12.11.2015 Views

NHA UITGELICHT november 2015 / nummer 5

Uitgelicht, het magazine van het Noord-Hollands Archief

Uitgelicht, het magazine van het Noord-Hollands Archief

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

November 2015 / Nummer 5

UITGELICHT

06

Altijd

bezig iets te tekenen |

Cornelis (Kees) Kroonsberg was

een veelzijdig kunstenaar. Een mooi

portret van een bescheiden man.

14

Het NHA bestaat tien jaar | Directeur

Lieuwe Zoodsma blikt terug op tien

jaar Noord-Hollands Archief en kijkt

vooruit naar de toekomst.


November 2015 / Nummer 5

Colofon

inhoud

Eindredactie:

Christine Tinssen, Ilse Kaldenbach,

m.m.v. Wim de Wagt

Aan dit nummer werkten mee:

de beeldmarketeers / Marc Vreuls

Maarten Brock

Helen van der Eem

Harco Gorter

Paul Maessen

Wim de Wagt

Mart van de Wiel

Lieuwe Zoodsma

Vormgeving:

Michael Kolf, bno - PICADIA

Druk:

Lenoirschuring - Amstelveen

5

14

Uitgelicht

Een woord vooraf van hoofd bedrijfsvoering Maarten

Brock.

Tien jaar

Noord-Hollands Archief

In 2015 bestaat het Noord-Hollands Archief tien jaar.

Directeur Lieuwe Zoodsma schetst de ontwikkelingen

en achtergronden van een dynamische organisatie.

6

Alsof

22

zijn handen

gestuurd werden

Het NHA verwierf dit jaar het archief

van de Haarlemse kunstenaar Cornelis

Kroonsberg (1901-1980). De

nalatenschap van deze bescheiden,

veelzijdige ambachtsman leidt tot

warme, sprekende herinneringen bij

zijn dochters, Saskia en Hanneke, en

zijn ex-medewerker Ben Demmers.

Mooi

geweest

Terugblik op activiteiten.

12 Prikbord

Interessant nieuws

24

Topstuk

Protestzegels uit de oorlog,

de favoriete archiefstukken

van Mieke Schaap.

Oplage:

750

ISSN:

1871-6326

Voorzijde omslag:

Cornelis Kroonsberg op zijn zeilboot,

vermoedelijk jaren dertig.

28

Verloren

verleden

Mart van de Wiel groeide in de

jaren negentig op met televisie

en video. Hij blikt terug op het

medium video en pleit voor een

herwaardering.

34

De succesvolle

ontwikkelingen

van Koninklijke

Roei- en Zeilvereniging

Het

Spaarne

De in 1885 opgerichte Haarlemsche

Roei- en Zeilvereniging ‘Het

Spaarne’ is aanvankelijk een

gezelligheidsvereniging, maar de

ontwikkelingen die de vereniging

vervolgens in de loop der jaren

doormaakt, zullen het karakter doen

veranderen.

40

Nieuwe archieven

en collecties

Aandacht voor diverse nieuwe

archieven die de afgelopen maanden

bij het Noord-Hollands Archief zijn

binnengekomen.

3


Uitgelicht ...

Iets vinden wat

je helemaal niet

zocht

Omdat de directeur van het Noord-Hollands Archief, Lieuwe Zoodsma,

een reis maakt met de Trans-Siberië Expres, mag ik in deze aflevering

van Uitgelicht het (voor)woord tot u richten. Voor zijn vakantie heeft

Lieuwe een artikel geschreven, waarin hij terugblikt op tien jaar Noord-

Hollands Archief. Het NHA ontstond in 2005 uit een fusie tussen de

Archiefdienst voor Kennemerland en het Rijksarchief in Noord-Holland.

Een opvallende ontwikkeling in de afgelopen tien jaar is de halvering

van het aantal bezoeken aan de twee studiezalen (van circa 15.000

tot zo’n 7.400), die meer dan gecompenseerd wordt door een enorme

toename van het aantal digitale bezoeken (van een paar duizend tot 2,3

miljoen). Voor het raadplegen van steeds meer gegevens, archiefstukken,

krantenartikelen en beeldmateriaal is een fysiek bezoek aan

het archief niet meer vereist. Enkele muisklikken volstaan.

Maar ook bij digitale zoektochten blijft gelukkig een van de

charmes van het archiefonderzoek bestaan: iets vinden wat

je helemaal niet zocht.

Dat laatste overkomt overigens niet alleen archiefbezoekers,

maar ook archiefmedewerkers. Zo blijkt uit het verhaal van

Mieke Schaap, die als tijdelijk medewerker van het Noord-

Hollands Archief bij het inventariseren van het archief van

de Stichting Nationale Hannie Schaft-herdenking op enkele

bijzondere protestzegels uit de Tweede Wereldoorlog stuitte. En hier

bleef het niet bij: lees er de rubriek ‘Topstuk’ maar op na.

Onlangs meldde het Haarlems Dagblad dat de laatste videotheek in de

Spaarnestad het voor gezien houdt. Bij het Noord-Hollands Archief is de

videoband nog niet uit de gratie. Binnenkort staan de gedigitaliseerde

videobanden uit de collectie van het Noord-Hollands Archief online.

En met collega Mart van de Wiel zeg ik: ga eens grasduinen door die

collectie. Wanneer je eenmaal geproefd hebt van deze historische bron,

smaakt dat zonder twijfel naar meer.

Geaquarelleerde interieurtekening van

Cornelis Kroonsberg, vermoedelijk jaren

twintig-dertig.

Maarten Brock,

hoofd bedrijfsvoering Noord-Hollands Archief

5


# 5 | Alsof zijn handen gestuurd werden

Tekst: Wim de Wagt / beeld: de beeldmarketeers (portret), Noord-Hollands Archief, B. Demmers en M. Harsveld

Alsof zijn handen

gestuurd werden

Dit jaar is aan het NHA het archief van de Haarlemse verlichtingskunstenaar

Cornelis Kroonsberg (1901-1980) overgedragen. De nalatenschap van deze

bescheiden, veelzijdige ambachtsman leidt tot warme, sprekende herinneringen

bij zijn dochters, Saskia en Hanneke, en zijn ex-medewerker Ben Demmers.

Zijn tekeningen

moest hij altijd

weer uitgummen

Rechts Hanneke (l.) en Saskia Kroonsberg

bij een door hun vader gemaakt uithangbord

van Apotheek Loomeyer aan de

Zijlweg. De eenhoorn is sinds jaar en dag

het symbool van deze apotheek.

Het archief bestaat vooral uit

productontwerpen, schetsen,

tekeningen en bedrijfsadministratie.

Lange tijd lag een groot deel

ervan verborgen op de zolder van

Kroonsbergs vroegere pand aan de

Zijlweg, waar het ‘ontdekt’ werd

door de archeoloog Marc Harsveld.

Het deel met (ontwerp)tekeningen

en schetsen bevond zich bij een

van de dochters in Haarlem en

bij Demmers in Uitgeest. Toen de

verschillende archiefdelen waren

overgedragen bleek alles te zijn

aangetast door schimmel. Inmiddels

zijn de stukken behandeld

met gammastraling en herverpakt.

Beschilderde lampenkappen

Cornelis (Kees) Kroonsberg was

veel meer dan een verlichtingskunstenaar.

Hij was gespecialiseerd in

smeedijzeren verlichtingsarmaturen

en beschilderde perkamenten

lampenkappen. Maar daarnaast

verlieten ook haarden, behangselontwerpen,

kleine meubels en

woonaccessoires zijn atelier aan de

Zijlweg 74. Op het hoogtepunt had

hij twintig man in dienst.

Altijd bezig iets te tekenen

Kroonsberg legde een lange weg

af voordat hij zo succesvol was.

Het gezin waarin hij opgroeide had

het niet breed. Hij was de jongste

van drie kinderen. Zijn vader was

kastelein bij een sociëteit aan de

Grote Markt. In 1904, toen Kees

vier was, verliet zijn moeder zijn

vader en trok met haar kinderen in

bij haar familie, de Nederkoorns.

6 7


# 5 | Alsof zijn handen gestuurd werden

Reclame van Cornelis Kroonsberg, vermoedelijk

jaren dertig.

Onder rechts Ben Demmers in zijn atelier

in Uitgeest.

Zij ging naaien om de kost te

verdienen. ‘Zijn moeder was een

sterke vrouw, hij was dol op haar,’

zeggen Saskia en Hanneke. De

jongen zat toen altijd al te tekenen.

Hanneke: ‘Om de armoede te

illustreren: zijn tekeningen moest

hij altijd weer uitgummen. Er was

geen nieuw papier.’

Een broer van zijn moeder zag

zijn talent en stuurde Kees naar

de kunstacademie in Leipzig.

Ben: ‘Die oom sponsorde als het

ware zijn creativiteit. Hij vond dat

hij het vak moest leren en Duits

moest kennen, omdat dat goed

voor de handel was.’ De Nederkoorns

waren meubelmakers aan

de Heiliglanden. In Kroonsbergs

archief zitten kleurig geaquarelleerde

presentatietekeningen van

interieurs die het stempel van de

firma Nederkoorn dragen. Kroonsberg

heeft deze blijkbaar gemaakt

en zo de eerste schreden in het

vak gezet.

Eigen gieterij

In 1929 vestigde Kroonsberg zich

aan de Zijlweg. In het pand waren

het kantoor, het atelier waar

de verlichtingskappen werden

gemaakt, en achterin de smederij.

Boven had Kroonsberg zijn werkkamer

en was de toonzaal. Verder

waren op de tweede en derde

verdiepingen de woon- en slaapvertrekken

van het gezin. Aan de

Assendelverstraat bezat hij bovendien

een eigen gieterij. ‘We leefden

met ons gezin in het bedrijf,’ zegt

Hanneke. ‘Ik heb er nog karkassen

goud geschilderd. Ik bracht de

koffie en de thee naar beneden.

Ben, wij zaten met jullie in de tuin

stickies te roken,’ vult Saskia aan.

Interessante mensen

Demmers vertelt dat Kroonsberg

het ‘betere werk’ op zijn vakgebied

deed. ‘De smeden die zijn ontwerpen

uitvoerden waren van grote

klasse. Hij hield van heel goed

werk leveren. Het moest verfijnd,

en nóg verfijnder. Hij had bekende

Het moest verfijnd,

en nóg verfijnder

opdrachtgevers: ABN Amro, het Koninklijk

Huis, de families Brenninkmeijer

en Fentener van Vlissingen.

En er waren interessante mensen

in dienst. De perkamenten lampenkappen

werden beschilderd door

Poppe Damave en Anton Heijboer.’

De laatste werd trouwens ontslagen,

weet Saskia nog. ‘Heijboer kon

niet tekenen volgens mijn vader.’

Hanneke: ‘Er werkten mensen hun

leven lang bij hem. Van Opzeeland

bijvoorbeeld. Die was communist.

Hij stond naast Schutte, een

PvdA’er. Die twee hebben een paar

jaar niet met elkaar gepraat, tot

mijn vader een keer naar beneden

kwam en zei: “Nu is het afgelopen

met die flauwekul!”’

Oudemannenhuis

In de oorlog kwam zijn Duitse

taalvaardigheid hem goed van

pas. Ben: ‘Onder de vloer van de

smederij zat een stofkelder van zeven

vierkante meter. Daar verborg

hij zijn medewerkers van Joodse

afkomst. Tegen de Duitsers zei hij

altijd dat het een oudemannenhuis

Links Door Cornelis Kroonsberg gemaakte

geaquarelleerde presentatietekening van

een kastje, vermoedelijk jaren twintig.

Rechts Getekend zelfportret Cornelis

Kroonsberg, Leipzig, 4 juli 1922.

was. De Vries, de Joodse bedrijfsleider,

is ook bij hem ondergedoken.

Als de Duitsers kwamen om

iets te laten repareren deed Ome

Kees dat, en dan gauw de deur

weer uit.’ Hanneke: ‘De kappenmaakster,

een klein vinnig type

met een schelle stem, riep dan:

“Romoos!” (rotmoffen). Dan wist

iedereen waar hij heen moest.’

Veel te goed

Ben Demmers (1951) kwam op zijn

zestiende als leerling-kunstsmid

bij Kroonsberg werken. Nu heeft

8

9


# 5 | Alsof zijn handen gestuurd werden

Twee ontwerpen van Kroonsberg voor

lampenkappen, datering onbekend.

hij een bloeiend interieurontwerpbureau

in Uitgeest met opdrachtgevers

over de hele wereld.

‘Kroonsberg was veel te goed voor

zijn personeel,’ zegt hij. ‘Je had er

donderstralen bij hoor. Hij keek

vooral naar het product, maar had

minder oog voor de zakelijke kant.

Wat we maakten moest helemaal

perfect zijn. Het kwam voor dat

Kroonsberg inschreef op een klus

voor een prijs waarvan de bedrijfsleider

later zei: “Daar komen we

niet mee uit.”’

Als een vader

‘Toen ik nog leerling was bij Ome

Kees nam hij me wel eens mee

naar het Frans Hals Museum of de

Vishal,’ vertelt de joviale Noord-

Hollander. ‘Hij trok me om de twee

dagen uit de smederij om maar

weer eens een dag te gaan tekenen.

In de buurt van zijn kantoor

had hij een mooi klassiek tekenbord,

daar moest ik dan mee aan

de gang. Hij nam me ook wel mee

naar de familie Brenninkmeijer om

te laten zien hoe je met opdrachtgevers

omging.’ Hanneke: ‘Ben

was de zoon die mijn vader altijd

had willen hebben. De allereerste

dingen die Ben smeedde kwamen

bij ons in de kamer te staan. “Kijk,

dat heeft Ben gemaakt,” zei hij

dan.’ Demmers: ‘Kees was als een

vader voor me.’

Eigen wereld

Kees Kroonsberg had eerder

ontdekt moeten worden, maar hij

was te bescheiden, vindt Ben. ‘Hij

werkte aan mooie, belangrijke projecten.

Grote hotels in Den Haag

en Amsterdam. Maar als er dan

journalisten kwamen voor een interview

wimpelde hij dat af, omdat

hij vond dat hij dat niet kon maken

tegenover zijn klanten. Hij had zijn

eigen wereld, zijn eigen klantenkring,

zijn eigen winkeliers. Er was

geen belangrijke interieurwinkel

die geen producten van hem verkocht.’

Hanneke: ‘Voor Tuschinski

ontwierp hij bijvoorbeeld lampen.

Dat zou nu veel meer uitgevent

worden.’ Saskia: ‘Voor de werkkamer

van Koningin Juliana maakte

hij ook ontwerpen. Iedere keer als

er oude tv-opnames langskomen,

denk ik: O ja, die lamp heeft hij ook

gemaakt.’ Ben, lachend: ‘Prins Bernard

gaf hem eens opdracht voor

een smeedijzeren boekensteun in

de vorm van een J. Een cadeautje

voor zijn vrouw.’

Goed luisteren

Godfried Bomans en Anton Pieck

kwamen ook bij hem over de vloer,

weet Ben nog. ‘Pieck wou eens een

lantaarn in zijn eigen stijl. Kees

had wat geschetst, maar Pieck

veranderde er nog wat aan met

zijn eigen krullerelitis.’ Typisch voor

haar vader, zegt Hanneke. ‘Hij ging

met zijn klanten zitten en besprak

met hen de ontwerpen. Maar wel

volgens zijn kwaliteitsnormen.’

Ben: ‘Hij was geen eigenwijze man,

kon heel goed luisteren.’ Hanneke:

‘Zijn opdrachtgevers waren op hem

gesteld. Hij ontving ze thuis, zij

voerden vaak lange gesprekken die

verder gingen dan de ontwerpen.’

Vrij kunstenaar

Kroonsberg was in zijn vrije tijd

altijd bezig iets te tekenen of te

maken. In het archief zitten talloze

stukken papier met schetsjes,

krabbels en tekeningen. Saskia:

‘Schetsen was zijn grote kracht.

Dan zag hij iemand en maakte

er een snelle tekening van. Met

een paar lijnen, net als Picasso.

Heel raak. Hij zei altijd tegen mij:

“Kijken, kijken!” ‘s Avonds zat hij

wel eens te boetseren. “Het is net

of ik het zelf niet doe,” zei hij dan.

Alsof zijn handen gestuurd werden,

zo’n gevoel had hij erbij. Van de

sintels uit de smederij maakte hij

kunstobjecten. Wij vroegen hem

wel eens waarom hij niet verder

was gegaan als vrij kunstenaar,’

vervolgt Saskia. ‘Want dat was

eigenlijk zijn grote liefde. Vrij

schilderen, aquarelleren, boetseren.

In de vrije kunst was echter geen

droog brood te verdienen. Nooit

meer armoede, was een belangrijke

drijfveer voor hem.’

Zware tijd

Het begin van de jaren vijftig was

een zware tijd voor het bedrijf.

Hij scheidde van zijn vrouw, Ine

Kars, die de zakelijke kant van het

bedrijf beheerde. Ben: ‘De bescheidenheid

die hem kenmerkte had zij

Geen belangrijke

interieurwinkel

die geen producten

van hem verkocht

Deel van het archief zoals het aangetroffen

werd door Marc Harsveld.

totaal niet. Zij kon zijn producten

goed aan de man brengen.’ Op een

gegeven moment bezat Kroonsberg

exclusieve verlichtingszaken

op toplocaties in Amsterdam en

Den Haag, onder andere op het

Spui en Noordeinde. Hanneke:

‘Hij had een zeilboot, een Amerikaanse

auto en een Harley. Maar

persoonlijke vrijheid was voor hem

het grootste goed. Dat heeft hij

wel heel duur moeten afkopen.

Hij mocht alleen de zaak houden.

Verder was alles voor haar, ook het

huis aan de Zijlweg. Dat moest hij

voortaan van haar huren.’ Kroonsberg

hertrouwde met een dertien

jaar jongere Limburgse, Liny Mekel.

Uit dit huwelijk werden Hanneke

(1953) en Saskia (1955) geboren.

Geen afscheid

Kroonsberg overleed in 1980 vrij

plotseling aan een aneurysma. Liny

Kroonsberg zette de zaak op kleine

voet nog jarenlang voort met de

verkoop van lampenkappen. De

smederij bestond toen niet meer.

Saskia: ‘Weet je, toen ik in 1991

een huis kocht zat daar ook een

kleine haard in. Ik had geen idee of

hij bijzonder was. Vorig jaar kwam

Ben op bezoek en die zei: “Maar

die hebben wij gemaakt!” Ik had

een huis gekocht met een haard

die nog door mijn vaders bedrijf is

gemaakt. Bizar toch?’

10

11


Agenda

Prikbord

elsbeth (@elsbeth)

Lang leve @NHArchief: gisteren

een klant in @Bieb023 kunnen

helpen aan een foto van z’n zusje

in het HD van september 1936 :)

6 oktober 2015 12:33 uur

•Do 29 okt t/m vrij 11 dec:

tentoonstelling Leve de leugen!

•Di 3 november:

voorouderspreekuur

•Zo 15 november:

concert Die Haerlemse

Musyckcamer

•Za 21 november:

voorouderspreekuur

•Za 21 november:

concert Les Moucherons

•Zo 22 november:

bierwandeling

•Ma 23 november:

Historisch Café

Nieuwe website

Dit najaar gaat de nieuwe website van het Noord-Hollands

Archief de lucht in. De website is overzichtelijk en bijzonder

gebruiksvriendelijk voor iedereen die op zoek is naar informatie

of onderzoek wil doen. Een interview met ontwerpbureau Pony

Design Club is te vinden op de nieuwe website.

Kijk voor een compleet en

actueel overzicht van onze

activitieten op onze website:

www.noord-hollandsarchief.nl.

12

A.M. Van der oever

(@oeverx)

#varens groeien op de

muur van de binnenplaats

van het #Noordhollandsarchief

1 juni 2015 09:10 uur

Grote aanvulling database criminele

Noord-Hollanders

Het Noord-Hollands Archief beheert vele archieven over criminele

Noord-Hollanders, zoals de archieven van de Noord-Hollandse

rechtbanken en gevangenissen. De afgelopen periode zijn er

diverse aanvullingen geweest op de online-indexen op deze

archieven. Nieuw beschikbaar gekomen zijn:

•Index op de strafvonnissen van de Arrondissementsrechtbank

Amsterdam over de periode 1901-1908 (de beschikbare index

loopt nu over de periode 1838-1908)

•Index op de dossiers met vonnissen en arresten over de jongens

opgenomen in het Rijksopvoedingsgesticht Alkmaar 1851-1905

•Een aanvulling op de index op de registers van inschrijving van

gevangenen in de Rijkswerkinrichting Hoorn tot en met 1912

(de beschikbare index loopt nu over de periode 1830-1912)

In totaal zijn er ruim 18.000 persoonsvermeldingen nieuw

beschikbaar gekomen. De indexen zijn te doorzoeken via het

archievenoverzicht en op de website. Inzage van de stukken is

mogelijk op de studiezaal van de locatie Jansstraat; een gedeelte

is ook online te bekijken.

Leve de Leugen!

Tot en met 11 december 2015 is de groepstentoonstelling

‘Leve de Leugen!’ te bezichtigen in de

Janskerk. Een groepstentoonstelling van maar liefst

twaalf hedendaagse kunstenaars die het thema

Leve de Leugen! op een voor hen typerende manier

verbeelden. Zijn kunstenaars bewuste leugenaars?

Houdt mijn geheugen mij voor de gek? Ben

ik minder vrij dan ik denk? Liegen rechteroren?

Zomaar wat vragen die in verschillende disciplines

de revue passeren.

De deelnemende kunstenaars zijn Eric van Straaten,

Loes Goebertus, Andre Rooijmans, Liliane Top,

Angela Bogaard, Joke Breemouer, Ab Bol, Gertjan

van den Bemd, Jan van Wessel, Mirjam Hagoort,

Marjolein Peters en Rob van Bruggen. Daarnaast

presenteert het Noord-Hollands Archief leugenachtige

archiefstukken in het Archiefcafé. Angela

Bogaard is de samenstellende curator van ‘Leve de

Leugen!’.

Openingstijden: di t/m vrij en elke derde zaterdag

van de maand van 9.00 tot 17.00 uur.

Toegang: gratis

Verjaardag van Haarlem

Op maandag 23 november 2015 is het precies

770 jaar geleden dat Haarlem stadsrechten

kreeg. Reden voor een feestje! Speciaal voor

inwoners van Haarlem die net als de stad jarig

zijn op 23 november, organiseert het Noord-

Hollands Archief in de Janskerk een ontbijt

met de burgemeester. Tijdens dit ontbijt zal de

burgemeester de nieuwe vitrine voor het stadsrecht

onthullen. ’s Avonds is er bovendien een

feestelijke editie van het Historisch Café.

Saskia (@saskiartvnh)

Hoe werd het geld gedrukt? #nhleeft

11.00 uur over de collectie van drukkerij

Joh. Enschede in @NHArchief

@RTVNH / 24 april 2015 09:21


# 5 | Tien jaar Noord-Hollands Archief

Tekst: Lieuwe Zoodsma / beeld: Noord-Hollands Archief, Inge Speekenbrink (portret) en de beeldmarketeers /

Hans Peter Föllmi

Tien jaar

Noord-Hollands Archief

In 2015 bestaat het Noord-Hollands Archief tien jaar. Op 1 februari 2005 trad de Regeling

Regionaal Historisch Centrum in Noord-Holland in werking. In deze gemeenschappelijke

regeling kwamen drie partners (het Rijk, de gemeente Haarlem en de gemeente Velsen)

overeen om alle taken en bevoegdheden van het Rijksarchief in Noord-Holland en de Archiefdienst

voor Kennemerland samen te brengen in één nieuwe archiefdienst: het Regionaal

Historisch Centrum in Noord-Holland, kortweg: Noord-Hollands Archief.

Ingrijpende verbouwing

en restauratie

Janskerk

bijna noodlottig

Fusie

Het was de voormalige staatssecretaris

voor Cultuur en Media Rick

van der Ploeg, die midden jaren

negentig van de twintigste eeuw

het initiatief nam om de rijksarchieven

in de provincie te laten

fuseren met de lokale of regionale

archiefdiensten in de betreffende

provinciehoofdstad. Uitgangspunt

voor de vorming van de Regionale

Historische Centra (RHC’s) was dat

de destijds relatief kleine archiefinstellingen

door schaalvergroting

en samengaan sterker in de regio

zouden worden ingebed en daardoor

een groter en meer divers

publiek zouden kunnen bedienen.

Het Utrechts Archief (fusie van

het Rijksarchief in Utrecht en het

Gemeentearchief Utrecht) vormde

in 1998 de eerste in de reeks. Het

Noord-Hollands Archief (NHA)

sloot uiteindelijk de rij in 2005.

Rijksarchivaris

Het eerste besluit van de nieuwe

partners was de aanstelling van

een directeur en kwartiermaker,

die per 1 april 2005 werd benoemd.

Voorlopig bleef deze de

enige medewerker van het NHA.

Pas per 1 januari 2006 kwamen

alle 52 medewerkers (43,1 fte)

formeel in dienst van het NHA. De

directeur van het NHA werd door

het algemeen bestuur in een van

zijn eerste vergaderingen benoemd

tot rijksarchivaris in de provincie

Noord-Holland en gemeentearchivaris

van Haarlem en Velsen. Voor

de andere deelnemende overheden

moest dit in de vernieuwde en

aangepaste dienstverleningsovereenkomsten

(DVO’s) officieel

worden geregeld.

Functie

Het NHA fungeert als rijksarchief

in de provincie Noord-Holland

en als regionaal archief voor de

aangesloten gemeenten: Aalsmeer,

Beverwijk, Bloemendaal,

Haarlem, Haarlemmerliede en

Spaarnwoude, Haarlemmermeer,

Heemskerk, Heemstede, Uitgeest,

Links Lieuwe Zoodsma, directeur van het

Noord-Hollands Archief.

Boven De Janskerk, het publiekscentrum

van het Noord-Hollands Archief.

14 15


# 5 | Tien jaar Noord-Hollands Archief

Uithoorn, Velsen en Zandvoort.

Ook de archieven van een aantal

binnen het werkingsgebied van het

NHA liggende polders, behorende

tot de hoogheemraadschappen

Hollands Noorderkwartier (boven

het Noordzeekanaal) en Rijnland

(beneden het Noordzeekanaal), zijn

bij het NHA ondergebracht. Ook de

openbare lichamen en gemeenschappelijke

regelingen – zoals de

veiligheidsregio, de omgevingsdiensten

en recreatieschappen –

binnen het werkingsgebied van het

NHA, brengen hun archieven over

naar het NHA.

In de afgelopen tien jaar is er

één gemeente verdwenen en één

bijgekomen. De kleinste gemeente

van Nederland, Bennebroek, is per

1 januari 2009 opgeheven en in

zijn geheel toegevoegd aan de

gemeente Bloemendaal. De gemeente

Haarlemmermeer besloot

per 1 januari 2009 aansluiting

te zoeken bij het NHA, zij het dat

de archieven en collecties van de

gemeente worden beheerd en ter

beschikking gesteld in het raadhuis

in Hoofddorp.

Gebouwen

De partners in de gemeenschappelijke

regeling spraken bij de fusie

af dat beide archiefgebouwen in

Haarlem, het rijksgebouwencomplex

aan de Kleine Houtweg en het

gemeentelijke gebouwencomplex

aan de Jansstraat, zouden worden

gehandhaafd. De locatie Janskerk

werd daarbij aangewezen als

frontoffice en publiekscentrum,

de locatie Kleine Houtweg als

backoffice voor beheeractiviteiten

(acquisitie, opvang, conservering,

restauratie, toegankelijk maken,

beheer van de audiovisuele en

beeldcollecties) met daarnaast een

beperkte studiezaalfaciliteit.

Restauratie Janskerk

Het eerste, meest ingrijpende, project

vormde vervolgens de restauratie

en verbouwing van de oudste

kerk van Haarlem, de Janskerk,

tot publiekscentrum in de periode

2005-2007. In de jaren daarvoor

was bij de nieuwbouw van de

naastgelegen Janskliniek door de

Stichting Hervormde Diaconale

Huizen (SHDH) en de gemeente

Haarlem, onder de Janskliniek al

een volledig geklimatiseerde en

beveiligde depotkelder gebouwd

Ingrijpende verbouwing

en restauratie

Janskerk

bijna noodlottig

voor de berging van veertien strekkende

kilometer archieven. Boven

op de kliniek was een kantooretage

gerealiseerd met circa dertig

werkplaatsen, een pauzeruimte,

een vergaderzaal en een beperkte

restauratieruimte. De ingrijpende

verbouwing en restauratie werd de

Janskerk nog bijna noodlottig door

een verzakking van de noord- en

westgevel, veroorzaakt door de

graaf- en bouwwerkzaamheden

ten behoeve van de kliniek en de

depotkelder.

Op 7 juni 2007 kon dan eindelijk

het publiekscentrum in de Janskerk

officieel worden geopend. De

openingshandeling bestond uit

het openschuiven van het, door de

Mexicaanse kunstenares Mariana

Castillo Deball ontworpen, koorhek

door de Commissaris van de Koningin

in Noord-Holland, Harry Borghouts,

en de directeur-generaal

Cultuur en Media van het ministerie

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Judith van Kranendonk.

Tijdens de openingsplechtigheid

werd ook het in opdracht van het

NHA gemaakte boek Van Commanderij

van Sint-Jan tot Noord-

Hollands Archief door de auteur

Wim Cerutti aangeboden aan Bernt

Schneiders, voorzitter van het

bestuur van het NHA en tevens

burgemeester van Haarlem.

De locatie Jansstraat heeft een

studiezaal met 120 studieplaatsen,

een aparte stiltestudiezaal,

de presentatie van een deel van

het regionaal-historisch boekenbezit

in een open opstelling op de

gaanderijen en een aparte faciliteit

voor (universitaire) werkgroepen

en educatieve projecten op de

bovenste vide.

Verbouwing in twee delen

Het complex aan de Kleine

Houtweg zou volgens de planning

aansluitend aan de verbouwing

van de Janskerk worden aangepakt.

Organisatorische en financiële

complicaties hebben dit proces

vertraagd. Het verbouwingsproject

startte uiteindelijk in 2011. Het

eerste deel omvatte de verbouwing

van het middengebouw tot een

moderne nieuwe studiezaal met

24 studieplaatsen, de realisatie van

een vrijwilligersruimte, kantoorruimte

voor circa 10 medewerkers

en een pauzeruimte voor medewerkers

en bezoekers. Tot dit deel

behoorde ook de verbouwing van

het restauratieatelier en de ruimte

voor audiovisuele en bewerkingsprojecten

alsmede de realisatie

van een opvangdepot en quarantaineruimte

in het achtergebouw.

De restauratie van het monumentale

voorgebouw, een voormalig

Doopsgezind Weeshuis ontworpen

in 1874, en de aanpassing en

Interieur van de Janskerk met op de voorgrond

de studiezaal en op de achtergrond

de Commandeurszaal.

herinrichting van het buitengebied

(tuin en parkeerruimte) vormde

het tweede deel van het verbouwingsproject.

Op 8 november 2012

werd het volledig verbouwde en

gerestaureerde gebouwencomplex

aan de Kleine Houtweg feestelijk

geopend door de Commissaris

van de Koningin in Noord-Holland,

Johan Remkes.

16

17


# 5 | Tien jaar Noord-Hollands Archief

57 kilometer

De totale opvang- en beheercapaciteit

van het NHA voor archieven

en collecties op beide locaties

kwam op ongeveer 52 strekkende

kilometer. In 2013-2014 kon

dankzij een laatste investering van

het Rijk de capaciteit op de locatie

Kleine Houtweg nog worden uitgebreid

met 5 strekkende kilometer,

waarmee de totale capaciteit aan

geklimatiseerde en beveiligde

depotruimte is gekomen op 57

strekkende kilometer.

Archieven en collecties

Het NHA beheert een zeer omvangrijke

hoeveelheid archieven

en collecties. Het NHA beheert

momenteel de archieven van een

aantal grote, gedeconcentreerde

rijksdiensten, zoals de directie

Noord-Holland van Rijkswaterstaat

en de arrondissementsrechtbanken

te Amsterdam, Haarlem/Schiphol,

Alkmaar en het Gerechtshof te

Amsterdam. Maar ook de archieven

van de provincie Noord-Holland en

de twaalf aangesloten gemeenten

nemen een groot deel van de

beschikbare ruimte in beslag.

Beeldcollectie

De basis van de beeldcollectie

wordt gevormd door de Provinciale

Atlas Noord-Holland, sinds 1923

door de provincie Noord-Holland in

beheer gegeven bij het NHA en zijn

rechtsvoorganger, en de Kennemer

Atlas, dat een conglomeraat is van

de voormalige Stedelijke Atlas van

Haarlem en de atlascollecties van

de andere deelnemende gemeenten.

De acquisitie van de complete

(glas)negatievencollectie van het

voormalig Fotoburo de Boer, met

naar schatting zo’n twee miljoen

persfoto’s van zuidelijk Noord-

Holland uit de periode 1945-2000,

was een belangrijke aanwinst in

2013. Ondanks pogingen daartoe

kon het NHA helaas het vertrek van

de eveneens belangrijke beeldcollectie

van Spaarnestad Fotoarchief

in 2011 niet voorkomen. Dankzij

de bemiddeling van de toenmalige

wethouder van Cultuur van

Haarlem Pieter Heiliegers, werden

twee voor de geschiedenis van

Haarlem belangrijke onderdelen

uit het Spaarnestadarchief, de collectie

van de straatfotograaf Toon

Vrenegoor en de collectie van de

Haarlemse studiofotograaf Van der

Berg, overgedragen aan het NHA.

Stadsarchief van Haarlem

Het NHA maakt voor zover bekend

als een van de weinige RHC’s in

Nederland nog steeds archieven en

collecties toegankelijk door middel

van inventarissen en plaatsingslijsten.

Bij deze inventarisatieprojecten

wordt zowel met eigen

formatiecapaciteit gewerkt als met

externe bureaus. Een van de belangrijkste

inventarisatieprojecten

in de afgelopen tien jaar was dat

van het Stadsarchief van Haarlem

over de periode 1573-1813.

De officiële aanbieding van deze

inventaris aan de burgemeester

van Haarlem, Bernt Schneiders,

was op 22 november 2013, aan de

vooravond van de viering van de

‘verjaardag van de stad’.

Vrijwilligers hebben in de loop van

de jaren een cruciale rol gespeeld

bij het toegankelijk en nader toegankelijk

maken van de archieven

en collecties van het NHA. Op dit

moment zijn er zo’n tachtig vrijwilligers

werkzaam voor het NHA.

Publiek

Bij de fusie van de Haarlemse

archiefdiensten in 2005 was er op

beide locaties nog een drukbezochte

studiezaal in bedrijf, met

ruime openingsuren. Het aantal

bezoeken voor beide locaties samen

bedroeg in 2005 12.132.

Deze bezoeken werden gebracht

door in totaal 4.6119 bezoekers.

Dit beeld veranderde in de

Verbouwing (links) en opening (boven) van

de locatie Kleine Houtweg.

afgelopen tien jaar drastisch. Door

automatisering en digitalisering

en de groei van het internet als

informatiebron daalde het fysieke

bezoek aan de studiezalen van

het NHA van jaar tot jaar in rap

tempo naar zo’n 7.400 bezoeken,

gebracht door zo’n 2.800 bezoekers,

in 2014.

Het afnemende fysieke bezoek

enerzijds en de, met name door de

gemeente Haarlem afgedwongen,

bezuinigingen anderzijds leidden

tot een drastische vermindering

van de openstelling van de studiezaal

op beide locaties.

18

19


# 5 | Tien jaar Noord-Hollands Archief

Nieuwe digitale mogelijkheden

Met de daling van het fysieke

bezoek groeide het digitale bezoek

explosief. Na de ingebruikname

van een nieuwe website in 2006

en de presentatie op deze website

van grote hoeveelheden gedigitaliseerde

bronnen en digitale

overzichten van archieven en collecties

steeg het digitale bezoek

van enkele duizenden in 2006 naar

2,3 miljoen bezoeken in 2014. Een

nieuwe vorm van digitale raadpleging

is mogelijk sinds de invoering

van het zogenaamde ‘scanning on

demand’: bezoekers kunnen online

een digitale kopie van archiefstukken

bestellen. De nieuwe digitale

mogelijkheden moeten de komende

tijd uitmonden in de realisatie

en presentatie van een zogenaamde

virtuele studiezaal, waarbij de

raadpleging en het gebruik van de

door het NHA beheerde archieven

en collecties volledig online

gebeurt, en dus onafhankelijk van

tijd of plaats.

Presentatie en educatie

Met de ingebruikname van de volledig

verbouwde en gerestaureerde

Janskerk in 2007, kwam ook een

nieuwe ruimte beschikbaar voor de

ontvangst van grotere groepen en

gezelschappen en voor de organisatie

van tentoonstellingen: de

Commandeurszaal. Deze zaal is de

afgelopen tien jaar zowel benut

voor activiteiten en presentaties

van het NHA als voor door derden

georganiseerde evenementen en

festiviteiten. In 2014 werden in totaal

circa 17.000 bezoeken aan de

Commandeurszaal geregistreerd.

Op educatief gebied heeft het NHA

gekozen voor samenwerking met

andere culturele en cultuurhistorische

instellingen in Haarlem via

de zogenaamde Erfgoedcoalitie

Haarlem. Gezamenlijk is een aantal

zeer succesvolle educatieprojecten

ontwikkeld.

Balans en perspectief

Het NHA heeft in de afgelopen tien

jaar tweemaal een meerjarenbeleidsplan

en eenmaal een informatiebeleidsplan

uitgebracht. Alle

beleidsplannen, maar zeer in het

bijzonder het laatste ‘Balans en

perspectief, beleidsplan 2013-2016

van het Noord-Hollands Archief’,

geven de ambities aan ten aanzien

van digitale ontwikkelingen. Centraal

staan de advisering, begeleiding,

facilitering en ondersteuning

van de aangesloten overheden bij

alles wat met een verantwoord en

transparant informatiebeheer te

maken heeft. In dit kader wordt er

bij de overheden niet alleen meer

toezicht uitgeoefend op de zorg

voor en het beheer van de nietovergebrachte

archieven, maar

worden deze overheden ook actief

begeleid en geadviseerd om hun

(digitale) informatievoorziening

op een verantwoorde wijze in te

richten.

e-Depot

Het NHA heeft de

afgelopen jaren in

nationaal verband,

met de andere

RHC’s en het Nationaal Archief,

veel middelen, tijd en energie

gestoken in de ontwikkeling en

implementatie van een digitaal

depot, het zogenoemde e-Depot.

Op 19 januari 2015 kon het NHA

Boven Locatie Kleine Houtweg.

Links Vrijwilligers van het Noord-Hollands

Archief tijdens het vrijwilligersuitje op

7 september 2015.

als eerste RHC in Nederland een

werkende e-Depotvoorziening

aanbieden. De komende tijd zal

dit e-Depot worden opengesteld

voor de bij het NHA aangesloten

overheden. Een nieuwe uitdaging

waar wij als NHA voor staan, een

uitdaging die uitdrukkelijk ruimte

biedt voor de invulling van onze

eerder geformuleerde ambities!

20

21


MOOI

GEWEEST

# 5 | Mooi geweest

Een gemiste kans?

Op initiatief van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren,

Stad Mechelen en MMMechelen en in samenwerking

met het Noord-Hollands Archief, organiseerde de

gemeente Haarlem, in het kader van het Haarlem-

Vlaanderenjaar, op 21 september het debat ‘Een

gemiste kans?’. In het Noord-Hollands Archief ging de

Vlaming Luc Devoldere, publicist en hoofdredacteur

van de Vlaams-Nederlandse culturele instelling Ons

Erfdeel, in gesprek met Marc Reynebeau, journalist,

columnist en historicus. Zij discussieerden over de

vraag: wat als Nederland en België samen waren

gebleven? Wat zou dan de rol en functie van Haarlem

zijn in dat land van bijna dertig miljoen zielen? Hoe

zouden kunst en cultuur, onderwijs en wetenschap,

economie en ecologie eruitzien? Vervolgens gaf

singer-songwriter Lucky Fonz III een miniconcert

waarvan het Nederbelgisch Feestlied het hoogtepunt

vormde.

Christel v.d. Steen (@cmvdsteen)

Bijna halverwege mijn afstudeerproject

#e-depot #noordhollandsarchief

19 augustus 2015 13:25 uur

Haarlem bestaat niet

Op zondag 18 oktober vond in de Philharmonie

in Haarlem een nieuw evenement plaats: het

Geschiedenis Festival. Van 9 tot 21 uur waren

er lezingen en voordrachten van onder anderen

Maarten van Rossem, Wim Daniëls, Nelleke

Noordervliet, Jan Brokken en Ad van Liempt.

Het Noord-Hollands Archief presenteerde tijdens

het Geschiedenis Festival een speciale editie

van het Historisch Café, onder de titel ‘Haarlem

bestaat niet’. Centraal stond de mythevorming rond

Haarlem in de nationale geschiedenis. Emeritus

hoogleraar Piet de Rooij gaf een lezing over de

inname van Damiate. Anneke van den Bergh,

conservator van de Bibliotheek Zuid-Kennemerland,

hield een voordracht over de uitvinder van de

boekdrukkunst Laurens Jansz. Coster. Marius

Jaspers, hoofdredacteur van het weblog Raarlems

Dagklad, las een column voor over mythevorming

anno nu. Het trio Bijlsma²Hooglugt zorgde voor

historische liedjes in een eigentijds jasje.

Filmavond met nog

nooit eerder vertoond

filmmateriaal

Op donderdagavond 22 oktober organiseerde het

Noord-Hollands Archief een filmavond in het kader

van de Maand van de Geschiedenis. Het thema van de

avond was ‘Van dromen tot daden: ondernemers in

Haarlem en omstreken’.

Er werden die avond historische filmbeelden vertoond

van diverse ondernemingen, zoals machinefabriek

Figee, chocoladefabriek Droste, tijdschriftenuitgeverij

De Spaarnestad en de suikerfabriek in Halfweg. Ook

zeepfabriek Het Klaverblad, waar karnemelkzeep ‘Het

Melkmeisje’ werd geproduceerd, kwam aan bod. De

beelden tonen de trots van de ondernemers en het

optimisme over hun toekomst.

Gepakt! Misdaad en

straf rond 1900

Afgelopen zomer stond de Janskerk met de

tentoonstelling ‘Gepakt!’ volledig in het teken van

misdaad en straf rond 1900. Met unieke objecten,

bijvoorbeeld een originele celdeur en slaapkooi, en

nooit eerder getoonde documenten, zoals foto’s

van de Koepelgevangenis in aanbouw, signalementskaarten

en spotprenten, kregen misdaad en

straf rond 1900 een gezicht.

Het leven in de strafgevangenis rond 1900 was er

een van ‘eenzame opsluiting’ in volstrekte anonimiteit.

Gevangenen werden aangesproken met een

nummer in plaats van hun naam en buiten de cel

droegen zij een masker, om elke vorm van communiceren

met medegevangenen te voorkomen.

NHArchief (@NHArchief)

Vandaag hebben we leerlingen op bezoek

via @JINC. Collega Henk geeft uitleg over

restauratie van archief. #educatie

15 september 2015 10:15 uur

22 23


# 5 | Topstuk

Tekst: Wim de Wagt/ beeld: de beeldmarketeers (portret) en Noord-Hollands Archief

Topstuk

Mieke Schaap, gemeentearchivaris van Zaanstad, stuitte tijdens het inventariseren van

het archief van de Stichting Nationale Hannie Schaft-herdenking op een teken van klein

burgerlijk protest tijdens de oorlog: zogeheten protestzegels. Klein, misschien, maar voor

haar regelrechte topstukken.

Op deze manier

deelden ze toch

een speldenprikje

uit

Boven Hannie Schaft in de Kleverlaan

in Haarlem (circa 1938-1940); fotograaf:

Cees de Boer.

Rechts Mieke Schaap met twee van de

protestzegels.

24

De Zaanse gastonderzoeker

werkte in Haarlem vanwege een

re-integratietraject. ‘Toen ik hier

kwam mocht ik kiezen uit een top

3 van te inventariseren archieven.

Meteen wist ik, dít archief wil ik

doen, dit thema spreekt me aan.

Als kind heb ik ooit Het meisje met

het rode haar van Theun de Vries

gelezen. Ik was flabbergasted over

wat iemand op zo’n jonge leeftijd

allemaal durfde. Sindsdien is Hannie

Schaft me altijd bijgebleven.’

Schoolwerkstukken

Ze raakte onder de indruk van de

activiteiten van de Stichting Nationale

Hannie Schaft-herdenking.

‘In het archief zitten bijvoorbeeld

veel werkstukken van kinderen.

Van enkele blaadjes tot gedegen

middelbareschoolwerkstukken.

Verder zeer veel krantenartikelen

over de activiteiten van de

stichting, maar ook over de Tweede

Wereldoorlog en andere verzetsstrijders.

Er zijn ook grappige dingen, zoals

de protestzegels. Die werden in de

oorlog op luciferdoosjes geplakt.

Dan kon je toch een beetje aangeven

dat je het niet eens was met

wat er gebeurde.’ Mieke laat de

zegels zien. Elk bevat een minuscule

voorstelling en een soort

spreuk. ‘Ik was er helemaal door

verrast, want ik had er nog nooit

van gehoord.’

Burgerlijk protest

Een van de initiatiefnemers van de

protestzegelactie was Piet Zwart

uit de Zaanstreek. De zegels lagen

heel lang op zolder bij een neef

van hem. Mieke: ‘Via via kwamen

de zegels in dit archief terecht. Zijn

neef vond een doos vol met gedrukte

exemplaren van deze drie,

25


# 5 | Topstuk

maar Piet Zwart moet nog meer

zegels hebben gemaakt. Ze vormden

een klein burgerlijk protest

om anderen bewust te maken en

aan het denken te zetten. “Moeten

we wel alles accepteren wat er nu

gebeurt?”

Ik vind ze geweldig mooi. De tekeningen

zijn heel sprekend. Bij de

ene zegel zie je bij de getroffene

echt de dolk in zijn borst zitten,

terwijl die andere figuur er overstuur

bij zit. En kijk deze, waar het

kindje bij de moeder zit. Daar gaat

een soort warmte vanuit, een soort

geborgenheid, die er natuurlijk

ook moest zijn in de oorlog, wat

best wel lastig was met alle angst.’

Maar dan de spreuken: Eerst het

spel en dan de hel, De resultaten

van den oorlog en Paatje! Ik heb

zoo’n honger. Mieke: ‘Die van Paa

tje! Ik heb zoo’n honger is duidelijk.

Maar waar bij Eerst het spel en

dan de hel dat ‘spel’ op slaat, weet

ik niet. Het politieke spel? Het zijn

heel intrigerende teksten.’

Sterke overtuiging

‘Voor mij bewijzen de protestzegels

dat een deel van de mensen

het toch echt niet pikte. Misschien

waren ze te bang om echt het verzet

in te gaan, want dat kon heel

veel gevolgen hebben, ook voor

je gezin. Of ze wisten gewoon de

wegen niet. Op deze manier deelden

ze toch een speldenprikje uit.

Met de gedachte: “We moeten wat

doen, en laten we het gezamenlijk

doen.” In de laatste jaren van de

Moeten we wel

alles accepteren

wat er nu

gebeurt?

oorlog werden de mensen actiever

in het verzet.

Als je door dit archief gaat zie je

meer het grotere werk. Het rondbrengen

van verzetskranten, het

onderbrengen van Joodse mensen,

Joodse kinderen in veiligheid brengen,

liquidaties en sabotageacties.

Dat zijn de dingen die eigenlijk het

meest bekend zijn. Ik moet zeggen

dat ik ontzettend onder de indruk

ben geraakt van alle verhalen die

ik aangetroffen heb. Ongelooflijk

dat je, zoals Hannie Schaft, zoveel

kracht in je hebt om zulke dingen

te gaan doen. Om drie jaar lang zo

actief bezig te zijn, met al dat leed

om je heen. Maar ook om mensen

neer te schieten en onderduikers

naar adressen in Noord- en Zuid-

Holland te brengen. Ik zou dat

nooit kunnen. Hannie Schaft, Truus

Menger en Freddy Oversteegen

waren nog heel jonge meiden. En

dan zo’n keuze maken. Hun sterke

overtuiging moet hen op de been

hebben gehouden.’

Opkomen voor onrecht

Het Noord-Hollands Archief kreeg

het archief van de Stichting Hannie

Schaft-herdenking in 2011 in

bruikleen. Mieke: ‘De stichting is in

1996 opgericht en komt voort uit

de in 1948 opgerichte Algemene

Nederlandse Jeugd Vereniging

(ANJV), die Hannie Schaft ieder

jaar in Overveen herdacht. Toen

in de loop van de tijd de opkomst

steeds minder werd hebben Truus

Menger, Freddy Oversteegen en

nog een paar anderen de koppen

bij elkaar gestoken en gezegd:

“Kunnen we dat niet anders doen?”

Het besef bestond dat de doelstelling

breder moest. Niet alleen Hannie

Schaft herdenken, maar ook

strijden tegen racisme, fascisme

en discriminatie. Opkomen voor

onrecht en dat uitdragen met de

oorlog als uitgangspunt en een

parallel te trekken met het heden.

Ik heb het blaadje voor blaadje

mogen doornemen en – ik mag

het eigenlijk niet zeggen – zitten

smullen van de inhoud.’

Mieke reduceerde de omvang

van het archief van drie en een

halve meter tot twee meter. ‘Er zat

veel dubbel materiaal in. Wat er

overblijft: notulen, jaarverslagen,

nieuwsbrieven, maar ook documentatie

over de activiteiten die de

stichting onderneemt, van tentoonstellingen,

lezingen en educatieve

projecten, tot in Duitsland,

Denemarken en Australië aan toe.

En er is een stuk van het archief

van Truus Menger aan toegevoegd.’

Pacifistisch milieu

Onbekend met het NHA was Mieke

niet. Voor ze in Zaanstad ging

werken liep ze stage in Haarlem,

en voerde hier ook inventarisatieopdrachten

uit. Ze werd geboren

in Purmerend en kwam op haar

zesde in Zaandam wonen. ‘Ik ben

opgegroeid in een pacifistisch

milieu. Mijn ouders voedden ons

op met het idee je moet opkomen

voor mensen die onderdrukt worden

en dat je onrecht niet moet

accepteren. We mochten ook geen

pistooltjes, pijl-en-boog en dat

soort dingen cadeau krijgen,’ zegt

ze lachend. ‘Maar we speelden wel

cowboytje en indiaantje hoor, dan

had je gewoon je vinger als pistool.

Ik denk dat dat heel erg te maken

had met de oorlog. Mijn moeder

heeft een Joodse vader wiens halve

familie is vermoord. Mijn vader

heeft geen Joodse achtergrond,

maar heeft wel het nodige gezien

in de oorlog, hij was bijvoorbeeld

bij de beschieting op de Dam. Ik

denk dat dat allemaal heeft meegespeeld.

Ze hadden zoiets van:

“Dat willen we niet meer.” En dat

heeft doorgewerkt op ons.’

De sieraden van

Hannie Schaft

Bij de stukken uit de verzameling

van Truus Menger die aan het

archief van de Stichting Hannie

Schaft-herdenking werden

toegevoegd zat ook een klein

doosje. Met een heel bijzondere

inhoud. Mieke Schaap: ‘Een met

tape dichtgeplakt plastic doosje.

Ik hoorde al wat rammelen. Deed

het heel voorzichtig open.’ In het

doosje zaten een paar broches,

bedeltjes, een oorbel en een

emaillen kommetje. Het bleken

spulletjes van Hannie Schaft. ‘Ik

werd er vanbinnen helemaal stil

van. Ik keek ernaar en durfde ze

er in eerste instantie gewoon

niet uit te pakken. Uit een soort

eerbied.’ Intussen heeft de

gastonderzoeker ze beschreven.

Mieke: ‘Een heel moedige vrouw

heeft met deze sieraden gelopen.

En die heb ik mogen aanraken.’

26 27


# 5 | Verloren verleden

Tekst: Mart van de Wiel / beeld: Noord-Hollands Archief en Inge Speekenbrink (portret)

Verloren verleden

Mart van de Wiel (medewerker beeld- en audiovisuele collecties, geboren in 1988) groeide

in de jaren negentig op met televisie en video. Hij blikt terug op het medium video en pleit

voor een herwaardering.

Uitstekende

tijdsbeelden

Boven Mart van de Wiel

Rechts Een deel van de collectie videobanden

van het Noord-Hollands Archief.

Al vroeg intrigeerde de techniek

achter de videobanden me, en ik

maakte dan ook gretig gebruik

van de mogelijkheid door tientallen

uren The Simpsons van tv op

te nemen en deze, net als andere

opgenomen of aangeschafte films

zoals Sister Act, constant opnieuw

te bekijken. Zonder het te weten

groeide ik op tijdens de hoogtijdagen

van het medium. Het was het

eerste audiovisuele medium dat,

vanwege het gemak en de prijs,

voor bijna iedereen beschikbaar

was. Samen met de commercialisering

van televisie en de opkomst

van kabel in de jaren tachtig en

negentig zorgde de opnamecapaciteit

van video’s voor een ware

beeldcultuurrevolutie, waarbij niet

alleen de hoeveelheid beeldmateriaal

fors toenam, maar ook het

hergebruik centraal stond. Dit was

een revolutie.

Hopeloos verouderd

Toch kijken we tegenwoordig

veelal met een scheef oog naar

dit medium. Video’s als historisch

beeldmateriaal zijn lang niet zo

nostalgisch als die ‘goede oude’

polygoonbeelden in zwart-wit met

de karakteristieke nasale stem en

woordgrapjes van Philip Bloemendal.

Ook het geluid van een ratelende

filmprojector in een duistere

kamer ontbreekt. Video’s gelden nu

als hopeloos verouderd. Ironisch

genoeg, gezien het tijdperk van

technologische vernieuwingen

waarin het medium tot bloei kwam.

Ze maakten geen schijn van kans

tegen de kwaliteit van hun directe

opvolgers (dvd’s, later blu-rays) en

al helemaal niet tegen de huidige

standaard van hd-streaming (om

nog maar te zwijgen over 4K, 8K of

ultra-hd).

Herwaardering

We zijn simpelweg niet meer

gecharmeerd van video’s, en dat is

zonde. Ze zijn tussen wal en schip

geraakt. Ik pleit daarom voor een

herwaardering van dit medium.

Om mijn pleidooi te onderbouwen

zal ik, net als in mijn artikel uit de

vorige Uitgelicht, een top 5 samenstellen

van videomateriaal dat ik

heb gevonden tijdens mijn werk.

Officiële kanalen

Naast de bovengenoemde sentimentele

en praktische redenen

denk ik dat hier ook zeer sterk een

kwestie van historische beleving

meespeelt. Iets waar video’s bij

uitstek last van schijnen van hebben.

Bij veel mensen zal het woord

‘geschiedenis’ bepaalde beelden

oproepen, zoals stoffige archieven,

de Gouden Eeuw, Napoleon en de

slag bij Nieuwpoort (1600). Geschiedenis

is op die manier ‘vroeger

en alles wat daarin belangrijk

was’. Alleen de kantelpunten in de

geschiedenis zijn belangrijk en het

herinneren waard, en je kunt je alleen

iets ‘herinneren’ als het ook is

vastgelegd. Tot voor kort gebeurde

het vastleggen overwegend door

de ‘officiële’ kanalen (overheden,

de elite met de middelen om zaken

vast te leggen, de overwinnaars, de

mensen met de hardste stem).

Maar dit breedgedragen idee van

‘traditionele’ of ‘officiële’ geschiedschrijving

heeft gewoonlijk weinig

raakvlakken met de individuele

Vanwege het gemak

en de prijs,

voor bijna iedereen

beschikbaar

en persoonlijke geschiedenis van

de gewone mensen en kleine en

lokale bedrijven.

Knullige beelden

Dit is waar video om de hoek

komt kijken. Video is namelijk het

medium bij uitstek dat de ervaringen

en ideeën van de gewone

man vastlegt. Hierdoor geven

video’s uitstekende tijdsbeelden

vanuit het perspectief van gewone

mensen, en niet alleen meer vanuit

de officiële kanalen. Het medium

geeft een inkijk in wat mensen

zelf belangrijk genoeg vonden om

de herinnering te ondersteunen.

Daarnaast was het medium heel

geschikt voor het verspreiden van

ideeën in de vorm van amateurdocumentaires,

-reportages en

promotiemateriaal. Ja, het zijn vaak

knullige beelden van baggerkwaliteit,

maar het zijn ook belangrijke

historische documenten vol met

informatie over de bevolking in de

jaren tachtig en negentig.

Top 5

Videobanden zijn door technische

oorzaken nu hard aan het vergaan

en de nood om ze te bewaren

is hoog. Om aan te geven hoe

belangrijk, maar ook hoe leuk

video’s kunnen zijn, geef ik mijn

top 5 van video’s uit onze collectie,

met de redenen waarom ik deze

zo gaaf vind. Binnenkort zullen alle

gedigitaliseerde video’s ook via

onze website beschikbaar zijn, en

het loont de moeite om eens fijn te

gaan grasduinen door de collectie!

28 29


# 5 | Verloren verleden

Nr. 5

Haarlemse Bloemenmeisjes

in Japan

(1989)

Dit verslag van een promotiereis

van Haarlemse bloemenmeisjes

naar het Japanse pretpark ‘Huis

ten Bosch’ (waar Nederland is

nagebouwd) is gewoon aandoenlijk.

De meisjes hebben geen flauw

idee in wat voor land ze terecht

zijn gekomen, en de hele video

lang zijn ze guitig aan het rondhuppelen

tussen de Japanners.

Nr. 3

Rooie Ben

(1999-2000)

Een commercial voor een regionaal

televisienetwerk was in no time

in elkaar gezet met video. Tipje

van de sluier: de auto die je ziet

hangen gaat daadwerkelijk op de

andere auto vallen. Want dat doen

slopers blijkbaar.

Maker: Stichting Nationale Hannie

Schaft-Herdenking (vermoedelijk)

inv. Nr. 265: Kleurnet commercials

Maker: Cor Schipper

V0418

Nr. 4

Café Studio goes banana’s

(1994)

Videoregistratie van een live karaokefeest

in Café studio. Met lokale

helden, vals gezang en blijkbaar

ook teksten waarmee je de hele

club (inclusief Wendy) kon bereiken!

Maker: Café Studio - live beeldregistratie

V0329

Nr. 2

Uit en thuis op Schiphol

(1987)

Enigszins verontrustende promotionele

video. De video legt uit hoe

Schiphol werkt aan de hand van

een fictieve reis van een gezin. De

acteurs die dit gezin spelen zijn

echter allemaal kinderen, ook de

vader en de moeder. Het is mij

onduidelijk of het idee gewoon

goed werd bevonden of dat er

simpelweg niemand dacht: Dit is

misschien een beetje raar.

Productie: N.V. Luchthaven Schiphol

V0043

30 31


# 5 | Verloren verleden

Nr. 1

Amateurbeelden familie

Yvonne van Gennip

(1988)

Haarlems lieveling (en schatje) van

1988 was ongetwijfeld olympisch

medaillewinnaar Yvonne van

Gennip. Deze beelden, die tussen

verschillende opnamen van de tv

staan, komen vanuit het huis van

Van Gennip zelf. Misschien dat

haar vader filmt, misschien is het

Yvonne zelf. Het geeft in elk geval

een inkijkje in hoe het moet zijn

en voelen om als ‘gewoon’ persoon

ineens in de spotlights te staan.

Microgeschiedenis op z’n best!

32 33


# 5 | De succesvolle ontwikkelingen van Koninklijke Roei- en

Zeilvereniging Het Spaarne

Tekst: Harco Gorter / beeld: Noord-Hollands Archief

De succesvolle ontwikkelingen

van Koninklijke

Roei- en Zeilvereniging

Het Spaarne

Op zaterdag 18 juli 1885 wordt in een van de bovenzalen van het café Brinkman de Haarlemsche

Roei- en Zeilvereniging ‘Het Spaarne’ opgericht. Aanvankelijk is het een gezelligheidsvereniging,

maar de ontwikkelingen die de vereniging vervolgens in de loop der jaren

doormaakt, zullen het karakter doen veranderen.

Vanwege kwajongensgedrag

zijn

de voorwaarden

weleens gewijzigd

Linksboven Poster van de schoolwedstrijden,

1983.

Rechts De vier-met-stuurvrouw die in

1934 alle wedstrijden won.

De eerste jaren na de oprichting

kampt de vereniging met veel

tegenslagen. Het aantal leden

is gering, de boten zijn veelal in

slechte staat, goede instructies en

trainingsmethodes zijn er nauwelijks

en de vereniging heeft geen

vast clubgebouw. Met kunst en

vliegwerk weet men het liquidatiespook

af te houden. Rond de

eeuwwisseling wordt Willem Dyserinck

voorzitter. Mede door zijn

gedrevenheid krijg de vereniging

een positieve impuls. De financiële

positie verbetert en het aantal

leden neemt toe. Als dank voor

zijn bewezen diensten wordt Willem

Dyserinck na zijn terugtreden

benoemd tot erevoorzitter.

Nieuw clubgebouw

Pas in 1909 krijgt de vereniging

zijn eerste vaste clubgebouw,

aan de Friesche Varkenmarkt.

Het clubgebouw voldoet al snel

niet meer aan de wensen van de

vereniging. Het ledental stijgt

verder. Ook de ligging is problematisch,

met aan de ene kant de

spoorbrug en aan de andere kant

34 35


# 5 | De succesvolle ontwikkelingen van Koninklijke Roei- en Zeilvereniging Het Spaarne

Links 25-jarig jubileum (1910).

Rechtsboven Inwijding clubgebouw aan de

Friesche Varkenmarkt (1909).

Midden De vier-met-stuurman nationaal

kampioen (1928).

Onder Bram Blom en Rob Gitz, nationaal

kampioenen in 1953 en 1954.

man de nationale titel. Th. Tromp

won tevens een bronzen medaille

op de Europese Kampioenschappen.

Han Cox behaalde met diverse

partners in de dubbeltwee medailles

bij zowel nationale als internationale

wedstrijden.

de vele beurtschippers die aan de

Friesche Varkenmarkt afmeren. Er

wordt uitgekeken naar een andere

plek. In Haarlem kan geen geschikte

locatie gevonden worden

en zodoende komt men terecht in

Heemstede, aan het Zuider Buiten

Spaarne. Op 22 mei 1926 wordt de

eerste paal van het nieuwe clubgebouw

geslagen. Driekwart jaar

later, op 26 februari 1927, is de

overdracht en officiële opening van

het nieuwe clubgebouw. Sindsdien

is de vereniging gevestigd in dit

clubgebouw aan het Marisplein.

Koninklijk

In 1950 ontvangt de vereniging

het predicaat Koninklijk en heet

voortaan de Koninklijke Roei- en

Zeilvereniging Het Spaarne. Een

van de redenen voor deze toekenning

was de uitzonderlijke houding

gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Een aantal leden was actief in

het verzet. Het verenigingsgebouw

Het domein van

mannelijke werkende

leden

fungeerde als doorvoerhaven van

waardevolle goederen: suikerbieten,

Edammer kazen, maar ook

door de RAF gedropte wapens.

Deze werden in het geheim weer

verder getransporteerd naar andere

adressen in Kennemerland.

Ondergeschoven kindje

In de beginperiode van de vereniging

was het serieuze wedstrijdroeien

een ondergeschoven kindje.

Het al eerder genoemde slechte

materiaal en het gebrek aan goede

instructies en trainingsmethodes

heeft dit zeker beïnvloed. Gezelligheid

stond voorop. Dit veranderde

vooral na de overstap van het

Noorder Spaarne naar het Zuider

Buiten Spaarne. De roeiers waren

hier vanaf de kant veel beter te

volgen en dus ook beter te coachen.

Al snel boekten roeiers van

Het Spaarne goede resultaten. Zo

won Th. Tromp in 1927 in de skiff

het Nederlands Kampioenschap en

wonnen Terwogt, De Vries, Helms,

Gimpel en stuurman Van Niftrik

een jaar later in de vier met stuur-

Kampioenen

De prestigieuze Head of the River

op de Amstel werd door Het

Spaarne meerdere keren gewonnen,

waaronder in 1942, 1943 en

1953. Rob Gitz en Bram Blom werden

in de jaren vijftig verschillende

malen Nederlands kampioen in de

twee zonder stuurman en versloegen

op de Henley Royal Regatta de

Europees kampioen Rusland.

In de jaren zeventig volgde een

nieuwe periode met successen.

Hans Povel en Gé Schous werden

in 1977 nationaal kampioen in de

lichte twee zonder stuurman en

pakten een bronzen medaille op

de wereldkampioenschappen in

Amsterdam. Hans Povel behaalde

eveneens in andere ploegen nationaal

en internationaal eremetaal.

Geen vrouwen

De vereniging was in de beginjaren

het domein van mannelijke

‘werkende’ leden. Werkende leden

36

37


# 5 | De succesvolle ontwikkelingen van Koninklijke Roei- en Zeilvereniging Het Spaarne

waren leden die de roeisport

beoefenden, volgens de toenmalige

statuten. Vrouwen mochten geen

lid worden en konden maximaal

driemaal per jaar worden geïntroduceerd.

Op de jaarvergadering van

1909 werd het bestuur overvallen

met een voorstel om vrouwen tot

de vereniging toe te laten. Een periode

van discussies tussen vooren

tegenstanders van vrouwenlidmaatschap

brak aan. In 1914 werd

de bestaande introductieregeling

voor vrouwen versoepeld en twee

Beoordeeld op hun

lichaamswerk, waterwerk,

algemene

indruk en productiviteit

jaar later konden vrouwen ook lid

worden van de vereniging. Direct

meldden zich 21 vrouwen aan als

lid. In 1917 werden bij de jaarlijkse

verenigingswedstrijden, de Onderlinge

Wedstrijden, twee nummers

voor vrouwen uitgeschreven.

Stijlroeien

Vrouwen roeiden destijds in de

categorie ‘stijlroeien’. Hierbij ging

het niet om welke roeiploeg het

eerste over de finish ging, maar

werden de roeiploegen beoordeeld

door een deskundige jury van drie

personen op hun lichaamswerk,

waterwerk, algemene indruk en

productiviteit. Hiervoor werden

punten gegeven. De winnaar was

de ploeg die opgeteld de meeste

punten behaalde over de vier

onderdelen. Langzamerhand ging

snelheid een belangrijkere factor

vormen. Een nieuwe variant was

het ‘stijl-snelroeien’. Hierbij ging

productiviteit voor de jury zwaarder

wegen, maar het betekende

niet dat de eerst aankomende

roeiploeg ook automatisch de winnaar

werd. Diverse Spaarne-boten

behaalden successen bij wedstrijden

in beide disciplines.

Dames race-vier

In de Tweede Wereldoorlog stond

het roeien op een wat lager pitje.

Na de oorlog kwam het damesroeien

weer meer op gang. Onder

leiding van coach Jan Duynstee

kwam er voor het eerst een ‘dames

race-vier’ op het water, bestaande

uit Hannie Minnema, Rieky Beekes,

Fienke Tjebbes, Ine Molijn en

stuurvrouw Gerda Geerling, die in

1949 en 1950 nationaal kampioen

werd. Hoewel het raceroeien

Damesvier senioren, met N. van Parreeren,

Rina de Zwart, Ineke Gerrits, Grieta Gerrits

en Willy Numan van Zon (1927).

steeds populairder werd, is er tot

1970 nog aan stijlroeien gedaan

binnen de vereniging.

Net als bij de mannen wist een

aantal vrouwelijke Spaarne- en ex-

Spaarneleden successen te boeken

bij diverse nationale en internationale

wedstrijden, zoals Joke

Dierdorp, Esther Kruiswijk, Lynda

Cornet, Harriët van Ettekoven en

Catalien Nelissen.

Kwajongensgedrag

Net als vrouwen waren jongeren

lange tijd niet welkom als werkend

lid van de vereniging. Zij

konden wel adspirant-lid worden.

Vanwege kwajongensgedrag zijn

de voorwaarden weleens gewijzigd.

Zo is in de notulen van de

jaarvergadering in 1892 te lezen:

Het bestuur heeft gemeend de

bepalingen voor adspirant-leden

te moeten verscherpen. Alleen die

jongelieden worden toegelaten,

die niet alleen zich op hun woord

verbinden serieus te oefenen en

zich voor wedstrijden te bekwamen

en dan ook uit te komen, maar die

ook een geschreven toestemming

van ouders of voogden overleggen

om aan eventuele wedstrijden te

mogen deelnemen. Pas in 1943

wordt de leeftijd voor toetreding

als lid verlaagd tot 16 jaar, later tot

12 jaar.

Schoolwedstrijden

In 1943 werden ook de eerste

schoolwedstrijden georganiseerd.

Roeien was destijds, anders dan in

Amsterdam, vanwege de bezetting

nog niet verboden. Het houden

van seniorenwedstrijden was

echter te gevaarlijk. Doordat er

weinig vermaak was voor jongeren,

kwam men op het idee om een

soort onderlinge wedstrijden voor

scholieren te organiseren. Na de

eerste editie kon de vereniging een

paar jaar geen schoolwedstrijden

organiseren. In 1948 werd het

idee weer opgepakt en sindsdien

worden de schoolwedstrijden ieder

jaar in oktober gehouden.

Het archief

Na het 100-jarig jubileum in

1985 is het archief van de Roeien

Zeilvereniging Het Spaarne

overgedragen aan de Archiefdienst

voor Kennemerland (voorloper van

het Noord-Hollands Archief), lopend

over de periode 1885-1985.

De vereniging heeft in 1993 een

aanvulling op het archief overgebracht.

Deze aanvulling bestond

uit documenten die voornamelijk

gevormd zijn in de periode 1986-

1992. In 2014 is deze niet-geïnventariseerde

aanvulling geselecteerd,

geordend en beschreven.

De beschrijvingen zijn verwerkt

in de bestaande plaatsingslijst en

vervolgens is de plaatsingslijst

omgezet naar een beschrijvende

inventaris. Deze inventaris is in

Kunststof boten

In de jaren zestig ontwikkelde

de Koninklijke Nederlandsche

Roeibond (KNRB) kunststof boten,

geschikt voor kinderen vanaf acht

jaar. Deze boten werden door de

KNRB aan verschillende verenigingen

in bruikleen gegeven, waaronder

ook aan Het Spaarne. Zo kon

in 1969 een start worden gemaakt

met het jeugdroeien. Het toelaten

van jongeren als lid heeft de vereniging

ook op sportief vlak succes

gebracht. Diverse junioren van Het

Spaarne hebben medailles gewonnen

bij nationale en internationale

wedstrijden.

te zien op de studiezaal van de

locatie Jansstraat, waar ook vrijwel

het gehele archief ligt. De inventaris

staat ook op de website van

het Noord-Hollands Archief. Naast

het archief is ook het verenigingsorgaan

De Loods bewaard (vanaf

1946). Dit is in de bibliotheekcollectie

te vinden (Depot 45/000018

G).Het archief is over deze periode

vrijwel compleet en zeer divers.

Het bevat naast notulen van

bestuurs- en ledenvergaderingen

en correspondentie ook stukken

met betrekking tot beleidsplannen,

jubilea, wedstrijden en andere evenementen.

Ook bevat het archief

veel documentatiemateriaal, waaronder

een grote collectie foto’s.

Zie ook www.hetspaarne.nl en

www.spaarne125jaar.nl.

38 39


# 5 | Aanwinsten

Tekst: Helen van der Eem / beeld: Noord-Hollands Archief

Nieuwe archieven

en collecties

Bij het Noord-Hollands Archief zijn de afgelopen maanden diverse nieuwe archieven

binnengekomen. In deze rubriek aandacht voor enkele van die archieven, die ondertussen

te raadplegen zijn in de studiezaal.

Gezicht op het huis van de buitenplaats

Boekenrode in Vogelenzang gemaakt door

Hermanus Numan (1795).

Instellingen in de

provincie

Aanvullingen op de collectie

van Losse Aanwinsten

(verkregen vanaf 1984) van

het Noord-Hollands Archief,

1580-2006, inv. nrs. 74-99:

0,15 m

Inv. nrs. 74-94: Stukken betreffende

de nalatenschap van Folkert Jan

Burman Folkertszoon, kamerbehanger,

aan zijn dochter Johanna

Cornelia Burman betreffende

het huis en erf aan het Donkere

Spaarne 12 in Haarlem, 1850. Met

uittreksel uit het kadastrale plan,

1898, retroacta, 1629-1824, en

lijst met beschrijvingen van de

bijgevoegde retroacta, (1824). Het

Donkere Spaarne 12 was voor de

vernummering in 1877 genummerd

wijk 1 nr. 627.

Inv. nr. 95-98: Stukken betreffende

de familie Roeper in Haarlem,

1442/1443-1468. Zie ook het

archief van de Familie Roeper in

Haarlem, 1310-1713, toegangsnummer

140.

Inv. nr. 99: Het ‘Eerediploma’,

met de namen van de winnende

scholen, in de periode1928-1939.

Dit diploma konden Haarlemse

onderwijzers eenmalig aan een

school geven als meisjes driemaal

achterelkaar, of vijfmaal in totaal,

de jaarlijkse zwemwedstrijd voor

schoolploegen hadden gewonnen.

Het diploma werd dus meerdere

keren gebruikt.

Aangesloten

gemeenten

BLOEMENDAAL

Katholieke Bond van Overheidspersoneel

(KABO),

afdeling Bloemendaal, 1922-

1977: 0,10 m

De landelijke Katholieke Bond

van Overheidspersoneel, kortweg

KABO genoemd, is opgericht in

1914 als Nederlandsche Roomsch

Katholieke Bond van Overheidspersoneel

Sint Paulus. In 1922 werd

in Bloemendaal een afdeling van

de Katholieke Bond van Overheidspersoneel

opgericht. Er waren

hoofdzakelijk gemeenteambtenaren

uit Bloemendaal bij aangesloten;

rijksambtenaren en medewerkers

van provinciale instanties

waren meestal aangesloten bij de

afdelingen van Haarlem of Velsen.

De gemeente- en rijksambtenaren

van Vogelenzang vielen onder de

afdeling Hillegom. In de ledenvergadering

van 10 maart 1977 werd

besloten om de afdeling Bloemendaal

op te heffen en de leden per

1 juni aanstaande onder te brengen

bij de afdeling Haarlem.

HAARLEM

Enschedé, mr. Hendrik, in

Haarlem, Collectie van,

1809-1912: 0,10 m

Mr. Hendrik Enschedé, geboren

op 2 april 1830 in Haarlem (zoon

van Jacob Enschedé en Johanna

Christina Abbensets) en overleden

op 4 mei 1913 in Haarlem, was

advocaat. Hij trouwde op 7 maart

1855 in Heemstede met Henriëtta

Johanna Elisabeth van Lennep

(1832-1923). De collectie van mr.

Hendrik Enschedé heeft vooral betrekking

op de jacht op de buitenplaatsen

Groot- en Klein-Bentveld,

Boekenrode en het Haspel.

De buitenplaatsen Groot- en Klein-

Bentveld en Boekenrode waren

oorspronkelijk in het bezit van

Pieter van Lennep (1780-1850), de

grootvader van Henriëtta J.E. van

Lennep. Na het overlijden van haar

oom mr. Joan Frederik van Lennep

Folder van de KABO speciaal voor

personeel van de PTT.

(1819-1892) werd Henriëtta J.E.

van Lennep eigenaresse van Grooten

Klein-Bentveld. Het echtpaar

Enschedé-van Lennep woonde er

echter niet.

Sector Natuur en Milieu

van de Gemeente Haarlem,

(1985) 1991-1997 (2001):

6,60 m

Na de reorganisatie van het gehele

bestuurlijke en ambtelijke apparaat

van de Gemeente Haarlem in 1991,

zijn de oorspronkelijke twintig

diensten en bedrijven en de secretarie

van de Gemeente Haarlem

omgevormd tot zes sectoren, en de

Bestuursdienst. Alle sectoren behartigen

één of meerdere beleidsvelden,

waarbij beleid en uitvoering

zijn geïntegreerd. De Sector

Natuur en Milieu is ontstaan uit de

Dienst Gemeentereiniging, Haven

en Marktwezen, de Dienst Hout

en Plantsoenen en Begraafplaatsen

(HPB) en een afdeling van de

secretarie. Door de vorming van de

Sector Natuur en Milieu werd het

mogelijk om bijna alle gemeentelijke

natuur en milieutaken in één

organisatie te integreren.

Steenhouwerij en Natuursteenhandel

J. Radsma & Zn.

in Haarlem, (1930) 1954-

1983: 0,10 m

Gerardus (kortweg Gé) Radsma

(1924-2011) nam in mei 1945 de

steenhouwerij over van zijn vader

40 41


# 5 | Aanwinsten

Jelte Radsma. Hij was daarmee

de derde generatie Radsma die

de steenhouwerij leidde. In 1904

had de opa van Gé, Jelte Radsma

(1867-1933), dit bedrijf opgezet in

de Bleeksteeg. In 1918 waren de

vader van Gé, Jelte jr. (1890-1981)

en zijn broers Jacob Wilhelm en

Douwe Cornelis in de zaak gekomen.

Na het overlijden van oprichter

Jelte sr. zette Jelte jr. vanaf

1934 de zaak alleen voort tot het

einde van de Tweede Wereldoorlog.

In 1955 kocht Gé vlak bij de

Bleeksteeg twee huizen in de Sint

Antoniesteeg 8E en verbouwde

deze tot één pand. In 1958 werd

een derde, naastgelegen pand aan

de Antoniestraat 35 aangekocht,

de werkplaats aan de Bleeksteeg

werd verlaten. In de daaropvolgende

jaren werd veel steenhouwerswerk

uitgevoerd, met name

aan kerken en grafstenen.

In 1974 beëindigde de Gé de

werkzaamheden. De firma werd

verkocht en Gé verhuisde naar

Bakkeveen in Friesland. Niettemin

bleef hij nauw betrokken bij het

wel en wee van Haarlem en in het

bijzonder bij de restauratie van

de Grote- of Sint Bavokerk in de

periode 1980-1983.

Symfonie-Orkest Haerlem in

Haarlem, 1948-2014: 0,90 m

Het Symfonie-Orkest Haerlem,

opgericht op 2 juni 1938, stelt

zich de beoefening van de instrumentale

muziek door amateurs in

Boven Aankondiging voor een concert van

het Symfonie-Orkest Haerlem (1960).

Rechts Eerediploma (1928-1939).

orkestverband ten doel. Om dit te

bereiken worden repetities gehouden

en concerten en uitvoeringen

gegeven en aan andere optredens

meegewerkt. De eerste uitvoering

van het orkest was op 9 mei 1939.

Tegenwoordig geeft men twee keer

per jaar een concert. Daarnaast

verzorgt het orkest regelmatig extra

optredens. Voor een uitgebreide

geschiedenis zie: Een heel behoora

lijk orkest. 75 jaar Symfonie Orkest

‘Haerlem’, van Hittjo Kruyswijk.

De publicatie is ook in pdf-formaat

te raadplegen op www.symfonieorkesthaerlem.nl.

Over de periode

1938-1948 zijn helaas geen archiefstukken

bewaard gebleven.

HAARLEMMERMEER

R.-K. Mariaschool in Lijnden,

1911-1930, 1942-1955:

0,25 m

De R.-K. Mariaschool in Lijnden is

opgericht in 1911. De school was

gevestigd aan de Spaarnwouderweg

179. In de jaren dertig werd

dit omgenummerd tot Spaarnwouderweg

651. In de jaren vijftig

werd dit deel van de Spaarnwouderweg,

Schipholweg genoemd.

Het huisnummer bleef 651. Vanaf

de oprichting zaten zowel jongens

als meisjes op deze school.

Familie Schrama in Lijnden,

Collectie van de, (1855)

1877-1882, 1904-1977

(1994): 0,25 m

Johannes Theodorus Schrama

(1872-1958), landbouwer, en

zijn echtgenote Johanna Beers

(1876-1934) waren sinds mei

1908 in het bezit van de boerderij

Vee- en Bouwlust aan de Hoofdweg

81 (vóór 1930 Hoofdweg 55)

in Lijnden. In 1916 is een nieuwe

boerderij op dit adres gebouwd

met de naam Johannahoeve. Na

het overlijden van Schrama is de

boerderij voortgezet door zijn zoon.

Johannes Theodorus Schrama

had naast zijn bedrijf nog andere

bezigheden, zo was hij vanaf 1918

president van de Raad van toezicht

van de Coöperatieve Boerenleenbank

in Lijnden (district Vijfhuizen).

Ook voerde hij een tijd de administratie

van de R.-K. Mariaschool in

Lijnden.

WETENSCHAPSARCHIEVEN

Deursen, A. van, 1909-1963

(1997): 0,60 m

Arie van Deursen (1891- 1963)

was etnoloog en historisch geograaf

van het Bijbels Land in de

periode ca. 1909-1962. Na het

behalen van zijn onderwijsakte in

1901 was hij van 1909-1918 onderwijzer

aan de Christelijke Ulo in

Rotterdam. Ondertussen had hij in

1917 zijn mo-akte aardrijkskunde

behaald. In 1918 was hij (een

halfjaar) als leraar aardrijkskunde

werkzaam aan de Rijks Hogere

Burgerschool (RHBS) in Sneek en

vervolgens in de periode september

1918-1956 aan de Christelijke

HBS en aan het Willem Lodewijk

Gymnasium in Groningen. Na zijn

pensionering bleef hij daar in

functie.

In 1922 ging Van Deursen aardrijkskunde

studeren aan de Gemeentelijke

Universiteit te Amsterdam,

waar hij in 1926 slaagde voor

zijn doctoraal examen. In 1931

promoveerde hij op het proefschrift

Der Heilbringer. Eine ethnologische

Studie über den Heilbringer bei den

nord-amerikanischen Indianern.

Vanaf 1924 tot aan zijn overlijden

was Van Deursen voorzitter van de

Nederlandse Christelijke Reisvereniging.

Elk jaar was hij reisleider,

aanvankelijk naar Zwitserland en

Rome, in 1935 naar Palestina. Na

de Tweede Wereldoorlog leidde

hij vrijwel uitsluitend reizen naar

Palestina en Israël. Tijdens de reizen

belichtte hij vooral de Bijbelse

achtergrond.

Van Deursen schreef al vanaf

1916. Van zijn hand verschenen

talrijke publicaties over Palestina,

Bijbelse aardrijkskunde en Bijbelse

archeologie.

42 43


Met z’n allen voor de tv en kijken naar I love Lucy,

foto: Bert van Voorden, Haarlem (1960-1970),

collectie Noord-Hollands Archief.

Noord-Hollands Archief

Postbus 3006

2001 DA Haarlem

(023) 5172700

www.noord-hollandsarchief.nl

info@noord-hollandsarchief.nl

www.facebook.com/nharchief

www.twitter.com/nharchief

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!