STIGA VILLA

manuals.ggp.group.com

STIGA VILLA

STIGA VILLA

PRESIDENT

SENATOR

2000

CLASSIC

8211-0210-07


Typ 1

1. 5. Villa Senator - President

Typ 1

2.

6.

Typ 2

3. 7.

Typ 2

4. 8.


11. 15.

12. Villa President

16.

J

I

13. 17.

14. 18.


19A. Villa Classic - 2000 - Senator 21A. Villa Classic - 2000 - Senator

19B. Villa President 21B. Villa President

20A. Villa Classic - 2000 - Senator 22.

20B. Villa President 23.


24. Villa President

25. Villa President

26. Villa Classic - 2000 - Senator

27. Villa Senator - President


8

7

12

1

2

11

9A. Villa Classic - 2000 - Senator

9

7

12

11

1

3

10

9B. Villa President

7

4

6

5

10.


NL

NEDERLANDS

ALGEMEEN

Dit symbool betekent WAARSCHU-

WING. Als u de instructies niet nauwkeurig

volgt, kunt u verwondingen oplopen

of kan dit tot materiële schade leiden.

SYMBOLEN

De volgende symbolen staan op de machine om u

eraan te herinnern dat voorzichtigheid en oplettendheid

bij gebruik vereist zijn.

De symbolen betekenen:

Waarschuwing!

Lees vóór gebruik van de machine eerst

het instructieboek en de veiligheidsvoorschriften.

Waarschuwing!

Pas op voor het uitwerpen van voorwerpen.

Houd omstanders op afstand.

Waarschuwing!

Draag altijd gehoorbeschermers.

Waarschuwing!

Deze machine is niet bedoeld voor rijden

op de openbare weg.

MONTAGE

Om persoonlijke verwondingen en beschadigingen

van eigendom te voorkomen,

mag u niet proberen de motor te

starten voor u alle maatregelen onder AS-

SEMBLAGE heeft uitgevoerd.

ACCESSOIRESZAK

Bij de machine wordt een plastic zak geleverd die het

volgende bevat:

Pos. Aan Benaming Dimensie

AC 1 Bougiebus

AD 1 Draaipen voor bougiebus

AF 2 Aanpasstuk voor zitje

AG 2 Vergrendelknop

AH 4 Schroef 5/16" x 16

AI 2 Wagenbout 8 x 20

AJ 2 Platte ring 8.4 x 22 x 1.5

AK 1 Spanpen 6 x 36

AL 1 Pasring 16 x 38 x 0.5

AM 1 Pasring 16 x 38 x 1.0

AN 1 Afstelknop (President)

AP 1 Trekmechanisme (Senator, President)

ZITJE

Schroef de beide aanpasstukken voor het zitje AF op

de onderkant van het zitje vast met behulp van de

schroeven AH. Vergeet niet om eerst de wagenbouten

AI in de vierkante centrumgaten te plaatsen

(afb 1, 3).

Afhankelijk van het gebruikte zittype, moeten de aanpasstukken

zo gedraaid worden dat de afstand tussen

de wagenbouten altijd 207 mm bedraagt (afb 2, 4).

Schroef het zitje vast op de machine met behulp van

de platte ringen AJ en de vergrendelknoppen AG.

AFSTELKNOP (President)

Druk de afstelknop AN vast op de aandrijfhendel

(afb 5).

STUUR

Om een eventuele axiale speling te compenseren,

moeten de pasringen AL en/of AM gebruikt worden

tussen de bovenste en onderste stuurstang (afb 6).

Controleer voor u de spanpen monteert hoeveel ringen

u nodig heeft.

Het stuurwiel moet zo worden gemonteerd dat de

wielknop in de stand "10 uur" komt (zie afb 5),

(Senator, President).

Monteer het stuur op de stuurstang met behulp van

spanpen AK (afb 6).

TREKMECHANISME (Senator -

President)

Monteer trekmechanisme AP onder de geluiddemper.

Gebruik de aanwezige schroef waarmee de geluiddemper

vastzit (afb 27).


NEDERLANDS

NL

MOTORKAP

Mak de schroef los waarmee het voorste gedeelte van

de motorkap aan het chassis bevestigd is.

Haak daarna de drie rubberen lussen D en E los

(afb 7).

Verwijder de motorkap schuin omhoog/naar achteren.

Voor gebruik - monteer de zwarte motorplaat op de

motorkap.

De machine mag uitsluitend worden gebruikt

wanneer de motorkap is gemonteerd.

Er bestaat anders risico op letsel

door brand of beklemming.

ACCU

De accu is droog geladen, hetgeen betekent dat de

accu met accuzur gevuld moet worden voor hij gebruikt

wordt.

Het vullen van accuzuur moet op een

goed verlichtte plaats gebeuren en waar

men rijkelijk met spoelwater ter beschikking

heeft. Het zuur is vretend. Gebruik

rubber handschoenen en hanteer het

zuur met grote voorzichtigheid zonder te

morsen. Het zuur kan invreten op de huid

en kleren en ander materiaal waarmee

het in contact komt, vernielen.

Het gebruik van een beschermingsbrill

voor het voorkomen van ogenbeschadiging

wordt sterk aanbevolen. De Zuurdampen

niet inademen.

Neem voorzichtig de zuurflessen uit het carton. Vul

de accu met het zuur. Het peil moet tussen "UPPER"

en "LOWER" liggen (afb 8).

Na het bijvullen kan het niveau van het accuzuur

wat dalen. Wacht daarom twintig minuten om het

niveau in iedere cel te controleren. Vul waar nodig

zuur bij.

Laat de accu vervolgens twee uur staan voordat

deze wordt gebruikt.

Veroorzaak geen kortsluiting tussen de

polen van de accu. Er kunnen vonken

ontstaan die brand kunnen veroorzaken.

Draag geen metalen sieraden die in

contact kunnen komen met de accupolen.

LET OP! Om beschadiging van motor en accu te

voorkomen altijd eerst de pluskabel (+) op de accu

aansluiten.

De motor niet zonder accu laten lopen.

BANDENDRUK

Controleer de luchtdruk in de banden. De juiste

luchtdruk:

Vooraan: 0,4 bar (6 psi)

Achteraan: 1,2 bar (17 psi)

ACCESSOIRES

Voor montage van het maai-aggregaat/accessoires,

zie afzonderlijke montage-instructies die bij het

accessoire in kwestie worden meegeleverd.

Zie afb. 9 - 10.

HENDELS

1. GEREEDSCHAPSLIFT

Hendel om frontgemonteerde accessoires omhoog

in de transportstand te brengen.

2. BEDRIJFSREM/KOPPELING

(Classic - 2000 - Senator)

Pedaal dat de bedrijfsrem en de koppeling combineert.

Drie posities:

1. Pedaal omhoog - vooraandrijving

ingeschakeld. De machine

beweegt wanneer er een

versnelling ingeschakeld is. De

bedrijfsrem is niet geactiveerd.

2. Pedaal voor de helft ingedrukt

- vooraandrijving ontkoppeld,

er kan geschakeld

worden. De bedrijfsrem is niet

geactiveerd.

3. Pedaal volledig ingedrukt -

vooraandrijving ontkoppeld.

Bedrijfsrem volledig geactiveerd.

3. KOPPELINGSPEDAAL (President)

Voetpedaal dat de transmissie ontkoppelt. Twee

standen:


NL

NEDERLANDS

1. Het pedaal omhoog - aandrijving

gekoppeld. De machine

beweegt als de aandrijfhendel

wordt verplaatst. De parkeerrem

kan niet worden geactiveerd.

2. Het pedaal geheel ingedrukt

- aandrijving ontkoppeld. De

parkeerrem kan worden geactiveerd.

Het pedaal is geen bedrijfsrem. Gebruik

het pedaal niet onder het rijden,

maar alleen bij parkeren en starten.

Bedrijfsrem - zie punt 9 "AANDRIJFHENDEL"

hieronder.

4. PARKEERREM

Hendel om de mechanische parkeerrem te activeren.

Trap het koppelingspedaal tot op de bodem.

Breng de parkeerrem naar rechts en

laat daarna het pedaal los.

De parkeerrem wordt ontkoppeld door licht op het

koppelingspedaal te drukken. De geveerde remhendel

gaat dan automatisch zijwaarts.

5. KRACHTAFNEMER (IN)

Hendel voor inschakelen van de krachtafnemer

voor aandrijving van frontgemonteerde accessoires.

Twee posities:

1. Hendel in de onderste positie - krachtafnemer

uitgeschakeld.

2. Hendel in de bovenste positie - krachtafnemer

ingeschakeld. De hendel wordt in

deze positie vergrendeld als een persoon

die meer dan 30 kg weegt, op het zitje gaat

zitten.

6. KRACHTAFNEMER (UIT)

Hendel met veerbelasting om de krachtafnemer uit

te schakelen.

Druk de knop in om de krachtafnemer uit

te schakelen.

7. VERING VAN HET ZITJE

Draaiknop voor traploos instellen van de vering

van het zitje. Wordt aangepast aan het gewicht van

de chauffeur.

1. Naar links draaien - de vering

wordt zachter.

2. Naar rechts draaien - de vering

wordt harder.

Een te hard aangehaalde vering kan ertoe leiden

dat de hendel voor het inschakelen van de krachtafnemer

(5) niet in de bovenste positie vergrendeld

kan worden.

Opm. De boutverbindingen in de zittingvering

mogen nooit zo strak worden aangehaald, dat

de beweegbaarheid van de werking verloren

gaat.

8. VERSNELLINGSPOOK (Classic -

2000 - Senator)

Pook om één van de vijf versnellingen vooruit (1-

2-3-4-5), neutraal (N) of achteruit (R) te kiezen.

Bij het schakelen vanuit de neutrale stand naar

vooruit alt. achteruit moet de versnellingshefboom

opgelicht worden.

Het pedaal moet ingedrukt zijn tijdens het schakelen.

N.B.! Zorg ervoor dat de machine volledig stilstaat

voor u van de achteruit in zijn vooruit schakelt of

omgekeerd. Als u niet meteen in een bepaalde versnelling

kunt schakelen, laat het pedaal dan omhoog

komen en druk het opnieuw in. Probeer

opnieuw in de gewenste versnelling te schakelen.

Forceer nooit bij het schakelen!

9. AANDRIJFHENDEL/BEDRIJFS-

REM (President)

Een met de hand bediende hendel die werkt op de

traploze transmissie. De hendel heeft drie functies:

1. Aandrijving.

Regelt de rijrichting en de snelheid van de

machine. Breng de hendel naar voren (F) -

de machine beweegt in voorwaartse richting.

Hoe verder de hendel naar voren

wordt bewogen, hoe sneller de machine

rijdt.

Met de hendel in de aangegeven neutrale

stand (N) - de machine staat stil. (Zo niet,

zie "AFSTELLEN VAN DE NEUTRALE

STAND" hieronder).

Breng de hendel eerst zijwaarts vanuit de

neutrale stand en vervolgens naar achteren

(R) - de machine rijdt achteruit.


NEDERLANDS

NL

2. Snelheid vasthouden.

De inertie van de hendel zorgt ervoor dat hij in elke

willekeurige stand kan worden losgelaten. De hendel

beweegt niet en de machine behoudt zijn ingestelde

snelheid.(De inertie kan worden afgesteld,

zie "AFSTELLEN VAN DE AANDRIJFHEN-

DEL" hieronder).

3. Bedrijfsrem.

Om te remmen wanneer de machine zich voorwaarts

beweegt - breng de hendel voorzichtig achteruit

terug in de neutrale stand.

Om te remmen wanneer de machine achteruitrijdt

- breng de hendel voorzichtig voorwaarts in de

neutrale stand.

Gebruik niet het voetpedaal om tijdens

het rijden te remmen. Het voetpedaal

ontkoppelt de transmissie waardoor het

remvermogen geheel verloren gaat.

10. ONTKOPPELINGSHENDEL

(President)

Hendel om de traploze transmissie te ontkoppelen.

Geeft de mogelijkheid de machine met de hand te

verplaatsen zonder het gebruik van de motor. De

machine mag niet achter een voertuig worden

gesleept.

1. Hendel naar achteren - transmissie

gekoppeld voor normaal

gebruik.

2. Hendel naar voren - transmissie

ontkoppeld. De machine

kan met de hand worden verplaatst.

Wanneer de ontkoppelingshendel in de

voorste stand staat, is er geen remfunctie

meer in de aandrijfhendel. De machine

heeft dan geen rem.

Denk daaraan wanneer de machine handmatig van

bijv. een aanhanger of een helling wordt gerold.

11. GAS-/CHOKEHENDEL

Hendel om het toerental van de motor in te stellen

en om de motor te choken bij koudestart.

1. Stationair draaien.

2. Volgas - als men de machine gebruikt,

moet men altijd vol gas geven. De volgaspositie

bevindt zich 1 - 1.5 cm van de onderkant

van de groef.

3. Choke - voor het starten van een koude

motor. De chokepositie bevindt zich onderaan

in de groef.

12. STARTSLEUTEL

Contactslot dat gebruikt wordt om de motor te starten

en uit te schakelen. Drie posities:

STOP 1. Stoppositie - de motor is kortgesloten.

De sleutel kan verwijderd worden.

2. Rijpositie (zonder symbool)

START 3. Startpositie - de elektrische startmotor

wordt geactiveerd wanneer de sleutel in de

startpositie met veerbelasting wordt gedraaid.

Laat de sleutel terug naar de rijstand

gaan wanneer de motor gestart is.

GEBRUIK VAN DE MACHINE

TOEPASSINGSGEBIEDEN - VILLA

De machine mag uitsluitend worden gebruikt bij

de volgende werkzaamheden met de aangegeven

originele STIGA-accessoires:

1. Grasmaaien

Met maaiaggregaat 13-2916 (85M) of 13-2910

(102M).

2. Vegen

Met veegmachine 13-1934. Stofbeschermer

13-1937 aanbevolen.

3. Sneeuwruimen

Met sneeuwschuif 13-1917. Sneeuwkettingen

13-1947 en wielgewichten 13-1982 aanbevolen.

4. Gras en bladeren vegen

Met een getrokken grasvangbak 13-1978 (30")

of 13-1950 (42").

5. Gras- en bladtransport

Met transportkar 13-1979.

6. Mest strooien

Met meststrooier 13-1987. Tevens te gebruiken

voor het strooien van graszaad, zand of zout. Bij


NL

NEDERLANDS

gebruik in de winter worden sneeuwkettingen

13-1947 aanbevolen.

Het trekmechanisme mag worden belast met een

verticale kracht van maximaal 100 N.

De duwkracht van getrokken accessoires mag, in

het trekmechanisme, niet groter zijn dan 500 N.

VOOR HET STARTEN

Voor u de machine in gebruik neemt,

moet u deze gebruiksaanwijzing en de

meegeleverde "VEILIGHEIDSVOOR-

SCHRIFTEN" grondig doornemen.

TANKVULLING

Gebruik normaal benzine, indien voorradig

loodvrij. Gebruik nooit tweetakt.

N.B.! Vergeet niet dat benzine slecht kan worden,

koop nooit meer benzine dan u binnen de 30 dagen

gebruikt.

Benzine is erg brandbaar. Bewaar de

benzine in een speciaal daarvoor bestemde

tank o.d.

Vul alleen benzine bij in open lucht en

rook niet tijdens het bijvullen. Verwijder

nooit de vuldop of vul nooit benzine

bij wanneer de motor draait of nog

warm is.

OLIEPEIL VAN DE MOTOR CONTRO-

LEREN

Het carter is bij aflevering altijd met olie SAE 30

gevuld.

Controleer voor elk gebruik of het oliepeil correct

is. De machine moet op een vlak oppervlak

staan.

Maak de oliepeilstok los en droog hem af.

Weer geheel neersteken en vastschroeven.

Daarna losschroeven en optrekken. Het oliepeil aflezen.

Olie bijvullen tot de “FULL” streep, als het

oliepeil daar onder ligt (afb 11).

OLIEPEIL VAN DE TRANSMISSIE

CONTROLEREN (President)

De transmissie is bij levering gevuld met olie SAE

20W-50.

Controleer steeds voor het gebruik of het oliepeil

nog klopt. De machine moet vlak staan.

Lees het oliepeil op de houder af. Het peil dient

even hoog te liggen als de markering (afb 12).

Eventueel bijvullen. Gebruik olie SAE 20W-50

(serviceklasse SE, SF of SG).

Properheid is erg belangrijk bij de hantering

van olie voor de transmissie. Er

mogen geen vuildeeltjes in het systeem

terechtkomen. Vuil kan de transmissie

vernielen.

De houder bevat een oliefilter die de olie zuivert

van grovere deeltjes. Het filter hoeft niet te worden

vervangen.

VEILIGHEIDSSYSTEEM

Deze machine is uitgerust met een veiligheidssysteem

dat bestaat uit:

- een stroomonderbreker op de drijfwerkkast

(Classic - 2000 - Senator).

- een stroomonderbreker bij de spanarm voor de

transmissie (President).

- een stroomonderbreker in de stoelbevestiging

- een stroomonderbreker bij de inschakelhendel

van de krachtafnemer (alleen voor

USA en Canada)

- een vervangbare, elektronische veiligheidsmodule

die het systeem stuurt

Om de machine te starten moet:

- de versnellingspook in de vrijloop staan

(Classic - 2000 - Senator)

- dat het koppelingspedaal geheel is ingetrapt

(President)

- de bestuurder op de stoel zitten

- de inschakelhendel van de krachtafnemer

zich in de onderste stand bevinden (= de

krachtafnemer is uitgeschakeld)

Voor ieder gebruik moet de werking

van het veiligheidssysteem worden gecontroleerd!

Controleer dit op de volgende wijze:

- start de motor, ga op de stoel zitten, zet de

versnellingspook in de eerste versnelling, til

uw lichaam even op van de stoel - de motor

moet stoppen (Classic - 2000 - Senator)

- start de motor, ga op de stoel zitten, til uw

lichaam even op van de stoel - de motor moet

stoppen (President)

- start de motor opnieuw, ga op de stoel zitten,

schakel de krachtafnemer in, til uw lichaam

even op van de stoel - de krachtafnemer moet

worden uitgeschakeld

- start de motor, neem plaats op de zitting, trap


NEDERLANDS

NL

het voetpedaal in, activeer de parkeerrem, klim

van de machine - de motor mag niet afslaan

(President).

Als het veiligheidssysteem niet werkt,

mag de machine niet worden gebruikt!

Breng de machine voor controle naar

een servicewerkplaats.

STARTEN VAN DE MOTOR

1. Open de benzinekraan (afb 13).

2. Controleer dat de bougiekabel op zijn plaats zit.

3. Controleer of de krachtafnemer uitgeschakeld

is.

4a. Classic - 2000 - Senator:

Zet de versnellingspook in de neutrale stand.

4b. President:

Zet de aandrijfhendel in de neutrale stand.

5. Koudestart - zet de gashendel in de chokestand.

Warme start - zet de gashendel in volgas (1 - 1,5

cm boven de chokestand).

6. Trap het pedaal tot op de bodem in.

7. Draai de startsleutel om en start de motor.

8. Wanneer de motor gestart is, duw de gashendel

dan geleidelijk naar volgas als u de choke gebruikt

heeft.

9. Belast bij een koude start de machine niet onmiddellijk

na het starten maar laat de motor een

paar minuten draaien. Dan wordt de olie opgewarmd.

STOPPEN

Zet de krachtaansluiting vrij. Trek de parkeerrem

aan. Laat de motor 1 - 2 minuten stationnair lopen.

De motor afzetten door de startsleutel om te

draaien.

Sluit de benzinekraan. Dit is vooral belangrijk

wanneer de machine op b.v. een aanhanger wordt

vervoerd.

Als u de machine onbeheerd achterlaat,

moet u de bougiekabel losmaken van de

bougie. Neem ook de sleutel uit het

startslot.

Na het maaien is de motor erg warm.

Raak de geluiddemper, de cylinders of

de koelribben niet aan. Anders kunt u

brandwonden oplopen.

RIJDEN

Zorg er altijd voor dat er voldoende olie in de motor

is bij het rijden van hellingen (oliepeil op

“FULL”).

Wees voorzichtig op hellingen. Stop of

start niet plotseling wanneer u een helling

op- of afrijdt. Rijd nooit dwars over

een helling. Rijd van boven naar beneden

en beneden naar boven.

Bij het naar beneden rijden langs een

helling met een hoek groter dan 20°

kunnen de achterwielen van de grond

komen. Het maaiaggregaat verhindert

echter dat de machine voorover kiept.

De machine mag, met daarop originele

accessoires gemonteerd, op een helling

met een hoek van maximaal 10° rijden,

ongeacht de richting.

Rijd langzamer op hellingen en bij het

nemen van een bocht om te voorkomen

dat de machine kantelt of dat u controle

over de machine verliest.

Draai het stuurwiel niet compleet rond

tijdens het rijden met hoge snelheid en

vol gas. De machine kan kantelen.

Houd handen en vingers uit de buurt

van de ketting en de zitconsole. Anders

kunnen ze beklemd raken. Gebruik de

machine nooit zonder motorkap.

Als u de machine gebruikt - geef altijd vol gas.

ONDERHOUD

Voer nooit service uit aan de machine

zonder eerst:

-de motor uit te schakelen

-de startsleutel uit het contact te halen

-de bougiekabel los te koppelen van de

bougie

-de parkeerrem in te schakelen

-de krachtafnemer te ontkoppelen

SCHOONMAKEN

Om brandgevaar te voorkomen:

-houd de motor, geluiddemper, accu en

brandstoftank vrij van gras, blad en

olie.

-controleer regelmatig of de machine


NL

NEDERLANDS

olie en/of brandstof lekt.

N.B.! Als u schoonmaakt m.b.v. een hogedrukspuit,

richt de straal dan niet rechtstreeks op de

transmissie.

MOTOR - OLIE VERVERSEN

De eerste keer olie verversen na 5 draaiuren, daarna

iedere 50 draaiuren of één keer per seizoen. Olie

verversen als de motor warm is.

Gebruik olie van goede kwaliteit (serviceklas SE,

SF of SG).

Na het maaien is de motorolie erg

warm. Laat de motor daarom eerst een

paar minuten afkoelen voor u de olie aftapt.

1. De machine naar links hellen.

2. De olieaftapplug F losschroeven (afb 14). Deze

zit aan de linkerzijde van de motor, (van de achterzijde

van de machine gezien). Laat de olie in een

bak lopen. Zorg ervoor dat er geen olie op de V-

riemen komt.

3. De olieplug weer monteren.

4. De oliepeilstok wegnemen en nieuwe olie vullen.

Hoeveelheid olie:

Classic - 1,1 Liter

Senator, 2000, President - 1,4 Liter

Olietype zomer: SAE-30

(Ook SAE 10W-30 kan gebruikt worden. In dit

laatste geval kan het olieverbruik echter iets hoger

liggen en moet het oliepeil iets vaker gecontroleerd

worden).

Olietype winter: SAE 5W-30

(Ook SAE 10W-30 kan gebruikt worden).

Geen toevoegsles bij de olie gebruiken.

Niet te veel olie vullen. Dan kan de motor te warm

worden.

Het oliepeil na iedere keer bijvullen controleren.

Het peil moet tot “FULL” reiken.

OLIE VERVANGEN TRANSMISSIE

(President)

De olie in de transmissie hoeft normaal gesproken

niet te worden vervangen.

ONTLUCHTEN (President)

Als de machine nieuw is, kunnen er zich in de olie

van de transmissie luchtbellen bevinden. De olie

lijkt "schuim" te bevatten.

Gewoonlijk leidt dat ertoe dat de machine langzaam

rijdt en slecht presteert.

1. Zet de ontkoppelingshendel in de voorste stand.

2. Breng de aandrijfhendel naar voren terwijl de

motor loopt en de ontkoppelingspedaal omhoog

staat. Houd de aandrijfhendel 5 sec. in de voorste

stand.

3. Breng vervolgens de aandrijfhendel in de achteruitstand

en houd hem daar gedurende 5 sec.

4. Herhaal de procedure 4 - 5 maal.

SMERING

De machine heeft drie smeernippels G op de achteras

die iedere 25 uur met universeel vet gesmeerd

moeten worden (afb 15 - 16).

Alle kunststoflagers (achterwiel-, stuurschijf-, pedaal-

en stuurstangslagers en de kabelrollen) worden

een paar maal per seizoen met universeel vet

gesmeerd.

De draaipunten van de spanarmen van krachtaansluiting

en koppeling worden een paar maal per

seizoen met universeel vet gesmeerd.

Vet de stuurkabel regelmatig in. Dit is belangrijk

voor de levensduur van de kabel.

De aandrijfketting H en de overige beweegbare

draaipunten worden een paar maal per seizoen met

olie gesmeerd (afb 21).

De versnellingsbak (Classic, 2000, Senator) en het

differentieel worden in de fabriek met vet gevuld.

Als ze niet geopend worden (mag uitsluitend door

een vakman gedaan worden) hoeven ze normaal

niet bijgevuld te worden.

ACCU

Het zuurpeil regelmatig controleren.

Het zuurpeil moet tussen “UPPER” en “LOWER”

van de accu liggen. Gebruik uitsluitend gedestilleerd

water (accuwater) om het zuurpeil te corrigeren.


NEDERLANDS

NL

Het accuzuur is erg bijtend en kan

huidverwondingen veroorzaken en uw

kleren beschadigen. Draag rubber

handschoenen en een beschermbril.

Adem de dampen niet in.

Houd de accu recht zodat het accuzuur

niet op uw handen en kleren kan lopen.

Als dit toch gebeurt moet u overvloedig

met water spoelen.

Als de polen van de accu geoxideert zijn, moeten

ze schoongemaakt worden. De accupolen met een

staalborstel schoonmaken en met vet insmeren.

LUCHTFILTER

Belangrijk! Laat de motor alleen draaien wanneer

het luchtfilter gemonteerd is.

Reinig het voorfilter I om de 3 maanden of om de

25 werkuren, afhankelijk van wat het eerst van toepassing

is (afb 17).

Reinig het papierfilter J één keer per jaar of om de

100 werkuren, afhankelijk van wat het eerst van

toepassing is (afb 17).

NB! Reinig vaker indien de machine in stoffige

omstandigheden moet werken.

1. Verwijder de beschermkap van de luchtfilter en

de schuimplastic filter.

2. Reinig de schuimplastic filter in een vloeibaar

afwasmiddel en water. Wring de filter uit tot deze

droog is. Giet wat olie op de filter en wrijf de olie

erin.

3. Draai de moer die de papieren filter vasthouden,

los en verwijder ze. Haal de papieren filter eruit en

maak het luchtfilthuis zorgvuldig schoon om vuil

worden van de carburateur te voorkomen.

4. Maak de papieren filter als volgt schoon. Klop

deze licht tegen een glad oppervlak. Als de filter

erg vuil is, dient deze te worden vervangen.

5. Monteer in omgekeerde volgorde.

Bij het schoonmaken van de papieren filter mogen

geen petroleum oplosmiddelen worden gebruikt.

Deze oplosmiddelen vernielen de filter.

Gebruik geen perslucht bij het schoonmaken van

de papieren filter. De papieren filter mag niet worden

ingeölied.

KOELLUCHTINLAAT

De motor is luchtgekoeld. Als het koelsysteem

verstopt is gaat de motor kapot. tenminste één maal

per jaar of iedere 100 draaiuren moet de motor

schoongemaakt worden.

Demonteer de ventilatorkap. Maak de koelflenzen

van de cylinder, de ventilator en het draaiend rooster

schoon (afb 18). Vaker schoonmaken als U

droog gras maait.

BOUGIE

Een veroliede en verroete bougie met verbrandde

electroden maakt het starten van de motor moeilijk.

De bougie met een metaalborsteltje (niet zandstralen)

schoonmaken en de afstand van de electroden

weer op 0.75 mm afstellen.

Vervang de bougie als de elektroden te erg verbrand

zijn. Gebruik bougiebus AC en draaipen AD

uit de accessoireszak om de bougie te vervangen.

De motorfabrikant beveelt het volgende aan:

Champion J19LM.

CARBURATOR

De carburator is bij levering juist ingesteld en moet

normaal niet bijgeregeld worden.

Als de carburator toch bijgeregeld moet worden,

neem dan contact op met een servicepunt.

AFSTELLEN VAN DE KRACHTAAN-

SLUITING

Als de V-riem naar de dubbele riemschijf slipt

wanneer de krachtaansluiting ingeschakeld is, kan

de V-riem gespannen worden door de moer K op

de stang van de krachtaansluiting in te schroeven

(afb 19).

VERWISSELEN VAN AANDRIJF-

RIEMEN

Altijd originele riemen voor de machine gebruiken.

Ze passen precies en blijven het langst heel.

Als U V-riemen verwisselt, de ene zijde van de

machine oplichten (de carburateur altijd naar boven).

Zet een kist of iets dergelijks onder het voorwiel.

Niet vergeten het andere voorwiel te

blokkeren zodat de machine niet weg kan rollen.

De achterwielen in de stand voor een bocht zetten.

LET OP! Als de machine meer dan 45° helt moet

de accu verwijdert worden.


NL

NEDERLANDS

AANDRIJFRIEM MOTOR - DUBBELE

RIEMSCHIJF

1. De riembeugel L bij de motorriemschijf losmaken

en opzij draaien (afb 20).

2. De riemgeleiding M bij de dubbele riemschijf

losschroeven en wegnemen.

3. De riemgeleiding N bij de spanrol van de krachtaansluiting

losschroeven en wegnemen.

4. De V-riem wegnemen.

5. De nieuwe V-riem monteren met de overige delen

in omgekeerde volgorde.

6. De riembeugel L bij de motorriemschijf moet,

wanneer de V-riem gespannen is, 3 - 5 mm van de

V-riem liggen.

AANDRIJFRIEM MOTOR - TRANSMISSIE

1. De riembeugel L bij de motorriemschijf losmaken

en opzij draaien (afb 20).

2. De onderste V-riem aflichten.

3. De spanrol O op de koppelingsarm losschroeven.

4. De V-riem wegnemen.

5. De nieuwe V-riem monteren met de andere delen

in omgekeerde volgorde. Het monteren wordt

vereenvoudigd als het pedaal ingedrukt is.

6. De koppelingsstang bijstellen, (zie “Afstellen

van de koppeling”).

7. De riembeugel L bij de motorriemschijf moet,

wanneer de V-riem gespannen is (de onderste), 3 -

5 mm van de V-riem liggen.

AFSTELLEN VAN DE KETTING

Classic - 2000 - Senator:

Als de ketting te slap is kan hij gespannen worden

door de moer P verder op de spanschroef te schroeven.

Span de ketting niet te hard (afb 21A).

President:

Als de ketting slap hangt, kan hij worden gespannen

door schroef P los te maken.Druk het kettingwiel

naar beneden om de ketting te spannen. Haal

vervolgens de schroef goed aan. Span de ketting

niet te hard op (afb 21B).

AFSTELLEN VAN DE KOPPELING

Het koppelingsstangetje moet zo afgesteld worden

dat de speling in het pedaal 5 - 10 mm bedraagt.

De speling van de koppeling wordt afgesteld met

de moeren Q. Schroef de moeren op de koppelingsstang

dan neemt de speling toe (afb 22).

AFSTELLEN VAN DE STUURKABEL

Na einige uren draaien moet de stuurkabel afgesteld

worden

Span de stuurkabel door de moer R in te schroeven

(afb 23). BELANGRIJK! Het “schroefeinde”

moet vastgehouden worden tijdens het afstellen.

Zet een stelsleutel of iets dergelijks op de sleutelafplatting

op het “schroefeinde”.

De stuurkabel moet zo afgesteld worden dat alle

speling weg is.

VERWISSELEN VAN DE STUUR-

KABEL

De stuurkabel is onderhevig aan slijtage en moet

indien nodig vervangen worden.

1. Demonteer de kapotte stuurkabel.

2. Bevestig het “moereinde” van de stuurkabel met

de schroef S. De schroef niet geheel aantrekken

(afb 23).

3. Leg de stuurkabel in de groef van de stuurschijf

en op de kabelrollen T en U.

4. Wikkel de stuurkabel 1 omwenteling met de

klok mee op de inwendige helft van de stuurrol

(achter het gat in de stuurrol).

5. Druk de vastgeklonken pen i het gat van de

stuurrol.

6. Rol de stuurkabel nog 1 omwenteling op de

stuurrol (vóór het gat in de stuurrol).

7. Leg de stuurkabel op de kabelrollen V en X.

8. Leg de stuurkabel in de groef van de stuurschijf

en steek het “schroefeinde” van de kabel door het

gat in de opgelaste hoek op de stuurschijf.

9. Monteer de veer op het uiteinde van de schroef

en bevestig hem met plaatje en moer R.

10. Zet de kabelhouders volgens de afbeelding en

trek de schroeven aan.

11. Trek de schroef S aan.

12. Span de stuurkabel door de moer R in te

schroeven. BELANGRIJK! Het “schroefeinde”

moet vastgehouden worden tijdens het afstellen.

Zet een stelsleutel of iets dergelijks op de sleutelafplatting

op het “schroefeinde”. Bevestig de


NEDERLANDS

NL

struurkabel zodanig dat alle speling eruit is en vet

de kabel in.

13. Na einige uren rijden moet de kabel opnieuw

afgesteld worden.

14. Span de stuurkabel niet te hard. Dat veroorzaakt

onnodige slijtage van de stuurkabel, rollen

etc.

AFSTELLEN VAN DE NEUTRALE

STAND (President)

Als de machine beweegt ("kruipt") wanneer de

aandrijfhendel in de gemarkeerde neutrale stand

staat, moet hij worden afgesteld.

1. Start de motor en laat hem stationair draaien.

2. Het koppelingspedaal mag niet zijn ingetrapt.

(Daarvoor is vereist dat er een persoon op de zitting

zit, anders stopt de motor).

3. Maak de schroeven Y iets los (afb 24).

4. Verplaats, met de aandrijfhendel in de neutrale

stand, gelijktijdig het sperplaatje en de aandrijfhendel

voorzichtig voorwaarts of achterwaarts totdat

de machine helemaal stil staat.

5. Haal de schroeven Y weer aan.

Bij de achterste schroef zit een excentrisch afstandsstuk.

Door deze te draaien kunt u afstellen

hoe ver de aandrijfhendel achterwaarts kan worden

bewogen, d.w.z. wat de maximumsnelheid bij het

achteruitrijden mag zijn.

De snelheid bij het achteruitrijden kan worden afgesteld

tussen 6 - 10 km/u.

Stel de snelheid voor achteruitrijden

niet onnodig hoog af. De machine is dan

moeilijk onder controle te houden.

AFSTELLEN VAN DE AANDRIJF-

HENDEL (President)

De inertie van de aandrijfhendel kan worden afgesteld

door de borgmoer Z in of uit te draaien (afb

25).

Als de functie "snelheid vasthouden"gewenst

wordt, dient de moer te worden ingeschroefd. De

aandrijfhendel blijft dan in de ingestelde stand

staan. Om de aandrijfhendel te verplaatsen is dan

meer kracht nodig.

Als de moer wordt uitgeschroefd is de hendel gemakkelijker

te verplaatsen. Het kan echter tot gevolg

hebben dat de hendel voortdurend moet

worden vastgehouden.

Stel de inertie af naar uw persoonlijke wens en

naar het soort gazon dat u heeft.

AFSTELLEN VAN DE REM (Classic -

2000 - Senator)

De machine heeft een schijfrem op de versnellingsbak.

Als de remwerking niet voldoende is als de pedaal

ingetrapt wordt, doet men als volgt:

De stelmoer A inschroeven (afb 26).

BELANGRIJK! De rem niet aanliggen als de rempedaal

losgelaten is.

Controleer na het instellen dat de koppeling altijd

geactiveerd wordt voor de rem.

STIGA behoudt zich het recht voor om de produkten te wijzigen

zonder voorafgaande waarschuwing.

More magazines by this user
Similar magazines