Sri Lanka

stromenvankracht

Ceylon heeft vele namen gehad: Tambapanni, Taprobane,
Serendib (zo noemden de Arabieren het), Zeilan, Seyllan,
Ceilao, Ceylon, Sri Lanka. Deze laatste naam, die sedert
25 eeuwen gebruikt werd,

4

KAREL HOEKENDIJK


SRI LANKA

door

KAREL HOEKENDIJK


SRI LANKA

"Wanneer men van het eiland Angaman ongeveer duizend mijlen

in zuidwestelijke richting zeilt, komt men bij het eiland

Zeilan. Dit is naar grootte en ook in ander opzicht het beste

eiland van de wereld. De koning die over het eiland regeert, is

aan geen andere koning schatplichtig. De bewoners zijn afgodendienaars,

ze gaan slechts in een smalle lendendoek gekleed.

Er groeit geen koren op het eiland, slechts rijst en kokos waaruit

olie wordt gewonnen. De schoonste edelstenen van de

wereld worden op dit eiland gevonden: robijnen, saffieren,

topazen, amethysten en andere kostbare stenen.

De bewoners zijn ongeschikt voor de oorlog, wanneer soldaten

nodig zijn, moeten deze uit de Saraceense buurlanden

worden aangeworven ... "

Zo beschreef de Venetiaanse wereldreiziger Marco Polo in

1295 het eiland Ceylon, dat hij op zijn verre reizen in het

Verre Oosten had leren kennen. Vandaag vliegt het Europese

straalvliegtuig vanuit Europa in 15 uur naar Ceylon en landt

comfortabel op het Bandaranaike vliegveld, even buiten

Colombo. De route via Athene, Karatshi, Bombay, naar

Colombo wordt naar de wereldreiziger, de "Marco Polo"­

route genoemd.

Ceylon heeft vele namen gehad: Tambapanni, Taprobane,

Serendib (zo noemden de Arabieren het), Zeilan, Seyllan,

Ceilao, Ceylon, Sri Lanka. Deze laatste naam, die sedert

25 eeuwen gebruikt werd, is thans weer de officiële naam

geworden: Sri Lanka.

Portugezen landden in de 16e eeuw op Ceylon, een gedeelte

van het eiland werd veroverd, men vestigde daar een kolonie,

noemde de hoofdstad naar Columbus en tot op heden heet

deze Colombo.

Daarna hebben de Hollanders, in de 18e eeuw, het eiland hon-

3


derd jaar tot kolonie gehad, als welkom tussenstation op de

Oost Indië-route. Vervolgens heersten de Engelsen op het

eiland, in de 1ge eeuw. Sedert 1948 is Ceylon een onafuankelijke

eiland-republiek.

Het eiland Ceylon telt 11 miljoen inwoners en wordt voornamelijk

door Singhalesen en Tamils bewoond. De rest van de

bevolking bestaat uit minderheidsgroepen, als Moren, Arabieren,

Burgers, Eurasiaten, Maleiërs. Er zijn nog enkele van de

originele inwoners, de Veddah.

De officiële taal van het eiland is "Singhalees", een andere

veel gesproken taal is het" Tamil", overal wordt nog Engels

gesproken, althans verstaan.

Ceylon, 500 km lang en 300 km breed, is paradijselijk schoon

en met geen ander tropisch land te vergelijken, met geen andere

Oosterse cultuur ook, met zijn vele tempels en tempelruïnes,

kloosters, oude paleizen, verzonken steden, stupa's,

dagoba's, heilige plaatsen, standbeelden, altaren. Het heeft de

meest flamboyante religieuse processies en feesten van het

hele Oosten. Maar ook prachtige witte stranden langs de

smaragdgroene Indische oceaan, palmentuinen, rijstvelden,

ondoordringbare oerwouden, wildreservaten, bergtoppen (de

hoogste bergtop is 8292 voet hoog, in Pidurutalagala), waar

de fameuse thee groeit op uitgestrekte plantages.

Maar het eiland is vanaf het begin, ja van oude tijden zeer gezocht

geweest voor zijn edelstenen. De Grieken en Romeinen,

Arabieren en Chinezen, kwamen met hun vloten om specerijen,

maar vooral edelstenen te halen. Men vertelt dat Koning

Salomo de Koningin van Sheba behaagde met saffieren en

robijnen die hij liet halen uit de edelstenen-mijnen van Ratnapura.

Inderdaad nergens anders in de wereld worden zovele

mineralen en edelsteen-soorten in zo'n klein area gevonden en

in zulk een pracht, als op Ceylon. In de rivieren worden nog

steeds deze stenen gewassen uit de kiezelbeddingen.

Toen Europa nog een land van eindeloze wouden was, hadden

de Ceylonese koningen van hun eiland reeds een paradijselijke

tuin gemaakt van waar roem uitging tot ver buiten

de landsgrenzen. Het eiland werd dan ook met een keur van

verheven namen geprezen. De Indiërs noemden het" Tapijt

van rode lotusbloemen"; de Chinezen "Juwelen-eiland"; anderen

"Eiland van luister"; weer anderen "Parel van het Oosten".

4


De ruïnes van de door het oerwoud overwoekerde oude Ceylone

se steden getuigen nog van de grootheid van de antieke

Singhalese cultuur. Slechts een klein gedeelte is aan de overwoekering

van het oerwoud ontrukt, maar de zoekers naar

oude culturen vinden steeds weer resten van koningspaleizen

en woningen van edelen; van de uit hout opgetrokken gebouwen

werden slechts de stenen fundamenten gevonden. De

stenen tempels, de stupa's en dagoba's, de enorme uit rotsen

uitgehakte Buddhabeelden, hebben de vele eeuwen getrotseerd.

Zij zijn de uiterlijke tekenen van een krachtige, Buddhistische

cultuur, naast de wereldlijke machtsinvloed van

beroemde Singhalese koninkrijken.

Ceylon speelt in de geschiedenis van het Buddhisme een dominerende

rol. Drie maal heeft Gautama Buddha tijdens zijn

leven de bodem van Ceylon betreden. Reeds 250 v.c. is het

Buddhisme naar Ceylon gekomen. De Ceylonese stupa's en

dagoba's zijn de oudste historische monumenten van het

Buddhisme in geheel Azië. De stupa's of relikwie-tempels

werden op oude Vedische grafheuvels gebouwd en symboliseren

in haar vorm de kosmische berg, de navel der wereld.

De Buddhistische bouwmeesters dachten bij het bouwen van

hun tempels aan geheel andere dingen dan de Hindu-architecten.

Het Hinduïsme tracht de idee van het mystieke en goddelijke

in haar gebouwen te realiseren. De Hindu-tempel, waar

slechts een enkele priester dienst doet, verbergt het godenbeeld

in het halfduister, nauwelijks voor menselijke ogen te onderscheiden;

het Buddhisme .bouwt haar heiligdommen ruim en

luchtig, er schijnt helder licht van buiten in alle zalen, gangen

en ruimten. De tempels zijn een religieuse en esthetische uitdrukking

van het Oosterse leven, een afbeelding van het universum.De

tempel is een microkosmos, een afspiegeling van

het aardse en goddelijke. Het middelpunt ligt in het heiligdom,

de zetel der godheid, de heilige berg, de as van de wereld. De

tempel is door muren omgeven, aan vier belangrijke punten

zijn poorten uitgespaard, die de openingen in het gewelf van

de hemel voorstellen, de sterren, als verbindingen tussen goden

en mensen.

De tempels verschillen van kleine, primitieve straattempeltjes,

met een lage aarden wal eromheen, tot de enorme, prachtige

tempelpaleizen uit de 16e eeuw in het zuidoosten van India,

5


zoals wij zagen in de beroemde tempelstad Madoerai in India,

met haar gebouwencomplex van kloosters, monumentale

beeldengalerijen, zuilengangen en uitgestrekte vijvers, zij lijken

zelf steden. Madoerai telt 4000 heilige plaatsen!

Anuradhapura, de oudste van de historische steden van Ceylon,

is reeds in de 4e eeuw v.C. een bloeiende stad geweest. In

de kroniek van de Ceylonese geschiedenis, zoals die door de

"Bhikku' s", Buddhistische monniken, opgetekend werd,

heette het dat Anuradhapura een goed aangelegde stad was

met woonkwartieren voor jagers en vissers, handelaren en boeren,

smeden en straatvegers; ook kwartieren voor andere rassen

en godsdiensten, die" Yona", naar het Griekse woord,

werden genoemd (loniërs). Deze stad lag aan een vernuftig

bevloeiings-systeem van grote kunstmatige meren voor drinkwater,

dat met veel technisch kunnen werd aangelegd. Om

1200 vierkante km oerwoud te bevloeien zou met de hedendaagse

technische middelen reeds een grote opgave zijn. Maar

men was zuinig met water, "geen druppel water mag in zee

stromen, zonder de gemeenschap gediend te hebben", was het

bevel van koning Parakrama Bahu.

Tot in de ge eeuw n.c. was Anuradhapura de hoofdstad van

het Ceylonese koninkrijk. Toen werd het land door Indische

indringers, de "Chola"-stammen, veroverd en de stad verwoest.

De latere koningen bouwden een nieuwe hoofdstad

die beter tegen vijanden beschut was: Poponnaruwa. Ook

werd Sigiriya gebouwd, dat heden nog bekend staat door de

in de historische grottempel gevonden befaamde Sigiri-fresco's,

die veel bezoekers trekken.

De ruïnes van Anuradhapura en Poponnaruwa werden in 1817

door een Britse officier bij toeval ontdekt. De Engelsen hebben

veel begrip voor de archeologische waarde van historische

steden, de laatste eeuwen worden deze systematisch uitgegraven.'

Deze plaatsen zijn nooit uit het bewustzijn van het Ceylone

se volk geraakt, ze zijn tot heilige oorden gebleven, die door

talloze pelgrims worden bezocht.

Zo staat in Anuradhapura de heilige "Bo"-boom, de "roemrijke,

hoogste heer, heilige "Bo-boom", de "J aya, Sri Maha

Bodin Wahasa". Hij is gegroeid uit een loot van de originele

boom, waaronder Gautama Buddha zijn "verlichting" heeft

6


SRI

o

ANURADHAPURA

SIGIRIYA

o 0

KANDY

• • BALANGADO


Op bovenstaande kaart worden de oude steden met cirkeltjes

aangeduid; de plaatsen waar wij in 1968,1969,1970,1972,

1974,1975 en 1976 campagnes hielden, in zwarte punten.

7


gekregen. Het is de oudste historisch bekende boom van de

wereld, 2320 jaar oud, drager van talloze legenden, door miljoenen

mensen bezocht en vereerd. Overal gestut en omhoog

gehouden door een draagmuur van terrassen. De gelovigen

komen en gaan, knielen neer en mediteren, ze leggen bloemen

neer, de heilige lotus en de jasmijn, magnolia en franki-pani,

ze branden duizenden wierookstokjes.

In Anuradhapura staat ook de eeuwenoude "Ruanweli"­

dagoba, een bouwwerk uit de 2e eeuw v.C., even indrukwekkend

als de piramiden van Egypte. Enige jaren geleden is het

bouwwerk gerestaureerd, de toren met goud beslagen en aan

de top flonkert ~n groot bergkristal.

Poponnaruwa, de latere hoofdstad, met haar bouw werd in de

ge eeuw begonnen, raakte in de 12e eeuw in verval. Slechts de

gewijde gebouwen zijn bewaard gebleven en zoveel mogelijk

gerestaureerd. Ook zijn daar de kolossale Buddha-beelden, de

drie "Gal Vihara"-figuren, reusachtige uit de rotsen gehouwen

plastieken van de mediterende, staande en stervende

Buddha, de grootste van deze figuren is 113 meter hoog, zij

staan in Aukana. Deze beelden zijn waarschijnlijk de best geconserveerde

religieuse beelden van geheel Azië, ze zijn ontstaan

onder de regering van koning Dhatusena, in de Se eeuw

v.C.

De laatste hoofdstad van het Singhalese koninkrijk is Kandy,

op oude kaarten "Candia", 115 km noordoostelijk van Colombo,

in een prachtig, bosrijk heuvelland, aan een kunstmatig

meer. In de 14e eeuw gebouwd, werd Kandy in 1610

door een Portugese generaal veroverd en platgebrand. Zij

werd weer opgebouwd en tot in de 1ge eeuw resideerden daar

de Singhalese koningen. In 1815 werd in de "Audience Hall"

in Kandy het verdrag getekend, waardoor het laatste zelfstandige

koninkrijk van Ceylon aan de Britten toeviel.

In Kandy is het geestelijk centrum van het Buddhisme in Sri

Lanka. Daar bevindt zich in de stupa van de "Dalada Maligawa"-tempel

het kostbaarste relikwie van het Buddhisme, de

"heilige tand". Men beweert dat dit de rechteroogtand van

Buddha is en 1500 jaar geleden heimelijk naar Ceylon overgebracht,

in de haarwrong van een jonge vrouw verborgen,

Sita, die met haar man, Rama, naar Ceylon reisde. "Bhikku's",

8


Buddhistische monniken, die ik er over vroeg, maakten een

vergelijking met de reis van een andere jonge vrouw, Maria,

die met haar man Jozef, incognito, met "het goddelijke",

naar het onbekende land trokken.

Jaarlijks wordt een replica van deze heilige relikwie, in feestelijke

optocht, de "Esala Perahera"-processie, door de straten

van de stad gevoerd. Men heeft deze replica in een prachtig

miniatuur-tempeltje op de rug van "Radjah", de gewijde olifant,

geplaatst, waar de mensen het goed kunnen zien. Deze

olifant heeft heel zijn leven niets anders gedaan dan slechts

bij de "Perahera" de heilige relikwie ronddragen.

Met enkele onderbrekingen wordt deze "Perahera" reeds

eeuwen getrouw gehouden, het is een hoog, heilig gebeuren,

waarin het gehele volk betrokken is. De "Kandy-dansers",

tempeldansers, die de heilige schrijn begeleiden, dragen nog

hun historische danskostuums, hun witte broeken en de 2'1.

kilo zware regalia op het naakte bovenlijf, hun zilveren hoeden

zijn duidelijk geïnspireerd door de Middeleeuwse soldatenhelmen

der Portugezen. Deze "Ves-dansers" maken ingewikkelde

dansfiguren van zeer oude oriëntalische oorsprong,

bezwerend en agressief van afweer, hun dans was van origine

ingesteld tot verdrijving van boze geesten, maar ook tot meerdere

glorie van Buddha. Deze mannelijke en hoogst gedisciplineerde

dans wordt beschouwd als een kostbare en unieke

bijdrage tot de culturele erfenis van het volk. De dansers zijn

speciaal uitgekozen, schone en gewijde jongemannen, die een

aparte kaste vormen.

Negen achtereenvolgende nachten, aan het eind van juli, begin

augustus, wordt plechtig deze replica van het heilige relikwie

rondgedragen in deze processie van honderd, soms driehonderd

rijkversierde, bontgeschilderde en met prachtige kleden gedrapeerde

olifanten, geëscorteerd en "bereden" door hoogwaardigheidsbekleders,

regeringsvertegenwoordigers en hoge geestelijkheid,

in prachtige, historische, ceremoniële gewaden. Een

sprookjesachtig schouwspel van onwaarschijnlijke luister is

ieder jaar deze nachtelijke processie, de laatste dag, de tiende,

is de "Perahera" overdag. Dan komen uit de gehele wereld de

toeristen om dit feest te fotograferen.

De stoet van grote, versierde olifanten wordt begeleid naast

ieder hun eigen "mahut", door 3000 dansers, trommelaars,

9


drummers, gongslagers, fluitspelers, schalmeiblazers, cymbaaldragers,

zangers, akrobaten, magiërs, fakirs, vaandelzwaaiers,

toortsdragers, stoeten van in oranje gehulde "Bhikku's", alles

omstuwd door honderdduizenden enthousiaste omstanders,

die zingen, roepen, dansen langs en door alles heen. Dit

schouwspel is onvergetelijk, als uit een andere wereld, als een

oeroud Perzisch sprookje, of antieke Arabische koningslegende,

een prachtig, donkergoud, oriëntalisch, nachtelijk spektakel

als uit "Duizend en één nacht", feeërie en heksensabbath beide,

demonisch en onwaarschijnlijk van schoonheid. Er zijn in

het gehele Oosten niet zulke indrukwekkende manifestaties

als deze, nergens een religieuse processie van dergelijke grootse

allure, van zo'n bizarre pracht als de "Perahera" in Sri Lanka.

Wij hebben in Maleisië de "Ramanan" gezien der Moslims; de

"Thaipussam" der Hindu's in Singapore; de "Muruga" in

Nallur in Sri Lanka; de offerfeesten en dansen op Bali; Hindufeesten

in Madras; "Topekkong" van de Chinezen; Bloesemfeesten

in Japan; Carnavals-feesten in Trinidad; maar nergens

een religieus feest van zo'n omvang en duistere glorie, van

zoveel dans en demonie, vuurgloed en verve, van gonzende

gongs en dreunende drums, van uitgelaten mensenstemmen,

van vooral zovele enorme, voortsjokkende, donkere reuzen

van olifanten in bizarre outfit. Achter elk drietal olifanten die

tesamen lopen, de grootste steeds in het midden, door "mahuts"

geleid, trok men in het duister een wagentje mee met een verborgen

accu; draden liepen listig onder de goudbestikte en

van kostbare stenen doorvonkte purperen en smaragdgroene

dekkleden van de dieren door en leverde stroom voor honderden

kleine gloeilampjes, in reeksen en bogen gemonteerd rond

de koppen en lijven der dieren, langs de lijnen van de tempel

op de rug, guirlandes van gloeiende vonken langs deze beweeglijke

mastodonten, die alles illumineerden, de ene groep van

drie in goudbruin, de andere in helder blauw, andere weer in

giftig groen, anderen in oudrood, alle groepen van drie dieren

in een andere kleur, kitscherig opgesierd. Wat is dat jammer,

deze "veramerikanisering", deze "vertechnising", deze reeksen

van elektrische bolletjes van gekleurd licht langs deze lijven.

Hoe zou alles mooier, waarsèhijnlijker, levendiger, origineler

zijn met de oorspronkelijke verlichting van omhoog

gestoken toortsen en flambouwen, in maanlicht.

10


De "Esala Perahera"-feesten worden gevolgd door de "Gara

Yakka"-ceremonieën. De "Walli Vak Managalaya" is een geheime

ceremonie, geleid door de hoogste Buddhistische autoriteit

in Kandy, de "Maha Vishnu Devale", gedurende 7 dagen

na de "Perahera"-feesten. Het is een ceremonie die ingesteld

is om degenen die aan deze "Perahera" hebben deelgenomen,

te reinigen van alle eventuele bezoedelingen en

ongerechtigheden die daar hebben plaatsgevonden. Het betekent

het vrijwaren van invloeden van het "boze oog" en van

beschadigingen door boze geesten. De climax van deze ceremonie

is de dramatische binnenkomst van de "Gara Yakka",

een mythologische figuur, een danser met een "Gara Yakka"­

masker op, speelt deze figuur.

In Ceylón is het Buddhisme de voornaamste "religie" en bestrijkt

50% van de bevolking. Het is de enige "religie" zonder

God. Buddha is niet een god, slechts "de Gids naar de waarheid".

Het Hinduïsme (ingevoerd door de emigratie van duizenden

arme arbeiders uit India, de "Tamils", die het werk

deden dat de "verfijnde" Buddhisten weigerden te doen)

beslaat 30%; het Rooms Katholicisme 10%; de Anglicaanse

Kerk (restant uit het Engelse, koloniale tijdperk) 5% en de

rest 5%, te verdelen onder de Methodisten, Dutch Reformed

Church (restant uit het Hollandse kolonialisme), Luthersen,

Jehovah's Getuigen, Adventisten, Pinkstermensen enz. Van

deze laatste 5% is volgens de rapporten van de zendelingen,

slechts een zeer gering percentage bekeerd.

De Buddhisten zijn op dit eiland de aktiefsten, zeer fanatiek

in afgesloten conventies, met krachtige invloeden op het

politieke leven, het bankwezen en de handel. De Protestantse

denominaties zijn zonder meer dor en droog te noemen, de

kerken worden slecht bezocht. Onder de Pinkstergemeenten,

er zijn twee groeperingen, is onenigheid en scheuring, men

zoekt naar heroriëntatie, naar nieuwe leiders. Er zijn gebedsgroepen

van deze kerken hier en daar, die al jaren bidden dat

de Heer iemand wil zenden naar dit eiland, die opwekkingssamenkomsten

komt houden, die leven en vuur zal brengen

en de Gaven des Geestes terugbrengt in de diensten.

Wij wisten van deze situatie niets af, toen de Heer ons toonde

11


naar Ceylon te gaan. Wij waren bezig aan een serie crusades

in het zuiden van India:, maar de Geest des Heren gebood ons

daarmede te stoppen, het was in Vellore. We trokken in gehoorzaamheid

naar Ceylon.

Wij kenden daar niemand. Iemand gaf ons op het laatste moment

voor de afreis een adres van een prediker in het noorden

van het eiland, in de stad Jaffna. Wij schreven naar dit adres,

de prediker nodigde ons uit, nadat hij in gebed deze zaak aan

de Heer had voorgelegd. Hij vroeg ons zonder uitstel te willen

komen, met het oog op de naderende regentijd. Wij arriveerden

de lle oktober 1968 in Jaffna en begonnen de volgende

dag, de 12e oktober met de eerste samenkomsten in Ceylon.

Direct al aan het begin bemerkten wij in gesprekken dat wij

nodig waren in dit land. De Heer ging gebeden die waren opgezonden,

nu verhoren. Er was behoefte aan iemand die cam- ·

pagnes ging houden in de grote, vergeten gebieden, die het

volk Gods kwam aanmoedigen, de voorgangers onderrichten,

heidenen bekeren, boze machten uitdrijven, zieken genezen.

Onze komst werd met grote vreugde begroet, er werd hulp en

medewerking aangeboden. Niet lang daarna bereikte ons een

stroom van uitnodigingen van alle kanten van het eiland, eerst

uit het noorden, daarna het vergeten oosten, het midden en

het westen en zuiden. Wij waren nauwelijks begonnen, maar

meteen begon overal het gesprek over onze bediening. Hoe

meer wij campagnes hielden, hoe meer wij zagen dat God op

een wonderbare manier ons had gezonden en ingezet, we

konden heerlijk werk voor Hem doen.

Ceylon was zelden door internationale evangelisten bezocht,

de laatste prediker die in de openlucht sprak, hij sprak slechts

één avond, was RonaId Brown, vele jaren geleden. Daarna was

nooit iemand hier gekomen, we begrepen dat wij hier weer

eersten zijn en weer onze bediening van grondleggers moeten

waarmaken.

Waarom reizen evangelisten Ceylon altijd voorbij? Waarom

gaan ze wel altijd naar Noord-India, om dan hoog over Ceylon

heen te vliegen en dan weer naar het aantrekkelijke Singapore

te trekken? Hoe belangrijk is Ceylon! Hoe zeer noodzakelijk

is juist opwekking voor dit eiland! Hoe wachten de weinige

gelovigen op het bezoek van een opwekkingsprediker, hoe is

daar jaren lang om gebeden en geloofd! Daarom waren wij

12


de Heer zo dankbaar hier te zijn.

Toen wij bemerkten dat vroeger Hollanders een tijdlang op

dit eiland hadden gewoond, zeiden wij de mensen dat wij gekomen

waren om dat werk af te ronden. Wij werden aangenaam

ontvangen, als oude bekenden.

De Portugezen zijn echter impopulair geweest op dit eiland,

zij hebben alle tempels afgebroken, heilige plaatsen verwoest

en het Rooms Katholieke geloof ingevoerd. Zij voerden nieuwe

wetten in die niet waren aangepast aan de sfeer van Ceylon

en heel hun optreden was ruwen wreed. De Hollanders waren

verschillend, vreedzamer, zij deden veel goeds voor het eiland

en de mensen. In 1700 veroverden de Hollanders Ceylon en

hielden het ongeveer 100 jaar bezet.

Zij bouwden steden en tot vandaag zijn er plaatsen op Ceylon

die namen hebben als Amsterdam, Delft, Leyden, Rustenburg,

enz. In Jaffna, Colombo, Galle bestaan nog door Hollanders

gebouwde forten, handelshuizen, factorijen, regeringsgebouwen,

zelfs paleizen, alles even solide en degelijk gebouwd. Er

zijn verschillende vuurtorens uit die tijd, men wijst ons dijken,

kanalen en irrigatiewerken die alle nog dienst doen. De huidige

parlementsgebouwen, alle in volledig gebruik, werden door

Hollanders gebouwd en een aantal kerken. Hollandse namen en

wapens ziet men overal. Op het binnenplein van het Y.M.C.A.­

gebouw in Colombo, een verbouwd factorijgebouw uit de

Oost-Indische Compagnie is het wapen van Amsterdam te zien

in originele kleuren.

In Jaffna, in het centrum van een voortreffelijk bewaard fort

dat thans een gevangenis is, staat een Dutch Reformed Church,

een typisch oud-Vaderlandse kerk met gekalkte kerkbogen en

bel;lken, oude balken, een gebeeldhouwde eiken preekstoel,

statenbanken, een ouderwets orgel met pijpen en op de bodem

van steen talloze zerken met oud-Hollandse teksten als:

Hier leyt ...

Deze kerk stond eeuwen leeg, raakte geheel in verval, maar

werd onlangs door de Nederlandse Ambassade ontdekt en nu

zorgvuldig gerestaureerd. Ik vroeg of ik als Hollander deze

kerk kon huren om er het Evangelie te prediken, het zou heerlijk

zijn deze Dutch Reformed Church voor opwekkingssamenkomsten

te gebruiken. Maar mij werd officieel geant-

13


woord dat deze kerk juist door een Amerikaans Kerkgenootschap

voor vijftig jaar was gehuurd. Slechts één week per

jaar zal daar worden vergaderd. Geen Volle Evangelie dus hier

en bijna altijd staat het gebouw leeg. Weer een Godshuis dat

een monument is geworden en zijn doel heeft gemist.

In Colombo staan nog enkele oude, fraaie Dutch Reformed

Churches, er was één gedateerd: 1745. Maar het zijn historische

monumenten geworden, sommigen worden niet meer

gebruikt. Van één dier kerken bezocht de dominee elke avond

onze samenkomsten in Colombo en hij verlangde zo naar

leven! Hij schudde mij trouw na elke dienst de hand en zei:

"Dank u!" En soms zei hij: "Kunt u wat doen voor mijn

Dutch Reformed Church, zij is zo dood, zo dood!" Het was

zo intens triest deze man deze woorden te horen uitspreken,

hij was zo ongelukkig. Ik ben niet in staat iets te doen en zei

hem dat alleen de Heilige Geest hem kon helpen! Hij moest

Hem alle plaats geven, alle kans om levend te maken. "Het is

de Geest die levend maakt" (Joh. 6: 63). Op de laatste avond

legde ik hem de handen op en smeekte de Geest Gods hem

te vervullen en levend te maken. Als de voorganger levend is,

is de kerk levend; als de voorganger dood is, is de kerk dood!

Er zijn ook nog vele Hollandse namen onder de bevolking,

van afstammelingen van de Hollandse kolonisten. Zij zijn

overigens even zo donker gekleurd als de andere bewoners.

Zij worden "Burgers" genoemd, in Engelse uitspraak. Er zijn

Pinkstervoorgangers die Jansz heten en Loos. Men komt namen

tegen als Koning en Vanburen, de hoofdcommissaris van

politie, overigens een door en door Singhalees, heet Jack van

Sanden, dus ook een "Burger".

De degelijkheid van bouw uit de Hollandse tijd is van zulk

een kwaliteit dat alle gebouwen nog in gebruik zijn, men zegt

dat de funderingen en muurdikten zo zwaar zijn, dat ze niet

te slopen blijken. Wij werden uitgenodigd op een lunch op

het Gouvernementspaleis, door de President van de Senaat.

Hij wees op het wetboek van Ceylon dat heden nog gebruikt

wordt, het was nagenoeg geheel hetzelfde oude wetboek van

de Hollanders. Hij wees in zijn prachtig bureau op details, op

de balken-zoldering, de forse muren, de deurpanelen, de

raamkozijnen, hij zei dat de Hollanders dit gebouwd hadden.

Hij gekscheerde: "De Hollanders werken voor de eeuwigheid!"

14


Ik antwoordde: "Inderdaad Excellentie, dat doen wij, daarom

zijn wij hier!" Hij keek mij aan, begreep wat ik bedoelde en

lachte!

De Hollanders, "the Dutch", hebben overigens een goede

naam, ook al waren zij bezetters. De President zei ons: "De

Portugezen braken alles af, de Hollanders bouwden op. Zij

waren de eersten die onderwijs gaven en veel van de huidige

schoolwetten stammen nog uit hun tijd!"

Wij begonnen onze eerste campagne in het noorden van Ceylon,

in Jaffna (vroeger: Jafanapatao), het was 12 oktober

1968, bij broeder C. P. D. Arumainayagam. Deze prediker was

10 jaar geleden een kleine huiskerk begonnen te leiden, die

hij de weidse naam gaf van "Divine Deliverance Hall". Deze

naam was wat misleidend en trok vaak rondtrekkende Buddhisten

aan, die hem bezochten. Maar als br. Arumainayagam

zijn getuigenis gaf, vertrokken ze weer, hem vriendelijk dankend.

Op wonderbare wijze bracht de Heer ons tot deze broeder en

zijn vrouw Lallita Grace. Hij is een Pinkstervoorganger, vrij,

onafhankelijk, hij predikt onder de "Tamils" (Indiase Hindu's).

Hij is een man die zijn Heer en Heiland hartelijk liefheeft en

dient, maar getuigde tegenover ons, dat hij zijn vuur verloren

had, zijn vroegere kracht. Hij bad de Heer om revival en riep:

"Heer, zendt een prediker tot ons die opwekkingsvuur brengt!"

De Heer zond ons toen tot hem en van die tijd af werken wij

met hem samen in zijn gemeente. De gehele kerk werd aangestoken

door nieuw vuur, de gelovigen werden vervuld met de

Heilige Geest. Zijn gehele gezin en naaste familiekring eveneens.

Hij komt uit een oud predikersgeslacht, ook zijn vrouw komt

uit een familie van Christenpredikers. Er zijn nog meerdere

leden van zijn familie prediker, ze zijn allen independant en

leven uit geloof. Maar ze waren vermoeid geworden, "uitgepraat",

geestelijk achterop geraakt. Wij onderwezen hen uitvoerig

uit de Bijbel over de Gaven des Geestes, legden hen de

handen op voor het ontvangen daarvan, zij namen het in geloof

uit de handen van God, zij begonnen in tongen te spreken

en te profeteren. 0, wat een vreugde heerste daar. We waren

gelukkig dat we tijd genoeg hadden om veel zorg aan deze

15


kleine groep te besteden, het "meerdere van de Heer" te

onderwijzen en hen verder in te leiden in de Charismatische

bediening. Hoe vaak heeft de Heer ons daarvoor gebruikt om

moedeloze zendelingen en predikers aan te vuren en binnen

te leiden in het overwinningsleven met de Heer. Halleluja!

Hindu's zijn ernstige zoekers. In een kleine Hinäu-tempel

buiten Jaffna, in een zindelijke, helder gewitte tempel, leeft

een Hindu-priester; de man komt uit Duitsland, een blanke

Europeaan. Hij is de zoon van een voormalige Duitse veldmaarschalk.

Hij was eerst een Rooms Katholiek priester, later

een Buddhistische priester met een oranjekleurig gewaad en

gladgeschoren hoofd, bedelend langs de huizen met zijn koperen

bedelnap en weer later werd hij een Hindu-priester, met

drie witte as-strepen (tiruneeru) over zijn voorhoofd gestreken

en een geel-gouden stip tussen de ogen (pottu), uit een uit

sandelhout vervaardigde verfstof gemaakt. Het is, zoals de

Hindu's zeggen, het derde oog, het geestelijk oog van Vishnu.

Een zendeling bezocht deze Hindu-priester en sprak hem van

Jezus en vertelde later dat deze priester tranen in de ogen had.

Hij is een eerlijke zoeker en leeft tussen de stenen afgoden

met afzichtelijke olifantskoppen, slangengedaanten en apenvoorkomens.

Hij zoekt de verlossing, de Verlosser. De engel

aan het graf, op Paasmorgen, zei tot de zoekende vrO:lwen:

"Ik weet dat gij zoekt Jezus ... maar Hij is hier niet" (Matth.

28 : 5). Niet hier! Niet op deze plaats! Niet langs deze weg!

Niet in deze filosofie! Niet via deze stenen afgoden! Niet uit

deze "heilige" boeken! Niet door meditatie, contemplatie!

Ik zoek een mogelijkheid om deze Hindu-priester, een oude

man, te bezoeken en hem wederom van Jezus te getuigen,

wat Hij voor mij deed, wat Hij voor hèm wil doen! Ik denk

dat hij Hem wel kent, vanuit zijn jeugd in Duitsland. Misschien

loopt hij voor Hem weg! Misschien is het een Jona, die

uit de boot werd geworpen!

Er is in Batticaloa nog een andere blanke Hindu-priester, die

eveneens in een schamele hut leeft bij een tempel, in vrijwillige

armoede en afzondering. Hij is de zoon van de laatste

Gouverneur-Generaal van Engeland in Ceylon, van adellijke

afkomst. Twee blanke Hindu-priesters uit voorname kringen,

een Duitser en een Engelsman, zoekenden naar waarheid en

16


vrede, tussen al die honderden, gekleurde Hindu-priesters van

Oosterse afkomst. Jezus zegt: "Ik ben de Weg, de Waarheid,

het Leven!"

Buddha maande alle schepselen tot naastenliefde, predikte

gelijkheid van alle creaturen en matiging in alle dingen, zelfverloochening,

zelfontkenning. Hij zegt dat bestaan en kwaad

één zijn, daarom: ontken het bestaan. Het is alles illusie,

droom, zelfbedrog. Erken je misère niet, maak je er los van

door er niet aan te denken, geen plaats te geven in je hart, er

niet in te geloven. Zeg niet dat je ziek bent of honger hebt,

ontvlucht het bestaan door het te ontkennen, zoek de begeerteloosheid,

want begeerte is de wortel van alle kwaad.

Trek je terug, mediteer en bevrijd je van alle begeerte.

Maar de mens komt nimmer los van zichzelf door zichzelf te

ontkennen in zijn bestaan, hij moet zich verliezen in Christus

en in Hem opgaan. "Want zo is dan wie in Christus is, een

nieuwe schepping! Het oude is voorbijgegaan, het nieuwe is

gekomen."

Het Hinduïsme verkondigt dat alles gevolg is van bedreven

daden in een vorig bestaan, eet daarvan nu de vruch ten. Alles

consequentie. De mens is een incarnatie-produkt, de uiterste

exponent van een onvermijdelijke cyclus, van eeuwig moeten,

van evolutie, van oercel tot het (voorlopig?) eindprodukt: de

mens, zoals hij zich thans openbaart; later wellicht de uebermens.

Kwaliteitsverbetering(?) dus. Wie zal zeggen wat en wie

hij zijn zal uiteindelijk? De mens zit nu eenmaal in die ijzeren

greep, zonder uitkomst, zonder uitweg, zonder uitredding, dit

is zijn "karma", daaraan is geen ontkomen mogelijk! Geen

enkele ingreep in dit bestel is mogelijk, zelfs geen ingreep

Gods. God heeft Zichzelf gevangen in Zijn incarnatie-wet,

Zijn wilsbeschikking is daarvan afhankelijk, zegt men.

Maar het Christendom zegt dat Jezus Christus de ingreep

Gods is geworden, ingreep in een verziekt en verzondigt bestel,

in een wereld waar de duisternis regeert in zonde, ziekte,

vrees en dood, de duivel is daar koning. Maar God zond Jezus

als de Heiland, de Heelmaker, de Heler, de Heelmeester,

"Want Ik, de Here, ben uw Heelmeester" (Ex. 15: 26). Hij

greep in deze onontkoombare, ijzeren cirkelgang van zonde

en dood in en nam de zonde en ziekte van de wereld op Zich,

17


droeg ze op Golgotha door Zijn dood in de dood, zodat alles

wat de mens verbijstert in de dood is gebracht; terwijl Hij,

verheerlijkt, is opgestaan en het nieuwe leven ontstaat, de

nieuwe mens die in en uit Hem geboren is! Jezus doorbreekt

deze wet, deze vreselijke vloek, deze verlammende "karma"

die de mens doet degenereren tot een natuurlijk incarnatieprodukt,

waaraan niet te tomen valt. Jezus is de Deur waardoor

ontsnapping mogelijk is, de opstanding, de doorbreking

van de onontkoombaarheid van het Buddhisme. Hij is de

Deur naar het ware leven, het hoge leven met God! Jezus snijdt

de navelstreng van bindingen met het achterland door, legt

het zwijgen op aan de stemmen der vaderen die in ons doorspreken.

Hij, het Woord, herstelt het onderbroken dialoog

van de mens met God, toen de stilte tussen hen was gevallen

door de zonde. Zonde is de val uit het Woord. Jezus is de

Heelmeester ook van dat bedorven gesprek. Hij vulde het ontbrekende

woord aan en zo is het gesprek, het intieme verticale

contact, de vertrouwelijke communicatie, herstelt. Halleluja!

Na de gezegende dagen in Jaffna waar wij in de kerk van br.

Arumainayagam predikten, vlogen wij in een klein vliegtuig

naar het vliegveldje van Amparai aan de oostkust, voor

enkele dagen rust in een questhouse aan de zee, in de plaats

Kalmunai. Wij beloofden de gelovigen naar Jaffna terug te

keren als de grote campagnes zullen zijn voorbereid die wij

daar willen gaan houden. Uit Kalmunai werden wij gehaald

door br. Arumainayagam en zijn zwager Ds. Christy Daniël,

de Methodisten-predikant van Tirukkovil. Wij logeerden in

zijn pastorie en begonnen in zijn kerk samenkomsten te houden.

Ofschoon hij ons hoffelijk toestemming gaf om deze

kerk te gebruiken, was het niet geheel naar de zin van deze

dominee. Wàt wij predikten, hoe wij dat deden, wàt en hoe

wij zongen, wàt en hoe wij met de zieken baden, dat was hij

in zijn kerkdiensten niet gewend, hij bekeek onze activiteiten

wrevelig maar ook nieuwsgierig, van nabij. Wij hoopten dat

deze predikant deze bediening ziende, zich ook zou uitstrekken

naar de bediening van de Gaven des Geestes.

Wij toonden hem aan dat de werking van de Gaven des Geestes

in Gods Koninkrijk een actuele zaak is, vanaf het begin

van de Kerk van Christus tot heden. Ze werden veelal weg-

18


I

getheoretiseerd in de kerken, naar "vroeger" verwezen, maar

in deze eeuw, vooral in de laatste jaren, is er een opmerkelijke

opleving van de Charismatische Gaven te zien, een doorbraak

van Gods Geest in alle kerken en denominaties over de

wereld. Er is allerwege beweging te bespeuren van de Geest,

in manifestaties van wonderen en krachten. Het is duidelijk

dat wij een tijd tegemoet gaan waar deze Gaven een wijdere

waardering en algemene toepassing vinden. Zij vervullen

allerlei in elkaar inwerkende functies in een harmonieus

samenspel van uitingen, openbaringen en werkingen.

Het doel is om de Gemeente van Christus op te bouwen tot

volkomenheid, te instrueren, te leiden, te reinigen, te sterken.

Toegerust met de Gaven des Geestes wordt elk lid van het

Lichaam van Christus in de bediening ingevoegd om in staat

te zijn aan dat Lichaam mee te bouwen.

Het doel van God is een krachtige, heerlijke Kerk, een Gemeente

zonder vlek of rimpel. Deze Kerk zal zijn ... "tot lof

van de heerlijkheid Zijner genade" (Ef. 1 : 6); deelgenoot

... "van de rijkdom Zijner genade" (Ef. 1: 7b); ... "van de

overweldigende grootte Zijner kracht aan ons, die geloven"

(Ef. 1: 19); ... "van de rijkdom aan erbarming" (Ef. 2: 4);

· .. "van Zijn grote liefde" (Ef. 2 : 4); ... "van de overweldigende

rijkdom Zijner genade" (Ef. 2 : 7); ... "van de onnaspeurlijke

rijkdom van Christus" (Ef. 3: 8); ... "van de

veelkleurige wijsheid Gods" (Ef. 3 : 10); ... "van de liefde

van Christus, die de kennis te boven gaat" (Ef. 3 : 19);

· . . "van de vervulling tot alle volheid Gods" (Ef. 3 : 19);

· .. "en van de volle kennis van de Zoon Gods" (Ef. 4: 13);

· .. "van de maat van de wasdom der volheid van Christus"

(Ef. 4: 13); ... "van de mondigheid in Christus" (Ef. 4: 14);

· .. "van de veIjonging van ons denken" (Ef. 4 : 23); ... "van

de nieuwe mens" (Ef. 4: 24); ... "van de sterkte Zijner

macht" (Ef. 6 : 10).

Alleen door de vervulling met de Heilige Geest leidt God ons

binnen in het krachtenveld van het Koninkrijk, krijgen wij

toegang tot het potentieel Gods. De volheid des Geestes is

geen dogma maar een persoonlijke ervaring, een bijzondere,

grote en heerlijke ervaring, het begin van vele nieuwe Koninkrijks-ervaringen.

Het is niet één bepaalde op zichzelf

staande ervaring, maar een voortdurende toe-eigening van

19


een voortdurende voorziening door Jezus Christus. Een ervaring

dat met ons meegaat, een geloof van moment tot moment

in een vulling van moment tot moment, na een reiniging

van moment tot moment, voortdurend levend en vitaal. Op

het ogenblik dat ik begin te geloven begin ik ook te ontvangen

en zolang ik voortga te geloven, ga ik voort te ontvangen.

Laten wij zoeken, in beweging komen in geloof naar deze

ervaringen. Dan voelen wij Gods Geest ons trekken hogerop,

ons drijven, meevoeren naar de ongekende hoogten en diepten

van Gods hart, naar de goudmijnen van Gods Woord, naar de

openbaringen van Zijn wezen, het binnengeleid worden in het

krachtenveld van de Geest, in de Troonzaal van Christus, aan

Zijn hand ...

De kerk van Ds. Daniël was een grauw, slecht verzorgd en verveloos

gebouw, waar enkele ramen gebroken bleken en de

regen in plassen op de stenen vloer lag; waar luiken uit hun

hengsels hingen, waar de deur niet sloot. Het gebouw was een

speelplaats geworden van rumoerige buurtkinderen en een

slaapplaats voor zwervers. Het zag er uit als een kerk van een

gemeente die dood en waarvan de voorganger ongeïnteresseerd

is, waarvoor de eredienst niets betekent. Bekijk de hoedanigheid

van een kerk en u zult weten of er vreugde is in

het dienen van de Heer, of niet.

Het is voor mij altijd zo'n ergernis een kerk onverzorgd en

vervuild te zien! God wordt daar niet mee geëerd, het degradeert

tot een huis van satan. Zie hoe de priesters hun Hindutempels

nauwgezet schoonvegen, zindelijk houden, hoe zij

ze met bloemen opsmukken, hoe de lampen steeds worden

verzorgd, hoeveel liefde en eerbied voor hun goden daarin tot

uiting komt. Hoeveel te meer heeft de levende God van hemel

en aarde recht op een waardige aanbiddingsplaats, een huis tot

Zijn eer. Hoeveel reden te meer Zijn huis te verzorgen, netheid

te betrachten, properheid, opsmuk en versiering aan te

brengen, bloemen . ..

Ds. Daniël beleed ons dat hij hier al jaren stond en dat er

totaal niets gebeurde in zijn gemeente, hij verwachtte het ook

niet. Hij stond ver van opwekking, die hij niet begeerde omdat

hij die niet zou weten te leiden. Hij overwoog in ernst om

zijn predikambt maar neer te leggen en weer in het onderwijs

20


terug te keren, waarin hij vroeger werkte. Hij overlegde vaak

met zijn vrouw hoe hij hier weg kon komen. Het was geen

glorieus geheel en hij wist niet hoe te veranderen.

Wij woonden in zijn pastorie en begonnen zijn kerk te repareren

en schoon te dweilen. Wij zochten een sleutel die de

deur sloot. Er was geen glas in de gebroken vensters, wij

kochten glas en repareerden ze. Wij brachten lampen aan en

kochten nieuwe matten, waarop de mensen konden zitten. Het

gras tussen de stenen voor het gebouw werd gewied. Het plan

om het gehele gebouw van binnen te witten, verwierpen wij,

omdat dit te veel tijd innam, die wij wilden gebruiken om de

mensen te onderwijzen in het Woord. De kerk zag er nu redelijk

uit. Ik kan het niet aanzien dat Gods heilig huis zo'n

slordig aanzien heeft. Een kerk is niet een clubgebouw van

min of meer gelijkgezinden, een soort verenigingsgebouw, maar

de heilige aanspraakplaats van God, de ontmoetingsplaats van

God met Zijn volk, daar waar Hij spreken wil, daar waar Hij

wil worden aangebeden, daar waar Hem lof wordt gebracht, daar

waar de zieken worden gebracht om te worden gezalfd met

olie, daar waar de bedroefden worden getroost, de zwakken

worden gesterkt, daar waar de Vader Zich diep over Zijn kinderen,

die Hem daar zoeken, heenbuigt en waar ze genezen,

gesterkt, getroost, onderwezen, aangesproken worden. Als

Gods volk gelukkig en krachtig naar huis gaat, zal iedereen tot

iedereen zeggen: Ik heb mijn God ontmoet! Ik werd gezegend!

Ik ontving genezing! Hij sprak tot mij in een profetie! Ik kan

er weer tegen! Ik "weet" het weer! Halleluja!

Ik heb een kerk bezocht, die juist de nacht daarvóór op zijn

fundamenten schudde toen een aardbeving overal vernielingen

veroorzaakt had. De Sibajak, de vulkaan in de onmiddellijke

omgeving, had weer toegeslagen. De wegen waren gescheurd,

kapot, nauwelijks begaanbaar, we moesten de auto's

met planken en touwen over de grote scheuren in de bodem

trekken. Ook de kerkvloer was gescheurd, een gedeelte was

ongeveer tien centimeter gezakt, het andere gedeelte lag hoger,

over de hele breedte was die verzakking. Toen ik jaren

later weer terug was in Batakland en daar weer predikte, was

de vloer nog precies zo, niet opgehoogd, niet gerepareerd, het

"was de kerk maar". De pastorie was geheel gerepareerd en

alle huizen rondom zagen er weer goed uit, daaraan werd alle

21


aandacht besteed, maar niemand had eenvoudig aan die kerk

gedàcht, zei men! De kerk komt weer op de laatste plaats,

terwijl God wil dat wij het als een centrum van ons leven gebruiken,

heel het leven zal zich in en rondom deze heilige

plaats afspelen, van geboorte tot dood, vreugdê en leed wordt

voor Gods aangezicht gebracht. Hij wordt er in betrokken door

de Gemeente, daar wordt geweend en gelachen, als er zieken

zijn worden zij daarheen gedragen en door de voorganger gezalfd

in Jezus' Naam; daar gebeuren de wonderen van Gods

hand. Een vluchtplaats voor de vereenzaamden, de leeddragenden,

een feestzaal voor de verblijden. Zo zijn oorspronkelijk

de kerken ook bedoeld en gebouwd, een ereplaats, een plaats

des gebeds. Niet in spaarzame uren wekelijks geopend voor een

dienst, maar altijd open, dag en nacht, een uitwijkplaats voor

de nood. Dat wil zij nog altijd zijn, dat zal zij zeker in de tijden

van verdrukking in de eindtijd weer móeten zijn, de

veilige plaats waar men "dicht bij God" is. De psalmen van

David zijn zó geschreven, zó gedacht, als te worden gezongen

in zó een plaats, waar heel het leven voor Gods aangezicht

opengelegd word t.

Toen ik een campagne hield in het Engelse gedeelte van het

eiland Aruba, in de stad Sint Nicolaas, kwam het bericht dat

er een hurricane, een wervelstorm, op komst was die precies

óver het eiland zou gaan. Dagen van tevoren werd door de

radio omgeroepen welke voorzieningen moesten worden getroffen,

hoe men zijn huis moest trachten te stutten en beveiligen,

wat voor voedsel men moest inslaan, een noodzakelijke

maar verontrustende informatie. De dag brak aan dat

deze storm die als een "killer", een doder, een zeer gevaarlijke,

werd aangemerkt, over Aruba zou razen. De lucht was

inktzwart en het was angstig stil, doodstil, de stilte voor de

storm. De mensen barricadeerden hun huizen en hutten, de

klapperbomen om het huis werden leeggeplukt omdat de

harde cocosnoten als projectielen kunnen werken als ze afwaaien.

Ik ging naar de plaatselijke prediker toe en vroeg hem de sleutels

van zijn kerk, het enige stenen gebouw tussen zovele

houten, broze huizen. Ik deed alle lampen aan, deed de ramen

en deuren die toegegrendeld waren, wijd open en nodigde via

de plaatselijke omroepers iedereen uit die bang was naar de

22


kerk te komen, daar was het veilig. Langs de havens werden

de scheepslui van vele nationaliteiten uitgenodigd naar de

kerk te komen, iedereen was hartelijk welkom "van wat voor

godsdienst hij was"; maar ook alle ongelovigen, ze mochten

komen. Weldra liep de kerk vol, overal op de grond en op de

banken zaten mensen, talloze moeders met kinderen kwamen

binnen, zieken, ouden van dagen.

Toen begon ik in de Bijbel te lezen, ik las de teksten van

troost in Gods Woord, beloften van een machtige God van

bijstand in donkere uren, bemoedigingen van de Heer voor

Zijn kinderen als hun harten beefden en zij niet meer wisten

hoe te gaan. Ik liet deze teksten in het Spaans vertalen. Ik

zong enkele liederen. Terwijl buiten het moment was aangebroken

dat de storm over het eiland raasde en de klapperbomen

zich kromden in de wind, was het rustig in de harten

van deze mensen, zongen we van de almachtige Heer van

hemel en aarde. Toen vroeg ik of iedereen zijn knieën wilde

buigen, of hij wel of niet geloofde, ik zou dan voor allen bidden,

voor het eiland, de huizen, de boten op zee. Ik riep de

Heer aan, hield Hem Zijn beloften voor, dankte Hem voor

Zijn tegenwoordigheid, voor de beschermende dienst der

engelen rond ons heen en zo, biddende, dankende, zingende,

prijzende ... woei de storm over het eiland, week het gevaar.

Iedereen was erg onder de indruk, niemand zal in zijn leven

deze merkwaardige kerkdienst vergeten, toen de storm over

Gods huis joeg en niets vernielde, allen spaarde in zijn vernietiging.

De kerk lag op een verhoging, alle lampen wierpen

licht naar buiten waar alles aardedonker was en toen zag ik

het ineens dat zó een Huis Gods moest zijn, een schuilplaats

voor alle mensen, allen die in nood zijn, in angst leven, die

kleinmoedig zijn en troost zoeken. Of ze nu bij die kerk

"behoren" naar hun lidmaatschap, of niet, een heilig Huis

van God, daar waar Hij is, daar waar Gods protectie is, Zijn

bewaring. Ik hoorde later dat deze avonddienst mensen hebben

doen nadenken, ze kochten een Bijbel en vroegen een

gesprek. Wat is dit, dat iedereen, alle mensen op straat, mogen

binnenkomen en waar hen de angst wordt afgenomen,

daar waar iemand rustig met zijn God spreekt over de nood

en Hem vraagt om bescherming.

De plaatselijke predikant verzette zich eerst tegen mijn plan,

23


"moest dit eerst met zijn bestuur bespreken", was bang dat er

misschien dronken zeelui zullen komen, lawaaischoppers uit

de kroegen, prostituees ... , maar ik nodigde àllen uit, iedereen

die bang was en zij kwamen met hun angst, hun onzekerheid

en kwamen precies terecht tegenover de Heer, liepen

recht in de armen van de Heiland van zondaren. In de kerk

was eerbied, rust, Gods Geest was de wind in het gebouwen

het bleek sterker dan de wind daarbuiten. God weet wel raad

met deze mensen, Hij nodigt hen àllen, ja laat zelfs de zondaren

en hoeren vóórgaan, naar hèn speciaal gaat Zijn liefde

uit ... Gods volk is geen elitair volkje, laat zij zich dit nooit

inbeelden, wij zijn allen door Gods genade gegrepen, allen

door Jezus vrijgekocht door Zijn bloed.

Toen mijn vriend de bisschop van de Anglicaanse kathedraal

in Singapore werd vervuld met de Heilige Geest, we hadden

samen gebeden in zijn privé-bidkapel en hem de handen opgelegd

voor de Gaven des Geestes, was het eerste wat hij zei:

"Nu gaan we de kathedraal openstellen voor alle zieken en

bekommerden. In theorie was zij dat vroeger ook, maar daar

kwam niets van terecht, nu leg ik hen de handen op en zal ze

zalven met olie. Zaterdagavond zal ik een avond voor genezing

instellen, daar wil ik dat je aan mijn zijde zal staan, opdat we

samen hen allen de handen opleggen. Er zijn zovele zieken, laat

Singapore maar al haar nood binnenbrengen in Gods huis waar

wij klaar staan om hen tot de Heer te brengen, die leven en

overvloed belooft!"

Wij hebben dat gedaan en nooit zal ik vergeten hoevele zieken

opstonden van hun strechers, hoevelen verklaarden genezen te

zijn. In heel de stad werd over deze diensten gesproken in deze

eerbiedwaardige Anglicaanse kathedraal. Later gaf hij gelegenheid

om te profeteren in die kerk en het: Zo spreekt de Heer!

weerklonk daar. We hebben daar in nieuwe tongen gezongen,

ook in een andere eerbiedwaardige kerk van de Anglicanen,

er kwamen mensen naar voren, knielden bij het altaar en gaven

hun leven aan Jezus, bij tientallen, er werden zieken gebracht

en bezetenen en wij baden voor hen, er werden profetieën gesproken,

God maakte Zijn wil bekend aan Zijn volk en er werd

in tongen gezongen. In hun duistere nissen stonden de heiligenbeelden,

de apostelen, maar we hebben daar niet op gelet, we

wisten dat de engelen Gods daar waren. Halleluja!

24


Het huis Gods is heilig in de bijbelse betekenis; "heilig" betekent

"afgezonderd"! Daar komt de wereld niet in en de duivel

niet, daar is Gods tegenwoordigheid en daarheen willen wij

opgaan en Zijn levende aanraking voelen.

Wij begonnen in de kleine kerk in Tirukkovil, aan de oostkust

van Sri Lanka, in een uithoek van het eiland, te prediken, br.

Arumainayagam en ik, hij was mijn tolk. Wij leerden de mensen

eenvoudige koren die gemakkelijk werden onthouden. De

boodschap werd gebracht van overwinning. Daarna riepen wij

de mensen op hun leven aan Jezus te geven, zich àf te keren

van de zonde, om te keren, in te keren tot Gods genade, te

bekeren. Wij riepen de zieken en spraken met hen over de

overwinning in Christus, wij legden hen de handen op en genazen

hen in Jezus' Naam, dat wil zeggen: namens Jezus. En

deze genezenen gingen huiswaarts en vertelden wat ze gezien

en ervaren hadden en nodigden anderen uit te komen "horen

en zien". De eerste zieke die wonderbaar genas was een ouderling

van Ds. Daniël, in de striemen van Jezus herstelde hij. Een

bezeten man, die iedereen lastig viel, werd heerlijk bevrijd en

gedroeg zich van die dag als een ander mens. Overal in de

omtrek werd maar alleen over deze wonderen gesproken en

na enkele dagen was de kerk overvol. Wij hielden de ramen en

deur open, zodat buiten in het donker nog velen konden "horen

en zien" dat God goed is. God zorgt voor Zijn eigen publiciteit

en zoals bij Jezus' rondwandeling op aarde de mensen

van heinde en verre op Hem afkwamen "om te horen en te

zien", zo ook is er vandaag een heerlijke publiciteit waar het

Woord wordt gebracht met tekenen en wonderen.

Wij predikten een opgestane, machtige Jezus Christus, Die

vandaag nog Dezelfde is, zoals Hij gisteren was en steeds zal

blijven en zo ontstond op die plaats een opwekking. Mensen

kunnen nimmer een opwekking "maken", predikers zijn

daartoe nooit in staat, alle ijver en activiteit, enthousiasme,

kan geen opwekking oproepen, het is ALTIJD het werk van

de Heilige Geest.

Een toenemende stroom van zieken en belasten ging ons ook

overdag bezoeken, het waren meestal mensen die van ver kwamen.

Wij waren tenslotte heel de dag bezig om hen op Jezus

te wijzen en met hen te bidden, van 's morgens vroeg tot

25


's avonds laat, zelfs na de samenkomsten, tot diep in de nacht.

Er kwamen ook mensen nu uit Midden-Ceylon en uit de gehele

oostkust, verlangend naar gebed, naar meer kennis van

God, naar de vervulling met de Heilige Geest. Onder hen waren

verschillende voorgangers. Het is ongelooflijk hoe snel het

bericht rondgaat door de wijde omtrek, ja tot zeer ver, het

was alsof een geheimzinnige radar het bericht met de wind

verbreidde, in Indonesië noemen wij dat "kabar angin" (bericht,

overgewaaid door de wind). Maar hier was sprake van

de wind des Geestes. Een regeringsambtenaar uit Batticaloa,

mr. Bertram Casinader kwam met zijn vrouw naar ons toe, wij

lazen samen de Bijbel met hem over "al deze dingen", hij

werd overtuigd, wij legden hem de handen op en hij begon in

nieuwe tongen te spreken. Toen zij afreisden waren deze twee

bezoekers geheel vernieuwd. Later werd hij een zeer bruikbare

verbindingsman in de grote campagne in Batticaloa.

Wij hielden in de voorgalerij onder de schaduwrijke banyanboom

voortdurend bijbelstudie, ónderwezen de gelovigen de

functie en betekenis van de Gaven des Geestes. Dat maakte

hen verlangend deze ook te ontvangen. We legden hen dan de

handen op en zij ontvingen waarvoor zij geloofden. In onze

slaapkamer ontving ik continu mensen, ik sprak met hen en

bad met hen. In een andere slaapkamer van de pastorie legde

Elisabeth met haar tolk de mensen de handen op, las uit de

Bijbel en onderwees hen; weer ergens anders, in de achtergebouwen,

was br. Paul Arumainayagam met de mensen

bezig, hij kreeg ineens geloof om deze dingen te doen; in de

keuken stond Hepsibah, de vrouw van de dominee, voortdurend

eten te koken om de mensen van ver niet met een lege

maag terug te laten gaan, het gehele huis stond in dienst van

de Heer! In de voor- en achtergalerij en in de tuin zaten velen

gehurkt te wachten totdat zij aan de beurt kwamen. Soms

waren er zoveel mensen dat wij overdag naar de kerk trokken

en een lange samenkomst van een dag hielden, met de mensen

spraken en de zieken bedienden. Zij hadden plaatsgenomen op

de matten op de vloer en werden een voor een voor de Troon

der genade gebracht, tot Jezus, die zei: Komt allen tot Mij ...

Ik heb een oplossing, Ik ben het Antwoord!

De dominee werd vreemdeling in zijn eigen huis, dat ingeno-

26


men was door een vreemde bedrijvigheid die hij nimmer eerder

had meegemaakt. Hij gedroeg zich nerveus en onzeker, liep

de kamers door, bleef hier en daar luisteren en toezien hoe

Gods Geest werkte, zag zieken met eigen ogen heerlijk genezen

door de opstandingskracht van Jezus, schudde zijn hoofd dan

weer, niet begrijpend en liep als een slaapwandelaar rond. Het

was, als hij tot de bezoekers die hij kende, sprak, alsof zijn

woorden verkeerd vielen. Zijn theorie van "te leren berusten

in wat ons in het leven wordt aangedaan door God en duivel"

ging volkomen de mist in op het eenvoudig geloof voor genezing

van de mensen, vooral als de genezenen, de Heer luid

lovende en prijzende, de pastorie verlieten en het erf afliepen

naar de grote straat naar huis. De dominee zag dingen om

zich heen gebeuren, de gehele dag door, die hem niet waren

geleerd op de universiteit in Canada waar hij had gestudeerd.

Hij zag hier de heerlijke opmars van de levende Kerk van

Christus in overwinning en openbaring van kracht, zijn theoretische

geleerdheid bleek waardeloos te zijn tegenover de

acute nood van de mensen.

Anders kwam er zelden iemand naar zijn pastorie toe voor

oplossing van geestelijke en fysieke nood. In het gewone leven

was zijn kerk leeg, zat hij de hele dag niets te doen in zijn gemakkelijke

stoel op de voorgalerij, de hitte in dit land maakte

hem altijd loom. Maar thans ineens zag hij hoe zijn bediening

zou kunnen zijn, hoe daadwerkelijke hulp kon worden geboden,

in Jezus' Naam. Hij begreep dat er veel meer resultaat

uit zijn pastorale bediening kon uitkomen dan een wekelijkse

preek voor de mensen in zijn woonplaats; stromen van levend

water kon het zijn in dor land, een boodschap van hoop en

verkwikking!

Hij haatte "Pinksteren", zonder te weten wat het was, dat zei

hij dikwijls tegen ons. Hij had in zijn studentenjaren in Canada

wel eens negerkerken bezocht waar "Pinksteren" werd gebracht

en het stond hem tégen, al wat hij zag en hoorde; hij

had besloten daar nooit iets mee te maken te willen hebben

en elke vorm van emotionaliteit en spontaniteit wilde hij vastberaden

weren uit zijn kerk, hij had een aversie tegen dit

" fanatisme" , deze "hysterie". Maar hij wist niet waarover hij

sprak. Hij wenste het notabele ambt van predikant hoog te

houden; een rustige, bezadigde man die vredig zijn kudde leidde.

27


Maar thans, maar hier, notabene in zijn eigen pastorie, werd

door zijn zwager en een prediker van ver, een drukte ontketend

in zijn bestaan, een volle kerk en een vol huis met zielen

die gebed vroegen en zieken die genezing zochten, hier blies

een andere wind, hier was iets anders gaande dat hij niet

tegenhouden kon, een stroomversnelling die hij niet in te

dammen wist, hij werd meegesleurd naar waar hij niet wilde

zijn. Als hij oprecht was, dan moest hij toegeven dat hier

wonderbare dingen gebeurden die mensen niet vermogen te

doen, die duidelijk van God moesten zijn. Hij zag voor zijn

ogen zieken, die hij goed kende en waarvoor hij jaren gebeden

had, plotseling genezen, in een ogenblik, hij sprak met hen als

ze gelukkig huiswaarts keerden. Hij zag doven horen en blinden

zien, het vervulde hem met een verbazing vermengd met

vrees, met gramschap ook omdat hij dat niet deed, dat

vreemden van elders bleken toegang te hebben tot goddelijke

krachten, tot wonderkrachten, het leek alsof zij Gods hand

konden bewegen ...

De dominee streed een enorme strijd, maar de Heer was machtiger

dan zijn verzet. Op de vierde dag zei hij tegen mij: "Ik

houd dit niet meer uit, ik sta zo ontzettend alleen buiten dit

alles wat u vervult, ik wil het ook, ik geef mijn weerstand op.

Ik heb al drie nachten niet geslapen, ik pieker voortdurend

wat dit toch te betekenen heeft. Maar u komt steeds maar

met de vinger op de Bijbel wijzen en inderdaad, ik moet toegeven

dat het er allemaal staat, alles zuiver Bijbels is, want ik

zie toch wel duidelijk Gods zegen, deze wonderen en tekenen!

De dag daarop legden Paul en ik hem in zijn slaapkamer de

handen op voor de vervulling met de Heilige Geest. We spraken

eerst wel een uur met hem en lazen en herlazen rustig de

betreffende teksten uit Gods Woord. Daarna baden we met

hem, legden hem de handen op en vroegen de Doger te willen

komen en deze man te vervullen met Zijn Geest. Er is

maar één Doper met Geest en vuur, Jezus Christus, niemand

anders. Wij mensen zijn niet in staat de Geest Gods, die Gods

diepten heeft gepeild (I Cor. 2 : 10) te geven, mee te delen aan

anderen, wij zouden ons aan dat vuur van God verbranden.

Maar Jezus is de Doper en Hij is willig om te dopen. Wij baden

de Heer deze knecht aan te raken en op een geweldige wijze

te vervullen met Zijn Geest. En het wonder gebeurde! Deze

28


man begon opeens luid in tongen uit te breken, hij kreeg instantelijk

de beschikking over een geheel nieuw idioom waarin

hij zijn ziel liet leegstromen tot God. Het was niet een aangeleerde

taal, een geconstrueerde taal, maar een expressie, een

uiting dat hem mogelijkheden gaf zich uit te spreken, zoals

een gewone taal niet vermag, omdat hij daarvoor te beperkt,

te klein is. Hij kon dit niet langer in zich houden, de stroom

zocht een nieuwe bedding van mogelijkheden waarlangs zij

uitstromen kon. Zoals het Woord indaalde in het menselijke

vlees, zo daalde het Woord ook in de menselijke taal. Er was

zo'n sterk verlangen gegroeid naar dit levende water, dat het

hem nu overstroomde. Waar het hart vol van was, stroomde

over de lippen. Heerlijk bevrijdend vloeide deze nieuwe taal

des Geestes uit zijn hart over zijn lippen. Het overspoelde zijn

bevangen verstand, zijn intellect, en nam alle kritiek weg, er

bleef alleen heerlijkheid over.

De hemelse Doper vervulde hem glorieus met de Geest. Met

zijn ogen gesloten onderwierp hij zich aan deze zegenende

stromen van kracht, golven va,n heerlijkheid enin een nieuwe

expressie brachten zijn lippen lof toe aan de Schepper. De

Heer gaf hem een prachtige taal, een krachtig en vol idioom.

Het was alsof hij innerlijk op een hoge, bijzondere wijze met

God in verbinding stond en in geheimtaal reëel met Hem

communiceerde. En zo is het ook, de nieuwe mens, de nieuwgemaakte

mens in Christus, spreekt geheimenissen met zijn

Heer. De Bijbel zegt: "Want wie in een tong spreekt, spreekt

niet tot mensen, maar tot God, want niemand verstaat het:

door den Geest spreekt hij geheimenissen" (I Cor. 14: 2). Dit

spreken tot God op deze wijze is een reële ervaring die miljoenen

op de wereld kennen.

De mensen zeggen dikwijls, dat de Heilige Geest mysterieus

door de mens heenspreekt, maar dat is niet waar, de Bijbel

zegt "hij" is het, die spreekt, mijn geest (I Cor. 14: 14), de

nieuwe mens! Het is niet waar dat de mens slechts een vocaal

is, kanaal, instrument zonder meer en dat een grote kracht

door hem heenbreekt naar buiten. Neen, de mens is zeer

positief er bij betrokken. Niet zijn gevoel, niet zijn kritisch

verstand, maar de nieuwe mens in hem die uit Christus geboren

is, zoekt een verticale communicatie met de Heer langs

een oneindig bredere weg van onbeperkte mogelijkheden, een

29


uim vocabularium van voor deze nieuwe mens zinrijke klanken,

dat door God wordt verstaan.

Ds. Daniël sprak een uur lang in nieuwe tongen, wonderbaar,

in deze prachtige taal die hij gekregen had, gevonden had.

Wij lieten hem doorspreken, de stroom zocht zich nu een

brede bedding om uit te stromen. Men kon horen dat hier

geen sprake was van ongearticuleerde klanken zonder verband,

chaotisch, ongebreideld omhooggestuwd, maar dat hier

sprake was van een duidelijke, reële taal met samenhang, fonetische

structuren, met logica, met inhoud, een uitdrukkingsvorm

van hoge klasse, inderdaad een taal. Het wonderbare is

dat hij in het begin niet op de tast was naar eerste klanken,

een nieuw geluid, maar hij opende zijn mond en sprak die

taal, instantelijk en volledig daarover beschikkend, geheel in

volle breedte, met alle klinkers in zich besloten, logisch van

samenstelling. Het is altijd weer een wonder!

Er zijn in samenkomsten waar in tongen werd gesproken door

kritische taalkundigen bandopnamen gemaakt die later werden

geanalyseerd, maar deze talen laten niet toe door de I

wetenschap te worden benaderd of verklaard. Elke poging om

Gods Woord wetenschappelijk te verklaren, mislukt, elke analyse

van de dingen van Gods Geest, blijft vruchteloos.

Ik heb in mijn bediening rond de wereld ontelbare mensen

vervuld zien worden door de Heilige Geest en het is altijd weer

een mirakel wat daar gebeurt. Maar zelden heb ik iemand zo

zuiver en overstromend zien vervuld worden als deze dominee.

Hij strekte in zijn monoloog met God de handen omhoog, gesticuleerde

daarmee, hij wenste kracht van overtuiging bij te

zetten bij zijn woorden, alsof de nieuwe mens in hem zijn

Schepper wonderbare en grote geheimenissen bekend maakte.

Er was hier buiten het verstand om een gesprek gaande, een

verticaal communiceren, ik ben er zeker van dat de meest

eigene, persoonlijke en intiemste levenszaken hier aan de orde

kwamen, besproken met God, door die man daar op de wrakke

stoel in de pastorie.

Er was daar een heilige sfeer, wij allen waren onder diepe indruk,

zagen en luisterden. Wij haalden zijn vrouw Hepsibah

uit de keuken en zij stond met ons, met tranen in de ogen,

dit tafereel aan te zien, zij dankte God voortdurend daarvoor.

Andere voorgangers, die toevallig op de voorgalerij zaten,

30


haalden wij stil naar deze "bovenzaal" en lieten hen zien hoe

Gods Geest een mens in bezit nam, hem vullende met Zijn

heerlijkheid, ook zij dankten God met een bewogen hart. Wat

is dit iets heerlijks! En dan dat wonder van uiterlijke verandering,

deze mismoedige, sombere man die bevlogen werd van

een nieuwe, hemelse vreugde, stromen van levend water

vloeide uit hem ...

Toen dominee Daniël uit de werkelijkheid van boven weer in

de werkelijkheid van beneden was teruggekeerd en de ogen

opende, lieten wij hem direct de handen mee opleggen op zieken

en belasten en tot zijn eigen grote 'verbazing zag hij dat

zieken onder zijn handen genazen en demonen op zijn bevel

uitvoeren. Van tijd tot tijd zag ik hem met verwondering naar

zijn handen kijken, waar een nieuwe kracht in was gevaren,

een helend vermogen. Hij had het ons vier dagen zien doen en

begon op dezelfde wijze in dezelfde Naam nu te handelen, en

hij zag dezelfde resultaten. Hij begon eerst zijn gemeenteleden

de handen op te leggen en thans genazen zij, hij legde zijn

ouderlingen eveneens de handen op en zij veranderden, tot

zijn eigen groeiende verbazing constateerde hij dat zij werden

vervuld met de Heilige Geest en in tongen hun Heer begonnen

te roemen en te prijzen, ze hadden nu ineens stof genoeg.

Op zijn achtergalerij begon hij nu mede de stroom van mensen

te bedienen, in geloof, hij die juist zelf de kracht ontvangen

had en het geloof in wonderen; "maar gij zult kracht ontvangen,

wanneer de Heilige Geest over u komt" (Hand. 1: 8). Hij

liet zijn studie-ervaring los en greep naar de macht! Hem was

geleerd waarde te hechten aan woorden, woorden; wijze,

stichtende, moraliserende, meeslepende woorden van wijsheid,

maar ervoer dat het Koninkrijk Gods daar niet mee gediend

werd, "Want het Koninkrijk bestaat NIET in WOORDEN,

maar in KRACHT!" (I Cor. 4 : 20).

Hepsibah, de domineesvrouw, werd in haar jeugd reeds vervuld

met Gods Geest, maar verwaarloosde deze gave door gebrek

aan aanmoediging, veronachtzaamde het gebruik daarvan,

zo raakte het diep onder het stof verborgen. Maar op haar

verzoek werd nu haar ook de handen opgelegd door Elisabeth

en zij ontving de vervulling. Zij getuigde dat zij heimelijk al

jaren gebeden had dat haar man en ook zijzelf deze persoonlijke

Pinksterervaring zouden ontvangen. God hoorde!

31


Weldra was het huis van 's morgens tot 's avonds gedurig vol

mensen, het liep af en aan in de pastorie, wij baden de hele

dag met de mensen die kwamen, wij met ons vijven nu; Elisabeth,

Paul, Christy Daniël, Hepsibah en ik, ieder had een

eigen plaats in dit te kleine huis, met zovele wachtenden buiten.

De samenkomsten die 's avonds doorgingen, waren buitengewoon

gezegend en vol mensen, buiten luisterden honderden

naar de boodschap.

Er ging een roep uit tot ver buiten Tirukkovil, de zieken kwamen

overal vandaan naar het gezegende huis van Ds. Daniël.

Een bekende tovenaar was ziek en kon zichzelf niet genezen.

Hij was een oude man en toen hij de wonderen zag gebeuren

in de kerk, begon hij in een Bijbel te zoeken naar deze waarheden

Gods. Hij kwam tot bekering, werd heerlijk bevrijd

van alle demonie, van occulte machten, en genas volkomen.

Wat een verandering beleefde die man, hij ontving de Heilige

Geest en heel zijn natuur werd vernieuwd en gereinigd. Hij

zette direct zijn "praktijk" aan de kant en ging de Heer

dienen.

Een moeder met vijf dochters kwam ons opzoeken, zij werden

allen krachtig vervuld en spraken in tongen, zingende verlieten

zij de pastorie, wat een heerlijke, stralend gelukkige gezichten

hadden ze!

Op een late avond werd een stervend kind gebracht, de moeder

droeg het 5 uur lang, de vader droeg twee andere kinderen,

ze kwamen van ver en waren arm. Er was voor het kind dat

de moeder droeg geen hoop. Wij gaven de familie rijst te eten

en een slaapplaats voor de nacht, we baden met het kind"

nadat we het gezalfd hadden met olie en de volgende morgen

liepen allen naar hun dorp terug, het kind was geheel genezen

en in die nacht aangesterkt.

Wij werden ook geroepen naar een verwijderd dorp, waarvan

deze dominee consulent was, het heette Pottuvil, want vele

zieken konden niet naar Tirukkovil komen. Men vroeg ons

daarheen te reizen, wij hebben deze uitnodiging aangenomen.

Met een wrakke, oveIjarige auto moesten wij daarvoor een

tocht maken dwars door een uitgestrekte wildernis waar kudden

wilde olifanten zwerven. Vooral 's avonds zijn ze in

beweging en lopen bij voorkeur op de weg die nog warm is

32


van de zon overdag, ze liggen graag met hele kudden op die

weg met hun buiken op het hete wegdek. Kudden trekken

over deze streek, zoekende naar voedsel en waterpoelen.

Er zijn in dit gebied ook andere wilde dieren, buffels, luipaarden

(toen wij daar waren was een film-opnameploeg van

Walt Disney bezig met een film over luipaarden, die hier de

fraaiste van de wereld heten te zijn), beren, wilde varkens,

grote slangen, krokodillen, maar vooral olifanten. Ceylon is

het land van de olifanten.

Eeuwen geleden was er een overvloed van olifanten op Ceylon,

olifanten waren één van de export-produkten van het

eiland. Wilde olifanten werden gevangen en opgeleid voor

ceremoniële en arbeids-doeleinden. Toen het eiland werd gekoloniseerd

en Europeanen er begonnen te heersen, brak het

duistere tijdperk aan dat op deze olifanten voor sport werd

gejaagd, de populatie liep ernstig terug. Vandaag worden de

wilde olifanten zorgvuldig beschermd en leven zij in vrijheid

in uitgestrekte wildreservaten. In Yala, Gal Oya en Lhugala

zwerven ze met grote kudden rond. Het is een attractie om

deze kudden bij avond te zien trekken naar de stromen en

meren om te drinken en te baden.

De verzorgers van de tamme olifanten, de "mahuts", blijven

altijd bij hun dieren, eten met hen, slapen bij hen, baden met

hen, werken met hen, verlaten ze nimmer. Zo ontstaat er een

nauwe relatie, een "verstaan" van elkander. Ceylonese inwoners

die het kunnen weten, vertelden mij dat de mahuts met

hun dieren kunnen spreken, een soort geheime "olifanten taal"

gebruiken, een taal die van vader op zoon wordt doorgegeven.

De intelligente olifanten leren die taal te verstaan, die alleen

tussen zijn mahut en hij wordt gebruikt. Daarmee geeft de

mahut zijn bevelen, zijn orders, die de dieren uitvoeren. Niet

. door middel van bepaalde tikjes aan hun oren, of klapjes op

hun poten, wordt er "gesproken" zoals men dat in het algemeen

gelooft, maar in een taal, in woorden, geluiden. Ik heb

gezien dat een mahut met zijn olifant sprak en deze alles

keurig uitvoerde. De olifanten verslepen balken en bomen en

doen dat sneller dan menige hefkraantruck. Ik heb gezien hoe

een auto die in een ravijn was gestort in enkele minuten aan

een ketting door een olifant werd uitgetrokken.

Het gebied dat wij door moesten is een groot wildreservaat,

33


een van de rijkste aan dieren van de gehele wereld. We moesten

's avonds laat, op de terugweg, wanneer wij door het donker

reden, voorzichtig en zo stil mogelijk, rijden, geen lichten aan

en vooral geen geluiden maken, die lange eenzame weg door

het wildgebied.

-De auto die wij bereden was die naam allang niet meer waard

en kon het elk ogenblik begeven. Als het stil stond, kon het

slechts met duwen achter de auto weer op gang worden gebracht

en dat ook niet zo snel. Wij moesten er niet aan denken,

dat wij in dit gebied panne zouden krijgen, dat betekende

in deze wildernis de nacht doorbrengen. Wij baden voortdurend

dat de machtige Heer ons veilig door de rimboe leiden

zou.

In Pottuvil, in het verre zuiden, stond een kleine Methodistenkerk

zonder vaste predikant, waar Ds. Christy Daniël eenmaal

in de vier weken predikte. Hij maakte dan in zijn oud auto'tje

die gevaarlijke rit door het wildgebied. Hij heeft van alles beleefd

op die tochten. Hij reed in het donker eens, scherp vooruitkijkend

op de weg, toch bijna tegen een reusachtige olifant

op, die op de weg stond te eten van de hoge bomen aan de

kant. Hij zag hem pas op het allerlaatste ogenblik, omdat de

structuur van de donkergrijze, harige, geplooide huid van het

dier geen maneglans weerkaatste en dus wegviel in de omgeving.

Met een snelle draai aan het stuurwiel kon hij rakelings achter

het dier langs zwenken, maar raakte hem toch even aan. Met

een luide kreet van schrik en pijn, draaide het dier zich om en

liep, trompetterend, met zwaaiende oren, achter de automobilist

aan. Hij haalde deze gelukkig niet meer in, ofschoon ze

zich snel kunnen voortbewegen. Als de wagen door deze plotselinge

manoeuvre van de weg was afgeraakt en in de greppel

was gereden, was hij verpletterd door de boze reus. Daarom

rijdt hij de nachtelijke terugweg altijd zeer voorzichtig naar

huis, met opengedraaide ramen, lichten gedoofd, speurend

naar olifanten op de weg.

Eens reed hij over een dikke bobbel over de weg, het leek wel

een omgevallen boom. Omdat hij deze weg goed kent en dit

obstakel niet eerder ontmoette, stopte hij voorzichtig om te

zien wat het was en zag in het schijnsel van zijn lamp dat het

een grote slang was, die over de breed te van de weg lag en

waarvan de kop enerzijds en de staart anderzijds in het struik-

34


gewas verdween. Het enorme dier kronkelde, maar bleek niet

verwond te zijn, hij sprong in zijn wagen die het toen gelukkig

direct deed en verdween.

Wij hadden een heerlijke avond in Pottuvil. Daar was nog

nooit een blanke zendeling geweest, dit dorp achter in de wildernis

werd zorgvuldig vermeden door gastpredikers. De getuigenissen

van wonderen en tekenen in Tirukkovil waren ons

al vooruitgegaan, ooggetuigen hadden ze in geuren en kleuren

verderverteld, daardoor wachtten honderden nieuwsgierigen,

vooral ook zieken, op onze komst.

Wij zongen een lied en begonnen meteen de zieken te helpen.

Wij spraken kort over de tekst uit Jesaja 53 : 5: "Maar om

onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden

verbrijzeld; de straf die ons den vrede aanbrengt, was

op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden."

De zieken mochten op die belofte ingaan, als zij in Christus

geloofden.

Meestal brengen wij eerst het evangelie van genade, van vergeving

van zonden, van reiniging van schuld, van vernieuwing

door Jezus Christus, van het kindsehap Gods. Ik nodig degenen

die hier in geloof op in wensen te gaan en Christus aannemen

als hun persoonlijke Heiland en Heer, tot deze beslissing over

te gaan, ze staan op en komen voor mij staan, terwijl ik met

hen allen het zondaarsgebed bid. Als Jezus Christus is aangenomen

voor de ziel, gaan wij Hem aannemen voor het lichaam;

zonde is lepra van de ziel en ziekte is lepra van het lichaam,

Jezus wil ze beide genezen. Eerst de zaken met God in orde

brengen, met de hemel, met de eeuwigheid en later de zaken

met het lichaam, het vlees, ons aards bestaan. Jezus wil alles

wat beschadigd en geschonden is aan ons gehele wezen terugbrengen,

herstellen in Zijn reële scheppingsorde. Jezus herstelt

in Zijn wonderen in en tot de grondwet dat in het heelal is

vastgesteld, Hij wenst de gevallen mens in het volkomen en

natuurlijke leven in Christus terug te brengen. Ziekte en zonde

wortelden nooit in Gods levensplan met de mens, daartoe

heeft Hij hen niet geschapen, maar ze zijn binnengeslopen in

het bestaan als gevolg van de val van Adam. De Mens van

Mattheus 1 herstelt de mens uit Genesis 1. Wonderen van Zijn

hand is het herstellen van de werkelijke natuurlijke levensorde,

35


inplaats van de onnatuurlijke. Al zijn wij eraan gewend geraakt,

zijn zij niet natuurlijk voor de mens; zonde, ziekte en dood

werden overwonnen door de volkomen verlossing van het

Bloed van Jezus aan het kruis. De duivel heeft het natuurlijke

onnatuurlijk gemaakt en het onnatuurlijke natuurlijk, maar

Christus wijst het leven de ware plaats aan, in Zijn overwinning!

"Ik leef en gij zult leven!"

Ik predik meestal eerst de vergeving van zonden en daarna de

genezing, omdat ik heb ervaren dat de nieuwe mens die in dat

ogenblik geboren is, beter toegang heeft tot het mirakel van

genezing. De genezingskansen zijn aanmerkelijk groter bij een

kind van God, dan bij ongelovigen.

Maar toch ben ik vrij om soms de genezing eerst te brengen en

daarna de vergeving. Daar waar weinig of geen begrip wordt

gevonden voor het geloof in de reiniging van de ziel, bidden

wij eerst met de zieken en bezetenen en als de mensen zien

dat hier sprake is van realiteiten, van waarlijke wonderen, van

de macht van het Bloed van Jezus, van de majesteit van God,

dan kunnen ze ook geloven dat Hij hun geweten reinigt. Het

is merkwaardig dat eenvoudige heidenen geen moeite hebben

met de bovennatuurlijke genezing van hun ziekten, zoals dat

in ons land zo heerst. Zij hebben meer te maken gehad met de

bovennatuurlijke wereld dan wij en staan daarom meer open

voor de wonderwerkende kracht van God.

Wij mochten zielen redden en zieken genezen in Pottuvil. Na

een zeer vermoeiende samenkomst werden wij uitgenodigd bij

een der oudsten een late maaltijd te gebruiken. Wij zijn dankbaar

dat we ons konden verfrissen en wat drinken en eten.

Achter deze vriendelijke uitnodiging zit ook politiek. De gastheer

houdt ons slim nog wat langer bij zich, want thuis zijn er

nog velen ziek en de buren willen ook door de evangelist worden

bediend. De gehele familie vraagt om gebed en dat komt

in de kerk niet zo uitvoerig tot zijn recht als privé thuis.

Op die eerste nachtelijke tocht terug reden wij in een helder

maanlicht, in een rustig gangetje, overal rondkijkend naar

olifanten. Vooral geen geluiden maken en geen lichten aan.

Plotseling hoorden wij in het hoge hout naast ons een geweldig

geraas en gekraak en zagen tot onze schrik dat een reusachtige

boom langzaam neerkwam en over de weg viel, met een oorverdovend

gekraak van brekende takken. Gelukkig viel hij vlak

36


voor de auto, die dank zij haar matige snelheid onmiddellijk

kon stoppen. De boom was zo dicht vóór ons neergevallen

dat onze auto stopte in een gewirwar van takken en bladeren,

het was er bijna onder verpletterd. Daar waren wij aan een

groot gevaar ontsnapt. We wisten niet waarom deze grote

boom juist op dàt ogenblik omviel, rakelings voor onze auto,

zo dichtbij en wonderlijk, dat we begrepen dat dit de hand van

God kon zijn, die ineens de slagboom neerliet om ons voor

een bepaald gevaar te behoeden. Dit was te toevallig, het

moest Gods vinger zijn. We durfden eerst de wagen niet uit,

het kon zijn dat een paar grote olifanten tegen deze boom

hadden staan duwen en omgooien, zoals zij dat meer doen om

de smakelijke wortels op te peuzelen. We hebben dat eens gezien

in het Krugerpark in Zuid-Afrika, hoe een olifant in zijn

eentje een enorme boom met wortel en tak uit de grond trok,

om de wortels die wit uit de aarde waren gekomen, te eten.

Wij hadden ons verbaasd over de enorme kracht van een olifant.

Hij trok niet met rukken uit alle macht de boom uit de aarde,

maar zo geleidelijk, in één lange, ononderbroken trek velde

hij de boom, waaromheen hij zijn slurf had geslagen.

Het kon zijn dat enkele olifanten hier in de nacht bezig waren

bomen te rooien om de wortels te eten. Wij konden uit de

auto niet zien of zich in de bosjes langs de weg olifanten bevonden.

Zo bleven wij staan en wachtten af.

Na een kwartier trad br. Arumainayagam uit de auto en ging

voorzichtig eens kijken wat achter de bosjes was, de deur geopend

houdend zodat hij er snel weer in kon als hij werd aangevallen.

Maar hij zag in velden en wegen geen olifant of enig

ander dier. Hoe kon deze boom, vroegen wij ons maar af, zodanig

vallen dat er geen mogelijkheid overbleef om verder te

komen. De boom was groot en zwaar en wij konden op die

plaats niets uitrichten. Wij baden de Heer en vroegen: "Heer,

wat is dit? Wat wilt U ons hiermee zeggen? Wij zijn Uw kinderen,

wij hebben U lief. Wij gaan naar huis. We hebben vanavond

Uw evangelie gepredikt en nu laat U zulke onbewegelijke,

zware slagbomen zakken voor onze wagen. Wat is er Heer? Is

er gevaar, verderop, waarvoor U ons wilt beschermen? Zijn

daar kudden olifanten die agressief zijn, die op de weg lopen,

zodat wij gevaar lopen? Vader, zeg ons, Uw kinderen, wat is

hier aan de hand? Redt ons! Als ergens, verderop misschien,

37


het gevaar geweken is, Vader, hoe moeten wij hier over de

zware boomstam heenkomen? Hoor ons gebed en geef ons

hart Uw rust dat U hiervan afweet. Amen."

De Heer verhoorde onze gebeden. We hoorden een motor aankomen

achter ons, het bleek een bus te zijn die achter onze

auto stopte. Het bleek, dat is nu juist de voorziening Gods,

een ploeg houthakkers te zijn, op weg naar hun werkkamp in

het bos, waar ze weer een week moeten bivakkeren. Ze

klommen uit de bus, bekeken de situatie lachend, haalden

hun bijlen uit de bus en begonnen de stam in stukken te hakken.

Wat een wonderbare hulp van de Heer, dat nu uitgerekend

houthakkers met bijlen bij zich ons achterop kwamen. Vakkundig

werden de stukken stam weggebroken en aan de kant

van de weg gerold, de takken weggehaald en nadat wij hen bedankt

hadden, reden wij verder, enkele houthakkers achter de

auto aanduwend tot deze eigen snelheid had gekregen.

Tot op heden weet ik niet van welk gevaar of anderszins de

Heer ons heeft willen redden, wat Hij ons had willen besparen

door tijd te winnen. Het oerwoud is vol leven en vooral

's nachts vol agressie. Maar er was vrede in ons hart en wij

loofden den Heer!

De volgende dagen reden wij met het afgeleefde auto'tje weer

terug naar Pottuvil, waar een kleine opwekking uitbrak, de

Heer bewoog machtig Zijn hand op die vergeten plaats, wij

zagen zielen komen tot Jezus en zieken werden genezen in

Zijn striemen. En 's nachts reden wij terug door dit dierenrijk

gebied, scherp vooruit kijkende op de weg, met gedoofde lichten,

zonder geluid. We wilden zingen na deze heerlijke avonden,

zo rijden wij altijd graag naar huis terug als wij zegen mochten

ervaren in de samenkomsten waar wij spraken, maar hier

moesten wij stil zijn, opdat de dieren niet werden verstoord.

Wij prezen de Heer zachtjes in nieuwe tongen en roemden

Zijn Naam, die ons bewaarde.

De Heer heeft mij ontelbare malen wonderbaar bewaard, in

de zending heeft men nu eenmaal grote reacties, tegenkrachten,

te verwachten, agressie van de machten der duisternis, die

zich tegen deze bediening opstellen. Maar daar is de zekerheid

in ons hart, de vaste zekerheid van een zendende Meester, die

ons beloofde te bewaren in het holle van Zijn hand.

38


De vraag wordt gesteld: Is een kind van God onschendbaar?

Bestaat er een immuniteit voor gevaren voor een vrijgekochte

door het Bloed van Jezus? Mogen wij de Heer danken die het

Woord sprak: "Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen

en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van

den vijand ; en NIETS zal U ENIG KWAAD doen" (Luk. 10:

19)? "Wie op de Heer vertrouwt, is ONAANTASTBAAR"

(Spr. 29 : 25).

In een Amerikaanse advertentie voor plastic regenjassen las ik

dat deze jassen "vuil-afstotend" zijn. Als wij met Christus bekleed

zijn, is dit kleed evenzo vuil-afstotend, zonde-afstotend,

ziekte-afstotend, gevaar-afstotend? Als wij "den ouden mens

hebben afgelegd die ten verderve gaat ... en den nieuwen

mens aandoen, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige

gerechtigheid en heiligheid" (Ef. 4: 22-24), zijn wij

dan buiten de gevarenzone gekomen? "Niet meer mijn ik,

maar Christus leeft in mij" (Gal. 2 : 20), garandeert dat de

persoonlijke bescherming van de inwonende Heer der schepping?

"Zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping:

het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. En dit

alles is uit God ... " (11 Cor. 5 : 17), is deze schepping gebonden

aan nieuwe normen, standaards, aan geheel nieuwe wetten,

is dit nieuwe leven dan een geheel nieuwe status in God

ingeplant, buitengesteld van aardse wetten van dood en verderf

en binnen de hemelse wetten besloten van leven en overvloed?

Wie is de nieuwe mens? Een min of meer verlichte oude mens,

die wat oude principes heeft afgeleerd en nieuwe principes

aangeleerd, of een totaal en onvergelijkbaar andere natuur,

met niets en niemand te vergelijken? Uitgetild uit de natuur

van de oude mens, uit Adam, en ingeplant in de natuur van de

laatste Adam, Christus. Niet geboren uit vergankelijk zaad,

maar geboren uit onvergankelijk zaad. Niet uit water, maar

uit water en Geest. Niet voortgekomen uit stof, aarde, gerelateerd

aan "Blut und Boden", vlees, maar voortgekomen uit

Geest, van God uit geboren, van Boven uit geboren, "anothen".

Zijn de ervaringen van de nieuwe mens Koninkrijks-ervaringen,

die van een geheel andere orde zijn, een hogere orde Gods?

Wie zijn wij in Christus? Als wij geloven dat wij "door God

met Christus mede levend gemaakt zijn en mede opgewekt

39


en mede een plaats hebben verkregen in de hemelse gewesten,

in Christus" (Ef. 2 : 4), zijn wij gezeten met Christus in Zijn

troon (Openb. 3: 21) en genieten ook fysieke onschendbaarheid.

"Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest

Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal

hem schenden. Want de tempel Gods en dat zijt gij, is heilig"

(I Cor. 3 : 16, 17).

"Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt;

want Hij, die uit God geboren werd, BEWAART HEM (1), en

de boze heeft GEEN VAT OP HEM" (1) (I Joh. 5 : 18). Als

wij zonen en erfgenamen zijn, "zijn wij nu kinderen, dan zijn

wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen

van Christus" (Rom. 8 : 17), dan zijn wij THANS reeds

bezitters van alles; "Alles is immers het uwe; hetzij Paulus,

Apollos of Cephas, hetzij wereld, leven en dood, hetzij heden

of toekomst, het is ALLES het UWE; doch gij zijt van Christus,

en Christus is van God" (I Cor. 3 : 22, 23).

Als wij erfgenamen en eigenaren zijn van leven en dood, heden

en toekomst, van de wereld en ons daardoor stellen kunnen

boven leven en dood, heden en toekomst, de wereld, hen bedwingende

en beheersende, kunnen wij dan zeggen dat wij onaantastbaar

zijn voor alle destructieve machten? Heeft de duivel

niet ook dit gestolen uit de kerk, het inzicht effectief

gebruik te maken van onze rechten, voorrechten, erfrechten,

troonrechten, zoonschapsrechten, die behoren bij het kindschap

Gods? Hebben wij door een volkomen verlossing middels

het Bloedoffer van Jezus Christus aan het kruis, mede

overwinning behaald in Hem over zonde en dood? Indien Hij

"met Zijn eigen bloed, eens voor altijd is binnengegaan in het

heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf

(Hebr. 9 : 12), waardoor wij "eens voor altijd" geheiligd werden

door het offer van het "lichaam van Christus" (Hebr. 10:

10); en "Hij door één offerande voor altijd volmaakt die geheiligd

worden" (Hebr. 9 : 14), heeft deze verlossing, volmaking,

heiliging, ons ook niet buiten en boven de infectie

getild die daar heerst in spirituele, fysieke en chemische luchtverontreiniging,

milieu-verontreiniging, atmosfeer-verontreiniging,

het domein van de boze geesten? De bovennatuurlijke

mens, de nieuwe mens in Christus, die met Hem is opgestaan,

is niet langer onderworpen aaI) de tyrannie- van natuurlijke

40


omstandigheden. Het "metenoué", Grieks voor: zins-verandering,

wijst naar het "Maar wij hebben de zin van Christus" ...

Is het kind van God door de inwonende Christus ge-immuniseerd?

Blijkt tenslotte de duivel geen totale en definitieve vat I

op hem te kunnen hebben, maar is hij af te schudden, te

weerstaan? "Maar biedt weerstand aan den duivel, en hij zal

van u vlieden" (Jac. 4: 7), dan is hij toch te overwinnen?

Gaat hij voor ons op de loop, als wij in geloof optreden? Zegt

de Bijbel dat? "Doet de wapenrusting Gods aan, om te KUN­

NEN STANDHOUDEN tegen de verleidingen des duivels;

want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar

tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers

dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten"

(Ef. 6 : 11, 12).

Bestaat er een immuniteit voor Gods knechten, kunnen ze

rekenen op de speciale protectie van de Zender, zijn ze zeker

van het beschermende pantser van Gods genade? Als God

voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? De Heer der heerscharen

is onze "J ehovah-Nissi" , God is onze banier! "Maar in dit

alles zijn wij meer dan overwiIinaars door Hem, die ons heeft

liefgehad!" (Rom. 8: 37).

God schenkt overwinningen, niet aanhakend aan onze kwaliteiten,

maar aan de Zijne! Mozes triomfeerde over Pharao;

Jozua triomfeerde over Jericho; David triomfeerde over

Goliath; de drie Hebreeërs triomfeerden over het vuur in de

brandende oven; de weduwe van Zarfath triomfeerde over de

hongersnood; Petrus triomfeerde op de Pinksterdag (De Heer

voegde Zijn Geest aan de drift van Petrus en maakte er "geestdrift"

van!); Paulus triomfeerde in de gevangenis van Philippi;

Christus triomfeerde over de duivel en vermorzelde zijn kop!

Daar is een kracht in de tegenwoordigheid van God dat resulteert

in triomf en niet in nederlaag. Toen David Livingstone

verscheen aan de universiteit van Glasgow om de doctorstitel

van rechtsgeleerdheid in ontvangst te nemen, werd hij ontvangen

met groot respect. Hij was mager en vermoeid door 16 jaar

blootgesteld te zijn geweest aan alle ontberingen van Afrika.

Livingstone vroeg: "Zal ik u vertellen wat mij gedragen heeft

door al die jaren van ballingschap tussen volkeren wiens taal

ik niet verstond en wiens houding tegen mij gekeerd was .... l­

tijd onzeker en vaak vijandig? Het was dit: "Zie, Ik ben met

41


u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld!"

In de kratons van Djokja en Solo worden de heilige gouden

krissen van de sultans als "pusaka" bewaard. De krijgers die

ze in de oudheid, in hun oorlogen, hanteerden, heten onkwetsbaar

te zijn, onoverwinnelijk. Deze gouden krissen werden

vooruit gestoken door de sultan die voor zijn soldaten

uit de vijand tegemoet danste in zijn prachtige krijgs-sarong,

goudbestikt, heilig, belezen door de priesters. Magische attributen

zijn deze kris en sarong, absoluut afwerend van gevaar.

De hoofdman die het droeg werd niet geraakt, heette het, hij

was onverwondbaar, onschendbaar. Ik heb deze prachtige

gouden krissen gezien en in Solo kocht ik in 1949 namens de

president van Indonesië van de sultan in zijn kraton een van

die kostbare, goudgeweven sarongs die zijn voorvaderen droegen

onder het naakte bovenlijf, als zij ten strijde trokken met

de bezwerende kris zwaaiend voor zich uit. Ik vroeg lachend

de oude sultan of ik nu evenzo onschendbaar was als ik mij

kleedde met deze oude sarong, maar hij knikte van: neen,

eerst moest die worden belezen door priesters, dan zou het

"de drager weer beschermen."

In de magie van vele oude volkeren komt deze onkwetsbaarmaking,

immunisatie voor, in wapens, kleding, amuletten,

heilige oliën, door bezweringen, zingen van bepaalde oude

liederen~ in het citeren van heilige strofen uit sacrale boeken,

het slaan van trommels, het dansen van bepaalde dansfiguren,

door offers, door bloed-gieting ... Ik wil deze magie der heidenen

natuurlijk niet vergelijken met de immuniteit van de

kinderen Gods in de strijd tegen de oprukkende legerscharen

van satan. Er is in Gods Woord een ander offensief gaande,

met dodelijke werking voor de tegenstander. De duivel heeft

ons in het defensief gedrukt. Maar het Koninkrijk is agressief,

offensief, militant. De uitrusting is duidelijk vastgesteld, de

gelovige zal de wapenrusting Gods omgespen, "om te kunnen

standhouden tegen de verleidingen van de duivel" (Ef. 6 : 11).

God gaf een mogelijkheid, opende een weg ter overwinning.

De christen behoeft niet te worden overmeesterd, geschonden,

beschadigd, hij behoeft niet gebroken voort te strompelen.

God gaf hem een afdoende rusting, krachtiger en volmaakter

dan welk wapen van de vijand! Halleluja!

Wij kunnen niet volstaan door de wapenen te dragen tegen

42


de vijand, maar we moeten die wapenen leren hantéren. Wij

kunnen onze wapenrusting automatisch ronddragen zonder

dat het wat voor ons doet. Wij dienen op te treden met geloof.

Geloof is echter een schakel, niet meer. Niet het geloof

redt, alleen Jezus waarop het geloof zich gericht heeft. Geloof

ontleent zijn waarde aan het voorwerp waarin het gelooft.

Wij zijn wat wij geloven. Niet wat wij weten of voelen,

maar wat wij geloven. Wij bezitten ook wat wij geloven. Daar

is geen plaats voor twijfel. Wie gelooft in zijn geloof en twijfelt

in zijn twijfel, vindt open deuren in het Koninkrijk Gods.

Maar wie twijfelt in zijn geloof en gelooft in zijn twijfel, heeft

geen overwinning en is ongelukkig en uiterst kwetsbaar.

Vele zoekende mensen beklagen zich bij God dat hun geloof

zo klein is. Het is geen zaak van gewicht, van zwaarte, van

hoeveel eenheden geloof u kunt opbrengen, hoeveel procent.

Belangrijk is waarop dit geloof zich gericht heeft, de Persoon

waarop het geloof zich projecteert. Geloof "an sich" is niets,

als het zich niet gericht heeft op iemand of iets. Dat bepaalt

de waarde en de kracht van dat geloof. Evenals liefde niets is

als het zich niet richt tot iemand of iets. Aan al het geloof van

de wereld, al de liefde van uw hart, hebt u niets op een onbewoond

eiland, waar geen subject te vinden is waarop deze

liefde zich kan richten. Het is daar zelfs gevaarlijk, want dan

richt het zich tot de "gelovige" -zelf.

Geloof is vooral de bekwaamheid tot némen, toe-eigenen.

Het strekt zijn handen uit om het uit God te nemen wat beloofd

en voorhanden is. Wonderbare klederen zijn bereid, het

geloof kleedt zich daarmee. De wapenrusting Gods is daar,

het geloof omgordt zich daarmee. Het water des levens

stroomt aan zijn voeten, het geloof neemt het tot zich, zoals

de driehonderd mannen van Gideon. De beloften Gods zijn

daar ,ja" en "amen" voor hem, hij grijpt en activeert ze, hij

transformeert ze tot wetten, wetmatigheden. De krachten des

hemels worden niet aangeroepen maar het geloof néémt en

gebruikt deze machten. De opstandingskracht van Christus is

disponibel voor allen die ze gebruiken willen, het geloof handelt

er mee en geneest de zieken. Geloof heeft direct met God

te maken. Het beschouwt niet Zijn gaven, zoals een voorbijganger

de juwelen in de etalage beschouwt, met glas ertussen,

maar hij weet dat alle schatten van het Koninkrijk Gods reeds

,

43


zijn eigendom zijn en hij neemt ze als hij wil, zoveel hij wil,

wanneer hij wil. Het geloof hoort hoe de stem des Vaders

spreekt: "Kind, gij zijt altijd bij Mij, en al het Mijne is het

uwe!" (Luk. 15: 31).

Ik ben menigmaal beschoten geweest, er werd mij op allerlei

wijze naar het leven gestaan. Ik heb moeten vluchten in de

nacht voor mijn moordenaars, verkleed als een moslemvrouw.

Ik werd door christenen verborgen op geheime plaatsen voor

gevaar voor het leven. Ik zat in een vliegtuig met een brandende

motor. Ik werd door rovers overvallen in een eenzaam

gebied tussen de bergen van Midden-Java. In Batakland stelde

de Heer engelen om mij heen, voor iedereen zichtbaar, zodat

de moordenaars niet durfden schieten. De boze machten achter

het lianen gordijn van Suriname en de Caraiben hebben

alles gedaan om mij te vernietigen, zij zonden worggeesten om

mij te doden, ziektemachten. In Afrika aten wij vergiftigd

voedsel, maar de opstandingskracht van Christus neutraliseerde

het gif. Wij werden uit landen gezet. Over ons leven werden

vervloekingen en bezweringen uitgesproken door doekoens

en obeyamannen. Wij zijn onaangetast gebleven in choleraepidemieën,

terwijl wij met de zieken baden. Wij hebben vele

malen melaatsen de handen opgelegd in Jezus' machtige Naam.

De vijand heeft waarlijk àlles gedaan om onze bediening te

beëindigen. Maar we staan nog overeind, door de genade des

Heren. Halleluja! Geprezen zij Zijn Naam!

In die dagen was er een groot feest van de Hindu's in hun tempel

in Tirukkovil (Tiruk = heilig; kovil = tempel). Zes dagen

was er feest. Wij besloten er eens heen te gaan. De dominee,

Elisabeth en ik trokken eerst de schoenen uit, zoals geboden

is, tempelgrond is heilige grond! Wij mochten binnen in de

tempel komen. Wij zagen het bidden voor de god Ganesa, we

hebben hem op zovele plaatsen in India en Ceylon zien aanbidden.

Wij hoorden het gejuich, de vele lofprijzingen, het

frenetiek geroffel van gonzende trommen, het hoge cymbalengerinkel,

het klagelijke geluid van schalmeien. Wij zagen het

strooien van bloemen, het overal versieren met guirlandes van

bloemen. Wij zagen mensen zich languit in het stof werpen

voor het beeld van Ganesa. Vrouwen liepen enkele keren de

44


tempel om met een cocosnoot, naderden na drie keer ommegang

een heilige, opgerichte steen naast de tempel, waarop zij

de cocosnoot met kracht stukwierpen, de brokken vlogen in

het rond, het cocoswater spatte naar alle kanten. Dit ritueel

is het symbool van verbreking des harten voor hun god. Wij

hebben dat in verschillende Hindu-tempels telkens weer zien

doen, ook op straat bij de Perahera!

Deze verbrijzeling van het hart uit reverentie voor hun god is

typisch Hindu's. Welk een offerbereidheid, welk een overgave!

Zij houden lange vastentijden, kennen gebedsconcentratie,

religieuse vreugde en meditatie voor hun kleine, stenen

goden. Dan te bedenken hoe de Christenen hun Heer en Koning

nauwelijks weten te eren, de levende, opgestane Heiland

weten groot te maken, nauwelijks Zijn Naam weten te roemen

en te prijzen! Hoe weinig kennen zij aanbidding, in vergelijk

met deze arme heidenen, hoe zelden kunnen zij ware

offers brengen, weten zij het geheimenis van vasten, van zich

te ontzeggen. Als ik ziende op deze Hindu's onze Christelijke

kerk vergelijk met de hunne, zo stroef, zo statisch, zo zwijgzaam

als wij zijn, schaam ik mij vaak voor onze povere wijze

van God groot maken, onze manier van aanbidding en lofprijzing.

Toen wij daar rustig in de tempel stonden toe te kijken, werden

wij door de Hindu-priesters herkend, die ons als geestelijken

kwamen begroeten. Zij hadden ook van onze samenkomsten

in de Methodistenkerk en de pastorie gehoord en

waren geëerd door ons bezoek. De hoofdpriester bracht de

bronzen schaal met heilige as en wilde evenals bij hen allen,

ons ook drie witte horizontale "tiruneeru"-strepen over het

voorhoofd vegen, als priesterwaardigheid. Wij wilden alle

égards tonen voor hun godshuis, maar weigerden beleefd gestigmatiseerd

te worden met de waardigheid van de kaste der

priesters.

Terwijl wij rondliepen op dit feestelijke, versierde tempelcomplex,

kwam een der priesters naar mij toe en vroeg in

voortreffelijk Engels of ik voor hem wilde bidden. Ik wees

hem er op dat het voor de hand lag dat hij aan zijn eigen aangebeden

god hulp zou vragen, indien hij die nodig had, het

was toch zijn tempel. Ik zei dit om hem te onderzoeken, te

peilen wat zijn beweegredenen waren. Maar hij zei: "Bidt voor

45


mij!" Ik antwoordde: "U moet weten dat ik zal gaan bidden

voor u in de Naam van Jezus, want Jezus is de Naam van mijn

God!" Hij vervolgde: "Bidt voor mij in de Naam van uw God!"

Ik zei: "Breng mij naar een stille kamer van uw tempel, daar

zullen wij ongestoord samen zijn en ik zal voor u bidden in

Jezus' Naam!" Hij antwoordde: "Dat hoeft niet, prediker,

doet u dat gebed maar hier!" Wij waren omringd nu door alle

priesters van de grote tempel en tientallen aanbiddende Hindu's.

Dit was mijn kans hier openlijk te bidden tot de Vader

in Jezus' Naam!

Ik keek hem aan, hij had aan de middelvinger aan de rechterhand

een gevouwen grasspriet, beeld van broosheid van geest,

bewijs dat hij een week lang vastte. Hij vouwde de handen

zoals wij dat gewoon zijn te doen, sloot de ogen en boog het

hoofd. Ik zag rond en zag dat nu allen eerbiedig de ogen hadden

gesloten en de handen gevouwen voor de borst. Toen begon

ik te bidden: ,,0, Jezus, Zoon van de allerhoogste God. U

ziet deze man, U kent zijn hart, ik weet dat hij U zoekt en

nodig heeft. Heiland, open zijn hart volkomen voor U, open

zijn ogen voor U. Werk met de Heilige Geest aan zijn hart en

wek hem op, deze dienaar van deze god. 0 Jezus, ik geloof

dat hij oprecht is, wellicht zult U hem liefhebben als de rijke

jongeling. 0 Verlosser, 0 Zaligmaker van mensenkinderen,

laat hem niet los, laat hem U vinden, laat het hier en nu vindenstijd

zijn. Genees zijn arme, eenzame hart, laat hem tot U

komen, laat hem bij U rust vinden! Strek Uw hand naar hem

uit, 0 Heiland van zondaren en trek hem tot U! Ik breng deze

priester tot U, wil door Uw Geest hem de weg, de waarheid

en het leven wijzen. Amen!" De priester zei eveneens: "Amen!"

En allen zeiden eveneens: "Amen!" De priester zei dankbaar:

"Prediker, ik dank u wel!" En verdween in de tempel.

De laatste morgen voor ons vertrek uit Tirukkovil zocht heel

vroeg in de ochtend dominee Daniël mij op in mijn kamer en

vroeg mij hem te willen dopen. Zijn vrouw was in haar jeugd

al gedoopt, maar hij niet. Nu hij vervuld was met Gods Geest,

wilde hij de hele weg met Jezus gaan. Ik had hem er zoveel

over gesproken en liet de beslissing tenslotte aan hem over,

hij moest dit met zijn God maar bespreken. Nu was hij er

klaar mee.

Wij gingen achter de tempel langs naar de zee en daar mocht

46


ik de dominee van de Methodistenkerk dopen in een onstuimige

zee, de Golf van Bengalen. Halleluja!

De laatste berichten die wij van hem ontvingen, vermeldden

dat deze predikant, die herder was van vijf gemeenten in dat

eenzame, wilde deel van Oost-Ceylon, de Methodistenkerk

had verlaten en vrije evangelist was geworden, levend uit

Gods hand. Na een ernstige berisping van zijn principalen in

een speciale vergadering van theologen van die kerk in Colombo,

over zijn "pinksterafwijking" , verliet hij die kerk en begon

voor zijn volk overal het evangelie in vrijheid te prediken.

Hij werd in enkele jaren een der grootste en voornaamste

evangelisten van Ceylon, een veel gevraagde spreker, leider van

enorme massa-campagnes, een profetische figuur van importantie.

Zodra de Heilige Geest heerschappij over een leven krijgt,

veranderen zoveel dingen, vernieuwen zoveel zaken. Wij begroeten

deze fijne medewerker nu als tweede man in ons zendingswerk

in Ceylon, naast broeder Paul Arumainayagam,

waarmee we steeds heerlijk optrekken achter het vaandel van

Jezus' Bloed. Deze mannen zijn zwagers van elkander.

Van Tirukkovil vlogen wij met een klein vliegtuig naar Colombo

terug. Daar begonnen wij eerst een campagne in Maharagawa,

een dorp ongeveer een uur van de hoofdstad verwijderd.

We hadden van een zuster die daar woonde, zr. Elsie de Silva,

leidster van het "Christian Mission House", een uitnodiging

ontvangen. Het huis, waarin wij zouden spreken kon maar een

honderd gasten bevatten; het leger had aansluitend aan de

voorgalerij een grote aluminiumtent gebouwd, zodat veel

meer plaats was. Daar hebben wij vijf avonden gepredikt. Zielen

kwamen tot Jezus, elke avond bleven ze achter om met ons

te bidden, vele zieken genazen. De leidster van dit zendingshuis,

zelf jaren ziek, genas op wonderlijke wijze, het veranderde

haar hele bediening. Wij woonden in die tijd in een officierswoning

in Pannipitiua.

Op een van de avonden in Maharagawa zag ik, terwijl ik predikte,

in de grote cocostuin waarin het huis stond, een auto

naderen en stoppen, het verschool zich tussen de bomen, doofde

de lichten en stond verder de gehele avond in het duister.

Het intrigeerde mij de gehele avond wie daar in de verte tussen

de bomen heimelijk meeluisterde zonder zich te tonen. Later

47


leek dat de inzittende eigenaar van de fraaie wagen de President

van de Senaat was, van boven af de vierde man in belangrijkheid

in de regering van Ceylon, na de President, de

Minister-President en de Staatssecretaris. Hij hoorde op een

of andere manier van onze samenkomsten en liet zich in zijn

auto naar Maharagawa rijden, waar hij tussen de bomen

luisterde naar mijn boodschap, die met luidsprekers over de

tuin schalde.

Na de samenkomst liet hij door zijn geüniformeerde chauffeur

ons een boodschap brengen, waarin hij ons uitnodigde

hem in zijn privé-woning te bezoeken. Wij spraken af dat wij

de volgende dag zouden komen. Wij werden weer door zijn

fraaie auto afgehaald en begaven ons naar de riante woning in

een van de deftige buitenwijken van Colombo, waar de ambassades

en consulaten waren gevestigd.

Wij spraken met deze politicus, die tevens een Buddhistische

priester is, een vol uur over Jezus. Ik was vastbesloten over

niets anders te spreken dan over Hem. Hij stelde zeer veel

belang in Hem, zei hij en had het Nieuwe Testament vele malen

gelezen. De Persoon van Jezus Christus fascineerde de man

bijzonder. Later nodigde hij mij persoonlijk uit hem naar zijn

privé-kamers te vergezellen, waar hij in zijn slaapkamer vroeg

hem de handen op te leggen en te bidden voor zijn genezing.

Ik doe dit nooit zó maar en nam de tijd om eerst uitvoerig te

spreken over de betekenis van het Bloed van Christus, waarin

hij zei tenslotte te willen geloven als de kracht Gods tot behoud.

Ik bad dat Gods Geest hem zou leiden in de volle waarheid.

Later hernieuwde deze politicus onze kennismaking en werden

Elisabeth en ik door hem uitgenodigd voor een lunch in

de Senaatskamer in het Gouvernementspaleis. Met grote eerbied

werden wij daar ontvangen en bediend door geüniformeerde

bedienden die ons een keur van spijzen serveerden.

Hier worden sommige bezoekers aan Ceylon aan een officiële

lunch genodigd, wij vonden het een hele eer. Ook daar spraken

wij over de Persoon van Jezus. De man luisterde zeer aandachtig

en stelde intelligente vragen over Hem. Hij beloofde

hoffelijk mij alle bijstand en hulp zolang ik op het eiland

evangeliseerde. Ofschoon hij een Buddhist is, moedigde hij

mij aan de boodschap van Jezus overal in Ceylon bekend te

48


Op pag. 1 ziet u de heilige olifant " Radjah ", de relikwie-drager van de

Perahera. Pag. 2-5 de heerlijke samenkomsten in Sri Lanka. Op pag. 6

bovenaan Ds. Christy Daniël na zijn vervulling met de H. Geest, daaronder

de werkgroep uit Jaffna. Pag. 7 massa-samenkomst in Kalmunai

en de evangelisten uit Sri Lanka waaraan ik de slotavond overgaf. uiterst

rechts br. Paul Arumainayagam. Op de laatste pag. de eerste dopelingen.


maken; Buddhisten zijn zeer tolerant tegenover andersdenkenden.

Wij ontvingen ook een uitnodiging om een samenkomst te komen

houden in het gerieflijke huis van de voormalige Minister

van Gezondheid. Zij was een fanatieke Buddhiste geweest en

verkeerde voortdurend in de leidende Buddhistische kringen

in Kandy. Toen de vorige Minister-President van Ceylon, Exc.

Bandaranayake door Buddhistische monniken werd vermoord

en zij in nauwe connectie met hen bleek te staan, werd zij i

verdacht medeplichtig te zijn en in de gevangenis geworpen,

waar zij twee jaar verbleef. De andere monniken werden

terechtgesteld voor moord en zij werd in de gevangenis vastgehouden

zonder een proces te hebben ondergaan. In die

duistere jaren in de gevangenis kreeg zij een Bijbel van een bezoeker,

las het en vond Jezus. Zij zwoer het Buddhisme af en

liet zich dopen. Zij begon de Bijbel terdege te bestuderen. Zij

liet zich totaal vernieuwen door Jezus. Zij vond nieuw leven

en hoop bij Hem.

Deze vrouw, Mrs. Vimala Wijewardena werd tenslotte ontslagen

en bewoont nu haar prachtige villa in Colombo, met haar

dochter. Zij was een weduwe van een zeer rijke ondernemer

die uitgestrekte thee-plantages had.

Zij hoorde iets over de vervulling met de Heilige Geest, maar

wist de weg niet hoe deze te ontvangen. In die tijd ontmoette

zij ons. Ook weer bleek het Gods tijd te zijn. Wij hielden

samenkomsten waar zij over de Charismatische gaven hoorde.

Zij nodigde ons uit voor een house-party in haar huis waar zij

de élite van de Ceylonese ingezetenen, rijke plantagehouders,

bankiers, regeringspersonen en anderen had uitgenodigd. We

spraken daar een avond lang over de Gaven des Geestes. Na

deze party nodigde zij mij uit haar naar haar slaapkamer te

volgen en daar vroeg zij mij haar de handen op te leggen voor

de vervulling met de Heilige Geest. Zij ontving onmiddellijk

en glorieus en begon de Heer in nieuwe tongen te prijzen. Zij

was zo gelukkig! Ze zei: "Al was het alleen voor mij, ik dank

God dat u naar Ceylon bent gekomen!"

Ik voelde dat de Geest Gods beslag had gelegd op de bezoekers

van deze party, aan de kwaliteit van de gestelde vragen kon ik

opmerken dat er werking was aan de harten. Ik had de Bijbel

laten spreken, steeds weer citerende Gods uitspraken en be-

49


lof ten die wij konden inlossen bij de Heer. Toen ik terug was

in de grote zaal in het huis en de bezoekers werden getracteerd

op verversingen, had ik nog enkele heerlijke gesprekken

met zoekenden. Ik mocht anderen na afloop tot de Heer leiden

en enkelen de handen opleggen voor genezing.

Wij werden later weer bij Mrs. Wijewardena uitgenodigd, nu

voor een lunch, waaraan ook haar dochters aanzaten, de

dochter die in haar huis woonde en een getrouwde dochter,

die echtgenote is van een hoge regeringsambtenaar, een,

fanatieke Buddhist, die er niet aan dacht het Christendom aan

te nemen. We namen weer de Bijbel als basis voor onze gesprekken,

wij weten geen beter en betrouwbaarder fundament

en spraken uitvoerig over de functies van de negen Gaven des

Geestes in de hedendaagse Kerk. Urenlang luisterden zij en

het scheen alsof zij een heftige dorst laafden, alsof zij gretig

dronken aan de Bron des Levens. Het was zo heerlijk deze

gereedgemaakte harten als klankbodem voor het Evangelie te

zien functioneren. Zr. Vimala vroeg ons haar de handen op te

leggen voor de negen Gaven des Geestes, zij ontving ze in

geloof en principe, al deze door God gegeven bekwaamheden

om Hem zegevierend te dienen. De beide dochters, ze hadden

Jezus Christus reeds aangenomen, ontvingen die middag ook

de doop des Geestes en spraken in nieuwe tongen.

Er waren verschillende voorgangers uit Pinksterkringen op

onze samenkomsten. Men had een delegatie uit deze kringen

naar mij toegezonden om mij te spreken. Ik ontving deze broeders

en zusters en zij vroegen mij of ik de leiding zou willen

nemen van het Pinksterwerk in Ceylon. De Pinkstergemeente

was uiteengevallen door het falen van hun voorganger en had

zich in twee groepen verdeeld, maar er was in geen van deze

groepen een acceptabele figuur die leider kon zijn over deze

verstrooide schapen. Ik kon als niet-Ceylonees onmogelijk dit

werk leiden, maar hield hun vraag in beraad. Soms wil de Heer

onverwachte wegen met ons gaan. Ook in Zuid-Afrika kwamen

broeders van een Pinksterkerk met 200 afdelingen over

het gehele land verspreid, mij de leiding aanbieden van deze

arbeid. Zij hadden lang gebeden om leiding des Geestes dat

een broeder zou komen die hun leidsman zou kunnen zijn.

Zij boden mij een grote pastorie en een goed inkomen aan, als

50


ik bereid was deze kerk te leiden. Later maakte de Heer mij

duidelijk dat ik dit niet mocht accepteren.

De broeders in Ceylon zowel als in Zuid-Afrika hadden mij

horen prediken, maar vooral mijn frequent gebruik van de

Gaven des Geestes viel hen op, het gezag over demonen en

ziektemachten, het vrije gebruik van profetie en het functioneren

van de openbaringsgaven. Dat was bij hen niet bekend

en in gebruik. Maar wij hebben uit de Bijbel geleerd deze

Gaven te gebruiken tot meerdere eer van de Heer der Kerk en

vruchtbare opbouw van het Lichaam van Christus; met minder

kunnen wij in deze demonische en materialistische tijd

niet toe.

Ds. Llewellyn Jansz (hij is een zgn. "Burger") nodigde mij uit

om een campagne te houden in de Green Path Hall, in Colputty,

in het centrum van Colombo. Wij baden de Heer om

leiding en namen het voorstel aan. Br. Arumainayagam die

een poosje naar zijn gemeente in Jaffna was teruggegaan,

kwam weer bij ons terug en vertaalde mij. Een week lang

hielden wij een campagne, er waren tientallen predikanten

en voorgangers van allerlei kerken en groepen, ze kwamen alle

avonden terug en werkten heerlijk met ons mee. De broeders

van de beide Pinkstergroepen waren er en elke avond kwamen

zij mij na afloop uitvoerig bedanken voor de zegen en herhaalden

hun verzoek om hun leider te worden. Mrs. Vimala Wijewardena

was er ook geregeld.

Elke avond predikten wij de Blijde Boodschap, elke avond nodigden

wij zondaars uit hun leven aan Jezus uit te leveren en

zij kwamen, tientallen tegelijk, wij baden met hen. Vele zieken

en bezetenen kwamen naar voren en in de dienst der genezing

en bevrijding zagen wij de krachtige hand Gods die zich ontfermde

over zieken en zwakken. De voorgangers zagen hoe

vrijmoedig wij de zaken vl!n duivel en duisternis aanpakten,

wij namen vreesloos stelling tegenover de boze. Wij stelden

geen vragen aan de Heer of Hij wilde handelen, maar begonnen

in Zijn Naam in de overwinning te staan, wij spraken commando's

des geloofs en braken de tegenstand, door de kracht

van de autoriteit die wij in Jezus hebben. Waarom zullen wij

vrezen, waar de Bijbel zegt: "Biedt weerstand aan den duivel,

en hij zal van u vlieden!" (I Petr. 4 : 7)? Wij hebben in Christus

de overwinning over de overwonnene! Halleluja!

51


De duivel is de vijand van God, de aartsvijand, de tegenstander,

"der Verneiner". Hij is niet in staat iets positiefs te denken

of te doen. Jezus is de Vriend van vriend en vijand, zoals

de Satan de vijand is van vriend en vijand. Zoals God de verpersoonlijkte

liefde is, zo is de Satan de verpersoonlijkte boosheid.

Zoals de Vader de Vader der waarheid en trouw is, zo

is de Satan de vader der leugen en ontrouw. Hij verwringt het

leven, verduistert de vreugde, verkoelt de liefde, hij verstopt

de bronnen der genegenheid, hij verkrampt, verschuift, ontluistert,

verziekt het leven. Maar Jezus geneest en heelt het

leven in ons en geeft een oneindige waarde aan dit bestaan.

De Satan is de grote verstoorder van de werken Gods, van de

wetten van Gods schepping. Wij mogen als Zijn gezond.enen,

Zijn zendelingen, de heilsboodschap uitbazuinen, proclAmeren,

de overwinning prediken van de Overwinnaar van Golgotha,

het Vrouwenzaad dat het Slangenzaad de kop vermorzelde.

Wij mogen uitgaan van een volkomen volbracht werk aan het

kruis en dit de duivel voortdurend vóórhouden. Wij mogen

daaruit handelen in geloof. Geloof is rekening houden met

een levende God.

Op een avond werden wij uitgenodigd om een campagne te

komen houden in een stad ten zuiden van Colombo, in Moratuwa.

Een zuster die het Woord predikt, zr. Beryl Wickramaratne

uit Angulana, wilde een grote zaal huren in Moratuwa

en een campagne voor ons voorbereiden. Wij hadden haar in

de samenkomsten van Maharagawa leren kennen, waar zij op

een avond inviel als tolk, toen de onze niet kwam opdagen.

Zij had ook vele mensen, bij bussen vol, naar de samenkomsten

in Green Path gebracht. Zij zag met vreugde hoe onze boodschap

aansloeg en tot zegen was. Toen wij besloten naar Moratu

wa te gaan, nodigden wij iedereen die wij bereiken konden

uit naar onze nieuwe campagne in Moratuwa te komen, dat

was niet ver van Colombo gelegen. Dit werd beloofd.

Wij woonden in Moratuwa in het prachtige kasteel " De Melville"

van mr. Hubert de Mol, een "Burger", een rijke ondernemer

van theeplantages. We hadden daar een gastvrij tehuis

en bereidden de samenkomsten voor. Spandoeken werden geschilderd

in de twee gangbare talen, het "Tamil" en het

" Singhalees" en opgehangen in de stad; de plaatselijke bladen

52


namen advertenties over de campagne op, duizenden handbill's,

pamfletten, werden uitgedeeld aan de bevolking. Wij

konden geloven dat iedereen van deze campagne afwist. Wij

hoopten dat men zal komen luisteren naar de bevrijdende

boodschap van Christus. We hadden een mooie, ruime zaal,

die geheel in gereedheid was gebracht, het podium met bloemen

en palmen versierd, een spandoek hing over de gehele

breedte van het podium, zangbladen lagen op de stoelen.

Wij verlangden ook hier weer de heerlijkheid Gods te zien in

reddingen, wonderen en tekenen.

Maar toen de openingsavond aanbrak en wij op het podium

wachtten, kwam er niemand opdagen. We wachtten nog een

half uur, misschien was iedereen verlaat, maar slech ts een

enkele zat verloren in de grote zaal. We begrepen dit niet, we

waren dit niet gewend. Wat was hier aan de hand, wat was de

oorzaak van deze vreemde terugval van opkomst, na al die

overvolle, enthousiaste zalen die wij overal in Ceylon hadden

gezien? Dit verschijnsel was te opvallend. Die nacht riepen

wij in ernstig gebed tot de Heer, vroegen Hem ons te openbaren

wat hier gaande was. Wij lagen lang op de knieën en

tastten met onze Gaven des Geestes de wil Gods af.

Elisabeth kreeg een visioen in haar gebed en de Heer openbaarde

haar wat er gaande was in de hemelse gewesten boven

de plaats Moratuwa. Zij zag in een visioen oprukkende machten

der duisternis, op paarden door het luchtruim voortjagende

woeste ruiters die er als koningen uitzagen, maar verwilderd

met lange, fladderende haren, pijlsnel zich voortbewegend van

links naar rechts over de stad. Het waren regionale machten

die dit gebied beheersen, omdat zij geen opdracht hadden gekregen

buiten deze regio te opereren. Ze waren wild in hun

bliksemsnelle, flitsende raids op vurige paarden, voortjagend

regiment van wereldbeheersers dezer duisternis. Toen ik ze

ook ging zien, in de geest, geopenbaard door de Heer, rusteloos

door de duisternis, zei de Geest tot ons dat deze machten

opgeschrikt waren en bevreesd voor onze komst, ze gaven

angstig tegenpartij en trachtten het luchtruim van onze invloed

vrij te houden. Zij waren het die de bezoekers hadden

weerhouden te komen naar de samenkomsten, zij waren het

die de toegang tot de zaal hadden geblokkeerd. Zij waren het

die het verlangen naar deze diensten verlamde. Hun macht

53


moest worden gebroken, hun overheersing te niet gedaan. Wij

zagen dat zij ook een steunpunt hadden op aarde, ergens in

het midden van de stad, niet ver van de zaal, ook hierover

moest de overwinning worden genomen.

Toen wij wisten dat het een harde strijd van machten was, begonnen

wij beiden deze te bestrijden met onze wapens, in de

machtige Naam van Jezus! Wij bestraften deze vorsten en

machthebbers, namen en overheden (Ef. 6 : 12) en braken

hun macht, hun demonische invloed op de mensengeesten.

Wij hielden hen het Bloed van het Lam Gods voor, wij toonden

hen dat wij niet onkundig waren omtrent de verlossing

op Golgotha's kruis, wij traden moedig in onze wapenrusting

Gods het strijdperk in, wetende dat: "Hij, die in u is, meerder

dan die in de wereld is" (I Joh. 4: 4). Halleluja!

Wij hebben in onze bediening geleerd op zovele fronten deze

reële strijd tegen de machten aan te binden, wij hebben geleerd

hoe ze machteloos te maken. Dit geschiedt alleen in geloof,

in de Naam van Jezus, met het gezag dat Hij ons verleent!

Wij hadden, toen wij dit alles begrepen hadden en de

strijd hadden uitgestreden, vrede in onze harten en gingen

toen slapen.

De volgende dag gingen wij eerst zoeken naar het steunpunt

der machten en ontdekten ongeveer honderd meter voor de

zaal, precies in het front, een enorm, verguld beeld van Buddha,

naast een tempeltje waar een nijvere priester bezig was.

Dit beeld zag uit over het park waar onze zaal lag. Dit was

het punt van de aardse machtsconcentratie, geleid door de

geesten der duisternis.

Ik heb die dag een tegenbeeld gemaakt, zocht een timmerman

op die een zware grote balk nam en er een kruis van

maakte, die wij rood schilderden. Dit was ons antwoord. We

plaatsten dit kruis tegen de achterwand van het podium, wij

gingen daar vóór staan prediken. Wij vielen onder de machtsinvloed

van het kruis van Christus. Wij bestraften voor de

laatste maal de invloed van alle machten, zichtbare en onzichtbare

en geloofden voor een heerlijke doorbraak van

Gods Geest.

Dezelfde avond stroomde de zaal snel en gemakkelijk vol, er

bleef geen stoel onbezet en toen de bussen vol met mensen

uit Colombo aankwamen, was het moeilijk om al die mensen

54


een plaats te geven, ze zaten tenslotte op de grond en om ons

heen op het podium. Het was weer zo feestelijk als in de andere

plaatsen. Wat een opvallend verschil met de dag daarvóór.

Ik begon niet direct met de prediking maar sloeg nog één

harde slag naar de vijand, ik vertelde wat er gebeurd was en

ontmaskerde openlijk deze geestelijke machthebbers in de

hemelse gewesten, ging onvervaard voort hen te ontluisteren

en af te breken, totdat de gehele atmosfeer gereinigd was en

een spontane lofprijzing opsteeg uit de bezoekers. Ik leerde

de mensen nimmer genoegen te nemen met deze acties van

de boze, maar ze te breken, te overwinnen, opdat Gods Koninkrijk

kan voortgaan in zijn triomftocht door de wereld.

Deze hele campagne was bijzonder gezegend en wij loofden

de Heer voor zoveel genade en goedheid. Wat te verwachten

was gebeurde, opvallend veel bezetenen werden bevrijd en er

was niets dat de overwinning weerhield van Christus. Halleluja!

.

Wij bedienden ons elke avond van twee tolken; zr. Beryl

Wickramaratne in de "Tamil"-taal voor de Hindu's en br. Dios

Abeyesinghe in de "Singhalese" taal. Deze samenkomsten

hielden wij 's avonds, overdag bezochten ons mensen, die gebed

en hulp vroegen voor genezing en bevrijding, velen zochten

ook de vervulling met de Heilige Geest. Wij houden er niet van

om te haastig de handen op te leggen, wij spreken graag vooruit

uitvoerig over de dingen des Heren, opdat het begrepen wordt

wat er gebeurt. Het waren zeer drukke dagen.

Wij hadden ook ongewone dingen in onze bediening. Toen

wij zr. Vimala Wijewardena bezochten, vertelde zij ons bij

het vertrek dat zij zorgen had over haar theeplantages, waar

een ziekte was uitgebroken, oorzaak werd dat de kwaliteit

van haar thee was achteruitgegaan en het produkt slecht in de

markt lag. Ze wist die ziekte niet te localiseren en te overwinnen.

Ze vroeg of ik bereid was voor haar theeplantages te bidden.

Ik ondervroeg haar wat ze er zelf van geloofde, wat ze

verwachtte dat mijn gebed zou uitwerken. Ze had een heerlijk,

jong geloof, zonder twijfel. Ik legde mijn handen op twee

grote koperen schalen vol thee en bad de Heer om hulp. Ik bestrafte

de ziektemachten die haar produkten bedreigden, bestreed

deze natuurlijke tegenstand en riep de Naam des Heren

55


daarover uit. Ik legde mijn handen op de thee en deelde in

geloof de genezende kracht van Jezus mee. Overal waar de

schepping, die de schepping des Heren is, gevaar loopt onder

de invloed van de vernietiger te komen, mogen wij de bevrijdende

kracht van het Bloed van Jezus aanroepen en Zijn overwinning

proclameren. Hij is de Heelmeester! Op alle gebied!

"Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de

werken des duivels verbreken zou" (I Joh. 3: 8). Later

schreef zij mij dat haar theeplantages weer gezond waren geworden

en een goed produkt afleverden.

Het is merkwaardig dat ik ditzelfde tweemaal in Ceylon

mocht doen. Toen wij in Colombo de Green Path Hallsamenkomsten

hielden, woonden wij bij een rijke theeplanter

in. Ook hij was een kind van God en geloofde in de genezing

van zijn verziekte produkten. In die tijd waren vele plantages

aangetast door een schimmelziekte. Hij liet mij een platte

mand zien met zijn thee. Ik legde daarop mijn handen en

keek op naar de Heer, ik riep Zijn machtige Naam uit over

deze thee en zegende het, in Jezus' Naam!

Wij kregen spoedig daarna uitnodigingen uit Singapore voor

een Bijbe1cursus voor Chinese studenten en besloten Ceylon

te verlaten en later terug te komen, wanneer br. Arumainayagam

zijn voorbereidingen getroffen had voor een reeks campagnes

in het noorden en oosten van het eiland.

Enige tijd nadien waren wij weer terug op het eiland Ceylon

voor de geplande campagnes. Wij hadden het geluk een eerste

klas tolk te krijgen in br. Arulnathan, een leraar Engels uit

Balangoda, een zwager van br. Paul Arumainayagam, die met

zijn zuster was getrouwd. Hij beloofde gedurende de reeks

campagnes ons te vergezellen, hij had daar verlof voor genomen.

Wij hebben vele tolken gehad, goede en slechte, het

succes van de prediking staat en valt met de tolk. We waren

gelukkig met deze intelligente tolk, die onze Engelse prediking

feilloos en vurig in het" Tamil" vertaalde.

Wij beleefden toen wonderbaar gezegende tijden en zagen

Gods machtige hand over dit eiland. De Jaffna-campagne die

van 2 tot 10 december 1968 werd gehouden was direct al

een groot succes. De eerste drie dagen hielden wij de campagne

in het Y.M.C.A.-gebouw en de andere dagen in de

56


grote Town Hall (Stadsschouwburg).

Vanaf de eerste dag stroomden de zalen vol en de laatste dagen

was de Town Hall zo vol, dat honderden door de openstaande

ramen en deuren van buiten naar binnen keken, voor

hen was op geen enkele wijze plaats te maken. Het publiek

kwam van alle kanten, sommigen van ver, toelopen op het

Volle Evangelie, op de wonderen die er plaatsvonden. Het bijzondere

was dat bijna alle plaatselijke predikanten, evangelisten,

werkers in Gods Koninkrijk, op deze campagnesamenkomsten

aanwezig waren en deelnamen aan de zegen, zonder

enige kritiek.

Dit was de eerste Volle Evangelie crusade van enige omvang in

de geschiedenis van Jaffna en de Heer deed machtige, onvergetelijk

heerlijke dingen, die Zijn Naam op aller lippen bracht.

Wij telden 1150 zielen die tot Jezus kwamen in de campagne,

uit alle lagen van het volk, van alle religie. De hand des Heren

werd door iedereen herkend in de genezingen die daar openlijk

plaatsvonden. De Geest Gods woei over deze campagne.

Er werden velen vervuld met de Heilige Geest in deze samenkomsten,

zij gingen spreken in nieuwe tongen en profeteerden.

Openbaringen waren veelvuldig en nauwkeurig. Velen werden

van duivelse machten bevrijd.

Een vrouw had meer dan 10 jaar een ernstige buikziekte, zij

werd onmiddellijk en volkomen genezen en haar echtgenoot

bevrijd van verslaving aan verdovende middelen (ganja); br. en

zr. Pospalasingam uit J affna zijn nu gelukkig in de Heer.

Een andere vrouw, een Hindu-bekeerlinge, werd genezen van

borstkanker, nadat voor haar gebeden werd. Ze heette Malika

voor haar bekering, nu laat zij zich Christiën noemen.

Br. Pospalasingam's zuster, een weduwe, was door de duivel

bezeten, meer dan 12 jaar lang, ze is nu helemaal vrij van demonen,

zij leeft vandaag gelukkig en vol vrede in Kondavil.

Daar was een man die een ernstig auto-ongeluk had gehad,

waardoor hij zich niet meer bewegen kon, maar hij werd door

verwanten naar de campagne gebracht. De Heer gaf mij een

visioen over deze man terwijl ik predikte en vertelde hem vanaf

het podium wat hij beleefd had. Deze man werd naar voren

gebracht en na gebed kon hij weer normaal lopen. Dit was

een heerlijk wonder van de Heer!

Een andere man was doof aan een oor en ik riep hem naar

57


voren, hij werd ogenblikkelijk genezen en zijn oor kon mijn

zacht gefluisterde woorden verstaan, hij sprak ze feilloos na.

Een vrouw die aan maaglijden en een speciale vrouwenziekte

gebonden was, werd onmiddellijk van haar lijden verlost, door

de gave van openbaring en het gebed van geloof. ,

Honderden asthma-patiënten en lijders aan tuberculose heb ik

in de campagnes over geheel Ceylon voor mijn ogen zien genezen.

Menigeen had ziektes in de borstholte en er waren vele

hartkwalen, maar de Heer genas de meesten instantelijk toen

ze in geloof Hem aanriepen voor genezing.

Een oude man, die totaal blind was aan een oog, reeds vele

jaren lang, werd genezen op een van de avondsamenkomsten,

dit was in Moratuwa. Hij was daarna in staat om mijn neus

aan te raken, toen hij zijn goede oog volkomen had afgedekt.

Ik ging langzaam van hem vandaan, maar hij volgde mijn neus

en raakte die precies aan.

In Green Path, Colputty, werd een bejaarde man door anderen

geholpen naar voren te komen voor gebed, hij kon niet lopen

zonder hulp van anderen. Na het gebed liep hij alleen de hele

zaal door, ja hij huppelde en danste, iedereen die het zag

prees de Heer!

Er was een oude vrouw die al jaren leed aan asthmatische

bronchitis en een zwak hart. Zij genas volkomen en gaf haar

getuigenis voor de microfoon.

Een man met bloedkanker werd wonderbaar door de Heer

aangeraakt en genezen. Nu getuigt hij overal en aan iedereen

wat Jezus voor hem gedaan heeft, vernieuwd als hij is, lichamelijk

en geestelijk.

Een vrouw was stervende aan kanker en leed ondragelijke pijnen.

Na gebed was zij genezen en prees luid en langdurig de

Naam van Jezus. Zij hief haar armen omhoog en liet niet na

de Heer te loven en groot te maken. Dat was in Jaffna, Town

Hall, nadat er voor haar gebeden was.

Menige blinde zag, doofstommen gingen gezond naar huis,

door de kracht Gods. Ik was getuige van Zijn heerlijkheid, die

Hij openbaarde waar Zijn Naam werd grootgemaakt, door

wonderen en tekenen.

Zr. Lallita Grace Arumainayagam kon nooit reizen in trein

of bus, na gebed was zij in staat om ons door geheel Ceylon te

volgen, overal de campagnes achterna. Zij was veel ziek maar

58


nu gezond en sterk. Zij is veranderd; zij die zo schuw was,

leidt nu de samenkomsten in Jaffna, als haar man niet thuis

is.

Het was duidelijk de duivel niet aangenaam dat wij deze samenkomsten

in Jaffna hielden. Er waren stakingen in die dagen,

het elektrische licht ging steeds weer uit in de stad, door

defecten in de centrale, men vermoedde door sabotage, maar

in onze samenkomsten brandde steeds het licht, dat was een

wonder. Op een nacht werd ik overvallen door duistere machten

die mij wurgen wilden. Het was erg warm, daarom sliep ik

bij een open raam in het Subhas Pension. Ineens werd mijn

keel dichtgeknepen. Ik dacht dat iemand van buitenaf door

het open raam mij dit aandeed, maar daar was geen mens te

zien. Toch werd krachtig mijn keel dichtgeknepen en kon ik

geen adem krijgen. Ik sprong op, wierp de klamboe open en

perste de Naam: "Jezus!" er uit, daarna ontspande de wurgende

greep en kon ik weer ademen, eerst moeilijk, maar

lieverlede beter. Dit waren worggeesten, demonen, duistere

machten, zoals ik ze meer heb ontmoet in mijn bediening,

vooral in de West, in Suriname, de Caraibische eilanden.

Waarschijnlijk had een tovenaar of medicijnman mij zo'n

geest toegezonden, maar zijn toeleg mislukte, ik heb een levende

Heer!

Wij waren uitgenodigd om op 14 december als gastspreker op

te treden bij het jaarlijkse Kerstdiner in de Y.M.C.A.-Hall, op

de Union Place, in' Colombo. De "Full Gospel Business Men"­

groep, chapter Ceylon, waar ruim 250 zakenmensen lid van

waren, hadden mij uitgenodigd voor hen te spreken. De

voorzitter mr. Frank Williams, had mij voor die speciale samenkomst

uitgenodigd, waardoor ik mijn campagnes in het

noorden moest onderbreken en naar Colombo reizen. Later

nodigde hij mij uit om in diezelfde zaal, van 23 tot 26 januari,

ook weer onder auspiciën van de F.G.B.M. een campagne te

houden voor zakenmensen en regeringsambtenaren.

Na deze samenkomst in de hoofdstad reisden wij eerst terug

naar het noorden. Na Jaffna, dat zo'n heerlijke doorbraak te

zien gaf van de Heilige Geest, trokken wij naar het oosten

van Ceylon, naar de zeekust, Batticaloa. Daar hielden wij

eveneens een grote campagne in de Town Hall.

59


Nog nimmer hadden de mensen hier een Volle Evangelie campagne

meegemaakt, nog nimmer een dienst der genezing en

bevrijding. Een gelovige Christin kende geen andere waarlijk

gelovige mede-christen in heel Batticaloa en omgeving en

voelde zich zo eenzaam. Zij las geregeld het blad van de Amerikaanse

opwekkingsprediker Oral Roberts, dat haar bijzonder

aansprak. Zij schreef hem een brief en vroeg hem naar Ceylon

te komen, speciaal naar Batticaloa, voor het houden van opwekkings-samenkomsten,

opdat God Zich daar een nieuw volk

zou reinigen voor Zijn eer. Br. Oral Roberts antwoordde haar,

dat hij niet kon komen, geen leiding daartoe voelde, maar

haar aanraadde ernstig te bidden dat de Heer een andere

dienstknecht naar Batticaloa zou zenden, die opwekkings- en

genezingsdiensten zou komen houden. Zij deed dit en na 3

maanden kwamen wij daar en prees deze zuster de Heer voor

een zo spoedige verhoring van haar gebeden. Deze vrouw die

elke avond stralend van geluk op de voorste plaats zat in elke

samenkomst ervoer een persoonlijke, machtige zegen toen zij

zag dat zovelen werden bekeerd in haar woonplaats, daarmee

kon zij later verder.

Onze verbindingsman in deze stad was broeder Bertram Casinader.

Hij regelde de samenkomsten, zorgde voor de benodigde

toestemmingen. Wij logeerden in het Meisjeshuis van de

Methodistenkerk, ofschoon de dominee van deze kerk zeer

tegen ons was gekant. Spandoeken werden over de straten gespannen

en op de markt, uitnodigingen rondgezonden, raambiljetten

opgeplakt, een gebedsgroep bad voortdurend om de

zegen van de Heer en zo begonnen wij de Batticaloa-campagne

op 16 december in de grote Town Hall.

De zaal was direct de eerste dag al vol en steeds meer mensen

trokken er heen. De brede deuren waren opengezet en de vele

ramen, waardoor het volk dat buiten stond deel kon nemen

aan de samenkomsten en de sprekers konden zien en horen.

Vooral tijdens de dienst der genezing dromden honderden zich

voor de ramen om maar niets te missen. Ook hier in Batticaloa

weerklonk de Blijde Boodschap van genade en verlossing, wij

zagen velen hun leven aan Jezus geven, wij zagen hoe zieken

in Zijn striemen werden genezen. In Batticaloa kwamen in de

7 dagen die deze campagne duurde (16-23 december) ongeveer

2150 zielen openbaar tot Jezus, zij werden elke avond

60


geteld. Wij weten natuurlijk niet wat de Heer in de verborgenheid

deed, maar geloven dat ook in de huizen het Woord nawerkte

en vruchten afwierp.

Wij deelden honderden Bijbels in de " Tamil"-taal van deze

Hindu's gratis uit. Er was grote vraag naar gratis Bijbels, men

is nieuwsgierig deze Boodschap te bestuderen.

Er was juist in die dagen een belangrijk Mohammedaans feest,

vele Mohammedanen waren 's avonds echter niet in hun moskeeën,

maar in de Evangelisatie-campagne in de Town Hall te

vinden. Een beschaafde Mohammedaan zei mij in de dienst

der genezing: "Prediker, vanavond heb ik mijn hart en leven

in de handen van Jezus gelegd, ik mag nu uit Zijn handen ook

de genezing van mijn lichaam ontvangen!"

Opvallend veel door demonen geplaagden werden in de Batticaloa-campagne

bevrijd. Zij verloren, direct nadat wij de kracht

des Heren hadden medegedeeld, hun bewustzijn en wij legden

hen op de grond. Dit zagen wij zovele malen gebeuren op onze

reizen, vooral onder de Oosterse volkeren. Wanneer wij hen de

handen hadden opgelegd in de Naam van Jezus en deze machten

gelastten uit te varen, verlieten deze boze geesten de mensen,

waardoor zij flauw werden en bewusteloos raakten. Het

waren slechts enkele minuten dat wij hen op de grond lieten

liggen, daarna wekten wij hen en brachten hen direct naar de

microfoon, daar getuigden zij van wat met hen gebeurd was.

Heerlijke bevrijdingen maakten wij mee, waarvan wij enkele

getuigenissen achter in dit boek vastlegden.

Wij hebben daar in Batticaloa ook een doopdienst gehouden

vlakbij de zee, in een zoutmeertje. Verschillende gelovigen

volgden Jezus in het watergraf.

Vele predikanten en evangelisten bezochten deze bijeenkomsten,

wij zien dat graag. Er waren delegaties uit andere plaatsen

gekomen, die enkele avonden bijwoonden en ons uitnodigden

om ook in hun woonplaats te komen prediken. Zo

was er een Methodisten-dominee, Rev. S. W. Arasaretnam,

een collega van Ds. Christy Daniël, die met zijn oudsten uit

zijn woonplaats Kalmunai gekomen waren. Dit ligt 25 mijl

van Batticaloa verwijderd, ook een plaats aan de zee. Elke

avond kwamen er zovelen uit Kalmunai naar Batticaloa, er

bleek dat daar een grote belangstelling voor deze samenkom-

61


sten bestond. We baden de Heer om Zijn leiding en voelden

dat wij deze uitnodiging moesten aanvaarden. Wij zegden

onze komst toe, nu konden de mensen uit Kalmunai alle voorbereidingen

treffen.

Zo waren wij van 26 tot 30 december in Kalmunai. Deze campagne

hebben wij ingepast in ons reisschema, wij hadden andere

afspraken, die nu werden opgeschoven. Wij zijn altijd

bewogen wanneer de mensen ons zo hartelijk en dringend uitnodigen,

er is zoveel verlangen naar het bevrijdende Evangelie,

wij hebben dan niet de vrijheid om dat af te slaan.

Kalmunai is een zeer fanatieke Moslemstad, met grote moskeeën.

Daar waren in die dagen verschillende politieke rellen,

gevechten op straat, veel onrust. Zulke grote samenscholingen

van mensen als onze campagnes zijn, zijn sterke trefpunten

voor opstandige jeugd, die daar kansen zien onrust te veroorzaken.

Maar wij bonden de geesten en geloofden dat de Heer

der Kerk met ons en voor ons zal strijden. Het ging niet om

onze zaak, maar om Zijn grote, heerlijke, koninkrijke Zaak.

Wij hielden onze eerste samenkomsten in de grootste zaal van

de stad, de "Fatima Hall", de aula van een Katholieke school,

maar op de eerste dag bleek de zaal veel te klein te zijn voor

de van alle kanten toestromende massa's. De zaal kon 800

mensen bevatten, maar was geheel gevuld, terwijl buiten op

de open galerijen nog honderden bezoekers stonden, die er

met de beste wil niet meer in konden.

Op die eerste avond in de "Fatima Hall" werd ik gedurende

mijn prediking steeds door Gods Geest" weggetrokken", Hij

wilde mij iets bekend maken. Het verontrustte mij en leidde

mij af, daarom zweeg ik even en fluisterde de Heer: "Wat is

het, Heer?" De Heer wees er mij op dat er iemand in de menigte

stond, een "Bhikku", een Buddhistische monnik, die zeer

werd aangesproken door de Persoon van Jezus Christus, die

het Nieuwe Testament herhaaldelijk had gelezen, die in zijn

oprechte hart een christen was, hij was in deze zaal en had zich

onder de mensen verborgen. Hij zocht ook genezing, zijn hart

was in een slechte conditie, dit was aan niemand bekend dan

alleen hemzelf. Hij was gekomen met een gebed in zijn hart

om Jezus in Zijn heerlijkheid te zien. Hij had niet willen opvallen

en zijn oranjekleurig Bhikku-kleed uitgedaan, hij zat daar

onopgemerkt tussen de schare. Maar Gods Geest had hem gezien.

62


Toen de Geest deze dingen aan mij openbaarde, had ik deze

man nog niet ontdekt in de zaal. Ik sprak: "Er is hier in ons

midden een ernstige zoekende ziel, een geestelijke, hij zoekt

Jezus, voor zijn ziel en zijn lichaam. Ik nodig deze broeder

uit op te staan van zijn plaats en naar voren te komen, ik zal

hem de handen opleggen en hij zal ogenblikkelijk gezond

zijn!" Het was even stil in de zaal, een man stond achterin op

en riep: "Dat ben ik!" Hij liep naar voren en getuigde dat alles

precies was als gezegd werd. Ik legde hem de handen op en

hij genas op dat ogenblik. Later sprak ik deze man en hij getuigde

dat hij genezen was en zeer gezegend.

Wanneer God een openbaring geeft, dan is dat altijd het bewijs

dat Hij genezen en bevrijden wil. Dit is de liefde Gods,

om deze man het gevoel te geven dat Hij hem kent en met

hem rekent, hem uithelpen wil op deze bovennatuurlijke

wijze. Prijs de Heer!

Het was duidelijk dat wij teveel mensen hadden om langer in

deze zaal te prediken, we besloten in de openlucht verder te

gaan. Evenals wij dat in Indonesië hebben gedaan, lieten wij

timmerlieden komen die een breed podium bouwden op een

door ons aangewezen plaats, wij zetten er microfoons neer,

hingen achter het podium een lang spandoek met de woorden

er op geschilderd van Hebr. 13 : 8 : "Jesus Christ, the same

yesterday, and to day, and for ever". Met een touw sloten wij

voor het podium een flinke ruimte af, opdat wij wat meer

plaats hebben. Wanneer de mensen uitgenodigd worden om

hun leven aan Jezus te komen geven, lieten wij eerst de touwen

wegnemen, zodat zij vlak voor ons kunnen komen staan

en wij met hen bidden kunnen.

Er was in Kalmunai een complete opwekking, honderden zielen

gaven zich aan Jezus en een eindeloze rij zieken kwam voor

bediening. Heerlijke getuigenissen van wonderen en tekenen

werden gehoord. Naarmate deze samenkomsten meer bekend

werden, kwamen zelfs van de andere kust van Ceylon mensen

met hun zieken. Er waren er zoveel dat wij 4 "healing-lines"

formeerden waarlangs de zieken geleid werden naar de geestelijke

werker die met hen bad. Zo was er een rij gevormd die

naar mij leidde, er waren avonden dat ik alleen voor ruim duizend

zieken bad, hen allen één voor één de handen opleggende.

Een tolk vertolkte mijn woorden wanneer ik tot sommige

63


zieken sprak om hun geloof op te bouwen tot dat niveau

waar zij het wonder konden grijpen. Zr. Elisabeth had ook haar

eigen "healing-line", zij bediende een eindeloze rij zieken,

meestal vrouwen, die liever wilden dat een vrouw voor hun

zieke lichamen bad. De "Tamil" -vrouw is bijzonder preuts en

heeft niet graag dat een man hun lichaam aanraakt. Elisabeth

werd omringd door enkele zusters die haar hielpen en haar

woorden vertolkten voor de patiënten. Daar was een "healingline"

voor br. Paul Arumainayagam uit Jaffna, onze trouwe

helper. Hij liet de zieken in een rij hem passeren en bad met

elk van hen, hen de handen opleggende. En voor de eerste

keer liet ik door behulpzame broeders een "healing-line" samenstellen

voor Ds. Christy Daniël, de Geestvervulde dominee

uit Tirukkovil, die ons in deze campagnes bijstond. Hij had

nog nimmer na zijn vervulling met Gods Geest de gelegenheid

gehad om op een grote openlucht-campagne, in het openbaar,

de handen op te leggen aan een stroom zieken, hen genezende

in de Naam van Jezus! Met zijn vrouwen enkele helpers nodigden

wij hem uit om dit werk te doen, omdat er teveel zieken

waren voor één man. De mensen in Kalmunai kenden hem,

daarom gingen kerkelijke leden meestal naar hun "eigen"

dominee toe voor gebed. Het was opmerkelijk met hoeveel

geloof en volmacht hij, die pas kort vervuld werd, met de zieken

bad. Ik zag hoe hij met autoriteit optrad, de ziektemachten

bestraffende, hij had dat ons zien doen, hij deed dit na.

En het effect bleef niet uit, de een na de ander getuigde van

genezing. Zo baden wij met vier "healing-lines" samen wel een

uur met zieken. Velen prezen luid de Heer voor onmiddellijke

verlichting of genezing. Het was een grootse tijd! Alles kon

ineens! Alles wàs er! De Heer werkte een werk en niemand

kon het keren! Het leek op de grote opwekkingen in St. Vincent

en Paramaribo! Prijs Zijn Naam! Hier kwamen 2750

zielen tot Jezus. Alles in slechts 6 dagen.

Het was volop regentijd en de tropische regens moesten er al

lang zijn. Maar gedurende de hele maand december en januari,

totdat de laatste avond van de laatste campagne voorbij was,

heeft het niet geregend. Iedereen was het opgevallen. De theecultures,

waar de beroemde Ceylon-thee groeide, "smeekten"

om water, alles verdroogde, maar wij baden de Heer om nog

wat droog weer, opdat vele mensen naar deze samenkomsten

64


konden komen om God te ontmoeten. Dan drinken ze in

Engeland maar een kopje thee minder, de zaken van Gods

Koninkrijk gaan vóór! Halleluja!

De zieken kwamen van ver gereisd, soms gedragen, soms per

ezel, ze bivakkeerden enkele dagen rondom het campagneterrein.

Wij hielden ons zoveel mogelijk schuil om te kunnen

uitrusten en ons dagelijks werk te kunnen doen, maar vaak

klopten de zieken op onze slaapkamerdeur 's morgens bij het

krieken van de dageraad. Ze wachtten dan met hun familieleden

op de gaanderijen van de bijgebouwen van de Methodistenkerk,

tot het uur van aanvang van de avondsamenkomsten.

Wij hebben overdag zeer veel zieken bediend die in nood

verkeerden of stervende waren, we wachtten dan niet tot de

rumoerige, grote en onoverzichtelijke avondsamenkomsten.

Wij huldigen de mening dat de zieken niet "zomaar" de handen

moeten worden opgelegd. Het genezen van zieken moet

uit die hele sfeer van magie worden uitgetild waarin deze

mensen leven. Wij stellen het op prijs dat zij eerst de Boodschap

aanhoren, eerst de kans krijgen over Jezus te horen

spreken, alvorens wij ons buigen over hun fysieke nood. De

genezing is effectvoller als men iets begrijpt wat hier aan de

hand is, waarom God in Christus de lichamelijke nood ook

wil aanspreken vanuit Zijn heil. Zij zijn dan beter bestand

tegen latere twijfel of strijd uit hun omgeving. Daarom bidden

wij niet "even haastig" met de zieken, wij willen niet de

suggestie wekken dat wij een soort tovenaars zijn, witte

magie manipulerend, maar knechten Gods die staan op het

volbrachte werk van Golgotha. Wij hanteren het oude apostolische

gebaar uit de vroegste gemeente, de handoplegging,

de zegening, de mededeling van de genade Gods, de kracht

van Zijn opstanding. Wij weten dat een genezing niet afhangt

van deze handoplegging, dat God vele middelen heeft om

Zijn kracht mede te delen, maar Jezus spreekt voortdurend

over dit sacramentele gebaar en wij willen Hem volgen.

Het evangeliseren is niet maar het verkopen van "een verhaaltje",

maar niets minder dan de door God beschikbaar

gestelde opstandingskracht meedelen aan de totale mens in

heel zijn beschadigde existentie, in ziel, geest en lichaam; het

totale heil is er voor de totale mens. Daarom is het genezen

van zieken een deel van onze apostolaire opdracht. God wil

65


vergeven in Jezus Christus, dat is de hoofdzaak, de zaak van

het hart, het genezen van de kern van de mens, zijn diepste

wezen, zijn geweten, zijn relatie met God, maar daarnaast is

er genezing van de "schil", de huid, het omhulsel, het huis

waarin hij woont, zijn vlees. Genezing is verzoening meegedeeld

aan het vlees. God wil de gehele mens aanspreken met

het heil in Christus, de genade is gegeven voor geheel zijn bestaan.

Hij mag dan weer aan de wereldregering met God

deelnemen.

Een ondernemende café-exploitant zocht naar een origineel

idee om zijn bedrijf grotere bekendheid te geven. Hij kocht

een oud Dakota-vliegtuig dat al 12 miljoen mijlen had gevlogen,

voor de somma van 1200 pond, hees het gevaarte op zijn

dak en noemde zijn zaak: Dakota-restaurant. Het trok inderdaad

veel belangstelling, ofschoon het geen fraai gezicht was,

zo'n vliegtuig op het dak van een café.

Een Amerikaan zag dat en vond het een Dakota-vliegtuig onwaardig

daar te hangen als een ordinaire trekpleister voor toeristen,

hij stapte naar de restaurateur en kocht het ding terug.

Hij zond het naar de Dakota-fabriek in Amerika en deze

knapte de machine in zijn werkplaatsen geheel op. Thans

vliegt het weer en doet weer dienst om passagiers te vervoeren.

De mens werd door de satan tot een caricatuur gemaakt, tot

spot en hoon voor de wereld. Hij maakte mensen tot dronkaards,

spelers, immorelen, zondaars en stelde hen tot een afschuwelijk

teken voor de schepping. Ze werden gedegenereerd,

gedegradeerd, gedemoraliseerd. Maar Jezus kwam, Hij kocht

de mens met Zijn Bloed vrij van de satan, vernieuwde hem,

maakte hem tot nuttig en volkomen schepsel, en stelde hem

weer in Zijn dienst. Halleluja!

De getuigenissen die wij elke avond voor de microfoon lieten

uitspreken van genezingen en wonderen, door mensen uit

deze streek, deed veel geloof groeien in de wonderwerkende

kracht van de Heer. Het beroerde de harten van de nieuwsgierigen

en het werd de algemene gespreksstof in wijde omtrek.

Steeds werden de genezingen breed uitgesponnen en

verder verteld, reizigers brachten het naar andere delen van

Ceylon.

Ofschoon de politie niet gerust was op de oppositie van de

onrustige jeugd, bleef alles zeer rustig, er viel geen enkele

66


moeilijkheid op te merken. Er was ook oppositie verwacht

van de fanatieke Moslems in deze stad, maar ze stonden stil

in de menigte en luisterden rustig toe. De politie had niets

te doen en de afvoer van het grote publiek na afloop van de

samenkomsten verliep zonder één incident. Ook dat was een

deel van de zegen Gods.

Toen ik begon te prediken op een avond werd ik gehinderd

door een voortdurend jammerend kind, het hield niet op.

Een broeder ging het kind, dat nogal vooraan zat en onophoudelijk

huilde, zoeken. Ik ging naar hem toe en zag dat er

bloed uit zijn oortje liep, hij had ongetwijfeld veel pijn. Ik

stak mijn vinger in dat oortje en bestrafte de pijn en gebood

dat het oor zich herstelde en genas. Het jongetje hield op met

huilen, het bloeden hield op en hij lachte weer, de verdere

avond was hij stil. Ik beklom weer het podium en predikte

verder. Dit hele incident heeft enkele minuten geduurd, maar

het viel allen op dat het huilen was opgehouden. Het kind

genas zómaar onder de prediking.

De laatste avond beloofde bijzonder te worden, we hoorden

dat vele mensen op reis waren naar deze laatste kans om

God te ontmoeten, voor geest, ziel en lichaam. Iedereen die

de samenkomsten hadden bezocht wilden deze slotavond niet

missen. Gelovigen uit andere plaatsen, Batticaloa en Tirukkovil

wilden in elk geval die laatste dienst bijwonen. Men wist

dat het mijn gewoonte is om op de laatste avond nog eenmaal

met alle zieken te bidden.

Al zeer vroeg groepeerden zich honderden mensen onder de

schaduwdjke waringin's op het grasveld van de campagne,

wachtende op de avond. Wij rekenden er op dat ongeveer vijfduizend

mensen zouden komen. Ik riep onze medewerkers

bijeen: br. Arumainayagam, br. Arulnathan (mijn tolk),

br. Christy Daniël, zr. Grace Arumainayagam (de zuster van

br. Paul, de tolk van Elisapeth) en anderen en zei dat dit succes

niet afhing van de tegenwoordigheid van mijn persoon,

alsof ik bijzondere kwaliteiten zou hebben, maar geheel het

werk is van de Heer. Daarom maakte ik hen mijn plan bekend

om ongemerkt deze campagne te verlaten en deze laatste

grote slotavond in de handen van deze medewerkers over te

geven. Ik zou in de loop van de middag een taxi nemen en

Kalmunai zo onopvallend mogelijk verlaten en de mensen zul-

67


len het niet eerder weten dan op de samenkomst zelf.

Deze vrienden moesten leren geloven dat dezelfde glorie daar

zal zijn op het veld, dezelfde wonderen zich openbaren; de

manifestaties van het Koninkrijk waren niet afhankelijk van

mijn persoon. Ik wil zo graag alle mystiek rondom een bepaalde

persoon doorbreken en tonen dat de Heer evenzo een

andere kan inzetten in Zijn dienst. Het is altijd mijn ideaal

geweest om de opwekkingen te laten leiden door de eigen

mensen uit het volk, de mensen in Ceylon door Ceylonese

predikers, daar moet het naar toe. Ik wil als apostel de wegbereider

zijn, de openbreker, de frontsoldaat, de pionier,

maar de geestelijke werkers van Ceylon zullen het werk moeten

overnemen.

Ik wist dat deze mensen zeer hoog tegen deze blanke prediker

met zijn grijze haren opzagen, maar ik wens niet de eer te

roven die de Heer toekomt. Hij is het die het doet, die zegent

die zijn geloof op Hem stelt, niet op mensen.

Het was een hele opgaaf. Deze predikers hadden nog nimmer

voor zoveel mensen gestaan als verantwoordelijke voorgangers

die de leiding in eigen handen hadden. Ze hadden deze massa's

van duizenden nimmer toegesproken en waren wat bevreesd

voor die grote stroom zieken en bezetenen vanavond die op

hun zou afkomen. Ik stelde hen op een zware proef. Indien

ze niet de moed konden opbrengen, had ik natuurlijk deze

laatste slotsamenkomst zelf geleid, dat is zeker, maar ik wilde

hun geloof en moed peilen, de Heer honoreert altijd geloofsmoed.

Br. Paul Arumainayagam, die mij het langste kent en de meeste

samenkomsten met mij heeft meegemaakt, was de eerste

die naar voren trad en deze uitdaging aannam. Hij beleed dat

hij beefde van kleingeloof, maar hij nam dit aanbod aan, God

zou helpen. Ds. Daniël geloofde ook voor hulp van Boven en

nam het ook aan, hij zou spreken die avond. We legden deze

vrienden de handen op, zegenden hen en pakten onze bagage

bijeen, heimelijk verdwenen wij door een achteruitgang, niemand

had ons gezien.

Later hoorden wij dat de mensen wel even teleurgesteld waren

dat die rijzige blanke prediker er niet was, maar ze schikten er

zich in en zagen tot hun blijdschap dat dezelfde wonderen en

tekenen werden gezien. De predikers hadden hun vuurdoop

68


gehad, ze zullen nu verder alleen deze weg gaan, gesterkt door

deze ervaring het ook te mogen doen, in de kracht van de

Heilige Geest. Als de Heer met iemand is, kan hij dezelfde

resultaten verwachten. Nicodemus zei in het beroemde nachtgesprek:

"Niemand kan die tekenen doen, tenzij God met

hem is" (Joh. 3 : 2).

Wij reisden naar een klein berghotel, in Badulla, vierden daar

samen het Oudejaar en het Nieuwjaar. We waren vermoeid en

rustten uit in deze bergen tussen de thee-plantages. Badulla

ligt in het centrum van uitgestrekte thee-plantages en van theefabrieken.

Thee wordt in Ceylon genoemd, de "oogleden van

Bodhidharma" (Buddha).

Thee is het voornaamste exportprodukt van Ceylon. In het

koele, vochtige, bergachtige binnenland groeit thee van superieure

kwaliteit, de thee van Dimbula, Dickoya, Nuwara Eliya

en Uva op 1500 meter boven de zeespiegel, ze behoren tot de

beste soorten van de wereld. Het plukken is een voorzichtig

werk dat traditioneel door Tamil-vrouwen wordt gedaan. Zij

breken vaardig en behoedzaam met de vingers de twee bovenste

blaadjes en de nog niet uitgerolde knop van de kruinen der

theestruiken af en bergen dat in een mand die met een band

om het hoofd wordt gedragen. Elke struik wordt éénmaal in de

10 dagen geplukt; een geoefende plukster plukt tot 60 pond

theeblaadjes per dag.

De thee-plantages op Ceylon zijn nog geen 100 jaar oud; de

Engelsen verbouwden, toen zij naar Ceylon kwamen, eerst koffie.

Grote koffie-plantages ontstonden en een uitg~breide handel

ontstond. Maar in de tachtiger jaren vernietigde de schadelijke

roestzwam (Hemileia Vastatrix) het gehele moeizaam opgezette

werk. Men vond geen remedie ter bestrijding van deze

vreselijke plaag. Vele geruïneerde planters keerden naar Engeland

terug.

Toen begon een jonge Schotse planter de koffieplant door de

uit Indië geïmporteerde theestruik te vervangen. Het lukte!

Thans vinden wij uitgestrekte thee-plantages met hoog gekwalificeerde

thee, dat Ceylon als thee-producent de tweede in

grootte in de wereld maakt. In thee ligt de rijkdom van Ceylon

besloten, met 60% aan export in thee het belangrijkste

plantage-produkt.

69


Helaas sluipen weer geheimzinnige ziekten, zwammen en zuren,

de thee-plantages binnen, met man en macht wordt de

strijd aangebonden tegen deze vernietigende kwalen. Ze zijn

nog onduidelijk in hun werking, maar de produktie loopt

terug en de theeblaadjes blijven te klein. Met angst en vrees

herinnert men zich in de vorige eeuw de verwoestende roestzwam

die een einde maakte aan de koffie-cultuur. Wij hebben

hier en daar bij thee-planters deze angst bemerkt. Wij zijn

ook enkele keren gevraagd om te bidden voor de "genezing"

van bepaalde plantages die het eigendom waren van br. Peiris,

van br. Hubert de Mol en van zr. Wijewardena. Ze waren door

hun opzichters op de achteruitgang aan kwaliteit en produktie

gewezen en zagen een vermindering in opbrengst bij de grote

theemarkt in Londen, waar alleen eerste klas thee wordt geaccepteerd.

Ik heb hun gedevalueerde thee gezien. Zij brachten

mij deze thee en toonden de gebreken, hun handen wezen op

mint ;ule bewijzen van ziekte. Ik sloot mijn ogen en legde de

handen op deze gefermenteerde theeblaadjes, terwijl ik de

Schepper van hemel en aarde bad, om hulp, om Zijn interventie,

Zijn genezende kracht.

Men heeft mij er wel eens op aangevallen, door Christenen, die

vonden dat ik het gebed "heilig" moest houden, "gewijd" en

niet mocht misbruiken voor dit soort materiële belangen. Maar

het heil in Christus ons geschonken is gericht aan de gehele

schepping, waar Adam's vloek over ligt. "Want de schepping

is aan de vruchteloosheid (de vrucht van Adam's zondeval is

de vruchteloosheid) onderworpen, niet vrijwillig, maar om den

wil van Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope

echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid

aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van

de heerlijkheid der kinderen Gods" (Rom. 8 : 20).

De bedorven en geschonden schepping wacht (passief) op de

(actieve) opstanding, het optreden van de gelovigen. "Want

met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het (eindelijke)

openbaar worden der zonen Gods" (Rom. 8 : 19). Als

wij "openbaar worden" zullen wij als Gods medewerkers

mogen aantreden en optreden en in Jezus' Naam het heil in

Christus als remedie aanwenden voor de zondige, zwakke,

zieke schepping. Halleluja!

70


Wij zagen dankbaar terug op de resultaten van de drie campagnes,

in J affna, Batticaloa en Kalmunai, waar tesamen ongeveer

5750 zielen openlijk in de samenkomsten tot Jezus

waren gekomen, wie zal zeggen wat de Heer deed buiten de

campagnezalen en -terreinen, in de huizen der mensen? De

Heilige Geest is de Bruidswerver, de Goddelijke Eliëzer, die

uit de heidenen de Bruid reinigt voor de hemelse Izak, Jezus

Christus. De wervende kracht van Gods Geest drijft de zielen

tot Jezus. De Heilige Geest reinigt niet van zonden, maar

brengt de zondaar naar het Bloed en dat Bloed reinigt van

zonden. De motorische kracht Gods drijft de zondaren in de

armen van de Verlosser, die het heil meedeelt aan de totale

mens: ziel, geest en lichaam.

Zr. Grace Arumainayagam, de zuster van br. Paul Arumainayagam

nodigde ons uit om ook een campagne te houden in

Balangoda, waar zij woont. Wij verhuisden vanuit Badulla naar

een hotel in de buurt van Balangoda, het dorp waar wij gingen

wonen heette Belihaloya, vandaar reden wij elke dag naar

Balangoda, waar wij van de 6e tot de 12e januari 1969 zijn

geweest. In een Buddhistische school werden de avondsamenkomsten

gehouden en de Heer zegende opnieuw. Ook hier

werkte br. Paul en zr. Grace met ons mee, terwijl br. Arulnathan

ons weer vertaalde. Ds. Christy Daniël kwam een deel

meemaken. Opmerkelijk dat deze groep medewerkers die ons

door geheel Ceylon volgden en overal intens en gezegend meewerkten

familie van elkaar was, Christy en Arulnathan zijn getrouwd

met zusters van Paul en Grace.

Balangoda ligt in het centrum van het Ceylonese bovenland,

temidden van de thee-plantages. Een andere zwager was administrateur

op een der plantages in de buurt, ook hij kwam elke

avond met een werkbus vol mensen vanuit de bergen naar de

campagne, hij werkte heerlijk met ons mee. Zr. Grace woont

hier en zag met vreugde hoe vele zielen tot Jezus kwamen en

verschillende zieken werden genezen. Zij begon weer een

nieuwe gemeente, waar zij voorgangster van is, met een nieuw

volk dat hier werd gewonnen. In Balangoda was voorheen een

kleine Pinkstergemeente, maar die was geheel verlopen, er

kwamen geen mensen meer en de kerk werd gesloten. De voorganger

besloot stil te leven. Hij kwam elke avond naar de campagne

en zag tot zijn verbazing dat honderden mensen kwamen

71


toegestroomd naar de samenkomsten en tot nieuw levenkwamen.

Ik had een gesprek met hem. Hij was een ontmoedigd

man met weinig kennis, hij was ook tegen de manifestaties van

de Gaven des Geestes in zijn gemeente en zo droogde zijn werk

op. Hij zag hoe in discipline en orde deze Gaven kunnen worden

gebruikt en besloot het werk weer op te nemen. Maar

zr. Grace was begonnen en had meteen een zaal vol mensen.

Zij leidde de mensen in in de bedieningen en Gaven des Geestes

en dat beviel hen.

Na de campagne in Balangoda reden wij naar Colombo, de

hoofdstad, terug, waar we als sprekers waren uitgenodigd in

de campagne in de Y.W.C.A.-Hall, onder auspiciën van de

F.G.B.M. afdeling Colombo, onder voorzitterschap van br.

Frank Williams uit Nugegoda. We hielden deze reeks samenkomsten

voor een zeer geïnteresseerd publiek, dat voornamelijk

bestond uit zakenlieden en intellectuelen. De President

van de Senaat met zijn vrienden en zr. Vimala Wijewardena,

de voormalige Minister van Gezondheid, waren er bijna elke

avond, ze brachten steeds anderen mee. De "bovenste" laag

van de bevolking is niet zozeer geïnteresseerd in het Christendom,

ze zijn nagenoeg allen Buddhisten. Maar velen van hen

werden gered door het Bloed van het Lam en ontvingen genezing.

Overdag gaven wij Bijbelstudie aan vooral jongere gelovigen,

ook bezochten wij velen thuis, die om een bezoek hadden

gevraagd.

Met het Bestuur van de F.G.B.M. hebben wij veel gesproken

over de wenselijkheid om een grote campagne in de hoofdstad

te houden, we dachten aan het enorme voetbalstadion dat

50.000 mensen kan bevatten. Ik zal daarover bidden om leiding.

Maar we zagen op tegen de enorme voorbereidingen en

hoge kosten. We dachten dat het voor Evangelist T. L. Osborn

waarschijnlijk geschikter was om deze grote onderneming te

entameren. Dit zou juist iets voor hem zijn. Ik schreef hem

uitvoerig over de prachtige kansen voor het Christendom juist

thans voor dit eiland, dat altijd vergeten werd door wereldevangelisten,

en het Evangelie van het Koninkrijk zo nodig

had. Ik vertelde van onze zegen overal. Alle gegevens gaf ik

aan br. T. L. Osborn, de namen van betrouwbare medewerkers

alhier, mijn perfecte tolk zou hem goed van pas komen, ik

repte over br. Paul Arumainayagam en Ds. Christy Daniël. Uit

72


Congo, waar br. T. L. Osborn juist een grote campagne hield,

ontving ik een hartelijke brief waarin Osborn mij meedeelde

op dat ogenblik geen leiding te voelen om naar Ceylon te

komen. Het speet ons en wij hebben nog een jaar er over gedacht

hoe wijzelf deze campagne in Colombo konden houden.

Het Bestuur van de F.G.B.M. stelde zich er volledig achter.

Toch liet ons voorstel br. Osborn niet met rust en twee jaar

later, in 1971, stuurde hij zijn vrouw zr. Daisy Osborn, vergezeld

van haar schoonzoon O'dell en een andere broeder naar

Ceylon om deze mogelijkheden nog eens te onderzoeken. Zij

sprak met br. Frank Williams, met anderen, reisde naar het

noorden, bezocht br. Paul Arumainayagam enkele dagen,

logeerde in zijn huis, sprak met hem en zijn helpers, predikte

's zondags in zijn kerk en reisde met haar gegevens terug naar

Amerika, om haar echtgenoot haar rapport te overhandigen.

Zij was te laat, zr. Daisy, zij kwam toen er juist een socialistische

regering de oude, Buddhistische naar huis had gezonden

en allerlei onlusten en stakingen het land teisterden, massabijeenkomsten

waren verboden, een strenge avondklok was

ingesteld. Een jaar eerder was alles beter gegaan, maar thans

was zij te laat. Toen br. T. L. Osborn vanuit Amerika het

Comité in Colombo en br. Arumainayagam berichtte, dat hij

definitief afzag van zijn komst, waren velen in Ceylon teleurgesteld.

Er waren zovele duizenden die iets hadden vernomen van het

Volle Evangelie; zij zouden stellig in grote getale zich opmaken

naar een centraal gelegen massa-meeting. Duizenden in dit

land van zoekenden zouden worden gered en de Naam van

Jezus op hun lippen dragen.

Wij ontvingen in die tijd telegram na telegram in Nederland,

van Ceylonese broeders met het verzoek om direct naar Ceylon

te komen om de plaats van Osborn in te nemen. Voorbarig

waren na het bezoek van Daisy duizenden affiches gedrukt,

advertenties geplaatst, zalen besproken, voorbereidingen getroffen.

Men verwachtte spoedig br. Osborn op het eiland,

maar hij liet verstek gaan. Toen ik niet reageerde, kwamen

steeds meer berichten met dringende verzoeken om terug te

komen voor tenminste een enorme slotcampagne. Maar ik had

geen leiding van de Heer om dit te overwegen en telegrafeerde

af. Ik heb geleerd op niets anders dan op de leiding van de

Heer te letten.

73


Ik geloof voor een opwekking op het eiland Ceylon. De Heer

zal ons helpen om dit land open te breken voor Jezus. Het is

een hard en fanatiek land, maar Gods Geest is machtiger.

Vooral nu er een socialistische regering is aangesteld en de

tegenstellingen scherper worden getrokken tegenover het

Christendom, nu er minder faciliteiten voor Christelijke massamanifestaties

worden gegeven, heeft Ceylon de Persoon van

Christus nodig, alleen Hij vermag in alle verwarring de rust te

brengen om harmonisch te leven.

Het Communisme staat voor de deur van Ceylon. Aan de oostkust

ligt de havenstad Trincomalee, men weet dat deze plaats

een belangrijke luisterpost is van China. Het is een broeinest

van spionage, dat is iedereen bekend. In deze natuurlijk gevormde

haven liggen Chinese schepen. Zo dikwijls hebben wij

plannen gemaakt om daar een grote campagne te houden,

maar die plannen mislukten steeds, geen vergunningen werden

verstrekt. We bidden dat de Heer op een later tijdstip open

deuren gaat geven. Het zal voor Christus worden ingenomen,

ook Trincomalee. Halleluja!

Het Communisme heeft 40% van de wereld onder controle en

woekert juist in het Verre Oosten als een kanker heftig voort.

Ook het Buddhisme en het Hinduïsme zijn religies, filosofieën,

die afleiden van Christus. Het zijn lieflijke wegen met bloemen

omboord, maar ze leiden nergens heen. De heiden kent geen

werkelijke vrijheid, geen erbarmen, geen liefde, geen afdoende

remedie voor een schuldig geweten, hij woont in duisternis,

leegte, onzekerheid, onrust, eeuwige wanhoop, zijn schreeuw

naar verlossing blijft onbeantwoord. De Oosterse godsdiensten

zijn inhoudloos, uitgehold, façade, schijn-vroomheid, schijnvrede.

De duisternis wordt er niet mee doorbroken. Ik vind er

geen grote figuren, die als Jezus voedsel kwamen brengen voor

de hongerigen en verkleumden. Hij bracht hoop tot de wereld,

Goddelijke hoop.

Ik las in een krantenbericht in Ceylon: COLOMBO (UP!)

"Twee jongens wier lichamen drijvend werden gevonden dichtbij

een Buddhistische tempel, bleken te zijn geofferd aan de

goden, volgens het politie-rapport van woensdag. Een onderzoek

is gaande omtrent de gang van zaken die tot de dood

leidden van deze 16-jarige jongens uit Panadura, een zeestad

16 mijlen van Colombo. Zij werden gevonden in de rivier." .

74


Alleen Jezus kan zeggen: "Ik ben het Licht der wereld, de

anderen leven in schemeringen van de dood. Maar het Evangelie

zegt: "Opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren

ga, maar eeuwig leven hebbe." Evangelie geeft het geweten

rust, het hart de vrede die het nodig heeft, verlossing

die eeuwig heil brengt, het antwoord voor de eisen der wet,

een diepe, concrete vrijheid en waardigheid die alle verstand

te boven gaat. In Jezus Christus, de Weg, de Waarheid, het

Leven, de Middelaar, door wien wij God vinden.

Daar is niets met het Evangelie te vergelijken, geen enkele

religieuse vorm of wereldbeschouwing! Zij kunnen voor het

mensenhart niet dát doen wat het Evangelie van Jezus Christus

doet. Jezus Christus is mijn on-gerechtigheid, ik ben Zijn

vergeving, Zijn schuldeloosheid. Jezus Christus is mijn smart,

ik ben Zijn blijdschap. Jezus Christus is mijn ziekte, ik ben

Zijn genezing. Jezus Christus is mijn dood, ik ben Zijn leven

tot in eeuwigheid. Halleluja!

Ik ben in Ceylon meermalen geweest, meestal bleef ik enkele

dagen over in Colombo om daar br. Paul Arumainayagam te

ontmoeten, waarmee wij nieuwe plannen bespraken en samen

baden. Steeds vroeg hij mij om mij te vestigen op dit eiland

en een geheel nieuw werk opzetten. De vestigings-mogelijkheden

zijn echter moeilijker dan ooit. Maar als er een land is

dat dit Evangelie van het Koninkrijk nodig heeft, dan is het

Ceylon; als er een land open is voor de Persoon van Jezus

Christus en het Woord Gods, dan is het ook dit land.

Ik heb in 1970 nog een campagne gehouden in Matugama, in

het zuiden van Ceylon. Een Methodisten-predikant, Rev.

Arasaretnam, die wij vroeger in Kalmunai hadden aangetroffen

en die daar in de campagnes zo bijzonder gezegend werd,

had ons uitgenodigd daarheen te komen. Hij was zeer bewogen

over wat hij in de campagnes in Kalmunai en Colombo

had gezien en gehoord en kon dit niet vergeten. Toen hij zijn

emeritaat had, ging hij nog een kleine Methodisten-gemeente

verzorgen in het zuiden, want hij wilde niet stilzitten. Daar

las hij alles over de werkingen van de Heilige Geest. Hij bad

de Heer ons terug te zenden naar zijn nieuwe gemeente. Zo

kwam br. Paul Arumainayagam mij van het vliegveld halen,

waar wij een taxi namen naar Matugama. Daar was reeds alles

75


in gereedheid gebracht voor een massa-bijeenkomst op een

groot voetbalveld in het midden van de stad. Een podium was

gebouwd en lampen opgehangen.

In deze gemengde bevolking was het weer noodzakelijk om

twee tolken te gebruiken, ze stonden elk aan mijn zij, aan de

ene kant br. Dios Abeyesinghe voor de Singhalese vertaling en

aan de andere kant onze trouwe br. Paul Arumainayagam voor

de Tamil-vertolking.

Er kwamen elke avond meer mensen, het gerucht drong snel

door tot in allerlei kringen van Colombo en Moratuwa waar

wij eerder een campagne hielden en de mensen ons kenden.

Elke avond kwamen velen tot geloof, gaven Jezus hun hart,

begonnen met Hem een nieuw leven, ook genazen velen in de

striemen van de Heer.

Wij woonden gedurende de campagnedagen boven in de bergen

waar uitgestrekte rubberplantages lagen, in het riante administrateurshuis

van de heer Alphonsus, die mij gastvrij opnam.

Hij en zijn broeder begeleidden mij vaak naar de campagne

en zij luisterden aandachtig naar de prediking. Br. Paul

Arumainayagam logeerde met mij in datzelfde huis en wij

spraken na de meetings, in de avond, nog lang na over de Persoon

van Jezus Christus. Het waren harde zakenmensen, rubbermanagers

en niet bekeerd, maar we zagen dagelijks meer honger

in hun harten naar vrede met God.

Op een avond, na het diner, namen zij ons mee naar een Hindufeest

onder de rubbertappers van hun uitgestrekte plantage.

We reden in een jeep en twee gewapende bewakers gingen met

ons mee. Er was tussen de bergen een heuvel met een Hindutempel

er bovenop, dat vreemd en onwerkelijk was verlicht

met gekleurde gloeilampjes. Een grote dansende, luidruchtige

menigte Tamils was daar ter ere van de god Ganesa, de zoon

van Siva, hij is de god met de olifantskop, die hier veel wordt

vereerd. Onze groep werd eerbiedig begroet en ons werd een

stoel aangeboden en versnaperingen in pisangblad, immers de

administrateur was de grote baas van de plantage, met zijn

gasten.

De bewakers stonden achter onze stoelen, misschien konden

moeilijkheden worden verwacht door fanatieke Hindu's. Twee

priesters wachtten op de komst van de lange optocht van vrouwen

in feestkleding, komende uit de dorpen rondom; met op

76


hun hoofden dragende een prachtig opgemaakte offerande,

als een toren opgestapeld van vruchten en kleurige koekjes,

opgesmukt met bloemen. Het waren sierlijk samengestelde

gaven aan de Hindu-god gewijd, we zagen dergelijke feesten

en hoge offerandes ook in Bali. Dan komen ze er aan, een

kleurige stoet sierlijke vrouwen, opklimmende de ruwe weg

tussen de rotsstenen op, waarna zij van hun hoofden de offers

aftillen en in de tempel voor het beeld van Ganesa neerzetten.

Bloemen werden er rondgestrooid en frenetiek werden daarbij

de langwerpige Ceylonese trommels geslagen, de schalmeien

klaagden onafgebroken hun eentonige zang, bekkens en cymbalen

klonken hoog op. Het was een drukbezocht en bont

feest daar in dat nachtelijk uur in die eenzame bergen waar

dit Ganesa-tempeltje stond.

Plotseling sidderde een der neergehurkte vrouwen, zij begon

wild met haar lichaam te schokken, de ogen gesloten wierp

zij dit wild en onbeheerst op en neer, heen en weer, kronkelend

bewogen haar armen. Ze rees op uit de rij van zwijgende

vrouwen, draaide als een blad in het rond, rende plotseling

naar de trommelaars, rukte een van hen zijn instrument uit de

handen en begon er zelf op te beuken, teugelloos. Ze rende

toen om het tempeltje heen, rond en rond, zonder enige spoor

van vermoeidheid, terwijl de andere feestgangers ruim baan

voor haar maakten. Haar haarwrong, glanzend en fraai opgemaakt

en samengebonden, viel uit, haar haren wapperden achter

haar aan, haar ogen waren extatisch.

Iedereen knikte goedkeurend, de god van deze tempel, Sri

Ganesa, had hierin een teken gegeven haar offerande te hebben

aanvaard en welgevallen te hebben aan deze vrouw. Hij

had zich een vrouw uitgekozen, waarin hij zich manifesteerde!

Tevreden knikten de Hindu-gelovigen voor de eer hen aangedaan

zich uit de vrouwen van dit afgelegen bosdorp een bruid

te kiezen! Hij had haar geest en lichaam overmeesterd, dit

werd als een grote onderscheiding voor deze eenvoudige men-_

sen ervaren. De administrateur, zijn lijfwacht, br. Paul Arumainayagam

die bij mij was en ik zaten op een aparte, verhoogde

plaats, zodat wij dit feest goed konden zien.

De nieuwe mens, die uit Christus geboren is, reageerde automatisch

in mij nu tegen deze anti-christelijke macht. En

meteen veranderde het gehele beeld, de aangeslagen geest ver-

77


liet de vrouw, zij legde vermoeid en "ontwaakt" nu ineens de

trommel neer, streek verlegen met haar handen de haren naar

achteren, schikte haar kleren glad, keek als gegêneerd om zich

heen als een te vroeg ontwaakte slaapwandelaarster en zette

zich weer zwijgend tussen de vrouwen neer. Heel de vervoering

was plotseling verbroken. De omstanders, vooral de vrouwen,

keken elkaar niet begrijpend aan, verschrikt door dit onverwachte

en ongebruikelijke eind. De priesters liepen hun

tempel uit en bezagen de vrouw. Hoe kort duurde deze overmeestering,

wat was de reden van deze versmade toewijding,

wie of wat verbrak de betovering? Een andere vrouw begon

ineens te zwaaien met haar bovenlijf, zij sidderde, huiverde

als van kou, sloot de ogen, sloeg tegen de grond, rolde om en

om, heen en weer, door de rij vrouwen heen, nu was zij het

die door de geest van Ganesa was uitverkoren. Ook zij stond

op, haar kleren vuil en grijs van het stof door het rollen over

de grond. Ook zij rende weg, rond de tempel, haar haren wapperend

achter zich aan. Zij passeerde mij rakelings, het leek

alsof de ingevaren geest mij wilde attaqueren. Ze verdween

weer achter de tempel, kwam aan de andere kant weer te

voorschijn, verwilderd, hysterisch schokkend met het lichaam.

Ook nu begon mijn geest te interrumperen, ging ik over in

tongen spreken, mij richtend tot de geest van deze vrouw.

Weer hield plotseling de trance-toestand op. Zo snel de vrouw

werd bevlogen, zo snel werd zij weer verlaten, het gedrag van

de vrouw normaliseerde, het was alsof zij tot zichzelf kwam,

terugkwam uit een narcose.

Zo ging het een paar keer, die nacht. De priesters zochten en

vonden de oorzaak, zij keken verstoord mijn kant op, begrepen

dat ik de oorzaak was, deze blanke vreemdeling was de

verstoorder, hij was het die de betoveringen telkens weer te

snel verbrak die zij hadden opgeroepen, zijn geest stond vijandig

tegen hun acties.

Er ontstond gemurmureer, er was boosheid, getemperd omdat

de grote baas aanwezig was, maar de sfeer was vol gevaar opeens,

"Vol conflictstof, het was maar beter zo gauw mogelijk

huiswaarts te keren; door de wachters omringd stapten wij in

de jeep en vertrokken.

Die avond in Sri Lanka begreep ik voor de zoveelste keer wat

een macht uitgaat van het spreken in nieuwe tongen. Het rei-

78


nigt de atmosfeer van demonie, de machten worden openbaar

en verliezen hun invloed en greep op de subjecten. Het manifesteert

de universele grootheid van God, het is de openbaring

van Christus' Koningschap in al zijn heerlijkheid.

Ik heb in mijn zendingswerk zovele malen ervaren met welk

een wonderlijke autoriteit de Geestvervulde Christen is toegerust,

als geopenbaarde zonen Gods, waarop de schepping met

reikhalzend verlangen wacht" (Rom. 8 : 19), die "de mannelijke

rijpheid, de maat van den wasdom der volheid van Christus

bereikt hebben" (Ef. 4: 13). Het bidden in de Heilige

Geest, het tongen spreken, is de expressie van de nieuwe mens,

de mens in Christus, vervuld met de Heilige Geest. "Maar gij,

geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te

bouwen in uw allerheiligst geloof en door te bidden in den

Heiligen Geest" (Jud. 20). Het is Gods Geest in ons die pleit

bij de Vader, "maar de Geest pleit voor ons met onuitsprekelijke

verzuchtingen" (glossolalie) (Rom. 8 : 26).

Het spreken in tongen, zoals de Geest het geeft uit te spreken,

is de enige geestelijke gave, die zeer speciaal bestemd is voor

de Gemeente van Jezus Christus. Alle andere gaven: profetie,

wonderen, enz. van de Heilige Geest waren reeds werkzaam in

de tijd van het Oude Testament. Op de Pinksterdag werd de

gave van het spreken in tongen voor het eerst openbaar in de

gemeente (Hand. 2; I Cor. 12, 13 en 14).

Het is een bijzondere vervulling van de Oud-Testamentische

profetie (Jes. 28: II - I Cor. 14: 21; Joël 2 : 28 - Hand. 2: 16).

Het spreken in tongen werd door God gesteld in de Gemeente

(I Cor. 12 : 28).

Jezus vermeldde het als een bewijs van het geloof der discipelen

(Mark. 16: 17; Joh. 7 : 38, 39).

Het is een teken voor de ongelovige (I Cor. 14: 21, 22).

Het is een bewijs van de opstanding en verheerlijking van

Jezus Christus (Joh. 16: 7; Hand. 2: 32,33).

Het zorgt voor de gemeenschap met God in het gebed (I Cor.

14: 2).

Het is het eerste bewijs van de doop met de Heilige Geest,

zoals de Bijbel ons duidelijk toont bij de vermelde gevallen

(Hand. 2 : 4; Hand. 10: 46; Hand. 19 : 6).

Het is een middel waardoor de Heilige Geest voor ons tussentreedt

(Rom. 8: 26; I Cor. 14: 14).

79


God verklaart dat het spreken in tongen sticht, opbouwt

(I Cor. 14: 4, 5; Judas 20).

Het is een middel om te zingen in de Geest (I Cor. 4-: 15;

Ef. 5: 18, 19).

Paulus zei: "Ik dank God, dat ik meer dan gij allen in tongen

spreek" (I Cor. 14: 18).

De Bijbel waarschuwt: "Belemmert het spreken in tongen niet"

(I Cor. 14: 39).

Het is een van de negen gaven, door God gekozen, als behorende

tot de volle wapenrusting van de Gemeente (I Cor. 12: 10;

Ef. 6: 10-20).

Paulus zei: "Ik wilde wel, dat gij allen in tongen sp raakt ... "

(I Cor. 14: 5).

Waar het spreken in tongen in de Gemeente in werking is,

daar zijn alle andere gaven ook aanwezig (I Cor. 1: 5 -7).

Het spreken in tongen is het teken en de expressie van de vervulling

met de Heilige Geest (Mark. 16: 17; Hand. 2 : 4; Ef. 5 :

18, 19).

Het volgt als een bevestiging van het gepredikte Woord Gods

(Mark. 16: 17, 20).

De Heer zegende de campagne in Matugama. Reeds de eerste

dag werkte Gods Geest op een machtige ,wijze. De oude predikant

werd vervuld met Gods Geest en bracht allerlei mensen

die hij kende en die hulp nodig hadden naar ons toe. Wij begonnen

ook weer hier in zijn pastorie een morgen-Bijbe1cursus

en opende Gods Woord op de bediening van de Gaven des

Geestes in de gemeente van Christus. Ook vele dorstigen naar

levend water had de Heer hier en zij werden naar de Bron gebracht

waaruit zij konden drinken.

De eerste dag genas de knecht van de predikant, die een blind

oog had, hij kreeg plotseling weer licht in dat oog, toen wij

met hem baden. Steeds meer zieken, die 's avonds niet konden

komen, omdat zij zo ver weg woonden en er in deze regentijd

zonder maan zo'n voetreis niet viel te ondernemen, kwamen

overdag voor gebed. Er werd eten voor hen bereid, zodat zij

versterkt terug konden reizen. Er was in deze campagne veel

lofprijzing rondom deze campagne, wat des te meer opviel,

omdat het hier bijna uitsluitend ging om kerkelijke mensen,

die dit niet gewoon waren.

80


Evenals voor Noord-Sumatra, voelen wij ons verantwoordelijk

voor dit eiland Ceylon. Ons hart is bijzonder verbonden met

de weinige werkers alhier. Wij zijn gelukkig dat wij niet gebonden

waren aan onze agenda en nu zolang konden voortwerken

als de Heer het toeliet. De Geest Gods leidt en stuurt ons,

daarin geloven wij, wij volgen geen eigen overwegingen en

plannen. De Heilige Geest kent de harten der mensen, Hij weet

het beste de plaats en het uur. Hij is ons Kompas waarop wij

koersen, zonder fouten te maken. Wij zagen dat wij dan altijd

het maximum aan zegen ondervonden. Wanneer wij onmiskenbaar

zeker weten dat het Gods uur is voor een bepaalde plaats,

dan vragen wij ook volledig Gods openbaring en Zijn wonderkracht,

wij zijn in Zijn dienst, Zijn handlangers.

Na deze ervaring in Ceylon hebben wij nooit meer op agenda's

gekoerst, wij laten ons in volkomen afbankelijkheid aan Zijn

inspiratie sturen, niet door onze ambities of interessen, die

doen er niet meer toe.

Ik denk steeds aan de eerste, machtige apostel Paulus, die zich

liet leiden op aanwijzingen van de Heilige Geest. Geen raad van

oudsten, geen broederraad, geen kerkeraad, geen kerkbestuur,

voerde hem naar de plaatsen die hij bezocht in Klein-Azië,

maar de Heilige Geest. "Zij (Paulus en Silas) gingen door het

Phrygisch-Galatische land, maar werden door de Heilige Geest

verhinderd het woord in Asia te spreken; en bij Mysië gekomen,

poogden zij naar Bithynië te reizen, maar de Geest van

Jezus liet het hun niet toe; en toen zij Mysië voorbij waren,

kwamen zij te Troas. En Paulus kreeg (van God) in den nacht

een gezicht; er stond een Macedonisch man, die hem toeriep:

Steek over naar Macedonië en help ons" (Hand. 16 : 6-9).

Paulus mocht zijn agenda niet volgen, hij werd verhinderd

naar een gekozen plaats te gaan en geleid naar een andere

plaats. God boog naar Zijn wil deze weg om. Nu kon hij grootser

resultaten oogsten voor het Koninkrijk Gods.

Het is nog steeds onze mening dat dit de beste weg is in

's Meesters dienst, dit ruimte laten voor Zijn Raad. Het meest

vruchtbaar zijn wij als wij in het centrum van Gods wil zijn.

Het is onrealistisch te veronderstellen dat de heidenen naar de

prediker zullen komen om hem te vragen naar het evangelie

van verzoening; zij zullen niet komen. Waarom zouden ze ko-

81


men naar het huis van God als zij God niet kennen, waarom

zouden ze lofzangen van Zion zingen, als ze de Koning van

Zion niet kennen? Waarom zouden ze zich laten onderrichten

uit Gods Woord, dat ze niet verstaan? Waarom zouden ze deel

willen hebben aan een Koninkrijk, waarvan ze niets weten?

Waarom zouden zij het pantheon van eigen goden, halfgoden,

heiligen, machten, demonen, verwerpen voor een onbekende

God, voor Jezus Christus? Waarom zouden ze hun prachtige

tempels verlaten waarin ze thuis zijn en Gods huis binnengaan,

daar neerzitten, daar bidden voor de rusteloosheid van

hun hart, als ze God nimmer als hun Vader hebben leren kennen?

Ze zullen niet komen!

Daarom moet de zendeling naar hen toegaan, bij hun neerzitten,

naar hen luisteren en hen liefderijk, voorzichtig, teder bij

de hand nemen en ze laten kennis maken met de Herder van

hun zielen, Jezus! Een zendeling verwacht geen actie van hun

kant, maar komt eerst tot actie; verlaat zijn huis, zijn volk,

zijn land, zijn geborgenheid en gaat op weg om naar de ander

te zoeken. Een zendeling maakt er zich van af wanneer hij

zich kritisch opstelt, a priori afwijzend, van boven af belérend,

zonder zich af te vragen wat die ander denkt, voelt, weet, wat

zijn hart vervult, zonder d~ ander in liefde te benaderen en geinteresseerd

naar hem te lu1isteren. Men staat direct gereed met

zijn afkeuring, verwerping, maar gaat niet na waarom die mens

zo geworden is, waarom hij zo voelt en denkt. Wanneer de zendeling

naar het land van de andersdenkende, de heiden, komt

en hem zoekt, opzoekt, dient hij zich eerst te ontdoen van al

zijn arrogantie, van het beter weten. Arrogantie heeft nog

nooit een ziel gered, superioriteit snijdt vertrouwen af, kritiek

a priori blokkeert de weg tot het hart van de naaste, benadering

van boven af sluit de geest toe. De zendeling uit de geciviliseerde,

westerse wereld met zijn eigen cultuurpatroon,

dient tijd te nemen om zich in te leven in de wereld van deze

mensen die hij bezoekt, hij moet er van uitgaan dat de godsdiensten

van de heidenen ouder, veel ouder zijn dan de zijne,

hij zal tonen moeite te hebben gedaan om die godsdiensten te

benaderen, dat hij ze heeft bestudeerd, dat zal deze heiden

bijzonder waarderen. Daarna zal hij hem bij de hand nemen

en hem winnen voor Jezus, door dezelfde liefdevolle benadering

te tonen van Jezus, dezelfde tederheid, hetzelfde respect

82


voor de waardigheid van die evennaaste, dezelfde tolerantie,

hetzelfde geduld, een inleven in en uitleveren aan de ander.

Hij is niet bezig geestelijk te koloniseren, maar hij stelt zich

op als naaste, eventueel als dienende de ander.

De "zin van Christus" (I Cor. 2: 16), de gezindheid van Christus,

zal de liefdevolle benadering zijn, als broeders, als naasten,

als vrienden, als gelijken, als deelgenoten aan het verzoenende

Bloed van Jezus; voorzichtig, tactvol, geduldig, nimmer agressief!

Wij zullen de naaste spreken over onze eigen ervaring met

Christus, wij kunnen slechts vruchtbaar met deze naaste communiceren

als wij vanuit onze eigen ervaring, onze hartservaring

met Christus, hem benaderen. Buiten een persoonlijk

getuigenis van een persoonlijke ervaring met Christus om is

missioneren vruchteloos, synthetisch. Zoals de apostelen de

wereld introkken en getuigden van alles" wat zij gezien en gehoord"

hadden, persoonlijk beleefd, ondergaan, zo zal de

moderne apostel, de zendeling, slechts getuigen wat de Man

van Nazareth in Zijn eindeloze liefde voor hèm heeft gedaan,

hoe zijn ontmoeting met Hem heeft plaatsgehad. Het is onmogelijk

hem te winnen voor Christus, vanuit een van buiten

geleerd lesje, vanuit een boek, vanuit "horen zeggen" van

anderen. Zending is geen ontwikkelingshulp. Daar waar de

Persoon van Christus niet meer centraal staat als Koning en

Heer, als Redder en Zaligmaker, ontaardt zending in ontwikkelingshulp.

Zending is de naaste bekend maken met wat het

eigen hart is doorgegaan, wat dat hart heeft bewogen en ontroerd,

wat dat hart veranderd heeft, waardoor antwoorden

kwamen op schrijnende vragen, waardoor vreugde dat hart

ging doorstromen, vrede en licht binnenviel.

Niet vanuit literatuur, papier, historie, niet vanuit sociale bewogenheid,

ook niet vanuit enthousiasme; maar vanuit het

getuigenis van wat door het eigen hart is heengegaan. De

naaste moet worden geroepen, aangeroepen, toegeroepen,

door het Woord. Alleen vanuit roeping kan men anderen roepen,

uit de slavernij uit roepen, in de vrijheid in roepen.

Men moet zelf eerst geroepen zijn vanuit Gods roepen. Zelfroeping

is geen roeping; het komt van buiten-af, van boven-af,

van God uit. Alleen een van boven af geroepene heeft het

recht, het voorrecht, anderen te roepen, in de Naam van Hem

Die van boven af geroepen heeft.

83


Sri Lanka is een bijzonder zendingsland, te weinig bekend en

te zelden bezocht door zendelingen en evangelisten. Men gaat

nog te veel naar de klassieke zendingslanden, maar verwaarloost

zoveel andere gebieden die nimmer de aandacht krijgen

die ze verdienen. Zo wordt Ceylon schromelijk vergeten, waar

het regime moeilijk is, waar honger heerst en schrijnende armoe,

ellende, waar vaak epidemieën zijn, waarlijk moeilijk toegankelijke

Buddhisten en fanatieke Hindu's. Hier moeten pioniers

naar toe die nieuwe paden openhakken in het lianen woud van

afgrondelijk heidens denken en duister traditionalisme; gedrevenen

door de Geest Gods; gemotiveerde vredeboden des

Heren. Zij zullen er niet dat comfort vinden waarbuiten zij

menen niet te kunnen leven, zij zullen gegarandeerd te maken

hebben met duistere machten die niet aflaten, ze zullen kommer,

droogte, hitte, strijd, niet ontlopen.

Maar is dat een reden om niet te gaan? Is het Evangelie van

verzoening niet juist voor de vergetenen, ongelukkigen, eenzamen,

hongerenden, armen, zieken? Kunnen wij juist hier

niet een schakel zijn tussen de nood van mensen en het overwinningsleven

van Jezus? Is de Blijde Boodschap niet juist hier

broodnodig in deze derde wereld? De roep dat God in mensen;

in déze mensen, een welbehagen heeft? Zullen wij niet

hier dit volk de naam: Jezus! op de lippen leggen, ze leren

die Naam uitspreken, hun handen naar alles wat in die Naam

besloten ligt en wat met die Naam begint? Zullen we de zekerheden

die in God besloten liggen niet inruilen voor hun onzekerheden?

We dienen hen aan te zeggen dat God met hen te maken wil

hebben in liefde en erbarmen en dat ze mogen komen tot in

Zijn armen, dat Hij met Zijn liefde op de thuiskomst van hun

liefde wacht!

Want ze mogen ook binnengaan in de Feestzaal, deel hebben

aan de Bruiloft des Lams. Ze mogen zich ook verblijden in een

wachtend Vaderhuis.

Wij zullen dankbaar zijn als deze boeken die wij schrijven, aan

een nieuwe generatie de bewogenheid mogen geven om deze

laatste jaren voor Jezus' wederkomst te besteden aan de redding

der wereld. De Heer zegene u!

"Klim op een hogen berg, vreugdebode Zion; verhef uw stem

met kracht, vreugdebode Jeruzalem; verheft ze en vrees niet;

84


zeg tot de steden van Juda: Zie, hier is uw God! Zie, de Here,

Here zal komen met kracht en Zijn arm zal heerschappij oefenen;

zie, Zijn loon is bij Hem en Zijn vergelding gaat voor

Hem uit. Hij zal als een Herder Zijn kudde weiden, in Zijn

arm de lammeren vergaderen en ze in Zijn schoot dragen, de

zogende zal Hij zachtkens leiden" (Jes. 40: 9-11). "Want de

aarde zal vol zijn van de kennis des Heren, zoals de wateren

de bodem der zee bedekken" (Jes. 11: 9b).

ENKELE GETUIGENISSEN

MRS. W. S. OLLOGASEGERAM uit KODDAMI: Door een

auto-ongeluk, jaren geleden, kreeg ik letsel aan een oor en

werd doof. Ik kwam in de samenkomsten van de Hollandse

evangelisten, waar voor mij gebeden werd en daar werd ik genezen.

De doofheid aan mijn oor is verdwenen, ik ben volkomen

gezond. Jezus Christus raakte mij aan, daar ben ik zeker

van.

MISS LOGITHARAJAH uit BATTICALOA: Ik ben medisch

studente, trijn leeftijd is 21 jaar. A13y, jaar was ik ziek, depressief.

Ik bezocht menige dokter, psychiater, de beste specialisten

van het land, ik had als studente daar gemakkelijk toegang

toe. Maar niemand kon mij helpen. Ik heb allerlei slaap- en

andere kuren ondergaan, eindeloos veel medicijnen ingenomen,

maar alles faalde. Niemand was in staat mij van de boze geesten

te bevrijden. De medici geloven geen theorie dat er boze

geesten bestaan, ze wijten mijn moeilijkheden aan frustraties,

verdrongen complexen, enzovoort. Maar ik werd voortdurend

aangesproken van buiten af. Zij spraken de gehele dag in mijn

oren, dikwijls schreeuwden ze mij toe en er was niemand die

in staat scheen om deze stemmen te doen verstommen. Ik werd

er bijna gek van, kon niet slapen, had nooit rust. De meest

obscene dingen riepen ze mij toe en vele malen drongen ze er

op aan om zelfmoord te plegen. Ik ben daar ook dikwijls toe

geneigd geweest.

Toen br. Hoekendijk alle zieken en belasten naar voren riep

voor gebed, in de campagne van Batticaloa, ben ik ook gegaan,

ofschoon de stemmen mij toeriepen het niet te doen. Maar de

85


prediker legde mij de vingers in de oren en gebood met autoriteit

dat deze machten der duisternis zouden wijken, in de

Naam van Jezus. Ik voelde mij slap worden en mijn bewustzijn

verliezen, ik wist niet wat mij overkwam. Maar na enkele

minuten kwam ik weer bij mijn positieven en bemerkte dat

ik genezen was, de stemmen waren opgehouden te spreken, ik

voelde mij als vernieuwd, het was heerlijk!

De volgende dagen ging ik steeds naar deze samenkomsten en

bemerkte dat deze stemmen niet meer teruggekomen waren.

Ik heb mij ook medisch laten onderzoeken, maar er is niets

meer te vinden. Ik ben nu een Christin geworden, want ik wil

deze God dienen en volgen, deze Christus die mij verloste en

genas. Ik ben daarna weer naar de universiteit gegaan om verder

te studeren.

MRS. JANSZ uit COLOMBO: Ik ben de moeder van Ds. Llewellyn

Jansz. Ik was allang asthma-patiënte. De laatste tijd

werd mijn ziekte ernstiger en vooral 's nachts ben ik erg benauwd.

Natuurlijk hebben wij veel gebeden voor genezing.

Mijn zoon kwam van de samenkomst die u in de Green Path

Hall hield, thuis en bracht een zakdoekje voor mij mee, waarover

door u gebeden was. Hij legde dit doekje op mijn borst

en onmiddellijk voelde ik mij beter, ik was genezen. De volgende

dag stond ik op en de asthma was totaal verd wenen.

Dit is nu enkele weken geleden gebeurd en steeds voel ik mij

gezond en geniet van mijn genezing. U kunt niet beseffen hoe

gelukkig ik ben. Dank U, Jezus!

MRS. N.N. uit COLOMBO: Door een ongeluk, 12 jaar geleden,

zijn mijn beide trommelvliezen gescheurd, ik was totaal doof.

Ik ging naar de opwekkings- en genezingssamenkomsten aan

het Green Path. Daar legde br. Hoekendijk zijn vingers in mijn

oren en bad God mijn gehoor te restaureren. Onmiddellijk

kon ik weer normaal horen. Mijn trommelvliezen zijn weer

heel. Ik weet niet hoe dit wonder plotseling in mijn oor plaatsgreep,

maar het gebeurde en vandaag hoor ik alles weer perfect.

Geloofd zij Jezus' Naam!

MRS. W. S. MENDIS uit KALMUNAI: Ik leed al jaren aan

een ernstige pijn aan de linkerzij van mijn onderbuik. Ik maak-

86


te mij ernstige zorgen, want geneesmiddelen reageerden niet.

Men kon er niet achter komen wat mijn ziekte was, maar ik

had onduldbare pijnen. Maar ik zag op Jezus. Toen er op de

crusade in Kalmunai voor mij gebeden was, genas de Heer mij

geheel en al. Ik voel mij nu gezond en gelukkig. Prijs de Heer!

MR. L. H. SOMADASA DE SILVA uit BADULLA: Ik had

6 jaar asthma, 9 maanden lag ik in het Badulla-hospitaal. De

pillen en injecties die ik kreeg gaven mij tijdelijke verlichting,

maar genazen mij niet. Er werd tijdens de samenkomst door

br. Hoekendijk voor mij gebeden en nu ben ik compleet genezen.

Vanmorgen was er geen benauwdheid meer. Ik adem

normaal en hoest niet meer. Ik ben genezen, welk een zegen!

Halleluja!

MRS. R. RATNAM uit BATTICALOA: Ik leed in verschillende

lichaamsdelen aan ziekten. Toen er voor mij gebeden werd,

raakte ik buiten bewustzijn. Ik hoorde in mij verschrikte stemmen,

maar toen ik weer bij bewustzijn kwam, hadden zij mij

verlaten en was het stil in mij. Alle demonen die mij hadden

geplaagd hadden mij losgelaten.

U kunt u niet voorstellen hoe bevrijd ik mij voel. Nu zijn plotseling

ook al mijn klachten verdwenen. Mijn echtgenoot leed

aan diabetis. Ook voor hem werd gebeden. Toen hij zich vanmorgen

in het ziekenhuis liet onderzoeken, werd hem door de

arts gezegd, dat hij geen diabetis meer had en zijn pillen niet

meer nodig had. We zijn beiden zo gelukkig met deze zegen

van God!

MR. SELLATAMBYuit BATTICALOA: Ik had een zieke

maag, het kon het voedsel niet normaal verwerken. Mijn ingewanden

waren ook niet in orde. Alles deed mij pijn in de

buik. Er werd voor mij gebeden en ik genas onmiddellijk en

volkomen. God is goed!

MR. THAMBIPILLAI uit SANTHIVELI: Reeds 25 jaar leed

ik aan asthma. Ik kon mijn leven niet anders meer voorstellen

dan benauwd te zijn, benauwd, benauwd. Ik ging naar de campagne

in de Town Hall in deze stad. Er werd voor mij gebeden.

Toen voelde ik een weldadige warmte in mijn borst komen.

87


De Heer genas mij in een enkel ogenblik. Ik begin aan een

nieuw en gezond leven. Ik kan mijn geluk niet op! Dank U,

Jezus!

MR. S. RATNAM uit KALMUNAI (68 jaar): Ik leed voortdurend

aan duizeligheid en raakte vaak mijn bewustzijn kwijt.

Ik kon mijn hoofd niet omdraaien of ik voelde mij flauw

worden en viel neer waar ik was, de huisgenoten vonden mij

later. Ik was onder doktersbehandeling en bezocht een specialisten-kliniek

nu al een jaar lang. Nadat voor mij gebeden was

geworden door br. Hoekendijk ben ik geheel genezen en heb

geen klachten meer.

MRS. MESAM SATCUNAY AGAM uit KALMUNAI: Reeds

5 jaar ben ik lijdende aan ernstige nekpijnen. Menige injectie

heb ik daarvoor gehad, pillen en elektrische massage, maar het

hielp niet. Tenslotte werden mijn pijnen ondragelijk.

Ik bezocht de genezings- en bevrijdingscampagne in Kalmunai

en had een grote zegen. Ik gaf mijn hart aan Jezus Christus en

toen in de dienst der genezing voor mij gebeden werd, genas

ik volkomen. Een wonderbare genezing was het, onmiddellijk

was alle pijn verdwenen en kon ik mijn hoofd weer vrij en

pijnloos bewegen. Geprezen zij de Naam van Jezus!

MRS. N.N.: Ik ben een oude Hindu-vrouw en ik hoorde in

mijn woonplaats ver van hier over de wonderen die gebeurden.

Ik leed aan kanker en had erg veel pijn, ik moest sterven, werd

mij gezegd. Ik reisde 170 mijl om hier te komen. Nadat voor

mij gebeden werd was alle pijn verdwenen en ik voel mij vandaag

uitstekend. Een kennis van mij die een paar dagen geleden

mij zag, zei: Wat is er met jou gebeurd? Je lijkt zo fit en loopt

zo flink, zo heb ik je lang niet gezien. Ik heb gezegd: Jezus

heeft mij wonderbaar genezen in de Kalmunai-crusade.

MRS. V ALLIAMMA uit TIRUKKOVIL: De laatste 6 jaar

leed ik aan een nierziekte. In verschillende hospitalen hebben

ze mij verpleegd, maar ik vond geen genezing. Op de 24e

oktober kwam ik in de samenkomst in de Methodistenkerk.

Toen ik daar zat tussen de mensen, kreeg br. Hoekendijk een

visioen over mijn ziekte en beschreef precies de symptomen.

88


Hij had mij nog nooit gezien maar wees naar mij. Ik stond op

en kwam naar voren. Hij legde mij de handen op, bad met mij

en ik was onmiddellijk genezen. Sinds die dag ben ik krachtig

en gezond.

Lat'er zocht ik naar de vervulling met de Heilige Geest in de

pastorie. Zr. Hoekendijk bad met mij en ik werd heerlijk vervuld.

Halleluja!

MR. NALLANATHAN uit NALLUR: Ik ben 85 jaar oud en

leed zeer lange tijd aan asthma. Het was als een eindeloze

nachtmerrie als ik aan die tijd terugdenk. Zeer veel medicijnen

heb ik gebruikt om het leven dragelijk te maken. Toen kwam

ik in aanraking met br. Arumainayagam in Jaffna, die samenkomsten

hield in Nallur. Ik kwam naar voren om met mij te

laten bidden. Hij legde mij de handen op in de Naam van Jezus

Christus en onmiddellijk genas ik van mijn ziekte. Ik kon weer

normaal ademhalen en alles is gezond. Ik prijs de Heer voor

mijn wonderbare genezing, ik voel mij gezond en fit. Ik was

voor God niet te oud om te worden genezen. Ik nam Jezus aan

als mijn Heiland, want Hij maakte alles waarlijk nieuw in mij!

Halleluja!

MRS. AROKIAMMAL uit JAFFNA: Ik ben een oude vrouw,

mijn leeftijd is 68 jaar, en kon niet lopen, omdat ik leed aan

rheumatiek. Ik was geheel verstijfd, ook mijn handen en voeten.

Mijn huisgenoten moesten mij helemaal verzorgen. Ik liet

mij brengen naar de "Streams of Power"-Deliverance Hall en

vroeg br. Arumainayagam om met mij te bidden voor genezing.

Hij zalfde mij met olie en legde mij de handen op, in

Jezus' Naam. Ik ben nu genezen en kan normaal lopen. Ik

loop rechtop en niet meer gebogen, mijn spieren zijn zacht en

soepel, mijn kramp is uit mijn handen en voeten en ik kan ze

weer gewoon bewegen.

Ik ben ook bekeerd tot het Christendom en weet dat Christus

mijn Zaligmaker is. Ik ben nu zo gelukkig in Hem, mijn Heer

en mijn Koning. Want Hij maakte alles nieuw aan mij. Dit is

mijn getuigenis.

MRS. OLEGASEGARAM uit NALLUR: Ik leed al lange tijd

aan hoge bloeddruk en hartziekte. Ik was ernstig ziek en lag

89


altijd op een rustbank. Ik moest voorzichtig leven. Ik behoor

tot de Anglicaanse kerk, daarvan ben ik al jaren lid. Ik hoorde

van de opwekkingssamenkomsten van br. Arumainayagam

die hij in zijn woonplaats hield en liet mij er heen brengen. Ik

geloofde in de wonderbare kracht van Jezus Christus en toen

er met mij gebeden was, ervoer ik een heerlijke genezing van

mijn lichamelijke nood. Ik genas volkomen. Ook mijn zonden

zijn vergeven en ik weet mij nu een kind van God. Overal vertel

ik van mijn wonderbare genezing.

MRS. RAJASENAN uit JAFFNA: Ik ben lerares van de grootste

meisjesschool in Jaffna en heb een erg druk leven. Ik leefde

onder de druk van mijn zonden. Toen ben ik ziek geworden

en had lange tijd voortdurend koorts. Eenmaal bracht iemand

mij naar het huis van br. Arumainayagam in de Deliverance

Hall en hij sprak lang met mij. Ik begreep dat ik mijn zonden

moest kwijtraken en legde die bij Jezus neer. Hij nam ze van

mij af en vergaf ze mij. Hij gaf mij ook een nieuw zuiver hart.

Wij knielden neer en ik nam Jezus als mijn persoonlijke Heiland

aan. Daarna werd er voor mijn lichamelijke nood gebeden,

na het gebed was ik gezond en fris. Ik ben zo gelukkig nu,

heb vrede in mijn ziel. Mijn lijden is voorbij, ik ben een nieuw

schepsel en heb mijn werkkring weer opgenomen met grote

voldoening. Halleluja!

MR. SHANMUGANATHAN uit KANDARMAGAM: Bij een

fietsongeluk brak ik mijn linkerarm. Ik behoor tot een zeer

religieuse Hindu-familie die altijd trouw naar de tempel gaat.

Mijn vader hoorde van de armbreuk en ging direct naar de

tempel om te bidden voor mijn genezing. Maar er gebeurde

niets.

Een vriend van mij bracht mij naar br. Arumainayagam, hij is

een Christen en een prediker van de Christelijke godsdienst,

werd mij gezegd. Hij begon dadelijk voor mij te bidden. De

pijn ging over en ik begon snel te genezen. De arm die gezet

was, bleek direct alweer te kunnen worden gebruikt.

Ik ging telkens weer naar deze prediker terug die mij het Evangelie

van Jezus Christus vertelde. Ik vond dat dit iets voor mij

was, ik nam Jezus aan als mijn God en bekeerde mij tot het

Christendom. Mijn vader was woedend, maar ik ga toch met

90


Jezus verder, ik blijf Hem trouw. Want Hij heeft mij geholpen!

MRS. E. JEY A VEERASINGAN uit COLOMBO: Voor mij

was het de grootste en merkwaardigste ervaring en voorrecht

u op 22 maart 1969 te ontmoeten. Ik dank er God elke dag

voor. Mijn leven is toen helemaal omgekeerd. Ik gaf mijn leven

aan Jezus en Hij genas door uw bediening van genezing mijn

lichaam. Zovele jaren had ik nameloos geleden, maar na een

enkel gebed van geloof was mijn ziekte en zwakte voorbij, ik

voel mij sterk en gezond. Maar vooral, mijn hart is vol van

vrede.

Mijn oudste zoon die zolang heeft geleden aan asthma, genas

die dag ook, hij is nu geheel vrij van die ziekte. Mijn jongste

zoon die ziek was, werd ook beter op diezelfde dag en mijn

echtgenoot vond Jezus als zijn Heer. Bovendien vond hij na

jarenlange werkeloosheid een prettige en goede werkkring

waar hij nu nog is. Wat een ervaringen voor ons, wat danken

wij voor uw komst in mijn huis, toen wij u riepen te komen.

Onze gebeden vergezellen u voortaan overal ... !

MRS. D. AREERVATHAM uit UDIVIL: Ik heb mij tot het

Christendom bekeerd en ontving de Heilige Geest. Ik leed

vreselijk aan galstenen. De dokter wilde ze operatief verwijderen,

maar ik wilde de Heer vertrouwen op Zijn ingreep. Ik

riep de Naam van Jezus aan en in antwoord op mijn gebed genas

de Heer mij wonderbaar. De stenen vergruisden vanzelf en

verlieten mijn lichaam, de dokter stond verbaasd. Ik ben nu

volkomen gezond. Glorie voor Jezus!

REV. CHRISTY DANIEL uit TIRUKKOVIL: ... "Glorie,

roem en eer zij de Naam van Jezus Christus onze Heer, Redder,

Doper met Zijn Heilige Geest, en Heelmeester! Wij gaan voort

met de nieuwe visie die de Heer ons gegeven heeft, in gehoorzaamheid

prediken wij het evangelie, genezen de zieken en

werpen boze geesten uit in Zijn Naam!

Menige zieke bezoekt nu mijn huis in Tirukkovil voor genezing

en God raakt ze wonderbaar aan. Menige bezetene wordt

van boze geesten verlost. Arme zondaars vinden vrede. Gisteravond

was ik in Kumari om rustig enkele uren aan gebed te

besteden, maar toen de mensen hoorden dat wij daar waren,

91


achten zij van alle kanten zieke en bezeten mensen.naar ons

toe. Wij begonnen het evangelie te prediken, legden de zieken

de handen op en wierpen de boze geesten uit. Hindu's kwamen

nu tot Jezus voor bevrijding. Is dat niet wonderbaar?

Akkaraipattu is 8 mijl van Tirukkovil verwijderd. Wij hielden

daar gezegende samenkomsten. De Heer werkte machtig in ons

midden en bezetenen kwamen vrij. Door de Heilige Geest geleid

zag ik deze duistere machten duidelijk werkzaam in de mensen,

de Heer verloste hen en maakte hen vrij. Zelfs van Batticaloa

komen nu Hindu's, Mohammedanen en Christenen naar

onze pastorie in Tirukkovil voor redding en genezing. Ja zelfs

waren mensen gekomen uit Colombo, aan de andere kant van

het eiland. Zij hadden gehoord van onze nieuwe bediening,

die wij van de Heer hebben gekregen, nadat u ons in deze weg

hebt ingeleid. De Heer redde hun zielen en genas hen glorieus

van al hun ziekten. De zieken thuis genazen ook, terwijl wij

elders voor hen baden. Zij schreven later welke grote dingen

God had gedaan aan hen allen. Prijs de Heer!

Deze dingen worden overal doorverteld, nu komen de mensen

ook uit het noorden en zuiden van Ceylon met hun geestelijke

en lichamelijke nood en de Heer heeft een antwoord voor hen.

Prijs Zijn Naam voor Zijn goedheid!

Twee dagen geleden kwam een familie uit Colombo naar ons

toe. De Heer liet mij zien wat voor demonen en duistere machten

in deze mensen werkten. Hij toonde mij in de Geest geheime

dingen die niemand dan deze mensen konden weten, ik

mocht ze hen openbaren. De Geest van openbaring liet mij

zien dat zij "hooniyams" , geheime toverij-voorwerpen, door

een tovenaar in hun tuin hadden laten begraven en ik vertelde

precies de plaats in de tuin waar ze lagen. Ze ontkenden eerst

maar bij zoveel overtuigende gegevens en bijzonderheden moesten

zij het tenslotte toegeven. Het was allemaal precies zoals

ik het gezegd had, want de Heer liet het mij zien. Deze Hindu's

vroegen de Heer om vergeving voor hun occulte praktijken.

Wij mochten deze macht krachtig verbreken. Toen zij heengingen

beloofden zij de amuletten op te graven en te verbranden.

Zij deden dat ook, schreven zij later, en meteen waren

de ziekten verdwenen. Dit is de hand des Heren. Heel deze

familie nam Christus aan als hun Heer, toen zij zagen dat Hij

leeft, werkt en vernieuwt.

92


Wij zijn nu begonnen om huis aan huis te evangeliseren in de

dorpen aan de oostkust, waar u vorig jaar ook met ons predikte.

Het evangelie wordt nu gepredikt met wonderen en

tekenen, menige Hindu mocht ik tot Jezus leiden en de genezende

kracht van Jezus mededelen. Halleluja!

Mijn vrouw Hepsibah en ik zijn de Heer en u heel dankbaar

dat door uw komst onze ogen zijn geopend op de waarden

van Gods Koninkrijk en dat wij deze gezegende weg mogen

gaan. Ik heb zoals u weet de verantwoordelijkheid voor vijf

gemeentes, waar ik geregeld moet prediken. Sinds ik vervuld

ben met Gods Geest zijn al deze kerkdiensten overvol mensen,

terwijl ze vroeger ledig waren. Ik verzoek u voor ons op

deze eenzame plaats te blijven bidden en ik hoop dat u weer

spoedig naar Ceylon terugkomt om ons te helpen bij deze

grote taak!"

MR. BERTRAM CASINADER uit BA TTICALOA: ... "De

zending van uw boeken" The armour of God" en "The nine

Gifts of the Spirit" ontvangen en wij willen u direct terugschrijven

om u te verzekeren dat wij er erg blij mee zijn. Dit

is nu de stof die wij nodig hebben, omdat wij er te weinig van

weten. Hartelijk danken wij u voor wat wij van u hebben geleerd

vorig jaar, voor de vele uren dat u met ons de Bijbel

opende en voor wat u predikte tijdens de campagne in de

Town Hall in deze stad. Wij zullen dit niet vergeten.

Ik was begonnen enkele vrienden deze waarheden te onderwijzen

vanuit mijn beperkte kennis, maar nu heb ik een heel

boek met teksten, nu lees ik hen daaruit voor en de teksten

zoeken wij samen op. De een na de ander komt in de vrijheid

te staan en u zult verbaasd zijn wanneer u hier terugkomt te

bemerken hoevelen een nieuw geloofsleven hebben. Wilt u

ons nog een aantal van deze boeken toezenden, zoveel als

mogelijk is, ik geef ze aan alle belangstellende Christenen, die

zich uitstrekken naar meer ... "

MISS KARUMARATHNA uit KALMUNAI: Ik ben opgegroeid

in een Hindu-gemeenschap, ik bad en offerde aan

Hindu-goden. Toen ik zeventien werd, vond ik een vriend,

eveneens een Hindu. Hij wilde met mij trouwen. In die tijd

kwam ik in aanraking met Christenen. Ik leerde verstaan wie

93


hun God is. Ik leerde over Jezus Christus, lezende in een gekregen

Bijbel. Dat vond mijn vriend niet goed en dreigde mij met

allerlei narigheid. Ik besloot echter mijn leven aan Jezus te

wijden en Hem te dienen, mijn leven lang wil ik Hem trouw

blijven. Wat ook de gevolgen zouden zijn.

De familie van mijn verloofde heeft mij ontzettend geslagen

en lange tijd opgesloten. Toen ik niet luisterde en achter Jezus

bleef voortgaan, zijn ze naar een tovenaar in de bergen gegaan,

ze hebben hem veel geld gegeven en hem opgedragen op

allerlei occulte manieren mijn leven zuur te maken. Vanaf die

dag kreeg ik allerlei vreemde ziektes, exceem als een laag dons

over mijn gehele lichaam en wat het ergste was: ik begon

stemmen te horen, stemmen, stemmen altijd door, dag en

nacht. Deze stemmen hoonden mijn Jezus, ze sarden mij,

dreigden mij. Ik kon niet meer slapen, niet meer eten en werd

broodmager. Niet alleen leed ik een ondragelijke jeuk, maar

ik werd onophoudelijk door demonische machten omfluisterd,

aangesproken, alles even negatief, alles afbrekend.

Telkens bezocht de familie van mijn vriend mij weer en probeerde

mij om te praten, ze zouden een mooie bruiloft betalen

en een groot feest geven. Maar ik heb hen gezegd dat ik alleen

Jezus wil dienen en daarom niet met een Hindu-jongen kon

trouwen. In een ernstige crisis bad ik God om uitredding. Die

kwam! Een Hollands echtpaar bezocht onze woonplaats, zij

logeerden naast het huis waar ik diende. De vriendelijke mevrouw

sprak mij aan en vroeg of ik Jezus kende. Ik begon te

huilen en vertelde mijn geschiedenis. Toen heeft zij met haar

man, de evangelist, mij de handen opgelegd en de demonen

die in mij waren gelast uit te varen. Ze schreeuwden in mijn

oren dat ze er niet uitwilden, maar nu moesten vertrekken,

dat waren de laatste woorden die ik in mijn oren hoorde, ze

gingen allen uit! Nu ben ik vrij, ik kan weer eten en slapen en

heb rust in mijn ziel. Ik ben geheel bevrijd. Ik dank de Heer

Jezus Christus voor Zijn hulp.

De Hindu-familie heeft gemerkt dat de betovering niet meer

werkte en heeft maar besloten hun plannen met mij op te

geven. Ik ben nu vrij om Jezus te dienen. Ik ben ook nu vervuld

met de Heilige Geest. Halleluja!

MRS. NOELLE KARUMARATNE uit BORELLA: Ik was al-

94


tijd erg nerveus en vooral in de nacht kon ik geen rust vinden.

Slaaptabletten namen mijn angst niet weg. Ik wist niet meer

waar ik het zoeken moest. Toen hoorde ik van de campagne

in Colombo en besloot die mee te maken. Daar werd met mij

gebeden. Br. Hoekendijk bestrafte de demon van vrees. Na

dat gebed was ik geheel vrij en slaap weer normaal en gezond,

's morgens sta ik fris en uitgerust op. Dank U Jezus voor Zijn

hulp!

MR. N.N. uit KALMUNAI: Ik was jarenlang een diabetispatiënt.

Deze ziekte werd steeds ernstiger. Ook leed ik aan

asthma. Ik ging het ene ziekenhuis uit en het andere in. Ik

was ongenietbaar voor iedereen om mij heen. Het laatste jaar

liet ik speciale pillen komen uit West-Duitsland, elke pil kostte

9 rupee's. Maar dit alles baatte niets. Ik was ten einde raad.

Toen hoorde ik van de samenkomsten van het Hollandse team.

Er werd met mij gebeden in Jezus' Naam en ik genas terstond.

Ik wachtte twee dagen en liet mij toen grondig door mijn dokter

onderzoeken, hij verklaarde mij volkomen genezen. Ik heb

hem toen alles verteld over uw bediening, hij begreep het niet,

maar feliciteerde mij toch.

Ik ben geestelijk ook geheel vernieuwd, mag mij nu een Christen

noemen en volg Jezus Christus. Mijn vrouw, die veel door

mij heeft geleden, was erg verbaasd over dit alles. Ze zag echter

mijn radicale verandering en besloot toen ook Jezus te

volgen. Halleluja!

MR. N.N. uit KALMUNAI: Ik was jarenlang een alcoholist.

Priesters noch doktoren konden mij er van af helpen. Ik verdronk

alles wat ik verdiende en kon nuchterheid niet verdragen.

Een vriend bracht mij naar de campagne. Ik kwam naar

voren voor bekering en aanvaardde Jezus als mijn Verlosser.

Toen daarna voor mij gebeden werd en deze machten uitgedreven,

voelde ik mij bevrijd. Van dat uur af heb ik niet meer

gedronken, ik heb zelfs een walging gekregen van alcohol.

Maar nu voel ik mij fit en gelukkig. Toch is het grootste wonder

dit, dat ik vrede heb in mijn hart. Tussen mij en God is

alles goed nu. 0 wonder van Gods goedheid!

MRS. PERINPANAYAGAM uit JAFFNA: God heeft mij

95


wonderbaar aangeraakt. Ik had verschillende hartaanvallen

gehad en hoge bloeddruk, mijn conditie was erg slecht. Ik

raakte bewusteloos en de dokters dachten dat ik sterven zou,

daar bleek niet veel meer aan te doen. Maar ik riep tot de

Almachtige en liet br. Arumainayagam naar mij toe komen,

die mij met olie zalfde naar Jacobus 5 en mij de handen oplegde

voor genezing. De Heer verhoorde het gebed en richtte mij op.

Ik ben vandaag geheel gezond en kan weer alles doen. Ik heb

het gevoel dat ik van de dood ben opgestaan.

Dit boek is gratis verkrijgbaar bij het Lektuurfonds, Postbus 484,

Zwolle (Holland). Giro Lektuurfonds: 1970200.

96


druk, VANDERWORP OFFSET BV zwolle

More magazines by this user
Similar magazines