STAD TURNHOUT RUP “GALGEBEEK” Voorstudie met ... - LNE.be

lne.be

STAD TURNHOUT RUP “GALGEBEEK” Voorstudie met ... - LNE.be

STAD TURNHOUT

RUP “GALGEBEEK”

Voorstudie met integratie van

de plan-mer-screening


COLOFON

Opdracht:

RUP “Galgebeek

Opdrachtgever:

Stad Turnhout

Campus Blairon 200

2300 Turnhout

Opdrachthouder:

SORESMA nv

Britselei 23

2000 Antwerpen

Tel 03/221.55.00

Fax 03/221.55.03

www.soresma.be

kwaliteitslabel

ISO 9001:2000

Identificatienummer:

1283863007.doc/wsm/nds

Datum: status / revisie:

Februari 2009 voorstudie met integrie van de

plan-mer-screening

Maart 2009 advies dienst BGP

Vrijgave:

Jan Parys, Contractmanager

Projectmedewerkers:

Koen Janssens, senior adviseur

Wim Smeets, adviseur

Cedric Vervaet, mer-deskundige

Nathalie De Sutter, adviseur

© Soresma 2009

Zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van

Soresma mag geen enkel onderdeel of uittreksel uit deze tekst

worden weergegeven of in een elektronische databank worden

gevoegd, noch gefotokopieerd of op een andere manier

vermenigvuldigd.


Inhoud

1 Inleiding 5

1.1 Opdrachtomschrijving 5

1.2 Situering en afbakening plangebied 6

2 Beleidskader 7

2.1 Structuurplanning 7

2.2 Streefbeeld N12 16

2.3 Beleidskader natuur 19

2.4 Beleidskader landschap en erfgoed 19

3 Bestaande juridische toestand 21

3.1 Positief planologisch attest met voorwaarden 21

3.2 Gewestplan 21

3.3 BPA’s en RUP’s 22

3.4 Vergunningstoestand 22

3.5 Overige juridische aspecten 22

4 Samenvatting beleidskader en bestaande juridische toestand 23

5 Bestaande ruimtelijke structuur 24

5.1 Ruimtelijk functioneren en voorkomen van het plangebied 24

5.2 Mobiliteitsprofiel 24

6 Gewenste ruimtelijke structuur 25

6.1 Visie en ruimtelijke structuur 25

6.2 Motivatie planopties 27

7 Watertoets 28

7.1 Grondwaterstromingsgevoelige gebieden 28

7.2 Infiltratiegevoeligheid 29

7.3 Erosiegevoeligheid 30

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 3

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


7.4 Overstromingsgevoeligheid 30

7.5 Conclusie 31

8 Onderzoek tot m.e.r. 32

8.1 Bepalen van de plan-MER-plicht 32

8.2 Potentiële milieueffecten van het plan 34

8.3 Cumulatieve effecten 55

8.4 Leemten in de kennis 57

8.5 Grensoverschrijdende effecten 57

8.6 Discipline-overschrijdende conclusie onderzoek milieueffecten 57

Figuren

Figuur 2-1: Kaart 16.6 - Mogelijke ruimtelijke visie en inrichtingsprincipes - uit

voorstel van afbakening, Mens&Ruimte, 2002

Figuur 2-2: Deelplan 16: Grafisch plan

Figuur 2-3: Synthese gewenste ruimtelijke structuur N12 - N 132 (bron: Stramien,

Vectris)

Figuur 2-4: Streefbeeld N12 - Segment tussen R13 en Molenstraat

Figuur 8-1: bestaande toestand

Figuur 8-2: geldend plan (projectgebied aangeduid zwart gestreept)

Figuur 8-3: voorgenomen plan

Figuur 8-4: Bodemkaart t.h.v. het plangebied

Figuur 8-5: Waterlopen in de omgeving van het plangebied

Figuur 8-6: zoneringsplan t.h.v. het plangebied

Figuur 8-7: Biologische waardering t.h.v. het plangebied

Figuur 8-8: Landschapskenmerkenkaart t.h.v. de besproken planonderdelen

Figuur 8-9: Ferraris (1775) t.h.v. Turnhout met aanduiding van planonderdelen 2

en 3 (rood), Nonnenbossen (groen) en het meest zuidelijk deel van Gierle bos

(blauw) dat verder loopt tot Kasterlee.

Figuur 8-10: Bestaande toestand t.h.v. Turnhout met aanduiding van

planonderdelen 2 en 3 (rood), Nonnenbossen (groen) en het meest zuidelijk deel

van Gierle bos (blauw) dat verder loopt tot Kasterlee.

Figuur 8-11: bouwkundig erfgoed in de directe nabijheid van de besproken

planonderdelen 2 en 3

Figuur 8-12: restanten bouwkundig erfgoed in de omgeving van het plangebied

Figuur 8-13: stratenplan

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 4

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


1 Inleiding

1.1 Opdrachtomschrijving

Op 21 april 2008 werd door het college van burgemeester en schepenen van de stad

Turnhout een voorwaardelijk gunstig planologisch attest afgeleverd voor het Restaurant

Savoury in het kader van de bestendiging en verder exploitatie van het bedrijf.

Conform art. 145ter§3 van het decreet op ruimtelijk ordening is de gemeente er toe

gehouden om binnen het jaar volgend op de aflevering van een gunstig planologisch attest

een voorontwerp gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan op te stellen en over te maken aan

de betrokken instanties i.f.v. een plenaire vergadering.

Tegelijkertijd wordt de zonevreemde woningconcentratie in de omgeving mee in het RUP

opgenomen worden. De opmaak van een RUP voor deze zonevreemde

woningconcentratie is opgelegd als voorwaarde bij het planologisch attest en is ook

voorzien in de bindende bepalingen van het ruimtelijk structuurplan Turnhout.

De opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen gebeurt conform de bepalingen van het

decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en de

uitvoeringsbesluiten ervan.

Het ruimtelijk uitvoeringsplan omvat:

- een grafisch plan, dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het plan van

toepassing is;

- de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming, de

inrichting en/of het beheer;

- een weergave van de feitelijke en juridische toestand;

- relatie met het planologisch attest waarvan het een uitvoering is;

- in voorkomend geval, een zo mogelijk limitatieve opgave van de voorschriften die

strijdig zijn met het ruimtelijk uitvoeringsplan en die opgeheven worden;

De voorwaarden van het stedenbouwkundig attest worden als basis genomen voor de

ordening van het gebied tussen de Galgenbeekweg en de grens met de gemeente

Vosselaar.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 5

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


1.2 Situering en afbakening plangebied

Het studiegebied voor dit RUP beslaat zowel de percelen van restaurant Savoury als de

zonevreemde woningconcentratie in aansluiting met deze percelen. Ze zijn allen ten

noorden van de Antwerpsesteenweg gelegen.

Ook het openbaar domein langs de Galgenbeekweg maakt deel uit van het plangebied.

Verder is ook het gedeelte stadsrandbos uit het gewestelijk RUP voor de afbakening van

het regionaalstedelijk gebied Turnhout en de woningen die gelegen zijn in parkgebied ten

westen ervan, in het studiegebied opgenomen. Dit gebied zal een rol spelen in de

landschappelijke inpassing van het restaurant en de zonevreemde woningen.

Grensstellende elementen van het RUP zijn:

- Steenweg op Antwerpen (N12);

- Galgenbeekweg;

- Visbeekvallei op de grens met Vosselaar.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 6

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


2 Beleidskader

2.1 Structuurplanning

2.1.1 Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen werd door de Vlaamse Regering goedgekeurd op

23 september 1997. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen werd Turnhout met delen

van Vosselaar, Beerse en Oud-Turnhout geselecteerd als een regionaalstedelijk gebied.

Het stedelijk gebied Turnhout maakt geen deel uit van een stedelijk of een economisch

netwerk.

Turnhout wordt samen met 9 andere regionaalstedelijke gebieden op het 2de niveau

geplaatst, na de 3 grootstedelijke gebieden Brussel, Antwerpen en Gent. Een stedelijk

gebied vormt tegelijkertijd ook een economisch knooppunt. Andere economische

knooppunten in het buitengebied rond Turnhout zijn Arendonk en Malle. Ten zuidwesten

van Turnhout bevindt zich het economische netwerk van het Albertkanaal dat op Vlaams

niveau van groot belang is. Infrastructureel wordt Turnhout verbonden met dit netwerk door

een primaire weg, categorie II.

Het stedelijk gebied Turnhout ligt voorts centraal in een groot aaneengesloten gedeelte van

het buitengebied. Hierdoor heeft Turnhout enigszins een aparte plaats gekregen in het

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Het omringende gebied is één van de zes

aaneengesloten buitengebieden. Anders dan in de overige vijf bevindt er zich hierin een

stad die voldoet aan de normen van een regionaalstedelijk gebied met een bepaalde

dynamiek en ontwikkelingskansen.

Het RSV en de nederzettingsstructuur

Delen van Turnhout worden geselecteerd als behorende tot het regionaalstedelijk gebied

Turnhout. Hierbij hoort een stedelijk beleid dat volgende doelstellingen vooropstelt:

- stimuleren en concentreren van activiteiten;

- vernieuwen van de stedelijke woon- en werkstructuur door strategische stedelijke

projecten;

- ontwikkelen van nieuwe woningtypologieën en kwalitatieve woonomgevingen; -

leefbaar en bereikbaar houden door andere vormen van stedelijke mobiliteit en

door locatiebeleid;

- verminderen van het ongeordend uitzwermen van functies.

Dit vertaalt zich in volgende ontwikkelingsperspectieven:

- trendbreuk in de verdeling van de behoefte aan bijkomende woongelegenheden:

60% in de stedelijke gebieden en 40% in de kernen van het buitengebied;

- minimale woningdichtheden: minimaal 25 woningen per hectare;

- differentiatie en verbetering van de woningvoorraad;

- versterken multifunctionaliteit;

- kantoren aan knooppunten van openbaar vervoer;

- afstemmen van voorzieningen op het belang van het stedelijk gebied;

- bundelen van kleinhandel;

- optimalisering van recreatieve en toeristische voorzieningen en medegebruik;

- zorg voor collectieve en openbare ruimte;

- behoud en ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke

groengebieden;

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 7

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


- waarborgen voor landbouw in stedelijke gebieden;

- behoud en uitbouw van cultureel-maatschappelijke waardevolle elementen in de

stedelijke gebieden;

- stedelijke mobiliteit en locatiebeleid.

2.1.2 Afbakening van het regionaalstedelijk gebied Turnhout

In uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is de Vlaamse Regering dertien

stedelijke gebieden aan het afbakenen. Centraal staat hierbij een doordacht en evenwichtig

aanbodbeleid, dat niet enkel rekening houdt met kwantiteit maar ook met kwaliteit. De

vraag is dus niet alleen: hoeveel bijkomende woningen, bedrijventerreinen en

groengebieden hebben we nodig, maar ook: welke zijn hier de meest geschikte locaties

voor?

Op 4 juni 2004 heeft de Vlaamse regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de

afbakening van het regionaalstedelijk gebied Turnhout definitief vastgesteld. In dit plan

geeft de regering aan waar in het regionaalstedelijk gebied de beste locaties liggen voor

bijkomende woningen, bedrijven en groen. Zo wil de regering er zorg voor dragen dat de

regio Turnhout zich in de nabije toekomst op een ruimtelijk evenwichtige manier ontwikkelt.

Het regionaalstedelijk gebied Turnhout is binnen de Kempen de centrum-plek bij uitstek.

Hier wil de regering in de toekomst een voldoende groot en gedifferentieerd woningaanbod

ontwikkelen, de economische potenties van het gebied uitbouwen, de toeristische troeven

uitspelen, en zorg dragen voor een aangename leefomgeving die goed bereikbaar is.

Het ruimtelijk uitvoeringsplan voor het regionaalstedelijk gebied Turnhout voorziet onder

meer in:

- een centraal gelegen stadsbos

- groengebieden op de rand van het stedelijk gebied

- waarborgen voor stedelijke landbouw

- een strategisch woonproject aan de noordzijde van het kanaal

- de mogelijkheid tot bouwen van bijna 7.500 woningen (waarvan 1.160 bijkomende

woningen in goedgelegen woonuitbreidingsgebieden)

- stedelijke vernieuwing in de stationsomgeving

- ongeveer 180 ha bijkomende bedrijventerrein op drie goedgelegen terreinen

Het plangebied is gelegen binnen de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Turnhout

Deelplan 16 – Bosgebied Stadsbos Regionaalstedelijk gebied Turnhout

Het ruimtelijk uitvoeringsplan bestaat uit een groot aantal deelplannen. In aansluiting met

het studiegebied bevindt zich “deelplan 16 – Bosgebied Stadsbos Regionaalstedelijk gebied

Turnhout”. In het RUP zal rekening gehouden worden met de doelstellingen en visie voor

dit deelplan.

De belangrijkste doelstelling is de inrichting van het noordelijk gedeelte van de

zogenaamde 'groene sikkel' als een toegankelijk en openbaar recreatief stadsbos van 200

à 300 ha met vrijwaring van de belangrijkste natuurwaarden. Daarmee wordt tegemoet

gekomen aan een belangrijk onderdeel van het sleutelconcept, met name het niet

bebouwen van het gebied tussen de cluster Beerse/Vosselaar en Turnhout/Oud-Turnhout.

Ter verwezenlijking van deze doelstellingen worden een aantal concepten opgesteld.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 8

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 2-1: Kaart 16.6 - Mogelijke ruimtelijke visie en inrichtingsprincipes - uit voorstel van

afbakening, Mens&Ruimte, 2002

1. Bosuitbreiding en vrijwaring van natuurwaarden: Het stadsbos als actief en recreatief

gebied wordt gecombineerd met stille ontoegankelijke natuurgebieden. Bijkomende

studie is nodig om te bepalen waar mogelijkheden bestaan voor bosuitbreiding en

welke de belangrijkste te vrijwaren natuurgebieden zijn. Ook de

ontwikkelingsperspectieven voor de andere (bestaande en nieuwe) functies dienen

nader onderzocht te worden. Het op het gewestplan bestemde woonuitbreidingsgebied

en het industriegebied (bedrijf den Dam) zijn twee belangrijke zoekzones voor

bosuitbreiding.

2. Drie toegangen met de N12 als het opstappunt voor openbaar vervoer: Naar aanleiding

van het verder overleg na het afbakeningsproces (waar de Weigang als de

hoofdtoegang werd aangeduid) wordt geopteerd voor drie mogelijke toegangen voor

het autoverkeer: vanaf de N12 ter hoogte van de Beukendreef; aan de Kapelstraat en

aan de Kriksensstraat. De belangrijkste toegang voor het openbaar vervoer is ook

gesitueerd aan de N12/Beukendreef. Met betrekking tot het parkeren (in totaal

maximaal 100 parkeerplaatsen) zal het onderzoek rond de inrichtingsstudie uitsluitsel

geven over één van de volgende twee alternatieven: ofwel wordt rond de drie

toegangen een afzonderlijke parking voorzien; ofwel wordt er geopteerd voor één

clustering in het stadsbos, met name ter hoogte van de huidige vliegclub en

voetbalvelden. De parkeerplaatsen zullen in de (bos)omgeving moeten worden

ingepast. Rond de toegangen (ten minste die aan de N12) en/of parkings is het

mogelijk om een onthaalvoorziening te situeren met informatie en voorzieningen voor

de bezoekers van het stadsbos. Vandaar zullen verschillende “aders” het volledige

“lichaam” (het stadsbos) doorlopen.

3. Opheffen reservatie voor de aanleg van de ring (R13): De Ring rond de binnenstad is

reeds gerealiseerd, waardoor de reservatie die voorzien is op het gewestplan kan

worden opgeheven. Dit verandert niets aan de onderliggende bestemmingen of de

bestaande vergunningen.

4. Recreatieve aders doorheen het gebied: Recreatieve aders zullen de woonkernen

Beerse – Vosselaar en de stadskern Turnhout met elkaar verbinden. Dit kan gebeuren

via bestaande toegangen en bruggen die verder uitgebouwd kunnen worden. Eveneens

zal de recreatieve ader langsheen het Kanaal Dessel – Schoten (deel uitmakend van

het Vlaams recreatief netwerk) aangesloten worden op het stadsbos: door de

recreatieve activiteiten langsheen het Kanaal aan de zuidkant te laten ontwikkelen, is er

de mogelijkheid om de binding tussen beide optimaal te benutten. Opgemerkt moet

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 9

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


worden dat het niet noodzakelijk is om enkel de zuidkant van het Kanaal recreatief te

ontwikkelen: men kan van kant wisselen via bestaande bruggen en eventueel een

bijkomende brug, bijvoorbeeld ter hoogte van de huidige ringburg of ter hoogte van het

huidige industrieterrein (Den Dam), die als een bijkomend recreatieve elementen

kunnen functioneren. Op deze manier kunnen conflicten met de economische

activiteiten worden vermeden.

5. Recreatieve elementen zorgvuldig gekoppeld aan de aders: Langs de recreatieve aders

kunnen verschillende activiteiten worden gesitueerd. Dit kunnen bestaande activiteiten

zijn of nieuwe.

In het gebied dat wordt begrensd zijn op dit ogenblik verschillende zonevreemde woningen

en constructies opgenomen. Dit betreft bijvoorbeeld een aantal woningen langs de N12 en

de Wilgentakjesdreef. Als globaal principe wordt gesteld dat de bestaande vergunde

woningen in principe kunnen behouden blijven, echter met strenge voorwaarden met

betrekking tot her- of verbouwmogelijkheden. Het verder opdelen van de bestaande

bebouwde percelen ten behoeve van bijkomende woningen of het inplanten van nieuwe

woningen wordt niet toegelaten.

Figuur 2-2: Deelplan 16: Grafisch plan

2.1.3 Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen

Het ruimtelijk structuurplan voor de provincie Antwerpen is bij ministerieel besluit van 10 juli

2001 goedgekeurd. Het plan vormt een verfijning van uitspraken die reeds in het RSV

werden gedaan en met betrekking tot het gemeentelijk ruimtelijk beleid bevat het een

aantal concrete taakstellingen en selecties, die een sterke doorwerking hebben naar het

gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Hieronder worden de belangrijkste selecties en

beleidslijnen m.b.t. Turnhout aangehaald.

Vermits Turnhout zal behoren tot een regionaalstedelijk gebied werden de meeste

taakstellingen betreffende Turnhout toegekend aan het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

(zoals de verdeling van de behoefte aan bijkomende woningen, selectie en afbakening van

industrieterreinen, …).

In het ruimtelijk Structuurplan van de provincie zijn enkel een aantal inhoudelijke

taakstellingen voor Turnhout uitgewerkt:

- het aangeven van de gebiedseigen ontwikkelingsperspectieven voor

natuurverbindingsgebieden en het selecteren van ecologische infrastructuur van

bovenlokaal belang

- het aangeven van ontwikkelingsperspectieven en maatregelen voor de agrarische

macrostructuur

- het selecteren en aangeven van ontwikkelingsperspectieven voor bebouwde

perifere landschappen op provinciaal niveau

- het uitwerken van een visie op de kleinhandel (regionale schaal) en op de

toeristisch-recreatieve infrastructuur

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 10

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


- het aanduiden van lijninfrastructuren van provinciaal belang

Specifiek voor Turnhout werd hierin geduid op de toeristisch-recreatieve potentie van het

kanaal onder de voorwaarde dat de nieuwe invulling van de, vroeger kanaalgebonden,

industrieterreinen geen afbreuk doet aan de recreatieve functie en het beeld.

Het RSPA en de natuurlijke structuur

Binnen het Ruimtelijk Structuurplan van de Provincie worden de natuurverbindingsgebieden

en de ecologische infrastructuur van bovenlokaal belang aangeduid.

Voor Turnhout en haar omgeving werd het Kanaal Dessel-Schoten in zijn geheel als

natuurverbindingsgebied aangeduid. Tussen Vosselaar en Turnhout werd de Visbeek als

natuurverbinding tussen het Giels Bos en het Looi geselecteerd en het gebied ten noorden

van Turnhout en ten zuiden van Nazareth als ecologische infrastructuur van bovenlokaal

belang.

Het RSPA en de nederzettingsstructuur

Het RSPA kan geen uitspraken doen voor Turnhout betreffende de kwantitatieve

taakstelling voor wonen.

Het RSPA en de ruimtelijk-economische structuur

Wat de ruimte voor economische bedrijvigheid in de economische knooppunten betreft,

heeft de provincie geen bevoegdheid voor de gemeenten van het stedelijk gebied Turnhout.

Bij de categorisering van de toeristisch-recreatieve ruimten wordt het toeristisch-recreatief

netwerk Kempen weerhouden. Het omvat (delen van) de gemeenten Arendonk, Balen,

Beerse, Dessel, Geel, Herentals, Kasterlee, Laakdal, Lille, Meerhout, Mol, Olen, Oud-

Turnhout, Retie, Turnhout, Vorselaar, Vosselaar en Westerlo.

Het stedelijk gebied Turnhout wordt als een gebied van primair toeristisch-recreatief belang

geselecteerd. Hier is uitbreiding en inplanting van nieuwe hoogdynamische infrastructuur

mogelijk.

Het Bels Lijntje tussen Turnhout en Tilburg en het Kanaal Dessel-Schoten behoren tot een

gebundeld netwerk. Bovendien zal de provincie een op te richten samenwerkingsverband

coördineren met de gemeenten die gelegen zijn aan het kanaal Dessel-Schoten.

Het RSPA en de verkeers- en vervoersstructuur

Het is de taak van de Provincie de secundaire wegen te selecteren. Een secundaire weg

heeft als hoofdfunctie verzamelen op bovenlokaal niveau, gemengd met ontsluiten op

lokaal niveau. De secundaire wegen zijn van belang voor de ontsluiting van gebieden naar

de primaire wegen en hoofdwegen en voor de bereikbaarheid van diverse activiteiten

langsheen deze wegen. De doorgaande verkeersfunctie is ondergeschikt aan de lokale

verblijfsfunctie. De belangrijkste eisen zijn de verkeersleefbaarheid en ruimtelijke inpassing.

Beide primeren op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling.

De N12 (vanaf ring Turnhout tot Antwerpen) werd geselecteerd als secundaire weg type III.

De verbinding Antwerpen - Turnhout - Malle via de N12 wordt geselecteerd als stamlijn voor

openbaar-vervoerverbindingen. De progressieve vervanging van de drukst bereden

baanvakken door tramlijnen wordt voorzien. De buslijn 41 Antwerpen – Turnhout behoort

tot de best bezette lijn van Vlaanderen, een tramlijn komt dus zeker in aanmerking;

Het RSPA en de landschappelijke structuur

Het structuurplan selecteert de structuurbepalende landschapselementen en –

componenten. Voor het stedelijk gebied werden slechts twee elementen weerhouden: het

cuestafront van de kleien van de Kempen met de ingesneden riviertjes op de cuestarug en

het kanaal Dessel-Schoten met het kleiwinningsgebied.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 11

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


2.1.4 Ruimtelijk Structuurplan Turnhout

Het gemeentelijk Ruimtelijke Structuurplan (GRS) van de stad Turnhout werd op 3 juli 2008

door de bestendige deputatie goedgekeurd. In dit beleidsdocument wordt de visie op de

ontwikkeling van de stad uitgewerkt.

2.1.4.1 Richtinggevend gedeelte – Gewenste ruimtelijke structuur

De visie op de ruimtelijke ontwikkeling wordt verwoord in een aantal ‘concepten’. Dit zijn

concrete ruimtelijke principes die te lokaliseren zijn op de kaart. De verschillende

concepten zijn de bouwstenen van de gewenste ruimtelijke structuur. Samengevoegd

leveren zij de onderlegger van die gewenste ruimtelijke structuur.

Onderstaande concepten werden uitgewerkt voor de stad. De concepten die van

toepassing zijn op het studiegebied worden uitgebreider toegelicht.

- Turnhout, middelpunt van het klaverblad van de Kempen

- Een meerpolige structuur voor de binnenstad als knooppunt van handel en

diensten in stedelijke Oost-West band

- Omgeving ring: concentratie van stedelijke

activiteiten – Knooppunten aan kruispunten van

ring en as N12-N18: De N12 en de N18 zijn

belangrijke assen voor openbaar vervoer, en daarom

zijn de kruispunten ervan met de ring aangewezen

als concentratiepunten voor stedelijke activiteiten.

Deze zijn dan niet alleen goed bereikbaar voor het

autoverkeer, maar ook voor het openbaar vervoer.

- E34: drager van economische activiteit: Bij de

verdere ontwikkeling van Turnhout is de versterking

van de bestaande stedelijke oost-west band de

leidraad. De as N12- N18 is de ruggengraat van deze

band, en de binnenstad van Turnhout vormt hierop

het knooppunt van handel en diensten. Deze rol als

handels- en dienstencentrum voor de regio wordt

versterkt. Naast de commerciële voorzieningen en de

publieke dienstverlening van tal van

overheidsinstellingen is hier ruimte voor nieuwe

vormen van werkgelegenheid in de private

dienstensector en in kleine bedrijfjes.

- Woongebieden met grote diversiteit

- Kanaalomgeving als attractiepool

- Binnenstad: knooppunt van handel en diensten in stedelijke Oost-West band

- Stad te midden van de open ruimte:

Turnhout moet zijn unieke ligging als stad te midden

van de open ruimte maximaal benutten en als troef

uitspelen. Deze ligging moet tot in de woongebieden

en het centrum van de stad voelbaar worden

gemaakt, zowel voor de stadsbewoner als voor de

stadsbezoeker.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 12

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Sterker contrast tussen bebouwde en onbebouwde ruimte

Door de grenzen tussen bebouwing en open ruimte scherper te maken wordt het

specifiek karakter van Turnhout duidelijker. Op die grenzen kan door verdichting

van de bebouwing ‘het begin van de stad’ sterker in de verf gezet worden.

Natuurgebieden verbinden – Waaier van natuurgebieden

Turnhout heeft een aantal waardevolle natuurgebieden. Door deze onderling te

verbinden kan de waarde en de betekenis ervan nog vergroot worden.

De belangrijkste natuurgebieden rond het stedelijk gebied Turnhout (Liereman,

Turnhouts Vennengebied, De Dongen, duinencomplex tussen Vosselaar en Lille,

… ) maken deel uit van een groter geheel: de natuurgebieden treden op als kernen

van grotere natuurgebieden waarvan de natuurwaarde gradueel afneemt naar de

randen toe, en die overgaan in stadsondersteunend groen.

Levensvatbare landbouw

De grote aaneengesloten open ruimte in het noorden en het zuiden van Turnhout

laat toe een levensvatbare landbouwexploitatie te organiseren. Door een

verbreding van de activiteiten kan de economische betekenis van deze sector

versterkt worden. Wanneer dan ook nog gekozen wordt voor duurzame en

gezonde landbouw zou het ‘Turnhoutse’ tot een kwaliteitslabel kunnen uitgebouwd

worden.

Een ster van recreatieve routes

Vanuit het centrum en doorheen de woongebieden kunnen groene straten en

groene vingers de verbindingen naar de open ruimte verduidelijken. Dit maakt de

woonomgeving aantrekkelijker en versterkt het beeld van Turnhout als groene stad.

De groene vingers kunnen tevens fungeren als verbindingen voor langzaam

verkeer tussen stad en open ruimte, en als vestigingsplaatsen voor

recreatievoorzieningen.

De concepten zijn verder doorvertaald in een gewenste ruimtelijke structuur die per

deelstructuur wordt uitgewerkt. Er werd voor de ruimtelijk-natuurlijke structuur, de

nederzettingsstructuur, de ruimtelijk-economische structuur, de structuur van sport- en

recreatie en de verkeers- en vervoerstructuur een gewenste ontwikkeling vooropgesteld.

Hieronder worden de voor het studiegebied van belang zijnde elementen hieruit

samengevat.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 13

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


- ruimtelijk-natuurlijke structuur

Het studiegebied maakt deel uit van een groene vinger

ten westen van de stad. Samen met een aantal

andere groene vingers vormt hij de link tussen natuur

en stad.

- nederzettingsstructuur

Voor het plangebied zijn de ontwikkelingsperspectieven

voor zonevreemd wonen van

toepassing. Het ruimtelijk structuurplan Turnhout

formuleert een algemeen beleid ten aanzien van

zonevreemde woningen. Dit beleid situeert zich niet op

perceelsniveau maar geeft een algemene aanpak. De

concrete aanpak zal op het niveau van ruimtelijke

uitvoeringsplannen verder uitgewerkt worden.

Er worden een aantal gebiedsgerichte richtlijnen geformuleerd.

In een beperkt aantal situaties kan het aangewezen zijn om concentraties van

zonevreemde woningen in de gewenste ruimtelijke structuur aan te geven en die

later via een ruimtelijk uitvoeringsplan op perceelsniveau de bestemming

woongebied toe te kennen. De woningen binnen deze concentraties krijgen

dezelfde mogelijkheden als woningen in woongebied. Alleen percelen met

zonevreemde woningen die aansluiten op een kern komen in aanmerking voor

herbestemming tot woongebied.

Langs de N12 is een parkgebied gelegen, ten zuiden van het stadsbos (een deel is

hierin opgenomen), waarin een tiental eengezinswoningen en een

appartementsblok zijn gelegen (De Somer). Om de eigenaars rechtszekerheid te

geven dienen deze woningen opgenomen te worden in woongebied met landelijk

karakter of in woongebied. De bestemming parkgebied is hier achterhaald, omwille

van de nabijheid van het stadsbos, dat de functie van parkgebied op zich neemt.

Het gebied is bovendien gelegen langs een sterk verstedelijkte as. Het is echter in

geen geval de bedoeling om nieuwe woonkavels te creëren. Voorschriften in

verband met het groene karakter van de omgeving dienen te worden toegevoegd,

alsook beperkingen naar de vallei van de Galgebeek toe.

Er zijn ook een aantal zonevreemde woningen die liggen op de grens van het

woongebied. Zo zijn er een 80-tal woningen die op maximaal 15 meter van de

grens van het woongebied zijn gelegen. Deze kunnen een volwaardige

woonbestemming te krijgen. Dit moet echter geval per geval bekeken worden.

Wellicht is het niet in alle gevallen wenselijk een volwaardige woonbestemming,

inclusief overige functies en meergezinswoningen toe te laten. Een nadere

afweging (o.m. vanuit eventuele nabijgelegen open ruimte structuren) dient eerst te

gebeuren.

- ruimtelijk-economische structuur

Er zijn geen bepalingen van toepassing op het plangebied

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 14

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


- structuur van sport- en recreatie

Parken aansluitend op de kernstad: Bestaande en

nieuwe parken worden zo direct mogelijk gekoppeld

aan de binnenstad, zodat een sterke en veilige relatie

ontstaat. Het in tunnel leggen van het zuidelijk deel van

de ring kan de band met het bestaande stadspark

versterken.

Het nieuw te ontwikkelen FRAC-terrein kan via een

fietsverbinding langs het spoor goed aangesloten

worden op de binnenstad. Ook met het bestaande

stadspark en met de zuidelijke woonwijken kunnen

veilige verbindingen gerealiseerd worden.

Op de grens van Turnhout met Vosselaar kan een stadsbos voor heel het stedelijk

gebied ontwikkeld worden. Dit sluit perfect aan op de binnenstad en is via

verschillende routes veilig te bereiken.

Het randstedelijk groengebied binnen de zone Bentel en de groene vingers binnen

de ontwikkeling Heyzijdse Velden vervolledigen dit geheel van recreatief bruikbare

groenzones rondom het centrum.

- verkeers- en vervoerstructuur

2.1.4.2 Bindende bepalingen

Een hoogwaardig stedelijk en regionaal openbaar

vervoerssysteem: Een tramverbinding tussen

Antwerpen en het regionaalstedelijk gebied Turnhout

kan op termijn een vervanger worden voor de reeds

bestaande drukke buslijn tussen beiden. De N12

fungeert hierbij als drager. De locatie van de eindhalte

valt best samen met de terminus voor het

streekvervoer. Het Papenbruggeplein aan de zuidelijke

ring kan hiervoor een goede locatie zijn in samenhang

met de bovenlokale voorzieningen aan het stedelijk

plateau. In afwachting van de tramverbinding wordt de

N12 en eventueel stukken van de R13 uitgerust met

een centrale vrijliggende busbaan. Dit concept is

goedgekeurd in de streefbeeldstudie.

Verzorgen van functionele fietsverbindingen via veilige

routes: Prioritaire aandacht moet uitgaan naar dagelijks

wederkerende verkeersstromen zoals het schoolverkeer

en de woon-werkverplaatsingen. Langs de

hoofdverkeerswegen, zoals steenwegen en ring, dienen

gescheiden fietspaden te worden voorzien. Bij

belangrijke oversteken gaat de voorkeur uit naar

ongelijkgrondse kruisingen. In de binnenstad dient de

veiligheid te worden gegarandeerd door verminderen van de auto-intensiteit en het

vertragen van de snelheid. Het mengen van het verkeer is bij de beperkingen van

de ruimte in de binnenstad immers de enige oplossing om die bereikbaar te

houden voor auto en voor fietsers.

Selectie en categorisering van elementen van de gewenste ruimtelijke structuur

Selectie van de Galgebeek-Meirgorenloop (B) als natte natuurverbinding tussen het

bosreservaat Den Doolhof, het natuurreservaat Peerdsven, het beschermd landschap

Boones Blijk, het randstedelijk groengebied de Wieltjes en het stadsbos. (natuurlijke

structuur)

Acties

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 15

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Opmaken van Ruimtelijke Uitvoerings Plannen op gemeentelijk niveau: RUP Galgebeek

i.v.m. de zonevreemde woningen in het parkgebied langs de N12.

2.1.5 Ruimtelijk Structuurplan Vosselaar

In maart 2007 werd het GRS Vosselaar definitief goedgekeurd. Hierin werd de

Visbeekvallei op de grens met Turnhout in de gewenste ruimtelijke structuur als Groene,

recreatieve gordel aangeduid. Deze zone krijgt het beeld van een stadsbos voor heel het

stedelijk gebied, waarin een aantal recreatieve voorzieningen vervat zitten. Bestaande en al

dan niet nieuwe activiteiten worden verbonden met aangename wandel- en fietspaden. Het

overgrote deel van deze band behoudt het natuurlijke karakter.

Ten aanzien van zonevreemde woningen

formuleert het ruimtelijk structuurplan

Vosselaar een duidelijk uitgangspunt:

bijkomende woningen buiten de juridische

vastgestelde gebieden zijn niet meer

mogelijk; bestaande vergunde woningen

krijgen een gebiedsgerichte

rechtszekerheid.

Om rechtszekerheid te bieden worden

binnen de gemeente Vosselaar

ontwikkelingsperspectieven opgesteld

enerzijds voor verspreide zonevreemde

woningen, anderzijds voor ruimtelijke

concentraties, omdat dit een verschillende

problematiek betreft.

Als basis voor de ontwikkelingsperspectieven vertrekt Vosselaar van de principes zoals

vermeld in het huidige decreet op zonevreemde woningen. Toch is de gemeente van

mening dat deze principes verder gedetailleerd moeten worden.

Op de grens met de gemeente Turnhout bevinden zich woonconcentraties buiten ruimtelijk

kwetsbare gebieden en recreatiegebieden. Voor deze woningen worden de principes

gehanteerd voor zonevreemde woningen buiten ruimtelijk kwetsbare gebieden en

recreatiegebieden. Aanvullend worden hier het oprichten van afzonderlijke bijgebouwen,

binnen een afstand van 50m vanaf de rooilijn toegestaan;

De woonconcentraties zullen in het kader van een RUP nader onderzocht worden tot op

perceelsniveau. Daarbij wordt nagegaan of bepaalde woningen kunnen behoren tot een

woonkorrel. De voorwaarde is dat er minimum 5 woningen, gelegen aan een uitgeruste

weg, al dan niet gecombineerd met woningen binnen de juridisch vastgestelde

woongebieden, kunnen worden afgebakend.

2.2 Streefbeeld N12

In december 2005 werd door Stramien i.s.m. Vectris een Ruimtelijk Streefbeeld R13 –

N12 – N19 – N132 – N140 – Ring van Turnhout en omgeving opgemaakt.

De macrostructuur van Turnhout en haar omgeving wordt gekenmerkt door drie oost-westassen.

Karakteristiek aan deze oost-west-structuur is de directe nabijheid, zowel van de

rust en de openheid van de natuur (voornamelijk in het noorden) als van de dynamiek en

bedrijvigheid van de stad en de economische activiteiten (voornamelijk ten zuiden). Beide

sferen liggen overal in het stedelijk gebied op korte afstand, zijn bij wijze van spreken

overal voelbaar aanwezig (te maken). Deze tweeledigheid maakt de kwaliteit van het

wonen in het Turnhoutse zeer bijzonder, hierop wordt in de streefbeeldstudie verder

gebouwd.

Volgende elementen maken deel uit van de gewenste ruimtelijke structuur voor de N12 en

haar omgeving:

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 16

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


- Doorlopende vrije busbaan, die op termijn kan omgebouwd worden tot trambaan

of light-rail.

- Accentuering van de doortocht van de dorpskern (tussen Molenstraat en

Hofeinde).

- Beperking van het aantal volwaardige kruispunten (alle bewegingen mogelijk),

die dan wel extra beveiligd worden (lichtengeregeld).

- Afsluiting van een aantal zijstraten (Dreef en Oudstrijdersstraat, Lindendreef,

Koningslaan, Sint-Lambertusstraat (reeds afgesloten)) voor gemotoriseerd verkeer

vanaf de N12 (enkel fietsers en voetgangers).:

- Op de overige kruispunten is de centrale busbaan niet overrijdbaar voor

autoverkeer: enkel rechts in, rechts uit. Voor fietsers en voetgangers is er wel een

oversteekmogelijkheid.

Figuur 2-3: Synthese gewenste ruimtelijke structuur N12 - N 132 (bron: Stramien, Vectris)

Het traject van de N12 is opgedeeld in een aantal segmenten waarvoor de gewenste

ruimtelijke structuur verder in detail is uitgewerkt. Het plangebied ligt langs het segment

tussen R13 en de Molenstraat. Hiervoor worden volgende maatregelen voorgesteld:

- Ontwerpsnelheid 50 km/h.

- Accentuering centrumgebied (meer stenig, samenhangend verblijfskarakter van

gevel tot gevel). In de toekomst kan de handelsfunctie in dit gedeelte nog versterkt

worden. Ook de relatie met de omgeving Cingel wordt versterkt (doortrekking

centrumactiviteiten tot op de N12).

- Centrale vrije busbaan (6 m + goten 30 cm).

- Aan weerszijden een rijstrook (3 m).

- De rijweg (asfalt) wordt gescheiden van de busbaan door middel van een verharde

tussenberm met boomvakken.

- De brede zijbermen bestaan uit een parkeerstrook met boomvakken, een

vrijliggend fietspad en een voetpad.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 17

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Ter hoogte van het Mariapark wordt het pleinkarakter versterkt, met aan weerszijden een

bushalte met bijhorende voorzieningen (schuilhuis, fietsenstallingen, zitgelegenheid,

groenstructuur…).

Figuur 2-4: Streefbeeld N12 - Segment tussen R13 en Molenstraat

Prioriteiten

Met het oog op een gefaseerde ontwikkeling of uitvoering van het streefbeeld zijn er

prioriteiten opgesteld. Op middellange termijn kan het streefbeeld in een eerste fase

gerealiseerd worden naar aanleiding van de aanleg van een vrije busbaan, die ten slotte

op lange termijn kan omgebouwd worden tot trambaan. De timing hangt sterk af van

prioriteiten die door De Lijn in de provincie vooropgesteld worden ter verbetering van de

doorstroming van het openbaar vervoer en dient dan ook in een breder verband gesitueerd

te worden (totaliteit van de as Antwerpen – Turnhout).

Aanpak

Om de verschillende maatregelen die het streefbeeld voorstelt tot uitvoering te brengen

wordt een plan van aanpak voorgesteld. Hierin komen volgende aandachtspunten m.b.t.

het studiegebied aan bod:

- De toegang tot het stadsbos (met bijbehorende parking en dwarsende fietsroute)

zal eveneens verder uitgewerkt worden in het kader van het inrichtingsplan voor dit

stadsbos. Bijzondere aandacht gaat naar een veilige oversteekbaarheid op deze

plek, vooral ook voor voetgangers en fietsers, en de integratie van een bushalte.

- De Lijn zal, in samenspraak met het samenwerkingsverband stedelijk gebied

Turnhout, een concept opzetten over de reorganisatie van het openbaar vervoer

in de regio, gekoppeld aan de uitbouw van de openbaarvervoeras op de N12. In

een eerste fase gaat het hier om de uitbouw van de vrije busbaan. Dit kan enkel

mits totale herprofilering van de as, inclusief het vervangen van de huidige bomen

door vier nieuwe rijen laanbomen. Zoals hoger gesteld moet de realisatie van een

busbaan (later trambaan) bekeken worden voor de hele as Antwerpen – Malle –

Turnhout.

- Op lange termijn kan deze busbaan vervangen worden door een vrije trambaan.

Dit kadert in de opvolging van het Pegasusplan, waarbij in eerste instantie de tram

vanuit Antwerpen doorgetrokken wordt tot in Wijnegem, daarna tot in Malle, en

uiteindelijk (volgens dit streefbeeld) tot in Turnhout. Module 8 is inzetbaar voor de

realisatie van de vrije busbaan.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 18

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


2.3 Beleidskader natuur

Natura 2000

Het plangebied bevindt zich niet in een speciale beschermingszone binnen het Europese

ecologische netwerk Natura 2000. De betreffende Europese vogel- en habitatrichtlijnen zijn

bijgevolg niet van toepassing. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn geen vogel- en

habitatrichtlijnen gelgen.

Gebieden van het VEN

Het plangebied is niet gelegen in VEN-gebied. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn

geen VEN-gebieden gelegen.

Biologische waarderingskaart

Het plangebied wordt op de biologische waarderingskaart aangeduid als biologisch minder

waardevol. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een biologisch waardevolle en

biologisch zeer waardevolle zone.

2.4 Beleidskader landschap en erfgoed

Landschapsatlas

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 19

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen de relictzone “Bosgebied Galgeneinde,

Kruisberg, Gierle Bos en Nonnenbossen”. Er bevinden zich geen ankerplaatsen volgens de

landschapsatlas.

Ten westen van het plangebied bevinden zich de puntrelicten “Villa Den Ouden Bareel”, ten

zuiden “Villa des Chênes” en ten oosten het “Sint-Jozefscollege”.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 20

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


3 Bestaande juridische toestand

3.1 Positief planologisch attest met voorwaarden

Door bvba Lauryssen – De Meester werd een aanvraag ingediend voor een planologisch

attest voor het Restaurant Savoury.

De opmaak van het RUP resulteert uit het positief planologisch attest dat op 21 april 2008

door het college van burgemeester en schepenen van de stad Turnhout werd afgeleverd,

voor de bestaande toestand en de uitbreidingen op korte en lange termijn, onder volgende

voorwaarden:

- Het RUP wordt opgemaakt voor de volledige zonevreemde woningconcentratie,

waarbij het restaurant omwille van historisch gegroeide en deels vergund / deels

onvergund geachte situatie specifieke voorschriften krijgt.

- Het RUP bestemd de strook openbaar domein langs de Galgenbeekweg tot

groenstrook opdat het parkeren en leveren maximaal op het terrein van het restaurant

moeten plaatsvinden en er een betere integratie kan zijn in de groene omgeving;

- Het RUP houdt rekening met de ontwikkelingsmogelijkheden van de Galgebeek als

natuurverbinding.

3.1.1 Inhoud en motivatie van de aanvraag

Korte termijn

Op korte termijn wenst het bedrijf in de eerste plaats een bestendiging van de

bedrijfsactiviteiten op de huidige locatie. Daarnaast wenst men een uitbreiding van de

keuken, een bijkomende berging en sanitair voor het personeel. Deze uitbreiding heeft een

oppervlakte van ca. 48,5m² en sluit in noordelijke richting aan op het bestaande gebouw

(zijde Galgenbeekweg).

Door de geplande uitbreidingen zal men twee nieuwe werknemers aanwerven. Men

verwacht geen toename van het aantal voertuigbewegingen.

Lange termijn

Er zijn geen ruimtelijke behoeften op lange termijn.

3.2 Gewestplan

Op 30 september 1977 werd bij Koninklijk Besluit het gewestplan Turnhout goedgekeurd

waartoe het plangebied behoort. De bestemming van het plangebied is parkgebied.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 21

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


3.3 BPA’s en RUP’s

Het plangebied is niet gelegen binnen een BPA.

Het plan is gelegen binnen het afbakening van het Regionaalstedelijk gebied Turnhout. In

aansluiting met het studiegebied bevindt zich “deelplan 16 – Bosgebied Stadsbos

Regionaalstedelijk gebied Turnhout”.

3.4 Vergunningstoestand

Het restaurant werd ingericht in een villa die dateert van voor 1962 en waarin zich reeds

lange tijd (van ruim voor 1984) een caféfunctie bevond. De commerciële functie kan om

die reden als vergund geacht beschouwd worden. De parking voor 18 parkeerplaatsen in

de tuin werd vergund in 2004.

De vergunningen voor de betrokken bebouwing zullen worden aangevuld.

3.5 Overige juridische aspecten

Rooilijnen

De Steenweg op Antwerpen heeft ter hoogte van het plangebied een ontworpen profiel van

26m. De ontworpen rooilijn ligt op 13m uit de as van de weg.

De zone voor achteruitbouw bedraagt 8m zodat de minimum bouwlijn op 21m uit de as van

de weg ligt.

De Galgebeekweg.

Atlas van de buurtwegen

Het plangebied wordt begrensd door twee buurtwegen:

- Weg nr 192

- Steenweg van Antwerpen naar Turnhout

Erfdienstbaarheden

Erfdienstbaarheidszone van 5m langs beide kanten van de Galgebeek gemeten vanaf de

kruin van de waterloop.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 22

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


4 Samenvatting beleidskader en bestaande

juridische toestand

Document Kenmerken

Gewestplan Parkgebied

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen GRUP ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied

Turnhout’ (BVR 4 juni 2004)

Provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen geen

Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen geen

Algemene plannen van aanleg geen

Bijzondere plannen van aanleg geen

Niet-vervallen verkavelingen geen

Stedenbouwkundige vergunningen ja

Milieuvergunningen Ja

Rooilijnplannen Galgebeekweg / Steenweg op Antwerpen

Buurtwegen geen

Beleidskader landbouw, natuur en bos

Afbakening agrarische structuur geen

Habitatrichtlijngebieden geen

Vogelrichtlijngebieden geen

Gebieden van het VEN/IVON geen

Vlaamse of erkende natuurreservaten Geen

Bosreservaten Geen

Biologische waarderingskaart biologisch minder waardevol

Beleidskader landschap en erfgoed

Beschermde monumenten geen

Beschermde landschappen geen

Beschermde stad- en dorpsgezichten geen

Bouwkundig erfgoed Appartementsgebouw Mys (1964)

Traditioneel landschap “Land van Herentals-Kasterlee”

Landschapsatlas Relictzone “Bosgebied Galgeneinde,

Kruisberg, Gierle Bos en Nonnenbossen”

Beleidskader water

Polders en wateringen geen

Beschermingszones grondwaterwinningen geen

Bevaarbare waterlopen geen

Geklasseerde waterlopen geen

Risicozones voor overstromingen geen

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 23

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


5 Bestaande ruimtelijke structuur

5.1 Ruimtelijk functioneren en voorkomen van het

plangebied

Zie fotoreportage in bijlage

Het plangebied bestaat uit twee delen: een oostelijk deel met woningen in aansluiting met

de kern van Turnhout en een westelijk gelegen parkachtig gebied met een aantal

zonevreemde woningen erin. Deze twee deelgebieden worden van elkaar gescheiden door

de Galgebeek. De bouwhoogte van alle woningen in het plangebied is één of twee

bouwlagen.

Het oostelijke deel in aansluiting met de kern van Turnhout is een vrij dicht bebouwde zone

waarin zowel eengezinswoningen als appartementen en het restaurant Savoury gelegen

zijn. Op de achterste perceelsgrens van een aantal van de woningen en appartementen

zijn garages ingeplant die via de Galgenbeekweg ontsloten worden. Via deze weg

ontsluiten ook het personeel en de leveranciers van het restaurant. In functie hiervan werd

de berm ter hoogte van het restaurant verhard met dolomiet. Het cliënteel bereikt het

restaurant via de Steenweg op Antwerpen. In de zone voor het restaurant is een parking

aangelegd.

De Galgebeek kent een vrij smal profiel dat de scheiding vormt tussen de twee

deelruimtes van het plangebied en een duidelijk ruimtelijk grensstellend element vormt

voor de verharding van de Galgenbeekweg en het woongebied ten noorden van het

plangebied.

Het westelijk gelegen deel van het plangebied bestaat uit bebost parkgebied met daarin 6

zonevreemde woningen. Drie van deze woningen bevinden zich in de nabijheid van de

Galgenbeek. Meer naar het westen, in aansluiting met de Steenweg op Antwerpen en een

monumentale beukendreef, liggen nog twee woningen. Deze woningen hebben achteraan

op hun perceel garages ingeplant die via een bosweg ontsloten worden. Geheel in het

westen ligt ten slotte een groot als tuin ingericht perceel met in het midden daarin de zesde

woning.

De Galgenbeekweg vormt de noordelijk grens van het plangebied en al haar deelzones.

Het oostelijk deel van deze weg, tot aan het restaurant, is verhard met asfalt over een

breedte van 7m. Het openbaar domein heeft hier een breedte van 14. Ten westen van het

restaurant Savoury gaat de asfaltverharding over in een bospad in kiezelverharding. In het

westen sluit de Galgenbeekweg aan op de Oudebaan te Vosselaar. De Galgenbeekweg

wordt gebruikt als ontsluitingsweg voor gemotoriseerd plaatselijk verkeer en als

doorgaande fiets- en voetgangersverbinding parallel aan de Steenweg op Antwerpen. In de

westelijke deelzone zijn obstakels op de Galgenbeekweg geplaatst die doorgaand

gemotoriseerd verkeer verhinderen.

5.2 Mobiliteitsprofiel

Het plangebied is gelegen langs de Steenweg op Antwerpen die in zuidelijke richting via

andere gewestwegen ontsluit op de E 34. De N12 werd in het RSP-A geselecteerd als

secundaire weg type III en zorgt voor een goede bovenlokale ontsluiting. Deze weg sluit

aan op de ring rond Turnhout (R13) en vormt er een belangrijk knooppunt dat de toegang

tot het stedelijk gebied accentueert.

Op lokaal niveau wordt het plangebied ontsloten via de Galgenbeekweg en rechtstreeks op

de Steenweg op Antwerpen. Met name de garages van het oostelijk deelgebied ontsluiten

via de Galgenbeekweg. In het westelijk deelgebied speelt deze weg een belangrijke rol als

fiets- en voetgangersverbinding.

De beukendreef, centraal in het westelijk deelgebied, kan aangewend worden als

toegangspoort tot het stadsbos.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 24

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


6 Gewenste ruimtelijke structuur

6.1 Visie en ruimtelijke structuur

6.1.1 Randvoorwaarden planologisch attest

In het planologisch attest, afgeleverd voor het restaurant Savoury, zijn een aantal

randvoorwaarden opgelegd die in het RUP dienen meegenomen te worden. Het gaat om

volgende voorwaarden:

- Behoud van het restaurant op de huidige locatie;

- Een beperkte uitbreiding op korte termijn:

- Keuken, bijkomende berging en sanitair met een totale oppervlakte van

48,5m² in de noordelijke richting, in aansluiting met het bestaande

gebouw;

- Geen uitbreidingsmogelijkheden op lange termijn;

- Voorzien van ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde woningen in

aansluiting met het restaurant conform de ontwikkelingsperspectieven in het GRS;

- Het als groenzone bestemmen van de strook openbaar domein langs de

Galgenbeekweg opdat het parkeren en leveren maximaal op het terrein van het

restaurant moeten plaatsvinden en er een betere integratie kan zijn in de groene

omgeving;

- Voorzien van ontwikkelingsmogelijkheden voor de Galgebeek als natuurverbinding;

De beperkte uitbreiding is een verplichting om aan de HACCP (Hazard Analysis Critical

Control Points) te voldoen en is noodzakelijk om de uitbating van het restaurant te mogen

verderzetten.

6.1.2 Overige randvoorwaarden

6.1.3 Concepten

Naast de randvoorwaarden geformuleerd in het kader van het planologisch attest zijn er

ook van uit de beleidscontext, relevante studies en vanuit het overleg in het kader van dit

RUP een aantal randvoorwaarden en visie-elementen gesteld:

- Uitbouw toegangspoort tot stadsbos aan de N12;

- Uitbouw N12 als openbaarvervoersas;

- Bouwvrije strook langs N12 (21m uit de as van de weg);

De hierboven geformuleerde randvoorwaarden worden samengevat in een aantal

concepten. Deze concepten formuleren de visie voor het plangebied en haar deelgebieden.

Ruimtelijke differentiatie in twee

deelruimten

De Galgebeek vormt ten noorden van het

plangebied de grens tussen woongebied en

parkgebied. Deze begrenzende functie zal

ook in het plangebied doorgetrokken

worden. De Galgenbeek vormt een scherpe

scheiding tussen een westelijke en

oostelijke deelruimte. De oostelijke

deelruimte sluit aan op het woongebied en

krijgt met het woongebied verzoenbare

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 25

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


uimtelijke mogelijkheden en functies.

Het westelijk deel maakt deel uit van een

groot aaneengesloten parkgebied dat

gedeeltelijk tot het stadsbos behoort. Hier

worden beperkte ontwikkelingsmogelijkheden

vooropgesteld.

Centraal in dit westelijk deel reikt het

stadsbos tot aan de N12. Hier kan een

poortfunctie tot het bos worden uitgebouwd.

Ontwikkeling als woongebied met

stedelijke functies

Het oostelijk deelgebied wordt omgevormd

naar woongebied in aansluiting met het

stedelijk gebied. Zowel eengezinswoningen

als meergezinswoningen zijn in dit gebied

toegelaten. Deze kunnen via de

Galgenbeekweg ontsluiten.

Naast wonen kunnen ook andere stedelijke

functies zoals horeca, handel,

kantoorfuncties en diensten worden

toegelaten op voorwaarde de ontsluiting van

deze functies wordt afgestemd op de N12.

Parkgebied met residentiële functie in

harmonie met het stadsbos

In het westelijk deelgebied wordt de bos- en

parkfunctie als hoofdbestemming

behouden. Als ondergeschikte functie wordt

wonen in deze zone toegelaten.

De bestaande woningen krijgen beperkte

ontwikkelingsmogelijkheden conform het

decreet ruimtelijke ordening.

Ontwikkeling stadsbos en Valleien als

groene randvoorwaarden

Voor de ontwikkeling van het stadsbos is

een uitgebreide visie uitgewerkt. De

ontwikkelingen van het plangebied worden

hierop afgestemd. Belangrijke hierbij is de

poortfunctie tot het stadsbos die zich thv de

N12 situeert.

De Galgenbeek is als natte natuurverbinding

geselecteerd in het GRS, de

Visbeek als natuurverbinding in het PRSA.

Om deze ambitie waar te maken wordt er

langs beide zijden van deze beken

voldoende ruimte geboden om ze als een

groen-blauwe aders uit te bouwen.

N12 en fietsverbinding als primaire

ontsluiting

De N12 vormt de primaire ontsluiting van

het plangebied waarop zoveel als mogelijk

moet aangetakt worden. De Galgenbeekweg

ontsluit de residentiële functie en

beperkte leveringen aan de activiteiten in

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 26

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


het oostelijk deelgebied. De bermen van de

Galgenbeek worden verplicht groen

ingericht, hierop kan niet geparkeerd

worden.

De fietsverbinding via de Galgenbeekweg

en het verlengde ervan wordt behouden en

gevrijwaard van gemotoriseerd verkeer.

Optimale inrichtingsmogelijkheden worden

nagestreefd.

Langs de N12 wordt een bouwvrije strook

van 21m uit de as van de weg gevrijwaard.

6.2 Motivatie planopties

6.2.1 Ontwikkeling stedelijke functies (Motivatie t.a.v. afbakening

regionaalstedelijk gebied)

Het plangebied valt geheel binnen de afbakening van het regionaalstedelijk gebied

Turnhout. Binnen deze afbakening is er ruimte voor het ontwikkelen van stedelijke functies.

In dat opzicht worden er in het oostelijk deelgebied, dat ruimtelijk-morfologisch deel uit

maakt van de kern van Turnhout, naast residentiële functies ook andere stedelijke functies

toegelaten. Dit deelgebied sluit bovendien aan op het knooppunt van de N12 en de ring dat

als concentratiepunt voor stedelijke activiteiten uitgebouwd kan worden (GRS).

De opvang van stedelijke functies kan ook onderbouwd worden vanuit de visie voor de N12

(GRS). Deze as wordt immers gezien als de ruggengraat van de bestaande

structuurbepalende stedelijke oost-west band die versterkt kan worden.

6.2.2 Motivatie planopties t.a.v. stadsbos

Het stadsbos maakt deel uit van een groene sikkel tussen Beerse/Vosselaar en

Turnhout/Oud-Turnhout die niet (verder) bebouwd mag worden. In de visie voor het

stadbos wordt een toegang tot het bos ter hoogte van het plangebied (beukendreef centraal

in westelijke deelruimte) vooropgesteld.

Om de recreatieve, educatieve en ecologische ambities voor het stadsbos mogelijk te

maken werden in het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (deelplan 16) voor het

regionaalstedelijk gebied Turnhout vrij gedetailleerde voorschriften uitgewerkt. Deze laten

toe om de visie voor het stadsbos uitvoerbaar te maken.

In dat opzicht lijkt het aangewezen om het GRUP uit de plancontour van het gemeentelijk

RUP uit te sluiten gezien er in de voorschriften van het gemeentelijk RUP geen

meerwaarde voor het stadsbos verwezenlijkt kan worden. Op deze wijze wordt de

ontwikkeling van het stadsbos niet gefragmenteerd, wat overeenstemt met de visie van

ANB.

6.2.3 Ontwikkelingsmogelijkheden westelijk deelgebied

Het westelijk deel van het plangebied is niet volledig opgenomen binnen het GRUP. In de

deelgebieden die niet zijn opgenomen binnen het GRUP worden de ontwikkelingsmogelijkheden

afgestemd op de visie van het stadsbos en met de ontwikkelingsmogelijkheden

voor de zonevreemde woningen conform het decreet RO.

Dit deelgebied wordt beschouwd als een overgangszone tussen de kern van Turnhout en

het stadsbos. De ontwikkeling van de zonevreemde woningen die in deze deelruimte liggen

mag de natuurwaarde van het stadsbos niet aantasten. In dat opzicht wordt er voor

geopteerd om de ontwikkelingsmogelijkheden conform het DRO over te nemen. Hierdoor

wordt er enerzijds rechtszekerheid geboden aan de eigenaars van de zonevreemde

woningen en anderzijds de zone behoed voor verdere verdichting.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 27

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


7 Watertoets

De laatste jaren is de maatschappelijke interesse voor de waterhuishouding steeds

toegenomen. Deze bezorgdheid is uitgemond in het decreet van 18 juli 2003 betreffende

het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003). Artikel 4 van dat

decreet geeft de doelstellingen van het integraal waterbeleid weer: "Art. 4. Integraal

waterbeleid is het beleid gericht op het gecoördineerd en geïntegreerd ontwikkelen,

beheren en herstellen van watersystemen met het oog op het bereiken van de

randvoorwaarden die nodig zijn voor het behoud van dit watersysteem als zodanig, en met

het oog op het multifunctionele gebruik, waarbij de behoeften van de huidige en komende

generaties in rekening wordt gebracht." Artikel 8 van dat decreet legt de watertoets op

voor elk plan.

Op basis van de actuele watertoets (kaarten www.watertoets.be, stand van zaken april

2008) wordt gekeken naar een aantal indicatoren inzake gevoeligheid voor ingrepen van

grond- en oppervlaktewater. De gevoeligheid is hierbij vaak gerelateerd aan de betrokken

bodemopbouw en bodemsoort.

7.1 Grondwaterstromingsgevoelige gebieden

De kaart met de gebieden die gevoelig zijn voor grondwaterstroming ten behoeve van de

watertoets werd opgemaakt om te kunnen nagaan in welke gebieden er minder of meer

aandacht moet uitgaan naar de effecten van ingrepen op de grondwaterstroming.

De richtlijnen voor de watertoets houden rekening met een differentiatie van Vlaanderen in

3 types van gebieden, volgens de aard van gevoeligheid voor grondwaterstroming.

Type 1: zeer gevoelig

De zeer gevoelige gebieden zijn afgebakend aan de hand van de kaart van de Natuurlijk

Overstroombare Gebieden (NOG kaart). De NOG-kaart is gebaseerd op de bodemkaart

waarbij de bodemprofielen van alluviale, colluviale en poldergronden afgebakend zijn. De

NOG gebieden met uitzondering van colluvia zijn afgebakend als type 1-gebied.

Indien er in type 1 gebied een ondergrondse constructie gebouwd wordt met een diepte

van meer dan 3m of een horizontale lengte van meer dan 50m dient advies aangevraagd

te worden bij de bevoegde adviesinstantie.

Type 2: matig gevoelig

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 28

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Onder de matig gevoelige gebieden vallen alle gebieden die niet tot type 1 (zeer gevoelig)

of type 3 (weinig gevoelig) behoren.

Indien er in type 2 gebied een ondergrondse constructie gebouwd wordt met een diepte

van meer dan 5 m en een horizontale lengte van meer dan 100m dient advies

aangevraagd te worden bij de bevoegde adviesinstantie.

Type 3: weinig gevoelig

Onder de weinig gevoelige gebieden vallen alle gebieden waar er een aquitard (meestal

een kleilaag) op geringe diepte voorkomt of het grondwaterpeil diep staat en die niet tot

type 1 (zeer gevoelig) behoren.

Indien er in type 3 gebied een ondergrondse constructie gebouwd wordt met een diepte

van meer dan 10m en een horizontale lengte van meer dan 50m dient advies aangevraagd

te worden bij de bevoegde adviesinstantie.

Het plangebied is matig gevoelig voor ingrepen op de grondwaterstroming.

7.2 Infiltratiegevoeligheid

De kaart met de infiltratiegevoelige bodems ten behoeve van de watertoets werd

opgemaakt om te kunnen nagaan in welke gebieden er relatief gemakkelijk hemelwater

kan infiltreren naar de ondergrond. Infiltratie van hemelwater naar het grondwater is

belangrijk omdat daardoor de oppervlakkige afstroming en dus ook de kans op

wateroverlast afneemt. Bovendien staat infiltratie in voor de aanvulling van de

grondwatervoorraden en zodoende voor het tegengaan van verdroging van watervoerende

lagen en van waterafhankelijke natuur.

De kaart met infiltratiegevoelige bodems en behoeve van de watertoets werd afgeleid van

de bodemkaart. Ze bestaat uit twee types gebieden:

- Gebieden met de infiltratiegevoelige bodems

- Gebieden met de niet-infiltratiegevoelige bodems

De watertoetskaart met infiltratiegevoelige gebieden heeft tot doel om richtinggevend te

zijn voor individuele ingrepen op lokaal niveau. Bij dergelijke ingrepen moet beslist worden

of de aanleg van infiltratievoorzieningen of waterdoorlatende verhardingen al dan niet

zinvol zijn, en of er mogelijk schadelijke effecten kunnen optreden naar het grondwater toe

zowel kwantitatief als kwalitatief bij het al dan niet aanleggen van dergelijke voorzieningen.

Het plangebied is aangeduid als een infiltratiegevoelige zone. Verharding van deze zones

noopt tot het voorzien van extra buffering.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 29

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


7.3 Erosiegevoeligheid

De afbakening van de erosiegevoelige gebieden heeft tot doel om belangrijke wijzigingen

in bodemgebruik, die mogelijk aanleiding kunnen geven tot versnelde afstroming van

oppervlaktewater van hellingen en tot afspoeling van bodemdeeltjes, voorafgaandelijk aan

een vergunning of de goedkeuring van een plan of programma, voor advies voor te leggen

aan de afdeling land van AMINAL.

Binnen het plangebied zijn geen erosiegevoelige zones aangeduid.

7.4 Overstromingsgevoeligheid

Deze kaart werd opgemaakt ten behoeve van de watertoets en geeft de overstromingsgevoelige

gebieden tot op perceelsniveau weer. De kaart bevat de effectief overstromingsgevoelige

gebieden (donkerblauwe laag) en de mogelijk overstromingsgevoelige gebieden

(lichtblauwe laag).

De mogelijk overstromingsgevoelige gebieden (lichtblauwe laag) zijn samengesteld uit de

van nature overstroombare gebieden (NOG, exclusief colluvia), de potentiële

overstromingsgebieden (POG) en de mijnverzakkingsgebieden (MVG), doch die buiten de

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 30

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


effectief overstromingsgevoelige gebieden vallen. Deze 3 gebieden werden

samengevoegd tot 1 kaartlaag. Uit die kaartlaag werden de gebieden verwijderd die

volgens hun bestemming reeds ingenomen zijn voor bebouwing en infrastructuur.

De effectief overstromingsgevoelige gebieden zijn samengesteld via de omhullende

contour van de geactualiseerde ROG- en MOG-kaarten. Dit is gerechtvaardigd omdat alle

uitgangskaarten gebaseerd zijn op het DHM-Vlaanderen met een resolutie van 5m.

Bovendien bevatten de nieuwe ROG- en MOG-kaarten voortaan enkel nog die gebieden

die met een zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, overstromingsgevoelig zijn. Door

gebruik te maken van de omhullende contour kan de ROGDHM05-kaart de MOG-kaart

aanvullen en vice versa.

Het plangebied is volledig gelegen in niet overstromingsgevoelig gebied.

7.5 Conclusie

Uit bovenstaande kaarten kan afgeleid worden dat de verwezenlijking van het RUP slechts

een minimale invloed zullen hebben op de waterhuishouding van het gebied. Gezien de

infiltratiegevoeligheid is het nodig aandacht te besteden aan de verharding van het terrein.

Nieuwe verhardingen zullen daarom in waterdoorlatende materialen worden aangelegd.

Daarnaast wordt de mogelijkheid voor de aanleg van buffervoorzieningen in de

groenstroken voorzien.

Grootschalige ondergrondse constructies zijn binnen de kader van dit RUP niet mogelijk,

bijgevolg is het niet nodig extra aandacht aan de grondwaterstromingsgevoeligheid te

besteden.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 31

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


8 Onderzoek tot m.e.r.

De potentiële milieueffecten van het plan worden besproken aan de hand van het

stappenplan zoals voorgesteld in de ‘Handleiding plan-m.e.r. voor ruimtelijke

uitvoeringsplannen’ uitgegeven door het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid

en Onroerend Erfgoed (d.d. 21-10-2008).

8.1 Bepalen van de plan-MER-plicht

Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en

programma’s door de Vlaamse Regering op 12 oktober 2007 1 , moet de initiatiefnemer van

een plan met – mogelijk – aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke

uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.

Ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de plenaire vergadering plaats vindt na 1 juni 2008,

moeten aan de nieuwe regelgeving voldoen. Er geldt evenwel enkel een plan-MER-plicht

voor deze plannen en programma’s die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Om al

dan niet te kunnen besluiten tot een plan-MER-plicht moeten geval per geval de volgende

drie stappen doorlopen worden:

• Stap 1: valt het plan onder de definitie van een plan of programma zoals gedefinieerd in

het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM) ?

>> RUP’s vallen onder deze definitie;

• Stap 2: valt het plan onder het toepassingsgebied van het DABM ?

>> dit is het geval indien:

o Het plan het kader vormt voor de toekenning van een vergunning (stedenbouwkundige,

milieu-, natuur-, kap-,…) aan een project;

o Het plan mogelijk betekenisvolle effecten heeft op speciale

beschermingszones waardoor een passende beoordeling vereist is.

Gemeentelijke ruimtelijk uitvoeringsplannen vormen plannen die het kader vormen voor

de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning, die pas kan worden verleend

als het voorgenomen project zich in de bestemming bevindt die overeenstemt met de

bestemming vastgelegd in het ruimtelijk uitvoeringsplan. Het RUP vormt dus het kader

op basis waarvan de stedenbouwkundige vergunning toegekend wordt. Het RUP

Galgebeek valt bijgevolg onder het toepassingsgebied van het DABM.

• Stap 3: valt het plan onder de plan-MER-plicht ?

>> Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen:

o Plannen die “van rechtswege” plan-MER-plichtig zijn (geen voorafgaande

“screening” vereist):

Plannen die het kader vormen voor projecten uit bijlage I of II van het

BVR van 10 december 2004 (project-MER-plicht) én niet het gebruik

regelen van een klein gebied op lokaal niveau noch een kleine wijziging

inhouden én betrekking hebben op landbouw, bosbouw, visserij,

energie, industrie, vervoer, afvalstoffenbeheer, waterbeheer,

telecommunicatie, toerisme en ruimtelijke ordening (een RUP voldoet

per definitie aan deze laatste voorwaarde);

1 De Vlaamse Regering keurde op 12 oktober 2007 het besluit betreffende de milieueffectrapportage over

plannen en programma’s goed. Dit besluit geeft uitvoering aan het decreet van 27 april 2007, het zogenaamde

plan-MER-decreet, en trad in werking op 1 december 2007. Artikel 49 inzake de overgangsregeling van plan-

MER’s voor RUP’s zoals vermeld in het programmadecreet van 25 mei 2007 (publicatie B.S. 19/06/2007), stelt

dat de betreffende nieuwe regelgeving van toepassing is op ruimtelijke uitvoeringsplannen, waarvan de plenaire

vergadering gehouden wordt zes maanden na de datum van inwerkingtreding van het besluit, dus zijnde 1 juni

2008.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 32

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Plannen waarvoor een passende beoordeling vereist is;

o Plannen die niet onder de vorige categorie vallen en waarvoor geval per geval

moet geoordeeld worden of ze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben >>

“screeningplicht”

o Plannen voor noodsituaties (niet plan-MER-plichtig, maar hier niet relevant).

Op basis van de huidige kennis en stand van zaken betreffende de opmaak van het

RUP Galgebeek kunnen we stellen dat het RUP niet van rechtswege plan-MERplichtig

is, immers:

- De ontwikkeling van het gebied vormt niet het kader voor projecten uit bijlage I

of II van het BVR van 10 december 2004 (project-MER-plicht).

- Aangezien het plangebied zich niet in of in de nabije omgeving van een Natura

2000-gebied bevindt is geen passende beoordeling vereist.

Het RUP Galgebeek valt evenwel onder plannen en programma’s waarvoor geval per

geval moet geoordeeld worden of ze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben (=

‘screeningsplichtige plannen’). Overeenkomstig hoofdstuk II artikel 3 §1 van het besluit

van de Vlaamse regering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en

programma’s, raadpleegt de initiatiefnemer (de gemeente Turnhout) hiertoe op eigen

initiatief en uiterlijk op het ogenblik dat hij de doelstellingen en de reikwijdte van het

voorgenomen plan kan afbakenen, de volgende instanties:

o 1° de deputatie van de provincie, waarop het voorg enomen plan of programma

milieueffecten kan hebben;

o 2° de betrokken instanties afhankelijk van de ligg ing en de mogelijk te

verwachten aanzienlijke effecten van het voorgenomen plan of programma op

in voorkomend geval de gezondheid en veiligheid van de mens, de ruimtelijke

ordening, de biodiversiteit, de fauna en flora, de energie- en

grondstoffenvoorraden, de bodem, het water, de atmosfeer, de klimatologische

factoren, het geluid, het licht, de stoffelijke goederen, het cultureel erfgoed met

inbegrip van het architectonisch en archeologisch erfgoed, het landschap en de

mobiliteit.

Er werd een selectie van de relevante betrokken instanties die in het licht van het

onderzoek naar de plan-MER-plicht dienen aangeschreven te worden, gemaakt. Het

betreft:

Het Provinciebestuur Antwerpen Departement Ruimtelijke Ordening en

Mobiliteit;

Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Vosselaar;

Het Agentschap R-O Antwerpen

Het Agentschap R-O Antwerpen, afdeling Onroerend Erfgoed;

Het Agentschap Wegen en Verkeer, Buitendienst Antwerpen;

Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) Antwerpen;

De afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid, Dienst Hinder

en Risicobeheer van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE);

De afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid, Dienst Veiligheidsrapportage

(VR) van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE);

De afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid, Dienst Begeleiding

Gebiedsgerichte Planprocessen (BGP) van het Departement Leefmilieu,

Natuur en Energie (LNE);

De afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke

Rijkdommen, Dienst Ondergrond Vlaanderen van het Departement Leefmilieu,

Natuur en Energie (LNE)

Het Departement MOW, Mobiliteit en Verkeersveiligheid Antwerpen;

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 33

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Het departement RWO afdeling Woonbeleid;

Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, afdeling Toezicht

Volksgezondheid Antwerpen

De Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij.

Dit “verzoek tot raadpleging” is voorzien om de instanties toe te laten de gegevens met

betrekking tot het studiegebied waarover zij beschikken, die eventueel nog niet bekend

zouden zijn bij de initiatiefnemer of de Dienst Mer, aan de initiatiefnemer over te maken

zodat de Dienst Mer een gefundeerde beslissing kan nemen over de plan-MER-plicht van

het voorgenomen plan.

In de volgende paragrafen wordt het screeningsonderzoek, ook wel het onderzoek naar het

voorkomen van aanzienlijke milieueffecten als gevolg van het plan, gevoerd.

8.2 Potentiële milieueffecten van het plan

8.2.1 Indeling in planonderdelen

Een planonderdeel voor het ‘onderzoek tot m.e.r.’ is een gedeelte van het grafisch plan van

het RUP waarvoor het volgende geldt:

Het verschil tussen de mogelijkheden van het geldend verordenend plan en de

mogelijkheden van het voorgenomen plan is voor heel het planonderdeel gelijk

De verhouding tussen de bestaande toestand en de mogelijkheden uit het

voorgenomen RUP is voor heel het planonderdeel gelijk

Het grafisch plan bestaat uit één of meer planonderdelen. Planonderdelen kunnen

overlappen, bijvoorbeeld in het geval van overdrukken of reservatiestroken.

In functie van de screening kunnen vier planonderdelen worden onderscheiden:

1. Het bevestigen van het grootste gedeelte parkgebied ten westen van de

Galgebeek (met uitzondering van het uitgesloten GRUP-gedeelte ‘stadsbos’) en

de Galgebeek zelf.

2. Het herbestemmen van een deel van de parkzone naar woongebied, in kader van

de bestendiging en verdere exploitatie van het Restaurant Savoury.

3. Het herbestemmen van een deel van de parkzone naar woongebied, ter hoogte

van de aanwezige zonevreemde woningconcentratie ten oosten van het

Restaurant Savoury.

4. Het bevestigen van een ‘zone voor waterloop’.

Voor elk van deze planonderdelen worden de huidige toestand (zie Figuur 8-1), het geldend

plan (zie Figuur 8-2) en het voorgenomen plan (zie Figuur 8-3) vergeleken met elkaar.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 34

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 8-1: bestaande toestand

Figuur 8-2: geldend plan (projectgebied aangeduid zwart gestreept)

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 35

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 8-3: voorgenomen plan

Met behulp van een indicatorenset wordt de afwijking van het desbetreffende

planonderdeel t.o.v. de bestaande toestand en het geldend plan besproken.

Indicator 1: Activiteiten

Zijn er verschillen tussen de stedenbouwkundig vergunbare activiteiten uit het huidig

geldend plan en de stedenbouwkundig vergunbare activiteiten uit het voorgenomen

plan?

Indicator 2: Bodemafdekking

Laat het voorgenomen plan ten opzichte van het geldend plan een wijziging toe van de

totale bodemafdekking binnen het planonderdeel?

Bodemafdekking is elke ingreep waardoor regenwater niet langer rechtstreeks in de

bodem kan dringen, zoals ondermeer het geval is bij gebouwen, verhardingen, vijvers

met vijverfolie of klei, serres en plastiektunnels.

Indicator 3: Bestaande toestand

Is het doel van het voorgenomen plan enkel de bestendiging van de huidige

stedenbouwkundig vergunde of vergund geachte toestand?

De afwijking zal meestal van planonderdeel tot planonderdeel variëren. Ook de wijze

waarop de bespreking van de milieudisciplines moet gebeuren zal niet altijd gelijk zijn.

We onderscheiden 3 gradaties:

1. Het voorgenomen plan heeft voor dit planonderdeel vermoedelijk geen

milieueffecten. Voor dit planonderdeel volstaat een algemene bespreking van

de verhouding tussen het geldend plan en het voorgenomen plan.

2. Het voorgenomen plan heeft voor dit planonderdeel milieueffecten die

vermoedelijk niet significant zijn. Voor dit planonderdeel is een meer

uitgebreide bespreking van de verhouding tussen het geldend plan, het

voorgenomen plan en de bestaande toestand als referentietoestand gewenst.

3. Het voorgenomen plan heeft voor dit planonderdeel milieueffecten die

significant kunnen zijn. Voor dit planonderdeel is een bespreking per

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 36

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Weergave in een matrix:

milieudiscipline gewenst om aan te tonen dat er geen vermoeden is van

significante milieueffecten.

Tabel 8-1: matrix voor indeling van een RUP i.f.v. het onderzoek tot m.e.r 2 .

Voor de onderscheiden planonderdelen geeft dit:

Tabel 8-2: vergelijking van planonderdelen met bestaande toestand d.m.v. indicatorenset

Planonderdeel Activiteiten Bodemafdekking Bestaande

toestand

1. Parkgebied nee nee ja

2. Restaurant ja ja nee

3. Woningen ja ja nee

4. Waterloop nee nee ja

Uit Tabel 8-1 en Tabel 8-2 blijkt dat het voorgenomen plan voor de planonderdelen ‘’2.

Restaurant” en “3. Woningen” milieueffecten aantoont die significant kunnen zijn. Een

bespreking per milieudiscipline is gewenst om aan te tonen dat er geen vermoeden is van

significante milieueffecten.

De planonderdelen “1. Parkgebied” en “4. Waterloop” vertonen volgens de gegevens uit de

matrix vermoedelijk geen effecten. Voor deze plangebieden volstaat een algemene

bespreking van de verhouding tussen het geldend plan en het voorgenomen plan.

8.2.2 Planonderdelen “ 1. Parkgebied ” en “ 4. Waterloop “

De Galgebeek vormt ten noorden van het plangebied de grens tussen woongebied en

parkgebied. Deze begrenzende functie wordt ook in het plangebied doorgetrokken. De

Galgebeek vormt een scherpe scheiding tussen een westelijke en oostelijke deelruimte. De

oostelijke deelruimte sluit aan op het woongebied en krijgt met het woongebied

verzoenbare ruimtelijke mogelijkheden en functies (cfr. Planonderdelen 2 en 3). Het

westelijk deel maakt deel uit van een groot aaneengesloten parkgebied dat gedeeltelijk tot

het stadsbos behoort. Hier worden de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden behouden,

zoals die reeds vandaag bestaan (planonderdelen 1 en 4).

Centraal in dit westelijk deel reikt het stadsbos tot aan de N12. Voor de ontwikkeling van

het stadsbos is een uitgebreide visie uitgewerkt. De ontwikkelingen van het plangebied

2 kolom 1: voorstel van indeling met kleurcodes ter verduidelijking; Rij 1: de hoger vermelde indicatoren; grijze

arcering geeft aan welke vakken nodig zijn om tot de indeling te komen

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 37

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


worden hierop afgestemd. Belangrijk hierbij is dat de poortfunctie tot het stadsbos zich t.h.v.

de N12 situeert. Om de recreatieve, educatieve en ecologische ambities voor het stadsbos

mogelijk te maken werden in het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (deelplan 16) voor

het regionaalstedelijk gebied Turnhout vrij gedetailleerde voorschriften uitgewerkt. Deze

laten toe om de visie voor het stadsbos uitvoerbaar te maken. Om die reden werd besloten

om het GRUP uit de plancontour van het gemeentelijk RUP uit te sluiten, gezien er in de

voorschriften van het gemeentelijk RUP geen meerwaarde voor het stadsbos verwezenlijkt

kan worden. Op deze wijze wordt de ontwikkeling van het stadsbos niet gefragmenteerd,

wat overeenstemt met de visie van het Agentschap Natuur en Bos.

Zowel planonderdeel “1. Parkgebied” als “4. Waterloop” zijn momenteel bestemd als

“parkgebied”. De term parkgebied wordt niet nader omschreven door het K.B. van 28

december 1972, zodat mag worden aangenomen dat men het begrip moet begrijpen in zijn

spraakgebruikelijke betekenis, m.a.w.: “het terrein dat men door beplanting met bomen en

heesters tot een publieke wandelplaats heeft ingericht”. Parkgebieden moeten in hun staat

worden bewaard of bestemd om zodanig ingericht te kunnen worden, zodat ze, in de al dan

niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen 3 . Dit betekent dat de

gebieden die bestemming ‘parkgebied’ hebben gekregen, als dusdanig moeten beschermd

of ingericht worden dat ze daadwerkelijk hun functie ten behoeve van de gehele bevolking

kunnen vervullen. Het spreekt derhalve voor zich dat geen handelingen of werken kunnen

worden toegelaten die de sociale functie van een parkgebied in gevaar brengen. Zulks

impliceert evenwel niet dat daarom een absoluut bouwverbod zou gelden in parkgebieden 4 .

Met het RUP “Galgebeek” wordt binnen het planonderdeel “1. Parkgebied” de

bestemming ‘parkgebied’ niet opgeheven, wel worden de reeds aanwezige woningen erin

verankerd (‘parkgebied met residentieel karakter’). Er werd gehouden aan de voorwaarden

zoals gesteld bij de aanduiding ‘parkgebied’ en de stedenbouwkundige voorschriften

werden meer verfijnd en afgestemd aan het decreet Ruimtelijk Ordening. Hierbij werden de

nodige beperkingen opgelegd m.b.t. uitbreidingen etc., waardoor gesteld kan worden dat de

(her)bestemming van dit planonderdeel (‘parkgebied’ naar ‘parkgebied met residentieel

karakter’) geen of heel beperkte wijzigingen t.o. v. de bestaande toestand en het geldend

plan teweeg brengt.

Het RUP “Galgebeek” maakt ook nog een verdere verfijning voor de bestemming van de

Galgebeek (of Visbeek) mogelijk (planonderdeel “4. Waterloop”). Er wordt een “zone

voor waterloop” bestemd, voor waterberging en afvoer van het oppervlaktewater voor de

hoger gelegen gronden. Deze zone heeft een breedte van 2,5m t.o.v. de as van de

waterloop (tenzij anders aangegeven op het grafisch plan). In deze zone zijn alle

constructies en werken toegelaten voor de inrichting, de veiligheid en het beheer van de

waterloop. Overbruggingen van de waterloop zijn toegestaan. De oeverzones worden

zoveel als mogelijk volgens de principes van natuurtechnische milieubouw ingericht. Binnen

deze zone is het oprichten van niet aan de waterloop gerelateerde constructies of het

plaatsen van niet verplaatsbare afsluitingen niet toegelaten. Natuurontwikkeling is mogelijk

in deze zone. De oevers krijgen een natuurlijk karakter. Deze ontwikkelingsmogelijkheden

liggen volledig in lijn met de voorwaarden binnen het ‘parkgebied’.

8.2.3 Planonderdelen “ 2. Restaurant “ en “ 3. Woningen “

Ook de planonderdelen “2. Restaurant” en “3. Woningen” zijn momenteel bestemd als

‘parkgebied’. In tegenstelling tot de planonderdelen “1. Parkgebied” en “4. Waterloop” is dit

gebied enkel op papier nog “park”, in realiteit worden de gebieden, zoals hun naam

verraadt, ingenomen door een restaurant en een woningconcentratie.

De term ‘parkgebied’ werd reeds in bovenstaande verduidelijkt. Het restaurant en de

woningen die momenteel binnen dit parkgebied gelegen zijn, horen er volgens de definitie

niet in thuis, waardoor deze onder de noemer “zonevreemd” vallen. Het RUP “Galgebeek”

herbestemd de planonderdelen “2. Restaurant” en “3. Woningen” van ‘parkgebied’ naar

‘zone voor wonen’, waardoor de aanwezige gebouwen niet meer zonevreemd zijn, en meer

ontwikkelingsmogelijkheden krijgen. In deze ‘zone voor wonen’ worden zowel ééngezins-

3 Aet. 14.4.4 K.B. 28 december 1972

4 R.v.St., Delwaide, nr. 26.910, 23 september 1986

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 38

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


als meergezinswoningen toegestaan. Ook horeca, kantoren, diensten en handel zijn als

hoofdbestemming toegestaan op voorwaarde dat de ontsluiting voor het cliënteel op de

N12 georiënteerd wordt (zie onder).

Gelet op de extra mogelijkheden die bekomen worden ten gevolge van de

bestemmingswijziging van ‘parkgebied’ naar ‘woongebied’, heeft het voorgenomen plan

voor deze planonderdelen milieueffecten die significant kunnen zijn. Er is bijgevolg een

bespreking per milieudiscipline gewenst om aan te tonen dat er geen vermoeden is van

significante milieueffecten (zie § 8.2.4 tot § 8.2.8).

8.2.4 Discipline Bodem

8.2.4.1 Referentiesituatie

Het plangebied bestaat volledig uit kunstmatige gronden met als aanduiding “bebouwde

zone” (bodemserie OB). Deze bodems grenzen aan een strook van zeer droge tot matig

natte zandleembodem met duidelijke ijzer en/of humus B horizont (bodemserie Zag). Deze

laatste is niet opgenomen binnen de contour van het RUP “Galgebeek” (zie voordien

‘parkbos’). De (reeds verstoorde) bodems ter hoogte van het plangebied zijn bijgevolg niet

gevoelig voor verdichting of profielverstoring.

Figuur 8-4: Bodemkaart t.h.v. het plangebied

Uit de OVAM-databank van de verspreiding van bodemonderzoeken in Vlaanderen blijken

binnen het plangebied geen bodemonderzoeken te zijn uitgevoerd.

De gronden ter hoogte van de planonderdelen dragen momenteel het gebruik zoals deze

zal worden aangeduid via het RUP “Galgebeek”, namelijk enerzijds het Restaurant

Savoury, en anderzijds de concentratie woningen tussen de Galgebeekweg en de

Steenweg op Antwerpen (N12). De bodems zijn niet geschikt voor landbouw.

8.2.4.2 Mogelijke effecten

Voor elk planonderdeel worden hierna de mogelijke effecten beschreven m.b.t. de

milieudiscipline bodem.

Planonderdeel ‘Restaurant’

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 39

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


De invulling van het planonderdeel brengt vergraving met zich mee t.b.v. een beperkte

uitbreiding (48,5 m²) in noordelijke richting in aansluiting met het bestaande gebouw.

Hierdoor zal het aanwezige bodemprofiel onherroepelijk verstoord worden. Aangezien de

bodem echter reeds verstoord is, wordt dit niet als een aanzienlijk negatief effect

beschouwd.

Binnen het plangebied zijn geen bestemmingen gepland die aanleiding kunnen zijn voor

(grootschalige) bodemverontreiniging. Het bodemgebruik zal slechts beperkt wijzigen

aangezien de bestaande toestand bekrachtigd wordt d.m.v. het RUP.

Planonderdeel ‘Woningen’

Het RUP maakt beperkte uitbreidingen mogelijk aan de bestaande, nu nog zonevreemde,

woningen binnen dit planonderdeel. Wanneer dergelijke uitbreidingen gebeuren, zal het

voorkomend bodemprofiel onherroepelijk verstoord worden. Aangezien de uitbreidingen

slechts beperkt zijn (de zone is reeds volgebouwd waardoor er kan slechts 10 à 15%

bebouwde oppervlakte bijkomen) en de bodems niet gevoelig zijn voor verdichting of

profielverstoring, wordt dit niet als een aanzienlijk negatief effect beschouwd.

Ook binnen dit planonderdeel zijn geen bestemmingen gepland die aanleiding kunnen zijn

voor grootschalige bodemverontreiniging.

8.2.4.3 Toetsing t.a.v. het nulalternatief

Indien het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het binnengebied het huidige

bodemgebruik (zonder eventuele uitbreidingen) behouden.

8.2.4.4 Milderende maatregelen

8.2.4.5 Conclusie

Vanuit de discipline bodem worden geen specifieke milderende maatregelen voorgesteld,

op uitzondering van het gebruikelijk vermijden van accidentele vervuiling (bv. lekken)

tijdens bouwwerkzaamheden. Dit kan door regelmatige controle van de gebruikte

machines.

Vanuit de discipline bodem zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten, voor elk van

de besproken planonderdelen.

8.2.5 Discipline Water

8.2.5.1 Referentiesituatie

Zie ook § 7 (watertoets)

Het plangebied situeert zich in het Netebekken binnen het deelbekken van de Boven-Aa.

Op schaal van het volledige plangebied vormt de Galgebeek (2 de categorie waterloop) de

grens tussen woongebied en parkgebied.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 40

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 8-5: Waterlopen in de omgeving van het plangebied

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14

november 2003) legt in hoofdstuk III, afdeling I, bepaalde verplichtingen op, die de

watertoets worden genoemd. Er werden watertoetskaarten opgemaakt die dienen ter

evaluatie van de effecten van vergunningsplichtige ingrepen of van plannen of

programma’s waarbij het bodemgebruik op een bepaalde locatie of voor een bepaald

gebied wordt gewijzigd. Op basis van deze watertoetskaarten kunnen voor het plangebied

RUP ‘Galgebeek’ volgende vaststellingen worden gemaakt:

• Het plangebied is matig gevoelig voor ingrepen op de grondwaterstroming. Dit houdt in

dat er bij de bouw van een ondergrondse constructie met een diepte van meer dan 5m

én een horizontale lengte van meer dan 100m advies dient gevraagd te worden. Zulke

constructies worden in het plan evenwel niet voorzien.

• Het plangebied is aangeduid als infiltratiegevoelig. Verharding van deze zones noopt tot

het voorzien van extra buffering.

• Het plangebied is niet overstromingsgevoelig.

• Het plangebied is niet erosiegevoelig.

• Het plangebied is niet gelegen binnen het winterbed van een waterloop.

Op basis van de grondwaterkwetsbaarheidskaart van de provincie Antwerpen blijkt het

plangebied in zeer kwetsbaar gebied gelegen. Dit komt omdat de watervoerende laag zand

is en er ook een zandige deklaag voorkomt.

De waterkwaliteit van de Galgebeek wordt ter hoogte van het plangebied gemeten (VMM,

meetpunt 301200). In 2004 (laatste meting) was de Belgische Biotische Index (BBI) hier

gelijk aan 4. De BBI is een index ter beoordeling van de biologische waterkwaliteit,

steunend op de aan- of afwezigheid van micro-invertebraten in het water. De indexwaarde

schommelt tussen 0 (zeer slecht kwaliteit) en 10 (zeer goede kwaliteit). Met een BBI van 4

heeft de Galgebeek ter hoogte van het plangebied slechts een gematigde

oppervlaktewaterkwaliteit.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 41

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 8-6 toont het zoneringsplan ter hoogte van het studiegebied. Hierop worden de

besproken planonderdelen volledig aangeduid als ‘collectief te optimaliseren buitengebied’

(groen). Dit betekent dat de woningen die gelegen zijn in dit gebied momenteel nog geen

riolaansluiting hebben en dus hoogst waarschijnlijk lozen in de Galgebeek (of ook Visbeek

genaamd). Op termijn wordt wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering)

voorzien. Dit zal dus vooral de oppervlaktekwaliteit van de Galgebeek ten goede komen

(zie boven).

Figuur 8-6: zoneringsplan t.h.v. het plangebied

8.2.5.2 Mogelijke effecten

Het plan dient steeds te beantwoorden aan de vigerende normen van het besluit van de

Vlaamse regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke

stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen,

buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. Deze verordening

bevat minimale voorschriften voor de lozing van niet-verontreinigd hemelwater, afkomstig

van verharde oppervlakken. Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat hemelwater in

eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende

gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie

slechts een beperkt debiet vertraagd wordt afgevoerd. Voorzieningen en infrastructuur die

nodig zijn voor het beheersen van de waterberging en waterafvoer van het gebied zijn

toegelaten.

Voor elk planonderdeel worden hierna de mogelijke effecten beschreven m.b.t. de

milieudiscipline water.

Planonderdeel ‘Restaurant’

Het restaurant Savoury is gelegen langs de Galgebeek. Met het RUP ‘Galgebeek’ wordt

een beperkte uitbreiding op korte termijn mogelijk gemaakt, zoals aangegeven in het

planologisch attest van 21 april 2008. Deze uitbreiding omvat: een keuken, bijkomende

berging en sanitair met een totale oppervlakte van 48,5m² in noordelijke richting, in

aansluiting met het bestaande gebouw. Op lange termijn worden geen

uitbreidingsmogelijkheden voorzien.

De (beperkte) uitbreiding kan een effect hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit van de

Galgebeek. Aangezien de beek in huidige situatie slechts een gematigde kwaliteit kent

(BBI=4), en in de toekomst een aansluiting op de riolering wordt voorzien, wordt dit niet als

een aanzienlijk negatief effect gezien.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 42

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Door de uitbreiding wordt een extra van 48,5m² (t.o.v. een totale oppervlakte van ca. 2600

m²) omgezet naar verharde oppervlakte, waardoor de infiltratiecapaciteit zal afnemen. Het

planonderdeel is gelegen in een infiltratiegevoelige zone, waardoor bijkomende verharding

noopt tot voorzien van extra buffering. Aangezien in de voorschriften bepalingen werden

opgenomen m.b.t. het gebruik van waterdoorlatende materialen, de bijkomende verharding

slechts een beperkte oppervlakte inneemt, en mits er wordt gehouden aan de geldende

regelgeving m.b.t. infiltratievoorzieningen etc., kan worden aangenomen dat de toename

aan bebouwde oppervlakte geen significante wijziging in de waterhuishouding (infiltratie) zal

veroorzaken. Ook wordt bij de inplanting van de gebouwen een afstand van 5m gevrijwaard

ten opzicht van de zone voor de waterloop.

Het gebied is matig gevoelig voor ingrepen op de grondwaterstroming. Door de zeer

beperkte uitbreiding (48,5m² t.o.v. 2600m²) en het niet voorzien van diepe constructies,

wordt hierop slechts een beperkt negatief effect verwacht.

Planonderdeel ‘Woningen’

Het oostelijk deelgebied wordt via het RUP omgevormd naar woongebied in aansluiting met

het stedelijk gebied. Zowel eengezinswoningen als meergezinswoningen zijn toegelaten. Dit

betekent dat de voormalige zonevreemde woningen (bestemmingswijziging parkgebied

naar woongebied) de kans krijgen om in de toekomst beperkte uitbreidingen te doen.

Hierdoor zal de infiltratiecapaciteit van het gebied echter wel wijzigen t.h.v. een

infiltratiegevoelig gebied. Er wordt in de voorschriften wel vermeld dat de parkeerbehoefte

volledig op eigen terrein moet gebeuren, zodat de uitbreiding aan de gebouwen nog meer

beperkt wordt. Gezien de reeds aanwezige oppervlakte aan verharding (het gebied is reeds

volgebouwd zodat t.a.v. de bestaande situatie nauwelijks iets wijzigt), de regeling m.b.t. het

parkeren en de verplichte groen inrichting van de niet verharde en niet bebouwde delen van

het terrein, worden geen noemenswaardige negatieve effecten m.b.t. infiltratie verwacht.

Een eventuele uitbreiding kan ook effect hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit van de

Galgebeek. Aangezien de beek in huidige situatie slechts een gematigde kwaliteit kent

(BBI=4), en in de toekomst een aansluiting op de riolering wordt voorzien, wordt dit niet als

een aanzienlijk negatief effect gezien. Het gebied wordt ook aangeduid als ‘zeer kwetsbaar

gebied’ op de grondwaterkwestbaarheidkaart. Door de verwachte aansluiting op het

rioleringsnet, zal de grondwaterkwaliteit in de toekomst echter wel verbeteren. Ook zijn

geen activiteiten gepland in het gebied die aanleiding kunnen geven tot verontreiniging van

grondwater, waardoor er geen noemenswaardig effect op de grondwaterkwaliteit wordt

verwacht.

Het gebied is matig gevoelig voor ingrepen op de grondwaterstroming. Aangezien geen

diepe constructies voorzien worden, wordt hierop slechts een beperkt negatief effect

verwacht.

8.2.5.3 Toetsing t.a.v. het nulalternatief

Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het binnengebied het huidige

bodemgebruik behouden. In deze omstandigheden blijft de infiltratiecapaciteit van het

gebied onveranderd.

8.2.5.4 Milderende maatregelen

Bij de ontwikkeling van het plangebied dient aan de algemene principes van een kwalitatief

waterbeheersingsbeleid (de ‘watertoets’) voldaan te worden. Door de toepassing van de

gewestelijke, stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,

infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afval- en hemelwater,

worden mogelijke effecten op de waterhuishouding op het niveau van de individuele

vergunningen geremedieerd. Voorts zullen volgende milderende maatregelen opgenomen

worden binnen de algemene bepalingen van het RUP:

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 43

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


8.2.5.5 Conclusie

Voor de (te) verharde(n) delen van het terrein moet functie en materiaalgebruik

duidelijk omschreven worden;

Het gebruik van waterdoorlatende materialen is verplicht voor alle zones

behoudens het openbaar domein; omwille van milieutechnische redenen of een

ongeschikte bodemgesteldheid kan hiervan afgeweken worden;

De niet verharde en niet bebouwde delen van het terrein worden als groen ruimte

ingericht.

Vanuit de discipline Water zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten.

8.2.6 Discipline Fauna en Flora

8.2.6.1 Referentiesituatie

Zie ook § 2.3 (beleidskader natuur)

Het voorliggend RUP ‘Galgebeek’ heeft geen betekenisvolle aantasting van de

natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied aangezien er zich noch binnen

het plangebied noch binnen de nabije omgeving ervan (< 1km van het plangebied)

dergelijke beschermingszones bevinden. Een passende beoordeling is dus niet

noodzakelijk.

Binnen het plangebied noch binnen de nabije omgeving ervan (< 1 km van het

plangebied) komen gebieden van het VEN of IVON voor.

Het plangebied wordt op de biologische waarderingskaart aangeduid als biologisch

minder waardevol. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een biologisch

waardevolle zone (naaldhoutaanplant zonder ondergroei) en een biologisch zeer

waardevolle zone (eiken-berkenbos en bomenrij met dominantie van beuk).

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 44

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 8-7: Biologische waardering t.h.v. het plangebied

8.2.6.2 Mogelijke effecten

Voor elk planonderdeel worden hierna de mogelijke effecten beschreven m.b.t. de

milieudiscipline fauna en flora.

Planonderdeel ‘Restaurant’

Door de geplande uitbreiding gaat enkel een deel biologisch niet waardevol gebied

verloren. Er wordt hier dus geen significant negatief effect verwacht.

De uitbreiding aan het restaurant is gepland in het noordelijk deel, tegen de

Galgenbeekweg, waar zich momenteel de personeelsingang situeert. Aan de overzijde van

de weg (ten noordwesten van het restaurant) is een biologisch zeer waardevol gebied

gelegen. De uitbreiding zal hierop geen effect hebben; de ontwikkeling brengt geen extra

verkeer met zich mee dat rustverstoring zou kunnen veroorzaken.

Verder bestemd het RUP de strook openbaar domein langs de Galgenbeekweg tot

groenstrook opdat parkeren en leveren maximaal op het terrein van het restaurant moeten

plaatsvinden en er een betere integratie kan zijn in de groene omgeving. Dit wordt positief

gewaardeerd.

Planonderdeel ‘Woningen’

De afbakening en invulling van het planonderdeel neemt geen biologisch waardevol gebied

in. Bij een eventuele uitbreiding zal er enkel een biologisch minder waardevolle urbane

zone verdwijnen.

Het parkeren dient volledig op eigen terrein te worden opgevangen, zodat geen effecten

van plaatselijk verkeer op de aansluitende groene omgeving worden verwacht.

8.2.6.3 Toetsing t.a.v. het nulalternatief

Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zullen de (eventuele) uitbreidingszones het

huidige bodemgebruik, zijnde parking of tuin, behouden. Voor wat betreft de ecologische

kwaliteit van het gebied biedt dit geen meer- of minwaarde t.a.v. de huidige situatie.

8.2.6.4 Milderende maatregelen

Volgende voorschriften zullen worden opgenomen in het RUP:

Het parkeren wordt volledig op het eigen terrein opgevangen. Het is niet

toegestaan om parkeerplaatsen op te richten in de bermen langs de

Galgenbeekstraat. Deze dienen een groene invulling te krijgen.

De toegang langs de Galgenbeekweg wordt enkel toegestaan in functie van het

ontsluiten van een residentiële functie en voor leveringen aan de andere functies.

Het afsluiten van de perceelsgrens wordt enkel toegelaten met streekeigen levende

hagen eventueel in combinatie met hekwerk of een draadafsluiting van

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 45

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


8.2.6.5 Conclusie

geplastificeerde draad met een max. hoogte van 80cm in de voortuinstrook en een

max. hoogte van 2.00m in de overige tuinstroken.

Vanuit de discipline Fauna en Flora zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten.

8.2.7 Discipline Landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie

8.2.7.1 Referentiesituatie

Zie ook § 2.4 (beleidskader landschap en erfgoed)

Het oostelijk plangebied (nl. de planonderdelen ‘Restaurant’ en ‘Woningen’) is in aansluiting

met de kern van Turnhout een vrij dicht bebouwde zone waarin zowel eengezinswoningen

als appartementen en het restaurant Savoury gelegen zijn. Op de achterste perceelsgrens

van een aantal van de woningen en appartementen zijn garages ingeplant die via de

Galgenbeekweg ontsloten worden. De Galgenbeekweg vormt de noordelijke grens van het

gebied en al haar deelzones, de steenweg op Antwerpen (N12) vormt de zuidelijke grens.

Het oostelijk deel van deze weg, tot aan het restaurant, is verhard met asfalt over een

breedte van 7m. Het openbaar domein heeft hier een breedte van 14m.

Volgens de landschapskenmerkenkaart (Figuur 8-8) maakt het zuidelijk deel van de

planonderdelen 2 (restaurant) en 3 (woningen) deel uit van het naaldbossengebied in het

Netebekken. Langs de gebieden wordt de interstedelijke hoofdweg N12 aangeduid als

ruimtelijk landschapskenmerk. Binnen een straal van 300 tot 600m van het restaurant zijn

verder nog twee kasteelparken gelegen.

Figuur 8-8: Landschapskenmerkenkaart t.h.v. de besproken planonderdelen

Het plangebied is volgens de landschapsatlas gelegen in het traditioneel landschap “Land

van Herentals-Kasterlee”. De structurele hoofdkenmerken hiervan zijn een bosrijk

zachtgolvend reliëf met een uitgesproken parallelle structuur die gevormd wordt door de

aanwezige valleien en de langsliggende ruggen van Pliocene zanden en plaatselijk bedekt

wordt door Holocene rivierduinen. In dit landschap is het wenselijk een gedifferentieerd

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 46

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


uimtelijk beleid te volgen gericht op behoud van de verscheidenheid, grote boscomplexen

beschermen tegen versnippering, verbeteren van bosbeheer en de karakteristieke

valleilandschappen verbeteren door het herstellen van een halfopen landschap, betere

groenconnectiviteit, extensief landgebruik en waterrijkheid te behouden.

Het planonderdeel “2. Restaurant” grenst aan de relictzone “Bosgebied Galgeneinde,

Kruisberg, Gierle Bos en Nonnenbossen”. Dit is een groot aaneengesloten bosrijk gebied

dat voorkomt als westelijke groene gordel rond het verstedelijkt gebied van Turnhout. De

besproken planonderdelen 2 en 3 bevinden zich langs de noordoostelijke buitenkant van dit

bosrijk gebied, algemeen aangeduid als ‘Grotenhoutbos’ of Gierls bos. Het is een van de

weinig ‘permanente’ bossen die de middeleeuwen overleefden (oudste vermelding: 1320).

Het noordelijk gedeelte, waar het plangebied zich situeert, wordt ook Nonnenbos genoemd,

hier is in grote lijnen de oude bosstructuur nog aanwezig, maar er komen meer open

stukken voor dan in het zuidelijker gelegen Gierls bos (zie Figuur 8-9). Doorheen het bos

lopen veel beekjes, zoals de Visbeek (Galgebeek) die aansluit op de kastelen in

Galgeneinde. Het bosgebied werd enkele decennia geleden aangetast door oprukkende

woningbouw en verkavelingen aan de randen van het gebied.

Figuur 8-9: Ferraris (1775) t.h.v. Turnhout met aanduiding van planonderdelen 2 en 3 (rood),

Nonnenbossen (groen) en het meest zuidelijk deel van Gierle bos (blauw) dat verder loopt tot

Kasterlee.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 47

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 8-10: Bestaande toestand t.h.v. Turnhout met aanduiding van planonderdelen 2 en 3 (rood),

Nonnenbossen (groen) en het meest zuidelijk deel van Gierle bos (blauw) dat verder loopt tot

Kasterlee.

Ten westen van het plangebied bevinden zich de puntrelicten “Villa Den Ouden Bareel”, ten

zuiden “Villa des Chênes” (aangeduid als kasteelpark op de landschapskenmerkenkaart,

zie Figuur 8-8) en ten oosten het “Sint-Jozefscollege” op ca. 400m.

Het dichtstbijzijnde beschermd landschap “Filipkensvijver” is 600m ten noorden van het

plangebied gelegen.

Het huidig landschapsbeeld wordt bepaald door de aanwezigheid van de woningen en het

restaurant alsook door de wegen, Steenweg op Antwerpen en Galgenbeekweg, die deze

gebouwen ontsluiten. De aanwezigheid van bomen binnen en in de omgeving van deze

percelen, alsook de Galgebeek die langs het restaurant stroomt, geeft een natuurlijk

karakter aan deze bebouwde omgeving (zie ook Figuur 8-11).

Het appartementsgebouw ‘Mys’ (1964) binnen het deelgebied ‘3. woningen’ werd

opgenomen in de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed in Vlaanderen. Dit vrijstaand

rechthoekig gebouw met vier appartementen en plat dak situeert zich langs de Steenweg

op Antwerpen op nr. 102 (zie Figuur 8-11). Aan de overzijde van de Steenweg op

Antwerpen bevindt zich de zomerresidentie “Les Muguets’, ook aangeduid als bouwkundig

erfgoed. Dit gebouw is gelegen in een uitgestrekt domein, dat van noord naar zuid wordt

doorsneden door een monumentale eikendreef die de woning quasi rechtstreeks verbindt

met het bedrijf “Van Genechten-Biermans n.v.”, gelegen in de Raadsherenstraat. Op de

Ferrariskaart is reeds duidelijke aanduiding van deze rechte bomendreef. Ten westen van

deze as wordt het kasteeltje omgeven door een prachtig landschapspark met grote vijver

aangelegd door landschapsarchitect en kunstschilder van Barbizon J. Rosseels. De

Visbeek (of Galgebeek) kruist de vijver en loopt verder noordwaarts. Ten oosten van de as

aparte beukendreef ligt een voormalig hoevecomplex, thans “guest house” van voormelde

firma. Ten zuiden een mast- en loofbos, doorkruist door paden en dreven.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 48

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 8-11: bouwkundig erfgoed in de directe nabijheid van de besproken planonderdelen 2 en 3

De Steenweg op Antwerpen wordt ook aangeduid als bouwkundig erfgoed. Dit weggedeelte

op het grondgebied van Turnhout behoorde tot de slotfase van de O.W.-as Turnhout-

Antwerpen via Vosselaar, Beerse, Malle, St.-Antonius, Schilde en Wijnegem. Ongeveer 30

jaar na de aanleg van een vijf meter brede kasseiweg van Antwerpen tot St.-Antonius werd

de weg in 1817-1820 doorgetrokken tot Turnhout. Dergelijke ‘rijksweg’ droeg bij tot de late

ontwikkeling van het geïsoleerde arrondisement en was een noodzaak voor betere

verbindingen van Antwerpen met N.-Brabant, Breda, ’s Hertogenbosch, Roermond en

Duitsland. Eertijds was deze opgebouwd uit een zandstrook, een gekasseid rijvak en

tramrails en een monumentaal uitzicht door de in de 19 de eeuw aangeplante eiken. Thans is

veel van dit allure verdwenen door o.a. het regelmatig kappen van eiken sinds midden 20 ste

eeuw, het verdwijnen van de tramrails en de momenteel aanwezige lintbebouwing. Naast

de reeds vermelde gebouwen (zomerresidentie Les Muguets en appartementsgebouw

Mys) zijn nog andere gebouwen die langs deze weg gelegen zijn opgenomen als

bouwkundig erfgoed, zoals: Drie breedhuizen (nrs. 1-3), het landhuisje “Villa des deux

soeurs” (nr. 34), het enkelhuis art deco en nieuwe zakelijkheid (nr. 45), eigen woning met

atelier (nr. 46).

In de Centraal Archeologische Inventaris 5 worden in het plangebied geen vondsten gemeld.

In de nabije omgeving (1 km rondom) worden een tweetal vindplaatsen van archeologische

relicten geregistreerd, o.a. voor vondsten van materiaal uit de Bronstijd en uit de 18 de eeuw.

Het ontbreken van archeologische vindplaatsen in het plangebied, geeft echter geen

uitsluitsel over het al dan niet aanwezig zijn van archeologische elementen.

Tabel 8-3: Sites ter hoogte van het plangebied (bron: Centraal Archeologische Inventaris, VIOE)

nummer site periode

950992 Hof ter Duinen Bronstijd

959104 Tuindershof 18 de eeuw

5 De Centrale Archeologische Inventaris is een inventaris van tot nog toe gekende archeologische vindplaatsen.

Vanwege het specifieke karakter van het archeologisch erfgoed dat voor ons verborgen zit in de ondergrond, is

het onmogelijk om op basis van de Centrale Archeologische Inventaris uitspraken te doen over de aan- of

afwezigheid van archeologische sporen. Zekerheid omtrent aan- of afwezigheid van archeologische sporen kan

alleen met verder onderzoek vastgesteld te worden.”

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 49

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Figuur 8-12: restanten bouwkundig erfgoed in de omgeving van het plangebied

8.2.7.2 Mogelijke effecten

De verdere invulling van het plangebied brengt mogelijk vergraving met zich mee. Hierbij

bestaat een potentiële kans op het verstoren van archeologische relicten. Hier dient

voornamelijk bij eventuele (ver)bouw(ingen) rekening mee gehouden te worden.

Voor elk planonderdeel worden hierna de mogelijke effecten beschreven m.b.t. de

milieudiscipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie.

Planonderdeel ‘Restaurant’

Het landschapsbeeld zal door de afbakening en invulling van het RUP beperkt wijzigen op

lokaal niveau door de geplande uitbreidingen aan het restaurant. Dit draagt bij tot een, zij

het heel beperkte, verdichting van het gebied. Anderzijds wordt via het RUP een strook

openbaar domein langs de Galgenbeekweg als groenzone bestemd opdat het parkeren en

leveren maximaal op het terrein van het restaurant kan plaatsvinden en er een betere

integratie in de groene omgeving wordt bewerkstelligd. Dit wordt positief gewaardeerd.

Doordat de wijzigingen op het grondgebied van het restaurant zeer beperkt zijn, wordt geen

wijziging in landschapsbeleving verwacht.

Er wordt geen effect verwacht op de nabijgelegen relictzone, aangezien het groene karakter

zoveel mogelijk wordt behouden en aan de grens binnen deze relictzone ook woningen

aanwezig zijn (zonevreemd). De kenmerken van het traditioneel landschap, waarvan het

perceel deel uitmaakt, worden ook niet aangetast, aangezien er geen ingrepen gepland zijn

aan de beek (behoud waterrijkheid), en aandacht geschonken wordt aan de groene

inpassing van het restaurant in zijn omgeving (verbeteren groenconnectiviteit).

Planonderdeel ‘Woningen’

Het landschapsbeeld kan door de afbakening en invulling van het RUP beperkt wijzigen op

lokaal niveau. Eventuele uitbreidingen van de aanwezige woningen kunnen bijdragen tot

een verdichting van het gebied, waardoor het groene karakter van de omgeving verloren

kan gaan. Naast wonen kunnen ook andere stedelijke functies zoals horeca, handel,

kantoorfuncties en diensten worden toegelaten op voorwaarde dat ontsluiting van deze

functies wordt afgestemd op de N12. De residentiële ontsluiting gebeurt, zoals ook reeds

momenteel het geval is, via de Galgenbeekweg. In het RUP werden beperkingen opgelegd

m.b.t. de bouwhoogte (maximaal 2 bouwlagen voor alle gebouwen), zodat het natuurlijk

karakter van de omgeving, voornamelijk vertegenwoordigd door de daar aanwezige bomen,

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 50

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


niet verloren kan gaan. Verder kunnen in de zone grenzend aan de Galgebeekweg

vrijstaande bijgebouwen in functie van berging of garage worden opgericht. Deze kunnen

volgens de voorschriften van het RUP een maximale kroonlijsthoogte van 3m hebben en

worden opgericht in esthetisch verantwoorde materialen. Door bovenstaande maatregelen

wordt het effect van bijkomende bebouwing op de groene omgeving slechts als beperkt

negatief gewaardeerd m.b.t. het landschapsbeeld en/of -beleving.

Het aanwezige appartementsgebouw dat opgenomen werd in de inventaris van

bouwkundig erfgoed is gelegen in het plangebied. Aangezien de opname van een pand of

ander bouwkundig relict in de inventaris van het bouwkundig erfgoed momenteel geen

juridische gevolgen heeft, bestaat de mogelijkheid dat dit gebouw wordt aangetast

(verbouwd). Dit wordt negatief gewaardeerd. Er wordt geen effect verwacht op de

nabijgelegen historische zomerresidentie, of de verderaf gelegen gebouwen die aangeduid

werden als bouwkundig erfgoed.

De woningen zijn gelegen in het traditioneel landschap ‘Land van Herentals-Kasterlee’. Bij

de verdere ontwikkeling van gebieden gelegen in dit landschap is het o.a. wenselijk een

gedifferentieerd ruimtelijk beleid te volgen gericht op behoud van de verscheidenheid, grote

boscomplexen beschermen tegen versnippering, verbeteren van bosbeheer en de

karakteristieke valleilandschappen verbeteren door het herstellen van een halfopen

landschap, betere groenconnectiviteit, extensief landgebruik en waterrijkheid te behouden.

De wijziging naar een meer gesloten landschap door een mogelijke verdichting ter hoogte

van de aanwezige woningen, wordt gezien de momentele sterke verdichting als beperkt

negatief beschouwd.

8.2.7.3 Toetsing t.a.v. het nulalternatief

Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het gebied het huidige bodemgebruik

behouden. In deze omstandigheden blijft het huidige landschapsbeeld ongewijzigd.

8.2.7.4 Milderende maatregelen

Rekening houdende met het natuurlijk en landschappelijk karakter van het gebied, worden

volgende algemene bepalingen opgenomen binnen de stedenbouwkundige voorschriften

van het RUP (zowel voor het restaurant als woningen):

Aandacht voor de onmiddellijke nabijheid van de Galgebeek

- Ten opzichte van de beek (art. 3: zone voor waterloop) wordt een afstand van

5m gevrijwaard van bebouwing. Deze zone dient verplicht als groenzone te

worden ingericht.

Aandacht voor integratie in de bosrijke en natuurlijke omgeving

- De bouwhoogte wordt beperkt tot maximum 2 bouwlagen met een maximale

kroonlijsthoogte van 7m. De dakvorm is vrij.

- In de zone grenzend aan de Galgenbeekweg kunnen vrijstaande bijgebouwen

in functie van berging of garage worden opgericht. Deze kunnen worden

ingeplant tot tegen de rooilijn van de Galgenbeekweg. Ze hebben een maximale

kroonlijsthoogte van 3m en worden opgericht in esthetisch verantwoorde

materialen.

- Het parkeren wordt volledig op het eigen terrein opgevangen. Het is niet

toegestaan om parkeerplaatsen op te richten in de bermen langs de

Galgenbeekweg. Deze dienen een groene invulling te krijgen.

- Het afsluiten van de perceelsgrens wordt enkel toegelaten met streekeigen

levende hagen eventueel in combinatie met hekwerk of een draadafsluiting van

geplastificeerde draad een max. hoogte van 80cm in voortuinstrook en een

max. hoogte van 2m in de overige tuinstroken. Houten afsluitingen, een

tuinmuur of afsluitingen in sierbeton met een maximale hoogte van 2m50

worden toegelaten op de perceelsgrens tot maximum 3m achter de

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 51

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


8.2.7.5 Conclusie

achtergevelbouwlijn voor zover deze afsluitingen niet zichtbaar zijn van op het

openbaar domein.

Bijkomende milderende maatregelen worden niet noodzakelijk geacht.

Vanuit de discipline Landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie zijn geen aanzienlijke

milieueffecten te verwachten, indien gehouden wordt aan de maatregelen zoals

vooropgesteld binnen de voorschriften horende bij het RUP.

8.2.8 Discipline Mens

8.2.8.1 Referentiesituatie

Zie ook § 5 (bestaande ruimtelijke structuur – alle planonderdelen)

Het plangebied situeert zich ten westen van de kern van Turnhout en bestaat voor de

besproken planonderdelen uit het restaurant Savoury, gelegen langsheen de Steenweg op

Antwerpen 106, en 9 woningen (zowel eengezinswoningen als appartementen), gelegen

tussen het restaurant en het kruispunt van de steenweg met de Galgenbeekweg. Op de

achterste perceelsgrens van een aantal van de woningen en appartementen zijn garages

ingeplant die via de Galgenbeekweg ontsloten worden. Via deze weg ontsluiten ook het

personeel en de leveranciers van het restaurant. In functie hiervan werd de berm ter hoogte

van het restaurant verhard met dolomiet. Het cliënteel bereikt het restaurant via de

Steenweg op Antwerpen. In de zone voor het restaurant is een parking aangelegd. De

Steenweg op Antwerpen (N12) ontsluit in zuidelijke richting via andere gewestwegen op de

E34. De N12 werd als secundaire weg type III geselecteerd en zorgt voor een goede

bovenlokale ontsluiting. Deze weg sluit aan op de ring rond Turnhout (R13) en vormt een

belangrijk knooppunt dat de toegang tot het stedelijk gebied accentueert.

Figuur 8-13: stratenplan

De westelijke perceelsgrens van het restaurant wordt gevormd door de Galgebeek (of

Visbeek), een waterloop van 2 de categorie. De waterloop is geselecteerd als

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 52

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


natuurverbinding in het GRS Turnhout en heeft een landschappelijke waarde. Het

restaurant wordt sinds 2004 uitgebaat op de huidige locatie. Het werd ingericht in een villa

die dateert van voor 1962 en waarin zich reeds lange tijd (van ruim voor 1984) een

caféfunctie bevond. De parking voor 18 parkeerplaatsen in de tuin werd vergund in 2004.

Het bedrijf heeft 8 werknemers. Het aantal wekelijkse vervoersbewegingen door klanten

bedraagt ca. 100. Het aantal wekelijkse vervoersbewegingen door werknemers en

leveranciers bedraagt ca. 70.

Het omgevingsgeluid wordt momenteel bepaald door natuurlijke geluiden en op de

achtergrond door verkeersgeluid afkomstig van de Steenweg op Antwerpen en de

Galgenbeekweg.

In uitvoering van de Europese Seveso II-richtlijn werd het aspect veiligheid geïntegreerd in

de procedures met betrekking tot ruimtelijke structuurplannen en ruimtelijke

uitvoeringsplannen.

Conform de wetgeving moet bij het opstellen van ruimtelijke uitvoeringsplannen op alle

niveaus in de toekomst in bepaalde gevallen ook een ruimtelijk veiligheidsrapport (RVR)

worden opgesteld. Een ruimtelijk veiligheidsrapport is “een openbaar document waarin, van

een voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan en van de in redelijkerwijze in beschouwing

te nemen alternatieven, een wetenschappelijke beoordeling wordt gegeven van de

geplande ontwikkelingen met betrekking tot nieuwe of bestaande inrichtingen en hun

omgeving, wanneer de plaats van vestiging ervan of de ontwikkelingen zelf het risico op

een zwaar ongeval kunnen vergroten of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken”.

In of binnen een straal van 2km van het plangebied komen geen bedrijven voor die onder

deze veiligheidsrichtlijn vallen. De opmaak van dit RVR is daarom niet noodzakelijk.

8.2.8.2 Mogelijke effecten

Voor elk planonderdeel worden hierna de mogelijke effecten beschreven m.b.t. de

discipline mens.

Planonderdeel ‘Restaurant’

Horeca

De beperkte uitbreiding is een verplichting om aan de HACCP (Hazard Analysis Critical

Control Points) te voldoen en is noodzakelijk om de uitbating van het restaurant te mogen

verder zetten. Bij stopzetting van het restaurant zouden 8 werknemers hun job verliezen en

het gebouw zijn historische functie als restaurant kwijtspelen.

Door de geplande uitbreidingen zal men twee nieuwe werknemers kunnen aannemen, wat

positief wordt beoordeeld.

Mobiliteit

Als toegang voor de klanten wordt de Steenweg op Antwerpen gebruikt, de leveranciers en

het personeel gebruiken de Galgenbeekweg. Er zijn reeds bezwaren geweest van

bewoners langs de Galgenbeekweg, waar naar verluidt het verkeer van personeel en vooral

leveranciers hinderlijk is. Bij de opmaak van het RUP werd hier maximaal rekening mee

gehouden door de strook openbaar domein langs de Galgenbeekweg als groenzone te

bestemmen opdat het parkeren en leveren volledig op het terrein van het restaurant kan

plaatsvinden en er een betere integratie kan zijn in de groene omgeving (de woonstraat

vormt een poort naar het stadspark).

Er wordt verder geen toename verwacht van het aantal voertuigbewegingen, aangezien de

uitbreiding enkel een keuken, berging en sanitair omvat.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 53

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Er wordt in het bijzonder rekening gehouden in het RUP met de toegankelijkheid van het

gebied. Zo zullen halteplaatsen voor gemeenschappelijk vervoer, gebouwen ingericht

worden zodat zij toegankelijk zijn voor personen met verminderde mobiliteit. Ook de

openbare wegen en niet-openbare wegen die voor het publiek toegankelijk zijn, worden

integraal toegankelijk gemaakt. Dit wordt positief beoordeeld.

Lucht, geluid, licht en geur

Er wordt geen impact op de luchtkwaliteit verwacht door de uitbreiding aan het restaurant,

zowel rechtstreeks als onrechtstreeks, aangezien geen toename in het aantal

voertuigbewegingen wordt verwacht.

Wel dient rekening gehouden te worden met de mogelijke geurhinder naar de omliggende

woningen toe. Ook eventuele nieuwe technische installaties kunnen geluidhinder creëren.

Lichthinder wordt niet verwacht, enkel straatverlichting wordt vermeld binnen de

voorschriften van het RUP.

Planonderdeel ‘Woningen’

Mobiliteit

De ontsluitingsweg voor de woningen is de Galgebeekweg. Deze groene weg vormt de

poort tot het stadsbos. Het is een stille straat die kwalitatief gezien een goede woonstraat

vormt. De aanwezigheid van het restaurant kan hinderlijk zijn wanneer te veel verkeer langs

de straat passeert (toegang voor personeel en leveranciers). Zoals onder planonderdeel

‘Restaurant’ werd beschreven, wordt hiermee in het RUP zo maximaal mogelijk rekening

mee gehouden door het parkeren in te richten op het domein van het restaurant zelf. Deze

kwalitatieve ontwikkeling wordt positief gewaardeerd. Verder wordt de weg integraal

toegankelijk (her)aangelegd of (her)ingericht, ook voor wat betreft de nietvergunningsplichtige

ingrepen, en worden de bermen langs de Galgenbeekweg verplicht

groen aangelegd met uitzondering van 1 toegang met een maximale breedte van 5m per

perceel. De bermen mogen niet worden verhard of in gebruik genomen worden als parking.

Er wordt in het bijzonder ook rekening gehouden in het RUP met de toegankelijkheid van

het gebied. Zo zullen halteplaatsen voor gemeenschappelijk vervoer, gebouwen ingericht

worden zodat zij toegankelijk zijn voor personen met verminderde mobiliteit. Dit wordt

positief beoordeeld.

De fietsverbinding via de Galgenbeekweg en het verlengde ervan wordt behouden en

gevrijwaard van gemotoriseerd verkeer. Optimale inrichtingsmogelijkheden worden

nagestreefd. Dit wordt positief beoordeeld.

Wonen

Het behouden en bestemmen van de woningen wordt als positief beoordeeld.

Lucht, geluid en licht

De woonfunctie op zich heeft geen effect op de luchtkwaliteit. Verder wordt er geen of

slechts een beperkte toename in het aantal voertuigbewegingen verwacht in de toekomst.

Er wordt bijgevolg geen impact op de luchtkwaliteit verwacht.

Aandacht dient wel geschonken te worden aan eventuele geluidshinder afkomstig van het

naburige restaurant.

Lichthinder wordt niet verwacht, enkel straatverlichting wordt vermeld binnen de

voorschriften van het RUP.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 54

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


8.2.8.3 Toetsing t.a.v. het nulalternatief

Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het gebied het huidige bodemgebruik

behouden en is aldus geen sprake van uitbreiding of verbouwingen.

Het niet ontwikkelen van het plangebied zorgt verder voor het bestendigen van volgende

knelpunten:

Bestaande zonevreemde woningen krijgen geen gebiedsgerichte rechtszekerheid

Beperkte toegankelijkheid van gebouwen, domeinen, halteplaatsen van openbaar

vervoer en de openbare wegen.

Het restaurant wordt genoodzaakt om de uitbating stop te zetten omdat het niet

voldoet aan de HACCP.

8.2.8.4 Milderende maatregelen

8.2.8.5 Conclusie

Volgende voorschriften worden opgenomen binnen de stedenbouwkundige voorschriften

van het RUP (zowel voor het restaurant als woningen):

De bermen langs de Galgenbeekweg worden verplicht groen aangelegd met

uitzondering van 1 toegang met een maximale breedte van 5m per perceel. De

bermen mogen niet worden verhard of in gebruik genomen worden als parking.

Het parkeren wordt volledig op het eigen terrein opgevangen. Het is niet

toegestaan om parkeerplaatsen op te richten in de bermen langs de

Galgenbeekstraat. Deze dienen een groene invulling te krijgen.

De toegang tot de percelen langs de Galgenbeekweg wordt enkel toegestaan in

functie van het ontsluiten van een residentiële functie en voor leveringen aan de

andere functies.

Aandacht voor de toegankelijkheid:

o De openbare wegen en de niet-openbare wegen die voor het publiek

toegankelijk zijn, worden integraal toegankelijk (her)aangelegd of

(her)ingericht, ook voor wat betreft de niet – vergunningsplichtige ingrepen.

o Halteplaatsen voor gemeenschappelijk vervoer dienen te worden ingericht

zodat zij toegankelijk zijn voor personen met een verminderde mobiliteit.

o Alle gebouwen of delen van gebouwen, domeinen of infrastructuren die

toegankelijk zijn voor het publiek, of waar personeel tewerk gesteld wordt,

moeten toegankelijk zijn voor personen met een verminderde mobiliteit.

o Indien de gebouwen of delen van gebouwen waar personeel tewerk

gesteld wordt niet in aanmerking komen om personeel met een beperking

te activeren, kunnen zij voor die gedeelten een afwijking van deze

verplichting vragen, zo deze verplichting niet tevens bij wet of besluit

verplicht zijn.

De fietsverbinding via de Galgenbeekweg en het verlengde ervan wordt behouden

en gevrijwaard van gemotoriseerd verkeer. Optimale inrichtingsmogelijkheden

worden nagestreefd.

Er wordt verder nog aandacht gevraagd om eventuele geur- en lawaaihinder van

technische installaties (restaurant) naar de omgeving toe te beperken door een overdachte

inplanting. Ook wordt gevraagd om maatregelen/beperkingen m.b.t. lichtreclame in de

voorschriften op te nemen.

Vanuit de discipline mens zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten.

8.3 Cumulatieve effecten

De opmaak van het RUP resulteert uit het positief planologisch attest dat op 21 april 2008

door het college van burgemeester en schepenen van de stad Turnhout werd afgeleverd,

voor de bestaande toestand en de uitbreiding op korte en lange termijn van het Restaurant

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 55

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009


Savoury. De beperkte uitbreiding is een verplichting om aan de HACCP (Hazard Analysis

Critical Control Points) te voldoen en is noodzakelijk om de uitbating van het restaurant te

mogen verder zetten. Tegelijkertijd werd de zonevreemde woningconcentratie in de

omgeving meegenomen, zowel ten oosten als ten westen van het restaurant. De opmaak

van een RUP voor deze zonevreemde woningconcentratie is opgelegd als voorwaarde bij

het planologisch attest en is ook voorzien in de bindende bepalingen van het ruimtelijk

structuurplan Turnhout. Het gebied waar de toegang van het stadspark kruist met het

initieel plangebied werd uitgesloten uit het plan. Hiervoor werden immers in het GRUP voor

het regionaalstedelijk gebied Turnhout reeds gedetailleerde voorschriften uitgewerkt. Door

het gebied uit te sluiten uit de plancontour van het gemeentelijk RUP wordt de ontwikkeling

van het stadsbos niet gefragmenteerd, wat overeenstemt met de visie van ANB.

De Galgebeek stroomt doorheen het plangebied, en vormt de basis voor differentiatie

tussen ‘woongebied’ in het oostelijk deelgebied (planonderdelen 2 en 3), en ‘parkgebied

met residentieel karakter’ in het westelijk deelgebied. In het plan werd maximaal rekening

gehouden met de ecologische en landschappelijke waarde van deze waterloop. Er werd

afstand gehouden van de ontwikkelingen in en om het restaurant en een mogelijke

verbetering van de ecologische kwaliteit (zoals de oevers) en inpassing in het landschap

werd vooropgesteld. De uitbreidingen aan de woningen en het restaurant in het oostelijke

deel van het plangebied resulteren evenwel in een vermindering van de oppervlakte voor

infiltratie, zij het wel op kleine schaal. De grondwaterkwaliteit werd aangeduid als een

gevoelige factor in dit gebied. Er wordt evenwel geoordeeld dat de uitbreidingen, door de

toekomstige aansluiting op het rioleringsnetwerk, weinig effect zullen geven op de kwaliteit

van het grondwater en oppervlaktewater van de Galgebeek.

Op landschappelijk vlak werd rekening gehouden met de functie van het stadspark door

een overgang te creëren van woongebied naar parkgebied (met residentieel karakter).

Verder werd aan alle momenteel zonevreemde woningen in het plangebied (zowel in

parkgebied als woongebied) rechtszekerheid gegeven. De verkeershinder van leveranciers

en personeel in de woonweg Galgenbeekweg werd aangepakt door in de voorschriften

bepalingen op te nemen m.b.t. parkeren op eigen grondgebied. Op die manier werd

ingespeeld op het residentieel karakter van de Galgenbeekweg en de leefbaarheid

gewaarborgd. De mogelijke uitbreidingen aan de woningen en het restaurant brengen wel

een verdichting van het landschap teweeg maar aangezien de ingrepen in het plangebied

kleinschalig van aard zijn, en uit bovenstaande blijkt dat zoveel mogelijk gestreefd wordt

naar een landschappelijke inpassing, worden de effecten van het plan in zijn geheelheid als

neutraal tot beperkt positief gewaardeerd.

Tabel 8-4: Synthesetabel effecten

Planonderdeel

Bodem

Water

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 56

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009

Fauna en flora

Landschap

Mens

Samenhang

tussen

disciplines

1. Parkgebied / / / / / /

2. Restaurant 0 - 0 0 + 0

3. Woningen 0 - 0 - + 0

4. Waterloop / / / / / /

Geheel 0 - 0 0 + 0


Het plan houdt geen wijziging in t.o.v. het geldend plan en de bestaande toestand,

een beoordeling is dus niet van toepassing

0 Er is geen effect of een zeer minimaal effect op deze discipline

+, ++ Er is een positief of significant positief effect voor deze discipline

-, -- Er is een negatief of significant negatief effect voor deze discipline

8.4 Leemten in de kennis

De beperkte leemten in de kennis zijn het gevolg van onzekerheden over de concrete

realisatie en invulling van het plangebied. Op het niveau van het plan kan dit niet verder

worden uitgedetailleerd dan nu reeds het geval is. De leemten zijn niet van die aard dat ze

aanleiding kunnen geven tot mogelijke aanzienlijke milieueffecten. Daarnaast zullen

ruimtelijke effecten die het detailleringsniveau van het RUP overschrijden op het niveau van

de stedenbouwkundige vergunning worden beoordeeld (bvb. architecturale aspecten,

beplantingsvoorstellen, e.d.).

8.5 Grensoverschrijdende effecten

Gelet op de ligging van het plangebied, de schaal van de ontwikkeling en het ontbreken van

aanzienlijke milieueffecten wordt geconcludeerd dat er geen gewest- of

landgrensoverschrijdende effecten zullen voorkomen n.a.v. het RUP Galgebeek.

8.6 Discipline-overschrijdende conclusie onderzoek

milieueffecten

Op basis van de beschikbare informatie kan worden besloten dat t.g.v. het RUP Galgebeek

geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Het RUP Galgebeek, dat voorwerp

vormt van dit onderzoek tot milieueffectenrapportage, valt bijgevolg niet onder de plan-

MER-plicht zoals voorzien in het plan-MER-decreet van 17/04/2007. De milderende

maatregelen voorgesteld in dit onderzoek worden opgenomen of verwerkt in het ontwerp

van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

1283863007.doc/wsm/nds – Voorstudie en plan-mer-screening 57

RUP Galgebeek - Turnhout februari 2009

More magazines by this user
Similar magazines