Roots Vogelmagazine 1 - Voorjaar 2021

newskoolmedia

In Vogelmagazine 1 - Voorjaar 2021 vind je onder meer: Hotspots voor de mooiste vogelsoorten in het Lauwersmeer, met kaart beste plekken - Kraaien: hoe hou je ze uit elkaar? - Dagboek van een steltkluut gezin - Leren vogelen met een ervaren gids - Vogels kijken volgens de natuurkalender - Het bizar uitgebreide imitatie repertoire van de gekraagde roodstaart - Interview met documentairemaker Merel Westrik - Alles over kleurvariaties - De beste pocket kijkers van dit moment - De nieuwste vogelboeken en gadgets - Agenda met vogelweekends en festival. En nog veel meer...

VOORJAAR 2021, € 5,25

MAGAZINE

• Dagboek

steltkluutkuikens

• Getest: 6 pocketkijkers,

1 warmtebeeldkijker

• Interview met

Merel Westrik

Zanger van andermans hits

GEKRAAGDE ROODSTAART

GOEDE BUUR

De charme

van de steenuil

ALTIJD IETS TE ZIEN

10 vogelhotspots

rond het Lauwersmeer

00121

AP

8 718972 810382

LOCAL PATCHES

Vogelaars over

hun favoriete plekken

MOOIE MUTATIES

Alles over kleurvariaties


MARCEL VAN KAMMEN

Voluit

voorjaarsvogelen

- 10 HOTSPOTS IN HET LAUWERSMEER -

Vogelaars beginnen al te watertanden als ze de naam Lauwersmeer horen.

Dit waterrijke en uitgestrekte gebied herbergt namelijk opvallend veel soorten

vogels. En die kun je er ongelooflijk mooi en in alle rust bekijken. Redacteur

Paul Böhre keek er zijn ogen uit en geeft je de beste voorjaars-vogelhotspots.

TEKST PAUL BÖHRE

ROERDOMP. BUIZERD.

ISTOCK

ISTOCK

RIETZANGER.

ISTOCK

MARCEL VAN KAMMEN

14 VOGELMAGAZINE

MARCEL VAN KAMMEN

WWW. MAGAZINE.NL 15



THOMAS HARBIG/NIS

VOORJAARS-

Kijken volgens de natuurkalender

VERSCHIJNSELEN

TJIFTJAF.

Elk jaar begint vanaf half maart de ultieme uitdaging voor veel vogelaars

en andere natuurliefhebbers: wie vindt de eerste van een soort? Zulk speurwerk geeft

niet alleen een kick, het helpt onze kennis van het klimaat ook een handje.

TEKST PAUL BÖHRE FOTO’S ISTOCK E.A.

Elk jaar in maart fiets ik regelmatig

een rondje langs plekken waarvan

ik weet dat de kans groot is dat ik er

de eerste tjiftjaf van het jaar kan zien.

Wélke van die plekken de meeste kans

op succes biedt, is altijd even gokken.

Kriskras rij ik door mijn woonplaats

Schoorl en passeer groenstroken en

parkjes en rij door de duinen met hoge

bomen, de oren gespitst op elk geluid.

Soms hoor en zie ik dagenlang niets,

maar dan opeens is daar het overbekende,

eindeloos herhaalde ‘tjif-tjaftjif-tjaf’,

op twee toonhoogten.

Dichter bij gekomen zoek ik de boomtoppen

af naar dit vrij kleine zangvogeltje,

want ik wil die eerste ook even

zien. Het is een soort bijgeloof: als ik

hem vind, wordt het een goed natuurkijkjaar.

En áls ik dan dat gedrongen postuur

te zien krijg, dat lijfje met overwegend

bruine bovendelen met een groenige

zweem, van onderen witgrijs en met

donkere pootjes en snavel, dan is het

natuurlijk feest.

Onrustig fladdert de tjiftjaf tussen de

takken door, waarbij hij zo nu en dan

stilstaat in de lucht (‘bidt’) om insecten

te vangen. Vlak voordat hij opnieuw

zingt, laat hij enkele snorrende tonen

horen: ‘brrrrr brrrrr’, een extra geluidje

dat hij vooral in het vroege voorjaar

laat horen. De eerste tjiftjaf kan weer

op de jaarlijst gezet worden. Het voorjaar

is begonnen. Heerlijk!

Fenologie: de natuurkalender

Natuurlijke processen, zoals de bloei

van bloemen, bladval en de start van

de vogeltrek, vinden elk jaar in min of

meer vaststaande perioden plaats.

Deze gegevens worden jaar in, jaar uit

trouw bijgehouden door tal van natuurminnaars.

Een spannende bezigheid,

want natuurlijke processen worden

beïnvloed door temperatuur, neerslag

en aantal zonuren. Door het klimaat

dus, en dat dit de laatste decen nia

drastisch verandert, is inmiddels wel

wetenschappelijk bewezen. Des te

belangrijker is het om bij te houden

welke natuurgebeurtenissen zich

wanneer voordoen. Dat wordt ook wel

fenologie genoemd, ofwel de ‘leer van

het verband tussen de periodieke

verschijnselen van de levende natuur

en de jaarlijkse periodieke schommelingen

van de meteorologische elementen,

leer van de invloed van klimaat

en bodem op de groei van planten en

dieren’ (aldus de Van Dale). Simpel

samengevat kun je ook spreken van:

de natuurkalender.

Eerste waarnemingen

Het is dus voor onze kennis van

de klimaatverandering heel relevant

dat ‘eerste waarnemingen’ goed

worden bijgehouden. En dat gebeurt

gelukkig ook: iedere natuurliefhebber

die iets met statistiek heeft, noteert

jaarlijks trouw de eerste waarneming

van een soort in het nieuwe jaar in zijn

of haar opschrijfboekje. Sterker nog:

elke zichzelf respecterende natuurclub,

van IVN-afdeling of vogelwerkgroep

tot landelijke organisaties zoals De

Vlinderstichting, heeft er een speciale

fenologiewerkgroep voor opgericht.

Met daaraan gekoppeld zelfs wedstrijden

waarin de hoofdprijs prestige is:

wie ontdekt de eerste zingende tjiftjaf

of bloeiend maarts viooltje. Onder

vogelaars is tegen het einde van april

de standaardvraag: “Heb jij de eerste

gierzwaluw al?” Niet alleen omdat het

een kick is als je die leuke vogel weer

voor het eerst hoort en ziet boven

de stad, maar ook omdat dat betekent

dat de zomer dichterbij komt. Een

echte vogelaar krijgt er kippenvel van. >

GIERZWALUW.

24 VOGELMAGAZINE

WWW. MAGAZINE.NL 25



Zingen vogels

of fluiten ze?

Om maar met de deur in huis

te vallen: van zingen is eigenlijk

geen sprake omdat vogels geen

strottenhoofd hebben. Ze laten

de lucht trillen met behulp van

membranen in de syrinx, een

zangorgaan met twee setjes

stembanden dat zich bevindt

aan het einde van de luchtpijp.

De stembanden werken samen

met de complexe spieren, pezen

en botjes rond de syrinx. Volgens

onderzoekers kan een vogel

hierdoor twee tonen tegelijk

zingen, zijn volume aanpassen en

de toonhoogte bepalen. De term

‘fluiten’ is ook niet helemaal

c orrect, aangezien mensen

met hun lippen fluiten en vogels

geen lippen hebben, al speelt

de snavel wel een rol in het

maken van geluid. BRON: KIJK

PIERRE VERNAY/BIOSPHOTO/NIS

PRONKEN

met andermans

liedjes

Je zult hem niet gauw zien, maar horen doe je hem des te beter:

de gekraagde roodstaart is een schuw vogeltje, dat zijn gebrek

aan zelfvertrouwen compenseert met een ruim zangrepertoire.

Uit onderzoek blijkt nu dat dit vogeltje niet zijn eigen lied zingt,

maar meestal dat van anderen.

TEKST GODFRIED SCHREUR, SERGIO MAYORDOMO, DAVE LANGLOIS

28 VOGELMAGAZINE

WWW. MAGAZINE.NL 29



- NATUURFILMER MEREL WESTRIK -

‘Je ziet pas vogels als

je echt kijkt’

Natuurfilmer, tv-persoonlijkheid en natuurboekenschrijver Merel Westrik

maakte samen met de Amsterdamse stadsecoloog Martin Melchers

al twee films over de natuur in de stad. Een derde film is in de maak,

waarin ook vogels een mooie rol spelen.

TEKST MARIËTTA NOLLEN FOTO’S LARS VAN DEN BRINK

“Ik woon momenteel tijdelijk buiten de stad, op een

dijk, met uitzicht op het IJsselmeer en op een vogelgebied

waar ik elke dag ook kluten en lepelaars zie.

Achter mijn huis ligt uitgestrekt boerenland, niet

alleen velden met raaigras, maar ook weidevogelgebieden.

Het is hier zo stil dat je krekels en kwakende

kikkers hoort. Hier wonen voelt als altijd

vakantie. Het contrast met het stadscentrum, waar

ik eerst woonde, kan haast niet groter zijn. Maar ik

had iets uit te vinden; ben ik een stadsmens of ten

diepste een plattelandsmeisje?

Ik groeide op in het Noord-Hollandse Westzaan en

speelde het liefst op de boerderij van de ouders van

een vriendinnetje. Met de Flora van mijn moeder bij

de hand ontdekte ik de natuur. Maar ook in hartje

Amsterdam voelde ik me thuis. Totdat corona alles

wat de stad zo leuk maakte, kwam verpesten. Dat

gaf me net dat duwtje in de rug om deze spannende

stap te zetten. Ik kan zo weer terug naar de stad,

maar voorlopig blijf ik liever hier.”

Bewustzijn vergroten

“Tijdens mijn middelbareschooltijd vergat ik mijn

liefde voor natuur een beetje. Maar het kwam weer

helemaal terug toen ik bij de Amsterdamse zender

AT5 werkte. Daarvoor ging ik 15 jaar geleden op

reportage met stadsecoloog Martin Melchers. Net

als vroeger stond ik weer met mijn regenlaarzen

in de sloot. Martin liet me een stad zien die ik nog

niet kende. Door zijn jarenlange ervaring weet hij

letterlijk en figuurlijk hoe de hazen lopen. Hij kan

denken als een dier: waar is voedsel, veiligheid en

de verbinding naar andere gebieden? Hij is nu

met pensioen, maar zit nog in allerlei werk groepen

met als doel de natuur in de stad te versterken. Dat

kan niet zonder steun van de bewoners. Daarom

proberen we het bewustzijn van mensen een beetje

te vergroten. En dat is nodig ook. Zeker zolang ik

mensen bij de tuincentra met flessen Roundup naar

buiten zie lopen. Waarom wordt dat gif überhaupt

nog verkocht?” >

58 VOGELMAGAZINE WWW. MAGAZINE.NL 59



- MIJN LOCAL PATCH -

Vogelen met thuisvoordeel

ROBIN VAN DER LAND

(2002)

De Zwagermieden,

ten noorden van

Zwaagwesteinde (FR)

MARCEL VAN KAMMEN

Veel vogelaars hebben een favoriete plek vlak bij huis

waar ze ooit begonnen met hun hobby en nog steeds regelmatig komen als ze een uurtje

‘over’ hebben. Zo’n plek wordt ‘local patch’ genoemd. Vier vogelaars vertellen over hun

lievelingsplek en geven tips voor een optimale vogelervaring.

64 VOGELMAGAZINE

SAMENSTELLING PAUL BÖHRE

LOKALE VOGELWERKGROEPEN

Veel vogelaars hebben een local patch.

Ze weten precies welke soorten daar

voor komen en kunnen dan ook signaleren

wanneer er afwijkende dingen gebeuren

die de vogelstand of de natuurwaarden van

het gebied bedreigen. Als je lid bent van

de lokale vogelwerkgroep kun je via die

groep melding doen van illegale ingrepen

in het landschap. De werkgroep heeft vaak

goede ingangen bij de lokale overheden

om zoiets te melden en dat werkt vaak

beter dan een individuele melding. Samen

met de werkgroep kun je een hele regio zo

een beetje in de gaten houden. Dat wil niet

zeggen dat je alle onheil kunt voorkomen,

maar je draagt wel je steentje bij. Kijk op

vogelbescherming.nl/bescherming/in-debuurt/vogelwerkgroep.

Beroep: student.

Vogelplek: “De Zwagermieden is een paradijs voor de weidevogels.

Doordat er stukken plasdras zijn gecreëerd kunnen vogels hier in alle

rust broeden. Door de aanwezigheid van water zijn er veel insecten te

vinden, in de avond tref je al gauw een graspieper met een verzameling

rupsen in de bek. Ook zijn er speciale vlotjes aanwezig waarop visdiefjes

en kokmeeuwen elk jaar broeden.”

Hoe verken je het? “Met de fiets of in de auto, maar het gebied is

ook heel geschikt om een lekkere wandeling in te maken.”

Welke vogels zie je hier? “Elk jaar zijn er watersnippen, grutto’s,

tureluurs en zelfs kemphanen te bewonderen! Ook zie je roofvogels

zoals de bruine kiekendief en boomvalk, en met een beetje geluk kun

je de zeearend spotten.”

Waar zoek je zelf naar in het voorjaar? “De nogal moeilijk te

fotograferen watersnip.”

Topvondst: “Grauwe klauwier, draaihals en zee- en visarend.”

Tips: “Ga er niet naartoe met harde noordenwind, een verrekijker is

handig en de beste tijd van de dag is ’s avonds of vroeg in de ochtend.”

Bereikbaarheid: volg vanuit Zwaagwesteinde/De Westereen

de Miedloane. Daarna rechtsaf via de Mieden en Petsleatswei het

gebied in. Er zijn fietspaden waarop ook kan worden gewandeld.

Er is geen parkeerplaats.

ROBIN VAN DER LAND

JONGE ZEEAREND.

WWW. MAGAZINE.NL 65


More magazines by this user