dpo_10081.pdf

resources4.kb.nl

dpo_10081.pdf

N A T I O N A A L

G E NEESKUNDIG

HANDBOEK)

V O O R D E N

B U R G E R ,

E N D E

BEWOONERS TEN PLATTEN LANDE.

WAAR IN DE MIDDELEN VOOR A L L E ZIEKTEN E N

ONGEMAKKEN, WELKE E E N SPOEDIGE HULP

VEUEISCMEN, KLAAR EN BEVAT TELYK,

WORDEN VOORGEDRAGEN:

DOOR EEN BEROEMD

GENEESHEER.

en uitgegeeven

* Tot Nut van 't Algemeen.

ii ii 1111 ii ii ii in» i iMam"! inmiTiW——iwr*

Te A M ST E L D A M, bj

G. ROOS E N J. WE EG E,

M D C C X C V.


VOORREDEN

VAN D E N

S C H R Y V E R .

T* oflyk en pryzenswaardig is de yver dernieu*

we Geneeskundigen, die de heilzame leer

hunner kunst onder alle menfchen tragcen uit

te breiden, ten einde dezelven in ftaat te flel-

Jen, om in de aangelegenheden hunner gezondheid,

zonder den byftand van een Geneesheer,

zig zeiven alzins grondig te kunnen raadplegen.

Doch ik geloof niet, na een allernauwkeurigst

onderzoek, dat het hunne getrouwe vlyt immer

zo ver zal kunnen brengen, om lieden,

die geen grondig doorzigt in de kunst bezitten,

door de duidlykfte voorfchriften in ftaat te Hellen

, om ziekten , die zeer ingewikkeld zyn,

en daar het geluk der genezing van de nauwkeurige

beoordeling van vele betrekkingen te

gelyk afhangt, zodanige, welker geneeswyze

mar de omwentelingen en verwisfelingen, die

er aan eigen zyn, aanmerklyk moet veranderd

worden, of op zig zelve zeer zamengefteld is,

en zulke, daar de redding van den lyder op de

kennis van zyne byzondere natuur en lichaams

gefteltenis, van den byzonderen loop der ziekte,

van hare gewone uitkomst vergeleken met

die m een byzonder geval, en op ene gehele

verandering van de eerstverkozene geneeswyze

2

en


V O O R R E D E N

en leefregel, uit hoofde van byzondere omftandipheden!

aankomt, flegts eniger mate behoortl

te behandelen. Men geve enen Godgeleerden,

enen Heelmeester, of een anderen man

van gezond verftand, allervlytigst de beste onderrigting,

zelfs die van enen TISSOT, en

zende hem daar mêe heen, om in ene zware

kinderziekte, in ene kwaadaartige, of rotkoorts,

in ene longöntfteking , in de waterzugt, en

andere dergelyke ziekten, zodanig te handelen ,

als hem goed dunkt. Ik zal altoos zyne welmenendheid

en goeden yver pryzen, doch er

zal geen dag omgaan, zonder dat hy iets bederft,

en ik beklaag met deernis den ongelukkig

beminden lyder in de onbezuisde armen van

zvnen redelyken menfchenvriend. Hier, daar

de voorzigtigfte, de ervarenfte, de wyste,, en

de oplettendfte Geneesheer zig altoos gelukkig

zal achten , als hem het ganfche vermogen zyner

bekwaamheid door de verwarde zwartheden

flegts eindelyk enen fteeds twyfelagtigen

uitweg tan banen; hier behoorde ik de gcdeeltelyke

kundigheid van enen redelyken vriend geen

valftrik te leggen , waarmede hy my zekerlyfc

in 't graf zal flepen. Ik laat dit zonder verder

bewys, uit ware overtuiging, ftoutmoedig op

de proeven aankomen, die men in zulke gevallen,

zelfs met de Raadgeving van TISSOT, in

de volgende jaren nemen zal,of mooglyk reecis

genomen heeft. Genoeg is het, dat de grote


VAN DEN S C H R Y V E R. v

hoop der Geneesheren in Europa door dit voortreflyk

Werk van dien onfterflyken Man beter

onderrigt , en in honderderlei gevallen, daar

men tot nog toe in 't duistere taste, verlicht

is! Genoeg is het, dat Hy hier door een ware

weldoener van alle volkeren der verlichte wereld

is geworden! Doch dat een Dorpleraar ,

een Landheer, een Heelmeester, immer daar

uit zo veel zouden leren , om 'er in de geneeswyze

van zodanige ziekten , daar ik boven gewag

van maakte, zo wel door te flagen, dat

hun raad veel onfchaadlyker zou zyn, ja dat

dezelve dikwyls niet eer, door nieuwe fpitsvindigheden

en een al te groot vertrouwen op zig

zeiven, den lyder nog fchaadlyker zou worden,

dan de bünde raad van een onbelezenen Kwakzalver,

zulks is een enkel voorwendzel! Indien

het in zulke ziekten zo ver gebragt is, dat men

het volk van zyne verkeerde gewoonten in de

behandeling en de geneeswyzederzelven afleid,

en hetzelve maar behoorlyk omtrent dat alles

onderrigt , wat het in dezelven niet behoort

te doen; dan kan men, naar myne gedagten,

de daadlyke genezing , en al het overige, veel

veiliger aan de Natuur overlaten, dan aan een

Vriend , die, zonder een verftand te bezitten,

dat door ervarenheid en oefening op de Geneeskunde

afgerigt is , alleenlyk uit een Boek de

geneeskundige behandeling wil voorfchryven.

De eigenlyke gevallen, daar zulk een vriend

» 3 . we-


vi V O O R R E D E N .

wezenlyk van nut in zyn kan, en die men hem

tot het ware welzyn der menfchen befchryven

moest, en reeds ten dele befchreven heeft,

zyn geheel van een anderen aart, als de bovengemelde.

Zy leggen zyn vernuft geen lagen

, zy vorderen alleenlyk ene oplettendheid

en onderfcheiding , daar elk verftandig man

overvloedig vatbaar voor is, en laten zig hem

zo kennelyk affchilderen , dat hy geen gevaar

loopt, van onfchuldig te dwalen. Ten aanzien

van zommige gaat dit volkomen door; omtrent

andere flegts eniger mate, als de ziekte ingewikkeld

en moeilyker word, en dan enen Geneesheer

vordert, die 'er te voren niet nodig

was. Deze laatfte moet men in een werk voor

onkundigen maar zo ver ontwerpen, als zy gefchikte

onderwerpen voor hun zyn : en hoe

geflreng deze bepalingen ook mogen fchynen,

zo zal nogthans een Christen, die flegts in zulke

gevallen behoorlyk onderrigt is , een vriend

van zynen naasten, van zyne bloedverwanten,

en van zig zeiven, ontelbare gelegenheden hebben

, om ene weldadige liefde met oordeel en

tot het ware welzyn der elendigen uit te oefenen.

Hoe kan men onderftellen dat iemand ,

die de Geneeskunde niet verflaat, zodanig onderrigt

zou kunnen worden, dat hy in ieder

geval,daar een Geneesheer nodig, is aan 't nodige

voldoen zou? Zyn 'er niet in alle Kunsten

zwarigheden, waar van men enen onkundigen

niet


VAN DEN S C H R Y V E R. vu

niet eens een begrip kan geven, en nog veel minder

in ftaat ftellen , om dezelven te boven

te komen, zonder dat men hem eerst de gronden

der gehele Kunst heeft eigen gemaakt ?

Waarom zouden 'er geen ziekten zyn,die voor

een ieder, die geen Geneesheer is, inaar te

moeilyk blyven; daar 'er genoeg voorkomen ,

die zulks voor de Geneesheren zeiven zyn ?

Behoort het enen menfehenvriend niet genoeg

te zyn , als hem de Geneeskundigen voor zodanige

ontelbare gevallen raad verfchaffen, waar

in hy anderen en zig zeiven waaragtig nuttig

zyn kan, zonder de Geneeskunde beoefend te

hebben ? Met welk regt zoekt hy in zulk ene

raadgeving de geneeswyzen van alle ziekten ,

en met welk voordeel fchryven wy hem voor

zodanige , die hem te moeilyk zyn, een raad

voor , dien hy niet veritaan of uitvoeren kan ?

Een geneeskundig Handboek , daar lieden,

die de gronden der Geneeskunde niet veritaan,

in gevallen als 'er een Geneesheer ontbreekt,

uit noodwendigheid onderrigting in zullen kunnen

zoeken , moet of kan geen zamenftel der

praktikale Geneeskunde zyn. Men kan nog

van alle ziekten de geneeswyzen, nog alle geneeswyzen

volledig, ja zelfs niet eens van iedere

geneeswyze de beste, daar in verwagtcn :

het moet alleenlyk de gemaklykfte , die het

oordeel en de bekwaamheid van enen onkundigen

niet te boven gaat, en dan nog flegts het

* 4 we-


vin V O O R R E D E N

wezenlykfte daarvan zyn ,op dat ze zo eenvoudig

blyve als mooglyk is. Ondertusfchen breid

een ondervvyzer zyne onderrigting in vele gevallen

nog wel iets verder uit, met die hoop,

dat een Lezer van groter vatbaarheden, zomtyds

zyne hulp nog verder zou kunnen aanbieden

, daar die, waarvoor geringere verftanden

maar vatbaar zyn , doorgaans te kort fchiet.

Het komt hier op een wel onderfcheidend oordeel

van den ondervvyzer in elke afzonderlyke

raadgeving aan , om de maat van genoegzaamheid

overal vol te meten, zonder dat dezelve

nogthans overlope , en het overtollige nutteloos

of zelfs ten nadele verfpild worde. Ik weet

het best, hoe moeilyk het zy, om deze middelmaat

te houden, en ik wensch nog fteeds,

't geen ik reeds in de nieuwe voorreden van

den Artz gezegd heb, dat 'er zig een gefchikter

en bekwamer Man, dan ik ben, tot zulk ene

onderneming opdeed!

Ondertusfchen geloof ik,dat ik met dit ontwerp

der hulpmiddelen tegen velerlei ongelukkige

gevallen, en fchielyke ziekten, het Algemeen

enen wezenlyken dienst gedaan zal hebben.

Het heeft ons tot nog toe, zo veel ik

weet, aan zulk een volledig werk ontbroken:

dan , 't zyn niet altoos onze wezenlykfte behoeften

, daar men het eerst voor zorgt. Men

heeft wel te dezer dagen, door de voorbeelden

van andere volkeren aangemoedigd, ook in

Duitsch-


VAN DEN SCHRYVER. ix

Duitschland korte en voor een ieder vatbare raad»

gevingen wereldkundig gemaakt, hoe men zommige

verongelukte perzonen, by voorbeeld drenkelingen

, bevrozenen, geilikten, enz. te hulp

moest komen.— Doch men kan en moet in een

geneeskundig Handboek dit plan vergroten, en

het zelve tot alle zodanige fchielyke gevallen

uitbreiden, daar het meer op ene fpoedige dan

op ene geleerde hulp aankomt, en daar men

dikwyls in de verwagting van een Geneesheer

het ogenblik zou verzuimen, waarin het in gevaar

zwevend leven, of een elendige uit een

gevaarlyken of allerfmertlykften toeftand, gered

kan worden. Ik heb het gewaagd, zulk

een uitvoerig ontwerp te bearbeiden, en hetzelve

naar de vatbaarheden van alle Lezers in

te rigten. In hoe verre ik hier in geflaagd ben ,

zal de tyd leren. Ik begeer in der waarheid

geen groteren lof, dan dat het werk der befchaving

waardig zy ; immers de aandagtigfte

Geest zou zeer ligt in zulk een baijert van zaken

iets over 't hoofd zien, en zelfs de beste uitvoering

zou doch van tyd tot tyd ene verbetering,

ene befchaving, en vele byvoegzels nodig

hebben , dewyl onze geneeskundige kundigheden

geftadig vermeerderd en verbeterd

worden. Voor de deugdlykheid der cnderrigtiug

moet ik billyk inftaan, met die uitzondering

nogthans, dac ik buiten weten zou kunnen

dwalen. Deze raadgevingen zyn derwyze in?

* 5 ge-


x VOORREDEN VAN DEN SCHRYVER.

gerigt, dat ik door terugwyzing op de §. en

Nommers, ene al te grote wydlopigheid, en

de veelvuldige herhalingen in het voordragen

heb kunnen vermeiden. Doch men dient uit

dien hoofde ook de aanhalingen niet voor een

bywerk, daar 't niet op aankomt, te houden;

want zo als ik geen getal heb neergezet, zonder

de aangehaalde plaats nogmaals over te lezen

, om zeker te weten, dat zy volkomen in

dezen zamenhang te pas kwam, of, daar dit

geen plaats had , dat ik 'er onmiddelyk na de

aanhaling de nadere bepaling heb bygevoegd ;

zo verwagt ik ook dat de zodanigen, die zig

van deze raadgeving praktikaal willen bedienen,

alle de aangehaalde plaatzen in diervoegen zullen

aanmerken , als of ze overal woordelyk

waren ingevoegd.

VOOR-


VOORREDEN

V A N D E N

V E R T A L E R .

f]~ et

werkje, dat wy thans den Lezer aanbieden,

behoef't gene andere aanpryzing

als den naam des Scbryvers, die door verfcbeide

uitmuntende werken, waarvan zommigen ook

in onze taal het licht zien, zig zeiven der wereld

reeds genoeg als een uit [lekend groot en voortreflyk

Geneesheer heeft bekend gemaakt; weshalve

wy ons hiermede niet zullen bezig houden.

Wy hebben den Lezer alleenlyk te berigten, dat

wyin dit werkje enige verfchikkingen en veranderingen

hebben gemaakt, die ons zeer noodzaaklyk

toefchenen, om hetzelve voor V gebruik meer

geregeld en gemaklyker te doen worden. En

dewyl wy oordelen, dat het tegenwoordig werkje

ook met voordeel van hun, die zig op de beoefening

der Geneeskunde toeleggen, gebruikt kan

worden , hebben wy by zommige artykels der

silphobetifcbe Verhandeling aanmerkingen gevoegddie

misfehien alle niet zo wel gefchikt

zyn


XII VOORREDEN VAN DEN VERTALER.

zyn voor de vatbaarheid van geheel onkundigen,

ah de raadgevingen van onzen Schryver; doch

de zodanigen,en nog anderen,die 'er geen fmaak

in mogten vinden, kunnen dezelven onaangeroerd

liten rusten.

IN-


I N H O U D

DER VOORNAAMSTE

A R T Y K E L E N .

VERHANDELING OVER DE DOOROE-

ZWOLGENE VERGIFTEN. .

U A D Z

-

Kentfis van doorgezwolgen Vergiften. 3

Scherpe en bedwelmende Vergiften. • 4

Kentekens van fchcrpe Vergiften. . . 6

_ bedwelmende Vergiften, tb.

Vergelyking van beiden. • ' • 1

Algemene geneeswyze tegen aüe Vergitten

, en in onzekere of twyfelagtige gevallenvan

dien aart. • •

Middel tegen het gevaar ener onzekere

Vergiftiging. • • ,

Algemene geneeswyze tegenfcherpe Ver-

Over het Rottekruid, Arjemcum. - *S

. Kwikzilver. • •

Spiesglas. • • ,

. Kope?, Spaansch groen,en bloemen ^

.

van het Koper. . • . .

Koningswater, Salpetergeest, Vitriool-

2 0

olie, enz. . •

de Loodvergiften. . • •>

. Gips en Kalk. . .

2 b

, ünnatuurlyk doorgeflokte dingen, als

Glas, Metale punten, enz. en lenerpe

Dampen. • •' • . . _ 2

^

Doorgezwolgene fcherpe Vergiften mt het

ryk der Planten. • • 3

Over de Cicuta of Scheerling ; Waterfcneeiling,

en andere zoorten. . •

Herfstbloemen, Tydelozen of ISaakte

Vrouwen, Colchicum autumnale. q 35


X I V

1 N H O U D.

Over de Wolfswortel of Monnikskapjes, Acomtum

Napellus.

w

\, J ^

— Nieskruid, EllehorusMelamplt^

ot Veratrum, en deszelfszoorteri Euphorbmm,

Hondsmelk en deszelfs

zoorten. Efula , Tithimalus, Wolfsmelk,

en derzelver zoorten. Keizers-

Jcroon of Corona Imperialis. . „a

' den Taxisboom, Taxus. . '

; d e


Loogzoute fcherpe Vergiften. '

al te nevige Braakmiddelen, en Buikzuiverende

middelen.

fQ • Liefde dranken. Philtra. . '

~— kpaanfche Vliegen. ' "T*?

Loorgezwolgene bedwelmende Vergiften 1?

Uver de Champignons, Paddeftoelen, Ftmvus. Vi

— vergiftige Mosfelen en Oesters. ë

£

Kreeften, en Kreeftögen. #

ten

C h Z e k e C n g e f t o r v e n e

'

' Bees

'

—- de fcherpe Spyzen en Spéceryen. ' . S

• —- hete Spéceryen. &

het vergiftigd Brood. '

d C

Wa S

tigde W y

ter

° C D B i

r ; b e d

' " o r v e n

' '* • 62

VERHANDELING OVER DE ONGEMAK­

KEN UIT OVERLADING EN GEBREK

VAN SPYZEN EN DRANKEN.

O ver de overlading der Maag met fpyzen.

Algemene geneeswyze van de overla-

60

ding met fpyzen. .

Over de Beroerte en Verlamming. '

i b

70"

1

"

Bezwyming, of Duizeling. iz Stomheid en verlamming van de Tong ir,

kuipen > Trekkingen en de Vallende

Ziekte. . .

Aamboritigheid, Verffikking.

Nagtmerrie, Hartklopping.

*.

.

i b

7,"

Q

Opwerping uit de Maag, de Zode. 7 T

Over


I N H O U D . xv

Over de Hoofdpyn, fchele Hoofdpyn. bladz. 77

—— hec Kolyk. Buikpynen. . . 78

• Braken en den Buikloop. . 80

« de Bedorve Maag. . . ib.

Overlading met Dranken . . 81

1— Thee, Koffy, Water, en Bronwater, ib.

Dronkenichap van Wyn, Brandewyn,

en verhittende Bieren. . . 83

Uitgemergelde Perzonen. . . 87

VERHANDELING OVER DE VERGIFTIGE

WONDEN, EN U ITWEN DI G A AN G E-

BRAGTE VERGIFTEN. . . . 88

Uitwendige Vergiftigingen. . . ib.

Vergiftige Wonden van Dolle, of Toornige

viervoetige Dieren en Vogels. „ 89

Tekens van zodanige Vergiftigingen. . ib.

van Dolle dieren. . . 91

Behandeling van de Wond. . . 92

Inwendige Geneeswyze. . . . 94

Vergiftige Wonden van Adders, Slangen, enz. 97

Tekens van deze Vergiftigingen. . . ib.

Behandeling der Wond. . . 98

Inwendige Geneeswyze. . . I O O

Vergift der Padden. . . . 101

Vergiftige fteken van Infekten. . . 102

Tekens van deze Vergiftigingen. . ib.

Steek van de Schorpioen. . . 103

Steken van Spinnekoppen. • . , 104

• • Byën. . .

Over de Spaanfche Vliegen. . . 105

Muggen, Vliegen,en kleiner Infekten.

. i . ib.

—' Bloedzuigers. . . I Oö

Wonden van vergiftigde Werktuigen. 107

uitwendig aangelegde Vergiften. . 108

VERHANDELING OVER DE VERGIFTIGE

DAMPEN EN UIT W A A s s EM IN G EN. III

Verdeling. . . ib.'

Hulpmiddelen voor fchynbare Doden. . 113

Ver-


xvr I N H O ü D.

Verflikkende Zwavelagtige Dampen. bladz. 110

Werkingen van Zwavèlagtige Dampen, ib.

Befcherming tegen Zwavelagtige Dampen.

. 121

De Genezing. . . 122

Bedwelmende, Opiatifche Dampen. . 123

Werkingen van bedwelmende Dampen, ib.

Befcherming tegen bedwelmende Dampen.

. . 125

Dc Geneeswyze. . . ib.

Verflikkende bedwelmende Dampen. . 127

Werkingen van verflikkende bedwel.

mende Dampen. . . ib.

Onderscheidende tekens van verflikten

en bedwelmden. . . 128

Voorbehoeding tegen den Damp der

Kolen. . . . 132

Gestende, lang beflotcne, en bedervende Dampen.

. . 133

Werkingen van gestende, beflotene en

bedervende Dampen. . ib.

Voorbehoeding tegen zulke Dampen. 134

De Geneeswyze. • 136

Voorbehoeding tegen pestilentiale Dampen.-

. . . 137

> aanflekende Ziekten.

. . .. 138

De noodzaaklykheid der verfche lugt

in Woon-en Slaapvertrekken. . 140

DeBlixem, en de Electriciceit. . 141

Scherpe, bytende Dampen. . . 142

Werkingen der fcherpe bytende Dampen, ib.

De Geneeswyze. . . 144

OVER DE VERHANGENE, VERWURGDE

EN GESMOORDE PERZONEN, . 147

OVER DE DRENKELINGEN. . . 150

OVER DE VERDRUKTEN. , . 153

OVER


GENEESKUNDIG

HANDBOEK.

V E R H A N D E L I N G

O V E R D E

DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN.

Sr I.

Inleiding.

Om deze wydlopige en verwarde ftof der

vergiften geregeld, duidlyk, kort, en egter

voor het gebruik myner lezeren voldoende

te verhandelen , moet ik vooraf herinneren,

dat de meeste dingen , die in zig zeiven voor

de menfchlyke natuur fchaadlyk zyn, en daarom

vergiften genoemd worden, ons alleenlyk

in zo verre benadelen, als zy ons op bepaalde

wyzen worden toegebragt. Zommigen flikt men

zonder nadeel door, die nogthans, als ze door

ene wond in het bloed gebragt worden, van

doodlyke gevolgen zyn, zo als by voorbeeld

het vergift der flangen. Zommigen doen geenzins

hunne fchaadlyke werking in de wonden,

maar brengen ons om 't leven, wanneer wy dezclven

doorflikkcn, zo als de vergiften van het

A lood.


2 VERHANDELING OVER DE

lood. Velen benadelen ons alleenlyk door

hunnen damp, indien hy in de lugtpyp komt,

fchoon ze zonder kwade gevolgen doorgezwolgen,

en op de huid gebragt kunnen worden,

gelyk als de zwavel, enz. Velen, die op alle

de vorige wyzen onfchaadlyk zyn, worden vergiften

voor ons, zo dra hunne dampen geroken

worden, of enkel de zenuwen aandoen , zo als

de dampen van de faffraan, gestende dranken,

enz. Eindelyk zyn velen op de meeste der gemelde

wyzen ons te gelyk fcbaadlyk. Men kan

derhalve over de werkingen der vergiften niet

zonder verwarring handelen, indien men dezelven

maar enkel volgens hunne namen en natuurkundige

eigenfchappen befchouwt, en daarom

zal ik ze liever naar de wyze, op welke zy

ten onzen aanzien vergiften zyn, en wel verfcheidene

noodzaaklyk twe- of meermalen, befchouvven.

Ik zal derhalve eerst de doorgezvvolgene

vergiften, en vervolgens de zodanigen in

overweging nemen, die door wonden, of op

de huid aangelegd zynde, werken. Dan zouden

de zulken volgen , die door het inademen ,

en eindelyk die, welken door de werking hunner

dampen op de zenuwen fchaadlyk zyn.

Doch de'wyl men zulke perzonen , die door

dampen of verflikt, of bedwelmd zyn, niet eigenlyk

vergiftigde kan noemen, Zal ik over dezelven

onder een ander opfchrift, fchoon onmiddelyk

na dit ontwerp der vergiftigden, handelen.

Het tegenwoordige word dus flegts in

twe afdelingen verdeeld, naamlyk over de

doorgezwolgene, en over de door de huid of

door wonden aangebragte vergiften.

5. 2.


D00RGEZWOLGENE VERGIFTEN. $

Kentekens van doorgezwolgen e Vergiften.

De doorgezwolgene vergiften werken op

verfcheidene manieren , en vorderen uit dien

hoofde verfchillende geneeswyzen. Om in 'c

algemeen te beoordelen of iemand een vergift

doorgezwolgen heeft, behalve de omftandigheden,

die die vermoeden gaande maken, naamlyk

dat iemand voor het gebruik ener zaak gezond

en wel geweest is, - maar vervolgens plotsling

een zwaar overval gekregen heeft, en in

levensgevaar gekomen is, moet men op de volgende

werkingen, als gewone kentekens, acht

geven. Men word fchielyk na een doorgezwolgen

vergift kwalyk, als of men braken moest,

't geen zomtyds ook met grote hevigheid gefchied;

men heeft ene flikkende benauwdheid;

de maag en darmen ondergaan nepen en fnydingen,

zo dat het den lyder aandoet, en hevige

buikpynen verwekt; men voelt ene branding

als van een vuur in 't lyf; zomtyds volgt 'er een

geweldige en zelfs bloedige buikloop , en ene

brandende ontlasting van, pis; zomtyds is het

lyf voor den afgang en de pis gefloten; men

ligt in grote onrust en in koud zweet; de pols

gaat zeer ongelyk , en men heeft ene ongeregelde

hartklopping; het aangezigt word onnatuurlyk

veranderd, en is opgezet, of bleek en

blauw, als van een lyk; de ogen flaan of verre

vooruit, of zyn donker in 't aanfehouwen,

zy verliezen hunne fcherpte in 't zien , geven

vonken 5 of andere ongewone verfchyn-

A a zeis


4

VERHANDELING OVER DE

zeis, of worden eensklaps blind; de zinnen

worden doorgaans zwak; 'er ontftaan dikwyls

duizelingen , flauwten , ftuiptrekkingen, verflomming,

een groot verval van kragten, trillen

der leden, en dofheid; zomtyds zwelt de

tong zeer dik, en de keel is ruw en verhit; 'er

ftygen ftinkende dampen op uit de maag; de

navel word door de pyn in't lyf of diep naar binnen

getrokken , of wyd naar buiten uitgedrongen;

de lippen worden dik en zwart; de maag en

de zyden zwellen zigtbaar op ; ja zelfs zwelt

zomtyds het ganfche lichaam, en krygt vlekken

van velerlei kleuren. Indien eindelyk de pynen

plotsling ophouden, en de lyder ten uiterfte

zwak blyft; of de flauwten en ftuipen toenemen

, dan is het fchielyk met den lyder gedaan.

§• 3-

Scherpe en bedwelmende Vergiften.

Alle deze kentekens hebben niet by alle vergiftigden

plaats, men kan dezelven dus alleenlyk

daartoe gebruiken , om ze by een voorkomend

vermoeden van een doorgezwolgen vergift

door te zoeken, ten einde dit bevestigd of

wederlcgd worde, indien men of velen, of weinigen

derzelven, en wel misfchien van de laatften

flegts zodanigen , die aan andere ziekten

ook gemeen zyn, of van de eerften integendeel

de hevigften en de ongewoonlykften, befpeurt.

Wanneer men zo verre gekomen is, dat men

aan een doorgezwolgen vergift niet meer kan

twyfelen; dan is het tyd om verder te onderzoe-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 5

zoeken , van welken aart het vergift geweest

zy? Want hierop rust dc keus der hulpmiddelen.

Men houde zig egter niet te lang in het

nafporen der gebruikte dingen op ; want dikwyls

ontdekt men ze nooit, en als men ze al

gevonden heeft, dan word men 'er nog mets

wyzer door, om dat men zelden hunne wyze

van werken kent, daar het nogthans alleen op

aan komt. Dit moet men derhalve den Geneesheer

overlaten, wanneer hy komt; wy handelen

hier alleenlyk over 't geen zeer fchielyk,

in afwezigheid van een Geneesheer, moet gefchieden,

en daartoe moet het voldoende zyn,

de maatregels enkel uit de kentekens aan den

lyder op te maken. De zaak is niet zo moeilyk,

of een ieder, die flegts nauwkeurig acht wil geven

, kan dezelve in 't werk ftellen. Het komt

alleenlyk op de kentekens aan, of het gebruikte

vergift zeer geweldige bewegingen veroorzaakt,

en bovendien, (om ene korte uitdrukking

voor de manier van werken der meesten te

verkiezen,) of het een fcherp, dan of het een

bedwelmend vergift zy? Velen zyn dit beiden

te gelyk, zo als de tabak, en, zo ais men zegt,

de kraanögen , (nux vvmica,) enz. Wanneer

men derhalve den toeftand van den Lyder

overëenkomftig bevind met zodanig enen, dien

de fcherpe, of dien de bedwelmende vergiften

veroorzaken , dan gedraagt men zig in zulke

gevallen volkomen zeker, indien men volgens

die omftandigheden te werk gaat.

A 3

S. 4.


6 VERHANDELING OVER DE

§. 4-

Kentekens van.fcherpe Vergiften.

Wanneer iemand een fcherp vergift heeft ingenomen,

dan heeft hy aanftonds vele hevige

toevallen en pynen in de maag, fterke bedorvene,

of ftinkende opwerpingen , en braakt met

veel pyn en benauwdheid; hy heeft ene branding

in de keel ; fnyding en branding in de

maag en darmen; een wild en opgezet aangezigt

; verfchriklyke onrust ; een gezwollene

maag; buikloop ; brandende pis ; ongeregelde

hartkloppingen ; uitpuilende ogen; een dikke

tong; ftuipen; razerny; zwarte lippen; vlekken

over het ganfche lichaam , enz. Deze

vreeslyke toeftand is zeer gemaklyk van den

volgenden te onderfcheiden , die ene andere

geneeswyze vordert, en den aanfchouwer een

fchrikbeeld van gansch andere gedaante vertoont.

§• 5-

Kentekens van bedwelmende Vergiften.

Iemand die een bedwelmend vergift heeft

doorgeflikt, gevoelt wel mede in den beginne

ene kwalykheid en neiging om te braken, en

braakt ook wel in der daad: maar hy heeft 'er

zo veel benauwdheid, of pyn niet van als de

vorige, en zyne kwalykheid gaat zeer fchielyk

met duizeling, flauwte , en ene ongewone

bedwelming gepaard. Hy heeft wel ene branding,

doch zulke ftekende pynen niet, maar

eer


D00RGEZW0LGENE VERGIFTEN. j

eer ene drukking in de maag; hy gelykt van 'c

begin af aan meer naar ene dronkene , dan

naar ene vergiftigde perzoon, ook is hy niet

zo wild en onrustig, maar veel eer zwak, duizelig

en ftil, zelfs kan hy zomtyds de gebaardens

van enen lachenden niet vermyden. Zyn

ganfche lichaam fchynt flaperig en verzwakt te

zyn , en zyn geest is zeer verbaasd en ver*

ward, hy mymert en is niet volkomen by zyne

zinnen; de ogen worden donker, en zien verfchynzels,

of worden blind; hy weet van geen

hevige pyn; zyn aangezigt is flauw, en bleek,

als van een lyk; nogthans gloeijen zomtyds de

wangen; de pols is traag; de tong is zwaar en

ftamelt; de lippen zyn dik; de lyder is ongemeen

flaperig en onverfchillig; hy onderneemt

dwaze dingen, heeft vreemde invallen , als een

uitzinnig mensch; als het erg word, overvallen

hem toevallen van beroerten, koud zweet, de

ene flauwte op de andere, trekkingen, enz. en

eindelyk word zyn adem koud.

§. 6.

Vergelyking van beiden.

Deze beide befchryvingen moet men wel begrypen

, als men in de keuze der hulpmiddelen

niet wil dwalen. Dezelven ftryden zo zeer

met elkander, dat men zig niet ligt misleiden

zal. De eerfte dezer ongelukkigen heeft enkel

hevige toevallen , en zyn pyn en angst

geven hem de gedaante van een woedenden ,

of vertwyfelden. De laatfte is zwak, en zonder

hevige pyn; doch het mymcren , en alle

A 4

z

y-


8 VERHANDELING OVER DE

zyne toevallen, vertonen hem als enen die door

flauwte en verrukking is aangedaan. Op dit

voornaam onderfcheid moet men acht geven ;

want verfcheiden der overige toevallen kunnen

aan beiden gemeen zyn. Indien men flegts het

hoofdkenmerk wel begrepen heeft , dan kunnen

de overige omftandigheden niemand verwarren.

Algemene geneeswyze tegen alle Vergiften,

en in onzekere of twyfelagtige gevallen

van dien aart.

Thans is de vraag, hoe men zulke ongelukkigcn

te hulp zal komen? Wanneer men maar

eerst weet, dat iemand een vergift gebruikt

hebbe , alhoewel men nog onzeker is hoedanig

een het zy geweest, en alvorens men zulks

navragen , onderzoeken , of uit het karakter

van den lyder befluiten kan; zo kan men egter

enige algemene hulpmiddelen aanwenden ,

die in ieder geval te pas komen,en dedringendfte

omftandigheden tegengaan. Dezen móet

men derhalve het eerst weten, en in elk geval

bezigen. Het komt alles daar op aan, om het

vergift fchielyk wederom uit het lichaam te

brengen, en 't geen 'er niet uit gevoerd kan

worden, zo veel als mooglyk is, van zyn geweld

te beroven, en bovendien om de gevaar.

Jykfle bykomende toevallen af te keren.

1. Moet men den lyder,zo fchielyk als doenlyk

is, aan 't braken helpen. Doch tot dit alge-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. Q

gemeen oogmerk zyn alle braakmiddelen niet

even goed. 't Js het zekerfte ene veder, die

in olyfölie gedoopt is, in de keel te brengen,

en daardoor het braken te verwekken; of den

lyder ene grote hoeveelheid water , of dun

bier, met veel olyfölie, of boter, lauw te laten

drinken; of, als men 't hem beduiden kan,

dat men hem zelf een zyner vingers, in olie gedoopt

, in de keel laat fteken.

2. Moet hy hierop veel lauw water drinken.

Alle vergiften worden onfchaadlyk, wanneer

zy in ene grote hoeveelheid van water

verdund zynde, gedronken worden. Dit middel

verzwakt derhalve het geweld der vergiften.

Doch het moet onmatig worden gedronken

, zo veel als de maag kan bergen; en

als dezelve het uitwerpt, dan moet men telkens

wederom zo veel drinken , tot dat 'er

niet meer word overgegeven. Doch dit is 't

nog niet al.

3. Moet men ook door klysteren zeer veel

water herhaalde malen infpuiten.

4. Den lyder in een bad van lauw water zetten

, of hem ten minfte een voetbad geven ,

en het ganfche lichaam door natte doeken met

'lauw water bevogtigen , ten einde het lichaam

op alle mooglykc wyzen bevogtigd worde;

Men is ook wel gewoon de vergiftigden in

warme huiden van verschgeflachte dieren te

winden ; doch ik weet niet, of dit by iedere

vergiftiging, zonder onderfcheid, dienftig

5. Kan hy in ieder geval veilig en m grote

hoeveelheid melk en vette foepen, of olyfölie,

tastenen het water drinken; want deze middel

e n

A 5


JO VERHANDELING OVER DE

Jen verzwakken de fcherpe vergiften, en zyn

voor de bedwelmende niet nadelig.

6. Iemand die zeer volbloedig is , of die

al te hevige pynen uitfïaat, of die ongemene

fterke hartkloppingen heeft, of wiens borst ten

uiterfte benauwd is, en die, met opgezwollene

aderen in 't aangezigt, en aan den hals, gewei,

dig raast, kan men in ieder geval van vergiftiging

veilig ene ader op den arm openen, en

ryklyk bloed aftappen, om erger toevallen voor

te komen.

Middel tegen het gevaar ener onzekere

Vrgiftiging.

Indien iemand in gevaar is van vergifc te bekomen,

en zig daar tegen beveiligen wil, eer

hy nog het zoort van vergift kan vermoeden,

dan moet hy vooraf zyne maag met water, daar

honing in ontbonden is, zo veel opvullen, als

dezelve kan laden.

5- 8.

Algemene geneeswyze tegen fcherpe

Vergiften.

_ Wanneer men iemand , die een fcherp vergift

heeft doorgezwolgen, te hulp wil komen,

dan moet men zig van deze algemene genees-

•wyze bedienen.

li Braakmiddelen gebruiken, zo als in de alge-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. II

gemeenfte kuur, §. 7. N. I. of vette foepen,

gerfteflym met veel olie, melk met olie en boter

, bier met olie en boter; de uitgeperste

lynölie, of notenolie, is hier beter dan olyfölie,

Indien de keel zo erg is, dat het met het

flikken niet gaan wil, dan moet een Heelmeester

met ene kromme pyp, die in de keel gebragt

word, deze braakdranken, en de overige

hulpmiddelen, infpuiten. Na het braken

geeft men dezelfde middelen op nieuws, tot dat

men befpeurt, dat de maag van het vergift gezuiverd

is.

2. Tot den drank ene grote hoeveelheid

haver-, of gerfteflym , of een taamlyk dik afkookzel

van hertshoorn , of melk met water,

of arabifche gom, of gom dragant in water ge-

.kookt, hoe dikker hoe beter, of het afkookzel

van heemstwortel, of andere flymerige dranken

in ene grote hoeveelheid ingeven.

3. Klysteren zetten van weekmakende kruiden

in water gekookt, of van alle de dranken N. 2.

met veel olie, het zy olyfölie, of lynölie, zo

veel als men in den buik kan brengen, en zo

dikwyls als zy ontlast worden herhaald. Dit gefchied

zo dra men uit den buikloop, het hevig

kolyk, dat zig boven den navel dwers over den

buik uitftrekt, den aandrang tot ftoelgang, en

uit het branden by de ontlasting gewaar word,

dat de fcherpte van het vergift reeds in de on«

derfte darmen gekomen is.

4. Indien het de omftandigheden, die in de algemeenfte

geneeswyze §. 7. N. 6. befchreven

zyn, vorderen, dan opent men ene ader op

den arm, en men laat omtrent een pond bloed

aftappen.

5- Als


12 VERHANDELING OVER DE

5. Als de keel zeer verhit is , gorgelt of

fpuit men met de dranken N.' 2. of met weekmakende

kruiden in water gekookt. Doch

men moet tot dit einde by allen den rozenhoning

voegen.

6. Tegen de buikpynen en den buikloop, het

branden der urine en de opftopping derzelve ,

als mede van den afgang , dienen de herhaalde

klysteren N. 3. die ook in de pisbuis moeten

ingefpoten worden, en de dranken N. 2. Op

den buik legt men doeken met kamferbrandewyn

bevogtigd , daar theriak . in ontbonden

is, of weekmakende omflagen in melk gekookt.

7. Deze ganfche kuur moet zo lang voortgezet

worden , tot dat 'er geen fchyn , van

enig in het lichaam terug gebleven vergift, meer

over is.

8- Vervolgens voed men den lyder met melk,

gelei van kalfspoten , of van geraspte hertshoorn,

enz. Men verfterkt hem matig met

ouden wyn. Men geeft hem 's avonds wat theriak

om te rusten. En men verkwikt hem door

hartfterkende middelen, zo als het water van

kersfen, melisfen , kaneel en rozen, met fyroop

van gehele citroenen, of zure granaatappelen

gemengd, en lepelwyze gebruikt.

9. Indien de darmen door de fcherpte van 't

vergift geknaagd , of andere delen beledigd

zyn , dan moet men 'er ene byzondere hulp

voor zoeken, en altoos met de dranken en klysteren

N. 2. en 3. aanhouden, en geftadig veel

melk drinken.

'Er is ene zeer grote menigte van fcherpe

vergiften, zo wel van mynftoffen, als gewas-


D00RGEZW0LGENE VERGIFTEN. 13

wasfen en dieren. Indien men het eigenlyk vergift,

dat iemand gebruikt heeft, in tyds ontdekken

kan, dan kan men zomtyds de algemene

kuur tegen fcherpe vergiften nog nauwer

voor het enkel byzonder geval bepalen.

Om hier omtrent niet in gebreken te blyven,

zal ik enige der bekendfte fcherpe vergiften

doorlopen', en 'er dat geen van zeggen, 't

welk met myn oogmerk overeenkomt. By ieder

derzelven moet men ondertusfchen de algemene

geneeswyze tegen fcherpe vergiften tot een

grondflag leggen, zonder dat ik dezelve herhalen

zal. Ook moet men hier alles maar omtrent

de daadlyk doorgezwolgene fcherpe vergiften

verftaan. Ik zal met de mynftoffen beginnen.

O V E R H E T R O T T E K R U I D ,

A R S E N I C U M .

§• 9-

Het rottekruid is een der hevigfte vergiften,

dat zelfs in de geringfte hoeveelheid zyne boosaartigheid

vertoont. Ene zekere Dame had

'er flegts een weinig van gekauwd, en by haar

weten niets van doorgenikt. Doch na 't verloop

van twaalf uren wierd zy duizelig , en

kreeg zulke hevige trekkingen over het ganfche

lichaam, dat het bed met haar fchudde Men

zogt haar met het heulzap {opium') te helpen,

maar zy viel in een zo fchrikagtigen en ftuiptrekkenden

flaap, dat zy uit het bed zou zyn

geworpen , indien men haar niet gehouden

had. Na dat zy vierentwintig uren zo elendig


14 VERHANDELING OVER DE

dig had doorgebragt, was haar hoofd, aangezigt

en hals, en zelfs ook het overige van 'c

lichaam met zeer ontftokene rode vlekken ,

als mazelen, bedekt, waarby zy een geruis in

de oren had. En alhoewel zy geneesmiddelen

gebruikte, bragt zy egter zes dagen door, eer

deze toevallen ophielden , en bleef vervolgens

nog verfcheidene jaren zieklyk. Wanneer

de hoeveelheid van het vergift groter is,

of dat het te gelyk in de maag komt, en niet,

zo als hier, flegts in oneindig kleine deeltjes met

het fpeekzel na beneden gaat;dan volgt de werking

fchielyk en is verbazend. Men gevoelt

ene fteking, knaging, branding en ene vreeslyke

pyn in de maag en darmen, welke laatften

hevig gewrongen worden ; 'er volgt ene hevige

braking , de tong, keel en flikdarm zyn

fchraal en fcherp , 't geen enen onverzaadlyken

dorst verwekt; hierby komen de hik,doodlyke

beklemming, hartklopping en flauwten ;

door het braken, even als door den buikloop,

worden zwarte, ftinkende, bedorvene ftoffen

uitgeworpen; de leden worden koud; en eindelyk

maakt het koud vuur in de darmen zo

wel van 't leven als van de fmerten een einde.

De enkele dampen van het rottekruid , als

zy in den mond komen , en met het fpeekzel

doorgeflikt worden, veroorzaken dezelfde toevallen.

i. Indien het rottekruid flegts weinig minuten

te voren genomen is, dan moet men, in

de hoop van het zelve nog meesterideels wederom

uit het lichaam te brengen , het braken

§. 8. N. i. niet alleen met olieagtige middelen,

die langzaam,zagt en niet aanhoudend werken,

maar


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 15

maar zelfs met fchielyk werkende braakzouten

bevorderen. Voor eerst laat men den lyder

fchielyk enige ponden olyf-, of lynölie drinken

, dan geeft men hem een half dragme ,

of wat meer , witte vitriool , en daarna de

dranken met olie, §. o8. N. 1. tot dat het braken

niet meer nodig is. Voorts gedraagt men

zig volgens de algemene geneeswyze §, 8.

2. Is het rottekruid reeds voor een half uur,

of langer, doorgezwolgen, dan heeft men, behalve

het braakmiddel N. 1. ook aanftonds klysteren

van enkelen olie nodig, die men in ene grote

hoeveelheid moet infpuiten, voornaamlyk als

men reeds buikpynen gewaar word, en de navel

begint op te zetten. De olie werkt tegen

dit vergift veel beter dan het water, en daarom

kunnen hier de olieagtige dranken, die anders

maar tot het braken nodig zyn (§. 8. N. 1.)

voor het drinken, in plaats van de flymerige

middelen , en in de klysteren enkel olie , in

plaats van weekmakende middelen (§. 8. N. 3.)

gebruikt worden. Men moet flegts aanmerken,

dat de olie van lynzaad en noten, hier niet gefchikt

zyn voor de dranken, dewyl zy niet gegeven

worden om te braken, 't geen deze oliën

beter bevorderen dan de olyfölie, of de amandelolie.

Vette foepen zyn ook zeer goed.

3. Wanneer het rottekruid, zo als het doorgaans

doet , reeds enen blauwen kring om

den mond en de ogen gemaakt heeft, dan

raad BOERHAAVE den lyder drie dagen agter

een lauw honingwater, tot twaalf ponden

daags, te drinken , en dergelylce klysteren te

gebruiken , om niet gedurende zyn ganfche

leven ziek te blyven.

4. Zo


16 V E R H A N D E L I N G OVER DE

4. Zo dra als het vergift is uitgeblust , en

'er ene ziekte overblyft, moet men dezelve

naar vereisen van zaken genezen. De bykomende

toevallen, en de volgende kuur, vorderen

de hulpmiddelen die §. 8. N. 4—9. befchreven

zyn.

5. Iemand die in 't rottekruid arbeid , of

deszelfs dampen niet vermyden kan, moet veel

boter en fpek eten, en ryklyk olie gebruiken,

om zig daar tegen te beveiligen. — Het zogenaamde

rusgeel (fandaraeba,) en rcalgar, als mede

de kobalt (cobaltum,) en het operment (auripig.

mentum) zyn arfenikale vergiften, die dezelfde

kuur als het rottekruid vorderen. 'Er zyn ook

arfenikale geneesmiddelen , die nogthans nimmer

hunne boosiiartigheid afleggen , en die flegts

merendeels door kwakzalvers worden voorgefchreven,

waarom men zig te meer voor derzelver

gebruik moet wagten. Het uitwendig

gebruik in zalven is zelfs niet veilig, zo als ik

vervolgens zal aantonen.

OVER HET KWIKZILVER.

§. 10.

Het ruwe kwikzilver kan men zonder nadeel

drinken, en het word flegts een vergift,

als men hetzelve , met enige vettigheid verenigd,

op de huid brengt. Meer behoef ik 'er

hier niet van te zeggen. Doch 'er zyn bereidzeis

van het kwikzilver, die voor het rottekruid

weinig onderdoen. Hiertoe behoren

zommige zoorten van 't geprecipiteerd kwikzilver,

maar voornaamlyk de bytende fublimaat.

Hare


D00RGEZW0LGENE VERGIFTEN. IJ

Hare werking is even als die van 'c rottekruid:

branding in de maag, droogte in de keel,

fnyding in 't lyf, braking van fcbuimende flymerige

bloedige doffen , een dergelyke buikloop,

opzwelling van den buik, dorst, flauwten,

koud zweet, beving, trekkingen en het

koud vuur in de darmen.

1. Men moet op 't fpoedigfte het braken bevorderen,

volgens §, 8. N. r. of als het vergift

maar binnen weinig minuten is ingenomen, handelt

men , als met het rottekruid §. 9. N. r.

De Heer SHAW heeft in dit geval een of twe

grein Spaansch groen (cerugo') tot een braakmiddel

voorgefteld, om dat het ogenbliklyk werkt.

Men moet voor het overige omtrent het drinken

van olie, even als met het rottekruid §. 9.

N. 1. alhier te werk gaan.

2. Hoe langer het vergift in 't lichaam geweest

is, zo veel te onvermydelyker zyn aanftonds

de klysteren van olie, lauw water met

boter, of lauwe koeimelk, of olie alleen, of

beiden dikwyls beurtelings, of melk, honing en

olie. Doch als men by den afgang reeds ene hevige

pyn in den endeldarm gewaar word, en het vergift

reeds zeker in deonderfte darmen gekomen

is, dan kookt men de verzagtende kruiden {herlat

emollientes,) of den heemstwortel (radix altbeat)

in water, en men doet in een pond van hetzelve,

of in een pond warme koeimelk, een half,

of een geheel lood gefmolten wynfteenölie

(oleum tartari per deliquiumen men bezigt dit

klysteer dikwyls, tot dat de pynen in de dikke

darmen ophouden.

3. Voor den drank kan de melk en olie, of

warme boter in melk, in grote hoeveelheid ge-

B bruikt,


T8 VERHANDELING OVER DE

bruikt, inzonderheid zo lang het braken bevorderd

moet worden, van dienst zyn. Vervolgens

geeft men water daar heemstvvortel in gekookt

is, of haver-, of gersteflym, zodanig met

gefmolten wynfteenölie gemengd , dat op zes

lood water omtrent een half lood wynfteenölie

is, waarvan men ieder half uur een theekopje

vol kan nemen, en tusfehen beiden melk drinken

, daar in de vier pond een lood gefmolten

wynfteenölie gemengd is: men kan ook de dranken

als §. 13. N. 1. en 3. vervaardigen.

4. De overige kuur word volgens §. 8.

N. 4—9- in 't werk gefteld. — Men beveiligt

zig tegen de gevolgen van 't doorgezwolgen

ftof, of van de dampen der kwikvergiften, op

dezelfde wyze als tegen het rottekruid §. 9.

N. 5. Het turbith minerale behoort tot de kwikvergiften

, als het in al te grote hoeveelheid gebruikt

word; want het is anderzins ene buikzuiverende

artzeny, fchoon altoos van ene hevige

werking. Als de zoete kwik (mercurius dulcis)

te lang gelegen heeft, word zy een fcherp vergift,

hoewel het anders een goed geneesmiddel

is. In gevallen daar zulke kwikmiddelen als

vergiften werken , gaat men dezelven volgens

bovengemelde regels tegen. Eveneens is

het ten aanzien van verfcheidene ontbindingen

van het kwikzilver in 't koningswater, geest

van falpeter , vitrioolölie , enz. (zie §. 13.)

gelegen.

OVER


BOORGEZWOLGENE VERGIFTEN, IQ

OVER HET SPIESGLAS.

5- «•

De vergiften van het fpiesglas werken merendeels

zo hevig niet, fchoon op ene zoortgelyke

wyze, als de arfenikale. Het glas van

't fpiesglas (yitrum anUmonii,') de braakwynfteen

(tartarus emeticus,j de fafTraan der metallen (ergcus

metallorum,) en de zwavel van 't fpiesglas

(fulpbitr antimonü,} alhoewel zy in ene kleine

hoeveelheid gebruikt worden, zyn zy nogthans

geweldige braakmiddelen , en ene kwade of onvoorzigtige

vervaardiging van de verfcheidene

bereidzels van het fpiesglas , maakt dezelven

tot zeer hevige braakvergiften.

1. Dewyl zy op dezelfde wyze, als de arfenikale

vergiften, werken en doden, zo moet men

ze ook eveneens door het braken §. 9. N. 1. zo

fchielyk als mooglyk is na buiten brengen, en

als zy reeds in de darmen gekomen zyn, moet

men de klysteren van olie aanftonds mede te

hulp nemen. Men kan hier enige lepels vol

van den honingazyn van de zeeajuin (oxymel

fquilliticwn,) kort op elkander, tot een braakmiddel

ingeven, fchoon 't 'er meest op aan

komt, dat het maar fchielyk werke.

2. Voor den drank kan men zig aanftonds

zelfs tusfehen de werking van het braakmiddel,

en vervolgens, van ene grote hoeveelheid

wyna'zyn, met even zo veel, of meer water gemengd

, of van water dat met honingazyn zeer

zoet gemaakt is, of van dergelyke gerftedranken,

of van andere dranken, zo als §. 8. N. 2»

op dezelfde wyze zoetgemaakt, bedienen. Men

B 2 kan


ao VERHANDELING OVER DE

kan met honing en azyn aanftonds zelfs honingazyn

bereiden , of maar beiden in den drank

vermengen, tot dat hy behoorlyk zuur fmaakt.

Indien de fcherpte van het vergift in de dikke

darmen komt, dan mengt men de flymerige waters

§. 8. N. 3. met olie en honingazyn, voor

klysteren. De overige geneeswyze is §. 8. N. 4.

enz. befchreven. Onder anderen moeten hier

de zure dranken, tot de volkomene vernietiging

van het vergift, worden aangehouden.

OVER HET KOPER, SPAANSCH

GROEN, EN BLOEMEN VAN

'T KOPER.

$• 12.

De vergiften van het koper zyn braakvergiften,

zo als die van het fpiesglas, en inzonderheid

zyn de bloemen van het koper, indien zy

dikwyls doorgeflikt worden, een langzaam dodend

vergift. Zy vorderen volkomen dezelfde

kuur als de vergiften van het fpiesglas. De

Heer FABAS, een Heelmeester, wierd by een

Heer geroepen , die onöphoudelyk braakte ,

wiens leden door kramp-, en ftuiptrekkende bewegingen

verdraid wierden, en die ene geweldige

krimping in den buik uitftond. Nog drie

andere perzonen lagen even elendig. Zy hadden

eijeren met zuring en boter gegeten, welken

in een koperen pot , die vol koperroest

zat , bereid waren. Men gaf den Heer een

goed glas vol azyn, en de anderen, die wat

minder gewelt leden, een half glas. JXa een

half


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 21

half uur volgde 'er braking, en de toevallen bedaarden.

Toen liet men hun veel olie drinken

, en weekmakende klysteren zetten. Ene

bediende, die geen azyn gedronken had, moest

flerven, fchoon zy theriak en verzagtende middelen

had gebruikt.

Hoe vele ongelukkige toevallen van fpyzen,

die onvöorzigtig in koper bereid waren, heeft

men niet reeds waargenomen ! Ene fchielyke

hulp door braakmiddelen, olieagtige klysteren,

en zure dranken, als §. 11, zou de meesten kunnen

redden. Men moet nimmer fpyzen of

dranken, lang in kopere vaten laten ftaan, al

zyn ze zelfs vertind; want het tin zelve word

van velen aangedaan, en het vertinzel gaat 'er

door 't veel gebruiken af.

OVER HET KONINGSWATER,

SALPETERGEEST, VITRI-

OOLOLIE, ENZ.

§• 13-

Wanneer men dergelyke fcherpe en bytende

vogten of in hoeveelheid, of ten minfte onverdund

heeft doorgeflikt , worden aanftonds de

mond, de tong, de keel, de flikdarm, de maag

en de darmen , als door vuur verbrand , en

doorgaans word de opening der lugtpyp daarby

zo toegetrokken, dat men in gevaar is van te

flikken.

i. Men ontbind fchielyk een lood wynfteenzout

in een pond water; of men mengt, in

plaats van 't zout, twee lood gefmolten wyn-

B 3 fteen-


sa VERHANDELING OVER DE

fteenölie (oleum tartari per deliquium,) in een

pond water, en laat het den lyder drinken.

2. Zo dra dit gefchied is , moet hy zeer

veel lauwen olie, of dergelyke middelen innemen

om te braken, als g. 8. N. i. zyn voorgefield.

3. Als het branden in den flokdarm, en in

't lyf, na het braken nog niet bedaren wil,

dan moet hy ene grote hoeveelheid melk drinken,

daar een lood gefmolten wynfteenölie in

vier pond van ontbonden is. Of men fmelt

fchielyk twe lood potasch in ene fles water,

en laat hem daar van drinken. Ook kunnen

tusfchen beiden de flymerige dranken §. 8. N. 2.

gebruikt worden. Voorts kan de enkele koeimelk

in ene grote hoeveelheid tot verzagting

dienen.

4. Ten aanzien van de klysteren gedraagt men

zig als by de kwikvergiften, volgens §. 10. N. 2.

en verder volgens §. 8. N. 3.

5. Alle vloeibare middelen, die de lyder inneemt

, moet hy ook gebruiken om 'er den

mond dikwyls mede uit te fpoelen, en om ze

in de keel te laten fpuiten; en als het branden

daar door meest ophoud, handelt men, zo als

§ 8. N. 5. gemeld is; men moet ook veel flyrn.

van quee-pitten doorflikken.

6. De overige kuur is §. 8. N. 4. en 6—9.

te vinden.

De kuur der vergiftigingen met vitrioolölie,

falpetergeest, geest van zwavel, zuur

van de aluin, met de metalagtige ontbindingen

van goud en zilver , met den helfchen

fteen, met de ontbindingen van 't kwikzilver

in koningswater , falpetergeest, en vitrioololie

j


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 23

ölie, met de boter van fpiesglas, met de vitriool

van 't koper, enz word op dezelfde wyze

in 't werk gefield

OVER DE LOODVERGIFTEN.

§• 14-

De vergiften van het lood, als zy doorgezwolgen

worden, werken wel op de wyze der

fcherpe vergiften, zo als zulks de vreeslyke kolyken

van zodanige vergiftigden bewyzen ; doch

zy werken niet zo fchielyk als de dus verre befchouwde

fcherpe vergiften, maar laten daarentegen

ook zo veel te erger gevolgen na. De

loodwerkers ondervinden zulks overvloedig.

De Heer van SWIETEN heeft zelfs aangemerkt,

dat een geheel huisgezin het zogenaamde

loodkolyk , of fchilderskolyk (colique de poitou)

daar door gekregen heeft, dat zy het water in

de keuken in een lode vat bewaarden. Een lyder

die in tien dagen tien dragme loodzuiker

(facckarum jaiurnï) had ingenomen, wierd 'er

insgelyk door overvallen. En COMBALUSIER

verzekert zelfs, dat het brood, 't welk in een

oven gebakken wierd, dien men met oud hout,

dat met glit (lithargyrium') beftreken was, geftookt

had, in negen perzonen, die 'er van

gegeten hebben , dit kolyk heeft veroorzaakt,

en dat 'er twe van dezelven aan geftorven

zyn.

Iemand die door loodvergiften vergiftigd is,

befpeurt ene vermoeidheid, zware drukking in

de maag en darmen , en walging , hy braakt

groene gal, heeft ene hardnekkige verftopping

B 4 in


24 VERHANDELING OVER DE

in den afgang , vreeslyke maagpynen en benauwdheid

, ftuipagtige toevallen , ene doorgaande

beroving van kragten in de leden , en

pynen, die zig door den ganfehen buik, de

nieren, den boezem, de borst, den rug, en

inzonderheid door armen en benen uitftrekken.

Ue buik is merendeels ingetrokken, en als zulke

lieden veel van dit heimlyk vergift van tyd

tot tyd, door ftof, dampen , of in dranken ontbonden,

gebruikt hebben, dan is hun fpeekzel

blauwagtig en zoet. Na dergelyke toevallen

volgen by zodanigen, die dezelven overleven,

zonder nogthans van het vergift verlost te worden,

nog andere, die dezelven langzamerhand

N

doden. Zy worden zwak en traag, en zyn

zonder eetlust, zy verkrommen en verlammen

in alle leden, en ft.erven eindelyk of uitgeteerd,

of 'er volgt ten laatfte ene hitte, duizeling

, hoofdpyn, razerny, trekkingen, en ene

beroerte.

De geneeswyze dezer vergiftigingen wykt in

zo verre van de algemene af, die tegen de fcherpe

vergiften is voorgefchreven, als de langzaamheid

van de werking van het vergift, en de

daar by gewoonlyke verftopping van het lyf,

-ten dele ene andere fchikking in het gebruik

der artzenyën, ten dele ook andere hulpmiddelen

toelaten, en dikwyls vorderen; want de Geneesheren

zyn dikwyls genoodzaakt, eerst het

lyf door de allerflerkfte buikzuiverende artzenyën

te openen, zomtyds moeten zy het eerst

met verzagtende middelen beginnen. Zonder

hier in geleerde praktikale onderzoeken uittewyden,

zal ik myne lezers ene goede, toereikende

geneeswyze, die voor hunne vatbaarheden


D00RGEZW0LGENE VERGIFTEN. 25

den gefchikt, en door een volkomen gezag geftaafd

is, voordellen, en het overige aan bekwame

Geneesheren overlaten, die ene andere

geneeswyze kunnen verkiezen , in gevallen ,

daar zy geraadpleegd worden.

1. Indien men weet dat de lyder niet van tyd

tot tyd in 't klein, maar eerst kortelings ene

aanzienlyke hoeveelheid van loodvergiften ,

het zy ftof, of dampen, of ontbindingen, heeft

doorgezwolgen; dan moet hy de flymerige en

olieagtige braakmiddelen §. 8. N. i. gebruiken,

tot dat hy genoeg gebraakt heeft. Als dezen niet

willen werken, dan geeft men hem tien , vyftien ,

of meer greinen van het brakingverwekkend

fpiesglas (yitrum antimonii,) of agt , of tien

grein van den braakwynfteen , (tartarus emeticus)

met water tusfchen beiden. Indien hy 't

vergift zedert langen tyd langzamerhand gebruikt

heeft, dan is dit niet nodig.

2. Iemand die binnen korte tyd en eensklaps

vergiftigd is, moet kort na de werking van het

braakmiddel ; doch iemand in tegendeel , die

langzamerhand vergiftigd is , moet aanftonds

van den beginne af aan, ene grote hoeveelheid

van de volgende dranken lauw drinken: water

met even veel melk gemengd; water daar honing

in ontbonden is; olyfölie; vette zoepen;

melk met olyfölie, enz.

3. Te gelyk moeten 'er verzagtende klysteren,

zo als 5. 8 N. 3. daar enige loden witte

zeep in ontbonden zyn , en wel in dit geval

zonder de daar by gevoegde voorwaarden, zp

veel als mooglyk is gezet worden, hiertoe kunnen

de dranken N. 2. ook van dienst zyn.

Want het is hier ten hoogfte nodig, de hard-

B s nek-


26 VERHANDELING OVER DE

nekkige verftopping van den afgang, voor tekomen,

ofte overwinnen.

4 Indien de ontlasting van den afgang egter

niet wil volgen, dan moet men tusfchen de

dranken en klysteren , ene fterke purgatie , van

zes of agt grein zwavel van fpiesglas (fulpbur

antimonii tertice praapitationis) met tien of twaalf

grein zoete kwik (mercurii dulcis) zamen gemengd

in water geven, en zeer veel warme foep toe

laten drinken. Na de werking word met N. 2.

en 3. voortgegaan, tot dat het kolyk ophoud.

Doch men moet te gelyk

5. Den buik met warmen olyfölie fterk vryven;

vervolgens enen omflag van weekmakende

kruiden, in melk gekookt , 'er warm over

leggen, en zo dikwyls als hy te koud word,

vernieuwen.

6. Na de buikzuivering, of als het lyf geopend

is, kan men tot ene artzeny tegen de pyn,

's avonds of 's morgens , doch als het anderzins

draaglyk is, maar eens in de vier en twintig

uren , tien of twaalf droppels van het laudanum

liquidum van SYDENHAM laten gebruiken,

cn dan wederom meer klysteren doen zetten,

om dat die artzeny het lyf vèrflopt.

7. Ten aanzien van de aderlating gedraagt

men zig, zo als in §. 8. N. 4. gezegd is.

8. Zomtyds zyn de braakmiddelen, en de buikzuiverende

middelen , meer dan eenmaal in 't

verloop der ziekte nodig.

9. Indien het te vrezen is , dat 'er na het bedaren

van 't kolyk, nog overblyfzels van'tvergift

in 't lichaam zyn agtergebleven ; dan moet

men den lyder een langen tyd enkel zure fpyzen,

en dranken van azyn , limonade, zure wei

en


D 0 0 R G E Z W 0 L G E N E V E R G I F T E N . 27

en honingazyn laten gebruiken, en dikwyls ene

purgatie van manna met room van wynfteen

doen innemen; tot dit einde kan men twe lood

manna, en een half lood, of meer, cremor tartan,

in tien lood wei ontbinden , en met twe

lood purgeerfyroop van appelen gemengd, op

eenmaal innemen. B O E R H A A V E genas ene

vrouw, die door het loodglit, daar het aardewerk

mede verglaasd word, ene geitadigepyn,

aamborftigbeid, en uitteering gekregen had, alleenlyk

door azyn en andere zuren. Hy ftoorde

'er zig niet aan, of de lyderes door al het

zuur bleek van aangezigt wierd. Tegen de

elendige ziekte der loodwerkers , is ene grote

hoeveelheid van de flym en den. olie van het

lynzaad , 's morgens nugteren gebruikt, door

GESNER een beproefd middel bevonden.

10. Als 'er van onderen bloed en etter ontlast

word, moet men geen braakmiddelen , of

purgatiën , maar alleenlyk de middelen N. 2.

3. en 5. geven

11. Indien 'er ene zwakheid en pyn in de leden

, of éne verlamming dcrzelven overblyft;

dan moet men de uitwendige middelen op den

buik N. 5. dewyl de grond van het ongemak daar

in verborgen is, lang aanhouden, en zig naar

N. 9. gedragen. Op dergelyke wyzen heeft de

Heer VAN SWIETEN zodanige verlammingen

der leden genezen. Dezelfde geneeswyze kan

van dienst zyn, als 'er ene merkelyke zwelling

van het onderlyf overblyft.

12. Wanneer 'er uitteering , zwakheid van

geest, en duizeling volgen, dan moet men de

opene lugt op het land genieten,daaglyksryden,

ca den koortsbast, Haai en kamfer gebruiken,

dat


28 VERHANDELING OVER DE

fchreven 1

G e n e e s h e e i m o e t w o r d

* ^ ' en voorge-

13. Lieden , die met her Jood moeten omgaan

, en daar in arbeiden, of aan deszelfs dampen

zyn blootgefteld, moeten s'morgens vroeg

eer zy aan 't werk gaan, en ook dikwyls op an'dere

tyden, fpek met roggen brood, vet vleesch,

vee olie zalade, boterbrood, vette zoepen

melk daar fpek in gekookt is, en dergelyken 1'

S'ï' d

f brandewyn vermeiden ! eïe

fchaadlyke dampen zo veel als mooglyk is, van

den mond en neus afhouden.

Op deze wyze geneest men de vergiftigder

van t doorgezwolgen loodftof, looddampen,

loodwit menie, glit, gebrand lood, lood!

tinkaTk.' ]

d a Z y n c n z a ] s

°° ' ' mede van de

OVER DE GIPS EN KALK.

5- 15.

Gips en ongeleste kalk komen in hare werkmgen

het meest met de loodvergiften over.

een , en zy zyn daarom gevaarlyker , dewvl

men dezelven niet gemaklyk door den reuk

of fmaak kan onderfcheiden. Als men gips

m: water met meel tot ene pap kookt, dan is

zy onfchaadlyk , zo lang zy vloeibaar blyft.

Doch zo dra als zy in rust komt, en op den

grond valt, of met meel in het brood droog gebruikt

word, doet zy de maag geweldig aan,

florpt alle vogten op, en verftopt te gelyk allé

vaten, die dezelven in het lichaam terug voeren.


DOOR GËZW OLGENE VERGIFTEN. 29

ren. Door dit fchelmfi.uk is eens een geheel

leger omgebragt.

Indien men deze zwarigheid te boven gekomen

is, en men ontdekt heeft, dat iemand

gips, of kalk heeft gebruikt, dan moet men

r. Den lyder op 't fpoedigfte een braakmiddel

in den honingazyn van zeeajuin, by voorbeeld

in drie of vier lood van denzelven, dertig

grein van den braakwortel geven, en vervolgens

veel zure wei laten drinken.

2. Tot den drank ene grote hoeveelheid van

zure wei, azynwater, honingazyn, limonade;

en den anderen dag integendeel vette foepen,

olie en wei, daar wat witte zeep in ontbonden

js; doch voor de fpys zalade daar veel olie en

wynazyn op is, en in 't algemeen veel zure fpyzen

, laten gebruiken.

3. Kan men zig ook van klysteren , zo als

§. 14. N. 3. en in de volgende geneeswyze

, zo als na de loodvergiften 5. 14. N. 9.

bedienen.

OVER DE ONNATÜURLYKE

DOORGESLOKTE DINGEN, ALS

GLAS, METALE PUNTEN ENZ.

EN SCHERPE DAMPEN.

§. 16.

1. Wanneer men punten van glas, grof poeder

van bergkrystal, kleine graten, punten van

been, kleine korte fplinters enz. heeft doorgeflikt,

dan is wel de beste raad een dikke meelpap

, of brei te eten, ora 'er de fcherpe .punten

in


S


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 31

gen de dampen, de uitwaasfeming , of derzelver

ftof, als mede den lleïk ftinkenden nevel doorzwelgt,

dan kunnen ze even zulke kwade ongemakken

, als andere doorgezwolgene fcherpe

vergiften, voortbrengen. De voorzorg tegen ,

en geneeswyze van zodanige vergiftigingen is

dezelfde, als die van zulke ingeademde dampen ,

waar omtrent men by §. 88. en 89. het berigt

zal vinden.

§ 17.

Doorgezwolgene fcherpe Vergiften uit bef

ryk der planten.

Ik ga thans tot de doorgezwolgene fcherpe

vergiften uit het ryk der planten over, die over

't geheel dezelfde algemene geneeswyze vorderen,

welke ik §. 8. befchreven heb. Ik zal de

voornaamfte derzelven doorlopen, en bovendien

het gering onderfcheid in de geneeswyze

aanmerken. Men twist over vele zogenaamde

fcherpe vergiften uit het plantenryk, of zy alleenlyk

door hunne fcherpte, of te gelyk door

ene bedwelmende kragt, werken; doch ik beroep

my op het geen ik daaromtrent §. 3. gezegd

heb. In de geneeswyze moeten wy alleenlyk

op de manier van werken in 't algemeen

acht geven, of dezelven zeer hevige en pynlyke

bewegingen veroorzaken, dan of ze bedwelmen

en het verftand verwarren. De eerfte heb ik

boven, om kort te zyn, fcherpe vergiften genoemd,

§. 3. en onder dit karakter zal ik hier

ook


32 VERHANDELING OVER DE

ook over zodanige plantvergiften handelen , die

niet, of ten minfte niet voornaamlyk, bedwelmend

zyn, en op de vermogens van den geest

werken, maar die hevige en pynlyke toevallen

verwekken.

OVER DE CICUTA, OF SCHEER­

LING; WATERSCHEERLING

EN ANDERE ZOORTEN.

5- 18.

WEPFER heeft reeds aangetoond, dat de

fcheerling een heet en fcherp vergift is. De

Heer STÖRK proefde flegts enige droppels van

het zap des wortels, waardoor zyne tong reeds

ftyf, gezwollen en pynlyk wierd, en hy kon

geen woord fpreken. Als van deze plant, welker

bladeren, wortels, en zap vergiftig zyn,

een weinig word doorgezwolgen, zo ontftaat

'er aanftonds ene hevige brandende, en Hekende

pyn met drukking in de maag , de leden

en het hoofd worden krampagtig getrokken ,

'er ontftaat ene grote zwelling in het hartegroefje,

waarby de hik komt, en een hevig

vringen tot braken, zomtyds loopt het bloed

uit de oren; het aangezi'gt en de buik zwellen

pp ,. en na den dood ftroomt 'er ene groene

fchuim uit den mond. Zo als nu dit alles daadlyke

tekens van een fcherp vergift zyn , zo

kan men egter ook niet ontkennen, dat 'er zig

kenmerken van een bedwelmend vergift by opdoen

, dewyl de lyders te gelyk duizelig en

waggelend zyn, en hét gebruik hunner zinnen

niet


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 33

niet altyd magtig blyven, of ook wel toevallen

der vallende ziekte hebben. Ondertusfchen is

de voorname werking van dien aart, dat'er de

geneeswyze tegen de fcherpe vergiften inzonderheid

toe gevorderd word, fchoon de te gelyk

bedwelmende werking dezelve enigzins nauwer

bepaald.

1. Het eerfte , dat ter genezing verëischt

word , zyn de olieagtige braakmiddelen , §. 8. N. r.

die 't hier doorgaans alleen afdoen. Doch als

ze niet fchielyk werken, dan moet men handelen

als met het rottekruid §. 9. N. 1. BOER-

H A A v E redde agt kinderen met de witte vitriool,

die van de fcheerling gegeten hadden. De

honingazyn van zeeajuin tot enige lepels vol ingenomen

, met ene goede hoeveelheid van

lauw water, of van de dranken §. 8. N. 1.

daar op gedronken, is mede zeer goed in dit

geval.

2. Melk, olie, boter met honing gemengd,

lauw water, of ook met gemenen honingazyn

gemengd, azynwater, limonade, en zure wei,

zyn de middelen waaraan men zig moet houden,

als men genoeg gebraakt heeft, zo wel om in te

nemen , als om dikwyls klysteren van te zetten.

Zo dra als de Heer STÖRK het einde zyner tong

met citroenzap ftreek, en 'er de tong mede affpoelde,

beterden de gemelde toevallen en hy

kon wederom ftamelen; ja zelfs na het dikwyls

herhaald gebruik van het citroenzap, was alles

wederom in twe uren berfteld.

3. Dewyl dit vergift zyne voorname werking

in de maag doet, en ene hevige vringing

tot braken veroorzaakt, is het zomtyds noodzaaklyk,

door ene tegenövergeftelde fterke poc

ging»


34 VERHANDELING OVER DE

ging, de kramp in de bovenfte delen tegen te

gaan;tot dit einde dienen hier zomtyds,behalve

de klysteren N. 2. de zetpillen uit honing, zout,

zeep, en aluin bereid, die een Apotheker kan

vervaardigen. In alle gevallen kan een fchuinsgefneden

ft.uk zeep, of een ftuk van een talke kaars,

met fterk gezouten, of met poeder van aluin

gemengden honing, beftreken, gebezigd worden.

4. In de overige kuur gedraagt men zig volgens

§. 8. N. 4—7.

5. Wanneer het vergift uit de wegen der

fpysvertering gevoerd is, dan geeft men den

lyder 's avonds voor de nagt een brok theri.

ak, met zyn gewoonlyken drank, en by dag

enige reizen 40 droppels van de bezoartinctuur,

of van de esfentie van castoreum, of van

den geest van hertshoorn, enz. 't geen best

door enen Geneesheer word voorgefchreven.

Zo weinig als de theriak en dergelyken, tegen

de minerale vergiften, die niet vlug zyn,

dienen; zo goed is derzelver gebruik tegen de

plantvergiften.

6. Ondertusfchen en vervolgens handelt men

volgens §. 8. N. 8. en 9. De fcheerling is een

van die vergiften, welken men dikwyls onder

fpyzen kan bekomen; want een onkundige

boer kan de bladeren gemaklyk met kervel, of

pieterzelie, en de wortels met de pastinaken

verwarren. 'Er zyn verfcheidene zoorten van

dit fchaadlyk gewas, en fchoon 'er voor myne

lezers weing voordeel van te hopen is, zal ik

egter de namen der vergiften, die my bekend

zyn, en welken, althans ten aanzien van de

geneeswyze, tot de fcheerling behoren, hier

by voegen. Zodanigen zyn de Dollekervel,

Dol-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 35

Dolkervelkruid, Oenanthe crocata, Oenanthe aquotica,

Wilde Kervel, Winterling, Pypkruid , Beursjeskruid,

Hondspieterzelie, kleine Scheerling, enz.

OVER DE HERFSTBLOEMEN,

T Y D E L O Z E N , OF N A A K T E

VROUWEN. COLCHICUM

A U T U M N A L E .

$• 19-

De Heer STÖRK heeft de eigenfchappen van

deze vergiftige plant aan zig zeiven beproefd.

De verfche wortel een weinig gekwetst zynde

maakte in twe minuten de tong zwaar, ftyf

en ongevoelig, 't welk zes uren duurde en

van zelfs weder overging. Drie greinen van

den verfchen wortel wierden een uur lang in

agt lood wyn geweekt, en de wyn wierd gedronken.

Dezelve was wat fcherp in de keel,

en verwekte enige hoest. Na 't verloop van

weinig minuten wierd 'er zeer veel bleke brandende

pis ontlast. Een grein van den verfchen

wortel, twe uren na de maaltyd genomen ,

veroorzaakte ene branding in de maag, vliegende

hitte na het hoofd, veelvuldige huiveringen

door den rug, vervolgens vliegende

kolykpynen, hevig branden der pis, de pynlyk'fte

perfing, fpanning van 't hartekuiltje ,

hoofdpyn, hik, enz. Uit deze proeven in 'c

klein genomen, kan men de hevigheid van 't

vergift in 't groot afleiden.

De voorname geneeswyze is met die, welke

tegen de fcheerling §. 18. N. i. 2. 4. 5-

C 2 en '


3


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 37

volgens §. 18. N. i. en 2. wel niet met olieagtige

middelen, maar met den honingazyn van de

zeeajuin en veel water,het braken verwekt, de

zure dranken gegeven, en alleenlyk verzsgtende

klysteren gebezigd heeft; of ook, als dit te

laat is, dan fchryft men aanftonds een half of geheel

dragme voor van den giftwortel (rad. contrayervae)

in een brok of opgehoopte theelepel vol

theriak, of mithridaat, met azynwater of limonade

in te nemen,en men geeft een- of twemaal

daags tien of meer grein van de oosterfche

bezoar, in theewater met citroenzap gemengd.

Zo kan men ook den kamferazyn, den virginiaanfchen

flangenwortel (ferpentaria virginiana,)

en dergelyke vergiftuitdryvende middelen voorfcbryven,

die hier dezen naam verdienen. De

overige kuur is volgens %. 18. N. 4. 5. en 6.

De verfcheidene namen van dit vergiftig

kruid, en deszelfs bloemen, zyn wolfswortel,

christoffelkruid, gele of blauwe ftormhoed, actaea

fpicata, enz.

OVER HET NIESKRUID, ELLE.

BORUS, M E L A M P O D I U M , OF

V E R A T R U M , EN DESZELFS

ZOORTEN.

EUPHORBIUM, H O N D S M E L K , EN

DESZELFS ZOORTEN.

ESULA, TITHYMALUS, WOLFS­

MELK, EN D E R Z E L V E R

ZOORTEN.

G 3 KEL


$8 VERHANDELING OVER DE

KEIZERSKROON, OF CORONA

IMPERIALIS.

§• 21.

Deze en dergelyke planten hebben ene grote

fcherpte, die ontftekingen veroorzaakt, en

bytend is, weshalven zy hevig purgeren, in de

maag en darmen byten, ontiteken, en ene brandende

gewaarwording in dezelven verwekken,

ja dikwyls het vuur veroorzaken.

Dezelven vorderen volkomen de geneeswyze,

die tegen de fcherpe vergiften in 't algemeen is

aangeraden g. 8. alleenlyk met dit onderfcheid,

dat men zig wel, zo lang het braken aanhoud , of

aangehouden moet worden, van de dranken die

g. 8 N. 2. zyn aanbevolen , mag bedienen ;

maar dat men vervolgens, voor de overblyfzels

die 'er misfchien zyn, zure dranken, inzonderheid

azynwater en citroenzuren, op allerlei wyzen

moet verkiezen: welken raad de fchriften

van de Akademie der Wetenfchappen te Parys,

byzonderlyk ten aanzien van de twe eerfte bovengemelde

planten , bekragtigen. Men kan

by dit zoort van vergiften, die dezelfde geneeswyze

vorderen, nog de volgende rekenen :

Ancmone, windbloem.

Cataputia, en hare zoorten.

Lathyris, fpringkruid.

Cyclamen, verkensbrood.

Delpbinium, ridderfporen.

Digitalis putpurea, vingerhoedskruid.

Cu.


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 39

Cucumis a/minus, elaterium, veilde komkommers.

Hermodattylus, hermodaêtel.

Flos africanus, St. Anthonisbloem.

Cuminum, komyn.

Banunculi, ranunkels van verfebeide zoorten.

Frangula, Jporkenboom.

Scammonium, enz.

OVER DEN TAXISBOOM, TAXUS.

§. 22.

Schoon onze inlandfche taxisboom niet vergiftig

is, zegt men egter van den uitlandfchen,

dat deszelfs bladeren, zap en besfen voor menfchen

en beesten fchaadlyk zyn. Men befpeurt

'er ene koude van door 't ganfche lichaam, 'er

volgt ene verflikking, een zoort van buikloop,

en gemeenlyk een fchielyke dood op.

Na het braken, dat men volgens §. 8. N._r.

moet bevorderen, vind ik de volgende hulpmiddelen

ter genezing aangeprezen. Men moet

alzem- en rozemarynbladeren, zedoarie, virginiaanfehen

flangenwortel, cardamomen, en andere

fpeceryën nemen, 'er goeden wyn opgieten,

en daar van drinken. De bykomende toevallen,

inzonderheid de koorts en de buikloop,

vorderen hunne byzondere kuur.

5- 23.

Ten aanzien van andere plantvergiften, wel-

C 4 ker


4o VERHANDELING OVER DE

ker natuur en wyze van werken nog onbeflist

is, moet men zig aan de kentekens die §. 3—6.

zyn opgegeven , of aan de daaruit volgende

kuur tegen fcherpe, §. 8. of bedwelmende vergiften,

§. 27. of aan de algemene geneeswyze

§. 7. houden. Dit heeft inzonderheid plaats

omtrent de

Koriander, wiens werking nog onbekend is;

en omtrent de

Kraanögen, nux vomica, die de dieren met

ftuipen doden, en te gelyk fcherp en bedwelmend

fchynen te zyn; als mede ten

aanzien van de

Be


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 41

distel, van 't duizendguldenskruid, van de boonftengen,

van de brem, van de zaly, van de

fteenbreke, de potasch. en vele anderen Indien

zodanige middelen in ene grote hoeveelheid

waren ingenomen, zouden zy door hunne

loogagtige fcherpte zeer fchielyk een bederf

en het vuur in de ingewanden veroorzaken

, en daarom verëifchen zy ene byzondere

genezing, die op de volgende wyze moet worden

ingerigt.

1. Bevordert men, indien 't nog tyd is,

bet braken door veel lauw water, dat met honingazyn

zuuragtig gemaakt is, en als dit niet

fchielyk zyne werking doet, dan geeft men

tusfehen beide enige lepels vol honingazyn van

zeeajuir».

2. Word 'er ene grote hoeveelheid water, ryklyk

met honingazyn gemengd, of limonade, of

zure wei, beide de laatfte met zap van citroenen

, aalbesfen, braamboizen, berberisfen, of

zure kersfen, of water met enige droppels zwavel-

, vitriool-, of falpetergeest zuur gemaakt,

gedronken.

3. De klysteren beilaan uit zure wei met honing-

4. De overige maatregels der geneeswyze kan

men uit §. 7 en 8. afnemen. Op gelyke wyze

moet men te werk gaan, als men zeer veel gefmolten

wynfteenölie (oleum tartari per deliquhim)

of andere loogzoute fcherpten heeft doorgezwolgen

, welke in hare uitwerkingen zodanig

zyn, als boven gemeld is.

C 5 OVER


42 VERHANDELING OVER DE

OVER DE AL TE HEVIGE BRAAK­

MIDDELEN , EN BUIKZUIVE­

RENDE MIDDELEN.

§• 25-

Het gebeurt zomtyds , dat men van een

braak-, of buikzuiverend middel, ene al te grote

gift bekomen heeft; in zodanig een geval is

men als vergiftigd aan te merken, en het gevolg

is ook in der daad het zelfde, 't Zy nu dat dit

door middelen uit het ryk der myndoffen, of

der gevvasfen, gefchied is, zo moet men hier de

algemene kuur der fcherpe vergiften §. 8. in allen

opzigten naar elks verëischte bezigen, uitgezonderd,

dat men hier de braakmiddelen

§. 8. N. i. moet nalaten , als de misflag eerst na

'e verloop van vier uren, of later, ontdekt

word. Doch dewyl men in zulk een geval

doorgaans den aart van het vergift kent, of van

hem, die 'e heeft voorgefchreven, kan onderdaan;

zo moet men de byzondere hulpmiddelen,

die tegen dergelyke vergiften zyn aanbevolen,

in de geneeswyze te hulp nemen.

Indien de gift der artzeny op zig zelve niet

onbehoorlyk groot geweest is, maar dat hy, die

dezelve heeft ingenomen , 'er egter te hevig

door word aangedaan, dan dienen tegen de hevige

pynen de verzagtende dranken en klystejen,

die §. 8. N. 2. 3. en 6. zyn opgegeven.

Doch tegen het al te lang aanhoudend braken

en purgeren, daar flauwten, koude leden, benauwd

zweet , en de grootde afmatting op

volgen, moet men in-,en uitwendig verdenkende


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 43

de middelen laten gebruiken. Tot dit einde is

de warme wyn, die met zuiker zoet, en met

kaneel, nagels, nootmuskaat, enz. fpecer\agtig

gemaakt is, tot twe lepels vol nu en dan genomen

, dienftig; of een mistuur van zes lood

kruis enmuntwater,twe lood citroenzap en een

dragme alzemzout, een theekopje vol te gelyk

gedronken; als mede tusfehen beide een theelepel

vol theriak, of twaalf droppels van 't laudanum

Hquidum in 't bovengemelde kruis en muntdrankje,

doch zulks niet meer dan eens of twemaal.

Vyf of zes droppels van den kajeputölie

bedaart zomtyds eensklaps de flauwte en de al

te langdurige werking: WALSCHMID verzekert,

dat het onmatig braken door een fpyslepel

vol wyngeest aanftonds ophoud. Uitwendig

vryft men den buik met nootmuskaatbalzem, of

met kruis en munt-, of kajeputölie, of men bevogtigt

'er ene tacamahakpleister mede, die op

zeemleer gefineerd is, en men zet by het braken

te gelyk verzagtende klysteren. Als eindelyk

de werking der artzeny is opgehouden , dan

behandelt men den lyder zo als §. 8. N. 8. gezegd

is.

OVER DE L I E F D E D R A N K E N .

PHILTRA.

Alhoewel 'er nauwlyks artzenyën zyn, die

ene geneigdheid van de ene perzoon tot de andere

kunnen bewerken; zo zyn 'er egter geneesmiddelen,

die de menfehen opgetogen, geil,

of zwaarmoedig kunnen maken , en daarvan bedient

men zig tot zodanige duivelfche kunsten.

En


44 VERHANDELING OVER DE

En devvyl dergelyke middelen doorgaans fteelswyze

worden coegebragt, zo kan men ook bezwaarlyk

de zoorten van vergiften, die men bekomen

heeft, ontdekken. Men moet het derhalve

alleenlyk, volgens § 3. 4.en 5. uit de werkingen

opmaken , en daarna de kuur tegen fcherpe

, of bedwelmende vergiften, o'f, in onzekerheid,

enkel de algemeenfte geneeswyze tegen

de vergiften §. 7. verkiezen , en, naar gelang

der omftandigheden verfchillende te werk

gaan, zo als in §. 24. is aangeraden. Doorgaans

worden tot zulke zamenmengzels fcherpe vergiften

genomen , ten minfte fchynen zulks de

gevolgen derzelven te leren , die men in de

gefchiedenis der geneeskunde vind aangetekend.

OVER DE SPAANSCHE VLIEGEN.

5- 26.

Onder de dierlyke fcherpe vergiften, die als

geneesmiddelen , en niet met, of als fpyzen '

worden doorgeflikt, als over welke laatften in

't vervolg afzonderlyk zal gehandeld worden,

(§• 3 1

—33 ) komen hier alleenlyk de fpaanfche

vliegen in aanmerking, die men of als een'geneesmiddel,

of toevallig kan hebben doorgeflikt.

Dit gedierte bevat een hevig bytend fcherp vergift,

dat, buiten debef'chrevene toevallen §.4.,

door zyne byzondere werking in de piswegen

zig onderfcheideniyk openbaart: want het veroorzaakt

ene hevige fnyding en branding der

pis, en ene onöphoudelyke neiging om dezelve

te ontlasten, die 'er ook dikwyls bloedig door

ontlast word.

1. In-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 45

t\ Indien het nog tyd is, tragt men het vergift

volgens §. 8. N. 1. door olieagtige braakmiddelen

terug te brengen-

2. Tot den drank geeft men voornaamlyk

warme melk, doch in ene grote hoeveelheid.

Egter zyn ook de flymerige dranken §. 8. N. 2.

en enige teugen water of melk, daar fpaanfche

zeep in gekookt is, dienftig.

3. Ook moeten 'er dikwyls klysteren van melk

en olie gezet worden. Men kan insgelyks zuivere

warme melk, of met olie gemengd, in de

pisblaas infpuiten.

4. Tusfchen de dranken moet men dikwyls

een lepel vol kamfermelk nemen.

5. 't Zou mede zeer goed zyn, indien men

den lyder tot aan de borst toe in een lauwmelkbad,

daar de melk met veel water in gelengd

was, kon zetten; anderzins moet het in warm

water gefchieden , of zodanige warme omflagen

tusfchen de dyën gelegd worden.

6. Als de keel is aangedaan, dan gorgelt en

fpuit men met melk en honing.

7. Tegen enige bykomende toevallen kan

men nog in de algemene geneeswyze §. 8.

N. 4. 6—9. als mede §. 59. N. 9. onderrigting

vinden.

Voorts kan men over de fpaanfche vliegen

§. 68. nazien.

5- 27.

Doorgezwolgene bedwelmende Vergiften.

't Geen tot dus verre over de doorgezwolgene

fcherpe vergiften gezegd is, oordeel ik tot

myn


46

VERHANDELING OVER DE

myn oogmerk toereikend te zyn, en ga derhalve

over tot de doorgezwolgene bedwelmende

vergiften, (narcotica.) De onderfcheidende

kentekens hunner werkingen zyn reeds §. 5. en

6. opgegeven , en een aandagtig waarnemer zal

ze daaruit gemaklyk kunnen ontdekken. Thans

zal ik eerst, zo als by de fcherpe vergiften, de

algemene geneeswyze bepalen, en dan enigen

der voornaamften in 't byzonder befchouwen.

1. Voor eerst moet het braken bevorderd

worden, waartoe hier doorgaans van vier tot

zes lepels vol honingazyn van zeeajuin, of een

halve, of een gehele dragme witte vitriool nodig

zyn. Voor den drank tusfchen beide, en

naderhand, kan men warme zure wei met gemenen

honingazyn zoet gemaakt, of warme gekaamde

melk , geven. Het warm water kan

ook van dienst zyn. Als de lyder niet kan

flikken, dan gedraagt men zig volgens g. 8. N. r.

2. Hoe langer men het vergift reeds by zig

gehad heeft , zo veel te noodzaaklyker zyn

de klysteren. Men bereid dezelven uit een

pond zure wei, daar enige loden witte zeep in

verkookt zyn; of men ontbind in zestien lood

behoorlyk gezouten water, anderhalf, of twe

lood van 't extractum catholicum, en een lood rozenhoning;

of men kookt een hand vol fennebladeren

en vier lood room van wynfteen (eremor

tartarï) in een pond water, en men doet 'er

twe lood honingazyn, en enige weinige greinen

van den braakwynfteen (tartarus emeticm) by,

die te voren met water gevreven is. 'Er worden

in dit geval fcherpe klysteren en fterke

braakmiddelen verëïscht, om dat deze vergiften

de


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 47

de beweging der darmen verhinderen en tegengaan.

3. Indien de ontlasting dan nog niet fchielyk

wil volgen, dan ontbind men twe lood room

van wynfleen in een half pond zure wei, gekaamde

melk, of water, en als het met honingazyn

zoet gemaakt is, laat men het den

lyder fchielyk op malkander drinken. In gevallen

van nood gebruikt men ook klysteren

van tabaksrook, zo als §. 74. N. 10.

4. Wanneer 'er zommigen der omflandigheden,

die §. 7. N. 6. zyn bygebragt, befpeurd

worden, dan is het aderlaten hier nog noodzaaklyker,

dan by de meesten der fcherpe vergiften

, en kan voor of na het braken gefchieden.

Na de aderlating kan men grote blaartrekkende

pleisters aan de kuiten leggen.

5. Tot den eigenlyken drank moeten alleenlyk

zure dingen gebruikt worden , by voorbeeld,

zure wei; azynwater; lauw water met

honingazyn zoet gemaakt; limonade; gerflewater

met azyn, of citroenzap, of met room van

wynfleen , zuur gemaakt. Als 'er fpyzen gevorderd

worden, is de fpinagie, de zuring, en

de falade met olie en azyn dienstig; of op andere

tyden melkfpyzen , en gekaamde melk.

Men kan ook zomtyds het doijer van een ey,

in een kopje vol oude wyn verdund, gebruiken.

6. Men moet den lyder ene koele lugt geven,

en hem zelfs zo verre ontkleden dat hy lugtig

zit, of hem met koud water wafchen, of zelfs

als de bedwelming groot is, in een koud bad

zetten. Te gelyk moet men hem gefladig aan

azyn, rozenazyn, wynruitazyn, kamferazyn,

enz. laten rieken, en 'er mede befprengen.

7. Men


48 VERHANDELING OVER DE

7. Men moet hem de rust, daar hy toe genegen

is, niet toeltaan; maar liever hem opwakkeren

, bewegen, tot het lpreken aanzetten

, en hem wat te doen geven.

8. Zodra men verzekerd is, dat het vergift

in de maag en in den buik gedempt, of niet

meer voorhanden is, laat men hem met de zure

dranken en fpyzen voortgaan, doch men geeft

hem alle twe uren 60 droppels van het eenvoudig

mengzel met kamfer, of een lepel vol kamfei

azyn in den drank, om de uitwaasfeming te

bevorderen. Tot dit einde kunnen de warme

baden ook van dienst zyn. 't Is ook goed ,

door herhaalde teugen van 't overgehaalde .jeneverwater,

de ontlasting der pis te bevorderen.

§. 28.

Op de thans befchrevene wyze geneest men

de volgende vergiftigingen van het

1. Heulzap, of opium, welks werkingen eigenlyk

§. 5. beichreven zyn; alleenlyk moet men

hier onder de braakmiddelen §. 27. N. ï. ook

den braakwortel, (raclix ipecacuanhae) van dertig

tot veertig grein mede tellen , dewyl hy een byzonder

tegengift van 't heulzap verdient genaamd

te worden.

2. Het bilzenkruul , (hyosciamui) en deszelfs

zaad, welk kruid een onkundige gemaklyk voor

witte cichory , of paardebloemen, tot zalade

kan nemen. Dit zwart bilzenkruid , wanneer

het zelfs witagtig word, is het nogthans, even

als het groen, met ene ruwe wol bedekt, waardoor

het zeer zagt op het gevoel is. Het heeft

ook een onaangenamen reuk, en een, fchoon

by-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 4«>

byna onmerkbaren , zoeten fmaak, die ligt kan

misleiden ; ondertusfchen dient dezelve tot

een onderfcheidend kenmerk, want de fmaak

van de paardebloemen en cichory onderfcheid

zig genoeg door de bitterheid. De wortel,

de bladeren, en zelfs het zaad, al word het

niet gekauwd ,. veroorzaken ene droogte in

de keel en op de tong, verdoving in de leden,

jeukte over het ganfche lichaam, zwakheid en

flauwte, ongewone verrukking van den geest,

vreemde invallen , duizeling, verduistering of

blindheid der ogen, zware ademhaling en verdikking.

In de genezing moet men gedagtig

zyn, wanneer dit vergift, zo als dikwyls gefchied,

op de wyze der fcherpe vergiften, door

hevig braken en purgeren medewerkt, dat men

dan liever het middel tegen de fcheerling §. 18.

N. 1.2. en 3. moet verkiezen, doch dat men zig

vervolgens in de geneeswyze tegen de bedwelmende

vergiften, volgens §. 27. N. 4—8. moet

gedragen. Dit is een algemene regel omtrent

de dubbelzinnige vergiften.

Voorts behoren hiertoe

3. De belladonna, folanum, de nagtfcbade, de dolle

nagtfchade, en meer andere namen en zoorten

van nagtfchaden. De kinderen laten zig zomtyds

door de besfen misleiden, die enige gelykheid

met de kersfen hebben. Dit gewas is zeer

vergiftig , en veroorzaakt een hevigen dorst,

ene ruwe keel, ene drukking in de maag, ene

zware bedwelming, blindheid, dwaasheid, de

vreemdfte invallen, fpanning in de zyden, ftuiptrekkingen

en toevallen van beroerte. De geneeswyze

is zonder bepaling dezelfde als §. 27. Het

volgend vergiftig kruid, dat flegts ene zoort

D van


VERHANDELING OVER DE

van nagtfchade is, verdient nog in 't byzonder

genoemd te worden.

4. Stramcnium, datura, of doornappel. Het veroorzaakt

de vvonderlykite verrukking , en de

vergiftigden worden zeer bysterzinnig. Bovendien

verwekt het fiaap, hitte, geweldige trekkingen,

opzwelling des buiks, en een affchrik

van de dranken. Men moet hier in den beginne

olie en melk, en vervolgens de zure dingen

het meest gebruiken. Voor het overige geld

hier de regel, die ik boven in de genezing tegen

het bilzenkruid heb opgegeven. N. 2.

5. De mandragora, alruin;

6. Lolium, dolik;

7. Doronicwn, reebokkruid, en nog meer anderen

worden ten aanzien van de genezing, naar

de verfcheidenheid der toevallen, welken zy

veroorzaken, of als de vergiftiging van het heulzap,

g. 27. of als die van 't bilzenkruid N. 2.

befchouwd.

g. 29.

Vergiftige en vergiftigde fpyzen en dranken.

De vergiften ,'welken wy als fpyzen, of dranken

, of onder onze voedzels doorzwelgen, verdienen

onder alle de 'overigen inzonderheid afgefchetst

te worden, dewyl hun gevaar veel algemener,

en veel groter is, vermits het ongeluk deivergiftiging

door dezelven doorgaans gehele huisgezinnen

treft; dewyl men 'er zig minder tegen

behoed , en om dat deze omftandigheid zelve

daadlyk op de geneeswyze haren invloed heeft,

voor zo verre byna altoos een byzondere en

lang-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 51

langdurige galagcige buikloop met deze vergiftigingen

gepaard gaat. Voor het overige behoren

alle vergiftige en vergiftigde fpyzen en dranken,

ten aanzien van hunne werking, in ene der

vorige klasfen, zy doen zig ook in de daar uit

ontftane toevallen voor , of op de wyze der

fcherpe, of der bedwelmende, of eindelyk, zo

als de meeste plantvergiften §, 17—23.27 en 28.

op beiderlei wyze, zodanig, dat men daardoor

de geneeswyze, die dezelven vorderen, kan opmaken.

Derhalve kan en zal ik ook gene. algemene

geneeswyze tegen de vergiftige voedzels

voorfchryven; maar dezelven flegts één voor

één doorgaan, om van ieder de manier van werken

en het byzondere in de geneeswyze te bepalen.

OVER DE CHAMPIGNONS, PAD­

DESTOELEN, FUNGUS.

§• 3°-

De paddeftoelen zyn in 't algemeen ene gevaarlyke

fpyze, want men kan niet alleen de

goeden van de kwaden bezwaar!yk onderfcheiden;

maar zelfs de besten worden ook zomtyds

vergiftig, als ze niet goed bewaard worden.

De meesten hunner werkingen komen met die

der fcherpe vergiften overeen. Zy maken ene

verftikking in de keel, doen de maag opzwellen

, verwekken den hik, een galagtigen buikloop,

dat is, een aanhoudend braken en purgeren

met de uiterfte afmatting, branding in de

pis, aandrang tot afgang, en de meeste toevallen,

die §. 4. befchreven zyn. Nogthans fchy-

D 2 nen


52 VERHANDELING OVER DE

nen zy ook te gelyk als bedwelmende zenuwvergiften

te werken, dewyl zy een diepen flaap,

flauwten, de vallende ziekte, en een haastigen

dood,die niet altoos uit de werkingen der fcherpe

vergiften kan verklaard worden, veroorzaken.

Daarom moet men de geneeswyze zodanig

inrigten, als ik dezelve §. 28. N. 2. tegen

het bilzenkruid heb voorgefchreven.

1. Men geeft enige lepels vol van den honingazyn

der zeeajuin met veel lauw. water, om

te braken, of een ander middel als %. 27. N. 1.

gezegd is. Doch als de lyder reeds van zelfs te

hevig braakt, dan matigt men zulks door veel

lauw water, daar gemene honingazyn in ontbonden

is. •

2. Men laat veel van de dranken en klysteren,

als tegen de fcheerling §. 18. N. 2. gebruik

maken; doch als 'er reeds een hevige buikloop

plaats heeft, dan zet men klysteren van melk

en olie, en geeft alleenlyk lauw water met honingazyn

voor den drank. Indien de galagtige

buikloop al te erg word, en den lyder ten uiterfte

vermoeid, dan moet men hem zeer veel

aftrekzei van half gebrande haver, of van haverbrood,

op de wyze als kofly laten drinken,

hem in een lauw waterbad zetten, daar hy lang

in moet blyven, en als het de nood verëischt,

een reis of twe, tien droppels van het laudanum

liquidum in een lepelvol olyfölie, of gerftewater

laten gebruiken , en vervolgens de klysteren

voortzetten.

3. Na de behoorlyke ontlasting van de maag

en darmen, handelt men met de dranken, zo

als §. 27. N. 5. geleerd is. In plaats van een

doijer van een ey, kan men een theelepel vol theri-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 53

riak in een teugje wyn, met wat honingazyn

zoetgemaakt, ingeven.

4 Indien men de loog van de asch der wyngaardranken

heeft, zo ontbind men twe lood in

een fles water, en laat 'er den lyder nu en dan

een kopje vol van drinken

5. Vaderhand gedraagt men zig in de geneeswyze

als by de fcheerling §. 18, N. 5 en 6

6. Ten aanzien van de aderlating heeft men

de voorwaarden van §. 7. N. 6. in overweging

te nemen.

7. Alle zuren uit het ryk der planten, azyn,

citroenzap , en room van wynfteen (welk

laatfte men hier ook, indien het lyf verftopt is,

of 'er alleenlyk een aandrang tot ftoelgang plaats

heeft, volgens §. 27. N. 3. kan voorfchryven,)

alle zuren der gewasfen, zeg ik, zyn het tegengift

der fchaadlyke champignons, weshalve men

dezelve niet alleenlyk ter genezing in overvloed

moet ingeven; maar men behoorde ook de paddeftoelen,

dewyl ze alle verdagt zyn , te voren ,

eer men dezelven gebruikt, daarmede te bereiden.

Men moet ze alle eerst in water, daar

azyn onder gemengd is, koken, dit water weggieten,

en dan de paddeftoelen klaar maken

om te eten. Het best is van 'er geen te gebruiken,

als die in azyn zyn ingelegd, en 'er

zure dranken toe te drinken.

De andere namen en zoorten van dit vergiftig

gewas zyn: duivelsbrood, paddebrood, kamper,

noelje, enz.

D 3 OVER


54 VERHANDELING OVER DE

OVER DE VERGIFTIGE MOS­

SELEN EN OESTERS.

§• 31-

Na 't gebruik van zodanig ene fpys begint

dikwyls het ganfche hooft eensklaps op te

zwellen ; dikwyls volgt'er ene ondraaglyke jeukte

over het ganfche lichaam, waarna ene menigte

van bobbels in de huid te voorfchyn komen,

die na de brandnetelbuilen gelyken ; dikwyls volgt

'er ene wezenlyke koorts, met de vreemdfte

phantafyën, dikwyls ene hevige braking, enz.

De geneeswyze is dezelfde als tegen de vergiftige

paddeftoelen §. 30 Doch velen genezen

zig ook, in plaats van met de zure dranken,

alleenlyk door ene zeer grote hoeveelheid

melk, die ze lauw drinken. Men moest nimmer

andere, als in azyn ingelegde mosfelen

gebruiken.

OVER DE K R E E F T E N , EN

K R E E F T Ö G E N .

§• 32-

De kreeften hebben mede zomtyds flegte uitwerkingen,

ja zelfs by zommige perzonen altoos,

die, als ze maar kreeften eten, of flegts

kreeftÖgen in de misturen innemen, kwade kelen,

de roos in 't .aangezigt, doch inzonderheid

ook denzelfden uitflap , als van de mosfelen,

bekomen, die na de brandnetelzugt gelykt. Een

ze-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. S5

zeker man wierd altoos aanftonds van den reuk

der warme kreeften ftom, tot dat ze wederom

waren weggenomen. Deze toevallen brengen

ondertusfchen zelden gevaar by, en zy vorderen

ook geen grote kuur, die egter altoos zodanig

als tegen de paddeftoelen §. 30. moet worden

ingerigt, nadien de zuren ook hier het tegengift

zyn. De thee, die met citroenzap zuur

gemaakt is, en warm gedronken word, is doorgaans

ter genezing voldoende.

OVER HET VLEESCH VAN ZIEKE

EN GESTORVENE BEESTEN.

5- 33-

Het vleesch, doch inzonderheid de ingewanden

, van ziekgefiagte, of aan de ziekte geftorvene

beesten, veroorzaken zomtyds dergelyke

toevallen, als de fcherpfte vergiften. De Heer

DENOS vond te Alencvn eens zes lyders, die

met ene grote neiging tot braken niets dan een

geelagtig water, doch geheel geen fpyzen konden

opbrengen. Zy hadden hevige fnydingen

en aandrang tot afgang, en ontlastten door dien

weg een geelagtig water. Het onderlyf was opgefpannen

, de ademhaling kort en moeilyk, de

pols vermoeid, de tong droog, en zy klaagden

over dorst. Zy hadden drie dagen te voren

vleesch van een beest gegeten, dat aan de ziekte

was geftorven, en dat men goedkoop verkogt.

Drie lieden, die het 's avonds gegeten

hadden , wierden eerst den volgenden ogtend

met koude en de opgenoemde toevallen ziek.

D 4 Drie


VERHANDELING OVER DE

Drie andere, die 'er om den kwaden fmaak weinig

van gegeten hadden, wierden binnen weinig

uren ziek,en de toevallen namen zeer fchie-

]yk de overhand. Het braken en de aanhoudende

buikloop gingen met enkel zodanige toevallen

gepaard, als doorgaans op fcherpe vergiften

volgen. De Geneesheer fchreef verzagtende

en olieagtige middelen voor. De jongfte

van allen ftierf, en de overige vyf begonnen

minder te braken en af te gaan , tot dat ze van tyd

tot tyd genezen wierden. Meer andere lieden ,

die van dit vleesch gegeten hadden, waren niet

ziek geworden; doch deze hadden, uit hoofde

van den kwaden fmaak,'er weinig van gebruikt.

Deze zes hadden eigenlyk geen vleesch, maar

de long en het hart van 't beest gegeten, die

misfchien door de ziekte het meest waren aangeftoken.

1. Indien men vermoed, dat zodanige lieden

het vergiftig vleesch nog in de maag hebben,

dan moet men hun fchielyk enige greinen van

den braakwynfteen geven, of een halve dragme

witte vitriool , en ene grote hoeveelheid

lauw water, of gerftewater toe laten drinken.

2. Als zy van zelfs braken en afgaan, dan

handelt men in dergelyke gevallen, als by de

vergiftige paddeftoelen, §. 30. N. 1 en 2. gezegd

is.

3. Na behoorlyke ontlasting moeten ze ene

grote hoeveelheid water met honingazyn , gerftedrank

met citroenzap,of met room van wynfteen,

en dezelfde fpyzen als na het heulzap

§. 17. N. 5- gebruiken.

4. Wanneer zy door het braken en afgaan

veel kragten verloren hebben, dan geeft men

ze


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 57

ze eindelyk zodanige middelen, als §. 18. N. 5.

5. De bykomende toevallen worden naar de

algemene geneeswyze tegen fcherpe vergiften

§. 8. N. +—9. behandeld.

De melk van zieke beesten is insgelyks aanftekend.

Bedorven en aangeftoken vleesch;

Banzig fpek;

Vuile eiytren;

Bedorven bloed;

De fpoorrogge, fecale cornutum genaamd, en

De ranzige oliën, veroorzaken dezelve toevallen

als het vleesch van zieke beesten, en vorderen

dezelfde geneeswyze. Doch tegen de

ranzige vettigheden geeft men voor den drank

ene grote hoeveelheid lauw water, daar alleenlyk

wat fpaanfche, of ene andere fyne witte

zeep in ontbonden is. — Als men met de fpyzen

of dranken

Spinnekoppen,

Vliegen,

Trompetiers,

Hair, en dergelyken heeft doorgeflikt, zo

ontftaat 'er doorgaans ene geweldige braking

en afgang door, die men, zo als §. 30. N. 1.

geleerd is, moet genezen. Zommigen raden

een kopje vol heten wyn te drinken § 25. of

knuflook te eten, als men fpinnekoppen heeft

doorgeflikt.

D5 OVER


53 VERHANDELING OVER DE

OVER DE SCHERPE SPYZEN

E N SPÉCERYEN.

§ 34-

Wanneer men fpyzen van ene byzondere

fcherpte, gelyk als onryp ooft,

Ramenasfen, hwflook, peperwortel, ajuin, mostert,

enz.

of nugteren, of in enige hoeveelheid gebruikt

heeft, dan verwekken deze fpyzen ene branding

in de maag, een hevig kolyk, braking, buikloop

en gebrek van vertering. Ene grote hoeveelheid

lauw water , of gerflewater, kan deze

fcherpte fchielyk verdunnen en breken; doch

als'er braakmiddelen, of purgeermiddelen, en

klysteren nodig mogten fchynen,dan moet men

voor het braakmiddel de tpecacmnba, voor het

buikzuiverend middel de rhabarber, van ieder

tot een half dragme nemen , na dat by elk twintig

greinen van den vitrioolwynfteen (tartarus

vitriolatus') gemengd zyn; de klysteren kunnen

uit de verzagtende kruiden met veel olyfölie

^bereid worden. De beste purgatie na de onrype

vrugten is de witte magnefia tot twe

lood ingenomen. Na de werking worden de

bovengemelde dranken voortgebruikt. Uitwendig

kan men dezelfde middelen aanwenden

als na de al te hevige buikzuiverende midde.

len. §. 25.

OVER DE HETE SPÉCERYEN.

§• 35-

Het branden in de maag en de hitte, die de

ver-


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 59

verhittende fpeceryën, ah peper, fpaanfche peper,

acia, gembir, kruidnagels, en zelf het keukenzout,

als ze in al te grote hoeveelheid gebruikt worden

, veroorzaken , word het best door ftromen

van water met melk gemengd, die men moet

drinken en in klysteren zetten, geblust.

OVER HET VERGIFTIGD BROOD.

S- 36.

Indien het geval ons van ongeluk verfchoont,

dan is de duivelfche boosheid der menfchen nog

groot genoeg , om ons hetzelve door kwade

kunstenaryën toe te brengen. De baatzugtige

vergiftigt ons de fpyzen en dranken, en ontfleelt

ons daardoor het leven en de gezondheid.

Men heeft bevonden, dat verfcheidene fchielyk

ontftane ziektens en onverwagte iterfgevallen,door

vervalfching van het brood met kryt,

kalk, aluin, uitgebrande beenderen, enz. daar

men het meel witter en vaster mede heeft willen

maken, veroorzaakt zyn. Doch om heczelve

de verftoppende eigenfchap , die het kryt,

de kalk, en de aluin 'er aan geven, wederom

te benemen, heeft men 'er jalappe ondergemengd,

en daardoor zyn zommigen, die zulk

brood gebruikt hebben, aan hardnekkige verftoppingen

,en anderen door ongeneeslyke buiklopen

om 't leven gekomen. Als men de broodkruim

dun fnyd, klein brokt, en 24 uren in

ene zagte warmte in water weekt, dan kan men

deze vervalfching ontdekken : want de aluin

ontbind zig, en 't water fmaakt 'er na, de jalappe

dryft als fchuim boven op, cn de overige

ver-


6*o VERHANDELING OVER DE

vergiften vallen op den grond, en openbaren zig,

als men 'er het water met het brood zagtjes afgiet.

Indien men het bedrog niet kan ontdekken,

en alleenlyk uit de toevallen moet beduiten

dat men vergiftigd is, dan moet men zig

enkel aan de geneeswyze der vergiftigingen g 7.

en inzonderheid aan die der fcherpe vergiften

g. 8. houden, dewyl de meeste kunstige vervalfchingen

van het brood op de wyze der fcherpe

vergiften werken.

Daarëntegen heeft men ook natuurlyke vergiftigingen

van het brood, als het ingezamelde

koorn onryp is , of door degt weer bederft.

Deze gebreken kan men verbeteren, als men

het behoorlyk wascht, en droogt, een weinig

wyn in den deeg kneed, denzelven wat langer

dan gewoonlyk laat ryzen, en het brood wel

doorbakt. Het beste koorn bederft dikwyls

nog in de fchuren, indien het niet wel bewaard

en behandeld word. Ook maakt men van goed

meel degt brood, als men den deeg niet genoeg

laat ryzen, denzelven niet behoorlyk doorbakt,

of als men het brood te oud laat worden. Alle deze

gebreken hebben nadelige gevolgen voor de gezondheid,

en zyn zoveel te gevaarlyker, om dat

ze maar langzamerhand fchade doen, en 'er gene

geneeswyze iets tegen vermag, als men de

oorzaak niet ontdekt en wegneemt. Men kan

zig door buikzuivering wel gemaklyk van ene

maaltyd flegt brood ontlasten ; maar als men

het enige reizen daags op nieuws gebruikt, zo

kan dit niets helpen. Een ieder moet hier zelfs

by den inkoop van 't koorn en meel, en by de

toebereiding van 't brood, en by de goede bewaring

van beiden, zyn eigen welzyn behartigen;


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 6l

gen; d >ch de Overigheid zou het publyk door

ene ltrengere politie kunnen te hulp komen,

indien zy het nodig oordeelde.

Met onkruid dat in 't koorn groeit, by voorbeeld

de herik , hetmoederkoorn, en , zo als men

het in Duitschland noemt, óetrespe, of rockentrespe,

enz. vergiftigt het brood insgelyks, daar men de

droevigfte waarnemingen van heeft. Een bederf

der vogten, dat haatlyke verzweringen over *t

ganfche lichaam veroorzaakte, en de menfehen

langzaam doodde, fchreef men eens in Vrankryk

aan fpoorkoorn (ergot) toe, dat men met het

brood gebruikt had. In Zweden leidde men in

verfcheidene jaren van de rockentrespe, de herik,

en van het bedorven graan die ziekten van het

volk af welken zig met pyn, duizeling, benauwdheid

der borst , en fteken in de zyde

openbaarden. Ook heeft het bevroren en bedorven

koorn aldaar fchielyke en hevige ziekten,

hete koortzen, en den loop veroorzaakt.

Van de dolik (lohum temukntum) die men onder

het brood en bier gedaan heeft , heeft men

hoofdpyn, verzwakking van't gezigt, draijing

van 't hoofd, trillen der leden, en zwelling

waargenomen. Aan het onrype graan heeft

men zomtyds den algemeen heerfchenden loop

tocgefchreven, en de Hr. LINN^US leid de

krampzugt, of krevelziekte, die eens in Zweden

algemeen wierd, van hét gebruik der herik

, (ackerrettig.') in "t brood af, 't welk een byzonder

fcherp vergift is. De genezing van alle deze

vergiftigingen zou wel te ondernemen zyn,

indien het by ene of maar weinige maaltyden

bleef. Zommigen dezer vergiften werken als

fcherpe vergiften, en die moet men naar mate

van •


61 VERHANDELING OVER. DE

van de kenmerken §. 4. zodanig behandelen ,

ais g. 8. geleerd is. De dolik werkt als een bedwelmend

vergift, zo als reeds §. 28. N. 6. gemeld

is. Door de geneeswyze tegen de bedwelmende

vergiften g. 27. als mede door.de hulp

der melk- en bronkuur, geneest men insgelyks

de krevelziekte , die doorgaans uit het gebruik

van vergiftigd brood ontftaat. Doch het

geluk der menfehen is hier veel minder in de

genezing, dan in de vermelding van het kwaad

gelegen. Tot dit einde worden voorzorgen

en maatregels gevorderd, die ik hier niet behoef

op te geven.

Ik moet hier nog van de boter, die in lood

geftaan heeft, als van een ioodvergift, gewag

maken, waar tegen men §. 14. de geneeswyze

vind. De proef om zulke fchaadlyke boter" te

kennen , is dezelfde waarmede men de wyn,

die met lood vergiftigd is, beproefd, zo als ik

in de volgende g. zal melden.

OVER DE VERGIFTIGDE W Y N

EN BIER; B E D O R V E N WATER.

S- 37-

'Er zyn zeer vele kwade kunsten, waardoor

men den wyn kragt, kleur en fmaak tragt te geven.

Men laat denzelven met velerlei dingen

gesren en vermengen, die voor de gezondheid

fchaadlyk zyn, en ongelukkig hy, die aan zodanige

wynen komt, om ze voor daaglykfche

tafclwyncn te gebruiken: want dan heeft 'er

dezelfde zwarigheid plaats, als by het koorn,

dat


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 63

dat het kwaad daaglyks vernieuwd word, en

gene grondige kuur gedoogt. Men moet hier

derhalve minder op de genezing dan op de middelen

bedagt zyn, om de vergiftigingen der wynen

na te fpeuren, en zig voor dezelven te

wagten.

1. De witte wyn, die onmatig gezwaveld is

(want enige zwavel moet hy hebben, om goed

te blyven) verwekt grote hitte , dorst, een

droge tong , uitflag op de huid , puisten in

't aangezigt , bedwelming, hoofdpyn , trillen

der leden, hartklopping , en een fchielyken

roes.

Om deze gevolgen tegen te gaan, moet men

zeer veel gerftewater, daar veel honingazyn en

falpeter in ontbonden is, drinken, waardoor de

zieding en hitte van het bloed bedaard, en de

ontlasting van den fchaadlyken drank door de

piswegen en het zweet bevorderd word.

Als men weten wil of de wyn fterk gezwaveld

is, dan moet men 'er zilver in leggen, dat 'er

zwart door aanflaat. Als men een weinig van

denzelven op een bord giet, en 'er met de vlakke

hand op flaat, zo blyft 'er een witte vlek

van over.

2. Wanneer men ongeleste kalk in den wyn

gemengd heeft, om denzelven kleur te geven,

zo word hy door ene langzame werking nadelig

voor de gezondheid. Inzonderheid wil men beweren

, dat hy ongemakken van de jigt en den

fteen veroorzaakt. De wynen, die ene al te

fchone robynkleur hebben, houd men van dit

ongemak verdagt; en als men mogt ontdekken

dat men zulke wyn lang gedronken had, en

'er ziek onder was geworden, dan kan men door

een


6"4

VERHANDELING OVER DE

een goeden leefregel, die uit de hulpmiddelen

tegen kalkagtige vergiften §. 15. gemaklyk is af

te leiden, de kwade gevolgen tegengaan.

3. De fpeceryën, bloemen en kruiden, daar

men den wyn een byzonderen reuk en fmaak

mede tragt te geven, werken gedeeltelyk als

bedwelmende vergiften, zy zyn ten dele verhittend,

en ten dele zamentrekkend. Kan men

uit hunne werking dit befpeuren , dat ze naamlyk

of een fchielyken roes en ftompe hoofdpynen

verwekken, dan bedient men zig van de

dranken §. 27. N. 5. of, dat zy het bloed

zeer verhitten , dan gedraagt men zig als na

de gezwavelde wynen N. 1. of, dat zy het

lyf verftoppen, dan gebruikt men naderhand

een buikzuiverend middel van manna, tamarinden

en room van wynfteen. Ter vermyding

is hier de beste regel, dat men geen wyn

vertrouwt, die een fpeceryagtigen, artzenyagtigen,

of anderzins onnatuurlyken reuk of

fmaak heeft.

4. De flegte zure wynen, die met fyroop

opgemaakt zyn, verraden zig ligt door hunne

kleverigheid aan de lippen en vingers. Zy

veroorzaken het zuur, de brandende zode en

hoofdpyn. Men moet enige uren agter malkanderen

een theelepel vol poeder van kreeftogen

, of oesterfchelpen innemen, en veel water

of gerftedrank toe drinken.

5. De vergiftiging der witte, inzonderheid

rynfche en moefelwynen, door loodftoffen, kan

langzaam fchaadlyk zyn, en men moet zig, als

men het ongemak befpeurt en de oorzaak ontdekt,

aan de diëet houden, die §. 14. IN. 9. is

voorgefchrcven.

fa

Ene


DOORGEZWOLGENE VfiRGIFTEN. 6$

Ene zekere wynproef op het lood is deze.

Men giet een pond zuiver regenwater op twe

lood tot poeder gefloten operment, en vier lood

ongeleste kalk, men houd het 24 uren warm,

en men fchud het tusfchen beiden wat door malkander.

Het koude vogt giet men 'er vervolgens

zagtjes af, men flopt de fles digt toe, en

opent dezelve niet te dikwyls. Als het den loodazyn

aanftonds troebel en zwartagtig maakt, dan

is het goed. Enige droppels van dit vogt maken

in zuiveren wyn flegts ene kleine witte doffe

wolk. Doch hoe meer lood 'er in is, zo veel

te roodagtiger, of zwarter word 'er de wyn

van. Andere vervalfchingen, als die door lood,

ontdekt dit vogt niet. Wanneer de boter in lood

bedorven is, dan krygt zy dezelfde kleur als

de wyn, als men een weinig van dezelve met

enige droppels in een glas vryft.

6. De rode wynen worden voornaamlyk

met brandewyn, daar fpeceryën in zyn, en

met zamentrekkende middelen, vervalscht. Zodanige

wynen verwekken, of ene grote hitte

, zieding, en roes, daar men zig op dezelfde

wyze omtrent gedraagt, als na de gezwavelde

wynen N. 1. of zy verftoppen het lyf,

en dan handelt men volgens N. 3. als tegen de

verfloppende kruiderwynen. Indien men een

weinig van zulken wyn tusfchen de handen

vryft, en 'er aan ruikt, dan ontdekt de brandewynreuk

de vervalfching.

7. De onfchaadlykfte vervalfching van den

wyn, welke gene genezing behoeft, is die met

water. Evenwel zal men misfchien de proef,

om dezelve te ontdekken, het liefst lezen. Indien

men wyn op ongebluste kalk giet, en 'er

E de-


56 V E R H A N D E L I N G O V E R DE

dezelve door geblust word, dan bevat de wyn water.

De wyn kleeft niet aan een riet of halm ,

die met olie beftreken is, doch het water wel.

Als men in kokenden olyfölie zuiveren wyn

giet, dan fpringt hy niet, maar wel als 'er water

in is.

8. De natuurlyke gebreken van den wyn maken

denzelven fchaadlyk genoeg, en zommige vermengingen

van flegte wynen geven enen meer

fchaadlyken drank, dan de boosaartigrte kunftenaryën.

Indien men zig met zodanig tuig bedorven

heeft, zo gebruike men buikzuiverende

middelen, en men drinke een tyd lang enkel

water, tot dat men genezen is.

9. Het bier word op even zo veelvuldige wyzen

vervalscht, als de wyn; doch voornaamlyk

met oogmerk om dronkenfchap en hitte te doen

verwekken. Daartoe word de alzem, de laurierbladeren,

de dolik, enz. gebruikt. Als men

de werkingen van zulk een drank genezen wil,

dan moet men dikwyls een theelepel vol falpeter

en kreeftögen, tot gelyke delen gemengd, innemen

, en water of gerflendrank drinken. Dit

middel is ook goed tegen de gevolgen van verfche

dampende bieren, die doorgaans branding

en opwerping van de maag, kolyk, fnydende

'pis, en buikloop verwekken.

10. Dewyl de wyn en 't bier reeds op zig zeiven

onnatuurtyke dranken zyn; dewyl veel natuurlyke

gebreken dezelven fchaadlyk voor ons

maken ; en dewyl de bedriegers nog fteeds daar

op uit zyn , om ze voor ons te vergiftigen: zo

is het in der daad gene onmatige voorzigtigheid,

als de Geneesheren ons van deze mislyke dranken

af>


DOORGEZWOLGENE VERGIFTEN. 6?

.afraden, en tot den natuurlyken drank van alle

dieren verwyzen.

ri. Wanneer men genoodzaakt is bedorven

en flegt water te drinken , zo kan men daardoor

in gevaarlyke bederflyke ziekten vervallen. Men

moet in zulk water, dat men vooraf koken en

doorgieten kan, enige droppels geest van zwavel

of van vitriool doen, zo dat het 'er zuur na

fmaakt, of het met rozenazyn gemengd drinken.

De andere zuren verbeteren deze fchaadlyke eigenfchap

van 't water mede genoeg. Ook behoeft

men flegts den damp van de zwavel in 't

water te brengen, of de vaten, daar men uit

drinkt, 'er mede te beroken. Als men zulk bedorven

water gedronken heeft, dan kan de

azyn, of een ander zuur, het ongemak weder

verhelpen.

E a VER-


68

V E R H A N D E L I N G

O V E R D E

O N G E M A K K E N

U I T

OVERLADING EN GEBREK

VAN SPYZEN EN DRANKEN.

5. 38.

Dewyl ik tot hier toe de fpyzen en dranken,

in zo verre zy door hunne hoedanigheid

voor ons fchaadlyk worden, befchouvvd heb, zo

geeft het hier best gelegenheid, om ook over de

gevaren te handelen , waaraan wy ons, door dezelven

in al te grote hoeveelheid te gebruiken,

of door ene al te ftrenge onthouding van dezelven

, blootftellen. Dit zyn wel in den ietterlyken

zin gene eigenlyke vergiften maar wel in de zaaklyke

mening. Ten minfte heeft een mensch,die

zig met fpyzen of dranken zodanig overladen

heeft, dat hy daardoor gevaar loopt gezondheid

en leven te verliezen, als mede iemand, die door

honger en dorst byna uitgeput is, ene even zo

fpoedige hulp nodig, als een vergiftigde: ik zal

derhalve, om de gevaren, die het eten en drinken

betreffen, in enigen zamenhangte befchouwen,

dit berigt hier, als een aanhangzel tot de

verhandeling der doorgezwolgene vergiften ,

zonder enige zwarigheid mogen by voegen.

OVER


OVERLADING EN GEBREK, ENZ. 69

OVER DE OVERLADING DER

MAAG MET SPYZEN.

5- 39-

Algemene geneeswyze van de overlading mtt

fpyzen.

Wanneer men de maag fchielyk met fpyzen

heeft opgevuld, zo kunnen daar vele gewigtige

toevallen uit ontdaan, die ene fpoedige hulp

vorderen.

1. Moet men fchielyk het braken verwekken,

als by g. 7. en 8. N. i. Om fterk te braken kan

men agt of tien grein rhabarber, met even zo

veel braakwortel, (rad. ipecacuanhae) zamengemengd,

op eenmaal; of vyf of zes grein braakwynfteen

in drie kopjes vol water ontbonden,

eerst de helft, en als die niet genoeg werkt,

de andere helft, met warme dranken, innemen.

2. Op de voorwaarden, die J. 7. N. 6. zyn

opgegeven, moet men ene ader openen.

3. Kunnen 'er klysteren nodig zyn, die of

uit verzagtende kruiden, of uit water met witte

zeep gekookt, of uit gerftewater met veel olie

bereid worden.

4. Vervolgens dient men buikzuiverende middelen

, en verduwende zouten te gebruiken. De

eerften kunnen beftaan uit een half dragme

jalappe, of even zo veel rhabarber; doch ieder

met een half lood of meer feignettezout, of

twe dragmen vitrioolwynfteen gemengd, en met

veel flap aftrekzei van thee, of koflfy, of ger-

E 3 fte-


jr> OVER DE ONGEMAKKEN UIT

ftedrank genomen worden : De laatften kan

men bereiden uit feignettezout, vitrioolwynfteen

, poeder van aronsworfel (rad. ari) en

kreeftögen , tot gelyke delen gemengd , en

met enige weinige droppels venkelölie gevreven;

van dit poeder gebruikt men omtrent alle

drie uren een theelepel vol met koud water.

Ik zal dit een digeftiefpoeder noemen,

en als ik 'er falpeter by voorfchryf, zal dezelve

in plaats van den aronswortel, die dan

weg blyft, genomen worden. De gemene geneeswyze

na de overlading is deze, dat men,

ónder ene geftrenge matigheid in eten en drinken,

eerst buikzuiverende middelen gebruikt,

dan twe of drie dagen van het digeftiefpoeder

inneemt, dan wederom purgeert, en met het

digeftiefpoeder tot de volkomene genezing aanhoud

, en dat men zig ondertusfchen veel

lichaamsbeweging geeft.

5. Voor den drank is zuiver water, of gerftedrank,

beiden met room van wynfteen, indien

men 't verkiest, zuur gemaakt, of water

met gemeen zout behoorlyk gezouten, het best.

6, Om te rieken en te befprengen kan het eau

de luce, de geest van de lavendel, van de rozemaryn,

van't ammoniakzout, de azyn, de rozenilzyn

, enz. dienen. Het befprengen met

koud water in 't aangezigt is ongemeen kragtig.

OVER DE B E R O E R T E E N VER­

LAMMING.

J. 40.

Wanneer iemand, na onmatig eten, bleek

word


OVERLADING EN GEBREK, ENZ. 7-1

word en van gedaante verandert , den hik

krygt, of geneigd is om te braken, duizelig is,

eensklaps het gebruik der zinnen verliest, en

ftyf voor dood ligt, maar egter een kleine polsflag,

een opgezette maag, en vrye ademhaling

heeft; of als hy na het eten, zonder voorafgaande

toevallen, fchielyk in bezwyming valt, en dan

als een dode blyft liggen; dan heeft hy ene beroerte

door overlading, die nogthans, als hy

braking of buikloop krygt, weer fchielyk te genezen

is.

1. Men moet den lyder verfche lugt geven,

hem de klederen aan den hals, en alzins aan 'c

lyf en aan de benen losmaken, om het bloed

een vryën omloop,en de maag en buik ruimte,

te doen bekomen.

2. Indien hy niet aanfloflds van zelfs braakt,

dan geeft men hem een braakmiddel, volgens

§. 39. N. 1. met ruimte van gezoute water, of

het aftrekzei van kamillen toe te drinken, waarmede

men ook het braken, dat van zelfs begint,

moet onderhouden.

3. In het klysteer, §. 39. N. 3. dat hier zeer

nodig is, mengt men zes grein braakwynfteen

, in water ontbonden, en als dit nog te

langzaam werkt, dan doet men het door ene

jngebragte zetpil van witte zeep ontlasten.

Een vrywillige buikloop moet door klysteren

van zeepwater, §. 39. N. 3. en gezoute water,

en het digeftiefpoeder §. 39. N. 4. worden aangehouden.

4. Voor het overige handelt men volgens 5.39.

N- 6. en als 't nodig is, bedient men zig van de verdere

geneeswyze, §. 39- N. 4. Het aderlaten is

E 4 hier


72 OVER DE ONGEMAKKEN UIT

hier zelden nodig; egter kan men de omftandigheden

in aanmerking nemen. g. 7. N. 6.

5, Indien zommige delen lam fchynen te zyn,

dan wascht en vryft men dezelven, inzonderheid

met de riekende geesten op wolle doeken

gefprengd. (Zie g. 39. N. 6.)

OVER DE BEZWYMING, OF DUI­

ZELING.

§• 41-

De geneeswyze blyft ten allen aanzien dezelfde,

zelfs in die gevallen, wanneer flegts ene

bezvvyming, (daar nogthans de fterke klysteren

g. 40. N. 3. niet eens nodig zyn) of ene duizeling

den overladenen aankomt. De laatfte houd

dikwyls nog een langen tyd aan , na dat de overlading

heeft plaats gehad; wanneer dan ook de

rakuur niet alleenlyk lang gebruikt , (§ 39.

N 4.) maar ook enige reizen daags een half dragme

koortsbast, met tien grein vylzel van yzer

in koud water genomen , de warme waterige

dranken, als thee, koffy, vette foepen , en

oliea'gtige fpyzen vermeid , integendeel veel

koud water daar gloeijend yzer in gedempt is,

vaste fpyzen, fpeceryè'n en wyn gebruikt, en

daaglyks ene goede lichaamsbeweging gemaakt

moet worden, eer men dit hardnekkig ongemak

weer verdryven kan. Het poeder der oranjebladeren

kan in deze geneeswyze der langdurige

duizeling, die uit de maag ontftaat, mede in

het digeftiefpoeder , tot dezelfde hoeveelheid

als een der overige ingrediënten, gedaan , of

af-


OVERLADING EK GEBREK, ENZ. 73

afzonderlyk tot een theelepel vol te gelyk gebruikt

worden.

OVER DE STOMHEID EN VER­

LAMMING VAN DE TONG.

§. 42.

Zomtyds volgt 'er ene verlamming van de

tong, en volkomene verftomming,op de overlading

van de maag, tot dat ze ontlast is. De

geneeswyze is als die van de beroerte §. 40. en

de riekende geesten worden inzonderheid ook op

de tong, met dunne brandewyn verlengd, gedroppeld.

Het braken herfteld doorgaans op 't

ogenblik de beweging van de tong.

OVER DE STUIPEN, TREKKIN­

GEN EN DE VALLENDE ZIEKTE.

§• 43-

Lieden, die aan ftuiptrekkingen onderhevig

zyn , en de vallende ziekte hebben , worden

doorgaans, na zware overladingen , daar hevig

door aangetast.

1. Na het fterk braakmiddel van den braakwynfleen

§. 39. N. r. en de klysteren, als in

de beroerte g. 40. N. 3. dat de eerfte hulpmiddelen

moeten zyn, geeft men

2. ene grote hoeveelheid gezoute water te

drinken;

3. giet men den lyder veel koud water over't

hoofd, of in 't aangezigt, en

E 5 4- ge-


74 OVER DS ONGEMAKKEN UIT

4. gedraagt men zig voor 't overige volko.

men volgens §. 40. N. 1. en 4. Om de ontlasting

te bevorderen in de verdere geneeswyze,

neemt men van de fennebladeren, jalappe,en room

van wynfteen, ieder twintig grein zamengemengd,

met wat aftrekzei van thee; en men houd den eetregel,

als by de duizeling. §.41. De tekens der

vailende ziekte zyn ene volkomene bedwelming

der zinnen, zonder enige bewustheid, waar by

óf een diepe flaap met hevige zamentrekking der

leden , of hevig trekken en flaan derzelven,

verdraijing der ogen, het trekken der duimen

in de hand, en het fchuimen van den mond befpeurd

word. Men moet de leden van den lyder

voorzigtig beftieren , op dat hy dezelven

niet aan flukken fla, en, indien 't mooglyk is,

hem de ingetrokkene duimen uithalen, en een

ftomp hout tusfchen de tanden brengen, ten

einde men hem geneesmiddelen konne ingieten,

en hy de tong niet aan ftukken byte. Als

men hem niets in kan brengen, zo moet men

hem den tabaksrook in den mond blazen, om

hem aan 't braken te krygen. Als het toeval

geweken is, kan men in de volgende genees*

wyze van velerlei middelen, die tegen de wormen,

en de daar uit ontftaande toevallen worden

aangeraden, gebruik maken. Zie Wormen.

OVER DE AAMBORSTIGHEID,

VERSTIKKING.

§• 44.

Of onmiddelyk na de overlading der maag,

of in de nagt daar op volgende in den flaap overvalt


OVERLADING EN" GEBREK, ENZ. ?$

valt den brasfers ene fchielyke verftikking, zoo

dat hun de lugt ontbreekt, of ene piepende hyging

van de 'borst, dat hun noodzaakt op te

ftaan. In dit geval meet men den lyder,

1. of buiten 't bed brengen , of hem opgerigt

in 't bed zetten , en 'er verfche lugt inlaten;

als mede het linnen op de borst en aan den hals

los maken.

2. hem een olieagtig braakmiddel geven. §. 8.

N. ï.

3. klysteren zetten §. 39. N. 3-

4. veel water laten drinken, dat met honingazyn

zoet gemaakt is.

5. hem den damp van heet water , met azyn

gemengd, lang laten ruiken en inademen; 't

welk door ene fpons, die met zulk heet water

bevogtigd en in een neusdoek gewonden is, of

over een pot onder een doek die over 't hoofd

hangt, kan gefchieden.

6. in alle gevallen, volgens §. 39. N. 2. ene

ader openen, en vervolgens

7. in de verdere geneeswyze , die volgens

§. 39. N. 4. moet ingerigt worden , by de buikzuiverende

middelen een poeder uit zes grein

zwavel van fpiesglas van de derde prsecipitatie,

met tien grein vitrioolwynfteen gemengd, iedere

reis met aftrekzei van thee te nemen, voorfchryven,

en voor 't overige de ganfche kuur zo lang

aanhouden, tot dat 'er 'snagts gene aamborftigbeid

meer volge.

OVER


76 OVER DE ONGEMAKKEN VIT

OVER DE NAGTMERRIE,

HARTKLOPPING.

§> 45-

Als men zig na ene fterke maaltyd, inzonderheid

van opfpannende fpyzen, op een tyd dat

men zeer volbloedig is, met zwaarmoedige gedagten,

in een flegt gemaakt bed, op den rug

en met het hoofd zeer laag neerlegt; zo zal men

icbielyk beginnen te dromen, dat ons ene verichriklyke

gedaante met haren last drukken, of

een duivel op ons ryden, de borst toetrekken,

de leden vasthouden, en ons verflikken en ombrengen

wil. Men gevoelt alle deze dingen in

der daad; maar het gedroomde fpook,daar men

ze van afleid , is valsch. 't Is uit dien hoofde

geen wonder, dat men 's morgens blauwe vlekken

, gekwetfte plaatzen, en andere overblyfzels

van geweldplegingen aan zig befpeurt, die

uit den verhinderden omloop van het bloed ,

en door de drukking van de maag ontftaan zyn.

De geneeswyze is volledig dezelve als tegen

de aamborftïgheid §. 44. doch men kan een flerker

braakmiddel §. 39. N. 1. en de dranken als

§• 39- N. 5. nemen,den damp §. 44. N.5.weglaten

, en in de verdere kuur, in plaats van de zwavel

van fpiesglas, de algemene afleidingen §. 39.

N. 4. verkiezen. Wanneer iemand by zodanige

heden is, als hun de angst overvalt, dan moet

hy ze opwekken , zo dra zy zig in den flaap

angstvallig gedragen. Die tot deze ziekte ene

neiging heeft, moet 'savonds water drinken,

en niet eten , of na het avondeten een flok

brandewyn gebruiken.

Men


OVERLADING EN GEBREK, ENZ. 77

Men kan de nagtwandelaars met dezen in

ene klasfe ftellen.

De hartklopping, die na overlading van de

maag, door opfpanningen in de darmen, ontftaat

, behoort mede hiertoe , en vordert alleenlyk

den eetregel en geneesmiddelen , die

tegen de aanhoudende duizeling van overlading

tot de nakuur zyn voorgefchreven §. 41.

O V E R DE OPWERPING UIT DE

M A A G , DE ZODE.

$• 46.

De opwerping uit de bedorvene maag vordert

alleenlyk de algemene kuur na de overlading

§. 39. N. 4. Een theelepel vol poeder van kreeftögcn

met water genomen , een ftukje kryt gebruikt,

of een nootmuskaat gekauwd, of vyftien

tot twintig droppels gefmolten wynfteenölie

(ol. tartan per deliqumm) in water, fluiten

dit ongemak fchielyk.

HOOFDPYN, SCHELE HOOFDPYN.

§• 47-

De hoofdpyn, die uit de maag ontftaat, gaat

zelden eer over, dan dat men eens ryklyk gebraakt

heeft, en dit volgt by de meesten van

zelfs, fchoon zomtyds eerst na 't verloop van

van enige dagen. Een braakmiddel van den

braakwortel met rhabarber §. 39. N. 1. en het

ge-


78 OVER DE ONGEMAKKEN UIT

gebruik van 't digeftiefpoeder voor of na het

braken , terwyi men 24 uren vast en water

drinkt, word tot de genezing gevorderd. By

vele lieden worden dergelyke hoofdpynen met

braking tot ene gewoonte, om dat hunne

fpysvertering te zwak is ; dezen moeten op

dezelfde wyze genezen worden , als die , by

welken de duizeling, die uit de maag ontftaat,

gewoonlyk is, §.41. Een dun gefneden fchilvertje

(moucbe) van de gele fchel der citroenen ,

terwyi het nog vogtig is, aan de flapen van 't

hoofd gelegd , verdryft dikwyls de fchielyke

hoofdpyn, die men uit verfcheidene oorzaken

in gezelfchappen krygt; ten minfte voldoet dit

geringe middel zo lang, tot dat men tyd heeft,

om 'er meer tegen in 't werk te ftellen.

OVER HET KOLYK. BUIKPYNEN.

§• 48-

Als men, na ene kort voorgaande overlading

met fpyzen , walging , kwalykheid en neiging

tot braken befpeurt, en hierop buikpyn, zonder

hitte van koorts, met een bleek aangezigt,

'en zomtyds met duizeling voJgt,dan drinkt men

1. ene grote hoeveelheid van de dranken §. 39.

N. 5. of warm aftrekzei van thee.

2. zet men klysteren van gezoute water, en

3. geeft men alle uren een theelepel vol van

*t digeftiefpoeder met falpeter §. 39 N.4. waarby

te gelyk

4. het lyf met warme doeken, franfche brandewyn,

olie van kruis en munt, enz. fterk gevreven

moet worden.

5. In-


OVERLADING EN GEBREK, ENZ. 79

5. Indien door dit alles niet fchielyk een overvloedige

ontlasting, of een buikloop volgt, en

de pyn op ene plaats vast zit, dan is dit een

teken , dat 'er reeds , voor de laatfte overlading

, oude onreinigheden in de darmen vast

gezeten hebben. Men zet dan veelvuldige

klysteren §. 39. N. 3. met een lood fteenzout

daar in ontbonden, en veel olie; men bedekt

den buik met omflagen van verzagtende kruiden

in melk gekookt, nadat men denzelven met

warmen olyfölie wel gevreven heeft, en men

neemt wat "dikwyls enige lepels vol verfchen olie

van zoete amandelen , met zeer veel warme

dranken: en als dan de ontlasting nog agterblyft,

dan moet men drie lood manna met vier lood

olie in ene vette bouillon innemen, en het digeftiefpoeder

met falpeter §. 39. N. 4. om de twe

uren daar na gebruiken; en daardoor het lyf zo

lang zuiveren, tot dat de ontlasting,die in den

beginne zwart, verhard, ongelyk en wankleurig

is, wederom natuurlyk word.

6. De hoedanigheid der fpyzen maakt hier

mede een onderfcheid. De fcherpe fpyzen moeten

door ene grote hoeveelheid van warm water

van boven en van onderen verdund en verzagt

worden. De vergiftige en vergiftigde vorderen

hare byzondere geneeswyze , zo als de

verhittende, bedorvene enz. zie §. 29. tot 36.

Indien men te veel verkoelende fpyzen , by

voorbeeld , meloenen, perfiken, en dergelyk

ooft gebruikt heeft, zo moet men het digeftiefpoeder

zonder falpeter §. 39. N. 4. innemen ,

doch voor '$ overige te werk gaan volgens

N. 1—5. Als 'er, na een kolyk van vergiftige

fpyzen, eoe verlamming der leden overblyft,

daar


8o OVER DE ONGEMAKKEN UIT

daar omtrent kan men §. 14. voldoende onderrigting

vinden.

7. In veel gevallen kan het aderlaten nodig

zyn. §. 39. N. 2.

8. Als het kolyk bedaard is word de nakuur

gevorderd 39. N. 4.

OVER HET BRAKEN EN DEN

BUIKLOOP.

5- 49-

Dezen maken de natuurlyke geneeswyze der

overladingen uit, en daarom moet men dezelven

geenzins fluiten , maar door vele lauwe

dranken §. 39. N. 5. aanhouden; en alsze met

verbetering van den lyder uitfcheiden , dan

moet men van de nakuur §. 39. N. 4. gebruik

maken. Doch als integendeel het braken en

purgeren niet wil ophouden , en dat 'er een

zoort van galagtige buikloop uit ontftaat, dan

geneest men dezelve volgens §. 30. N. 1. en 2.

OVER DE BEDORVE MAAG.

5- 50.

Als de maag na de overlading bedorven blyft,

de eetlust ontbreekt, de fpysvertering niet behoorlyk

haar gang gaat, enz. dan is de algemene

nakuur ter herftelling voldoende, 39.

N. 4.

OVER


OVERLADING EN GEBREK, ENZ. 8t

OVER DE OVERLADING MET

DRANKEN.

§• 5i.

Men kan de overlading met dranken in twederlei

opzigten befchouwen; naamlyk met Zodanigen

, die alleenlyk door hunne hoeveelheid

fchaadlyk worden, en zulken, die in hoeveelheid

gedronken, door hunne hoedanigheid,

en niet anders , fchaden. De eerften zyn de

waterige dranken, en de laatften die een roes

verwekken. Ieder van deze beiden vordert

ene byzondere geneeswyze.

OVER DE THEE, KOFFY, WATER,

EN BRONWATER.

S- 52.

T. Wanneer men warme waterige dranken,

als thee, koffy, enz. in al te grote hoeveelheid

gedronken heeft, dan word men benauwd,

men dryft in 't zweet, of men heeft, met ene

droge huid, ene hevige zieding in het bloed,

trilling der leden en hartklopping, het lichaam

is uitgezet, en dikwyls komen 'er flauwten by.

Die zig met een vinger of ene veder gemaklyk

aan 't braken kan helpen, die moet het by zulke

toevallen doen, en te gelyk in de opene lugt

gaan, om zig te verkoelen, 't welk de ontlasting

van pis bevordert, en de gesting van het

bloed bedaart. Men geeft hem ieder half uur

een halve theelepel vol digeftiefpoeder met fal-

F pc-


82 OVER DE ONGEMAKKEN UIT

peter §. 39. N. 4. en men verkwikt hem door

reukmiddelen g. 39. N. 6. en koud water.

't Is voor de gezondheid ten hoogfte nadelig

veel warme dranken te drinken,'t zy thee,koffy

, of chocolaad , ja zelfs zyn veel foepen

fchaadlyk. Men haalt zig daar door hypochondrifche

zwaarmoedigheden, mpeurs, kwade luimen

, een bleek aangezigt, en alle ongemakken

op 't lyf, die uit te veel zweten, en de verflapping

der vaste delen en zenuwen ontftaan. (Zie

§. 97. N. A.) Wenschlyk ware het, dat men

deze verderflyke dranken fchielyk wederom affchafte!

2. Met koud water overlaad men zig zeer

zelden; doch zo veel te meermalen met de

bronwaters, die men volftrekt niet in groter

hoeveelheid behoorde te gebruiken, dan de

trek vordert, en de maag, die dikwyls hare

luimen heeft, gemaklyk en zonder bezwaring

na zig neemt. Men kan zig veilig daar op

verlaten, dat de bronwaters dezelfde goede werking,

die men daardoor tragt te bereiken, beter

doen zullen, als men ze zonder bepaling

matig, dan dat men ze met geweld te overvloedig

drinkt.

Doch in geval zulks gefchied mogt zyn, en

het water niet weer een weg zoekt, maar ftaan

blyft, en een onbefchryflyken angst, hartklopping

, flauwten , buikpynen , opftopping van

water, en ene trommelzugtige opfpanning van

den buik veroorzaakt; dan is in zodanige gevallen

het beste middel, dat men zig met den vinger

of met ene veder aan 't braken helpt, of,

als dit niet gaan wil, dat men aanftonds een

lood engelsch, of feidfchutzerzout,in een kopje


OVERLADING EN GEBREK, ENZ. 83

je vol heet water fchielyk ontbonden, lauw

drinkt-, de maag zagtjes drukt en vryft, alle

klederen los maakt , een klysteer, daar twe

lood engelsch zout, of een hand vol keukenzout

in water ontbonden is, of, als de buik

buiten dien reeds te vol is, dat men een zetpil

van een (hikje kaars met honing en zout

zet, zo als §. 18. N 3. is aangeraden, en dat

men na 't verloop van een uur nog een lood

engelsch zout inneemt. Zomtyds word de

ontlasting van de pis fchielyk bevorderd, als

men het onderlyf met de hand met lauwen olyfölie

vryft. By lieden die gemaklyk braken,

kan men ook veilig een half dragme witte vitriool,

in een kopje vol water ontbonden, ingeven

om te braken, eer men de buikzuiverende

zouten laat gebruiken.

OVER DE DRONKENSCHAP VAN

WYN, BRANDEWYN, EN VER­

HITTENDE BIEREN.

§- 53-

Wyn , bier , brandewyn, en alle dranken,

die een roes verwekken, zyn op zig zeiven genomen

wel niet fchaadlyk, maar als men 'er te

veel van drinkt, dan worden zelfs de besten,

die niet vergiftigd zyn, gevaarlyk; en dewyl

de maat, tot welke zy onfchaadlyk blyven, in

aanmerking van alle andere gezonde dranken ,

ongemeen klein is , en bovendien ligt word

overtreden; zo befchouwt men dezelven byna

als van natuur vergiftig, en men geeft ze daar-

F a om


84 OVER DE ONGEMAKKEN UIT

om den naam van dranken, die ene roes verwekken.

Zy veroorzaken ook in der daad ,

door hunne natuurlyke hoedanigheid, de dronkenfchap,

en zouden in zo verre onder de bedwelmende

vergiftige dranken verhandeld kunnen

worden. Doch dewyl wy in eens onze

maat kennen, en alleenlyk de overmaat kwade

gevolgen heeft, zo telt men billyk deze edele

gaven der Natuur flegts onder die dranken, die

door overlading fchaadlyk zyn. Ik heb derhalve

hier maar eigenlyk over de dronkenfchap, of

de roes, en niet over de andere werkingen van

de flegte hoedanigheden der wynen, derzelver

geesten, en bieren, te handelen, als waarover

men §. 37. kan nazien.

Wanneer men in 't algemeen van verhittende

dranken een zware roes heeft, dan verliest

men het gebruik der zinnen en van 't verftand,

men word onnozel en kindsch, men is

zeer verhit, men zuizelt, men word kwalyk

en braakt, men is zeer tot flapen genegen,

men flaapt ook fchielyk en zeer vast, zo dat

men byna niet opgewekt kan worden , als in een

beroerte. Om zulk een elendig mensch te helpen

, moet men

1. Al zyne klederen los maken, en hem zeer

koel houden, hem niet nederleggen, maar in

een ftoel, of in 't bed zo zetten, dat het hoofd

hoog geplaatst is, doch dat de benen nederhangen

en koel blyven.

2. Indien hy volbloedig, of ten uiterfte verhit,

geheel buiten zyn zinnen, en als beroerd,

of in gevaar van verftikking is, dan opent men

hem ene ader op den arm, om velerlei gevaren

voor te komen.

3. Als


OVERLADING EN GEBREK, ENZ. 85

3. Als hy van zelfs braakt, dan bevordert

men zulks door veel lauwe dranken, van water

met boter, of gerftedrank , die hier een der

beste dranken is. Kan hy niet van zelfs braken,

dan kittelt men hem de keel met ene veder,

of men geeft hem de middelen van §. 8.

N. r. of twaalf grein witte vitriool in den gerftedrank.

4. Daarby moet hy de warme dranken §. 8.

N. 2. (uitgezonderd de gomagtige) overvloedig

tusfchen beide drinken.

5. Men zet hem te gelyk klysteren van de

dranken, die hy drinkt, met olie en wat zout.

6. Men houd hem azyn onder den neus, 't

welk hem opwakkert en verkwikt.

7. Hy moet niet eer vast inflapen, dan dat hy

genoeg gebraakt, veel ontlasting gehad heeft,

en veel water is kwyt geraakt.

8. Tot dien tyd toe geeft men hem met de

dranken, ter bevordering van deze ontlastingen,

alle twe uren een kleinen theelepel vol

van 't digeftiefpoeder met falpeter $. 39. N. 4.

9. In het bed, als men hem tot rust wil brengen,

word hy altoos op de ene zyde, en met

het hoofd hoog gelegd. Indien hy door 't braken,

buikzuiveren, en door de verhitting, zeer

uitgeput en verzwakt is; dan bereid men hem

een drank ter verfterking,uit een half lood vlug

zout van hertshoorn, anderhalfpond water, drie

lood geestryk kaneelwater en een dragme zuiker,

daar hy nu en dan een paar iepels vol van

nemen moet.

10. Als hy door brandewyn,of liqueurs> dronken

geworden is, dan kan 't gebeuren, dat hem

de vlam den mond uitflaat. In zodanig een ge-

F 3 val


86 OVER DE ONGEMAKKEN UIT

val zet men hem over einde, men laat hem veel

gerftedrank, ter helft met melk gemengd, lauw

drinken, of men geeft hem melk met olie van

zoete amandelen, of een theelepel vol kreeftögen

in melk, of, in geval van de uiterfte overëiling,

als al het andere ontbreekt, warme pis.

De brand, die in de keel veroorzaakt is, word

vervolgens met olie van zoete amandelen, van

witte leliën , of met raapolie genezen.

ir. Na den flaap bevind zig de lyder zeer

flegt; hy beeft hoofdpyn, kwalykheid, moeilyke

luimen, pyn in de leden, is bedwelmd,

enz. Men geeft hem dan een kopje vol heten

wyn §. 25. ofalzemwyn, en een zagt ey met

kaneel en nootmuskaat, men laat hem vee! gerfte-

of havergortwater drinken, en denzelven

dag alle twe uren het digeftiefpoeder innemen

§. 39. N. 4. De knuflook en ajuinzoepen zyn

's morgens ook zeer dienftig.

12 Als men vooraf weet, dat men veel verhittende

dranken zal drinken, dan moet men te

voren veel dunne havergortfoep, en twe reizen

zestig droppels van den zoeten geest van falpeter,

of van den wateragtigen geest van ammoniakzout,

daar in gebruiken.

13. Niemand moet geloven, dat de verhittende

dranken hem onfchaadlyk zyn, als hy 'er

veel van kan verdragen, zonder een roes te krygen.

Zy fchaden veel minder door de roes, dan

door de hevige zieding, om dat ze een vergift

voor de zenuwen zyn,die ze verzwakken.Daarom

leven zulke lieden zelden lang,die veel verhittende

dranken drinken, ze worden fchielyk

onnozel, beginnen te beven, worden puistig,

zwak,


OVERLADING EN GEBREK, ENZ. 87

zwak, lam, en fterven aan de waterzugt, of aan

de tering.

OVER DE UITGEMERGELDE

PERZONEN.

§• 54-

Men vind zomtyds menfchen, die uit armoede

heimlyk gebrek lyden, uit heiligheid te

lang vasten, of door ongelukkige toevallen van

de menschlyke maatfchappy worden afgezonderd

en byna door honger en dorst omkomen.

By zodanige lieden moet men vooral zo voorzigtig

zyn', dat men op een reis niet veel, en

ook geen zware of verhittende fpyzen en dranken

geeft, dewyl ze anders fchielyk fterven.

Enige lepels vol dunne foepen, melk, of haver-

en gerfteflym, zyn voor hen in 't begin

voldoende, en dan geeft men hen van tyd tot

tyd meerder en kragtiger middelen. Als zy

in vervolg van tyd ene verfterkende geneeswyze

nodig hebben, daartoe kan men §. 8. N. 8.

aanleiding vinden. Het veelvuldig en langdurig

vasten is zeer nadelig voor de gezondheid, om

dat het de vogten bederft, de kragten vermindert

, en de Natuur in wanorde brengt.

Alleenlyk is het in der daad dienstig by een

volkomen gebrek van eetlust.

F 4 VER-


88

V E R H A N D E L I N G

O V E R D E

VERGIFTIGE WONDEN,

E N

UITWENDIG AANGEBRAG-

TE VERGIFTEN.

§• 55-

Uitwendige vergiftigingen.

Als een vergift van buiten onmiddelyk in

ons bloed gebragt word,zo als zulks door

wonden van vergiftige en getergde dieren, of

door vergiftigde werktuigen gefchied, of als

het op gelyke wyze, of door uitwendige aanleggingen

op de huid gebragt, een toegang tot

de zenuwen heeft, en dezelven aanraakt, zo

ontftaan daaruit de verfchriklykfte en doodlykfle

toevallen, die men in tyds moet .voorkomen,

om dat, als het vergift enigen tyd

gegeven word, om zig door het ganfche lichaam

te verfpreiden, doorgaans alle hulp te

vergeefs word aangewend. Ik zal deze ftof

zo-


UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. 89

zodanig behandelen, dat ik eerst de vergiftige

wonden van viervoetige dolle, of getergde dieren

en vogels, dan die der vergiftige flangen

en kruipende dieren, voorts die van vergiftige

kliekten , vervolgens die van vergiftigde

werktuigen, en eindelyk de overige uitwendig

aangebragte vergiften in overweging

zal nemen.

VERGIFTIGE WONDEN VAN

DOLLE, OF TOORNIGE VIER­

VOETIGE DIEREN EN VO­

GELS.

5- S6.

Tekens van zodanige vergiftigingen.

De werkingen van de beten van dolle, of

getergde dieren, ontftaan uit het fpeekzel, dat

ze met ons bloed vermengen, of aan onze zenuwen

brengen. Als dit gefcbied is, dan mag

de wond zig wel of kwalyk voordoen, toehelen,

of open blyven, men is egter in langen

tyd tegen de vreeslyke gevolgen van deze vergiftiging

nog niet beveiligd; want zy openbaren

zig doorgaans niet voor den tienden dag na dat

men de wond gekregen heeft; doch dikwyls

nog veel later, ja zelfs, zo als men zegt,

zomtyds eerst jaren naderhand. De tekens

ener aanfteking zyn een byzondere angst, verdriet,

onrustige flaap, drukking der maag, veel

geeuwen en rekken der leden, benauwdheid van

de lugt, fchoon zy helder is, droefgeestigheid,

F 5 be-


90 OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

begeerte ra duisternis, afkeer van drinken, en

een merkbaar jeukend, knagend, of ook wel

pynlyk gevoel in de voorige wond. Als nu

de ziekte daadlyk tot ftand komt, dan word de

ftaat zeer verbazend. De lyder vervalt in een

hete koorts , die de dolheid genaamd word,

waarin hy woedende ogen vertoont, een fchuimenden

mond heeft, nimmer flaapt, zomtyds

ftuiptrekkingen krygt, blaft en huilt gelyk als

de dieren die hem gebeten hebben, doch inzonderheid

allen drank zodanig fchuwt, dat, als hy

dien al drinken wil, of dezelve heimlyk by hem

gebragt word, hy allerhevigfte trekkingen bekomt

, en daarom denzelven met alle vermogens,

en met byten van zig afweert, terwyi hy

integendeel alles, dat niet vloeibaar is, wel kan

doorzwelgen. In dezen toeftand word zyn

fpeekzel even zo vergiftig, als dat van een dol

dier, en het befmet ook insgelyks op dezelfde

wyze, als het of door een beet in 't bloed komt,

of maar alleenlyk op zodanige delen van de huid

gebragt word, die flegts met een dun huidje zyn

bedekt, zo als de lippen, tong, enz. of die

een weinig gekwetst, en van de opperhuid ontbloot

zyn. Daardoor zyn 'er befmettingen door

het geven van een kus, of door garen, daar het

fpeekzel van den lyder op gekomen is, en dat

een gezond mensch langen tyd daarna door den

mond gehaald heeft, waargenomen. Men geneest

nimmer zodanige lieden, maar zy fterven

reeds den derden of vierden dag, na dat het

fchuwen van het drinken, dat men de watervrees

noemt, by dezelven heeft ftand gegrepen.

Dolle honden, wolven, vosfen, katten, enz.

zelfs hanen, eenden, en andera vogels, als ze

zeer


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. QI

zeer vertoornd zynde byten, veroorzaken de

dolheid en de watervrees wezenlyk op dezelfde

wyze , en de wond vordert ook enerlei

behandeling. Men behoeft ook in de voorbehoedende

geneeswyze geen onderfcheid ce maken.

Men meent dat "de dolheid en de watervrees

zomtyds zonder ene voorafgaande wond

van een dier ontftaan zy, doch de gevallen zyn

zeldzaam, en onzeker.

§• 57-

Tekens van dolle dieren.

Van de honden heeft men het grootfte gevaar

, als ze dol worden, om dat ze geftadig by

ons zyn: uitdien hoofde moet men deze dieren

wel in acht nemen, ten einde men dezelven

op den eerften fchyn van dolheid laat dood flaan.

De zomerhitte is hun het gevaarlykfte: daarom

is het nodig dat men ze op zulk een tyd niet

verhitte , jage , of terge; dat men dezelven

daaglyks ryklyk water geve, op dat zy nimmer

dorst behoeven te lyden; en dat men ze geen

vleesch, inzonderheid geen rauw nog bedorven

vleesch , en ook geen bloed laat gebruiken.

Zy zyn altoos verdagt als ze treurig zyn, de

menfchen vlieden, zig verbergen, niet blaffen,

maar wel knorren, als ze niet willen eten of

drinken, onbekende lieden verwoed aanvallen,

hunnen heer met hangende oren en de ftaart

tusfchen de poten vrezen, en als dronken zuizebollen.

Wanneer zy in dezen ftaat zyn en

byten, dan is hun beet reeds gevaarlyk, maar

egter nog niet even doodlyk. Doch als ze fmag-

ten,


92 OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

ten, de tong uitfteken, een fchuimenden bek,

en een tragen gang hebben, en overdwers lopen,

de ogen na beneden Haan, ene loodkleu.

rige tong vertonen, hunnen heer niet kennen,

en onder het ftrelen eensklaps kwaad worden en

byten; dan is de woede by hun op het hoogfte gekomen,

en zy fterven kort daarna. De beet

van zulk een dier is ten hoogfte gevaarlyk, en

doorgaans ongeneeslyk.

Als een hond, die gebeten heeft, doodgeflagen

is, eer men heeft kunnen onderzoeken, of

hy dol geweest zy, of niet, dan moet het volgend

middel dit kunnen beflisfen. Men vryft

de keel , de tanden , en het tandvleesch van

den doden hond met een ftuk toebereide

fpys, waarby men zorg moet dragen, dat 'er

geen bloed aan kome, en geeft dit vervolgens

een hond te eten. Als deze het met fchreuwen

en huilen fchuwt, dan is de dode hond

zeker dol geweest; doch als hy het opëet,

dan heeft men niets te vrezen. Voor het

overige moet men zig daar niet op verlaten,

dat een hond van den worm gefneden is,

want het is zeker, dat zodanige honden dan

nog dol kunnen worden.

DE BEHANDELING VAN DE

WOND.

§• 58.

Als men weet dat de wond door een dol,

of ten minfte door een getergd dier veroorzaakt

is, dan moet men de volgende regels,

zo fchielyk als mooglyk is, in acht nemen.

1. Laat


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. 9*

1. Laat men dezelve wel uitbloeden, men

verwyd ze behoorlyk met een lancet, men

kerft ze en men haalt 'er met koppen het

bloed wel uit.

2. Dan brand men dezelve met een heet

yzer, zo diep en zo lang, tot dat de lyder

de pyn van 't branden voelt; dit yzer behoeft

flegts de grootte van de nagel van een vinger

te hebben, en word 'er maar zagt aangebragt,

ten einde alleenlyk de huid, of de grond van

de wond gebrand worde. Vervolgens

3. Wascht men dezelve met gezoute water ,

of met warmen wyn, of men vryft ze met zout

en azyn, of met warmen azyn daar boter in gefmolten

is, of met olyfölie, of men fmeert 'er

koningszalf (unguentum bafilicum) op , of men

doet het een van dezen na het andere, en gaat

eindelyk met de koningszalf voort, om de wond

goed te doen etteren. Zommigen die inwendig

kwikzilver voorfchryven, laten ook te gelyk

de wond tien dagen lang met kwikzalf vryven.

Men zou hier ook uitwendig de uitgebrande

hertshoorn kunnen beproeven. Zie

§. 61. N. 4.

Deze hulpmiddelen te zamen genomen, zyn

by vele honderden, die van dolle dieren gebeten

waren, alleen volkomen genoeg geweest,

om dezelven voor alle toevallen te bewaren.

4. Doch als de wonden niet fchielyk etteren

willen, dan moet men 'er blaartrekkende pleisters

op leggen, of poeder van fpaanfche vliegen

in ftroijen, of onder de koningszalf mengen,

ook moet men ze nog eens vooraf met

den Jcarificator open maken, en daar door de

ver-


24 OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

verëctering voortbrengen, en ze zo lang laten

etteren, tot dat men verzekerd is, dat het

voldoen kan, en men dezelve durft laten toehelen.

5. In plaats van de fpaanfche vliegen kan

men de wond ook met zout tot verëttering

brengen, wanneer men 'er of de binnenzyde

van een opengefpleten gezouten haring op

legt, en zo dikwyls ververscht, als het vorige

ftuk begint te bederven; of als men , na het uitwasfchen

van de wond met zout water, een

hand vol droog zout met een drukdoek op de

wond bind, en twaalf uren daar op laat liggen:

vervolgens geneest men de wond geheel, als andere

onvergiftigde wonden , waarover naderhand

gehandeld zal worden. (Zie §. 09.)

DE INWENDIGE GENEES­

WYZE.

§• 59.

Van de behoorlyke behandeling van de wond

hangt wel voornaamlyk het geluk der geneeswyze

af, ten minfte heeft de Heer INGRAM enige

honderden gekend , die alleenlyk door het

branden van de wond §. 58. N 2. en door het

vryven met olie en koningszalf 58. N. 3 zon-,

der verderen omflag , na het byten van dolle

honden, tegen de dolheid zyn befchermd. Men

roemt egter ook nog verfcheidene inwendige

middelen, die men ren minfte ter gerustftelling

der verfchrikte lyders.en als de behandeling van

de wond verzuimd is, kan gebruiken. Ik zal enigen

van


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. 95

van dezelven, die voor myne lezers niet te kunftig

zyn , bybrengen, en hen de keus overlaten.

Zy zullen egter nog beter doen, als zy met den

bekwaamften Geneesheer , dien ze bekomen

kunnen , te rade gaan, die dan zodanige middelen,

welken met elkander overéénkomen, zal

weten te verenigen.

1 Men moet, veertig dagen lang, daaglyks

een of twe lepels vol van den asch van verbrande

rivierkreeften, in poeder, of in wyn innemen,

en zig dikwyls in zeewater baden. Dit is een

der oudfte middelen.

2. Men neemt twe delen grauw leverkruid

Qicben cinereus terrestris) en een deel zwarte peper,

men maakt 'er een fyn poeder van, en

men gebruikt het tot een dragme, of theelepel

vol, vier dagen agter een nugter zynde, ook

wel langer, en ook wel twemaal 's daags, met

een half pond warme koeimelk. Doch men moet

vooraf ene aderlating doen, en na dit vier, of

meer dagen gebruikt te hebben, moet men zig

daaglyks 's morgens vroeg nugter zynde een halve

minut lang in 't koudfte water geheel onderdompelen

, en zulks vervolgens nog zesmaal in

de veertien dagen herhalen.

3. Men vryft zestien grein muskus, twintig

grein natuurlyke en even zo veel kunftige cinnaber

, of vermilloen , ieder afzonderlyk tot

een fyn poeder, men mengt dit , en geeft het

met een flok arak , of brandewyn in, en als

'er na 't verloop van twe, of drie uren niet een

zagte flaap en zweet volgt, dan herhaalt men

hetzelfde middel. Zodanig gebruikt men het als

'er zig reeds tekens van de dolheid opdoen. Doch

men kan het ook aanftonds na de beet innemen,


QÖ OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

men , en dan na enige weken uit voorzigtigheid

herhalen. Dit noemt men het Cobspoeder, ot'Rut.

landsch poeder.

4 Men neemt twaalf lood gekneusde wynruitbladeren,

en van geftote knuflook, venetiaaniche

theriak , en vylzel van tin , of oud

fpiauter, ieder agt lood, men kookt dit alles

in twe vierendelen zwaar bier tot op de helft,

ën bewaart het behoorlyk gefloten. Hiervan

nemen volwasfene perzonen, zeven dagen agter

elkander, negen lepels vol op een reis.

5. Men moet drie dagen agter een alle morgen

vylzel van koper op boterbrood eten, of

enige bittere amandelen daaglyks gebruiken.

6. Een lood gebrande oesterfchelpen , twemaal

in de 24 uren in witte wyn , of olyfölie,

of, als men reeds geen vloeiftoffen meer kan

doorflikken, met het doijer van een ey gemengd,

wil men, dat zelf in de watervrees van goeden

dienst is.

7. Men moet 's morgens, 's middags, en 's

avonds, elke reis een pond azyn drinken, of

denzelven met boter gemengd, drie dagen lang,

driemaal 's daags, tot een kopje vol gebruiken;

en daarby warmen azyn met boter in linne doeken

ruim en breed over de wond leggen, en zo

dikwyls als het koud word vernieuwen, tot dat

het gezwel volkomen verdwenen is.

8. Wanneer 'er toevallen der zenuwen van

allerlei zoort, de watervrees, die zekerlyk zelve

niets anders is, ftuiptrekkingen, flauwten,

enz. ontftaan, dan moet men, behalve het gebruik

van 't rutlandsch poeder, pleisters van de

galbanum , met opium gemengd , om den hals

leggen, klysteren zetten, de wond met warmen

olyf-


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. 97

olyfölie waschen , zomtyds alzemzout met citroenzap

tot de faturatie gemengd, en twemaal

's daags een mengzel van twaalf grein duivelsdrek,

tien grein muskus, en zes grein kamfer,

in pillen, of met vogt innemen

9. Onder het gebruik der fpaanfche vliegen

en blaartrekkende pleisters, om dat zy hitte,

kramp , en fnyding in 't wateren veroorzaken,

moet men enige reizen daags een half dragme

falpeter, met twe grein kamfer innemen, en

veel dunne haverflym en vliermelk drinken.

Zie g. 26. en 68. als mede op het artykel

Koude pis.

10. De grote volbloedigheid, de hevige aandoening

van den fchrik, en andere omftandigheden,

vorderen flegts ene aderlating; anderzins

is het niet volftrekt noodzaaklyk.

11. De geneeswyzen met het kwikzilver ,

moet men aan een Geneesheer overlaten.

12. Een ieder moet op zyne hoede zyn, om

niet van enen lyder, die in de woede ligt, gebeten,

in den mond geblazen, of befpogen te

worden : want de dolheid is befmettelyk, en

plant zig by een ieder voort, die zig voor gemelde

gevaren niet wagt.

VERGIFTIGE WONDEN VAN

ADDERS, S L A N G E N , ENZ.

J. 60.

Tekens van deze vergiftigingen.

De beten van adders en vergiftige flangen zyn

G ver-


98 OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

vergiftiger,naar mate zy meer verhit en kwaadaartiger

zyn, en dan gaan zy nog het vergift

der viervoetige dieren, in fchielykheid van werken

en in doodlykheid, te boven: want zommigen

zyn 'er, die reeds binnen weinig uren

de vergiftiging aanduiden, en zelfs in zulk een

korten tyd doden.

Als men van zodanige dieren geftoken is,

en het vergift, dat zy in den bek hebben, in

ons bloed, of aan ontblote zenuwen is gekomen

, dan ontftaat 'er fchielyk ene ftekende

en kloppende pyn in de wond, en ene rode

zwelling, die van tyd tot tyd blauw word,

en de naby gelegene delen bezet; de huid brand

zeer, en 'er komen bloedblynen op; daarna als

het vergift in den plas van 't bloed, of tot de

grotere zenuwen is ingedrongen, volgt 'er

traagheid, een fnelle, zwakke en zomtyds tusfchenpozende

pols, hartklopping, bedwelming

der zinnen, angst, grote kwalykheid met galagtige

braking, verzwakking der ogen, pyn in

den buik, bezwaarde ademhaling, de hik, beving,

ftuiptrekkingen, koud zweet, koude leden

, en cle dood op. Als 'er de lyder van opkomt

, dan blyft het ontftoken gezwel nog

lang van gedaante als de roos; de wond ettert,

en 'er komen .blaren op van ene wegëtende

fcherpte , die geftadig rondsom uitbyt,

en eindelyk word de ganfche huid geluyvagtig.

BEHANDELING DER WOND.

§. 61.

i. Wanneer de wond aan een deel is, dat

zulks


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. 99

zulks toelaat, dan moet men ze aanftonds onderfcheppen,

en den draad, of band, zo lang

draaglyk is , vast laten zitten , tot dat het

noodzaaklykfte aan de wond gefchied is, om

het vergift daar uit te halen, ten einde het

niet in het lichaam indringe.

•2. Dan brand, verwyd en kopt men de wond,

volgens §. 58. N. 2. Het branden kan ook op

de manier der jagers, zo gefchieden, dat men

een weinig buskruid op de, wond ftroit, en

hetzelve aanfteekt. Men kan ook bloedzuigers

aan de wond laten zuigen.

3. Vervolgens word ze of met azyn uifgewaschen,

of men giet melk in een gat, dat

in de aarde gemaakt is, en fteekt 'er het deel

in, of men vryft dezelve en het ganfche deel

lang met warmen olyfölie over een weinig

vuur, of men laat enige droppels eau de Ivce ,

dat is, vlug flanaezout met brandfteenölie,

in de wond druipen. In Amerika legt men

het vleesch van limoenen met zeezout warm

op dezelve.

4. Daarna kan men ze met den verfchen bast

van den vlierboom, of met verfche vlierbladeren

bedekken. Of men fnyd een ftuk hertshoorn

als een penning, men brand het eert weinig

in het vuur, tot dat het aan de natte lippen,

of aan de tong kleeft, men legt het op de wond,

die te voren gekopt en verwyd is, zo dat ze

behoorlyk bloed, en men laat het zitten, tot

dat het 'er van zelfs afvalt, 't geen dikwyls

eerst na enige dagen gebeurt, of ook dat het

zelfs met lauw water moet los gemaakt worden

, en dan legt men 'er aanftonds weer een

ander ftuk op. Dit middel is ook dienfbg

G 2 te-


ioo OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

tegen alle vergiftige wonden van viervoetige

dieren, infekten, en werktuigen, en kan even

goed van uitgebrande beenderen, oesterichelpen

, enz. gemaakt worden

5. Als de wond in 't geheel niet etteren wil,

dan kan men hier ook handelen volgens §. 58.

N. 4.

6. Eindelyk heelt men dezelve als ene andere

onvergiftigde wond. Zie §. 99.

INWENDIGE GENEESWYZE.

§. 62.

Van de volgende middelen kan men of ieder

afzonderlyk, of op ene gefchikte wyze verenigd

, gebruik maken.

1. Men moet ene grote hoeveelheid azyn, of

water met azyn gemengd, of citroenzap als limonade,

of ook gepeperden wyn, drinken.

2. Als 'er uitwendig olyfölie gebruikt word,

dan moet men ook, indien 'er toevallen gelyk

als §. 60. plaats hebben, nu en dan een glas

olyfölie drinken.

3. Wanneer het eau deluce uitwendig gebezigd

word, g. 6f. N. 3 dan moet men ook enige dagen

agter elkander, iedere reis maar zes druppels

in water verdund , gebruiken. Of men

geeft zomtyds twintig grein vlug flangezout,

met water en wyn gemengd, om te zweten.

4. 's Morgens en 's avonds een dragme theriak

in wyn, of limonade.

5. Het gebruik van de polygala Jeneca, en van

den virginiaanfchen flangewortel, moet een Geneesheer

bepalen.

6. In-


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. lOt

6. Indien het vergift zodanig werkt, dat 'er

het bloed fchielyk door bederft, zo als van de

flang Seps, of van de amerikaanfche Labarra ,

dan moet men zeer veel azyn, of water met

den geest van vitriool zuur gemaakt, innemen,

doch uitwendig het ganfche lyf met zulk zuur

water behoorlyk baden.

7. Ten aanzien van de aderlating gedraagt

men zig volgens §. 59. N. 10.

8. VVanneer de roos in de wond ontftaat,

dan drinkt men vlierthee met theriak , en

tusfchen beide ook met falpeter, zonder theriak;

en uitwendig legt men ene pap aan van

witte 'broodkruimen in melk gekookt, en met

honing gemengd. Het fpoedig uitwendig gebruik

van den olyfölie komt doorgaans de

roos voor.

VERGIFT DER PADDEN.

5. 63.

Het vergift, dat de padden ten dele in den

bek, ten dele in het vogt, dat ze van zig fpuiten

, hebben, kan flegte toevallen , als de geelzugt,

zwelling, belemmering der fpraak, zware

ademhaling, braking, duizeling, flauwten,

enz. veroorzaken.

li Men moet de plaats, die met dit vergift

befmet is, aanftonds met zout water of pis afwaschen,

het deel in een versch gegraven gat

in de aarde fteken, en 'er verfche wynruitbladeren

opleggen.

2. Als men zulk vergift by ongeluk had doorgeflikt

, of als de bovengemelde toevallen hevig

G 3 wa-


io2 OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

waren, dan moet men een braakmiddel, volgens

§,. 24. N. 1. geven; vervolgens een dragmé

theriak in goeden wyn, en klysteren zo aJs& 8.

N. 3. voorichryven, in een bad zweten, en zig

ryklyk lichaamsbeweging geven.

VERGIFTIGE STEKEN VAN

INSEKTEN.

§• 64.

Tekens van deze vergiftigingen. •

Alle infekten, die vergiftige fteken kunnen

geven , zyn niet op alle plaatzen , of alle tyden

vergiftig. De fchorpioenen, de taranuda, en

andere grote fpinnekoppen, geven veeltyds, en

op vele plaatzcn, doodlyke fteken, en op een

andere tyd en plaats doen ze weinig meerder

kwaad, dan de fteken der doornen. Als zodanig

een fteek in der daad vergiftig is, dan word

het geftoken deel gevoelloos of doof, en men

voelt naderhand huivering, het lichaam zwelt,

'er is een geraas in de darmen, het gezigt word

bleek, de ogen tranen, de leden beven, men

heeft ene vergeeffche neiging om te pisfen,

kramp- en ftuiptrekkingen, koud zweet, enz.

Om zodanige gevaren te ontgaan is 't het veiligfte,

zo dra men van zulk een gedierte, wiens fteek

berugt is, gekwetst word, de kleine wond in 't algemeen

zo, als die van een fteek der flangen

§. 61. te behandelen, welke geneeswyze men

hier tot een grondflag moet leggen. Als de roos

in


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. I03

in de wond ontftaat, dan gedraagt men zig volgens

§. 62. N. 8.

Wat de inwendige genezing aanbelangt, men

moet zig hier in 't algemeen aan de theriak ,

vlierthee met theriak, azyn, wyn, en vlug flangezout

honden. Zie §. 62 N. 3.

Van enigen der bekendfte infekten zal ik de

uitwendige behandeling nog wat nauwkeuriger

aantonen.

STEEK V A N DE SCHORPIOEN.

§. 65.

Na het onderfcheppen en fcarificeren der

wond, vryft men dezelve met olyfölie, men

ftampt knuflook , bladeren van esfebomen en

wynruit tot ene pap, en men ftoot het nog eens

met brandewyn onder malkanderen ; als 'er blaren

op zyn, dan opent men ze eerst; is het deel

gezwollen, dan kopt men het, men wascht het

met warme brandewyn, men legt de pap över

het gehele deel, en men geeft den lyder de theriak

met wyn in. Dit verband word 's morgens

en'savonds vernieuwd,en driemaal'sdaags

een dragme theriak in wyn gegeven, en ook anderzins

, als 'er geen koorts by is, vergunt men

den lyder wyn te drinken. In plaats van het

gemelde kan men ook radys , ajuin , mostert,

kers, lepelblad, en bekeboom,tot pap gefloten

, aanleggen. Eindelyk doet men den lyder

een buikzuiverend middel gebruiken. Als men

de wond volgens §. 61. N. 2. niet eigenlyk wil

branden , zo kan men maar een gloeijenden

kool, of dergelyk een yzer'er kort tegen aan

G 4 hou-


104 OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

houden. In Barbaryën, daar men zomtvds zeer

vergiftige fchorpioenen aantreft, brand*men de

wond, men fcarificeert ze diep, of men fnyd

'er het bedorvene uit, of men laat den lyder in

warm zand zweten, of men laat 'er alleenlyk

een omflag van asch met enige fchyven ajuin op

leggen. Ook legt men 'er wel knuflook mee

wynruit in olie geftampt op.

De fteek van de fchorpioen verwekt hevige

pynen zo wel plaatslyk, als door het ganfche

lichaam;het gekwetfte deel zwelt,enontfteekt,

en 'er komen blaren in den omtrek : hierby

komt het beven, de huivering, de hik en het

braken, in welke gevallen dan ook de inwendige

middelen verëischt worden. §. 64.

S T E K E N V A N SPINNEKOPPEN.

§. 66.

Wy hebben hier zulke vergiftige fpinnekoppen

niet als de tarantula, democulo, en de andere

buitenlandfche zyn. Het vergift van onze inlandfche

kan men door het melkagtig zap van

verfche vygebladeren, dat men op de gekwetfte

plaats laat druipen, gemaklyk tegen. gaan.

Men kan ook de plaats enkel met melk baden.

STEKEN V A N BYEN.

5- 67.

Eerst moet men 'er den angel uithalen; dan

honing op de wond ftryken, en zulks herhalen,

zo dikwyls als het droog is; of 'er koude aarde

op


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. IOj

óp drukken; of ze met warme pis, of met water

en geftotene pieterfelie vryven; of 'er oorfmeer

op ftryken.

De fteken der wespen, hommels en ook van

doornen, worden op dezelfde wyze genezen.

OVER DE SPAANSCHE VLIEGEN.

§. 68.

Als men het fcherp vergift van dit gedierte

aan de gewonde huid brengt, dan doet het dezelfde

werking, als of men het had doorgeflikt.

Men moet de plaats met melk of honing waschen

, en voor 't overige handelen volgens

§. 26. N. 2. 3. en 4. Indien men deze kwade

werking der fpaanfche vliegen in blaartrekkende

pleisters wil verhoeden , dan moet men deze

pleisters met fyn poeder van de kamfer beftroijen,

eer men dezelven aanlegt. Anderzins gedraagt

men zig volgens g. 59 N. 9. Als zulke

plaatzen vervolgens zeer verhit worden, dan

legt men 'er ene zalf op van hondevet met

kalkwater gevreven, en vernieuwt dezelve zo

dikwyls, tot dat'er de hitte uit is: vervolgens

heelt men de wond, als alle anderen, of met

brandzalven g. 100. N. 2. Zie ook Koude pis.

en §. 59. N. 9.

M U G G E N , V L I E G E N , EN KLEI­

NER INSEKTEN.

5- 69.

1. De harst van den pynboom op de mugge-

G 5 fteekj


io6 OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

fteek , of citroenzap daarop gevreven, zyn

goede middelen ter verzagting. 't Js ook goed

dat men 'er olyfölie op doet , om de roos

voor te komen.

2. Zomtyds worden de fteken der muggen, ja

zelfs van de vliegen en andere infekten , als

ze ene zeer aandoenlyke zenuw treffen, of

als het diertje kort te voren iets vergiftigs

aangeraakt, of gegeten heeft, zo erg, dat 'er

ene vreeslyke zwelling en ontfteking van het

ganfche deel door ontftaat, dat 'er de huid, als

door 't vuur gebrand, van affcheid, ene hevige

koorts bykomt, en het deel door 't vuur gedreigd

word. In zodanige gevallen moet men

tot herhaalde reizen ene ader openen, limonade

of wei tot den drank, klysteren van zure wei

voorfchryven, en de wond zodanig behandelen,

als §. 62, N. 8. geleerd is. Een Heelmeester

is hier egter zeer nodig.

3. Onbekende infekten moet men op de

plaats, daar zy fteken, niet kwetzen; want

van zommigen, zo als van de Coya in Amerika,

heeft de fteek geen gevolgen, als men dezelve

maar van de wond affchud, of wegblaast,

daar zy in tegendeel gevaarlyk is, als men 'er

het diertje op verplettert. De wonden van de

Coya worden alleenlyk gebrand.

BLOEDZUIGERS.

$• 70.

Schoon de fteek dezer dieren niet eigenlyk

vergiftig is, zo komen doch by hun gebruik

veifcheidene dingen voor, die aangemerkt dienen


EN UITWENDIG AANGEBRACTE VERGIFTEN. I07

nen te worden. Zodanige, fteken zyn in der

daad zomtyds vergiftig; want 'er zyn zoorten

van deze wormen, die om die reden tot het gebruik

niet goed zyn. Men moet zulk ene wond

met zout water waschen, met olie vryven , of

anderzins enige hulpmiddelen uit de algemene

geneeswyze aanwenden. § 64.. Als men zodanig

een dier, dat niet vergiftig is, heeft doorgeflikt,

dan moet men 'er olyfölie op drinken,

om het te doden. Als 'er een in den endeldarm

geflipt is, dan dood men het door klysteren

van fcherp gezouten water. Wanneer de wonden

, die zy gebeten hebben , niet zo flerk

bloeden, als men verlangt, dan brengt men

'er door een tregter den damp van warm water

aan, en dus bloeden ze zo veel als men wil.

Indien het bloeden niet wederom wil ophouden,

dan kleeft men'er een ftuk van de bloedftempende

eikezwam aan, (ZieBloedflorting.^.yZ.

N. 1.) Wil de bloedzuiger niet weer ios laten

, dan ftroit men 'er wat zout op. Als

hy lang moet zuigen , zonder , om dat hy

te vol word , los te laten , dan fnyd men

hem , als hy taamlyk vol gezogen is , den

Haart af.

W O N D E N VAN VERGIFTIGDE

WERKTUIGEN.

§• 71-

De onbegrypelyke werking van de vergiftigde

pylen der indianen bewyst ons overvloedig,

dat men ook door vergiftigde werktuigen,

als degens, kogels , mesfen, naalden , enz. het leven

en de gezondheid in gevaar kan brengen. Het

ver-


io8 OVER DE VERGIFTIGE WONDEN,

vergift der pylen, zo dra het ene bloedende

wond maakt, is het fnelfte en het doodlykfte

vergift, dat wy kennen, en men weet 'er nog

geen tegengift tegen. By geluk hebben wy 'er

in onze landen niet voor te vrezen. Andere

wonden van veigiftigde werktuigen, van veler,

lei artzenyglazen, of daar vergiftigde dingen

aan gekomen zyn, moeten op dezelfde wyze,

als die van vergiftige dieren g. 58. en 61. behandeld,

en de inwendige geneeswyze moet,

naar mate van de omftandigheden des lyders,

of volgens g. 62. of volgens g. 69. N. 2. worden

ingerigt. Een Geneesheer is hier zeer nodig.

UITWENDIG A A N G E L E G D E

VERGIFTEN.

§. 72.

ï Het gebruik van arfenikale zalven kan de

gcvaarlykfte en hardnekkigfte toevallen veroorzaken,

by voorbeeld, verlammingen, razerny,

en zelfs den dood. Men moet hier zyne toeviugt

tot het middel nemen, dat §. 9. N. 3.

is aangeraden , om het vergift , dat met de

vogcen verenigd is, zo veel mooglyk te ontzenuwen

, en van deze tyd moet men zig

bedienen, om 'er een Geneesheer by te roepen,

ten einde hy de ongemakken, die 'er

uit ontdaan kunnen, behoorlyk geneze. De

gezalfde plaats moet men dikwyls met huwen

olyfölie vryven, en den leefregel zodanig

inrigten , als dezelve tegen de fcherpe

vergiften is voorgefchreven. Zie §. 7. N. 2—6'.

en §. 8. N. 2 en 3.

2. De


EN UITWENDIG AANGEBRAGTE VERGIFTEN. IOO;

2. De kwikzalven en gordels veroorzaken

de droevigfte toevallen, als zy onvoórzigtig

en zonder een geneeskundig beleid gebruikt

worden ; zomtyds trillingen der leden, zomtyds

verdoving derzelven , zomtyds verlammingen

, zomtyds een onnatuurlyken fpeekzelvloed

met bezwaarlyke toevallen in den

mond en keel. Men moet het kwikzilver

van de uitwendige plaatzen met warme melk

fchoon afwaschen, en het ingedrongene, zo

fchielyk als mooglyk is, wederom uit het lic'iaam

uitvoeren, daar nogthans tyd en een

kundig Geneesheer toe verèischt word. Het

zou onmooglyk en tegen myn oogmerk zyn,

om hier de geneeswyze van alle zodanige ongemakken

£e befchryven, inzonderheid dewyl

hier geen fchielyke, maar ene wel bedagte en

lang voortgezette hulp nodig is.

3 Als msn met fterk water, en dergelyke

fcherpten, de huid gekwetst heeft, dan moet

men zig met de dranken waschen, die §. 13.

N. 3. zyn opgegeven , om maar eerst de

fcherpte te breken , en vervolgens brandzalven

aanleggen , om het te helen. (Zie

§. 100.)

4. Als men met zwavel-, of kwikzalven een

uitflag verdreven heeft, en daar fchielyke toevallen

uit ontdaan , dan moet de uitflag aanftonds

wederom uitgedreven worden. (Zie bet

Schurft.)

5. Pleisters van opium , aan de flapen van

het hoofd gelegd , om hoofdpyn , of andere

ongemakken te verdry ven , hebben zomtyds

zulke bedwelmingen tot hare gevolgen , als

of men te veel heulzap had ingenomen.

Men


IIOOVER DE VERGIFTIGE VVO N D E N , E N Z.

Men neemt 'er de pleisters aanftonds af, en

wascht de plaats met warmen azyn, ook tragt

men den lyder op te wekken, volgens §. 27.

N. 6 en 7

6- Men heeft voorbeelden, dat fpek, 't welk

by lieden, die aan de pest geftorven zyn, gelegen

had, gezonde menfchen, wier huid daarmede

gevreven wierd , gedood heeft. Wanneer

men derhalve vet, of talk van .beesten , die

aan ene pestziekte geftorven zyn, gehandteerd

heeft, dan moet men volgens §. 62. N, 6. te

werk gaan.

7. Als men fpaanfche vliegen behandeld

heefc, en 'er de gewoonlyke ongemakken van

gewaar word , dan kan men 'er g. 68. raad

voor vinden.

• 8. Als. fcherpe dampen de huid en zenuwen

beledigd hebben, dan handelt men als N. 3.

9 Zyn dergelyke fcherpe dampen, of flof,

en puntige prikkelende lichamen, in de ogen,

of in den neus gekomen, dan moet men dezelven

met lauw water , of met warme melk

baden, en uitwaschen, en, wat de ogen aanbelangt,

de dampen door 't geftadig aanwayen

der lugt 'er uitbrengen; en, om de grovere

itoffen , die 'er in gekomen zyn, te ontlasten

, moet men met enen vinger het ooglid

opligten , dan een dun (hikje linnen daar

onder brengen , ten einde het vreemde lichaam

'er aan kleve , of men legt een parel

in het oog.

VER-


V E R H A N D E L I N G

O V E R DE

VERGIFTIGE DAMPEN,

E N

UITWAASSEMINGEN.

5- 73-

Verdeling.

ui

,

T~y r zyn zeer vele vergiftige dampen en uit-

J2> waasfemingen , die ons onverwagte geva

arlyke toevallen aanbrengen, of zelfs op de

plaats doden. De nuttigfte verdeling derzelven

voor myne Lezers is deze. Zommige werken

door fchielyke verdikkingen, dewyl ze de ademhaling

volftrekt beletten, zo als de zwavelagtigen.

Deze zyn of fchielyk doodlyk, of brengen

althans het leven in groot gevaar, zodanig

dat lieden, die deze dampen inademen, aanftonds

voor dood liggen, en de gedaante van

een geftiktcn hebben , of ten minfte worden ze

door ene ondraaglyke hoest gekweld, die hun

ieder ogenblik dreigt te fmoren. Zommige dampen


112 OVER DE VERGIFTIGS DAMPEN,

pen bedwelmen alleenlyk, zo dat men van zinnen

en bewustheid beroofd, als in de beroerte,

voor half dood ligt , zonder nogthans in de

ademhaling gehinderd te worden. Voorts zyn

'er nog dampen, die, op de wyze der zwavelagtige,

verflikken, en op de wyze der bedwelmende,

verdoven. Zodanig zyn de werkingen

der onweêrsdampen in de blixem, en van den

damp van kolen. Deze doden ook ongemeen

fchielyk, en men vind aan verfcheide verongelukten

de blyken van verdikking en bedwelming

van verfmoring en van beroerte. Eindelyk behoren

hiertoe ook de fcherpe, bytende dampen ,

. die de long, de keel, de neus en de huid prikkelen

, en daar door onmatig hoesten, niezen,

bloedhoesten , flikkende benauwdheid,de bruin,

en andere ontftekingen en verzweringen veroorzaken.

Onder deze vier zoorten kan men

alle fchaadlyke dampen en waasfems brengen,

die ook ieder hunne byzondere geneeswyze hebben,

welke ik zal befchryven. Doch om vele onnutte

herhalingen te vermyden, moet ik eerst

de algemene hulpmiddelen voor zodanige lieden

befchryven, die, zoals hier in de meeste gevallen

gefchied, voor dood liggen, en of geheel

geen , of flegts geringe en onduidlyke tekens

van leven geven. Men heeft by alle fchynbare

doden niet alle deze hulpmiddelen nodig, zelfs

enigen daarvan hebben by velen derzelven ge.

heel geen plaats. Doch dewyl dit in ieder geval

bovendien blykt uit de geneeswyze, die 'er

in word voorgefchreven, zo zal deze opgaaf alleenlyk

dienen, om den lezer in iedere byzondere

geneeswyze herwaards te wyzen, daar het

gebruik der algemene hulpmiddelen uitvoerig is

te vinden. HULP-


EN UITWA ASSEMINGEN. H3

HULPMIDDELEN VOOR SCHYN-

BARE DODEN.

§• 74.

Indien men iemand, die naar 't uiterlyk aanzien,

van gedaante als een lyk is,die niet ademhaalt,

geen hartklopping nog polsflag, als mede

geen warmte, gewaarwording, of beweging

heeft, en die zelfs de proeven, welke anderen

uit de diepfte flauwten opwekken, als fteken,

knypen , branden , fchudden, het befprengen

van het aangezigt met koud water, den azyndamp,

enz uithoud, zonder het minfte teken

van leven te geven , en die nogthans gezond

zynde door een toeval fchielyk in deze omftandigheid

is geraakt, of, als dit onbekend is, dat

'er ten minfte nog geen lykreuk, of andere blyken

van verrotting des lichaams, aan gevonden

worden; indien men, zeg ik, zulk een mensen ,

zonder fterkere proeven, begraven wilde, dan

zou men zig gemaklyk aan een moord fchuldig

kunnen maken, dewyl vele zodanige lieden, als

men de volgende proeven met hun in 't werk

ftelt, zomtyds fchielyk, zomtyds eerst na 'C

verloop van enige uren, weder opgewekt, en

in 't leven behouden worden, ja zelf vervolgens

nog vele jaren ene geduurzame gezondheid

kunnen genieten. Om nu ieder regtfehapen

mensen in ftaat te ftellen, om deze pligt van

menfehelykheid, die zig zelve ene fchone beloning

verfchaft, aan zynen verongelukten natuurgenoot

uit te oefenen,zal ik hier opgeven,

hoe men zulk ene berltelling in 't algemeen

H moet


ii4 O V E R DE V E R G I F T I G E DAMPEN*,

moet aanvangen, waartoe nogthans een Heelmeester,

om zeer vele redenen, te hulp moet

worden geroepen. Doch als deze niet aanftonds

te bekomen is, dan doe men ondertusfchen

het overige , dat men zelf in 't werk

kan ftellen.

1. Men brengt zulk enen fchvnbaar doden op

ene lugtige plaats , daar nog 'damp , nog kachelwarmte

is, hoe ruimer hoe beter. Indien

hy in de opene lugt gevonden word, daar geen

woning naby is , dan kan men eerst, 'r. geen

moogjyk is, in de opene lugt verrigten.

2. Men maakt hem de klederen aan den hals,

de borst, het lyf en aan de benen los, op dat

het bloed, de long, en de buik in hunne beweging

niet gehinderd worden.

3. Indien hy geheel verftyfd en zonder enige

tekens van leven is, dan vryft men hem de leden

, ja zelfs, als hy geheel ontkleed kan worden ,

den ruggegraad, en het ganfche lyf met ruwe

wolle doeken, ten welken einde hy in zulk ene

plaatzing gebragt moet worden, als iemand ,

die in een bed, of in een leunftoel gefchikt zit

te leunen, met neerhangende benen.

4. Men maakt, zo veel als de ftyfheid van

het lichaam toelaat, velerlei zagte bewegingen,

by voorbeeld, dat men het onderlyf drukt

en ftrykt, hem op den rug klopt, zyne gevrigten

beweegt, enz. nogthans is het hevig fchudden,

rollen, het onderfte boven keren van het

lichaam, enz. nimmer nuttig.

5. Als het zig fchikt, en andere omftandigheden

zulks niet verhinderen, of als de mensch

niet bevroren , nog in de harde winterkoude

verdronken is, dan zet men zyne benen in een

vat


EN UITWAASSEMINGEN. IÏ5

vat met lauw water, na dat ze wel gevreven-zyn.

6. Men opent hem, indien 'er geen vermoeden

is, dat hy ene bloedftorting ondergaan

heeft, ene ader op den arm; doch dit moet met

een lancet gefchieden, ten einde de opening

van ene behoorlyke grootte kan worden gemaakt.

Als 'er geen bloed komt, dan vryft

men den arm geftadig aan, en men laat de ader

zonder verband, zo lang 'er nog hoop is. Tot

dit einde moet men geftadig iemand by hem laten

waken, tot dat alle hoop over is; op dat,

als de ader zomtyds na 't verloop van verfcheide

uren begon te bloeden, hy zig niet uitbloede,

daar men voorbeelden van heeft. Indien

zulk een mensch, als men hem vind, nog

enige tekens van leven geeft, dan moet de

aderlating het eerfte zyn, dat men in 't werk

fielt. Men moet hem eerst een pond, of zelfs

nog meer, bloed aftappen, als het loopt, en

binnen enige uren, naar mate van de omftandigheden,

het aderlaten herhalen. Dikwyls is

het nodig de ftrotader aan den hals te openen,

daar de plaats dan voor af moet gevreven

worden, indien de aderen niet opgelopen

zyn.

7, Men blaast hem lugt in de long. Tot dit

einde houd men hem den neus toe, men geeft

hem de pyp van een blaasbalk, met nat linne

vast bewonden, in den mond, men drukt 'er

zyne lippen rondsom wel tegen aan, en men

laat een ander den blaasbalk twemaal op en neer

bewegen. Als 'er de borst zig door opligt, en

de lugt weder terug zypert, dan herhaalt men

dit werk langzaam, zo lang, tot dat men het

H 2 klop-


nó OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

kloppen van het hart, of van de flagader voelt,

of dat men den lyder zelf ziet ademen. In vele

gevallen kan iemand,die zynen mond op den

mond des lyders legt, en met alle kragt daar in

blaast, dit werk veel fchielyker uitvoeren. Indien

het nodig is tabaksrook in de long te blazen

, dan moet het op dezelfde wyze gefchieden.

Doch 'er zyn gevallen, daar dit niet dienstig

zou zyn. Als de mond vast gefloten is, en

met enig geweld niet kan geopend worden, dan

moet men 'er zig niet mede ophouden, maar

men moet door den neus, of zo als N. 8. zal

gemeld worden, in de long blazen. Want alvorens

de ademhaling ten minfte enigzins aan

den gang is, kan het weinig baten , of men iets

in den mond brengt.

8. Indien de borst door het inblazen van de

lugt geheel niet bewogen word, dan heeft men

een beletzel in de lugtpyp te vermoeden. Onderfleld

zynde nu, zo als by vele drenkelingen

gebeurt, dat 'er zand en modder in de keel

was, dan moet men het met de vingers, of

door infpuitingen, tragten op te ruimen. Doch

als dit niet mooglyk was, of dat ene krafnpagtige

fluiting van de lugtpyp, of ene andere onbekende

oorzaak, tot de vertraging van deze

noodzaaklyke hulp aanleiding gaf, dan moet men

onder den zogenaamden adamsappel, na dat de

huid te voren afzonderlyk opengefneden is, uitwendig

een Trocart met deszelfs buis in

de lugtpyp floten, den priem 'er dan wederom

uittrekken, en de buis in de wond

laten fieken, of in de lengte ene genoegzame

infnyding in de lugtpyp maken , om 'er

een klein plat pypje in te brengen, daar de

lugt


EN UITWA ASSEM INGE N. 117

lugt door kan in- en uitgaan, en ingeblazen

worden, tot dat het beletzel in de keel gevonden

en weggenomen is. Onder het inblazen

moet men in den omtrek van de maag

zagtjes drukken, en na de borst op waards

ftryken.

9. Ook moet men door middel van een blaasbalk

lugt in den endeldarm brengen, 't welk

een zeer noodwendig hulpmiddel is.

10. Als men van een klysteer van tabaksrook

gebruik kan maken, zulks is in de meeste gevallen

nog beter. Men heeft tot dat einde byzondere

werktuigen, die ieder Heelmeester behoorde

te bezitten. Doch in gevallen van nood

ftcekt men den fteel van ene brandende tabakspyp,

met olie beftreken, omtrent een duim

lang agterwaards na den rug voorzigtig in den

endeldarm, men bedekt den kop met een neusdoek,

neemt hem in den mond, en men blaast

dus den rook na binnen. Als dit gefchied

is, moet met het vryven van den buik worden

aangehouden. Dit inblazen van den rook,

of van de lugt, moet men van tyd tot tyd

herhalen.

11. Men tragt ook den lyder met ene veder,

die in olie gedoopt is, in de keel te prikkelen,

om hem aan 't braken te helpen, of ten minfte

ene aandoening, of beweging, in de keel te verwekken.

Zo dra hy flikken kan, geeft men

hem , in gevallen , daar ze worden voorgefchreven,

vloeibare braakmiddelen in, of men

fpuit ze, als het flikken onmooglyk is, en 'er

nogthans enig leven ontdekt word, door een

kromme pyp in de keel. In dit geval is het

H 3 op-


118 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

opwaards ftryken over de maag na de borst

ook dienftig.

12. Men kan ook fcherpriekcnde middelen

beproeven. Tot dit einde kan men engelsch

zout, of vlug zout van hertshoorn, of deszelfs

geest, of brandewyn, kamferbrandewyn ,

eau de luce, azyn, of den vluggen geest van

ammoniakzout , of doorgefnedene ajuinen ,

ramenasfen en dergelyken, zo als het in byzondere

gevallen word voorgefchreven, 't zy

op de lippen, of aan den neus brengen. Ook

kan men niesmiddelen, fnuiftabak, poeder van

euphorbium, peper, enz. door de fchaft van

een pen , in den neus blazen, of met een veder

in den neus prikkelen, of 'er rook van tabak,

of van euphorbium inblazen; en van de bovengemelde

vlugge geesten enige droppels met

water verdund in den mond geven.

13. Over het harten het hartekuiltjekan men

linne in heten wyn, (Zie §. 25.) of in warme

brandewyn gedoopt, of een broodkorst, die 'er

mede bevogtigd is , leggen.

14. Als de lyder onder alle deze proeven

enige tekens van leven geeft, dan befprengt

men zyn aangezigt met koud water, om hem

te meer op te wekken, en men begint dan ook

reeds de verfterkende middelen N. 17. te beproeven.

15. Men zet hem aan de zolen der voeten,

aan de navel, of elders, blinde koppen, die

fterk trekken, en dus ene grote vlam moeten

hebben, of men gebruikt 'er zelfs bier-"

glazen toe.

16- Men geeft hem meerder beweging, men

houd met de opwekkende middelen N. 11. 12.

en


EN UIT WA ASSEM IN GEN. lip

en i%. aan, en men geeft hem een braakmiddel

, met veel aftrekzei van kamilbloemen, als 'er

geen andere drank uitdruklyk word voorgefchreven,

of men zet een fcherp klysteer, altoos

van behoorlyk gezoute water, of warme pis,

of zeepwater, met vyf of zes grein braakwynfteen

daar in ontbonden.

17 is hy eindelyk wederom zo verre herfteld,

dat alleenlyk de kragten van de Natuur

verder opgewekt moeten worden; dan kan men

hem, indien het raadzaam fchynt, enige lepels

vol warmen wyn, of warm bier, of zeer zure

limonade met een weinig wyn en een korst brood

'er in, of aftrekzei van vlierbloemen, of van

melisfe, ingeven, een verfterkend klysteer van

water en wyn niet wat zout zetten, hem aan

brood met azyn , of wyn bevogtigd , laten ruiken

, met warmen wyn waschen, en enige droppels

van de reukmiddelen N. 12. met water verdund,

in den mond geven.

18. Alle deze hulpmiddelen moet men, zo als

het zig best fchikt, omtrent in de bovengemelde

orde by elkander voegen, en daarmede onverdroten

, uren lang, of by aanhoudendheid, of by

afwisfeling, voortgaan, dewyl de moeite, zelfs

zomtyds na 't verloop van enige uren, door de

uitkomst beloond is.

Na deze voorafgaande algemene opgaaf, ga

ik thans tot de gemaakte verdeling over, en zal

eerst die hulpmiddelen aanwyzen , welken de

zodanigen dienst kunnen doen, die door verflikkende

, zwavelagtige dampen zyn verongelukt.

H 4 VER-


izo OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

VERSTIKKENDE, ZWAVELAG­

TIGE DAMPEN.

S- 75-

Werkingen van zwavelagtige dampen.

! Een ieder kent de fchielyke en geweldige ftikking,

die de reuk van brandende zwavel veroorzaakt.

De lugtpyp fchynt 'er eensklaps door

toegevrongen te worden , de ademhaling houd

op, en als men niet aanftonds wederom van deze

dampen bevryd word, dan valt men geflikt

voor dood op den grond. Indien het zo ver

niet gaat, zo heeft men ten minfte een onöphoudelyk

hoesten, en ene grote benauwdheid

in de borst uit te ftaan. Als men de werking

der verfchillende zoorten van vergiftige

dampen behoorlyk onderfcheid, dan zal men

bevinden, dat behalve de ejgenlyke zwavel, en

enige mynftoffen en zamenmengzels van een

zwavelagtigen aart, daar de zwavelkyën byzonderlyk

onder behoren, 'er maar weinig dingen

in de Natuur zyn, welker dampen alleenlyk door

zodanig ene verftikking, zonder te gelyk de zenuwen

te bedwelmen, werken. Daarom moet

men den damp der kolen, die doorgaans meer

bedwelmt dan verflikt, enige waasfems en dampen,

die niet enkel zwavelagtig zyn, maar die,

zo als de arfenikale, mercuriale, en andere,

veel eer als fcherpe vergiftige dampen werken,

niet met de dampen van deze eerfte klasfe verwisfelen.

'Er zyn flegts enige zwavelagtige nevels,


EN UITWAASSEMINGEN. 121

veis, en de dikke, fchoon anderzins niet vergiftige,

rook in beflotene plaatzen, by voorbeeld,

de vuurdampen, die de ademhaling op

ene zoortgelyke wyze beletten, en geen onderfcheid

in de geneeswyze vorderen. Men is nogthans

in de Natuur genoeg aan gevaren van dit

zoort van verdikking blootgedeld. Verfcheide

befaamde holen in Italië , Duitschland en Hongaryën,

geven zulk enen fchielyk vcrdikkenden

zwavelagtigen damp; in de bergwerken ontdaan

dikwyls enkel zodanige zwavelagtige waasfems,

die de arbeiders verdikken: WAFER berigt,

dat 'er eens in de engte van Dariën een onweder

met een derken zwavelreuk ontdond, waardoor

de lieden byna alle dikten. By vele uitbraken

der vuurbergen, en onderaardfche brandingen,

kunnen insgelyks zodanige verdikkingen plaats

hebben. De artzenybereiders lopen dikwyls gevaren

van dit zoort. Toen BOERHAAVE den

vitrioolgeest eens met de grootde hitte van

vuur aanzette, kwam 'er als een blauwe droge

pbofpborus uit,die hy onvoorzigtig na zig haalde,

en welke hem byna op 't ogenblik zou gedikt

hebben, had hy den geest van 't ammoniakzout

niet by de hand gehad.

§• 76.

Befcherming tegen zwavelagtige dampen.

1. Als men zulk een gevaar voorziet, inzonderheid

als men lieden, die in zwaveldampen

omkomen, redden zal, of in zwavelagtige nevels

moet uitgaan, dan moet men zig van het

middel bedienen, 't welk het eigenlyk tegengift

H s der


122 O V E R DE V E R G I F T I G E D A M P E N ,

der zwavelagtige dampen is; men moet naamlyk

den geest van ammoniakzout by zig nemen,

en een doek, die 'er mede bevogtigd is, voor

den mond binden, en denzelven van tyd tot

tyd op nieuws daarmede bevogtigen. 't Is

ook goed dat men vooraf een vet boterbrood

gebruikt.

2. Dit zelfde middel is ook voor lieden toereikend,

die zwaveldampen hebben ingeademd ,

en de bovengemelde toevallen §. 75. moeten

uitftaan , zonder nogthans geflikt te zyn.

Zy moeten te gelyk warm gerflewater, met

gemenen honingazyn, of met dien van de zeeajuin,

zoet gemaakt, naarflig drinken, om de

benauwdheid in de borst te verminderen. Ook

is de damp van warm water, met een weinig

geest van ammoniakzout, goed om in te ademen,

en men kan warme melk gebruiken, om

de keel te gorgelen.

§• 77-

De genezing.

Als 'er lieden door den zwaveldamp, en dergelyke

dampen geflikt zyn, en voor dood liggen;

dan lyd de algemene geneeswyze, die

hier gebruikt moet worden §. 74. de volgende

bepalingen.

1. Zodra dat geen,'t welk §. 74 N. 1. en 2.

is voorgefchreven, gefchied is, kan men reeds

den geest van 't ammoniakzout onder den neus

vryven , en met water verdund in den mond

geven.

2. Te gelyk word de ader op den arm, of als

de


EN UIT WA ASSEM INGE N. 123

de aderen aan den hals zeer opgezet zyn, de

kropader geopend. §. 74. N. 6.

3. Die den ongelukkigen de lugt in de long

blaast §. 74. N. 7. kan een fpons, of een ftuk

linne, met verdunden geest van ammoniakzout

bcvogtigd, tusfchen zynen mond en dien deslyders

leggen, om hem dezen damp mede in te

blazen. De tabaksrook zou hier niet gefchikt

toe zyn. Indien men den blaasbalk gebruikt, dan

moet men voor deszelfs opening, daar de lugt

inkomt, een fpons, met geest van ammoniakzout

bevogtigd, vast maken. Zo ook in 't geval

van §. 74. N. 8.

4. Men handelt voorts volgens §. 74. N.

9—11.

5. Onder de middelen §. 74. N. 12. gemeld,

heeft de geest van ammoniakzout den voorrang.

6. Na dat het geen §. 74. N. 13—15. gezegd

wierd, gefchied is, geeft men volgens §, 74.

N. 16. tot een braakmiddel, indien het nodig

fchynt, honingazyn van zeeajuin, of oiieagtige

middelen met flymerige dranken, zo als §. 8.

N. 1. en 2.

BEDWELMENDE, OPIATISCHE

DAMPEN.

5- 78.

Werkingen van bedwelmende dampen.

De bedwelmende dampen ,waar onder deopiatifche

den eerften rang bekleden, werken als

zenuwvergiften , en veroorzaken duizeling ,

hoofd-


124 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

hoofdpyn, flauwten, verzwakking der zinnen,

fantafyën, angst, flaapzugt, beroerte, ja zelfs

den dood. Hiertoe behoort, behalve den damp

van 't heulzap zelf, die van de faffraan, van 't

bilzenkruid en deszelfs zaad, van leliën, boonbloemen,

van 't hooi, fcharlei, en verfcheide

andere fterk riekende bloemen. Ook kan

men enigermate de gestende dampen van dranken,

die een roes verwekken, als wyn, brandewyn,

bier, en alle bedwelmende reukwerken

van amber, muskus, bevergeil, enz. hier by

rekenen, die doorgaans dezelfde toevallen, als

het opium , veroorzaken. Desniettegenftaande

werken deze dampen te gelyk ook dikwyls

door verftikking, in zo verre zy de lugt bederven,

en voor de ademhaling ongefchikt maken;

zo dat men dezelven mede by de naastvolgende

derde klasfe kan tellen, en de genezing daar na

moet inrigten. De rook van de tabak fchaad

zomtyds alleenlyk door de bedwelming, die hy

veroorzaakt, zomtyds werkt hy, gelyk in klysteren,

als een fcherp vergift van de vierde

klasfe. Ik zal van dergelyke twederlei werkende

dampen, in iedere klasfe, daar zy toe

behoren, iets zeggen, en men moet, by het

aanwenden der hulpmiddelen, uit den toeftand

des lyders, of uit de vermoedlyke dodingswyze

des fchynbaren doden, befluiten, door welke

van zyne twederlei kragten het vergift voornaamlyk

gewerkt hebbe, en daar na de keuze

doen. Men komt menigmaal in gevaar van

zulke bedwelmende dampen by de toebereiding

van opiatifche geneesmiddelen; in de woon- en

flaapvertrekken, daar men veel bloemen heeft,

die zulke dampen geven; in wynkelders by het aftap-


EN UIT WAASSEMÏNGEN. I25

tappen van roes verwekkende dranken; by het

tabak roken; enz.

§• 79-

Befcherming tegen bedwelmende dampen.

j. De wynazyn is het tegengift tegen de enkel

bedwelmende dampen , en daarom moeten

lieden, die 'er gevaar van lopen, zig ter behoeding

aan denzelven houden. Men maakt 'er

doeken mede vogtig, om 'er aan te ruiken;

men beftrykt, of befprengt 'er de vloer en

de wanden van het vertrek mede, of het geen

zulke fchaadlyke dampen bevat; men laat azyn

in een platte fchotel koken, of men giet denzelven

op hete Henen, enz.

2. Iemand die van bedwelmende dampen bezwaarlyke

toevallen gewaar word, §. 78. zonder

nogthans volkomen bedwelmd te zyn, die

begeeft.zig in de opene lugt, maakt de banden

en klederen los, ademt zo veel als mooglyk is

azyndampen in , drinkt veel azynwater , laat

zig daarmede, of met koud water in 't aangezigt

fprengen, en gedraagt zig in allen opzigte

volgens §. 27. Want dewyl deze dampen niet

alleen de long, maar eigenlyk de zenuwen aanvallen

, 't geen de doorgezwolgene bedwelmende

vergiften ook doen, zo is de geneeswyze der

toevallen van beiden dezelfde.

5. 80.

De geneeswyze.

Wanneer men dat geen, 't welk tot opwekking


126 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

king van fchynbaar doden verëischt word §. 74.

mee de geneeswyze tegen de doorgezwolgene

bedwelmende vergiften §. 27. verenigt, dan

zal men den zodanigen hec best te hulp komen,

die door opiatifche dampen voor dood liggen.

1. De koele lugt, ontkleding, versch water,

enazyndamp, worden volgens §. 27. N. 6. en

en de beweging, volgens §. 74. N. 4. voorgefchreven.

2. Te gelyk word 'er adergelaten §. 74. N. 6.

en wel op de kropader, als de aderen van het

hoofd zeer opgezet zyn.

3. Men blaast, door tusfchengelegde doeken ,

die in wynazyn gedoopt zyn , de lugt in de long.

§. 74. N. 7. en 8. De tabaksrook zou hier mede

fchaadlyk zyn. In den endeldarm word insgelyks

maar lugt, of zodanige klysteren als

g. 27. N. 3. befchreven zyn, ingebragt.

4. De prikkeling in de keel word volgens

§. 74. N. 11. gemaakt, en op het hart en het

hartekuiltje §.74. N. 13. kan men warmen wynilzyn

aanleggen.

5. Indien 'er tekens van leven plaatshebben,

en dat het hoofd des lyders, of niet fterk meer

opgezet, of 'er flegts eerst ene ader geopend

is, dan geeft men de braakmiddelen, klysteren

en dranken, volgens §. 27. N. 1. 2. 3. en 5.

en men houd het ruiken aan den azyn beftendig

aan.

6. Tot de volkomene herftelling word volgens

§. 27. N. 7. en 8. gehandeld.

7. De Amber, Muskus, Bevergeil,

en andere welriekende dingen, hebben een byzonder

tegengift, aan de Hinkende dampen van

de


EN UIT WAASSEM INGE N. 127

de. duivelsdrek, verbrande hairen, en veders;

een zeker boer, die in een apotheek flauw wierd,

bekwam wederom, toen hy de mist rook. Dit

tegengift kan men ook met de overige hulpmiddelen

aanwenden.

8. De Tabaksrook,

veroorzaakt niet zelden de geöefendfle rokers

ene flauwte, en kwalykheid met braking. Zy

moeten zig aanftonds in de opene lugt begeven,

zig neerleggen, azynwater drinken, damp van

azyn ruiken, en zig zodanig gedragen, als §. 79.

N 2 geleerd is.

9. De dampen van Wyn, Bier, Most, Brandewyn,

en van dergelyke gestende en roes verwekkende

dranken, als zy alleenlyk door bedwelming gewerkt

hebben, worden door dezelfde hulpmiddelen

als boven N. 1—6. tegengegaan. Doch

indien zy door ene fchielyke verflikking werken;

dan handelt men als in de volgende derde

klasfe , naamlyk die der verflikkende bedwelmende

dampen. Om dit onderfcheid te ontdekken

, moet men §. 82. en 84. naflaan.

VERSTIKKENDE BEDWEL­

MENDE DAMPEN.

§. 8r.

Werkingen van ver/likkende bedwelmende

dampen.

De gevaarlykfte dampen zyn die, welke met

een


128 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

een dubbeld geweld op ons werken, wanneer

zy ons van den adem beroven, en te gelyk

onze zenuwen en zinnen bedwelmen. De wyze

, op welke zy . het ademhalen beletten ,

fchynt alleenlyk in de dampen der kolen zodanig

te zyn, als het de zwaveldamp doet

g. 75. ten zy men mooglyk nog enige manieren

daarby moest rekenen , op welken de

blixem dood. Merendeels maken zy, zo als 't

fchynt, de lugt ongefchikt voor de ademhaling,

derwyze dat iemand, die in zulke dampen

komt, byna op dezelfde wyze van de lugt beroofd

word, als of hy in ene lugtledige plaats

kwam. Doch nadien deze dampen te gelyker

tyd fchielyk bedwelmen, en ons het gebruik

der zinnen en des verftands benemen, zo is

het geen wonder, dat zy zo fchielyk, ja byna

ogenbliklyk doden. Bovendien befpeurt men,

dat zommige meer door bedwelming, en andere

meer door verftikking, werken, welk onderfcheid

zeer merkwaardig is, dewyl men zig in

de geneeswyze een weinig daarna moet gedragen.

Men moet het uit de gedaante der fchynbare

doden, of uit de toevallen befluiten, voor

zo verre men de werkwyze der dampen niet

kent. Ik zal het zo duidlyk tragten te maken

als mooglyk is.

§. 82.

Onderfcheidmde tekens van verflikten en

bedwelmden. -

Iemand die in ene lugtledige plaats geraakte,

zou


EN UlTWAASSEMINGEN. I2p

zou ogenbliklyk in duiptrekkingen fterven.

De bedvvelmendfte dampen daar en tegen doden

langzamer, en met meer voorafgaande

toevallen, als flauwten, verftyving, verlies der

zinnen en der bewustheid, waaröp dan eerst de

voorlopers des doods volgen: doch deze kun-,

nen ook ftuiptrekkende zyn ; behalve dat dit

onderfcheid niets beflist in de lichamen, maar alleenlyk

in dezodanigen, die men ziet omkomen.

Ene hoogverhevene borst, en fterk opgezette

aderen aan den hals, en aan 't hoofd, maken

den dood door verdikking het waarfchynlykfte.

Dien bedwelmende dampen hebben omgebragt,

loopt fchielyk op en bederft, als een

pestdode; doch dit teken beflist het reeds, dat

hy reddeloos is. Een fchynbare dode ondertusfchen

, die ene ongedwongene legging heeft,

als of hy fliep, of midden in zyn# bezigheden

verrast ware, is niet geflikt , maar bedwelmd:

doch alle bedwelmden derven niet op deze wyze.

Ineen woord, de onderfcheiding blyft onzeker

, en men moet zig in onzekere gevallen

met de algemene hulpmiddelen §. 76. en 77. of

§. 79. en 80. vergenoegen.

§• 83.

Ik moet de verdikkende bedwelmende vergiften

wederom verdelen , om dezelven alle mooglyke

duidlykheid by te zetten.

A. De damp van Kolen

maakt de ene zoort uit, die wel op de wyze der

zwavelagtige dampen verdikkend is, maar nogthans

eigenlyk door de bedwelming dood. In-

I . dien


130 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

dien men iemand door zwaveldamp verflikte,

die zou aanftonds de gedaante hebben van een

opgehangenen: doch zo fterven de lieden niet

die de damp der kolen verflikt. Zy worden

duizelig, ftomp, zwak en bedwelmd, en vallen

in ene flaapzugt, daar zy dood in blyven. Dit

is de wyze van werken der bedwelmende dampen

, en daarom moet zo wel ter behoeding tegen

de gevaren van den damp der kolen, en ter

genezing der ligtere toevallen, die 'er uit ontftaan,

als tot de kuur der volkomen bedwelmden

, dat alles tot een grondflag gelegd worden

, 't geen §. 79. en §. 80. tegen de bedwelmende

vergiften is aangeraden. Het byzondere,

dat men hier herinneren moet, beftaat in

de volgende regels.

1. Hoe meer blyken van verftikking men

aan den lyder en fchynbaren doden befpeurt,

zo veel te noodzaaklyker moet men het gebruik

van den geest van ammoniakzout met

dat van den wynazyn verenigen. Zie g. 76.

en 79.

2. Men moet den fchynbaren doden in de

opene lugt, na dat het geen, 't welk §. 74.

N. 1—5. is voorgefchreven, gefchied is, volgens

g. 74. N. 6. eerst de ftrotader, of ten

minfte die op den arm, openen, alvorens men

hem braakmiddelen en fterkriekende geesten

geeft, die g. 74. N. 12. befchreven zyn.

3. Voor braakmiddelen, als door het inblazen

der lugt van boven en van onderen (zo als

§. 77- N. 3. of als g. 80. N. 3.) en door andere

opwekkende middelen, (Zie g. 74. N. 13—16.)

het vermogen om te flikken weder gekomen is ,

kan men den honingazyn nemen, waarvan men

twe


ENUITWAASSEMINGEN. 131

twe lepels vol met een weinig water verdund,

'dat heet op hazelwortel (rad. afari) gegoten is,

en flerk heeft afgetrokken. Of dit kan men ook

doen met den honingazyn van den zeeajuin, in

aftrekzei van thee verdund ; 't geen men door

het prikkelen van de keel met ene olieagtige

veder te hulp moet komen.

4. Doch als de lyder , niettegenflaande de

aderlating , nog een zeer opgezet aangezigt

heeft, of als hy van zelfs genoeg braakt, dan

laat men de braakmiddelen agter, en men zet

hem volgens §. 74. N. 16. fcherpe klysteren,en

geeft hem ryklyk limonade, of azynwater met

falpeter te drinken.

5. In het zelfde geval zyn ook de niesmiddelen

, en de fcherpriekende geesten fchaadlyk,

en men bedient zig alleenlyk van den rozenazyn,

of wynazyn, of van den wyn tot het

ruiken en waschen, en men zet koppen aan de

kuiten en voetzolen.

6. Eindelyk word de lyder volgens §. 74.

N. 17. verlterkt.

7. De damp van kaarzen.

olie,

•wascb, en die van

al te bete, of ondigte ovens, of

van vuurftoven , en fcboorjienen , daar zwavelagtige

kolen in branden , bedwelmt en verflikt

op dezelfde wyze , als de damp van

kolen, zomtyds meer door bedwelming, zomtyds

meer door verflikking, zo als de zwavel,

en men tragt de lieden, die 'er door

worden aangedaan, ook dezelfde hulp toe te

brengen. Doch als men kon vermoeden, dat

de kaarsdamp daarom fchaadlyk was, om dat het

I 2 vet


132 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

vet van beesten was gekomen , die aan ene

pestziekte geftorven waren ; dan behandelt

men het geval, als die van bedorvene dampen

, waarvan vervolgens breder gemeld zal

worden. (§. 86.)

Voorbehoeding tegen den damp der kolen.

8. Als men lieden te hulp wil komen, die in

hete koolmynen , of in geflotene vertrekken,

holen, of kelders, daar de damp van kolen in

is, verongelukt zyn, dan moet men zig niet

zonder behoedzaamheid aan dat gevaar wagen;

maar aan de opening van de mj T

n ,of aan de geopende

vengfters , of deuren , zien, of eert daar by

gehouden licht blyft branden , of aanftonds uitgaat,

in welk laatfte geval men zig daar niet in

begeven moet, maar men moet de verongelukten

van verre met haken, ftrikken enz. 'er tragten

uit te halen. Wanneer men egter nader by

wil komen, dan bevogtige men een neusdoek,

als 'er een zwavelreuk plaats heeft, met geest

van ammoniakzout, of, in het tegenovergeftelde

• geval , met fterken wynazyn, of met

beiden, en men bind dien voor den mond en

neus, om 'er de lugt door te fcheppen; doch

men houde zig geen ogenblik langer op, zo

dra men de geringfte kwalykheid , of bedwelming

der zinnen, duizeling, of hartklopping

en verftikking befpeurt, om aanftonds weder in

de opene lugt terug te keren.

B. GES-


EN.UTTYVAASSEMINGEN. • 133

B. GESTENDE, LANG BESLO-

TENE, EN BEDERVENDE

DAMPEN.

§• 84.

Werkingen van gestende, beJJoteneen

bedervende dampen.

In kelders, daar most, of bier gest, of daar

veel roesverwekkende dranken, wyn, brandewyn

en bier, liggen, en die lang gefloten ge-

. weest zyn; by de opening van lang geflotene

fonteinen, waterbuizen, korenfchuren, fpecerykisten,

kasten met linnen, of andere klederen

; in nieuw gewitte beflotene vertrekken ;

by het openen van oude gewelven; in bergwerken

met dampen; by het zuiveren der Huizen

en goten; by verlaten van modderagtig water,

en water van oude misthopen; in lykgraven,

inzonderheid by het openen van zodanigen, die

lang gefloten zyn geweest, of daar lieden in begraven

liggen, die 'aan vergiftige ziekten geftorven

zyn ; in de lage en enge vertrekken van

zulke lyders, en zelfs in alle beflotene plaatzen

, daar zig veel menfehen ophouden, en

geen toegang is voor verfche lugt; aldaar zyn

de ongelukken gewoonlyk, waardoor de vergiftigften

van alle fchaadlyke dampen , de gezondfte,

en fterkfte lieden byna in een ogenblik vernietigen,

zonder dat zy iets kunnen doen, als zy

het gevaar befpeuren. Alle deze dampen hebben

ene allervergiftigfte eigenfehap, die voor

I 3 ons


134 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

ons nog verborgen is, waardoor zy de lugt voor

de ademhaling zo ongefchikt maken, dat het

even veel is, als of zy ons maar geheel ontnomen

wierd; en te gelyker tyd bedwelmen zy

ons verftand en onze zinnen derwyze, dat wy

ogenbliklyk fchynen ontzield te zyn. Van ontelbare

voorbeelden , die ik hier zou kunnen

aanhalen, zal ik geen gewag maken, maar ik

zal alleenlyk aanmerken, dat de toevallen en

fterfwyze dezer ongelukkigen ene zeer fchielyke

bedwelming der zinnen, en ene nog fchielyker

verftikking te kennen geeft, die nogthans volftrekt

onderfcheiden is van die,welke de zuivere

zwaveldampen veroorzaken. Op den eerften

reuk van zulke dampen valt het fterkfte mensen

duizelend en bezwymd neder, en is , zonder

enig geluid te maken, zomtyds in dezelfde

plaatzing, als hy valt, dood, zomtyds gaan 'er

enige ftuiptrekkende bewegingen voor af.

5- 85.

Voorbehoeding tegen zulke dampen.

Het is zekerlyk van groter aanbelang, dat

men zulke gevaren weet af te wenden , dan 'er

de beste genezing tegen in 't werk te ftellen,

dewyl deze byna altoos mislukt. Ik heb opzettelyk

de plaatzen en gelegenheden uitvoerig opgenoemd

g. 84. daar men in zulke gevaren kan

geraken; op dat een ieder dezelven met voorzigtigheid

zou naderen. Deze behoedzaamheid

is voornaamlyk daar in gelegen, dat, als men

het eerst zodanige plaatzen nadert, men altoos

een brandend licht mede neme, om te zien of

des.


EN UITWAASSEMINGEN. 135

deszelfs vlam by den ingang verwait, of kleiner

word en uitgaat, waar uit men befluiten

kan, dat het dieper na binnen gevaarlyk is.

Dan moet men de lugt op alle mooglyke wyzen

tot zodanige plaatzen een weg en doortogt ba?

nen, en aan elke opening een ligt vuur van ftroo

aanfteken, dat de dampen verdryft. Het ware tegengift

van alle deze dampen, dat niet zo zeer

de zodanigen , die 'er door verongelukt zyn,

weder herftelt, als wel het gebrek der lugt verbetert,

en de dampen verjaagt, is over 't algemeen

de zwaveldamp, en by bedorvene flanken

ook te gelyk de wynazyn. Uit dien hoofde is

't het best alle zodanige verdagte plaatzen of

met zwavel wel te beroken, of 'er buskruid in

aan te fteken, of, als het zonder nadeel gefchieden

kan, 'er handgranaten in te werpen,

of 'er in te fchieten. Daar bedorvene flanken

zyn, kan men het kruid met wynazyn bevogtigen

en aanfteken , met brandenden brandewyn

roken, wynazyn , of bieriizyn op den

grond gieten, en die zig eindelyk op zodanige

plaatzen moet wagen, heeft nog meer voorzigtigheid

nodig, om niet plotsling verflikt te worden.

Hy moet in alle de bovengemelde gevallen

5. 84- zig wolle doeken voor den mond en

neus binden, die de dampen van de borst afweren.

Indien men zeezout, of wynfteenzout,

potasch, of flegts keukenzout kan bekomen,

dan ontbind men zulks in water, of azynwater,

en men doopt 'er de wolle doeken in , eer

men ze aanlegt: of ten minfte moet men ze

voor af in wynazyn vogtig maken. Daar en boven

is het nodig, dat hy een fterk zeel om het

lyf, en een koord aan enen arm vast make, op

I 4 dat,


J3ö OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

dat, zo dra hy by 't ingaan, of afklimmen, het

te kwaad krygt, hy door de koord een teken

zou kunnen geven, dat men hem met het

zeel weder terug moest trekken; want op het

lopen, of klimmen, kan hy zig, uit hoofde

van de fchielyke bedwelming , volftrekt niet

verlaten, al was hy nog zo fterk. Hy kan ook

een ftuk brood, dat in wynazyn gedoopt is, in

den mond nemen.

5- 86.

De geneeswyze.

Dewyl men uit zodanige gevaren niet ligt anders

, als reeds volkomen bedwelmd, gered

word, zo is het onnodig by de genezing der

ligtere toevallen zig lang op te houden, en

daarom zal ik alleenlyk de hulpmiddelen voor

den uiterften toeftand befchryven. Indien 'er

iemand gelukkiger afkomt, dan kan men flegts

enigen dezer hulpmiddelen, die tot zyne verkwikking

nodig fchynen te zyn , uit alle de overigen

uitzoeken en aanwenden.

1. Zo dra de lyder in de opene lugt gebragt

is, handelt men met hem volgens §. 74.

N. 1—5. en men opent hem ene ader, en

wel , als het aangezigt fterk opgezet is, en

'er tekens van verdikking plaats hebben ,

(J. 82.) aan den hals, volgens §. 74. N. 6.

2. Men blaast hem lugt met tabaksrook in de

Jong, of men opent hem de lugtpyp. (Zie

§. 74-, N. 7. en 8.) Ook moet men lugt in den

endeldarm brengen J. 74 N. 9. of tabaksrook.

£. 74. N. 10.

3. Alle


EN UIT WAASSEM INGE N. I37

3. Alle prikkelende middelen om te braken,

fterk riekende geesten, en niesmiddelen, zo

als zy §. 74. N. ri. en 12. genoemd zyn, kunnen

hier gebruikt worden; nogthans is de geest

van ammoniakzout en de wynazyn het best.

4. De opwekkende middelen §. 74. N.

13 — 18. worden gezamentlyk by herhaling gebruikt.

5. Dc klederen van iemand, die in zodanige

dampen geflikt, of bedwelmd is, moeten hem

aanftonds uitgetrokken, endiep begraven worden,

om dat hun reuk de omftanders nog dagen

naderhand kan aanfteken, inzonderheid die

van lykdampen.

6. Het vertrek, daar de lyder in behandeld

word, moet men met buskruid , of zwavel, terwyi

de vengfters open zyn, beroken, en 'er geftadig

kokenden azyn in houden.

Voorbehoeding tegen pestilentiak dampen.

7. Velen dezer dampen, als zy in'de vrye

lugt zyn overgegaan, hebben door ganfche gewesten

ene zoort van pest uitgebreid, waar aan

vervolgens vele lieden geftorven zyn. 't Is

daarom zeer noodzaaklyk, dat zig allen, die in

de nabyheid van zulke plaatzen zyn, of die de

verongelukten te hulp komen,zig op alle mooglyke

wyze voor zodanig ene aanfteking behoeden.

Dip gefchied, indien zy de handen, daar

ze de lyders en hunne klederen mede aanraken,

met olie fmeren ; hunne klederen met

zwaveldampen beroken; geftadig een fpons met

wynazyn , of wynruitazyn , in den mond houden

, enige dagen enkel zure fpyzen met azyn

I 5 ge-


138 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

gebruiken, en azynwater, of zure punch drinken;

het fpeekzel geftadig uitwerpen, en tot

dat einde witte pimpernelwortel kauwen , en

vlytig tabak roken ; den mond dikwyls met

azyn uitfpoelen; het aangezigt, de handen, en

zelfs het ganfche lichaam daarmede waschen; de

klederen behoorlyk lugten , en daaglyks wederom

met zwavel beroken; het linnen ook met

azyn befprengen; en in tegenwoordigheid van

den lyder zig niet te zeer verhitten, ten einde

zy niet te fterk zouden ademhalen ; en ook niets

in zyne tegenwoordigheid eten.

Vwrbehoeding tegen aanftekende ziekten.

- 8. De vergiftige dampen van befmettende

ziekten vergiftigen langzaam, en delen ons dezelfde

ziekten mede. Iemand die in zulke ziekekamers

moet gaan, bedient zig van de voorbehoeding,

dieN. 7. befchreven is; hy drinkt

dikwyls een glas wyn; en tragt zig wel gemoed

en levendig te houden. En dewyl de dampen

fchielyk in de wolle klederen trekken, zo moet

men of zyde klederen tot zulke bezoeken verkiezen

, of ten minste zig niet te lang by den

lyder ophouden, dezelven altoos behoorlyk

lugten en met zwavel beroken. Men kan ook

met veel vrugt het poeder van zwavel, met

olyfölie gemengd, op kleine ftukjes papier ftryken

, dan oprollen , en dezelve in den mond

houden, 't Is ook goed een klein ftukje kamfer,

ofmyrrhe, of fpeceryën te kauwen. Men

moet mede zodanige lyders nimmer nugter bezoeken

, merendeels moeskruiden en geen

vleesch, althans weinig vet, doch wel 's morgens


EN UITWA ASSEMINGEN. I39

gens een vet boterbrood, gebruiken, en daar

een glas overgehaalden azyn op drinken. Alle

buitenfporigheden in wellustige en onaangenaame

driften,en alle onmatigheid in eten en drinken,

zyn voor zodanigen, die met zulke lyders

omgaan , ten hoogde nadelig, en zy moeten

ook inzonderheid hunne woon- en flaapvertrekken

enige malen 's daags met verl'che lugt

voorzien , een derk vuur op den haard, en

veel azyndampen daar in houden , dezelven

dikwyls met fpecerycn en tabak, zwavel, of

buskruid, beroken; dikwyls uitgaan, en zig,

zonder vermoeijing, ene genoeglyke beweging

geven, en alle vrees van zig werpen. De beroemde

vinaigre des quatres voleurs, welke zynen

naam van vier rovers ontleend heeft, die in ene

heerfchende pest in de huizen gingen, daar in

roofden , en de lyders vermoordden , en met

dezen azyn zig tegen de befmetting beveiligden ,

is een voortreflyke azyn ter voorbehoeding tegen

vergiftige dampen en befmettende ziekten,

daar men zig op allerlei wyzen, als de andere

zoorten van azyn, die N. 7. en 8. zyn aangeprezen

, van kan bedienen. Men neemt de

bladeren van wynruit en van falie, kruis en

munt, alzem en lavendel , van elk een hand

vol , men giet 'er twe maten goeden witten

wynazyn op, zet het in een wel bedekten pot

vier dagen lang opene warme plaats, zyg vervolgens

den azyn door, en doet dien in flesfen,

die behoorlyk moeten gefloten worden. In elke

fles, die een halve kan, of een pond van

dezen azyn bevat , doet men een half lood

kamfer. Men fpoelt met dezen azyn den mond

uit, men ruikt 'er aan, men wascht 'er de fla-

pen


i4o OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

pen van het hoofd mede, en de handen, men

fprengt hem over het hnnegoed, door het vertrek

en over het bed, men draagt een fpons,

die 'er mede bevogtigd is, in den mond, en

men Jaat 'er wat van op zuiker druipen, en

flikt het door, als men op gevaarlyke plaatzen

moet gaan, of zig by befmetlyke lyders, die de

pest, de purperkoorts, blutskoorts, rotkoorts,

fterk flinkende pokjes, kwaadaartigc koortzen,

en de loop hebben, moet ophouden.

De noodzadklykhe'id der verfche lugt in

woon- en flaapvertrekken.

. 9. Als "er veel gezonde menfchen in een eng

vertrek, zonder toegang voor de verfche lugt,

by elkander zyn, dan verflikken en verfmagten

zy in korte tyd. Van 146 perzonen, die in ene

enge gevangenis flegts tien uren by elkander

moesten blyven, fticrven 'er en bedorven 'er

byna te gelyk binnen dien tyd 123, en de overige

23 kwamen 'er doodziek uit. Alle hulpmiddelen

(N. 1—6.) zyn in zulke gevallen

vrugteloos, indien het gezelfchap niet van elkander

kan gefcheidcn worden. Wanneer men

nu van het grotere tot het kleinere een befluit

maakt, dan zal men bevinden, dat de

zwaarte en pyn in het hoofd , de duizeling,

de kwalykheid, het braken, de flauwten,

het ruizen en zuizen in de oren , de vonken

voor de ogen, de benauwde engborstigheid,

de zieding van het bloed, de hartklopping, de

kramp, en honderd dergelyke toevallen, die

zo menig huisgezin, dat zig 's winters om de

warm-


EN UIT WAASSE HINGEN. 141

warmte te eng befloten houd, en zo vele gezelfchappen

verdrietig en ziek maken , aan de

dampen der perzonen, en van alles wat aan

hun is, moet toegefchreven worden, en dat

het ene voorname grondregel der gezondheid

is, de woon- en flaapkamers geftadig met verfche

lugt te voorzien.

C. DE BLIXEM, EN DE ELEK­

TRICITEIT.

§. 87.

De blixem verenigt byna alle wyzen van doden

in zig, op welken de menfehen door dampen

omkomen. Zommigen , die hy geraakt

heeft, ftikken door den zwaveldamp, en geven

tekens van verftikking. Dezen moet men volgens

§. 77. te hulp komen. Zommigen fterven

bedwelmd, zo dat men ze in ene natuurlykc

legging vind, als of zy zig vergeten hadden.

Dezen kunnen de hulpmiddelen §. 80. van dienst

zyn. Zommigen worden verfcheurd, gekwetst,

verbrand, en zyn hulpeloos. De zodanigen,

die alleenlyk door de blixem bedwelmd, flauw

geworden, half geftikt, of door den flag geraakt

zyn , moet men eerst door de hulpmiddelen

5. 86 N. i—4. wederom tragten op te wekken

, doch vervolgens moet men ze als flauwe,

geflikte, beroerde, of doodlyk verfchrikte lieden

behandelen, en ten dien einde deze artykels

raadplegen. Aan ene verlamming door de

blixem , die niet uit beroerte ontftaat, zou de

elektriciteit beproefd kunnen worden: want men

heeft


14» OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

heeft in Engeland een voorbeeld gezien, dat de

blixem een lammen genezen heeft. De elektriciteit

werkt als de blixem, en de toevallen van

beiden vorderen ook enerlei hulp. (Zie Verlamming.)

Men heeft tot nog toe geen zeker middel gevonden

, om de menfchen tegen het raken der

onweêrflraal te befchermen. Omtrent de gebouwen

weet men zo veel, dat de flraal het

metal, 't welk 'er aan gevoegd is, volgt, en

mooglyk zal men hier door een middel vinden,

om dezelve af te leiden. De Heer D. REIMA-

Rus in Hamburg heeft een nuttig ontwerp daar

over gefchreven.

SCHERPE, B Y T E N D E DAMPEN.

§. 88.

Werkingen der fcherpe bytende dampen.

'Er is nog een byzonder zoort van fcherpe dampen,

die ene bytende eigenfchap hebben, waar

door zy de long, en de wegen der ademhaling,

als den mond, de neus, en de keel, beledigen,

en daardoor niet alleen de ademhaling , uit

hoofde hunner prikkeling, fluiten, maar ook

tot ontflekingen en verzweringen aanleiding

geven. Velen dezer dampen fchaden tevens,

als zy met de flym en het fpeekzel worden

doorgeflikt , wanneer zy als doorgezwolgene

vergiften moeten befchouwd worden, en de

behandeling tegen fcherpe vergiften vorderen

§. 8. Velen kwetzen te gelyk de uitwendige

huid,


EN UITWA ASSEMINGEN. 143

huid, de ogen, en andere gevoelige delen,

door hunne fcherpte, en behoren in zo verre

tot de uitwendig aangebragte vergiften, waar

over §. 72. gehandeld is. De zodanigen, die

eigenlykhier by behoren, voor zo verre zy met

de lugt in de long gebragt worden, zyn van

velerlei zoort. De dampen en het dof van

fcherpe geneesmiddelen, by voorbeeld, van de

koloquinten , de jalappe, de rhabarber , de

nieswortel, het fpiesglas, het rottekruid, het

kwikzilver, het lood, de fcherpe geesten, de

myndoflyke zuren , het koningswater , de

fpaanfche vliegen , de lugt en de uitbraken

van fcherpe bytende dampen by brandende

bergen, zo als de berg vefuvius eens uitdampte,

en daar door ene menigte van menfchen,

daar de wind na toe was, in weinig dagen aan

ftuiptrekkende verdikkingen ombragt, tot dat

een Geneesheer hun alleenlyk door flymerige

waasfems en dranken zig leerde redden ; voorts

de dampen van vele fcherpe fpyzen , als van de

mostert, het knuflook, de ajuinen, de peperwortel,

die dikwyls eensklaps het ademhalen

beletten ; fcherpe nevels, waardoor zware

borstziektens , en kwade kelen ontdaan; de

dampen der mieren, die ongemeen fcherp en

verdikkend zyn,' de vernisreuk; de vergiftige

niesmiddelen, als de rook en het poeder van

de euphorbium, de peper, de gember, fyne

tabak, ja zelf het dof en zand, dat in de long

gehaald word, behoren allen tot deze klasfe.

De tabaksrook zelf, als hy in de long komt,

veroorzaakt door de prikkeling zyner fcherpte

een hevige hoest, zo als hy deze fcherpte

ook ontdekt, wanneer hy in de maag, of door

een


144 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

een rookklysteer in de darmen, gebragt word.

De gewoonlykfte werkingen dezer fcherpe

dampen zyn een hevige hoest met bloedige

uitwerpzels door de lugtpyp , verftikkingen,

die, als de fcherpce niet wederom fchielyk

weggenomen kan worden , of in korte tyd

doodlyk zyn, of longöntftekingkoortzen van

groot gevaar veroorzaken ; ontftekingen van

de fcherpte in de keel en in de lugtpyp,

waardoor de gevaarlykfte kwade keel ontftaan

kan; een onmatig, ja zelfs tot de bedwelming

, beroerte , of tot den dood toe aanhoudend

niezen, en andere min gewigtige

toevallen.

5- 89.

De gcneeswyze.

1. De tegengiften dezer fcherpe dampen zyn

melk, olie, weekmakende, flymerige dranken,

en zodanige waaslems, die men moet inademen,

en die doorgaans de hoest, de verftikking,

en het niezen fchielyk ftillen, en daardoor

de kwade gevolgen voorkomen. De melk

word gekookt, of men kan 'er verzagtende

kruiden in koken, als de bladeren van de maluwe,

en meliloten, de wortels van witte leliën,

en heemst, boomvaren, vioolbloemen ,

lynzaad, enz. Deze melk word warm gebruikt,

ten dele om 'er zomtyds een kopje vol van te

drinken, ten dele om 'er de keel mede te gorgelen,

om in de keel en neus te fpuiten, en

om 'er de waasfem van in de long te ademen.

Daar en boven drinkt men zeer veel van

de


EN CITWAASSEMING EX. 145

de dranken, die de fcherpte breken §. 8. N. 2.

en men flikt diluvyls een theelepel vol van een

mengzel, dat uit evenveel olyfölie, fyroop van

violen en rozenhoning beftaat, om de rauwe

huid in de keel te verzagten en te genezen. In

't algemeen is 'er zelden iets meer nodig dan

dit: egter kan men in enkele gevallen nog iets

meer doen.

2. Indien men metalagtige, arfenikale dampen,

of die van't koningswater, en minerale zuren

heeft ingeademd , dan moet men of ene

menigte olyfölie , benevens de overige hulpmiddelen,

tot den drank gebruiken, of zeer veel

melk, daar lynzaad in gekookt is, drinken. Zo

ook als men door het zandftof met bloedhoesten

gedreigd word.

3 Als de dampen tevens van een zwavelagtigen

aart zyn, zo als de meeste fcherpe dampen,

dan kan de geest van ammoniakzout gebruikt

worden, om aan te ruiken, en in te

ademen.

4. Tegen de fcherpe lugt van de radys, den

ajuin, de mostert, enz» doet de reuk van zuur

brood ogenbliklyk dienst.

5. Als men in der daad reeds bloed ophoest,

dan moet men, behalve de algemene middelen

N. 1. indien 'er omftandigheden plaats hebben,

die zulks vorderen (§. 7. N. 6 j ene ader op

den arm openen, en alle twe uren een lepel vol

lynölie drinken, zig zeer gerust houden, zagtjes

fpreken, en niets doen of gebruiken, daC

hitte of hoest verwekt.

6. Tegen het onmatig niezen , moeten dezelfde

middelen in de neus gebezigd worden,

die men gebruikt om de hoest te ftillen, naam-

K lyk


146 OVER DE VERGIFTIGE DAMPEN,

lyk melk, olie, verzagtende dranken, of by

gebrek van alle andere dingen, infpuitingen ,

of de waasfem van lauw water.

7. Men begrypt ligt, dat men zodanige lieden

aanftonds verre van de fchaadiyke dampen

afmoet brengen, of, indien dit onmooglyk is,

moet men ze digte wolle doeken voor den mond

en neus doen.

8. Ter voorbehoeding tegen de gevaren van

dezen aart is het niet alleen noodzaaklyk, de gemelde

bindzels, of neusdoeken, voor den mond

en neus te houden, maar men moet ook, als

't mooglyk is, vooraf een vet boterbrood, of

fpek met brood, of dikke foepen, of meelpap

gebruiken. Op dezelfde wyze behoed men zig

tegen ftinkende fcherpe nevels.

9. Hoe men met de ogen moet te werk

gaan , als 'er fcherpe dampen in gekomen

zyn, daar van is te voren §. 72. N. 9. reeds

gehandeld.

10. Indien het te dugten is, dat men van

dergelyke fcherpe dampen tevens iets doorgezwolgen

en in de maag gebragt heeft, dan

moet men volgens §. 8- de geneeswyze tegen

de doorgezwolgene fcherpe vergiften met

de vorige verënigen, en inzonderheid de oliea'gtige

braakmiddelen en klysteren te hulp nemen.

11. Als de keel door de fcherpe dampen

ontftoken is, dan behandeld men dezelve volgens

§. 8. N. 5.

12. Hebben zodanige dampen de huid gekwetst,

dan geneest men ze op dezelfde wyze

als §. 72. N. 3.

13. Over het ftof, of de dampen der fpaanfche

vliegen, zie §. 72. N. 7.

14. Het


EN UITWAASSEMINGEN. 147

14. Het fyn ftof der ftenen, dat in de long

gehaald word, veroorzaakt de meeste fteenhouwers

het bloedhoesten en de tering. Zy behoorden

zig in hun werk met doeken voor den

mond, én anderzins te behoeden, zo als N. 8.

15. Het tabaksftof werkt in de ogen, neus,

long, keel en maag als een bytend middel,

en daarom moet men de toevallen, die 'er

uit ontftaan, op de thans befchrevene wyze,

doch niet als die uit opiatifche dampen voortkomen,

genezen.

O V E R D E

VERHANGENE, VERWURGDE

E N

GESMOORDE PERZONEN.

§. 90.

Indien zodanige perzonen niet reeds tekens

van verrotting hebben , en alleenlyk geflikt,

doch egter niet aan ene beroerte geftorven

zyn, waaraan zy doorgaans fterven, dan kan men

volgens §. 74. hunne herftelling beproeven.

Ik vorder dienvolgens tot dit einde alles wat

te dier plaatze van N. 1—18. gezegd is, en

zal hier flegts by die getallen, daar 't nodig

is, aanmerkingen maken.

K 2 By


148 OVER DE VERHANGENE, VERWURGDE

By §• 74. N. 1. Als het lichaam afgenomen

word, moet men zorg dragen, dat het in 't vallen

geen fchade lyde.

By N. 4. en 5. In dit geval moet de beweging

en het voetbad uitgefteld worden , tot

dat de volgende noodzaaklyker dingen eerst

gefchied zyn.

By N. 6. De kropader moet geopend worden

, en een uur daar na zomtyds die op den

arm; vervolgens kan men verzagtende omflagen

warm om den hals leggen.

By N. 7. 'Er moet lugt met tabaksrook

ingeblazen worden , om ene grotere prikkeling

te verwekken. In de beroerte zou

de bedwelming door den rook fchaadlyk kunnen

zyn , maar dan is de hulp evenwel te

vergeefs.

By N. 9. en 10. De klysteren moeten van tabaksrook

zyn.

By N. 11. Thans heeft men tyd voor de regels

§. 74. N. 4. en 5.

By N. 12. Men kan de reuk-, en niesmiddelen,

die by de hand zyn, gebruiken. Het

is byna evenveel.

By N. 15. De koppen kunnen ook reeds

gebruikt worden, eer 'er nog tekens van leven

volgen.

By N. 16. Tot een braakmiddel kan men

den honingazyn , met thee van peperwortel

verdund, gebruiken, of vier tot zes lepels

vol honingazyn van zeeajuin, met water gemengd,

zo als §. 83. N. 3. geleerd is Het

fcherp klysteer kan uit een pond zout water,

of urine, daar twe lood extracium catbolicum en

een


EN GESMOORDE PERZONEN. I49

een lepel vol rozenhoning in ontbonden is,

bertaan.

Indien de hals uitwendig befchadigd is, dat

moet men aan een Heelmeester overlaten.

Wanneer de geftikten aan beroerte (in fchyn)

geftorven zyn, dan kunnen de vorige middelen

dezelven niet weder opwekken. Doch als zy 'er

wederom tekens van leven door geven, dan

moet men ze als lyders ener bloedige beroerte

handelen. Zie Beroerte.

DE GESMOORDEN,

die nog de gedaante van een lyk niet hebben ,

maar egter, door de terughouding van hec

bloed in 't hoofd, bedwelmd en in levensgevaar

zyn, moeten op zoortgelyke wyze, als

de verwurgden , te regt gebragt worden, doch

het is niet nodig hun lugt of tabaksrook in

te blazen, of door braak-, reuk-, of niesmiddelen

in beweging te brengen. Men houd

zig insgelyks hier het veiligst aan de genezing

der bloedige beroerte. Zie aldaar. Dit geval

heeft plaats, als men volbloedig is, en

de klederen aan den hals te vast fluiten, en

men zig dan verhit, of veel bukt. Enen ftudent

drong onder 't kegelfpel het bloed uit

den mond en neus, hy viel midden onder het

fpreken neder, en was zonder gevoel of beweging.

Zyn aangezigt was zwart, de ogen

puilden uit, en men kon geen gevoel, of beweging,

of fnorking, of pols gewaar worden.

Zo dra hem de halsbindzels los gemaakt wierden,

liet hy den adem gaan, en haalde enige

lugt in , waar by hy dat geen uitfprak, 'c

K 3 welk


150 OVER DE VERH. , VERW. , EN GESM. PERZONEN.

welk hy half gezegd had, toen hy neder viel.

Het gevoel en 't gezigt kwam weder, hy haalde

adem , fchoon moeilyk , en de polsflag

wierd merklyker. De herhaalde aderlatingen ,

en andere hulpmiddelen , herftelden hem in

drie dagen, Volbloedigen; lieden die tot duizeling,

beroerten, hoofdpyn , en zuizen der

oren, als zy zig fterk bewegen, enz. geneigd

zyn , worden in enge klederen , en als zy

bukken , in hete vertrekken zyn , of met

een hangend hoofd flapen, zeer ligt van

zulke gevaarlyke bedwelmingen overvallen.

Het losmaken der klederen , herhaalde aderlatingen

, verfche lugt, het befprcngen met

koud water, de fterk ruikende geesten, doch

voornaamlyk de wynazyn, veel limonade met

falpeter tot den drank , en alle opwekkende

middelen, herftellen dezelven.

V E R H A N D E L I N G

O V E R DE

D R E N K E L I N G E N .

§• 91.

De drenkelingen kunnen zeer dikwyls her.

fteld worden,als men zig de nodige moeite

ten hunnen aanzien wil geven.

1. Voor


OVER DE DRENKELINGEN. 151

r. Voor eerst brengt men ze, volgens §. 74.

N. 1—4. op ene gefchikte plaats, men ontkleed

dezelven, en dekt ze alleenlyk met matrasfen

of warme bedden, of met warme vellen

van verschjieflagte gezonde dieren , men

vryft en beweegt ze een weinig, en men geeft

hun een behoorlyke legging. Aan de voeten

en benen moet men, in plaats van een voetbad,

zakken met warm zand, of zout leggen:

indien naamlyk de lichamen niet te gelyk bevroren

zyn.

Ï. Dan word aanftonds de kropader geopend,

§. 74. N. 6. en

3. lugt en tabaksrook in de long geblazen,

't zy door den mond , of door de gemaakte

opening in de lugtpyp. §. 74. N. 7. en 8. Desgelyks

word

4. een klysteer van tabaksrook gebezigd.

J. 74. N. 10.

5. De keel word met ene olieagtige veder

geprikkeld. §. 74. N. 11.

6 Op het hart en het hartegroefje word wyn

gelegd. §• 74 N. 13.

7. Het befprengen met koud water, en

het vryven met wolle doeken, daar men zout

op kan ftroijen , of het vryven inzonderheid

over den ruggegraat met warmen wyn, brandewyn

, of fterk ruikende geesten , word geftadig

herhaald, en aan de voetzolen zet men

koppen.

8. Men brengt den lyder fterk ruikende

geesten aan den neus en lippen , en men

blaast hem niesmiddelen in. Ook kan hy

aan 't voorhoofd, de flapen, en agter de

K 4 oren


152 OVER DE DRENKELINGEN.

oren met reukgeesten gevreven worden. S. 74.

N. 12.

9. Als na dit alles nog geen teken van leven

volgt, dan laat men al het andere na, dat tot

de volgende proef niet gefchikt is, en men zet

het overige voort. Het lichaam word op ene

deken gelegd , die voor af met warme asch ,

warm zout, of warm zand, dik beftroit is, en

men beftroit 'er vervolgens het naakte lichaam

ook mede tot aan den hals, hoe dikker hoe beter.

Als men zo veel zout, of asch, niet kan

bekomen, dan neemt men 'er handen vol van,

en men vryft 'er naarftig mede over het lichaam

naby het vuur. Indien 'er niets by de

hand is, dan legt men het op mist, en bedekt

het daar mede. 't Is mede zeer goed,

als men het hoofd en de nek met zout, of

asch, onder een muts kan dekken , of hetzelve

daarmede vryven. Onder zulk een dekzel

mag het lichaam enige uren blyven liggen.

10. Als dit ook vrugteloos is, dan legt men

het weder als in den beginne, zonder het nogthans^

verder van het aanklevend zout of asch

te reinigen, en men herhaalt de proeven van

N. 1—8. _

11. Indien het lichaam zomtyds by grote

koude, door het water opgefpoe'ld zynde, aan

den oever volftrekt ftyf gevroren ware, dan

kan al het bovengemelde wel gefchieden , allcenlyk

uitgezonderd , dat men het bevroren

lichaam niet in de warmte, of by het vuur

moet brengen , nog warme dingen tegen hetzelve

mag aan leggen , maar men bedekt het

liever , in plaats van warm zout, enz. met

fneeuw, of gefmolten ys, of men legt het in

koud


OVER DE DRENKELINGEN. 153

koud water, zo als men met bevrorenen behoort

te handelen. Zie §. 93.

12. Zo dra 'er zig tekens van leven opdoen,

worden de reukgeesten, de niesmiddelen, §. 74.

N. 12. de uitwendige hartverfterkingen, §. 74.

N. 13. de befprengingen, het koppen, de beweging

der leden, de braakmiddelen van vier

tot zes lepels vol honingazyn van zeeajuin met

veel aftrekzei van kamillen, of een drank van

lauw zout water,en de klysteren (§. 74. N. 14.

15. en 16.) gebezigd, en eindelyk

13. word de lyder zodanig verfterkt, als

§. 74- N. 17.

imwunBai stXJwnjnxssBtÊ BWBBW» pwww '-"ff? ^""^^y^^^P****

O V E R D E

V E R D R U K T E N .

§. 92.

H et verdrukken vind merendeels maar by

kinderen plaats, als volwasfene menfchen

clezelven tot hun gemak by zig in 't bed nemen.

Op deze wyze fterven jaarlyks honderden van

kinderen. Indien zy verdrukt en zeer gekwetst

zyn, dan is 'er geen hulp voor dezelven. Doch

als ze maar geflikt zyn, dan komt men ze op

dezelfde wyze te hulp, als of zy in ene uiterfte

flauwte lagen, men fteekt naamlyk een vinger

in de keel, men kittelt den neus met ene velt

5 der


154 OVER DE VERDRUKTEN.

der, en men geeft hun geringe gedeelten van

warmen drank in; of men wekt ze op, als de

verwurgden, §. 90.

O V E R D E

B E V R O Z E N E P E R Z O N E N ,

E N L E D E N .

$• 93.

Voorbehoeding tegen de vorst.

*• \ Is iemand in ene geweldige koude

JLX reist, en zig zeiven, en zyne leden,

tegen het bevriezen wil beveiligen, die

moet voor af, en op reis enkel grove en harde

fpyzen gebruiken, niet lang ftil zitten, maar

dikwyls gaan, inzonderkeid als hem een aangename

flaap wil overvallen, die allergevaarlykst

is. Hy moec zyne handen en voeten met olie

of talk vryven, papiere fokken, met brandewyn

bevogtigd, in delchoenen, of Hevels , fteken,

neus en lippen met bier waschen, daar te voren

hete talk in gedropen is, nu en dan flegts

een lepel vol brandewyn drinken, en zig zorgvuldig

voor een roes wagten , daar men het

gemakl^kst door in flaap valt, bedwelmd raakt,

en bevriest.

Ge.


OVER DE BEVROZ. PERZONEN, EN LEDEN. 155

Geneeswyze van bevrozene leden.

1. Indien men wezenlyk reeds een bevrozen

lid heeft, of befpeurt men door de ongevoeligheid

en verftyving. van het zelve, dat het naby

het bevriezen is, dan moet men het geenzins in

de warmte brengen, maar aanftonds met fneeuw

vryven, of in yskoud water Heken, tot dat 'er

weer leven en gevoel in is. Als dan kan men

het met brandewyn, of fteenölie, met de esfentie

van brandfteen, of van myrrhe, of met

kamferbrandewyri koud waschen, en zig maar

by geen warmen kachel, of vuur begeven, tot

dat men in een matig warm vertrek weer volkomen

verwarmd is. Op de handen, die door

koude gefprongen zyn, ftrykt men palmolie.

Geneeswyze van bevrozene perzonen.

3. Met bevrozene perzonen , die dikvvyls

wederom opgewekt kunnen worden, moet men

op dezelfde wyze te werk gaan;want een warm

vertrek, of een warm bed, zou dezelven onherftelbaar

doden. Men fcharrelt ze liever

maar aanftonds onder de fneeuw, dat mond en

neus alleenlyk vry blyven, of men legt ze in

een trog, en giet 'er yskoud water op, met dezelfde

behoedzaamheid. Als zy onder deze

proef geen tekens van leven geven, dan is de

overige hulp doorgaans vergeefs. Indien zulke

lichamen in 't koud water ontdoijen, dan zet

'er zig een yskorst om dezelven , als om het

bevrozen ooft. Wanneer nu deze yskorst wederom

ontdoit is, dan heeft het lichaam reeds

zulk


156 OVER DE BEVROZENE PERZONEN,

zulk een trap van warmte, dat het de yskoude

niet meer nodig heeft. Men vryft het dus vervolgens

met water , dat niet volkomen koud

is, en mengt daar wat wyn of brandewyn onder.

Daarna brengt men het in een vertrek,

dat niet al te koud is, men vryft het

met doeken, die met kouden wyn en water

bevogtigd zyn , of men bedekt het lichaam

met mist of ftroo, en laat het daar zo lang

in blyven, tot dat 'er tekens van leven

volgen.

4- Zo dra zig dezen opdoen, gaat men op

dezelfde plaats met vryven voort, men bedekt

het lichaam met droge , doch niet gewaimde,

klederen, buiten het bed, men zet

de voeten in water, dat niet geheel yskoud

is , men wascht de handen en het aangezigt

met dergelyk water , met wyn of azyn gemengd,

men blaast de lugt en tabaksrook, zo

lang als de ademhaling geftremd is, in de long,

en voornaamlyk ook in den endeldarm , 01

men zet klysteren van lauw water met een

weinig kamfcrazyn , of kamferbrandewyn gemengd,

men prikkelt de keel met ene olieagtige

veder, men legt koude wyn over het hart,

men brengt reuk- en niesmiddelen aan den neus

en lippen , men vryft de leden met bovengemelde

oliën of geesten N. 2. men brengt het

van tyd tot tyd, doch zeer langzaam in warmer

lugt,klederen, en bedden, en men verftcrkteindclyk

den lyder volgens g. 74.N. 17 Waarbynog

dit byzondere is in acht te nemen, dat men

doeken met warmen wyn tusfchen de dyën legt.

Op dezelfde plaats §. 74. vind men omtrent de

hier voorgeftelde zaken ene nadere onderrigting,


EN LEDEN. 157

ting, hoe men dezelven moet in 't werk Hellen.

De aldaar gemelde, doch hier niet aangehaalde

hulpmiddelen, vinden of by bevrozenen

geen plaats, of hangen van omftandigheden

af, die toevallig zyn , by voorbeeld,

het aderlaten.

Bevrozene drenkelingen.

5. Als iemand 's winters onder 't water geraakt

, en vervolgens ftyf bevrozen is, dan moet

men hem volgens N. 3 dien trap van warmte

weder bezorgen , waar door de yskorst van zyn

lichaam ontdoit. Als dan kan men hem als een

drenkeling, doch altoos met de verëischte voorzorg

§. 91. N. 11. behandelen.

O V E R D E

ONGELUKKIG DOORGESLOK­

TE DINGEN.

§• 94-

Dingen die in de lugtpyp gevallen zyn.

1. ^IVTanncer men vloeibare , doch in-

W' zonderheid fcherpe dingen , zo

ongelukkig flikt, dat ze in de lugtpyp vallen,

zo als het geval is, daar men van gewoon is

te zeggen, dat zy in de verkeerde keel gekomen


158 OVER DE ONGELUKKIG

men zyn, dan moet men zig op dezelfde wyze

redden, als by de ingeademde fcherpe vergiften.

5. «9- Men neemt ook grote beten

van halfgekauwde droge broodkruimen, om de

fcherpe vogt, die aan den ingang van de lugtpyp

het hoesten veroorzaakt, in te doen trekken.

Kleine ftukken van vaste lichamen, by voorbeeld,

broodkruimen, grove ftof, enz. moet

men door het hoesten terug voeren; 't geen

nogthans niet met al te grote hevigheid moet

gefchieden, dewyl men anderzins ligt bloed zou

kunnen hoesten. Men moet het ophalen, hoesten,

niezen, ja zelfs het braken voorzigtig beproeven,

en daar by zulk ene plaatzing des lichaams

verkiezen, waar door men 't minst tot

het hoesten gedwongen word. De olieagtige

en flymerige dranken kunnen daar ook van

dienst zyn, om de hevige prikkeling van her.

vreemd lichaam zo lang te verzagten, tot dat

.het uitgehoest kan worden. Zie J. 89. Onder

het vrywillig hoesten, dat men tot dit einde

doet, moet men wat voor over bukken, en

op den rug laten kloppen. Wanneer 'er grote,

en inzonderheid puntige, of fcherpe lichamen

in de lugtpyp gekomen zyn, dan is de toeftand

zeer gevaarlyk en merendeels hulpeloos.

Als zulk een lichaam boven in. de lugtpyp vast

zit , dan moet men aanftonds volgens §. 74.

N. 8. de lugtpyp openen, om de verdikking

voor te komen, doch vervolgens met werktuigen

, of uitwendige handgrepen, het lichaam na

buiten tragten te brengen. Zomtyds heeft

men beenderen , of graten, door de opening,

die in de lugtpyp gemaakt was, gelukkig 'er uitgehaald.

De overige hulp moet op de zelfde wyze

als


DOORGESLOKTE DINGEN. 159

als tegen de fcbrik ingerigt worden. Zie §. 97.

N. E. Zyn zodanige lichamen rond en glad,

zo als by voorbeeld, geld, knopen, enz. dan

gaan ze dieper dan men met werktuigen kan

komen. Zulk een elendige moet maar aanftonds

ene plaatzing voor zig uitzoeken, waar in hy 't

minfte door de vreemde lichamen tot het hoesten

aangezet of met verftikking gedreigd word,

en daarin, onder het gebruik van flymerige,

olieagtige fpyzen, en dikwyls herhaalde aderlatingen

van enige oneen, zo lang als mooglyk

is blyven.

Dingen die in de keel blyven zitten.

2. Zomtyds blyven de al te grote beten in

de keel zitten, en zodanige lieden vallen dikwyls

ogenbliklyk dood neder. Zomtyds raken

'er graten, beentjes, naalden, of nagels in de

keel vast, en dan moet men ze fchielyk te hulp

komen, om dat de keel in weinig uren opzwelt

en gevaarlyk ontfteekt. In 't eerfte geval moet

men den geftikten ene fpons, die aan een met

zagt leder overtrokken yzerdraad vast gemaakt,

en geheel in olie gedoopt is, in de keel ftoten,

om den vastzittenden beet in de maag neer te

fchuiven , en vervolgens zyne herftelling omtrent

als van een gewurgdenj. 90. beproeven In

de overige gevallen moet men zulke ingeflokte

dingen, of in de maag neerftoten, indien het

flegts dingen zyn, die dan niet doodlyk zouden

worden; of men moet ze terug halen. Dit gefchied

of met den vinger, of met ene tang, of

met een yzerdraad, dat aan 't einde omgebogen

is, 't welk men gefchikt in de keel moet brengen


i6o [OVER DE ONGELUKKIG

gen, en als een haak gebruiken. Naar de verfcheidenheid

der ingeflokte dingen , en naar

mate zy in de keel fteken , zonder dezelve

te verftoppen, zo als naalden, graten, enz. of

dezelve fiegts zodanig fluiten, dat 'er nog enige

ruimte overblyft, kan men of met ringen van

draad, of met ene droge fpons , die men dieper

dan het ingeflokte lichaam inbrengt, en dezelve

dan, na dat ze nat geworden en gezwollen

is, terug trekt, het ingeklemde lichaam weder

na boven halen. Zomtyds kan het braken ,

hoesten, lachen of niezen de keel ontzetten,

en als de lyder niet flikken kan, om hem een

braakmiddel in te krygen, dan moet men hem

aan 't braken helpen, door 't prikkelen van de

keel met ene olieagtige veder,of door een klysteer

van tabak in water gekookt. Het komt 'er

hier op aan , dat men juist de manier treft,

•waar op zodanig een lichaam los gemaakt kan

worden; en daar toe is een mensch nodig, die

zyne handen kan gebruiken ; het behoeft zo zeer

geen Arts te zyn.

Dingen die in de maag gekomen zyn.

3. Wanneer de ingeflokte dingen in de maag

gebragt zyn, dan worden ze, zomtyds met veel

fmerten, zomtyds zonder enige pyn, door den

afgang weer ontlast, -

zo als zulks met beenderen,

naalden, doornen, {tukken geld, mesfen,

nagels, gespen, vrugtkernen, enz. dikwyls

gefchied is. Zomtyds blyven ze agter, en

veroorzaken , na onlydelyke pynen den dood.

Aldus heeft iemand honderd Louis cVOr doorgeflikt,

die allen weder ontlast zyn, uitgezon-


DOORGESLOKTE DINGEN. 161

zonderd een, welke den weg uit de maag in

de darmen verftopte , en hem het leven koste.

Die veel noten , kersfeftenen , druiven

en pruimen met de ftenen, of het klein gevogelte

met de beenderen eten , lopen hetzelfde

gevaar , dewyl 'er dikwyls ballen uit

ontftaan , die op gelyke wyze doden. Van

naalden , beenderen , kersfeftenen , ja zelfs

van pruim-, en perfikeftenen, heeft men voorbeelden

, dat ze door de urine weder ontlast

zyn. Mesfen, en grote fcherpe lichamen , zweren

dikwyls door de maag en darmen heen, ja

zelfs komen kleiner lichamen, zomtyds eerst langen

tyd daar na, in verzweringen aan de afgelegenfte

ledematen weder te voorfchyn. (Zie §. 16.)

Hulpmiddelen.

4. In 't algemeen is het by zulke gevaarlyke

toevallen nodig , dat men uit den arm

ryklyk bloed aftapt; dat men, als het lichaam

niet gefchikt na buiten kan gebragt worden,

het niet geweldig handelt, om de ontfteking

niet doodlyk te verergeren, dewyl zomtyds

de langzaame zwelling , of verëttering , het

nog los kan maken ; dat men den lyder

dikwyls wat lauw water met olyfölie laat

doorzwelgen ; dat men uitwendig warme omflagen,

van verzagtende kruiden in melk gekookt

, om den hals legt; dat men den lyder

op velerlei wyzen beweegt, fchud , op

den rug klopt, hem te paard , of in een wagen

over de ftenen laat ryden, enz. om indien

mooglyk het vast zittend lichaam los te

maken; en dat men, in gevaar van verftikking,

L de


J6Z OVER DE ONGELUKKIG DOORGESL. DINGEN.

de lugtpyp fchielyk opent. Indien zodanige

dingen door hunne hoedanigheid fchaadlyk kunnen

zyn , dan moet men derwyze handelen, als

§. 16. geleerd is.

O V E R D E

T O E V A L L E N DOOR VERHIT-

TINGEN VERMOEIDHEID.

I. A ls men door te veel bezigheid, gaan,

XX. Jopen , ryden, arbeiden , dragen,

enz. onmatig verhit is, dan kan men zig aan

velerlei fchielyke en gevaarlyke toevallen bloot

ftellen. Zomtyds volgt 'er ene fchielyke bezwy.

ming en kragteloosheid op, die ons zomtyds

ons ganfche leven byblyft , en in een zoort

van uittering kan doen vervallen. Doorgaans

ontftaan daar uit hete ontftekingkoortzen, zo

als het zydewee , de kwade keel, enz. of de

hevigfte bloedziedingen, met hoofdpyn, duizeling,

beroerten, bedwelming der zinnen, enz.

of bloedftortingen uit den neus,de long, en uit

andere delen. De genezing van alle deze ziekten

komt maar alleenlyk in zo verre hier te pasfe,

als ze ene fchielyke hulp vorderen , en deze zal ik

aanwyzen. Men moet nogthans wel aanmerken,

dat zodanige gevallen dikwyls flegt aflopen, en

niet in den grond genezen worden; weshalve de

voor-


VERHITTING EN VERMOEIDHEID. 163

voorzigtigheid vordert, in allerlei arbeid, daar

lichaamskragten toe verëischt worden, zig zo

veel mogelyk is te matigen , en inzonderheid

2ig voor verhittende dranken te wagten, veel

liever dan wat water met een weinig azyn gemengd

te drinken, als waar door men het minst

gevaar loopt van zig te verkoelen, en men te

gelyk de kragten onderfteunt en de bezwyraing

voorkomt. Doch indien dan egter, door ene al

te grote vermoeidheid , ene fchielyke kragteloosheid

en flauwte mogt volgen , dan moet men"

den lyder met wyn waschen, hem aan azyn laten

ruiken, hem wei te drinken geven, en in

een lauw voetbad tot over de kuiten, of in

een half bad van lauw water tot over het ondcr-

]yf zetten, en , na dat hy uit de flauwte bekomen

is, agt droppels van het laudanum liquidum

Sydenbam in water ingeven. Deze droppels ,

en een lauw voetbad, benevens den azynreuk,

zyn mede de beste middelen, als men door te

veel bezigheden alleenlyk ten uiterfte vermoeid,

te huis komt, fchoon men 'er niet flauw van

word. Indien'er, na het fchielyk verhaal der

kragten, door de afmatting een kwynende toe-

Hand der kragten overblyft, die ene uittering

voorfpelt , dan moet men de wei enigen tyd

blyven drinken , dikwyls lauwe baden gebruiken,

en eindelyk enige weken koeimelk drinken,

om weder kragten en zappen te bekomen.

Geestryke dranken, wyn en zappige fpyzen zouden

zulke lieden nog verder bederven. Als de

lyder zeer volbloedig is, en de bezwyming uit

de grote beweging van 't bloed ontftaat, dan

handelt men volgens de geneeswyze der Be-

&ïvyming.

L 2 2. D«


ÏÓ4 OVER DE TOEVALLEN DOOR

2. De bovengemelde fchielyke vermindering

van kragten vind flegts by menfchen plaats, die

niet zeer volbloedig en van een zwak geftel

zyn. Volbloedige lieden daar en tegen, als zy

zig te zeer verhit en afgemat hebben , ftaan

voor ontftekingkoortzen , bloedziedingen en

bloedftortingen bloot. In ieder van deze gevallen

moet men aanftonds aderlaten, de benen

in lauw water baden, en alle half uur een lepel

vol van een mengzel gebruiken, dat uit zestien

lood water , een half lood falpeter, en vier

Jood fyroop van citroenzap, of fyroop van granaatappelen

bereid is : By bloedftortingen kan

men ook te gelyk een kopje vol van een koeldrank

nemen, die uit een pond wegbreewater,

een half pond tinctuur van rozen, agt lood fyroop

van rozen , of van granaatappelen, en

tien droppels vitrioololie beftaat. Het neusbloeden

kan by volbloedigheid meer als een

pond bedragen, eer men behoeft te denken , om

iets anders, dan het bovengemelde, daar tegen

in 't werk te ftellen. Doch als het boven mate

aanhoud, zodanig dat 'er bezwymingen, koude

ledematen, en koud zweet door ontftaan, dan

ftilt men het op dezelfde wyze als in de pokjes.

(Zie ook g. 98. N. 2.) By het bloedhoesten

moet men, na de vorige algemene hulpmiddelen,

omtrent alle vier uren een lepel vol uitgeperften

lynzaadölie, of een kopje vol aftrekzei

van lynzaad, half koud drinken, daar by den

gemelden koeldrank voortgebruiken , en voor

het overige fchielyk enen Geneesheer raadplegen,

dat over 't algemeen in deze gevallen zeer

nodig is. (Zie ook g. 98. N. 3.)

3. Door het hevig lopen, ryden, fpringen,

en


VERHITTING EN VERMOEIDHEID. I6J

en danzen, kan men, behalve de gemelde toevallen,

N. i* en 2. zig ook ene byzondere engborftigheid

, daar men zomtyds nimmer weer

vry van word, en die eindelyk den ongelukkigen

doet flikken, of ene trilling der ledematen,

die het ganfche leven byblyft, welke inzonderheid

ook door het dragen van zware lasten ontftaat,

op den hals halen, en deze toevallen laten

zelden ene grondige genezing toe. Een

Geneesheer zal de engboriligheid met ontbindende

middelen , als gom ammoniak , zeep ,

zeeajuinen, azyndamp, enz. en de bevende ledematen

door verfterkende baden, {taalmiddelen,

bronwaters, die yzeragtig zyn, enz. tragten

te genezen, doch voor andere lieden zyn

deze genezingen niet gefchikt.

4. Het door vry ven der voeten door het langdurig

gaan, tragt men door bokke-, of hertevet

voor te komen, daar men ze s'rnorgens mede

fmeert, als men ver te voet moet reizen.

Indien ze reeds doorgegaan zyn , dan geneest

men ze als andere wonden $. 99. Wanneer

men zig doorgereden heeft, 't welk de gemene

man een blikaars noemt, dan geneest men

zulks als andere ontvelde plaatzen, en zo als

de ontvellingen, die de lyders door 't liggen

bekomen, men bedekt het naamlyk 's avonds

met linnen, dat in eau d'arquebufade, of in koud

water, dat met de poeder van de bloemen

van zinkus gemengd is, nat gemaakt word,

of men fmeert 'er loodzalf op, of men fmeert

bokke vet op zeemleer, of men legt 'er verfche

klisfebladeren (folia bardame) op , en

*£ morgens, als men verder moet ryden, be-

L 3 ftrojt


i66 OVER DE TOEVALLEN DOOR

ftroit men het met meel van wolfsklauw.

(femen iycopodii.')

5- Als men op hete dagen op reis, of onder

den arbeid in 't veld, door de hete zon, inzonderheid

op het hoofd, hevig gebrand en

verhit word, dan kan men in een vreeslyk gevaar

geraken, en op de plaats dood blyven,

voornaamlyk als men het hoofd in de dronkenfchap,

of in den flaap aan de hete zonneftralen

blootftelt. Ene verbazende hoofdpyn,

die alle ogenblikken toeneemt, razerny, of

flaapzugt, beroerten, bedwelming, ontfleking

der ogen, blindheid, keelöntfteking, de fnuf;

en als de hitte der zon de leden raakt, pyn

in de ledematen, flyfheid der gevrigten, verfcheurende

pynen in 't kruis, in de lenden,

en in de knieën, koorts en andere toevallen,

zyn de gewoonlyke gevolgen van zulke verhittingen,

die voor 't overige doorgaans den

bejaarden inzonderheid doodlyk zyn. Als iemand

zodanige toevallen zyn overgekomen,

om dat hy zig niet tegen de zonneftralen befchermd

heeft, 't geen ieder reiziger in den

zomer noodzaaklyk behoort te doen, dien moet

men aanftonds ryklyk bloed aftappen , en

zulks in weinig uren zo dikwyls herhalen, tot

dat de gevaarlyke toevallen meest geweken zyn.

Men kan hem ook bloedzuigers aan de flapen

van het hoofd en aan den hals zetten. Men

zet zyne benen dikwyls in lauw water, dat inzonderheid

de hoofdpynen fchielyk verligt, of

men laat hem tot aan de borst in lauw water

zitten. 'Men zet hem klysteren van wei, en

men geeft hem veel limonade, of azynwater,

of wei die door azyn gefcheiden is, te drinken.

Op


VERHITTING EN VERMOEIDHEID. 167

Op den kruin , aan de flapen , en over het

hoofd legt men linne doeken, die in koud water

, met wat rozenazyn gemengd , gedoopt

zyn, en men ververscht ze dikwyls. Men kan

zodanige lieden ook, als ze genoeg zyn adergelaten

, dikwyls in een bad van geheel koud water

zetten , en hun dergelyk water over 't

hoofd gieten. Voorts is hun ook een verkoelend

buikzuiverend middel dienstig , uit zes

lood tamarinden , in een pint ziedend water

omtrent twe minuten gekookt, en doorgezygd,

waarvan zy vyf of zesmaal 's daags telkens omtrent

zes lood kunnen drinken.

6. Als men in den winter de bedden, rustbanken,

en ftoelen met de hoofde einden by

het vuur op den haard, of by den kachel zet,

en in deze hitte in flaap valt, of als men, in 't

algemeen om zig te verwarmen, of om de verkoudheid

, de hoofdpyn, de pyn in de ledematen

en de zinkingen te verdry ven, het hoofd

en de ledematen by 't vuur te zeer verhit, op

al te hete vuurftoven zit, of de kamer te heet

maakt, dan kan men zig daardoor dezelfde toevallen,

als N. 1. 2. en 5. verwekken, en men

moet ook, na dat men zig op ene koele plaats

begeven heeft, dezelfde hulpmiddelen daartegen

aanwenden; behalven nog het geen de damp

der kolen, en andere dampen in hete vertrekken,

volgens §. 83. en §. 86. N. 9. afzonderlyk

vorderen.

7. Het onmatig zweten door verhitting doet

men door het mengzel en den koeldrank N. 2.

bedaren, en men houd zig ftil in ene koele lugt.

Lieden die al te ligt zweten, zyn van een zwak

geitel, en moeten zig door den koortsbast ,

L 4 yzcr,


168 TOEVALLEN DOOR VERHITTING, ENZ.

yzer, minerale zuren, door een koelen leefregel,

en door het vermyden van warme verhittende

dranken, foepen en weke fpyzen, door

het vryven en ene zagte beweging in de koele

lugt, langzamerhand verfterken.

8. Als men de huid van 't aangezigt, of van

andere delen by 't vuur te veel verhit heeft,

dan geneest men zig met de middelen tegen de

verbrandingen. §. 100,

O V E R DE

TOEVALLEN DOOR VERKOE­

LING EN KOUD DRINKEN.

§. 96.

i. 'jTjV fterven zeer veel menfchen door

M2j verkoeling, en de meesten daarvan

zyn zodanigen, die zig te warm houden , en

voor de veranderingen van het weder te aandoenlyk

maken. Men ziet de gevaarlykfte gevolgen

der verkoelingen in een groteren trap

by hun, die in de koele lugt na de verhitting

zeer groot vermaak fcheppen. De uitwaasfeming

der huid word fchielyk daardoor opgehouden

, en daar uit volgen zinkingen , zinkingkoortsen

, ontftekingen , en ontftekingkoortzen,

hete zinkingen, of rbeumatismi (welke laatfte

men daar omtrent kan naflaan ,) kwade

keel, zydewee , verkoudheid , heeschheid ,

hoest, kolyk, enz.

2. Om


TOEVALLEN DOOR VERKOELING, ENZ. 169

2. Om zig niet te verkoelen moet men zig

in koud, winderig, nat weder fterk bewegen,

in heet weder niet te zeer verhitten, fteeds

droog linnegoed dragen, boven dien , zo dra

men van de verhitting tot rust kan komen, aanftonds

in 't volle zweet, in een gematigd gefloten

vertrek, op 't fchielykfte een droog hembd

aantrekken, en zig dan gerust houden tot dat

het zweet bedaart; doch nimmer met het verkleden

wagten, tot dat het zweten ophoud, als

't welk ene fchaadlyke gewoonte is : Voorts

niet drinken als het lichaam verhit is, maar altoos

eerst wat brood en zout gebruiken; zig

noit te warm kleden , doch altoos de voeten

naar evenredigheid meer dekken, dan het hoofd;

in alle jaargetyden merendeels even zwaar gekleed

blyven, zo dat het in de winter niet te

warm, en in den zomer niet te koud is; in 't

voorjaar niet te vroeg zomer, en in den herfst

niet te laat winter maken; zig niet aan hete kamers

of bedden gewennen; zig even zeer tegen

den wind als tegen de vorst behoeden, en, als

men het geluk gehad heeft van verhard te zyn

door de opvoeding tegen de veranderingen

van het weder , om generlei reden zig teder

en mededogend omtrent zig zeiven laten

maken.

3. Na dat men ene verkoudheid heeft opgedaan

, moet men de benen in een warm voetbad

zetten; een aftrekzei van vlierbloemen met

honing en azyn drinken, en in alle gevallen,

indien men reeds het begin van een der vorige

ziekten befpeurt, voor af ene aderlating doen.

Dit aftrekzei word uit een handvol vlierbloemen,

vier lood honing, en drie lood wynazyn

L 5 be-


170 OVER DE TOEVALLEN DOOR

bereid, waar op men ruim drie pond kokend

water in een pot giet, 't welk men een

weinig omroert, koud laat worden, doorzygt,

en dan tot een theekopje vol te gelyk, lauw

drinkt. Indien 't zo fchikt, dan wagt men daar

by een zagt zweten in 't bed af, en verandert

vervolgens het linnen. Men kan de ledemaren

ook met warme doeken vryven, en als de benen

door den wind, het water, of den regen

koud geworden zyn, na 't gebruik van 't voetbad

'er warme ftenen tegen aan leggen. De

meeste ziekten van verkoeling volden eerst

enige dagen daar na; doch het kolyk verzelt

dezelve dikwyls onmiddelyk. Men moet dan

het onderlyf ook vryven en een weinig verwarmen,

klysteren van lauw water zetten , en

blaartrekkende pleisters aan de benen leggen.

In ene koortshitte, die door verkoeling ver.

wekt is, moet men dikwyls een kopje vol

warm en dik afkookzel van haver drinken ,

daar altoos ten minfte een half dragme falpeter

in ontbonden is.

4. Als men aanftonds na ene grote verhitting

kouden drank gebruikt, zonder zig voor

af door de rust verkoeld, en wat brood gegeten

te hebben, dan zyn de kwade gevolgen

fneller en erger; want daar uit ontftaan de

hevigfte keel-, en borstontstekingen, verhitting

der ingewanden van den buik met ene ongelooflyke

zwelling, braking, ophouding der urine,

en grote benauwdheid, enz. Zodanige

verfchriklyke gevolgen verzeilen dikwyls in den

zomei ' et wellustig gebruik van ys onder fpyzen

of dranken.

5. Na ruime aderlatingen, die in zulke geval-


VERKOELING, EN KOUD DRINKEN. .171

vallen noodzaaklyk zyn, moet men den lyder

in een bad van lauw water zetten, en hem zo

wel om te drinken, ais tot de klysteren, daar

men voor en na het bad gebruik van moet maken

, lauw water met een vyfde gedeelte melk

gemengd, geven, ja zelfs doeken, die in lauw

water zyn natgemaakt, geftadig over den buik

leggen." Men kan hem ook dunne amandelmelk,

met een weinig zuiker, of haver-, of gerftedrank,

daar in iedere fles omtrent een dragme

falpeter, anderhalf lood honing, en een lood

azyn gemengd zyn, te drinken geven. Doch

in zulke zware toevallen heeft men enen Geneesheer

hoognodig ; voor mindere gevallen

zyn deze hulpmiddelen toereikend.

O V E R D E

AANDOE NLYKHEID, GE­

WOONTE, VERBEELDING

EN DRIFTEN.

S- 97-

A. TTet byzonder gevoel, dat onze zenuw

e n

JLX hebben, het vermogen, om

door de prikkeling ener beweging, of ener verbeelding

der ziel, die fpieren, daar zy zig in

uitfpreiden, te bewegen, ontaart by zommige

zieklyke perzonen zodanig, dat de zenuwen,

door inwendig verborgene oorzaken, zonder

eni.


172 OVER DE AANDOENLYKHEID, GEWOONTE,

enige inwendige aanleiding, op dezelfde wyze, als

door daadlyke bewegingenen verbeeldingen, geprikkeld

worden, en ook zodanige bewegingen

voortbrengen; en dat de daadlyke bewegingen en

verbeeldingen dezelven tot geheel ongewone,

of tot veel heviger bewegingen aanzetten, om

dat hunne natuurlyke gefteltenis veranderd en

zieklyk is. Dezen byzonderen toeftand noemt

men de al te grote aandoenlykheid, fchoon hy

minder betrekking heeft op het gewaarwordend

vermogen der ziel, dan op de bewegende kragt

der zenuwen. Te onregt leid men doorgaans deze

wonderbare verfchynzels in onze Natuur van

ene bedorvene verbeeldingskragt en fcherpere

gewaarwording der zenuwen af, dewyl dezen in

zulk een ftaat niet zelden ftomper zyn, en minder

gewaar worden, dan immer. Daar uit ontltaat de

verkeerde benaming, die thans niet meer veranderd

kan worden En fchoon het gebrek in de zenuwen

, dat ik bedoel, waardoor zy valfche indrukzels,

of de ware indrukzels verkeerd ontvangen

, alzins ook op de gewaarwordingen en verbeeldingen

der zielenen groten invloed kan hebben

, doch egter niet altoos heeft; zo vertoont het

nochtans die vreemde toevallen, welken wy van

de aandoenlykheid afleiden, veel meer in de bewegingen,

die de indrukzels der zenuwen in de

fpieren verwekken, het zy dan dat zy ze, of

wel de ziel, voor het overige gewaar worden,

of niet. De Franfchen drukken deze onnatuurlyke

gefteltenis der zenuwen nog erger uit,

door vapeurs. Ik zal ze de aandoenlykheid noemen

, zo als reeds by ons in gebruik is.

Als een braakmiddel de zenuwen.van onze

maag prikkelt, dan trekt zy zig daardoor zo te

za-


VERBEELDING EN DRIFTEN. 173

zamen, dat 'er het braken op volgt; prikkelt

een buikzuiverend middel de darmen, dan veroorzaken

de zenuwen 'er ene beweging in tot

ontlasting. By een zieklyk mensch, die al te

aandoenlyk is , word zelfs het braakmiddel, of

buikzuiverend middel, niet gevorderd. Een

glas water, ene beweging, een reuk , ene

verbeelding, kan dezelven zodanig prikkelen,

dat 'er het braken en de afgang op volgen.

Ene gedagte beweegt onzen arm, als zy in

de hersfenen een indruk maakt, die de zenuw

prikkelt, welke dezen arm beweegt; ene

andere gedagte maakt dat wy hem ftyf houden.

By aandoenlyke menfchen is de indruk der gedagten

niet nodig. Ene geheel verborgene of

vreemde prikkeling , die het anderzins noit

deed, kan, zonder weten of willen , den arm

bewegen, of ftyf en onbeweeglyk maken. Zommige

lichtftralen in het oog verwekken in de

ziel de gewaarwording ener rode kleur, door

de prikkeling der gezigtzenuwen. Zonder deze

ftralen, of door de prikkeling ener geheel andere

zaak, zien de aandoenlyke menfchen zulke

kleuren, als of ze 'er daadlyk voor handen waren.

Zodanig werkt de aandoenlykheid op onze

bewegingen en aandoeningen.

De meeste zoorten van ziekten, die anderzins

door geheel andere oorzaken worden voortgebragt,

vertonen zig ook, door dit gebrek der

zenuwen, als zenuwziekten. 'Er ontftaan flauwten,

beroerten, krampen, ftuipen, koortzen,

verlammingen , hoofdpynen , tandpynen , en

alle andere zoorten van pynen , bloedftortingen

, braking, buikloop, verftikking, hoest,

gebrek van fpysvertering, ziekten der zinnen,

0

( der


174 OVER DE AANDOENLYKHEID, GEWOONTE,

der verbeeldingskragt, des gemoeds, en honderderleie

andere meer, uit de aandoenlykheid der

zenuwen,of de vapeurs,en velen derzelven,die

fchielyk komen en ene fchielyke hulp vorderen,

behoren hier te huis. Ik zal dezelven onder hunne

algemene benamingen, in zo verre zy uic

zwakheid der zenuwen, aandoenlykheid, of zo

als men dit gebrek der zenuwen anderzins

noemt, ontftaan, in 't byzonder befchouwen,

zo als men aldaar kan nazien, 't Is hier genoeg

in 't algemeen aan te tonen , hoe dit gebrek

der zenuwen verholpen moet worden , dat

op zig zeiven wel geen fchielyk toeval, maar

een vrugtbare voortbrenger der meeste toe.

vallen is.

De ondervinding heeft geleerd, dat die hulpmiddelen,

welken wy verilerkende noemen, in

hunne verfcheidene zoorten, ter genezing van

dit gebrek gefchikt, doch integendeel, dat alle

die verzwakken, fchaadlyk zyn. .De koude,

de vrye lugt, de lichaamsbeweging, inzonderheid

het gaan en ryden, de matigheid, de vervrolykingen

van geest, de wyn, de koortsbast,

het yzer, de bittere geneesmiddelen, de koude

baden, fterkruikende dingen, als kamfer, muskus

, duivelsdrek , bevergeil, verbrande dingen

, fpeceryën, brandewyn, doch de laatfte

zo matig, dat zy niet kunnen fchaden, als zy

ons ziek maken: zyn de middelen voor zulke

zenuwziekten. Daar en tegen zyn vette

fpyzen , foepen, om dat ze zeer verflappen,

fchoon ze voedzaam zyn, thee, koffy, afmatting,

fterke ontlastingen, het aderlaten, warmte

, dampige lugt, ene zittende levenswys,

traagheid, flaap, toorn, vrees, fchrik, verkoelen-


VERBEELDING EN DRIFTEN. 175

lende fpyzen en artzenyën, het wezenlyk bederf

der al te aandoenlyke lieden. Men zal

uit deze , fchoon flegts zeer algemene opgaaf,

veel nuttige regels kunnen afleiden, om

zig voor fchielyke zenuwtoevallen, welker geneeswyze

ik vervolgens zal befchryven , te

behoeden.

B. Onze zenuwen worden van tyd tot tyd

tegen vele te dikwyls herhaalde indrukzels verhard,

zo dat, als ze gemaakt worden, het even

veel is , als of ze niet gefchied waren. De

ziel ontvangt 'er ten dele gene gewaarwording

meer van door dezelven, en ten dele

volgen 'er ook de bewegingen niet meer op,

die anderzins de zenuw, door deze indrukken

geprikkeld , heeft voortgebragt. Dit noemen

wy gewoonte. Door dezelve kan de tederfte

vrouw de aanvallen van den fterkften vorst zonder

ongemak op de opene borst verdragen, die

:den fterkften man, die gewoon is de borst bedekt

te houden, zou doden. Het is onnodig

meer voorbeelden uit duizenden, die zig daaglyks

aanbieden, by te brengen. De gewoonte

zelve, en het tegenövergeftelde, de ongewoonte,

die merendeels met de aandoenlykheid verkeerdelyk

verwisfeld word , kan tot velerlei

fchielyke en gevaarlyke toevallen aanleiding geven.

Iemand die fpyzen, bezigheden, aandoeningen

, die hy gewoon is, moet ontberen ,

word ziek, magteloos, krygt koortzen en zenuwtoevallen.

Die ongewone zaken moet verdragen

, ondergaat het zelfde. 'Er is hier geen

ander hulpmiddel, als de gulde regel der Ouden:

zig toe te leggen, door dikwyls herhaalde proeven

, om alles, wat zonder gevaar van leven of

ge-


176 OVER DE AANDOENLYKHEID, GEWOONTE,

gezondheid gefchieden kan, te leren verdragen;

en aan den anderen kant, zig nergens zo vast

aan te verbinden, dat men het, als 't de pligten,

die men moet waarnemen, vorderen, niet

weder zou kunnen ontberen. De zodanigen,

die ons opvoeden, kunnen ons tot zulke meesters

der gewoonte maken; want in den ouderdom,

als onze zenuwen reeds in hunne ployen

liggen, blyven wy altoos hunne flaven.

C. De levendige beelden der verbeeldingskragt

brengen by velen fchielyke en gevaarlyke

toevallen voort, zo als alle de zodanigen door

de ondervinding weten, die door kwade drommen

, fpoken, kwellingen en wondertekens geplaagd

worden. Doch dewyl zy al hun fchielyk

onheil door de tusfchenkomst der driften uitvoeren

, die zy gaande maken, zo is het niet nodig,

dezelven afzonderlyk in overweging te nemen.

Ik zal my dus ilegts met de driften bezig houden.

(Over de daar op volgende flauwte, zie

het artykel Flauwte.")

D. TOORN EN ERGERNIS.

x. Deze driften zyn het nadeligst voor zodanige

lieden, die aan fterke bloedftortingen onderhevig

zyn, die trillende leden en een dunnen

afgang hebben, die met de tong ftamelen,

die het hart klopt, die tot kramptrekkingen,

de vallende ziekte, ontftekingkoortzen, gal-,

en leverziekten, inzonderheid tot de geelzugt,

beroerte, verlamming, de jigt, hypochondrie,

en zwartgalligheid, geneigd, en van ene tedere

lichaams , en zielsgefteltenis zyn. Dewyl deze

toevallen na een hevigen toorn en ergernis doorgaans


VERBEELDING EN DRIETEN. I??

gaans volgen , zo moeten zy de aanleidingen

daar toe, en alle verhittende dingen, fpeceryën,

wyn, bier, en brandewyn, al te fterke

maaltyden en hete vertrekken vermeiden. Hun

voedzel zy verkoelende melk. Water en tuinvrugten

zyn hun zeer dienftig. In den toorn

moet men het fpeekzel niet doorzwelgen, en

denzelven inzonderheid by de maaltyden vermeiden,

ook niet fchielyk daar op eten, of

drinken , vooral geen wyn of brandewyn ,

waardoor of ene razende koorts en krankzinnigheid,

of verftoppingen in de lever, en uittering

ontftaan. De verkoeling na den toorn is

gevaarlyk, daar en tegen is het dienftig de urine

te lozen, en den afgang te bevorderen.

2. Na den toorn en ergernis neemt men alle

twe of drie uren een poeder uit dertig greinen

krceftögen, even zo veel paarlemoer, en twaalf

grein falpeter , gemengd met fonteinwater.

De eerfte maal en den volgenden ogtend kan

men 'er twintig grein rhabarber onder mengen.

.Tot den drank neemt men gerftewater, met room

van wynfteen aangenaam zuur gemaakt, en men

doet een weinig poeder van falpeter in ieder

glas. Deze drank word in grote hoeveelheid

gedronken. De gemene man is gewoon een

glas water met zout te drinken, dat niet kwaad

is. Indien het bloed fterk in beweging, en de

geërgerde volbloedig is, of de toevallen gewigtig

zyn, dan moet 'er aanftonds ene aderlating

gefchieden, en vervolgens veel dunne amandelmelk

gedronken worden. Als men zig onder,

of kort na het eten vertoornt, dan handelt men

ten aanzien van het braakmiddel als by den

fchrik. N. £. 2. „ "«Xiïïïir

M E. SCHRIK-


178 OVER DE AANDOENLYKHEID, GEWOONTE,

E. SCHRIK.

1. De fchrik is een der fchaadlykfte aandoeningen.

Hy bedwelmt het verftand , verlamt

de zenuwen en fpieren, belet de werking der

hersfenen , en veroorzaakt dikwyls fchielyke

Iterfgevallen, beroerten, verlammingen, ftomheid,

ftuipen, verftyvingen, beving, dwaasheid,

onnozelheid, enz.

2. Het is noodzaaklyk , aanftonds na den

fchrik, bloed af te tappen , waardoor het hart

ontlast word, veel lauw theewater met wat falpeter

te drinken, de blaas ledig te maken, en

alle uren een thelepel vol van een poeder uit

gelyke delen falpeter en rood'koraal, en den

volgenden ogtend een half dragme rhabarber

met vyftien grein falpeter gemengd, met wat

pruimefoep daar korenten in gekookt zyn, te

nemen, alle verhittende dingen te vermeiden,

enige dagen limonade , en zuuragtige fpyzen,

uit planten bereid, te gebruiken, en, als 'er

vervolgens zeer erge toevallen plaats hebben,

de aderlating , en de ganfche geneeswyze te

herhalen. Als men onder, of na de maaltyd

gefchrikt heeft, dan kan men twintig grein

braakwortel (rad. ipecacuanbae) met een dragme

room van wynfteen innemen, en 'er veel lauw

water op drinken , om aan 't braken te komen,

voornaamlyk als 'er ene verlamming van de

tong, en ene hevige drukking in de maag by

plaats heeft. Dit kan, of voor het aderlaten,

of, by de omftandigheden, die 7. N. 6. befchreven

zyn, vier uren daar na gefchieden.

Als iemand een zware fchrik voor de maaltyd

overvalt, dan moet hy vasten, en de voorge-

fchre-


VERBEELDING EN DRIFTEN. I?9

fchrevene hulpmiddelen aanwenden Zie ook

N. G.

F. VREUGDE.

Ene fchielyke onmatige vreugde werkt, even

als een fchrik, inzonderheid op het hart, dat

daardoor ogenbliklyk ftilftaat, en een einde van

het leven maakt. Men moet daaromtrent

volkomen als met de fchrik te werk gaan, uit*

gezonderd dat hier geen braakmiddelen , nodig

zyn. Doch men moest zodanige lieden ,

als zy voor dood liggen, in plaats van ze aanftonds

te verlaten, liever in veel opzigten volgens

§. 74. behandelen; hun lugt en tabaksrook

in de long en in de darmen blazen, dezelven bewegen

, vryven, de keel met ene veder prikkelen

, hun reukgeesten en niesmiddelen in den neus

brengen, koppen zetten, en op alle anderzins

doenlyke wyze, na ryklyke aderlatingen, de levenskragten

wederom tragten op te wekken.

G. VREES.

Ene grote vrees verwekt hevige hartkloppingen

. trilling der ledematen, ftuiptrekkende toevallen

, een buikloop, uitflag op de huid, voornaamlyk

aan den mond, de roos, en, indien

zy met fchrik gepaard gaat, zomtyds een haastigen

dood. Zy is inzonderheid voor zodanigen

gevaarlyk, die met befmetlyke ziekten te doen

hebben, om dat zy 'er ons mede aan onderhevig

maakt Wyn , gezelfchap , en ene manmoedige

opvoeding komen deze hartstogt voor:

daarom is het altoos goed , in gelegenheden,

daar men bedugt moet zyn, om door ene gro-

M z te


i8o OVER, DE AANDOENLYKHEID, GEWOONTE,

te vrees overvallen te worden , zig van deze

voordelen te bedienen. De hevigfte en gevaarlykfte

toevallen ener uitgeftane vrees, zyn altoos

aan enen daar bykomenden fchrik toe te

fchryven , en moeten ook in de geneeswyze als

de fchrik behandeld worden. Het ware anderzins

best, om zig na ene blote vrees te herftellen,

de uitwaasfeming te bevorderen, die de

vrees tegengaat, en hartverfterkende middelen

te gebruiken. Enige kopjes aftrekzei van melisfe,

of van lindebloemen, een lauw voetbad,

waarna men zig te bed begeeft, om het zweet

af te wagten , een enkeld glas wyn , en een

dragme theriak, waarop men tragt te rusten,

zyn in dit geval voldoende. De fchrikagtigheid

van vele lieden is een zoort van aandoenlykheid.

De daar uit ontftaande toevallen worden

, als die van de vrees , doch de grond

van het ongemak, door zenuwmiddelen, volgens

N. d. genezen.

H. WELLUST.

Als men de oefening der wellust te verre

dryft, dan kan men daar onder, van kragten

uitgeput, aanftonds dood blyven, of ten minste

in ene onnatuurlyke afmatting en zwakheid

vervallen, 't Js hier de plaats niet, om de

langzame verfchriklyke gevolgen van zodanige

buitenfporigheden te melden , waar over de

Heer TISSOT een byzonder werk heeft gefchreven,

dat alle jonge wellustige lieden behoorden

te lezen. De reuk van azyn en

wyn, en de ganfche behandeling als by uitgebloede,

waar over wy aanftonds zullen handelen,


VERBEELDING EN DRIFTEN. l8r

len, (Zie §. 98. N. 6.) brengt zulke onmatigen

het eerst wederom te regt. Doch dan moeten

zy enige dagen van melk met water verdund,

ligte fpyzen, dunne magere vleeschfoepen

met een weinig fpeceryën, chocolaad met

water, en een weinig wyn, leven, en voorcs

den koortsbast , yzer , en koude baden gebruiken.

O V E R D E

BLOEDSTORTINGEN.

§. 98.

Als iemand zo fterk en lang bloed, dat het

aangezigt en de lippen bleek, en de leden

koud worden, dat de pols zwak word en

trilt, en dat hy van flauwte bezwymt en hartzeer

gevoelt, dan is het noodzaaklyk het bloeden

te ftillen, dewyl het anderzins zonder dat

dikwyls fchaadlyk zou zyn.

Bloedftortingen uit Wonden.

1. Als het bloed uit ene uitwendige wond

komt, dan is 'er een groot bloedvat opengefneden,

en dan moet men het deel boven de

wond na het lichaam toe, met een fterk verband,

ten minfte twe duimen breed, nauwkeurig,

doch niet onmatig vast bewinden, en

dan een ftuk cikezwam op de wond leggen, die

M 3 het


182 OVER DE BLOEDSTORTINGEN.

het bloedvat toe trekt. Men verzamelt deze

zwam in den zomer van de eikc bomen ,

men haalt 'er de bovenfte huid af, men flaat

dezelve met een hamer, tot dat ze zeer zagt

word, en legt 'er > die zyde op, welke digt

onder de bovenfte huid zit, flegts zo groot,

dat het de opening van het vat volkomen bedekt,

vervolgens legt men hier een, of meer

grotere ftukken over heen, en maakt ze met

een zwagtel vast. Wanneer het dan iterk met

blauwe bloedvlekken beloopt, en de lyder

klaagt, dat hy het niet verdragen kan , dan

geeft men het verband een weinig fchot. Op

deze wyze, onder ene rustige houding, en by

het gebruik van verkoelende voedzels, fluit het

vat fchielyk, en men gedraagt zig, als het den

volgenden dag by 't afnemen van het verband

wederom bloed, ook op dezelfde wyze. Kleinere

bloedvaten worden met brandewyn , of vitriool

in een weinig water ontbonden , daar

men linne doeken in nat maakt, en 'er op legt,

of met bovist toe getrokken. Als de wond aan

het lichaam zeifis , daar het toebinden geen plaats

heeft, dan moet men de eikezwam alleen gebruiken.

Neusbloeden.

2. Indien de neus zo hevig bloed, dat men

het veilig kan en moet ftillen; dan legt men

doeken in kouden azyn gedoopc op het

voorhoofd, en in den nek, als mede rusfchen

de benen tegen 't lyf. Men fteekt ëen prop

van eikezwam N. i. of een wiek met aluin en

wit van ey, in den neus. Men ontbind twe

lood loodzuiker in een half pond azyn , men

maakt


OVER DE BLOEDSTORTINGEN. 183

maakt daar linne doeken in nat, men legt die

op het hart, en vernieuwt dezelven zo dikwyls

als ze warm worden, waarvan men doorgaans

ene fpoedige werking heeft. Men kan ook het

poeder van de eikezwam door de fchaft van een

pen in den neus blazen, of wieken van plukzel,

met het liquor anodynus mineralis Hofmanni bevogtigd,

in den neus fteken, en deze wieken of

het geronne bloed, dat 'er zig voor zet, moet

men laten zitten,zonder daar aan te roeren,tot

dat het eindelyk van zelfs los gaat. Te gelyk zet

men de benen des lyders, na dat men ze boven

de enkels en knieën met gemelde behoedzaamheid

N. 1. vast omwonden heeft, in water, dat

nog koud nog heet moet zyn, en als het bloeden

geftild is, maakt men de zwagtels, niet

eensklaps, maar langzamerhand, den enen na

den anderen, los. Aan de flapen van het hoofd

moet men blinde koppen zetten. Daar en boven

word, in dit en in het vorige geval, om

het bloeden te ftillen, alle half uur zo veel falpeter

als op de punt van een mes kan liggen,

cn een lepel vol wynazyn in water verdund, of

het mengzel, of de koeldrank §. 95. N. 2. ingegeven

, en de lyder moet zig enige dagen geheel

in rust houden.

Bloedhoesten.

3. Als iemand bloed ophoest, dan moet hy

zig weinig bewegen, en niet overluid fpreken of

lachen , als mede niet buiten noodzaaklykheid

hoesten of niezen. Met de gewoonlyke bloedfpuwing

uit de long gaat weinig of geen hoest

mede gepaard. Doch als het bloed, door- een

M 4 on-


184 OVER D2 BLOEDSTORTINGEN 1

.

onmatige hoest, of door ene andere hevige

prikkeling der long, by voorbeeld, als ene gebrokene

rib de long fteekt, enz. te voodchyn

komt; dan moet men, aanftonds na de aderlating,

een, anderhalf, of twe grein opium, of

op eenmaal in een koeldrank, die hier nodig is,

van twaalf tot twintig droppels tinctuur van opium

innemen, om de hoest en prikkeling te ftillen,

en vervolgens de middelen, die in alle gevallen

tot het ftempen van het onmatig bloed

ophoesten nodig zyn, gebruiken op de volgende

wyze.

Men omwind de voeten, de knieën, de vingers

en den voorarm, en men zet de benen in

lauw water N. 2. Zo dra als het bloedhoesten

begint, eer 'er nog ene aanmerklvke hoeveelheid

van bloed ontlast is, doet men ene aderlating

op den arm van tien of twaalf oneen; men

geeft alle half uur twe grein vitriool van yzer

in, met tien grein bergkrystal, en even zo veel

hyacintpoeder, alles fyn gemaakt en gemengd;

en men drinkt, in plaats van-drank, zeer veel

van den koeldrank j. 95. N. 2. men bezigt klysteren

van wei, men zet grote koppen aan de

zolen der voeten en in de vlakte der handen,

en men neemt twemaal daags een lepel vol uitgeperften

lynölie, tot dat het bloed aan de fluimen

na het bloedhoesten volkomen ophoud.

Men kan voor deze bloedige fluimen ook met

voordeel den damp van water, of melk, daar

lynzaad in gekookt is, enige reizen daags een

kwartier uurs inademen. De omflag over het

hart by het neusbloeden N. 2. kan hier ook gebruikt

worden, en doet veel dienst.

Ha


OVER DE BLOEDSTORTINGEN. 185

Het bloeden der gulde aderen, en de vloed

der vrouwen.

4. Als het bloeden der gulde aderen, en de

vloed der vrouwen, zelfs na de verlosfing, het

zy dan dat die ontydig is of niet, zo onmatig

fterk is, dat het volgens de boven bygebragte tekens,

geftild moest worden; dan is het binden

der ledematen als by het bloedhoesten N 3.

het ftil liggen op matrasfen, of andere koude

peulluwen , het ruim gebruik van den koeldrank

§. 95. N. 2. of het aldaar gemelde mengzel,

noodzaaklyk, waarby men alle drie uren

een half dragme van den bast van fimarouba met

den koeldrank , of met ene genoegzame hoeveelheid

extract van duizendblad, tot dertig pillen

gemaakt, kan innemen; doch inzonderheid

moet men, als 'er gevaar by is, handdoeken in

koud water met wynazyn gemengd, nat maken,

en om den buik, lenden en rug leggen, ja zelfs

in 't lyf fteken, en zo dikwyls als het te warm

word, wederom ververfchen. Men kan ook

de eikezwam klein gefneden in water koken,

en tegen het bloeden der gulde aderen als een

klysteer, doch eer koud dan warm, gebruiken,

of zetpillen van aluin of vitriool bezigen, of

een kusfen van verfche zaagzel van eikehout,

om op te zitten , of op te liggen, onder in

den rug plaatzen. De verdere behandeling na

het ftillen van het bloed, in alle gevallen, zullen

wy hier niet van fpreken.

M 5 Bloed.


i36 OVER DE BLOEDSTORTINGEN.

Bloedbraken.

5. Het bloedbraken word met dezelfde middelen

als het bloedhoesten verholpen. Men

zou hier waarfchynlyk met voordeel het water,

daar eikezwam in gekookt was, kunnen drin.

ken, dewyl dit in een bloedigen buikloop reeds

werklyk van dienst geweest is. Zomtyds houd

het bloeden aanftonds op, als men handen en

voeten in yskoud water fteekt.

De Nakuur.

6. Als het bloeden reeds opgehouden, en

de lyder ten uiterfte uitgeput is, dan zal hem

tegen de flauwten ene lage en byna horizontale

legging, de reuk van den azyn, rozenazyn,

fterkruikende geesten, en wyn, zomtyds

een flok water met azyn, of een lepel vol

wyn; en tot ene fpoedige verfterking, en vergoeding

van het verlorene bloed kragtige foepen,

gelei, melk, amandelmelk, fago, veel

dunne vleeschfoepen, chocolaad, room, eijeren,

en zomtyds een lepel vol wyn met kaneel

en zuiker, het dienftigfte zyn. Men kan

hier ook van de middelen §. 74. N. 2. 3. 13.

14. en 17. gebruik maken.

Over het Aderlaten.

7. 't Is byna onnodig te herinneren , dat

dit de hulpmiddelen zyn, die men ook by lieden

moet aanwenden , welken geftoken, gehouwen,

of by heelkundige operatiën, aderlaten,


O VER DE BLOEDSTORTINGEN. 187

ten, of by ongeluk zo gewond zyn, dat zy zig

konnen uitbloeden , of reeds te veel bloed

verloren hebben. Die door het al te fterk

aderlaten flauw geworden zyn, kunnen zonder

zwarigheid, 'zo als N. 6. is aangeraden,

herfteld worden. Het befprengen van het

aangezigt met koud water doet hier inzonderheid

fchielyk dienst. Als iemand gewoon

is door het aderlaten te bezwymen, die moet

zig in gezelfchap , daar hy veel afleiding

heeft, op een rustbank, met opene deuren en

vengfters, door den azyndamp omringd, en geftadig

met een hand vol koud water gedreigd

wordende, doen aderlaten, en daardoor zal hy

wel in ftaat zyn, de flauwte voor te komen.

De bezwymingen onder het koppen, worden

door de hitte van het vertrek , of door aandoenlykheid

veroorzaakt. Doch zy kunnen ,

even als die der aderlatingen, gemaklyk geweerd

worden.

O V E R D E

WONDEN EN VERZWERINGEN.

S- 99>

i. r~Wware wonden, daar grote aderen, ze-

£_j nuwen, pezen, enz. zyn doorgefne-

•den , en die met gewigtige toevallen gepaard

gaan, moet een Heelmeester behandelen. Ene

wond in 't vleesch moet men of flegts wederom


ÏSS OVER DE WONDEN

om gelyk te zamen drukken , en met pik, of

ene fterk klevende pleister bedekken, en niet

eer daar weer na zien, dan dat men verzekerd

is, dat het is genezen, 't welk zeker in

de meeste gevallen gelukt; of men moet plukzel

in de wond, en een in olie gedoopten

drukdoek, of linnen, dat door gefmolte wasch

gehaald is, daar over heen leggen, en vierentwintig

uren daar na het eerfte verband 'er afnemen

, de aanklevende draden laten zitten,

en een nieuw plat verband aanleggen. Men

heeft een zwagtel nodig, om de lippen van de

wond tegen elkander te houden. Als dezelve

ettert, dan laat men den olie weg; doch voor

het overige handelt men als te voren, tot de

volkomene genezing toe.

2. Indien de wond zo gewigtig is, dat ze

in plaats van te etteren , heet word, en ene

ontfteking met koortzige hitte veroorzaakt,

dan moet men over het plukzel, in plaats van

den drukdoek, en de linne wascbpleister, een

warme pap, uit kruim van wit brood ih melk

gekookt, heen flaan, en dezelve enige reizen

daags ververfchen, zonder aan de wond te

roeren.

1

3. Als 'er vreemde lichamen, als yzer, lood,

houtfplinters, glas, linne, enz. in de wond zitten

, dan moet men dezelven, indien het zonder

zwarigheid kan gefchieden, 'er uithalen,

eer men de wond op gemelde wyze verbind,

In zware gevallen moet een Heelmeester hier

toe raad geven.

4. Het is ondienstig zalven , en, doorgaans

fchaadlyk, geestryke dingen, ter genezing der

wonden te gebruiken. Tot de hoofdwonden

ge.


EN VERZWERINGEN. 189

gebruikt men een drukdoek, in plaats van den

olieagtigen, die met warmen wyn bevogtigd is,

of men legt 'er de betoniezalf op. Als 'er wild

vleesch in de wond komt, dan byt men het met

poeder van kreeftögen , of zuiker, weg, of

door het daaglyks met den helfchen fteen aan

te raken.

5. Om de ontfteking der wonden zo veel

mooglyk is voor te komen, moet men zomtyds

ene ader openen , verkoelende geneesmiddelen

en klysteren gebruiken , en zig ten

naaste by volgens het voorfchrift, dat voor den

uitflag der pokjcs by ene hevige koorts word

aangeraden , geftadig koel en gerust houden.

Dit is inzonderheid noodzaaklyk, als een Heek,

of ene andere wond in de inwendige delen is

doorgedrongen. Lieden , (zegt de Heer Ti s s o T ,

daar ik dit en het volgend artykel g. 101. van

ontleen,) die in de borst, in 't onderlyf, of

aan de lenden, naar 't uiterlyk aanzien, zeer

gevaarlyk gewond waren, hebben zig daar door

volkomen genezen, dat zy enige weken lang

enkel gerftedrank, of meeldrank genomen hebben,

zonder zout of vleesch - foepen, en zonder

geneesmiddelen, ja zelfs zalven, te gebruiken.

Het al te dikwyls aderlaten, en de inwendige

wöndbalzems en wondkruiden zyn

fchaadlyk, en verzwakken of verhitten den lyder

tot zyn groot nadeel.

6. Wonden van hout-, of beenfplinters ,

doornen, ftekels, enz. moet men eerst volgens

N. 3. zuiveren, en als het nodig is, uit

dien hoofde de wond verwyden, in zo verre

zy nog niet ontdoken is. Als dan fteekt men

het deel in lauw water, of men legt 'er drukdoe-


IQO OVER DE WONDEN

doeken op, die met lauw water bevogtigd zyn,

dan geneest de wond fchielyk. Doch als 'er

deze punten niet uitgehaald worden, dan baad

men eerst de wond met den damp van warm

water, en dan legt men 'er geftadig ene warme

pap op, die uit kruimen van wit brood in melk

gekookt, en wat olie daar onder gemengd, bereid

is, om 'er de punten fchielyk uit te doen

zweren. Zo dra als de zweer week word, en

een wit geelagtig punt vertoont, moet men dezelve

openen ; en als zulke punten zomtyds

eerst na 't verloop van enige weken ene verzwering

maken , dan handelt men op dezelfde

wyze.

7. Wonden die door ftompe werktuigen gemaakt

worden , als mede de beten van dieren

met grote of ftompe tanden, moeten, als ze

niet vergiftig zyn, op dezelfde wyze als de anderen

, volgens N. 1. en 2. genezen worden,

uitgezonderd dat men over den drukdoek met

olie, toegevouwe doeken legt, die in lauwen,

dunnen , of met water verdunden wynazyn ,

gedoopt zyn, om dat zodanige wonden te gelyk

gekneusd zyn. De gebetene wonden kan men,

tot meerdere zekerheid , eerst met melk , of

lauw water en azyn , uitwaschen. Wonden van

dieren die angels hebben, worden volgens N. 6.

behandeld. Doch met de vergiftigen handelt

men volgens §. 55—72.

8. Die door buskruid , voornaamlyk in 't

aangezigt, gewond is, moet "er de kruidftippen

niet uithalen , om dat ze breken en zo veel

te dieper in 't vleesch dringen, doch voor

'I overige dezelfde middelen als tegen de

ver-


EN VERZWERINGEN. 191

verbrandingen van het aangezigt aanwenden.

§. 100. N. 5.

9. Het fpreekt van zelf, dat, als 'er by de

wonden gevaar van uitbloeding plaats heeft,

men het bloeden eerst moet ftillen, volgens

g. 98. N. 1.

O V E R D E

V E R B R A N D I N G E N .

§. 100.

1. * Is men uit een gebrand deel, daar de

verbranding nogthans niet te hevig

is, de hitte wil uittrekken, dan houd men het

of aanftonds naby het vuur, zo dat het draaglyk

is, en men wagt tot dat de pyn merendeels

geweken is, of men fteekt toegevouwen linne

in koud water, en legt het geftadig ververscht

zo lang op de verbranding, tot dat de pyn

ophoud. Het is mooglyk niet zonder grond ,

dat het overgehaalde maarts fneeuwwater hier

toe voornaamlyk van dienst is , want het

fneeuwwater neemt eigenfchappen aan, die

het ander water niet heeft. Het best is, het gebrande

deel enige uren in koud water te fteken,

en 'er telkens koud water by te gieten. De

inkt kan hier toe ook van dienst zyn. Doch

'er zyn ook nog ene menigte van vcrzagtende

middelen, by voorbeeld, verfche, of gekookte

en met zout gekneusde ajuinen, of gekook-


IQ2 OvER DE VERBRANDINGEN.

kookte ajuinen met honing en olie van witte leliën

tot ene zalf gemaakt , of ajuinen die in

asch zagt gebraden zyn, of ook het uitgeperfte

zap der ajuinen alleen, of met gele wasch

gemengd : voorts witte zeep , hoender-, of

duivemist, buskruid, ongebluste kalk met wit

van ey , of een geheel ey , met twe lepels

vol olyfölie , of raapolie met wit van ey

geflagen en met een weinig loodwit gemengd,

kamferbrandewyn met olie gemengd, gemene

fyroop, geraspt buksboomhout met verfchen

reuzel, enz. Een man die door kokende zuiker

vreeslyk gebrand was, wierd door geftadig

versch aangelegde lappen met olie genezen.

By ene hevige verbranding zyn de aderlatingen,

de verzagtende klysteren, en de beftiering

volgens §. 99. N. 5. nodig.

2. Als de verbranding ene blaar getrokken

heeft, dan moet men dezelve met enen naald

doorftcken, om 'er het water uit te laten lopen

, en de plaats twemaal daags met ene

brandzalf verbinden : by voorbeeld ene zalf

uit twe dragmen loodwit, een lood azyn, drie

lepels vol olyfölie, door lang vryven met het

doijer van een ey gemengd, zo dat 'er omtrent

een doijer onder twe lood van de zalf is. Deze

middelen zyn in de diepfte en zwaarfte verbrandingen

dienftig, alleenlyk moet men, als de

ontfteking hevig is, zig op dezelfde wyze, als

by ontftokene wonden van een anderen aart,

gedragen. §. 99. N. 5.

3. De volgende handelwys is een voorbehoedend

middel tegen de lidtekens van gebrande

wonden. Men flaat twaalf lood olyfölie met

het wit van vier of vyf verfche eijeren koud

door


O VER DE VERBRANDINGEN. 193

door malkanderen, en ftrykt daar van een weinig

met ene veder over het ongemak, zónder

'er linne op te leggen. Wanneer van tyd tot

tyd ene fmering van deze zalf over de vorige,

die reeds gedroogd is, gebragt word, dan ontftaat

daar uit een korst, die 'er vervolgens omtrent

den twaalfden dag by fchilvers afvalt. Als deze

gehele korst is afgevallen, dan vind men eindelyk

onder dezelve een nieuwe huid, die binnen

weinig dagen door de lugt aan de gezonde

huid gelyk word.

4. Indien men de vingers zo gebrand heeft,

dat 'er de huid afgaat, dan moet men eiken vinger

afzonderlyk verbinden, of 'er plaatjes tusfchen

leggen ; anders kunnen zy in ene nagt

zo vast aan elkander groeijen, dat men ze van

een moet fnyden. Ene geringe branding aan

de vingers kan men 'er uithalen, als men 'er

aanftonds het oorlapje mede aanvat, en zo lang

vast houd, tot dat 'er de hitte uit is.

5. Het verbranden der ogen kan ene blindheid

tot zyn gevolg hebben. Hier moeten de

ajuinen, zeep, en alle fcherpe dingen weg blyven.

Men gebruikt alleenlyk rozewater, overgehaald

fneeuwwater, kamilbloemen, melk, wit

van een ey, en, als de pyn over is, loodwitzalf om

op te drogen. Als de ogen op reis door de hitte

dèr zon pynlyk ontfteken,dan behandelt men

ze op dezelfde wyze, of als ontftokene ogen.

Zie Oogziekten. By alle verbrandingen vanhetaangezigt

zyn de fcherpe middelen onder de bovengemelde

N. 1. minder raadzaam,dan deze en de

vorige zagte middelen.

N

OVER


194

O V E R D E

GEKNEUSDE ONGEMAKKEN,

DOOR VALLEN, STOTEN,

SLAAN, DRUKKEN, KLEM-

MEN,EN ANDERZINS

VEROORZAAKT.

S- 101.

Alle lieden, die op gemelde wyzen gekwetst

worden, ondergaan ene kneuzing, en in

dit opzigt alleen komen ze hier in aanmerking,

doch niet voor zo verre zy gewond, ontvrigt,

of anderzins gekwetst zyn , of benen gebroken

hebben, waar omtrent men die afzonderlyke artykelen

moet nazien. (§. 102.)

1. Op alle aanmerklyke kneuzingen volgen aanftonds

, of naderhand, gewigtige toevallen, en

als de inwendige delen mede gekwetst zyn, zo als

door enen val, zyn zy zomtyds doodlyk.

Voornaamlyk heeft men 'er ene hevige ontfteking,

kwade vercttering, het bederf en het

vuur van te vrezen; ook kunnen 'er zenuwen,

grote bloedvaten, en ingewanden door verpletterd

worden , waar op een fchielyke dood

volgt, zoals men van het flaan op het hartekuiltje,

waar door de milt geberften is, op het

hoofd, waar door de hersfenen befchadigd

wierden, en meer anderen , gezien heeft.

Oude


OVER DE GEKNEUSDE ONGEMAKKEN, ENZ. 195

Oude lieden kunnen inzonderheid niet gemaklyk

van kneuzingen herfleld worden , maar

fterven doorgaans fchielyk na enen val ,

die hen in hunne jeugd weinig zou beledigd

hebben.

2. Op ene ligte kneuzing legt men linne doeken,

in lauwen dunnen wynazyn, of die meC

water gemengd is, gedoopt, en'verandert dezelven

alle twe uren. Doch als de huid te gelyk

gewond, en 'er niet alleenlyk bloed onder

uitgeftort is, dan legt men 'er geftotene

pieterzelie , kervel en huislook op , of men

maakt enen warmen omflag uit agt lood kruimen

van wit brood, een hand vol vlierbloemen,

en even zo veel kamiibloemen, en bloemen

van fintjanskruid, in gelyke delen water

en azyn gekookt. Van dezelfde kruiden , of

van enige handen vol valkruid (arnica) kan men

Hovingen bereiden , als men ze eerst in een

kan kokend water laat aftrekken, dan een pint

wynazyn daar by giet, 'er wolle doeken , of

flanel in nat maakt, en die om het gekneusde

deel (laat. De geesten, het eau de arquebufade ,

aquavitae, en dergelyken deugen hier even zo

min als de vette, harstagtige, gomiigtige, of

aardagtige pleisters, fchoon de eerften zomtyds

by geringe kneuzingen zonder nadeel gebruikt

worden. De gezwellen van uitgeftort bloed

verdwynen langzamerhand, al zyn ze al zeer

dik,en moeten nimmer,buiten grote noodzaaklykheid,

geopend worden.

3. De inwendige geneeswyze is dezelfde als

by de wonden §. 99. N. 5. Doch tot den

drank kan hier inzonderheid het volgende van

dienst zyn. Men giet op een hand vol vlierbloe-

N 2 men


196 OVER DK GEKNEUSDE ONGEMAKKEN,

men, en vier lood honing, eerst drie lood

azyn , en vervolgens ruim drie pinten kokend

water in een pot , men roert het om,

en , als het koud geworden is, zygt men

het door, en men ontbind 'er een dragme falpeter

in.

4. Als iemand na een geweldigen val, ftoot,

of flag, bedwelmd en buiten zinnen ligt, en

het bloed uit neus en oren komt, of "als hy

engborftig, of zyn onderlyf fterk gefpannen is,

en men dus vermoeden heeft, dat 'er in het

hoofd, de borst, of het onderlyf bloed is uitgeftort

, dan opent men hem eerst ene ader,

men laat hem ftil liggen , en men maakt gebruik

van verkoelende middelen en klysteren,

even als by zware wonden §. 99. N. 5. daar en

boven moet het gehele lichaam volgens N. 2.

geftoofd worden, doch als het ongemak aan 't

hoofd is, dan neemt men water en wyn, in

plaats van azyn. Zomtyds heefc men zware

vallen op her. hoofd, met breuken van de her-fenfchaal

en gewigcige toevallen, enkel door

deze inwendige hulpmiddelen , en uitwendige

fpeceryagtige ftovingen, genezen. Tot zulke

fpeceryagtige ftovingen neemt men betoniekruid,

wynruit, bloemen van rozemaryn of

van lavendel, en rode rozen , van elk anderhalve

hand vol, een kwartier uurs , in een

bedekten pot, met drie pinten ouden witten

wyn gekookt , men giet den wyn door , en

drukt de kruiden fterk uit. Hier mede ftooft

men het hoofd, zo als N, 2. gemeld is. Zomtyds

is een feton in den nek hier tot de eerfte

opwekking dienstig, 't Is ook by alle zware

kneuzingen nuttig, verkoelende buikzuiverende


DOOR VALLEN, STOTEN, SLAAN, ENZ. 197

de middelen , als mannadranken met feidlits

zout, of tamarindedranken met manna en falpeter,

of alleen, of ook wel met feidlits zout en

room van wynfteen, wei met honing, enz. te

laten gebruiken

5. De verhittende dingen, daar men zulke

menfchen mede op wil wekken; als wyn, lu

queurs , terpentyn , reukmiddelen , niesmiddelen

, als mede het fchudden en floten , zyn

fchaadlyk. Het walfchot, het drakenbloed ,

de kreeftögen en alle vettigheden, zyn op

zyn best genomen nutteloos. Al blyven de

lyders lang bedwelmd liggen, moet men egter

niet ongeduldig worden.

6. Als een grysaard een zwaren val doet,

fchoon hy 'er in den beginne niet door befchadigd

fchynt te zyn, zo moet men hem

egter , als hy bloedryk is en nog kragten

heeft, zes of agt lood bloed aftappen, hem

vervolgens enige kopjes vol aftrekzei van melisfe

met honing geven, en hem zagtjes laten

wandelen. Gedurende enige . dagen moet hy

minder dan na gewoonte eten, daaglyks twernaal

van hetzelfde aftrekzei drinken, en zig

een weinig bewegen.

N 3

OVER


198

O V E It D E

ONTVRIGTINGEN, VER­

S T U I K I N G E N , HET

ZEER DOEN, EN BEEN­

BREUK E N.

§. 102.

De verrekkingen, die, als zy aan het licbaam

zelf zyn, zeer doen genaamd worden

, en de verftuikingen, zyn fiegts ene

zoort van kneuzing, die uit de fterke drukking

der beenderen tegen de naby gelegene

delen ontftaat, en als de beenderen aanftonds

weder in hunne behoorlyke plaatzing komen,

vorderen zy ook gene andere behandeling, als

volgens §. lor. . Doch als het been uit zyne

plaats geraakt is, dan moet een

hetzelve weder te regt brengen.

Heelmeester

Als de verrekking, of verftuiking maar gering

is, dan is een bad van koud water dien-'

itig. Doch als het niet aanftonds op 't ogenblik

gefchied , of als de kneuzing groot is,

dan is het fchaadlyk. Men legt 'er dan liever

een drukdoek met azyn en water op, en houd

het gekwetfte deel in ene gemaklyke legging ,

tot dat men zeker is, dat 'er gene ontfteking

by zal komen; men kan dan vervolgens onder

den azyn een weinig aqua vitte, of eau

d'arquebiifade mengen, en het verrekte, of verftuik-


ONTVRIGTINGEN , VERSTUIKINGEN, ENZ. 199

ftuikte deel nog lang in een zwagtel bewaren,

ten einde het niet ligt ene verkeerde beweging

zou maken, die het op nieuws zou verzwakken.

Andere kunstgrepen worden hier te onregt gebezigd.

Indien men met zulke ongemakken by

flegte lieden gaat, die ene ontvrigting vinden,

daar 'er geen plaats heeft, en die het gevrigt

geweld aandoen. of door ene aangelegde pleister

ene gevaarlyke ontfteking verwekken, dan

kan men uit een klein ongemak een groot kwaad

doen ontftaan.

Wanneer een been gebroken is, dan moet

een Heelmeester hetzelve eerst behoorlyk zetten

en met fpalken en zwagtels zodanig bezorgen

, dat het niet uit zyne plaats kan komen.

Men moet het deel vervolgens over het verband

bevogtigen, als na ene kneuzing, of verrekking,

endoor ene behoorlyke beftiering, volgens

g. 99. N. 5. de ontfteking voorkomen.

T O E V A L L E N , DIE DOOR D E

K L E D E R E N , E N ONNA-

TUURLYKE HOUDINGEN,

VEROORZAAKT WOR­

DEN.

§. 103.

De klederen kunnen ons op velerlei wyzen

fchaadlyk worden, of om dat zy fchaadlyke

dampen na zig nemen, en ons aanfteken,

N 4 zie


aoo TOEVALLEN DIE DOOR DE KLEDEREN

zie §. 86 N. 7. en 8. of om dat zy ons niet genoeg

voor de zon en het weder bedekken ,

zie §. 95. of als zy door nat zyn, en niet behoorlyk

verwisfeld worden , of als zy in de

verfchillende jaargetyden niet voorzigtig veranderd

worden, en onze uitwaasfeming te rug

dryven , waarover §. 96. N. 2. gehandeld is.

Eindelyk moet men nog het nadeel befchouwen,

dat zy te weeg brengen, als zy onze delen in

hunne natuurlyke verrigtingen verhinderen.

Door het al te eng bakeren worden de kinderen

fcheef en kreupel, zy krygen breuken, en verdraijen

de leden. De enge valhoeden drukken de

zagte beenderen van het hoofd na binnen, waar

door de kinderen dof worden , en zomtyds in zenuwziekten

vervallen. Met de leibanden gaat

het even als met de windzels. De verrekkingen

die hier uit ontftaan, moeten zo, als §. 102.

gemeld is, behandeld worden. Over de breuken

zullen wy elders handelen. (Zie Breuken )

De-enge ryglyven verwekken dikwyls flauwten ,

vapcurs, brakingen, breuken, en by zwangere

vrouwen, fchaadlyke indrukzels op de vrugt,

of zomtyds ontydige verlosfingen. Derwyze

is het ook met andere klederen gelegen, die

de borst en den buik te nauw omvatten. Als"

hier toevallen uit ontftaan, dan moet men aanftonds

de klederen los maken, of aftrekken, als

wanneer men de flauwte gemaklyk door den

reuk van azyn en het befprengen met water,

kan te boven komen; doch de ergere toevallen,

als breuken, bloedhoesten, kolyk van ingeflotene

winden , aandrang van bloed na 't

hoofd, enz. moeten volgens hunne byzondere

geneeswyze behandeld worden, zo als men op

die


VEROORZAAKT WORDEN. 2CI

die artykelen kan nazien. Over het gevaar der

enge halsbindzels is reeds op §. 90. gehandeld.

De enge fchoenen verwekken lastige lykdoornen,

welker genezing hier niet by behoort.

2. Onder de houdingen, die fchielyke toevallen

veroorzaken, is inzonderheid het optillen

en dragen van zware lasten gevaarlyk, waar

door men dat zoort van verrekkingen ondergaat,

waar van men zegt, dat men zig zeer gedaan, of

gebroken heeft. Zie §. 102. Ook kan men 'er

die aanvallen van verhitting door krygen, daar

§. 95. over gehandeld is. Het laag bukken veroorzaakt,

inzonderheid in volbloedige lieden,

alle de toevallen van verwurging , waar over

§. 90. gefproken is. Het over malkander leggen

der kniën, kan, even als de nauwe klederen,

flauwten verwekken, die op dezelfde wyze herfteld

moeten worden. Zie N. r. Hier uit ont-

Itaat ook het flapen der leden, gelyk als door

alle lang aanhoudende drukking derzelven. Deze

verdoving van het gevoel in enkele zenuwen

gaat doorgaans fchielyk van zelfs weer over, als

de drukking ophoud. Doch als dezelve te lang

geduurd heeft, dan kan de zenuw haar gevoel

geheel verliezen, en het lid lam blyven en verfterven.

Zulks gefchiedde in den arm van iemand,

die denzelven in een roes over de leuning

van een ftoel hing, en dus een uur lang

fliep. Deze arm heeft nimmer weer beweging,

of gevoel gehad. Zodanige gevallen zyn moeilyk

te genezen. Men moet door het waschen

met zenuwmiddelen , zo als de reukgeesten

§. 74. N. 12. zyn, door fpeceryagtige ftovingen

, zo als §. 101. N. 4. zomtyds ook door de

elektriciteit, vry ving, en zagte beweging, drop-

N 5

ba

*


202 TOEVALLEN DOOR DE KLEDEREN, ENZ.

baden en minerale waters, de genezing traeten

te bevorderen. De toevallen van het al te lang

gaan, ryden, enz. hebben wy g. 95. reeds beichreven.

Het lang ftaan en knielen veroorzaakt

flauwte , beving , zweten, pyn in den

rug,gezwollene voeten, cn in de jeugd kromme

benen. Het eerfte kan men in de meeste gevallen

voorkomen, als men een hogen ftoel agter

zig zet, daar men half op fteunt. Ter genezing

der fchielyke toevallen, die 'er uit ontftaan, is

het voldoende dat men gaat zitten, of leggen,

en een glas koud water drinkt. Het lang drukken

van het onderlyf door 't zitten, veroorzaakt dezelfde

toevallen als de enge klederen, die ook op

dezelfde wyze verholpen moeten worden, zo

als N. ti • Het lang liggen verwekt ontvelde

plaatzen, die men volgens §. 95. N. 4. behandelen

moet. Wanneer men zig in 't bed te zeer

verhit, of door andere gedwongene geftalten

en hevige bewegingen ene fterke zieding in het

bloed verwekt heeft, dan kan men ook aldaar

§. 95- ene aanwyzing der nodige hulpmiddelen

vinden. Door het uitglyden der voeten ontftaan

ontvrigtingen, kneuzingen , wonden en

beenbreuken, die volgens g. 101. 102. en 99

genezen moeten worden. Als men by zulke'

gelegenheden het ongeluk heeft van een breuk te

krygen, die moet men volgens de geneeswyze

dje wy elders zullen opgeven, behandelen.

OVER


O V E R

• H E V I G E P Y N E N .

203

5- 104.

Indien men eensklaps door zeer hevige pynen

van een ongewonen aart, daar men geen

oorzaak van vinden kan , word overvallen, dan

moet men , tot dat men ze kan ontdekken, zig

op de volgende wyze verzagting bezorgen; men

laat zig naamlyk ene ader openen, en, als 'er de

pyn wat door verminderd is, doet men zulks binnen

twe uren herhalen; men drinkt zeer veel lauw

water, met een vierde gedeelte melk, of haver-,

of gerfteflym gemengd; men laat zig verzagtende

klysteren, doorgaans maar van warm

water, met olyfölie en wat zuiker, zetten;

men bedekt, of belegt het pynlyk deel met ene

warme pap van witte broodkruimen in melk gekookt,

en met olyfölie gemengd; men gebruikt

dan ook een bad van lauw water, en eindelyk,

als dit alles zonder vrugt gefchied is, neemt

men zestien droppels van het laudanum liquidum

Sydmbami^oï twe lood borst-fyroop (fyrupw diaco&iï)

met de voorgefchrevene dranken. Zomtyds

verdryft men ene hevige pyn zeer fchielyk

, als mén in de buiging van den arm geftotene

peperwortel, of knuflook, in linne legt,

en het zap doordringt en op de huid komt, of,

indien de pyn in 't hoofd is, als men dezelven,

of fle?ts een dun ftukje van de gele fchil der

a

Cl-


204 OVER HEVIGE PYNEN.

citroenen, daar geen wit aan is, aanftonds, terwyl

het nog nat is, tegen de flapen van het

hoofd legt. Deze middelen byten in de huid,

en verwekken ene hevige pyn, die men egter

dikwyls gaarne lyd , om zig van fchielyke

tandpynen, hoofdpynen, enz. te bevryden.

T

VOORBEHOEDING T E G E N

HEERSCHENDE ZIEKTEN.

$. 105.

De Pest, en aanflekende Koorts.

' TT o e m e

n zig voor pestilentiale ziek-

JLJ. ten , als mede voor heerfchende

befmettelyke koortzen, zo als de blutskoorts,

purperkoorts, rotkoorts , en voor andere

kwaadaartige koortzen, behoeden moet, heb

ik reeds $. 86. N. 7. en 8. medegedeeld.

Kinderpokjes en Mazelen.

2. Omtrent de kinderpokjes, en de mazelen,

kan men,. in de byzondere artykelen over deze

ziekten, den nodigen raad bekomen.

De Loop.

3. Thans is de loop nog overig. Om dezen

voor


VOORBEH. TEGEN HEEUSCHENDE ZlEETEN. 20^

voor te komen, móet men in de zomer-, en

eerfte herfstmaanden , daar hy doorgaans in

heerscht, alle fterke verhitting van het bloed,

en alle verkoeling, inzonderheid in de koele

nagten , vermeiden, dewyl deze oorzaken den

loop gewoonlyk voortbrengen. Men moet zig

ook voor den flank van den loop wagten ;

want deze befmet het meest. Indien men derhalve

niet allen omgang met zodanige lyders

kan vermeiden, moet men ten minste de lugt

in de ziekekamer , zo veel als mooglyk is ,

zuiver houden , dezelve dikwyls door laten

waijen, met azyndamp geftadig vervullen, het

koffertje dikwyls reinigen, ook azyn in 't bekken

gieten, dit niet in een fekreet, daar gezonde

lieden op gaan, maar in een hol in de

aarde , uitfchudden , dat men aanftonds toe

maakt; het linne goed, dat de lyder dikwyls

moet veranderen, in de opene lugt brengen,

en met zwavel of azyndamp beroken, 't geen

men ook omtrent de beddelakens moet verftaan.

Bovendien moet men by zulk een lyder

het fpeekzel niet doorflikken, maar liever

iets in den mond dragen, dat prikkelt, om te

meer fpeekzel uit te kunnen werpen. Kortom

men moet zig by deze lyders , ten aanzien

van de dampen, op dezelfde wyze behoeden

, als §. 86. N. 7. en 8. geleerd is. 't Is

ook nodig in de tyd van den loop, de overlading

van fpyzen, het gebruik van onrype

vrugten, de veelvuldige verandering van dranken,

en inzonderheid de verkoeling der maag

door koude dranken, zorgvuldig te vermeiden.

BOERHAAVE raadde dat men de watervaten

om uit te drinken, op zulk een tyd, even als

de


2&ó VOORBEHOEDING TEGEN

de wynvaten , zou bezwavelen. Voor het

overige moet men niet vreesagtig zyn, maar

zomtyds door een glas wyn wat moed verwekken.

By het eerst voorkomend gevaar

van befmetting moet men een half dragme

poeder van den braakwortel (rad. ipecacuanhae)

met warm aftrekzei van thee, om te braken,

en een of twe dagen daar na een half dragme

poeder van rhabarber, met een dragme room van

wynfteen, in aftrekzei van thee ,innemen, om afgang

te verwekken. In deze dagen houd men

voor een geftadigen drank het afkookzel van vier

lood gerst, met twe lood room van wynfteen,

in vyf pond water zo lang gekookt , tot de

gerst berst, en dan doorgegoten; men vermyd

de fpyzen, die van vleesch, vet, boter, eijeren,

of melk bereid worden; men houd de benen

en het onderlyf wat warmer, dan gewoonlyk,

en men wagte zig voor alle huismiddelen,

en andere artzenyën, die men anderzins gewoon

is aanftonds in den beginne van den loop te gebruiken.

Dit is ter voorbehoeding genoeg.

jdlgemene voorzorg by onpaslykbeid.

4. Indien men op een tyd , als 'er ziekten

heerfchen, of anderzins, onpaslyk word, zonder

dat men voor af kan weten, welke ziekte

'er uit ontftaan zal; dan kan men zekere algemene

regels in acht nemen, die over 't geheel

kunnen ftrekken, om het kwaad in zyne geboorte

te fluiten. Deze regels zal ik hier opgeven.

Men onthoude zig van de gewoonlyke fpyzen,

of men cte in 't geheel niet, als de eetlust

ontbreekt. Men vergenocge zig ten min-


HEERSCHENDE ZlEKTEN. ao?

fte met ene dunne haver-, of gerftefoep, die

mede voor den drank kan dienen, en als de

dorst hevig is , met citroenzap en zuiker gemengd

worden ; men wagte zig inzonderheid

voor vleesch, eijeren, fpeceryën, en wyn.

Men tragte de natuurlyke ontlastingen, voor.

naamlyk die niet behoorlyk blyven gaan, te bevorderen.

Den afgang , door pruimefoep en

zagte fpyzen, doch niet door buikzuiverende

middelen; de urine, door ruimte van bovengemelden

drank, daar wat falpeter in ontbonden

kan worden, als 'er hitte, dorst, en een droge

mond mede gepaard gaan; de uitwaasfeming ,

door vlytige bezigheden, die egter niet verhitten

, en door ene zagte lichaams beweging tot

ene matige vermoeidheid voortgezet : doch

geenzins door zweetdryvende verhittende geneesmiddelen,

uitgezonderd een aftrekzei van

vlierbloemen, g. 96. N. 3. als men vermoeden

had van zig verkoeld te hebben. Indien het

aan natuurlyke ontlastingen van bloed ontbreken

mogt, dan moet men fchikking maken, om

dezelven weder te herftellen.

Men moet zyne gewone bezigheden, indien

zy niet al te vermoeijend zyn, niet geheel, of

eensklaps , nalaten , maar dezelven gematigd

voortzetten , om door ene ongewone werkeloosheid

zig niet te vervelen, 't welk de vermoeidheid

vermeerdert, den moed doet zinken,

de afleiding der gedagten verhindert,'en

oorzaak is, dat men te veel acht geeft op zig

zeiven , en zwaarmoedige zorgen voed. Ten

minfte moet men zig een aangenaam gezelfchap

tot onderhouding laten welgevallen. Het fpreken

in gezelfchap is niet alleen tot opwekking,

maar


208 VOORBEH. TEGEN HEERSCHENDE ZlEKTEN.

maar ook voor de lichaams oefening zeer

dienftig.

Zo lang als 't mooglyk is moet men zig niet

aan de opene lugt onttrekken. Iemand die by

elke onpasfelykheid zig aanftonds opfluit, en in

't bed kruipt, behoed zig veel minder voor volledige

ziekten, dan lieden, die zig, zo als men

zegt, wat hard houden.

Befpeurt men integendeel ene grote vermoeidheid,

en neiging om te flapen, dan moet men

zig matig gedekt nederleggen, om eens regt uit

te flapen. By vele toevallen, inzonderheid van

vermoeidheid,verkoeling,overlading van geestryke

dranken, fterk denken, wellusten, enz.

kan een goede flaap alleen de herftelling bevorderen.

Het vryven met doeken, het waschen, de

voetbaden van lauw water, en het veel drinken

van warm of koud water, zyn dingen, die by

alle aankomende onpaslykheden veilig, en met

een goed gevolg beproefd kunnen worden.

Men moet zyne eerfte zorg hefteden, om den

oorfprong van het kwaad te ontdekken. Voornaamlyk

moet men deze twe zaken onderzoeken:

of men zig in eten, of drinken, het zy

op eenmaal, of langzamerhand, te buiten heeft

gegaan, en of 'er een van de natuurlyke ontlastingen

is opgehouden. In de meeste gevallen

is een van deze gebreken de oorzaak, en dan

kan men in het eerfte geval volgens §. 39—53.

en in het laatfte, zo als reeds boven gemeld is,

te werk gaan, om de ontlastingen te herftellen.

AL-


fiop

ALPHABETISCHE VERHANDELING

DER S C H I E L Y K E

Z I E K T E N .

A A M B E I J E N.

§. 106.

Hoe men den al te ftcrken vloed derzelven

moet ftillen, is §. 98. N. 4. aangewezen

(a).

Blinde aambeijen , zyn doorgaans pynlyke

ge-

Ca) A V I C E N K A gebied in dit geval het aluimvater te

drinken, en uitwendig te gebruiken om mede te betten.

Lib. III. Canon, in medicina, pag. 858. Een hevige vloed

van aambeijen, daar ponden bloed door ontlast wierden,

wierd gelukkig gefluit door het kauwen, en doorllikken

van het zap, van de kernen der granaatappelen. De proef

is naderhand dikwyls met een goed gevolg herhaald. AUa

medica èf pbilofopbica Hafnienjia, ann. 1671. &P 1672. pag.

103. JOANNES HEURNIUS heeft het onmatig bloeden

der aambeijen, door het opftroijen vau poeder van CoU

cotbar,oi' uitgebrande vitriool, ogenbliklyk doen ophouden.

Zie zyne Oper. Omn. foï. 498. Tot hetzelfde einde,

pryst RIOLANUS ene ruime aderlating op den arm. Encb.

anat. patb. p. 536. H A R R 1 s heeft een verbazender!

vloed der aambeijen geftild, door het aanleggen van wolle

•doeken, die in den allerfterkften geest van wyn waren

nat gemaakt. De morb. acut. infant. Lib. II. Obfervat. X.

Y O U N G roemt den geest van terpentyn in hetzelfde geval,

ibid. Het wateragtig aftrekzei van de vischlyiu

inwendig gebruikt, heeft een hardnekkigcn vloed der

aambeijen, daar vele andere middelen vrugteloos waren

aangewend, genezen.


aio ALFHABETISCHE VERHANDELING

gezwellen aan 't einde van den regten darm,

' eri vorderen , indien zy aanmerklyk zyn, en

met grote fmerten, branding, hitte, ontfteking,

pyn in den rug en lenden gepaard gaan,,

ene aderlating op den voet; enkel zagte, geheel

of meest vloeibare , niet fpeceryagtige,

verkoelende fpyzen, die den afgang zagt houden;

in plaats van thee, of koffy, het gebruik

van een fterk aftrekzei van duizendblad enige

reizen daags; voor den gewoonlyken drank enkel

dunne gerftefoep, met een weinig van den

koeldrank, §. 95. N. 2. gemengd; uitwendig by

den afgang, daar men niet te lang toe zitten,

nog te fterk onder dringen moet, den damp van

warm water,met een vierde gedeelte azyn , daar

verzagtende kruiden in gekookt zyn, 't welk in den

pot van 't koffertje of 'tftilletje, gegoten word;

en na de ontlasting, eer dat men, het geen uitgezakt

en gezwollen is, met den vinger voorzigtig

en zonder geweld terug drukt, ene zalf,

daar men het gezwel mede beftrykt, en die of

uit enkel lynölie, of vet van gerookt rundervleesch,

of zo als ik aanftonds befchryven zal,

bereid kan worden; en eindelyk, na dat het

gezwollene op de best mooglyke wyze terug gebragt

is, ene zetpil ter dikte van een vinger,

van het uitgefneden merg van een meloen, of

van ene zeer rype kauwoerde,in den endeldarm

geftoken; of ene pap daar van uitwendig aangelegd.

Deze laatfte regels moet men altoos

onder , en na den afgang , in acht nemen :

voor het overige moet men enen Geneesheer

raadplegen, om het ongemak grondig te

genezen.

Tot ene zalf neemt men, of die van het vlas-,

kruid


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 211

kruid (unguentum de linaria) alleen , of men

mengt onder twe lood van dezelve een dragme

uitgeperften olie van bilzenkruid, een half dragme

loodzuiker, en een dragme kamfergeest. (b)

Als het gezwel zig niet na binnen wil laten

drukken, dan moet men geftadig op de ene zyde

liggen, en linne omflagen met warm water,

of met water daar verzagtende kruiden in gekookt

zyn , bevogtigd , of versch geftotene

vlierbladeren dik 'er overgeftreken, of de pap

van een appel in roden wyn gekookt, zo lang

'er op leggen, tot dat de ontfteking en de zwelling

verdeeld zyn.

De onpynlyke bloedblaren worden opengefneden

(c), en met eijerölie genezen.

HeC

(6) DODONABUS heeft ene ondraaglyke pyn, en ene

hevige ontfteking van blinde aambeijen, door het inbrengen

van een once olie van violen in den endeldarm, en

het herhaald aanleggen van denzelven, genezen. Obfervat.

medicinal. exempl. rar. Cap. L. De boter van

wasch is volgens H. BOERHAAVE, Elementacbemiae, Tom.

II. Proc. XXXVI. een uitftekend middel om de pyn der

blinde aambeijen te Rillen. HARRIS pryst dc

tinótuur van myrrhe , om de zwelling der blinde aambeijen

te verdryven. Obfervat. chirurg, p. 139. Z. J.

STRAND BERG wil dat men ene zalf uit het extraö en

den olie van bilzenkruid tegen de pyn der blinde aambeijen

zal gebruiken. Tor ditzelfde einde heeft de Hr.

ROZEN VAN ROZENSTEIN ene pomadeaangeprezen,

die op het artykel van gefprongene lippen te vinden is.

(O De blinde aambeijen kan men met het zap van verkensbrood,

Qjuccus cyclaminis') openen, volgens ORIBA-

SIUS, AETIUS, en anderen. Mèn kan dezelven ook

met vygebladeren vryven , en beleggen ; of tot hetzelfde

einde inwendig aloè laten gebruiken. HARTMAN»,

Prax. cbymiatr. Velen pryzenvolgens SCHENCK,

Obfervation. medicinal. Lib. III. de blinde aambeijen door

het aanzetten van bloedzuigers te ontlasten.

O 2


214 ALPHABETISCHE VERHANDELING

Het onverdraaglyk jeuken aan den endeldarm

word het best verzagt, als men denzelven wat

dikwyls met koud water afwascht, daar men ook

een weinig azyn onder kan mengen.

A A M B O R S T I G H E I D .

5- 107.

Van verkoudheid en fcherpte, zo als de gewoonlyke

aamborftigheid in de herfst, word

op dezelfde wyze, als de hoest van gelyken

aart, §. 116. behandeld, uitgezonderd dat men

hier den honingazyn van zeeajuin in de dranken;

en onder het water, daar men den damp

van inademt, de helft azyn doet, of den azyndamp

alleen inademt. Blaartrekkende pleisters

aan de kuiten, zyn by alle zoorten van aamborstigheid

, als zy wat lang duren, na de

aderlatingen en ontlastingen, dienstig. Qd)

Door

(


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 213

Door vergiftige dampen. Zie §. 75—89.

Door overlading van de maag. Zie §. 44.

Door öpfpanning van winden. Zie §. 130.

Door nauwe klederen. Zie §. 103.

Door volbloedigheid en verhitting, word

op gelyke wyze, als de nagtmerrie uit dezelfde

oorzaak, behandeld, §. 126. Zie ook §. 95.

N. 3.

Door toorn, of fchrik. Zie §. 97.

Door dingen, die by ongeluk worden doorgeflikt.

Zie §. 94.

Door onmatig bloeden. Zie §. 98.

De aamborftigheid, die langzaam uit velerlei

oorzaken, en in andere ziekten ontftaat,

behoort niet tot dit artykel.

BE.

van den koortsbast verdreven, ABa phyjico-medica. Tom.

VIII. p. 409. BURLET heeft de aamborftigheid

door het kalkwater genezen, VAN SWIETEN, Commem

tar. ad. apbor. boerb. Tom. II. p. 130. De Hr.

M . AKENSIDE verheft zeer het gebruik van den braakwortel.

Medical Transaüions, vol.I.p.g^. De Genees-,

heer J. M I L I A E , Obfervations on the astbma, heeft de

afa foetida en de kamfer in de aamborftigheid nuttig bevonden.

MERCURIALÏS, Tom. II. Conf. med. I.

raad een cauterium op den arm te zetten, en de verzwering

enigen tyd open te houden. REGA, de confenfu

part. C. H. als mede BAGLIVUS, Lib. II. de astbmate,

cn vele anderen, zyn voor de aderlating. De fontanellen,

volgens M E AD, Monila & praecepta medic. Cap. de

asthm. even als de blaartrekkende pleisters, inzonderheid

als de laatstgemelde naar den raad van den Hr. F. C. ME­

DICUS, Sammlung von Beobacbtungeti. pag. 532. op de

borst geplaatst worden, kunnen ook van dienst zyn.

O 3


2f4 ALPHABETISCHE VERHANDELING

B E R O E R T E .

§. 108.

Door vergiftige dampen en uitwaasferaingen.

Zie §. 83. enz.

Door overlading met fpyzen. Zie §. 40.

Door dronkenfchap. Zie §. 53.

Door hartstogten. Zie g. 97.

De beroerte in geflikte, gewurgde, verhangcne,

verdronkene perzonen, of die aan 't

hoofd gekwetst zyn, word op dezelfde wyze,

als de bloedige beroerte, behandeld, zo nogthans,

dat de overige hulpmiddelen voor zodanige

lieden ook te gelyk in 't werk gefteld

moeten worden.

1. De bloedige beroerte (e) word daardoor

van

CO Zeer nuttig en hoogstnoodzaaklyk is de onderfcheiding,

die de Schryvers omtrent de plaatslyke of ftoflyke

oorzaken der beroerten, die zonder uitwendig geweld ontftaan,

naar de verfcheidenheid der temperamenten , in bloedige,

flymerige, weiagtige, enz. gemaakt hebben, indien

dezelven alleenlyk in acht genomen worden, in de voorbehoedende

geneeswyze, en in die, welke men, nadat

de aanval en de hevigheid der ziekte voorby zyn, moet

in 't werk ftellen. 't Is immers buiten alle tegenfpraak,

dat men in die twe bepaalde tyds omftandigheden, in lyders

van verfchillende temperamenten en lichaams gefteltenisfen

, ook ene geheel verfchillende geneeswyze moet

aanwenden. Doch daar uit fchynt men geenzins op ta

kunnen maken, zo als men doorgaans zeer zorgvuldig

heeft gedaan , dat men by den aanval , en gedurende

deszelfs hevigheid , dezelfde onderfcheiding, en dus in

verfchillende temperamenten tegen elkander overgehelde

geneeswyzen, hebbe gade te flaan. Indien men de waarnemingen

van zodanigen , die aan ene beroerte geftorven,

en welker lichamen vervolgens geopend zyn, raadpleegt,

't welk hier zeker de veiligfle weg is, om een praktikalen


DER SCHIELYEE ZlEKTEN. 215

van de andere onderfcheiden, dat de gevoelloze

en als in een diepen flaap liggende lyder, tekens

van

len regel uit af te leiden ; dan blykt duidlyk, dat in verre

de meeste gevallen , ene drukkende oorzaak in enig gedeelte

der hersfenen plaats heeft, 't zy dan dat de bloedvaten,

of die der dunnere vogten, onmatig uitgezet en

tegennatuurlyk verwyd zyn , of dat 'er door het berften

van een der vaten, of anderzins, enig vogt buiten de vaten

is uitgeftort. Zie THEOPH. BONETI Sepulcbret. anatcmicum.

En J. B. MORGAGNS, de fedibus 6P caufis

morborum, tfc.'Epist. II. III. IV. &? V. Kan men nu die

drukking, al word dezelve door geen bloed, maar door

wei of enig ander vogt veroorzaakt, op ene andere wyze

met vrugt te keer gaan, als door het vaatgeftel te ontfpannen

en den aandrang der vogten na de hersfenen,

door aderlatingen en afleidende middelen, te verminderen

? De uitgezette vaten worden daardoor van hun overwigt

van bloed , of andere vogten , ontlast, en in de

mooglykheid gefteld om zig tot hunne vorige uitgebreidheid

te bepalen; het misfehien nog dreigend gevaar van

te berften word weggenomen; de vogten worden minder

uit de grotere in de kleinere vaten, en door de dan min

openftaande mondjes ook minder buiten dezelven uitgedrongen

; de reeds uitgeperfte vogten , (naamlyk als 't ene

geringe hoeveelheid is, gelyk MORGAGNE aanmerkt,

doch geenzins in een waterzugt der hersfenen) kunnen

door de ontfpanne vaten beter worden opgenomen; en

eindelyk de verftopping, ontfteking, prikkeling, toetrekking

der vaten, of wat 'er meer mede gepaard gaat, of

vooraf plaats mag hebben, geeft de Geneeskunde geen

kragtdadiger middelen voor aan de hand.

Onder de oude en latere Sehryvers zyn velen reeds van

dit gevoelen geweest. Dus zegt PAULUSAEGINETA,

Lib. III. Cap. XVIII. over de flymerige beroerte uitdruklyk

handelende: „ Dat dezelve noit, of zeldzaam

genezen word." En vervolgens: „ Doch den zodani-

,, gen, die enigermate geneeslyk zyn, moet aanftonds

„ ene ader geopend worden, en indien zy enige verligting

hebben, moet men door ene herhaalde aderlating

„ bloed aftappen." En ARE TAK us CA PP AD. de CUratione

acutnr. morbor. Lib. I. Cap. IV. zegt: ,, Even als

„ de beroerte ene hevige ziekte is, zo is de bloedlating

o o k

O 4 »»


aiö ALPHABETISCHE VERHANDELING

van volbloedigheid, verhitting des bloeds, of

van ontfteking heeft, naamlyk dat zyn aangezigt

ook in der daad een groot en geknikt middel voor de-

„ zelve, indien men minder aftapt dan de oor-

„ zaak verè'ischt, dan zal men waarlyk niets groots door

„ dit groot hulpmiddel te weeg brengen, om dat de oor-

,, zaak niet word weggenomen." AETIUS, 7ejrabibl.

II. Serm. II. Cap. XXVII. na dat hy verfcheide

middelen heeft aangeraden , zegt hy van de flymerige

beroerte: „ Als dit verrigt is, moet men ene ader openen

, na dat men te voren het gevaar heeft te kennen

„ gegeven , en als ze niet fchaad, moet men dezelve

„ herhalen." A. C. CELSUS, de re medica Lib. UI.

Cap. XXVII. zegt omtrent de aderlating in de beroerte,

zonder enig zoort van beroerte te bepalen: „ Andere ge-

„ neesmiddelen hebben byna noit de gezondheid herteld,

„ dikwyls tellen zy den dood maar uit, en maken het

„ leven zorglyk. Indien de lyder na de bloedlating

met by zig zeiven komt, en zig beweegt, dan is 'er

„ geen hoop meer over." R. DODONAEUS, Objervat.

medicinal, in Scbalio ad Cap. VIII. „ Niets is

», raadzamer in deze ziekte (van de beroerte fprekende)

„ dan aanftonds bloed te laten, al was zelfs de lyder van

», een koud temperament, en de oorzaak der ziekte fly-

„ merig, als het de kragten maar toelaten. De hersfe-

„ nen kunnen immers niet fchielyker van de overtollige

vogten ontlast worden , dan door het aftappen van

„ bloed; en de vogten, die de hersfenen bezetten, zyn

„ nietzonderdat'erbloedondergemengdis." H . N Y M -

MANNUS, de apoplexia, Cap. XXXIX. „ In alle zoor-

„ ten van beroerte moet men aanftonds aderlaten, dewyl

„ in deze zeer gevaarlyke ziekte alle hoop van herftelling

„ in ene fpoedige onttrekking en afleiding van de ftof

„ uit het hoofd gelegen is, en 'er niet een enig hulpmid-

,, del is , dat de vogten zo fchielyk en vaardig van de

„ hersfenen kan afleiden, en na elders voeren, als de

,, aderlating, daarom fchatten wy dezelve in de gene-

„ zing boven alle andere middelen, en wy tellen vast,

„ dat zy byna in alle menfchen, het zy dan dat 'er ene

„ volbloedigheid plaats heeft of niet, te pas komt. Ook

„ getuigt de zaak zelve , dat zeer velen, die beroerd

n waren, alleen door 't aderlaten herteld en volkomen.


DER SCHIELYKE ZlEKTEtf. 21?

zigt in den beginne rood opgezet is, dat de aderen

aan het hoofd en aan den hals opgezwollen

fchynen te zyn, dat hy een volle pols en gezwollene

keel heeft, heet is, en met den adem

fterk ronkt.

Men moet eerst ene ader op den arm en aan

den hals openen, zo als §. 74. N. 6. geleerd is,

na dat men den lyder in de koele lugt gebragt,

en

„ genezen zyn." J. B. MORGAGNÈ, na dat hy het

gevoelen van zommige roemrugtige Geneeskundigen, die

de aderlating in de vveiagtïge beroerte zo fchaadlyk achten,

als dezelve in de bloedige nuttig en nodig is, volkomen

heeft tragten te ontzenuwen, geeft de waarneming

op van enen priester , die hy door ene herhaalde

aderlating, en andere nodige middelen, van ene weia'gtige

beroerte heeft genezen , daar byvoegende, dat hy

zulks mede in andere gevallen met een gelyk gevolg gedaan

had, en in vele andere lyders, daar hy de geneeskundige

gefchiedenis vervolgens van mededeelt, zou hebben

in 't werk gefield, indien hy 'er by geroepen was,

of de verrasfende ziekte 'er tyd toe had gegeven. De Sed.

cauf. morb. Epist. IV. Art. 14. £f IS.

Met regt fchynt men derhalve hier uit te mogen beduiten

, dat de indicatie in alle de gemelde verfchillende

zoorten van beroerte, by den aanval derzelven, dezelfde

is; dat de aderlating in alle beroerten, als het eerfte en

voorname middel moet worden aangemerkt, dat aanftonds

zyne werking doet, en daar men het meeste heil voor

den lyder van kan verwagten ; dat men dezelve alleenlyk ,

zo als in de hevigfte ontftekingziekten, naar de omftandigheden,

ten aanzien van de hoeveelheid en van de herhalingen

, moet bepalen; en dat men te gelyk van alle

andere ontlastende en afleidende middelen, die de vogten

verminderen , en den omloop derzelven in vryheid ftel-

]en , indien zy maar geen al te fterke beweging in het

lichaam verwekken, als min kragtige hulpmiddelen, die

veelal langzaam werken, gebruik kan maken. Ene optelling

van dezen vind men by K. BOER HA AVE, de cogn.

£


si8 ALPHABETISCHE VERHANDELING

en alle klederen en bindzels los gemaakt heeft,

volgens §. 74. N. 1. en 2. Dan moet 'er alle

drie uren een klysteer van verzagtende kruiden,

inet zout en olie gezet worden. Als hy flikken

kan, dan geeft men hem veel water te drinken,

daar in ieder pond een dragme falpeter ontbonden

is, of wei door veel room van wynfteen

gefcheiden,of den tamarindendrank §. 95. N. y.

met drie lood manna en een dragme falpeter

daar in ontbonden, of limonade, of water

met honingazyn. Daarenboven moet hy zo

liggen als of hy zat, met het blote hoofd regt

op, en met neerhangende benen, die boven de

knieën met brede kniebanden bewonden moeten

worden; over 't geheel moet hy niet warm

gedekt zyn , en zonder beweging of vryving

blyven, ook moet men hem geen reukgeesten,

of niesmiddelen , of andere opwekkende middelen

aanbieden. Hy moet nog wyn, nog hete artzenyen

hebben, en in plaats van blaartrekkende

pleisters is het genoeg, dat men hem een

mostertdeeg aan de voeten en kuiten legt. Als

de lyder door het aanhoudend en herhaald gebruik

van deze middelen wel wederom by zyne

zinnen komt, maar lam blyft, dan is hier* de

kuur der verlamming niet dienstig, die §. 135.

word aangeraden; maar men laat den lyder enkel

fpyzen uit het plantenryk, water met honing

zoet gemaakt voor den daaglykfchen

drank, en verkoelende artzenyën en buikzuiverende

middelen, als in de beroerte zelve, gebruiken;

men opent hem zomtyds ene ader, en

men bezigt nu en dan de hulpmiddelen, diebyde

hoofdpyn uit volbloedigheid dienftig zyn §.117.

als men niet zonder uitwendige middelen te

vre-


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 219

vrede is. Aan de lamme leden zeiven is niets

anders te doen, als dat men ze zuiver houd, en

voor koude en kwetzing behoed.

2. Beroerten, die met geen tekens van volbloedigheid,

of verhitting, gepaard gaan, in

lieden van een opgezet, gezwollen, koud,

phlegmatiek lichaams geitel, daar de pols niet

vol of hard, maar eer zwak en klein, het aangezigt

niet rood, maar bleek en koud, en de

ademhaling niet merklyk belet is, en daar ene

geringe braking van zelfs plaats heeft, vorderen

, na ene matige aderlating, die zomtyds geheel

kan nagelaten worden, fterke buikzuiveringen,

om den derden dag, van twe lood engelsen

zout, of uit jalappe , fenebladeren en

room van wynfteen, van elk dertig grein onder

malkanderen.gemengd; twemaal daags klysteren

met veel zout, of enige loden witte zeep, zonder

olie; voor een drank het aftrekzei van melisfe,

en als de lyder ene neiging tot zweten

heeft, een aftrekzei van den gezegenden distel,

om hem enige dagen in 't zweten te doen aanhouden

, waar door dikwyls de verlammingen,

die dezelve nalaat, in negen dagen weder overgaan.

Ook moet men zulke lieden blaartrekkende

pleisters aan de kuiten leggen; zy kunnen

de fterkruikende geesten, die egter zo fterk

niet moeten zyn, dat ze het niezen verwekken

, het waschen met water en wyn, en een

verfterkenden eetregel, zeer wel verdragen.

3. Indien 'er ene beroerte ontftaat, door het

ophouden van eertyds gewone ontlastingen ,

van welken aart die ook mogen zyn; dan moet

men dezelven wederom tragten te verwekken,

of ze ten minste door een fontanel in derzelver

plaats


a2o ALPHABETISCHE VERHANDELING

plaats vergoeden. Beroerten, welken in lieden

ontftaan, die al te vet zyn, worden zeldzaam

genezen. Men fchikt zig in de behandeling naar

de kentekens, waardoor de bloedige beroerte

van die van N. 2. word onderlcheiden. De

zoorten, die in 't begin van deze §. zyn bygebragt

, kunnen gemaklyk door de aanleidende

oorzaken onderkend worden; doch alle de overige

zoorten, die uit inwendige oorzaken ontftaan

, vorderen het onderfcbeidend vermogen

van een kundig en ervaren man, en zyn

dus niet voor deze verhandeling gefchikt.

BEVROZENE LEDEN. Zie §. 93.

B L I N D H E I D . Zie Oogziekten.

B L O E D B R A K E N ,

BLOEDSPUWEN UIT DE LONG,

B L O E D S T O R T I N G .

Over deze drie laatfte artykels kan men nazien,

't geen boven gezegd is, op §. 98. N. 1

en 5. 5- 89. N. 5.

S

'

B R A K E N , (ƒ)

5- 109.

Door vergiften. Zie de geneeswyze der vergiften.

Door

(ƒ) Om het hevig braken tegen te gaan, als de ftoiTen

uit de maag ontlast zyn, kan men van het beroemd middel


DER SCHIELYKE ZlEKTEtf. 22Ï

Door overlading. Zie §. 49.

Over het al te fterk braken door braakmiddelen.

Zie §. 2j.

By

del van LAZARUS RIVERIUS Prax. medic. Lib. IV.

Cap. VII. gebruik maken, als men een fcrupel zout van

alzem en een lepel vol limoenzap onder malkander mengt,

en aanftonds inneemt; of van een teug koud water, of

vrange wyn, volgens C E LS U S , Lib. I. Cap. 3. of ingelegde

queè'n met ouden wyn, of gelei van granaatappelen

met het zap van kruis en munt, naar het voorfchrift

van ALSAHARAVIUS, Lib. tbeoret. £? praü. fol. 72.

Of fchyfjes van citroenen in zuiker gelegd, volgens B o E R-

HAAVE, Mat. med. jeü. 644. De Hoogleeraar

DE H A EN heeft de braking in het fchilderskolyk, door

het gebruik van fpaanfche zeep en kreefrögcn, en in ene

verzwakking door pynftillende middelen volgens den raad

van HIPPOCRATES en SYDENHAM, doen ophouden,

Rat. medendi in nofocom. vol. III. pag. 162. &f 169.

Dr. W I L L I A M WATSON heeft de allerhardnekkiglte

brakingen, die velerlei andere middelen te loor (lelden,

door het veelvuldig gebruik van witte magnelia, tot een

dragme in twe oneen vleeschnat, enige reizen daags ingegeven

, genezen, Medical obfervations and inquiries hy a

Society of Pbyficians in London. vol. III. pag. 335. Toe

dit einde moet men zig van goede magnefia bedienen. Men

vervaardigt dezelve op verfcheidene plaatzen naar de

voorfchriften van H O F M A N , B L A C K , SCHLOSSER,

enz. De beste magnefia word in Engeland bereid, daar

THOM. HBNRY d"e befchryving van meent gegeven te

hebben in de Medical 'Jranfatlions, vol. II. pag. 226.

De Hr. J. SILVESTER heeft ene braking, die meer

dan vier maanden geduurd had,op ene zonderlinge wyze

genezen. De lyderes dronk op een tyd, datzy, door't

gebruik van kwikmiddelen , fterk ku'ylde, fchielyk een

teug koude rode wyn ,'t welk de kwyling aanftonds deed

ophouden , en ene pyn in 't hartekuiltje veroorzaakte.

Alles wat zy na 't verloop van enige dagen doorzwelgde

braakte zy terflond weder uit; men was van de vorige

kwyling en de fchielyke ftuiting derzelve onbewust, en

beproefde dus allerlei middelen vrugteloos; men onderhield

haar leven door voedende klystercn, die daaglyks

gezet wierden. Zy openbaarde eindclyk haar vorig geval,

Men


222 ALPHABETISCHE VERHANDELING

By het kolyk en verftopping van den afgang,

vordert het de geneeswyze dezer ziekten.

Door walging. Zie Walging.

By den galagtigen buikloop. Zie g. 30. N. 2.

Na ergernis en toorn. Zie §. 97.

B R E U K E N .

5. HO.

De breuken vorderen twe dingen, naamlyk,

dat men ze in tyds, door een gefchikte handgreep,

na binnen brengt, en dat men de plaats

door drukking bezorgt, op dat de breuk niet

weder zou kunnen uitzakken. By navelbreuken

in kinderen kan ene baker alles wel alleen verrigten,

zo als H0FMAN het voorfchryft. Men

brengt de breuk voorzigtig met den vinger terug;

vervolgens rolt men ene fterk klevende

pleister als een puntig kusfentje, of in de gedaante

van een ftompen kegel, en bind die met

een zwagtel om het lyf. Dit verband moet agt

of veertien dagen blyven leggen. Tot de overige

breuken zyn bekwamer handen nodig. Men

is doorgaans ten aanzien van deze ongemakken

der kinderen zeer nalatig; fchoon 'er de gevolgen

Men befloot haar door vryvingen van kwikzalven wederom

aan 't kwylen te helpen, 't welk in vier dagen volgde,

de pyn verminderde, en haar in ftaat ftelde om eerst zagte,

en vervolgens allerlei gewone voedzels, zonder ongemak

of braking, te gebruiken. De kwyling wierd ruim

veertien dagen aangehouden, en langzamerhand verminderd,

waar door de lyderes volkomen herfielde. Medical

Obferv. and inguiries by a Soc. of l J

byf. in Lond. vol. III.


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 223

gen zo gevaarlyk van zyn. Men behoorde den

navelband niet te vroeg af te nemen, de kinderen

niet te hard te laten fchreeuwen , en zorg te

dragen, dat ze op de armen niet overflaan, of

aan den leiband met de voeten uitglyden. Men

moest de hardlyvigheid en de opfpanningen van

den buik niet lang laten duren. Zo dra als men

een breuk befpeurt, moet men dezelve terug

drukken, en aanftonds voor een breukband zorgen;

en als de breuk verhard is, dezelve met

een blaas met melk, daar kamil- en vlierbloemen

in gekookt zyn, tragten te verzagten, om

dezelve in te brengen; of men moest liever ten

eerfte hulp zoeken. ,

Als de uitgezakte breuk verhard , heet en

ontftoken is, dan moet men fchielyk een ftreng

ruw garen , of twe handen vol ruwe wol in

melk koken, 'er op leggen, en zo dikwyls als

het koud word weder in warme melk dopen ,

en aanleggen, waar mede men geftadig voort

moet gaan, tot dat de breuk zo week is, dat

dezelve ingebragt kan worden. Men zet te

gelyk een klysteer van melk met lynzaad gekookt,

of van olyfölie, of lynölie alleen, en

als die wederom ontlast is, zet men het kind

ene zetpil, die de° Apotheker uit zout, honing,

en aloë moet bereiden. Indien men te

voren, eer men de zetpil gebruikt, den tabaksrook

in den endeldarm van 't kind laat blazen,

dan zal de werking misfchien nog fterker zyn.

Als de breuk door dit alles in zes of agt uren

niet na binnen geraakt, dan herhaalt men de

klysteer, en.zet vervolgens weder ene zetpil,

terwyl de omflagen van melk geftadig voortgezet

moeten worden. Wanneer de breuk zeer

ver-


*24 ALPHAEETISCHE VERHANDELING

verhit is, en het kind in ene doorgaande hitte

ligt, dan moet 'er ene ader geopend, en dezelfde

geneeswyze aangehouden worden. Zomtyds

is het braken in dit geval van dienst. Boter

in lauw bier gedronken, en ene olieagtige

veder in de keel geftoken, kunnen zulks bevorderen

, doch het moet in 't eerfte begin gefchieden.

Als de breuk reeds lang bekneld

geweest, en zeer verhit is, dan volgt het braken

van zelfs, maar doet geen dienst, (g)

B U I K L O O P .

§• in.

Een buikloop, die door fcherpe vergiften,

en al te fterke buikzuiverende middelen veroorzaakt

is, word volgens het voorfchrift§. 25.

be-

(g) 't Geen de Schryver hier omtrent de breuken opgeeft,

is in 't algemeen niet kwaad in zodanige gevallen

, daar alles zig van zelfs ten goede fchikt. Doch zo

dra als dezelven met enig toeval gepaard gaan, moet een

ieder, die zyn leven en gezondheid lief heeft, aanftonds

tot een ervaren Heelmeester zyne toevlugt nemen. De

kundigfte hand, die van alle nuttige vindingen ten dezen

aanzien gebruik weet te maken, fchiet nog zeer dikwyls

in kundigheden verre te kort, om het leven van den lyder

in veiligheid te iiellen. — Over de natuur en de behandeling

van dit ongemak , die niet gevoeglyk in dit

kort beftek zyn voor te dragen, kan men onder anderen

breder nazien: Z. VOGEL Abhandlung von allen Arten

der Brücbe. J. G. GUNZII, Libellus de berniis.

LAURENT. HEISTERI, Inftitutiones cbirurgicae. A.

DE H A E N Ratio medendi in nofocom. P. P OTT,

Treatije on reptures. Doch vooral de fraye verhandelingen

, over dit onderwerp, van de voornaamfte franfche

Heelmeesters, in de Mémoires de V'Academie royale de chirurgie,

enz.


DER SCHIÉLYKE ZlEKTENT. 225

behandeld. Over den galagtigen buikloop, zie

§. 3°- N. 2.

Indien hy met een kolyk gepaard gaat, dan is

de kuur voor dit zoort van kolyk in dit geval

voldoende. Zie kolyk , by voorbeeld uit

overlading, verkoeling, enz.

Als de buikloop uit ene bedorvene maag

ontflaat, dan moet men de geneeswyze volgens

§. 50. inrigten, en tot een buikzuiverend middel

de rhabarber verkiezen. Als door deze

geneeswyze, enige dagen voortgezet, het onderlyf

behoorlyk gezuiverd is, en de buikloop

egter nog fteeds aanhoud, dan is het eerst tyd

om denzelven te fluiten, doch niet eer. Men

kan hem het veiligfte floppen, door een half

dragme koortsbast, alle twe uren meteen half

kopje vol kruisenmuntwater ingenomen , of

door het aftrekzei van kamilbloemen, of van

geroosterde rys; zo ook door nootmuskaat met

roden wyn, het poeder van den bast der granaatappelen

tot een theelepel vol , het kalkwater

tot twe fpyslepcls vol om de twe uren ,

enz. gebruikt, (b)

De persfing tot den afgang (tenesmus') word

door klysteren van kaasjesbladeren in water

ge-

(b) De Hoogleeraar GAUBIUS heefteen middel tegen

verfcheidene zoorten van buikloop aangeraden, onder

den naam van Rais di yuan Lopez, of radix Lopeziana,

daar Hy voortreflyke werkingen van opgeefr. Men'vreef

dezen wortel met wat rozewater op3 een marmeren

ftcen , en liet van deze pap een klein lepeltje vol alle

vier uren innemen. De Rotterdamfche Geneesheer S. DE

MONCHY heeft, op aanrading van Dr. PRINGLE, den

wortel Calomba tot hetzelfde einde met voordeel laten

gebruiken. Zie H. D. GAÜBH Adverfariorum varii argummi,

Lib. L

P


226* ALPHABETTSCHË VERHANDELING

gekookt, daar te gelyk twe lood gom dragant

in verkookt is, of ook wel door de uit en inwendige

middelen der blinde aambeijen, verzagt.

B U I K P Y N. Zie Kolyk.

D O L H E I D .

Over de fchielyke dolheid door vergiften ,

zie §. 58. 59. 25, 18. en elders.

DRONKENSCHAP. Zie §. 53.

D U I Z E L I N G .

De duizeling heeft dezelfde veelvuldige oorzaken

als de flauwte , en word ook in ieder

geval op dezelfde wyze behandeld. Zie §. 112.

F L A U W T E .

5. 112.

De flauwten, als zy hevig zyn,gaan met een

verlies van gewaarwordingen van bewustheid,

ene zwakke en zelfs onmerkbare pols, een aangezigt

dat de gedaante van een lyk heeft, en

met koude der leden, gepaard.

Door magteloosheid na afmatting. Zie §. 95.

Door 't bloeden. Zie §. 98. N. 6.

Door ene verwekte volbloedigheid, het zy

doorhitte, of afmatting, koffy, wyn , brandewyn

, hete vertrekken , veel warmen drank, enz,

dan is het aangezigt rood en opgezet. Zulk enen

word niet anders als wynazyn gegeven, om aan

te


DER SCHIELYKE ZlEltTEW. 227

te ruiken, en het aangezigt mede te waschen ,

ook geeft men hem dien met water gemengd'te

drinken; men maakt hem alle bindzels en klederen

los, en als hy in een kwartier uurs niet by

zig zeiven komt, dan opent men hem ene ader

op den arm , men zet hem ene klysteer van

wei , .en men geeft hem zomtyds een kopje

thee , of aftrekzei van vlierbloemen , met honingazyn

zoet gemaakt.

Door 't aderlaten. Zie §. 98. N. 7.

Door overlading met fpyzen. Zie g. 41. en

met dranken g. 52. en 53.

Door wormen. Zie §. 4r.

Door vergiften , vordert de kuur dier vergiften.

Door fchrik en aandoening, dan moet men

den reuk van azyn, warme limonade, een goeden

theelepel van den mineralen geest van

HOFMAN, met een vierde gedeelte van de tinctuur

van brandfteen gemengd, in een aftrekzei

van melisfe, gebruiken , en een verzagtend

klysteer zetten. Als dezelve door wellustige

buitenfporigheden veroorzaakt word , handelt

men volgens §. 97. N. H.

Door verzwakking van de zenuwen, of van

de maag , door vasten en gebrek lyden. Dit

zyn eigenlyk de flauwten, daar vrouwen, die

vapeurs, dat is al te beweeglyke zenuwen, hebben,

zo zeer aan onderhevig zyn. Ene lage

legging, de reuk van ftinkende dingen, zo als

van verbrande vederen, leder, papier, enz. de

frisfe lugt, het befprengen met water, en dergelyken,

zyn in dit geval gefchikte opwekkende

middelen. Doch de eigenlyke geneeswyze kan

men uit §. 97. N. A. afleiden.

P 2 Door


228 ALPHABETISCHE VERHANDELING

,Door enge klederen.- Zie g. 103.

Door bedwelmende dampen. Zie §. 79. enz.

H A R D L Y V I G H E I D.

§• 113.

In ene hardnekkige hardlyvigheid moet men

veel verzagtende klysteren zetten, den tamarindedrank

g. 95. N. 5. innemen , verzagtende

omflagen over den buik leggen, een lood fenebladeren

in een fterk uitgeperst foepje van korenten,

of pruimen drinken, en alle half uur

een half dragme room van wynfteen , of zo veel

falpeter als op een kleine punt van een mes kan

liggen, met een weinig meer vitrioolwynfteen

(tartarus vitriolatus) gemengd, tusfchen beide gebruiken

; men moet zig van. geen hevige of verhittende

buikzuiverende middelen bedienen, en

als de verftopping door bovengemelde middelen

niet overwonnen word, een Geneesheer te

hulp nemen , dewyl de lyder anderzins groot

gevaar loopt. Indien men geen Artz bekomen

kan, dan beproeve men klysteren van tabaksrook,

men giete den lyder koud water over de

blote benen, en laat hem de voeten op koude

ftenen zetten. Indien hy volbloedig, of verhit

is, dan is hem ene aderlating op den voet

dienftig. (2)

HART-

(i) Voor een zagt buikzuiverend middel, dat in allerlei

gevallen veilig mag gebezigd worden, kan men van de

witte magnefia gebruik maken. Kinderen geeft men dezelve

van vyf tot tien grein in wat melk; volwasfenen

kunnen van een half dragme tot een half once als een

poeder, of in wat Syrop de Capillaire gemengd, innemen.

H. J. N. CRANTZ Mat. inedic. P. II. pag. 103.


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 229

H A R T K L O P P I N G .

5- H4.

Die door vergiften ontftaat, vordert de geneeswyze

derzelven.

Door fterke beweging en verhitting, word

volgens Ij. 95. behandeld.

Door overlading der maag. Zie §. 45.

Door ene zwakke fpysvertering , en door

winden, die zig zeiven ontdekken, word eerst

door tien of twintig droppels geest van hertshoorn

, in een lepel vol Wyn, of door een lepel

vol limoenzap, of door klysteren van water

en azyn , verdreven; doch vervolgens moet

men 's morgens en 's avonds een dragme poeder

van oranjebladeren, of geneesmiddelen uit den

koortsbast, yzer, en bittere dingen, gebruiken,

en veel lichaams beweging maken, om de maag

te verilerken. §. 97. N. A.

Door fchrik, toorn, vrees; enz. Zie §. 97.

Door ene prikkeling van 't hart, die moet

op dezelfde wyze, als die na ene fterke.beweging,

gematigd worden.

Door volbloedigheid, word even als de nagtmérrie,

van zoortgelyke oorzaak, tegengegaan.

Zie §. 126.

Door koffy en verhittende dranken, word

door het mengzel § 95. N. 2. veel koud water,

en citroenzap, verdreven.

H I K.

§. 115.

De hik is een fchielyke en dikwyls herhaalde

P 3 kramp-


230 ALPHABETISCHE VERHANDELING

kramptrekkende beweging van den flokdarm ,

die uit velerlei oorzaken ontftaat. De gewoonlykfte

hulpmiddelen (fc), die veilig beproefd

kunnen worden , zyn het inhouden van den

adem , of het langzaam aanhoudend drinken,

tot hetzelfde einde; een gemaakte* fchrik, of

verwagting, indien men , by voorbeeld, de duimen

op beide de polfen der handen vast drukt,

en den pcrzoon gebied te hikken, dan kan

hy 't dikwyls niet meer doen; het dikwyls

ruiken aan den geest van melisfen, of eau de

carmes; enige droppels van den mineralen geest

van HOFMAN met wateringenomen; de olie

van kamfer, of van demastik ,in hethartekuiltje

gevreven ; warme melk met theriak om het

lyf geflagen, enz. Zomtyds moet 'er ene ader

op den arm geopend worden (l), zomtyds is de

(IC

(k) Als iemand , die den hik heeft, aan 't niezen geraakt,

dan houd de hik op, zegt HIPPOCRATES, Aphorism.

13. Seiï. VI. En daarom raad CELSUS Lib. II.

Cap. 8. als mede AETIU^S Tetrabibl. III. Serm. I. Cap.

V. dat men in den hik het niezen zal verwekken; doch

dan moet 'er geen ontfteking plaats hebben , F. HOF-

MANN, Med. rat. Jyst. Tom. IV. P. UI. pag. 430.

(O H O F M A N Nvenhaalt het geval van een meisje van

15 jaar , dat de maandelykfche ontlastingen nog niet

had, 't welk anderhalf jaar lang, 'snagts, eerst eens in

de week, en daar na alle nagten, allerhevigst den hik

kreeg, maar over dag geheel vry was. Hy genas dit

ongemak voornaamlyk door de aderlating, ibid. pag. 438.

Het geval dat OLAUS BORRICHIUS meld, 'is niét

minder vreemd. Ene vryster van een gezond geftel,

die 34 jaar oud was, wierd jaarlyks op een gezette tyd

veertien dagen door een zeer hardnekkigen hik over-

Tallen, welke 'snagts ophield, en door geen artzenyè'fi

geneeslyk was. En fchoon zy zomtyds in gemelde veertien

dagen de maandelykfche veranderingen zonder enige

ver-


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 231

geneeswyze tegen de bedorvene maag noodzaaklyk.

Zie §. 50. Indien eindelyk de hik uit ene

byzondere aandoenlykheid der zenuwen ontftaat,

zo als in vele zware ziekten, -en by vrouwen,

die vapeurs hebben; dan vryft men een dragme

muskus met vier lood zuiker,men giet'er twintig

lood gekookt water, en agt lood fterk kaneelwater

by , en neemt daarvan zomtyds een

fpyslepel vol. (§. 97. N. A.)

H O E S T .

§. 116.

Een fchielyke hoest door verkoudheid, word

volgens §. 96. genezen.

Door fcherpe vergiftige dampen. Zie §.

75—89-

Door 't verflikken. Zie §. 94.

Door verhitting en fterke beweging. Zie %. 95.

Door overlading. Zie §. 44.

Bloedhoest. Zie $. 98. N. 3.

Door fcherpe zinkingftof, met heeschheid in

de keel, zo als de gewone herfst-, en winterhoest

is, daar tegen moet men gerftepap, of

havergortpap , het aftrekzei van kaasjesbladeren

, van den wortel van de althaea, van zoet-

. hout, of van violen, alleen , of by malkanderen

, met honingazyn, in plaats van zuiker,

zoet gemaakt; ter bevordering van den afgang

een lood fenebladeren in een fterke pruimeen

verligting had , wierd dezelve egter door ene ruime

aderlating op ( den arm genezen. Aüa mcdica pbilofopb.

Hafnienfia, arm. 1671. gf 1672. pag. 145-

P 4


13* ALPHABETTSCHE VERHANDELING

en korentefoep gekookt, alle drie dagen ; en

op de tusfchenkomende dagen, een aangenaam

middel uit zes lood olyfölie, vier lood fyroop

van. venushaïr , twe lood conferf van rozen,

cn een half dragme vitrioololie, omtrent alle

twe uren twe theelepels .vol, voor ene artzeny

gebruiken ; 's avonds zig in een lauw voetbad

zetten; de borst met een flanelle doek bedekken

; en dikwyls den damp van warm water,

of van de bovengemelde warme dranken, inademen.

Indien 'er hitte, zieding van het

bloed , of volbloedigheid mede gepaard gaat,

dan moet men aderlaten.

Den maaghoest geneest men door braakmiddelen

en buikzuiveringen. Men geeft een kind

van een jaar een kinderlcpel vol fyroop vinrhabarber

, en honingazyn van zeeajuin , tot

gelyke 'delen gemengd,daar een.grein braakwortel

onder geroerd is. Als ze ouder zyn, geeft

men hen drie grein van dezen wortel, in een

theelepel vol gevrevene zuiker met water, en

als dit in een half uur geen braking verwekt,

dan geeft men dezelfde artzeny voor de twede,

of ook wel, een half uur later , voor de derde

reis. Daar by word een klysteer van melk, of

water, met olie en zuiker voorgefchreven; en

deze kuur kan men, onder enen matigen eetregel,

enige dagen herhalen.' WALDSCHMIDT,

beweert,dat byna allerlei zoort vankinderhoest

uit de maag ontftaat. Dezelve word zomtyds

ongemeen hevig, en gaat met ftuiptrekkingen

gepaard, maar vordert nogthans altoos dezelfde

geneeswyze. Zomtyds is het by volbloedige

kinderen nodig ene ader te openen, 't wélk

SÏDENHAM boven alles verheft.

De


DER SCH1ELYKE ZlERTEN. 233

De andere zoorten van hoest, die langzaam

komen, uit andere ziekten ontftaan, of tot ene

gewoonte zyn geworden, behoren niet tot dit

artykeL

H O O F D P Y N.

S- 117.

Die uit volbloedigheid en zicding van het bloed

ontftaat, word even als de nagtmerrie uitzoortgelyke

oorzaak behandeld. Zie §. 126. Nogthans

kunnen hier de bloedzuigers aan de flapen

van het hoofd ook van byzonderen dienst zyn,

of men kan de ftrotader openen. Bovendien

kan men op het voorhoofd gezuurde broodkruimen

, met zout gemengd , en met azyn van rozen

vogtig gemaakt , en dikwyls versch daar

mede befprengd , en op den kruin en aan de

flapen van 't hoofd, en aan de ellebogen de

middelen gebruiken, die §. 104. zyn aangewezen.

Deze uitwendige middelen kunnen by de andere

zoorten van hoofdpyn ook gebruikt worden.

Hiertoe behoren ook het ruiken aan, en het

befprengen met den azyn van rozen, als mede

het affnyden van het hair, en het waschen van

hèt hoofd met koud water, of azynwater. (in)

Door overlading van de maag. Zie §. 47.

Door

(m) Iemand die byna alle maand ene woedende hoofdpyn

onderging, wierd daarvan, na dat men velerlei middelen

vrugtelóos had aangewend, gelukkig genezen,door

het leggen van neusdoeken om den hals, die in koud water

waren nat gemaakt, en die men telkens,als ze'warm

wierden, ververschte, tot dat de pyn ophield. AU. msd.

($ Pb. Haf mem. Vol. V. pag. 154.

P 5


234 ALPHABETTSCHE VERHANDELING

Door een roes. Zié §. 53. N. 11.

Door vergiften. Zie de genezing der vergiften.

Door bedwelmende dampen. Zie §. 79—8,5.

Door verzwakking van de zenuwen en v'an

de maag. Daar tegen is inzonderheid dienftig het

afgefchoren hoofd met koud water te waschen,

fyne, of andere vlugge, ruikende geesten (zie

§. 74. N. 12.) in de hand gegoten, tegen het

voorhoofd te houden; daaglyks een conferf tot

een theelepel vol te gébruiken, dat uit drie dragmen

poeder van den wortel van fpeerkruidfVtó.

yakrianaé) met fyroop van oranjeappelen bereid

is, en eindelyk, indien het nodig is, zestien

droppels van het laudanum liquidum met koud

water in te nemen, en vervolgens een klysteer

van verzagtende kruiden en azyn te laten zetten.

De reuk van de kamfer, of een lepel vol kamfermelk

inwendig gebruikt, en andere zenuw,

verfterkende middelen, zyn hier ook zeer nuttig.

Alle aandoenlyke lieden , inzonderheid

Dames die vapews hebben, en aan dit zoort van

hoofdpyn onderhevig zyn , moeten, om zig van

tyd tot tyd daar tegen te behoeden, de geneeswyze

tegen de aandoenlykheid gebruiken. Zie

§. 97- "N. 4.

Door verhitting en verkoeling. Zie g. 95. en 9.6".

Door zinkingen , die met een fnuf, hoest,

heeschheid, of kwade keel gepaard gaan, word

op dezelfde wyze als ene verkoudheid volgens

g. 96 N. 3. behandeld, daar men de bovengemelde

uitwendige middelen mede te hulp kan

nemen.

Door het prangen van den hals, door nauwe

klederen, enz. Zie g. 103.

JEUK-


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 235

J E U K T E.

§. 118.

Aan den endeldarm, door de blinde aambeijen.

Zie §. 106.

Door kleinen uitflag op de huid , of door

fcherpte van het zweet, die word verzagt, als

men zig met azynwater wascht, of veel latouwzalade

met azyn of citroenzap eet. Men kan

ook kalkwater, met veel gemeen water dun gemaakt,

gebruiken om te waschen.

'Er is een onöphoudelyk zoort van jeukte,

dat den flaap volftrekt belet, als men volbloedig

word, en dat na 't aderlaten en koppen ophoud.

Het jeuken van de huid, als men vergiftige

mosfelen gegeten heeft , word door braak- en

zure middelen verdreven. Zie §. 31.

Lieden die ftenen, of kramptrekkingen in de

nieren hebben , zo dat ze weinig pis ontlasten ,

krygen door de fcherpte, die in 't bloed blyfc,

ene jeukte, die zeer moeilyk te genezen is, en

die door pisdryvende fpyzen en geneesmiddelen

word weggenomen. Zie §. 13 r.

Het jeuken van het hoofd der gryzen, word

door ingevrevene brandewyn, of door het

waschen van 't hoofd met zeep, verzagt.

K E E L ( K W A D E )

5. 119.

Deze ziekte begint zomtyds met enige hitte,

hoofdpyn , en zieding in het bloed, zomtyds

al-


2$6 AlPHABETISCHE VERHANDELING

alleenlyk met ene moeilykheid in 'tflikken, die

fchielyk toeneemt, en den lyder dikwyls enige

dagen het flikken volftrekt belet.

Zo dra als het flikken moeilyk word, moet

men de keel uitwendig warm houden , voornaamlyk

als het ongemak uit ene verkoeling, het zy

of van de voeten, of van den hals of keel, ontl

ftaat. Men is gewoon een wolle kous,'s avonds

warm van het been, om den hals te binden, 't

geen niet kwaad is. Te gelyk gorgelt men de

keel met lauw water, daar een weinig brandewyn

in gemengd is, of met het aftrekzei van

thee - boei met azyn gemengd, of met het aftrekzei

van jonge eike bladeren ; door welke

middelen alles zomtyds in een dag weder herfteld

word. Doch als dit niet wil flagen, dan moet

men aanftonds den tweden dag de verftopping

in de klieren tragten te verdelen. Men neemt

dikwyls droppels esfentie van witte pimpernel

op een ftukje zuiker in den mond, en flikt het

langzamerhand door. Of men gorgelt met een

aftrekzei van falie en vlier , daar een wéinig

witte pimpernelwortel by gedaan word; welk

aftrekzei, men met gemenen honingazyn, of

met fyroop van violen, in plaats van zuiker,

zoet maakt. Tusfchen beide gebruikt men dikwyls

een theelepel vol fyroop van rozen, met

enige droppels vitrioolgeest aangenaam zuur gemaakt.

Indien de kinderen met het gorgelen

niet te regt kunnen komen, dan moet men hen

de gorgeldranken in de keel fpuiten. Te gelyk

legt men een warme pap , van gort en witte

broodkruimen, in melk gekookt, om de keel,

of kruiderzakjes van bonemeel, kamil-' en vlier-

bloe-


DER SCHIELYKE ZiEICTEN. 237

bloemen, van elks een handvol, met een dragme

poeder van kamfer.

Voor inwendige artzenyën kan men een buikzuiverend

middel gebruiken , dat beftaat uit een

half, df een geheel lood fenebladeren zonder

ftelen, in een linne zakje gebonden, in pruimefoep

gekookt en uitgeperst; en een drank van

gerftewater, daar een weinig falpeter, en zo

veel gemene honingazyn in ontbonden is, als

aangenaam fmaakt, van welken drank de lyder

hoe meer hoe beter lauw moet drinken. Als 'er

'reeds in den beginne by volwasfenen ene fterke

hitte van koorts plaats heeft, dan moet men hen

ene ader op den arm doen openen, daaglykstwe

klysteren van wei, door room van wynfteen

gefcheiden, laten zetten, en een voetbad van

lauw water gebruiken. Jongen kinderen zet

men flegts enige bloedzuigers by.de oren, of

aan de keel, en laat hen de klysteren en buikzuiverende

middelen gebruiken. Men kan dan

'ook pleisters van fpaanfche vliegen in de nek,

of agter de oren leggen.

Als, niettegenftaande deze pogingen, de pyn

egter enige dagen toeneemt, dan is het te vermoeden,

dat de klieren zullen openbreken. De

keel zwelt dan meer en meer inwendig, het flikken

word byna geheel onmooglyk, de hitte deikoorts

neemt toe, en de flym in de keel word

dik,en zeer benauwd. In dit geval moet men

de buikzuiveringen herhalen, de keel uitwendig

koppen, of 'er bloedzuigers aan zetten,

met de klysteren, voetbaden, en de warme omflagen

aanhouden , en de keel inwendig met melk,

daar vygen in gekookt zyn, of met lynzaad inwater

gekookt, dikwyls gorgelen, of dezelven

in-


238 ALPHABETISCHE VERHANDELING

infpuiten; bovendien den damp van heet water,

of van melk met vygen, dikwyls door den

mond en neus inhalen, en om de flym vloeibaar

te houden, dikwyls een halven lepelvol

fyroop van violen, met vitrioolgeest zuur gemaakt,

in een kopje aftrekzei van thee-boei

verdund, in den mond houden.

Deze behandeling is genoeg om het ryp worden

van de verzwering in de keel af te wagten.

Wanneer men eindelyk aan de klieren ene

witte zagte plaats kan befpeuren, die de rypheid

der verzwering te kennen geeft, dan laat men ze

enen Heelmeester meteen lancet openen, of men

doet zulks zelf door drukking of anderzins. Zo

dra als de verzwering open is, bedaren alle toevallen

van uur tot uur, indien 'er niet nog ene

andere voor handen is, zo als dikwyls gebeurt,

dewyl doorgaans in ene kwade keel beide de

klieren zweren. De opene verzwering heelt

men, door nu en dan met een aftrekzei van- falie

en honing-te gorgelen. Als 'er ene twede

verzwering plaats heeft, daar moet men op dezelfde

wyze mede te werk gaan.

De hevige keelöntftekingen vorderen onvermydelyk

de hulp van een Geneesheer, of Heelmeester;

en als de kwade keel by andere ziekten

komt, by voorbeeld de pokjes, de mazelen,

de fprouw, enz. dan fpreekt het van zelfs, dat

men de geneeswyze der voorname ziekte tc gelyk

met deze, zo goed als mooglyk is, moet

veiënigen.

KIN-


DER SCHIELYICE ZlEKTEN. 239

K I N D E R P O K J E S .

§. 120.

1. 't Is niet gemaklyk deze ziekte van andere

uitflagziekten in den eerften aanvang te onderfcheiden.

Zomtyds zyn 'er pokjes, daar de kinderen

geheel niet ziek door zyn, en die men

onverwagtaan hen befpeurt, terwyl ze fpelen,

eten, drinken, flapen, en wel te moede zyn;

in dit geval hebben zy geen Geneesheer nodig,

en men zou ze byna onregt aandoen, indien

men ze wilde te bed houden, en geneesmiddelen

doen gebruiken. Doch by de gewoonlykfte

pokjes zyn de kinderen enige dagen voor den

uitllag ziek; en uit hoofde van de onzekerheid

of het pokjes, mazelen, fcharlakenkoorts, of

andere ziekten met uitflag zullen worden, moet

men zig alleenlyk in dit tydperk van zodanige

middelen bedienen, die 'voor alle die ziekten

heilzaam , en geenzins fchaadlyk zyn. Men

kan hier met te meerder gerustheid te werk

gaan, dewyl ze allen voor den uitflag dezelfde

toebereiding vorderen. Het voorname onderfcheid,

dat men voor den uitflag, en in de

volgende tydperken, in den leefregel, en in de

geneeswyze der lyders, die de pokjes op ene

hevige wyze bekomen, heeft in acht te nemen,

rust merendeels op hunne voorgaande en tegenwoordige

gefteltenis; of zy naamlyk fterk, en

volbloedig zynde, door ene hevige koorts, met

derzelver gewone toevallen, worden aangetast:

of dat zy teder, zwak, uitgeteerd, en zieklyfc

zyn, en in de eerfte dagen de koorts krygen

met


240 ALPHABETISCHE VERHANDELING

met ene langdurige koude, huivering, en rekking

der leden, daar geen hitte, of alleenlyk

ene branding der huid, met een kleinen, zwakken,

ingetrokkenen, doch fnellen polsflag, op

volgt. Deze twe yerfcheidenheden zullen wy

afzonderlyk in de gehele behandeling in 't oog

houden.

Leefregel en geneeswyze voor fterke

volbloedige geftellen.

2. Eerfte tydperk 'voor den uit/lag. Zodanige lyders

moeten weinig fpyzen in 't algemeen , doch

inzonderheid geen vleesch, visch, nog eijeren

gebruiken , alleenlyk zeer dunne vleeschfoepen

met groenten en citroenzap daar in, of liever

enkel lugte groenten, gekookt of gebraden ooft,

versch of gedroogd; gerftegort, ryst, dun gekookte

grutten, lago, als mede rauwe vrugten

die een dun zap hebben, als kersfen, aalbesfen

, moerbeziën, enz. en welgebakken lugtig

wit biood. Alle zoorten van zuuragtige fpyzen

zyn hen dienstig. Men moet de lyders volftrekt

niet tot het eten aanzetten; maar in tegendeel,

zo fterk als mooglyk is, .tot veel drinken

tragten te bewegen.

3. De beste dranken zyn gerftefoep met citroenzap,

of. met azyn, of room van wynfteen,

zuur gemaakt, en wat honing daar by

tot een aangenamen fmaak, of broodwater van

wit brood, op dezelfde wyze zuur gemaakt,

en met honing gemengd, of klare wei, of

fchoon water met citroenzap en zuiker (limonade),

of op een ander tyd dunne amandelmelk,

of


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 24.I

of melk met viermaal zo veel water gemengd.

Deze dranken moeten alle lauw gegeven worden,

zo dat 'er de koude maar af is.

4. Men moet de kamer der zieken fteeds

lugtig, koel, en zuiver houden. De lyder

moet zo veel als mooglyk is opzitten, of maar

ligt gedekt op matrasfen liggen; men moet hem

ook dikwyls fchoon linne aandoen, dat een weinig

warm gemaakt is; als dit maar voorzigtig

en fchielyk gefchied, dan doet men het niet

alleen zonder gevaar, maar 't is zelfs hoognoodzaaklyk.

5. Men moet den lyder niet veel tot flapen

aanzetten, en voor al den flaap door geen artzenyën

tragten te bevorderen, 't Is mede een

verderfiyk vooroordeel , den lyder zweetdryvende

, of andere verhittende geneesmiddelen

te geven, of hem zeer warm te houden, om

den verwagten uitflag uit te dry ven: veiliger is

het, dit werk aan de Natuur over te laten.

6. In het geval van ene hevige koorts voor

den uitflag, daar wy thans over handelen , is

het altoos nuttig de volbloedigheid te verminderen;

men behoeft niet te vrezen, dat 'er de

uitflag door weg zal blyven, in tegendeel zal

dezelve gemaklyker volgen. By volwasfenen

opent men een of meermalen ene ader op den

arm, of op den voet; by jonge kinderen zet

men bloedige koppen op den arm, of bloedzuigers

aan de flapen van 't hoofd, in de nek, of

aan de fchouders.

7. Insgelyks is het in de eerfte dagen nodig,

wat het gevolg van de koorts ook zyn mag, door

zagte middelen den buik te zuiveren. Hiertoe

dient de volgende buikzuiverende drank: men

Q laat


24* ALPHABETISCHE VERHANDELING

laat twe lood gezuiverde tamarinden, en een

half dragme falpeter in agt lood water een ogenblik

koken, dan doet men 'er vier lood manna

by, en giet het door een doek. Hiervan geeft

men kinderen beneden de twe jaar twe lepels

vol , en als het in twe uren niet werkt, herhaalt

men zulks. Kinderen, die ouder zyn,

geeft men op dezelfde wyze drie lepels vol. By

zuigelingen kan men wat manna gebruiken, of

alleenlyk klysteren.

8. Men moet alle deze lyders daaglyks, en

zomtyds enige reizen daags , klysteren zetten

van wei, met een lepel vol honing gekookt,

daar men vervolgens twe lepels vol olyfölie,

en een vingerhoed gemeen zout by doet.

9. Om de hitte tegen te gaan, en den lyder

te verkwikken en te laven , moet men hem,

behalve de bovengemelde dranken, alle uur een

klein kopje vol van den Volgenden koeldrank

geven: men mengt onder een kan gerftewater

een half pond fyroop van violen, en een half,

of een geheel lood geest van zwavel. Deze

aangename drank word zo lang gebruikt,tot dat

de koortshitte bedaart, en kan in ieder der volgende

omftandigheden der ziekte , naamlyk

onder en na den uitflag , in ruimte gebruikt

worden, zo lang als het de fterke hitte vordert.

Men kan ook in de bouillon , die gedronken

word, wat falpeter ontbinden.

10. Tegen de hevige rug-, lenden-, en kolykpynen

, voor en onder den uitflag, is het

aderlaten, klysteren, veel drinken ,lauwe voet-

'baden, of omflagen van warme melk in de lenden;

en tegen het fterk eilen, met ene droge huid,

zyn


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 243

zyn dergelyke omflagen aan de dyën , aan de

benen, en aan de voeten, dienftig.

11. Indien het braken niet te hevig is, houd

men zig aan N. 7. en 8. Doch anderzins geeft

men na elke braking twe theelepels vol van de

wateragtige esfentie van rhabarber,in een fpyslepel

vol kruisenrnuntwater , met zo veel alzemzout

als op den punt van een mes kan liggen.

Of men geeft telkens een fpyslepel vol

van dit mengzel: neem een half lood alzemzout,

meng het met zo veel citroenzap als tot de faturatie

verëischt word, giet daar by een half pond

fonteinwater, twe lood geestryk kaneelwater ,

en anderhalf lood fyroop van oranjeappelen.. Op

de maag legt men kruiderzakjes van kruisenmunt,

en fafraan, in rynfche wyn gekookt.

12. De flapeloosheid, het fchrikken,opfpringen,en

de ftuiptrekkingen vorderen geen andere

behandeling als de al te hevige koorts. Als de

ftuiptrekkingen te lang duren, moet men twe

klysteren na elkander zetten, een paar kopjes

vol bloed aftappen , en als de lyders niet van

zelfs braken , met ene olieagtige veder in de

keel het braken verwekken, of door een of twe

lood braakwyn van de ipecacuanba, met een half

lood fyroop van perfikebloemen gemengd; 'c

welk doorgaans den aanval fluit.

13. Tegen de hardlyvigheid bedient men zig

van de middelen N. 7. 8. en 9.

14. Den buikloop, voor den uitflag met hevige

koorts, indien hy niet onmatig is, moet men

niet floppen. Men laat alleenlyk gerftefoep,

daar wat falpeter in ontbonden is, of een dergelyk

afkookzel van ryst, drinken. Ook kan

men hier van de esfentie van rhabarber met

Q 2 kruis.


244 ALPHABETISCHE VERHANDELING

kruisenmuntwater , N. rr. 's morgens en 's avonds

gebruik maken. In de dranken ontbind

men arabifche gom, en men zet klysteren van

half melk en half kalk water , met een weinig

llyfzel 'er in gekookt.

15. Tegen de opftopping, branding offnyding

der pis moet men veel zuur en falpeter in de

dranken geven, en den lyder koel houden.

16. Het neusbloeden is by ene hevige koorts

zeer wenschiyk, en moet volftrekt niet gefluit

worden. Men moet maar regt op zitten, niet

bukken, gerust en koel tragten te blyven, en

den koeldrank N. 9. gebruiken. Indien 'er ene

ontlasting van bloed N. 6. voor af gegaan is,

dan zal het neusbloeden niet ligt te hevig worden

; doch als men het wil floppen, om den

lyder niet te veel bloed te doen verliezen, dan

liandelt men volgens §. 98. N. 2.

17. Als 'er in de eerfte dagen reeds over pyn

in de keel geklaagd word, dan zyn de aderlatingen

N. 6., de klysteren, de verkoelende geneesmiddelen,

de ftovingen van den hals met

warme omflagen , de mostertdeeg aan de voetzolen

, die uit zuurdeeg , mostert, zout en

azyn onder malkander gekneed word, en het

gorgelen met water, daar gemene honingazyn

in gemengd is, de verëischte middelen.

18. De ogen, die in den beginne ontftoken,

of zeer aandoenlyk zyn , moet men voor het

fterk licht bewaren, niet vryven, maar de oogleden

dikwyls met melk en rozewater betten.

19. Geneeswyze onder den uitflag. De koorts

bedaart doorgaans merkelyk, zo dra de pokjes

beginnen uit te komen, 't welk van den derden ,

of vierden dag der ziekte , tot den zevenden

duurt


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 245

duurt. In dit geval heeft men flegts den leefregel

N. 2. 3. en 4. in acht te nemen. Doch

als de koorts hevig aanhoud, dan moet men van

de hulpmiddelen N. 6. 7. 8. en 9. gebruik maken.

'Er zyn zomtyds gevallen, daar de uitflag

niet behoorlyk voortgaat, of daar de pokjes,

na dat zy zig vertoond hebben, weder inflaan.

Hier moet men zeer nauwkeurig den toefland

van hevige koorts , van dien van zwakheid ,

onderfcheiden; want het heeft in beiden plaats.

Als by een tragen uitflag tekens van hevige koorts

en volbloedigheid plaats hebben, dan moet men

eens of meermalen aderlaten , vervolgens enige

greinen kamfer met twe of driemaal zo veel falpeter

onder zuiker gevreven , als een poeder

met aftrekzei van thee, of in fyroop van den

gezegenden distel, ingeven , en pleisters van

fpaanfche vliegen aan de armen en benen, of

ook wel in den nek leggen. Men moet dit kamferpoeder

alle vier uren herhalen, tot dat de

pokjes behoorlyk opkomen.

20. De toevallen worden in dit tydperk even

als voor den uitflag, in dezelfde omftandigheden,

behandeld. Om het aangezigt voor al te

veel pokjes te behoeden, is het koppen op de

armen, het affnyden van 't hair van 't hoofd ,

het betten van de borst met runderblazen met

melk, en van het aangezigt met doeken in melk

gedoopt, in deze dagen dienftig. De ogen behandeld

men met wyn,of rozewater met melk,

daar wat fafraan in is. Als de pokjes ongewoon

veel,zamenvloeijend,en de lyders zeer verhit,

dorflig, en onrustig zyn, en fleeds eilen, dan

moet men ze zorgvuldig aan den koelen leefregel

en de verkoelende geneesmiddelen,als voor

Q 3 den


246 ALPHABETISCHE VERHANDELING

den uitflag, houden. Het bloedhoesten, de

aamborftigheid , de hete adem en de fterke

koorts , vorderen herhaalde aderlatingen, en

ruimte van den koeldrank N. 9. Doch die

is een gevaarlyk toeval.

21. Geneeswyze ondtr de verëttering. Omtrent

drie dagen na het uitkomen der pokjes , beginnen

zy te jeuken, geel en ryp te worden,

cn te ftinken. Dit duurt drie of vier dagen

eer ze beginnen te drogen , 't welk men het

tydperk der verëttering noemt. Als alles gematigd

is , houd men zig aan den leefregel

N. 2. 3. en 4. Zo dra de pokjes geel zyn,

geeft men het buikzuiverend middel N. 7. Indien

'er veel pokjes zyn, volgt doorgaans, in

fterke volbloedige lyders, den tweden dag der

verëttering, of omtrent den negenden der

ziekte, een nieuwe koorts, die de twede, of

verëtteringkoorts , genoemd word, daar men

in dit tydperk de geneeswyze voornaamlyk na

moet inrigten. Doch te gelyk komen hier ook

gewigtige toevallen in aanmerking , inzonderheid

het inflaan der pokjes , de zwelling van

het aangezigt en van de keel , de kwyling ,

de fchielyke verplaatzingen van etter, enz.

22. De leefregel blyft als N. 2. 3. en 4.

Men moet dikwyls van de klysteren N. 8. en

van den koeldrank N. 9. gebruik maken. Als

de hitte gróót, de polsflag hevig, en de lyder nog

volbloedig is, of eilt, dan kan men ene ader op den

arm openen, en vervolgens den purgeerdrank

N. 7.voorfchry ven, inzonderheid als de klysteren

geen genoegzame ontlasting geven. Zo dra als

de koorts wat. tusfehenpoost, moet men aanftonds


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 247

ftonds den lyder het extract van den koortsbast

, zo veel als mooglyk is, by den koeldrank

N. 9. 'laten gebruiken.

23. Als de lyder zeer pynlyk en onrustig is,

en de verëtteringkoorts merklyk ophoud, dan

kan men 's morgens of 's avonds wat opium,

of het laudanum, geven, om de pynen wat te

bedaren; doch als 't vermyd kan worden, is 't

beter niet. 't Is in dit geval altoos heilzamer,

van de aderlatingen, de buikzuiverende middelen

, en byzonderlyk van den koeldrank _ een

overvloedig gebruik te maken, of ten minste

zulks vooraf te beproeven.

24. Om de zwelling van het aangezigt, en

van de keel, die zo veel zorg verwekt, veilig

te verminderen, moet men bovendien de rype

pokjes openen, en met ene fpons met warme

melk uitbetten. Dit moet daaglyks herhaald

worden, om dat ze fchielyk weer vol etter

zyn. Ook moet men de voeten in warm water

zetten, en 'er vervolgens mostertpappen aanleggen

, om de zwelling der bovenfte delen

fchielyk te verminderen, 't welk de lyders zeer

veel verligting geeft.

25. Wanneer in dit tydperk de pokjes eensklaps

inflaan , ledig worden, en de zwelling van

het aangezigt verdwynt, dan geeft dit te kennen

, dat de etter na binnen keert, 't welk

hoogstgevaarlyk is. In dit geval moet men de

etter na de handen en voeten tragten af te leiden,

en tot dat einde blaartrekkende pleisters

aan de voorarmen en handen, en omflagen van

verzagtende kruiden in melk gekookt aan de

voeten leggen, men zet alle twe uren de klysteren

N. 8. en men mengt den honingazyn van

Q 4 zee-


,248 ALPHABETISCHE VERHANDELING

zeeajuin onder den gerftedrank om de ontlasting

van de pis te bevorderen. Ondertusfchen moet

men nauwkeurig acht geven, waar de etter-na toe

gaat. Gaat dezelve na de hersfenen, en veroorzaakt

razerny, verduistering van 't gezigt en iluipen,

en is het bloed in hevige zieding; dan

moet men wederom aderlaten , fpaanfche vliegpleisters

aan de kuiten leggen, alle twe uren klysteren

van wei, honing, olie en zout zetten,en

het voorfchriftN. 3. 4. en 9. in acht nemen,dewyl

de hitte en dampige lugt het inflaan der

pokjes meest te weeg brengt. Indien de etter

zig in de borst neerzet, dan ademt de lyder

fnel en moeilyk, hy klaagt over drukking in

de borst, heeft een heten adem, en grote benauwdheid;

dan moet 'er wederom ene ader

geopend worden, als de pols vol en hard is;

of ten minste geeft men den purgeerdrank

N. 7. alle twe uren enige theelepels vol honingazyn

, de klysteren als boven, den koeldrank

N. 9. en, als 't mooglyk is, laat men

den lyder den damp van heten azyn met water,

dikwyls en lang, in de long halen. En

men gaat met dit alles zo lang voort, tot dat

de borst wederom vry is. De warme verzagtende

omflagen aan de kuiten, de mostertdeeg

aan de voeten, en de blaartrekkende pleisters

aan de voorarmen, zyn hier mede zeer dienstig.

Als de etter na den onderbuik gaat, en

een onmatigen buikloop verwekt, dan geeft

men fchielyk agt, tien of meer droppels laudanum

in den drank, men legt blaartrekkende

pleisters aan de kuiten, en laat den lyder veel

warme melk, met arabifche gom gekookt,

drinken, om den buikloop, de fcherpte en het

ver-


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 249

verval van kragten tegen te gaan. Gaat eindelyk

de etter na de uitwendige huid of leden, en

verwekt daar ene zwelling, dan legt men 'er

verzagtende kruiden op, die in melk gekookt

zyn, en opent dezelve hoe eer hoe liever.

By deze ongelukkige omwenteling der ziekte,

is 't inderdaad een meesterfl.uk, om den

waren toeftand van kragten, en volbloedigheid,

van dien van zwakheid, wel te onderfcheiden.

26. Zo lang de kwyling in dit tydperk overvloedig

is, moet men de moeilykheden derzelve,

door zulk ene legging des lyders, dat

het fpeekzel ter zyde uit den mond kan vloeijen,

door een mondfpoeling uit half water en

half melk, of uit rapefoep met fyroop van violen

gemengd , of vygefoep , of honingwater,

tragten te verminderen , en hem veel melk

met zuiker laten drinken. In den flaap vermindert

deze vloed ten nadele van den lyder,

dien men daarom niet lang agter malkander

moet laten flapen. De kinderen, die niet

kunnen gorgelen, fpuit men gemelde dranken

dikwyls in de keel,'t welk men ook in de neusgaten

moet doen, om de ademhaling gemaklyk

te houden. Indien de kwyling niet wel

haren gang gaat, dan neemt men honingazyn

van zeeajuin met warm water om in te fpuiten,

't geen dezelve bevordert. Houd dezelve

geheel op, zonder dat de handen zwellen,

of de urine vermeerdert, dan handelt

men volgens N. 25.

De ogen, die dan gezwollen zyn, worden

op gelyke wyze als in 't vorige tydperk, en zo

ook de overige toevallen, behandeld.

Q.5 27.


250 ALPHABETISCHE VERHANDELING

27. Geneeswyze by bet opdrogen na ene hevige

loorts. Indien alles wel gaat, houd de verëttering

koorts in twe dagen op, en dan beginnen

de pokjes te drogen en af te vallen; de zwelling

van 't aangezigt vermindert , en daar tegen

zwellen doorgaans de handen, of de ontlasting

der pis vermeerdert. Als de kwyling

nog aanhoud, moet dezelve niet gefluit worden

, dewyl ze veeltyds het zweren der oorklieren

voorkomt. Dit tydperk der opdroging

duurt van den elfden dag af tot de genezing

toe.

28. De lyder moet gedurende dien tyd twe-,

of driemaal in de week den buikzuiverenden

drank, N. 7. of van twe tot vier dragmen

ekÜuaiiwn lenitivum, of een ander buikzuiverend

middel , gebruiken ; langzamerhand tot

den gezonden leefregel wederkeren, en de

naween der pokjes tragten voor te komen, met

de etter uit het bloed te brengen, door de

rype pokjes over het ganfche lichaam beftendig

te openen, en als ze alle droog zyn, door

het aderlaten.

29. Het beste middel tegen de naden is 't gemelde

openen der pokjes. Als 'er reeds een

korstje op de huid zit , dan ltrykt men die

plaatzen met een zalfje uit zoeten amandelolie

en appelzalf (ung. pomat.') tot gelyke delen

gemengd.

30. Als de ogen zeer brandig, gezwollen,

of met pokjes bezet zyn, dan legt men geftadig

warme melk, of een pap van witte broodkruimen

in melk gekookt, op dezelven.

31. Indien 'er een hardnekkige hoest overblyft,

dan purgeert men den lyder dikwyls met zwavel


DER SCH.IELYKE ZlEKTEN. 25Ï

vel van fpiesglas, en tusfchen de purgeerdagen

Iaat men hem enige droppels laudanum in fyroop

van althaea gebruiken, of men geeft een half,

of een geheel lood fyroop van maankoppen, en

warme melk met de helft felferwater.

32. Wanneer de zwelling der benen niet

wykt, dan legt men 'er verzagtende omflagen

op, en men herhaalt de buikzuiverende middelen.

De lichaamsbeweging en de zure dranken, als limonade

, wei, enz. kunnen anderzins van dienst zyn ,

om de ontlasting der pis te bevorderen.

33. De buikloop , die zomtyds onder het

opdrogen, tot verligting van den lyder plaats

heeft, moet door rhabarber, room van wynfteen

, en falpeter onderhouden worden.

34. Als de zamenlopende pokjes kwade wegëtende

verzweringen overlaten, die moet men

met rozenhoning, door ene behoorlyke hoeveelheid

van geest van vitriool zuur gemaakt,

beftryken.

Leefregel en geneeswyze voor tedere

zwakke geftellen.

35. Voor dm uitflag. Indien zodanige lyders

eni^e fpyzen willen gebruiken, dan dienen hen

dunne vleeschfoepen , met het zap van oranjeappelen

, of van citroenen, gekookt of gebraden

ooft met een weinig kaneel, kersfen,moerbeziën,

ingelegde queën , gekookte gort met

wat kaneel, limoenen, en oranjeappelen met

zuiker, fago met water, en met wat wyn gekookt,

kalfsvleesch met citroenzap, enz.


252 ALPHABETISCHE VERHANDELING

dunne amandelmelk met wat kaneelwater; limonade

met een weinig wyn;gerftefoep met wyn;

wei, en broodwater met fyroop van zure granaatappelen,

enz. gebruiken.

37- De lugt in de kamer moet fteeds fris en

koel gehouden worden; deze lyders kunnen wei

bedden verdragen; en de verwisfeling van linnegoed

is hier onnodig, ja zomtyds fchaadlyk.

38. Ten aanzien van de verminderingen van

het bloed: zulks is in dit geval van zwakheid het

best, dat ongeoefende lieden zig daar niet mede

inlaten. Indien 'er gene duidetyke blyken van

overlading der maag , of van wormen in de

darmen plaats hebben, dan zyn hier ook de eigenlyke

buikzuiverende middelen ondienstig,

't Is dikwyls voldoende, den lyder daaglyks een

klysteer van wei, daar een lood koortsbast in

gekookt is, te zetten; en als de maag al moest

gezuiverd worden, dan moet men daar of fyroop

van rhabarber,of by ouder kinderen een halven

fpyslepel vol van de watera'gtige tinctuur van

rhabarber , met even zo veel kaneelwater,

en met wat zuiker zoet gemaakt; of anderzins

een zagt braakmiddel, dat te gelyk purgeert,

voorfchryven. Men kan tot dit einde een half,

of een geheel grein braakvvynfteen, naar den

ouderdom van 't kind,in een paar kopjes aftrekzei

van thee, of van kamillen, ontbinden, en

daarvan eerst de helft met veel warm water, en

indien 't nodig is, een uur daar na, de andere

helft ingeven, enz.

39. Dewyl men in dit geval van zwakheid de

kragten moet tragten te bewaren, en het dreigend

bederf der vogten voor te komen, zo zyn

bier de dranken N. 36. met zuur en wyn voldoen-


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 253

doende. Men moet reeds in de eerfte dagen,

indien de zwakheid groot en beftendig is, van

een bederf tegengaand geneesmiddel, naamlyk

het extract van den koortsbast, gebruik

maken. Men kan twe dragmen van dit extract

in twintig lood kersfewater ontbinden,

en 'er drie lood fyroop van gehele citroenen

bydoen , daar men kinderen boven de

twe jaar alle twe uren zo veel van ingeeft,

dat ze dit geheel mengzel in vierentwintig uren

uitgebruiken. Dit moet ook in de volgende

tydperken gefchieden, als de zwakheid groot

is. Jonger kinderen nemen flegts de helft in

dezelfde tyd; en als het zuigelingen zyn, dan

kan de min, of zoogfter, daaglyks den koortsbast

gebruiken. Men moet hier ook de klysteren

N. 38. daaglyks aanwenden.

40. Behalve deze inwendige geneesmiddelen,

zyn hier mede de blaartrekkende pleisters,,

of de mostertpappen, of de geftotene knuflook

aan de kuiten en voeten der kinderen nodig,

om de menigte der pokjes in 't aangezigt, de

ontfteking der keel, der ogen , enz. voor te

komen.

41'. Deze regels heeft men in't algemeen voor

den uitflag in zwakke geitellen in acht te nemen.

Egter moet ik hier nog aanmerken, dat

de zwakheid zomtyds uit al te grote volbloedigheid,

en zomtyds uit wormen ontftaat, 't welk

veranderingen in de geneeswyze vordert, die

men des onkundigen niet wys kan maken.

42. De pyn in 't lyf, in den rug, en in de

lenden, moet enkel door het zagt vryven der

delen met warme doeken , daar wat kamfergeest

op is, door warme omflagen van wit brood met

melk


254 ALPHAEETTSCHE VERHANDELING

melk en fafraan, door de klysteren N. 38. door

de blaartrekkende pleisters N. 40. enz. verzagt

worden.

43. Als het braken in dit geval plaats heeft,

dan bevordert men het door enige kopjes aftrekzei

van kamilbloemen. Doch indien het al

te hevig aanhoud, dan gebruikt men de middelen

N. 11. uitgezonderd dat men voor de klysteren

N. 8. en de buikzuiverende middelen N.

7. die van N. 38. bezigt.

44. De zenuwtoevallen , by voorbeeld het

fchrikken , opfpringen , de fiapeloosheid, het

eilen , ja zelfs de ftuipen, vorderen flegts ene

nauwkeurige waarneming der regels N. 35—44.

By de ftuipen maakt men veelvuldiger gebruik

van de klysteren N. 38. en men verwekt het

braken volgens N. 12. Men kan een half lood

kamferpoeder in een linne zakje op het hartekuiltje

leggen,

45. Indien 'er geen afgang is , en men het

Ivf van 't kind hoog opgefpannen, en hard bevind,

dan moet men een dag bepalen, om door

de buikzuiverende middelen N. 38. en door

de klysteren N. 8. drie of viermaal herhaald,

het lichaam ryklyk te zuiveren , en als zulks

gelchied is, in de vorige geneeswyze aanftonds

voortgaan, en het lyf door gemelde braakmiddelen

N. 38. open houden. Doch als de

buik niet hoog, nog hard, nog opgefpannen is,

dan kan men het nog wel enige dagen op de klysteren

en andere middelen laten berusten.

46. Indien 'er een buikloop ontftaat, die den

lyder meer verzwakt dan verligt, en dezelve

door 't extract van den koortsbast niet geftuit

word, dan geeft men zes of agt droppels van 't


DER SCHIELYKE ZlEKTEN. 255

laudanum liquidum van SYDENHAM, in een

theelepel vol fyroop van queën, 't welk men

om de agt of tien uren herhaalt. Men kan ook

van de arabifche gom in de dranken, en van de

klysteren N. 14. gebruik maken.

47. Als de pis brandig en weinig is , dan

geeft men den lyder veel warme melk te drinken

, en men legt hem verzagtende kruiden in

melk gekookt in doeken op den buik en op de

fchaamdelen, De arabifche gom is hier in de

dranken ook dienftig.

48. Het neusbloeden is in dit geval fchaadlyk.

De lyder moet zig regt op en gerust houden,

en zeer veel koud water, met citroenzap en zuiker,

drinken. Als het al te fterk word, dan

moet men het tragten te ftillen. Men legt doeken

, die in azyn gedoopt zyn, koud op het

voorhoofd , in den nek, en op het lyf tusfchen

de benen. Men fteekt een prop van zwam, of

een wiek met aluin en wit van een ey in den

neus; en men ontbind twe lood loodzuiker in

een half pond azyn, men doopt'er linne doeken

in , men legt die op het hart, en zb dikwyls

als zy warm worden, ververscht men dezelven.

Dit is doorgaans een kragtig middel.

De behandeling der ogen , en die van de

kwade keel is, uitgezonderd de aderlatingen,

hier dezelfde als N. 17. en 18.

49. Als de pokjes uitkomen is de leefregel en

de geneeswyze dezelfde als te voren. Doch

als de uitflag vertraagt, of weer terug gaat,

dan moet men uit hoofde van het groot gevaar

, ene fchielyke hulp toebrengen. Men

. moet in dit geval de braakmiddelen N. 38.

herhalen , meerder wyn geven, de blaartrekken-


ü5


DER SCHIELYKE ZlEKTEN» 257

54. Als de afgang te veel vermindert, kan

men N. 45. raadplegen. Doch als de buikloop

nog aanhoud, en met geen hitte nog ontftekingpyn

gepaard gaat, dan moet men clenzelven

door agt, tien , tot zestien droppels laudanum in

een theelepel vol diajcordium te keer gaan, om

de vogten van de ingewanden na de huid te

lokken.

De kwade keel behandelt men hier volgens

N. 17. uitgezonderd de aderlatingen.

55. Als in dit, en in het volgend tydperk,

het neusbloeden aanhoud , of wederkomt, of

de pis, of het zweet van gedaante als bloed is,

dan is de toeftand hoogstgevaarlyk. Men kan

zig hier van de uitwendige middelen N. 48- bedienen.

Inwendig is het overvloedig gebruik

van 't extract van den koortsbast N. 39. de

kamfer N. 19. en van den koeldrank N. 9. zeer

nodig.

56. Geneeswyze onder de verëttering. Als in de

dagen van verëttering , met weinig of geen

koorts, de lyder zig taamlyk wel bevind, danhoud

men zig aan den vorigen leefregel. Doch

als de lyder zwak, en flauw word, als hy begint

te beven , als de pokjes in dezen toeftand,

met ene zwakke pols, vermoeide ademhaling,

verlies van alle kragten, bleek, flap, en blauw

of zwart worden, als de kwyling ophoud, de

zwelling van het aangezigt neerflaat, en egter

de handen niet zwellen , de pis matig ontlast

word , de zinnen verbysterd zyn , en 'er eilingen

of een fterke buikloop bykomt; dan is

de lyder in een toeftand, dien maar weinigen

overleven.

57. De geneeswyze blyfr, hier dezelfde als by

R den


253 ALPHABETTSCHE VERHANDELING

den uitflag; doch in plaats van de braakmiddelen

houd men zig alleenlyk aan de zwavel van

fpiesglas, die men 's morgens tot twe grein in

louillon kan geven, voornaamlyk indien 'er bardlyvigheid

plaats heeft, of de borst door het terug

keren van den etter bezet is. By het gebruik

van het extract van den koortsbast, voegt

men ook dat van de kamfer, zo wel in-, als

uitwendig, als mede de muskus, inzonderheid

by het fpringen der pezen. De uitwendige verfterkende

middelen, en de dranken met wyn,

benevens den overigen leefregel moet dezelfde

zyn als voor den uitflag.

58. De kwyling vordert hier dezelfde hulp als

N. 26. Zo dra dezelve ophoud, eer het tydperk

volkomen voorby is, en de zwelling der handen,

of de ontlasting der pis niet vermeerdert,

maar de zwakheid toeneemt, dan zyn inwendig

óe kamfer, de klysteren van den koortsbast, en

uitwendig de blaartrekkende pleister;; aan de

kuiten , en aan de armen , de veiligfte toevlugt

, daar men de wei , door wyn gefcheiden,

dikwyls met twe theelepels vol honingazyn

van zeeajuin, by kan laten gebruiken.

59. Het fchielyk invallen van de zwelling

van 't hoofd en van de keel, en het terug keren

van den etter, vorderen dezelfde hulpmiddelen

als de fchielyk opgehoudene kwyling. Als 'er

een onmatige hoest bykomt, dan moet men

het laudanum voorfchryven. Gaat de etter na

het hoofd , dan zyn de blaartrekkende pleisters

aan de benen, en de muskus de voorname middelen;

gaat hy na de borst, dan is het de zwavel

van fpiesglas, met de blaartrekkende pleisters


DER SCHIELYKE ZlEKTEtf. 259

ters; en gaat hy na 't onderlyf, en veroorzaakt

een buikloop, dan is 't het laudanum en de melk.

De builen aan de ledematen worden volgens

N. 25. behandeld. Dit heeft men in dezen

zeer gevaarlyken toeftand voornaamlyk in acht

te nemen.

60. Geneeswyze by bet opdrogen der pokjes. De

meeste lyders, die zeer veel, of zamenlopende

pokjes hebben, en reeds in een der voorgaande

tydperken zwak geweest zyn, indien zy de rotkoorts,

die zomtyds op de verëttering volgt,

al gelukkig ontkomen , vervallen onder ene

langzaam voortgaande opdroging in een ftaat

van uittering, waardoor zy enige weken of

maanden , geheel worden uitgeput, inzonderheid

als de etter, die met het bloed omloopt,

zo als doorgaans gefchied, na de long gaat, en

hen teringagtig maakt. Hier moet men alle pogingen

aanwenden, om het bloed van den etter te

zuiveren, en de kragten te herftellen, en daarom

zulke lyders, fchoon hun in de vorige tydperken

uit hoofde van de zwakheid het aderlaten

ondienstig was, na de derde week der ganfche

ziekte wat bloed aftappen; dezelven dikwyls

met de zwavel van fpiesglas purgeren, op

de tusfchendagen veel koortsbast, tot den drank

melk en chocolaad, en op een ander tyd dranken

met vitroolzuur, een weinig wyn, verfterkende

baden, en ene zagte beweging geven,

en hunne leden dikwyls met wyn waschen. Het

gaat met deze geneeswyze niet alleenlyk langzaam

voort, maar dikwyls is zy zelfs nog vrugteloos.

R 2 G e-


jtóo ALPHABETISCHE VERHANDELING

Geneeswyze der rotkoorts na de Pokjes.

61. Als by zeer veel, of zamenlopende pokjes,