Signaal op Veilig - Brandweer

brandweer.nl

Signaal op Veilig - Brandweer

Signaal op Veilig

Nieuws van de

Veiligheidsregio Noord-

en Oost-Gelderland

Zes or less

Crisisplan

Natuurbrandrisico

TNO-proeftuin

7e jaargang

nr 23 - maart 2010

Derde oefening in

pilot Zelfredzaamheid


In deze uitgave

Opleidingen nieuwe stijl 2

Zes or less 3

Clusternieuws 4

Keuze voor kwaliteit 7

Brandweerman in opleiding 8

Natuurbranden:

luchtverkenning 10

Picrinestaartje 13

ATB toertocht 13

Ontruimingsoefeningen 14

Natuurbrandrisicokaart

Oost-Gelderland 17

Platform zorgcontinuïteit 18

Regionaal crisisplan 20

IMCA 21

Oefening radio-actief 22

Nieuwe sectornaam 23

Phoenix winnaar

Veiligheidaward 23

Platform Vrijwilligers 24

Meldkamer Oost Nederland 25

Warehouse 26

Alpe d’HuZes 27

TNO proeftuin 28

Signaaltje 31

Exotisch materieel 32

Colofon

Signaal op Veilig is een uitgave

van de Veiligheidsregio

Noord- en Oost-Gelderland

Redactieadres:

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Communicatie

Postbus 234, 7300 AE Apeldoorn

Tel. (055) 5 483 000

Communicatie@vnog.nl

Vormgeving:

The Mouse Connection, Deventer

Meer informatie:

www.vnog.nl

Opleidingen in beweging

In 2010 krijgt de brandweer te maken met het landelijke ‘kwaliteitstelsel vakbekwaamheid’,

waarmee ook de opleidingen tot manschap en bevelvoerder

ingrijpend veranderen. Die veranderingen hebben veel invloed op verschillende

doelgroepen en processen. Binnen de VNOG is de sector Opleidingen verantwoordelijk

voor het uitvoeren van alle veranderingen in opleiden en oefenen. Niet alleen

de cursisten merken dat (meer zelfstudie en meer op de werkplek), ook de mensen

die zich bezig houden met het opleiden en het oefenen van de brandweermensen

moeten anders gaan werken.

Zo geldt voor de instructeurs dat er nieuwe (instructeurs)functies bijkomen,

waarvoor ze opgeleid of omgeschoold moeten worden. Vandaar dat de sector

Opleidingen gestart is met een nieuwsbrief waarin landelijke en regionale

ontwikkelingen op het gebied van opleidingen besproken worden. Wilt u een

abonnement op deze nieuwsbrief, neem dan contact op met Susan Schut:

055 54 83 402 of s.schut@vnog.nl

Edwin Kadiks

Hoofd sector Opleidingen a.i.


Zes or less, or even more?

Minister ter Horst weet het wel: minder dan zes mensen op een Tankautospuit is geen enkel probleem!

Nou is dat idee niet nieuw. Sterker nog, her en der is in de afgelopen jaren al geëxperimenteerd met een

ander aantal dan de standaard zes in een brandweervoertuig (TS), maar om diverse redenen is het er

zelden echt van gekomen. In Apeldoorn pakken ze het echter anders aan. Rick van Putten en Reggie de

Wit dragen al ruim een jaar het project ‘zes or less’ en ze geloven erin.

“Maar niet omdat de brandweer daarmee goedkoper

kan worden”, maakt Van Putten meteen duidelijk.

“Dat idee lijkt er vaak achter te zitten, maar het enige

wat wij ons sinds de start van het project afvragen is:

“Waarom doen we de dingen zoals we ze altijd gedaan

hebben, terwijl de wereld om ons heen en onze

inzichten veranderen?” Die instelling van ‘Apeldoorn’

heeft al eerder het Team BrandOnderzoek opgeleverd,

dat inmiddels landelijk geïmplementeerd is, en niet

meer weg te denken in Brandweer Nederland.

Wetenschap

Met hun aanpak zijn De Wit en Van Putten niet over

één nacht ijs gegaan. Na een jaar van overleg,

discussie en onderzoek, is vanaf 1 januari het echte

experiment gestart onder de naam TSi, waarbij de i

staat voor: variabel. Ze doen het echter niet alleen,

maar krijgen wetenschappelijke ondersteuning van

methodoloog Piet Verschuren, hoogleraar aan de

Universiteit van Nijmegen. Van Putten: “Het was

ongelooflijk lastig voor ons om een onderzoeksmanier

te vinden die recht doet aan de meest belangrijke

facetten van brandbestrijding. Aan de hand van

Verschuren hebben wij deze begrippen gedefinieerd,

zodat we ze tijdens het ‘werk op straat’ goed in kaart

kunnen brengen. Mede daardoor moet het mogelijk

zijn om onze deadline, eerste kwartaal van 2011,

te halen. Dan moeten we de uitkomsten van ons

onderzoek presenteren aan het College van B&W.”

Aanpak

“Het unieke aan onze aanpak is dat wij focussen op de

veiligheid van het personeel en de doeltreffendheid

van het repressief optreden. Om alles goed te kunnen

analyseren, en niks over te slaan, gaan we de komende

maanden 400 brandinzetten, verdeeld over een

aantal categorieën, analyseren volgens een vaste

methodiek. Tijdens de inzet wordt een waarnemer

ingezet, die niet meedoet met het incident. Hij krijgt

een vaste lijst met observatiepunten mee. Deze

hebben betrekking op de keuzes die gemaakt worden,

de manier waarop die worden uitgevoerd en welk

effect dit heeft op de veiligheidsbeleving van het

ingezette personeel. Daarnaast wordt de ploeg, zodra

die weer terug is op de kazerne, geïnterviewd door

iemand die daarvoor speciaal getraind is. Verder

houden we iedere drie weken gesprekken met

bevelvoerders van de ploegen die meedoen aan het

experiment. Daarin kunnen ze hun ervaringen delen.”

Misverstanden

“Aan de hand van de classificatie van de meldkamer

hebben we voor de experimentele ploegen bepaald

hoeveel mensen zij naar een brand meenemen. Dit

aantal is variabel. Dat betekent niet strak vasthouden

aan altijd zes, vier of twee mensen”, aldus Rick van

Putten. Als de bevelvoerder of Officier van Dienst dat

wil, krijgt hij er een extra tankautospuit met bemanning

bij. Hiervoor geldt natuurlijk het bekende

opschalingsmechanisme.

En de uitspraken van Minister ter Horst? Er is al een

brief aan haar gestuurd, met een pleidooi voor het

loslaten van de standaard. Maar dan niet met het idee

dat het minder moet, maar dat het anders kan. En dat

dat ook wel eens meer kan betekenen! Het gaat om

maatwerk, en dat is een andere insteek dan bezuiniging.

Want een van de uitkomsten zou ook kunnen

zijn, dat bij sommige inzetten acht mensen nodig zijn

in plaats van de ‘oude’ zes.

Herma van Eijk

Informatie bij:

Rick van Putten

e: r.putten@apeldoorn.nl

3


Ontwikkelingen in de clusters

Achterhoek-West (SBAW)

Bronckhorst, Doetinchem, Montferland en Oude

IJsselstreek

Het Cluster Brandweer Achterhoek West heeft 2010

gedoopt tot het jaar van de HELD. De vier burgemeesters

van ons cluster en ondergetekende hebben alle

vrijwilligers en onze interne en externe contacten een

goed 2010 gewenst met een mooie nieuwjaarskaart.

Ook is in januari de eerste clusternieuwsbrief

verschenen: HELDER. Het clustergevoel wordt ook

steeds zichtbaarder naar de buitenwereld toe.

Het plan van aanpak Clustervorming is eind 2009

bestuurlijk goedgekeurd. De acht werkgroepen zijn in

januari van start gegaan. We kijken uiteraard goed

over de clustergrenzen en maken graag en gretig

gebruik van de ervaringen van de andere clusters.

Inhoudelijk gezien hebben we de afgelopen jaren door

alle projecten in het samenwerkingsverband al grote

slagen gemaakt. Op dit moment draaien de elf posten

in het cluster dezelfde oefeningen aan de hand van

hetzelfde clusteroefenrooster. Een geweldige slag in

uniformiteit! De gemeentegrenzen zijn al vervaagd bij

het maken van de bereikbaarheidskaarten. Alle

objecten liggen op de grote clusterstapel en worden

gezamenlijk opgepakt. De wervingscampagne voor

nieuwe vrijwilligers wordt als cluster ingevuld en

straalt professionaliteit en kwaliteit uit.

De randvoorwaardelijke werkgroepen (gericht op de

PIOFACH onderdelen) zijn hard aan de slag gegaan

met alles inventariseren en in kaart brengen. Ons

cluster is ambitieus als het erom gaat het personeel

per 1 januari 2011 over te brengen naar de VNOG.

Vanuit alle geledingen wordt keihard gewerkt om dit

te bereiken. De vier ondernemingsraden en georganiseerd

overleg zijn bezig met het oprichten van een

BOR en BGO. Er is genoeg te doen in het jaar van de

Helden! Het wordt een jaar met veranderingen en

duizend en één uitdagingen.

Harriët Tomassen

Veluwe Noord

Elburg, Hattem, Heerde, Oldebroek

Terugkijkend op 2009 kunnen we concluderen dat er

goede vooruitgang is geboekt op het daadwerkelijke

samenwerken in het cluster. Het hele scala van de

brandweerzorg wordt gezamenlijk opgepakt.

De discussie rondom de regionalisering van de

brandweerorganisatie heeft er in ons cluster toe geleid

dat het beroepspersoneel op termijn in regionale

dienst komt. Een exacte overgangsdatum is nog niet

bepaald. De vrijwilligers blijven in gemeentelijke

dienst, een eventuele overgang naar de regio is

afhankelijk van de ervaringen die worden opgedaan

met de overgang van het beroepspersoneel.

Voor wat betreft de opbouw van de toekomstige

clusterorganisatie zijn een aantal belangrijke besluiten

door het College van Burgemeesters gemaakt:

- de uitgangspunten voor de clusterorganisatie zijn

bepaald, met als belangrijkste punten dat er één

(virtuele) organisatie komt met vier steunpunten en

dat het cluster duidelijk aanwezig moet zijn binnen

de gemeentelijke organisaties;

- er wordt een clustercommandant aangesteld.

Inmiddels is de werving voor de clustercommandant

afgerond: per 1 mei zal Martin Slot in dienst treden.

Gerrit van der Heide

IJsselstreek

Brummen, Lochem en Zutphen

Zoals in de vorige Signaal op Veilig al is genoemd, komt

de officiële start van brandweer IJsselstreek met iedere

nieuwe mijlpaal een stap dichter bij. Tot voor kort was

1 april onze finishlijn. Helaas maakte het ontbreken van

de wettelijke basis voor regionalisering dat juridisch niet

mogelijk. Maar, ondanks het feit dat de Wet Veiligheidsregio’s

nog niet van kracht is, is het beroepspersoneel van

brandweer IJsselstreek inmiddels wel voorlopig geplaatst

op de nieuwe functies. Zodra het juridisch mogelijk is

worden zij definitief aangesteld in regionale dienst, het

liefst zo snel mogelijk. Dat voelt voor menigeen als een

4 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


elangrijke stap. Een echte mijlpaal zogezegd, waarbij

nog wel het een en ander georganiseerd moet worden.

Een belangrijk item op dit moment is het organiseren van

de medezeggenschap van zowel beroeps- als vrijwillig

personeel. De Bijzondere Onderdeelscommissie buigt

zich hierover samen met de OR van de VNOG.

Verder zijn we druk in de weer om naast de formele en

juridische zaken, ook de praktische voorbereidingen te

treffen om als brandweer IJsselstreek naar buiten te

kunnen treden. Zaken die zo normaal lijken, moeten

worden georganiseerd. Zoals nieuwe emailadressen, de

overgang van de gemeentelijke naar de VNOG netwerken,

het gebruik van de juiste sjablonen, een nieuwe huisstijl,

een “wie-is-wie”… Soms dwingt dat tot nadenken over de

meest basale zaken.

Het is fijn dat tijdens deze voorbereidingen ook de

verdere ontwikkeling van de ‘gewone’ brandweerzaken

door gaat. Sinds het begin van dit jaar zijn alle acht posten

vertegenwoordigd in het postcommandantenoverleg.

Ook wordt binnenkort het Veiligheidpaspoort binnen

Brandweer IJsselstreek geïntroduceerd voor de uitruk-,

personeels- en oefenregistratie. En om nog maar wat

ontwikkelingen te noemen, beginnen we deze maand met

de eerste opleidingen voor oppervlakteredding in

Brummen, Zutphen en Gorssel, is de hoogwerker besteld

en is nieuwe ademluchtapparatuur voor het hele cluster

geleverd. En zo gebeurt er nog veel meer waar ik vol

enthousiasme over zou kunnen uitweiden. Een vruchtbare

samenwerking dus van de drie korpsen. Zo gaan we aldoende-alsof

bíjna de finish over.

Nienke van der Mei

Achterhoek-Oost (BWAO)

Berkelland, Winterswijk, Aalten en Oost Gelre

De afgelopen periode was het koud, ook in Achterhoek

Oost. Dit was de eerste echte winter die ik meemaakte

in dit gebied. Met de opgedane ervaring hoop ik niet dat

het strooi- en sneeuwschuifbeleid de maatstaf is voor

de clustervorming in de regio. De wegen in Bronckhorst

waren ronduit slecht, maar Lochem scoort een 10! De

BWAO gemeenten vormden een middenmoot, met dien

verstande dat de zuidelijke gemeenten minder op het

slechte weer hadden geanticipeerd dan de noordelijke.

De slecht begaanbare wegen hebben ons echter niet

weerhouden om met volle vaart verder te werken aan de

clustervorming. Zo werd eind december de Kadernota

Regionalisering in de vier gemeenteraden vastgesteld

en in februari de wijziging op de gemeenschappelijke

regeling. Voor Achterhoek Oost is het fundament voor

de ‘regio nieuw stijl’ dus gelegd.

Bouwstenen

Ondertussen wordt er ook hard gewerkt aan de

bouwstenen van het cluster zelf. In maart verschijnen

de missie en visie. De clusterkwaliteitskaart is vergevorderd.

Hiermee zal het cluster straks ieder kwartaal aan

de bestuurscommissie de voortgang op een aantal

belangrijke onderwerpen gaan melden. Verder zijn de

diverse werkgroepen druk in de weer. Werkgroep P&O

werkt aan het functieboek, werkgroep Financiën aan de

begroting, werkgroep Huisvesting aan de zoektocht

naar een definitieve huisvesting. Erg goed nieuws op dit

laatste punt is dat er een tijdelijke centrale huisvesting

voor Brandweer Achterhoek Oost gaat komen in de

voormalige gemeentewerf in Lichtenvoorde. De diverse

clusterafdelingen werkten vanuit diverse locaties.

We gaan nu samen bij elkaar vanuit één locatie werken.

Dat is efficiënter en creëert ook een nog sterkere band.

Tot slot heeft het koploperproject Veiligheidspaspoort

(VP) een belangrijke mijlpaal bereikt: In januari is voor

het eerst de salarisuitbetaling aan onze vrijwilligers

vanuit VP verzorgd. De invoering van dit programma

gaat gestaag verder. Velen zijn erbij betrokken: onze

afdelingen Bedrijfsvoering, OT&O, maar ook de

bevelvoerders in ons gebied. Samen zorgen we ervoor

dat het een succesvolle ondersteuning van de brandweer

wordt.

Als u vragen hebt, kunt u contact met ons opnemen, we

helpen u graag verder en delen met plezier onze

ervaringen met ieder.

Hilbrand Meijer

Veluwe West

Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Putten

Per 1 januari 2010 is het bij de brandweer beroepsbetrokken

personeel van de clustergemeenten

overgegaan naar de VNOG. Op 1 januari heeft de VNOG

er dus 18 nieuwe medewerkers bij gekregen. Een

spannende tijd is hieraan voorafgegaan voor deze

collega’s.

Plaatsing

Het plaatsingsproces waarin je te horen krijgt of je op

een zogenaamde “mens volgt werk functie” zit, dan

wel dat men een passende of een geschikte functie

voor je in petto heeft. Tevens mag, en in de laatste

twee situaties moet, je dan ook nog eens een belang-

5


stellingsregistratie invullen. Tijdens dit plaatsingsproces

zijn we er met elkaar uitgekomen. Iedereen is

geplaatst en we hebben op onderdelen nog vacatureruimte

beschikbaar. Het DB van de veiligheidsregio

heeft op 3 december het plaatsingsbesluit vastgesteld,

zodat ontslag bij de gemeente en aanstelling bij de

veiligheidsregio per 1 januari een feit zijn geworden.

Zeker ontslag bij de gemeente, de werkgever waar je

zelf gesolliciteerd hebt, ligt in zo’n proces gevoelig.

Door dit goed met elkaar te bespreken, maakt het dat

ook hanteerbaar.

Ik zal jullie niet vermoeien met alle voorbereidende

zaken die nodig zijn om dit proces goed te laten

verlopen. Het zal wel duidelijk zijn dat diverse zaken

geregeld moesten worden op juridisch gebied

(mandaat en machtiging) en op het gebied van

personeelszorg, waaronder een sociaal plan, ICT,

financiën (machtigingen), etc. Dit resultaat is mede tot

stand gekomen door het werk van veel gemeentelijke

collega’s van buiten de brandweer en collega’s van de

Veiligheidsregio. Hen wil ik voor deze intensieve

samenwerking ook via deze Signaal op Veilig bedanken

en ik reken op prettige samenwerking in de

toekomst. Immers wij blijven als clustercollectief de

gemeentelijke brandweerzorg voor onze 4 gemeenten

uitvoeren en daarbij maken wij onderdeel uit van

gemeentelijke veiligheidsprocessen!

Uitbouw

En natuurlijk zijn we nog niet gereed. Echter er is

voldoende vertrouwen bij bestuurders, gemeentesecretarissen

en personeel dat we het aan kunnen.

En daar gaan we dan voor.

In 2010 werken we aan een verdere ontwikkeling van

ons Cluster. Immers vanaf 1 januari hebben we te

maken met beroepsbetrokken personeel in regionale

dienst en de vrijwilligers in dienst van de gemeenten.

Toch vormen we één brandweerorganisatie die er is om

een veiligheidsbijdrage te leveren voor onze burgers,

bedrijven & instellingen, het cultuur & historisch

erfgoed, onze natuur, recreanten en passanten. Ik ga

er vanuit dat wij met elkaar in staat zijn op het gebied

van risicobeheersing een kwaliteitsimpuls te realiseren.

Taken waar we nu nog nauwelijks aan toe komen,

zoals Externe Veiligheid en Pro-actie zullen hierbij in

samenwerking met andere gemeentelijke afdelingen

opgepakt worden. Immers, investeren aan de voorkant

voorkomt het blootstellen van onze gemeenschappen

aan ongewenste risico’s. Daarnaast zullen we door de

gekozen organisatievorm beter in staat zijn om de

uitruk door onze vrijwilligers voor te bereiden en te

ondersteunen. Dit in het belang van de veiligheid van

onze brandweermensen.

Klaas Noorland

EVA

Epe, Apeldoorn en Voorst

Binnen het cluster EVA is de benoeming van de nieuwe

clustercommandant natuurlijk iets geweest wat de

gemoederen bezig heeft gehouden. De uiteindelijke

keuze is gevallen op Michiel Verlinden die momenteel

nog districtcommandant van vier korpsen in Flevoland

is. Michiel begint per 1 juni bij het cluster EVA.

Regionalisering

Op het gebied van de regionalisering is nu in het hele

cluster de gemeenschappelijke regeling aangenomen.

In Epe heeft de raad ingestemd met de gemeenschappelijke

regeling met als aanvulling dat de leden van de

vrijwillige brandweer in dienst moeten blijven van de

gemeente.

In Voorst werd wel een wijziging in het aangeleverde

tekstvoorstel aangebracht. Daarin wordt het college

opgedragen de instelling van een vrijwilligersraad in

de regio en in het cluster toe te laten voegen.

Ook in Apeldoorn is de gemeenschappelijke regeling

in de raad behandeld. De raad constateerde dat hun

eerdere opmerkingen op hoofdlijnen waren verwerkt

en stemde binnen 10 minuten in met de voorgestelde

wijziging van de regeling.

Clustervorming

Binnen het cluster EVA zijn we momenteel als

brandweer nog drie aparte gemeentelijke organisaties

met één commandant. Dit betekent dat we ook

verschillende regelingen en afspraken hebben binnen

deze drie organisaties. Met de invoering van de

nieuwe CAR-regeling streven we naar een harmonisering

van regelingen en afspraken. Een voorbeeld

daarvan is de betalingsregeling.

Binnen het cluster zijn we op verschillende niveaus

met elkaar in gesprek om samen één organisatie te

worden. Dit vraagt om samenwerking op veel gebie-

6 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


den, maar de inzet en bereidwilligheid is groot. Om

een voorbeeld te noemen: voor de invoering van het

VeiligheidsPaspoort komen er collega’s uit Epe en

Voorst naar Apeldoorn om samen met de Apeldoornse

collega’s de benodigde informatie uit te wisselen.

Omgekeerd gaan collega’s uit Apeldoorn naar Epe en

Voorst om daar voor andere bedrijfsvoeringsprocessen

samen oplossingen te vinden. Door deze onderlinge

samenwerking zie je stap voor stap de nieuwe

organisatie groeien.

Hans Blokker

Regiostand van zaken op een rij

Het afgelopen jaar is veel energie gestoken in de organisatie van de

brandweer in de VNOG met als uiteindelijke doel: kwaliteitsverbetering

van de brandweer.

De wens tot kwaliteitsverbetering komt zowel van ‘onderop’ uit de

gemeenten, als van ‘bovenaf’ van de minister van BZK. De minister heeft

de kwaliteitseisen vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s en hierover met

de VNOG een convenant afgesloten.

De burgemeesters van de VNOG gemeenten hebben in een tweedaagse

bijeenkomst in september 2009 de uitgangspunten voor de toekomstige

organisatie besproken en deze vastgelegd in de Kadernota organisatie

brandweer ‘Keuze voor kwaliteit’. Deze kadernota is behandeld in alle

colleges. Eind 2009 hebben alle gemeenteraden de kadernota vastgesteld.

Op basis van deze uitgangspunten is de gemeenschappelijke regeling, die de formele basis vormt voor de

samenwerking tussen de VNOG gemeenten, grondig herzien. Dankzij deze herziening voldoet de regeling nu aan

de wettelijke eisen van de Wet veiligheidsregio’s en blijft het mogelijk om de basisbrandweerzorg ook daadwerkelijk

aan de basis te organiseren, dicht bij de burgers en de brandweervrijwilligers.

Alle 22 gemeenten hebben ingestemd met de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Wel zijn in enkele

gemeenten kanttekeningen geplaatst. Het Algemeen Bestuur heeft dit op 25 maart besproken. De nieuwe

gemeenschappelijke regeling kan ingaan wanneer de Wet veiligheidsregio’s van kracht wordt.

Ondertussen hebben de Tweede en Eerste Kamer begin 2010 ingestemd met het voorstel voor de Wet veiligheidsregio’s.

De wet zal inwerking treden als ook de besluiten Kwaliteit Brandweer en Kwaliteit Personeel Veiligheidsregio’s

zijn vastgesteld. Wanneer dat zal zijn, is nog niet bekend; deze twee besluiten liggen nog bij de Raad van

State voor advies.

De samenwerking tussen gemeenten om de basisbrandweerzorg te verbeteren in de brandweerclusters is in 2009

in de gehele regio van start gegaan. Het tempo waarin dit gebeurt en de manier waarop, verschilt per cluster.

In de loop van 2010 zal deze samenwerking niet langer in een doe-alsof-situatie hoeven te gebeuren, omdat dan

de juridische basis (via de nieuwe Wet, de gewijzigde gemeenschappelijke regeling en de instelling van bestuurscommissies

brandweer per cluster) zal worden geformaliseerd.

Tinet Reddingius

e: t.reddingius@vnog.nl

Meer weten: kijk op www.100brandendevragen.nl

7


De week van de automaatjes

Kent u hem nog, Koen Kamperman van het korps Winterswijk? Sinds de vorige Signaal op Veilig volgen wij

hem in zijn ambitie om brandweerman te worden. Hij heeft het er allemaal voor over: veel oefenen, veel

theorie én uitrukken bij nacht en ontij. Hoewel die uitrukken achteraf vaak niet nodig blijken.

“De laatste weken heb ik niet veel uitrukken gehad,

wel regelmatig de automaatjes”, verzucht Koen. Dat

zijn meldingen die automatisch doorgegeven worden

aan de meldkamer, maar waar meestal geen echte

brand achter zit. Het kan zijn enthousiasme niet

drukken: “Met de cursus wordt alles elke week

mooier, de theorie is achter de rug en we zijn begonnen

met ademlucht: eerst een keer omhangen,

afhangen, weer omhangen, net zo lang tot dat goed

gaat. Dan je hoeveelheid lucht controleren en

berekenen, wanneer je weer terug moet. Dat is dus als

je de helft van je lucht hebt opgebruikt.” Het is een van

de eerste procedures die een brandweerman/vrouw

tijdens de opleiding leert, en het is één van de vele.

Bij iedere nieuwe oefening worden de aangeleerde

mechanismen zoveel mogelijk weer herhaald. Alleen

op die manier raakt het patroon ingeslepen, zodat je

daar tijdens een inzet niet meer over hoeft na te

denken. “De eerste keer is het spannend,” aldus Koen,

“en nu is het klik-klik, en de boel zit vast. Wat dat

betreft is het net als leren fietsen.”

8 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


Automatismen

Eenmaal gewend aan de ademlucht begint het echte

werk, bijvoorbeeld de trap- en deurprocedure. Koen:

“Hoe loop je een trap op, als je geen hand voor ogen

kunt zien? Dat oefenen we geblinddoekt. Hoe tast je

alles af? Altijd met de buitenkant van je hand, zodat je

niet blijft ‘hangen’ als je per ongeluk iets beetpakt wat

onder stroom staat. Hoe ga je weer naar beneden?

Achterwaarts dus, en altijd treden tellen. Hoe bepaal

je of een ruimte groot of klein is? Door bijvoorbeeld

met je voeten te stampen en in je handen te klappen;

daardoor kun je horen hoe hol het is. Ook leer je dat je

nooit zomaar een deur los kunt trekken. Er kan vuur,

dus gevaar achter zitten. En als al die procedures erin

zitten, komen er weer nieuwe bij zoals gebruik van

hogedruk- of lagedrukslangen.” Alle procedures

worden eindeloos herhaald, eerst in de lesruimte,

maar uiteindelijk ook in een echt (sloop)pand, of - met

zijn eigen korps - in het oefencentrum in Delden.

Koen Kamperman, geboren op 3 juni 1982. Woont in Winterswijk

samen met zijn vriendin. Werkt als timmerman/metselaar bij WAM

en Van Duren Bouw bv, voornamelijk in de woningreparatie, en speelt

voetbal. Volgt de opleiding tot brandwacht in Groenlo samen met

10 anderen, waarvan 1 vrouw.

Ervaring

Omdat Koen zijn papieren voor brandwacht nog niet

heeft, mag hij nog niet alles doen. Zo begreep hij wel

dat hij bij een oefening van een ongeval met een

gastank de hele tijd aan de gaskraan moest staan,

voor de veiligheid van zijn collega’s, maar het echte

werk lonkt natuurlijk. Tijdens sommige oefeningen

krijgt hij daar al wel het nodige van mee: “We moesten

een container in. Eerst de deur voorzichtig openen, en

daarna kregen we een ‘flash over’ over ons heen. Het

was niet de eerste keer dat ik vuur zag, maar het werd

wel even heel warm! Ik was niet bang, maar je wordt

dan ook goed begeleid. Bovendien kijk je eerst rustig

hoe de andere jongens het doen. Het maakte wel alle

automaatjes en de theorie van de weken daarvoor

weer goed!”

Opleiding

De opleiding (die twee jaar duurt) wordt steeds leuker.

De theorie was even doorbijten, maar er komt nu

steeds meer praktijk bij. Het helpt daarbij ook dat

Koen zijn medecursisten steeds beter leert kennen,

omdat ze elke week met elkaar samenwerken. Naast

de opleiding is er ook de wekelijkse (maandag)oefenavond

van zijn korps. Soms op de kazerne van

Winterswijk, soms buiten bij een geënsceneerde

oefening trekt hij daarbij met zijn toekomstige

collega’s op. Ook wordt er een avond gewijd aan de

ontwikkelingen in het brandweercluster (Achterhoek

Oost), de Veiligheidsregio, over het Veiligheidspaspoort,

afspraken met werkgevers, kortom alle zaken

die niet rechtstreeks met de hulpverlening te maken

hebben, maar er wel de basis van vormen. Taaie kost

voor een deel, maar gelukkig kan het korps na afloop

de dorst gaan lessen, als ze een collega gaan verrassen

die 50 jaar geworden is.

Herma van Eijk

Tijdens de oefenavonden van zijn korps, maar ook wanneer hij

meegaat met een inzet, wordt Koen begeleid door zijn vaste mentor,

Dirk de Vries (rechts). Bij hem kan hij met alle vragen en ervaringen

terecht.


Alles wat u altijd al wilde weten over

natuurbrand

In het derde artikel over natuurbrand en hoe de VNOG daarmee omgaat, de belevenissen van een

startende luchtverkenner, die toevallig (of niet?) ook nog communicatieadviseur is bij de VNOG, en

brandweervrijwilliger bij het korps Brummen.

1,2,3 … mark!

Zaterdagochtend, 6 februari. Het ziet er wel erg mistig

uit….. Zou het doorgaan? Op de agenda staat een

instructie voor de nieuwe luchtverkenners. Deze

verkenners zorgen er in de droge periodes voor dat een

(beginnende) brand op de Veluwe zo snel mogelijk

wordt ontdekt. Maar naast de instructie door Ronald

Steur, staat er ook een oefenvlucht op het programma…

Taken

De hoofdtaak van een verkenner is het zo snel mogelijk

detecteren van brand, vervolgens het plotten van de

locatie en natuurlijk het doorgeven van de coördinaten

en de bijzonderheden aan de meldkamer. Deze zaterdagochtend

mag Steur twee groepen verwelkomen bij de

Special Air Services op Teuge. De uitgebreide instructie

leert ons o.a. hoe de meeste branden ontstaan, hoe de

rook er uitziet en hoe een locatie het meest nauwkeurig

kan worden opgezocht en geplot. Er kan uitgebreid

geoefend worden met de apparatuur die we aan boord

tot onze beschikking hebben. Maar ook komt aan de

orde wat we vooral niet moeten doen, bijvoorbeeld ons

bemoeien met de beslissing over inzetten van materieel;

dat doet de meldkamer.

Bijna 100

Wij worden toegevoegd aan de groep van zo’n kleine

100 verkenners, die er voor zorgen dat we in droge

Zing, vlieg, huil, bid en bewonder…

periodes veilig(er) kunnen wonen en recreëren op de

Veluwe en de recreatiegebieden in Overijssel. Door het

zo snel mogelijk opsporen en doorgeven van een brand

kunnen de hulpdiensten op de grond ervoor zorgen dat

de schade zoveel mogelijk wordt beperkt. Op dit

moment vliegen we de routes van Ajax Noord, Ajax Zuid

(Veluwe) en Oscar (Twente). Wellicht zit er op termijn

ook een samenwerking met Charly (Utrecht) in.

Aan het werk

Helaas gaat onze oefenvlucht niet door vanwege het

weer. Gelukkig mag de vlucht ingehaald worden op

maandag 15 februari. En dan is het echt raak: voldoende

zicht en een enorm kerstkaartenlandschap. Wat

een geluk! Na de procedures nog eens te hebben

doorlopen met de piloot, zijn we binnen een paar

minuten in de lucht. Eenmaal op hoogte is het zaak om

eerst contact te leggen met de meldkamer. Daarna

moet ik de coördinaten van pretpark Koningin

Julianatoren en de kruising spoorlijn/A1 met behulp

van een GPRS plotten. De piloot telt af: 1,2,3.. .mark!

De volgende opdracht bestaat uit het opzoeken van

specifieke locaties ergens op de Veluwe aan de hand

van opgegeven coördinaten. Als dit ook gelukt is,

kunnen we nog mooi even een rondje vliegen boven

ons kantoor aan de Europaweg en zwaaien naar de

meldkamer. Al met al een prachtige ervaring, ook de

duikvluchten!

Erwin te Bokkel

De legendarische sportcommentator Theo Koomen moest zich tijdens de Tour de France verplaatsen naar een wat verder gelegen

startplaats en mocht tot zijn grote geluk vliegen in een tweezitter, in plaats van uren rijden in een benauwde auto. Hij werd daar zo

blij van dat hij halverwege de hemel spontaan een complete Latijnse mis zong in de microfoon van zijn koptelefoon. NOS-technici

maakten hier stiekem opnames van. Ik ben niet katholiek opgevoed, maar toch kreeg ook ik de neiging om voor te gaan in een

mis….Het moet maar snel code oranje worden!

10 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


Theorie en praktijk

Op een avond in december kwamen centralisten, verkenners, aspiranten als Te Bokkel en de oude rotten,

het vliegbedrijf en de coördinatoren natuurbrandbestrijding van omringende regio’s (VNOG, Twente,

IJsselland en Gelderland Midden) bij elkaar om de laatste ontwikkelingen door te nemen, te oefenen en

ervaringen uit te wisselen.

Daarbij was de aftrap voor Payroll Select, het bedrijf dat voor de betaling zorgdraagt, een aspect dat niet

onderschat moet worden, omdat de verkenners geen formele arbeidsrelatie voor deze functie hebben.

Vliegen

Maar het gaat natuurlijk om het vliegen zelf. Herman

Schreurs (VNOG) vertelde in zijn terugblik over 2009

dat er in acht dagen 32 vluchten gemaakt zijn. Het is

natuurlijk politiek correct om te hopen op nul dagen,

zodat er geen gevaar is voor natuurbranden, maar

vliegen betekent mooi weer én een uitgelezen kans

werkgebied te ‘bestuderen’. Sommigen hebben geluk,

omdat ze toevallig een rooster hebben waarbij ze veel

aan de bak kunnen, anderen krijgen de kans minder.

Gert Jan Woudstra, directeur SAS, verzuchtte:

“Jammer, zo weinig dagen, anders kon ik in een andere

auto rijden dan ik nu rijd.” Maar Wout van Veldhuizen

en Martin van de Brink kregen een wing opgespeld:

om gedurende drie uur vanuit de lucht je woon- en zij hadden hun vijftigste vlucht gehad.


11


Werken

De verkenners liepen een rondje van vier workshops:

1. Herman Schreurs wilde van hen weten wat er beter

kan of anders moet. Een selectie uit de opbrengst

van de gesprekken:

• We willen vaker oefenen met apparatuur

• De pool is groot genoeg (100 m/v)

• Let op de leeftijdsopbouw

• Je moet herkenbaar zijn aan je kleding, dus

uniform aan

• Leerpunten vastleggen, zodat iedereen er wat aan

heeft

2. Gert Jan Woudstra liet de verkenners oefenen met de

C2000-set, en liet hen daadwerkelijk contact leggen

met de meldkamers. Hij gaf ook zeer praktische

raad: “De catering aan boord is waardeloos, dus

zorg dat je genoeg gegeten hebt.” Nog zo’n goede

tip: “Ga vooraf naar de WC. Drie uur kan erg lang

duren. En zorg dat je fit bent, anders ga je geheid

over je nek. Vergeet je zonnebril niet, en vlieg niet,

als je je oren niet kunt ‘klaren’, anders kun je een

heel jaar last houden.” Hij benadrukte nog eens dat

het vanaf hoogte lastig is te schatten wat afstanden

en afmetingen zijn: “Zorg dus dat je altijd weet waar

je bent, ook gewoon ouderwets via de kaart.

En gebruik vooral niet je eigen GPS, want dan kan er

wel eens een melding uit Rusland binnen komen dat

we je daar moeten komen ophalen.

3. Peter Aalders, Hoofdofficier van Dienst (HOvD) bij de

VNOG ging in op de natuurbrandrisicokaart, het

natuurbrandmeetsysteem en de natuurbrandthermometer.

Ook ging het bij hem over procedures en

wie bepaalt wanneer er gevlogen gaat worden. Dat

doet de HOvD primair aan de hand van de gegevens

van de meetstations, maar ook bekijkt hij de

weersverwachtingen en houdt hij rekening met de

tijd van het jaar: staan er feestdagen voor de boeg,

zodat het druk wordt in de natuur?

4. André Meilink en Wendy Bakker namen de laatste

technische ontwikkelingen door. Allereerst het

CCS-M systeem, waarmee iedereen overal hetzelfde

beeld kan krijgen, en waarmee je allerlei informatie

over het gebied kunt laten zien. Ook hadden zij het

over het integreren van luchtverkenning in de keten

van commandovoering. Vooral tot de verbeelding

sprak hun toelichting op het ontwikkelen van UAV’s:

onbemande luchtvaartuigen. Die zijn niet bedoeld

als vervanging voor verkenners, maar je kunt er wel

de rook mee invliegen, en ze helpen daarmee bij

beeldvorming bij grote branden en bij het nemen van

luchtmonsters voor analyse, bijvoorbeeld van giftige

stoffen.

En nu maar hopen op een lang en droog seizoen, of toch

maar niet?

Herma van Eijk

12 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


Pictrinestaartje

We dachten dat alle oude potjes picrine in de regio

inmiddels opgeruimd zouden zijn, maar bij een

Apotheek in Apeldoorn werd er nog één aangetroffen.

In een chemicaliënkabinet uit de jaren vijftig

stond het flesje Picrine broederlijk naast de opium.

Voor alle duidelijkheid: de apotheek zelf beschouwt

de zolder waar de spullen staan als ‘museum’.

















13


Ontruimen moet

je oefenen

Een mega-klus, zo kun je het

gerust omschrijven, de drie

ontruimingsoefeningen bij

natuurbranden die in het najaar

van 2009 en in de derde week

van maart op de Veluwe gehouden

zijn. De oefeningen vormen

een onderdeel van een pilot

‘zelfredzaamheid’ die vanuit het

Ministerie van BZK uitgevoerd

worden. Alette Getz-Smeenk legt

binnen de VNOG de lijnen met

heel veel organisaties die nodig

zijn om de oefening uit te voeren.

Maar daar gaat het eígenlijk niet

alleen om.

Alette Getz is immers al langere tijd bezig met

natuurbranden op de Veluwe. Nog te weinig recreatieondernemers,

terreineigenaren, overheden en

recreanten zijn zich bewust van de gevaren van

natuurbrand. Haar pogingen om alle spelers op dit

terrein om de tafel te krijgen, leverde de Sector

Risicobeheersing van de VNOG vorig jaar al de

Veiligheidaward op. De drie oefeningen op landgoed

Welna, camping de Wildhoeve en recreatieterrein

Samoza, zijn een logisch vervolg op de lijnen die

gelegd zijn, en steeds steviger worden.

Resultaat oefeningen

In de volgende Signaal op Veilig kunnen we pas de

resultaten van de oefening vermelden, maar projectleider

Robert Aartsen (van de provincie Gelderland) en

Alette Getz willen graag nu al hun ervaringen delen

Wat zag je als je belangrijkste taak in het voortraject?

Alette: De oefenorganisatie op poten en in het gareel

Alette Getz-Smeenk

krijgen, en samen met de werkgroep communicatie

maatregelen bedenken en maken, waarmee we de

zelfredzaamheid bij natuurbranden zouden kunnen

versterken.

Robert: Mensen erbij betrekken, motiveren, enthousiasmeren,

organiseren en afstemmen. Mensen hun

eigen verantwoordelijkheid geven en ze aan de

gemaakte afspraken houden. Daar waar er mogelijk

wrijving zou kunnen ontstaan, die op tijd proberen te

signaleren en weg te halen. Gelukkig waren er heel

weinig van die momenten! Ik had me, toen ik projectleider

werd niet gerealiseerd dat ik én een projectorganisatie

én een oefenorganisatie binnen het project aan

het werk zou hebben. Het project is veel groter

geworden qua organisatie en tijdsbeslag dan we van

te voren hadden bedacht. Dat alles zo goed is

opgepakt, is een verdienste van het hele team. Ik sta

er nog steeds versteld van hoe alles is verlopen en hoe

alle keuzes die we gemaakt hebben elke keer zo goed

uitpakten.

14 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


En je taak tijdens de oefeningen zelf?

Alette: Gasten ontvangen en rondleiden, dat was

eigenlijk best ontspannend na alle inspanningen

vooraf. Een bijzondere gast was Derk Dunbar, die met

zijn vormgeefbureau wereldberoemd is geworden

door het ontwerpen van pictogrammen en huisstijlen.

Verder was er de wethouder ruimtelijke ordening van

Epe, maar die werd door iemand anders rondgeleid.

Natuurlijk waren er ook de nodige brandweermensen,

van binnen en buiten de regio, en Jan Mans als

voorzitter van de expertgroep BZK.

Robert: Dat was voor mij misschien de moeilijkste tijd.

Ik ben zelf iemand van de handjes uitsteken en iets

gaan doen. Nu moest ik meer vanaf het middelpunt om

me heen kijken en niets doen. Niets doen, omdat het

allemaal zo goed en vlot liep. Ik ben wel eens koffie

gaan zetten, omdat daar even niemand voor was. Maar

voor de rest was alles geregeld en liep het vanzelf.

Wat ging super?

Alette: Op de eerste landgoeddag was het nog wat

wennen, maar de oefenorganisatie liep als een trein.

De betrokkenheid en het enthousiasme van de

burgers/vrijwilligers waren ook super: de ‘ontruimden’,

de waarnemers, en al die anderen die een

bijdrage hebben geleverd.

Robert: Het is heel raar om te zeggen, maar eigenlijk

ging alles super. Ik heb nog nooit in een project zo veel

zo goed zien slagen. Deelnemers, bezoekers, het

team, de mensen van het landgoed en de camping,

iedereen was vanaf het begin tot het eind enthousiast.

Men vindt het een goed iets om de zelfredzaamheid te

testen en eens te oefenen met een evacuatie op een

camping of een landgoed. De oefeningen liepen goed,

er werd geleerd van foutjes in de organisatie en die

werden meteen aangepakt, en iedereen was enthousiast

over het ‘nevenprogramma’, waarmee we de

deelnemers hadden gelokt.

Wat ging beroerd?

Alette: Het was jammer dat ‘t regende op dag 4.

Maar eigenlijk ging er niks beroerd.

Robert: Ik heb één beroerd gesprek moeten voeren,

waarbij het respect voor elkaar er niet meer was. Toen

heb ik ook in moeten grijpen en een aantal beslissingen

nemen, want met overleg lukte het niet meer.

Dit heeft de oefening voor de rest niet belemmerd,

maar het was gewoon niet leuk.

Robert Aartsen

Wat was jouw kippevelmoment?

Alette: Ik had er meerdere, als eerste het moment dat

de ontruiming van de zorghoutvesterij in gang werd

gezet en iedereen daar in beweging kwam. Na

maanden praten, overleggen en organiseren ging het

dan echt gebeuren. Verder was er het moment na de

eerste ontruiming op de camping, dat ik de recreatietent

binnenwandelde, en daar een enthousiaste

mevrouw Van der Tas (voorzitter van de Veluwecommissie)

en heer Ter Heide (directeur VVV Veluwe

IJsselvallei) aantrof. Zij hebben zich ook laten

ontruimen, en waren zeer enthousiast over dit

initiatief en onder de indruk van wat we allemaal in het

werk gezet hadden. Daar kunnen geen overleggen en

presentaties tegenop, zoveel risicobewustzijn en

goodwill als dit oplevert.

Robert: Ik had er twee: de eerste was toen we op een

gegeven moment met het vaste team bij elkaar zaten

en met elkaar constateerden dat we gewoon een goed

team waren met elkaar en dat we ook nog eens

15


allemaal werk deden dat we leuk vinden. Dat is

bijzonder. Het tweede moment was na de oefeningen.

Als je dan ’s avonds in het donker de hond uitlaat, kun

je alles loslaten. Op dat moment komen alle zegeningen

even naar boven, de dingen die energie opleveren.

Dat waren er zoveel en ze waren zo natuurlijk,

vanzelfsprekend, dan realiseer je je wel even dat dit

een erg mooi project is om projectleider van te zijn.

Wie was jouw held(in)?

Alette: Allereerst natuurlijk Oene Gorter, Ida Gorter,

Rob Fernandes, René Zweers en Karin van der Kaaden,

die als eigenaren hun nek hebben durven uitsteken

door hun terreinen te laten ontruimen. Ze hebben ook

keihard moeten werken, want moesten bij de ontruimingen

volop aan de bak. Ten tweede het oefenorganisatieteam:

Jan Willem van Gortel, Jos Janssen, Robert

Jan Paalman, André Meilink, Ton Sanders en Robert

Aartsen. Zij hebben enorm veel werk verzet in de

voorbereiding en zijn twee weken lang volop in touw

geweest om dit allemaal in de praktijk voor elkaar te

krijgen.

Robert: Die zijn er teveel. De cliënten van de zorghoutvesterij,

mensen als Birgitta Dolfing (AOV’er) die

zoveel andere kanten van zichzelf laten zien, Ton

Sanders (Provincie), die een prachtige presentatie kan

geven. Robert-Jan, een stagiaire die naadloos aansluit

bij de rest. Het plezier van Oene Gorter, de drive van

Karin van der Kaaden, de expertise van André Meilink

(oefenleider), het organisatie talent van Jos Janssen en

als ‘extraatje’ kregen de deelnemers aan de

oefening op camping ‘de Wildhoeve’ een

demonstratie: hoe snel brandt een tent af?

Jan-Willem van Gortel (organisatoren oefening):

Allemaal helden.

Maar als ik dan toch moet kiezen, kies ik voor René

Zweers, eigenaar van de Wildhoeve. Rustig op de

achtergrond blijvend, als dat kan, maar met zo veel

bezieling bezig met zijn werk, de camping en de

oefeningen, dat vind ik prachtig om te zien. Echt op de

voorgrond wil hij niet staan, maar af en toe mag wel

eens benadrukt worden hoe goed hij alles voor elkaar

heeft op de camping, ook over het denken over en

werken naar een veilige omgeving op hun camping.

Wat wordt jouw doel voor ‘Samoza’?

Alette: Net zo’n mooie oefenweek neerzetten als op

Welna en De Wildhoeve, en nog beter er in slagen om

ieder in zijn rol te zetten. We hoeven als VNOG echt

niet alles zelf te doen. Dat hebben we hiermee wel

bewezen.

Robert: Samoza moet erg veel van hetzelfde worden,

zeker wat betreft plezier, succes, voldoening. Maar het

moet geen herhaling van zetten worden, het moet een

nieuwe oefening worden met zijn eigen dynamiek.

Als ik dan tijdens de oefeningen weer met de handen

in de zakken kan toekijken, dan is het geslaagd.

Herma van Eijk

Informatie bij Alette Getz-Smeenk

e: a.getz@vnog.nl

16 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


Natuurbrandrisico’s nu ook in

Oost-Gelderland in kaart gebracht

Natuurbrandrisicokaarten…we kenden ze al voor het

gebied van de Veluwe, zoals ze in 2006 samen met

Gelderland Midden werden ontwikkeld. Nu is ook het

gebied ten oosten van de IJssel in kaart gebracht:

“Het risico in de Achterhoek is lager dan op de Veluwe,

maar je moet het niet onderschatten”, aldus Mike

Mulder van de sector Risicobeheersing.

De nieuwe kaart is tot stand gekomen door samenwerking

tussen veel partijen. Dit waren onder meer de VNOG-sector

Operationele Voorbereiding, verschillende organisaties voor

natuurbeheer en alle lokale brandweren in het oostelijk

gedeelte van onze Regio. Iedereen heeft veel inspanningen

gedaan voor de totstandkoming van deze kaart.

Postzegels

Als je over kaarten praat, moet je ze ook zien. Mulder spreidt

een grote rol uit over de bibliotheektafel en plotseling zien we

een flink deel van onze regio bedekt met iets wat lijkt op groene,

gele en rode postzegels. Het zijn vakken van 1x1 kilometer

waarvoor de risico’s zijn berekend: “Op basis van 16 aspecten

hebben we een score voor zo’n vak bepaald. We kijken dan naar

onder meer type begroeiing, waterwinning, infrastructuur,

gevaarlijke stoffen en bereikbaarheid. En misschien nog wel het

allerbelangrijkste: zijn er woningen in de buurt? Verblijven er

veel toeristen?”

Niet onderschatten

Net als bij de natuurbrandthermometer geven de kleuren op de

kaart het risico aan. Van groen (weinig risico) tot rood (hoog

risico) . Een hoog natuurbrandrisico zegt niets over de kans dàt

er ergens een brand ontstaat. “Maar is er brand, dan is die

mogelijk lastig in de hand te houden.”

Mike vindt dat het met de natuurbrandrisico’s in de Achterhoek

relatief wel meevalt: “Het zijn niet zulke grote aaneengesloten

gebieden als op de Veluwe en de bereikbaarheid is veelal goed,

maar je moet het niet onderschatten. Je hebt natuurlijk wel veel

woongebieden rondom de bossen in Oost-Gelderland, en dan

loop je al snel de kans dat je veel mensen moet evacueren. Kijk

maar naar het voorbeeld van de duinbranden in Schoorl!”

Aantoonbaar

Ook de kaart voor Oost-Gelderland wordt nu gebruikt om lokaal

eventueel lastige situaties aan te pakken: “Het belang van zo’n

kaart is vooral dat we nu weten waarover we praten, het maakt

een eventueel probleem aantoonbaar. De kaart is een middel

dat we kunnen gebruiken om met partijen om de tafel te gaan

en aanpassingen bespreekbaar te maken. Het moet onze

partners bewuster maken van hun verantwoordelijkheden.”

En dat lukt. Op de Veluwe is men, mede dankzij de risicokaarten,

al weer wat verder. Hier werken eigenaren, gemeenten,

recreatieparken, natuurmonumenten al veel aan bewustwording

en het nemen van (eigen) verantwoordelijkheden.

Praktisch gezien gaat het dan om bijvoorbeeld afspraken maken

met de lokale brandweer, gidsen, snoeibeleid aanpassen,

paden aanpassen en zelfs andere boomsoorten aanplanten.

“Ook de zelfredzaamheidoefeningen in Epe, Nunspeet en Emst

leren belangrijke lessen die weer gebruikt kunnen worden in

het verlagen van de risico’s.”

Levend houden

De informatie over vegetatie in de Achterhoek is aangeleverd

door natuurorganisaties. Drinkwaterbedrijven hebben gegevens

over bluswater verstrekt. Vrijwilligers van de brandweer zijn de

natuur ingetrokken om de paden op toegankelijkheid te

controleren.

De eerste bijeenkomst met betrokkenen is inmiddels al achter

de rug en Mulder is optimistisch: “Men is enthousiast, vindt het

goed dat hier veel aandacht voor komt. Ook vraagt men om dit

levend te houden. En dat is precies wat we als VNOG blijven

doen door te initiëren en te faciliteren.”

Ook dit is een van de voorbeelden van samenwerking buiten de

brandweergrenzen om, waarvoor we - helemaal terecht - de

Publieke Veiligheidaward hebben gewonnen!

Erwin te Bokkel

17


Klein, maar daadkrachtig platform

Zorgcontinuïteit

Ruim 30 afgevaardigden van (zorg)instellingen binnen de VNOG troffen elkaar op 8 december voor de

vierde keer op het Platform zorgcontinuïteit bij GGNet in Apeldoorn. Voorzitter Maarten de Bloois zei in

zijn opening dat hij op meer deelname had gehoopt, maar aan het programma kon het niet liggen.

Aart Schoenmaker, directeur GHOR, trapte af met de

stand van zaken rondom de nieuwe influenza A (H1N1

virus), oftewel de Mexicaanse griep. Inmiddels hebben

alle zorginstellingen een zorgcontinuïteitsplan, dus als

het goed is zijn zij voorbereid op de gevolgen van de

griep, mocht die weer toeslaan.

Daarna wees Schoenmaker op de zeven gevolgen

waarmee een organisatie bij een crisis te maken kan

krijgen:

• sluiting van (delen van) de locatie

• groot aanbod van cliënten

• verplaatsen van cliënten

• tekort aan personeel

• uitval nutsvoorzieningen, apparatuur en ICTmiddelen

• logistieke stagnatie

• uitbraak infectieziekten

Als een organisatie goed kan omgaan met deze

gevolgen, is de kans groot dat bij een crisis de zorg aan

cliënten op verantwoorde wijze gecontinueerd kan

worden. Maar dan moet de instelling daarvoor zelf wel

voorbereidingen treffen. Je kunt echter ook ondersteuning

van de overheid verwachten. Denk bijvoorbeeld aan

vervoer (ook van rolstoelgebruikers en bedlegerige

patiënten), psychosociale hulp en zorg voor de eerste

levensbehoeften op de opvanglocatie. Maar ook zaken

als voorlichting aan verwanten, pers en publiek en de

registratie en afhandeling van persoonlijke schade

vallen onder deze ondersteuning. Dat is de reden dat de

GHOR gegevens van de instellingen nodig heeft. Om die

gegevens vast te leggen en optimaal te kunnen

gebruiken, heeft de GHOR de internetapplicatie

GHOR4all aangeschaft. In het tweede kwartaal van 2010

zal het programma gebruikt gaan worden, waarmee een

hoop papierwerk komt te vervallen. Schoenmaker kon

dus afsluiten met: “U hoort nog van ons!”

18 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


CalamiteitenManagementPlan (CMP)

Erik Moot van Zorggroep Apeldoorn en omstreken

presenteerde ‘vers van de pers’ het Calamiteiten

Management Plan (CMP), dat een (zorg)organisatie kan

helpen om op een gestructureerde manier om te

kunnen gaan met de gevolgen van (grootschalige)

incidenten of rampen. De gehandicaptenorganisatie

’s Heeren Loo werd als basis gebruikt voor het opstellen

van een algemeen raamwerk CMP voor zorgorganisaties.

Het CMP is, net als de overige producten van het

platform te downloaden van onze website www.vnog.nl.

Strategisch oefenen

Hans van Wijnbergen, van het Bedrijfsbureau Veiligheid

bij ’s Heeren Loo, nam ons mee terug naar een oefening

in zijn instelling, die met hulp van de GHOR was

opgezet. Daarbij waren de nutsvoorzieningen uitgevallen,

en de leden van het Managementteam moesten op

strategisch niveau de juiste beslissingen nemen, op

basis van het CMP.

Als verbeterpunten waren naar voren gekomen:

• Ga als crisisteam niet zelf de genomen besluiten

uitvoeren

• Laat ICT mee-oefenen

• Denk goed na over communicatie

• Houd een duidelijke vergaderstructuur aan

• Zet de actiepunten op een flip-over

De conclusie: Lastig, maar leerzaam! Dit jaar organiseert

de GHOR vier tot zes van dergelijke oefeningen.

Ontwikkelen oefendraaiboek

Theo Klein Bleumink, Opleider, Trainer en Oefenleider

van de GHOR, leidde het volgende programmaonderdeel.

Bij het oefendraaiboek “Uitval van nutsvoorziening

bedreigt de continuïteit van zorg, elektra” is een

schrijfwijzer ontwikkeld die voor alle type oefeningen

en doelgroepen gebruikt kan worden. De schrijfwijzer

maakt onderdeel uit van in totaal vier documenten (van

het ministerie van BZK) die er voor moeten zorgen dat

draaiboeken compleet en uniform zijn, zodat organisaties

ze makkelijker kunnen uitwisselen. Modellen,

sjablonen en checklist maken er onderdeel van uit.

Meer informatie en downloads op www.vnog.nl

(GHOR/GHOR producten) en www.infopuntveiligheid.nl

Na zijn toelichting nodigde Klein Bleumink vier

deelnemers uit om in het midden van de zaal deel te

nemen aan een kleine oefening. Het rollenspel was

kort, maar de deelnemers gingen daadkrachtig te werk,

stelden meteen prioriteiten, namen besluiten en

maakten afspraken.

Doorstart werkgroepen

Maarten de Bloois, directeur van de zorginstelling

Brinkhoven en de Bongerd, tevens Platformvoorzitter,

en Sjoerdtje Kramer-Hoekstra, beleidsmedewerker bij

de GHOR, verzorgden samen het laatste programmaonderdeel:

doorstart van de werkgroepen.

Op dit moment zijn er drie werkgroepen:

• CMP

• Sluiting van delen van een locatie

• Uitval van nutsvoorzieningen, apparatuur en ICT

Inmiddels zijn vier producten van de werkgroepen

gereed:

• CMP 2009

• PowerPoint presentatie inzake planvorming bij uitval

van (delen van) locaties

• Checklist inzake uitval van nutsvoorzieningen (gas,

water en elektra)

• Oefendraaiboek inzake Uitval van stroom, met een

Oefenwijzer.

De Bloois pleitte enthousiast voor het idee om onder de

vlag van het platform verder te gaan met planontwikkeling,

en daarom werden de aanwezigen aan het werk

gezet met de zeven gevolgen van een crisis (zie eerste

alinea).

Na 20 minuten hadden zich vier werkgroepen gevormd:

sluiting delen locatie, verplaatsen patiënten, uitval

nutsvoorzieningen en tekort aan medewerkers.

Uitbouwen

Het platform streeft ernaar dat de instellingen in 2012

een complete set geïmplementeerde en beoefende

plannen hebben waarmee de zorg ook onder bijzondere

omstandigheden gecontinueerd kan worden. De Bloois

adviseerde de instellingen dit streven vanaf 2010 in hun

meerjarenplanning op te nemen.

Wordt vervolgd op 8 juni!

Sjoerdtje Kramer-Hoekstra

e: s.kramer-hoekstra@vnog.nl

Meer informatie en downloads op bovenstaand

e-mailadres of via www.vnog.nl

1


Regionaal Crisisplan Project Rubiks

De veiligheidsregio vervult een actieve en coördinerende rol bij de bestrijding van rampen en de beheersing

van crises. Deze rol is vastgelegd in de Wet Veiligheidsregio’s, die inmiddels is aanvaard. Iedere

veiligheidsregio moet volgens deze wet drie planfiguren vaststellen: het Regionaal Risicoprofiel, het

Regionaal Beleidsplan en het Regionaal Crisisplan. Zodra de Wet in werking treedt hebben we een jaar de

tijd om alles op orde te hebben.

Waarom een Regionaal Crisisplan?

Zowel de multidisciplinaire samenwerking binnen de

regio als de samenwerking tussen de regio’s stelt hoge

eisen aan de uniforme organisatie en werkwijze bij de

aanpak van grootschalige incidenten. Om

deze multidisciplinaire samenwerking

te ondersteunen is

een “Referentiekader

Regionaal Crisisplan”

ontwikkeld. Op basis

daarvan ontwikkelen wij ons

Regionaal Crisisplan, een

operationeel plan waarin de

generieke aanpak van

rampenbestrijding en

crisisbeheersing staat

beschreven, en afspraken

over bevoegdheden, taken en

verantwoordelijkheden zijn

vastgelegd. Samen met het Beleidsplan

zal het Regionaal Crisisplan niet alleen

moeten leiden tot meer eenduidigheid, maar ook

tot vereenvoudiging van de huidige planfixatie op

lokaal, regionaal en landelijk niveau.

Het Regionaal Crisisplan biedt mogelijkheden om

binnen de regio als kolommen en als gemeenten beter

samen te werken, te oefenen, te evalueren, werkzaamheden

efficiënter af te stemmen en tevens van elkaars

kennis en vaardigheden gebruik te maken of personele

en materiële bijstand uit te leveren. Voor partners

Risicoprofiel: uiterlijk 6 maanden na inwerkingtreding WVR

Beleidsplan: uiterlijk 9 maanden na inwerkingtreding WVR

Crisisplan*: uiterlijk 12 maanden na inwerkingtreding WVR

* De gemeentelijke rampenplannen blijven van kracht tot het bestuur van de

Veiligheidsregio het Regionaal Crisisplan heeft vastgesteld.

in de sectoren Veiligheid en Vitale Infrastructuur zal

het eenvoudiger worden met hun eigen crisisorganisatie

aan te haken op de staande structuur van crisisbeheersing.

Aanpak

Stap 1: Binnen onze regio

zijn de gemeentelijke

rampenplannen al

grotendeels op elkaar

afgestemd, op basis van

het ‘model gemeentelijk

rampenplan’. De huidige

gemeentelijke rampenplannen

hoeven dan ook

niet te worden herschreven,

maar worden

herschikt tot een regionale

samenvoeging in het

Regionaal Crisisplan.

Stap 2: Door de werkwijze van de disciplines te

harmoniseren is de basis gelegd voor geïntegreerd

multidisciplinair handelen. Deze basis is noodzakelijk,

maar is geen voldoende voorwaarde voor een

kwaliteitsverbetering in de crisisbeheersing. De

meerwaarde wordt gevonden in het Multidisciplinair

knoppenmodel: hierin worden de juiste werkprocessen

en aansturing afgestemd.

20 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


Om daadwerkelijk invulling te geven aan de missie van

de VNOG “samen werken aan veiligheid” is een

projectorganisatie onder de naam Rubiks gevormd,

waarin alle kolommen zijn vertegenwoordigd. In de

loop van het traject zullen ook de overige partners

worden betrokken. Het project moet dan ook uitmonden

in een gezamenlijk opgesteld en breed gedragen:

• Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Noord- en

Oost-Gelderland;

• Implementatieplan voor een Multidisciplinair

Knoppenmodel.

Waarom Rubiks?

Het ontwikkelen van het Regionaal Crisisplan hebben

we vergeleken met het oplossen van een Rubik’s Cube,

een puzzel met verschillende kleurvlakken die

ogenschijnlijk ingewikkeld in elkaar zit. Je kunt er

willekeurig aan draaien, dan zijn veel posities

mogelijk. Echter met een berekende, systematische

aanpak en met een aantal slimme zetten kun je tot een

juiste verdeling komen. De kleuren stellen hierbij de

verschillende actoren voor binnen de multidisciplinaire

rampenbestrijding en crisisbeheersing. Oranje

voor de gemeenten, blauw voor politie, rood brandweer,

wit GHOR, groen Defensie, en geel de publiek/

private organisaties. Binnen het driedimensionale

geheel lopen diverse multidisciplinaire processen.

De kubus laat zien dat in de huidige situatie alle

benodigde facetten weliswaar aanwezig zijn, maar om

tot een uniform en overzichtelijk geheel te komen

moet er nog gedraaid en gesleuteld worden.

Jimmy Korswagen, projectsecretaris

e: j.korswagen@vnog.nl

IMCA-puzzel bijna compleet

Regionaal commandanten Lieke Sievers (IJsselland) en Koos Scherjon (Noord- en Oost-Gelderland) voegden op

4 november samen het derde puzzelstuk toe aan het IMCA-bord. Als binnenkort het laatste stuk ingevoegd wordt,

zijn de meldingsclassificaties uitgerold over beide regio’s. Dat betekent dat op een bepaald type melding (bijvoorbeeld

gebouwbrand, of ongeval met letsel) in de hele regio in principe precies dezelfde alarmering volgt.

En dat betekent weer dat er dezelfde hoeveelheid en dezelfde soort voertuigen naar toegaan. Daarmee wordt een

standaard gehanteerd, waarop echter plaatselijk wel ‘maatwerk’ toegepast kan worden. Zo wil het ene korps altijd

een hoogwerker meenemen bij een schoorsteenbrand, maar voor een ander korps hoeft dat niet. Afstemming én

maatwerk, daar gaat het bij IMCA dus om.

21


Radio … Actief

Het was wel heel vroeg in de ochtend toen een afvaardiging van OvD-en en AGS-en uit de VNOG afreisde

naar een mistig Vlissingen. Doel was de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval (COVRA), dé centrale

opslag voor radioactief afval in Nederland: “Eindelijk eens echte straling meten!”

Op het haventerrein bij Vlissingen, niet ver van de

kerncentrale in Borssele, ligt het terrein van de

COVRA. Aan de buitenkant valt het eigenlijk niet erg

op: een verzameling van witte, ogenschijnlijk simpele

loodsen en een oranje-geel-achtig gebouw. Maar als je

een loods binnenkomt raak je vooral geïmponeerd:

achter de 1.70 meter dikke muren staan immens hoge

stapels vaten, veelal in beton gegoten en in oneindig

lange rijen. Het is samengeperst laag- en middelradioactief

afval, afkomstig uit onder meer ziekenhuizen,

laboratoria en bedrijven. Ieder vat is voorzien van

codes en streepjes: hoe meer streepjes, des te lager

de radioactieve straling.

Tien jaar

Iedere loods staat voor een verzameling van 10 jaar

radioactief afval. Dit afval - denk aan injectienaalden,

glaswerk, kleding, handschoenen, rookmelders,

besmet schroot, filters, pompen, buizen - wordt eerst

bij COVRA samengeperst, in vaten verwerkt en in

beton gegoten. Bij de vaten kan je nog altijd straling

meten, maar de betonnen omhulsels sluiten de stoffen

voldoende in en verminderen die straling. Voordat de

laatste opslagruimte vol raakt, is er al weer een

nieuwe bijgebouwd. Bij de COVRA wordt voorzien in

een opslagcapaciteit van 100 jaar. Voor een deel van

het afval is dan definitieve opslag mogelijk. Ook kan

het zijn dat er tegen die tijd nieuwe mogelijkheden en

technieken beschikbaar zijn om het afval wel veilig te

verwerken.

Hoogradioactief afval

Anders ligt het bij het hoogradioactief afval. Dit bevat

splijtstofelementen die als brandstof in onderzoeksreactoren

worden gebruikt en afval van de kernenergiecentrales.

Het afval wordt per trein aangevoerd tot in

het oranje-gele gebouw. Daar worden de speciale

containers met op afstand bestuurde werktuigen van de

trein getild en voor verwerking door de ‘fabriek’ geleid.

Uiteindelijk wordt het materiaal met de grootste

22 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


hoeveelheid radioactiviteit in langwerpige opslagkanalen

in de bodem van het gebouw gestopt. Tijdens de

rondleiding konden we letterlijk over de afsluiters van al

het hoogradioactief afval heenlopen!

Beknelling

In een van de opslagruimtes wordt die ochtend

geoefend in teams van drie. Zo wordt onder meer de

‘kwadrantregel’ getest, een procedure rond een

mogelijke besmetting uitgevoerd en een beknelling

onder een vat van 70 kilo tot een goed einde gebracht.

Tijdens de oefening gloeien de harten en hoofden van

onze specialisten in gevaarlijke stoffen. En dat komt

niet door de straling. Jan Bruggink glundert van oor tot

oor als hij zijn stralingsmeter in de buurt van een

gevaarlijk uitziend geel vat houdt: “Nu meten we

tenminste echt wat. Je kan het wel een beetje nabootsen

in reguliere oefeningen, maar dit…dit is echt

man!” Hoe echt het is blijkt ook wel uit de niet mis te

verstane waarschuwingen van de COVRA-oefenleider

wanneer collega’s allemaal tegelijk en te lang bij een

vat blijven staan. Je kan ook te enthousiast zijn

natuurlijk….

Erwin te Bokkel

Nieuwe

sectornaam

Directiesecretariaat wordt

Bestuur & Strategie.

De nieuwe naam voor één van

de zes sectoren binnen de

VNOG is geen cosmetische

ingreep, maar een logisch

gevolg van de veranderde

taken sinds het proces van

regionalisering en clustervorming.

Ondersteuning van het

bestuur, beleidsvorming en

communicatie zijn de pijlers

van de sector.

Ook museumdepot

Niet alleen radioactieve vaten, maar ook een

klavecimbel, schilderijen en vele andere historische

voorwerpen worden opgeslagen bij COVRA.

Sinds 2007 staat letterlijk naast de vaten een

museumdepot voor de collectie van Zeeuwse

musea. Het ziet er wat vreemd uit, maar door de

klimaatbeheersing en de vrije ruimtes blijken de

gebouwen zeer geschikt als depot voor museumstukken.

And the winner is …

Phoenix!

En dat vinden we heel terecht. Het was nog erg spannend, de

laatste ronde in de race om de nationale veiligheidaward 2009,

maar operatie Phoenix voldeed als beste aan de gestelde criteria

van het Blomberg Instituut. U kunt de essentie van het project

- luchtig weergegeven - nog eens bekijken op:

http://kreunen-multimedia.nl/movies/phoenix.html

Informatie bij:

Alette Getz-Smeenk

a.getz@vnog.nl

23


Platform vrijwilligers

Tweemaal overlegde het platform vrijwilligers de afgelopen periode met regionaal commandant Koos

Scherjon. Hoewel de status van het platform voorlopig een vraagstuk blijft - formeel? informeel? hoe zit

het met de medezeggenschap? - wordt het overleg van beide kanten zeer gewaardeerd. Wat kwam er zoal

ter tafel?

Tijdens beide bijeenkomsten werd inhoudelijk

overlegd over twee actuele thema’s in brandweerland

en de regio. Bij de eerste gaf Edwin Kadiks, hoofd

sector opleidingen, aan hoe het zit met het besluit

kwaliteit brandweerpersoneel (KBP), een breed

proces, dat veel gevolgen heeft voor opleiding en oefenen

van de brandweermensen.

De tweede keer lichtte Coen Lubberts van de afdeling

KO&O toe wat er staat te gebeuren tijdens de komende

kwaliteitsrondes. De vorige rondes betrof het

audits voor alle gemeenten; de volgende audits

worden in de clusters opgepakt. De leden van het

platform pleitten ervoor om eerst goed de uitkomsten

van de vorige audits te checken: hebben we alle

aanbevelingen wel opgepakt? Afgesproken wordt om

de leden van het platform informatie en nadere vragen

te geven die zij kunnen delen met hun achterban, met

name als het gaat om vaststellen van de criteria voor

de audit.

Convenant/statuut

Wat iedere keer ter tafel komt, is het concept con-

venant of statuut dat de VNOG en het platform

vrijwilligers met elkaar willen afsluiten. Er ligt een

conceptstatuut van de VBV (Vereniging van brandweervrijwilligers),

en een ‘eigen’ conceptconvenant.

De twee documenten worden naast elkaar gelegd, en

het RMT en Dagelijks Bestuur hebben er al hun visie

op gegeven. Zaken als rechtspositieregeling, medezeggenschap

en vaststellen van (in)formele lijnen zijn

niet 1-2-3 op te lossen. De wil is er wederzijds, maar

In cluster BWAO komt de afgevaardigde, Harm

Hoftiezer, na overleg met de aanspreekpunten en

de OC leden langs de kazernes. De eerste

kazernes zijn al bezocht. Als er nog meer belangstellenden

zijn meld je dan bij Harm.

er staan wel eens wetten in de weg, en praktische

bezwaren. De vraagstukken die er, inzake de positie

van de vrijwilligers, bij de invulling van de nieuwe

gemeenschappelijke regeling zijn, komen natuurlijk

ook bij de invulling van het convenant terug. In ieder

24 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


geval is duidelijk dat aan de positie van de vrijwilliger

op zich niets verandert. Het zal nog wel een zoektocht

worden om vorm en inhoud te geven aan de medezeggenschap,

of het nu via de Ondernemingsraden van

gemeente/cluster/VNOG gaat lopen of via een Onderdeelscommissie

geregeld wordt. In het Algemeen

Bestuur van 25 maart komt e.e.a. ter tafel.

Rechtspositieregeling

De leden van het platform vragen wat de nieuwe

rechtspositieregeling gaat betekenen voor de clusters.

Omdat het bestuur heeft besloten het beheer in de

clusters te beleggen, ondersteunt het concern de

clusters en de gemeenten daarin. De burgemeesters

hebben echter de ruimte gevraagd om gemeentelijke

extra’s in te kunnen bouwen. Dit betekent dat er straks

in de uitvoering verschillen kunnen ontstaan. De harde

rechtspositieregeling is dus voor iedereen gelijk, maar

de gemeenten binnen de clusters krijgen nog wel

eigen ruimte.

Maar ook op ander vlak is nog niet alles duidelijk,

bijvoorbeeld inzake verzekeringen. Momenteel staat in

de rechtspositieregeling opgenomen dat vrijwilligers

“adequaat” verzekerd behoren te zijn. Dit roept echter

de discussie op wat de definitie van een adequate

verzekering is. Er wordt wel opgemerkt dat de rechtspositieregeling

losstaat van de regionalisering. De VNG

(Vereniging Nederlandse Gemeenten) heeft de regio’s

opgedragen de rechtspositieregeling uit te voeren.

Genoeg redenen dus voor vervolgoverleg.

Lineke Berendsen

Herma van Eijk

Tot slot een oproep van de leden van het platform: Vrijwilligers laat u

horen! Als u dus input heeft voor het platform, mail het aan (een van)

de leden:

Ronald Kraan: ronald.kraan@brandweervrijwilligers.nl

Harm Hoftiezer: harmhoftiezer@hotmail.com

Heimen Pap: heimen.pap@elburg.nl

Henk-Bram Lammers: hb.lammers@upcmail.nl

Wim Wolfswinkel: wim@wolfswinkel.nl

Gert Knoppersen: hgknoppersen@putten.nl

Meldkamer Oost Nederland krijgt vorm

De MON wordt steeds meer een begrip. Met het aanwijzen van vier kwartiermakers als voorlopers en

wegbereiders komt een daadwerkelijk samengaan van de Meldkamers VNOG (Apeldoorn) en IJsselland

(Zwolle) in zicht.

Freek Vierwind is de kwartiermaker die als directeur

verantwoordelijk is voor het multidisciplinaire deel en

voor de onderlinge samenhang. Daarnaast moeten de

drie kolomchefs politie (Gerrit van der

Linde), brandweer (Gerrit Euverman) en

ambulancevoorziening (Arjan Hanekamp)

de samenhang tussen de beide regio’s

binnen hun kolom garanderen. Van de

kwartiermakers wordt verwacht dat zij

“zo snel mogelijk vorm en inhoud geven

aan de nieuwe bedrijfsvoering en gaan sturen op een

nieuwe bedrijfscultuur… Deze tijdelijke leidinggevende

functies zijn dan ook cruciaal voor het laten slagen

van de vorming van de MON.”

Ook in letterlijke zin wordt er aan de MON gebouwd. In

november werd in Zwolle een zogenaamde ‘mock up’

gebouwd: een op schaal of, in dit geval, ware grootte

gemaakt model. Dat was nodig omdat de nieuwe

Meldkamer in Apeldoorn gevestigd wordt, in de ruimte

waar nu nog alleen de VNOG-centralisten hun werk

doen. Alle hoeken, ramen en deuren werden opgemeten,

nagebouwd, en daarna werden houten modellen

van tafels, stoelen, beeldschermen etc. in

de ruimte gezet. En toen kon het

simuleren beginnen! Tijdens die

simulatie werd alles vastgelegd in beeld

en woord. Daarna kon vastgesteld

worden wat de beste opstelling van de

tafels is, rekening houdend met loop- en

zichtlijnen, privacy, deuren, ramen enzovoort. Als het

goed is, is dus straks de nieuwe werkplek van de

centralisten uit VNOG en IJsselland al helemaal getest

en goed bevonden, voordat ze er daadwerkelijk gaan

werken.

Inmiddels is op de derde verdieping aan de Europaweg

de grote verbouwing al begonnen.

Informatie op www.meldkamer-oostnederland.nl

25


samenwerken bij beheer en inkoop brandweermaterieel

Warehouse voor slim samenwerken

Onze bestuurders spraken in de bestuurdriedaagse van september 2007 over allerlei brandweerzaken.

Over de gevolgen van al of niet regionaliseren, maar ook over optimaliseren van de samenwerking en het

delen van kennis op het gebied van brandweermaterieel binnen de VNOG (gemeenten, clusters en het

concern). De bestuursopdracht Warehouse moet daar vorm aan geven. Een stuurgroep werd in het leven

geroepen onder leiding van mevrouw Leppink-Schuitema, burgemeester van Montferland, en daarna kon

de projectgroep aan de slag, met brandweermensen uit alle streken van de regio en met diverse achtergronden.

De bestuursopdracht Warehouse werd in eerste

instantie gezien als een project met een begin- en een

einddatum. Al snel kwam het besef bij stuurgroep

en projectteam dat optimaliseren van samenwerking

meer een proces is en dat een projectmatige aanpak

alleen niet toereikend is om van onderaf de nieuwe

vorm van samenwerking te realiseren.

Hoe werkt het?

De gemeente kijkt jaarlijks welk materiaal in dat jaar

en de daarop volgende jaren vervangen moet worden.

Maar daarbij vraagt men ook wat de buurgemeenten

doen en wat er speelt in de eigen en andere clusters.

Als het past en nuttig is, wordt gezamenlijk ingekocht.

Dat gebeurt nu al, maar de werkwijze Warehouse wil

dit collectief inkopen en beheer van materieel verder

bevorderen.

De individuele plannen van gemeenten worden in het

cluster behandeld en ingebracht in de regionale klankbordgroep

Materieel&Logistiek (M&L) van de VNOG.

Het resultaat is een overall inzicht in de plannen van

de 22 gemeenten. De klankbordgroep analyseert de

vervangingsplannen en kijkt of gelijksoortig materieel

beter collectief ingekocht kan worden. Criteria daarbij

zijn o.a.: aantallen, inkoopvoordeel, onderhoudsvoordeel,

garantie, standaardisatie, uitwisselbaarheid en

onderhandelingspositie met de leverancier.

Om collectief goed te kunnen inkoop is het ook van belang

gelijke kwaliteitseisen voor materieel te hebben.

Aan de klankgroep Operatiën, waarin alle clusters vertegenwoordigd

zijn, is gevraagd om die op te stellen.

Hetzelfde geldt voor de minimale onderhoudseisen,

die door de klankbordgroep M&L worden opgesteld.

26 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


In de werkwijze Warehouse blijven de gemeentelijke

brandweren autonoom bij het inkopen van eigen

brandweermaterieel. Ze bepalen dus uiteindelijk zelf

wie de inkoop doet: het korps, de eigen gemeentelijke

dienst of collectief door de VNOG met andere gemeenten

en clusters.

Opbrengst

De werkwijze heeft zijn eerste concrete succes

opgeleverd. Cluster Achterhoek Oost heeft gevraagd

om bij de aanschaf van haar chemicaliënpakken de

werkwijze Warehouse toe te passen. Met instemming

van de andere clusters leidde dit in november 2009

tot het eerste collectieve inkoopproject in de VNOG,

dat als ‘proeftuin’ gebruikt wordt voor de werkwijze

Warehouse. De bevindingen uit dit project worden

gebruikt om de werkwijze Warehouse waar nodig aan

te passen.

Hulpmiddelen

Natuurlijk is daarmee het proces nog niet volmaakt.

Om de samenwerking tot volle bloei te brengen en te

borgen, moet nog een aantal zaken geregeld worden.

Zo zijn we bezig met het uitzoeken van een computerprogramma,

dat alle gemeenten en clusters kan

ondersteunen bij het bestellen en beheren van het

Opgeven is geen optie!

brandweermaterieel. Als werknaam voor dat systeem

is gekozen voor WIS (Warehouse Informatie Systeem).

WIS kennen we natuurlijk ook als afkorting voor

Wandelgangen Informatie Systeem. Er zijn dan ook

overeenkomsten: Iedereen kent en gebruikt het

systeem, en informatie wordt uitbundig uitgewisseld.

Gelukkig is het Warehouse Informatie Systeem niet afhankelijk

van het Wandelgangen Informatie Systeem,

omdat alle gemeenten hun materieeldata zelf up to

date houden en delen met anderen.

WIS gaat gemeenten, clusters en regio helpen om

informatie en kennis snel en goed met elkaar te delen.

WIS helpt daarmee bij het voldoen aan de voorwaarden

“beheer en inkoop van materieel is op regionaal niveau

belegd” uit het raamconvenant van BZK.

Inmiddels is het draagvlak van de Warehousegedachte

in de VNOG groot. De doelstelling van de bestuursopdracht,

samenwerken en delen van kennis op

materieelgebied, en materieel inkopen en beheren

waar dat voordeel oplevert, is bereikt. De daadwerkelijke

resultaten komen in de komende jaren bij het

toepassen en gebruiken van de werkwijze.

Peter Aalders, projectleider

e: p.aalders@vnog.nl

Adri Zethof, werkzaam als vrijwilliger bij het Rode Kruis en SIGMA-lid voor de GHOR, heeft een actie op

touw gezet om geld in te zamelen voor het KWF. De GHOR ondersteunt dit initiatief van harte. Bij deze

een oproep om hem flink te sponsoren om hem zo een steuntje in de rug te geven tijdens zijn beklimming

van Alpe d’Huez!

‘Alpe d’HuZes’ is het wielerevenement waarbij de deelnemers individueel

of in teamverband minimaal zes maal op één dag de Alpe d’Huez beklimmen.

Dit doen ze om geld op te halen voor het Alpe d’HuZes onderzoeksfonds

bij KWF Kankerbestrijding. De eerste editie van de actie in 2006

zorgde al voor een opbrengst van ruim 370.000 euro. In 2007 fietsten ze

meer dan 1 miljoen euro bij elkaar. In 2008 werd het recordbedrag van ruim

3,6 miljoen euro opgehaald en in 2009 bijna 6 miljoen.

De Stichting Alpe d’HuZes hanteert een strikt anti-strijkstokbeleid: alle

giften gaan voor 100% naar het onderzoeksfonds. Afgelopen jaren werd

met dit geld het onderzoeks- en revalidatieprogramma A-CaRe gestart, waarmee kankerpatiënten beter en sneller

kunnen herstellen. Een belangrijk en uniek onderzoek dat revalidatie voor alle kankerpatiënten binnen handbereik

moet brengen. Bezoek de pagina van Adri en sponsor hem, om zo bij te dragen aan het goede doel:

http://deelnemers.alpe-dhuzes.nl/acties/zethofaw/team/

algemene informatie over de actie: www.opgevenisgeenoptie.nl

27


van voor naar achteren en

van links naar rechts: Lisette

de Koning, Anita Cremers en

Henk Djurrema

TNO en VNOG ploegen, zaaien en oogsten in proeftuin

Nieuwe soorten multi-samenwerking

ontwikkeld

De VNOG heeft vorig jaar een zogenaamde ‘proeftuin’ opgestart met TNO. Het gaat daarbij om het

innoveren van de multidisciplinaire operationele samenwerking, het uitvoerbaar maken van nieuwe

ideeën en het meten van effectiviteit van innovaties.

Voor de VNOG is de samenwerking met TNO zeer

waardevol. Projectleider namens VNOG Henk Djurrema:

“De veiligheidsregio wil de kwaliteit van het

multidisciplinair optreden bij crisissituaties verder

verbeteren en innoveren. Dit is ook noodzaak, omdat

de wereld snel verandert. Incidenten en rampen

worden gecompliceerder. Nog nooit waren zoveel

instanties betrokken bij een gemiddeld groot incident

of een ramp en nog nooit was er zoveel informatie

beschikbaar. De vraag is of we dat nog wel aankunnen

met de traditionele manier van werken.”

Ook voor TNO is de samenwerking in de proeftuin van

groot belang. Projectleider namens TNO, Judith

Boertjens: “TNO heeft als missie het toepasbaar

maken van wetenschappelijke kennis om zo het

innovatief vermogen van BV Nederland te versterken.

Het proeftuin-concept past hier mooi in. Innovatieve

nieuwe samenwerkingsvormen kunnen we in de

proeftuin verder concretiseren en testen op hun

efficiëntie en effectiviteit. Voor ons een ideale kans

om te innoveren samen met de eindgebruiker.”

28 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


Judith Boertjens

Onder de indruk

In de proeftuin is door TNO uitgebreid de werkwijze

van ROT’s en CoPI’s onderzocht tijdens oefeningen en

op basis van ervaringen tijdens daadwerkelijke

inzetten. Getest is onder meer hoe en welke informatie

uit het veld komt en hoe mensen daar mee omgaan en

of de huidige manier van werken in een CoPI of ROT

nog wel efficiënt genoeg is. Anita Cremers, deelprojectleider

vanuit TNO: “We kregen de kans om mee te

kijken bij CoPI-oefeningen in Vaassen. Ik was in eerste

instantie onder de indruk van de enorme diversiteit

aan informatie die bij een incident boven tafel komt.

Er wordt nogal wat gevraagd van de deelnemers aan

het CoPI. We konden daar als TNO een goed gevoel

voor de praktijk krijgen, al merkten we ook wel dat het

tijdens een oefening moeilijk blijft om daadwerkelijk

de urgentie van een ramp te laten voelen. Daarom was

Vliegdekschepen

het ook goed dat we gebruik mochten maken van jullie

ervaringen tijdens Koninginnedag 2009.”

Vergaderklok

De oefeningen met het Regionaal Operationeel Team

(ROT) werden gevolgd door Lisette de Koning. Ook

daar viel op dat er enorm veel informatie moet worden

verwerkt, maar dat het delen daarvan lastig is.

“We zagen dat men toch de neiging heeft om informatie

lange tijd binnen de eigen kolom te houden. In feite

wacht men vaak tot er weer een nieuwe ROT-vergadering

komt om dan pas gegevens met elkaar te delen.

Het nieuwe Multi Actie Centrum (MAC) op de Europaweg

stimuleert wel tot meer en beter delen, maar het

is toch nog steeds de vergaderklok die bepaalt

wanneer informatie echt met elkaar wordt gedeeld.

We hebben samen met de VNOG een interventie

ontwikkeld die het delen van informatie tussen de

kolommen stimuleert, op het juiste moment en met de

juiste mensen. Dit kan betekenen dat een ROT eerder

bij elkaar moet worden geroepen dan het vooraf

geplande tijdstip.

Henk Djurrema: “Van belang bij genetwerkt werken is

ook dat iedereen vooraf al op de hoogte is van de

meest relevante informatie, voordat de vergadering

begint. Je hoeft dan niet meer standaard het rijtje deelnemers

langs te gaan, maar begint direct met het

bespreken van de belangrijkste beslispunten.”

Rijk en actueel

Ook bij CoPI’s valt er volgens de TNO-onderzoekers

nog veel winst te behalen. Cremers: “Wij observeerden

dat men bij aanvang van een CoPI-overleg eerst

nog een actueel plot moet gaan maken, dat kost veel

tijd. We denken dat hulpverleners tijd kunnen winnen

door zo’n plot al actueel te hebben vóórdat de

vergadering begint. Dit kan bijvoorbeeld door

sensoren op kleding van brandweermensen, camera’s

op helmen die rechtstreeks beelden verzenden en

Bij de ontwikkeling van de interventies is ook gebruik gemaakt van diverse literatuur, zoals over “High Reliability

Organisations”. Dit zijn ‘hoge risico’ organisaties waar kleine fouten rampzalige gevolgen kunnen hebben, en

die toch heel veilig functioneren, omdat ze super-alert zijn (dat heet: ‘mindfulness’). Bijvoorbeeld vliegdekschepen:

fouten kunnen hier grote gevolgen hebben, toch komen (fatale) fouten vrijwel niet voor. HRO’s bereiken

deze hoge betrouwbaarheid onder meer door de verantwoordelijkheden zoveel mogelijk laag in de organisatie

te leggen. Men kijkt constant kritisch naar eigen en andermans werkzaamheden en (bijna) fouten worden direct

gemeld, zodat er van geleerd kan worden.

2


hulpverleners die direct informatie op een pda

invoeren en doorsturen. Het gaat erom dat je een plot

zo rijk en actueel mogelijk krijgt, zodat je daarna in

een CoPI-overleg sneller tot goede beslissingen kunt

komen.”

- Maar wordt dat allemaal niet een beetje teveel voor

een hulpverlener? Hij moet al zoveel…

“Dit lijkt moeilijker dan dat het is. Natuurlijk gaat het

hier ook om competenties, maar die kun je trainen.

Bovendien denken we bij TNO na over manieren om

technische hulpmiddelen zo in te richten dat mensen

er goed mee kunnen werken. Brandweermensen en

andere hulpverleners moeten daarbij niet dienstbaar

gemaakt worden aan de techniek, maar juist andersom!

Je moet de technische hulpmiddelen zo maken dat

ze eenvoudig zijn in te zetten. We hebben al positieve

ervaringen hiermee opgedaan, bijvoorbeeld bij

Defensie.” Henk Djurrema vult aan: “Uit onderzoek

blijkt dat het motiveert als je er ook wat voor terugkrijgt.

Dus bijvoorbeeld een bevelvoerder brandweer

geeft niet alleen maar, hij krijgt er ook weer bruikbare

informatie voor terug. En dus heeft iedereen baat bij

het snel delen van informatie.”

Vervolg

Na de uitgebreide observaties en kleine testen in

2009, gaat de proeftuin in 2010 een nieuwe fase in.

“We hebben een aantal verbeteringen bedacht en die

gaan we in een proefopstelling bij TNO testen”, aldus

Cremers. “We halen dus daadwerkelijk een CoPI naar

Soesterberg. De deelnemers krijgen een realistisch

scenario voorgeschoteld en we willen dat zij dit

oplossen mede met behulp van onze verbetervoorstellen.”

Boertjens: “Aandacht voor competentieontwikkeling

is van groot belang binnen genetwerkte organisaties.

TNO heeft een online tool ontwikkeld waarmee een

analyse gemaakt wordt van de aanwezige en nog te

ontwikkelen competenties.

De volgende stap is het op maat maken van een

digitale leeromgeving voor training van de competenties

voor genetwerkt multidisciplinair samenwerken.

De digitale leeromgeving helpt de mensen de regie te

nemen over hun eigen leren. Deze ontwikkelingen

zouden van nut kunnen zijn voor het veiligheidspaspoort.”

De Koning: “Dit jaar willen we de ideeën die we vorig

jaar hebben ontwikkeld samen met de VNOG generiek

toepasbaar maken. We gaan hierover binnenkort in

gesprek met de andere Veiligheidsregio’s in Gelderland

en Overijssel én met het landelijk project

Netcentrisch Werken, waarmee TNO al een samenwerkingsverband

heeft. Verder is het voor TNO van belang

om de resultaten wetenschappelijk te kunnen toetsen

op effectiviteit en efficiëntie en om daarover te

publiceren. In november komt er een symposium en

een boek over het thema ‘Innovatie die werkt’ . Ook

daarin worden de resultaten van de samenwerking

tussen VNOG en TNO verwerkt.”

Erwin te Bokkel

e: e.tebokkel@vnog.nl

CoPI en ROT

Een CoPI (commando plaats incident) is het

multidisciplinair commando op de plaats van het

incident onder eenhoofdige leiding van HOvD-

Brandweer vanaf GRIP 1. De taak van het CoPI is de

bestrijding van de bron van het incident. De

nadruk ligt op de aansturing van de operationele

diensten en uitvoering van de operationele

processen ter plaatse. Naast de OVD-en van

politie, GHOR en brandweer, hebben ook een

voorlichter, een plotter en een logger zitting in het

CoPI.

Het ROT (Regionaal Operationeel Team) komt

samen op het multi-actiecentrum op de Europaweg

in Apeldoorn vanaf GRIP 2, als de effecten van

het incident het brongebied (dreigen) te overstijgen.

De Operationeel Leider is de Commandant

van Dienst Brandweer of Politie. Het ROT heeft

vooral de tactische leiding bij een groot incident.

Leden van het ROT zijn onder meer de commandanten

van dienst van de politie, brandweer, GHOR

en de coördinerend gemeentesecretaris. Zij zijn

hoofd van hun eigen secties die actief worden in

het Multi Actie Centrum (MAC). Ook kent het ROT

evt. vertegenwoordigers van Defensie, het

Openbaar Ministerie en de Provincie. Een

informatiemanager, communicatieadviseur, logger

en plotter ondersteunen de leden van het ROT.

30 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d


Signaaltje

Donkere wolken

Alle gemeenten zijn in rep en roer. De lokale overheid komt in zwaar weer. De ene winstwaarschuwing is

nog onheilspellender dan de andere. 35 miljard moet het rijk bezuinigen! De gemeenten zijn gewaarschuwd:

houd rekening met het ergste: 20% minder te besteden.

In dat opzicht kon de kabinetscrisis niet op een slechter moment komen. Het lijkt mij dat je een kaalslag

in de overheidsbudgetten wel controversieel mag noemen. Er zal dus voorlopig wel geen besluit over

genomen worden. Toch roept iedereen dat er nu tering naar de nering gezet moet worden. Maatregelen

zijn onuitstelbaar. Wie moet die beslissingen nemen? Ik weet het niet. Straks blijkt dat we ons voor niets

ongerust gemaakt hebben. Geen kabinet, geen rijksbezuinigingen, geen problemen voor de gemeenten.

Of is dat te kort door de bocht?

Komt het vandaag niet, dan zal het morgen vast en zeker komen. Daarom ben ik maar vast begonnen

met een lijstje van bezuinigingen. De brandweer zal er niet aan ontkomen en dus ook het VNOG-bolwerk

zal er aan moeten geloven. Eigenlijk is bij de brandweer makkelijk geld te verdienen.

Wat te denken van het verbieden van mijn seksegenoten bij de brandweer? Dat levert geld op. Geen

aparte voorzieningen meer vanwege de arbo. Eén hok waarin ieder zich kan omkleden is prima.

Ook het aantal uitrukken kan fors omlaag. Ik heb wel eens begrepen dat meer dan driekwart van de

meldingen onnodig is. We gaan gewoon iedere wijk of dorp een maximum aantal uitrukken geven per

jaar. Als ze op zijn, houdt het gewoon even op. Met de meldkamer stoppen we ook. In iedere gemeente

geven we het telefoonnummer van de commandant door. Als er dan wat is, bellen de mensen hem maar.

Hij stapt in de auto, haalt de andere vijf man op en rijdt naar de brand. Hij weet toch precies de weg.

Scheelt ook weer uitruktijd.

Iedere maandagavond dat oefenen, dient ook nergens toe. In de praktijk is het toch altijd anders. Wat

schiet je er dan mee op om te oefenen? Door al die valsmeldingen kunnen ze al donders goed uitrukken.

Dat gaat vanzelf zonder oefenen.

Dat verhaal over die natuurbrand is ook al zoiets. Vroeger liet men die bossen toch ook gewoon

afbranden? Als gemeenten domweg verbieden om in het bos te gaan wonen, kamperen of andere

activiteiten te ontplooien, is er ook geen risico. Scheelt ook weer mooi in de kosten, want al die

bijzondere voorzieningen als 4-wheel drives heb je dan niet nodig.

Het is even op een andere manier denken, maar zo moeilijk is het allemaal niet. In een half uurtje heb ik

al heel wat miljoenen verdiend. Moet je voorstellen wat je daar allemaal voor leuke dingen mee kunt

doen. Zwembaden, schouwburgen, subsidies aan voetbalclubs, verlaging van de belastingen, je zegt

het maar. De gemeenten hebben geen enkel probleem meer. Ze houden zelfs geld over.

Misschien moeten we de brandweer wel gewoon opheffen. We stoppen met de solidariteit. Ieder voor

zich. Niets meer gezamenlijk zorgdragen voor brandweerzorg. De vrijwilligers houden tijd over en

kunnen zich op een andere manier nuttig maken voor de gemeenschap. Op die manier slaan we twee

vliegen in één klap: én we houden geld over, én andere belangrijke dingen kunnen door het grote aantal

vrijwilligers ook worden gedaan.

Florence Fox Heeft

u Florence iets te melden, in reactie op

deze column, mail dan aan: florence@vnog.nl

31


Henny Korswagen stroopt voor ons de hele wereld af op zoek naar bijzonder hulpverleningsmaterieel.

Het feit dat hij voor de U.N. werkt, maakt dat natuurlijk wel wat makkelijker.

“Twee ambulances in Bor (ook wel triple B:

Burgers Bush Bor) in Soedan. Ze zijn een

donatie, maar ik weet niet van welk land.

Ze zien er goed uit, met name aan de

buitenkant. Kan ook niet anders want ik heb

ze nog nooit zien rijden. Voor deze wegen in

Bor is het geen goede uitvoering, neem ik

aan. Ze staan op het terrein van het

ziekenhuis. Vorig jaar toen ik hier was,

stonden ze 50 meter verderop en ze zijn

verzet, dus ze rijden kennelijk wel.”

“Deze is een donatie van Saudi-Arabië en was operationeel tijdens de HIV AIDS dag.

Men kon er op vrijwillige basis een bloedtest laten doen.”

En dit monster spotte

Henny in Malaka.

32 S a m e n w e r k e n a a n v e i l i g h e i d

More magazines by this user
Similar magazines