31.08.2013 Views

7 - Stad Kortrijk

7 - Stad Kortrijk

7 - Stad Kortrijk

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

S T R A T E G I S C H -<br />

O P E R A T I O N E E L<br />

B E L E I D S P L A N<br />

VOOR DE DIRECTIE CULTUUR<br />

“WIE NIET KIEST, WORDT NIET GEKOZEN”<br />

WIM VANSEVEREN, CULTUURINTENDANT


Ik weet niet wat de sleutel naar<br />

het succes is, maar de sleutel<br />

naar de mislukking is proberen<br />

het iedereen naar de zin maken.<br />

(Bill Cosby, Amerikaans humorist)<br />

Intern document – niet bestemd voor externe publicatie. Citaten van eigen teksten toegelaten, mits bronvermelding.


INHOUDSTAFEL<br />

1. Inhoud 2<br />

2. Situering 6<br />

3. Inleiding 8<br />

4. Opdracht intendant 10<br />

5. Strategische onderbouw 12<br />

5.1. SWOT-analyse 12<br />

5.2. Observaties & analyse 12<br />

5.3. Autonomie vs deel stadsorganisatie 21<br />

5.3.1. Autonomie van de kunst 21<br />

5.3.2. Cultuur als stedelijke factor 21<br />

5.4. Welk <strong>Kortrijk</strong>? 23<br />

5.4.1. De pluriculturele stad 23<br />

5.4.2. De participerende stad 25<br />

5.4.3. De aantrekkelijke stad 28<br />

5.4.4. De boeiende stad 31<br />

5.5. Vertaling in plan van aanpak 38<br />

5.5.1. Strategische doelstellingen 38<br />

5.5.2. Operationele doelstellingen 39<br />

5.5.3. Werven 40<br />

6. Strategische keuzes 42<br />

1<br />

6.1. Het ruimtelijke verhaal: vier zones 42<br />

6.2. Het inhoudelijke verhaal: vier speerpunten 45<br />

6.3. Het programmatorische verhaal: less is more 48<br />

6.4. De stad als open invitatie 50<br />

INHOUDSTAFEL<br />

6.5. Partnerships: vitale coalities en convenanten 54 #1<br />

2


#1 INHOUDSTAFEL<br />

3<br />

1<br />

6.6. Slotbedenkingen 55<br />

7. De vier speerpunten 58<br />

7.1. Vlasmuseum 58<br />

7.1.1. Historiek 58<br />

7.1.2. Sterke terugval bezoekerscijfers 59<br />

7.1.3. Kritische rapporten 60<br />

7.1.4. Verbouwing? 62<br />

7.1.5. Een nieuwe locatie 63<br />

7.1.6. Integratie in stadsweefsel 63<br />

7.1.7. Het nieuwe museum 68<br />

7.1.8. Missie nieuwe Vlasmuseum 70<br />

7.1.9. 70<br />

7.2. Buda 72<br />

7.2.1. Budascoop&Budatoren 73<br />

7.2.2. Broelmuseum en Cel Tentoonstellingen 74<br />

7.2.3. Budafabriek 83<br />

7.2.4. <strong>Kortrijk</strong> 1302 95<br />

7.3. Bibliotheek 98<br />

7.3.1. Historiek 98<br />

7.3.2. Analyse werking 98<br />

7.3.3. Nieuwe bibliotheek 119<br />

7.3.4. Lokaal erfgoed 128<br />

7.3.5. Missie Bibliotheek 141<br />

7.4. Cultuurcentrum 143<br />

7.4.1. Historiek 143<br />

7.4.2. Perceptie 144<br />

7.4.3. Cijferanalyse 145<br />

7.4.4. Toekomstige werking 157<br />

7.4.5. Masterplan 168<br />

7.4.6. Identiteit, branding en missie 171<br />

8. Participatie & samenwerking 174<br />

8.1. Interne samenwerking 174<br />

8.1.1. Schepen van cultuur – ambtenaar 174<br />

8.1.2. Voorzitterschappen 174<br />

8.1.3. <strong>Stad</strong>sdiensten onderling 175


8.2. Doelgroepenwerking 176<br />

8.3. Kunstenoverleg 180<br />

8.4. Stedelijke Cultuurraad Socio-cultureel werk&Verenigingsplatform 184<br />

8.5. Eurometropool 186<br />

9. Cultuurcommunicatie 188<br />

9.1. Communicatie algemeen 189<br />

9.2. Cultuurcommunicatie 192<br />

9.2.1. Algemeen 192<br />

9.2.2. <strong>Kortrijk</strong> 194<br />

9.3. Interne communicatie 197<br />

10. Algemene conclusies & aanbevelingen 198<br />

10.1. Samenvatting 198<br />

10.2. Belangrijkste actiepunten 204<br />

B. Bijlagen 210<br />

A. Addendum 232<br />

T. Tekstbronnen 238<br />

O. Oprechte dank 240<br />

1<br />

#1 INHOUDSTAFEL<br />

4


SITUERING<br />

2<br />

Dit rapport is het eerste deel van het eindrapport van de cultuurintendant. Het bevat het<br />

inhoudelijke deel van het strategisch-operationeel beleidsplan op middellange termijn<br />

voor de directie cultuur in <strong>Kortrijk</strong>. De studie concentreert zich op de stad in het algemeen<br />

en het centrum in het bijzonder<br />

De voorstellen en keuzes die u daarin vindt, gebeuren in principe binnen de courante<br />

enveloppe van personeel, infrastructuur en middelen. Het gaat dus niét om totaal nieuwe<br />

initiatieven maar om nieuwe accenten, betere organisatie, meer effi ciëntie en effectiviteit.<br />

Wél zijn bepaalde investeringen nodig om meer effi ciëntie & effectiviteit te kunnen<br />

realiseren, bvb. in IT, maar dat past eigenlijk in het gangbare management van een<br />

stad.<br />

Deel II volgt in het najaar van 2012 en zal gaan over de implementatie van dit beleidsplan,<br />

vooral dan op het vlak van organisatie, fi nanciën en personeel.<br />

#2 SITUERING<br />

6


INLEIDING<br />

Een oude volksspreuk zegt: ‘kiezen is verliezen’.<br />

3<br />

Maar is dat zo? Ikzelf heb twee jaar geleden de keuze gemaakt om me kandidaat te stellen<br />

voor de -tijdelijke- functie van intendant cultuur van de stad <strong>Kortrijk</strong>.<br />

De stad was me niet geheel onbekend, ondermeer omdat ik er mijn kandidaturen volgde<br />

en ook vanwege familiale omstandigheden. Ik had er nog net de bloei meegemaakt,<br />

als gevolg van het toonaangevende idee uit 1962 om verkeersvrije straten te creëren en<br />

de pijnlijke terugval in latere decennia had me niet onberoerd gelaten.<br />

De stad die ik na al die jaren terugvond, heb ik ervaren als boeiend, met een aantrekkelijke<br />

dynamiek en een stilaan herwonnen zelfvertrouwen. Gezaag? Natuurlijk, maar<br />

ik irriteer me alleen aan defaitisme. Meningsverschillen? Gelukkig wel. Als iedereen<br />

hetzelfde denkt, is er te weinig nagedacht. En verder bleek er over de partijgrenzen heen<br />

een openheid en een zekere tolerantie te leven die me, na twintig Brusselse jaren, allerminst<br />

als provincialistisch over kwam.<br />

Ook in de opdracht die voorlag stak een innovatie die ik elders nog niet meegemaakt<br />

had: het tijdelijk aantrekken van iemand om een visie op cultuur te ontwikkelen en te<br />

implementeren. Uit gesprekken bleek bovendien dat, binnen de afgesproken krijtlijnen<br />

en opdracht, een ruime autonomie mijn deel zou zijn – een afspraak die tot nog toe<br />

correct nagekomen is. Precies het tijdelijke karakter van de functie gaf me bijkomende<br />

ongebondenheid: ik hoefde nergens het voorbehoud te vrezen dat mijn adviezen en<br />

standpunten zouden beschouwd worden als creaties ‘pro domo’.<br />

Het was al snel duidelijk dat mijn rapport er zou komen in een zeer ‘beweeglijk’ tijdsgewricht.<br />

Er was, ten eerste, een nieuw organogram in aantocht, waarbij de directie<br />

cultuur fi naal opgaat in een veel ruimere directie ‘mens’. Ook op Vlaams niveau stonden<br />

ingrijpende veranderingen te wachten. Het zgn. Planlastdecreet zal ondermeer het<br />

Decreet Lokaal Cultuurbeleid vrij grondig veranderen. En ten derde, niet in het minst,<br />

loopt de legislatuur naar haar einde en komen er Gemeenteraadsverkiezingen aan.<br />

Op zich hoeft deze onstabiele omgeving geen probleem te zijn. Enkel wie in zijn professionele<br />

sector de jongste jaren niets zag veranderen, moet zich grote zorgen te maken:<br />

stabiliteit is vaak beweging die je nog niet ziet. Ik heb dan ook trachten rekening<br />

te houden met veranderingen die er aan kwamen en hoop dat deze nota aanleiding mag<br />

zijn voor gedachtewisseling en keuzes bij de partijen die aan de lokale verkiezingen zullen<br />

deelnemen.<br />

#3 INLEIDING<br />

8


#3 INLEIDING<br />

9<br />

3<br />

Niet kiezen bestaat niet. Zelfs als je besluit om geen beslissing te nemen, kies je toch,<br />

nl. om niet te kiezen. Niet kiezen is overigens niet effi ciënt. Dat hebben de uitvinders<br />

van de roulette goed begrepen. Als je telkens evenveel inzet op rood als op zwart,<br />

evenveel op even als op oneven, eindig je zelden met winst en theoretisch zelfs gegarandeerd<br />

verlies.<br />

Beleidsvoering heeft uiteraard nièts te maken met roulette, maar alles met identiteit,<br />

inzicht, visie en van daar uit keuzes maken – soms l’art du possible- maar keuzes.<br />

Kiezen is winnen.<br />

Wim Vanseveren<br />

Intendant cultuur stad <strong>Kortrijk</strong>


OPDRACHT<br />

INTENDANT<br />

In de offerte ‘Cultuurintendant’, die najaar 2009 gepubliceerd werd, stond volgende<br />

opdrachtomschrijving:<br />

4<br />

De intendant:<br />

• Detecteert de strategische oriëntaties (korte en lange termijn) voor het cultuuren<br />

kunstenbeleid van de stad <strong>Kortrijk</strong> uit de vele (deel)visies en beleidsplannen<br />

die er dienaangaande intern en extern leven.<br />

• Hij kadert deze in de overkoepelende beleidsambitie om van <strong>Kortrijk</strong> een<br />

jonge, dynamische woonstad te maken.<br />

• Hij vertaalt dit in een visietekst die aangeeft welke de verschillende ambitieniveaus<br />

zijn die voor de respectievelijke facetten worden nagestreefd.<br />

• Hij staat in voor de implementatie van deze geïntegreerde visie op het cultuuren<br />

kunstenbeleid. Daartoe aligneert hij de initiatieven van de diverse kunstenactoren<br />

op deze strategische oriëntatie, met respect voor hun specifi eke profi el<br />

en behoeften.<br />

• Hij staat, in ondergeschikte orde, in voor de nodige netwerking met het oog<br />

op het bekomen van het nodige draagvlak voor deze visie op andere beleidsniveaus<br />

in functie van mogelijke bijkomende fi nanciering.<br />

Daartoe krijgt de intendant volgende bevoegdheden en verantwoordelijkheden:<br />

• Hij staat, in overleg met de bevoegde schepen en met de interne sectoren,<br />

in voor het uitzetten van ijkpunten zowel wat de beleidsaccenten als wat de<br />

verdeling van de bestaande middelen betreft voor het cultuurbeleid van de stad<br />

<strong>Kortrijk</strong>. Bijkomende middelen maken het voorwerp uit van een collegebeslissing.<br />

• Hij staat in voor het doorvertalen van de visie via samenwerkingsovereenkomsten<br />

en beleidsnota’s naar de interne en externe partners en sectoren toe.<br />

• Hij geeft, in het verlengde van deze algemene visie, gestalte aan een visie en<br />

implementatie op het Buda-kunsteneiland via het autonome gemeentebedrijf.<br />

Het dagelijkse beheer en de dagelijkse leiding van de stadsdiensten berust bij de respectievelijke<br />

eindverantwoordelijken. Zij staan ook in voor de implementatie van de door<br />

de intendant voorgestelde en door het college goedgekeurde initiatieven. Deze implementatie<br />

gebeurt onder algemene leiding van de stadssecretaris.<br />

#4 OPDRACHT INTENDANT<br />

10


#4 OPDRACHT INTENDANT<br />

11<br />

4<br />

Bij deze opdracht werkt de intendant zeer nauw samen met de andere betrokken stadsdirecties.<br />

Deze directies engageren zich op hun beurt om de intendant steeds te betrekken<br />

in hun plannen wat de interne partners betreft en deze plannen af te stemmen op de<br />

bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de intendant.<br />

Hij rapporteert op geregelde tijdstippen en minstens om de 6 maanden over de vooruitgang<br />

van zijn opdracht aan het college. De rapportering gebeurt op basis van het door<br />

het college vastgestelde plan van aanpak waarin de criteria en de mijlpalen zijn vermeld.<br />

Bij negatieve evaluatie kan de opdracht vroegtijdig worden stopgezet.<br />

Bij aanvang heb ik deze opdracht vertaald in 5 strategische doelstellingen, die goedgekeurd<br />

werden door CBS van 3 februari 2010. Deze strategische doelstellingen werden<br />

geconcretiseerd in een aantal operationele doelstellingen, wat op zijn beurt leidde tot<br />

28 ‘werven’. Dit alles wordt nader toegelicht in punt 5.5.<br />

Een veertigtal interviews met zeer uiteenlopende gesprekspartners, tal van informele<br />

gesprekken, lectuur en verdere deskresearch waren daarbij bron van refl ectie en inspiratie.<br />

Ook geregelde integratie in specifi eke projecten, deelname aan vergaderingen en<br />

aanwezigheid bij culturele manifestaties gaven bijkomende inzichten en denkstof.<br />

Ik dank oprecht iedereen die me op die manier geholpen heeft bij de totstandkoming<br />

van deze nota. Ik heb mijn -soms erg kritische- gesprekspartners altijd gevraagd om<br />

openhartig te zijn en hen daarbij anonimiteit beloofd. Om die reden zijn hun citaten<br />

anoniem of ingewerkt in de tekst.


STRATEGISCHE<br />

ONDERBOUW<br />

1. SWOT-ANALYSE<br />

5<br />

Bij het bestek ‘cultuurintendant’(najaar 2009) stak een SWOT-analyse, die u in bijlage<br />

vindt (bijlage 1).<br />

Uit een eerste toets bleek alvast dat dit een valabel werkstuk was, waarvan de belangrijkste<br />

conclusies nog altijd stand hielden. Het leek me dan ook weinig zinvol om deze<br />

oefening dunnetjes over te doen, maar in punt 5.2. voeg ik er een aantal eigen observaties<br />

aan toe, en een eerste analyse.<br />

2. OBSERVATIE & ANALYSE<br />

Aansluitend en soms aanvullend bij deze SWOT-analyse, brachten gesprekken en research<br />

me tot volgende bevindingen:<br />

Negatief:<br />

• <strong>Kortrijk</strong> spendeert ca. 9,2 % van zijn gewone uitgaven (rekening 2010)<br />

aan cultuur. Er is geen hechte basis om objectief te benchmarken, maar<br />

de meeste indicaties geven aan dat <strong>Kortrijk</strong> daarmee in het koppeloton<br />

zit voor Vlaanderen. Wellicht heeft geen enkele stad in Vlaanderen<br />

verhoudingsgewijs meer (ook decentrale) culturele infrastructuur. Toch<br />

is er vaak te weinig geld voor de courante werking. De oorzaak daarvan<br />

is ondermeer het veelvoud van gebouwen en initiatieven, die telkens<br />

opnieuw gelanceerd worden en waarvoor na de lancering vaak te benepen<br />

gebudgetteerd wordt om echt betekenisvol of toonaangevend te<br />

kunnen zijn. <strong>Kortrijk</strong> zet voortdurend kinderen op de wereld die het niet<br />

kan voeden. Bovendien zijn de retributies doorgaans laag, waardoor de<br />

inkomsten verhoudingsgewijs beperkt zijn.<br />

• Het voordeel daarvan is evenwel de aanwezigheid van een vrij volledig<br />

cultureel aanbod: bibliotheken en culturele infrastructuur (allebei sterk<br />

gedecentraliseerd bovendien), musea, erfgoedwerking, een tentoonstellingscel,<br />

socio-cultureel werk, steun aan het verenigingsleven en<br />

het privé-initiatief (zowel semi-professionelen als professionelen),een<br />

cultuurcentrum van niveau A, gebiedswerking (die in de deelgebieden<br />

ondermeer instaat voor cultuur), eigen evenementen en aanzienlijke<br />

materiële ondersteuning van evenementen vanuit het verenigingsleven,…<br />

<strong>Kortrijk</strong> is zelfs één van de vijf Vlaamse steden waar een arthouse-cinema<br />

voorhanden is en één van de drie Vlaamse steden waar dat met<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

12


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

13<br />

5<br />

overheidssubsidie gebeurt (i.c. via KC Buda). Het gevolg is evenwel ook<br />

een gebrek aan focus en identiteit in de werking van de directie cultuur.<br />

We leven in een tijdsgewricht van overproductie. Iedereen wil zich<br />

met zijn veel te ruime aanbod in de veel te kleine etalage wurmen. Wie<br />

zelf geen keuzes maakt en de waan wil verkopen dat hij alles aanbiedt<br />

en overal goed in is, positioneert zich vooral als een matte generalist, die<br />

weliswaar omvattend maar ook weinig onderscheidend op de markt is.<br />

<strong>Kortrijk</strong> schiet te veel op alles wat beweegt.<br />

• Dit alles wordt nog versterkt door soms sterk versnipperde budgetten.<br />

Ik stelde vast dat één stedelijke manifestatie tot vijf à zes verschillende<br />

fi nanciers kon hebben, zij het allemaal van stedelijke origine (direct of<br />

indirect): directie cultuur, budget cultuurbeleidscoördinator, projectenpot,<br />

budget dienst Communicatie, vzw Fik, steun vanuit ‘imago’, enz… De<br />

eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit doorgaans zonder veel discussie verloopt,<br />

maar het nadeel is alvast dat er soms een soort intern wheelen &<br />

dealen mee gepaard gaat, wat contraproductief is. En vooral: je weet niet<br />

op voorhand wat je fi nale budget is. Bovendien bemoeilijkt zulk een gebrek<br />

aan transparantie de beleidsvoering. Zo kwam ik voor een bepaald<br />

evenement tot de bevinding dat de integrale kost voor de stad (personeelskosten<br />

buiten beschouwing gelaten) uiteindelijk het dubbel was dan<br />

het bedrag dat je bij een snelle scan als budget zou aannemen. Hierachter<br />

zat overigens eerder gewoontevorming dan bewust mist spuiten, maar<br />

het staat haaks op een beleid waarin je de waarde van je evenementen wil<br />

oplijsten en dat vervolgens uitdrukt in integrale budgetten.<br />

• De interne organisatie is weinig hecht en ook hier doemt een beeld op<br />

van versnippering. Er zijn veel aparte structuren: stedelijke diensten,<br />

AGB’s, vzw’s, al of niet formele adviesorganen. Werknemers willen<br />

weten: a) wie is mijn baas; b) wat is mijn taak in de organisatie. Dat is<br />

voor een aantal personeelsleden van cultuur niet helder. Het resultaat is<br />

niettemin redelijk performant, maar ongetwijfeld is er veel energieverlies<br />

en kan met dezelfde mensen en middelen een slagkrachtiger organisatie<br />

gerealiseerd worden.<br />

• Het spreekt vanzelf dat het gebrek aan interne organisatie ook weegt<br />

op de interne communicatie. Inmiddels is een ad hoc-optimalisering<br />

ingezet, wat tot op zekere hoogte rendeert. Een oplossing ten gronde zal<br />

uitgewerkt worden bij de implementatie van het nieuwe organogram in<br />

het ruimere kader van een directie ‘mens’.


5<br />

• Het is ook in het kader van die nieuwe directie ‘mens’ dat de werking<br />

van de externe communicatie gestroomlijnd moet worden. Ook hier<br />

is al een verbeteringstraject ingezet, maar de eerste bevindingen waren<br />

zeer negatief: gebrek aan aansturing, schaarse vernieuwing (en dat in een<br />

sector waar de hele online-communicatie bijzonder hard gaat), weinig<br />

werkbare afspraken, scepsis en ontgoocheling zowel aan de basis als bij<br />

het middenkader, zowel bij de ontvanger als bij de uitvoerder.<br />

• De regionale cultuurwerking overstijgt de opdracht van de intendant, die<br />

in principe puur lokaal is. Toch is, zeker voor <strong>Kortrijk</strong> als grootste stad<br />

van de 13 partners, meer synergie niet alleen mogelijk maar vooral ook<br />

wenselijk. Zo stopt Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong> toch het merendeel<br />

van zijn tijd en middelen in cultuurcommunicatie en laat dat nu net een<br />

sector zijn waarin de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> zelf beduidend eigentijdser en performanter<br />

voor de dag zou moeten komen. Afspraken dringen zich dan ook<br />

op inzake synergie op het vlak van digitale informatiegaring en verdeling<br />

van middelen tussen print en online.<br />

• Ondanks merkbare goede wil en behoorlijk wat inzet, zijn een aantal<br />

competenties niet voldoende aanwezig. Zo is er in de bibliotheek, een<br />

duidelijk tekort aan A/B-functies. Zonder afbreuk te doen aan de waarde<br />

van verworven competenties, is dat toch verontrustend weinig in een sector<br />

waar de snelle automatisering van de informatie steeds hogere eisen<br />

stelt.<br />

• De schemerzone die gaandeweg gegroeid was tussen CK en gebiedswerking<br />

is inmiddels via een aantal afspraken geoptimaliseerd. Nu het<br />

Planlastdecreet er voor zal zorgen dat de inputnormen verdwijnen, ondermeer<br />

op het vlak van personeel, zijn er geen dwingende redenen meer<br />

van subsidiaire aard en kunnen heldere afspraken gemaakt worden inzake<br />

eigen missie, taakverdeling en constructieve samenwerking.<br />

• <strong>Kortrijk</strong> heeft een rijk patrimonium, zowel inzake culturele infrastructuur<br />

als inzake erfgoed. Er is evenwel te weinig synergie & integratie. Zo ontbreekt<br />

een centraal overzicht annex een boekingsmodule van die culturele<br />

infrastructuur; een effi ciënt maar publieksvriendelijk management<br />

van de <strong>Kortrijk</strong>se culturele infrastructuur dringt zich dan ook op.<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

14


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

15<br />

5<br />

• De <strong>Kortrijk</strong>se musea hebben alle drie ernstige problemen: 1302 is niet<br />

erkend (en zal dat ook niet worden), het Vlasmuseum zag zijn bezoekersaantal<br />

dalen in een verhouding 6 tot 1 en het Broelmuseum, hoewel fraai<br />

ogend, mist een USP.<br />

• Er zijn weinig publieksevenementen/tentoonstellingen met Vlaamse<br />

relevantie (behalve Interieur). Door gebrek aan synergie tussen <strong>Kortrijk</strong><br />

Xpo en het verderaf gelegen centrum wordt de opportuniteit van bezoekers<br />

van buiten de stads- of landsgrenzen nog te weinig benut, al is op<br />

dat vlak een positieve beweging ingezet.<br />

• Er zijn nogal wat inspraak- en overlegorganen, maar hun samenstelling<br />

is vaak verouderd en bijgevolg te weinig representatief voor de<br />

actuele bevolking. Ook is hun werking op een aantal punten te weinig<br />

aangepast aan de manier waarop jonge mensen hun inspraak organiseren<br />

(namelijk: via sociale media en andere online-mogelijkheden). Dit is<br />

overigens geen typisch <strong>Kortrijk</strong>s fenomeen, maar een algemeen Vlaams.<br />

Bovendien is het besef en de goede wil bij een aantal verantwoordelijken<br />

wel aanwezig, maar ontbreekt een alternatief.<br />

• De <strong>Stad</strong>smonitor (2008) signaleerde als aantal minpunten ondermeer een<br />

discrepantie tussen het aanbod (positief) en de participatie daaraan<br />

(voor verbetering vatbaar). In de <strong>Stad</strong>smonitor van 2011 frappeert op dit<br />

vlak vooral de daling van 3% inzake tevredenheid over het culturele<br />

aanbod, en dat in een stijgende omgeving. <strong>Kortrijk</strong> zit wel nog 2 punt<br />

boven het gemiddelde.<br />

• Inzake tevredenheid over aanbod van restaurants en eetcafé’s (10e<br />

plaats) en uitgaansmogelijkheden (11e plaats) zat <strong>Kortrijk</strong> in 2008 in<br />

de staart van de groep. Als laterale factor is dit voor de cultuurbeleving<br />

belangrijk. Hier is gelukkig een mooie opleving van de tevredenheid<br />

merkbaar: qua horeca een stijging van liefst zes punt, tot een 6e plaats<br />

(maar wel nog net onder het gemiddelde). En een spectaculaire remonte<br />

inzake shopping: van 74,4 naar 90,7; meteen ook van de laatste plaats in<br />

2008 naar de 4e in 2011!<br />

Verder viel in 2008 een algemeen gebrek aan fi erheid & uitstraling op,<br />

waarbij <strong>Kortrijk</strong> slechts 11e stond op 13 centrumsteden. Dit overstijgt<br />

uiteraard ‘cultuur’, maar we moeten ons ook niet voorhouden dat cultuur<br />

er niets mee te maken heeft. Eigenlijk sluit dit nauw aan bij het eerder<br />

vermelde gebrek aan onderscheidingskracht van het globale culturele


5<br />

pakket. Inmiddels geeft de <strong>Stad</strong>smonitor van 2011 een stijging aan van<br />

ca. 5 punt tot 65,6. Dat is wel nog ruim 3 punt onder de benchmark, maar<br />

<strong>Kortrijk</strong> is inmiddels wel 7e in de ranking.<br />

Positief:<br />

• Het momentum is goed. Het “Nieuwe <strong>Kortrijk</strong>” raakt stilaan voltooid<br />

(Leieomgeving en -bruggen, Groeningeziekenhuis, K) en er staan boeiende<br />

projecten op stapel (bvb. Overleie). Je voelt dat de stad in een opwaartse<br />

trend zit en cultuurbeleving is een uitstekend middel (maar ook<br />

doel) in heel deze dynamiek.<br />

• Zowel in de privé-sector als bij de stadsdiensten is in cultuur een generatie<br />

van beloftevolle leidinggevenden gegroeid, die de komende jaren de<br />

visie en dynamiek kunnen uitbouwen.<br />

• Er is een ruim patrimonium, dat goed benut wordt door de bevolking.<br />

Wellicht heeft geen enkele Vlaamse stad een dermate uitgewerkt aanbod<br />

van gedecentraliseerde culturele infrastructuur, zowel qua buurthuizen en<br />

OC’s als van buurtbibliotheken.<br />

• Er is een bloeiend verenigingsleven, dat sterk door de stad ondersteund<br />

wordt. Dat rendeert, zo blijkt uit de stadsmonitor, want <strong>Kortrijk</strong> bezet de<br />

4e (zowel 2008 als 2011) plaats voor participatie in het verenigingsleven<br />

en de 3e (2008) en de 5e (2011) qua aantal amateurgezelschappen per<br />

10.000 inwoners.<br />

• Uit onderzoek blijkt dat <strong>Kortrijk</strong> een zekere erfgoedreputatie heeft –<br />

wellicht een imago dat mee te danken is aan de Gulden Sporen-reminiscentie.<br />

Er is inderdaad een wat onderschat historisch patrimonium, dat<br />

nood heeft aan een geïntegreerde aanpak. Zo ontbreekt een historisch<br />

circuit dat dit onroerend erfgoed inbedt in de natuurlijke fl ow van een<br />

stadsbezoek.<br />

• Eén van de zaken die me blijft frapperen is het feit dat <strong>Kortrijk</strong> doorheen<br />

zijn geschiedenis, maar ook nog vandaag, zoveel grote namen heeft die<br />

er geboren zijn, studeerden, wonen en werken (bijlage 2). Het zijn er veel<br />

meer dan je zou denken, maar helaas gebeurt daar relatief weinig mee –<br />

ook met de diverse topverzamelaars van kunst. Overigens heeft<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

16


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

17<br />

5<br />

een aantal van hen een wat getroubleerde relatie met de stad. Denk maar<br />

aan literatoren als Claus, Conscience, Gezelle, Streuvels, Gruwez,… Er<br />

is ook gestart met het benoemen van een lijst van “ambassadeurs van<br />

<strong>Kortrijk</strong>” (bv Pierre Mauroy, Bernardo Secchi, ..), maar hier is evnmin<br />

opvolging.<br />

Iemand vatte de pro en contra’s gevat samen: “Het gerecht is er, maar de saus ontbreekt”.<br />

Toch ligt aan veel van de opgesomde punten een systematiek ten grondslag die uiteenlopende<br />

analyses over diverse sectoren tot dezelfde conclusie doet komen: <strong>Kortrijk</strong><br />

maakt te weinig keuzes die echt onderscheidend zijn.<br />

Het boek ‘Cultuurparticipatie in Vlaanderen’ maakt een verschil tussen een cultureel<br />

centrum en een cultuurcentrum (p. 193) 1 . Een cultureel centrum heeft “een sociaal-culturele<br />

gemeenschapsvormende rol”; een cultuurcentrum daarentegen heeft als taak ”het<br />

garanderen van het klassieke cultuuraanbod”. Toegepast op de <strong>Kortrijk</strong>se infrastructuur<br />

kun je zeggen dat CK met zijn generalistisch podiumaanbod een cultuurcentrum is,<br />

terwijl we infrastructuur als de OC’s en zeker de buurthuizen veeleer cultureel centrum<br />

kunnen noemen, met in eerste instantie een sociaal-culturele gemeenschapsvormende<br />

rol.<br />

Een en ander heeft te maken met uiteenlopende, maar op zich valabele visies op cultuur.<br />

In een interview drukte iemand het als volgt uit: “<strong>Kortrijk</strong> heeft de jongste decennia<br />

voortdurend gezwalpt tussen twee basiskeuzes: enerzijds ‘geef de burger waar hij recht<br />

op heeft’ en anderzijds een ambitieuzer visie om <strong>Kortrijk</strong> ook buiten de stadsgrenzen<br />

cultureel op de kaart zetten. Het evenwicht - laat staan: de eenheid- tussen centrum en<br />

deelgemeenten werd daarbij nooit echt gerealiseerd. Men oefent zijn hobbies uit zonder<br />

masterplan. Dit moet maar eens ophouden. Indien je nota niét gedragen wordt door die<br />

overtuiging, zal men in hetzelfde bedje ziek blijven.”<br />

Grosso modo kun je inderdaad stellen dat cultuur in <strong>Kortrijk</strong> sinds de fusies volgens<br />

deze twee beleidsopties is uitgebouwd, met nog een beperkte derde variant daar tussenin,<br />

die eerder aansluit bij de eerste optie:<br />

1 Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 193


5<br />

1. Gedecentraliseerde uitbouw van culturele infrastructuur, met het oog op gemeenschapsvorming<br />

& cultuurspreiding. Deze visie zet in eerste instantie in<br />

op cultuuraanbod en -infrastructuur voor de eigen bevolking.<br />

1(bis). het brengen van een populair aanbod, met het oog op een warme,<br />

levendige maar ook breed toegankelijke stad.<br />

2. De bevordering van culturele competentie en de verdieping, vergroting en<br />

vernieuwing van cultuurparticipatie. Deze visie is sterk kunst georiënteerd en<br />

ambieert zichtbaarheid en aantrekkingskracht van <strong>Kortrijk</strong> tot buiten de<br />

stadsgrenzen.<br />

Deze beleidsvisies vallen ook cultuurhistorisch te duiden: “Het Vlaamse cultuurbeleid<br />

heeft in de eerste helft van het voorbije decennium een ingrijpende transformatie<br />

doorgemaakt. De beleidsperiode 1999-2004 wordt immers gekenmerkt door een breuk<br />

met het verleden. Terwijl er in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw vooral<br />

aandacht is voor cultuurspreiding, i.e. de realisatie van infrastructuur en culturele basisvoorzieningen,<br />

verschuift eind jaren tachtig de focus naar de autonome ontwikkeling<br />

van de kunsten” 2 . Er ontstaan regelgevingen die niet steeds op elkaar afgestemd zijn:<br />

een Podiumkunstendecreet, een Museumdecreet, een Muziekdecreet. Cultuurminister<br />

Bert Anciaux stelt zich bij zijn aantreden in 1999 tot doel om de samenhang van het<br />

cultuurbeleid te versterken via een geïntegreerd cultuurbeleid. Er komen drie overkoepelende<br />

decreten voor Lokaal Cultuurbeleid (2001), Kunsten (2004) en Erfgoed (2004).<br />

In zijn tweede legislatuur werkt Anciaux het Participatiedecreet uit (2006). “Het ondersteunt<br />

maatregelen die participatie aan cultuur, jeugdwerk en sport bevorderen, met<br />

aandacht voor bepaalde kansengroepen. (…) Het uitgangspunt voor deze sterke focus<br />

op culturele competentie en participatie is het idee dat wie meer cultuur bezit, meer<br />

kans heeft op een autonoom bestaan, meer in staat is om reële keuzes te maken in het<br />

leven. Culturele competentie zou immers leiden tot een grotere persoonlijke keuzevrijheid”<br />

3 .<br />

In <strong>Kortrijk</strong> voltrok zich een gelijkaardige ontwikkeling. Men heeft getracht onder de<br />

noemers CK* en OC het begrip ‘cultuurcentrum’ en ‘cultureel centrum’ in één structuur<br />

in te bedden. Dat was op zich geen onverstandige beslissing, temeer omdat het decreet<br />

Lokaal Cultuurbeleid daarvoor incentives voorzag. In de praktijk bleek dat beide - op<br />

zich valabele- concepten meer en meer uit elkaar groeiden, wat wel vaker het geval is<br />

als je een andere missie en fi naliteit hebt.<br />

2 Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 219<br />

3 Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 220<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

18


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

19<br />

5<br />

Ook op lokaal vlak is er dus niet echt een geïntegreerd cultuurbeleid gerealiseerd,<br />

ondanks de goede wil en de inspanningen. Daarnaast is gaandeweg ook meer aandacht<br />

ontstaan voor een kunstenbeleid, waarbij het rapport ‘Buda-eiland als kunstartistiek<br />

nest?’ 4 van Rudi Laermans een belangrijke rol gespeeld heeft. In de pagina’s 62 tot 66<br />

schetst hij 5 randvoorwaarden met het oog op de realisatie:<br />

• Kernpubliek<br />

• Aantrekkelijke productiefaciliteiten<br />

• Structurele fi nanciering<br />

• Effectief consortium<br />

• Sterke eiland-coördinator<br />

Ook hiervoor zijn middelen en mensen nodig en bij voorkeur ook een integratie in het<br />

totale cultuurbeleid.<br />

Inmiddels is de gordel van culturele infrastructuur rond <strong>Kortrijk</strong> ongeveer volledig uitgebouwd.<br />

Ook in het centrum is intussen een all-round aanbod aanwezig, ook op infrastructureel<br />

vlak en met de Budafabriek als sluitstuk – in die zin dat daarmee hét ontbrekende<br />

hiaat ingevuld wordt, namelijk een grote, polyvalente tentoonstellingsruimte. Ik<br />

haast me verder om te beklemtonen dat ik de plannen voor een toekomstgerichte bibliotheek,<br />

geïntegreerd in de Stationsomgeving, absoluut belangrijk vind, al is dat voor een<br />

volgende legislatuur. Verder ga ik tot bewijs van het tegendeel er van uit dat de - inderdaad<br />

reële - nood aan een soort ‘OC-in-<strong>Kortrijk</strong>-Centrum’ in eerste instantie moet bekeken<br />

worden via een effi ciënt beheer van de bestaande en toekomstige infrastructuur.<br />

Kortom, binnen de gemaakte kanttekeningen kun je stellen dat de <strong>Kortrijk</strong>se culturele<br />

infrastructuur voltrokken is, al zullen renovaties en aanpassingen, maar ook rationaliseringen,<br />

zich opdringen in de loop ter tijden. Er zijn mij overigens geen Vlaamse steden<br />

bekend die verhoudingsgewijs een dermate uitgebreid en gewaardeerd cultureel patrimonium<br />

hebben.<br />

So far, so good. Ook voor <strong>Kortrijk</strong> geldt echter dat elke euro maar één keer kan uitgegeven<br />

worden. Wat inmiddels met succes in de breedte uitgebouwd is, heeft groei in<br />

de hoogte belet.<br />

Maar moet dat? Je kunt deze vraag maar beantwoorden door er twee andere te stellen.<br />

Welke rol heeft cultuur in een stad als <strong>Kortrijk</strong>? En welk <strong>Kortrijk</strong> wil men? In de volgende<br />

bladzijden trachten we een antwoord te formuleren.<br />

4 Laermans,R. (2003), Buda-eiland als kunstartistiek nest?, <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>


• Meer middelen vrijmaken voor de courante werking door effi ciëntere<br />

werking en prioritering<br />

• Optimalisering interne organisatie<br />

• Optimalisering interne communicatie<br />

• Optimalisering externe communicatie<br />

• Meer synergie tussen Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong> en culturele dienst<br />

<strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> (vooral op het vlak van communicatie & promotie)<br />

• Competentiebeleid op het vlak van personeel<br />

• Duidelijke en effi ciënte taakverdeling tussen CK en gebiedswerking ,<br />

mede in het licht van het nieuwe decreet Lokaal Cultuurbeleid.<br />

• Investering in aangepast gebouw voor vernieuwde bibliotheekwerking<br />

• Effi ciënt maar publieksvriendelijk management van de <strong>Kortrijk</strong>se culturele<br />

infrastructuur dringt zich dan ook op.<br />

• Grondig vernieuwd museumbeleid<br />

• Nieuw beleid voor tentoonstellingen en evenementen, met het oog op grotere<br />

zichtbaarheid.<br />

• Vernieuwing en verjonging culturele beleidsparticipatie<br />

• Win-wins uitwerken met horeca<br />

• Erfgoed circuit in de stad uitwerken<br />

• ‘Grote namen’ van <strong>Kortrijk</strong> beter benutten<br />

5<br />

#STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

20


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

21<br />

5<br />

3. AUTONOMIE VERSUS DEEL STADSORGANISATIE<br />

3.1.Autonomie van de kunst<br />

Doorgaans wordt kunst in onze contreien als autonoom beschouwd. Het is allerminst<br />

haar taak om ‘functioneel’ te zijn, zo vond al Oscar Wilde 120 jaar geleden. Met het<br />

bekende “All art is quite useless” beëindigde hij het voorwoord van The picture of<br />

Dorian Gray 5 . Ook Gerrit Komrij waarschuwt voor de ongebondenheid van kunst: “<br />

Wie zekerheid zoekt moet zich niet tot de kunst wenden. Wie zekerheden wil propageren<br />

hoort de kunst als een beroerd medium te beschouwen. De kunst schept afstand,<br />

kent buffers, geeft lucht. Kunst mag geen propaganda brengen, op de propaganda<br />

voor haar eigen onafhankelijkheid na. Ze leert ons het meest door ons niet te beleren.<br />

Haar verwarringen en onzekerheden bieden ons meer inzicht dan welk schijnbaar<br />

mooi afgerond systeem ook” 6 .<br />

3.2. Cultuur als stedelijke factor<br />

De defi nitie van ‘cultuur’ die we hier wensen te hanteren, is evenwel beduidend<br />

ruimer dan ‘kunst’. Cultuur geldt in deze context in eerste instantie als een deel van<br />

het stedelijke weefsel: géén aparte categorie, maar een directie die deel uitmaakt van<br />

de stad, zoals alle andere directies; niet meer, maar ook niet minder.<br />

Door het feit dat het Kunstenoverleg pas medio 2012 rond zal zijn met een eigen<br />

onderzoek, gaat deze nota slechts tot op zekere hoogte om ‘cultuur in <strong>Kortrijk</strong>’, al is<br />

maximaal geprobeerd om de semi-professionele en professionele organisaties in dit<br />

traject te op te nemen. Ze behouden evenwel hun autonomie en voor meerderen onder<br />

hen is de Vlaamse overheid de belangrijkste subsidiegever, waaraan ze in eerste<br />

instantie verantwoording verschuldigd zijn. Niettemin is verdere optimalisering van<br />

de samenwerking aan de orde. Als de culturele sector aan uitstraling wil winnen, dan<br />

is synergie geen luxe.<br />

De directie cultuur omvat overigens een breed veld: erfgoed, musea, cultuurcentrum,<br />

bibliotheek, cultuurbeleid & cultuurbeleidscoördinatie, evenementen, tentoonstellingen,<br />

sociaal-cultureel werk & verenigingsleven, adviesorganen, subsidiëring<br />

en materiële ondersteuning van culturele verenigingen & organisaties, cultuurcommunicatie,…<br />

Kunst bekijken we dus vanuit de autonomie van de kunst. Cultuur als<br />

functionele geleding van de stad; als deel van het stadsweefsel. Dat impliceert dat<br />

deze directie uiteraard haar eigen autonome missie en doelstellingen heeft, zoals bvb.<br />

het bevorderen van de kunstcreatie en -beleving. Maar net als alle andere directies<br />

schakelt ‘cultuur’ zich - waar mogelijk en wenselijk- solidair mee in de realisatie van<br />

5 Wilde, O. (1974), Th e picture of Dorian Gray, London: Penguin Books, p. 7<br />

6 Komrij, G. (1985), De gelukkige schizo, Amsterdam: De Arbeiderspers , p. 169


de algemene doelstellingen van de stad, bvb. jonge tweeverdieners aantrekken -<br />

warme stad – design, creatie, innovatie – enz…. of de citymarketing tout court.<br />

5<br />

Zo pleit een nota als ‘Van sterke stadsvlucht naar stabiele stadsbonding: profi elen,<br />

prikkels en projecten’ 7 voor het belang van cultuur voor kinderen om stadsvlucht<br />

tegen te gaan. Los van zijn intrinsieke waarde kan een kindertheaterfestival als<br />

Spinrag, dat zich mag verheugen in hand over hand toenemend succes, uiteraard ook<br />

een rol spelen in de realisatie van deze doelstelling, bvb. via een pientere communicatie.<br />

De Duitse socioloog Martina Löw is geboeid door de wereldwijde concurrentiestrijd<br />

tussen steden. Mondialisering gaat volgens haar gepaard met toenemende<br />

homogenisering, waardoor steden steeds meer op elkaar gaan lijken: de McCity komt<br />

op. Inzetten op een eigen profi el is dus conditio sine qua non. Via een volgehouden<br />

beleid met vrije voorstellingen, schoolvoorstellingen en een festival als Spinrag kan<br />

<strong>Kortrijk</strong> zich profi leren als een stad met aandacht én aanbod voor kinderen en jonge<br />

gezinnen.<br />

Maar ook de inplanting van een nieuwe bibliotheek in de Stationsomgeving , kan<br />

renderen. Indien slim en vooruitziend aangepakt, kan dit een gebouw een dienst worden<br />

waarbij de specifi eke stationsomgeving en de nu al voorhanden zijn bouwstenen<br />

(bvb. muziek en kunstonderwijs, maar evenzeer de aanwezigheid van passanten en<br />

wachtende reizigers) inspirerend werken voor een nieuwe, toekomstgerichte vorm<br />

van wat we nu nog ‘bibliotheek’ noemen. En omgekeerd zal ook een nieuw station<br />

verrijkt worden door zulk een innovatief project.<br />

Een laatste voorbeeld is het ‘Inrichtingsplan Overleie’, waarin op meerdere plaatsen<br />

al uitdrukkelijk verwezen wordt naar cultuur, bvb. “als element van mogelijke identiteit<br />

(2.2.1)”: “Hoewel Overleie historisch gezien een duidelijke identiteit ontwikkeld<br />

heeft, kan de kans voor de herontwikkeling van de wijk aangegrepen worden om<br />

via specifi eke ingrepen de wijk een sterker profi el te geven binnen de globaliteit van<br />

<strong>Kortrijk</strong>. Hiertoe kan aangesloten worden bij een aantal trends die hieronder kort<br />

omschreven zijn:<br />

• Het ontstaan van de ‘slow city’<br />

• Parken/stedelijk groen met integratie van kunst, cultuur en leisure<br />

• Het waterfront als podium voor cultuur en vermaak<br />

• Het stimuleren van creatieve industrie” 8<br />

Het nieuwe Vlasmuseum, dat ingeplant wordt in Overleie, lijkt alvast een bijkomende<br />

impuls te geven aan de renovatie die zich hier de volgende jaren zal voltrekken.<br />

En ook de onmiddellijke nabijheid van het Buda-eiland, met zowel het huidige Kunstencentrum,<br />

de toekomstige Budafabriek als het geheroriënteerde Broelmuseum,<br />

kunnen bijkomende stimuli inhouden.<br />

7 Canfyn, F., (2011) Van sterke stadsvlucht naar stabiele stadsbonding: profi elen, prikkels en projecten, <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong><br />

8 Baeckelandt, D., (2011), Inrichtingsplan Overleie, <strong>Kortrijk</strong>, Eindrapportage<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

22


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

23<br />

5<br />

Cultuur heeft er alle voordeel bij als ze kan ingeschakeld worden in de natuurlijke<br />

fl ow van de stad en in het dagelijkse leven van een bevolking, zonder daarbij gedegradeerd<br />

te worden tot verplicht nummer. Of roos in het knoopsgat. Op die manier<br />

helpt ze mee aan een ruimere dynamiek en versterkt ze haar unieke betekenis, met<br />

een specifi eke, geïntegreerde bijdrage tot het stadsweefsel.<br />

4. WELK KORTRIJK?<br />

Wie zulk een visie op cultuur in een stad vooropstelt, wil ook weten aan welke stad hij<br />

meehelpt.<br />

4.1.De pluriculturele stad<br />

De wereld verandert ontzaglijk snel, maar “in de steden vinden we de grootste<br />

potenties om de uitdagingen van een nieuwe samenleving aan te gaan”, zo stelt het<br />

witboek ‘De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden’ van het Ministerie<br />

van de Vlaamse Gemeenschap. 9 “De steden zijn nu de sleutels tot de mondiale<br />

economie. Om zich in de concurrentiestrijd te profi leren, moeten ze hun lokale troeven<br />

uitspelen, zich als veelzijdige partner in allerlei netwerken nestelen, stedelijke<br />

ontwikkelingscoalities uitbouwen en met elkaar op zijn minst op Europese schaal<br />

samenwerken” 10 . Dat is in elk geval wat ik in <strong>Kortrijk</strong> zie gebeuren, via initiatieven<br />

als Eurometropool, Sterk Besturen of Smart Cities.<br />

Het witboek geeft “zes benaderingen, zes invalshoeken om de hedendaagse Vlaamse<br />

stad te vatten” 11 . In dit bestek concentreren we ons op ‘de pluriculturele stad’,<br />

waarvan het witboek stelt: “De grote maatschappelijke veranderingen sinds de breuk<br />

met de Gouden Jaren Zestig hebben onze leefwereld complexer gemaakt. Cultuur, als<br />

betekenisgever van deze leefwereld, kan blijkbaar niet volgen. Steeds meer valt ze samen<br />

met consumptiecultuur en die valt uiteen in vele subculturen, aangepast aan de<br />

koopkracht en de levensstijlen. Ze gaat ook voorbij aan heel wat zwakkere groepen,<br />

die met voorbijgestreefde, traditionele interpretaties van de werkelijkheid achterblijven.<br />

Een nieuwe betekenisgevende identiteit ligt vervat in de pluriculturele stad: de<br />

zoektocht om samen te leven op basis van verschil. Maar dan moeten alle groepen de<br />

kans krijgen om een culturele expressie uit te bouwen.<br />

Identiteit kan niet meer voortspruiten uit gemeenschappelijke traditionele kenmerken,<br />

maar wel uit de capaciteit om om te gaan met ambivalentie, hybriditeit en zelfs<br />

confl ict” 12 .<br />

9 Boudry, L., Cabus, P. , Corijn, E., De Rynck, F., Kesteloot, C., & Loeckx A., 2003, De eeuw van de stad. Witboek. Over stadsrepublieken en rastersteden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2003. p. 25<br />

10 Boudry, L., Cabus, P. , Corijn, E., De Rynck, F., Kesteloot, C., & Loeckx A., 2003, De eeuw van de stad. Witboek. Over stadsrepublieken en rastersteden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, p. 77<br />

11 Boudry, L., Cabus, P. , Corijn, E., De Rynck, F., Kesteloot, C., & Loeckx A., 2003, De eeuw van de stad. Witboek. Over stadsrepublieken en rastersteden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, p. 77<br />

12 Boudry, L., Cabus, P. , Corijn, E., De Rynck, F., Kesteloot, C., & Loeckx A., 2003, De eeuw van de stad. Witboek. Over stadsrepublieken en rastersteden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, p. 78


5<br />

Een initiatief als ‘<strong>Kortrijk</strong> aan Culturen’, dat zijn vaste stek heeft op Sinksen, is daar<br />

een goed voorbeeld van. Ik geloof overigens meer in dit soort geïntegreerde aanpak<br />

in een ruimer geheel, dan goedbedoelde ‘aparte’ projecten, die in hun geïsoleerdheid<br />

enkel preken voor de al bekeerden en tegenstanders juist bevestigen in hun overtuiging.<br />

Vanuit hun specifi eke invalshoek komen de auteurs tot een drievoudige aanbeveling:<br />

“33. Bouw aan culturele identiteit met een draagvlak in alle sociale lagen, bevolkingsgroepen,<br />

taalgemeenschappen en buurten. Zoek daarbij nieuwe vormen van<br />

individuele en collectieve identiteit.<br />

34. Investeer in publieke ruimte als platform voor ontmoeting. Maak diversiteit en<br />

identiteit herkenbaar in de bebouwde ruimte.<br />

35. Documenteer alle vormen van ‘alledaagse cultuur’.Waarborg de autonomie van<br />

kunst. Behoed de kwaliteit van cultuurproducten, cultuur is meer dan wat verkoopbaar<br />

of consumeerbaar is” 13 .<br />

De cultuurvisie die daaraan ten grondslag ligt, maakt een onderscheid tussen de ‘alledaagse<br />

cultuur’ (de cultuur voor dagelijks gebruik) versus de ’gedocumenteerde<br />

cultuur’ (het werk van cultuurproducenten; zowel professionelen als anderen die<br />

blijvende en communiceerbare artefacten achterlaten). “Op het niveau van de gedocumenteerde<br />

cultuur is een proces van institutionalisering en maatschappelijke<br />

inbedding werkzaam. Er wordt voortdurend geselecteerd, naar elkaar verwezen<br />

en geïntegreerd op een hoger (meer abstract) niveau. Praktijken worden instituties<br />

en worden zo ‘culturen’. Uiteindelijk geeft dat proces aanleiding tot een selectieve<br />

traditie, tot een canon dat de kern uitmaakt van de werking van de maatschappelijke<br />

reproductiekanalen (onderwijs, media,…). Het is daarin dat de ‘collectieve identiteit’<br />

wordt uitgedrukt. Naar zulke vermeende eigenheid wordt verwezen wanneer men<br />

spreekt over ‘onze’waarden.<br />

Het probleem van de culturele identiteit komt aldus vooral tot uitdrukking in de specifi<br />

eke wisselwerking tussen (i) de cultuur van het dagelijkse leven, (ii) de culturele<br />

producten en instellingen en (iii) de maatschappelijke en politieke structuren, die het<br />

selectieproces in grote mate sturen” 14 .<br />

In deze invalshoek wordt cultuur dus gezien als een belangrijke factor om om te gaan<br />

met pluriformiteit in een stad. Voor een stad als <strong>Kortrijk</strong>, waarvan ca 13,8% van allochtone<br />

origine is, ligt hier dus ook een opdracht voor een directie Cultuur.<br />

13 Boudry, L., Cabus, P. , Corijn, E., De Rynck, F., Kesteloot, C., & Loeckx A., 2003, De eeuw van de stad. Witboek. Over stadsrepublieken en rastersteden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2003. p. 134<br />

14 Boudry, L., Cabus, P. , Corijn, E., De Rynck, F., Kesteloot, C., & Loeckx A., 2003, De eeuw van de stad. Witboek. Over stadsrepublieken en rastersteden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, p. 65<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

24


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

25<br />

5<br />

4.2. De participerende stad<br />

Het recente Vlaamse cultuurbeleid heeft participatie als belangrijk thema naar voor<br />

geschoven. Het is geïnitieerd door minister Anciaux en zijn opvolgster Schauvliege<br />

geeft geen indicatie dat dit voor haar aan belang zou inboeten. Onder Anciaux is er in<br />

2008 zelfs een specifi ek ‘participatiedecreet’ tot stand gekomen (voluit: het ‘decreet<br />

houdende fl ankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie<br />

in cultuur, jeugdwerk en sport’).<br />

Dat participatiedecreet wil op vele manieren een nieuwe hefboom zijn voor meer gemeenschapsvorming<br />

en voor meer kansen voor het brede publiek in de samenleving<br />

om van cultuur, jeugdwerk en sport te kunnen proeven. Daarnaast wil het participatiedecreet<br />

een stevige partner zijn voor kansengroepen.<br />

De <strong>Stad</strong>smonitor geeft ons facts & fi gures over cultuurparticipatie in <strong>Kortrijk</strong>, in<br />

een ranking van de 13 centrumsteden. De cijfers zijn die van 2007/2008. Waar er 2<br />

cijfers staan, is het cursieve dat van de <strong>Stad</strong>smonitor 2011.<br />

AANBOD PARTICIPATIE<br />

(PER 10.000<br />

INWONERS)<br />

Podium 1 (muziek) 7/10<br />

5 (dans) 11<br />

7 theater 3<br />

Tentoonstellingen 5 (incl. musea & erfgoed)/9 -<br />

Bibliotheek - 10/11<br />

Verenigingsleven - 4/4<br />

Ik haast me om deze cijfers niet te verabsoluteren. De samenstellers geven zelf in<br />

detail aan wat de (vaak vele) nuances zijn die je bij de data moet maken. Bij wijze<br />

van voorbeeld: <strong>Kortrijk</strong> scoort de 3e plaats op het vlak van ticketverkoop per inwoner<br />

(2007), maar is slechts 12e in een schriftelijke bevraging over bioscoopbezoek<br />

(2008). Uiteraard zal een verschil tussen inwoners vs. bezoekers van buiten <strong>Kortrijk</strong><br />

wel meespelen, maar de ranking ligt toch héél ver uiteen. Overigens zijn de gegevens<br />

over participatie gebaseerd op 2008, die van tentoonstellingsaanbod op 2007 en podiumaanbod<br />

op 2006-07. En vooral: het gaat (enkel) om de voorstellingen en tentoonstellingen<br />

die ingevoerd zijn in de Cultuurdatabank. Op dat vlak scoort <strong>Kortrijk</strong><br />

qua ‘aantal culturele activiteiten’ voortreffelijk, nl. een 3e plaats, met 129 activiteiten<br />

per 10.000 inwoners. Dat bevestigt ons eerdere beeld van <strong>Kortrijk</strong> als stad met een<br />

grote culturele dynamiek, maar het kan ook zijn dat de <strong>Kortrijk</strong>zanen beter dan anderen<br />

gegevens invoeren in de Cultuurdatabank...


Kortom, verregaande detailgegevens halen we er niet uit, maar een algemene trend<br />

tekent zich toch af. En daarbij frappeert het dat <strong>Kortrijk</strong>, op 13 centrumsteden, qua<br />

aanbod ruwweg altijd in de bovenste helft van het klassement zit, maar qua participatie<br />

zelden de onderste helft overstijgt.<br />

Een uitzondering op die regel is de participatie aan (socio)-culturele verenigingen,<br />

waar <strong>Kortrijk</strong> zowel in 2008 als in 2011 op de 4e plaats staat.<br />

Je zou dus –opnieuw met grote stappen snel thuis- kunnen stellen dat cultuurparticipatie<br />

in <strong>Kortrijk</strong> goed scoort zolang het om het verenigingsleven gaat, maar voor<br />

verbetering vatbaar is inzake het (vaak professionele) aanbod.<br />

Op het eerste zicht zijn er drie mogelijke conclusies te trekken uit die discrepantie<br />

tussen aanbod en participatie – waarvan één of meerdere juist zijn:<br />

1. Er is te veel aanbod<br />

2. Er is zeker voldoende aanbod (en misschien te veel), maar dat aanbod wordt<br />

niet goed in de markt gezet (communicatie, prijs, planning,…)<br />

3. Het aanbod is niet goed/geschikt genoeg.<br />

Hierop komen we terug in punt 6.3.<br />

De recente studie ‘Participatie in Vlaanderen’ geeft ons nader inzicht in die participatie,<br />

qua doelgroepen en doorslaggevende factoren. En daaruit blijkt alvast dat <strong>Kortrijk</strong><br />

heus niet de enige stad is met werk aan de winkel: “Het publiek van de Vlaamse<br />

culturele centra en de bezoekers van de Vlaamse openbare bibliotheken zijn allesbehalve<br />

een weerspiegeling van de Vlaamse bevolking” 15 . Nog altijd zijn dezelfde<br />

bevolkingsgroepen ondervertegenwoordigd: “laagopgeleiden, jongeren, ouderen<br />

en mannen” 16 . Uit het onderzoek blijkt dat “kritische media, ‘peers’, lidmaatschappen<br />

en cultuuractieve ouders een belangrijke functie vervullen bij het doorgeven en<br />

aanleren van culturele competenties die de sociodemografi sche kenmerken overstijgen”<br />

17 .<br />

Ook de leeftijd is een belangrijke factor. Jongeren participeren vooral in bioscoop,<br />

festivals/concerten met niet-klassieke muziek, amateurkunsten , podiumactiviteiten<br />

als ballet, hedendaagse dans en theater. Musea en tentoonstellingen, klassieke<br />

muziek, erfgoed en lidmaatschap van sociale of ontspanningsverenigingen pieken<br />

daarentegen rond de 60 jaar.<br />

Het opleidingsniveau weegt altijd door maar des te sterker naarmate men ouder is.<br />

Ook hoogopgeleiden scoren beduidend beter. Het culturele kapitaal dat je van thuis<br />

uit mee kreeg heeft voor alle leeftijden en generaties eenzelfde participatiebevorderend<br />

effect.<br />

15<br />

Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 159<br />

16<br />

Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 159<br />

17<br />

Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 159<br />

5<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

26


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

5<br />

Interessant, maar als stad kun je dat niet rechtstreeks beïnvloeden. Datzelfde positieve,<br />

levenslange effect geldt evenwel ook voor cultuureducatie. Men ziet daarin<br />

“een bevestiging van het blijvende en cumulatieve karakter van investeringen in de<br />

opbouw van cultureel kapitaal” 18 . Cultuureducatie, dus – en daar kun je als overheid<br />

wél iets betekenen.<br />

Overigens betekent participatie niet altijd interesse. Zo stelt het onderzoek vast dat<br />

14-17-jarigen verhoudingsgewijs meest deelnemen aan theaterbezoek, maar er tezelfdertijd<br />

minst in geïnteresseerd zijn - te verklaren door voorstellingen in schoolverband<br />

19 .<br />

De grootste obstakels voor cultuurparticipatie blijken te zijn, in volgorde van belangrijkheid:<br />

• Gebrek aan interesse<br />

• Gebrek aan tijd (is de voorbije jaren signifi cant groter geworden voor theater<br />

en musea)<br />

• Geografi sche drempels<br />

De fi nanciële drempel, daarentegen, is “van ondergeschikt belang” 20 . Of dit doorheen<br />

de crisis zo zal blijven, is evenwel nog de vraag.<br />

18<br />

Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 466<br />

19<br />

Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 317<br />

20<br />

Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 323<br />

27


4.3. De aantrekkelijke stad<br />

Een hele andere invalshoek krijgen we bij Gerard Marlet, die in Nederland ondermeer<br />

de Atlas voor gemeenten uitgeeft. In ‘De aantrekkelijke stad’ onderzoekt hij<br />

waarom de ene stad het beter doet dan de andere. Cultuur blijkt een belangrijke<br />

factor te zijn voor de aantrekkingskracht van een stad, al moet je je hoeden voor veralgemeningen.<br />

In Nederland is er namelijk een zogenaamd ‘restrictief bouwbeleid’;<br />

een stad kan er beduidend minder spontaan groeien dan bij ons en in zulk een context<br />

zijn woningaanbod en - prijzen uiteraard minder ‘vrij’ dan in Vlaanderen. Het resultaat<br />

zou evenwel moeten zijn dat cultuur als factor van aantrekkelijkheid zeker niet<br />

minder belangrijk is bij ons dan bij onze noorderburen.<br />

Uitgangspunt is de boutade ‘residentials act like tourists’ van T.N. Clark 21 . Waar<br />

vroeger mensen in een stad gingen wonen omdat hun werk in de buurt was, biedt de<br />

toegenomen mobiliteit hen de kans om veeleer te gaan wonen waar ze het aantrekkelijk<br />

vinden (al blijft aanbod van werk natuurlijk óók belangrijk). Zowel natuurlijke<br />

als stedelijke attracties spelen daarbij een rol: “Woonattracties kunnen zelf niet verhuizen,<br />

maar ze kunnen wel een reden zijn voor mensen om te verhuizen.” 22 . Marlet<br />

stelt bovendien vast dat die woonattracties samen “een belangrijkere verklaring<br />

(zijn) voor de stijging van de huizenprijzen dan de bereikbaarheid van banen.” 23 .<br />

Een groene gordel kun je <strong>Kortrijk</strong> niet echt toeschrijven (al is het zuiden bijzonder<br />

charmant), maar als natuurlijke attractie biedt de geslaagde opwaardering van de<br />

Leie in elk geval welgekomen opportuniteiten.<br />

Bij gebrek aan grote natuurlijke troeven, zijn de stedelijke attracties voor <strong>Kortrijk</strong><br />

echter des te belangrijker. Volgens Marlet gaat het om “steden met een gevarieerd<br />

cultureel en culinair aanbod in een authentieke historische binnenstad (…) maar ook<br />

om een uitgebreid en divers aanbod aan kleinschalige winkeltjes.” 24 .<br />

Het resultaat laat zich indirect voelen: “De aantrekkingskracht van dergelijke steden<br />

uit zich dan ook niet in bevolkingsgroei, maar in een verandering van de bevolkingssamenstelling.”<br />

25 .<br />

Er spelen vier mechanismen mee:<br />

“Een aantrekkelijke stad trekt hoopopgeleiden aan en biedt ruime mogelijkheden<br />

voor interacties tussen die mensen. Op die manier vergroot een aantrekkelijke stad<br />

langs twee routes zijn voorraad menselijk kapitaal. Die voorraad menselijk kapitaal<br />

is op zijn beurt weer langs ten minste vier routes van invloed op de economie van die<br />

stad:<br />

21 Clark, T.N., Urban amenities: lakes, opera, and juice bars: do they drive development?, in Clark, T.N. (ed): Th e city an an entertainment machine, Research in urban policy, 9 (Amsterdam: Elsievier, p. 105.<br />

22 Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 76<br />

23 Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 285<br />

24 Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 45<br />

25 Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 49-50<br />

5<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

28


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

5<br />

1. Mensen met meer kennis en vaardigheden zijn productiever, waardoor bedrijven<br />

afkomen op plekken waar veel menselijke kapitaal is, en de werkgelegenheid<br />

daar zal toenemen.<br />

2. Hoogopgeleide mensen geven meer geld uit in de plaatselijke horeca, detailhandel<br />

en theaters waardoor ze de werkgelegenheid daar bevorderen, vooral<br />

ook de laagopgeleide werkloosheid.<br />

3. Mensen met een hogere opleiding zijn eerder geneigd om vanuit hun woonhuis<br />

een eigen bedrijf te starten, een element uit de behavioral locatietheorie<br />

waarin het gedrag van individuen centraal staat bij het verklaren van groeiverschillen<br />

tussen locaties.<br />

4. Steden met veel menselijk kapitaal passen zich beter aan aan nieuwe economische<br />

omstandigheden, zoals een economische recessie” 26 .<br />

Los van zijn intrinsieke waarde heeft cultuur dus een tweevoudig ‘nut’: het trekt kansrijke<br />

bevolkingsgroepen naar een stad en die renderen dan weer voor de lokale economie.<br />

Maar is alles wat onder de vlag ‘cultuur’ vaart even belangrijk in dit perspectief? Neen,<br />

voor Marlet gaat het in eerste instantie om podiumkunst. Hij verwijst naar Richard<br />

Florida, volgens wie veel mensen “geen passieve consumptie van cultuur, maar ‘authentieke<br />

ervaringen’ willen opdoen. (…) Kleinschalige, alternatieve muziekscenes in<br />

cafés, jazzclubs in kelders, street-level-culture, zijn belangrijker dan traditionele theaters<br />

en opera” 27 . Het gaat volgens Marlet eerder om een permanent aanbod dan om<br />

voorstellingen waarbij je maanden op voorhand moet boeken. Creatieve mensen willen<br />

spontaan kunnen ingaan op een cultureel aanbod. Daarom neemt hij het aantal podiumvoorstellingen<br />

als indicator en niet het aantal bezoekers.<br />

Musicals, festivals , evenementen, musea en dergelijke meer hebben veel minder<br />

aantrekkingskracht als factor om naar een stad te verhuizen: ze zijn niet kleinschalig, te<br />

tijdelijk, niet op de plaatselijke bevolking gericht, of niet spontaan toegankelijk (tijdig<br />

reserveren is onvermijdelijk) of gewoonweg niet beschikbaar ’s avonds. Een manco is<br />

wel dat de bibliotheek nergens ter sprake komt, maar wellicht is dat omdat ook in Nederland<br />

bibliotheken dermate evident aanwezig zijn in steden, dat ze geen onderscheidend<br />

element uitmaken. Kwantitatief klopt dat, maar kwalitatief niet. Weliswaar zijn er<br />

overal ‘oude’ bibliotheken te vinden, maar er is geen sector in het culturele veld waar de<br />

ontwikkelingen zo snel gaan en zo onvoorspelbaar zijn. Wie op dat vlak een onderscheidend,<br />

toonaangevend aanbod ontwikkelt, zal m.i. zeker voor de creatieve klasse een<br />

aantrekkelijke propositie vormen.<br />

26<br />

Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 52<br />

27<br />

Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 208<br />

29


Erfgoed speelt dan weer wél een belangrijke rol. “Een historische binnenstad kan<br />

de waarde van het culturele en culinaire aanbod in een stad versterken; culturele<br />

voorzieningen en horeca die organisch zijn ontstaan in historische panden, loodsen<br />

en kelders zijn waarschijnlijk waardevoller voor een stad dan gepland aanbod in<br />

een nieuwgebouwd cultureel centrum. De combinatie historie, cultuur en horeca is<br />

niet alleen om esthetische maar ook om praktische redenen waardevol voor de stad;<br />

organisch gegroeide historische steden zijn walking cities; het culturele en culinaire<br />

aanbod is er op korte afstand van elkaar gesitueerd, waardoor hard werken en intensief<br />

uitgaan - work hard, play hard- er gemakkelijk kunnen samengaan.<br />

De aanwezigheid van oude gebouwen kan om nog een derde reden van belang zijn<br />

voor de aantrekkingskracht van een stad. Artistieke scènes tenderen zich in goedkope,<br />

vervallen panden op binnenstedelijke locaties te vestigen, waar ze nieuwe ideeën<br />

en creatieve activiteiten ontwikkelen. Nieuwe ideeën ontstaan in oude gebouwen. En<br />

die vergroten de aantrekkingskracht van de wijk” 28 . Projecten als de Budafabriek en<br />

het nieuwe Vlasmuseum passen in dit plaatje, al is het de overheid die hier het initiatief<br />

voor nam.<br />

Voor Gerard Marlet is er “een helder beeld van het type steden dat het meest populair<br />

is bij hoogopgeleide, creatieve mensen. Die steden combineren een historische<br />

binnenstad met veel cafés en een divers cultureel en culinair aanbod, en zijn gelegen<br />

op acceptabele reistijd van grote concentraties werkgelegenheid” 29 . Maar dat volstaat<br />

niet. Het pure aanbod is geen eeuwige verworvenheid; je moet alert blijven om<br />

je met deze troeven te blijven onderscheiden. “Investeringen in cultuur kunnen de<br />

aantrekkingskracht van een stad naar verwachting alleen vergroten als ze worden<br />

ingezet op culturele activiteiten die:<br />

1. Kleinschalig en divers zijn,<br />

2. Op een uitgekiende locatie in de stad liggen,<br />

3. Continu beschikbaar zijn, en<br />

4. Gericht zijn op de plaatselijke bevolking” 30 .<br />

Met een ‘uitgekiende locatie’ is in mensentaal gewoon bedoeld: in de binnenstad, op<br />

wandel- of fi etsafstand – en dus niét in buitenwijken of langs goed bereikbare invalswegen.<br />

28<br />

Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 231-2<br />

29<br />

Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 332<br />

30<br />

Marlet, G.A., 2009, De aantrekkelijke stad, Nijmegen: VOC Uitgevers, p. 339<br />

5<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

30


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

31<br />

5<br />

4.4. De boeiende stad<br />

In het voorjaar van 2011 kreeg Callebaut&Co van het College van Burgemeester en<br />

Schepenen opdracht om een “Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>” uit<br />

te voeren. De stad beschikte immers over voldoende kwantitatieve gegevens, maar<br />

kwalitatief en motivationeel onderzoek ontbrak grotendeels (zoals overigens bijna<br />

overal in de culturele sector in de Vlaamse steden). Het was van meet af aan de<br />

bedoeling om niet alleen cultuur maar ook een aantal relevante laterale sectoren te<br />

ondervragen. Zoals in het voorgaande hoofdstuk ook bleek, staat de cultuurbeleving<br />

immers volstrekt niet los van zaken als horeca, handel, wonen, onderwijs, e.d.m. of<br />

de ruimere context van vrije tijd tout court.<br />

De basisbehoefte bij de vrijetijdsbeleving blijkt tweevoudig te zijn:<br />

• Zowel behoefte aan vrijheid (‘tijd die ik vrij kan invullen, zonder verplichtingen’)<br />

• Als aan ontspanning (‘batterijen opladen’)<br />

Daarbij onderscheiden Callebaut&Co vijf verwachtingspatronen, geplaatst op een<br />

assenkruis met twee polen:<br />

• Enerzijds het individuele vs. het sociale<br />

• Anderzijds het actieve exploreren en uitleven vs. het regressieve streven naar<br />

controle en balans.<br />

Dat leidt tot een drievoudig verwachtingspatroon tegenover ‘Vrije tijd’:<br />

• Het leven verrijken<br />

• Het leven aangenamer maken<br />

• Het leven onder controle houden


Naargelang van de levensfase krijgen bepaalde aspecten meer of minder de voorkeur.<br />

Zo zullen jongeren in hun vrije tijd eerder opteren voor onbezonnen genieten<br />

en ontmoeting met nieuwe mensen, terwijl mensen met jonge kinderen de voorkeur<br />

geven aan gezinsactiviteiten, maar ook tijd voor zichzelf willen.<br />

Cultuur wordt door de respondenten als zeer breed gedefi nieerd: fi lm, toneel, muziek,<br />

stadsfeesten, festivals, evenementen, stand-up comedy, allerlei podiumactiviteiten<br />

maar ook gebouwen en zelfs lokale sfeer. Belangrijk voor de cultuurparticipatie<br />

is de totaliteit van de beleving. Het standpunt van Marlet wordt bevestigd dat een<br />

etentje vooraf, napraten bij een drankje nadien belangrijk zijn als inkleding en vervollediging<br />

van de cultuurbeleving. Het napraten is zelfs “een essentieel onderdeel<br />

van de beleving en draagt bij tot het lerend effect” 31 .<br />

De onderzoekers onderscheiden vier verschillende drijfveren voor cultuurparticipatie:<br />

1. Pure ontspanning:<br />

Wat: light-entertainment en plezier; eerder passief<br />

Doel: ontsnappen uit de dagelijks realiteit<br />

2. Sociaal contact:<br />

Wat: ontmoeten van gelijkgezinden<br />

Doel: je gevoel (van enthousiasme) kunnen delen met anderen<br />

3. Persoonlijke ontwikkeling:<br />

Wat: verrast en geïnspireerd worden<br />

Doel: je geest verruimen; je zelfkennis en wereldkennis verrijken<br />

4. Creatieve uitlaatklep:<br />

Wat: zelfexpressie<br />

Doel: het uiten van gevoelens en emoties op creatieve wijze<br />

31 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 36<br />

5<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

32


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

33<br />

5<br />

Deze participatie wordt belemmerd door gebrek aan vertrouwdheid, het risico op<br />

teleurstelling en de prijs. Het ene genre is dan ook toegankelijker dan het andere. Het<br />

onderzoek groepeert het aanbod in vijf cultuurgroepen, in afnemende graad van<br />

toegankelijkheid:<br />

Dat brengt ons tot een totaalbeeld van ‘cultuur’ binnen ‘vrije tijd’, waarbij zowel de<br />

verwachting en motivatie aan bod komen als de voorkeurgenres.


5<br />

Er zijn ook opvallende verschillen tussen belangstellende (= hoge) en incidentele (=<br />

lage) cultuurparticipanten.<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

34


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

35<br />

5<br />

Na deze algemene schets, focust het onderzoek specifi ek op <strong>Kortrijk</strong>, zoals de inwoners<br />

dat zelf beleven. De stad komt er uit naar voor als “een echte stad, met alle<br />

voordelen van een stad (ruim aanbod van winkels, cultuur, uitgaansmogelijkheden,<br />

evenementen,…) maar zonder de nadelen, noch van een grootstad , noch van een<br />

dorp.(…) Een leefbare woonstad waar je als inwoner voldoende voeling mee hebt” 32 .<br />

De <strong>Kortrijk</strong>zaan voelt ook dat de stad in evolutie is; dat ziet hij aan de bruggen, de<br />

werkzaamheden.<br />

So far, so good, maar het is onduidelijk waar dat alles heen leidt en dat komt bovenop<br />

een tegenstrijdig beeld dat de inwoners hebben van hun stad: enerzijds een<br />

conservatieve , afstandelijke en zelfs doodse plaats; anderzijds een boomende, levendige,<br />

innovatieve stad. Het gebrek aan duidelijke identiteit zorgt dan ook voor ruis<br />

op die oorspronkelijk positieve beleving van <strong>Kortrijk</strong>.<br />

Vervolgens zoomt het rapport in op de betekenis en beleving van <strong>Kortrijk</strong> als cultuurstad.<br />

Initieel wordt cultuur in <strong>Kortrijk</strong> ervaren als ruim en divers, maar het aanbod<br />

is kleinschalig, te weinig onderscheidend en het gebrek aan horeca maakt dat er<br />

iets schort aan de verwachte totaalbeleving. Bovendien is de communicatie over dat<br />

aanbod onvoldoende, onaantrekkelijk en weinig duidend, wat haaks staat op de<br />

beoogde cultuurparticipatie. Dat alles zet een rem op de perceptie van geloofwaardigheid<br />

en bekwaamheid. Ook als cultuurstad geeft <strong>Kortrijk</strong> overigens allerminst een<br />

eenduidig beeld, gaande van ‘klassiek en verouderd’ over ‘spel tussen nieuw en oud’<br />

tot ‘uitnodigend en modern’.<br />

Verder komt de perceptie door de <strong>Kortrijk</strong>zaan aan bod van enkele concrete cultuurinitiatieven.<br />

De bibliotheek wordt ervaren als laagdrempelig, maar de binnenkant van het gebouw<br />

is muf en verouderd. Spontaan haalt men de geplande verhuizing aan als<br />

positief, net als het ruime aanbod en de vele faciliteiten van de bib: boeken, muziek,<br />

speelgoed, leeszaal, internet,…<br />

Het Broelmuseum zit dan weer in een heel mooie setting, maar de collectie weet de<br />

mensen minder te bekoren. Het museum bevestigt het historische en statische beeld<br />

van <strong>Kortrijk</strong>.<br />

Kunstencentrum Buda is weliswaar bekend van naam, maar er is te weinig geweten<br />

wat er aangeboden wordt. Grote cultuurliefhebbers van middelbare leeftijd vinden<br />

Buda zeer aantrekkelijk, omwille van de originele en onverwachte kunst, maar voor<br />

jongeren en ‘low-culture’ is het te fel afwijkend van het gekende.<br />

32 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 47


De <strong>Kortrijk</strong>zanen zijn trots op de <strong>Stad</strong>sschouwburg: brede waaier van activiteiten,<br />

heel toegankelijk, gevarieerd publiek. De schouwburg is tegelijkertijd laagdrempelig<br />

en gezellig, zelfs volks, maar ademt ook prestige, traditie en rijkdom uit. Het is een<br />

echte trekpleister; in de perceptie van de <strong>Kortrijk</strong>zaan zelfs “het boegbeeld van cultuur<br />

in <strong>Kortrijk</strong>” 33 ; bewondering en verwondering zijn haar deel.<br />

Tegenover het erfgoed heerst een ambivalente houding. Men is trots, maar toch minder<br />

betrokken; het aanbod is wel vrij groot, maar de kennis erover is beperkt.<br />

Voor <strong>Kortrijk</strong>zanen zelf scoort <strong>Kortrijk</strong> dus nog gematigd goed als cultuurstad. Bij<br />

een groep van ondervraagde Gentenaars en Antwerpenaars is de perceptie daarentegen<br />

vrij vernietigend: een weinig aantrekkelijk stadje, met een afstandelijke en<br />

onpersoonlijke mentaliteit. Wie de stad kent, is genuanceerder, maar qua imago is<br />

er duidelijk werk aan de winkel. Dat geldt zeker ook voor <strong>Kortrijk</strong> als cultuurstad:<br />

buitenstaanders verwachten een kleinschalig en wat verouderd aanbod.<br />

Wat zijn fi naal de conclusies en aanbevelingen van Callebaut&Co?<br />

De onderzoekers onderscheiden vier niveaus van verwachting over de stad als leefomgeving:<br />

1. Mijn vertrouwde eigen kleine wereld<br />

2. Een uitnodigende wij-plek<br />

3. Een boeiend en verrassend speelveld<br />

4. Mijn anonieme biotoop<br />

Op de eerste twee niveaus blijkt <strong>Kortrijk</strong> in perceptie goed te scoren: het is een gezellige,<br />

rustige en veilige stad op mensenmaat. Het vierde niveau hoeft beslist géén<br />

ambitie te zijn; <strong>Kortrijk</strong> is daar ook veel te klein voor. Jan Callebaut adviseert evenwel<br />

dat <strong>Kortrijk</strong> meer zou inzetten op de derde verwachting, namelijk dat <strong>Kortrijk</strong><br />

zich zou aandienen als fris, eigentijds, levendig.<br />

De <strong>Kortrijk</strong>zaan heeft sympathie tegenover zijn stad, er is zelfs sprake van loyaliteit.<br />

De zwakte in die relatie is evenwel dat ze te veel afhangt van individuele factoren (je<br />

bent er geboren, je vrienden wonen er, enz…) en te weinig vanwege de stad op zich.<br />

“De emotionele relatie tussen de <strong>Kortrijk</strong>zaan en de stad <strong>Kortrijk</strong> heeft diepgang<br />

verloren en dreigt te vervallen in oppervlakkigheid en onverschilligheid (vooral bij<br />

jongeren)”, concludeert het rapport. “<strong>Kortrijk</strong> heeft nood aan een heldere identiteit<br />

en persoonlijkheid” om zo de “identifi catie te bevorderen en de emotionele relatie<br />

<strong>Kortrijk</strong>zaan - <strong>Kortrijk</strong> te versterken. Dit betekent dat duidelijke keuzes dienen gemaakt<br />

te worden” 34 en die moeten ook zo gecommuniceerd worden! Dat zal werken<br />

naar de inwoners zelf, maar is ook nodig om <strong>Kortrijk</strong> voor de ‘buitenwereld’ op de<br />

kaart te zetten<br />

33 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 31<br />

5<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

36


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

37<br />

5<br />

<br />

• Aandacht voor cultuurparticipatie van allochtonen i.s.m. huidige directie<br />

Welzijn<br />

• Aandacht voor cultuurparticipatie van jongeren, ouderen en mannen.<br />

• Werken aan een heldere stadsidentiteit, door het maken van keuzes<br />

• Onderscheidend cultuuraanbod ontwikkelen dat recruteert op niveau 3<br />

(‘boeiend & verrassend speelveld’)<br />

• Gesprek met horeca aanknopen over win-win (zie ook 5.2.)<br />

• Cultuurcommunicatie grondig optimaliseren (zie ook 5.2.)


5. VERTALING IN PLANNEN VAN AANPAK<br />

5.1. Strategische doelstellingen<br />

De opdracht van de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>, zoals geformuleerd in punt 4, werd vertaald in 5<br />

strategische doelstellingen, die goedgekeurd werden door CBS van 3 februari 2010.<br />

DOELSTELLING 1: Visietekst<br />

• Uitschrijven van strategische visietekst over cultuur (korte en lange termijn)<br />

in <strong>Kortrijk</strong> , passend in de totaliteit van het beleid van de stad <strong>Kortrijk</strong>,<br />

ondermeer de optie om van <strong>Kortrijk</strong> een jonge, dynamische woonstad<br />

te maken. Deze visietekst poneert beleidskeuzes op korte en (middel)lange<br />

termijn en geeft daarbij ook de verschillende ambitieniveaus aan.<br />

DOELSTELLING 2: Implementatie visietekst<br />

• Instaan voor de implementatie van deze geïntegreerde visie op het cultuur-<br />

en kunstenbeleid, zowel bij de stedelijke (al of niet verzelfstandigde)<br />

werking als bij de werking van privé-actoren, met respect voor hun specifi<br />

eke profi el en behoeften.<br />

• Kwalitatief niveau meer laten sporen met kwantitatieve belangstelling en<br />

zorgzaam fi nancieel beleid.<br />

DOELSTELLING 3: Netwerking<br />

• Netwerken bij de diverse beleidsniveaus met het oog op het bekomen van<br />

het nodige draagvlak voor deze visie in functie van mogelijke bijkomende<br />

fi nanciering.<br />

DOELSTELLING 4: Stedelijke kader<br />

• Uitvoeren van de opdracht met respect voor het stedelijke kader en in samenwerking<br />

met de stedelijke diensten en organisaties.<br />

DOELSTELLING 5: Optimalisatie directie cultuur<br />

• Het optimaliseren van de structuur en werking van de directie cultuur.<br />

5<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

38


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

39<br />

5<br />

5.2. Operationele doelstellingen<br />

Vervolgens werden daaraan ook operationele doelstellingen gekoppeld:<br />

DOELSTELLING 1: Visietekst<br />

• Inzetten op verhoogde zichtbaarheid<br />

• Cultuur laten sporen met zowel warme (eigen bevolking) als koude (nietingezetenen)<br />

citymarketing<br />

DOELSTELLING 2: implementatie visietekst<br />

• In overleg met de bevoegde schepen en met de interne sectoren, instaan<br />

voor het uitzetten van ijkpunten zowel wat de beleidsaccenten als wat de<br />

verdeling van de bestaande middelen betreft .<br />

• De visie concretiseren via samenwerkingsovereenkomsten, beheersovereenkomsten<br />

en beleidsnota’s naar de interne en externe partners en sectoren.<br />

Dit geldt in eerste instantie ook voor AGB Buda en bij uitbreiding het<br />

Buda-kunsteneiland.<br />

• Maximale synergie zoeken tussen cultuurparticipatie en erfgoed enerzijds<br />

en toerisme anderzijds<br />

• Maximale effi ciëntie en effectiviteit nastreven via benchmarks met het oog<br />

op nulmeting annex opvolging van integraal beleid (kwaliteit, kwantiteit,<br />

fi nanciën)<br />

• Stedelijke organisaties buiten klassieke stedelijke kader onderzoeken op<br />

hun meerwaarde.<br />

DOELSTELLING 3: Netwerking<br />

• Opmaken van dossiers op Europees, Vlaams en provinciaal niveau, door<br />

het maximaal benutten van de bestaande of eigen netwerken.<br />

DOELSTELLING 4: Stedelijke kader<br />

• In samenwerking met de andere betrokken stadsdirecties en onder algemene<br />

leiding van de stadssecretaris de eigen en gemeenschappelijke projecten<br />

realiseren.<br />

• Ondersteunen strategische projecten ( nieuwe bibliotheek, citymarketing,<br />

gebiedswerking,…)<br />

• Regelmatig overleg met betrokken schepen en stadssecretaris en minimaal<br />

halfjaarlijkse rapportering aan CBS.


DOELSTELLING 5: Optimalisatie directie cultuur<br />

• Verhogen van de effi ciëntie van de diensten<br />

• Verhogen van de effectiviteit van de diensten<br />

• Bevorderen van de teamvorming en de interne communicatie, zowel binnen<br />

de dienst, met de andere stadsdiensten als met externe organisaties (stedelijk<br />

zowel als privé).<br />

5.3. Werven<br />

Tenslotte werden deze strategische en operationele doelstellingen geconcretiseerd in<br />

zogenaamde ‘werven’, telkens aansluitend bij strategische & operationele doelstellingen.<br />

DOELSTELLING 1: Visietekst<br />

1. Nieuwe vlasmuseum<br />

2. Budafabriek<br />

3. Nieuwe bibliotheek<br />

4. Regionale cultuurwerking<br />

5. CK<br />

6. Broelmuseum<br />

7. 1302<br />

8. Evenementen<br />

9. Intergemeentelijke samenwerking<br />

10. Erfgoed <strong>Kortrijk</strong> 2014<br />

11. Zichtbaarheid<br />

12. Uit in <strong>Kortrijk</strong><br />

13. Doelgroepenwerking<br />

14. Eurometropool<br />

15. Samenwerking cultuur – BID<br />

DOELSTELLING 2: implementatie visietekst<br />

P.M.<br />

DOELSTELLING 3: Netwerking<br />

16. Lobbying<br />

5<br />

#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

40


#5 STRATEGISCHE ONDERBOUW<br />

41<br />

5<br />

DOELSTELLING 4: Stedelijke kader<br />

17. Kunstenoverleg<br />

18. Stedelijke cultuurraad<br />

19. Materiaal / ondersteuning evenementen<br />

20. Niet-gekwantifi ceerde subsidie<br />

21. Werkrelatie schepen – ambtenaren<br />

DOELSTELLING 5: Optimalisatie directie cultuur<br />

22. Organogram<br />

23. Financiën<br />

24. Personeel<br />

25. ICT<br />

26. Interne communicatie<br />

27. Cultuurcommunicatie<br />

28. Convenanten<br />

Op die manier werden de 5 strategische doelstellingen omgezet in 28 concrete<br />

werven. Elke werf kreeg een werffi che, waarop ondermeer volgende zaken stonden:<br />

• Een werfnaam, inclusief omschrijving van de opdracht<br />

• Een werfeigenaar<br />

• Een beknopte omschrijving<br />

• Hoe het project kadert in de strategische doelstellingen<br />

• Een termijn (begin – einde / duurtijd)<br />

In hoofdstuk 7 zijn deze werven vervat. Ook de opgedane inzichten van het rapport<br />

Callebaut zijn daarin verwerkt. Eerst willen we evenwel de grote lijnen van de toekomstige<br />

strategie voor cultuur in <strong>Kortrijk</strong> uiteenzetten.


STRATEGISCHE<br />

KEUZES<br />

6<br />

Als je het voorgaande - met grote stappen snel thuis – samenvat dan kom je tot de conclusie:<br />

• <strong>Kortrijk</strong> heeft beslist potentieel op cultureel vlak<br />

• maar verhoudingsgewijs renderen de inspanningen te weinig, deels in de lokale<br />

participatie maar vooral in de perceptie (zeker buiten de stadsgrenzen)<br />

• en dat heeft te maken met gebrek aan keuzes, wat leidt tot gebrek aan identiteit.<br />

In dit hoofdstuk stellen we een aantal fundamentele keuzes voor met het oog op de toekomst.<br />

Ze vormen ook de basis voor de meer gedetailleerde uitwerking in hoofdstuk 7.<br />

Toen Cees Nooteboom in 2009 de Prijs der Nederlandse letteren ontving, zei hij in zijn<br />

dankwoord: “Cultuur is een abstractie totdat je een verhaal kunt vertellen” 35 .<br />

Maar wat is het verhaal van <strong>Kortrijk</strong>?<br />

Het verhaal dat ik hoorde, zag en ervaren heb in de beginperiode van mijn opdracht,<br />

heb ik beschreven in punt 5.2. Verwarring was mijn deel; ik kon de stad niet ‘vatten’.<br />

Waarom streefde <strong>Kortrijk</strong> naar drie erkende regionale musea, als er in heel West-Vlaanderen<br />

maar zes in die categorie erkend zijn? Waarom was er zo weinig animo in het<br />

hart van de stad, op het ogenblik dat drie kilometer verder dermate veel buitenlanders<br />

deelnamen aan Interieur of Busworld, dat ze logeerden in heel de provincie en zelfs<br />

daarbuiten? En wat was het logische circuit in die stad, wat was de draad van Ariadne<br />

waarmee ik een logisch verband kon vinden tussen al die schijnbaar losse elementen?<br />

1. HET RUIMTELIJK VERHAAL: 4 ZONES<br />

De eerste inzichten kwamen bij een herbezoek, na al die jaren, aan het Vlasmuseum. Ik<br />

kom daar in hoofdstuk 7 met ruimere argumentatie op terug, maar mijn conclusie was<br />

in elk geval dat de geplande investeringen in renovatie geen enkel museaal resultaat<br />

of publiekseffect konden hebben. Het Schepencollege zat snel op dezelfde lijn en toen<br />

bleek dat een voormalig stapelhuis annex vlashandelspand beschikbaar stond, vlak bij<br />

de ‘Golden River’ bovendien, tekende een eerste logica zich af. Een eerste as kreeg een<br />

accentuering, nl. de bestaande Leie-as, waarvan het totaal nieuwe en overigens bijzonder<br />

fraaie uitzicht stilaan in een eindfase van afwerking was.<br />

Deze Leie-as is in feite een oost-west-as, die recht op de historische noord-zuid-as staat<br />

(van Budastraat over Grote Markt tot Doorniksesteenweg). Met twee assen die haaks op<br />

elkaar staan, heb je evenwel nog geen ‘circuit’ in de stad.<br />

33 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 31<br />

#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

42


#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

43<br />

6<br />

Maar in dit concept is de Leie-as uiteindelijk een cultuurtoeristische zone, bestaande<br />

uit het trio Vlas, Buda en Broel; een wandelcircuit van ca. 900 m. In hoofdstuk 7 geven<br />

we meer detail, maar we willen hier alvast signaleren dat Vlas- en Broelmuseum in<br />

onze optiek niet langer puur historische musea zijn, maar integendeel bewust de lijn<br />

doortrekken vanuit het verleden tot vandaag. De Budafabriek van zijn kant zal de lijn<br />

uitzetten van vandaag tot in de toekomst. Op die manier zijn de musea niet langer opgesloten<br />

in hun historische beperking, maar krijgt de hele cultuurhistorische zone relevantie<br />

vanuit het verleden tot in de toekomst.<br />

Vlak bij het Broelmuseum begint de historische zone van <strong>Kortrijk</strong>, met ondermeer<br />

de Broeltorens, de Onze-Lieve-Vrouwekerk, de Artillerietoren, Begijnhof en Belfort<br />

(allebei Unesco Werelderfgoed), het <strong>Stad</strong>huis, het Baggaertshof, enz… Vergeet niet dat<br />

<strong>Kortrijk</strong> vandaag een tweehonderdtal beschermde monumenten en gebouwen telt, naast<br />

een honderdtal waardevolle gevels. In dit deel van <strong>Kortrijk</strong> moet de historisch geïnteresseerde<br />

bezoeker momenteel nog grotendeels zelf zijn weg zoeken. Ook zijn een aantal<br />

werken nodig waar nu nog missing links zijn. Maar het potentieel is aanwezig om op<br />

een elegante manier de mensen van de cultuurtoeristische zone in de historische zone te<br />

gidsen, die als vanzelf overloopt in de grotendeels verkeersvrije handelszone. Wie van<br />

daar uit naar het Station gaat, komt tenslotte in een gebied terecht dat we de cultuurparticipatiezone<br />

genoemd hebben. Hier vind je de toekomstige cluster Schouwburg -<br />

Track – Kreun - Conservatorium en nieuwe bibliotheek. In een stad als Leuven werken<br />

bibliotheek en schouwburg met succes intensief samen, zowel op het vlak van ticketverkoop<br />

en reservaties als inhoudelijk en programmatorisch. Dit moet in <strong>Kortrijk</strong> beslist<br />

ook kunnen uitgewerkt worden, temeer omdat beide leidinggevenden daar voor open<br />

staan en daar overigens nu al mee bezig zijn.<br />

Ik besef overigens dat dit soort onderverdeling in de praktijk gelukkig veel minder gecompartimenteerd<br />

is. Het spreekt bvb. vanzelf dat ook de zgn. historische zone cultuurtoeristisch<br />

potentieel heeft. Historische gebouwen hebben soms nood aan openstelling<br />

en kunst is daar een goede aanleiding voor, zoals bvb. het nieuwe Festival van Vlaanderen<br />

bewees met vijf concerten op verschillende locaties in de stad.<br />

Dat leidt fi naal tot volgende kaart, waarbij zowel Vlasmuseum als Station een logisch<br />

instap- of eindpunt vormen:<br />

• Het Vlasmuseum voor de bezoeker met interesse in deze regionale thematiek,<br />

die hij van daar uit ook perfect kan bestrijken te voet, (vooral) met de fi ets of<br />

per auto en zelfs per boot.<br />

• Het (straks grondig vernieuwde) station als instappunt voor gebruikers van het<br />

openbaar vervoer.


De beperkte schaal van en grote concentratie binnen <strong>Kortrijk</strong> maken beide ‘entrees’<br />

relevant met het oog op een citytrip.<br />

6<br />

Conditio sine qua non om dit ‘circuit’ uit te bouwen in een volgende legislatuur zijn<br />

een aantal momenteel nog ontbrekende ‘poorten’ tussen deze vier zones, waarvan het<br />

Overbekeplein wellicht de meest delicate maar ook de meest cruciale is. Het is een<br />

strategisch uitgangspunt om tussen deze zones en de sectoren waar ze voor staan een<br />

maximale synergie uit te bouwen (andermaal met respect voor elkaars autonomie, natuurlijk).<br />

#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

44


#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

45<br />

6<br />

2. HET INHOUDELIJK VERHAAL: 4 SPEERPUNTEN<br />

<strong>Kortrijk</strong> doet soms denken aan een verwend kind, dat altijd nieuwe impulsen wil, speeltjes,<br />

kicks – in plaats van de bestaande dingen te combineren of synergie te zoeken. Er<br />

komen geregeld zaken bij, maar zelden zie je iets verdwijnen. Dat is ook weinig verwonderlijk.<br />

Jaren geleden gaf Hans Achterhuis al aan dat organisaties, ook op ‘de markt<br />

van welzijn en geluk’ al snel de neiging hebben om zichzelf in stand te houden, eerder<br />

dan zuiver hun missie na te streven.<br />

Echte innovatie is evenwel niet: altijd maar nieuwe dingen doen. Echte innovatie is:<br />

nieuwe dingen op een nieuwe manier doen. Het is mijn overtuiging dat het zoeken naar<br />

samenwerking en synergie op dat vlak momenteel erg belangrijk is, temeer omdat een<br />

verdere groei voor cultuur duidelijk niet meer zal bestaan uit altijd maar meer middelen.<br />

Bij het maken van keuzes gaat het ook niet alleen om de keuzes op zich, maar om de<br />

coherentie van die keuzes. Het gaat niet langer om kwantiteit, maar om relevantie. En<br />

het gevolg moet niet langer zijn: groeien in de breedte, maar groeien in de hoogte. Dat<br />

wil zeggen, zichtbaar zijn, vanwege toonaangevend.<br />

Twee cultuurzones<br />

Vertrekkend van de twee cultuurzones (cultuurtoerisme en cultuurbeleving), willen<br />

we het culturele werkveld in het centrum van <strong>Kortrijk</strong> uitbouwen rond 4 speerpunten,<br />

telkens twee per zone:<br />

• Cultuurtoeristische zone (Leie-as):<br />

- Vlas<br />

- Buda<br />

• Cultuurparticipatiezone (as Station-Schouwburg):<br />

- Bibliotheek<br />

- Cultuurcentrum<br />

In deze legislatuur heeft de stad vooral geïnvesteerd in de Leie-as. Voor een volgende<br />

legislatuur staan, op cultureel vlak , vooral investeringen in de as Station-Schouwburg<br />

te wachten.


Cultuurtoeristische zone & Erfgoedcel<br />

6<br />

Erfgoed zal daarbij een bijzondere plaats innemen. De publiekswerking van de erfgoedcel<br />

zal ondergebracht worden bij de twee meest geschikte organisaties, voor wie publiekswerking<br />

een kernopdracht is: het nieuwe Vlasmuseum voor het regionale erfgoed<br />

en de nieuwe bibliotheek voor het lokale erfgoed.<br />

Toerisme, dat samen met ondermeer cultuur deel zal uitmaken van de nieuwe Directie<br />

‘Mens’, blijft geconcentreerd in <strong>Kortrijk</strong> 1302 in het Begijnhofpark; de subsidie van<br />

Toerisme Vlaanderen voorziet overigens dat de investering minstens 15 jaar gehandhaafd<br />

wordt. Het nieuwe Vlasmuseum zal evenwel een veel uitdrukkelijker toeristische<br />

rol krijgen, waarover meer in 7.1.1.<br />

Het Broelmuseum van zijn kant zal hertekend worden vanuit de totaliteit van het Budaeiland.<br />

Meteen wordt het idee van ‘kunsten-eiland’ verruimd tot ‘eiland van creatie’.<br />

Het is de bedoeling dat het Broelmuseum in eerste instantie functioneert als belangrijk<br />

element in het totale Budaconcept. Daarin zal het de unieke speler zijn die als selectief<br />

geheugen fungeert van wat de voorbije vier eeuwen, tot op vandaag, in het <strong>Kortrijk</strong>se<br />

gecreëerd is, zowel op het vlak van beeldende als van toegepaste kunst. Broelmuseum<br />

(maar ook Vlasmuseum) trekken op die manier de lijn van vroeger door tot op vandaag;<br />

de Budafabriek van vandaag tot morgen.<br />

#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

46


#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

47<br />

6<br />

Cultuurbelevingszone<br />

In de cultuurbelevingszone staan twee infrastructurele clusters centraal. Enerzijds de<br />

Schouwburg, als belangrijkste generalistische aanbieder van podiumactiviteiten van de<br />

zuidelijke helft van West-Vlaanderen. Het huidige CK moet overigens de keuze maken<br />

en gaandeweg de middelen krijgen om voluit in te zetten op deze taak en ambitie. Het<br />

Planlastdecreet zal leiden tot een nieuw decreet Lokaal Cultuurbeleid, waarbij het niet<br />

meer nodig is om je, omwille van Vlaamse subsidies, in bochten te wringen die zowel<br />

voor de gebiedswerking als voor de schouwburg vermoeiend zijn. Beter is om allebei<br />

voor je eigen, zuivere missie te kunnen gaan en volwassen service level agreements met<br />

elkaar af te sluiten inzake expertise-uitwisseling, promotie e.a. Verder moet ‘evenementen’<br />

programmatorisch geïntegreerd worden in het cultuurcentrum, dat niet langer in<br />

eerste instantie als een gebouw (‘de schouwburg’) wordt bekeken maar als een expertisecentrum.<br />

Of er dan in een zaal dan wel in openlucht geprogrammeerd wordt, is enkel<br />

een gradueel verschil, geen fundamenteel; het gaat om dezelfde kennis van aanbod én<br />

publiek.<br />

Anderzijds is er de stationsomgeving waarin de nieuwe bibliotheek een centrale plaats<br />

zal innemen, maar ook tussen de Kreun, Track en het Conservatorium als ‘muziekcluster’<br />

een maximale synergie uitgebouwd wordt. <strong>Kortrijk</strong> scoorde in de stadsmonitor 2008<br />

het hoogste muziekaanbod van alle centrumsteden, het Festival van Vlaanderen herrijst,<br />

stad en regio brachten populaire groepen voort als Absynthe Minded, Balthazar, Goose<br />

en recent nog SX, Ozark Henry is van <strong>Kortrijk</strong>se origine, enz… maar vrijwel niemand<br />

maakt de associatie <strong>Kortrijk</strong> - muziek. Binnen deze cluster moet dat eindelijk gebeuren,<br />

in nauwe samenwerking tussen de diverse al aanwezige spelers en hopelijk nog meerdere<br />

andere, in de mate van hun relevantie.<br />

Overigens moet synergie en samenwerking een soort moral duty worden, ook met sectoren<br />

buiten de culturele schutkring. Waarom zouden de spelers op Buda, waar zowel<br />

kunst als economie elkaar moeten vinden, de expertise of infrastructuur van het wel<br />

zeer nabije Ondernemerscentrum niet kunnen benutten en vice versa? En als de Budafabriek<br />

een plek van innovatie moet worden, waarom dan ook niet innovatie in de zorgsector,<br />

die vlakbij aanwezig is, met spelers als Heilig Hart en OCMW?


3. HET PROGRAMMATORISCHE VERHAAL:<br />

LESS IS MORE<br />

Een derde strategische keuze die we voorstellen gaat over het volume aan aanbod.<br />

In de wereld van IT en elektronica maakt het begrip ‘goed genoeg’ opgeld. Skype is qua<br />

geluidskwaliteit een inferieure vorm van telefoneren, maar dat neemt men er graag bij,<br />

vanwege zoveel goedkoper als je naar verre buitenlanden belt. Skype is ‘goed genoeg’.<br />

<strong>Kortrijk</strong> stikt onder zijn culturele dadendrang. Op jaarbasis zijn er, met steun van de<br />

<strong>Stad</strong>, een 70-tal tentoonstellingen, waarvan slechts enkele een behoorlijk aantal bezoekers<br />

halen. Maar al deze tentoonstellingen vergen een voorbereiding, een opbouw,<br />

doorgaans ook een opening en vaak een personeelsintensieve bewaking. Bovendien<br />

heeft <strong>Kortrijk</strong> tot de opening van de Budafabriek geen onderscheidende expo-ruimte,<br />

die tentoonstellingen van een zekere omvang mogelijk maakt; waarom dan zoveel inzetten<br />

op zoveel versnippering? Voor alle duidelijkheid: dit is geenszins een kwalitatief<br />

oordeel; integendeel. Het is juist de bedoeling om de apert aanwezige professionaliteit<br />

beter te laten renderen. <strong>Kortrijk</strong> doet momenteel te vèèl om zichtbaar te zijn!<br />

In punt 5.5.2. (De participerende stad) bleek dat het aanbod aanzienlijker was dan het<br />

participatie-effect dat het ressorteerde. In mensentaal: met zulk een volume aan programmering<br />

zou je meer publiek moeten trekken.<br />

We gaven drie mogelijke redenen aan:<br />

1. Te veel aanbod<br />

2. Voldoende aanbod (en misschien te veel), maar dat aanbod wordt niet goed in<br />

de markt gezet (communicatie, prijs, planning,…)<br />

3. Het aanbod is niet goed/geschikt genoeg.<br />

Het is mijn overtuiging dat <strong>Kortrijk</strong> zich bezondigt aan alle drie - gelukkig niet altijd<br />

alle drie samen.<br />

6<br />

We kunnen dit probleem maar oplossen door helemaal ‘back to basics’ te gaan. Dat<br />

betekent dat elke organisatie uit de huidige directie cultuur zijn eigen missie moet<br />

bevragen of, waar die afwezig is, opstellen: ‘waartoe ben ik op aarde?’ Daaruit moeten<br />

de kerntaken blijken - ook in relatie tot de collega’s- en die moeten prioriteit krijgen in<br />

de werkzaamheden. Alles wat daar buiten valt, is hooguit nice to do; geen need to do.<br />

Bovendien moet men streven naar optimale kwaliteit én optimale communicatie daarvan<br />

(be good & tell it).<br />

#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

48


#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

49<br />

6<br />

Vervolgens komt de vraag aan bod naar ‘dagelijks brood’ en ‘gebakjes’. In de media<br />

zijn beide evenwaardig. Voor een generalistisch televisienet als Eén zorgen programma’s<br />

als Blokken, Dagelijkse Kost, Het Journaal, Man bijt hond en Thuis voor volume<br />

en zendertrouw. Zij zijn het dagelijkse brood, de dwarsbalken van het huis. Maar je hebt<br />

ook extra’s nodig: Van vlees en bloed, bijvoorbeeld, of hypes zoals vroeger Eurosong.<br />

Het zijn de extra’s die zorgen voor imago; het zijn de lekkere gebakjes, het is de aankleding<br />

van je kamers. Maar zonder dagelijks brood zijn de gebakjes geïsoleerde lekkernijen,<br />

die structureel weinig duurzaamheid inhouden voor je merk. En als er geen gebakjes<br />

zijn, is een dagelijks menu van zelfs het beste brood op de duur schraal, eentonig en<br />

modaal.<br />

Het is dus zaak om na deze individuele oefening overkoepelend te bepalen waarin je je<br />

wil onderscheiden en in welk een frequentie. En dat zowel door het eigen aanbod als<br />

door wat de privé-sector aanreikt (Interieur, Humorologie,…). Door Sinksen (jaarlijks)<br />

of door een driesterrententoonstelling (bvb. driejaarlijks) of door een unieke creatieplek<br />

als de Budafabriek. Maar misschien moet je niet te diep spitten, omdat het erts gewoon<br />

aan de oppervlakte ligt. Zo is <strong>Kortrijk</strong> qua aanbod de derde of vierde fi lmstad van<br />

Vlaanderen, na Gent en Antwerpen en misschien Oostende – maar dat heeft dan weer<br />

geen arthouse. Is dit laaghangend fruit, dat zó geplukt kan worden?<br />

Dit alles moet zo concreet mogelijk gedefi nieerd worden; dus best in SMART-termen:<br />

• Specifi ek: doelstelling moet eenduidig zijn<br />

• Meetbaar: onder welke (meetbare/observeerbare) voorwaarden of vorm is het<br />

doel bereikt?<br />

• Acceptabel: acceptabel voor doelgroep en/of management?<br />

• Realistisch: haalbaarheid<br />

• Tijdgebonden: wanneer?<br />

Je belangrijkste activiteiten moeten ook bijdragen aan de totaliteit van het stedelijke beleid<br />

en de citymarketing die die totaliteit communiceert. Uiteraard ligt de bal hier in het<br />

kamp van de politiek: zij staat aan het begin van deze keten en als zij geen eenduidige,<br />

verstandige keuzes maakt, zal al de rest gebouwd zijn op wankele grondvesten. Mee op<br />

basis daarvan moeten de doelgroepen nog nader gedefi nieerd worden.<br />

Het uiteindelijk doel van heel deze oefening is tweevoudig:<br />

• Zowel per jaar als over een legislatuur inschrijven met welke culturele projecten<br />

of evenementen je ofwel op vrij continue basis aanwezig wil zijn ofwel<br />

onderscheidend wil uitpakken.<br />

• Het belang van deze activiteiten ook juist vertalen in termen van budgetten.<br />

Enkel integrale budgetten zijn daarbij van nut.


Dat zal vanzelf ook leiden tot strategische projecten, die uiteraard op langere termijn<br />

zijn. Op cultureel vlak waren er twee in deze legislatuur, met name de Budafabriek en<br />

het Vlasmuseum. Voor een volgende legislatuur kondigt zich alvast de nieuwe bibliotheek<br />

aan, als onderdeel van het veel ruimere Stationsproject. Zoals aangegeven is<br />

daarbij integratie van de aanwezig muzieksite eveneens elementair.<br />

In tweede orde zie ik het ‘Masterplan Schouwburg’, wat zowel staat voor de verdere<br />

interne optimalisering van het gebouw als voor de heraanleg van het Schouwburgplein,<br />

met betere integratie van de onderliggende parking en de schouwburg zelf. Bovendien<br />

is het wenselijk om daarbij ook te beslissen of dit plein geregeld zal gebruikt worden<br />

voor openluchtevenementen dan wel of het in eerste instantie de Grote Markt is die<br />

daarvoor prioritair in aanmerking komt. Het pleidooi voor de uitvoering van het (grotendeels<br />

bestaande) Masterplan Schouwburg is overigens ingegeven vanuit de eenvoudige<br />

overweging dat het publiek de Schouwburg nu al ervaart als een – naar <strong>Kortrijk</strong>se<br />

normen- absolute topper. Ik adviseer onomwonden om de beste paarden meest haver te<br />

geven.<br />

4. DE STAD ALS OPEN INVITATIE<br />

Het onderzoek van Callebaut & Co onderscheidt vier niveaus van verwachting over de<br />

stad als leefomgeving:<br />

1. Mijn vertrouwde eigen kleine wereld<br />

2. Een uitnodigende wij-plek<br />

3. Een boeiend en verrassend speelveld<br />

4. Mijn anonieme biotoop<br />

<strong>Kortrijk</strong> performeert voortreffelijk inzake directe omgeving. Ook de indicatoren die de<br />

<strong>Stad</strong>smonitor opgeeft voor ‘tevredenheid’ wijzen in die richting. Het valt op dat <strong>Kortrijk</strong><br />

vrij goed scoort voor ‘activiteiten voor ouderen’ (7e plaats in 2008 en zelfs 2e in<br />

2011) en ‘contact in de buurt’ (4e plaats in 2008 en 2011). Samen met de voortreffelijke<br />

ranking voor cultuurparticipatie via verenigingen bevestigt dat een beeld van <strong>Kortrijk</strong><br />

dat degelijk werkt op niveau 1 en vooral 2 (‘vertrouwde eigen kleine wereld’ & ‘uitnodigende<br />

wij-plek’): men percipieert de stad als een “gezellige, rustige en veilige stad<br />

op mensenmaat” 36 . De sterke service van de stad naar het wijk- en verenigingsleven<br />

(zowel subsidies, gunsttarieven als materiële ondersteuning) is op dat vlak uiteraard ook<br />

betekenisvol.<br />

Het rapport voegt er evenwel aan toe: “Deze beleving betekent een zekere rem op de<br />

36 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 91<br />

6<br />

#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

50


#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

51<br />

6<br />

geloofwaardigheid en bekwaamheid o.a. op vlak van cultuur” 37 . Lapidair zou je kunnen<br />

zeggen dat men <strong>Kortrijk</strong> ervaart als een uit de kluiten gewassen dorp, waarvan de positieve<br />

aspecten ondanks de middelgrote schaal aanwezig zijn. Daar is niets tegen en dat<br />

hoeft ook niet afgebouwd te worden. Maar als <strong>Kortrijk</strong> een regionale of zelfs Vlaamse<br />

relevantie wil ontwikkelen, mag het daar niet bij ophouden.<br />

Het advies van Jan Callebaut is dan ook onomwonden om het niveau ‘boeiend en verrassend<br />

speelveld’ te ontwikkelen, bovenop de ‘verworven’ niveaus 1 en 2. De term die<br />

daarbij valt is ‘Open invitatie’.<br />

Een beeld dat dit prachtig verwoordt, is de Olifant van Miguel Barcélo dat in Avignon<br />

staat. Het plompe dier staat speels op zijn slurf, de poten vrolijk in de lucht gespreid, of<br />

all places vòòr het statige Palais des Pâpes. Maar het geeft aan dat Avignon, bovenop<br />

zijn erfgoed en zijn historische waarde, ook met hedendaags, fantasierijk werk wil boeien<br />

en verrassen. Het beeld van Barcélo is een statement -zeker op die plaats- maar het<br />

stemt ook overeen met een aanbod (bvb. het jaarlijkse gerenommeerde theaterfestival).<br />

Ook <strong>Kortrijk</strong> zal zich een gezicht moeten geven bovenop Guldensporen en erfgoed.<br />

Daarbij dringt zich eerder een selectie op dan het verder uitbouwen in de breedte.<br />

37 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 91


6<br />

Uit alles blijkt dat ‘<strong>Kortrijk</strong> als doel’ momenteel niet sterk genoeg is voor een bezoek, in<br />

tegenstelling tot bvb. Gent, Antwerpen of Brugge. Er moet een aanleiding zijn (bvb. een<br />

grote tentoonstelling). Zulk een event geldt als een ‘eerstelijnsinvitatie’. Los van zijn<br />

intrinsieke waarde, kan cultuur op dat vlak belangrijk zijn.<br />

Twee begrippen zijn daarbij van belang:<br />

1. Hiërarchie: <strong>Kortrijk</strong> moet zelf beslissen welke troeven het wil uitspelen. Nu<br />

is er een ruim aanbod, maar er zijn te weinig uitschieters.<br />

2. Omgeving: er moet als belofte een aantrekkelijke totaalbeleving zijn, waarbij<br />

(overdag) shopping en (doorlopend) horeca van groot belang zijn. Overleg<br />

met de horeca is dan ook nodig, met het oog op gezamenlijke promotie en<br />

acties.<br />

Toch vertrekt <strong>Kortrijk</strong> ook dan nog met een achterstand. Eenzelfde optreden in <strong>Kortrijk</strong><br />

als in de Brusselse AB, wordt toch subjectief als minder ervaren. De ‘contextualiteit’<br />

van <strong>Kortrijk</strong> is immers een rem; er is hulp nodig om de dingen ‘te laten waarderen’. In<br />

je communicatie moet je dit mentaal-psychologisch duiden; moet je de mensen als het<br />

ware helpen om dat te laten doordringen. Dat is een kwestie van opbouwen en ondersteunen;<br />

het is werk van langere adem. De Citymarketing moet fi erheid aanreiken, maar<br />

je hebt concrete aanleidingen nodig om de bezoeker binnen te halen. Het is wenselijk<br />

om dit door een expert in communicatie & marketing te laten uitwerken, in nauw overleg<br />

met de mensen die verantwoordelijk zijn voor creatie en programmering. Zo verzand<br />

je niet in kreten als ‘kom naar <strong>Kortrijk</strong>’ maar eerder ‘Bezoek Interieur en ga daarna<br />

shoppen’ (bij wijze van voorbeeld). Inzetten dus op doelgerichte, specifi eke acties rond<br />

pakweg vijf top-activiteiten waarop <strong>Kortrijk</strong> stelselmatig wil recruteren als ‘open invitatie’.<br />

Callebaut adviseert dan ook om je vragen te stellen als: ‘Wat zijn de vijf imagovormende<br />

initiatieven voor 2014?’ Wat is de USP van <strong>Kortrijk</strong>, die men gaandeweg<br />

spontaan en uniek gaat associëren met de stad (bij wijze van voorbeeld: dé internetstad<br />

of gaming)? Kortom, waarmee wil <strong>Kortrijk</strong> uitpakken als open, unieke invitatie?<br />

Bovendien: een ‘open invitatie’ is één zaak. Je invités hartelijk onthalen, is iets anders.<br />

Ook op dat vlak is <strong>Kortrijk</strong> voor verbetering vatbaar.<br />

• Vriendelijk onthaal tout court is essentieel. Service, tegemoetkoming, informatie<br />

– en dat alles liefst op maat.<br />

• Voor dat laatste is kennis van je gasten onontbeerlijk. Hierin is nog een grote<br />

weg af te leggen. Er moet een vakkundige CRM (Customer Relationship Management)<br />

opgebouwd worden: een bestand waarin je de belangrijke gegevens<br />

over klanten bewaart, met respect voor wetgeving en privacy, uiteraard. Het<br />

#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

52


#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

6<br />

gaat dan om persoonsgegevens (naam, leeftijd, woonplaats, gezinssituatie,…)<br />

maar ook om interesses en drijfveren, waarbij je aan mapping kunt gaan doen<br />

(rudimentair uitgewerkt in deze fi guur uit het Callebaut-rapport ) 38 .<br />

• Verder moet cultuur in <strong>Kortrijk</strong> ook een duidelijke taalpolitiek hanteren. Een<br />

stad die zowel aan een Franstalig land als aan een Franstalig landsgedeelte<br />

grenst en ambities heeft in een Eurometropool moet consequent zijn belangrijke<br />

organisaties met internationaal potentieel in Nederlands én Frans verzorgen<br />

– en wat mij betreft: ook in het Engels (zie ook punt 8.5. Eurometropool)<br />

• Dat alles maakt deel uit van een ‘gidsen’ dat in cultuur onze tweede natuur<br />

moet worden. Vanwege het gigantisch gestegen en nog altijd exponentieel<br />

groeiende aanbod, is vakkundig gidsen essentieel geworden. “Onze geglobaliseerde<br />

wereld telt miljoenen cultuurproducenten. (…) Niemand raakt nog wijs<br />

uit de overvloed aan aanbod ” stelt de Vlaming Chris Dercon, directeur van<br />

het wereldvermaarde Tate Modern in London en hij voegt er aan toe:<br />

“ Het werk begint pas als de opening van de tentoonstelling achter de rug is.<br />

Dan moet je het publiek vertellen en duidelijk maken waar kunst over gaat.” 39<br />

. Dat geldt bvb. ook voor bibliotheken. Jan Braeckman, directeur van Bibnet,<br />

publiceerde in Ons Erfdeel een artikel ‘De openbare bibliotheek in tijden<br />

van Google’. Hij stelt daarin dat bibliotheken zich er van bewust moeten zijn<br />

“dat een bibliotheekcollectie maar een beperkte selectie is uit een veel ruimer<br />

(over)aanbod. Dat maakt het selectieproces delicater maar ook waardevoller.<br />

Niet iedereen heeft de tijd of de kennis om het aanbod te verkennen en om er<br />

keuzes uit te maken. Meer dan ooit hebben mensen behoefte aan fi lters, gidsen<br />

en oriëntatiepunten.” 40 .<br />

Dertig jaar geleden, bij het begin van de culturele centra en in de aanloopfase<br />

van het eerste bibliotheekdecreet, volstond het bij wijze van spreken om een<br />

38<br />

Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 72<br />

39<br />

Dercon, C., Kunst voor de Hoera-generatie, De Standaard, 18-19 december 2010, p. C7-C9<br />

40<br />

Braeckman, J., De openbare bibliotheek in tijden van Google, Ons Erfdeel, 2009, p. 26<br />

53


(kwalitatief) aanbod te hebben. Dat was dermate onderscheidend en aantrekkelijk,<br />

dat het publiek zijn weg wel vond. Gaandeweg is de promotie daarvan<br />

hand over hand belangrijker geworden. Nu zijn we in een fase beland waarbij<br />

men een geschikte begeleiding verwacht. Voor een stuk is dat de autoriteit die<br />

je opbouwt als instelling. In dat geval gaat men er van uit dat je schouwburg,<br />

bibliotheek, museum,… dermate betrouwbaar is dat het aanbod de moeite<br />

waard zal zijn. Maar zelfs dan verwacht de bezoeker nog dat hij een dienende<br />

duiding krijgt, degelijk en voldoende grondig, in een heldere taal.<br />

5. PARTNERSHIPS:<br />

VITALE COALITIES EN CONVENANTEN<br />

Leiedal heeft zijn vijftigste verjaardag toekomstgericht opgehangen aan het traject<br />

‘Sterk besturen in een sterke regio’. Daarbij is terecht gewezen op het belang van ‘vitale<br />

coalities’.<br />

<strong>Stad</strong>ssecretaris Geert Hillaert hield in dat kader ook een pleidooi tegen verpampering en<br />

vóór zaken als regisseursfunctie, partnerships, fl exibel organiseren. Ook als centrumstad<br />

heb je inderdaad gedegen allianties en strategische partnerships nodig. Daarbij moet je<br />

wel selectief werken, kijken waar samenwerking verhoogde mogelijkheden impliceert<br />

en met sterke, relevante partners scheep gaan, in een open, transparante structuur.<br />

We komen daar in het volgende hoofdstuk geregeld op terug, maar het lijkt me alvast<br />

een strategisch beginsel om een aantal initiatieven ab ovo of gaandeweg regionaal te<br />

bekijken.<br />

Dat geldt per defi nitie voor het Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong>, waarvoor Toon<br />

Berckmoes van Idea Consult een onderzoeksopdracht kreeg met het oog op een toekomststrategie.<br />

Dit Overleg zet vanaf het begin sterk in op cultuurcommunicatie en<br />

werkt daarbij, net als de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>, nauw samen met Cultuurnet Vlaanderen. In een<br />

digitaal tijdperk lijkt effi ciëntie door samenwerking me dan ook voor de hand te liggen.<br />

Het Overleg heeft immers als ambitie geformuleerd: “het aanbieden van een zo<br />

optimaal mogelijk cultuuraanbod voor een zo groot en divers mogelijk publiek“ 41 . De<br />

cultuurcommunicatie is overigens niet alleen in <strong>Kortrijk</strong>, maar ook in meerdere andere<br />

gemeenten en steden voor fl ink wat verbetering vatbaar. De evolutie in de digitale communicatie<br />

gebeurt overigens dermate snel dat - zeker voor kleinere gemeenten - een<br />

regionale aanpak een injectie van kennis en innovatie kan betekenen.<br />

Maar ook initiatieven als het nieuwe Vlasmuseum en de Budafabriek, of de uitbouw<br />

van Humuz, als cel cultuureducatie, lijken me geschikt voor geregelde of misschien<br />

zelfs structurele regionale samenwerking.<br />

41 Berckmoes, T., Welke bijsturingen Overleg Cultuur regio <strong>Kortrijk</strong> ?, 2011, p. 3.<br />

6<br />

#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

54


#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

55<br />

6<br />

Ik pleit er in dit kader ook voor om een aantal subsidies, zeker aan (semi-)professionelen<br />

uit de culturele sector, te rendabiliseren via convenanten. Momenteel heeft zulk een<br />

subsidie - hoe gerechtvaardigd en belangrijk ook- vaak nog een te vrijblijvend karakter,<br />

zoiets als een automatisch bedrag dat het nieuwe jaar met zich mee brengt, een ‘ga nu<br />

naar start’ per 1 januari, waarna storting volgt. Als een stadsbestuur het belangrijk vindt<br />

dat er ook in het centrum een fi lmaanbod is, of een specifi eke muziekprogrammering,<br />

dan kan het via een convenant fi nanciële middelen toewijzen aan pakweg KC Buda<br />

of De Kreun, waar een bepaald resultaat tegenover staat. Over die specifi eke doelstellingen<br />

moet uiteraard overleg zijn en de uitwerking moet in grote vrijheid kunnen<br />

gebeuren, maar met een duidelijk objectief. Vaak blijkt dan dat zowel stad als organisatie<br />

daarin vragende partij zijn van hetzelfde. Zo waren de zwakke bezoekcijfers van<br />

de Budascoop tijdens de zomer, zowel voor Kunstencentrum als Directie Cultuur, een<br />

bezorgdheid en volstond één overleg om met succes een aantal innovaties op dat vlak<br />

uit te denken, die inmiddels leidden tot 60% groei in 2010 en nog eens 93 % stijging<br />

daar bovenop in 2011; een verdrievoudiging op twee jaar! (Zie ook punt 8.3. Kunstenoverleg,<br />

2e onderdeel).<br />

Dit soort convenanten kadert eveneens in een stedelijke oefening in nieuw bestuur,<br />

waarbij bescheidenheid vanwege het besef dat je niet alles alleen kan of niet in alles de<br />

beste speler kunt zijn, leidt tot een regisseursrol die stimulerend is en nauw aansluit bij<br />

de stedelijke doelstellingen.<br />

6. SLOTBEDENKINGEN<br />

De literatuur en het aanvullend onderzoek, bevestigen in grote trekken het beeld uit de<br />

interviews, maar wijzen vooral de dieperliggende oorzaken aan, die vaak neerkomen op<br />

een gebrek aan keuzes: groei in de breedte, in plaats van in de hoogte.<br />

Het onderzoek van Callebaut , gekoppeld aan de bevindingen van Marlet, geeft evenwel<br />

aan dat <strong>Kortrijk</strong> potentieel heeft . Bovenop de ‘walking city’, die zich deels manifesteert<br />

op niveau 1 en 2, moet <strong>Kortrijk</strong> welgemikt inzetten op aantrekkelijkheid als boeiende en<br />

verrassende stad.<br />

<strong>Kortrijk</strong> moet een identiteit ontwikkelen, die kadert in de globale beleidsvisie. Dat is<br />

conditio sine qua non voor de citymarketing en alle communicatie en promotie moet<br />

van daar uit ontwikkeld worden. Cultuur is daarbij - los nog van zijn intrinsieke waarde-<br />

een belangrijk element.


Verdeeld over twee -overigens interfererende- cultuurzones moeten vier speerpunten<br />

leiden tot een selectie van stadsoverschrijdend aanbod. Voor de verdere uitwerking van<br />

dit rapport hebben we een mapping gemaakt van de 28 werven over de 2 zones en 4<br />

speerpunten (bijlage 3).<br />

De werven die gaan over organisatie en implementatie komen aan bod in een tweede<br />

deel van dit rapport. Dat zal uitgewerkt worden vanaf begin 2012.<br />

<br />

• Een natuurlijke fl ow creëren in de stad via 4 zones en 4 culturele speerpunten<br />

• ‘poorten’ aanleggen tussen die zones<br />

• Missie uitschrijven per instelling/dienst om tot kernactiviteiten te komen,<br />

Smart gedefi nieerd en gerelateerd aan budgetten<br />

• Minder organiseren met meer relevantie<br />

• Bijdragen aan Stationsproject met Bib en geïntegreerde muzieksite<br />

• Inzetten op niveau 3 (‘boeiend en verrassend speelveld’)<br />

• Top 5 imagovormende activiteiten identifi ceren<br />

• Samenwerking met Horeca intensifi ëren<br />

• CRM e.a. persoongebonden marketinguitbouwen<br />

• Publieksvriendelijke sfeer stimuleren<br />

• Gidsfunctie moet tweede natuur worden van personeel<br />

• Inzetten op relevante partnerships<br />

• Convenanten opzetten met (semi-) professionele actoren<br />

6<br />

#6 STRATEGISCHE KEUZES<br />

56


DE VIER<br />

SPEERPUNTEN<br />

1. VLASMUSEUM<br />

1.1. Historiek<br />

7<br />

Vanaf ca.1800 ontwikkelde de vlasbewerking, van plant tot spinklare vezel, zich tot<br />

de belangrijkste nijverheid van de Leiestreek. De vlasindustrie en –handel was zo belangrijk<br />

voor de regio dat ze de demografi sche kaart hertekende, permanente invloed<br />

had op het landschap én de basis legde voor het huidige economische klimaat.<br />

De vlasnijverheid van de Leiestreek was echter ook belangrijk op wereldniveau.<br />

In de Leiestreek ontwikkelde zich een internationaal systeem waarbij Frankrijk en<br />

Nederland fungeerden als belangrijke leveranciers van ruw vlas, de Leiestreek als de<br />

internationale topregio voor de bewerking van vlas én de Engels sprekende landen<br />

als grootste afnemers van het bewerkte vlas.<br />

In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de vlasnijverheid in crisis. Bedrijven<br />

gingen failliet, waardoor dit ‘erfgoed’ dreigde te verdwijnen. Bert Dewilde was de<br />

juiste man op de juiste plaats en het juiste moment. Hij richtte de vzw “vrienden van<br />

het vlas” op, legde een verzameling vlaswerktuigen aan en kreeg in 1964 de toestemming<br />

van de stad <strong>Kortrijk</strong> om een kleine permanente presentatie te maken in de<br />

Broeltorens. De presentatie (van lijnzaad tot linnen) was gericht op de onderwijsinstellingen<br />

in de streek. Door de grote omvang van de crisis en de gedreven zoektocht<br />

van de leden van de vzw groeide de collectie snel. De presentatie verhuisde naar het<br />

Begijnhof (1966) en kreeg fi naal een onderkomen in de Beeuwsaerthoeve (1982).<br />

Hiervoor werd de collectie aangevuld met machines. Vanaf dit moment spreken we<br />

van het Nationaal Vlasmuseum met zijn typische taferelen en hyperrealistische beelden.<br />

In 1990 kreeg het museum de Grote Europese Prijs voor het autocartoerisme op<br />

Mitcar in Parijs.<br />

De collectie van het Nationaal Vlasmuseum is gericht op de productie. Afgewerkte<br />

producten ontbreken. Vanuit deze vaststelling groeide bij Bert Dewilde het idee om<br />

het Kant- en Linnenmuseum op te richten (1998). In dit museum maakt de bezoeker<br />

kennis met de diverse kantsoorten, een aantal schitterende <strong>Kortrijk</strong>se damasten en<br />

het gebruik van kant en linnen in het dagelijks leven. De collectie bestaat hoofdzakelijk<br />

uit textiel en volkskundige objecten. Deze groeide sterk aan. In 1999 werden<br />

het Nationaal Vlasmuseum en het Kant- en Linnenmuseum samen erkend door de<br />

Vlaamse regering als museum met een regionale uitstraling. In 2000 werden beide<br />

musea overgedragen aan de stad <strong>Kortrijk</strong>. Sinds 2008 maken ze samen met het<br />

Broelmuseum, het museum <strong>Kortrijk</strong> 1302 en de Cel Tentoonstellingen deel uit van<br />

de extern verzelfstandigde vzw Stedelijke Musea van <strong>Kortrijk</strong>.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

58


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

59<br />

7<br />

1.2. Sterke terugval bezoekerscijfers<br />

Eén van de eerste plaatsbezoeken die ik in <strong>Kortrijk</strong> deed, in januari 2010, was aan<br />

het Vlasmuseum. Ik trof er een verzorgd maar verouderd museum aan, met evenwel<br />

een voortreffelijke basiscollectie. Het blijft de historische verdienste van Bert Dewilde<br />

dat hij, met beperkte middelen, een unieke en coherente verzameling bij elkaar<br />

gekregen heeft en er een museum mee uitgebouwd heeft dat een bijzonder succesrijke<br />

start nam bij de opening in 1982. Twee jaar later bereikte het Vlasmuseum<br />

zijn hoogste score met liefst 72.410 bezoekers. Daarna volgde een lange en vrijwel<br />

ononderbroken dalende lijn die de jongste twee jaar bleef hangen op 12.000 à 13.000<br />

bezoekers. Dat betekent dat het Vlasmuseum op zo’n 25 jaar zijn publiek zag terugvallen<br />

met een factor 6! Een winkel die daarmee geconfronteerd wordt, moet zich<br />

ernstig zorgen maken – als hij nog bestaat.<br />

80.000<br />

70.000<br />

60.000<br />

50.000<br />

40.000<br />

30.000<br />

20.000<br />

10.000<br />

0<br />

1982<br />

1984<br />

1986<br />

1988<br />

1990<br />

1992<br />

1994<br />

1996<br />

1998<br />

2000<br />

2002<br />

2004<br />

2006<br />

2008<br />

2010<br />

Ook in vergelijking met de erkende Vlaamse musea scoort <strong>Kortrijk</strong> niet goed; het<br />

Vlasmuseum net zo min als het Broelmuseum (cijfers 2010). Beide zijn overigens<br />

regionale musea, maar recente offi ciële cijfers van deze categorie waren helaas niet<br />

beschikbaar.


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

Museum Plaats Bezoekers<br />

Sportimonium Hofstade 17.090<br />

Provinciaal Zilvermuseum<br />

Sterckshof<br />

Antwerpen 19.565<br />

Kasteel van Gaasbeek Lennik 32.206<br />

MIAT Gent 35.349<br />

Huis van Alijn Gent 44.050<br />

Museum Dr. Guislain Gent 63.547<br />

Design Museum Gent 63.736<br />

MuHKA Antwerpen 71.598<br />

ModeMuseum Antwerpen Antwerpen 72.934<br />

Ijzertorenmuseum Diksmuide 73.612<br />

Museum Plantin-Moretus Antwerpen 79.140<br />

Museum voor Schone<br />

Kunsten Gent<br />

Gent 82.361<br />

Mu.ZEE Oostende 89.048<br />

Fotomuseum Provincie<br />

Antwerpen<br />

Antwerpen 90.345<br />

S.M.A.K. Gent 100.642<br />

Provinciaal Gallo-Romeins<br />

Museum<br />

Tongeren 104.143<br />

Hospitaalmuseum Brugge 119.230<br />

Middelheimmuseum Antwerpen 159.789<br />

Kunstmusea Antwerpen Antwerpen 181.728<br />

Groeningemuseum Brugge 192.607<br />

In Flanders Fieldsmuseum Ieper 198.542<br />

KMSKA Antwerpen 246.906<br />

Openluchtmuseum Bokrijk Genk 251.110<br />

1.3. Kritische rapporten<br />

Daarnaast waren er ook twee kritische rapporten over het Vlasmuseum.<br />

In 2007 maakten Guido De Brabander en Karen Vandenberghe, in opdracht van<br />

het <strong>Stad</strong>sbestuur, een ‘Doorlichting van de <strong>Kortrijk</strong>se musea’. De analyse is vrij<br />

negatief voor het Vlasmuseum: “Als museum is het vlasmuseum sinds zijn ontstaan<br />

weinig geëvolueerd. Het recent toegevoegde kant- en linnenmuseum verandert weinig<br />

aan de folkloristische sfeer. Het imago is er één van een museum dat gedateerd<br />

en achterhaald is. Behalve immobilisme straalt het museum weinig uit en al zeker<br />

geen vooruitgang, dynamiek of frisheid. Dit leidt ertoe dat de perceptie leeft dat vlas,<br />

kant en linnen (ook) in een museum geen toekomstwaarde mee hebben” 42 . De auteurs<br />

42 De Brabander, G. en Vandenberghe, K., Doorlichting van de <strong>Kortrijk</strong>se musea, Eindrapport, 2007, p. 24<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

60


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

7<br />

wijzen verder op het ontbreken van een collectiebeleid, een eenzijdige focus op het<br />

productieproces en het tekort aan sociaal-economische invalshoek. Er zijn goede<br />

klantencontacten, maar er heerst een “ondermaatse publiekswerking” 43 . Een “statische<br />

opstelling gaat parallel met een lage belevingswaarde” en er is een “zwak<br />

museaal concept” 44 .. “Het Vlas, kant- en linnenmuseum beschikt met twee museumgebouwen<br />

en een vlasserscafé op het eerste gezicht over een niet zo kleine behuizing.<br />

Toch blijkt er geen ruimte te zijn voor tentoonstellingen, is de bureauruimte te beperkt<br />

en is er onvoldoende ruimte om ook de sociaal-economische aspecten van de<br />

vlasindustrie toe te lichten. De huidige opstelling is sterk ruimteverslindend” 45 .<br />

Een jaar later adviseerde de Beoordelingscommissie van het Agentschap Kunsten en<br />

Erfgoed een terugzetting tot ‘basisniveau’. Gelukkig reageerde de Provinciale Beoordelingscommissie<br />

met handhaving van de regionale erkenning, wat uiteindelijk op<br />

Vlaams niveau ook gebeurde. Het was duidelijk met de hakken over de sloot . Het<br />

“ontwerp van beslissing over de vraag tot indeling en subsidiëring” 46 stipt ondermeer<br />

volgende zaken aan:<br />

• Het museum (heeft) een museumwaardige collectie, maar doet daar momenteel<br />

weinig mee.<br />

• Sociaal-economisch is het vlasverhaal erg belangrijk voor de regio, maar dit<br />

komt niet tot uiting in het museum.<br />

• Erg passief in netwerkvorming en in het betrekken van de bevolking bij het<br />

cultureel erfgoed.<br />

• Huidige opstelling ontoereikend, voornamelijk omdat er geen context en duiding<br />

gegeven wordt.<br />

• De bewaaromstandigheden zijn niet goed en er is geen aandacht voor behoud<br />

en beheer, het depot is kwalitatief onvoldoende, de registratie kent een grote<br />

achterstand, er zijn geen kwalitatieve tentoonstellingen, het museum is meerdere<br />

maanden gesloten,…<br />

43<br />

De Brabander, G. en Vandenberghe, K., Doorlichting van de <strong>Kortrijk</strong>se musea, Eindrapport, 2007, p. 25<br />

44<br />

De Brabander, G. en Vandenberghe, K., Doorlichting van de <strong>Kortrijk</strong>se musea, Eindrapport, 2007, p. 25<br />

45<br />

De Brabander, G. en Vandenberghe, K., Doorlichting van de <strong>Kortrijk</strong>se musea, Eindrapport, 2007, p. 27<br />

46<br />

Advies Beoordelingscommissiie 2008, Ontwerp van beslissing over de vraag tot indeling en subsidiëring, Agentschap Kunsten en Erfgoed<br />

61


1.4. Verbouwing?<br />

Een ingrijpende verandering drong zich dan ook op, temeer omdat het museum 3<br />

maanden per jaar dicht was, vanwege niet te verwarmen in de donkere maanden.<br />

Inmiddels had in april 2008 met Lies Buyse een nieuwe conservator het roer overgenomen.<br />

Al snel werd werk gemaakt van collectieregistratie en in haar analyse kwam<br />

ze in 2010 tot de volgende vaststellingen:<br />

“Vandaag bevinden het Nationaal Vlasmuseum en het Kant- en Linnenmuseum zich<br />

in een nieuwe levensfase. Die wordt ingegeven vanuit deze vijf vaststellingen.<br />

1. De thematiek van het Kant- en Linnenmuseum is niet uniek in België én daarenboven<br />

is de materie niet typisch voor de regio. Toch vormt het Kant- en Linnenmuseum<br />

een mooie en bijna noodzakelijke aanvulling op de thematiek van het<br />

Nationaal Vlasmuseum.<br />

2. De presentaties van het Nationaal Vlas-, Kant- en Linnenmuseum evolueerden<br />

nauwelijks in hun 28- en 12-jarig bestaan. Hierdoor zijn ze toe aan een inhoudelijke<br />

actualisering en een aanpassing aan de hedendaagse presentatietechnieken.<br />

3. Het Nationaal Vlasmuseum werd opgericht op het moment dat de vlassector<br />

in crisis kwam. Dit wil zeggen dat het de afgelopen 28 jaar kon terugvallen op<br />

bezoekers die actief waren geweest in het vlas of die typische vlaslandschappen<br />

(kapelletjes, rootbakken in de Leie, rootputten, …) gekend hebben. Het museum<br />

kon terugvallen op herkenning en zelfs een stuk nostalgie. Door de crisis en<br />

modernisering van de sector zijn er vandaag nog weinig actief in de sector en<br />

verdwijnen ook de typische landschapselementen of de algemene kennis erover.<br />

4. De museumsector is de afgelopen 25 jaar sterk geëvolueerd. Publiekswerking en<br />

-werving hebben een vooraanstaande plaats verworven in de sector, maar ondertussen<br />

wordt ook van de kleinere musea verwacht dat ze een gedegen collectiebeleid<br />

en wetenschappelijk beleid gaan voeren. Bijkomend is het zo dat het Vlasmuseum<br />

een vrij volledige collectie vlaserfgoed heeft weten op te bouwen én nu<br />

op een andere manier moet verzamelen.<br />

5. De Leiestreek kiest voor industrieel erfgoed als hét gemeenschappelijk erfgoedthema.<br />

De vlas- en textielsector was in dit kader ongetwijfeld de belangrijkste<br />

sector en dient dus een vooraanstaande rol te spelen in deze evolutie.” 47<br />

Een investeringsdossier van 1,7 miljoen lag begin 2010 klaar, maar bleek uiteindelijk<br />

vooral infrastructureel (energie, vocht,…) georiënteerd te zijn en nauwelijks museaal.<br />

De vraag drong zich dan ook op of deze investering wel het nodige effect zou<br />

sorteren en de neergaande lijn qua publieke belangstelling zou kunnen ombuigen.<br />

47 Buyse, L. ; Van Europshop tot Vlasmuseum, interne nota, <strong>Kortrijk</strong>, juni 2010<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

62


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

63<br />

7<br />

1.5. Een nieuwe locatie<br />

Het was al snel mijn overtuiging dat dit ‘kosten op het sterfhuis’ zouden zijn en dat<br />

de waardevolle collectie, met ondermeer de als topstuk erkende zwingelturbine en<br />

de alom geprezen damast, beter verdiende. Een grondige aanpak was dus nodig. Het<br />

was twijfelachtig of dat kon op de huidige site en vooral: of dat daar wel moést. In<br />

dertig jaar is immers ook de hele omgeving van het Vlasmuseum totaal van uitzicht<br />

veranderd. Was het in 1982 nog een vrij landelijke site, met als buren een universiteit<br />

en een hogeschool, dan is het nu een stadsdeel met bewoning, druk onderwijsverkeer,<br />

handel en tewerkstelling, maar weinig of geen elementen met toeristische<br />

allure of met een link naar vlas. Toen begin 2010, langs de inmiddels fraai heraangelegde<br />

‘Golden River’ het pand ‘Euroshop’ in de Noordstraat vrij kwam, kon het<br />

<strong>Stad</strong>sbestuur al snel een erfpacht sluiten (4 maart 2010). Oorspronkelijk was dit<br />

gebouw overigens een vlaspakhuis geweest waar de Linen Thread Company, één van<br />

de belangrijkste associaties van spinners in de wereld, van 1913 tot 1945 actief was.<br />

Meteen kon een veel grondiger vernieuwingstraject ingezet worden, dat het museum<br />

ook een toekomst kon bezorgen. Het Vlasmuseum was en is emotioneel bijzonder<br />

belangrijk voor een aantal vlassers, ‘die het nog allemaal meegemaakt hebben’ en<br />

voor wie de herkenning talloze herinneringen losweekt. Helaas verstrijkt de tijd en<br />

dunnen de gelederen onstuitbaar uit. Het is nu zaak om het verhaal van vlas en Leie<br />

opnieuw te vertalen voor de generatie die nù leeft of geboren wordt - met respect<br />

voor de unieke collectie, maar rekening houdend met de mogelijkheden en de eisen<br />

van vandaag. Het Vlasmuseum moet daarvoor drie stappen zetten:<br />

1. De stap van nostalgisch museum voor oud-vlassers naar actueel, interactief<br />

belevingscentrum, waarin ook het sterke verhaal van economische reconversie<br />

zijn plaats krijgt.<br />

2. De stap van productgericht naar publieksgericht museum, met het verhaal van<br />

mensen in plaats van dat van materie.<br />

3. En tenslotte ook de stap van ‘stand-alone-museum’ naar begin- of sluitstuk van<br />

een ruimere cultuurtoeristische zone in het centrum, langs de Leie en overvloeiend<br />

in het Buda-eiland.<br />

1.6. Integratie in stadsweefsel<br />

De reacties op de verhuisplannen waren grotendeels positief, maar er bleef scepsis<br />

van twee kanten. Enerzijds laaiden de emoties op bij de ‘founding fathers’, die een<br />

teloorgang van hun levenswerk vreesden. Anderzijds vroegen jongere kunstkringen


zich af waarom <strong>Kortrijk</strong> in vredesnaam nog moest investeren in iets wat volgens hen<br />

totaal onzichtbaar was geworden in de streek.<br />

Als deze strategische nota essentieel gaat over keuzes maken, dan zijn die vragen<br />

op hun plaats. <strong>Kortrijk</strong> maakt hier een keuze, maar is het een juiste? Of is het een<br />

aanslag op een heiligdom? Of integendeel een gebrek aan de moed en visie om een<br />

draad door te knippen?<br />

Het is mijn overtuiging dat je geen vollediger en unieker verhaal over deze stad en<br />

zijn regio kunt vertellen - over zijn verleden, maar ook over zijn heden en zelfs over<br />

zijn toekomst- dan aan de hand van de vlasnijverheid en -handel. ‘Vlas’ is voor Zuid<br />

West-Vlaanderen immers wat de mijnen waren voor Limburg, met dit verschil dat<br />

de steenkoolwinning in Limburg een verhaal van nauwelijks 75 jaar is, terwijl de<br />

vlasnijverheid meerdere eeuwen essentieel was in het <strong>Kortrijk</strong>se. Het vlas vormt het<br />

DNA van de regio.<br />

Veel van de huidige industrie vindt nog altijd zijn verklaring en oorsprong in ‘het<br />

vlas’ (machinebouw Vandewiele, gebroeders Vansteenkiste in Picanol), zelfs al gaat<br />

het inmiddels om andere nijverheid (Beaulieu, Balta, Unilin, Spano). De ruime regio<br />

huisvest ook twee vermaarde textielmachinebouwers (Vandewiele, Picanol). De<br />

crisis die de sector trof in de jaren 60 van de vorige eeuw, is dus ook een mooie opportuniteit<br />

om het een halve eeuw later over reconversie te hebben en bijgevolg ook<br />

over innovatie.<br />

Bert Dewilde heeft dertig jaar geleden het verhaal uitgewerkt dat perfect beantwoordde<br />

aan de noden van die tijd, met het publiek dat er toèn was. In die tijd was de<br />

thematiek ook nog voldoende krachtig en genoeg aanwezig in perceptie of herinnering,<br />

om in zijn realistisch-nostalgische uitwerking een propositie te vormen. Dat ligt<br />

nu anders; de jongere generatie associeert ‘vlas’ met een verleden waar ze geen band<br />

meer mee heeft.<br />

Met de komst naar het stadscentrum, aan de riante boorden van de Leie, bieden<br />

nieuwe mogelijkheden zich evenwel aan.<br />

7<br />

A. Synergie met Buda-eiland<br />

SPEERPUNTEN<br />

Over de Buda-cluster zullen we het zo meteen hebben (7.2.). Hier willen we<br />

alvast aanstippen dat er, met respect voor de autonomie van het nieuwe vlasmuse-<br />

VIER<br />

um, interessante mogelijkheden zijn tot synergie met het Buda-eiland - voornamelijk<br />

Broelmuseum en Budafabriek. Op die manier creëren we ook een ‘museum- DE<br />

as’ langs de Leie, waarlangs de belangrijkste tentoonstellingsinfrastructuur komt #7<br />

64


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

65<br />

7<br />

te liggen: Vlasmuseum, Budafabriek, Broelmuseum, Paardenstallen en, even verderop<br />

nog, <strong>Kortrijk</strong> 1302 met zijn Dormitorium.<br />

Musea zijn doorgaans bezig met het verleden. Daarmee lopen ze evenwel het<br />

risico om zich ‘op te sluiten’ in de geschiedenis, wat hen elke dag verder af brengt<br />

van relevantie vandaag. Deze nota wijst zulk een puur historische opstelling af en<br />

kiest voluit voor een band met het nu – een evolutie die in de <strong>Kortrijk</strong>se musea<br />

overigens al een tijdje ingezet is.<br />

Binnen hun nieuwe missie zal het Vlasmuseum dan ook voluit kiezen voor een<br />

band met het heden en voor vakmanschap en ondernemerszin, vanuit zijn missie<br />

en collectie.<br />

De Budafabriek heeft wezenlijk als doel te werken rond creatie en innovatie.<br />

Daar is het heden niet de eindfase maar het startpunt. Op die manier kunnen de<br />

musea enerzijds en de Budafabriek anderzijds mooi complementair ontwikkeld<br />

worden, in een totaalvisie rond het Buda-eiland: Vlas- en Broelmuseum trekken<br />

de lijn door van verleden tot en met heden en de Budafabriek die van het heden<br />

naar de toekomst.<br />

In de toekomstige Buda-constructie, als eiland van creatie, tekenen zich dan ook<br />

nieuwe opportuniteiten af. Stel dat de Budafabriek het hart wordt van een nieuwe<br />

‘Futurotextiel’, dan kan ik me niet voorstellen dat het Vlasmuseum daar geen<br />

specifi eke tijdelijke tentoonstelling, atelierwerking of Mice-gebeuren zou aan<br />

toevoegen. Maar vanzelfsprekend heeft het museum ook het recht om, in volkomen<br />

autonomie, zijn eigen werking en projecten uit te bouwen. Geen geforceerd<br />

huwelijk dus, maar een positief benutten van de mogelijkheden tot samenwerking.<br />

Vlasmuseum, Broelmuseum en Budafabriek moeten ook een goed kalenderoverleg


voeren, gecentraliseerd door de Cel Tentoonstellingen, waarin ze vooraf bepalen<br />

wie wanneer naar voor komt, op welke schaal dat gebeurt en ook welke gezamenlijke<br />

initiatieven zullen genomen worden. De thematiek ‘textiel’ moet daarbij<br />

preferentieel naar het Vlasmuseum gaan.<br />

B. Synergie toerisme algemeen & MICE in het bijzonder<br />

7<br />

In het kader van het nieuwe Strategisch Beleidsplan voor Toerisme <strong>Kortrijk</strong><br />

2013-2018, zal een verdere optimalisering van het toeristisch onthaal onderzocht<br />

worden. Door zijn ligging aan een belangrijke invalsweg en langs de vernieuwde<br />

Leieboorden, is de locatie van het nieuwe Vlasmuseum erg geschikt als onthaalpunt<br />

voor wie met de fi ets, te voet of zelfs langs het water <strong>Kortrijk</strong> en zijn regio<br />

wil verkennen. Ook busparking is overigens voorzien, met het oog op groepstoerisme.<br />

Bovendien is ‘vlas’ geen thematiek die zich tot <strong>Kortrijk</strong> beperkt; integendeel. Op<br />

de lijst van merkwaardig erfgoed telt <strong>Kortrijk</strong> zelf 5 relicten van de vlasnijverheid<br />

en 25 van de vlashandel, maar Waregem heeft er respectievelijk 41 en 51.<br />

En Wevelgem spant de kroon met maar liefst 91 oude handelspanden. Een eerste<br />

onderzoek, dat niet de pretentie heeft om volledig te zijn, bracht aan het licht dat<br />

er in de regio meer dan 300 panden zijn die aan de vlasbedrijvigheid toe te schrijven<br />

zijn en 22 gemeenten die als ‘typische vlasgemeentes’ kunnen gemarkeerd<br />

worden. Het Vlasmuseum zal evenwel als begin- en/of eindpunt gelden, van een<br />

totale toeristische vlasbeleving, waarbij <strong>Kortrijk</strong> verwijst naar de locaties ‘in situ’<br />

en de sites naar het centrale museum in <strong>Kortrijk</strong>. Het biedt mogelijkheden op<br />

het vlak van industrieel erfgoed en regionaal gerichte publiekswerking van erfgoedontsluiting.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

66


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

67<br />

7<br />

Daarnaast wordt ook een specifi eke meerwaarde voor MICE (meetings, incentives,<br />

congresses, events) ontwikkeld, in een intensieve samenwerking tussen de<br />

Dienst Toerisme, het <strong>Kortrijk</strong> Regional Convention Bureau en het Vlasmuseum.<br />

Op die manier wordt een toegevoegde waarde gecreëerd voor het sterke zakentoerisme<br />

in <strong>Kortrijk</strong>. Het museum wil de gasten van beurzen, bedrijven of congressen<br />

ontvangen en hen onderdompelen in de economische dynamiek van de regio.<br />

Ook is het een unieke locatie waar productpresentaties of -lanceringen uit deze<br />

innovatieve regio kunnen plaatsvinden. Hiermee institutionaliseren we een rol die<br />

het Vlasmuseum al ab ovo speelde, met buitenlandse staatshoofden en andere<br />

prominenten die het museum ontving, ondermeer dank zij de <strong>Kortrijk</strong>se industrielen.<br />

Het auditorium (100 man), de receptiehal en de polyvalente ruimte onder de<br />

‘gouden kroon’, met exclusief uitzicht op de ‘Golden River’, zijn hiervoor uitermate<br />

geschikt. De vraag van het Algemeen Belgisch Vlasverbond tot het inrichten<br />

van hun bureaus in het nieuwe museum, is een eerste concrete stap in de goede<br />

richting.<br />

Het Vlasmuseum is overigens -hoe vreemd dat ook mag klinken- het enige erkende<br />

‘museum’ in Vlaanderen waar de focus op textiel in de collectiepresentatie<br />

zo belangrijk is. De enige andere erkende musea gaan over confectie (= modemuseum)<br />

of de techniek (MUST, STEM, MIAT,…). Rekening houdend met het feit<br />

dat het Vlaamse textiel in buitenlandse musea steevast als topstuk gepresenteerd<br />

wordt, is de aanwezigheid van de schatkamer met de kostbare kant- en damastcollectie<br />

een zeer sterke troef naar buitenlandse bezoekers. We stellen dat nu al vast:<br />

19 % van de betalende bezoekers is afkomstig uit het buitenlan, ook al voert het<br />

museum momenteel op dat vlak geen specifi eke acties. Voor de toekomst ligt het<br />

potentieel in de eerste plaats in de buurlanden (Frankrijk, Nederlands en Duitsland),<br />

maar gaandeweg ook in textiellanden als Japan, China, India en Italië. Het<br />

Vlasmuseum wenst deze doelgroep te bereiken via de sterke internationale textielnetwerken<br />

en met de steun van Toerisme Vlaanderen, dat enthousiast reageerde op<br />

deze plannen. Meertaligheid van tekst & uitleg ligt voor de hand.<br />

C. Synergie toerisme Eurometropool<br />

Het Vlasmuseum is gelegen in de Eurometropool <strong>Kortrijk</strong>-Lille-Tournai, een<br />

historische én hedendaagse textielregio. Naast het Vlasmuseum zijn er nog andere<br />

spelers actief rond textiel, onder andere de musea La Piscine (Roubaix) en La<br />

Manufacture de Flandre (Roubaix) en de grote projecten ‘Triennale internationale<br />

des arts textiles contemporains’ de Tournai en ‘Futurotextiel’ (Lille 3000). Binnen<br />

de Eurometropool Ook is ‘textiel’ weerhouden als één van de thema’s waarrond<br />

de Eurometropool wil samenwerken op vlak van economisch beleid. Het Vlasmu-


museum schakelt zich actief in dit netwerk in én wil samen met deze partners<br />

projecten rond textiel realiseren met internationale uitstraling.<br />

D. Aansluiting Masterplan Overleie<br />

Zes kilometer nieuwe kades, 7 nieuwe bruggen, 12 ontwikkelingssites op in totaal<br />

23 ha; alles samen een nieuw stadsdeel met 1000 nieuwe woningen en 2200<br />

nieuwe bewoners aan de Leiekant: dat is de ambitie van de directie <strong>Stad</strong>splanning,<br />

Leiedal en architectenbureau HUB, zoals die te bezichtigen valt in de fraaie<br />

brochure ‘De rivier maakt de stad’ 48 .’Vlasmuseum’ is daarin de 5e site en het feit<br />

dat de hele omgeving die naam krijgt, geeft ook aan dat het museum geenszins<br />

als Fremdkörper beschouwd wordt, maar integendeel als katalysator van stadsvernieuwing.<br />

Ik verwijs daarvoor graag naar het ‘Inrichtingsplan Overleie’ dat al aan<br />

bod kwam in het voorafgaande deel 5.3.2. ‘Cultuur als stedelijke factor’.<br />

Het zal dan ook duidelijk zijn dat het niet gaat zomaar om een herinrichting maar om<br />

een grondige herprofi lering: het Vlasmuseum gaat naar een ander gebouw, met een<br />

nieuwe inrichting en een nieuwe, geïntegreerde werking.<br />

1.7. Het nieuwe museum<br />

Na een oproep tot kandidaatstelling en een selectieprocedure werd NoAarchitecten<br />

aangesteld, met Madoc als partner voor de scenografi e. Zij ontwierpen het concept<br />

voor verbouwing en herinrichting van de site ‘Linen Thread Company’. Nadere doelstellingen<br />

leest u in bijlage 4.<br />

Het project wordt begeleid door diverse stadsdiensten en zowel een wetenschappelijk<br />

als een publieksgericht comité (bijlage 5).<br />

Het nieuwe museum zal een functionele oppervlakte hebben van 4250 m² tegenover<br />

de ca. 3.000 m² van nu; we spreken dus over een uitbreiding met zowat 42%. Een<br />

verdeling van de oppervlakte vindt u in bijlage 6.<br />

Het bouwbudget dat voorzien is op de buitengewone begroting bedraagt 3,96 miljoen<br />

euro, waarvan de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> 2,10 miljoen euro op zicht neemt. Naast de subsidies<br />

vanuit Toerisme Vlaanderen, de Provincie West-Vlaanderen en Interreg IV wordt<br />

ook een initiatief opgezet voor het verwerven van privé-sponsoring. Daartoe is een<br />

procedure uitgeschreven voor professionele fundraising. Ook zal een Steuncomité<br />

opgericht worden met regionale vooraanstaanden uit politiek en bedrijfsleven.<br />

Een simulatie van het gebouw ziet er als volgt uit:<br />

48 Baekelandt, D. ism Van Den Bossche, F. en Hiergens, P., De rivier maakt de stad, <strong>Kortrijk</strong>, 2011<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

68


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

69<br />

7<br />

De opening van het nieuwe Vlasmuseum is voorzien voor het najaar van 2013.<br />

Voorafgaand daaraan moet een stevig marketingplan uitgewerkt worden. De recente<br />

ervaring bij ondermeer M in Leuven, STAM in Gent en vooral MAS in Antwerpen<br />

heeft aangegeven dat zoiets onontbeerlijk geworden is. In dat verband stelt<br />

zich ook de vraag of, bij zulk een ingrijpende actualisering, een nieuwe naam zich<br />

niet opdringt. Wat mij betreft is het antwoord positief. Hoe hard dat ook mag klinken<br />

voor de oudere garde, bij jongeren heeft ‘vlas’ geen grote betekenis en zeker geen<br />

positieve. Ik vind het een prachtig gewas en herinner mij de bloeiende velden als<br />

verrukkelijke stukjes natuur uit mijn jeugd, maar helaas is die poëzie grotendeels uit<br />

ons landschap verdwenen. Voor velen is vlas dan ook een teelt als een ander. Het valt<br />

daarom te overwegen om, eerder dan voor het initiële gewas, te kiezen voor de bekendste<br />

afgeleide, met name ‘linnen’ en eventueel ook de link te leggen naar de Leie.<br />

Dit lijkt me evenwel een oefening om ten gronde te doen met het marketingbureau<br />

dat moet aangetrokken worden voor de lancering.<br />

De nieuwe uitgangspunten en werking zullen wellicht ook gevolgen hebben voor de<br />

beheersstructuur. Nu <strong>Kortrijk</strong> 1302 zijn ambities om erkend te worden als museum<br />

opgeeft en het Broelmuseum in eerste instantie in de totaliteit van het Buda-eiland<br />

bekeken wordt (zie 7.2.2.), is het de vraag of een overkoepelende vzw <strong>Kortrijk</strong>se<br />

Musea nog aangewezen is. Wellicht is het antwoord negatief. Een defi nitieve keuze<br />

zal vallen in 2012, tijdens de implementatie van deze nota en in de totaliteit van de<br />

uitwerking van het nieuwe organogram.


1.8. Expertisepool behoud en beheer<br />

Behoud en beheer is een pijnpunt in alle stedelijke collecties en in deze van het Vlasmuseum<br />

in het bijzonder. Het Vlasmuseum kreeg op dit vlak namelijk een negatieve<br />

beoordeling van het agentschap kunsten en erfgoed (cfr. 7.1.3). De afgelopen jaren<br />

heeft het Vlasmuseum dit probleem ten gronde aangepakt door een intensieve registratie<br />

en digitalisering van de collectie én een onderhoudsplan voor de collecties.<br />

Dankzij dit werk heeft het museum op korte tijd veel expertise opgebouwd op vlak<br />

van behoud en beheer. Ervaringen die ook nuttig kunnen zijn voor de andere diensten<br />

van de stad. In het licht van de oefening rond Erfgoed <strong>Kortrijk</strong> 2014 (zie. 7.3.5.2)<br />

raad ik aan om in het Vlasmuseum een expertisepool behoud en beheer te ontwikkelen<br />

die ook kan werken voor de andere stedelijke collectie.<br />

1.9. Missie nieuwe Vlasmuseum<br />

Dit alles leidt tot een hernieuwde missie voor het Vlasmuseum:<br />

7<br />

Het Vlasmuseum is een regionaal erkend museum dat Belgisch vlaserfgoed van<br />

de middeleeuwen tot vandaag verzamelt, bewaart, onderzoekt en toont volgens de<br />

ICOM-standaarden. Het Vlasmuseum is een streekmuseum dat via een doorgedreven<br />

publiekswerking de streekbewoners wil betrekken bij het museum én via samenwerking<br />

met andere culturele en toeristische actoren recreatieve en MICE toeristen<br />

naar de Leiestreek wil brengen. Het Vlasmuseum trekt hierbij de kaart van reconversie,<br />

ondernemerschap en vakmanschap voor de regio. Het DNA-verhaal van het<br />

vlas staat centraal, met referenties naar de bredere textielsector waar wenselijk. In de<br />

periode 2015-2020 zet het Vlasmuseum zich internationaal op de kaart door zich<br />

enerzijds te ontwikkelen als internationale vlasexpert en anderzijds door een buitenlands<br />

publiek aan te boren met zijn sterke textielcollectie.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

70


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

71<br />

7<br />

<br />

Het Vlasmuseum krijgt een grondige herprofi lering met volgende kenmerken:<br />

• Versterking van de museumfuncties<br />

• Expertisepool behoud en beheer voor de stedelijke collecties<br />

• Uitbreiding van het publieksbereik<br />

• Meer sociale relevantie<br />

• Link naar vandaag , met aandacht voor economische reconversie en de<br />

versteviging van de band met de private actoren<br />

• Interactief belevingscentrum<br />

• Van productgericht naar publieksgericht museum, met het verhaal van<br />

mensen in plaats van dat van materie<br />

• De realisatie van een goede tentoonstellingsruimte en integratie in het<br />

totale tentoonstellingsbeleid<br />

• Integratie in het totale tentoonstellingsbeleid<br />

• Sterke synergie met toerisme / Mice, Eurometropool, Buda-eiland en<br />

Overleie<br />

• Opmaken van een exploitatieplan dat de doorstart van het Vlasmuseum<br />

verzekert en zo de herprofi lering bestendigt.<br />

In het kader van een omvattend marketingplan, met het oog op de opstart<br />

wordt ook een nieuwe naam gekozen.


2. BUDA<br />

In januari 2003 schreef prof. Dr. Rudi Laermans het eindrapport ‘Buda-eiland als kunstartistiek<br />

nest?’. Hij opteerde daarin voor het scenario van ‘Buda: kunstenaars/kunsteneiland’,<br />

zij het met enige scepsis. Zo bezit <strong>Kortrijk</strong> “ binnen de diverse kunstsectoren<br />

ternauwernood een kernpubliek dat als prikkelende klankkast kan fungeren” 49 . De hamvraag<br />

voor hem is “hoe op Buda-eiland een verdere verdichting tot stand brengen, dus<br />

voor een voldoende ‘kritische creatiemassa’ zorgen?” 50 . Hij pleit uiteindelijk voor een<br />

“transdisciplinaire transitzone waarin de grens tussen kunsten en artisticiteit tegelijk<br />

wordt bevestigd en ter discussie gesteld” 51 .<br />

Ook al is het maar 8 jaar geleden, toch is er inmiddels veel veranderd: organisaties<br />

verdwenen of werden opgericht, de stad kwam in een positievere fl ow terecht, maar het<br />

kunsteneiland kon alsnog niet overtuigen met een voor iedereen zichtbare dynamiek.<br />

Dat is voor een stuk inherent aan de specifi eke missie van de grootste actor: KC Buda<br />

als belangrijke werkplaats voor podiumkunsten in Vlaanderen. Verhoudingsgewijs gaat<br />

er veel meer tijd in de ‘werkplaats’ dan in de presentatie voor een publiek. In 2010<br />

werden meer dan 200 voorstellingen in Europa gespeeld van producties die deels in<br />

<strong>Kortrijk</strong> gemaakt zijn. Daarnaast is er de festivalwerking (<strong>Kortrijk</strong> Congé, Next) en de<br />

bioscoop met ca. 30.000 bezoekers op jaarbasis.<br />

Gaandeweg is ook het besef gegroeid dat een puur kunstenproject te beperkend was in<br />

een tijd van cross-overs. Het idee werd dan ook verlaten om, naast de podiumactiviteiten<br />

in Budascoop en Budatoren, enkel rond beeldende kunst een tweede pijler uit te<br />

bouwen. In 7.2.3. verduidelijken we welke optie uiteindelijk genomen is voor de Budafabriek.<br />

Met het oog op de concrete uitvoering van het Budaplan werd het Autonoom Gemeentebedrijf<br />

Buda opgericht in 2007. Het AGB Buda heeft als taak om zowel de visie rond<br />

het Buda-eiland verder te ontwikkelen als in te staan voor de exploitatie van de infrastructuur.<br />

De <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> heeft immers vanaf 2003 een erfpacht voor 36 jaar lopen met<br />

de Kinepolisgroep over het bioscoopcomplex in de Kapucijnenstraat. Daarnaast hoort<br />

ook nog de Budatoren (vroegere Tacktoren) tot de huidige Buda-infrastructuur. In het<br />

nieuwe concept dat is ontwikkeld (zie verder dit hoofdstuk) horen ook de Budafabriek<br />

en het Broelmuseum met Paardenstallen en Orangerie tot het Budapatrimonium, zij het<br />

met behoud van hun autonomie (het Broelmuseum is momenteel deel van vzw Stedelijke<br />

Musea van <strong>Kortrijk</strong>.)<br />

49<br />

Laermans, R., Buda-eiland als kunstartistiek nest?, <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> , 2003, p. 44<br />

50<br />

Laermans, R., Buda-eiland als kunstartistiek nest?, <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> , 2003, p. 51<br />

51<br />

Laermans, R., Buda-eiland als kunstartistiek nest?, <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> ,2003, p. 53<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

72


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

73<br />

7<br />

2.1. Budascoop & Budatoren<br />

Kunstencentrum Buda is de belangrijkste huurder van de Budascoop en –toren; het<br />

heeft er sinds kort ook zijn kantoren, baat 3 bioscoopzalen uit en benut de twee andere<br />

voor diverse activiteiten. KC Buda ontstond op 1 januari 2006 uit de fusie van<br />

Limelight, Dans in <strong>Kortrijk</strong> en Beeldenstorm. De huidige werking is gebouwd op<br />

drie peilers:<br />

• een fi lmhuis<br />

• een werkplek voor artiesten<br />

• een festivalwerking voor hedendaagse kunsten<br />

Een andere vaste gebruiker van de Budatoren is Theater Antigone, dat er zijn kantoren<br />

heeft en waarvan het theater iets verderop ligt in Overleie. Overigens grenst de<br />

sociaal-artistieke werkplaats van vzw Wit.h, gespecialiseerd een beeldende kunst,<br />

aan het Buda-eiland. Andere professionele organisaties die de Buda-infrastructuur op<br />

gezette tijden gebruiken zijn ondermeer het Festival van Vlaanderen en Passerelle.<br />

Het geeft ook aan dat naast de ‘circuit-gedachte’ die we in hoofdstuk 6 ontwikkelden,<br />

een netwerk-idee minstens even valabel is. Laten we het er op houden dat beide hun<br />

belang hebben: het ‘circuit’ is er om voor inwoner maar vooral ook voor bezoekers<br />

een natuurlijke fl ow in de stad te krijgen; de ’netwerkstad’ is evenwel veel meer de<br />

dagelijkse realiteit voor wie in de stad woont en werkt.<br />

In verband met de bioscoopexploitatie bepleiten we graag de digitalisering die zich<br />

opdringt. Dat is niet alleen zo met het oog op fi lmdistributie, maar ook om de Budascoop,<br />

vlak bij de Budafabriek, te kunnen benutten voor andere digitale grootscherm-activiteiten,<br />

zoals daar zijn: 3D-presentaties, thematisch educatief gebruik<br />

voor klassen, maar ook nieuwe festivals als Cut & Paste, waar men niet naar rockbands<br />

maar naar grafi sche ontwerpers gaat kijken, die bvb. op groot scherm fotoshoppen<br />

of fun-activiteiten, waar mensen op een groot scherm gamen. Nog andere<br />

voorbeelden kun je overigens vinden in de brochure ‘Digitale Cinema’ van het<br />

BAM 52 . Ook in het licht van de aanbevelingen in de ‘Visienota Creatieve industrieën<br />

in Vlaanderen ‘(zie 7.2.3.2.) pleit ik er voor om de Budascoop -gaandeweg- expliciet<br />

te lanceren als ‘digitaal centrum’. Het is nu zaak om hierrond een coherent en betaalbaar<br />

plan uit te werken, in samenwerking met de privé-sector. Zonder twijfel kun<br />

je op die manier zorgen voor verbreding en verjonging van het Buda-publiek. Het<br />

fi ber-to-the-home project kan hier bijkomende opportuniteiten bieden.<br />

52 Diverse auteurs, Digitale cinema. Veranderingen, kansen en uitdagingen voor de bioscoop- en distributiesector, Gent,2009, p.56


2.2. Broelmuseum en Cel Tentoonstellingen<br />

2.2.1. Voorstelling Broelmuseum<br />

Het Broelmuseum is centraal gelegen op het Buda-eiland en bestaat uit een prachtig<br />

18de eeuws herenhuis (Broelkaai 6), een nieuwe vleugel, een tuin met oranjerie, een<br />

huis aan de Broelkaai 4 met tuin die aansluit op die van Broelkaai 6 en de Paardenstallen.<br />

In het huis aan de Broelkaai 4 zijn de kantoren, een werkplaats, een vergaderruimte<br />

en depotruimtes ondergebracht.<br />

De collectie bestaat uit twee afdelingen. Een regionaal georiënteerde collectie beeldende<br />

en toegepaste kunst en een internationale collectie keramiek, die uniek blijkt te<br />

zijn in Vlaanderen, maar eerder appelleert aan specialisten dan aan het grote publiek.<br />

2.2.2. Evaluatie<br />

Was de doorlichting van professor De Brabander scherp voor het Vlasmuseum, dan<br />

ontsnapt ook het Broelmuseum niet aan harde kritiek: “ Haaks op het offi ciële kwaliteitslabel<br />

staat dat uit de interviews duidelijk naar voren komt dat het Broelmuseum<br />

te kampen heeft met een negatief imago en geen duidelijk profi el bezit.<br />

Het Broelmuseum heeft een uitgebreide en diverse collectie met enkele sterke deelcollecties.<br />

De sterke punten zijn de schilderijen van Roeland Savery en volgens<br />

sommigen de damastcollectie, de keramiekcollectie en/of het zilver. Als museum voor<br />

schone kunsten bezit het ook een aantal mooie schilderijen.<br />

De diversiteit is echter een zwak punt als het erop aan komt om een duidelijk profi el<br />

te verwezenlijken. Ook geldt voor iedere deelcollectie een ‘maar’. De Damastcollectie<br />

hoort thematisch eigenlijk beter thuis bij het Vlas-, kant- en linnenmuseum. De<br />

keramiekcollectie is te specialistisch om een algemener publiek aan te spreken. Voor<br />

de collectie zilver is er geen regionale voedingsbodem en blijft het Broelmuseum in<br />

de schaduw staan van de specialistische musea. De kwaliteit van de dierenschilders<br />

wordt in vraag gesteld en uiteindelijk beschikt het Broelmuseum over niet zo veel<br />

topkunst of over publiekstrekkers” 53 .<br />

Het jaar nadien oordeelde de Beoordelingscommissie Musea van het Agentschap<br />

Kunsten & Erfgoed echter positief: “ Het museum voldoet in voldoende mate aan<br />

de voorwaarden voor indeling bij het regionale niveau” 54 . Aandachtspunten blijven<br />

evenwel het collectieprofi el, de wetenschappelijke werking en de publiekswerking.<br />

De commissie apprecieert het concept dat ter tafel ligt, maar nu moet het ook geconcretiseerd<br />

worden. Daarbij moet men de eigen collectie voldoende valoriseren.<br />

53<br />

De Brabander, G. en Vandenberghe, K., Doorlichting van de <strong>Kortrijk</strong>se musea, Eindrapport, 2007, p. 19-20<br />

54<br />

Van Den Broucke, D. , (30/05/2008) Gemotiveerd advies van de beoordelingscommissie Musea, p. 2<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

74


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

7<br />

Als we de bezoekerscijfers nemen sinds de afsplitsing van <strong>Kortrijk</strong> 1302, dan stellen<br />

we vast dat de eigenlijke collectie rond de 10.000 à 12.000 bezoekers per jaar<br />

aantrekt, met een absoluut dal in 2010, toen er geen 11.000 gehaald werd. Tijdelijke<br />

tentoonstellingen liften dat getal op, naar gelang van de expositie. Futurotextiel<br />

in 2008 (op een andere locatie) leverde 30.000 bijkomende bezoekers op. In 2009<br />

bracht Fantastic Illusions een 5.000 additionele kijkers aan en voor Savery kon men<br />

12.000 tickets boeken.<br />

2007 12.845<br />

2008 13.935 (+ 30.000 Futurotextiel)<br />

2009 16.933 (incl. Fantastic Illusions)<br />

2010 10.931<br />

2011 17.624 (tot eind oktober, incl. Savery)<br />

Welk beeld hou ik dan zelf over, uit al deze gegevens en eigen onderzoek? Het<br />

Broelmuseum straalt voor mij, ondanks de verzorgde presentatie en het vriendelijke<br />

onthaal, te weinig karakter en identiteit uit om een onderscheidende propositie te<br />

vormen voor een beduidend publiek. Het basisprobleem daarbij is de tentoongestelde<br />

collectie: met regionale kunst waarin weinig of geen topwerken zitten, kun je moeilijk<br />

ambities koesteren tot ver buiten de streek. Die perceptie wordt nog verergerd<br />

door het feit dat het museum zoveel oud werk bezit uit stad en streek, maar zeer<br />

weinig uit de recente decennia. Ook de inrichting van het museum met een hedendaagse<br />

balie en shopruimte laat op zich wachten. Ik kijk dan ook niet verwonderd op<br />

bij de conclusie van Callebaut en C°: “Het Broelmuseum weerspiegelt het historisch<br />

en statisch beeld van <strong>Kortrijk</strong>” 55 .<br />

2.2.3. Oplossingen<br />

Er dient dus nagedacht te worden over een attractievere toekomst voor het Broelmuseum.<br />

Professor De Brabander geeft in 2007 niet alleen kritiek, hij stelt ook een<br />

oplossing voor: “Het Broelmuseum wordt een museum voor beeldende kunst van de<br />

16e tot en met de 21ste eeuw met een bijzondere aandacht voor kunstenaars die een<br />

band hebben met de regio.” 56 . Daarbij “dringt een kritische evaluatie van de inventaris<br />

zich op. Daaruit zal ook blijken welke collectieonderdelen een nieuwe bestemming<br />

vragen omdat ze niet meer bijdragen aan de doelstelling van het vernieuwde<br />

Broelmuseum. Ook met het oog op een afstootbeleid is een evaluatie van de inventaris<br />

belangrijk” 57 .<br />

Ik deel zijn conclusie over afstootbeleid, maar vrees vooral dat de aanpassing die hij<br />

voorstelt onvoldoende is om een betekenisvolle verbetering te weeg te brengen.<br />

55<br />

Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 67<br />

56<br />

De Brabander, G. en Vandenberghe, K., Doorlichting van de <strong>Kortrijk</strong>se musea, Eindrapport, 2007, p. 50<br />

57<br />

De Brabander, G. en Vandenberghe, K., Doorlichting van de <strong>Kortrijk</strong>se musea, Eindrapport, 2007, p. 51<br />

75


7<br />

Anderzijds zullen ook de budgetten niet voorhanden zijn voor ingrepen met grote<br />

fi nanciële consequenties.<br />

Het is dus zaak om een waardevol creatief idee te vinden met beperkte budgettaire<br />

consequenties, dat toch het verschil kan maken.<br />

De traditionele taken van een museum blijven daarbij intact, maar een aantal andere<br />

‘zekerheden’ worden op de helling gezet. Vroeger streefde een museum naar kwaliteit<br />

en volledigheid. Dat impliceerde een soort permanente tentoonstelling, waaraan<br />

alleen iets veranderde doordat er iets bij kwam. Ook in het Van Abbemuseum in<br />

Eindhoven stelt men evenwel dat soort ‘statisch museum’ inmiddels in vraag, nu gebleken<br />

is dat slechts 13% van het museum effectief bekeken wordt. Het museum van<br />

morgen zal moeten verrassen, duiden en gidsen. Het moet geregeld nieuwe combinaties<br />

maken, creatief zoeken naar originele maar zinvolle verbanden of invalshoeken<br />

en die zowel via zijn marketing als zijn informatie vakkundig bij het publiek brengen.<br />

Kwaliteit en een attractieve selectie prevaleren daarbij op kwantiteit en business<br />

as usual.<br />

Een brainstormsessie op 16 september 2011 leverde mijns inziens een degelijk en<br />

haalbaar voorstel op. Uitgangspunt was: “Hoe kunnen we van het Broelmuseum een<br />

sterke speler maken op het Buda-eiland, waarbij het huidige aantal van 12 à 15.000<br />

bezoekers verdubbelt naar 25 à 30.000?”<br />

Als grote verandering koos de brainstormsessie resoluut voor een andere invalshoek<br />

bij de opbouw van de verschillende zalen. Momenteel zijn die thematisch/historisch<br />

aangekleed, maar uiteindelijk is dat eerder een ordeningsprincipe van kunsthistorici<br />

dan een basisverlangen bij de modale bezoeker. Weliswaar zijn de meeste musea op<br />

die manier opgebouwd, maar is dat een wet van Meden en Perzen? Het kan in elk<br />

geval een onderscheidend element zijn om het Broelmuseum volgens radicaal andere<br />

principes in te richten, temeer omdat de collectie te weinig intrinsieke attractiepunten<br />

bezit. Daarom de optie voor indeling volgens relevante thema’s, bvb.:<br />

• Grote, betekenisvolle levensthema’s<br />

• Ad hoc thema uit actualiteit<br />

• Thema’s eigen aan de regio<br />

• Thema’s die ontstaan uit de samenwerking binnen de Budaconstructie (‘eilandthema’s’)<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

76


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

77<br />

7<br />

Dit sluit overigens mooi aan bij een theorie zoals Alain de Botton die ontplooit in<br />

zijn recente boek ‘Religie voor atheïsten’. In een interview zegt hij daarover: “<br />

Musea doen hun werk niet naar behoren, volgens mij. Wij hebben niet zozeer nieuwe<br />

kunst nodig, wel nieuwe manieren om ze te presenteren aan de bezoeker. Indelingen<br />

gebaseerd op tijdperk, stijl en regio zijn zo banaal. Richt een zaal in met schilderijen<br />

die troost bieden, een andere rond het thema ‘verlies van een geliefde’. Dat<br />

zal veel meer effect hebben bij de kijker. Je hebt nu eenmaal geen emotionele relatie<br />

met achttiende-eeuwse schilderkunst op zich, wel met bepaalde ideeën die kunst kan<br />

uitdrukken” 58 .<br />

Om dit doel te realiseren gaat een selectie uit de collectie in dialoog met de collectie<br />

van een verzamelaar. We spreken hier over een innovatief idee waarbij, in het kader<br />

van een langdurige bruikleen een verzamelaar, kunstenaar of designer een ‘mandaat’<br />

krijgt van 1-2 jaar als ‘gastcurator’. Wellicht zal ook een scenograaf nodig zijn om,<br />

gekoppeld aan de ruimte, de collectie te herverdelen. Dat sluit overigens naadloos<br />

aan bij het verbindingselement dat zo centraal staat in de hele Buda-constructie. Ook<br />

de Botton pleit overigens voor “een intensievere samenwerking tussen denkers en<br />

verbeelders, zodat de beste ideeën op de indrukwekkendste wijze tot uiting kunnen<br />

worden gebracht” 59 .<br />

Een recent Nederlands onderzoek van de Stichting Geef Om Cultuur wijst aan dat<br />

zulk een samenwerking tussen kunst in openbaar en kunst in particulier bezit potentieel<br />

inhoudt, van weerszijden. “Eerst en vooral is er een grote paradox bij de musea:<br />

95 procent zegt meer contact te willen met verzamelaars, maar slechts weinigen<br />

zetten daar stappen voor. (…) 75 procent van de verzamelaars zegt een donatie of<br />

gift te willen overwegen, maar dan moeten de musea er wel om vragen. (…) Het zijn<br />

de musea die denken dat verzamelaars hun collectie willen samenhouden. Maar dat<br />

is niet altijd zo. Tachtig procent van de collectioneurs beseft dat een museum weinig<br />

plaats heeft en dat er bij een schenking veel komt kijken. Wat ze wel willen, is dat het<br />

werk geregeld te zien is, en niet altijd in het depot zit. Men wil zich erkend voelen en<br />

betrokken zijn bij de instelling” 60 .<br />

Verder zal bij de concrete uitwerking ook rekening moeten gehouden worden met de<br />

jongeren. Enerzijds is wordt de vaste collectie grotendeels door schoolgroepen bezocht,<br />

anderzijds geldt algemeen dat jongeren in dit tijdsgewricht vrij negatief staan<br />

tegenover kunstmusea as such: “Een opmerkelijke vaststelling betreft de grootte van<br />

de motivatiedrempel bij de jongste groep ondanks de hoge participatiecijfers: 63%<br />

van de 14- tot 17- jarigen heeft geen museum bezocht in de zes maanden voorafgaand<br />

aan het interview. Van die 63% zegt negen op de tien (90,1%) jongeren niet<br />

geïnteresseerd te zijn in museumbezoek” 61 .<br />

58 Mathys, K., ‘Ik stel dezelfde vragen als Oprah’; Alain de Botton biedt zielenhulp voor heidenen, De Standaard, 24 juni 2011, p. L8<br />

59 de Botton, A., Religie voor atheïsten; een heidense gebruikersgids. Amsterdam/Antwerpen, 2011, p. 231-33<br />

60 Sels, G. , Privécollecties komen uit de kast; verzamelaars en musea vinden elkaar. De Standaard 14 juni 2011, p. D5<br />

61 Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, 2011, p. 321


Een tweede belangrijk aspect in het opzet is de keuze voor een masterplan voor<br />

integratie van gebouwen, tuinen & omgeving. Wie een luchtfoto bekijkt, stelt<br />

vast dat het over een grote, potentieel aangesloten ruimte gaat, met veel groen en<br />

verspreide bebouwing. Het voorstel houdt dan ook in om de inrichting en looplijn<br />

onbevangen te herbekijken, zowel van het museum intern, als van de totaliteit van<br />

de culturele infrastructuur op het Buda-eiland. Het zogenaamde Prouddossier maakt<br />

alvast dat de ontwerpkosten beperkt kunnen blijven en bovendien, in de spirit van<br />

Buda als eiland van creatie, in co-design kunnen gebeuren met lokale actoren. Ook<br />

de straks -hopelijk- verlaagde Leie-oevers moeten in deze oefening opgenomen worden,<br />

waarbij de kaai ongetwijfeld potentieel biedt voor expo-elementen buiten het<br />

museumpand.<br />

Met het oog op de interne looplijn is alvast het idee gelanceerd om het bestaande<br />

kader van ‘herenhuis’ maximaal te benutten als ‘villa-met-salons’. Het huidige<br />

voorgebouw, waar je nu meteen in het museum komt en pas dan naar de kassa gaat,<br />

wordt zo een‘salon’ met ruimte voor ontmoeting, Kunst in Huis, een aantrekkelijke<br />

museumshop,… Verder zou het principe toegepast worden van ‘scripted space’ zoals<br />

dat - horesco referens, maar we kunnen er van leren- ook toegepast wordt in pretparken:<br />

de uitgang van een attractie sluit aan bij de ingang van een nieuwe.<br />

In deze totaalconstellatie zou bvb. één maal per jaar een ‘grote’ tentoonstelling georganiseerd<br />

worden in de Budafabriek. In jaar 1 een tentoonstelling in samenwerking<br />

met collectioneurs of instellingen zoals Frac, of andere musea; in jaar 2 een expo<br />

genre ‘Futorotextiel’. Daarnaast zijn er regelmatig kleinere activiteiten (ontmoetingsfunctie),<br />

zoals salons in de villa, picknick, kunst in huis,…Een en ander maakt deel<br />

uit van een globaal tentoonstellingsbeleid, waarover straks meer.<br />

Het museum vertrekt vanuit zijn nieuwe identiteit en behoudt zijn autonomie, maar<br />

schakelt zich in in de ruimere werking van het Buda-eiland als ‘eiland van creatie’<br />

en is daarbij de unieke plek waar de kunst- en toegepaste kunstcreatie van vroeger en<br />

nu in het <strong>Kortrijk</strong>se bewaard wordt, in relatie tot het heden.<br />

Twee specifi eke vragen zullen zich bij deze oefening opdringen:<br />

7<br />

• Wat met de collectie keramiek? Voor het grote publiek is dit helaas niet echt<br />

een attractiepool, maar inherent is het een waardevolle collectie. In België<br />

hebben alleen het Brusselse Jubelpark en het Waalse Mariemont een beduidend<br />

aanbod keramiek. Wellicht is het zaak om deze collectie geregeld mee<br />

aan bod te laten komen in het nieuwe concept en op gezette tijden een<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

78


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

79<br />

7<br />

hoofdrol te laten spelen in een wijder, attractief opzet. Ook daarin kan de Budaconstellatie<br />

een constructieve rol spelen.<br />

• Collectieverkoop mag geen taboe zijn, op voorwaarde dat dit weloverwogen<br />

en vakkundig gebeurt en de opbrengst geïnvesteerd wordt in wat de missie is<br />

van het museum. Overigens bestaan er offi ciële teksten die over afstootbeleid<br />

een eigentijds kader schetsen dat minder stringent is dan vroeger.<br />

<br />

Voor een fl ink stuk gebaseerd op de brainstormsessie, kom ik tot de volgende<br />

aanbeveling:<br />

• Kunst blijft centraal staan in het Broelmuseum<br />

• ‘Kunst uit regio <strong>Kortrijk</strong>’ is onvoldoende als trigger, maar is wel het gemeenschappelijke<br />

aan de collectie beeldende en toegepaste kunst, die helaas<br />

niet voldoende onderscheidend is.<br />

• ‘Broel’ blijft niettemin een museum; een‘kunsthal’ zonder collectie is<br />

geen optie.<br />

• Het Broelmuseum is binnen de Budaconstellatie de enige speler die geldt<br />

als ‘geheugen van het eiland’. Dat impliceert het conserveren van de actuele<br />

creatie voor de toekomst en op die manier gaandeweg de opbouw van een<br />

veel relevantere collectie. Zo kan het museum ook een rol spelen als mogelijke<br />

toonplek voor Designregio <strong>Kortrijk</strong>. Ook dienen de hiaten van de voorbije<br />

decennia prioritair weggewerkt te worden.<br />

• Er zijn sterke collectioneurs in regio (zowel vroeger als nu); wij laten hen de<br />

dialoog aangaan van hùn collectie met die van het museum.<br />

• De traditionele historische opbouw van de collectie wordt hoe dan ook verlaten,<br />

om plaats te maken voor thematische opbouw met wisselend karakter.<br />

• Het Broelmuseum is de expertisepool en motor van tentoonstellingen rond<br />

beeldende kunst binnen de directie cultuur in het algemeen en op het Budaeiland<br />

in het bijzonder.


De expertisepool ‘tentoonstellingen’ wordt geïntegreerd (maar niet opgesloten) in<br />

deze totale werking van Broelmuseum en Buda-eiland. Op die manier moeten we<br />

komen tot een echt tentoonstellingsbeleid, tegenover de huidige versnippering van<br />

op zich vaak waardevolle, maar zelden onderscheidende initiatieven. Het uitgangspunt<br />

is immers dat het Buda-eiland, met de komst van de Budafabriek, over een<br />

diversiteit van erg geschikte tentoonstellingsruimten beschikt. De fabriek zelf biedt<br />

eindelijk de grote expo-ruimte die alsnog ontbrak in <strong>Kortrijk</strong>-centrum en daarnaast<br />

zijn er de Paardenstallen , het Broelmuseum (met momenteel twee geklimatiseerde<br />

expo-zalen) en ad hoc-mogelijkheden in Budascoop en Budatoren. Meteen zou de<br />

degelijke maar vrij ongelukkig gelegen Benedengalerij niet meer benut worden voor<br />

exposities, maar een andere bestemming krijgen in de totaliteit van het masterplan<br />

CK.<br />

Tussen de huidige Cel Tentoonstellingen, Broelmuseum, Vlasmuseum en <strong>Kortrijk</strong><br />

1302/Erfgoed moeten heldere en hechte afspraken gemaakt worden ivm tentoonstellingsritme.<br />

In samenwerking met de privé-spelers, zeker op Buda (en daarrond,<br />

we denken bvb. aan Wit.h), zal een tentoonstellingsbeleid worden uitgestippeld dat<br />

fi nancieel haalbaar is, de expertise bundelt en mikt op kwaliteit (eerder dan kwantiteit)<br />

en publiekswerking. De ondersteunende dienstverlening van de Cel Tentoonstellingen<br />

wordt enkel selectief voortgezet, op basis van het uitgestippelde beleid. In<br />

2010 heeft de Cel Tentoonstellingen aan zowat 70 exposities meegewerkt. Hier geldt<br />

zeker: less is more.<br />

Dat is ook de mening van de Belg Chris Dercon die Tate Modern leidt in Lonen:<br />

“Musea moeten grote publiekstrekkers hebben, maar ook nicheprogramma’s. Alles<br />

wat daar tussenvalt, wordt jammer genoeg problematisch” 62 . Ook hij stelt dat het publiek<br />

gegidst wil worden, want de mensen die musea bezoeken hebben vragen, “niet<br />

alleen over kunst, maar ook over wat geld waard is of hoe belangrijk ecologie is. Het<br />

museum is een learning cathedral geworden, een bijzondere soort van helpdesk” 63 .<br />

Het te voeren tentoonstellingsbeleid krijgt hierbij de opportuniteit van de ruimere<br />

Buda-constellatie, die ook op het vlak van tentoonstellingen een verbindingsbeleid<br />

moet voeren tussen kunst, opleiding, wetenschap, economie en maatschappij. Maar<br />

wie de rol van gids wil spelen, moet beseffen dat relevantie conditio sine qua non<br />

is. En dat betekent: staan voor kwaliteit en betekenis hebben op deze plaats, in dit<br />

tijdsgewricht. Overigens betekent deze nieuwe constructie niet dat tentoonstellingen<br />

fysiek tot Buda beperkt blijven; wél dat er, vanuit Buda (Broelmuseum) eindelijk<br />

werk gemaakt wordt van een overkoepelend tentoonstellingsbeleid.<br />

62 Van Der Speeten, G., Kunst voor de hoera-generatie. Chis dercon, weldra onze man in Tate Modern, De Standaard 19-19 december 2010, p. C7<br />

63 Van Der Speeten, G., Kunst voor de hoera-generatie. Chis dercon, weldra onze man in Tate Modern, De Standaard 19-19 december 2010, p. C8<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

80


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

81<br />

7<br />

<br />

In de praktijk gelden volgende uitgangspunten bij dat nieuwe<br />

tentoonstellingsbeleid:<br />

• minder tentoonstellingen, maar beter en zichtbaarder<br />

• consolideren van bestaande initiatieven en verder bouwen op successen<br />

• tentoonstellingen inschakelen in grote stadsprojecten of festivals: bv. Interieur,<br />

Europalia, Lille3000, Mons 2015<br />

• betere communicatie (zowel promotie als interne begeleiding via audio, teksten,<br />

brochures,… ; gelaagde informatie waarbij een select publiek op zijn<br />

specialisatie wordt aangesproken en een breed publiek in heldere, begrijpbare<br />

taal, is absoluut nodig).<br />

• grote tentoonstellingen als volwaardig toeristisch product vermarkten<br />

Er wordt een nieuwe naam gezocht voor het Broelmuseum en Cel Tentoonstellingen<br />

samen, die de lading beter dekt (zie ook 9.2.2., over merkenbeleid). Hierbij wordt<br />

rekening gehouden met de totaliteit van het Buda-eiland.<br />

Ook de openingsuren worden tegen het licht gehouden, in overleg met Vlasmuseum,<br />

1302 /Toeristische Dienst en het toekomstige Begijnhofbezoekerscentrum. Eerder<br />

al is gebleken dat nocturnes in het Broelmuseum - maar niet alleen daar- erg goed<br />

werken. Men mikt daarmee op een laatavond of -uitgaanspubliek of beantwoordt aan<br />

het verlangen naar een zeker extra of een gevoel van exclusiviteit.<br />

In verband met de openingstijden is er in Museum M in Leuven een interessant experiment<br />

bezig. Men heeft er namelijk de klassieke sluitingsdag maandag verlegd naar<br />

woensdag. De argumentatie vindt u in bijlage 7.<br />

Tot slot nog een essentiële opmerking: er dient voor dit alles een businessplan opgesteld<br />

te worden dat hooguit een beperkte investering door de stad voorziet, de omgevingswerken<br />

uitgezonderd. Voor de heroriëntering van het museum, zal overigens<br />

een deel van de opgebouwde reserve aangesproken worden.


2.2.4. Nieuwe missie museum & cel tentoonstellingen<br />

Het Broelmuseum is een erkend museum dat beeldende en toegepaste kunst uit de<br />

regio <strong>Kortrijk</strong> van de zestiende eeuw tot op vandaag verzamelt, bewaart, bestudeert<br />

en op een eigentijdse, didactische en aantrekkelijke manier ontsluit.<br />

Het Broelmuseum is ook de expertisepool en motor voor beeldende kunst en tentoonstellingen<br />

in <strong>Kortrijk</strong>. Het Broelmuseum coördineert het tentoonstellingsbeleid<br />

in <strong>Kortrijk</strong> en ondersteunt vanuit haar expertise en ervaring kunstenaars uit de regio<br />

<strong>Kortrijk</strong> en andere professionele culturele actoren (in het bijzonder de erfgoedcel en<br />

het Vlasmuseum) bij de organisatie van tentoonstellingen. Het Broelmuseum vervult<br />

tevens de regierol voor kunst in de openbare ruimte.<br />

Voor de uitvoering van deze opdrachten laat het Broelmuseum zich bijstaan door een<br />

adviesgroep beeldende kunst en tentoonstellingen en gaat ze samenwerkingsverbanden<br />

aan met externe curatoren, collectioneurs of andere museale instellingen.<br />

<br />

• Veranderingstraject uitstippelen voor Broelmuseum: indeling volgens relevante<br />

thema’s; hechte samenwerking met collectioneurs<br />

• Integratie Cel Tentoonstellingen in de werking, als motor van een <strong>Kortrijk</strong>s<br />

tentoonstellingsbeleid<br />

• Kritische evaluatie van collectie met oog op afstootbeleid<br />

• Nieuwe naam<br />

• Evaluatie openingsdagen en –uren<br />

• Opstellen businessplan voor veranderingstraject<br />

• Integratie museum in de totaliteit van de site, met oog voor buitenexpo en circuit<br />

• Zoeken naar versterking (fi nancieel en personeel )voor organisatie van grote<br />

tentoonstellingen<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

82


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

83<br />

7<br />

2.3. Budafabriek<br />

2.3.1. Historiek<br />

Op 12 maart 2007 keurde de <strong>Kortrijk</strong>se Gemeenteraad, voor een periode van 36 jaar,<br />

de erfpacht goed van de fabriek Desmet-Dejaegher, die gaandeweg de Budafabriek<br />

genoemd is. Het gaat om een pand langs de Ijzerkaai, waarvan ca. 3.000 m² benut zal<br />

worden.<br />

Zoals al gesteld in 7.2. is het pad verlaten om de Budafabriek enkel te benutten<br />

voor beeldende kunst, als een soort kunsthalle. De eigenlijke doorstart kwam er via<br />

gesprekken in februari/maart 2010 met voorzitter Filip Santy en directeur Karel<br />

Debaere van Leiedal, op aangeven van Schepen Depuydt. Er lag immers al een tijd<br />

een plan te sluimeren voor een zogenaamde ‘designfabriek’ en het pand Desmet-Dejaegher<br />

bleek zich daar goed toe te lenen: centraal in de stad en met ruim de benodigde<br />

capaciteit van minimum 2200 m². De functies die men voor ogen had waren:<br />

ontwikkeling en productie (prototypes & kleine series),kenniscentrum, ontmoeting,<br />

communicatie.<br />

Het conclaaf van het College van Burgemeester en Schepenen dd. 22 maart 2010<br />

zette principieel het sein op groen voor een algemeen concept van de Budafabriek als<br />

‘snijpunt tussen economie, ontwikkeling en kunst’. Ook konden de gesprekken met<br />

Leiedal voortgezet worden, met als doel het bijeenbrengen van de nodige relevante<br />

partners, in een verruimd concept.<br />

Medio 2010 hadden zeven ‘founding partners’ een intentieverklaring ondertekend<br />

rond ‘de Budafabriek als eerste economisch-artistieke project in Vlaanderen’: economie<br />

& cultuur vinden elkaar in creatie. De <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> was als initiatiefnemer<br />

bereid om in te staan voor de verbouwingen (2,5 miljoen euro) en werd vertegenwoordigd<br />

door AGB Buda en het Broelmuseum. Uiteraard was er Leiedal, als medeinitiatiefnemer<br />

rond het nieuwe concept. En verder traden ook Designregio, Flanders<br />

InShape , Howest en Kunstencentrum Buda toe tot de voorlopige ‘ondernemingsraad’<br />

van stichtende partners.<br />

Op 1 november 2010 ging een ‘startteam’ (parttime) aan de slag, dank zij de inspanningen<br />

van Leiedal, Howest en het AGB.


Hun opdracht was:<br />

1. Een concept concreet uitwerken, met potentieelinschatting en businessplan, op<br />

basis van de platformnota die alle leden van de Ondernemingsraad ondertekenden.<br />

2. De subsidiemogelijkheden onderzoeken op alle beleidsniveaus en, na goedkeuring<br />

door de Ondernemingsraad, de nodige initiatieven daarvoor nemen.<br />

3. Werken aan de integratie van de Budafabriek in Buda-eiland & stad.<br />

Uiteindelijk bleek de opdracht te hoog gegrepen voor de voorziene tijdspanne van<br />

een half jaar. Eind april 2011 was vooral conceptueel werk verricht, wat ook nodig<br />

was in een innovatief project als de Budafabriek, dat doorgaans over ongebaande<br />

wegen liep.<br />

Rond dat moment startten ook de verbouwingswerken, die overigens voorzien in vrij<br />

generieke ruimten. Dat sloot ook naadloos aan bij een advies dat men inmiddels van<br />

meerdere kanten gekregen had om vooral te letten op de polivalentie van de ruimten,<br />

zodat voldoende mogelijkheden zouden openblijven voor de concrete werking.<br />

Na het voortraject van het startteam, drong een nieuwe fase zich op, met het oog op<br />

de opening in het najaar van 2012 en het eerste werkjaar, dat bovendien te paard zou<br />

zitten op twee legislaturen.<br />

In de persoon van Franky Devos werd een parttime opdrachthouder aangesteld om<br />

voor de periode van 1 juli 2011 tot 30 juni 2013 de leiding op zich te nemen van de<br />

Budafabriek. Hij kreeg als taak om de algemene doelstellingen van de Budafabriek te<br />

realiseren, in nauw overleg met de voorzitter, de coördinator en de raad van bestuur.<br />

In het eerste jaar diende speciale aandacht te gaan naar de inhoudelijke voorbereidingen<br />

van de opstart van de Budafabriek, de fondsenwerving i.s.m. coördinator, het<br />

optimaliseren van de organisatievorm, en het verfi jnen van de strategie.<br />

Ook de organisatievorm werd bijgewerkt, nu de conceptuele fase ingeruimd werd<br />

voor een operationele. Binnen de Fabrieksraad neemt het Directieoverleg de belangrijkste<br />

beslissingen. Het is samengesteld uit de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>/ AGB Buda, Broelmuseum,<br />

Designregio, KC Buda, Leiedal, Flanders InShape en Howest.<br />

Daarnaast is er ook nog specifi ek overleg:<br />

7<br />

• Artistiek: programmering in het algemeen en opening (september2012) in het<br />

bijzonder. Hierin zijn ook andere organisaties en actoren welkom, in de mate<br />

dat ze een betekenisvolle bijdrage kunnen leven. #7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

84


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

85<br />

7<br />

• Productie: Opvolging verbouwingswerken en taakverdeling productie &<br />

techniek<br />

• Communicatie: communicatiestrategie & crosslinks met eigen communicatie<br />

Van meet af aan is gesteld dat de Budafabriek een transparante constructie moest<br />

zijn, die open staat voor alle relevante partners. Met het oog op de essentiële vitale<br />

coalities stel ik drie soorten partnerships voor:<br />

1. Stichtende partners: de leden van het Directie-overleg<br />

Van een aantal zijn de engagementen al uitgeklaard:<br />

<strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> / AGB<br />

• Ter beschikking stellen van infrastructuur<br />

• Exploitatie van infrastructuur<br />

• Organisatie opstartperiode<br />

Broelmuseum<br />

• Met behoud van autonomie als museum maximaal samenwerken<br />

binnen de totaliteit van het Buda-eiland, als plaats waar de link<br />

gelegd wordt tussen verleden en heden<br />

• Verantwoordelijkheid voor luik hedendaagse kunst via geïntegreerde<br />

Cel Tentoonstellingen<br />

Leiedal<br />

• Financiële ondersteuning opstartfase<br />

Deze organisaties zetelen in het Directie-overleg, waar de belangrijkste beslissingen<br />

genomen worden inzake strategie, programmering, fi nanciën en personeel.<br />

Dat impliceert evenwel niet dat partners vreemd aan de stad <strong>Kortrijk</strong><br />

maar lid van het Directie-overleg, de infrastructuur gratis kunnen gebruiken.<br />

Een aantal praktische en fi nanciële afspraken worden in de loop van 2012<br />

nog verder verfi jnd. Het is in elk geval de bedoeling om via samenwerking te<br />

komen tot een kleinere overhead voor alle betrokken organisaties.<br />

2. Structurele partners:<br />

nieuwe partners die een vitaal surplus toevoegen aan de stichtende<br />

partners. Zij kunnen, na goedkeuring door het Directie-overleg, dezelfde<br />

plichten & rechten krijgen als de stichtende partners.


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

3. Ad hoc partners:<br />

occasionele partners die de Budafabriek één of meerdere keren wensen<br />

te gebruiken. Zij betalen volgens het nader uit te werken tarief.<br />

De partners staan dus zelf in voor het gebruik van de Budafabriek; het is niet de bedoeling<br />

dat de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> én de exploitatie én de werking op zich neemt.<br />

Daarnaast moeten er evenwel fondsen gevonden worden om recurrente basistaken en<br />

de daaraan verbonden functies te betalen.<br />

2.3.2. Missie<br />

De zoektocht naar een identiteit voor de Budafabriek en een unieke toegevoegde<br />

waarde is niet eenvoudig geweest. Dat gebeurt wel meer met innovatieve projecten<br />

en het heeft geen zin dat te ontkennen.<br />

Op basis van het denkwerk van velen kom ik tot volgend voorstel van missie:<br />

7<br />

De Budafabriek wil een drijvende kracht zijn voor een leefbare, intellectueel rijke en<br />

welvarende toekomst in de regio en in de Eurometropool.<br />

De Budafabriek realiseert daarom verbindingen op het raakvlak tussen kunsten, economie,<br />

onderwijs, wetenschap, technologie en samenleving, met het oog op sociale,<br />

artistieke en economische vernieuwing .<br />

Hiertoe ontwikkelt de Budafabriek vitale coalities waarin mensen uit verschillende<br />

disciplines en sectoren met elkaar samenwerken, creëren, tentoonstellen en elkaar<br />

ontmoeten.<br />

Deze missie sluit ook nauw aan bij de visie die de voorbije jaren opgeld maakt in<br />

toekomstgerichte teksten.<br />

In 2003 al houdt het witboek ‘De eeuw van de stad’, een uitgave van de Vlaamse<br />

Gemeenschap, volgend pleidooi over ruimtes zoals de Budafabriek:<br />

”29. Voer een actieve politiek gericht op vernieuwende en ontwerpende ideeën en<br />

praktijken, op het bundelen van creatieve krachten. Ondersteun creatieve allianties,<br />

zorg voor ontmoetingsfora en voor aangepaste infrastructuur.<br />

30. Gebruik bestaande en vernieuwde stedelijke ruimtes (onder andere deze die vrijkomen<br />

door economische herstructurering) voor nieuwe stedelijke functies en zet ze<br />

in de kijker via aangepaste initiatieven.” 64<br />

64 Boudry, L., Cabus, P. , Corijn, E., De Rynck, F., Kesteloot, C., & Loeckx A., 2003, De eeuw van de stad. Witboek. Over stadsrepublieken en rastersteden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, p. 129<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

86


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

87<br />

7<br />

Ook het Nederlandse TNO-rapport ‘Knelpunten in creatieve productie: creatieve<br />

industrie’ uit 2005 houdt een pleidooi voor “een betere benutting van cultuur en<br />

creativiteit. (…) Lange tijd werden investeringen in cultuur vooral gezien als potverteren.<br />

Inmiddels groeit het besef dat cultuur en creativiteit een bijdrage leveren aan<br />

de economie. De creatieve industrie heeft zich ontwikkeld tot een belangrijke sector.<br />

Daarnaast groeit het besef dat creativiteit een essentiële voorwaarde is voor innovatie<br />

en dat cultuur een belangrijke bron is voor competenties van werknemers in<br />

de ervaringseconomie” 65 . In Vlaanderen heeft de creatieve industrie zich inmiddels<br />

verenigd in een Overlegplatform Creatieve Industrieën. Bij de lancering in oktober<br />

2010 wezen meerderen op het economische belang van de sector: “ Meer dan vijftigduizend<br />

mensen werken in de creatieve industrie, meer dan in de textielindustrie.<br />

Het aantal banen groeide recentelijk dubbel zo snel in vergelijking met de rest van<br />

de economie” 66 , aldus Lorin Parys, toen nog voorzitter van Flanders DC. En Geert<br />

Joris, directeur van Boek.be, stelt: “De sector van de auteursrechten is groter dan<br />

de automobielindustrie en ze stelt zo’n honderdduizend mensen te werk bij meer dan<br />

negenduizend werkgevers” 67 . Overigens heeft Resoc recent RESOC heeft recent<br />

een interessante studie uitgevoerd over creatieve economie in de streek; Is een heel<br />

interessante studie. Zowel in de <strong>Stad</strong>smonitor van 2008 als die van 2011 staat <strong>Kortrijk</strong><br />

op de 6e plaats qua aantal arbeidsplaatsen in de culturele en creatieve sector per<br />

10.000 inwoners. Daarmee zat <strong>Kortrijk</strong> respectievelijk 20 en 13 % boven het gemiddelde.<br />

Maar de toenadering cultuur - economie geldt ook vanuit de andere richting: “Gaandeweg<br />

is er met de opkomst van concepten als toegepaste kunst, cultureel en creatieve<br />

industrie meer oog gekomen voor het belang van de integratie van economische<br />

principes in de kunst- en cultuurproductie” 68 . “Een eerste knelpunt is dat de meeste<br />

creatievelingen niet de kennis hebben die vereist is om ondernemer te worden.” 69<br />

In die zin is het dan ook een absolute opportuniteit dat het Ondernemerscentrum vlak<br />

bij het Buda-eiland ligt. Zowel Ondernemerscentrum als Budafabriek hebben hun eigen<br />

missie en moeten hun autonomie behouden, maar beide initiatieven kunnen veel<br />

voor elkaar betekenen, in een zeer nuttige complementariteit. Het concept ‘Fabriek<br />

van de Toekomst’ is in elk geval al een eerste project waarin beiden elkaar kunnen<br />

vinden.<br />

Het TNO-rapport onderscheidt vier groeistadia van een creatieve onderneming: de<br />

creatieve start, eerste succes en doorgroei, verbreding naar de nationale markt en<br />

internationalisering. “Ondernemers, of zij die daartoe zullen uitgroeien, worden in<br />

elk van die fases met specifi eke problemen en knelpunten geconfronteerd. We pleiten<br />

hier voor specifi eke overheidsaandacht voor de ontwikkeling van creatieve bedrijvigheid<br />

in elk van die fases, variërend van het ontwikkelen van experimenteerruimtes in<br />

startfase tot internationale promotie in fase van internationalisering. Kern van<br />

65 Rutten, P., Knelpunten in creatieve productie: creatieve industrie, Delft , 2005, p. 3<br />

66 Vantyghem, P., ‘We zijn groter dan de auto-industrie’, De Standaard, 23 oktober 2010, p. 39<br />

67 Vantyghem, P., ‘We zijn groter dan de auto-industrie’, De Standaard, 23 oktober 2010, p. 39<br />

68 Rutten, P., Knelpunten in creatieve productie: creatieve industrie, Delft , 2005, p. 20<br />

69 Rutten, P., Knelpunten in creatieve productie: creatieve industrie, Delft , 2005, p. 117


ons pleidooi is dat er aandacht moet zijn voor de gehele keten om op die manier een<br />

stabiel en liefst continue systeem van creatieve productie te cultiveren” 70 . De Budafabriek<br />

is alvast geschikt als ‘experimenteerruimte’ en het Ondernemerscentrum is<br />

vertrouwd met de systematiek van bedrijfsontwikkeling. Samen kunnen ze een betekenisvolle<br />

propositie vormen, die <strong>Kortrijk</strong> als stad van innovatie en creatie concreet<br />

vorm geeft.<br />

Op 27 mei 2011, verscheen de’ Visienota Creatieve Industrieën in Vlaanderen’,<br />

waarin ondermeer rond een zestal thema’s aanbevelingen worden geformuleerd<br />

zowel naar sector als naar beleid, “om om tot een optimale ontwikkeling van de<br />

Creatieve Industrieën in Vlaanderen te komen” 71 . De tekst werd uitgewerkt op gezamenlijk<br />

initiatief van 26 organisaties uit de Vlaamse Creatieve Industriëen, verenigd<br />

in het Overleg Creatieve Industrieën. Deze visienota werd publiek voorgesteld op de<br />

ViA-rondetafel Creatieve Industrieën die kaderde in de ViA-doorbraak ‘Innovatiecentrum<br />

Vlaanderen’ op vrijdag 27 mei 2011. Hoofdstuk 2.5. behandelt hoe je ‘Naar<br />

een optimale infrastructuur voor de Creatieve Industrieën’ kunt gaan: “Mensen actief<br />

in de Creatieve Industrieën zijn vaak op zoek naar locaties die goed ingebed zijn<br />

in de publieke ruimte, omdat die interactie en uitwisseling stimuleren en bijgevolg<br />

nieuwe creatieve impulsen opleveren. Dat kan door plekken te creëren waar (creatieve)<br />

ondernemers en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten, waar ze kunnen werken<br />

en digitaal communiceren. Dergelijke plekken kunnen een opstap zijn naar een vaste,<br />

individuele werkplek. Ook hier kan clustering inspirerend werken. Interactie en uitwisseling<br />

kan evenzeer gestimuleerd worden door te investeren in netwerken tussen<br />

mensen. De Creatieve Industrieën zijn vaak de early adopters van nieuwe technologie.<br />

Ze hebben daarom baat bij een optimaal uitgebouwde virtuele infrastructuur.<br />

(…)<br />

Beleidssuggesties voor de overheid:<br />

• Zorg op regionaal en stedelijk beleidsniveau voor “bedrijvenzones” in de<br />

stad/regio voor de Creatieve Industrieën en hun omkaderende organisaties.<br />

Neem stimulerende maatregelen zodat leegstaande openbare gebouwen tegen<br />

een aantrekkelijke marktprijs betrokken kunnen worden. Stimuleer clustering<br />

en samenwerking door coworkingruimtes met een optimale digitale infrastructuur<br />

te ontwikkelen en te ondersteunen.<br />

• Verhoog de penetratiegraad van (draadloze) internetverbindingen doorheen<br />

Vlaanderen. Beschouw breedbandtoepassingen en digitale applicaties uit<br />

de Creatieve Industrieën als extra kanalen die nieuwe afzetmarkten creëren,<br />

maar die ook cultuurparticipatie vergroten, verbreden en verdiepen. Stimuleer<br />

en ondersteun de projecten die van deze toepassingen gebruikmaken.<br />

70 Rutten, P., Knelpunten in creatieve productie: creatieve industrie, Delft , 2005, p. 129<br />

71 Diverse auteurs, Visienota Creatieve Industrieën in Vlaanderen, 2011, Leuven, p. 5<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

88


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

7<br />

Uitdagingen voor de sector:<br />

• Werk clustering en samenwerking in de hand door het delen van best practices<br />

rond coworking en netwerking in de creatieve sector.<br />

• Investeer in contacten buiten de eigen creatieve sector en werk mee aan<br />

sociale, maatschappelijke innovaties“ 72 .<br />

Op vele punten beantwoordt de Budafabriek concreet of potentieel aan het gevraagde.<br />

Bovendien biedt het project ‘Fiber to the home’ een bijkomende opportuniteit.<br />

Je voelt overigens aan dat dit innovatieve verbindingsmodel ‘in de lucht hangt’.<br />

Op hetzelfde moment dat de Budafabriek programmatorisch al twee maanden naar<br />

de opening toe aan het werken was, eind oktober 2011, dwarrelde een uitnodiging<br />

binnen voor de eerste Vlaamse ‘E-culture Fair’, die in Hasselt plaats vond op 16 en<br />

17 november 2011. De E-culture Fair is “een showcase van Vlaamse innovatieve<br />

projecten die ontstaan zijn uit samenwerkingen tussen cultuur, creatieve industries,<br />

onderzoek en onderwijs. De set-up van de fair met installaties, prototypes, demo’s,<br />

live presentaties en living-lab-ervaringen moedigt aan tot ontmoeting en uitwisseling<br />

maar nodigt ook uit tot toekomstige samenwerking. Daarnaast tonen we ook een<br />

greep uit wat er momenteel in hogescholen in Vlaanderen, Nederland en Duitsland<br />

(NRW) aan projecten en onderzoek wordt ontwikkeld door studenten van nu.“ De<br />

slagwoorden van het initiatief vallen bijna naadloos samen met die van de Budafabriek:<br />

samenwerkingen tussen cultuur, creatieve industries, onderzoek en onderwijs;<br />

prototypes; ontmoeting en uitwisseling,…<br />

En in De Standaard van 3-4 december 2011 voorspelt het onderzoeksbureau Trendwolves:<br />

“Ik ben wat ik maak, dat wordt het nieuwe motto van de jongere anno 2012.<br />

Althans bij de jongere die zijn tijd een beetje vooruit is. (…) ‘Creatieve entrepreneurs<br />

worden de helden van morgen’. (…) Niet toevallig komt er nu een hele beweging op<br />

gang die vernieuwde interesse toont in oude vakken, zoals hout bewerken of naaien.<br />

Handgemaakt is exclusief en dus in. (..) Wie iets maakt dat succes heeft, wil dat ook<br />

verkopen” 73 . Waarbij het artikel verwijst naar De Invasie, die in 2011 twee keer met<br />

goed succes in Buda en Overleie neerstreek.<br />

In het licht van dit alles bevelen we trouwens aan om de term ‘kunsteneiland’ te verruimen<br />

tot ‘eiland van creatie’.<br />

2.3.3. Werking & planning<br />

De werking van de Budafabriek is op het moment van eindredactie van deze nota uiteraard<br />

nog work in progress. Als bijlage 8 krijgt u niettemin een overzicht van vitale<br />

coalities/partnerships en concrete programmeringsvoorstellen zoals die per november<br />

2011 ter tafel liggen.<br />

72<br />

Diverse auteurs, Visienota Creatieve Industrieën in Vlaanderen, 2011, Leuven, p. 69-70<br />

73<br />

Delepeleire, Y., We hebben weer nood aan dromen, De Standaard 3-4 december 2011, p. 24-25<br />

89


2.3.4. Organisatievorm Buda?<br />

In 7.2.3.1. is de huidige organisatievorm geschetst. Dit rapport wil evenwel vooruitkijken<br />

en ook suggesties doen voor een verdere toekomst.<br />

Maar laten we eerst even teruggaan naar de allereerste studie. Rudi Laermans stelde<br />

toen voor om een onderscheid te maken tussen beheersmodule en beleidsmodule van<br />

het Buda-eiland: “In grote lijnen (…) lijkt de volgende constructie de best werkbare:<br />

• Een aparte vzw voor het beheer van de infrastructuur die de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong><br />

voor de kunstartistieke transitzone ‘Buda-eiland’ voorziet (…)<br />

• Een aparte vzw voor de inhoudelijke werking“ 74 .<br />

Zoals we eerder aangaven heeft <strong>Kortrijk</strong> verhoudingsgewijs bijzonder veel, doorgaans<br />

ook degelijke, culturele infrastructuur. Het beheer daarvan is zeer verspreid en<br />

heterogeen, waardoor het overzicht ontbreekt, de overheadkosten groot zijn en het<br />

beheer beperkt blijft in effi ciëntie. Voor de aanvragende burger ontbreekt één loket<br />

waar hij – naar analogie met de uitleenwinkel in Depot 102 (Site Callens) – zijn<br />

aanvraag kan doen.<br />

Voor de toekomst stel ik volgende werking voor inzake de exploitatie van de culturele<br />

infrastructuur:<br />

1. De OC’s vallen ondubbelzinnig onder de gebiedswerking. Wel worden, voor<br />

het culturele aspect van de werking SLA’s (Service Level Agreements) uitgewerkt<br />

met CK*. Een sterke link tussen de OC’s en de rest van de culturele sector<br />

blijft evenwel wenselijk. Het gevaar zit erin dat alles wat te maken heeft<br />

met verenigingsleven, sociaal-cultureel vormingwerking, lokale feesten….<br />

geen ‘cultuur’ meer is en dat daardoor cultuur in het elitaire verdomhoekje<br />

komt. Een cultuurconsument maakt dat onderscheid overigens niet.<br />

2. Buda blijft de plek waar artistieke creatie vanuit een internationaal perspectief<br />

prioriteit krijgt.<br />

74 Laermans, R., Buda-eiland als kunstartistiek nest?, <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> , 2003, p. 59<br />

7<br />

Anderzijds blijft er in <strong>Kortrijk</strong> Centrum nood aan een middelgrote podiumzaal.<br />

Op vandaag huurt kunstencentrum Buda 175 dagen per jaar zaal 1 en<br />

175 dagen zaal 2 in de Budascoop. Daar is nog ruimte om derden een plek<br />

te geven. Het probleem zijn niet zozeer de speeldata, maar de repetitiedata.<br />

Een amateurgezelschap vraagt vier maanden een studio in de Budatoren op<br />

dinsdag en donderdagavond. Dit is een totaal ander ritme dan de professionele<br />

kunstenaar die daar 3 weken repeteert. Nu al is contractueel met het AGB<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

90


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

91<br />

7<br />

afgesproken dat Kunstencentrum Buda nooit alle studio’s tegelijkertijd bezet.<br />

Met een goed (centraal) kalendermanagement kunnen allicht al veel zaken<br />

opgelost worden. Bovendien moeten we de ruimten ook durven casten. Het is<br />

niet te verantwoorden om een zaal met aantrekkelijke publieksvoorzieningen<br />

te gebruiken voor langdurige opbouw en repetities, als daardoor publieksvoorstellingen<br />

niet kunnen doorgaan. Uiteraard moet dan wel voldoende geschikte<br />

werkruimte kunnen aangeboden worden.<br />

3. Alle andere stedelijke culturele infrastructuur komt in één exploitatiecluster.<br />

Het hangt van de verdere uitwerking van het nieuwe organogram af of<br />

dit een AGB, EVA, IVA, gemeentelijk beheer of budgethouderschap wordt.<br />

Heldere, werkbare afspraken met Facility zijn nodig, opdat er geen ‘culturele<br />

facility’ zou groeien naast de eigenlijke dienst Facility. Wellicht zijn hier<br />

ook goede SLA’s nodig, die zowel rekening houden met schaalvoordelen en<br />

terreinkennis van de centrale facilitydienst als met de specifi citeit van vrijetijdsinfrastructuur<br />

(die bvb. meest benut wordt op momenten dat de klassieke<br />

stedelijke diensten gesloten zijn). (Zie verder ook 7.4.5 Masterplan)<br />

4. Mensen verenigingen zich inmiddels niet uitsluitend meer via het klassieke<br />

verenigingsleven. We moeten zoeken naar nieuwe modellen om nieuwe<br />

vormen van ‘verenigingen’ te faciliteren. Anderzijds moet ook het klassieke<br />

verenigingsleven kunnen participeren aan Buda, in de mate dat dit spoort met<br />

de missie. Het voorzittersoverleg van de adviesorganen liet overigens op dat<br />

vlak al duidelijk zijn interesse blijken.<br />

Er is evenwel ook een terechte bezorgdheid om een nog fragiele constructie als de<br />

Buda-constructie te beschermen en toe te staan om een eigen gelaat te ontwikkelen.<br />

Daartoe moet vanaf 1 juli 2013 een nader te bepalen ‘organisatie’ Buda een essentiele<br />

rol krijgen, waardoor het Buda-project zowel conceptueel als beleidsmatig in de<br />

nodige autonomie en in een ruim, pluriform samenwerkingsverband zijn werking kan<br />

ontplooien.


Chronologisch zie ik de ontwikkeling als volgt:<br />

1. AGB Buda<br />

Het AGB Buda werkt minstens voort in zijn huidige constellatie tot 30 juni 2013. Het<br />

AGB staat in voor:<br />

a) De exploitatie van de Buda-infrastructuur, die bestaat uit de Budascoop, de<br />

Budatoren en de Budafabriek. Daarnaast is de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> eigenaar van het<br />

Broelmuseum, de Paardenstallen en de Orangerie, die eveneens op het Buda-<br />

eiland gelegen zijn.<br />

b) De visie-ontwikkeling en -bewaking van het Buda-eiland. Buda als eiland<br />

van creatie. Er moet ook werk gemaakt worden van een communicatiestrategie<br />

(branding van Buda).<br />

De Raad van Bestuur blijft aan tot 30 juni 2013 en bereidt de situatie vanaf 1 juli<br />

2013 voor. Op dat moment verstrijkt ook het mandaat van Franky Devos als opdrachthouder<br />

van de Budafabriek , dat evenwel hernieuwbaar is.<br />

2. ‘Stichting’ Buda<br />

Tegen 1 juli 2013 moet een keuze gemaakt worden over de toekomstige werking.<br />

Ofwel blijft het AGB verder bestaan, met zijn huidige missie en werking, maar in<br />

een nieuwe samenstelling. Ofwel komt er een ‘Stichting Buda’ als nieuwe structuur.<br />

In dat geval worden missie en organisatie hertekend. ‘Stichting’ mag hier overigens<br />

gelden als generiek begrip. Of het concreet een stichting, een (internationale) vzw,<br />

AGB, NV of nog iets anders moet worden, hangt van de toekomstige situatie af en<br />

van ‘the powers that be’. Ook hier kan het project ‘Sterk besturen’ beslist inspireren.<br />

De missie wordt uitgebreid:<br />

7<br />

a) De exploitatie van de Buda-infrastructuur, die bestaat uit de Budascoop, de<br />

Budatoren en de Budafabriek. Daarnaast is de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> eigenaar van het<br />

Broelmuseum, de Paardenstallen en de Orangerie, die eveneens op het Buda-<br />

eiland gelegen zijn.<br />

b) De visie-ontwikkeling en -bewaking van het Buda-eiland: Buda als eiland<br />

van creatie. Er moet ook werk gemaakt worden van een communicatiestrategie<br />

(branding van Buda).<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

92


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

93<br />

7<br />

c) De coördinatie van de samenwerking tussen de partners (overleg directie,<br />

communicatie, productie, artistiek,…)<br />

d) Het engageren van (private) partners om Buda verder uit te bouwen tot het<br />

hart van creatief ondernemend Zuid-West-Vlaanderen<br />

e) Het instaan voor de fi nanciële leefbaarheid van het Buda-project.<br />

De voorkeur gaat uit naar een grensoverschrijdende (Eurometropool) constructie.<br />

Eventueel zal, in een eerste fase, nog een regionaal samenwerkingsverband nodig<br />

zijn, als opstap naar een werking die grensoverschrijdend is.<br />

Voor het hele eilandconcept blijven m.i. echter de randvoorwaarden gelden die professor<br />

Laermans in 2003 stelde:<br />

1. Kernpubliek nodig.<br />

2. Inlossing van de specifi eke infrastructuurnoden (met onderscheid tussen het<br />

beheer van de infrastructuur en de inhoudelijk werking)<br />

3. Structurele fi nanciering van de nieuwe werkplaats annex kunstartistieke transitzone<br />

(dus niet alleen van de opstartfase)<br />

4. Effectieve ‘consortiumvorming’ tussen de organisaties die het inhoudelijke<br />

draagvlak uitmaken<br />

5. Algemene coördinator: ‘een sterke fi guur’ die het eilandverhaal zowel een<br />

gezicht als symbolisch gewicht kan bezorgen.<br />

Momenteel is grosso modo aan 4 van de 5 voorwaarden voldaan, al is dit work in<br />

progress. Ook lijkt de fi nanciering van de aanloopfase ( tot juni 2012 dus) rond te<br />

komen. Er moet echter nog werk gemaakt worden van het derde punt, nl. de ‘structurele<br />

fi nanciering’. De <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> kan daarbij blijven instaan voor de basisvoorzieningen,<br />

bvb. infrastructuur en exploitatie. Voor de werking moeten evenwel nog<br />

hechte afspraken genegotieerd worden met overheden en andere partners.


• Opvolgen verbouwingswerken<br />

• Werken aan programmering in het algemeen en opening najaar 2012 in het<br />

bijzonder<br />

• Vaststellen defi nitieve missie<br />

• Uitwerken structurele en occasionele fi nanciering<br />

• Partnerships defi niëren en engagementen vastleggen<br />

• Uitwerken communicatiestrategie<br />

• Werkbare afspraken maken inzake gebruik infrastructuur, met het oog op<br />

intensievere benutting<br />

• Voorbereiden toekomstige juridische organisatievorm<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

94


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

95<br />

7<br />

2.4. <strong>Kortrijk</strong> 1302<br />

2.4.1. Historiek<br />

‘<strong>Kortrijk</strong> 1302’ bestaat in zijn huidige vorm nog maar sinds juni 2006. Het museum<br />

wil de bezoeker meenemen door zeven eeuwen beeldvorming over de Guldensporenslag,<br />

inzicht bieden in oorzaken, betrokken partijen en gevolgen van 1302 en in de<br />

evolutie van 11 juli als symbolische datum voor Vlaanderen.<br />

Het museum <strong>Kortrijk</strong> 1302 huist, samen met de Toeristische Dienst van <strong>Kortrijk</strong>, in<br />

de gerestaureerde Groeningeabdij in het Begijnhofpark.<br />

2.4.2. Niet langer streven naar erkenning<br />

Een aanvraag tot erkenning (12 oktober 2007) als (regionaal) museum werd om<br />

meerdere redenen afgewezen op 23 mei 2008, na negatief advies van de beoordelingscommissie<br />

Musea en het Agentschap Kunsten en Erfgoed. De opmerkingen<br />

slaan vooral op collectie, collectieplan, collectiebeschrijving, collectie-inventaris,<br />

museaal concept en samenwerking met relevante actoren.<br />

Heel wat opmerkingen in zowel de doorlichting van Guido De Brabander als de<br />

‘Gemotiveerde beslissing van de minister over de erkenningsaanvraag van <strong>Kortrijk</strong><br />

1302’ zijn helaas pertinent of vereisen hoge uitgaven om eventueel tot erkenning<br />

te komen. Een centraal probleem is en blijft de collectie, die erg beperkt is “van<br />

omvang en van belang”, zoals de Afdelingshoofd Erfgoed Marina Laureys terecht<br />

opmerkt in haar brief van 23 mei 2008. Bovendien, zo voegt ze er aan toe: “De presentatie<br />

bevat veel replica’s” 75 . En dat laatste heeft vooral te maken met het eenvoudigweg<br />

ontbreken van stukken die als authentiek beschouwd kunnen worden. Met<br />

andere woorden: zelfs als men de middelen zou hebben, is een geschikte authentieke<br />

collectie gewoon niet te vinden.<br />

Verder is het zeer de vraag of <strong>Kortrijk</strong> drie volwaardige musea kan betalen, als het<br />

die al nodig heeft. Een mogelijk risico is zelfs dat de werking van de twee wél<br />

erkende musea ondergraven wordt door verdere verdeling van de beschikbare werkingsmiddelen.<br />

Vandaar de keuze om af te zien van verder streven naar erkenning.<br />

2.4.3. Organisatorische verandering<br />

Dat betekent niét dat de huidige opstelling waardeloos is, laat staan dat het gebouw<br />

dan maar moet gesloten worden.<br />

75 Laureys, M., Aanvraag voor erkenning – <strong>Kortrijk</strong> 1302 – Museum voor Cultuur en Identiteit, brief aan de Burgemeester, Brussel, 23 mei 2008


We stellen immers vast dat de bezoekcijfers niet onaardig zijn. Ze liggen zelf iets hoger<br />

dan voor de twee erkende musea , maar het moet wel gezegd dat zowat de helft<br />

van de 18.000 entrees gratis tickets zijn. Laten we het er op houden dat er de voorbij<br />

drie jaar om en bij de 10.000 betalende bezoekers kwamen.<br />

Inmiddels is er op organisatorisch vlak duidelijkheid gekomen. Dat heeft te maken<br />

met het verfi jnen van de missie en taakafspraken van enerzijds Dienst Toerisme en<br />

anderzijds Erfgoedcel, andermaal uitgaand van de aanwezige en beoogde expertise.<br />

De inhoudelijke kennis van het <strong>Kortrijk</strong>se verleden zit in de Erfgoedcel. Zij heeft in<br />

het verleden al tentoonstellingen gemaakt in het Dormitorium, met vrij bescheiden<br />

middelen maar met goed resultaat: ‘Ongeloofl ijk’, ‘Woelige stad’. Voor de nabije<br />

toekomst heeft ze zich al geëngageerd om dit soort langdurige exposities te bestendigen,<br />

met name rond W.O. I en rond de Leie. Kortom: de historische productontwikkeling<br />

wordt binnen de Erfgoedcel geplaatst.<br />

De Dienst Toerisme van zijn kant zal zich meer en meer specialiseren in ‘sales &<br />

marketing’; niet alleen van de tentoonstellingen in het Dormitorium, maar van het<br />

<strong>Kortrijk</strong>se tentoonstellingsaanbod tout court - en overigens van alles wat op cultureel<br />

vlak van belang kan zijn voor bezoekers aan de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>.<br />

Een & ander wordt overigens verder uitgewerkt in een nieuw strategisch beleidsplan<br />

2013-2018.<br />

2.4.4. Conceptuele verandering: Van museum naar belevingscentrum<br />

Wat zijn de conceptuele toekomstplannen, nu de keuze gemaakt is om de ambitie op<br />

te geven om van 1302 een erkend museum te maken?<br />

<strong>Kortrijk</strong> blijft een belangrijke historische Vlaamse stad. Een plaats waar je het verleden<br />

van de stad toelicht en illustreert is nodig en <strong>Kortrijk</strong> 1302 is daarvoor een zeer<br />

geschikte locatie. Zeg maar een ‘stadsmuseum’, zonder dat dat een offi ciëel streven<br />

inhoudt. In de opbouw hiervan speelt het project ‘Het geheugen van <strong>Kortrijk</strong>’ overigens<br />

een cruciale rol; daarover meer in punt 7.3. (bibliotheek).<br />

Bovendien blijkt nu al dat de belangstelling van de lokale/regionale scholen voor<br />

deze thematiek vrij groot is.<br />

7<br />

Verder kan zulk een ‘stadsmuseum’ zeker zijn plaats krijgen in het toekomstige toeristische<br />

parcours van de stad, op een unieke locatie tussen Buda-eiland, historisch<br />

circuit en handelscentrum.<br />

Daarnaast zie ik ook nog een meer gedurfd alternatief, dat verder spint rond het #7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

96


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

97<br />

7<br />

concept ‘identiteit’ dat voormalig conservator Véronique Lambert lanceerde. Binnen<br />

wat er al gaande is en op korte termijn te wachten staat, is het wellicht geen prioriteit.<br />

Daarom geef ik het als addendum bij dit rapport (Addendum 1).<br />

<br />

• Afzien van erkenning als museum van regionaal belang<br />

• Inzetten als presentatieplaats voor historisch <strong>Kortrijk</strong><br />

• Werk voor scholen / jongeren als prioritair publiek<br />

• Op termijn: werking verruimern naar ‘identiteit’, op een publieksverruimende<br />

manier.


3. BIBLIOTHEEK<br />

3.1. Historiek<br />

De Centrale Bibliotheek van <strong>Kortrijk</strong> is sinds 1986 gehuisvest in een voormalig warenhuis<br />

in de Leiestraat. Ze omvat een volwassenen- en jeugdafdeling, een leeszaal,<br />

een sectie beeld & geluid, een bewaarbibliotheek, de Speelotheek en het Esperantofonds<br />

Cesar Vanbiervliet. Er zijn gemiddeld een 700 bezoekers per dag.<br />

Er zijn daarnaast ook nog 10 buurtbibliotheken: 3 in <strong>Kortrijk</strong>-Centrum en één in elk<br />

van de 7 deelgemeenten.<br />

Sinds 2004 zijn er plannen voor een nieuwe bibliotheek, als deel van een ruimere<br />

ontwikkeling en grondige renovatie van de Stationswijk. Een ontwerp van het<br />

Amerikaans-Belgische team Rex-Bureau Bas Smets heeft inmiddels de competitie<br />

gewonnen. Het laat zich aanzien dat de uitvoering voor de volgende legislatuur is.<br />

3.2. Analyse werking<br />

3.2.1. Perceptie<br />

7<br />

Het kwalitatief onderzoek van Callebaut & C° legt de vinger op de wonde: de infrastructuur.<br />

De werking daarentegen blijkt voldoende aantrekkelijk te zijn, zeker voor<br />

wie het niet associeert met verplichte werkjes voor school:<br />

“Initiële perceptie & verwachting:<br />

• Iedereen (ook zij die de bib niet bezoeken) onderkent het ruime aanbod en<br />

de vele faciliteiten van de bib: boeken, muziek, speelgoed, leeszaal, activiteiten,<br />

computers, mogelijkheid om thuis via internet boeken te verlengen,...<br />

• Hoewel de buitenzijde van het gebouw heel modern aanvoelt, wordt de bib<br />

binnenin als stoffi g, muf en verouderd ervaren.<br />

• De geplande verhuizing van de bibliotheek wordt spontaan aangehaald als<br />

een positieve zaak. Men verwacht van de nieuwe bib dat ze hipper en moderner<br />

zal zijn.<br />

• De bibliotheek wordt geassocieerd met rust. Het is een plaats om je even<br />

terug te trekken.<br />

SPEERPUNTEN<br />

• De bibliotheek is een heel laagdrempelige vorm van cultuur: ze is toegankelijk<br />

voor jong en oud, en je kan er zonder verplichtingen binnen en buiten VIER<br />

stappen.<br />

• “De bib is een beetje oud, maar ook wel modern: elektronische kaart, bestel- DE<br />

len van boeken.” (man, empty nester, high culture) #7<br />

98


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

99<br />

7<br />

Relevantie en aantrekkelijkheid<br />

• Ouders en grootouders beschouwen de bibliotheek als relevant en aantrekkelijk<br />

als voor kinderen: boeken lezen draagt bij tot hun (culturele) ontwikkeling<br />

en stimuleren hun fantasie. Boeken lezen is een intellectuele verrijking.<br />

• Ook ouderen vinden hun gading in de bibliotheek, niet alleen voor boeken<br />

maar ook voor internet. Jongeren (studenten en jonge tweeverdieners) voelen<br />

zich minder aangetrokken tot de bib doordat ze die associëren met saaie<br />

schoolwerkjes.<br />

• “Voor mij is de bib een verzamelplaats, een handige plaats met veel informatie.<br />

Maar met het internet wordt dat nu minder interessant voor ons.” (man,<br />

student, low culture)<br />

Imago van <strong>Kortrijk</strong><br />

• Enerzijds geeft het uitgebreide assortiment van de bib en de fl exibele service<br />

een positief beeld van <strong>Kortrijk</strong>: een grote stad die up-to-date en dynamisch<br />

is.<br />

• Anderzijds, doet het muffe interieur ook denken aan een verouderde stad.<br />

• “De bib is oud, ze moet opgefrist worden. Er is daar vanalles te doen: sprekers,<br />

muzikanten. Maar ik ga er niet naar toe, want ik vind het nu niet een<br />

aantrekkelijk gebouw.” (vrouw, empty nester, high culture)” 76<br />

76 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 70


3.2.2. Cijferanalyse<br />

De <strong>Kortrijk</strong>se bibliotheek ontvangt dagelijks zo’n 700 bezoekers in de hoofdbibliotheek<br />

en ongeveer 150 in de buurtbibliotheken, heeft 19.113 leden en staat in voor<br />

ca 820.000 ontleningen per jaar. Dat ziet er voortreffelijk uit, maar waar staat <strong>Kortrijk</strong><br />

in verhouding met vergelijkbare steden?<br />

Het Agentschap Sociaal-cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen beschikt over<br />

een degelijk cijferbestand van de bibliotheeksector, dat toelaat om simulaties te<br />

maken. Voor de cijfers hieronder hebben we, binnen de 13 centrumsteden, <strong>Kortrijk</strong><br />

en 7 andere steden geïsoleerd die er qua bevolkingsgrootte dichtst bij aansluiten, met<br />

name Aalst, Genk, Hasselt, Leuven, Mechelen, Oostende en Sint-Niklaas. <strong>Kortrijk</strong><br />

telt ca. 75.000 inwoners; de andere 7 steden tussen de 64.000 en 93.000. De drie<br />

beduidend grotere centrumsteden (Antwerpen, Gent en Brugge) en de twee kleinste<br />

(Roeselare, Turnhout) laten we buiten beschouwing. Alle cijfers slaan op het werkjaar<br />

2010.<br />

inwonertal<br />

KORTRIJK 74911<br />

AALST 80043<br />

GENK 64757<br />

HASSELT 73067<br />

LEUVEN 95463<br />

MECHELEN 80940<br />

OOSTENDE 69064<br />

SINT-NIKLAAS 71806<br />

Bron: Bios<br />

1. uitgaven algemeen<br />

7<br />

De bibliotheek in <strong>Kortrijk</strong> is afgetekend de grootste kostenpost van Directie cultuur,<br />

nl. 2.281.763 op totaal van 9.895.916 (of 23 %). Dat is vooral toe te schrijven<br />

aan de personeelskosten.<br />

Als we de kostenstructuur van de <strong>Kortrijk</strong>se bibliotheek immers naast die van de<br />

vergelijkingsgroep leggen, dan stellen we op het eerste zicht het volgende vast:<br />

• De uitgaven voor de collectie zitten ongeveer op het gemiddelde<br />

• De uitgaven voor werking en IT nemen slechts 3,85% in tegenover 8,81<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

100


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

101<br />

7<br />

als gemiddelde. Daar blijkt bij nader inzicht enkel de bibsoftware in te<br />

zitten; niét hardware en internetabonnement, wat in de globale kost voor<br />

de stad verrekend wordt. Uiteindelijk lijken de cijfers voor IT toch min of<br />

meer overeen te komen met het Vlaamse gemiddelde.<br />

• De uitgaven personeel liggen beduidend hoger dan gemiddelde: 76 % vs<br />

65. Door de vertekening in IT- en werkingskosten is ook deze conclusie<br />

evenwel overtrokken.<br />

• De enige conclusie is dus dat de fi jne afstemming tussen de <strong>Kortrijk</strong>se<br />

berekeningen en de Vlaamse benchmark ontbreekt; een aandachtspunt voor<br />

de toekomst. Voor de rest lijkt het er op dat de percentages van <strong>Kortrijk</strong><br />

grossomodo overeenkomen met de Vlaamse, maar zeker is dat niet.<br />

Toch is het niet zo dat de uitgaven in het algemeen en die van personeel in het<br />

bijzonder in absolute cijfers boven het gemiddelde van de vergelijkingsgroep<br />

komen:<br />

6.000.000,00<br />

5.000.000,00<br />

4.000.000,00<br />

3.000.000,00<br />

2.000.000,00<br />

1.000.000,00<br />

0,00<br />

4.500.000,00<br />

4.000.000,00<br />

3.500.000,00<br />

3.000.000,00<br />

2.500.000,00<br />

2.000.000,00<br />

1.500.000,00<br />

1.000.000,00<br />

500.000,00<br />

0,00<br />

Uitgaven bibliotheek<br />

Personeelsuitgaven


Ook de uitgaven per inwoner, per lener en per uitlening zitten onder het gemiddelde<br />

van de vergelijkingsgroep. Qua uitgaven per inwoner of lener valt <strong>Kortrijk</strong><br />

eerder te vergelijken met het Vlaams gemiddelde dan met dat van vergelijkbare<br />

centrumsteden.<br />

80,00<br />

70,00<br />

60,00<br />

50,00<br />

40,00<br />

30,00<br />

20,00<br />

10,00<br />

0,00<br />

180,00<br />

160,00<br />

140,00<br />

120,00<br />

100,00<br />

80,00<br />

60,00<br />

40,00<br />

20,00<br />

0,00<br />

5,00<br />

4,50<br />

4,00<br />

3,50<br />

3,00<br />

2,50<br />

2,00<br />

1,50<br />

1,00<br />

0,50<br />

0,00<br />

Uitgaven/inwoners<br />

Uitgaven/leners<br />

Uitgaven/uitleningen<br />

7<br />

Maar hoe zit het dan met de inkomsten? Het lidgeld zit met 5 euro een stuk boven<br />

het gemiddelde van 3,25 en is het tweede hoogste. CD en DVD zijn recent gratis<br />

geworden, maar dat is inmiddels ook bij 4-5 andere collegasteden het geval.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

102


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

103<br />

7<br />

1,6<br />

1,2<br />

0,8<br />

0,4<br />

0<br />

8<br />

7<br />

6<br />

5<br />

4<br />

3<br />

2<br />

1<br />

0<br />

Leengeld<br />

2. uitgaven en gebruik ICT<br />

leengeld cd<br />

leengeld dvd<br />

Voor de ICT-uitgaven is het verschil pas echt markant: daar bengelt <strong>Kortrijk</strong><br />

helemaal aan de staart en scoort hooguit ¼ van het gemiddelde, zowel in Vlaanderen<br />

als van de 7 steden! Toch moeten we ook hier de kanttekening maken dat we<br />

lokaal geen transparante gegevens hebben op dit vlak. Ook blijken ICT-investeringen<br />

niet te worden afgeschreven. Deze cijfers zijn dus twijfelachtig.<br />

400000<br />

350000<br />

300000<br />

250000<br />

200000<br />

150000<br />

100000<br />

50000<br />

0<br />

Lidgeld<br />

ICT-uitgaven


Merkwaardig genoeg performeert <strong>Kortrijk</strong> uitstekend op het vlak van internetinfrastructuur<br />

en -gebruik. Nergens bij de collega-steden zijn er zoveel pc’s met<br />

internet (zowel in absolute cijfers als per 1000 inwoners) en nergens wordt internet<br />

zoveel gebruikt (cijfers evenwel gebaseerd op raming, niet op mathematisch<br />

systeem, dat ontbreekt).Overigens zijn deze schermen grotendeels te danken aan<br />

een Interregproject uit 2006. Het gaat dus vaak niet om fl atscreens; het materiaal<br />

is deels verouderd en niet alles werkt nog zoals het hoort.<br />

80000<br />

70000<br />

60000<br />

50000<br />

40000<br />

30000<br />

20000<br />

10000<br />

0<br />

0,6<br />

0,5<br />

0,4<br />

0,3<br />

0,2<br />

0,1<br />

0<br />

45<br />

40<br />

35<br />

30<br />

25<br />

20<br />

15<br />

10<br />

5<br />

0<br />

Internetgebruik in uren<br />

Internetgebruik per PC per openingsuur<br />

Aantal PC's met internet<br />

7<br />

Betekent dit dat in <strong>Kortrijk</strong> de ICT-uitgaven nu wel even gebeurd zijn en dat men<br />

daarom de ICT-kosten laag kan houden? Vermoedelijk is de enige juiste conclusie<br />

dat de <strong>Kortrijk</strong>se input in het Vlaamse BIOS-systeem op dit vlak niet erg betrouwbaar<br />

is. De aanwezigheid van een groot aantal schermen en het intensieve gebruik<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

104


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

105<br />

7<br />

ervan, betekenen niet dat er geen aandachtspunten zijn. Integendeel, juist nu<br />

bewezen is dat het publiek hier sterk gebruik van maakt, is dit m.i. een prioritair<br />

punt. We komen daar op terug bij de conclusies en adviezen ( punt 7.3.2.3.).<br />

3. uitgaven personeel<br />

De uitgaven voor bibliotheekpersoneel zijn iets lager (5%) in absolute cijfers of<br />

in vergelijking met het aantal inwoners en iets hoger per 1000 leners. Afgemeten<br />

tegenover het aantal openingsuren moet <strong>Kortrijk</strong> het evenwel met ca. ¼ minder<br />

personeel stellen. Wellicht speelt hier het effect van de buurtbibliotheken mee<br />

(zie hieronder, punt E). Dat zie je ook in het aantal VTE per lener, waar <strong>Kortrijk</strong><br />

(licht) boven het gemiddelde zit. <strong>Kortrijk</strong> scoort dus licht onder de doorsnee,<br />

afgemeten aan zijn bevolking, maar haalt minder uitleningen en leners per<br />

VTE.<br />

Bovendien is er een aanzienlijk manco op het vlak van A-B-niveau. <strong>Kortrijk</strong><br />

haalt daar niet eens het Vlaamse gemiddelde en scoort minder dan de helft van de<br />

vergelijkingsgroep! Daarmee is geen kwalitatief oordeel geveld over het aanwezige<br />

personeel, maar er is duidelijk een zwaar tekort qua basisdiploma en de daaraan<br />

verbonden competenties.<br />

100<br />

90<br />

80<br />

70<br />

60<br />

50<br />

40<br />

30<br />

20<br />

10<br />

0<br />

Personeelsleden in VTE


3<br />

2,5<br />

2<br />

1,5<br />

1<br />

0,5<br />

0<br />

0,35<br />

0,3<br />

0,25<br />

0,2<br />

0,15<br />

0,1<br />

0,05<br />

0<br />

4. uitleningen<br />

VTE per inwoners en leners<br />

VTE per 1000 inwoners VTE per 1000 leners<br />

A & B niveau<br />

A&B niveau per VTE A&Bniveau per inwoners<br />

7<br />

Het aantal uitleningen benadert het gemiddelde, zit met uitleningen per inwoner<br />

licht boven het gemiddelde en scoort per lener zelfs zo’n 15% hoger. <strong>Kortrijk</strong><br />

staat voor dat laatste punt zelfs helemaal aan de top. Wél heeft <strong>Kortrijk</strong> daar kennelijk<br />

beduidend meer uren voor nodig. Of anders gesteld: de andere bibliotheken<br />

zijn ‘effi ciënter’ qua output per openingsuur. Ook hier speelt wellicht een buurtbibliotheekeffect.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

106


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

107<br />

7<br />

1.400.000<br />

1.200.000<br />

1.000.000<br />

800.000<br />

600.000<br />

400.000<br />

200.000<br />

0<br />

300,00<br />

250,00<br />

200,00<br />

150,00<br />

100,00<br />

50,00<br />

0,00<br />

18,00<br />

16,00<br />

14,00<br />

12,00<br />

10,00<br />

8,00<br />

6,00<br />

4,00<br />

2,00<br />

0,00<br />

45,00<br />

40,00<br />

35,00<br />

30,00<br />

25,00<br />

20,00<br />

15,00<br />

10,00<br />

5,00<br />

0,00<br />

Uitleningen<br />

Uitleningen per openingsuur<br />

Uitleningen per inwoners<br />

Uitleningen per leners


5. buurtbibliotheken<br />

In <strong>Kortrijk</strong> centrum zijn er, naast de centrale bibliotheek, nog drie buurtbibliotheken,<br />

met name de Drie Hofsteden, de Blauwe Poorte en de Lange Munte. Er is<br />

ook een buurtbibliotheek in Aalbeke, Bellegem, Rollegem, Kooigem, Bissegem,<br />

Heule en Marke.<br />

De hoofdbibliotheek zorgt voor ca. 70% van de uitleningen. Alle buurtbibliotheken<br />

(in 2010 waren dat er nog 11) samen voor iets meer als 30%. Puur mathematisch<br />

wil dat zeggen: elk apart minder dan 3%; er zijn er ook maar 2 die hoog<br />

boven dat gemiddelde scoren, nl. de Drie Hofsteden en Heule.<br />

Centrale bibliotheek 2010 % tov % tov<br />

totaal groep<br />

Volwassenenafdeling 208.548 22,6% 32,5%<br />

Leeszaalafdeling 92.343 10,0% 14,4%<br />

Jeugdafdeling 168.127 18,2% 26,2%<br />

Afdeling Beeld en<br />

Geluid<br />

173.297 18,8% 27,0%<br />

Subtotaal 642.315 69,5% 100,0%<br />

Buurtbibliotheken 2010<br />

Drie Hofsteden 42.480 4,6% 15,1%<br />

Blauwe Poorte 28.629 3,1% 10,2%<br />

Marke 29.516 3,2% 10,5%<br />

Bissegem 20.799 2,3% 7,4%<br />

Heule 54.646 5,9% 19,4%<br />

Plein 13.267 1,4% 1,4%<br />

Aalbeke 28.736 3,1% 10,2%<br />

Kooigem 12.003 1,3% 4,3%<br />

Rollegem 18.631 2,0% 6,6%<br />

Lange Munte 15.003 1,6% 5,3%<br />

Bellegem 17.771 1,9% 6,3%<br />

Subtotaal 281.751 30,5% 100%<br />

Algemeen totaal 924.066 100%<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

108


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

109<br />

7<br />

<strong>Kortrijk</strong>, zo blijkt uit onderstaande tabel, heeft afgetekend meest vestigingsplaatsen<br />

van zijn bibliotheek, nl. 10 waar het gemiddelde van de vergelijkingsgroep 6<br />

is.<br />

Als we ook vergelijken met grotere steden, dan zien we dat <strong>Kortrijk</strong> tegenover<br />

Gent verhoudingsgewijs meer dan dubbel zoveel bibliotheekvestigingen bezit; in<br />

vergelijking met Antwerpen zelfs bijna 3 X zoveel!<br />

Daar staat de beperkte oppervlakte van publieksruimte in de centrale bibliotheek<br />

tegenover, waarmee <strong>Kortrijk</strong> 28% onder het gemiddelde zit.<br />

16000<br />

14000<br />

12000<br />

10000<br />

8000<br />

6000<br />

4000<br />

2000<br />

0<br />

Oppervlakte bibliotheek<br />

De centrale bibliotheek in <strong>Kortrijk</strong> is zowat 10% meer open dan de benchmark.<br />

Als je kijkt naar het aantal openingsuren, dan valt op dat <strong>Kortrijk</strong> 15% boven<br />

het gemiddelde uitsteekt. Het aantal uitleningen per openingsuur is evenwel<br />

16,5 % lager dan het gemiddelde. Per openingsuur is 24% minder personeel<br />

ter beschikking en ook het aantal uitleningen per VTE per openingsuur ligt lager<br />

( 15 %) dan de doorsnee. Kortom, het hoge aantal openingsuren drukt op de<br />

werking: het personeel wordt veel meer verspreid ingezet en het ‘rendement’ per<br />

VTE en openingsuur ligt een stuk lager dan het gemiddelde.


140<br />

120<br />

100<br />

80<br />

60<br />

40<br />

20<br />

60<br />

50<br />

40<br />

30<br />

20<br />

10<br />

0<br />

0<br />

300<br />

250<br />

200<br />

150<br />

100<br />

50<br />

0<br />

0,8<br />

0,7<br />

0,6<br />

0,5<br />

0,4<br />

0,3<br />

0,2<br />

0,1<br />

0<br />

Openingsuren<br />

Openingsuren hoofdbibliotheek<br />

Uitleningen per openingsuur<br />

VTE per openingsuur<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

110


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

111<br />

7<br />

Zonder naar conclusies te springen (die immers op meer en fi jnere criteria moeten<br />

gebaseerd zijn dan louter afstand), is het toch interessant om in beeld te brengen<br />

hoever de buurtbibliotheken van elkaar liggen. Daartoe hebben we op onderstaande<br />

kaart een cirkel getrokken met een straal van 1 km rond de vestiging. En dan<br />

stellen we vast dat in het centrum 2 van de 3 buurtbibliotheken op minder dan 2<br />

km. van de centrale bibliotheek liggen, met name de Drie Hofsteden en de Blauwe<br />

Poorte. Ook voor Rollegem en Bellegem snijden de cirkels elkaar.<br />

6. profi el gebruikers<br />

Een markant lichtpunt is het aantal gebruikers en vooral: hun profi el. <strong>Kortrijk</strong><br />

benadert het gemiddelde qua aantal gebruikers in absolute cijfers, maar heeft opvallend<br />

veel -15jarigen. Samen met Leuven is <strong>Kortrijk</strong> de enige stad die méér<br />

–15jarigen dan + 15jarigen als gebruiker telt. Zowel voor de vergelijkingsgroep<br />

als op Vlaams niveau is het net andersom, afgetekend zelfs. Dat is een erg


positieve vaststelling, want de Vlaamse bibliotheeksector kampt globaal met een<br />

veroudering van de ontleners. De buurtbibliotheken spelen daarin zeker ook een<br />

rol. Er zijn geen aparte cijfers beschikbaar, maar er gaat zo’n 70% van de uitleningen<br />

in de <strong>Kortrijk</strong>se buurtbibliotheken naar de jeugd. In de hoofdbibliotheek is<br />

die verhouding veel evenwichtiger (zie hierboven, bij grafi ek punt E)<br />

45000<br />

40000<br />

35000<br />

30000<br />

25000<br />

20000<br />

15000<br />

10000<br />

5000<br />

0<br />

45000<br />

40000<br />

35000<br />

30000<br />

25000<br />

20000<br />

15000<br />

10000<br />

5000<br />

30000<br />

25000<br />

20000<br />

15000<br />

10000<br />

5000<br />

0<br />

0<br />

Totaal gebruikers<br />

Totaal gebruikers<br />

Verdeling gebruikers per leeftijd<br />

gebruikers -15<br />

gebruikers +15<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

112


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

113<br />

7<br />

3.2.3. Conclusies & adviezen<br />

Welke conclusies kunnen we nu trekken uit bovenstaande facts & fi gures? En<br />

welke keuzes dringen zich op?<br />

1. Vergeleken met de andere 7 steden is er in <strong>Kortrijk</strong> een onderfi nanciering<br />

van de werkingskosten: de uitgaven liggen doorgaans onder het gemiddelde,<br />

soms vrij sterk. Hier zien we een toepassing van wat we al eerder<br />

stelden in deze nota: <strong>Kortrijk</strong> doet sterk denken aan een gezin waar er altijd<br />

maar kinderen bijkomen die vervolgens niet afdoende gekleed en gevoed<br />

worden. Rekenen op extra-opbrengsten biedt weinig perspectief: de inkomsten,<br />

die hoe dan ook beperkt zijn, zitten boven het gemiddelde.<br />

2. Op het eerste zicht is sprake van lage ICT-uitgaven versus een groot<br />

internetgebruik. De juiste conclusie is wellicht dat de ICT-uitgaven op<br />

het gemiddelde peil zitten en dat er effectief een intensief gebruik gemaakt<br />

wordt van de vele schermen (raming 2010: 76.265 uren). So far, so good.<br />

Er zijn evenwel een aantal pijnpunten:<br />

• De publiekscomputers uit 2005-2006 hebben verouderde hard- en<br />

software, ongebruiksvriendelijke beheer- en besturingssysteem en<br />

trage internettoegang. Het centrale monitoringsysteem (Web Marschall)<br />

bemoeilijkt de vrije internettoegang en censureert onterecht<br />

bepaalde inhoud. Studenten en scholieren kunnen moeilijk of onmogelijk<br />

toegang verkrijgen tot de functionaliteit van digitale leeromgevingen<br />

en portalen die aangeboden worden door de <strong>Kortrijk</strong>se scholen.<br />

De verouderde internetbrowser voldoet al jaren niet meer aan de<br />

huidge webstandaarden. De software die voorzien is voor het publiek<br />

beperkt zich tot verouderde versies van Word en Excel.<br />

• De centrale bibliotheek is aangesloten op het glasvezelnetwerk van<br />

de stad. In de praktijk wordt echter geen signifi cante snelheidswinst<br />

gemerkt door personeel of publiek omdat deze verbinding niet ten<br />

volle wordt benut.<br />

De visie over de werking en de dienstverlening van de openbare bibliotheeksector<br />

is de laatste jaren enorm geëvolueerd. De fysieke collectie<br />

maakt meer en meer plaats voor digitale informatie-dashbords , de uitleenfunctie<br />

neemt systematisch af terwijl de informatiefunctie steeds maar<br />

groeit. De Vlaamse administratie en de provincies trekken resoluut de kaart


7<br />

De voortdurende evolutie in de behoeftes en in de servicemodellen van de<br />

<strong>Kortrijk</strong>se bibliotheken impliceren een grote bewegingsvrijheid voor de<br />

bibliotheekmedewerkers, gebruikers en partners. Een blijvende afstemming<br />

van de IT-infrastructuur op deze behoeften en noden is noodzakelijk.<br />

Bibliotheekmedewerkers of beter de informatiebemiddelaars hebben een<br />

heel divers takenpakket. Dit gaat van basiswerking zoals balietaken tot<br />

complexe, technische taken zoals o.a. geluid- en beeldbewerking en digitalisering<br />

van erfgoed. Een steeds belangrijker aspect van de bibliotheekwerking<br />

speelt zich ook online af. De toenemende cloud- en web 2.0-toepassingen,<br />

online databases en technologische innovaties rond o.a. e-reading,<br />

tabletcomputing, gaming e.d.m. vereisen een aangepaste administratieve en<br />

publieke IT-infrastructuur. Investeringen, marktonderzoek en opleidingen<br />

in de <strong>Kortrijk</strong>se bibliotheken blijven uit of voldoen momenteel niet. Dit<br />

terwijl de stad <strong>Kortrijk</strong> volop inzet op innovatie en nieuwe ideeën.<br />

<strong>Kortrijk</strong> is beslist niet de slechtste leerling uit de klas, als je de vergelijking<br />

maakt, integendeel. Het behalen van de Vlaamse Webaward (vakjury) voor<br />

de <strong>Kortrijk</strong>s bibliotheekblog in 2010 is hiervan een duidelijk bewijs. Een<br />

deel van de voorbije inspanningen, waarmee de <strong>Kortrijk</strong>se bibliotheek een<br />

tijd toonaangevend was, zowel in visie als uitrusting, dreigt echter bij gebrek<br />

aan updaten verloren te gaan. Het is nu zaak om enerzijds de nodige<br />

investeringen te doen en anderzijds ook de noodzakelijke autonomie te<br />

voorzien. De fi naliteit van een bibliotheek (publieksontsluiting) staat immers<br />

haaks op die van ICT-diensten ( beveiliging). In de implementatiefase<br />

van dit rapport is constructief overleg tussen ICT en bibliotheek aangewezen.<br />

De bibliotheek zal daarvoor het initiatief nemen met een sneuvelnota<br />

die een realistisch toekomstplan uitschrijft.<br />

3. In absolute cijfers zit <strong>Kortrijk</strong> licht onder het gemiddelde qua personeelsbestand.<br />

Dat is op het eerste zicht leefbaar, maar verhoudingsgewijs is<br />

het probleem beduidend erger, aangezien <strong>Kortrijk</strong> afgetekend met meest<br />

buurtbibliotheken zit, wat een stuk personeelsintensiever is. Indien minder<br />

openingsuren kan de bibliotheek gaan voor minder personeel, dat hoger<br />

gekwalifi ceerd is.<br />

Het grootste probleem qua personeel is evenwel het aanzienlijke onevenwicht<br />

in A/B-functies versus C/D. <strong>Kortrijk</strong> haalt slechts de helft of minder<br />

van het gemiddelde van de vergelijkingsgroep en dat is een kwalitatief probleem<br />

in een snel veranderende sector. De uiteindelijke doelstelling van het<br />

(vorige) decreet Lokaal Cultuurbeleid was om de gemeenten te verplichten #7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

114


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

115<br />

7<br />

te investeren in expertise en professionaliteit, via de helft A/B-functies. In<br />

het nieuwe decreet lokaal cultuurbeleid is die verplichting geschrapt omdat<br />

ondertussen de meerderheid van de gemeentebesturen dit aangepast hebben.<br />

In <strong>Kortrijk</strong> is dat niet gebeurd, ook al is dat voorzien in de door de<br />

gemeenteraad vastgestelde statutaire personeelsformatie. Nu is die wettelijke<br />

verplichting er dus niet meer. De kwalitatieve noodzaak valt daarmee<br />

evenwel niet wel weg.<br />

<strong>Kortrijk</strong> zet al jaren in op zijn bibliotheek en blijft kennelijk overtuigd van<br />

het belang daarvan; getuige de plannen voor de nieuwe bibliotheek. Dat is<br />

een verstandige optie: ook in de toekomst blijft een bibliotheek het levende<br />

brein van de stad; zowel een plaats van ontmoeting als van rust en meer<br />

nog dan vroeger een multimediale ontsluitingsplaats voor lokaal erfgoed<br />

(cfr. infra). De toekomstige keuzes moeten dan evenwel kwalitatieve keuzes<br />

moeten zijn. Er moet op zijn minst een stappenplan uitgezet worden<br />

dat een injectie geeft van A/B-functies. Desnoods gaat het om minder maar<br />

hoger gekwalifi ceerd personeel, wat perfect haalbaar is als het aantal openingsuren<br />

daalt (zie volgende punt: buurtbibliotheken).<br />

Het profi el van de toekomstige A/B-medewerker van de bibliotheek zal dat<br />

zijn van ‘bibliotheekmedewerker’ naar ‘informatiebemiddelaar’. Het omvat<br />

o.i. alvast volgende competenties:<br />

Veel sociale en communicatieve vaardigheden<br />

• Educatieve capaciteiten; polyvalente bibliotheekgids, met kennis<br />

van goede zoekstrategieën en methoden.<br />

• Kennis van ‘ de 23 dingen’ (= digitale toepassingen die van belang<br />

zijn in een toekomstgerichte bibliotheek)<br />

• Zeer zelfstandig zijn, initiatief en beslissingen nemen, verantwoordelijkheid<br />

nemen (in plaats van te wachten op initiatief), netwerker<br />

• Flexibiliteit, noodzakelijk in een snelevoluerende maatschappij<br />

4. <strong>Kortrijk</strong> bezit 40% meer buurtbibliotheken dan het gemiddelde. Wellicht<br />

is er geen Vlaamse stad die, alle verhoudingen in acht genomen, meer<br />

gedecentraliseerde bibliotheken heeft dan <strong>Kortrijk</strong>. Op zich heeft dat een<br />

aantal positieve gevolgen: de bevolking waardeert die decentrale dienstverlening<br />

en 30% van de uitleningen wordt gegenereerd door die buurtbibliotheken.<br />

Dit draagt (ondermeer via scholen)ook bij tot het uitzonderlijk<br />

jonge profi el van de <strong>Kortrijk</strong>se bibliotheekgebruikers. 70 % van de uitleningen<br />

in buurtbibliotheken gaan immers naar de jeugd. Tot slot, een aantal<br />

buurtbibliotheken worden ook actief ingezet in de dienstverlening voor


7<br />

burgerzaken in de deelgemeenten. Zo fungeert de buurtbibliotheek Rollegem<br />

4. De uitleningen zitten dan ook op peil, maar het prijskaartje is aanzienlijk:<br />

• beduidend meer openingsuren; de schoolontleningen vallen overigens<br />

buiten de gangbare openingsuren, wat de impact op het personeelsbestand<br />

nog vergroot. stand nog vergroot.<br />

• hogere personeelskosten<br />

• extra uitgaven voor collectie<br />

• Het is momenteel helaas geen haalbare kaart om een zicht te krijgen<br />

op de exploitatiekosten (afschrijving, huur, onderhoud, energie,…),<br />

vanwege bvb. geen aparte energietellers in ruimere gebouwen.<br />

Ongetwijfeld zijn die evenwel niet onbelangrijk, rekening houdend<br />

met een totale oppervlakte van 821 m² voor de 10 buurtbibliotheken<br />

samen.<br />

Bovendien geeft zulk een dienstverlening meer en meer een vertekend<br />

beeldvan wat een bibliotheek vandaag is: veel meer dan ‘kasten met boeken’<br />

is de bibliotheek een veel ruimer informatie-, ontspannings- en mediacentrum<br />

met een vakkundige 360°-dienstverlening.<br />

Ik pleit voor een globaal plan voor de bibliotheekvoorziening in <strong>Kortrijk</strong>,<br />

dat zowel de inrichting, dienstverlening als kostprijs (in bouw én in werking)<br />

omschrijft van de nieuwe bibliotheek als de organisatie en kostprijs<br />

van de decentrale dienstverlening in de toekomst.<br />

Uit het perceptie-onderzoek van Callebaut & C° (7.3.2.1.) is gebleken -<br />

voor zover iemand nog moest overtuigd worden- dat een nieuwe centrale<br />

bibliotheek echt nodig is. In 7.3.4. gaan we daar nader op in.<br />

Daarnaast moet ook een plan uitgewerkt worden dat aangeeft welke decentrale<br />

bibliotheekwerking er nodig is. Dat moet zo veel mogelijk gebeuren<br />

in relatie tot de nieuwe centrale bibliotheek. Immers, van alle sectoren in<br />

wat traditioneel ‘cultuur’ is voor een stad, is er geen sector die de komende<br />

jaren zo intensief zal veranderen als de bibliotheek. Het heeft geen zin om<br />

mee te zijn met de vaart der volkeren in de centrale bibliotheek maar via SPEERPUNTEN<br />

antieke, beperkte en relatief dure dienstverlening in buurtbibliotheken een<br />

vertekend beeld te geven van wat de bibliotheek in dit tijdsgewricht is.<br />

VIER<br />

Dit voorstel is dan ook veel fi jnmaziger dan het sluiten van pakweg de 4 DE<br />

kleinste vestigingen, zodat <strong>Kortrijk</strong> op de benchmark van 6 zit. Het gaat #7<br />

116


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

117<br />

7<br />

integendeel om de vraag: wat hebben we nodig op die plek, voor welke<br />

doelgroepen, hoe organiseren we dat en wat is de kostprijs (ook in vergelijking<br />

met de huidige situatie). Het gaat dus niet om het boutweg afschaffen<br />

van service, maar om herdenken er van binnen wat fi nancieel verantwoord<br />

is. Daarvoor is een creatief ontwerp nodig, dat transparant becijferd is,<br />

zodat het bestuur weet wat het betaalt en wat het daarvoor kan aanbieden.<br />

Hiertoe wordt een werkgroep gevormd met vertegenwoordigers van bibliotheek,<br />

gebiedswerking, facility, onderwijs, ICT en OCMW, onder leiding<br />

van de intendant. In eerste instantie zal een lijst samengesteld worden met<br />

alle relevante parameters, die verder zullen onderzocht worden:<br />

• huur- of afschrijvingskost<br />

• onderhoud<br />

• energie<br />

• verplaatsing<br />

• personeel<br />

• aantal en leeftijd van bezoekers (en individueel of via scholen)<br />

• aantal inwoners<br />

• demografi sche evolutie<br />

• aantal leners<br />

• aanwezigheid in de buurt van scholen<br />

• afstand van centrale bib,<br />

• ….<br />

Je merkt overigens, ook in het openbaar domein, overal schaalvergroting:<br />

politie, zorgsector, brandweer, onderwijs, … Op Vlaams niveau zie je<br />

dat het aantal buurtbibliotheken op 4 jaar tijd met 16% gedaald is. Ook<br />

<strong>Kortrijk</strong> heeft recent al een fi liaal gesloten (dat zich op 600 meter van de<br />

centrale bibliotheek bevond, overigens).<br />

Ik bepleit dan ook een kwalitatiever aanbod in bibliotheekvoorziening, dat<br />

selectief is in zijn spreiding. En qua spreiding slimme verbanden zoekt met<br />

wat al bestaat, functioneert en bovendien publiek geapprecieerd wordt, nl.<br />

de gebiedswerking. Onderstaande kaart geeft alvast een beeld van bibliotheken,<br />

ontmoetingscentra, buurthuizen en scholen..Als het gaat om het<br />

ter beschikking stellen van kranten en computerschermen, dan zijn deze<br />

locaties in elk geval veel ruimer toegankelijk dan een buurtbibliotheek die<br />

pakweg 2 keer 2 uur per week open is. En waarom kunnen we daar geen<br />

‘bibpunt’ installeren, naar analogie met wat Bpost doet met een ‘postpunt’?<br />

Daar kun je dan boeken (al of niet online) bestellen en komen ophalen.


7<br />

In Leuven is de verhouding van uitleningen uit de hoofdbib versus de<br />

buurtbibliotheken 71,5 versus 28,5. In <strong>Kortrijk</strong> staan de buurtbibliotheken<br />

nog in voor 30,5 % van de uitleningen. Alleen zijn daarvoor 10 vaste buurtbibliotheken<br />

nodig en in Leuven 3 + 1 bibliobus, die op 9 locaties per week<br />

komt. In Zwevegem maakt men enige kanttekeningen bij het experiment<br />

bibus (bib + andere decentrale dienstverlening), maar Genk is tevreden<br />

over de bibliobus (enkel bibliotheek). Hun bibliobus heeft een permanente<br />

collectie van 8.000 stukken; in Zwevegem zijn het er maar 3.000. Ter<br />

vergelijking: de collecties van de <strong>Kortrijk</strong>se buurtbibliotheken variëren van<br />

1.070 boeken en tijdschriften in Kooigem tot 30.900 in Heule.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

118


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

119<br />

7<br />

3.3. Nieuwe bibliotheek<br />

Op meerdere plaatsen Vlaanderen wordt zwaar geïnvesteerd in nieuwe openbare<br />

bibliotheken. Denk maar aan Genk, Antwerpen, Ieper, Beveren, Veurne, maar ook de<br />

projecten van de Waalse Krook in Gent, de bibliotheek van Roeselare,… Ook Mechelen,<br />

Aalst en Sint-Niklaas en recent ook Waregem hebben bouw- of zware uitbreidingsplannen<br />

voor hun openbare bibliotheek.<br />

De plannen van een nieuwe bibliotheek in <strong>Kortrijk</strong> dateren al van 2004. Toen werd<br />

een werkgroep opgericht die resulteerde in de beslissing van het college om de nieuwe<br />

bibliotheek in de toekomst in te planten op het conservatoriumplein, nabij het station.


3.3.1. Meer dan een nieuw gebouw<br />

Het perceptie-onderzoek van Callebaut & C° (7. 3.2.1.) bewees andermaal de nood<br />

aan een nieuwe bibliotheek. Objectieve cijfers geven bovendien aan dat de huidige<br />

publieksruimte beperkt is, zowel in absolute cijfers als procentueel:<br />

Bibliotheek opp.<br />

totaal<br />

bib.<br />

opp.<br />

publieksruimte<br />

hoofdbib.<br />

GEMIDDELDE PROVINCIE<br />

WEST-VLAANDEREN<br />

1456,49 782,64 53,7%<br />

GEMIDDELDE VLAAMS GEWEST 1352,35 752,93 55,7%<br />

OPENBARE BIBLIOTHEEK KORTRIJK 6365 1821 28,6%<br />

OPENBARE BIBLIOTHEEK AALST 4175 1502 36,0%<br />

OPENBARE BIBLIOTHEEK GENK 7182 4800 66,8%<br />

OPENBARE BIBLIOTHEEK HASSELT 14409 1325 9,2%<br />

OPENBARE BIBLIOTHEEK LEUVEN 7354 4500 61,2%<br />

OPENBARE BIBLIOTHEEK MECHELEN 3925 2000 51,0%<br />

OPENBARE BIBLIOTHEEK OOSTENDE 7371 2817 38,2%<br />

OPENBARE BIBLIOTHEEK SINT-<br />

NIKLAAS<br />

5057 1837 36,3%<br />

GEMIDDELDE VERGELIJKINGSGROEP 6979,75 2575,25 36,9%<br />

opm. Hasselt openbare bibliotheek en provinciale bib in 1 gebouw, wat de oppervlaktecijfers wel<br />

vertekent.<br />

Het project ’nieuwe bibliotheek’ is overigens al behoorlijk gevorderd, als deel van een<br />

veel ruimer innovatieproject van de Stationsbuurt. In 2005 al werd de locatie vastgelegd<br />

(CBS 22 maart) en op 22 juli 2009 nam het CBS akte van het juryverslag dat<br />

uit de vijf kandidaat-ontwerpers REX – BBS als laureaat naar voor schoof. Het is een<br />

radicaal ontwerp met een symbolische uitstraling dat opteert voor één geïntegreerd<br />

complex, waar ook het Muziekcentrum in gevat is.<br />

%<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

120


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

7<br />

De afgelopen tijd zijn er hier en daar nieuwe bibliotheken gebouwd die er prachtig<br />

uitzien, momenteel ook erg functioneel zijn, maar helaas enkel een nieuw gebouw<br />

zijn voor de oude bibliotheek. Door de digitale omwenteling zal de bibliotheek de<br />

komende jaren als concept ingrijpend veranderen.<br />

Jan Braeckman, directeur van Bibnet, omschrijft bibliotheken als “een erfenis van de<br />

Verlichting” 77 . Gaandeweg werden bibliotheken overal ingezet voor de ontwikkeling<br />

van alle sociale klassen. In ons land gebeurde dat doorgaans zuilgebonden, maar na<br />

de tweede Wereldoorlog democratiseerde de samenleving, werd de verzorgingsstaat<br />

uitgebouwd en het was minister De Backer die in 1978 een fundamentele stap zette<br />

in de ontzuiling, door het invoeren van een stelsel van gemeentelijke bibliotheken.<br />

Een opmerkelijke professionalisering kwam op gang, met neutrale bibliotheken waar<br />

goed opgeleide vakmensen de - overigens vaak erg toegewijde - vrijwilligers vervingen.<br />

De laatste decennia veranderde ook de betekenis van het begrip ‘cultuur: “De veronderstelde<br />

eenheidscultuur waar mensen naartoe worden geleid, bestaat niet meer.<br />

(…) Cultuur is niet langer het algemene dat we delen, maar het particuliere dat ons<br />

identifi ceert en onderscheidt, zoals de Britse denker Terry Eagleton zei. Net zoals er<br />

steeds minder die ene sociale hiërarchie van de zuil is die onze identiteit en zelfbeleving<br />

bepaalt. Opleiding, de sociale netwerken waar we deel van uitmaken en de<br />

media waarmee we omgaan bepalen nu ons gedrag en onze keuzes. (…) Wie de nodige<br />

opleiding heeft, min of meer tweetalig is, in een stimulerend sociaal milieu leeft,<br />

krijgt een rijke wereld van informatie, contacten en ontspanning ter beschikking. Er<br />

ontstaan nieuwe sociale milieus. Je kunt iemand volgen via zijn blog, vriend worden<br />

op Facebook, of lid worden van zijn Twitternetwerk. Via de voortdurende conversaties<br />

in deze sociale omgeving oriënteert men zich op de wereld en vindt men zijn weg<br />

in de overvloed aan beschikbare digitale inhoud. Als bibliotheken nog een rol willen<br />

spelen, zullen ze deel moeten uitmaken van de ‘conversaties’ tussen mensen” 78 .<br />

Het ‘uitlenen van boeken’ zal ongetwijfeld nog 10 à 20 jaar erg belangrijk zijn en dat<br />

misschien zelfs blijven. Uiteindelijk merk je dat de meeste nieuwe media de oude<br />

zelden vervangen, maar er gewoon naast komen te staan. De krant verdween niet met<br />

de opkomst van de radio en de radio ging niet voor de bijl toen televisie beeld bij de<br />

klank voegde. Overigens bleef toen ook de bioscoop overeind. Toch is nu al duidelijk<br />

dat ‘uitleningen’ als absoluut outputcriterium van de bibliotheek afgedaan heeft.<br />

In vergelijking met 2006 was het aantal uitleningen in Vlaanderen gedaald met 3,8%,<br />

maar het aantal bezoekers steeg met 3,4% 79 . In een tijdsgewricht waarin 30% nog<br />

altijd geen computer thuis heeft, is de bib als centrum van kennis en informatie, met<br />

beeldschermen met internetaansluiting een maatschappelijke dienstverlening.<br />

77<br />

Braeckman, J., De openbare bibliotheek in tijden van Google, Ons Erfdeel, 2009/4, p. 24<br />

78<br />

Braeckman, J., De openbare bibliotheek in tijden van Google, Ons Erfdeel, 2009/4, p. 24-25<br />

79<br />

Verbeke, T., Gamen in de bib Knack, 12 oktober 2011, p. 102<br />

121


De nieuwe bibliotheek moet dan ook diverse kamers tellen. Er moet ruimte zijn voor<br />

nieuwe functies als games, maar je moet in de bibliotheek ook een stille werkplek<br />

hebben, waar je kunt lezen of studeren. Overigens is de bibliotheek van <strong>Kortrijk</strong> op<br />

dat vlak al langer voortreffelijk bezig.<br />

De bibliotheek zal evenwel moeten trachten te kijken àchter de horizon van morgen,<br />

en nù al een ‘context’ voorzien waarin straks veel dingen moeten kunnen, ook die<br />

die je nu nog niet ziet, door middel van voldoende polyvalente zalen, wat het ‘bulkdenken’<br />

van de jongste jaren doorkruist. Een voorbeeld: “In Vlaanderen moeten we<br />

er van uit gaan dat 20 procent van de bevolking te laag geletterd is om fatsoenlijk te<br />

participeren aan de samenleving. En dat gaat over het lezen van een boek, het lezen<br />

van een huurovereenkomst, tot het lezen van de zoveelste onbegrijpelijke factuur van<br />

een telefoonmaatschappij die niet wil dat je het allemaal begrijpt” 80 . Ligt hier, in samenwerking<br />

met sociale en vormingsdiensten, een terrein waarbij de nieuwe bib zich<br />

ontwikkelt tot ‘adviescentrum over teksten’: het vinden, het begrijpen, het schrijven<br />

ervan? Binnen de toekomstige directie ‘mens’ oogt hier een samenwerking tussen<br />

bibliotheek en ‘Welzijn’ of OCMW.<br />

De eenheidsbibliotheek zoals die de jongste decennia gegroeid was, hoeft dan ook<br />

niet per se morgen nog te bestaan. Het kan integendeel een kans zijn om de specifi citeit<br />

van de stad te ontplooien, de identiteit van de eigen omgeving tot uiting te laten<br />

komen.<br />

In <strong>Kortrijk</strong> is dat besef alvast op de nodige niveaus aanwezig. Deze nieuwbouw is<br />

dan ook een uitstekende gelegenheid om met de stad een op meerdere vlakken onderscheidende<br />

stap te zetten.<br />

Voor deze ‘bibliotheek van de toekomst’ zien we 4 strategische doelstellingen:<br />

1. Inzetten op wat de bibliotheek uniek maakt bij haar publiek<br />

2. Meer aandacht besteden aan de lokale specifi citeit en het gemeentelijke<br />

beleid<br />

3. Inspelen op het gewijzigde gedrag van mensen in een digitale omgeving<br />

4. Sterkere organisatie door:<br />

• Werkprocessen te optimaliseren<br />

• Infrastructuur aan te passen aan lokale noden<br />

• Een nieuw organisatiemodel<br />

• Het uitwerken van een geschikt personeelsbeleid<br />

80 Braeckman, J., De lokale bibliotheek en Google, Meta, tijdschrift voor bibliotheek & archief, 2011, 1, p. 34<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

122


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

123<br />

7<br />

Daarbij wordt de bibliotheek niet beschouwd als ‘stand-alone’, maar als een opportuniteit<br />

om de ruimere omgeving mee vormen te geven. In de <strong>Kortrijk</strong>se context<br />

betekent dat samenwerking met de Schouwburg en Muziekcentrum Track, maar<br />

evenzeer met De Kreun en het Conservatorium. ‘Muziek’ is daarbij de factor die<br />

deze uiteenlopende spelers bindt. Overigens bezit de <strong>Kortrijk</strong>se stadsbibliotheek de<br />

op één na grootste muziekcollectie in Vlaanderen. Het is in elk geval geen toeval dat<br />

onderstaand concept gegroeid is in nauw overleg van de intendant met zowel bibliothecaris<br />

Carol Vanhoutte als CK-directeur Lieselotte Deforce.<br />

3.3.2. een nieuwe bibliotheek: krachtlijnen<br />

1. deel van het ruimere geheel<br />

De muzieksite moet een krachtig bestanddeel van de nieuwe bibliotheek worden,<br />

ook op het vlak van educatie en levenslang leren. De nu al sterk aanwezige muziekwerking<br />

vormt een USP en kadert in de ruimere ‘cultuurparticipatiezone’ die<br />

CK en Bibliotheek/Muziekcentrum/ De Kreun / Conservatorium zullen vormen.<br />

We beschouwen de nieuwe bibliotheek graag als een onderdeel van het ruimere<br />

project ‘Stationsomgeving’, zoals onderstaand schema mag aangeven. Daarbij is<br />

de bib als landmark ook een belangrijk punt. Waar mogelijk zullen de twee ‘culturele’<br />

elementen (nl. ‘nieuwe bibliotheek’ en ‘muziekcentrum’) graag maximaal<br />

aansluiten op het Stationsproject.<br />

Het derde belangrijke element, nl. ‘Leren & educatie’ is in onderstaande tekening<br />

met stippellijn omgeven, omdat we ons niet uitspreken over de schaal of<br />

omvang. Ook hier geldt evenwel dat we vanuit Cultuur maximale synergie en<br />

effi ciëntie zoeken. Ongeacht de vestigingsplaats van de CVO’s, blijft een stevige<br />

lijn met het onderwijs (ook DKO) en kunsteducatie belangrijk.


2. nieuwe bibliotheek: waarop inzetten?<br />

De huidige decretale bepalingen omschrijven de openbare bibliotheek als een basisvoorziening,<br />

waar elke burger terecht kan met zijn vragen over kennis, cultuur,<br />

informatie, en ontspanning. De bibliotheek schept een voorwaarde voor levenslang<br />

leren, culturele ontwikkeling van individuen en het democratisch functioneren<br />

van de samenleving. De kenmerken van de bibliotheek zijn objectiviteit en de<br />

afwezigheid van levensbeschouwelijke, politieke en commerciële bindingen.<br />

Naar mijn gevoel zal deze defi nitie in grote trekken blijven, ook in een digitaal<br />

tijdperk en met een ander decreet. Dé grote vraag is evenwel, nu al: waarom zou<br />

een mens zijn deur nog uitkomen voor lezen & leren, voor woord en muziek?<br />

Toch gebeurt dat en zal dat blijven gebeuren.<br />

Tot nog toe stond het aanbod (de collectie) van de bibliotheek vaak centraal. In de<br />

toekomst worden m.i. twee andere polen essentieel, nl. de gebruikers enerzijds<br />

en het personeel anderzijds.<br />

Vier aspecten gaan immers het succes van de toekomstige bibliotheek bepalen:<br />

1. De relatie (band) met je gebruikers<br />

2. en de diversiteit van die gebruikers.<br />

3. De expertise en service die je hen biedt<br />

4. en de betrouwbaarheid daarvan (ook als correctie op de markt).<br />

De eerste twee aspecten impliceren een degelijke publiekswerking, waarbij je<br />

het one-to-many-aanbod vervangt door one-to-one service. De laatste twee aspecten<br />

veronderstellen dat je personeel de meerwaarde van de perfecte gids aanbiedt.<br />

“Als toegang tot actuele informatie heeft Google het volledig overgenomen van de<br />

bibliotheek. Voor de bibliotheken betekent dit dat ze hun informatieve rol anders<br />

zullen moeten gaan invullen en sterker focussen op de verdieping en verrijking<br />

van de kennis van mensen. Dat kunnen ze doen door overzichten te geven, verbindingen<br />

te maken, contextgebonden informatie aan te bieden. Bibliotheken kunnen<br />

een oriëntatiepunt zijn, complementair aan Google, Wikipedia en andere Microsofts”<br />

81 .<br />

Alle vier samen zorgen ze er voor dat je bibliotheek een plek van rust, concentratie<br />

en ontmoeting wordt – drie elementen die in onze huidige maatschappij<br />

onder druk staan, toch onontbeerlijk zijn en dus een USP vormen in je aanbod.<br />

Meer dan uitleencijfers, zullen deze elementen de maatstaf van de werking worden.<br />

81 Braeckman, J., De openbare bibliotheek in tijden van Google, Ons Erfdeel, 2009/4, p. 27<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

124


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

125<br />

7<br />

De toekomst gaat dan ook eerder over niet-materiële elementen dan over bakstenen.<br />

Toch kun je niet om de bakstenen heen, als je het hebt over een nieuwe<br />

bibliotheek - maar dan enkel als veruitwendiging van de inhoud en functies die in<br />

jouw specifi eke situatie en beleidsopties centraal staan.<br />

3. functies<br />

Voor de nieuwe bibliotheek in <strong>Kortrijk</strong> zien we vier functies, die de bovenstaande<br />

opties veruitwendigen in termen van locaties.<br />

1. ‘Het marktplein van informatie en ontspanning’<br />

Met als voornaamste functie:<br />

• Toegankelijkheid<br />

• Van kennis, informatie en cultuur & erfgoed, maar ook van verhalen,<br />

ontspanning, multimedia<br />

We denken daarbij dus zowel aan de klassieke bibliotheek, in zijn oude of<br />

nieuwe vormen, als aan gaming, (multi)media, interactieve ontsluiting van<br />

erfgoed,…<br />

2. ‘De huiskamer van de stad’<br />

Een bijzondere publieke ruimte voor<br />

• Ontmoeting<br />

- reële of virtuele agora, als plaats van aanbod, maar ook horeca,<br />

winkelruimte in de ruimere stationsomgeving, kinderoppas,…<br />

- vergaderlokalen voor het lokale verenigingsleven<br />

• Rust (stille ruimte)<br />

• Concentratie (bvb. werkruimte voor studenten of treinreizigers)<br />

3. ‘Het levenslange leerpad’<br />

Dat nood heeft aan<br />

• Polyvalente educatieve ruimten, met maximaal effi ciënte bezetting, in<br />

doorgedreven samenspraak en planning tussen dagonderwijs, avondonderwijs,<br />

DKO en vormingsorganisaties.<br />

• Opleidingscentrum voor muziek<br />

• Competentiecentrum in het algemeen en voor muziek en media in het<br />

bijzonder


4. ‘Het huis van de muziek’<br />

Dat een USP is voor de bibliotheek van <strong>Kortrijk</strong>.<br />

• Een thuis voor professionele muziekorganisaties<br />

• dat de gelegenheid biedt tot<br />

- Ontsluiten: audiotheek, opzoeken,…<br />

- Inspireren: lezingen, informanten,…<br />

- Beleven: live-concerten, toonmomenten,…<br />

- Creëren (consument wordt producent): residentiebeleid, workshops,<br />

repetities, opnames<br />

• Werkplaats voor professionele muziekorganisaties<br />

- Kantoren voor professionele muziekorganisaties<br />

- Voormalige radiostudio’s als unieke repetitie- en opnameruimtes<br />

- Concertstudio van middelgrote omvang + kleinere aula<br />

• De rol van Track:<br />

- Coördinator, organisator & doorgeefl uik<br />

- Optimale exploitatie<br />

- Beleven: live-concerten, toonmomenten,…<br />

- Inhoudelijke samenwerking & afstemming met partners (Conservatorium,<br />

medialab, Howest, bibliotheek, alle muziekpartners)<br />

Als er eensgezindheid is over bovenstaande functies, dan moeten we ook bepaalde<br />

huidige functies, collecties of taken in vraag durven stellen:<br />

• Wat met de Esperantobibliotheek?<br />

• Is het digitaliseren van het platenarchief van Radio 2 een opdracht voor een<br />

lokale overheid (ook al focust men in eerste instantie op <strong>Kortrijk</strong>-gebonden<br />

LP’s; lokaal erfgoed dus)? Of zoeken we hier een oplossing ism. andere organisaties<br />

(VRT , De Krook, Muziekcentrum Vlaanderen)?<br />

• Wat gebeurt er met de Speelotheek?<br />

• Quid de ‘Radiocollectie’?<br />

7<br />

Net als bij de buurtbibliotheken pleit ik voor een goed onderbouwde besluitvorming,<br />

waarbij men zich de vraag stelt of deze functies kerntaak zijn voor een<br />

lokale bibliotheek, zij het in een centrumstad.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

126


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

127<br />

7<br />

4. partners<br />

In het bovenstaande concept is samenwerking essentieel, zowel met het oog op<br />

synergie en expertise als kosteneffi ciëntie en publiekswerking. De verschillende<br />

actoren hebben immers ook gemeenschappelijke partners zoals het basisonderwijs<br />

en secundair onderwijs, humuz, vormingplus, evenals de vele muziekpartners.<br />

Bij wijze van voorbeeld geven we ook een niet-limitatieve lijst van potentiële<br />

partners binnen de muzieksector: Muziekcentrum Track, Conservatorium, Team<br />

Jeugd, De Kreun, Happy New Festival, Jeugd & Muziek, Euterpe, Vlamo, CVO’s,<br />

Respiro dell ‘Arte, Parkjazz, Koren e.a. <strong>Kortrijk</strong>se muziekverenigingen, REC,<br />

Muziekcentrum Vlaanderen,…<br />

Het verdient aanbeveling om hechte en heldere overeenkomsten af te sluiten met<br />

deze partners, waarbij je plichten en rechten afspreekt.<br />

5. oppervlakte<br />

Een punt van discussie is de oppervlakte. Het is die discussie absoluut waard,<br />

want elke m² vertaalt zich in geld. De momenteel voorliggende cijfers qua gevraagde<br />

oppervlakte zijn niet haalbaar en m.i. ook niet wenselijk. Zoals eerder<br />

gesteld ligt de toekomst van de bibliotheek eerder in het inzetten op de juiste nietmateriële<br />

elementen dan in grootschaligheid in specifi eke ruimtes.<br />

Ik stel dan ook voor om eerst de discussie te voeren over<br />

1. de basiselementen, nl.<br />

• De bibliotheek van nu en morgen<br />

• Muziek als unieke propositie van de <strong>Kortrijk</strong>se bibliotheek<br />

• Levenslang leren in zijn totaliteit en de mate waarop dit kan en moet<br />

verankerd worden in de bibliotheek.<br />

2. de diverse functies en de mate waarin die kunnen uitgebouwd worden in de<br />

specifi eke stationscontext. Ongetwijfeld is ook hier synergie en kosteneffi ciëntie<br />

te vinden door doorgedreven gesprekken met NMBS en andere partners.<br />

Zo moeten we kunnen komen tot maximale synergie en effi ciëntie op vlak van<br />

educatieve ruimtes, creatieve ruimtes, werkruimtes en ontmoetingsruimte, … ism.<br />

NMBS, LLL en andere partners. De ervaring leert ook dat, zowel voor een centrumbibliotheek<br />

als voor muziekverenigingen, voldoende bergruimte een aandachtspunt<br />

is.


3.4. Lokaal erfgoed<br />

3.4.1. Integraal beleid<br />

7<br />

Het is niet evident dat ‘Erfgoed’ behandeld wordt in een hoofdstuk dat gaat over de<br />

bibliotheek. Toch volgt dit de logica van deze nota, namelijk dat we niet vertrekken<br />

van de klassieke categorieën (musea, cultuur- en ontmoetingscentra, …) maar eerder<br />

van de stad als levend organisme, gericht op omgang met bewoners en bezoekers.<br />

In zulk een mensgerichte aanpak is erfgoed geen categorie op zich, maar een dienst<br />

die draait om vier essentiële begrippen: verzamelen, bestuderen, bewaren en ontsluiten<br />

- en uiteraard ook de totaalvisie daarop. Het ontsluitingsaspect staat in deze<br />

nota centraal. Dat is geen waardeoordeel over de andere begrippen, maar in eerste<br />

instantie een pragmatische benadering, die de rode draad is in deze nota en waarbij<br />

we ordenen volgens die fi naliteit. Overigens is ontsluiting zonder de drie voorgaande<br />

stappen onprofessioneel en ondoelmatig.<br />

In deze nota is ‘erfgoed’ dan ook geen speerpunt op zich, maar het is wél belangrijk<br />

voor vrijwel alle speerpunten en meerdere partners (toerisme, musea, bib,…). Dat<br />

betekent niet dat de Erfgoedcel in dienst staat van die actoren of, sterker nog, haar<br />

autonomie verliest. Het impliceert wel dat de benadering van deze nota die is van<br />

een integrale beleidsvisie, waarbij een heldere omschrijving van de eigen missie en<br />

maximale synergie centraal staan. Overigens is ‘erfgoed’ in dit hoofdstuk beperkt tot<br />

cultureel erfgoed (roerend en materiaal).<br />

De belangstelling voor erfgoed stijgt, althans als de ontsluiting eigentijds en – bij<br />

voorkeur- interactief is. Het Prisma-veldonderzoek van erfgoedsteunpunt Faro bracht<br />

in 2011 voor het eerst het cultureel-erfgoedveld in Vlaanderen gedetailleerd in kaart.<br />

Een bevolkingsonderzoek naar de erfgoedbeleving in Vlaanderen wijst op een heel<br />

groot draagvlak voor erfgoed in Vlaanderen. Opvallend is dat heel veel respondenten<br />

een sterke tot zeer sterke interesse vertonen in de geschiedenis van de eigen nabije<br />

omgeving, vooral de eigen stad of gemeente (44% van alle respondenten). Voor een<br />

historische stad als <strong>Kortrijk</strong> liggen hier kansen. Andere actoren spelen reeds in op<br />

de nieuwe dynamiek rond stadsgeschiedenis (STAM Gent, MAS Antwerpen, STEM<br />

Sint-Niklaas, Brugs Erfgoednetwerk …). Mensen blijken hun interesse in erfgoed<br />

echter ook – zelfs in de eerste plaats - te stillen via allerlei massamediale kanalen SPEERPUNTEN<br />

zoals radio, televisie en internet. Dat verklaart het succes van lokale en regionale<br />

erfgoedbanken.<br />

VIER<br />

Aangezien de (nieuwe) bibliotheek nog veel meer dan nu zal gelden als dé (perma- DE<br />

nente) plaats - naast <strong>Kortrijk</strong> 1302 - waarop het lokale erfgoed ontsloten wordt, #7<br />

128


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

7<br />

behandelen we de totaliteit van ‘erfgoed’ hier. De bibliotheek van Delft, in 2009<br />

verkozen als beste bibliotheek van Nederland, is op dat vlak overigens een lichtend<br />

voorbeeld. Erfgoed is daar een interactieve samenwerking geworden, niet alleen met<br />

de specialisten, maar met de hele bevolking. Je kunt er de geschiedenis van je straat<br />

of huis reconstrueren via eenvoudige touch-screens en je kunt er zelf elementen aan<br />

toevoegen, bvb. hoe je tuin er nu uitziet of een foto van je volledige gezin.<br />

Dat is wel een grondig andere keuze dan het ‘Beleidsplan Erfgoedconvenant 2009-<br />

2014’, waarin te lezen staat: “De openbare bibliotheek heeft een beleidsplan, maar<br />

daarin worden de erfgoedcollecties slechts kort besproken. Uitgangspunt van de<br />

bibliotheek is dat de erfgoedwerking de bevoegdheid is van de erfgoedcel” 82 . Op<br />

vandaag valt de lokale erfgoedwerking in belangrijke mate binnen de werking van<br />

de erfgoedcel. Daar staat een all-in-budget van een 295.000 euro tegenover het kader<br />

van het cultureel-erfgoedconvenant tussen de stad en de Vlaamse Gemeenschap,<br />

waarvan 205.000 euro Vlaamse subsidie en de resterende 90.000 (inmiddels zelfs<br />

meer) van de stad. De erfgoedcel heeft vooral expertise opgebouwd op het vlak van<br />

publiekswerking en tracht tegemoet te komen aan de diverse noden achter de schermen.<br />

De erfgoedcel heeft echter ook een taak op het vlak van netwerking en ondersteuning<br />

buiten de stadsorganisatie en is geen collectiebeheerder.<br />

Ook binnen de erfgoedsector dringen keuzes zich op, misschien nog meer dan elders,<br />

want de massa erfgoed is immens en er komt er in principe elke dag bij. Dat stelt<br />

overigens ook het Agentschap Kunsten en Erfgoed zelf, in de brief van 31 oktober<br />

2008 die de goedkeuring bevestigt van de aanvraag tot het sluiten van een erfgoedconvenant<br />

2009-2014: “De doelstellingen in het beleidsplan sluiten aan bij de gesignaleerde<br />

noden. Er dienen echter nog duidelijke keuzes gemaakt te worden in de<br />

wijze waarop deze doelstellingen zullen worden uitgevoerd. Het stellen van prioriteiten<br />

dringt zich op” 83 .<br />

Zelf geeft de beoordelingscommissie aan waar volgens haar de drie prioriteiten liggen:<br />

1. Het Geheugen van <strong>Kortrijk</strong> (inventarisatie)<br />

2. De uitbouw van een duurzaam netwerk om tot integrale erfgoedwerking te<br />

komen<br />

3. De ontwikkeling van een regionaal erfgoedbeleid<br />

3.4.2. Erfgoed <strong>Kortrijk</strong> 2014<br />

Het leek ons aangewezen om de eerste twee prioriteiten te combineren en de opmaak<br />

van een inventaris te benutten om, in een samenwerking van alle relevante actoren,<br />

82<br />

Van den Abeele, V., Beleidsplan Erfgoedconvenant 2009-2014 <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>, p. 7<br />

83<br />

brief Marina Laureys dd. 31 oktober 2008<br />

129


te komen tot een eensgezinde uitwerking van een globaal erfgoedbeleid. Met het oog<br />

daarop werden alle stedelijke actoren samengebracht die hierin een rol speelden: uiteraard<br />

de Erfgoedcel, maar ook <strong>Kortrijk</strong> 1302, Broelmuseum, Vlasmuseum, OCMW<br />

(ondermeer eigenaar van het Begijnhof), stadsarchief en bibliotheek.<br />

Het project ‘Het Geheugen van <strong>Kortrijk</strong>’ werd op die manier verruimd tot ‘Erfgoed<br />

<strong>Kortrijk</strong> 2014’. Tegen die datum moeten immers zowel de Erfgoedcel als de musea<br />

een dossier indienen met het oog op hernieuwde erkenning. Het is in elk geval de<br />

ambitie van het traject om 2014 als horizon te hanteren voor een gecoördineerde<br />

aanpak van musea en erfgoed in <strong>Kortrijk</strong>. Het traject moet een antwoord bieden<br />

op de grote versnippering op vlak van erfgoed en moet toelaten om de zorg voor en<br />

ontsluiting van lokale erfgoedcollecties duidelijk toe te wijzen. Op vandaag is dit<br />

immers een grijze zone en vooral op vlak van collectiebeheer stellen zich heel wat<br />

problemen.<br />

a. <strong>Kortrijk</strong>s erfgoed in kaart<br />

7<br />

Van handschrift tot vlasmachine, van muntschat tot theaterdecors, … <strong>Kortrijk</strong> is<br />

rijk aan cultureel erfgoed. Zowel binnen als buiten de stedelijke erfgoedinstellingen<br />

is er een opmerkelijke hoeveelheid, diversiteit en kwaliteit aan erfgoed terug<br />

te vinden.<br />

Bij de opmaak van het erfgoedbeleidsplan 2009-2014 werd het erfgoedveld<br />

bevraagd, collectieproblematieken kwamen toen al sterk naar voor. Van 2009 tot<br />

begin 2011 bracht de Erfgoedcel <strong>Kortrijk</strong> de collecties erfgoed op het grondgebied<br />

van de stad in kaart. <strong>Kortrijk</strong> telt heel wat collectiebeheerders, het merendeel van<br />

de collecties wordt door niet-stedelijke en niet-professionele instanties bewaard.<br />

De omvangrijkste collecties bevinden zich evenwel bij de professionele erfgoedbeheerders.<br />

Opvallend is het grote aandeel aan audiovisueel en papieren erfgoed<br />

binnen <strong>Kortrijk</strong>, te verklaren door de aanwezigheid van het Rijksarchief <strong>Kortrijk</strong><br />

en de Stichting de Bethune. De meeste collecties hebben een relatief duidelijk<br />

profi el en zijn minstens gedeeltelijk geregistreerd. Er is een overwicht aan collecties<br />

uit de 19de en 20ste eeuw. De thema’s die het vaakst terugkomen zijn de<br />

geschiedenis van de stad <strong>Kortrijk</strong>, audiovisuele ontwikkelingen en sociaal-economische<br />

ontwikkelingen. Het grootste knelpunt is ontegensprekelijk een gebrek<br />

aan expertise en middelen voor collectiebeheer.<br />

• De middelen<br />

De stedelijke erfgoedactoren maakten een stand van zaken op van het budget,<br />

personeelsbestand en de depotinfrastructuur voor het stedelijk erfgoed-<br />

en collectiebeleid op vandaag. Ze trachten ook te vergelijken met andere #7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

130


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

131<br />

7<br />

steden en instellingen, al is dit is niet vanzelfsprekend. Steden hebben vaak<br />

geen totaaloverzicht op vlak van erfgoed en werken elk op hun eigen manier,<br />

bovendien zijn er nog relatief weinig gedetailleerde gegevens m.b.t.<br />

de erfgoedsector beschikbaar.<br />

• Budget<br />

Het totale werkingsbudget van de stedelijke erfgoedactoren bedraagt ongeveer<br />

500.000 euro. Meer dan de helft daarvan gaat naar publiekswerking.<br />

De personeelskosten bedragen ongeveer 1.500.000 euro. Aan het totale<br />

erfgoedbudget van ongeveer 2 miljoen euro draagt de stad zelf 1,7 miljoen<br />

bij, de rest bestaat uit subsidies. Het stedelijk erfgoedbudget maakt circa<br />

15% uit van de totale stedelijk cultuurbegroting en circa 1,3% van de totale<br />

stadsbegroting.<br />

Belangrijkste vaststellingen:<br />

• De publiekswerking weegt sterk door tov de (basis)werking achter de<br />

schermen.<br />

• Het aankoopbudget is versnipperd en bescheiden.<br />

• Het budget voor behoud en beheer is te laag om tegemoet te komen aan<br />

de noden van alle stedelijke kerncollecties. De bewaarbibliotheek heeft<br />

hiervoor zelfs helemaal geen budget.<br />

• Personeel<br />

Op vandaag werken binnen de stad 37,5 VTE binnen erfgoed en toerisme<br />

(inclusief stadsarchief), waarvan 5,1 op A niveau, 9,4 op B niveau, 11,3 op<br />

C niveau en 11,7 op D niveau.<br />

Belangrijkste vaststellingen:<br />

• De personeelsbezetting per dienst is vrij minimaal.<br />

• Er zijn weinig A-niveau’s aanwezig; dat blijkt uit de vergelijking met<br />

andere centrumsteden.<br />

• Het aantal experten/hooggeschoolden ligt onder het gemiddelde.<br />

• Depotinfrastructuur<br />

Basisgegevens met betrekking tot de stedelijke erfgoeddepots werden<br />

reeds ingezameld maar zijn nog onvolledig. Een grondigere analyse van de<br />

beschikbare ruimte, de depotnoden en de bewaaromstandigheden is noodzakelijk.<br />

De situatie in <strong>Kortrijk</strong> sluit aan bij die in de rest van Vlaanderen:<br />

gebrek aan depotruimte en depots met bewaaromstandigheden die niet of<br />

onvoldoende tegemoet komen aan de professionele kwaliteitsstandaarden.<br />

Uit de nulmeting van Faro (Prisma) blijkt collectiebeheer een pijnpunt op


Vlaams niveau te zijn: 10% van de collectiestukken heeft nood aan een<br />

conservatiebehandeling, 90% van de depots zit vol en 47% van de depots<br />

bieden geen goede bewaaromstandigheden.<br />

Het is nu al duidelijk dat er een tekort is aan geschikte depotruimte en dat<br />

een regionaal erfgoeddepot hoogstwaarschijnlijk slechts een oplossing zal<br />

bieden voor een deel van de stedelijke collecties (grote stukken, eventueel<br />

archeologie). We moeten rekening houden met de opname van de erfgoedstukken<br />

van OCMW en Cultuurcentrum binnen de stedelijke collecties. Op<br />

langere termijn stelt zich de vraag naar de toekomst van de erfgoedcollecties<br />

van de kerkfabrieken en kloosters.<br />

b. uitgangspunten<br />

7<br />

In een tijd waarin budgetten beperkt zijn, is uitwisseling van kennis en expertise<br />

cruciaal; de beperkte personeelsbezetting maakt samenwerking over de instellingen<br />

heen des te belangrijker. Een verstandige taakverdeling is dan ook nodig en<br />

daarvan liggen de grote lijnen inmiddels vast.<br />

Het in kaart brengen van collecties, noden en behoeften leidde tot afbakenen van<br />

aandachtspunten en het opstellen van een visienota, waarin we vertrekken van<br />

volgende inhoudelijke krachtlijnen:<br />

1. Het stedelijk collectiebeleid vertrekt vanuit de stedelijke, roerende erfgoedcollecties<br />

maar staat niet op zich.<br />

• Het stedelijk collectiebeleid omvat alle collecties in het beheer van de<br />

stad. Hiertoe rekenen we de collecties van de stedelijk erfgoedbeheerders<br />

inclusief deze van het OCMW, Cultuurcentrum en het stedelijk<br />

archief binnen het Rijksarchief <strong>Kortrijk</strong>.<br />

• Het stedelijk collectiebeleid kadert binnen het bredere cultuur- en erfgoedbeleid<br />

van de stad. De beleving van erfgoed door het publiek staat<br />

centraal.<br />

• Het stedelijk collectiebeleid is complementair aan de bestaande collectiebeleidsplannen<br />

van de musea en de wettelijke verplichtingen op vlak<br />

van archief. Iedere instelling blijft verantwoordelijk voor het uitbouwen<br />

van een collectiebeleid rond de eigen collecties.<br />

• Het stedelijk collectiebeleid vertrekt vanuit de roerende erfgoedcollecties<br />

en legt van daaruit de link met het onroerend erfgoedbeleid en<br />

toerisme.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

132


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

133<br />

7<br />

2. De grote rijkdom aan erfgoedcollecties en –organisaties binnen de stad vereist<br />

een algemeen kader met duidelijke prioriteiten en een heldere taakverdeling.<br />

• Keuzes zijn noodzakelijk om een verantwoord, professioneel beheer en<br />

ontsluiting van het stedelijk erfgoed toe te laten.<br />

- Binnen het stedelijk collectiebeleid primeert het onderzoeks- of<br />

presentatiepotentieel van collecties met betrekking tot de geschiedenis<br />

van de stad en regio <strong>Kortrijk</strong>. De (semi-)stedelijke collecties<br />

kunnen op basis hiervan worden onderverdeeld in topcollecties,<br />

kerncollecties, randcollecties en collecties die in aanmerking<br />

komen voor afstoting.<br />

- We kiezen ervoor om ons te beperken tot de bestaande bovenlokale<br />

thema’s, meer bepaald vlas en textiel, toegepaste kunst en<br />

design, beeldende kunst, genealogie en 1302. Inzetten op extra<br />

bovenlokale thema’s gaat de draagkracht van de stad te boven. Dit<br />

houdt in dat we er duidelijk voor kiezen niet actief in te zetten op<br />

nieuwe bovenlokale thema’s zoals bijvoorbeeld audiovisueel of<br />

agrarisch erfgoed.<br />

- Binnen het stedelijk collectiebeleid wordt ook werk gemaakt van<br />

een ondersteuningsbeleid m.b.t. niet-stedelijke collecties: welke<br />

ondersteuning kan de stad hier bieden, op basis van welke criteria<br />

en tegen welke voorwaarden.<br />

• We zoeken een goed evenwicht tussen het optimaal bewaren van erfgoedcollecties<br />

per materiaalsoort en het bijeenhouden van collecties<br />

met een sterke inhoudelijke link. Historisch bibliotheekmateriaal, archief<br />

en documentair erfgoed en museaal erfgoed worden respectievelijk<br />

door de <strong>Stad</strong>sbibliotheek, het <strong>Stad</strong>sarchief (i.s.m. het Rijksarchief) en de<br />

Stedelijke Musea beheerd tenzij het gaat om stukken die rechtstreeks te<br />

linken zijn met de kerncollecties en –thema’s van een andere instelling.<br />

• Vanaf 2014 gebeurt de ontsluiting naar het brede publiek toe uitsluitend<br />

vanuit de bibliotheek (Cel Geheugen), de stedelijke musea en<br />

het belevingscentrum <strong>Kortrijk</strong> 1302. Uiteraard kan iedere instelling<br />

een werking blijven ontplooien naar zijn eigen doelpubliek toe, zo hebben<br />

zowel stads- als rijksarchief een sterke werking rond genealogische<br />

collecties.<br />

3. De stad blijft inzetten op de geschiedenis, het verhaal van de stad (Geheugen<br />

van <strong>Kortrijk</strong>). Deze lokale erfgoedwerking wordt gecontinueerd en verankerd<br />

binnen de stadsbibliotheek.<br />

• De coördinatie en uitwerking van het Geheugen van <strong>Kortrijk</strong> wordt


7<br />

overgeheveld vanuit de erfgoedcel. Een “Cel Geheugen” binnen de<br />

bibliotheek neemt het verzamelbeleid en de brede publiekswerking<br />

m.b.t. lokale erfgoedcollecties voor zijn rekening, in nauw overleg met<br />

de andere erfgoedbeheerders.<br />

• De bewaarbibliotheek blijft een onderdeel van de (nieuwe) stadsbibliotheek<br />

• De erfgoedbibliotheek, het stads- en rijksarchief en de Stedelijke<br />

Musea staan in voor het behoud en beheer van de lokale erfgoedcollecties.<br />

4. De publiekswerking rond het verhaal van de stad legt de link met het heden en<br />

maakt zoveel mogelijk gebruik van digitale tools.<br />

• Een erfgoedbank op www.geheugenvankortrijk.be wordt de permanente<br />

presentatieplek voor het Geheugen van <strong>Kortrijk</strong>. Via tijdelijke<br />

projecten en in samenwerking met interne of externe partners kan<br />

bijzondere aandacht worden besteed aan lokale thema’s of collecties<br />

met een ruimere uitstraling, zonder dat we hier weer een speerpunt op<br />

zich van maken. De unieke collectie theaterdecors van de Schouwburg,<br />

een erfgoedschat van internationaal niveau, verdient hier een bijzondere<br />

vermelding. In het belevingscentrum <strong>Kortrijk</strong> 1302 wisselen tijdelijke<br />

presentaties elkaar af, deze krijgen de voorkeur op een eerder statische<br />

permanente presentatie.<br />

• Ook de lokale erfgoedwerking legt – net als Broel- en Vlasmuseum –<br />

telkens de link met het heden.<br />

5. Het stedelijk collectiebeleid vertrekt niet vanuit individuele collecties of collectiehouders<br />

maar vanuit een maximale samenwerking en synergie op lokaal<br />

en regionaal vlak.<br />

STAD KORTRIJK<br />

• We streven naar een integraal en geïntegreerd lokaal erfgoedbeleid<br />

waarin alle relevante collecties een plaats krijgen. De erfgoedcollecties<br />

van het Cultuurcentrum <strong>Kortrijk</strong> en het OCMW <strong>Kortrijk</strong> worden<br />

best geïntegreerd binnen de stedelijke collecties. Hetzelfde geldt bij<br />

uitbreiding voor de erfgoedwerking rond deze collecties.<br />

• Interne communicatie en uitwisseling van kennis en expertise zijn<br />

cruciaal, de beperkte personeelsbezetting maakt samenwerking over de<br />

instellingen heen des te belangrijker. Het nieuwe organogram van de<br />

stad moet dit ook mogelijk maken.<br />

• Waar mogelijk werken we met expertisepools (lokaal erfgoed, behoud<br />

en beheer, tentoonstellingen, marketing) voor het hele stedelijke erfgoedveld.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

134


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

135<br />

7<br />

• Op termijn wordt gestreefd naar een maximale afstemming met externe<br />

erfgoedbeheerders in de stad zoals Rijksarchief <strong>Kortrijk</strong>, KULAK<br />

bibliotheek, Stichting de Bethune en de kerkfabrieken.<br />

• Het verdient aanbeveling om in de mate van het mogelijke ook het onroerend<br />

erfgoed en in het bijzonder Historisch <strong>Kortrijk</strong> maximaal mee te<br />

nemen binnen de lokale erfgoedwerking. Dit vereist wel een duidelijke<br />

afstemming met Toerisme, <strong>Stad</strong>splanning en Facility.<br />

REGIO KORTRIJK<br />

• De stedelijke erfgoedspelers participeren actief aan een regionaal erfgoed-,<br />

collectie- en depotbeleid. We vertrekken van het standpunt dat<br />

we regionaal samenwerken daar waar dit een duidelijke meerwaarde<br />

oplevert.<br />

• De coördinerende en ondersteunende taken van de huidige Erfgoedcel<br />

<strong>Kortrijk</strong> worden waar mogelijk overgeheveld naar de regio,<br />

in het kader van de groeiende regionale erfgoedwerking van Overleg<br />

Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong> en de totstandkoming van een intergemeentelijke<br />

erfgoedconvenant en erfgoedcel.<br />

6. Het stedelijk erfgoedbeleid moet – meer dan vandaag het geval is - afgestemd<br />

worden op de beschikbare middelen en vice versa.<br />

• Een optimale afstemming en realistische planning van de publiekswerking<br />

is noodzakelijk om tijd en middelen vrij te maken voor de<br />

basiswerking.<br />

• Om tegemoet te komen aan de grote noden op vlak van collectiebeheer,<br />

moeten er meer middelen worden voorzien voor behoud en beheer<br />

van erfgoedcollecties.<br />

- We maken werk van één structureel Fonds Geheugen van <strong>Kortrijk</strong><br />

voor de aankoop, restauratie en digitalisering van lokale<br />

erfgoedcollecties.<br />

- Aansluitend op het regionaal depotbeleid is er nood aan een globaal<br />

stedelijk depotplan. De bewaaromstandigheden in diverse<br />

depots zijn op vandaag ontoereikend en vereisen infrastructurele<br />

ingrepen.<br />

- Een expertisepool behoud en beheer binnen de Stedelijk Musea<br />

(Vlasmuseum) moet toelaten om tegemoet te komen aan het grote<br />

gebrek aan expertise op dit vlak.<br />

• Het opnemen van de erfgoedcollecties en -werking van OCMW en<br />

het Cultuurcentrum in de stedelijke collecties kan niet zonder dat<br />

hier middelen tegenover komen te staan (overheveling middelen vanuit<br />

OCMW, voorzien van facilitaire middelen voor depot theaterdecors, …).


• Op basis van de huidige middelen is er, zelfs indien scherpe keuzes worden<br />

gemaakt, een gebrek aan gespecialiseerd personeel.<br />

• De fi nanciële middelen zijn beperkt en verdeeld over diverse instellingen<br />

en vereist keuzes. Ofwel worden extra middelen voorzien, ofwel<br />

moeten er middelen van de publiekswerking naar de basiswerking achter<br />

de schermen worden geheroriënteerd.<br />

c. taakverdeling<br />

In een tijd waarin budgetten beperkt zijn, is uitwisseling van kennis en expertise<br />

cruciaal; de beperkte personeelsbezetting maakt samenwerking over de instellingen<br />

heen des te belangrijker. Een verstandige taakverdeling is dan ook nodig en<br />

daarvan liggen de grote lijnen inmiddels vast.<br />

Uit de situatie AS IS blijkt alvast dat vele actoren met veel taken bezig zijn:<br />

SITUATIE NAJAAR<br />

2011<br />

Coördinatie beleid, ondersteuning,<br />

netwerking<br />

AR-<br />

CHIEF<br />

AR-<br />

CHIEF<br />

BIB MUSEA<br />

Broel en<br />

Vlas<br />

KOR-<br />

TRIJK<br />

1302<br />

OCMW ERF-<br />

GOED<br />

ERF-<br />

GOED<br />

<strong>Stad</strong> Rijk <strong>Stad</strong> Regio<br />

X X X<br />

Coördinatie Geheugen X<br />

Collectiebeleidsplan X X<br />

Verzamelen X X X X X<br />

Registreren X X X X X<br />

Bewaren X X X X X<br />

Bestuderen X X X X X<br />

Ontsluiten / doelpubliek X X X X X<br />

Ontsluiten / breed publiek X X X X X X X<br />

Ontsluiten / educatie X X X X X X X<br />

7<br />

Halfweg 2011 zitten de roerende erfgoedcollecties die we als “stedelijk” kunnen<br />

bestempelen, verspreid over 6 bewaarinstellingen in de stad. Volgende grote knelpunten<br />

stellen zich:<br />

• Er zijn deelvisies op diverse thematische collecties maar een globale visie op<br />

de stedelijke erfgoedcollecties ontbreekt nog. Het is moeilijk om keuzes te<br />

maken (wie moet wat bewaren, verwerven/ afstoten, bestuderen, ontsluiten)<br />

bij gebrek aan een algemeen kader.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

136


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

137<br />

7<br />

• Er zijn middelen voor het beheer van de stedelijke erfgoedcollecties maar op<br />

vandaag volstaan die niet voor een volwaardig beheer van alle relevante collecties.<br />

• Door de scherpere profi lering van de musea en de evolutie van <strong>Kortrijk</strong> 1302<br />

is er een grote groep van restcollecties ontstaan (“Geschiedenis van <strong>Kortrijk</strong>”;<br />

het is onduidelijk wie hiervoor verantwoordelijk is).<br />

• Het OCMW bezit waardevolle erfgoedcollecties; het uitbouwen van een werking<br />

hierrond behoort niet de kerntaak van het OCMW.<br />

• Het audiovisueel en papieren erfgoed zit erg verspreid, wat het voor onderzoekers<br />

soms erg verwarrend maakt.<br />

• De toekomst van de bewaarbibliotheek moet worden uitgeklaard in functie<br />

van de komst van een nieuwe bibliotheek.<br />

• Het Rijksarchief is een federale instelling maar beheert wel een deel van het<br />

stedelijk archief en diverse lokale erfgoedcollecties. Nog meer afstemming is<br />

wenselijk.<br />

Tegen 2014 moeten we komen tot een situatie TO BE waarbij de taken meer<br />

verdeeld worden, gebaseerd op een heldere missie enerzijds en een effi ciënte<br />

taakverdeling anderzijds. Het ontsluiten naar een breed publiek - nu nog bij 8<br />

verschillende instellingen- gebeurt van dan af aan nog uitsluitend vanuit de vier<br />

meest geschikte instellingen, namelijk de twee musea, <strong>Kortrijk</strong> 1302 en de<br />

bibliotheek.<br />

2014/2015 EN<br />

VERDER<br />

Coördinatie beleid, ondersteuning,<br />

netwerking<br />

AR-<br />

CHIEF<br />

AR-<br />

CHIEF<br />

BIB<br />

erfgoedbib<br />

BIB<br />

geheugen<br />

MUSEA<br />

Broel en<br />

Vlas<br />

OCMW ERF-<br />

GOED<br />

ERF-<br />

GOED<br />

<strong>Stad</strong> Rijk <strong>Stad</strong> Regio<br />

X X<br />

Coördinatie Geheugen X<br />

Collectiebeleidsplan X X X X X<br />

Verzamelen X X X<br />

Registreren X X X X X<br />

Bewaren X X X X<br />

Bestuderen X X X X X<br />

Ontsluiten / doelpubliek X X X X X<br />

Ontsluiten / breed<br />

publiek<br />

X X X<br />

Ontsluiten / educatie X X X


In aanloop naar 2014 streven we naar een duidelijker afgelijnd beleid met volgende<br />

krijtlijnen:<br />

• De coördinerende en faciliterende rol van de erfgoedcel op vlak van lokaal<br />

erfgoed- en collectiebeleid wordt naar het niveau van de regio getild. Dit sluit<br />

alvast aan bij de duidelijke vraag van het Agentschap Kunsten en Erfgoed aan<br />

de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> om zijn “voortrekkersrol” op dit vlak ter harte te nemen en bij<br />

de ontwerptekst voor een nieuw cultureel-erfgoeddecreet.<br />

• De coördinatie van het Geheugen van <strong>Kortrijk</strong> (stadsgeschiedenis) wordt overgeheveld<br />

naar een cel “Geheugen“ binnen de bibliotheek. Dit sluit aan bij de<br />

taak van de bibliotheek als informatiebemiddelaar, het doelpubliek (inwoners<br />

uit stad en regio) van het Geheugen en van de bib vallen samen.<br />

• Er is een algemeen kader met duidelijke afspraken m.b.t. het bewaren, verwerven,<br />

bestuderen en ontsluiten van collecties. Meer details lees je in bijlage 9.<br />

d. missie<br />

Deze afspraken hebben uiteraard implicaties voor de missie & taken van zowel<br />

erfgoedcel als bibliotheek. We gaan hier voorlopig uit van een erfgoedcel voor de<br />

regio <strong>Kortrijk</strong>. Indien de piste van een regionale erfgoedcel wordt verlaten, dient<br />

de huidige erfgoedcel te worden geïntegreerd binnen de cel Geheugen van de<br />

bibliotheek.<br />

1. Erfgoedcel (regio <strong>Kortrijk</strong>)<br />

7<br />

MISSIE ERFGOEDCEL<br />

De erfgoedcel beheert zelf geen erfgoed maar is op verschillende fronten<br />

tegelijk actief rond het cultureel erfgoed (roerend en immaterieel, niet onroerend).<br />

Zij bouwt een duurzaam erfgoedbeleid uit, samen met de sector<br />

en het lokale of de regionale bestu(u)r(en).<br />

MISSIE ERFGOEDCOLLECTIES KORTRIJK 2014<br />

De erfgoedcel ontwikkelt een visie op het regionaal collectie- en depotbeleid.<br />

De erfgoedcel zet in op netwerking, samenwerking en uitwisseling van<br />

expertise tussen erfgoedbeheerders in de regio.<br />

De erfgoedcel coördineert en ondersteunt gemeenschappelijke trajecten<br />

met betrekking tot collectiebeheer (vorming, digitalisering, regionaal depot,<br />

calamiteitenplanning, …).<br />

De erfgoedcel initieert en ondersteunt publieks- en educatieve projecten #7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

138


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

139<br />

7<br />

rond de erfgoedcollecties in de regio, met bijzondere aandacht voor de<br />

thema’s “industrieel erfgoed” en “grensstreek”.<br />

2. Bibliotheek<br />

CEL GEHEUGEN - CENTRALE SPIL IN BREDE PUBLIEKSWERKING<br />

ROND LOKAAL ERFGOED<br />

De bibliotheek is de trekker en coördinator van een werking rond de geschiedenis<br />

van de stad (cel Geheugen van <strong>Kortrijk</strong>). De bibliotheek is goed<br />

geplaatst om een wervende, laagdrempelige erfgoedwerking te organiseren.<br />

Dit omvat het opzetten van publieks- en educatieve projecten binnen<br />

en buiten de bibliotheek, het stimuleren van een brede participatie en het<br />

permanent verschaffen van en toeleiden naar informatie rond het lokaal<br />

erfgoed in brede zin. Deze werking wordt uitgebouwd in samenwerking<br />

met de professionele erfgoedwerkers binnen de stad en afgestemd op het<br />

lokaal erfgoedbeleid, ontwikkeld vanuit een intergemeentelijke erfgoedcel.<br />

Ontsluiting via digitale weg neemt hier een centrale plaats in.<br />

EEN ERKENDE CULTUREEL-ERFGOEDBIBLIOTHEEK IN VLAAN-<br />

DEREN<br />

De bibliotheek bezit een bijzonder waardevolle cultureel-erfgoedcollectie<br />

en neemt deze mee als een volwaardig onderdeel binnen haar werking.<br />

Afhankelijk van een budgetraming kan de bibliotheek ook een werking<br />

nastreven als ‘cultureel-erfgoedbibliotheek’, erkend door de Vlaamse overheid<br />

in de vorm van een kwaliteitslabel. De bibliotheek staat daarmee in<br />

voor een optimale bewaring van haar collectie en stimuleert onderzoek en<br />

ontsluiting op bovenregionaal niveau.<br />

e. middelen<br />

De implementatie van dit rapport wordt opgestart in de loop van 2012. Zeker<br />

voor erfgoedbeleid geldt dat op gezette tijden het algemene kader en de daaraan<br />

verbonden prioriteiten zullen moeten getoetst worden aan personele, logistieke en<br />

fi nanciële middelen en keuzes.<br />

De grootste nood stelt zich op het vlak van de aankoop, restauratie en digitalisering<br />

van lokaal erfgoed. Momenteel bedraagt het aankoopbudget voor de stedelijke<br />

erfgoedcollecties in totaal – inclusief bovenlokale collecties - 49.500 euro. In<br />

verhouding tot het grote aanbod en in vergelijking met andere steden is dat relatief<br />

beperkt. Wat het Geheugen betreft is er op vandaag geen aankoopbudget meer<br />

voorzien voor museale stukken en een heel beperkt budget voor audiovisueel en


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

papieren erfgoed (maximaal 17.500 euro, dit bedrag wordt echter ook benut voor<br />

bewaringsmaatregelen). Ook hier blijkt weer de nood aan keuzes. We adviseren<br />

te gaan voor een coherente aankooplijn, eerder dan voor versnippering over al te<br />

veel huizen. Het budget voor collectiebeheer moet omhoog, maar dit kan intern<br />

wellicht enkel door een deel van de middelen voor publiekswerking te heroriënteren<br />

en grote publieksprojecten te spreiden in de tijd.<br />

Ook depotnoden laten zich voelen bij de stedelijke erfgoedspelers. Een toekomstig<br />

regionaal erfgoeddepot kan alvast een oplossing bieden voor een aantal deelcollecties.<br />

Daarnaast is het opstellen van een stedelijk depotplan en het opwaarderen<br />

van de bestaande stedelijke depotruimtes een must.<br />

f. collectiebeleid: timing<br />

Ook de timing is inmiddels uitgestippeld:<br />

7<br />

TRAJECT EK 2014 TIMING<br />

Erfgoedzorg Stappenplan digitalisering stedelijke<br />

erfgoedcollecties<br />

Najaar 2011<br />

Aanpak collecties in nood (lokaal,<br />

regionaal, nationaal)<br />

Vanaf zomer 2011<br />

Opstart stedelijk depotplan afgestemd<br />

op regionaal depotbeleid<br />

Voorjaar 2012<br />

Verzamelbeleid: selectiecriteria,<br />

budgetproblematiek<br />

1ste helft 2012<br />

Registratiesystemen: maximale<br />

afstemming<br />

Vanaf 2012<br />

Calamiteitenplanning Vanaf 2013<br />

Onderzoek en ontsluiting<br />

Digitaal Geheugen van <strong>Kortrijk</strong> Vanaf najaar 2011<br />

Iedereen Olympiër 1ste helft 2012<br />

Levende Leie Zomer 2013?<br />

WO I Vanaf najaar 2014<br />

Afstemming Terugkoppeling CBS Voorjaar 2012<br />

Externe erfgoedbeheerders P.M.<br />

Werf Intergemeentelijk erfgoedwerking<br />

In uitvoering<br />

Toerisme / Historisch <strong>Kortrijk</strong> /<br />

Onroerend Erfgoed<br />

P.M.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

140


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

141<br />

7<br />

3.4.3. Regionaal erfgoedbeleid<br />

De derde prioriteit die het Agentschap Kunsten & Erfgoed vooropstelde was ‘de<br />

ontwikkeling van een regionaal erfgoedbeleid’.<br />

Pas recent is - zij het nog offi cieus- duidelijk geworden dat het komende erfgoedconvenant<br />

intergemeentelijk zal zijn. De provincie werkt vanuit de gebiedswerking<br />

reeds jaren rond erfgoed.<br />

Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong> besloot van erfgoed een strategisch speerpunt te maken<br />

en binnen dit overleg is de erfgoedwerking één van de meest dynamische.<br />

Ook het collectie- en depotbeleid wordt, door de aanwerving van een gespecialiseerd<br />

personeelslid, regionaal aangepakt. Hier liggen dan ook kansen om op termijn<br />

grensoverschrijdend te werken rond het gemeenschappelijk verleden, i.c. industrieel<br />

erfgoed en de grensstreek.<br />

De voorbije jaren zijn in elk geval via Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong> mooie vorderingen<br />

gemaakt inzake regionale samenwerking rond erfgoed. Uit een evaluatie<br />

van de werking van Overleg Cultuur blijkt erfgoed één van de domeinen bij uitstek<br />

waar verdere samenwerking mogelijk en wenselijk is. De <strong>Kortrijk</strong>se verantwoordelijken<br />

namen daar, samen met anderen, beslist hun verantwoordelijkheid op. Ook in<br />

nieuwe stedelijke concepten, zoals het Vlasmuseum, is ab ovo een belangrijke lijn<br />

ingebouwd naar regionaal erfgoed. De vlasindustrie wordt er gesitueerd in een veel<br />

ruimere regionale inventarisering en hopelijk ook ontsluiting van industrieel erfgoed.<br />

In afwachting moet inmiddels ook duidelijk zijn dat er op plaatselijk niveau coördinatie,<br />

mankracht en visie zal nodig zijn voor de uitbouw van ‘Historisch <strong>Kortrijk</strong>’ als<br />

deel van het stedelijke bezoekerscircuit.<br />

3.5. Missie Bibliotheek<br />

Dit alles leidt uiteraard tot een herziene missie van de bibliotheek:<br />

De Stedelijke Openbare Bibliotheek van <strong>Kortrijk</strong> is een basisvoorziening die alle<br />

burgers en in het bijzonder de inwoners van <strong>Kortrijk</strong> kansen en mogelijkheden biedt<br />

om een leven lang te leren, zich degelijk te informeren en de veelzijdigheid van cultuur<br />

te beleven.<br />

Ook neemt de Stedelijke Openbare Bibliotheek een rol op inzake laagdrempelige<br />

ontsluiting van erfgoed als belangrijke maatschappelijke bouwsteen.


7<br />

De Stedelijke Openbare Bibliotheek van <strong>Kortrijk</strong> wil haar missie in praktijk omzetten<br />

door:<br />

• actieve begeleiding en ondersteuning n.a.v. vragen over kennis, cultuur en<br />

informatie en ontspanning en dit zowel naar individuen als naar organisaties<br />

toe (onderwijs, cultuurpartners, stedelijke partners,…)<br />

• het aanbieden van een ontmoetingsplek voor jong en oud, zowel in de publieke<br />

ruimte als virtueel (agorafunctie)<br />

• een degelijk aanbod voor cultureel, informatief, educatief en recreatief gebruik<br />

waarbij gedrukte en digitale media elkaar aanvullen<br />

• expertise vergroten om als gids te fungeren in de steeds complexer wordende<br />

informatiemaatschappij<br />

• het al of niet met andere partners organiseren van kleinschalige en laagdrempelige<br />

activiteiten die de cultuurbeleving, de sociale zelfredzaamheid en<br />

mediawijsheid bevorderen.<br />

• een laagdrempelige en wervende erfgoedwerking, in samenwerking met de<br />

stedelijke erfgoedpartners, evenals de ontsluiting van haar eigen erfgoedcollectie<br />

• de actieve participatie aan de uitbouw en doelgerichte benutting van het (digitaal)<br />

netwerk van openbare bibliotheken<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

142


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

143<br />

7<br />

<br />

• Een globaal plan ontwerpen voor bibliotheekvoorziening in <strong>Kortrijk</strong>, met<br />

zowel aandacht voor de nieuwe bibliotheek (middellange termijn) als voor<br />

decentrale dienstverlening (korte termijn).<br />

• Beslissen over Esperantobibliotheek, digitaliseringsproject platenarchief van<br />

Radio 2, Radiomuseum en Speelotheek, in het licht van een kerntakenvisie<br />

• Aantal openingsuren verminderen, zodat minder maar hoger gekwalifi ceerd<br />

personeel kan ingezet worden.<br />

• Het voortouw nemen om de succesrijke ICT-uitrusting up to date te brengen,<br />

zowel materieel als qua policy.<br />

• Financieel meerjarenplan uitwerken met juiste prioriteiten<br />

• De lokale erfgoedontsluiting inbedden in nieuwe bibliotheek, in een heldere<br />

rolverdeling met de musea en <strong>Kortrijk</strong> 1302<br />

• Enkel collectiestukken aankopen volgens de vooraf afgesproken prioriteiten<br />

• Standpunt van de stad bepalen inzake de ontwikkeling van een intergemeentelijk<br />

erfgoedconvenant en bij uitbreiding regionale erfgoedwerking binnen<br />

Overleg Cultuur<br />

4. Cultuurcentrum<br />

4.1. Historiek<br />

In zijn huidige constellatie bestaat het Cultuurcentrum (aangeduid met CK*) uit de<br />

<strong>Kortrijk</strong>se schouwburg, Muziekcentrum Track*, de ontmoetingscentra van Marke,<br />

Aalbeke, Bellegem, Bissegem en Heule en de buurthuizen van Heule-Watermolen,<br />

Heule-Sinte-Catherine, Rollegem en Kooigem.


Twee vzw’s staan in voor de programmering. Vzw CK* zorgt voor de programmering<br />

en zaalverhuur van de Schouwburg en Track*. De vzw Ontmoetingscentra<br />

<strong>Kortrijk</strong> staat in voor het beheer van de gedecentraliseerde culturele infrastructuur.<br />

De schouwburg dateert van 1920 en biedt plaats aan 800 toeschouwers. In I998 startte<br />

de grondige renovatie, waarbij vooral het publieksgedeelte werd aangepakt. De<br />

renovatie van de zaal was klaar tegen 1 februari 2000; die van de foyer tegen 1 april<br />

2001. Het gebouw bevat ook een kleinschalig vlakkevloer-theater met uitschuifbare<br />

tribune, met name het Arenatheater. In het Muziekcentrum bevindt zich de Concertstudio,<br />

met 230 plaatsen. De verbouwingen aan deze zaal werden afgerond in 2007.<br />

4.2. Perceptie<br />

Uit de bevraging van Callebaut en C° kwam CK* ronduit als het beste naar voor<br />

wat <strong>Kortrijk</strong> cultureel te bieden heeft. Een centrumstad als <strong>Kortrijk</strong> heeft dit soort<br />

‘generalistische topaanbieder’ absoluut nodig. Het is ook de betonlaag waarop meer<br />

specialistische spelers ( bvb. KC Buda) kunnen voortbouwen, de humuslaag zonder<br />

dewelke het meer nichegerichte aanbod niet kan gedijen. De voortreffelijke perceptie<br />

van CK* is dus een interessante troef voor de stad. Alles ligt klaar om van CK* dé<br />

breed-culturele pleisterplek van het zuiden van de provincie te maken en ook voor<br />

een deel van het aangrenzende Franstalige gebied (bvb. muziek en dans). Uit de cijferanalyse<br />

moet blijken of de middelen deze ambitie haalbaar maken.<br />

Hieronder alvast wat het Callebaut –rapport over CK* schrijft:<br />

7<br />

“Initiële perceptie en verwachtingen<br />

• <strong>Kortrijk</strong>zanen zijn trots op het imposante <strong>Stad</strong>schouwburg.<br />

• Het biedt een brede waaier van activiteiten aan op een heel toegankelijke<br />

manier, waardoor een heel gevariëerd publiek wordt aangesproken: kinderen,<br />

jongeren, ouders, senioren,...<br />

• Ondanks het feit dat de schouwburg als heel laagdrempelig, gezellig en zelfs<br />

volks wordt omgeschreven, heeft het toch een deel van zijn prestige bewaard:<br />

zowel het exterieur als het interieur ademen rijkdom, traditie en bourgoisie<br />

uit.<br />

“De schouwburg maakt cultuur voor een breed publiek.” (vrouw, jonge tweeverdiener,<br />

high culture)<br />

“Mooi, prachtig, zeer smaakvol en toch een sfeer van iedereen kan en mag hier komen.”<br />

(man met jonge kinderen, low culture)<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

144


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

145<br />

7<br />

“Ik draag altijd een t-shirt, maar als ik naar de schouwburg ga dan doe ik toch een<br />

hemd aan.” (man met jonge kinderen, low culture)<br />

Relevantie en aantrekkelijkheid<br />

• De schouwburg is een culturele trekpleister voor <strong>Kortrijk</strong>zanen: het is het<br />

boegbeeld van cultuur in <strong>Kortrijk</strong>. Het imposant decor draagt signifi cant bij<br />

tot de beleving: er hangt een sfeer van bewondering en verwondering.<br />

Beeld van <strong>Kortrijk</strong><br />

• De schouwburg bevestigt het prestigieuze, traditioneel beeld van <strong>Kortrijk</strong>,<br />

maar refl ecteert ook de gezelligheid die eigen is aan de stad.<br />

“De schouwburg is traditie, het uithangbord van <strong>Kortrijk</strong>.” (vrouw, jonge tweeverdiener,<br />

high culture)<br />

“ De schouwburg doet denken aan veel bourgeoisie. Dat past eigenlijk niet meer bij<br />

<strong>Kortrijk</strong>. Dat zijn eerder de verhalen die ik hoor van mijn vader. Nu zie ik dat niet<br />

meer.” (man, student, low culture) “ 84<br />

4.3. Cijferanalyse<br />

Tegenover het uitstekende cijfermateriaal dat de bibliotheeksector op Vlaams niveau<br />

al langer aanbiedt, zijn de cultuurcentra aan een inhaalbeweging toe. Recent (9<br />

november 2011) presenteerde het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en<br />

Volwassenen evenwel de allernieuwste cijfers. Zij maken een systematische vergelijking<br />

tussen 2005 en 2009, maar geven ook aan hoe <strong>Kortrijk</strong> zich verhoudt tegenover<br />

de andere 10 A-centra. Het is grotendeels op basis van dit materiaal dat we onderstaande<br />

analyse maakten.<br />

Zonder tegenindicatie gaan we in de volgende cijfers altijd uit van een vergelijking<br />

van CK* met de 10 andere A-centra, voor het jaar 2009. Dat is immers het recentste<br />

jaar waarvoor we én lokale én Vlaamse cijfers hebben.<br />

Een erg belangrijk kanttekening: de Vlaamse cijfers bevatten zowel de cijfers van<br />

CK*/Track* als van de OC’s. Dat geldt niet voor de andere A-centra, waardoor ongenuanceerde<br />

vergelijking hachelijk is.<br />

De jongste twee seizoenen stond een andere directeur aan het hoofd van CK*; het is<br />

best mogelijk dat de cijfers voor 2010 of voor het lopende seizoen een ander beeld<br />

geven. Deze analyse geeft dan ook noodgedwongen vooral een beeld van het recentste<br />

verleden, niet noodzakelijk van vandaag.<br />

84 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 69


a. activiteiten<br />

• AANTAL<br />

Een gemiddeld A-centrum brengt 314 podiumactiviteiten, tegenover 274<br />

voor <strong>Kortrijk</strong> ( - 13%)<br />

De oprichting van Humuz (2010) als cultuureducatieve dienst blijkt aan een<br />

behoefte te beantwoorden: <strong>Kortrijk</strong> scoort de voorbije jaren een behoorlijk<br />

stuk onder het gemiddelde voor educatieve activiteiten. Andere CC’s<br />

hebben evenwel vaak een aanbod cursussen, workshops en lezingen die in<br />

<strong>Kortrijk</strong> door de LLL-centra & vormingplus georganiseerd worden.<br />

• RECEPTIEVE ACTIVITEITEN<br />

7<br />

<strong>Kortrijk</strong> herbergt over de hele lijn aanzienlijk meer receptieve activiteiten<br />

dan de benchmark: 2,4 keer meer podiumactiviteiten, ruim het dubbel<br />

aan educatieve activiteiten, bijna 40% meer tentoonstellingen en 5,7<br />

keer méér andere activiteiten. Dat alles is uiteraard toe te schrijven aan de<br />

drukke benutting van ontmoetingscentra en buurthuizen.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

146


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

147<br />

7<br />

• VERHOUDING EIGEN / RECEPTIEVE ACTIVITEITEN<br />

<strong>Kortrijk</strong> brengt dus minder eigen activiteiten dan het gemiddelde van de<br />

A-centra, maar aanzienlijk meer receptieve.<br />

Dat geldt voor alle soorten activiteiten.<br />

• GENRES


7<br />

Qua eigen podiumactiviteiten wijkt CK* beduidend af van het gemiddelde<br />

in volgende genres (professionele uitvoeringen): dans ( ruim de helft<br />

meer), klassieke muziek (de helft minder, maar er is een receptief aanbod<br />

via organisaties zoals Festival van Vlaanderen, Euterpe en Jeugd & Muziek).<br />

Ook voor literatuur (geen activiteiten) en amusement vallen de cijfers op.<br />

In die laatste categorie gaat het in 2009 om een verrassende afwijking op<br />

de cijfers van de voorgaande jaren en ook de jaren nadien ontbrak humor<br />

zeker niet in het aanbod. En wat literatuur betreft: er is een geregeld en<br />

hoogwaardig aanbod in de Orangerie, maar het klopt inderdaad dat een<br />

grote speler als Behoud de Begeerte ontbreekt in het podiumaanbod.<br />

De grootste deviatie zie je evenwel bij fi lm en aanverwante; daar scoort<br />

<strong>Kortrijk</strong> slechts een kleine 20% van de benchmark. Ongetwijfeld heeft de<br />

aanwezigheid van zowel Kinepolis als -vooral- de Budascoop daar veel<br />

mee te maken. Het lijkt me volstrekt acceptabel dat CK* in de gegeven omstandigheden<br />

op dat vlak slechts een beperkte rol speelt.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

148


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

149<br />

7


Bij de receptieve activiteiten valt op dat er beduidend meer theater,<br />

dans, populaire en klassieke muziek en amusement gebracht wordt. Dat<br />

geldt zowel voor het professionele als voor het amateuristische aanbod. Bij<br />

de andere activiteiten gaat het om veelvouden van het gemiddelde in elk<br />

genre: 7 keer zoveel repetities, 5,5 keer het aantal vergaderingen, bijna 5<br />

keer meer ontspannings- en ontmoetingsactiviteiten. Ook hier merk je het<br />

intensieve gebruik van de gedecentraliseerde werking, maar er zijn ook<br />

heel wat receptieve activiteiten, vergaderingen en repetities in Muziekcentrum.<br />

b. aantal deelnemers<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

150


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

151<br />

7<br />

Deze cijfers slaan uitsluitend op de eigen activiteiten.<br />

• Behalve amusement, waarin <strong>Kortrijk</strong> 30% meer toeschouwers telt, en<br />

ontspannings- en ontmoetingsactiviteiten ( 345%) is er geen enkel<br />

genre waarin <strong>Kortrijk</strong> het beter doet dan het gemiddelde. Wetend<br />

dat ook het aantal activiteiten doorgaans lager ligt dan de benchmark,<br />

hoeft dat niet te verwonderen. Het geeft evenwel ook aan dat er ook<br />

intrinsiek problemen zijn: behalve een opstoot in 2007 vertonen de podiumactiviteiten<br />

een dalende lijn, van 53.586 naar 43.695 deelnemers.<br />

Het totaal aantal deelnemers daalt van 56.832 naar 51.173 (opnieuw<br />

met een eenmalige positieve uitschieter in 2007). Voor 2010 zien we<br />

evenwel opnieuw een fi kse stijging tot 56.401.<br />

Bij de andere A-centra is het patroon anders: daar stijgt het aantal deelnemers<br />

jaar na jaar, al zie je dat in 2009 de crisis zich al laat voelen bij<br />

de podiumactiviteiten.


7<br />

• Bij het schoolaanbod nemen we een markante evolutie waar: op 5 jaar<br />

tijd zette <strong>Kortrijk</strong> zijn achterstand in deelnemersaantal om in een voorsprong<br />

qua kleuters en lagere school, ook al omdat er in <strong>Kortrijk</strong> een<br />

stijgende tendens was tegenover een dalende bij de andere centra. Het<br />

aantal deelnemers in het secundair onderwijs blijft in <strong>Kortrijk</strong> vrij stabiel;<br />

bij de A-centra daalt ook dat cijfer, maar uiteindelijk blijft <strong>Kortrijk</strong><br />

hier nog altijd steken op 2/3. Vijf jaar geleden haalde CK* op dat vlak<br />

evenwel niet eens de helft van het gemiddelde.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

152


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

153<br />

7<br />

c. omkadering<br />

d. uitgaven<br />

Inzake Omkadering wijkt CK* vrij grondig af van het doorsnee-patroon, al<br />

is er ook intern een opvallende evolutie bij <strong>Kortrijk</strong>. Door de band genomen<br />

is de conclusie evenwel dat <strong>Kortrijk</strong> beduidend minder ateliers en<br />

workshops aanbiedt; dat is ook het geval voor rondleidingen en sfeerscheppende<br />

activiteiten. Er zijn aanzienlijk meer dan gemiddeld vernissages.<br />

Het aantal inleidingen, nabesprekingen, lezingen en interviews ligt bijna in<br />

alle jaren opvallend hoger dan het gemiddelde.<br />

Het agentschap presenteert ook fi nanciële gegevens, met name over alle<br />

inkomsten en uitgaven, exclusief investeringen in infrastructuur.


7<br />

Daaruit blijkt dat CK van 2005 tot 2009 een uitstekend fi nancieel beleid<br />

gevoerd heeft: de uitgaven liggen doorgaans licht onder het gemiddelde<br />

van de A-centra, terwijl de inkomsten er continu aanzienlijk boven liggen.<br />

Bovendien stijgen de inkomsten van CK in die periode beduidend sterker #7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

154


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

155<br />

7<br />

dan het gemiddelde. Als gevolg van dat alles ligt de veronderstelde bijdrage<br />

van de stad in 4 van de 5 jaren sterk onder het gemiddelde. Voor 2009 is het<br />

verschil zelfs 36%!<br />

CK rijft meer subsidies binnen dan gemiddeld, maar dat geldt ook voor<br />

de eigen inkomsten, voornamelijk te danken aan inkomsten uit drank &<br />

vestiaire.<br />

De programmerings- en marketinguitgaven fl irten in absolute cijfers met de<br />

benchmark.<br />

e. personeelsbestand<br />

Het personeelsbestand is de afgelopen 5 jaar met ruim 10% verminderd,<br />

terwijl het in de A-centra juist steeg. We moeten evenwel opmerken dat een<br />

aantal personeelsleden gaandeweg meer en meer voor ‘gebiedswerking’<br />

actief waren alsook voor bvb. ondersteuning van het verenigingsleven of<br />

van Overleg Cultuur regio <strong>Kortrijk</strong>. Dat verklaart ook het iets hoger aantal<br />

staffuncties. In de praktijk werkt in 2010 evenwel slechts zo’n 65 à 70% %<br />

van de staf voor CK*.<br />

Ik meen dan ook dat het onjuist is te concluderen dat de strikt culturele<br />

werking van het cultuurcentrum over meer dan gemiddeld personeel zou<br />

beschikken.


Wat wel opvalt is dat er zowat het dubbel is van onderhoud- & schoonmaakpersoneel,<br />

terwijl voor toezicht & bewaking <strong>Kortrijk</strong> het met een<br />

vijfde van het gemiddelde doet. Wellicht speelt voor het eerste ook een<br />

effect van de ruime decentrale werking, inclusief Track*.<br />

Het valt dan ook te vrezen dat deze cijfers, vanwege de specifi eke <strong>Kortrijk</strong>se<br />

situatie, geen echt representatief beeld geven. In realiteit kan het personeel<br />

voor CK* en Track samen de laatste jaren eerder op ca. 30 geraamd<br />

worden dan op 43 à 44.<br />

f. conclusies<br />

7<br />

• De <strong>Kortrijk</strong>se situatie is op het gebied van culturele infrastructuur uitzonderlijk.<br />

Wellicht is er geen enkele Vlaamse stad die verhoudingsgewijs<br />

meer decentrale ontmoetingscentra en buurthuizen heeft. Dat zie je ook in<br />

de cijfers: aanzienlijk meer receptieve activiteiten. Het zijn vooral amusement<br />

en ontspannings- en ontmoetingsactiviteiten die hier erg hoog scoren.<br />

• Daar staat tegenover dat <strong>Kortrijk</strong> over de hele lijn onder het gemiddelde<br />

van de eigen activiteiten blijft van een A-centrum.<br />

• In de eigen programmering zie je de helft meer dans dan gemiddeld, maar<br />

het aanbod klassieke muziek ligt dan weer de helft lager. Gaandeweg zijn<br />

de literaire podiumactiviteiten weggevallen. Voor fi lm zorgen twee privéspelers<br />

voor een aanzienlijk en gevarieerd aanbod, met name Kinepolis en<br />

de Budascoop (in een zaal die de stad verhuurt). Inzake schoolvoorstellingen<br />

voor kleuters en jonge kinderen is de achterstand omgebogen in voorsprong.<br />

Het aanbod voor secundair onderwijs blijft ondanks inspanningen<br />

1/3 lager liggen. De omkadering van de eigen activiteiten vertoont op #7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

156


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

157<br />

7<br />

meerdere vlakken grote afwijkingen van wat elders gangbaar is.<br />

• Dank zij hoge inkomsten en uitgaven rond het gemiddelde heeft het cultuurcentrum<br />

de afgelopen jaren relatief weinig ‘gekost’. De veronderstelde<br />

bijdrage van de stad ligt in 2009 zelfs 36% lager dan gemiddeld.<br />

• CK* heeft op papier zo’n 10% meer personeel dan elders, maar een deel<br />

daarvan werkt voor de gebiedswerking e.a.. Verder detailonderzoek is<br />

nodig, maar m.i. heeft CK zeker niet méér personeel voor de strikt culturele<br />

werking dan de andere A-centra, integendeel. Net als in de bibliotheeksector<br />

geldt hier dat de -succesrijke- decentrale werking uiteraard ook implicaties<br />

heeft op het vlak van personeel, wat veel minder speelt bij de andere<br />

A-centra. In de toekomst zal een helderder beeld mogelijk zijn. Het is ook<br />

zeer wenselijk om transparantie en eenduidigheid in de cijfers te creëren.<br />

4.4. Toekomstige werking<br />

De Raad van Bestuur van het Cultuurcentrum heeft in mei/juni van dit jaar een strategische<br />

oefening gehouden, die geldt als één van de inspiratiebronnen van onderstaande<br />

voorstellen over de toekomstige werking.<br />

1. Relatie CK – OC’s/buurthuizen<br />

De jongste jaren is de relatie tussen CK* en de OC’s geëvolueerd, van een<br />

rasterstructuur waarbij werkingen & personeelsinzet afgestemd waren op<br />

elkaar, langs een overgangsfase met nogal wat spanningen tot het living apart<br />

together van vandaag. De achtergrond van dat alles was het decreet Lokaal<br />

Cultuurbeleid, waarbij de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong> enerzijds zijn unieke net van decentrale<br />

culturele infrastructuur de nodige professionele ondersteuning ter plaatse<br />

wou geven, maar anderzijds zijn Vlaamse subsidies niet wou kwijtspelen.<br />

Die ondersteuning gebeurde via de inzet van personeelsleden die, met het oog<br />

op de Vlaamse subsidiëring, golden als kaderpersoneel van het cultuurcentrum,<br />

maar gaandeweg volledig in de Gebiedswerking ingeschakeld werden.<br />

Overigens met de uitdrukkelijke afspraak dat cultuur een essentieel deel van<br />

het werk ter plaatse bleef.<br />

Inmiddels is er het zogenaamde ‘planlastdecreet’, waardoor de Vlaamse regering<br />

op 28 oktober 2011 het gewijzigde decreet Lokaal Cultuurbeleid goedkeurde.<br />

Daarmee vervallen een aantal verplichtingen, o.a. :<br />

• De verplichting van een cultuurbeleidsplan, waarmee ook de subsidie-


koppeling verdwijnt tussen uitvoering van het cultuurbeleidsplan en<br />

de functie van cultuurbeleidscoördinator.<br />

• De voorwaarden omtrent personeelsformatie en bezetting.<br />

In de plaats daarvan gelden volgende afspraken:<br />

7<br />

• Elke gemeente die een beroep wil doen op Vlaamse subsidies moet<br />

driejarige actieplannen over haar lokaal cultuurbeleid opnemen in de<br />

strategische meerjarenplanning.<br />

• Subsidies worden gekoppeld aan de Vlaamse beleidsprioriteiten, die<br />

samen met subsidiecriteria en -verdeling worden uitgewerkt in het<br />

uitvoeringsbesluit.<br />

• De subsidieaanvraag en rapportering verlopen via de strategische meerjarenplanning<br />

en de BBC.<br />

• Controle gebeurt op activiteiten of output - i.p.v. inputniveau.<br />

Verder geldt ook ondermeer dat de lokale overheid particuliere verenigingen<br />

en instellingen moet ondersteunen ter waarde van min. 0,8 euro/inwoner en<br />

moet beschikken over een bibliotheek en een cultuur- of gemeenschapscentrum.<br />

Voor <strong>Kortrijk</strong> vormt dat uiteraard geen probleem.<br />

In het algemeen komt het er dus op neer dat je als stad niet meer beoordeeld<br />

wordt op basis van input (aantal personeelsleden, openingsuren…) maar wel<br />

op basis van output: meetbare resultaten, prestaties, effecten. Daarmee hoeft<br />

<strong>Kortrijk</strong> zich niet meer in de bochten te wringen die boven beschreven zijn,<br />

maar kan een volgende stap gezet worden. M. i. moeten zowel cultuurcentrum<br />

als gebiedswerking nu hun eigen missie duidelijk uitschrijven en in nog<br />

grotere autonomie hun weg gaan, maar… met heldere en werkbare afspraken<br />

inzake samenwerking. Gebiedswerking is ruimer dan cultuur, maar cultuur<br />

is er een essentieel onderdeel van. Een SLA moet dan ook duidelijk maken<br />

hoe de afspraken zijn over programmering, marketing & promotie, technische<br />

bijstand, enz…<br />

De Raad van Bestuur van CK* heeft in zijn strategische bezinning van 21 juni<br />

2011 alvast een goede voorzet gegeven inzake missie en taakverdeling. Het<br />

uitgangspunt is de drievoudige opdracht van het lokaal cultuurbeleid:<br />

• cultuurspreiding (rol binnen het artistieke veld, werkgelegenheid van<br />

artiesten, promoten van cultuur, ook de ‘fragielere’ genres);<br />

• cultuurparticipatie (deelnemen & deelhebben aan cultuur)<br />

• gemeenschapsvorming<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

158


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

159<br />

7<br />

Men onderscheidt daarbij volgende elementen als van belang vanuit Raad van<br />

Bestuur en Staf CK*:<br />

• Presentatie: tonen en spreiden van voorstellingen, opzetten van projecten,<br />

kunsteducatie.<br />

• Participatie: mensen motiveren om deel te nemen aan kunst&cultuur,<br />

beleving staat centraal, buiten de muren treden.<br />

• Muziekcentrum Track: belangrijke pijler waarbij men werkt op ontmoeting,<br />

educatie, programmatie en creatie.<br />

• Uit in <strong>Kortrijk</strong> (nader te onderzoeken): welke rol is weggelegd voor Uit<br />

in <strong>Kortrijk</strong> naar stad/regio?<br />

• Expertise: CK* wordt erkend door de buitenwereld als expertisecentrum<br />

voor artistieke programmering, is trekker op bepaalde projecten.<br />

Twee elementen worden minder belangrijk geacht of niet als speerpunt gezien<br />

voor CK*:<br />

• Gemeenschapsvorming: eerder inbreng doen op artistiek inhoudelijk<br />

vlak, niet als trekker van dergelijke projecten<br />

• Puur faciliterende rol naar de verenigingen toe in Muziekcentrum<br />

Track.<br />

“Bij cultuurspreiding en -participatie gaat het eerder om het bestaande<br />

aanbod tot bij de mensen te brengen. Gemeenschapsvorming focust vooral op<br />

de sociale impact en vertrekt van een maatschappelijke diagnose. Hierbij is<br />

de publieksopkomst niet de graadmeter, maar wel de mate waarin het samenleven<br />

zelf beroerd wordt. Gemeenschapsvorming verankert een centrum ahw<br />

in zijn lokale omgeving en kan inspirerend werken voor cultuurparticipatie,<br />

spreiding, vorming, …<br />

Het spreekt voor zich dat de lijn tussen deze drie opdrachten heel dun is en<br />

dat elke opdracht direct samenhangt met de andere” 85 .<br />

Zowel Schouwburg/Track als OC’s en buurthuizen hebben potentieel voor<br />

cultuurspreiding en cultuurparticipatie. Als dit strategisch beleidsplan essentieel<br />

gaat over keuzes maken, dan mààkt de Raad van Bestuur er alvast<br />

inzake gemeenschapsvorming. In wezen pleit hij voor een (genuanceerde)<br />

85 Gemeenschapsvorming & participatie; voorbereidend document RvB CK* 21 juni 2011


taakverdeling, waarbij schouwburg/muziekcentrum hun rol vooral zien in<br />

cultuurspreiding en -participatie, wat een productmatige invulling geeft aan<br />

het begrip gemeenschapsvorming. De gebiedswerking, daarentegen, is door<br />

zijn meerprocesgerichte benadering, erg goed geplaatst voor een meer systematische<br />

inzet op gemeenschapsvorming.<br />

2. Cultuurcentrum & Track<br />

7<br />

De Schouwburg komt in het perceptie-onderzoek (7.4.2.) van Callebaut &<br />

C° naar voor als een solide factor inzake cultuur voor een breed publiek. Het<br />

is dank zij een sterke ‘generalist’ als CK* dat ‘specialisten’ zoals Track, De<br />

Kreun, KC Buda e.a. hun werking des te beter kunnen ontplooien. En omgekeerd<br />

is het dank zij zulke gespecialiseerde aanbieders dat de Schouwburg<br />

voluit kan gaan voor een breed en gevarieerd aanbod in een grote zaal. Dat<br />

is ook de unieke rol van de Schouwburg, niet alleen in <strong>Kortrijk</strong>, maar ook in<br />

de ruime regio. In de ambitie en strategie van <strong>Kortrijk</strong> als centrumstad moet<br />

het beleid dan ook absoluut inzetten op de Schouwburg als dé zaal waar de<br />

topvoorstellingen voor de Zuid West-Vlaanderen gebracht worden en zelfs<br />

voor een deel van het Franstalige hinterland. En op CK* als essentiële partner<br />

in ruimere samenwerkingen rond topevenementen, zoals Next er één aan het<br />

worden is.<br />

Hoe positief de huidige werking ook mag overkomen bij het brede publiek,<br />

die ambitie waarmaken veronderstelt een verdere doelgerichte opbouw,<br />

waarbij er nog meer echte top-selectie op scene gebracht worden. Naar analogie<br />

met Radio 1, waarvan de afspraak is dat de luisteraar dààr altijd eerst<br />

de belangrijke informatie zal krijgen, moet de afspraak met het publiek zijn:<br />

wie vertrouwt op de Schouwburg zal het beste van het seizoen zien. Uiteraard<br />

bestaan er op dat vlak geen waterdichte garanties en het publiek zal die ook<br />

niet eisen, maar CK* moet gelden als dé geloofwaardige gids in het niet te<br />

behappen podiumaanbod. Geloofwaardigheid veronderstelt dat men de sector<br />

tot en met kent en volgt, perfect op de hoogte is van evoluties, zowel bij<br />

gerenommeerde aanbieders als aanstormend talent en een netwerk, infrastructuur<br />

en service heeft waardoor de toppers graag terugkomen, aan betaalbare<br />

voorwaarden. Dat alles veronderstelt voldoende, uitstekende prospectoren die<br />

het genre waarvoor ze verantwoordelijk zijn door en door kennen en er ook op SPEERPUNTEN<br />

hun beurt geloofwaardigheid genieten. Dat potentieel is aanwezig; het is nu<br />

zaak om het verder kansen te geven.<br />

VIER<br />

Daarnaast moet ook het Muziekcentrum Track volwaardig uitgebouwd wor- DE<br />

den als deel van CK* en in samenhang met de muziekorganisaties die nu al #7<br />

160


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

161<br />

7<br />

geconcentreerd zijn in en om het gebouw op het Conservatoriumplein (en<br />

straks ook de Bibliotheek): De Kreun, het Conservatorium, Muziek & Jeugd,<br />

Vlamo, het Festival van Vlaanderen, Respiro dell’ arte,… Inmiddels heeft<br />

<strong>Kortrijk</strong> al een zekere track record met eigentijdse muziek (Goose, Ozark<br />

Henry, Balthasar, SX,…), maar tot voor kort helaas een weinig assertief communicatiebeleid.<br />

Nu het Vlaams Parlement op 14 december 2011 een resolutie<br />

heeft aangenomen om werk te maken van een popbeleid, kunnen Track en De<br />

Kreun daar op termijn misschien hun voordeel mee doen. Het besef is overigens<br />

gekomen dat de stad best met enige trots mag uitpakken met zijn realisaties<br />

inzake cultuurproductie. Op dat vlak is er de aanwezigheid van interessante<br />

en vakkundige privé-spelers op de professionele en semi-professionele<br />

scene: Track, De Kreun, Festival van Vlaanderen, Respiro dell’Arte (muziek)<br />

maar ook Antigone, KC Buda, de Unie der Zorgelozen (podium), Passerelle<br />

(dans), , …<br />

De stad hoeft hier dus geen hoofdrol te spelen, misschien wel een regierol.<br />

Een goede ondersteuning van deze partners in elk geval belangrijk (zie verder<br />

punt 8. Participatie & samenwerking). We weten immers dat de middelen<br />

beperkt zijn, maar CK* moet niet de ambitie hebben om alles zelf te doen.<br />

Overigens is er nu al in de feiten een attitude van openheid tegenover deskundige,<br />

complementaire partners, wat een uitstekende basis is voor goed begrepen<br />

samenwerking op langere termijn. Op het vlak van klassieke muziek bvb.,<br />

waarin <strong>Kortrijk</strong> een beperkt eigen aanbod heeft (zie 7.4.3. A), lijkt ondersteuning<br />

van de genoemde partners, of van organisaties zoals Euterpe me een<br />

zinvoller optie dan te investeren in eigen initiatieven.<br />

3. Expertisepool ‘podiumprogrammatie’: extra muros & evenementen<br />

Recent heeft CK zijn opdracht verruimd, met name naar de publieke ruimte.<br />

Het is overigens een trend in alle centra: de voorbije 5 jaar steeg het aantal extra<br />

muros activiteiten met liefst 85 % en het aantal openluchtactiviteiten met<br />

50%. Inmiddels organiseren de Vlaamse cultuurcentra ca. 1/5 van hun eigen<br />

activiteiten buiten hun muren.<br />

In <strong>Kortrijk</strong> ligt aan de basis van deze verruiming de invalshoek om wat eertijds<br />

een ‘culturele infrastructuur’ was niet langer als een gebouw te beschouwen,<br />

maar als een ‘expertisepool’. Uiteindelijk is programmeren voor een<br />

zaalpubliek of voor een publiek op een plein slechts een gradueel verschil,<br />

geen essentieel. En de expertise over ‘podium’ zit ten enenmale bij het team<br />

programmatoren van de schouwburg. Dit kadert ook in een denken waarbij<br />

we afstappen van ‘gebouwen’ op zich, maar eerder de organisatie inrichten op


asis van functies en vakkennis. Op die manier kun je de competenties die in<br />

je directie aanwezig zijn, maximaal laten renderen, over de traditionele grenzen<br />

van gebouw, ‘dienst’ of ‘afdeling’ heen.<br />

Een tweede punt is de versnippering van de visie, budgetten en inspanningen.<br />

Ik pleit uitdrukkelijk voor één plaats in de organisatie waar het stedelijke evenementenbeleid<br />

gecoördineerd wordt en waar, in het kader van de citymarketing<br />

en na het nodige overleg met actoren uit cultuur, sport, jeugd, e.a. de visie<br />

ontwikkeld wordt. Nu zijn ‘Evenementen’ zowel administratief als politiek<br />

verdeeld over verschillende personen en budgetposten, wat leidt tot verkruimeling<br />

en gebrek aan slagkracht.<br />

Vanuit deze visie moet een evenementenbeleid ontwikkeld worden, dat ook<br />

het belang van deze evenementen vertaalt in globale budgetten. In de gegeven<br />

omstandigheden pleit ik niét voor een grootschalig periodiek evenement zoals<br />

Brugge Centraal of Lille3000. Dat is niet uit principe, maar uit pragmatiek. De<br />

middelen zijn gewoon niet aanwezig en wie dat nu wil forceren, zal moeten<br />

vaststellen dat hij geld draineert van al bestaande initiatieven.<br />

Ik pleit wél voor een mix van eigen CK*-evenementen, vaak in partnership<br />

(Student Welcome Concert, Next festival, Spinrag, De Kunstbende, Medialab)<br />

,stadsevenementen (Sinksen, Eindejaar, 11 juli, met State of the Union<br />

van de Minister-President, waarna volksfeest op de markt & zomer,…) en een<br />

ondersteuning van of zelfs hechte samenwerking met privé-initiatieven (bvb.<br />

Interieur), naargelang van hun relevantie. In dat laatste geval is een convenant<br />

op zijn plaats, waarbij de stad afspreekt wat er verwacht wordt tegenover de<br />

verleende subsidie.<br />

Dit geldt als minimum. Het belet niét dat er geen zichtbaarder evenementenbeleid<br />

zou kunnen ontplooid worden, via een breed overleg met verenigingsleven,<br />

kunstensector (die vragende partij is) en andere relevante partners.<br />

Het evenementenbeleid onderscheidt vier categorieën:<br />

7<br />

• bestaande evenementen (ik pleit ook hier voor keuzes: less is more)<br />

• nieuwe (waarvoor men vertrekt vanuit een briefi ng of vanuit een aangereikt<br />

idee, gebaseerd op de totaalvisie)<br />

• ad hoc ( ook hier is selectie nodig, op basis van een nog op te maken<br />

lijst van criteria)<br />

• derden (idem)<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

162


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

163<br />

7<br />

Overigens moet men zich realiseren dat evenementen voor de uitstraling van<br />

de stad per defi nitie een beperkt, want tijdelijk effect hebben. Naarmate het<br />

aantal evenementen overigens stijgt, daalt het soortgelijk gewicht van elk<br />

apart evenement. Waar constant muziek is, valt alleen een occasionele stilte<br />

op.<br />

Het evenementenbeleid mondt uit in een evenwichtige evenementenkalender,<br />

zowel qua spreiding in het jaar als over de jaren heen. Het is absoluut<br />

noodzakelijk dat hier een bezinning aan voorafgaat, zoals ook Jan Callebaut<br />

adviseert, om goed na te denken over de pakweg vijf evenementen waarmee<br />

de stad zich wil onderscheiden op jaarbasis.<br />

Op basis van het evenementenbeleid worden integrale budgetten gealloceerd.<br />

In punt 5.2. ‘Observaties & analyse’ deed ik al de vaststelling dat één<br />

evenement tot vijf à zes fi nanciers kon hebben; dermate dat het totaalbudget<br />

soms bijna het dubbel was van wat je bij een vluchtige blik zou concluderen.<br />

Ik meen dat men andersom moet werken: eerst vanuit een totaalvisie op evenementen<br />

bepalen wat het belang is van een bepaald event en daar vervolgens<br />

een overeenkomstig integraal budget op plakken.<br />

Al vóór elk evenement wordt een evaluatiedatum afgesproken, waarna het<br />

evenementenbeleid eventueel wordt bijgestuurd.<br />

Vzw Fik is in moeilijke omstandigheden dapper zijn rol blijven spelen. De<br />

doelstelling om sponsoring binnen te halen, was door de constructie zelf geen<br />

haalbare kaart. Het is beter om bij het begin van een nieuwe legislatuur te vertrekken<br />

van een eenduidige evenementenwerking binnen de stadsdiensten zelf,<br />

zoals hierboven geschetst. Daarnaast kan een partnership ontwikkeld worden<br />

met een bestaande organisatie wiens doelstellingen voldoende congruent zijn<br />

met die van het evenementenbeleid. Op dat vlak zie ik veel potentieel in een<br />

samenwerking met vzw Handelsdistrict <strong>Kortrijk</strong> Centrum. Het kan uiteraard<br />

niet de bedoeling zijn dat evenementen herleid zouden worden tot commercieel<br />

nuttige organisaties. Ik zie wel nuttige synergie op het vlak van communicatie<br />

en promotie (bvb. in Franstalige regio’s), benadering van sponsors<br />

en bij specifi eke evenementen (bvb. Eindejaar in <strong>Kortrijk</strong>). Zulk een samenwerkingsovereenkomst<br />

kan via een addendum bij de lopende samenwerkingsovereenkomst<br />

met de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>. Voor de rest geldt ook hier wat elders in<br />

deze nota een gouden regel is: elke partner vertrekt van zijn eigen missie maar<br />

zoekt naar win-wins door samenwerking. Daarnaast is ook synergie met het<br />

Kunstenoverleg aangewezen, dat ondermeer in <strong>Kortrijk</strong> Congé, maar ook in<br />

de recurrente activiteiten van zijn leden.


4. Cultuureducatie<br />

De vijfjaarlijkse publicatie ‘Participatie in Vlaanderen’, waarnaar we herhaaldelijk<br />

verwezen in hoofdstuk 5 van dit beleidsplan, bevat minstens één<br />

opvallende constante: vrijwel overal geven harde cijfers aan hoe belangrijk de<br />

cultuureducatie is voor kinderen die van thuis uit weinig met cultuur in aanraking<br />

komen.<br />

Bart Caron wijst in zijn recente boek ‘Niet de kers op de taart’ terecht op de<br />

noodzaak aan begeleiding als je participatie niet enkel horizontaal ziet , maar<br />

ook verticaal. Horizontale spreiding brengt cultuur effectief dichter bij mensen.<br />

In het geval van populaire cultuur zie je vaak een snel rendement. “Maar<br />

het werkt niet voor ‘hogere’, voor moeilijker of minder toegankelijke cultuurvormen.(…)<br />

Hier speelt de verticale spreiding, ook wel sociale cultuurspreiding<br />

genoemd. Die is nauw verbonden met kennis en gewoonte. ‘De belangstelling<br />

voor kunst ontstaat uit de mogelijkheid en het vermogen om ermee om<br />

te gaan. Vandaar dat het aanbod niet voldoende is, ook het vermogen moet<br />

ontwikkeld worden” 86 .<br />

Het pleit daarom voor de stad dat zij al langer dan vandaag een initiatief als<br />

Humuz, de <strong>Kortrijk</strong>se cel Cultuureducatie, mogelijk maakt. Tot nog toe was<br />

deze werking evenwel een soort van enclave binnen cultuur. Omdat één van<br />

de doelstellingen op korte termijn is dat iedereen zou weten wat zijn of haar<br />

plaats in de organisatie is en dat we daarbij naar logische en werkbare verbanden<br />

zoeken, is beslist om Humuz formeel in te bedden in de werking van<br />

CK*. In het licht van het ‘stationsproject’ valt overheveling naar de bibliotheek<br />

evenwel op termijn te overwegen.<br />

Het ingediende subsidiedossier bij minister Schauvliege leidde helaas nog<br />

niet tot bijkomende mogelijkheden, vanwege de bezuinigingen op Vlaams<br />

niveau. Toch blijft dit een belangrijk speerpunt in het beleid van de minister.<br />

Het is evenwel wachten op deze subsidie eer er meer slagkracht komt van<br />

de momenteel noodgedwongen nog ietwat beperkte werking. Vanwege het<br />

participatief effect en belang, pleiten we er in elk geval voor dat deze werking<br />

verdere kansen zou krijgen.<br />

86 Caron, B., Niet de kers op de taart. Waarom kunst- en cultuurbeleid geen luxe is, Kalmthout, 2011, p. 82-83<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

164


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

165<br />

7<br />

5. Samenwerking Horeca<br />

In het ‘Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>’ wijzen Callebaut &<br />

C° herhaaldelijk op het belang van horeca voor cultuur. In de culturele sector<br />

is het besef neergedaald dat een fi lm- of toneelavond geen geïsoleerd gegeven<br />

is en soms zelfs niet eens het centrale gebeuren, maar kadert in een veel<br />

ruimere beleving. Op de keper beschouwd duurt een modale theatervoorstelling<br />

zowat anderhalf uur, maar vaak spreekt men vooraf en vooral nadien af<br />

met vrienden om wat bij te praten of iets te gaan eten. Jaren geleden pakte<br />

men al uit met Amsterdamse cijfers dat elke gulden subsidie er, ondermeer<br />

via horecareturn, vier terugbracht. <strong>Kortrijk</strong> is Amsterdam niet en spijkerharde<br />

bewijzen heb ik nooit gezien, maar het is een feit dat de horeca een serieuze<br />

knauw zou krijgen als plots alle culturele beleving wegviel. Omgekeerd - en<br />

dat bevestigen de bevindingen van Callebaut & C°- heeft de culturele sector<br />

ook de horeca hard nodig. De schouwburg kan de prachtigste voorstellingen<br />

programmeren, maar zonder een natje en een droogje nadien, is de beleving<br />

onvolmaakt.<br />

Ik bepleit dan ook constructief overleg tussen horeca en cultuur, waarbij<br />

potentieel en obstakels bekeken worden. Een Brugs initiatief van eerder dit<br />

jaar lijkt me voor toepassing vatbaar: “Het Concertgebouw Brugge heeft met<br />

negen horeca-uitbaters uit de buurt een overeenkomst afgesloten om cultuur<br />

en culinair voortaan te combineren. Het initiatief, dat de naam ‘Concertgebouw<br />

Servies’ meekrijgt, moet cultuurfreaks de mogelijkheid bieden voor een<br />

concert iets te eten, zonder iets van het concert te missen, maar ook achteraf<br />

nog ergens terecht te kunnen voor een hapje en een drankje” 87 . Algemeen<br />

directeur Katrien Van Eeckhoutte gaf me tekst en uitleg. In samenwerking met<br />

de dienst lokale economie kwam een partnership tot stand tussen stad, Interparking,<br />

het Concertgebouw en 9 horecazaken in de buurt. Deze laatste engageren<br />

zich tot een kwalitatief aanbod, tijdige bestellingen vòòr het concert en<br />

voldoende openingstijd na afl oop. In ruil krijgen ze promotie (zowel print als<br />

digitaal) en via Interparking. Er is voldoende variatie in het horeca-aanbod,<br />

van kleine hap over wereldkeuken tot culinair. Alle betrokken horecazaken<br />

krijgen een label van het Concertgebouw en voeren promotie onder de noemer<br />

‘Concertgebouw Servies’, met als gevatte logo een stemvork. Met 85.000<br />

bezoekers per jaar, waarvan 1 op 3 een concert wil combineren met een<br />

horecabezoek in de buurt, voor of na, kom je aan een gemiddelde van ruim 75<br />

horecabezoeken per werkdag en uiteraard beduidend meer per concertdag.<br />

Pas naarmate het seizoen vordert zal duidelijk zijn of het initiële succes handhaaft,<br />

maar zonder tegenindicatie lijkt dit me een bijzonder interessant proef-<br />

87 (Belga), Concertgebouw in Brugge combineert voortaan cultuur met culinair, De Morgen, 6 september 201188)


project. Misschien is zelfs een lanceeractie mogelijk met een all-in-ticket,<br />

waarbij theaterbezoekers die de voorstelling combineren met een diner van<br />

een gereduceerd parkeertarief kunnen genieten. Promotie van de voorstellingen<br />

via alle partners is uiteraard ook een troef.<br />

6. Financieel beleid<br />

Ondanks de puike cijfers (zie 7.4.3., D.) blijft het beperkte programmeringsbudget,<br />

berekend op maximaal ca. 125.000 euro toegelaten verlies, een rem op<br />

de expansie. Ik bepleit een stapsgewijze verhoging, bvb. van 3 jaar à 25.000<br />

euro, zodat er in 2015 een priogrammeringsbudget is van 200.000 €. Dat is<br />

nodig om de ambitie waar te maken om dé schouwburg van Zuid West-Vlaanderen<br />

te zijn.<br />

Verder is er het probleem van de Europese subsidies voor cultuur, die bedreigd<br />

zijn of al uitdoven. Zowel voor een aantal kunstenorganisaties als voor<br />

de stad is dit een ernstige situatie, waarop men moet anticiperen. De stichting<br />

van een internationale vzw voor Next (of misschien ook Spinrag?) is zeker het<br />

overwegen waard en wellicht zijn uitvoeringsbesluiten voor Vlaamse-Waalse<br />

samenwerking nu toch eindelijk op til. Gezamenlijke aanpak met Kunstenoverleg<br />

en politiek lijkt me hier aangewezen.<br />

Anderzijds heeft het cultuurcentrum binnen zijn autonomie wellicht ook zelf<br />

mogelijkheden in handen. Professor Jan Colpaert kwam al eerder tot de bevinding<br />

dat de doorsnee cultuurliefhebber bereid is om beduidend meer voor<br />

zijn ticket te betalen dan hij in werkelijkheid doet. Wel is er bij lineaire prijsstijging<br />

al snel een daling van de participatie. Financieel is het bilan positief<br />

(meer inkomsten door iets minder mensen die beduidend meer betalen), maar<br />

je boet in aan participatie, zeker in de zwakste groepen. 88<br />

Een alternatief is prijsdifferentiatie. Prijsdifferentiatie betekent dat men<br />

voor ongeveer hetzelfde product een andere prijs vraagt. Hogere én lagere<br />

toegangsprijzen zijn dan mogelijk. Dit wordt momenteel in sommige cultuur-<br />

en gemeenschapscentra al toegepast door middel van diverse rangen en<br />

abonnementen: voor een zitje met een betere zichtlijn betaalt men iets meer<br />

en vroege ‘boekers’ die een bepaald aantal kaarten afnemen, genieten via het<br />

abonnementensysteem van een korting. Het rangensysteem heeft evenwel zijn<br />

beperkingen en leidt in doorgedreven vorm tot stigmatisering waarbij minder<br />

kapitaalkrachtigen de slechtere zitjes betrekken.<br />

88 Presentatie Cultuur en sport; Betalingsbereidheid voor het gebruik van cultuur- en sportgoederen, s.d.<br />

7<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

166


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

167<br />

7<br />

In een recente, nog niet gepubliceerde case-studie past professor Colpaert<br />

prijsdifferentiatie toe op abonnementen. Hij stelt dat men abonnementen nog<br />

te vaak ziet als een goedkopere manier om tickets te kopen, maar in een succesrijke<br />

omgeving is een abonnement in eerste instantie een garantie op een<br />

zetel. De Vlaamse Opera ging concreet in op de theorie van Colpaert en een<br />

abonnement werd er slechts 5% goedkoper tegenover losse tickets, in plaats<br />

de 20% vroeger. Het resultaat was een meeropbrengst van 100.000 euro op 3<br />

maanden tijd, terwijl het aantal abonnementen stabiel bleef. Ook in het Cultuurcentrum<br />

van zijn woonplaats Bierbeek gebeurde hetzelfde, hier weliswaar<br />

gecombineerd met een zgn. time-lock (‘tot dan kun je enkel abonnementen<br />

kopen; pas enkele weken later losse tickets’). Het aantal abonnementen steeg<br />

er van 300 naar 500. Colpaert stelt dan ook dat de meeste centra, zonder verlies<br />

aan participatie, hun inkomsten met 30 % tot soms 40 % kunnen optrekken.<br />

Wel pleit hij voor een blijvende aanzienlijke prijsreductie voor bepaalde specifi<br />

eke categorieën, bvb. jongeren, jonge gezinnen, mensen met bescheiden<br />

inkomen. Maar hij adviseert ook om goed na te denken waarom en welke categorieën:<br />

een reductie voor 55-plussers is algemeen geaccepteerd, maar nogal<br />

wat van de medioren zitten juist in een fase van hun leven die fi nancieel het<br />

meest comfortabel is (huis afbetaald, kinderen de deur uit). Een signifi cant<br />

deel van de senioren zijn bemiddeld en hebben een hoge betalingsbereidheid<br />

die momenteel niet ten gelde wordt gemaakt. Toch is korting voor 55+ of 60+<br />

in vele centra vaste prik, maar niemand piekert er over een reductie te geven<br />

voor pakweg alleenstaande moeders, aldus Colpaert. Overigens heeft CK* dit<br />

seizoen korting voor +55j afgeschaft. Zonder klachten overigens, maar er zijn<br />

algemene abo-kortingen die voor iedereen gelden.<br />

Vrienden van...-reductie is een alternatief voor het abonnementensysteem.<br />

Men voorziet een reductie voor elk bezoek van het lid/ de vriend van het huis.<br />

Iedereen heeft zo op hetzelfde moment toegang tot de verkoop van tickets. De<br />

ervaring leert dat het centrum in de loop van het jaar meer tickets verkoopt.<br />

De opbrengst van de verkoop van de lidkaarten of vriendenpassen is ook niet<br />

onderhevig aan een partageregeling zoals dat bij klassieke ticketverkoop of<br />

abonnementen wel het geval is.<br />

We moeten nadrukkelijk vermelden dat het verschil tussen een abonnement<br />

en losse tickets in <strong>Kortrijk</strong> niet zo groot is; doorgaans 13 à 20%. Toch verdient<br />

het aanbeveling om via een genuanceerde prijszetting en -differentiatie<br />

te kijken in welke mate hier eigen meeropbrengsten mogelijk zijn, zonder in<br />

te boeten op het vlak van participatie. Andere alternatieven zijn bvb. korting


voor een minder populaire dag, al is dat iets wat makkelijker werkt bij reeksen<br />

of bij fi lms.<br />

Bij ingrijpende veranderingen in het prijsbeleid is een draagvlak binnen de<br />

organisatie noodzakelijk. Het onthaal en de collega’s aan de ticketbalie zijn<br />

hierbij sleutelfi guren.<br />

4.5. Masterplan<br />

In 2006 werd als ‘Slotfase renovatie <strong>Kortrijk</strong>se Schouwburg’ een masterplan opgesteld<br />

en gedeeltelijk uitgevoerd (foyer, scene, trekken,…). Toch zijn een aantal<br />

belangrijke zaken nog niet gerealiseerd. Er blijven dan ook problemen inzake<br />

• Kantoren<br />

• Uitwinkel<br />

• Loges en douches<br />

• Keuken en personeelsruimte<br />

• Laad- en losruimte; opbergruimte<br />

• Foyer en bijhorende keukenruimte<br />

7<br />

Een van de problemen is de atypische indeling van de schouwburg. Doorgaans gaat<br />

men uit van 1/3 schouwburgzaal, 1/3 backstage & personeel en 1/3 publieksruimte<br />

(foyer, hall,…). In <strong>Kortrijk</strong> kloppen die verhoudingen historisch niet, vooral de hall<br />

is verhoudingsgewijs erg krap. Wat doorgaat voor hall mag die naam eigenlijk niet<br />

hebben, terwijl de tentoonstellingsruimte in de Hazelaarstraat straks zonder bestemming<br />

is (maar uiteraard niet geschikt als hall). Een globaal plan dringt zich dan ook<br />

op, temeer omdat er terecht ook stemmen opgaan om het Schouwburgplein her in te<br />

richten, met eventueel een luifel als extensie van de hall en een rechtstreekse toegang<br />

van de parkeergarage tot de Schouwburg. Indien het Schouwburgplein overigens<br />

heraangelegd wordt, denk ik dat een goede gelegenheid zich aandient om uit te maken<br />

welke bestemming Grote Markt en Schouwburgplein prioritair krijgen en welk<br />

plein prioritair als evenementenplein moet beschouwd worden. In het nadeel van het<br />

Schouwburgplein pleit alvast het gebrek aan horeca, de ‘kale’ wanden en de perceptie<br />

van Grote Markt als belangrijkste agora van de stad.<br />

Wetend hoe belangrijk en algemeen gewaardeerd de Schouwburg is, kan ik alleen<br />

maar aandringen op een globale maar ook grondige aanpak, zij het dat de uitvoering<br />

stapsgewijs kan - bijvoorbeeld gespreid over de eerste jaren van de volgende legislatuur.<br />

In dezelfde oefening moet m.i. zonder taboes de horeca-inplanting bekeken<br />

worden; eerder al is aangetoond hoe belangrijk dat is.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

168


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

169<br />

7<br />

Daarbij moet ook goed nagedacht worden over de Uitwinkel, in een veel ruimere<br />

visie over een one-stop-shop met ticketing tot zelfs zaalreservatie. In de implementatie<br />

die op de goedkeuring van dit document zal volgen moet een fi jnmazige oefening<br />

gebeuren, in overleg met de collega’s van jeugd en sport, maar het valt ernstig te<br />

overwegen om van de nu al vrij succesrijke Uitwinkel dé balie te maken voor reservaties.<br />

Vanzelfsprekend geldt dat niet alleen voor de eigen organisaties, maar evenzeer<br />

voor die van socio-culturele verenigingen en kunstorganisaties.<br />

Het lijkt me ook niet onlogisch dat hier de centrale zaalreservatie gebeurt, zowel<br />

fysiek als online. Een alternatief is de ‘Algemene ondersteuning verenigingsleven’<br />

op het stadhuis. Het is in elk geval geen optie meer om reservaties voor pakweg het<br />

Erfgoedhuis enkel daar te laten gebeuren. We moeten de gebruiker één (zowel fysiek<br />

als virtueel) loket aanbieden waar hij up-to-date informatie krijgt over de beschikbaarheid<br />

van àlle culturele infrastructuur. Daarbij is een onderscheid tussen podium-,<br />

tentoonstellings- en vergaderzalen wenselijk.<br />

Of deze dienst ook geldt voor de OC’s en buurthuizen moet blijken. De logica lijkt<br />

me: alleen als dat het voor de gebruiker gemakkelijker wordt en dus : als je een zeer<br />

accurate on-line-reservatie kunt uitbouwen. Zo niet, dan moet je een inwoner uit<br />

Kooigem of Heule niet verplichten om zich tot ‘de centrale reservatie’ te wenden.<br />

Maar idealiter is er één module die up to date aangeeft welke lokalen beschikbaar<br />

zijn. Zeg maar: een 1777 voor lokaalreservatie. Ter overweging: momenteel kan, in<br />

<strong>Kortrijk</strong> alleen al, iemand die een stedelijk lokaal zoekt voor een culturele bestemming<br />

zich wenden tot minstens 10 adressen en telefoonnummers, de gebiedswerking<br />

nog niet meegerekend: Muziekcentrum Track*, Erfgoedhuis,Concertstudio , De <strong>Kortrijk</strong>se<br />

Schouwburg, Oranjerie Broelmuseum, Streekbezoekerscentrum 1302, BudascoopBudatoren,<br />

Voormalige Sint-Pauluskerk, Dienstencentrum De Zonnewijzer.<br />

Verder is er nergens een overzicht over de bezettingsgraad van de zeer uitgebreide<br />

culturele infrastructuur. Tezelfdertijd blijft het verenigingsleven op gezette tijden<br />

herhalen dat er een tekort aan lokalen is in <strong>Kortrijk</strong> centrum. Een centrale reserveringsmodule<br />

zal ons ook inzicht geven in de effectieve noden: om welke zalen gaat<br />

het, hoe groot moeten ze zijn, geldt dat voor alle dagen van de week, enz… Het zou<br />

ook kunnen dat via een effi ciënte planningsmodule het probleem ook oplosbaar blijkt<br />

te zijn via de huidige infrastructuur, wat dan op zijn beurt weer een zicht zal geven<br />

op de al of niet noodzaak van investeringen. Overigens lijkt samenwerking met<br />

bestaande privé-zalen (bvb. straks Scala) me op zijn minst een optie die het onderzoeken<br />

waard is.<br />

Overigens zijn er momenteel grote verschillen tussen de deelgemeenten en het<br />

centrum op vlak van huurtarieven (gaande van gratis tot vrij duur), winst op drank


7<br />

(gaande van alle winst tot geen winst) en inzetten van personeel (geen personeel,<br />

gratis personeel tot personeel te betalen). Transparantie en een billijke regeling zijn<br />

wenselijk. Ook moeten de criteria voor gunstige voorwaarden tegen het licht gehouden<br />

worden. Het kan niet de bedoeling zijn om een soort verkapte huwelijksfeesten<br />

toe te laten in de stedelijke infrastructuur; daarvoor bestaan in <strong>Kortrijk</strong> genoeg privézalen.<br />

Verder is de nakende integratie in één directie ‘mens’ een gelegenheid om de retributies<br />

tegen het licht te houden en er een algemene logica in te krijgen. Door het<br />

opgesplitst zitten in diverse directies oogt de retributiepolitiek nogal disparaat en wijken<br />

tarieven nogal eens af als je ze vergelijkt met elkaar. Dat geldt ook voor het ter<br />

beschikking stellen op langere termijn, bvb. van kantoorruimte. Ik kan slechts wijzen<br />

op het nog altijd vigerende artikel Artikel 5 van het Cultuurpact (decreet van 28<br />

januari 1974) dat stelt: “De overheid mag een infrastructuur slechts permanent ter<br />

beschikking stellen van een instelling met een ideologische en fi losofi sche strekking,<br />

indien zij in staat is binnen een redelijke termijn ook een gelijkaardig voordeel toe te<br />

kennen aan de andere instellingen die het vragen. De terbeschikkingstelling mag in<br />

geen geval langer duren dan de termijn die loopt tot de vernieuwing bij verkiezing<br />

van de vertegenwoordigende vergadering van de overheid die de beslissing neemt.”<br />

Het is goed dat <strong>Kortrijk</strong> aan een aantal (semi-)professionele organisaties deze service<br />

verleent, maar een billijk prijsbeleid moet gegarandeerd zijn. We komen daar ook op<br />

terug in hoofdstuk 8.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

170


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

171<br />

7<br />

4.6. Identiteit, branding en missie<br />

In de toekomst moet CK voluit zijn potentieel ontwikkelen en effectief een prominente<br />

rol kunnen spelen in en voor de centrumstad <strong>Kortrijk</strong>. Ondermeer door<br />

meer extra muros activiteiten en expertise-inbreng in evenementen, maar ook door<br />

toppodiumproducties is CK* een essentiële speler om het ‘derde niveau’ van Callebaut<br />

& C° te ontwikkelen in de stad: de stad als verrassende, frisse, inspirerende<br />

omgeving. De raad van bestuur onderscheidt daarbij 4 pijlers in zijn werking: twee<br />

begrippen (presentatie en participatie) en twee ruimten (Track en Uit in <strong>Kortrijk</strong>) –<br />

(zie verder ook bijlage 10):<br />

Mijns inziens is het nodig om bij dit alles ook de hele branding te herdenken. CK<br />

mét asterisk, as opposed to OC, is een spielerei die weliswaar zijn betekenis had,<br />

maar helaas nooit zijn effect. Ik herinner me ook niet dat iemand tegenover mij de<br />

term CK in de mond nam; iedereen had het altijd over ‘de schouwburg’. Als iedereen<br />

het al gebruikt, en als het zulk een positieve connotatie heeft en bovendien zegt wat<br />

het is, met name : een schouwburg, dan moeten we het misschien niet veel verder<br />

zoeken. Wel moet de relatie met het muziekcentrum duidelijk zijn, zeker nu dit terecht<br />

gedefi nieerd is als bestanddeel en zelfs pijler van het Cultuurcentrum. Dat is al<br />

langer zo, maar in de perceptie voelt dat helaas niet zo aan.<br />

Dit alles moet uitmonden in een nieuwe, scherpere missie voor het cultuurcentrum:<br />

Schouwburg <strong>Kortrijk</strong> organiseert cultuurbeleving en -participatie door middel van<br />

een kwalitatieve artistieke podiumprogrammering en unieke projecten voor een zo<br />

breed mogelijk publiek in <strong>Kortrijk</strong> , Zuid West-Vlaanderen en de Eurometropool. De<br />

organisatie geldt als dé stedelijke expertisepool voor podiumactiviteiten in zaal of<br />

openlucht.<br />

Met Muziekcentrum Track ontwikkelt Schouwburg <strong>Kortrijk</strong> een platform voor muziekcreatie,<br />

-educatie en –presentatie.<br />

Schouwburg <strong>Kortrijk</strong> is vaak autonoom initiatiefnemer, maar staat open voor relevante<br />

samenwerking en neemt , naargelang het nodig is, de rol op van regisseur,<br />

partner, verbinder of netwerker.


• De Schouwburg moet zijn ambitie als hét podium van Zuid-West-Vlaanderen<br />

waarmaken, door volgende ingrepen:<br />

• Helderheid in missie, taken, personeel en cijfers tussen CK en OC’s, met<br />

goede SLA’s.<br />

• Track, met een regierol inzake muziek, ontwikkelen als volwaardig bestanddeel<br />

van het cultuurcentrum.<br />

• CK* stelt ook zijn expertise ter beschikking voor het mken van een evenementenbeleid,<br />

het ontwerpen van een evenementenkalender en het<br />

programmeren van evenementen. Het evenementenbeleid moet gebaseerd<br />

zijn op duidelijke criteria, nuttige partnerships, grondige evaluatie na het<br />

evenement en een correcte vertaling van de waarde in eenduidige budgetten.<br />

Het is wenselijk dat één schepen de politieke verantwoordelijkheid<br />

krijgt over alle culturele evenementen.<br />

• Zoeken naar win-wins met horeca.<br />

• Verhogen van het programmeringsbudget met 25.000 € gedurende drie<br />

jaar, zodat het opgetrokken wordt van 125.000 tot 200.000.<br />

• Toepassen prijsdifferentiatie, om de eigen inkomsten te verhogen<br />

• Anticiperen op het verdwijnen van Europese subsidies, in ruggespraak<br />

met politiek en Kunstenoverleg.<br />

7<br />

• Het Masterplan planmatig uitvoeren, gespreid in de tijd en in samenhang<br />

met de geplande heraanleg van het Schouwburgplein.<br />

• De Uitwinkel , in collegiaal overleg uitbouwen tot one-stop-shop met ticketing<br />

tot zelfs zaalreservatie.<br />

• Criteria voor erkenning en retributies tegen het licht houden met het oog<br />

op transparantie, gelijkheid en billijkheid.<br />

#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

172


#7 DE VIER SPEERPUNTEN<br />

173<br />

7<br />

<br />

• Een objectiverend onderzoek voeren rond de nood aan zalen in <strong>Kortrijk</strong><br />

centrum.<br />

• Grondig herdenken van de branding van CK* en Track*


PARTICIPATIE &<br />

SAMENWERKING<br />

1. INTERNE SAMENWERKING<br />

1.1. Schepen van cultuur – ambtenaar<br />

De tijd dat het schepenambt in een centrumstad iets was ‘dat je er bij nam’ ligt al<br />

lang achter ons. Ook is er inmiddels bijna overal een meer transparante en correcte<br />

cultuur ontstaan waarbij de politiek minder gaat ingrijpen in een operationele werking<br />

die eertijds erg aanlokkelijk was (bvb. benoemingen). Het is dan ook tijd om<br />

heldere afspraken te maken binnen wat nu de directie cultuur is over wat de taken<br />

zijn van respectievelijk schepen van cultuur en leidend ambtenaar. Dit onderdeel<br />

is overigens het resultaat van overleg tussen schepen van cultuur en intendant. De<br />

afspraken zijn in volledige consensus genomen. Voor de details verwijs ik graag naar<br />

bijlage 11.<br />

1.2. Voorzitterschappen<br />

<strong>Kortrijk</strong> heeft een lange traditie waarbij het gangbaar is dat politici voorzitter zijn<br />

van bestuursraden. De belangrijkste zetels gaan doorgaans naar schepenen; de<br />

minder belangrijke naar gemeenteraadsleden van de meerderheid. Op zich is dat niet<br />

ondemocratisch; tenslotte zijn politici verkozenen van het volk. Het Cultuurpact van<br />

28 januari 1974 verbiedt het overigens niet, maar beveelt het evenmin aan.<br />

In een aantal gevallen loopt dat voorzitterschap voortreffelijk; in andere gevallen<br />

ervaren vriend, vijand en helaas ook de betrokkene zelf de functie als een troostprijs.<br />

Als een schepen van cultuur voorzitter is, verzeil je soms in de nogal vreemde situatie<br />

dat je adviezen aan jezelf moet schrijven, of, erger nog, klachten of protestbrieven<br />

naar het college waar je deel van uit maakt.<br />

Het lijkt me een goed moment om op zijn minst de vanzelfsprekendheid van dit<br />

decennia oude systeem in vraag te stellen. Er zijn namelijk twee goede redenen om<br />

voorzitterszetels niet a priori voor meerderheidsleden voor te behouden:<br />

1. Je laat momenteel een soms belangrijk niet-partijpolitiek potentieel liggen<br />

2. Je kunt op die manier de dialoog tussen politiek en veld stimuleren<br />

8<br />

Beide lijken me op zijn minst aan de spirit te beantwoorden van het Cultuurpact. De<br />

oppositie moet dan wel de discipline hebben om van bestuursraden geen mini-gemeenteraden<br />

te maken. Ik heb overigens het gevoel dat de aanwezigen in die culturele<br />

bestuursraden de afgelopen jaren over partijgrenzen heen vooral dachten in<br />

#8 PARTICIPATIE & SAMENWERKING<br />

174


#8 PARTICIPATIE&SAMENWERKING<br />

175<br />

8<br />

functie van de organisatie waarvan ze bestuurder waren. Het is precies vanuit die positieve<br />

voedingsbodem dat ik nog een stap verder wil gaan en pleit voor voorzitters<br />

met een hoge maatschappelijke en intellectuele waarde, die bij voorkeur niét uit de<br />

politiek komen, al kan dat niet verboden worden. Het gaat dus eerder om een advies<br />

een gentle(wo)man’s agreement, dan om een strikte bepaling. De bedoeling moet zijn<br />

om de toppers uit de privé-sector aan te trekken en hen ook verantwoordelijkheid te<br />

geven, in een constructieve dialoog met de politiek verkozenen.<br />

1.3. <strong>Stad</strong>sdiensten onderling<br />

Het nieuwe organogram is een opportuniteit om binnen de ruime nieuwe directie<br />

‘Mens’ interne optimaliseringen te realiseren, ondermeer door uitwisseling van best<br />

practices:<br />

1. Nu is de beleidsinvulling vooral sectoraal ingevuld. Door het nieuwe organogram<br />

ontstaat een opportuniteit voor een geïntegreerde beleidsvoorbereiding,<br />

-planning en -uitvoering vanuit een globale stedelijke visie op ‘mens’,<br />

inbegrepen cultuur.<br />

2. Uit eerdere contacten tussen de directies Welzijn en Cultuur bleek dat er in<br />

beide directies veel expertise in huis is: bij Cultuur eerder aanbodsgericht,<br />

bij Welzijn is er dan weer veel kennis van specifi eke doelgroepen/fl ankerende<br />

maatregelen (drempels wegwerken/kansarmoede…). Zowel op vlak van<br />

middeleninzet (personeel) als op vlak van kennis kan dit effi ciënter worden<br />

samengebracht/ingezet. Voor de doelgroepenbenadering (zie 8.2.) is dit een<br />

uitgelezen opportuniteit. Ook het onderwijs is hier een evidente partner: de<br />

Bib kan samen met GOKleerkrachten en het taalbeleid van de stad <strong>Kortrijk</strong>,<br />

onderwijs ondersteunen in de opdrachten rond taalachterstand.<br />

3. Door de jaren heen zijn reglementeringen en dienstverlening nogal uiteengegroeid;<br />

het is nu zaak om, waar wenselijk of nodig, te streven naar meer<br />

uniformiteit op het vlak van:<br />

• Subsidieregelementen<br />

• projecttoelagen (diverse reglementen)<br />

• retributies<br />

• infrastructuur : afspraken rond gebruik en aanbod gebouwen<br />

• éénvormigheid in de ondersteuning van vrijwilligers, vereniging, adviesraden


4. De ruimere directie ‘Mens’ is een geschikt moment om een aantal ‘evidenties’<br />

tegen het licht te houden en te streven naar rationalisering, ondermeer op het<br />

vlak van:<br />

• Netwerking: wie zit waar met welk mandaat, met welke stadsvisie en<br />

welke opdracht.<br />

• Adviesraden: optimaliseren van de werking op het vlak van samenstelling,<br />

opvolging, uitvoering en rationalisering van de ondersteuning.<br />

2. DOELGROEPENWERKING<br />

Doelgroepenwerking is een opdracht van alle cultuurhuizen en zelfs alle directies. Alleen<br />

moet deze kunnen aangestuurd worden vanuit mensen die de kennis van doelgroepen<br />

hebben. Zoals hierboven aangestipt biedt het nieuwe organogram een opportuniteit.<br />

Het huidige D-team, misschien in de toekomst ook in synergie met een het OCMW, kan<br />

binnen de nieuwe directie ‘Mens’ op dit vlak een zeer vruchtbare rol vervullen.<br />

Bij drie doelgroepen willen we even nader stilstaan.<br />

1. Jongeren<br />

89 Die jeugd van tegenwoordig, Pub-ezine, 30 mei 2011<br />

8<br />

Wat willen jongeren vandaag? Een recent onderzoek van marktonderzoeker<br />

Herman Troch voor Jim-TV geeft alvast enig inzicht:<br />

• Zowat 67% van de jongeren wil zichzelf blijven verder ontwikkelen.<br />

Heel belangrijk voor de Vlaamse jongeren is ook om in iets uit blinken<br />

(62%). Ze willen hun talenten ontplooien en aantonen dat ze uniek zijn.<br />

• Verveling is absoluut taboe. Afwisseling en variatie / continu op zoek<br />

naar prikkeling (73%). Gamen is terug te vinden in vele facetten van<br />

hun dagelijks leven.<br />

• Muziek speelt een sterke rol in hun leven en is één van de belangrijke<br />

elementen waarmee jongeren zich ontspannen (79%) en hun vrije tijd<br />

beleven. Muziek heeft ook een belangrijke invloed op wie ze zijn<br />

(57%) en ze gebruiken muziek actief om te ontdekken wat ze willen<br />

zijn in het leven (47%). 89<br />

Het is duidelijk dat naar jongeren toe Track, maar ook De Kreun en organisaties<br />

zoals Student Welcome belangrijk zijn in het cultuurbeleid van <strong>Kortrijk</strong>.<br />

Er ligt overigens een ontwerp-convenant op tafel tussen CK*/Track en De<br />

#8 PARTICIPATIE & SAMENWERKING<br />

176


#8 PARTICIPATIE&SAMENWERKING<br />

177<br />

8<br />

Kreun waarbij beide partijen (de stad, zowel directie cultuur als Team Jeugd<br />

enerzijds en De Kreun anderzijds) zich principieel akkoord verklaren om de<br />

‘muzieksite’ om en bij het Conservatoriumgebouw te activeren, door middel<br />

van trajectbegeleiding, educatie & vorming, facilitaire ondersteuning (van<br />

repetities tot opnames), de uitbouw van een kenniscentrum, ontmoeting en<br />

externe communicatie annex ticketing. Ook de problematiek van de jeugdfuiven<br />

komt daarbij aan bod. Ik geloof sterk in dat soort afspraken die m.i. via<br />

een convenant kunnen gekoppeld worden aan de jaarlijkse subsidie (zie verder<br />

punt 8. Participatie & samenwerking).<br />

Eerder in dit rapport zagen we al dat de bibliotheek voortreffelijk scoort op<br />

het vlak van werking naar jongeren toe en ondersteuning naar het basis en<br />

secundair onderwijs. Als het gaat om zelfontwikkeling, dan kan, naast Track<br />

voor muziek, Buda als eiland van creatie op diverse andere domeinen een<br />

belangrijke rol gaan spelen.<br />

2. Ouderen<br />

Cultuurbeleidscoördinator Roos Desmet maakte een omvattende analyse van<br />

de ouderen-thematiek, met daarbij ook meerdere concrete beleidsaanbevelingen.<br />

U vindt de volledige nota als bijlage 12. Hieronder vat ik de voornaamste<br />

bevindingen samen:<br />

• Ouderen hebben zelfde cultuurbehoeften als jongere generaties:<br />

- Cultuur wordt breed ingevuld: kunst, erfgoed, eetcultuur,…<br />

- Vraag naar een regulier & gevarieerd aanbod<br />

- Behoefte aan vernieuwing & ontdekking; geen verkleutering<br />

- Willen zich minder gebonden voelen, want ook reizen,<br />

kleinkinderen, cursussen volgen,…<br />

• Cultuurparticipatie is ook of zelfs vooral een sociaal gebeuren<br />

- Koffi e & taart voor de enen<br />

- Lunch & causerie voor de anderen<br />

• De specifi eke behoeften hebben te maken met:<br />

- Tijdstip<br />

- Afstand<br />

- Informatie, educatie en toeleiding<br />

- Maatschappelijke aandacht en bijdrage


• Beleidsmatig moet je specifi eke oplossingen zoeken voor specifi eke<br />

groepen:<br />

- Diverse aanpak is vereist<br />

- Waar mogelijk in samenwerking met organisaties<br />

• Specifi ek <strong>Kortrijk</strong>se beleidsuitdagingen zijn:<br />

- De grote concentratie 80+ in centrum<br />

- De veroudering in Zuid-<strong>Kortrijk</strong>: 3 Hofsteden, St.-Elisabeth,<br />

Lange Munte<br />

- Het onveiligheidsgevoel en de vereenzaming<br />

- Nood aan een toegankelijk openbaar vervoer en dito openbare<br />

ruimte<br />

- Bijblijven (op e-snelweg) en zich intellectueel / sociaal<br />

verrijken<br />

- Omgaan met kinderen & jongeren<br />

- Erbij horen en een stem hebben<br />

- De specifi eke groep van senioren in armoede, allochtonen,<br />

bewoners van rusthuizen<br />

Overigens stellen we in de recente stadsmonitor vast dat de tevredenheid over<br />

‘activiteiten voor ouderen in de buurt’ in <strong>Kortrijk</strong> vrij fors toegenomen is, met<br />

ruim 4 punt, terwijl de algemene trend licht dalend is. Daarmee scoort <strong>Kortrijk</strong><br />

sterk boven het gemiddelde (68,2 vs. 59, 1). De stad stijgt ook van de 7e naar<br />

de 2e plaats!<br />

3. Allochtonen<br />

8<br />

In een stad waar 13,8 % van de bevolking van allochtone origine is, heeft cultuur<br />

een specifi eke opdracht inzake participatie. Ik verwijs graag naar wat we<br />

daar eerder in deze nota over schreven (5.5.1. De pluriculturele stad).<br />

Zoals hierboven (8.1.3.) al aangegeven, spreekt het vanzelf dat nauw overleg<br />

met Welzijn en Team Jeugd aangewezen is, evenals met onderwijs (het 4e<br />

middelbaar blijkt een bepalend jaar, waarin men al of niet afhaakt).<br />

Integratie blijft een moeilijke opgave , maar er lopen niettemin een aantal<br />

initiatieven met enig succes, ondermeer in samenwerking met de cel socioculturele<br />

verenigingen. Ook de evolutie die het project ‘<strong>Kortrijk</strong> aan culturen’<br />

op tien jaar tijd doormaakte is markant: van een begin waarin alles voor hén<br />

georganiseerd werd tot de zelfstandige organisatie momenteel. Inmiddels is dit<br />

een vaste waarde op het jaarlijkse stadsfestival Sinksen. Verder beschouw ik #8 PARTICIPATIE & SAMENWERKING<br />

178


#8 PARTICIPATIE&SAMENWERKING<br />

179<br />

8<br />

een erfgoedproject als ‘Ongeloofl ijk’ evenzeer als meer dan verdienstelijk op<br />

het vlak van diversiteit: een oervlaams thema als het katholieke geloof werd<br />

soepel verbonden met de veelheid aan godsdiensten die immigratie met zich<br />

meebrengt.<br />

Taallessen blijven hét belangrijkste, zo stellen schepen Santy en verantwoordelijke<br />

ambtenaar Ann Van Damme. De bibliotheek werkt daaraan mee door<br />

een niet onaardige collectie van ‘wablieft-boeken’ aan te bieden. Basiseducatie<br />

komt systematisch langs met nieuwe groepen taalstudenten. De bib houdt<br />

lezingen voor die doelgroep; ook zijn er praattrainingen; de bibliotheek helpt<br />

met het nalezen op taalfouten van CV’s, men loopt langs met de vraag om<br />

bepaalde administratieve documenten die men thuis ontvangen heeft uit te<br />

leggen, enz . De <strong>Kortrijk</strong>se bibliotheek wordt als laagdrempelig ervaren: veel<br />

allochtonen komen over de vloer voor het internet en de scholieren over de<br />

middag bestaan vaak voor een groot deel uit allochtone jongeren. Als er effectief<br />

een zogenaamd ABC-huis komt in <strong>Kortrijk</strong>, waarom dan niet in de bib<br />

en samen met de bib? De klassen komen toch al langs, het materiaal is toch al<br />

aanwezig.<br />

Cultuur moet ook eens goed nadenken over mogelijke win-wins, misschien<br />

eerder vanuit de gangbare werking dan als apart project. Een combinatie van<br />

artisanaal vakmanschap en innovatie kan een specifi eke uitdaging zijn voor<br />

het Buda-project. Anderhalf jaar geleden al bracht het Vlasmuseum een geslaagde<br />

textielpresentatie met allochtone vrouwen. En wetend hoe belangrijk<br />

dans en muziek zijn voor vele allochtonen, ligt hier wellicht ook denkstof voor<br />

Budascoop/-toren en Track. Ook ‘het kleine ontmoeten’, zoals Ruth Soenen<br />

het noemde 90 , kan een spontane, constructieve rol spelen, in het alledaagse leven.<br />

Het zich <strong>Kortrijk</strong>zaan voelen blijkt immers belangrijk te zijn voor allochtonen<br />

en daarbij helpen zaken zoals een stadswandeling of een socio-culturele<br />

activiteit in de open ruimte.<br />

Ondanks dit alles: het blijkt niet evident om de eigen culturele kring te doorbreken,<br />

van weerszijden. Er is tijd nodig en volgehouden inzet.<br />

90 Soenen, R. en De Brandt, H., Neveneff ecten. Over het kleine ontmoeten in het lokaal cultuurbeleid en de resultaten van het onderzoek van Ruth Soenen, Brussel, 2011


3. KUNSTENOVERLEG<br />

3.1. Een nieuw Kunstenoverleg<br />

In het najaar van 2010 hebben we een traject opgezet om het Kunstenoverleg te reactiveren,<br />

dat de professionele en semi-professionele spelers uit de <strong>Kortrijk</strong>se kunstensector<br />

samenbrengt. U vindt de ledenlijst in bijlage 13. Op basis van een enquête<br />

werd in twee sessies (14/12/10 en 07/02/11) een relancering uitgewerkt, die op 23<br />

maart 2011 formeel werd goedgekeurd door de leden (zie bijlage 14).<br />

Het Kunstenoverleg defi nieert als zijn voornaamste taken:<br />

• Refl ectie over gezamenlijke doelen<br />

• Samenwerking<br />

• Uitwisseling van best practices, kennis, informatie, expertise (ook op zakelijk<br />

vlak)<br />

• Communicatie, marketing & promotie.<br />

• Daarnaast wil het Kunstenoverleg ook het beleid adviseren en gelden als gemeenschappelijke<br />

belangenbehartiger voor de kunstensector.<br />

Inmiddels is Joost Fonteyne verkozen als nieuwe voorzitter. Er vond ook een eerste<br />

overleg plaats met schepen en intendant, op basis van een intentiebrief van het<br />

bestuur.<br />

De belangrijkste afspraken zijn:<br />

• De Kunstensector wil meewerken aan een langetermijnbeleid over grote<br />

projecten / evenementen.<br />

• De discussie over de hoogte van de subsidies wordt in een ruimer kader bekeken.<br />

Er moet duidelijkheid komen door een all-in benchmark die zowel de<br />

fi nanciële subsidie in kaart brengt als de materiële subsidie en rekening houdt<br />

met in- en uitgaande huurgelden. Daarna wordt vergeleken met centrumsteden<br />

van dezelfde grootte.<br />

• <strong>Stad</strong> en Kunstenoverleg zullen samen dossiers verdedigen<br />

8<br />

• Beide partijen streven naar een sterk partnership. Met het oog op een goede<br />

communicatie zal het Dagelijks bestuur de vraag van de schepen in overweging<br />

nemen om ook een vertegenwoordiger van de Directie Cultuur in haar<br />

rangen op te nemen. #8 PARTICIPATIE & SAMENWERKING<br />

180


#8 PARTICIPATIE&SAMENWERKING<br />

181<br />

8<br />

• De oorsprong van het Kunstenoverleg gaat terug naar het ‘kunstenplan’<br />

van midden de jaren 90. Tegen medio 2012 zal het Kunstenoverleg opnieuw<br />

zulk een nota klaarstomen. Van stadswege pleit men er voor dat het nieuwe<br />

Kunstenplan en het Strategisch Beleidsplan van de intendant zoveel mogelijk<br />

zouden sporen.<br />

3.2. Een nieuwe samenwerkingsbasis<br />

Zoals eerder al aangegeven (7.4.4. B) hoeft de stad niét de ambitie te hebben om<br />

overal op het culturele veld op te treden. Los van hun intrinsieke waarde, vervullen<br />

de professionele en semi-professionele kunstenorganisaties op dat vlak een belangrijke<br />

rol in de stad, a fortiori in de ambitie om een ‘boeiend en verrassend speelveld’<br />

te creëren. De doorstart die het Kunstenoverleg in 2011 maakte en de uitdrukkelijke<br />

vraag naar synergie met het stedelijk cultuurbeleid maken dat de tijd rijp is om nog<br />

intensiever samen te werken - weliswaar met respect voor elkaars autonomie en<br />

specifi citeit.<br />

Zeker voor de acht professionele organisaties geldt dat zij een groot deel van hun<br />

subsidies vanwege de Vlaamse overheid ontvangen en dus daar ook de grootste verantwoording<br />

voor hun werking moeten afl eggen. Toch schakelen deze kunstorganisaties<br />

zich ook bewust in in de <strong>Kortrijk</strong>se context. Het is dan ook van belang dat het<br />

stadsbestuur, blijkbaar duidelijker dan vandaag het geval is, hun belang erkent, want<br />

onmiskenbaar is bij nogal wat leden van het Kunstenoverleg de perceptie aanwezig<br />

dat hun betekenis ondergewaardeerd wordt. Bovendien maken zij dat er een specifi<br />

ek aanbod is op het vlak van theater, dans, podiumkunst tout court, bioscoop en<br />

beeldende kunst, dat er anders niet zou zijn en vaak tot het beste in Vlaanderen mag<br />

gerekend worden. Sommigen onder hen kunnen dan ook gelden als ‘ambassadeurs’<br />

voor de stad, maar hebben het gevoelen dat die rol te weinig onderkend wordt door<br />

de stad, laat staan in wederzijds belang benut. Op dat vlak is perceptie realiteit. Het<br />

voorziene geregelde overleg tussen schepen en Kunstenoverleg kan hopelijk een<br />

frustratie wegnemen en een win-wins openleggen.<br />

Daarnaast lijkt me de tijd ook rijp om de subsidiëring te herzien. Hierboven vermeldden<br />

we al de afspraak om niet alleen de puur fi nanciële subsidie te bekijken, maar<br />

ook de ondersteuning op materieel vlak en - al of niet betaald- ter beschikking stellen<br />

van infrastructuur. Er is bovendien nood aan transparantie en gelijkheid op dat vlak.<br />

Het resultaat van de benchmark (fi nanciële en niet-fi nanciële subsidie samen) en<br />

de vergelijking met vergelijkbare centrumsteden moet aangeven in welke mate<br />

bijsturing gewenst is. Wellicht kan ook gedacht worden aan innovatieve vormen<br />

van ondersteuning. Zo lijkt het me voor meerdere spelers belangrijk om te kunnen


participeren in een betere globale cultuurcommunicatie, via eigentijdse en kostenbesparende<br />

instrumenten zoals een degelijke CRM.<br />

Nieuw voor <strong>Kortrijk</strong> is ook het systeem van convenanten dat ik bepleit, althans in<br />

eerste instantie voor de acht professionele actoren. Tot nog toe beperkte de vraag<br />

zich in wezen tot: ‘Welk bedrag krijgen we dit jaar?’. Het lijkt me boeiender en<br />

beleidsmatig meer rendabel om voortaan te vertrekken van de vraag: ‘Wat kan ik u<br />

bieden en wat geef je me daarvoor terug?’ Dat doet geen afbreuk aan de intrinsieke<br />

waarde van kunstenorganisaties op zich, maar geeft een meer doelgerichte dimensie<br />

aan de samenwerking waar beide partijen kennelijk voor open staan.<br />

Zulk een convenant kan samengesteld zijn uit twee delen:<br />

1. Een generiek deel met afspraken voor alle professionele organisaties<br />

2. Een specifi ek deel per organisatie<br />

In het convenant maken beide partijen afspraken over de verwachtingen voor de duur<br />

van de overeenkomst, bvb. op het vlak van aanbod en werking. Deze verwachtingen<br />

moeten uiteraard in verhouding staan tot de fi nanciële en niet-fi nanciële subsidie. Het<br />

bedrag moet dan wel een vaststaand bedrag zijn, geen percentage van een totale pot,<br />

dat varieert naargelang van het aantal gegadigden.<br />

Een proefproject met De Kreun leidde op zijn minst tot een expliciteren en verdere<br />

creatieve uitwerking van de bestaande samenwerkingsintenties. Het systeem van<br />

convenanten wordt ook al een tijd, met succes, toegepast in centrumsteden als Mechelen<br />

en Turnhout. Finaal moet het doel van deze oefening drieledig zijn:<br />

1. Een doelgerichtheid geven aan de subsidie<br />

2. Een billijke regeling transparant maken<br />

3. De materiële subsidie zichtbaar maken<br />

8<br />

De nieuwe legislatuur is een goede gelegenheid om de convenanten als ‘subsidie- en<br />

samenwerkingscontract’ uit te rollen voor de acht professionele kunstenorganisaties,<br />

met een evaluatie na één jaar werking.<br />

#8 PARTICIPATIE & SAMENWERKING<br />

182


#8 PARTICIPATIE&SAMENWERKING<br />

183<br />

8<br />

4. STEDELIJKE CULTUURRAAD SOCIO-CULTUREEL<br />

WERK & VERENIGINGSPLATFORM<br />

4.1. Socio-cultureel verenigingswerk en amateurkunsten<br />

De ‘Cel Socio-cultureel verenigingswerk en amateurkunsten’ ondersteunt het verenigingsleven<br />

en de kunstbeoefening door vorming, overleg, informatie, dienstverlening<br />

en belangenbehartiging van de doelgroep. De cel heeft een gediversifi eerd subsidiesysteem<br />

uitgewerkt en volgt dit ook op. Het team, dat twee personen telt, werkt<br />

mee aan bepaalde stedelijke of verenigingsinitiatieven en zet zelf een beperkt aantal<br />

projecten op (Week van de Amateurkunst, Kunst te <strong>Kortrijk</strong>,…). Verder staat de cel<br />

ook in voor de ondersteuning van de cultuurraad-verenigingsplatform en voorzittersoverleg.<br />

Op beleidsmatig vlak geeft de cel beleidsinsteken of werkt ze concrete<br />

initiatieven uit. De werking is ook pro-actief door nieuwsbrieven en initiatieven voor<br />

overleg. Ik heb kunnen vaststellen dat er een voortreffelijke verstandhouding is met<br />

de sector.<br />

<strong>Kortrijk</strong> kent een sterk cultureel verenigingsleven. In 5.2. gaven we al aan dat de<br />

sterke ondersteuning door de stad ook rendeert: <strong>Kortrijk</strong> bezet in de <strong>Stad</strong>smonitor de<br />

4e plaats voor participatie in het verenigingsleven en de 3e (2008) en de 5e (2011)<br />

qua aantal amateurgezelschappen per 10.000 inwoners.<br />

Het verenigingsleven groeit overigens nog altijd aan:<br />

AANTAL VERENIGINGEN 2007 2008 2009 2010 2011<br />

SUBSIDIEERBARE CULTU-<br />

RELE VERENIGINGEN:<br />

245 249 260 262 264<br />

LEDEN CULTUURRAAD-<br />

VERENIGINGSPLAT-<br />

FORM:<br />

375 380 385 385 402<br />

In 2010 kwamen 264 erkende subsidieerbare culturele verenigingen in aanmerking<br />

voor een subsidie volgens het gemeentelijke erkenningreglement. Een 100-tal<br />

daarvan zijn amateurkunsten verenigingen. Deze verenigingen waren samen goed<br />

voor 5.600 activiteiten. Ze zijn zeer heterogeen qua doelstelling, doelgroep en qua<br />

activiteiten en zorgen aldus voor een rijke en gevarieerde invulling van wat Callebaut<br />

in zijn rapport niveau 1 en 2 genoemd heeft. Niveau 1 staat daarbij voor ‘mijn<br />

vertrouwde eigen kleine wereld’, maar het is vooral op niveau 2, als ‘uitnodigende<br />

wij-plek’, dat het verenigingsleven een unieke, positieve rol speelt. Deze sector<br />

levert dan ook een essentiële bijdrage tot de gemeenschapsvorming. Overigens kun-


nen deze organisaties eveneens bijdragen tot het ‘boeiend en verrassend’ speelveld<br />

(niveau 3) waar Callebaut het over heeft, al is dat geen evidentie.<br />

De subsidie per vereniging varieert tussen 225 euro en 1.500 euro. Het totale subsidiebedrag<br />

dat volgens het gemeentelijke erkenningreglement toegekend werd aan<br />

de subsidieerbare culturele verenigingen bedraagt 112.500 euro. Overigens werden<br />

de subsidies aan verenigingen in 2011 met 50% verhoogd. Zoals eerder al gesteld<br />

is er ook een grote ondersteuning op het vlak van (sterk decentrale) infrastructuur,<br />

die intensief gebruikt wordt. Er is bovendien ook al jaren lang een beleid van gratis<br />

dienstverlening en ontlening; over het algemeen zijn de tarieven zeer laag en bestaan<br />

er mogelijkheden om via drankverkoop ook eigen inkomsten te genereren.<br />

Toch is er de aanhoudende vraag vanuit het verenigingsleven om ook in <strong>Kortrijk</strong><br />

Centrum’ aangepaste vergader- en ontmoetingsinfrastructuur te hebben. Het wegvallen<br />

van de Oude Dekenij laat zich kennelijk blijvend voelen. Perceptie is op dat vlak<br />

realiteit. Toch adviseer ik, zoals al aangegeven in het vorige hoofdstuk, om eerst een<br />

ruime inventaris te maken van wat op vlak van culturele infrastructuur bruikbaar is.<br />

De case van ‘De Zonnewijzer’ gaf al aan dat we daarbij ruimer moeten denken dan<br />

de specifi ek culturele infrastructuur. Als dan ook nog een vlot toegankelijke, overzichtelijke<br />

centralisatie van de zaalverhuur gerealiseerd is, moet een onbevooroordeeld<br />

praktijkonderzoek uitwijzen waar de resterende problemen liggen.<br />

De toenemende professionalisering heeft ook in <strong>Kortrijk</strong> zowel voor kwaliteitsverhoging<br />

gezorgd als voor toenemende complexiteit. Daardoor ontstaat soms een<br />

spanningsveld vanwege het andere stramien en ritme dat het verenigingsleven soms<br />

kenmerkt. En net als elders in Vlaanderen heeft het verenigingsleven hier en daar af<br />

te rekenen met een vergrijzing op bestuursniveau en soms ook in het ledenbestand.<br />

Anderzijds zie je dat altijd weer nieuwe initiatieven de kop opsteken van groepen<br />

mensen die elkaar vinden rond thema’s, ontmoeting of kunstbeoefening.<br />

4.2. Verenigingsplatform<br />

8<br />

De Cultuurraad-Verenigingsplatform telde eind 2011 388 verenigingen en 14 leden<br />

die geen vereniging zijn. In 2011 hebben 5 verenigingen hun werking gestopt, maar<br />

21 nieuwe verenigingen werden dan weer lid van het Verenigingsplatform. Samen<br />

tellen al deze organisaties van het Verenigingsplatform volgens de Cel Socio-Cultureel<br />

Verenigingswerk ongeveer 32.500 leden.<br />

Dit Verenigingsplatform kampt met een gestage veroudering. Dat is overigens vrijwel<br />

overal in Vlaanderen zo: wie destijds als jonge twintiger of dertiger een lans<br />

#8 PARTICIPATIE & SAMENWERKING<br />

184


#8 PARTICIPATIE&SAMENWERKING<br />

185<br />

8<br />

brak voor culturele inspraak, is vaak als rijpe zestiger of zeventig-plusser nog altijd<br />

actief binnen het bestuur van de cultuurraad, waarvan hij de oprichting meemaakte.<br />

Dat pleit voor hun volgehouden inzet, maar inmiddels doet de veroudering vragen<br />

rijzen bij de - toch niet onbelangrijke - representativiteit. De raden zelf werken<br />

inmiddels aan een verbetering van de wisselwerking tussen adviesraden en beleid,<br />

maar de beste manier om meer impact op het beleid te hebben, lijkt me juist het verhogen<br />

van de representativiteit.<br />

Meestal is het geen kwestie van vasthaken aan de functie; integendeel, doorgaans<br />

stelt men met lede ogen vast dat er geen doorstroming en vernieuwing is. Het is mijn<br />

overtuiging dat die er ook niet zàl komen, zolang cultuurraden blijven werken zoals<br />

ze al veertig jaar werken. Jongeren hebben interesse in cultuur en inspraak is voor<br />

hen niets dat moet bevochten worden, maar een manier van leven. Alleen voelen ze<br />

niet de behoefte om daarvoor op weekavonden om 20 uur samen te komen in buurthuizen<br />

en cultuurcentra. Via Twitter, Facebook, ad hoc-communities en andere sociale<br />

netwerken kunnen ze overigens veel sneller en veel ruimer inspraak en dialoog<br />

organiseren.Art 61 van het (nog altijd geldende ) Decreet Lokaal Cultuurbeleid stelt:<br />

“ De gemeente bepaalt de nadere voorwaarden van de werking van de adviesorganen<br />

voor cultuur”. In het ontwerp van nieuw decreet is dat een verder ongewijzigd artikel<br />

42 geworden. Hier ligt een kans voor <strong>Kortrijk</strong>, als stad die innovatie in het vaandel<br />

voert, om een vernieuwend traject af te leggen. Overigens is een deel van wat vroeger<br />

puur ‘inspraak’ was, meer en meer ‘co-productie’ aan het worden – en trend die<br />

je ook in <strong>Kortrijk</strong> vaststelt.<br />

4.3. Conclusies<br />

De ondersteuning van het socio-culturele verenigingsleven en de amateurkunsten is<br />

vrij aanzienlijk, misschien niet zozeer puur fi nancieel, maar zeker op het vlak van infrastructuur,<br />

tarieven, dienstverlening en ondersteuning. Dit zorgt evenwel voor een<br />

belangrijk positief maatschappelijk effect, zoals ook Marc Elchardus al aantoonde.<br />

Ik adviseer dan ook om deze inspanningen op peil te houden, al is het de vraag of<br />

dat zal blijven kunnen tegen dezelfde voorwaarden (gratis of sterk gereduceerde<br />

tarieven). Het lijkt me wel een sector waarin - los van de kwestie van het ‘ontmoetingscentrum<br />

<strong>Kortrijk</strong> centrum’, die objectief onderzocht moet worden- bijkomende<br />

investeringen geen prioriteit zijn.<br />

Tot nog toe was de Cel Socio-cultureel Verenigingswerk en Amateurkunsten niet vertegenwoordigd<br />

binnen de Staf Cultuur. Voortaan moet dat wél het geval zijn. Net als<br />

de collega-aanbieders (bibliotheek, schouwburg, Buda, Musea,…) is dit een volwaardig<br />

bestanddeel van de huidige directie Cultuur.


5. EUROMETROPOOL<br />

8<br />

Op diverse fronten wordt sinds begin 2009 gedebatteerd over de rol van cultuur in de<br />

Eurometropool. Voor het culturele veld nemen Franky Devos en Roos Desmet hier een<br />

actieve rol in. Er werd een document opgesteld met 19 aanbevelingen, dat een overzicht<br />

biedt van mogelijke acties.<br />

Met het aantreden van Stef Vandemeulebroucke als directeur van de Eurometropool<br />

kreeg het agentschap een grotere staf, met o.m. een verantwoordelijke die cultuur en<br />

toerisme zal opvolgen. Binnen de vele uitdagingen die wachten is cultuur evenwel geen<br />

prioriteit en dat is een betreurenswaardig hiaat.<br />

Wellicht zal de stimulus eerder bottom-up gebeuren. Ik merkte herhaaldelijk dat een<br />

aantal professionals buiten en binnen de stadsdiensten en ook sommige politici de Eurometropool<br />

effectief als een waardevolle opportuniteit beschouwen. Dat is ook de visie<br />

van het Kunstenoverleg, waarin De Kreun aanstipt dat het door zijn volgehouden beleid<br />

op dat vlak inmiddels ongeveer 1 bezoeker op 4 uit Franstalige regio’s mag verwelkomen.<br />

De kwalitatieve en kwantitatieve groei van een project als Next, waarin KC Buda<br />

en CK* constructief samenwerken met Waalse en Noord-Franse collega’s, is daar ook<br />

een goed voorbeeld van. Maar ook het Vlamsuseum staat klaar om te functioneren in de<br />

ruimere textielcontext die de hele Eurometropool kenmerkt. In tegenstelling met ‘Cultuur’<br />

is ‘textiel’ overigens wél weerhouden als belangrijk thema binnen de Europmetropool.<br />

Ook in het hoofdstuk over ‘Buda’ (7.2.4.) verwezen we naar een mogelijke grensoverschrijdende<br />

werking en bestuur. Europees geld voor cultuur (ondermeer voor Next) is<br />

essentieel, maar lijkt steeds moeilijker te worden. Om ons als ‘<strong>Kortrijk</strong>’ (privé en stadsdiensten)<br />

goed te organiseren in de Eurometropool, lijkt het me aangewezen om één<br />

centraal punt binnen cultuur te organiseren waar alle internationale projectaanvragen<br />

op zijn minst gemeld worden en, indien gewenst, ook ondersteund. Nu werken we zelfs<br />

in eigen stad, te veel in verspreide slagorde. Het lijkt me toe dat zulk een ‘Expertisecel<br />

internationale projecten’ er best komt in nauw overleg met het Kunstenoverleg.<br />

In de marge nog dit. Als we het echt menen met de Eurometropoolgedachte, dan moet<br />

drietaligheid (Nederlands – Frans – Engels) bij onze grote culturele instellingen en evenementen<br />

(musea, tentoonstellingen, Sinksen, …) gelden als vaste prik. We zien dat ook<br />

bij alle nieuwe initiatieven in Noord-Frankrijk (LAM, Cassel). De Eurometropool zou<br />

dit beleid kunnen offi cialiseren door fi nanciële of promotionele stimuli te voorzien.<br />

SAMENWERKING<br />

&<br />

Maar ook zonder moet dit gelden als evidentie. Wie zich om taalpolitieke reden daarte- PARTICIPATIE<br />

gen verzet, dwaalt of erger nog: bleef in een vorige eeuw hangen. Er is ook een verschil #8<br />

186


#8 PARTICIPATIE&SAMENWERKING<br />

187<br />

tussen buitenlandse marketing en binnenlandse politiek. Vlaanderen moet vandaag<br />

voldoende zelfvertrouwen hebben om zich, a fortiori in een grensstreek, op te stellen als<br />

een moderne, open gemeenschap.<br />

<br />

• Best practices uitwisselen in de nieuwe directie ‘Mens’ op het vlak van<br />

algemene werking, expertise, reglementering, dientverlening en taalverdeling.<br />

• Doelgroepenwerking voor jongeren, ouderen en allochtonen.<br />

• Het Kunstenoverleg betrekken bij een langetermijnbeleid voor evenementen.<br />

• Via convenanten een gemeenschappelijke doelgerichtheid geven aan subsidies<br />

voor kunstenorganisaties<br />

• Nieuwe vormen van niet-fi nanciële ondersteuning toepassen, bvb. op het<br />

vlak van communicatie (CRM)<br />

• Herbronnen inspraak via nieuwe technieken die ook jongeren aantrekken<br />

(bvb. social networks)<br />

• één centraal punt binnen cultuur organiseren waar alle internationale<br />

projectaanvragen op zijn minst gemeld worden en eventueel ondersteund<br />

worden.<br />

• Drietaligheid als minimum in internationale communicatie


CULTUUR-<br />

COMMUNICATIE<br />

In 2010 ging bij de Directie Cultuur 371.000 euro naar communicatie; dat is zowat 4%<br />

van het totaalbudget.<br />

Dat ¼ van dat bedrag naar CK ging is niet verrassend. Voor elk van de tientallen voorstellingen<br />

moet immers zetel na zetel verkocht worden. Het is eerder verwonderlijk dat<br />

¾ naar de rest ging.<br />

Bovendien heerst bij niemand het gevoel dat men hier optimaal bezig is. Dat bevestigt<br />

ook het onderzoek van Callebaut & Co:<br />

“<br />

• Ruim en gevarieerd aanbod<br />

• De kleuren wit en rood (die ook de kleur van <strong>Kortrijk</strong> is) vallen heel sterk op,<br />

en komen in verschillende brochures terug<br />

• De foto’s op de covers van het getoonde communicatiemateriaal over cultuur<br />

stralen gezelligheid uit.<br />

• MAAR:<br />

• De rode draad in het aanbod is zoek.<br />

9<br />

- Er is geen klaarheid in de belofte van de communicatie waar<br />

door alles middelmatig of imitatief lijkt (ck = Calvin Klein, …)<br />

- De visuele contrasten versterken het gebrek aan eenheid: witte<br />

brochures die heel clean overkomen tegenover de gezelligheid<br />

die andere brochures uitstralen.<br />

• De cultuuraanbod legt geen duidelijke accenten: alle evenementen lijken even<br />

belangrijk, er zijn geen hoogtepunten in het aanbod“ 91 .<br />

Een <strong>Kortrijk</strong>zaan drukt het gevat uit: “Ze zouden het beter toch allemaal bundelen. Het<br />

lijken nu allemaal privé-initiatieven”.<br />

En Callebaut besluit: “De diversiteit in het communicatiemateriaal geeft een beeld van<br />

<strong>Kortrijk</strong> als een actieve, geëngageerde en gezellige stad maar het gebrek aan eenheid<br />

in de communicatie-uitingen wijst op een zwakke cultuurstrategie zonder duidelijke<br />

keuzes. Daardoor komt het bourgeois karakter van <strong>Kortrijk</strong> en de valse pretentie bovendrijven“<br />

91 .<br />

91 Callebaut & Co, Kwalitatief onderzoek inzake cultuur in <strong>Kortrijk</strong>, 2011, p. 73<br />

#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

188


#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

189<br />

9<br />

1. COMMUNICATIE ALGEMEEN<br />

Strikt genomen valt ‘communicatie’ op zich buiten het bestek van mijn opdracht. Alleen:<br />

het was me al snel duidelijk dat door enkel te werken aan de cultuurcommunicatie,<br />

het probleem slechts zeer oppervlakkig zou bijgestuurd worden. Echte winst op het vlak<br />

van effi ciëntie en effectiviteit kan er voor de cultuurcommunicatie pas komen als ze<br />

zich inschakelt in een grondige vernieuwing van de globale communicatie van de stad<br />

<strong>Kortrijk</strong>.<br />

Uitgangspunt is de citymarketing als overkoepelende visie, waarin het College van<br />

Burgemeester en Schepenen aangeeft welk soort <strong>Kortrijk</strong> het nastreeft. Dit is een essentiële<br />

oefening die elk nieuw bestuur zal moeten maken, bij het begin van de legislatuur.<br />

De ambtenaren kunnen hier een insteek geven, maar uiteindelijk geldt bij de fi nale<br />

beslissing het primaat van de politiek. Alle diensten en geledingen van de stad dienen<br />

zich daarin in te schakelen in hun specifi eke, diensteigen communicatie.<br />

Een stijlboek geeft aan welke formele afspraken er gemaakt worden inzake lettertype,<br />

kleuren, ‘signatuur’ enz… Deze oefening is in de 2e helft van 2011 gebeurd, na voldoende<br />

overleg binnenshuis.<br />

Eens citymarketing en stijlboek helder en eenduidig zijn, kan de communicatie beginnen.<br />

Ik adviseer om daarbij het systeem te hanteren van ‘de drie S-en’: Sturing,<br />

Service en Subsidiariteit.<br />

• Sturing houdt in dat de dienst Communicatie voortaan vanuit zijn terreinkennis<br />

en expertise de leiding neemt als het over zijn core-business gaat, nl. communicatiemiddelen,<br />

-technieken en -distributie.<br />

• Service impliceert dan weer dat tegenover deze impact ook een dienstverlening<br />

staat waarbij Communicatie de andere diensten de nodige communicatie-<br />

en marketingtools ter beschikking stelt en een professionele verwerking of<br />

uitvoering garandeert.<br />

• Het principe van de Subsidiariteit tenslotte houdt in dat men het aanleveren<br />

van de basiscontent laat gebeuren op het laagst mogelijke niveau waar dat<br />

zinnig en praktisch is, met name daar waar de inhoudelijke kennis aanwezig is<br />

(en dat zal doorgaans de gespecialiseerde persoon of dienst zijn). Dat betekent<br />

in concreto dat de Communicatieafdeling niet alle inhoud zelf schrijft<br />

of dat mensen die nu bvb. op de directie cultuur of sportdienst werken, niet<br />

plots naar de Communicatiedienst moeten verhuizen. In principe blijft elke<br />

afdeling immers verder de content aanleveren waarin zij gespecialiseerd is,<br />

van op de plaats waar zij nu gevestigd is. Wel kan de Communicatieafdeling


deze content bewerken naargelang de tekst bvb. bedoeld is voor een generalistisch<br />

publiek in het maandblad, dan wel een specialistisch doelpubliek in een<br />

folder. Er kunnen ook afspraken zijn, naargelang de capaciteit of competentie<br />

die in de diensten aanwezig is, dat ook dat in de dienst zelf gebeurt. De Communicatiedienst<br />

beheert overigens de digitale informatie en geldt dan ook als<br />

beeldbank (voor al of niet bewegend beeld), ‘eindregie’ voor de plasmaschermen,<br />

enz…<br />

Om meerdere redenen is een nauwe samenwerking met ICT wenselijk. In principe<br />

pleit ik er zelfs voor om ICT en Communicatie samen te smelten tot één nieuwe dienst,<br />

waarin zowel de technologische als de inhoudelijke aspecten van de communicatie<br />

aangestuurd worden. Dat kadert overigens in een beweging die je ook elders ziet, nl. de<br />

verschuiving van ‘informatietechnologie’ (IT) naar ‘informatiestrategie’. In de <strong>Kortrijk</strong>se<br />

context kun je zulk een dienst ‘Communicatiestrategie’ zien als een unit waarin<br />

‘citymarketing’ de strategische aansturing is en IT & Communicatie de operationele<br />

uitvoering. De Provincie West-Vlaanderen heeft overigens IT en Communicatie al samengevoegd,<br />

met goed gevolg.<br />

In de snelle ontwikkeling van IT de voorbije 2 decennia, zijn er immers recent een<br />

aantal grondige veranderingen opgetreden. Vroeger lag de nadruk bij ICT-diensten op<br />

het zo goed mogelijk bouwen van allerlei systemen. Om fi nanciële en praktische redenen<br />

moest andere diensten dan ook soms geduldig wachten tot zij aan de beurt waren,<br />

zoals mensen vroeger moesten wachten op uitbreiding van het gasnet. Momenteel is de<br />

uitbouw in grote trekken voltooid en is het veeleer zaak geworden om te concentreren<br />

op slimme verbindingen, zoals Peter Hinssen ook aangeeft in zijn voortreffelijk boek<br />

‘Digitaal is het nieuwe normaal’. Immers: waar vroeger IT besliste wat er zou gebeuren,<br />

en wanneer - vanuit zijn planmatige discipline - is het in een digitaal tijdperk de eindgebruiker<br />

die beslist welke toepassingen en systemen hij gebruikt (vb. iPad, iPhone,…).<br />

“In een digitale maatschappij verandert het informatiegedrag sneller dan de informatie-systemen.<br />

En IT kan deze looppas niet bijhouden” 93 . Immers, via cloud computing<br />

heeft ook de eindgebruiker snel toegang tot gespecialiseerde leveranciers.<br />

Ook een aantal andere wetmatigheden veranderen, aldus Hinssen. We leven in een<br />

tijdsgewricht waarin het informatieaanbod exponentiëel toeneemt. 20 petabytes is gelijk<br />

aan 20.000 miljoen megabytes. Dat is de hoeveelheid harde schijf ruimte die in 1995<br />

werd geproduceerd. Maar dat is ook de hoeveelheid informatie die Google momenteel<br />

op 1 dag verwerkt. Ook dat is een trend, zo stelt Peter Hinssen, die je niet kunt blijven<br />

volgen. Hier geldt de zogenaamde Wet van Parkinson: ‘Hoeveel informatiecapaciteit je<br />

een persoon ook geeft, hij zal die opgebruiken’. Tot nog toe gingen we er van uit: ‘Het<br />

is niet erg dat niemand iets terugvindt, zolang we maar niets kwijtraken’. Voortaan kunnen<br />

we beter stellen: ‘Snel zoeken en toegang krijgen tot informatie is belangrijker dan<br />

93 Hinssen, P., Digitaal is het nieuwe normaal, Tielt, 2010, p. 104<br />

9<br />

#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

190


#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

191<br />

9<br />

niets kwijtraken’. Ook hier moeten dus keuzes gemaakt worden voor de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>,<br />

als organisatie. En het personeel dat men in heel die omwenteling nodig heeft zijn mensen<br />

die technische kennis en logica combineren met businesslogica (kennis van eindgebruiker).<br />

Zij moeten, aldus Peter Hinssen, zich goed bewust zijn van een aantal nieuwe<br />

regels, zoals bvb.:<br />

• Verberg de complexiteit van het systeem voor de gebruiker<br />

• Nultolerantie voor digitaal falen<br />

• Welkom in het tijdperk van goed genoeg<br />

Heel belangrijk is ook de beweging die zich voltrokken heeft ‘van push naar pull’. Waar<br />

men vroeger altijd stelde ‘content is king’ is de kreet nu ‘contact is king’. En dat heeft<br />

dan weer alles te maken me de opkomst van de sociale media.<br />

‘Alleen aanwezig zijn op social media is niet genoeg. Een onderzoek naar het gebruik<br />

van sociale media door gemeenten in Nederland’ is geschreven door David Kok, een<br />

ambtenaar van de gemeente Amsterdam. In zijn onderzoek (zomer 2011) dat gebaseerd<br />

is op desk research en een enquête komt hij tot de vaststelling dat sociale media op vandaag<br />

nog altijd worden beschouwd als aanvullend communicatiemiddel, met nogal wat<br />

eenrichtingsverkeer. Een kleine helft van de gemeenten heeft ook geen sociale media<br />

beleid. Ter troost: dat geldt eveneens voor de meeste bedrijven.<br />

David Kok stelt zich de vraag “Waarom hebben de meeste gemeenten wel een (digitale)<br />

knipselkrant om te kijken wat er in het nieuws is geweest over de gemeente, maar hebben<br />

ze geen digitale knipselkrant om te weten wat er over hen is gezegd op de social<br />

media?” 94<br />

Je moet de sociale media ook weten in te bedden in je processen. En dat vergt dat je een<br />

duidelijke doelstelling hebt. Kok wijst ook op het belang van authenticiteit en geloofwaardigheid,<br />

het durven experimenteren en het belang van meten.<br />

In zijn adviezen defi nieert Kok vijf aandachtspunten voor de overheid:<br />

• “Sociale media gaan voor een groot deel om loslaten en vertrouwen. Beveiligingsrisico’s<br />

kan je beheersen door goede afspraken.<br />

• Sociale media zijn nog niet voor iedereen. Ze moeten een onderdeel zijn van je<br />

totale communicatiestrategie en nooit alleen komen te staan.<br />

• Ook op sociale media voeren de zelfde mensen vaak het woord. Luister niet<br />

alleen naar de stem van de meest luidruchtige burger.<br />

• Geef duidelijk aan welke termijnen je hanteert voor een reactie, maar reageer<br />

altijd.<br />

• Er is een vertrouwensrisico. De overheid heeft jarenlang gezonden en moet nu<br />

leren interageren“ 95 .<br />

94 paper op http://www.david-kok.nl/publicaties.html<br />

95 paper op http://www.david-kok.nl/publicaties.html


Inmiddels blijkt dat 5, 2 miljoen Belgen of 64% van de Belgische surfers sociale media<br />

gebruikt.“Facebook is de meest populaire site met 59% (4,8 miljoen) gebruikers. 12%<br />

van de Belgische surfers maakt gebruik van LinkedIn en Netlog. Twitter komt op de<br />

vierde plaats met 7% penetratie onder de Belgische surfers. België heeft een iets lager<br />

gebruik van sociale netwerken dan het Europese gemiddelde (73%).‘Deze cijfers tonen<br />

dat sociale netwerksites ondertussen in alle lagen van de bevolking zijn doorgedrongen,’<br />

verklaart Steven Van Belleghem, managing partner bij InSites Consulting“ 96 .<br />

Als stad heb je dan ook een policy nodig. Ook hier gelden opnieuw de 3 S-en: er zal een<br />

‘sturing’ nodig zijn vanuit de communicatiestrategie. Dit zal ook implicaties hebben op<br />

de organisatie. De klassieke informatie van one-to-many blijft natuurlijk nog bestaan,<br />

maar we moeten vanuit ‘vrije tijd’ ook aandacht hebben voor coproductie. Zulke uiteenlopende<br />

steden als New York en Gent hebben inmiddels immers apps ontwikkeld die<br />

veel interactiever zijn. In het Gentse geval gaat het om ‘Wakankdoen?’ waarin men op<br />

een leuke manier ( ‘Ja’ is ‘Wijs’ en ‘Neen’ is ‘Nieje’) omgaat met de klant.<br />

Een ander gevolg is dat de functie die de voorbije jaren (one way) ‘woordvoerder’ genoemd<br />

werd, uitgebreid wordt tot ‘stadsmoderator’ (sociale media: interactie).<br />

2. CULTUURCOMMUNICATIE<br />

2.1. Algemeen<br />

“Als museum moeten we leren functioneren als een massamedium. Dat vergt inspanningen,<br />

want we zijn die sociale media-aanpak niet gewoon. Museumexpansie is niet<br />

alleen investeren –in beton of baksteen, maar ook in nieuwe communicatiekanalen.“<br />

Aan het woord is Chris Dercon, de Vlaming die aan het hoofd staat van Tate Modern<br />

in London. 97<br />

In een sector als de culturele, met zijn fors toegenomen aanbod én een fors toegenomen<br />

aantal aanbieders, is communicatie essentieel. De middelen zijn evenwel niét in<br />

dezelfde mate toegenomen en op zich is dat niet erg: het verplicht de cultuurcommunicatoren<br />

om na te denken over hun - vaak verouderde - communicatie.<br />

Vroeger volstond het om je materie te kennen en dat goed te communiceren. Vervolgens<br />

werd het gangbaar om je gebruiker te kennen; dank zij de nieuwe, persoonsgerichte<br />

technologie was dat ook mogelijk, bvb. via een CRM. Nu zijn we in het<br />

tijdsgewricht dat we met die klant ook een interactie ontwikkelen.<br />

Betekent dat het einde van eenzijdige printcommunicatie? Geenszins. Ook hier geldt<br />

96 Pub-ezine, 14/09/2011<br />

97 Demeulemeester, T. , Youtube voor estheten, Knack 2 november 2011 , p. 92<br />

9<br />

#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

192


#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

193<br />

9<br />

dat een nieuw medium zelden een oud gaat verdringen. Het ‘Onderzoek naar de (digitale)<br />

dienstverlening van <strong>Kortrijk</strong>’ dat het Onderzoekscentrum van KH Mechelen<br />

in 2010 bekendmaakte, geeft meer inzicht, concreet toegepast op <strong>Kortrijk</strong>:<br />

Print blijft het belangrijkste, maar de website is een stevige tweede, waarvan de trend<br />

overigens stijgend is. Niettemin moet een stad blijven inzetten op folders e.d.m., zeker<br />

in een samenleving waar 30% nog altijd geen internet gebruikt. En waar folders,<br />

fl yers en brochures binnen handbereik liggen en direct raadpleegbaar zijn<br />

Het komt er dus op aan om een aan de lokale realiteit aangepaste mediamix te<br />

ontwikkelen. Over dat alles heeft Leiedal, in redactie van Bart Noels, in 2010 een


ijzonder interessante en bruikbare brochure gepubliceerd: ‘Dienstverlening: impact<br />

met de glimlach’. De regel “Laat communicatiekanalen naar elkaar verwijzen” 98<br />

sluit helemaal aan het pleidooi van Peter Hinssen voor ‘Consistentie tussen de diverse<br />

kanalen‘ 99 .<br />

Ook de evaluatie van Brugge Centraal 100 gaf aan dat zowel oeroude (mond aan mond<br />

reclame) als hedendaagse communicatiemiddelen hand aan hand gaan. De top drie<br />

was:<br />

1. Internet (ongeveer 80% van de buitenlandse bezoekers haalt daar zijn info!)<br />

2. Artikels in de media<br />

3. Mond aan mond<br />

Verder blijven ook affi ches en visibiliteit in de stad belangrijk. Wat “geen belang<br />

als infobron” heeft zijn eigen publicaties als bijlage bij pakweg De Standaard of De<br />

Morgen.<br />

2.2. <strong>Kortrijk</strong><br />

Toegepast op <strong>Kortrijk</strong> stel ik vast dat een aantal diensten beslist niet achterop hinken.<br />

CK* bijvoorbeeld, kwam voortreffelijk uit een test met een zogenaamde Mystery<br />

Guest, georganiseerd in opdracht van het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor<br />

Jeugd en Volwassenen. Er was een erg positieve beoordeling voor online-bestellingen,<br />

online- betalingsmogelijkheden en de info op de website. Dat is belangrijk in<br />

de wetenschap dat er tussen 2004 en 2009 een spectaculaire stijging plaats vond in<br />

Vlaanderen bij informatie zoeken (van 32 naar 54%; bij 55- tot 64-jarigen zelfs verdrievoudiging!)<br />

en online-bestellen ( van 19 naar 45%) 101 .<br />

So far, so good. Het manco zit eerder in het gebrek aan kennis van de gebruikers en<br />

vooral: een systeem om zulk een bestand goed te managen. Eerder gaven we al aan<br />

dat een aangepaste CRM (Customer Relation Management) een noodzaak is als we<br />

de stap van push naar pull willen zetten, van one-way naar interactie, van one-tomany<br />

naar one-to-one. Ook om de succesrijke Cultuurwinkel meer en meer uit te<br />

bouwen tot een one-stop-shop, zowel voor de eigen stadsdiensten als voor professionele<br />

kunstenorganisaties en verenigingen die daar om vragen, is zulk een module<br />

absoluut nodig. Integratie in de bestaande systemen is wenselijk, maar als dat tijdsverlies<br />

impliceert, dan mag de staart niet langer kwispelen met de hond en moet men<br />

kiezen voor een andere oplossing. Eventueel kan ook gezocht worden naar synergie<br />

met Cultuurnet in het algemeen en de Regionale cultuurcommunicatie in het bijzonder.<br />

Zowel voor de stad <strong>Kortrijk</strong> als voor Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong> is dit<br />

laaghangend fruit qua winst in arbeidsuren, personeel en effect.<br />

98<br />

Noels, B., Dienstverlening: impact met de glimlach, <strong>Kortrijk</strong>, 2010 , p. 77<br />

99<br />

Hinssen, P., Digitaal is het nieuwe normaal, Tielt, 2010<br />

100<br />

Brugge Centraal, Presentatie voor de centrumsteden, 6 april 2011<br />

101<br />

Lievens, J. & Waege, H. (red), (2011), Cultuurparticipatie in Vlaanderen, deel II, Leuven/ Den Haag: Acco, p. 372<br />

9<br />

#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

194


#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

195<br />

9<br />

<br />

Toegepast op <strong>Kortrijk</strong> meen ik dat er 3 redenen zijn om de externe communicatie<br />

in het algemeen en de cultuurcommunicatie in het bijzonder grondig te<br />

hervormen volgens het model dat we in dit hoofdstuk ontplooid hebben:<br />

1. Effi ciëntie<br />

• Maak één dienst Informatiestrategie, waarbij de citymarketing de<br />

strategische doelgerichtheid uitstippelt en één cluster van ICT en<br />

Communicatie instaat voor een klantgerichte aansturing en service.<br />

• Pas intern het principe toe van de 3 S-en, in het kader van een globale<br />

informatiestrategie.<br />

• Zorg in die oefening voor een betere casting: plaats de juiste mensen<br />

op de juiste plaats (nu moeten grafi ci soms ook voor teksten instaan)<br />

en zorg voor effi ciëntie en kwaliteit door op minder plaatsen betere<br />

competenties in te zetten op communicatie.<br />

• Ga op gepaste wijze mee in de beweging van push naar pull: van<br />

one-way naar interactie, van one-to-many naar one-to-one<br />

• Zoek maximale effi ciëntie in de samenwerking met de regionale cultuurcommunicatie.<br />

In een digitaal tijdperk verzamel je de data één<br />

keer in, op één punt. Nadien kun je die eindeloos distribueren,<br />

klantgericht en tailor-made.<br />

• Verwaarloos ook de ‘oude’ cultuurcommunicatie niet en de hartelijkheid<br />

die uitgaat van bvb. een welkomstpakket voor nieuwe inwoners<br />

met folders en gratis (test)tickets (zowel van stadsdiensten als van<br />

privé-actoren).<br />

• Voer een nieuw merkenbeleid. Een merk is slechts een merk als het<br />

staat voor een verzameling (programma)-inhoud die het merk een<br />

identiteit geeft, zodat de gebruiker er een betekenisvolle relatie mee<br />

opbouwt. Een merknaam als CK* is te abstract om ergens voor te


staan en dus betekenisvol te zijn. Ook voor beide musea is, na de<br />

herprofi lering, een nieuwe beloftevolle merknaam nodig. Ik adviseer<br />

om deze nieuwe naamgeving niet stuk per stuk te behandelen, maar<br />

in een globale context te bekijken (zeker voor alles wat Buda betreft).<br />

Met beperkte kosten kan men hier externe expertise inhuren om zowel<br />

inhoudelijk als vormelijk ( maar in de lijn van nieuwe stedelijke vormgeving)<br />

een coherente oefening te maken.<br />

2. Kostenbeheer<br />

• Ontwikkel een globale strategie over wat print of online zal gedistribueerd<br />

worden. Wat de print betreft: evalueer telkens ook je distributie.<br />

Al te vaak denkt men dat de kous af is als het geprint is – terwijl het<br />

werk dan eigenlijk pas begint: wat niet gedistribueerd is, is voor de<br />

potentiële bestemmeling net alsof het niét geschreven of gedrukt is.<br />

• Zoek maximale synergie via samenwerking, zowel in print als in distributie,<br />

met Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong>, BID,…<br />

• Shared services kunnen een nieuwe en belangrijke vorm van subsidies<br />

zijn, ook voor de professionele actoren. Niet iedereen kan zich een eigen<br />

CRM aanschaffen en onderhouden. Mits goede afspraken ligt hier<br />

een tool open. Vb.: CRM als vorm van subsidie?<br />

• Ook een Service Level Agreement met privé-partners kan zorgen voor<br />

een aanzienlijke besparing. Quid een <strong>Kortrijk</strong>se ‘Zone 056’ (naar analogie<br />

met Zone 02, 03 en 09) of ‘Week Up’ (zoals in Gent), waarbij stad<br />

en privé-bedrijf via een soort joint venture gezamenlijk hun (cultuur)<br />

communicatie op een veel ruimere schaal kunnen verspreiden? Wellicht<br />

kunnen ook privé-spelers als Budascoop en Kinepolis en misschien<br />

ook BID bijdragen in zulk een communicatie?<br />

3. Kennisopbouw<br />

• De technologische ontwikkelingen zorgen voor een enorme explosie<br />

9<br />

#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

196


#9 CULTUURCOMMUNICATIE<br />

197<br />

9<br />

<br />

3. INTERNE COMMUNICATIE<br />

Daarnaast dient ook de interne communicatie geoptimaliseerd te worden. Een & ander<br />

zal moeten geïmplementeerd worden binnen de toekomstige directie ‘Mens’. Een goed<br />

uitgangspunt voor zulk een ruime directie lijkt me alvast de visie dat interne communicatie<br />

geen one-way-informatiedoorgeefl uik is, maar “een bemiddelaar tussen management<br />

en medewerkers (…) Luisteren en analyseren van wat er leeft gebeurt aan de<br />

hand van interne netwerking, enquêtes, gesprekken met het management, social communities<br />

en dergelijke meer” 102 .<br />

Daarnaast is er duidelijk nood aan een ‘Staf’ als geregeld contactplatform. Wellicht is<br />

het wenselijk om een onderscheid te blijven maken tussen een Beheersstaf (wekelijks<br />

of veertiendaags) en een Beleidsstaf (1 X / maand), maar in beide gevallen moeten,<br />

los van diploma en graad, àlle diensten vertegenwoordigd zijn. Twee maal per jaar, zo<br />

bleek uit een evaluatie op 15 juni 2011, is er nood aan een ‘Beleidsstaf plus‘ (Zomerstaf<br />

/ Winterstaf), waarop ook een aantal andere medewerkers met inhoudelijke opdracht<br />

uitgenodigd worden. Hier gaat het veeleer om presentatie van de medewerkers voor hun<br />

collega’s, maar het is ook een gelegenheid voor schepen of directeur om stil te staan bij<br />

belangrijke beleidsaspecten.<br />

Verder blijven ook in de toekomst maandelijkse one-to-one vergaderingen van de<br />

diensthoofden met de directie aangewezen.<br />

102 De Moor, W., Interne communicatie aan zet, Pub 9, 2010<br />

van de gebruikerstoepassingen op het vlak van communicatie. De tijd<br />

is voorbij dat iedereen dit kan volgen, laat staan: kan anticiperen.<br />

• Er is dus een punt nodig in de organisatie waar de nodige kennisopbouw<br />

gebeurt. Als citymarketing geldt als inhoudelijke strategische<br />

aansturing, dan zal daar ook technologische kennisopbouw moeten<br />

gebeuren. Wellicht hoeft niet alles in één persoon geconcentreerd te<br />

worden, maar veeleer in een beperkt maar polyvalent team, dat alle<br />

aspecten van ‘communicatietechnologie’ volgt, naast de inhoudelijke<br />

sturing.


ALGEMENE CONCLUSIES<br />

& AANBEVELINGEN<br />

1.SAMENVATTING<br />

<strong>Kortrijk</strong> staat aan de top in Vlaanderen qua uitgaven voor cultuur. Toch is er te weinig<br />

geld voor de courante werking en evenmin is er een perceptie van <strong>Kortrijk</strong> als vooraanstaande<br />

cultuurstad.<br />

Wat met succes in de breedte uitgebouwd is, heeft groei in de hoogte belet. De voorbije<br />

decennia is een aanzienlijke infrastructuur - ook decentraal - uitgebouwd zowel qua bibliotheekwerking<br />

als in buurthuizen en ontmoetingscentra; wellicht verhoudingsgewijs<br />

de meest uitgebreide van het land. De lokale bevolking apprecieert die infrastructuur en<br />

ze wordt ook intensief gebruikt. Anderzijds leeft ook de ambitie van <strong>Kortrijk</strong> als centrumstad<br />

om onderscheidend te zijn door zijn culturele aanbod en creativiteit. Vanuit de<br />

bestaande werking is druk om hiervoor voldoende middelen te voorzien. Aangezien er<br />

niet voldoende geld is om voluit te gaan voor beide betrachtingen (de lokale zowel als<br />

de bovenlokale), dringen keuzes zich op.<br />

Dat is lastig, maar de stad zit opnieuw in een opwaartse trend zit en cultuurbeleving<br />

is een uitstekend middel (maar ook doel) in heel deze dynamiek. Bovendien beschikt<br />

cultureel <strong>Kortrijk</strong> zowel in de privé-sector als bij de stadsdiensten over een generatie<br />

van beloftevolle leidinggevenden, die de komende jaren de visie en dynamiek kunnen<br />

uitbouwen. Er is een ruim patrimonium en een bloeiend verenigingsleven. Kortom, zo<br />

stelde iemand: “Het gerecht is er, maar de saus ontbreekt”. Het komt er nu op aan de<br />

juiste keuzes te maken.<br />

In een theoretisch hoofdstuk komen twee vragen aan bod: Welke rol heeft cultuur in een<br />

stad als <strong>Kortrijk</strong>? En welk <strong>Kortrijk</strong> wil men? Een viertal modellen worden bekeken: de<br />

pluriculturele stad, de participerende stad, de aantrekkelijke stad en de boeiende stad.<br />

Uitgangspunt is enerzijds de autonomie van de kunst en anderzijds de benadering van<br />

cultuur als element in een ruimere stedelijke organisatie. Op die manier helpt ‘cultuur’<br />

mee aan een ruimere dynamiek en versterkt ze haar unieke betekenis, met een specifi<br />

eke, geïntegreerde bijdrage tot het stadsweefsel.<br />

Met 13,8% allochtonen wacht een uitdaging als Vlaamse maar ook pluriculturele stad.<br />

Wetend dat het aanbod de participatiegraad doorgaans overstijgt, is er ook werk aan de<br />

participerende stad. Minder dingen beter doen, is de boodschap. Cultuur speelt evenwel<br />

een niet te onderschatten rol in de aantrekkingskracht van de stad, aldus Gerard Marlet.<br />

Een aantrekkelijke stad trekt hoogopgeleiden aan die productiever en fl exibeler zijn,<br />

meer geld uitgeven en via ondernemingen zorgen voor secundaire tewerkstelling. Jan<br />

Callebaut stelt vast dat <strong>Kortrijk</strong> nood heeft aan een heldere identiteit en persoonlijkheid<br />

om zo de identifi catie te bevorderen en de emotionele relatie <strong>Kortrijk</strong>zaan - <strong>Kortrijk</strong><br />

te versterken. Dit betekent dat duidelijke keuzes dienen gemaakt te worden en de<br />

10<br />

#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

198


#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

199<br />

10<br />

keuze die hij bepleit is die voor een stad als boeiend en verrassend speelveld.<br />

De keuzes die <strong>Kortrijk</strong> maakt moeten niet alleen de juiste zijn, ze moeten ook een coherent<br />

geheel vormen en moeten leiden tot groei in de hoogte, zichtbaarheid. Samenwerking<br />

en synergie worden erg belangrijk, temeer omdat een verdere groei voor cultuur<br />

duidelijk niet langer zal bestaan uit altijd maar meer middelen.<br />

Vertrekkend van de twee cultuurzones (cultuurtoerisme en cultuurbeleving), stellen we<br />

voor om het culturele werkveld in het centrum van <strong>Kortrijk</strong> uit te bouwen rond 4 speerpunten,<br />

telkens twee per zone:<br />

• Cultuurtoeristische zone (Leie-as):<br />

1. Vlasmuseum<br />

2. Buda<br />

• Cultuurparticipatiezone (as Station-Schouwburg):<br />

1. Bibliotheek<br />

2. Cultuurcentrum<br />

In deze legislatuur heeft de stad vooral geïnvesteerd in de Leie-as. Voor een volgende<br />

legislatuur staan, op cultureel vlak, vooral investeringen in de as Station-Schouwburg te<br />

wachten.<br />

Daarnaast moet iedere dienst binnen de directie Cultuur zijn missie bevragen en defi nieren<br />

wat zijn kerntaken zijn. Gaandeweg is het activiteitenpakket gegroeid, zonder dat<br />

opdrachten wegvielen en werd de eigen werking te weinig bevraagd. Intern moeten dus<br />

eveneens keuzes gemaakt worden. Die kerntaken moeten vertaald worden in globale<br />

budgetten – want ook die zitten nu vaak te verspreid om een helder zicht mogelijk te<br />

maken.<br />

Op basis van deze keuzes kan <strong>Kortrijk</strong> beslissen welke zaken het prioritair wil uitspelen,<br />

naargelang van de globale beleidsvisie. Het doel moet zijn om de stad, bovenop<br />

de bestaande lagen van vertrouwde directe omgeving en uitnodigende wij-plek, een<br />

dimensie te geven van boeiend en verrassend speelveld, als open invitatie. Doelgerichte<br />

partnerships zijn daarbij ten zeerste aangewezen. Het gaat hier zowel om vitale coalities<br />

als om convenanten met de vaak sterke privé-actoren.<br />

De vier speerpunten zijn evenwel essentieel in het plan. Ze genieten van het huidige<br />

elan, maar kunnen er ook op hun beurt aan meehelpen.


10<br />

Het Vlasmuseum is toe aan een grondige herprofi lering. Het tanende bezoekerscijfer<br />

(terugval tot 1/6 op 25 jaar tijd) geeft dat duidelijk aan. De nieuwe locatie ligt aan de<br />

‘Golder River’, in het pakhuis waar de Linen Thread Company, één van de belangrijkste<br />

associaties van spinners in de wereld, van 1913 tot 1945 actief was. Het is nu zaak om<br />

het verhaal van vlas en Leie opnieuw te vertalen voor de generatie die nù leeft of geboren<br />

wordt. Het Vlasmuseum moet daarvoor drie stappen zetten:<br />

1. De stap van nostalgisch museum voor oud-vlassers naar actueel, interactief<br />

belevingscentrum, waarin ook het sterke verhaal van economische reconversie<br />

zijn plaats krijgt.<br />

2. De stap van productgericht naar publieksgericht museum, met het verhaal van<br />

mensen in plaats van dat van materie.<br />

3. En tenslotte ook de stap van ‘stand-alone-museum’ naar begin- of sluitstuk<br />

van een ruimere cultuurtoeristische zone in het centrum, langs de Leie en<br />

overvloeiend in het Buda-eiland.<br />

Verder is maximale synergie nodig met het Buda-eiland, Overleie, Eurometropool en<br />

toerisme. Inmiddels kreeg NoAarchitecten de opdracht, met Madoc als partner voor de<br />

scenografi e.<br />

De Budafabriek is een belangrijk nieuwe element op het Buda-eiland, dat niet langer<br />

als ‘kunsteneiland’ omschreven wordt maar als ‘eiland van creatie’. Gelegen in het hart<br />

van de stad en omringd door schitterende Leie-boorden, moet Buda geactiveerd worden<br />

door een bundeling van vele krachten.<br />

Het Broelmuseum zal zich voluit inschakelen in die dynamiek, via een grondige herprofi<br />

lering. ‘Kunst uit regio <strong>Kortrijk</strong>’ is onvoldoende als trigger, temeer omdat de collectie<br />

weinig onderscheidend is. Het Broelmuseum is binnen de Budaconstellatie evenwel de<br />

enige speler die geldt als ‘geheugen van het eiland’. Dat impliceert het conserveren van<br />

de actuele creatie voor de toekomst en op die manier gaandeweg de opbouw van een<br />

veel relevantere collectie. Ook dienen de hiaten van de voorbije decennia prioritair weggewerkt<br />

te worden.<br />

Er zijn sterke collectioneurs in regio (zowel vroeger als nu); wij laten hen de dialoog<br />

aangaan van hùn collectie met die van het museum. De traditionele historische opbouw<br />

van de collectie wordt hoe dan ook verlaten, om plaats te maken voor een thematische<br />

opbouw met wisselend karakter.<br />

#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

200


#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

201<br />

10<br />

De expertisepool ‘tentoonstellingen’ wordt geïntegreerd in de totale werking van Broelmuseum<br />

en Buda-eiland. Op die manier moeten we komen tot een echt tentoonstellingsbeleid,<br />

tegenover de huidige versnippering van op zich vaak waardevolle, maar zelden<br />

onderscheidende initiatieven. Tussen Cel Tentoonstellingen, Broelmuseum, Vlasmuseum,<br />

1302/Erfgoed en Budafabriek moeten heldere en hechte afspraken gemaakt worden<br />

ivm tentoonstellingsritme en locaties. Zo zal de Benedengalerij van CK*, op zich mooi<br />

maar ongelukkig gelegen, niet meer gebruikt worden als expositieruimte. Het tentoonstellingsbeleid<br />

moet van fi nancieel realisme getuigen, de expertise bundelen en mikken<br />

op publiekswerking en kwaliteit, eerder dan kwantiteit. De ondersteunende dienstverlening<br />

van de Cel Tentoonstellingen wordt voortgezet, maar selectief, op basis van het<br />

uitgestippelde beleid.<br />

De Budafabriek wil verbindingen realiseren op het raakvlak tussen kunsten, economie,<br />

onderwijs, wetenschap, technologie en samenleving, met het oog op sociale, artistieke<br />

en economische vernieuwing . Hiertoe ontwikkelt de Budafabriek vitale coalities waarin<br />

mensen uit verschillende disciplines en sectoren met elkaar samenwerken, creëren, tentoonstellen<br />

en elkaar ontmoeten.<br />

Een eerste toepassing zagen we alvast bij de zeven organisaties die elkaar vonden als<br />

‘founding partners’: de <strong>Stad</strong> <strong>Kortrijk</strong>/AGB Buda, Leiedal, Designregio <strong>Kortrijk</strong>, Flanders<br />

InShape , Howest , het Broelmuseum en Kunstencentrum Buda . Overigens blijft<br />

de Buda-werking open staan voor alle relevante partners, in een transparant afsprakenmodel,<br />

met wederzijdse engagementen.<br />

Voor een verdere toekomst wordt gedacht aan een uitbreiding tot een regionale constructie,<br />

graag zelfs kaderend in de Eurometropool. Dat is echter voor later; inmiddels is<br />

de aandacht geconcentreerd op de opening in september 2012 en de intensieve samenwerking<br />

met Interieur die zich aanmeldt voor het najaar. Het blijft wel zaak om de nog<br />

fragiele Buda-constructie te beschermen via een geschikte organisatiestructuur, waardoor<br />

het Buda-project zowel conceptueel als beleidsmatig in de nodige autonomie en in<br />

een ruim, pluriform samenwerkingsverband zijn werking kan ontplooien.<br />

De Buda-infrastructuur moet prioritair benut worden in het licht van haar missie. We<br />

moeten evenwel af van de tempelgedachte dat het eiland alleen door ingewijden kan betreden<br />

(laat staan: benut) worden. Enerzijds dringt een dynamisering van het eiland zich<br />

op; anderzijds is er nood aan een effi ciënte, pragmatische exploitatie van àlle culturele<br />

infrastructuur, via een centraal reservatiesysteem met maximale klantvriendelijkheid.<br />

Bij wijze van spreken grenzend aan het Buda-eiland heb je <strong>Kortrijk</strong> 1302. We verlaten<br />

de ambitie om hiervan een derde erkend museum te maken. Het blijft wel de plaats waar<br />

historisch <strong>Kortrijk</strong> geëxposeerd wordt.


Een derde speerpunt is de bibliotheek: conceptueel en qua publieksbereik jong en mee<br />

met zijn tijd, maar gehuisvest in een verouderd gebouw. Toch blijft ook in het digitale<br />

tijdsperk een bibliotheek essentieel als plaats van ontmoeting en rust, en als betrouwbare<br />

gids in het hand over hand toenemend informatie-aanbod.<br />

De uitgebreide decentralisering, waarmee <strong>Kortrijk</strong> afgetekend aan de top staat in Vlaanderen,<br />

is in zijn huidige vorm niet meer haalbaar. Een onbezonnen ingreep is niet aan<br />

de orde, Integendeel, een multidisciplinaire werkgroep krijgt tijd tot het vroege najaar<br />

om de vraag te beantwoorden wat nodig is op welke plek, voor welke doelgroepen, hoe<br />

men dat optimaal kan organiseren, en tegen welke kostprijs.<br />

Daarnaast moet het afgetekende onevenwicht in A/B-functies versus C/D rechtgetrokken<br />

worden. <strong>Kortrijk</strong> bevindt zich hier ver onder het gemiddelde en in het licht van de<br />

snel veranderde bibliotheek is een ingreep absoluut nodig. Wetend dat de fi nanciële<br />

middelen beperkt zijn, bepleiten we minder personeel, dat evenwel hoger gekwalifi -<br />

ceerd is en minder openingsuren moet verzorgen. Verder is het ook zaak om de nodige<br />

ICT-vernieuwing door te voeren, wil de koppositie die <strong>Kortrijk</strong> op dat vlak inneemt niet<br />

in het gedrang komen.<br />

Een nieuwe bibliotheek is nodig in de volgende legislatuur – maar dan een weloverwogen<br />

en écht nieuwe; meer dus dan zomaar een nieuw gebouw voor de bibliotheekwerking<br />

van vandaag. De inplantingsplaats nabij het Station blijft uitstekend en een fraaie<br />

samenwerking met de daar aanwezige muziekactoren is nu al aan het groeien, in goed<br />

collegiaal overleg met CK*/Track.<br />

Voor deze ‘bibliotheek van de toekomst’ zien we 4 strategische doelstellingen:<br />

1. Inzetten op wat de bibliotheek uniek maakt bij haar publiek<br />

2. Meer aandacht besteden aan de lokale specifi citeit en het gemeentelijke beleid<br />

3. Inspelen op het gewijzigde gedrag van mensen in een digitale omgeving<br />

10<br />

4. Sterkere organisatie door werkprocessen te optimaliseren, infrastructuur aan<br />

te passen aan lokale noden, een nieuw organisatiemodel en een geschikt personeelsbeleid<br />

Vier aspecten gaan immers het succes van de toekomstige bibliotheek bepalen: de band<br />

met de gebruikers en de diversiteit van die gebruikers; de expertise en service die je hen<br />

biedt en de betrouwbaarheid daarvan (ook als correctie op de markt).<br />

#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

202


#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

203<br />

10<br />

De publiekswerking op vlak van lokaal erfgoed wordt ingeschakeld in de courante<br />

bibliotheekwerking. Dit kadert ook in het project ‘Erfgoed <strong>Kortrijk</strong> 2014’ van de Erfgoedcel:<br />

een belangrijke rationalisering van de werking door met alle relevante spelers<br />

samen te denken in termen van kerntaken en complementariteit.<br />

Het cultuurcentrum komt uit perceptieonderzoek naar voor als dé culturele trekpleister<br />

voor <strong>Kortrijk</strong>zanen: het boegbeeld van cultuur in <strong>Kortrijk</strong>. Bovendien is het fi nancieel<br />

beleid er verhoudingsgewijs uitstekend.<br />

Nu het decretale kader minder normerend wordt, is de tijd rijp om OC’s en CK*/Track,<br />

elk vanuit hun eigen missie grote onderlinge autonomie te gunnen, maar SLA’s te sluiten<br />

waar samenwerking en afspraken aangewezen zijn.<br />

Wil CK* zijn ambitie kunnen blijven waar maken als dé schouwburg van Zuid-West-<br />

Vlaanderen, dan is een stapsgewijze verhoging van het programmeringsbudget aangewezen,<br />

evenals het op peil brengen van het personeelsbestand, tot het gemiddelde van<br />

de A-centra. Ook een stappenplan voor het voltooien van het masterplan in de volgende<br />

legislatuur dringt zich op. Track* als muziekcentrum wordt erkend in zijn belang, niet<br />

als cavalier seul, maar in een regierol met de andere relevante spelers.<br />

Het evenementenbeleid wordt ingebed in de artistieke expertise van de schouwburg en<br />

muziekcentrum. Dat is ook zo voor Humuz, dat instaat voor de cultuureducatie. Een<br />

geïnspireerde samenwerking met de horeca kan uitmonden in een win-win.<br />

Het rapport bevat ook nog een pleidooi voor de explicitering van de verantwoordelijkheden<br />

tussen schepen en ambtenaar, doelgroepenwerking (jongeren, ouderen, allochtonen)<br />

en een herbronde samenwerking met Kunstenoverleg en Cultuurraad. Convenanten<br />

met de lokale professionele partners moeten een doelgerichtheid geven aan de<br />

synergie. Cultuur in de Eurometropool is aan het groeien vanuit de basis, helaas alsnog<br />

zonder fi nanciële stimulans vanuit de organisatie.<br />

Tot slot komt de cultuurcommunicatie aan bod, die voor fl ink wat verbetering vatbaar<br />

is, maar alleen ten gronde kan aangepakt worden binnen een vernieuwd algemeen communicatiemodel<br />

van de stad.<br />

In zijn totaliteit wil dit rapport getuigen van een duidelijk geloof in het belang en het<br />

potentieel van cultuur in <strong>Kortrijk</strong>. Keuzes en samenwerking zijn de twee sleutelwoorden.<br />

Duidelijke keuzes zullen de effi ciëntie en effectiviteit aanzienlijk bevorderen.<br />

Samenwerking tussen relevante partners zal leiden tot meer zichtbaarheid en betere<br />

budgetbeheersing.


2. BELANGRIJKSTE ACTIEPUNTEN<br />

De implementatie van dit rapport start vanaf januari 2012. Dit proces gaat over drie<br />

elementen:<br />

1. Organisatorische inbedding in stadsorganisatie en bestuurs-/adviesstructuur<br />

2. Implicaties op het vlak van personeel (competentiebeleid, bib, …)<br />

3. Implicaties op het vlak van fi nanciën<br />

4. Vlasmuseum<br />

• Financiering rondmaken<br />

- Faseren<br />

- Ondersteunen fondsenwerving<br />

• Inhoudelijke herprofi lering:<br />

- Meer sociale relevantie<br />

- Link naar vandaag , met aandacht voor economische reconversie<br />

- Interactief belevingscentrum<br />

• Uitbreiding van het publieksbereik:<br />

- Van productgericht naar publieksgericht museum, met het verhaal<br />

van mensen in plaats van dat van materie<br />

- Sterke synergie met toerisme / Mice, Eurometropool, Budaeiland<br />

en Overleie<br />

- Al in voorbereidende fase sterke aandacht voor marketing<br />

- Integratie in het totale tentoonstellingsbeleid<br />

5. Buda(fabriek)<br />

• Conceptuele afwerking<br />

- Vaststellen defi nitieve missie<br />

- Uitwerken structurele en occasionele fi nanciering<br />

- Partnerships defi niëren en engagementen vastleggen<br />

- Ontwikkelen exploitatie en beheer (ondernemingsplan)<br />

- Uitwerken communicatiestrategie<br />

• Infrastructurele afwerking<br />

- Opvolgen verbouwingswerken<br />

• Programmatorische afwerking<br />

- programmering in het algemeen<br />

- opening najaar 2012 in het bijzonder<br />

• Juridische afwerking<br />

- Voorbereiden toekomstige juridische organisatievorm<br />

10<br />

#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

204


#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

205<br />

10<br />

6. Broelmuseum<br />

A. Broelmuseum<br />

• Inbedding in de totaliteit van Buda<br />

• De traditionele historische opbouw van de collectie wordt verlaten,<br />

om plaats te maken voor thematische opbouw met wisselend karakter<br />

• Uitwerken van structureel samenwerkingsverband met sterke collectioneurs<br />

in regio<br />

• Uitbouwen van functie ‘de conservator van de creatie’. Dat impliceert<br />

het conserveren van de actuele creatie voor de toekomst en op<br />

die manier gaandeweg de opbouw van een veel relevantere collectie.<br />

Zo kan het museum ook een rol spelen als mogelijke toonplek voor<br />

Designregio <strong>Kortrijk</strong>. Ook dienen de hiaten van de voorbije decennia<br />

prioritair weggewerkt te worden.<br />

• Kritische evaluatie van collectie met oog op afstootbeleid<br />

B. Tentoonstellingenbeleid<br />

• Nieuw tentoonstellingsbeleid:<br />

- minder tentoonstellingen, maar beter en zichtbaarder<br />

- consolideren van bestaande initiatieven en verder bouwen op<br />

successen<br />

- tentoonstellingen inschakelen in grote stadsprojecten of festivals:<br />

bv. Interieur, Europalia, Lille3000, Mons 2015<br />

• betere communicatie<br />

- extern:<br />

> doeltreffender promotie<br />

> maximaliseren synergie<br />

- intern:<br />

> audio, teksten, brochures,… : gelaagde informatie waarbij een<br />

select publiek op zijn specialisatie wordt aangesproken en een<br />

breed publiek in heldere, begrijpbare taal<br />

7. <strong>Kortrijk</strong> 1302<br />

• Inzetten als presentatieplaats voor historisch <strong>Kortrijk</strong><br />

• Op termijn: werking verruimen naar ‘identiteit’, op een publieksverbredende<br />

manier


10<br />

8. Bibliotheek<br />

• Strategisch<br />

- Een globaal plan ontwerpen voor bibliotheekvoorziening in Kor<br />

trijk, met zowel aandacht voor de nieuwe bibliotheek (middel<br />

lange termijn) als voor decentrale dienstverlening (korte termijn).<br />

- Aantal openingsuren verminderen, zodat minder maar hoger<br />

gekwalifi ceerd personeel kan ingezet worden.<br />

- Beslissen over Esperantobibliotheek, digitaliseringsproject<br />

platenarchief van Radio 2, Radiomuseum en Speelotheek, in het<br />

licht van een kerntakenvisie<br />

- Het voortouw nemen om de succesrijke ICT-uitrusting up to date<br />

te brengen, zowel materieel als qua policy.<br />

• Lokale erfgoedwerking<br />

- De lokale erfgoedontsluiting inbedden in nieuwe bibliotheek, in<br />

een heldere rolverdeling met de musea en <strong>Kortrijk</strong> 1302<br />

- Enkel collectiestukken aankopen volgens de vooraf afgesproken<br />

prioriteiten<br />

- Verder uitwerken en voltooien ‘Erfgoed <strong>Kortrijk</strong> 2014’<br />

Organisatievorm intergemeentelijk erfgoedconvenant<br />

9. Cultuurcentrum<br />

A. Schouwburg / Track<br />

• Helderheid in missie, taken, personeel en cijfers tussen CK* en gebiedswerking,<br />

met goede SLA’s.<br />

• Verhogen van het programmeringsbudget met 25.000 € gedurende<br />

drie jaar, zodat het opgetrokken wordt van 125.000 tot 200.000.<br />

• Toepassen prijsdifferentiatie, om de eigen inkomsten te verhogen<br />

• Track, met een regierol inzake muziek, ontwikkelen als volwaardig<br />

bestanddeel van het cultuurcentrum<br />

• Het Masterplan planmatig uitvoeren, gespreid in de tijd en in samenhang<br />

met de eventuele heraanleg van het Schouwburgplein; daarbij<br />

de Uitwinkel , in collegiaal overleg, uitbouwen tot one-stop-shop met<br />

ticketing tot zelfs zaalreservatie.<br />

• Win-wins uitwerken met horeca<br />

B. Evenementen<br />

• Ontwikkelen evenementenbeleid en evenementenkalender via duidelijke<br />

prioriteiten, nuttige partnerships, systematische evaluatie en<br />

correcte vertaling van het belang in een globale begroting per project<br />

#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

206


#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

207<br />

10<br />

• Het Kunstenoverleg betrekken bij een langetermijnbeleid voor evenementen<br />

• Eénduidigheid in verantwoordelijkheid, zowel operationeel als politiek<br />

10. Dienstverlening<br />

• Effi ciënt maar publieksvriendelijk management voeren van de <strong>Kortrijk</strong>se<br />

culturele infrastructuur op het vlak van zaalreservatie en<br />

ticketing. Dit kadert in een ruimer gesprek over dienstverlening naar<br />

burgers, verenigingsleven en kunstorganisaties, met aandacht voor<br />

effi ciëntie en kostenbesparing, maar ook service, werkbare afspraken<br />

en autonomie.<br />

11. Communicatie<br />

A. Algemeen<br />

• CRM e.a. persoonsgebonden marketing uitbouwen<br />

• Drietaligheid als minimum in internationale communicatie<br />

B. Effi ciëntie<br />

• ‘Informatiestrategie’ ontwikkelen, waarbij de citymarketing de strategische<br />

doelgerichtheid uitstippelt en één cluster van ICT en Communicatie<br />

instaat voor een klantgerichte aansturing en service.<br />

• Toepassing van het principe toe van de 3 S-en, in het kader van een<br />

globale informatiestrategie.<br />

- Betere casting: de juiste mensen op de juiste plaats<br />

- meer effi ciëntie en kwaliteit door op minder plaatsen betere<br />

competenties in te zetten<br />

• Van one-way naar interactie, van one-to-many naar one-to-one<br />

• Maximale effi ciëntie in de samenwerking met de regionale cultuurcommunicatie,<br />

ism Cultuurnet Vlaanderen<br />

• Nieuw en coherent merkenbeleid ontwikkelen: Buda algemeen &<br />

Broelmuseum in het bijzonder, CK, Vlasmuseum,…<br />

• Welkomstpakket voor nieuwe inwoners met folders en gratis (test)<br />

tickets (zowel van stadsdiensten als van privé-actoren).<br />

C. Kostenbeheer<br />

• Globale strategie uitstippelen over wat via print of online zal gedistribueerd<br />

worden. Wat de print betreft: ook distributie evalueren.<br />

• Maximale synergie zoeken via samenwerking, zowel in print als in<br />

distributie, met Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong>, BID,…;


10<br />

• samenwerking met bestaande initiatieven onderzoeken (Week Up,<br />

Persgroep, BID, Kinepolis,...)<br />

• Onderzoeken van shared services in communicatie als vorm van<br />

subsidie<br />

12. Transversale aandachtspunten<br />

A. Onderlinge afstemming<br />

• <strong>Kortrijk</strong> via de juiste instellingen en initiatieven voldoende ontwikkelen<br />

als ‘boeiend en verrassend speelveld’<br />

• Herbekijken openingstijden in het algemeen en van de musea in het<br />

bijzonder<br />

• Organisatie van de algemene diensten van ‘cultuur’ (socio-culturele<br />

werking, evenementen, communicatie,…) in het kader van de ruimere<br />

directie mens<br />

B. Participatie<br />

• Aandacht voor cultuurparticipatie van allochtonen,jongeren & ouderen<br />

via doelgroepenwerking i.s.m. huidige directie Welzijn<br />

• Inspraak grondig vernieuwen via nieuwe technieken die ook jongeren<br />

aantrekken (bvb. sociale netwerken)<br />

C. Ervaringsuitwisseling<br />

• Best practices uitwisselen in de nieuwe directie ‘Mens’ op het vlak<br />

van algemene werking, expertise, reglementering, dienstverlening en<br />

taakverdeling<br />

• Criteria voor erkenning en retributies tegen het licht houden met het<br />

oog op transparantie, gelijkheid en billijkheid<br />

• Eén centraal punt binnen cultuur organiseren waar alle internationale<br />

projectaanvragen op zijn minst gemeld en eventueel ondersteund<br />

worden, zowel van stadsdiensten als van privé-actoren (in de mate<br />

dat ze daaraan willen participeren – te bespreken met Kunstenoverleg).<br />

D. Subsidiebeleid<br />

• Via convenanten een gemeenschappelijke doelgerichtheid geven aan<br />

subsidies voor professionele kunstenorganisaties<br />

• Nieuwe vormen van niet-fi nanciële ondersteuning toepassen, bvb. op<br />

het vlak van communicatie (CRM)<br />

#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

208


#10 ALGEMENE CONCLUSIES&AANBEVELINGEN<br />

209<br />

10<br />

13. Laterale aandachtspunten<br />

A. Toerisme & strategische cel<br />

• Een natuurlijke fl ow creëren in de stad via 4 zones en 4 culturele<br />

speerpunten; ‘poorten’ aanleggen tussen die zones<br />

• Erfgoedcircuit in de stad uitwerken (toeristische bewegwijzering)<br />

• Omgevingswerken op Buda: verlagen kaai, tuinen, publieke ruimten<br />

B. Toerisme<br />

• Grote tentoonstellingen & evenementen als volwaardig toeristisch<br />

product vermarkten<br />

• ‘Grote namen’ van <strong>Kortrijk</strong> beter benutten


BIJLAGEN<br />

1. SWOT-analyse<br />

BEDREIGINGEN<br />

OPPORTUNITEITEN<br />

Overheid & andere actoren:<br />

STRATEGISCHE OP-<br />

TIES IN SWOT COR-<br />

RELATIEKADER<br />

Overheid:<br />

• krachtig bestuursakkoord voor uitbouw <strong>Kortrijk</strong><br />

als centrumstad:<br />

• gebrek aan keuzes<br />

• overwaardering van het evenementiële en<br />

het projectmatige t.o.v. de basiswerking van<br />

diverse huizen<br />

• sterke profi lering van andere West-Vlaamse<br />

centrumsteden (i.c. Brugge, Oostende en Roeselare)<br />

• aanvaarding natuurlijke centrumpositie <strong>Kortrijk</strong><br />

in de regio<br />

• de <strong>Kortrijk</strong>se openbare ruimte, 15 jaar in continuë<br />

verandering<br />

3 VERNIEUWINGSASSEN<br />

>stad van creatie, innovatie en design<br />

> rasterstad: sterke partnerships; scha<br />

kel in eurodistrict<br />

>leefbare stad: aantrekkelijke publieke<br />

ruimte en woonomgeving (forum); op<br />

maat van & met inspraak van de<br />

deelgebieden en hun bewoners (ge<br />

biedswerking)<br />

STADSPROJECTEN als bindmiddel<br />

Publiek:<br />

• demografi sche evolutie: blijvende demigratie<br />

van jonge gezinnen en jonge werkenden; stijgende<br />

multiculturaliteit<br />

• steeds hogere verwachtingen van het publiek;<br />

individualisering van het cultuuraanbod; ‘een<br />

aanbod op maat’<br />

• kloof tussen maatschappelijke groepen; uit de<br />

boot vallen van ‘kwetsbare’ groepen<br />

• nood aan betrokkenheid tussen stad en deelgemeenten;<br />

bonding en bridging<br />

• verruimde aandacht voor cultuur vanwege overheid;<br />

(vernieuwde) Vlaamse en Europese subsidies<br />

Andere actoren:<br />

• groeiend(e) overleg en samenwerking tussen<br />

stedelijke en niet-stedelijke actoren in en buiten<br />

<strong>Kortrijk</strong>; tussen cultuur en andere beleidscellen<br />

(burger & welzijn, ocmw, monumentenzorg,<br />

toerisme, designregio, e.a.)<br />

• Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong>; communicatieplan<br />

Uit in Regio <strong>Kortrijk</strong> met implementatiemogelijkheden<br />

voor Uit in <strong>Kortrijk</strong><br />

• strategisch toeristisch plan <strong>Kortrijk</strong> & Leiestreek<br />

• sterke (sociale) economie; nieuw winkelcentrum<br />

• kwalitatief onderwijs<br />

B<br />

#B BIJLAGEN<br />

210


#B BIJLAGEN<br />

211<br />

B<br />

Organisatie:<br />

• een integrale en projectmatige aanpak van<br />

beleidsproblemen<br />

• een nieuw gemeentedecreet: beperking<br />

aantal vzw’s; band met gemeenteraad;<br />

inbreng deskundigheid; heldere beheerscontracten<br />

STRATEGISCHE<br />

OPTIES IN SWOT<br />

CORRELATIEKADER<br />

(vervolg)<br />

Publiek:<br />

• stijgende participatie van publiek uit de<br />

(grens)regio<br />

• groeiende vrijetijdsmaatschappij<br />

• culturele diversiteit<br />

Organisatie:<br />

• onevenwicht tussen investeringen enerzijds<br />

en onderhoud bestaande infrastructuur<br />

en werkingsmiddelen anderzijds<br />

• nood aan betere afstemming tussen<br />

beidsdirecties en beheersdirecties; nood<br />

aan rolafbakening en interne communicatie.<br />

• te hoge verwachtingen en overbelasting<br />

personeel; niet altijd juiste mensen op de<br />

juiste plaats<br />

• een nieuw gemeentedecreet: verminderd<br />

belang van het middenveld


-> VERDEDIG<br />

-> INVESTEER<br />

STERKTES<br />

• Blijf investeren in de reguliere werking<br />

van de stedelijke actoren (cultuurcentrum,<br />

bib, musea, erfgoed, evenementen).<br />

Versterk hun profi el en maak hen<br />

tot medespelers in de realisatie van<br />

grote stadsprojecten.<br />

• Gebruik de aanwezige expertise om<br />

tegemoet te komen aan de individualisering<br />

van het cultuuraanbod. Zorg<br />

hierbij voor een kwalitatief aanbod met<br />

een hoge belevingswaarde en voor een<br />

innovatieve en klantvriendelijke communicatie<br />

en publiekswerking.<br />

• Ga radicaal voor een jong cultuurbeleid;<br />

maak kinderen, jonge gezinnen en<br />

jongeren coproducent van je werking.<br />

Heb hierbij bijzondere aandacht voor<br />

kwetsbare groepen en voor nieuwe<br />

belgen.<br />

• Zorg voor een effi ciënt gebruik van de<br />

aanwezige infrastructuur en houd die<br />

ook up to date.<br />

• Zet creatie, innovatie en design in als<br />

rode draad van je cultuurbeleid.<br />

• Versterk het cultureel bewustzijn van<br />

de <strong>Kortrijk</strong>zaan door<br />

• steun te bieden aan creatief talent binnen<br />

een grensoverschrijdende aanpak.<br />

• Realiseer de Bib van de 21ste eeuw.<br />

• Zorg voor een geïntegreerd en geprofi -<br />

leerd erfgoedbeleid<br />

• Maak van de cultuurbeleidsplanning<br />

een continu proces. Zorg hierbij voor<br />

duidelijke en gedragen beleidskeuzes<br />

met een expliciete link naar het<br />

bestuursakkoord. Bouw sterke samenwerkingen<br />

uit.<br />

Cultuuraanbod:<br />

• nieuwe concepten: Buda, Muziekcentrum,<br />

<strong>Kortrijk</strong> 1302, Bib van de<br />

21ste eeuw & Levenslang Leren<br />

• groot en sterk gespreid aanbod; de<br />

volle (feest)kalender<br />

• sterk podiumprofi el (dans, humor,<br />

theater, hedendaagse muziek); een<br />

nieuw élan in de bib<br />

• erfgoedconvenant; visieontwikkeling<br />

musea<br />

• grote verscheidenheid aan verenigingen<br />

en professionele actoren in<br />

cultuur en aanverwante domeinen;<br />

sterke Noord-Franse partners<br />

Communicatie en publiekswerking:<br />

• - doorgedreven huisstijl, vb. CK*<br />

als merknaam<br />

• - uitbouw kunsteducatieve trajecten<br />

• - Streekbezoekerscentrum voor<br />

<strong>Kortrijk</strong> & de Leiestreek<br />

Participatie:<br />

• grote participatie aan het aanbod<br />

• originele gemeenschapsprojecten<br />

en sociaal-artistieke werkingen<br />

• sterk uitgebouwde inspraak<br />

B<br />

#B BIJLAGEN<br />

212


#B BIJLAGEN<br />

213<br />

B<br />

Infrastructuur:<br />

• uitgebreide en gedecentraliseerde<br />

infrastructuur; kwalitatief ingericht<br />

en laagdrempelig naar gebruik<br />

Personeel:<br />

• uitbouw beleidsteam cultuur<br />

• grote expertise in diverse domeinen<br />

van cultuur; gemotiveerd en fl exibel<br />

personeel<br />

• cultuurbeleidsplanning als job<br />

• actief ondersteuningsbeleid; uitbouw<br />

loketfunctie<br />

STERKTES (vervolg)


-> SCHADEBEHEERSING<br />

-> BESLIS<br />

ZWAKTES<br />

• Zorg voor een duidelijk organogram en<br />

dito takenpakketten, aangepast aan de<br />

actuele noden en uitdagingen; ontwikkel<br />

projectmanagement.<br />

• Zorg voor een constructief en resultaatsgericht<br />

overleg tussen beheers- en<br />

beleidsdirecties.<br />

• Verhoog de werkingsmiddelen voor<br />

reguliere werking en maak geld vrij<br />

voor een selecte keuze aan (grensoverschrijdende)<br />

evenementen.<br />

• Zet de gebiedswerking in als een<br />

instrument voor versterkte participatie<br />

en inspraak. Werk aan projecten die<br />

bridgend werken voor de <strong>Kortrijk</strong>se<br />

gemeenschap.<br />

• Zorg voor aangepaste en dynamische<br />

beheers- en adviesorganen<br />

• Ontwikkel expertise in het binnenhalen<br />

van subsidies en fondsen.<br />

Overheid:<br />

• vertaling beleidskeuzes naar de<br />

organisatie toe<br />

• link design & cultuur<br />

Personeel:<br />

• gebrek aan sectoroverschrijdend<br />

projectmanagement<br />

• regelmatige personeelswissels<br />

Financies:<br />

• beperkte werkingsmiddelen<br />

Cultuuraanbod:<br />

• verstadsing evenementen; zwak<br />

profi el zomer in <strong>Kortrijk</strong><br />

• nood aan geïntegreerd erfgoedbeleid;<br />

geen aansluiting met streekerfgoed<br />

• nood aan gemeenschapsvorming in<br />

stadscentrum<br />

Communicatie en publiekswerking:<br />

• nood aan geïntegreerde vrijetijdscommunicatie<br />

en aan afstemming<br />

met globale citymarketing; gevolg:<br />

diffuse beeldvorming over Cultuur<br />

in <strong>Kortrijk</strong><br />

• nood aan uitbouw kalendermanagement<br />

Participatie:<br />

• blinde vlekken in publieksbereik<br />

• verouderde adviesverlening<br />

B<br />

#B BIJLAGEN<br />

214


#B BIJLAGEN<br />

215<br />

B<br />

Bijlage 2: Namen bekende <strong>Kortrijk</strong>zanen<br />

Exemplarische en dus onvolledige lijst:<br />

• Chris Lomme, Lien Van de Kelder, Niels <strong>Stad</strong>sbaeder (acteurs)<br />

• Hugo Claus, Hendrik Conscience, Guido Gezelle, Stijn Streuvels, Luuk Gruwez,<br />

André Demedts, Erik Spinoy, Axel Bouts,… (literatoren)<br />

• Gerda Dendooven (illustratrice & auteur)<br />

• Stephan Vanfl eteren, Carl De Keyzer, Bieke Depoorter (fotografen)<br />

• Boudewijn Delaere, Arne Quinze, Kunstwerkstede De Coene,… (vormgevers<br />

& design)<br />

• Robert Gillon, Alfred de Taeye, Dries Dequae (politici – enkel overleden politici<br />

hier opgenomen)<br />

• Maurice De Bevere (striptekenaar Morris); Ever Meulen (Kuurne)<br />

• David Claerbout (video-kunstenaar)<br />

• François Glorieux, Sigiswald Kuijken, Ozark Henry, Goose, Balthasar (muzikanten)<br />

• Mia Doornaert, Frans Destoop, Martine Tanghe,… (journaliste)<br />

• Stéphane Beel (architect)<br />

• Anne Demeulemeester (modeontwerpster)<br />

• Xavier Malisse, Laurance Courtois, Leif Hoste, Brigitte Becue,… (sportlui)<br />

• Sophie De Schaepdrijver (historica)<br />

Bijlage 3: Mapping van de 28 werven over de 2 zones en 4 speerpunten<br />

Cultuurtoeristische zone (hoofdstuk 7)<br />

• Speerpunt 1: Vlasmuseum<br />

>Nieuwe vlasmuseum (1)<br />

>Intergemeentelijke samenwerking (9)<br />

• Speerpunt 2: Buda<br />

>Budafabriek (2)<br />

>Broelmuseum (6)<br />

• P.M.<br />

>Historisch <strong>Kortrijk</strong> / 1302 (7)<br />

Cultuurparticipatiezone (hoofdstuk 7)<br />

• Speerpunt 3: Bibliotheek


Nieuwe bibliotheek (3)<br />

>Erfgoed <strong>Kortrijk</strong> 2014 (10)<br />

• Speerpunt 4: Cultuurcentrum<br />

>Regionale cultuurwerking (4)<br />

>CK (5)<br />

>Evenementen (8)<br />

>Uit in <strong>Kortrijk</strong> (12)<br />

>Doelgroepenwerking (13)<br />

Communicatie (hoofdstuk 8)<br />

>Zichtbaarheid (11)<br />

>Samenwerking cultuur – BID (15)<br />

>ICT (25)<br />

>Interne communicatie (26)<br />

>Cultuurcommunicatie (27)<br />

Participatie & samenwerking (hoofdstuk 9)<br />

>Kunstenoverleg (17)<br />

>Stedelijke cultuurraad & socio-cultureel werk (18)<br />

>Eurometropool (14)<br />

Organisatie & implementatie (Dit stuk wordt verder uitgewerkt in de periode november<br />

2011 – juni 2012, als deel II van dit rapport)<br />

• Organisatie<br />

>Lobbying (16)<br />

>Materiaal / ondersteuning evenementen (19)<br />

>Werkrelatie schepen – ambtenaren (21)<br />

>Organogram (22)<br />

• Financiën:<br />

>Niet-gekwantifi ceerde subsidie (20)<br />

>Financiën (23)<br />

>Convenanten (28)<br />

• Personeel<br />

>Personeel (24)<br />

B<br />

#B BIJLAGEN<br />

216


#B BIJLAGEN<br />

217<br />

B<br />

Bijlage 4: Doelstellingen herprofi lering Vlasmuseum<br />

a) Versterking museumfuncties<br />

• Versterken van de basispijlers<br />

1. Verzamelen en bewaren: creatie functioneel depot en focus op preventieve<br />

conservatie in tentoonstellings- en depotruimtes<br />

2. Onderzoek: creatie van een documentatiecentrum<br />

3. Tonen: permanente presentatie, creatie ruimtes voor tijdelijke tentoonstellingen<br />

en ateliers<br />

• Actualiseren verhaal permanente presentatie<br />

1. Opentrekken in tijd (middeleeuwen tot vandaag)<br />

2. Opentrekken in ruimte (België en de grensregio’s, met een focus op<br />

<strong>Kortrijk</strong> en de Leiestreek)<br />

3. Opentrekken naar alle afgewerkte producten van vlas<br />

4. Vlashandel evenwaardig opnemen als vlasnijverheid<br />

5. Menselijk aspect gelijkwaardig verhaal aan techniek (o.a. dankzij Vlasparlee<br />

en Vlasman)<br />

6. Impact op de Leiestreek centraal stellen (o.a. dankzij Socio-economische<br />

streekstudie van het zuiden van West-Vlaanderen en onderzoek<br />

naar reconversie)<br />

b) Nieuw publiek aanspreken<br />

• Versterken naar streekbewoners, streekbezoekers en scholen<br />

• Aanspreken van nieuw publiek van zakentoeristen, citytrippers en buitenlandse<br />

toeristen.<br />

• Versterken educatie (streek) en atelier (materie)<br />

c) Verhoging toeristisch potentieel<br />

• Onthaal en informatiepunt vlas en textiel<br />

• Creatie van MICE-ruimtes<br />

d) Relatie met geplande stedelijke ontwikkeling<br />

Bijlage 5: wetenschappelijk en publieksgericht comité herprofi lering<br />

Vlasmuseum<br />

a) Wetenschappelijk comité<br />

Academici: prof. E. Thoen (Ugent) , prof. I. De Vos (Ugent),prof. L. Van Molle (Ku-<br />

LEUVEN) en prof. Y. Seghers (CAG)


Lokale specialisten: provincie, Algemeen Belgisch vlasverbond, VVIA & kantdocente.<br />

Oud-vlassers<br />

b) Publieksgericht comité<br />

Musea: museumconsulent, STAM, textielmuseum Tilburg<br />

Toerisme: <strong>Kortrijk</strong>, Leiestreek, Westtoer & Toerisme Vlaanderen<br />

Gidsenkring<br />

c) Daarnaast worden specialisten betrokken bij specifi eke vraagstukken; bvb. FARO<br />

voor collectiebeleid, Tapis Plein en Humuz qua educatieve werking en Modemuseum en<br />

Kantcentrum Brugge voor de kantafdeling<br />

Bijlage 6: verdeling oppervlakte nieuwe Vlasmuseum<br />

Functie Exacte Ruimte Gevraagd in m² Voorontwerp in<br />

m²<br />

Onthaal Balie, shop, onthaal 200 335<br />

Bistro 200 249<br />

Sanitair, vestiare en<br />

folders<br />

50 243<br />

Pick-nick 50 0<br />

Totaal 500 827<br />

Tentoonstellingen Permanent 1600 1395<br />

Tijdelijk 400 941<br />

Totaal 2000 2336<br />

Publiekswerking Ateliers 140 144<br />

Auditorium 150 91,5<br />

Totaal 290 235,5<br />

Collectie Depot 600 284<br />

Documentatiecentrum 100 101,6<br />

Schenkingskamer 15 10,7<br />

Atelier 60 49,4<br />

Totaal 775 445,7<br />

Personeel Bureau- en vergaderruimte<br />

100 143<br />

Opslagplaats/technieken 50 269<br />

Totaal 150 412<br />

Totaal Totaal 3715 4256,2<br />

B<br />

#B BIJLAGEN<br />

218


#B BIJLAGEN<br />

219<br />

B<br />

Bijlage 7: openingsuren Broelmuseum<br />

• Door te openen op maandag bereikt het museum makkelijker<br />

>de scholen<br />

>de groepen in vrijetijdsverband<br />

>de toeristen<br />

>zelfstandigen, voor wie maandag een verlofdag is.<br />

• De woensdag vertoonde in de cijfers 2010 een dip en die trend werd bevestigd<br />

in de eerste helft van 2011. Ook een rondvraag bij musea in Gent en Hasselt<br />

gaf die tendens aan.<br />

• De woensdag is bovendien een typische dag voor activiteiten met kinderen,<br />

althans bij het kernpubliek van musea, dat uit 45-plussers bestaat.<br />

• Ook groepen en scholen vonden het interessanter om te switchen.<br />

• Een doorslaggevend argument kwam van de toeristische dienst: van april tot<br />

oktober piekt het eendagstoerisme op maandag. In een stad als Leuven kan je<br />

dan algauw nergens terecht.<br />

Bijlage 8: werkingsvoorstellen Budafabriek<br />

Permanente werking:<br />

• Fablab (uitwerking Designregio <strong>Kortrijk</strong>) en textielatelier (uitwerking Bolwerk)<br />

voor <strong>Kortrijk</strong>se burgers<br />

• Prototypelab (uitwerking Howest) voor studenten en ondernemers (ook voor<br />

VHTI / VTI / studenten academie)<br />

• Co-workingplace voor ondernemers die niet meteen een vast bureau zoeken<br />

(zie Ondernemerscentrum), maar wel een stimulerende omgeving met anderen:<br />

ondernemers, studenten en kunstenaars<br />

• Een shop met wisselende nieuwe producten van jonge vormgevers / productontwikkelaars<br />

(ism De Invasie)<br />

• Concrete samenwerkingsprojecten tussen kunstenaars en ondernemers, zowel<br />

binnen de Budafabriek, maar ook in de stad, de Eurometropool en België (ism<br />

Arteconomy): o.a. regionale projecten ism Unizo<br />

• Kantoren voor Designregio <strong>Kortrijk</strong> (meteen ook permanente balie)<br />

Periodieke werking:<br />

• Meerdere kleine expo’s<br />

• Grote tentoonstellingen<br />

• Workshops / ateliers / Buda Libre<br />

• ‘Het Gecondenseerd Denkvermogen’<br />

• Partnership met Interieur<br />

• 2013 voorjaar fotografi e


• 2013 najaar design uit Indiê in het kader van Europalia India<br />

• 2014 voorjaar collectie Frac Nord Pas de Calais<br />

• 2014 najaar Klei of plastic<br />

• 2015 samenwerking met Mons culturele hoofdstad<br />

Bijlage 9: afspraken inzake bewaren, verwerven, bestuderen en ontsluiten<br />

van collecties.<br />

B<br />

1. Behoud en beheer<br />

• Het historisch bibliotheekmateriaal wordt bewaard door de bibliotheek<br />

tenzij dit rechtstreeks te linken is aan de kerncollecties van een instelling.<br />

• Archief en documentair erfgoed worden ondergebracht in het stadsarchief,<br />

tenzij dit rechtstreeks te linken is aan de kerncollecties van een<br />

instelling of tot het werkterrein van het Rijksarchief behoort.<br />

• Het Rijksarchief beheert nog het Oude <strong>Stad</strong>sarchief (voor 1796) en<br />

andere archieven op basis van een aantal duidelijk afgebakende thema’s<br />

zoals notariaat, bedrijfsleven, ...<br />

• De Stedelijke Musea nemen het beheer van de restcollecties “Geschiedenis<br />

van <strong>Kortrijk</strong>” op zich.<br />

2. Verzamelen, bestuderen, ontsluiten<br />

• De Stedelijke Musea blijven een verzamelbeleid en brede publiekswerking<br />

voeren rond de eigen thematische collecties.<br />

• De bibliotheek (cel Geheugen) wordt de trekker van het verzamelbeleid<br />

en – in samenwerking met <strong>Kortrijk</strong> 1302 – van de brede publiekswerking<br />

rond het verhaal, de “historische” collecties van de stad. Dit in<br />

nauwe samenwerking met de andere erfgoedspelers.<br />

• De bewaarbibliotheek blijft een onderdeel van de stadsbibliotheek en<br />

kan uitgebouwd worden tot een erkende erfgoedbibliotheek.<br />

• De collecties van het OCMW worden volledig meegenomen binnen de<br />

stedelijke erfgoedwerking.<br />

• Afspraken met het Rijksarchief worden geconcretiseerd/geformaliseerd.<br />

Bijlage 10: De 4 pijlers van het cultuurcentrum volgens de Raad van<br />

Bestuur<br />

1. Presentatie<br />

• Kwaliteitsvolle programmatie voor een breed publiek<br />

• Met aandacht voor uniciteit en internationaal werk = vuurtorenrol<br />

• Doelpubliek: alle leeftijden, met aandacht voor jonge gezinnen & kinderen<br />

#B BIJLAGEN<br />

220


#B BIJLAGEN<br />

221<br />

B<br />

• Beleving, kader, formats zijn belangrijk!<br />

2. Participatie via<br />

• Projectwerking<br />

• Extra Muros<br />

• Onthaal, sfeer, formats, accommodatie<br />

• Samenwerking met onderwijs<br />

• In overleg leiding nemen op verschillende domeinen<br />

3. Muziekcentrum Track<br />

• Ondersteunen lokaal talent, amateurs & professionelen<br />

• Opzetten van educatie en trajecten<br />

• Gespecialiseerde accommodatie<br />

• Trekker van muziekplatform voor regio<br />

• Poort naar het grote podium, link schouwburg<br />

• Alle genres!<br />

• Aantal toonmomenten verhogen<br />

4. Uit in <strong>Kortrijk</strong><br />

Bijlage 11: Afspraken Schepen – leidend ambtenaar<br />

ALGEMEEN<br />

1. De schepen is de politiek verantwoordelijke, zowel qua beleidsvisie en -uitvoering<br />

als qua communicatie daarvan.<br />

2. De ambtenaar bereidt het beleid op deskundige en onderbouwde manier voor<br />

en voert het beleid uit.<br />

3. Schepen en ambtenaar werken samen op basis van wederzijds respect en loyaliteit.<br />

4. Ze hebben hierbij oog voor hun netwerkende omgeving en de impact ervan op<br />

hun beleidsdomein:<br />

• de professionalisering van hun vakgebied<br />

• de complementariteit van individueel gesprek en teamoverleg<br />

• de complementariteit van ambtenaren en private actoren<br />

• de raakvlakken van het eigen beleidsdomein met andere beleidsdomeinen<br />

binnen de stad en de ruimere (internationale) regio<br />

• de continue informatie en afstemming die binnen deze netwerkende<br />

omgeving nodig is.<br />

TAKEN SCHEPEN<br />

EXTERN


1. Vergaderingen voorzitten<br />

a. Voorzitter van een aantal vaste vergaderingen, bvb.<br />

• Adviesraad sculpturen in de stad<br />

• Directieoverleg Budafabriek<br />

• Raad van Bestuur Musea<br />

• AGB Buda<br />

• Overleg Cultuur Regio <strong>Kortrijk</strong><br />

b. Agenda voorgesteld door ambtenaar aanvullen<br />

c. Vergadering leiden<br />

d. Verslag door ambtenaren gemaakt lezen en eventueel aanvullen<br />

e. Opvolgen wat politiek moet gebeuren (to do’s)<br />

f. Zorgen voor resultaatsgerichte terugkoppeling met de vergaderingen.<br />

2. Occasionele vergaderingen bijeenroepen, vanuit beleidsmatige noodzaak, al of<br />

niet op vraag van de ambtenaar.<br />

bv.<br />

• Offi ciële groep West-Vlaamse steden Eurometropool<br />

• Vergaderingen met bepaalde organisatoren om beleidssynergie te<br />

bereiken (vb.<br />

• <strong>Kortrijk</strong> Congé)<br />

3. Mandaten opvolgen en waar nodig terugkoppelen met de ambtenaar<br />

bv.<br />

• Politieraad<br />

• SOK<br />

• Groep cultuur Eurometropool<br />

4. Communicatie<br />

• perswerking: de persnota ter goedkeuring van ambtenaar ontvangen, het<br />

woord<br />

• voeren op persbabbel, aanwezigheid op persconferentie.<br />

• andere offi ciële communicatie: overleg publicaties (wie schrijft voorwoord,<br />

inhoud,…),<br />

• woord voeren op offi ciële momenten (openingen, academische zittingen<br />

e.a.)<br />

5. Ontvangen van burgers/verenigingen/initiatiefnemers<br />

• verantwoordelijke ambtenaar al meteen betrekken bij gesprek<br />

• hun vragen al of niet naar de juiste ambtenaar toe leiden<br />

B<br />

#B BIJLAGEN<br />

222


#B BIJLAGEN<br />

223<br />

B<br />

6. Representatie op activiteiten van het stedelijke (private) werkveld<br />

• als spreker<br />

• of aanwezige<br />

• met aandacht voor evenwichtige aanwezigheid over de diverse werkvormen<br />

heen<br />

7. Aanwezigheid op en overleg met adviesraden<br />

• de schepen ontvangt altijd de agenda en het verslag<br />

• is aanwezig indien nuttig of nodig; bij voorkeur minimum één keer per<br />

jaar<br />

• de schepen zorgt –ondersteund door de ambtenaar – voor de terugkoppeling<br />

met CBS en raden.<br />

8. Het gezicht zijn voor het eigen beleidsdomein (en de stad) binnen regionale,<br />

Vlaamse en internationale omgevingen<br />

bv.<br />

• Eurometropool<br />

• Mons 2015<br />

9. Middelen zoeken bij de hogere overheid voor de fi nanciering van dossiers<br />

INTERN<br />

1. Overleg met ambtenaren<br />

• over courante zaken<br />

• over speciale aangelegenheden: ad hoc problemen, niet-evidente e-decision<br />

nota’s, grotere projecten,…<br />

• individueel of in team, naargelang de noodzaak<br />

2. Wekelijks college<br />

• voorbereiden (ter discussie en anticiperen wat er ter discussie gaat komen)<br />

• bijwonen<br />

• opvolgen.<br />

3. Beleidsstaf<br />

• visie bepalen over de toekomst in overleg met & op insteek van de ambtenaren<br />

• bijwonen<br />

• opvolgen<br />

TAKEN AMBTENAAR


INTERN<br />

1. Beleidsvoorbereiding<br />

• beleidsvisie opmaken via meerjarenplan<br />

• jaaractieplan opstellen<br />