Jaarmagazine 2017

Avansa.Kempen

In dit Jaarmagazine ontdek je hoe het jaar 2017 voor Vormingplus Kempen voorbij denderde. We lieten mensen praten, denken en dromen. Over hun toekomst en hun verleden, over hun wijk of woning, over hun busverbinding of over duurzaamheid. Dag in dag uit brachten we mensen en organisaties bij elkaar. Omdat samen praten samen leren is, en dat doet beter samen leven.
Sociaal-cultureel werk is voor ons concreet. In de Kempen, over gewone dingen, met de voeten op de grond. Met een portie lef, maar evengoed met heel wat inlevingsvermogen. Soms drentelend over eieren, maar altijd met het hart op de tong. Denkend aan wat is en kan, maar ook aan wat zou moeten kunnen. Met goesting en vastberadenheid.
Laat de verhalen in dit boekje - zoals verhalen altijd deden - beklijven en inspireren. Mensen warm maken, is ons werk.

jaarmagazine 17

1


IN 2017

DEN HOUT Een inbreidingsproject in Beerse 4

NIEUWE TIJDEN 8

LAND VAN AA 14

FOSTERFIETS Op de fiets en aan het werk! 16

PETER VERLINDEN Vredesduif of oorlogsstoker?

21

DE SPREKERSBOX 27

LOUIS MICHIELSEN over het

Wetenschapscafé 26

HECTIEK EN HET LEVEN 32

MENSEN OP DE VLUCHT 37

BUS NAAR MOL Van het varken en de trog 38

PLATFORM VROUWENKACHT

Over tijgers, nieuwe meisjes en

bezige papa's 42

DIVERCITY 47

MIJN PAPA DOET HET! 48

CULTUURWERKERS Onder elkaar 50

LAAT JE LEDEN SPEEDDATEN 56

60- EN 80'ERS VAN HIER

Over ouder worden 58

ONZE PARTNERS 62

ONS TEAM 63

foto voorpagina: Frank Van Massenhove, Lisbeth Imbo, Luc Swinnen en Thomas

Decreus op onze netwerkavond 'Hectiek & het leven'. Een foto van Chris Stessens.

lees ons digitaal

https://goo.gl/7n1qKw,

of met deze qr-code:

2


MARTINE COPPIETERS

coördinator Vormingplus

dit is wat we doen

In dit Jaarmagazine ontdek je hoe het jaar 2017 voor

ons voorbij denderde. We lieten mensen praten, denken

en dromen. Over hun toekomst en hun verleden, over

hun wijk of woning, over hun busverbinding of over

duurzaamheid. Dag in dag uit brachten we mensen en

organisaties bij elkaar. Omdat samen praten samen leren

is, en dat doet beter samen leven.

Sociaal-cultureel werk is voor ons concreet. In de Kempen,

over gewone dingen, met de voeten op de grond.

Met een portie lef, maar evengoed met heel wat inlevingsvermogen.

Soms drentelend over eieren, maar altijd

met het hart op de tong. Denkend aan wat is en kan,

maar ook aan wat zou moeten kunnen. Met goesting en

vastberadenheid.

Laat de verhalen in dit boekje - zoals verhalen altijd deden

- beklijven en inspireren. Mensen warm maken,

is ons werk.

3


WAT? VORMINGPLUS KEMPEN

ZORGDE VOOR DE BEGELEIDING VAN

EEN PARTICIPATIETRAJECT ROND EEN

INBREIDINGSPROJECT IN DEN HOUT,

BEERSE

4


stes.be

Burgers geven mee vorm aan

inbreidingsproject in Beerse

“Één plus één moet

minstens drie zijn”

De politici van de toekomst moeten meer dan ooit tevoren

rekening houden met de stem van het volk. Een

bouwproject in Beerse bewijst dat een constructieve

dialoog geen utopie is. De gemeente zorgde er voor dat

de hoop en verwachtingen van de omwonenden door de

ontwerpers meegenomen werden.

TEKST WOUTER ADRIAENSEN |

FOTO’S CHRIS STESSENS

Stefan Poortmans, schepen van

Ruimtelijke Ordening en Wonen:

“Den Hout 2040 is een inbreidingsproject

in de buurt van Brug

6 over het kanaal Dessel-Schoten.

We hadden het geluk dat er op ongeveer

hetzelfde moment een bepaald

volume aan bouwcapaciteit

van drie verschillende eigenaars

vrij kwam. Als gemeente overwogen

wij de verkoop van de oude

pastorij, die nu fungeert als lokale

bibliotheek. Het bedrijf van bouwhandelaar

Paul Roefs zit langs het

kanaal niet langer op een functionele

locatie en gaat verhuizen.

STEFAN POORTMANS:“In zo'n participatietraject kan je de

mensen vroegtijdig geruststellen wat bepaalde gevoeligheden

betreft, anderzijds is het belangrijk om een draagvlak te

creëren in plaats van dingen van bovenaf op te leggen.”

En de kerkfabriek Onze-Lieve-

Vrouw-van-Altijddurende-Bijstand

wil haar gebouwen updaten.

Waarom dan niet allemaal samenzitten

en werken aan een integraal

project waarmee we het gebied

kunnen opwaarderen, rekening

houdend met de adviezen van de

Vlaamse bouwmeester?”

Jullie zaten al samen met de drie eigenaars

en het team van de Vlaamse

bouwmeester, waarom dan nog de

omwonenden betrekken?

Tinneke Claeys, gemeentesecretaris:

“Ik ben ervan overtuigd dat

we naar een nieuwe manier van

inspraak van de burgers gaan.

Inwoners willen meer en meer

rechtstreeks betrokken worden.

Ik heb heel wat inbreidingsprojecten

zien stuklopen op de zwarte

vlaggen die protesterende buren

in hun voortuin plantten. Door de

omwonenden te laten participeren,

stappen ze letterlijk mee in het

concept. Hun geloof in het project

wordt groter.”

Stefan: “Enerzijds kun je de mensen

vroegtijdig geruststellen wat

bepaalde gevoeligheden betreft,

anderzijds is het belangrijk om een

draagvlak te creëren in plaats van

dingen van bovenaf op te leggen.

Door de grotere betrokkenheid

krijg je ambassadeurs, die het

project actief mee vormgeven. Zo

werken we met in plaats van voor

de burgers. Het gebeurt tenslotte

ook met belastinggeld.”

Hoe begin je aan zo’n participatieproject?

Stefan: “Er zijn verschillende

methodieken voor burgerparticipatie,

afhankelijk van welk

thema centraal staat. Als gemeente

hebben we die enkel vanuit de

expertise van onze ambtenaren.

5


stes.be

GEMEENTESECRETARIS TINEKE CLAEYS:“Voor ons

werd het een dubbele denkoefening, zowel over een andere

manier van wonen als over burgerparticipatie.”

Met Vormingplus Kempen hebben

we de verschillende werkwijzen

grondig doorsproken. Zo hebben

we het niet gehad over participatiemomenten,

omdat we het breder

wilden trekken dan enkel een

rechtstreekse betrokkenheid.”

Tinneke: “Je voelt onmiddellijk dat

Vormingplus veel ervaring heeft

in dit soort zaken. Ik heb kennisgemaakt

met de organisatie

bij de voorstelling van de Mijn

2040-krant (waarin inwoners van

de stadsregio droomden over de

toekomst van hun woonplaats,

red). Zoals uit de naam Den Hout

2040 afgeleid kan worden, hebben

we ons met ons project daarop

stes.be

geïnspireerd. Voor ons werd het

een dubbele denkoefening, zowel

over een andere manier van wonen

als over burgerparticipatie.”

Stefan: “Onze ambitie is betaalbare,

kwalitatieve woningen in een

open, kwalitatieve ruimte, waar

mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Het aantal inwoners van ons land

stijgt maar het gemiddeld aantal

gezinsleden daalt. Daarom zullen

we werken met verschillende

woontypologieën, van éénpersoonsstudio’s

over appartementen

tot geschakelde huizen. Om de

balans tussen voldoende publieke

ruimte en voldoende woongelegenheid

in evenwicht te houden,

gaan we ook in de hoogte, tot

maximum vijf, zes bouwlagen.

De Vlaamse bouwmeester stelde in

februari zijn pleidooi voor wonen

en leven in de dorpskern voor in de

kerk van Onze-Lieve-Vrouw-van-

Altijddurende-Bijstand. Ondertussen

is ook de documentaire over hem,

gemaakt door Nic Balthazar, in

avant-première vertoond in Beerse.

Hoe belangrijk was zijn inbreng?

Stefan: “Met Den Hout 2040

sluiten we ons aan bij zijn visie en

missie maar dan op maat van de

Kempen. We gaan compacter en

dus duurzamer wonen maar ook

geen wolkenkrabbers plaatsen.

Als we morgen nog lokaal groen

willen, moeten we stoppen met het

bouwen van vrijstaande woningen.

Bij de alternatieven mag er niet ingeboet

worden op de kwaliteit van

het wonen. De baksteen gaat niet

plots uit de magen van de Vlamingen

verdwijnen maar ze gaan hem

wel op een andere manier moeten

leggen. Zoals altijd bij vernieuwing

is het wennen aan deze woonvorm

maar nu is het al het moment om

beleidskeuzes in die richting te

maken. We willen wonen ook niet

eng bekijken, daarom werken we

actief samen binnen de stadsregio

met Turnhout, Oud-Turnhout en

Vosselaar. We moeten niet alles

opnieuw uitvinden maar kunnen

leren uit andere projecten, zowel

positieve zaken als dingen die misschien

minder goed werkten.”

Hoe hebben jullie de omwonenden

betrokken in de plannen?

Stefan: “Tijdens verschillende

droomdagen hebben we gevraagd

hun verwachtingen, voorzieningen

en diensten die ze missen of wensen

te visualiseren. Dat kan van

grootse dingen zoals mobiliteit tot

kleinere zaken zoals een bankautomaat

in de buurt gaan. Voor de

droomdagen werden de deelnemers

verdeeld in kleine groepen,

die telkens met een verschillende

insteek kwamen. We zijn veel te

weten gekomen, zowel mooie dromen

als wat de mensen zeker niet

wilden. Zo konden we een pakketje

verwachtingen meegeven aan de

ontwerpers.”

STEFAN POORTMANS:“Met Den Hout 2040 sluiten we

aan bij de visie en de missie van de Vlaamse Bouwmeester,

maar dan op maat van de Kempen. We gaan compacter

en dus duurzamer wonen maar ook geen wolkenkrabbers

plaatsen.”

6


Voor de middenweg

Tinneke: “Voor de deelnemers was

het een beetje raar. Ze konden geen

kritiek geven op de plannen want

er was nog niets. Maar ze hebben

er goed op gereageerd. Moderator

Jef Van Eyck van Vormingplus

Kempen voelde zich tijdens de sessies

duidelijk als een vis in het water.

Ook de tweede sessie was zeer

positief. We hebben de verwachtingen

van alle groepen en daarop

aansluitend een eerste oefening

van de ontwerpers gepresenteerd.

Tijdens de derde sessie kwam er

wat tegenkanting op de complete

voorstellen. Maar dat betekent niet

dat het project helemaal mislukt

is. In plaats van drie straten vol

zwarte vlaggen hadden we nu een

klein actiecomité met bezwaren,

wat in feite een groot succes is.

De architecten zijn achteraf ook

opnieuw aan de slag gegaan met

hun ontwerpen. Net zoals in een

huishouden moet er bij een bouwproject

gekozen worden waarin

het geld geïnvesteerd wordt.

Daarbij zoeken we nog de gulden

middenweg tussen het budget, de

adviezen van de Vlaamse bouwmeester

en de verzuchtingen van

de omwonenden.”

Extra troefkaart

Stefan: “Uiteraard moet er nagedacht

worden over leuke dingen

zoals een plaatsje buiten om in de

zomer met z’n allen te barbecueën.

Maar de ontwerpers moeten ook

rekening houden met verplichtingen.

In januari stellen we het definitieve

masterplan voor, waarvoor

we onder meer inspiratie haalden

uit de blauwdruk die het resultaat

was van de droomdagen.”

Was het met zoveel betrokkenen niet

moeilijk om de neuzen in dezelfde

richting te krijgen?

Stefan: “De drie eigenaars staan in

feite voor dezelfde uitdaging dus

daar zeker niet. Ik ben er zeker van

dat het geen van de drie individueel

gelukt zou zijn. En met de

inbreng van de bewoners hebben

we een extra troefkaart in handen.

Het is de bedoeling dat één plus

één minstens drie wordt in het

uiteindelijke project.” •

7


koenBroos.be

Nieuwe tijden

TEKST (o.a.) WOUTER ADRIAENSEN |

FOTO'S BART VAN DER MOEREN

De wereld verandert zienderogen. We zien meer en

meer mensen lokaal bezig om meer greep te krijgen.

Op hun leven, op hun voeding, op hun aankoopgedrag,

op het samenleven. Dat doen ze door samen dingen te

lenen, ruilen, delen, huren.

8

NIEUWE TIJDEN

Ook in de Kempen zijn er veel

plaatselijke initiatieven: samentuinen,

repair cafés, voedselteams,

buren die auto’s delen,

cohousing,…

Dat heet transitie: het draait niet

langer alleen om ‘hebben’, maar

meer om ‘delen’.

Van 1 april tot 30 juni 2017 lieten

we de Kempen kennis maken met

die duurzame burgerinitiatieven.

Met vijf grote evenementen, én

met financiële, inhoudelijke en

promotionele ondersteuning voor

activiteiten van lokale verenigingen.

Meer dan 105

activiteiten

Samen organiseerden we 105

activiteiten in onze regio: repair

café’s, werken in zelfoogsttuinen,

voorstellingen van Letsgroepen,

workshops energie sparen, infosessies

over cohousing, lezingen en

debatten, ecologische ruilbeurzen,

auto- en fietsdelers … 300 medewerkers

van plaatselijke transitieprojecten

bereikten daarmee ruim

1.100 geïnteresseerde Kempenaars.


Van veel naar deeleconomie

bartvandermoeren.be

Vijf evenementen

Samen met ‘t Pact organiseerden

we vijf transitie-evenementen in

het Geelse cc de Werft, ’t Schaliken

in Herentals, ’t Getouw in Mol,

Zwaneberg in Heist-op-den-Berg

en in het Turnhoutse cultuurhuis

de Warande. Telkens was er een

praatprogramma waarin een transitiethema

centraal stond: de deeleconomie,

mobiliteit, het klimaat,

de biodiversiteit en voedsel.

Tine Hens voerde in Geel een

gesprek met auteur Jeroen

Olyslaegers en journalist Karl

van den Broeck.

Olyslaegers beleefde zijn wakeup

call op 7 oktober 2012, toen

hij op de wereldverzetsdag tegen

armoede toevallig en voor het eerst

stadsgenoten hoorde getuigen

over hun dagelijks leven in Antwerpen.

Samen met zijn vrouw

besloot hij soepbedelingsacties

te organiseren. Hij vindt dat we

geplaagd worden met een bewustzijnsprobleem:

we zien de problemen

niet of we willen ze niet zien.

‘Het probleem is echter zo fundamenteel

dat het de hele samenleving

in vraag stelt. Dé vraag is dan

onvermijdelijk: moeten we heel

het systeem veranderen? Maar die

roept heel wat weerstand op.’

Boek als

empathiemachine

‘Mensen voelen zich machteloos,’

stelt Jeroen Olyslaegers, ‘en iedere

auteur is een soort bewustzijnsrevolutionair.

Literatuur is een grote

empathiemachine: als je leest, kan

je je verplaatsen in andere mensen.

Die machteloosheid probeer ik als

auteur aan te grijpen om te laten

zien dat er hoop is, dat er alternatieven

zijn: die moet je als auteur

visualiseren. Ongeduld kunnen we

daarbij niet gebruiken, dat leidt

enkel maar tot verbittering en cynisme.

Dat hebben we niet nodig.

Er is een positieve kracht nodig, en

op dat terrein ben ik actief.’

Commons maken

immuun

Karl van den Broeck bezong de

lof van Apache, het journalistieke

project waarvan hij hoofdredacteur

is. ‘De kracht van ons medium

is onlosmakelijk verbonden met de

ontwikkelingen van het internet.

En met de commons: de relatie

met onze lezers is rechtstreeks

en duidelijk. Soms geven we ook

artikels gratis weg. De daad van

iets te kunnen geven maakt je immuun,

zowel tegen de druk van de

overheid als die van de markt. Als

je je door commerciële activiteiten

of marketing laat leiden, word je

al snel overgeleverd aan de macht.

Dat verwijt ik de BBL’s van deze

wereld: ik vraag me af waarom

Wouter Deprez moet optornen

tegen Essers, terwijl dat net de

taak van de milieubeweging zou

moeten zijn.’

9


De kracht van de

deeleconomie

Jeroen Olyslaegers: ‘We zitten in

een golf waarbinnen we ons beginnen

te emanciperen ten opzichte

van structuren die ons teleurstellen.

Neem nu de intercommunales:

we steken als burger constant geld

in die structuren, we laten toe dat

mensen ons daarin representeren

en daar heel wat geld bijverdienen.

Terwijl net de materies die ze

moeten behartigen de samenleving

toebehoren: water, elektriciteit,

… Ik hoop dat het bewustzijn

zich verruimt en dat mensen zich

beginnen afvragen: ‘is dat eigenlijk

niet allemaal van ons?’

Karl van den Broeck duidt op de

kracht van de (lokale) politiek: ‘In

Turnhout groeide in de schoot

van burgerbeweging de Koep ook

Campina Energie. De stad Turnhout

keurde een reglement goed

waardoor windkrachtfirma’s een

deel van hun opbrengst moeten

laten terugvloeien naar burgers.

Zo zou de overheid ook regels kunnen

opleggen aan disrupterende

bedrijven als Uber of Google. De

politiek moet haar macht terugclaimen.’

Tine Hens polste nog even naar

de uitdagingen voor burgerinitiatieven.

Karl van den Broeck: ‘Een

dam opwerpen tegen het cynisme,

en netwerken maken. Dat kan je

als je win-wins kan laten zien. Een

stad is niet gebouwd om elk gezin

vier wagens voor hun huis te laten

parkeren. Ik maak deel uit van een

autodeelgroep en daar ervaar ik de

voordelen van.’

Voor Jeroen Olyslaegers ligt de

uitdaging in het verbinden van

burgers: ‘Dan word je een machtsfactor.

We moeten die gemeenschappelijke

dingen en ideeën

verbinden, en daarmee de politiek

besmetten. Als je je baseert op de

dagelijkse nieuwsberichten, lijkt er

niets aan de hand. Nochtans is de

bewustzijnsrevolutie vandaag en

hier bezig.’

Te laat voor het klimaat?

De organisatie klimaatneutraal

krijgen tegen 2020, dat is het

ambitieuze plan van Provincie

Antwerpen. De volgende stap is

een klimaatneutrale provincie.

Tijdens Nieuwe Tijden in Turnhout

vertelde gouverneur Cathy

Berx welke inspanningen daarvoor

ondernomen worden.

Provincie Antwerpen helpt gemeenten

een halt toe te roepen

aan de uitstoot van schadelijke

gassen. 64 van de 70 Antwerpse

gemeenten tekenden het burgemeestersconvenant.

Provincie en

gemeenten proberen alle inwoners

en bedrijven te overtuigen zich te

engageren om samen ambitieuze

klimaatdoelstellingen te halen. In

de eerste plaats geeft de provincie

ook zelf het goede voorbeeld.

“Een warmtemakelaar zal vraag

en aanbod van warmte op elkaar

afstemmen”, somt Cathy Berx op.

“Het nieuwe provinciehuis, dat

volgend jaar voltooid wordt, is

een volledig passiefgebouw. We

organiseren groepsaankopen voor

zonnepanelen en zetten sterk in

op ons fietsbeleid, niet alleen met

de aanleg van fietsostrades maar

ook binnen onze organisatie.”

Berx deed in tijden van klimaatopwarming

een opmerkelijke

oproep tijdens het debat: “Omarm

de warmte. We moeten verder

inzetten op wind en zon maar

daarnaast heeft onze provincie de

luxe om over nog twee duurzame

energiebronnen te beschikken. In

de haven van Antwerpen hebben

we de op één na grootste petrochemische

cluster ter wereld. Daar

gaat nu enorm en dus onaanvaardbaar

veel restwarmte verloren. En

via diepe geothermie kunnen we

gebruik maken van de aardwarmte

om gebouwen te verwarmen en te

koelen.”

Werk van lange adem

Regisseur Nic Balthazar is ambassadeur

van Klimaatzaak. Sinds

juni 2015 loopt er een rechtszaak

van de vzw en 11.000 mede-eisers

tegen de Belgische staat en de drie

gewesten.

Klimaatzaak vraagt de vier Belgische

overheden om hun verplichting

na te komen om de Belgische

uitstoot van broeikasgassen in

2020 met 40% te verminderen ten

opzichte van 1990. “Nu bevinden

we ons in juridisch drijfzand”,

aldus Nic Balthazar. “Maar we

10

NIEUWE TIJDEN


artvandermoeren.be

Mobielen met andere wielen

bartvandermoeren.be

v.l.n.r. Nic Balthazar, Steven Vromman, Cathy Berx en

moderator Katrien Lodewyckx

hebben de waarheid aan onze kant

dus dat mag ons niet tegenhouden.”

Naast de vraag aan de overheden

om hun verplichting na te komen,

heeft de rechtszaak nog andere

doelen. “Tijdens een proces kun je

niet zomaar wat vertellen, zoals

Joke Schauvlieghe en haar kabinet

al een hele legislatuur doen,

maar moet je zeggen wat je weet.

Bovendien kan het helpen om het

onderwerp hoger op de agenda te

plaatsen. Het huis staat in brand,

de zolder zijn we al kwijt. Maar

onze kinderen slapen op de tweede

verdieping en hen kunnen we

hopelijk nog wel redden. Als het

brandt, moet je niet gaan discussiëren

wie het moet oplossen en hoe.

Er moet gewoon geblust worden.

Blijf je dat vertragen, dan doe je

aan schuldig verzuim.”

En stel dat bewezen kan worden dat

er wel ernstig werk gemaakt wordt

van het klimaat?

“Dan willen we niets liever dan

onze aanklacht laten vallen. We

zouden niet liever hebben want

dat zou betekenen dat we het fout

hebben en dat de overheden wel

ongelooflijk goed bezig zijn. We

hopen op die dag.”

Dirk Lauwers is verkeersdeskundige

en professor aan de Universiteit

Gent en Universiteit Antwerpen.

Er moeten en er zullen Nieuwe

Tijden aanbreken voor mobiliteit,

vertelt hij ons.

“We zitten vast met de auto, letterlijk

en figuurlijk”, meent Lauwers.

“Het moet duurzamer, voor het

klimaat, voor de openbare ruimte,

voor de leefkwaliteit… Maar er is

ook goed nieuws: we zijn zelf de

file maar we zijn ook zelf de verandering.”

Lauwers meent dat de

oplossing ligt bij de vier

V’s van David Banister,

professor aan de

University of Oxford.

“Verminderen, verkorten,

veranderen en verschonen.

Verplaatsingen

verminderen wordt al gedaan door

telewerken. Niet voor elke communicatie

is een verplaatsing nodig.

Voor het verkorten is de ruimtelijke

ordening en de nabijheid van

voorzieningen belangrijk. Andere

manieren van vervoeren zijn al in

opmars. En auto’s moeten properder

en efficiënter worden.”

Dirk Lauwers in Herentals

Buurlanden liggen voor

Hoe doen we het vandaag op het

vlak van mobiliteit, bijvoorbeeld in

vergelijking met onze buurlanden?

“Niet zo heel goed, vrees ik. In Nederland

is de fiets veel populairder,

we gebruiken vrij weinig het openbaar

vervoer en het aandeel elektrische

wagens is nog erg klein. In

Duitsland is het ondenkbaar dat

in een stad zoals Herentals geen

autodeelfaciliteiten zijn.”

“WE HEBBEN VOORTREKKERS,

VOORBEELDEN, PIONIERS NO-

DIG DIE EEN VONK KUNNEN

GEVEN OM EEN RUIMERE VER-

ANDERING IN GANG TE STEKEN.”

Maar Lauwers ziet ook voordeel in

die achterstand. “Parkeren in de

Bulgaarse hoofdstad Sofia is jarenlang

synoniem geweest aan chaos.

Ze hebben vervolgens de stap van

de parkeermeters overgeslagen en

hebben onmiddellijk apps ingezet.

Zo hebben ze natuurlijk ook

bespaard. ‘Reculer pour mieux

sauter’, zeg maar (lacht).”

11


Tijd voor meer biodiversiteit

bartvandermoeren.be

Jill blijft optimistisch opgesteld. Het merendeel daarvan verschillende soorten vogels, 5.500

is al opgesoupeerd.”

soorten zoogdieren, 31.000 soorten

Al Gore, Leonardo DiCaprio en

“Zonder broeikasgassen zou het vissen, 350.000 soorten insecten…

Elon Musk staan nog hoger maar

hier overigens liefst 32 graden Het leven rondom ons toont zich

ook VTM-weervrouw Jill Peeters

warmer zijn. Het belangrijkste als een boeiende wisselwerking

behoort tot de honderd meest

broeikasgas is waterdamp, dat tussen dieren en planten.”

invloedrijke klimaatspecialisten

is verantwoordelijk voor twee Zowel bij dieren als planten neemt

ter wereld. In Heist-op-den-Berg

derde van de opwarming. Maar het aantal verschillende soorten

gaf ze meer achtergrond bij de

we kunnen moeilijk een zeil over vandaag echter af. “Bij Vlaamse

klimaatverstoring.

alle oceanen gaan leggen. Water is dagvlinders is één derde verdwenen

en één derde bedreigd. Zelfs

“Nu de Verenigde Staten hebben bovendien ook in deze context levensbelangrijk.

De oceanen nemen ‘gewone’ soorten zijn ondertussen

laten weten dat ze uit het verdrag

van Parijs willen stappen, moet het grootste gedeelte van de energie

op die wij er in pompen. Maar wetenschappers maken gewag van

niet meer zo gewoon. Sommige

de rest wat meer zijn best doen.

Overigens heeft onze regering het doordat er meer CO2 in de lucht een zesde uitsterfgolf. Het leven

verdrag van Parijs ook pas in april is, verzuren zij ook, wat vooral te herstelt daar wel van, maar de

geratificeerd terwijl het al eind merken is aan de afbraak van het vorige keren duurde dat telkens

2016 in werking trad.”

kalk van de koraalriffen.”

miljoenen jaren.

“Uit wetenschappelijke rapporten “We zijn met veel en we willen veel.

blijkt dat de mens de grootste

Minder biodiversiteit dus, maar is

Maar ik blijf optimistisch dankzij

de berichten over innovatieve

veroorzaker is van de klimaatverstoring.

Het Kyoto-protocol of initiatieven. Wie de oppervlakte “Tal van studies wijzen op belang-

dat nu zo erg?

het verdrag van Parijs gaan het aan zonnepanelen die nodig is om rijke gevolgen voor onze manier

klimaat niet redden; dat moeten u de hele wereld van elektriciteit te van leven. Je beseft pas ten volle

en ik doen. Maar ze schetsen wel voorzien op een wereldkaart ziet, de waarde van iets als het weg is.

een context.”

weet dat het alles behalve te laat is.” Recente studies tonen zelfs de

“Tijdens de ijstijd lagen de temperaturen

hier drie à vier graden Variatie van het leven teit op de gezondheid van de mens

belangrijke invloed van biodiversi-

lager dan nu. In het verdrag van Hans Van Dyck is professor gedragsecologie

en natuurbehoud Vroeger stopten we mensen, die-

aan, zowel fysiek als psychologisch.

Parijs wordt gestreefd naar een

maximum verhoging van twee aan de UCL in Louvain-la-Neuve. ren en de omgeving in aparte hokjes,

vandaag beseffen we dat het

graden, in het allerbeste geval “Biodiversiteit is een prachtig

anderhalve graad. Voor die twee woord dat letterlijk variatie van allemaal deel uitmaakt van één en

graden is een ‘carbon budget’, een leven betekent. Die variatie en het hetzelfde verhaal van leven in een

maximum hoeveelheid uitgestoten

broeikasgassen, per generatie pen. Op aarde leven zo’n 10.000 ook ver buiten

belang ervan probeer ik te begrij-

gezonde omgeving binnen maar

natuurgebieden.”

12

NIEUWE TIJDEN


artvandermoeren.be

Nieuwe Tijden in cijfers

(1 april - 30 juni 2017)

Activiteiten

• 105 activiteiten

• in 20 van de 27 Kempense

gemeenten

• 70 initiatieven namen deel

• 300 medewerkers zetten zich in

• 1.100 mensen bezochten ze

Minder, maar beter eten

Bavo Verwimp van Bioboerderij

De Kijfelaar en Tuur Vangeel van

Zelfoogsttuin Het Mosterdzaadje

hadden het in Mol over wat hete

hangijzers binnen de biolandbouw.

Oubollig imago?

Bavo: “Aan biolandbouw doen, is

in eerste instantie een milieutechnische

kwestie. Zo mogen we geen

chemische hulpmiddelen gebruiken

en moeten onze groenten in

volle aarde groeien. Een gezonde

bodem is dus essentieel.”

Tuur: “We mogen geen pesticiden

gebruiken dus bestrijden we onkruid

op de mechanische manier

– met het ouderwetse schoffelen,

zeg maar.”

Bavo: “Maar ik kom in opstand

tegen het idee dat biolandbouw

oubollig zou zijn. Wij maken voor

het schoffelen gebruik van gpssystemen,

onze computer waarschuwt

ons wanneer er ziektes

kunnen uitbreken…”

Over de prijs

Bavo: “Toen mijn ouders een

melkveebedrijf hadden, kwam er

drie keer per week een vrachtwagen

van de melkfabriek, die hen op

het einde van de maand liet weten

hoeveel ze kregen voor hun melk.

Ik steek momenteel een derde van

mijn tijd in de verkoop van onze

producten.”

Tuur: “Bij langere ketens is het

logisch dat er onderweg ook iets

blijft hangen. Bovendien is bio een

trendy label waar dus meer marge

op genomen wordt. Terwijl het

voor de overheid voordelig is wanneer

mensen gezond eten en dus

minder ziek worden.”

Bavo: “Eigenlijk is voedsel hier

belachelijk goedkoop. Als je ziet

hoe weinig van die prijs er naar

de producent gaat, besef je dat we

een verkeerd economisch model

hanteren. Ik droom van een

FairTrade-label dat niet alleen voor

ondernemers uit het zuiden van

toepassing is.”

Zelf aan de slag

Tuur: “Ik heb nu een boerderij van

twee hectare in Achterbos, een

gehucht van Mol. Het voordeel van

mijn zelfoogsttuin is dat mensen

groenten uit de moestuin kunnen

eten die ze enkel moeten oogsten;

voor de rest zorg ik. Dat begint

stilletjesaan te lopen. Wie mijn

groenten proeft, is onmiddellijk

verkocht.”

Bavo: “Mensen die een rondleiding

volgen op De Kijfelaar verontschuldigen

zich wel eens omdat ze zelf

een moestuin hebben. Maar zij

zijn net diegenen die beseffen dat

het niet altijd evident is, zeker niet

met zo’n droog voorjaar als nu, en

welke groentes in welke periode

beschikbaar zijn.”

Tuur: “Ik wil graag mijn oppervlakte

uitbreiden en werk daarvoor

samen met De Landgenoten,

een organisatie uit de sector die

gronden ter beschikking stelt. Zij

zijn een coöperatie, mensen kunnen

dus steunen door een fiscaal

aftrekbare gift of door het kopen

van aandelen.”


Events

• 5 events in cultuurcentra

• meer dan 1.000 bezoekers

• 84 transitieprojecten stelden

er zich voor

• meer dan 200 medewerkers

zetten zich in

13


stes.be

WAT? ‘LAND VAN AA’ TURNHOUT

EEN COHOUSINGPROJECT VAN O.A.

DE 14ARK MET ZO’N 20 NIEUWE KOOP-

EN HUURWONINGEN IN SCHORVOORT.

VORMINGPLUS BEGELEIDDE IN 2017

MEE HET TRAJECT.

OP DE FOTO: POTENTIËLE

COHOUSERS BRENGEN EEN BEZOEK

AAN HET BOUWTERREIN.


15


Kim Leyten:

Op de fiets en aa

WAT? HET FOSTERFIETSPROJECT

VERHUURT VOOR EEN PRIKJE ELEK-

TRISCHE FIETSEN AAN SOLLICITANTEN

EN BEGINNENDE WERKERS IN DE REGIO

GEEL-MEERHOUT-LAAKDAL.

VORMINGPLUS INITIËERDE (EN ZETELT

IN) DE WERKGROEP ALLEMAN MOBIEL

DIE HET PROJECT MEE AANSTUURT.

16

FOSTERFIETS


n het werk!

stes.be

TEKST DIRK KENNIS |

FOTO’S CHRIS STESSENS

In de regio Geel, Laakdal

en Meerhout heeft zowat

47% van de werkzoekenden

geen eigen vervoer.

Dat is een handicap bij het

solliciteren en bovendien:

als je eenmaal werk hebt

gevonden, probeer er dan

maar eens te geraken.

Sinds kort kan dat! Werkzoekenden

uit de drie

genoemde gemeenten

beschikken daar tegenwoordig

over Fosterfietsen:

volstrekt baanwaardige

e-bikes. Letterlijk een

extra duwtje in de rug,

dus. Vormingplus Kempen

maakt deel uit van

de werkgroep achter dit

innovatief en duurzaam

project. De vraag is: bolt

het ook?

17


“We zijn er in oktober jl. mee

gestart en hebben er ondertussen

(eind december, nvdr.) zes in

roulatie: in elke gemeente twee”,

zegt Kim Leyten. Zij combineert

de functie van diensthoofd Werk

van de stad Geel met die van

intergemeentelijk tewerkstellingscoördinator

voor Geel, Laakdal en

Meerhout, en was de centrale as

in de werkgroep rond de Fosterfietsen.

“En wees gerust: de eerste

verhuringen zijn een feit.”

De inbedding

Het idee werd geboren bij de door

Vormingplus Kempen en ACV

regio Geel gevormde werkgroep

Alleman Mobiel, die de problematische

bereikbaarheid van de

bedrijventerreinen in de regio

onder de loep en op de korrel nam.

De meest evidente piste was die

van het openbaar vervoer.

Kim: “We hebben met De Lijn

gepraat met de boodschap: stuur

bussen naar die bedrijven, want

de mensen geraken daar niet! Een

voorbeeld? Nike ligt in Ham, op

een boogscheut van Laakdal, maar

zonder auto kun je het vergeten.

Dat de meeste grote bedrijven in

vroege en late shifts werken, maakt

het extra moeilijk. De Lijn kon

echter geen soelaas bieden. Dan

hebben we andere opties afgecheckt.

In Mol heb je bijvoorbeeld

de Centrum-express, en het concept

van de Belbus kennen we ook.

Dat zijn echter projecten die heel

wat kapitaal vergen. Wij zochten

nadrukkelijk naar quick wins voor

de regio en kwamen zo bij het ter

beschikking stellen van e-bikes aan

werkzoekenden.”

De gemeentebesturen van Geel,

Laakdal en Meerhout zagen het

meteen zitten. Ook Vormingplus

Kempen en het ACV wilden ermee

aan de slag en de provincie kende

een subsidie toe.

Kim: “Het was wel wat zoeken,

maar eigenlijk viel de realisatie van

dit project goed mee. We vroegen

fondsen aan voor onze Fosterfietsen,

en hoewel we niet helemaal

kregen waar we op hoopten, was

dat toch voldoende om het project

van de grond te krijgen. We hebben

een interlokale vereniging

opgericht, die de fietsen heeft

aangekocht. De middelen kwamen

van de gemeenten Geel, Laakdal

en Meerhout, maar ook het ACV

en de PWA’s van Meerhout en

Geel financierden elk een e-bike.

Vormingplus Kempen levert zijn

bijdrage op materieel vlak en zorgt

voor de bredere communicatie.

C-Works sponsort met een stukje

werk, en de coördinatie en het

onderhoud gebeuren door vzw De

Sprong. Elke e-bike krijgt namelijk

een check-up na gebruik, maar

moet regelmatig wat diepgaander

nagezien worden. De Sprong zorgt

ook voor de logistiek, bijvoorbeeld

wanneer er in Geel meer vraag is

naar fietsen dan in Meerhout, en

er een fiets van Meerhout naar

Geel gebracht moet worden. Daar

heeft De Sprong een halve VTE-

18

FOSTERFIETS


stes.be

KIM LEYTEN: “Wij zochten nadrukkelijk naar quick wins voor de

regio en kwamen zo bij het ter beschikking stellen van e-bikes aan

werkzoekenden.”

doelgroepmedewerker voor in

dienst, en dat gat rijden we dicht

met onze provinciale subsidies.”

Drempelvrees

De zes Fosterfietsen zijn al een

aantal keren uitgereden, maar

Kim verheelt niet dat er wat haar

betreft gerust een – euh – tandje bij

gestoken mag worden.

Kim: “Het project is nu nog

onvoldoende bekend. Het zit dan

ook nog in zijn opstartfase. We

zijn met de VDAB, de interimkantoren

en de OCMW’s gaan

praten, en hoewel de reacties altijd

positief zijn, ervaren we soms

toch een zekere drempelvrees. Dat

geldt ook voor de doelgroep zelf:

we moeten actief op zoek gaan

naar kandidaat-fietsers. Niet alle

werkzoekenden begrijpen even

vlot waar die e-bikes nu precies

voor gebruikt mogen worden, en

waarvoor niet.”

Dat is nochtans simpel: je kunt ze

gebruiken om te gaan solliciteren,

opleiding te volgen en/of tijdens de

eerste drie maanden nadat je werk

hebt gevonden. Zit het waarborgsysteem

er dan voor iets tussen? Of

het feit dat een Fosterfiets huren niet

helemaal gratis is?

Kim: “We vragen 50 euro waarborg

om een fiets één dag te huren; wie

stes.be

hem voor meerdere dagen nodig

heeft, betaalt 100 euro. Maar als dat

om een of andere reden moeilijk

haalbaar is, proberen we altijd

naar een alternatief te zoeken. Op

zich zou die waarborg dus geen

probleem mogen zijn. Idem voor

de huurprijs: 2 Euro per dag. Dat

betaal je als werkzoekende ook

voor een trein- of busticket. Je bent

dan bovendien

afhankelijk van

de uurregeling

van het openbaar

vervoer.”

De werkgroep

heeft de

indruk dat de

huurprijs voor iedereen oké is. De

waarborgprocedure is niet voor

iedereen pasklaar. Daar zoeken we

nog een antwoord op.

Waar ligt het kalf dan gebonden?

Kim: “Wel, de fiets op zich is een

goed middel om iemands persoonlijke

mobiliteit te verbeteren, maar

e-bikes lijken sommige werkzoekenden

af te schrikken. Wij

werken veel met mensen met een

allochtone achtergrond, die niet of

nog maar pas hebben leren fietsen.

Voor hen is een e-bike niet evident:

ze zijn bang dat ze die stuk zullen

maken, bijvoorbeeld. En zo spelen

er allerlei mentale reflexen in het

nadeel van die e-bikes.”

“JE HOORT DE GROTE BEDRIJVEN VAAK

KLAGEN DAT ZE HUN VACATURES NIET

INGEVULD KRIJGEN. VOOR EEN STUK IS

DAT GEWOON EEN KWESTIE VAN MOBI-

LITEIT EN BEREIKBAARHEID.”

Des winters (als het

regent en zo)

Dat blijkt ook het geval te zijn bij

de ‘toeleiders’: de trajectbegeleiders

van de interimkantoren en

de VDAB. Voor die ene kandidaat

zien ze het niet lukken omdat hij

niet kan fietsen, en voor die andere

19


omdat hij net iets te dichtbij of

iets te veraf woont. Voor Kim en

de werkgroep is het wél duidelijk

dat de Fosterfietsen een oplossing

kunnen zijn voor de mobiliteit van

werkzoekenden, maar de drempel

ligt hoger dan ze hadden ingeschat.

Kim: “Er is veel interesse voor dit

project. Tot in Mechelen vindt men

het super wat wij hier doen. Daar

zijn we blij mee, maar ik wijs die

mensen toch ook op de hindernissen

die we ondervinden. In een

stedelijke context, waar ze met

fietskoeriers en dergelijke bezig

zijn, is het misschien makkelijker,

maar hier bij ons staan er meer

remmen op onze e-bikes dan we

hadden verwacht.”

Remmen op de e-bikes

Een deel van die remmen ligt

trouwens bij de bedrijven. Er zijn

er nogal wat met een laagdrempelig

jobaanbod - vacatures voor

laaggeschoolden, zeg maar -, maar

e-bikes voor sollicitanten zijn voorlopig

nog een brug te ver.

“Nike, Estée Lauder… ik zou

meerdere grote bedrijven kunnen

noemen die eigenlijk perfect in het

plaatje passen”, zegt Kim. “Als zij er

de meerwaarde van zouden inzien,

zou dat helpen. Eén e-bike in circulatie

brengen, is voor hen geen

grote kost. Het duurzame karakter

van de fiets appreciëren ze wel:

Nike stelt al fietsen ter beschikking

aan zijn medewerkers. Maar

kandidaat-werknemers hetzelfde

bieden, is nog een stap te ver. We

hebben alle grote bedrijven in de

buurt gecontacteerd. Ze vinden het

project op zich heel interessant,

maar het ook daadwerkelijk financieel

steunen, doen ze niet. Wij

hebben weliswaar geen probleem

om het project verder te zetten,

maar het zou fijn zijn als er enkele

Kempische bedrijven zouden meespelen.

Je hoort die grote bedrijven

vaak klagen dat ze hun vacatures

niet ingevuld krijgen. Wel, voor

een stuk is dat gewoon een kwestie

van mobiliteit en bereikbaarheid.

En om daar zélf iets aan te doen, is

het voor onze bedrijven kennelijk

nog wat vroeg.”

Waar blijft de lente

Maar wat niet is, dat kan nog

komen. Kim en de werkgroep Fosterfietsen

leven in hoop.

Kim: “Absoluut! Dit is een erg

zinvol project, en over de partners

niets dan lof. Ik zou het de volgende

keer misschien ietwat anders

aanpakken, maar ik heb zeker het

gevoel dat het nog kan groeien. Bovendien

zitten we nu midden in de

winter. Zelf zou ik nu ook liever de

trein of de bus nemen als ik moest

gaan solliciteren. Als er een station

of een bushalte bij het bedrijf is, is

dat geen probleem, maar…. Als het

lente wordt, zullen onze e-bikes

sowieso meer gebruikt worden, al

was het maar voor eenmalige ritten.

We laten in elk geval geen kans

onbenut om er propaganda voor te

maken. Ieder lid van de werkgroep

draagt daar zijn steentje toe bij. We

willen de mensen wel degelijk op

de fiets en aan het werk krijgen!”


KIM LEYTEN: “Als enkele grote bedrijven in de

regio de meerwaarde van de Fosterfiets zouden

zien, zou dat ons project een boost kunnen geven.”

stes.be

20

FOSTERFIETS


hansvangeel.com

Peter

Verlinden

Vredesduif of oorlogsstoker?

TEKST DIRK KENNIS |

FOTO’S HANS VANGEEL

Het is 21 november en in Dessel wachten ze op Peter

Verlinden. De Desselse bib en de plaatselijke Davidsfondsafdeling

hebben met Vormingplus Kempen de

handen in mekaar geslagen om de VRT-journalist en

auteur voor een lezing naar hartje Kempen te krijgen.

“Massamedia: vredesduiven of oorlogsstokers?” heet

die. Ook wij waren benieuwd naar het antwoord.

21


hansvangeel.com

PETER VERLINDEN:“1’45 is eigenlijk al lang voor een buitenlandstuk in het avondjournaal, en

voor wat achtergrond heb je minstens vier minuten nodig. Dat kan dus niet.”

Met zijn Sprekersbox verlaagt

Vormingplus Kempen de drempel

voor verenigingen om vormende

activiteiten op te zetten die anders

voor hen wat te duur uitvallen.

Dat werkte met de lezingen van

Peter Verlinden eerder al in Mol,

Kasterlee, Herenthout en Westerlo.

Ook in Dessel vullen op deze

doordeweekse dinsdagavond een

vijftigtal mensen de raadzaal van

het Administratief Centrum. Ze

worden door vriendelijk volk van

de bib en Davidsfonds Dessel op

een drankje onthaald.

“Hij komt hoor!”, zeggen ze tegen

iedereen die zich bij de inschrijvingstafel

meldt. “Maar het zal

wat later zijn.” In de loop van

de namiddag heeft het de Zimbabwaanse

president Mugabe namelijk

behaagd om dan toch maar

ontslag te nemen en nu rekent de

VRT op Peter Verlinden, een van

de Afrika-kenners van de Vlaamse

televisie. Hij zou dan ook met exact

49 minuten vertraging starten.

De zaal had hem toen alvast in

Terzake aan het werk gezien.

De journalist is niet

belangrijk

De rol van de massamedia in

internationale conflicten, daar

is het de spreker om te doen. Hij

doceert er ook over aan de KULeuven

en dat geeft deze lezing soms

de allure van een les aan de unief.

Een toegankelijke les, want aan de

hand van beeldfragmenten gunt

Peter zijn publiek een kijk achter

de schermen van de internationale

berichtgeving. Soms ontluisterend,

dan weer verhelderend.

Het functioneren van de massamedia

(radio, televisie en de populaire

kranten) is aan vele mechanismen

en krachten onderhevig, waarvan

de journalist de minst belangrijke

is. “De inbreng van de reporter

vertegenwoordigt hoogstens 5

procent van het gewicht van die

hele mediamachine”, zegt hij.

“Zo’n reporter-ter-plaatse speelt

trouwens een rol, zoals een acteur.

En waarom kom ik vaak in beeld

in Afrika, en Rudi Vranckx in het

Midden-Oosten? Omdat de media

graag hetzelfde gezicht gebruiken.

Een kwestie van marketing, dus.”

Hij toont een nieuwsfragment

van december vorig jaar met offscreencommentaar

van hemzelf.

Eén minuut en vijfenveertig seconden

over rellen in Kinshasa, omdat

er verkiezingen hadden moeten

plaatsvinden. Peter was toen in

Brussel, de beelden kwamen van

een internationaal persagentschap.

Je ziet soldaten, boze Congolezen,

oproer en geweld, maar je krijgt

geen achtergrondinfo. “Daar is in

een tv-journaal geen plaats voor”,

zegt Peter Verlinden. “1’45 is eigenlijk

al lang voor een buitenlandstuk,

en voor wat achtergrond heb

je minstens vier minuten nodig.

Dat kan dus niet.”

22

PETER VERLINDEN


De VRT maakt zowat 20 procent

van zijn buitenlandberichtgeving

zelf. Dan mag Peter naar de evenaar,

Stefan Blommaert naar Den

Haag of Rudi Vranckx naar Syrië.

Hij toont een tweede fragment,

van november 2011, toen er in

Congo pas verkiezingen waren

geweest. Inhoudelijk verschilt het

amper met het vorige, maar nu

komt Peter wel in beeld. “We doen

dat om ons publiek te tonen dat

we er zijn”, geeft hij toe. “Maar

waarom lijken het aangekochte en

dat eigen fragment zo sterk op mekaar?

Dat is de dwingelandij van

de massamedia, die een reportageploeg

verplicht te focussen op

flashy, sprekende beelden, op vuur

en rook, en als het kan op bloed.”

Oeps!

Beelden die velen zich nog herinneren,

dan. Het is 22 december

1989 en in Timisoara (Roemenië)

tonen rebellen een massagraf aan

de internationale pers. Allemaal

slachtoffers van Ceaucescu’s

Securitate, het zouden er 4.000

zijn. Het lijkje van een baby ligt op

het lichaam van een jonge vrouw.

Ook Johan De Poortere is erbij, het

fragment komt uit zijn Panoramareportage

over de opstand en de

wreedheden van het Roemeense

regime. Ook vandaag wordt een

mens daar nog stil van. En het

blijft stil als Peter met een pertinente

vraag uitpakt: “Wie van jullie

weet dat dit níet waar is?” Vijftig

monden vol tanden.

Drie dagen na het persbezoek aan

dat ‘massagraf’ kwam een Franse

journalist erachter dat alles in scène

was gezet. Die mensen waren

een natuurlijke dood gestorven,

hun lijken waren inderhaast opgedolven,

en die baby hoorde niet bij

die vrouw. Maar de internationale

pers trapte er met open ogen in,

de massamedia verspreidden het

nieuws wereldwijd. Die op domheid

lijkende blindheid heet sindsdien

‘het Timisoara-syndroom’.

“De massamedia worden soms op

hun zucht naar sensatie gepakt

en boudweg gemanipuleerd”, zegt

Peter. “Het gevolg was hier dat

er nauwelijks protest was toen

Ceaucescu en zijn vrouw na een

schijnproces werden geëxecuteerd.

In de aanloop naar de afrekening

met Khadafi gebeurde min of meer

hetzelfde.”

Uitschuivers zijn er wel vaker, al

willen de massamedia dat zelden

toegeven. Integendeel, ze houden

met nadruk hun eigen mythes in

stand. Dat de Amerikanen de oorlog

in Vietnam stopzetten onder

druk van de media, bijvoorbeeld.

(Dat was al besloten vóór de eerste

negatieve berichten verschenen.)

Of dat Richard Nixon ten val werd

gebracht door Woodward en

Bernstein van de Washington Post.

(Voor zover een krant een rol speelde

in Watergate, was het de New

York Times.) Of neem het geval van

Jessica Lynch (2003), die in Irak in

een hinderlaag viel, gevangen werd

genomen, maar na een heldhaftige

bevrijding een heldin werd op het

thuisfront. Fake news, dat veel

te laat werd gecheckt: er klopte

gewoon niets van dat verhaal. “De

media doen zichzelf als machtig

voor”, vertelt Peter, “maar ze zijn

dat helemaal niet. Ze doen ook

alsof ze alles weten, maar ook dat

valt lelijk tegen.”

De filters op ons

nieuws

Je hebt binnenlands (ca. 60%) en

buitenlands (ca. 30%) nieuws in

onze journaals, maar sinds 2010

duikt er alsmaar meer gemengd

nieuws op: Koerden die betogen

in Brussel, of een Vlaming die in

Portugal moet gaan lopen voor een

bosbrand. Alsmaar meer maken we

ons op die manier gebeurtenissen

in den vreemde eigen. Dat heeft

alles te maken met de mogelijkheden

van de actuele technologie.

Een gsm-filmpje is tegenwoordig

zó gepost en Skypen kan iedereen.

In de top-10 van de landen waarover

onze journaals berichten,

bezetten onze buurlanden (Frankrijk,

Nederland, Groot-Brittannië

en Duitsland, in die volgorde) de

plaatsen 2 t.e.m. 5. Maar zelfs in

het pre-Trumptijdperk stond de

VS met voorsprong op de eerste

plaats. Irak, het eerste ‘conflictland’

in de lijst, staat op 6 met slechts

1,99%.

PETER VERLINDEN:“Uitschuivers in oorlogsverslaggeving

zijn er wel vaker, al willen de massamedia

dat zelden toegeven. Integendeel, ze houden

met nadruk hun eigen mythes in stand. ”

23


media.defense.org us air force photo maj. jana nuerges

PETER VERLINDEN:“1’45 is eigenlijk al lang voor een buitenlandstuk in het avondjournaal, en

voor wat achtergrond heb je minstens vier minuten nodig. Dat kan dus niet.”

Dat die belangstelling zo curieus

verdeeld is, heeft te maken met

het feit dat de drie grote internationale

nieuwsagentschappen (AP,

Reuters en AFP) zich focussen op

wat zij ‘world events’ noemen. Wat

de wereld te zien krijgt en wat niet,

bepalen zij.

Meer beeld,

meer aandacht

Een zender betaalt hen per tv-toestel

in zijn uitzendgebied. VRT en

VTM betalen dus minder dan hun

Europese collega’s, maar krijgen

elke dag net zo goed 600 minuten

beeldmateriaal aangeleverd

(waarvan er 12 worden uitgezonden).

Bij de samenstelling van dat

pakket richten de agentschappen

zich echter op de klanten die het

meest betalen, en dat zijn allemaal

Angelsaksische zenders.

Onze journaals besteden meer

aandacht aan het Midden-Oosten

dan aan Afrika, omdat daar meer

beeld van is. En zo schetste Peter

Verlinden talloze omstandigheden,

eigen aan de massamedia, die ons

buitenlands nieuws bepalen.

Maar de hamvraag: zijn het nu vredesduiven

of oorlogsstokers? De

Noorse socioloog Johan Galtung

formuleerde in 1993 de definitie

van oorlogs- en vredesjournalistiek,

met de criteria om het

onderscheid te maken. Versterken

ze de schoten of doen ze de geweren

zwijgen? Focussen ze op de

fighters of op de vredeskrachten?

Demoniseren ze ‘de vijand’? Tonen

ze geweld? Laten ze de elite aan

het woord, en vertrouwen ze op officiële

bronnen? Is de winnaar van

een conflict voor hen sowieso de

goede partij, die vrede bracht? …

Vredesduif of oorlogsstoker?

Ook als je Peter Verlindens lezing

niet hebt gevolgd, dringt het

antwoord op die vragen zich op.

De massamedia zijn nu eenmaal

niet gemaakt om voor vredesduif

te spelen. Andere, kleinere media

proberen dat gelukkig wel.

Peter Verlinden is een man met

een boodschap. “Gebruik de massamedia

voor hun signaalfunctie”,

besluit hij. “Overal waar iets aan de

hand is, zijn ze erbij, en trekken ze

aan de bel. Maar om te weten wat

er écht gebeurt, heb je veel meer

informatie nodig. Mijn advies: lees

er een boek over.”

Toen de beamer uit ging, had de

zaal twee uur zonder pauze aan

zijn lippen gehangen. •

24

PETER VERLINDEN


Achter de

lezenaar of

op de buis?

“Het publiek is beperkt,

maar de impact véél groter!”

hansvangeel.com

Lezingen geven: Peter Verlinden doet het al

meer dan een kwarteeuw. Het is geen spin-off

van zijn televisiewerk, maar van zijn schrijverscarrière.

Die begon in 1991 bij het Davidsfonds met ‘Kamelen,

emirs en paleizen. Arabieren aan de Golf’, over de

rijke, maar weinig bekende Golfstaten. Omdat in

die periode de eerste Golfoorlog uitbrak, kreeg

dat boek heel wat belangstelling. Verlinden werd

dus ook als spreker opgenomen in het Davidsfondsprogramma

en ging de boer op.

Peter Verlinden: “Bijna twintig jaar lang

sprak ik alleen maar over onderwerpen waar

ik een boek over had geschreven”, zegt Peter.

“Over Congo schreef ik er heel wat, daar ben ik

dus járen over gaan spreken. Maar toen ik in 2008

les begon te geven aan de KULeuven (het vak ‘Media en

internationale conflicten’ aan de faculteit Sociale Wetenschappen,

nvdr.)

kreeg ik ook

vraag naar andere

onderwerpen.

Dat werden de

mediaproblematiek

en de situatie

van minderjarige

asielzoekers - daar

kun je mij dus ook voor boeken. Ondertussen is lezingen

geven zo’n beetje mijn tweede natuur geworden.”

“Als er een publiek op je

wacht dat de moeite doet

om een hele avond uit zijn

zetel te komen, moet je

proberen om die mensen

iets mee te geven.”

Je geeft je publiek op feiten en kennis gebaseerde duiding, wat

een journalistiek begrip is. Is een lezing een variant van de

journalistiek?

Peter Verlinden: “Die term heb ik zelf nog nooit gebruikt,

maar daar zit wel iets in. Via een lezing breng je verhalen

over naar het publiek, maar op een totaal andere manier

dan een journalist of een schrijver.

25


Het grote verschil zit in het rechtstreeks

contact. Ik durf zeggen dat

ik mijn publiek na al die jaren goed

aanvoel, ik kijk er ook voortdurend

naar als ik spreek. De lezing van

vanavond is voor hen een uitdaging:

ze is ietwat academisch van

ondertoon en inhoudelijk ook een

flinke boterham. Het is niet simpel

om de mensen daar twee uur mee

te boeien.”

Dat scheen hier in Dessel toch goed

te lukken!

Peter Verlinden: “Vond ik ook. Ik

heb ze nu een vijftal keer gegeven

in de Kempen, telkens voor

Vormingplus, en ze kwam elke

keer goed over. Af en toe spreek ik

nog samen met mijn vrouw over

ons boek “Marie: overleven met de

dood”, een persoonlijke getuigenis

van haar belevenissen als vluchtelinge

in Rwanda en Oost-Congo.

De mensen gaan daar persoonlijk

en emotioneel veel sterker in

mee, maar toch is dat niet helemaal

mijn ding. Ik ben en blijf

een journalist, en een beetje een

academicus. Een lezing mag meer

te bieden hebben dan een louter

persoonlijke observatie of getuigenis,

vind ik. Daarom probeer ik een

programma samen te stellen met

een fond van feiten en wetenschap.

Als er een publiek op je wacht dat

de moeite doet om een hele avond

uit zijn zetel te komen, moet je

proberen om die mensen iets mee

te geven.”

Is er nog een groot lezingenpubliek?

Peter Verlinden: “De mensen uit

hun huis krijgen, wordt alsmaar

moeilijker. Ik sta soms voor zalen

van 750 man, maar het overkomt

mij ook dat ik maar 15 tot 20

mensen tel. In het algemeen zie

ik echter geen probleem. Neem

vanavond: in deze kleine gemeente

zijn ze er in geslaagd om op een

dinsdagavond een kleine 50 man

samen te brengen voor een lezing

over een niet echt evident onderwerp.

Faut le faire! Ik merk dat

organisaties mekaar beginnen te

vinden om dit soort dingen sámen

te organiseren. Dat is een goede

evolutie, want zo krijg je een groter

en gemengder publiek. Precies

wat ik nodig heb voor de verhalen

die ik graag breng. Hier in Dessel

waren het de bib, het Davidsfonds

en Vormingplus Kempen die de

lezing organiseerden. Gevolg: een

héél goede opkomst én een divers

publiek.”

Verschilt het Kempische publiek op

lezingen van de rest van Vlaanderen?

Peter Verlinden: “Da’s een moeilijke

vraag. Limburgers, West-

Vlamingen en Antwerpenaars zijn

erg specifiek – de Antwerpenaars

zijn veruit het moeilijkst (lacht).

Ik heb het gevoel dat Kempenaars

sterk aanleunen bij Limburgers.

Die stralen ook een soort gemeenschapsgevoel

uit. Je komt er in een

community terecht die nadrukkelijk

naar een zekere gezelligheid

streeft.

Ik kom uit Bonheiden, nog net

randje Kempen dus. Als ik hier

door de bossen en over die kleine

baantjes rijd, ervaar ik altijd een

vorm van nostalgie. Ik heb het wel

voor de Kempen, maar het verschil

met Limburg is niet groot. Mol of

Lommel, da’s eigenlijk hetzelfde.”

Hoeveel geef je lezingen geven op je

persoonlijke graag-doen-schaal?

Peter Verlinden: “Een dikke 9,5!

Trouwens, als je dit niet met je

volle goesting doet, hou je het niet

vol. Ik heb een gezinsleven met

twee jonge kinderen naast een

druk professioneel leven… Eind

2018 of begin 2019 - dat hangt van

de verkiezingen in Congo af - ga ik

bij de VRT met pensioen. Ik wil me

dan meer toeleggen op het schrijven

van boeken, op mijn lesopdracht

aan de KULeuven en zéker

ook op mijn lezingen. Een lezing

heeft een groot multiplicatie-effect.

Als ik op Terzake kom, bereik

ik 150.000 mensen, maar wat doen

die met wat ik daar vertel? Wie

van hen is daar morgen nog mee

bezig? Wie vertelt er iets over aan

collega’s of vrienden? We moeten

ons televisiewerk zeer ernstig

nemen, maar ons bewust zijn van

die beperking. Een lezing heeft een

beperkt publiek, maar haar impact

is in verhouding veel groter. Met

een lezing kun je snaren raken die

veel langer blijven trillen. De interactie

met je publiek is zo sterk dat

je iemands kijk op een fenomeen

zoals de massamedia écht kunt

bijstellen. Daar doe ik het voor.” •

26


Elke maand 8 betaalbare activiteiten

voor groepen en verenigingen.

Van Peter Verlinden tot een hippe

grootmoeders keuken.

Ontdek ze op

www.sprekersbox.be

27


LOUIS MICHIELSEN

over het succes van het

Turnhouts Wetenschapscafé

TEKST WOUTER ADRIAENSEN |

FOTO’S CHRIS STESSENS

“Toen mijn zestigste verjaardag er aan kwam, hebben

mijn kinderen de hoofden bij elkaar gestoken. Wat geef

je aan iemand die eigenlijk niks tekort komt? Ik heb

een bedrijf dat chemische producten uithardt met UVtechnologie.

Ik heb me dus steeds geïnteresseerd voor de

wereld van straling en met uitbreiding voor kosmologie.

Ik las ook wel eens boeken over het onderwerp maar dan

begreep ik maar de helft. Maar als ik iemand hetzelfde

hoorde uitleggen, was ik helemaal mee.”

28


mieke jacobs

stes.be

Cadeau

“Wat is een duurzame stad, blijft

de gezondheidszorg betaalbaar

en wat is er nu zo leuk aan tellen?

Het antwoord wordt door onderzoekers

gegeven tijdens het vijfde

seizoen van het Turnhoutse Wetenschapscafé.

Voor initiatiefnemer

Louis Michielsen is elke lezing

letterlijk en figuurlijk een cadeau.

Mijn kinderen hadden het fantastische

idee om Thomas Hertog bij

ons thuis uit te nodigen. Hij werkt

rond de snaartheorie (die probeert

de vier fundamentele natuurkrachten

in één theorie onder te

brengen, red). Als er nog een Belg

de Nobelprijs zou winnen, is hij

dé kandidaat. Met een veertigtal

vrienden heb ik een zalige avond

beleefd. Dat was de aanzet voor het

Wetenschapscafé. In universiteitssteden

in de Verenigde Staten en

Engeland worden al langer science

bars georganiseerd. Een assistent

of professor komt daar aan de

studenten uitleggen waarmee hij

of zij bezig is.”

De eerste Wetenschapscafés waren

op een andere locatie. “In café

Sint-Pieter op de Grote Markt.

Bij de lezing over euthanasie en

dementie door professor De Deyn

zat het café vol. Sinds het tweede

seizoen zitten we hier in Barzoen,

de cafetaria van de Warande. We

zijn zeker van tussen de honderd

en de honderdvijftig man per

lezing. De helft zijn vaste klanten,

de andere helft komt uit interesse

voor het onderwerp.”

LOUIS MICHIELSEN: "Frank Vandenbroucke, momenteel hoogleraar aan Universiteit Amsterdam,

vertelde voor tweehonderddertig mensen over armoede en ongelijkheid."

Succes overdondert

Toen Frank Vandenbroucke dit

seizoen opende, stonden er mensen

tot buiten in de hal mee te luisteren.

Wordt het geen tijd om opnieuw te

verhuizen?

“Vandenbroucke is een voormalige

minister die vandaag werkt

als hoogleraar aan Universiteit

Amsterdam. Hij vertelde voor

tweehonderddertig mensen over

armoede en ongelijkheid in een

Europees en lokaal kader. Maar

het is de bedoeling dat het Wetenschapscafé

laagdrempelig blijft.

Barzoen is daarvoor de ideale locatie.

Sommige mensen komen er al

om half zeven eten, zo zijn ze zeker

van hun plaats. De lezing duurt

maximum een uur en een kwartier,

daarna is er vijftien minuten voor

vraag en antwoord en om half tien

gaan de lichten aan. Ik heb nog

nooit iemand weten buiten gaan

tijdens een lezing. Je komt aan,

bestelt een pint, luistert een uur en

babbelt daarna na. Die sfeer in de

zaal willen we niet kwijtraken door

onze formule te veranderen.”

En debatten in plaats van voordrachten?

“Tijdens het laatste Wetenschapscafé

van dit seizoen ontvangen we

professor agra-ecologie Marjolein

Visser. Zij heeft het onder andere

over genetisch gemodificeerde

organismes of ggo’s. Dat is, net als

bijvoorbeeld energie, een splijtzwam

in onze maatschappij. Het is

moeilijk om iemand te vinden die

geen mening over dit onderwerp

vertegenwoordigt.

Maar wij willen net iemand die

voor ons publiek de feiten op een

rijtje zet, die handvatten aanreikt

zodat zij zelf een oordeel kunnen

vormen. De thema’s die in het Wetenschapscafé

behandeld worden,

gaan van armoede over wiskunde

tot online privacy. Het zijn maatschappelijk

relevante onderwerpen

die wetenschappelijk benaderd

worden. In het beste geval gaat ons

publiek nadien naar huis met meer

kennis die hen toelaat genuanceerder

te denken.”

Hoe belangrijk is samenwerking

voor het Wetenschapscafé?

“Het is begonnen als een persoonlijk

initiatief maar ik ben heel blij

dat er ondertussen een groepje van

zeven mensen rondom mij is gevormd.

We doen het vrijwillig, het

is nog steeds heerlijk om mensen

te zoeken, met hen te bellen, op

voorhand eens af te spreken voor

wat extra uitleg.

29


Zo heb ik ze ook even voor mij

alleen (lacht). Ik krijg er dus nog

altijd heel veel van terug. De lezingen

zelf moeten georganiseerd

worden maar je moet ze ook bekend

maken met affiches, flyers en

een website. Daar posten we een

verslag en de presentatie zelf. Via

Facebook proberen we ons publiek

aan ons te binden door regelmatig

wetenschappelijke weetjes te

delen.

Tijdens de lezingen staan er professorenhoedjes

aan de ingangen

van Barzoen. De aanwezigen

mogen een vrije bijdrage van twee

euro doen. Daarnaast worden we

ondersteund door verschillende

partners: Barzoen natuurlijk, de

Turnhoutse bibliotheek, Vormingplus

Kempen, cultuurhuis

de Warande, Natuurpunt, fotografe

Mieke Jacobs en Westmalle

Trappist. De samenwerking met

Vormingplus is plezant omdat ze

wat buiten hun reguliere werking

valt. Maar ze geloven in deze

ietwat andere vorm van volwassenenvorming.

Ze ondersteunen ons

ook met een klein budget maar

dat heeft het Wetenschapscafé wel

mee gemaakt tot wat het nu is.”

Schaalgrootte

Staan wetenschappers te springen

om naar deze uithoek te komen voor

een lezing?

“Ik ben verbaasd hoe groot de

vijver is. Ze zijn het ook gewoon

om in zalen en aula’s te spreken

en hier belanden ze dan plots op

café. Die sfeer voelen ze ook goed

aan. Ze zijn vooral blij dat ze hun

verhaal kunnen doen. Het is wel

bijzonder spijtig dat de laatste

trein in het station van Turnhout

om half tien vertrekt.

In Nederland bestaat er een heus

sprekerscircuit. Daar moet je

onderhandelen met bureaus en

spreek je al snel over grote bedragen.

We kunnen daar wel eens

jaloers naar kijken maar eigenlijk

is dat niks voor wat wij willen bereiken

met het Wetenschapscafé.

11.11.11 had onlangs auteur Naomi

Klein, die beroemd werd met haar

boek No Logos over de dominantie

van grote merken, overgevlogen

voor een lezing. Op een zondagochtend

zat de Roma in Antwerpen

zo goed als vol. Ik kan daar van

genieten maar we beschikken niet

over de mogelijkheden om zoiets

te organiseren. Bovendien is het

nog maar de vraag of er nood is

aan zulke evenementen in Turnhout.”

30

WETENSCHAPSCAFÉ TURNHOUT


stes.be

Wat voor publiek trekken jullie aan?

“Grotendeels veertigplussers uit de

blanke middenklasse.

Misschien moeten we

eens nadenken hoe we

een breder publiek kunnen

bereiken. Eerder

dat dan dat we groter

zouden worden. Van jonge ouders,

die vaak met twee gaan werken,

hoor ik dat het moeilijk is om zich

vrij te maken op een weekavond.

Ze voegen er wel altijd aan toe dat

ze hopen dat het Wetenschapscafé

nog bestaat als ze wel tijd hebben

(lacht).”

Hoelang nog?

“Het is ook een vraag die we onszelf

stellen na vijf seizoenen. Gaan

we op dezelfde manier verder

of mikken we toch meer op een

jonger publiek? Het is ongelooflijk

hoe leergierig kinderen zijn en hoe

weinig daarop wordt ingespeeld.

Mijn eigen kleinkinderen zijn

altijd gefascineerd als ik hen uitleg

hoe iets werkt of als we een experiment

doen. Ik droom wel eens

van een soort wetenschapsfestivalletje

maar daarvoor heb je een hele

organisatie nodig.”


www.turnhoutswetenschapscafe.be

“We willen het publiek handvatten aanreiken

om genuanceerder te denken.”

31


Hectiek en het

“TIJD MAKEN VOOR JE D

DAT GEEFT ZIN AAN JE L

WAT? ZESDE NETWERKAVOND MAAN-

DAG 4 DECEMBER ORGANISEERDE

VORMINGPLUS KEMPEN VOOR DE

ZESDE KEER EEN NETWERKAVOND. IN

HET GLOEDNIEUWE ONTMOETINGS-

CENTRUM IN KASTERLEE WERD GE-

SPROKEN OVER DE HECTIEK VAN HET

LEVEN.

32

MOL KLIKT SAMEN


leven

IERBAREN,

EVEN”

TEKST WOUTER ADRIAENSEN |

FOTO’S CHRIS STESSENS

33


Ondanks - of juist dankzij -

de dagelijkse hectiek kende

deze zesde netwerkavond

een recordopkomst.

Drie gasten spraken over

de drukte van de tijd en

hoe daarmee om te gaan.

Arts en coach Luc Swinnen is gespecialiseerd

in stress en burn-out.

Overheidsmanager Frank Van Massenhove

installeerde een nieuwe

manier van werken op de FOD

Sociale Zekerheid. Historicus en

filosoof Thomas Decreus werkt als

journalist voor DeWereldMorgen.

be. Onder impuls van moderator

Lisbeth Imbo sneden ze verschillende

thema’s aan, van de dagelijkse

werkdruk tot de zingeving van

het leven. Een kleine bloemlezing.

Over stress in

hun eigen leven

Luc Swinnen: “Ik heb stress de

afgelopen jaren zien veranderen.

Stress heeft mij ook veranderd. Ik

ben een mens dus ik heb stress,

daar is niks mis mee. Darwin zei al

dat een mens zonder stress geen

vooruitgang boekt. Maar het aantal

burn-outs, eigenlijk chronische

stress, is wel toegenomen.”

Frank Van Massenhove: “Vroeger

was ik enorm gestresseerd door

mijn werk. Ik had weinig invloed

op de dingen die ik moest doen.

Vandaag kan ik veel meer genieten

van eten, slapen, goed gezelschap.”

Thomas Decreus: “Ik ben een

dertiger, pas vader geworden, aan

het verbouwen… Ik zit dus in de

risicogroep maar eigenlijk valt het

reuzegoed mee wat stress betreft

in mijn leven. Toen ik nog voor de

universiteit werkte, was dat wel

anders.

v.l.n.r. overheidsmanager Frank Van Massenhove, moderator Lisbeth Imbo, arts en coach Luc Swinnen en historicus en filosoof Thomas Decreus

34

HECTIEK & HET LEVEN


Daar heb ik veel uit geleerd.

Sindsdien werk ik op mijn eigen

tempo. Ik weiger nog meegesleurd

te worden in opgelegde stress. We

leven in een hectische samenleving

waarin de media ons bombarderen

met informatie. Af en toe moet je

dat uitzetten en iets anders doen.”

Luc Swinnen: “Ons reptielenbrein

ontvangt vijf keer sneller info dan

we het kunnen verwerken. Het is

een combinatie van wat er tussen

onze oren zit en wat er rond ons

gebeurt maar we doen het onszelf

wel gedeeltelijk aan.”

Over de invloed van

moderne hulpmiddelen

Thomas Decreus: “Ik heb bewust

geen smartphone omdat dat te

beklemmend is voor mij. Constant

bereikbaar zijn, lijkt me gruwelijk.

Ik werk nu ook als journalist en

het was niet evident om dat af te

dwingen. Het lukt wel omdat we

in een klein team werken en geen

commercieel product maken.”

Frank Van Massenhove: “De

smartphone was aanvankelijk

speelgoed voor het kleine jongetje

in mij. Nu ben ik er niet meer

constant mee bezig. Ik heb me

voorgenomen me te concentreren

op wat ik op dat moment aan het

doen ben.”

Over 24/7

beschikbaarheid

Luc Swinnen: “In Frankrijk is het

illegaal om van thuis uit in te loggen

op de server van het werk. In

bedrijven waar één dag per week,

bijvoorbeeld op vrijdag, de mailboxen

toe blijven, zijn de werknemers

efficiënter en gelukkiger. En

toch voelen veel mensen zich nog

verplicht om ook ’s avonds hun

mails te beantwoorden.”

Frank Van Massenhove: “Wanneer

er bij ons iets echt dringend is,

sturen wij een sms. Onze mensen

moeten dus niet constant hun mail

in de gaten houden. Het gaat ook

om de relatie tussen de leider en

de mensen en wat je van elkaar

mag vragen. Als je baas vindt dat

de dingen altijd onmiddellijk moeten

gebeuren…”

Thomas Decreus: “Het onderscheid

tussen werken en vrije

tijd is in verschillende sectoren

vervaagd. De uren van onderzoekers

aan een universiteit liggen

contractueel vast maar in feite zijn

ze continu bezig. Ze werken in een

competitieve omgeving, dat is een

verschil met vroeger. Eén op twee

doctoraatsstudenten kampt met

psychische problemen.”

Over anders werken

Frank Van Massenhove: “Sinds

2009 maakt het op onze dienst niet

meer uit waar en wanneer je werkt.

Onze werknemers worden gelukkig

van hun job omdat ze voelen

dat ze een verschil kunnen maken

maar de manier waarop er gewerkt

moest worden, maakte hen ongelukkig.

Belangrijke dingen in het

leven gebeuren ook tussen negen

en vijf en daar kun je niet bij zijn

als je in die gevangenis van het

kantoor zit. Een van onze mensen

vertelde me dat haar vriendin haar

had laten weten dat ze borstkanker

had. Twintig minuten later zat ze

naast haar op de sofa, de rest van

haar vriendinnen kon pas na zes

uur komen.

We betalen onze werknemers in

feite drie keer: met geld natuurlijk

maar ook met stilte en met

tijd. Onze kantoren hebben geen

interne muren maar lage wanden

waardoor de visuele verontreiniging

kleiner is. Er staan machines

opgesteld die antigolven produceren

om het stil te houden. Om

de twee jaar verhuizen de mensen

intern. Ze zijn weerbaarder en dus

minder ziek dan op andere FOD’s.

Ik ken mensen die drie jaar geleden

bij ons zijn binnen gekomen

en vandaag iets totaal anders doen

dan toen. We zijn afgestapt van het

idee dat een persoon één functie

moet bekleden maar geloven dat je

verschillende rollen kunt bekleden.

Als we die individuele talenten

ontplooien, is dat ook beter voor de

organisatie.

35


Het is heel duidelijk welke resultaten

we per team verwachten.

Iedereen weet het ook van elkaar

en je wilt je team niet in de steek

laten. De bazen worden ook geëvalueerd

door de medewerkers. Dat

betekent wel dat alle luierikken ondertussen

naar Financiën verhuisd

zijn (lacht).”

Over werken als

zingeving

Luc Swinnen: “Uit mijn vijftienduizend

metingen heb ik geleerd

dat ongeveer acht op tien mensen

graag werken. Ik vind het

bedreigend dat werk aan zoveel

mensen zin geeft aan hun leven.

Je partner en je kinderen zijn daar

de dupe van. Tijd maken voor je

dierbaren geeft zin aan je leven

maar dat is moeilijk te combineren

met werken. Toen de Dalai Lama

gevraagd werd wat hem het meest

verbaasde, antwoordde hij: ‘De

mens. Omdat hij zijn gezondheid

opoffert om geld te verdienen.

36 ZORGEN VOOR OUDEREN

Daarna offert hij zijn geld weer

op om zijn gezondheid terug te

krijgen’.”

Thomas Decreus: “Werk is heel

lang iets geweest dat je werd

opgelegd en dat je dus tegen je

zin deed. De laatste decennia is

het iets geworden waarin je jezelf

kunt ontplooien, je job als realisering

van je persoonlijke identiteit.

De burn-out is daar het compleet

tegenovergestelde van. We worden

aangemoedigd om levenslang te

leren en zo onze marktwaarde te

vergroten. Alsof we minifabriekjes

zijn die volledig in functie van de

arbeidsmarkt staan. Dat lijkt mij

de snelste weg richting een burnout.”

Luc Swinnen: “Ik raad mensen

altijd aan om hun zelfbeeld toch

maar niet te ontlenen aan hun

werk. Minstens 15% van de mensen

kampt vroeg of laat met een burnout.”


mensen

op De

Vlucht

een huiskamerspel

rond feiten

& meningen

Breng wat mensen (collega's, vrienden, leden van je vereniging, enz.) bij mekaar

en ontdek samen feiten en meningen over de wereld van de vluchteling.

amloos-2 1 1-6-2017 11:49:52

Zo'n sessie organseer je gratis.

Je zorgt enkel voor een drankje (en een hapje) voor de deelnemers. Wij zorgen voor de begeleiding.

• voor min. 6, max. 12 personen

• in het Turnhoutse arrondissement

• lees alle voorwaarden op www.mensenopdevlucht.be

Een realisatie van Vormingplus Kempen,

Expertisecentrum DoorElkaar en

Vormingscentrum Hivset.

37


38


wimbecker.be

Van het varken

en de trog

(nog) geen bus naar Mol voor Meerhout

TEKST DIRK KENNIS |

FOTO’S WIM BECKER

Rond de jaarwende was Vormingplus Kempen betrokken

bij een opgemerkte actie rond mobiliteit en openbaar

vervoer. In Meerhout wachten ze namelijk al jaren

op de bus naar Mol. Met de overduidelijke resultaten van

een frisse enquête onder de arm werden er onderhandelingen

met De Lijn opgestart. Maar helaas: van ‘busje

komt zo’ is nog altijd geen sprake. Toch blikken ze in

Meerhout met tevredenheid terug op die actie en geeft

Jan Melis, schepen van o.a. cultuur, toerisme en tewerkstelling,

de hoop niet op.

“De actie was knap, maar het

resultaat teleurstellend”, vat Jan

Melis de zaak samen. “We blijven

in de kou staan met onze vraag

naar een volwaardige verbinding

naar Mol via het openbaar vervoer.

Toch hebben we aangetoond dat

er meer dan voldoende redenen

zijn om die te organiseren. De

resultaten van de enquête die dat

hebben bevestigd, blijven overeind.

Ze motiveren ons ook om naar een

oplossing te blijven zoeken.”

De vooruitgang?

Tot in de helft van de vorige eeuw

reed er een tram door de Kempen.

De lijn Turnhout-Zichem deed ook

Mol en Meerhout aan. Mol lag dus

op de eerste deftige ontsluiting die

Meerhout via het openbaar vervoer

had. Maar de vooruitgang heeft dat

openbaar vervoer in de Kempen

weinig heil gebracht. Vandaag

sturen Google Maps en de app van

De Lijn de verdwaalde reiziger

in Meerhout eerst naar Geel, om

daar de bus of de trein naar Mol te

nemen. Mol en Meerhout liggen

op 8 km van mekaar, maar je bent

makkelijk een klein uur onderweg.

Jan: “Er zijn ook twee of drie rechtstreekse

bussen in de ochtend- en

de avondspits, maar voor wie niet

over een wagen beschikt, is dat

DE STEM VAN HET

VOLK EN DE BUS NAAR

MOL

• de enquête, die liep van 21

november 2016 t.e.m. 31 januari

2017, werd door 1240 mensen

ingevuld.

• allemaal Meerhoutenaars (op

een goeie 100 na).

• 67 procent zegt dat ze ‘soms’ of

‘wekelijks’ wel naar Mol willen,

maar daar niet geraken.

• 24% heeft dit zelfs meerdere

keren per week voor.

• de meest populaire bestemmingen

in Mol zijn de winkels (73%),

het ziekenhuis of een dokter

(65%), de wekelijkse markt (39%)

en het station (35%).

• 94% beweert dat ze de bus zeker

zullen gebruiken (als er een

komt)

• in slechts 30% van de gevallen is

dat omdat ze geen auto hebben

• wie wél een auto heeft (70%) zou

de bus kiezen omdat parkeren

zo lastig is en deelt de Kempische

aversie om daar nog eens

geld voor te moeten betalen ook

• de bus zou alle Meerhoutse

wijken moeten bedienen (naast

het centrum en Lil ook Gestel, de

Berg en Zittaart)

• in Mol zou ze op zijn minst

langs het ziekenhuis, het station

en de Markt moeten passeren,

en idealiter ook langs de scholen

en het Zilvermeer

39


JAN MELIS: “Dit is een project dat over de politieke

grenzen heen gedragen wordt: iedereen in Meerhout

staat hier achter. We blijven creatief nadenken.”

totaal ontoereikend. De frequentie

is ook niet te vergelijken met de

verbinding naar Geel. Die heeft

elk uur een bus af en aan, zoals het

hoort. Er gaan nochtans evenveel

mensen van Meerhout in Mol naar

school of naar het ziekenhuis dan

in Geel. Het gemeentebestuur

vindt dan ook dat het openbaarvervoeraanbod

creativiteit tot bij de doelgroep

gebracht. Ze stond centraal in een

ludieke actie tijdens de Meerhoutse

Wintermarkt, ze werd in het gemeentelijk

infoblad opgenomen en

nog eens extra via de verenigingen

verdeeld, en je kon ze ook online

invullen. De respons was dan ook

groot en de resultaten waren maar

de buitengebieden is sterk afgenomen,

en dat werd ons van bij het

begin duidelijk gemaakt. De Lijn

zei ons met zoveel woorden dat, als

wij willen dat Mol vanuit Meerhout

even goed ontsloten wordt als Geel,

wij daar zelf voor moeten zorgen.

Ze willen wel rijden, maar dan op

onze kosten.”

Die kosten werden door De Lijn

netjes voorgerekend en zijn niet

gering. Voor een verbinding met

4 extra bussen per dag zou het

jaarlijks al 70.000 à 80.000 euro

zijn. Voor Meerhout is dat teveel

geld voor te weinig bussen. Niet

dat het de gemeente niets mocht

kosten: een derde-betalersysteem

met - bijvoorbeeld – een tussenkomst

in de abonnementen van de

schoolgaande jeugd zag Meerhout

best zitten, op voorwaarde dat de

ontsluiting naar Mol gelijkwaardig

zou zijn aan die naar Geel. Dat

laatste kon De Lijn enkel garanderen

als Meerhout zelf álle kosten

zou dragen. De onderhandelingen

liepen dus vast.

naar beide bestem-

al te duidelijk (zie kaderstuk). In “De relatie met De Lijn was noch-

mingen gelijkwaardig moet zijn. maart 2017 startte het overleg met tans goed”, zegt Jan. “Ze wilden

Vandaar dat we ons eind 2016 De Lijn.

daar wel degelijk constructief

achter de actie hebben gezet om

meedenken. Daar ligt het probleem

niet, het is het beleid van het

die kloof aan de hogere overheid te Doe het zelf!

signaleren, en haar te vragen ze te

Vlaams Gewest dat ons in de kou

dichten.”

Jan: “Dat werd niks. De Lijn zet

laat staan. De Lijn krijgt te weinig

De kiem van die actie kwam van

momenteel in op de ontsluiting

middelen om het vervoersmodel te

Alleman Mobiel, de werkgroep gevormd

door Vormingplus Kempen

van de centrumsteden. En hoe verder

het varken van de trog zit, hoe

realiseren dat eigenlijk wenselijk

is. Dat is de keuze van een overheid,

die vindt dat de lokale bestu-

en ACV regio Geel. Ook Treinminder

voer er voor over blijft, zeggen

ze. Die boerenwijsheid speelt

TramBus, de belangengroep van

ren dan maar moeten bijspringen

gebruikers van het openbaar vervoer,

sprong op de kar. Allereerst

Meerhout parten. Het openbaarvervoerbeleid

van de Vlaamse

om plaatselijke behoeften in te vullen.

Want de bereikbaarheid van de

werd een enquête gelanceerd om

overheid is gewijzigd. Dat mikt nu

centrumsteden slorpt momenteel

de noden van de Meerhoutenaar

op ‘basisbereikbaarheid’, waarbij

alle middelen op. Voor Meerhout is

in kaart te brengen. Die vragenlijst

ook andere partners betrokken

dat simpelweg het verhaal van het

werd met veel enthousiasme en

worden. Kortom: de aandacht voor

varken en de trog.”

wimbecker.be


wimbecker.be

JAN MELIS: De Lijn krijgt te weinig middelen om het vervoersmodel te realiseren dat eigenlijk wenselijk is. Dat is de keuze van

een overheid, die vindt dat de lokale besturen dan maar moeten bijspringen om plaatselijke behoeften in te vullen.

De winstkansen

oplijsten

Maar is het ook einde verhaal voor

Meerhout? Nee, zo blijkt: de zaak

houdt Alleman Mobiel nog altijd

bezig en er is verder overleg gepland,

zij het dan zonder De Lijn.

Maar Jan Melis heeft de hoop nog

niet opgegeven.

“We zullen hier op een andere

manier mee om moeten gaan”,

zegt hij. “Er rijden nu al bussen

van Turnhout tot net aan de Molse

ring, waar ze draaien. Dat schept

perspectieven, zou je denken. Er

rijden er ook van het Zilvermeer en

de Molse recreatiegebieden naar

Mol-centrum. De mensen die daar

verblijven, hebben behoefte aan

interessante daguitstappen, en

Meerhout kan hen op dat vlak best

iets bieden. De ontwikkelingen op

onze watermolensite zijn veelbelovend

en de speeltuin Kinderweelde

is een beauty. Bushaltes zijn er al,

maar bussen die regelmatig rijden

nog niet.”

Volgens Jan loont het de moeite

om al die winstkansen eens goed

op te lijsten: zowel de behoeften

van de Meerhoutenaar als die van

de bijkomende markt voor recreatie.

Jan: “Ik geloof dat we op termijn

een aanbod kunnen doen. Dit is

een project dat over de politieke

grenzen heen gedragen wordt:

iedereen in Meerhout staat hier

achter. We blijven creatief nadenken.”

Jan Melis voelt zich bij dat denkwerk

goed omringd. Hij heeft veel

waardering voor Alleman Mobiel

en TreinTramBus, en ook van

Vormingplus Kempen heeft hij een

hoge pet op.

Jan: “De actie die we samen

voerden, stak goed in mekaar. Ze

had een positieve, ludieke inslag

en sprak de mensen aan. Ze heeft

in Meerhout voor heel wat animo

gezorgd én het gemeenschapsgevoel

aangewakkerd. Het is duidelijk

dat Vormingplus Kempen heel

wat in beweging krijgt. Je ziet vaak

dat er naast vrijwilligers nood is

aan een organisatie met de nodige

spankracht om iets écht in gang

te zetten. Dat is de verdienste

van Vormingplus Kempen: ze

positioneert zich zodanig tussen

haar partners, dat er iets gebeurt.

Vergelijk het met een flesje cola:

het ziet er heel lekker uit, daar wil

je van drinken, maar iemand moet

het stopje eraf doen. De behoefte

die ergens leeft, da’s de druk in het

flesje. Vormingplus Kempen haalt

voor heel wat behoeften het stopje

eraf!”

Hopelijk levert dat toch ooit iets op

voor Meerhout. Een bus naar Mol,

of zo.


41


stes.be

Over

tijgers, nieuwe me

PLATFORM VROUWENKRACHT KEMPEN BLIJF

WAT? PLATFORM VROUWENKRACHT

KEMPEN HET HOUDT ER MEE OP TE

BESTAAN, MAAR OOK WEER NIET.

WANT ER IS NOG ZOVEEL TE DOEN.

VIJF VROUWEN OVER VERLEDEN,

42 SUCCESSEN EN TOEKOMST.


isjes en bezige papa’s

T BRANDEND ACTUEEL

43


stes.be

VIVIANE SCHUER:“Hét hoogtepunt was voor mij de

organisatie van de internationale vrouwendag in 2009. Met

inhoudelijke debatten, optredens, een marktje, … hebben we

toen heel veel volk bereikt.”

Viviane, Thaïs, Cil, Jefke, Hilsande en Pamela. Zes vrouwen

die via hun organisaties het Platform Vrouwenkracht

Kempen de afgelopen 13 jaar mee vorm hebben

gegeven. Ze stralen als ze spreken over de memorabele

ervaringen die ze met het Platform hebben georganiseerd

en beleefd. En net zo zeer stralen ze als ze naar de

toekomst kijken. “Want”, vertelt Viviane, “Het Platform

stopt ermee, maar wij gaan gewoon door.”

TEKST LIESBET CORTHOUT |

FOTO’S CHRIS STESSENS

We schrijven september 2004.

Vormingplus Kempen is nog maar

net geboren en Viviane, medewerkster

van het eerste uur, kan

haar enthousiasme en creativiteit

botvieren. “Ik heb een achtergrond

in de vrouwenwerking. 2005 zou

wereldvrouwenmarsjaar worden,

dus het was voor mij logisch dat we

hieraan zouden meedoen, met een

Kempense insteek. We besloten

om te starten met een infopunt en

vroegen wie graag wou instappen.”

En het bleek om veel gegadigden te

gaan. Het zaaltje voor het infomoment

zat vol. De belangstelling was

enorm. Het Platform Vrouwenkracht

Kempen groeide uiteindelijk

tot 16 partners: 11.11.11-comité

Geel, ABVV Mechelen+Kempen,

ACV Kempen, vzw AIF+ (Actieve

Interculturele Federatie+), Beweging.net

Kempen, EVA Turnhout,

Femma Provincie Antwerpen,

Linx+, Mondiale Raad Turnhout,

OKRA Trefpunt 55+ Regio Kempen,

Strategische Projectenorganisatie

Kempen vzw, VIVA-SVV Provincie

Antwerpen, Vormingplus Kempen,

Vrouwenraad Herentals, Welzijnsschakels

Provincie Antwerpen en

Wereldraad Westerlo.

Verbondenheid

“2005 werd een jaar barstensvol

initiatieven: de mars natuurlijk,

maar ook een krantje, een succesvolle

slotmanifestatie, … Het zou

zonde geweest zijn om te stoppen.

2006 werd een sabbatjaar waarin

we ons beraadden over welke richting

we precies uit wilden.” En toen

trapten de vrouwen hun kar weer

in een hogere versnelling en kwamen

ze pas goed op dreef. In 2007

reden twee bussen vol enthousiaste

Kempense vrouwen naar Ieper.

“Je kon echt de verbondenheid

44

PLATFORM VROUWENKRACHT KEMPEN


van het platform voelen, dat gaf

kracht.” Maar het echte hoogtepunt

voor Viviane vond plaats in

2009. “We haalden internationale

vrouwendag op 8 maart vanuit de

provinciehoofdstad naar Turnhout.

Met inhoudelijke debatten, optredens,

een marktje, … hebben we

heel veel volk bereikt. De diversiteit

van de organisaties die deel uitmaken

van het platform, zorgde voor

veel verschillende invalshoeken.

Maar er is één gemene deler die

bij elk van de organisaties enorm

belangrijk is: de vrijwilligers.”

Vrouwenkracht

zichtbaar maken

Het platform besloot die vrijwilligende

vrouwen een podium te

geven en ging ze interviewen. De

reportages werden verzameld

in een publicatie, de bijhorende

fototentoonstelling trok rond in

de regio. “Niet alleen in bijvoorbeeld

bibliotheken, maar ook in

woonzorgcentra,winkels en bedrijven

zetten wij deze vrouwen in

de kijker. Waar de tentoonstelling

stond, werd ook telkens een actie

georganiseerd voor de vrijwilligers.”

Dit actuele thema leidde in

2011 tot een onderzoek naar vrouwen

in bestuursfuncties en een

uitgave met 10 tips om vrouwen

daar naartoe te leiden en daarin te

begeleiden.

Een jaar eerder, in 2010 was het

Platform bijzonder zichtbaar geweest

op de wereldvrouwenmars.

Maar misschien nog wel meer

zichtbaarheid behaalde het in 2012.

Onder de opvallende titel ‘Nieuwe

Meisjes’ werd de genderproblematiek

belicht. De voorstelling met

onder andere Viv van Dingenen

en Nele Goossens werd zo’n succes

stes.be

dat er een wachtlijst was van wel

100 geïnteresseerden die geen

kaartje konden bemachtigen.

Druk druk druk!

“Dat zijn allemaal succesverhalen,

en toch voelden we dat we

altijd een gelijkaardige doelgroep

bereikten. We wilden een extra

inspanning doen om vrouwen

tussen 20 en 40 te bereiken, net die

vrouwen die het altijd ‘druk druk

druk’ hebben en nauwelijks tijd

kunnen vrijmaken

om naar een

avondvoorstelling

te gaan.

Daarom wilden

we een monoloog maken waarmee

we naar die mensen thuis konden

trekken. Charlotte Van Hecke

schreef ‘Tijgers aan de haard’,

Inge Paulussen ging ermee op pad

doorheen Kempense huiskamers

waar jonge vrouwen stil stonden

bij de verschillen tussen mannen

en vrouwen. Het belangrijkste issue

bleek nog altijd de combinatie

“HET PLATFORM STOPT ERMEE,

MAAR WIJ GAAN GEWOON DOOR.”

van arbeid, gezin en vrije tijd te

zijn. Jonge vrouwen kampen met

een grote tijdsdruk en het is vaak

jongleren met te weinig armen om

alles rond te krijgen.”

Eén van die jonge vrouwen is Thaïs

Haerens. Haar organisatie AIF+ zit

al van bij het begin bij het Platform.

Thaïs maakte zelf kennis met

het Platform in 2015 en ondervindt

aan den lijve hoe belangrijk het

werk is dat het platform verricht.

“Gender heeft niet alleen te maken

met vrouwenrechten, ook de partner

speelt een belangrijke rol. ‘Mijn

papa doet het!’ is de naam van

de meest recente campagne, die

vaders aanspoort om het geboorteverlof

op te nemen waar ze recht

op hebben. Voor mij is deze campagne

het absolute hoogtepunt van

het Platform. Want wij zijn zoveel

meer dan enkel vrouw, gender gaat

verder dan ‘vrouwenproblemen’.”

Bewustwording

Ook Cil Van Ostaeyen van Femma

ziet hoe belangrijk het is om ons

bewust te zijn van het genderthema.

“Ikzelf ben minder gaan

werken toen ik moeder werd.

Mijn kinderen vonden dat erg fijn

en ik heb mezelf dankzij vrijwilligerswerk

kunnen blijven ontplooien,

maar ik zou er de volgende keer

misschien toch net wat langer over

nadenken.

THAÏS HAERENS:“Gender heeft niet alleen te maken

met vrouwenrechten: ook de partner speelt een belangrijke

rol. Met de 'Mijn papa doet het'-campagne

spoorden we kersverse vaders aan om geboorteverlof

te nemen.”

45


wim peeters

stes.be

JEFKE MALFAIT:“Net omdat wij een groepering van

diverse organisaties zijn en niet één politieke kleur of

zuil achter ons hebben, was het makkelijker om samen te

werken met bijv. Kind&Gezin.”

Nu besef ik hoeveel kwetsbaarder

ik daardoor ben geworden, bijvoorbeeld

naar pensioen toe. Dat is een

thematiek die belangrijk is voor

Femma en die ook mij als vrouw

nauw aan het hart ligt.”

“Net doordat we met zo’n diverse

groep organisaties samen zitten,

mogen onze ambities ver reiken”,

weet Hilsande Sels van Beweging.

net. “De thematieken die wij hier

bespreken, probeer ik mee te

nemen binnen onze groepen. Zo

zal het idee achter ‘Mijn papa doet

het!’ hopelijk een punt worden op

de politieke agenda bij de volgende

verkiezingen.”

“De campagne ‘Mijn papa doet

het!’ heeft ook bewezen dat een

organisatie als het Platform Vrouwenkracht

Kempen een meerwaarde

kan zijn”, vult Jefke Malfait van

VIVA-SVV aan. “Net omdat wij een

groepering van diverse organisaties

zijn en niet één politieke kleur

of zuil achter ons hebben, was het

makkelijker om samen te werken

met Kind&Gezin. Zo hebben we

meer mensen kunnen bereiken.”

Maar waarom stopt het Platform

Vrouwenkracht Kempen er dan

mee? De verkeerde vraag, zo blijkt,

“wij doen gewoon verder”, vertelt

Viviane. “Het Platform stopt, maar

wij gaan door in een ietwat andere

samenstelling.” Vormingplus,

VIVA-SVV, AIF+, Beweging.net,

Femma en ACV vormden feitelijk

al langer het groepje enthousiastelingen

dat de nieuwe acties

bedacht en begeleidde. En dat

gaan ze blijven doen. “We willen

zeker voortbouwen op ‘Mijn papa

doet het!’ en ondernemingen met

50 à 100 werknemers aansporen

om van geboorteverlof nog meer

de evidentie te maken die het zou

moeten zijn. Jammer genoeg is het

gender-thema nog lang niet uitgeput,

we kunnen hierrond blijven

werken.”


46

PLATFORM VROUWENKRACHT KEMPEN


Divercity

WAT? OP DE TWEEDE EDITIE VAN

HET TURNHOUTSE INTERCULTURELE

FESTIVAL LIET VORMINGPLUS DIVERSE

MENSEN MET ELKAAR BLIND

KENNISMAKEN. DAT ZORGDE VOOR

INNIG MOOIE ERVARINGEN.

47


stes.be

WAT? MIJNPAPADOETHET.BE EEN

SENSIBILISERINGSCAMPAGNE OP

VRAAG VAN HET PLATFORM

VROUWENKRACHT OM KERSVERSE

48

VADERS COHOUSING AAN TE SPOREN OM HUN

GEBOORTEVERLOF OP TE NEMEN.

WE VERDEELDEN EEN 1.000-TAL

SLABBETJES IN DE REGIO I.S.M.

KIND&GEZIN.


49


foto: 50 stes.be

KEMPENSE

CULTUURWERKERS

ONDER ELKAAR


Twintig cultuurwerkers uit vijftien Kempense

gemeenten waren in oktober present op de

Kempense cultuurwerkersdag van Vormingplus

Kempen in Kasterlee. Ze kregen er een

update over digitale innovatie en luisterden

naar elkaars praktijkverhalen. Maar evengoed

was er plaats om terug banden aan te halen.

Die jaarlijkse bijeenkomst geeft Kempense

cultuurwerkers de kans om collega's te ontmoeten

en mekaar te inspireren. An Vanlierde

van Cultuurconnect stak van wal.

51


stes.be

Cultuurconnect

Cultuurconnect, dat is het cultuurlabo

dat ontstond na de

samenvoeging van Bibnet (projectorganisatie

voor de digitale bibliotheek

Vlaanderen) en Locus (het

steunpunt voor lokaal cultuurbeleid).

Cultuurconnect probeert de

transformatie naar digitale werkvormen

in de cultuursector te versnellen

met inspiratiedagen (Dig it

up) en allerlei acties rond digitale

kunsten (Digital Arts Uncovered).

Dat het helemaal geen ver-vanmijn-bed-show

meer is, bewijst

een project om cultuurvoorstellingen

via livestream tot bij mensen

te brengen voor wie die voorstellingen

om een of andere reden

niet (meer) toegankelijk zijn. Op

21 april vond de eerste livestream

plaats vanuit de Warande naar het

woonzorgcentrum De Wending.

Het ging om ‘Gedeelde smart’, met

Jan De Smet, Lien Van de Kelder en

Pieter-Jan De Smet.

In de herfst werd een optreden van

Eddy et les Vedettes vanuit de Warande

naar liefst acht woonzorgcentra

gestreamd. Dat gebeurde

met ‘t Pact, het samenwerkingsverband

van de vijf Kempense cc’s. Er

komen nog initiatieven voor jonge

patiëntjes in het UZA en Cultuurconnect

voert gesprekken met de

Provincie om het systeem op een

nog bredere schaal te brengen. Al

waren er no further questions, de

cultuurwerkers zagen dat allemaal

wel zitten.

Verhalen

uit het veld

Van intra- naar intergemeentelijk

Ervaringen uit de lokale cultuurpraktijk

uitwisselen, ook dat is

een essentieel onderdeel van zo’n

cultuurwerkersdag. Elle Verwaest

(coördinator Ontspanning en Ontwikkeling,

Beerse) vormde daarvoor

een tandem met Roel Slegers

(diensthoofd Vrijetijd, Retie). Ze

bedienden zich even van een rollenspel,

waaruit moest blijken hoe

droevig werken het toch was met

een stroeve gemeentelijke cultuurraad.

Tot ze in Beerse op het idee

kwamen om die raad niet langer

als een praatbarak voor de plaatselijke

verenigingen te aanzien, maar

er een bredere adviesraad van te

maken.

In Retie gebruiken ze het Cultuurnetwerk

Kempen (een projectvereniging

met 7 gemeenten) om

verenigingen over de gemeentegrenzen

heen met mekaar in

contact te brengen. Zo zoeken ze

nu samen naar oplossingen voor

het schaarser worden van bestuursleden

en vrijwilligers, tasten

ze nieuwe manieren van werken

af en denken ze na over de rol die

verenigingen vandaag te spelen

hebben.

52

CULTUURWERKERS


stes.be

Kunst voor jong en oud

Stephanie Verluyten (cultuurbeleidscoördinator,

Laakdal) werd

gekoppeld aan Nico Verhoeven

(cultuurcoördinator, Turnhout).

Stephanie deed ‘Gluren bij de

buren’ uit de doeken, een succesvol

gemeenteoverschrijdend huiskamerfestival

dat liep in Arendonk,

Balen, Dessel, Geel, Laakdal, Mol

en Retie.

Nico had het dan weer over de

Kunstendag voor Kinderen, een

Vlaams (en Brussels) initiatief,

en vooral over de manier waarop

Turnhout er een volstrekt eigen

invulling aan wist te geven.

Van oud naar nieuw

Cindy Van den Heuvel (coördinator

cultuur, Kasterlee) en Daan

Aerts (idem, Hoogstraten) hadden

het over een oud en een nieuw

cultuurhuis.

In Kasterlee moest de oude brandweerkazerne

plaats maken voor

het nieuwe ontmoetingscentrum.

Van de afbraak werd gebruik gemaakt

om er nog één keer iets héél

strafs in te doen met mensen en

groepen uit het dorp. Barak Bizar

heette het project, en zowel God als

Klein Pierke stalen de show met

liefst 40 acts en evenementen op 4

maanden tijd.

In Hoogstraten moet het nieuwe

cultuurhuis nog gebouwd worden.

Daan Aerts schetste het studieproces

dat daaraan voorafging. Uiteindelijk

trok het schepencollege het

dossier naar zich toe. In Hoogstraten

mikt men in elk geval op iets

meer dan een zaal met een bib en

nu en dan een culturele activiteit.

Van oorlog naar vrede

Bob Van den Bosch (cultuurbeleidscoördinator,

Ravels) en Lies

Mermans (afdelingshoofd Info

& Vrijetijd, Dessel) vormden het

laatste koppel.

Bob vertelde over een erfgoedproject

in 2015, dat de geschiedenis

van de vele Belgische vluchtelingen

tijdens W.O.I koppelde aan het moderne

verhaal van de vluchtelingen

in het Rode Kruisopvangcentrum

in Ravels. Er was een lezing en

een theaterstuk met een discussie

achteraf. Dat stuk in het opvangcentrum

brengen, lag wat moeilijk.

Hoewel Bob beseft dat het met

zulke dingen altijd grotendeels

preken voor de eigen kerk is, kwamen

er in Ravels ook een aantal

‘outsiders’ op af.

Van Lies vernamen we hoe ze er in

Dessel in slaagden om de aloude

traditie van het Driekoningenzingen

nieuw leven in te blazen. De

kinderen maakten zelf alle gerief

in een creatief atelier en na het

zingen werden ze op het Campinaplein

op warme choco en een wafel

getrakteerd door de Cultuurraad.

Ze hebben de ‘Zing ze’-challenge

van k.ERF weliswaar niet gewonnen,

maar Lies kon toch melden

dat Dessel de prijs voor ‘de zotste

zangers’ wegkaapte. Respect!

53


stes.be

JEF VAN EYCK: “Na Mijn2040 brengen we

in 2018 vóór de verkiezingen nog een nieuwe

verzameling tips uit om burgers meer te laten

participeren bij het lokale beleid. Daarmee willen

we de nieuwe politici van straks inspireren.”

stes.be

En nog wat tips

van Vormingplus!

Viviane Schuer en Jef Van Eyck van

Vormingplus Kempen sloten af

met twee korte tussenkomsten en

evenveel tips voor de verzamelde

cultuurwerkers.

Viviane kwam terug op het Kolostraject,

dat gemeenten en verenigingen

met mekaar probeert te

verbinden. Mol klikt samen kaderde

daarin: een speeddate tussen verenigingen,

die in ultrakorte ontmoetingen

op zoek gingen naar

wederzijdse samenwerking. Een

makkelijk te organiseren, maar

zeer efficiënte methode om verenigingen

met mekaar in contact

te brengen, en het levert gegarandeerd

resultaten op, wist Viviane.

Ze kreeg spontaan bevestiging uit

het publiek, dus dat zal wel kloppen.

Nu nog navolging vinden…

Jef schoof Mijn 2040 naar voor,

een stadsregionaal project (naast

Turnhout doen ook Beerse, Oud-

Turnhout en Vosselaar mee) rond

burgerparticipatie. Een traject van

bijna twee jaar leverde heel wat

creatieve ideeën en aanbevelingen

rond participatie op. Die kwamen

kaartjesgewijs in een mooie box

terecht, waar de lokale besturen

inspiratie uit kunnen grabbelen.

Er komt naar aanleiding van de

verkiezingen trouwens een nieuwe

versie van die box, vooral gericht

op de nieuwe politici van straks.

Timekeeper Christa hield elke

spreker discreet doch melodisch

aan de afspraken. Dat was nodig,

want over die dingen is veel te

zeggen. Dat lang niet iedereen

geneigd was om meteen na afloop

van dit boeiende programma weer

naar zijn hoofdkwartier te ijlen,

bevestigde de algemene indruk

van een zeer geslaagde dag. Wordt

(volgend jaar) vervolgd! •

Leren en mekaa

Die voormiddag in Kasterlee, drie dames

samen aan tafel. Even iets vragen?

“Wij juichen het toe dat Vormingplus

Kempen zo’n cultuurwerkersdag organiseert”,

zegt Lut Willems, cultuurbeleidscoördinator

van Herselt. “We zijn

allemaal met hetzelfde bezig, maar we

ontmoeten mekaar zelden of nooit.”

“Da’s waar”, bevestigt Kristien Behets,

cultuurbeleidscoördinator in het

naburige Westerlo. “Lut en ik hebben

mekaar toevallig nog eens ontmoet bij

de uitreiking van een erfgoedprijs, maar

daar bleef het bij. Het sociale, collegiale

aspect van deze cultuurwerkersdag

is daarom erg belangrijk. Dat we hier

bovendien specifiek op ons werkveld

gerichte informatie aangereikt krijgen,

is dat niet minder. Ik kom naar hier voor

de combinatie van het sociale én het

informatieve.”

Lut en Kristien zijn allebei nog cultuurbeleidscoördinator,

Marlies Valgaeren

niet: zij is diensthoofd Vrijetijd in Olen.

“Vele gemeenten evolueren naar een

54

CULTUURWERKERS


Marlies Valgaeren

(tweede van links),

Kristien Behets (vierde)

en Lut Willems (rechts).

Foto ©Chris Stessens

De man / vrouwkwestie

Opvallende vaststelling: bij driekwart van de

deelnemers aan deze Kempense cultuurwerkersdag

kwam je niet ver als je ze met ‘mijnheer’

aansprak. Om maar te zeggen: de sector

is erg vervrouwelijkt.“Cultuur is bij ons

inderdaad een vrouwenzaak”, zegt Marlies

Valgaeren, die in Olen de dienst Vrijetijd

leidt. “Bij Sport is het omgekeerd: da’s een

mannenwereld.”

Bob van den Bosch (foto), cultuurbeleidscoördinator

in Ravels, heeft het ook in de gaten.

“En toch bestaat er nog zoiets als een glazen

plafond voor vrouwen”, zegt hij. “Of ken jij een

vrouwelijke directeur in een Kempens cultuurcentrum?”

Kennen we niet, Bob…


r inspireren

vrijetijdsdienst of iets dergelijks, met

Cultuur als onderdeel. Daardoor werken

de cultuurmedewerkers vandaag al

veel minder vanop een eilandje dan de

cultuurbeleidscoördinatoren van de

beginjaren. Maar overleg met soortgenoten

van andere gemeenten, dat

bestaat eigenlijk niet. Tenzij op deze

cultuurwerkersdag, dus. In onze sector

is inspiratie erg welkom, en hier krijgen

we die inspiratie van mekaar.”

stes.be

“Elkaar eens informeel ontmoeten in

een aangenaam kader, is zeker geen

overbodige luxe”, vindt ook Maarten

Meyers, cultuurfunctionaris in Beerse.

“Dat zou zelfs nuttig zijn voor de mensen

van de cultuurcentra en de bibliotheken,

volgens mij. Ook zij spelen een

rol in hetzelfde veld, dat alsmaar meer

geïntegreerd raakt. Misschien moeten

ook zij eens uit hun tent gelokt worden?

Ook voor hen is gemeenschapsvorming

trouwens een decretale verplichting

geworden. Voor mij is een dag als deze

in elk geval erg interessant. Ik kom

graag!


55


Laat je leden

speeddaten

EEN LEUKE METHODIEK

VOOR ADVIESRADEN

56


onze software zorgt vlekkeloos voor matches en overzichten | weinig

voorbereidend werk | geschikt voor > 30 organisaties | erg effectief

(elke organisatie ontmoet op één uur zeker 10 andere organisaties)

In 2016 bedachten we de speeddate voor verenigingen:

een methodiek om een groot aantal organisaties samen

te brengen, kennis met elkaar te laten maken en over bepaalde

onderwerpen van gedachten te laten +wisselen.

Ontdek ze op

www.laatjeledenspeeddaten.be

57


pexels.com

OVER OUDE

WAT? 60- EN 80’ERS VAN HIER WAS

EEN REEKS BABBELMOMENTEN VOOR

HERENTHOUTSE SENIOREN IN

SAMENWERKING MET LOKAAL

DIENSTENCENTRUM DRIANE.

VORMINGPLUS GAF ADVIES OVER DE

AANPAK EN STOND MEE IN VOOR DE

58 60- EN 80’ERS VAN HIER BEGELEIDING.


R WORDEN

De vergrijzing is één van de grootste uitdagingen

in onze samenleving.

Ze heeft een grote impact op de werkgelegenheid,

de sociale zekerheid, de gezondheidszorg

en het woonbeleid. Haast

dagelijks herinneren de media je aan die

‘harde’ kant van de vergrijzing.

Maar er is ook een ‘zachte’ kant: die van

de beleving van het ouder worden door

de ouderen zelf en de perceptie van de

samenleving op die ouderen.

59


Oud lijkt out

De beeldvorming op ouder worden

is eerder negatief. Oud is out.

Hoe kijken ouderen hier naar?

Wat hebben zij geleerd over ouder

worden en wat kunnen zij hierover

met de samenleving delen? Is er

een meer genuanceerd beeld van

‘ouder worden’ mogelijk?

jorendeweerdt.com

Het project

Het opzet in Herenthout was eenvoudig:

breng een groep ouderen

samen en laat hen vertellen over

hun eigen ouder worden. Geef

ze de ruimte om hun dromen,

wensen en bekommernissen te

verwoorden. Maak tijd om naar

elkaars verhaal te luisteren.

Babbelnamiddagen dus, maar het

praten moet wel op een heel specifieke

manier verlopen. Anders krijg

je onvoldoende diepgang en blijf je

steken in een koffieklets. Terwijl er

zoveel meer uit te halen valt.

We werkten met twee groepen: één

met 60-jarigen en één met 80-jarigen.

De groepen kwamen apart

samen en kregen allebei dezelfde

vragen voorgeschoteld. Nadien

werden ze samen gezet. Zo krijg je

een erg interessante uitwisseling.

HET PROJECT LIET ONS MEER

DAN OOIT ONTDEKKEN WAT

ER LEEFT BIJ HERENTHOUTSE

OUDEREN

Verrassende

ontmoetingen

Voor de zestigers waren vooral de

ontmoetingen met de tachtigers

ISABELLE BOGEMANS: “Door het project konden we onze werking vanop een afstand bekijken, en dat is

belangrijk. Zijn we nog altijd bezig met datgene dat er echt toe doet?.”

heel verrassend. “De ontmoetingen

met de zestigers en tachtigers

samen vond ik verbazingwekkend

omdat ik een totaal ander beeld

had van de 80’ers. Veel negatiever,

ik dacht dat het mensen waren

die stilletjes aan op het einde van

hun leven waren en berustten in

hun lot. Ik was verbaasd wat er

allemaal in de gesprekken naar

voren kwam, over de manier hoe

die tachtigers tegenover het leven

staan. Mijn beeld op mijn eigen

ouder worden is hierdoor in positieve

zin veranderd. Zelfs na 80

zijn er nog voldoende

redenen om het leven

door een roze bril te

zien.”

Voor de tachtigers

waren vooral de

ontmoetingen met

hun leeftijdsgenoten belangrijk.

Herkenbaarheid was een van de

redenen. “Blijkbaar kunnen we nog

allemaal genieten van samenzijn,

samen lachen, of samen ernstig

zijn.

Want als we al wat ouder worden

hebben we allemaal een stuk verdriet

te dragen. Het is vooral heel

belangrijk hoe mensen daar mee

om gaan.”

De babbelnamiddagen gaven ook

aan tachtigers een aanzet tot

verandering. “Ik ben eigenlijk een

zwartkijker en als ik alleen thuis

ben, kan ik wel down zijn. Door

de babbelnamiddagen ben ik me

positiever gaan opstellen. Voor mij

mogen ze zoiets nog meer organiseren.”

Ontdekken wat er leeft

Isabelle Bogemans, centrumleider

Lokaal Dienstencentrum Huis Driane:

“We zijn in dit project gestapt

omdat ik het belangrijk vind dat je

als Lokaal Dienstencentrum aansluiting

hebt bij de leefwereld van

je deelnemers. Nog al te vaak denken

we in hun plaats. We organiseren

activiteiten en infomomenten

over onderwerpen waarvan we

denken dat ze aanspreken.

60

60- EN 80'ERS VAN HIER


Maar wie kan er het beste zeggen

waar er behoefte aan is? Dat

zijn toch de mensen waar je voor

werkt? Zij ervaren dag in dag uit

hoe het voelt om ouder te worden

en om te leven met een beperking,

met een beperkt netwerk, met

verdriet, ...”

“Daarom was het project 60- en

80’ers van hier interessant: het heeft

ons de kans gegeven om meer dan

ooit te ontdekken wat er leeft bij

onze Herenthoutse ouderen. Waar

genieten 60’ers en 80’ers van?

Waar liggen ze ’s nachts van wakker?

Is dat voor iedereen zo? Zijn

er raakvlakken?”

Tijd om stil te staan

Isabelle: “Door deel te nemen

aan de samenkomsten werd je

gedwongen tijd te maken. De

sessies gaven me energie, je kreeg

een echte boost. Er kwamen frisse

ideeën voor de toekomst naar

boven. Je krijgt de kans om je eigen

werking vanop een afstand te bekijken

en dat is belangrijk. Zijn we

nog altijd bezig met datgene dat er

echt toe doet?”

Mooie momenten

“Ik heb heel veel mooie momenten

gezien. Elke deelnemer werd

gerespecteerd om wie hij/zij was.

Daar geniet ik nog van als ik er

aan terugdenk. Hoe vaak valt

iemand uit de boot? Ik zie vaak

hoe moeilijk mensen het hebben

om nieuwe mensen toe te laten in

‘hun groepje’. Maar vaak vergeet

men dat het groepje stilaan kleiner

begint te worden en dat het niet

slecht is om er nieuwe vrienden in

toe te laten.”

En nu verder ...

“We hebben dankzij het project

voor een stuk een nieuwe basis om

verder op te bouwen. Zo denken

we ondertussen al concreet na

over hoe we een aantal thema’s

die ik tijdens de babbelnamiddagen

veel aan bod zag komen,

in het programma van het Lokaal

Dienstencentrum kunnen opnemen:

levenseinde, (mantel)zorg en

seksualiteit bij ouderen.” •

Bekijk onze clip

https://goo.gl/oNg9zn

EEN ZESTIGER: “Ik was verbaasd over de manier waarop tachtigers tegenover het leven staan. Zelfs op

die leeftijd zijn er nog voldoende redenen om het leven door een roze bril te zien.”

jorendeweerdt.com

61


ACADEMIE VOOR SCHONE KUNSTEN ARENDONK | VIVA-SVV HERENTALS | ERFGOEDCEL KEMPENS KARAKTER | AUTODELEN

HERENTALS | DAVIDSFONDS BEERSE | KIND & GEZIN PROVINCIE ANTWERPEN | SVG ARCHITECTUUR | SABLO | WAKKERDAL |

KON-TACT | BURGERGROEP SUPERDIVERSITEIT | VTBKULTUUR - TURNHOUT/VOSSELAAR | DE MERODE | MILIEURAAD TURN-

HOUT | SENIORENRAAD DESSEL | SENIORENRAAD ARENDONK | LANDELIJKE GILDEN POEDERLEE | GEMEENTE OUD-TURNHOUT

| GEZONDHEIDSRAAD WESTERLO | FEMMA OEVEL | BIBLIOTHEEK BAARLE | GEMEENTE RAVELS - ALGEMEEN, COLLEGE | ISOM

| OVERLEGORGAAN COÖRDINATOREN LDC'S KEMPEN | DAVIDSFONDS MOL | NEOS TURNHOUT | CULTUREEL CENTRUM 'T SCH-

ALIKEN | VROUWENRAAD HERENTALS | GEMEENTE MEERHOUT - ALGEMEEN, SCHEPENEN | SPK - ALGEMEEN, DIGIDAK, PLATTE-

LAND EN BELEVINGSECONOMIE | WERKGROEP ALLEMAN MOBIEL | CULTUREEL CENTRUM DE WARANDE | GEMEENTE LAAKDAL

VELT REGIO TURNHOUT | WILLEMSFONDS MOL | LANDELIJKE GILDEN HERENTHOUT | GEMEENTE VORSELAAR - ALGEMEEN,

URGEMEESTER, SCHEPEN | OKRA SINT-JOZEF-OLEN | SAMANA/ZIEKENZORG WECHELDERZANDE | OCMW HULSHOUT | GC

DE WOUWER | SAMENHUIZEN | LDC DE ONTMOETING | PEYMEN-JELLEMA | CURIEUS LAAKDAL | GRIJZE PANTERS TURNHOUT |

L-ARM | OUDERCOMITÉ GEMEENTELIJKE BASISSCHOOL BEERSE | KWB EINDHOUT | IMKERVERENIGING | CULTUURRAAD BALEN

| STAD HERENTALS | DOMEIN MEERLAER | TALANDER | TRANSITIE MOL EN BALEN | KRINGWINKEL ZUIDERKEMPEN | SOCIAAL

FORUM KEMPEN | DINAMO | TREINTRAMBUS | ACV REGIO GEEL | GRIJZE PANTERS HERENTALS | ERFGOEDCEL K.ERF | SOCIALE

HOGESCHOOL HEVERLEE | WERKGROEP NIEUWE TIJDEN | CULTUREEL CENTRUM DE WERFT | BUURTCOMITÉ DOMEIN KASTEEL

EERLAER | OCMW BALEN | LDC HET CONVENT | TREKKERSGROEP FAIRTRADEGEMEENTE RETIE | DEN DORPEL | VLAAMSE

OVERHEID | VELT MOL | STAD TURNHOUT | PROVINCIE ANTWERPEN | STREEKPLATFORM KEMPEN (VROEGER: RESOC KEMPEN) |

ANDELIJKE GILDEN LICHTAART | VIM | OCMW HERENTALS | FEMMA PROV. A'PEN | SAMEN BUURTEN HERENTALS | BIBLIOTHEEK

HERENTALS | LOGO KEMPEN | FEMMA HERENTALS | DE SPRONG | MOBIEL 21 | BIBLIOTHEEK HERSELT | LDC TERHARTE | DE

GROENE WATERMAN | PRAATPUNT TURNHOUT | LDC GROBBENDONK | SENIORENRAAD LILLE | AIF | MARJOLEIN VZW | ZELF-

OOGSTTUIN BUITEN MATEN | CENTRUM BASISEDUCATIE KEMPEN | VVSG | FEMMA KASTERLEE | NEOS | VLUCHTELINGENWERK

VLAANDEREN | ETION | ARMENTEKORT | LDC LUYSTERBOS | VELT MIDDENKEMPEN | GEZINSBOND WESTERLO | VORMINGPLUS

ANTWERPEN | KELVIN SOLUTIONS | DAVIDSFONDS LILLE-POEDERLEE-WECHELDERZANDE | GROS GROBBENDONK | OKRA

BEERSE DEN HOUT | SCHOOL OF EMPOWERMENT | FEMMA OLV MIDDELARES TURNHOUT | OCMW GEEL | ACV | HUIS VAN HET

IND ARENDONK | NEOS MOL | BIBLIOTHEEK DESSEL | VOEDSELTEAM HERENTALS | VIVA-SVV MEERHOUT | SPEELSTRATEN

HERENTALS | OKRA LICHTAART | VTBKULTUUR - GEEL | LDC SPRANKEL | REGIONAAL LANDSCHAP KLEINE EN GROTE NETE |

CMW LAAKDAL | ORBIT | GECORO TURNHOUT | OKRA VOSSELAAR SINT JOZEF | OCMW DESSEL | DAVIDSFONDS DESSEL |

VLV REGIO MOL | GEMEENTE RETIE | HUIS VAN HET KIND MIDDENKEMPEN | OCMW HOOGSTRATEN | GROEP LEADER KEMPEN

OST | STAD HOOGSTRATEN | RAK | GEMEENTE HEIST -OP-DEN-BERG | BIBLIOTHEEK LAAKDAL | VORMINGSCENTRUM HIVSET

STILTEPLATFORM DE MERODE | GEZINSBOND GEEL | FEMMA BLIJDE BOODSCHAP | NATUURVERENIGING DE GAGEL | BAKSODA

| MONDIALE ADVIESRAAD BALEN (MARBOL) | VIVA-SVV | DE VERSWINKEL MOL | KVG | CULTUREEL CENTRUM BAARLE | 'T PASST

| OKRA OUD-TURNHOUT-ZWANEVEN | FEMMA OUD-TURNHOUT CENTRUM | GEMEENTE KASTERLEE | ATELIER MIDI | MARKANT

BEERSE | OCMW MOL | CULTUREEL CENTRUM ZWANEBERG | UPV | WETENSCHAPSCAFÉ TURNHOUT | OCMW ARENDONK |

ORMINGPLUS OOST-BRABANT | NATUURPUNT GEEL-MEERHOUT | OCMW MERKSPLAS | GEMEENTE RAVELS | NATUURPUNT/

CVN | LOKALE WERKGROEP NIEUWE TIJDEN MOL | OKRA WECHELDERZANDE | KWB | LABORATORIA MOBIELE ALTERNATIEVEN

| HUISVESTINGSMAATSCHAPPIJ DE ARK | DAVIDSFONDS RIJKEVORSEL | NATUURPUNT NETE EN AA - KERN VORSELAAR | KOOR

& STEM ANTWERPEN | DE LIJN | ACV PROVINCIE ANTWERPEN (ALGEM/WGMOBILITEIT) | CURIEUS MEERHOUT | STAD GEEL |

UURZAAMHEIDSADVIESRAAD OUD-TURNHOUT | WERKGROEP NIEUWE TIJDEN HERENTALS | OKRA HERSELT CENTRUM | VRIJE-

TIJDSCENTRUM DE KRUIERIE | DE KOEP | OPZ GEEL | VIVA-SVV TURNHOUT | TANDEM | TROEVEN | REPAIRCAFÉ ZUIDERKEMPEN

| LDC HUIS DRIANE | VTBKULTUUR - WESTERLO | PULSE | OKRA VLIMMEREN | FVV MOL | JEUGDRAAD WESTERLO | ONS HUIS

| IOK | D-CLUB | PROEF HEIST | BIBLIOTHEEK VORSELAAR | VELT | TUINHIER HERSELT | VORMINGPLUS MZW | RURANT | BE-

WONERSGROEP ERNEST CLAESSTRAAT | COHOUSING KEMPEN | OCMW TURNHOUT | DAVIDSFONDS KASTERLEE-LICHTAART |

ULTUREEL CENTRUM 'T GETOUW | HIVA | OKRA | GEZINSBOND MOL | FEMMA LARUM | BEWEGING.NET | FEMMA LICHTAART

WELZIJNSZORG KEMPEN | DE ZONNIGE KEMPEN | CSA DE PLANTENTREKKER | AGENTSCHAP INTEGRATIE EN INBURGERING

| KWB MEERLAAR | DE FAKKEL | SENIORENRAAD BALEN | OKRA SINT DIMPHNA GEEL | PLEEGZORG PROVINCIE ANTWERPEN |

FEMMA VLIMMEREN | HOFKE VAN CHANTRAINE | SPAAK | KWB GEEL PUNT | MOOOV | WELZIJNSSCHAKELS | OKRA GEWEST

OOGSTRATEN-RIJKEVORSEL | SAMENTUIN EIGENAARD | WILLEMSFONDS TURNHOUT/OUD-TURNHOUT | NOORD-ZUIDRAAD

OLEN | BIBLIOTHEEK HERENTHOUT | DAVIDSFONDS LAAKDAL | PONTIFAX | NATUURPUNT DE WULP | OCMW GROBBENDONK |

DC STEDE AKKERS | OUDERCOMITÉ 'T LOCOMOTIEFJE | TIMOTHEUS | KULTUURKONTAKT BEERSE | GEMEENTE BEERSE | GLS

DE WEGWIJZER | SOCIUS | TEAM VLAAMSE BOUWMEESTER | BIBLIOTHEEK HULSHOUT | STADSREGIO TURNHOUT | BEWEGING.

NET HERENTALS | DAM ARCHITECTEN | BC DE LIEREMAN | CULTUURFORUM TURNHOUT | GEZONDHEIDSRAAD MERKSPLAS |

ARZOEN | BIBLIOTHEEK TURNHOUT | GEMEENTE KORTRIJK | KWB VEERLE | OCMW WESTERLO | OOST WEST CENTRUM | LDC

ALBERT VAN DYCK | WERKGROEP STILTE DE MERODE | THOMAS MORE | REPAIRCAFÉ OLEN | MOS MEERHOUT | STADSBOERDERIJ

TURNHOUT | GEMEENTE MOL | CAW DE KEMPEN | NEOS HERSELT | EPO | GEMEENTE KASTERLEE | GEMEENTE ARENDONK |

OKRA GODDELIJK KIND | CSATUIN 'T MOSTERDZAADJE | WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSOVERLEG REGIO MOL | LBC | WAERBEKE |

GEMEENTE BALEN | KWB LAAKDAL | SENIORENRAAD MOL | FRIS GEMIXT | BIBLIOTHEEK GEEL | KWB VORST | MONDIALE RAAD

URNHOUT | FEMMA OLMEN | BIBLIOTHEEK ARENDONK | GEMEENTE HULSHOUT | OKRA MEER | ORAKEL | GEZONDHEIDSRAAD

BEERSE | VORMINGPLUS REGIO MECHELEN | BIBLIOTHEEK BALEN |

Partners

99% van onze activiteiten in 2017 gebeurde in samenwerking met deze partners.

62


DE MENSEN

Het team

martine coppieters

coördinator

martine@vormingpluskempen.be

JAN VAN HOUT

adjunct-coördinator

jan@vormingpluskempen.be

jef VAN eyck

sociaal-cultureel werker

jef@vormingpluskempen.be

christa Truyen

sociaal-cultureel werker

christa@vormingpluskempen.be

katrien loots

sociaal-cultureel werker

katrien@vormingpluskempen.be

sarah deckx

sociaal-cultureel werker

sarah@vormingpluskempen.be

viviane schuer

sociaal-cultureel werker

viviane@vormingpluskempen.be

dirk raeymaekers

communicatiewerker

dirk@vormingpluskempen.be

De Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur bestaat uit

Myriam Bergmans, Stefaan De

Wit, Leen Dries, Assunta Geens,

Igor Geubbelmans, Paul Goossens,

Mieke Hens, Wendy Mercelis, Lut

Mertens, Tinne Peeters en Gust van

Dongen.

De Algemene

Vergadering

De Algemene Vergadering van

Vormingplus Kempen bestaat uit

mensen uit diverse maatschappelijke

sectoren van de Kempen. Ze

telt momenteel 39 leden.

Contact

Vormingplus Kempen vzw

Prins Boudewijnlaan 9 bus 2

2300 Turnhout

Open elke werkdag van 9 tot 17 uur

T 014 41 15 65

E info@vormingpluskempen.be

W www.vormingpluskempen.be

facebook https://www.facebook.com/vormingpluskempen

ontwerp: Vormingplus Kempen

druk: www.maes-natuurlijk.be, op Cyclus-100% gerecycleerd papier

verantw. uitg. Martine Coppieters, p/a Prins Boudewijnlaan 9 bus 2, 2300 Turnhout

63


64

met steun van

More magazines by this user