Het Europees ecologisch label: wat is zijn impact op de ... - Ecolabel

5016.fedimbo.belgium.be

Het Europees ecologisch label: wat is zijn impact op de ... - Ecolabel

Catherine Rousseau

Research Director

Stichting van openbaar nut

Riddersstraat 18 – 1050 Brussel

Het Europees ecologisch label:

wat is zijn impact op de

consumptiekeuzes?

© REPRODUCTION AUTORISEE MOYENNANT ACCORD PREALABLE DE L’EDITEUR ET MENTION DE LA SOURCE.


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

2

Duurzamere consumptiekeuzes

Sinds het begin van de jaren 1990 en de Rio-conferentie wordt toegegeven dat de productie- en consumptiewijzen van de zogenaamde

ontwikkelde landen verantwoordelijk zijn voor vervuilingen en voor uitputting van de natuurlijke hulpbronnen, die niet vol te houden zijn

op termijn. Als gevolg daarvan zijn de milieubeleidsvoerders geleidelijk aan overgeschakeld naar een aanpak die zich toespitst op de

producten en de consumptie, met in de eerste plaats oog voor de gebruiksfase (bijv. terugschroeven van het elektriciteitsverbruik) of de

wegwerpfase (afvalstoffen sorteren). Maar er is gebleken dat de maatregelen ook moesten streven naar een wijziging van de

consumptiekeuzes omdat preventieve ingrepen te verkiezen zijn boven curatieve maatregelen. In dat kader speelt de voorlichting van de

consumenten een heel belangrijke rol. En de ecologische labels bieden een soort informatie die de consumptiekeuzes zou kunnen

beïnvloeden.

De hoeveelheid producten die in de handel worden gebracht, neemt immers constant toe, net zoals de mogelijkheden en de

uitnodigingen/druk om te consumeren. De markt waarin de consumenten hun dagelijkse beslissingen moeten nemen, wordt alsmaar

complexer. De milieulabels kunnen de consumenten helpen om de milieuvriendelijkere producten te herkennen.

Het interdepartementaal comité van Rio omschrijft de labels als "marktinstrumenten die in staat zijn om de aankooppolitiek van de

consumenten in een gegeven richting te sturen". (3)

Het principe van de ecologische labelling bestaat erin de consumenten een nieuw waarderings- en vergelijkingsinstrument voor

producten aan te bieden, op basis van kwalitatieve eigenschappen die ze niet zelf zouden kunnen evalueren: de eerbied voor het

leefmilieu gedurende de hele bestaanscyclus.

Sinds een tiental jaren worden over de hele wereld zulke labellingschema's ontwikkeld 1 .

Het Europees ecologisch label of ecolabel, dat in 1992 in het leven werd geroepen, heeft tot doel de producenten aan te moedigen om

milieuvriendelijkere producten op de markt te brengen en om de consumenten ertoe in staat te stellen ze gemakkelijk te herkennen.

Vandaag dekt het ecolabel 21 productcategorieën en ongeveer 400 licenties.

Al bij al heeft de ecologische labelling tot op heden niettemin maar een matig succes geoogst. Eén van de redenen die de zwakke

belangstelling kan verklaren, is de enorme massa labels, die voor enige verwarring bij de consumenten zorgt. (3)

Sinds december 2001 past de Europese Commissie een werkprogramma toe dat bestemd is om de promotie en de marktpenetratie van

het ecolabel te versterken en om het aantal in dit systeem opgenomen productcategorieën uit te breiden.

Hoe is de situatie op vandaag? Kennen de consumenten het ecolabel en gebruiken ze het? Welke invloed heeft het criterium

"milieuvriendelijkheid" op de keuzes? Zien de consumenten hun consumptiekeuzes als een efficiënte milieustrategie?

MEER ECOLOGISCHE AANKOPEN, MAAR TOCH NOG BEPERKT

De peiling die het Observatoire Thalys in 2001 in 7 Europese landen (Duitsland, België, Spanje, Groot-Brittannië, Italië, Nederland en

Frankrijk) uitvoerde, wijst uit dat een derde van de Europese consumenten regelmatig de voorkeur geeft aan de producten die een

opschrift of een label dragen dat "milieuvriendelijk" betekent. Een ander derde doet dit af en toe. De Duitsers (45%), de Italianen

(42%) en de Fransen (35%) kiezen meer voor de milieuvriendelijke producten. Anderzijds hechten bijna een derde van de Britten

1 Zie onder andere de website van het Global Ecolabelling Network: www.gen.gr.jp


(30%), de Belgen (26%) en de Spanjaarden (24%) er helemaal geen belang aan. De vrouwen geven gemakkelijker en vaker de voorkeur

aan gelabelde producten: zo maken 70,5% van de vrouwen regelmatig of af en toe die keuze tegenover 63% van de mannen. Op

dezelfde manier zeggen 70% van de 35- à 49-jarigen en van de 50- à 64-jarigen dat ze regelmatig of af en toe deze producten kopen,

terwijl de jongere leeftijdsgroep (van 18- tot 24 jaar), die een kleinere koopkracht heeft, maar 49,5% milieubewuste kopers telt. (1)

De Eurobarometer 2002 toont aan dat het aankopen van milieuvriendelijke producten niet de meest voorkomende ecologische handeling

is onder de Europeanen, die hun inspanningen meer toespitsen op het besparen van energie en water en op het sorteren van de

afvalstoffen.

Onder de Europeanen onderscheiden de Belgen zich op het gebied van het afval sorteren.

De vrouwen besparen energie, sorteren het afval, kopen producten die minder vervuilen en gebruiken het openbaar vervoer, terwijl de

mannen de gasuitstoot van de voertuigen controleren en de rijsnelheid verlagen.

De mate waarin het huishoudelijk afval wordt gesorteerd, het openbaar vervoer wordt gebruikt en de gasuitstoot van voertuigen wordt

gecontroleerd, neemt toe naarmate mensen meer stedelijk wonen. Omgekeerd nemen de compostering van het eigen plantaardig of

huishoudelijk afval en de verlaging van de autorijsnelheid af naarmate men stedelijker woont.

In België geeft de enquête over het consumptiegedrag, die het OIVO uitvoerde, aan dat de ethische criteria (eerbied voor de

arbeidsomstandigheden, het dierenwelzijn, het leefmilieu en de eerlijke handel) een sterke vooruitgang maken in 2004. De interesse

voor de ethische productievoorwaarden gaat sinds 2002 in constant stijgende lijn.

3

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

4

Ethiek : evolutie 2002-2004

19

% respondenten die ethische criteria belangrijk noemen

43%

35%

30%

32% 32%

29%

26%

54%

67% 67%

58%

58%

2002 2003 2004

Arbeidsomstandigheden

Eerlijke handel

Eerbied voor het dierenwelzijn

Eerbied voor het milieu

Het belang dat gehecht wordt aan de ethische

productieomstandigheden, neemt constant toe sinds

2002.

• De ethische voedingsproducten beginnen duidelijk

belangstelling te genieten vanwege de consument.

De ethische criteria worden immers door meer dan 50% van de consumenten genoemd als criteria die meespelen in de keuzes die ze

maken als het om een non-foodproduct gaat (en datzelfde geldt ook voor de voedselproducten).

Een non-foodproduct kiezen

34

Belang

Additieven 59 %

Kwaliteit 92 %

Stevigheid 87 %

Veiligheid 84 %

Ruime keuze 81 %

Prijs 80 %

Beschikbaarheid 75 %

Handige verpakking 73 %

Info verpakking 73 %

Dierenwelzijn 65 %

Milieu 63 %

Advies van de verkoper 62 %

Eerlijke handel 58 %

Arbeidsomstandigheden 58 %

Merkvertrouwen 55 %

Label 52 %

Top of mind Spontaan

Met hulp

Wat zijn uw keuzecriteria bij het kiezen van een

non-foodproduct ?

• Kwaliteit, stevigheid, veiligheid, ruime keuze en prijs zijn de

belangrijkste criteria (> 80 %).

• Beschikbaarheid en handige verpakking (inclusief de informatie)

worden in 3 op de 4 gevallen genoemd; bezorgdheid om het

dierenwelzijn en om het milieu worden door 2 op de 3

geïnterviewden genoemd.

• De ethische criteria overschrijden voor de eerste keer de drempel

van de 50 %.

Basis : geïnterviewden

De Vlamingen letten bijzonder op de kwaliteit van de informatie op de verpakking (81%), op hoe handig de verpakking is (91%) en op

de stevigheid van het product (91%) alsook op de informatie die ze van de verkoper krijgen (69%).


De Brusselaars hechten meer belang aan de ruime keuze (92%), het merkvertrouwen (81%), de sterkte (95%), de aanwezigheid van

een label (82%), de kwaliteit (97%), de veiligheid (96%), de afwezigheid van gevaarlijke additieven (90%), de arbeidsomstandigheden

(84%), de eerlijke handel (78%), het leefmilieu (82%) en het dierenwelzijn (86%).

De Walen hebben vertrouwen in het merk (66%) en letten speciaal op de aanwezigheid van een label (65%), de arbeidsomstandigheden

(71%), de eerlijke handel (70%), het leefmilieu (75%) en het dierenwelzijn (79%).

De ethische productieomstandigheden vinden de consumenten van elke leeftijd heel belangrijk.

De belangstelling voor de ethische productieomstandigheden hangt samen met de sociale groep waartoe iemand behoort. Wanneer de

consument tot een hoge sociale groep behoort, besteedt hij of zij aandacht aan een ethische consumptie.

Sociale groep en ethiek

26

% respondenten die de ethische criteria belangrijk noemen

59% 59%

54%

63%

65%

61%

71%

64% 65%

Lage SG Gemiddelde SG Hoge SG

Arbeidsomstandigheden

Eerlijke handel

Eerbied voor het milieu

De belangstelling voor de ethische productieomstandigheden speelt eveneens mee bij het kiezen van een non-foodwinkel.

Sinds 1999 observeert het OIVO het ecoconsumptiegedrag in het Waalse Gewest.

Het belang dat gehecht wordt aan de ethische

productieomstandigheden, hangt samen met de

sociale groep.

• Wanneer de consument tot een hoge sociale groep

behoort, heeft hij meer aandacht voor een ethische

consumptie.

• Die verandering van houding die vastgesteld wordt

onder de hoge sociale groepen, is in verband te

brengen met de (grote) toename van het belang van

de ethische criteria bij het kiezen van een product.

In 5 jaar tijd is het percentage personen die hun gedrag hebben gewijzigd en milieuvriendelijke producten kopen, bijna verdubbeld

(93%). Maar ondanks die grote toename blijft het aankopen van milieuvriendelijke producten op een laag peil. (8)

5

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

6

Milieuvriendelijke producten

aankopen

57% 43% 44%

28%

38% 37%

24%

50%

15%

56%

15% 19% 19% 26% 28%

1999 2000 2001 2002 2003

1999 2000 2001 2002 2003

1999-2000 : geëxtrapoleerde gegevens

Dat doe ik niet

Dat doe ik

soms

Dat doe ik

regelmatig

In 2003 verklaren 28% van de consumenten dat ze regelmatig milieuvriendelijke producten kopen, tegenover 56% die dat soms en

15% die dat nooit doen.

Het zijn de vrouwen; de inwoners van de voorsteden en de oudste consumenten die vaker verklaren dat ze milieuvriendelijke producten

kopen.

Daar staat tegenover dat dit gedrag minder wijdverspreid is onder de min 25-jarigen, de niet-verantwoordelijken voor de aankopen en de

inwoners van de centrale steden. (7)

VARIABELEN DIE INVLOED HEBBEN OP HET KIEZEN VOOR MILIEUVRIENDELIJKE PRODUCTEN

Er spelen tal van variabelen een rol in iemands keuze om milieuvriendelijke producten te kopen. In dit deel bekijken we die variabelen

vanuit het oogpunt van het individu dat voor consumptiekeuzes geplaatst wordt in een overvolle markt.

Vandaag de dag wordt afgestapt van de klassieke benadering, die uitgaat van een consument die rationele beslissingen neemt in een

stabiel systeem met welomschreven voorkeuren, om over te schakelen op meer dynamische en complexe modellen die gestuurd worden

door variabelen met betrekking tot sociologische elementen (leeftijd, gezinssituatie, beroep, levensstijl, socio-economische positie, ...),

psychologische factoren (persoonlijkheid, motivatie, perceptie, scholing, houdingen, ...) en situatiegebonden aspecten (omstandigheden

waarin de aankoopbeslissingen genomen moeten worden).

Een kwalitatieve studie, die in 2002 en 2003 werd uitgevoerd in het kader van het Programma voor wetenschappelijke Ondersteuning

van de Duurzame Ontwikkeling (PODO) van het Belgisch Wetenschapsbeleid (22), kwam tot de volgende conclusies:

- De meeste consumenten hechten nauwelijks belang aan de milieukenmerken van de producten. Hun keuzes zijn het resultaat van

interacties tussen hun persoonlijke motivaties, hun diepste behoeften en de bevredigingsmogelijkheden die de markt biedt,

waarbij de milieucriteria geen (of nog geen) beslissende rol spelen.

- De motivering voor het kiezen voor een ecologisch product heeft niet (of niet noodzakelijk) met eerbied voor het milieu te maken,

maar veel meer met de behoefte om besparingen te realiseren, met prioriteit die gegeven wordt aan de gezondheid, met de

2


ehoefte om zich te onderscheiden, met het prioritair streven naar gemak of met de behoefte om te voelen dat men tot een sociale

groep behoort.

- Zelfs wanneer er een milieuvriendelijker product verkrijgbaar is, is het niet vanzelfsprekend dat de consumenten er wetens en

willens zullen voor kiezen, want er kunnen andere factoren meespelen die ertoe leiden dat de keuze valt op producten die minder

goed zijn voor het milieu, maar die betere producten zijn vanuit andere oogpunten. Bijvoorbeeld: er bestaan wasmachines die

veelzijdig en duurzaam zijn en die op de hulpbronnen besparen. Hun hogere kostprijs bij de aankoop wordt over de hele

gebruiksduur genomen normaal gezien gecompenseerd door een daling van de gebruikskosten. Maar de gedachte om een machine

langer te houden, spreekt niet alle consumenten aan. Er zijn er die liever minder betalen bij de aankoop, om vervolgens vaker van

machine te veranderen en op die manier volop de technologische vooruitgang te benutten.

- Volgens de deelnemers aan de enquête blijven de milieukwesties met betrekking tot de producten onder de verantwoordelijkheid

vallen van de andere actoren op de markt en in het bijzonder van de producenten. Het is voor de consumenten moeilijk om

producten te selecteren op basis van hun milieukenmerken. Het begrip "ecologisch product" blijft onduidelijk. Bovendien vinden ze

dat alle producten die in de handel komen, milieuvriendelijk moeten zijn en daarom aan normen moeten beantwoorden die

vastgelegd en gecontroleerd worden door de overheid.

- Afgezien van de categorie van de consumenten die zich willen onderscheiden van de anderen door een milieuvriendelijker gedrag

aan te nemen of die het beste prijsrendement willen bekomen, bijvoorbeeld, hebben de andere categorieën er meer behoefte aan

om zich in een groep geïntegreerd te voelen en om in overeenstemming met een norm te handelen. In termen van producten kan

dit op de volgende manier geïnterpreteerd worden: de ecologische producten zullen keuzeopties worden wanneer het aanbod aan

ecologische producten overvloedig, duidelijk zichtbaar en gevarieerd zal zijn (met meerdere opties, meerdere merken), met een

vergelijkbare kwaliteit en een aanvaardbare prijs.

Voor slechts weinig producten geldt dat ze in de eerste plaats worden gekocht omdat ze het milieu respecteren. De milieucriteria blijven

bijzaak bij hetgeen de consumenten door middel van hun aankopen willen bereiken en spreken (nog) niet sterk aan. Niettemin lijken de

consumenten zich hoe langer hoe talrijker bewust te worden van de milieueffecten van de productie, het gebruik en de eliminatie van de

producten die ze kopen. Er zijn er ook veel die verklaren dat ze bereid zijn om de milieu-impact van hun consumptie terug te schroeven.

In de overwegingen die een consument met milieubekommernissen maakt met betrekking tot de aankoop van bepaalde goederen, kan er

een stuk "kies het milieuvriendelijkste alternatief uit de set overwegingen" (21) voorkomen.

Verschillende auteurs komen tot de conclusie dat het ecologisch gedrag nauwer samenhangt met de persoonlijkheidsvariabelen dan met

de demografische en socio-economische variabelen, zonder dat er evenwel van een sterk verband sprake is. (17)

Bovendien is het moeilijk om het bestaan van een algemeen ecologisch gedrag te bevestigen, zowel op het gebied van aankoopgedrag

als van post-aankoopgedrag. Verschillende studies tonen aan dat er maar een zwakke samenhang is tussen de diverse bestudeerde

milieugedragingen. Iemand kan zijn of haar huishoudelijk afval recycleren en in een auto met een groot benzineverbruik rijden, of het

kan net zo goed dat iemand plastic flessen wel en glazen flessen niet recycleert. (17)

Wat motiveert de consumenten die tot handelen overgaan en naar milieuvriendelijkere producten op zoek gaan?

Proactieve houding ten overstaan van de milieubescherming

Er bestaat een verband tussen de houding en het gedrag, zodanig zelfs dat de houding vaak gebruikt wordt om bepaalde gedragingen te

voorspellen.

De houding van een consument is zijn of haar aanleg om op een coherente manier gunstig of ongunstig te reageren op een

gegeven voorwerp. Deze aanleg is het resultaat van een leerproces. (23)

7

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

Het meten van de houdingen van de consumenten ten overstaan van een product of van de attributen van een product ligt aan de basis

van tal van strategieën van marktsegmentatie. Maar het kan ook zeer nuttig blijken voor de opvoeding van de consument. Het komt er

dan op neer beter te begrijpen wat er achter de gedragingen zit, om hun verandering beter aan te moedigen.

Er is nogal wat materiaal dat erop wijst dat proactieve houdingen inzake het milieu de geneigdheid van de consumenten om ecologische

producten te kopen vergroten. Het omgekeerde is ook waar: hoe meer iemand gelooft dat het moeilijk is om veel te doen voor de

bescherming van het milieu, hoe minder hij bereid zal zijn om iets te doen in dat verband. (21)

Het is ook aangetoond dat de houdingen beïnvloed worden door de waarden van het individu en dat deze waarden een rol spelen in de

bepaling van houdingen, positief of negatief, ten overstaan van de milieubescherming. (17)

8

De waarden hebben betrekking op de belangrijke doelstellingen die de meeste mensen nastreven. De waarde is een geloof met een

duurzaam karakter; ze legt een hiërarchie vast tussen verschillende doelstellingen; ze drukt ook voorkeuren uit vanuit een sociaal of

individueel oogpunt voor dit of gene soort gedrag. (23)

De Eurobarometer meet de houdingen van de Europeanen inzake het leefmilieu.

"Kan mijn individuele actie een impact hebben op het milieu?" Over die vraag zijn de Europeanen verdeeld: half optimistisch, half

pessimistisch. De "ecologische burgerzin" heeft vele aanhangers, vooral in het noorden van Europa, maar er staat nog geen meerderheid

van de burgers achter. De Belgen behoren tot de groep van burgers die vertrouwen op hun vermogen om de dingen te veranderen. (11)

Actief: ja! Maar niet helemaal alleen!

Volgens 65% van de Europeanen ligt de oplossing in de optelsom van de individuele acties van iedereen.


De houding van de gezamenlijke actie ("inspanningen OK, maar enkel als de anderen ook inspanningen leveren") komt vaker voor in

Denemarken (74%), in Griekenland (74%), in België (72%) en in Frankrijk (72%).

De personen met een hoog studieniveau nemen meer een houding aan van gezamenlijke actie dan de laaggeschoolde personen. De

jongste leeftijdsgroep (15-24 jaar) nemen vaker een weigerachtige houding aan dan de ouderen.

In het Waalse Gewest vinden 4 op de 5 consumenten dat ze inspanningen leveren om het milieu te beschermen. Dit percentage blijft

relatief stabiel de laatste jaren. (8)

Algemene perceptie van de

individuele actie

2% 4% 1% 4% 3%

20% 18%

19%

78% 78%

95%

78%

1999 2000 2001 2002

2000 2001 2002 2003

Ik ben niet bereid om

een inspanning te

leveren

Ik ben bereid om een

inspanning te leveren

Ik doe al een

inspanning

1

9

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

Zoeken naar informatie over de milieukenmerken van de producten

In haar rapport over de milieuetikettering bevestigt de OESO dat bewustwording van de milieukwesties een voorwaarde is voor de goede

werking van een ecolabellingsprogramma. (3)

Het lijkt erop dat er wel degelijk een verband bestaat tussen kennis van het milieu en ecologisch gedrag, maar daaruit mag men niet

concluderen dat een grotere milieukennis systematisch leidt tot een verandering in het milieugedrag. (17)

In het kader van een enquête die in Duitsland, Italië, Spanje en Noorwegen werd gehouden, kregen 4.000 personen vragen voorgelegd

over 3 producten en diensten: wasmachine, absorberend keukenrolpapier en toeristische installaties. (20)

De meeste respondenten verklaren informatie te zoeken over de milieukenmerken van de producten als ze op het punt staan een

aankoop te doen.

Niettemin gebeurt dit zoeken niet met dezelfde intensiteit voor alle betrokken productcategorieën.

In het noorden van Europa zoeken de mensen meer milieu-informatie over het absorberend papier en de wasmachines; in het zuiden zijn

ze meer geïnteresseerd in de toeristische installaties. Dit weerspiegelt waarschijnlijk de inspanningen die gedaan zijn om het ecolabel

te promoten voor producten zoals papier en wasmachines in het noorden en de omvang van de milieuproblemen in de toeristische

industrie in het zuiden.

De meest aangehaalde reden om het niet zoeken naar informatie te verklaren is het gebrek aan belangstelling voor deze soort

informatie.

De respondenten die zich akkoord verklaren met de stelling "I do what is right for the environment, even when it costs more money or

takes more time" (die wordt beschouwd als de uitdrukking van een proactieve houding ten overstaan van de milieubescherming), zoeken

meer naar informatie dan de andere.

In Duitsland en Italië zoeken de kopers meer dan de niet-kopers.

In Duitsland en Noorwegen zoekt de leeftijdsgroep van 30 tot 50 jaar meer dan de jongere groepen.

In Italië en in Spanje zoeken de gepensioneerden minder dan de andere activiteitsgroepen.

Noorwegen is het enige land waar er een verband is tussen het geslacht, de opvoeding en het zoeken naar milieu-informatie: de vrouwen

en mensen met een hoog opleidingsniveau zoeken meer dan de mannen en mensen met een basisschoolvorming.

Verscheidenheid van de dragers

De voorlichting over de milieukenmerken van de producten kan tot de consumenten gericht worden via diverse kanalen, zoals de

ecologische labels, producttests en de magazines van verbruikersorganisaties, de informatie die de producenten op de verpakkingen

vermelden, het internet, het verkooppersoneel of de reclame...

De ecologische labels worden zelf opgedeeld in verschillende categorieën: reglementaire labels, labels van het type ISO I (puur

ecologische labels), van het type ISO II (eigen claims), van het type ISO III (ecologisch profielen) en andere.

10


In de hogergenoemde studie over Duitsland, Noorwegen, Italië en Spanje geven de respondenten die informatie zoeken, de voorkeur aan

een grote verscheidenheid van informatiebronnen. Het merendeel van de respondenten wenst over de informatie te beschikken in meer

dan één vorm. De consumenten verkiezen een verscheidenheid aan informatiemiddelen, maar vinden dat de ecolabels belangrijke

instrumenten zijn. (20)

In België (2004) wordt eveneens om informatie via meerdere dragers gevraagd, zowel voor de algemene info vóór de aankoop als voor

de informatie op het product of bij de aankoop. (5)

Gewenste manier van

informeren

Op welke manier wenst u

geïnformeerd te worden?

51%

58%

34%

Verpakking

Media

Reclame supermarkt

Expliciete logo's

Internet

Gids

84%

82%

73%

De vraag geldt slaat op vele dragers en

slaat tegelijk op de algemene informatie

vóór de aankoop en op de informatie op

het product op het moment van de

aankoop.

8 op de 10 consumenten zoeken

informatie op de verpakking of in de

media, 7 op de 10 zoeken in de

reclames van de grootwarenhuizen, 6

op de 10 vragen meer expliciete logo’s

en 1 op de 2 wil een gemakkelijk mee

te nemen aankopengids of een website

die gedetailleerde info verstrekt.

Nauwelijks 1 op de 3 consumenten

vraagt om een informatiebord in het

verkooppunt.

84% wensen dat de informatie hen wordt verstrekt op de verpakking of in de media, 73% willen informatie via de reclames van de

grootwarenhuizen, 60% vragen om meer expliciete logo's, 50% zouden een gemakkelijk mee te nemen gids op prijs stellen.

Slechts 34% van de consumenten vragen dat er borden met informatie in de verkooppunten zouden worden geplaatst.

Het zijn vooral de Walen, de mensen die op het platteland wonen en de lage sociale groepen die om meer expliciete logo's vragen.

Als ze boodschappen doen, lezen de consumenten geen etiketten vooraleer ze een product kopen, zeker niet als het om courante

verbruiksgoederen gaat. Er moet dus voor gezorgd worden dat de aanduidingen die milieuvriendelijkere producten herkenbaar moeten

maken, onmiddellijk opvallen. (22)

Vraag om, kennis van en begrip van de labels

De milieulabels kunnen in het kader van milieubeleidsbeslissingen enkel nuttig zijn als de consumenten ernaar zoeken, ze herkennen,

ze begrijpen, ze betrouwbaar vinden en ze als hulpmiddel voor het nemen van beslissingen waarderen.

Een label kennen is een voorwaarde om het te gebruiken voor een aankoopbeslissing en het label begrijpen is een voorwaarde om het

correct te gebruiken. Een label kennen betekent: weten dat het bestaat, het herkennen en weten waar het voor staat.

Dat de consument een label herkent betekent immers nog niet meteen dat hij het ook begrijpt.

11

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

In een sector waar informatie in overvloed wordt verstrekt, moet een consument bovendien geloven dat dit label hem of haar kan helpen

om een doelstelling (van ecologische strekking in dit geval) te verwezenlijken en moet hij op zoek zijn naar milieuvriendelijkere

producten (of andere voordelen zien in milieuvriendelijke producten) om aandacht aan het ecolabel te besteden. Het is immers weinig

waarschijnlijk dat een consument aandacht aan een ecolabel besteedt als hij niet denkt dat de aankoop van producten die een ecolabel

dragen helpt het milieu te beschermen of als hij niet gelooft dat de informatie waar het label voor staat nuttig kan zijn in dat verband.

Er kunnen nog andere factoren invloed hebben op de aandacht die aan de ecolabels besteed wordt, onder andere:

- de beschikbaarheid van producten met een ecolabel in de winkels,

- persoonlijkheidsfactoren: vooral de "perceived consumer effectiveness", d.i. de perceptie die de consument heeft van zijn of haar

vermogen om de nagestreefde resultaten (in dit geval het milieu beschermen) te beïnvloeden. (21)

Een kwantitatieve enquête (2000) die werd uitgevoerd in Groot-Brittannië, Ierland, West-Duitsland en Oost-Duitsland, toont aan dat een

ruime meerderheid van de respondenten toch minstens af en toe aandacht besteden aan de ecolabels.

Hoeveel aandacht aan de ecolabels wordt besteed varieert in functie van het belang dat iemand persoonlijk hecht aan de

milieubescherming en van de "perceived consumer effectiveness" ten overstaan van de milieuproblemen. (21)

Het kennen van de ecolabels en de beschikbaarheid van producten met een ecolabel in de verkooppunten zijn twee variabelen die sterk

met mekaar verbonden zijn. De bestaande ecolabels zijn waarschijnlijk de belangrijkste bron van kennis over de ecolabels. Er wordt een

betere kennis van de ecologische labels opgetekend in de landen waar die labels een grotere ontwikkeling kennen.

In de enquête (2002) die werd uitgevoerd in Duitsland, Noorwegen, Italië en Spanje, noemt slechts 1 à 2% van de respondenten de EU

Flower wanneer gevraagd wordt om ecolabels op te sommen.

In Duitsland en in Noorwegen kan 75% van de respondenten ten minste één label noemen, in Spanje kan maar 25% dat en in Italië ligt

het percentage nog lager: op 5%. De meest genoemde labels zijn: de Blaue Engel in Duitsland, de witte zwaan in Noorwegen, de

recyclagedriehoek in Italië en het groene punt in Spanje !

Verschillende auteurs suggereren dat de ecolabels en de producten met een ecolabel, alsook de onmiddellijke omgeving ervan in de

winkels, de belangrijkste bronnen zijn voor een goede lering in verband met de ecolabels. Het kennen van de ecolabels zou dus

afhangen van de beschikbaarheid van producten met een ecolabel in de winkels. Als er veel producten met een ecolabel voorhanden

zijn, kan een consument ze gemakkelijker opmerken en er meer over leren. (21)

Volgens het Crédoc (2003) herkennen slechts 8% van de Fransen de NF-norm en 11% het Europees label. Het hoeft dan ook niet te

verbazen dat 73% van de respondenten vinden dat er onvoldoende informatie is over de ecologische producten. (18)

In België wijst de evaluatie van de perceptie van de labels die het OIVO (in 2004) heeft gemaakt, uit dat gemiddeld 1 op de 3

consumenten vindt dat de aanwezigheid van een label of een certificaat een belangrijk criterium is voor het selecteren van een product.

Voor de non-foodproducten vindt 1 op de 5 dat de aanwezigheid van een label een belangrijk keuzecriterium is.

12


Label en keuze van een nonfoodproduct

82%

18%

Belangrijk Niet belangrijk

De vraag naar labels varieert in functie van de profielen.

1 op de 5 consumenten vindt dat de

aanwezigheid van een label of een

certificaat een belangrijk criterium is

bij de selectie van een nonfoodproduct.

Het percentage is minder hoog dan

dat voor de foodproducten.

Respondenten: respondenten die verklaard

hebben dat de aanwezigheid van een label op

een non-foodproduct belangrijk is.

De leeftijd, de regionale locatie, de grootte van de gezinskern en het behoren tot bepaalde sociale groepen kunnen een invloed hebben

op de belangstelling voor een label.

Een jongere consument besteedt minder aandacht aan de labels. Naarmate de consument ouder wordt, wordt de aanwezigheid van een

label belangrijker in zijn productkeuze.

Een consument die tot een lage sociale groep behoort, verklaart meer op de aanwezigheid van een label te letten, ook al koopt hij -

paradoxaal - de producten met een label niet. (5)

13

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

14

Leeftijd en label

% respondenten die de aanwezigheid van

een label als belangrijk criterium opgeven

26%

25%

24%

20%

8%

18-29 jaar 30-39 jaar 40-49 jaar 50-64 jaar 65 jaar en

+

Gewest en label

% respondenten die de aanwezigheid van

een label als belangrijk criterium opgeven

16%

20%

22%

Vlaanderen Brussel Wallonië

De interesse voor de aanwezigheid

van een label of een certificaat op

een non-foodproduct varieert met

de leeftijd van de consument.

De interesse voor de aanwezigheid

van een label of een certificaat in

een voedingswinkel houdt nauw

verband met de leeftijd van de

consument.

Naarmate de consument ouder

wordt, neemt het belang van het

label toe, uitgezonderd tussen 30 en

39 jaar.

De interesse voor een label op een

non-foodproduct ligt anders naargelang

de geografische afkomst

van de respondent.

De interesse neemt toe naarmate

men meer van het noorden naar het

zuiden van het land opschuift.


Sociale groep en label

% respondenten die de aanwezigheid van

een label als belangrijk criterium opgeven

27%

24%

22%

Lage SG Midden SG Hoge SG

De interesse voor een label op de

non-foodproducten houdt verband

met de sociale groep.

Als de consument tot een lage

sociale groep behoort, is hij meer

vrager om een label op de

producten te hebben.

Daar staat tegenover dat die

interesse afneemt naarmate hij

hoger op de sociale ladder komt te

staan.

In diezelfde enquête was een afzonderlijk luik gewijd aan de Europese "margriet".

Bijna één op de drie Belgische consumenten kon het Europees ecologisch label identificeren.

Europees ecologisch label

72%

28%

Bekend Niet bekend

Bijna 1 op de 3 consumenten

herkent het Europees ecologisch

label. Ongetwijfeld doet de

symboliek van het logo denken aan

de Europese dimensie en

assimileert de consument die met

het logo.

Dit percentage lijkt ons overschat

gelet op het beperkt aantal

producten dat op de Belgische

markt aanwezig is.

Het label is beter bekend onder de

Brusselaars (56%) en de gezinnen

die bestaan uit 3 personen (38%).

Het label is minder bekend bij de

koppels zonder kinderen (20%).

15

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

De herkenning van het ecologisch label hangt nauw samen met de leeftijd van de consument.

Naarmate de consument ouder wordt, herkent hij meer het label, uitgezonderd wanneer hij of zij eenmaal de 65 voorbij is.

16

16%

Leeftijd en Europees ecologisch

label

% respondenten die het label herkennen

27%

31%

36%

28%

18-29 jaar 30-39 jaar 40-49 jaar 50-64 jaar 65 jaar en

+

De herkenning van het label houdt

nauw verband met de leeftijd van

de consument.

Naarmate de consument ouder

wordt, wordt het label meer

herkend, uitgezonderd boven de 65

jaar.

De herkenning van het ecologisch label varieert in functie van de sociale groep.

Hoe hoger het sociaal statuut van de respondent, hoe meer hij het ecologisch label herkent.

Sociale groepen en Europees

ecologisch label

% respondenten die het label herkennen

19%

30%

37%

Lage SG Midden SG Hoge SG

De herkenning van het Europees

ecologisch label houdt verband met

de sociale groepen.

Als de consument tot een lage

sociale groep behoort, herkent hij

minder vaak het label.

De herkenning neemt toe naarmate

het sociaal statuut van de

respondent stijgt.


Nauwelijks 1 op de 4 consumenten is in staat om precies te omschrijven wat de rol van het label is.

De lage sociale groepen vergissen zich het vaakst.

Europees ecologisch label

28%

Perceptie

23%

33%

Correct Gedeeltelijk

Fout Geen antwoord

16%

Nauwelijks 1 op de 4 consumenten

is in staat om correct te beschrijven

wat de rol van het label is.

1 op de 5 geeft enkele elementen

van het antwoord.

1 op de 3 vergist zich.

1 op de 3 verklaart niet op de vraag

te kunnen antwoorden.

Het zijn de lage sociale groepen die

zich het vaakst vergissen.

Basis: kennen het label

Europees ecologisch label

Dit label garandeert …

Milieubescherming

Afwezigheid van

gezondheidsschadende

additieven

Afwezigheid van

GGO’s

Leefbaar min. loon

voor producenten in

3de wereld

Werksituatie

personeel in

productiebedrijf

1%

32%

11%

69%

22%

Het Europees ecologisch label

wordt manifest beschouwd als een

label dat de bescherming van het

milieu garandeert.

Tal van respondenten overdrijven

evenwel de draagwijdte van het

label.

Er blijkt risico voor verwarring te

zijn tussen de gebruikte Europese

symboliek en de draagwijdte van

het label.

Basis: kennen het label

17

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

Het sleutelwoord is "vertrouwen" !

Om de consumenten ertoe te brengen om aandacht te besteden aan de ecolabels en ze te gebruiken in hun consumptiekeuzes, moet

ervoor gezorgd worden dat ze vertrouwen hebben in deze soort informatie. De ecolabels moeten dus zodanig beheerd worden dat ze de

consumenten vertrouwen inboezemen en de communicatie moet zodanig gevoerd worden dat dit vertrouwen opgebouwd wordt.

Het vertrouwen dat de consumenten in een label stellen, is een essentiële factor voor het succes van dat label want de "gewone"

consumenten zijn niet in staat om de wetenschappelijke gegevens te verifiëren die aan de basis liggen van de criteria noch om in te

schatten of een product werkelijk beter is voor het milieu.

De consument zal een label enkel gebruiken als hij vertrouwen heeft in de boodschap die het label uitdraagt. Maar tal van consumenten

staan sceptisch tegenover de ecologische claims die de etikettering en de reclame hen willen laten slikken. Heel wat studies komen tot

een zelfde besluit: gelet op het aantal labels, claims en andere pictogrammen zijn de consumenten niet in staat om de betrouwbare

informatie te onderscheiden van de uit de lucht gegrepen informatie en dat doet hun vertrouwen in alle labels afnemen.

Tussenkomsten van de overheid en van organismen zoals het ISO lijken een invloed te hebben op de ecologische claims en het

consumentenvertrouwen in de ecolabels neemt de laatste jaren toe. (21)

Het vertrouwen varieert in functie van de houding van de consument.

De studie (2000) die werd uitgevoerd in Groot-Brittannië, Ierland, West-Duitsland en Oost-Duitsland, toont aan dat er een verband is

tussen het vertrouwen in de labels en de proactieve houding in verband met het milieu: de invloed van de proactieve houding ten

overstaan van de aandacht die aan de ecolabels wordt besteed, is groter bij diegene die vertrouwen hebben in de ecolabels.

Een factor die zeer belangrijk is voor dit vertrouwen, is de manier waarop het label wordt beheerd en gecontroleerd.

Uit tal van studies blijkt dat de consumenten meer vertrouwen hebben in de onafhankelijke organismen, in de verbruikersorganisaties,

in de milieuorganisaties of in de overheidsinstanties dan in de producenten en de distributeurs.

De Noren, de Duitsers, de Italianen en de Spanjaarden stellen hun vertrouwen in de wetenschappers en in de verbruikers- en de

milieuorganisaties, terwijl de productie- en distributiebedrijven het minste vertrouwen genieten.

De Duitsers vinden dat de milieu- en de verbruikersorganisaties de labels moeten beheren en ze vertrouwen die instanties.

In Italië, Spanje en Noorwegen zijn de respondenten van mening dat de overheid de leader moet zijn op het milieuvlak, maar

tegelijkertijd hebben ze maar weinig vertrouwen in de informatie die de regeringen verstrekken.

De Europeanen vertrouwen de nationale of Europese overheid meer dan de industrieën, maar minder dan de NGO's. (20)

In België heeft bijna 1 op de 2 consumenten vertrouwen in het Europees ecologisch label, waarbij het vertrouwen het grootst is bij de

Brusselaars (84%), de leeftijdsgroep van 50 tot 65 jaar (52%) en de hoge en gemiddelde sociale groepen (resp. 37% en 38%).

18


Europees ecologisch label

Dit label boezemt vertrouwen in

54%

Ja Nee

46%

Bijna 1 op de 2 consumenten stelt

vertrouwen in het Europees

ecologisch label.

Meer onder de Brusselaars (84%),

de 50- à 65-jarigen (52%), de lage

sociale groepen (71%).

Minder in Vlaanderen (31%), onder

de 18- à 39-jarigen (18%) en bij de

hoge en de midden sociale groepen

(resp. 37 en 38%).

Bijgevolg kan men het efficiëntiepercentage van het Europees ecologisch label berekenen, aangezien men het percentage bekendheid,

perceptie en vertrouwen kent.

Efficiëntie van het Europees

ecologisch label

Bekendheid Perceptie

72%

28%

21% 4%

7%

Vertrouwen

Het efficiëntiepercentage van het EU Flower-label bedraagt 4%.

Er bestaan drie efficiëntiefilters:

bekendheid: zonder bekendheid kan

het label niet herkend en gebruikt

worden.

perceptie: als de consument de

functies verkeerd inschat, kan hij het

label niet welbewust gebruiken.

vertrouwen: een consument die het

label niet vertrouwt, zal het niet

gebruiken.

Na filtering komen we aan een

efficiëntiepercentage van 4%.

Respondenten: kennen het label en zijn rol, en

stellen er vertrouwen in

Efficiëntie: % consumenten die het

label en zijn rol kunnen herkennen

Het consumentenvertrouwen in de informatie die een label verstrekt, steunt ook op het niveau van de criteria: het label moet een

garantie van bijkomende kwaliteit bieden.

19

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

In de verschillende enquêtes waarnaar in deze synthese verwezen wordt, getuigen de respondenten van een groot vertrouwen in de

wetenschap. Het lijkt bijgevolg vanzelfsprekend dat de criteria van de ecolabels wetenschappelijk onderbouwd moeten worden.

Bovendien moeten de criteria van een hoog niveau zijn, zodanig dat het product dat eraan beantwoordt ook echt milieuvriendelijker is.

Het BEUC heeft een vergelijking gemaakt van de criteria die vastgelegd zijn voor de diverse productcategorieën waarop het ecolabel

betrekking heeft, met de normen die door de reglementeringen zijn vastgelegd. Algemeen kan men stellen dat het ecolabel veel hogere

eisen invoert dan die welke de reglementeringen opleggen. Ofwel stelt het striktere beperkingen voorop dan de richtlijnen, ofwel legt het

limieten vast voor producten die niet tot het toepassingsgebied van die richtlijnen behoren, ofwel verricht het absoluut pionierswerk

door criteria te bepalen waar wetgeving nog onbestaande is. Het besluit van het BEUC luidt als volgt: het ecolabel brengt een duidelijk

voordeel met zich mee, dat gemakkelijk begrepen kan worden door de consument, die zeker is van de bescherming van zijn of haar

gezondheid (en van het leefmilieu) als hij/zij voor een product met een ecolabel kiest. Het ecolabel beperkt de blootstelling van de

consumenten aan gevaarlijke scheikundige producten, het waarborgt dat een product minder gevaarlijk is voor de eindverbruiker, terwijl

de wetgeving vaak alleen maar dient om de consument te informeren over het gevaar dat een bepaalde stof oplevert.

CONCLUSIES

Uit de diverse studies die in het kader van deze synthese werden geraadpleegd, blijkt dat de consumenten zich hoe langer hoe meer

bewust zijn van de milieu-impact van de productie, het gebruik en de eliminatie van de goederen die ze kopen. Bijgevolg verklaren ze

zich bereid om in hun consumptiekeuzes de milieucriteria alsook andere ethische criteria in acht te nemen. In dat verband zijn de

ecologische labels instrumenten die de consument kunnen helpen om beslissingen te nemen.

Informatie van goede kwaliteit over goederen en diensten speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van duurzamere

consumptiegedragingen. Een goede voorlichting moedigt de consumenten aan om beter presterende producten te vragen en samen met

andere maatregelen kan ze helpen om de markt te doen evolueren naar sociale en milieunormen van een hoger niveau.

Er moet niettemin aan bepaalde voorwaarden worden voldaan opdat de ecologische labels de keuzepatronen zouden beïnvloeden.

De consument moet ervan overtuigd worden dat hij echt kan bijdragen aan de milieubescherming door zijn keuzes te veranderen.

Daarna moet hij leren om de betrouwbare labels te herkennen en te kennen. Daar kunnen verschillende maatregelen een steentje toe

bijdragen:

- Aangezien de nabijheid van vele producten met een ecolabel de beste bron is voor kennis en lering over de ecologische labels,

mag men verwachten dat de uitbreiding van het aanbod aan ecoproducten een sneeuwbaleffect zal hebben. De overheid heeft

daarin een rol te vervullen, die erin bestaat de producenten aan te moedigen om meer producten met een ecolabel in de handel te

brengen.

- De massa ecologische informatie allerhande lijkt de geloofwaardigheid van de ecologische labels in gevaar te brengen: de

consumenten vinden de ecologische info niet meer, herkennen hun oorsprong niet meer, kunnen ze niet meer onderscheiden van

de meer uit de lucht gegrepen informatie. Ook hier moet de overheid orde op zaken stellen, onder andere door regels op te leggen

in verband met eigen claims en door de voorwaarden vast te leggen waaraan elk label moet voldoen.

- De procedures voor het vastleggen van criteria en voor het toekennen en controleren van het label moeten zodanig uitgewerkt

worden dat ze vertrouwen inboezemen bij de consumenten, hetgeen een onontbeerlijke voorafgaande voorwaarde is voor het

succes van de labels. Deze procedures moeten onder andere transparant zijn: vooral de lastenkohieren moeten gemakkelijk

toegankelijk zijn voor iedereen; ze moeten een onafhankelijke derde als toezichthouder aanstellen; ze moeten effectief

gecontroleerd worden; en ze moeten alle stakeholders hun inbreng laten doen. Het Europees ecologisch label voldoet aan die

voorwaarden.

20


- De verbruikersorganisaties die lid zijn van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties - OIVO, hebben

een platform uitgewerkt van eisen aangaande de voorwaarden waaraan elk label zou moeten beantwoorden. Deze stellingneming

is bij deze studie gevoegd (zie bijlage 1).

- De verschillende peilingen tonen aan dat het consumentenvertrouwen meer uitgaat naar de verbruikersorganisaties,

milieuorganisaties en onafhankelijke organismen dan naar de productie of de distributie, met de overheid ergens daartussenin. De

overheid heeft er dus alle belang bij om de voorwaarden te bewerkstelligen die een solide samenwerking met de NGO's mogelijk

maken.

- De communicatie over het label moet bijdragen aan de opbouw van dit vertrouwen.

Maar de ecolabels, hoe interessant ze ook mogen zijn, moeten beschouwd worden als aanvullende instrumenten en niet als

vervangmiddel voor de andere maatregelen op het gebied van de reglementering, de sensibilisatie, de informatie en de educatie. Ze

moeten ontwikkeld worden in het kader van een echt geïntegreerd productbeleid.

En we hebben het gezien: inzake voorlichting eisen de consumenten een informatie via vele dragers en de desiderata ter zake zijn

verschillend naar gelang van de profielen.

Informatieve instrumenten zoals de ecolabels kunnen hun rol enkel efficiënt vervullen in het kader van een ruimer beleid inzake

consumentenvoorlichting:

- De gelijktijdige uitwerking van andere etiketteringsvoorstellen, zoals de ecoprofielen (bijv.: de energieverbruiksetiketten) of

de verplichte etiketteringen, zou het mogelijk maken om andere categorieën van consumenten te bereiken voor wie de nood

aan besparingen en toezicht prioritair is. Wil men merkbare wijzigingen in de keuzes bekomen, dan moet er gezorgd worden

voor een uitbreiding en diversificatie van het aanbod aan ecoproducten en moet de manier van communiceren over de

producten gediversifieerd worden teneinde een maximum aan consumenten te bereiken door ze rechtstreeks op hun

prioritaire bezorgdheden aan te spreken, waarbij verwarring evenwel te allen prijze vermeden moet worden.

- Als de consument de milieuvriendelijkste producten wil kunnen herkennen, verklaart hij ook dat hij geïnformeerd wil worden

over de te vermijden producten. Negatieve waarschuwingen, in de stijl van "dit product consumeren schaadt het milieu",

zouden kunnen worden vermeld op het etiket van de bijzonder milieuschadelijke productcategorieën (oplosmiddelen,

pesticiden, ...).

- De etikettering van de producten volstaat echter niet om het publiek correct over de milieuvriendelijke consumptiekeuzes te

informeren. De consument moet ook kunnen beschikken over betrouwbare informatie betreffende de mogelijke

vervangmiddelen en de gepaste gedragspatronen. Hoewel de informatie over de producten van essentieel belang is om te

begrijpen welke de verwachte gedragingen zijn, om de dwingende maatregelen te aanvaarden of om mee te werken aan het

invoeren van productgerichte beleidsopties, lijkt ze geen kwantitatief betekenisvolle veranderingen te kunnen op gang

brengen. Er moeten andere stimuli, in het bijzonder ingrepen op de prijzen, aangewend worden.

21

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

Bijlage 1

22

Stellingneming van de verbruikersorganisaties die lid zijn van het OIVO aangaande de labels

DEFINITIE :

« Wordt beschouwd als een label: elk herkenningsteken (zoals bijvoorbeeld een term of een pictogram) waarmee een producent of

dienstverstrekker de consument inlicht over de specifieke kwaliteiten die zijn producten of diensten kenmerken teneinde de

verkoop ervan rechtstreeks of onrechtstreeks te bevorderen. »

Een label zou enkel toegelaten mogen worden als het beantwoordt aan de volgende voorwaarden:

1. Het garandeert een toegevoegde waarde in verhouding tot de wettelijke beschikkingen.

2. Het wordt toegekend door een organisme dat onafhankelijk is ten opzichte van de producent of dienstverstrekker en dat

regelmatig een controle vooraf en achteraf uitvoert op de producten of diensten waaraan het label is toegekend.

3. Het is conform met een transparant en officieel door de overheid erkend lastenkohier én het wordt onderworpen aan het

toezicht van een daartoe door de overheid geaccrediteerd organisme.

4. Het is gemakkelijk herkenbaar en gemakkelijk te begrijpen door de consument.

5. Het informeert duidelijk, ondubbelzinnig en precies over de toegevoegde waarde.

WAT DE VO VRAGEN

De vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties van het OIVO pleiten voor een integrale benadering van de

labelreglementering. Ze steunen het streven naar een algemene reglementering van de labels, die verder moet gaan dan het

introduceren van reclameregels en een certificatiesysteem.

Daarom stellen zij een precieze reglementering voor, onder andere in het kader van de Wet op de handelspraktijken.

1. Ze vragen dat labels zouden worden toegelaten in een duidelijk kader, wat een definitie van de term "label" vereist: er moet

een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen pictogrammen, een collectief merk of andere markeringen die worden

gebruikt op een etiket, in reclames of voor de bevordering van de verkoop van een product. Teneinde de consumenten in

staat te stellen om de labels te herkennen, vragen deze vertegenwoordigers dat er voor al deze labels een gemeenschappelijk

symbool wordt ingevoerd en dat er een lijst van de labels wordt opgemaakt die regelmatig wordt geactualiseerd.

2. (Kwaliteits)Labels moeten voorbehouden worden voor producten of diensten die een echt voordeel bieden voor de

consument. In elk ander geval moet de toelating om labels te gebruiken worden ingetrokken.

3. Ze vragen dat de reglementering betreffende het gebruik van labels toegepast wordt zowel op de etikettering als op de

reclame of elke andere promotieactie.

4. Om een overvloed aan labels te vermijden, pleiten ze voor een geïntegreerde aanpak voor de ontwikkeling van de labels die

steunen op algemene kenmerken welke voor alle producten en/of diensten gelden: zo zou van unidimensionale labels, die


enkel gebaseerd zijn op de oorsprong, op de commerciële kwaliteiten, op één aspect van de dienst of het product

(bijvoorbeeld de verpakking of de presentatie), op ecologische of sociale of andere kenmerken, een overgang gemaakt

moeten worden naar multidimensionale labels.

De vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties blijven niettemin voorstanders van de vrijheid van de producent of van de

distributeur in zijn beslissing om een label te gebruiken of niet, alsook in de keuze van de aard van dat label (oorsprong of afkomst,

commerciële kwaliteiten, kwalitatieve kenmerken, unidimensionaal of multidimensionaal label, enzovoort).

Terwijl ze wachten op de dringende invoering van een specifieke wetgeving betreffende het label, pleiten de vertegenwoordigers van de

verbruikersorganisaties voor een strikte toepassing van de reglementering die momenteel bestaat (controles en sancties) met

betrekking tot de (oneerlijke) reclame en de etikettering.

Bronnen

1. Je suis écolo, tu es écolo, il/elle est écolo… Sondage Observatoire Thalys, février 2001.

2. Clarke, A., Harvey, M., Kane, D. Attitudes and behavior: are consumers influenced by ecolabels ?,

http://www.ssi.nrcs.usda.gov/SSIEnvPsy/nrcs/ecopaper.pdf

3. Comité interdépartemental de Rio (Ci-Rio) (2000), "Reconnaissance et promotion des labels", Rapport sur la mise en œuvre de la

stratégie du Conseil fédéral sur le développement durable.

4. CRIOC, Le label écologique européen, Observatoire de la consommation alimentaire, 25 avril 2004.

5. CRIOC, Labels, Observatoire de la consommation alimentaire, 27 avril 2004.

6. CRIOC, L'éco-consommation en Wallonie, Enquête ecowa 2003, mai 2004.

7. CRIOC, L'éco-consommation en Wallonie, Enquête ecowa 2002, juin 2003.

8. CRIOC, 5 ans de perception de l'éco-consommation en Wallonie, 1999-2004, juin 2004.

9. OIVO, Consumer Behavior Monitor, 2004.

10. Eurobarometer 1999: http://europa.eu.int/comm/environment/barometer/barometer_en.pdf.

11. Eurobarometer 2002: L’environnement ? Ce qu’en pensent les Européens. Commission européenne, 2002,

http://europa.eu.int/comm/environment/pubs/brochure_en.pdf

12. Imkamp, H. The Interest of Consumers in Ecological Product Informatioin Is Growing – Evidence From Two German Surveys, Journal

of Consumer Policy 23 (2): 193–202, 2000.

13. Gordy, L. Differential Importance of Ecolabel Criteria to Consumers. Institute for Agriculture and Trade Policy, Minneapolis, 2003.

14. Liebi, T. Monitoring Ecolabels: You Can Have Too Much of a Good Thing, University of Bern, July 2002.

23

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC


© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

15. Liebi, T. Trusting Labels: A Matter of Numbers ?, University of Bern, February 2002.

16. Locret M-P, de Roo Charlotte, L'écolabel européen - Moins de substances chimiques dangereuses dans les produits de

consommation courante, BEUC/084/2004, Février 2004.

17. Marguerat, D.; Cestre, G. Ecolabels et consommation: variables intervenant dans le processus d'achat, Ecole des Hautes Etudes

Commerciales, Université de Lausanne, décembre 2003.

18. Nougaret Marie-Hélène - Deniel Patrick, Les écologistes. Citoyens mais consommateurs, LSA, 5 février 2004, N°. 1846, Pages 50-

54.

19. Sto, E., Strandbakken, P., Throne-Holst, H., Vitterso, G. Potentials and limitation of environmental information to individual

consumers. National Institute for Consumer Research, Norway, presented at the 9 th European Roundtable on Sustainable

Consumption and Production, Bilbao, 2004.

20. Sto, E.; Strandbakken, P.; Advantages and limitations of ecolabels as consumer and environmental political instruments, report

from the European DEEP Project, National Institute for Consumer Research, 2002.

21. Thorgersen, J. Psychological Determinants of Paying Attention to Ecolabels in Purchase Decisions: Model Development and

Multinational Validation; Journal of Consumer Policy, 23 (3): 285-313, 2000.

22. Wallenborn, G., Rousseau, C., Delbaer, P. Critères et impulsion de changements vers une consommation durable: approche

sectorielle, Rapport final, PADD II de la politique scientifique belge, 2004.

23. Pellemans, P. Le marketing qualitatif, perspective psychoscopique, De Boeck Université, 1998.

24


Verantwoordelijke uitgever:

Marc Vandercammen

OIVO

Riddersstraat 18

1050 Brussel

Tel. 02 547 06 11 – Fax 02 547 06 01

www.oivo.be

Editie 2004

Catalogusreferentie: 746-04R

D-2004 –2492-70

Prijs: 15€

© OIVO Overnames toegelaten mits voorafgaand akkoord van de uitgever en mits bronvermelding.

25

© CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC © CRIOC

More magazines by this user
Similar magazines