ZE-no4 DEC 2005 Q5B.qxd - Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

scez.nl

ZE-no4 DEC 2005 Q5B.qxd - Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

jaargang 11, maart 2012 01

NIEUWSBRIEF VAN DE STICHTING

CULTUREEL ERFGOED ZEELAND


A R C H E O L O G I E C U L T U U R H I S T O R I E E R F G O E D E D U C A T I E M O N U M E N T E N M U S E A S T R E E K T A L E N

Inhoudsopgave

2 SCEZpresse

ARCHEOLOGIE

3 Archeologisch Nieuws

4 Onderzoek en meldingen

6 Opgraving voor het voetlicht:

Hof Ramsburg, een tipje van de sluier

JAARTHEMA

7 Zeeland zwemt in het erfgoed

CULTUURHISTORIE

7 Het (vaak) vergeten water

Het Zeeuwse Jaar van het (buiten- én binnen-) Water

8 Geslaagde cursus over groene geschiedenis afgerond

MUSEA

9 Zeeuwse musea houden stand in turbulent jaar

10 Museaal erfgoed inzichtelijk

11 Museumvoorwerpen in de Zorg

• Ontdek de Zeeuwse musea via de QR-code

12 Volkscultuur Nieuws

STREEKTALEN

13 Streektaal Varia

14 Ander nieuws

ERFGOEDEDUCATIE

15 Last minute! 14 maart nascholingsdag over de Canon

• Jaar van de Historische Buitenplaats

• Internationaal scholenproject over de Tweede Wereldoorlog

MONUMENTEN

16 De Zeeuwse boerderij in de gevarenzone?

18 Monumentenronde:

Platform Kastelen en Buitenplaatsen in Zeeland

19 Tijdloze boeren plavuizen

20 Nieuwe Bierkaai en restauratie van het bruggenhoofd in Hulst

Erfgoed Allerlei

21 Publicaties

23 Colofon | Kortelings

24 MOnuMENTaal

Bij de omslag

Zeeland telde ooit, op de wisselende grens van water en land, ettelijke

tijhavens. Bij hoogwater voeren de schepen zo’n haven binnen, om

daarna bij laagwater droog te vallen. Na te hebben geladen of gelost

konden de schepen bij opkomend tij vervolgens uitvaren. Vanaf 1850

kenden veel tijhaventjes een (korte) bloeiperiode dankzij de teelt en

het transport van suikerbieten. Door verzanding, aanslibbing en

voortgaande bedijking raakten veel haventjes vroeger of later in

onbruik. Het enkele malen verplaatste haventje van Nieuw-Namen

kwam uiteindelijk te liggen in Emmadorp, in het tegenwoordige

Verdronken Land van Saaftinge. Twee scheepswrakken, een sluisje en

de vroegere havenmeesterswoning vormden lang de laatste sporen.

Dijkverzwaring heeft inmiddels ook die laatste sporen uitgewist.

(foto R.H.G. Kleingeld (DIHO); bron: Zeeuws Archief, Archief NIOO)

SCEZpresse

Op het moment dat ik dit stukje schrijf vriest het buiten dat het kraakt.

Het is begin februari en Zeeland ligt onder een deken van sneeuw. Op een

enkele plek wordt voorzichtig geschaatst. Sneeuw en ijs: het is allemaal water,

en water staat in 2012 centraal. Het is het Zeeuws Jaar van het Water, een

thema waar we vanuit de erfgoedsector veel over te melden hebben. Op de

nieuwjaarskaart van de SCEZ stond het al: Zeeland zwemt in het erfgoed.

Het is een knipoog naar het Goese Sas anno 1964, waar toen in het havenkanaal

(uit 1810) en bij de sluis (uit 1892) volop werd gezwommen.

Maritiem erfgoed is overal in de provincie te vinden. Het is erfgoed met een

verhaal: de hoogaars waarmee werd gevist, het getijdehaventje waar de bieten

werden geladen en gelost, het restant van een dijkversterking aangelegd met

pure menskracht. Water in Zeeland betreft niet alleen het buitenwater maar

ook het binnenwater, dat wordt nog wel eens vergeten. Een polder kon ook

onder water komen te staan zonder dat daarvoor een dijk was doorgebroken.

U leest er meer over elders in dit nummer.

In 2012 wordt het provinciale cultuurbeleid voor de komende jaren (2013-

2016) vastgesteld. Er is minder geld beschikbaar en er moeten keuzes worden

gemaakt. Het is een gegeven dat tegelijkertijd inspireert tot nieuwe ideeën en

samenwerkingsstructuren. In dat kader biedt de ontwikkeling van een

Culturele Biografie van Zeeland een interessant perspectief. De Culturele

Biografie gaat uit van het gegeven dat inwoners en bezoekers van Zeeland

de cultuurhistorie willen ontdekken en beleven en daar ook wat voor over

hebben. Kennis- en informatieoverdracht, behoud door ontwikkeling,

cultuurparticipatie, cultuurtoerisme, sociale cohesie en economische

versterking gaan in dat geval hand in hand. Met de Culturele Biografie

wordt erfgoed in de meest brede zin in een ruimtelijke context geplaatst,

met plekken en locaties als herkenbare en betekenisvolle ankerplaatsen.

De Culturele Biografie versterkt daarmee de voor Zeeland zo kenmerkende

samenhang van landschap, natuur en erfgoed en stimuleert de verdere

samenwerking en afstemming tussen de vele organisaties die op deze terreinen

actief zijn. Een Plan van Aanpak onder de titel Zeeuwse Ankers is inmiddels

gereed en de eerste stappen zijn gezet.

Waar we dit jaar zeker ook de nodige aandacht aan zullen besteden is het

immateriële erfgoed: de gebruiken, rituelen en tradities. Op 21 april wordt

hierover door de SCEZ een conferentie gehouden. U bent van harte welkom.

Ondertussen geef ik u alvast een vraag mee: welke Zeeuws tradities vindt u

eigenlijk belangrijk (en verdienen een plekje op de Werelderfgoedlijst)?

Wim Scholten, directeur

Een paar paaltjes in de inlaag 2005 bij Ellewoutsdijk. Je zou er zomaar aan

voorbijlopen. Ongeveer 1.900 jaar geleden staat hier een boerderij. Mensen,

geiten en schapen leven er onder één dak. Een dak dat deels wordt gedragen

door palen van zo’n 3.500 jaar oud, afkomstig van een prehistorisch moerasbos

zes kilometer verder. Dat is een heel gesjouw geweest. Een dalende bodem

maakt dat de bewoners midden tweede eeuw vertrekken. De zee krijgt vrij spel.

Pas aan het einde van de tiende eeuw ontstaat weer bewoning. De vliedberg

vlakbij, de Coudorpse berg, is er het bewijs van. Het dorp Coudorpe is al lang

verdwenen. De kerk is gesloopt in het midden van de zestiende eeuw. Een paar

paaltjes in een inlaag, maar wel een boeiend verhaal en een betekenisvolle plek.


Archeologisch Nieuws

Onderzoek Romeins Aardenburg

De verdedigingswerken belicht

Werd in de vorige aflevering van deze reeks in

Zeeuws Erfgoed het Romeinse badgebouw van Aardenburg

besproken, op moment van schrijven wordt de laatste

hand gelegd aan de beschrijving van de andere gebouwen

van de Romeinse nederzetting, waaronder de

verdedigingswerken. De kern van de nederzetting bevond

zich rond de huidige Sint-Baafskerk en bestond uit een

stenen hoofdgebouw en andere gebouwen van hout/leem.

Deze kern werd beschermd door een verdedigingsmuur

met een vierhoekig grondplan van 150 bij 240 meter,

waarvan het zuidwestelijk deel in 1975/1976 en 1979

is opgegraven. De vesting bevatte ter verdediging aan

de lange zijden en op de hoeken ronde torens met een

diameter van circa 8 meter, die in het muurwerk waren

opgenomen. Het geheel was omsloten met een V-vormige,

circa 6 meter brede spitsgracht met een steile oever aan de

buitenzijde en een minder steile oever aan de binnenzijde

(type Fossa Punica). Poortgebouwen in het midden van

elke zijden van de vesting boden toegang tot het

binnenterrein.

De vesting was opgetrokken uit met mortel vastgezette,

vierkant gekapte blokken van zogenaamde Doornikse

kalksteen: een harde, grijze steensoort uit de regio van

Doornik. Van de muur resteerden bij de opgravingen - op

enkele uitzonderingen na - nog slechts de uitbraaksporen.

In de middeleeuwen werden Romeinse stenen gebouwen

namelijk gesloopt om het bouwmateriaal opnieuw te

kunnen gebruiken. Daarom is in de zandige ondergrond

alleen nog maar een spoor van de oorspronkelijke muur

zichtbaar, opgevuld met klei en puin. Deze sporen zijn

over een lengte van 125 meter in kaart gebracht, vanaf

de zuidwestelijke hoek van de ommuring tot aan het

westelijke poortgebouw.

Het poortgebouw is een bijzonder interessante

constructie, bestaande uit twee ronde torens aan

weerszijden van een rechthoekige doorgang. Uit de grote

hoeveelheden puin die ter plaatse zijn aangetroffen blijkt

dat de torens uit de gebruikelijke kalksteen waren

opgetrokken, maar dat de constructie daartussen van

tufsteen was gebouwd. Waarschijnlijk is voor deze

steensoort gekozen vanwege zijn goede bewerkbaarheid,

zodat een gewelfde doorgang kon worden gemaakt.

Dit deel van de poort was - net als het badgebouw -

gefundeerd op houten paaltjes, hetgeen aangeeft dat

het een zeer zware constructie was. De feitelijke doorgang

bestond vermoedelijk uit een hek of deur. De vele

dakpanresten die hier zijn gevonden geven aan dat

het gebouw een pannendak moet hebben gehad.

Vanaf het hoofdgebouw op het binnenterrein liep een

weg in westelijke richting via het poortgebouw de vesting

uit, waarvoor over de spitsgracht een brug was aangelegd.

Resten van deze weg zijn verder naar het westen bij

recente opgravingen (2008) aangetroffen.

Maatschappelijke stage in het archeologisch depot

Elke woensdagmiddag zijn Deandra de Looff en

Dieuwertje Roelse te vinden in het archeologisch depot

van de SCEZ. De meisjes, allebei vijftien, liepen er eerst

hun maatschappelijke stage van 32 uur. Deandra en

Dieuwertje: “We zijn allebei heel erg geïnteresseerd in

archeologie en willen het ook allebei gaan studeren.

We zijn hier dankzij onze lerares Grieks, Antoinette van

Duijn, ingerold. Elke week weer is het heel erg leuk om

te doen, op de foto zijn we bezig met het noteren van

de etiketten van de dozen die missen in de depots.

Het is alsof je in een museum aan het werken bent,

maar dan beter en veel leuker! Voorlopig gaan we zeker

met heel veel plezier verder met het werk hier.”

Zeeuws Erfgoed 3 maart 2012/01 • ARCHEOLOGIE

Archeologie

De sporen van het

poortgebouw, blootgelegd

bij de opgravingen in

1976 ter hoogte van de

Burchtstraat. Tegenwoordig

is ter plaatse een

reconstructie te bezichtigen.

3Op één plaats in

de uitbraaksporen resteerde

nog een omgevallen deel

van de muur van de

Romeinse vesting van

Aardenburg.

Dieuwertje Roelse

en Deandra de Looff.


Vondstmeldingen en

archeologisch spreekuur

Melding van

archeologische vondsten

dient te geschieden bij

de SCEZ. Het materiaal

wordt wanneer nodig

geregistreerd en

gedocumenteerd, maar

blijft altijd in het bezit

van de melder, tenzij deze

het zelf wil afstaan. Uw

melding van vondst(en) of

waarneming(en) kan ook

schriftelijk of telefonisch

geschieden bij:

SCEZ

Postbus 49

4330 AA

Middelburg

T 0118-670870

E j.jongepier@scez.nl

Daarnaast houdt

de SCEZ op elke eerste

dinsdagmiddag van de

maand een archeologisch

spreekuur. U kunt het

spreekuur in locatie

De Burg

Groenmarkt 13

te Middelburg

bezoeken om voorwerpen

te laten determineren

(geldwaarde wordt niet

getaxeerd), vondstmeldingen

te doen,

of allerlei vragen op het

gebied van de Zeeuwse

archeologie voor te leggen.

De eerstvolgende

archeologische

spreekuren vinden plaats

op de dinsdagmiddagen

6 maart, 3 april, 1 mei

en 5 juni

van 15.30 tot 16.30 uur.

Dank voor uw

medewerking!

Onderzoek en meldingen

Afsluiting veldwerk nieuwe haven Hulst

Begin oktober is het archeologisch veldwerk in de nieuwe

haven van Hulst feestelijk afgesloten. Arcadis en Artefact

zijn met hulp van de Werkgroep Archeologie Hulst

begonen aan de evaluatie van het onderzoek in de

Nieuwe Bierkaai Hulst (haven, deelgebied 2). Behalve de

resten van de haven, compleet met bruggen, kademuren,

scheepsresten en aanpalende huizen is ook een enorme

hoeveelheid vondsten opgegraven. Naast het gebruikelijke

aardewerk, leer en bot zijn ook veel metaalvondsten

aangetroffen, zoals munten, muntgewichten, enkele

pelgrimsinsignes, kogels, mortieren, delen van geschut,

Proefsleuvenonderzoek ’s-Gravenhofplein, Hulst

Tussen 15 en 19 december heeft Grontmij in

samenwerking met Artefact een driedaags proefsleuvenonderzoek

uitgevoerd op het ’s-Gravenhofplein in Hulst

(Nieuwe Bierkaai, deelgebied 7). Op basis van historisch

onderzoek werden ter plaatse resten van middeleeuwse

bebouwing, zoutraffinage en het Minnebroedersklooster

uit het einde van de vijftiende tot de zeventiende eeuw

verwacht, alsook resten van het latere weeshuis.

Onderzoek Staats-Spaanse Linies

Retranchement

In het kader van het Interreg IV-A-project Forten en

Linies in Grensbreed Perspectief (Staats-Spaanse Linies)

is in opdracht van de Provincie Zeeland een viertal

onderzoeken uitgevoerd. In Retranchement vond een

opgraving plaats op de locatie van de vermeende

Slikpoort. Op basis van het eerder uitgevoerde geofysisch

onderzoek werden resten van een poortgebouw verwacht.

Ter plekke is echter slechts een bakstenen stookplaatsje

gevonden. Op basis van de opgravingsgegevens en analyse

van oude kaarten luidt de conclusie dat er nooit een

poortgebouw heeft gestaan, maar dat er (in een latere

fase van het fort) slechts een eenvoudige doorgang in de

vestingwal was.

Westelijk Staats-Vlaanderen met diverse forten en schansen

behorend tot de Staats-Spaanse Linies; fragment van een

kaart van Zeeland uit 1630.

Zeeuws Erfgoed 4 maart 2012/01 • ARCHEOLOGIE

stukken van (Spaanse en Staatse) helmen en andere

wapenuitrustingen, maar ook een grote hoeveelheid

metalen kookgerei, hang- en sluitwerk, gereedschap

enzovoort.

De meest aansprekende vondst is een fraaie tweekoppige

gekroonde adelaar (het stadswapen van Hulst en het

wapen van Maximiliaan van Oostenrijk), die mogelijk

onderdeel was van een schild of een standaard. Op basis

van het selectievoorstel zal, gezien de enorme hoeveelheid

vondsten en het beperkte nog beschikbare budget voor

de analyses, slechts een deel van de vondsten regulier

uitgewerkt en gerapporteerd kunnen worden.

In de jaren zeventig zouden delen van de fundering van

de kloosterkerk, het pandhof en begravingen tijdens de

sanering van de voormalige brouwerij met de bulldozer

zijn verwijderd. Het veldonderzoek bevestigt dat

funderingen van de westmuur van de kerk merendeels

zijn uitgebroken. Het noordwestelijke deel van de kerkfunderingen

is beter bewaard gebleven. Daar zijn ook

enkele begravingen teruggevonden.

Draaibrug

Door Archeologisch Adviesbureau RAAP is voorts een

geofysisch onderzoek uitgevoerd bij Draaibrug, een buurtschap

bij Aardenburg. Op basis van een bureauonderzoek,

veldkartering en enkele boringen uitgevoerd door

ArcheoMedia in 2007, verwachtte men hier restanten van

de voormalige Bordeelschans. In 2010 voerde het ADC

ter plaatse een booronderzoek uit. De conclusie luidde

dat restanten van de Bordeelschans zich elders moesten

bevinden. Het geofysisch onderzoek, dat bestond uit

weerstandsmetingen en grondradaronderzoek met

controleboringen, leverde evenwel op de locatie een

schitterende plattegrond op van de schans. Ter plaatse

zal door middel van een grondlichaam de ligging van het

vestingwerk worden aangeduid.

Onderzoek op de Bordeelschans bij Aardenburg-Draaibrug

(RAAP).


Philippine

In de vestingstad Philippine is in oktober een bodemsanering uitgevoerd

en zijn de resten van de Stenen Beer voor een deel ontgraven.

De werkzaamheden aan dit achttiende-eeuwse waterstaatkundige

vestingwerk zijn archeologisch begeleid. De Stenen Beer wordt

gerestaureerd en toegankelijk gemaakt voor het publiek.

Passageulelinie

De SCEZ adviseerde de Provincie Zeeland ook bij de opdrachtverstrekking

voor onderzoek op twee locaties in de Passageulelinie bij IJzendijke.

De firma MUG ingenieursbureau uit Leek voerde een bureauonderzoek

uit voor Batterij De Keijzer en de redoute Schaapstelle. Voor de resten

van de batterij komen meerdere locaties in aanmerking. De redoute

Schaapstelle wordt op één kaart (Hattinga 1746) aan de buitenzijde van

de dijk afgebeeld, op twee andere aan de binnenzijde (Wiltschut 1738

en Hattinga 1750). Op de buitendijkse locatie is een geofysisch onderzoek

uitgevoerd door de firma Medusa Explorations uit Groningen.

ZEEUWS-VLAANDEREN

Een prehistorische tranchetbijl uit Othene

In het najaar van 2011 meldde de heer Richard Lensen uit Zaamslag

de vondst van een stuk vuursteen bij de SCEZ. Het voorwerp had hij

in mei gevonden langs een van de nieuw gegraven waterpartijen in de

Koninginnepage, een nieuwe straat in de nieuwbouwwijk Othene-Zuid

te Terneuzen. Aanvankelijk leek het een natuurlijk stuk vuursteen te zijn,

maar bij nadere bestudering en determinatie door vuursteenspecialisten

van de Universiteit Leiden bleek het te gaan om een prehistorische bijl en

wel een kernbijl uit de midden-steentijd (mesolithicum, circa 8800-5000

voor Christus). Het brok vuursteen was eerst ruw voorbewerkt tot een

kernsteen en vervolgens is er op dusdanige manier een stuk afgeslagen

(met een zogenaamde tranchetslag) dat er een snededeel ontstond.

Op deze manier kon het stuk als bijl worden gebruikt. Het is de

eerste keer dat een dergelijke bijl in Zeeland is gevonden.

Er zijn op de pleistocene dekzandgronden op meerdere plaatsen in

Zeeuws-Vlaanderen diverse vuurstenen voorwerpjes uit dezelfde tijd

aangetroffen - bijvoorbeeld te Aardenburg, Sint-Kruis, Nieuw-Namen,

Axel en het Verdronken Land van Saeftinghe - maar dat zijn in de meeste

gevallen kleine pijlpunten, mesjes en schrabbertjes, die in kampementen

van rondtrekkende jagers en verzamelaars in gebruik zijn geweest.

Vermoedelijk is met het graven van de waterpartij te Othene-Zuid de top

van het dekzand, die zich op ongeveer drie meter beneden het maaiveld

bevindt, aangesneden en is de bijl mee omhoog gekomen.

Een (tweede) vuurboet in Saeftinghe?

Op 12 januari 2012 verrichtte de SCEZ archeologische waarnemingen

en boringen op de slikken in het Verdronken Land van Saeftinghe.

Aanleiding hiertoe waren vondstmeldingen door de heren R. Bleijenberg

en M. Buise van een cirkelvormige bakstenen structuur, die na erosie van

het slib in december vorig jaar is blootgespoeld. De structuur, die was

gefundeerd op een kleiige ondergrond, bleek een geïsoleerd spoor te zijn

met in de omgeving regelmatig aardewerkscherven uit voornamelijk de

late middeleeuwen en botmateriaal van onder meer rund en varken.

De blootgespoelde structuur bestaat uit nog minimaal vier steenrijen

met versnijdingen naar buiten en is ongeveer 3,5 meter in diameter.

De bakstenen zijn laatmiddeleeuwse kloostermoppen met een lengte

van tussen de 25 en 30 centimeter. Mogelijk gaat het hier om hergebruikt

materiaal; er zijn veel fragmenten bij. Volgens de vondstmelders kan de

aangetroffen structuur wellicht een zogenaamde vuurboet zijn geweest,

waarop een vuur werd gestookt. Deze vuurboeten dienden als kustvuur

of baken voor de scheepvaart. In de directe omgeving is er in december

2009 na erosie van het schor en het slik ook al een ontdekt.

Rondom de in 2009 ontdekte vuurboet liggen momenteel veel verspoelde

baksteenresten in driehoekvorm. De daar aangetroffen bakstenen zien er

jonger uit dan die van de pas ontdekte vuurboet. De afstand tussen de

twee vindplaatsen bedraagt naar schatting honderd meter.

Zeeuws Erfgoed 5 maart 2012/01 • ARCHEOLOGIE

Een deel van de Linie van

Communicatie tussen Hulst

en Sas van Gent: de forten

Ferdinandus, Miseri,

Sint-Anna en Nassau.

Abdsdale

In de historische vestingatlas van Zeeland is ter hoogte van een nieuwe

rotonde bij Absdale het voormalige fort Sint-Anna gepositioneerd. Op

deze locatie vinden in de toekomst graafwerkzaamheden plaats voor de

N290. Een nauwkeurige projectie van een kaart van Visscher-Roman uit

1655 op de huidige topografische ondergrond, uitgevoerd door de firma

Histomaps uit Hansweert, toont echter dat resten van dit fort langs de

Plattendijk moet worden gezocht. Op die locatie zijn op het Actuele

Hoogtebestand Nederland opvallende terreinverhogingen zichtbaar.

Het fort Miseri kan op basis van de nieuwe projectie in het gehucht

Absdale gezocht worden, ten zuiden van de provinciale weg.

De mesolitische tranchetbijl uit Othene.

Het voorwerp is 8,0 centimeter lang, 4,7 centimeter breed en heeft een

doorsnede van 3,0 centimeter. Het bestaat uit grijze vuursteen en heeft

aan een zijkant nog een restant van de buitenkant of korst (cortex) van

de oorspronkelijke vuursteenknol. Of het een geïsoleerde vondst betreft

of dat deze afkomstig is uit een kampement is nog niet bekend. Wat

de prehistorische mens ermee heeft gedaan is evenmin duidelijk, maar

te denken valt aan het afhakken van boomtakken. Al eerder zijn tijdens

booronderzoek in het kader van de aanleg van de rondweg Zaamslag

houtskoolfragmenten aangetroffen, afkomstig uit de top van het

pleistocene dekzand. Houtskoolfragmenten kunnen wijzen op stookplaatsen

in prehistorische kampementen. De bijl wordt momenteel

tentoongesteld in het Schelpenmuseum te Zaamslag in een kleine

expositie die gewijd is aan de prehistorie van de regio Terneuzen.

De blootgekomen bakstenen structuur te Saeftinghe, mogelijk behorend

tot een vuurboet (foto Marc Buise resp. Clem Reel).


WALCHEREN

Restauratiewerken Fort Rammekens

Dit voorjaar beginnen grootscheepse restauratiewerken bij Fort

Rammekens in Ritthem. Onder coördinatie van Staatsbosbeheer slaan

diverse onderzoeksdisciplines de handen ineen om de werken tot een goed

einde te brengen. Naast uitgebreid milieuonderzoek worden de werken

ook begeleid door een intensief bouwhistorisch onderzoek. De Walcherse

Archeologische Dienst neemt het archeologisch onderzoek op zich.

Fort Rammekens of Zeeburg is in 1547 gebouwd in opdracht van

landvoogdes Maria van Hongarije om de scheepvaatroutes naar

Middelburg en Antwerpen te controleren; het is het oudste nog bestaande

zeefort van West-Europa. De rede voor het fort was een belangrijke

ankerplaats voor de schepen van de in 1602 opgerichte Verenigde

Oost-Indische Compagnie (VOC). Op het einde van de achttiende eeuw

werd Rammekens ingericht als hospitaal. In de Franse tijd (1795-1813)

moderniseerde men het fort nog op grote schaal, maar in 1867 verloor het

definitief zijn functie. Vandaag de dag is Fort Rammekens een prachtige,

tot de verbeelding sprekende plek met uniek natuurschoon en een boeiend

verleden dat jaarlijks talrijke toeristen weet te lokken. ‘Rammekens oft Zee Burg’; kaart door Joan Blaeu, 1649.

Opgraving voor het voetlicht

Hof Ramsburg: een tipje van de sluier

In de zomer van 2009 voerde de Walcherse Archeologische Dienst

(WAD) aan de noordoostzijde van Middelburg, aan de Oude

Veerseweg, een archeologische opgraving uit. Hier lag in de achttiende

en negentiende eeuw het Hof Ramsburg. In de volgende editie van

De Wete (april 2012) wordt in samenwerking met Martin van den

Broeke een uitgebreid artikel aan dit onderzoek gewijd. Hier alvast

een tipje van de sluier.

De oudste tijdens het onderzoek gevonden sporen behoren tot middeleeuwse

moernering; het grootste deel van het terrein is in deze periode

afgegraven ten behoeve van de zoutwinning. De eerste bewoningssporen

op het onderzoeksterrein zijn te koppelen aan het boerenbedrijf dat hier

zeker vanaf het midden van de zeventiende eeuw gevestigd was. Op de

kaart van Visscher-Roman (1655/56) staat op deze locatie een kleine

boerderij met erf aangegeven. Het gaat om enkele greppels en sloten

die een klein erf van circa 2.000 m 2 afbakenen. Aan de noordwestelijke

zijde vormde een soort ‘tuinmuur’ mogelijk de begrenzing. Binnen dit

areaal zijn gefragmenteerde resten van minstens drie gebouwen gevonden,

verspreid gelegen rond een erf.

Van het Hof Ramsburg zelf konden, ten gevolge van de rigoureuze

sloop in de negentiende eeuw, enkel de funderingsgreppels worden

gedocumenteerd. Het opgetekende hoofdgebouw is bescheiden van

omvang en opzet. Het betreft een rechthoekige structuur van circa

23,5 bij 10,5 meter. Aan de westelijke zijde van het hof bevond zich

een half afgeronde verbreding naar het noordwesten toe. Aan de

noordelijke zijde, waar de Oude Veerseweg ligt, moest een galerij

met pilaren de status van het buiten extra benadrukken.

Omvorming tot buitenplaats

De meest opvallende vondst is een complex van drie kuilen waarin het

volledige huisraad van een gegoede boerenfamilie uit het einde van de

zeventiende tot het begin van de achttiende eeuw werd teruggevonden.

Het aardewerken keuken- en tafelgerei, kleipijpmateriaal, glaswerk, metaal

en dierlijk botafval geeft een prachtig beeld van het leven van deze familie

in die periode. Het materiaal lijkt op één moment in de tijd integraal

gedumpt te zijn. Op basis van de vondsten lijkt dat moment te dateren

kort na 1715. Historisch onderzoek van Martin van den Broeke leert dat

rond 1720 ene heer Balguerie het Hof Ramsburg betrekt en het omvormt

tot buitenplaats. Werd er bij de aankoop of verkoop van de boerderij

radicaal komaf gemaakt met de inboedel van de vorige bewoners?

Zeeuws Erfgoed 6 maart 2012/01 • ARCHEOLOGIE

Een vergiet uit het ‘huisraad van een gegoede boerenfamilie’

Een ijzeren pan en pollepel in situ.

Exotisch huisdier

Eén opmerkelijke vondst uit deze bijzondere context kunnen we niet

nalaten al even te vermelden. Tussen het dierlijke botmateriaal bevonden

zich ook de resten van een cavia. Deze dieren werden vermoedelijk met

Compagnieschepen meegevoerd uit Zuid-Amerika als curiosa. Het is de

eerste maal dat dit dier in Nederland in een archeologische context uit

deze vroege periode is gevonden. Bram Silkens, WAD


Zeeland zwemt in het erfgoed

De Provincie Zeeland heeft 2012 uitgeroepen tot Zeeuws Jaar van

het Water. Want water speelt een belangrijke rol in onze provincie.

Het zorgt voor kennis, energie, recreatie, eten, werk en geld.

Heel 2012 vinden er tal van wateractiviteiten plaats in Zeeland.

Activiteiten die laten zien wat de combinatie zee en land ons gebracht

heeft, wat we er anno nu aan kunnen beleven en welke stuwende kracht

het water voor onze toekomst kan zijn. Ook verschillende

erfgoedorganisaties laten zien hoe Zeeland door de loop der eeuwen

leefde met het water en op welke wijze het water vandaag de dag nog

steeds centraal staat. Een greep uit het aanbod:

4Op Walcheren organiseert het Polderhuis Westkapelle, Dijk- en

Oorlogsmuseum, het hele jaar door tentoonstellingen, themadagen en

strandactiviteiten. De actuele tentoonstelling is ‘Water over dek en

luiken’ met schilderijen van Bram Dingemanse.

www.polderhuiswestkapelle.nl;

4Op Schouwen-Duiveland organiseren het Watersnoodmuseum en

Museum Goemanszorg meerdere tentoonstellingen. In Ouwerkerk is

de actuele tentoonstelling ‘Before, During, After’ te zien met werk van

twaalf fotografen uit Louisiana naar aanleiding van de orkaan Katrina

en het hoge water als gevolg daarvan. www.watersnoodmuseum.nl;

Het (vaak) vergeten water

Het is me meer dan eens overkomen bij het houden van een lezing voor

een gehoor van niet-Zeeuwen, wanneer een foto wordt getoond van een

boerderij die rondom in het water ligt. Bij de toehoorders roept dat beeld

herkenning op. Ze kennen hun geschiedenis en menen dus zeker te weten:

dat is Zeeland na de Februariramp van 1953. Fout. Een enkeling heeft

‘doorgeleerd’ en probeert het opnieuw: dan moet het Walcheren zijn, in

de winter van 1944-1945, tijdens de gruwelijke oorlogsinundatie. Helaas,

weer mis. De foto betreft wél Walcheren, maar onder omstandigheden

die tot 1930 heel normaal waren en vrijwel jaarlijks terugkeerden.

De lage poelgebieden stonden van het vroege najaar tot soms ver in het

voorjaar onder water; onder ‘landwater’ zoals de bronnen het noemen:

overtollig hemelwater dat geen kant opkon. De zeer gebrekkige afwatering

vormde een al eeuwenlang spelend probleem dat als het ware zat

ingebakken in de natuurlijke opbouw van het eiland.

Rondom in het water gelegen boerderij op Walcheren (omgeving Hoogelande,

winter 1915/1916): een vertrouwd beeld tot 1930, toen elektrische bemaling

een einde maakte aan de periodieke overlast van (binnen)water

(bron: Zeeuws Archief, Collectie De Bruyne, inv. nr. 134/119).

Cultuurhistorie

Zeeuws Erfgoed 7 maart 2012/01 • JAARTHEMA | CULTUURHISTORIE

4In Dreischor wordt 1.000 jaar relatie met het water in beeld gebracht.

Water heeft het eiland (voorheen de eilanden) gevormd; men heeft

eeuwenlang de kost verdiend met het zoute water en tegenwoordig

ook met zoet water in de aquacultuur. www.goemanszorg.nl;

4Vanuit het Platform Maritiem Erfgoed Zeeland organiseren aangesloten

organisaties diverse maritiem-historische evenementen. Zo organiseert

de Stichting Behoud Hoogaars op zaterdag 21 juli de Van Loon

Hardzeildag op de Rede van Veere, waaraan 45 historische schepen,

plat- en rondbodems deelnemen. In 2012 is het de 20ste keer een

eerbetoon aan de legendarische hardzeildag die Hendrik Willem van

Loon in 1928 voor Arnemuidse vissers organiseerde. Om uit de

saaiheid van het dagelijks bestaan te ontsnappen, probeerde Van Loon

“weer eens wat leven in den garnalenketel te krijgen”.

www.hoogaars.nl, www.scez.nl/maritiemerfgoed.

In het Jaar van het Water zal blijken dat ‘Zeeland zwemt in het erfgoed’.

Zeeuwse erfgoedorganisaties die een bijdrage willen leveren aan dit

themajaar met een tentoonstelling, lezing, excursie of evenement,

kunnen dit aanmelden via info@jaarvanhetwater.nl en agenda@scez.nl.

www.jaarvanhetwater.nl

Het Zeeuwse Jaar van het (buiten- én binnen-) Water

Zeker niet alleen op Walcheren zuchtte men onder deze last die vooral

de landbouwkundige mogelijkheden beperkte, maar ook het verkeer

hinderde. Andere delen van de provincie met een vergelijkbare opbouw

hadden er hun eigen deel aan. Interessant in dit opzicht is de Atlas van

de provincie Zeeland die schoolopziener C.J. Pické en gedeputeerde

T.A. Lambrechtsen in 1877 deden verschijnen. Die duidt onder meer

de lage streken aan “die bij eenigszins hoogen waterstand in den polder

onder water” staan. Dat zijn enorme oppervlakten, variërend van delen

van Tholen tot de Grote Putting bij Hengstdijk, en van het lage midden

van Schouwen tot aanzienlijke delen van Zuid-Beveland. Pas na de nodige

maatregelen kwam vroeger of later een einde aan deze onhoudbare situatie.

Al vroeg zette men - aanvankelijk met wisselend succes - op Tholen en

Schouwen windmolens en later ook stoomgemalen in; heel laat was men

op Walcheren in 1930 met het elektrische gemaal Boreel.

Zeeuwse polders konden dus ook onder water staan zonder dat daarvoor

dijken waren doorgebroken. De buiten Zeeland gesignaleerde verwarring

daarover is eigenlijk heel begrijpelijk, want ook de Zeeuwen zelf lijken

deze vorm van wateroverlast te zijn vergeten. Die was voor de bewoners

even vanzelfsprekend als de loop van de seizoenen, werd gelaten ondergaan

en lijkt uit het collectieve geheugen te zijn gewist. De problemen moesten

wel heel hoog oplopen, wilden ze in ruime kring aandacht trekken en dus

in de bronnen doorklinken. De meeste belangstelling ging en gaat uit naar

de heroïsche, tot de verbeelding sprekende en geld verslindende strijd

tegen de ‘echte’ erfvijand van de Zeeuwen: het buitenwater. Naar de strijd

op leven en dood die ook vandaag nog altijd permanente waakzaamheid

vereist. Naar grote prestaties zoals de Westkappelse Zeedijk, de sluiting

van het dijkgat bij Ouwerkerk en de bouw van de Stormvloedkering

Oosterschelde.

Op 6 januari is een nieuw Zeeuws themajaar officieel van start gegaan:

het Jaar van het Water. En het moet gezegd: een Zeeuwser en tegelijk

veelzijdiger onderwerp is nauwelijks te bedenken. Ook vanuit de

erfgoedsector worden bijdragen aan het themajaar geleverd.

4


Kaartfragment uit de

‘Atlas van de provincie

Zeeland’ uit 1877.

Met de horizontale

arcering worden delen van

Zuid-Beveland aangeduid

die regelmatig onder

(binnen)water staan

(bron: Zeeuws Archief,

KZGW, Zel. Ill. I,

inv. nr. 157-4).

Het zou goed zijn om bij alle aspecten van het thema

water, het binnen- of landwater niet te vergeten.

Dat zou namelijk geen recht doen aan de geschiedenis

van onze provincie en aan alle erfgoed dat deze

geschiedenis opleverde. Zo zou bijvoorbeeld niet vergeten

mogen worden dat de eerste waterschappen, al in de

twaalfde eeuw, ontstonden om in gezamenlijkheid het

binnenwater te reguleren en nog niet zozeer om het

buitenwater te keren. Laten we dus ook niet vergeten dat

de meeste Zeeuwse watergangen allesbehalve oernatuur

zijn, maar moeizaam met de hand werden gegraven om

het overtollige binnenwater af te voeren. Vandaag zijn

ze dus óók erfgoed, zoals ook oude duikers en gemalen

en uitwateringssluizen dat zijn.

Mocht dit aspect van onze geschiedenis tot voor kort al

zijn verwaarloosd, de recente geschiedenis en toekomstvoorspellingen

plaatsten het inmiddels hoger dan ooit op

de agenda. Klimaatveranderingen maken het binnenwater

vandaag weer actueel. Het KNMI constateerde onlangs op

Eind 2011 namen tien gemotiveerde cursisten deel aan de

cursus ‘Grepen uit de groene geschiedenis van Walcheren’.

Het was een vervolg op de cursus van een jaar tevoren.

En ook nu was het weer een geslaagde vorm van samenwerking

tussen de Zeeuwse Volksuniversiteit, Staatsbosbeheer

en de SCEZ. Tijdens drie cursusavonden in

SCEZ-locatie De Burg werden onderwerpen op het

grensgebied van geschiedenis en ecologie behandeld.

Wilbert Weber en Peter Maas belichtten ieder een aspect

van Fort Rammekens; Robert Wielemaker nam

de boerenerven en hun beplanting voor zijn rekening;

en Aad de Klerk beschreef de historische omgang met

het Walcherse binnenwater. In aansluiting op deze avond

volgde een boeiende excursie onder leiding van

Wouter Quist, aquatisch ecoloog bij het waterschap

Scheldestromen. Helaas moest Chiel Jacobusse verstek

laten gaan. In zijn plaats bood Peter Blom op het

Zeeuws Archief inzicht in de rijke en gevarieerde bronnen

die zich lenen voor nader onderzoek van deze en vele

andere thema’s uit de groene geschiedenis, want te

onderzoeken valt er nog genoeg!

Zeeuws Erfgoed 8 maart 2012/01 • CULTUURHISTORIE

basis van alle dagelijkse neerslagwaarnemingen sinds 1850

dat de hoeveelheid neerslag in ons land met 10 tot 35% is

toegenomen. En dat in de laatste vijftig jaar de (zomerse)

toename vooral merkbaar was in de kustregio’s. Twee

recente voorbeelden: op 21 december van het vorig jaar

tapte Biervliet de meeste regen af van heel Nederland;

het betekende overuren voor het gemaal Othene bij

Terneuzen. In Friesland moest op 2 januari zelfs

werelderfgoed worden ingezet om de wateroverlast dáár

te beteugelen: het Ir. D.F. Wouda(stoom)gemaal bij

Lemmer was even weer onmisbaar. Meer waterberging

is dus noodzakelijk. Met het oog daarop werden en

worden tal van Zeeuwse waterlopen verbreed en van

natuurvriendelijke oevers voorzien. In plaats van

oernatuur zou je ze vandaag dus beter als levend erfgoed

kunnen betitelen. Zeeland en het water: dat moet een

verhaal opleveren met meer dan één rode draad en met

een open einde.

Aad de Klerk, adviseur cultuurhistorie en landschap

Geslaagde cursus over groene geschiedenis afgerond

Deskundige uitleg bij een watergang met milieuvriendelijke

oever in het hart van Walcheren.


Zeeuwse musea houden stand

in turbulent jaar

“Bezuinigingen: de rek is er uit”. Dat was de belangrijkste boodschap

van de Nederlandse Museumvereniging bij haar nieuwjaarsreceptie,

begin januari in Delft. Het jaar 2011 was door alle bezuinigingen

een turbulent jaar, ook voor veel Zeeuwse musea. Afgelopen jaar

bezochten 461.442 bezoekers een museum in Zeeland, zo bleek

uit een inventarisatie van de SCEZ, begin 2012.

De 41 musea die aan de inventarisatie deelnamen, konden daarmee helaas

het record uit 2010 niet overtreffen. Zij trokken in 2011 gemiddeld 3%

minder bezoekers dan in het topjaar 2010. Deze daling is deels te wijten

aan het feit dat een aantal musea in Zeeland in 2011 tijdelijk gesloten

waren.

De echte uitschieter is, ook weer in 2011, het Watersnoodmuseum met

60.080 bezoekers. Het Watersnoodmuseum wordt gevolgd door het

Spoorwegmuseum Stoomtrein Goes-Borsele dat 2011 afsloot met

ongeveer 42.500 bezoekers. Voor beide musea is dit een kleine daling ten

opzichte van de groei in de voorgaande jaren. De vanouds grootste musea

in Zeeland, het Zeeuws Museum en Zeeuws maritiem muZEEum, sloten

2011 beide af met ruim 36.000 bezoekers. Ook dat betekent een kleine

daling van gemiddeld 5% ten opzichte van het jaar daarvoor. De Top 5

in Zeeland wordt voltooid door Terra Maris met ruim 34.000 bezoekers,

voor dit museum een winst van 10%. Terra Maris zet daarmee de

stijgende lijn van de afgelopen twee jaar door. Een van de redenen

hiervoor is de grote belangstelling voor het nieuwe Mottekasteel in de

landschapstuin en het daarbij georganiseerde middeleeuws festijn.

Speciale vermelding verdienen het Polderhuis Westkapelle met bijna

30.000 bezoekers, het door bezuinigingen geplaagde Historisch Museum

De Bevelanden met meer dan 27.000 bezoekers (een stijging van 30%)

en Bevrijdingsmuseum Zeeland met ruim 22.000 bezoekers (een stijging

van 22,5%). De stijging van Historisch Museum De Bevelanden komt

door de landelijke belangstelling voor de wisselexpositie ‘Kantje Boord’,

waar veel publiek van buiten Zeeland voor naar Goes trok.

Landelijke vergelijking

Op 21 december publiceerde de Nederlandse Museumvereniging een

overzicht van de bezoekcijfers bij de 55 grootste musea in Nederland.

Zeeuws Erfgoed 9 maart 2012/01 • MUSEA

Musea

Daaruit bleek dat landelijk de bezoekersaantallen met ruim 1 miljoen

zijn gestegen. Er zijn het afgelopen jaar zeker 18 miljoen bezoeken geteld,

tegenover krap 16,9 miljoen het jaar daarvoor. De Nederlandse

Museumvereniging geeft aan dat de stijging vooral te danken is aan de

heropening van diverse musea, zoals Het Scheepvaartmuseum en de

tijdelijke heropening van het Stedelijk Museum, beide in Amsterdam.

Dit landelijke beeld stemt niet overeen met Zeeland. Hier zijn juist

enkele musea gesloten wegens verbouwing/herinrichting (Stadhuismuseum

Zierikzee), verhuizing (Schoolmuseum Schooltijd) of restauratie

(OosterscheldeMuseum). Zeeland kende afgelopen jaar geen heropeningen

van musea. Die staan voor 2012 en 2013 wel weer in de planning.

Criteria voor bezoekcijfers

Maar wat is nou veel of weinig? Hoe moet je de bezoekcijfers beoordelen?

Het gemiddelde van de eerste 10 musea uit de inventarisatie van 2011 is

ongeveer 35.000 bezoekers. Voor een plaatselijk museum is dit een goede

score, voor een groter provinciaal museum niet veel. Dit heeft uiteraard

weer alles te maken met de omvang van de collectie, het tentoonstellingsoppervlak

en de beschikbare middelen voor promotie. De totale bevolking

van Zeeland is beperkt en in dat opzicht zijn de bezoekersaantallen niet te

vergelijken met de Randstad. Daartegenover staat een omvangrijk aantal

toeristen die potentiële bezoekers van musea zijn. Het is belangrijk om

aansluiting te vinden bij deze aanzienlijke toeristenstroom in Zeeland.

Voor musea uit Middelburg, Vlissingen, Goes en Zierikzee geldt in het

bijzonder een aandeel in het dagtoerisme. In ieder geval ligt hier nog wel

een uitdaging voor een groot aantal Zeeuwse musea.

Toch mogen de musea ook niet hun ‘vaste’ publiek vergeten. Een groeiend

deel van het museumbezoek komt op het conto van de Museumkaart.

En ook in 2011 nam het aantal Museumkaarthouders weer toe.

Gemiddeld bezoeken Museumkaarthouders iets meer dan vijf keer per

jaar een museum. Zij letten vooral op de positionering, programmering,

publieksbenadering en presentatiewijze van de musea. Zoals altijd blijkt

ook hier dat het niet alleen om de kwantiteit, maar vooral ook om de

kwaliteit gaat.

Documentatietafel in het Watersnoodmuseum

(foto Ben Seelt, bron: laatzeelandzien.nl).


Omslag van projectplan

Erfgoed Inzichtelijk’.

Zeeuwse schatten online.

Registratiegroep

Streekmuseum

De Meestoof (v.l.n.r.):

Truus, Annemiek,

Olga en Marja.

Afronding Zeeuws project op 23 april

Museaal erfgoed inzichtelijk

Als een van de uitwerkingen van het provinciaal

museumbeleid 2007-2012, Investeren in Zeeuwse musea,

een duurzame kwestie, vroeg de Provincie Zeeland in

2006 aan de SCEZ om de museale Collectie Zeeland

verder zichtbaar te maken. Het belangrijkste instrument

daarvoor werd het project ‘Erfgoed Inzichtelijk

- collectieregistratie in Zeeuwse musea’.

Vanaf 2007 hebben niet alleen projectmedewerkers van de

SCEZ, maar vooral ook vele tientallen vrijwilligers in de

Zeeuwse musea aan dit project gewerkt. Ruim 100.000

voorwerpen zijn door hun handen gegaan voor registratie en

digitalisering. De schatten uit de depots en bijbehorende

Zeeuws Erfgoed 10 maart 2012/01 • MUSEA

verhalen zijn hierdoor toegankelijk geworden voor het

publiek.

Het project ‘Erfgoed Inzichtelijk’ loopt langzaam maar zeker

op z’n einde. De afgelopen vijf jaar zijn enorme stappen

gemaakt. Voor dit project zijn bijna alle musea overgestapt

op dezelfde registratiesoftware, waardoor onderlinge

uitwisseling gemakkelijker is geworden. Veel kennis over

de museumobjecten, aanwezig in de hoofden van

conservatoren, is vastgelegd zodat het verhaal achter de

voorwerpen niet verloren gaat. Zo’n 20.000 voorwerpen

worden inmiddels online gepresenteerd via het webportaal

geschiedeniszeeland.nl en komende maanden zal dit aantal

nog sterk uitbreiden.


Erfgoed Inzichtelijk’ in cijfers

4 5 jaar looptijd 4 31 musea

4 9 projectmedewerkers 4 85 vrijwilligers

4 12 cursussen 4 125 cursisten

4 125.000 voorwerpen, waarvan

inmiddels 110.000 geregistreerd,

75.000 gefotografeerd en 20.000 online.

De projectmedewerkers van de SCEZ hebben

de museumvrijwilligers extra ondersteund bij

de registratiewerkzaamheden op de werkvloer;

het invoeren en verwerken van registratiegegevens.

Het doel was zo veel mogelijk

collectiestukken vast te leggen en de vrijwilligers

‘op weg’ te helpen om hiermee zelfstandig

verder te gaan. Het volgen van een cursus bleek

Museumvoorwerpen in de Zorg

In de ouderenzorg wordt veel gewerkt met reminiscentieprojecten.

Bepaalde herinneringen werken helend bij ouderen. Het cultureel

erfgoed biedt goede mogelijkheden om hierop in te spelen. Het zien

van een foto of het vasthouden van een gebruiksvoorwerp uit het

verleden, het ruiken van een ‘ouderwetse’ geur of het horen van een

verhaal in dialect kan allerlei associaties oproepen, die ouderen in een

zorgstelling met elkaar in gesprek doen gaan.

Voor de Zeeuwse musea liggen hier kansen voor verbreding van hun taak

en hun maatschappelijk draagvlak. Een jaar geleden riep de SCEZ musea

in Zeeland op om als ‘reminiscentieproject’ themakoffers samen te stellen,

die kunnen worden gebruikt om herinneringen op te halen bij

dementerende ouderen, of om programma’s voor deze doelgroep in het

museum zelf te ontwikkelen. Hiertoe werd in maart 2011 een workshop

georganiseerd, onder leiding van Karin van Leengoed, waar vertegenwoordigers

van vijf musea aan deelnamen. Tijdens een terugkommiddag

in december presenteerde een van de musea, De Schotse Huizen, het

inmiddels ontwikkelde project in Zorgcentrum Nieuw-Sandenburgh in

Veere. De inhoud van de koffer heeft twee thema’s: ‘Streekdracht’ en

‘Leven op de boerderij’. Die slaan erg aan bij de deelnemers. Zodra

de koffer open gaat komen veel reacties los. Iedereen heeft bij alle

voorwerpen wel eigen verhalen, of het nu gaat om een bakblik of een

kledingstuk. Ook mensen die gewoonlijk niet veel zeggen, komen volop

aan het woord. Koepelorganisatie Zorgstroom is erg enthousiast over dit

museumaanbod. Museum De Schotse Huizen trekt komende tijd met

de koffer langs verschillende groepen uit de dagzorg op Walcheren.

Twee andere musea, het OosterscheldeMuseum uit Yerseke en Museum

Goemanszorg uit Dreischor, zullen het project begin 2012 voltooien.

Het is de bedoeling dat de gezamenlijke musea hun aanbod voor Zeeuwse

zorginstellingen in 2012 actief gaan promoten.

Een eerste stap daartoe wordt gezet tijdens de Kennis- en Informatiedag

met als thema ‘Zorg ontmoet kunst en cultuur uit Zeeland’ die Scoop

op 25 april in Woonzorgcentrum Ter Reede in Vlissingen belegt.

De SCEZ ontwikkelt momenteel ook een vertelprogramma rondom

streektalen uit Zeeland voor zorginstellingen. In een komend nummer

van Zeeuws Erfgoed meer hierover.

in deze vaak niet genoeg om de vrijwilligers

geheel ‘zelfredzaam’ te maken. De extra helpende

hand voor registratie of invoer was zeer

belangrijk om als constante factor de gang erin

te houden.

Nu de extra ondersteuning afloopt hebben de

musea voldoende handvatten om autonoom

door te gaan op de ingeslagen weg. Registratiewerk

is namelijk nooit voltooid. Er komen

nieuwe collectiestukken binnen, er worden

voorwerpen verplaatst. De gegevens moeten

altijd actueel blijven.

Op maandag 23 april wordt het registratieproject

Erfgoed Inzichtelijk’ officieel voltooid

Ontdek de Zeeuwse musea via de QR-code

In Zeeland zijn, naar verhouding, veel musea. Er is altijd wel een museum in de buurt. Voor wie bij een

museum aankomt en buiten nog even wat informatie over het museum wil inwinnen, bieden de Zeeuwse

musea u binnenkort een unieke service. Op alle museumgevels wordt een bordje met QR-code aangebracht.

Door deze te scannen met uw smartphone komt u op de mobiele website ZeelandMuseumland.nl

terecht. Hier vindt u de gewenste informatie. Mocht het betreffende museum nu net gesloten zijn, dan

vindt u via de QR-code snel een museum in de buurt dat wel geopend is.

Zeeuws Erfgoed 11 maart 2012/01 • MUSEA

met de presentatie van een boekje en een

symposium met interessante sprekers.

De Zeeuwse musea die hebben gewerkt aan het

ontsluiten van de collectie worden hiermee

bedankt. De behaalde resultaten zullen worden

gepresenteerd, maar er zal zeker ook een blik op

de toekomst zijn om de aanwezigen te

inspireren en nieuwe kansen en mogelijkheden

te laten zien. Voor de nabije toekomst betekent

dat:

4finetunen: kwaliteit foto’s en beschrijving;

van basisregistratie naar een mooi verhaal;

4duurzaamheid: de wijze van bewaren en

ontsluiten voor toekomstige generaties;

4collectiemobiliteit: de Collectie Zeeland is

immers ‘van ons allemaal’.

Museumvrijwilliger Jan Louwerse toont

het bakblik uit de Veerse themakoffer.


VOLKSCULTUUR

N I E U W S

4 Ringrijden:

Zeeuwse volkssport met een

lange traditie.

Handboogschieten:

levend erfgoed

(foto’s Peter Verdurmen).

Conferentie Immaterieel

Erfgoed in Zeeland

op 21 april 2012

Immaterieel erfgoed in Zeeland

Begin 2012 ratificeert de Nederlandse regering het

UNESCO Verdrag Immaterieel Erfgoed. Daarmee gaat

ons land verplichtingen aan. Inventarisatie, documentatie

en safeguarding van immaterieel erfgoed zullen het

overheidsbeleid op dit terrein in de komende jaren

bepalen. Komt Zeeuws immaterieel erfgoed straks ook

op de Werelderfgoedlijst? Prijken ringrijden, krulbollen en

de koenckelpotfanfare straks tussen de Spaanse flamenco,

Portugese fado en het schaduwpoppenspel uit China?

Bolus en babbelaar naast de Franse gastronomie?

Wat is immaterieel erfgoed?

Sociale gebruiken, rituelen en feestelijke gebeurtenissen,

verhaal- en verteltradities, volkskunst en traditionele

ambachtelijke vaardigheden zijn allemaal immaterieel

erfgoed. Dat is levend erfgoed. We dragen het van

generatie op generatie over en geven het steeds opnieuw

vorm door er nieuwe elementen aan toe te voegen en

verouderde te laten verdwijnen. Immaterieel erfgoed

draagt bij aan de kwaliteit van ons bestaan. We ontlenen

er identiteit en een gevoel van continuïteit aan. Bovendien

vergroten besef en waardering van het eigen erfgoed het

respect voor dat van anderen.

Sommige gebruiken delen we in heel Nederland,

bijvoorbeeld het Sinterklaasfeest, Koninginnedag of de

1-aprilgrap. Ook delen we tradities rond de levensloop:

van beschuit met muisjes bij de geboorte van een baby

tot het verzorgen van graven door nabestaanden.

Daarnaast zijn er veel tradities die streekgebonden zijn

of beperkt blijven tot een dorp of stad. Ringrijden, straô,

krulbollen, gaaischieten, het snijden van paeremessen,

slabberjan, krentenbrood met krukels, … En ook het

Om immaterieel erfgoed onder de aandacht van een groot publiek te

brengen, is het jaar 2012 uitgeroepen tot landelijk Jaar van het

Immaterieel Erfgoed. Meld activiteiten die u organiseert bij de SCEZ en

wij zorgen dat deze via onze website en nieuwsbrief in de hele provincie

publiciteit krijgen.

Zeeuws Erfgoed 12 maart 2012/01 • MUSEA

stoeltjesrijden uit Wemeldinge, de koenckelpotfanfare uit

Yerseke, het Cloveniersgilde in Scherpenisse. Ze behoren

allemaal tot het rijke repertoire dat Zeeland kent.

Worden Zeeuwse tradities nu Werelderfgoed?

UNESCO is bij velen bekend van de Werelderfgoedlijsten.

Ook voor het immaterieel erfgoed is er zo’n lijst.

Op deze kleurrijke lijst staan bijvoorbeeld het carnaval in

het Belgische Aalst, naaldkant uit het Franse Alençon en

de Mongol Tuuli, een epische vertel- en muziektraditie

uit Mongolië. Voor ernstig bedreigd erfgoed, dat urgent

bescherming behoeft, is er een aparte lijst. Plaatsing op

de Werelderfgoedlijst is een internationale erkenning van

de uitzonderlijke betekenis van een traditie. Om op de

internationale lijst te kunnen komen, moet een traditie

eerst op de nationale lijst zijn geplaatst en vervolgens

door de regering voor de internationale lijst worden

voorgedragen. Nadat de staatssecretaris het UNESCO

verdrag heeft ondertekend, zal er ook een nationale lijst

voor immaterieel erfgoed komen. Op dit moment wordt

daarvoor een procedure ontwikkeld. Verenigingen en

organisaties die zich bezighouden met een vorm van

immaterieel erfgoed kunnen straks een aanvraag doen

voor plaatsing op deze lijst. De precieze voorwaarden zijn

op dit moment nog niet bekend, maar nu al is duidelijk

dat de betrokkenheid van de aanvragers belangrijk is om

als nationaal erfgoed te worden erkend. Het erfgoed moet

worden gedragen door de gemeenschap en de aanvragende

vereniging of instelling moet zich willen inzetten om de

traditie levend te houden.

Jeanine Dekker,

adviseur volkscultuur

Op zaterdag 21 april organiseert de SCEZ een conferentie over

immaterieel erfgoed in Zeeland. Verenigingen, musea en beleidsmakers

zullen hiervoor worden uitgenodigd. Ook individuele belangstellenden

zijn van harte welkom. Tijdens deze bijeenkomst zal informatie worden

verstrekt over de manier waarop organisaties immaterieel erfgoed kunnen

aanmelden voor de nationale lijst. Ook willen wij aandacht besteden aan

de knelpunten die organisaties ervaren bij het levend houden van ‘hun’

traditie. Zie voor meer informatie over deze conferentie de website

www.traditieszeeland.nl. Verenigingen die overwegen hun traditie voor te

dragen voor de nationale lijst kunnen voor advies contact opnemen met

Jeanine Dekker, adviseur volkscultuur van de SCEZ, 0118-670617,

jc.dekker@scez.nl.



STREEKTAAL VARIA

Cursus Kennismaking met het Zeeuws

In het najaar van 2011 volgden twaalf enthousiaste

cursisten de zevendelige cursus ‘Goed gebekt in het

Zeeuws dialect. Kennismaking met het Zeeuws’.

In zeven avonden kwamen de twaalf geïnteresseerden

meer te weten over de geschiedenis van het Zeeuws, over

de woordenschat en de klankleer, over de verschillen en

de gelijkenissen. Aan de hand van verhalen, dialectkaarten

en allerlei dialectologische achtergrondinformatie werden

de Zeeuwse dialecten zichtbaar. Het waren zeven

boeiende avonden. De twaalf enthousiaste deelnemers

willen dan ook heel graag een vervolgcursus. We hopen

uiteraard dat die er ooit komt.

In februari startte een identieke cursus in Terneuzen met

ongeveer twintig deelnemers. De inhoud van deze

kennismakingscursus is identiek aan de cursus die eerder

gegeven werd in Middelburg en in Zierikzee. Het

startpunt is altijd de regio waar de cursus plaatsvindt.

Website De Zeeuwse Klapbank

Streektalen

Aandachtige cursisten

luisteren naar een Zeeuws

verhaal.

Gezellig napraten na de

cursus over het Zeeuws.

In 2012 wordt de website verder geactualiseerd. Het is de bedoeling dat u op de website

antwoorden vindt op uw vragen over de Zeeuwse dialecten. Op de site vindt u nu bij

achtergrondinformatie al de Zeeuwse bijdragen aan de diverse dialectenboeken van de

voorbije jaren. In 2012 wordt deze rubriek verder ingevuld met oudere artikelen die niet

meer zo gemakkelijk te vinden zijn. In het taalkundig tijdschrift Taal en Tongval

bijvoorbeeld, verschenen de voorbije vijftig jaar enkele artikelen over het Zeeuws. Naar

aanleiding van de vijftigste verjaardag van de Zeeuwse Dialect Vereniging (ZDV) was er

zelfs een speciaal jubileumnummer. Ook de oude nummers van Nehalennia, het

kwartaalblad van de ZDV, zullen over afzienbare tijd digitaal te raadplegen zijn op de site

van de vereniging en via een link op die van ‘De Zeeuwse Klapbank’. We willen u daar

via de pagina Actueel ook op de hoogte houden van nieuwe initiatieven of evenementen.

Dat en nog veel meer vindt u op www.zeeuwseklapbank.nl.

Regiobijeenkomst van Zeeuws-Vlaamse vrijwilligers

Dat er over de dialecten in Zeeland heel wat te vertellen

is, bleek al uit het feit dat zoveel mensen geïnteresseerd

zijn in een cursus over dialecten. In Zeeuws-Vlaanderen is

er een groep vrijwilligers actief bezig met het verzamelen

van de Zeeuws-Vlaamse woordenschat. Deze verzameling

woorden wordt gebruikt in het kader van een onderzoek

aan de universiteit in Gent. Daar wordt het Woordenboek

van de Vlaamse Dialecten gemaakt en de woordenschat

van Zeeuws-Vlaanderen is daar een onderdeel van. Op de

bijeenkomsten die twee à drie keer per jaar georganiseerd

worden, worden vragenlijsten over diverse onderwerpen

behandeld. De vragen lokken heel dikwijls veel reactie

uit en meestal wordt er dan ook druk gediscussieerd over

de Zeeuwse woordenschat. Medewerkers van het

Woordenboek van de Vlaamse Dialecten tonen ook

resultaten van eerder ingevulde lijsten. Op de bijeenkomst

in november kwamen woorden voor ziekte en gezondheid

aan bod.

De adviseur streektalen wil in de loop van 2012 een

vrijwilligerswerkgroep opzetten rond dialecten. Enkele

vrijwilligers houden zich nu al bezig met het invoeren

van vragenlijsten over de Zeeuwse woordenschat. Op basis

van deze invoer is het mogelijk Zeeuwse dialectkaarten te

tekenen. Andere vrijwilligers luisteren naar verhalen en

www.scez.nl/cursuszeeuws

maken een korte inhoud van deze gesprekken.

Binnenkort zoeken we ook vrijwilligers om mee te helpen

om het Woordenboek van de Zeeuwse Dialecten onder te

brengen in een database. Dit past in een groter project,

waarbij het de bedoeling is Vlaamse en Nederlandse

dialectwoordenboeken te verzamelen in een database,

waardoor het opzoeken en vergelijken met andere

dialecten gemakkelijker wordt gemaakt. Sommige kleinere

woordenboeken zijn immers niet zo gemakkelijk te

vinden. In het voorjaar zal de adviseur streektalen een ontmoetingsdag

organiseren voor eventuele geïnteresseerden,

waar uitleg wordt gegeven over de diverse projecten.

Zeeuws Erfgoed 13 maart 2012/01 • STREEKTALEN

Druk met het invullen

van vragenlijsten.


De dialecten van

Goeree-Overflakkee zijn

te horen op een nieuwe

cd Wiele saeme.

Tien cursisten van

de cursus ‘vertellen in

dialect’ (door

Pau Heerschap gegeven

in Ouddorp)

vertelden achttien

verhalen en brachten deze

samen op deze cd.

Wiele saeme,

een verzameling

met verhalen van

Goeree-Overflakkee.

Ander nieuws

Eind september (waarschijnlijk op 21 september) is er

weer een streektaalconferentie. Deze keer is het thema

‘dialecten en streektalen als immaterieel erfgoed’.

De bijeenkomst vindt plaats in Gelderland, in de

buurt van Nijmegen. Plaats en datum worden in een

volgende Zeeuws Erfgoed vermeld.

Zeeuws Erfgoed 14 maart 2012/01 • STREEKTALEN Ze

Op 20 januari traden vijftien Zeeuwse liedjesschrijvers

op in De Spot in Middelburg. Het werd een gezellige

mix van Zeeuws, Nederlands en Engels, van jong en

oud. Toon Moerland trad voor de eerste keer op in het

Zeeuws, Engel Reinhoudt misschien al voor de

duizendste keer.

Toch slaagt deze oude rot in het vak er nog altijd in

om iedereen mee te laten zingen in het Zeeuws! Ook

de winnaar van de vorige Zing Zeeuws, Ries de Vuyst,

was van de partij.

Op 17 maart vindt in Aalter (op de grens tussen

Oost- en West-Vlaanderen) de vierde Vlaamse

Dialectendag plaats. Op het programma een lezing

van Johan Taeldeman over overgangsdialecten, een

muzikale ronde door Vlaanderen, een infomarkt en

acht verschillende workshops over dialecten en

digitalisering. Er is ook een workshop rappen in het

dialect, speciaal voor jongeren. Informatie en inschrijven

kan via www.variaties.be.

Ambras kreeg op 10 december 2011 de Cultuurprijs

van de Kunstraad Hulst overhandigd. Hun jarenlange

inzet voor het dialect zal hiertoe zeker hebben

bijgedragen.

We feliciteren hen van harte. Zij waren samen met

andere Zeeuwse groepen en zangers te horen op 3

februari in Terneuzen op een Zeeuwse avond. Er is

ook elk jaar een Zeeuwse avond in Brouwershaven. En

toch vinden we dat er nog meer Zeeuws gezongen kan

en mag worden. Daarom organiseert de SCEZ in

samenwerking met de Zeeuwse Taele weer een Zing

Zeeuws in 2012, in een nieuw jasje! Binnenkort hoort

u meer. Zin om mee te zingen? Meer informatie op de

website van de SCEZ: www.scez.nl/streektalen.

Op de website van de Zeeuwse Dialect Vereniging

vindt u vanaf nu de digitale versie van het boek

Kinderversjes en volksliederen in Zeeland. Dit boek

werd uitgegeven naar aanleiding van de vijftigste

verjaardag van de dialectvereniging. Het boek is

uitverkocht.

Zo nu en dan vindt u het nog wel op een tweedehandsbeurs

of bij een antiquariaat. Geniet op

www.zeeuwsdialect.nl van deze kinderversjes en

volksliederen die u misschien nog herkent uit uw

jeugd.

De jubileumuitgave ter gelegenheid van

het 50-jarig bestaan is nu ook digitaal

beschikbaar.


Last minute!

14 maart nascholingsdag

over de Canon

Op woensdag 14 maart wordt een nascholingsdag voor docenten georganiseerd over

de Canon van de Nederlandse geschiedenis. In een afwisselend programma wordt veel

praktische informatie gegeven over het gebruik van de Canon in de klas, met speciale

aandacht voor de rol van bibliotheken en jeugdboeken bij het Canononderwijs.

Elke deelnemer ontvangt een nascholingscertificaat van de Stichting entoen.nu.

Deze bijeenkomst is met name bedoeld voor docenten uit het primair onderwijs.

De Canonkaravaan wordt georganiseerd door Stichting entoen.nu en Kunst van Lezen

in samenwerking met Provincie Zeeland, SCEZ, Zeeuwse Bibliotheek en Scoop.

Het programma van deze dag kunt u inkijken via

www.entoen.nu/canonkaravaan/middelburg

Als u zich voor deze dag nog niet heeft aangemeld, kunt u dat ook nog doen via

het opgaveformulier op deze site. Voor ‘last minute’-aanmeldingen kunt u bellen

of mailen met Josien Pootjes, 0118-670870 of jm.pootjes@scez.nl.

Datum: 14 maart 2012

Plaats: Abdijcomplex Middelburg

Tijd: 10.00 tot 16.45 uur

Jaar van de Historische Buitenplaats

2012 is het themajaar van de historische buitenplaatsen. Zeeland is rijk

aan (voormalige) buitenplaatsen. Op het webportaal

geschiedeniszeeland.nl staan er alleen al op Walcheren 114 vermeld.

Het venster Buitenhuizen is een van de vijftig vensters van de historische

Canon. Tijdens het Jaar van de Historische Buitenplaats kunnen

leerlingen zelf aan de slag op een historische buitenplaats. Zij doen dat

met de Canonkaart ‘Alles over buitenplaatsen’. De Canonkaart is bestemd

voor leerlingen van groep 7/8 van het basisonderwijs en leerlingen uit de

onderbouw van het voortgezet onderwijs. De Canonkaart geeft antwoord

op alle vragen over het rijke leven buiten de stad. Wat is een buitenplaats?

Door wie werden ze gebouwd? Waarom werden ze gebouwd? Hoe werd

er gewoond? Waar zijn ze te vinden? De Canonkaart wordt begeleid door

een docentenhandleiding, een voorleesverhaal, een kijkwijzer voor het

basisonderwijs en een kijkwijzer voor het voortgezet onderwijs.

Het lespakket bestaat uit drie lessen. In de kennismakingsles wordt aan

de hand van de Canonkaart besproken wat een buitenplaats is.

In de buitenles gaan de leerlingen zelf op bezoek bij een buitenplaats.

In de reflectieles wordt teruggekeken op datgene wat de leerlingen tijdens

de afgelopen twee lessen hebben beleefd en geleerd. Meer informatie over

Vanuit het Polderhuis Westkapelle is samen met de vmbo-afdelingen van

het Calvijncollege, de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren en de

Gesamtschule Weierheide in Oberhausen (Duitsland) een internationaal

project gestart over de Tweede Wereldoorlog. Het project heet

‘The untold story’ en gaat over niet-vertelde verhalen van ooggetuigen en

van de volgende generatie. Het project heeft een digitale uitwisseling

tussen de leerlingen via eTwinning, de community voor scholen in

Europa, en er komen ook diverse fysieke uitwisselingen tijdens de loop

van het project (tot 2015).

De docenten maken voor de leerlingen diverse opdrachten over oorlogsmonumenten,

gedichten, een museumbezoek, of het afnemen van een

interview. De resultaten van de leerlingen worden op eTwinning geplaatst

en leerlingen kunnen vervolgens reageren op elkaars werk.

Erfgoededucatie

Zeeuws Erfgoed 15 maart 2012/01 • ERFGOEDEDUCATIE

de Canonkaart en bijbehorend lesmateriaal en de wijze van bestellen of

downloaden: www.heemschut.nl/educatie of via www.scez.nl/projector.

Internationaal scholenproject over de Tweede Wereldoorlog

Het project start vanuit het vak geschiedenis, maar heeft veel mogelijkheden

voor vakoverstijgend werken met bijvoorbeeld aardrijkskunde,

maatschappijleer, Engels. Omdat de voertaal Engels is, leent het project

zich ook heel goed voor tweetalig onderwijs.

Het project wordt ondersteund door Provincie Zeeland, Polderhuis

Westkapelle, Stichting Bunkerbehoud, Wings to Victory, SCEZ, Zeeuwse

Bibliotheek, Scoop en Kunsteducatie Walcheren.

De komende jaren zal het project verder worden uitgebreid, bijvoorbeeld

naar havo- en atheneumniveau. Er kunnen meer scholen en musea in

Zeeland en in andere landen, die de Tweede Wereldoorlog hebben

meegemaakt, aan meedoen. Als u meer informatie over dit project wilt of

interesse heeft om mee te doen, kunt u contact opnemen met adviseur

erfgoededucatie Josien Pootjes: jm.pootjes@scez.nl.


Monumenten

De Zeeuwse boerderij in de gevarenzone?

Carolien Bierens, eigenaar

van het historische deel van

de Kettinghoeve in Tholen,

licht voor de camera van

Omroep Zeeland

de herbestemming van

de historische schuur toe.

Afgelopen kerst werd in de landelijk pers melding

gemaakt van de snelle teloorgang van het agrarisch

erfgoed in Nederland. Volgens Judith Toebast,

specialist landelijke bouwkunst bij de Rijksdienst

voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort, zullen

door schaalvergroting en bedrijfsbeëindigingen steeds

meer karakteristieke en monumentale boerderijen

hun functie verliezen.

Vervolgens vormt het vinden van een nieuwe bestemming

voor de vrijgekomen boerderijen een groot probleem,

ook in delen van Zeeland. Want wat voor bestemming

kun je geven aan zo’n grote Zeeuwse landbouwschuur?

Daarbij kun je niet elke schuur omvormen tot restaurant,

zorgcentrum of kinderboerderij.

Omroep Zeeland

Begin januari van dit jaar werd door Omroep Zeeland aan

mij de vraag gesteld of het inderdaad zo slecht gesteld is

met de Zeeuwse boerderij. De vraag leidde tot een groot

aantal vervolgvragen: hoeveel historische boerderijen telt

Zeeland en hoeveel verdwijnen er op jaarbasis? Wat is

overigens een historische boerderij en hoeveel hebben er

een beschermde status? Al gauw werd duidelijk dat het

onderwerp genoeg informatie opleverde voor een radioen

tv-uitzending. Voor de opnames koos ik enkele locaties

in Tholen, omdat ik daar een aantal boerderijen kende,

waarvan de eigenaars de problematiek goed zouden

kunnen verwoorden. Tijdens de opnames op 17 januari

kwamen diverse facetten van de problematiek ter sprake,

zoals definiëring van de gehanteerde begrippen, het

huidige boerderijenbestand in Zeeland, het aantal

juridisch beschermde boerderijen, de (on)mogelijkheden

van hergebruik en herbestemming en de vraag of het erg

is als historische boerderijen uit het Zeeuwse landschap

verdwijnen. Door de beperkte uitzendtijd bleven in de

uitzendingen veel facetten onderbelicht, daarom wil ik

in dit artikel nader op de materie ingaan.

Definiëring van de gehanteerde begrippen

In het taalgebruik over oude boerderijen worden diverse

begrippen gehanteerd, die veelal (foutief) door elkaar

gebruikt worden. Zo wordt gesproken over historische

boerderijen, karakteristieke boerderijen, cultuurhistorisch

waardevolle boerderijen en monumentale boerderijen.

Zeeuws Erfgoed 16 maart 2012/01 • MONUMENTEN

Een historische boerderij hoeft echter niet karakteristiek

of cultuurhistorisch waardevol te zijn. Om enige

duidelijkheid te scheppen volgt hier een korte uitleg:

allereerst het begrip ‘boerderij’. Bij een boerderij denken

veel mensen aan het boerenwoonhuis en de landbouwschuur.

Maar ook het gehele boerenerf, inclusief de

erfbeplanting en de kleine erfonderdelen, kan tot een

boerderij gerekend worden. Dit zorgt soms voor enige

verwarring. Dan het begrip ‘historisch’. Veelal wordt

voor historische boerderijen een datering van voor 1960

gehanteerd. Voor 1960 werden boerderijen voornamelijk

in streekeigen stijl gebouwd. Na 1960 verdwenen de

streekeigen kenmerken, waardoor een boerderij in Zeeland

grote gelijkenissen kon vertonen met bijvoorbeeld een

boerderij in het noorden van het land. Met de term

‘karakteristiek’ wordt gerefereerd aan de specifieke

kenmerken van een boerderij in een bepaalde streek,

zoals bijvoorbeeld de vrijstaande erfbebouwing en het

toegepaste potdekselwerk op de (karakteristieke) Zeeuwse

boerderij. Cultuurhistorisch waardevolle boerderijen zijn

die boerderijen die waardevol zijn vanwege onder andere

de toegepaste architectuur, de ouderdom, de uniciteit,

de streekeigenheid en/of de (bewoners)geschiedenis.

Voor het begrip ‘cultuurhistorisch waardevol’ kan ook

de term ‘monumentaal’ (met monumentale waarden)

gebruikt worden. Meestal wordt monumentaal echter

gebruikt in de betekenis van hebbende een juridisch

beschermde status.

Boerderijenbestand Zeeland

Bij de provinciale boerderijinventarisatie in 2004-2005

zijn in Zeeland bijna 5.000 historische boerderijen

vastgelegd. Van dit aantal werden circa 3.200 boerderijen

als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt. Ruim 800

boerderijen bleken zelfs zeer waardevol, hieronder

bevonden zich ook de circa 150 rijksmonumenten en

een tiental gemeentelijke monumenten. Anno 2012

zijn bovengenoemde aantallen niet accuraat meer.

De afgelopen jaren zijn door brand en sloop tientallen

historische boerderijen of onderdelen daarvan verloren

gegaan, daarnaast hebben verbouwingen voor de nodige

aantasting van de cultuurhistorische waarden gezorgd.

Bovenstaande ontwikkeling zal zich de komende jaren

alleen maar versneld doorzetten.

Is het erg als historische boerderijen verdwijnen?

Blijft de vraag over of het erg is dat steeds meer

historische boerderijen uit het Zeeuwse landschap

verdwijnen. Zelf ben ik van mening dat niet alles

behouden hoeft te worden, maar dat een kaalslag in

het bestand cultuurhistorisch waardevolle boerderijen

voorkomen moet worden: Zeeland was en is nog steeds

in hoge mate een agrarische provincie. De Zeeuwse

boerderij maakt dan ook deel uit van de Zeeuwse

identiteit, waarbij de grote landbouwschuren bakens

in het Zeeuwse landschap vormen. De teloorgang van

de Zeeuwse boerderij gaat niet alleen de Zeeuwen zelf

aan het hart, maar zal ook worden betreurd door de

toerist die hier komt wandelen en/of fietsen. Deze

toerist zal nu eenmaal de streekeigen erfbebouwing

hoger kunnen waarderen dan de zoveelste catalogusboerderette

met bijbehorende damwandloods.

Marinus van Dintel,

adviseur cultuurhistorie en monumenten


Rijksmonumentale

boerderij Kettinghoeve,

ook wel ‘t Huys Vermuyden

De Kettinghoeve aan de Kettingdijk in Tholen stamt uit 1649 en is

gebouwd voor een echtpaar uit twee rijke families: de familie Vermuyden en

de familie Ketting. Het is een voor die tijd groot en rijk uitgevoerde

boerderij, waarvan de huidige historische bebouwing bestaat uit een

woonhuis met aangebouwde stenen landbouwschuur, een zomerhuis met

aangebouwde wagenschuur en een varkenshok. Een rijk uitgevoerd

toegangshek en een gedeelte van de oorspronkelijke omgrachting vormen

eveneens cultuurhistorisch waardevolle elementen op dit erf.

De Kettinghoeve is in 1976 ingeschreven in het rijksmonumentenregister.

In datzelfde jaar is de boerderij ook gerestaureerd.

De Kettinghoeve is al 150 jaar familiebezit. Momenteel is de boerderij in

eigendom van de zussen Carolien en Lenny Bierens (waarbij het historische

deel in eigendom is van Carolien). Zij zetten het akkerbouwbedrijf van hun

moeder voort, hoewel zij vooral de opslag van landbouwproducten

verzorgen. Deze opslag vindt overigens niet meer in de historische schuur

plaats. Voor de moderne agrarische bedrijfsvoering is deze niet geschikt

meer, daarom wordt de schuur tegenwoordig gebruikt als caravanstalling.

Met de opbrengsten financiert de familie zoveel mogelijk de onderhoudsen

verzekeringskosten van de historische erfbebouwing. De verzekeringskosten

zijn fors, vanwege het rieten dak op de aangebouwde schuur.

Daarnaast moet, ondanks subsidiegelden vanuit het Rijk, het grootste deel

van de onderhoudskosten zelf opgebracht worden. De boerderij wordt door

Carolien en Lenny, mede met dank aan de ouders, echter piekfijn

onderhouden; zo wordt op dit moment (januari 2012) de laatste hand

gelegd aan het herstel van het voegwerk. En zo blijft de Kettinghoeve een

van de agrarische pronkstukken van Tholen.

Het onderhoud aan

de historische erfbebouwing

vraagt de nodige aandacht,

dit geldt zeker ook voor

het houtwerk.

Zeeuws Erfgoed 17 maart 2012/01 • MONUMENTEN

Historische boerderij Lutteldijk

De historische erfbebouwing van boerderij Lutteldijk in Tholen.

De historische bebouwing van boerderij Lutteldijk op de Postweg 12 in

Tholen bestaat uit het woonhuis en de grote landbouwschuur. In opzet is

het een tamelijk grote boerderij, waarvan de oorsprong tot in de achttiende

eeuw teruggaat. De jaartalankers op een van de kopgevels van het woonhuis

vermelden het jaar 1806. Voor begin 1800 is het een modern woonhuis;

vrijstaand met de ingang centraal in de lange gevel en aan weerszijden de

vensters. Blikvanger op het erf is de grote, versteende landbouwschuur,

die mogelijk uit de eerste helft van de achttiende eeuw dateert. Opvallend

aan de schuur zijn de fors uitgevoerde gebintconstructie en de in baksteen

uitgevoerde gevels, die een zekere rijkdom uitstralen. De landbouwschuur

heeft een hoge cultuurhistorische waarde, maar heeft geen monumentale

status.

Boerderij Lutteldijk is reeds een paar generaties in bezit van de familie

Van Oorschot en heeft een agrarische bestemming. Huidige eigenaar

Michel van Oorschot maakt voor de huidige bedrijfsvoering gebruik van

een moderne damwandloods, die op enige afstand van de historische

bebouwing staat. De historische landbouwschuur heeft al enige tijd geen

functie meer. De kosten van onderhoud aan de schuur zijn daarentegen

hoog. Met name de dakbedekking vraagt de nodige aandacht: een dakvlak

is bedekt met riet, dat volledig versleten is en waarin diverse gaten geslagen

zijn. Hoewel veel mensen in zijn omgeving hem aanraden de oude schuur

plat te gooien, wil Van Oorschot de schuur behouden. Restauratie is echter

kostbaar, vooral ook met het oog op het hergebruik: het stallen van enkele

paarden en klein landbouwmaterieel. Op korte termijn zal Van Oorschot

een beslissing moeten nemen over de toekomst van de schuur, aangezien het

verval nu snel doorzet. Veel zal afhangen van de vraag of hij in 2012 gebruik

kan maken van de beperkte financiële regelingen (via de provincie) die er

bestaan voor agrarisch erfgoed zonder monumentale status.

De eeuwenoude gebintconstructie van de landbouwschuur

van boerderij Lutteldijk heeft menige storm doorstaan.


MONUMENTENRONDE

Het initiatief om in Zeeland een platform op te richten speciaal voor

buitenplaatsen en kastelen is ontstaan tijdens het landelijke Jaar van het

Kasteel in 2005. Er bleek behoefte te bestaan aan een platform als schakel

tussen beleidsmakers, de verschillende organisaties die zich met dit

bijzondere erfgoed bezighouden en eigenaren.

In het Platform Kastelen en Buitenplaatsen in Zeeland werken de Provincie

Zeeland, de SCEZ, de Nederlandse Kastelenstichting (NKS), Kastelenstichting

Holland en Zeeland, Stichting In Arcadië, Staatsbosbeheer,

Natuurmonumenten, Vereniging Zeeuwse Gemeenten, Stichting Landschapsbeheer

Zeeland, Stichting Het Zeeuwse Landschap,

eigenaren van particuliere buitenplaatsen en Stichting

Kastelen Lexicon Nederland (SKLN) samen.

Voordelen zijn de korte lijnen en de mogelijkheid

om gezamenlijk naar buiten te treden.

Het platform is het coördinerend aanspreekpunt

met als aandachtspunten:

het vergroten van het bewustzijn inzake

bescherming en behoud, het verankeren

van de buitenplaatsen en kastelen met

hun omgeving in de ruimtelijke

ordening, erfgoededucatie, archeologie

en cultuurtoerisme in Zeeland.

Beeld van rijke historie

Op het Nederlandse platteland nemen

historische buitenplaatsen een bijzondere

plaats in: kastelen of landhuizen met

bijgebouwen, omringd door tuinen en parken.

Sinds de late middeleeuwen lieten welgestelden op het

platteland buitenplaatsen aanleggen als centrum van een

grootgrondbezit, als jachthuis of als ‘lusthof’. Ook in Zeeland zijn zo vele

buitenplaat sen ontstaan met elk een eigen karakter, afhankelijk van het

moment van ontstaan en de smaak van de eigenaar.

In de zeventiende en achttiende eeuw was Zeeland zeer welvarend, wat

leidde tot een grote toename van het aantal buitenplaatsen. Rijke kooplieden,

regenten en gegoede burgers lieten buitenplaatsen met fraaie

classicistische tuinen aanleggen. Deze ontwikkeling bereikte een hoogtepunt

in de achttiende eeuw. Veel bezittingen raakten in verval toen het

economisch minder ging. Ook de Tweede Wereldoorlog, waaronder de

inundatie van Walcheren in 1944 en de daarop volgende herinrichting en

herverkaveling, eiste zijn tol.

Unieke kasteelbergjes

Typerend voor Zeeland als archeologisch erfgoed zijn de kasteelbergjes,

waarvan circa 38 nog herkenbaar in het landschap aanwezig zijn. Deze

bergjes waren in eerste instantie vaak aangelegd als woonhoogte; sommige

zijn sinds de twaalfde eeuw opgehoogd tot verdedigingswerk door lokale

ambachtsheren. De nog aanwezige bergjes vertegenwoordigen een

belangrijke cultuurhistorische waarde.

Behoud en bescherming

De verstedelijking van het landschap vormt in toenemende mate een

bedreiging voor buitenplaatsen en kastelen. Vaak zijn beleids- en plannenmakers

onvoldoende op de hoogte van het feit dat het groen waarmee ze te

maken hebben de status heeft van beschermd rijksmonument. Het platform

pleit er sterk voor dat hier in de ruimtelijke ordening meer rekening

mee wordt gehouden. Het is immers van nationaal belang dat het

monumentale groen op een volwaardige manier meeweegt bij planologische

beslissingen.

Platform Kastelen

en Buitenplaatsen in Zeeland

Zeeuwse kastelen en buitenplaatsen beter beschermen

Zeeuws Erfgoed 18 maart 2012/01 • MONUMENTEN

Inventarisatie buitenplaatsen

Tot nu toe bestaat voor Zeeland geen goede inventarisatie van de buitenplaatsen.

Het gaat daarbij om bestaande complexen, maar ook om restanten

die onder het maaiveld bewaard zijn gebleven of andere sporen die aan

voormalige buitenplaatsen herinneren, zoals lanen of vijverpartijen.

Het platform ondersteunt de uitvoering van deze inventarisatie voor de

Provincie Zeeland. De SKLN werkt aan een inventarisatie van Zeeuwse

kastelen.

Nationaal Landschap

De rijksoverheid heeft in Zeeland drie (deel)gebieden

uitgeroepen tot Nationaal Landschap: de Zak van

Zuid-Beveland, Walcheren en West-Zeeuws-

Vlaanderen. Deze drie gebieden hebben elk

unieke regionale kenmerken die de overheid

wil behouden en versterken.

In het project ‘Verborgen Buitens’ werken

drie platformorganisaties - SLZ, Stichting

In Arcadië en de SCEZ - samen om

verdwenen buitenplaatsen in het

Nationaal Landschap Walcheren weer

zichtbaar te maken.

3 Het Hof van Baarland is het restant

van het gelijknamige kasteel, waarvan het

hoofdgebouw in 1838 is afgebroken.

Dag van het Kasteel

Voor het platform is het eveneens belangrijk om

het algemene publiek bewuster te maken van de

geschiedenis, de waarde en de huidige betekenis van kastelen

en historische buitenplaatsen. Ieder jaar vindt in het hele land op tweede

Pinksterdag de ‘Dag van het Kasteel’, een initiatief van de NKS plaats.

In Zeeland wordt deze open dag georganiseerd door het Platform Kastelen

en Buitenplaatsen in Zeeland.

Het Platform Kastelen en Buitenplaatsen in Zeeland

komt twee keer per jaar bijeen en heeft zijn secretariaat

bij de SCEZ in Middelburg.

Meer informatie:

Platform Kastelen en Buitenplaatsen in Zeeland

p/a Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

Postbus 49

4330 AA Middelburg

info@scez.nl

www.scez.nl/kastelenenbuitenplaatsen


Tijdloze boeren plavuizen

Vloeren in woningen en boerderijen hebben door

de eeuwen heen een stormachtige ontwikkeling

doorgemaakt. Zeker de laatste 75 jaar zijn er nieuwe

producten en werkwijzen bijgekomen waar de

gemiddelde bewoner in vroeger tijden alleen maar

van kon dromen. Een tijdloze en slijtvaste toepassing

is de ongeglazuurde boerenplavuis, als antieke tegel

of nieuw verkrijgbaar.

Vloerafwerkingen van tapijt, hout, kunststof en (natuur)steen

zijn in allerlei varianten te koop. Deze diverse

producten zorgen voor een comfortabele vloer naar de

wens van elke gebruiker.

Honderden jaren geleden hadden eigenaren die keus niet

en moesten ze het doen met het materiaal dat voorhanden

was. De begane grondvloeren in houten woningen en

boerderijen bestonden uit een aangestampte laag leem.

Zolang deze laag droog bleef was het voor de bewoners

een redelijk comfortabele ondergrond om op te wonen.

Het materiaal was gratis en gemakkelijk te verwerken.

Door weersinvloeden en vocht bleef in Zeeland de lemen

vloer geen lang leven beschoren. Als oplossing kwam in

het woongedeelte van de huizen een laag kleine keitjes op

de zandgrond te liggen, al dan niet in patronen. Met de

verstening van de woonhuizen in het westen van het land

kwam de vloer van gebakken plavuizen in zwang.

Deze rode plavuizen, estriken genaamd, zijn ongeglazuurd

en hebben een afmeting van 22 x 22 centimeter. In menig

Zeeuws woning zijn deze plavuizen in de kelder of op

de keukenvloer gebruikt. Oorspronkelijk werden de

plavuizen zo dicht mogelijk tegen elkaar gelegd in een bed

van zand. Later werden de tegels ook wel in de kalkspecie

gelegd en ook de onderlinge voegen werden met kalkspecie

ingewassen. Tegenwoordig worden in de restauratie

en nieuwbouw (nieuwe) estriken weer veelvuldig toegepast

vanwege de warme uitstraling en het rustieke, tijdloze

karakter van de vloertegels.

De kleur van de tegels is afhankelijk van de herkomst

van de klei en de manier van bakken. Estriken zijn veelal

verkrijgbaar in diverse tinten rood, grijs en blauw.

De grijsblauwe estriken verkrijgen hun kleur door het

smoren. Bij smoren gaan de (rode) tegels opnieuw de oven

in. Door tijdens het bakken de luchttoevoer af te sluiten,

wordt de zuurstof aan de tegels onttrokken en kleuren de

plavuizen tijdens dit proces grijsblauw.

Antieke plavuizen of estriken worden ‘onder de draad’

gelegd. Dit gebeurt omdat de tegels onregelmatig van

dikte kunnen zijn. Voor het leggen adviseert de

Monumentenwacht om een echte vakman in te schakelen.

Iemand van de ‘oude stempel’ zal het als een uitdaging

zien om een schitterend eindresultaat te maken van

de plavuizen.

Er zijn zowel nieuwe als antieke plavuizen te koop.

Het voordeel van nieuwe plavuizen is dat de hoogteverschillen

kleiner zijn waardoor de vloer verlijmd kan

worden en niet in specie hoeft te worden gelegd. Als u

een plavuizen vloer in huis heeft bent u in ieder geval

verzekerd van een karakteristieke vloer die erg slijtvast is

en haast geen onderhoud behoeft.

Estriken zijn ongeglazuurd en om de vloer regelmatig

schoon te maken is het het beste om zachte groene zeep

te gebruiken. Past u dus op met schoonmaakmiddelen;

deze kunnen onherstelbare schade aan de vloer

toebrengen.

Conditiemetingen door Monumentenwacht

Zeeuws Erfgoed 19 maart 2012/01 • MONUMENTENN

Rode en grijsblauwe estriken in een decoratief patroon gelegd.

Opname van het interieur van het Van de Perrehuis in Middelburg

volgens de NEN-2767-methode.

In 2011 verrichtte de Monumentenwacht 639 inspecties. Twee bijzondere inspecties

deed zij in Middelburg in opdracht van de Rijksgebouwendienst: het grootse

achttiende-eeuwse Van de Perrehuis aan het Hofplein 16, het onderkomen van het

Zeeuws Archief, en het statige zeventiende-eeuwse gebouw aan de Balans 11 waarin de

Provincie Zeeland is gehuisvest.

Tijdens deze inspecties zijn er inventarisaties uitgevoerd van alle in de gebouwen

aanwezige materialen en in welke hoeveelheden deze in de panden zijn verwerkt. Verder

is van alle materialen en constructies de conditie bepaald en de maatregelen die

noodzakelijk zijn om de gebouwen in stand te houden. Twee monumentenwachters zijn

hiervoor speciaal (NEN-2767) gecertificeerd om deze opnames te mogen uitvoeren.

Het gehele monumentale bezit van de Rijksgebouwendienst in Zeeland, 14 objecten in

totaal, is op deze manier in kaart gebracht.


Het gemetselde

bruggenhoofd voor

de restauratie.

Nieuwe Bierkaai en restauratie

van het bruggenhoofd in Hulst

Een van de mooiste vestingsteden in Nederland is toch

wel de plaats Hulst, gelegen in het oostelijke gedeelte van

Zeeuws-Vlaanderen. Omgeven door verdedigingswallen,

grachten en vier zware gemetselde toegangspoorten staat

Hulst hoog op de toeristische ranglijst. Op initiatief van

de gemeente Hulst is gekozen voor herontwikkeling van

de Bierkaaistraat en omgeving. Het bestemmingsplan is

aangepast waardoor een deel van de bebouwing ter

plaatse werd gesloopt om een ruimtelijk aanzien te

realiseren. Omdat het hier ging om winkels en woningen

is er op andere locaties ruimte gevonden om deze weer

te realiseren. Aan belangstelling heeft het project niet te

klagen: veel mensen volgen, bijna dagelijks, de

werkzaamheden.

Tijdens het archeologisch onderzoek zijn onder andere

resten van twee bruggen, de kademuren van de oude

haven en delen van middeleeuwse schepen teruggevonden.

Een gedeelte van de oude kademuur met natuurstenen

trap wordt gerestaureerd en er worden twee bruggen

aangebracht om de twee nieuwe kades met elkaar te

verbinden. Er zijn verschillende initiatieven om

evenementen te organiseren op en nabij de kades. Eén

oud gemetseld bruggenhoofd van de in 1564 vermelde

Steenbrugghe is weer zichtbaar gemaakt, de restauratie

hiervan is door de gemeente Hulst in besteksvoorwaarden

als restauratieopleidingsproject (ROP) opgenomen.

Aannemersbedrijf Leenhouts uit Oostburg zal de

restauratie uitvoeren. Bij dit soort van restauraties komt

natuurlijk veel kennis van oude materialen kijken omdat

hier een gedeelte onder water staat, een gedeelte op

de waterlijn en een gedeelte boven de waterlijn. Voor de

leerlingen die er aan komen te werken vormt dit weer een

uitdaging om het tot een goed einde te brengen.

Na restauratie zal het bruggenhoofd afgedekt worden door

een grote glasplaat, zodat het beter tegen weersinvloeden

beschermd is en zichtbaar voor het publiek blijft. Zo heeft

de gemeente Hulst er weer een toeristisch element bij als

onderdeel van de Nieuwe Bierkaai.

Zeeuws Erfgoed 20 maart 2012/01 • MONUMENTEN

Kademuren te Middelburg

In Middelburg is Bouwgroep Peters uit Middelbrug

gestart met de restauratie van de kademuur langs de

Rouaansekaai. Het gaat om een stuk muur van 270 meter

lang. Aan de restauratie werken onder meer drie leerlingen

metselen uit het beroepsonderwijs mee om het

vakmanschap te leren. Ook watersportvereniging Arne

en reïntegratiebedrijf LétÉ werken mee aan het herstel

van de kademuur. Het eerste deel van de restauratie tussen

de Koningsbrug en de Bellinkbrug moet in april klaar

zijn. In oktober, na het vaarseizoen, wordt gestart met het

andere deel van de kademuur tot aan de Spijkerbrug.

Dat moet in mei 2012 hersteld zijn. De restauratie van de

Rouaansekaai had een officieel moment, toen wethouder

Frank Streng een bord onthulde, met daarop het

restauratieplan. Behalve vanwege de vakwerkervaring en

de reïntegratie, is het Middelburgse kademuurproject

ook uniek omdat er serieus aandacht is voor de bijzondere

en zeldzame muurplanten die op de oude kademuren

groeien. In samenspraak met de Stichting Landschapsbeheer

Zeeland zijn tijdens de voorbereiding van de

restauratie allerlei muurplanten veiliggesteld.

Leerlingen aan het werk aan de Middelburgse kademuren.

Bouwgroep Peters is op dit moment ook bezig met de

restauratie van de grachtmuren bij Slot Moermond in

Renesse. Op dit project is één leerling metselen werkzaam.


Erfgoed Allerlei

PUBLICATIES

SCEZ kan geen aanvullende informatie

verstrekken over de verkoop van

verschenen publicaties.

• Boeken

en eenmalige uitgaven

Lara Almercegui, met tekstbijdr. van

Vinken van Kampen, Simon Blaas

(tekstred.), Jacqueline Cijsouw, Geeske

Pluijmers, Huizen in Sint Laurens

(Middelburg: Stichting Beeldende

Kunst, 2011) 423 pag.; ill., foto’s;

ISBN 978-90-6190214-6. Boek waarin

van alle huizen in Sint-Laurens per

straat en huisnummer een foto is

opgenomen en een beschrijving is

toegevoegd van het bouwjaar en de

(ver)bouwgeschiedenis.

Herwig Deweerdt (tekst) en Pieter-

Jan de Pue (foto’s), Westerschelde,

droom van een stroom. Herinneringen

aan Thijs Kramer (PurePrint:

Oostkamp: 2011) 191 pag.; ill., foto’s;

ISBN 978-90-8178-110-7. Fotoboek

over de rivier de Schelde en alle

daaraan gelegen industrie, natuur en

mensen die er wonen. Bevat enkele

beschouwingen van oud-collega’s en

vrienden over gedeputeerde Thijs

Kramer, die in 2006 op 51-jarige

leeftijd overleed.

Erik van der Doe, Perry Moree,

Dirk J. Tang (red.), De gekaapte kaper.

Brieven en scheepspapieren uit de

Europese handelsvaart. Sailing Letters

Journaal IV (Zutphen: Walburg Pers,

2011) 142 pag.; ill., foto’s, grav., tek.,

ISBN 978-90-5730-772-3. Bevat tien

bijdragen van even zoveel auteurs en

besprekingen van buitgemaakt briefverkeer.

Drie daarvan betreffen

Zeeuwse onderwerpen die besproken

worden door Erik van der Doe (de

Zierikzeese kreeftenhandel rond 1781

aan de hand van drie opgebrachte

hoekers die terugkwamen uit

Noorwegen), Liesbeth van der Geest

(een verzoek tot armenzorg per

beurtschip naar Zierikzee in 1804) en

Johan Francke (zwendel en juridische

strijd om de Stadt Coppenhagen - die

vanuit Vlissingen wordt geëquipeerd -

en haar lading). Met uitgebreide

verantwoording, inleiding en

toelichting, register en summary.

Marjan Groothuis, In het licht van

Walcheren. Schildersweek Domburg

2011 (Vlissingen: Den Boer/de Ruiter,

2011) 96 pag.; ill., foto’s, tek.; ISBN

978-90-798-7545-7. Jaarlijkse uitgave

van de Domburgse schilderswerk

waarin alle deelnemende kunstenaars

en hun ‘door het Zeeuwse licht

geïnspireerde’ werk voor het voetlicht

verschijnen. De enige op Walcheren

actieve en deelnemende kunstnaar is

Michiel Paalvast.

Gerard van der Hoeven (tekst hfdst. 1

t/m 4), Hans Bommeljé (vormgeving),

Johan Francke (eindred. en tekst deel

0), Piekboek. 40 jaar de Piek in

Vlissingen, 1970-2010 5 dln.

(Vlissingen: de Cultuurwerf/de Piek,

2011) XVIII, 127 pag.; ill., foto’s, tek.;

ISBN 978-90-9026260-4. Uit vijf

deeltjes bestaande geschiedenis van

Vlissingens bekendste poppodium dat

in 1970 als sleep-in van start ging.

Elk decennium wordt in een deeltje

besproken, waarbij optredens,

activiteiten, organisatie en medewerkers

aan bod komen. Voorzien van vele

foto’s en affiches die het roerige

verleden van het podium kleur geven.

Alex van Heezik, De kering. Over de

bouwers van de stormvloedkering

Oosterschelde (Diemen, 2011) 275 pag.;

ill., foto’s, tab., graf., tek., krt.; ISBN

978-90-8571353-1. Het boek, een

uitgave van onder meer Rijkswaterstaat,

omvat vijf hoofdstukken over de

Stormvloedramp, het Deltaplan en

de start van de werken hieraan; een

hoofdstuk over de discussie omtrent

de afsluiting van de Oosterschelde die

tussen 1967 en 1974 woedde, het

ontwerp en de organisatie achter het

bouwen van de dam; de bouw van de

stormvloedkering tussen 1977 en 1986

en de betekenis van de stormvloedkering.

Met lijst van gebruikte bronnen

en literatuur, bronvermelding en

register.

Ineke Jumelet, Jaap Wiebrens,

Jacob de Ronde en Barend van Lange

(samenst.), ‘Een eeuw Bruse vloot’ 1911-

2011 (Bruinisse: Stichting Brusea,

2011) 387 pag.; ill., foto’s. In juni

2011 werd in het Visserijmuseum in

Bruinisse ‘Een eeuw Bruse vloot’

gepresenteerd. Het boek biedt een

schat aan informatie over de Bruse

vissersvloot in de periode 1911-2011.

In ruim 380 pagina’s komen onderwerpen

aan bod als mosselkweek en

handel, de crisis, de Tweede

Wereldoorlog en de gevolgen voor de

mosselhandel van de komst van de

Deltawerken. Ook de persoonlijke

ervaringen van vissers staan erin.

Daarbij is het boek rijk voorzien van

beeldmateriaal. Beide uitvoeringen zijn

te bestellen via bvange@zeelandnet.nl.

De zwart-wit uitvoering is tevens te

bestellen via www.uniboek.com.

Kees de Koning (samenst.), Oud-

Vossemeer veertig jaar in het nieuws

1970-2010 (Sint-Annaland:

Eendrachtbode, 2011) 120 pag.; ISBN

978-90-9026441-7. Bundeling van

foto’s, voorzien van commentaar,

afkomstig uit het beeldarchief van de

Eendrachtbode. Hiertoe werden alleen

van Oud-Vossemeer (dat 600 jaar oud

is) foto’s geselecteerd uit de periode

1970-2010.

Jan de Ruiter, Engel Reinhoudt,

Piet Grim (fotografie), De schoonheid

van de Zak, met cd (Kloetinge:

De Grote Roeibaerse, 2011) 119 pag.;

ill., foto’s; ISBN 978-90-811356-0-3.

Het boek bestaat naast tekst vooral uit

veel hedendaagse foto’s. Na de

ontstaansgeschiedenis van de Zak volgt

een beschrijving van alle dorpen,

gehuchten en buurtschappen in de Zak

door Jan de Ruiter. Engel Reinhoudt

voert de lezer langs allerlei gezichtsbepalende

en minder opvallende

plaatsen in de Zak. Afsluitend zorgt

Piet Grim voor een sfeerbeeld aan

foto’s. Met opgave van bronnen en

een cd met liedjes van Peter Dieleman

en Engel Reinhoudt.

Dorothé Tempelman-Venselaar, met

tek. van Danker Jan Oreel, Zeeuwen

door de eeuwen (Goes, 2011) 108 pag.;

ill., tek., foto’s, krt. In 36 verhalen vertelt

de schrijfster in een toegankelijke

stijl de geschiedenis van Zeeland van

37.000 voor Christus tot 1990. Daarbij

worden ook wat minder voor de hand

liggende personen zoals Susanna Maria

Lonque, het Natuurkundig

Genootschap voor Dames, Tilly de

Doelder (Willink) gekozen. Elk verhaal

is voorzien van een kadertekst waarin

de feitelijke gebeurtenissen kort worden

weergegeven. Bevat onder meer

bijdragen over Jacoba van Beieren,

Jacob Cats, Jacob Roggeveen, Betje

Wolff en Aagje Deken.

Frank Verhallen, met een bijdr. van

Bart Jungmann, Kijk! Dat is Freek.

Het oeuvre van Freek de Jonge

(Rotterdam: de Buitenspelers, 2011)

640 pag.; ill., foto’s; ISBN 978-90-

7135922-4. In chronologische rangschikking

wordt het gehele oeuvre van

Freek de Jonge besproken, waarbij

zowel theatershows, boeken als toneelstukken

aan bod komen.

Daarnaast komen zijn collega’s en verwanten

aan het woord en worden zijn

woonplaatsen besproken. De periode

Zeeland is in 12 pagina’s beschreven.

Met register en colofon.

• Tijdschriften

Napoleon in Nederland 1811-2011.

Zeeland & Brabant, Vol. 4 1/nr.4

(2011) 59 pag.; ill., foto’s, krt., tek.,

grav.; ISSN: 22112693. Nieuw

tijdschrift dat het vierde deel aan

Napoleons bezoek en invloed in

Zeeland en Brabant besteed.

Bijdragen zijn van Jan J. Kuipers,

Zeeuws Erfgoed 21 maart 2012/01 • ERFGOED ALLERLEIN

Arco Willeboordse, Marinus Klein,

Hans van der Eeden, Edwin Hamelink,

Huib Geuze, Roy de Beunje en Anja

Krabben. Bevat een klein twintigtal

artikeltjes over specifieke onderwerpen

zoals Vlissingen, Veere en Terneuzen en

het keizerlijk bezoek.

Zeeland 20/4 (2011) 121-160. Dit

nummer is vrijwel geheel gewijd aan de

200-jarige invoering van de burgerlijke

stand. Leo Hollestelle schrijft daarover

‘De staat der Zeeuwen. De burgerlijke

stand in Zeeland tot en met 1910’; Jan

Zwemer sluit zijn artikel over huwelijken

en sociaal-economische omstandigheden

op de Zeeuwse eilanden voor

1880 af met het tweede deel hiervan.

Van de hand van Andre van der Veeke

en J. Verschoore is er een poëtische bijdrage

met kunst onder de titel ‘dit

monotone avontuur.’

• Heem- en

oudheidkundige bladen

Schouwen-Duiveland

Stad en Lande, Historische bijdragen en

mededelingen van de Vereniging Stad en

Lande van Schouwen-Duiveland

(november 2011) opent met ‘Een tweeluik

met raadsels’, een diptiek van

Het Keeten met de raderstoomboot

Prinses Marianne (auteur B. Blikman-

Ruiterkamp). Het gaat om een indrukwekkend

schilderij in de collectie van

de Gemeentelijke Musea te Zierikzee,

geschonken door Jacob Mees in 1964;

in 1982 zijn beide delen gerestaureerd

door J. Deuss en L. Marchand.

S. den Haan brengt de lezer nog eens

naar oud-Schuddebeurs rond 1820, en

schrijft over de kermis met het vogelschieten,

de muziekuitvoeringen en

het paardenspel.

In de meidagen van 1940 moest een

groepje NJN’ers hun pinksterkamp

in Renesse afbreken en zien thuis te

komen in Delft en Den Haag.

F. Beekman heeft de herinneringen van

de deelnemers - door T. Duijm samengevoegd

- voor de lezers naverteld.

In een luiermand aan het begin van de

twintigste eeuw verzamelde een boerengezin

toch wat andere zaken dan nu,

honderd jaar later, zo vernemen we

van R. van Langeraad KAzn.

Over de bijzondere vondst van een

gedenksteen uit de voormalige

meestoof ‘De Nijverheid’ in Capelle,

ooit gebruikt als stoepsteen, licht

F. Westra ons in.

In de Kroniek van het land van de

zeemeermin (Schouwen-Duiveland

2011), het jaarboek van de Vereniging

Stad en Lande, laat M. van den Broeke

zien dat tuinen in en rond de stad

gedurende lange tijd een belangrijke

functie vervulden als ontspanningsmogelijkheid.

Ze gaven uiting aan de

welvaart van een stad. Na het midden

van de twintigste eeuw werden ze

dikwijls in gebruik genomen als


moestuin en nog later meest volgebouwd

of omgetoverd tot parkeerplaats.

Over ‘Honderd jaar Nutstuinen in

Zierikzee’ vertelt W. Klaassen. Hoewel

het een interessant onderwerp is, is het

niet gemakkelijk te lezen, daar de

binder nogal wat pagina’s van twee

artikelen door elkaar heeft gehusseld.

A. Clobus onderzoekt het metselaarsambacht

en de positie van de

metselaars te Zierikzee. Hij schrijft over

het metselaarsgilde, de omwenteling in

de Franse tijd met de verdwijning van

de gilden en eindigt met de

veranderingen in de negentiende eeuw.

‘Een nieuwe toekomst voor de slavenkas’

is van de hand van H. Uil.

De slavenkas was gesticht in 1735 om

Zierikzeese zeelui los te kopen die

gevangen waren door Barbarijse zeerovers.

Het fonds werd later een oudedagsvoorziening

voor Zierikzeese zeelui,

maar door verkeerd beheer kwam het

fonds in financiële moeilijkheden. De

slavenkas moest een nieuwe toekomst

zoeken en de ontwikkelingen in de

negentiende en twintigste eeuw die

daartoe leidden worden in dit artikel

gevolgd.

A. Damman schrijft over ‘Pieter

Adriaan Hubregtse, schoolmeester in

Burgh van 1875 tot 1921’ en B.

Blikman-Ruiterkamp over ‘Willem

Pieter van Pagé, een ras ondernemer.

Verstand van brandstoffen, dranken

en nog veel meer’.

De periode 1940-1943, de tijd dat

dominee Joop Siezen (1911-1990)

predikant in Dreischor was, wordt

beschreven door zijn zoon B. Siezen.

Sint-Philipsland

De Cronicke van den lande van

Philippuslandt (oktober 2011) schenkt

aandacht aan het erfgoed De

Eendenkooi te Anna Jacobapolder

(auteur H. Quist). Dezelfde auteur

heeft ook een verhaal in dialect

geleverd: ‘Op z’n Fluplans hezeid’.

J. Kempeneers schreef ‘Een varken in

de kuip, kolen in ’t kot en aardappelen

in de schuur, wat zijn we rijk’.

In ‘Wil je in mijn poëzie schrijven’

maken we kennis met een paar

persoonlijke versjes uit zo’n album.

Het artikel ‘Abraham Wissepolder, de

laatste bedijking met handkracht, is

geschreven naar aanleiding van onze

crisis. Tijdens de crisis van de jaren

dertig van de vorige eeuw - de werkloosheid

was schrikbarend hoog - werd

op Sint-Philipsland zoveel mogelijk

werk verricht dat in werkverschaffing

gedaan kon worden. Zo ook de

bedijking van de Abraham Wissepolder,

ontstaan door bedijking van het schor

dat tegen de Anna Jacobapolder lag

(auteur J. Kempeneers).

Aan de bekende biggenmarkt in

Sint-Annaland haalt K. Fase

herinneringen op. Jammer dat de

biggenmarkt in de jaren zestig van

de vorige eeuw ter ziele is gegaan.

De drank speelde trouwens net zo’n

grote rol als de biggen.

Onderwijzer Lein Blaas uit Tholen

schreef de gebeurtenissen op van de

angstige meidagen 1940; K. Fase vulde

het verslag over de angst en

onzekerheid uit die dagen aan,

onder andere met persoonsgegevens.

De botvisserij blijkt eeuwen oud te

zijn, geschiedschrijver Mattheus

Smallegange meldt het al in 1696.

A. Blaas vertelt het verhaal van de

botvisserij: er blijkt niet veel veranderd

te zijn in de methode van vissen. Na

1970 is het beroep verdwenen doordat

het niet meer lonend was; de vissers

gingen over op de palingvisserij.

F. van den Kieboom schrijft over een

bezoek van kroonprins Willem, prins

van Oranje, aan Tholen in 1852. Hij

wordt rondgeleid door de uit Tholen

afkomstige jonkheer De Casembroot,

die benoemd was als gouverneur en de

jonge Willem moest begeleiden bij zijn

opvoeding. De Casembroot vond het

belangrijk dat de kroonprins kennis

maakte met het land waar hij koning

zou worden en samen bezochten zij

verschillende delen van het land.

K. de Koning zocht de geschiedenis

van de handboogschutterij en sociëteit

Non Semper uit.

Walcheren

In De Wete gedaan aan de leden van de

Heemkundige Kring Walcheren (2012,1)

bijt J. Braat het spits af met het artikel

‘Hooggeëerd publiek. Circus op

Walcheren’. Hij schrijft over de

circussen die tot 1940 Middelburg

bezochten.

P. de Bruyne stuurde een verhaal dat

zijn vader heeft geschreven over de

Loskade in Middelburg, de kade die is

ontstaan bij de aanleg van het Kanaal

door Walcheren na 1871.

‘Het Blauwe Hof of Vrijburg.

Buitenplaats en boerderij onder

West-Souburg’ is van J. Simons.

De naam Vrijburg is bewaard als

aanduiding van een stadsgewestelijk

industrie- en sportterrein.

Een oud ‘Westkappels zeerecht’ dat in

de Middeleeuwen in Westkapelle van

kracht was is van de hand van

I. Herbers, en het Vadertje van F. van

den Driest gaat over een Westkappels

gezegde waarin de Westkappelaar zijn

vrouw vergelijkt met de Westkappelse

dijk.

Het kwartaaltijdschrift van de

Vereniging Vrienden van het

muZEEum en het Gemeentearchief

Vlissingen Den Spiegel (2012,1)

opent met een herdenkingsartikel door

A. Verdonk-Rodenhuis: ‘M.H.F. van

der Sluis-Janssens. Mariette van der

Sluis maakte lang deel uit van het

bestuur van de ‘vereniging’ en was

zeventien jaar een trouw redactielid

van Den Spiegel.

In 1315 kreeg de ambachtsheerlijkheid

Vlissingen stadsrecht van Willem III,

graaf van Holland en Zeeland. Om

dit zevende eeuwfeest te vieren komt

een artikelenreeks in Den Spiegel:

‘Zichtbaar verleden (Vlissingen 1315-

2015)’. P. van Druenen schreef het

eerste artikel: ‘Stadslucht maakt vrij’.

C. Heijkoop vertelt een boeiend

verhaal over de voormalige Vlissingse

loodsschoener No 4 still going strong,

een vaartuig dat nog steeds op de

wereldzeeën vaart.

‘Frans Naerebout kreeg het lef met

de paplepel ingegoten’

(auteur A. Scheijde) gaat over een

minder bekend avontuur van de

bekende Vlissinger: de inname van een

Engels schip Endeavour, dat hij en zijn

broer opbrachten naar Vlissingen.

S. Hendrikse geeft een rectificatie van

het grafschrift van de grafzerk van de

familie Lampsins in de Sint-Jacobskerk

en D. Broers probeert een goede

verklaring te vinden voor de

geschiedenis van de Neptunus van de

Beursbrug.

Arneklanken, het kwartaalblad van de

Historische Vereniging Arnemuiden

(2011,4), is een dubbeldik nummer.

G. de Nooijer vertelt over onweer in

Arnemuiden en L. van Belzen vervolgt

zijn speurwerk naar het geslacht

Van Belzen.

P. Feij verhaalt de reacties in

Arnemuiden op de komst van

Willem I na de Franse tijd.

Over de jaren 1897, 1898 en 1899

schrijft J. Adriaanse een artikel met

veel illustraties. In een ander stuk zet

hij de drie vliedbergen en het dorp

Nieuwerkerke in het zonnetje.

In ‘Cohier van den duysentsten

penninck over de stadt Arnemuyden’

legt J. Simons Siereveld de lezer uit

wat dit te betekenen heeft voor de

economische geschiedenis van de stad.

C. de Ridder interviewt Leonard den

Beer Poortugael, en L.C. Schouls

belicht de komende veranderingen in

het museum. De jaargang 2011 wordt

afgesloten met een bijlage waarin

L. van Belzen laat weten waar de

voorouders in 1812/1813 woonden.

Het Polderhuis Blad (december 2011)

biedt naast huishoudelijke

mededelingen een artikel van

E.J. Weterings, onder andere over

de herdenking van de stranding van de

City of Benares honderd jaar geleden.

Hij interviewt ook voormalig schipper

bij de Westkappelse vestiging van

de Koninklijke Nederlandse Redding

Maatschappij, Ander van Rooijen.

De Bevelanden

In De Spuije (winter 201), tijdschrift

van de Heemkundige Kring

De Bevelanden en de Vereniging

Vrienden van het Historisch Museum

De Bevelanden, schrijft J. Boogaard

over leven en werk van Johannes Jacob

Ochtman (1807-1927). Zijn naam

leeft voort in de Ochtmanprijs, voort-

Zeeuws Erfgoed 22 maart 2012/01 • ERFGOED ALLERLEIN

gekomen uit een stichting met de naam

‘J.J. Ochtmanfonds’, dat later werd

ondergebracht bij het Goese Lyceum

voor beroepsonderwijs. Aan het eind

van elk schooljaar wordt een prijs

uitgereikt aan leerlingen met bijzondere

inzet.

Naar aanleiding van de restauratie

van het monument opgericht als

herinnering aan Johannes ab Utrecht

Dresselhuis in Wolphaartsdijk, verhaalt

G.J. Lepoeter over deze veelzijdige

man.

H. van Dam zet de hond Rifleman

Khan in het zonnetje, die in 1944

een medaille verdiende voor dapper

gedrag in de Tweede Wereldoorlog:

de Dickin medaille, genoemd naar de

oprichtster van een Britse instantie die

zich inzet voor het welzijn van dieren.

K. Sluijter vertelt over poppenhuizen

en C. van den Bovenkamp toont de

passie voor tegels van Evert van Gelder,

die een expositie heeft in het Goese

museum van tegels met een algemeen

Bijbels beeld.

De elfjarige Bart Leloux doet verslag

van zijn excursie naar het

Karrenmuseum in Essen.

Zeeuws-Vlaanderen

De Nieuwsbrief van de Heemkundige

Vereniging Terneuzen (december 2011)

gaat over het bedrijf N.V. ‘De Hoop’,

gesticht door G.F.P. van der Peijl in

1911. De invloed van de familie Van

der Peijl is altijd groot geweest en

gebleven. De Hoop heeft gedurende

zijn bestaan veel activiteiten in de

bouwwereld ontplooid op het gebied

van materialen voor wegenbouw,

waterbouw en de verkoop van zand,

grind, cement en wapeningstaal. Na

de Tweede Wereldoorlog begon de

wederopbouw, waardoor de hele bouwwereld

een grote stimulans kreeg. Ook

bij het Deltaplan was De Hoop nauw

betrokken. In de jaren negentig toen

de doe-het-zelf zaken op een hoogtepunt

waren werden grote investeringen

gedaan in Karwei-en Gamma-zaken.

(de auteurs van dit nummer zijn

K. Stoffels en E. Hageman).

Na de huishoudelijke mededelingen

in het jaarboek van de Vereniging tot

behoud van de historie van Philippine

(2011) schrijft D. van der Zalm over

de laatste douaneambtenaar die als

hulpontvanger een volledige dagtaak

had op het douanekantoor te

Philippine: Leo Wieme. Wieme had

een passie voor vogels waarvoor hij alles

over had, en hij was enthousiast lid van

de toneelvereniging Esmoreit.

‘Omnibusdienst tussen Philippine en

Boekhoute station. Veolia anno 1907’

is het volgende stukje, gevolgd door

het ontstaan van het wandelpad langs

het Philippinekanaal. Bij het nieuwe

wandelpad zijn fotopanelen geplaatst

die voor wat verwarring zorgen: ter

beoordeling van de lezers is de

informatie op de borden bij het 4


Colofon

Zeeuws Erfgoed is een uitgave van Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

en verschijnt vier keer per jaar. Deze nieuwsbrief informeert over

archeologie, cultuurhistorie, erfgoededucatie, monumenten,

musea, streektalen en volkscultuur in Zeeland.

Zeeuws Erfgoed wordt mede mogelijk gemaakt door de Provincie

Zeeland. Abonnementen en adreswijzigingen alleen schriftelijk

via postbus 49 o.v.v. Zeeuws Erfgoed.

redactie Marinus van Dintel, Aad de Klerk, Jan Kuipers,

Veronique De Tier en Janneke de Wit

eindredactie Saskia Buitenkamp, Aad de Klerk en Jan Kuipers

foto’s Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, tenzij anders vermeld.

De SCEZ streeft er met de uiterste zorgvuldigheid naar om

voorafgaand aan het moment van publicatie contact op te nemen

met de rechthebbenden.

De SCEZ kan op geen enkele wijze aansprakelijk worden gesteld voor

beeldmateriaal, door derden aangeleverd, waarop auteursrecht berust.

opmaak decreet, Ramon de Nennie, Middelburg

druk Meulenberg, Middelburg

contact Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

Postbus 49 4330 AA Middelburg

Bezoekadres locatie De Burg, Groenmarkt 13

T 0118-670870 | F 0118-670880 | E info@scez.nl

artikel geplaatst.

Een stuk over de Isabellasluis is overgenomen

uit het Sluisch Weekblad

van 14 en 21 februari 1873, met een

nabeschouwing door D. van der Zalm.

Aannemingsbedrijf Haers bestaat

honderd jaar en hiervan brengt Van

der Zalm verslag uit.

S. van Waes vertelt over de positieve

bijdrage die het mosselmonument

aan de cultuur van Philippine levert.

In het jaarboek wordt melding gemaakt

van enkele schilderijen, geschonken

door de familie De Caluwé uit Biervliet

en geschilderd door F. Ploegaert. Ze

hebben een mooie plaats gekregen in de

bestuurskamer van de vereniging.

In 1894 is in Philippine een dubbele

moord gepleegd volgens de

Middelburgsche Courant, zo laat S.

Ploegaert ons weten.

Het Bulletin van de Oudheidkundige

Kring ‘De Vier Ambachten’(2011, 3)

geeft huishoudelijke mededelingen, verslagen

van de excursiecommissie, de

bibliotheekcommissie en de Stichting

Museum ‘De Vier Ambachten’.De

Werkgroep Archeologie doet verslag

van de activiteiten in de Bierkaai.

In een artikel over immaterieel erfgoed

wordt achtergrondinformatie gegeven

over gebruiken die zijn verdwenen of

dreigen te verdwijnen.

Het jaarboek 2011 van de

Heemkundige Kring West-Zeeuws-

Vlaanderen, Verbonden door woorden,

samengesteld door A. Bauwens en M.

de Groote,

dient ter viering van het vijftigjarig

bestaan van de heemkundige kring. In

een lang inleidend hoofdstuk is een

aanzet gegeven tot analyse van vijftig

jaar heemkunde

in West-Zeeuws-Vlaanderen door artikelen

samen te voegen in een aantal

thema’s. Daarna volgt een bloemlezing

van zo’n 350 pagina’s, samengesteld uit

alle ooit

verschenen stukken in het

Mededelingenblad en Tijd/Schrift. Een

bijzonder boek van een bijzondere vereniging!

In Tijd/Schrift (2011,4) gaat het over de

paardenfokkerij in West-Zeeuws-

Vlaanderen (I. van Damme), West-

Zeeuws-Vlamingen die emigreren naar

Amerika (M. de Groote) en over Daan

Haak, een markante veearts (M. Haak).

Zeeuws Erfgoed

jaargang 11 nr. 1 • maart 2012

Meegezonden

- Zeeuws Archief Nieuws nr. 53

Aan dit nummer droegen bij

• ARCHEOLOGIE Guus Besuijen (Hazenberg Archeologie),

Hans Jongepier, Marcel de Koning, Jan Kuipers en Bram Silkens

(WAD)

• CULTUURHISTORIE Aad de Klerk

• ERFGOEDEDUCATIE Josien Pootjes

• MONUMENTEN Marinus van Dintel, Ronald van Immerseel,

Wim Jakobsen en Jan van Zon

• MUSEA Leo Adriaanse, Jeanine Dekker en Janneke de Wit

• STREEKTALEN Veronique De Tier

• MONUMENTAAL Jeanine Dekker

• JAARTHEMA Leo Adriaanse

• ALLERLEI Johan Francke en Truus Trimpe Burger-Mekking

Aanlevering van kopij

Voor het volgende nummer en/of reacties op deze nieuwsbrief bij

voorkeur digitaal tot 16 april 2012, zeeuwserfgoed@scez.nl of

via postbus 49, 4330 AA Middelburg o.v.v. kopij Zeeuws Erfgoed.

www.scez.nl

Zeeuws Erfgoed 23 maart 2012/01 • KORTELINGS

KORTelings in dienst

Karel-Jan Kerckhaert, adviseur archeologie

Vanaf 2 januari 2012 is Karel-Jan Kerckhaert voltijd gedetacheerd bij

de SCEZ als adviseur archeologie. Hij vervangt in deze functie Ilona

van der Weide-Haas die vanaf februari met zwangerschapsverlof gaat.

Samen met adviseur Marcel de Koning geeft Karel-Jan uitvoering aan

de Archeologische Dienstverlening voor Zeeuwse gemeenten en de

Provincie Zeeland.

Geboren in Hengstdijk (Zeeuws-Vlaanderen) is hij twaalf jaar geleden

na een korte uitstap naar Gent uiteindelijk richting Amsterdam getrokken

om daar aan de Vrije Universiteit de studie archeologie en prehistorie

te volgen. Tijdens zijn studie heeft hij zich voornamellijk beziggehouden

met de archeologie van de late prehistorie en de Romeinse tijd in de lage

landen.

Het merendeel van zijn werkervaring heeft Karel-Jan opgedaan in het

veld tijdens zijn werkzaamheden voor het Archeologisch Instituut van

de Vrije Universiteit-Hendrik Brunsting Stichting (ACVU-HBS).

Naast het uitvoeren van grootschalig vlakdekkend onderzoek heeft hij

zich hier kunnen bekwamen in een aparte vorm van archeologie,

namelijk het bergen van muntschatten.


MOnuMENTaal

De straô is een jaarlijks terugkerende traditie op Schouwen-Duiveland. De eerste vermelding ervan dateert uit het midden van de zeventiende eeuw. Tijdens

de straô gaan ruiters met hun versierde paarden in optocht naar het strand. Daar sturen ze de paarden de branding in. Zo’n zout zeebad was een probaat

middel om de paardenbenen en -hoeven te reinigen van ziektekiemen nadat de dieren een winter op stal hadden gestaan. Eeuwenlang reden alleen boerenzonen

en knechten de straô. Tegenwoordig mogen ook vrouwen meedoen. De ruiters zaten op ongezadelde paarden, gekleed in een witte broek, met

hoge zwarte schoenen en een pet op het hoofd. Deze kledinggebruiken zijn inmiddels wat verwaterd, maar hier en daar wordt geprobeerd ze nieuw leven

in te blazen. De ruiters met de meeste straô-ervaring voerden de stoet aan. Zij bliezen op koperen toeters. Na het rituele bad keerde de stoet terug naar het

dorp. Ook nu nog vinden in de dorpen allerlei festiviteiten plaats. In de negentiende eeuw werden er in kraampjes steevast schrôôsels (platte dunne kruidenkoeken)

en appelsienen verkocht. De eerste straô vindt traditiegetrouw acht weken voor Pasen plaats in Renesse. De straô in het Schouwse Serooskerke,

dit jaar op 17 maart, is altijd de laatste in het seizoen (foto’s Dirk-Jan Gjeltema).

More magazines by this user
Similar magazines