ZE-no4 dec 2010 - Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

scez.nl

ZE-no4 dec 2010 - Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

jaargang 10, maart 2011 01

NIEUWSBRIEF VAN DE STICHTING

CULTUREEL ERFGOED ZEELAND


ARCHEOLOGIECULTUURHISTORIEERFGOEDEDUCATIEMONUMENTENMUSEASTREEKTALEN

Inhoudsopgave

2 SCEZpresse

MUSEA

3 Recordaantal bezoekers Zeeuwse musea

5 Jaar van het Vrijwilligerswerk

• Bezuinigingen voor Zeeuwse musea in 2011 vallen mee

6 Immaterieel erfgoed en de Unesco Conventie

• Plusregeling Cultuurparticipatie voor volkscultuur

ARCHEOLOGIE

7 Vondst voor het voetlicht: Een middeleeuwse barbecue in Zierikzee

8 Fortennacht Staats-Spaanse Linies 10 september 2011

• Onderzoek Romeins Aardenburg, Odyssee-project

9 Walcherse Archeologische Dienst (WAD) lanceert website

• Onderzoek en meldingen

10 Opgraving vroegmiddeleeuwse Duinburg in Domburg

STREEKTALEN

12 Cursus ‘Kennismaking met het Zeeuws’

• Nieuws uit de Zeeuwse Dialect Vereniging

13 Schelden doet geen zeer! Hoe wij elkaar typeren

ERFGOEDEDUCATIE

14 Je eigen omgeving door het oog van de camera

• Uitleen Erfgoedmobiel stopt na 1 juli

MONUMENTEN

15 Monumenten waar muziek in zit...

• Staatsbosbeheer krijgt subsidie voor restauratie fort Rammekens

16 Brochure over herbestemming van monumentale boerderijen

• Dreigende sloop van mogelijk oudste huis van Heikant

toont noodzaak gemeentelijk monumentenbeleid

17 Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen in de provincie Zeeland

18 Restaureren: roeping, voorrecht of uitdaging?

CULTUURHISTORIE

19 Vroege krimp

20 Cursus over groene geschiedenis afgerond

MONUMENTEN

20 Landelijk dekkend netwerk interieurwacht?

21 Rott(ig)e kelderluiken

• Seizoensproblemen in en rond uw monument

22 Winnaars fotowedstrijd ‘De smaak van de 19e eeuw in Zeeland

Erfgoed Allerlei

23 Publicaties

26 Bij de Omslag

• Kerken in krimpscenario

27 Colofon

• Kortelings

In 2002 verscheen het eerste nummer van

Zeeuws Erfgoed. In dat jaar werd ook gebouw De Burg door de SCEZ in

gebruik genomen. Dat verklaart de afbeelding van dit voormalige hotel

op de omslag van het eerste nummer. De nieuwsbrief is inmiddels toe aan

zijn tiende jaargang en op 1 april bestaat de SCEZ ook precies tien jaar.

Gebouw De Burg is een functioneel, sober gebouwd pand.

Toch zijn ook hier interessante interieurelementen te vinden,

waaronder de vier gebrandschilderde raampjes uit circa 1952

in de voormalige bruidssuite.

SCEZpresse

Wie gewend is met erfgoed om te gaan, die denkt in termen van duurzaamheid

en dan is tien jaar niet meer dan een stipje op een lange, lange lijn.

Wie gewend is met erfgoed om te gaan, die denkt in eeuwen en niet in jaren.

Verantwoord beheer en goed rentmeesterschap zijn zaken van lange adem.

Vanuit dat perspectief beschouwd is het feit dat de SCEZ op 1 april

aanstaande tien jaar bestaat niet echt indrukwekkend. Ook in vergelijking

met collega-instellingen is tien jaar weinig bijzonder. Het Zeeuws Museum

bestaat dit jaar 50 jaar en Het Zeeuwse Landschap zelfs 75 jaar. Dan hebben

we het nog niet eens over de Zeeuwse Bibliotheek, inmiddels 152 jaar oud.

Die tien jaar van de SCEZ kan met goed fatsoen nog wel wat worden

verlengd, want haar rechtsvoorganger is de Stichting Monumentenwacht

Zeeland en die is in 1977 opgericht. Maar toch, het aantal jaren blijft

bescheiden. Leeftijd zegt daarentegen ook weer niet alles. Ook in een beperkt

aantal jaren kan het nodige tot stand worden gebracht. Bladerend in de

tientallen afleveringen van Zeeuws Erfgoed en terugdenkend aan de veelheid

aan projecten en activiteiten die, samen met andere instellingen en

organisaties en met medewerking van heel veel betrokken burgers zijn

gerealiseerd, de netwerkstructuren die zich hebben gevormd en het draagvlak

dat is opgebouwd, kom ik tot de conclusie dat we met elkaar in het afgelopen

decennium in Zeeland heel veel tot stand hebben gebracht. Erfgoed doet

ertoe in Zeeland en daar zullen we dit lustrumjaar zeker nog de aandacht op

vestigen. Als lezer van Zeeuws Erfgoed zult u dat in het bijzonder merken,

want voor het septembernummer is een samenwerkingsverband aangegaan

met de Stichting Zeeuws Tijdschrift. Lezers van Zeeuws Erfgoed (jaargang 10)

en lezers van het Zeeuws Tijdschrift (jaargang 61) kunnen in september iets

moois op de deurmat verwachten.

Een van de aspecten van de Modernisering van de Monumentenzorg die dit

jaar zijn beslag krijgt is een vereenvoudiging van de regelgeving, waaronder

ook monumentenvergunningen. Die vereenvoudiging houdt onder andere in

dat eigenaren klein onderhoud en kleine wijzigingen aan hun rijksmonument

in het vervolg zonder vergunning kunnen realiseren. Daar zijn risico’s aan

verbonden, want niet altijd heeft de eigenaar bij een interne verbouwing

voldoende zicht op de cultuurhistorische waarde van interieuronderdelen, wat

kan leiden tot ongewilde vernietiging van erfgoed. Wijzigingen in de structuur

van het gebouw (bijvoorbeeld het doorbreken van een muur) blijven overigens

gewoon vergunningplichtig. De grootste groep monumenteigenaren is de

groep particuliere eigenaren, voor wie het rijksmonument in de eerste plaats

woonhuis is. Deze groep heeft vaak bewust gekozen voor het wonen in een

monumentenpand en is over het algemeen ook zeer geïnteresseerd in de

geschiedenis van het gebouw. Maar onbekend maakt onbemind. Vanuit dat

besef moet, juist bij een soepeler vergunningplicht, worden ingezet op

kennisoverdracht. Eigenaren moeten kunnen beschikken over goede

informatie en deskundig advies over de cultuurhistorische waarde van

hun monument. Dat betreft dan niet alleen de buitenkant, maar ook

de binnenkant. Ik vind dat we de daar

de komende tijd voor Zeeland krachtig

op in moeten zetten. Met kennisoverdracht

en bewustwording is nog

veel te bereiken, zeker als een

vergunningstelsel in de praktijk niet

is te handhaven. Vandaar dat ik een

ontwikkeling als de interieurwacht,

elders in Zeeuws Erfgoed toegelicht,

van harte toejuich. Vanouds is de

monumentenwacht sterk in

bouwkundige inspecties. Dat zou

uitgebreid kunnen worden met

inspecties van het historische interieur.

Wim Scholten, directeur


Recordaantal bezoekers Zeeuwse musea

De 43 Zeeuwse musea hebben in 2010 zo’n 60.000 bezoekers meer

getrokken dan in 2009. Totaal passeerden bijna 475.000 bezoekers

de entree van een museum in Zeeland. Dat is een toename van ruim

15% t.o.v. de ruim 411.000 bezoekers in het jaar daarvoor, zo blijkt

uit een inventarisatie van de SCEZ, begin januari.

Een bijzondere prestatie in een jaar waarin de verwachting was dat door

de crisis de bezoekcijfers zouden stagneren of teruglopen. Maar misschien

ligt in die crisis ook een deel van de toename. De 43 Zeeuwse musea

passen goed bij het aanbod van kleinere Zeeuwse dagattracties.

Het museumbezoek is daarmee een leuk en betaalbaar uitstapje gebleven,

in vergelijking met de vaak duurdere grote dagattracties.

Top 5 musea in Zeeland

Een echte uitschieter is het in 2009 heropende Watersnoodmuseum

met ruim 62.000 bezoekers, dat daarmee in december 2010 als eerste

museum in Zeeland in de Top 55 van Nederlandse musea is gekomen.

Het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk (met een winst van 9.000 ten

opzichte van het jaar ervoor) wordt gevolgd door het Spoorwegmuseum

Stoomtrein Goes-Borsele dat 2010 afsloot met ruim 47.000 bezoekers,

een winst van 2.000 ten opzichte van 2009. De vanouds grootste musea

in Zeeland, Zeeuws Museum in Middelburg en Zeeuws maritiem

muZEEum in Vlissingen, sloten 2010 beide af met ruim 38.000

bezoekers. De Top 5 in Zeeland wordt voltooid door Terra Maris,

museum voor natuur en landschap in Oostkapelle, dat het bezoekersaantal

weer boven de 30.000 wist te krijgen.

Zeeuws Erfgoed 3 maart 2011/01 • MUSEA

Musea

Speciale vermelding verdienen het Dijk- en Oorlogsmuseum

Het Polderhuis in Westkapelle (vierde in 2010 zijn 5-jarig bestaan)

met ruim 30.000 bezoekers, het in 2010 door bezuinigingen bedreigde

Historisch Museum De Bevelanden in Goes met ruim 21.000

bezoekers en Bevrijdingsmuseum Zeeland in Nieuwdorp met ruim 18.000

bezoekers (10 keer meer dan voor de heropening in 2009).

Inventarisatie museumbezoek

Op 21 december publiceerde de Nederlandse Museumvereniging een

overzicht van de bezoekcijfers bij de 55 grootste musea in Nederland.

Daaruit bleek dat landelijk de bezoekersaantallen met ruim 4% zijn

gestegen. Uit de inventarisatie van de SCEZ blijkt nu dat de stijging in

Zeeland dus veel hoger uitkomt, maar liefst ruim 15%. De Nederlandse

Museumvereniging geeft aan dat de groei van de bezoekersaantallen

voor een belangrijk deel op het conto van de Museumkaart komt.

Voor zover de top van de Zeeuwse musea de Museumkaart accepteert,

stemt dit landelijke beeld overeen met Zeeland. Het Zeeuws Museum

in Middelburg kende in 2010 het hoogste aantal bezoeken met een

Museumkaart in Zeeland (36%), gevolgd door het muZEEum in

Vlissingen (16%). Stoomtrein Goes-Borsele kende 100% betaalde entree.

Het Watersnoodmuseum ontving ruim 80% betalende bezoekers.

Een noemenswaardige trend is dat de musea in de top van de Zeeuwse

ranglijst vrijwel allemaal inhaakten op het ‘Zeeuws jaar van de fiets’, door

het samenstellen van fietsarrangementen ter verkenning van het cultureel

erfgoed in de regio. Een aantal fietstochten is nog steeds te vinden op de

provinciale website ZeelandMuseumland.nl.

w w w . z e e l a n d m u s e u m l a n d . n l

1

Het Watersnoodmuseum besteedde tijdens de Week van de Geschiedenis

in oktober 2010 veel aandacht aan het thema ‘Land en Water’. Er kwamen

ruim 2.100 bezoekers op af. Tijdens de MuseumNa/8 werd een scène uit

de musical ‘Dijkval’ uitgevoerd, een voor de vele aanwezigen

indrukwekkend moment.

2

Stoomtrein Goes-Borsele ontving op 11 december van het afgelopen jaar

de Stimuleringsprijs 2010 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Zeeland.

Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden (in 2010 eenmalig

verhoogd tot 15.000 euro vanwege het 70-jarig bestaan van het fonds),

dat wordt besteed aan de aankoop van historisch verantwoorde uniformen

van het treinpersoneel (foto Ed Aartse).


3

Een van de tentoonstellingen waarmee het Zeeuws Museum 2010 afsloot was

‘Soort van steen’, met als bijzonder onderdeel het werk van Maartje Korstanje.

2011 wordt een heel bijzonder jaar voor het museum, want in oktober viert

het zijn 50-jarig bestaan. Er zullen vele activiteiten rondom dit jubileum

plaatsvinden (foto Anda van Riet, Zeeuws Museum).

5

Terra Maris, museum voor natuur en landschap, wist met de tentoonstelling

‘Zilt en Wild’ in 2010 weer boven de 30.000 bezoekers te komen.

Deze tentoonstelling gaat over de échte wilde natuur in Zeeland, over

het leven op de platen en schorren in de Oosterschelde en de Westerschelde

(foto Peter Steutel).

Zeeuws Erfgoed 4 maart 2011/01 • MUSEA

4

Het Zeeuws maritiem muZEEum was in 2010 een van de locaties voor het

project ‘Vrijdag Museumdag’, waarbij bewoners van verpleeghuizen en

zorgcentra werden getrakteerd op een speciale ochtend in het museum.

Een van de bezochte tentoonstellingen was ‘Han Reijnhout,

een Zeeuws meester in detail’ (foto Zeeuws maritiem muZEEum).

Geregistreerd Museum

Bevrijdingsmuseum Zeeland is in 2010 officieel toegelaten tot het

Nederlands Museumregister. Om in aanmerking te komen voor deze

waardering, moet een museum voldoen aan allerlei kwaliteitscriteria.

Op 29 oktober 2010 is door cultuurgedeputeerde

Harry van Waveren het muurschildje met registratielogo aan de gevel

van het museumgebouw in Nieuwdorp geschroefd.

Daarna overhandigde hij namens de Stichting Nederlands

Museumregister aan het museumbestuur het officiële certificaat

‘Geregistreerd Museum’.


Jaar van het Vrijwilligerswerk

2011 is het Europees Jaar van het Vrijwilligerswerk.

Dat jaar creëert een goed podium om ook de Zeeuwse

museumvrijwilligers eens in het zonnetje te zetten.

Vrijwilligerswerk

In de Zeeuwse musea zijn ruim 1.500 vrijwilligers actief.

Zij zetten zich in om de musea draaiende te houden.

Taken als baliemedewerker, collectiebeheerder of

onderhoudsmedewerker zijn van onschatbare waarde.

Veel musea in Zeeland zijn geheel van vrijwilligers

afhankelijk. In 2011 willen wij iedereen laten zien hoe

belangrijk vrijwilligers voor de Zeeuwse musea zijn.

De Zeeuwse museumvrijwilligers verdienen een groot

compliment. Menigeen besteedt er vele uren tijd aan,

investeert er eigen kennis in en zorgt voor promotie

van het museum. Gelukkig krijgt men hier ook wat voor

terug: sociale contacten, werkervaring, nieuwe kennis en

vaardigheden en uiteraard een plezierige tijdsbesteding.

De waardering zit hem in de gezelligheid, aandacht en

betrokkenheid.

Maatschappelijke stage

Vanaf schooljaar 2011-2012 is de maatschappelijke stage

verplicht voor leerlingen uit het voorgezet onderwijs.

De maatschappelijke stage houdt in dat jongeren

vrijwilligerswerk doen tijdens hun schoolcarrière. Dat is

voor hun persoonlijke ontwikkeling en uiteraard ook

goed voor anderen. Het levert meer belangstelling voor

vrijwilligerswerk op. De jongeren van nu zijn de

vrijwilligers van morgen!

Rondom de MuseumNa|8 (Zeeuwse Museumnacht,

afgelopen jaar op 22 oktober) was ook een maatschappelijk

stagiair voor de SCEZ actief. Tara Coppoolse heeft

geholpen met de organisatie van dit jaarlijkse evenement;

door een bijdrage te leveren aan de verzending van de

affiches, het maken van een sfeerverslag en analyse van

de publieksenquête. Deze versterking is zo goed bevallen

dat we voor volgend jaar al weer een nieuwe

maatschappelijk stagiair hebben!

Heeft u interesse voor vrijwilligerswerk in een museum

bij u in de buurt? Kijk op www.zeelandmuseumland.nl

voor informatie over de musea.

Bezuinigingen voor Zeeuwse musea in 2011 vallen mee

Sinds het kabinet Rutte op 14 oktober 2010 aantrad,

zijn de aangekondigde bezuinigingen op de culturele

sector (200 miljoen vanaf 2014) hoofdonderwerp van

gesprek. Een van de daarbij gehanteerde argumenten is

dat de overheid in de loop der jaren steeds meer subsidie

aan cultuur is gaan geven, maar dat dat niet heeft geleid

tot een stijging van het aantal bezoekers. In de landelijke

politiek lijkt het beeld te bestaan dat de bezuiniging

vooral ten koste van de podiumkunsten gaat, omdat het

kabinet niet wil bezuinigen op musea. Daarnaast gaat ook

de btw op kaartjes voor culturele voorstellingen omhoog.

Maar op provinciaal of lokaal niveau zouden de

verhoudingen wel eens heel anders kunnen liggen.

In Zeeland ontvangt geen enkel museum structurele

subsidie van de rijksoverheid. Eén museum ontvangt

structurele subsidie van de provincie en de meerderheid

van de musea ontvangt alleen subsidie van de

gemeentelijke overheid. En juist daar zit wel een

knelpunt, want ook de provincie en gemeenten worden

de komende jaren flink gekort en dat vertaalt zich al snel

naar bezuinigingen op gemeentelijke cultuur.

Uit inventarisaties vanuit heel Nederland blijkt dat die

bezuinigingen toch al snel oplopen van 10 tot 25%.

De SCEZ inventariseerde eind 2010 onder de Zeeuwse

musea welke gevolgen de bezuinigingen voor hen in 2011

hebben. Daaruit blijkt dat het voor dit jaar in de Zeeuwse

gemeenten gelukkig meevalt. De bezuinigingen variëren

tussen de 2 en 10%. Voor de jaren daarna zijn de zorgen

groter, met name waar het gaat om de huur van de

museumgebouwen, energiekosten en voor een aantal

musea de personeelskosten. De grootste zorgen waren er

op de Bevelanden, waar lange tijd een bezuiniging van

150.000 euro boven een begroting van 560.000 euro

hing, een bezuiniging van 27%. Bij het ter perse gaan

van deze Zeeuws Erfgoed leek het tij van deze Bevelandse

bezuiniging wat te keren. De komende drie jaar zal,

buiten de generieke bezuiniging van 2%, voor het

Historisch Museum De Bevelanden en het

Fruitteeltmuseum geen extra bezuiniging worden

doorgevoerd.

Zeeuws Erfgoed 5 maart 2011/01 • MUSEA

Het Industrieel Museum wordt momenteel verplaatst naar de voormalige suikerloods

in Sas van Gent. Over drie jaar moet daar het nieuwe Industrieel Museum Zeeland verrijzen.

Vrijwilligers hebben honderden uren gestoken in de conservering en demontage van de

stoomgenerator uit het bedrijf Heros. Ze bouwen nu weer op, wat eerst heel voorzichtig

werd gedemonteerd (foto Gemeente Terneuzen).


Hoeveel snikkeraars

telt Zeeland nog?

Immaterieel erfgoed en de Unesco Conventie

Immaterieel erfgoed - zoals tradities, rituelen en

streektalen - staat meer dan ooit in de belangstelling.

Het is erfgoed dat leeft, dat onderdeel uitmaakt van

ons leven, dat we willen doorgeven aan komende

generaties. Het besef groeit dat het belangrijk is voor

culturele diversiteit in de wereld, maar ook vluchtig

en kwetsbaar.

Sinds de inwerkingtreding in 2006 van het Verdrag

ter Bescherming van het Immateriële Erfgoed van de

Mensheid (uit 2003) heeft Unesco er twee lijsten bij:

de Representatieve lijst, met een breed overzicht van

het immaterieel erfgoed, en de Urgentielijst, met een

overzicht van immaterieel erfgoed dat dringend

bescherming behoeft; erfgoed dat ondanks pogingen

van de gemeenschap moeilijk in stand te houden is.

In november 2010 maakte Unesco een aantal

internationale tradities bekend die opgenomen werden

in de Representatieve lijst. Uit Europa waren deze

voordrachten onder andere de Franse keuken, de Spaanse

flamenco, bij onze zuiderburen het Feest van Krakelingen

en Tonnekensbrand in Geraardsbergen en het Aalster

Carnaval.

Nederland

Nederland heeft het verdrag nog steeds niet ondertekend,

maar de voorbereidingen hiervoor zijn wel in gang gezet.

Ons land heeft toegezegd het immaterieel erfgoed voor

de toekomst te willen gaan waarborgen en het verdrag te

Plusregeling Cultuurparticipatie voor volkscultuur

De Plusregeling Cultuurparticipatie is een subsidieregeling voor

projecten die actieve cultuurparticipatie in Nederland stimuleren en

van belang zijn voor de ontwikkeling van actieve cultuurparticipatie

in Nederland. Het gaat om projecten die mensen aanzetten tot

actieve participatie op het gebied van amateurkunst, cultuureducatie

of volkscultuur in Nederland.

Het Fonds voor Cultuurparticipatie wil de komende twee jaren naast

provincies en gemeenten ook culturele organisaties subsidies verlenen.

Het fonds hanteert voor deze zogenaamde Plusregeling

Cultuurparticipatie drie belangrijke criteria:

- het project bewerkstelligt een bredere bekendheid en waardering

voor volkscultuur waarbij samengewerkt kan worden met andere

spelers uit het culturele veld;

Zeeuws Erfgoed 6 maart 2011/01 • MUSEA

gaan ondertekenen. Een lidstaat is niet verplicht om

voordrachten te doen voor de internationale lijsten van

Unesco en Nederland ziet hier voorlopig van af. Samen

met het Nederlands Centrum voor Volkscultuur wordt

in 2011 en 2012, de ‘Jaren van het Immaterieel Erfgoed’,

gekeken welke tradities, gewoontes en rituelen de moeite

waard zijn te registreren en te documenteren.

Het immateriële erfgoed is moeilijk te benoemen omdat

het niet tastbaar is, het is een deel van ons verleden dat

we geërfd hebben en wij door willen geven aan anderen.

Erfgoed is overdraagbaar en van ons allemaal. Tradities

kunnen niet geconserveerd of kunstmatig levend

gehouden worden. Het zichtbaar maken en het doorgeven

aan de jongere generatie is essentieel. De plaatselijke

gemeenschappen, de dragers van het erfgoed, moeten dit

zelf ook in stand willen houden. Hun betrokkenheid is

belangrijk evenals de participatie van mensen, jong en

oud. Tevens moet het erfgoed dynamisch zijn en met de

tijd mee ontwikkelen, want des te groter is de kans dat

het erfgoed kan overleven en zich door de nieuwe

generatie eigen wordt gemaakt. Het weer onder de

aandacht brengen van tradities is niet altijd gemakkelijk,

maar het vergroten van cultuurparticipatie kan nieuwe

invalshoeken opleveren.

Zeeuwse tradities op Nederlandse erfgoedlijst

Onze provincie is rijk aan tradities en heeft haar eigen

culturele kenmerken en identiteit. De komende twee jaren

zullen de Zeeuwse gewoontes en tradities worden bekeken

en geïnventariseerd. Uw hulp als drager van dit erfgoed is

onmisbaar en van groot belang. De SCEZ wil graag weten

wat u als inwoner, familie, groep of vereniging voor

Zeeland op de inventarislijst zou willen zetten. Meld ons

wat u belangrijk vindt om voor de toekomst vast te leggen

of te behouden. Dat kunt u doen door een bericht met

uw motivatie en uw kennis over de traditie, gewoonte of

ritueel te sturen naar info@tradities.nl. Voor informatie

kunt u contact opnemen met Hesther van den Donk,

adviseur volkscultuur, 0118-670617,

hpsm.vanden.donk@scez.nl. Samen met de landelijke

experts en het Nederlands Centrum voor Volkscultuur zal

worden gekeken wat uit de verschillende deelgebieden op

de Nederlandse erfgoedlijst gezet kan worden.

- het project zorgt voor cultuurparticipatie waarbij zoveel mogelijk

mensen worden aangezet om actief deel te nemen en nieuwe

doelgroepen bereikt worden;

- het project is onderscheidend of voorbeeldstellend door een nieuwe

vorm van overdracht, opzet of presentatie. Het legt nieuwe verbindingen

of het zorgt voor een kader of een duurzame verankering.

De aanvraag wordt beoordeeld op inhoud waarbij een goed plan van

aanpak hoort. Het moet realistisch worden begroot en het volksculturele

project moet haalbaar zijn. Meer informatie vindt u op de website van

het fonds, www.cultuurparticipatie.nl. Op deze website kunt u de

subsidiewijzer raadplegen en lezen aan welke voorwaarden uw aanvraag

moet voldoen, ook kunt u speciale formulieren downloaden.


Vondst voor het voetlicht

Een middeleeuwse barbecue in Zierikzee

Het vorige nummer van Zeeuws Erfgoed (2010-4) besteedde

aandacht aan een bijzonder middeleeuws vuurscherm uit Sluis.

De vondst die nu voor het voetlicht komt is een laatmiddeleeuwse

spitsteun uit Zierikzee: eveneens een attribuut dat bij de haard

hoorde.

In 2003 zijn in de Korte Nobelstraat in Zierikzee twee rijkversierde

voorwerpen gevonden van roodgebakken klei. Het bleken fragmenten

van twee verschillende spitsteunen of spitdragers te zijn. Het voorwerp

diende om het vlees aan het spit op de juiste afstand van het vuur te

houden, zodat het niet verbrandde. Door gaten of holtes in de steun

werd een draaispit gestoken waaraan het vlees werd gespietst. Door

het spit rond te draaien werd het vlees gelijkmatig gaar. Vaak stond

een vetvanger onder het gebraad om de sappen op te vangen.

Het meest complete exemplaar van de

twee is klein en zal gebruikt zijn om

kleine stukjes vlees te roosteren.

De grotere - helaas zwaar beschadigde

- steun heeft een verbrede basis

en was bedoeld voor grotere

stukken vlees. Deze steun wordt

hier niet verder besproken.

De kleine spitdrager is een

trapeziumvormige ‘baksteen’.

Het standvlak is 14 x 6,5 centimeter

en de hoogte is 11,3 centimeter.

Het voorwerp is niet compleet.

Het vertoont op 8 en 9,5

centimeter hoogte vanaf het

standvlak een gat of holte met een

doorsnede van 2,5 centimeter.

Al naar gelang het gewenste niveau

kon het spit erdoor worden gestoken.

Spitsteunen zijn tamelijk zeldzaam. De twee

uit Zierikzee zijn voor zover bekend de enige Zeeuwse uit een

archeologische context. Elders zijn spitsteunen gevonden met meerdere

gaten op verschillende hoogten, wat het gebruik van meer dan één spit

tegelijk aannemelijk maakt.

Versiering

Het meest opvallend is de versiering. Op het standvlak na is geen

stukje van het voorwerp onversierd. Men spreekt in dit geval wel

van ‘horror vacui’, de afschuw voor het ledige. Voor het aanbrengen

van de versiering zijn drie soorten gereedschap gebruikt: messen,

een paar passers en stempels. Verspreid over de zijkanten zien we een

onregelmatig patroon van kleine en iets grotere mespuntindrukken

en ingekraste lijnen. De voor- en achterzijde vertonen naast de

mespuntindrukken een wielvormige figuur en een rechthoek,

uitgesneden in zogenaamde ‘Kerbschnitt’ (kerfsnede). Duidelijk is

te zien dat er eerst met een passer een cirkel in de klei werd getrokken

waarna de figuur door middel van kerfsneden werd aangebracht.

Ook de rechthoeken en rijen driehoekige kerfsnedepatronen zijn

langs tevoren aangebrachte lijnen uitgestoken.

Het aanbrengen van de versiering in de nog natte, leerdroge klei moet

arbeidsintensief zijn geweest. Van massaproductie lijkt dan ook geen

sprake te zijn geweest. De spitsteun was niet geglazuurd, maar met

een crèmekleurige engobe (kleipap) bedekt die nog aanwezig is in de

Zeeuws Erfgoed 7 maart 2011/01 • ARCHEOLOGIE

verdiepte delen. Er zijn geen brand- of roetsporen te zien. Stempelindrukken

zijn niet aanwezig.

Bijgeloof

Er is een samenhang tussen de geometrische figuren op de spitdrager

en het haardvuur: de figuren zijn magische (afweer)tekens.

Ze verwijzen naar het als vaag bijgeloof overgebleven idee van de haard

als woning van de vooroudergeesten. Deze figuren komen ook voor

op vuurklokken, dovers en kandelaars van gebakken klei.

Opmerkelijk is dat er spitsteunen zijn gevonden met antropomorfe

kopjes als versiering. Ook op het vuurscherm uit Sluis kijkt een

menselijk gezicht de beschouwer aan.

Spitdragers waren waarschijnlijk

in gebruik in rijkere huishoudens,

want vers vlees werd

niet vaak gegeten. ‘Gewone’

mensen aten gezouten of

gedroogd vlees dat eerst

moest worden gekookt.

De vindplaatsen zijn te

relateren aan de baksteenen

tegelproductiecentra,

vooral in verstedelijkte

gebieden. Bakstenen

spitsteunen werden

vervaardigd van de

dertiende tot de

zestiende eeuw.

De Zierikzeese

spitsteunen dateren

uit de vijftiende eeuw.

Na de vijftiende eeuw

zijn de bakstenen dragers

verdrongen door ijzeren

dragers, die overigens al veel langer bestonden. Niet lang daarna

verdwenen eveneens de hierboven genoemde overige haardattributen

van gebakken klei. In die tijd namen de bevolking en de welvaart

(weer) toe, waardoor meer mensen zich vers vlees konden permitteren

en er meer vraag was naar spitdragers. Waarom verdwenen de

bakstenen dragers? Waren ze uit de mode? Of was het voor de

baksteenindustrie te veel werk om deze dragers te maken?

We weten het gewoon niet.

Leida Goldschmitz-Wielinga

Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling Zeeland

Literatuur

Maria Garthoff-Zwaan, Communicerende vaten: beeldtaal

van slibversiering op laat-middeleeuws aardewerk in de Nederlanden,

Rotterdam 1988.

H.A. Heidinga en E.H. Smink, ‘Brick Spit-supports in

the Netherlands (13th-16th century)’, in: J.G.N. Renaud (red.),

Rotterdam Papers IV. A contribution to medieval archaeology,

Rotterdam 1982.

Bart Klück, ‘Huis en Haard’, in: H.L. de Groot, (red.),

Het Vuur Beschouwd, Rotterdam 1990.


Archeologie

Archeologisch Nieuws

Ook over het Verdronken

Land van Saeftinghe

verscheen al eens een

album van het befaamde

duo Suske en Wiske.

De Kruisdijkschans bij

Sluis. Deze schans werd in

1997 als een van de eerste

verdedigingswerken van de

Staats-Spaanse Linies

gedeeltelijk gereconstrueerd

(foto Provincie Zeeland).

Terra sigillata met

het stempel van Polionibus.

‘Herbestemming, ‘Conflict’, Suske en Wiske

Fortennacht Staats-Spaanse Linies 10 september 2011

In het kader van het grensoverschrijdende project

‘Forten en Linies in Grensbreed Perspectief’ wordt in

de participerende provincies in Nederland en Vlaanderen

op 10 september 2011 voor de eerste maal de Fortennacht

georganiseerd. Deze vestigt de aandacht op de forten en

linies als herinneringsplekken en dragende monumenten

Terra sigillata (‘gestempelde aarde’), roodglanzend luxe

aardewerk uit de Romeinse tijd, is in Aardenburg in grote

hoeveelheden gevonden. Dit aardewerk is voor een deel

voorzien van naamstempels van pottenbakkers of fabriekseigenaren

(vandaar de naam); een ander deel heeft aan de

buitenzijde een reliëfversiering met ornamenten en veelal

mythologische voorstellingen. Binnen het Odyssee-project

is het te onderzoeken gedeelte van het terra sigillataaardewerk

nu geïnventariseerd en de papieren

documentatie ervan gedigitaliseerd. Toenmalig

provinciaal-archeoloog Jan Trimpe Burger,

de grote opgraver van Romeins Aardenburg,

was terra sigillata-specialist en heeft een grote

hoeveelheid documentatie nagelaten.

Dit archief is onmisbaar bij de uitwerking van

de opgravingen. Aan de hand van de versieringen

en de pottenbakkersstempels kunnen

productieplaats en vaak ook de

producent worden bepaald, en dus ook de

datering. De nauwkeurig te dateren terra

sigillata biedt zo een uitstekend handvat bij

het ontrafelen van de sporen van gebouwen

en structuren in en om het Romeinse castellum.

Het grootste deel van de Aardenburgse terra

sigillata komt uit het Duitse Rijngebied, van twee

grote productieplaatsen Rheinzabern en Trier. Deze

exporteerden vooral vanaf de tweede helft van de tweede

eeuw na Chr. tot in de tweede helft van de derde eeuw.

In de voorafgaande periode is dit aardewerk vooral

afkomstig uit productieplaatsen in Midden- en Zuid-

Frankrijk. Dat er in Aardenburg veel minder terra sigillata

van cultuurhistorie, natuur en landschap. De nacht wordt

gecombineerd met de Open Monumentendagen en

daarmee corresponderende thema’s, in Nederland het

thema ‘Herbestemming’, in Vlaanderen ‘Conflict’.

Vier locaties in Zeeuws-Vlaanderen herbergen in deze

‘nacht’ van 18.00 uur tot 24.00 uur een keur van

activiteiten: het zijn vesting Aardenburg met de

Olieschans, vesting IJzendijke met de Jonkvrouwschans,

de forten Sint-Jacob, Sint-Jozef, Sint-Livinus en Moerspui

te Koewacht en vesting Hulst. De activiteiten, gepland

door de werkgroep Fortennacht en vier comités, variëren

van natuurexcursies tot muziekuitvoeringen en van

poëzievoordrachten tot culinaire proeverijen.

Voorafgaand is de provinciale opening van Open

Monumentendag, vermoedelijk in Hulst, ook deels gewijd

aan het thema ‘Herbestemming’ en de Fortennacht.

Op deze bijeenkomst wordt een nieuwe Suske en Wiske

gepresenteerd over de Staats-Spaanse Linies en de

Tachtigjarige Oorlog. Deze Suske en Wiske is tijdens

de Fortennacht gratis verkrijgbaar.

Het terra sigillata-aardewerk

Onderzoek Romeins Aardenburg, Odyssee-project

Zeeuws Erfgoed 8 maart 2011/01 • ARCHEOLOGIE

uit deze regio’s gevonden is, maakt duidelijk dat de

Romeinse nederzetting in de vroegere perioden nog geen

belangrijke plaats was. Van de versierde terra sigillata en

de pottenbakkersstempels verschijnt in het kader van

dit onderzoek een catalogus.

Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door

de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk

Onderzoek en de Provincie Zeeland.

Terra sigillata-kom van het type Dragendorff 37,

met erotisch motief.


Walcherse Archeologische Dienst (WAD) lanceert website

De Walcherse Archeologische Dienst, die nu vier jaar

bestaat, heeft een eigen website:

www.archeologiewalcheren.nl. De website biedt informatie

over de WAD zelf, de Walcherse historie en bodem,

het archeologiebeleid en de verschillende archeologische

projecten.

Gedurende vier jaar WAD is veel gebeurd op het vlak

van de Walcherse archeologie. Gedetailleerde

verwachtingskaarten zijn opgesteld en vormen met de

Walcherse onderzoeksagenda de basis voor een degelijk

beleidskader, dat nu in nagenoeg alle bestemmingsplannen

verankerd is. Advisering voor de diverse overheden en

particulieren gebeurt snel en op maat.

Naast beleidsmatig werk zijn verschillende projecten

uitgevoerd, zoals de opgravingen van kruitmolen

De Eendracht, Hof Ramsburg en Hof Essenvelt in

Onderzoek en meldingen

SCHOUWEN-DUIVELAND

‘Eerste’ Romeinse vondst uit Ouwerkerk!

De heer R. van der Zande uit Ouwerkerk meldde de

vondst van zeker zes Romeinse munten, een fragment

van een Romeinse fibula (mantelspeld), enkele

middeleeuwse muntjes en andere metalen

voorwerpen uit de vroege en late middeleeuwen.

Hij vond deze in 2010 met behulp van een

metaaldetector op een akker bij Ouwerkerk.

Aan de oppervlakte van de akker lag bovendien

een groot aantal aardewerkfragmenten uit

verschillende perioden, merendeels na 1500.

Met name de Romeinse munten wekten verbazing,

daar dit de eerste keer was dat uit dat deel van

Schouwen-Duiveland Romeins materiaal is aangetroffen.

ZUID-BEVELAND

Romeinse munt uit de omgeving van Ouwerkerk.

Metaalvondsten centrum Goes

De heren P. Pinxteren uit Kloetinge en P. Hengsdijk uit

Goes meldden vele metaalvondsten uit de binnenstad van

Goes. Ze zijn in hoofdzaak afkomstig uit de Korte

Vorststraat, waar rioleringswerkzaamheden plaatsvonden,

ZEEUWS-VLAANDEREN

Archeologisch onderzoek door het Zeeuwse advies- en

onderzoeksbureau Artefact in bouwplan ‘Hart van Sluis’

te Sluis. Onder zeer slechte weersomstandigheden worden

fundamenten van een middeleeuwse stadswoning

opgegraven. Te zien is onder meer de bakstenen vloer

van de woning (foto Henk Hendrikse).

Middelburg, de Spuistraat en het Scheldekwartier in

Vlissingen en onlangs van een deel van de vroegmiddeleeuwse

ringwalburg ‘de Duinburg’ te Domburg (zie ook

verderop). Het archeologisch onderzoek aan de N57

bracht een nieuwe kijk op Walcheren in de ijzertijd

en Romeinse tijd.

Verschillende luisterrijke zeventiende- en achttiendeeeuwse

buitenplaatsen zijn in ere hersteld dankzij het

project ‘Verborgen Buitens’ van en in samenwerking

met Stichting Landschapsbeheer Zeeland. Daarnaast zijn

op tal van plekken interessante vondsten gedaan en

vastgelegd.

Voor bewoners en bezoekers van Walcheren hield de

WAD rondleidingen op opgravingen en lezingen.

Zij publiceerde brochures en een eerste publieksboek in

de reeks Archeologie op Walcheren. Twee andere boeken

zijn in voorbereiding.

en dateren uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd.

Mevrouw M. Vanhommerig van de gemeente Goes had

al eerder een hoeveelheid aardewerkfragmenten bij de

SCEZ aangemeld, afkomstig van dezelfde locatie.

Zeeuws Erfgoed 9 maart 2011/01 • ARCHEOLOGIE

Vondstmeldingen en

archeologisch spreekuur

Melding van archeologische

vondsten dient te

geschieden bij de SCEZ.

Het materiaal wordt

wanneer nodig geregistreerd

en gedocumenteerd,

maar blijft altijd in

het bezit van de melder,

tenzij deze het zelf wil

afstaan. Uw melding

van vondst(en) of

waarneming(en) kan ook

schriftelijk of telefonisch

geschieden bij:

SCEZ

Postbus 49

4330 AA

Middelburg

T 0118-670870

E j.jongepier@scez.nl

Daarnaast houdt de

SCEZ op elke eerste

dinsdagmiddag van de

maand een archeologisch

spreekuur. U kunt het

spreekuur in locatie

De Burg

Groenmarkt 13

te Middelburg

bezoeken om voorwerpen

te laten determineren

(geldwaarde wordt niet

getaxeerd), vondstmeldingen

te doen, of allerlei

vragen op het gebied van

de Zeeuwse archeologie

voor te leggen.

De eerstvolgende

archeologische

spreekuren vinden

plaats op de

dinsdagmiddagen

5 april, 3 mei, 7 juni

en 5 juli van 15.30

tot 16.30 uur.

Dank voor uw

medewerking!


WALCHEREN Domburg na de Vikingtijd

Opgraving vroegmiddeleeuwse

Duinburg in Domburg

Résidence Wijngaerde

in ontwikkeling.

In het centrum van Domburg ontwikkelt ARCUS

exploitatie bv Résidence Wijngaerde. Hier is in

november/december 2010 een archeologisch

onderzoek uitgevoerd door Archaeological Research

and Consultancy bv (ARC bv) en de Walcherse

Archeologische Dienst. Op deze plek is zo’n

elfhonderd jaar geleden een grote ronde versterking

aangelegd tegen de invallen van de Vikingen, de

zogenaamde ringwalburg. De onderzoekslocatie

bevindt zich in het noordwestelijke kwart van de burg.

Hoewel resten van de Duinburg op verschillende locaties

in Domburg zijn opgetekend blijft onze kennis over de

ringwalburgen en de bewoners beperkt. Voor de opgraving

bij ‘t Groentje is de bodem uitgegraven tot op het niveau

van de aan te leggen parkeerkelder. Hierbij hebben de

archeologen meerdere bewoningsniveaus binnen de burg

opgegraven. De onderste (en oudste) niveaus bevinden

zich nog dieper en blijven in de bodem bewaard, onder

de vloeren van de nieuwbouw. Nooit eerder kon de burg

op zo’n grote schaal bestudeerd worden.

Cirkelvormige versterkingen

Vanaf de negende eeuw teisterden de Vikingen

of Noormannen de kust- en rivierengebieden van

West-Europa. Ook de rijke handelsnederzetting

Walichrum bij Domburg werd hierbij niet gespaard.

Als reactie wierp men, vermoedelijk onder centraal

bestuur van de graaf van Walcheren, aan het eind van de

negende eeuw drie ringwalburgen op: de zuidelijke burg

te Souburg, de middelste te Middelburg en de duinburg

te Domburg. Aanvankelijk hadden de burgen enkel een

verdedigende functie. De burgen van Middelburg en

Souburg waren al snel na hun oprichting bewoond;

die van Domburg is pas vanaf 1000 na Chr. bebouwd.

De burgen bestonden uit cirkelvormige aarden wallen,

met een gracht en een houten palissade. In het centrum

stonden huizen. Twee hoofdwegen kruisten elkaar in het

centrum en gaven uit op een toegangspoort. Vanuit de

ringwalburgen ontwikkelden zich de Walcherse dorpen

en steden.

De Duinburg verviel snel. Vanaf de elfde eeuw is de

locatie herhaaldelijk overstoven met duinzand. In de

dertiende eeuw werd de burg definitief verlaten.

Een bron uit 1235 spreekt van Domburg ‘infra castellum’

en ‘extra castellum’ (Domburg binnen en buiten de wal).

Zeeuws Erfgoed 10 maart 2011/01 • ARCHEOLOGIE

De wal was in die tijd dus nog zichtbaar, want vormde

de scheiding tussen een westelijke parochie met als

moederkerk die van Westkapelle en een oostelijke

parochie met als moederkerk die van Oostkapelle.

In 1320 verplaatste men de oostelijke parochiekerk,

gewijd aan Sint Agatha, meer inlands naar het huidige

Aagtekerke.

Het nieuwe Domburg ontwikkelde zich ten westen

van de burg, rond de kerk. Het centrale wegenpatroon

van de Duinburg is nog herkenbaar in het huidige

stratenpatroon.

‘De Noormannen voor Dorestad’, een bekende schoolplaat

van J.H. Isings, circa 1928.

Impressie van het leven in de ringwalburg

van Oost-Souburg (tekening C. de Jonge).

Boerderijen

Het archeologisch onderzoek op de Duinburg leverde

spectaculaire resultaten op. Ondanks het winterse weer is

nagenoeg het hele terrein onderzocht en in kaart gebracht.

Op basis van de eerste bevindingen zou het onderzochte

niveau rond 1100 na Chr. dateren, de jongste bewoningsfase

van de burg. Verder onderzoek moet dit uitwijzen.


Boerderij in de Duinburg, Domburg (foto WAD).

Wanden van houten stammen en vlechtwerk,

bekleed met mest en/of klei (foto WAD).

Detail van een vlechtwerkwand (foto ARC bv).

In deze tijd stonden langs de noord-zuidelijke hoofdweg,

de huidige Badstraat, minstens twee grote boerderijen,

elk met eigen erf. Omdat de structuren zich op meer dan

vier meter onder het huidige maaiveld bevonden, onder

grondwaterniveau, bleef de toestand van het constructiehout

uitermate goed.

De huizen waren gebouwd van grotendeels onbewerkte

houten stammen van onder meer iep. Tussen de stammen

waren kleine staakjes geslagen, waartussen zorgvuldig

houten twijgen waren gevlochten. Deze vlechtwerkwanden

waren waarschijnlijk met mest en/of klei bekleed.

De muurbasis werd verstevigd met plaggen. Een van de

boerderijen lijkt aan de binnenzijde eerst te zijn verdiept,

waarna een vloer van op elkaar gestapelde plaggen is

aangelegd. Het lijkt erop dat deze boerderij meerdere

fases van herstel heeft gekend. De boerderijen hadden

waarschijnlijk ook een stalgedeelte, getuige dikke mestpakketten

in bepaalde zones. Op de erven zijn sporen

gevonden van afrasteringen en kleine bijgebouwen.

Mogelijk was er zelfs een smidse. Opvallend is de grote

hoeveelheid dierlijk botmateriaal in deze zones.

De huizen werden goed schoon gehouden, het slachtafval

belandde buiten op het erf. Uit deze zones komen ook

enkele mooie vondsten, met name fraai gedecoreerde

mantelspelden (fibulae).

De komende maanden buigen archeologen en specialisten

zich over alle documentatie en vondsten.

De WAD-website www.archeologiewalcheren.nl zal

regelmatig een ‘update’ bieden.

Fragment van een fibula (mantelspeld)

uit de Duinburg (foto WAD).

Zeeuws Erfgoed 11 maart 2011/01 • ARCHEOLOGIE


Streektalen

STREEKTAAL VARIA

Enthousiaste deelnemers

tijdens de laatste cursusdag

in december 2010.


Cursus ‘Kennismaking met het Zeeuws’

In het najaar van 2010 verzorgde de Stichting Zeeuwse

Volksuniversiteit (ZVU) in samenwerking met de SCEZ

een cursus ‘Kennismaking met het Zeeuws’. Voor de

cursus, mede mogelijk gemaakt door de Provincie

Zeeland, schreven achttien bereidwillige of nieuwsgierige

dialectliefhebbers zich in. Een kwart van hen sprak zelf

geen Zeeuws en/of was niet in Zeeland geboren en

opgegroeid. De meesten woonden op Walcheren en

Zuid-Beveland. Een dappere Zeeuws-Vlaming maakte zes

keer de oversteek naar de overkant.

In zes avonden van twee uur kregen de deelnemers inzicht

in de geschiedenis van de dialecten in het algemeen en

van het Zeeuws in het bijzonder. Per regio kwamen

uitspraak, grammatica en woordenschat aan bod.

Ook dialectspelling kwam even aan de orde. In de mate

van het mogelijke werden de cursisten bij de cursus

betrokken. Sommigen vertelden een verhaal in hun dialect

dat als uitgangspunt voor de regionale beschrijving

diende; anderen gaven een bijdrage over hun eigen

specifieke dialect, zoals het dialect van Westkapelle.

De cursisten hadden het niet getroffen met het weer.

Toch trotseerden de meeste deelnemers sneeuwbuien,

gladde wegen, hagel en regen om zo veel mogelijk

aanwezig te zijn op die maandagavonden.

Het smaakt naar meer. Zowel de lesgever als de cursisten

waren enthousiast. Uiteraard waren er ook wat

minpuntjes, het was immers de eerste keer dat deze cursus

werd aangeboden. De aangeboden stof was soms iets te

moeilijk, maar over het algemeen waren de evaluaties

positief tot zeer positief.

De SCEZ overweegt om een dergelijke cursus ook te

verzorgen op Schouwen-Duiveland en in Zeeuws-

Vlaanderen, als er voldoende belangstelling is. Bent u

geïnteresseerd in een cursus over het Zeeuws, dan horen

we dat graag (v.de.tier@scez.nl). Samen met de ZVU

wordt dan nagegaan waar de cursus kan worden

aangeboden.

Nieuws uit de Zeeuwse Dialect Vereniging

Adri Scheele uit Axel wordt de nieuwe voorzitter van de Zeeuwse Dialect

Vereniging. We wensen hem veel boeiende uren en hopen dat hij net als

zijn voorganger heel wat mooie initiatieven neemt samen met zijn

bestuur.

Rinus Willemsen, de secretaris van de vereniging, ging eind 2010 op

pensioen als leerkracht. Rinus is altijd al heel bedrijvig geweest in de

vereniging. Hij is niet alleen secretaris, maar ook eindredacteur voor het

dialectgedeelte in het tijdschrift Nehalennia (het ledenblad van de

vereniging). Verder houdt hij zich bezig met geschiedenis, schrijft hij

columns in de PZC en is hij verhalenteller. Nu hij op rust is, zullen we

ongetwijfeld nog meer van hem horen in de dialectwereld. We wensen

hem veel plezier en succes in deze nieuwe periode in zijn leven.

Rinus Willemsen nam eind 2010 afscheid van zijn collega’s in het onderwijs.

Zeeuws Erfgoed 12 maart 2011/01 • STREEKTALEN


11de Nederlandse Dialectendag in Delft

Schelden doet geen zeer!

Hoe wij elkaar typeren

Op 26 maart 2011 is het weer zover. De tweejaarlijkse

Nederlandse Dialectendag wordt zoals altijd in de

maand maart gehouden. Dit jaar is de Stichting

Nederlandse Dialecten (SND) te gast in Delft in

het Unesco-IHE Institute for Water Education.

Voor de Zeeuwse dialectliefhebbers valt de afstand

dus mee, dit jaar.

Het thema van deze elfde dialectendag is ‘Schelden doet

geen zeer! Hoe wij elkaar typeren’. Hoe typeren we

anderen in de diverse dialecten. Scheldwoorden, schimpnamen,

vloeken, het uiten van gevoelens, enz.

zijn geen objectieve taaluitingen. Mensen worden meestal

getypeerd aan de hand van (afwijkende) karaktereigenschappen

of uiterlijke kenmerken. Die spelen ook bij het

schelden, het vloeken of het geven van bijnamen een rol.

Je emoties uitdrukken door te schelden, te vloeken of

door het uitvergroten van handelingen en toestanden kent

in de taal heel wat variatie. Op deze elfde dialectendag

komen enkele facetten hiervan aan bod.

In het ochtendprogramma kunt u luisteren naar drie

plenaire lezingen. Na de verwelkoming door de voorzitter

en de directeur van het erfgoedhuis Zuid-Holland, leert

Piet van Sterkenburg ons emowoorden kennen in

‘Emoties, karaktereigenschappen en kalmeringsmiddelen

voor nerveuze en agressieve neigingen’.

Karaktereigenschappen zijn verantwoordelijk voor allerlei

soorten taal. Wanneer iemand een afwijkende eigenschap

bezit, willen we die uitvergroten. Karaktereigenschappen

zijn niet alleen het voorwerp van spot en uitvergroting.

Zij doen nog veel meer; zij verrijken onze taal met veel

woorden en vaste verbindingen voor positieve en

negatieve emoties, de emowoorden.

Siemon Reker, oud-voorzitter van de Stichting, heeft het

over woorden als strontbezopen, ladderzat, poedelnaakt in

het noorden en zuiden van het taalgebied: ‘Dronkener

dan dronken, moeër dan moe en nog naakter dan naakt.

‘Dikke’ woorden in enkele dialecten van het Nederlandse

taalgebied’.

Willy Van Langendonck neemt ons mee naar de

schoolbanken en onderzoekt op welke manier scholieren

en studenten bijnamen verzinnen voor hun leraars.

In zijn bijdrage ‘Motivaties in bijnamen van Vlaamse

leerkrachten’ toont hij aan dat jongeren focussen op

uiterlijke, vooral lichamelijke kenmerken, op opvallend

gedrag of een speciaal karakter. Wellicht herkennen we

hier en daar een leraar uit onze schooltijd.

Als afsluiter van het ochtendprogramma is er Sjaak Bral,

bekend van het Groen Geile Boekie. Deze bekende

Nederlandse cabaretier/columnist/schrijver zal ons

ongetwijfeld onderhouden over zijn liefde voor de

Haagse taal: ‘Haags: de oeâhtaal der mensheid’.

Na tien dialectendagen heeft de SND besloten het

concept van het middagprogramma te veranderen. Na

de lunch vervallen de traditionele workshops en het café

chantant. De infomarkt blijft behouden maar is nu enkel

te bezoeken vanaf 13.00 uur tot 15.00 uur.

Op de infomarkt zelf zullen enkele korte presentaties van

een kwartier te zien of te volgen zijn. Deze presentaties

kunt u naar eigen voorkeur volgen tussen 14.00 uur en

15.00 uur. U hoeft zich niet vooraf aan te melden, maar u

kiest op de dag zelf. Bij de bevestiging van uw deelname,

ontvangt u wel al een lijst van wat er allemaal te beleven

is. U krijgt de mogelijkheid om drie of vier interessante

presentaties te volgen. De SND heeft uiteraard ook de

Zuid-Hollandse (dialect)verenigingen uitgenodigd voor

deze dialectencarrousel. Hebt u zelf iets dat u wilt laten

zien aan dialectliefhebbers, neem dan contact op met het

bestuur van de SND. Een presentatie mag niet langer

duren dan een kwartier. De SCEZ laat hier bijvoorbeeld

de Zeeuwse Klapbank zien en beluisteren.

Van 15.00 uur tot 15.45 uur luisteren we in het

auditorium naar de Haagse flamencogroep de Régâhs.

Daarna is er een dialectquiz waaraan bekende en minder

bekende dialectliefhebbers zullen deelnemen, maar waarbij

ook het publiek actief zal betrokken worden. Wie liever

de stad Delft wil bezoeken, kan deelnemen aan de geleide

wandeling. Deze wandeling van 1,5 uur kost 3 euro per

persoon en vertrekt om 13.30 uur.

Het dialectenboek krijgt na tien kleurige en altijd dikker

wordende boekjes een nieuwe vorm en lay-out. Hoe het

nieuwe boek er uit zal zien, ziet u pas op de dialectendag

zelf. Uiteraard vindt u er weer de lezingen van het

ochtendprogramma in. In het regionale gedeelte komen

veel diverse kleinere artikelen, anekdotes, columns

enzovoort. Het boek zal na 26 maart te koop zijn voor

20 euro. Als u het boek op de dialectendag zelf

meeneemt, krijgt u 25% korting en betaalt u 15 euro.

Wil u erbij zijn op 26 maart, dan kunt u een inschrijfformulier

aanvragen bij adviseur streektalen

Veronique De Tier, of downloaden vanaf www.scez.nl.

Inschrijven kost 17,50 euro per persoon (inclusief koffie

en lunch). Voor meer informatie kunt u ook bij de

adviseur terecht: v.de.tier@scez.nl. Meer informatie ook

op www.scez.nl of www.nederlandsedialecten.be of

www.erfgoedhuis-zh.nl.

Zeeuws Erfgoed 13 maart 2011/01 • STREEKTALEN


De tweede module ‘Vensters op Zeeuws Erfgoed’,

met zes vensters uit de Zeeuwse Canon,

waaronder de VOC (2008).

Erfgoededucatie

Je eigen omgeving

door het oog van de camera

Het hele schooljaar 2010-2011 is de Erfgoedmobiel

in gebruik op scholen in de gemeentes

Veere en Vlissingen. Kunsteducatie Walcheren

koppelt aan dit erfgoedproject een schitterend

fotografieproject.

De Erfgoedmobiel is ingericht met de Zeeuwse

Canon. Zes vensters uit die canon zijn in deze

trailer verder uitgediept. Basisscholen in de

gemeentes Veere en Vlissingen krijgen dit project

dit schooljaar aangeboden binnen het cultuurmenu

via Kunsteducatie Walcheren. De lessen

starten met een introductieles van een gastdocent.

Zo ontvangt Peter Blom, archivaris van het

Zeeuws Archief, schoolgroepen voor een les in de

Erfgoedmobiel. De leerlingen worden door Peter

met veel voorbeelden gewezen op de geschiedenis

van hun omgeving. Vervolgens gaan de leerlingen

zelf in de trailer aan het werk met de opdrachtenboekjes

en de vele bronnen in de vensters. De verwerkingsles

die daarna volgt, ‘Venster op de eigen

omgeving’, is door fotografe Karin den Boer met

de leerlingen uitgevoerd in een fotoproject.

Voor het fotoproject bekijken de leerlingen het

erfgoed in de eigen omgeving. Ze verkennen de

omgeving van hun school en brengen onder andere

een bezoek aan de Oudheidkamer in de toren

van de PKN-kerk in Oostkapelle. Enthousiast

hebben jonge onderzoekers dit cultureel erfgoed

vastgelegd in foto’s. De resultaten zijn dan ook

erg geslaagd.

De kijk van leerlingen op het erfgoed van hun

eigen omgeving:

Brug Westhove, door Sjoerd en Angelon

van obs De Regenboog.

Toren, door Sander en Jeffrey

van obs De Knotwilg.

Stilleven, door Swen en Loen

van obs De Knotwilg.

Plant met fossiel, door Simon

van obs De Regenboog.

Uitleen Erfgoedmobiel stopt na 1 juli

Het project ‘Collecties Onderweg’, waarbinnen de Erfgoedmobiel is ontwikkeld, stopt na dit schooljaar.

De subsidie die door het ministerie van OCW en de Provincie Zeeland is verstrekt voor de uitvoering

van dit project, is dan helemaal besteed. Vanaf 2001 is gestart met de ontwikkeling van het project en

vanaf 2004 is de Erfgoedmobiel uitgezet in het onderwijs. Tweederde van de scholen in Zeeland heeft

gewerkt met de modules ‘Uit de put’ (archeologie) en ‘Vensters op Zeeuws Erfgoed’ (Zeeuwse Canon).

Voor veel leerlingen heeft dit project een leuke en leerzame kennismaking betekend met het erfgoed in

Zeeland.

In 2008 maakten studenten van de Rotterdamse Hogeschool Inholland een promotiefilmpje over

‘Vensters op Zeeuws Erfgoed’. Dit is te bekijken op YouTube via de zoekterm ‘erfgoedmobiel’.

Met deze foto’s kijken we kort terug op dit mooie project.

In juni 2005 is er hoog bezoek voor de Erfgoedmobiel. Voormalig staatssecretaris van cultuur,

Medy van der Laan, komt op bezoek, terwijl leerlingen werken met de eerste module, ‘Uit de put’.

Leerlingen van de Pontes Scholengroep Zierikzee

gaan de Erfgoedmobiel in (2004).

Zeeuws Erfgoed 14 maart 2011/01 • ERFGOEDEDUCATIE

Leerling van groep vijf aan het werk met de vensters (2009).


Monumenten

Monumenten waar muziek in zit…

Een categorie monumenten waar vaak - zowel letterlijk als figuurlijk -

aan voorbij gegaan wordt, vormen de muziektenten. Een opmerkelijk

gegeven als men bedenkt dat deze objecten vaak centraal in een stad

of dorp gelegen zijn.

Maar zoals voor andere monumenten ook geldt, speelt de herbestemmingsproblematiek

de muziektenten al enige tijd parten. Sinds enkele

decennia raken muziektenten steeds meer in onbruik, waardoor menig

exemplaar al het veld heeft moeten ruimen; vaak vormen ze een

sta-in-de-weg bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, en daarbij zijn

de onderhoudskosten meestal onevenredig hoog.

In Zeeland staat nog een aanzienlijk aantal muziektenten, waarvan

enkele op zeer markante locaties zoals in Groede en Nisse. En hoewel

muziektenten ogenschijnlijk allemaal gelijk aan elkaar lijken te zijn,

zijn er bij nader inzien verschillen in datering, materiaalgebruik en soms

detaillering. De vormgeving is in Zeeland vaak gelijk, een achthoekige

grondvorm met een licht verhoogde vloer (podium). Daarentegen kan

het materiaal van zowel de kolommen als het dak verschillen.

Zo hebben de meeste muziektenten in Zeeuws-Vlaanderen gegoten

ijzeren kolommen, terwijl de kolommen van de tenten op Zuid-Beveland

veelal van hout zijn. De meeste Zeeuwse muziektenten zijn overigens

gebouwd tussen 1900 en 1960, waarbij de tenten uit de wederopbouwperiode

opvallen door het gebruik van ruitpanelen, dit om de

muzikanten zoveel mogelijk tegen wind en regen te beschermen.

Het merendeel van de ooit in Zeeland gebouwde houten en bakstenen

muziektenten is anno 2011 verdwenen. Van de exemplaren die de tand

des tijds hebben doorstaan, zijn er een paar die een gemeentelijke of

rijksbeschermde status hebben. De overige ‘muziektempels’ genieten geen

juridische bescherming en zouden relatief eenvoudig uit het straatbeeld

kunnen verdwijnen. Dat is jammer, aangezien muziektenten een

belangrijke cultuurhistorische waarde hebben. Het zijn in eerste instantie

Staatsbosbeheer heeft op 13 januari uit handen van staatssecretaris

Zijlstra van OCW een subsidie gekregen van 1.406.392 euro voor de

restauratie van fort Rammekens bij Ritthem. Het oudste zeefort van

West-Europa verkeert al jaren in vervallen staat; door de verstrekking

van deze incidentele rijkssubsidie zal hier binnenkort een einde aan

komen.

Uniek fort

Fort Rammekens is als verdedigingswerk uniek omdat het een van de

weinige bewaard gebleven forten is dat in Italiaanse renaissancestijl is

opgetrokken. Het werd in 1547 in opdracht van landvoogdes Maria van

Hongarije gebouwd op de zuidoostpunt van Walcheren, een strategische

locatie aan de toegangspoort tot de Zeeuwse Delta. Vanuit hier konden

de economisch belangrijke vaarverbindingen en de plaatselijke bevolking

beveiligd worden. Ontwerper van het fort was Donato de Boni di

Pellezuoli, een Italiaanse ingenieur in Spaanse dienst die eveneens het

Keizersbolwerk in Vlissingen (1548) ontwierp. Het fort, dat ook enige

tijd in Engelse en Franse handen was, werd in 1869 als vesting opgeheven.

Vervolgens werd het onder andere gebruikt als kruitmagazijn en als

champignonkwekerij. In 1972 kwam het fort in beheer van

Staatsbosbeheer.

Publieksfunctie

De restauratie van fort Rammekens biedt betere mogelijkheden voor het

publiek en voor het organiseren van evenementen. Op dit punt werkt

Staatsbosbeheer intensief samen met het Zeeuws maritiem muZEEum,

voorbeelden van klein erfgoed, met architectonische waarde wat betreft

vorm en details. Daarnaast hangt de geschiedenis ervan nauw samen met

die van de plaatselijke muziekvereniging en meer in het algemeen met die

van de dorpsgemeenschap. Het is daarom belangrijk dit gebouwde erfgoed

te koesteren en eveneens zorg te dragen voor instandhouding en een goed

hergebruik en/of goede herbestemming.

De achthoekige muziektent van Nieuwvliet,

in 1950 gebouwd in wederopbouwstijl.

Staatsbosbeheer krijgt subsidie voor restauratie van fort Rammekens

Zeeuws Erfgoed 15 maart 2011/01 • MONUMENTEN

dat de openstelling en de pr voor het fort verzorgt. Het ligt in de

verwachting dat het aantal bezoekers de komende jaren zal toenemen,

zeker nadat het Nationaal Historisch Museum fort Rammekens vorig

jaar heeft aangewezen als zogenaamde ‘plaats van herinnering’.

De restauratie van het fort zal overigens niet geheel met rijksgelden

bekostigd worden; naast het ministerie van OCW hebben ook de

Provincie Zeeland, de gemeente Vlissingen, het havenbedrijf Zeeland

Seaports en Staatsbosbeheer zelf financiële middelen beschikbaar gesteld.

De werkzaamheden zullen naar verwachting na de zomervakantie starten.

www.fortrammekens.nl

Van de oorspronkelijke aanleg van fort Rammekens is, behalve

twee halfbastions met kazematten, de natuurstenen toegangspoort in

vroege renaissancestijl overgebleven.


Het vervallen woonhuis

aan de Julianastraat 109

in Heikant is

karakteristiek voor de

streek en heeft een hoge

cultuurhistorische waarde.

Sloop lijkt echter

onvermijdelijk

(foto Gerry van Eeden).

Brochure over herbestemming

van monumentale boerderijen

Steeds meer boerderijen verliezen hun oorspronkelijke

agrarische functie. Naar verwachting zullen de

komende 15 jaar ten minste 17.000 boerderijen in

de verkoop komen, zo blijkt uit een onderzoek van

de Universiteit Wageningen.

Vooral de schaalvergroting in de landbouw en de gestage

afname van het aantal agrariërs liggen ten grondslag aan

deze ontwikkeling. Om verval en sloop van cultuurhistorisch

waardevolle boerderijen zoveel mogelijk te

voorkomen is het belangrijk een goede herbestemming

voor deze objecten te vinden. Het betreft dan niet alleen

het boerenwoonhuis, maar ook de bijgebouwen, zoals in

Zeeland onder andere de landbouwschuur, het wagenhuis

en het varkenshok.

Herbestemming stelt echter nieuwe eisen aan een

gebouw, zoals extra daglicht of meer wooncomfort.

De aanpassingen die dat met zich meebrengt vragen om

het maken van afwegingen, waarbij de historische en

architectonische waarden van het monumentale object bij

voorkeur onderkend en gerespecteerd worden. Dit vraagt

om de juiste kennis en een goede voorbereiding. Ervaring,

dialoog, samenwerking en vakmanschap vormen de basis

Vorig jaar september werd bij het Meldpunt Erfgoed

Zeeland melding gemaakt van de dreigende sloop van

mogelijk het oudste huis van Heikant. Nadat in eerste

instantie de sloop werd stilgelegd, werd half november

door de gemeente Hulst een omgevingsvergunning

voor sloop verleend.

‘Eenvoudig woonhuis’

Het eeuwenoude pand, gelegen aan de Julianastraat nabij

de Belgische grens, heeft in het verleden niet alleen dienst

gedaan als boerenwoonhuis, maar volgens sommigen ook

als tolhuis. Hoewel het pand door jarenlange leegstand

enigszins in verval is geraakt, kan het desalniettemin als

authentiek en karakteristiek voor de regio bestempeld

worden. Dit geldt zowel voor het interieur als voor het

exterieur.

Zeeuws Erfgoed 16 maart 2011/01 • MONUMENTEN

van een geslaagde herbestemming.

Om zowel de boerderijeigenaar als overheden en

professionals (onder anderen architecten) een praktische

handreiking te bieden heeft de Rijksdienst voor het

Cultureel Erfgoed een brochure uitgegeven. De brochure

met de titel Een toekomst voor boerderijen laat zien hoe de

verbouwing en herbestemming van monumentale

boerderijen uitgevoerd kunnen worden. Een vastomlijnd

recept daarvoor bestaat niet; in de monumentenzorg

staat maatwerk immers voorop. Toch zijn er belangrijke

algemene uitgangspunten, richtlijnen en tips die maken

dat een verbouwings- of herbestemmingsproject een

succes kan worden. In de brochure zijn deze richtlijnen

en tips samengebracht.

De brochure is te raadplegen als pdf-document op de

website van de Rijksdienst (www.cultureelerfgoed.nl).

U kunt via deze website ook een exemplaar bestellen.

Meer informatie over (de herbestemming van) Zeeuwse

boerderijen kunt u vinden op:

www.boerderijenzeeland.nl

Dreigende sloop van mogelijk oudste huis van Heikant

toont noodzaak gemeentelijk monumentenbeleid

Helaas spreekt een ‘eenvoudig woonhuis’ zoals dit object

minder tot de verbeelding dan een kerk, molen of kasteel.

En dit wordt nog eens versterkt als de staat van

onderhoud slecht is. Toch is het jammer dat op deze

manier behoudenswaardige objecten voor de gemeenschap

verloren gaan. Want in opgeknapte staat en mét meer

kennis over de geschiedenis van een dergelijke pand

zouden beduidend meer inwoners zich sterk maken

voor behoud. Daarentegen gaat nu een historisch pand

verloren, zelfs zonder dat het goed voor het nageslacht

is vastgelegd.

Belang gemeentelijke inventarisatie

In een reactie aan het voorportaal van het Meldpunt

Erfgoed Zeeland heeft de ambtenaar belast met

monumenten laten weten dat de gemeente sloop niet kan

weigeren. Tevens gaf de ambtenaar aan dat de gemeente

het desbetreffende pand niet als bijzonder of behoudenswaardig

beschouwt en nu eenmaal niet alles behouden

kan blijven. De coördinator van het Meldpunt kan zich

in deze laatste uitspraak vinden. Voorwaarde is dan wel

dat bij de gemeente bekend is welke behoudenswaardige

objecten zich in de gemeente bevinden. Zolang er geen

goede inventarisatie heeft plaatsgevonden en een

gemeentelijk monumentenbeleid ontbreekt zal van een

goede afweging bij sloopaanvragen geen sprake kunnen

zijn.

Hopelijk zal in 2011 het behoud van het gebouwde

erfgoed in de gemeente Hulst beter gewaarborgd kunnen

worden. Helaas zal een dergelijke veiligstelling voor

het pand aan de Julianastraat te laat komen…

www.meldpunterfgoedzeeland.nl


MONUMENTENRONDE

Stichting Behoud Kerkelijke

Gebouwen in de provincie Zeeland

De Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen in de provincie Zeeland

(SBKGZ) zet zich in om eigenaren van kerkelijke gebouwen in

de provincie Zeeland behulpzaam te zijn bij onderhoud, restauratie

en verbouwing, bij subsidieaanvragen en bij onderhoudsplanning.

De stichting is in 1990 officieel opgericht als Hervormde Stichting

tot Behoud van Kerkelijke Gebouwen in Zeeland, maar is al actief

sinds 1988. In 2007 is door een statutenwijzing de doelgroep van

kerken vergroot.

Werkzaamheden

De diensten van de stichting bestaan onder andere uit het verstrekken

van adviezen bij:

- het opstellen van (bouwkundige) onderhoudsplannen en de

begeleiding van de uitvoering van onderhoud, de projectbegeleiding

van verbouw- en restauratieplannen; advisering bij de uitvoering

van restauraties en bij het opstellen en uitvoeren van

restauratieplannen.

- de begeleiding en uitvoering van verbouwplannen,

het werven van subsidies en fondsen voor bovengenoemde

plannen (bijv. de Brim-regeling), het

oplossen van specifieke technische problemen.

De adviezen kunnen ook over incidentele zaken gaan. Ook de beoordeling

van uitgebrachte offertes, prijsaanbiedingen of advies behoort tot de

mogelijkheden. De beslissing op welke manier de problemen worden

opgelost ligt bij de kerkrentmeesters. In eerste instantie werkt de SBKGZ

binnen het verband van de Protestantse Kerken in Nederland, maar ook

andere kerkgenootschappen kunnen van haar diensten gebruik maken.

Dit alles gebeurt in goed overleg met de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk

Beheer (VKB) afd. Zeeland, de Gemeenteadviseur Kerkbeheer

Zuid Nederland van de PKN, het Regionaal College voor de Behandeling

van Beheerszaken (RCBB) en de Regionale Werkgroep Kerkbouw Zeeland

(RWKZ).

De stichting is verder vertegenwoordigd in het landelijke OVO

(Overleg Orgaan Stichtingen Behoud Kerkelijke Gebouwen), het

Meldpunt Erfgoed Zeeland en het Platform Historische Kerken Zeeland.

Aanpak

De stichting doet haar werk met de hulp van vrijwilligers. De adviezen

worden tegen een geringe vergoeding uitgebracht door de twee

vrijwillige technische adviseurs.

Het bestuur bestaat ook uit vrijwilligers. De voor het functioneren

van de stichting benodigde gelden worden verkregen uit donaties van

de kerkelijke gemeenten. De jaarlijkse bijdrage bedraagt 15 euro per

kerkelijke gemeente.

Activiteiten

De advisering door de technische adviseurs betreft voor een belangrijk

deel monumentale gebouwen, maar adviseren over gebouwen zónder

monumentale status gebeurt ook. Daarnaast wordt jaarlijks een

nieuwsbrief uitgebracht met daarin aandacht voor wet- en regelgeving,

vergunningen, gebruiksvoorschriften, subsidieregelingen, inspectie,

onderhoud en planning, brandpreventie enzovoort.

Omdat uit de contacten met de kerkelijke gemeenten de indruk was

ontstaan dat er behoefte bestond aan informatie over en hulp bij het

aanvragen van een Brim-subsidie (Besluit rijkssubsidiëring instandhouding

monumenten) is eind 2009 begin 2010 een schriftelijke enquête gehouden

onder 116 kerkrentmeesters van de PKN-kerken in Zeeland. Doel van het

onderzoek was na te gaan hoe het stond met de voorbereidingen voor

de Brim-aanvragen. Van 93% van de kerken werd een reactie ontvangen.

Aan de hand van de antwoorden zijn gericht brieven verstuurd waarin

hulp wordt aangeboden en wordt gewezen op een tijdige en juiste

aanvraag van subsidie. Op deze brief is in ruime mate positief gereageerd.

De Catharinakerk in Zoutelande.

Toekomst

Het is de bedoeling om in nog nauwere samenwerking met de VKB,

het RCBB en de gemeenteadviseur de dienstverlening aan

de kerkrentmeesters verder uit te bouwen en te intensiveren.

Contact

www.SBKGZ.nl

Secretariaat

Marga Klompélaan 10

4385 JL Vlissingen

E info@sbkgz.nl

T 0118-465637

Technisch adviseurs

Classis IJzendijke (en Tholen)

De heer M.P. Vermaire

E mpvermaire@zeelandnet.nl

T 0118-626937

Classes Goes/Middelburg/Zierikzee

De heer J.M. Huige

E jaaphuige@zeelandnet.nl

T 0118-616876

Zeeuws Erfgoed 17 maart 2011/01 • MONUMENTEN


Tentoonstellingszaal

met zestiende-eeuwse

kapconstructie van eiken.

Restaureren: roeping, voorrecht of uitdaging?

Een van de belangrijkste

monumenten van de stad

Zierikzee is toch wel

het oude stadhuis. Het

oudste gedeelte, het oorspronkelijke vleeshuis en het

benedenstuk van de toren, dateert van 1550-1554 en

is in sobere renaissancestijl uitgevoerd. Het gebouw

met de imposante houten kapconstructie vormde ruim

twee jaar een opleidingsproject voor leerlingen in de

restauratie.

Verbouwingen en bestemmingen

De achthoekige toren werd medio zestiende eeuw

voorzien van een bekroning van waarop de zeegod

Neptunus uitkijkt over de stad. In 1661 is er een

burgemeesterskamer toegevoegd. In de periode 1772-1779

is het stadhuis nog grondig verbouwd. In het stadhuis

zetelde niet alleen het stadsbestuur maar hadden ook de

rechtbank en het waterschap hun onderkomen. Sinds de

gemeentelijke herindeling is Zierikzee opgegaan in de

gemeente Schouwen-Duiveland en beschikt ze over een

nieuw modern gemeentehuis. Het oude stadhuis had zijn

functie verloren en werd ingericht als museum onder de

naam ‘Stadhuismuseum’.

Museum op zich

Zowel aan de buiten- als binnenkant is het gebouw een

museum op zich. In de hal beneden zijn op de balken

de wapens van de steden en heerlijkheden van Schouwen-

Duiveland te zien. Op de eerste verdieping zijn zalen te

zien die in Lodewijk XV-stijl zijn verbouwd. De oude

spiltrap leidt ons naar de zolderverdieping waar men zicht

heeft op een imposante zestiende-eeuwse eiken

kapconstructie. Het is indrukwekkend om te zien hoe

vakmensen in die tijd dit hebben kunnen realiseren;

indrukwekkend zijn niet alleen de verbindingen in de

constructie maar is ook het gewicht van de diverse

onderdelen.

In het Stadhuismuseum is een vaste expositie te zien van

de rijke geschiedenis van de stad Zierikzee. Thema’s zijn

onder andere het verbouwen en verwerken van de

meekrap, de watersnoodramp van 1953 en de strijd

tegen het water. Op Schouwen-Duiveland was Zierikzee

een belangrijke stad, hier werd de oogst van de boeren

verhandeld en verscheept.

ROP-project

In augustus 2009 is er wederom gestart met een

restauratie. Deze restauratie werd uitgevoerd door

Zeeuws Erfgoed 18 maart 2011/01 • MONUMENTEN

Aannemersbedrijf Huurman uit Delft en is begin 2011

afgerond. Op dit project werden twee leerlingen

restauratietimmeren en één leerling restauratiemetselen

opgeleid. Opgemerkt moet worden dat door de

opdrachtgever, de gemeente Schouwen-Duiveland, het

project in de besteksvoorwaarden al aangemerkt was als

restauratie opleidingsproject.

In de restauratie kwamen de leerlingen veel onderdelen

tegen zoals herstel van het metselwerk van de gevels,

herstel van de balklagen en vloeren, herstel van de

dakconstructie en aanbrengen van natuurstenen

elementen. Omdat het Stadhuismuseum na restauratie

weer toegang moet bieden aan publiek, zijn er

voorzieningen getroffen zoals toiletgroepen die ook

geschikt zijn voor mindervaliden. Eveneens zijn er

voorzieningen in de vloeren aangebracht voor de

liftinstallatie en voldoet het pand aan de huidige

brandveiligheidseisen.

Het moet haast wel een roeping zijn om een opleiding

in de restauratie te willen volgen, het is in ieder geval een

voorrecht om op een project te mogen werken als het

Stadhuismuseum in Zierikzee en het vormt een uitdaging

om dit historisch verantwoord te restaureren!

Leerling metselen brengt de nokvorsten opnieuw aan onder

toezicht van de leermeester (foto Arie Bijl).

Leerlingen timmeren bezig met het vervangen en aanpassen

van de balklaag (foto Arie Bijl).


Vroege krimp

Al enige tijd waart het rond als een spook, vooral in de -

vanuit de Randstad zo beschouwde - buitengewesten, en

dus ook in Zeeland: krimp! In onze provincie is het vooral

Zeeuws-Vlaanderen waar men met dit verschijnsel wordt

geconfronteerd. De bevolking vergrijst, met als gevolg

leegstand, verkrotting en uiteindelijk afbraak van

woningen, en sluiting van scholen en andere

voorzieningen. Het zijn enkele onderdelen van een

doemscenario dat al werkelijkheid wordt. In het oog

springend zijn bovendien kerksluitingen en samenvoeging

van parochies. Ook dat begon in alle hevigheid in

Zeeuws-Vlaanderen, maar inmiddels doet ook Zeeland

boven de Westerschelde mee met parochies die, mede

uit financiële nood, tot schaalvergroting moeten overgaan.

Het komt een historicus bekend voor, want het is eerder

vertoond in Zeeland, weliswaar onder heel andere

omstandigheden maar met enkele opvallende

overeenkomsten.

Sinds de twaalfde, dertiende eeuw beschikte vrijwel elk

Zeeuws dorp, hoe klein ook en hoe nabij soms ook het

buurdorp, over een eigen parochiekerk. De meest toegepaste

plaatsnaam in onze provincie eindigde niet voor

niets op -kerke. In geen enkel ander gewest is dat type

naam zo rijk vertegenwoordigd als hier. De kerk kwam

in het hart van de samenleving te staan, op veel plaatsen

- (kerk)ringdorpen! - zelfs ook letterlijk in het hart van het

dorp. Maar al spoedig bleek dat er teveel kerken waren

gesticht. In enkele dorpen staken als gevolg van geringe

toeloop al snel financiële problemen de kop op.

Doorslaggevend voor de toekomst van kerk en dorp was

de beginfase van de Opstand tegen Spanje, de jaren

1572-1577. De strijdende partijen, Geuzen tegenover

Spanjaarden, voerden toen op het Zeeuwse platteland

een guerrillaoorlog waarbij vrijwel alle kerkgebouwen

het moesten ontgelden. Na het luwen van de strijd was

Zeeland een waar ‘kerkenkerkhof’. Geldgebrek was de

belangrijkste reden dat niet elk beschadigd kerkgebouw

op restauratiesteun vanuit Middelburg kon rekenen.

De Zeeuwse Staten namen toen besluiten met uiteindelijk

ver strekkende gevolgen: slechts een beperkt aantal kerken

mocht - soms in verkleinde vorm - worden hersteld, van

andere trok de overheid haar handen af. Nog sterker:

enkele kerken dan wel dorpen werden bewust afgebroken.

Dat gebeurde bijvoorbeeld met het Walcherse

Boudewijnskerke en Sint-Janskerke. Op Schouwen

mochten de kerkruïnes van Nieuwerkerke, Duivendijke,

Brijdorpe en Looperskapelle (verder) worden afgebroken.

En op Tholen moesten de inwoners van Schakerloo

voortaan maar ter kerke in de stad Tholen.

Het gevolg was schaalvergroting. Want met het verlies

van de kerk verloor het dorp de toen belangrijkste

voorziening. Een voorziening met veel meer dan alleen

religieuze betekenis, want in of bij de kerk werd

bijvoorbeeld ook recht gesproken. Het hart verdween

uit zo’n dorp waarna het ten dode was opgeschreven.

De bevolking vertrok uit de kerkloze dorpen en vestigde

zich in plaatsen waar de kerk wél op steun kon rekenen.

Wat na leegloop overbleef kromp ineen tot een gehucht

of nog minder. Had Walcheren ooit 36 parochies geteld,

eind zestiende, begin zeventiende eeuw was eenderde

daarvan opgeheven en samengevoegd tot een nieuwe -

Cultuurhistorie

inmiddels hervormde - kerkgemeente. Op de andere

eilanden ging het niet anders. En met de wereldlijke

gemeenten ging het trouwens, met enige vertraging,

net zo. Ook daar was schaalvergroting aan de orde.

De herinneringen aan deze ingrijpende ontwikkelingen

zijn, voor wie daar oog voor heeft, overal in Zeeland

zichtbaar. Een weinig opvallende verhoging in de vorm

van een voormalig kerkhof, in het gunstigste geval

gemarkeerd door een plaatsnaambord. Een bord

bijvoorbeeld met Nieuwerkerke, maar de kerk zelf is al

in geen eeuwen en in geen velden of wegen meer te zien.

Terug naar de krimp van vandaag. Welke les die ons

leert is nog niet duidelijk. Bestuurders spreken graag van

kansen die de krimp biedt in plaats van bedreigingen.

Maar in het perspectief van de vroegere krimp valt in

elk geval wel te hopen dat de toekomst van de kerken

beter is gegarandeerd. Zoals de gewestelijke overheid

toen met veel kerken is omgesprongen lijkt vandaag

ondenkbaar. De religieuze rol van steeds meer kerken

mag dan anno 2011 zijn uitgespeeld, andere functies

bieden hoopvolle perspectieven. Zo kan de kerk - figuurlijk

én letterlijk - blijven waar ze sinds de middeleeuwen

stond: in het midden van het Zeeuwse dorp.

Aad de Klerk,

adviseur cultuurhistorie en landschap

Zeeuws Erfgoed 19 maart 2011/01 • CULTUURHISTORIE

Boudewijnskerke

(Walcheren): voorbeeld

van een gekrompen dorp.

De kerk (nog altijd) in

het midden van het dorp

(Koudekerke)

(luchtfoto Jacqueline

Midavaine).


Cursisten op excursie in

het winterse Slikkenbosch

bij Oostkapelle

(foto Maurits Schipper).

Cursus over groene geschiedenis afgerond

Onder uitzonderlijke omstandigheden werd op zaterdag

27 november 2010 de succesvolle cursus ‘Grepen uit

de groene geschiedenis van Walcheren’ afgerond.

De eerstgevallen sneeuw van het seizoen maakte de

omgeving van de eendenkooi in het Slikkenbosch bij

Oostkapelle tot een waar sprookje. Anton van Haperen

leidde daar de cursisten rond.

Er waren vier cursusavonden aan voorafgegaan; elk

daarvan was gewijd aan een thema op het snijvlak

van geschiedenis en ecologie: de buitenplaatsen in de

Manteling; de wegbeplanting in de (voormalige) Tuin

van Zeeland; de naoorlogse kreekgebieden; en het

duingebied tussen Westkapelle en Vrouwenpolder.

Twintig deelnemers volgden de cursus - georganiseerd in

een samenwerkingsverband van Staatsbosbeheer, SCEZ

en Stichting Zeeuwse Volksuniversiteit dat voor herhaling

vatbaar is. Een vervolg op de cursus behoort dus zeker

tot de mogelijkheden. De groene geschiedenis van

Walcheren, van Zeeland biedt nog tal van kansen!

Landelijk dekkend netwerk interieurwacht?

Historische interieurs staan steeds meer in de belangstelling,

zeker sinds 2001, het Jaar van het Historisch

Interieur. Sindsdien zijn een groot aantal initiatieven

ontplooid om de belangstelling voor en de kennis

over historische interieurs te stimuleren.

Vaak door onwetendheid, maar ook door renovatiewoede

van nieuwe eigenaren van monumentale panden,

verdwijnen delen van of soms zelfs complete historisch

waardevolle interieurs. Dat komt omdat deze interieurs

niet beschreven staan als onderdeel van het rijksmonument,

maar ook omdat de nieuwe eigenaren hier geen

weet van hebben.

Op 25 november 2010 vond ten kantore van de

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in

Amersfoort een symposium plaats met de titel

‘Interieurwacht moet monumenten van binnen

beschermen’. Ook werd er het rapport Landelijke

interieurwacht: een publieke zaak? gepresenteerd.

Dit rapport onderstreept het belang van het opzetten

van een landelijk netwerk van interieur-wachters dat

ervoor kan zorgen dat de nog aanwezige

bijzondere historische interieurs van tienduizenden

Nederlandse en ook Zeeuwse rijksbeschermde

monumenten behouden blijven. Dit kunnen de

interieurs betreffen van kastelen, kerken, woonhuizen,

(voormalige)overheidsgebouwen, maar ook historische

boerderijen en scholen. Het rapport is opgesteld door

de rijksdienst en Monumentenwacht Nederland.

Door achterstallig onderhoud, slechte klimatologische

omstandigheden, onachtzaamheid of onwetendheid

van eigenaren en het ontbreken van periodieke inspecties,

ontstaat aan monumentale interieurs vaak onnodig veel

en soms onherstelbare schade. Eigenaren en beheerders

willen graag de juiste maatregelen treffen, maar hebben

vaak niet de kennis of de mogelijkheden om verantwoord

onderhoud te plegen.

Zoals elke provincie in Nederland een eigen monumentenwacht

heeft die de buitenkant van monumenten

Zeeuws Erfgoed 20 maart 2011/01 • CULTUURHISTORIE | MONUMENTEN

inspecteert, noodreparaties uitvoert en eigenaren adviseert

over het onderhoud ervan, zo zou een landelijk dekkend

netwerk van provinciale interieurwachten in navolging

van de reguliere monumentenwachten wenselijk zijn.

In Noord-Brabant en Vlaanderen zijn al enkele jaren

interieurwachters actief, wat een groot succes blijkt te zijn.

Hun inspectierapporten zorgen voor duurzaam behoud

van de historische interieurs.

Het rapport is te downloaden vanaf de website van

de RCE, www.cultureelerfgoed.nl (zie: actueel/persberichten/interieurwacht

moet monumenten van

binnen en buiten beschermen).

Een papieren exemplaar is aan te schaffen bij de balie

van de SCEZ aan de Groenmarkt 13 in Middelburg

voor 7,50 euro.


Rott(ig)e kelderluiken

Veel panden in historische binnensteden zijn onderkelderd.

Een waar genot als de kelder droog is en blijft, en voldoende

stahoogte heeft. Het gebruik ervan is legio; was in het verleden

de kelder het werkterrein van de dienstbode of de voorraadopslag

van kolen voor de kachel, tegenwoordig dient de kelder tal van

andere uiteenlopende doelen.

De monumentenwacht komt tijdens haar inspecties allerlei vormen van

keldergebruik tegen. Deze variëren van restaurant tot opslagruimte, van

wijnkelder tot werkplaats en van kunstgalerie tot oefenruimte voor een

muziekbandje.

Essentieel voor het functioneel gebruik van zo’n kelderruimte is de

bereikbaarheid ervan. De toegang tot de kelder van binnenuit is vaak

gesitueerd in de gang van het pand, waar men via een trap naar de

onderliggende ruimte kan afdalen. Maar vaak is er ook een toegang van

buitenaf, vooral bij monumentale panden in de binnenstad. Aan de

straatzijde zijn dan een paar horizontale luiken aanwezig, meegenomen

in de bestrating, of de luiken zijn schuin tegen de voorgevel geplaatst.

Via deze luiken kwamen de voorraad kolen of andere goederen in de

kelder onder het betreffende pand.

De luiken zijn meestal van hout en staan dag in dag uit bloot aan weer

en wind. Horizontale luiken hebben het daarbij extra te verduren door

bijvoorbeeld regenwater dat erop blijft staan of schuifelende kindervoetjes.

Dergelijke gebouwonderdelen hebben veel onderhoud nodig.

Het schilderwerk heeft veel te lijden en houtrot ligt op de loer.

De grootste boosdoener is vocht, vooral bij de schuinliggende kelderluiken,

waarvan de houten onderzijde op de bestrating rust. In de

dagelijkse praktijk van de monumentenwacht blijkt juist op deze plaats

in veel gevallen houtrot voor te komen.

Monumenten

Zeeuws Erfgoed 21 maart 2011/01 • MONUMENTEN

Om dit te voorkomen heeft de monumentenwacht de volgende tip: zorg

dat de luiken niet op het straatwerk rusten, maar één tot enkele

centimeters vrij liggen. Dit is eenvoudig te realiseren door aan de

onderzijde van de luiken stootdopjes te schroeven, de rubberen dopjes

die ook in gebruik zijn als deurstopper of die op de muur worden

aangebracht op de plaats waar de deurkruk tegen de wand stoot.

Door deze dopjes aan de onderzijde te bevestigen, rusten de houten luiken

niet meer direct op de bestrating en ontstaat er een kier tussen de luiken

en de bestrating. Hierdoor blijft het kwetsbare houtwerk droog en kan de

kelder enigszins ventileren, wat op zijn beurt van belang is voor een goed

binnenklimaat in de kelder. Een investering van enkele euro’s kan u in

ieder geval hele dure reparaties aan uw kelderluiken besparen.

Seizoensproblemen in en rond uw monument

Natuurlijk groen zoals bomen en struikgewas vormt samen met monumentale objecten

een prachtige combinatie die de onderlinge beleving versterkt. Maar zoals zo vaak bij

goede combinaties, kunnen ze elkaar ook tot last zijn.

Bomen en struiken die te dicht bij gebouwen in de buurt staan, kunnen overlast geven en

schade aan de gebouwen veroorzaken. Kijkt u eens naar de vorm van beplanting in de buurt

van uw pand, nu de bomen en struiken nog niet vol in blad staan. Zijn er overhangende

takken die uw pand kunnen beschadigen of die in de herfst de goten met hun blad kunnen

verstoppen? Bedenk ook dat de takken van bomen in blad zwaarder worden en gaan

‘doorhangen’. Hierbij kunnen ze, door de wind geholpen, tegen uw pand gaan schuren en

het schilderwerk van goten, gevelbeschietingen en kozijnen, of zelfs de gehele gevel, lelijk

beschadigen. Door de bomen iets terug te snoeien of een enkele tak flink in te korten,

kunt u al veel ‘seizoensschade’ voorkomen.

Medio december 2010 barstte de winter in volle hevigheid los. Wind, sneeuw en vorst

waren aan de orde van de dag, met alle leuke en minder leuke gevolgen die daarbij horen.

Bij de inval van de dooi kwamen bij de SCEZ diverse telefoontjes binnen van eigenaren

van panden die al dan niet bij de monumentenwacht aangesloten zijn. Het ging vooral om

problemen met de afvoer van smeltwater van de daken van monumentale objecten en de

daarmee gepaard gaande lekkages. Door bladval in de herfst waren verscheidene goten vol

geraakt en soms zelfs verstopt. De afvoerpijpen van de meeste dakgoten hebben een diameter

die varieert van zeven tot tien centimeter. Dat is erg klein als u bedenkt dat er soms maar één

afvoer aan de goot van een pand aanwezig is. Door vallend blad kan de opening van de afvoer

makkelijk afgedekt raken in het najaar. Bij regen is er een kans dat het blad wegspoelt en de

opening van de afvoerpijp weer vrij komt. Maar de afgelopen winter vroor en dooide het

geregeld. In de gootbodem vastgevroren bladeren kunnen de opening naar de afvoerpijp

hermetisch afsluiten. Met daarop nog een sneeuwdek van tien of meer centimeter zoals

afgelopen december het geval was, is de mogelijkheid om het smeltwater af te voeren

volledig geblokkeerd. Vergeet dus niet geregeld de openingen van hemelwaterafvoeren vrij

te maken en de goten schoon te houden en voorkom zo nare lekkages.


Winnaars fotowedstrijd

‘De smaak van de 19e eeuw in Zeeland

‘Detail van een grote boerenschuur’ - Matty Geschiere, 60 jaar

Bij het detail van de grote, prachtig gerestaureerde negentiende-eeuwse landbouwschuur

van boerderij Land en Zeezicht in Kamperland was de jury

getroffen door de eenvoud in kleurstelling. Matty Geschiere heeft met vier

structuren - een schuurraam, gepotdekseld houtwerk, een wolkenpartij en een

dakraam - een monumentaal, maar ook ongewoon beeld weten vast te leggen.

Bijzonder is de op het eerste gezicht tweedimensionale compositie van een

viertal elementen, die sámen een onverwachte dieptewerking aan deze foto

geeft. Om deze doorkijk met luchtweerspiegeling zo te kunnen vastleggen,

heeft de fotografe haar positie vooraf zorgvuldig bepaald, dat kan niet anders.

Geheel terecht dat Matty Geschiere haar foto “Een plaatje!” noemt.

‘De smaak van de 19e eeuw?!’ - Céline den Engelsman, 15 jaar

De gedenknaald voor Filips van Marnix, heer van Sint-Aldegonde en West-

Souburg, past naadloos in de negentiende eeuw, de tijd van het ontluikende

nationale gevoel. Het vrij onbekende monument op het Marnixplein in West-

Souburg krijgt op de foto van Céline den Engelsman de extra aandacht die het

verdient. Het monument is in 1872 opgericht op initiatief van de Antwerpse

Geuzenbond, een liberale groepering die zich sterk maakte voor de positie van

het Nederlands in Vlaanderen en België. In 1898 werd er ter herdenking van

Marnix’ 300e sterfdag nog een bronzen lauwertak op aangebracht. Vanwege de

gangbare traditionele stijl is de titel “De smaak van de 19e eeuw?!” goed gekozen.

Een mooie foto van Céline den Engelsman.


Unaniem

juryoordeel

Tot 1 oktober 2010 kon iedereen meedoen aan de

fotowedstrijd van de SCEZ rond het thema van

Open Monumentendag 2010: ‘De smaak van de 19e

eeuw in Zeeland’. De uitdaging was om een bijzondere,

aansprekende, eigenzinnige of gewoon een heel mooi foto

te maken van een monument of historisch object uit de

negentiende eeuw. De jury - bestaande uit vakfotografe

Mechteld Jansen, oud-wethouder Gerrit Schoenmakers en

Tony Veenstra, SCEZ-sectorhoofd instandhouding - heeft

uit een voorselectie van tien foto’s twee winnaars gekozen.

De winnaar voor de categorie jeugd is Céline den

Engelsman uit Oost-Souburg geworden; de andere winnaar

is mevrouw Matty Geschiere uit Grijpskerke. Beiden

hebben uit handen van Wim Scholten, directeur van de

SCEZ, op 24 november hun prijs in ontvangst genomen.

De twee winnaars van een cadeaubon voor een iPod.

Rechts op de foto Céline den Engelsman. Mevrouw Geschiere

kon niet bij de uitreiking aanwezig zijn, zij werd

vertegenwoordigd door haar echtgenoot.

Het juryberaad, met (v.l.n.r.) Tony Veenstra,

Gerrit Schoenmakers en Mechteld Jansen.

Eervolle vermelding (midden v.l.n.r.)

Drie inzenders kregen van de jury een eervolle

vermelding:

• ‘Ku(n)stlicht’ - Niek Beeke, 48 jaar.

• ‘Middelburgs contrast’ - Jelte Mense, 20 jaar.

• ‘Broeksknopen van mijn overgrootvader’

- Jordy Eggebeen, 11 jaar.

Overige kanshebbenden (onder v.l.n.r.)

• ‘Interieur van de mooie kamer van Hoeve Van der Meulen

in ’s-Heer Abtskerke’ - Piet Grim, 67 jaar.

• ‘Zeeuwse muziekschool in Goes’ - Mark Joosse, 11 jaar.

• ‘Vismarkt of Sint-Jacobshofje aan de Sint-Domusstraat

in Zierikzee’ - Jörgen Heming, 38 jaar.

• ‘Middelburg’ - Jack Gravenmaker, 59 jaar.

• ‘Huis aan de Seissingel in Middelburg’

- Jacqueline Pruijsers, 54 jaar.

Erfgoed Allerlei

PUBLICATIES

SCEZ kan geen aanvullende informatie

verstrekken over de verkoop van verschenen

publicaties.

• Boeken

en eenmalige uitgaven

Ben van den Aarssen (red.) et al.,

Grepen uit Oud-Vossemeers verleden. Jaarboek

Heemkundekring Stad en Lande van Tholen,

vol. 7 (Tholen: Heemkundekring Stad en Lande

van Tholen, 2010) 60 pag.; ill., foto’s; 978-90-

808651-8-1. In dit jaarboek onder meer

bijdragen over de wiellerronde van 31 augustus

1948, de mensen achter de wapens op de

schouw in het ambachtsherenhuis, het leven

op het stoomgemaal, straatnamen in

Oud-Vossemeer en de vos in het wapen

van Oud-Vossemeer.

Rinus Antonisse, Echt Zeeuws?! (Huizen:

Contour uitgevers, 2010) 64 pag.; ill., foto’s;

ISBN 978-94-6132-002-5. Uitgegeven in

samenwerking met de SCEZ en het Nederlands

Centrum voor Volkscultuur. In dit boekje zijn -

in het kader van het Jaar van de Tradities (2009)

- Zeeuwse tradities in tien groepen en evenzoveel

hoofdstukken ingedeeld: volkssporten,

streekproducten, streekdrachten, streektaal,

volkskunst, volksfeesten, jaargebruiken, spelen,

religieuze tradities en fietsen.

Michal Bauwens, Tussen theocratie en tolerantie.

De classis Walcheren en haar invloed op religieuze

coëxistentie in Walcheren en Staats-Vlaanderen.

Met bijlage (1602-1630) (Gent: Michal

Bauwens, 2010) 162 + 183 pag.; ill., foto’s, krt.,

grav., tab. In deze thesis van de Universiteit

Gent gaat de auteur in op de Reformatie, de

verhouding tussen kerk en staat en de omgang

met dissidente religieuze groeperingen. Bevat

een bibliografie en een uitgebreide bijlage in

een aparte bundel.

Johan D.C. Berrevoets, Schouwen-Duiveland

in de jaren 1970-1990 gezien door de ogen van

fotograaf Johan D.C. Berrevoets met teksten van

Marijke Vael. Omslagtitel: Het juiste moment

(Zierikzee: JeVanHet, 2009) 62 pag.; ill., foto’s.

Fotoboek van de Schouwen-Duivelandse

fotograaf Berrevoets met veel aandacht voor

personen, waterstaatkundige werken, en andere

historisch belangrijke evenementen die plaats

hadden.

Dick en Joan Blonk-van der Wijst, Zelandia

comitatus. Geschiedenis en Cartobibliografie van

de provincie Zeeland tot 1860 (Houten: HES &

de Graaf, 2010) 513 pag.; ill., foto’s, krt., grav.;

ISBN 978-90-6194-240-5. Fraai gebonden

standaardwerk over de cartografie van Zeeland.

Na een inleidend hoofdstuk over de kartering

van Zeeland in de periode 1549-1860 waarin

alle kaartenmakers de revue passeren, volgt een

chronologische cartobibliografie, lijst van

historische kaarten en deelkaarten.

Met summary, lijst van bibliotheken,

beeldverantwoording, lijst van kaarttitels,

literatuur en register.

Barbara Van den Bossche en Rinus

Willemsen, Biervliet tussen eb en overvloed

(Terneuzen: Gemeente Terneuzen, 2010) 238

pag.; ill., foto’s, krt., tek.; ISBN 978-90-

804637-4-5. Geschiedenisboek van Biervliet

in dertien hoofdstukken. Hierin onder meer

aandacht voor de geografische situering,

Zeeuws Erfgoed 23 maart 2011/01 • ERFGOED ALLERLEI

het twaalfde-eeuwse Biervliet, de ontwikkeling

van de stad, stormvloeden, de Tachtigjarige

Oorlog, de Staatse Tijd (1573-1794), de Franse

Tijd, onderdeel van het Koninkrijk der

Nederlanden en drie hoofdstukken over de

laatste anderhalve eeuw. Bijlagen bevatten lijsten

van onder meer pastoors, predikanten en

burgemeesters. Bevat verder een kalendarium,

begrippenlijst en index.

Carlo Buijsrogge, Lamswaarde door de jaren

heen (Lamswaarde: [s.n.], 2010) 365 pag.; ill.,

foto’s, krt., tab.; ISBN 978-90-9025390-2.

De geschiedenis van Lamswaarde in dertien

hoofdstukken over onder meer de geschiedenis

van de abdij Boudelo, natuur- en oorlogsgeweld

in de zestiende en zeventiende eeuw, het bestuur

van het Hulsterambacht, de parochie Hulst,

onderwijs, veldwachters, de Tweede Wereldoorlog,

de watersnood van 1953 en overige

buurtschappen. Met voorwoord, nawoord

en lijst van geraadpleegde werken.

Jacques Cats, De Schelde schrijft geschiedenis

(Middelburg: Jacques Cats, 2010) 162 pag.; ill.,

foto’s; ISBN 978-90-815856-1-3. De geschiedenis

van de scheepswerf verteld in korte stukjes

thematische tekst van telkens twee pagina’s.

Hierbij komen niet alleen gebouwen en schepen

aan de orde, maar ook vliegtuigbouw, werknemers,

het dopen van schepen en andere zaken.

Clifford Crane Bear, Caroline van Santen

en Lea Zuyderhoudt (tekst), Ivo Wennekes

(foto’s), Zwartvoet indianen. De collectie Sprenger

(Middelburg: Zeeuws Museum, 2010) 65 pag.;

ill., foto’s; ISBN 978-90-74038-21-8. De in

deze publicatie opgenomen Zwartvoet citaten

zijn afkomstig uit een in 2009 en 2010

uitgevoerd film- en onderzoeksproject door de

auteurs die hen de objecten uit de verzameling

lieten zien. Alle afgebeelde objecten behoren

tot de collectie van het Koninklijk Zeeuwsch

Genootschap der Wetenschappen en werden in

2010 tentoongesteld in het Zeeuws Museum.

Frans P.J. Doeleman, Met oog voor detail. 25

jaar Middelburgs Theater (Middelburg:

Middelburgs Theater, 2010) 80 pag., ill., foto’s.

Gaat in op de 25-jarige geschiedenis van het

theater in de Zeeuwse hoofdstad dat is ontstaan

uit de fusie van drie theaterverenigingen. Het

boek bezit geen inhoudsopgave.

Marjan Groothuis (et al.), In het licht van

Walcheren. Schildersweek Domburg 2010

(Domburg: Stichting Art & Performance, 2010)

96 pag.; ill., foto’s, tek.; ISBN 978-90-79875-

11-5. Overzicht van de schildersweek die van

7 tot en met 16 mei van 2010 werd gehouden

in Domburg. Daarnaast komen alle 25 deelnemende

kunstenaars en hun werk aan bod.

De getoonde werken van de kunstenaars vormen

tezamen een caleidoscopisch beeld van postimpressionistische

taferelen tot modernistisch

realistische schilderkunst.

Ludo Haers, Bloewoste mee juun = Bloedworst

met uitjes. Een culinaire biografie, een passie voor

eten en drinken (Sas van Gent: Ludo Haers,

2010) 120 pag.; ill., foto’s. Ludo Haers, geboren

en getogen in Zeeuws-Vlaanderen, beschrijft in

dit boek zijn herinneringen aan zijn prilste

jeugd tot heden. Bovenal gaat dit boek echter

over eten en drinken, wijnreizen, en recepten en

anekdotes in het restaurant. Een bijzondere biografie

waar niet de persoon maar het culinaire

gedeelte de rode draad vormt.


Piet van der Have, Marijke van

Hamelsveld* en Simon van der

Haagen* (samenst. inventarisatie en

fotografie *), De monumenten van de

watersnood 1953. Omslag en titelblad

vermelden tevens ‘het water, de storm,

de stilte’ (Ouwerkerk:

Watersnoodmuseum, 2010) 310 pag.;

ill., foto’s, tab., krt., tek.; ISBN 978-

90-807535-2-5. Bevat een opsomming

van alle monumenten voor slachtoffers,

helpers maar ook monumenten

geschonken uit dank van getroffenen.

Alle monumenten uit Zeeland, Noord-

Brabant en Zuid- en Noord-Holland

staan vermeld met daarbij gegevens

als lijsten van omgekomen personen,

plaats, kunstenaar, details en materiaal.

Met register van kunstenaars en

plaatsnamen.

Peter Heijkoop & Jeroen Rijpsma,

De Atlantikwall op Schouwen-

Duiveland. Planning en realisatie

1940-1945 (Middelburg: Heijkoop

en Rijpsma, 2010) 240 pag.; ill., foto’s,

tek., krt.; ISBN 978-90-78012-07-8.

Het boek over de bouw en planning

van de Duitse verdedigingsmuur op

Schouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog

bevat dertien hoofdstukken over

onder meer de komst van de Duitsers

in 1940, de kustverdediging, het

Atlantikwall bouwprogramma, het

vliegveld Haamstede, commandovoering,

de watervoorziening en

bunkers. Verder een epiloog, literatuuren

bronnenlijst, fotoverantwoording en

een legenda van bunkerplattegronden.

Jan Hutsebaut (red., et al.), Verstild

versteend verleden. Monumenten in

Knokke-Heist, Damme, Maldegem,

Sint-Laureins en Sluis (S.l.: [s.n.], 2010)

44 pag.; ill., foto’s. Korte beschrijving

van twintig bezienswaardige monumenten,

voorzien van kleurrijke foto’s,

gepubliceerd naar aanleiding van

Open Monumentendag.

Jet Idskes, Van zwartwit naar kleur.

50 jaar jachtclub Veere, 1960-13

februari 2010 (Veere: 50 jarig Jubileum

Jachtclub Veere, 2010) 304 pag.; ill.,

foto’s, tab., tek. Het jubileum van de

jachtclub was aanleiding tot een uitgave

waarin alle mogelijke facetten op en

rondom de jachtclub aan bod komen.

Hierbij wordt een deel van de leden

nader geïntroduceerd, heden en verleden

van de haven en van de club

besproken, het dichten van de

Veersegatdam en de gevolgen, de vloot,

de havenmeesters en de sociëteit van

de club. Tevens is het rijk geïllustreerde

boek voorzien van allerhande kaderteksten

over diverse onderwerpen.

Sunny J. Jansen (tekst), Jan

Braamhorst (ill.), Paniek op het

slagveld. De strijd van Jacoba van

Beieren (Amsterdam: SWP, 2010)

64 pag., ill., tek., krt., ISBN 978-90-

8560-541-6. Historische roman voor

kinderen vanaf 10 jaar. Dit deel uit

de serie ‘Historische helden’ gaat over

Jacoba van Beieren (1401-1436) en

haar jarenlange strijd tegen haar neef

Filips de Goede, die haar graafschappen

wil besturen. Het begint in 1425 met

Jacoba’s ontsnapping uit het

Gravensteen in Gent waar Filips haar

had opgesloten en eindigt in 1434

met haar huwelijk met een ridder.

Het kerkje (tekst: Recht door zee, foto’s:

Jan en Annelies) (Sas van Gent: Recht

door zee, 2010) 66 pag.; ill., foto’s.

Beschrijving van de voormalige

Nederlands Hervormde Kerk in Sas

van Gent, die na een grondige

verbouwing in gebruik is genomen

als kantoor en woning. Bevat de

geschiedenis van de kerk, een hoofdstuk

over de besluitvorming en de

verbouwing en verhalen over missers

tijdens de verbouwing.

Jacomien Kodde, Zeeuwse ridders

[DVD] (S.l.: Art & Film Support,

2010) 73 min.; kleur. Documentaire

over de passie voor de traditie van het

ringsteken door een inkijk in het leven

van een aantal betrokkenen. We zien

de schoonheid van deze populaire

traditie en sport maar ook hoe deze

de actualiteit van het moderne leven

soms moet zien te weerstaan.

Kees de Koning en Kees Droogers,

Oud-Vossemeer 1962. Handboek bij

de film “Oud-Vossemeer 1962” (Oud-

Vossemeer: K. Droogers, 2010) 94

pag.; ill., foto’s, tab. Bevat een

uitgewerkte tabel met alle personen

die per minuut op de film uit 1962

zijn te zien. Verder zijn er inleidende

hoofdstukjes over het ontstaan van de

film, het dorp omstreeks 1962,

winkels en de school.

Jan J.B. Kuipers, ‘Ik ben een stenenbikker’

Peter de Jong (1920-1990),

beeldhouwer (Vlissingen: Den Boer/De

Ruiter, 2010) 64 pag., ill., foto’s, ISBN

978-90-79875-23-8. De Hagenees

Peter de Jong kwam na de oorlog naar

Middelburg en werkte decennia lang

als restaurator aan het stadhuis.

Daarnaast realiseerde hij tientallen

bekende kunstwerken in de stad, de

provincie en in Nederland, waaronder

de Dijkwerkers bij de Veersegatdam en

de Middelburgse bijdrage aan het

Vredespark in Nagasaki. Kuipers gaat

in deze biografie onder meer in op

het restauratiewerk aan het stadhuis,

het werk als docent, opdrachten en

exposities.

Marc Legendre (tek.) en René Broens

(tekst), Reynaert de Vos (Amsterdam:

Atlas, 2010) 130 pag.; ill., tek.; ISBN

978-90-450-5940-2. Realistisch

getekend beeldverhaal van de Reynaert

sage waarin de vos de zwaktes van zijn

tegenhangers - jambische viervoeters -

ruikt en uitbuit. De strip is op eigentijdse

wijze weergegeven. Bevat een

nawoord van de schrijver.

Ben Muller, Stützpunkt Groede van

artillerieopstelling in de Atlantikwall tot

Groede Podium 1942-2010 2 de herz.

dr. (Middelburg: Ben Muller, 2010) 56

pag.; ill., foto’s, krt., tek., tab.; ISBN

978-90-804294-3-7. Herziene herdruk

van een in 1998 uitgegeven boekje dat

opnieuw is uitgegeven door de

Werkgroep Militaire Historie Zeeland.

Met voorwoord, inleiding en nawoord.

Vertelt de geschiedenis van de verdedigingswerken

van de Atlantikwall.

Museumgids Terneuzen = Museum

Directory Terneuzen (Terneuzen:

Gemeente Terneuzen en Samenwerkende

musea Terneuzen, 2009)

24 p.; ill., foto’s, krt. Teksten in het

Nederlands met daaronder de Engelse

vertaling. Geeft een kort overzicht van

alle tien musea in de gemeente

Terneuzen, inclusief een kaartje van

de omgeving.

Harold A.E. Sarneel, Sarneel:

genealogie: ’s HeerNeels, Tserneels,

Serneels: over de oorsprong en de

afstammeling uit het Land van Mechelen

van de families Sarneel in Nederland:

feiten, foto’s en verhalen (Middelburg:

H.A.E. Sarneel, cop. 2010) 184 pag.;

ill., foto’s, tek., krt., tab.

Familiegenealogie die teruggaat tot

voor 1600 met aandacht voor de

herkomst van de naam en de generaties

Sarneel via de Zeeuws-Brabantse lijn,

de Vlissingse lijn, de Maastrichtse lijn

en enkele onbekende Sarneels, samengebracht

in tien hoofdstukken.

Ton Roos en Margje Eshuis, Os

Capaixabas Holandeses. Uma história

holandesa no Brasil (Barneveld:

Koninklijke BDU, 2008) 160 pag.; ill.,

foto’s, tab., krt., tek.; ISBN 978-90-87-

88055-2. Uitgegeven ter gelegenheid

van 150 jaar Nederlandse emigranten

in de staat Espírito Santo in Brazilië.

Portugese vertaling van: Op een dag

zullen ze ons vinden. Een Zeeuwse

geschiedenis in Brazilië. In vijftien

hoofdstukken en drie delen wordt de

emigratiegeschiedenis van Zeeuwen

naar de Braziliaanse provincie Espírito

Santo uit de doeken gedaan. Met vier

bijlagen, bibliografie en illustratieverantwoording.

Roel Rozenburg (foto’s), Groeten

uit Vlissingen. Een eeuw verstreken

(Den Haag: Hannaboek, 2009) 88

pag.; ill., foto’s; ISBN 978-90-76915-

36-4. Historisch fotoboek van

Vlissingen, waarbij de aangezichten

uit het verleden worden vergeleken

met hetzelfde camerastandpunt nu.

Paul de Schipper, De Sterke van

Saeftinghe (Amsterdam/Anwerpen:

Atlas, 2010) 333 pag.; ill., foto’s, krt.;

ISBN 978-90-450-1605-4. Dit boek is

een familiekroniek met de Scheldedelta

bij het Verdronken Land van

Saeftinghe als natuurhistorische achtergrond.

Een actueel onderwerp, want

het handelt over de streek waarin de

Hertogin Hedwigepolder ligt, waarover

het kabinet op 9 oktober 2009 besloot

deze onder water te zetten. Het boek is

in drie delen opgezet: ‘Grensgevallen’,

‘Het spoor van Ran’ en ‘De klokkenluider’,

waarin de auteur de familie

De Maayer haar verhaal laat vertellen

bij monde van drie generaties in de

vorm van Staf de Sterke (stroper,

baggeraar en stamvader), diens zoon

Ran (smokkelaar en baggeraar) en

schoonzoon Richard Bleijenberg

(baggeraar en later natuurgids).

Kees Slager, Matty Verkamman

(eindred), Watersnood (Kats:

deBuitenspelers, 2010) 672 pag.; ill.,

foto’s, krt., tek.; ISBN 978-90-71359-

13-2. Een 4,5 kg. zwaar fotoboek over

alle watersnoden in het deltagebied met

de nadruk op de watersnood van 1953.

Uitgegeven in samenwerking met het

Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.

Bevat veel nog niet eerder bekende of

gepubliceerde kleurenfoto’s van onder

meer Rykel ten Kate. Na een korte

Zeeuws Erfgoed 24 maart 2011/01 • ERFGOED ALLERLEI

inleiding volgen enkele overzichten van

verdronken dorpen en stormvloeden,

waarna de kern van het boek aan bod

komt. De overstroomde regio’s van

1953 zijn in dertien gebieden onderverdeeld

waarbij alle steden en dorpen

afzonderlijk worden besproken en van

foto’s voorzien. Daarnaast zijn er

thematische hoofdstukken over bijvoorbeeld

de evacuatie, hulpverlening,

media, slachtoffers, dijkherstel etc. Als

laatste zijn enkele moderne hoofdstukken

toegevoegd over onder andere het

Deltaplan en het Watersnoodmuseum.

Bevat een namenregister, colofon,

verantwoording en intekenlijst.

Ria Sponselee-van Geertruij, Arie en

George Sponselee, De geschiedenis van

de parochie Stoppeldijk. Uitgebracht bij

gelegenheid van het 150-jarig bestaan

van de parochiekerk (Stoppeldijk:

Personele Unie van de parochies

Boschkapelle, Hengstdijk en

Stoppeldijk, 2010) 160 pag.; ill., foto’s,

krt., tek.; ISBN 978-90-816108-1-0.

Bevat grotendeels de tekst van het

boekje van G.J.G. Bongenaar dat de

kerkelijke geschiedenis tot 1959 vertelt.

De huidige auteurs nemen de laatste

vijftig jaar voor hun rekening. Met lijst

van geraadpleegde bronnen.

Wilma Valk, Reggie Corijn en Frans

Meijaard, Over Bresjes. Een greep uit

historie en heden van een bruisend dorp

(Breskens: Stichting Op Bresjes, 2010)

ISBN 978-90-816042-1-5. Bevat geen

inhoudsopgave of indeling. In het boek

worden markante personages

besproken, bedrijven, belangrijke

historische gebeurtenissen in heden en

verleden, verenigingsleven, anekdotes,

de veerdienst, visserij et cetera. Met

tijdtafel, personenregister, lijst van

gebruikte bronnen.

C.J.P. van Westreenen, Persoonlijke

notitie aangaande het bombardement

van Middelburg (Laren: Van

Westreenen, 2009) 10, 7 blz.; ill.,

luchtfoto’s, krt. Korte persoonlijke

analyse over de Duitse opmars in

Zeeland en de gebeurtenissen in

Middelburg rond de meidagen van

1940. Met literatuurlijst.

• Tijdschriften

Zeeland 19/3 (2010) 81-119. Het

tijdschrift bevat ditmaal diverse

onderwerpen, zoals een artikel over

de aanschaf van de tazza van de familie

Courten door Katie Heyning, een

bijdrage over standshuwelijken op het

platteland van de Zeeuwse eilanden

tussen 1835 en 1921 van Jan Zwemer,

een geografische schets over Hendrick

Thibaut (1604-1667) door R.H.M.

van Immerseel en een artikeltje over

het Leidens ontzet door de Zeeuwse

vloot (1574) door Doeke Roos.

Archief. Mededelingen van het

Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der

Wetenschappen (2009) 222 pag.;

ISSN0166-594X. Deze jaargang bevat

een zestal iets kleinere artikelen dan

gebruikelijk: Sjoerd Faber, ‘De zaak van

de Zeeuwse meisjes (1870-1970) en de

grenzen van het strafrecht’, Jeanine

Dekker, ‘Florentinus Marinus Wibaut:

een kosmopoliet in Middelburg’, Jan

Zwemer, ‘Floor Wibaut in het politieke

krachtenveld van zijn (Middelburgse)


tijd en omgeving, Johan de Koning,

‘Volkshuisvesting onder invloed van

Wibaut’, Huib Zuidervaart, ‘Het in

1658 opgerichte theatrum anatomicum

te Middelburg’ en Lo van Driel,

‘Zelfportret in brieven’, over de

correspondentie van D.A. Poldermans

met P.J. Meertens.

Jan de Kort en Jan Lockefeer,

‘Cornelius Jansenius van Hulst 1510-

1576, Theoloog en Pastor, Bisschop

van Gent’, in: Jaarboek Oudheidkundige

Kring ‘De Vier Ambachten’ (2009-

2010).

Cornelius Jansenius van Hulst was

hoogleraar theologie in Leuven en

eerste besschop van Gent. Hij was een

medespeler in de strijd tussen

reformatie en contrareformatie. Bevat

zes hoofdstukken over Jansenius in zijn

samenleving, bestuur in Hulst, familie

en contact met de stad Hulst, pastoor

en prelaat in de Reformatietijd, carrière

en de geestelijke nalatenschap.

Met bibliografie, bronnenlijst, register

op persoons- en plaatsnamen, illustratieverantwoording

en kaarten.

Zeeuws Tijdschrift 60/ 5/6 (2010) 1-82.

Dit nummer staat in zijn geheel in het

teken van de Zeeuwse illuminator,

kaartenmaker, tekenaar en boekhandelaar

Cornelius Markée (1710-1769).

Uit de collectie van het Koninklijk

Instituut voor Taal-, Land- en

Volkenkunde zijn vele fraaie

achttiende-eeuwse tekeningen van

zijn hand weergegeven die ons planten,

vruchten, insecten, rupsen en vlinders

tonen. Alle in kleur.

• Heem-

en oudheidkundige bladen

Schouwen-Duiveland

In Stad en Lande, Historische bijdragen

en mededelingen van de Vereniging Stad

en Lande van Schouwen-Duiveland

(november 2010), vertelt R. van

Langeraad KAzn. ons over de rooie

rakker uit Dreischor: Krijn Adriaan

van Langeraad (1837-1919). Onder

het pseudoniem Opmerker of K. van

Schouwen publiceerde hij kritische

artikelen over het landbouwbeleid in

Nederland en over het marxisme in

de wereldpolitiek. Tot zijn overlijden

in 1943 behield hij een ongebroken

vertrouwen in de komst van een

socialistische wereldorde.

W. Schackman schrijft over de mensen

van Schouwen-Duiveland die vanaf

1818 naar de landbouwkoloniën

Frederiksoord, Willemsoord en

Wilhelminaoord trokken. Zij zochten

daar een nieuw bestaan. Ondanks een

streng regiem bleven verschillende

mensen de koloniën trouw: je had er

de zekerheid van werk, de gezondheidszorg

was goed en er was zelfs leerplicht,

wat in de rest van Nederland nog niet

bestond.

Over de lotgevallen van het standbeeld

van Jacob Cats in Brouwershaven

verschaft H. Uil ons bijzonderheden.

Voorafgaand lezen we uitgebreid over

de levensloop en het werk van de

zeventiende-eeuwse dichter en

staatsman.

F. Westra schrijft over een aantal

gedenkstenen en gedenkplaten in

Noordwelle en Viane en B. Bijkerk

licht ons in over de geschiedenis van

de beplanting van de dorpskom in

Burgh.

Sint-Philipsland

In de Cronicke van den lande van

Philippuslandt, uitgave van de

heemkundekring Philippuslandt

(december 2010) geeft de voorzitter

van het bestuur, F. Vleghels, een

overzicht van de stand van zaken

betreffende de weegbrug aan de

Oostdijk bij de haven. De gemeente

Tholen wil de brug graag overnemen

van de huidige eigenaar. Het is een

stuk cultureel erfgoed, belangrijk om

te bewaren en te restaureren, waarvoor

de heemkundekring zich graag wil

inzetten.

In het volgende artikel wordt het

bezoek van Koning Willem III aan

Anna Jacobapolder op 29 mei 1862

verhaald. Daarna wordt het hele

nummer gevuld met ‘…..dat er bij

Pieter een stamhouder geboren zou

worden’, verteld door J. Kempeneers.

Het gaat over bewoners van het eiland

en hun familie op de buureilanden en

op de vaste wal van Brabant.

Walcheren

Den Spiegel, orgaan van de Vereniging

Vrienden van het muZEEum en het

Gemeentearchief Vlissingen (2011, 1),

opent met een artikel met de opruiende

titel ‘Slaat ze dood, de sterrendragers!’

door J. Braat. Het gaat over onlusten

onder militairen aan het eind van de

Eerste Wereldoorlog in Vlissingen en

Souburg. Een wonder kan het

uitbreken van ongeregeldheden niet

genoemd worden: de militairen waren

al vier jaar op hun post om de vijand

op te wachten, en ze waren de

omstandigheden beu. Het intrekken

van de verloven en voedselschaarste

deden rellen uitbreken in Amersfoort,

Den Bosch, Harskamp, Utrecht,

Hellevoetsluis en op Walcheren.

J. Simons vervolgt met ‘Van

Koudekerkse Speelhof tot Vlissingse

Scoutingboerderij’. Naar aanleiding

van het 100-jarig bestaan van Scouting

Nederland beschrijft hij de geschiedenis

van de voormalige buitenplaats en

boerenwoning Mon Repos, die door

vier scoutinggroepen uit Vlissingen als

thuisbasis gebruikt wordt. Van de

eerste eigenaar van de speelhof Maerten

Simons in 1648, komen we via

volgende eigenaren uit bij de familie

Van Vlaanderen, die in 1805 Mon

Repos in handen kreeg. De Van

Vlaanderens bleven eigenaar tot 1973,

daarna kocht de gemeente het bezit,

en verhuurde het in 1976 aan de

plaatselijke scouting.

In het artikel van P. van Druenen,

‘Mailboten en treinen in Vlissingen’

lezen we hoe de komst van dammen

en spoorlijnen ervoor zorgde dat

Vlissingen de belangrijkste posthaven

van West-Europa werd.

In Arneklanken, het kwartaalblad van

de historische vereniging Arnemuiden

(december 2010) vertelt G. de Nooijer

over het zware werk dat drie

Arnemuidse dames moeten verzetten

om de liefhebbers van zeekraal tevreden

te stellen.

P.J. Feij beschrijft wat Koning Lodewijk

Napoleon voor Nederland heeft gedaan

tijdens zijn regeerperiode (1806-1810).

De koning blijkt een sociaal bewogen

mens te zijn die probeerde maatregelen

te nemen die nijverheid en landbouw

nieuwe impulsen zouden geven.

Tijdens zijn regeerperiode is men

begonnen te vaccineren tegen pokken,

het onderwijs te verbeteren en hij wilde

een betere organisatie van armenzorg.

De vissers uit Arnemuiden werd het

echter niet gemakkelijk gemaakt om

hun beroep lucratief uit te oefenen

door de strenge maatregelen die

communicatie met ‘vijanden van

het Rijk verboden’.

B. Janson geeft bijzonderheden over

drie kostbare gouden munten,

gevonden bij opgravingen aan de

Clasinastraat, en L. van Belzen leert

ons de spelregels van ‘Pot en bure’,

een oud gezelschapsspel.

J. Adriaanse vertelt over de jaren 1888,

1889 en 1890 in Arnemuiden, toen het

er op economisch gebied niet zo slecht

uitzag. Op kerkelijk terrein was het een

nogal rumoerige periode. Ook

bewerkte deze auteur een artikel dat

geleverd werd door P. Baaijens over de

middenstand in Arnemuiden in 1938;

het eerste deel ervan vindt u in dit

nummer.

J. Simons Siereveld weet alles over

Suzanna, de vrouw van Daniël

Radermacher, de eigenaar van het

schorgebied dat na inpoldering de

Suzannapolder werd. De aanleg van

een dam en een spoorlijn, oorlogsgeweld

en stormvloeden hebben invloed

gehad op dit gebied, dat doorsneden

wordt door de A58 en de spoorlijn.

Natuurlijk vervolgt A. Verouden zijn

‘kerkenraadsnotulen’, deze keer over de

jaren 1606-1609 en G. van de Ketterij

laat zien hoeveel er uit een opschrift op

een grafzerk uit de oude kruiskerk valt

af te leiden.

In een bijlage bij Arneklanken geeft

L. van Belzen de ‘Bewoners

Arnemuiden 1830’, een vervolg op zijn

onderzoeken uit voorgaande jaren, die

in de jaren 2001-2007 in het tijdschrift

verschenen.

Het Polderhuis Blad, informatieblad

over Westkapelle (december 2010), is

voornamelijk gevuld met huishoudelijke

zaken. Er wordt hard gewerkt

door de vrijwilligers van Stichting

VerBEELDing Charley Toorop om

een beeld van deze schilderes in

Westkapelle te krijgen, en een verslag

over de stand van zaken vinden we in

dit nummer.

In januari is een nieuwe tentoonstelling

ingericht met de titel ‘Stilstaande bij

de Beweging’. De schilderijen zijn

gemaakt door Rob Meijer, kunstenaar

en vader van een bevlogen vrijwilligster

van het Polderhuis, vormgeefster Ingrid

Meijer, die in 2007 veel te jong is

overleden.

In de koffiekamer van het Polderhuis

is een grote verzameling kranten aanwezig,

nog steeds aangevuld door

schenkingen van particulieren. Er zijn

158 Zeeuwse kranten en 161 landelijke

bladen, Duitse en Engelse kranten,

verzetsbladen en NSB-materiaal.

De Bevelanden

In De Spuije, het tijdschrift van de

Heemkundige Kring de Bevelanden

en de Vereniging Vrienden van het

Historisch Museum De Bevelanden

(winter 2010), gaat J. de Ruiter van

start met ‘Bevelandse weesjongens voor

Zeeuws Erfgoed 25 maart 2011/01 • ERFGOED ALLERLEI

Napoleon’. Het Franse leger had

voortdurend gebrek aan manschappen

en uit de vazalstaten zoals Holland

werden weesjongens naar militaire

scholen gestuurd. Na de inlijving

bij Frankrijk vormden ze een apart

regiment dat een opleiding kreeg in

Versailles. De Ruiter heeft uitgezocht

welke jongens uit Zeeland naar

Frankrijk werden gestuurd en hoe

het hen daar verging.

A.Willeboordse leverde het artikel

‘Wes vrouwe schelt, sal den steen

dragen’ (deel 1). Uit zijn stuk blijkt

dat er in de vijftiende eeuw een groot

verschil bestond tussen mannen en

vrouwen, en ook in de straffen die

opgelegd werden. De auteur brengt

ons op de hoogte van veel gekrakeel en

andere narigheid in Reimerswaal en

de straffen die daarvoor werden uitgesproken.

Een van de voorkomende

schandstraffen, speciaal voor vrouwen,

was het ‘steendragen’, waarover tot in

de achttiende eeuw veel rechtsteksten

zijn bewaard gebleven. Twee van die

teksten, opgetekend in twee

verordeningen uit Reimerswaal, zijn in

juridische studies niet genoemd. In een

volgend nummer van het tijdschrift

zullen we meer lezen over hoe ruziezaken

concreet werden aangepakt door

de bestuurders en wat de oorsprong en

historische achtergrond was van het

‘steendragen’.

Het Historisch Museum, dat 150 jaar

bestaat, krijgt de nodige aandacht in

dit nummer. Er is een prachtige

tentoonstelling ingericht met bekende

en minder bekende stukken uit de

immense verzameling. Daar meer

dan de helft van de bezoekers van het

museum van buiten Zeeland komt, is

het ook als toeristische attractie zeer de

moeite waard en betekent het een ramp

als het voortbestaan van dit mooie

museum in gevaar is.

Zeeuws-Vlaanderen

In de Nieuwsbrief van de

Heemkundige Vereniging Terneuzen

(december 2010) begint R. Willemsen

met een verhaal over ’t Hoog Huis -

‘t ‘Ôôguus - in de Helenapolder onder

Biervliet. Hij schrijft over de gebouwen

en de bewoners. Op een kaart van

1692 staat het Hoog Huis aangegeven

als eigendom van Zacharias Paspoort.

De auteur volgt de opeenvolgende

bewoners tot op heden, nu het gebouw

bewoond wordt door de familie

Goossens.

Een volgend artikel is van H. Sakkers:

‘Koude oorlog in Oost-Zeeuws-

Vlaanderen’. Het gaat over de betonnen

palen van de Mijnen Uitkijk Dienst en

de luchtwachttorens in Oost-Zeeuws-

Vlaanderen. Van beide is de huidige

conditie verre van rooskleurig, maar in

elk geval is er in Zeeuws-Vlaanderen

nog een illustratief beeld van te krijgen,

iets wat ergens anders niet meer

mogelijk is.

In Zaamslag zijn weer overblijfselen

aangetroffen van de commanderij van

de Tempeliers laat J. van Houdt ons

weten. J. de Zeeuw brengt verslag uit

over het jaarlijkse uitstapje van de

leden van de vereniging naar het

Watersnoodmuseum.

J.A. Oostdijk en S.J.P. Oostdijk-de

Kraker beginnen met een genealogisch

verslag over de familie van onderwijzer

meester Gerard Versloot. Daarna wordt


zijn reilen en zeilen als schoolmeester

verhaald. F. Inniger biedt ons een lijst

met autochtone namen uit het Land

van Axel en hun oorspronkelijke

herkomst.

De Oudheidkundige Kring De Vier

Ambachten stuurde het Jaarboek 2009-

2010 met de titel Cornelius Jansenius

van Hulst 1510-1576. Theoloog en

Pastor Bisschop van Gent. Cornelius

was een kernfiguur in de zuidelijke

Nederlanden van die tijd.

Zijn dagelijkse zorg ging uit naar

slachtoffers van de pest en de

armoedige levensomstandigheden van

velen. Hij was ervan overtuigd dat de

Bijbelse benadering van het geloof aan

christenen de basis gaf om niet op te

geven in die onrustige tijden.

Tegenover de Calvinisten was hij een

bekwame gesprekspartner, maar ook

belangrijk was zijn duidelijkheid

tegenover de katholieken.

Hij verafschuwde afwijkingen als

visioenen, bijgeloof en waarzeggerij.

Verschillende auteurs schrijven over de

veranderende samenleving in zijn tijd,

de geschiedenis van de familie in Hulst

en het reilen en zeilen van bestuurders:

schepenen, notabelen en landsheren.

Ook wordt een uitgebreide biografie

van Cornelius Jansenius van Hulst

gegeven.

Kerken in krimpscenario

Tijdschrift, het Bulletin van de

Heemkundige Kring West-Zeeuws-

Vlaanderen (2010, 4), bevat een

‘In memoriam Willy Wintein’, oudbestuurslid

van de Heemkundige kring,

aan wie nog heel lang met dankbaarheid

gedacht zal worden (auteur

A. Bauwens), gevolgd door de laatste

bijdrage van Wintein aan het

Tijdschrift : ‘Nieuwe inzichten over

het ontstaan van het landschap in

de Zwinstreek’.

Na een wat sombere dag voor Nout

Eikenhout op de fiets volgt een verhaal

‘Over een schoenmaker te Schoondijke

in de eerste helft van de twintigste

eeuw’ van I.H.J. Poissonnier.

‘Van vet zand en vruchtbare jonge

zeeklei: de Austerlitzpolder van

generaal Vandamme’ is van de hand

van M. de Groote. Zij beschrijft de

herkomst van de naam, de bedijkingsgeschiedenis

en de eigenaren, pachters

en bestuurders van de polder.

A.R. Bauwens levert ‘Naar Nunspeet

eind december 1914. Over Belgische

vluchtelingen en het speciaal voor hen

gebouwde kamp’. Na de historische

gebeurtenissen geeft de auteur een

rapportage die hij in het archief van

J.N. Pattist vond, dat bewaard wordt

in het Zeeuws Archief. Het verslag is

geschreven door het toenmalige hoofd

van de lagere school te Eede, C.C.

Op donderdag 17 maart 2011 houdt de Vereniging van Beheerders

van Monumentale Kerkgebouwen in Nederland (VBMK) een

regiobijeenkomst, bedoeld voor kerkbeheerders en belangstellenden

uit Zeeland. De VBMK heeft de bijeenkomst georganiseerd in

samenwerking met het Platform Historische Kerken Zeeland,

de Protestantse Gemeente Middelburg en de SCEZ. Plaats van

samenkomst is de Oostkerk te Middelburg.

Sinds het Jaar van het Religieus Erfgoed in 2008 wordt er veel nagedacht

over de toekomst van monumentale kerkgebouwen. In Zeeland heeft het

Platform Historische Kerken de discussie hierover aangezwengeld en

afstemming gerealiseerd met en tussen de kerkelijke en de burgerlijke

overheid. In de provinciale en gemeentelijke bijeenkomsten van het

platform wordt informatie uitgewisseld en worden ervaringen gedeeld

op het terrein van instandhouding, nevengebruik en herbestemming.

Een van de pijlers van de nieuwe Modernisering Monumentenzorg is

herbestemming. De Provincie Zeeland draagt bij aan een landelijke pilot

‘Behoud en Herbestemming Religieus Erfgoed’, die voorziet in scans van

historisch kerkgebouwen op behoudsmogelijkheden. In de laatste bijeenkomst

van het platform, op 4 november vorig jaar in de monumentale

katholieke kerk in Philippine, is daarover informatie gegeven.

Het vraagstuk hoe monumentale kerkgebouwen in een situatie van

krimp (afnemende middelen, afnemend aantal lidmaten en parochianen)

te behouden, staat centraal in de regiobijeenkomst van 17 maart.

De Protestantse Gemeente te Middelburg heeft een plan van aanpak

voor reorganisatie en wil dat graag met de Oostkerk als voorbeeld voor

het voetlicht brengen. Aansluitend zal ook zo’n plan van aanpak

gepresenteerd worden vanuit de Rooms-katholieke Kerk. De VBMK

zal een beeld schetsen van de landelijke situatie en tevens ingaan op wat

de organisatie voor de kerkbeheerders kan betekenen.

De bijeenkomst start om 13.30 uur en wordt om 17.00 uur afgesloten.

Aan deelname zijn geen kosten verbonden. Aanmelden kan via

vbmk@erfgoedhuis-zh.nl. Verdere informatie is te vinden op de

www.vbmk.nl.

Nagel, en gaat over de reis met 103

Belgische vluchtelingen van Oostburg

naar ’t vluchtelingenkamp te Nunspeet.

Van de Stichting Heemkundige Kring

Sas van Gent is de Kroniek 2010

verschenen. Zoals altijd een goed

gevuld jaarboek met verslagen over

de financiën, excursies, mutaties

enzovoort.

G. Vogelvanger leverde een verslag

over een reis naar Polen in 1925.

M. Erpelink doet uit de doeken

waaraan de Tiendstraat en de

Leepstraat hun naam danken, en

hij geeft ook de geschiedenis van

‘Royal Axminster. De Tapijtfabriek in

Sas van Gent’.

J.G.M. van Hecke interviewde Jeanette

de Roos over het ontstaan van de

huidige zaak Tonijn Bloemwerken.

In een ander artikel beschrijft hij hoe

een glas-in-loodraam als industrieel

erfgoed werd veiliggesteld. Dit raam

bevindt zich nu in het Industrieel

Museum te Sas van Gent.

In het jaarboek is veel fotomateriaal te

bewonderen: foto’s van de glasplaten

die door de heer Neeteson geschonken

zijn, foto’s van de Walzenmolen, de

meelfabriek van Sas van Gent, van de

winter 2010 en van ‘wat er ging en

kwam in 2009-2010’.

De Heemkundige Kring heeft ook een

Zeeuws Erfgoed 26 maart 2011/01 • ERFGOED ALLERLEI

schrift uitgegeven, met verhalen en

liedjes van Eugenie Sophie van den

Abeele. Zij schonk het schrift aan de

heer F. Puylaert, waarna J. Vinke en

A. Korst zorgden voor de vormgeving

en het met medewerking van de

Heemkundige Kring Sas van Gent kon

worden uitgegeven.

Bij de Omslag Collage van eerder

verschenen afleveringen

van Zeeuws

Erfgoed vanaf jaargang

2 (zie achterpagina

linksboven)

tot en met jaargang

9. In dit kader de

eerste 3 nummers.

De Oostkerk is in 1648-1667 speciaal voor de protestantse eredienst gebouwd,

naar een ontwerp van Bartholomeus Drijfhout en Arend van

’s-Gravesande. De koepel met lantaarn en de rijke verziering met

classicistische stijlelementen zijn karakteristiek voor dit fraaie monument.

Op de regiobijeenkomst van 17 maart gaat het over het behoud van

monumentale kerkgebouwen, waaronder ook de Oostkerk.


Colofon

Zeeuws Erfgoed is een uitgave van Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

en verschijnt vier keer per jaar. Deze nieuwsbrief informeert over

archeologie, cultuurhistorie, erfgoededucatie, monumenten,

musea en streektalen in Zeeland. Zeeuws Erfgoed wordt mede mogelijk

gemaakt door de Provincie Zeeland.

Abonnementen en adreswijzigingen alleen schriftelijk

via postbus 49 o.v.v. Zeeuws Erfgoed.

redactie Marinus van Dintel, Aad de Klerk, Jan Kuipers,

Veronique De Tier, Tony Veenstra en Janneke de Wit

eindredactie Saskia Buitenkamp, Aad de Klerk en Jan Kuipers

foto’s Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, tenzij anders vermeld.

De SCEZ streeft er met de uiterste zorgvuldigheid naar om

voorafgaand aan het moment van publicatie contact op te nemen

met de rechthebbenden.

De SCEZ kan op geen enkele wijze aansprakelijk worden gesteld voor

beeldmateriaal, door derden aangeleverd, waarop auteursrecht berust.

opmaak decreet, Ramon de Nennie, Middelburg

druk Verhage & Zoon, Middelburg

contact Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

Postbus 49 4330 AA Middelburg

Bezoekadres locatie De Burg, Groenmarkt 13

T 0118-670870 | F 0118-670880 | E info@scez.nl

www.scez.nl

Zeeuws Erfgoed

jaargang 10 nr. 1 • maart 2011

Meegezonden

- Zeeuws Archief Nieuws nr. 49

Zeeuws Erfgoed 27 december 2010/04 • COLOFON | KORTELINGS

Aan dit nummer droegen bij

• ARCHEOLOGIE Guus Besuijen (Hazenberg Archeologie),

Robert van Dierendonck, Leida Goldschmitz-Wielinga (AWN),

Henk Hendrikse, Hans Jongepier, Jan Kuipers, Bernard Meijlink

(WAD) en Bram Silkens (WAD)

• CULTUURHISTORIE Aad de Klerk

• ERFGOEDEDUCATIE Josien Pootjes

• MONUMENTEN Marinus van Dintel, Hans van Houte (SBKGZ),

Wim Jakobsen, Tony Veenstra en Jan van Zon

• MUSEA Leo Adriaanse, Hesther van den Donk en Janneke de Wit

• STREEKTALEN Veronique De Tier

• ALLERLEI Johan Francke en Truus Trimpe Burger-Mekking

Aanlevering van kopij

Voor het volgende nummer en/of reacties op deze nieuwsbrief bij

voorkeur digitaal tot 18 april 2011, zeeuwserfgoed@scez.nl of

via postbus 49, 4330 AA Middelburg o.v.v. kopij Zeeuws Erfgoed.

KORTelings in dienst

Aukje-Tjitske Dieleman-Hovinga,

projectmedewerker registratie

In Het Schuitvlot, tegenover het bureau van de depotbeheerder,

zit Aukje-Tjitske Dieleman-Hovinga (26 jaar), sinds 2010 projectmedewerker

registratie binnen het project ‘Probleemloos Toegankelijk’.

Ze helpt met het verwerken van de registratieachterstanden in het

Provinciaal Archeologisch Depot (PAD) en het Zeeuws Archeologisch

Archief (ZAA).

Hiervoor werkte Aukje-Tjitske bijna anderhalf jaar lang als laborante

voor pollenanalyse en als manusje van alles (onder andere assistent

dendrochronologisch onderzoek) bij het Vlaams Instituut voor het

Onroerend Erfgoed (VIOE) in Brussel, een behoorlijk eind bij

Leiden vandaan, waar ze destijds archeologie studeerde.

In 2008 startte ze Semper Scribo Tekst- en Redactiebureau op en werd

zo tekstschrijfster, naast haar andere baan als archeologe.


MOnuMENTaal

(foto’s Ramon de Nennie)

More magazines by this user
Similar magazines