15.10.2021 Views

STUK verbouwt

STUK sluit vanaf 15 november 2021 voor een grondige renovatie. Hoe die het STUK gebouw voor iedereen beter zal maken, vertellen Carl Meeusen van Neutelings Riedijck Architecten en Willem Vanderhoydonks, infrastructuurbeheerder bij STUK. Meer info : www.stuk.be/verbouwing

STUK sluit vanaf 15 november 2021 voor een grondige renovatie. Hoe die het STUK gebouw voor iedereen beter zal maken, vertellen Carl Meeusen van Neutelings Riedijck Architecten en Willem Vanderhoydonks, infrastructuurbeheerder bij STUK.
Meer info : www.stuk.be/verbouwing

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

Dankzij de nieuwe

bouwlaag zullen de

bezoekers niet meer

louter toeschouwers

zijn maar ook

gebruikers en

makers worden.

— Willem Vanderhoydoncks

60

In de eerste plaats heb je al

die nieuwe projecten die in de

Offspace zullen getoond worden.

Dat is natuurlijk een toevoeging

aan het aanbod, niet alleen van

STUK, maar ook aan het brede

culturele aanbod in Leuven. Het

is niet zo dat we zelf al die nieuwe

projecten in de Offspace willen

presenteren. We hopen dat anderen

– kunstenaars, collectieven,

creatieve ondernemers – voorstellen

doen om in die nieuwe zaal

iets te tonen en zelf te organiseren

waar wij niet aan gedacht hebben.

Ten tweede zien we de nieuwe

bouwlaag als een voedingslaag

in onze werking. In het kunstencentrum

zullen we doen wat we

altijd al deden: dans, beeld en

geluid. Maar daarnaast komt er

in STUK Paviljoenenzaal met zijn

coworking space, workshopruimtes

en audiostudio een nieuwe

publiekswerking, waarvan we

hopen dat die het kunstencentrum

zal inspireren. Het is moeilijk om

te voorspellen hoe dat zal gebeuren,

maar die onvoorspelbaarheid

is net de bedoeling. We willen het

experiment aanmoedigen. Wie

weet zal er ooit iemand de basis

voor een nieuwe voorstelling leggen

in de workshopruimte, die dan

uiteindelijk terechtkomt in onze

STUK Soetezaal. We willen aan

onze bezoekers de vrijheid geven

om te creëren en kansen geven

aan beginnend talent.

Wat zijn de voorwaarden om

gebruik te maken van al die

nieuwe faciliteiten?

We willen de voorwaarden zo

minimaal mogelijk houden: een

idee is om die toegang te koppelen

aan de STUKkaart. Daarmee

kan je toegang krijgen tot STUK

Paviljoenenzaal met zijn coworking

space, workshopruimtes en audiostudio.

We hopen er een community

van creatieve makers uit

te bouwen. We willen ownership

teruggeven aan de gemeenschap,

aan de Leuvenaars, de studenten,

iedereen die hier wil komen, en we

hopen dat er een gemeenschapsgevoel

ontstaat in die ruimte. De

nieuwe faciliteiten moeten vooral

heel toegankelijk blijven.

Wat denk je dat de impact

zal zijn van de nieuwbouw

op de publiekservaring?

Ik hoop dat die impact groot zal

zijn. Het publiek kan voortaan

verschillende rollen innemen in

STUK. Het ene moment kijk je

naar een dansvoorstelling in de

STUK Soetezaal, het volgende

moment maak je samen met je

vrienden een podcast in de audiostudio,

of werk je aan een ander

creatief project in de coworking

space. Bezoekers zijn niet meer

louter toeschouwers, maar worden

gebruikers en makers. Zo blazen

we hopelijk een nieuwe frisse wind

door STUK met een jonge generatie

die zin heeft om actief aan de

slag te gaan met de kunstvormen

die ze hier te zien krijgen. We

hopen mensen te verwelkomen in

onze werking die de zaken anders

zien dan wij. Het is een experiment.

Ik ben benieuwd wat dat

gaat geven.

RENOVATIONS

TALK WITH CARL MEEUSEN

(NEUTELINGS RIEDIJK

ARCHITECTS)

STUK ENCORE:

A SOLID UPGRADE

– text Pieter T'Jonck

Twenty years – that’s how long the

‘Laboratoires de chimie générale’ on

Leuven’s Naamsestraat have been

the STUK arts centre. The complex

has since become a familiar part

of Leuven’s cityscape. In 2002, we

took the giant leap from rooms at

the former ‘Cercle des étudiants

étrangers’ on van Evenstraat and

a building on Vlamingenstraat to

a complex that has written history

through its design concept. The

imminent renovation adds a new

chapter but remains faithful to the

original setting.

The site on Naamsestraat

was not a gift, despite the beautiful

auditorium at the back. The

building’s terrain alone negotiates

a height difference of 17 metres

between the Naamsestraat and the

Schapenstraat. Hence, from the

beginning, a broad, deep recess cut

the complex off from Naamsestraat

to bring light into a basement that

continued into a courtyard at the

rear. However, you hardly noticed

the recess because a glass floor,

which served as a bicycle shed, hid

it from view.

The recess is still there but

was converted into the complex’s

main entrance in 2002. Though not

obvious, it was for a good reason.

The complex resulted from several

61

building projects of inconsistent

quality, resulting in many unfortunate

hitches in the layout. If you

take the ground-level entrance on

Naamsestraat, for example, the

maze of stairs and corridors mean

you quickly lose your bearings. Even

internal accessibility posed a major

challenge. However, when you

descend to level -1 via the recess on

Naamsestraat, you would immediately

get a view of the courtyard and

the entire building via the current

reception. This courtyard would

also prove to be the complex’s most

important asset for other reasons.

Houses on a square

Another problem arose. Columns

filled most of the spaces on Naamsestraat

and Schapenstraat. Despite

being made of beautiful cast iron,

and spaces’ handsome parquet

floors, they are inconvenient in theatre

performance spaces. Willem-Jan

Neutelings of Neutelings Riedijk

Architects (NRA) noticed this immediately

when he visited the building

with Carl Meeusen, who was then in

charge of the project at STUK.

A strong concept by NRA

combined with a discovery by

Meeusen provided a solution. NRA

reimagined the entire complex as

a collection of ‘houses’ with ‘front

doors’ on the courtyard. To achieve

this, new buildings without columns

replaced the wings on the left

side and the back of the courtyard.

STUK Soetezaal was lifted from the

ground so that the previously closed

courtyard opened up to the ramp

leading to Schapenstraat.

This concept gave the building

a strong identity. The appearance

harmonises wonderfully with

the old colleges on the Naamsestraat,

almost all of which form

a semi-public passage through

the city fabric via courtyards and

passageways. Moreover, through

well-chosen openings in the ‘facades’

of the ‘houses’, the courtyard

became a kind of stage, with balconies

or large windows all around,

so that the players could appear

from everywhere.

However, that did not solve the

problem of accessibility for people

with disabilities. Carl Meeusen

remembered that at one point, the

architects were considering having

as many as four elevators, and there

was talk of a walkway over the

roofs. However, these plans were

unfeasible due to the renovation’s

tight budget. He found the answer:

a single elevator in the axis of the

building on the Naamsestraat

and the new left wing appeared to

make all public parts of the building

accessible.

A victim of its own success

Though there were occasional

complaints when accessing the

toilets via the courtyard in rainy

weather, the building was a success.

Some theatre makers also criticised

the auditorium’s outspoken design

with its austere concrete bridges

in the ceiling, the reliefs in the

concrete walls, the large window to

the courtyard and the loggia at the

entrance that lets in daylight; all

of which they found very distracting.

The possibilities of the loggia,

the small stage side balcony and

the window to the courtyard were

rarely used. Yet this space was the

renovation’s centrepiece: it was

an expression in stone of NRA’s

conviction that theatre does not

belong in ‘black boxes’ with no atmosphere

or flavour, but in a space

with a character that challenges

the performers.

The success of the building

soon revealed a downside. As Carl

Meeusen explained, ‘It wasn’t

actually designed for such intensive

use. Intensive use requires the very

best materials, but we simply didn’t

have the money for that, no matter

how hard we tried. For example, we

couldn’t replace the office windows

even though they only have single

glazing and are draughty. The existing

toilets were kept because they

were still good enough. And so on.’

We also didn’t succeed with

the redevelopment of the Schapenstraat

site. It always remained

a forgotten egress, suitable for a

II.2 renovations

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!