21.07.2015 Views

Oppad te Oud Loosdrecht - Gemeente Wijdemeren

Oppad te Oud Loosdrecht - Gemeente Wijdemeren

Oppad te Oud Loosdrecht - Gemeente Wijdemeren

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

Quick scan flora en fauna<strong>Oppad</strong><strong>te</strong> <strong>Oud</strong> <strong>Loosdrecht</strong>O pdracht g ev e r : G e m e ent e W i jd emeren4 juni 2012projectnummer 24.12.01


Naam product: Quick scan flora en faunaLocatie: <strong>Oppad</strong> <strong>te</strong> <strong>Oud</strong> <strong>Loosdrecht</strong>Opdrachtgever: Gemeen<strong>te</strong> <strong>Wijdemeren</strong>Opdrachtnemer: LanecoOns kenmerk: 24.12.01Projectleider: ir. D van PijkerenContact: DvPijkeren@Laneco.nlLaneco is lid van hetNetwerk Groene BureausL A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T I


INHOUD1 I N L E I D I N G 11.1 AANLEIDING 11.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN 11.3 BOMEN IN HET PLANGEBIED 32 W E T T E L I J K K A D E R 42.1 GEBIEDSBESCHERMING 42.2 SOORTENBESCHERMING 43 T O E T S I N G 63.1 ONDERZOEKSMETHODIEK 63.2 GEBIEDSBESCHERMING 63.3 SOORTENBESCHERMING 84 C O N C L U S I E 124.1 GEBIEDSBESCHERMING 124.2 SOORTENBESCHERMING 124.3 CONSEQUENTIES 134.4 AANBEVELINGEN 13B I J L A G E N:bijlage 1: li<strong>te</strong>ratuurlijstbijlage 2: bomen in het plangebiedL A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T II


1 I N L E I D I N G1.1 AANLEIDINGAan het <strong>Oppad</strong> <strong>te</strong> <strong>Oud</strong> <strong>Loosdrecht</strong> is de bouw van 10 nieuwe woningen beoogd.De nu aanwezige gymzaal met aanliggende parkeerplaats en groenstructurenzullen hiervoor worden verwijderd. Eén van de haalbaarheidsstudiesdie hiervoor dient <strong>te</strong> worden uitgevoerd is toetsing aan de natuurwet- enregelgeving.Globale ligging plangebied (Kaart; Open Streetmaps, Luchtfoto Google Earth)Voorliggend onderzoek is een quick scan waarin op basis van een gebiedsanalyse(ruim<strong>te</strong>lijk ecologisch), beschikbare soortgegevens en een eenmaligeveldverkenning, uitspraken worden gedaan over de geschiktheid voor beschermdeplan<strong>te</strong>n en diersoor<strong>te</strong>n en de verwach<strong>te</strong> effec<strong>te</strong>n op deze soor<strong>te</strong>n.Dit resul<strong>te</strong>ert in conclusies en aanbevelingen. Deze quick scan is uitgevoerdop basis van de momen<strong>te</strong>el geldende uitwerking en in<strong>te</strong>rpretatie van beleid enwetgeving.1.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPENHet plangebied aan het <strong>Oppad</strong> <strong>te</strong> <strong>Oud</strong> <strong>Loosdrecht</strong> (gemeen<strong>te</strong> <strong>Wijdemeren</strong>),ligt globaal tussen de <strong>Oud</strong>-<strong>Loosdrecht</strong>sedijk, het <strong>Oppad</strong> en De Drie Kampjesin. Het plangebied ligt in de bebouwde kom, <strong>te</strong>midden van andere bebouwing.In de omgeving zijn zowel woningen als appar<strong>te</strong>men<strong>te</strong>n aanwezig. <strong>Oud</strong> <strong>Loosdrecht</strong>zelf ligt als een lijnelement <strong>te</strong>midden van de <strong>Loosdrecht</strong>se Plassen.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 1


Het plangebied zelf is gro<strong>te</strong>ndeels verhard en bebouwd. Het deel aan de <strong>Oud</strong><strong>Loosdrecht</strong>sedijk bestaat gro<strong>te</strong>ndeels uit parkeerplaatsen. Langs de weg staantwee bomen; een linde (Tilia spec.) en een plataan (Platanus hispanica).Aan de zijde van De Drie Kampjes is het gymgebouw aanwezig. Hierin zijnmomen<strong>te</strong>el verschillende sociale functies als kinderopvang e.d. gehuisvest.Het gebouw bestaat deels uit laagbouw. Het andere deel met de gymzaal iseen stuk hoger gemetseld. Het gebouw heeft een plat dak met op de dakrandgoed aanslui<strong>te</strong>nde metalen strips. Tegen de westzijde van het gebouw staa<strong>te</strong>en drietal berken (Betula pendula) in een hees<strong>te</strong>rvak.Langs de oostzijde van het plangebied, zowel langs de parkeerplaats als ach<strong>te</strong>rhet gebouw langs, ligt een goed ontwikkelde groenstrook van enkele me<strong>te</strong>rsbreed. In de groenstrook staan bomen als spaanse aak (Acer campestre),rode paardenkastanje (Aesculus × carnea) en els (Alnus Glutinosa). Als ondergroeistaan er inlandse (gewone) vogelkers (Prunus padus), hazelaar (Corylusavellana), spaanse aak e.d.Indrukken van het plangebied (Foto’s Laneco)L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 2


1.3 BOMEN IN HET PLANGEBIEDGevraagd is de bomen in het plangebied nader <strong>te</strong> omschrijven en apart weer<strong>te</strong> geven. In deze paragraaf worden de bomen meer uitgebreid bekeken.In het plangebied zijn 6 verschillende soor<strong>te</strong>n bomen aangetroffen. Geen vande soor<strong>te</strong>n komt dominant voor in het plangebied. Onderstaand worden debomen in een tabel weergegeven. De tabel correspondeert met bijlage 2,waar de globale locaties van de bomen weer zijn gegeven.Nr. Boomsoort We<strong>te</strong>nschappelijke naam Globale stamdoorsnede1 Plataan Platanus hispanica 40 cm.2 Linde Tilia spec. 30 cm.3 Spaanse Aak Acer campestre 40 cm.4 Spaanse Aak Acer campestre 40 cm.5 Berk Betula pendula 30 cm.6 Berk Betula pendula 30 cm.7 Berk Betula pendula 30 cm.8 Rode Paardenkastanje Aesculus × carnea 25 cm.9 Els Alnus Glutinosa 20 cm.De overige begroeiing in het plangebied is meer <strong>te</strong> bes<strong>te</strong>mpelen als struikgewas,en heeft geen duidelijke dikkere stam.De plataan en de naastgelegen linden hinderen elkaars groei. Eén van beidezou moe<strong>te</strong>n worden verwijderd. Hetzelfde geldt voor de linde en de gro<strong>te</strong>paardekastanje in de naastgelegen tuin, bui<strong>te</strong>n het plangebied, met eenstamdoorsnede van ruim 80 cm.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 3


2 W E TT E L I J K K A D E R2.1 GEBIEDSBESCHERMING2.1.1 Natuurbeschermingswet 1998Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en faunakunnen op basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn wordenaangemerkt als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van Natura2000.De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederlandopgenomen in de nieuwe Natuurbeschermingswet 1998 die per 1 oktober2005 van kracht is geworden. Hierin zijn de reeds bestaande natuurmonumen<strong>te</strong>nal eerder opgenomen. Het is verboden projec<strong>te</strong>n of andere handelingen<strong>te</strong> realiseren of <strong>te</strong> verrich<strong>te</strong>n die, gelet op de instandhoudingsdoels<strong>te</strong>lling,de kwali<strong>te</strong>it van de natuurlijke habitats en de habitats van soor<strong>te</strong>n kunnenverslech<strong>te</strong>ren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soor<strong>te</strong>n waarvoorhet gebied is aangewezen.2.1.2 Ecologische hoofdstructuurEen andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van eengebied als Ecologische Hoofdstructuur. Voor dergelijke gebieden geldt dat hetnatuurbelang priori<strong>te</strong>it heeft en dat andere activi<strong>te</strong>i<strong>te</strong>n niet mogen leiden totfrustratie van de natuurdoelen. Anders dan bij gebieds- en soor<strong>te</strong>nbeschermingis de status als EHS niet verankerd in de natuurwetgeving, maar dienthet belang in de planologische afweging een rol <strong>te</strong> spelen. Dit valt onder deverantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.2.2 SOORTENBESCHERMING2.2.1 Wet<strong>te</strong>lijk kaderSoor<strong>te</strong>nbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Flora- en faunawetbepalend.De Flora- en faunawet is gericht op het duurzaam in stand houden van soor<strong>te</strong>nin hun natuurlijk leefgebied. Deze wet heeft de beschermingsregels, zoalsdie ook in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn opgenomen, overgenomenen voor de Nederlandse situatie toegepast.Deze bescherming is als volgt in de Flora- en faunawet opgenomen:• het is verboden beschermde plan<strong>te</strong>nsoor<strong>te</strong>n <strong>te</strong> plukken, verzamelen, af <strong>te</strong>snijden, uit <strong>te</strong> s<strong>te</strong>ken, <strong>te</strong> vernielen, <strong>te</strong> beschadigen, <strong>te</strong> ontwor<strong>te</strong>len of openigerlei andere wijze van hun groeiplaats <strong>te</strong> verwijderen (artikel 8);L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 4


• het is verboden beschermde diersoor<strong>te</strong>n <strong>te</strong> doden, <strong>te</strong> verwonden, <strong>te</strong> vangen,<strong>te</strong> bemachtigen of met het oog daarop op <strong>te</strong> sporen (artikel 9), opzet<strong>te</strong>lijk<strong>te</strong> verontrus<strong>te</strong>n (artikel 10) en hun nes<strong>te</strong>n, holen of anderevoortplantings- of vas<strong>te</strong> rust- of verblijfsplaatsen <strong>te</strong> beschadigen, <strong>te</strong> vernielen,uit <strong>te</strong> halen, weg <strong>te</strong> nemen of <strong>te</strong> verstoren (artikel 11).2.2.2 Procedurele gevolgenDe procedurele consequenties zijn afhankelijk van de soor<strong>te</strong>n die door deingreep worden beïnvloed. Kortweg kunnen er drie beschermingsregimesworden onderscheiden:• beschermingsca<strong>te</strong>gorie 1:Een groot aantal beschermde soor<strong>te</strong>n is in Nederland algemeen voorkomend.Denk daarbij aan soor<strong>te</strong>n zoals konijn, veldmuis, egel, ree, bruinekikker en kleine wa<strong>te</strong>rsalamander. Op basis van het Besluit vrijs<strong>te</strong>lling beschermdedier- en plan<strong>te</strong>nsoor<strong>te</strong>n uit de Flora- en faunawet mogen ruim<strong>te</strong>lijkeingrepen worden uitgevoerd die tot effect hebben dat de verblijfplaatsenvan deze soor<strong>te</strong>n worden aangetast.• beschermingsca<strong>te</strong>gorie 2:Voor beschermde soor<strong>te</strong>n die niet zo algemeen zijn en dus extra aandachtverdienen (bijvoorbeeld eekhoorn, s<strong>te</strong>enmar<strong>te</strong>r en wild zwijn), geldt devrijs<strong>te</strong>lling alleen als er een goedgekeurde gedragscode is. Organisatiesdie geen gedragscode hebben moe<strong>te</strong>n, voor ingrepen die leiden tot verstoringof aantasting van deze soor<strong>te</strong>n, een ontheffing aan <strong>te</strong> vragen.• beschermingsca<strong>te</strong>gorie 3:Voor ongeveer honderd zeldzame soor<strong>te</strong>n (o.a. das, boommar<strong>te</strong>r) geldtgéén vrijs<strong>te</strong>lling als het gaat om ruim<strong>te</strong>lijke ingrepen. Dan is meestal eenontheffing van het minis<strong>te</strong>rie van Landbouw, Natuur en Voedselkwali<strong>te</strong>itnodig, met uitgebreide toetsing.Als een ruim<strong>te</strong>lijke ingreep rechtstreeks kan leiden tot verstoring of vernietigingvan bepaalde beschermde soor<strong>te</strong>n of hun leefgebied, kan het project instrijd zijn met de Flora- en faunawet. Afhankelijk van de ingreep en de soortkan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleendwanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat,de ingreep vanwege dwingende redenen van groot openbaar belangdient plaats <strong>te</strong> vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soortniet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserendemaatregelen gevraagd.Uit uitspraken van de Raad van Sta<strong>te</strong> blijkt dat volgens Europese richtlijnen(Vogel- en Habitatrichtlijn) het verlenen van een ontheffing voor vogels ensoor<strong>te</strong>n van bijlage IV van de Habitatrichtlijn niet altijd mogelijk is. De nieuwebeleidslijn van LNV is er daarom op gericht om voor deze soor<strong>te</strong>n door mitigatieen compensatie, negatieve effec<strong>te</strong>n <strong>te</strong> voorkomen.Artikel 2 van de Flora- en faunawet is een zorgplichtbepaling. Iedereen dientvoldoende zorg in acht <strong>te</strong> nemen voor de in het wild levende dieren en hunleefomgeving.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 5


3 TO E T S I N G3.1 ONDERZOEKSMETHODIEKVia Natuurloket (www.natuurloket.nl) kan een indicatie worden verkregen vande beschikbaarheid van soor<strong>te</strong>ngegevens. De gegevens geven alleen eenindicatie. Daarom is beslo<strong>te</strong>n geen aanvullende gegevens op <strong>te</strong> vragen maarhet onderzoek vooral <strong>te</strong> baseren op de biotoopinschatting door een ecoloog.Bij het ops<strong>te</strong>llen van de quick scan flora en fauna is verder gebruik gemaaktvan bestaande atlasgegevens uit de Atlas van de Nederlandse zoogdieren(Broekhuizen, 1992), de online Zoogdieratlas (www.zoogdieratlas.nl), de Atlasvan Nederlandse vleermuizen (Limpens, 1997) gegevens van Ravon (2007)en andere beschikbare bronnen voor verspreidingsgegevens. De mees<strong>te</strong> gegevenszijn globale verspreidingsgegevens. Bijlage 1 vermeldt de geraadpleegdebronnen.Op 10 mei 2012 heeft een ecoloog van Laneco het gebied en de direc<strong>te</strong> omgevingverkend. Doel van deze veldverkenning was om een indruk <strong>te</strong> krijgenvan de biotopen <strong>te</strong>r plaatse en de geschiktheid voor de verschillende soor<strong>te</strong>ngroepen<strong>te</strong> beoordelen. Het veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status vaneen volledige veldinventarisatie; het eenmalige veldbezoek geeft slechts eenglobaal beeld van aanwezige soor<strong>te</strong>n en habitats op basis van een momentopname.3.2 GEBIEDSBESCHERMING3.2.1 Natuurbeschermingswet 1998Het dichtstbijzijnde gebied wat is aangewezen in het kader van de Natuurbeschermingswet1998 is het Natura2000 gebied Oos<strong>te</strong>lijke Vechtplassen opongeveer 90 me<strong>te</strong>r afstand.Oos<strong>te</strong>lijke VechtplassenHet Natura2000 gebied Oos<strong>te</strong>lijke Vechtplassen bestaat uit een reeks vanlaagveengebieden tussen de Vecht en de oostrand van Utrechtse heuvelrug.In het gebied zijn door turfwinning ontstane meren en plassen aanwezig,meest met een zandige ondergrond, en sommige aanzienlijk verdiept doorzandwinning. Door de combinatie van rivierinvloeden en invloeden van hetwa<strong>te</strong>rsys<strong>te</strong>em van de zandgronden is een rijke variatie van verschillende typenvan moeras en moerasvegetaties ontstaan. In het gebied zijn twee belangrijkegradiën<strong>te</strong>n <strong>te</strong> onderscheiden: van noord naar zuid loopt een gradiëntvan meer geslo<strong>te</strong>n gebied (bos) naar meer open landschap (grasland, trilveenen rietland), <strong>te</strong>rwijl van west naar oost een gradiënt is <strong>te</strong> zien van toenemendekwel (in petga<strong>te</strong>n en trilvenen).L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 6


Het gebied is een belangrijk broedgebied voor broedvogels van rietmoerassenzoals roerdomp en purperreiger. Ook broeden er vogelsoor<strong>te</strong>n die moerassenmet veel wa<strong>te</strong>rriet en langeoeverlijnen nodig hebben zoalswoudaap en gro<strong>te</strong> karekiet.Verder broeden er moeras- enwa<strong>te</strong>rvogels als porseleinhoen,zwar<strong>te</strong> s<strong>te</strong>rn en ijsvogel.Vanwege de aanwezigheid vanverschillende kwetsbare habitatsen broedvogelsoor<strong>te</strong>n is ditgebied aangewezen als Natura2000gebied, en daarmeebeschermd onder de EuropeseHabitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn,die weer zijn vertaaldin de Nederlandse Natuurbeschermingswet1998.ToetsingHet plangebied ligt op 90 me<strong>te</strong>rLigging plangebied (rood) <strong>te</strong>n opzich<strong>te</strong> vanafstand van het Natura2000Natura2000 gebied (geel).gebied. Daarom dient dezeingreep ook getoetst <strong>te</strong> worden op eventuele effec<strong>te</strong>n van de ingreep op de indit gebied beschermde waarden.Het plangebied ligt in de bebouwde kom en is gro<strong>te</strong>ndeels verhard en bebouwdop enkele hees<strong>te</strong>rperken en een groenstrook na. Tussen het plangebieden het Natura2000 gebied is woonbebouwing in de vorm van appar<strong>te</strong>men<strong>te</strong>nvan meerdere verdiepingen en enkele woningen aanwezig.Gezien de situatie in en direct om het plangebied, en de aanwezigheid vanopen wa<strong>te</strong>r op de locatie is er geen enkele relatie met het wa<strong>te</strong>rrijke moerasenplassengebied van de Oos<strong>te</strong>lijke Vechtplassen. Direc<strong>te</strong> aantasting van beschermdehabitats en soor<strong>te</strong>n wordt niet verwacht.Tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden zijn ech<strong>te</strong>r ook uitstralende effec<strong>te</strong>nmogelijk omdat een tijdelijke toename van verkeersbewegingen, geluid,licht en menselijke aanwezigheid op kan treden. Omdat het plangebied geheelin de bebouwde kom ligt, omringd door bebouwing en aan een drukke weg,zullen deze elemen<strong>te</strong>n de normale werkzaamheden bufferen. Effec<strong>te</strong>n alsgevolg van lichtuitstraling, verkeersbewegingen en menselijke aanwezigheidzijn vanwege deze bebouwingsbuffers niet <strong>te</strong> verwach<strong>te</strong>n.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 7


Zwaar verstorende werkzaamheden zoals slopen en heien zijn ech<strong>te</strong>r overgro<strong>te</strong>re afstand merkbaar. Om deze tijdelijke verstorende effec<strong>te</strong>n <strong>te</strong> voorkomenmoe<strong>te</strong>n deze werkzaamheden bui<strong>te</strong>n het broedseizoen (half maart tothalf juli) en het win<strong>te</strong>rseizoen (november tot half februari). Eventuele effec<strong>te</strong>nzullen gezien de ligging nooit significant van aard zijn. Tijdelijke verstorendeeffec<strong>te</strong>n zijn niet vergunningplichtig in de Natuurbeschermingswet 1998.In de nieuwe situatie zal sprake zijn van een toename van menselijke aanwezigheidin deze omgeving. Ech<strong>te</strong>r, de bouw van 10 woningen is vrij kleinschalig.Ook nu al is op en rond het plangebied sprake van een drukke activi<strong>te</strong>itdoor het gebruik als kinderopvangcentrum. Het is daarom niet de verwachtingdat de bouw van de woningen in het plangebied zal leiden tot een merkbaretoename van verkeersbewegingen, betreding door mensen e.d.. Effec<strong>te</strong>n opbeschermde waarden in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 wordenniet verwacht.3.2.2 Ecologische HoofdstructuurHet plangebied ligt ook niet in of direct <strong>te</strong>gen de Ecologische Hoofdstructuurvan Noord Holland. Vanwege het lokale karak<strong>te</strong>r van de ingreep, zijn geeneffec<strong>te</strong>n op de EHS <strong>te</strong> verwach<strong>te</strong>n.3.3 SOORTENBESCHERMINGIn het kader van de Flora- en faunawet moet worden getoetst of er <strong>te</strong>r plaatsevan de ruim<strong>te</strong>lijke ingrepen sprake is/kan zijn van negatieve effec<strong>te</strong>n op beschermdeplan<strong>te</strong>n en dieren. De beoogde ontwikkeling kan (indirec<strong>te</strong>) aantastingof verstoring van verblijfplaatsen en leefgebied tot gevolg hebben.3.3.1 vaatplan<strong>te</strong>nTijdens het veldbezoek in het groei- en bloeiseizoen, kon een goed beeld verkregenworden van de aanwezige plan<strong>te</strong>nsoor<strong>te</strong>n in het plangebied.In het plangebied is in geringe ma<strong>te</strong> sprake van natuurlijke plan<strong>te</strong>ngroei in dehees<strong>te</strong>rperken en de singel aan de oostzijde. Er groeien soor<strong>te</strong>n als zevenblad(Aegopodium podagraria), hop (Humulus lupulus), sint-janskruid (Hypericumperforatum), kleefkruid (Galium aparine) en gro<strong>te</strong> brandne<strong>te</strong>l (Urtica dioica).Er zijn geen beschermde plan<strong>te</strong>nsoor<strong>te</strong>n aangetroffen tijdens het veldbezoek.Gezien de in<strong>te</strong>nsief gebruik<strong>te</strong>, door mensen beïnvloede, voedselrijke en gro<strong>te</strong>ndeelsgecultiveerde toestand van het plangebied, worden ook geen beschermdeplan<strong>te</strong>nsoor<strong>te</strong>n verwacht.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 8


3.3.2 grondgebonden zoogdierenOmdat in het plangebied enige dekking aanwezig is, kunnen verschillendealgemeen voorkomende beschermde soor<strong>te</strong>n voor komen in het plangebied.Het gaat dan om soor<strong>te</strong>n als egel (Erinaceus europeus), mol (Talpa europea)en verschillende algemeen voorkomende soor<strong>te</strong>n muizen en spitsmuizen(Broekhuizen, 1992). Verblijfplaatsen van deze soor<strong>te</strong>n mogen bij ruim<strong>te</strong>lijkeingrepen op basis van een algemene vrijs<strong>te</strong>lling worden aangetast.Volgens verspreidingsgegevens (Broekhuizen, 1992, VZZ e.d.) komen striktbeschermde soor<strong>te</strong>n als eekhoorn (Scurius vulgaris), boommar<strong>te</strong>r (Mar<strong>te</strong>smar<strong>te</strong>s), wa<strong>te</strong>rspitsmuis (Neomys fodiens) en noordse woelmuis (Microtusoeconomus) in de omgeving voor.De eekhoorn en de boommar<strong>te</strong>r leven alleen in gro<strong>te</strong>re aaneengeslo<strong>te</strong>n bossenen bosachtige gebieden. In en om het plangebied zijn deze niet aanwezig.Deze soor<strong>te</strong>n kunnen hier worden uitgeslo<strong>te</strong>n.De noordse woelmuis en de wa<strong>te</strong>rspitsmuis zijn typisch soor<strong>te</strong>n van nat<strong>te</strong>,moerasachtige gebieden. De wa<strong>te</strong>rspitsmuis leeft vooral op oevers met ruigevegetatie en hoge wa<strong>te</strong>rpeilen; <strong>te</strong>rwijl de noordse woelmuis in nat<strong>te</strong> moerassigegebieden leeft waar niet of nauwelijks concurrentie van andere woelmuizensoor<strong>te</strong>nis. Gezien de afwezigheid van wa<strong>te</strong>rgangen en moerasachtigeelemen<strong>te</strong>n in het gro<strong>te</strong>ndeels verharde en bebouwde plangebied, kunnen dezesoor<strong>te</strong>n worden uitgeslo<strong>te</strong>n. Effec<strong>te</strong>n op strikt beschermde grondgebondenzoogdieren worden daarom niet verwacht.3.3.3 vleermuizenVleermuizen zijn globaal op <strong>te</strong> delen in gebouwbewonende soor<strong>te</strong>n en boombewonendesoor<strong>te</strong>n. Er zijn ech<strong>te</strong>r ook soor<strong>te</strong>n die van beide elemen<strong>te</strong>n gebruikmaken.Ook is er onderscheid <strong>te</strong> maken in zomer- en win<strong>te</strong>rverblijfplaatsen van deverschillende soor<strong>te</strong>n. Sommige soor<strong>te</strong>n verblijven het gehele jaar in gebouwen(spouwmuren, ach<strong>te</strong>r gevelbetimmeringen enz) of bomen (in hol<strong>te</strong>n,ach<strong>te</strong>r de bast). Een groot aantal soor<strong>te</strong>n, ook soor<strong>te</strong>n die ’s zomers in boomhol<strong>te</strong>nverblijven, overwin<strong>te</strong>rt ech<strong>te</strong>r weer in bunkers, grot<strong>te</strong>n en kelders.Alle vleermuizen zijn strikt (tabel 3) beschermd door de Flora- en faunawet.Volgens verspreidingsgegevens (Limpens, 1997) komen in de omgeving vanhet plangebied verschillende soor<strong>te</strong>n vleermuizen voor zoals gewone dwergvleermuis(Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii),laatvlieger (Ep<strong>te</strong>sicus serotinus), meervleermuis (Myotis dasycneme),baardvleermuis (Myotis mystacinus), franjestaart (Myotis nat<strong>te</strong>reri), gewonegrootoorleermuis (Plecotus auritus), rosse vleermuis (Nyctalus noctula) enwa<strong>te</strong>rvleermuis (Myotis daubentonii). Van deze soor<strong>te</strong>n zijn de ruige dwergvleermuis,de wa<strong>te</strong>rvleermuis en de rosse vleermuis boombewonende soor<strong>te</strong>n.De gewone grootoorvleermuis, de baardvleermuis en de franjestaartverblijven zowel in bomen als gebouwen. De overige soor<strong>te</strong>n zijn gebouwbewonend.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 9


Gezien de groene singel aan de oostzijde van het <strong>te</strong>rrein kunnen vleermuizenzeker foerageren in het plangebied. In en om een dergelijke singel zijn vaakinsec<strong>te</strong>n aanwezig die als voedsel voor vleermuizen dienen. Zowel gebouwalsboombewonende soor<strong>te</strong>n kunnen er foerageren. Er zijn ech<strong>te</strong>r voldoendeal<strong>te</strong>rnatieven in de omgeving aanwezig zodat het foerageergebied niet essentieelzal zijn als onderdeel van het leefgebied. Ook zal de singel niet in belangrijkema<strong>te</strong> dienen als vliegrou<strong>te</strong> omdat het geen doorlopend element betreft.De bomen in het plangebied zijn goed onderhouden, en nog relatief jong. Erzijn geen hol<strong>te</strong>s geconsta<strong>te</strong>erd. Verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizenworden daarom niet verwacht.Gebouwbewonende vleermuizen leven op zolders, onder daken, maar ook inspouwmuren van gebouwen. Vleermuizen komen gebouwen binnen door openstootvoegen en kleine sple<strong>te</strong>n van enkele centime<strong>te</strong>rs. Omdat het gebouw eenspouwmuur heeft is onderzocht of vleermuizen gebruik kunnen maken vanhet pand. Er zijn geen open stootvoegen aanwezig. De metalen strips aan debovenzijde van de spouwmuur la<strong>te</strong>n <strong>te</strong> weinig ruim<strong>te</strong> voor vleermuizen ombinnen <strong>te</strong> komen. Omdat er een plat dak aanwezig is, wat met bitumen isbekleed, zijn ook daar geen intrede mogelijkheden. Ook verblijfplaatsen vangebouwbewonende vleermuizen worden daarom niet verwacht.3.3.4 vogelsIn het plangebied zijn tijdens het veldbezoek verschillende soor<strong>te</strong>n zangvogelsgehoord en gezien. Het gaat om soor<strong>te</strong>n als merel (Turdus merula), spreeuw(Sturnus vulgaris), vink (Fringilla coelebs) en boerenzwaluw (Hirundo rustica)gehoord en/of gezien. Alle vogelsoor<strong>te</strong>n zijn beschermd. Het betreft dan metname de actieve broedplaatsen en vas<strong>te</strong> verblijfplaatsen van deze soor<strong>te</strong>n.Voor de mees<strong>te</strong> vogels loopt dit broedseizoen van half maart tot half juli.Daarnaast is van een aantal vogelsoor<strong>te</strong>n de nes<strong>te</strong>n en nestlocaties (verblijfplaatsenen leefgebied) het gehele jaar door beschermd (LNV, 2009). Dezejaarrond beschermde vogelsoor<strong>te</strong>n zijn onderverdeeld in vier ca<strong>te</strong>gorieën:1. Nes<strong>te</strong>n die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, bui<strong>te</strong>n hetbroedseizoen in gebruik zijn als vas<strong>te</strong> rust- en verblijfplaats (voorbeeld:s<strong>te</strong>enuil (Athene Noctua).2. Nes<strong>te</strong>n van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaatsbroeden (voorbeeld: huismus (Passer domesticus) en gierzwaluw(Apus apus)).3. Nes<strong>te</strong>n van vogels, zijnde geen koloniebroeders, (voorbeeld: kerkuil(Tyto alba)).4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en diezelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest <strong>te</strong> bouwen (voorbeeld:buizerd (Bu<strong>te</strong>o bu<strong>te</strong>o)).De vogels uit deze ca<strong>te</strong>gorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk vanbebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifieken limitatief beschikbaar.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 10


Van deze soor<strong>te</strong>n worden huismus en gierzwaluw in deze omgeving verwacht.Beide zijn gebouwbewonende soor<strong>te</strong>n. Omdat in het gebouw geen openingenaanwezig zijn, zijn ook nestplaatsen van deze twee jaarrond beschermdevogelsoor<strong>te</strong>n uit <strong>te</strong> slui<strong>te</strong>n. Het plangebied zal niet van groot belang zijn alsleefgebied voor de huismus en de gierzwaluw. Andere jaarrond beschermdesoor<strong>te</strong>n worden in de bebouwde kom niet verwacht.3.3.5 amfibieënIn en direct om het plangebied zijn geen natuurlijke poelen en kleine wa<strong>te</strong>rgangenaanwezig; het natuurlijke voortplantingsbiotoop van amfibieën. Voorstrikt beschermde soor<strong>te</strong>n die volgens verspreidingsgegevens van Ravon(2007) in de omgeving voorkomen, is het plangebied daarom niet geschikt.Deze soor<strong>te</strong>n verblijven jaarrond in de omgeving van hun voortplantingselement.Algemeen voorkomende soor<strong>te</strong>n uit tabel 1 van de Flora- en faunawet,die minder kritisch zijn en zich ook wel voortplan<strong>te</strong>n in vijvers, kunnen welvoorkomen in de singel, waar zij hun landbiotoop kunnen hebben. Het gaatdan om soor<strong>te</strong>n als bruine kikker (Rana <strong>te</strong>mporaria) en gewone pad (Bufobufo. Verblijfplaatsen van deze soor<strong>te</strong>n van tabel 1 van de Flora- en faunawetmogen op basis van een algemeen vrijs<strong>te</strong>lling worden aangetast.3.3.6 reptielenHet enige reptiel wat volgens verspreidingsgegevens (Ravon, 2007) in deomgeving voorkomt is de ringslang. De ringslang leeft vooral in nat<strong>te</strong> gebiedenmet ruig<strong>te</strong> en dekking. Een andere voorwaarden voor het voorkomen vandeze soort is de aanwezigheid van composthopen. Omdat het plangebiedbijna geheel verhard en bebouwd is, en er geen natuurlijke wa<strong>te</strong>rgangen in dedirec<strong>te</strong> nabijheid aanwezig zijn, kan deze soort hier worden uitgeslo<strong>te</strong>n.3.3.7 vissenIn de omgeving van het plangebied kunnen beschermde vissoor<strong>te</strong>n als bit<strong>te</strong>rvoorn(Rhodeus amarus) en kleine modderkruiper (Cobitis taenia) voorkomen(Ravon, 2007). Omdat er in en om het plangebied ech<strong>te</strong>r geen wa<strong>te</strong>rgangenaanwezig zijn, kunnen effec<strong>te</strong>n op deze soor<strong>te</strong>n worden uitgeslo<strong>te</strong>n.3.3.8 insec<strong>te</strong>n (vlinders, libellen, sprinkhanen) en overige soor<strong>te</strong>ngroepenSlechts een beperkt aantal van de zeer soor<strong>te</strong>nrijke groep van de insec<strong>te</strong>n isbeschermd. De habita<strong>te</strong>isen van beschermde soor<strong>te</strong>n binnen deze groep zijnvaak zeer locatiespecifiek en gebonden aan bijzondere biotopen. Dergelijkebijzondere biotopen en/of plan<strong>te</strong>n waar beschermde soor<strong>te</strong>n van afhankelijkzijn, zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Ook overige soor<strong>te</strong>n wordenniet verwacht.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 11


4 C O N C L U S I EAan het <strong>Oppad</strong> <strong>te</strong> <strong>Oud</strong> <strong>Loosdrecht</strong> is de bouw van 10 nieuwe woningen voorgenomen.Hiervoor worden de bestaande structuren; een gymzaal en eenparkeerplaats, verwijderd. Voor deze ingrepen plaatsvinden, is onderzoeknaar natuurwaarden één van de haalbaarheidsonderzoeken en moe<strong>te</strong>n deconsequenties met betrekking tot de natuur wet- en regelgeving in beeld zijngebracht.4.1 GEBIEDSBESCHERMING4.1.1 Natuurbeschermingswet 1998Het plangebied ligt op 90 me<strong>te</strong>r afstand van het dichtstbijzijnde Natura2000gebied, de Oos<strong>te</strong>lijke Vechtplassen. Vanwege de beperk<strong>te</strong> groot<strong>te</strong> van deingreep, de tussenliggende elemen<strong>te</strong>n en de al vrijwel geheel verharde enbebouwde situatie nu, zijn in de nieuwe situatie geen effec<strong>te</strong>n <strong>te</strong> verwach<strong>te</strong>n.Tijdelijke, niet significan<strong>te</strong>, verstorende effec<strong>te</strong>n kunnen niet op voorhandworden uitgeslo<strong>te</strong>n bij zwaar verstorende werkzaamheden als sloop en heiwerk.Deze tijdelijke verstorende effec<strong>te</strong>n kunnen worden geminimaliseerddoor bui<strong>te</strong>n het broedseizoen en de win<strong>te</strong>r <strong>te</strong> werken. Voor tijdelijke niet significan<strong>te</strong>,verstorende effec<strong>te</strong>n is geen vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet1998 noodzakelijk.4.1.2 Ecologische hoofdstructuurHet plangebied ligt niet in of direct <strong>te</strong>gen de EHS. Ook op de EHS zijn negatieveeffec<strong>te</strong>n uit <strong>te</strong> slui<strong>te</strong>n.4.2 SOORTENBESCHERMINGIn het kader van de Flora- en faunawet dient <strong>te</strong> worden nagegaan of vas<strong>te</strong>rust- en verblijfsplaatsen of belangrijke onderdelen van leefgebied van soor<strong>te</strong>ndoor de ingreep worden aangetast.De mees<strong>te</strong> mogelijk voorkomende beschermde soor<strong>te</strong>n als egel, mol, muizenen spitsmuizen, gewone pad en bruine kikker vallen onder het lich<strong>te</strong> beschermingsregimevan de Flora- en faunawet. Hiervoor geldt dat aantastingvan vas<strong>te</strong> rust- en verblijfplaatsen op basis van een landelijk vrijs<strong>te</strong>llingsbesluitmogelijk is, zonder dat er sprake is van procedurele consequenties. Dezevrijs<strong>te</strong>lling geldt bij ruim<strong>te</strong>lijke ontwikkelingen voor alle soor<strong>te</strong>n in tabel 1 vande Flora- en faunawet.Van de meer strikt beschermde soor<strong>te</strong>n kunnen vleermuizen (foeragerendaanwezig zijn. Dat zal in de toekomst ook mogelijk zijn. Verder kunnen in debeplanting vogels broeden.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 12


Voor alle vogels moet rekening gehouden worden met het broedseizoen. Negatieveeffec<strong>te</strong>n op jaarrond beschermde soor<strong>te</strong>n worden niet verwacht.4.3 CONSEQUENTIESNatuurbeschermingswet 1998Er wordt geadviseerd om zwaar verstorende werkzaamheden bui<strong>te</strong>n de volgendeperiodes plaats <strong>te</strong> la<strong>te</strong>n vinden:• Broedseizoen (half maart tot half juli);• Win<strong>te</strong>rseizoen (november tot half februari).Door deze maatregelen kunnen de niet significan<strong>te</strong>, tijdelijke verstorendeeffec<strong>te</strong>n als gevolg van de bouwwerkzaamheden worden geminimaliseerd.Omdat de tijdelijke verstorende effec<strong>te</strong>n niet significant van aard zijn, is geenvergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig voor dezeingreep.EHSEr zijn ook geen effec<strong>te</strong>n op de EHS <strong>te</strong> verwach<strong>te</strong>n als gevolg van de voorgenomenplannen.Flora- en faunawet.Er zijn in het kader van de Flora- en faunawet gene gevolgen voor strikt beschermdesoor<strong>te</strong>n, en daarmee procedurele gevolgen voor het plan <strong>te</strong> verwach<strong>te</strong>n.Wel zijn twee voorwaarden uit de Flora- en faunawet altijd van toepassing:• De start van werkzaamheden (kappen, rooien, slopen en grondbewerking)dient bui<strong>te</strong>n het broedseizoen van vogels (globaal half maart tot half juli)plaats <strong>te</strong> vinden om verstoring van broedvogels en het broedsucces <strong>te</strong>voorkomen. Alleen op basis van gericht onderzoek (naar broedende vogels),mag van deze voorwaarde worden afgeweken.• Op basis van de zorgplicht volgens artikel 2 van de Flora- en faunawetdient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht <strong>te</strong>worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving.Verstoring moet worden beperkt en dieren moe<strong>te</strong>n de gelegenheid hebbenom uit <strong>te</strong> wijken en mogen niet opzet<strong>te</strong>lijk worden gedood. Dit kan door:• het slopen en rooien star<strong>te</strong>n bui<strong>te</strong>n het voortplantingsseizoen (april -augustus) en het win<strong>te</strong>r(slaap)seizoen (november - februari);• het beperken van verlichting tijdens de avonduren <strong>te</strong>n behoeve vanvleermuizen en andere nachtdieren.4.4 AANBEVELINGENEr zijn in het kader van ecologie enkele vrijblijvende aanbevelingen <strong>te</strong> doen:• Handhaaf bestaande groenstructuren en bomen zoveel mogelijk. Het duurjaren voordat dergelijke structuren zich hebben ontwikkeld;• Plant in de nieuwe situatie ene variatie aan bes- en bloemdragende beplantingaan. Variatie trekt meer soor<strong>te</strong>n aan;L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 13


• Laat op zuidelijk georiën<strong>te</strong>erde gevels van woningen, op een hoog<strong>te</strong> vanminimaal 2,5 me<strong>te</strong>r, enkele open stootvoegen breder (2-3 centime<strong>te</strong>r).Daardoor wordt nieuwe bebouwing geschikt als verblijfplaats;• Breng in muren of onder goot overs<strong>te</strong>kken voorzieningen (kas<strong>te</strong>n, vogelvriendelijkvogelschroot) aan voorL A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 14


B I J L A G E 1: L I T E R AT U U R L I J S TBroekhuizen, S e.a., 1992, Atlas van de Nederlandse zoogdieren, uitgeverijKNNV, Utrecht,.Helmer, W., Limpens, H.J.G.A. en Bongers., W., 1 e versie 1988, Handleidingvoor het inventariseren en de<strong>te</strong>rmineren van Nederlandse vleermuissoor<strong>te</strong>nmet behulp van bat-de<strong>te</strong>ctors, Stichting vleermuis-onderzoek (dr. L. Belsstichting).Limpens, H., K. Mos<strong>te</strong>rd en W. Bongers, 1997; Atlas van de Nederlandsevleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie; KNV Uitgeverij.Minis<strong>te</strong>rie van LNV, Dienst Regelingen, 2009; Aangepas<strong>te</strong> lijst jaarrond beschermdevogelnes<strong>te</strong>n, Ontheffing Flora- en faunawet ruim<strong>te</strong>lijke ingreep.Minis<strong>te</strong>rie van LNV, Concept - Hoofdlijnen begrenzing en selectie Natura2000-gebieden, november 2005.SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels1998, 2000, Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch MuseumNaturalis, KNNV Uitgeverij & European Inver<strong>te</strong>bra<strong>te</strong> Survey-Nederland, Leiden.Websi<strong>te</strong>s:www.ravon.nlwww.vleermuis.netwww.natuurloket.nlwww.vogelbescherming.nlwww.minlnv.nlL A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 15


B I J LAGE 2: B O M E N I N H E T P LA N G E B I ED56 7984312Nr. Boomsoort We<strong>te</strong>nschappelijke naam Globale stamdoorsnede1 Plataan Platanus hispanica 40 cm.2 Linde Tilia spec. 30 cm.3 Spaanse Aak Acer campestre 40 cm.4 Spaanse Aak Acer campestre 40 cm.5 Berk Betula pendula 30 cm.6 Berk Betula pendula 30 cm.7 Berk Betula pendula 30 cm.8 Rode Paardenkastanje Aesculus × carnea 25 cm.9 Els Alnus Glutinosa 20 cm.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 16


Nr. Boomsoort We<strong>te</strong>nschappelijke naam Globale stamdoorsnede1 Plataan Platanus hispanica 40 cm.2 Linde Tilia spec. 30 cm.3 Spaanse Aak Acer campestre 40 cm.4 Spaanse Aak Acer campestre 40 cm.5 Berk Betula pendula 30 cm.6 Berk Betula pendula 30 cm.7 Berk Betula pendula 30 cm.8 Rode Paardenkastanje Aesculus × carnea 25 cm.9 Els Alnus Glutinosa 20 cm.L A N E C O Q U I C K S C A N F L O R A E N FA U N A O PP A D T E O U D L O O S D R E C H T 17

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!