onderneming en een eerder passieve

verkoopbenadering. Of we kunnen de

wensen en de behoeften van de klant

zo beïnvloeden dat deze juist gaat vragen

wat wij te bieden hebben. Deze

benadering is actiever, dynamischer en

directiever. Bovendien kunnen we ze

ook gebruiken bij potentiële klanten

die helemaal geen behoefte hebben of

geen behoefte denken te hebben aan

ons product. Door deze manier van

aanpakken kunnen we behoeften

scheppen.

Om dat klaar te krijgen moeten we niet

alleen het product zeer goed kennen,

we moeten ook een sterke assertiviteit

aan de dag leggen en de nodige overtuigingskracht

ontwikkelen om beslist

en met vertrouwen het prospect tegemoet

te treden.

Dit overstijgt de verkoopstechniek

omdat deze manier van verkopen nooit

met louter techniek kan verworven

worden. Je moet het ‘hebbenen aanvoelen.

Je moet het uit het hart toepassen.

Dit is verkopen voor gevorderden.

Dit is...assertief verkopen.

PRAKTISCH

Plaats: Hotel Mercure Diamant,

Desguinlei, Antwerpen

Datum: dinsdag 30 januari 2001 om

20.00u

Spreker: Theo De Gelaen, docent

sociale -en humane vaardigheden, specialist

toegepaste psychologie, bedrijfsadviseur

met meer dan 15 jaar ervaring,

auteur van diverse boeken over

sociale vaardigheden.

MILIEU

WERKING STUDIEGROEP MILIEU

Het doel van deze milieugroep is alle

VIK-leden op de hoogte brengen van

een zo breed mogelijke waaier van actuele

milieu-items en aan de praktijk

gebonden ervaringen, zodat onze

leden actief in industrie en overheid,

toch nog een ruime milieuvisie kunnen

behouden of verkrijgen.

Op deze manier krijgt de ingenieur,

geïnteresseerd in de milieuproblematiek,

nuttige achtergrondinformatie en

ontwikkelt hij nieuwe relaties die hem

mogelijk van nut kunnen zijn.

In samenwerking met het laboratorium

voor microbiologische ecologie van de

Universiteit Gent ontwikkelde Kelma

de Nitrox 2000. Het is on line toxiciteitsanalyser.

Hij meet snel en uiterst

nauwkeurig de activiteit van de nitrificerende

bacteriën in het actieve slib.

De werking van deze bacteriën wordt

bijzonder snel onderdrukt wanneer

geconcentreerde toxische ladingen via

het influent in de installatie stromen.

In alle industriële en huishoudelijke

waterzuiveringsinstallaties nitrificatieproces

dan ook de meest kwetsbare

stap, die nu met behulp van de Nitrox

2000 beter kan worden gecontroleerd

en beschermd.

Kosten voor inschrijving: 300 BEF voor

de leden op vertoon van hun lidmaatschapskaart,

niet-leden betalen 500

BEF.

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat

De Studiegroep Milieu vergadert maandelijks

op de tweede donderdagavond

om 19.30 u in het VIK-huis in een

gemoedelijke sfeer, waarbij een door

de leden verkozen thema aan bod

komt. Indien besproken items dermate

boeiend zijn, kunnen er studiedagen

uit voortvloeien evenals cursussen, etc.

Als lid van de VIK kan men deze bijeenkomsten

gratis bijwonen.

THEMAVERGADERING: “NITOX 2000”

ON-LINE TOXICITEITSANALYSE OP AFVALVALWATER

Om de activiteit van de nutrificerende

bacteriën te meten, gaat de Nitrox analyser

het zuurstofverbruik van deze bacteriën

bepalen. Eerst wordt de reactor

gevuld met afvalwater, vervolgens wordt

het nutrificerende slib er aan toegevoegd

en tenslotte wordt het zuurstofverbruik

van de bacteriën gemeten.

Weinig activiteit duidt op de aanwezigheid

van toxische componenten in het

afvalwater. Indien de toxiciteitsalarmdrempel

wordt overschreden, kan de

operator van de waterzuivering tijdig

maatregelen treffen. Het halen van de

normen komt dus niet meer in het

gedrang en het kostenplaatje blijft

beperkt omdat het waterzuiveringsproces

sneller kan worden bijgestuurd dan

voorheen.

47



PRAKTISCH

S TUDIEGROEPEN

Plaats: VIK-Huis, Herentalsebaan 643,

2160 Wommelgem

Datum: donderdag 11 januari 2001 om

19.30 u

Kosten voor inschrijving: gratis

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat


INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


S TUDIEGROEPEN

REGELTECHNIEK

STUDIEDAG: “REGELVENTIELEN : WAT, WAAR,

WAAROM EN HOE?”

DONDERDAG 8 MAART 2001

Programma:

08.30 u: Ontvangst + uitdelen documenten

09.00 u: Inleiding (Studiegroep) door

de heer Eddy Van Hees, BASF

Antwerpen

09.10 u: Gebruik van kwart-draai ventielen

in regeltoepassingen,

door de heer Karel Coeneye,

Burkert Contromaticen en de

heer Cornelis Umberto,

Flow-serve

09.55 u : Draaikegelventielen, door de

heer W. De Beer, Masoneilan

10.15 u: Characteristic Features and

selection of globe values”

(Engelse lezing), door Dipl.

Ing. A. Muschet, Foxhoro

Control Values

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

10.45 u : Koffiepauze + tentoonstelling

11.15 u: Nieuwste evoluties voor de

sturing via intelligente positieregelaars,

door de heer

Holger Behnsen, ABB

Automation

12.00 u : Lunch

14.00 u : Proces –en energiemanagement

en geluidspreventie van

regelventielen (Engelse lezing),

door de heer H.

Siemers, Samson

14.45 u : Case study

15.20 u : Veiligheidscertificaat voor

regelventielen, door Dipl.

Ing. A. Muschet, Foxhoro

Central Values

16.05 u: Rondvraag

16.30 u: Einde symposium

48

PRAKTISCH

Plaats: Ter Delft, Laar 42, Ekeren

(Antwerpen)

Datum: donderdag 8 maart 2001

Kosten voor deelneming: 8.900 BEF

voor leden VIK/NIRIA/NUTI; 9.900

BEF voor niet-leden; 4.450 BEF voor

leraars/studenten lid VIK/NIRIA/

NUTI

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat,

Ria Brughmans, tel. 03-259 11 06,

e-mail: ria.brughmans@vik.be

KUNSTSTOFFEN

STUDIEDAG: “INDUSTRIAL VISION: BEELDVERWER-

KING VOOR PRODUCTIE- EN KWALITEITSCONTROLE”

Programma

08.30 u: Ontvangst en uitdelen van de

documenten

09.00 u: Eerst het licht, dan de rest

van de schepping, door Prof.

dr. ir. Luc Van Gool, KU

Leuven en ETH Zurich

09.15 u: Inleiding Industrial Vision,

door Harry Sterken, Vision

Engineer, Philips CFT

10.30 u: Case 1: kleurherkenning,

door Glenn Littlewood,

Industry Manager Goldrite,

Datacolor

11.15 u: Koffiepauze

11.30 u: Case 2: Injection mould

inspection system, Ing. Rob

Lemmens, Product Manager

FA Products, Matsushita

Electric Works Benelux B.V.

12.15 u: Case 3: Dimensionele controle

van kunststofonderdelen

bij massafabricage, door Ing.

Carel G.J. van de Beek, Sales

en Marketing Manager,

Simac Masic & TSS B.V.

13.00 u: Lunch

14.15 u: Case 4: High speed inspection,

door Walter Meyer,

RMV Machine Vision

15.00 u: Case 5: Checking the surface

quality in the plastics industry

with the help of vision systems

Implementation: the

booklet of rules, door Dr. Ing.

Gerd Fuhrmann, Geschäftsführender,

Intravis GmbH

15.45 u: Koffie

16.00 u: Trends

16.30 u: Afsluiting

PRAKTISCH

Plaats: Ter Delft, Laar 42, Ekeren

(Antwerpen)

Datum: maart 2001 (juiste datum in

onze volgene uitgave)

Kosten voor inschrijving: 8.900 BEF

voor leden VIK/NIRIA/NUTI; 9.900

BEF voor niet-leden; 4.450 BEF voor

leraars/studenten VIK/NIRIA/NUTI

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat,

Ria Brughmans, tel. 03-259 11 06,

e-mail: ria.brughmans@vik.be.



ONDERHOUD

LEZING: “INDUSTRIËLE FILTRATIE”

Managers die geconfronteerd worden

met industriële ontstoffing, rook en

olienevel- filtratie begeven zich in een

heel specifiek technisch vakgebied.

Deze tak van de industriële wetenschappen

behoort niet tot het algemene

opleidingspakket van de ingenieur

of hooggeschoolde.

De lezing industriële filtratie biedt de

mogelijkheid om kennis te maken met

dit vakgebied of zich verder te vervolmaken

en op de hoogte te blijven van

de laatste ontwikkelingen inzake wetgeving,

oplossingen t.b.v. specifieke problemen,

veilig en snel onderhoud,

moderne filtratietechnieken. Er worden

een aantal werkinstrumenten aangereikt

die u kunnen helpen bij het

begrijpen van de problematiek.

De huidige normen in de industrie

eisen dat steeds meer bout-moerverbindingen

gecontroleerd worden vastgezet.

• Welke eisen worden gesteld?

• Hoe aan deze eisen voldoen?

• Welke gereedschappen zijn hiervoor

nodig?

• Hoe kunnen de handelingen beperkt

worden?

• Ergonomie en rendement.

PRAKTISCH

Programma:

• Basis verbindingstechniek

• Koppelmetingen: statisch vs dynamisch

Al deze vragen worden behandeld vanuit

een praktijkgerichte benadering en

ervaring.

PRAKTISCH

Plaats: VIK-Huis, Herentalsebaan 643,

Wommelgem

Datum: dinsdag 30 januari 2001 om

20.00 u

Spreker: Johan Goossens, Torit DCE,

Donaldson Dust Collection Group

Kosten voor inschrijving: gratis voor de

leden op vertoon van hun lidmaatschapskaart,

niet-leden betalen 300 BEF.

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat

LEZING:“MOERAANZETTERS”

• Tools:

- ontwikkeling van moeraanzetters

- juist gereedschap voor specifieke

verbinding

Plaats: VIK-Huis, Herentalsebaan 643,

2160 Wommelgem

Datum: donderdag 22 februari 2001

Spreker: Jan De Swert, Application

Engineer, Atlas Copco Tools Overijse

Kosten voor inschrijving: gratis voor de

leden op vertoon van hun lidmaatschapskaart,

niet-leden betalen 300 BEF.

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat

49



S TUDIEGROEPEN

STOF, ROOK, OLIENEVEL

IS “VAST IS VAST” WEL VAST?

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


S TUDIEGROEPEN

PIJPLEIDINGEN

KOPPELEN VAN PIJPLEIDINGEN

THEMAVERGADERING: KOPPELEN VAN PIJPLEIDINGEN

De Flensverbinding is buiten het lassen

de meest toegepaste verbinding van

pijpleidingen. Toch bestaan verschillende

koppelingen welke telkens hun

specifieke voordelen bieden.

Een overzicht van de verschillende systemen

en de toepassingen, alsook een

voorstelling van een populaire koppeling

is de bedoeling van deze prestatie,

getoetst aan de geldende normen in

Europa.

Bart Tweelinckx, actief lid van de studiegroep

en werkzaam als verkoopsingenieur

bij Vitaulic Europe, is goed

geplaatst om ons een gedegen inwijding

te geven over “Koppelen van

Pijpleidingen”.

Voor inlichtingen en inschrijven kan men zich wenden tot het VIK-secretariaat, Katrien Van Vosselen, Herentalsebaan 643,

2160 Wommelgem, tel. 03-259 11 07, fax: 03-259 11 01, e-mail: katrien.vanvosselen@vik.be.

STUDIEGROEP TECHNISCH-COMMERCIEEL

• 30 januari 2001: Lezing: ”Assertiviteit in de verkoop”, Mercure Antwerpen, 20.00 u

• 27 februari 2001: Lezing, Mercure Antwerpen, 20.00 u

• 13 & 14 maart 2001: Studiedag: “Business Building”, Ter Delft, Ekeren, 09.00 u tot 16.30 u

• 27 maart 2001: Lezing: ”Innovatieve Marketing Strategieën”, Mercure Antwerpen, 20.00 u

• 24 april 2001: Lezing: “CMR-customer Relation Management”, Mercure Antwerpen, 20.00 u

• 29 mei 2001: Afsluiting van de activiteiten: bezoek Imax & etentje in Atomium

STUDIEGROEP REGELTECHNIEK

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

PRAKTISCH

Programma:

20.00 u: Inleiding

20.10 u Verbinden van pijpleidingen:

een overzicht

20.30 u: Koppelen van pijpleidingen

21.00 u: Videopresentatie Victaulic

21.30 u: Rondvraag en afronding

22.00 u: Einde

50

Plaats: VIK-Huis, Herentalsebaan 643,

2160 Wommelgem

Datum: dinsdag 23 januari 2001

Spreker: Ing. Bart Tweelinckx,

Victaulic Europe

Kosten voor inschrijving: gratis voor de

leden op vertoon van hun lidmaatschapskaart,

niet-leden betalen 300 BEF

ter plaatse.

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat

AGENDA BIJEENKOMSTEN

STUDIEGROEPEN

• 2 januari 2001: Kernvergadering, VIK-Huis Wommelgem, 20.00 u

• 6 februari 2001: Kernvergadering, VIK-Huis Wommelgem, 20.00 u

• 8 februari 2001: Lezing: “Risico-analyse en zonering als bouwstenen van een oordeelkundige explosiebeveiliging”, in

samenwerking met de Regionale Afdeling Waasland, Karel De Grote Hogeschool Hoboken, 20.00 u


• 6 maart 2001: Kernvergadering, VIK-Huis Wommelgem, 20.00 u

• 8 maart 2001: Symposium: “Wat, waar, waarom …Regelventielen. Hoe? ”, Ter Delft Ekeren, 08.30 u tot 17.00 u

STUDIEGROEP MILIEU

• 11 januari 2001: Themavergadering: “One-line Toxiciteitsmetingen op afvalwater” ,

door Mevrouw Leen Luyten, directeur van firma Kelma, VIK-Huis Wommelgem, 19.30 u

• 08 februari 2001: Themavergadering: “Economische aspecten en methodologie van BBT (Best Beschikbare

Technieken) door Peter Vercaemst, VITO, VIK-Huis Wommelgem, 19.30 u

• 08 maart 2001: Themavergadering: “Praktische implicaties” door Aart Vandebroek, IBEVE-BE

STUDIEGROEP HAVENTECHNOLOGIE

• 15 februari 2001: Lezing: “Verwerking van afval”, Schipperswelzijn, Antwerpen, 20.00 u

STUDIEGROEP ONDERHOUD

• 22 januari 2001: Kernvergadering, VIK-Huis Wommelgem, 20.00u

• 30 januari 2001: Lezing: “Industriële Lucht-en gasfiltratie”, VIK-Huis, Wommelgem, 20.00 u

• 22 februari 2001: Lezing: “Moeraanzetters: is “vast is vast” steeds vast?, VIK-Huis, Wommelgem, 20.00 u

• 26 maart 2001: Kernvergadering, VIK-Huis Wommelgem, 20.00 u

• 24 april 2001: Lezing: “Thermografie in predictief onderhoud”, HIK- Geel, 19.30 u

STUDIEGROEP KUNSTSTOFFEN

• maart 2001: Symposium:“Industrial Vision: beeldverwerking voor productie en kwaliteitscontrole”, Ter Delft

Ekeren, 08.30 u tot 16.30 u

• 13 maart 2001: Lezing: “Metalocenen”, plaats nog nader te bepalen

• 10 april 2001: Lezing: “Ultrasnel drogen van kunststofgranulaat”, plaats nog nader te bepalen

STUDIEGROEP PIJPLEIDINGEN

• 23 januari 2001: Lezing: “Flensen en koppelingen van pijpleidingen”, VIK-Huis Wommelgem, 20.00 u

• 27 februari 2001: Feestelijke Avondlezing: “Oude Pijpen-Nieuwe pijpen”, Lillo, Antwerpen

• 27 maart 2001: Themavergadering: “Isoleren van pijpleidingen

STUDIEGROEP ELEKTRICITEIT

• 5 februari 2001: Kernvergadering, VIK-Huis Wommelgem, 20.00 u

• 2 april 2001: Studiedag “Komt er nog een sinus uit mijn stopcontact”, Ter Delft Ekeren 09.30 u

• 4 juni 2001: Interne vergadering “Soorten frequentieregelaars” VIK-Huis, Wommelgem, 20.00 u

STUDIEGROEP VEILIGHEID

• 15 januari 2001: Kernvergadering VIK-Huis Wommelgem, 20.00 u

STUDIEGROEP BOUWKUNDE

• 31 januari 2001: Kernvergadering, VIK-Huis Wommelgem, 20 00 u

STUDIEGROEP VOEDING

• 25 januari 2001: Vergadering, VIK-Huis Wommelgem, 20.00 u

51

S TUDIEGROEPEN

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

• ANTWERPEN

21STE

NIEUWJAARSCONCERT EN

RECEPTIE

ZONDAG 21 JANUARI 2001

Op zondag 21 januari 2001 heeft in de

Singel te Antwerpen het 21ste nieuwjaarsconcert

en receptie plaats, georganiseerd

door het Antwerps Kultureel

Overleg (AKO), waar de Vlaamse

Ingenieurskamer deel van uitmaakt.

PRAKTISCH

Programma

11.00 u: Concert door het Euregio

Jeugdorkest voor Noord-

Brabant en het Vlaamse

Gewest onder leiding van

Edmond Saveniers.

• De Vlaamse Leeuw, Karel Miry

• Academische feestouverture,

Johannes Brahms

• Rapsodie voor altsaxofoon en

orkest, Eric Coates.

Solist: Andreas van Zoelen

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

52

a f d e l i n g

• Uit “Vier Oud-Vlaemsche liederen”,

Arthur De Greef:

- De eenzame roos

- Hoepsasa

- Het standbeeld van de

hertog van Alva

• Thema van “Schindler’s list” (filmmuziek),

John Williams.

Soliste: Eveline Tjon en Fa-viool

• Uit de symfonie nr. 8 in G op. 88,

Antonin Dvorak:

- Allegretto grazioso

- Allegro ma non troppo

12.15 u: Receptie

Plaats: De Singel, Desuinlei 25,

Antwerpen

Datum: zondag 21 januari 2001 om

11.00 u

Kosten voor deelneming: 850 BEF

per persoon te betalen op rek.nr.

406-0098501-56 van de Vlaamse

Ingenieurskamer Afdeling Antwerpen

met de vermelding “AKO-nieuwjaarsconcert”

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat.

Eerst telefonisch inschrijven, daarna

de betaling doen.

BEZOEK ACHTER DE

SCHERMEN VAN DE ZOO

IN ANTWERPEN

ZONDAG 25 MAART 2001

Het bezoek achter de schermen belicht

de hele infrastructuur van de ZOO.

Alle vragen worden beantwoord over

de dagelijkse werking van een dierentuin

waarin ca. 6.000 dieren van 750

verschillende soorten leven en huizen.

Wat eten die dieren, waar halen de verzorgers

al het voedsel vandaan, wat met

zieke dieren, wat is een stamboek en

hoe werkt dat ???

Wij kunnen een kijkje gaan nemen in

de dienstgangen, de keukens, de filterzalen,…

kortom overal waar de gewone

dierentuinbezoeker nooit toegang

heeft.

PRAKTISCH

Plaats: Zoo, Koningin Astridplein

26, Antwerpen. Samenkomst/verzamelen

te 13.00 u (binnen, juist voorbij

de ingang).

Datum: zondag 25 maart 2001 om

13.30 u. Het bezoek duurt ongeveer

2u15

Kosten voor deelneming: U betaalt

de gewone individuele toegangsprijs

van 490 BEF per persoon en 315 BEF

voor deelnemers 60-plus (gewoon

aan de kassa te betalen). Hiervoor

kan u voor en/of na uw Zoo-schermenrondleiding

ook nog (gewoon)

de hele dierentuin bezoeken.

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat.

Als u na inschrijven toch niet kan

komen, wil dan tijdig afmelden, het

aantal deelnemers is immers

beperkt!

Het bezoek is bestemd voor volwassenen

(vanaf 16 jaar) en eventueel

kinderen vanaf 12 jaar die hun

ouders vergezellen. Het aantal deelnemers

is beperkt tot max. 40 personen

(2 groepen).

BEZOEK AAN OPEL

BELGIUM

DINSDAG 30 JANUARI 2001

Opel Belgium behoort tot de General

Motors Corporation-groep en werd in

1924 te Antwerpen opgericht onder de

naam GM Continental. In 1953 werd

‘plant 1’ geopend en in 1967 startte de

productie in de huidige ‘fabriek 2’.

In 1982 werd de vijfmiljoenste auto

afgeleverd en in de loop van 1996 rolde

de tienmiljoenste personenwagen van

de lijn. In 1999 werden er 322.911 Opel

Astra’s geassembleerd en daarmee was

Opel Belgium de grootste autofabricant

van België. Inzake productiecapaciteit

is het één van de grootste

Europese Opel-fabrieken. Sinds 1998

rijden er alleen nog Astra’s (drie- en

vijfdeursversie en koffermodel) van de

assemblagelijn; elke 40 sec. wordt er

een nieuwe personenwagen afgeleverd.

Dat toont aan dat de auto-assemblage

wellicht de meest geautomatiseerde

sector is van de metaalverwerkende

ACTIVITEITENKALENDER 2001

industrie. Vermeldenswaardig is nog

het feit dat op 27 juni 2000 het

11.111.111de voertuig (nu dus Astra)

van de montagelijn rolde.

De productie van de Opel Astra

gebeurt in vier gesynchroniseerde afdelingen.

• In de perserij worden de koetswerkonderdelen

vervaardigd. Uit grote

rollen plaatstaal worden met volautomatische

snijmachines de stukken

gesneden die vervolgens door transferpersen

tot het gewenste koetswerkonderdeel

worden gevormd.

• In de koetswerkafdeling worden de

geperste onderdelen samengelast tot

een complete carrosserie; die taken

worden uitgevoerd door zo’n 1.200

robots die gegroepeerd zijn in volautomatische

lasstraten.

• In de verfspuitafdeling wordt de carrosserie

ontvet, gespoeld en in een

elektrolytisch dompelbad gefosfateerd

(behandeling tegen roest); de

onderkant krijgt een PVC-laag als

bescherming tegen steenslag. In de

stofvrije ruimte worden dan met

gesofisticeerde verstuivers de grondlaag

en de kleurlagen aangebracht.

• In de assemblage worden de bekabeling

en de volledige binneninrichting

voorzien; in de fase ‘huwelijk’ worden

de motor/transmissiestel, de

voor- en achteras en de uitlaat

gemonteerd. Finaal volgt nog het

plaatsen van de brandstoftank, bumpers,

wielen en deuren. De wagens

21.01.2001: Nieuwjaarsconcert, De Singel – Antwerpen

30.01.2001: Bedrijfsbezoek Opel

22.02.2001: Lezing NOKIA

25.03.2001: Bezoek achter de schermen van de Zoo, Antwerpen

29.03.2001: Bezoek brouwerij Duvel-Moortgat

7, 14, 21 en 28.04.2001: Filmmaand. Metropolis achter de bioscoopschermen, Antwerpen

27.05.2001: Bezoek museum Douane & Accijnzen, Antwerpen

N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

53

zijn dan afgewerkt en klaar om strenge

testen en kwaliteitscontroles te

ondergaan.

De levering van zetels en bekleding is

uitbesteed aan de firma Johnson

Controls met just-in-time leveringen

om de 32 min. Voor de bevoorrading

van al de nodige onderdelen door de

toeleveranciers werd het SILS-center

opgericht (Supply In Line Sequence).

Van daaruit worden de materialen, in

de juiste volgorde en tijd, naar de

assemblagelijn vervoerd.

PRAKTISCH

Plaats: OPEL Belgium, Fabriek 2,

Noorderlaan 401, Haven 500 (nabij

het Churchilldok) te Antwerpen

(E19 Ring-Breda, afrit A12 Bergen-

Op-Zoom, uitrit 13; of volledig via de

Noorderlaan).

Datum: dinsdag 30 januari 2001 om

18.00u stipt, einde omstreeks 20.00u

Kosten voor deelneming: gratis voor

de leden (en eventuele partner) op

vertoon van hun lidmaatschapskaart,

niet-leden betalen 300 BEF

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat.

Als u nà inschrijven toch niet kan

komen wil dan direct het secretariaat

inlichten!

De praktische richtlijnen en voorwaarden

voor het fabrieksbezoek en

een situatieplan worden gezonden

aan de deelnemers.

Tenzij anders vermeld dienen de inschrijvingen voor de activiteiten, georganiseerd door de VIK-Afdeling Antwerpen,

te gebeuren op volgend adres: VIK-secretariaat, Vicky Van de Sompel, Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem,

tel.: 03-259 11 08 - fax: 03-259 11 01 - e-mail: vicky.vandesompel@vik.be.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

BRAND!

a f d e l i n g

• OOST-VLAANDEREN

BEZOEK AAN DE BRANDWEER-

KAZERNE VAN GENT

Gent is een stad met 350.000 inwoners,

omringd door vier industrieparken. De

belangrijkste industriezone bevindt

zich in het havengebied, met bedrijven

als Volvo, Honda, Euro Silo, Sidmar,

Ghent Cool Terminal, Vamomils...

Om bevolking en bedrijven te beschermen

heeft het brandweerkorps van

Gent 465 beroepsbrandweermannen,

officieren inbegrepen, verdeeld over

vijf hulpcentra: de hoofdkazerne en

vier buitenposten. Voor interventies

beschikt het korps over een wagenpark

van 58 voertuigen en 13 aanhangwagens.

De brandweer van Gent staat in

voor opdrachten van zeer uiteenlopende

aard: branden, verkeersongevallen,

hulp aan personen, ziekenvervoer, wespenverdelging

redden van dieren in

nood ...

Op 16 februari organiseert de Vlaamse

Ingenieurskamer, Afdeling Oost-

Vlaanderen, in de vroege avond een

familiebezoek aan de hoofdkazerne.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

Iedereen is welkom, van groot tot klein,

want geef toe, toen jullie klein waren

droomden jullie er toch ook van om

met een brandweerwagen te rijden?

PRAKTISCH

Plaats: Brandweer Gent, Academiestraat

6, Gent

Datum: vrijdag 16 februari 2001 om

18.00u

Kosten voor inschrijving: gratis voor

leden en hun gezin op vertoon van

de lidmaatschapskaart, niet leden

betalen 300 BEF

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat

NIEUWJAARSRECEPTIE

ZONDAG 21 JANUARI 2001

Halfweg het VIK werkjaar verzamelen

we traditiegetrouw in de 19e eeuwse

Aula van de RUG in de Volderstraat te

Gent om het nieuwe jaar met de nodige

wensen en beloftes verder te zetten.

Succes vraagt om herhaling,vandaar

dat we opnieuw beroep doen op het

sextet van salonorkest Panache om de

ochtend muzikaal te starten.

PRAKTISCH

Plaats: Aula Universiteit Gent,

Volderstraat, Gent

Datum: zondag 21 januari 2001.

Deuren open om 09.30u. Concert:

10.00 u.

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat

Afdeling Oost-Vlaanderen

54

DE GHENDTSCHE

CHRONYCKE

LIEVEN BAUWENS

178 jaar geleden overleed in Parijs de

grote Lieven Bauwens. Hij werd in 1769

geboren in de Waaistraat te Gent, in

een familie die sinds generaties in de

leerlooierij zat. De ondernemingsgeest

die hem heel zijn leven zou kenmerken

zat er van jongs af in. Als 13-jarige staat

hij reeds in een van de familie-ateliers

als verantwoordelijke voor de productie

en de tucht. Als hij 16 is stuurt zijn

vader hem naar Engeland om stage te

gaan doen bij de gekende leerlooiers

Undershell & Fox. Wanneer hij 3 jaar

later terugkomt reorganiseert hij het

familiebedrijf en verhuist het naar

Nieuwland. Met succes beconcurreert

hij de Engelsen op hun eigen markt.

Wij zullen het hier niet hebben over

het smokkelen van de Mule Jenny van

Engeland naar Gent in 1797. Dat heeft

iedereen op school geleerd. (vroeger

toch) Vermelden we enkel dat dit plan

uiterst grondig was voorbereid en dat

er 32 reizen naar Engeland aan voorafgingen.

Na het lukken van dit stoutmoedig

plan richt Lieven Bauwens een

eerste katoenspinnerij op in Passy,

nabij Parijs. Een tweede richt hij op in

het oud klooster van de Chartreusen in

Gent.

Weldra werken er 3.000 mannen, vrouwen

en kinderen. Hij opent ateliers in

het Rasphuis, richt met zijn schoonbroer

Bernard De Pauw een kaarderij

op in de Lange Violettestraat, met een

andere schoonbroer een fabriek op de

Groenen Briel. Hij begint nog een

katoenspinnerij in het gewezen

Norbertijnerklooster in Drongen.

Bauwens stelt nu 10.000 man te werk.

Men heeft Lieven Bauwens wel eens willen

voorstellen als het type van de rijke

katoenbaron die een onmetelijk fortuin

gemaakt had door het uitbuiten

van het werkvolk. Hoewel een deel van

ACTIVITEITENKALENDER 2001

21.01.2001: Nieuwjaarsconcert, Gent – 09.30 u

16.02.2001: Bezoek Brandweerkazerne, Gent – 18.00 u

31.03.2001: Banket, Kasteel van Zwijnaarde – 19.00 u

22.06.2001: Algemene Ledenvergadering

Gepland: Bezoek Callebaut, Wieze

Bezoek archeologische site, Ename

Bezoek Fostplus

die kritiek zeker gegrond is, zou het

onbillijk zijn Lieven Bauwens daarmee

af te doen. In die tijd werden dergelijke

toestanden door iedereen als normaal

beschouwd. De man had ook zijn positieve

kanten: Bauwens was een rijke

industrieel en hij hoefde echt zijn leven

niet te wagen - vergeten wij niet dat hij

nauwelijks aan de doodstraf ontsnapte -

om hier de katoenindustrie in te voeren.

Hij had het belang begrepen van

deze nieuwe ontwikkeling voor ons

land en het getuigt van idealisme dat

hij zijn technieken niet geheim hield,

maar ze met iedereen, zelfs aan zijn

concurrenten, wilde delen. Dergelijke

houding is vandaag niet gebruikelijk.

De bloei van zijn bedrijven hing echter

teveel af van de politieke situatie in

N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

55

Europa. De val van het Franse

Keizerrijk werd hem noodlottig. Zeer

vlug volgt zijn totale ruïne. Hij wordt

straatarm. Bauwens wordt vernederd

en bespot. Hij gaat werken voor een

maandloon bij een nijveraar in Parijs.

Het is daar dat hij in 1822 plotseling

sterft. Hij wordt begraven op de Père

Lachaise. Van zijn graf is geen spoor

overgebleven.

In ons volgend kroniekje hebben we het over

.Peetje Kozak’.

De “Ghendtsche Chronycke” zijn regelmatig

te beluisteren op Radio 2 Omroep Oost-

Vlaanderen.

Ing. Hugo Collumbien

Vergeet niet je lidgeld 2001 te betalen!

Tenzij anders vermeld dienen de inschrijvingen voor de activiteiten, georganiseerd door de VIK-Afdeling Oost-

Vlaanderen, te gebeuren op volgend adres: VIK-secretariaat, Afdeling Oost-Vlaanderen, p/a Ing. Ludo Verhegghe,

Langenakkerlaan 36, 9080 Lochristi, tel. en fax: 09-355 19 40, e-mail: vik-ovl@village.uunet.be.

De activiteiten van de VIK-Afdeling Oost-Vlaanderen kan men steeds raadplegen op de VIK-website onder: URL:

http://gallery.uunet.be/vik-ovl.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

• WAASLAND

BEDRIJFSBEZOEK AAN

GYPROC TE KALLO

DONDERDAG 22 MAART 2001

Gestart in 1957 vanuit de Eternit groep,

is Gyproc heden ten dage een

Europese topspeler geworden, mede

dankzij de nieuwste vestiging in Kallo.

Een investering van 3.2 miljard maakt

deze vestiging tot de snelste en

modernste binnen de groep. Enkele

cijfers die dit kunnen illustreren zijn

onder andere dat van de 21 hectare terreinoppervlakte

4.3 hectare bebouwd

zijn. De platenlijn zelf is 450 meter lang

in een gebouw van 480 meter en heeft

een bandsnelheid van 100 meter per

minuut. Hierdoor wordt een maximale

productiecapaciteit bereikt van 45 miljoen

vierkante meter per jaar of

160.000 per dag. Dit alles wordt geproduceerd

met slechts 2 basisproducten :

gips en karton.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

56

a f d e l i n g

de VIK-afdeling Waasland nodigt u via

deze weg uit deze nieuwste Gyproc-vestiging

te bezoeken, die opnieuw een

verrijking betekend voor de Waaslandhaven.

PRAKTISCH

Plaats: Gyproc Kallo, Sint-Jansweg 9,

Haven 1602, 9130 Beveren-Kallo

Datum: donderdag 22 maart 2001 -

aanvang: 19u stipt

Kosten: gratis voor VIK-leden,

niet-leden betalen 300 BEF

Inschrijving vereist: VIK-secretariaat

Inschrijvingen (max. 40 personen)

tot en met maandag 19 maart 2001.

(Opgelet: gelieve werkgever en uitgeoefende

functie mee te delen.)

LEZING: “RISICO-ANALYSE

EN ZONERING ALS BOUW-

STENEN VAN EEN OOR-

DEELKUNDIGE EXPLOSIEBE-

VEILIGING”

DONDERDAG 8 FEBRUARI 2001

Naar jaarlijkse gewoonte, en dit reeds

voor de vierde maal, organiseert de

Vlaamse Ingenieurskamer Afdeling

Waasland een lezing, die in het teken

staat van de explosiebeveiliging in

industriële omgevingen.

Om deze thematiek op een nog professionelere

manier aan te pakken, heeft

de Afdeling Waasland voor deze uitgave

dan ook besloten tot de samenwerking

met de Studiegroep Regeltechniek, die

eveneens een zeer actieve rol binnen

de Vlaamse Ingenieurskamer vervult.

Aangezien op het gebied van de gevarenzone-classificatie,

en de hiermee

nauw samenhangende nieuwe ATEX-

118a normering, een verschuiving van

de nationale naar de Europese wetgeving

voor de deur staat, zijn wij er van

overtuigd dat een praktische benadering

van deze materie meer dan ooit op

zijn plaats is. Het is de bedoeling dat

met deze lezing een beter inzicht en

een eventuel antwoord kan worden

gegeven op de vragen en probleemstellingen

waarmee men in de dagelijkse

werkomgeving kan worden geconfronteerd.

Dat een goed inzicht van de risico-analyse

en de opbouw van een degelijk

zoneringsplan in de toekomst een nog

belangrijkere plaats zal innemen in de

explosiebeveiligingsstrategie van een

bedrijf, bewijst het feit dat de Europese

Commissie op 28 januari 2000 de goedgekeurde

tekst van de directive

1999/92/EC heeft gepubliceerd in het

‘Official Journal of the European

Commity’. Deze directive, die vanaf 30

juni 2003 in werking zal treden, stelt

dat alle explosiegevaarlijke zones die

vanaf deze datum operationeel worden,

volledig in overeenstemming dienen

te zijn met deze nieuwe voorschriften.

Meer nog, het explosieveilig materiaal

of de complete installatie die voor

deze datum werd geïnstalleerd volgens

de nu geldige reglementering, zal voor

30 juni 2006 dienen te worden herbekeken

en eventueel aangepast, zodat de

zonering en alle geïnstalleerde explosieveilige

apparatuur vanaf deze datum

volledig in overeenstemming is met

deze nieuwe Europese regelgeving.

Aangezien dit onderwerp een zeer

complex karakter heeft, is het zeer

belangrijk dat wij opnieuw beroep kunnen

doen op twee gastsprekers die

ACTIVITEITENKALENDER 2001

nauw verwant zijn

met deze problematiek.

Voor een diepgaande

toelichting van

de Europse richtlijnen

die in de nieuwe

directive zijn gespecifiëerd,

zal Prof.-

Dr.-Ing. S. Radandt

instaan. Dankzij de

uitstekende contacten

die de firma

Stuvex International, en meer bepaald

de heer Henri Janssens, heeft op het

vlak van de explosiebeveiliging, kunnen

wij u de meest actuele informatie

in deze lezing aanbieden. Aangezien

Prof.- Dr.- Ing. S. Radandt lid is van de

Europese werkgroep TC31, is hij dan

ook zeer nauw betrokken bij de ontwikkeling

van de Europese richtlijnen

in verband met explosiebeveiliging.

Daar deze nieuwe wetgeving ook in de

praktijk dient te worden gebracht, zal

ieder onder ons kunnen beamen dat er

een hemelsbreed verschil bestaat tussen

de theorie en de praktijk. Zoals

vorige editie kunnen wij opnieuw rekenen

op de medewerking van AIB/

Vinçotte, inspectiebureau Antwer-pen.

Als gastspreker zal de heer Van Den

Bergh niet alleen een duidelijke uiteenzetting

geven over de praktische

benadering van de risico-analyse en het

opstellen van een zoneringsplan volgens

de nieuwe Europese reglementering.

Tevens zal hij een vergelijking

N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

57

maken tussen de huidige normering en

de nieuwe eisen die aan apparatuur en

documenten zullen worden gesteld.

Deze lezing, met uitgebreide mogelijkheid

tot het stellen van vragen, is aangewezen

voor personen die geconfronteerd

worden met situaties waarbij een

verhoogd risico op explosies bestaat.

Wij denken voornamelijk aan de chemische

en farmaceutische industrie.

Ook engineeringsbureaus en installatiebedrijven

zijn belangrijke doelgroepen.

Tevens nodigen wij iedere geïnteresseerde

uit om deze unieke uiteenzetting

bij te wonen.

PRAKTISCH

Plaats: Karel de Grote Hogeschool,

Campus Hoboken, Salesianenlaan

30, Hoboken

Datum: donderdag 8 februari 2001

om 20.00 u

Kosten voor deelneming: 200 BEF

(syllabuskosten) voor de leden op

vertoon van hun lidmaatschapskaart,

niet-leden betalen 500 BEF (toegang

+ syllabuskosten)

Organisatie: VIK-Afdeling Waasland

en Studiegroep Regeltechniek i.s.m.

AIB/Vinçotte, Stuvex International

N.V. en prof.dr.Ing. S.Radandt

Inschrijving vereist: VIK-

Secretariaat, tot en met vrijdag 2

februari 2001. Het aantal deelnemers

is beperkt tot max. 100 personen.

08.02.2001: Lezing: “Risico-analyse en zonering als bouwstenen van een oordeelkundige explosiebeveiliging”,

Hoboken – 20.00 u

22.03.2001: Bedrijfsbezoek Gyproc, Kallo

07.06.2001: Algemene Ledenvergadering, Sint-Niklaas – 20.00 u

Gepland:

April 2000: Lezing MES (Manufacturing Execution System) i.s.m. het bedrijf ThiS

Mei 2000: Natuurwandeling “Het Etbos” te Lokeren - Eksaarde

Tenzij anders vermeld dienen de inschrijvingen voor de activiteiten, georganiseerd door de VIK-Afdeling Waasland,

te gebeuren op volgend adres: VIK-secretariaat, Vicky Van de Sompel, Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem,

tel.: 03-259 11 08 - fax: 03-259 11 01 - e-mail: vicky.vandesompel@vik.be.

De aankondigingen van activiteiten die de VIK-Afdeling Waasland haar leden aanbiedt, kan men ook steeds raadplegen

via de VIK-website of rechtstreeks via het adres: http://www.vikwsl.yucom.be.

Tevens kan men op bovenstaande website van de VIK-Afdeling Waasland een historiek van verslagen opvragen van de

reeds eerder georganiseerde activiteiten.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

a f d e l i n g

• NOORD-WEST-VLAANDEREN

SWITCHED RELUCTANCE

TECHNOLOGIE TOEGEPAST

IN DE SUMO-MOTOR

SR-TECHNOLOGIE, EEN PERFECTE

TECHNOLOGIE VOOR HIGH-TECH

MECHATRONISCH ONTWERP –

LEZING EN BEDRIJFSBEZOEK

De VIK-Afdeling Noord-West-Vlaanderen

organiseert een lezing met daaraan

gekoppeld een bedrijfsbezoek en

nodigt u uit om kennis te maken met

een high tech ontwikkeling van eigen

bodem.

De firma PICANOL geeft met de ontwikkeling

van de SUMO-motor een

schoolvoorbeeld van integratie tussen

electronica en mechanica. De moderne

weefmachines hebben enkel nog de

schering en inslag gemeen met de

schietspoelgetouwen van weleer. De

vragen naar hogere productiviteit,

hogere flexibiliteit en de grote diversiteit

van inslag- en kettingmateriaal en

weefseltypes hebben aanleiding gegeven

tot een ware mechatronische revolutie

op deze industriele machines. Uit

de zoektocht naar prijsgunstige en performante

aandrijftechnologie is binnen

Picanol de ontwikkeling en toepassing

van de Switched Reluctance Motor

technologie gegroeid. Deze vanouds

bekende motor topologie is dank zij

het inzetten van moderne electronica

en sturings-software een volwaardige

speler geworden in het landschap van

aandrijftechnologieën. De verschillende

karakteristieken van de SR technologie

zoals toegepast binnen Picanol

komen tot uiting in de SUMO motor,

de Direct Drive hoofdaandrijving van

de huidige generatie weefmachines, en

worden in de uiteenzetting toegelicht.

Het integreren van deze motortechnologie

in de applicatie zelf blijkt wat

prijs/kwaliteit/performantie verhoudingen

betreft een dusdanige totaalop-

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

lossing te bieden dat ook voor andere

industriele machinebouwers deze technologie

heel aantrekkelijk wordt.

Vanuit deze vaststelling is het spin-off

bedrijf PSI-CONTROL gegroeid. Tot

slot van de uiteenzetting zal een rondleiding

in de demo-zaal duidelijk

maken welke evoluties de weefmachines

in de laatste decennia meegemaakt

hebben.

PRAKTISCH

Plaats: PICANOL, Polenlaan 3-7,

8900 Ieper

Datum: maandag 12 februari 2001.

Ontvangst vanaf 19.45 u, start stipt

20.00 u. Voorziene einde 22.00 u

Spreker: Walter Bilcke

Kosten voor inschrijving: gratis voor

leden en studenten, niet-leden betalen

300 BEF

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat

voor 1 februari 2001. Maximum 50

deelnemers: deelnemers worden

toegelaten op basis van hun inschrijvingsdatum.

LEZING: “MATERIALEN EN

MATERIAALTECHNOLOGIE

IN DE 21STE EEUW”

DONDERDAG 8 MAART 2001

Nieuwe materialen hebben steeds het

pad geëffend voor technologische

doorbraken. Voorbeelden zijn te vinden

in de ontwikkeling van de ruimtevaart,

van computers tot transportsystemen

en van medische apparatuur tot

sportartikelen. Ze laten toe producten

te maken die langer meegaan, minder

wegen, en met tal van bijkomende

functionele eigenschappen. Materialen

vertegenwoordigen in het algemeen 30

58

à 40% van de productkost. Materiaaltechnologie

speelt dan ook een sleutelrol

in duurzame economische ontwikkeling.

In deze presentatie worden enerzijds

nieuwe materialen en eraan verwante

technologieën toegelicht met toepassingspotentieel

op korte tot middellange

termijn, en anderzijds beloftevolle

materiaaltechnologieën die nog in de

kinderschoenen staan.

De eerste categorie omvat o.a. dunne

oppervlaktelagen, plasmatechnieken,

en materiaalgerichte lasertoepassingen.

Methodes worden ontwikkeld om

deze technologieën economisch meer

rendabel te maken. Dit moet de algemene

verspreiding van deze technologieën

versnellen, waardoor ieder van

ons er vroeg of laat mee wordt geconfronteerd.

De tweede categorie betreft

bijvoorbeeld nanotechnologie, biomimetische

processen en biomaterialen

die onze toekomst grondig zouden

kunnen veranderen.

Waar producten in klassieke processen

uit één solide geheel worden vervaardigd,

worden componenten nu op een

intelligente wijze opgebouwd uit op

maat gemaakte materialen, met de

gewenste eigenschappen op de juiste

plaats. Dit werkt rationeel materiaalgebruik

in de hand en maakt het toepassingsveld

van nieuwe materialen quasi

oneindig.

VITO is het grootste en best uitgeruste

kenniscentrum in Vlaanderen. Ze verricht

klantgericht contractonderzoek

en ontwikkelt innovatieve producten

en processen in de domeinen energie,

leefmilieu en materialen. VITO streeft

ernaar in al haar activiteiten optimaal

gebruik te maken van energie en

grondstoffen/materialen met vrijwaring

van het leefmilieu.

Sinds 1998 leidt ir. Jan Meneve het

expertisecentrum Materiaaltechnologie

van VITO. In die functie is hij verantwoordelijk

voor de activiteiten in

oppervlaktetechnologie, lasertoepassingen,

keramische materialen en poedermetallurgie,Aluminiumtechnologie

en gespecialiseerde metingen en

testen. Voordien was hij binnen VITO

vooral actief op het vlak van mechanische

en tribologische karakterisatie van

dunne deklaagsystemen.

ACTIVITEITENKALENDER 2001

PRAKTISCH

Plaats: KHBO, Zeedijk 101,

Oostende

Datum: donderdag 8 maart 2001 van

20.00 u tot 21.30 u

Spreker: J.Meneve, Hoofd Expertisecentrum

Materiaaltechnologie, VITO

Kosten voor deelneming: gratis voor

de leden op vertoon van hun lidmaatschapskaart,

niet-leden betalen

300 BEF

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat

12.02.2001: Lezing “Toepassing SR-technologie+ bezoek aan Picanol, Ieper – 20.00 u

N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

08.03.2001: Lezing: “Materialen en materiaaltechnologie in de 21ste eeuw”, Oostende – 20.00 u

21.04.2001: Bedrijfsbezoek plant GE Plastics, Bergen op Zoom (Nederland)

Tenzij anders vermeld dienen de inschrijvingen voor de activiteiten, georganiseerd door de VIK-Afdeling Noord-West-

Vlaanderen, te gebeuren op volgend adres: VIK-secretariaat, Vicky Van de Sompel, Herentalsebaan 643, 2160

Wommelgem, tel.: 03-259 11 08, fax: 03-259 11 01, e-mail: vicky.vandesompel@vik.be.

Het bestuur en het personeel van de

Vlaamse Ingenieurskamer wensen

u en uw familie

een vreugdevol Kerstfeest en

een gelukkig Nieuwjaar!

59

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

• LIMBURG

BEZOEK AAN ALZ TE GENK

VRIJDAG 16 FEBRUARI 2001

Op vrijdag 16 februari 2001 brengt de

VIK-Afdeling Limburg een bezoek aan

ALZ. ALZ is de in Genk gelegen producent

van roestvast staal onder de

vorm van plakken, banden, platen en

strips.

Over het algemeen beschouwt men als

roestvast staal elke ijzerlegering die

minimum ongeveer 12% chroom

bevat. De naam roestvast staal omvat

echter een hele reeks van verschillende

inox-kwaliteiten. De productie van al

deze types is zeer gelijklopend.

Ons bezoek voorziet na de verwelkoming

een korte introductie over ALZ,

roestvast staal en de “inox”-wereld,

gevolgd door een bedrijfsbezoek van

ongeveer anderhalf uur. Hierbij is er

plaats voorzien voor 50 personen.

Let wel: ALZ is een bedrijf uit de zware

industrie. Zorg dus voor gepaste kleding

en schoeisel.

PRAKTISCH

Plaats: ALZ, Genk-Zuid, Zone 6 A,

Genk

Datum: vrijdag 16 februari 2001 om

17.00u

Kosten voor deelneming: gratis

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat.

Het aantal deelnemers is beperkt tot

50 personen.

NIEUWJAARSRECEPTIE EN

UITREIKING PAUL

DONNERS PRIJS

UITNODIGING

De Voorzitter en het Bestuur van de

Vlaamse Ingenieurskamer, Afdeling

Limburg, nodigen u en uw partner uit

op de Nieuwjaarsreceptie en uitreiking

Paul Donners Prijs.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

60

a f d e l i n g

PRAKTISCH

Programma

19.30 u: Ontvangst van de genodigden.

20.00 u: • Openingswoord door Dr.ir.

Ing. Kathleen Venderickx,

Voorzitter Afdeling Limburg.

• Paul Donners Prijs: Presentatie

van het bekroonde eindwerk:

“Ontwerp en realisatie van een

productie-opvolgingssysteem bij

een kernschietmachine”.

Uitreiking “Paul Donners Prijs”

aan Ing. Eef Jansen en Ing. Sofie

Knoops.

• Gastspreker.

21.30 u: Receptie.

ACTIVITEITENKALENDER 2001

Plaats: Landcommanderij Alden

Biesen, Kasteelstraat 6, Bilzen

(Rijkhoven). Alden Biesen is te

bereiken via de E313 (afrit 31)

Hoeselt-Bilzen-Tongeren. Vanaf daar

volgt men de wegwijzers

“Landcommanderij Alden Biesen

Datum: zaterdag 13 januari 2001 om

19.30 u

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat

13.01.2001: Nieuwjaarsreceptie en uitreiking Paul Donnersprijs,

Alden Biesen, 19.00 u

16.02.2001: Bezoek aan ALZ, Genk - 17.00 u

06.03.2001: Bezoek aan Technum, Hasselt

24.03.2001: Algemene Ledenvergadering en

voordracht “Abdij van Herckenrode”, Hasselt – 19.00 u

24.06.2001: Fiets- en wandeldag, Diepenbeek

Gepland:

02.2001: Informatie-avond: Technologische opleiding in de kijker

03.2001: Bezoek aan de nieuwe drukkerij van Concentra

05.2001: Bezoek aan de firma Marmorith

06.2001: Bezoek aan de abdij van Herckenrode

Tenzij anders vermeld dienen de inschrijvingen voor de activiteiten, georganiseerd

door de VIK-Afdeling Limburg, te gebeuren op volgend adres: VIK-secretariaat,

Vicky Van de Sompel, Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem,

tel.: 03-259 11 08 - fax: 03-259 11 01 – e-mail: vicky.vandesompel@vik.be.

Ing. Chris Ribus, secretaris van de VIK-Afdeling Limburg, is tevens het aanspreekpunt

voor de Regio Limburg. U kan ook steeds bij hem terecht met uw

vragen. Zijn adres: Deurnestraat 102, 3583 Beringen, tel. en fax: 013-67 85 11,

e-mail: viklimburg@tijd.com

• KEMPEN

GEZELLIG SAMENZIJN

ZATERDAG 3 FEBRUARI 2001

Het bestuur van de VIK-Afdeling

Kempen nodigt alle leden uit op hun

jaarlijks gezellig samenzijn op zaterdag

3 februari 2001.

De details van het menu zijn nog niet

gekend, doch u krijgt alleszins een culinair

kwaliteitsmenu , bestaande uit aperitief,

voorgerecht, een hoofdgerecht,

dessert, koffie, aangepaste wijnen.

PRAKTISCH

Plaats: ’t Heelal, Grote Markt 17,

Turnhout. Parkeren kan achter het

restaurant

Datum: zaterdag 3 februari 2001 om

20.00 u

Kosten voor deelneming: 1.750 BEF

per persoon alles inbegrepen, te

betalen op rek.nr. 403-9501661-02

van de VIK-Afdeling Kempen

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat

ACTIVITEITENKALENDER 2001

REIS NAAR AKEN EN

KEULEN

OP 5 EN 6 MEI 2001

VIK-Afdeling Kempen gaat van 5 mei

tot 6 mei 2001 voor de 23ste keer op

reis, dit keer naar Aken en Keulen. De

deskundige leiding van vriend en gids

Dr.Litt. Fons Roeck is verzekerd. Op de

hem eigen charmante manier zal hij

onze cultuur wat bijschaven.

Het programmavoorstel ziet er uit als

volgt.

Zaterdag 5 mei 2001

Naar Aken: stadswandeling, bezoek

Dom en Schatkamer. Bezoek Couvenmuseum:

een rijk-bemeubeld herenhuis.

Korte middaglunch. Naar Monschau:

kort stadsbezoek. Via de voor-

Eifel en Zülpich naar Keulen. Overnachting.

3 februari 2001: Gezellig samenzijn, t’ Heelal Turnhout

7 maart 2001: Bezoek Sabena

april 2001: Voordracht (milieuvriendelijk bouwen)

5 en 6 mei 2001: Reis naar Aken en Keulen

4 juni 2001: Familiewandeling

N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

a f d e l i n g

61

Zondag 6 mei 2001

Voormiddag: bezoek Römisch-

Germanisches Museum, voorafgegaan

of gevolgd (hangt af van de openingsuren)

door uitgebreid stadsbezoek:

Altstadt; Alter Markt met de Kallendresser,

der Rathaus (buiten: het is zondag),

Gürzenich (buiten: het is zondag),

Tönnes en Scheel, enz.

Namiddag: Keulen is vooral beroemd

door zijn Romaanse kerken (die ’s zondags

niet te lang open zijn). Bezoek

Dom. Dan Sankt-Kunibert, Sankt

Gereon, Gross Sankt Martin, Maria im

Kapitol. Vervolgens met de bus, omdat

de kerken te ver buiten het centrum

liggen, Sankt Maria in Lyskirchen,

Sankt Severin (buiten), Sant Pantaleon,

Sankt Aposteln. Tussen elke van de

negen kerken een pintje! Daarna terug

naar huis (aankomst een stuk in de

nacht).

Geïnteresseerde leden kunnen zich in

verbinding stellen met het VIKsecretariaat,

Vicky Van de Sompel,

tel. 03-259 11 08.

Tenzij anders vermeld dienen de inschrijvingen voor de activiteiten, georganiseerd door de VIK-Afdeling Kempen, te gebeuren

op volgend adres: VIK-secretariaat, Vicky Van de Sompel, Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem, tel.: 03-259 11 08 -

fax: 03-259 11 01 - e-mail: vicky.vandesompel@vik.be.

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000


N IEUWS VAN DE AFDELINGEN

a f d e l i n g

• MECHELEN • LEUVEN • HAGELAND

TONEELAVOND:

“SCHAFTTIJD”

ZATERDAG 24 FEBRUARI 2001

“Schafttijd” (comedie) is geschreven

door Paul Coppens en op de planken

gezet door Gaston Kuyckx en Johan

Peeters.

Waar gaat het over? Gaston en Willy,

twee dikke vrienden, zijn reeds meer

dan twintig jaar samen. Samen op

school, samen bij het leger, samen pinten

gedronken, samen gewerkt. Het

enige waar ze niet gelijklopend zijn, is

ACTIVITEITENKALENDER 2001

24.02.2001: Toneel: “Schafftijd”, Mechelen – 20.15 u

INGENIEURSMEDEDELINGEN • NR 12 • DECEMBER 2000

dat de ene getrouwd is en dat de andere

vrijgezel gebleven is. En… de rest

van het verhaal is voor op de planken.

PRAKTISCH

Plaats: Kleine zaal MMT, Oude

Brusselstraat, Mechelen

Datum: zaterdag 24 februari 2001

om 20.15 u

Kosten voor deelneming: 300 BEF,

drankje tijdens de pauze of na de

voorstelling inbegrepen

Inschrijving vereist: VIK-Secretariaat

08.03.2001: 13de Algemene Ledenvergadering, Mechelen – 20.00 u

62

Afdeling Mechelen. Iedere inschrijving

dient geconcretiseerd te worden

door overschrijving van het corresponderend

bedrag van 300 BEF

per persoon op rek.nr. 405-0106331-

50 van de VIK-Afdeling Mechelen.

De inschrijvingen en de betalingen

moeten binnen zijn op 1 februari

2001. Er worden dus geen kaarten

gehaald en geen plaatsen gereserveerd

voor personen die niet betaald

hebben voor die datum.

Tenzij anders vermeld dienen de inschrijvingen voor de activiteiten, georganiseerd door de VIK-Afdeling Mechelen, te

gebeuren op volgend adres: VIK-secretariaat Afdeling Mechelen, p/a Ing. Ivo Vanhalle, Lindelaan 29, 1730 Asse, tel. en

fax: 02-452 48 10, e-mail: ing@vik.be.

REGIONALE BESTUURSVERGADERINGEN

Afdeling Antwerpen

• 10.01.2001 •

• 14.02.2001 •

• 14.03.2001 •

• 11.04.2001 •

• 09.05.2001 •

• 13.06.2001 •

Afdeling Kempen

• 17.01.2001 •

• 21.02.2001 •

• 21.03.2001 •

• 18.04.2001 •

• 16.05.2001 •

• 20.06.2001 •

Afdeling Limburg

• 16.01.2001 •

• 20.02.2001 •

• 20.03.2001 •

• 17.04.2001 •

• 15.05.2001 •

• 19.06.2001 •

Afdeling Mechelen

• 11.01.2001 •

• 08.02.2001 •

• 08.03.2001 •

• 12.04.2001 •

• 10.05.2001 •

• 14.06.2001 •

• 13.09.2001 •

• 11.10.2001 •

• 08.11.2001 •

• 13.12.2001 •

Afdeling

Noord-West-Vlaanderen

• 09.01.2001 •

• 06.02.2001 •

• 06.03.2001 •

• 03.04.2001 •

• 08.05.2001 •

• 05.06.2001 •

Afdeling

Oost-Vlaanderen

• 22.01.2001 •

• 19.02.2001 •

• 19.03.2001 •

• 23.04.2001 •

• 21.05.2001 •

Afdeling Waasland

• 07.12.2000 •

• 11.01.2001 •

• 01.02.2001 •

• 01.03.2001 •

• 05.04.2001 •

• 03.05.2001 •

• 07.06.2001 •

Afdeling

Zuid-West-Vlaanderen

• 05.02.2001 •

• 05.03.2001 •

• 02.04.2001 •

• 07.05.2001 •

Voor meer informatie omtrent uur en plaats van deze vergaderingen

kan u terecht bij Vicky Van De Sompel op het VIK-secretariaat op het telefoonnummer 03-259 11 08.

INSCHRIJVING VIK-ACTIVITEIT

❍ Ik wens mij in te schrijven voor volgende activiteit:

Vul dit formulier in als uw adres of werkomgeving gewijzigd is, zo blijft

u op de hoogte van alle activiteiten die u als ingenieur interesseren. Fax

het naar 03-259 11 01 of stuur het naar de Vlaamse Ingenieurskamer,

Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem, tel 03-259 11 00.

Aard van de activiteit: O bedrijfsbezoek O lezing O studiedag

O vergadering O socio-culturele activiteit O cursus

O andere activiteit (nader te specificeren):

Datum: Plaats: Aantal personen:

Georganiseerd door (Afdeling, Studiegroep, ...)

(art. 4 W.8/12/92:1. houder van het bestand : Vlaamse Ingenieurskamer VZW, Herentalsebaan 643

2160 Wommelgem. 2. doel: ledenadministratie 3. recht tot inzage en correctie cfr. arts. 10 en 12 :

Vlaamse Ingenieurskamer op adres van de zetel te Wommelgem)

AANVRAAG INFORMATIE

Ik zou graag informatie bekomen over volgend onderwerp:

I N L I C H T I N G E N - E N A A N V R A A G F O R M U L I E R

ENKEL IN TE VULLEN BIJ OPNAME IN DE “DIENSTAANBIEDINGEN”:

Nuttige ervaring:

❍ Opvragen informatie

❍ Inschrijving “Dienstaanbiedingen

❍ Nieuw lidmaatschap : ❍ Bedrijf

❍ Persoonlijk

Kruis het gepaste aan:

❍ Adreswijziging

❍ Wijziging werkgegevens

❍ Inschrijving VIK-activiteit

Talenkennis: Tijdstip van mogelijke indiensttreding:

Belangstellingsgebieden:

Indien van toepassing, geef aan in welke omgeving of provincie u wenst werk te

vinden:

PRIVÉ GEGEVENS

Lidmaatschapsnummer: Geslacht: ❍ M / ❍ V

Geboortedatum:

Naam + voornaam :

Oud adres (enkel bij adreswijziging):

Handtekening: Datum:

ACTIVITEIT VAN HET BEDRIJF: NACE-CODE.

33 ❏ Vervaardiging van medische apparatuur,

van precisie- en optische

instrumenten en uurwerken

36 ❏ Vervaardiging van meubels;

overige industrie

45 ❏ Bouwnijverheid

51 ❏ Groothandel en handelsbemiddeling,

exclusief de handel in auto’s en

motorrijwielen

60 ❏ Vervoer te land

61 ❏ Vervoer over water

62 ❏ Luchtvaart

65 ❏ Financiële instellingen

66 ❏ Verzekeringswezen

72 ❏ Informatica en aanverwante activiteiten

74 ❏ Overige zakelijke dienstverlening

75 ❏ Openbaar bestuur, algemene collectieve

diensten en verplichte sociale

verzekering

80 ❏ Onderwijs

... ❏ Andere (te specificeren)

15 ❏ Vervaardiging van voedingsmiddelen

en dranken

17 ❏ Vervaardiging van textiel

20 ❏ Houtindustrie en vervaardiging van

artikelen van hout, kurk, riet en

vlechtwerk

22 ❏ Uitgeverijen, drukkerijen en reproductie

van opgenomen media

24 ❏ Chemische nijverheid

25 ❏ Rubber- en kunststofnijverheid

26 ❏ Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende

minerale producten

27 ❏ Metallurgie

28 ❏ Vervaardiging van producten van

metaal

29 ❏ Vervaardiging van machines,

apparaten en werktuigen

31 ❏ Vervaardiging van elektrische

machines en apparaten

32 ❏ Vervaardiging van audio-, video- en

telecommunicatieapparatuur

Privé adres (nieuw / huidig):

straat + huisnummer:

postnummer + gemeente:

tel.nr.: fax nr.:

e-mail adres:

Gevolgde specialiteit: Diplomajaar: School:

WERKGEGEVENS:

Naam bedrijf/school/instelling:

Straat + huisnummer:

Postnummer + gemeente:

Tel.nr.: algemeen: Rechtstreeks:

Fax nr.: algemeen: Rechtstreeks:

Sector tewerkstelling: ❍ industrie ❍ onderwijs ❍ openbare dienst ❍ zelfstandige

Activiteit van het bedrijf: invullen volgens bijgaand overzicht (NACE-code):

BTW-nummer:

Functie: Departement:

Aantal werknemers: ❍ 250

Omzet: ❍ 500 miljoen


www.siemens.be

Ideeën hebben ruimte nodig

Je onthoudt wat je ziet. Je onthoudt wat je denkt. Je onthoudt wat je meemaakt. Toch niet om het allemaal

voor jezelf te houden ? De 400.000 medewerkers van Siemens wisselen knowhow en ervaring

uit. Ze stimuleren en inspireren elkaar. Zo worden ideeën omgezet in creatieve oplossingen. Ontdek

ze op het Internet. Want we delen onze kennis met jou. Om samen succes te boeken. Siemens. We make

knowledge work for you.

Om andere ideeën te ontmoeten

Laat ze vrij

More magazines by this user
Similar magazines