Een stoornis wordt steeds normaler
Een stoornis wordt steeds normaler
Een stoornis wordt steeds normaler
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
van waarde<br />
verheffing<br />
<strong>Een</strong> <strong>stoornis</strong> <strong>wordt</strong> <strong>steeds</strong><br />
<strong>normaler</strong><br />
Over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen bestaan veel<br />
vragen en weinig zekerheden. Wanneer zich problemen voordoen,<br />
lijkt de mogelijkheid van een kinderpsychiatrische <strong>stoornis</strong> <strong>steeds</strong><br />
vaker houvast te bieden. Bij nader inzien is dit echter vaak een<br />
schijnhouvast.<br />
edo nieweg<br />
112<br />
‘Onvolmaakte ouders scharrelen naar beste<br />
weten (een beperkt weten) rond om hun<br />
onvolmaakte kinderen een redelijk plaatsje<br />
te helpen vinden in een verre van volmaakte<br />
samenleving.’ Zo bracht Th. Hart de Ruyter, de<br />
eerste hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie in<br />
Nederland, in 1959 ‘de realiteit van de opvoeding’<br />
onder woorden. In één zin klinken hier<br />
realisme, mededogen en een brede visie op hoe<br />
kinderen grootgebracht worden. Niet: ‘wij zijn<br />
ons brein’, maar: kindfactoren, gezinsfactoren<br />
en sociale factoren samen bepalen hoe het gaat,<br />
en vaak is dat niet van een leien dakje.<br />
Hart de Ruyter schreef deze passage echter<br />
om een ander punt te maken. Hij vergeleek de<br />
situatie met een leraar die een opstel nakijkt<br />
dat maar zo-zo is en die opgelucht is als hij een<br />
echte fout ziet: dat geeft houvast, daar kun je<br />
tenminste wat mee. Ouders zijn vaak onzeker<br />
over hun taak, en bij het rondscharrelen op zoek<br />
naar een ‘redelijk plaatsje’ kunnen ze houvast<br />
Over de auteur Edo Nieweg is kinder- en<br />
jeugdpsychiater bij Jonx/Lentis Groningen<br />
zoeken in afwijkingen bij hun kind. Die zijn<br />
niet moeilijk te vinden ¬ het is immers, zo<br />
schreef Hart de Ruyter, ‘een bedenkelijk gevolg<br />
van alle pedagogische en psychologische voorlichting,<br />
dat men alleen maar let op de afwijkingen.<br />
En als men die zien wìl, zijn die er ook<br />
altijd…’ Het punt voor Hart de Ruyter was dus<br />
dat die afwijkingen een ‘schijnhouvast’ bieden:<br />
er is geen duidelijke grens tussen normale opvoedingsproblemen<br />
en echte afwijkingen, wat<br />
we zien hangt af van de ‘bril’ die we op hebben.<br />
Het is misschien verrassend dat een kinderpsychiater<br />
een halve eeuw geleden al waarschuwde<br />
voor het zoeken van schijnhouvast in<br />
afwijkingen. We hebben de neiging te denken dat<br />
diagnosen als adhd en pdd-nos (de lichtste categorie<br />
van de autismespectrum<strong>stoornis</strong>sen, ass),<br />
die nu ter discussie staan, iets van deze tijd zijn.<br />
Inderdaad bestonden de termen adhd en pddnos<br />
(afkomstig uit de dsm, het classificatiesysteem<br />
van de Amerikaanse psychiatrie) nog niet<br />
in de tijd van Hart de Ruyter, maar voorlopers<br />
ervan waren er wel. Ik denk dat Hart de Ruyter<br />
scherp een tendens onderkende, die in zijn tijd al<br />
s & d 7/8 | 2011
Edo Nieweg <strong>Een</strong> <strong>stoornis</strong> <strong>wordt</strong> <strong>steeds</strong> <strong>normaler</strong><br />
onder de oppervlakte lag, maar die sindsdien veel<br />
prominenter en zichtbaarder is geworden.<br />
U begrijpt waar ik in het kader van dit<br />
themanummer naartoe wil: het is van waarde<br />
te zien dat opvoeden en opgroeien een complex<br />
gebeuren is, dat vaak maar zo-zo gaat. We hebben<br />
het tenslotte over ‘de grootste en moeilijkste<br />
problemen waar het menselijk weten mee<br />
worstelt’ volgens Montaigne, en Freud noemde<br />
opvoeden, naast regeren en (psycho)analyseren,<br />
een van de drie ‘onmogelijke’ beroepen.<br />
Op een zo complex terrein hebben we behoefte<br />
aan zekerheden, juist waar het om onze<br />
kinderen gaat. De kinder- en jeugdpsychiatrie<br />
lijkt die zekerheden te bieden. Als Mark niet<br />
luistert, onder zijn niveau presteert of verkeerde<br />
vrienden heeft, dan biedt de optie dat Mark<br />
een psychiatrische <strong>stoornis</strong> heeft een houvast,<br />
een mogelijke oplossing, een escape. Dat zet<br />
de waarde van de complexiteit onder druk: het<br />
ligt niet aan de complexiteit of zelfs ‘onmogelijkheid’<br />
van opvoeden, aan de optelsom van<br />
onvolmaaktheden die in het geding zijn, maar<br />
aan een <strong>stoornis</strong>. ‘Moeder is wanhopig en wil<br />
een diagnose’, schreef een huisarts eens in het<br />
verwijsbriefje aan mij voor een jongen met<br />
gedragsproblemen.<br />
Om misverstanden te voorkomen: ik bedoel<br />
uiteraard niet dat de zorgen van ouders niet<br />
serieus genomen moeten worden of dat er geen<br />
kinderen zijn met een ernstige psychiatrische<br />
problematiek die behandeling in de ggz nodig<br />
hebben. Wel bedoel ik dat de grenzen van wat<br />
we als psychiatrische <strong>stoornis</strong>sen beschouwen,<br />
zijn opgeschoven. Vaak is de diagnose een<br />
naam voor de resultante van op zich normale<br />
onvolmaaktheden. Steeds lichtere problematiek<br />
<strong>wordt</strong> van labels als adhd, pdd-nos, Asperger,<br />
mcdd en odd voorzien. Met andere woorden,<br />
levensproblemen en gedragsvarianten worden<br />
gemedicaliseerd. H.C. R∑mke, de bekendste<br />
Nederlandse psychiater van de twintigste eeuw,<br />
vond dat ‘een aantasting van de menselijke<br />
waardigheid’. Ik zal het in dit artikel verder niet<br />
hebben over bijvoorbeeld het klassieke autisme,<br />
maar over die lichtere problematiek.<br />
toename psychiatrische <strong>stoornis</strong>sen<br />
Waarom willen ouders of leerkrachten een diagnose<br />
Wat maakt dat problemen <strong>steeds</strong> vaker<br />
worden opgevat als psychiatrische problemen<br />
Waardoor worden de grenzen opgerekt <strong>Een</strong><br />
belangrijke reden is mijns inziens de beeldvorming<br />
dat deze <strong>stoornis</strong>sen natuurverschijnselen<br />
zijn, die buiten de macht en verantwoordelijkheid<br />
van de betrokkenen liggen. Ze worden door<br />
experts vergeleken met ziekten als hartaanvallen,<br />
diabetes of huidkanker. De suggestie is dat<br />
ze als entiteiten bestaan in de wereld, ook los<br />
van hoe kinderpsychiaters en de maatschappij<br />
ernaar kijken. Ze worden gepresenteerd als<br />
‘neurobiologische aandoeningen’: er is iets mis<br />
in de genen en de hersenen en dat leidt tot de<br />
verschijnselen. Zoals er bij diabetes een stofje<br />
(insuline) ontbreekt, zou dat ook bij adhd het<br />
geval zijn (dopamine in de hersenen). Daar kan<br />
niemand wat aan doen, dat ligt buiten ieders<br />
macht en verantwoordelijkheid, het is gewoon<br />
pech. Aan psychiaters en psychologen om te zeggen<br />
wat er aan gedaan moet worden.<br />
Dat het beeld van psychiatrische <strong>stoornis</strong>sen<br />
als natuurlijke entiteiten zo succesvol is, komt<br />
niet alleen doordat opinieleiders in de psychiatrie<br />
en psychologie ze zo presenteren, maar ook<br />
doordat deze opvatting in de vruchtbare bodem<br />
valt van op beheersbaarheid (meetbaarheid,<br />
controleerbaarheid, transparantie, resultaat,<br />
maakbaarheid) en biologisch reductionisme<br />
(de biologie bepaalt en verklaart alles, ‘wij zijn<br />
ons brein’) gerichte maatschappelijke stromingen.<br />
De psychiatrie volgt altijd de tijdgeest,<br />
zei de eerder genoemde R∑mke. In de huidige<br />
tijdgeest willlen we (geloven) dat allerhande<br />
narigheid en risico’s met technische ingrepen<br />
onder controle te krijgen zijn en dat meerlagige,<br />
complexe problemen terug te voeren zijn op<br />
toevallige haperingen in het brein.<br />
De transformatie van ‘Mark is storend in<br />
de klas’ naar ‘Mark heeft adhd’ (een storing in<br />
zijn hersenen) komt tegemoet aan deze beide<br />
tendenzen. <strong>Een</strong> complex probleem (welke eisen<br />
stel je aan gedrag in de klas, waarom ging het bij<br />
113<br />
s & d 7/8 | 2011
van waarde<br />
verheffing<br />
Edo Nieweg <strong>Een</strong> <strong>stoornis</strong> <strong>wordt</strong> <strong>steeds</strong> <strong>normaler</strong><br />
114<br />
de vorige juf wel goed, wat wil Mark zeggen met<br />
zijn gedrag, kan hij de lesstof wel aan, lokken de<br />
andere kinderen hem uit, is er spanning thuis,<br />
gaat hij te laat naar bed, leeft vader frustraties<br />
over zijn eigen schooltijd uit via Mark et cetera)<br />
<strong>wordt</strong> eenvoudig en transparant (er ontbreekt<br />
een stofje in Marks brein) en met technische<br />
middelen (medicatie, gedragstherapeutische<br />
technieken) beheersbaar.<br />
Het geven van een naam aan<br />
een probleem wekt gemakkelijk<br />
de indruk dat we het probleem<br />
begrepen hebben<br />
Er zijn ook nog andere redenen voor de<br />
opkomst van kinderpsychiatrische <strong>stoornis</strong>sen.<br />
Eén reden is hun <strong>steeds</strong> groter wordende bekendheid,<br />
een zichzelf versterkend proces. <strong>Een</strong><br />
dsm-diagnose geeft toegang tot zorg en voorzieningen,<br />
de financiering is eraan gekoppeld,<br />
er zijn incentives als het pgb en het Rugzakje.<br />
De farmaceutische industrie zet zich in om met<br />
name adhd in de markt te zetten als een hersenaandoening<br />
die in de eerste plaats met medicatie<br />
moet worden behandeld; deze medicatie werkt<br />
overigens niet specifiek voor adhd, maar bij de<br />
meeste mensen. Voor clinici is het eenvoudiger<br />
en minder tijdrovend criteria uit het dsm-boek<br />
te ‘scoren’ dan de klachten te begrijpen en een<br />
individuele diagnose te formuleren.<br />
Academische carrières en belangenverenigingen<br />
worden rond diagnoses opgebouwd. De<br />
stigmatisering van psychiatrische <strong>stoornis</strong>sen is<br />
(in samenhang met hun trivialisering) afgenomen.<br />
Het geven van een naam aan een probleem<br />
¬ en zeker een naam met wetenschappelijk<br />
gewicht ¬ voelt als erkenning en wekt gemakkelijk<br />
de indruk dat we het probleem begrepen<br />
hebben en dus niet verder hoeven te kijken.<br />
Ten slotte: omdat diabetes en hartaanvallen de<br />
bijbehorende ziekteverschijnselen verklaren,<br />
suggereert de vergelijking van adhd met deze<br />
ziekten dat ook adhd een verklaring is voor<br />
druk, afleidbaar en impulsief gedrag. Dat is een<br />
misvatting ¬ adhd en dergelijke zijn beschrijvende<br />
termen, namen voor gedrag en beleven.<br />
Maar het is wel een misvatting die de status van<br />
deze diagnosen verder verhoogt.<br />
controleren en reduceren<br />
De tendenzen van beheersing en reductie tot de<br />
biologie hebben grote invloed op de psychiatrie.<br />
In de kern is de psychiatrie een tweeslachtig wezen,<br />
een ‘gemengd bedrijf’, natuurwetenschap<br />
èn geesteswetenschap. De loop van een planeet<br />
laat zich met andere methoden verklaren dan de<br />
loop van de geschiedenis. Alle wetenschappen<br />
streven naar objectiviteit, maar de mate waarin<br />
die haalbaar is verschilt tussen de natuur- en<br />
de geesteswetenschappen. De psychiatrie is<br />
op beide pijlers gebouwd. Psychische klachten<br />
kunnen in principe verklaard worden uit<br />
afwijkingen in het brein, als uitingen van een<br />
defect (volgens de werkwijze van de natuurwetenschappen),<br />
maar kunnen ook begrepen<br />
worden uit het levensverhaal, ze kunnen een<br />
reactie zijn op de gezinscontekst, betekenis<br />
hebben, iets uitdrukken (de benadering van de<br />
geesteswetenschappen).<br />
De medisch-biologische, natuurwetenschappelijk<br />
georiënteerde pool van de psychiatrie<br />
zoekt vooral naar biologische oorzaken van<br />
psychische klachten en formuleert de diagnose<br />
in termen van dsm-categorieën als adhd, odd<br />
et cetera, waarmee het individuele niveau <strong>wordt</strong><br />
losgelaten. Met het oog op deze rubricering<br />
staat in de diagnostiek het vaststellen (vaak<br />
met behulp van vragenlijsten) van de aan- of<br />
afwezigheid van observeerbare symptomen (de<br />
criteria voor de dsm-<strong>stoornis</strong>sen) centraal.<br />
De interpretatieve of hermeneutische, zich<br />
op de geesteswetenschappen oriënterende pool<br />
richt zich op iemands levensverhaal, context<br />
en belevingswereld. Onder andere psychoanalytische<br />
en fenomenologische benaderingen<br />
horen hiertoe. De diagnose heeft hier de vorm<br />
s & d 7/8 | 2011
Edo Nieweg <strong>Een</strong> <strong>stoornis</strong> <strong>wordt</strong> <strong>steeds</strong> <strong>normaler</strong><br />
van een aan de persoon gebonden formulering<br />
waarin de verschillende relevante elementen<br />
(zoals Hart de Ruyters ‘onvolmaaktheden’ bij<br />
ouders, kind en maatschappelijke context) in<br />
een zinvol verband worden geplaatst, in de<br />
vorm van een ‘verhaal’. <strong>Een</strong> voorbeeld: ‘De 15-jarige<br />
x is qua temperament altijd wat geremd<br />
en angstig geweest; nadat vorig jaar haar beste<br />
vriendin verhuisde en een leraar haar in haar<br />
beleving belachelijk maakte, werd zij op school<br />
<strong>steeds</strong> meer gespannen en onzeker; moeder, die<br />
een beperkt sociaal netwerk heeft en veel van<br />
zichzelf herkent in x, accepteerde dat zij vaak<br />
van school verzuimde wegens vage lichamelijke<br />
klachten; dit schooljaar is x helemaal niet<br />
meer naar school gegaan (schoolfobie); moeder<br />
en dochter zijn in de huidige situatie sterk op<br />
elkaar aangewezen geraakt.’ Deze individuele<br />
diagnostische formulering biedt meer handvatten<br />
voor de behandeling dan de dsm-klasse.<br />
Beide benaderingen zijn legitiem, beide<br />
hebben hun waarde. Ze vullen elkaar aan, maar<br />
zijn ¬ al heeft het onderscheid tussen natuurwetenschap<br />
en geesteswetenschap met de<br />
wetenschapsfilosofische ontwikkelingen van<br />
de laatste vijftig jaar wat aan scherpte verloren<br />
¬ niet te integreren in één benadering. In de<br />
geschiedenis van de psychiatrie zijn beide benaderingen<br />
afwisselend dominant geweest.<br />
In het spoor van het vigerende beheersings-<br />
en reductionistische denken is de laatste<br />
decennia de medisch-biologische pool van de<br />
psychiatrie, waarin de dsm-categorieën centraal<br />
staan, gaan domineren. Dit denken en deze<br />
vorm van psychiatrie zijn elkaars natuurlijke<br />
bondgenoten. Immers, wanneer het doel is te<br />
controleren en te reduceren, dan is een benadering<br />
die zich richt op de betekenis van klachten,<br />
op de weinig doorzichtige belevingswereld, de<br />
dynamiek van de persoonlijkheidsontwikkeling<br />
en de levensgeschiedenis van de patiënt niet<br />
goed bruikbaar. Men dient zich dan te richten<br />
op de relatief harde, observeerbare, scoorbare<br />
verschijnselen die indeling in een classificatiecategorie<br />
mogelijk maken. Die indeling geeft<br />
houvast: bijvoorbeeld in kennis (of beeldvorming)<br />
over de (meestal biologisch gedachte)<br />
oorzaken van de <strong>stoornis</strong>, in richtlijnen voor de<br />
behandeling en in epidemiologisch onderzoek<br />
naar het voorkomen van de <strong>stoornis</strong> in de bevolking;<br />
welke voorzieningen nodig zijn, hoeveel<br />
dat kost et cetera.<br />
Toch is dat houvast minder stevig dan vaak<br />
<strong>wordt</strong> gedacht. dsm-klassen ¬ karakteristieken<br />
in het gedrags- en belevingsdomein ¬ zijn bij<br />
het individu slecht in staat karakteristieken in<br />
andere domeinen, zoals de behandeling, te voorspellen.<br />
Hun klinische waarde is dus beperkt.<br />
<strong>Een</strong> eerste reden is dat we in de behandeling<br />
niet ongestraft kunnen abstraheren van voor de<br />
individuele situatie belangrijke gegevens. Als<br />
we de <strong>stoornis</strong> kennen, kennen we de patiënt<br />
nog niet, en die hebben we er wel bij nodig.<br />
Ten tweede: de ggz is er primair voor de<br />
zorgbehoefte van mensen en we weten dat<br />
dsm-categorieën en zorgbehoefte of disfunctioneren<br />
maar ten dele overlappen. Daarom is er<br />
in de praktijk een kloof tussen woord en daad.<br />
In hun behandeling, zo blijkt uit onderzoek,<br />
Wie een probleem heeft, hoort niet<br />
graag dat er ‘niets’ is<br />
trekken psychiaters zich niet zoveel aan van de<br />
dsm-categorie, ze gaan vooral probleemgericht<br />
te werk. In feite staat dus niet de diagnostische<br />
klasse, maar de zorgbehoefte centraal.<br />
Ten derde zijn de <strong>stoornis</strong>sen geen afspiegeling<br />
van de natuur, maar kunstmatig afgegrensde<br />
categorieën. De meeste onderliggende<br />
kenmerken van de <strong>stoornis</strong>sen houden zich niet<br />
aan de grenzen van die <strong>stoornis</strong>sen. In de dsmhandboeken<br />
vinden we dan ook de waarschuwing<br />
dat classificatie niet voldoende is voor het<br />
behandelplan. Classificatie biedt schijnhouvast,<br />
ten koste van de notie van de complexiteit van<br />
de problematiek.<br />
Op grond van de genoemde ontwikkelingen<br />
binnen en buiten de psychiatrie denken we<br />
tegenwoordig bij problemen in de opvoeding<br />
115<br />
s & d 7/8 | 2011
van waarde<br />
verheffing<br />
116<br />
Edo Nieweg <strong>Een</strong> <strong>stoornis</strong> <strong>wordt</strong> <strong>steeds</strong> <strong>normaler</strong><br />
en ontwikkeling van kinderen al gauw in de<br />
richting van dsm-<strong>stoornis</strong>sen. Daardoor zijn we<br />
minder geneigd stil te staan bij de problemen<br />
zelf. De fenomenologie pleit ervoor weerstand<br />
te bieden aan onze behoefte snel conclusies te<br />
trekken ¬ kijk eerst eens goed naar wat er is.<br />
<strong>Een</strong> andere keerzijde van het denken in<br />
termen van <strong>stoornis</strong>sen is dat het denken in<br />
termen van normale variaties uit het zicht raakt.<br />
‘Als je geen <strong>stoornis</strong> hebt, dan heb je niets’, zo<br />
gaat het lijken. Wie een probleem heeft, hoort<br />
niet graag dat er ‘niets’ is. Ook dat verhoogt de<br />
druk op de diagnose, waardoor lichtere problemen<br />
en varianten eerder van een <strong>stoornis</strong>label<br />
worden voorzien. Begrippen als variatie in temperament<br />
of rijpingstempo, die dienst zouden<br />
kunnen doen om te erkennen dat er wel iets is,<br />
maar tegelijk onnodige pathologisering voorkomen,<br />
worden in de klinische praktijk weinig<br />
gebruikt.<br />
Met het overschatten van het belang en het<br />
oprekken van de grenzen van psychiatrische<br />
<strong>stoornis</strong>sen staat de waarde van de erkenning<br />
van de diversiteit in de ontwikkeling onder<br />
druk. Ook buiten de psychiatrie speelt dit<br />
probleem: ‘De normale variëteit die er in de<br />
vroegkinderlijke ontwikkeling zit, <strong>wordt</strong> niet<br />
meer als vanzelfsprekend aangenomen’, zei de<br />
Groningse hoogleraar spraak-taal<strong>stoornis</strong>sen<br />
Goorhuis-Brouwer eens in nrc Handelsblad (19<br />
november 2005).<br />
geen gewone ziekten<br />
Maar zijn psychiatrische <strong>stoornis</strong>sen dan geen<br />
ziekten zoals diabetes of huidkanker Ik wil hier<br />
wijzen op twee belangrijke, maar vaak miskende<br />
verschillen tussen de meeste psychiatrische<br />
<strong>stoornis</strong>sen en lichamelijke ziekten. Ten<br />
eerste kunnen, anders dan bij veel lichamelijke<br />
ziekten, bij adhd, ass en veel andere psychiatrische<br />
aandoeningen meestal geen biologische<br />
afwijkingen worden vastgesteld die de klachten<br />
verklaren. <strong>Een</strong> voorbeeld: vaak <strong>wordt</strong> gezegd dat<br />
bij kinderen met adhd bepaalde hersenstructuren<br />
kleiner zijn. Nu verklaart iets groter of kleiner<br />
zijn van (delen van) de hersenen niets en<br />
op zich is dat ook niet pathologisch. Bovendien<br />
zijn er in werkelijkheid wel subtiele verschillen<br />
wanneer groepen kinderen met en zonder adhd<br />
vergeleken worden, maar de volumes van die<br />
structuren van de meeste individuele kinderen<br />
met adhd liggen in het normale gebied. Er is<br />
met andere woorden veel overlap tussen de<br />
bevindingen bij kinderen met en zonder adhd.<br />
Daarom kan de diagnose niet geobjectiveerd<br />
worden met laboratorium- of beeldvormend<br />
Vroege leerlingen hebben bijna<br />
een tweemaal zo grote kans op<br />
de diagnose adhd<br />
onderzoek, we kunnen bij de diagnostiek alleen<br />
afgaan op gedrag en beleving. Dat schept ruimte<br />
voor het breder of nauwer opvatten van deze<br />
diagnosen, want waar leggen we nu de grens<br />
In de praktijk zijn die grenzen de laatste<br />
jaren <strong>steeds</strong> verder opgerekt. Van der Gaag,<br />
hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, zei<br />
in dit verband eens dat er gebieden zijn in<br />
Nederland ‘waar bijna iedereen pdd-nos heeft’.<br />
De Amerikaanse psychiater Kupfer, voorzitter<br />
van de werkgroep die een nieuwe versie van de<br />
dsm voorbereidt, vindt dat de huidige drempels<br />
voor onder andere adhd en ass te laag zijn, wat<br />
geleid heeft tot ‘onechte epidemieën’ van deze<br />
<strong>stoornis</strong>sen. Ter illustratie: recente Amerikaanse<br />
onderzoeken laten zien dat vroege leerlingen op<br />
de basisschool een tweemaal zo grote kans hebben<br />
op de diagnose en behandeling voor adhd.<br />
Je in vergelijking met je klasgenoten wat jonger<br />
(drukker, impulsiever, afleidbaarder) gedragen<br />
is blijkbaar vaak voldoende voor deze diagnose.<br />
En wat te denken van een symposium met de<br />
titel ‘Ongemerkt autistisch’ Hoe autistisch ben<br />
je dan Zien we wat we willen zien<br />
Onze kennis van de biologie van adhd of ass<br />
ligt op een ander niveau dan die van diabetes<br />
of hartaanvallen. Maar zelfs wanneer er in de<br />
s & d 7/8 | 2011
Edo Nieweg <strong>Een</strong> <strong>stoornis</strong> <strong>wordt</strong> <strong>steeds</strong> <strong>normaler</strong><br />
toekomst wel harde oorzakelijke verbanden<br />
gevonden zouden worden tussen bepaalde<br />
verschijnselen op biologisch niveau en bijvoorbeeld<br />
adhd, dan volgt uit dat gegeven op zich<br />
nog niet dat we met een ziekte of <strong>stoornis</strong> te<br />
maken hebben. Denk maar aan linkshandigheid<br />
of homoseksualiteit: het vinden van een<br />
biologische oorzaak impliceert nog niet dat het<br />
verschijnsel pathologisch is. Dat <strong>wordt</strong> bepaald<br />
door ons waardeoordeel over het verschijnsel,<br />
en daarmee komen we bij het tweede punt.<br />
de rol van waarden<br />
Als Wouter bovengemiddeld intelligent is, maar<br />
door zijn aandachtsproblemen slechts gemiddeld<br />
scoort op zijn Cito-toetsen, is dat dan reden<br />
om van adhd te spreken en Ritalin voor te<br />
schrijven Volgens sommige experts en clinici<br />
wel, volgens andere niet. Dit is een kwestie van<br />
waarden. In de psychiatrie spelen waarden een<br />
grotere rol dan in de somatische specialismen,<br />
omdat de diversiteit van waarden groter is.<br />
Daarom is er wel transculturele psychiatrie,<br />
maar geen transculturele cardiologie. Waarden<br />
komen pas in beeld als er conflicterende<br />
waarden zijn; hoe groter de waardendiversiteit,<br />
des te groter de waardegeladenheid. Omdat we<br />
praktisch allemaal vinden dat een hartaanval<br />
iets afwijkends is ¬ een ziekte ¬ zijn waarden<br />
bij deze diagnose niet in het geding. Diagnosen<br />
als adhd zijn zoals gezegd gebaseerd op<br />
een beoordeling van gedrag en beleven, en die<br />
beoordeling is mede context- en cultuurafhankelijk,<br />
dus waardenafhankelijk.<br />
Is druk gedrag gestoord gedrag Hoe druk<br />
moet je zijn voor de diagnose adhd Hoeveel<br />
problemen in het functioneren moet dat geven<br />
Welke eisen stellen we aan onze kinderen en<br />
onszelf Omdat waarden hier sterk richtinggevend<br />
zijn, zou discussie over de grenzen (heeft<br />
Wouter adhd, mag hij medicatie krijgen) niet<br />
alleen binnen de ggz, maar ook breder gevoerd<br />
moeten worden. Binnen de Nederlandse ggz<br />
leven naar mijn indruk deze kwesties meer op<br />
de werkvloer dan op het niveau van de vakliteratuur,<br />
de richtlijncommissies en het Trimbosinstituut.<br />
Daar is van de bestaande diversiteit<br />
van opvattingen weinig terug te vinden.<br />
Niet alle psychiatrische problemen kunnen<br />
over één kam worden geschoren. Bij sommige<br />
is de term ‘ziekte’ van toepassing, bij veel<br />
andere niet. Bij adhd en ass gaat het mijns<br />
inziens vaak (maar ook niet altijd) om evolutionair<br />
bepaalde, in biologisch opzicht normale<br />
varianten (temperamentstypes), die problemen<br />
geven omdat ze niet meer matchen met de sterk<br />
veranderde omgeving. Al ligt een bepaalde wijze<br />
van functioneren van de hersenen aan de basis<br />
van (bijvoorbeeld druk of rigide) gedrag op zich,<br />
dit functioneren is niet doorslaggevend voor<br />
de opvatting van het gedrag als <strong>stoornis</strong>. Dat is<br />
het negatieve waardeoordeel, op grond van de<br />
problemen die ontstaan.<br />
<strong>Een</strong> betere vergelijking ¬ al doet die geen<br />
recht aan de complexiteit van de psychiatrie ¬<br />
dan die met hartaanvallen is de vergelijking van<br />
adhd en ass met extreme lengte. Ook daarbij<br />
zijn biologische factoren én maatschappelijke<br />
waarden relevant, de grens tussen normaal<br />
en extreem (kort of lang) is arbitrair, extreme<br />
lengte is tot op zekere hoogte behandelbaar. En<br />
meestal <strong>wordt</strong> dan geen ziekte behandeld, maar<br />
het in biologisch opzicht normale uiteinde van<br />
een continu over de bevolking verdeelde eigenschap.<br />
Ook voor extreme lengte geldt dat er<br />
een legitieme zorgbehoefte kan zijn, al is geen<br />
sprake van ziekte.<br />
Wanneer we gedrag als psychiatrisch<br />
gestoord gedrag benoemen, dan doen we dat<br />
niet op grond van een afwijking in de genen<br />
of hersenen, maar op grond van een waardeoordeel<br />
over dat gedrag. De waarden waar het<br />
hier om gaat, zijn vaak gericht op beheersing<br />
en controle, op aanpassing aan de maatschappelijke<br />
orde. De kenniseconomie stelt zijn eisen.<br />
Deze waarden staan onder invloed van maatschappelijke<br />
ontwikkelingen ¬ wat hier en nu<br />
een mismatch is, hoeft dat niet altijd en overal<br />
te zijn. adhd en ass zijn dus geen ziekte-eenheden<br />
die de natuur heeft gemaakt (ook al spelen<br />
biologische factoren wel een rol bij het gedrag),<br />
117<br />
s & d 7/8 | 2011
van waarde<br />
verheffing<br />
118<br />
Edo Nieweg <strong>Een</strong> <strong>stoornis</strong> <strong>wordt</strong> <strong>steeds</strong> <strong>normaler</strong><br />
maar door historisch-maatschappelijke ontwikkelingen<br />
gevormde concepten. Ze zijn niet<br />
zozeer ontdekt, als wel door de mens gecreëerd.<br />
Het zijn met andere woorden sociale constructen.<br />
De beeldvorming van deze <strong>stoornis</strong>sen als<br />
gewone ziekten maskeert de rol van waarden<br />
in de conceptualisering ervan. Ongemerkt<br />
worden sociale normen ‘vernaturaliseerd’ tot<br />
biologische normen. De indruk ontstaat dat de<br />
psychiatrie zich bezighoudt met de opsporing<br />
en beïnvloeding van in de natuur gegeven, los<br />
van onze ‘bril’ bestaande ziektecategorieën. De<br />
vergelijking van adhd met diabetes suggereert<br />
dat het gaat om een waardevrij, in biologische<br />
termen te beschrijven verschijnsel. Maatschappelijke<br />
discussie over de grenzen (zie het geval<br />
Wouter) lijkt irrelevant, als die grenzen in de<br />
natuur zijn vastgelegd.<br />
nadelen psychiatrische diagnosen<br />
De Canadese filosoof Ian Hacking wijst op de<br />
onderlinge invloeden (looping mechanismen) van<br />
classificatie, geclassificeerde, classificeerder, de<br />
media et cetera. Diagnosen kunnen een aanzuigende<br />
werking hebben, patiënten kunnen hun<br />
gedrag op hun diagnose aanpassen, psychiaters<br />
kunnen de criteria van <strong>stoornis</strong>sen veranderen<br />
(of juist niet) onder druk van belangenverenigingen<br />
of maatschappelijke ontwikkelingen.<br />
Psychiatrische diagnosen zijn dynamische<br />
categorieën (interactive kinds, zoals Hacking zegt),<br />
geen onveranderlijke natuurlijke entiteiten.<br />
De categorisering van probleemwijken als<br />
Vogelaarwijken had niet-bedoelde negatieve<br />
effecten: mensen wilden weg, huizen werden<br />
minder waard, banken wilden geen hypotheken<br />
verstrekken. Na een ongeval houden mensen<br />
langer nekklachten wanneer hun verteld is dat<br />
ze een whiplash hebben, dan wanneer uitgelegd<br />
is dat hun nekspieren een klap hebben gehad.<br />
Ook de benoeming van problemen als psychiatrische<br />
<strong>stoornis</strong>sen is geen neutrale categorisering.<br />
Patiënten zelf en hun omgeving reageren<br />
op de diagnose, er kunnen self-fulfilling prophecies<br />
met negatieve effecten optreden.<br />
Zo laat recent onderzoek zien dat leerkrachten<br />
negatiever oordelen over het gedrag van een<br />
kind wanneer hun verteld is dat het kind adhd<br />
heeft. Als erbij gezegd is dat het kind daar medicatie<br />
voor gebruikt, is de beoordeling wat positiever.<br />
Terwijl volwassenen behoefte kunnen<br />
hebben aan de diagnose adhd als ‘verklaring’<br />
voor de problemen in hun leven, ook zonder<br />
dat ze behandeling nodig vinden, geldt dat naar<br />
mijn indruk voor veel jongeren niet. Zij vinden<br />
een label (dat ook nog eens suggereert dat er<br />
iets mis is in hun hersenen) vaak vervelend en<br />
vrezen stigmatisering.<br />
Ook ouders kunnen moeite hebben met<br />
labeling: onlangs schrok een moeder die ik ken<br />
toen haar zoon, naast zijn al bekende diagnosen,<br />
ook nog de diagnose odd kreeg; in feite ging<br />
het slechts om een naam voor het opstandige en<br />
uitdagende gedrag dat zij maar al te goed kent.<br />
<strong>Een</strong> diagnose kan een probleem zijn bij keuringen<br />
en sollicitaties. <strong>Een</strong> nadeel op de werkvloer<br />
van de ggz is de druk om te diagnosticeren en<br />
medicatie voor te schrijven. ‘Vroeger moesten<br />
we ouders vaak stimuleren om in te stemmen<br />
met medicatie, nu moeten we eerder op de rem<br />
staan’, zei een collega kinder- en jeugdpsychiater<br />
onlangs.<br />
Leraren oordelen negatiever over<br />
het gedrag van een kind wanneer<br />
ze verteld is dat het adhd heeft<br />
Haast onvermijdelijk worden dsm-klassen<br />
gereïficeerd, ‘verdingelijkt’: we gaan ze opvatten<br />
alsof het dingen zijn die, los van ons denken,<br />
in de wereld bestaan. Dat gaat gepaard met<br />
een overschatting van hun belang. We zien<br />
deze reïficatie bijvoorbeeld wanneer opstandig<br />
gedrag <strong>wordt</strong> aangeduid als ‘een odd-kenmerk’<br />
¬ alsof odd een in de wereld bestaand iets is,<br />
dat we via het gedrag van het kind op het spoor<br />
komen. Tegelijk zien we hier hoe denken in<br />
termen van <strong>stoornis</strong>sen iets vervreemdends kan<br />
s & d 7/8 | 2011
Edo Nieweg <strong>Een</strong> <strong>stoornis</strong> <strong>wordt</strong> <strong>steeds</strong> <strong>normaler</strong><br />
hebben. We reïficeren ook wanneer we een label<br />
opvatten als een verklaring. Dat leidt vaak tot<br />
cirkelredeneringen: ‘Waarom is Mark zo druk’<br />
‘Door zijn adhd.’ ‘Hoe weet je dat hij adhd<br />
heeft’ ‘Doordat hij zo druk is’.<br />
Voor de nadelen van een diagnose is in het<br />
huidige klimaat minder aandacht dan voor de<br />
voordelen. De voordelen die dsm-<strong>stoornis</strong>sen<br />
met zich meebrengen berusten veelal op<br />
beeldvorming, op overschatting van hun<br />
betekenis. Op grond daarvan hebben ze een<br />
cruciale positie gekregen in de organisatie van<br />
de gezondheidszorg: ze geven toegang tot zorg<br />
en voorzieningen. Inhoudelijk is daar, zoals<br />
gezegd, weinig grond voor. Behandeling richt<br />
zich in de praktijk op problemen en klachten en<br />
zou dus ook verricht kunnen worden zonder die<br />
eerst te classificeren (een individuele diagnose<br />
is zinvoller, maar <strong>wordt</strong> vaak niet geformuleerd).<br />
Behandeling van pdd-nos bijvoorbeeld<br />
komt meestal neer op behandeling van sociaal<br />
onhandig gedrag dat pdd-nos genoemd is.<br />
De behoefte aan houvast, aan controleerbaarheid<br />
en transparantie in de organisatie van de<br />
ggz is een belangrijke reden voor de plaats die<br />
de dsm-categorieën zijn gaan innemen. Ze zijn<br />
belangrijk omdat we ze belangrijk gemaakt<br />
hebben, hun intrinsieke waarde voor de zorg is<br />
gering. We hebben een ritueel ontwikkeld dat<br />
met ons op de loop is gegaan.<br />
zien wat we willen zien<br />
We zagen dat kinderpsychiatrische <strong>stoornis</strong>sen<br />
¬ op gezag van experts veelal opgevat als de<br />
gedragsmatige uitingen van afwijkingen in het<br />
brein ¬ een vehikel zijn waarmee het beheersings-<br />
en reductionistische denken de waarde<br />
van de complexiteit van opvoeding, ontwikkeling<br />
en geestelijke gezondheid onder druk<br />
zet. Immers, met de benoeming van klachten<br />
en problemen (‘Mark is storend in de klas’) als<br />
psychiatrische <strong>stoornis</strong>sen (‘Mark heeft adhd<br />
of pdd-nos’) transformeren we in één beweging<br />
een complex, meerduidig probleem in<br />
een objectief-wetenschappelijke, isoleerbare,<br />
waardevrije afwijking van Mark, of zelfs: van<br />
Marks brein. Dat geeft houvast en stelt gerust:<br />
deskundigen (er)kennen het probleem, het ligt<br />
niet aan de ouders, de leerkracht, de school of<br />
het onderwijs, er is een behandelrichtlijn, medicatie,<br />
een Rugzakje, zorgstromen en -kosten<br />
kunnen in kaart worden gebracht. De keerzijde<br />
<strong>wordt</strong> vaak over het hoofd gezien: hoe reëel<br />
is dat houvast, wat zijn de nadelen en wat de<br />
alternatieven<br />
We zouden ons moeten realiseren dat<br />
het benoemen van de resultante van onvolmaaktheden<br />
en varianten als psychiatrische<br />
<strong>stoornis</strong> er nog geen ziekte van maakt (al kan<br />
die resultante daarom nog wel tot een reële<br />
zorgbehoefte leiden). We zouden ons er meer<br />
bewust van moeten worden dat we zien wat<br />
we willen zien ¬ de dsm beschrijft niet alleen<br />
verschijnselen, maar creëert ook de bril<br />
waardoor we ernaar kijken. We zouden ons<br />
niet moeten laten verleiden de noties van de<br />
complexiteit, diversiteit en waardebepaaldheid<br />
van opvoeding en ontwikkeling op te geven<br />
voor de eenvoud, zekerheid en objectiviteit<br />
die gesuggereerd worden door psychiatrische<br />
diagnosen.<br />
119<br />
s & d 7/8 | 2011