Untitled

resources4.kb.nl

Untitled

EERSTE DEEL»


M E M O R I E N*

D I E N E N DE T O T

O P H E L D E R I N G *

V A N H E T

G E B E U R D E ,

GEDUUR.ENDE DEN LAATSTEN

ENGELSCHEN OORLOG,

DOOR

Mr. JOACHIM RENDORP»

VRTHEER. VAN MARQUETTE,

ENZ. ENZ.

E E R S T E D E E L .

TE AMSTERDAM, B*

JOHANNES ALLART,

MDCCXCII.


I N L E I D I N G .

IVÜyn voorneemen is een helderer licht te

doen fchynen, over het begin en het eindigen

des laatften Engelfchen Oorlog: voornaamlyk

over eenige byzondere Gebeurtenisfen, die geduurende

denzelven plaats hebben gehad: zonder

dat ik doch een aan ééngefchakeld verüag

zal doen, van de bedryven der Oorlogende Mogendheden

, die deel aan deezen Oorlog gehad

hebben; daar dceze waereld-kundig, en door

andere Schryvers te boek zyn gefteld.

Ik wil boven al myne Leezers mededeelen,

die omftandigheeden, die zelden by anderen,

dan die in 't beltuur der Zaaken geweest zyh,

bekend zyn. Doordien ik in 't begin van 1781

Burgemeefter ben geworden, heb ik daartoe

gelegenheid gehad: en vley my dus, dat'de

openingen die ik geeven zal, de oplettendheid

myner Leezers zullen verdienen , en teffens

ftrekken, om te doen verdwynen de vooroordeelen,

die zommige zig bevlytigd hebben te

doen opkomen: waardoor het beftaan vag eenigen

ten Hemel verheeven, en dat van anderen,

als verderffelyk voor den Lande, uitgekreeten

is geworden: daar men deezen in Couranten

, Weekbladeren en naanalooze Gefchrif-

I. DEEL. A ten,


* I N L E I D I N G .

ten, op eene verregaande wyze heeft laten befchimpen

en hoonen; met geen ander oogmerk,

dan om te benemen alle achting voor bun moreel

Cara&er, en alle vertrouwen op hunne beftiering.

Alle die niet hebbén willen medewerken

tot oogmerken, die in 't begin vyel onder

den fchyn van Vaderlandsliefde, en van het

voorneemen om des Ingezetens gerechtigheeden

te handhaven tegen den machtigen invloed

van den Stadhouder bedekt waren, doch waar

van de fchadelykheid allengskens openbaar geworden

is: alle die voorzagen, dat wanneer

eens de yver van de Gemeente gaande zou

zyn gemaakt, dezelve niet langer beftuurd zou

kunnen worden , eri dat als dan eene volftrekte

Regeeringloosheid zou gebooren worden,

\vierden ten toon gefteld, als laage Vleyers,

als Slaaven van den Stadhouder, als Verraders

van hun Vaderland, als Pesten die men

uit de Regeering en uit het Land moest verbannen.

Ik hadde meerder dan andere myner

Mederegenten te lyden van die razerny.

In 't einde van 't Jaar' 1781 toen het Cabinet

van Verfailles voornaamlyk begon te yveren ,

en van deszelfs verkreegene invloed gebruik,

te maken, om alle afzonderlyke handeling met

Engeland te beletten, en ons in den Oorlog,

die»


I N L E I D I N O. S

dien men ons berokkend had, te houden, heeft

men reeds getracht, dewyl ik die maatregelen

niet blindelings wilde goedkeuren, my verdacht

te maken, met my te doen voorkomen als een

Anglmam, als eenen die de oprechte Vaderlandfche

gevoelens had verhaten, en op eene

laage wyze trachtte , de gunst van den Stadhouder

te winnen.

De Schryver van een fchandelyk Weekblad,

de bekende Politieke Kruyer, de onbefchaamde

Schryvers en Uytgeevers van de Hiftorifebe ,

Nederlandfcbe, Vaderlandfcbe enZuidhollandjche

Couramen, [muntten geduriglyk uit in my op

eene verregaande wyze te lasteren, te befchim-

Pen, en te beliegen. Ik was een Verraader van

m Yn Vaderland , eerloos en meinëedig : met

den bynaam van Bruggemaaker wilde men my

befpottelyk maken, en verneederen met dien

van eenen Brouwers Zoon. - '

Di* alles zoo het fclieen was ik verfchuldigd

aan het febryven van een briefje aan den Buigemeester

Temmïnck, die des tyds op den Dagvaart

was , terwyl ik in Gecommitteerde Raaden

zat. In dit briefje vroeg ik dien Heer, of

hy al wist dat Gyzelaar en Visfcber, den Generaal

Dundas, laast naar Engeland verreisd, gelast

hadden , om met het Ministerie aldaar over

A 2 Vre-


4 I N L E I D I N G .

Vrede te handelen: in zodanige of diergelyfce

woorden in fubftantie.

Tot dat fchryven had gelegenheid gegeeven

dat op een ochtend by my was gekomen een

Man van aanzien, die my die zelfde vraag deed:

myn antwoord was geweest, neen, nog dit niet

te geloven, om dat ik begreep, dat die twee Heeren

beide bet Systema van Frankryk te veel waren

toegedaan, om Vrede met Engeland te zoeken.

Dan die Heer, die betrekkingen had, door

welke hy van 't geen Dundas in Engeland zou

kunnen betracht hebben, onderricht kondezyn,

verzekerde my dat het doch zoo was. Na dat

hy was heen gegaan, dacht ik, dat zeldzaam

nieuws aan den ouden Burgemeefter te moeten

melden, en fchreef het op een ftukje Papier,

dat ik hem, alleen toegevouwen doch

onbezegeld, toezond. Het antwoord was, dat

hy het om dezelfde redenen die ik had,'niet

geloofde.

, Hoe of de inhoud van dit Briefje aan den

Schryyer van te Politieke Kruyer, 0f om beter

te zeggen, aan zyne Befïuurders gekomen is,

weet ik niet. In 't Schendblad wierdt voorge'

geeven, dat de gefcheurde ftukjes op de trap.

pen van 't Stadhuis gevonden waren. De Burgemeefter

Temminck, die ik 'er naar vroeg, zeide


I N L E I D I N G . 5

de my er niets van te weeten, maar verzocht

teffens dat ik er niet meer van fpreeken zou.

De Man was 82 Jaaren.

Maar wat daar van ook heeft mogen wee­

zen, weinige weeken liepen er voorby, of ik

wierd in het 83 Nummer van den zoogenaam-

den Politieke Kruyer, deerlyk over dat Briefje

doorgeftreeken; en voorgefteld als de zwaar-

fte misdadiger; als een trouwloos en meinëe-

dig Mensen, een fchandvlek voor myn Vader­

land, dewyl ik de roekeloosheid had gehad, de

geheiligde Perfoonen van de twee voornoem?

de Penfionarisfen aan te randen.

Het is den Mensen wel eigen, niet onge­

voelig te zyn aan lasteren, fchelden, befpot-

ten en befchimpen: maar die aandoening ver­

liest aanmerkelyk van haare kracht, wanneer

zulks door verachtelyke Lieden, en zonder

fchyn van reden gefchied. Een Schryver van

den Politieke Kruyer, eexiFynje, een Schuurman

of Noms, een Costerus of Paling, Schryvers,

Drukkers of Uitgeevers van de Hiftorifche,

Diemermeerfche en Zuidhollandfche Couran­

ten, en andere Nieuws- en Weekbladfchry-

vers, konden wezentlyk geen eerlyk Man dee-

ren; zy vereerden die zy laakten, en onteer-

den die zy preezen: noodlottig alleen was bet,

A 3 dat


O I N L E I D I N G .

dat daar veele, en de meefte van die Papieren,

of met publieke Autoriteit, of ten minften met

toelaating der Regeering verfpreid en verkocht

wierden, de goede Gemeente in de waan moest

vallen, dat, dewyl de Achtbaarden befchimpt

en befpot wierden, zy dit minder of meerder

verdiend hadden.

Ik tvvyffel geenzints, by voorbeeld, of veele

hebben gedacht dat de Schimpnaam van Bruggemaker

my met reede gegeeven was, om den

lpot met my te dry ven, als Ordonnateur of Arm

chiteü van zekere Brug, die geduurende eenigen

tyd over het water voor het Nieuwe-

Werkhuis geleegen heeft.

Het verwyt zou waarlyk niet groot zyn geweest,

dewyl een goed Regent, in der daad

een Hechte Bruggemaaker kan weezen: maar dat

verwyt was noch onverdiend. Ik heb aan 't lig.

gen van deeze Brug, geen ander deel gehad,

dan dat in 't Jaar 1779 •> toen ik in geene hoegenaamde

Stadsbediening was, my door Heeren

Burgemeefteren vertoond, en myne gedachten

gevraagd zynde geworden, over de Concept

Tekeningen van evengemelde Huis, ik heb doen

opmerken eenige gebreeken in de Ordonnantie:

als, de nutteloosheid van zoo veel plaats

voor de Vertrekken der Regenten: de naauw-

te


X N L E I D I N C, 7

t e der Binnenplaatzen, waar door ze te wei.

I Zon konden krygen: de bekrompenhe d

Jt voornaamfte Trap: de nuttelooze uitge-

Lkcheid der Muur die het Gebouw omnngt.

d e minder gefchiktheid van de P ^ " £ ^

danig Gebouw, dan het Bolwerk, dat door de

Heeren Thefaurieren daartoe was aangewee-

Zen. Doch de meeste van die gebreeken konden

niet verholpen worden, om dat de Fun

damenten gelegd, en de Verdedingen van het

Gebouw gemaakt waren. Verders deed k by

di gelegenheid mede opmerken, dat dewyl

men goed gevonden had, den voornaamen ge-

" van het Gebouw, van de Stad af naar de

Plantagie te ftellen, de voornaame toegang

mede uit de Plantagie moest zyn. en dat het

dus zeer ongefchikt zou weezen, dat men aan

den voornaamen Ingang van zoo een aanzienlvk

gebouw zylings zou komen.

Burgemeesteren en Thefaurieren keurden

myne aanmerkingen goed: aan dezelve wierdt

z o o veel mogelyk voldaan, en door hun Ed.

Gr Achtb. enEd.Achtb.tefTensgerefolveerd,

dat men direa nit de Plantagie, vlak over den

voornaamen Ingang, over eene Brug zou komen

Maar het zamenftel van die Brug, de

w y z e op welke die gemaakt is geweest, de ons

e

A 4

"


8 I N I

' E I D I N G .

geryflykheid die voortkwam uit het plaatfender

Boogen, is geenzints aan Heeren Burgemeefteren

of Thefaurieren, veel minder aan

my, die er zig verder niet mede .gemoeid heeft

die daar geen zeggen in hadt, dewyl ik noch

Burgemeefter noch Thefaurier was coen de Refolutie

om de Brug te maken genomen is , te

wyten»

Wat myne Geboorte aangaat: het is in eene

Republiek die alleen haar Opkomst, Welvaart

en Beftaan aan den Koophandel en Zeevaart

verfchuidigd is, eigen, dat geftadig Lieden

die door hunnen arbeid en vlyt tot groot

vermogen gekomen zyn, 't z y d i r e a d a a r d o o_

of door aanhuvvelyken, tot Eerambten bevorderd,

en met de aanzienlykften van den

Lande als gelyk gefield worden. Veele zoo niet

de meeste van die geflachten, die nu onder

de aanzienlykfte geteld willen worden, zyn

»i dat geval: en a!s men een eeuw of anderhalf

agter uit rekend, zou zekerlyk een deel

yan dien l uift er d i e h e n n u d o e t flikkeren

verdvvynen. Doch 't zy verre dat zulks in

ons Land tot oneere zoude ftrekken: een Ingezeten

die door zyne nyverheid uit kleine

beginfelen tot groot vermogen gekomen is,

die met zyne winnende hand duizenden aan

de


I N L E I D I N G . 9

de kost geholpen heeft, is een vry nuttiger

Lid der Maatfchappy, dan die, welke geduurende

eeuwen, als by opvolging, door den

invloed hunner Ouderen of Nabeüaanden, tot

Eerambten bevorderd zyn geworden. Aan

iemand dierhalyen in ons Land zyne geboorte

te verwyten, als hy anderzints achting waardig

is, is belachlyk, en kan niet opkomen

dan in laage Geeften.

Hoedanig dan myne Geboorte ook zou mogen

weezen , zou ik geene geringe doch eer-

Tyke Ouders verzaaken: en voornaamlyk niet,

om dat zy eene Brouwery bezeeten hadden;

daar de aanzienlykften van onze Stad, altyd in

dat geval zyn geweest, en noch zyn.

\ Zou niet pasfelyk weezen, hier een verflag

te doen van myn Gellacht: maar 't zy verre

dat ik my hetzelve zou moeten fchaamen.

't Is nu ruim tweehonderd Jaaren geleeden,

dat myne Voorouders uit het Hertogdom Lu«

nenburg, in Holland gekomen zyn: aldaar aanzienelyke

Goederen gekocht hebben, en dat een

derzei ven, met eene Dochter uit het Amfterdamsch

Gellacht der Bikkers getrouwd zynde,

zig met der woon in deeze Stad heeft ter nedergezet:

en offchoon zy Luthersch of Remonftrants

zynde geweest, niet voor 1640 in

As de


ÏO I N L E I D I N G .

de Regeeringe zyn gekomen, zyn ze doch

fteeds in aanzien, en mee de beste Gedachten

door huwelyken vereenigd geweest.

Deeze toeftel, te belachlyk en te gelyk te

verachteiyk om er lang by ftil te ftaan, wierd

ondertusfehen aangelegd, om my te doen voorkomen

als een Ambitieus Mensch, die om Eerambten

te verkrygen, niets naliet. Men verweet

my onder anderen zekere Reis naar de

Helder, (a) Men waande dat ik daar na toe

was gegaan, om te verkrygen (Zyne Hoogheid

was toen daar) het Ambt van Reprefentant in

de Admiraliteits Collegien.

Wat men gedacht heeft dat deeze Reis daar

toe zou hebben kunnen doen, heb ik nooit

kunnen bezeffen: ik kon genoeg gelegenheid

vinden, om Zyne Hoogheid daar over te onderhouden

, zoo ik iets dergelyks gezocht had.

Maar 'r zy verre dat ik ooit een Ambt van

zoo veel bödènkelykheid verlangd hebbe: ik

zeg van zoo veel bedenkelykheid, om den afgunst

aan hetzelve verknogt. Nimmer heb

ik verlangd met eenig voordeelig Ambt bekleed

te zyn: veel min iets gevraagd. Voor 't

geen

(a) Van deeze Reis en deszelfs oogmerk zal in 't

vervolg nader gefprooken worden.


I N L E I D I N G . II

geen ik ben, heb ik verplichting aan niemand,

dan aan mynen Vader, en aan mynen Oom den

Burgemeefter Calkoen. Door hunnen invloed

ben ik Scheepen, Meefter-knaap van Holland,

en Directeur van Surinamen geworden: myne

Cornmisfien in de Hollandfche Rekenkamer;

daar na het Burgemeefterfchap; vervolgens de

Commisfien in Gecommitteerde Raaden, en in

de Admiraliteit, ben ik aan de fchikkingen die

in de Regeering van onze Stad plaatshebben,

verfchuldigd. Gezegend met genoegzame middelen,

heb ik'geene lucrativc Ambten nodig:

en wat de Eere aangaat, zoo heb ik, tot dus

verre, het Burgemeefterfchap myner geboorte-Stad

aanzienlyk genoeg gefchat, om in den

kring in welken ik gebooren ben, boven 't

zelve in ons Land niets te ftellen. Ook is my

van myn Jeugd af, door eenen allerwaardigften,

en onbaatzuchtigften Vader ingefcherpt,

en hoop het mynen eenigen Zoon ook in te

boezemen, dat geen ingezeten van een vry

Land, die genoegzaam van middelen voorzien

is, wil hy waarlyk vry en onafhangelyk blyven,

trachten moet Ambten of Bedieningen

door gunst te verkrygen: dewyl hy door die

gunstbewyzingen zich altyd minder of meerder

verplicht maakt, en zich dikwyls in gevaar

ftelt,


a I N L E I D I N G .

ftelt, of minder rondborftig zyn gevoelen te

kunnen zeggen, of van ondankbaarheid beticht

te worden.

Maar eene der voornaamlie befchuldigingen

die tegen my ingebracht wierd, was die

van Anglomanie. Ik beken zeer gaarne, dat ik

den Oorlog met Engeland, in deszelfs oorfprong,

voortgang en einde, als roekeloos

ondernomen, flecht gevoerd, en fchandelyk geëindigd

, volkomen heb afgekeurd: dat ik gaarne

zou gezien hebben, dat men getracht had,

door afzonderlyke handeling, eene betere Vrede

te verkrygen: of dat men ten minften niet

door een roekeloos vertrouwen op het Hof van

Verfailles, zich in de noodzakejykheid had gebracht,

om zoodanige Vrede te moeten aanneernen,

als dat Hof ons daarna heeft opgedrongen

: en dat ik nimmer met goede oogen heb

kunnen aanzien, dat men de Republiek aan

het welgevallen van evengem. Hof, kwanzuys

uit erkentenisfe voor dienften bewezen in eenen

Oorlog, dien het ons voor een gedeelte

op den hals had gehaald, wilde onderfchikken,

en van 't zelve veel afhangelyker maken, als

zy immer van dat van Engeland geweest was.

Maar zoo in my was opgekomen eenige byzohdere

bereidwilligheid voor Engeland; eenig

by-


I N L E I D I N G . 1^

byzonder inzicht van voordeel; van vermeerdering

of ftaving van invloed ; eenige laage toegevenheid

voor de wyze van denken van den

Heere Stadhouder; zou ik my zeiven verachten,

even als ik veracht zoodaanige, die uit

eigen voordeel, en tot bevordering van hunnen

byzonderen Koophandel, Staatzuchtige inzichten,

of wat des meer is, het vuur des Oorlogs

in *t begin hebben aangeftookt; die daar

na Frankryk naar de oogen hebben gezien;

dit met deszelfs Ambasfadeur over de geheimfte

Staatszaaken gehandeld hebben ; die eenige

woelzieke Vreemdelingen begunftigd hebben,

om door deeze de gisting der gemoederen

te vermeerderen; en die voorts door alle

zoorten van kunftenaryen getracht hebben

tot hunne oogmerken te komen: oogmerken

die, zoo als 'c daar na gebleekenis, geen andere

waren, dan om de Regeeringsform te veranderen,

en alles 't onderst boven te keeren.

De naam van driflrocraat, dien men mydaar

na mede heeft toebedeeld, was toen noch niet

in de Mode. 't Is zeker dat dezelve als een

Schimpnaam gegeeven is; en by aldien men

daarmede bedoelde , eenen, die van oordeel

was, dat in ons Land den Burgeren geen meerder

of grooter invloed in de benoeming der

Re-


*4 I N L E I D I N G .

Regenten, of in 't beftuurderzaakentoekomt,

dan dezelve zedert de oprechting der Republiek,

ingevolge de Privilegiën der Steeden,

zoo in Stadhouderlyke als Stadhouderlooze tyden,

gehad hebben, kan ik niet ontkennen,

dat die Tytel niet ten onrechte aan my gegeeven

is.

Het eenigst doel van alle Regeeringen is,

het meest mogelyk welzyn der Leden , die

onder de Maatfchappy behooren: zoo deeze

gelukkig zyn, en hun gelukftaat door eene

beftendige ondervinding beftempeld is geworden,

zoo wordt de vraag, of eenige andere

Regeeringsform, dan die, onder welke die Leden

leeven, beter zy, eene zuivere befchouwende

quxstie. Dit hadden de Hoofden der geenen,

die in de laatfte onluften het niet onduidelyk

op de verandering der Conftitutie

hebben toegelegd, ten minfte zoo zy in de

goede trouwe waren, in den beginne behooren

onderzocht te hebben.

' Wie zal ontkennen dat in onze Regeeringsform

veele gebreeken zyn? Dat de Stadhouders

te meermaalen de paaien van hun wettig

gezach, dat niet duidelyk genoeg omfchreeven

is, zyn te buiten gegaan. Dat in Stadhouderlooze

tydea, de Regenten dikwyls door

Sce-


I N L E I D I N G . 15

Stedelyke, ja byzondere inzichten vervoerd,

het algemeene welzyn verwaarloosd hebben?

Dat het zamenftel van onze Regeeringsform,

in veele opzichten, zoodanig is, dat het beftuur

der Zaaken daar door dikwyls gebrekkig word.

Ik wil dus gaarne bekennen, dat 'er eene

betere Regeeringsform zou hebben kunnen

uitgedacht worden. Maar de vraag is, zou het

geluk van Land en Ingezeetenen , door verandering

te maken in de tegenwoordige Conftitutie,

vermeerderd zyn geworden ? of zoo

men dit al wilde onderftellen, zou men zich

hebben kunnen vleijen, dat die zedert meer dan

tweehonderd Jaaren op den tegenwoordigen

voet gevestigde Conftitutie zou kunnen veranderd

worden, zonder het Land eene fchnfc

te doen ondergaan, waar door ten minlien

voor eenen geruimen tyd, alle de deelen van

het publiek beftuür, op losfe fchroeven zouden

gefield zyn geworden? En eindelyk,«zouden

de In- en Opgezetenen in 't algemeen, ik

meen de Gegoeden, (ik fpreek niet van de

heff,) met den invloed, met eene zeer onbepaalde

uitdrukking veelal de Volks invloed genaamd

, dien men hun geven wilde, gelukkiger

zyn geweest ? dat is, zou onze Koophandel

bloeijender, onze Perfoonen en Goederen meerder


Ï6 \ w L E i h i N G:

der voor alle geweld gedekt; in één woord j

ónze Burgerlyke Vryheid grooter zyn geweest,'

dan in de 200 Jaaren, die ftaande de tegenwoordige

Conititutie verloopen zyn?

Men fchreeuwt zeer tegen Familie Regeeringen:

't zy verre dat ik goedkeure, dat

men denkt alleen Regent te zyn, om zyne

JNabeftaanden te bevorderen: maar zou het beter

gaan, als de Verkiezingen door de Burgers

gefchiedden? zyn de meeste der gemeene Burgers

, en deeze zouden zekerlyk het grootfte

getal in de Verkiezingen uitmaaken, in ftaat,

om van de hoedanigheden tot het beltuur der

publieke Zaaken nodig, te oordeelen? Zoude

niet het gros der Kiezers, door kuiperyen ,

of door den invloed van eenige weinigen beftuurd

worden ? en hebben wy laatflelyk niet

gezien, welk flag van Lieden het vertrouwen

der meenigte hebben weeten te winnen? Zou

men-kunnen verwachten, dat als dan waardiger

en kundiger Regenten zouden verkoren

worden? zouden die geene, die door hunne

kuiperyen de Gemeente zouden beleezen, of

de gunftelingen der geenen, die zig als be-

Huurders van de menigte zouden opwerpen,

tot de Regeering beter gefchikt zyn, dan die

'er tegenwoordig door den invloed van zyne

Hoog-


I N L E I D I N G . 17

Hoogheid, of van hunne Nabeftaanden inkomen?

Alle daaden die niet gefchieden kunnen,

zonder tusfchenkohist der menfchelyke hartstochten,

zullen meestentyds, zoo niet altyd,

gebrekkig zyn: en dus is 't immers met het

begeeven van Ambten en Bedieningen geleegen:

gunst zal daar in altyd plaats hebben,

't Is zeker dat nergens eene beetere en gefchiktere

wyze van begeeven van Ambten zou kunnen

zyn, dan daar dezelve aan eenen is toebetrouwd,

dewyl de byzondere betrekkingen

van deezen tot alle de Leeden der Maatfchappy,

volftrekt minder moeten zyn, en hy

dus onzydiger; zoo de ondervinding niet geleerd

had, dat die betrekkingen gemultipliceerd

worden, door bet getal der geenen, die byzonder

in de gunst ftaan: en dat in de daad niet

de Vorst, maar zyne Gunftelingen de Ambten

begeeven.

. Men befchouwe de zaak eens met een Historiekundig,

en onpartydig oog : wie hebben

in ons Land, in de onderfcheidene Staats-omwentelingen,

den kreet doen opgaan? Ik meen

in Stadhouderlooze tyden, de vrienden van

't Huys van Oranje die buiten bewind waren,

of hun gezach wilden vermeerderen met

's Vorften bevordering: en in Stadhouderly-

I. DEEL. B ke,


38 I N L E I D I N G .

ke , r

die geene, die naar hun inzien geen gezach

genoeg in de Regeering hadden, of den

Stadhouder wegens eenig ontvangen leed, een

kwaad hart toedroegen.

De eerfte deeden roepen, (want zy gaaven

den toon aan de Volksftem,) dat eigenbelang

alleen betracht, en 's Lands zaaken verwaarloosd

wierden. De andere, op hunne beurt,

dat de Vryheid in gevaar was, dat de Stadhouder

de Privilegiën en Gerechtigheden met de

voeten trapte.

Ondertusfchen hoe is 't in ons Land gegaan,

onze Perfoonen, onze Goederen zyn immers

in Stadhouderlooze en Stadhouderlyke tyden

even zeker geweest, en de geringde Ingezeeten

heeft , veilig voor de oppermacht der aanzienlykften,

in zynen flaat een gerust leven

kunnen leiden.

In Stadhouderlyke en in Stadhouderlooze

tyden, heeft de Republiek fchitterende oogen-

-blikken gehad: maar opmerkingwaardig is het,

dat die fchitterende oogenblikken, in Stadhouderlooze

tyden, daar zyn geweest, wanneer

het voornaam beduur der Regeering geweest

is in handen van eenen, of eenige weinigen,

die door hunnen invloed met de daad

het Stadhouderlyk gezach hadden, en daardoor

in


I N L E I D I N G . 19

in Haat waren, om de veelvuldige raderen,

van 't algemeen beduur, die door zoo veele

handen gedraaid worden, tot één einde te doen

beweegen.

Deeze opmerking, die zoo ik vermeen, op

de gefchiedenisfen van ons Land, gegrond is,

heeft my, zeedert ik eenig inzien in 's Lands

zaaken heb gehad, doen befluiten, dat het -

Stadhouderfchap een noodzaaklyk onderdeel

Onzer Conftitutie is: en dat, offchoon er tyden

zyn geweest, dat men vermeend heeft eenen

Stadhouder in deszelfs onderfcheidene hoedanigheden

te kunnen misfen, die tyden altoos

met oproer en geweld, een einde hebben

genoomen, eensdeels, om dat het Nederlandsen

Volk, in 't algemeen, van hunne

jeugd af, voor het Huis van Oranje voor- ingenoomen

wordt: anderdeels, om dat de geenen,

die geen deel aan de Regeering, tersminften

niet naar hun genoegen hebben, geene geleegenheid

laaten voorby gaan, om van die geneigdheid

van 't volk gebruik te ma'aken, in

hoope van op hunne beurt de zoetigheid en

voordeden der Regeering te zullen genieten.

Van dit zoort van baatzuchtige menfehen,

want zoo moet men ze doch noemen, moeten

onderfcheiden worden die geene, diewaar-

B 12 iy fc


2 0

I N L E I D I N G .

lyk hun Vaderland lief hebben, die zonder baatof

ftaatzucht zyn, doch met verheevene

denkbeelden het beftuur der publieke zaaken

befchouwen. Zy zien de feilen die er in zyn:

zy trachten naar beetering: maar eylaas! zy

verliezen uit het oog, dat die volmaakte bev

ftuuring, die zy voor hun Vaderland verlangen,

niet mogelykis: of dat, zoo men dit al

eens wilde ftellen, óm ertoe te komen, middelen

gebruikt zouden moeten worden, door

welken bet Gemeenebest gevaar zouloopen,

't onderst boven gekeerd te zyn, voor dat het

gewenscht einde zou kunnen bereikt worden.

Met reede heeft Huygb de Groot ergens aangemerkt,

dat men vermyden moet van oude

Regeerings verordeningen af te gaan: dat zulke

veranderingen gevaarlyk zyn, en bet veiliger

is, zich naar de gebreken te fchikken, daar''tvolk

aan gewend is, dan naar de vervormingen te

trachten.

Zit daar myne wyze van denken: is dezelve

Ariftocratiscb? het zy zoo! maar zoo

men door Ariflocraat verflaat eenen die uit

eigen belang of ftaatzucht zyne bevordering

in de Regeering zoekt; die in 't beftuur zich

zeiven alleen en niet het gemeene best befchouwt;

die zyn gezach en invloed alleen

be-


I N T, E 1 D I N G. 2T

befteedt om de zynen te [helpen en te begun

ftigen; dan vraag ik, en doe het met gerust­

heid, welk eerlyk mensch durft my dien tytel

geven ?

Maar hoe verachtelyk het geblaf van hetgefpuis

dat my aanrandde ook weezen mochte,

zoo heeft het my leed gedaan, ja van harte

leed gedaan, by deeze gelegenheid ondervonden

te hebben, dat ik als Burger, als Ingezeeten

van eene Stad en Land, alwaar de genngfte

tot dus verre altyd eene heul gevonden

had by de onbefprokene bedeeling van het

recht dat hun toekwam, tot dat recht nutteloos

myne toevlucht zou genomen hebben.

Ik wil niet ontveinzen, dat in 't begin,

toen de fielten eerst begonden hunnen gruwelyken

laster uit tefpuwen, ik gaarne gezien

zou hebben dat hunne eerloosheid, en

voornaamlyk die van den Politiek* Kruyer, en

van zynen uitgeever Jan Verkm, anderen ten

voorbeeld volgens de wetten van den Lande

geftraft waren geworden : ik had gaarne gehad

dat de geen onder wiens hoede de goede naam,

de goederen en het leven der Ingezeetenen gefield

zyn, de Hoofd-Schout onzer Stad als

de geen aan wien de Hoge-Overheid haar

recht heeft toevertrouwd om alle verftoord

e r s

B 3


22 I N L E I D I N G .

ders van publieke rust te vervolgen en te

. doen ftraffen, my in deezen te hub gekomen

was. Dit was voornaamlyk , mpj's: oordeels ,

den Graaflyke Officieren opgelegd by het Placaat

van 7 Maart 1754, het welk door dat van

19 Oftober 1781, beneffens alle vorige Placaten

en Ordonnantiën tegen het drukken en

divulgeeren van calunmieufe gefchaftcn, des

noods, vernieuwd en bevestigd was geworden.

Maar niettegenftaande , de aliezints , tenminften

zoo als 't my voorkwam, duidelyke

beftelling der Placaten, moest ik met leedwezen

ondervinden, dat de 1

verwachting die

men had van de Administratie der JuiHtie,

zoo gering was, dat men niet op zich durfde

neemen, om recht te vorderen. — Men wees

my naar de ordinaire Juftitie : daar kon ik eene

Jbtio hjura inftituëeren, en dus aan myne

Erfgenamen overlaten, een geding, dat m»

gelyk by hunnen dood niet geëindigd zou zyn.

En dat was de weg dien men algemeen aanwees,

aan de geenen die door de Courantiers, en de

bekende Week- of Maand- Blad-Schryvers,

in hunnen goeden naam op het grievendst beleedigd

waren. Men beweerde, dat de Graaflykheids

Officieren niet gefchikt waren, om

daar


ï N L E 1 D I N G. 2 3

d a a r over eenige aftie, hoe klaar de bewyzen

ook waren, te inftituëeren.

Ik ftelde tevergeefs voor, dat zulks noch

billyk noch rechtmatig was: dat alle Ingezetenen

, van den voornaamften af, tot den

geringften toe, recht hadden om zoo wel

tot befcherming van hunnen goeden naam

als tot die van hunne goederen, het pubhek

gezach in te roepen: - dat het vreemd zou

klinken, dat een Graaflyk Officier aan wien

ik eenen gepleegden diefftal, met aanwyzing

des dief's, aangaf, my zeide: 'tismy leedmaar

kunt den dief dagvaarden om u het ge/look»

leder te geeven: - dat het onderfcheid van

eenen rover van myn goed, tot dien van mynen

goeden naam, niet anders was, dan dat deeze

veel fchuldiger moest gehouden worden. —

dat alhoewel het niet ongefchikt was, dat de

eene Ingezeeten den anderen beleedigende, niet

aanftonds tot de Vindifta publica toegelaten

wierd,maar tot den burgerlyken Rechter, zynen

toevlucht moest neemen, doch dat wanneer

iemands goede naam in publieke gefchnften,

en wel zoodanige, die met publiek gezach

of toelating verfpreid worden, gefchonden

wierdt, het myns bedunkens, eene baarblvkelvke

onrechtvaardigheid was, zoodanie

n

- B 4 S


24 I N L E I D x N G >

gen de publieke hoede te ontzeggen, e n hen

tot langwylige Procedures te verwyzen. Doch

alles was te vergeefs.

Dit te moeten ondergaan, kwam my destyds

hard voor: maar zedert ik in 't vervolg

gezien heb, dat alle de Courantiers, naar hun

we gevallen, ftrafloos, de Leeden der Regeering,

zelfs de Staats- en Stedelyke Reio'utien

, wanneer ze niet naar den heerfchenden

fmaak, of naar dien der geenen, wiens party

zy trokken , waren, op eene fchand lyke

wyze doorgeftreeken hebben : zedert ik gezien

heb, dat een Perk*, een Schuurman, een/y».

je, en zoortgelyke, in hunne Couranten, inmyne

vaderlyke Stad gedrukt of opentlyk uitgegeeven,

de Regeering derzelve, of ten minften

het gedeelte dat hun niet aanftond, gefcholden,

Burgemeefteren befpot, het volk

op de fterkfte wyze openlyk hebben uitgedaagd,

om op hunnen kreet van oproer, de

wettige Regenten op eene geweldige wyze af

te zetten, en andere in hunne plaats te verkiezen:

zedert ik gezien heb, dat niet tegenflaande

één dier Couranten, door de Vroedfchap

by Refolutie was veïklaard, feditieus en

oproerig, en aan myne Heer en van den Gerechte

gelaaten was, om daar in te handelen zoo als zy

zou-


I N L E I D I N G . £5

zouden meenen te behooren, de meerderheid van

deezen daar op verftaan heeft niets te moeten

doen, heb ik my niet meer verwonderd, dat een

verftandig, eerlyk, en allerwaardigst Graaf-

lyk Officier, op aanraading zyner Confalen-

ten, geene kans gezien heeft, om met eenige

hoop van fticces, eene adie, ingevolge de Pla-

caten, tegen dien Jan Verkm, of zoortge-

lyken te inftituëeren.

Ik heb dan zedert gelyk alle andere fat-

zoenlyke en deugdzaame Lieden, met verach­

ting aangezien, de befchimpingen, bynaamen

en leugens, die aan my gedaan, gegeeven en

tegens my verfpreid zyn. Het zoude beneeden

't geen een onbefproken mensch aan zich zei­

ven verfchuldigd is, geweest zyn, zich tegen

die Scbotfchryvers te verantwoorden: doch

jammer is het, dat veele eerlyke en onpar-

tydige Lieden, zich fchier niet hebben kun­

nen onthouden van te geloven, dat er doch

iets waar aan moest weezen, dewyl ingefchrif-

ten met publiek gezach uitgegeeven, (de Cou­

ranten J zulks ftraffeloos gezegd wierdt. (*)

Maar

(J>) Jan Noms, een die Courantenfchryvers , heeft,

toen de tyden veranderd waren, en hy bevreesd was

over zyn euvelfchryven, in rechten aangefprooken te

B 5

w o r

"


25- I N L E I D I N G . "

Maar zoodanig waren de tyden : de Regeering

had alle gezach, de Juftitie allen klem verloren:

en de Courantiers fchreeven en leefden gerust

onder de hoede der geenen, die zich alle

gezach hadden aangematigd, en tot bevordering

van wiens oogmerken en zekerheid, zy

als trauwanten dienden.

Geen gering genoegen heb ik doch gevoeld,

dat de kwaadaartigften my niets hoe genaamd

daadelyks, hebben kunnen verwyten: en het

by algemeens fcheldwoordcn gebleeven is.

Ik kon intusfchen hun, en eeneniegelykuitgedaagd

hebben , en kan zulks gerust ten allen

tyden doen, om aantetoonen, dat ooit iemand,

met myn weeten, door my beledigd zy geworden:

dat ik ooit iri het beftuur van's Lands

of Stads zaaken, in de onderfcheidene aanzienlyke

posten , met welken ik bekleed ben

geweest, van myn gezach of invloed eenig

ver­

worden, zich niet ontzien te zeggen, dat hy alleen de

zamenfleJler, (redacteur) van een dier Couranten geweest

was: dat Tegelaar de vriend vaa den Burgemeester

Hooit, en de Burgemeester zelve hem opgaven, 't geen hy

fchryven moest: en dat hy menigmaal daer over in gefprek

was geweest met de Scheepen Bicier en van Lennep, ik

wensch, ja wil vertrouwen, dat de deugniet deeze Lie­

den genoemd heelt, om zyne misdaad , als 't waare, door

den naam van groote medelanders te verkleenen.


ï N L E I D I N G. ZJ

verkeerd of flinks gebruikgemaakt, ofeenige

blyk va» eigenbaat gegeeven heb.

Men heeft getracht my te doen voorkomen

als eenen draayer, als iemand die gedurig van

party wisfelde. Wie, die my van naby kent,

weet niet, dat ik door myn Carafter, mogelyk

al te driftig en openhartig tot geene draayer

y of plooyery gefchikt ben? Maar 't is waar,

dat ik my nimmer aan de heethoofdigheid en

verregaande onderneemingen van de eene of

de andere party heb willen overgeeven.

Ik dacht, en denk noch, dat de Regeering

van Amfterdam, willen 's Lands zaaken wel

gaan, met zyne Hoogheid in goede harmonie

moet leeven: en heb deeze Leere altoos zoo

verre ik zulks' als Regent en Ingezeeten in gemoede

heb kunnen doen, aangekweekt,

Toen ik in 1781 Burgemeefter geworden

was, noemde men my, den Oranje Burgemeester:

toen ik daarna mede de propofitie deede,

ten einde zyne Hoogheid zich van eenen kleinen

raad zoude bedienen, en vervolgens djn

flap tegen den Heere Hertog, duidde men my

zulks kwalyk: en toen ik in 't Jaar 1786 en

1787 niet mede heb willen werken, om de

dolle zoogenaamde Patriotten te helpen alles

onderst boven te keeren, en zyne Hoogheid

af


2 0

I N L E I D I N G .

af te neemen, 't geen Hoogstdenzelven wettig

toekwam , heeft men my weder eenen Oranje-

Mant genoemd: en zoo 't geviel, dat God verhoede

! dat men door laage vleiery, en bovenmatige

toegeevenheid, de hoogheid van den

Vorst, ten koste van 's Lands voorrechten

zou willen bevorderen, zou ik het befchermen

van deezen, boven 's Vorften gunst noodwendig

moeten ftellen. Doch dit myn Noodlot,

is dat van allen, die in tumultueufe tyden

geen party willen kiezen, maar betrachten

, 't geen naar hun inzien, 's Lands oorbaar

is.

Ik getroost my zulks dierhalven gemakkelyk:

myne wyze van denken, op 't ftuk van

de publieke zaaken, van de Regeering, zoo

van myn Vaderland, als van myne Geboorteftad,

is altyd dezelfde geweest, en zal dezelfde

blyven. Vry als de lucht die ik inadem ;

door myne ofnftandigheden volftrekt onafhangelyk;

gezeegend met goederen; gereezen tot

den trap van eere, tot welken iemand van

mynen ftaat kan komen; kan ik zelf gesne

aanvechting gevoelen, om my anders dan

myn geweeten en oordeel voorfchryven, te

gedraagen.

Ik eer en acht zyne Doorl. Hoogheid, en

• doe


I N L B I D I N G . 29

doe hulde aan deszelfs hoedanigheden: en byzonderaan

deszelfs ingetogenheid, wegens het

verkrygen van meerder gezach, daar men

hoogstdezelve zoo fchandelyk by de goede

gemeente over verdacht heeft gemaakt: maar

nimmer heb ik zyne Hoogheid in den tyd,

dat deszelfs gezach en invloed tot het hoogfte

punt gereezen waren, en veele der geenen

die hoogstdezelve in zynen tegenfpoedigen

ftaat befcbimpt hebben , hun hof tot

bejaging van eenig voordeelig ambt, voor hun

zeiven of voor hunne vrienden maakten, iets

voor my of voor de mynen gevraagd. Ik heb

altyd onafhangelyk willen zyn, om dus myn

gevoelen op eene vrymoedige, doch gepaste

wyze te konnen uiten.

Zou ik dan, reeds gekomen zynde tot ta«

melyke hooge Jaaren, zonder eenigen fchyn

van reeden, zonder eenig vooruitzicht van

voordeel, alleen (zoo als in eenige belachelyke

fprookjes verteld is,) om de eere van aan

's Vorften tafel genodigd te worden, of om

het deelen van een perfik met haare Koninglyke

Hoogheid, (ik fchaam my byna de

kwaadaartige zotheid van dien tyd te herhaalen,)

myne gewoone rondborftige taal, uitgefproken

in eenen tyd, dat dezelve my, zoo

ik


%0 I N L E I D I N G .

ik immer iets gezocht had, fcbadelyk zou hebben

kunnen weezen, in laage vleiery en hoftaal

hebben willen veranderen, — heeft dat

eenige waarfchynlykheid?

't Is waar, dat ik cenige weeken, na het

op den 8 Juny voorgevallene betrekkelyk den

Heere Hertog, toen ik als Burgemeester over

's Stads zaaken zyne Hoogheid onderhouden

moest, weder ten Move verfcheenen ben, en

aldaar gegeeten heb. Maar zou men gewild

hebben, dat ik na den ftap nopens den Heere

Hertog , alle gemeenfchap en alle ommegang

met zyne Hoogheid vermyd hadde ? Zou

men begreepen hebben, dat als een Regentin

zyne qualiteit iets zegt of doet, dat aan zynen

Mederegent, ft zy my geoorloofd voor

een oogenblik zyne Hoogheid dus te noemen,)

niet aangenaam is, zulks dezelve dan in alle

andere zaaken van elkander moet verwyderen ?

In dat denkbeeld ben ik zekerlyk niet: maar

geloof integendeel, dat geene onderfcheidene

wyze van denken, hoe verfchillende die ook

zy, Regenten van elkander zoodanig mag verwyderen,

dat zy te zarffth de gemeene zaa.

ken niet kunnen betrachten.

Hoe zeer Burgemeesteren in 't Jaar 1781 vaii

gedachten waren, dat de\raadgeeving van den

Her-


I N L E I D I N G . 2t

Hertog, met het waare nut van den Lande

niet overeenkomltig was, en gemelde Hertog

voor de voornaame oorzaak hielden, dat de

Regenten in zyne Hoogheid het zoo hoodzaakelyk

vertrouwen niet konden (tellen, zoo

waren Burgemeefteren niet te min overtuigd,

en booden zich daar toe aan, als uit de bekende

Memorie aan zyne Hoogheid overgegeeven

blykt, dat zy {reeds moestén trachten,

gemeenfchappelyk met zyne Hoogheid

mede te werken, tot bevordering van het algemeen

welzyn.

Alhoewel myn voorneemen in den beginne

was, dit myn Werk aan het publiek mede te deelen,

heb ik voor als noch beter geoordeeld,

het alleen te brengen ter kennisfe van zommige

myner goede vrienden; maar zoo het

zelve te eeniger tyd ten algemeen gebruik

te-voorfchya mochte komen, dan zy het nu

voor als dan, aan U myne waarde Landgenooten

aanbevoolen, als een blyk van myn

verlangen, om by U te doen verdwynen de

vooroordeelen, die men getracht heeft tegen

my in te boezemen. Heb ik gefeild in

myne Staatkundige inzichten en gedrag, het

is geweest ter goeder trouwe. Ik kan geen ander

oogmerk hebben, dan 't welzyn van myn

Va-


32 I N L E I D I N ö.

Vaderland: myn geheel beftaan is aan 't zelve

verbonden: alle myne goederen zyn binnen

myne Geboorteftad, en binnen deeze Provintie

geleegen, of van dezelve afhangelyk • *t

geen ik daar buiten bezit, is n i e t n o e m ens

waardig: Engeland of Frankryk kunnen niet

verzachten, het verlies dat ik door den ondergang

van myn Vaderland zoulyden, endeelen

dierhalven niet met myn Vaderland en Geboorteftad,

in het belang dat ik in het beftaan

en welvaaren van deeze neem.

VAART WEL,

M E-


MEMORIEN,

DIENENDE TOT OPHELDERING VAN

HET GEBEURDE, GEDUURENDE

DEN LAATSTEN ENGEL-

SCHEN OORLOG. 1

Het is onbetwistbaar, dat de Oorlog voor

alle handeldryvende Volkeren noodlot­

tig is: en dat de daar uit vloeijende nadeelert

aangroeijen, in' evenredigheid der uitgeftrekt-

neid van den Koophandel, en den daar van

cnaficheidelyken Zeevaart. Geen Land is er

derhalven, dat meerder dan het onze, alle

gelegenheden, uit welke twist en vervolgens

Oorlog zouden kunnen voortkomen, vermy-

den moet: en dewyl Tractaten met vreemde

Mogendheden, voornaamlyk zoodanige in wel­

ken tot wederzydfche befcherming iets be-

jproken wordt, daar dikwyls gelegenheid toe

geeven, zoo fchynen ze derlialven zoo min

mogelyk aangegaan te moeten worden. Geluk­

kig is er geen Land dat zich van alle verbin-

tenisfen, ten minden andere als Commercieels,

zoo onthouden kan, dan het onze.

Daar toe dient, voor eerst, de legging van

I. DEEL. C de


34 M E M O R I E N TOT

de Republiek. Van twee zyden gedekt, door

eene Zee bezet met gevaarlyke banken, en

welkers gaten en havens in klein getal en van

ongemakkelyken toegang zyn: van de twee

andere zyden , befchermd door groote rivieren.

aanzienlyke, des noods, te doene inundatien,

natuurlyke moerasfen, en Vestingwerken

, kan zy den geduchtften Vyand eenen geruimen

tyd afhouden.

Ten anderen, behoeft deeze Staat minder

dan eenige andere, zich door Tradiaten buitenlandfche

hulp te befpreeken, uit hoofde der

welgefleldheid der Ingezeetenen, en de evenredigheid

met welke de goederen en rykdom

onder deezen verdeeld zyn; waar door ze in

ftaat zyn op te brengen, 't geen tot 's Lands

befcherming vereischt wordt, en om teffens

die lasten met gelyke fchouderen te draagen.

Het Gemeene Land, byzonder de Provincie

van Holland, heefc tot dus verre in dat algemeen

Welvaren der Ingezeetenen, eene onuitputbaare

bron gevonden, uit welke by Leening

te ren eenen geringen Intrest is gehaaid geworden,

't geen tot verval v an buitengewoone

kost n benodigd is geweest: terwyl de gewo.me

Lasten, op de draaglykfte wyze ingericht,

overvloedig hebben opgebracht, 'tgeen

no-


O P H E L D E R I N G , ENZ. $

riodip is geweest, tot 's Lands onderhouden

befcherming, en tot betaling der Interesfen van

eene fchuld, te gelyk evenredig aan *s Lands

vermogen, en aan de noodzakelykheid om den

gegoede Ingezetenen gelegenheid te geeven,

Om ten minden een gedeelte van hun geld alhier

en niet buiten 's Lmds te plaatzen: terwyl

men teffens door eene gepaste zuinigheid,

in ftaat is geweest om in gewoone tyden af tb

losfen, de Capitalen die by byzondere gelegenheden

tot verval van ongewoone kosten,

opgenomen waren.

Eindelyk, zoo werkt de betrekking-der Republiek

tot de Mogendheden van Europa

mede tot haare zekerheid tegen buitenlanden

geweld, daar zy altyd kan verwachten

by den eenen of den anderen Vorst hulp

te zullen vinden: dewyl het zeker belang van

allen is, dat de Republiek eene onafhangelyke

Staat blyve. Zoo zy vereenigd wierdt

met de Nederlandfche bezittingen van t Huis

van Oostenryk; zoo zy een Wingewest wierdt

van Frankryk; zoo zy overrompeld wierdt

door den Koning van Pruisfen; eindelyk*

zoo zy door Engeland als vernietigd wierdt,

door het vermedgen haarer Koophandel en

Zeevaart, en door het overweldigen haarer be-

C a

z i t

-


3^

M E M O R I E N T O T

zittingen in de Indien; zou de Balance van

het Politiek vermogen zoodanig overhellen

dat geen der evengenoemde Vorften immer

kan toelaaten, dat zy ophoude te z y n eene

Mogendheid op haar zelve beftaande.

Geene Mogendheid heeft daar inmeerder belang

dan Engeland ; de Republiek kan genoemd

worden de Zeetel van deszelfs invloed

op het vaste Land, e n ZOo zy vernietigd

of van alle vermogen ontbloot wierdt z o u

dat Ryk van het Staatkundig Beftaan van

Europa geheel als afgefneeden zyn. Wat be

treft Zweeden, Deenemarken, Rusland en de

Vorften van het Duitfche Ryk, is het onbetwistbaar

eerder van derzelver belang dat

eene Mogendheid, van welke zy niets te'vreezen

hebben, die de voortbrengen van hunne

Landen doet vertieren, en dezelve van het

nodige voorziet, eene onafhangelyke Staat

blyve, dan dat eene machtiger Mogendheid

zich van dit Land of van deszelfs Koophandel

meester maake.

Deeze voor ons beftaan zoo gelukkige gefte

tems, kan doch niet tegen daadelyk geweld

onwrikbaar gemaakt worden, dan door

te zorgen, dat onze Land-en Zeemacht, benefiens

onze Frontieren in behoorlyken ftaat

on-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 37

onderhouden worden. Daar toe is de Republiek,

en dit vermeen Ik met zeekerheid te

kunnen zeggen, volkomen in ftaat.

Zy kan zonder haare Ingezeetenen te bezwaaren

in Vredenstyd haare Landmacht op 40000

geregelde Troupes houden, en 30 Schepen

ot 2 0

van Oorlog van 5° t bukken, tot protectie

haarer Koophandel in geftadige Equipagie

brengen; terwyl zy teffens in haare Havens

kan onderhouden 20 Scheepen van Linie,

en een evenredig getal Fregatten, om by de

eerfte gelegenheid geëquipeerd en in Zee gebracht

te kunnen worden: terwyl zy teffens

de bygeleegene Mogendheden kan fubfidieeren,

om, des noods, een goed aantal Militie te bezorgen.

Waarlyk eene genoegzame macht om

Haar geducht te maken, en om de Balance te

doen overhellen, aan de zyde voor welke zy

zich zou willen verklaaren.

Maar eilaas! hoe zeldzaam hebben de geenen

die aan 't hoofd van het bellier zyn geweest,

het belang van ons Vaderland uit deszelfs waar

oogpunt, zonder vooroordeel, befchouwt of

betracht! De fchrandere Raadpenfionaris de

Wltt, was zekerlyk genoodzaakt geweest om

te wederftaan aan 't geweld van Cromwel en

van Carelden Tweeden, onze Zeemacht in eenen

C 3 ont-


38 M E M 0 R . I E N T O T

ontzachelyken, ja, fchier ongelooflyken ftaat

te brengen: Hy heeft daar doormogelyk, de

Landmacht minder kunnen gadeflaan. Maar

niemand kan den grooten Man geheel van onvoorzichtigheid

vryfpreeken, dat Hy de Republiek

van de Landzyde fchier weerloos ge.

laaten heeft: dat Hy zich te veel in de Politieke

handelingen der Vorften gdUcen, en

ons daar door den Oorlog met Vra^kryk berokkend

heeft: dat Hy voornaamiyk oorzaak

is geweest, dat de aloude form van regeering

met eenen Stadhouder, niet heefe kunnen

weder ingevoerd worden, dan door oproer en

geweldige beweegingen: eindelyk, dat de bovenmaatige

invloed dien Hy aan Frankryk had

traehren te bezorgen, veranderd is, zoo als

dat gemeenlyk gaat, in geenen minderen van

Engeland.

Gelyk deWitfs uitdermatige vrees, van den

jongen Prins van Oranje weder in de Waardigheden

zyner Voorouderen herfteld te zien,

den Lande lchadelyk was, is de haat die Ko.

ning V/Mem den Franfchen toedroeg, en het

voorwendzel om de Republiek te doen medewerken

tot beteugeling der macht en verre

uitzichten van Lodewyk den XIV, voor den

Staat niet minder noodlottig geweest. Daar

door


o l H U D E l l I N O , I N Z i 39

door zyn wy voornaamlyk getrokken geworden

in den zoogenaatnden Succesfie Oorlog, die

met zoo veel roem gevoerd, en zoo onvoordeelig

voor ons geëindigd is: dewyl wy, na

onnoemelyke fchatten te hebben verfpüd ,

Cwaar door ons Finantieweezen gedurende

omtrent 40 Jaaren, in eenen deerlyken toeftand

geraakt is,) en, ten gevaue van onze

Geallieerden, de voordeeligfte Voorwaarden

van de hand te hebben geweezen , eindelyk ,

genoodzaakt zyn geworden, tot eene Vrede

te komen, by welke wy niets anders hebben

kunnen befpreeken, dan eene zoogenaamde

Barrière, en een weinig uitgeflrekter Frontier

aan den kant van Vlaanderen.

Het eerfte, de Barrière, verre van nuttig te

zyn heeft ons fchatten doen verkwisten, om

eens anders Vestingen te verdeedigen, en is

insgelyks oorzaak geweest, dat daar het gevaar

verder fcheen te zyn, het verfterken der

eigenlyke Frontieren in Braband en Vlaanderen,

verwaarloosd is geworden: terwyl den

Oorlog daar zynde, die afgeleegene Vestingen

welhaast voor de overmacht der Vyanden

hebben moeten bukken: daar de Krygsgevangen

gemaakte Guarnizoenen, den Staat van

Oorlog met de betaling van e*n aantal nuttel

o o z e

C 4


4° M E M O R I E N T O T

hoze manfchap bleeven bezwaaren. Ik ve*

meen waarlyk, doch onder verbetering, dalter

zyde gefield de weinige vriend-nabüurlyke

wyze op welke onlangs zyne Keizerlyke

Majefteit ons van 't bewaaren zyner Vertingen

geëxcufeerd heeft, Hoogstdezelve daar

door aan den Staat eerder dienst dan ondienst

gedaan heeft.

Wat betreft het andere ter gelegenheid der

Utrechtfche Vreede , befprooken voordeel,

naamlyk, een weinig uitgeftrekter Frontier aan

den kant van Vlaanderen; ieder weet hoe twistende

Wy een gedeelte der by het Traélaat

va/1716 afgeftaane Keizerlyke Landen bezeeten

hebben, en hoedanig Wy nu onlangs aan,

genomen hebben, ons te vreden te houden met

het geen in 1664. ons reeds was toegevoegd,

Wenfchelyk was het dan, dat door wyze

en voorzichtige fchikkingen de Republiek ,

zoo te Water als te Lande, altyd in ftaat gehouden

wierdt, om met nadruk te kunnen

handhaven, al 't geen Haar als eene fouvereiöe

en onafhangelyke Mogendheid, voornamelyk

betrekkelyk den Koophandel en Scheepvaart

haarer Ingezeetenen, de bronnen haarer

welzyn, met recht en rede, 't zy uit hoofde

van het algemeen Recht der Volkeren,

'c


O P H E L D E R I N G , ENZ. 4*

\ zy uit hoofde van wederzydfche Commer­

cie Traftaten, niet betwist moest worden,

zonder nodig te hebben Verbintenisfen aan te

gaan, by welken zy zich verpligt, te geeven

of te ontvangen zekere hulp te Land of ter Zee,

Want alhoewel diergelyke Verbintenis­

fen wederkeeng zyn, zoo zyn de gevallen

door welke andere Mogendheden in Oorlog

kunnen geraken, zoo veel meenigvuldiger dan

die welke de Republiek uit eene gewenschte

Vrede kunnen brengen, dat de kans in 't ge­

heel niet gelyk is. Ons Land, dat, zoo als

ik zoo even gezegd heb, zyn beftaan in zyne

eigene krachten kan vinden, heeft tot de an­

dere Mogendheden fchier geene andere be­

trekkingen , dan Commercieels : daar die der

machtigfte Vorften evenredig zyn aan den in­

vloed dien zy moeten of willen hebben op

den toeftand van gantsch Europa: daar komt

by, dat in eene éénhoofdige Regeering, de

grilligheden'van eenen Vorst, het denkbeeld

dat Hy zich vormt, van zyne wezenlyke of

gewaande Eer, oorzaaken tot Oorlog kunnen

geeven, die nimmer by eene Republiek plaats

kunnen hebben. Maar boven alles is het on­

voorzichtig, by eenige Verbintenis voorwaar-

den te befpreeken, die zoodanig met het be-

C 5

l a n

§


4* M E M O R I E N T O T

lang der Mogendheid van welke men ze bedingt

ftrydig zyn, dat met geene waarfchynlykheid

verwacht kan worden, dat men ze

bet geval daar zynde, gerust zal kunnen ge'

nieten.

Dit is het geen men had moeten verwachten

van het 3de e n 4de A r c. v a n h e t V £ m

^io> 4. Daar was weinig doorzicht nodig, om

met zekerheid te kunnen voorfpellen, dat

Engeland nimmer vrywillig z o u toeftaan, dat

onze Ingezeetenen, deszelfs Vyanden voorzien

zouden van *c geen deezen om den Oor-

Jog te voeren nodig hebben. Van Koningen

en Vorften te verwachten, dat zy zich naar

Traftaten vrywillig zullen fchikken, wanneer

ze met fapa belang ftrydig z y n, i s 0nbe- *

zonnen. Geen middel is 'er immer geweest,

men leeze de Gefchiedenisfen van alle tyden,'

om der Vorften ongerechtigheden tegen te

gaan, dan eene genoegzaame Krygsmacht. Wy

hebben dat te meermaalen, maar nimmer gevoeliger

beproefd, dan in den laatften Engelfchen

Oorlog. Onze redeneeringen, onze betoogen

om het onrechtvaardig en het geweldig

gedrag der Engelfchen aan te toonen,

waren fraai en gegrond: maar de klem ontbrak

'er aan: deeze kon niet gevonden worden,


O P H E L D E R I N G , ENZ. 43

den, dan in \ getal onzer Oorlogfchepen ,

e n die hadden wy niet. Het was dus we.i-

fcbelyk geweest dat men begreepen had, dat

met ons goed, ja ontwïstbaar recht met ge­

weid, doch zonder kracht of macht door te ^

zetten, niets verricht zou worden, dan onze

Ingezeetenen bloot te ftdlen, aan de met

macht en kracht gepleegde geweldige daaden

der Engelfcheu.

Wenfchelyk was het geweest, dat wy voor

het uitbarften der Onlusten, of, Engeland op

de best mogelyke wyze hadden toegegeeven;

of de zaaken dragende gehouden tot dat on-

z e' Zeemacht in beteren ftaat zou zyn: of

eindelyk, ons door Frankryk, om wiens wil­

le alleen de Oorlog begonnen wierd, laaten

toezeggen, ja daadelyk geeven , een genoeg­

zaam getal Oorlogfcheepen, dewyl wy, by ge­

brek van deezen, buiten ftaat waren, niet a leen

eenen aanvallenden Oorlog te voeren, maar

zelfs onze Kusten in Europa en onze Bezittin­

gen in de beide Indien te verdeedigen. Wy had­

den, 't is waar, of ten minften wy vermeenden

hulp en byftand te hebben befprooken van Rus­

land, Zweeden en Deenemarken, die met ons

het Tradtaat van de Gewapende Neutraliteit

hadden aangegaan: maar om daar op eenige

hoop


44 M E M O R I E N T O T

hoop te hebben kunnen vestigen, had men ten

nnnften duidelyk in fchrift, en niet in woorden,

niet in verbale toezeggingen en gefprekken

tusichen Ministers, moeten laaten bepaalen,

wat verftaan moest worden, door de woorden

van het Tracïaac, by welke men beloofde

eikanderen by te fpringen, en wanneer men

rekenen zou, het Cafus faa'eris daar te zyn.

Doch van dit alles was niets gedaan, en wy

hebben gevoeld en voelen noch, de droevige

gevolgen van die noodlottigen Oorlog.

Myn voorneemen, gelyk Ik reeds in de Ia.

leiding van dit Werk gezegd heb, is eerder het

Staat- dan Gefchiedkundig beloop, zedert het

begin tot het einde der onlusten, en eenige byzondere

gebeurtenisfen gedurende dezelven,

myne Leezers onder het oog te brengen: fmertelyk

voor alle waare Vaderlanders, zal dit tafereel

zyn: voornaamlyk als men befchouwt,

dat toen men in dien ongelukkigen Oorlog is

ingewikkeld geworden, het weivaaren van

ons Land, of van onzen Koophandel, (want

die het eene noemt, duidt het andere tevens

aan) tot eene hoogte gefteegen was, waar van

geen voorbeeld, zedert de oprechting der Republiek

te vinden is.

De middelen te water, de inkoomende en

uit-


O P H E L D ï R I N G, ENÏ, 45

uitgaande Rechten der Admiraliteiten, en het

Recht van de Waag, brachten een derde meerder

op dan naar gewoonte. Het Finantie-weezen

van Holland, was in zoodanigen voordeeligen

toeftand, door de wyze fchikkingen van

eene zuinige en geregelde beftiering gebracht,

dat de oude fchulden, te hoog gelopen door

de uitermatige kosten, die de vorige oorlogen

en voornaamlyk die der Succesfie veroorzaakt

hadden, en van welke de Intresfen,

niet evenredig waren aan 't geen jaarlyks

daar voor gefield kan worden, waren voor

«en groot gedeelte afgelost: en daar en boven

's Lands Schatkist rykelyk in voorraad voorzien.

De Oost Indifche Maatfchappy, die zenuw

van 's Lands welvaaren, die nu door den

noodlottigen Oorlog Millioenen ten achteren

is geraakt, en eene bezitting van de uiterfte

aangelegenheid heeft moeten afftaan, was niet

verre van haare oude fchulden te hebben'afgedaan,

en weder aanzienlyke uitdeelingen te

kunnen doen. Het is zeker, dat de Republiek »

in eenen allergeduchtften ftaat te brengen zoude

zyn geweest, zoo by tyds, 'c geen rykelyk

voorhanden was befteed was geworden, om

voornaamlyk haare Zeemacht, in goeden ftaat

te brengen: of te» minften dit niet, toen men

den


4^ M E M O R I E N TOT

den OoclBg reeds kon voorzien, gedaan zyn-

de, men den tyd gekavdt hadt, om intus-

fchen de Republiek door eene genoegzaame

Wapening te 'brengen, uit den weerloozen

ftaat in welken zy zich bevondt.

Aan wien is daar van de fch-uld te wyten ? zal

een vreemdeling die onze Regeeringsform niet

kent, of een Inboorling die dezelve niet ge­

noeg gade heeft geilaagen, vraagen. Geruste-

lyk kan men antwoorden aan niemand! Ik zeg

aan niemand in "t byzontkr.

Het kwaad is voornaamlyk voortgekomen

uit onze Regeeringsform; en mogelyk ook wel

uit het Cara&er onzer Natie, Dezelfde bedaard­

heid van gemoedsgeftdtenisfe die ons eigen

is, en in de dagelykfche zaamenleeving een

gerust en ftil leven doet leiden, die veel ge­

vestigd is, op liet genot van gewoonlyk ge­

noegzaame middelen van beftaan, ftaat dik>

wyls over tot onverfchilli^heid: minder vat­

baar zynde voor aandoening over zaaken die

reeds zyn, kunnen wy het noch minder weezen

over die fïöeh gen.uren moecen: en wat onze

Regeeringsform en haaren invloed op het be­

ftuur, en voo naamlyk op de uitvoering be­

treft, is 't fc ier onbegrypelyk, dat deeze

Republ 'k &b lang ^lUan, en. fchitterende •

oo-


O P H E L D E R ï N G, E N-Z. 47

oogenblikken, zelfs in Oorlogs tyden, gehad

heeft.

Zeven Landfchappen, geheel onaf hangelyk

van eikanderen, hebben ieder haar byzondere

Regeeringsform: het beftuur in dezelve is aan

meerder dan 1200 Perfoonen toevertrouwd.

Als men zich nu voorftelt, dat gewotmlyk

eerst in de byzondere Vergaderingen der Stem

in Staat hebbende Leden, en vervolgens in

de Staats-Vergaderingen, een befluit moet

genomen worden, voor en al eer de Gedeputeerdens

ter algemeene Staats-Vergadering

gelast kunnen worden, om aldaar te mogen

helpen befluiten, is het fchier onbegrypelyk

hoe noch een afkomst van zaaken kan gemaakt

worden.

Voornaamlyk is de moeilykheid om tot een

befluit te komen groot, wanneer in eene of

andere Petitie door den Raad van Staate gedaan,

Cenjent- moet gedragen worden. Zoo

de Petitie de zaaken van de Zee betreft, is

Holland dadelyk gereed; Zeeland en Friesland

draalen ook niet; ten minften voor zoo

verre by hunne Admiraliteiten hunne aandeelen

befteed kunnen worden: maar de andere

Provintien komen er niet dan fchoorvoetende

toe. Doch is de Petitie gedaan tot verbeetering

of


4


O P H E L D E R I N G , ENZ. 49

heid hebben. Een bewys van die ongefchiktheid

is, terwyl ik dit fchryf voorhanden.

By den aanbouw van fcheepen van Linie, ter

geleegenheid van den Engelfchen Oorlog, zyn

'er zes aan de Admiraliteit van Noord-Holland

te beurt gevallen: vyf zyn 'er van gebouwd,

doch de zesde hebben ze niet kunnen

in 't werk Hellen by gebrek aan Penningen.

Maar wat gebeurt 'er? Het Collegie door zich

zeiven geene middelen hebbende, om fcheepen

van kleiner Charter te bouwen, heeft tegenwoordig

vyf fcheepen van Linie, (van welke

reeds één, dat nimmer in Zee is geweest,

zoo vervuurd is, dat het zonder aanmerkelyke

reparatie onbruikbaar zal zyn,) en daartegen

maar twee Fregatten. By de Maas, daar men

mede gereedelyk aan 't bouwen van de fcheepen

van 'Linie, die men volgens de verdeeling

keveren moest, voldaan heeft, is men zoo weinig

van Fregatten voorzien, dat men een Vyftiger

heeft moeten equipeeren, om op de Oost-

Indifchc fcheepen te kruislén, in plaats van

een Zesendertiger of Twintiger, die daar gewoonlyk

toe gebruikt worden.

Van de achterlykheid der Bondgenooten, in

het voldoen van 't geen zy behooren toe te

brengen tot de algemeene befchenning, vindt

L DEEL. O men,


5° M E M O R I E N T O T

men, van de eerfte tyden der Republiek af, g efladige

voorbeelden; getuigen de vermaningen

van den Raad van Staate by het doen der Petitiën:

en om van die eerde tyden niet te fpreeken,

zullen wy alleen kortelyknagaan, hetgeen

zedert de laatlle 50 Jaaren deswegens, door den

Raad van Staate, den Bondgenooten is voorr

gehouden, en wel byzonderlyk aangaande het

Zee weezen.

In de Petitie van 1725 (p. m. 20) zegt de

Raad, na dat Hy te voren geklaagt had, over

den Hechten toefland der Militie, verwaarlozing

der Vestingwerken, Hechten ftaat

der Magazynen, en achterlykheid der Bondgenoten

in het opbrengen der nodige Subft.

dien: „ dat zedert het einde van den laatften

„ Oorlog, wanneer de navale macht, ver be-

„ needen het getal van Scheepen was waar uit

., die behoorde te beftaan, dezelve nog zoo

„ zeer verminderd is, dat 'eronderdeCollegien

„ ter Admiraliteit zyn, welke geen één fchip

„ zouden kunnen in Zee brengen: en dat

„ misfchien geen twee Collegien hun Contin-

„ gent zouden kunnen leeveren, in een Es-

„ qua'der van importantie, men zwyge van

„ eene Capitale Vloot."

Aanmerkelyk is 't geen in de Petitie van

wel-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 5*

welke, zoo ik my niet bedrieg, de toenmaalige

Thefaurier Generaal en daar na Raadpenfionaris,

de fchrandere van Slingeland, de opfteller

geweest IS, gezegt wordt, namelyk „ dat

„ zedert 2o Jaaren, of zedert het overlyden

„ van den laatften Admiraal Generaal, de ge-

|, nerale Direftie of Super - Intendentie der

zaaken van de Admiraliteit veel manker

gegaan heeft dan te vooren: gelyk trou-

, wens niet anders zyn kon, doordien op

geenerleie wyze voorzien was, tegen het

" d efed in de generale direftie, fpruitende

* uit het misfea van eenen Amptenaar, wel-

* k e het Hoofd was van de Collegien ter

„ Admiraliteit, en van een ieder derzelve,

„ volgens het 2de Art. van hunne Inftruc-

„ tie." (a> £

O») Zoo 'er eene beftiering in de Republiek is, in welke

de daadelyke invloed van een Hoofd noodig is, is het die

der Admiraliteiten; de geftadige verwisreling, die maakt

dat de Gedeputeerden de noodige kunde niet kunnen ver-

krygen. of die verkreegen hebbende, van dezelve een

nuttig gebruik te maken; de gewoonte van die Commis-

fien te befchouwen als voordeelige pesten, de byzondeie

Stedelyke belangen: de verfchillendheid in de onderfchei-

dene huishoudingen der Collegien: de tegenftrydigheden

die daar uit voortvloeijen in de algemeene beftiering, en

Da • w«


52 M E M O R I E N T O T

In de Petitie voor dén Jaare 1738, wordt

gelyk in alle de voorgaande , geklaagd, over de

traagheid der Bondgenooten in het betaalen

hunner verfchuldigdeg««wj; als mede over de

verwaarloozing der Fortificatiën en Magazynen:

en wat de Zee betreft, „ dat de na vale

„ macht in zoodanig verval was, dat dewyl de

» ordinaire middelen der Admiraliteiten niet

„ konden toereiken tot betaaling van zwaare

„ en krytende fchulden, en tot voldoening van

„ interesfen en aflosfing van opgenomene Ca-

„ pitalen, geene Equipagiën gedaan wierden,

„ dan eenige geringe uit het Last-en veil geld:

h ja dat in geen dertig jaaren tot aanbouw

„ van

wat des meer is, maken dat het allerwenfchelykst zou

zyn, dat de Admiraal Generaal niet afgetrokken wierdt

door deszelfs menigvuldige bezigheden: het zou dierhal-

ven een allergrootst geluk voor de zaaken van de Zee zyn

dat terwyl de oudfte der twee Printen zich toeleide op

de Militaire zaaken te Lande, om i'èeMgen tyde op 'c

fpoor zyner doorluchtige Voorouderen, over 's Lands Ar­

meen in perfoon te kunnen gebieden, Prins Fredrik aan

't hoofd der Marine, als Reprefentant van zynen Hoer

Vader, gefield wierdt: en daar door verkreeg de noodige

kennisfe en hoedanigheden om te geljk de huishoudely-

ke zaaken van de Zee te beituuren, en om tenens by

tyde en wyle den naam van Orange Nasfau, z o roemruch-

tig ter Zee te maken, als zy zedert zoo veele eeuwen

te Land is.


O P H E L D E R I N G , ENZ. 53

„ van fcheepen iets gepetitioneerd, veel mm

„ gecontribueerd was.

Alhoewel vervolgens alle de Petitiën dezelfde

klachten en vermaningen inhielden,

hebben zy doch niet kunnen uitwerken, dat,

toen men in den jaare i 743 in Oorlog raakte,

de Vestingen in goeden ftaat, de Magazy'nen

wel voorzien, het Leger en de Navale

Macht op eenen goeden voet waren. Hier

in 't breede, 't geen deswegens in de Staats-

Registers gevonden wordt, te willen affchetfen,

zou ons te ver brengen: 't is genoeg bekend,

dat het noodlottig verlies in dien tyd

van zoo veele Sterktens, voor een gedeelte ten

minften, aan die verwaarloozing is toegefcbreeven:

en dat de ongelukken ia dien Oorlog

de Republiek overgekomen, den weg gebaand

hebben tot de Staatsverwisfeling, die in 1747

op eene zeer ongefchikte wyze heeft plaats .

gehad.

Maar zoo men in Stadhouderlooze tyden

de gebreeken van onze Conftitutie, voornamelyk

aangaande de zaaken der algemeene

verdeedtging, en al wat daar toe behoort, en

in 't algemeen eene verregaande traagheid,

dikwyls voortkomende uit Provintiaale belangens,

ondervonden heeft, is 't in dit opzicht

j) 3 niet


54 M E M O R I E N TOT

niet veel beeter gegaan, toen wy eenen Stadhouder

hadden.

In 1750 klaagde de Raad van Sraate, dat,

in eene Petitie van drie millioenen, gedaan

tot noodige reparatie van Vesting- en Zeewerken,

Utrecht, Friesland en Groningen, in

't geheel niet, of zeer geclaufuleerd geconfenteerd

, en Gelderland en Holland noch maar zeer

weinig hadden betaald: dat op de voorige

Petitiën tot onderhoud der Vestingwerken,

de betaalingen zoo gering waren geweest, dat

die van Bergen op Zoom noch in den zelfden

toeftand waren, als toen die Vesting door

de Franfchen ontruimd was: dat de Petitiën

tot aanvulling der Magazynen, van welke de

voldoening, aangezien het ontzachlyk getal

gefchut ons in den Oorlog ontnomen, zoo

hoognodig was, even onbetaald bleeven:

eindelyk, dat het Comptoir Generaal van de

Um'e, in eenen zoo beklaaglyken toeftand

was, dat het gefchapen ftont, dat niet alleen

de verfchuldigde fubfidiën, by Tradiaten

in den laatften Oorlog aan onderfcheidene

Mogendheden beloofd, niet betaald zouden

kunnen worden, maar zelfs niet de Interesfen

der ten behoeve van de Unie opgenomene

gelden.

In


O P H E L D E R I N G , ENZ. 55

In welken beklaaglyken toeftand van defen-

fie de Republiek was, toen in 175*

d e o n

eenigheden tusfchen Frankryk en Engeland

op het punt ftonden van uit te barften, en er

reeds dadelykheden waren gepleegd, kan men

zien in het advys den 9 July 1755» en in de

generale Petitie voor 1756, door den Raad

van Staate ter Algemeene Staatsvergadering

overgegeeven.

In de Petitie voor het volgende Jaar 1757

wordt dezelfde toeftand voorgefteld: en aan­

gedrongen, dat de Provintiën hunne behoor-

lyke Confenten zouden inbrengen op de Peti-

tiën van i 744 en 1747voor het zoo noo-

dig herftel der Vestingwerken, en aanvulling

der Magazynen: en tot die van 1741 tot den

aanbouw van de boog benoodigde Scheepen van

Linie.

De Petidën voor de volgende jaaren 1758,

1759, 1760, 1761, 1762,176 3,i76 4en1765,

(in welke twee laatfte, aan de Bondgenoo-

ten wordt voorgefteld, het bepaalen van eene

jaarlykfche Equipagie ten kosten van de Pro­

vintiën , boven 't geen de Collegien ter Ad­

miraliteit uit hunne eigene inkomften kun­

nen doen) zyn opgevuld met vertooningen

wegens de achterlykheid in de Confenten en

D 4

'

b c

"


' M E M O R I E N T O T

. betaalingen, en met aanmaaningen totbeetering.

In de bekende Petitie voor i 766 , toen

de meerderjarigheid van den tegenwoordigen

Prinfe Erf-Stadhouder na by was, opgefteld dooiden

Heer Thefaurier Generaal Hop, (wiens

naam ik met hoogachting voor zyne bekwaamheid,

met eerbied voor zyn moreel Caraöer

en met aandoening uit hoofde der vriendfchap,

' met welke Hy my vereerde, noem) ffelt die'

uitmuntende Minister den Bondgenooten voor

oogen, dat dewyl, by gebrek aan gemeen

confent en genoegzaame betaaling, aan de Petitie

van 1741 voor den aanbouw van «25 Oorlog

Scheepen, niet heeft kunnen worden vol

daan, en dat de Scheepen tut de gedaane kleine

fourmsfementen aangebouwd, verfleeten, ge/loopt

of anderzints verhoren waren , het hoognodig

zou zyn, wilde men 's Lands gerino- e Zee

macht in ftaat houden, eene nieuwe Petitie

te doen, doch dat men zich n i e t vleien

kon, dat dit eenigen ingang by de Provinciën

zou vinden ; terwyl pndertusfehen, door de -

gebrekkige fournisfementen der Provintiën

op de Petitiën van 1744 én 1747, de Raad

van Staate buiten ftaat was geweest, de Fortificatiën

en Magazynen in behoorlyken ftaat te

brengen.

In


O P H E L D E R T NO, ENZ. 57

In den Brief van H. H% M. M. van den 31

Dec. 1776, dienende tot geleide van de Petitie

van den Raad van Staate voorliet volgend jaar,

zeggen zy, dat de Staat zich bevond, zonder

genoegzame Landmilitie en Oorlogfcheepen;

met zwakke Frontieren en zonder Voormuur.

Zedert 1741 was geene Petitie tot buitenge-

woone Equipagie gedaan dan in 1770: in welke

Gelderland, Zeeland en Utrecht nooit toege-

ftemd hebben: en in 1771 eene, groot ƒ407 8508.

tot aanbouw van Scheepen, wepke eindelylc

m 1778 wel geconcludeerd was (a), doch daar

de Bondgenooten heden noch ƒ 507582. crp

fchuldig zyn. In 1773 , was ƒ 388800. gepeti­

tioneerd , voor een Equipagie van6Scheepen;

(0) Deeze fom is de eenigfte dewelke zedert 1741,

toen eene Petitie voor den aanbouw van 25 Sc'ie^pen

vaH Oorlog gedaan was (aan welke aanbouw, gelyk wy

zoo even gezien hebben, zoo by gebrek van confent als

betaling, niet voldaan had kunnen worden) tot het zelf­

de einde door den Raad vau Staite is gevraagd gewor-

den : dus heeft de Heer Capelle tot den Maysch, in zyne

aaufpraak of advys op den Gelderfchen Landdag (Jaar­

boeken 1781 b'. S81) zeer roekeloos gezegd: Is het niet

opmerkelyk, dat, na zedert jaaren hent>aard>byna owoe-

mehke fchatten tot d.n aanbouw van Scheepen te hebben ge •

Jpetideerd.evenwel'onzeMarine niet ts'reikende heeft'kunnen

worden, om onze Commercie en Navigatie te befchermen.

D 5

in


58 M E M O R I E N T O T

i n l

77$ f 6-53300, voor een extraordinaire

Equipagie: en in 1776 ƒ 670740. voor de

Equipagie van dat jaar. Deeze Petitiën zyn

alle wel geconcludeerd geworden, doch de

Provintien zyn op dezelve, hoe gering ze

ook geweest zyn, noch ƒ 159928. fchuldig.

Uit deeze korte fchets kan afgeleid worden,

hoedanig het beftuur over zaaken, die 't gantfche

Bondgenootfchap aangaan, en onder welke

de algemeene defenfïe zekerlyk de voornaamfte

is, altyd gebrekkig is geweest. Het is eene

verouderde kwaaie; en geene naïver befchryving

kan daar van gegeeven worden, clan de

geene die men leezenkan, in het kort Verhaal

van wegen den Landraad aan degeneraaleStaaten

overgegeeven den 21 September 1584.

Aanmerkelyk is het, dat onder de gebreeken,

dewelke door den Landraad worden opgegeeven,

als oorzaaken van 's Lands flecht

beftuur, het confenteeren der Provintien in

de Petitiën, met voorbefcheid zoo verre alle de

andere van gelyken deeden, opgenoemd wordt.

Dat gebrek, of er niet al genoeg waren, is als

vernieuwd, zedert, dat eerst Gelderland, en

op deszelfs voorbeeld, behalven Holland, alle

de andere Provintien, zedert 5 a 6 jaaren

weigeren, offchoon zy confent gedraagen hebben,


O P H E L D E R I N G , ENZ. 59

ben, eenige betaaling te doen, ten zy de Petitiën

geconcludeerd zyn geworden: daar doch in de

voorige Eeuw, en in deeze tot evengem. tyd

toe de Provintien nimmer zwaarigheid hebben

gemaakt, betaalingen te doen, zoo dra zy geconfereerd

hadden. Ik vermeen zelfs, dat gedurende

de gantfche Succesfie oorlog, geene extraordinaire

Petitie gedaan is, in welke alle de

Bondgtnootengeconfenteerdhtbloen, en dus geene

geconcludeerd is geworden: terwyl doch de

geconfenteerd hebbende Provintien geftadig

de betaaling, dadelyk op haare toeftemming,

hebben laaten volgen.

Ik erken zeer gaarne dat volgens recht, ja

feillykheid, alle die in dezelfde zaak belang,

of tot deszelfs behoud zich verbonden hebben,

gelykelyk behooren te contribueeren: maar

zoo eenige onwillig zyn, is 't dan het belang

der anderen de gemeene zaak verlooren te laaten

gaan? Wat zou er van de Republiek geworden

zyn, zelfs in deeze laatfte tyden, zoo

Holland het zelfde Syftema had aangenoomen,

en niet had willen betaalen, dan op Petitiën

in welke alle de Bondgenooten hadden toegeftemd,

en gelykelyk ieder voor deszelfs

aandeel willen betaalen: en zoo deeze Provintie

haare Gecommitteerde Raaden ftiptelyk

ge-


CO M E M O R IE N T O T

gehouden had, aan het 36*. Art. van derzelver

Inflruclie, alwaar geboden word, te letten dat

de fournisfementen op de Petitiën in gelykheid> en

in proportie van de andere Provintien gefchieden !

En waarlyk dit alleen zou genoeg zyn om

te bewyzen, één der voornaamfte oorzaaken

van 't verval der zaaken, dewyl het zeker is,

dat wanneer de Provintien geene betaalingen

doen, en alles op ééne Provintie laaten aankomen,

de zaaken niet kunnen bevorderd worden.

Toen in 1773 de oneenigheden tnsfchen Engeland

en Frankryk ontftaan. waren, en het

zeer waarfchynlyk was, dat de Staat daar in

betrokken zou worden, en men dus bedacht

moest zyn, om zich ten minften in ftaat van

'tegenweer te ftellen, wierdt men we! eenigzints

wakker, maar men kon doch niet ïpoedig tot

een befluit komen. Men twistte zedert 1771

over een Plan van vermeerdering van Landen

Zee-macht, zonder zich te kunnen verftaan.

De gantfche vermeerdering zou jaarlyks bedragen

circa ƒ 1500000. Holland wilde er

ƒ 700000. van hebben voor de Marine, en

daar van, eene vaste post op den ftaat van Oorlog.

Zyne Hoogheid had getracht, en was

ook daar in geflaagd, de andere Provintien te

over-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 6l

overreeden, om jaarlyks voor de Admiraliteiten

ƒ 6oocoo. toe te ftaan; maar Holland

was daar niet mede te vreden. Daar was dus

niets van gekomen, en de Republiek was zonder

genoegzame Land-macht, ten minften zoo

eenige vermeenden, en zekerlyk zonder noemenswaardige

Zeemacht gebleeven.

Eindelyk doch hadden alle de Provintien,

behalven Zeeland, in 1777 toegeftemd

in eene Petitie van ƒ 2640960. tot aanbouw

Van Scheepen: en alle, geene uitgezonderd,

in eene andere van ƒ 1800000. tot reparatie

van Scheepen en aankoop van Materialen:

En in 't volgende jaar van 1778 confenteerden

weder alle in eene van ƒ 1995840. voor

de helft in een Equipagie van 32 Scheepen.

Maar hoe zeer de Staaten van Holland, dadelyk

voldeeden, aan 't geen van hun uit

hoofde van gemelde Petitie geëischt wierd, zoo

bleeven de andere Provintien achterlyk. Friesland

alleen deedt op de laatfte Petitie eenige

betaalingen ten behoeve van haare Admiraliteit

(a).

In 't volgende jaar 1779 wierdt door

den Raad gedaan eene Petitie van ƒ 1500000.

tot

(a) Advys vaa den Raad van Staate op de Petitie

vaa 1778.


6z M R M O R I E N T O T

tot aanvulling der Admiraliteit» Magazynen:

en in 1780 eene groot ƒ 2623590. tot Equipagie

van 52 Scheepen. Op deeze volgde

de toeftemming van alle de Bondgenooten:

doch de eerfte wierdt niet geconcludeerd.

Maar offchoon tot alle de gedaane Petitiën beiloten

was geworden, wat zou dat hebben

kunnen baaten ? Hoe kon verwacht worden,

dat in den vervallen toeftand waar in de Marine

was, zy in den tyd van twee jaaren

zou kunnen in ftaat gebracht worden, om

eenigzints het hoofd te kunnen bieden aan

eenen machtigen vyand? De Admiraliteiten

hadden reeds in 1779 (V) geadvyfeerd, dat

wilde men de navale macht in eenen tamelyken

ftaat brengen, 10 Scheepen a 70, 24 a6o ,

7 a 50, en 5 a 40 ftukken aangebouwd moesten

worden: en toen de Oorlog in 1781 een

aanvang nam, was daar fchier niet aan begonnen

, men zwyge van verricht.

De Raad van Staate had wel reeds in 1771

eene Petitie van ƒ 4078508. tot aanbouw van

54 Scheepen van Oorlog gedaan: en alle cte

Bondgenooten hadden eindelyk in May 1778

daar in geeonfenteerd: maar het blykt uit de

(a) Praradvys der Admiraliteiten 10 Maart 1779,

be-


OP H E L D E R I N G , ENZ. 6g

berichten, den 6, 7 en 21 Augustus, den 25

en 28 September aan Hun Hoog Mog. gegeeven,

hoe weinig daar in gedaan was. By de

Maas waren voltooid 1 Schip a 60, en 1 a 50

{lukken : t'Amfteldam 2 Scheepen a 64, en 2 a

50 Hukken: in Zeeland 1 Schip a 50 Hukken : en

in Friesland, was een nieuwe Vyftiger in Commisfie

gefield, doch in den Balg by't kielen gezonken.

Deerlyk vvaarlyk wordt de ftaat van onze

Navale macht by evengem. berichten voorgefteld,

zonder dat de fchuid daar van aan de

Collegien kon gegeeven worden. Zy vertoonde

dat „zedert 1741 er geene Petitie veel min

„ Contributie tot eenigen aanbouw gedaan was:

„ Dat de Admiraliteiten hadden noch geld noch

„ behoorlyk voorziene Magazynen. Dat zy uit

„ haare eigene en gewone inkomften kwalyk

„ hadden kunnen goedmaken, de nodigeonkos-

„ ten voor de jaarlykfche kleine Equipagien,

„ en eenige weinige Fregatten kunnen aanbou-

„ wen; Dat de meeste buiten ftaat waren, hun-

„ ne groote Scheepen te onderhouden, en de

„ Magazynen behoorlyk te voorzien. En dat

,, van deeze achterlykheid, van deeze traagheid

„ der Bondgenooten één der gevolgen was, dat

„ dewyl geene Equipagien en geene Aanbou-

„ win-


64 M E M O R I E N T O T

„ wingen gedaan wierden, het Scheepsvolk en

„ Scheepstimmerlieden verloopen waaren."

In deezen noodlottigen toeftand heefi het

niet ontbroken aan Lieden , die denzelven aan

ilinkfche oogmerken hebben toegefchreeven.

't Is niet te ontkennen dat het by veelen inge^

worteld denkbeeld, voortgekomen uit de langdurige

verbintenis met Engeland, dat het'belang

der Republiek vereischte, dat zy met die

Mogendheid nimmer moest breeken, gevoegd

by een als ingebooren vooroordeel tegen de

Franfchen, oorfprongelyk uit alle de Oorlogen

ons door die Kroon, en voornamelyk in 1672

aangedaan, mede gewerkt heeft, om den yver

om zich in ftaat te ftellen van onbefchroomd

het ongenoegen der Engelfchen te kunnen ondergaan,

eenigzints te verdooven. Maar als

men zonder drift en vooroordeel befchouvvt

't geen ik te vooren op 't ftuk van onze'

Regeeringsform, en de befluitéloosheiduit


O P H E L D E R I N G , ENZ. 6 5

0f nooit, zaaken van gewicht, wanneer eene

tegenftrydige wyze van denken plaats heeft,

met die bedaardheid en onpartydigheid behandeld

worden, als 't algemeen belang zou vereisfchen.

Menfchen zyn en blyven Menfchen:

de eerlyktten, wanneer zy overtuigd zyn het

beste voor te hebben, gaan dikwyls te ver; en

hun einde pryzenswaardig zynde, zyn ze meerendeels

te toegeevende in de middelen om tot

dat einde te komen. Mooglyk hebben de geenen

die het breeken met Engeland als noodlottig

voor den Staat aanzagen, niet fterk genoeg

aangedrongen eene waapening, die alleen

dat breeken hadbehooren mooglyk te maaken:

misfchien hebben de geenen die moede

waren langer het Politiek Sistema van de Republiek

geheel van Engeland te zien afhangen,

en daarom Frankryk wilden toevallen, met te

veel drift doorgezet, 't geen tot het bereiken

van hun doelwit kon dienen, en verzuimd op

te merken, dat het oogenblik allerongunfhgst

was: dat ongewaapend tegen gewaapenden ten

ftryde te gaan, hoe rechtvaardig de zaak weezen

moge, alleen roekeloos en geenzints dapper

noch roemwaardig is.

Voor my, ik erken rondborftig, dat de invloed

die het Hof von Lonüon hier te Lande

T R had,

li DEEL. u


66 M E M O R I E N T O T

had, my dikwyls bovenmaatig is voorgekomsn;

en dat ik gaarne de Republiek van die

afhangelykheid zou hebben gezien ontflaagen^

dat ik tot dat einde zoo veel mooglyk zou

onderfteund hebben, alle de door den Raad van

Staate voorgeftelde middelen, om de Landen

Zeemacht, mitsgaders de Vestingwerkenen

Magazynen by tyds in goeden ftaat te ftellen:

al was het eens geweest, met eenigetoegeevendheid

voor eene vermeerdering der

Landmacht: offchoon, eensgefteld, die der

Zeemacht noodzaaklyker was. Maar zoo ik

daar in niet naar wensch had kunnen flaagen,

zou ik nimmer de hand hebben geleend, aan

het neemen van Refolutien, die by gebrek

aan macht, niet konden volbracht worden:

nimmer zou ik eene Refolutie tot het verleenen

van onbepaalde Convooijen hebben helpen

neemen, dewyl men daartoe buiten ftaat

was , en by na zeeker kon zyn, dat 's Lands

Vlag onteerd, en de Koopvaardy-lcheepen genomen

zouden worden: en dat men, in plaats

van die aangedaane oneer en gepleegd geweld

te wreeken, zich eenen allerfchaadelykften oorlog

op den hals zou haaien. Nimmer zou ik

hebben willen meedewerken, om ons Land

van het politiek juk der Engelfchen, onder dat

der


O P H E L D E R I N G , ENZ. 6?

der Franfchen te brengen: om ten gevalle

van eenige weinige Kooplieden, het welzyn

van alle de anderen, in de treffendfte verliezen

te doen verkeeren: om den zeetel der Koop •

handel van dit Land naar elders over te brengen:

om tot andere Natiën te doen overgaan,

die vervoering van Koopmanfchappen, die

w y tot dus verre meest alleen gedaan hadden

: om onze weerlooze Colonien in de handen

der vyanden zonder flag of ftoot te doen

vallen: om den Handel en Scheepvaart van

onze Compagnien te doen ftil ftaan, en dcrzelver

bloeiienden ftaat in eenen allerdeerlykften

voor den Lande en haare deelgenooten

te doen veranderen: om ten gevalle van een

nieuw Gemeenebest, en op de gewaande voordeden

van eenen nieuwen Tak van Koophandel,

den toenmaals allerbloeijendften handel

te doen ftremmen, en toe te geeven aan de inbeelding

opgekomen in de verhitte harfenen

van zommigen, die ons uit America goud

beloofden: om een Tractaat van eene zoogenaamde

Gewaapende Neutraliteit te fluiten met •

Moogendheden, die men niet verwachten kon

(dewyl zy genoegzaam zeker waren dat haare

Ingezeetenen niet zouden ontrust worden, en

dierhalven geen belang hadden in oorlog te

E % "ee-


63 M E M O R I E N T O T

treeden) dat zy alleen uit grootmoedigheid en

aankleeving der Traéïaten, om onzent wille,

den Koophandel en Scheepvaart haarer Inge'

zeetenen, en 't vertier van hunne Produften

zouden opofferen.

Ik erken zeer gaarne dat de weg van handeling

dien de Provincie van Zeeland (*) wilde

hebben ingeflagen, na de infolentien en geweldeuaryen

der Engelfchen, niet zeer eerlyk zou

zyn geweest. Ik erken meede, dat daarentegen

de reedenen in de Ref: van haar H. H. M, M.

van den 6 Feb: bygebracht, op haar zelve befchouwd,

gegrond waren. Maar wanneer men

de Eer van eenen Staat ,wil ophouden, moet

men ook de middelen daar toe by de hand

hebben: die niet hebbende, gelyk wy ze niet

hadden, loopt men gevaar, en wy hebben 't

ondervonden, met d'eer te wülen handhaaven

met dan oneer te behaalen.

Zoo myne gevoelens niet overeenkomftig

zyn met hst geen ik myn Vaderland verfchuldigd

ben, ben ik in eene beklagenswaardige

dwaaling, maar doch ter goedertrouw, geweest.

Met het tegendeel te hebben willen beweeren

, of my niet overeenkomftig te hebben

gedraagen, zou ik, beiden, myn geweeten en

,,V_ „ myn

(. ; Kef; geu: 8, 22 en 29 Febr.


O P H E L D E R I N G, ENZ. 69

myn oordeel geweld hebben aangedaan. De

innige overtuiging der waarheid van het geen

ik tot dus verre heb ter nedergefteld, en de

aandoening met welke ik befchouwde de onheilen

die myn Vaderland overkwamen: het

verlangen om zoo veel in my was wech te

neemen de binnenlandfche oorzaaken van t

kwaad : myn Vaderland te redden uitdennoodlottigen

ftaat, in welken het gebracht was, en

daar toe, naar myn inzien, de beste middelen

te beraamen, is het eenigst richtfnoer van myn

gedrag, en myn eenigst doelwit geweest. Het

tafereel dat ik onder het oog myner Leezers

zal brengen, zal hun in ftaat ftellen om te beflisfen

hoe ik beoordeeld moet worden. Dit

vermeen ik met gerustheid te kunnen zeggen,,

dat in fteede van de onftandvastigheid met

welke eenigen my befchuldigd hebben, ik nimmer

van Siftema veranderd ben, en de binnenen

buüenlandfche zaaken altyd met het zelfde

oog befchouwd, en ook my overeenkomftig

gedraagen heb.

Toen in het jaar 1778 de oneenigheden tus-

fchen Frankryk en Engeland op het punt ftonden

van tot eenen openbaaren oorlog uit te

barften, wierd ik door den Heer Griffier Fagel,

uit naam van den Engelfchen Ambasfadeur Rid-

E 3

d e r


7° M E M O R I E S TOT

der Yorke verzocht tot een gefprek met deezen

Heer. Ik verfchoonde my in 't eerfte uit

hoofde, dat in geene byzondere Post van regeering

zynde, my met geene regeeringszaaken

kon moeijen, en ook niet den minften

invloed had: één en andermaal nochtans daar

over weder aangefproken zynde geworden,

nam ik het aan, en ontmoette den Heer Ambasfadeur

op den 14 April, in het kamertje van

den Heer Griffier: alwaar in fubftantie het volgende

verhandeld wierdt.

Zyn Excell. begon met mytevraagen: „ 0f

„ het weder zou zyn als in den voorigen Oor-

9, log, in welken men over de Navigatie van

9, de Onderdaanen der Republiek zoo veel g e.

» twist en zoo veel papier vuil gemaakt had ?"

Ik antwoordde, „ dat zulks veel van Enge-

„ land zou afhangen; dat zoomen de handel-

„ dryvende Ingezeetenen van de Republiek in

„ haare wettige Navigatie, zoo als dezelve hun

volgens de Traftaten toekwam, wilde ont-

» rusten, men niet moest verwachten, dat van

» deeze gewillig Z Ou worden afgezien: dat niet

9S dan gellaadige klachten en twisten konden

„ verwacht worden , byaldien de Engelfchen

» gelyk in den voorigen Oorlog, weder wiln

Ó

W Metten, den yryen Vaart en Handel

» PP


O P H E L D E R I N G , ENZ. f%

op de Franfche bezittingen in America."

** De Ridder kwam aanftonds op de Tractaten

van 1674 en 1678. Hy ftelde als ontwyffelbaar

dat uit hoofde van het één, het Secours

kon'geëischt worden: doch voegde daar by,

dat byaldien zyn Meester, uit eene byzon-

" dere toegeevenheid, en wetende, dat der

" Republiek geen Oorlog leek, van het vraa-

" g e n van het Secours afzag, Hoogstdezelve

" zich als dan vleide, dat de Staaten niet zouden

ftaan, op het geen by het Travaat van

1674. wegens het vervoeren van Scheeps-

" materialen, befproken was: maar dat betref-

" fende de Vaart op de Franfche Manden,

" Z Vn Meester niet zou kunnen toelaaten, dat

" dezelve, gedurende den Oorlog, onverhin-

Z derd gefchiedde, dewyl zy in vreedenstyd

verboden was.

Ik repliceerde daarop, „ dat Ik my op het

niet of al beftaan van 't Cafus foderis met zou

l uitbaten, om met zyn Excell. daar over m

geen gefchil te geraaken, maar dat hetbeletten

van het vervoeren van Scheepsmatena-

" len, ingevolge het Traöaat van 1674, eene

" onrechtvaardigheid zou zyn, dewyl men de

" Ingezeetenen van de Republiek, daar door

zou ontzetten van een voordeel, dat oor-

" E 4 fpron-


7% M E M O R I E N T O T

„ fprongelyk, en ten tyde van 't fluiten van

» gem. Traétaat, ten behoeven der Engelfchen

„ bedongen was, en van 'c welk zy het genot

„ gehad hadden: maar dat gefield, men al eens

„ wilde trachten eikanderen over 't een en 't

" a n d e r t e

verllaan, alle poogingen deswegens

„ nutteloos zouden zyn, byaldien men alhier

e e n e

» §'

gegronde hoop kon vestigen, op ee-

>, nen onbelemmerden handel op de Franfche

„ bezittingen, geduurende den Oorlog.

Hier meede wierdt het gefprek dien dag af-

gebroken: doch den volgenden, of eenige da-

gen daar na, dat my oritfchoten is, weder dooi­

den gem: Ridder verzocht zynde, zeide zyn

Excell. my toen „ dat by nadere bedenkinge

„ Hem was voorgekomen, dat byaldien door

„ de Republiek wierdt afgezien van de flipte

" n a k o i

§ van het Traclaat van Ï6 7 4, zyn

~H Meester zich als dan veel gemakkelyker zou

M betoonen, aangaande de bewuste Vaart op

>, de Franfche bezittingen." Ik weder heb­

bende voorgewend, de weinige verwachting-

die er kon weezen, dat de Staat zou toegee-

ven een recht, denzelven by een Solemneel

Traclaat befproken, repliceerde zyn Excell.

» r

Z y n M e e s t e r n i e t

eischte, ten minften

* ***/«* «iet, eene volftrekte vernietiging

„ van


O P H E L D E R I N G , ENZ. 73

„ van gein. Tvaclaat, of van de Articulen in

„ gefchü: maar dat terwyl de Koning tot be- •

„ houd van de goede harmonie niet zou aan-

„ dringen op het leeveren van 't Secours, 't

„ geen zyn Majefleit vermeende ingevolge de

„ duidelyke letter van het ïractaat te kunnen

„ eisfchen, en zoo min mooglyk zou belem-

„ meren den Handel en Vaart der Ingezeéte-

„ nen van den Staat, op de Franfche bezittin-

„ gen in America, het Hem Ambasfadeur

„ voorkwam, dat de Republiek ook van haar

„ kant eene gelyke blyk van haar geneegen-

„ heid tot behoud der goede verftandhouding

„ zou kunnen geeven. Dat het punt in quasr

„ tie, het vervoeren van Scheepsmaterialen,

„ tot een punt van onderhandeling tusfchen

„ de twee Naden zou kunnen gebracht wor-

„ den, om te trachten eikanderen deswegens

,', te verftaan, of noodige fchikkingen te maa- -

ken:'terwyl geduurende deeze handelingen,

het voeren van zoodanige Scheepsmateria-

'„ len naar vyandlyke havens, zou blyven als

„ opgefchort".

Ik vertoonde toen, „ dat te handelen over

„ zoo een onbetwistbaar punt, als dat van

„ 't vervoeren van Scheepsbehoeftens, my

„ voorkwam te kunnen doen fchynen, als of

E 5 Wy


74 M E M O R I E N T O T

„ Wy hetzelve als eenigzints twyffelachtig

„ befchouwden: ten zy men teffens handelde,

„ over eenig punt den Engelfchen niet min-

„ der onbetwistbaar toekomende: als , by

„ voorbeeld, de beruchte Acte van Navigatie.

„ Zyne Excell. fcheen de gegrondheid dier

„ aanmerking niet te kunnen ontkennen."

Deeze naadere opening van den Heere Ridder

kwam my voor te zyn van zoodanigen aart,

dat ik my verplicht achtte, daar van aan Lieden

die invloed hadden in 't befHer van's Lands

Zaaken, kennis te geeven. Ik deelde den Ambasfadeur

myn voorneemen meede, na alvoorens

doch te hebben gevraagd waarom zyn Excell.

zelve daarover niet de Ministers van den

Staat had aangefproken. Waarop my antwoordde

„ dat dewyl de Stad van Amfteldam daar

„ het meeste in betrokken was, Hy vermeend

„ had allereerst haare denkwys te moeten in-

„ neemen; en doordien onder de Regenten

„ geene andere kennisfe had, die hy oordeelde

„ tot zoodanige opening van zynen 't wegen

„ gefchikt te zyn, dan my, Hy zich daarom

„ aan my geaddresfeerd had."

Ik nam dan voor, by de eerftegeleegenheid,

het voorgevallene met den Engelfchen Ambasfadeur,

aan den Burgemeester Temminck, die

toen


O P H E L D E R I N G , ENZ, 75

toen het voornaamfte Crediet in Amfterdam

had, meede te deelen. Het voorgeftelde kwam

my voor ten minften in aanmerking te moeten

koomen, voor dat men tot het weigeren van

het Secours, of het vorderen van de ftrikte

nakoming van het meergem. Tradaat van

1674 befloot, en wel om reede:

1. Om de omftandigheden in welke de Republiek,

betreffende haar navale macht, zich

bevondt, dewyl de Admiraliteiten onvoorzien

waren van Scheepen en Scheeps behoeftens;

en onmooglyk met zoo veel fpoed van het één

en 't ander konden voorien worden, indien de

gefchillen eene fchielyke rupture veroorzaakten;

en men dierhalven niet in ftaat was het

vry vervoeren van grove Scheepsmaterialen,

met kracht van waapenen te handhaaven, en

daadelyk af te keeren, het geweld dat door Engeland

zou worden in 't werk gefteld, om te

beletten 't geen met haar belang zoo ftrydig was.

2 0

. Om dat het voordeel 't welk eenige->

weinige handeldryvende Ingezeetenen zouden

misfen, door het niet vervoeren van meergem:

Scheepsmaterialen, in geene vergelyking kon

gefteld worden, met de winften die de algemeene

Koophandel zou doen, zoo de Republiek

onzydig bleef, en de Vaart en Handel op

de


76 M E M O R I E N T O T

de Franfche bezittingen onbelemmerd kon gefchieden.

3°. Om dat door het treeden in onderhandeling,^

het befprokene by het meergem: Tractaat,

niet zou worden toegegeeven; te minder,

daar men voor 't aanvangen der handelingen

zou hebben kunnen befpreeken, dat gelyk

om Engeland's wille de Staaten in onderhandeling

zouden treeden, over de voor Engeland

nadeelige voorwaarden van het Tractaatvau

1674, meede ten geval der Republiek,

nader zouden onderzocht worden, de articulen

van de voor dezelve zoo nadeelige Acïe

van Navigatie, e n getracht op die beide punten

, zich over en weder te verftaan.

4°. Om dat aangezien de handelingen van

welke het einde van zoo veele aangelegenheid

voor de Republiek kon zyn, men zich met

reede by Frankryk zou kunnen verfchoonen,

dat men voor als noch niet met kracht doorzette,

het onbepaald vervoeren van Scheepsmaterialen:

daar Frankryk ondertusfehen verzeekerd

kon zyn, dat het fecours door Engeland

niet gevraagd veel min gegeeven zou

worden: en dat intusfehen door den vryen

Vaart, welken de Ingezeetenen van den Staat

op de Franfche .bezittingen zouden hebben,

die


O ï H E L D E R I N G, ENZ. 77

die bezittingen van alles voorzien zouden

kunnen worden.

Eindelyk 5 0

. om dat in den ongewaapenden

ftaat, waarin de Republiek zich bevondt, het

allernoodigst was, eenen bekwaamen tyd voor

handen te hebben, om zich te kunnen waapenen:

waar toe men die der handelingen genoegzaam

zou kunnen gebruiken, en deeze doen

duuren of af breeken, naarmaate het belang

zulks zou vereisfchen.

De oude Burgemeester fcheen deeze reedenen

gegrond te vinden, en nam aan daar over

met andere Leeden van Regeering te fpreeken.

Of hy zulks gedaan heeft is my onbekend:

ook kan ik my niet wel herinneren, of ik Van

de bovengem: Zamenfpraak, aan andere Leeden

der Regeering kennis gegeeven heb. Zeekeris't,

dat daar niets van gekomen is: endoordien

ik weinige dagen daarna, naar Spa en van

daar naar Parys ben gegaan, en eenige maanden

uicgebleeven, niets verzuimende dewyl ik

buiten alle bewind was, heb ik geene geleegenheid

gehad, het begonnen werk te vervolgen.

My is welgezegd, dathet voordel van den

Engelfchen Ambasfadeur niet aangenomen was

geworden, om dat men vermeende dat door

in onderhandeling over het Tracfaat in quastie


7 8' M E M 0 R Ï E N T O X

tie te treeden, men den fchyn zou geeven, als

of het onbetwistbaar recht van de Republiek

in twyffel kon getrokken worden: doch, ge.

lyk ik gezegd heb, het was my voorgekomen ,

dat dewyl de handelingen over dat onbetwist'

baar recht niet zouden gefchieden, dan teffens

meede handelende over een recht den Engelfchen

niet minder onbetwistbaar toekomende:

naamlyk, dat van geene andere waaren door

de Ingezeetenen van den Staat in Engeland

te laaten invoeren, dan overeenkomftig de

Afte van Navigatie van 1651, daar uit geene

nadeelige gevolgtrekking gemaakt kon worden,

ingeval de Republiek genoodzaakt wierdt,

of goedvondt het befprokene by het meergem.

Traélaat in den ruimften zin te doen gelden.

Te minder noch, daar de Koning van Engeland

noch niet openlyk verklaard had, niet te zullen

dulden, dat grove Scheepsmaterialen door

onze fcheepen, naar zyne vyanden zouden vervoerd

worden; zoo als zyne Majefteit daarna

op den 2 November 1778 door zynen Ambasfadeur

liet doên: na welke verklaring men,

door de aanneeming van de bovengem. aanbieding

om over bet punt in qusstie in onderhandeling

te treeden, eerst zou hebben kunnen

fchynen toe te geeven , dat het zelve

min


O P H E L D E R I N G , ENZ. 79

min of meer twyffelachtig was: gelyk de Gecommitteerden

van Hun Hoog Mog. in hun

advys van 6 Nov. 1779>

z e e r w e l e n m e t r e e

"

de aangemerkt hebben Qa) : en mooglyk had

men evenwel noch des tyds, die zwaarigheid

kunnen te boven komen, met in het andwoord

aan den Ambasfadeur te laaten invloeijen,, dat

„ hoe zeer Hun Hoog Mog: vermeenden, dat

„ Hun recht ontwyfelbaar en onbetwistbaar

„ was, zy nochtans om eene blyk van hunne

„ geneegenheid tot*behoud der goede verftand-

„ houding te geeven, wel wilden beproeven,

„ of door onderhandeling zoodanige wederzydfche

fchikkingen konden gemaakt wor-

„ den, dat de Vreede tusfchen de twee Staaten

„ zoolang geexteerd hebbende,ongefchonden

„ bleeve." Maar het noodlottig tydlïip van de

Republiek fcheen niet ontweeken te kunnen

worden.

't Was op den 1 Febr. 1781, dus kort na

het uitbarften van den Oorlog, dat ik tot

Burgemeester verkoren wierd. Men wenschte

my geluk, met dat myne Verkiezing onder

gelukkiger gefternte dan die van mynen Vader

in 1746 gefchied was: toen was de tyding

van het inneemen van Brusfel, nu die van het

tee-

(«) Jaarboeken 1779 bl. 38.


3o M E M O R I E N T O T

teekenen door onze Ambasfadeurs van de ge-

waapende Neutraliteit, ingekoomen.

De meeste zagen dit Tradaat aan, als aller­

heilzaamst voor de Republiek. Alles vertoon­

de zich ook in 't begin fraai; de gewaapende

Neutraliteit fcheen een middel te zullen zyn

om de Republiek te handhaven by de Rech­

ten, die haar ontwyifelbaar toekwamen, en

die zy behoudens haare eer niet kon toegee-

ven, doch geheel buiten ftaat was alleen te

handhaaven. De hoop van eenen krachtdaa-

digen byftand uit hoofde van hetTra&aat, was

zelfs verfterkt geworden, toen de Prins Gal-

litzin op den 17 July aan Hun Hoog Mog;

kennis gaf, dat drie Rusufche Esquaders in on-

derfcheidene Zeeën zouden kruisfen; en door

dat onze Ministers te Petersburg van tyd tot

tyd, de troostlykfte verzeekeringen van de

ftandvastigheid der Keizerinne, en de goede

meening van den Graave de Panin, gaven.

Men was doch wegens het daadelyk geeven

van dien byftand niet zonder zorge: voor het

fluiten was reeds te kennen gegeeven, dat men

verlangde duidelyker, en met ronde woorden

bepaald te zien, wanneer men ons te hulp zou

komen: en voornamelyk dat onze Indifche

bezittingen ge>guar-eindeer•«'waren. Maar de Graaf

van


O P H E L D E R I N G , ENZ. 8l

van Panin had onze Ministers verzeekert, en

deezen fcheenen overtuigd te zyn, dat geene

byzondere guarantie voor onze Indifche bezit tin-

_ JJ- j»t aennett daarvan gezegd was in

gen nuuui£ . , & o- • - -

A„ Conventie met Dcenemarnen, *aie vu. 6w» «fpraak

tot model zou dienen) dat men zig verlaaten

kon op de oprechtheid der Keizerin.

Het is aanmerkelyk dat in de Staats-Refolutiën

van Friesland, Overysfel en Groningen,

om tot de gewapende Neutraliteit te

treeden, deeze Provintien verklaard hadden,

dat het vertrouwen op die mondelinge verzeekeringen,

de Staaten tot het Tractaat had

doen befluiten («): daar in tegendeel my, onder

verbeetering voorkomt, dat de zwaarigheden

die het Hof van Petersburg, om zich rondelyk

en in gefchrifte te verklaaren, geftadig

gemaakt had , hadden behoren huiverig te maken,

dewyl die zwaarigheden waarlyk niet

dan uitvluchten waaren (f) : en men te meerder

reede had om omzichtig te zyn, dewyl het

antwoord van 't evengemelde Hof, op de bedenkingen

van het Zweedfche, over het te

werkllellen van het by de gewapende Neutra-

(ei) Jaarboeken 1781. bl 1025,

Jaarboeken 1781. bl. 1020.

I. DEEL. F


82 M E M O R I E N T O T

traliteit befprokene Secours, zeer bewimpeld en

onduidelyk was geweest (dO: wordende, onder

anderen , daar in gevonden, dat de Mogendheden

alleen op Zee, eene gemeen e zaak zouden

maaien, zoo veel dat deeze Verbintenis enkel de

Zee betrof, hebbende geen ander onderwerp dan

de Zeehandel en Scheepvaart. Voorts bad het

Hof van Petersburg, verre van iets te bepaalen

wegens het gedrag der contracteerende partyen

in de werking deezer vereeniging in 't geval

dat aan den eene of aan den anderen geweld

aangedaan of fchade toegebragt zou worden

, in het gemelde antwoord noch met zoo

veele woorden gezegd : dat het bepaalde by het

gedagte Trablaat, geene andere Scheepstoerusting

qnderfïelde, dan die met de omftandighcden zou

overeenkomen, volgens welke die noodzaakelyk zou

gemaakt worden, of zoo als men dan zou overeenkomen,

{b)

Geen minder opzien had ook behoren te

veroorzaaken, het gedrag van den Koning van

Deenemarken. Alhoewel zyne Majefteit by het

Traftaat van gewapende Neutraliteit meede,

gelyk de andere contracteerende partyen ,

de guarantie van het Traclaat van Commercie

(a) Jaarboeken 1780, bl. 833.

(J) ibid. bl. 837.

dat


O P H E L D E R I N G , ENZ. 83

dat Hy met Engeland had,befprookenhad, en

datby dat Traclaat geene andere Waaren alsCfc»trabande

waren uitgelloten, dan Canonnen , Mortieren,

Musquetttn, Grenaten ,Petar-den, Bom*

men, Pekkranfen, Fascines, Lavetten en toebehooren,

Bandelriemen, Kruid, Loot, Salpeter, Kogels,

PUken, Degenklingen, Stormhoeden, Krasfers,Hel*

baarden, Lanfen, Jaaglynen, Paardezadels, Pistoolholfters

, Port Epés &c. zoo was 'er by een

uitleggend Articul tusfehen de twee Mogendheeden

van Engeland en Deenemarken, reeds

in January 1781 bepaald, dat meede onder de

naam van Contrabande zou begreepen worden:

Ruw Timmerhout, Pik, Teer, Kopere* Platen,

Zylen, Hennip en Touw. (#)

Op zoodanige onzeekere vooruitzicht, op

zoodanige twyfelachtige toezegging , in eenen

tijd dat men op zich zeiven niet beftaan kon ,

en eene allerfpoedigfte hulp noodig had, heeft -

men kunnen befluiten, met de meerderheid van

èêne Provintie om te treeden in eene Verm-

(«) Dit Articul is niet gepubliceerd geworden, maar

den inhoud is aan de Kooplieden op de eene of andere

wyze meedegedeelt. Zie Byl. La. A.

(*) Holland, Friesland, Overysfel en Stad eu Landea,

ftonden alleen toe.

F a


8 4

M E M O R I E N TOT

bintenis, by welke men bepaaldelyk beoogde

het handhaven, van 't geen men moest voorzien

hebben, dat ons den Oorlog op den hals

zou halen.

Ik erken zeer gaarne, dat de angstvallige

omftandigheden, in welke de Republiek zich

bevondt, de voorgeftelde gewapende Neutra,

liteit, in den eerften opflag heeft kunnen doen

befchouwen, als een middel om ons te redden

uit de nood: maar my komt, teffens voor,

dat eene bedaarde overweeging welhaast die

waan zou hebben doen verdwynen.

Vooreerst, had men dienen op te merken,

dat wy in het Tradaat van Neutraliteit befpraaken,

de handhaving van een Tradaat,

dat door de Mogendheid met welke het was*

-aangegaan , reeds maanden te vooren gefufpen.

deert was; terwyl de andere Contracterende

Mogendheden, zich beriepen op Tradaatendie

erkend en niet betwist wierden. 't Is waar dar

die Sufpenfie als wederrechtelyk kon worden

aangezien: maar men kon doch verwachten,

dat ingeval van gefchil over dit Tradaat, en

diens volgens, eisch van hulp, (waar toe de

Mogendheden, zoo zy geen eigenbelang hebben

, altyd fchoorvoetende komen, zoekende

op allerlei wyzen de Tradaaten te ontduiken,)

ge-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 85

gemelde Sufpenfie ten minfte tot een voorwend-

fel zou dienen: te meerder, dewyl Engeland

noch daar by zou hebben kunnen voegen, dat

Wy ons beriepen op een Tradaat, dat niet al­

leen gefiijpendeerd was, maar dat zelfs zedert de

dood van den Vader van den tegenwoordigen

Koning van Engeland, even weinig als de an-

dere Tradaaten met die Kroon, niet meer in

weezen was. Want 't is opmerkenswaardig,

dat met deezen Koning de wederzydfe Trac-

taaten niet vernieuwd zyn, zoo als dat gefta-

dig met zyne Predecesfeurs, by hunne komst

tot den Throon, gefchied is.

Het is niet minder vreemd, dat men heeft

willen doen guarandeeren, en zich beroepen

' heeft, op een Tradaat met Frankryk, naamlyk

dat van 1739, dat zeekerlyk niet meer in wee-_

zen was, dewyl het maar voor 25 jaaren geflo­

ten, en daar na niet vernieuwd was.

Ten tweeden: had men zich kunnen voorftel-

len, de weinige waarfchynlykheid die'er was,

dat Mevrouw de Keizerin, hoe fraay de ver-

zeekeringen ook waren, om onzen 't wil in Oor­

log zou treeden, offchoon de Engelfchen Haa­

re 0

Scheepen, of die van Haare ingezeetenen,

geen leed aandeeden: die zich daar van wel

zouden onthouden, dewyl zy met reede haare

p 3 macht


86 ME M O R I K N T O T

macht vreesden, en ook de Rusfifche Scheeps-

Jbehoeftens volftrekt noodig hadden.

Die zich op de edelmoedigheid der Vorften

verlaat, wanneer hun belang daar meede ftry.

dig is, bedriegt zich grovelyk. Doch al eensgeftelt,

dat evengem. Vorftinne by het aangaan

der Verbintenis, toen zy nog vol was van gloneryke

yvcr, voor de door Haar voorgeftelde

befcherming van de algemeene Volksrechten,

het wel met ons meende; en dat de Graaft

Panin, toen nog in volle Credit, oprecht met

ons handelde: zoo moest men doch niet uit

het oog verloren hebben, dat eene Vorftinne

met vry is v a n de veranderlykheid aan haare

kunne dikwyls eigen: en dat offchoon zy al eens

had willen, uit grootmoedigheid, haar belang,

of dat van haar Ryk, aan eene zyde Hellen,

haare Raadslieden Haar zulks wel haast als te

ichadelyk zouden afraaden: dat aan Haar Hof

zich bevont, een verftandig en nyvrig Engelsch

Minister, die zeer wel gebruik wist te maken

van klinkende argumenten: dat op de invloed

van den Graave Panin niet veel ftaat te maken

was, dewyl aan de Hoven in 't algemeen de

ftaat der gunftelingen afhangt van de ogenbhkkelyke,

e n dikwils grillige. gevoelens van

den Vorst: en men voornaamlyk aan 't Hof

van


O P H E L D E R I N G , ENZ. 87

v a n Petersburg gewend was, aan eene gedu-

nee afwisfeling. *»;*.-».

Eindeiyk: had men kunnen opmaaken, dat het -

toetreeden der andere Mogendheden Svveeden

Deenemarken, Pruisfen, Frankryk en

Spanje niets of weinig beduidde. S weeden was

afhanklyk van Rusland : Deenemarken van Engeland:

Pruisfen had geen enkel Fregat om

zvfte eigene Scheepvaart te befchermen, veel

roin om anderen by te ftaan: Frankryk en

Spanje waren reeds in Oorlog.

Ik kon my dan niet verblyden over het

toetreeden tot die gewapende Neutraliteit.

Welhaast ondervondt men ook, dat van dezelve

weinig nuts te wachten was: en den

L of die men Catbarina d* 11. in eene zeer

ruime maate had toegezwaaid, veranderde m

verwytingen en klachten over haare onftandvastigheid.

Onder de geenen die het fterkst geyverd hadd

e n voor het toeftaan van onbepaalde Convooijen;

die gedreeven hadden, dat Engeland

het hart niet zou hebben, ons den Oorlog aan

te doen, en zich eenen nieuwen vyand op den

hals te haaien; en die daar na niet minder gevVerd

hadden voor het aanneemen der gewaande

Neutraliteit, was de Penfionaris van

^ F 4 oerc-


88 M E M O B . I E N T O T

Berckel. Hy fcheen zich z o o verzeekerd te

houden van de hulp, die wy van Mevrouw de

Keizenn te wachten hadden, dat hy 7 elf s niet

dulden kon, dat aderen daar aan twyfelden

Kort na dat ik als Burgemeefter aangekoomcn

was, en noch weinig omgang £ 2 a a k en

met dien Minifter gehad had, gebeurde iets ten

hmze van den Heere Burgemeefter Ihmminck

dat mooglyk de grondflag geleegen heeft toï

het kwaade hart, dat Hy my z e d e r t d i ,

heeft toegedraagen.

Op den * Maart, in c e n Befoigne van Burgemeefteren,

o p z y n v e r z o e k ^

belegd, kwam hy, z o ' t u i t e r I y k f c h e e n J

verhit, aan Burgemeefteren meededeelen, dat

m t zeekere onderricht was, dat de Keizerin

haaren Gezant in den Haag gelast had, de Staa.

ten te verzeekeren, dat Z y, d e R e p u b l i e k m e t

den eerften door het zenden eener Vloote in

de Noord Zee, machtig zou byftaan; de «•

noomene Scheepen doen wedergeeven; eene

behoorlyke fchavergoeding bezorgen, en de

Tradhaten van ,6 7 4. en van de gewapende

Neutraliteit handhaven: willende L, Pen!

fionaris, dat noch dien avond van 's Stads

weegen aan den Rusfifcben Envoyé Prince

van Gm** '* ^m^^

den,


O P HEI. D E R I N C, SNZ, 89

den, om door middel van denzei ven haare Keizerl.

Majefteit dank te zeggen, voor de groote

gunsten die zy aan den Staat zou bewyzen.

Uit der maate verwonderd, dat de Prins

van Gallitfin, die myne byzondere goede

kennis was, my daar van niets gemeld had,

en my alleen verwittigd, dat gelast was, om

de Medicatie van zyne Meesteresfe der Republiek

aan te bieden, kon ik het gezegden van

den Penfionaris niet gereedelyk aanneemeu:

en nam de vryheid zyri Ed, te vraagen, hoe

en door wie hy dat wist? het antwoord was

aanftonds, niet gehouden te zyn, my dat te zeggen.

Doch ziende dat de andere Heeren Burgemeefter

en Temminck, Hooft en Elias, meede

verlangden na meerder zeekerheid, voor de

echtheid van het meedegedeelde nieuws, zeide

hy nader, dat de Heer Oldecop, Agent van

het Rusfifche Hof, hem, uk naam en op last

van meergemelden Prins Gallitfin, zulks had

meedegedeeld.

De drift met welke de Heer van Berckel

fprak, maakte doch, dat Burgemeefteren niet

volkomen op het meedegedeelde dorrten ftaat

maaken: zy vonden dierhalven goed, dat dien

avond alleen in algemeene bewoordingen aan

den Rusfifchen Gezant, door den Penfionaris,

F 5 even-


9° M E M O R I E N T O T

evenwel van Stads wegen, zou gefchreeven

worden. De Minifter wierd daar op zeer verfbord,

en weigerde in 't begin op die voet te

fchryven; doch op het zeggen dat men den

brief door eenen anderen, door den Heer Secretaris

van Pabst, die daar meede tegenwoordig

was, zou doen opfiellen, bedagt hy zich,

en nam het aan.

Willende grondig onderrecht zyn, van 't

geen tot de bovengemelde opvatting van onzen

oudften Penfionaris aanleiding had gegeeven,

fchreef ik dien zelfden avond aan den

Prince van Gallitfin, die my woordelyk antwoordde:

llfaut, mon cher anti, quevotrePen-

„fionaire alt éièfortemempris de vin, lorsqiilhne

faifait dire des c kof es aux quelles, je riavais fealement

pas penfé Voici ce que favois permis, et

non pas ordonnê h Mr. Oldecop, de dire et Mr.

van Berckel, „ Que favois orde d'effrir, a la

„ Rcpublirqe la mediation de Tlmperatrice, que

„ Mr. Simolin, etait chargé delamémeCommlsfi-

„ onhLondres, et que falloispre/enter unmemoire

;, a leurs II. H. P, P." Ma lettre txistechez Mr.

Oldecop, et en la lui faifant demander de ma

part, il votis ftrait bien facile de verifier tout.

Ik ging zelv by den Heer Oldecop, en vroeg

naar den Brief: zyn Ed. liet ze my leezen, en ik

vond


O P H E L D E R I N G , ENZ. QI

vond ze overeenkomftig, met het geen de

Prins my gefchreeven had. De Heer Oldecop

liet ze my, tot zyne verantwoording, den

zelfden dag toekomen, zoo als ze geleezen

kan worden onder de bylagen L a

- B.

Alhoewel veele niet met de zoo evenge-

melde yveraars, den ftap die Engeland gedaan

had, met ons openlyk den Oorlog aan te doen,

onder de onmoöglyke zaaken gefteld hadlen,

hadden doch alle, die de belangen van de bei-

de Volken, met onpartydigheid en uit het waa-

re oogpunt bcfchouwden, zeekerlyk reede ge­

had om te denken, dat het nimmer tusfchen

hun tot eene openbaare breuke zou gekomen

zyn. 't Was zeeker dat Engeland altyd deezen ~

Staat, als een Bolwerk tegen de macht der Vor­

ften van het vaste Land, moest aanzien: en al­

hoewel van alle tyden wel veel nayver, wegens

den Koophandel en Scheepvaart, tusfchen de

twee Natiën was geweest, was het doch voor

Engeland beeter, dat de zeetel van den Koop­

handel, en de daar uit voortvloeiende Ryk-

dom en Macht, gevestigd bleef by eene Natie,

van welke niets dadelyks te vreezen was, dan

by eenige andere Mogendheid.

Daar kwam by, dat men in Engeland zeer

wel wist, dat hoe zeer de Navale-iaacht voor

het


9 2

' M E M O R I E N T O T

het tegenwoordige , in eene beklaaglyke toeftand

was, dezelve doch binnen weinig tyds,

daar het geld overvloedig, en de nyverheid

der Jngezeetenen bekend was, in eenen ftaat

zou kunnen gebracht worden , maar al te duchtig,

voor eene Mogendheid reeds door machtige

Vyanden aangevallen: en dat daar en boven,

de invloed die het EngeJsch Hof tot dus

verre alhier gehad had, geheel verlooren zou

gaan, en niet gemakkelyk wedergekregen worden,

zoo, men met ons brak, en by gevolg ons

noodzaakte, naauwe verbintenisfen met Frankryk

aan te gaan. Maar men bedriegt zich dikwils

grovelyk, wanneer men ftaat maakt, dat

het gedrag der Vorften, van hunne Minifters,

of van de geenen die in 't hoofdbeftier der

zaaken zyn, gereegeld word, naar hun waar

belang, of dat der Landen die zy regeeren en

beftuuren.

Het blykt uit de Briefwisfeüng van den Heere

van Wel&eren, van welke wy nader zullen

-fpretken, dat het toetreeden tot de gewapende

Neutraliteit, de voornaamfte oorzaak van de

openbaare breuke der Engelfchen met de Republiek

geweest is: maar'dewyl het Hof van

London, dat niet openlyk durfde erkennen,

om ons geene gegronde reede te geeven, om

als


O P H E L D E R I N G , ENZ. 93

als dan de beloofde byftand van de meede Verbondene

Mogendheden te eisfchen, (dewyl bepaald

was, dat men eikanderen zou byfprin-

Ten zoo eenige aanval uit haat der gewapende

Neutraliteit gefchiede,) had het gemelde Hof

zoo veel mooglyk zich met andere reedenen

beholpen: en onder deeze was voornaamlyk

het gedrag van Burgemeefteren van Amfteldam

van 1778, en van hunnen oudften Penfionaris,

ontdekt uit de Papieren, by den geweezen

Prefident van het Americaans Congres

Laurens Cordon, gevonden.

Ik heb nimmer het opgemelde gedrag kunnen

befchouwen, als gewichtig genoeg om eene

gegronde reede tot Oorlog te geeven: doch

men heeft het hier te Lande met minder of

meerder ernst befchouwd, naar maate men

het behoud der Vreede met Engeland noodzakelyk

hielt, en den Penfionaris van Berckel

gunst toedroeg, 'r. Is my altyd toegefcheenen,

dat de zaak aan een onpartydig oog, niet dan

vry beuzelachtig kan voorkomen, {a)

Hoe zeer ook die geenen, die der Stad van

Am-

(0) De algemeene loop der zaak , en de inhoud der

Papieren zelve, kan men leezen in de Jasrboeken van

1781. bl» 15Ö. en volgende.


94 M E M O R I E N T O T

Amfterdam geen goed hart toedroegen, de handelingen

met de Americaanen hebben willen

doen voorkomen, als ten hoogften ftrafwaardig,

uit hoofde dat het geen Lid van Staat

geoorloofd zou zyn, buiten kennis zyner meedeleeden

met hem de hooge Overheid uitmaakende,

verbintenisfen met andere Mogendheden

aan te gaan is het zeeker, dat zulks in

dit geval, nimmer het voorneemen van gem.

Burgemeefteren geweest is: en dat zy daartoe

willens en weetens, ook nimmer aanleiding gegeven

hebben. Burgemeefteren hebben nooit

gedacht om een Tractaat te maken; zy hebben

alleen zoo veel mooglyk willen voorkomen,

dat de Americaanen, in de handelingen

met Engeland, die des tydsplaats hadden, niets

nadeeligs voor de Republiek zouden bepaalen;

nemaar zorgen , dat dezelve aan deeze, ten tyde

der erkentenisfe hunner onafhankelykheid ,

zoodanige voorwaarden zouden toeftaan, als

voor derzelver handeldryvende Ingezeetenen

meest voordeelig zouden zyn.

Daar is voorwaar geen betoog noodig, (en

• anderfints is het te vinden in het bericht door

den voornamen Acteur den Penfionaris van

Benkei opgefteld,) om te bewyzen, dat aan

geen Lid van Staat als misdaad kan toegerekend


O P H E L D E R I N G , ENZ." 95

kend worden, een overleg, met wie 't ook

weezen mag, te maken, over 't geen hy oor­

deelt, by tyde en wyle, ten nutte en dienst

van den Staat in 't algemeen, te zullen ftrek-

ken.

Daar toe en verder niet was de Penfionaris

van Berckel gelast: De oorfpronkelyke Aanteekening,

berustende in Burgemeesters Kamer,

toont dit ten klaarlten aan.

Daar leest men: Ter gelegendhdd van zeeher e

deliberatie, gehouden in de Kamer van H e en

Burgemeesteren rakende de onaf hanketykbeid van.

Noord-dmerica, en van het voordeel dat onze

Commercie, c AS o Q u o, daar van zou kunnen

trekken, met den Hr. Penfionaris van Berckel,

hebben de vier Heeren Burgemeefteren het neven-

Jlaande Declaratoir, door gem. Heer uit baar naam

getekend, gelast te zenden, aan den Heer Lee,

een der Americaanfe Heeren, om daar van gebruik

te maken daar 't behoord.

Het gemelde nevenftaande, of in margine

«efchreevene Declaratoir, luid woordelyk.

De Hr. van Berckel zal uit de naam van Heeren

Burgemeefteren der Stad Amfteldam, en op

haare expresfe last fchryven aan den Heere Lee;

„ Dat, in eene vaste onderftelling ''er in het Con-

„ gres thans in America met de Engelfche Hee-

M ren


96" M E M O R I E N T O T

„ ren Commisfarisfen gehouden wordende, niets

„ in het minfte zal worden vastgefleld of gerefoU

„ veerd, tot nadeel van de Commercie van deeze

„ Republiek, Burgemeefteren van haare zy de ge.

„ neegen zyn, om, zo DRA DE ONAFHANGE-

„ LYKHEID DER VEREENIG DE STAATEN VAN

„ NOORD-AMERICA, DOOR ENGELAND ERKEND

„ ZAL ZYN , naar hun vermogen de zaaken daar

„ heen te dirigeeren, dat tusfchen de gem. verée-

„ nigde Staaten, en deeze Republiek, een Trac-

„ taat van eeuwigdurende Friendfchap en Com-

„ mercie, tusfchen de wederzydfche Ingezeetenen

„ worde gefiooten, met qualifcatie aan bovenge-

„ melde Heere Lee, met behoorlyk menagement

„ onder de band van deeze Haar Ed. Groot Achtb.

„ opregtefemimenten, gebruik te maken, daar't

„ behoord".

Van deeze gevoelens van Burgemeefteren,

gaf de Heer van Berckel, genoegzaam woordelyk

volgens evengemelde aanteekeningen,

doch in 't Fransch, kennis aan .meergemelde

Heer Lee. Alleen voegde hy, na de laatfte

woorden, daar 't behoord, of in 't Fransch, ou

iljugera apropos, daarby: Nedoutantnullement

que Mr. Lee ne Ie fera av eet out le menagement,

que faprudence trouvera necesfaire, pourqifiln'en

tranfplre Hen, aupres de eeux qui pourraient

êlre


O P H E L D E R I N G , ENZ.

ttre interejfés, de faire échouer, iil étoitpofble,

ou de rendre dijfcile texécution t?unplan, pul

na d'autre hut que celui d'avancer les Intéréts reciproques

des deux Republiques,

In dit alles wordt het woord Trablaat niet

gevonden: en de bovengemelde woorden houden

zeekerlyk geene verplichting hoegenaamd

in: de bereidwilligheid die men, doch alleen

maar wederkeerig voor de nieuwe Republiek i

zoo zy daar immer voor erkend wierdt, betoond

, zou maar van den tyd dier erkentenisfe,

dagteekenen.

Burgemeefteren hebben dus niets anders gedaan

, dan tot voorkoming dat ter geleegendheid

der handelingen, die tusfchen Engeland

en de Americaanen reeds plaats hadden, niets

nadeeligs, voor den Koophandel der Ingezeetenen

van deezen Staat in 't algemeen, zou

bepaald worden, den Americaanen te doen aanzeggen

, dat byaldien niets wierdt vastgefteld *

tot nadeel der Commercie van deeze Republiek

, Burgemeefteren van hunne zyde geneegen

zouden zyn, zoo dra de onafbanglykbeidder

Staaten van America door Engeland erkend zou

weezen, naar hun vermogen de zaak daar heen

te dirigeeren, dat' tusfchen de gem. Staateii

I. DEEL. G eri


#8 M E M O R I E N T O T

en de Republiek een Tradaat van eeuwige

Vriendfchap gefloten mogte worden.

Ik vraag aan alle onpartydigen, aan allen die

niet vooringenoomen zyn, is die voorziening

van Regenten van eene aanzienelyke Koopftad,

wiens geheel beftaan op den bloei der

Koophandel gevestigd is, niet eerder pryswaurdig?

Maar is hunnen Minifter buiten kennis

zyner Principaaïen verder gegaan, hy alleen

is ftrafbaar.

De Burgemeefter Temminck heeft my gezegd,

nimmer het Tradaat te hebben gezien,

voor dat het ter Vergadering van Holland is

bekend geworden, 't Is waar, dat in het bericht,

daarna door Burgemeefteren den Staaten

overgegeeven , de ganfche handeling door

Burgemeefteren erkend word. Maar dezelfd©

Heer Temminck heeft my verzeekerd, dat zulks

ten gevalle, en als tot redding van den Penfionaris

van Berckel, gefchiedwas: datdegehoudene

aantekening in Burgemeefters Kamer

berustende, inhield, al 't geen in deezen, met

kennis van Burgemeefteren, was voorgevallen.

Het denkbeeld in °t welk de Penfionaris van

B-rekel fehynt geweest te zyn, dat de nieuwe

Americaanfche Republiek, een goudmyn

voor


O P H E L D E R I N G , ENZ. 99

voor de onze zou weezen, kan ten goede doen

duiden, dat hy die voordeelen door het Tractaat,

cafuquo, heeft willen verzeekeren: zyne

Vaderlands- en Stads-liefde kan hem doen

verfchoonen, daar hy zich met zoo veele anderen

bedrogen heeft bevonden.

Men wil dit liever onderftellen, dan gelooven

't geen J. M. Stoktonvoorgeeft, dat, naamlyk,

het concept Travaat, door Jan de Neufville

Schildknaap, daar toe gedeputeerd, door den

fenfienaris en Burgemeejiers der Stad Amfterdam,

van de eene zyde, en door W. Lee, als

Commisfaris van '/ Congres, van de andere zyde,

op den 4>Jen September ondarteekend zou zyn. Uit

het bovengemelde blykt, dat Burgemeefteren

zoodanige volmacht niet gegeeven hebben: en

't is niet waarfchynlyk, dat een ervaren Minifter,

des tyds zeer wel met Burgemeefteren,

op eigen gezach met den Schildknaap en Koopman

de Ntufville, zoodanig zou gehandeld hebben:

te minder noch, daar, hoe fchuldeloos

het ook was, fchikkingen met de Americaanen

te beraamen, om die , het geval daar en

de omftandigheeden dezelfde zynde, door Arafterdam

ter Vergadering van Holland te laaten

onderfteunen en gunftig voordragen, het

er gansch dus niet meede geleegen zou zyn,

G a ze o


100 M E M O R I E N T O T

-zoo een Minifter zonder uitdrukkelyke last zyner

Principaalen, fchriftelyk en door handteekening

die Principaalen verbonden had, om,

voor zoo veel in hun was, de bepaalde fchikkingen

in een Traélaat te doen veranderen,

zoo dra de nieuwe Republiek voor onafhangelyk

erkend zou zyn.

't Is mooglyk dat de Neufville, om zich by

het Americaans Congres te doen gelden en

zich zeiven meerder aanzien toe te voegen

grooter ophef van de zaak gemaakt heeft'

dan zy w a a r 3 y k verdiende. (*>, Difi J

Brief van J. W. Stokten bewyst, dat op zyn

zeggen weinig ftaat te maken is. Zyne ftelling

dat Amfterdam * in de Quote van Holland

en Holland * in die van de Zeven Provinti'en

betaald, toont zyne onkunde: en hy heeft

even gemakkelyk, van Jan de Neufville een

Ambasfadeur van den Penfionaris en van Burgemeefteren

kunnen maaken, als hy van de

Staaten Generaal, de Staaten van de zeeven vereenigde

Provintien van Holland gemaakt heeft.

Alleen zou kunnen doen denken, dat hy tamelyk

wel onderrecht is geweest, doordien hy

den Penfionaris voor Burgemeefteren noemt:

(*) Jaarboeken 1781. BlaJz. 185.

ten


O P H E L D E R I N G , ENZ. lOl

ten minden zoo hy vermeend heeft, dat men­

den rang, naar den invloed of het gezach moest

reegelen.

Het is opmerkenswaardig, dat in dat gant-

fche Tradaat doorgaans, wanneer van de Staa­

ten Generaal gefproken wordt, dezelven met

denzelfden naam als de evengemelde Stokton

hun geeft, naamlyk, de Staatên der Zeven Pro-

vintiën van Holland, genoemd worden. Men

zou waarlyk haast moeten gelooven, dat de

Ambasfadeur de Neufville aan zynen Meester

het Tradaat niet had laaten leezen.

Wat dat beruchte Tradaat zelve betreft, is

het waarlyk niet waardig zoo veel fpels te heb­

ben gemaakt. Zoo daar by eenig byzonder

voordeel voor de handeldryvende ingezeete-

nen van ons Land befproken was, zou ieder

een, daarna, dewyl de meeste menfchen doch

gezind zyn de zaaken by de uitkomst te beoor-

deelen, den Penüonaris lof over zyn beftaan

hebben toegezwaaid: maar daar is niets in, dan

't geen, de eene handeldryvende natie, aan de

andere in Vreede'styd niet weigeren kan: en

altoos vast riet aan de onze, door de Ameri­

caanen geweigerd zou zyn: daar zy naar het

fluiten der Vreede volftrekt niet konden mis-

fchen, dat algemeen Crediet, dat men hier te

G 3 Lan-


102 M E M 0 R I E N T O T

Lande, zelfs mooglyk in te groote maate, aan

alle de Kooplieden geeft: en zonder het welk

„ fchier geene Negotie gedreeven kan worden.

De America- noch meer dan Vaderland lievende

Brief van den beruchten Ridder van der

Capelk, toont genoeg aan, hoe de opkomende

Republiek om geld verleegen was; daar hy

haar raadt, geld tegens 5J a 6 percent te negotieeren,

't Is waar, dat de vernuftige Ridder

vermeent daar door, en zoo dit noch niet

genoeg was, door hooger Interest, de Ingezeetenen

van de Republiek te noopen, hun-

Be fondfen in Engeland te verkoopen, om

hun geld in America te plaatzen. Het is der

moeite waardig dien Staatkundigen Brief te

leezen (éi).

Het komt my voor, dat eenTradhat, als het

geflootene tusfchen de Neufville en Lee, gemakkelyk

in alle gevallen gefloten zou hebben

kunnen worden, in den tyd noodig om

het op 't papier te ftellen.

Daar is toch iets byzonders in; ik meen

I l e t

. A x t

- h

Y 't welk de Staaten der Zeeven Ver.

eenigde Provimiën van Holland, op zich neemen

aan hunne nieuwe Vrienden, eene onbc-

0») Jaarboeken 1781. bl.

lera-


O P H E L D E R I N G , ENZ. IO3

lemmerde Vaart van wegens de Barbaryfche

Mogendheden te bezorgen. Immers, daar tot

„och toe het belang van onze Scheepvaart

had meedegebragt, zoo veel mooglyk te be- -

werken, dat die Rovers met ons m Vreede,

en met de andere Mogendheden in Oorlog

waren, om ons de Vaart, voornaamlyk die men

n e et de Cabotage, in de Midd landfche Zee

te begunftigen, fchynt het vreemd , dat men

ten gevalle der nieuwe Vrienden van Systema

verandert: en men kan niet zeggen, om iets

wederkeerigs te bedingen, dewyl in 't gant-

fche Tradaat niets byzonders ten voordeele

van onze Ingezeetenen bedongen is. 't Is waar,

dat da Neufville in zynen Brief aan den Prefi-

dent van 't Congres O) zegt, dat het betrek-

Me tot de Ajricaanfche Mogendheden over en

weder bepaald was: doch zulks is niet wel te

begrypen, dewyl Wy by dezelve geene voor-

fpraak noodig hadden.

Ondertusfchen fchynen de Staaten in twyffel

te zyn geweest, en door het Bericht van

Burgeraeesteren niet volkomen gerust te zyn

«refteld, of het gedrag van Burgeraeesteren van

Ï 7 78 en van hunnen oudften Penfionaris, niet

' ftraf-

(a) Jaarboeken 1781 bl. 114'

G 4


2*4 M E BI O R i E N T OU T

ftrafwaardig was: dewyl zy by Refolutie v ? n

si December i 78o eenpaarig, 0p Amfterdam

na, van den Hove eischten, deszelfs Confide

ratien en Advis: en wel na dat by R efblu t i e

van den o 3 November, door alle de overi Se

Leeden, het geen door Burgemeesteren en

hunnen oudften Penfionaris in deezen gedaan

• was, gedesavoueen was; en vervolgens door

allen, behalven Dordrecht en Haarlem, gere-

lolveert, dat zou worden geëxamineert en over

wogen, hoedanige nadere voorziening en meest

efficacieufe mtddelen zouden kunnen en behoren

te worden beraamd en vastgejield, w a a r door

dtergelyke onderneemingen van een Lid der Hoo

ge Regeering, voor het toekomende, g ep reveni»

eerden tegengegaan zouden kunnen worden

Het is niet twyffelachtig, dat de inhoud dee-

zer Refoiutiën gefchoeid was, op de aloude

toegeevenheid voor Engeland: maar'men kan

doch met ontkennen, dat de toeftand in wel­

ken de Republiek zich bevondt, vereischte dat

voorzichtiglyk het ongenoegen, dat oorzaak tot

eene Vreedebreuk kon geeven, wierd voort­

komen. Doch dat neemt niet wech, datBurL-

meesteren en de Vroedfchap van Amfterdam

zich met reede beklaagd hebben, dat men hun

heeft willen opftryden dat zy waarlyk een fqr-

meel


O P H E L D E R I N G , ENZ. I&5

meel Tractaat laadden willen fluiten; daar het

immers overvloedig bleek, dat het zoogenaamr

de Tradaat niet was dan een Concept. De inhoud

der Vroedfchaps Refolutie van ai November

1781, als protest in de Notulen van

Holland geinfereert Qa) 9 toont zulks duidelyk

aaii.

Maar, zoo, naar myn inzien, deeze zaak

niet waardig was, dat van dezelve zoo veel

ophef gemaakt wierdt; en op zyn flimst kon

befchouwd worden, als eene onvoorzichtige

daad, van eenen yverigen Penfionaris, die

te veel ingenomen met het by hem gevormde

denkbeeld, van de grootheid der aanftaande

nieuwe Republiek, en van de voordeden die

voor zyne Stadsgenooten, daar uit zouden

voortvloeijen, in eene te ruime zingenomen

had, het verlof hem door zyne Meesters, om

te handelen gegeeven: offchoon het gedrag

der gemelde Penfionaris al eens in deezen ten

hoogfte berispelyk ware geweest, zoo is dat

van den Engelfchen Ambasfadeur niet minder

aanftootelyk en hoonende voor de Republiek

geweest.

Draaglyk zou het geweest zyn, zoo het Ca-

(a) Ja£rb:eken 1781. bl. 321.

G 5

bir


106 M E M O R I E N T O T

bïnet van London [want men meent te kunnen

verzeekeren dat de Ridder York zyne twee

laatfte Memoriën van 10 November en n December

1780 woordelyk, zoo als Hy ze heeft

overgegeeven, ontfangen had] geklaagd had,

over de beleedigingen, door liet gebeurde den

Koning aangedaan: en vervolgens voldoening

geëischt had: maar, eene Regeering van eene

annzienlyke Stad, en anderen die zoo als deeze

dachten, te noemen, eene Fatlie, eene toomlooze

Cabaal, een Complot; die Stad af te fchilderen,

als gezind om bet algemeen belang aan

haare byzondere inzichten op te offeren, en. ze te

befchuldigen van intrigues te gebruiken en gevaarlyke

desfeinen te hebben, was teeerroovend,

om geduld te kunnen worden: en het was zeeker

zeer toegeevend, en noch een gevolg van

den ouden Engelfchen invloed, dat niet, alvorens

de Refolutie tot voldoening van zyne

Brittannifche Majefteit te neemen, met wedergeeving

der Memoriën geëischt wierdt, dat

andere in gevoeglyker en gefchikter bewoordingen

door den Ambasfadeur aangeboden mogten

worden: daar de ongelukkige toeftand in

welken de Republiek zich bevondt niet toehet,

eene gepaste verontwaardiging daadelyk

te betoonen.

On-


O P H E L I) E R I N G, ENZ. IO?

Ondertusfchen had het Hof van Holland,

zich in ftaat gefteld om te voldoen aan de Refolutie

van hun Ed. Groot Mog. van den 21

December, by welke het gelast was hun Ed.

Groot Mog. te dienen van derzelver Confideratien

en Advys; eeniglyk en bepaaldelyk op de vraag, of

in de voorfz Stukken ietwes word gevonden het

welk naar Rechten, en volgens de Conflitutioneele

ffetten en Placaaten deezer Landen, Materie zou-

de kunnen opleveren, tot het wettiglyk entamee-

ren van Crimineele Procedures jegens de Burge­

meesters en Regeerders der Stad Jmjleldam, die

in den jaare 177%» 'V 1

' wanneer het zelve •

projtiï Traiïaat is ontworpen, geregeerd hebben}

mitsgaders tegens den oudften Penfionaris derzel­

ver Stad. ,

Men was onder de hand onderricht geworden

, dat het befluit niet gunftig zou zyn5 in

*t byzonder niet, voor den Penfionaris van

Berckel. Ingevolge van deeze geruchten , wierdt

ik door Burgemeesteren verzocht, hoe eerder

zoo beeter, naar 's Hage te reizen, om met

en beneffens den Penfionaris Visfcher die zich

aldaar bevondt, alle mooglyke vlyt aan te wenden,

om voor te komen, dat het raport van

Commisfarisfen van den Hove in den vollen

Pvaad niet gebragt wierdt: en dus voor als

noch


I03 M E M O R I Ë N T O T

noch niets gearresteerd kon worden. Men was

onderricht dat zulks Dingsdag naast-komende,

den 13 Maart, zou gefchieden.

Ik vertrok derhalven Zondags den 11. naar

's Hage, en deed aldaar, beneffens den Heere

Vkfcher, de noodige demarches by zyne Hoog,

heid, en by den Heer Prefident Sikher.

Voor zoo veel ik my herinneren kan, want

heb van 't verrichte geene aanteekeningen gehouden,

vonden Wy den Prefident geneegen,

om zoo veel mooglyk voor te komen, dat in

de tegenwoordige omftandigheden, daar wy

in Oorlog met Engeland waren, geen Advys.

van 't Hof ter Vergadering van Holland wierdt

ingebracht: 't geen, aangezien dien Oorlog

ook fciieen niet paslyk te zullen zyn. Maar

te vergeefs vertoonde Ik zyne Hoogheid, dat

daar door, eene der reedenen die de Engelfchen

tot het aanvangen der Kryg voorgewend

hadden, als 't waare, gewettigd zou worden:

dat het daarom alleen noodig was, dat ten minften

voor als noch, het Raport dat Dingsdag

in den Raad moest komen, agterbleeve, en

het Hof aldus buiten ftaat bleef om te berich.

ten. Zyne Hoogheid vermeende de loop der

Justitie niet te kunnen, noch te mogen ftuiten.

* .

Des-


OP H E L D E R I N G , ENZ. IO9

Des niettegenftaande bewerkte de Penfionaris

en ik, dat het rapport Dingsdag niet gedaan

wierdt, en de zaak dus geen voortgang

hadt. Zedert, zoo als men weet, is dezelve

blyven fteeken: voornaamlyk na dat het Hof

aan de Staaten gefchreeven had, den Brief gedagteekent

27 Maart 1781 (a): en dat door

Haarlem op den 13 April, toen deeze zaak

ter Vergadering van Holland, in deliberatie

wierdt gebracht, voorgefteld Was geworden 1

het Hof te excufeeren, te advyfeeren over eene

vrage, waartoe de apparente aanleiding volgens de

fentimenten van den Hove zelve gecesfeert waren:

op welke voorftelling ook eenige Leden die

gereed waren, hunne advyzen terug hebben

gehouden. /

De Penfionaris van Berckel had voor zich zeiven,

en zonder medeweeten der Heeren van

1778, die noch in leevénwaren, eene Memorie

ter Vergadering van Holland ingeleeverd: (h)

by deeze verzocht hy, of, dat zyne zaak, zoo

ze daartoe gefchikt geoordeelt wierdt, in handen

van Schout en Scheepenen van Amfterdam

mogt gefteld worden: of dat de Staaten

f» Jaarboeken 1781. bladz. 837.

(i) Jaarboeken 1781. bladz. 1034.

hem


1(10 M E M O R I Ë N T O T

hem tot zuivering van zyne eer en goede naam,

eene verklaaring geliefden te geeven., dat geen

befcheiden door ofte van wegen den Ridder York

of wie zulks anders zou mogen weezen, waren ingekomen

, waar uit bleek, dat hy in zyn Perfoon

fchuldig was, aan 't geen waarmeede hy in de Memoriën

van opgemelde Ridder York beticht was

geworden, ten einde om daar meede alle lasterende

discourfen en infertien in de Nieuwspapieren,

efficatieuslyk, tegen te kunnen gaan. Dewyl die

Me moiie door de Lecden der Vergadering; is

overgenomen , en dus verre zonder dispofitie

gebleeven, zoo fchynt gem. Penfionaris noch

niet ontheeven te zyn, van 't geen in de vorige

Refolutien minder of meerder voor hem

grievende legt opgeflooten: ja zou hy mooglyk

befchouwd kunnen worden, als fub reatu,

zynde.

Alhoewel het zeeker is, dat het Hof nimmer

Rechter kon weezen, en de Penfionaris

niet beklaagd kon worden, dan door en voor

Schout en Scheepenen van Amllerdam, zoo

is het doch niet minder ontwyffelbaar, dat

de hooge Overheid, uit wiens fchoot alle

Rechtsgebied hier te Lande is voortgekomen,

en in wiens naam, alle Rechtsvordering gefchiedt,

met recht het Hof kon gelasten, haar

te


O P H E L D E R I N G , ENZ. III

te advyfeeren, of in deeze zoodanige Rechtsvordering

gedaan moest worden. In dit twyffelachtige

is.de hooge Overheid gebleeven,

en daar is niet beflist, of in de {lukken den

Hove ter hand gefteld, gevonden is, ietwcs, bet

welk naar Rechten, en volgens de Conftrtutioneele

Wetten en Placaaten deezer Lande , materie zoude

kunnen opleeveren, tot bet wettiglyk entameeren

van crimineele Procedures, (a)

Maar 't zy de handelingen van Burgemeesteren

van Amfterdara en van hunnen Penfionaris,

veel of weinig toegebracht hebben,

om ons den Oorlog te doen verklaaren, zoo

zou die verderfelyke Oorlog, mooglyk nimmer

plaatz hebben gehad, zoo 'er geene verregaande

verwydering, reeds eenen geruimen

tyd voor den Oorlog, ontflaan was, tusfchen

den Engelfchen Ambasftideur, den Raadpenfionaris

, en den Penfionaris van Berckel.

De Ambasfadeureerlyk, oprecht, doch hoog

van Charadter, en heel in zyne denkenswyze,

de natie, alhoewel na een twimïg jaarig verblyf,

weinig kennende, en van dezelve oordeelende,

naar eenige weinige Lieden, met

welken hy omging, heeft het kwaad humeur,dat

(*) Jaarboeken 1781. bladz. *34«


Iia MEMORIËN TOT

dat hy regens evengem. Minifters had opgei

vat, voornaamlyk toen hy merkte of dacht,

dat zy de vreedzaame gevoelens die hy in 't

begin had , en van welken ik verflag heb gedaan

, weinig achtten, en zy hem dwarsboomden,

den ruimen teugel gevierd, en het vuur,

dat begon te branden, eerder aangeftookt dan

uitgedoofd.

Maar 't geen de fierheid van den Ridder en

deszelfs kleinachting voor de Republiek aanmerkelyk

vermeerderde, was de weerlooze

toeftand, daar zy, gelyk te vooren reeds aangetoond

is geworden, zich in bevondt. Hem

was zeekerlyk bekend, het rapport ter Vergadering

van Hun Hoog Mog. door Gedeputeerden

van de zaaken tot de Zee gedaan. Uit

dit, en uit die der Admiraliteiten, was ten

klaarften gebleeken, in welken toeftand ons

Land zich bevondt: „ geene voorziening te-

„ gens buitenlands geweld, op en langs de

„ Kusten: in de Zeegaaten, fchier geenezwaa-

„ re Scheepen, noch Volk, om de weinige die

„ 'er noch waaren , te bemannen; geen genoegzaam

aantal van Opper-, en noch minder

,, van Onder-Officieren: geene voorraad van

„ Gefchut en Scheepsmateriaalen."

Men kan niet dan met ontroering die deer-

ly-


O P H E L D E R I N G , ENZ. H3

lyken toeftand befchouwen. De Admiraliteit

van de Maas kon flechts leeveren, één Schip

van 70, één van 6b, en vier van 50 Stukken.

Die van Amfterdam hadt één Schip van 70,

3 van 60, en 6 van 50 Stukken. Die van West»

vriesland geen. Die van Zeeland 2 Scheepen

van 60, en 1 van 50 Stukken. Die van Friesland

1 van 50 Stukken: en alle te zaamen 19

Fregatten: maar het flimfte was, zoo als reeds

gezegd is, dat eene groote fchaarsheid van

Zeevolk, het in Zee brengen van die Scheepen

onmooglyk maakte.

Daar tegen had Engeland, volgens grondige

Informatien, des tyds in Zee, of kon daadelyk

in Zee brengen, 3 Scheepen van ico, 1 van

98 , 10 van 90, 2 van 84, 1 van 80, 43 van 74

1 van 70, 1 van 68, 24 van 64, 4 van 60, en

17 van 50 Stukken: te zaamen 126 Scheepen,

behalven de .Fregatten.

. De bewustheid van deezen ftaat van zwakheid,

had zeekerlyk aan 't Hof van London

doen voeren, eene taal, verre beneeden die

geene welke de eene onaf hangelyke Mogendheid

aan de andere verfchuldigd is: zy was \

fchier niet te dulden geweest. Men fcheen dus

niet dm eene bittere keuze te hebben: toeteftaan

't geen op eenen hoonenden toon ge-

I. DEEL. H eischt


114 M E M O R I Ë N T O T

eischt wierdt, of zich eenen verderffelyken

Oorlog op den bals te haaien.

Uit dit labyrinth had men zich doch kunnen

redden, zoo men de aanbiedingen van den Engelfchen

Gezant, van welke ik in 't begin verflag

heb gedaan, had aangendornen. Mooglyk

had men noch eene taamelyke goede uitkomst

gevonden, met aan te neemen het voorftel

in Oftober 1778 door de Engelfch n gedaan,

naamlyk, om de Laadingen van alle de opgebrachte

Scheepen met >checpsmateriaalen, voor

de Kroon te koopen, mts zy niet aan Franfche

Ittgezeetenen toebehoorden.

De Voorzichtigheid verboodt gewis, zoo

geheel oogewaapend als men was, met eenen

gewaapenden Vyand te gaan ftryden. Maar,

zal men vraagen, zou men dan den aangedaa*

nén hoon hebbes moeten dulden ? zou men de

heiligde verbonden geduldig hebben moeten

zien breeken?

Het zou zeekerlyk hard gevallen, en wei-ig

eerlyk voor den Staat, of om bee'er te zeggen,

voor deszelfs Befluurders gewe st zynï

maar die oneer zou den naapftigen Landman.'

den -yvvken Koopman, den {tillen Burger

met g -r ifen he ben : zy zou een g-volg van

den weerloozen ftaat, in welken de Republiek

zich


O P H E L D E R I N G , ENZ. H5

zich bevondt, geweest zyn: en wy hebben

gezien, wat daar van de oorzaak was.

Die toeftand zoodanig zynde, wierdt het

geroep, het beklag over Engelands trouwloos­

heid , loutere en nuttelooze klanken. De His­

toriën van alle tyden leeren, dat eigenbelang

der Vorften Wetboek heeft opgefteld, en dat

op het nakomen der Tfaftasten, geene an­

dere ftaat gemaakt kan worden, dan voor zoo

verre zulks met dat belang ftrookt, of ze met

geweld tegen geweld, desnoods gehandhaafd

kunnen worden.

Mobglyk zal men zeggen, dat het belang

van den Koophandel niet duldde, dat men iets

in het nakomen van het Tradaat van 1674

toegaf: dat men dus om des Koopmans wille

tegen de Engelfchen den Oorlog heeft moe­

ten voeren,

Maar wie zal beweeren, dat om den tak van

Negotie, daar het in deezen op aankwam,

naamlyk die van Scheepsmateriaalen, te begun-

ftigen, het voor den Lande en voor deszelfs

handeldryvende Ingezeetenen oorbaar was , al­

le de andere d:n bodem in Haan?

Niet zon'er reeden hebben de Gecommit-

tetrdai van Hun Ed. Groot Mog. de Staaten

van Holland en We?tvriesland, in hun Ad-

11 2 vys


HÓ" M E M O R I Ë N T O T

vys van 30 December i ? 73 f» gevraagd, of

bet transport van Hout, waarby de Navigatie

voornaamlyk bevoordeeld wierdt, maar ds Commercie

niet veel meer als eene Commisfié verdiende,

alleen kon opweegen tegens alle de takken van

Koophandel en Scheepvaart te zaamen genoomen?

Men had te meerder reede, om den algemeenen

Koophandel en Scheepvaart, eerder dan

eenen enkelen tak, derzelver gang te laaten gaan,

...dewyl de Engelfchen aangenoomen hadden,

zich te fchikken na de algemeene regel, vry

Schip, vry goed, zelfs in geval van Cabotage,

van de eene vyandelyke Haaven op de andere,

en van het vervoeren van Goederen, naar

en van de Colomen van den Staat, aan wien

dezelve ook zouden moogen toebehooren, ja

zelfs aan de Americaanen, waar over in den

voorigen Oorlog zoo veel moeijelykheid geweest

was.

Met meerder grond kon men zeggen, dat

wy in dien noodlottigen Oorlog ingewikkeld

waren geworden, om dat ons belang meedebracht,

Frankryk niet voor 't hoofd te ftooten,

en dat Hof geëischt had, dat de Republiek

, wilde zy als onzydig befchouwd worden,

00 Jaarboeken 1779. bl. 152.

gee-


O P H E L D E R I N G , ENZ. II?

geene blyk van eenzydigheid zou geeven, met

ten voordeele van Frankryks Vyanden, van

een recht af te zien, waar van 't genot voor

Frankryk van zoo veel belang was.

't Is over bekend, hoedanig Frankryk reeds

in den Jaare 1778 alles in 't werk had gefteld,

om de Republiek als te noodzaaken, op het vervoeren

van Scheepsmateriaalen, in den ruimften

zin, te blyven ftaanr hoedanig het Hof

van Verfailles, gebelgd over de Refolutie van

19 November 1778, by welke bepaald was,

geen Convooy tot het vervoeren van Maften

en Hout, voor Oorlogfcheepen gefchikt, te geeven,

aanftonds deszelfs ongenoegen getoond

had, door den Koophandel der Ingezeetenen,

behalven die der Haarlemmers en Amfterdammers,

die door de Penfionarisfen vanZeebergh,

van Berckel en Visjcber, verbecden waren, te

belemmeren. (#)

Alhoewel het gedrag der Franfchen, in dat

geval, niet fchynt aan de rechtmatigheid getoetst

te kunnen worden, dewyl, ons t3 willen

noodzaaken een Tradaat te doen gelden,

dat

(3) Men kan de byzonderheeden vinden in de Jaar-

boeken van 1779. bl. 84, 89, 129, 133, 164, 175, 421,

430, 502, 508, 529, 565, 587.

H 3


Il8 M E M O R I Ë N T O T

dat buiten hun, en zonder hunne tusfchenkomst

of guarantie, meer dan 100 jaaren geleeden,

geflooten was, zeekerlyk niet rechtmatig

was, zoo had doch het geen zy gedaan

hadden getoond, het belang dat zy in het uitvoeren

van dat Tracïaat fielden : en de ondervinding

had ten allen tyde geleerd, dat het den

Vorften gemeenlyk zeer onverfchillig is, op

-wat wyze zy hun oogmerk bereiken. Het was

de Franfchen niet alleen te doen , om van het

noodige Scheepstimmerhout te worden voorzien,

maar voornaamlyk om te doen breeken

de aloude verbintenis, die 'er tusfchen de Republiek

en Engeland was. Frankryk vreesde

dat deeze, gevoegd by eene geneegendheid

voor die Natie, by zommigen als aangebooren,

de balance eindelyk zou doen overflaan,

en voor Engeland party doen kiezen, of ten

minden dat de haare nimmer hartelyk zou betracht

worden.

Van welken kant men dan de omftandigheden

in welke de Republiek zich bevondt befchouwde,

waren zy zeekerlyk kommerlyk:

en deeze bekommerlyke toeftand kon in grootendeele

gedagteckend worden, van het neemen

der bewuste Refolutie van 19 November

1773. om geene Gonvooyen, aan Scheepen


O P H E L D E R I N G , ENZ. IT£

pen geladen met grof Scheepstimmerhout of

Masten te geeven.

't Is waar, die Refolutie moest kwanfuis

geheim gehouden worden, en de Engelfchen

daar van 'geene onmiddelyke kennis hebben of

verkrygen \ en men had met eenen goeden uitflag

hetzelfde gedaan in 1762. Maar waarom

was het noodig, zoo eene Refolutie te neemen?

Waarom zoodanige blyk van toegee-^

ver.dheid aan Engeland gegeeven? Waarom

Frankryk deswegens gemelyk gemaakt? Het

was immers onnoodig deswegens iets te bepaalen.

Het geeven van Convooijen verboodt zich

van zeiven, dewyl wy geen Scheepen hadden,

om een genoegzaam Convooy uit te maken:

en het dus niet kon gefehieden, zonder de

Vlag der Republiek aan hoon bloot te ftellen:

't geen immers volftrekt vermyd moest worden.

Wilden de Schippers zonder Convooy vaaren,

zy konden: en ingeval van neeming, zouden

de Engelfchen mooglyk gereedelyk hunne

Goederen, mits geene Franfchen toebehoorende,

voor de Kroon gekocht hebben, zoo

als zy dat aangebooden hadden.

Aanmerkelyk zyn de woorden der Staaten

van Holland, in hunne Refolutie van 24 Juny

1779, (a) by welke zy hunne Gedeputeer-

(a) Jaarboeken 1779 bl. 605. den

H 4


120 M E M O R I Ë N T O T

den ter Generaliteit gelasten te trachten, al

daar te doen befluiten, tot het geeven van onbepaalde

-Convooyen, daar zeggen hun Ed.

Gr. Mog. dat het prudent zoude zyn, zich hoe

eerder zoo beeter, in een postuur van defenfie te

Jiellen, en DAAR NA te refolveeren.

Maar het fchreeuwen om Convooy, voornaamlyk,

ja eeniglyk, voor de Houtfcheepen,

was zoo groot, dat het moeilyk was, daar aan

het oor niet te leenen. 't Was ook geenzints

wonder, dat de Kooplieden eischten, dat eene

Zee-Mogendheid hunne Zeevaarende Ingezeetenen,

tegens buitenlands geweld, in het voeren

van eenen wettigen Handel, befehermde:

-ttaar de mooglykbeid was 'er niet. Veelen

van die Kooplieden, waaren teffens Leeden der

Regeering, en de ftaat in welken onze Marine

zich bevondt, was hun bekend: doch de

meesten hadden byzondere inzichten: of waaren

vreemdelingen, die zich 's Lands algemeen

welzyn weinig bekreunden. Maar dat Regenten,

die geene Kooplieden waaren, die geen

byzonder belang by het geeven der algemeene

Convooyen hadden, daar op geftaan hebben,

terwyl zy wisten, of hadden behooren te weeten,

dat de Admiraliteiten daar toe buiten ftaat

waren, is onbegrypelyk, zoo niet onvergeef-

lyk:


O P H E L D E R I N G , ENZ. ÏQ.1

3yk: daar het intusfchen grievend is geweest,

dat het welzyn van zoo veel duizenden opgeofferd

is geworden, aan het gefchreeuw en de

heethoofdigheid van eenige weinigen.

In den beknelden toeftand daar de Republiek

zich in bevondt, tusfchen Frankryk en Engeland,

was de keuze zeekerlyk zwaar. In het reeds

by gebrachte Advys van Gecommitteerden van

Hun Ed. Gr. Mog. van den 30 December 1779,

v/aren de voordeelen aan de vriendfchap der

beide Natiën verknocht, opgegeeven en gewoogen:

doch 't geen daar gezegd wordt, wegens

de noodlottige legging van ons Land, fchynt

de keuze welhaast te hebben moeten bepaaien.

De Gecommitteerde vertoonden; „ dat dieleg-

„ ging ons affnyt van alle de zuidelyke deelen

van Europa: zonder te fpreeken van den

„ naauwen doortocht van het Canaal, waarop

,, alle de Zeehavens van Engeland, en de ver-

„ eeniging van haare macht uitkomen, en eene

„ directe infpecfie hebben: 't welk de Repu-

., bliek direct affneed, van alle Secours, van

die gcenen, met wien zy zich zoude kun-

,, nen alliëiren, om hulp te zoeken: en Haar

„ in eenen Oorlog met Engeland noodzaakt

de onheilen van den Oorlog alleen te draagen,

tot dat zy eene Vloot vergaderen kan,

H 5 „ die


122 M E M O R I Ë N T O T

„ die in ftaat is, om die der Engelfchen het

»» hoofd te bieden , en binnen haare Havens

„ te honden."

Daar fcheen dan minder gevaar te zyn, met

aan Frankryk rondborfïig te verklaaren, dat by

aldien zyne Allerchristelykfte Majefteit niet

kon goedvinden, zyne nadeelige Edicten in te

trekken, en onze Comttiercieerênde en Navi-

geerende Ingezeetenen te laaten genieten, de­

zelfde voordeelen, die zy tot dus verre ge-

^jiooten hadden, wy genoodzaakt zouden zyn

de party der Engelfchen, hoe ongaarne ook,

te kiezen, of ten minften te voldoen aan de

Traétaaten, op welke deezen zich beriepen.

- Hoe zeer Frankryk's belang zeekerlyk mee-

debracht, alle Verbindtenisfen tusfchen de Re­

publiek en Engeland te doen ophouden: zoo

ontbrak het doch niet aan reedencn, om het

•Hof van Verfailles te doen verlangen, dat wy

bïéeven by eene onzydigheid, die in veele op­

zichten voor Frankryk voordeelig was.

Voor eerst: was het zeeker, dat byaldien wy,

in den weerlozen toeftand, in welken wy ons

bevonden, met Engeland in üorl.g geraak­

ten, wy buiten ftaat zouden zyn , onze Scheep­

vaart behoorlyk te befchermen: en dat hunne

Ingezeetenen verliezen zouden al het voor­

deel,


O P H E L D E R I N G , ENZ. 123

deel, dat zv gedurende den Oorlog door onze

Neutrale vaart, zouden kunnen trekk n.

Ten tweeden: was het better, ten minften by

voorraad, dat wy temport/eerden, tot dat onze

Marine in boeter ftaat was.

Ten derden: en wel voornaamlyk, was het belang

der Franfthen , ons niet te fterk te benaauwen,

om ons niet als in de noodzaaklykheid

te brengen, om Engelands zyde te kiezen

, waardoor zy daadelyk afgeflooren zouden

zyn geworden, van alle communicatie.,,

met de Noord- en Oost Zeeën.

Niets had men, volgens myn inzien, onbeproefd

behooren te laaten, om eene Vreedebreuk

met Engeland voor te koomen. Met ree- —

de had Zeeland, toen men op den eden Jaly ,

1780 Ministers ter Generaliteit benoemde, om

den Staat te doen treeden tot de Gewapende

Neutraliteit, gezegd, dat men nimmer had wil-1

len trachten, de zaaken met En gel and in der min-•

ne te vinden.

Zeeland was de eenigfte Provintie , in welke

de onheilen des Oorlogs voorzien wierden.

Op den 3ften January 1781, was door allen die

in die Provintie belang in den Koophandel en

Scheepvaart hadden, een Request aan de Staaten

Generaal aangebooden, by't welk vertoond

wierdt,


ï?4 M E M O R I Ë N T O T

wierdt, dat de Vreedebreuk, tusfchen Engeland

en den Staat, den geheelen ondergang van

veele Huisgezinnen na zich zou fke^n, en

verfcheide takken van negotie vernietigen f»

Het befluit was H. H. M. M. te verzoeken

alles aantewenden om voor te komen, dat de

Oorlog niet ten hoogfïen uitbarste.

Maar in plaatze van de maatreegelen, die de

nmftandigheden zoo noodzaaklyk maakten, te

neemen heeft de onvergeeflyke vooringenomenhdd

van zommigen, Cdie waanden en anderen

trachtten diets te maken, dat van de

Engelfchen niets te vreezen was, terwyl zy

zich reeds twee machtige vyanden op den hals

hadden gehaald, en derhalven niet konden noch

durfden aanvallen,) alle voorzichtigheid terzyde

doen ftellen.

Men floeg geen geloof aan het fchryven

van den Graave van PVelderen, die zedert het

VTFIZV'I I7

°° 0

'

TEGEN HET

^ ^

van Engeland, voornaamlyk zoo men tot de

Gewapende Neutraliteit accedeerde, te wach­

ten had, gewaarfchouwd had. Deeze braave

Mimster, aan wien zoo onverdiend verweeten

as, zyne nalatigheid in het onderrichten

van

O) Jaaiboekeu 1781. bl. 253.


O P H E L D E R I N G , ENZ. I«5

van 't geen in Engeland omging: dien Ik zelf,

Ik zeg het met leedweezen, dat verwyt gedaan

heb; dien men met alle hardigheid behandeld

heeft: wiens trouwe dienden waardig

waren geweest, dat men hem, om weder naar

Engeland in de voorige hoedanigheid te gaan,

by de Vreede hadde aangezocht: dien men op

eene verregaande wyze beknibbeld heeft, terwyl

men ten gevalle van anderen, die niets

ten nutte van den Lande hebben uitgericht

's Lands Penningen ten besten heeft gegeeven:

die braave Minister heeft my op myn

verzoek, daar Ik gaarne aan zyne kunde en

trouwe hulde wilde doen, en zoo veel mooglyk

beeteren, het ongelyk Hem door my in

't begin, en door anderen, mooglyk noch ten

huldigen dage aangedaan, in Haat gefteld, het

Publiek, of ten minften myne Leezers, door het

mededeelen van den korten inhoud zyner Correspondentie,

met den Raadpsnfionaris grondig

te onderrichten, Ik heb ten dien einde onder

de Bylagen van dit Werk laaten drukken,

korte aanteekeningen der Correspondentie,

tusfchen gemelde Graave en den Griffier eenen

geruimen tyd voor 't uitbariten van den Uorlog

gehouden. Zie Byl. C.

Als men die gegeevene berichten inziet,

fchynt


126 M E M O R I Ë N T O T

fchynt het fchier onmooglyk, dat men niet geloofd

heeft, dat het met Engeland ernst was:

of dat men ten minfteri niet van den inhoud

dier Brieven k mnisfe aan de voornaamfte Leeden

van Staat gegeeven heeft: op dat, zoo

rren al ni^t had willen vermyden, aan Engeland

reede tot breeken te geeven, men ten

minften had kunnen zorgen, dat naar Oosten

West - Indien, en voornaamlyk naar de

Caab, waarfchouwingen waaren gezonden, om

op zyne hoede te zyn : en aan de Koopvaardy

Scheepen bevel gegeeven, van niet zonder

Convooy hoe gering het ook mochte weezen,

te zeilen, ten einde, ten minften, voor het geweid

der Kapers gedekt te zyn.

't Is voornaamlyk onbegrypelyk, dat nadat

de Heer van Weiderenden io^en Nov. 1780

gefchreeven had, dat men ftaat kon maaken ,

dat byaldien geen voldoend antwoord op den

inhoud der meedegedeelde Papieren van Laurens

g.geeven wierdt, de Oorlog vast was, men

de Admiraliteiten, en de Oost-Indifche Compagnie

mei gewaarfchouwd heeft, en daardoor

voorgekoomen, het uitzeilen der twee Oorlogfcheepen,

gecommandeerd door de Capiteinen

6atink en Volbergen, en van het Oost-

Indisch Schip, Schipper P. van Prooyen, die,

ge-


OP H E L D E R I N G , EN Z. • 127

gelvk bekend,,is, alle drie kort na het uitvaa-

ren, in 's Vyands banden gevallen zyn, daar

ze den a_$fP waaren uitgeloopen, toen daags

te vooren 't vertrek des Engelfchen Gezant

bekend was. (a)

De zaaken eenen anderen keer dan veelen

verwacht of beweerd hadden „ genoomen heb­

bende, en de Koning van Engeland naar zoo

veele geweldige daaden, die op haar zeiven ene

genoegzaame Oorlogs verklaaring inhielden ,

zynen Arabas fade nr t'huis onrbooden, en eene

Oorlogs verklaaring uitgegeeven hebbende,

was . in de aaKelige omffandi^heid en weerloos­

heid, in welke men ziJi bevondt, goede raad

duin-

Hun Hoog Mog. keerden zich dan aan-

ftonds tot de Noordfche Mogendheeden, met

welke ,zy zich verbonden hadden. De Heer

v n Lynden, onze Minister te Stokholm, gaf

reeds op den 8ften February een Memorie al­

daar over, om het nakoomen vanher 7e, 8 e

en

(«) Wat 'er berrekkely'? tor de evengemeide penoorne-

ne Scheepen is v.ontvallen, kan men ©mfrandlg genoeg

leezen in de Jsarbaeten van 178 M #37; vt>te

in her zelfde deel, bl. 27. en vólg. kan men oók zien hoe

even onrechtvaardig de Graaf van W-lderen beichuidjgd

is geworden, over \ achterblyven vm den Courier, dien

hy afgezonden had met de tyding der Vreedebreuk.


Ï2S . M E M O R I Ë N T O f

en 9e Articul, van de aangenoomene Verbindtenisfe

der Gewapende-Neutraliteit te eisfchen.

'c Is zeeker dat in het 8e zeer duidelyk bedongen

was, dat zoo dra de Scheepen van eene

der contracteerende Moogendheeden zouden

worden ontrust, gekweld of aangerand, alle de

verbondene Mogendheeden daarvan eenegemee-

11e zaak zouden maaken, om zich over en weder te

helpen ver weer en, om te bewerken en gemeenfchappelyk

zich te doen geeven eene volledige en geheele

voldoening. Nochtans was het antwoord niet

zeer gunftig: het behelsde hoofdzaaklyk, dat

de inhoud van die Memorie zoo gewichtig was,

dat dezelve tyd van bedenking en ryp beraad

vorderde.

De Heer de la Calmeite had meede eene gelykzoortige

Memorie te Coppeuhagen ingeleeverd,

doch in 'c geheel geen antwoord ontfangen.

(a)

Ondertusfchen had Mevrouw de Keizerin,

op den ifen Maart haare Mediatie aan de Republiek

, en te gelykertyd aan Engeland doen

aanbieden: men nam ze hier daadelyk aan.

't Is my altyd vreemd voorgekoomen, dat in

de toeftemming tot deeze aanneeming, of ter

(*) Jaarboeken iz'81. bl. 658.

ge-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 120

geleegendheid derzelve, Hun Hoog Mog. beipraken,

dat in geval die Mediatie geen effect

had, zy dan het genot van de Conventie zouden

erlangen. Lag in die woorden niet opgefiooten,

dat gedurende dat de Keizerin als Mediatrice

zou handelen , en deswegens niet alle

hoop van fucces verlooren zou zyn, man van

het genot van de Conventie afzag? en was

dan de flap, dien men door de Ministers aan

de Hoven van Petersburg, Zweeden en Deenemarken

had laaten doen, om daadelyke hulp

ingevolg van het Traclaat te eisfchen , immers

vooreerst, niet nutteloos ?

Niet minder onbegrypelyk is my voorgekomen,

dat de Friefen, in hun Provinciaal Advys

> by die geleegendheid ingebracht, zeiden, van

geene Mediatie te willen hooren, ten zy de voor-

•waarden van betTratlaatmet Engelandvani6? 4

weder befproken wierden: en dat men dus aldaar

niet bezefte, dat die ongelukkige voorwaarden

wegens het vervoeren van grove Scheepsmateriaalen,

die des tyds zoo noodlottig voor

de Republiek waren, nooit dan noodlottig

konden weezen.

Vooreerst, konden Haare krachten nimmer

tegen die van Engeland zoodanig opweegen,

•dat Zy zich met eenigen fchyn kon vleien,

I. DEEL. I met


13° M E M O R I Ë N T O T

^met geweld te kunnen handhaaven iets, dat En»

geland, in Oorlog zynde met Frankryk, nooit

vrywillig kan gedoogen.

Ten anderen, dat al eens gefteldt zy daar toe

genoegzaame macht had, het belang van den

algemeenen Koophandel altyd verbieden zou^

dat dezelve, om eene byzondere tak, geheel

geftremd zou worden.

Maar de evengemelde vriendelyke aanbie­

ding had geen gevolg; in Engeland wierdze

beleefdelyk van de hand geweezen (


O P H E L D E R I N G , ENZ. 13!

Noch meldden zy in byzondere Brieven j

dat de Graaf van Panin beloofd had, de recla­

me op het 7, 8 en 9e Art. van het Traébaat te

appuieeren: en daar by te kennen gegeeven, dat

het niet kwaad zou zyn, dat zy Ministers, zoö

de zaaken geenen goeden keer namen, gequa-

lificeerd wierden, tot het overneemen van ee­

nige Scheepen van Oorlog. Het bleek genoeg­

zaam uit deezen raad, dat men toen reeds be­

paald had, ons niet op eigene kosten met

Scheepen by te ftaan; alhoewel Panin, die ons

niet ongunllig fcheen, toen noch invloed had:

doch daar kwam niets, noch van 't eene noch

van 't andere.

Men ondervondt dan al vroeg, de geringe

geneegendheid der verbondene Mogendhee­

den , om aan het ïracfaat te voldoen: de woor­

den waaren doch duidelyk genoeg, maar zy be­

dienden zich van eene uitvlucht: zy beweer­

den, dat de aanval op de Republiek, geen ge­

volg was van de Gewapende Neutraliteit, en

behielpen zich met de woorden van het 8e Art.'

van het Tractaat: alwaar de hulp befprooken

was, zoo bet gebeurde dat de eene of andere Mo­

gendheid, ter geleegenheid van of uit baat tegens

de Conventie, moeilykheeden wier den aangedaan.

Engeland had zyn best gedaan, om te doen

I. 2 voor-


132 M E M O R I Ë N T O T

voorkomen, geheele andere reedenen tot den

Oorlog te hebben gehad, en zich gerept, toen

men verftaan had, dat Hun Hoog. MOP. tot

de Gewapende Neutraliteit waren toegetree-

den, haar Ambasfadeur te herroepen, voor dat

men van de toetreeding wettige kennis had

gekreegen: zelfs bad de Engelfche Staats-Mi­

nister geweigerd, de Memorie inhoudende de

kennisgeeving, door den Graaf van Weideren,

aangeboden, aanteneemen. (0)

— Ondertusfchen was doch niets zeekerer,

dan dat het toetreeden tot die Verbindtem's,

de voornaamfte reede van de r>i


O P H E L D E R I N G , ENZ. 133

hadden kunnen, en behoren voorzien te wor­

den ; men had niet behoren te fluiten, voor

dat het dubbelzinnige en het twyffelachtige;

niet door verbale verzeekeringen, maar in ge-

fchrifte was wech genomen geweest: men kon

niet onbewust zyn, dat de Republiek zonder

eene daadelyke hulp geen Oorlog kon voeren:

en dat dewyl niet bepaaldelyk van Frank­

ryk bedongen was, om Ons met een genoeg­

zaam getal Oorloglcheepen by telpringen, op

byftand geen ander uitzicht was, dan by de**

Noordfche Mogendheeden, en noch wel al­

leen by Rusland.

Dit Hof draalde met antwoorden, op onzen

eisch om 't genot van 't Tractaat te hebben,

voornaamlyk zoo de aan Engeland en aan ons

•aangebodene Mediatie geen gevolg had, tot

in 't laatst van May. Den n Juny ontvongen

Hun Hoog Mog. een antwoord, doch geheel

niet voldoende, en niets dan woorden behel­

zende: (a~) Op de klachten, die onze Ambas-

fadeurs gedaan hadden, was door den Graave

Panin geantwoord: ,, dat een Plan aan de Ho-

„ ven van Deenemarken en Zweeden gezon-

„ den was, van 't welk men geen opening kon

„ geeven: dat men zich veel interes/eerde voor

{*) Jaarboeken 1781. bladz. 1287,

I 3

„ de


134 M E M O R I Ë N T O T

de Republiek, en trachten zou te bewer-

„ ken, dat zy uit haaren tegenwoordigen toe-

„ fland gered wierdt, voor de generaale paci-

ficatie: als meede (daartoe hadden Hun Hoog

„ Mog. het Hof van Petersburg laaten verzoe-

,, ken) Zweeden te perfuadeer&n, Haar met eer

„ nige Scheepen van Oorlog te voorzien."

Ter gelykertyd fchreeven gem. Ambasfa-

deurs, dat de invloed van den Graaf Panin

verminderd was: en zy van goede hand on­

derricht waren, dat de Keizerin aan Engeland

verklaard had, dat Zy begreep dat de Repu­

bliek niet was in V Cafus feederis; dat zy de

Ministers daar over aangefproken hebbende,

deezen het niet ontkend hadden, en dus ver­

meenden , daar aan niet te kunnen twyffelen.

'tWasonwederfpreekelyk, dat by den plotze-

lyken aanval van den Koning van Engeland,

en den toeftand, in welken de Republiek zich

bevondt [alle de Zeeën gevuld met onze Koop-

vaardyfeheepen \ alle onze Colonien niet al­

leen buiten ftaat van tegenweer, maar ook zor­

geloos en zonder vrees voor aanranding] het

Hof van Frankryk Ons aanzienlyke dienften

deed, met zoo veel mooglyk de geleegenhee-

den die het had te gebruiken, om onze Lie­

den van 't gevaar te doen waarfchouwen, en

met


OP BEI, U E 'R ï N G, ENZ. I35

met aan deszelfs Scheepen en Bevelhebbers de

noodige beveelen tot eenen onbepaalden byftand

te geevenen dat dit alles, alhoewel het

uit eigen belang, daar onze zaak de hunne geworden

was, voortkwam, nochtans, vereischte

de erkentenisfe van de Republiek.

De Hertog de la Vauguion, Ambasfadeur van

zyne Allerchristelykfte Majefteit, kennende myne

gevoelens deswegens, fprak my aan op den

28 February, en ftelde my voor, om ten behoeven

van zyn Hof, door onze Stad of door

't Land te laaten negstiseren, de fom van 15

a 20 Milliocr.en Guldens, tegen den gewoonen

Interest van 22 pC.: om daarna die fom aan

zyn Hof te verftrekken, tegens 4 a 5 pC.

voegende Hy Ambasf. tot drangreede daar by,

dat daar door een aanmerkelyk nadeel aan den

gemeenen Vyand zou worden toegebracht ,

doordien de Ingezeetenen geleegenheid zouden

hebben, hunne gelden hier te plaatzen, en

niet als genoodzaakt zyn, die naar Engeland

te zenden: dat Hy my dit, voor als noch , in

fecretesfe zeide, om myne gedachten te hooren,

en zoo Ik het niet afkeurde, als dan den Raadpenftonaris

daar over zou fpreeken. C]a).

(a) Dit Geid was gefchikt tot onderftand voor de Americaanen.

I 4

Ik


1^6 M E M O R I Ë N T O T

Ik antwoordde, dat het volftrekt onmdoglyk

was, zoodanige Negotiatie door de Stad te

laaten doen: dat Ik in de zaak zelve ook veele

zwaarigheden zag: maar het voorftel aan

myne Confraters wüde meededcelen, en zoo

deezen het goedvonden, aan den Raadpenfionaris

daar over fchryven.

Reiden gefchiedde: doch het antwoord van

laastgemeldén was geheel weigerende: en geen

wonder, dewyl het te voorzien was, dat aanmerkelyke

Negotiatien voor de Provintie zouden

moeten gedaan, en de Ingezeetenen genoegzaame

geleegendheid gegeeven worden,

om hunne penningen te plaatzen. Nochtans

eenigen tyd daarna met den Raadpenfionaris

daar over gefproken hebbende, wierden wy 't

eens, dat men by nader aanzoek van Frankryk,

zou kunnen komen tot het negotieeren van

vyf Millioenen: 't geen ook daar na op de

voorgeftelde of diergelyke voorwaarden heeft

plaats gehad.

Omtrent deezen zelfden tyd, gebeurde iets,

waarvan Ik nimmer den oorfprong en uitzicht

recht heb kunnen bezefFen. In 't begin van April

gaf my de Penfionaris Visfcber kennis, dat zeeker

quidam, van geboorte een Engelschman,

die Ik daar na gehoord heb Montagu te zyn

ge-


O P H E L D E R I N G , ENZ. Ig7

genaamd, zich had aangeboden, om 10 Engel-

fche Fregatten van Oorlog, van 24 a 36 Stuk­

ken, in hunne volle Equipagien, ftuksgewy-

ze, in Texel te leeveren, voor de fom van

Ls. 8coco:- en geen geld bedongen, dan by

de leevering.

Het voorftel kwam my belachlyk voor,

maar de verzeekeringeu waaren zoo fterk , daar

men ook by bracht, het medeweeten van den

Hertog de la P'auguion, en andere omftandig-

beeden, die my nu niet te binnen fchieten,

dat Ik aannam daar van aan de andere Heeren

Burgemeesteren kennis te geeven.

Ik deed zulks, en wy gaven tot antwoord,

dat zoodanig aanbod, niet dan aangenaam kon

zyn, en gaarne zouden zien, dat het in den

Haag, daar 't behoorde, gefchiedde.

Zyne Hoogheid en de Raadpenfionaris kree-

gen 'er dan kennis van, en alle noodige fchik-

kingen wierden gemaakt: men bepaalde de fei-

nen om niet bedroogen te worden by het in'

komen, en beraamde de noodige voorzorgen

tegens overrompeling of verrasfing op de Rhee-

de van Texel. Veel wierd van den byzonderen

toeftand dier Schepen verteld; de naamen van

eenigen, en van derzei ver Bevelhebbers ge­

noemd: maar niemand kon recht en duidelyk

I 5 ver-


M E M O R I Ë N T O T

verflag doen van de omftandigheeden van dat

vreemd aanbod. De Ambasfadeur en de Penfionaris

Visfchcr fcheenen aan de waarheid en den

goeden uitflag niet te twyfelen: en toen Ik

Zyne Hoogheid in 't laast van April aan de Helder

aantrof, fcheen Hoogstdezelve alhoewel

weinig verwachting van de zaak hebbende,

nochtans niet onmooglyk te ftellen, dat die'

Fregatten, of ten minften één of twee, want

't getal was reeds verminderd, daaglyksin Texel

zouden aankomen: zoo zelfs, dat op zeekeren

middag of avond, Zyne Hoogheid aan Tafel

zittende, en hoorende eenige Canonfchooten,

die fcheenen volgens het beftemde fignaal gegeeven

te worden, Z. H. zeide, daar zyn de

Engelfche Fregatten. Doch toen noch nimmer

zyn ze komen opdagen.

Nochtans had de Penfionaris Visfcher verzogt,

dat Burgemeesteren den Koopman Fu

zeaux zouden machtigen, tot het aangaan van

een dedit of rouwkoop van Ls. 3000, voor

de zeekerheid der betaaling, voor het eerfte

Schip dat in Texel zou aankomen 't welk een

Fregat zou zyn van 36 ft. a 18 $ bals, nagel

nieuw, genaamd de Dor/et. Gemelde Koopman

wierdt daartoe door Burgemeesteren gemachtigd,

doch het Fregat kwam even min

als


0.3? H E L D E R I N G , ENZ. 139

als de anderen te voorfchyn. Veele daagen hebben

in de Stad gezworven, één of meerder

Matroozen of ander Scheepsvolk, behoorende,

zoo men zeide, tot de Equipagien van

meergemelde Fregatten, die door den opge-,

melden Heer Fizeaux, doch ten koste van de

Stad, gedurende eenige weeken van het noodige

voorzien zyn geworden: tot dat men eindelyk

ziende, dat geen dier beloofde Fregatten

kwam opdaagen, aan die lieden gezegd

heeft, dat ze een goed heenkomen moesten

zoeken.

Het is overbekend dat onze Provintie onvoorzien

is van bekwaame Havens, in en uit

welke de Scheepen van Oorlog, voornaamlyk

.die van Linie, met onderfcheidene ftreeken van

het Compas kunnen uitloopen, en by Winter

of Vreedestyd behoorlyk geborgen en opgelegd

worden. Zedert het Goereefche Gat flecht is

geworden, en daaglyks verflimmert, waartoe

het bedyken van den zoogenaamden Hals op

het Eiland van Over-Flacqué niet weinig heeft

toegebracht: zedert de Maas van Rotterdam Zeewaarts

verlandt en met aangroeiende tondieptens

bezet is, is dat van ouds zoo vermaard en

gerieflyk Zeegat, van weinig nut: te minder,

daar de Rheede voor Hellevoet zeer onveilig

is»


*4 a

M E M O R I Ë N T O T

is, wanneer de Wind uit het zuidwesten waaidr.

Texel is geen Haven maar eene Rheede, en

geduurende den Winter, kunnen de Scheepen,

al was het maar uit hoofde der ysgang, daar

niet blyven leggen.

Het was dierhalven hoegnoodig, eene bekwaame

plaats tot berging der groote Scheepen

te vinden: daar dezelve niet naar en van

•Amfrerdam kunnen gevoerd worden, zonder

Kameelen, dus niet zonder uitdermaatige kosten,

en met onzeekerheid van tyd voor de

heen en weder reize.

Men had wel eene tamelyke plaats voor de

groote Scheepen, in 't zoogenaamde Veer voor

de Oude Sluis gevonden; maar zy was, en is

ook noch, aan ondetfeheidene gebreeken onderheevig.

(*) Het Nieuwe Diep by de Helder,

boodt eene allcrgevoeglykfte plaats aan, maar',

behalven dat aldaar zelfs voor Fregatten geene

genoegzaame diepte was, zoo washetinkoomen

tusfchen het Hoofd van de Helder, en de zoogenaamde

Herfens van de Zuidwal, bezet met

een Bank, op welke by gewoonlyk Ty, kwalyk

9 voeten water ftonden.

De

(*) Zie den ïïrief van d'Admiraliteit van Amflerdam,

van io April 1781. Jaarboeken 1781., bl. 871.


OP H E L D E R I N G , ENZ. I4I

De Heer Brandligt bad reeds eenige jaaren

geleeden zyne bedenkingen om het gemelde

Nieuwe Diep en het Vaarwater aldaar, tot eene

bekwaame berg- en legplaats voor Oorlog en

Koopvaardy Scheepen te maaken, in 't licht

gegeeven: en beweerd, dat men hetgewenscht

oogmerk zou bereiken, zoo men door het

vernaauwen van het Vaarwater, tusfchen de

Hollandfche Kust en den Zuidwal, door middel

van Dyken, den Stroom zoo veel vermeerderde,

dat zy door fchuuring aldaar eene genoegzaam

e diepte kon maaken: wanneer, zy geholpen

door Krabbers, het bovengemelde Bankje,

dat in den Mond van het Nieuwe Diep lag,

zou kunnen doen verdwynen. Alhoewel zyn

ontwerp, als te omflachtig en te kostbaar, niet

geheel goedgekeurd wierdt, zoo waren doch

de kundigften het met hem eens, wegens het

vernaauwen van het gemelde Vaarwater, cn

de gevolgen daar van te wachten. Hoognoodig

was het dan, dit Plan werkftellig te maaken

: maar men kon voorzien dat byaldien de

zaak, met degewoone langwyligheid, ter Vergadering

van Holland behandeld wierdt, [naamlyk,

door de Admiraliteit aan hun Ed. Groot

Mog. te blaten verzoeken, het noodige te

mogen aanwenden, om in 't Nieuwe Diep

eene


142 M E M O R I Ë N T O T

eene bekwaame bergplaats voor de Scheeperi

te kunnen verkrygen; door deezen brief Conimisforiaal

te maaken, en door des kundigen de

geleegenheid te laaten opneemen; door vervolgens

de bevindingen en bedenkingen van

die kundigen weder in de Vergadering te brengen,

en aldaar dezelve by alle de Leeden

te zien overneemen, om door de wysheid van

alle de Vroedfchappen beftempeld te worden]

eenige Jaaren verloopen zouden, eer eene Refolutie

zou genoomen worden: te meerder

daar de Noordhollandfche Steeden , byzonder

die in welke Admiraliteits Werven zyn, een

tegenftrydig belang hadden.

Om dan meerder, of den meest mooglyken

fpoed te betrachten, fprak men af met eenige

der voornaamfte Leeden van Holland, en voornaamlyk

met Amfterdam, (-welke Stad, gelyk

baarblykelyk was, een allergrootst belang daar

by had,) dat op eenen brief door het Collegie

der Admiraliteit te Amfterdam, aan Haar Ed.

Gr. Mog. tot het bewuste einde gefchreeven,

aanftonds zou worden gerefolveerd, Z. H. met

eenige Heeren te machtigen, om het werk

daadlyk te doen verrichten.

Op deeze wyze moest men voorkomen, dat

uit een gevolg van onze Regeeringsform, eene

al-


O P H E L D E R I N G , ENZ. H3>

allerbeste en voor bet algemeen welzyn noodigfte

zaak, uit hoofde van fteedelyke belangens,

niet zou worden tegengegaan, en mooglyk

geheel achterblyven.

Geen reedelyk Mensch kon tegenfpreeken,

dat hec voor de Republiek allergewichtigst,

en voor eene Zee Mogendheid onontbeerlyk

was, eene plaats te hebben, daar de groote

Scheepen winterleeger konden houden, en in

ftaat zyn, om by tyds tegen 't voorjaar weder

Zee te kiezen: men had ondervonden, en ondervoudt

daaglyks, dat de groote Scheepen,

tusfchen Amfterdam en Texel, maanden opreis

waaren; Dit alles nochtans zou niet zwaarer

gewoogen hebben, dan de vrees van Medenblik,

van Hoorn, van Enkhuizen, dat zoo in't

Nieuwe Diep eene bekwaame legplaats, en met

den tyd geleegenheid gemaakt wierdt om de

Seheepen te repareeren , als dan minder vertier

by Haar zou zyn. Alkmaar zelve vreesde,

dat dewyl van Haar, geen Tranfport te water

naar de Helder is, het vertier vanmondbehoeftens,

ook daar by zou lyden.

Ingevolge van deeze bekrompene wyze van

befchouwen, lieten Alkmaar en Medenblik niet

na, van zich te kanten tegen de Refolutie van

Hun Ed. Gr. Mog. van den 20 April 1781 j by

wel-


144 'M E M O R 1 E N T O T

welke, op Schryvens van de Admiraliteit,

ten zeiven dage ingekomen, daadelyk «re

folveerd wierdt, Zyne Hoogheid tot het bo"

vengemelde einde te machtigen. Alkmaar, h'

welke Stad Dordrecht zich voegde, gaf k; a n!

zins m de aanteekening, die zy tegens evengemelde

Refolutie liet doen, voor reede, de

tregulèrUèii, en voornaamlyk het gevaar van

zoo eene willekeurige befchikking overs'Lands

Fmantien, (b) Medenblik ontkende boven dat

de Hellingen in het gunftig raport van de deskundigen

ter neder gefteld, en wilde dat i„

alle gevallen, niet toegeftemd wierdt, dan on

verminderd de Refolutie van x 5 July en 2 De

cember 1648.

Korte dagen voor het neemen van deeze Re

foïutie van 20 April, toen het gemelde overleg

gemaakt wierdt, bevond Ik my in 's Ha« •

en dewyl uit hoofde van * belang van onze

Stad en haare Scheepvaart, Ik meede gewerkt

had, om alle mooglyke fpoed te doen byzetten,

en men gaarnehad, dat een Amfterdamsch '

Burgemeester tegenwoordig was bydegefchillen

die men voorzag, dat daar over noch ter

O) Taarboeken 178r. blaJz. 869.

O) Jaarboaken 1781. bladz. 873.

plaat-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 145

plaatze zelve, met Gecommitteerde Raaden van

het Noorderkwartier zou voorvallen, betoonde

my Zyne Hoogheid, dat het hoogstdenzelven

aangenaam zou zyn, dat Ik my aan de Helder

, werwaarts van voorneemens was zich tot

het bewuste einde te begeeven, te gelyk liet

vinden. Ik nam het aan op goedkeuring van

myne Confraters.

Deeze Heeren keurden het niet alleen goed,

maar oordeelden dat myne tegenwoordigheid

mooglyk meede niet ondienftig zou zyn, om te

befpoedigen 't geen men toen gaarne gezien

had, naamlyk, eene expeditie om te onderfcheppen

zeeker transport Hanoverfche Troepen,

dat men wist zedert eenen geruimen tyd

op de Wezer gereed te leggen, om naar Engeland

gevoerd te worden.

Ik begaf my op reis den 19 April, en kwam

des anderen daags, daar ik de nacht op Marquette

had doorgebracht, aan de Helder.

Een Uur daarna, kwam Zyne Hoogheid van

het bezichtigen van eenige Scheepen, en zeide

my aanftonds, dat den anderen dag, Zondag,

bepaald was, om te fpreeken over 't Nieu.

we Diep, en tot dat einde, onder anderen den

Heere Groot Secretaris van Gecommitt. Raaden

van 't Noorderkwartier, verzogt had zich al-

1. DEEL. K daar


I46 M E M O R I Ë N T O T

daar te laaten vinden: maar, voegde Z. H. daar

by, my in 't oor luifterende, Ik heb om zes

uuren eene befogne belegd , met de Heeren

Hartzinck, Reynst, Zoutman en Kinsbergen, en

verlang dat Gy daar by zyt. Ik verfchoonde

my op dit laatfte, met te zeggen , dat dewyl het

onderwerp van dat befogne denkelyk geheel

militair zou zyn, en Ik geene genoegzaame

kennis van militaire zaaken had, myne tegenwoordigheid

aldaar vry ongepast, en nutteloos

zou weezen. Zyne Hoogheid repliceerde,

dat dewyl in dat befogne eene zaak van

de hoogfte aangeleegenheid voor den Lande

verhandeld zou worden, Hem aangenaam zou

zyn, dat daar een regeerend Burgemeester van

Amfterdam by de hand was, deeze, ten minften

als getuige van 't geen verhandeld en beflooten

zou worden, zou weezen.

Ik nam dan aan daar te komen, te meer,

daar Ik wist, dat het onderwerp zou zyn, het

niet of al uitloopen van eenige Scheepen, om

te trachten te onderfcheppen, het gem. Engelsch

Transport van de Wezer.

De Vice Admiraal Hartzinck had eenige dagen

geleeden, aan Zyne Hoogheid kennis gegeeven,

dat 's Lands Scheepen, a" Admiraal Generaal

, d'Admiraal de Ruiter, d? Erfprins, de Bata-


O P H E L D E R I N G , ENZ. I47

tavier, nevens de Fregaten d'Jrgo en Fenus,

geheel in ftaat waren om te zeilen: en tevens

meedegedeeld, de berichten die by bekomen

had, wegens het meergemelde Convooy van

de Wezer, naamlyk „ dat het beftond in 34

„ Transportfcheepen voor 2800 Recruten,

„ en 4 Fregatten van Oorlog, 2 van 36, 1 van

„ 26, en 1 van 24 Stukken: dat de Engel-

J } fchen voorgaven, dat noch meerder Schee-

„ pen van Oorlog, daarby zouden komen ;

dat eene Koopvaardy Vloot, binnen korten

„ tyd, onder escorte van één Fregat, uit Schot-

„ land zou zeilen: en eindelyk dat eene ande-

„ re Koopvaardy Vloot, omtrent het midden

„ of laast van Mey, uit Schotland naar deOost-

„ Zee zou fteevenen."

Deeze tydingen waren zoodanig aanmoedigende,

om te trachten met 's Lands Zeemacht,

hoe gering dezelve anderzints ook mochte

weezer. • den Vyand eenige afbreuk te doen ,

dat de'wyï Burgemeesteren my verzogt hadden

, dat fcrj aldien, gedurende myn verblyf in

Texel of aan de Helder, eenige geleegenheid

zich mochte opdoen, om daar toe aan te moedigen,

die niet te laaten voorby gaan, maar te

zorgen, dat opgemelde Lands Scheepen van

Oorlog, die gezegd wierden in gereedheid te

K 2 zyn,


4§ M E M O R I Ë N T O T

zyn, daar toe gebruikt mochten worden, Ik

vermeende thans te moeten trachten, aan dat

verlangen te voldoen.

Voor het aangaan van 't befogne nam Ik

de vryheid aan Zyne Hoogheid voor te Hellen

, of het niet gefchikt en paslyk zou zyn ,

de Hn. van de Admiraliteit, die met hun Jacht

in 't Nieuwe Diep lagen, tot het befogne te

nodigen, te meer, daar Ik teegenwoordig zou

zyn. Doch Zyne Hoogheid vermeende, dat

dewyl die Heeren daar in hunne qualiteit waaren

, die qualiteit niet te pas* kwam in een zuiver

Militair befogne dat Ik in 't zelve niet zou

teegenwoordig zyn, om myn advys te zeggen

. maar alleen om als Regent van eene Stad,

die één der aanzienlykfte Leeden der hooge Regeering

was, getuige te zyn, van 't geen ten

beste van den Lande, befloten zou worden.

Ik infieerde nochmaal met te zeggen, dat my

onder verbeetering, voorkwam, dat de xeegenwoordigheid

van Raaden ter Admira'aceït', nim.

mer ongepast kon gereekend worden, wanneer

over zaaken van de Zee, van welke natuur die

mochten wezen, gehandeld wierdt: maar zyne

Hoogheid bleef by zyne gedachten, en die

Heeren wierden niet gevraagd.

H Het befogne wierdt dan op het beftemde

uur


OP H E L D E RING, ENZ. I49

uur gehouden, en daar waren, gelyk Ik reeds

gezegd heb, tegenwoordig, Zyne Doorl. Hoogheid,

de Heeren Vice - Admiraals Hartzinck en

Reinst, Schout- by Nacht Zoutman, en Capt.

van Kinsbergen.

De eerfte vraag die in overweeging wierdt

gebracht, was — of men daadlyk Scheepen zou

uitzenden; ofwel wachten, dat men ''er meer by elkanderen

kon krygen.

De advyzen verfchilden; eenige waren volftrekc

tegen het uitloopen, en vermeenden ,, dat

„ de Scheepen en het Volk, in geenen genoeg-

„ zaamen ftaat waren: dat de macht te gering

„ was, en men niet waagen kon, iets te ver-

„ liezen, dewyl het verlies niet geboet kon

„ worden: dat men geene genoegzaame kond-

„ fchap had, van 't geen op de Kusten van

„ Engeland omging, noch van de Scheepen,

5, die de Engelfchen thans op deeze hoogte

„ in Zee hadden: eindelyk, dat men zelf gee-

„ ne rechte en zeekere kennis hadt; van den

„ ftaat, in welken zich bet gemelde transport

„ bevondt, en door welken, en hoe veel Schee-

„ pen van Oorlog, het zou gedekt worden."

Anderen ontkenden wel niet de waarheid

en gegrondheid van het zoo evengemelde , maar

vwaren nochthans van oordeel, dat men deez

e

K 3


15° M E M O R I Ë N T O T

ze geleegenheid niet moest laaten voorbygaan.

Zy beweerden „ dat in den Oorlog zonder

„ waagen weinig te doen is: dat de gantfche

„ Natie klaagde over werkeloosheid, en ver-

„ wachtte, dat iets ondernomen zou worden:

„ dat het dierhalven raadzaamer was, wat te

„ waagen, al kwam men al iets te verliezen,

„ dan binnen de Haven te blyven, en oor-

„ zaak te geeven tot onvergenoegdheid, neer-

„ flachtigheid, ja verregaande murmureerin-

„ gen.

Na dat deeze zaak eenen geruimen tyd, tusfchen

de verfchillende Leeden, evenwel met

alle bedaardheid, daar erkend wierdt dat veele

zwaarigheeden zich aan weerszyden opdeeden,

overwogen was geworden, nam Zyne

Hoogheid, die noch niet gefprooken had, het

woord: Hoogstdezelve, na alvorens de onderfcheidene

Advyzen met veel netheid ontleed

te hebben, trachtte het verfchil te middelen:

en ftelde zyne gedachten zoo wel voor,

dat de gevoelens vereenigd wierden, en eenpaarig

beflooten wierdt: „ dat de Schout- by

„ Nacht Zoutman, by aldienzeekere Scheepen niet

„ ingekoomen zouden zyn (V), na den 2.6 aan-

„ ftaan-

(a) Z. H, beoogde de Scheepen, van welke Ik bj. 21

gewaagd heb.


O P H E L D E R I N G , ENZ. 15*

„ ftaande zou uitzeilen, met de Scheepen, d'Ad-

„ miraaide Ruiter, van64ftukken, Schout-by

Nacht Zoutman, d"Admiraal Generaal, van

,'74 ft ukken, Capt. van Kinsbergen, de Erf-

„ prins, van 54 ftukken, Capt. Bedel, de Ar-

„ go, van 40 ftukken, Capt. Staring, de Bata-

T, vier, van 54ftukken, Capt. Bentinck, Meden-

„ blik, van 36 ftukken, Capt. Rynevelt, de

„ Amphitrite, van 36 ftukken, Capt. Braak,

„ de Venus, van 20 ftukken, Capt. van Rech-

„ teren, mdeAjax ,Cotter ,C^vanWclderen.

„ Dat hy Schout- by Nacht, voornaamlyk

„ zorg zou diaagen, door geen overmacht

„ overvallen, en van Texel afgefneeden te

„ worden: dat by aldien, door het uitzenden

„ van de Ajax, of van eenig Fregat, hySchout-

„ by Nacht zou meenen genoegzaame zeeker-

„ heid te hebben, om voor geen overmacht

„ te moeten vreezen, hy als dan zich zou

kunnen eloigneeren, noordwaarts aan ftee-

„ venen, en trachten te intercepteeren, het

„ Convooy dat van de Wezer zeilen moest:

„ voords wierd bepaald, dat men deManfchap-

„ pen van de Scheepen, 't laatst in werving

„ gekomen, en noch in geen genoegzaam ge-

„ tal, om de Scheepen in Zee te kunnen laa-

„ ten gaan, gebracht zouden worden, op de

K 4 » bo-


I

5 2

" h0

^SemeMS M E M O R I Ë N T O T - 1

*"

tot de Expeditie gefchikte

" ;, T , d,

' e

" 0 C h een,

'S «ebrek *>n Man-

„ fchap hadden: terwyl dat Volk intusfchen

„ gefuppkëerd zou worden, met « a 3oo Man

1 M

f iS

'

d

°° r Z

^ Hoogheid daar to. Z

ordonneeren en door het Volk, dat door

d e

f West-Indifche Compagnie, en de Di-

„ reétie van Surinamen in Texel lag, om naar

n e

" f S«"^ge geleegenheid, o m naar de Co-

„ lomen gevoerd te worden, te wachten

Men overlei vervolgens, of'er ook moogykheid

Z Ou zyn, in eene der Havens, of op de

Kusten van Engeland eenige é xp edUk o f ^

que te doen: maar wierd door alle de Heeren

Officieren eenpnarig begreepen , z u] k s , a a n_

zien onze geringe Macht onmooglyk te zyn

en dat men dus voor als noch alleen bepaalen

nioest, den Handel en Vaart, voornaamlyk naar

de Oostzee, zoo veel mooglyk, te befchermen.

Toen dus de militaire zaaken , daar Ik intuc

fchen mets anders dan een toehoorder geweest

was, afgeloopen waren, nam Ik vryheid volgens

gedaane affpraak met Burgemeesteren

voor te draagen: „ Dat Burgemeesteren indach-

„ ig den yver en bereidwilligheid, die het

„ Hof van Frankryk in alles wat flrekken kon

* om ons te helpen, betoond had, en niettwyf-

fe


O P H E L D E R I N G , ENZ. 153

„ felende, of het zou daadlyk deszelfs nava­

jo le Macht willen doen dienen, om die der

,', Republiek te onderfteunen, my reeds ge-

" last hadden toen Ik 't laatst in den Haag

„ was, aan Zyne Hoogheid voor te ftellen, -

„ om aan 't Hof van Frankryk voor te flaan,

„ de operatien voor de aanflaande Campagne I

„ te concerteeren: dat ik nu weder door Burge- I

„ meesteren verzocht was, daarvan gewag te

„ maaken: en ik dierhalven de vryheid nam

„ van de tegenwoordige gebruik te maaken,

„ en dus in Confideratie gaf, of zoodanig Con-

„ s«rt voor de gemeene zaak niet dienftig zou

zyn."

Men overwoog myn voordel, doch de meer­

derheid begreep „ dat wy van zoodanig concert

„ weinig of niets konden verwachten: dat de

„ diverfie die de Franfche Vlooten van zeiven

„ zouden maaken, ons alleen dienftig konde

„ zyn: dat wy geen Machts genoeg hadden,

„ om onze Scheepen buiten het Canaal met

„ de Franfche te doen vereenigen: dat Frank-

„ ryk nimmer zyne Scheepen in het Canaal,

„ en waarfchynlyk niet in de Noordzee zou

„ zenden; dat wy ons mooglyk zouden ver-

„ binden, en onze beloften nakomen, terwyl

„ Frankryk veel belooven, en weinig houden

w 3ou." _

K 5 D

« e

"


154 M E M O R I Ë N T O T

Deeze feedenen kwamen my voor, wel gefchikt

te zyn, om in bet Concerteeren van Oor

logs bedryven met Frankiyk zeer behoedzaam

en voorzichtig te weezen, maar niet om alle

overleg tot wederkeerigen byftand af te raaden.

Zyne Hoogheids vreeze was, dat door zoodanige

handeling met Frankryk, wy ongevoelig

in Verbindtenisfen zouden geraaken, tot het

aangaan van welke met eenen machtigen Vorst

men altyd fchroomachtig moet zyn.

Dit kon niet ontkend worden, maar my

kwam doch voor, dat het eene betracht, en

het andere vermyd kon worden, (a)

Zyne Hoogheid vermeende noch daarenboven,

tot zoodanige Concerteering niet bevoegd te

zyn, zonder daar van een voorftel ter Staatsvergadering

te hebben gedaan, en behoorlyk

daartoe gelast te weezen.

Dit kon ik zoo niet toegeeven, dewyl ik my

verbeelde, dat het concerteeren van Krygsöperatien

een natuurlyk gevolg was van 't Oorlogs

beftuur en beleid, die buiten twyffel aan

den

- («) Hoe zeer Ik op dat oogenblik daar over niet te

vreeden was, moet Ik doch thans erkennen , dat de Heeren,

die voorzagen, dat van dat concerteeren met Frankryk wei'

xag nuts te wachten was, meer doorzicht hadden.


O p H E L D B R I N G, ENZ. 155

den Admiraal Generaal by deszelfs commisfie

waren opgedraagen. Doch ik kon Z. H. en

de meerderheid niet overreeden, en daar wierd

niets bepaald.

Na dat door Zyne Hoogheid zelve, het ge­

melde betreklyk tot de voorgenoomene expe­

ditie, op 't papier was gefteld, fcheidde het

befogne.

Des anderen daags bezichtigde Ik eenige

Scheepen, naamlyk die van de Heeren Zout­

man, Bedel, Kinsbergen en Bentinck, de goede

order die op dezelven plaats had, was aanmerk-

lylc, zelfs voor een onkundig oog: maar niet

zoo'ftichtlyk was het befchouwen der aangeleg­

de Werken, aan of by de Helder.

Alhoewel Heeren Gecommitteerde Raaden

den 28 Maart, reeds aan Hun Ed. Groot Mog.

eefchreeven hadden, dat zy met betrekking tot de

dekking der Zeekusten, de noodige ordres hadden

gedepecheerd, enter executie gelegd, zoodat dezel­

ve provifioneel zich in beboorlyken ftaat van defen-

Re bevonden. («) kon Ik niets vinden , dan 10a

12 ftukken Gefchut, van 6 a 12 fB, beoosten

het Dorp, gefteld op eenigelosfePlanken. Men

was beezig op den hoek van Holland, bewesten'

de Helder, eene Battery van in de 50 zwaare

ftuk-

00 Byl. D.


1

^ M E M O R I E N T O T

ftukken op te rechten, om het naaderen tot

en het inkomen van de Texelfche Rheede, té

beletten. '

Eén Uur na den n i i d d a g 5 w a s b e f t

het houden van het befogne, over het maaken

van de werken aan de Herfens, en verder

aan en langs het Nieuwe Diep. De Heeren

\ice-Admiraal e n C a p t. v m .

gen, meede door Zyne Hoogheid tot het befogne

verzogt waren, reeds daags tevooren,

de Heer Groot, >s Lands Opzienders den Borger

en van Hargen, en de Heer Brandligt 's morgens

aangekoonien. Wy g i n g e„ allernet zyne

Hoogheid eene infpedtie neemen in floepen

hier en daar de gronden peilende, terwyl de

Heei-Brandligt aanwees, waar, zyns bedunkens,

de Dyk die langs den Zuidwal zou moeten

ftrekken, gelegd zou moeten worden

Het Plan van gem. Heer Brandligt, reeds eenige

jaaren te vooren door Hem in 't licht «weven,

hadden de Heeren Vice -Admiraal Reinst

en Capt. van Kinsbergen, geoordeeld gefchikt

te zyn om tot grond voor het befogne te dienen

De Fleer ^ floeg voor, „ dat, dewyl

« het 2eeker was, dat het verkrygen van eene

"

H a V £ n

p " C N i e u w e

^ep, eene heilzaame

?

' *

V 0 0 r d e n L a n d e

allernuttige zaak zou

» zyn ,


O P H E L D E R I N G , ENZ. 157

• zyn, 't voornaam onderwerp van het befog-

" ne weezen moest, de wyze op welke zulks

" best werkftellig zou kunnen gemaakt wor-

„ den: dat het Plan van den Heer Brandligt

" voor eerst in overweeging zou kunnen ge-

\\ nomen worden, om te onderzoeken wel-

„ ke veranderingen of verbeeteringen, daar

" aan zouden behooren gemaakt te worden."

De Heer van Kinsbergen en Ik, waren van

dezelfde gedachten; maar de Heer Groot zeide,

„ op dit voorftel niet te kunnen antwoorden:

" dat Hem de zaak raauwlyk voorkwam: dat

het onnoemlyke Sommen zou kosten: dat

][ deswegens verzoek aan de Staaten behoor-

" de te worden gedaan, en dat verzoek door

Haar Ed. Groot Mog. gefteld worden in han-

'„ den van Gecommitteerde Raaden van bei-

„ de kwartieren, om daar op te berichten." Dit

zeggen toonde aanftonds klaar aan, hoe heil­

zaam de voorzorg, om op het fchryven der Ad­

miraliteit, de bewuste Refolutie te laaten nee­

men , geweest was: daar de wandeling die de

Heer Groot aan deeze zaak wilde laaten doen ,

haar zoodamgen omweg zou hebben doen nee­

men, dat zy in geen jaaren, en mooglyk nim­

mer het bedoeld einde zou bereikt hebben.

Men antwoordde den Heere Groot „ dat wy

„ daar


I£ 8

M E M O R I Ë N T O T

„ daar niet waaren om iets te bepaalen- dat

„ men alleen voorhad te overleggen, wat men

„ doen moest om voor te komen, dat by het

„ winterfaifoen, 's Lands Scheepen niet i n ' t

„ uiterst gevaar wierden gefield: of reeds in 't

„ laatst van September moesten ontwapend

„ worden, om ze naar 't Veer ce brengen • dat

„ by aldien het concept van den Heer Brandligt,

in 't geheel of ten deele niet goed was

„ de gedachten van kundigen, onder anderen

„ van den opzichter den Berger, zou kunnen

„ ingenoomen worden."

Maar de Heer Groot, hoe zeer zyn Ed. erkende

de hooge noodzaakelykheid van 't werk

bleef 'er by, dat de propofitie en het befog!

neeren over dezelve, behoorden tegefchieden,

volgens gewoonte: en den Berger, na veele tegenwerpingen,

die alle niet veel beteekenden,

zeide, dat hem, als in dienst zynde van Gecommitteerde

Raaden, by zyne Inftruclie verbooden

was, eenige Concepten of werken voor

anderen, dan voor Hun Ed. Mog. te maken.

Wy hadden meer dan een Uur getwist, toen

Zyne Hoogheid, die intusfchen zyne brieven

was gaan depecheeren, zich by het b°fogne

voegde. Na dat Ik kortelyk verflag van 't geene

over en weder gezegd was, gedaan had,

zei-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 159

zeide Hoogstdezelve, „ dat dewyl wy allen 't

eens waaren, dat 'er iets gedaan moest wor-

, den, zulks ook moest gehouden worden

„ voor gerefolveerd: ten minften voor zoo

verre als het gefchieden kon, buiten de meedewerking

van de Staaten. Dat, wat aanging

het adres aan hun Ed. Gr. Mog., van

't welk de Heer Groot gefprooken had, daar

reeds aan voldaan was, door eenen brief,

, door d'Admiraliteit van Amfterdam, tot dat

11 'einde, aan Hun Ed Gr. Mog. gefchreeven:

dat men de Refolutie daarop moest afwach-

' ten: maar dat Hy Prins van Oranje , den

„ opziender den Berger intusfchen gelastte:

„ hoe eerder zoo beeter op 't papier te ftellen

•' zoodanige middelen, als Hy den Berger zou

„ oordeelen beeter te zyn, dan de voorge-

„ fielden: terwyl Zyne Hoogheid van zynen

„ kant zou inneemen, de Advyzen van twee

„ of drie kundige Lieden." Dir befluit van Zyne

Hoogheid, wierdt by ons allen, en met naame

door den Heer Groot goedgekeurd, en door

den Berger aangenoomen, zich daar na te zullen

gedraagen: waar meede deeze Conferentie

een einde nam.

Zie daar 't verflag van 't geen tot myne

Texe fchè Reis aanleiding gegeeven heeft, en

op


IÓO M E M O R I Ë N T O T

op dezelve voorgevallen is. Ik vertrouw dat

de laster zelve, niets daar in zou kunnen vinden

tot myn nadeel: nimmer had Ik ook kunnen

verwachten, dat de boosheid daar uit fenyn

zou gezoogen hebben. Het oogmerk van

myne reis was, vooreerst, het bevorderen eenerzaak,

daar 't gantfche Land zoo lang naar

verlangd had; Ik meend'expeditie naar de VVe-

. .zer: en van eene andere, uit welke het grootfte

nut voor het Zeeweezen van de Republiek

moest voortkomen: en aangezien den goeden

nitflag, waarmeede de zaak tot noch toe bekroond

is, en noch verder bekroond kan worden,

verheug Ik my, dat, daar zy in 't begin

zoo veele tegenftreevers vondt, Ik de hand

daaraan gehouden, en mooglyk iets toegebracht

heb, om dezelze te doen bepaalen, en voornaamlyk

daar na door geftadige aanmaaningen

te doen befpoedigen.

Ik vertrok 's Maandags morgen uit Texel

met geene kleine hoop op den goeden uitflag'

van t geen in myne tegenwoordigheid was bepaald

geworden. Dingdag deed ik verflag van

myn wedervaaren aan Burgemeesteren, en ging

Vrydags naar Marquette. Saturdag denken,

de dag tot het uitzeilen gefteld, met een goed

Vriend aldaar aan tafel zittende de wind Oost

waay*


ö P H E L D E B. I N G, ENZ.' l6l

waayende, en dus onderftellende, dat ons Exquader

in Zee was, en vervolgens de fecrefesfe,

welke wy hadden aangenomen, niet meer

noodig, ftelde Ik een glaasje in op het goed

fucces, en wierdt het zelve met hartelykheid,

\ genoegen, en goede hoop gedronken.

Maar dat genoegen duurde niet lang: des

anderen daags vroeg in den ochtend, wierd Ik

ondderricht, dat het Esquader niet uitgeloopen

was. Ten uiterften verwonderd, daar Ik de

ftellige ordres door Zyne Hoogheid, des Zondags

Avonds, voor Hoogstdeszelfs vertrek,

fchriftelyk, ingevolge van 't geen Ik hier booven

heb aangeteekend gegeeven, gezien had,

fchreef Ik dien dag aan Zyne Hoogheid, om

die verwondering te betoonen: teffens verzoekende

, zoo 't kon zyn , van de reedenen van

deeze verandering onderricht te mogen worden.

Zyne Hoogheid had de goedheid my te antwoorden

, dat omtrent het uitgaan van het Esquader,

Hoogtsdezelve den Vice- Admiraal Reynst

gezegdhad, my het voorgevallene tecommuniéeeren.

Ik kon niet voorzien, voegde Zyne Hoogheid

daar by, dat de wind zoo fpoedig zou veranderd

zyn, anders was Ik aan't Nieuwe Diep gebleeven,

en de Scheepen zouden in myne prefentie vertrok-

L DEEJ-. • L " ken


ÏÓ2 M E M O R I Ë N T O T

ken zyn. "t Is niet de queitie over den rang, (dit

had men verfpreid ,) die derzelver uitzeilen vertraagd

heeft, maar eene fcrupule van den Scho

by Nagt, en zommige Capiteinen, dat zy te veel

geëxponeerd zouden zyn, en waaraan de Vice Admiraal

heeft gemeend in zoo verre te moeten de

reeren, dat Hy nadere ordres gevraagd heeft: than

hoop Ik dat zulks is geredresfeerd,

Hoe deeze zaak zich heeft toegedraagen, kan

men meerendeels vinden in de Memorie van

Zyne Hoogheid, bladz 51 en volg. en in No.

19, der Byl. van dezelve. Op bladz. 52. wordt

gefprooken, van zeekere tyding, die tusfchen

den 19e April, dat de orders gegeeven waren,

en den 26e dat ze ter uitvoer moesten zyn gebracht,

zou zyn ingekomen, van een Engelsch

Esquader, beftaande in verfcheide Scheepen

van Linie, onderden CommandeurSwart: doch

Ik heb des tyds daar van niets gehoord: en de

Heeren Hartzinck en Zoutman hadden ook geen

gewag daarvan gemaakt, of zulks totreedevan

het niet uitloopen gegeeven, in het eerfte verllag,

dat zy aan Zyne Hoogheid door den Luitenant

Aherfon, zoo ik wel heb, Zondags na

den 26e hadden laaten doen: en waarop Zyne

Hoogheid bevolen had, denhoogenZeeKrygslaad

daadelyk te beleggen.

Wat


O F H E L J) E Jt I N G, ENZ. 163

Wat daarvan zyn moge, wenfchelyk ware

het geweest, dat men, vooreest, in eenen

minder uirgeilrekten zin aangenomen had, het

verflag va 1

1 den Vice - Admiraal Hartzinck, toen

Hy kort ^jr de reis van den Prins naar Texel,

aan Zyne Hoogheid gefchreeven had, dat 4

Scheepen en 2 Fregatten, compleet in ftaat waren

om te zeilen: ten anderen, dat menden 1%

April, toen meergemelde Krygsraad gehouden

wierdt, grondig onderricht was geweest, van

den toeftand der Scheepen, zoo als dezelve door

de commandeerende Officieren, in evengemelde

Scheepskrygsraad daar na voorgefteld zyn:

om, ware het mooglyk geweest, daar in te

voorzien, of anderzints geen orders te geeven

die onuitvocrlyk waren. Maar noch wenschlyker

ware het geweest, dat de Leeden van den

grootften Scheeps Krygsraad van den 2often April

zich hadden kunnen voegen by het Advys van

de HeetcnHartzinck,vanKingsbergenenvanRecb'

teren : naamlyk, om de expeditie te entameeren,

mits eerst behoorlyk doende recognosfeeren, en

tot dat einde voor of ^boven Texel kruysfende.

't Zy verre dat Ik het Advys van deezen

of geenen der Officieren, die in deezen geadvifeerd

hebben, zou willen taxeeren: 't'geen

de geenen, die voor niet uitzeilen geweest

L 2 zyn,


I6"4 MEMORIËN TOT

zyn, van den toeftand hunner Equipagien gezegd

hebben, woog zeekerlyk zwaarj maar 't is

noodlottig geweest, dat alle die omftandigheeden

zaam geloopen hebben, Geenen tyd,

dat het algemeen geroep reeds was, dat door

werkeloosheid den Vyand geen afbreuk gedaan

wierdt.

Ondertusfchen deed het niet uitloopen van

's Lands Esquader, dat algemeen verwyt van

werkeloosheid ten toppunt ryzen: gelyk het

met de geruchten gewoonlyk gaat, het fchreeuwen

overtrof verre de weezentlykheid: maar

het fcheen doch niet ontkend te konnen worden,

dat eene zeekere flaauwheid in het beftuur

der zaaken regeerde, en die flaauwheid

gaf misnoegen tegens de geenen, die voornaamlyk

aan 't hoofd van het beftuur waren.

Men weet zulks byzonderlyk aan den invloed

van den Heere Hertog van Brunswyk: men

gaf voor, dat Zyne Hoogheid van zyne teedere

jaaren gewend, eene byzondere hoogachting

toe te draagen, en naar uirerlyken fchyn

veel verplichting hebbende, aan zynen Oom,

Voogd en Voedfterheer, hem door eenefchrandere

en geliefde Moeder toegevoegd, te veel

vertrouwen op dien Heer ftelde. Dit mishaagde

de Natie, in 't algemeen, dit verdroot de

Re-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 165

Regenten, ja zelfs zoodanigen, die byzonder- i

lyk Zyne Hoogheid en deszelfs Huis, waren

toegedaan.

Men verweet den Hertog, dat, om meester

te blyven van 't algemeen beftuur, Hy trachte

Zyne Hoogheid met kleinigheeden beezigte

houden, in plaatze van Hoogstdenzelven de

zaaken in 't groot, en omvattende alle derzelver

betrekkingen, te doen befchouwen : dat

Hy Zyne Hoogheid van veelen der voornaamfte

Regenten verwyderd had, en deezen by

Hoogstdenzelven verdacht gemaakt: dat daar

door het vertrouwen tusfchen Zyne Hoogheid

en de Regenten, zoo noodzaaklyk in 't beftuur

van zaaken, geheel verlooren was, dewyl men

wel Zyne Hoogheid, maar geenzints den Hertog,

dat vertrouwen wilde geeven.

Om deeze fchadelyke gefteltenisfen, zoo veel

mooglyk, voor te koomen, had men zedert eenen

geruimen tyd gewenscht, dat Zyne Hoogheid

tot zich geroepen hadde eenige Leeden, die het

algemeen vertrouwen zoo wel als het zyne, bezaaten,

om met dezelven, al het noodige tot

het beftuur der zaaken, te beraamen, en het

beflootene met den meesten fpoed te doen in

't werk ftellen.

Niets vreemds fcheen daar in te zyn opge-

L 3 floo-


l66 M E M O R I Ë N T O T

flooten : Mevrouw de Princes Royaal, 'sPrinfcn

doorluchtige Moeder, eene fchrandere en

voortvaarende Vorstinne, was volgens eigen

verkiezing, nimmer zonder raad geweest: Zy

had daartoe veele aanzienlyke Regeerings-leeden,

waar onder de eerfte Staats-Ministers,

de Thefaurïer Generaal, de Griffier, de Raadpenfionaris,

en de Secretaris van den Raad van

Staate, veikooren. Het was byzonderlyk Burgemeesteren

van Amfterdam voorgekoomen,

allerwenfchelykst te weezen, dat insgelyks,

door het verkiezen, door den Prins zeiven,

van eenige voornaamen, en het algemeen vertrouwen

genietende Perfoonen, onder de Regenten

der zeven Provintien, de voorgemelde

zwaarigheeden uit den weg geruimd wierden.

Burgemeesteren waren wel volkomen overtuigd

, dat de eerfte en voornaame oorzaak van

de geringe poogingen die 'er gedaan wierden,

om den Vyand afbreuk te doen, was, de droevige

toeftand, in welken het Zeeweezen, en

al wat daar toe betrekking had, zich bevondt,

doch zy hadden teffens begreepen, dat 'er verfcheidene

zaaken hadden kunnen gefchieden,

die achter gebleeven waren. Zy hadden al vroeg

daarom aan de hand gegeeven:

Dat men een of meerder behendige Lieden

naar


O P H E L D E R I N G , ENZ. 167

Tiaar Engeland behoorde te zenden, om van 't

geen aldaar, en voornaamlyk indeHaavens,

omging, onderricht te zyn, en dat daartoe geen

o-eld behoorde gefpaard te worden. •

Dat men de Manfchappen der kleine Schee­

pen , die noch niet voltallig waren, behoor-

de over te brengen, op de groote: en op de

eerfte alleen zoo veel volks laaten, als noodig

zou wezen, om ze op de Rheede leggende te

regeeren.

Dat men insgelyks de Manfchappen voor de

Wagtfcheepen geworven, op de andere Scheepen

moest doen overgaan, en deeze door Militairen

laaten vervangen: terwyl men middelen

benamen moest, om in deeze beide gevallen,

de Capiteinen, voor wien de wervingen

eige'nlyk gefchieden, fchadeloos te ftellen.

Dat, terwyl de Scheepen in ftaat wierden

gefteld, om hoe eerder zoo beeter Zee te kiezen,

intusfchen met het Volk dat men zou

kunnen kvygen , de Wagtfcheepen, die naar

Zeeland beftemd waaren, konden gebracht, en

de Zeeuwfche en Maasfche Scheepen van Oorlog

die naar Texel moesten, gehaald worden,

om dus onze macht m de Noordzee te vereenigen,

en in ftaat te geraken, om het Esquader

van den Admiraal Parker, daar toen in de

L 4 Maand


163 M E M O R I Ë N T O T

Maand van April reeds van gefprooken wierd

liet hoofd te kunnen bieden.

Dat men het Volk van den Czpitein de Bruyn

zoo Hy zyn Schip niet in Zee kon brengen'

op de andere Maasfche Scheepen, die hunne'

Manfchappen niet voltallig hadden, behoorde

te doen overgaan.

Dat, om zoo veel mooglyk het daadlyk gebrek

aan Artilleristen te heelen, Zyne Ho o*

beid 'er zoo veele uit de Frontier.fteeden op

de Scheepen zou bezorgen, als maar cenigzints

mooglyk zou zyn: en dat, om zulks te faciliteeren,

met de aanwerving der Artilleristen

aanftonds een begin zou worden gemaakt ten

minflen voor zoo verre de Quote van Holland

zou kunnen ftrekken, dewyl alle de Provintien

in de vermeerdering van de Landmacht

noch niet toegeftemd hadden.

Eindelyk, dat hoe eerder zoo beeter zou wor

den aangenomen, de opening door den Fran

fchen Ambasfadeur gedaan, om de operatien

voor den aanftaanden Zomer te overleden'

niettemin zorg dragende, geene nadere Ver'

bmdtemsfen, met die Mogendheid te maaken

maar zoo veel mooglyk in Z y n geheel te bly ven'

Van dit alles, van ter zyde aan de hand J

geeven, was weinig of .niets gedaan: het op.

rech-


O P H E L D E R I N G , ENZ. IÖO

rechten van een Corps Mariniers, was wel bepaald

geworden, maar volgens 't oordeel van

des kundigen, overtrof daar in het getal der

Soldaaten veel te veel, dat der Matroozen.

Wenfchelyk was het doch geweest, dat het

voortgang had gehad, daar de gebreeken gebeeterd

hadden kunnen worden: maar de ongunflige

tyden, die kort daar na eenen aanvang

genomen hebben, en gedurende welken,

alles dat van den Stadhouder kwam, hoe nuttig

het ook mochte zyn, van de hand geweezen

wierdt, hebben eene zaak, zoo noodig voor

het Zeeweezen, belet.

Ik heb zoo even gezegd, hoedanig het algemeen

denkbeeld in 't welk men was, dat de Heer

'Erfftadhouder, een al te uitfluitend vertrouwen,

in zynen ge weezenen Voogd flelde, het

gewenscht vertrouwen tusfchen Zyne Hoogheid

, en de voornaamfte Regenten als verbannen

had; en dat Burgemeesteren daarom verlangd

hadden, dat Zyne Hoogheid eenige Leeden

had willen verkiezen, om derzelver raad,

in zaaken van aangeleegenheid in te neemen:

dit was de eenigfte oorzaak geweest van de

propofitie die wegens Amfterdam, ter Vergadering

van Holland, den i8 Mey 1781 (a) gedam

(a) Jaaiboeken i;8r. bl. 1056.

E 5


I^O M E M O R I Ë N T O T

daan was: doch het zy verre dat de opftellers

derzelve, immer gehad hebben, het voorneemen

hun toegefchreeven, in zekere opheldering in

de Maand January 1783, ter Vergadering van

Holland overgegeeven f»: niet van wegens

Burgemeesteren, of uit naam der Stad, maar

door den Penfionaris van Berckel, die dezelve

eerst by monde had voorgedragen, doch daar

na op 't verzoek van eenige Leeden, zoo Hy

zeide, in gefchrifte gefteld had.

Nimmer heeft gemelde Penfionaris eenige

last van zyne Committenten tot het doen dier

uitlegging gehad, noch zelfs met hun daar over

gefprooken: daar deezen doch best hunne meening

hadden kunnen uitleggen. Zoo Hy Penfionaris

de Heeren Temminck, Hooft, Elias en

My, geraadpleegd had, zouden wy den inhoud,

zeekerlyk niet goedgekeurd hebben.

Wy zouden wel verzeekering gegeeven hebben

, gelyk in die Memorie gezegd word, van

geen voorneemen te hebben gehad, om het gezach

van Hun Hoog Mog., van den Raad van

Staate, van den Admiraal Generaal, of van

de Admiraliteits Collegien, te verkorten: maar

wy zouden gemeend hebben, tegenftrydig met

die verzeekering te hebben gehandeld, indien

(a) Jaarboekeu 1783. bi. 80.

on-


O P H E L D E R I N G , ENZ. I7I

onze meening was geweest, aan eenige Heeren

Gedeputeerden de macht te doen verkenen,

om zelfs buiten den Admiraal Generaal, aan

wien de direètie en beleid van den Oorlog is opgedraagen,

te befluiten en te doen uitvoeren.

Wy zouden nimmer hebben durven voordellen,

zoo als in die Memorie gedaan wordt,

om eenige Leeden der Regeering, meerendeels

onbedreeven in Militaire zaaken, te machtigen

, om wanneer het niet doenlyk zou zyn, met

den Admiraal Generaal te raadpleegen, als dan

de operatien van 's Lands Vloot, te reguleeren,

en te oordeelen , of de geleegendheid om den Vyand

afbreuk te doen, voordeelig was.

't Is waar dar in 1665, eenige Leeden van

Hun Hoog Mog. naar Texel en naar Zeeland

tot bevordering van de Equipagien , en het emplooi

van 's Lands Vloot gezonden zyn geworden:

maar

Vooreerst, was de Republiek des tyds zon­

der Admiraal Generaal: en het beleid der zaa-

ken van de Zee, aan niemand in 't byzonder

opgedragen zynde, kon dierhalven de befchik-

king over 's Lands Vloot, door Hun Hoog

Mog, aan wien zy 't goedvonden, zonder ie­

mands recht te verkorten, toevertrouwd wor­

den.

Ten


Tm -rtw,, was die Mcht in , SS 5 o p g e.

«W». zoo e r o o t „iet a l s d e u i t, e g^. P

J e t

li-rj mi

r° m

" :

. C0

T iSftri

" i»2* Re.

"' wordt,

Co


O P H E L D E R I N G , ENZ. I73

te onderneemen, zonder vooringenomen advys

van den Luitenant Admiraal, en des noods

van de andere Hoofden van de Vloot: terwyl

teffens aan den Admiraal Generaal, Extra 61

van de Refolutie gezonden moest worden, met

verzoek deszelfs Conftderatieu aan gemelde Gedeputeerdens

tot hun naricht te êot® loekovun.

Burgemeesteren zouden ook nimnt c V>' >nmisfarisfen

, verantwoordelyk

•maken, aan eene Prü^f!^ in *t % *» &

hun beftuur moest 4^^, uver • - '> e

*

heele Bondgenoopfcbap betreffende: veel eerder

zouden Burgemeesteren gedacht hebben,

dat zoodanige Commisfarisfen, evenals de Gedepnteerdens

in den Raad van Staate, zouden

hebben moeten afzweeren, alle betrekking

tot hunne byzondere Provintien: daar

het bekend is, hoedanig het belang van ieder

Provintie, aan deszelfs Gedeputeerdens, dikwyls

meer ter harte gaat, dan dat van 't Bondgenoodfehap

in 't algemeen.

Nimmer zouden Burgemeesteren, die Commisfarisfen

hun verblyf hebben willen doen

houden, in onderfcheidene Havens van de Republiek:

waarvan, dewyl zy geene ruggefpraak

met eikanderen zouden kunnen houden, eene

verdeeldheid in de operatien een noodzaaklyk

ge-


174 M E M O R I Ë N T O T

gevolg moest zyn: alzoo elk uit zyne Haven

• met de by zich hebbende Scheepen, zoodanige

expeditien zou laaten doen, als naar deszelfs

inzien raadzaam zou oordeelen.

Eindlyk zouden Burgemeesteren, om kvvanzuis

de werkloosheid tedoenverdwynen, nimmer

aan de hand hebben gegeeven, een middel,

waar door ze niet dan grooter kon worden.

Want hoe zou het mooglyk zyn, dat Commisfarisfen

Oost en West verfpreid, met den noodigenfpoed,

operatien, diegemeenfchappelyk

overlegd moesten worden, ter uitvoer zouden

kunnen doen brengen j? 't Is waar, zy worden

voorgefteld, als uitvoerders der Refolutienvan

Hun Hoog Mog.: maar, behai ven dat daar door

zelfs eene aanmerklyke vertraaging moest veroorzaakt

worden, zoo is 't genoeg bekend,

dat die Vergadering, ja zelfs het fecreet Befogne,

niet gefchikt zyn, om de Krygsöperatiën

te beraamen, ten minften niet om tyd en

byzonderheeden tot de uitvoering, te bepaalen.

Deeze verdeeling in 't beftuur, was eerder

lynrccht ftrydig, met het oogmerk van Burgemeesteren:

dewyl zy, gelyk reeds gezegtis,

voornaamlyk door hun voorftel beoogd hadden,

alle de deelen van het publiek beftuur,

zoo


O p II E L D E R I N O , ENZ. I?5

z oo veel mooglyk, re vereenigen, en te zaam

te laaten werken. Volgens hun oogmerk, zou -

Z. H. in zyne hoedaanigheeden van Stadhou­

der , Capitein en Admiraal Generaal, 't voor-

naame Spil, op welke alles zou draayen, geblee-

ven zyn; doch tot betrachting van meerder

eensgezindheid , befpoediging en onderfteu-

ning in het uitvoeren, zou Hoogstdezelve, tot

zyne Raadslieden, en als men ze zoo eens mag

noemen, medehelpers, hebben gehad, zoodanige

Perioonen, die door hunne bekwaamheid, en

betrekking tot de onderfcheidene Departemen­

ten van het beftuur, door hem zeiven gefchikt

zouden geoordeeld zyn geworden, om het be-

flotene in die Departementen ter uitvoer te

doen brengen; en die voorts, door hunnen in­

vloed ,'t zy als Regenten 't zy als Ministers, zou­

den bewerken, dat wanneer 'er Refolutien van

Staat, of van andere hooge Vergaderingen, noo-

dig zouden zyn, dezelve met meerder fpoed

dan naar gewoonte zouden genomen worden.

Alhoewel 'er weinig waarfchynlykheid was,

toen Zyne Hoogheid ongeraaden vondt, in dit

voorftel toe te ftemmen, dat deswegens iets

bepaald zou worden, zoo vermeenden Burge­

meesteren doch ambtshal ven verplicht te zyn, de

bekende Propofitie ter Vergadering van Hol­

land


* 7 6 M

E M O R i E N TOT

land te laaten doen: na dat ik doch alvorens

op verzoek van Burgemeesteren, van dit voor'

K v o o r

neemen aan Z. H., bv een^n « • r, "

l

i-9 oy eenen Brief kennis had

gegeeven, en dat op denzelven, ('t g e eh doch

naderhand bleek, by roe val t e ' i y n ' ^

Weeven,) geen antwoord gekomen was

Alhoewel een Regent, in een Gemeenebest

geene daadlyke, 0f al s Ik het zoo noemen ma!'

eene ^ « / , verantwoording voor zyne Re-'

geermgsdaaden verfchuldigd is, z o o k a n h e t

Hem doch niet énverfchiliig zyn , hoe diedaadendoorzyne

Land- enStadgenooten, envoornaamlyk

door zyne meede Regenten, beoordeeld

worden.

Hier was 't geval zoo geleegen, de werkloosheid

, waar uit ze ook mochte voortkomen

was baarblyklyk: Burgemeesteren geloofden

met de gantfche Natie, dat Zyne Hoogheid te

veel en te byzonderlyk zyn vertrouwen op

den Heer Hertog ftelde : en waren die gedachten

aleensbovenmaatig, zy namen zeekerlyk

het zoo onontbeerlyk vertrouwen, tusfchen

Zyne Hoogheid e n de Regenten geheel we*.

Hier „ diende volftrekt voorzien te wórden:

dit hadden Burgemeesteren, aangefpoord doorhunne

mede Regenten,getracht, onderdehand

te doen: doch 't was mislukt: nu konden zy

naar


O P H E L D E R ING, ENZ. I£7

raar hun inzien niet IH1 zi'ten, zonder gevaar

te loopen, van door deeze laatften van achteloosheid,

of ten minden, flaauwheid beticht

te worden.

Ik breng de evcmgem reede, van het befluit

van Burgemeesteren, hier zoo veel te eer

by, om dat dezelve meede eene der voornaame

dryfveeren geweest is, tot den flap, dien

zy betrekkelyk den Hertog van Brunswyk, op

den 6 Juny gedaan hebben.

Het komt my voor der moeite waardig te

zyn,'van het by die geleegenhtid gebeurde, een

omftandig verflag te doen, dewyl de toedracht

der zaake, in alle deszelfs deelen, nergens is

te boek gefield, daar deze've doch alleropmerkenswaardigst

is geweest, en zeer veel heefc

toegebracht, tot het geen daarna gebeurd is:

voornaamlyk betrekkelyk Zyne Hoogheid den

Heere Erfftadhouder.

Ik zal vooraf doch rondborflig erkennen,

dat, had Ik kunnen voorzien de gevolgen die

die flap gehad heeft, Ik niet gemaklyk daar

in zou toegeftemd hebben. Myn waarachtig

doel was, uit het midden te neemen, dien fteen

des aanlloots, die geduurig belette, dat men

met Zyne Hoogheid, in deszelfs onderfcheidene

hoedaanigheeden kon handelen , met dat ver-

I. DEEL. . M trou-


ï'?8 M E M O R I Ë N T O T

trouwen, dat het welzyn der gemeene zaak

vereischte. Ik geloofde, en zoo 't my voorkwam

niet zonder reede, dat het vertrouwen

dat Zyne Hoogheid in den Hertog (lelde , veel

te groot was, en dat deez' Heer daagfyks den

Vorst belette, gehoor te geeven, aan die geenen

, die volitrekt belangeloos, Hoogstdenzelven

ten zynen en 's Lands besten, rieden : en

dit wierdt niet alleen geloofd by My, by Burgemeesteren

, by de andere Regenten, by het

grootfte deel der Natie, maar zelfs by de byzondere

Vrienden van Zyne Hoogheid.

Ik gevoelde zeer wel, hoe,ongemakiyk dat

oogmerk berdkt kon worden. Men moest van

den Vorst eiyfchen eene dar.d, die van Hem

als mensch fchier niet te vergen was. Men

wilde dat Hy zynen Voogd, den Beflierer zyner

Jeugd, den Man aan wien zyne Vrouwe

Moeder Hem betrouwd had, dien Hy niet

verdenken kon Hem niet toegedaan te zyn,

dewyl deszelfs beftaan geheel van 't zyne afhing

, van zich zou verwyderen. Men kon fchier

niet verwachten, dat Hy gewillig daar toe zou

komen, Doch alhoewel de verwachting gering

was, was Ik niet volllrekt zonder hoop,

van den Forst te verkrygen, 't geen de Menscb,

de gemoedelyke Mensth, zou weigeren, zoo deez*


ff p It E t B E S. I N C, 179

-gemoedelyk Memch, kon gerust gefteld worden.

Ik hoopte dat Zyne Hoogheid zelf overtuigd

KOU worden, van de fchadelykheid van 's Her-

.togs geitadigaanweezen, dewyl Hoogstdezelve

niet kon twyffelen, dat die Heer, die in fchyn

200 al niet de daad daar by kwam, de eenige

Raadgeever van Zyne Hoogheid was, meeren-

deels de oorzaak was, van de onaangenaamhee-

den, die Hoogstdenzelven daaglyks in het be­

llier der zaaken voorkwamen.

Ik hoopte, en ter goeder trouwe, dat het

gevoelig hart van Zyne Hoogheid, met reede

aangedaan, door 't ge2n men van het zelve

vergde, gerust zou gefteld worden, door de be-

fcho inving van het nut dat d.iar uit zou voort­

vloeien , voor een Gemeenebest, tot het welke

Hoogstdezelve zoo veele en zoo groote be­

trekkingen had.

't Kwam my voor, dat de betrekkingen die

Zyne Hoogheid gewislyk to: den Hertog had,

als zynen Voogd en Nabeftaanden , niet ver­

kracht wierden, zoo de ge wenschte ver wy de­

ring, met toeftemming van den Hertog zeiven,

gefchicdde» Ik vleide my, dat het behouden van

de Tytels en Penfioenen, aan 's Hertogs waar-

digheeden gehecht, het neemen eener hono-

rabie Refolutie ten zynen opzichte, zoo in

M a Hol-


l8o M E M O R I Ë N T O T

Holland, als ter Generaliteit; en boven al éi

befchouwing van rynen geweezenen Prtpift

welzyn; van de rust van 't Land, daar Hy met

eer en weldaaden overlaaden was geworden;

de fmerre zelve, voor eenen Heer"van zvne'

geboorte en hoedanigheden, van de gunst die

men hem toedroeg, veranderd te zien in afgunst,

Hem zonden hebben doen befluiten. om

zelf de handen te geeven, aan het benamen

van eene eerlyke Retraite: en wel eerder, daa*

de fchikkingen in 't uiterfte geheim tusfchen

Zyne Hoogheid, Hem Hertog, en Burgemeesteren

beraamd, zonder eenige krenking van

deszelfs eere, ter uitvoer zouden hebben°kunnen

gehragt worden.

Eindelyk ftelde Ik my voor, dat zoo 't al

eens gebeurde, dat noch Zyne Hoogheid, noch

de Hertog, wilden treeden, in de voorgeuoomene

fchikkingen, men dan kon achten, als of

'er niets gebeurd was, en wachten op gunfïiger

omftandigheeden en bekwaamer middelen :

dewyl Burgemeefteren bepaald hadden, de zaak

met het uiterst geheim te behandelen, en de

geenen, die ze byzonderlyk aanging, het hoogst

belang fcheenen te hebben, om het geheim te

houden.

Ongelukkig misten alle deeze onderftellin.

gen;


O P H E L D E R I N G , ENZ. iSl

gen: en Ik zeg noenmaal, had Ik kunnen voordien,

dat Zyne Hoogheid zou vakoren hebben

, het voordel ruchtbaar te maken , Ik zou,

hoe zeer de verwydering van den Hertog my

wenseh'yk, ja noodig voorkwam, den Hap afgeraaden

hebben. Want men kun met reeden

voorzien, dat, byaldien Zyne Hoogheid aan

't verzoek niet wilde voldoen, en de Hertog

niet wilde treeden in de fchikkingen die men,

om zyne Retraite zoo ihm mooglyk onaangenaam

te maken, beraamd had of nog beraahieti

zou, en de zaak ruchtbaar wierdt, verregaande

twisten en onaangenaamheden daaruit ontftaan

zouden, üe invloeden het gezag van den

Hertog was des tyds noch te groot, om met

eenige fchyn van reede tc kunnen verwachten

, dat het voordel tegens wil m dank zou

worden doorgezet. Men had djerhalven zich

kunnen voordellen, vooreerst, dat men den

Hertog niet kwyt zou raaken, en dat, vervolgens,

de werking van dien invloed dien men

vreesde, noch fchadelyker zou worden, dewyl

de geesten daar door niet dan aangezet en verbitterd

konden worden.

Maar noch eens, wie had kunnen verwachten,

dat Zyne Hoogheid waereldkundig zou

hebben willen maken, een voordel, dat He

M 3 gee-


ï8a M E M O R I Ë N T O T

geenen die het decden verzekerden, alleen-

aan zeekere weinige Lieden, die zy noemden,

bekend te zyn, en voor alle anderen, zoo Zyne

Hoogheid het noodig oordeelde, onbekend

zou blyven. Het zal, vertrouw Ik, uit het

verflag dat Ik onder 't oog myner Leezers

brengen zal blyken, hoedanig 't geen Ik kom

te zeggen, de regel van het gedrag van Bur-

gemeesteren geweest is,

Zeedert de Gedeputeerden der Stad Amfter­

dam , op den . 8 May de meergem. Propoficie

gedaan hadden, had men wel getracht Zyne

Hoogheid te overtuigen, dat het voorneemen

geenzints was, Hoogstdeszelfs wettig gezach

te verminderen: en men vleide zich daarin ook

min of meer gefkngd te zyn, wen de Raaupen-

fionaris aan den Penfionaris Fhfcher zeide, dat

Zyne Hoogheid verlangde, eene conferentie

m de volgende Week, met Burgemeesteren te

hebben.

Het aanbod was te aangenaamer, dewyl men

vermeende, eene bekwaame geleegenheid te

zullen hebben, om aan Zyne Hoogheid rond-

borilig voor te draagen, de fchaacfelykheid van

het uitfluitend vertrouwen, dat men ver­

meende dat Hoogstdezelve in den Hertog ftel-

de.

De


« p H K L D E E I N G, ENZ. iff'

D- lwat regens deezen Heer, was by groot en

Hein ten top gereezen: eene dikwyls willeken-

r i se wyze van handelen, byzonder m t Mi-

linke : het vooiftaan van de onbepaalde Mi-

litaire Jurisdictie, gedurende c!e minderjaa-

rioheid van Zyne Hoogheid, had reeds veel

ongenoegen gebaard, en deeze vermeerderde

toen men daarna, zag, dat Zyne Hoogheid s

Hertogs Raad, boven die van alle anderen volg-

de Dit liep byzonder in 't oog der geenen,

die daa-lvks rondom en by Zyn Hoogheid wa­

ren, van zyne beste vrienden, van Lieden die

omwyfielbaar aan zyn belang verbonden wa­

ren: zy hadden my te meermaalcn gezegd, dat

zoo lang de Hertog den geest van Zyne Hoog­

heid zoodanig zou regeeren, de zaaken fleent

zouden gaan. Weinige dagen voor den 6 ju-

ly had één der- aanzienlykfte en verftand^fte

van die Heeren my met een bezoek op Mar-

quette vereerd, en fpreekenue over het nadeel,

dat uit het uitfluitend vertrouwen, van Zyne

Hoogheid in den Hertog voortkwam, gezegd,

waarom eischt gy Lieden, (mcenende Burge­

meesteren van Amfterdam) die voljtrekt onaf-

hangelyk zyt, en geene menagementen behoeft te

gebruiken, niet, dat de Hertog weggezonden wordt ?

Geen wonder was het dan, dat anderen die

M 4 tot


l 8

4 M E M O R I E N T 0 T

H 0

HL l'Z ° g h e i d S C e n e

^ere betrek

k»g hadden, die alleen m a a r wenscheen 7

Hoogstdezelve het gezach dat «[ ' C

tfenlyke bedieningen'g n n f ^

V„,J„ i J fe clvcn

» ten beste van her

bekend was geworden, doen gehete had £

hooren „ b,y r en, g e z e g d j d a ^ ^

zegd hebie» da„ de Uan ui, de P mc„ (J_

door iemand, die *ch onkundig hield, gevrL

r:;. w,edatwas?had

^~rd,s

Te meermaalen had g e m e l d e H c e r ^

dereheuiene Leeden o a a e r S [ a d s R

regelen verydeU wierden: d a t m e n i ,

beurd was, dar wanneer Hy Ha,dpe„„„„ aris

mer den Sradhouder was afgeCprokon, wei-

»>g noren daarna, als Zyne Hoogheid me, der,

Her-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 1$5

Hertog gefprooken had, Hoogstdezelve Hem

by een Biljet had laaten weeten, dat van ge­

dachten veranderd was.

Maar 't geen voornaamlyk in de jongfte ty­

den, het wantrouwen en afkeer tegen den Her­

tog had doen vermeerderen, was, de vertrouw­

de ommegang met den Engelfchen Ambasfa-

deur: en dat, na de ondraaglyke Memoriën,

welke die Minister had overgeleeverd, ja tot

het laatfle oogenblik, dat Hy dit Land verlaa-

ten had: daar immers

d e

Hertog, die het be­

ftuur der Staats-zaaken t aanging, en zoo

dikwyls van zich afgaf, zich daarmeede niet te

moeyen, geene verplichting had, om met dien

Heer eenigen ommegang te hebben, dan die de

burgerlyke beleeftheid vereischte. Aanftoote*

lyk voornaamlyk waren geweest, zeekere Zon-

dagfche Conferemien, die zelfs by Zyne Hoog­

heid in 't oog waren geloopen, en de onge-

fchiktheid de'rzelver, aan den Hertog te meer­

maalen vertoond had.

Burgemeesteren waren verre van te den-,

ken, dat de Hertog, zoo als zulks fchandelyk

verfpreid wierdt, door 't Engelsch Goud om­

gekocht, het Land zou hebben willen verraa-

den: dit kon niet opkomen in eenen Man van

zyn aanzien en geboorte, bekend voor te zyn

M 5 vry


l86* M E M O R I Ë N T O T

vry van alle geldzucht en gierigheid: maar het

gedrag der Engelfchen, voor het uitbreeken

van den Oorlog, hunne geweldenaryen tegens

de handeldryvende Ingezeetenen, zoo niet op

last, ten minften met toelaatinr^ van het En-

gelsch Ministerie gepleegd, hadden den Geest

der gantfche Natie zoodanig verbitterd, dat

niet als met afkeer kon befchouwd worden,

al 't geen dat maar fchyn van goedgunfligheid

voor de Engelfchen had. Het ongelukkigfte

was, dat het ongenoegen tegen den Hertog op­

gevat, het verwyt als of Hy de Engelfchen

begunftigde, op Zyne Hoogheid was overge­

gaan, dewyl men aan 's Hcrtogs raad toefchreef,

de flapheid die men alom vermeende te befpeu-

ren, in 't beftuur der publieke zaaken.

Burgemeesteren hebben nimmer gctwyffeld,

dat de eenige dryfveer van 's Hertegs gedrag

is geweest eerzugt, en byzonder de vreeze, dat

zoo Hy den Stadhouder aan zich zei ven over­

liet , of toeliet dat Hoogstdezelve den raad van

anderen innam en volgde, Hy daar door ver­

liezen zou, dien onbepaalden invloed, dien

Hy op den geest van zynen Pupil verkreegen

had.

Ten fterkilen dan overtuigd, dat de verwy-

dering van den Hertog, eene allerheilzaamfte

zaak


O P H E L D E R I N G , ENZ. 187

za$: voor 't Land zou zyn, bcflooten Burge­

meesteren, ter gekegenheid van de verzogte

Conferentie, hunne meening deswegens rond-

borftig, doch in ^uiterst vertrouwen, aan Zy­

ne Hoogheid te k.-.nen te geeven.

Zy lieten tot dat einde door den Penfiona­

ris Vnjcher op het Papier brengen, 't geen zy

vermeenden te moeten zeggen: en verzochten

den Heere Temminck en My , het zelve by mon­

de van evengemelden Penfionaris,, aan Zyne

Hoogheid meede te deelen, en daarna in ,fchrif-

te over te geeven.

Wy vertrokken (de Penfionaris Visfcber, reeds-

in den Haag zyndej Woensdag den 5 July der-

waards. In 't Jacht lazen wy de Memorie noch

eens na, en vonden noodzaaklyk de bewoor­

dingen op veele plaatzen te veranderen, en zoo­

danig in te richten, dat alle fchyn van befchul-.

diging vermyd wierdt. Wy vermeenden te moe­

ten toonen, dat Burgemeesteren die algemeene

verregaande befchuldigingen, alleen op publie­

ke geruchten fteunende, aanzagen als verdicht­

zelen van allen grond ontbloot: dat zy den Her­

tog hielden voor eenen Man, die gevoelens

overeenkomftig zynen rang en geboorte hadt,

die zy alleen vermeenden, dat uit hoofde der

afgunst die men hem toedroeg , en van 't wan-

1 trou-


183 M E M O R I Ë N T O T

trouwen tegens Hem opgevat'? niet kon, ja tfa

behoorde, Zyne Hoogheid als Raadsman , veel

min als eenigfte Raadsman , te dienen

Niemand dan de vier -geerende' Burgemeesteren

en de Penfionaris Visfcher, had^n

de bovengemelde Memorie geleezen: de Heeren

van Maarfeveen, Graaflanden Bicker, welke

twee laafden des tyds Gedeputeerden ter

dagvaart waren, wisten wel dat WyZyrfeHoogheid

over den Hertog zouden onderhouden,

maar op wat wyze, was hun onbekend: gelyk

Wy meede goed gedacht hadden, aan de Heeren

van Dordrecht en Haarlem alleen te zeggen ,

dat wy by Zyne Hoogheid eene audiëntie baddetl

gevraagd, om Hoogstdenzelven over onze Propofit

ia te onderkouden, en dat wy by die geleegenkeii

van den Hertog zouden fpreeken. Zoo zeer hadden

wy noodig geoordeeld te zorgen, dat alle'

mooglyke geheimhouding betracht wierdt, om

meesters te zyn, 't z y het voordel ingang vondt

dan niet, van 't geen verder te doen zou daan.

In den Haag gekomen, lieten wy door den

Penfionaris Visfchtr, onze komst aan den Raadpensionaris

melden, met verzoek, om aan Zyne

Hoogheid kennis te geeven, van onze bereidwilligheid

en verlangen, om met Hoogstdenzelven

in conferentie te treeden-, en tot dat einde


O P H E L D E R I N G , ENZ. lÖp

de het uur van Hoogstdeszelfs convenkntie te

mogen weeten: daarby teffens verzoekende,

dat Hy Raadpenfionaris by die conferentie tegenwoordig

wilde zyn. Des. anderen daags melde

ons evengemelde Heer, dat Zyne Hoogheid

ons zou afwachten, Vrydags om half twaalf

uurên, in 't Huis in 't Bosch;, en dat Hy Raadpenfionaris

tegenwoordig zou zyn.

De reede, om welke wy dit laatfte verlangden,

was, dat wy ons vleüen, dat die Heer,

die zich zoo meenigmaalen betreklyk den Hertog

had uitgeladen 4 geene zwaarigheid zou

maaken, het nadeelige, dat in de tegenwoordige

omftandigheeden, in het uitlïeekend vertrouwen

van Zyne Hoogheid op dien Heer lag

opgefiooten, aan te dringen: daar Wy teffens

gedacht hadden, beeter te zyn Hem geene

voorafgaande kennis te geeven, om Hem

niet in 't onaangenaam predicament te brengen,

van te moeten kiezen, of ons voorneer

men, voor de uitvoering, ter kennisfe van

Zyne Hoogheid te brengen, of te zwygen , en

daar door by gemelde Zyne Hoogheid te fchynen,

eenigzints onheusch te hebben gehandeld:

waarby noch kwam, dat volftrekt gelast zynde

, den ftap te doen, Wy ons niet in 't gevaar

wilden Hellen, met den Raadpenfionaris,

zoo


100 MEMORIËN tof

Zoo Hy dien afkeurde, daar over te twisten;

Dewyl Wy hartelyk wenschten, dat -onze

onderneeming ten beste van de gemeene zaak

mogte gedyen, en begreepen, dat zulks mee-

rendeels afhing van de wyze op welke Zyne

Hoogheid ons voorfiel zou opneemen , 't welk

zeekerlyk Hoo'gstdezelven, zoo niet te vooren

eenigzints gewaarfchouwd was, noch vreem­

der in de ooren moest klinken, oordeelden Wy

noodig, dat Ik daags te vooren, als uit My zei­

ven , in a'gemeene bewoordingen, van 't geen

gebeuren zou, aan Zyne Hoogheid kennis zou

geeven.

• ïk zeide dan des Donderdags aan gem. Vorst

in fubjiantie, ,, dat het voordel dat Wy 's an-

„ deren daags zouden doen, Hoogstdenzelven

„ denkelyk onaangenaam zou zyn : doch dat

„ Wy dachten, zulks aan onze Stad, ons Land,

„ onze Meede-regenten, en ons zeiven ver-

„ fchuldigd te zyn: dat Burgemeesteren Hem

s, Heere Prince van Orange volkomen ver-

„ trouwden, maar den'Heere Hertog in 't ge-

ji heel niet: dat zoo lang deez' Heer 's Prin­

ts een Raadsman zou zyn, genoegzaam geenè

„ goede correspondentie tusfchen ZyneHoog-

„ heid en de Stad Amfterdam plaats zou kun-'

nen hebben."

•i Dat


O P H U D E R I K O , E N 7 . IQI

„ Dat niet alleen Wy Amfterdammers, en

„ andere, zoo Provintiale als Steedelyke Re-

genten, tegen den Hertog waren, maar 's Prin-

, 5 fen beste en vertrouwde Vrienden."

?

„ Dat zoo de Hertog een weldenkend Man

„ was, en waarlyk 'sPrinfen Vriend, Hy zei-

,', ven behoorde te begrypen, dat de afgunst

„ tegen Hem zoo groot was, dat Hy met zy-

„ nen raad geen dienst meer kon doen : en dus

" behoorde aan te bieden, zich ten minften,

„ voor eenen poos naar zyn Gouvernement,

„ of elders, te retireeren."

Zyne Hoogheidantwoordde, met veel bedaard-

heid, onder anderen, dat de Hertog zyn Raads­

man in alles niet was: dat men ongelyk had

den Heer te mistrouwen: dat hyHem niet kon

wegzenden, zoo uit hoofde der verplichting

die hy aan Hem had, als der Post die de Her^

t 0g in de Republiek, betreklyk tot de zeeven

Provintien, bekleedde.

Wy wisfclden eenen geruimen tyd verfchei-

dene woorden, die Ik my thans niet herrinne-

ren kan, noch aangeteekend heb, dan alleen,

dat ik in 't affcheid neemen zei,Mynheer, Ik heb

Uwe Hoogheid gezegd, zoo veel Ik macb, van't

geen morgen gebeuren zal: wy zullen Uw Hoogheid

V eecn-wy gezegd zullen hebben, vervat in eene

• 6

Mu


frjtè M E M O R I Ë N T O T

Memorie, ter hand fteüenx lk bidde, dat Zy niet

driftig worde, maar alles bedaar delyk aanhoor e,

Uw Hoogheid kan zyne gedachten daar over laaten

gaan, en zich daar na bepaalen. Hoogstdezelve

nam zulks aan, en Wy lcheidden in goed

verftand, zoo \ fcheen, van elkanderem

Maar dien zelfden avond, of'sanderen daags

's morgens vroeg, kreeg ik tyding, dat Zyne

Hoogheid had kunnen goedvinden, den Hertogvan

'tgeen Ik gezegd had kennis te geeven; en

dat zedert daar over met deezen Heer in gefprek

was geweest, de bedaardheid, in welke

• Ik Zyne Hoogheid by 'i uitgaan gelaaten, en

waar toe als zoo hoognoodig vermaand had,

ten eenemaal verdweencn was.

Des Vrydags overhandigde my de Raadpenfionaris

in de Vergadering van Holland, een

Biljet van Zyne Hoogheid, aan Hem Raadpenfionaris

dien dag gefchreeven, in 't welk hoogstdezelve

zich in fterke bewoordingen uitliet

tegen 't oogmerk, dat onderftelde, dat van onze

opwachting te zyn, en tegen de ongevoeg-

Jykheid van 't geen Wy zouden'vorderen. Zyne

Hoogheid fprak met grooten ernst, van

zyne verplichtingen aan den Hertog: zeide

-dat dien Heer befchouwde als zynen tweeden

Vader, en tot 't geen men van Hem wilde vergen

, nimmer zou overgaan. \\


O P H E L D E R I N G , ENZ. I93

Ik deelde dat Biljet meede aan de Heeren

Temminck en Visjcher; het maakte, noch kon

ook niet maaken, daar Wy gelast waren, eenige

verandering in ons voorneemen. Ik (telde

het weder ter hand aan den Raadpenfionaris, en

Wy namen de reis naar 't Huis in 't Bosch aan.

Na dat de Raadpenfionaris aldaar meede was

aangekomen, traden Wy gezamentlyk binnen,

en na de gewone wederzydfche heuschheeden,

gezeeten zynde, zei de Penfionaris Visfcher,

in fubfiantie, „ dat het betoond verlangen van

„ Zyne Hoogheid, om met eenige Regenten

„ van onze Stad, eene conferentie te hebben,

„ over de bewuste propofitie van den 18 May

„ laastleeden, Burgemeesteren ten hoogfte aan-

„ genaam was geweest, en wel byzonder, door-

„ dien zy daardoor eene gunftige geleegenheid

„ kreegen, om aan Zyne Hoogheid rondbor-

„ ftig opening te doen, van de reedenen, om

welke zy en de andere Regenten, dikwyls

„ vermeenden, aan Zyne Hoogheid niet te

kunnen geeven, die blyken van vertrouwen,

„ die zy gaarne, overeenkomftig de hoogach-

„ ting die zy, voor zyn Perzoon en hoedanig-

„ heeden hadden, aan Hoogstdenzelven zou-

„ den willen geeven." Voorts verlof gevraagd

hebbende om Zyne Hoogheid voor te draagen,

I. DEEL, N *t geen


194 M E M O R I Ë N T O T

't geen waar meede Wy gelast waren, begon Hy

Penfionaris de bewuste Memorie (a) voor te

kezen.

Zyne Hoogheid toonde al van den beginne

eenige ongeduldigheid, maar toen de eerfte periode

betrekkelyk den Hertog begonnen was,

viel Hoogstdezelve den Penfionaris in de reeden,

zeggende, Myn Heeren dat kan Ik den Hertog

niet verzwygen, Ik zou het niet kunnen verantwoorden.

Ik verzocht Zyne Hoogheid den

Penfionaris toe te ftaan, het ftuk uit te kezen :

waarmede dan voortgevaaren zynde, wierdt Hy

weder geftoord, door den Raadpenfionaris, toen

gekomen was aan de periode, in welke van hem

gefprooken wierdt. Hy zeide „ niet te kun-

„ nen nalaaten , den Heer Visfcher in te vallen,

„ doordien zich niet herinnerde iets dierge-

„ lyks gezegd te hebben, en zich alleen zedert

„ eenen geruimen tyd om reedenen onthouden

„ had, met den Hertog te fpreeken."

De Heer Visfcher een wyl gezweegen hebbende,

antwoordde; Wy hooren met verwondering

Myn Heer, dat U Ed. zich daar van niets herinnert:

Wy zouden doch de plaats daar, zoo alsfVy

onderricht zy», £7 Ed. zich dus heeft uitgelaaten,

O) Zie die Memorie in de Jaarboeksn 1781. bl. 1166:

en


O P H E L D E R I N G , ENZ. 195

en Lieden, die tegenwoordig zyn geweest, kunnen

opnoemen, {cf)

Na deeze korte ophouding, ging de Penfionaris

i'ifchcr voort, en de leezing geëindigd

hebbende, gaf hy de Memorie aan Zyne Hoogheid

over.

Gedurende dezelve was het ongenoegen' van

Zyne Hoogheid oogfchynlyk vermeerderd , en

Hoogstdezelve zeide aanftonds met veel heevig-

{a) Burgemeesteren hadden in 't eerde wel in twyffel

geweest, of zy die byzonderheid in hunne Memorie had-

den behooren te «ellen, als mooglyk te nakomende, aan

't geen de Raadpenfionaris, min of meer in vertrouwen

gezegd had, zy hadden ook om deeze reeden geen gebruik

willen maken, vau 't geen zyn Ed. by onderfcheidene ge-

legenheeden, aan de Heeren Qlifford, van de Poll, Maar-

feveen, Graafland, Fisjckerea My gezegd had: maar aan.

gaande dit voorgemeld, waaren zy, vooreerst, onder­

licht, dat zyn Ed. het zelve , of iets diergelyks, in te-

genwoordigheid van veelen, in de Vergadering van Hol­

land, gezegd had: ten anderen, was Hem voorgekomen,

niets onbefcheiden in dezen te zyn opgeflooten, dewyl

Zyne Hoogheid zeer wel onderricht was, van het misver-

ftand, dat tusfchen den Hertog en den Raadpenfionaris

Plaats had: eindelyk, hadden Burgemeesteren geene zwaa-

righeid gevonden, om dit, in deeze Conferentie te zeg.

gen , dewyl hunne oprechte meening was, het verhandel­

de toe niemands kennis te brengen, dan van Zyne Hoog-

heid en van den Raadpenfionaris zeivan. .

N 2


M E M O R I Ë N TOT

vigheid, (in fubftantie,) >, dat de ftap dien

„ Wy deeden, ongehoord en ten uiterfte hoo-

„ nende voor zyn Perzoon was: dat men nooit

„ iets diergelyks, aan een zyner Voorzaaten

„ gezegd had, of zou hebben durven zeggen:

„ dat men op meerder had toegelegd dan op het

„ wegjaagen van den Hertog: dat men met dien

„ Heer beginnen, en met Hem en zyn Huis ein-

» d

>gen zou : dat Amfterdam 'er op uit was om

„ hem alle gezach af te neemen, en fteekind te

„ maaken: dat men op hem wilde doen koo-

„ men de haat van 't geen men zelfs gedaan

„ had: dat Amfterdam de oorzaak was van alle

„ de onheilen die het Land overkwamen: dat

„ hy ondertusfchen niet zou dulden, dat den

„ Hertog eenige kleinigheid wierdt aangedaan:

J, dat men eene laagheid van hem kwam te vor-

» deren, met te eisfchen dat hy zynen twee-

„ den Vader , zynen Voogd, die gedurende

M z

yne minderjarigheid over hem door's Lands

„ Overheid gefteld was geweest, zou wegjaaj>

gen: dat al wilde hy, hy het niet zou kun-

„ nen doen, doordien die Heer in dienst van

» Hun Hoog Moog. was: dat het fchaadelyk

„ zou zyn, eenen Man van die geboorte en

„ dien rang, als eenen fchelm enverraaderweg

„ te jaagen: dat hy nimmer daar toe komen

„ zou


O P H E L D E R I N G , ENZ. IQ?

„ zou, enz." Voorts beweerde Zyne Hoogheid,

dat Hy den raad van den Hertog niet

altyd volgde, als, by voorbeeld, toen Hy het

verkenen der Schotfe Brigade, tegen den

zin van den Hertog, begunftigd had.

Toen de drift, met welke Zyne Hoogheid

zich geuit had, eenigzints bedaard was, gaf de

Raadpenfionaris in bedenking, of het niet genaden

zou zyn, dat de Heeren van Amfterdam,

de Memorie weder te rug ontvingen, en

deeze zaak gezust wierdt.

Zyne Hoogheid daarop zwygende, en Ik gemerkt

hebbende, dat de Heer Temminck voorde

wedergeeving was, nam het woord op, en zeide

(in fubftantie) „ dat het ons leed deedt,

„ ons voorftel, door Zyne Hoogheid zoo eu-

„ vel te zien opneemen; doch niet verwon-

„ derd waaren, dat gevoelig was, aan 't geen

„ betrof een Perzoon, zoo naauw aan Hoogst-

„ denzelven verbonden: dat ons zulks van

„ harte leedt deedt, doch overtuigd waren,

„ dat zoo aan het voorgeftelde niet voldaan

„ wierdt, de zaaken nimmer wel zouden gaan:

„ dat wy dierhalven geoordeeld hadden, de

„ ftap dien Wy deeden, voor het gemeenebest

„ volftrekt noodig te wezen: dat Wy reeden

„ willende geeven, waarom Wy dikwyls moes-

Ni 3 „ ten


TpS M E M O R I Ë N T O T

„ ten fchynen, in Zyne Hoogheid niet te ftel.

„ len dat vertrouwen, dat Wy zeiven wenscb-

„ ten, in Hoogstdenzelven te kunnen ftellen ,

„ vermeend hadden, eindelyk onze meening

,, rondborftig te moeten veskjaaren : dat Wy

„ voorts met hartelyk leedweezen gehoord

„ hadden, dat Zyne Hoogheid ons verdacht

„ hieldt, als of Wy tegen Hoogstdenzelven

„ en deszelfs Huis iets euvels in den zin had.

„ den : dat Wy op het ernftigst en heiligst kon-

„ den verklaaren, de hoogfte achting gepaard

met geneegenheid te hebben voor deszelfs

„ Perzoon en Huis: dat Wy vertrouwden, dat

„ het zeggen, dat Wy eerst den Hertog, en

„ daar na Zyne Hoogheid zeiven, zouden wil-

len wegzenden, geen ernst was: dat Wy niet

„ twyffelden aan de gevoelens van de Regee-

„ ring van Amfteldam in 't algemeen, en van

„ de onze de krachtigfte verzeekeringen kon-

„ den geeven, dat verre van Zyne Hoogheid

„ in iets te willen verkorten, Wy altyd gereed

„ zouden zyn, om Hoogstdenzelven alle bly-

M ken te geeven, van verknogtheid aan des-

„ zelfs Perzoon en aanzienlyk Huis: dat wat

„ betrof het voordel van den Raadpenfiona-

„ ris, om onze Memorie weder terug te nee-

„ men, Wy volgen zouden het goedvinden

» van


O P H E L D E R I N G , ENZ. 199

van Zyne Hoogheid: dat van den inhoud

„ niemand kennis had, dan de vier regeerende

„ Burgemeesteren en de Penfionaris Visfcher,

en ook geen anderen, ten zy Zyne Hoog-

„ heid het anders mogt goedvinden, daar van

„ kennisfe zouden krygen: eindelyk, dat het

„ volkomen aan Hoogstdenzelven ftondt, de

„ Memorie te houden, of weder te geeven."

Zyne Hoogheid daarop gezegd hebbende,

niet te kunnen nalaaten, alles aan den Heere Hertog

mede te deelen,om denzelven dus gelcegenheid

te geeven zich te zuiveren van 't geen waarmeede

fVy hem betichtten, nam Ik de vryheid om te

doen opmerken „ dat Wy dien Heer met mets

„ beticht hadden, maar alleen gezegd, dat de

„ haat en wantrouwen tegen zyn Perzoon

" zoo hoog gereezen waren, dat zyne tegen-

" woordigheid niet als fchadelyk kon zyn:

„ dat doch Zyne Hoogh. volkomen meester

" was, de Memorie in handen van den Heere

" Hertog te ftellen, om zich by het Publiek

" te kunnen verontfchuldigen: maar dat Ik

l doch in overweeging gaf, o£ het wel raad-

„ zaam voor dien Heer zou zyn, dat de Me-

" morie publiek wierdt. Ik voegde daar einde-

. l yk by, dat ons voorneemen geenzints was,

" den Hertog fchandelyk te doen vi?egjaagen,


SOO MEMORIËN TOT

„ zoo als Zyne Hoogh. goedgevonden had te

„ zeggen: dat in tegendeel de Stad van Am.

* ft2rdam d e e e r f t e

^ zyn, om te trachten

zyne retraite honorabel en aangenaam te maa

» ken, door aan Hem te doen verzeekeren, het

„ behoud van alle zyne Tytuls en Weddens

„ Hem door de Provintie van Holland in 't

* byzonder, of door de Provintien te zaamen

»> toegelegd."

Deeze discourfen, in fubftantie, over en weder

gehouden zynde, drong de Raadpenfionaris

andermaal aan, op het wederneemen der Memone.

Wy verzeekerden nochmaals, dat wat

ons betrof, Wy geen ander voorneemen hadden,

dan het in deeze Conferentie voorgevallene

te doen blyven, binnen de vier muuren

tusfchen welken wy zaaten; ten zy Zyne Hoo,iieid

mocht oordeelen, anders beeter te zyn

dat Hoogstdezelve volkomen meester was te'

zeggen of te doen, * geen zou goedvinden.

Hierop gaf Zyne Hoogheid de Memorie weder

aan den Penfionaris Visfcher.

Het gefprek wierdt daarna zeer bedaardmen

bleef noch lang, dewyl de audiëntie wei

anderhalf uur duurde, over onderfcheidene

zaaken fpreeken: eindelyk opgeftaan zynde,

zeide Ik Cin fubftantie; „ dat hoe zeer deeze

,, au-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 201

„ audiëntie met veel heevigheid en drift be-

„ gonrjen was, waartoe het ons leed was oor-

,, zaak te hebben gegeeven, Wy hoopten dat

,, Zyne Hoogheid overtuigd zou zyn, dat Wy

,, geen ander oogmerk dan 't welzyn van 't Va-

„ derland hadden: dat Wy gaarne daartoe met

„ Zyne Hoogheid in alle vertrouwen altyd

„ zouden meedewerken: en nimmer nalaaten

„ te trachten, blyken te geeven van onze ver-

„ knochtheid, aan deszelfs Perzoon en door-

„ luchtig Huis." Waarop Zyne Hoogheid antwoordde,

Ik hoop daarpreuves van te zullen hebben.

Zoodanig was de wyze op welke gedaan is,

eene ftap die in den tyd zo veel geruchts ge»

maakt heeft, en van welke de gevolgen van

zoo veel gewichts geweest zyn. De Hertog

heeft getracht om die te doen befchouwen,

als ten uiterften ftrafwaardig; en wel onder anderen,

om dat zy door Burgemeesteren alleen, -

zonder voorkennis en goedkeuring van de andere

Leeden der Regeering, gefchied was.

Maar, voor eerst, is Burgemeesteren toegefcheenen,

dat het geen Regenten in hunne qualiteit

doen, en zich verplicht achten, ter bevordering

van de publieke zaak, die zy meede

helpen beftuuren, te moeten doen, geen betoog

, veel min verontfchuldiging noodig heeft.

N 5 Ten


202 M E M O R I Ë N T O T>

Ten anderen hebben zy vermeend, dat de*

wyl zy als Burgemeesteren aan 't hoofd van de

Regeering van hunne Stad gefteld zyn, zy volkomen

gerechtigd waren, tot het geene zy verricht

hadden. *t Is waar zy zouden in andere

gevallen mooglyk aan de Vroedfchap verantwoordelyk

zyn, van zonder deszelfs voorkennis

te hebben gehandeld, maar in het geval in

questie, hebben zy geoordeeld, zich meerder

verantwoordelyk te zullen maken, door eene

ontydige mededeeling, waar door de zaak

ruchtbaar zou zyn geworden: daar zy zich

doch konden vleien, niet alleen de goedkeuring,

maar den lof van den ganfchen Raad te

zullen wegdraagen: zoo als dat daarna ook gebleeken

is.

Niet ongegrond komt my voor, 't geen ter

geleegenheid, van het tusfchen Zyne Hoogheid

en de Heeren van Amfterdam, voorgevallene,

door Commisfarisfen van de Vroedfchap

van die Stad, in het rapport vervat in

de Refolutie van gem. Vroedfchap van


O P H E L D E R ING, ENZ. aoj

nen, hoe ook genaamd, zyn gemêleerd, mits dien

niets anders dan eene geheime Converfatie tusfchen

eenige Leeden van de hooge Regeering van deeze

'Provintie, over zaaken den ftaat van dit Land concerneerende,

heeft uit gekeverd: waar van Commisfarisfen

dan ook niet behoeven te zeggen: dat volgens

den aard der zaaken, daarvan aan niemand,

wie het ook weezen mogte, eenige verantwoording

verfchuldigd is.

De driftige wyze op welke de Hertog, het

ftuk behandeld en fatisfaftie geëischt heeft, wegens

gezegdens die Hy erkent, aan den Prince

Èrfftadhouder in 't geheim te zyn gehouden,

én door deezen alleen aan Hem te zyn medegedeeld,

fchynt geheel ftrydig te zyn geweest,

met deszelfs gewoone ingetogenheid, en met

deszelfs {taalkundige en voorzichtige handelwyze.

Zyne Hoogheid had in 't begin gezegd, het

voor den Hertog niet te mogen verzwygen,

op dat Hy zich zou kunnen verontfchuldigen:

maar die befchuldigingen, (zoo 't geen Wy gezegd

hebben dus genoemd kan worden,) waren

immers van geenen klem, zoo Zyne Hoogheid

ze onder zich gehouden had: dewyl, gelyk Ik

van den beginne reeds had doen opmerken,

de verontfchuldigingen, aangezien de algemeens


204 M E M O R I Ë N TOT.

ne vooringenomenheid, by weinigen ingang

zouden gevonden hebben. Ondertusfchen is

het ten hoogflen noodlottig geweest, dat eene

zaak die met een goed oogmerk begonnen was

die van goed gevolg zou hebben kunnen Z y n *

zoo de Hertog begreepen had, dat eenehono!

rable en voordeelige aftreeding beeter, dan

een onrustig en onaangenaam leeven was, niets

heeft uitgewerkt, dan de tweefpalt, haatelykheid

en verdeeldheid grooter te maaken

Naauwlyks waren Wy des anderen daags te

Amfterdam weder aangekomen, of Wy wierden

onderricht, dat Zyne Hoogheid aan den

Hertog, van 't geen Wy voorgedraagen hadden,

gezegd had, 'c geen Hoogstdezelve vermeen,

de daarvan te hebben onthouden.

De goedwilligheid, met welke men voldaan

had aan het voorftel van den Raadpenfionaris

om de Memorie terug te neemen, wierf daardoor

met alleen nutteloos, maar Burgemeeseren

hepen gevaar, dat, 't geen zy hadden laaten

zeggen, verkeerd of gebrekkig aan 't Publiek

zou meedegedeeld worden. Zy beflooten

daarom, de bewuste Memorie aan den Raadpenfionaris

te zenden, met verzoek om dezelve

aan Zyne Hoogheid ter hand te ftellen

Ingevolgen gi„ g af, d e Brief t e vinden on-

der


O P H E L D E R I N G , ENZ. 305

der de Bylagen La. E. i. l c

°. op welke daadlyk

volgde, het antwoord van gem. Heer. E a.lco.

' Weinige dagen daarna kwam in het licht een

Brief van den Hertog, aan Hun Hoog Mog.

in-dato 21 July, fV) die zoo veel mooglyk,

den zelfden dag alomme verfpreid , en gezon­

den wierdt, aan alle Hoofd Officieren en Com­

mandanten , tot in de minfte Garnizoen plaat­

zen.

Burgemeesteren namen toen in overweeging,

om hunne Memorie meede te laten drukken:

doch de beloofde geheimhouding wederhield

hen zulks te doen, voor dat zy door het rap­

port in de Vergadering van Holland, eene wet­

tige kennis zouden gekreegen hebben, van het

voorgevallene ter Generaliteit. Toen de Raad­

penfionaris daar van het rapport gedaan had,

hadden de Heeren Hooft en Elias, en Ik, gaar­

ne gehad, dat de bewuste Memorie beneffens

een kort verflag van den toedragt der zaake,

door Stads Gedeputeerden ter gem. Verga­

dering waren ingebracht, en in de Notulen

gefteld geworden: doch de Heer Temminck en

verdere Heeren Gedeputeerden ter Dagvaart,

op raad, zoo zy zeiden, van onze Vrienden

van

(*) Jaarboeken 1781. bL 117'.


2o5 M E M O R I Ë N T O T

van Dort en Haarlem, kwamen zulks niet m:

en onze Memorie wierdt blotelyk aan de Vergadering

medegedeeld. Doch Burgemeesteren

konden dit niet goedkeuren, en gelasten op

nieuws meergem. Gedeputeerden, by de eerfte

geleegenheid, aan Hun verlangen te voldoen;

Intusfchen waren by Hun Hoog Mog. op

den 2 en 4 July, min of meer voor den Hertog

gunftige Refolutiën genomen, (a) De Staaten

van Utrecht hadden zoo dra mooglyk,'een

Placaat tegen alle Pasquillen, byzonder tegen

den Hertog, beraamt, (b) Maar geene Provintie,

of ten minften de meerderheid der Staatsieeden

in dezelve, fcheen zich 's Hertogs zaak

zoo aan te trekken, als Gelderland. (Y)

Geen wonder zou het zekerlyk geweest zyn,

dat de Staaten der zeven Provintien, zich hadden

aangetrokken, het gezegden, tegens eenen

zoo aanzienlyken Amptenaar, als hunnen Veldmaarfchalk,

zoo in'der daad waar was geweest,

't geen in de aangehaalde Refolutie van 2 Ju-

(a) Jaarboeken 1781. bl. 1357, en 1360.

(i) Jaarboeken 1781. bladz. 1301.

O) Kortheid's halven zal ik den Leezer wyzen, 20Q

hy verlangt te weeten wat by de audere Provintien in

deeze zaak gerefolveerd is toe de Jaarboekea van 1781

«n 1782.


OP H E L D E R I N G , ENZ. 20?

ly gefteld was, naamlyk, dat gemelde Veldmaarfchalk,

door de Heeren van Amfterdam,

openlyk geblameerde as geworden: maar daar, gelyk

naar waarheid gezegd is, het voorneemen

was, geene de minfte publiciteit, aan den gedaanen

ftap te geeven, en daarvan de fterkfte

verzeekering aan den Prince Erfftadhouder

gegeeven was, verviel daardoor 't geen Hun

Hoog. Mog. vermeenden, in dien ftap voor hunnen

Veldmaarfchalk opendyk beleedigend te

zyn.

Toen de Raadpenfionaris op den 4 July ter

Vergadering van Holland rapport had gedaan,

van 't geen ter Generaliteit was voorgevallen, en

daarop des anderen daags geraadpleegd wierdt,

waren in 't begin, 14 van de 19 Leeden voor

het eenvoudig overneemen van den Brief van

den Hertog: maar de Raadpenfionaris, die denkelyk

wilde toonen, dat Hy zoo kwalyk niet

met-den Hertog was, als de Heeren van Amfterdam

hadden voorgegeeven, wist eenige Leeden

te overreeden, en dat op eene wyze den anderen

zeer onaangenaam; met naamlyk, de advyzeerende

Leeden in de reede te vallen; met

twee a drie maal omvraage te doen; ja zelfs met

eenigen onheuschlyk aan te fpreeken. Hier

door lieten 5 van de 14? zich overhaalen, zoo

dat


ao8 M E M O R I Ë N T O T

dat met 10 tegen 9 ftemmen beflooten wierdt,

den Brief Commisforiaal te maaken: waar tegen

Dordrecht, Haarlem, Leiden, Amfterdam, Rotterdam,

Schiedam en Alkmaar doch eene aanteekening

lieten doen.

Die de loop der Vergadering van Holland

niet kennen, zullen mooglyk niet bezeffen,

waarom de Raadpenfionaris zoo fterk voor 't

Commisforiaal maaken, Amfterdam voor 't overneemen

was: maar zy gelieven te weeten, dat

wanneer men aldaar voorziet, dat de Gedeputeerden

, die als Conciliarii Principes, meer endeels

zonder last in de Befognes advyzeeren, op de

zaak die men wil doen doorgaan, gunftiger

denken, dan van de Vroedfchappen verwacht

wordt, men dan tracht zoo eene zaak Commisforiaal

te maaken. 't Is waar, het rapport

van t Befogne kan daar na ter deliberatie van

die Vroedfchappen gebragt worden: maar dat

kunnen de Gedeputeerden dikwyls vermyden,

en ondertusfchen heeft men ook een gunftig

rapport in de waereld weeten te brengen.

Terwyl dat de zaak van den Hertog de op

lettenheid van 't Publiek gaande hield, kwam

de Heer van Lynden van Blitterswyk, laatst

's Lands Minister te Stokholm, aan 's Stads

Gedeputeerden in 's Hage mondeling kennis

gee»


O P H E L B E I i . I N G , Ê N Z k

9Ö0

ireeven, dat Hy eenige daagen te vooren , aan

Zyne Hoogheid verklaard had, de aan Hem*

opgedraagene Commisfie naar Weenen, niet te

zullen aanneemen, noch eenige Buitenlandfche

hoegenaamd, zoo lang de Hertog van Brunsvvyk,

de invloed op de Geest van den Prins 5

en in 't politiek beftuur der zaaken zou hebben

, dien Hy thans had: verzoekende Hy Heet?

van Lynden, dat Gedeputeerden van dit zytï

gezegden, aan hunne Committenten kenni3

wilden geeven.

Deezen Heer had op den Zelfden tyd, aait

den Prefident van Hun Hoog Mog. eenen brief

ter hand gefteld, (a) doch denzelven'sanderen

daags wederom verzocht, en ze direct aan dé

Vergadering van Hun Hoog Mog, afgezonden*

Na dat Burgemeefteren van 't gezegden van

den Heere van Lynden kennis hadden gekreegen,

hadden zy 's Stads Gedeputeerden gelast

te trachten, dat aan de Hollandfche Gedeputeerden

ter Generaliteit, last zou worden gegeëven,

om ter Vergadering van Hun Hoog Mog*

voor te ftellen, dat aan gem. Heer van Lynden

zou worden afgevraagd, welke reedenen zyn Ed.

had, om zoo kwalyk te denken van den invloedvan

den

(«) Jaarboeken van 1781. bladz. 13874

I. DEEL. O


2IO M E M O R I Ë N T O T

den Hertog. Maar toen meergem. Heer hier

van kennis wierdt gegeeven, véïftond men

met geene geringe verwondering, dat Hy j n

een gefprek met 's Stads Gedeputeerden, de

Heeren J. Graafland Pietersz. en Penfionaris

Visfcher verzocht had, „ in geene deelen daar

„ in behaald te worden, dat zyn naam en mis-

„ live aan Hun Hoog. Mog, niet moest g e.

„ noemd worden: dat die Misüve by Holland

» zoo wel, als by de andere Leeden van de

„ Generaliteit, voor Notificatie mogt wor-

„ den aangenoomen": dat hy ons alleen de we*

geweezenhad. Waar op gevraagd Z y nde, wat

Hy verftondt door deeze laatfte woorden, was

-het antwoord, dat aan Zyne Hoogheid door een

formeels deputatie onzer Stad, behoorde, OP ZYN

WOORD VAN CAVALIER , gevraagd te worden, of

Hoogstdezelve den Hertog als eenig Confulent had

aangenoomen, en of daarvan een a£te gepasfeerd

•was. Meermaalen aandringende op het vraagen

naar dat Confulentfchap, beoogende daar meede

de Acte die daar na zoo veel gerucht gemaakt

heeft.

Burgemeesteren waren door My onderricht

geworden, van 't geen My wegens die Ade,

door middel van mynen waarden en hooggeachten

Vriend den Heere F. Fagel, tweeden

Grif-


O P H E L D E R I N G , SN 2. £11

Griffier van Hun Hoog Mog. (wiens affieï-

ven in den bloei zyner jaaren, voor zynevriert»

den grievende, en voor het Vaderland nood»

lottig geweest is,) bekend was, 't geen beflond

in 't volgende:

Evengeraelde Heer had my in 't jaar i?68,

toen Ik in den Haag, als Gedeputeerde in de

Hollandfche Rekenkamer, woonachtig was,

verhaald, „ dat de Heer van Bleiswyk. toen

„ noch Penfionaris van Delft, en den Heere

Erfftadbouder en den Hertog byzonder toe-

,', gedaan, aan zynen Vader den Heere Grfiier

„ Fagel gezegd had, dat dewyl Hun Hoog

„ Moe hadden goedgevonden, by hunne Re-

„ folutie van 14 April 1766, de Keizerin te

„ vezoeken, den Hertog, die in haare Ma-

„ jefteits en des Ryks dienst was, toe te laa-

„ ten, noch tenigen tyd met zynen wyzen raad,

Zyne Hoogheid te adfifteeren; en dat het ver-

" zoek was toegeftaan, het noodig was gem,

Hertc daar toe als nu te verbinden". » Dat

l gem. Griffier daarop gevraagd had, wljj*

„ zal daartoe het noodig opftel maaken, en de Heer

„ van Bleisvoyk geantwoord, dat zal Ik weldoen.

„ Dat eene korte poos daarna, laatstge-

, melde Heer een concept van die Acte aan den

„ Griffier vertoond had, doch dat deeze met

O 3 i» ^


212 M E M O R I Ë N TOT

„ had kunnen goedkeuren, dat in het eerfte

„ Articul zonder bepaaling gezegd wierdt, dat

„ de Hertog Zyne Hoogheid met raad en daad,

„ TEN ALLEN TYDE, zou hy/laan. als daar

„ in opgeflooten leggende, eene verplichting,

„ als of Zyne Hoogheid ten allen tyde den raad

„ van den Hertog zou moeten vraagen: dat

„ de Heer Griffier dierhalven vermeend had,

„ dat noodwendig, i n plaats van ten allen ty-

» den, behoorde gefteld te worden, zoomeenig.

„ maal wy zulks van Hoogstdenzelven zullen re-

„ quireeren, en voor ons dienftig en noodig oor-

„ deden: als meede dat de duurzaamheid van

„ opgeroeide verbintenis bepaald wierd, op 3

„ jaaren. Dat men daarop goedgevonden had,

„ ingevolge de eerfte aanmerking de zoo even-

„ gem. woorden in Art. 1. te ftellen: en om te

„ voldoen aan de andere, in 't einde by te

„ voegen, en dit alles alzoo byprovifie, en tot

„ ons wederzyds kennelyk wederzeggen toe".

„ Dat de acte op dien voet gepaleerd was,

„ met kennis en goedkeuring van den Raad-

„ penfionaris Stein, doch buiten weeten van

„ den Heer van Rhoon, die daar na dezelve ten

„ hoogften had afgekeurd, gelyk meede den

„ Engelfchen Arnbasfadeur Ridder Torke ge-

„ daan hadt.

In


O P H E L D E R I N G , ENZ. 213

In het begin van 1781, fpreekende met Zyne

Hoogheid, over het groot ongenoegen, dat

Burgemeesteren van Amfterdam, en veel Regenten

met hun, tegen den Hertog hadden

opgevat, en Hoogstdenzelven verzeekerende,

dat de voornaame en mooglyk eenige grond

daar van was, het misbruik dat men vermeende,

dat gem. Heer maakte, van den invloed,

die op Princen's geest, door de gegeevene

opvoeding verkreegen bad, fprak Ik van die

Acte: Zyne Hoogheid zeide my hoofdzaaklyk

den inhoud, en voegde daar by, dat de guarantie

ten behoeven van den Hertog, die in dezelve

gevonden wordt, tot geen ander einde

daar in gefteld was, als om dien Heer te be

vryden, van alle gevolgen, van wegens den

Prins en Princesfe van Weilburg, by het affterven

van Hem Prince van Oranje, wiens

toeftand des tyds gezondheidshalven zeer bedenkelyk

was.

De jonge Heer Fa gel had my zelfs onderricht

, dat de Hertog de evergemelde glimp aan

die Aéle had willen geeven, maar datHy, de

Heer van Rhoon, en andere Vrienden van Zyne

Hoogheid, van gedachten waren, dat die

Heer daar meede zyn voorneemen had willen

bewimpelen , en onder fchyn van zich tot het

O 3 gee- 1


214 M E M O R I Ë N T O T

geeven van raad te verbinden, zich genoegzaam

tot eenigen raadgeever te maaken, en anderen

te verwyderen. Die voorneemen wierdt

waarfchynlyker, door 't geen te vooren door

den Heer van Bleiswyk in de Acte gefteld, en

alleen op aanhouding van den Griffier veranderd

was.

Burgemeesteren dachten dat, alhoewel het

geen Regent geoorloofd is, zich te verbinden,

om den raad van een of meerder Perzoonen,

in zaaken zyn Ambt betreffende, te moeten in'

neemen, het daartegen aan ieder vry ftaat, iemand

van wiens wysheid en kunde hy veel 'zeekerheid

en verwachting vermeend te hebben,

tot zynen Confultnt aan te neemen, en aan te

ftellen. Zy vermeenden, dat men te minder

Zyne Hoogheid in deezen kon berispen, of 't

geen Hoogstdezelve gedaan had euvel opneemer,,

dewyl tot Raadsman verkooren had, den

Voogd, die door zyne Vrouwe Moeder over

II m gefteld was geweest: die door 's Lands

Staaten was gekooren geworden, om gedurence

zyne minderjaarigheid zyne bedieningen

waar te neemen: die onlangs door de Staaten

van alle de Provintien, met dankzeggingen

vereerd was:, ten wiens gevalle de Staaten de

verzocht hadden, by Refolutie van

H


O P H E L D E R I N G , ENZ. £1$

,4 April i ?68, zoo weinig tyd voor het pasfceren

van meergemelde Acte genoomen, dat

Haare Majefleit geliefde te agreëren, en hemlhaen

dat Zyne Hoogheid de Heer Hertog van Bruns-

L'k' verder in dienst van deezen Staat mogt continueren,

zoo om defunBien hier te Lande aan

Hem toevertrouwd, te bovenwaar neemen, ahorn

te voldoen aan 't verlangen van den Heere Vnnce

Van Grange en Nasfauw, die noch gaarne cemge

tyd Van DESZELFS WÏZE RAAD EN ADSISTENTIE

gediend zou zyn.

Deeze opmerkingen hadden Burgemeesteren

weerhouden, van die Acte in de bewuste

Memorie te fpreeken: en zy vonden vervolgens

'niet geraaden, den weg door den Heertw» Lynden

aangcweezen, te bewandelen: te mmder,

daar zyn Ed. veikoozen had, dien te verlaaten.

Dus kwam van die zaak, daar in 't begin zoo

veel ophef van gemaakt was, niets.

Intusfchen, in verwachting dat ter volgende

Vergadering van Holland, weder over de

zaak van den Hertog zou gedelibereerd worden,

voorzag de Vroedfchap de Gedeputeerden

van eene Refolutie, by welke zy gelast

wierden „ in geene deliberatien hoegenaamd,

„ over den meergem. Brief van den Hertog te

, treeden: ad qmmum te doen revoceeren, voorts

O 4 »

r &

'


fltf M E M O R I Ë N TOT

„ repareeren, de gedane demarche van den

" "7 g

" ?

e d s

P

'

b y

/ d k e H

y ^ t gedrag der Stad"

u t e e r d

^ , als fTrafbair had willen

„ doen voorkoomen, en deswegens voldoe,

.nmge.schre: zichten nerkften te beroeoen

„ op de Refolutien van i 586, l 6ai en 166*

„ by welkegezorgdisgeworden, om de Leeden'

„ derVei^adering te dékken, tegens de moeilykheeden

. aan welke z y, dcor het uitbrengen

„ van coraate aarzen, b]ootgefte]d 20UJ

„ kunnen zyn: te bewerken, dat het gedrag

" t W kndfthe G e d e

— n ter ffi

* toe«, voor zoo verre zy rot het neemen der

" b 0 V e

"^elde Refolütiën van a en 4 July

« geconcurreerd hadden, zou worden afj

» * ^ t last, i„ geene andere of verdere

el

" fp f era

: ien t e r

Generaliteit over de zaak

M

!V e

" ; m a a r

'

a l d a

» voldoening te eisfohen

wegens de indecente en vreemde de-

'

V a n d e n

Hertog, als zynde dezelve

* fegg ^ * c 0^W,

onbefttanbaar met het respect, dat een Officier

v t Land aan Hun Ed. Gr. Mog. Fer sa.

» Jerwg, e n aan derzelver Leeden verfchuldld

1, «, en beledigende voor gemelde Souveraine Ver.

e i n d c I y k d a t z v

>• f^ Gedeputeerden

t. ^r Vergadering zouden vtrklaaren, dat by


O P H E L D E R I N G , ENZ, Zl?

„ aldien onverhoopt, by Hun Ed Gr. Mog.

eene met het gerefolveerde van de Vroed-

„ fchap ftrydige Refolutie mocht genomen

„ worden, Burgemeesteren en Vroedfchappen

niet zouden kunnen dulden, dat eeni-

„ ge Publicatie, ingevolge de voorzieninge

„ by de Refolutie van Hun Hoog Mog. voor-

„ geOagen, binnen derzelver Stad zou wor-

„ den gedaan."

Op den 6 September 1781 wierdt in de daad

ter Vergadering van Holland, de bewuste Brief

in deliberatie gebragt: maar veele Leeden noch

ongelast zynde, wierdt 'er nietsbefloten. Doch

op den ao February, wierdt door de Ridderfchap

ter Vergadering overgelegd, eene verklaaring

van Zyne Hoogheid, in welke de

Vorst zynen geweezenen Voogd voorftelde,

als geheel vry van 't geen denzelven, zoo

Hoogstdezelve vermeende, wierd te laste gelegd.

00

De Ridderfchap was van gedachten, „ dat

„ genoegen hier mede diende genoomen te

worden, doch dat zy op inftantie van de Ge-

„ deputeerden van Amfterdam declareerden,

„ wel te mogen lyden, dat door Hun Ed, Mog.

(a) Jaarboeken 17S2 bl. 166.

O 5

» ge-


218 M E M O R I Ë N T O T

„ gedeclareerd wierdt, dat aan de Heeren van

" A l n f t

«dam. even als aan alle de andere Lee-

„ den van de Souverainiteit, competeert het

„ recht, om, ter Vergadering van Hun Ed

„ Gr. Mog, of aan Zyne Hoogheid, in Hoogst-

„ deszelfs eminente betrekking tot deezen

„ Staat, zoodanige voorflaagen te doen, als

„ ten meesten dienfte van den Lande oordee-

„ len te behooren: zonder deswegens in 't

„ minfte verantwoordelyk te weezen, noch

u in rechte, noch daar buiten aangefprooken

„ te kunnen worden, en dat onder beneficie

„ van dit declaratoir, deeze zaak zou worden

„ gefeponeerd, en by provifie buiten delibe-

„ ratie gelaaten." (a)

Eindelyk wierdt deeze zaak op den daaraan

volgende ?de Maart afgedaan: 't befluit

wierdt genoegzaam woordelyk, volgens het

zoo evengemelde advys van de Ridderfchap

genomen.

Tegen dit befluit, volgens het gevoelen der

Ridderfchap, en der Steeden Delft, Gouda

Schoonhoven, den Briele, Hoorn, Enkhuyzen,

Monnikendam, Medenblik en Purmerende,

dus by meerderheid genoomen, lieten Dordrecht,

Haarlem, Leiden, Amfterdam, Rotter-

r \ ,r r , d a m

Kfi) A'ot. tiohand. 2* Febr. 178a.


O P H E L D E R I N G , ENZ* 219

dam en Gorcum ee;*e aanteekening doen, we­

gens het eenvoudig [spon.erzn, „ van eene zaak,

, in welke zy vermeenden, tiat aan de Hoog­

heid der Souveraine Vergadering, en aan

„ deszelfs Leedeu ce kort was gedaan," (X)en

Alkmair liet haare ganfehe Vroedfcliaps Re-

folitie van II October 1781, in de Notulen

Hellen (b)

Ik heb onder de Bylagen L*. F. laaten druk­

ken, de aanteekeifngen door my en eenige goe­

de vrienden in de Vergadering gehouden, van

't geen aldaar op den 7de Maart geadvyzeerdis.

Als mede onder IA O. de Refolutie vanH tjt

Hoog Mog. van den 16 November 1781 geno­

men, ter geleegonheid, dat de Heer Hertog aan

den Heere Prefidecrende ter Generaliteit, mon­

deling verklaard had, nimmer eenig voornee­

men te hebben gehad , om fatisfattïe te verzoe­

ken , daar het niettemin zeer duidelyk uit den

Brief van gemelden Vorst aan Hun Hoog Mog.

biykt, dat Hoogstdezelve zulks wel deegelylc

verlangd bad: maar dewyl uit de onderfchei-

dene Advyzen der Leeden van Staat, genoeg

gebleeken was, hoedanig alle , die 't gunftigfte

dachten, die eisch wnfathfuftie ongerymdvon­

(s) Jaarboeken 1782. bl 207.

(Jbj Jaarboeken 1781. bladz. 1915*

den,


220 M E M O R I Ë N T O T

den, zoo fchynt de Heer Hertog raadzaam te

hebben geoordeeld, te doen voorkoomen, zulks

deszelfs voorneemen niet te zyn geweest, en

tot dat einde de evengem, verklaaring aan den

Prefident van Hun Hoog jflog. te hebben gedaan:

doch de meeste hebben ze aangezien als

een recantatie van 't geen Hy Hertog in'teerst

met zoo veel drift gezegd en geëischt had.

Zoodanig einde nam, voor dien tyd, eene

zoo veel gerucht gemaakt hebbende zaak: 't

is buiten myn bellek verllag te doen van 't

geen daarna ten opzichte van den Hertog ter

Vergadering van Holland is voorgevallen: men

kan dat nagaan in de Notulen van Holland, en

- in de Jaarboeken van het Jaar 1784. Daar

men toen reeds begon te volgen de geweldige

Maatregelen, van welke men de droevige ondervinding

daarna gehad heeft, was de behandeling

die men dien Heer liet ondergaan zeer

hard: men verloor geheel uit het oog, 't geen

men eenen man van die geboorte verfchuldigd

was: en hoe zeer de voornaamfte Regenten van

Amfterdam gedacht hebben, dat het verrichte

in I; 8I, zoo het de verwydeiing van den

Hertog had veroorzaakt, voor het Land oorbaar

zou zyn geweest, hebben zy hetgeweldige

gedrag in 1770. nimmer kunnen goedkeur

e n

- Het


0 Ï H E L D E

K -

I N G

» E N Z

* 22*

Het is fchier de moeite niet waardig, te

wederleggen zeekere lankwylige Apologie ,want

geen andere naam kan men geeven aan een

vry dik boek, eenigen tyd geleeden uitgekomen,

voerende tot tytel, Lodewyk Ernst Hertog

van Brunswyk Lunenburg, eehte befcbeiden,

enz. De Schryver, die ten gevalle van zynen

Held, zich door den drift, buiten alle befcheidenheid

heeft laaten vervoeren, fchynt onzen

Landaard de wreveligfte haat toe te draagen,

en de grootfte kleinachting voor 's Lands Regenten

te hebben.

Ik kan doch niet nalaaten, eenige pasfagi-

en, die dit, als meede 's Mans onkunde bewy-

zen, kortelyk aan te flippen.

Hy zegt op bl. 68, (van de Nederduitfche

overzetting) dat de Koning van Engeland,

Guarandeur was der nieuwe gehaate Constitutie

van 1748. Waar hy die Guarantie gevonden

heeft weet ik niet: my is niet bekend, dat

eenige Mogendheid, onze Gonjlitutie te vooren

geguarandeerd hebbe.

Op bl. 69 zegt hy, dat in 1776 de Hertog

de la Vauguion, kwam by dat bedorven Volk, (de

Amilerdammers) met de Negotiatien van den Grave

d' Avaux in de eene band, en met 5 Milioenen

Livres in zyn Brievetas, om voor zyn éVorst nieu-

•we Vrienden te werven. Kan


222 M E M O R I Ë N TOT

Kan het 'er eenigzinrs door, dat een Vreemdeling,

een gehuurd Scbry-er, alleen op 't

gezach van een Hoogduitsch Nieuwspapier,

dat hy, om zyn gezegde te ftaaven aanhaalt,

een aantal Regenten, onder de verdenking van

Laitidvcrraadery brengt ?

Op bl. 73 zegt hy, met die uitgelaaten woede,

die op TROUWLOOZE Vrienden wilder aanvalt,

dan op gezworene Vyanden, maakte nu de Britten

in alle Zeeën, op de Scheepen der Republiek

jagt: en in weinig maanden waaren byna i van

de Uollandfche Koopvaardyfcheepen, EE;NE WEL-

VERKREGENE BRITSCHE BUIT.

Zoo de Hertog dat welverkreegen recht der

Engelfchen uit het zelfde oogpunt bcfchouwd

heeft, als het hier zyn Verdeediger doet, is't

geen wonder, dat Zyne Hoogheid, terwyl de

Engelfchen reeds beezig waren voor den Oorlog

dat welverkreegen recht te oeffenen, den

Engelfchen Arnbasfadeur altyd zoo heuschlyk

behandeld hééft.

Bladz. 102 leest men, de Heeren van Amfler~

dam bedachten zich , namen het Papier weder over,

en beloofden geen verder gebruik daarvan te zullen

maaken. Dit is eene onwaarheid: de drift

heeft den Man vervoerd, Hy zou anders opgemerkt

hebben, dat, zoo dit waar was, Zyne

Hoog-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 223

Hoogheid de Prins Erfftadhouder, niet ten

eenemaal, 't zy met eerbied gezegd van onheuschheid

zou kunnen vry gefproken worden

: want, voor een oogenblik gefteld, dat men

dat aan de Heeren van Amfterdam had doeri

belooven, zou Zyne Hoogheid dan gerechtigd

zyn geweest, om de zaak publiek te maaken.

Bladz. 103 leest men, Eindelyk wilden zy het

den Stadhouder, als eene infebikkelyhbeid toereekenen

, dat zy bet papier weder tot zich genomen hadden

: doch zoo wilde de Forst dit niet aangemerkt

hebben, maar boodt zich aan om het te behouden 1

maar daartoe hadden zy voor ditmaal geen moeds

genoeg.

De zuivere waarheid is, dat Wy het behouden

of wederneemen volkomen in Zyne Hoogheids

keuze hebben gelaaten, en niet dan op

het tweede aandringen van den Raadpenfionaris

het hebben wedergenomen; doch zoo dra wy

verftaan hadden, dat Zyne Hoogheid goedgevonden

had, den inhoud den Hertog meede te

deelen, hebben wy geoordeeld noodig te weezen,

het ftuk zeiven aan den Vorst weder te

doen geworden. Geen moeds genoeg, zegtdeMan;

voor wie en wat hadden doch de Amfterdamfche

Heeren te vreezen?

Op bladz. 104 wordt gezegd, de HeerenTzmminck,


£24 M E M O R I Ë N T O T

minck, Rendorp en Visfcher tradenfchuw terug,

protefieerden, ontfcbuldigden zich %ftaaken hunn

onbefchaamde Memorie in bun zak.

Noch Zyne Hoogheid, die heeft de waarheid

te lief, noch de Hertog die wel wist, dat

die drie Heeren niet gemakkelyk fchuw en bevreesd

waien, hebben dit den Schryver kunnen

vertellen, Het gedrag dat gem. Heeren gehouden

hebben, toen de zaak waereldkundig

was geworden, heeft immers niet doen zien,

dat zy zoo fchuw en bevreesd waren? De inhoud

van den Brief, welken Ik uit naam van

Burgemeesteren, ter geleide der Memorie gefchreeven

heb, duidt zoo 't my voorkomt,

noch fchuwbeid noch bevreesdheid aan.

Bladz. 106 ftaat, de Mis Jive van den Hertog

aan de Staaten Generaal had de Am fier damfebe

kwaadaardige Lasteraars, ineene groote verleegen

beid gebracht.

Men moet zoo onkundig als de Schryver

zyn,omdatternederteftellen. Wie, onze Regeeringsform,

en voornaamlyk onze Rechtspleeging

maar eenigzints kundig, weet niet, dat

hoe euvel ook de ftap der Amfterdamfche Heeren

by Hun Hoog Mog. mochte zyn opgenoomen

geworden, zy van dat Collegie, hoe anderzints

aanzienlyk, niets te vreezen hadden,

des-


O P H E L D E R I N G , EN 2. 225

deszelfs gezach kon immers geenzints zich

over hun uitftrekken: want als byzondere Perfoonen,

konden zy niet dan voor hunnen daaglykfchen

Rechter aangeklaagd worden: als Leeden.

van Staat, waren zy geene reekening van

hun bedryf in Staatszaaken verfchuldigd, dan

aan de Vergadering reprefenteerende de Opperheerfchappy

deezer Landen, van welke zy

zeiven Leeden waaren. Zoo zy den Hertog

waarlyk beleedigd hadden, moest Hy Hun,

niet by de Staaten Generaal, maar by de Staaten

van Holland aangeklaagd, of voor hunnen

daaglykfchen en eenigen Compefenten Rechter

gedagvaard hebben : dus is die Heer kwalyk

beraaden geweest, toen Hy zich ter Generaliteit

vervoegd heeft.

Maar hoe weinig de meergemelde Heeren

reeden hadden, om verleegen te zyn, is genoeg

gebleeken, (al eens aan eene zyde gefield, 't

geen by de andere Provintien deswegens verhandeld

is, terwyl ze doch alle zyn overeengekomen,

dat het eene Provintiale zaak was,)

uit de byna eenpaarige afkeuring in Holland,

van 't gedrag der Hollandfche Gedeputeerdens

ter Generaliteit, die den 2 Tulvtoegeftemd

hadden in de Refolutie, by welke Hun Hoog

Mog. hadden afgekeurd, 't geen in naamlooze

L DEEL. P


9.2b M E M O R I Ë N T O T

gefchriften, tegen den Hertog gezegd was:

en noch meerder, uit het advys der Heeren

van de Ridderfchap, die, alhoewel zy onder

de Leeden der Hollandfche Staatsvergadering,

het gunftigfte ten aanzien van den Hertog, en

het ongunftigde op het gedrag der Amfterdamfche

Heeren, dachten, nochtans niet hebben

kunnen nalaaten, op den 20 Febr 1782 te

verklaaren, wel te moogen lyden, dat Hun Ed.

Groot Mog. verklaarden, dat aan de Heeren van

Amfterdam, gelyk ook aan alkandere Meedekede

der Souverainiteit, het recht toekwam, om zoo w

hy de Vergadering van Hun Ed. Groot Mov. als

aan den Stadbsuder in deszelfs eminente betrekk

op deezen ctaat, zulke voor/lagen te doen, als z

ten grootften nutte van het Land dienjlig te zyn,

oordeelden: zonder deswegens in het geringfte

ge verantwoording te hebben, of gerechtelyk of bu

ten rechten daarvoor aanfprakelyk te zyn.

't Is onbegrypelyk, dat gem. Schryver gedurig

wil doen gelooven, dat de Amfterdamfche

Heeren in groot gevaar of vreeze waaren:

men kan doch niet onderftellen, dat de Heer,

wiens Apologie Hy tracht te maken, de waarheid

zoo weinig lief heeft gehad, dat Hy Hem

den toedragt der zaake, zoo zal hebben meedegedeeld.

Men mach ook denken, datdenaamen

van


O P H E L D E R I N G , , ENZ. 22/

van Zotten, kivaadaartige Lasteraars, Bedriegers

, Schurken, die hy zoo vaardig uitdeelt, alleen

van Hem komen: terwyl zy een gering

denkbeeld van zyne opvoedinge geeven.

Maar de verontwaardiging wegens de boosaartigheid

van dien mensch heeft my reeds

te veel doen zeggen , en dit zou mooglyk

doen befl uiten, dat Ik verantwoorden wil eene

daad, die Ik doch vermeen geene verantwoording

noodig te hebben, 't Is ongelukkig, dat

Lieden van een hoog aanzien, doch niet gefchikt

om hunne eigene pen te gebruiken, hunnen

toevlucht neemen, tot die van Schryvers,

wiens ftyl en uitdrukkingen overeenkomftig

zyn, met hunnen ftaat en opvoeding,

't Was geen wonder, dat de Hertog onderricht

van den ftap dien Ik, beneffens myne

Ambtgenooten gedaan heb, tegen mytenhoogften

onvergenoegd was, enmy zulks ten kwaad-

Hen duidde; maar Ik ben verzeekerd, dat die

Heer, noch my noch myne Ambtgenooten,

zou hebben uitgefcholden voor Zotten, Schur*

ken, boosaartige Lasteraars: noch ons beticht

hebben van boog verraad, om dat Wy, alhoewel

alleen gelast door Burgemeesteren,

gefprooken hadden uit naam onzer Frincipaalen.

P 2 't IS


a

28 M E M O R I Ë N T O T

't Is waar, dat de Hertog ons ditlaatfte, als een

fchandelyk ftuk verwee«n heeft: maar Ik zou

van het doorzicht van dien Hoer verwacht hebben,

dat Hy het niet zou hebben gedaan, zoo

Hoogstdezelve ondderricht was geweest, dat

Burgemeesteren van Amfterdam, in de Staatsvergadering,

door des Stads Gedeputeerden,

dikwils zuo genoemd worden: dat Burgemeesteren

alleen bevoegd zyn, om de Credentialen aan

de Gedeputeerden te geeven: dat Burgemeesteren

in het doen afleggen van eene Staatscommïsfie,

niet noodig hebben de Vroedfchap te beleggen

, zoo zy denken, de zaak niet gefchikt

te zyn, om in dezelve gebragt te worden: en

eindelyk, zoo Zyne Hoogheid had gelieven optemerken,

dat de Amfterdamfche Burgemeesters

Kamer, die zich toen noch kon vleien genoegzaamen

invloed te hebben, al eens gefteld, dat

de meedewerking der Vroedfchap noodig was

geweest, de noodige authorifatie gemakkelyk

had kunnen krygen: daar het ook met de daad

gebleeken is, dat de Vroedfchap de daad, die de

meergem. Schryver met den tytel van hoog Verraad

beftempelt, volkomen heeft goedgekeurd.

Kort na dat de ftap tegen den Hertog gedaan

was, vereerde Zyne Roomsen Keizerlyke Majefteit,

onder den naam van Grave vanFalken-

ftein,


O P H E L D E R I N G , ENZ. 229

ftein, dit Land, en byzonder onze Stad, met

een bezoek.

Men bad geen kleine ophef gemaakt van het

ongenoegen, by deezen Heer, tegens Burgemeesteren

van Amfterdam opgevat, wegens

(zoo als men het noemde,) hun jiout beftaan,

regens een Perzoon, niet alleen eene aanzienlyke

Post in Hoogstdeszelfs dienst bekleedende,

maar daar en boven Hoogstdeszelfs Bloedverwant.

Ik wierd daags voor 's Keizers komst te

Amfterdam gewaarfchouwd, dat het ongenoegen

voornaamlyk tegen my was opgevat» Dit

verwonderde my te meer, dewyl de Vorst

my had laaten weeten, dat Hy verlangde, gedurende

deszelfs verblyf te Amfterdam, met

my te fpreeken; en niet te denken was, dat

zoodanig aanzoek kon voortkomen, uit eenig

beginzel van onheuschheid; dewyl zulks even

ftrydig zou zyn geweest, met de edelmoedigheid,

als met het doorzicht van eenen Vorst,

die te zeer bewust was, dat een Regent van

een vry Land, aan niemand eenige verantwoording,

van 't geen hy in zyne hoedanigheid verricht

heeft, fchuldig is, dan aan zyne wettige

Overheid: maar 't viel uit zoo als Ik verwacht

Had.

P g Toen


230 M E M O R I Ë N T O T

Toen zyne Majesteit den 13 July's avonds te

Amfterdam aangekoomen was, vervoegde Ik

my aanftonds, volgens affpraak met den Heer

Generaal vanReischach ,een der Heeren die den

Vorst verzelden, aan Hoogstdeszelfs Loge- .

ment, en had de eere , aldaar met Hoogstdenzelven

, geduurende eenen geruimen tyd, een afzonderlyk

gefprek te houden.

Van de eerfte onderwerpen die daar in verhandeld

wierden , was de zoo inwendige als

uitwendige toeftand, in welken de Republiek

zich bevond, dus ook de gefchillen, die toen

betrekkelyk den Hertog, zweevende waren.

Het zou niet gevoeglyk, ja onheusch zyn,

te boek te Rellen , 't geen zyne Keizerlyke

Majefteit deswegens zeide, doch Ik vertrouw,

dat het my geoorloofd is te melden, dat toen

Hoogstdezelve my fprak, over den flap, dien

de Stad van Amfterdam tegens den Hertog o-edaan

had, en Ik te kennen gaf, dat dezelve

meerendeels zoo niet eeniglyk voortgekomen

was uit het denkbeeld, dat de Heer Prins Erfftadhouder,

een geheel uitfluitend vertrouwen

in den Hertog ftelde, zyne Majefteit'my glimlachende

antwoordde, etvousautres vous n'avéz

gueres conjiance en lui: daarby voegende, dat

de Hertog gewcnscht had, dat Hy zich in de

zwee-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 23I

zweevende gefchillen, om zynen wil, zou neeken,

doch dat Hy zulks van de hand had geweezen,

als Hem niet aangaande.

Het zal, vertrouw Ik, myne Leezers met

onaangenaam zyn, noch te kort doen, aan den

eerbied die Ik den Vorst verfchuldigd ben,

dat Ik alhier te boek ftelle , 't geen tusfchen

Hoogstdenzelven en my, ter geleegenheid der

politieken toeftand , waar in de Republiek zich

bevond, verhandeld is.

Na dat de converfatie over den Hertog, en

eenige andere aanzienlyke Perzoonen geëindigd

was, viel het gefprek op den Oorlog met

Engeland: zyne Majefteit zeide, „ dat wy on-

, gelyk hadden, oorzaak tot eenen oorlog te

" hebben gegeeven, terwyl wy niets hadden

" om denzelven te voeren: dat het eene dwaasheid

was te hebben verwacht, of noch te .

verwachten, eenige daadlyke hulp van Rus-'

" land, of van de Noordfche Mogendheeden:

]] dat de Keizerin overbodig zou zyn, om

" haare goede Officien aan te bieden, maar

,', niets meer geeven zou: dat Zweeden niets

Z zou, noch niets kon doen, en bekend was,

„ welke geest in Denemarken heerschte: dat,

„ al kon men in Rusland de wil goed ftel-

„ len, zulks weinig zou baaten, dewyl dat

R v k

P 4 »


M E M O R I Ë N T O T

„ Ryk met eenige weinige Oorlogfcheepen

,, hier en daar verfpreid, en die welhaast de

» prooi der Engelfchen zouden worden, Ons

„ met dan van geringe dienst kon zyn- dat

„ dus de Vreede voor ons het beste was; voe.

» gende daar by, doch verzoekende verfchoo-

„nmg voor de uitdrukking, quil euu p lus

„ facüe, de faire unefottife que de la reparer "

Voorts zeide zyne Majefteit, „ dat wy de

„ eemgfte niet waren, die ons weinig wyslyk

„ gedraagen hadden: dat de Engelfchen in 't

>, begin, kort na dat Frankryk hun den Oor

„ log verklaard had, hunnen flag gemist had-

„ den: dat zy toen, daar hunne Zeemacht

„ verre die van Frankryk overtrof, hadden

„ behooren de Américanen, een wyl aan hun

„ eigen noodlot over te laaten, en op de Fran-

„ fche Colonien, toen van alle middelen om

„ tegenftand te bieden, ontbloot, te zyn g e

„ vallen: dat het gedrag der Franfchen mee-

„ de niet zeer vvys was geweest: dat zy, zoo

„ als wy, den Oorlog begonnen hadden zon-

„ der gereed te zyn, en nu noch onlangs den

„ dwaasten ftap van allen gedaan hadden, met

„ den Heer Necker weg te zenden."

Ik kon niet nalaaten te erkennen, dat ons

gedrag in 't begin, over het al of niet geeven

van


O P H E L D E R I N G , ENZ. 233

van onbepaalde Convooyen, weinig voorzichtig

was geweest. Ik ftelde kortelyk voor, de

waare reedenen van onze werkloosheid, en hoe

de Oorlog, in welken wy gewikkeld waren,

een gevolg was van de partyfchappen, die in

het Land heerschten, dewelke veel het neemen

der noodige maatregels belet hadden, terwyl

geene der partyen, zoo als dac gemeenlyk

gaat, voornaamlyk, wanneer door de Ministers

der Moogendheeden daar onder geftookt

wordt, iers wil toegeeven, in 't geen

met haar aangenoomene beginzelen ftrydig is;

dat, wat betrof de gewapende Neutraliteit,

verfcheide Regenten met my, niet veel verwachting

van dezelve hadden : dat wy daarom

t e 'meerder gehoopt hadden, dat Engeland de

aangebodene Mediatie zou hebben aangenomen,

om daar door de Vreede weder te krygen,

zonder Frankryk te verftooren.

Zyne Majefteit antwoordde, dat zonder twyffel,

de Vreede voor ons de wenfchelykfte zaak

was: mats qiion ne faifait pas la pais fans coups

de Canon: dat ook de menagementen die Wy voor

Frankryk moesten hebben, de zaak ongemakkelyk

maakte: en dat dit Hof alles doen zou,

om eenen Vyand meerder aan Engeland te

doen hebben.

P 5 Zy-


£34 M E M O R I Ë N T O T

Zyne Majefteit vroeg my, wat de Stad Am»

fier dam zou doen, met de laatfic aangebodene Mediatie.

Ik antwoordde, dat het aan Burgemeesteren

weinig paslyk fcheen te zyn, van de Keizerinne

tot het nakomen van het Tradaat te vergen,

en te gelyk haare Mediatie aan te neemen.

Zyne Majefteit erkende, dat daar in iets ongerymds

fcheen opgeflooten te zyn: maar

merkte daarby aan, dat zoo wy de Mediatie

niet aannamen, wy geen Gemachtigden zouden

kunnen zenden op het Vredens Congres,

dat men voorhad te houden: Hoogstdezelve

had daarop de goedheid my meede te deelen,

hoe verre het toen met dat Congres gevorderd

was, en my op te noemen, de Ministers,

die Hoogstdezelve en andere Mogendheeden

, daartoe reeds gefchikt hadden, my teffens

vragende na de onzen. Ik zei, dathetdenkelyk

de Heer van Wasfenaar Twickelo zou weezen

: Hy betuigde, die- keuze Hem aangenaam

te zullen zyn, daar Hy met dien Heer kennis

had gemaakt, ter geleegenheid van het bezichtigen

van deszelfs Buitenplaats Zuidwyk.

Ik heb reeds gezegd, dat het ongepast zou

zyn bier te melden, al 't geen, waar over zyne

Majefteit goedvondt, my te onderhouden,

te


O P H E L D E R I N G , ENZ. -235

te meer, daar Hoogstdezelve het gefprek eindigde

, met te zeggen : Vous pouvez dire d qui

vous voudrèz ce que je vous ai dit au fujet des affaires

publiques, je ne veux pas qu'on ignore ma

fagon de penfer: mais fur ce que je vous ai dit dg

certaines perfonnes particulieres, foyez dhcret.

Waar na Zyne Majefteit my met de uiterfte

heuschheid congedieerde.

Zoo als dit gefprek 's Vrydags plaats had

gehad, wierd my uit den Haag gefchreeven,

dat de Keizer bewust was, van zekere openingen

, die de Graaf de Mirabel, Sardinifche Gezant

in 's Hage , betrekkelyk eene afzonderlyke

Vreede met Engeland, my gegeeven had,

en van welke ik daadlyk aan de Heeren Burgemeesteren

Temminck en Elias, als meede aan

eenige andere Heeren van de Regeering kennis

had gegeeven. Eerstgemelden, dieikditSchryven

mededeelde, vonden goed, dat Ik den Keizer

daar over zou onderhouden , en by die geleegenheid

aan denzelven te kennen geeven,

dat Burgemeefteren, wegens het niet of al aanneemen

der laast aangeboodene Mediatie, gaarne

deszelfs Raad wilden inneemen en volgen.

Ik heb reeds te vooren gezegd, dat Burgemeesteren

niet voor 't aanneemen waren: onder

anderen, om de ongevoeglykheid van tot

Me-


M E M O R I Ë N T O T

Mediatrice te neemen , eene Vorftinne , by

welke men op 't fterkfte drong, om de Republiek,

volgens het getroffen Traftaat van Neu.

trahteit, daadlyk met de Wapenen by te ftaan

Ik verzocht dan gehoor by zyne Majefteit'

die daartoe bepaalde het uur van drieën des

Sondags na den middag.

Op't beftemde uur aan 's Keizers Logement

gekomen zynde, kwam zyne Majefteit my te

gemoet, en met my getreeden zynde in dezelfde

Kamer daar my ' t eerfte gehoor verleend

had, vroeg Hoogstdezelve my , wat ik verlangde.

Ik zei, het geen my uit den Haag gefchreeven

was: waarop zyne Majefteit my, i n fubftantie,

antwoordde : „ dat het waar was, dat Hy

„ aan den Hertog de laVauguion, gevraagd had,

„ of Hy Hertog onderricht was, van zeekere

„ openingen, door de Graaf de Mirabel gedaan:

„ en dat op het antwoord van neen, Hy daar

» by had gevoegd, dat door iemand, zonder

„ te kunnen zeggen wie, onderricht was, dat

" d e z e l v e

P laat

s hadden gehad : voegende zy-

» ne Majefteit heuschlyk daar by, dat zoo Hy

„ had kunnen denken, daar door de geringfte

„ moeite aan Burgemeesteren te kunnen doen,

» mets zou gezegd hebben."

Ik


O P H E L D E R I N G , ENZ. 23?

Ik repliceerde, „ dat dewyl zyne Majefteit

„ de goedheid had. gehad, te toonen der Stad

„ Amfterdam en derzelver Regeering niet on-

„ gunftig te zyn, Burgemeeesteren daar door

„ aangemoedigd waren geworden, om in het

„ uiterst vertrouwen, aan Zyne Majefteit van

„ al het voorgevallene verflag te doen."

Ik erkende dat 'er door tusfchenkomst van

den Sardinifchen Minister, eenige poincten

van fchikking waren voorgefteld geworden:

dat eenige myner Ambtgenooten, en eenige

weinige Leeden onzer Regeering, als meede

Zyne Hoogheid en de Raadpenfionaris,

daarvan kennis hadden. Ik deed daarop kortelyk

verflag van 't geen ter dier geleegenheid

was voorgevallen, en in 't vervolg te boek

zal ftellen.

Ik vertoonde vervolgens, alle de voordeelen

, die voor ons Land met de Vreede verzeld

gingen : en^hoedanig deeze, voor ons altyd

boven den Oorlog te verkiezen was: maar dat

nochtans alle Vrede voor ons niet aanneem*

lyk was: dat wy 'er geene, dan eene eerlyke

en voordeelige konden aanneemen: dat wy

gantsch niet buiten hoop waren, den Oorlog

met eere te kunnen voeren, dat getergd, zoo

als wy waren, wy zulks ook zouden doen:

dat


M E M O R I Ë N T O T

dat het onzer Natie eigen was, zich tegen de

moeilykheden te harden : dat wy nu omtrent

alles verlooren hadden, wat wy konden verliezen,

doch met reeden konden vertrouwen,

het overige te zullen behouden: dat de Caab

de Goede-Hoop, de meeste onzer bezittingen in

de Oost-Indien, en Suriname inde West-Indien

, genoegzaam verzekerd, en onze Oost-

Indifche Scheepen den Vyand ontfnapt waaren

: dat in 't algemeen, onze omftandigheeden

zedert eenigen tyd oneindig beeter, en verre

boven onze verwachting waren: dat Ik daar

tegen erkende, dat onze binnenlandfche verdeeldheid,

voor ons nooodlottig kon zyn: dat

wy ook wel voelden van Rusland weinig hulp

te kunnen verwachten; mooglyk goede Officien,

doch niets meer, maar dat wy, aangezien

de omftandigheeden waar in Engeland

zelve zich bevondt, de hulp van vreemde Mogendheeden

konden ontbéeren, zoo men waarlyk

gebruik wilde maaken, van alle de middelen

die voor handen waren: dat de finantien

nooit in beeter ftaat waren geweest, terwyl

het tegengeftelde zich bevondt by onzeVyanden.

Ik voegde eindelyk daar by, dat Ik met

zyne Majesteit fgefproken had, met die rondborftigheid,

die mynen Landaard en My by-

zon-


O P H E L D E R I N G, ENZ. 2S9

zonder eigen was: dat Ik van gedachten was,

dat eene volkomene goede trouw kon, ja behoorde

, zoo wel de grondflag te zyn, van alle

ftaatkundige , als van alle burgerlyke handelingen:

dat Ik zyne Majefteit needrig verzocht,

het vertrouwen, dat Ik betoond had, aan te

neemen, als eene hulde, die Burgemeesteren

deeden, aan de oprechtheid, die zy vermeenden

aan 't Caracter van zyne Majesteit eigen

te zyn: dat Ik hartelyk verzocht, dewyl Ik

met Haar gefprooken had , als of Hoogstdezelve

myn Landgenoot was , zy ook my en

myne Meede-Regenten geliefde te vereeren

met Haaren goeden raad, aangaande de party,

die wy , in de neetelige omftandigheeden in

welke de Republiek zich bevond, zouden behooren

te kiezen: dat wy verzeekerd waren,

dat zyne Majesteit Oorlog en Vreede als in de

hand had, en wy niets te vreezen zouden hebben

, zoo wy volgden den raad, dien Hy ons

geeven zou.

. De Keizer antwoordde: dat evenals Ik dacht,

op 't ftuk van de noodzaaklykheid en nuttigheid

der goede trouw , in alle Staatkundige

en Burgerlyke handelingen : dat hy gul en

openhartig was , ja niet anders kon weezen:

dat Hy gevoelig was , aan het betoond ver-

trou-


240 M E M O R I Ë N T O T

trouwen : mats que je l'embarasfais un peu en

lui demandant Conseil: qu'il devoit alors oublier

qu'il etait Empereur, et fe figurer qu'il et ah Hollandais:

qu'il le youlait bien pourtant: datdierhalven

my dan moest zeggen, dat wy wel zouden

doen, ons met Engeland te verzoenen: datHy

doch wel voelde, zulks ongemakkelyk te zul

len zyn, zoo om Frankryk, die wy moesten

ontzien, als om de Keizerin, die mooglyk te

onvreeden zou zyn, zoo de zaaken buiten haar

gevonden wierden: dat, wat hem betrof, qu'il

trouvait le metier de Mediateur tres mauvais ,par.

ce qu'on n'y gagne rien, et qu'on mecontente tout

le monde: dat Hy my ter goeder trouw kon verzeekeren,

dat de Vreede Hem aangenaam zou

zyn, en het zyne gaarne zou bybrengen, om

dezelve aan Europa weder te geeven : qu'il

favait bien que fes fujets gagnaient a la guerreet

qu-avec 300,000 Hommes, il n'avait rienacraindre:

dat het Hem aangenaam zou zyn, zoo

wy ons met Engeland konden verftaan, maar

teffens vermaande, ons in ftaat te ftellen, om *

in alle gevallen, den Oorlog te kunnen voeren

: dat Hy ons raadde, welke keer de zaak

ook mochte neemen, de Mediatie aan te neemen,

om reede, dat wy anders niemand op

het Congres zouden kunnen zenden , dewyl

wy


O P H E L D E R I N G , ENZ. £41

Wy aldaar niet als contracteerende Party zouden

kunnen toegelaaten worden: qu'alors nous

ferions obligés de faire parler la France poar

nous ce qu'il creiait nepas nous convenir, dat het

wenfchelyk was, dat, offchoon wy al geene .afzonderlyke

Vreede met Engeland konden maaken,

't zy om dat men 't over de voorwaarden

niet zou kunnen eens worden, 't zy om Frankryk

te ontzien, men ten minften met dat Hof kon

affpreeken, wegens de voorwaarden, die men

over en weder by eene algemeene Vreede zou

bedingen.

Toen zyne Majesteit ukgefprooken had, bedankte

Ik dezelve voor de goedheid, die Zy wel

had willen hebben, van zich dus duidelyk en

openhartig te uiten: Ik verzeekerde, dat dewyl

Zy oordeelde, dat het aanneeraen der Mediatie

voor de Republiek noodig was, Burgemeesteren

niet aarzelen zouden, met daar in toeteftemmen

: terwyl Ik ondertusfchen myne Stad

en Vaderland aan Hoogstdeszelfs goedgunftig.

heid aanbeveelde, en inftantelyk verzocht, mee

alle haare magt en gezach te willen meedewerken,

om ons te doen bereiken het oogmerk,

.dat Hoogstdezelve geoordeeld had, voor ons het

feeste te weezen.

De Vorst betoonde zyn byzonder genoegen,

h DEEL. Q e n


24^ M E M O R I Ë N T O T

en verklaarde, ten uiterften gevoelig te zyn,

aan het vertrouwen, dat Burgemeesteren in

Haar Helden, en zulks indachtig te zullen zyn:

daar eenige heuschheeden by voegende.

Ik zei toen, dat alhoewel het myne Ambt-

» genooten, en my, leed deede, dat zyne Ma-

„ jesteit maar weinige dagen, onze Stad, met

„ deszelfs tegenwoordigheid vereerd had , Ik

„ de vryheid moest neemen ta zeggen, dat Ik

„ Hoogstdenzelven met vry meer gerustheid

„ zag vertrekken , dan had zien aankomen."

Waarom? was de vraag: omdat, nam Ik de vry­

heid te antwoorden, men zyne Majesteit had af-

gefchilderd, als eenen Forst, die ons Land weinig

goeds wilde, en voornaamlyk den Regenten onzer

Stad, om de zaak van den Hertog, geen goed hart

toedroeg; die voorts verjiond, dat wy voljlrekt Vree­

de met Engeland, hoe di voorwaarden ook mog-

ten weezen, moesten maaken.

Enfortc, viel de Vorst my in, que vous m'a-

vez cru bien ANGLOMANE? mais je ne le fuis

pas, il s'en faut bien, je fuis Cosmopolite, aimant

les hommes, etpar confequent la paix, voegende

daar by, „ dat Hy niets had, tegen ons, noch

„ tegen onze Stad: dat Hy zeer te vreeden was,

over 't geen, èn over de geenen, (Ö) die

» Hy

(«) De Hoofd Officier Dedel, en de Burgemeesters Hooft

en Elias, hadden met ray by den Vorst een bezoek afgelegd,


O P H E L D E R I N G . , ENZ, 243

& Hy 'er gezien had: dat, wat de zaak van den

„ Hertog betrof, Hy 'er zich niet meede zou

„ moeijen" , herhaalende voorts, 't geen in ons

eerfte gefprek gezegd was, en daar noch 't eenen

ander tot gerustftelling byvoegéhde.

Na noch eenen korten tyd over onverfchillige

zaaken te hebben gefprooken, gaf zyne

Majesteit my myn affcheid, zeggende op eene

zeer heufche wyze , Haar aangenaam te zyn,

met my kennis te hebben gemaakt: my voorts

bedankende, en verzoekende zulks uit deszelfs

naam myne Ambtgenooten te doen, voor de

betoonde beleefdheid, die zy nimmer vergeeten

zou. Een Uur daarna begaf zyne Majesteit zich

op reis.

Des anderen daags kwam dé Generaal van

Reischac'i, ten mynen huize, en my daar niet

hebbetide gevonden , op het Stadhuis opwach- •

ten. Ik ontving dien Heer in Burgemeesters

vertrek, alwaar zyn Ed. my zeide, „ dat de

ti Keizer hem belast had, met dankzeggingen

„ voor Myne Heeren de Burgemeesteren van

„ Amfterdam" , fes bons amis. Ik verzeekerde

zyn Ed. van hunne gevoeligheid deswegens,

en van de eerbiedige hoogachting, die zy den

Vorst toedroegen: voegende daarby, h geen

Ik reeds den Keizer zei ven gezegd had- dat wy

Q * Hoogst-


ffi{4 M E M O R I Ë N T O T

Hoogstdenzelven met meerder gerustheid hadden

zien vertrekken dan aankomen. Hier op

antwoordde de Generaal, „ gy hebt niets te vree-

„ zen: Gy hebt misfchien gedacht dat de Keizer

de Schelde zou willen openen: maar wilt gy

„ weeten wat zyne Majesteit geantwoord heeft

„ aan den Antwerpfchen Burgemeeester, die aan

„ Hoogstdenzelven daar van voorftel gedaan

„ heeft, Ik ben niet gelast het U te zeggen,

„ maar zyne Majesteit weet dat ik het U zeg-

„ gen zal. Het antwoord is geweest: Gy komt

„ my zehrlyk Myn Heer, teffens verwittigen,

„ dat het Tra&aat van Munfter niet meer in

,, weezen is, want zoo lang dat niet vernietigd

„ zal zyn, moet gy niet denken aan 't geen gy

„ van my verlangt, daar zyn al genoeg oneenig-

„ heeden in Europa, zonder dat Ik die vermeerder:

„ dat Uwe Stadsgenooten, en myne andere Onder-

„ zaaten, zich de omjlandighedcn ten nutte maa-

„ ken , dat zy $ich verryken met den Koophan-

„ del en Scheepvaart op O/lende: maar dat zy

„ zich haasten, want de Vreede eens weder ge-

troffen zynde, zal alles wederkeeren, naar de

p plaatzen, daar het van daan gekomen is."

Dewyl men veel gefprooken had, reeds in

'c begin van den Oorlog, van het openen der

Schelde, dat men wist dat de Antwerpenaars

daar


O P H E L D E R I N G , ENZ. 245

daar zeer op gefteld waren, en opgewonden wa­

ren geworden, door den Ridder Tork, geduu-

rende zyn verblyf in hunne Stad, na dat Hy

uit den Haag vertrokken was, had Ik reeds van

dien tyd af doen opmerken: dat, alhoewel het

belang van Engeland zeiven niet meede bracht,

te verlangen of meede te werken, dat de Schel­

de geopend, en dat daar door eene machtige

Mogendheid, de Souverain der Nederlanden,

eene Commerceerende en Navigeerende Mogend,

heid wierd, en dat ook die opening niet kon

gefchieden , als met verzaaking van het Trac-

taat van Munfter, de voorzichtigheid noch­

tans vereischte, deswegens een waakend oog te

bouden, dat men tot dat einde, eenen bekwaa-

me Minister behoorde te houden te Weenen,

en teffens by Frankryk verneemen, of men

aldaar gezind zou zyn , zich in 't geval daar

tegen te kanten. Dat men ook teffens , den

Koning van Pruisfen onder 't oog moest bren­

gen, hoe gevaarlyk het was, het Huis van Oos-

tenryk, door dat middel noch machtiger te laa­

ten worden ; en hoe het dierhalven van zyn's

Majesteits belang was, zich daar tegen te ver­

zetten. Dat om de Republiek niet bloot te

Rellen aan eenen onverwachten aanval van dien

kant, men behoorde hoe eerder zoo beter ver-

Q 3 bin-


246 M E M O R I Ë N T O T

bintenisfen met eenige Dukfche Vorften aan

te gaan, om tegen eene machtige fubfidie, uit

's Generaliteits Kas, een genoegzaam getal

Manfchappen te onderhouden, en ze des noods

te leeveren.

De langzaamheid, met welke gewoonlyk de

zaaken in ons Land behandeld worden, gevoegd

by dé bedremmeldheid, gevolg van den ramp-

fpoedigen ; toeftand, daar men zich in bevond, en

waar in men niet wist, wat men 't eerst tot af kee-

ring van 't gevaar by de hand zou neemen, hadden

gemaakt, dat men op myne voorflagen weinig acht

had gegeeven. De vrees voor dat openen van de

Schelde, was gebleeven, en vermeerderd gewor­

den,door het fchryven in May, van den Heere

Hop, onzen Minister te Brusfel, „ dat die van

9, Antwerpen, Brusfel en Leuven, deswegens

„ een Adres aan Zyne Keizerlyke Majesteit ge-

„ daan hadden," en door dat van den Heer van

Starrenburg , meldende, dat de Rusfifche Mi­

nister hem verwittigd had, dat zeker Antwerpe­

naar zich aan hem geaddresfeerd had, wegens

eene dire&e vaart van Petersburg en andere Rus­

fifche plaat zen op Antwerpen , en 's Keizerin's

goede Officien verzocht, wegens het openen der

Schelde. <

' Het was dus licht te begrypen, dat het ge-

: .' "" zeg-


OP H E L D E R I N G ' , ENZ.

zegde van den Heer van Reischach, ons zeer aan-

genaam was: maar de ondervinding heeft geleerd,

dat zyne Keizerlyke Majesteit zederc aanmerkelyk

van gedachten veranderde.

Ondertusfchen waren, agtervolgens den raad

van zyne Keizerlyke Majesteit, onze Gedeputeerden

in 's Hage gelast geworden, om meede in het

aanneemen der Mediatie van de beide Keizerlyke

Hoven toe te ftemmen: tot welke dan ook kort

daarna, naamlyk den 8 Augustus, ter Generaliteit

befloten wierd.

Het is over bekend, hoedanig dezelve van

geen het minfte gevolg geweest is, en niets heeft

toegebracht, om het vuur des Oorlogs te maatigen,

de Heer Hop., 'sLands Minister had reeds

gefchreeven, toen de Keizer te Brusfel was, dat

zyne Majesteit Hem gezegd had, „ dat de onlus-

„ ten in de Republiek Hem leed deeden: datHy

„ het einde derzelver, en het herftellen der Vree-

„ de, gaarne zou zien: dat Hy nochtans

„ meende, dat de Negotiatien in Rusland op niets

„ zouden uitloopen , en niets dan onkosten en

„ fpendatien veroorzaaken."

De Penfionaris Visfcher fchreef my den 4 Ju-

]y, dat de Raadpenfionaris Hem gezegd had,

dat de Prins Gallitzin, fterk op een fpoedig en

voldoend antwoordpresfeerde; dat deKeizer zeer

Q 4 ft 0


24S M E M O R I Ë N T O T

(lond,ophetMediatewfchap- en dat de acceptatie

van dat aanbod, op den voet, als My Raadpenfiona­

ris de extenfie geconcipieerd had, niet obfieeren zcu,

aan eene onderhandfche handeling met Engeland:

waarvan zoo dezelve reüsfeerde, in het vertrouwen

aan de Keizerin kennis kon gegeeven worden: dat

het 'er voms niet veel op aankwam, of men in het

te geeven antwoord aan Rusland , meer of

min fterkinfteerde op adfiflentie, dewyl wy dezelve

„„doch nooit obtineeren zouden, alzoo de Keizerin

rond uit verklaard had, dat het CASUS FOEDERUS ,

met opzicht tot ons niet exteerde.

Het antwoord van Rusland, op den eisch van

den byftand by het Traclaat beloofd , was in-

tusfchen den 11 Juny ter Vergadering van Hun

Hoog Mog. reeds ingekomen, en gantsch niet

voldoende , behelzende meer woorden dan zaa­

ken, -bevonden: en ter zei ver tyd hadden onze

Ambasfadeurs gefchreeven , dat op hunne klag.

ten deswegens, door den Grave Panin geant­

woord was, „ dat een Plan, aan de Hoven van

„ Zweeden en Denemarken was afgezonden,

„ van 't welke men geen opening kon gee-

„ ven. Dat men zich veel interesfeerde voor de

„ Republiek, en trachten zou te bewerken, dat

„ zy uit haafen tegenwoordigen toeftand, voor

„ de algeméene Pacificatie gered wierd , als

„ mee-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 249

„ meede Zweden te perfuadeeren , Haar van

„ eenige Scheepen van Oorlog te vóórzien."

Noch fchreeven zy, dat de invloed van Panin

begon te verminderen, en zy van goeder hand

onderricht waren , dat Rusland aan Engeland

had verklaard , dat zy de Republiek niet be-

fchouwde in 't cafus foederis te zyn. Dat zy

Ambasfadeurs zich by het Ministerie vervoegd

hebbende, om naar de waarheid te verneemen,

liet by 't zelve wel ontkend was, doch dat zy

vermeenden te kunnen verzeekeren, dat het even-

gemelde waar was.

Hoe zeer de krachten der Republiek op ver­

re na noch niet gelyk waren aan 'c geen zy

konden en hadden behooren te zyn, veel min

evenredig aan die van Engeland , zoo hadden

Wy doch het genoegen gehad, van op den 5

Augustus de Engelfche fierheid te doen zwich­

ten ; en met een kleiner getal, en vry klei­

ner Scheepen dan die der fiere Britten, deezen

manmoedig af te flaan, en te dwingen, geheel

*\-f ra lirmrtan • pn


ggo M E M O R Ï E N T O T

aanmoedigende om met yver te werken aan ?

t

geen noch ontbrak, om ons Zeeweezen in

eenen behoorlyken ftaat te ftellen, dat Zyne

Doorluchtige Hoogheid, en alle de Ingezeetenen,

met reede hunne dankbaarheid voor de betoonde

dapperheid en beleid, aan alle die geenen

, die eenig deel aan die gebeurtenis gehad

hadden, betoonden.

De publieke Nieuwspapieren zyn vervuld

geweest, met de omftandigheeden van dit gevegt:

Ik zal dierhalven myne Leezers, van welken

de meesten daarvan noch een volkomen

geheugen hebben, met een verflag niet ophouden.

/

Ik zou nu kunnen overgaan tot dat gedeelte

van dit werk, dat mooglyk de oplettenheid

myner Leezers 't minst onwaardig zal zyn: Ik

meen het verflag der Vreedehandeling met Engeland:

doch heb dat gefchikt voor een ander

deel. Ik zal dit eindigen, met aan te teekenen

eene gebeurtenis, die, alhoewel op zich zelve

van gering belang, mooglyk niet weinig heeft

toegebracht , om den geest van den Man, die

voornamlyk daar in betrokken is geweest, zodanig

te verbitteren, dat Hy daar door tot wreeking

van den hoon, Hem, (zoo hy waande,)

aangedaan, op het fterkfte heeft meedegewerkc

tet


O P H E L D E R I N G ; ENZ. 251

tot het geen wy, voornaamlyk in het Janr 1787,

hebben zien gebeuren: en zich als aan 't hoofd

heeft gefteld, der geenen, die zedert 5 a 6 jaa­

ren getracht hebben op eene geweldige wyze,

alles naar hunne grilligheden te fchikken, en de

wettige Conftitutie het onderst boven te keeren:

der geenen, die het Volk door bedrieglyke

en muitzuchtige gefchriften opgeruid hebben,

om hun in hunne doemwaardige oogmerken

behulpzaam te zyn: der geenen, die een goed

deel der In- en Opgezeetenen de wapens in

de handen gefteld hebben , om door hun met

geweld onderfteund te worden : en eindelyk,

der geenen, die de zaaken tot dat uiterfte ge­

bracht hebben, dat zy zeiven geen meesters

zynde, om het Paard, dat zy den breidel op den

rug gefmeeten, en door de fcherpfte fpoor-

fiagen als tot razernye gebracht hadden, te

regeeren , de waare oorzaak zyn geweest, dat

men vreemde Troepes heeft moeten toelaaten, ja

zelfs over derzelver komst, hoe ook in veelen

opzichten noodlottig voor den Lande, zich ver­

heugen , om het hollend Ros t'onder te bren­

gen.

Toen in 't laatst van 1780 , Zyne DoorL

Hoogheid, de Papieren by den geweezen Pre-

iident van het Americaansch Congres Lau-

rens


252 M E M O R I Ë N T O T

rens gevonden, in de Vergadering van Holland ge­

bracht had, was de Penfionaris van Berckel, met

zoodanige fchrik bevangen geworden, dat Hy

zedert zich niet in den Plaag had durven betrou­

wen; zoo, dat Hy, door Heeren Burgemeeste­

ren gevraagd, wat deswegens zyn voorneemen

was, verklaard had, uit hoofde der, zoo hy

vermeende, rechtmatige vreeze van door Zy­

ne Hoogheid vast gezet te worden, niet naar

den Haag te zullen gaan, ten zy de Penfiona­

ris Visfcher derwaarts gezonden wierd, om d'in-

tentie van Zyne Hoogheid, omtrent de perfo-

neele zeekerheid van Hem Penfionaris, te ver-

ftaan.

Burgemeesteren willigden zulks in, de Penfio­

naris Visfcher vertrok met die belachelyke bood-

fchap aan Zyne Hoogheid. De Vorst maakte

geene zwarigheid, om de fterkfte verzekeringen

voor 's Penfionaris veiligheid te geeven. Doch

dit kon niet helpen. Visfcher verflag van zyne

Commisfie in een Befogne van Burgemeeste­

ren aan het Huis van den Burgemeester

Clifford gedaan hebbende, bleef de Heer van

Berckel weigeren: onder andere voorgeevende,

dat zyne Huisvrouw vol angst en vreeze, zyn

vertrek niet wilde gedogen.

Het zy dan uit eigene vreeze, of om aan

die


O P H E L D E R I N G , ENZ. £53

die van zyne Huisvrouw te voldoen, de Penfionaris

was niet weder op zyn Post in den

Haag geweest, toen Burgemeesteren, in 't begin

van April 1781 hoorden, dat dewyl door den

Oorlog, de zaak wegens opgemelde Papieren

flapende was gebleven, Hy Penfionaris nu weder

moed gefchept had , en van voorneemen

was, naar den Haag te gaan, om kwanfuis verflag

te doen van de Commisfie, die Hy zedert

eenige jaaren gewoon was, jaarlyks naar Ens

en Emmeloort af te leggen.

Alhoewel Burgemeesteren met verontwaardiging

gezien hadden, dat de eerfte Minister

van de Stad, door eene kinderachtige vreeze

bevangen, of om te voldoen aan de zwakheeden

van eene Vrouwe, nagelaaten had, zyne

plicht te betrachten, hadden zy nochtans met

genoegen gezien, dat daar door 's Stads zaaken

eer bevorderd, dan verachterd waren geworden.

De tweede Penfionaris, 't is waar, was niet

zeer gefchikt om de Vergadering alleen waar

£e neemen; maar men kon Hem ten minften gebruiken

, om met Zyne Hoogheid en den Raadpenfionaris

te fpreeken: daar in tegendeel, deeze

beide Heeren te kennen hadden gegeeven,

met den Penfionaris van Berckel niet te kunnen


254 M E M O R I Ë N T O T

nen of te willen handelen. Zyne onheufch'è

manieren ert toon, gevoegd by zyne bekende

toegedaanheid aan het Hof van Frankryk, en

vertrouwelyken ommegang met deszelfs Am-

basfadeur, waren daar de voornaame oórzafa-

Ren van. Hiér kwam noch by, dat dé Héér

J. Elias Aarnoudsz. die met my als Burgemees­

ter op i February was aangekómen, rondelyk

verklaard had, mét den Penfionaris van Berckel,

over wiens vérregaande onheuschheid, Hy ver­

meende gegronde klachten te hebben, en voorts

genoegzaame redenen, om deszelfs ommegang

te vermyden , niet naar den dagvaart te kun­

nen of te willen gaan.

Men had dan, en reeds zedert het voorge­

vallene in het Befogne by den Burgemeester

Clifford, den Penfionaris niet meer aangefpro-

ken om ter Dagvaart te gaan, terwyl Hy doch

in het gewoon Credentiaal fleeds genoemd was

geworden. Maar Burgemeesteren nu, zoo als Ik

zoo even zeide, gehoord hebbende , dat Hy

van zins was naar den Haag te gaan, vondea

goed Hem op den 4 April in hunne Kamer te

ontbieden, en Hem aldaar by monde van den

Heere Temminck, in prefentie van den Heer

Hooft en van My, (de Heer Elias in den Haag

zynde,) na eenige woordenwisfeling over het

doen


ÖPKTEI, D Ê R l t f G ÉNZ. 3$$

doen van rapport van de Commisfie naar Ens

en Emraeloort, te doen aanzeggen: dat Burge-

• meesteren van gedachten waren, dat het gem. rap­

port voor deeze reize door Hem niet gevóeglyk kon

gedaan worden, en dat zy begreepen, dat Hy Pen­

fionaris van Berckel byprovifie niet in de Vergade­

ring van Holland zou verficrynen.

Ik vinde niet in myne daaglykfche aanteeke-

ningen van het voorgevallene in Burgemeesters

Kamer, dat gem. Penfionaris toen daar iets op

geantwoord heeft, doch zeeker is 't, dat Hy

zich daar aan, des tyds, gedraagen heeft.

Doch Burgemeesteren in 't begin der Maand

Juny onderricht zynde geworden, dat gemel­

de Penfionaris, nietteegenftaande het gemeld

verbod, van voorneemen was, het bewuste ra-

port wegens Ens en Emmeloort, in de Ver­

gadering van Holland te doen, (voorgeeven-

de die Commisfie te zyn, eene perfoneele Com-

misfie van Hun Ed. Groot Mog., van welke

door geen anderen verflag kon gedaan worden,

te meerder, daar zyn Meede-Gedeputeerde, de

Heer Meer ens van Hoorn, door zwaare ziekte

belet wierd, Hem te vervangen, en het rap­

port niet langer uitgefteld kon worden, om dat

her vertrek der nieuwe Commisfie na by was)

Burgemeesteren, zeg lk, die begreepen dat het

meer-


256 " M E M O R I Ë N tOt

meergemelde raport zeer wel in gefchrift ter

Vergadering kon ingeleeverd worden, vonden

goed, den toenmaals Prefideerende Heere Burgemeester

Henrik Hooft Danielsz. te verzoeken,

den Penfionaris ten zynen Huize te ontbieden

, en Hem aldaar aan te zeggen, dat Burgemeesteren

eenpaarig van begrip waren 3 dat

raport van de meergemelde Commisfie door He

Penfionaris niet in Perfoon ter Vergadering van

Holland moest gedaan worden , en Hem des noo

zulks wel expresfelyk verboden.

De Heer Hooft deedt den a6 Juny verflag,

dat zyn Ed. het evengem. aan den Penfionaris

van Berckel aangkondigd had: en dat Hy van

Berckel daarop in fubfiantie, geantwoord had,

had, „ dat Hy aan de beveelen van Burgemees-

„ teren zou voldoen, en aannam, by provifie

„ geen raport van meergem. Commisfie te

„ doen: maar dat Hy verders over eene zaak,

„ van die aangeleegenheid, nader zyne gedach-

„ ten zou laaten gaan."

Burgemeesteren vonden doch goed, gemelden

Penfionaris in het Credentiaal van den 17

July , voor de Gedeputeerden ter naaste gewoone

Staats-Vergadering te ftellen, alzo zy begreepen

, dat dit eene zaak zynde, tusfchen

Hun en hunnen Minister het niet nodig was,

dat


OPHELDERING, ENZ. S5J

dat de Leeden van Holland onderricht wierden,

en dat daar door maar eene onnodige kleinigheid

aan den meergemelde Minister zou worden

aangedaan: doch zy oordeelden teffens noodig

te zyn, het gerefolveerde te brengen ia

den Oud-Raad van Regeerende en Oud Burgemeesteren.

Zy deeden 'er dan by monde

van hunnen toenmaaligen Prefident, den Heer

Hooft, den 31 July verflag van: en wierd by

alle de prefente Heeren, Temminck, Hooft,

Rendorp, jfacob Elias Arnmdsz., regeerende,

Huyghens en van de Poll, Oud - Burgemeesteren

, eenpaarig genomen de volgende Refolutie.

Refolutie van den OUD-RAAD, 31 July 1781.

„ Heden door Burgemeesteren aan den Oud-

„ Raad gecommuniceert zynde geworden, dat

„ Hun Ed. Groot Achtb. hadden goedgevons,

den, dat de Penfionaris van Berckel by pro-

) % vifie niet weder zou verfchynen in de Vergade

ring van Holland, waarvan ook aanzeg»

3, ging aan gemelden Penfionaris gedaan was,

3, hebben de Heeren Leeden van den Oud-

„ Raad, Burgemeesteren voor die Communi-

„ catie bedankt, en zich met de genomen©

i DUEL. R ^ RQ.


M E M O li f É N- T O T

,, Refolutie geconformeerd: zoodanig, datg£-

melde Refolutie thans geworden zynde,

5, eene Refolutie van den Oud-Raad, goed-

,, gevonden is, daar van deeze aanteekening

,, te houden , en dezelve te deponeeren in het

Cabinct van Burgemeesteren, om tedieneti

,, tot naricht voor de Heeren, die fuccesfi-

velyk tot Burgemeesteren zullen verkoren

j, worden ; edoch is om rcedencn, Qa) begree-

pen , hier van geene aanteekening te laaten

„ doen, in de Notulen van den Oud-Raad,"

Aldus gearresteerd, prefent alle de Burge­

meesteren, en de Oud Burgemeesteren Huyg-

hens en van de Poll, den 3r July 1781.

(IVas gei.)

E. de Vry Temminck.'

H. Hooft, Ds.

J. Rendorp.

J. Elias, Arnoadz. •

Onder het affchrift van deeze Refolutie,

zoo

(cfi Deeze reedenen waren, dat dewyl het verbod maar

provifiotieel was , zoo het eens mochte gebeuren, dat de

l'eniionaris met volkomen genoegen toegelaten wkrd,

om weder naar de Vergadering te gaan, men als dan in de

mooglykheid zoude zyn, om alle blyk van het voorge­

vallene te doen verdwynen.


O V tl E L D E R I N G , EN Z. 2^

zoo als in dezelve gezegd word, gedeponeerd

in 't Cabinet van Burgemeesteren ftaat aan-

ge teekend.

Deeze Refolutie fucccsfivclyk aan de abfent ge­

weest zynde Heeren Burgemeesteren gecommuni»

ceerd zynde geworden, is dezelve door allen aange-

hoomen.

Ingevolge van evengemelde Refolutie, ver-

fcheen dan de Heer van Berckel niet meer in

de Vergadering van Holland: Hy deedtfchrifte-

lyk verflag wegens zyne Commisfie naar Ens en

Emmeloort, en de Penfionaris Visfcher, wierd

in zyne fteede benoemd, om die Commisfie te

gaan verrichten.

Doch in 't volgende jaar 1782, toen zom-

migen al begonnen den rol te fpcelen, dien zy

in de volgende Jaaren, ten koste van den Lan­

de , iiitgefpeeld hebben, begon men ook fterk

te yveren , voor het wederzenden van den

Penfionaris van Berckel, naar de Staats • Ver­

gadering. Die dat zochten, verfpreiddenalom-

me, dat het de begeerte der goede Burgery

was; en dat, zoo men daar niet in bewilligde,

voor kwaade gevolgen, ja opftand, te duch­

ten was. De Franfche Ambasfadeur yverde

niet weinig daar voor, en men had de Burge­

meester H. Hooft Ds., ook weeten op zyn hand

R 2 te


2ÓO M E M O R I Ë N T O T

te krygen, niet tegenftaande Hy in 't voorgaan­

de jaar in het gerefol veerde op het ftuk van

van Berckel, volkomen en zonder tvvyfeling

toegeftemd, en de Refolutie met zyn hand on-

derteckend had: men had vvecten gebruik te

maaken van 's Mans zwak herfensfte], en van

„zyne drift, voor 't geen Hy noemde Vryheids

en Vaderlands liefde: daar bet eene eerder

was ongebondendbeid en verkrachting van al­

le herkomens en gewoontens, en het andere

eene dweepery, gefchikt naar de bedrieglyke

en oproerige fiellingen van zommigen, die uit

haat, wraak en ftaatzucht, of om hunne by­

zondere grootheid en voordeel te bejagen, de

Conftitutie, het koste wat het koste, onderst

boven wilden keeren.

Het konde evengem.Burgemeestcr,denzelfden

dien in 't jaar 1787, in blaauwboekjcs cn op-

roerdeuntjes, onder den naam van Vader Hoof r,

zoo veel lofs is toegezwaaid, het konde dien

Man gelusten, den 26 Apiil 1782, Hy prefi-

deerend Burgemeester zynde, in Burgemees­

ters Kamer, na bet afioopen van den Oud Raad,

en na alvorens breed te hebben opgegeeven ,

van de verplichting, die de gantfche Natie aan

den Penfionaris van Berckel had, over zyne

handelingen met de Americanen, voor te Hel­

len-,


O P H E L D E R I N G , ENZ. * 2$I

len, de voorgem. Refolutie van 31 July, be­

trekkelyk evengemelde Penfionaris, te vernie­

tigen.

• Toen Hy op dat voorftel gevraagd bad de

gedachten der prefente Oud-Burgemeesteren,

vroeg de Meer Temminck, of dat voorftel ge-

fchiedde uit naam van de regeerende Burge­

meesteren gezamentlyk. Hier op wierddoorde

Heeren Huyghens;cn Pieter Elias, de Heer van

Hoorn op den dagvaart zynde, geantwoord,

„ dat het een voorftel was van den Heer Hooft

„ alleen: dat zy vergeefs getracht hadden, zyn

„ Ed. daarvan te doen afzien: te racer, daar

„ Hy Heer Hooft, van zich had gegeeven, dat

„ byaldien de Leeden van den Oud-Raad, Hem

„ in deezen niet wilden toevallen , Hy de zaak

„ in de Vroedfchap zou brengen."

De Heer Hooft ziende dat alle de Leeden

zeer t'onvreeden waren over zynebehandeling,

voer (in ftibftantie) op het allerdriftigfte uit,

zeggende, „ dat Hy wilde en zoude van Berc-

„ kei meedeneemen: dat Hy aan de Refolutie

„ niet gehouden was, als zynde maar provifio-

„ neel: dat zoo de Heeren anders dachten ,

„ Hy 't vast in de Vroedfchap zou brengen:

„ dat de ganfche Burgerftaat éischte, dat van

„ Berckel weder in de Vergadering ver fcheen;

R 3 „ dat


3.6z M E M O R I Ë N T O T 1

„ dat die iets tegen Hem te zeggen hadden,

„ Hem in rechte konden aanfpreeken: dat Hy

„ Henrik Hooft Ds. voor de rechtvaardigheid

„ was, en daar voor zou bly ven, al moest Am-

„ fterdam het onderst boven keeren: datbyal-

„ dien andere Burgemeesteren van Berckel niet

„ wilden meedeneemen, zulks Hem onver-

„ fchillig was, maar dat Hy, en allen die zoo

„ als Hy dachten, de vryheid daartoe moesten

„ hebben: dat Hy voor rekening der geenen ,

„ die van Berckel voorlecden jaar geweerd

„ hadden, en nu noch wilden weerenliet, het

„ nadeel, dat zy aan 't Vaderland hadden ge-

„ daan, en noch zouden doen, met zoo'n groot

„ Man buiten de zaaken te houden."

Toen de Heer Hooft het bovengemelde en

veele andere woorden met de hecvigfle drift

uitgeboezemd had, vertoonde Hem de Heer

Temminck, met zyne gewoone bedaardheid,

„ hoe weinig men van zyn Ed. als Burgemees-

„ ter kon verwachten, dat Hy dusdanig zou

„ handelen, dat Hy Hr. Hooft wel wist, dat van

„ Berckel niet om de Americaanfche zaak uit

„ den Haag gehouden was, maar om dat Hy

.„ zich by de meeste Leeden der Vergadering,

_„ en naamlyk by den Prins en de Raadpen-

„ fionaris, door zyne oplopendheid, en brutale

» *7-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 263

„ wyze van handelen, ('t waren's Mans woor-

„ den ,) zoodanig gehaat had gemaakt: dat Hy

„ 's Stads nut aldaar niet. langer kon bevor-

„ deren, dewyl zyne Hoogheid en de Raad-

„ penfionaris ronduit gedeclareerd hadden,

„ met van Berckel niet te kunnen of te wil-

„ len fpreeken , dac oorfpronglyk Hy van

Berckel, zelfs oorzaak was, dat niet weder

,, ter Vergadering was gezonden, door in het

„ voorig jaar te hebben geweigerd derwaards

„ te gaan,onder het beuzelachtig voorwendfel,

., dat men hem daar, uit hoofde der bewuste

Papieren van Laurens, iets euvels zou brou-

s, wen: niettegenflaande Burgemeesteren van

dien tyd, en Hy Burgemeester Temminck

in 't byzonder, Hem daartoe had aangemoe-

digd,cn dat zelfs de Penfionaris Visfcher der-

vvaarts gezonden was, om te onderzoeken,

of 'er iets voor Hem van Berckel te vreezen

3, was: dat Hy Heer Hooft zelf, aan van Bercr

j, kei gezegd,had, dat Burgemeesteren verfton-

,, den, dat lly niet naar den Haag zou gaan,

om het rapport wegens de Commisfie naar

Ens en Emraeloort te doen: dat, wat her;

„ brengen in de Vroedfchap aanging, het

met geene mooglykhcid kon gefchieden,

, dewyl het niet aan de Vroedfchap ftond,

R 4 „ haar


46*4 M E M O R I Ë N T O T

„ naar den dagvaard te zenden, dien zy goed.

„ vonden, en de Penfionarisfen volgens hun-

3, ne Inftru&ien aan Burgemeesteren moesten

gehoorzaamen: dat wel waar was, dat van

Berckel in het Credentiaal ftond, maar dat

Hy Heer Hooft wel wist, dat zulks alleen

3, gedaan was, uit een zeker menagemem voor

„ Hem van Berckel, en om niet in den Haag

„ te doen denken, dat Hy volkomen uitge-

„ floten was."

De Heer Hooft repliceerde op dit alles weder

met veel drift, en befloot met te zeggen, „dat

„ byaldien de Oud-Raad bieef perfifteeren by

„ de genoomene Refolutie, en van Berckel niet

„ naar den Haag ging, Henrik Hooft Danielsz.

als dan ook niet zou gaan." Waarop de Heer

Temminck antwoordde, dat Hy deswegens Mees­

ter was te handelen naar zyn welgevallen.

De Heer Hooft een weinig aan 't bedaaren

zynde geraakt, verzocht toen, dat die Heeren,

die fcheenen in deeze anders dan Hy te den­

ken, by den anderen wilden komen, om teza­

men , buiten Hem die in deeze Parthy was, be-

paaldelyk te refolveeren, of men de bewuste

Refolutie, aangaande den Heer van Berckel, zou

vernietigen, dan wel behouden.

De Heer Huyghens vroeg daarop, of Hy,

Heer


O P H E L D E R I N G , ENZ. 20$

Heer Hooft zich aan 't geen in die Conferen»

tie bepaald zou worden , houden zou , dit met

Ja! beantwoord zynde, hebben de prefente

Heeren Huyghens, P. Elias, regeerende, Tem­

minck , Heemskerk, Clifford, Hasfelaar, Rendorp

en J. Elias Amoiidsz. Oud - Burgemeesteren

aangenomen, dien zelfden dag ten 5 uuren,

te komen ten Huize van den Heer Huyghens.

Aldaar is verftaan door allen, (behalvenden

Heere van Heemskerk, die van gedachten was,

dat aan ieder Burgemeester vryheid moest ge-

laaten worden, van Berckel meede te neemen,

of t'huis te laaten,) om reedenen, reeds door

den Burgemeester Temminck in Burgemeesters

Kamer bygebracht, by de bewuste genomene

Refolutie te blyven: maar dewyl de Burge­

meester van Hoorn niet teegenwoordig was,zyn-

de zyn Ed. op den Dagvaart, is de Heer Huyg­

hens verzocht, des anderen daags aan den Hee­

re Hooft te zeggen, dat, alhoewel alle de pre­

fente Heeren, behalven de Heer van Heems­

kerk van gedachten waren, dat by provific by

de bewuste Refolutie behoorde gebleven te

worden, men doch niets had willen befluiten,

voor dat men de gedachten van den Heer van

Hoorn zou hebben vernomen. Doch deezen

weinige dagen daar na wedergekeerd zynde,

R 5

e n


266 Ji E li O R I E N T O T

en zich meede tegens het zenden van den Heer

van Berckel naar den Haag verklaard hebbende,

heeft de Heer Hooft des tyds, zonder nader aan­

zoek over die zaak te doen, alleen aan Gedepn-

tcerdens tot den dagvaart, in 't begin van Mey,

wanneer het quartaal van zyn Ed. begonnen

was , gezegd, dat hy voor deeze reis niet meende

pieede ter dagvaart te gaan.

Maar weinige weeken liepen voorby, of dee­

ze zaak vvierd weder leevendig gemaakt. Gee.

re aanteekening daar van gehouden hebben­

de , wyders als van 't geen tot nu toe gezegd

heb, kanlkgeen volleedig verflagdoen. Ik her­

inner my alleen,dat eenige Heeren uit de Vroed­

fchap, onder anderen, zoo ik wel heb, Ahbema

en Bicker, voorgeevende het verlangen der"

gantfche Burgcry, in Burgemeesters Kamer,

en niet zonder bedreigingen, zyn komen ver­

zoeken, dat de Penfionaris van Berckel weder

de Vergadering van Holland zou mogen gaan

bywoonen : dat Burgemeesteren daarover in­

genomen hebben de gedachten van Oud-Bur-

gemcesteren: dat eenige getracht hebben, een

(middel aan de hand te geeven, om ten minften

den Penfionaris niet dan op een hebbelyke wy­

ze weder te admitteeren: dat daartoe voorge-

iteld is, dat gem. Penfionaris in gefchrifte aan

Bur,


O P H E h D T. R I N G, ENZ. 20?

Burgemeesteren zou te kennen geeven, „ dat

„ byaldien Hy Heeren Burgemeesteren eenig

„ ongenoegen bad gegeeven, Hem zulks leed

„ deed, en daartoe geene intentie had gehad:

„ dat Hy voortaan in alle gevallen zou be-

„ toonen zyne byzondere achting voor alle

„ de beveelen van Hun Ed. Groot Achtb.,

„ en tochten zyn Ambt tot dcrzclver genoe-

„ gen, en het welzyn van Land en Stad, waar

„ te neemen."

De Heer Hooft zelvcn, keurde het opftel

dat daar van gemaakt was, volkomen goed:

zeide, dat van Berckel kwaiyk zou doen, met

zich daar aan niet te willen gedraagen, en nam

aan het aan Hem mecdetedcelen. Maar de Pen­

fionaris was niet van die gedachten, en wei­

gerde plat uit, iets in fchrifte over tcgeeven.

Over die zaak zyn zeedert noch één of twee

Befognes by Regeerende en Oud-Burgemeeste-

ren gehouden; maar niet kunnende meedewer-

ken, om aan 't geen door zommigen verlangd

wierd, en door anderen niet durfde gewei­

gerd worden, te voldoen: en ziende dat Ik

nutteloos de kleinigheid, die aan Burgemecs»

ters Kamer zou gefchieden, zou willen tecgen-

gaan, heb Ik , op Marquette zynde , de moeite

niet willen neemen, om die Befognes naar de

l c i

Stad te gaan. ^ -


268 M E M O R I Ë N T O T

Men kon niet meer op den geest van den

Penfionaris verwerven, dan dat Hy in Burgemeesters

Kamer mondeling en vervolgens in

fchrift met zyn hand onderteekend, overgaf

het volgend declaratoir.

„ Dat Hy bereid was de orders van Hun

„ Ed. Gr. Achtb. te executeeren: en zich te

» laaten employecren, overal waar de dienst

„ van deeze Stad zulks zal vereisfehen: zul-

„ lende het Hem vervolgens aangenaam zyn *

„ byaldien Hem de geleegenheid daar toe zal

„ worden gegeeven: niets hartelyker verlan-

„ gende, als om de eer en digniteit van de Re-

„ geering van deeze Stad, door alle mooglyke

„ middelen te helpen handhaaven en bevorde-

„ ren, en zyne deference aan derzelverbevee-

„ len fteeds te betoonen." Waarop Hem dooiden

prefideerende Heer Burgemeester gezegd

is, Dat Hy weederom naar den Dagvaart konde

gaan. (JL)

De Burgemeester P. Elias, die teegen het

wederzenden van den Penfionaris geweest was,

wierd dus verplicht meedeteneemen, eenen Minister,

die zedert niet nagclaatcn heeft, byalle

geleegendheden zyne kleinachting voor Bur-

ge-

• («) Een affchrift hier van legt in 't Cabinet van Bur-,

jgeraeesteren.


O P H E L D E R I N G , ENZ. %6(f

gemcestercn te betoonen: en die van het oo- -

genbük zyner terugkomst in de Vergadering

van Holland, met de bekende anderePenfionarisfen,

den grondflag geleegen beeft, tot die

verregaande vermeetelheid, met welke zy alles

naar hunnen zin, 't fcheelde hun weinig hoe

zy 'er toe kwamen, befteid, en daardoor deeze

Provintie in zoodanigen toeftand gebracht

hebben, dat zonder byzondere, en niet te voorziene

omftandigheeden, de zaaken nimmer, 't

zy verre van in 't geheel, tamelyk hcrfteld

zouden hebben kunnen worden.

Te beklaagen en ten boogften te beklaagen

zyn die ongelukkigen, die ter goeder trouwe

gewaand hebben , ten beste van Landen Stad te

hebben gehandeld, en nu de flachtoffers zyn

van de verfoeilyke kunstgreepen van doemenswaardige

verleiders. Hoe veele zyn 'er, die

alles geteekend hebben, die uit getrokken zyn,

en Vrouw, Kinderen, Handwerken en Kostwinningen

veriaatende , zulks uit de beste

beginzcls hebben gedaan, en vermeend niét

te kunnen feilen, daar zy tot aanmoedigers

en voorgangers hadden, lieden van aanzien,

aan wien niet alleen van alomme lof wierd

toegezwaaid, maar die noch, als't ware, door

't gezach der Staats-Vergadering onderfteund

wier-


2p MÜMÖRtÉS} TOT OPHELDERING, ENZ."

wierden: terwyl dat teegen de geenen die an­

ders dachten, in de publieke Nieuwspapieren

en andere Gefchriften, die zoo al niet op pu­

bliek gezach uitgegeeven , ten minftendoordè

Overheid'niet teegengegaan wierden, gefchol-

den , ja dezelve met de fnoodfte denkenswyze

beticht wierden.

Behalven deezen , hoe veel duizenden zyn 'er

geweest, lieden van'tgeringdezoort, vreem­

delingen, die in 't Land noch woonden noch

gehuisvest waren, die uitgelokt door het week­

geld dat hun wierd toegelegd, liever verkoo-

zen met Soldaatje te fpcclen, 6 a 7 Gulden,

dan met arbeiden, een Kroon, een Ryksdaal.

der, ja minder, in de Week te verdienen.

Men bedenke dit, en het ftrekke om uit te

wisfehen het ongenoegen , dat men teegen dui.

zenden van zyne Meedeburgers en Ingezeete-

nen heeft opgevat: men vergeeve denzelven

hun onvoorzichtig gedrach, en alle twecfpale

verdvvyne uit den Lande!

B y-


B Y L A G E N.


B Y L A G E L*. A.

O p dat de Kooplieden met zeekerheid in 't bedryven

van hunne Negotie, zouden kunnen g'informeerd

zyn, welke Waaren eti Koopmanfchappen,

ingevolge de tusfchen Denemarken en Engeland geflootene

Tractaaten en overeenkomst zoude aangemerkt

worden, of als Contrabande, of als vrypasfeerende;

zoo heeft liet Koninglyke Generaal-Land-

Oeconomie en Commercie-Collegie,over beide foorten

van Goederen, een fpecifkatie van den volgenden

Inhoud laaten publiceeren, als:

„ Door den Terminus van Contrabande, is men

„ overeengekoomen, dat men onder die benaaming

niet anders zal verdaan: als Gewee-

„ ren en allerlei foort van Wapens, met hun-

„ ne toebehoorende fortimenten van Canon-

„ nen, Mnsquetten, Mortieren, Petarden ,Bom-

„ men, Granaten , Pikkranzen, Faschines, La-

„ vetten en toebehoore'n, Bandeel Riemen,

„ Kruit, Lonten, Salpeter , Kogels, Pieken,

,, Degenklingen,Stormhoeden ,Krasfers, Hel-

„ lebarders, Lanfen, Jaaglynen, Paardezadels

„ Pistool-Holfters, Porte-Epées , en algemeen

„ alle foorten, welke kunnen dienen om in den

Oorlog gebruikt te worden, insgelyksBouw-

.„ Timmerhout, Pik, Teer, Kopere Plaaten ,

„ Zeilen, Hennip en Touw, en algemeen al-

I DEEL. S „ l e s,


B Y L A G E V. A.

,, les, wat eigentlyk dienen kan tot Scheeps*

,, uitrusting, doch zal onverwerkt Yzer en

Vuure Deelen daarvan geëxcludeert zyn,

daartegen is uitdrukkelyk gefb'puleerd, dat

„ men onder Contrabande niet zal verftaan Vis,

„ vers of gezouten Vlees, en alle foorten van

„ Graanen, Fruiten, Oly, Wyn, en algemeen

alles wat dienen kan tot 's Levens onder-

„ houd, dus kunnen alle deeze Articulen ver-

,, voerd en verzonden worden, gelyk andere

„ Koopmans Goederen, al was het zelfs tot

„ vyandlyke Steeden en Havens, indien dezelve

niet belegerd of geblocqueerd zyn."

Quod Attestor.

( Was get.)

Drabye.

't Welk de Magiftraat hiermede alleen fchriftlyk

en zonder eenig opentlyke Publicatie, aan de

Stads twaalf Mannen en hunne Negotiëerende Mede-Burgers

tot hunne Naricht, zoude communiceeren.

Dronthems Raadhuis den 29 January 178*.

{Was geteekend.

Nordahl. Angell.

Klingenberg. Nisfen.

BY-


B Y L A G E L". B.

EDEL GROOT ACHTBAAR ÏIEERS

N a de Befogne waarmeede U: Ed: G: Achtb: my

gister avond vereerd heeft, en 't geen U: Ed: Gr:

Achtb: de goedheid gehad heeft my omtrent myne

gehoudene Entrevuë met den W: Ed: Heer van

Berckel te vertrouwen, zoo verzoeke U: Ed: Gr:

Achtb: by deezen my te permitteeren, tot maintien

van myn credit, om U: Ed: Gr: Achtb:, als

een Man van eer te verklaaren, dat ik direcl: noch

indireft niets aan den W: E: Heer van Berckel uit

naam van S: H: den Heere Prince van Gallitzin nebbe

gezegd , als alleenlyk volgens den inhoud der

Misfive door U: Ed: Gr: Achtb: zeiver geleezen,

en welke ook origineel aan den W: Ed: Heer van

Berckel vertoond hebbe. Wat ik voorts met Zyn

W: Ed: gefprooken hebbe is familiair, en als particulier

gefchied, kunnende den W: Ed: Heer van

Berckel my abzolut niets imputeeren, als of ik Ministerialykhebbe

geageerd, zulks zoude, buiten order,

niet alleen onvoorzichtig, maar ten hoogden

blamabel zyn, en geheel en al ftrydig aan die achting

voor altoos aan d'Edel Groot Achtbaare Heeren

Burgemeesteren gevoueerd.

Want hoewel een onderdaan myner allergenadigfte

Souveraine, zoo is myn hart, ( zoo veel als

S 2 myn


B Y L A G E L». B.

myn eer, eed en plicht betaamt,) goed Hollandsen,

gezind, daar van het Rusch Keizerlyk Ministerie

ten vollen overtuigd is. Met die gevoelens bezield ,

die my niets verwyten, noch doen bloozen, zoo is

het met een welmeenend hart gefchied, dat ik door

het opgegeeven Concept, door de Couranten de

ongeruste en neergeflagen gemoederen hebbe trachten

op te beuren, waarvan 'er my gepasfeerde ochtend

kwaamen questioneeren. Zie daar Edel Groot

Achtbaar Heer het reëele van al het gepasfeerde,

laatende aan U: Ed: Gr: Achtb: volkomen goedvinden

over, om van deeze Brief gebruik te maaken,

daar ü: Ed: Gr: Achtb: zulks nodig oordeelt,

niets inhoudende als de waare fentimenten van myn

Hart.

Hebbe d'Eer met alle verfchuldigde Hoogachting

te zyn &c.

Amft. 6 Maart 1781.

(JVas getekend')

J. H. F. OLDECOP.

B Y-


B Y L A G E L». C

Memorie van Secreete Informatien die Ik, (GRAAF

VAN WELDER.EN) verzocht heb, dat met alle

menagement gebruikt mochte worden.

Den 7 Maart 1780.

Heb ik kennis gegeeven, dat ik geinformeert

was, dat 'er Leeden van het Cabinet waaren, die

het laatïïe Advis van de Admiraliteiten aanzagen als

een doorflaand bewys , dat de Republiek hostile

intentien had, tegen Engeland, en alleenlyk uitftelde,

om die te excuteeren, tot dat zich hadde in ftaat

geftelt; Dat men derhalven het zelve moest voorkomen

, dat zonder voor de abfolute waarheid te

kunnen inftaan, ik 'er voor vreesde , doordien 'er

my bygevoegt was, dat dit Advis is van de zelfde

Leeden, die de Attaque van den Grave van Byland

hebben doorgedrongen.

Den 10 Maart 1780.

By myne voorgaande gevoegd, dat de Refolutie

was genomen, geen menagement meer te hebben

voor de Scheepen van den Staat, indien het Secours

niet geaccordeert wierd, dat de laatfte decreeten

van het Admiraliteits-Hof, ingevolge de Refolutie

waaren gegeeven.

S 3 Den


B Y L A G E La. C.

Den 31 Maart 1780.

Een particuliere Converfatie met Lord Stormont

gerelateert, waarin die Heer zyn Sentimenten geöit

had, als zynde met hart en ziel voor het oud

Systema, dat hy roet fmerte zag, dat men inde

Republiek een ander omhelsde , en daardoor een

geheel nieuw Systema ging introducceren, voerende

hymet alle delicatesfe aan, dat men ftandvastig

zoude handelen, ingevolge de Memorie van

de Heer Torke, en noch meer de gevolgen, die daar

uit zouden kunnen voortvloeien , •• Ik heb 'er

by gevoegd, dat ik hoopte, dat men in de Republiek

verzeekert zoude zyn, dat het in Engeland

ernst was, en dat men geloof zoude flaan aan myn

voorgaande.

Den 21 April 1780.

Dat fommige Leeden van Advis waaren, dat ïngevalle

de Republiek eene Alliancie met Rusland

wilde maaken, op de gronden,


B Y L A G E L». C.

Cabinet-Raad aan het Officie van Lord Stormont

was geweest, doch laat gezeeten had.

Den 15 April 1780.

Heb ik myn Brief van den 21 gereïtereert.

Den 28 April 1780.

Myne voorgaande wederom gereïtereert.

Den a Mey 1780.

Dat ik alies mogelyk hadde gedaan, om rakende

het geene ik den 21 April gefchreeven had, met

meerder zekerheid te kunnen fchryven, dat ik zeeker

geloofde, dat 'er Leeden van dat Advys waaren

; maar hoe verre het geheele Cabinet en de Koning

gekomen waren, ik met geen zeekerheid wist.

Dat een point, waarin ik het geheele Cabinet eenpaarig

dacht, was, om de voorgeflagen Alliantie met

Rusland, tot geen confidentie te laaten komen, het

andere , dat men het eerfte Convoy, dat uit de Republiek

zoude zeilen, zeer ferieus zoude attaqueeren.

Den 9 Mey 1780.

Dat ik gehoord had, dat het Ministerie narichten

had uit Vrankryk, dat de Heer de Sartine fprak,

als of 'er questie was van een Alliantie met de Republiek.

Den 28 July 1780.

Dat ik met zeekerheid wist, dat de Directeuren

S 4

v J l

»


B Y L A G E L». C.

van de 0: I: C: aan het Ministerie hadden kennis

gegeeven, dat haare Vyanden door de Bediendens

ran de Hollandfche Compagnie alle byfland, zelve

met geld kreegeri, en verzoekende het Ministerie

om asfiftentie, het geen volgens myne informatien

niet geaccordeert was geworden. '

Hen 4 Aug. 1780.

Heb ik gerelateert een Converfatie met Lord

S^mnt fa dewelke zyn Ed. m y communiceerde

de lnfiruéhen, die Hyaan de Heer Torke gezonder,

had, om aan de Leeden van de Regeering op de

meest vriendelykfte wyze voor te houden, dat inmen

de Republiek dezelve Declaratie als Rusland

wilde doen, zulks in Engeland aangezien zou moeten

worden , als of de Republiek onvriendelyk ge-

«iclineert ware, dewyl zy engagementen had, uit

hoofde van dewelke zy genoodzaakt was Engeland

te asfifteeren, dat men van de kant van Engeland

wenschte, de oude Commercien en Vriendfchap op

te houden en dat zulks de reede was, waarom hy

d Heer Torke had aangefchreven, om de Leeden

van de Regeenng onder het oog te brengen, de

gevolgen die zoodanige demarche, als h° et doen

van die declaratie, zoude hebben. Dat hy d t H e e r

Ijie verders gelast had, om op de vriendelykfte

wyze kermis te geeven, dat de Bediendens van de

HoUandfche Compagnie, de Vyanden van Engeland

en in 't particulier de Fr.nfch eD, onder de

hand alle hulp en byfland verleenden. Wa.rop ik

een-


B Y L A G E IA C.

eenvoudig geantwoord liadde, van wegens den Staat

nooit iets ontfangen te hebben, 't welk reiatien

had tot de zaken, waarover hy my fprak.

Den i Sept. 1780.

Heb ik gerelateert een particuliere Converfatie

met Ymand, wel geïnformeert van het geen 'er irt

het Cabinet omging, hier op uitkomende, dat hy

wenscbte, dat 'er middelen gevonden konden worden

, om voor te komen , dat twee zulke oude Gea'llieerdens,

als Engeland en de Republiek zich niet

verder, en opentlyk brouilleerden, dat hy meende

my te kunnen verzeekeren, dat de Koning en alle

de Leeden van Zyn Ministerie, van het zelfde gevoelen

op dat ftuk waren, namentlyk, om dat zoo

lang mogelyk was te eviteeren, maar dat, niet tegenffaande

dat, de Refolutie zeer vast genomen

was, van niet ftil te zitten, ingeval de Staat haar

Vloot gebruikte, om den Vyand van Engeland in

ftaat te fiellen, om den Oorlog voort te zetten, of

een Declaratie deed, op den voet, als die van Rusland.

Dat men in Engeland niet dacht, dat Rusland de

Guarantie, die den Staat als Preliminair vroeg, zoude

accordeeren, maar dat het echter niet belette

dat den Staat zocht een Traftaat te maken tegens

Engeland , 'hoewel daar niet in genoemd, daar noch

by voegende, dat de Directeuren van de O: 1: C:

zich al verfcheide malen geadresfeert hadden'aan'

Lord Hillsborough, ter occafie van de tydingen die

S

5 zy


BYLAGE IA C.

zy ontfangen hadden, dat de Hollandfche Bediendens

haare Vyanden zoo veel adfilientie gaven ,

maar tot nu toe met beleefdheid van de hand waaren

geweezen, dat, ingevolge berichten, de Hollandfche

Specery-Eilanden, in drie maanden veroverd

konden worden , en dat de narichten uit Rusland

meedebrachten, dat de Keizerinne vriendelyk

geïnclineert was.

Den 22 Sept. 1780.

Gefchreeven, dat ik geen kans zag, om te cffectueeren,

dat Engeland eenige faveurs aan den Staat

betoonde, dat ik geen Ministeriaale démarche kon

doen, dewyl ik geene Inltructien, hoegenaamt had,

en ten eenemaal onkundig was van de intenticn van

den Staat; als meede van het geen het Hof van

Engeland door haaren Ambasfadeur liet negotiëeren

en of hy geëxecuteert had de orders , die Lord

Slormont my gecommuniceert hadde, aan hem te

hebben gezonden, en wat effect die hadden gedaan,

dat ik derhalven gevaar zoude lopen, van te ageeren

contrarie aan het but van den Staat, en dat de

zaak van te delicate natuur was geworden, om te

risqueeren, ietwes te zeggen ofte te doen daar ik

van gedesavoueert kon worden.

Dat als een particulier fpeekende, ik altoos getracht

hadde meer verwydering voor te komen, en

aan te toonen, hoe nadeelig een rupture voor beide

zoude zyn; en by alle gelegendheid voorgehouden,

hoe wenfchelyk het ware, dat, om zulks te

pra>


B Y L A G E L a

. C.

prsevenieeren , Engeland eenige faveurs aan de Republiek

wilde doen, maar dat ik klaar gemerkt bad ,

in alle de Converfatien, die ik op dat fubject gehad

hadde, dat dat Hof daartoe nooit te brengen

zoude zyn, dat 'er zelve Leeden van gedachten waaren,

dat zulks een kwaad effect zoude doen, dat

men my van verre had te verdaan gegeven, dat,

zoo den Staat ouvertures deed, men halfweg te gemoet

zoude komen, en dat de Heer Torke volkomen

geïnftrueert was op dat fubject.; en dat hy ook

duidelyk de intentien van zyn Hof had te kennen

gegeeven, ingevalle de Republiek Convoy verleende,

of dezelfde Declaratie deed, als Rusland, —

die intentien in myn Brieven van den 4 Aug. en

I Sept. gedetailleert, heb ik wederom gereïtereert

en geconfirmeert.

Verders, dat de Heer Harris altyd fchreef, dat

de Keizerinne van Rusland, by continuatie verzeekeringen

van Vriendfchap gaf, en dat het Ministerie

zich daarmeede flatteerde. Eneindelyk,

heb ik kennis gegeeven, dat het Ministerie Informatien

ontfangen had, dat de Hertog de la Fau~

guion zich flerk gemaakt had by zyn Mof, van een

rupture, tusfchen de Republiek en Engeland te

efFectueeren, dat het Cabinet van Verfailles niet

eenparig was geweest, of zoodanige ruptuur, op

zich zelve genomen, voordeelig voor haar was, ofte

niet; maar dat zy het alles aanmerkte als een

événement, dat het Credit van Zyne Doorl: Hoogheid

fterk zoude affecteeren.

Den


B Y L A G E IA C.

Den 20 OSlob. 1780.

Gefchreeven, dat de verbittering zedert de ontdekking

van de Papieren van Laurens zeer vermeerdert

was, wederom gerepeteert, dat men in

Engeland een gedecideerde parthy had genomen ,

en dat het Convoyeeren naar de Havenen van de

Mogendheeden, in Oorlog met Engeland, of het

overftappen van de gevraagde Guarantie aan Rusland,

van een ruptuur gevolgd zoude worden, en

dat ik vreesde voor onze Bezittingen in de Oost.

en West-Indien, en dat men zich by continuatie

flatteerde van de perfoneele geneegenheid van de

Keizerinne van Rusland.

Den 3 Nov. 1780.

Gefchreeven, dat na de beste informatien, die ik

hadde kunnen krygen, het greotfte gedeelte van de

Leeden van het Cabinet van Advys waaren, dat men

zoo lang mogelyk de oude Commercieu en Vriendfchap

moest ophouden, en dat in het tegenwoordige

oogenblik Engeland vyanden genoeg had, zon.

der zich met eene andere Mogendheid in een Oorlog

te wikkelen. —— Andere waaren van Advis,

dat de Republiek zulke hostile desfeinen tegens

Engeland manifesteerde, zoo wel binnen als buiten

Europa, dat die oude Vriendfchap en Connexie

ten eenemaal aan een einde fcheen te zyn, en (laande

hielden, dat het allefints voordeeliger was voor

En.


B Y L A G E La. C.

Engeland, van in Oorlog te zyn met de Republiek,

als langer op dien voet te blyven. Dat ik

dacht, dat het van de Refolutien , die de Republiek

zoude neemen, in de differente zaken, daar tegenwoordig

over gedelibereert wierd, zoude afhangen

welk fentiment praevaleeren zou.

Den io Nov. 1780.

Rapport gedaan , dat ik meende wel onderricht

te zyn, dat zoo 'er geen voldoende Refolutie genomen

wierd, omtrent de gecommuniceerde Papieren

, die by de Heer Laurens gevonden waren, een

Oorlog vast was, en dat ik geloofde, dat men hier

ftaat op kon maaken.

Den 21 Nov. 1780.

Gefchreeven, dat voor zoo veel ik wist, de Heer

Torke noch geen order had om zich te retireeren,

ten waare dezelve hem deezen dag gezonden

ware geworden; — dat 'er s' morgens een Cabinet-Raad

over Buitenlandfche zaken gehouden was.

Den 24 Nov. 178a.

Dat volgens het geene ik met eenige zekerheid

had kunnen weeten, men naar de Hollandfche Brieven

wagtede, om een finaale Refolutie te neemen.

Den 5 Dec. 1780.

Dat ik niet had kunnen weeten , wat Refolutien

men


B Y L A G E L». O

men genomen had, zedert den ontfangst van de

Brieven van den 18 pasfato, alleen, dat ik met zeekerheid

gehoord had, dat Prins Frederic zyn reis

nam over.Vlaanderen, en niet over Holland, en dat

hy noch in den loop van de Maand zoude vertrekken,

— En dat man in de City dacht, dat de

zaaken tot een Oorlog zouden kornen.

Den 8 Dec. 1780.

Dat'er drie dagen agter een, Cabinet-Raden

geweest waren, rakende de Situatie van zaaken

tusfchen Engeland en de Republiek, dat, wat moeite

ik my ook gegeeven bad, ik niet had kunnen

weeten, of men tot eenige Refolutie was gekoomen,

dat ik alleen wist, dat men daags te vooren noch

niets finaals gedetermineert had, en dat het fcheen,

dat men de Hollandfche Posten wilde afwachten.

Den 15 Dec 1780.

Dat de drie manqueerende Posten gearriveert waren,

en dat ik dien dag eerst gehoord hadde, dat

de Heer Torke order had gekreegen, om een nadere

Memorie te prefenteeren, om antwoord te

hebben op die van den 10 Nov., dat ik dacht, dat

hy dien Dingsdag geprefenteert zoude hebben, en

dat men zoude afwagten, wat daar op in deu loop

dezer week zoude gedaan worden, voor dat men

tot een finaale Refolutie kwam.

Den


B Y L A G E L». C.

Den 17 Dec. 1780.

Dat de Heer Frafer my uit naam van Lord Stor-

«?OH* kennis had gegeeven, dat men orders gezonden

had aan den Heer Torke, om te vertrekken zonder

affcheid te neemen, zonder my te zeggen, wat oorzaak

tot die orders had gegeeven, • dat ik

gehoord had, dat 'er daags te vooren een Courier

van de Heer Torke gearriveert was, en dat 'er

s'avonds Iaat een Cabinet-Raad gehouden was,daar

die Refolutie in genoomen was.

Den 26. Dec. 1780.

Dat 'er order gezonden was, om St. Euftatius

en St. Martin te attacqueeren; en dat ik niet zonder

vreeze was,dat d'expeditie, waarvoor men 3000

Man met zwaare Artillerye infcheepte, de Kaap de

goede Hoop zoude gelden.

B Y-


B Y L A G E L». D.

Extract Misfive van Gecomm. Raaden van

't Noorder Kwartier.

w y hebben, &c.

By deezen neemen wy ook de gelegenheid, om

UEd. Gr. Mog., conform derzelver Ref. van den

10 Jan. deezes Jaars, met communicatie van Zyne

D. H. den Heere Prince Ërfftadhouder, met betrekking

tot dekking der Zeekusten, de nodige orders

hebben gedepecheerd , en ter Executie gelegd ,

zoo dat dezelve Provifioneel zich in behoorlyke

ftaat van defenfie bevinden: zullende Wy niet achterlaaten

zonder ophouden het noch verder benodigde

te doen te werk ftellen.

( Was getekend')

De Gecomm.

Ter Ordonnatie van dezelve,

Nkolaas Groet.

BY-


BYLAGE La. E. N». i>

HOOG ED. GESTR. HEER!

•Durgemeesteren hebben tot hurt uiterst leedwee,

zen verttaan, dat Z. D. H. zich over het op vootledene

Vrydag gedaane voorftel, aan onderfcheidene

Lieden ten tterkften beklaagd, en zelfs in fcriptis

gefteld heeft, 't geen Z. D. H. meent, door ons

tegens den Heere Hertog te zyn ingebracht geworden.

Hoe zeer het ruchtbaar maaken van eene zaak ,

(die Burgem. niet verricht hebben dan na ryp overleg,

en als daar toe gedwongen door d'omftandigheden,

in welke het Vaderland zich bevind, dewelke

naar hunne gedachten, velftrekt vereischten, dat

alle reedenen, die tot eenig mistrouwen tusfchen

Z. D. H. en de Regenten, eenige aanleiding zouden

kunnen geeven, hoe eerder zoo beeter weggenomen

worden,) hun onverfchillig is, zoo kunnen Zy

niet ontveinzen, dat de verkeerde begrippen, het

zy met behoorlyken eerbied gezegd, in welke Z.

D. H. na de mondelinge voortelling, doof den Penfionaris

Visfcher gedaan, getoond heeft te zyn, wegens

de wyze, op welke gem. Penfionaris op 'tfubjeér.

van bovengem. Heere Hertog, zich geuit had,

Hun doen vreezen, dat Hoogstdezelve by deszelfs

denkbeelden perfifleerende, mooglyk hunne uitdrukkingen,

niet zoodanig gefield zal hebben, als zy

!• DML. T w a a r.


B Y L A G E L*. E. N°. i.

waarlyk en in de daad geweest zyn. Burgemeesteren

zouden gaarne gezien hebben, dat de Memorie

door den Penfionaris Visfcher voorgeleezen, daarna

overgegeeven, in Zyne Doorl. Hoogh. handen gebleeven

was, om Hoogstdezelve te overtuigen, dat

wel verre van den Heere Hertog te befchuldigen,

Burgemeesteren op het fterkfte hebben verklaard,

dien Heer geenzints te verdenken, wegens de fchandelyke

uitfirooifelen, tegens een Heer van zyn aanzien

en geboorte, maar dat zy Burgemeesteren deszelfs

verwydering om geene andere reede geëischt

hebben, dan om dat door het algemeen wantrouwen,

met of zonder reede, tegens Zyne HoogePerzoon

opgevat, het uitfluitend vertrouwen, hetwelk

Z. D. H. op dien Heer gefteld heeft, het beftuur

der publieke zaaken fchaadelyk kwam te zyn: als

wordende daar door het vertrouwen, dat men in

Z. D. H. noodwendig dient te ftellen, willen de

zaaken wel gaan, zoo niet ten eenemaal weggenomen

, ten minften zeer verzwakt.

Burgemeesteren protefteeren als noch, en verzeekeren

op het allerferieuste, dat zy uit geene

byzondere haat, afgunst, of verregaande verdenkingen,

tegens meergem. Heere, den bewusten ftap

gedaan hebben, en zy hoopen, dat aan hunne woorden,

geene andere beteekenis gegeeven zal worden,

als die met hunne waarachtige intentie overeenkomftig

is.

Zy hebben beloofd, dat de Memorie, door den

Penfionaris Visfcher voorgeleezen, niet zou gecommuniceerd

worden, aan anderen, dan aan de gee>

nen,


B Y L A.GE La. E. N». i .

nen, die dezelve dier tyd gezien hadden, naamlyk,

de vier Regeerende Burgemeesteren, en de Penfionaris

Fisfchgr: zy hebben die beloften ook heilig

nagekomen: maar zy zouden niet gaarne zien,

dat zy by v- publiek, by hunne meede - Regenten ,

zoo van deJze als andere Provinciën voorgefteld

wierden, als hebbende den Heere Hertog waarlyk

befchuldigd met het geene, waarmede die Heer

in eerlooze en infame libellen befchuldigd wordt,

't Zy verre van hun, te kunnen denken, dat Z. D.

H. met opzet, en als ter kwaader trouwe, het doen

van zulke of diergelyke befchuldigingen, aan Burgemeesteren

zoude willen aanwryven, maar de aandoening,

dewelke Z. D. H. gevoeld heeft op't hooien

van een voorftel, zoodanig ftrydig met de hoogachting

en liefde, die hoogstdezelve voorhaarengeweezen

Voogd, natuurlyk hebben moet, haarongetwyffeld

geprevenieerd hebbende, tegen de geenen

, die dat voorftel gedaan hebben, zoo zou het

geen wonder zyn, zoo Zy zich waarlyk by aanhouding

verbeeldde, anders gehoord te hebben, dan onze

Penfionaris geleezen heeft.

't Is om die reede, Hoog Ed: Geftr: Heer, dat

Ik, uit naam van Burgemeefteren, de vryheid neem,

U. H. Ed. Geftr. te doen geworden, dat zelfde ftuk,

dat onze Penfionaris voorleeden Vrydag heeft voorgeleezen;

met verzoek, om het zelve met communicatie

deezes, aan Z. D. H. ter hand te ftellen,

Burgemeesteren hebben daar meede geen ander

inzicht, dan om aan Z. D. H. de eigsnlyke woor-

T 2

dea,


13 Y JL A G E L«. E. N. i.

den, dewelke Stads Gedeputeerden gebruikt hebben

, onder 't oog te brengen.

Het zal, 't zy met eerbied gezegd, aan Z. D. H.

volkoomen vryftaan, van deeze Memorie zoodanig

gebruik te maaken, als zy zal kunne^goedvinden,

terwyl Burgemeesteren, ten zy daartoe gedwongen ,

dezelve aan geene anderen zullen meededeelen.

Voorts verzoeken Burgemeesteren zeer ernftig, dat

U. H. Ed. Geftr. den Heere Prince verzeekere van

hunne oprechte verknochtheid aan deszelfs Perzoon

en aanzienlyk Huis, De betrekkingen tusfchen particulieren

en de betrekkingen tusfchen Regenten, zyn

in haare uitwerkzelen zeer onderfcheiden: men dient

dierhalven noodwendig met een ander oog te befchouwen,

't geen tusfchen deezen of geenen gefchied:

Particulieren hebben geene betrekking dan

tot eikanderen, en alles wlat dezelve treft, treft de

particulieren alleen, en ftrekt zich niet uit buiten

hunne Perzoonen: maar. Regenten hebben eene gemeene

betrekking tot het gemeene-best, aan'thoofd

of in de Regeering van 't welke zy gefteld zyn. Alles,

wat hen in't byzonder zou treffen, moet zwichten

voor de betrekking die zy hebben tot dat Gemeene-best,

en deeze is heilig: welk misverftand

en onmin ook onder hun lieden mogen weezen,

zoo behooren zy één hart, één oog, één mond

te zyn voor het algemeen welzyn. Al had Z. D:

H. op het allertreffcndfte Burgemeesteren van Amfterdam

in hunne byzondere Perzoonen beleedigd;

al had Z. D. H. op de allerbitterfte wyze hun onverdiende

verwytingen gedaan, zy zouden noch gereed


B Y L A G E L». E. N \ i.

reed zyn, om met den Heere Stadhouder, met het

aanzienlyk Hoofd van dit noch onlangs aanzienlyk

Gemeenebest, op de vertrouwde, openhartigfte en

cordaatde wyze te overleggen, al wat gedaan moet

worden , ten beste van hetzelve. Hoe veel te

meer, zyn zy daar toe gereed, terwyl zy de Perzoon

van Z. D. H. eerbiedigen, en overtuigd van

deszelfs perfoneele hoedanigheeden, voor Denzelven

alle hoogachting hebben, en gereed zyn om alle

vertrouwen op Z. D. H. te dellen. Zy durven

de allerferieuste verzeekeringen geeven van hunne

volkoomene bereidwilligheid, om met Z. D. H. in de

allerbeste en oprechtde correspondentie te leeven,

enz.

Amfterdam

12 Juny 1788.

(Was geteekend)

J. R E N D O R P.

T 3 BV-


B Y L A G E L». E. N°. 2.

W E L ED. GESTR. HEER!

J^Lccufeerende de receptie van Uw WelEd. Geffr.

Misfive, heeden ontfangen, heb Ik d'Eer te melden,

dat geen Oogenbiik heb verzuimd om het daar

hy gevoegde ftuk, met voordragt van den inhoud

dier Misfive, aan Zyn Hoogheid de Heer Erflladhouder

ter hand te ftellen.

Myn Heer, niets zoude my in de loop van myn

allerverdrietigst Ministerie aangenaamer zyn dan te

konnen medewerken tot herfiel en bevordering van

eene by my op het hartelykst gewenschte, en voor

het lieve Vaderland altoos, en ten allen tyden , maar

vooral thans , zeer hoognoodige eensgezindheid,

tusfchen Uw Wel Ed. Geftr. Stad, en hooggem.

Zyne Hoogheid.

Ik verzoek Uw Wel Ed. Geftr. de verdere Heeren

Burgemeesteren van myn refpect te verzeekeren,

teiwyl d'eer heb met de yverigfte gevoelens van

achting en aankleving te zyn

Wel Edele Geftrenge Heer!

U Wel Ed. Geftr. Onderdanige

en Gehoorzaame Dienaar

'slïagei3juny P. v. BLEISWYK.

1781.

EY-


B Y L A G E L». F.

Den 7 Maart 1782.

Deliberatie over het beklag van den Hertog, aan

H. H. Mog. over Gedeputeerden van Amfterdam,

in Juny 1781, volgens Refolutie van

20 Febr. 1782, tot af komst heeden.

Ridderfchap. Perüfteert by voorig Advys. Zie

Not. 20 Feb. 1782 , van Holland.

Dordrecht, 't Is niet de eerfte reis, dat de Reedenen

hunner Principaalen geuit hebben van hunne

bevoegdheid tot reclame der Refolutie, voor al van

1663, en dat op fundament der belofte, in die Refolutien

met eede vervat, dat de Leeden aan elkander

verplicht zyn indemniteit, of de gemolesteerde

Leeden, volgens den aart en Conftitutie der Regeering

te maintineeren: in dit geval is Amfterdam:

uit hoofde van die gereclameerde Refolutie, behoort

op fundament derzelve eene recriminatie te zyn:

zouden gaarne met allen aandrang de gefundeerdheid

daarvan nader toonen, maar zullen dat niet doen:

niet, om dat geen belang in 't refultat ftellen, maar

alleèn om reeden van gegrond wantrouwen, dat een

nader adftruftie geen vat op de Leeden zou hebben :

konden ook toonen, dat het declaratoir van Z. II.

en 't Advys der Edelen te ver gaat: dat het zelve

hier niet te pas komt, zynde ingericht om te decideren

een point, dat nooit in deliberatie is geweest;

f 4 waar


B Y L A G E L*. F.

waar op nooit de Leeden hebben gedacht: dat nooiï

kan decideeren , het poijit hier in questie; zullen dat

declaratoir tot geen fundament van deliberatie leggen:

geene nieuwe, kan uit hoofde van dat declaratoir

of Advys, plaats hebben: zullen alleen inhaereeren

hunvooriggeavanceerde, endaar byten krachtigllen

perfifleeren; kunnen echter niet voorby, hunne

verwondering te toonen, dat de Ridderfchap perfifteert

by een declaratoir dat niets inhoud: voornaamlyk

om de deliberatie te feponeeren : hadden mogen

verwachten, dat de Ridderfchap zon concurreeren

tot een finaal befluit, gelyk de Refolutie op de propofitie

van Amfterdam, dat klaar vordert; daar de

Ridderfchap perfifteert by een declaratoir, om de

zaak by provifie buiten deliberatie te laaten : op zulk

een contenance is al vry wat bedenking: twyffelen

of veel zal vorderen ; geeven die" zaak over aan de

meerderheid, met referve van zich nader te expliceeren.

Haarlem. Hebben zich te meermaal geëxpliceert

byzonder ook over 's Ridderfchap's voorflag, tot

afdoening quafi: zullen'er thans alleen byvoegen,

dat, rapport doende van 't laatst gepasfeerde, van

den ftaat der deliberatie, van het dcclareeren der

Ridderfchap, en van de voorflag om de zaak te feponeeren

, gevonden hebben dat in geenen deele te

pas komt, of van infiuentie kan zyn, 't declaratoir

van Z. H.; zeggen alleen : dat hunne [Principaalen

compleet geapprobeert hebben , hunne conduite, als

conform de principes der Regeering; en geen nieuwe

deliberatie nodig geacht, die ook eenigfints de

vo-


B Y L A G E La. F.

vorige principes zouden ondermynt hebben: dat in

geen ampel detail zouden treeden , maar alleen 't

voorig gezegde herhaalen. De materie was gewicht

tig genoeg: erkennen dit met Dordrecht: zyn ver

wondert over de contenance van de Ridderfchap,

en voorgebrachte fentimenten van toegeevendheid,

daar niet vatbaar zyn voor recht, reeden, billykheid

en gezonde Policie: dat het inutil zal zyn,

veele refleclien te maken: dat ze inbajreeren hun

Jagt wel expres, en daar by perfifteeren: dat de

Regeering van Haarlem op dat fujet haar plicht,

als Lid der vSouverainiteit heeft gedaan, ftrekt tot

hunne Satisfactie; zynde verplicht, op 't nadrukkelykst

pogingen te doen, om de gedachtenis voor de

posteriteit te conferveeren, en daarom de rechten

der Souverainiteit hebben gemaintineert: wenfchen

dat de Leden, die in dit geval zo laauw zyn, de

applicatie van gem. Ref. voor zich zeiven niet zullen

behoeven te reclameeren.

Delft. Als de Regeering kort na de Misfive van

den Hertog ter Vergadering overgebracht was ,

alle om Handigheden had overwogen , kwam tot

Conclufie best voor, om deeze onaangenaame zaak

te laaten flaapen, en buiten verdere deliberatie te

houden, met geen ander oogmerk , als dat, welke

Refolutie ook wierd genoomen, het niet anders als

onaangenaame gevolgen kon hebben: dat de Regeering

van het declaratoir van Z. H., en van de Ridderfchap

gekreegen , kennis hebbende, thans eenvoudig

had nagegaan, of na dien tyd ook 't een of ander

was voorgevallen, om Haar van 't fystema om

T 5 de


P. Y L A G E L\ F.

de zaak finaal te feponeeren , te doen afgaan, maar

zy daar in volmaakt gefierkt was; dat als men

al eens wilde volgen het fystema van Dordrecht

en andere, begrypende, dat men de demarche van

den Hertog ad aninum moet meenen; dat Gedeputeerden

ter Generaliteit moeten reprefenteeren ,

Hun Ed. Groot Mog. gevoeligheid over die demarche;

dat de Hertog heeft geattaqueert de maximes en

•wetten van de Souverainiteit, en aangegaan tegen't

verfchuldigd refpeft, dat een Officier van den Staat

fchuldig is, en daarom by Hun Hoog Mog. inftee.

ren, om die daad behoorlyk te doen repareeren:

men ten ifie vraagt, wat effect, zal zulke Refolutie

ter Generaliteit doen, daar reeds 4 Provinciën, als

Gelderland, Utrecht, Overysfel en Stad en Lande

van ander begrip zyn, ooit die Satisfactie ter Generaliteit

tc bezorgen is ? Of niet eer te vreezen is,

dat die Provinciën noch onaangenamer Refolutien

zullen neemen die, daar de meerderheid der Bondgenooten

van contrarie opinie is , noch onaangenaamer

Refolutien voor Holland konden zyn ? dat Holland

zich wel niet moet laaten intimideeren , of van Refolutien

affchrikken, maar hier alle redenis, om die

zaak te laaten flaapen: dat Denemarken reeds in

July 1781 gedeclareert heeft,dat de Koning het niet

onverfchillig aanzag: dat tot tweemaal toe de Konin°van

Pruisfen niet onduister ge'ïnfinuëert had, hoe

op die materie dacht: dat wy ons niet daar aan zouden

behoeven te ftooren, maar de omftandigheeden

raaden, terwyl geen effect, ter Generaliteit te wachten

is, en dat andere Mogendheeden zich daar in

laa-


B Y L A G E L*. F.

laaten zien. dit te laaten blyven. Eindelyk, dat dewyl

het declaratoir van Z. H. in Holland gecommuniceert,

eene Juftificatie van den Hertog bevat, als

dan een Refolutie tot flrafvordcring niet allergevoeligst

voor Z. H. , als eerfte Regent zou zyn. Dat

alles concurreert, om dat werk te fmooren. Zien

het declarat: van de Ridderfchap aan met een ander

oog: het voldoet eenigszins aan 't begeerde; betitelt

vast, dat Amfterdam en alle de Leeden van Holland

recht hebben tot voorflagen te doen, als 't belang het

vordert: als dat declaratoir word gevolgt, verklaaren

zulks ook de Staater», en daar dit zelve by geleegendheid

der demarche van den Hertog word gedaan,

geeft de Staat implicité daar mede te kennen,

dat het verzoek van den Hertog om Satisfactie niet

te pas komt. Het point der recriminatie moet worden

gefeponeert, de omftandigheeden verbieden een

Refolutie die nadeelig zou zyn en groter oneenigheeden

verwekken. Onder dit declaratoir meet de

zaak gefeponeert blyven, niet by provifie, maar geheel

buiten verdere deliberatie, om de harmonie te

cultiveeren. Nopens de wensch van Haarlem zoo

vvenfehen meede, dat, als ooit zo ongelukkig worden

, dan te toonen, dat de gevoeligheid moet worden

opgeofFert aan de Eendracht.

Leiden. Als de ftaat der deliberatie en de conduite

van Gedeputeerden hebben t'huis gebracht,

is hun doen eenpaarig geapprobeert; konden met

Dordrecht en Haarlem zeggen, dat zich zeer duide-

Jyk een en andermaal hebben geëxpliceert, en daarby

perfevereeren; maar dat alles wilden opofferen

tot


B Y L A G E L. F.

tot haimonie, waar van noch onlangs preuves hadden

gegeeven: dat nu afgevraagt, wat in deeze materie

konden doen , de condufie was geweest, dat door eed

en plicht verhonden waren; dat zulks van 't begin

reeds gezegd hadden : dat 'er dus weinig moeite was

om in deze parry te kiezen: dat 'er geen Lid is die

niet bezwooren heeft de rechten der Souverainiteit

ten fterkften te maintineeren: dat hier geïmpieteert

is op een der eminentlfe rechten, en een Lid reclameert

de trouw en guarantie van de andere Leeden:

dat alles over hebben voor harmonie, maar

niet daar eed en pligt hun verbinden: dat by eenpaarige

Refolutie der Vroedfchap is geperfevereert,

by 't voorfchrift van Anno 1621: dat zeer weinige

dagen daarna ter Generaliteit Satisfactie gevraagd

is: of in eene reclame van die natuur per

plura kan geconcludeerd worden, laten dat om nader

te bedenken : als de conclufie valt alleen van

hun begrip, zullen niet alleen protesteeren, maarzo

een aanteekening referveeren, als tot maintien de-,

zer Souveraine vergadering behoort.

Amfterdam. Kunnen niet zonder veel aandoening

op nieuws van deze materie fpreeken, om 't gewicht

der zaak, te meer, daar een coufluentie van

Toehoorders fchynt zamen gekomen, om bytewoonen

de uitvaart hunner gerechtigheeden en vrydommen

, geleid door een Heer, wiens Voorouders met

zoo veel lof daar voor geftreeden hebben: principaal

tegen een confiliarius van een Vorst, die noch

niet zou fchroomen, daar alles voor op te zetten:

moeten opmaaken, dat de Leeden veel woorden van

hun


BYLAGE L a

. F.

hun wagten: dewyl met zo veel iever door voorzit*

tende Leeden alles herhaalt is, zou het maar vergeefïche

moeite zyn: reclameeren alleen de bezvvooren

geguarandeerde Privilegiën en Voorrechten:

kannen volftaan zig te voegen by Dorth, Haarlem

en Leiden wat ook 't befluit zy: de voorflag der

Ridderfchap betekent niets: zelfs ten uiterften verwondert,

dat zy fchynt die rechten niet te erkennen:

't is- hun leed, dat de tyden zoo zyn verandert,

dat die zelve Vergadering, die in een Jaar zonder

aanbelang, den 26 Mey 1621. eene zoorigoureufe

Refolutie nam, nu zoo laf is, om dat de Perfoon

wat meer verheeven is van geboorte, fchoon een

Dienaar van den Staat: dat men uit deference voor

hem tot die laagheid komt, om de zaak te feponeeren:

of zulks iemands Confcientie voldoen kan, daar zy

zoo indignegeattaqueert worden: zullen om perfoneele

haatelykheid liefst voorbygaan, 't geen Delft zegt:

zyn verwondert over de vrees voor gedwonge Refolutie

der Provinciën, die niet unaniem zyn: dat

het verhaal van vreemde Ministers aan den Griffier

(misfchien weet d'Hr. Emants meer,)zoo vermoet

brengen, om deliberatien die betrekking tot de rechten

van 't Land hebben, te fchikken naar zaken daar

men niet mede te doen heeft: toen het declaratoir

van Zyn Hoogheid is ingebracht, recommandeerde

een Lid het menagement, zo dat betrekkelyk is op

de Advyzen der Leeden, zullen zy dat niet taxeeren

dewyl thans niet te pas komt: nooit is door Amfterdam

in deliberatie gebracht eene propofitie aan Zyn

Hoogheid, door haar gedaan, nooit is eene decifie

daar


B Y L A G E IA F.

daar op gevraagd: zou ook niet bekend zyn geworden

: hebben Z. H. niet willen binden aan 't gebruik

ten beste, maar hebben niets ter kennisfe gebracht

van 't Publiek: deze deliberatie bepaalt zich eenvoudig,

tot het adres van den Hertog om Satisfactie

: 't is meer als eens getoond, dat de attaque is

gedaan op de vryheid en Rechten; zullen die vasthouden;

repondeeren niet voor de gevolgen: zoo

eene haatelyke Oorlog hunne Principaalen niet te

rug hield van'eenige verdere demarche, zouden zy

zich byna fchaamen op deeze plaats te blyven zitten:

zouden zich anders afzonderen van eene Vergadering

, daar zoo onbehoorlyk behandelt worden.

Gouda. Hebben bevonden dat van de Ridderfchap

behelst 3 deelen : 1, declaratoir van Zyn Hoogheid:

2, het declaratoir van de Ridderfchap : 3, een finaal

afdoen: ad 1 zyn 't volmaakt eens met Amfterdam ,

komt niet te pas: de questie is alleen, over 'tadres

van Amfterdam aan Zyn Hoogheid: of 't verzoek

van den Hertog, wel of kwalyk is , is hier geen object,

zwygen daarop: ad 2, behelst een conciliatoir.

a , De Leden hebben het recht, &c,: b, gelyk recht

heeft Zyn Hoogheid: c, men wil feponecren. Ad#,

zyn 't daar omtrent volkomen eens, is geen object

van dispuut, is door de wet gejustificeerc: het declaratoir

van de Ridderfchap is overbodig, alzoowet

exteerd. Adb t als niet zullen varieeren, zou men nader

recherche moeten doen, waar en waar omtrent niet

convenieeren: de Wet van 1586, 1663, en 't cxempel

van 1621, alleen relatif tot propofitien in Holland


B Y L A G E L a

. F.

land gedaan: zeggen dat niet gratis, de Wet zegt,

dat moeten gedaan worden in de Vergadering, Staatsgewys:

dat brengt de zin der eerfte Wet van 15S6

al mede: is alleen gemaakt tot vermeerdering Van

confidentie, dat het eene Lid niet meer zou weeten

als het andere: als in Holland geopenbaart worden

zaaken tot nut van den Staat, moeten die niet alleen

gefecreteert, maar die ze reveleert moet voor een

vyand van 't Vaderland gehouden worden: d'inttitutie

is goed: had Amfterdam dat exempel niet kunnen

volgen, de fecretesfe reclameeren, was 'er dan

niet dezelve fecuriteit geweest? alles is doch gefchied

tot vermyding van eclat. Amfterdam heeft

eene goede intentie gehad, en 't welzyn van 't Land

beoogt, maar kan die intentie bevryden van de wet?

als 't in Holland was gebracht, had het daar kunnen

blyven onder fterke belofte van fecretesfe, het kan

nu niet blyven buiten eclat: als men nu let op de

daad, de woorden der wet , en d'aanleidende oorzaak

tot de wet, dat het gefchied is om de rechten der

Souverainiteit te maintineeren, hoe is dan Am".erdam

niet in de termen der wet? God Almachtig

is getuige van de oprechtheid hunner gevoelens:

beroepen zich op 't Opperwezen, hebben niets

meer gewenscht als een harmonieuze afkomst, daarom

gewenscht de zaak te feponeeren , en 't werk te

laaten flaapen, om dat geen uitkomst zien: hebben

als dus gedacht, om 't gewicht van 't werk: vinden

geen reeden te devieeren van deeze beraifönneerde

Principes; 't zyn de waarachtige gevoelens

van hun hart, fchoon in dat derde eens waren met

Am-


B Y L A G E IA F;

Amfterdam, dat over de daad als daad Amfterdam

niet moet verantwoordelyk zyn, dat onder zulk deelaratoir

advyfeeren tot het finaal feponeeren.

Rotterdam. Als het declaratoir van Z. H. en van

de Ridderfchap, na ferieufe deliberatie en naauwkeurig

onderzoek geëxamineert hebben, hebben geen

reeden te devieeren van voorige last, herhialen die

niet: behalven dat het nodeloos zyn zou, en apparent

vergeefs: dat thans 't opjeft van deliberatie

is , of onder dat declaratoir de zaak tusfchen Amfterdam

en den Hertog kan gefeponeerd: noch het declaratoir

van Z. H. noch dat van de Ridderfchap is

daar toe gefchikt: het declaratoir van Z. H. is van

geen applicatie op 't beklag van den Hertog, over

een Lid der Souverainiteit van Holland, ter Generaliteit

gedaan: 't advys en declaratoir van de Ridderfchap

niet rechtflreeks: moge wel lyden, dat

iets, waarover men reeds zedert 2 eeuwen in gefchil

is, by nadere Refolutie gevestigd worde: wel

ver van onder dat declaratoir de hoofdzaak te feponeeren,

voldoet het niet, 't is daar geheel ongefchikt

toe, moeten maintineeren en handhaaven de

Souverainiteit, zo plechtig bezwooren, daar in te

lacheren is van de kommerlykfte gevolgen, moeten

daarom voorige last ten fterkften inhereeren, en

daarby perfifteeren.

1 Corimhem. Als verflag gedaan hebben van hun

voorig gezegde, is dat geapprobeert, moeten fpeciaal

declareeren, dat noch zyn in dezelfde fentimenten,

't heeft hun zeer vervreemd, dat de Ridderfchap

onder zulk declaratoir een zaak van die

in>


B Y L A G E IA F.

importantie wil feponeeren, of doen voorkomen, als

of Amfterdam recht heeft tot propofitien tot welzyn

van 't Vaderland, uit een toegeevendheid van

de Ridderfchap: den aart der Vergadering zou het

dus hachelyk maaken om met malkander te fpreeken;

dat declaratoir beduid niets: kunnen niet komen

tot een Refolutie, om te feponeeren, maar moeten

expres protefteeren en referveeren, daar omtrent

te handelen na behooren.

Schiedam. De Cordaatheid eicht, dat femper

idem, de leus der finaale deliberatie zy; als deeze

getoetst hebben aan hunne Refolutie van 4 Sept.

1781, en de gronden daar by gelegt, zyn ver af

van een abfolute intentie, om die zaak zoo te feponeeren

, om niet te neemen een Refolutie, over

het gefchii zelve; het declaratoir van de Ridderfchap

is een overbodige verklaaring, om dat daar

in nooit gehaefiteert hebben , berust op Refolutie

yan 25 Aug. 1586, en de adte van indemniteit

van 1663; ook na den aart en digniteit der Vergadering

competeert aan ieder Lid het recht om vry

te ipreeken, al was 'er geen periode in gem. Refolutie,

offchoon aan de applicabiliteit getwyffek is

door Gouda; echter is het declaratoir niet volko.

men zonder blyk van de irregularitsit van de Conduite

van den Hertog, en derzelver violatie van de

Conltitutioneele wetten van het Land, van den Staat

en van de Ingezeetenen, kunnen zulks niet nalaaten

te remarqueeren, tot voorkoming van foortgelyke

adresfen aan H. H. M., dewyl den minften

rang bekleedende Officier zulke excesfen zou kun-

V nen


E Y L A G E IA F.

nen pleegen ; tot confervatie der Burgerlyke Vryheid

zorg voor eer en eigen belang en waakzaamheid

voor de rechten van de Republiek; dat den

Hertog 17 Nov. 1781, by Memorie aan H. H. M.

Prefident wel heeft verklaart, dat zyn intentie niet

geweest is, door zyn adres by H. H. Mog. onmiddelyk

Satisfactie tegen Amfterdam te vragen: dan

dat dit declaratoir is post festum , dan had zoodanig

adres gepast geweest aan H. E. G. M. Wat betreft

de conduite van Gedeputeerden ter Generaliteit,

moeten die weder desavoueeren; H. E. G. M.prae.

fentie en venerabel gezach, had hun meer circumfpectie

moeten doen gebruiken; zoodanige overhaasting

was niet nodig, de bewerkte Misfive kon

in Holland gebracht zyn geworden: hadden meer

circumfpeetie en prudentie verwacht. Wat betreft

de recriminatie tot een eclatante Satisfactie, was

voorzichtigst en ftaatkundigst daaromtrent alle deliberatien

te feponeeren, om dat onmogelyk de evenreedigheid

is te bepaalen, en effecten zou doen , die

de rust zouden turbeeren, en de circumfpeetie vereischt

niet ten ftrengften te excuteeren de rechten:

het declaratoir van Z. H. is geen motif tot

een Refolutie in deeze, achten Z. H. incapabel iets

te verklaaren tegen zyn gemoed, verlangen dat op

zyn tyd zich zullen manifesteeren de waare oorzaaken

der inactiviteit, om de fchadelyke nagedachtenis;

hier is niet gerequireert den Hertog vry

en oufchuldig te verklaaren: 't Cardinale point is

over de propofitie van Amfterdam aan Z. H., en

of een Refolutie moet genoo'men worden over de

de*


B Y L A G E L*. F.

demarche van den Hertog by H. H. M. — Zy kunnen

zich met de Ridderfchap conformeeren , voor

zoo veel uit de Refolutie zal blyken dat Ridderfchap's

verklaaring gefchied is tot compleete bevestiging

der Refolutie van 15 Aug. 1586. en van

de aéte van indemniteit van 1663 : dat de demarche

van den Hertog is ten uiterffen informeel en ongepast

, en dat de conduite van de Gedeputeerden

ter Generaliteit, moet gedesavoueert en afgekeurd

worden; dat hun advys niet voortkomt uit drift of

animofiteit, maar gegeeven wordt tot maintien der

rechten van de Souvereiniteit: en dat onder dusdanig

declaratoir zy alle deliberatien wel willen

houden voor afgedaan.

Schoonhoven. Zyn unanim geweest om te perfifteeren.

Brielle. Zullen zich (lipt aan den eed dezer Vergadering

houden: hebben op die principes menigvuldige

deliberatien gehouden, zyn niet geconvinceert,

dat de Refolutien van 1586 en 1663, in dit

geval van de juiste applicatie zyn; doch meenen

teffens dat door de Regeering van Amfterdam, geene

fatisfaftie behoord gegeeven te worden: dat

doch aan den Hertog niet ten kwaade geduid kan

worden, dat zich van de blaam heeft trachten te

zuiveren: als nu daar aan hebben getoetst het declaratoir

van Z. H, en van de Ridderfchap: dat de

jnhoud hoofdzakelyk met hun jast en ideeslover

een komt: dat onder beneficie van het declaratoir

van de Ridderfchap van deeze gantfche zaak een

V a af-


E Y L A G E LA F.

afkomst behoord gemaakt en niet gerecrimineert

te worden.

Alkmaar. Dewyl 'er geen reden is , om van hun*

ne begrippen in de Refolutie van n October vervat

af te gann, perfifteeren zy daarby: en zo tegen alle

rechtmaatige verwachting de Refolutien op de

hoofdzaak een tegenflrydige conclufie by meerderheid

genomen inhielt, zullen dan hunne last tot

verantwoording in de Registers doen aanteekenen.

Hoorn. Hebben zich den 25 October geëxpliceert,

om de gehet le zaak te feponeeren, doch teffens geconvinceert

van de applicatie der Refolutie van 1586

en 1663 perfifteeren daar by, te meer, daar het

declaratoir van Z„ H. den Hertog vryfpreekt: dus,

tot bevordering van harmonie en rust, en om te

beletten dat andere Mogendheden zich daarmede

bemoeijen: alles feponeeren en zo ver het declaratoir

van de Ridderfchap in te fchikken, als kon

dienen tot interpretatie of applicatie der voorzeide

Refolutien.

Enckhuizen. Hebben nader kennis gegeeven aan

hunne Principaalen: feponeeren en buiten verder

deliberatie, mits in de Refolutie een verklaring van

Hun Ed. Gr. Mog., conform 't declaratoir van de

Ridderfchap van 20 Febr., en de remarques der voorzittende

Leeden geinfereerd worde, 't Declaratoir

van Z. H. is thans buiten applicatie: 't is een declaratoir

van den Stadhouder in zyn eminente qualiteit.

Hoogstdezelve weet de zaak best; in vertrouwen,

dat de ftap van Amfterdam uit Vaderlandsliefde

is gedaan, hebben niet gehaefiteert te reclamee-


B Y L A G E L'. F.

meeren de Refolutien van 1586 en 1663; een recriminatie

is van zeer facheufe gevolgen; zullen

zich niet inlaaten of die Refolutien thans van zulk

effect zyn, de Stadhouder van de 7 Provinciën heeft

zyne wyze van denken over die zaak, te kennen

gegeeven: de meefte wachten niets goeds van eene

recriminatie; alle uiterftens zyn van de grootfte

zwarigheden en naffaande dwaling, als eens het

fentiment der voorzittende Leden als onbetwistbaar

doorging, zou de executie dezer Refolutie thans de

Republiek in vuur en vlam zetten, daar men eer

en goed tot afbreuk van den Vyand moet opzetten.

Salus Patrite moet zyn Suprema Lex: de intentie

van Amfterdam is finceer geweest: flatteeren

zich van Amfterdamfche Patriottifche Sentimenten ,

dat aan de eensgezindheid ook wat zullen opofferen,

en de zaak niet pousfeeren.

Edam, Zonder confideutie en eensgezindheid is

'er geen middel om de Republiek te fauveeren,

zyn daarom voor het fitrcheeren, doch dat hunne

Principalen alvorens, dit hun advys getoetst hadden

aan het declaratoir van de Ridderfchap, en gezien

, dat aan de Leeden, de vereischte rechten toegekent

worden; advyfeeren dierhalven conform dat

declaratoir met uitlaating van by provifie, dus finaal

feponeeren.

Monnikendam, 't Conciliatoir van de Ridderfchap

volmaakt conform hunne last; behalven byprovifie

moet finaal gefeponeerd worden.

Medemblik. Als Monnikkendam, zagen 't gaarne

heden afgedaan^

V 3 i>»r-


B Y L A G E ' L ' . F.

Purmerend. Zyn niet geconvinceert, dat de aangehaalde

Refolutien applicabel zyn op Amfterdam,

finaal feponeeren: geen verdere deliberatie.

De Heer van Noordwyk concludeert by meerderheid

tot feponeeren, onder beneficie van het

declaratoir afdoen, mag wel lydeii, dat de

woorden by provifie uitgelaaten worden.

Dordrecht. Wat die conclufie aangaat, is 't van

hun departement niet te beoordeelen, of zodanige

wyze van concludeeren by de Inftruétie van de Raadpenfionaris

is voorgefchreeven: laten zich daarop

niet uit: kunnen niet nalaten deeze conclufiie te attribueeren

aan een verregaande influentie, die buiten

deeze deur behoorde geüooten; protesteeren

ten krachtigften en referveeren nader protest en

zodanige efiicacieufe middelen, als hunne Principaalen

zullen goedvinden.

Haalem. Als Dordrecht: de Heer van Noordwyk

als Raadpenfionaris moet weeten, of mag concludeeren

of niet, laaten zich daar niet op uit, maar

zoo aldus concludeert, zullen zy tegen de Refolutie,

als volttrekt informeel protesteeren, en referveeren

middelen als te rade zullen worden.

Delft. Als geconcludeert word en Dordrecht en

Haarlem doen aanteekeningen, zullen zy contra aanteekeningen

doen.

Leiden. Met goeden ernst twyffelen zy, of een

reclame der fondamenteele Conftitutie kan per

plura doorgaan, laten dat aan 't oordeel van hun

Ed, Gr. Mog.j, als de Re£ volgens de conclufie geno-


B Y L A G E L». F.

nomen word, zullen zy ten fterkfte protesteeren,

en referveeren middelen tot maintien der rechten.

Jmfterdam. Treden niet in de zaaken van de Ridderfchap

, of van den lieer van Noordwyk laten

zulks aan hem over: als concludeert per plura, referveeren

zy zoodanige efficacieufe middelen tegen

eene Refolutie, die de Conftitutie der Vergadering

zo fenfibel grieft.

Gouda. Als gerefolveerd word per plura, en 'er

aanteekeningen komen, zullen zy ook contra aanteekeningen

doen, en zich niet laaten affchrikken.

Rotterdam. Zien de conclufie aan als informeel en

referveeren zich aanteekening.

Gorinchem. Zoo dus geconcludeerd word, protesteeren

zy.

Schiedam. Zoo per plura, geconcludeerd word,

zullen zy 't aanzien, doch aanteekening doen.

Schoonhoven. Zoo tegen de conclufie geprotesteerd

word, zullen ze contra aanteekening doen.

Brielle. Ut fupra.

Alkmaar. Als de Refolutie genomen word ftrydig

met hunne Vroedfchap'3 Ref: dan, volgens hunne

last, deeze infereeren, en tegen de conclufie

per plura aanteeken: referveeren.

Boom. Referveeren contra aanteekening.

Enckhuizen. Ut fupra.

De Heer van Noordwyk deze dag tot afkomst

van deeze zaak geftelt hebbende, moet hy dus

concludeeren. De Ridderfchap referveert

aanteekening: liever niet; maar om de

protesten &c.

V 4 B Y-


B Y L A G E La. G.

Extract uit het Register der Refolutien

van de Hoog Mog.

Heeren Staaten Generaal der

Vereenigde Nederlanden.

Veneris den 16de November 1781.

D e Heer Pagniet ter Vergaderinge Prafideerende,

heeft aan haar Hoog Mog. voorgedragen en bekend

gemaakt, dat den Heer Hertog van Brunswyk

deezen Morgen by hem was geweest, en aan hem

gezegd had; dat hy tot wegneeming van alle misvamngen,

welke zelfs by eenige Leeden van Staat,

in de refpeóhve Provinciën fchynen plaats te vinden,

ten aanzien van den zin en waare bedoeling

van deszelfs adres aan naar Hoog Mog. den 21 J uny

laastWden. raadzaam heeft geoordeeld te declareeren:

Dat z y n e intentie nimmer geweest is

om daarby van haar Hoog Mog. een gerechtelyk

onderzoek van zyn zaak, nochte vervolgens by

Hoogstdezelven een or.middelyke Satisfactie te verzoeken

; veel min daar door in twyffel te trekken

de hooge Souverainiteit, en het altoos by hem gerefpeéfeert

rechtsgebied, aan ieder der refpective

Provinciën ontwyffelbaar competeerende: maar alleenlyk

om in zyne relatie als Veldmaarfchalk van

deezen Staat, de Hoogt J>roteÜie te reclameeren

van


BYLAGE IA G.

«n haar Hoog Mog., als Hem bekleed hebbende

met voorsz. Caracter, 't welk van zyn Perzoon in

deezen onaffcheidelyk is, en waarom hy oordeelde,

dat den blaam, op zyn Perzoon gelegd, aan Hoogstdezelven

ook niet onverfchillig konde zyn; en zulks

ten einde alzoo, door Hoogstderzelvtr gunftige itttercesfie,

daar van te worden gezuiverd, terplaatze,

en in dervoegen, als zulks zoude behooren; dat

zulks te meer evident is, dewyl hy terftond, na het

meemen van haar Hoog Mog. Refolutie van den

j uiy laatstleeden, op den 4* daaraanvolgende,

aan den Heere praafideerende, met zoo veel woorden

gedeclareerd heeft, ever dezelve zaak zyne klag*

ten niet direSt aan haar Hoog Mog. gebracht te heb'

len, het welk, vergeleeken met zyn eerfte adres,

duidelyk, (zoo hy vertrouwd,) deeze zyne meening

manifesteert; als hebbende daar by van haar

Hoog Mog. verzocht, dat door Hoogstdezelven,

mocht worden gecfe&ueert, dat Hy op eene convenable

wyze, van den blaam, Hem opgelegd, zoude

worden gezuiverd, en dat Hoogstdezelven ten

dien einde het daar heenen zouden gelieven te dirigeeren,

dat Hy voor het oog van de geheele Waereld

zoude mogen werden gejustificeert.

Waarop gedelibereerd zynde, is goedgevonden

en verftaan, mits deezen te verzoeken, de Heeren

Gedeputeerden van de respeftive Provinciën, om

van het gunt voorsz. kennis te willen geeven aan

de Heeren Staaten hunne Principaalen, ten einde

by de deliberatien op de Misfive van den Heere

Hertog van Brunswyk, van den2iftej unyi aatsti ee.

V 5 den ,


B Y L A G E L«. G.

den, daarop zoodaanige reflectie moge worden gemaakt,

als Hoogstdezelve zullen oordeelen te be-

Jiooren.

Accordeert met voorz. Register.

Minde van het Eerfte Deel,


MEMORIËN,

D I E N E N D E T O T

OPHELDERING,

V A N II E f

G E B E U R D E ,

GEDUURENDE DEN LAATSTEN

ENGELSCHEN OORLOG,

DOOR.

Mr. JOACHIM RENDORP,

VR TH EER VAN M ARQU E TTE »

ENZ. ENZ.

T W E E D E D E E L„

TE AMSTERDAM, B Y

JOHANNES ALLART,

MDCCXCII.


MEMORIËN,

DIENENDE TOT OPHELDÈRINQ

VAN HET GEBEURDE, GEDU­

RENDE DEN LAATSTEN EN­

GE L S C [ IÉ N OORLOG.

Het geen ik in 'c voorig deel gezegd heb ^

heeft genoegzaam aangetoond, dat Ik dé

rupture met Engeland, als zeer noodlottig voor

den Lande in 't algemeen, en voor deszelfs

handeldryvende Ingezeetenen in 't byzonder,

heb aangezien. Deezen hebben zulks ook op

het gevoeligst ondervonden: en geen wonder:

de ongewaapende ftaat in welken de Republiek

zich bevond, kon geene de minfte hoop geeven,

om den Engelfchen behoorlyk het hoofd

te kunnen bieden, veel min hun eenige afbreuk

te doen.

Deeze toeftand, gelyk ik reeds gezegd heb, en

fny niet fchaamte herzeggen, zou my, indien ik

ih 's Lands beftier voor i February 1781, eenigeninvloed

gehad had,denzelven hebben doett

befteeden , om die noodlottige rupture, of ge->

heel voor te komen, of ten minften te doen

vervvylen, tot dat wy, zoo niet ten eenemaal,

II. DEÈI,. A even-


2 M E M O R I Ë N T O T

evenwel eenigzins in ftaat zouden zyn geweest,

om 's Vyands geweld te kunnen afkeeren: ter­

wyl intusfchen onze Colonien van het maken­

de gevaar gewaarfchouwd, en onze Kusten en

Havens in eenen verweerbaaren ftaat gebracht

-hadden kunnen worden: daar het niet deeze zoo

gefteld was, dat her. meerder aan het verzuim

of de onachtzaamheid der Vyanden is toe te

fchryven, dac deeze Provincie, en voornaam­

lyk die van Zeeland, van aanranding en lan­

dingen vry gebleevcn is , dan aan de weini­

ge mooglykheid die daar toe was, of aan de

Voorzorgen die daar teegen genomen waren.

Noodzaaklyk moest ik dan, volgens myn in­

zien, naar Vreede verlangen. Myne Ambt­

genooten , de Heeren Temminck en Elias be-

fchouwden de zaaken met het zelfde oog: voor­

naamlyk na dat de eerfte eindeJyk bezeft hadt, de

geweldige denkens- en handel wyze van zommi-

gen, die, of uit eigenbaat tot bevordering van

hunne byzonderen handel, of om te voldoen

aan hunne wraakzucht over 't leed , dat zy

waanden hen of de hunnen te zyn aangedaan,

het vuur hadden aangeftookt, en de Republiek

in den Oorlog ingewikkeld.

't Was doch verre van ons, dat wy eene

Vreede, hoe die ook mochte wezen, verlang­

den .*


Q I* H É L D E R 1 N G , ENZ. 3

den: wy waren wel, aan de eene zyde, getrof­

fen door de evengem. ongelukkige omftandig­

heeden , en vreesden de onheilen, die daar uit

noodwendig moesten voortkomen , maar aan de

andere, kenden wy ook de innerlyke krachten

van dit Land, en wisten, dat byaldien hes: ah

eens de felfte (lagen, in den onweerbaren ftaat,

in welken het was, ondergaan moest, het doch

weder het hoofd zou kunnen opbeuren , en voor

Engeland eenen geduchten Vyand worden.

Wy vermeenden, dat dit deeze Kroon ook

hiet onbekend was: en even daarom vleiden

wy ons , dat de Koning , en die van zynen

Raade, als meede de beide Huizen van 't Par­

lement, daar het niet ontbrak aan Leeden , die

den Oorlog met de Tvepubliek hadden afgekeurd,

zouden bezcffen, dat de ftap, door welke zy

het oud Politiek Systema verbroken hadden,

moest gebeeterd, en dat Systema hcrfteld wor­

den , door eene Vreede , die , behoudens 't geen

éerlyke Regenten aan hun Land verfchuidigd

zyn, kon aangenomen worden.

't Was in dit denkbeeld, dat ik reeds kort

na het uitbreeken van den Oorlog, toen ik Bur­

gemeester was geworden, gelegenheid had ge­

had, van naby te befchouwen de droevige om­

ftandigheeden, waar in ons Land zich bevond,

A a "»a


4 M E M O R ' I E N T O T

aan eenige Leeden van de Regeering had voof-

gefteld: „ dac, terwyl men niets verzuimen

„ moest om den Oorlog teegen Engeland met

„ alle kracht voort te zetten, waartoe Burge-

„ meesteren eenige middelen aan de hand had-

„ den gegeeven, (V) men ook niet de gering-

„ fte geleegenheid moest laaten voorbygaan,

„ om te trachten de gefchillen te vereffenen."

„ Dat, zoo wy uit het Noorden geene hulp

„ kreegen, daar men weinig vervvagting van

5, had, wy geene andere Geallieerden hebben-

„ de, weeder op ons zeiven zouden flaan."

„ Dat ik wel tot dus verre niet zag, op wel-

„ ke wyze men tot eene Vreede, ten minften

„ tot eene cerlyke, met Engeland zoude kun-

„ nen geraaken , maar dat, myn's oordeels het

„ altyd raadzaam en nuttig zou zyn, onder

„ het een of andere voor wendzel, een vertrouwd

„ Perzoon in Engeland te hebben, om aldaar

„ een waakend oog te houden, en van ter zy-

„ de de geneigdheid te kunnen ondertasten;

„ dewyl ik vertrouwde, ja zelfs in 'c zeekere

„ onderricht was, dat alle verftandige en be-

„ daarde Lieden, aldaar zoo wel als hier te

., Lande, van gevoelen waren, dat deeze Oor-

„ log voor de beide Natiën bederflyk was;

(ti) Zie ifle Deel, bl. 166. en volg.

» dat


OP H E L D E R I N G , ENZ. 5

„ dat de Engelfchen, door de Hagen die zy op

ons deeden vallen, zich zeiven de gevoe-

„ ligfte toebrachten, en het van hun belang

„ geenzins was, den Koophandel van hier naar

„ elders, en voornaamlyk niet naar Brabant

„ of Vlaanderen , te verplaatzen.

Dat in der daad de Engelfchen moesten

„ begrypen, dat, wanneer de Rykdom, die in dit

„ Land alleen haaren oorfprong uit den Koop-

„ handel heeft,met deeze gevveeken zou zyn,

„ Engeland voortaan vry minder kans zou heb-

„ ben, in geval van Geld leeningen, het on-

„ ontbeerlyk Giediet te vinden, dat het tot

„ dus verre by onze ryke Ingezeetenen ge-

n

vonden had."

„ Eindlyk, dat de Engelfchen meE reeden

„ moesten vree zen , dat byaldien zy ons tot

„ wanhoop brachten, wy ons ten eenemaal aan

„ Frankryk zouden overgeeven: en zy als dan

gevaar liepen, van voor altoos van allen in-

,, vloed hier te Lande verdoken te zullen zyn."

Myne aanmerkingen vonden by veelen in­

gang; maar de verhitting teegen al wat Engelsch

was, (en waarlyk geen wonder, aangezien de

wyze, op welke zy ons geteisterd hadden,)

was in 't algemeen zoo groot, datzommigen

niet wilden hooren, en dat anderen, bevreesd

A 3 voor


6 M E M O R I Ë N T O T

voor de befchuldiging van Anglomanie, zelf**

niet durfden fchynen , maar eenigzins ooren

naar verdrag re hebben: 't was ook waarlyk

riet. dan de befchouwing van den weerloozen

Haat, in welken wy ons bevonden,en 't gevaar

waarin wy waaren, die my de Vreede, boven

eene recbtmaatige wraak deeden ftellen.

Die anders dachten,hadden groote verwach­

ting van de gewaapende Neutraliteit, en van

den byftand van Frankryk. De Franfche Am,

basfadeur liet niet na, de grootfte verzeekerin-

gan van 'c deel dat zyn Meester in onze zaa­

ken nam, te geeven: doch by my was de ver­

wachting gering, zoo van 'c een als van het

ander. Van Rusland, Zweeden en Deenemar­

ken wachtte ik zelfs niets, en ik voorzag, dat

Frankryk , alhoewel zy in 't begin van den

Oorlog ons aanmerklyke dienften deed, wan­

neer zy Vreede met Engeland zou maaken ,

zich onzer weinig bekreunen zou. Gaarne had

ik gezien, dac Engeland, de eerfte door de Kei­

zerin aangeboodene Mediatie, had aangenoo-

men en zelfs had ik wel mogen fyden, dat ee­

ne ftilftand van Wapenen plaats had gehad, ge-

durende welke men zou hebben kunnen trach­

ten zich te verftaan over het voornaame punt,

fö&ftïjftÉ- de Navai fiores ; en al was daar niets

van,


O P H E L D E R I N G , ENZ. ?

van gekomen,zou ten minften de tyd daardoor

gerekt zyn geworden, en wy gelegenheid ge­

had hebben,om onzen weerloozen ftaat eenig-

zins te verbeeteren, of ten minflen onze Co-

lonien te kunnen waarfchouwen.

Maar ongelukkig weigerde Engeland, en de

gemoederen der Landzaaten wierden door de

nieuwe toegebrachte felle flagen, en verregaan­

de mishandelingen, hoe langer hoe meer ver­

bitterd.

De Keizerlyke Hoven hadden daar na wel

weder hunne Mediatie aangebooden, maar daar

was weinig van te wachten: aangezien de al-

gemeene drift, om alles by eene algemeene

Vreede te regelen: alhoewel het niet twyffel-

achtig was, dat alsdan om onze byzondere be­

langen weinig gedacht zou worden, gelyk het

gemeenlyk gaat, als zwakke Mogendheeden

met machtigere handeler.

la dien toeftand onzer zaaken wierd ik in 't

kast van April, of begin van May 1781, door

de Heer TriquettU Conful van Sardinien ta

Amfterdam, aangefprooken, en gevraagd, of de

Regeering van onzeSt ad gezind zou zyn, met En­

geland Vreede te maken?

Ik antwoordde, dat ik daaraan niet twyffelds,

byaldien men eenen fchaadelyken Oorlog tegen

A 4 ctns


8 M E M O R I Ë N T O T

eene eerlyke Vreede kon verwisfelen: waarop

gemelde Conful repliceerde, datgelykegeneigd­

heid in Engeland was, en hy my zulks op

goede gronden kon verzeekeren.

Hier op vertoonde Hy my eenen Brief van

den Marquis de Cordon, Minister van Sardinië

in Engeland, gefchreeven aan den Graaf de

Mirabel, Minister van het zelfde Hof in 's Ha.

ge, in welken gem, Marquis, fpreekende van

de geneigdheid om Vreede te maaken,zich dus

uitliet; Les intentions me parais Jent toujours Ja-

verables: on vifè a contenir et non a maltraiter *

enfin on a regret auxpertes, quon caufe au Pais

ou vous Étes. O) Vraagende de Heer Triquetti

my daarop, of ik oordeelde, dat-men eenig gebruik

van die openingkon maaken. Ik antwoordde, dat

dezelve zoo gering was, en de daaden der Engel*

fchen zoo firydig met de goede wil die-men voor­

gaf, dat Ik niet zag, dat men met veel hoop van

goeden uitfiag, van het door den lieer de Cordon

gemelde gebruik zou kunnen maken: doch dat het

niet kwaad kon zyn,zonder zich, in te laaten,

naa?

f» De voorneemens komen, my voor, altyd.gunfiig;

te zyn, men bedoelt te weerhouden, maar niet te mishapder

len. In één woord, men heeft weerzin in defchadenj, die-,

gen. het Land., daargyzyt, toebrengt.


O P H E L D E R I N G , ENZ. 9

waader van evengem. Heer te vemeemen, wat

•men van die gunfïige 1 N T E N T I E N zou kunnen

verwachten.

De Heer Triquetti ftelde my toen voor aan

den Heer de Cordon te laaten afgaan de vol­

gende Brief:

„ Voiant avec plaifir par les Lettres donc

\ vous venéz de m'honorer, que les intentie

„ ons paraisfent toujours favorables , qu'on

„ vife a contenir & non h maltraiter : enfin

„ que c'est h regre: qu'on caufe des pertes a

„ ce païs ci: je dois vous prier, Monfieur,en

„ toute confiance, de vouloir, bien me dire,

„ fi vous avez lieu de croire pofitivement,

„ que le Ministère Britannique, feraic dispo-

„ fé pour un Accomodement particulier, a des

„ condiuons bonrêtes, & telles qui d'après la

grande & antique bafe d'une Union Natu-

„ re 11e , feraient dirigées a pourvoir equitable-

„ ment a tous les objets esfentiels de dignité

„ & de convenance reciproque ; fi vous êtes

„ dans le cas de me donner la desfus des asfu-

„ rances, je pourrais ausfi me trouver dans le

„ cas de vous en dire davantage, moiennanc

„ des eclaircisfemens analogues."

Na

(a) Ziende met veel genoegen in de Brieven, met wek

A 5 ka


lO M E M O R I Ë N T O T

Na verloop van drie weeken deelde my ds

Heer Triquetü meede, het volgende Extracc

uit eenen Brief van den voorgemelden Mar

quis.

„ L'on ne doit pas ignorer en Hollande, les

„ dispofltions de 1'Angleterre, aiant pour ga-

„ rant fon Manifeste, & ] es anciennes iiaifons

„ fondées fur les intéréts reciproques, & nul-

„ lement oubliées ici. Ne les aiant rompu,

„ qu'a regret, je me perfuade que 1'Angleter-

„ re-y reviendra volontiers,dès quon voudra

„ les reprendre fincèrement en Hollande. Si

„ vous

ke U Ed. my vereerd heeft, dat de voornemens altyd

fchynen gunftig te zyn: dat men bedoelt te weerhouden,

maar niet te mishandelen: elndlyk, dat men met weer!

zin befchouwt de fchadens die men dit Land toebrengt,

moet ik U verzoeken , Myn Heer, my, in't uiterst ver'

trouwen te willen zeggen, of UEd. reede heeft, om Hel-

lig te gelooven, dat het Britfche Ministerie gene :

gd zou

weezen tot eene afzonderlyke vereffening, 0pbetaamelyke

voorwaarden, zoodanige, die ingevolge van de groote en

aloude beginzelen van eene natuurlyke vereniging , zou­

den gcfchikt zyn, om op eenereehtmaatige wyzete'voor-

zieri, betrekkelyk alle de esfentieele onderwerpen van

wederzydfche Eer en convenientie; zoo U Ed. in 't °-e-

valis,my désWeegens eenige verzeekering te geeven, zou

ik meede in 't geval kunnen zyn, ü hier op meerte'kun-

nen zeggen, onder bemiddeling van gepaste opnelderfo.

gen,


O P H E L D E R I N G , ENZ. I|

„ vous vous ouvréz davantage, cela me met-

„ tra dans le cas de vous repondre plus ca-

„ thegoriquement. (jï)

Na eenige woordewisfeling over het- evengem.

antwoord, dat my voorkwam niets anders

in te houden, dan de byzondere gedachten van

den Marquis, fteldemy de Heer Triquetü voor,

aan deezen Heer het volgende te fchryven.

„ Comme vous avéz la bonté, Monlieur

„ de me dire que Ton ne doit pas ignorer ici

„ les dispofitions de 1'Angleterre, aiant pour

„ garant fon Manifeste, & les anciennes liai-

„ fons fondées fur 1'Intèret reciproque, & que

„ ne les aiant rompu qu'aregrèt, vous vous per-

M fuadéz qu'elle y reviendra volontiers , dès

„ qu'on voudra les reprendre de la part de ce

„ pais ci, ajoutant au furplus que fi je m'ou-

„ vrais davantage, cela vous mettrait dans le

„ cas

(a) Men moet in Holland niet onkundig zyn van de

neiging van Engeland: hebbende van dezelve tot borghel

Manifest, en de oude Verbindtenisfen, gegrondvest op

de weederzydfche belangen , en alhier geenzins vergeeten.

Dewyl men ze met weerzin gebrooken heeft, hou ik mij verzeekerd,

dat Engeland gaarne tot dezelve zal wederkeeren,

zoo dra men zulks in Holland weedcroprechtlijkzal

willen aanueemen;zoo UEd. zich meerder opent, zal ik

geleegcnheid hebben om UEd. meerder Cathegorisch-1«

antwoorden,


14 M E M O R I Ë N T O T

„ cas de me repondre plus cathegoriquement,

„ je dois vous prier Monfieur, de verifier fi

„ les points fuivans pourraient fervir de bafe

„ k une Negotiation directe.

i e

. „ Le renouvellemetiE des anciens Trai-

„ tés,avec des modificationsequitables,adap-

j, tées aux circonfiances prèlintes & aux In-

têrets mutuels."

a c

, „ Une Satisfaction convenable a fa Maj.

„ Britannique , fur 1'incidenc des Papiers du

„ S r

. Laurens.

3 e

. „ Un arrangemenr amical & proportion-

„ né aux Interets reciproques fur 1'Arc. 4 e

.

„ du Traité de 1674, d'après les principes adop-

„ tés en dernier Keu entre 1'Angleterre & le

„ Danemarc."

4e. „ Un Arrangement tel que Iequité, pour-

„ ra le diéier au fujet des prifes, & autres ef-

;

„ fets de la Guerre." Qa)

Na

(a) Dewyl UEd. de goedheid heeft, Mynheer, my t«

zeggen , dat men alhier niet onkundig moet zyn van de

Veigingen van Engeland,hebbende tot borg deszelfs Ma-

nifesc, en de oude Verbindtenisfen, gegrondvest op hec

wederzydsch belang en dewyl men ze niet dan met weer­

zin verbroken heeft, L Ed. in de verzeekering is, dat En­

geland tot dezelve zal weederkeeren, zoo dra men ze wee-

der in dit Land zal willen aangaan, daar by voegende,

dat


O P H E L D E R I N G , ENZ. I.3

Na dit alles mee alle oplettenheid te hebben

©verwoogen, zeide ik aan meergem. Heere:

„ dat Amfterdam, en Ik in 't byzonder , niet

„ gefteld waren , om de voornaamfie rol in

„ eene Negotiatie met Engeland te fpeelen :

„ om reeden, onder anderen, dat de haat, die

„ door de verregaande mishandelingen, teegen

„ de Engelfchen was opgevat, zoo groot was,

„ dat de geen, of de geenen , die zich met dat

werk zouden willen bemoeijen, zeer ongc-

„ maklyk vry zouden raaken , van ongunffi-

„ ge vermoedens te doen opvatten, en moei-

» lyk

dat byaldien ik my meerder opende, U Ed. daar door in

't geval zou (lellen , my meer Cathegorisch te antwoorden,

zo moet ik U verzoeken , Mynheer, na te vorfchen,

of de volgende punten zouden kunnen dienen tot eene

unmïddelyke handeling.

i e

. De vernieuwing der oude Traftaaten, met bepa*-

Jingen gefchikt naar deteegenwoordige omftandigheeden,

en de wederzydfche belangen.

2 e

. Eene gepaste voldoening aan zyne Britfche Majefteit,

weegens 't geval der Papieren van den Heer Laurens.

3 e

. Eene vriendelyke fchikkinsr,en geëvenreedigd aa:t

de weederzydfche belangens, weegens het 4 tie

Art. van 't

Tra&aat van 1674., volgens de gronden laatstlyk aangenoomen,

tusfchen Engeland en Deenemarken.

V=. Eene fchikking zoodanig als de rechtmatigheid dezelve

zal kunnen voorfchryven , betreklyk de gemaakte

Dryzen, en andere gevolgen van den Oorlog.


Ï4 MEMORIËN f o T

„ lyk het algemeen wantrouwen , als of ze

t, Engelsch - gezind waaren , zouden kunnen

„ ontgaan."

„ Dat me» daar en boven met reeden be-

„ vreesd moest zyn, dat,zoo men in den Haag

„ ontdekte, dat door ons t'Amfterdam, eeni-

„ ge voorloopige of afzonderlyke handeling

„ begonnen was,daar van gebruik zou gemaakt

„ worden, om aan te toonen, dat wy, die ge-

„ houden wierden voor de voornaame aan-

„ voerders van den Oorlog, nu de eerfte wa-

„ ren, om onze hartige Refolutien in ilappe

„ taal te veranderen. "

„ Dat, wat de vier voorgefteldepreliminaire

„ Articulen aanging, op het eerfte, naamlyk,

„ de vernieuwing der oude Traftaaten, met

„ rechtmaatige bepaalingen,gefchikt naar de

„ tegenwoordige omftandigheeden, en de weder-

„ zydfche belangen, onderfteid zynde dat het

„ belang van de Republiek eischte verbintenis-

„ fen aan te gaan, provifwneel geene aanmer-

„ kingen te maken waren , dewyl men te vooren

„ moest weeten, waar in die bepalingen zouden

„ beftaan."

„ Dat op het & eene gepaste voldoening aan

„ zyne Groot Britannifche Majesteit, weegens

„ de Papieren van Laurens, voorzeeker aan te

„ mer-


O P H E L D E R I N G , ÈNZ. l§

5% fnerken was, dat byaldien zyne Koningly-

„ ke Majefteit nog eenige Satisfactie vorder-

„ de , na dat Hoogstdezelve zich ingevolge

„ deszelfs Manifest, die met eigene handen

„ verfchaft had, die Satisfactie,zoo men 'eral

,, eene verfchuldigd mochte weesen, niet dan

„ zeer gering zou kunnen zyn: en niets des-

„ weegens kunnen worden toegeltaan, ten zy,

„ in dit Artykel bygevoegd wierd, dat de Re-

„ publiek , voor den hoon, haare Vlag en

„ Grondgebied aangedaan, behoorlyke voldoe-

„ ning zou erlangen, dewyl zy op vry beeter

„ gronden Satisfactie konde eisfchen."

„ Dat de inhoud van het 3 e

. eene vriendelyke

„ fchikking, en evenreedig aan de weederzydfche

„ belangen, weegens het sf.Art.vanhetTrac-

,, taat van 1674, volgens de principes, laatst-

„ lyk aangenomen, tusfchen Engeland en Deene-

„ marken, te voorloopig was, en een onderwerp

„ moest zyn , van de onderhandelingen , en

men dus niet meerder behoorde te zeggen,

„ dan by 'c eerfte Art. reeds gezegd was."

„ Dat op het 4 e

. eene fchikking volgens de

billykheid,op het ftuk van gemaaktepryzen en

andere gevolgen van den Oorlog, Ik ook gee-

„ ne aanmerking had: maar dat 'er noodwen-

;, dig noch één Artykel moest by gevoegd

„ wor-


19 M E M O R I Ë N T O T

„ worden, naamlyk, eene volkoomene Reftitutïè

„ van de bezittingen, van welke men zich Mees*

„ ter zal hebben gemaakt: zoo veel mooglyk, in

„ den ftaat daar men ze in zal gevonden hebben:*

„ Dat in geval deeze aanmerkingen en ver-

„ naderingen voldoende wierden gevonden ,

„ ik als dan wel wilde van de zaak opening

„ geeven, aan eenige vertrouwde Regenten."

Eenigen tyd daarna zei my de Heer Tri­

quetü, dat men myne aanmerkingen had goed­

gekeurd, en verzocht 4 van de opgemele4 Ar-

ticulen te zamen met myne aanmerkingen ,

kennis te geeven, daar ik zou vermeenen zulks

van dienst te kunnen zyn»

Ik gaf dan daar van de eerfte kennis aan de

Heeren , J. Elias Arnoudsz. Regeerend Burge­

meester , van Maarfeveen, Graaflanden Deutz j

de Heer Temminck meede Regeerend Burge-

gemeester, was op den Dagvaart: en de Heer

Hooft, die ook Regeerend was, wierd van 't

geheim onkundig gelaaten, om dat allernood^

zakelykst geoordeeld wierd, het zelve zorg­

vuldig te bewaaren.

De opgemelde punten kwamen in 't algemeen

niet ongefchikt voor, om tot praliminairen te

kunnen dienen, behalven nochtans het geeven

van Satisfactie, dopr of van weegens onze Stad,

of


O P H E L D E R I N G , ÉNZ. \f

of döor één of meerder van haare Regenten.

Alvoorens doch iets verders daar in te doen,

vonden wy goed van 't voorgevallene kenhis te'

geeven, aan de Heeren Temminck en Huyghens $

als meede aan den Penfionaris Visfcher.

De Heer van Maarfeveen, die op zich genomen

had, dien zelfden dag naar buiten gaande

, den Heere Huyghens, die meede op zyn buiten-goed

wasj over de zaak te onderhouden i

meldde my des anderen daags, dat hy evehgem.

Heer zeer huiverig had gevonden : dat zyn

Ed: gezegd had: „ dat de wyze, op welke dë

,, Historie by ons aangevangen wierd, Hem

,, geheel niet aanfiont, en wy de Dupes van

„ zoortgelykepourparlers zouden kunnen zyn :

^, dat Burgemeesteren van Amfterdam in deêzen

zeer voorzichtig moesten weezen, örri

geen gevaar te loopen,dat men hun de ftap^

tegen den Hertog gedaan, eens deed betaaj,

len: dat men op het eerfte point niet kori

i, fchynen iets toe te willen geeven, dewyl

j, zulks ten eenemaal van de Noordfche Mof,

gendheeden afhing, dat de Engelfchen vol-

,-, ftrekt geene de minfte Satisfactie kenderi

vorderen, dewyl zy ons, en wy niet hen bejj

leedigd hadden: dat hy dierhalven niet kori

I, begrypen, dat men van Satisfactie fprak, eri

\l. DEEL. B h &ï


*8 M E M O R I Ë N T O T

*> wy tot die laagheid niet behoorden te ko-

„ men: dat hy dierhalven oordeelde, het aan-

„ zoek van de hand behoorde geweezen te

„ worden."

Alhoewel de reedenen van den Heere Huyg­

hens niet zonder grond waren, kwamen zy my

doch niet fterk genoeg voor, om een geheel af­

keurend andwoord te geeven : want, vooreerst,

konden wy, ten aanzien der voorzegde pour

parlers, met genoegzame voorzichtigheid te

werk gaan, daar het zeeker was, zoo als de

Beer Huyghens wel aanmerkte, dat Burgemees­

teren van Amfterdam voorzichtiger dan ande­

ren moesten zyn.

Ten tweeden, kon ik niet erkennen, dat men

op het eerfte punt, naamlyk dat van de Naval

flores, niets kon toegeeven, om dat zulks van de

Noordfche Mogendheden afhing. Ik vermeende

het tegendeel: vooreerst, om dat by het Trac-

taat der gewaapende Neutraliteit wel befproo-

ken was, de handhaaving der vrye Vaart vol­

gens dewederzydfcheTraclaaten, maar niet uit-

geflooten het maaken van zoodanige overeen-

komften en uitleggingen van die Tracfaacen,

als men by tyd en wylen zou goedvinden :

zoo als Deenemarken zulks ook laatst getoond

had. Ten anderen: om dat, daar de Noordfche

Mo-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 10

Mogendheeden , zeer verre waren , van ons

de hulp, by het Traclaat van gewaapende Neu­

traliteit befprooken, te geeven, wy niet gehou­

den waren, om haaren 't wille in Oorlog te bly­

ven : terwyl men ook reeds genoegzaam on­

derricht was, dat het maaken van eene afzon-

derlyke Vreede , aan de Keizerin niet onge­

vallig zou zyn.

Ten derden: dat, offchoon het zeekerlyk waar

was, dat Engeland eerder aan Ons, dan wy

aan Engeland Satisfactie behoorde te geeven,

het doch niet te ontkennen was, dat de han­

deling met de Americaanen zeer aanftootlyk,

zoo niet hoonende voor den Koning van En­

geland geweest was. Waarby noch kwam, dat

zoo wy eenige Satisfactie zouden moeten gee­

ven, dezelve niet dan zeer gering zou zyn,

en pari pasfu gaan, met de geene, die wy van

de Engelfchen zouden verkrygen.

Maar 'c geen my voornaamlyk met tegenzin

van de aangebodene handelingen deed afzien ,

was de befchouwing van den droevigen toe­

ftand, in welken ons Land zich bevond, en ik

niets dan onheil in den Oorlog voorzag, dewyl

wy ongewaapend en verdeeld waren.

Ondertusfchen was de huiverigheid van even-

gem. Heer, ook tot de andere Heeren over-

B a ge-


M E M O R I Ë N T O T

gegaan: en daar de Heer Triquetü op antwoord

aandrong, kon ik dus denzei ven niet anders

zeggen , dan dat ik niet geloofde, dat van onze

kant veel in die zaak zou gedaan worden, en men

zich in den Haag zou moeten adresfeeren, Waar-

opHy my antwoordde, dat hetonnoodigwas• eeni­

ge n flap in den Haag te doen , zoo lang men niet,

ten minften eenigzins, onderricht was, van de ge­

dachten van de Heeren van Amfterdam: dat te

vooren geene flappen zouden gedaan worden.

Ondertusfchen had ik den Heere van Maar-

feveen in antwoord van 'c geen zyn Ed. my

wegens het gevoelen van den Heere Huyghens

gemeld had, zoodanig gefchreeven, als te zien

is in deBylag. Lett. A. en op den 13 J u] y on­

derhield ik den Heer Huyghens, die in de Stad

gekomen was, zeiven daar over.

Ik vond dien Heer toen vry minder huiverig,

dan ik uit het fchryven van den Heere van

Maarfeveen befloten had. Zyn Ed. keurde vol­

komen goed, 'tgeen ik in den beginne, onder

eenige aanmerkingen, op het i«, 3e e n 4e p u n t,

gezegd had. Daar heenen gingen ook de gedach­

ten der andere Heeren. Wy waaren het allen

eens, dat het beeter was, zich op het tweede

punt, naamlyk, op het geeven van Satisfactie,

te excufeeren , en zulks beleefdelyk van de

hand


O P H E L D E R I N G , ENZ. 21

hand te wyzen: om allezins te vermyden, dat

Amfterdam zou kunnen fchynen goed te keuren,

het geeven van eene voldoening wegens het

punt in questie,hoe gering die voldoening ook

zou mogen weezen.

Doch alvorens op deeze voet aan den Heer

Triquetü geantwoord wierd, gebeurde 'er iets,

dat ons, en byzonder my,noodzaakte, meerder

omzichtigheid te gebruiken. De Penfionaris Vis­

fcher meldde my uit 'sllage, dat de Keizer ge­

zegd had, onderricht te zyn, qu'il y avait des

Uaifons entre Mr. Rendorp & Mr. Triquetti,

pour faire traiter enAngleterre, d'une pa ix par­

ticuliere,par fentremife de fon atni Cordon. (V)

Iets diergelyks was aan den Heere Graafland

meede uit 's Hage gefchreeven, en door zyn

Ed. my meedegedeeld. 'tEen en ander had tot

gevolg, dat wy beflooten af te fnyden, alles

wat eenigen fchyn van afzonderlyke handeling,

van onzen kant begonnen of voortgezet, zou

kunnen hebben: en dat ingevolgen, door my

aan den Heer Triquetti zou gezegd worden: dat-, i

aangezien Amfterdam maar een Lid van Staat,

en van de Souvereiniteit was, zy niet kon of wilde

voor-

(a) Ik heb reeds in 't voorgaande Deel verflag gedaaa

van 'c geen deswegens tusfchen den Keizer en my ves-

üjandeld was. B %


4 2

M E M O R I Ë N T O T

_ vooruitloopen: dat zoo men met deeze zaak voort

wilde gaan,men daar vankennis moest«eeven

terplaatze alwaar volgens de Conjlttutie der

Regeering , zomgelyke zaaken verhandeld

moeten worden.

Ik kweet my daarvan by meergem. Heere

en kon teffens niet nalaaten aan zyn Ed. eenig'

*ins myne gevoeligheid te betoonen, over het

uitlekken deezer zaak: waar op zyn Ed. zich

ten besten verontfchuldigde.

Daar wierd te geJyk bepaald, dat ik naar den

Haag zou gaan: vooreerst, om de Heeren Tem­

minck en Visfcher opening van alles te geeven:

en ten anderen, om met goedvinden van even-

gemelde Heeren, kortlyk alles aan den Heere

Raadpenfionaris meede te deelen, met byvoe-

g>ng, dat wy zyn Ed. daar van kennis gaven,

om daarvan by zoodanige Perzonen, als zou

goedvinden, gebruik te maaken.

Ik vertrok dan den ,5, naar 'sHage, en vol-

deed aan onze affpraak: en wel by den Raad­

penfionaris, met de noodige omzichtigheid, om

geene reede te geeven tot het zeggen, dat Am­

fterdam het eerfte aan de hand kwam.

Evengcm. Heer vroeg my, hoe wy op de

zaak dachten? maar niet goedvindende my daar

op verder uit te laaten, zeide ik alleen: dat


O P H E L D E R I N G , ENZ. 23

byaldien wy meergem. Artt. vol ft rekt verwerp-

lyk hadden gevonden, wy de moeite niet zou­

den hebben genomen, dezelve over te neemen,

en 'er zyn Ed. kennis van te geeven.

Ik erken zeer gaarne, dat wy, en in 't by­

zonder ik, de voorzichtigfte party, met op de

voorfchreeve wyze te handelen, verkooren

hebben: maar kan niet zeggen, dat zy, tot be­

vordering van 't heil van den Staat, de beste

was. Vry beeter was het geweest, dat die wei­

nige Lieden, die in het vertrouwen waren ,

getracht hadden, van de waare oogmerken van

't Hof van Engeland nader onderricht te wor­

den : en dat byaldien zy die oogmerken bevon­

den hadden , overeenkomftig te zyn met het

welzyn van den Staat, zy als dan al hun ver­

mogen en invloed , (en dat van Amfterdam

was°toen niet gering) , gebeezigd hadden , om

de zaak tot een goed en vreedzaam einde te

brengen.

Het fprak van zeiven , dat zy zich, veel

minder de Republiek , niet moesten verbin­

den, noch handelen, zoo als de Penfionaris van

Berckel met de Americaanen gehandeld had.

Hier teegen was, zoo 't my voorkwam, nie-s

anders dan de perfoneele vrees, dat die han-

delwyze door eenige heethoofden kwaalyk ge-

B 4

d u i d

>


?4 M E M O R I Ë N T O T

duid, en daar van gebruik gemaakt zou zyn ge­

worden , om de geenen, die zich daar meede ge­

moeid hadden , by de Gemeente verdacht te maa­

ken Ik beken 't, men liep dat gevaar : maar een

braaf Regent die zyn leeven en goederen voor

zyn Vaderland veil heeft, kan getroost zyn, zy-

"en goeden naam, tot dat zelfde einde, inde

-^aagfchaal te ftellen. Was'tnietreedsongeluk!

^g genoeg,datin 't voorig Jaar eenige heet-

hoomen den Staat in eenen noodlottige Oor­

log hadden ingewikkeld? Moest men zich nu

«fc t ware,fchaamen,daareenige dier heethoof­

den nu hunnen invloed verlooren hadden te

trachten het aangedaane leed, zoo fchielyk moog-

Jyk te heelen ? Amfterdam was in February

1781 met meer, 'c g e en Amfterdam in 1780 ge­

weest was. Zoo als de zaaken nu aldaar wierden

»ge»en, was men gezind, om door eene ge­

paste omzichtigheid, dezelven wederom te bren­

gen, zoo 't eenigzïnts mooglyk was. in den

ftaat,uit welken een ontydige yver ze gebracht

had Zy had thans bezadigde R e g e n t e n . d i

Oflchpon 2y met verontwaardiging gevoelden,

de verregaande mishandelingen, door de Engel­

fchen hunne Medeburgeren aangedaan, teffens

metde uiterfte aandoening«agen, dat deStaat

die aan hunne zorgen gedeekelyk was toever­

trouwd,


O P H E L D E R I N G , ENZ. «IJ

q-ouwd, teegen dat geweld niet beftand was.

Regenten, die ziels genoeg hadden, om in de

nood, ter eere van hun Vaderland, alles aan

te fpannen, liever dan eene fchandelyke Vree­

de aan te gaan: maar die niet konden, noch

mochten twyffelen, dat ecrlyke Vreede, voor

een handeldryvend Volk, altyd boven Oorlog

verkiesbaar is: en voornaamlyk boven eenen,

die reeds zoo noodlottig was, en waarfchynlyk

noch noodlottiger zou worden, voor dat men

in ftaat zou zyn , zich te verweeren : men

fpreekt niet van aanvallen.

Het zou zeekerlyk niet zeer pasfelyk zyn ge­

weest, dat, daar een der Burgemeesteren, die

in 't jaar 1780 in regeering was geweest, nu

weder in regeering was, Amfterdam geree-

delyk in het geeven van Satisfactie had toege-

ftemd: maar dit had immers beleefdelyk van

de hand kunnen geweezen worden: of men

had ten minften kunnen hooren, of Engeland

daarop zou hebben blyven ftaan : behalven

dat, gelyk ik zoo even gezeed heb, en in myn

eerfte gefprek met den Heere Triquetti reeds

bepaald was, van de Republiek geene Satis­

factie voor 't bewuste geval geëischt zou wor­

den, ten zy Haar door den Koning Satisfactie

toegezegd wierd.

B 5 Men


2,6 M E M O R I Ë N T O T

Men had dus t'Amfterdam van de voorge-

ftelde handelingen met Engeland afgezien, toen

de Heeren Temminck en Visfcher, Gedeputeer­

den ter Dagvaart, door den Raadpenfionaris,

uit naam van Zyne Hoogheid, tot het houden

eener Conferentie op Vrydag den 27 July,

genodigd wierden.

Die Heeren zich by Zyne Hoogh. vervoegd

hebbende, verftonden, dat Hoogstdezelve genee-

gen zynde, met eenige Regenten van de voor-

naamfte Stad in Holland te raadpleegen, over

zaaken waar in de Republiek het allergrootfts

belang had, gemelde Heeren tot dat einde by

zich had verzocht, om van hun te verftaan,

„ of de Regeering van Amfterdam geneegen zou

5» zyn, op eene of andere wyze, de gevoelens

„ van het EngelfcheHof te laaten ondertasten:

„ en zoo ja, welke daartoe het meest gefchikt

„ voorkwam.

Gemelde Heeren, na daar op met de gepaste

heuschheid geantwoord te hebben, voegden

daar by, „ dat zy, zonder de Heeren hunne Prin-

„ cipaalen te willen vervangen, wel durfden

„ verzeekeren, dat dezelven 'er niets teegen

„ zouden hebben, zoo 'er het een of ander om-

,, trent deeze zaak onder de hand getenteerd

„ kon worden: dat zy verzochten, vooraf het

„ prse-


O P H E L D E R I N G , ENZ.

„ prceadvys van Zyne Hoogheid te moogen ver-

„ neemen, en of in deezen al eenig tentamen ge-

„ daan was: terwyl zy voor Hoogstdezelve niec

„ wilden verbergen, onder daags informatie te

„ hebben ontvangen, da: 'er reeds eenigen tyd

„ geleeden, tusfchen de twee Sardinifche Mi-

„ nisters deMirabel en Cordon, in denHaag en te

„ London refideerende, Correspondentie had

„ plaats gehad: en zelfs dat ons vifie was gegee-

„ ven, van eenige Articulen, waar op het En-

„ gelsch Ministerie, mooglyk, wel in onderhan-

'„ deling zou willen treeden: dat zy niet twyf-

„ felden, of Zyne Hoogh. zou hier van reeds

„ onderricht zyn."

Zyne Hoogheid erkende, dat hem wel iets

omtrent de gehoudene Conferentie bekend

was, en zelfs diags te vooren daarover, door

den Heere de Mirabel, by geleegenheid van

een Soupé op de Oranje - Zaal, onderhouden

was: dan Hoogstdezelve fcheen niet te willen

weeten van eenige Articulen, welke de Raad­

penfionaris nochtans erkende gezien te hebben.

Doch Zyne Hoogh. zeide „ in de Perzoonen,

„ die de gezegde Correspondentie begonnen, en

„ eenigen tyd voortgezet hadden geen zin te

,, hebben: dat van gedachten was, dat men 'er

„ geen vreemden in moest haaien, of gebruik

„ maa-


28 M E M O R I Ë N T O T

„ maaken van zoodaanigen, die zich daartoe van

„ zelfs opwierpen, of aanboden; dewyl het

„ voornaam oogmerk van dar. zoort van Minis-

„ ters meestentyds was, eenige prefenten of

„ groote belooningen voor zich te verkrygen:

» gclyk gebeurd was met den Minister deFiry,

„ meede wegens Sardinien in 's Hage gerefi-

„ deerd hebbende:" dat van oordeel was, het

beste te zyn, van hier een bekwaam Perzoon,

doch zonder Character, naar London te zen.

den, om de gevoelens van hetEngelsch Minis­

terie te polfen: of zoo als de Raadpenfionaris

die noemde, om te hooren, te zien , en te zwygen.

Op dit voorftel wierd door meergem. Hee­

ren in fubltantie gerepliceerd: „ dat zy voor

„ hun wel konden zeggen, het employ van

„ zoodanig iemand, als Zyn Hoogheid voor-

„ floeg, en met geen verder of uitgeftrekter

„ last voorzien, verkoozen, boven dat vanMi-

„ nisters van vreemde Mogendheeden: doch

,, dat zy niet konden nalaaten, Zyne Hoogh.

„ met één woord, alles nochtans zonder de

„ Heeren hunne Principaalen te vervangen ,

„ eenige aanmerkingen meede te deelen, op

„ de Articulen welke aan eenige Heeren van

„ Amfterdam ter hand gefield waren: en wel

** °P het eerfte, aangaande de vernieuwing der-

,5 Trae-


O P H E L D E R I N G , ENZ. 2$

?, Trüclaten, dat dit hun ongeraaden voor-

j 5 kwam: dewyl dezelve, hoe voordeelig ze ook

„ konden fchynen, nooit voordeel aanbrach-

i y ten; alzoo te meermaalen ondervonden was,