De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in ... - Rooilijn

rooilijn.nl

De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in ... - Rooilijn

Rooilijn Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in Ecuador P. 48

De invloed van de

mondialisering op

volkswoningbouw

in Ecuador Christien Klaufus


Rooilijn

Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in Ecuador P. 49

Als gevolg van grootschalige arbeidsmigratie naar het Westen ondergingen steden

in Ecuador aan het eind van de vorige eeuw snelle fysieke en sociale veranderin-

gen. Families uit lagere sociale klassen wisten hun woonsituatie te verbeteren

dankzij het geld dat gemigreerde familieleden opstuurden. Om hun sociale stij-

ging aan de buitenwereld te tonen, kozen zij voor een opzichtige woningarchitec-

tuur. Daardoor werden lokale professionals in hun werk met nieuwe dilemma’s

geconfronteerd.

Het Zuid-Amerikaanse land Ecuador

bevond zich rond de millenniumwisseling

in een turbulente periode. Na jaren van

politieke instabiliteit en corruptie en de

desastreuze gevolgen van de natuurramp

‘El Niño’ kregen de Ecuadoranen in 1999

te maken met een diepe economische

crisis. Het stringente economische beleid

van president en ‘Harvard-boy’ Jamil

Mahuad leidde tot hyperinflatie en tot het

faillissement van de grootste banken van

het land. Spaarzame burgers waren in één

klap al hun spaargeld kwijt. De president

werd in een staatsgreep afgezet maar zijn

opvolger zette zijn beleid voort. In 2000

werd de munteenheid sucre verruild voor

de Amerikaanse dollar, waardoor de kosten

van alledaagse uitgaven nog verder stegen.

Veel gewone Ecuadoranen zagen in die

periode hun bestaanszekerheid afnemen

en verloren de hoop op een betere toekomst

in eigen land. Daardoor kwam vanaf de

tweede helft van de jaren negentig een massale

emigratiegolf naar de VS en Europa op

gang. De massale uitstroom van mensen

leidde tot een verdere internationalisering

van de Ecuadoraanse cultuur doordat de

migranten geld, goederen en nieuwe ideeën

naar hun achtergebleven familieleden

stuurden. De culturele veranderingen

hadden invloed op sociale relaties,

leefwijzen en expressievormen, ook in de

woningbouw.

In dit artikel worden de resultaten van een

antropologisch onderzoek gepresenteerd

dat tussen 1999 en 2003 is uitgevoerd in

de provinciesteden Riobamba en Cuenca

in het centraal-zuidelijke hoogland van

Ecuador. Het onderzoek richtte zich op de

ontwikkelingen in de volkswoningbouw

en de sociale verschuivingen die daarmee

samenhingen. Er wordt beschreven hoe

families die dankzij buitenlandse inkomsten

op de sociale ladder wisten te stijgen,

hun nieuwe positie in de woonomgeving

tot uitdrukking brachten. De meningen en

ervaringen van architecten en beleidsmakers

in dat proces vormen de andere kant

van het verhaal (Klaufus, 2006).

Transnationale migratie

Toen aan het begin van het nieuwe

millennium de omvang van de stroom

arbeidsmigranten duidelijk werd, bleken

al honderdduizenden Ecuadoranen voor

langere of kortere tijd naar de VS, Spanje

of Italië vertrokken te zijn. Alle persoonlijke

drama’s ten spijt, de succesverhalen

werkten als een katalysator. Uit verschillende

sociale lagen van de bevolking en

uit alle provincies van het land stonden

mannen en vrouwen klaar om illegaal naar

het buitenland te reizen in de hoop op werk

en een beter leven. De arbeidsmigratie ging

gepaard met de instroom van buitenlands

geld dat door de migranten naar hun

families gestuurd werd. In 1996 bedroegen


Rooilijn Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in Ecuador P. 50

de zogeheten remittances nog 485 miljoen

dollar, in 2003 was dat al anderhalf miljard

en een jaar later 1,7 miljard, zo’n zeven

procent van Ecuador’s bruto nationaal

product. In de nationale economie werden

remittances na olie-export de tweede bron

van inkomende valuta en dus van grote

waarde voor de regering, die de migratie

dan ook niet afremde. Dankzij het geld dat

transnationale migranten naar Ecuador

stuurden, konden veel achterblijvers hun

woon- en leefsituatie verbeteren. Families

die geld ontvingen, verbouwden hun

woningen soms tot ware paleizen. De

invloed van arbeidsmigratie op de lokale

bouweconomieën was in 2001 en 2002

goed merkbaar. Volgens een landelijke

studie had gemiddeld vijftien procent

van de families uit Ecuadoraanse steden

een familielid in het buitenland. In de

zuidelijke stad Cuenca lag dat percentage

iets hoger. Deze families ontvingen gemiddeld

acht keer per jaar een bedrag van

175 dollar; in Cuenca gemiddeld nog iets

meer (Bendixen & Associates, 2003). Voor

huishoudens die normaal gesproken van

honderd of tweehonderd euro per maand

moeten rondkomen, betekent zo’n extra

geldbedrag al snel een verdubbeling van

het maandinkomen. In sommige gevallen

leidde het ertoe dat leden van gemarginaliseerde

groepen zoals boeren en volkswijkbewoners

op de maatschappelijke ladder

konden opklimmen. Zij verbouwden hun

huizen en kozen opzichtige bouwstijlen

om hun nieuwe sociale positie kracht bij

te zetten. Tegelijkertijd veroorzaakte de

sociale mobiliteit van succesvolle transnationale

migranten ook een grotere kloof

tussen rijk en arm, omdat de consumptiedrift

van de sociale stijgers de prijzen in

sommige steden flink had opgestuwd. De

families zonder extra inkomsten konden

die prijsstijgingen niet betalen en zakten

dieper weg in armoede.

Mythische huizen

Omdat de emigratie vanuit de zuidelijke

provincies eerder op gang gekomen was

dan in de rest van het land, werden de

dorpen en steden daar proportioneel

met de grootste uittocht van arbeids-

krachten en met een enorme import van

geld geconfronteerd. In de regio Cuenca

waren de veranderingen in het straatbeeld

duidelijk zichtbaar. Al vanaf de jaren

zeventig en tachtig werden in de dorpen

rond de stad de karakteristieke portaalwoningen

van adobe en hout vervangen door

grote, gesloten villa’s. In de jaren negentig

kwamen daar appartementencomplexen

van gladde en glimmende materialen bij.

De nieuwe woongebouwen vielen op door

hun materiaalgebruik, de vorm, de rijke

decoraties en vooral door hun grootte.

Op sommige gebouwen prijkte de naam

van de trotse familie die het huis had laten

bouwen. Omdat ze boven de oude adobe

huizen uitstaken, trokken ze in het landschap

de aandacht.

Binnenshuis lieten migrantenfamilies

comfortverhogende voorzieningen

aanbrengen zoals boilers en ligbaden.

Veel families lieten zich inspireren door

huizen die hun familielid in het buitenland

had gezien hetzij in het echt, hetzij op

afbeeldingen. Ze vroegen een architect of

aannemer om een soortgelijk ontwerp te

maken. De ontwerpers en bouwers kregen

de taak de soms buitenissige wensen van

hun opdrachtgevers te verwerken met de

materialen en technieken die ze in Ecuador

tot hun beschikking hadden. Een priester

in Cuenca vertelde bijvoorbeeld hoe één

van zijn parochianen, een vrouw wiens

man naar het buitenland vertrokken was,

aan een architect een plaatje liet zien van

het model dat ze voor haar nieuwe huis

wenste: het was een afbeelding van het

Sydney Opera House. Een vrouwelijke

architect uit Cuenca had ooit een vergelijkbare

opdracht gekregen. Het had haar

veel moeite gekost om van een plaatje met

daarop een kolossaal kantoorgebouw een

woningontwerp voor een klein, stedelijk

perceel te maken. Als een huis er eenmaal

stond, bleken de bewoners de voorzieningen

bovendien vaak heel anders te gebruiken

da waarvoor ze waren bedoeld. Zo zag

zij bijvoorbeeld ooit dat in een luxueuze

villa van een migrantenfamilie het ligbad

gebruikt werd om maïskolven te drogen

en alleen een keuken en een slaapkamer in


Rooilijn Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in Ecuador P. 51

Familietrots vastgelegd in woningbouw

gebruik waren genomen; de rest stond leeg.

Volgens de architect hadden de mensen

weliswaar genoeg geld om een goed huis te

kopen maar geen idee hoe erin te leven en

het te gebruiken.

Toonaangevende architecten en beleidsmakers

vonden de huizen van de nieuwe

rijken ongepast voor het stedelijke of

buitenstedelijke landschap en ongeschikt

voor de leefwijzen van de bewoners.

Ook waren de architecten bang dat het

monumentale karakter van de historische

binnensteden verloren zou gaan door

de oprukkende opulente huizen. Dat

deed de hang naar lokale eigenheid en

de waardering voor lokale bouwtradities

toenemen. Architectuur en woningbouw

werden de inzet van verwoedde discussies

over ‘geschikte’ bouwvormen. De

professionals die verantwoordelijk waren

voor de volkshuisvesting, ruimtelijke

ordening en de beeldkwaliteit van stad

en landschap, hadden geen grip op deze

ontwikkeling. Dit kwam mede doordat

de beleidshandhaving te wensen over

liet. De gemeentelijke afdeling bouw- en

woningtoezicht functioneerde doorgaans

gebrekkig. Veel bouwinspecteurs konden

geen bouwtekeningen lezen en het

kwam regelmatig voor dat er geen auto’s

beschikbaar waren om op inspectie te gaan.

Bovendien was er corruptie en willekeur

binnen de gemeentelijke diensten, waar-

door controles selectief werden uitgevoerd.

De directeur van bouw- en woningtoezicht

in Cuenca vertelde bijvoorbeeld dat zijn

dienst bepaalde delen van de stad jarenlang

niet had gecontroleerd omdat het gerucht

ging dat het er gevaarlijk was. Terwijl veel

gevestigde architecten bezwaar hadden

tegen de veranderingen in de volksarchitectuur,

hadden vooral jongere vakgenoten die

nog geen grote klantenkring hadden, baat

bij de nieuwe klandizie. Zij verwelkomde

de niches in de woningbouwmarkt en

droegen bij aan de productie van nieuwe,

opvallende woonhuizen aan de stadsrand.

Met andere woorden: er bestond

geen consensus over de wenselijkheid of

onwenselijkheid van de nieuwe vormen van

volkswoningbouw.

Achter deze discussies ging bovendien een

complex probleem schuil van verdwijnende

oude hiërarchieën en nieuwe sociale

relaties. Architecten die tot de culturele

elite behoorden, zagen in de opkomst van

de zogenaamde ‘migrantenarchitectuur’

de vervlakking en ‘vervolksing’ van de

stedelijke samenleving. Dat was overigens

niet alleen het geval in Cuenca maar ook

in het meer naar het noorden gelegen

Riobamba dat vanaf het einde van de jaren

negentig met transnationale migratie

en mondialisering te maken kreeg. De

nieuwe sociale normen en architectonische

vormen werden niet alleen door profes-


Rooilijn Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in Ecuador P. 52

sionals maar ook door de overige burgers

bekeken, beoordeeld en soms betwist.

Vreemde voorbeelden gingen in het

alledaagse discours een eigen leven leiden.

Zo ontstond een stedelijke mythe over een

opzienbarend migrantenhuis. In die mythe

die in verschillende varianten verteld werd,

staat het huis van een migrantenfamilie

centraal. Dat huis zou ergens in een klein

dorp in de buurt van Cuenca liggen; de

naam van dat dorp wisselde per verteller.

Over het huis werd verteld dat het groot en

erg luxueus was. Het had zelfs een lift. Om

uiteenlopende redenen werd de lift alleen

gebruikt om vee in te stallen: de boeren

zouden niet weten hoe ze een lift moesten

gebruiken of er was in het dorp nog geen

elektriciteit. Het verhaal werd altijd op een

spottende toon verteld, ter illustratie van de

misplaatste rijkdom van mensen die boven

hun stand wilden leven. Niet toevallig had

de mythe dorpsbewoners als onderwerp.

Het verhaal werd namelijk ook gebruikt

om een nieuwe sociale orde te construeren,

gebaseerd op het oude herkenbare

contrast tussen stad en platteland en tussen

een stedelijke middenklasse en boeren.

Zo legitimeerden de stedelingen hun

eigen moderne levensstijlen, terwijl al te

opvallende consumptiepatronen werden

gecorrigeerd. De snelle sociale en culturele

veranderingen en de ambivalente gevoelens

die dat opriep, werden via het vertellen van

de mythe bespreekbaar gemaakt.

Potentiële klanten

Hoe kritisch of denigrerend de opmerkingen

van stadsbewoners over vermeende

migrantenhuizen in dorpen en verre

buitenwijken soms ook waren, iedereen gaf

toe dat de gevolgen van de mondialisering

en modernisering veel dichter bij huis te

vinden waren. Twee decennia terug was

het bijvoorbeeld nog heel gebruikelijk dat

woningzoekenden uit de lagere middenklasse

een perceel kochten en daarop

eigenhandig of met hulp van vrienden en

familie een huis bouwden. Het bouwproces

in volkswijken werd zo geheel of gedeeltelijk

bepaald door het systeem van wederkerige

arbeid, met alle dankfeesten, rituelen

en uitbetalingen in natura die daarbij

hoorden. Loonarbeid werd alleen ingehuurd

voor de onderdelen die de eigenaar

niet zelf kon maken. Tegenwoordig heeft

betaalde arbeid de plaats van de wederkerigheid

in bouwprocessen ingenomen.

Industriële bouwmaterialen werden ook in

volkswijken steeds populairder: een huis

van gemetselde baksteen kon veel sneller

gebouwd worden dan een huis van adobe.

Omdat het verwerken van dit product

gespecialiseerde technieken vereist, kunnen

de bewoners dat vaak niet meer zelf. De

tijdswinst die een snelle bouw oplevert,

maakte zo’n huis ondanks de kosten van

arbeidsloon toch goedkoper dan een zelfgebouwd

huis. Tijdens de economische crisis

eind jaren negentig werden de kosten van

het in natura uitbetalen van vriendendiensten

tijdens het langdurige zelfbouwproces

voor veel volkswijkbewoners gewoonweg

te hoog. Een volkswijkbewoonster uit

Riobamba verwoordde dat treffend door

te stellen dat “wat je uitgeeft aan een feest,

daar kun je ook een raam van kopen.”

Economische veranderingen brachten

veranderingen in prioriteitstelling en in de

onderlinge sociale verhoudingen teweeg.

Met de modernisering van de stedelijke

arbeidsrelaties viel de vanzelfsprekendheid

van vriendendiensten weg. Woningbouw

werd een individuele aangelegenheid.

Toen, mede als gevolg van massale

emigratie, de sociale stijgers met elkaar

gingen wedijveren om de opvallendste

huizen te bouwen, werd ook de vormgeving

van huizen steeds individueler. Families

die een nieuw huis wilden bouwen of hun

bestaande woning wilden laten verbouwen,

riepen daarom soms de hulp in van professionele

ontwerpers, zodat ze iets bijzonders

zouden krijgen. Omgekeerd ontdekten

architecten, ingenieurs en aannemers

de sociale stijgers als potentiële klanten.

Hadden architecten vroeger vooral klanten

uit de binnenstedelijke middenklasse, nu

bezochten ze ook migrantenfamilies in

verderweg gelegen volkswijken en dorpen

in de hoop er een opdracht te verkrijgen.

Op die manier leverden de gevolgen van

mondialisering en modernisering tal van


Rooilijn Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in Ecuador P. 53

nieuwe dilemma’s op. Sommige professionals

zagen de toegenomen bestedingen

in de bouwsector als wenselijk vanwege de

werkgelegenheid, andere zagen deze juist

als onwenselijk omdat ze de lokale cultuur

en het stadsbeeld en landschap aantastten.

Over de emancipatoire kracht van

woningbouw sprak vrijwel niemand. Een

sociaal-wetenschappelijk onderzoeker van

de Universiteit van Cuenca merkte eens op

dat lokale bestuurders jarenlang hadden

getracht het platteland via hulpprogramma’s

te moderniseren. Nu voormalige

boeren hun leven op eigen kracht gemoderniseerd

bleken te hebben, schrokken

bestuurders en de culturele elite van het

resultaat. Dat gaf aan hoe ingrijpend de

sociale veranderingen waren, zo stelde hij.

Architectonische emancipatie?

In de jaren zestig en zeventig maakte architect

John FC Turner furore met zijn theorie

over de positieve aspecten van zelfbouw in

Latijns-Amerikaanse volkswijken (Turner,

1968; 1976). Zijn theorie had betrekking

op volkswijken aan de randen van

snelgroeiende metropolen. Turner stelde

dat zelfbouwers in verschillende stadia

van hun wooncarrière afwegingen maken

wat betreft de optimale locatie voor hun

werkzaamheden, voor woningeigendom

en voor de gewenste uitstraling en status

van het huis. Het door hem beschreven

wooncarrièremodel geeft weer hoe rurale

migranten zich eerst in een suburbane

volkswijk vestigen, zich opwerken en

vervolgens verhuizen om in een betere

wijk met een beter huis een hogere status te

verkrijgen.

Volgens critici heeft het model van Turner

alleen oog voor de keuzes die zelfbouwers

maken. Noch de institutionele kant van het

huisvestingsbeleid, noch de machtsongelijkheid

en de beperkende factoren waarmee

stedelijke armen te maken krijgen,

zijn erin verwerkt. Voor hen is het model

daarom onevenwichtig en niet realistisch.

Sommige critici gaan zelfs zo ver dat ze

Turner ervan beschuldigden neoliberale

beleidsmakers in de kaart te spelen die naar

meer marktwerking in het volkshuisves-

tingsbeleid streven. Om de ontwikkelingen

in Ecuador te begrijpen, lijkt het model

echter wel degelijk geschikt. Hoewel zijn

theorie betrekking heeft op grote en

snelgroeiende steden en niet op provinciesteden

die gebukt gaan onder het juk van

de mondialisering, biedt zijn stelling dat in

eigen beheer gebouwde woningen een bron

van emancipatie kunnen zijn, juist in de

huidige periode van internationalisering

en mondiale netwerken een interessante

verklaring voor de veranderingen die op

lokaal niveau worden waargenomen. De

discussie die in veel steden in Ecuador en

elders gevoerd wordt over de wenselijkheid

of onwenselijkheid van nieuwe bouwvormen

en snel veranderende stadslandschappen,

doet immers vermoeden wat John

Turner enkele decennia terug al stelde:

dat migrantenarchitectuur, of wat ervoor

doorgaat, een signaal is van de emancipatie

van voormalig uitgesloten groepen in en

rond steden.

Christien Klaufus (C.J.Klaufus@tudelft.nl) is postdoconder-

zoeker bij Onderzoeksinstituut OTB.

Literatuur

Bendixen & Associates (2003) Receptores de remesas en

Ecuador: Una investigación del Mercado, Inter-American

Development Bank, International Monetary Fund & Pew

Hispanic Center, Quito

Klaufus, C. (2006) ‘Globalization in residential architecture

in Cuenca, Ecuador: social and cultural diversification of

architects and their clients’, Environment and Planning D

Society and Space, nr. 1, p.69-89

Turner, J. (1968) ‘Housing priorities, Settlement Patterns, and

Urban Development in Modernizing Countries’, AIP Journal,

nr. 20, p.354-363

Turner, J. (1976) Housing by People: Towards Autonomy in

Building Environments, Marion Boyars, London

Gaat dit huisje verdwijnen?

More magazines by this user
Similar magazines