12.09.2013 Views

odeon 66 - start - De Nederlandse Opera

odeon 66 - start - De Nederlandse Opera

odeon 66 - start - De Nederlandse Opera

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

ODEON<br />

Magazine van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

18de jaargang / nr. <strong>66</strong> aug / sep / okt 007<br />

Bezielde strengheid<br />

Een nieuwe column door Kees Fens.<br />

>> p.<br />

<strong>De</strong> eerste grote opera componist<br />

Vierhonderd jaar geleden: wereld première<br />

van L’Orfeo.<br />

>> p.<br />

Zuiverheid en directheid<br />

Pierre Audi over zijn Monteverdi­cyclus.<br />

>> p. 6<br />

Passie voor Monteverdi<br />

<strong>De</strong> drie dirigenten: Stephen Stubbs,<br />

Glen Wilson en Christophe Rousset.<br />

>> p. 8<br />

Branden van liefde<br />

<strong>De</strong> god van de liefde legt iedereen zijn<br />

wil op.<br />

>> p. 10<br />

Geknipt voor de opera<br />

<strong>De</strong> Orpheus­mythe is geschikte opera stof.<br />

>> p. 15<br />

Madrigalen<br />

Van amateurgenre tot muziek voor<br />

beroeps musici.<br />

>> p.<br />

‘Helder en waarachtig’<br />

Christianne Stotijn zingt<br />

Arianna en Ottavia.<br />

>> p. 4<br />

<strong>66</strong><br />

L’Orfeo<br />

Monteverdi-cyclus<br />

12<br />

16<br />

18<br />

20<br />

Claudio Monteverdi<br />

L’incoronazione di Poppea<br />

Il ritorno d’Ulisse in patria<br />

Madrigalen<br />

aug /sep /okt 07


Portret van Claudio Monteverdi door Bernardo Strozzi<br />

Kees Fens<br />

Bezielde strengheid<br />

<strong>De</strong> Odeon-redactie verheugt zich over de nieuwe column van Kees Fens. Het is de bedoeling dat hij onze<br />

lezers dit seizoen vier keer laat delen in zijn persoonlijke bevindingen op operagebied; in dit nummer schrijft<br />

hij over Monteverdi.<br />

Op gezantschapsreis in Venetië in 1619<br />

hoorde Constantijn Huygens, misschien<br />

wel de grootste, zeker de veelzijdigste geest<br />

van de <strong>Nederlandse</strong> zeventiende eeuw, in de<br />

San Marco vespermuziek van Claudio Monteverdi,<br />

die sinds 1614 kapelmeester van de<br />

basiliek was. Ik weet niet of hij werk van de<br />

componist kende, in elk geval: hij onderkende<br />

meteen het genie van Monteverdi en de<br />

nieuwheid van de muziek. Hij maakte in zijn<br />

dagboek enkele muzikaal­technische opmerkingen,<br />

met name over de bezetting. Hij was<br />

ook zelf musicus en componist, vooral van<br />

luitmuziek. Mijn 1619 ligt in 1970: ik hoorde<br />

toen voor het eerst muziek van Monteverdi.<br />

<strong>De</strong> verkoper van mijn kleine platenwinkel –<br />

een ideale adviseur – had mij het achtste<br />

boek van de madrigalen aanbevolen. En daar<br />

hoorde ik een muziek die ik in het geheel<br />

niet kende, een mij ook totaal onbekende<br />

zangkunst. Bij het derde madrigaal, het<br />

grandioze sonnet van Petrarca (dat begint<br />

met de regels: ‘Nu hemel en aarde zwijgen/<br />

en de wind, de dieren en de vogels in de<br />

slaap zijn gesloten’), beleefde ik de zeldzame<br />

sensatie van het ontdekken van een<br />

geheel andere muzikale wereld. Ik was een<br />

nieuw tijdperk ingegaan. Ik verliet voor even<br />

de grote Zuid­<strong>Nederlandse</strong> componisten –<br />

Orlando di Lasso aan de top – die tot dan<br />

mijn wereld waren.<br />

Nog altijd als ik het madrigaal op het<br />

sonnet van Petrarca hoor, komt iets van de<br />

sensatie (en het geluk) van lang geleden<br />

terug. En op het moment dat de enkele stem<br />

– de eenzame, slapeloze minnaar – boven<br />

het koor uitkomt, krijg ik het nog altijd koud.<br />

Ik moet er dit aan toevoegen: ik had niet<br />

alleen een componist, maar ook een toon<br />

ontdekt. Die toon was in alles wat ik later<br />

hoorde altijd aanwezig, in de profane en in<br />

de religieuze muziek, in de madrigalen en in<br />

de opera’s. Iets te snel misschien bereikte<br />

ik wat het hoogtepunt zou blijven: de<br />

Mariavespers. Ik ben altijd zo vrij geweest<br />

Monteverdi’s Vespers naast Bachs<br />

Matthäuspassion als het absolute hoogtepunt<br />

van religieuze muziek te beschouwen.<br />

(<strong>De</strong> eerste plaat die ik ervan kocht – een<br />

opname met het Monteverdi­Chor Hamburg<br />

– is voor mij altijd de mooiste gebleven;<br />

ik ben die plaat helaas kwijtgeraakt.)<br />

Die toon hoorde ik ook in L’Orfeo, de<br />

eerste opera waarvan ik een plaat kocht.<br />

Dit was de grootste verrassing: de juichende<br />

inzet – de ‘herkenningsmelodie’ van de<br />

Gonzaga’s – was gelijk aan die van de<br />

Mariavespers. Later kwamen de andere opera’s,<br />

op de plaat, op de cd en in Het<br />

Muziektheater. Ik hield er twee voorkeuren<br />

aan over: L’Orfeo en Il combattimento di<br />

Tancredi e Clorinda. (Het laatste lijkt een<br />

altijd maar doorgaand duel van kleine madrigalen.)<br />

Ik denk dat deze voorkeuren niet<br />

alleen met de muziek, maar ook met de grote<br />

belevingsmogelijkheden van beide stukken<br />

samenhangen.<br />

<strong>De</strong> eenheid van toon, in het religieuze als<br />

in het wereldse werk aanwezig, is voor mij<br />

een van de grote bekoringen, zoals bij veel<br />

oude muziek. Ze is voor mij altijd het bewijs<br />

van de gelukkige eenheid van religieuze en<br />

seculiere kunst, misschien vooral van de eenheid<br />

in het wereldbeeld. Aan het einde van de<br />

barok is de eenheid gebroken, de religieuze<br />

kunst moest alleen verder, ze verkommerde<br />

in een steeds droger wordende traditie.<br />

Waarom houd ik zo van Monteverdi? Na<br />

de eerste schokken van de kennismaking<br />

heb ik het mij gerealiseerd. Het misschien<br />

wel mooiste tijdperk van de kunsten is de<br />

vroeg­renaissance. In de literatuur, Petrarca,<br />

de brieven van Erasmus, in de bouwkunst,<br />

de paleizen van Florence, in de schilderijen<br />

van de Bellini’s. Ik denk dat het de strengheid<br />

van alle drie is, de strenge vormgeving<br />

ook, die de kracht uitmaakt. <strong>De</strong> nieuwheid<br />

van die bezielde strengheid ook, we komen<br />

tenslotte uit de uitbundige uitbloei van de<br />

gotiek. <strong>De</strong> kunsten werden weer klassiek.<br />

(Als de Nederlanden aan de nieuwe tijd<br />

toe zijn, is de strengheid van het begin<br />

alweer verlaten.) Ik zie mij in al die strengheid<br />

gespiegeld: ik moet een strenge ziel<br />

hebben. Monteverdi is vroeg­barok, maar hij<br />

heeft voor mij de strengheid en ernst van de<br />

renaissance. Om zijn strengheid houd ik van<br />

hem. Ik vond die strengheid alleen nog terug<br />

bij Bach. Lange tijd heb ik de beleving van<br />

alle daarna gekomen muziek als een vorm<br />

van verraad en neergang beschouwd.<br />

<strong>De</strong> strengheid in alle grootsheid verraadt<br />

zich ook in Monteverdi’s portret door Bernardo<br />

Strozzi. Ik heb het nooit in het echt<br />

gezien. <strong>De</strong> componist heeft een schitterend<br />

lang en smal hoofd en al even lange, smalle<br />

handen, die op een partituur rusten. Ik denk<br />

dat hij lang en smal van gestalte was. Het<br />

sprekendst zijn de ogen: hij kijkt ons aan of<br />

hij zo juist opkijkt, van de muziek uiteraard.<br />

<strong>De</strong> schilder heeft hem gestoord. <strong>De</strong> blik<br />

is eerder afwerend dan uitnodigend. Een<br />

afstandelijke man. Ik zou hem nooit hebben<br />

durven aanspreken. Eerbied bevangt mij,<br />

zoals ik nu al jaren met grote eerbied – een<br />

betere omschrijving is er niet – naar zijn<br />

muziek luister.


Frits Vliegenthart<br />

<strong>De</strong> eerste grote operacomponist<br />

In 1607, precies vierhonderd jaar geleden, ging Claudio Monteverdi’s L’Orfeo in première. Vaak wordt dit meesterwerk<br />

beschouwd als de eerste opera en Monteverdi als de uitvinder van het genre. <strong>De</strong> zaken liggen in werkelijkheid<br />

iets gecompliceerder, maar in ieder geval is Monteverdi’s oeuvre voor de ontwikkeling van de opera van cruciaal<br />

belang geweest.<br />

Voorlopers van de opera waren onder meer<br />

het liturgisch drama, het mysteriespel,<br />

diverse soorten toneelstukken met muziek,<br />

het hofballet met vocale onderdelen, het<br />

intermedio – een kleinschalig tussenspel<br />

binnen een theatervoorstelling –, het herdersspel<br />

met muziek en de madrigaalkomedie.<br />

Verschillende impulsen gaven de aanzet<br />

tot het ontstaan van de opera in Italië,<br />

omstreeks het jaar 1600. Het madrigaal<br />

bereikte een eindpunt in zijn ontwikkeling.<br />

Vanuit de schilderkunst en de literatuur was<br />

het maniërisme dit genre binnengedrongen,<br />

wat leidde tot een ongekende expressivi­<br />

teit en virtuositeit. Componisten als Carlo<br />

Gesualdo, Luzzasco Luzzaschi en Giaches<br />

de Wert waren begonnen met het weergeven<br />

van emoties en taferelen door middel van<br />

realistische toonschilderingen, felle contrasten<br />

en een vrijer gebruik van chromatiek<br />

en dissonanten. Hiermee overschreden zij<br />

de regels van het strenge contrapunt (het<br />

spel van melodie en tegenmelodie) in de<br />

trant van Gioseffo Zarlino. <strong>De</strong>ze vooruitstrevende<br />

componeerstijl, waarin de tekst<br />

centraal staat, is de muziekgeschiedenis<br />

ingegaan als de seconda prattica, in tegenstelling<br />

tot de meer conservatieve prima<br />

prattica, die de muziek laat prevaleren.<br />

Juist die toenemende expressiviteit maakte<br />

dat men zich bewust werd van een zekere<br />

tegenspraak die inherent is aan het madrigaal<br />

en die steeds meer begon te wringen:<br />

individuele emoties worden vertolkt door<br />

een collectief van doorgaans vijf zangers.<br />

Ook is door de polyfonie de tekst slecht te<br />

verstaan. <strong>De</strong> fascinerende maar zeer moeilijke<br />

madrigalen van Luzzaschi en <strong>De</strong> Wert<br />

werden gezongen door beroepszangers die<br />

in dienst waren aan de hoven van Ferrara<br />

en Mantua. Wellicht hebben deze virtuozen<br />

zichzelf ook door de meerstemmigheid van<br />

het madrigaal in hun bewegingsvrijheid<br />

belemmerd gevoeld.<br />

Behalve deze ontwikkelingen in de<br />

muziek zelf, was er de renaissancistische<br />

droom van een reconstructie van de (theater)muziek<br />

uit de Griekse oudheid. Voortrekkers<br />

waren de Camerata uit Florence,<br />

een groep intellectuelen aangevoerd door<br />

Giovanni de’ Bardi. Zij stelden zich de<br />

antieke vocale muziek voor als eenstem­<br />

mig (‘monodisch’), met een min of meer<br />

geïmproviseerde begeleiding op een rustig<br />

bewegende bas. <strong>De</strong>ze ‘basso continuo’ werd<br />

letterlijk en figuurlijk het fundament van de<br />

barokmuziek. <strong>De</strong> tekst moest duidelijk te<br />

verstaan zijn, terwijl de melodie niet alleen<br />

de tekst illustreerde maar het totale gevoel<br />

van de betreffende passages moest uitdrukken.<br />

<strong>De</strong> muziek diende op een natuurlijke<br />

wijze uit de woorden voort te vloeien.<br />

Componisten als Emilio de’ Cavalieri,<br />

Jacopo Peri en Giulio Caccini lanceerden<br />

een op deze uitgangspunten gebaseerde<br />

moderne zangstijl, de ‘stile rappresentativo’.<br />

<strong>De</strong>ze werd het voertuig voor nieuwe<br />

vormen als het solomadrigaal met basso<br />

continuo en uiteindelijk de opera.<br />

Mantua<br />

Het hertogelijk hof in Mantua was een van<br />

de meest briljante cultuurcentra tijdens de<br />

renaissance in Italië. In 1480 werd aan het<br />

hof van de Gonzaga’s Angelo Poliziano’s La<br />

favola di Orfeo uitgevoerd, het eerste toneelstuk<br />

in het Italiaans dat op een onderwerp<br />

uit de klassieke oudheid was gebaseerd.<br />

Minstens de helft van deze tekst werd gezongen,<br />

maar helaas is de muziek verloren<br />

Scène uit L’Orfeo (Foto: Marco Borggreve)<br />

gegaan. Claudio Monteverdi heeft vanaf<br />

1590 als musicus in Mantua gewerkt onder<br />

kapelmeester Giaches de Wert. <strong>De</strong>ze inspirerende<br />

werkomgeving had een sterk stimulerend<br />

effect op zijn artistieke ontwikkeling.<br />

Zonder het voorbeeld van <strong>De</strong> Werts moderne<br />

madrigalen en kerkmuziek zou Monteverdi<br />

misschien nooit zo’n vooruitstrevend componist<br />

zijn geworden. <strong>De</strong> Wert was bevriend<br />

met Torquato Tasso en hij had een primeur<br />

toen hij delen uit diens Gerusalemme liberata<br />

op muziek mocht zetten nog voordat dit<br />

epos was gepubliceerd. Ook Monteverdi zou<br />

later putten uit Tasso’s grootse werk. Toen<br />

<strong>De</strong> Wert in 1596 overleed, werd hij opgevolgd


Titelblad partituur L’Orfeo, 1609<br />

door Benedetto Pallavicino, en pas na diens<br />

dood in 1601 was Monteverdi aan de beurt<br />

voor deze hoge functie.<br />

Zijn eerste opera, L’Orfeo (1607), was de<br />

zesde in de rij van alle opera’s die er geschreven<br />

zijn, na Peri’s Dafne (1598), Cavalieri’s<br />

La rappresentazione di anima, et di corpo<br />

(1600), Peri’s & Caccini’s Euridice (1600),<br />

Caccini’s Euridice (160 ) en Agostino Agazzari’s<br />

Eumelio (1606). <strong>De</strong> term ‘opera’ voor<br />

een muziekdramatisch werk dat helemaal<br />

gezongen wordt, is hier overigens nog een<br />

anachronisme, want deze benaming raakte<br />

pas na Monteverdi’s tijd in zwang. Gebruikelijk<br />

waren aanduidingen als ‘favola in musica’<br />

(zoals L’Orfeo) of ‘dramma per musica’<br />

(zoals Il ritorno d’Ulisse in patria en L’incoronazione<br />

di Poppea). Hoewel Monteverdi dus<br />

niet de uitvinder van de opera was, is hij van<br />

niet te overschatten invloed geweest op<br />

de ontwikkeling van het genre. Bestonden<br />

genoemde opera’s van Peri en Caccini in<br />

feite alleen uit recitatieven, bij Monteverdi’s<br />

L’Orfeo vinden we een rijke afwisseling van<br />

recitatieven, ritornello’s, aria’s, duetten,<br />

koren in madrigaalstijl en dansen.<br />

Het vernieuwende zit hem in de combinatie<br />

van deze vormen, die nog nooit eerder<br />

was vertoond. Monteverdi loopt hier vooruit<br />

op de ‘klassieke’ opera, met een ouverture,<br />

recitatieven en aria’s en herinneringsmotieven.<br />

Zorgvuldig genoteerde versieringen<br />

verlevendigen de zanglijnen; belangrijke<br />

rollen krijgen steeds een specifiek instrument<br />

in de continuopartij toebedeeld. Monteverdi<br />

geeft in L’Orfeo blijk van een sterk<br />

gevoel voor vorm, timing en dramatiek. <strong>De</strong><br />

personages hebben emotionele diepgang<br />

en hun lotgevallen zetten aan tot filosoferen.<br />

Al deze aspecten maken dit werk tot de eerste<br />

‘echte’, rijpe opera. Het genre had met<br />

L’Orfeo het experimentele stadium definitief<br />

achter zich gelaten. En dat Monteverdi<br />

de eerste grote operacomponist was, zal<br />

denkelijk door niemand worden tegengesproken.<br />

Castraten<br />

Met zijn mythologische gegeven, de min of<br />

meer goede afloop en de grote variatie aan<br />

muzikale vormen is L’Orfeo verwant aan het<br />

herdersspel, en zeer geschikt voor hoofse<br />

gelegenheden. Francesco Gonzaga, een<br />

zoon van hertog Vincenzo, had Monteverdi<br />

de compositieopdracht gegeven voor het<br />

carnaval van 1607. <strong>De</strong> hofkanselier Alessandro<br />

Striggio schreef het libretto. <strong>De</strong> cast<br />

was geheel bezet met mannen. Hofzangeressen<br />

waren er wel, maar die beperkten<br />

zich tot repertoire waarbij niet geacteerd<br />

werd – met name madrigalen – en zongen<br />

uitsluitend in de hertogelijke privévertrekken.<br />

<strong>De</strong> vrouwenrollen werden gezongen<br />

door castraten in travestie. Een daarvan<br />

‘leende’ Francesco van de groothertog van<br />

Toscane: Giovan Gualberto Magli kwam<br />

over uit Florence voor de rollen van La<br />

Musica, La Messagiera en Proserpina. <strong>De</strong><br />

veeleisende titelrol was geheel afgestemd<br />

op de muzikale en dramatische talenten van<br />

de tenor Francesco Rasi, die evenals Magli<br />

een leerling van Caccini was geweest.<br />

Op 4 februari 1607 werd L’Orfeo met<br />

veel succes gepresenteerd aan de Accademia<br />

degli Invaghiti, een aan het hof verbonden<br />

gezelschap van kunstminnende<br />

heren. Het hoftheater was niet beschikbaar,<br />

4<br />

dus moest men zich behelpen met een ruimte<br />

die eigenlijk te klein was: waarschijnlijk<br />

de Galleria dei Fiumi in het hertogelijk paleis.<br />

Scènewisselingen vonden plaats met open<br />

doek, tijdens de ritornelli (tussenspelen)<br />

van het orkest. <strong>De</strong> kostumering moet weelderig<br />

zijn geweest. Een tweede voorstelling<br />

volgde op 1 maart voor een breder gezelschap,<br />

waarbij ook dames aanwezig waren.<br />

Het was de bedoeling dat L’Orfeo een paar<br />

weken daarna weer zou worden uitgevoerd<br />

ter gelegenheid van een staatsbezoek van<br />

de hertog van Savoye, dat echter niet doorging.<br />

Pas in augustus stuurde Francesco<br />

de castraat Magli met veel dank terug naar<br />

Florence, wat zou kunnen wijzen op nog<br />

een of meer uitvoeringen na 1 maart, maar<br />

daarover bestaat geen documentatie. Het<br />

libretto was meteen al gedrukt, zodat het<br />

publiek de tekst kon meelezen; de partituur<br />

werd twee jaar later gepubliceerd, een<br />

bewijs dat L’Orfeo bijzonder in de smaak<br />

was gevallen.<br />

Op het financiële en persoonlijke vlak<br />

ging het Monteverdi intussen niet goed.<br />

Hij werd slecht en onregelmatig betaald, en<br />

zijn vrouw, de zangeres Claudia Cattaneo,<br />

was al een tijd ernstig ziek. Zij overleed in<br />

september 1607, haar man met twee jonge<br />

kinderen achterlatend. Nieuwe projecten<br />

vroegen echter de aandacht van de diepbedroefde<br />

componist. Ter gelegenheid van<br />

het huwelijk van Francesco Gonzaga met<br />

Margherita van Savoye (Turijn, februari 1608)<br />

en hun plechtige intocht in Mantua (mei<br />

1608) stonden grootse festiviteiten op stapel,<br />

met veel theateractiviteiten. Voor een<br />

productie van Giovanni Battista Guarini’s<br />

toneelstuk L’idropica, moest Monteverdi een<br />

proloog en een ballet componeren. Maar<br />

belangrijker waren de opdrachten voor een<br />

nieuwe opera, L’Arianna, en een lang ballet,<br />

Il ballo delle Ingrate.<br />

Een megaspektakel<br />

In tegenstelling tot L’Orfeo werd L’Arianna,<br />

op een libretto van Ottavio Rinuccini, bezet<br />

met mannen én vrouwen. Voor de titelrol –<br />

de eerste echte operaheldin – was de hoogbegaafde<br />

Caterina Martinelli geëngageerd.<br />

Tot grote verslagenheid van alle betrokkenen<br />

stierf zij echter in maart aan de pokken.<br />

Uitkomst werd geboden door een actrice,<br />

die aan het repeteren was voor L’idropica:<br />

Virginia Ramponi Andreini – artiestennaam<br />

‘La Florinda’ – leerde de omvangrijke partij<br />

in slechts zes dagen. Teseo was de tenor<br />

Francesco Rasi, die het jaar daarvoor ook<br />

Orfeo had vertolkt. Er werd een tijdelijk theater<br />

gebouwd, dat plaats bood aan 5000 toeschouwers.<br />

Nog nooit hadden zoveel mensen<br />

een operavoorstelling kunnen zien. Voor<br />

het bedienen van de toneelmachines waren<br />

meer dan 00 man nodig: een megaspektakel<br />

van een geheel andere orde dan het intieme<br />

L’Orfeo. Getuigen vertelden hoe prachtig de<br />

kostuums, de decors en de regie waren; men<br />

prees de vondst van het achter het toneel<br />

opgestelde orkest. La Florinda bewoog met<br />

haar Lamento menigeen tot tranen.<br />

Het behoort tot de tragiek van de muziekgeschiedenis<br />

dat de hele opera L’Arianna<br />

verloren is gegaan, behalve dit aangrijpende<br />

fragment. Het Lamento werd in 16 apart<br />

gepubliceerd, zonder het koor van de vissers,<br />

dat in de oorspronkelijke dialoogversie op<br />

Arianna’s jammerklachten had gereageerd.<br />

In elk huis waar muziek werd gemaakt, was<br />

wel een exemplaar te vinden, aldus een tijdgenoot.<br />

Monteverdi maakte er nog twee<br />

bewerkingen van: een vijfstemmig madrigaal<br />

en een geestelijke versie waarin Maria<br />

treurt om de dood van Jezus, de ‘Pianto della<br />

Madonna’. Zelf noemde hij het Lamento ‘het<br />

meest essentiële onderdeel van het werk’ en<br />

hij zag het als een mijlpaal in zijn eigen ontwikkeling.<br />

In de meeste vroege Italiaanse<br />

opera’s na L’Arianna zit een Lamento; in Il<br />

ritorno d’Ulisse in patria en L’incoronazione<br />

di Poppea worden ze gezongen door Penelope<br />

en Ottavia.<br />

Een typisch hofgenre was de ballo,<br />

een voorstelling waarin met zang en dans<br />

een vorst werd geëerd. Bij de bruiloftsfeesten<br />

van 1608 in Mantua werd een dergelijk<br />

werk van Monteverdi uitgevoerd: Il ballo<br />

delle Ingrate (<strong>De</strong> dans van de Hartelozen).<br />

Rinuccini schreef ook deze tekst, naar<br />

Franse voorbeelden. <strong>De</strong> kroniekschrijver<br />

Federico Follino beschreef hoe er een prachtig<br />

vormgegeven ‘balletto’ werd uitgevoerd,<br />

‘waaraan de hertog en de prins­bruidegom<br />

deelnamen, plus zes edellieden en acht<br />

dames’. Zelfs met een betrekkelijk simpel<br />

verhaaltje – een vermaning aan het adres<br />

van de dames om de liefde niet te versmaden<br />

– wisten Monteverdi en La Florinda (als<br />

Una delle Ingrate) het publiek te ontroeren.<br />

Intussen wist iedereen wie er met de Ingrate<br />

werden bedoeld, wat tijdens de première in<br />

het hoftheater (4 juni 1608) aanleiding gaf<br />

tot veelbetekenende blikken in de richting<br />

van die dames. Il ballo delle Ingrate is bewaard<br />

gebleven in het achtste madrigalenboek<br />

(16 8).<br />

Monteverdi mocht dan in Mantua triomfen<br />

hebben geoogst, maar al het uitputtende<br />

werk leverde hem niets extra’s op. Zijn geldnood<br />

was inmiddels zo groot dat hij bij zijn<br />

vader om steun moest aankloppen. Na de<br />

dood van hertog Vincenzo in 161 trof Francesco<br />

Gonzaga een financiële puinhoop<br />

aan en voerde in paniek bezuinigingen door.<br />

Monteverdi werd ontslagen, maar wist dankzij<br />

zijn magistrale Mariavespers het kapelmeesterschap<br />

van de San Marco in Venetië<br />

in de wacht te slepen. In die stad vestigde<br />

hij zich in 161 voorgoed.


Venetië<br />

Een werk dat moeilijk te classicificeren valt,<br />

is Il combattimento di Tancredi e Clorinda,<br />

waarvan de tekst komt uit Tasso’s Gerusalemme<br />

liberata. Weliswaar nam Monteverdi<br />

zijn Combattimento op in het achtste madrigalenboek,<br />

maar het stuk is bedoeld voor<br />

een scenische uitvoering, zoals de componist<br />

zelf tot in details beschreef. Om het<br />

publiek te overrompelen moesten de zangers<br />

onverwacht opkomen, nadat er een<br />

aantal madrigalen zonder scenische actie<br />

was gezongen: Clorinda te voet, in wapenrusting<br />

en Tancredi ook in harnas, maar te<br />

paard; de Testo (verteller) begon meteen te<br />

zingen. <strong>De</strong> (besloten) wereldpremière vond<br />

plaats in 16 4, in de feestzaal van het Venetiaanse<br />

Palazzo Mocenigo. <strong>De</strong> aanwezigen,<br />

die nooit iets vergelijkbaars hadden gehoord<br />

of gezien, waren buitengewoon enthousiast.<br />

Het Combattimento is een staalkaart van<br />

de verschillende nieuwe manieren waarop<br />

emoties en gebeurtenissen muzikaal kunnen<br />

worden gerealiseerd. In het voorwoord bij<br />

zijn madrigalenboek zette Monteverdi een<br />

en ander uitvoerig uiteen.<br />

Een belangrijke ontwikkeling in Venetië in<br />

de loop van de jaren 16 0 was de oprichting<br />

van publieke, commerciële operatheaters,<br />

geëxploiteerd door of namens patriciërs.<br />

Het eerste was het Teatro San Cassiano<br />

(16 7). Mensen van alle rangen en standen<br />

konden daarheen voor weinig geld. Kenmerken<br />

van het Venetiaanse operarepertoire<br />

waren het voorop plaatsen van de tekst, het<br />

mengen van tragische en komische elementen<br />

en de aanwezigheid van vrouwelijke en<br />

mannelijke zangers, onder wie ook castraten.<br />

Het orkest was klein en bestond zelden<br />

uit meer dan tien spelers. Mede daardoor<br />

ging alle aandacht uit naar de zangers en<br />

de handeling; economische overwegingen<br />

zullen zeker ook hebben meegespeeld.<br />

Nadat in 1640 L’Arianna in het Teatro San<br />

Moisè met een sensationeel succes in<br />

reprise was gegaan, schreef Monteverdi<br />

Il ritorno d’Ulisse in patria voor het Teatro<br />

San Cassiano (première 1640) en L’incoronazione<br />

di Poppea voor het Teatro dei SS<br />

Giovanni e Paolo (première 164 ). Le nozze<br />

d’Enea con Lavinia (1641) is niet bewaard<br />

gebleven.<br />

Giacomo Badoaro, lid van de Accademia<br />

degli Incogniti, schreef op basis van Homerus’<br />

Odysseia het libretto voor Ulisse, met de<br />

bedoeling de door hem bewonderde Monteverdi<br />

te prikkelen tot het schrijven van een<br />

opera voor een van de nieuwe openbare theaters<br />

– kennelijk met succes. <strong>De</strong> componist<br />

bracht de oorspronkelijke indeling in vijf<br />

akten terug tot de in Venetië inmiddels gebruikelijke<br />

drie. Hij gebruikte een rijk arsenaal<br />

aan muzikale vormen, zoals arietta’s,<br />

arioso’s, madrigali guerrieri, strofische liederen<br />

en kamerduetten. Er is een groot aantal<br />

personages, zowel goden als mensen, zowel<br />

hooggeplaatsten als eenvoudige lieden,<br />

mannen en vrouwen. Al deze figuren zijn<br />

liefdevol en geloofwaardig uitgewerkt. Wie<br />

deze opera ziet, verplaatst zich vanzelf in<br />

de personen en hun emoties. In dit opzicht<br />

staat de componist dicht bij Shakespeare<br />

en wederom toont Monteverdi zich een groot<br />

vernieuwer. Il ritorno d’Ulisse in patria klonk<br />

in ieder geval tien keer in Venetië (volgens<br />

Badoaro), een tournee naar Bologna volgde<br />

en al in 1641 was er een reprise.<br />

5<br />

Monteverdi was de allereerste componist<br />

die een opera over historische figuren en<br />

gebeurtenissen schreef, een aantal maanden<br />

voordat zijn leven ten einde liep. Met<br />

L’incoronazione di Poppea, op een libretto<br />

van Giovanni Francesco Busenello, trekt<br />

hij ons mee in de wereld van de hofintriges<br />

rond keizer Nero. Hoofdbronnen zijn de<br />

geschiedschrijvers Tacitus en Suetonius.<br />

Mensen van vlees en bloed ontroeren ons,<br />

terwijl ook humor niet ontbreekt, dankzij<br />

personages als Arnalta en Nutrice. Een<br />

navrante ondertoon krijgt het innige liefdesduet<br />

aan het slot als we bedenken hoe een<br />

manische Nero later de zwangere Poppaea<br />

dood zal schoppen. Ulisse en Poppea, de<br />

laatste twee topwerken van de bejaarde<br />

grootmeester, combineren een diepe perceptie<br />

van de menselijke conditie en psyche<br />

met een oneindige rijkdom aan melodie en<br />

een feilloos theaterinstinct. Tot aan zijn<br />

levenseinde bleef Monteverdi een groot vernieuwer,<br />

die reeds door het publiek in zijn<br />

eigen tijd als zodanig op zijn waarde werd<br />

geschat. Zijn genie is tijdloos, zoals telkens<br />

weer blijkt bij het beleven van de weinige<br />

van zijn muziektheaterwerken die niet verloren<br />

zijn gegaan.<br />

Literatuur (selectie):<br />

<strong>De</strong>nis Arnold, Monteverdi, Londen 199 /1990<br />

Donald Jay Grout, A short history of opera,<br />

New York/Londen 1965<br />

Silke Leopold, Claudio Monteverdi und<br />

seine Zeit,<br />

Laaber 198<br />

Mark Ringer, <strong>Opera</strong>’s First Master.<br />

The Musical Dramas of Claudio Monteverdi,<br />

Pompton Plains, NJ 006<br />

Monteverdi-special<br />

Het is de bedoeling zondagmiddag<br />

16 september extra aandacht te<br />

besteden aan Monteverdi, met een<br />

lezing door oude­muziekspecialist<br />

Jan Nuchelmans, een muzikaal intermezzo<br />

en een paneldiscussie met<br />

onder anderen Pierre Audi, gespreksleider<br />

Klaus Bertisch. Onder voorbehoud;<br />

datum kan nog wijzigen. Nadere<br />

informatie volgt. Zie www.dno.nl of<br />

bel 0 0­551 89 .<br />

Nieuwe boeken<br />

Ter gelegenheid van de Monteverdi-<br />

cyclus verschijnen twee nieuwe boeken.<br />

In plaats van vier aparte programmaboeken<br />

te maken heeft DNO ervoor gekozen, één<br />

boek uit te geven waarin alle libretti in het<br />

Italiaans staan met een <strong>Nederlandse</strong> vertaling.<br />

Dit boek, dat ook de teksten bevat van<br />

de madrigalen die als nieuwe voorstelling<br />

in de Westergasfabriek geprogrammeerd<br />

zijn, heeft 152 pagina’s en kost € 12,-.<br />

In het andere boek, met de titel I dolci<br />

accenti – een citaat uit de proloog van<br />

L’Orfeo – verschijnen aanvullende<br />

artikelen over Claudio Monteverdi en<br />

het ontstaan van de opera in het alge-<br />

meen, en over de vier voorstellingen in<br />

het bijzonder. Nieuwe originele bijdragen<br />

zijn geschreven door de beroemde Duitse<br />

Monteverdi-specialiste Silke Leopold, door<br />

Marijke Schouten en Joke Dame, Chris<br />

Engeler en Klaus Bertisch. Alle drie de<br />

dirigenten lichten hun interpretatie van<br />

Monteverdi toe. Oude bronteksten en<br />

nieuwe beschouwingen van onder anderen<br />

de Engelse schrijver Iain Fenlon en Elmer<br />

Schönberger vormen samen met thematisch<br />

gerelateerde gedichten en talrijke afbeeldingen<br />

een boek van 160 pagina’s. Dit<br />

boek, dat voor alle vier de voorstellingen<br />

toepasselijk is, wordt verkocht voor € 14,-.


Repetitie voor L’Orfeo (Foto: Hans Hijmering)<br />

Klaus Bertisch<br />

Zuiverheid en directheid<br />

Na Wagners Ring des Nibelungen (2005) en de Mozart/Da Ponte-trilogie (2006) begint <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong><br />

<strong>Opera</strong> ook het seizoen 2007-2008 met een cyclische opvoering van bijzondere werken. Omdat het vierhonderd<br />

jaar geleden is dat Claudio Monteverdi’s L’Orfeo zijn wereldpremière beleefde en omdat men daarmee kan<br />

vieren dat het genre opera ongeveer evenveel jaren bestaat, vertoont DNO alle overgeleverde grote muziektheaterwerken<br />

van deze ‘vader’ van de kunstvorm. Daaraan wordt een avond toegevoegd met drie werken uit<br />

Monteverdi’s madrigaalboeken.<br />

Op de vraag hoe het is om na zeventien jaar<br />

weer bezig te zijn met Il ritorno d’Ulisse in<br />

patria – de eerste opera die hij in Amsterdam<br />

ensceneerde en waarmee hij hier zijn<br />

eigen stijl liet zien – terwijl er intussen<br />

zo veel veranderd is en hij nadien zoveel<br />

andere producties heeft geregisseerd, antwoordt<br />

Pierre Audi laconiek: ‘Ik kijk terug<br />

en ik meen nu beter te begrijpen wat ik destijds<br />

meer intuïtief heb gedaan. En ik zie<br />

natuurlijk ook de dingen die ik toen niet<br />

heb gedaan. We hebben nu een compleet<br />

nieuwe cast en daarmee moet ik mij gaan<br />

verdiepen in de haast geheime intensiteit<br />

die de voorstelling destijds had. Dat gaat<br />

zelfs zover dat je het gevoel krijgt met het<br />

publiek een geheim te hebben gedeeld, het<br />

geheim van de karakterisering van de personages.<br />

Gebaren en houdingen werden bijna<br />

alleen maar aangeduid en je kon een figuur<br />

begrijpen zonder dat het drama breed werd<br />

uitgespeeld. Als ik nu, met onze geheel nieuwe<br />

bezetting, de opnamen bekijk, probeer ik<br />

dat weer terug te brengen. We willen niet<br />

alleen fysiek alles nabootsen wat er toen<br />

was, maar we willen ook het geheim terugvinden.<br />

Daarin zit de spanning van de voorstelling.<br />

Zo ontdekken we de stijl opnieuw<br />

doordat ik de zangers vraag bepaalde gebaren<br />

en bewegingen achterwege te laten<br />

zodat de intensiteit klopt. Zo kun je de<br />

bedoelingen weer bereiken en herinterpreteren.<br />

Je moet vragen stellen bij wat<br />

er gedaan is om erachter te komen wat de<br />

kracht van de enscenering was. Het gaat<br />

niet om activiteiten maar om intensiteit<br />

en dat moet ik de nieuwe zangers duidelijk<br />

zien te maken. En ook al hebben zij misschien<br />

een andere opvatting over de subtekst<br />

van een scène, dan wil dat nog niet<br />

per se betekenen dat het in strijd met mijn<br />

regie is. Zoals bij andere regisseurs is er<br />

ook bij mij een strenge choreografie, maar<br />

de personages zijn geen poppen die moeten<br />

nadoen wat er ooit werd vastgelegd. <strong>De</strong><br />

psychologie beïnvloedt het verloop van de<br />

bewegingen en meestal worden de gedachtegangen<br />

die ik destijds had opnieuw bevestigd.<br />

Af en toe zijn er kleine veranderingen,<br />

maar die worden meer ingegeven door lichamelijke<br />

aspecten dan door inhoudelijke<br />

overwegingen.’<br />

Griekse tragedie<br />

In al zijn ensceneringen heeft Pierre Audi<br />

geprobeerd zijn vertolkers af te houden van<br />

het maken van overbodige, clichématige<br />

bewegingspatronen, typische zangersgebaren<br />

te elimineren of een teveel aan activiteit<br />

te reduceren, om innerlijke waarheden bloot<br />

te leggen. Ziet hij dit zelf ook als een kenmerk<br />

van zijn stijl en zal hij deze techniek<br />

6<br />

ook toepassen bij zijn nieuwe avond met Il<br />

ballo delle Ingrate en het Lamento d’Arianna?<br />

‘Ballo delle Ingrate is een heel mysterieus<br />

stuk en het is heel moeilijk om uit te vinden<br />

waarover het hier eigenlijk gaat.’ Audi vindt<br />

trouwens in het algemeen dat je eerst muzikaal<br />

moet bereiken dat alle ‘vrolijke’ muziek<br />

bij Monteverdi ook iets over de tragedies<br />

van de personages kan vertellen. In dit verband<br />

ging het hem er bij zijn Monteverdiensceneringen<br />

tot nu toe om aan het oppervlak<br />

te krabben en dingen weg te halen, om<br />

zo de onderliggende waarheid te vinden.<br />

Daarvoor moeten de zangers diep in hun<br />

persoonlijkheden graven om de emoties<br />

aan het licht te brengen. Dat geldt zowel<br />

voor de scenische als voor de muzikale<br />

interpretatie. Voor Audi ligt hier ook de verbinding<br />

met de Griekse tragedie, die men<br />

begin zeventiende eeuw weer wilde laten<br />

herleven. Hij wil op zijn manier recht doen<br />

aan de zuiverheid en de directheid van de<br />

gevoelens, zoals die uit de drama’s van de<br />

Grieken naar voren komen.<br />

‘Penelopes monoloog aan het begin van<br />

Ulisse is als de eerste monoloog van Elektra:<br />

beide bevatten een verhalend element, maar<br />

zijn ook sterk emotioneel geladen. Het zijn<br />

beschrijvingen van een toestand, die vooruitwijzen<br />

naar wat er gaat gebeuren. Tegelijkertijd<br />

vind je in het verdere verloop van<br />

beide stukken haast echo­achtige terugverwijzingen<br />

naar deze beginmonologen.<br />

<strong>De</strong>ze compromisloosheid heeft mij bijzonder<br />

gefascineerd.’<br />

Voor vele zangers was deze aanpak<br />

nieuw. In andere ensceneringen moesten<br />

zij de komische elementen die in Monteverdi’s<br />

werken beslist aanwezig zijn – vooral<br />

in L’incoronazione di Poppea – benadrukken<br />

door een overmaat aan bedrijvigheid. Hier<br />

voelt Audi de nabijheid van Shakespeare:<br />

‘<strong>De</strong> komedie­elementen staan de tragedie<br />

niet in de weg. Beide kunnen naast elkaar<br />

bestaan, maar je moet vooral de tragedie<br />

serieus nemen om dan des te makkelijker te<br />

kunnen lachen om de komische momenten.’<br />

Op de vraag of hij verbanden ziet tussen<br />

enerzijds het verdriet en de klaagzang van<br />

Penelope in Ulisse en anderzijds het Lamento<br />

d’Arianna schetst Audi een grote boog die<br />

alle ten tonele gebrachte werken omvat.<br />

Het hoofdthema is dat van de schuld. Hebben<br />

Penelope, Ottavia en Arianna zich<br />

ergens schuldig aan gemaakt, zodat er een<br />

bestraffing moet volgen waarover zij zich<br />

dan kunnen beklagen? Wat in de Lamento’s<br />

van deze dames wordt gereflecteerd, wordt<br />

in Il ballo delle Ingrate uiteindelijk tot hoofdthema<br />

van het stuk. In L’Orfeo is dit zelfs van<br />

toepassing op de titelfiguur zelf, die voor<br />

Audi een figuur is met zowel mannelijke als<br />

vrouwelijke trekken. <strong>De</strong> relatie van Orfeo<br />

met Euridice ziet hij eerder als een archetypisch<br />

beeld. Het drama ligt in Orfeo zelf,<br />

niet zozeer in zijn betrekking tot zijn vrouw<br />

of tot haar dood. Als element in de handeling<br />

is Euridices dood slechts de katalysator<br />

die de ambivalentie van Orfeo zichtbaar<br />

maakt.<br />

Intimiteit<br />

‘In al mijn producties heb ik nooit geprobeerd<br />

een concept over de handeling heen<br />

te leggen. Wij wilden het publiek nooit iets<br />

opdringen of laten zien wat ze moeten denken.<br />

Zij moeten het zelf uitvinden. Daarom<br />

moeten de zangers anticiperen op de overdenkingen<br />

van de toeschouwers en door<br />

concentratie hun vertolking tot leven bren­


gen. Bij de repetities is dat altijd een heel<br />

gevecht: soms doen de zangers te veel, en<br />

soms juist weer niet genoeg. Je moet de<br />

juiste toon zien te treffen.’<br />

Dit is natuurlijk ook een kwestie van<br />

intimiteit: het is een specialiteit van Audi<br />

gebleken dat hij de emoties van zijn figuren<br />

heel dicht bij het publiek weet te brengen,<br />

en dat in de letterlijke betekenis. In veel<br />

van zijn producties wordt de traditionele<br />

toneellijst doorbroken, wordt er tot in de<br />

zaal gespeeld en zijn de gevoelens van de<br />

hoofdpersonen haast onder handbereik.<br />

Zo verwezenlijkt hij een sterke identificatie<br />

met wat je van zo dichtbij beleeft. Je ervaart<br />

al kijkend niet een commentaar op de handeling<br />

maar je kunt de emotionele stadia die<br />

de figuren doorlopen samen met hen doorleven.<br />

‘<strong>De</strong> toeschouwers worden zelf tot<br />

onderdeel van de handeling,’ verklaart Audi.<br />

‘Dat was voor Het Muziektheater totaal<br />

nieuw en is tegelijkertijd ook een zware verantwoordelijkheid<br />

voor de zangers. Door<br />

hun intensiteit leiden zij het verloop van<br />

de handeling. Het ritme van de voorstelling<br />

ligt praktisch alleen in hun handen.’<br />

‘Ritme’ is voor Audi’s Monteverdi­producties<br />

hoe dan ook een heel belangrijk<br />

trefwoord. Hij laat ons een voortdurende<br />

afwisseling zien tussen rust en tempo, creeert<br />

een spanningsveld van voortsnellende<br />

figuren, die ons het volgende moment met<br />

een melancholieke, statische blik weten te<br />

boeien. Zeer snelle bewegingen gaan haast<br />

naadloos over in scènes van de diepste<br />

concentratie. ‘Dat zijn ogenblikken waarin<br />

gesuggereerd wordt dat de tijd stilstaat,<br />

waarin gevoelens van oneindigheid opkomen,<br />

terwijl we tegelijkertijd weten dat de<br />

drukke bedrijvigheid zo weer verder moet<br />

gaan. Op dergelijke contrastwerkingen zijn<br />

mijn producties gebouwd. Daarom heb ik<br />

ook Il combattimento di Tancredi e Clorinda<br />

als een echt gevecht geënsceneerd. Ik wilde<br />

dat niet in slow motion of gestileerd laten<br />

zien. Bij een echt gevecht heb je sterkere<br />

contrasten, tempo eindigt in uitputting en<br />

het doden van een mens voltrekt zich in een<br />

enkele seconde. Dan staat het drama stil en<br />

7<br />

de beschrijving van het volgende ogenblik<br />

kan eindeloos duren. Je bereikt bijna een<br />

filmisch effect doordat je op een specifieke<br />

situatie inzoomt, totdat het geraas weer<br />

verder gaat. Dit stijlmiddel is trouwens in<br />

alle vier de producties te vinden. Het is<br />

mijn methode om deze verhalen te vertellen.<br />

Ook aan de fysieke wisseling van ritme<br />

moesten de zangers wennen. Er is bij Monteverdi<br />

geen muzikale machinerie die dat voor<br />

hen oplost. Het blijft hun eigen verantwoordelijkheid<br />

en zoals gezegd bepalen zij daarmee<br />

het verloop van de hele voorstelling.’<br />

Referentiekader<br />

Bij Il ballo delle Ingrate speelt de dans als<br />

thema een belangrijke rol. Maar Pierre Audi<br />

zal geen kant­en­klare choreografie op dit<br />

madrigaal toepassen. Zoals in de andere<br />

voorstellingen komt er geen choreografie in<br />

de zin van uitgetelde, vastgelegde passen.<br />

<strong>De</strong> optredende ‘geesten’ zullen de muziek<br />

invullen met tijdens de repetities ontwikkelde<br />

improvisaties. ‘Wat er als choreografie<br />

uitziet, moet heel natuurlijk overkomen, net<br />

zoals we dat in L’Orfeo al hebben gedaan.<br />

Hier ligt een innerlijk verband, ook al ervaren<br />

we in L’Orfeo helemaal geen psychologie<br />

bij de ‘spiriti’, terwijl in Il ballo delle Ingrate<br />

een persoonlijke ervaring van deze figuren<br />

een rol speelt. We moeten voelen hoe deze<br />

figuren met hun schuld omgaan, hoe zij hun<br />

situatie in de hel beleven.’<br />

Tot de première van Ulisse in 1990 werd<br />

de Monteverdi­cyclus van Jean­Pierre<br />

Ponnelle en Nikolaus Harnoncourt in Zürich<br />

als maatstaf beschouwd in de receptiegeschiedenis<br />

van deze opera’s. Daarna gold<br />

deze als verouderd en sprak men alleen nog<br />

over de scenische vernieuwing van Monteverdi<br />

door Pierre Audi bij DNO. <strong>De</strong> DNOcyclus<br />

is tegenwoordig het referentiekader.<br />

Is dat een last wanneer Audi nu nogmaals<br />

een nieuwe Monteverdi­avond creëert?<br />

‘Het is inderdaad moeilijk, want ook ik<br />

heb mij ontwikkeld, ben veranderd. Ik moet<br />

mij richten naar wat ik eerder heb gedaan<br />

zodat de delen bij elkaar passen. Ik moet mij<br />

aan regels houden die ik zelf lang geleden<br />

heb opgesteld. Er liggen toch alweer twaalf<br />

jaren tussen de première van L’Orfeo (1995)<br />

en de twee delen die ik nu nieuw ga ensceneren,<br />

Il ballo delle Ingrate en Lamento d’Arianna.<br />

Natuurlijk zijn er reprises geweest<br />

en ook internationaal waren onze producties<br />

te zien, met andere zangers. Maar ik moet<br />

zelf deze taal terugvinden, onderzoeken of<br />

het mogelijk is om ondanks mijn verdere<br />

ontwikkeling de deeltjes van de puzzel bij<br />

elkaar te voegen. Met Patrick Kinmonth<br />

als ontwerper komt er echter een nieuw<br />

element bij, waardoor de madrigalenavond<br />

zich zal onderscheiden van de producties<br />

in Het Muziektheater. Patrick maakte tot<br />

nu toe geen deel uit van mijn Monteverditeams.<br />

Maar ik zal net zo te werk gaan als<br />

destijds: veel is pas tijdens de repetities<br />

ontstaan en werd ontwikkeld door de mensen<br />

in de studio. Zo zal ik ook min of meer<br />

de twee nieuwe delen benaderen en mij door<br />

de zangers laten inspireren. In ieder geval is<br />

op die manier de methode dezelfde en ik kan<br />

vertrouwen op het repetitieproces. Een paar<br />

elementen zijn bekend, maar het moet niet<br />

geconstrueerd overkomen of al te zeer vooraf<br />

bepaald zijn.’<br />

<strong>De</strong> oude muziek is in Nederland heel<br />

populair en Pierre Audi denkt dat deze liefde<br />

voor de oude muziek ook heeft bijgedragen<br />

aan het succes van DNO. ‘Ik weet van veel<br />

mensen dat mijn Monteverdi­producties de<br />

eerste operavoorstellingen waren die zij<br />

ooit hadden gezien. En daarna zijn zij regelmatige<br />

bezoekers van Het Muziektheater<br />

geworden. Ik hoop dat wij nu, bijna een hele<br />

generatie later, weer jonge mensen zullen<br />

bereiken die, nadat ze voor het eerst een<br />

Monteverdi­opera hebben bijgewoond, ook<br />

verder gaan op de avontuurlijke weg die<br />

wij bij DNO proberen te gaan. Het is bijzonder<br />

mooi en ook veelbetekenend dat dit kan<br />

gebeuren met de allereerste opera’s uit de<br />

operageschiedenis.’<br />

Vertaald door Frits Vliegenthart<br />

Pierre Audi (Foto: Hans Hijmering)


Christophe Rousset (Foto: Hans Hijmering)<br />

Floris Don<br />

Passie voor Monteverdi –<br />

een dirigentendrieluik<br />

<strong>De</strong> drie dirigenten die de muzikale leiding hebben over de Monteverdi-cyclus staan Odeon te woord, over<br />

hun passie voor oude muziek en voor het Italiaanse genie in het bijzonder. Stephen Stubbs leidt de zangers<br />

en vocalisten in L’Orfeo, Glen Wilson doet dat in Il ritorno d’Ulisse in patria en Christophe Rousset in<br />

L’incoronazione di Poppea en Madrigalen. <strong>De</strong> eerste drie titels namen zij al bij de eerste voorstellingsreeksen<br />

voor hun rekening; voor Madrigalen wordt de bestaande enscenering van Il combattimento di Tancredi e<br />

Clorinda aangevuld met de nieuwe regies van Lamento d’Arianna en Il ballo delle Ingrate.<br />

Wat Stephen Stubbs betreft is Monteverdi<br />

een modern componist. ‘Monteverdi was<br />

niet voor niets de eerste grootmeester op<br />

het gebied van muziektheater. Hij had bijvoorbeeld<br />

heel goed door hoe je het theatrale<br />

drama in het operagenre levendig<br />

houdt. Neem nou Händel: hoe briljant deze<br />

componist ook is, voortdurend onderbreekt<br />

hij de actie van het drama om eens rustig<br />

de crisissituatie te beschouwen tijdens<br />

de zoveelste aria. Erg realistisch is dit niet,<br />

in een televisieserie onderbreken ze de<br />

spanning toch ook niet om voortdurend<br />

vier minuten in contemplatie stil te staan?<br />

Monteverdi maakt juist veel meer gebruik<br />

van gedramatiseerde recitatieven om de<br />

vaart erin te houden. Hierin toonde hij zich<br />

een vernieuwer à la Shakespeare. Pas in de<br />

negentiende eeuw drong het organisch integreren<br />

van muziek en scenische actie meer<br />

door tot de algemene compositiestijl.’<br />

<strong>De</strong> Amerikaanse dirigent, woonachtig te<br />

Seattle, kan geestdriftig praten als het over<br />

oude muziek en Monteverdi gaat. Toch was<br />

zijn keuze voor dit genre in eerste instantie<br />

ingegeven door omstandigheden. ‘Toen ik<br />

in de jaren zeventig muziek ging studeren,<br />

bestond er een muurvaste canon die zich<br />

op de negentiende eeuw concentreerde.<br />

Erg veel ruimte voor creativiteit bestond<br />

er niet als het om bijvoorbeeld de romantiek<br />

ging. Om aan deze mainstream te ontsnappen<br />

volgde ik mijn nieuwsgierigheid<br />

en belandde al snel in de preromantische<br />

muziek.’ Hij koos voor luit en klavecimbel<br />

en nam privélessen in onder meer Amsterdam.<br />

<strong>De</strong> overstap naar directie was klein<br />

en voor de hand liggend: na de individuele<br />

begeleiding van zangers volgden grotere<br />

ensembles en ten slotte complete orkesten<br />

in geënsceneerde operaproducties. ‘Dat<br />

vind ik ook zo leuk aan Monteverdi, dat ik<br />

zijn muziek kan dirigeren aan het klavecimbel!<br />

Op die manier voel ik me veel meer<br />

in contact staan met het geheel. Niet dat<br />

een Mozart­opera dirigeren met de baton<br />

niet leuk is, maar het is wel a different kind<br />

of beast.’<br />

In 1995 dirigeerde Stubbs L’Orfeo voor<br />

het eerst in de regie van Pierre Audi bij<br />

<strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong>. Hij kijkt erg uit<br />

naar de herneming. ‘<strong>De</strong> eerste keer was een<br />

grote uitdaging. Om te beginnen is het erg<br />

lastig werken met de enorme ruimte van Het<br />

Muziektheater. Hier moet je akoestisch goed<br />

op voorbereid zijn. Verder heb ik bewondering<br />

voor Pierres abstracte regie, maar ik<br />

moet erbij zeggen dat deze extra uitdagingen<br />

schept. Zie maar eens een duet goed in<br />

8<br />

balans te houden als de ene zanger voor op<br />

het podium staat en de ander ergens vele<br />

meters schuin achter hem!’<br />

‘Ik vind het erg interessant dat de<br />

Monteverdi’s nu als cyclus gespeeld worden.<br />

L’Orfeo is echt het begin van de operatraditie.<br />

<strong>De</strong> inhoud is erg allegorisch, ik zie<br />

Orfeo als een Elckerlijc. Pierres abstracte<br />

regie past daar goed bij. L’incoronazione di<br />

Poppea dateert van bijna veertig jaar later<br />

en is al veel theatraler. Aan het publiek om<br />

de punten te verbinden, daar de opera’s<br />

ertussen grotendeels verloren zijn gegaan.’<br />

Hoe modern Monteverdi óók is, bewijst<br />

de componeerstijl van vandaag de dag.<br />

Weinig tot geen vibrato en kleine muziekensembles<br />

zijn sinds de twintigste eeuw<br />

weer in opkomst, als betrof het een revival<br />

van de preromantici. Stubbs zelf is enthousiast<br />

met hedendaagse muziek in de weer.<br />

Reeds op de universiteit volgde hij compositielessen,<br />

tegenwoordig improviseert hij<br />

veel met een tenor en een saxofonist. ‘En<br />

alle improvisatie is ten slotte hedendaags,<br />

nietwaar?’ Ook de ‘oude muziek’ moet trouwens<br />

in het hier en nu staan: ‘Het moet geen<br />

academische oefening worden in hoe men<br />

het driehonderd jaar geleden deed, dat slaat<br />

de creativiteit dood. Innovatie blijft voorop<br />

staan. Gelukkig is hier in toenemende mate<br />

belangstelling voor, niet alleen bij de nieuwe<br />

generatie zangers maar ook bij het publiek.<br />

Zeker het Amsterdamse.’<br />

In de roos<br />

Glen Wilson, die Il ritorno d’ Ulisse in patria<br />

bij DNO zal hernemen, kan geen bevredigende<br />

verklaring geven voor zijn preoccupatie<br />

met oude muziek. <strong>De</strong>ze kwam vrij letterlijk<br />

uit de lucht vallen: ‘Het was iets mysterieus.<br />

Als klein jongetje op het platteland van<br />

Amerika’s Midwest hoorde ik uit het niets<br />

flarden van Messiah voorbijkomen. Händels<br />

muziek bleek afkomstig van een plaat die<br />

mijn vader had opgezet. Toen ik voor het<br />

eerst die klavecimbelklanken hoorde, was<br />

ik meteen verkocht.’ Op zijn zestiende ging<br />

Wilson naar een middelbare school voor<br />

jonge kunstenaars, een jaar later werd hij<br />

toegelaten tot de prestigieuze Juilliard<br />

School of Music. Dit conservatorium in<br />

New York was de hemel voor pianisten en<br />

violisten, maar liep op het gebied van oude<br />

muziek achter bij de nieuwe ontwikkelingen.<br />

Hiervan raakte Wilson zich bewust toen<br />

hij een concert van Gustav Leonhardt en<br />

Frans Brüggen bijwoonde. ‘Een eenmalige<br />

ervaring. <strong>De</strong> deur naar mijn eigen toekomst<br />

ging wijd open. Het recital bestond uit oude<br />

muziek voor fluit en klavecimbel, in een uitvoeringspraktijk<br />

zoals door hen gereconstrueerd.<br />

Ik kreeg de kans om voor Leonhardt<br />

voor te spelen en werd toegelaten tot<br />

zijn Amsterdamse klasje. Wel moest ik nog<br />

twee jaar wachten eer hij tijd voor me had.<br />

Gelukkig was er in New York genoeg te doen;<br />

het bijwonen van masterclasses door bij­


voorbeeld Maria Callas hield me van de<br />

straat.’<br />

Wilsons Nederlands is vloeiend: zijn<br />

studie in Amsterdam groeide uit tot een<br />

verblijf van jaar. <strong>De</strong> eerste periode pendelde<br />

Wilson voortdurend heen en weer tussen<br />

het conservatorium in de Bachstraat en<br />

Leonhardts eigen grachtenpand. Zijn eerste<br />

baantje had Wilson eveneens aan Leonhardt<br />

te danken: hij mocht voor vijfenzeventig<br />

gulden complete orkestpartijen handmatig<br />

kopiëren. Het bleken partituren van Claudio<br />

Monteverdi. <strong>De</strong> aanleiding hiervan was de<br />

eerste Monteverdi­cyclus in de Stadsschouw ­<br />

burg in 1971. Daarna was de componist voor<br />

Wilson niet meer weg te denken: ‘Ik ontdekte<br />

dat Monteverdi de absolute meester is in<br />

het bewerkstelligen van de grootste effecten<br />

met de kleinste middelen. Vooruit, Mozart<br />

is een goede tweede. Maar zo doeltreffend<br />

als Monteverdi tekst in muziek uitdrukt en<br />

met een paar basnootjes helemaal in de<br />

roos schiet, dat is onovertroffen.’<br />

Een rijke carrière volgde, via het Nederlands<br />

Kamerorkest en het Utrechts Conservatorium<br />

naar een loopbaan als solist. Wilson<br />

nam cd’s op voor Teldec en Naxos, en was<br />

als klavecinist te horen bij <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong><br />

<strong>Opera</strong>. Daar assisteerde hij onder meer<br />

Nikolaus Harnoncourt in de Mozart­cyclus<br />

met het Koninklijk Concertgebouworkest.<br />

Ook maakte hij zijn dirigeerdebuut aan het<br />

Waterlooplein, met dezelfde Ulisse die nu<br />

in de reprise gaat. Wilson herinnert zich de<br />

creatieve spanningen die de samenwerking<br />

met Audi in 1990 teweegbracht, maar ook het<br />

gelukkige eindresultaat van deze productie,<br />

die wereldwijd de grootste lofzangen oogstte.<br />

Zelf heeft Wilson L’incoronazione di Poppea<br />

geregisseerd, in 00 in Würzburg. Het<br />

werd een eenmalig experiment: ‘Ik deed de<br />

regie, de muzikale leiding én het decorontwerp.<br />

Die totale macht is overweldigend:<br />

ik heb zes maanden lang geen slaap gehad.<br />

Je moet toch een megalomaan à la Wagner<br />

zijn om dat vol te houden.’<br />

Nu nadert hij zijn pensioen, na de afronding<br />

van zijn professoraat aan de Musikhochschule<br />

in Würzburg. ‘Terug naar de<br />

Midwest van de VS hoef ik dan echt niet.<br />

Wellicht wel naar een van de kusten; mijn<br />

9<br />

vrouw is Amerikaanse en wil graag terug.<br />

Tegen die tijd ben ik wel klaar met de oude<br />

muziek. Ik wil boeken schrijven, baseball<br />

kijken, golfen.’ Zo gemoedelijk als hij zijn<br />

oude dag tegemoet ziet, zo pessimistisch<br />

is Wilson over de toekomst van de preromantische<br />

uitvoeringspraktijk. ‘Het gaat helemaal<br />

de verkeerde kant op. Er is nauwelijks<br />

iets goeds toegevoegd aan de principes<br />

van de jaren zeventig. <strong>De</strong> driehonderd jaar<br />

muziekgeschiedenis sinds Monteverdi zijn<br />

de afgelopen dertig jaar herhaald. Alles<br />

moet alleen nog maar sneller en harder,<br />

larmoyante operastemmen domineren en<br />

er zijn zelfs dirigenten die moedwillig Monteverdi­opera’s<br />

orkestréren! Ik vind het niet<br />

goed.’<br />

Onwrikbaar geloof<br />

Christophe Rousset dateert van een generatie<br />

later. <strong>De</strong> omgeving van zijn jeugd ademde<br />

barok, daar hij opgroeide in het historische<br />

Aix­en­Provence in Zuid­Frankrijk. Vóór hij<br />

zich specifiek met muziek bezighield, was<br />

het de algehele barokesthetiek die hem van<br />

jongs af aan fascineerde. ‘Eerst was het<br />

slechts de oppervlakkige schoonheid van<br />

deze periode die me aantrok. Later kon ik<br />

deze fascinatie beter verklaren door de achterliggende<br />

gedachte van de barok: die van<br />

een vreugdevolle wereldbeschouwing, gebaseerd<br />

op een onwrikbaar geloof in God.<br />

Gepaard aan het humanisme zoals dat in<br />

de renaissance was opgekomen, bleek dit<br />

wereldbeeld zeer aantrekkelijk voor mij.’<br />

Rousset volgde pianolessen, totdat hij<br />

bij toeval in een klavecimbelklasje terechtkwam.<br />

Sindsdien heeft hij zich toegewijd<br />

aan de preromantische muziek. ‘Ik luister<br />

wel eens naar negentiende­ en twintigsteeeuwse<br />

muziek, maar het behoort gewoon<br />

niet tot mijn persoonlijkheid. Met de barokmuziek<br />

is het als met de barokarchitectuur:<br />

een solide harmonie, waarboven talloze versieringen<br />

golven. Dat spreekt me aan.’<br />

In zijn bewondering voor Monteverdi doet<br />

Rousset niet onder voor Stubbs en Wilson.<br />

‘Hij was een groot uitvinder en stond aan<br />

het begin van de barokmuziek. Hij gebruikte<br />

oude stijlen als het motet en het madrigaal,<br />

maar gaf deze op zeer eigenzinnige wijze<br />

invulling. L’incoronazione di Poppea, die ik<br />

wederom mag dirigeren, was zijn laatste<br />

opera en staat bol van de moderniteit. <strong>De</strong><br />

emoties die uit deze muziek spreken, het<br />

allesomvattende van dit werk… het enige<br />

wat je uiteindelijk kunt doen is bewonderen.’<br />

Dit geldt wat Rousset betreft overigens<br />

ook voor de regie van Pierre Audi. ‘Hij gaat<br />

zeer knap te werk. Ondanks de grote ruimte<br />

van Het Muziektheater slaagt hij erin de<br />

innigheid van de muziek ook in ruimtelijk<br />

effect uit te dragen. Het voelt op een of<br />

andere manier erg intiem.’ Rousset zal<br />

tevens een aantal madrigalen dirigeren<br />

tijdens de cyclus. ‘<strong>De</strong> enscenering hiervan<br />

is gerechtvaardigd, een groot verschil met<br />

de officiële opera’s is er eigenlijk niet. Il<br />

ballo delle Ingrate en Il combattimento di<br />

Tancredi e Clorinda zijn al net zo theatraal<br />

ingesteld, en gebruiken dezelfde muzikale<br />

stijlmiddelen. Monteverdi heeft altijd een<br />

sterk gevoel voor drama gehad.’<br />

Tegenwoordig is Rousset als klavecimbeldocent<br />

verbonden aan de Accademia<br />

Musicale Chigiana in Siena. Over de vraag<br />

of Italië zijn vroegmoderne muziekgeschiedenis<br />

wel voldoende koestert, moet hij even<br />

nadenken. ‘Italianen houden toch meer van<br />

het “echte” zingen, het belcanto. Monteverdi<br />

is geliefder in Engeland en Frankrijk, hoewel<br />

het enthousiasme nergens zo groot is als in<br />

België en Nederland.’ Het duistere toekomstbeeld<br />

van Glen Wilson deelt Rousset in elk<br />

geval niet: ‘In elke discipline zijn er excessen<br />

te vinden. Ik hou ook niet van dergelijke<br />

extreme uitvoeringen, waarbij de muziek<br />

ondergeschikt is aan de visie van de uitvoerder.<br />

Maar dat zijn uitzonderingen. Wél voel<br />

ik me geïsoleerd als musicus in de huidige<br />

wereld. <strong>De</strong> oppervlakkigheid van vandaag<br />

de dag contrasteert enorm met de wereld<br />

van bijvoorbeeld Monteverdi. Wanneer ik me<br />

in die laatste begeef, voel ik me toch een<br />

beetje afgezonderd.’<br />

Glen Wilson (links) en Stephen Stubbs (rechts) (Foto’s: Hans Hijmering)


Scène uit L’incoronazione di Poppea (Foto: Ruth Walz)<br />

Joost Galema<br />

Branden van liefde<br />

<strong>De</strong> god van de liefde, Amor, mag dan klein van stuk zijn, een kind bijna, maar in het universum van Monteverdi<br />

legt hij iedereen zijn wil op. Of de helden nu de kracht bezitten van Odysseus, de sluwheid van Nero of de<br />

hemelse stem van Orpheus – ze zijn allemaal een speelbal van de liefde.<br />

Hoe de verhoudingen liggen in de operawereld<br />

van Claudio Monteverdi blijkt in de<br />

openingsscène van L’incoronazione di Poppea,<br />

waarin twee vrouwen – het Noodlot en de<br />

<strong>De</strong>ugd – kibbelen over wie van groter belang<br />

is voor de mensheid. Plotseling klinkt er een<br />

andere stem. ‘Amor is de god die ver boven<br />

jullie verheven is,’ zingt hij. ‘Ik onderwijs de<br />

deugden, ik beteugel het lot, en al ben ik<br />

jong als een kind, toch ben ik ouder dan de<br />

tijd en alle andere goden. <strong>De</strong> eeuwigheid en<br />

ik zijn tweelingen. Vereer mij, aanbid mij en<br />

erken mij als jullie heerser. Geen menselijk<br />

of hemels wezen heeft het hart om Amor te<br />

tarten.’ Dat is pas spierballentaal en Amor<br />

voegt de daad bij het woord door Poppea<br />

naast Nero op de Romeinse troon te zetten.<br />

<strong>De</strong> kronkelwegen van de liefde vormen<br />

een rode draad in de drie Monteverdi­opera’s<br />

L’incoronazione di Poppea, Il ritorno d’Ulisse<br />

in patria en L’Orfeo, alsook in zijn drie madrigalen<br />

Il combattimento di Tancredi e Clorinda,<br />

Lamento d’Arianna en Il ballo delle Ingrate.<br />

Toch laat de componist ons telkens in een<br />

ander landschap rondzwerven. Liefde en<br />

macht wandelen hand in hand in het doolhof<br />

van intriges dat Rome heet. Liefde en trouw<br />

– maar ook verbittering – vinden we terug<br />

bij Penelope, die zich twintig jaar lang de<br />

opdringerige minnaars van het lijf houdt,<br />

omdat zij niet weet of haar man Odysseus<br />

nog in leven is. Liefde en dood drijven zanger<br />

Orpheus de onderwereld in op zoek<br />

naar zijn gestorven Euridice. Op een kale<br />

berg heersen liefde en oorlog, als kruisridder<br />

Tancredi en de Saraceense strijdster<br />

Clorinda elkaar bevechten. Liefde en verraad<br />

voeren de boventoon in de treurzang<br />

van Ariadne, de prinses die de held Theseus<br />

helpt de monsterlijke Minotaurus van haar<br />

vader te doden, maar als dank laat Theseus<br />

zijn geliefde in de steek. En tenslotte vinden<br />

we in de Ingrate een aantal vrouwen<br />

terug die de liefde afwijzen en als straf<br />

daarvoor in de hel belanden; na hun dood<br />

worden ze door Amors toedoen teruggeroepen<br />

als afschrikwekkend voorbeeld voor<br />

alle levende vrouwen.<br />

Tegenstellingen<br />

Steeds verklankt Monteverdi met zijn muziek<br />

een van de talloze gedaanten waarin de liefde<br />

aan ons kan verschijnen. Ze zijn niet scherp<br />

omrand, maar hullen zich in mist, in tegenstrijdigheden<br />

en laten ons achter met veel<br />

vragen over het wezen van Amor. We leveren<br />

ons graag aan hem uit, maar hij ontpopt zich<br />

soms ook als een bruut. Zoals een van de personages<br />

in Ulisse zingt: ‘Aan de tirannieke<br />

god van de liefde worden gedachteloos de<br />

jaren geofferd van mijn jeugd.’<br />

Monteverdi lijkt zich bewust van alle<br />

tegenstellingen en paradoxen die Amor vertegenwoordigt.<br />

Als de zoon van Odysseus,<br />

Telemachos, terugkeert naar huis, vertelt<br />

hij zijn moeder over de ontmoeting met de<br />

beeldschone Helena. Zij liet zich schaken<br />

10<br />

door de Trojaanse prins Paris en veroorzaakte<br />

zo de tien jaar durende Griekse belegering<br />

van Troje. Door haar verliet Odysseus<br />

zijn vrouw. En nu komt haar zoon terug en<br />

steekt een lofzang af op haar schoonheid.<br />

Het wordt Penelope te veel en zij houdt haar<br />

zoon voor: ‘Monsterlijk, zo’n liefde die baadt<br />

in het bloed.’ Maar aan het einde van de<br />

opera sluit zij de teruggekeerde Odysseus<br />

in haar armen, terwijl ze kniehoog in het<br />

bloed staat van de honderd minnaars die hij<br />

net heeft vermoord. Wie zegt dat de liefde<br />

met één maat meet? Neem Odysseus zelf,<br />

die onderweg de nodige minnaressen verzamelde,<br />

maar naar huis bleef verlangen. En<br />

op zijn eigen eiland Ithaka blijft iedereen die<br />

ertoe doet braaf op hem wachten, zijn vrouw<br />

Penelope op de eerste plaats. Maar als zij<br />

haar hart belooft aan de minnaar die de<br />

boog van Odysseus kan spannen, verzucht<br />

een van hen na een vruchteloze poging:<br />

‘Zelfs Odysseus’ boog blijft hem trouw.’ Die<br />

zin geeft prachtig de kern van de opera weer.<br />

Doof en blind<br />

Maar Monteverdi toont ons ook dat die<br />

trouw van Penelope behalve nobel ook verstard<br />

en kil is. Aanvankelijk denkt ze zelfs<br />

dat de teruggekeerde Odysseus een zinsbegoocheling<br />

is, een wreed spel dat de goden<br />

met haar spelen. Het doet denken aan dat<br />

trieste verhaal van een man die bij terugkeer<br />

ziet hoe zijn huis met zijn zoon erin ten prooi<br />

valt aan een brand. Hij herbouwt het om zichzelf<br />

daarin op te sluiten met zijn verdriet.<br />

Maar na enige tijd duikt zijn zoon op, die niet


thuis bleek te zijn tijdens de brand. Hij leeft<br />

nog, klopt aan en zegt: ‘Vader doe open.’ Vanuit<br />

het duister van de woning roept een barse<br />

stem: ‘Wie ben jij?’ En de jongen antwoordt:<br />

‘Ik ben je zoon.’ Maar de deur gaat niet open.<br />

Zijn vader blijft steken in het verdriet, dat<br />

hem doof en blind maakt voor de werkelijkheid.<br />

Iets soortgelijks lijkt met Penelope te<br />

gebeuren en hoewel ze Odysseus uiteindelijk<br />

toch herkent, werpt Monteverdi de vraag<br />

op of ze behalve haar man ook de liefde<br />

terugvindt. Of krijgen de minnaars gelijk als<br />

ze haar voorhouden dat een struik – de liefde<br />

– die zich te lang niet voedt geen bloemen,<br />

maar doornen zal dragen? Monteverdi weet<br />

het einde van zijn opera open te houden,<br />

ondanks de ogenschijnlijk goede afloop.<br />

Maar tijdens het verhaal zaait Monteverdi al<br />

genoeg vragen rond om het happy end al<br />

vooraf te ondermijnen.<br />

Zwarte kant<br />

Waar Ulisse in zekere zin een eindeloze rij<br />

beschouwingen en metaforen over de eeuwige<br />

liefde is, oogt <strong>De</strong> kroning van Poppea een<br />

stuk prozaïscher. Hier gaat het om macht<br />

en manipulatie, die ertoe leiden dat liefde<br />

corrumpeert: hoezeer de personages hun<br />

best ook doen om ons te doen geloven dat<br />

ze van iemand houden, in de eerste plaats<br />

zijn ze dienaren van hun eerzucht. ‘Omgang<br />

met vorsten is gevaarlijk,’ zingt een van de<br />

personages. ‘Liefde en haat beroeren hen<br />

niet. Wat zij voelen is zuiver eigenbelang.’<br />

Nergens maakt Monteverdi de zwarte kant<br />

van Amor zichtbaarder. <strong>De</strong> liefdesverklaringen<br />

zijn prachtig van taal, maar de woorden<br />

zijn hol. Nero verstoot zijn vrouw Octa­<br />

11<br />

via ten faveure van zijn minnares Poppea<br />

en zingt vervolgens schaamteloos dat zijn<br />

‘trouwe hart als een harde diamant’ is. Hun<br />

verhouding is het resultaat van intriges, menselijke<br />

en goddelijke; er is niets zuivers aan.<br />

‘<strong>De</strong> ware liefde neemt niet, maar beschermt,<br />

kwetst niet maar wil redden,’ liet de Hongaarse<br />

schrijver Sándor Márai de beroemde<br />

verleider Casanova in een van zijn romans<br />

zeggen. Van die liefde vangen we in Poppea<br />

slechts een glimp op in een van de bijrollen.<br />

In L’Orfeo dringt die vorm van liefde zich<br />

meer naar de voorgrond. <strong>De</strong> zanger Orpheus<br />

gaat zijn gestorven vrouw Eurydice zoeken in<br />

de onderwereld en vermurwt goden en kwade<br />

geesten met zijn magische stem. Zelfs Amor<br />

krijgt het te kwaad bij zoveel vertoon van<br />

schoonheid in verdriet. Het gaat om liefde<br />

over de grenzen van de dood, en de kunst<br />

als de vereeuwiging hiervan. Geen verhaal,<br />

geen figuur, sprak in vier eeuwen opera zo<br />

tot de verbeelding als de mythe van Orpheus.<br />

Monteverdi staat met L’Orfeo aan het begin<br />

van een lange traditie van operacomponisten.<br />

Liefde en dood<br />

En dat geldt eigenlijk ook voor zijn korte<br />

tafereel Il combattimento di Tancredi e<br />

Clorinda, een geschiedenis die ook velen<br />

van zijn navolgers, onder wie de Fransman<br />

André Campra, verklankten. Maar ook het<br />

thema liefde en oorlog en daarin vervlochten<br />

de onmogelijke keuze tussen de warme<br />

gevoelens voor het eigen volk of de hartstocht<br />

voor de vijand komt in vele opera’s<br />

terug, zoals Norma van Vincenzo Bellini of<br />

Lakmé van Léo <strong>De</strong>libes. In Combattimento<br />

draait het verhaal om de kruisridder Tancredi<br />

en de Saraceense strijdster Clorinda, die<br />

op elkaar verliefd worden. Hij weet niet<br />

dat zij ook deelneemt aan de heilige oorlog<br />

tegen de christenen, sterker nog, een van de<br />

wreedste en meest geduchte tegenstanders<br />

is. Na een veldslag achtervolgt Tancredi deze<br />

mysterieuze krijger tot in de bergen en gaat<br />

de strijd met ‘hem’ aan. Hij weet niet met<br />

wie hij werkelijk te maken heeft. Het kan niet<br />

anders dan dat Clorinda het wel weet, omdat<br />

kruisridders geen geheim van hun identiteit<br />

maakten. Voor haar is de strijd en de dood<br />

de enige weg naar verlossing uit het verschrikkelijke<br />

dilemma dat ze houdt van de<br />

vijand van haar geloof. Pas in de dood kan<br />

zij bij hem zijn. En als zij sterft voor haar volk,<br />

om zich in het uur van haar dood tot Tancredi<br />

te keren, hoeft ze geen van haar beide liefdes<br />

te verloochenen. Monteverdi maakt er<br />

met minimale middelen een prachtig dubbelzinnig<br />

drama van. Al deze ‘liefdesopera’s’<br />

lijken op een heelal dat bij elke blik steeds<br />

verder lijkt uit te dijen. Ook voor de moderne<br />

mens stelt Monteverdi in deze werken vragen<br />

die onontkoombaar zijn.<br />

Scène uit L’Orfeo (Foto: Marco Borggreve)


Scènes uit L’Orfeo (Foto onder Ruth Walz, foto boven: Marco Borggreve)<br />

L’Orfeo<br />

‘Ik ben Orfeo, die de voetstappen van Euridice<br />

volgt over deze duistere vlakten,<br />

die nimmer een levend wezen betrad.’<br />

Proloog<br />

<strong>De</strong> Muziek kondigt het verhaal van Orfeo<br />

aan.<br />

I<br />

Herders en nimfen zingen vol vreugde over<br />

het aanstaande huwelijk van de zanger<br />

Orfeo en zijn geliefde, Euridice. Bruid en<br />

bruidegom geven op hun beurt uiting aan<br />

hun blijdschap.<br />

II<br />

Orfeo denkt terug aan de treurige tijd<br />

die nu achter hem ligt. Plotseling komt een<br />

vriendin van Euridice melden hoe deze door<br />

een slang werd gebeten en kort daarna<br />

stierf. Orfeo is overweldigd door verdriet,<br />

maar besluit in de onderwereld af te dalen<br />

om zijn bruid terug te krijgen.<br />

III<br />

Begeleid door de Hoop komt Orfeo aan<br />

bij de ingang tot de hel, vanwaar hij alleen<br />

verder moet. Met zijn zang probeert hij de<br />

veerman Caronte over te halen hem naar de<br />

andere oever van de dodenrivier te brengen,<br />

waar de zielen der gestorvenen zich bevinden.<br />

Caronte weigert, maar valt in slaap op<br />

de lieflijke tonen van Orfeo’s lied. <strong>De</strong> zanger<br />

kan nu zelf de overkant bereiken.<br />

IV<br />

Proserpina, de echtgenote van Plutone, de<br />

god van de onderwereld, weet deze zover te<br />

krijgen dat hij Orfeo’s verzoek om Euridice<br />

naar de levenden te laten terugkeren inwilligt.<br />

Er is één voorwaarde: onderweg mag<br />

hij niet naar haar omkijken. Als er lawaai<br />

klinkt, schrikt Orfeo en kijkt Euridice aan,<br />

die opnieuw sterft. Tegen zijn wil wordt<br />

Orfeo naar het licht teruggevoerd.<br />

1<br />

V<br />

Orfeo is ontroostbaar en zweert de liefde<br />

voor de vrouwen af. Dan daalt zijn vader,<br />

de god Apollo, neer en roept hem op om<br />

mee te gaan naar de hemel. Daar zal hij in<br />

de zon en de sterren Euridices evenbeeld<br />

eeuwig kunnen toezingen. Apollo en Orfeo<br />

stijgen samen ten hemel.


1<br />

vr 31 aug 2007 première 20.00 uur<br />

wo 5 sep 20.00 uur<br />

do 13 sep 20.00 uur<br />

vr 21 sep 20.00 uur<br />

do 27 sep 20.00 uur<br />

zo 30 sep 13.30 uur<br />

di 2 okt 20.00 uur<br />

Het Muziektheater Amsterdam<br />

Kaartverkoop is reeds begonnen.<br />

Bij het ter perse gaan van deze Odeon<br />

zijn er nog kaarten verkrijgbaar.<br />

Bel het Kassa-bespreekbureau van<br />

Het Muziektheater: 020-625 5455, of een<br />

van de andere verkooppunten (zie pag. 30).<br />

On line reserveren: www.dno.nl<br />

Inleidingen door Chris Engeler<br />

Plaats: Het Muziektheater (2de balkon)<br />

Tijd: 45 minuten voor aanvang van iedere<br />

voorstelling, dus 19.15 uur (avond)<br />

Lengte: ± 30 minuten<br />

Toegang: gratis op vertoon van een geldig<br />

plaatsbewijs voor de voorstelling van die dag<br />

Met steun van de Vereniging Vrienden<br />

van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

Uitzenddatum<br />

Radio 4, NPS <strong>Opera</strong> Live:<br />

zaterdag 13 oktober 2007, 19.00 uur<br />

Claudio Monteverdi 1567 -1643<br />

L’Orfeo<br />

Favola in musica<br />

libretto van<br />

Alessandro Striggio<br />

muzikale leiding<br />

Stephen Stubbs<br />

regie<br />

Pierre Audi<br />

decor<br />

Michael Simon<br />

kostuums<br />

Jorge Jara<br />

licht<br />

Jean Kalman<br />

La Musica<br />

David Cordier<br />

Orfeo<br />

Jeremy Ovenden<br />

Euridice<br />

Judith van Wanroij<br />

La Speranza<br />

Pascal Bertin<br />

La Messagiera<br />

Tania Kross<br />

Caronte<br />

Alan Ewing<br />

Proserpina<br />

Wilke te Brummelstroete<br />

Plutone<br />

Panajotis Iconomou<br />

Ninfa<br />

Ilse Eerens<br />

Apollo/Pastore 2<br />

Paul Agnew<br />

Pastore 1/Eco/Spirito<br />

Anders J. Dahlin<br />

Pastore 3/Spirito<br />

Jeroen de Vaal<br />

Pastore 4/Spirito<br />

Harry van der Kamp<br />

Tragicomedia en<br />

Concerto Palatino<br />

Vocaal ensemble<br />

instudering Martin Wright<br />

<strong>De</strong> opera wordt in het Italiaans gezongen<br />

en Nederlands boventiteld.<br />

<strong>De</strong> voorstelling duurt circa 2 uur en 20 minuten.<br />

Er is 1 pauze.<br />

Ter gelegenheid van de Monteverdi-cyclus<br />

verschijnen twee nieuwe boeken.<br />

Het operaboek L’Orfeo is verkrijgbaar in<br />

Het Muziektheater. Daarin zijn onder meer<br />

een uitgebreide synopsis, en het libretto in<br />

het Italiaans en in een <strong>Nederlandse</strong> vertaling<br />

opgenomen. <strong>De</strong> prijs is 8,-.<br />

Reprise


S P O T L I G H T S<br />

20STE-EEUWSELIED<br />

Liederen vertellen verhalen. <strong>De</strong> sfeer van de<br />

tijd van Elgar komt tot leven in geprojecteerde<br />

schilderijen van tijdgenoten.<br />

Songs of Sir<br />

Edward Elgar<br />

Amanda Roocroft sopraan<br />

Konrad Jarnot bariton<br />

Reinild Mees piano<br />

mmv Miranda Lakerveld beeldregie<br />

dinsdag 23 okt 07<br />

20:15 <strong>De</strong> Doelen • Rotterdam<br />

www.dedoelen.nl • tel 010 217 17 17<br />

zondag 28 okt 07<br />

12:00 Muziekcentrum Frits Philips • Eindhoven<br />

www.philipshall.nl • tel 040 244 20 20<br />

dinsdag 30 okt 07<br />

20:15 Kleine Zaal Concertgebouw • Amsterdam<br />

www.concertgebouw.nl • tel 020 671 83 45<br />

woensdag 31 okt 07<br />

20:15 Diligentia • <strong>De</strong>n Haag<br />

www.theater-diligentia.nl • tel 0900 4 104 104<br />

DAS_62063_A5liggend 4/4/06 11:27 AM Page 1<br />

Geef cultuur de kans<br />

seizoen 07 08 WWW.20STE-EEUWSELIED.NL<br />

Genieten van klassieke muziek op bijzondere locaties in het<br />

buitenland? HANNICK REIZEN organiseert zowel compleet<br />

verzorgde groepsreizen als individuele muziekreizen naar<br />

gerenommeerde muziekfestivals en operahuizen binnen én<br />

buiten Europa.<br />

Ons nieuwe programma 2007/2008 is uit!<br />

In ons programma vindt u veelbelovende<br />

reizen en verrassende ontdekkingstochten.<br />

Kortom, muziek- en cultuurreizen voor<br />

fijnproevers!<br />

Een greep uit het aanbod:<br />

NAZOMEREN IN ITALIE<br />

Geniet van opera in Napels en concerten<br />

aan de schitterende Amalfikust.<br />

6-daagse vliegreis. Vertrek: 27 sep. 2007<br />

of<br />

Beleef het Verdifestival in Parma met 3<br />

Verdi-opera's! Een reis in zijn voetsporen.<br />

5-daagse vliegreis. Vertrek: 10 okt. 2007<br />

OP REIS TIJDENS DE FEESTDAGEN<br />

Zin om Kerstmis of Nieuwjaar in het<br />

buitenland te vieren? Speciaal voor u<br />

hebben we de mooiste arrangementen<br />

tijdens de feestdagen geselecteerd. Wat<br />

dacht u van Kerst in Wenen, Leipzig of<br />

Venetië! En Oud&NIeuw inluiden in<br />

Londen, Kopenhagen of Dresden?<br />

Kijk snel op ons geheel vernieuwde<br />

website en laat u inspireren!<br />

Ons land kent vele toneelgezelschappen. Miljoenen landgenoten maken muziek. Daarnaast zijn er<br />

talloze monumenten die bezocht, bewoond en bewonderd kunnen worden. Zo’n kleurrijke cultuur moet<br />

gekoesterd worden. En dat lukt niet alleen met overheidsgeld. Gelukkig springt het Prins Bernhard<br />

Cultuurfonds vaak bij. Per jaar steunen wij bijna 4.000 culturele projecten,groot en klein. Onze donateurs<br />

zorgen dat cultuur toekomst heeft. Word ook donateur, voor 25 euro per jaar geeft u cultuur de kans.<br />

www.cultuurfonds.nl<br />

(advertenties)<br />

HANNICK REIZEN<br />

tel. 070 - 319 19 29<br />

www.hannick.nl<br />

info@hannick.nl<br />

Vraag naar onze brochure!


Bart Boone<br />

Geknipt voor de opera:<br />

de Orpheus-mythe<br />

Dé Orpheus-mythe bestaat niet. In werkelijkheid bestaan er honderden varianten op deze stof rond<br />

de Thracische dichter-zanger-muzikant over wie beweerd werd dat hij met zijn lierzang alle levende<br />

wezens kon vermurwen… Zo liet deze elastische mythe zich zowel qua vorm als qua inhoud ook<br />

moeiteloos oprekken tot operastof.<br />

‘Naar Hades heen voeren talloze helden.<br />

Honden en gieren vraten hun lijken,’ dichtte<br />

Homerus in de aanhef van zijn Ilias rond<br />

750 voor Christus. <strong>De</strong>ze verwijzing naar de<br />

Hades of de Griekse onderwereld bevroor<br />

een tot dan toe enkel oraal verspreid denken<br />

over de dood, een somber denken dat de<br />

ganse oudheid – zo’n 1 00 jaar – dominant<br />

zou blijven. Volledig zeker is dat laatste niet:<br />

onze kennis over het antieke doodsdenken<br />

is wat mistig. Verder maakt men een karikatuur<br />

van de oudheid als men deze intellectueel<br />

zó bloeiende beschaving als massief of<br />

onveranderlijk begrijpt. Zo openbaren voldoende<br />

bronnen dat ook andere visies op de<br />

dood circuleerden, terwijl die alternatieven<br />

toch haast altijd gedijden vanuit het homerische<br />

model van de Hades.<br />

<strong>De</strong> meeste Grieken en Romeinen stelden<br />

zich dus wellicht hun onderwereld inderdaad<br />

voor als een geografisch te lokaliseren,<br />

troosteloos en duister oord met min<br />

of meer geijkte elementen die ook steevast<br />

opduiken in de waaier aan Orpheus­opera’s.<br />

Zo grensde vaak een water of een rivier als<br />

de Styx het rijk der levenden van de Hades<br />

af. Daarnaast beredderde ‘personeel’ van<br />

divers allooi de boel in het schimmenrijk:<br />

de god Hades die de scepter over de onderwereld<br />

zwaait, veerman Charon die schimmen<br />

voor een penning over de Styx naar het<br />

dodenrijk zet, de driekoppige hond Cerberus<br />

die de poort van de Hades bewaakt… Ook<br />

reizen van de levenden naar de doden staken<br />

vaak de kop op: om een overleden geliefde,<br />

al dan niet succesvol, uit de Hades te redden<br />

of om een idee van de toekomst te krijgen.<br />

Orpheus als gay martyr<br />

Toen het rond 1600 kersverse operagenre de<br />

Orpheus­mythe omarmde, had de elastische<br />

stof al een lange, grillige weg afgelegd. Dé<br />

Orpheus­mythe bestaat dus niet: Orpheusverhalen<br />

variëren onderling sterk. Toch wortelen<br />

ook deze bijna steeds (apert of verkapt)<br />

in de homerische voorstelling van de Hades.<br />

<strong>De</strong> oudste literaire bronnen vertellen over<br />

een ongeëvenaard zanger die alle levende<br />

dingen wist te roeren met zijn lierzang, een<br />

heros of held die tussen god en mens in<br />

stond en wonderen verrichtte zoals het uit<br />

de onderwereld halen van doden. In die fase<br />

werd Orpheus weinig profiel gegund. Langzaamaan<br />

kleurde de Griekse literatuur de<br />

figuur echter steeds boeiender in. Zo helpen<br />

Orpheus’ muzikale vermogens in Apollonius’<br />

epos Argonautica Jason om het Gulden Vlies<br />

te bemachtigen tijdens diens avontuurlijke<br />

argonautentocht.<br />

Intrigerend is dat er toen nog géén rol voor<br />

Eurydice was weggelegd. Phanokles maakte<br />

in zijn elegie van de lierdichter zelfs de eerste<br />

15<br />

gay martyr uit de geschiedenis, ‘want hij was<br />

de eerste in Thracië die voor zijn herenliefde<br />

uitkwam en niets voor vrouwen voelde. Zijn<br />

hoofd sneden zij af met een mes en nagelden<br />

het op zijn lier.’<br />

Tragische wending<br />

In de eerste eeuw voor Christus bestendigden<br />

de Latijnse auteurs Vergilius en Ovidius<br />

de mythe in de vorm waarin die – nog steeds<br />

– het meest bekend is. In de Georgica zette<br />

Vergilius Orpheus neer als vurig minnaar,<br />

terwijl in Ovidius’ Metamorfosen de nadruk<br />

meer op zijn kunstenaarskwaliteiten lag.<br />

Vooral Eurydices rol werd toen onuitwisbaar<br />

prominent, omdat Vergilius’ lite­<br />

rair genie de mythe verrijkte met een extra<br />

motief: de tweede dood van Eurydice. Vergilius<br />

blies met dit motief de orfische traditie<br />

een prachtige tragiek in: Orpheus verzet<br />

zich tegen het noodlot, Eurydices eerste<br />

dood, door haar uit de Hades te willen redden,<br />

maar dat mondt opnieuw uit in… Eurydices<br />

dood.<br />

Zo lag de stof nu – totaal sexy – als het<br />

ware te hunkeren naar (barokke) toonzetting.<br />

Voor het zover was, reinigden de renaissancisten<br />

de mythe eerst van laat­antieke<br />

en middeleeuwse ‘bezoedelingen’. Daartoe<br />

schraapten ze verchristelijkingen en allegoreses<br />

(het uitwerken van mythologische<br />

figuren als dragers van een idee of abstract<br />

begrip) weg en focusten ze op Orpheus als<br />

prototype van de kunstenaar: door de dood<br />

te trotseren doorgrondde de Griek de geheimen<br />

van mens en natuur, én hij bleek in<br />

staat die geheimen in muziek, in kunst te<br />

vertalen.<br />

Vergilius wijst de weg<br />

Uit de schoot van de opera kwam vanaf<br />

de barok een verpletterend aantal werken<br />

op basis van de Orpheus­mythe voort. Ter<br />

inspiratie laafden librettisten en componisten<br />

zich aan de vele literaire bronnen. Toch<br />

grijpt haast elk orfisch libretto (ongeacht<br />

uit welk tijdperk het stamt) min of meer<br />

terug op Vergilius en/of Ovidius. Dit verklaart<br />

de dramatische concentratie in deze<br />

opera’s op Eurydices dood en op de poging<br />

van de – over de dood heen – trouwe min­<br />

naar Orpheus om haar uit de Hades terug te<br />

halen. Maar, zoals gezegd, vooral Vergilius’<br />

zin voor tragiek maakte de Orpheus­mythe<br />

geknipt voor opera. Daarom getuigt bijna<br />

elke Orpheus­opera braaf van een vast<br />

schema: Eurydice die sterft, Orpheus die<br />

haar redt en Eurydice die opnieuw sterft.<br />

Qua vorm moesten die dramatische concentratie<br />

en tragiek spannende muziekdramatische<br />

situaties opleveren en inhoudelijk liet<br />

dit volop toe om spitsvondige allegorieën op<br />

de stof te kleven. Zo verbergt Monteverdi’s<br />

L’Orfeo een even verrassende als sterk<br />

didactische inhoud!<br />

Vervelend bij dit alles was dat orfische<br />

tragiek moeilijk te verzoenen viel met de<br />

lange tijd heersende operaconventie van<br />

het lieto fine of het happy end. Librettisten<br />

boorden daarom ijverig de literaire bronnen<br />

over Orpheus aan om een alternatief uit te<br />

dokteren voor het Phanokles­achtige einde.<br />

In de plaats daarvan eindigen veel opera’s<br />

óf met de gelukkige hereniging van Orpheus<br />

en Eurydice – wat Vergilius’ tragiek uiteraard<br />

tenietdoet! – óf met de vergoddelijking van<br />

de lierdichter, zoals bij Monteverdi.<br />

(On)macht van de muziek<br />

Tot slot is nog één cruciaal thema niet<br />

aangeroerd, de macht van de muziek! Uiteraard<br />

verlokte ook dit thema (met muziek de<br />

dood trotseren) componisten dikwijls tot<br />

het toonzetten van de Orpheus­stof. Het<br />

operabedrijf heeft zich namelijk vanaf het<br />

prille begin steeds opmerkelijk zelfreflexief<br />

betoond: tal van opera’s – een genre waarin<br />

muziek precies het vehikel bij uitstek is –<br />

gaan over muziek of over zingen zelf.<br />

Zoals aangekondigd krijgt dit thema in<br />

Monteverdi’s L’Orfeo een verrassende, zelfs<br />

bittere smaak. <strong>De</strong> opera is wel eens ontmaskerd<br />

als een kritiek op de overmoed van<br />

de renaissancemens, die zich de maatstaf<br />

van alle dingen waant. Monteverdi zou dus<br />

de renaissancistische ideologie waarin<br />

Orpheus fel gehuldigd werd als model van<br />

de kunstenaar als lering omgekeerd hebben.<br />

Monteverdi’s Orfeo is ergens inderdaad<br />

een labiel en ik­gericht kunstenaar (hij laat<br />

zich verteren door dierlijke, vleselijke passie<br />

voor Euridice en wil overmoedig tegen<br />

de orde der dingen haar lot keren), wat<br />

hem afwendt van de hemelse eros of liefde,<br />

die naar de zon, naar Apollo of God leidt.<br />

Orfeo’s zwakke karakter en narcisme degraderen<br />

de edele muziek dus, behalve het feit<br />

dat muzikale onmacht bijvoorbeeld ook pijnlijk<br />

blijkt wanneer Plutone (Hades) eigenlijk<br />

niet geroerd wordt door Orfeo’s muziek,<br />

maar enkel door de smeekbede van zijn<br />

vrouw Proserpina wordt overgehaald om<br />

Euridice vrij te geven.<br />

Orpheus Bijschrift met in Rêves zijn lier d’un (Tekening: Marco Polo Jean (Foto: Cocteau)<br />

??? )


Scènes uit L’incoronazione di Poppea (Foto’s: Ruth Walz)<br />

L’incoronazione di Poppea<br />

‘Geen menselijk noch hemels hart is er<br />

dat de Liefde durft te tarten.’<br />

Proloog<br />

Het Lot, de <strong>De</strong>ugd en de Liefde twisten over<br />

de vraag wie de meeste invloed op de mens<br />

heeft. <strong>De</strong> Liefde is ervan overtuigd de machtigste<br />

te zijn.<br />

I<br />

<strong>De</strong> Romeinse edelman Ottone zoekt zijn<br />

geliefde Poppea op, die echter een verhouding<br />

blijkt te hebben met Nerone, de keizer.<br />

Nerone wil met haar trouwen en besluit zijn<br />

echtgenote Ottavia te verstoten. Seneca,<br />

Nerones leermeester, probeert hem op<br />

andere gedachten te brengen, waarmee hij<br />

zijn eigen doodvonnis tekent. Drusilla, een<br />

dienares van Poppea, is verliefd op Ottone<br />

en probeert hem te troosten.<br />

16<br />

II<br />

Seneca pleegt op bevel van Nerone zelfmoord.<br />

Ottavia zet Ottone zodanig onder<br />

druk dat deze belooft Poppea te vermoorden.<br />

Gehuld in een mantel van Drusilla<br />

besluipt Ottone de slapende Poppea, maar<br />

de moord wordt verijdeld door de Liefde.<br />

III<br />

Drusilla wordt gearresteerd en ter dood<br />

veroordeeld, nadat zij de schuld van de<br />

aanslag op zich genomen heeft. Als Ottone<br />

dit hoort, vertelt hij de ware toedracht en<br />

Nerone verbant hen beiden, evenals Ottavia.<br />

Nadat Nerone Poppea tot keizerin heeft<br />

gekroond, bezingen zij hun liefde.


17<br />

za 1 sep 2007 première 19.00 uur<br />

do 6 sep 19.00 uur<br />

zo 9 sep 13.30 uur<br />

ma 17 sep 19.00 uur<br />

di 25 sep 19.00 uur<br />

za 29 sep 19.00 uur<br />

wo 3 okt 19.00 uur<br />

Het Muziektheater Amsterdam<br />

Kaartverkoop is reeds begonnen.<br />

Bij het ter perse gaan van deze Odeon<br />

zijn er nog kaarten verkrijgbaar.<br />

Bel het Kassa-bespreekbureau van<br />

Het Muziektheater: 020-625 5455, of een<br />

van de andere verkooppunten (zie pag. 30).<br />

On line reserveren: www.dno.nl<br />

Inleidingen door Chris Engeler<br />

Plaats: Het Muziektheater (2de balkon)<br />

Tijd: 45 minuten voor aanvang van iedere<br />

voorstelling, dus 18.15 uur (avond)/12.45 uur<br />

(matinee)<br />

Lengte: ± 30 minuten<br />

Toegang: gratis op vertoon van een geldig<br />

plaatsbewijs voor de voorstelling van die dag<br />

Met steun van de Vereniging Vrienden<br />

van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

Uitzenddatum<br />

Radio 4, NPS <strong>Opera</strong> Live:<br />

zaterdag 29 september 2007, 19.00 uur<br />

Claudio Monteverdi 1567 -1643<br />

L’incoronazione<br />

di Poppea<br />

Dramma in musica in<br />

un prologo e tre atti<br />

libretto van<br />

Giovanni Francesco Busenello<br />

muzikale leiding<br />

Christophe Rousset<br />

regie<br />

Pierre Audi<br />

decor<br />

Michael Simon<br />

kostuums<br />

Emi Wada<br />

licht<br />

Jean Kalman<br />

Fortuna<br />

Machteld Baumans<br />

Virtù/Pallade<br />

Wilke te Brummelstroete<br />

Amore/Damigella<br />

Gaële Le Roi<br />

Ottone<br />

Bejun Mehta<br />

Soldato 1/Lucano/Tribune 1/Famigliare1<br />

Anders J. Dahlin<br />

Soldato 2/Liberto/Tribune 2<br />

Ed Lyon<br />

Poppea<br />

Danielle de Niese<br />

Nerone<br />

Malena Ernman<br />

Arnalta<br />

Emiliano Gonzalez-Toro<br />

Ottavia<br />

Christianne Stotijn<br />

Nutrice/Famigliare 2<br />

Christopher Gillett<br />

Seneca<br />

Giovanni Battista Parodi<br />

Valletto<br />

Judith van Wanroij<br />

Drusilla<br />

Anna Maria Panzarella<br />

Mercurio/Console 1<br />

Panajotis Iconomou<br />

Littore/Famigliare 3/Console 2<br />

Harry van der Kamp<br />

Les Talens Lyriques<br />

<strong>De</strong> opera wordt in het Italiaans gezongen<br />

en Nederlands boventiteld.<br />

<strong>De</strong> voorstelling duurt circa 4 uur en 15 minuten.<br />

Er zijn 2 pauzes.<br />

Ter gelegenheid van de Monteverdi-cyclus<br />

verschijnen twee nieuwe boeken.<br />

Het operaboek L’incoronazione di Poppea<br />

is verkrijgbaar in Het Muziektheater. Daarin<br />

zijn onder meer een uitgebreide synopsis,<br />

en het libretto in het Italiaans en in een<br />

<strong>Nederlandse</strong> vertaling opgenomen.<br />

<strong>De</strong> prijs is 8,-.<br />

Reprise


Scènes uit Il ritorno d’Ulisse in patria (Foto onder: Ruth Walz, foto boven: Marco Borggreve )<br />

Il ritorno d’Ulisse in patria<br />

‘Het is waar dat ieder ding<br />

Ulisse trouw blijft.<br />

Zelfs Ulisses boog wacht op hem!’<br />

Proloog<br />

<strong>De</strong> Menselijke Vergankelijkheid beklaagt<br />

het lot van de mens – speelbal van de Tijd,<br />

het Lot en de Liefde.<br />

I<br />

Penelope wacht al twintig jaar op de<br />

terugkeer van haar man, koning Ulisse<br />

van Ithaka. Na de val van Troje wordt zijn<br />

terugkeer telkens verhinderd door de woede<br />

van de zeegod. Intussen wordt Penelope<br />

belaagd door vrijers die naar haar hand<br />

dingen. <strong>De</strong> Faiaken hebben de uitgeputte<br />

Ulisse op het strand van Ithaka achtergelaten.<br />

Vermomd als herder geeft de godin<br />

Minerva hem voor de veiligheid het uiterlijk<br />

van een oude man. Gastvrij wordt hij<br />

onthaald door de herder Eumete. Minerva<br />

brengt Telemaco, Ulisses zoon, naar zijn<br />

vader.<br />

18<br />

II<br />

Telemaco vertelt Penelope over de schoonheid<br />

van Helena van Troje, die hij heeft<br />

gezien toen hij op zoek was naar Ulisse.<br />

Maar zijn moeder wil niets horen over de<br />

vrouw die zoveel leed veroorzaakt heeft.<br />

Hoewel de vrijers het haar steeds lastiger<br />

maken, blijft Penelope standvastig. Eumete<br />

meldt haar dat Ulisse spoedig zal terugkeren.<br />

Penelope daagt de vrijers uit om<br />

Ulisses boog te spannen, maar niemand<br />

slaagt erin. Ulisse – met Eumete meegekomen<br />

en nog steeds in vermomming<br />

– spant de boog en doodt alle vrijers. Maar<br />

pas wanneer hij details van hun echtelijk<br />

bed weet te beschrijven, gelooft Penelope<br />

dat haar man weer bij haar is.


19<br />

zo 2 sep 2007 première 20.00 uur<br />

za 8 sep 20.00 uur<br />

vr 14 sep 20.00 uur<br />

do 20 sep 20.00 uur<br />

zo 23 sep 13.30 uur<br />

vr 28 sep 20.00 uur<br />

ma 1 okt 20.00 uur<br />

Het Muziektheater Amsterdam<br />

Kaartverkoop is reeds begonnen.<br />

Bij het ter perse gaan van deze Odeon<br />

zijn er nog kaarten verkrijgbaar.<br />

Bel het Kassa-bespreekbureau van<br />

Het Muziektheater: 020-625 5455, of een<br />

van de andere verkooppunten (zie pag. 30).<br />

On line reserveren: www.dno.nl<br />

Inleidingen door Chris Engeler<br />

Plaats: Het Muziektheater (2de balkon)<br />

Tijd: 45 minuten voor aanvang van iedere<br />

voorstelling, dus 19.15 uur (avond)/12.45 uur<br />

(matinee)<br />

Lengte: ± 30 minuten<br />

Toegang: gratis op vertoon van een geldig<br />

plaatsbewijs voor de voorstelling van die dag<br />

Met steun van de Vereniging Vrienden<br />

van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

Uitzenddatum<br />

Radio 4, NPS <strong>Opera</strong> Live:<br />

zaterdag 6 oktober 2007, 19.00 uur<br />

Claudio Monteverdi 1567 -1643<br />

Il ritorno d’Ulisse<br />

in patria<br />

Dramma in musica<br />

libretto van<br />

Giacomo Badoaro<br />

muzikale leiding<br />

Glen Wilson<br />

regie<br />

Pierre Audi<br />

decor<br />

Michael Simon<br />

kostuums<br />

Jorge Jara<br />

licht<br />

Jean Kalman<br />

Ulisse<br />

Paul Nilon<br />

Penelope<br />

Patricia Bardon<br />

Minerva<br />

Wilke te Brummelstroete<br />

Telemaco<br />

Ed Lyon<br />

Tempo/Antinoo<br />

Alan Ewing<br />

L’Umana Fragilità /Anfinomo<br />

David Cordier<br />

Amore<br />

Machteld Baumans<br />

Pisandro<br />

Thomas Michael Allen<br />

Eurimaco<br />

Jeroen de Vaal<br />

Iro<br />

Nigel Robson<br />

Melanto/Fortuna<br />

Tania Kross<br />

Eumete<br />

Paul Agnew<br />

Esxatos<br />

<strong>De</strong> opera wordt in het Italiaans gezongen<br />

en Nederlands boventiteld.<br />

<strong>De</strong> voorstelling duurt circa 2 uur en 50 minuten.<br />

Er is 1 pauze.<br />

Ter gelegenheid van de Monteverdi-cyclus<br />

verschijnen twee nieuwe boeken.<br />

Het operaboek Il ritorno d’Ulisse in patria<br />

is verkrijgbaar in Het Muziektheater. Daarin<br />

zijn onder meer een uitgebreide synopsis,<br />

en het libretto in het Italiaans en in een<br />

<strong>Nederlandse</strong> vertaling opgenomen.<br />

<strong>De</strong> prijs is 8,-.<br />

Reprise


Scènes uit Madrigalen (Foto’s: Ruth Walz)<br />

Madrigalen<br />

‘Het is verkeerd om toorts en speer<br />

van Amore te verachten.<br />

Dat weten land en zee, hel en hemel.’<br />

I<br />

Il ballo delle Ingrate<br />

Amore en Venere komen aan bij de<br />

onderwereld. Amore gaat de dodengod<br />

Plutone vragen een paar harteloze dames<br />

(‘Ingrate’) uit de hel even op aarde te laten<br />

vertoeven. Zij bevinden zich in de onderwereld<br />

omdat ze tijdens hun leven de liefde<br />

hebben weerstaan. Venere spreekt de<br />

dames in het publiek toe dat ze de liefde<br />

niet moeten afwijzen, en Plutone valt haar<br />

bij. Venere haalt hem over een paar Ingrate<br />

tijdelijk vrij te laten en Plutone roept hen op<br />

tot de dans. <strong>De</strong> Ingrate moeten terug naar<br />

de onderwereld. Enkelen van hen zingen<br />

een ontroerend afscheidslied en waarschuwen<br />

dat men hun voorbeeld vooral niet<br />

moet volgen.<br />

‘Laat mij sterven...’<br />

0<br />

II<br />

Lamento d’Arianna<br />

<strong>De</strong> Kretenzische prinses Arianna heeft de<br />

Griekse held Teseo met een list geholpen<br />

de Minotaurus te verslaan. Als zijn aanstaande<br />

bruid gaat zij met hem mee naar<br />

Athene, maar onderweg laat de ontrouwe<br />

Teseo haar achter op het eiland Naxos. Zij<br />

beweent haar lot en wil sterven, nu ze voor<br />

hem haar vaderland en haar dierbaren heeft<br />

verlaten. Het ene moment vervloekt zij<br />

Teseo, het andere moment geeft ze uitdrukking<br />

aan de liefde die ze nog steeds voor<br />

hem voelt. Zo vergaat het wie te zeer liefheeft<br />

en te goed van vertrouwen is…<br />

‘<strong>De</strong> hemel opent zich:<br />

ik ga in vrede.’<br />

III<br />

Il combattimento di Tancredi e Clorinda<br />

Verteld wordt hoe de kruisridder Tancredi in<br />

een hevig gevecht gewikkeld raakt met een<br />

onbekende Saraceen. Na een korte onderbreking<br />

om uit te rusten vraagt Tancredi<br />

zijn tegenstander naar diens naam, waarop<br />

deze ontwijkend maar uitdagend antwoordt.<br />

Woedend hervatten beiden de strijd en<br />

Tancredi weet de vreemdeling dodelijk te<br />

treffen. Met zijn laatste krachten vraagt<br />

deze de ridder hem te dopen. Als Tancredi<br />

de helm van de overwonnene opent om<br />

hem het sacrament toe te dienen, ziet hij<br />

het gezicht van de stervende Clorinda, zijn<br />

geliefde.


1<br />

za 15 aug 2007 première 20.00 uur<br />

zo 16 sep 20.00 uur<br />

di 18 sep 20.00 uur<br />

wo 19 sep 20.00 uur<br />

do 20 sep 20.00 uur<br />

za 22 sep 14.00 uur<br />

za 22 sep 20.00 uur<br />

Zuiveringshal West<br />

Cultuurpark Westergasfabriek Amsterdam<br />

Kaartverkoop is reeds begonnen.<br />

Bij het ter perse gaan van deze Odeon<br />

zijn er nog kaarten verkrijgbaar.<br />

Bel het Kassa-bespreekbureau van<br />

Het Muziektheater: 020-625 5455, of een<br />

van de andere verkooppunten (zie pag. 30).<br />

On line reserveren: www.dno.nl<br />

Inleidingen door Franz Straatman<br />

Plaats: Zuiveringshal, Cultuurpark Westergasfabriek<br />

Amsterdam<br />

Tijd: 45 minuten voor aanvang van iedere<br />

voorstelling, dus 19.15 uur (avond)/13.15 uur<br />

(matinee)<br />

Lengte: ± 30 minuten<br />

Toegang: gratis op vertoon van een geldig<br />

plaatsbewijs voor de voorstelling van die dag<br />

Met steun van de Vereniging Vrienden<br />

van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

Claudio Monteverdi 1567 -1643<br />

Madrigalen<br />

muzikale leiding<br />

Christophe Rousset<br />

regie<br />

Pierre Audi<br />

decor<br />

Chloe Obolensky<br />

Jannis Kounellis<br />

Patrick Kinmonth<br />

kostuums<br />

Chloe Obolensky<br />

Patrick Kinmonth<br />

licht<br />

Jean Kalman<br />

I<br />

Il ballo delle Ingrate<br />

tekst van Ottavio Rinuccini<br />

Amore<br />

Ilse Eerens<br />

Venere<br />

Sarah Jouffroy<br />

Plutone<br />

Giovanni Battista Parodi<br />

Una delle Ingrate<br />

Judith van Wanroij<br />

Gaëlle Le Roi<br />

Ombre d’Inferno<br />

Anders J. Dahlin<br />

Emiliano Gonzalez-Toro<br />

John van Halteren<br />

Harry van der Kamp<br />

Ingrate insieme<br />

Gaële Le Roi<br />

Judith van Wanroij<br />

Elizabeth Cragg<br />

Anneleen Bijnen<br />

II<br />

Lamento d’Arianna<br />

tekst van Ottavio Rinuccini<br />

Arianna<br />

Christianne Stotijn<br />

III<br />

Il combattimento<br />

di Tancredi e Clorinda<br />

tekst van Torquato Tasso<br />

Tancredi<br />

Maarten Koningsberger<br />

Clorinda<br />

Elizabeth Cragg<br />

Testo<br />

Emiliano Gonzalez-Toro<br />

Les Talens Lyriques<br />

<strong>De</strong> voorstelling wordt in het Italiaans gezongen<br />

en Nederlands boventiteld.<br />

<strong>De</strong> voorstelling duurt circa 1 uur en 40 minuten.<br />

Er is 1 pauze.<br />

Ter gelegenheid van de Monteverdi-cyclus<br />

verschijnen twee nieuwe boeken.<br />

Het operaboek Madrugalen is verkrijgbaar<br />

in Het Muziektheater. Daarin zijn onder meer<br />

een uitgebreide synopsis, en het libretto in<br />

het Italiaans en in een <strong>Nederlandse</strong> vertaling<br />

opgenomen. <strong>De</strong> prijs is 8,-.<br />

Nieuwe producties/Reprise


Franz Straatman<br />

Madrigalenrage leidde naar<br />

de toppen van zangcultuur<br />

<strong>De</strong> vierde serie voorstellingen in de Monteverdi-cyclus heet weliswaar Madrigalen, maar de uit te voeren<br />

werken staan ver af van het madrigaal dat populair werd in de zestiende eeuw. <strong>De</strong> drie-, vier- of vijfstemmige<br />

zettingen op sonnetten, canzones of andere vormen van poëzie waar Italië warm voor liep, vielen nog binnen<br />

het bereik van amateurs. Maar in Claudio Monteverdi’s tijd konden slechts beroepsmusici stukken als<br />

Combattimento en Ballo delle Ingrate aan.<br />

Het lijkt alsof de zangers en instrumentalisten<br />

een pauze hebben genomen. Violen,<br />

gamba’s en een violone (vijfsnarig basinstrument),<br />

maar ook allerhande blaasinstrumenten<br />

liggen op de grond, staan<br />

tegen driepoots krukjes of leunen tegen<br />

een tweemanualig klavecimbel. Daarachter<br />

staat een ronde tafel; aan de rand van het<br />

tafelblad zijn muziekstandaards gemonteerd<br />

waarop langwerpige muziekboekjes.<br />

Het zijn er zeven, maar het middelste boekje<br />

laat zien dat het om zesstemmige muziek<br />

gaat, waar het gezelschap mee bezig is.<br />

Op de linkerpagina is duidelijk te lezen<br />

‘di Pietro Philippi Inglese’, met daaronder<br />

in kleinere letters dat genoemde maestro<br />

organist is van Hunne Hoogheden vorst<br />

Albertus en vorstin Isabella van Oostenrijk.<br />

<strong>De</strong> onderste regel geeft aan wat het<br />

muziekboek bevat: zesstemmige madrigalen<br />

(‘madrigali a sei’).<br />

Dit sfeervolle muziekstilleven dat Jan<br />

Breughel rond 1600 schilderde, brengt ons<br />

in contact met een cultuur die vanuit Italië<br />

over heel westelijk Europa uitvloeide. Aan<br />

elk hof van betekenis, maar ook in kringen<br />

van welgestelde kooplieden en hogere ambtenaren,<br />

kwam het huiselijk musiceren in<br />

zwang dankzij een muziekgenre dat zich<br />

rond 15 0 in Italië begon te ontwikkelen:<br />

het madrigaal. Jan Breughel schilderde aan<br />

het hof van de aartshertogen Albertus en<br />

Isabella (laatstgenoemde een dochter van<br />

koning Philips II van Spanje), maar zo’n<br />

situatie trof men ook aan in Mantua, Ferrara<br />

of Florence. Het hof van Albertus en Isabella<br />

– zij bestuurden vanuit Brussel de zuidelijke<br />

helft van de Nederlanden – kende een hoogstaande<br />

muziekcultuur die al anderhalve<br />

eeuw oud was, en dateerde uit de tijd van de<br />

Bourgondische vorsten. <strong>De</strong> nieuwerwetse<br />

Italiaanse madrigaalstijl zal er snel bekend<br />

zijn geweest, want het waren twee van oorsprong<br />

(Zuid­) <strong>Nederlandse</strong> muziekmeesters<br />

die, in dienst van Italiaanse vorsten, de<br />

meerstemmige composities op Italiaanse<br />

gedichten over liefde en natuur tot leven<br />

brachten: Jacob Arcadelt, waarschijnlijk in<br />

1505 in Luik geboren en zijn generatiegenoot<br />

Philippe Verdelot.<br />

Beelddocument<br />

Musici uit de Nederlanden (ze stonden<br />

bekend om hun voortreffelijke zangtechniek)<br />

vonden in Italië al ver voor 1500 ruim emplooi<br />

bij de enorme aantallen kerken en hoven; door<br />

de intensieve contacten, ook op handelsgebied,<br />

volgden de Nederlanden de muzikale<br />

veranderingen op de voet. Interessant detail<br />

in het schilderij van Breughel is de vermelding<br />

‘di Pietro Philippi Inglese’. Bedoeld<br />

wordt de Engelsman Peter Philips, geboren<br />

in 1561. Hij trad in 1597 bij de aartshertogen<br />

in dienst, na onder meer een verblijf in Rome,<br />

waar hij de madrigaalkunst leerde van een<br />

toenmalige grootheid, Luca Marenzio (155 ­<br />

1599). Diens liederen werden in heel Europa<br />

bewonderd. Marenzio geldt als de belangrijkste<br />

voorganger van de componist om wie<br />

het in dit artikel gaat: Claudio Monteverdi.<br />

Het schilderij van Breughel is het volledigste<br />

beelddocument van de Europese wereldlijke<br />

beroepsmuziekkunst in de zestiende en<br />

zeventiende eeuw, de overgang van renaissance<br />

naar barok. Het uitgestalde instrumentarium<br />

is ruim genoeg om een ensemble<br />

uit te vormen voor twee van Monteverdi’s<br />

omvangrijkste madrigalen, namelijk het<br />

Combattimento di Tancredi e Clorinda, en<br />

het Ballo delle Ingrate. Met die beide werken<br />

kwam het madrigaal aan zijn uiterste grenzen<br />

wat betreft expressiviteit en omvang.<br />

<strong>De</strong> ontwikkeling van een zangcultuur rond<br />

de tafel voor amateurs met mooie drie­, vier­,<br />

soms vijfstemmige liederen tot een beroepszangkunst<br />

verweven met instrumenten, én<br />

met theatrale aspecten, voltrok zich in minder<br />

dan honderd jaar.<br />

Populaire teksten<br />

Het zingen van madrigalen kan als een zestiende­eeuwse<br />

rage worden omschreven,<br />

zoveel bundels verschenen er jaarlijks, doorgaans<br />

met een twintigtal nummers. Talloze<br />

componisten publiceerden twee tot tien van<br />

zulke boeken. Sommige teksten genoten een<br />

enorme populariteit zoals het gedicht ‘Ardo<br />

sì, ma non t’amo’ (Ik brand wel, maar ik<br />

bemin je niet) van Giovanni Guarini (15 8 ­<br />

161 ). Dat werd door 1 componisten op<br />

muziek gezet. Een uitgever zag daar brood in,<br />

want die publiceerde ze in 1585 in een bundel.<br />

Nog wonderlijker is een boek uit 1588 waarin<br />

ook één tekst is opgenomen, ‘L’Amorosa<br />

Ero’ (<strong>De</strong> verliefde Hero), een gedicht door<br />

graaf Marc’Antonio Martinengo – van beroep<br />

militair, maar iemand met ontwikkelde gaven<br />

voor dichten en componeren. Hij zette zijn<br />

eigen creatie op muziek, vroeg vervolgens<br />

zijn hofcomponist om er ook noten bij te<br />

schrijven, en vond het resultaat zo interessant,<br />

dat hij nog zestien andere componisten<br />

opdracht verleende om ‘<strong>De</strong> verliefde Hero’<br />

in klank te gieten. Die bundel bevat dus vergelijkbare<br />

werkstukken van een groot aantal<br />

belangrijke Italiaanse madrigaalcomponisten.<br />

Jammer genoeg was Monteverdi niet bij<br />

de geselecteerden, want hij was nog te jong<br />

om al bekend te zijn. In 1587 gaf hij zijn eigen<br />

eerste madrigaalbundel uit, als 19­jarige<br />

beginnende componist.<br />

Cultuurtaal<br />

Waar kwam die madrigaalrage vandaan?<br />

Hier hebben we te maken met een van de<br />

belangrijkste verschijnselen van de renaissance:<br />

de opwaardering van de landstaal<br />

ten opzichte van het Latijn, de taal van de<br />

kerk en de wetenschap. <strong>De</strong> groei van het Italiaans<br />

als cultuurtaal, met als eerste hoogtepunten<br />

de poëzie van Francesco Petrarca<br />

(1 04 ­1 74) en van Giovanni Boccaccio (1 1 ­<br />

1 75), en de verbreiding ervan dankzij de<br />

drukkunst een eeuw later, werkte door in de<br />

muziek zodra componisten ook van het drukproces<br />

gebruik konden gaan maken. Bovendien<br />

groeide er een markt<br />

voor wereldlijke muziek dankzij de bloei<br />

van de economie. Die bevorderde dat vorsten<br />

hun macht in een hofcultuur tot uitdrukking<br />

brachten. Maar ook in de talloze steden<br />

met een republikeinse staatsordening zoals<br />

Venetië en Genua, verbreidde de smaak<br />

voor kunst en cultuur zich onder bestuurders,<br />

kooplieden en intellectuelen. Muziek<br />

werd hét middel om te netwerken, want zij<br />

brengt mensen samen!<br />

Een mooi voorbeeld van een geliefde<br />

tekst op een aansprekende muzikale zetting<br />

is het tienregelige ‘Il bianco e dolce cigno’<br />

van bovengenoemde Jacob Arcadelt. Het<br />

madrigaal is ook in de hedendaagse amateurmuziekbeoefening<br />

erg bekend, want het staat<br />

in talloze bundels. Een zwaan zingt in zijn<br />

stervensuur, en zo zingt ook een minnaar<br />

wiens liefde op niets is uitgelopen. Dan is<br />

er maar één oplossing: te sterven. Ja, hij<br />

wil zelfs wel duizend keer sterven om daar<br />

geluk in te vinden. In rustige samenklanken<br />

drijft de tekst op de muziek zoals een zwaan<br />

op het watervlak glijdt, zonder gewicht, en<br />

daarom ontbreekt de baslijn in de eerste<br />

vier maten. Het verdriet wordt uitgedrukt in<br />

bijkans zoete harmonie, waarbij de tenor<br />

hartstochtelijk in hoge ligging mag uitzingen<br />

’en als ik sterf’. Het woord ‘morte’ (dood)<br />

krijgt een pakkend accent. In de passage<br />

over ‘duizend doden sterven’ volgen de vier<br />

stemmen elkaar imiterend en overtreffend<br />

in retorische kracht. Tenslotte glijdt het lied<br />

ten einde op het woord ‘contento’(tevreden).<br />

Welsprekendheid<br />

In kort tijdsbestek is een waaier aan menselijke<br />

gevoelens in klanken uitgedrukt met<br />

behulp van natuurbeeldspraak en volgens<br />

de regels van de retorica, de klassieke welsprekendheid.<br />

<strong>De</strong>ze twee elementen vormen<br />

de belangrijkste peilers onder het succes<br />

van de getoonzette gedichten uit de Italiaanse<br />

zestiende eeuw die betiteld werden<br />

als ‘madrigaal’. <strong>De</strong> herkomst van het woord<br />

is nog steeds niet duidelijk.


In de vorm voelden de componisten zich<br />

vrij, ook al gebruikten zij vormvaste teksten<br />

als een sonnet (bestaande uit tweemaal vier<br />

regels en tweemaal drie regels). <strong>De</strong> teksten<br />

en de emotionele inhoud bepaalden hoe de<br />

noten gerangschikt werden, in homofone<br />

welluidendheid (alle stemmen tegelijk in<br />

een zelfde ritmische beweging), elkaar<br />

in afwisseling imiterend of in eigen lijnen<br />

voortgaand (de polyfone zetting). Vaak worden<br />

tekstdelen herhaald om de emotionele<br />

inhoud uit te melken. Of stemmen gaan een<br />

soort dialoog aan, waardoor een madrigaal<br />

een theatrale inslag verkrijgt.<br />

Dat maakte het madrigaal tot madrigaal:<br />

de tekst had voorrang op de muziek. Maar<br />

de componisten hielden zich voor de uitdrukking<br />

van de emoties tientallen jaren wel<br />

binnen de grenzen van de muzikale welvoeglijkheid.<br />

Dissonanten waren toegestaan,<br />

mits goed voorbereid. En de verhouding van<br />

de stemmen tot elkaar, het zogeheten contrapunt,<br />

moest hecht zijn geconstrueerd.<br />

Een toondichter als de bovengenoemde Luca<br />

Marenzio buitte de klassieke mogelijkheden<br />

virtuoos uit.<br />

Jonge garde<br />

Maar een jonge garde wilde meer: de<br />

beroemdste werd Carlo Gesualdo (gebo­<br />

ren 1560). Hij experimenteerde al vanaf het<br />

begin met meerstemmige vlechtwerken<br />

van halve toonsafstanden (de zogeheten<br />

chromatiek oftewel tonale kleuring) en felle<br />

dissonanten om diepere emoties te schilderen.<br />

Wat dat betreft trad Claudio Monteverdi<br />

(geboren 1567) met zijn eerste madrigaalbundels<br />

(1587, 1590 en 159 ) nog in de voetsporen<br />

van zijn voorbeelden, onder wie<br />

Marenzio. Maar er zat beweging in, ook<br />

omdat hij teksten naar zich toe trok van<br />

hedendaagse dichters als Torquato Tasso<br />

(1544 ­1595), beroemd om zijn epos over<br />

de eerste kruistocht getiteld Gerusalemme<br />

liberata uit 1581, en Giovanni Guarini (15 8 ­<br />

161 ). Diens toneelstuk in verzen Il pastor<br />

fido uit 1590 groeide uit tot een tophit met<br />

het herdersmeisje Amarilli, en rivaliserende<br />

minnaars Silvio en Mirtillo als idolen.<br />

<strong>De</strong>ze dichters verwoordden met een veel<br />

bloemrijker en theatraler taalgebruik dan<br />

hun voorgangers menselijke emoties. <strong>De</strong><br />

liefde en het tegendeel ervan speelde altijd<br />

een hoofdrol. <strong>De</strong>ze teksten vroegen om een<br />

krachtiger muzikale expressie en Monteverdi<br />

ging die leveren.<br />

Ook de ontwikkelingen op dramatisch<br />

gebied werkten bevorderlijk op muzikale<br />

vernieuwingen. In Florence experimenteerden<br />

kunstenaars en intellectuelen met<br />

een vorm van muziektheater die, naar zij<br />

dachten, in het klassieke Griekenland had<br />

gebloeid en die zij wilden reconstrueren.<br />

Door de feestcultuur die vorsten en steden<br />

hadden ontwikkeld met tableaux vivants en<br />

allerlei toneelspel, en door het gezongen<br />

kerkelijk drama, bestond er al een vruchtbare<br />

bodem om het vermeende klassieke<br />

muziekdrama tot leven te brengen. Madrigalen<br />

speelden daarbij een rol, want zij<br />

werden, zelfs in geënsceneerde vorm, als<br />

pauzevertier opgevoerd tussen de bedrijven<br />

van toneelstukken.<br />

Nog één stap<br />

Er hoefde eigenlijk maar één stap te worden<br />

gezet, namelijk naar een type van dramatisch<br />

zingen waarin de tekst als spreekzang,<br />

met uitdrukking van de betreffende emoties,<br />

kon worden voorgedragen. Die stap werd<br />

niet gezet door Monteverdi, maar door collega’s<br />

als Emilio de’ Cavalieri, Jacopo Peri en<br />

Giulio Caccini. Cavalieri deed in 1589 een<br />

voorzet tot wat later ‘opera’ werd genoemd<br />

met zijn gezongen allegorisch drama over de<br />

ziel en het lichaam. Het eerste echte ‘klassieke’<br />

drama werd geleverd door Jacopo Peri<br />

met zijn dramma per musica Dafne, première<br />

Schilderij Jan Brueghel de Oudere: Allegorie van het gehoor (Prado, Madrid)<br />

1598, de eerste echte opera; in 1600 volgde<br />

zijn Euridice. Caccini werkte nauw samen<br />

met Peri in de ontwikkeling van de solozang.<br />

Met andere woorden: Claudio Monteverdi<br />

keek vanuit zijn positie aan het hof van Mantua<br />

toe hoe in Florence dingen gebeurden<br />

die hem mateloos interesseerden, namelijk<br />

het ontstaan van een dramatisch muziekgenre.<br />

In het vijfde boek met madrigalen dat<br />

hij in 160 liet drukken, kwam hij dan ook te<br />

voorschijn met een verrassende vernieuwing:<br />

meerstemmige madrigalen met instrumentale<br />

basbegeleiding (continuo) waarin diverse<br />

solopassages voorkwamen. Daaruit bleek<br />

zijn gevoel voor het spreekzingen. Want de<br />

tekst stond voorop, zo maakte de componist<br />

in zijn voorwoord duidelijk. Bovendien maakte<br />

hij scherper gebruik van harmonische ontwikkelingen<br />

om emoties uit te drukken. Je<br />

kunt zeggen: met de publicatie van deze<br />

madrigalen liet Monteverdi de vingeroefeningen<br />

zien voor het componeren van zijn<br />

eigen eerste opera: L’Orfeo, première 1607.<br />

Het was het madrigaal als minivorm van<br />

gezongen drama waarin Monteverdi zich<br />

verder zou ontwikkelen, want ook het beroemd<br />

geworden Combattimento (tekst ontleend<br />

aan Tasso’s Gerusalemme liberata)<br />

werd als madrigaal gepresenteerd in 16 4,<br />

en opgenomen in de achtste madrigalenbundel,<br />

gepubliceerd in 16 8. Zowel met zijn<br />

opera’s als met zijn madrigalen overtrof<br />

Monteverdi zijn collega’s in expressiviteit<br />

en gedurfdheid. In hem bereikte de madrigalenrage<br />

van de zestiende eeuw de top<br />

van de zangkunst, namelijk die in de opera.<br />

Daarmee liep ook de rol van het madrigaal<br />

ten einde; er uit ontstonden nieuwe vormen<br />

zoals de cantate. <strong>De</strong> zangers en instrumentalisten<br />

waren er klaar voor, zoals te zien is<br />

op het schilderij van Jan Breughel.


Christianne Stotijn (Foto: Marco Borggreve)<br />

Marianne Broeder<br />

‘Bij Monteverdi is elke noot<br />

helder en waarachtig’<br />

Christianne Stotijn, befaamd om haar muzikale veelzijdigheid, zal de rollen van Arianna (Lamento<br />

d’Arianna) en Ottavia (L’incoronazione di Poppea) vertolken. Een kolfje naar de hand van de jonge,<br />

levenswijze zangeres, die een uitgesproken voorkeur heeft voor ‘bloedserieuze muziek’. Naadloos<br />

aansluitend bij haar doorleefde geest en weloverwogen ideeën. ‘Uiteindelijk gaat het maar om één<br />

ding,’ vindt Stotijn, ‘het vertellen van het verhaal.’<br />

Je zingt een breed repertoire: oude muziek,<br />

klassieke en (laat)-romantische werken, vooral<br />

Mahler. Wat is voor jou de speciale aantrekkingskracht<br />

van die verschillende stijlen, die<br />

van barokmuziek in het algemeen en die van<br />

Monteverdi in het bijzonder?<br />

Mijn voedingsbodem ligt in de verscheidenheid.<br />

Ik hou van extreme tegenstellingen.<br />

Uiteenlopende muzikale stijlen zijn vergelijkbaar<br />

met de specifieke eigenschappen<br />

van een taal. Ik voel me aangetrokken tot<br />

de poëtische kracht van het Duits en tegelijk<br />

tot het omfloerste, fluwelen, duistere<br />

Russisch. In het Frans en het Italiaans boeit<br />

mij juist weer de helderheid en sensualiteit.<br />

Op een vergelijkbare manier zing ik graag<br />

Schubert, maar ook Tsjaikovski of Mahler, en<br />

voel ik me tegelijk sterk aangetrokken tot<br />

oude muziek.<br />

Wat me in vocale werken uit de barok<br />

aantrekt, is de klank, de structuur, de polyfonie.<br />

Maar vooral de monodische stijl – met<br />

name het recitar cantando – , die de declamatie<br />

zoveel kracht bijzet. <strong>De</strong> instrumentatie<br />

is flexibel en subtiel. Niet zelden is er<br />

alleen sprake van een eenvoudige continuobegeleiding.<br />

Het fascinerende bij Monteverdi’s<br />

opera’s is dat een enorm spectrum<br />

van emoties, gemoedstoestanden en verschillende<br />

gebeurtenissen in één verhaal is<br />

samengebracht. Liefde, haat, vreugde, euforie,<br />

verdriet, wanhoop, eenzaamheid, wraakzucht,<br />

moord, verbanning, noem maar op.<br />

Maar zeker ook humor en een soort borrelende<br />

luchtigheid. Dat laatste lijkt typisch<br />

Italiaans. Ik voelde de relativerende kracht<br />

daarvan toen ik onlangs in Venetië was. Mijn<br />

gevoel bij Monteverdi is dat elke noot een<br />

betekenis heeft, helder en waarachtig is.<br />

Net als bij Schubert. Elke klank heeft zeggingskracht.<br />

Je veelzijdigheid staat haaks op de – langzamerhand<br />

tanende – overtuiging van sommigen<br />

dat barokmuziek alleen door specialisten kan<br />

worden uitgevoerd. Dat de specifieke oude-<br />

muziekklank een andere manier van zingen<br />

vereist dan bijvoorbeeld Schubert of Mahler.<br />

Daar is veel discussie over: moet je je stem<br />

veranderen, aanpassen aan een bepaalde<br />

stijl? Kleiner en lichter maken bij het zingen<br />

van oude muziek? Mijn gevoel zegt me dat<br />

je altijd je hele instrument moet gebruiken.<br />

Of het nu Bach is of Wagner, je zingt voor<br />

honderd procent. Op halve kracht zingen kan<br />

niet. Je kunt niet geforceerd een kleinere<br />

of een grotere stem maken omdat dat bij<br />

een bepaalde stijl zou passen. Een pianist<br />

die Mozart speelt op een concertvleugel,<br />

kan ook niet doen alsof hij een fortepiano<br />

bespeelt. Je speelt of zingt met het instru­<br />

4<br />

ment dat je hebt. En waarom zou je Monteverdi,<br />

Händel of Bach eigenlijk met een ‘kleinere’<br />

stem moeten zingen? Het gebruik van<br />

vibrato is een ander verhaal. Dat heeft te<br />

maken met smaak en kleur. Uiteindelijk gaat<br />

het denk ik maar om één ding: het vertellen<br />

van het verhaal. Wat vraagt de tekst? <strong>De</strong><br />

muziek leidt als vanzelf naar het antwoord:<br />

het is gewoon onmogelijk om Ottavia’s<br />

‘Addio Roma’ op een zelfde manier te zingen<br />

als “Urlicht” van Mahler. <strong>De</strong> muziek zelf<br />

geeft aan hoe je de stijl passend weergeeft.<br />

In een recent interview zei je: ‘Het afgelopen<br />

jaar heb ik veel Rossini gezongen, maar ik moet<br />

bekennen: als ik dat te lang doe, ga ik weer erg<br />

naar Mahler verlangen. Kennelijk vind ik het<br />

moeilijker muziek te zingen die grappig is dan<br />

muziek die bloedserieus is’. Is dat ook mede<br />

een reden waarom je graag Monteverdi zingt?<br />

Mijn voorkeur gaat inderdaad uit naar<br />

muziek met een diepzinnige zeggingskracht.<br />

Voor wat opera betreft bijvoorbeeld een<br />

historisch verhaal, doordrongen van filosofische<br />

ideeën en inzicht in menselijke ver­<br />

houdingen. In de liedkunst voel ik me aangetrokken<br />

tot teksten die verbonden zijn aan<br />

religie, aan elementen uit de natuur en aan<br />

spiritualiteit.<br />

Mahler en Monteverdi drukken allebei, met<br />

heel verschillende middelen, heftige emoties<br />

en gemoedstoestanden uit. Hun werken zijn<br />

de muzikale verbeelding van hoe ongelukkig<br />

mensen kunnen zijn. Bij Mahler ligt vaak de<br />

nadruk op Thanatos: een verlangen naar de<br />

dood, een gebrek aan lust. Bij Monteverdi<br />

spelen juist gevoelens verbonden met Eros<br />

een hoofdrol: liefde, lust en ambitie, verlangen,<br />

wraak, macht, eerzucht en eenzaamheid.<br />

Dat lijkt zo maar voor mijn gevoel zijn er<br />

veel overeenkomsten. Ook bij Mahler vind<br />

je elementen van Eros terug. Afgelopen<br />

voorjaar was ik intensief bezig met Das Lied<br />

von der Erde, waarin de beleving van bijvoorbeeld<br />

eerzucht, vergankelijkheid, verlangen<br />

en eenzaamheid constant aanwezig is. Beide<br />

componisten hebben een verschillende taal<br />

gebruikt om uiteindelijk al die facetten van<br />

het leven te verbeelden.


L’ Arianna, waarvan alleen het Lamento<br />

bewaard is gebleven, is geschreven in 1608 en<br />

behoort dus tot Monteverdi’s vroege opera’s.<br />

Toen hij vijfendertig jaar later L’incoronazione<br />

di Poppea schreef, had de componist de revolutionair<br />

nieuwe stijl – de zogeheten seconda<br />

prattica – verder ontwikkeld. Daarin stonden<br />

niet de structuur en het verloop van de stem<br />

voorop maar de uitdrukking van de gevoelens<br />

die de tekst suggereert. ‘Prima le parole, poi<br />

la musica’ was het credo. Hoe ervaar jij als<br />

zangeres dat verschil in stijl?<br />

Dat is moeilijk te zeggen omdat we niet de<br />

hele opera L’ Arianna kennen. Wat bewaard<br />

bleef, is louter een klaagzang, een gestaag<br />

oplopend verlangen naar de dood. Ottavia’s<br />

karakter wordt psychologisch veel verder<br />

uitgediept. Alleen al in haar laatste aria,<br />

‘Addio Roma’, komt een scala van verschillende<br />

gevoelens naar voren: verdriet,<br />

eenzaamheid, kwaadheid, gekrenkte trots,<br />

uitmondend in een totale ontreddering. Ottavia’s<br />

verdriet ontwikkelt zich in de loop van<br />

de opera van een voortwoekerende wraaklust<br />

tot haar ondergang in desolate eenzaamheid.<br />

Wat is het aantrekkelijke én het lastige in<br />

de uitbeelding van deze twee karakters?<br />

Twee vrouwen, beiden verteerd van verdriet:<br />

Arianna overspoeld door doodsverlangen.<br />

Ottavia, angstig om haar man en positie als<br />

keizerin te verliezen, wild van razernij, wraakzuchtig,<br />

eenzaam en verlaten?<br />

Zowel Arianna als Ottavia zijn lafhartig<br />

verlaten door hun geliefde. In het geval<br />

van Arianna weten we niet precies wat er<br />

<strong>De</strong> vereniging organiseert tal van activiteiten, w.o. lezingen, literaire<br />

avonden, operafilmavonden, openbare repetities, masterclasses<br />

en eendaagse reizen naar operahuizen in Luik, Münster, Duisburg,<br />

Düsseldorf, Essen en Dortmund. Bovendien worden jaarlijks een of<br />

twee meerdaagse reizen georganiseerd.<br />

Naast inschrijving op het speciale Vriendenabonnement bij DNO<br />

hebben de leden de mogelijkheid tot (beperkte) vóórreservering van<br />

losse plaatskaarten. <strong>De</strong> Kerstmatinee is traditioneel een Vriendenvoorstelling.<br />

Vijfmaal per seizoen komt het Vriendenbulletin uit, een tijdschrift<br />

met verenigings­ en operanieuws.<br />

Wilt u zich aansluiten bij de Vrienden van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong>,<br />

schrijf, bel of mail naar nevenstaand adres.<br />

f o t o j a a r b o e k d n o s e i z o e n 2 0 0 5 - 2 0 0 6<br />

Het fotojaarboek 2005­2006 DNO is verkrijgbaar aan de Vriendenbalie.<br />

Prijs 15,­.<br />

f i d e l i o , j o n g e v r i e n d e n v a n<br />

d e n e d e r l a n d s e o p e r a<br />

Jonge mensen (t/m 28 jaar) kunnen lid worden van Fidelio, dé vereniging<br />

voor jonge <strong>Opera</strong>fans. Voor deze groep leden worden speciale<br />

activiteiten georganiseerd, terwijl ook alle activiteiten en voordelen<br />

5<br />

gebeurd is en hoe het uiteindelijk met haar<br />

afloopt. Er is een versie van het verhaal<br />

waarin Teseo’s vertrek wordt toegeschre­<br />

ven aan gehoorzaamheid aan een goddelijk<br />

bevel. Maar hoe het ook was, hij laat haar in<br />

de steek. Ze blijft achter, ontzet, verslagen,<br />

vleugellam en wil alleen nog maar sterven.<br />

Als ik haar Lamento zing, probeer ik me<br />

voor te stellen wat zich daarna afspeelde.<br />

Er bestaan verschillende versies van de<br />

mythe. Er is een beschrijving gevonden<br />

waarin Dionysos haar meeneemt en onsterfelijk<br />

maakt. In een andere pleegt ze zelfmoord<br />

door verdrinking.<br />

Ottavia’s lot en de ontwikkeling van haar<br />

gevoelsleven zijn veel duidelijker. Nero laat<br />

haar genadeloos vallen uit liefde voor zijn<br />

minnares Poppea. Ottavia dreigt verstoten<br />

te worden als echtgenote en als keizerin. In<br />

haar eerste aria ‘Disprezzata regina’ (I:5)<br />

klinkt vooral wanhoop door en verwarring.<br />

Verbittering ook: ‘O, ongelukkig vrouwelijk<br />

geslacht [...] Het huwelijk ketent ons als<br />

slavinnen. Wanneer we een zoon verwekken,<br />

vormen we de ledematen van onze eigen<br />

brute tiran […] en worden door het onrechtvaardige<br />

lot gedwongen onze eigen dood te<br />

baren.’ Later toont ze berouw: ‘Ik zal mijn<br />

verdriet in stille angst verdringen en begraven.<br />

O, hemel, moge uw woede bekoelen,<br />

opdat ik voor mijn zonde niet streng gestraft<br />

word.’ <strong>De</strong>ze boog is vocaal lastig te maken<br />

omdat er in korte tijd zo’n grote verandering<br />

optreedt in haar gevoelens.<br />

Dat geldt ook voor wat volgt. In ‘Tu che<br />

dagli avi miei’ (II:7) is ze een bloeddorstige,<br />

duivelse vrouw geworden. Barstend van<br />

v r i e n d e n va n<br />

d e n e d e r l a n d s e o p e r a<br />

jaloezie en haat heeft ze nog maar één doel:<br />

de moord op Poppea. In weerwil van haar<br />

ontreddering blijft ze het karakter van een<br />

keizerin ophouden. Ze kent haar macht, voelt<br />

dat die tanende is, maar laat dat niet blijken.<br />

Ook niet als ze uiteindelijk totaal gebroken<br />

is. Eenmaal verbannen klinkt het in haar<br />

laatste aria ‘Addio Roma’ (III:6): ‘O, hardvochtige<br />

smart, jij verbiedt me te huilen nu<br />

ik het vaderland verlaat; geen traan mag ik<br />

vergieten, terwijl ik mijn vrienden en Rome<br />

vaarwel zeg.’<br />

<strong>De</strong> rol van Ottavia is een enorme uitdaging.<br />

Ik verheug me erop er met Pierre Audi<br />

aan te werken en ben erg benieuwd hoe hij<br />

haar zal willen uitbeelden. Hoe behoud je<br />

je waardigheid als keizerin terwijl je gaandeweg<br />

totaal kapotgemaakt wordt? Al enige<br />

tijd heb ik les van Janet Baker. Zij coacht<br />

me ook in deze rollen. Een geweldige leerschool.<br />

Janet Baker zong ooit zelf de rol<br />

van Ottavia én die van Poppea. Ik werk met<br />

haar veel aan de beleving van de innerlijke<br />

opbouw. Het voelen van de hele frase in elk<br />

woord. Heel goed voor mij is ook dat ze me<br />

als het ware een spiegel voorhoudt. Ze confronteert<br />

me met wat ze overdoing an aria<br />

noemt. Dan creëer je onbedoeld een teveel<br />

aan emoties en is het resultaat sentimenteel<br />

in plaats van waarachtig. <strong>De</strong> conclusie, langzamerhand<br />

mijn mantra, is steeds weer: less<br />

is more.<br />

van de Vereniging Vrienden van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong> voor hen<br />

openstaan.<br />

Speciaal voor Fidelio­leden stelt <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong> Jonge<br />

<strong>Opera</strong>fan­abonnementen samen, waarbij een aanzienlijke korting<br />

wordt gegeven. fidelio@dno.nl<br />

c o n t r i b u t i e m i v 1 s e p t 2 0 0 7<br />

Individueel lidmaatschap 30,­<br />

Gezinslidmaatschap (2 pers.) 55,­<br />

Donateur (minimaal) 75,­<br />

Jonge Vrienden (t/m 28) 15,­<br />

Aanmelding door overmaking van het bedrag op giro 32.500<br />

of bank 43.40.57.207 t.n.v. Vrienden van de <strong>Opera</strong> te Amsterdam,<br />

o.v.v. ‘nieuw lidmaatschap’.<br />

Vereniging Vrienden van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

Waterlooplein 22 1011 PG Amsterdam<br />

telefoon 020 551 8282 (ma, di en do 9.00 tot 13.00 uur)<br />

e­mail vrienden@dno.nl<br />

www.vriendenvdopera.demon.nl


DNO-nieuwtjes<br />

Wijzigingen in de productie<br />

Un ballo in maschera<br />

Dit seizoen zou Richard Jones bij <strong>De</strong><br />

<strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong> Un ballo in maschera<br />

van Verdi regisseren. Jones voelde zich<br />

helaas genoodzaakt om zich uit eigen<br />

beweegredenen terug te trekken. DNO zal<br />

nu een productie brengen van regisseur<br />

Claus Guth, die samen met decorontwerper<br />

Christoph Sehl, kostuumontwerpster Anna<br />

Sofie Tuma en lichtontwerper Olaf Winter<br />

Un ballo in maschera in oktober 005 in<br />

Frankfurt heeft geproduceerd. DNO presenteert<br />

hiervan nu een nieuwe versie. <strong>De</strong> data<br />

van de voorstellingen blijven ongewijzigd.<br />

Los van Richard Jones’ beslissing heeft<br />

tenor Rolando Villazón zich afgemeld voor<br />

zijn roldebuut als Riccardo. Villazón heeft de<br />

afgelopen tijd een aantal nieuwe partijen<br />

aan zijn repertoire toegevoegd, wat hem te<br />

veel energie heeft gekost en hem noopte<br />

verscheidene voorstellingen af te zeggen.<br />

Om dit risico in de nabije toekomst te vermijden<br />

heeft hij besloten om voor de komende<br />

anderhalf jaar geen nieuwe rollen aan te<br />

nemen. <strong>De</strong> rol van Riccardo zal overgenomen<br />

worden door Roberto Aronica.<br />

Als alternatief heeft Rolando Villazón<br />

zich bereid verklaard twee galaconcerten<br />

te verzorgen in Het Muziektheater, waar hij<br />

aria’s van Verdi, Massenet en Tsjaikovski zal<br />

zingen. Hij wordt begeleid door het Rotterdams<br />

Philharmonisch Orkest onder leiding<br />

van Carlo Rizzi. <strong>De</strong> concerten vinden plaats<br />

op 8 maart en april 008. Abonnementhouders<br />

met Un ballo in maschera in hun<br />

serie kunnen reeds op 1 oktober 007 – twee<br />

dagen voor de officiële <strong>start</strong> van de verkoop<br />

op oktober 007 – kaarten voor dit galaconcert<br />

aanschaffen. Voor meer informatie:<br />

0 0­551 89 .<br />

Edison voor DNO<br />

Op 14 juni nam Truze Lodder namens<br />

<strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong> een Edison in<br />

ontvangst voor de dvd­opname van Sjostakovitsj’<br />

Lady Macbeth van Mtsensk met het<br />

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Maris<br />

Janssons, in regie van Martin Kušej.<br />

6<br />

Optredens Danielle de Niese<br />

Goed nieuws voor de vele bewonderaars<br />

van Danielle de Niese, die in de Monteverdi­cyclus<br />

de rol van Poppea zal vertolken.<br />

Tijdens de Uitmarkt zal zij optreden samen<br />

met pianist Peter Lockwood op zaterdag<br />

5 augustus. Tijd: 14. 0­15.00 uur. Plaats:<br />

podium 11 in het Muziekgebouw aan ’t IJ.<br />

Op donderdag 0 augustus om 0.15 uur<br />

geeft zij een recital van 45 minuten in de<br />

Amstelkerk aan het Amstelveld. Het concert<br />

is vrij toegankelijk, maar bezoekers<br />

moeten zich wel vooraf aanmelden bij cdzaak<br />

Concerto in de Utrechtsestraat. Zoals<br />

het er nu naar uitziet, gaat het om 180 à 00<br />

plaatsen, naast genodigden en pers.<br />

Op dinsdag 11 september verzorgen<br />

Danielle de Niese en Peter Lockwood een<br />

gratis lunchconcert in de Boekmanzaal<br />

(Stadhuis/Het Muziektheater). Tijd: 1 . 0­<br />

1 .00 uur. Kom op tijd, want vol is vol!<br />

Ook in de Boekmanzaal: Concerto<br />

Palatino, de blazersgroep uit L’Orfeo.<br />

Lunchconcert 18 september.<br />

Rolando Villazon Scene uit Lady Macbeth van Mtsensk (Foto: A.T. Scheafer)<br />

Betere kwaliteit koffie in de<br />

Foyer van Het Muziektheater<br />

Met ingang van het nieuwe seizoen 007­<br />

008 is de kwaliteit en smaak van de koffie,<br />

die geschonken wordt in Het Muziektheater,<br />

sterk verbeterd. Vroeger werd er ouderwetse<br />

filterkoffie geschonken. U kunt nu vooraf,<br />

in de pauze en na afloop genieten van vers<br />

gezette café crème, cappuccino, espresso<br />

en koffie verkeerd.<br />

Dinerbuffetten voor aanvang<br />

elke opera<br />

Wegens groot succes is het met ingang<br />

van het nieuwe seizoen mogelijk voor aanvang<br />

van elke opera (met uitzondering van<br />

de matinees) te genieten van de dinerbuffetten<br />

op het de balkon. Een uur voor aan­<br />

vang bent u welkom in de foyer waar u een<br />

gevarieerd buffet geboden wordt met een<br />

ruime keuze aan vis, vlees en vegetarische<br />

gerechten. Door gebruik te maken van het<br />

dinerbuffet heeft u genoeg tijd om rustig<br />

te eten en bent u op tijd voor de opera.<br />

Reserveren via het Kassa­bespreekbureau<br />

van Het Muziektheater, telefoon 0 0­6 5<br />

5455. Wij adviseren u tijdig te reserveren,<br />

want er is een beperkt aantal plaatsen<br />

beschikbaar.<br />

<strong>De</strong> Edison


Persstemmen<br />

Die Gezeichneten<br />

‘Het stuk [...] is nu bij <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong><br />

<strong>Opera</strong> ook voor het eerst te zien, in een<br />

pakkende enscenering met alles erop<br />

en eraan. [...] Een toeristencollectief,<br />

een uitblinkend Nederlands <strong>Opera</strong>koor<br />

– nam bezit van Het Muziektheater [...]<br />

Het paradijsje dat Zehetgruber ontwierp<br />

is een spiegelpaleis[...] een<br />

omgeving waarmee [regisseur Martin]<br />

Kušej [...] niet alleen collectieve zinsbegoocheling<br />

profileert, maar ook de<br />

toeschouwer in de begoocheling tracht<br />

mee te nemen. [...] <strong>De</strong>s te knapper is<br />

Kušejs gedetailleerde koorregie in de<br />

grote, door [dirigent Ingo] Metzmacher<br />

met zuigende orkestklank onderstreepte<br />

bacchanaalscène [...]’<br />

Roland de Beer, de Volkskrant<br />

‘Vooral de drie hoofdrollen zijn uitmuntend<br />

bezet: Scott Hendricks (Tamare),<br />

Kristine Ciesinski (Carlotta) en Gabriel<br />

Sadé (Alviano) tillen deze voorstelling<br />

naar een nog hoger niveau. Er rest maar<br />

één conclusie: Die Gezeichneten is de<br />

meest geslaagde productie van <strong>De</strong><br />

<strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong> dit seizoen.’<br />

Henri Drost, 8weekly.nl<br />

‘This production [...] originated at the<br />

Staatsoper Stuttgart […] And with<br />

Kušej in person recreating his conception,<br />

it was good to be reminded just<br />

how radical and spine­chillingly good<br />

a show this was. [...] Metzmacher was<br />

perhaps a little more expansive than<br />

Zagrosek in Stuttgart, enabling him<br />

to point up every nuance of this intoxicating<br />

score. [...] It helped, of course,<br />

having the Royal Concertgebouw<br />

Orchestra in the pit – actually more<br />

of a valley in this glorious theatre. The<br />

playing was simply stunning, and the<br />

same could be said of the whole evening!’<br />

Michael Eagleton, Journal ICSM<br />

Scène uit Die Gezeichneten<br />

(Foto: A.T. Schaefer)<br />

Wagner Dream<br />

‘<strong>De</strong> muziek barst van de details, is<br />

levendig, virtuoos geschreven en<br />

gebruikt een overvloed aan gesofistikeerde<br />

elektronische effecten die de<br />

instrumenten van het Ictus ensemble<br />

voortdurend vervormen en aanvullen.<br />

[...] Een rake vondst daarbij is dat de<br />

Westerse wereld van Wagner enkel in<br />

jachtige gesproken tekst wordt gezet<br />

en de Indiase liefdesgeschiedenis in<br />

stralende zanglijnen [...]’<br />

Maarten Beirens, <strong>De</strong> Standaard, 8 juni 007<br />

7<br />

‘Wisely, Harvey avoids quoting<br />

Wagner’s music or aping his style.<br />

Instead, he has composed a multifaceted<br />

tapistry of sound [...]. This production<br />

[...] is a thing of poised perfection.<br />

[Martyn] Brabbins conducts the Ictus<br />

ensemble and a first­rate cast with precision<br />

and sensitivity, [Pierre] Audi<br />

moves his characters with clarity and<br />

dreamlike grace. The whole is as lucid<br />

as a chess game, with the entrancing<br />

beauty of a pleasant hallucination.<br />

Claire Booth’s pleading, passionate<br />

Prakrity is clear and glittering, Matthew<br />

Best’s Vairochana quietly assured. Dale<br />

Duesing radiates calm wisdom as the<br />

Buddha and Gordon Gietz brings just<br />

the right note of controlled fire to the<br />

part of Ananda.<br />

Shirley Apthorp, Financial Times<br />

‘Jonathan Harvey’s visionary new<br />

opera, Wagner Dream […] was a dazzling<br />

discovery. […] Speaking parts feature<br />

the richly detailed Wagner of Johan<br />

Leysen with Catherine ten Bruggencate<br />

as the devoted but jealous Cosima.<br />

Pierre Audi [...] has provided a well­<br />

focused vision of the drama and dreams<br />

of this death in Venice. The chamber<br />

orchestra, Ictus, was impeccably conducted<br />

by Martyn Brabbins with the<br />

composer himself responsible for the<br />

discrete but effective mixing of the<br />

electronic music. This important work<br />

deserves a wider hearing and a recording.’<br />

Frank Cadenhead, MusicalAmerica.com<br />

(Foto: Clärchen und Matthias Baus)<br />

Scène uit Wagner Dream<br />

Doctor Atomic<br />

‘Het Amsterdamse publiek was eensluidend<br />

enthousiast. [...] Begrijpelijk,<br />

want uiteindelijk is Doctor Atomic een<br />

indrukwekkende opera. [...] <strong>De</strong> sublieme<br />

partituur van John Adams draagt de<br />

opera. Een caleidoscopisch labyrinth,<br />

waarin je steeds iets nieuws ontdekt.<br />

[...] Na elke perfecte noot van het Nederlands<br />

Philharmonisch Orkest en solisten<br />

Gerald Finley, Jessica Rivera en<br />

Ellen Rabiner, ben je nieuwsgierig wat<br />

Adams nu weer uit zijn hoge componistenhoed<br />

tovert. Alles kan in het muzikale<br />

omniversum van John Adams.’<br />

Oswin Schneeweisz, Algemeen Dagblad<br />

‘La partition [...] ne manquait pas de<br />

noblesse et contenait parmi les toutes<br />

meilleures pages de ce compositeur,<br />

auteur par ailleurs de véritables chefsd’oevre,<br />

notamment dans le genre lyrique.<br />

[...] Ce qu’on entend nettement<br />

plus clairement à Amsterdam, c’est la<br />

richesse extrême de l’écriture d’Adams<br />

pour une énorme force orchestrale, la<br />

beauté permanente de son imagination,<br />

la fascinante de son écriture, très fouilée.<br />

<strong>De</strong> toute évidence, l’oevre a trouvé<br />

un vrai chef, clair et lyrique, en le jeune<br />

Néerlandais Lawrence Renes, à la tête<br />

d’une bonne distribution, essentiellement<br />

inchangée.’<br />

Renaud Machart, Le Monde<br />

‘<strong>De</strong>r von Martin Wright exzellent präparierte<br />

Amsterdamer Opernchor trauert<br />

über den Beginn des Atomzeitalters,<br />

die bösen Amerikaner und nicht zuletzt<br />

die Person Oppenheimers in schönen,<br />

gut gestalteten Kantilenen. […] Adams<br />

[ist] bei Doctor Atomic auf dem Höhepunkt<br />

seiner Kunst [...] Szenisch setzt<br />

Peter Sellars vor allem auf Abstraktion.<br />

[…] Das Nederlands Philharmonisch<br />

Orkest entfesselte unter Lawrence<br />

Renes einen wahren Klangrausch. Die<br />

Adams­erprobte Jessica Rivera gab<br />

Kitty Oppenheimer mit zartem Schmelz,<br />

in der Titelpartie überzeugte Gerald<br />

Finley mit würdevollem Schmerzgesang.’<br />

Jörn Florian Fuchs, Wiener Zeitung<br />

Scène uit Doctor Atomic<br />

(Foto: Marco Borggreve)


Lunchconcerten in de Boekmanzaal<br />

<strong>De</strong> Boekmanzaal is onderdeel van het<br />

Stadhuis/Het Muziektheater en biedt plaats<br />

aan ±200 personen. Elke dinsdag van september<br />

t/m mei wordt hier van 12.30 tot<br />

13.00 uur een gratis lunchconcert gegeven.<br />

Voor de seizoensbrochure en aanvullende<br />

informatie: Frits Vliegenthart, 020­551 8922.<br />

september 2007<br />

4 Leonard van Lier piano<br />

Grieg<br />

11 Danielle de Niese sopraan<br />

Peter Lockwood piano<br />

Händel<br />

18 Concerto Palatino<br />

Muziek uit de tijd<br />

van Monteverdi<br />

25 <strong>Opera</strong> Studio Nederland<br />

oktober 2007<br />

2 Daniël Kramer piano<br />

Messiaen, <strong>De</strong>bussy<br />

en Ligeti<br />

9 Mariëtte Oelderik sopraan<br />

Sandra de Bruin piano<br />

Van der Meulen:<br />

‘Paul van Ostaijen’<br />

16 Die Dorfmusikanten<br />

Mozart:<br />

Divertimento in Bes, KV 287<br />

23 <strong>Opera</strong> Studio Nederland<br />

30 Ralph Meulenbroeks viola da gamba<br />

november 2007<br />

6 Ludovic Provost bariton<br />

Lodewijk Crommelin piano<br />

Poulenc: ‘Apollinaire’<br />

13 Wings Ensemble I<br />

Françaix: ‘À huit’<br />

8<br />

20 Fang Fang Kong sopraan<br />

Hiroko Mogaki mezzosopraan<br />

Peter Lockwood piano<br />

<strong>Opera</strong>programma<br />

27 <strong>Nederlandse</strong> StrijkKwartet Academie<br />

december 2007<br />

4 Duo Ganymedes:<br />

Margareth Iping mezzosopraan<br />

Els Doornaar piano<br />

Moesorgski, Schubert<br />

en Mendelssohn<br />

11 Marius van Paassen piano<br />

Beethoven, Scriabin<br />

en Messiaen<br />

18 Christmas Carols<br />

januari 2008<br />

8 Duo Parallax:<br />

Akemi Uchida viool<br />

Fanny Bray cello<br />

15 <strong>Opera</strong> Studio Nederland<br />

22 Wings Ensemble II<br />

Spohr: Nonet in F op.31<br />

29 Vitali Rozynko bariton<br />

Brian Fieldhouse piano<br />

Danielle de Niese (Foto: Lisa Kohler), Peter Lockwood (Foto: Marco Borggreve)<br />

februari 2008<br />

1 Jorien van Tuinen altviool<br />

Joke Muller piano<br />

Vanhal<br />

12 Jeanneke van Buul sopraan<br />

Peter Nilsson piano<br />

Haydn<br />

19 Léon Bosch klarinet<br />

Odile Torenbeek altviool<br />

Joost van der Meent piano<br />

Mozart en Bruch<br />

26 <strong>Opera</strong> Studio Nederland<br />

maart 2008<br />

4 Peter Hoogeveen viool<br />

Anne Bernau piano<br />

Brahms:<br />

Tweede sonate in A<br />

11 Mariëtte Oelderik sopraan<br />

Jeanneke van Buul sopraan<br />

Johanna Dur alt<br />

John van Halteren tenor<br />

Jan Polak bas<br />

Brian Fieldhouse piano<br />

Mozart: selectie uit<br />

‘La finta giardiniera’<br />

18 David Peralta Alegre viool/zang<br />

Virpi Räisänen viool/zang<br />

Bach, Mäenpää en<br />

Villa-Lobos<br />

25 GEEN CONCERT


EEN MUZIKALE FANTASIE<br />

OVER LEIDING & MISLEIDING<br />

operina van<br />

THEO LOEVENDIE<br />

ensemble ziggurat<br />

JAVIER LóPEZ piÑóN rEGIE<br />

B bylon<br />

WERELDPREMIÈRE 12 OKT 2007 . 13 OKT 2007<br />

MUZIEKGEBOUW AAN ’T IJ AMSTERDAM<br />

RESERVEREN 020-788 2000<br />

TOURNEE OKT - DEC 2007<br />

www.zigguratensemble.com<br />

(advertenties)<br />

22 SEPT Hector Berlioz – LES TROYENS (live uit Genève)<br />

29 SEPT Claudio Monteverdi – L’INCORONAZIONE DI POPPEA<br />

(live uit Amsterdam)<br />

06 OKT Claudio Monteverdi – IL RITORNO D’ULISSE IN PATRIA<br />

13 OKT Claudio Monteverdi – L’ORFEO<br />

OPERALIVE HET WEKELIJKSE OPERA PROGRAMMA<br />

VAN DE NPS OP RADIO 4 www.nps.nl/operalive<br />

Met CD<br />

Diva<br />

Joost<br />

Gale ma<br />

Portretten<br />

van beroemde<br />

en beruchte<br />

zangeressen<br />

19.00 UUR<br />

RADIO 4<br />

www.uitgeverijarchipel.nl<br />

Over het diva-<br />

dom en haar<br />

sterren, van<br />

La <strong>De</strong>utekom<br />

tot Fleming<br />

en van Bartoli<br />

tot de moeder<br />

aller diva’s,<br />

Maria Callas<br />

k o r t i n g s b o n<br />

Diva van Joost Galema<br />

Tegen inlevering van deze bon ontvangt u 2,50 korting op:<br />

U betaalt dan geen 15,– maar 12,50<br />

Geldig van 20 augustus t/m 20 november 2007 bij elke erkende boekhandel in Nederland<br />

ISBN 9789063052119/Actienummer 901-39819<br />

Bijschrift van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong> en solisten in Tannhäuser (Foto: ???)


Seizoen 2007 2008 <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong> Het Muziektheater Amsterdam<br />

Monteverdi L’Orfeo 31 aug 5 13 21 27 30 sep 2 okt 07 <strong>start</strong> kaartverkoop 31 mei 07<br />

Monteverdi L’incoronazione di Poppea 1 6 9 17 25 29 sep 3 okt 07 <strong>start</strong> kaartverkoop 31 mei 07<br />

Monteverdi Il ritorno d’Ulisse in patria 2 8 14 20 23 28 sep 1 okt 07 <strong>start</strong> kaartverkoop 31 mei 07<br />

Monteverdi Madrigalen 15 16 18 19 20 22 22 sep 07 <strong>start</strong> kaartverkoop 31 mei 07 Westergasfabriek<br />

Donizetti Lucia di Lammermoor 1 4 8 11 14 18 20 26 28 30 nov 07 <strong>start</strong> kaartverkoop 1 aug 07<br />

Strauss Daphne 29 nov 3 6 9 14 19 23 26 29 dec 07 <strong>start</strong> kaartverkoop 29 aug 07<br />

Rameau Castor et Pollux 18 19 21 23 25 27 28 30 31 jan 08 <strong>start</strong> kaartverkoop 18 okt 07<br />

Mozart Die Entführung aus dem Serail 5 7 10 13 19 21 24 26 28 feb 08 <strong>start</strong> kaartverkoop 5 nov 07<br />

Händel Giulio Cesare 16 17 19 20 22 23 feb 08 <strong>start</strong> kaartverkoop 16 nov 07 Stadsschouwburg Amsterdam<br />

Janác ˇ ek Kát’a Kabanová 3 5 9 12 14 16 19 21 mrt 08 <strong>start</strong> kaartverkoop 3 dec 07<br />

Verdi Un ballo in maschera 10 13 16 19 22 25 28 apr 1 4 mei 08 <strong>start</strong> kaartverkoop 10 jan 08<br />

Wagner Tristan und Isolde 6 10 14 18 21 25 28 mei 08 <strong>start</strong> kaartverkoop 6 feb 08<br />

Messiaen La Saint François d’Assise 1 4 7 11 16 19 22 26 29 juni 08 <strong>start</strong> kaartverkoop 1 mrt 08<br />

Andriessen Commedia 12 14 15 16 17 18 juni 08 <strong>start</strong> kaartverkoop n.t.b. Koninklijk Theater Carré<br />

Algemene informatie<br />

Verkoop kaarten<br />

Precies drie maanden vóór de première<br />

van een productie gaan alle voor stellingen<br />

daarvan in de verkoop.<br />

U kunt kaarten kopen:<br />

– bij het Kassa­bespreekbureau van<br />

Het Muziektheater: Amstel , Amsterdam,<br />

020-625 5455. Het Kassa­bespreekbureau<br />

is geopend van maandag t/m zaterdag vanaf<br />

10.00 uur tot aanvang voorstelling; op zon­<br />

en feestdagen vanaf 11. 0 uur tot 14. 0 uur,<br />

indien avondvoorstelling tot aanvang voorstelling;<br />

op dagen zonder voorstelling<br />

of met alleen een matinee 10.00­18.00 uur;<br />

– bij de AUB Ticketshop op het Leidse plein<br />

en bij de meeste landelijke VVV­Theaterbespreekbureaus.<br />

Bij deze verkooppunten<br />

betaalt u een toeslag;<br />

– online reserveren: via www.dno.nl.<br />

Betalen van uw kaarten<br />

Betalen aan de kassa kan contant of met<br />

een creditcard (Visa, Eurocard, AmEx), pinpas<br />

of chipknip, met de Theater­ en Concertbon<br />

en met CKV­vouchers. Bij telefonische<br />

reservering kunt u betalen met een creditcard.<br />

Na ontvangst van betaling worden de kaarten<br />

toegestuurd, waarvoor per plaatskaart 1,75<br />

administratie­ en porto kosten in rekening<br />

worden gebracht. Wanneer u telefonisch<br />

reserveert, kunt u uw kaarten ook bij het<br />

Kassa­bespreekbureau betalen en af halen.<br />

Dit dient binnen één week na uw tele fo nische<br />

reservering te gebeuren. Reser veert u binnen<br />

een week vóór de voorstellingsdatum, dan<br />

dient u de kaarten tot uiterlijk 45 minuten vóór<br />

aanvang van de voorstelling af te halen en te<br />

betalen. Haalt u uw kaarten niet tijdig af, dan<br />

loopt u het risico dat uw reservering vervalt.<br />

Prijzen losse kaarten<br />

Seizoen 007­ 008<br />

Het Muziektheater Amsterdam<br />

0<br />

maandag tot en vrijdag t/m zondag|<br />

met donderdag feestdagen|première<br />

standaard CJP/65+/ standaard CJP/65+/<br />

Stadspas Stadspas<br />

1ste rang 90 75 105 90<br />

de rang 70 55 80 65<br />

de rang 50 40 55 45<br />

4de rang 5 0 5 0<br />

5de rang 7 5 0 5<br />

6de rang 5 0 5 0<br />

7de rang 15 15 15 15<br />

Madrigalen<br />

Zuiveringshal West<br />

Cultuurpark Wester gasfabriek Amsterdam<br />

standaard CJP/65+/<br />

Stadspas<br />

Geen rangen 50 40 55 45<br />

Studentenkorting<br />

Voor niet­uitverkochte voorstellingen kunnen<br />

studenten vanaf anderhalf uur voor aanvang<br />

van de voorstelling op vertoon van een geldige<br />

college­/studentenkaart voor 15 een<br />

plaatskaart aan de kassa kopen. Bij uitverkochte<br />

voorstellingen worden er volgnummers<br />

uitgedeeld vanaf een uur voor aanvang.<br />

Studenten kunnen dan pas aanspraak maken<br />

op het studententarief als de volgnummers<br />

zijn afgehandeld.<br />

Uitverkocht?<br />

Het Kassa­bespreekbureau van Het Muziektheater<br />

hanteert bij uitverkochte voorstellingen<br />

een volgnummersysteem. Vanaf een<br />

uur vóór aanvang van een voorstelling kunt<br />

u per persoon één volgnummer afhalen bij<br />

het Kassa­bespreekbureau. Van af een halfuur<br />

vóór aanvang worden ge reser veerde maar<br />

niet afgehaalde kaarten te koop aangeboden<br />

aan houders van een volgnummer. Per volgnummer<br />

kunt u maxi maal twee kaarten voor<br />

de betref fende voorstelling kopen. Bij voorstellingen<br />

van DNO worden bij volgnummerverkoop<br />

alle eerste­ en tweederangskaar ­<br />

ten verkocht voor res pectievelijk tweede­<br />

en derde rangsprijzen. Op deze verlaagde<br />

prijzen is CJP/ 65+/Stadspas­korting niet<br />

van toe passing.<br />

Boventiteling<br />

In principe worden alle voorstellingen van<br />

DNO Nederlands boventiteld. Het kan echter<br />

vóórkomen dat de boventiteling als gevolg<br />

van de enscenering vanaf sommige plaatsen<br />

slechts gedeeltelijk of helemaal niet zichtbaar<br />

is. Een beperkt aantal plaatsen biedt nooit<br />

zicht op de boventiteling. Dit zijn de kaarten<br />

in de 4de en 6de rang. Wilt u verzekerd zijn van<br />

een plaats met zicht op de boven tite ling, informeert<br />

u dan bij het Kassa­bespreek bureau,<br />

voordat u uw kaarten koopt.<br />

Openbaar vervoer<br />

Vanaf Amsterdam Centraal Station of<br />

Amsterdam Amstel brengen de metro’s<br />

5 en 54 en de sneltram 51 u naar de halte<br />

Water loo plein. Ook tram 9 gaat vanaf het<br />

Centraal Station rechtstreeks naar Het<br />

Muziektheater.<br />

<strong>De</strong> matinees zijn onderstreept


1ste rang<br />

2de rang<br />

3de rang<br />

4de rang<br />

5de rang<br />

6de rang<br />

7de rang<br />

2<br />

1<br />

83<br />

4<br />

6<br />

81<br />

3<br />

4<br />

5<br />

3<br />

2<br />

16<br />

17<br />

Colofon<br />

ODEON<br />

Tijdschrift van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

Odeon is het Oudgriekse woord voor een aan<br />

muziek en poëzie gewijd gebouw.<br />

In de zestiende eeuw ontstond uit de combi ­<br />

natie van muziek en poëzie het genre opera,<br />

eind twintigste eeuw het muziektheater zoals<br />

wij het vandaag de dag trachten vorm te geven.<br />

Nummer <strong>66</strong> aug 007<br />

ISBN: 09 6 ­ 0684<br />

Oplage 5.000 exemplaren<br />

11<br />

4<br />

13<br />

12<br />

15<br />

14<br />

10<br />

9 8<br />

zaal links<br />

7<br />

6<br />

5<br />

3<br />

2 1<br />

zaal midden<br />

1 2<br />

3<br />

5<br />

6<br />

7<br />

8<br />

9<br />

zaal rechts<br />

4<br />

10<br />

11<br />

5<br />

6<br />

5<br />

6<br />

12<br />

13<br />

7<br />

7<br />

14<br />

15<br />

77 75 73 69 67 65 63 59 57 55 53 49 47 45 43 39 3735<br />

79 77 75 73 69 67 65 63 59 57 55 53 49 474543 3937<br />

83 79 77 75 73 69 67 65 63 59 57 55 53 49 4745 43<br />

79 77 75 73 69 67 65 63 59 57 55 53 49 47 45 43<br />

73 69 67 65 63 59 57 55 53 49 47 45 43<br />

79<br />

83 79 77 75 73 69 67 65 63 59 57 55 53 49 47 4543<br />

75<br />

77<br />

73<br />

75<br />

73<br />

69<br />

69<br />

67<br />

65<br />

63<br />

59<br />

Odeon is een uitgave van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

Afdeling Communicatie<br />

Waterlooplein , 1011 PG Amsterdam.<br />

telefoon 0 0 ­ 551 89<br />

fax 0 0 ­ 551 8 11<br />

e­mail info@dno.nl<br />

advertenties 0 0 ­ 644 / 6 (fax)<br />

abonnementen 0 0 ­ 551 89<br />

internet www.dno.nl<br />

57<br />

69 67 65 63 59 57 55 53 49 47 45 43<br />

67<br />

65<br />

63<br />

59<br />

57<br />

55<br />

53<br />

55<br />

53<br />

49<br />

47<br />

49<br />

45<br />

47<br />

43<br />

45<br />

43<br />

53 49 47 45 43 39 37 35 33<br />

65 63 59 57 55 53 49 47 45 43 39 37<br />

69 67 65 63 59 57 55 53 49 47 45 43 39<br />

59<br />

57 55 53 49 47 45 43 39<br />

57<br />

55<br />

53<br />

59 57 55 53 49 47 45 43 39 37 35<br />

65 63 59 57 55 53 49 47 45 43 39 37<br />

8171 61 51 41<br />

71<br />

71<br />

7161<br />

49<br />

47<br />

45<br />

43<br />

7161 51 41<br />

8171 61 51 41<br />

7161 51 41<br />

7161 51<br />

7161 51 41<br />

2de balkon links<br />

61<br />

61<br />

61<br />

1ste balkon links<br />

51<br />

61<br />

61<br />

51<br />

51<br />

51<br />

55<br />

53<br />

59 57 55 53 49 47 45 43 39 37 35<br />

41<br />

51<br />

49<br />

5141<br />

<strong>De</strong> plaatsen in de 4de en 6de rang<br />

bieden geen zicht op de boventiteling.<br />

61<br />

61<br />

51<br />

51<br />

51<br />

51<br />

41<br />

51<br />

41<br />

51<br />

47<br />

41<br />

41<br />

41<br />

39<br />

45<br />

41<br />

41<br />

39<br />

49 47 45 43 39 37 35 33<br />

43<br />

5<br />

41<br />

41<br />

6<br />

37<br />

3<br />

4<br />

39<br />

41<br />

4<br />

39<br />

17<br />

39<br />

16<br />

39<br />

37<br />

2<br />

39<br />

39<br />

5<br />

15<br />

3<br />

37<br />

14<br />

37<br />

35<br />

35<br />

35<br />

37<br />

37<br />

37<br />

39 37 35 33 29<br />

43 39 37 35 33 29<br />

41<br />

41<br />

41<br />

37<br />

35<br />

41<br />

33<br />

39<br />

37<br />

1<br />

13<br />

2<br />

35<br />

33<br />

12<br />

11<br />

18<br />

33<br />

10<br />

1<br />

9<br />

29<br />

8<br />

29<br />

27<br />

27<br />

25<br />

25<br />

23<br />

33 29 27 25 23<br />

33<br />

35<br />

35<br />

35<br />

35<br />

37<br />

37<br />

37 35 33 29 27<br />

31<br />

35<br />

33<br />

33<br />

33<br />

33<br />

33<br />

35<br />

31<br />

35<br />

35<br />

35<br />

33<br />

33<br />

29<br />

29<br />

29<br />

27<br />

27<br />

29<br />

29<br />

29<br />

29<br />

27<br />

25<br />

25<br />

27<br />

27<br />

27<br />

27<br />

29<br />

29 27 25 23<br />

29<br />

25<br />

23<br />

23<br />

25<br />

25<br />

25<br />

25<br />

27<br />

27<br />

27<br />

25<br />

25<br />

23<br />

23<br />

23<br />

23<br />

23<br />

23<br />

25 23<br />

25<br />

25<br />

23<br />

23<br />

23<br />

23<br />

33 29 27 25 23<br />

33<br />

29<br />

29<br />

27<br />

27<br />

25<br />

23<br />

37 35 33 29 27 25 23<br />

31<br />

31<br />

31<br />

33<br />

33<br />

31<br />

31<br />

33<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

31<br />

29<br />

29<br />

29<br />

29 27 25 23<br />

29<br />

27<br />

27<br />

27<br />

27<br />

27<br />

25<br />

25<br />

25<br />

25<br />

25<br />

25<br />

23<br />

23<br />

29 27 25 23<br />

23<br />

23<br />

23<br />

23<br />

21<br />

21 19 17 15 13 11<br />

15<br />

13<br />

21 19 17 15 13 11<br />

21<br />

21<br />

21<br />

21<br />

11<br />

21 19 17 15 13 11<br />

21<br />

19<br />

19<br />

17<br />

19<br />

17<br />

15<br />

17<br />

15<br />

13<br />

15<br />

13<br />

11<br />

13<br />

21 19 17 15 13 11<br />

21<br />

21<br />

21<br />

11<br />

9<br />

9<br />

7<br />

7<br />

5<br />

Hoofdredactie<br />

Marc N. Chahin<br />

Eindredactie<br />

Frits Vliegent hart<br />

Redactionele bijdragen<br />

Klaus Bertisch, Bart Boone,<br />

Marianne Broeder, Floris Don,<br />

Kees Fens, Joost Galema,<br />

Franz Straatman en Frits Vliegenthart<br />

Basisontwerp en lay­out<br />

Lex Reitsma<br />

mmv Leon Bloemendaal<br />

Productie<br />

Hans Hijmering<br />

Advertenties<br />

Bureau Case<br />

T 0 9 ­ 85 999<br />

E cees@bureaucase.nl<br />

Lithografie<br />

Media Traffic Press, Amsterdam<br />

druk<br />

Hollandia Printing, Heerhugowaard<br />

5<br />

3<br />

3<br />

1<br />

9 7 5 3 1 2 4 6 8<br />

9<br />

9<br />

9<br />

9<br />

9<br />

9<br />

9<br />

9<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

3<br />

3<br />

3<br />

3<br />

9 7 5 3 1<br />

3<br />

3<br />

3<br />

3<br />

1<br />

1<br />

1<br />

1<br />

9 7 5 3 1 2<br />

9<br />

9<br />

11<br />

21 19 17 15 13 11<br />

21<br />

19<br />

21<br />

19<br />

19<br />

19<br />

19<br />

19<br />

17<br />

19<br />

17<br />

17<br />

17<br />

17<br />

17<br />

15<br />

17<br />

15<br />

15<br />

15<br />

15<br />

15<br />

13<br />

15<br />

13<br />

13<br />

13<br />

13<br />

13<br />

11<br />

13<br />

11<br />

11<br />

11<br />

11<br />

11<br />

11<br />

9<br />

9<br />

21 19 17 15 13 11<br />

21 19 17 15 13 11<br />

21<br />

19<br />

19<br />

17<br />

17<br />

15<br />

15<br />

13<br />

13<br />

11<br />

21 19 17 15 13 11<br />

21<br />

21<br />

21<br />

21<br />

21<br />

19<br />

19<br />

21<br />

21<br />

19<br />

19<br />

19<br />

21<br />

17<br />

17<br />

19<br />

19<br />

Zaalplan het Muziektheater Amsterdam<br />

19<br />

17<br />

17<br />

17<br />

15<br />

17<br />

17<br />

17<br />

15<br />

15<br />

15<br />

13<br />

15<br />

15<br />

15<br />

13<br />

13<br />

13<br />

11<br />

13<br />

13<br />

13<br />

11<br />

11<br />

11<br />

11<br />

11<br />

11<br />

11<br />

9<br />

9<br />

7<br />

7<br />

5<br />

5<br />

3<br />

3<br />

1<br />

1<br />

1<br />

1<br />

1<br />

1<br />

1<br />

2<br />

2<br />

2<br />

2<br />

2<br />

9 7 5 3 1 2<br />

9<br />

7<br />

5<br />

3<br />

1<br />

2<br />

2<br />

2<br />

2<br />

2<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

2 4 6 8<br />

2<br />

9 7 5 3 1 2<br />

9<br />

9<br />

2<br />

2<br />

4 6 8<br />

4<br />

4<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

4 6 8<br />

4<br />

6<br />

9 7 5 3 1 2 4 6 8<br />

9<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

7<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

5<br />

3<br />

3<br />

3<br />

3<br />

3<br />

3<br />

3<br />

1<br />

1<br />

2<br />

9 7 5 3 1<br />

9 7 5 3 1<br />

1<br />

1<br />

1<br />

1<br />

1<br />

2<br />

2<br />

2<br />

2<br />

2<br />

2<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

4<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

6<br />

20<br />

8<br />

8<br />

4 6 8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

8<br />

22<br />

14 16<br />

10 12 14 16<br />

10<br />

10<br />

10<br />

10<br />

10<br />

10<br />

10 12 14 16<br />

10<br />

10<br />

1ste balkon midden<br />

12<br />

12<br />

12<br />

14<br />

24<br />

14<br />

14<br />

16<br />

16<br />

16<br />

18<br />

10 12 14 16 18<br />

10<br />

26<br />

24<br />

20 22<br />

20<br />

20<br />

20<br />

20<br />

22<br />

22<br />

1<br />

20 22 24 26 28 30 32<br />

18<br />

18<br />

20<br />

10 12 14 16 18<br />

10<br />

10<br />

12<br />

12<br />

12<br />

12<br />

10<br />

12<br />

12<br />

12<br />

12<br />

14<br />

14<br />

14<br />

14<br />

14<br />

12<br />

14<br />

14<br />

14<br />

16<br />

16<br />

16<br />

16<br />

16<br />

14<br />

16<br />

16<br />

16<br />

18<br />

18<br />

18<br />

18<br />

18<br />

16<br />

18<br />

20 22 24 26<br />

20<br />

20<br />

20<br />

20<br />

20<br />

28<br />

24<br />

24<br />

26<br />

26<br />

28<br />

28<br />

30<br />

8<br />

9<br />

30<br />

10<br />

32<br />

32<br />

11<br />

1<br />

12<br />

34<br />

34<br />

13<br />

14<br />

2<br />

36<br />

20 22 24 26 28 30 32 34 36 38<br />

20<br />

24<br />

20<br />

20<br />

20<br />

20<br />

22<br />

22<br />

20<br />

20<br />

20<br />

24<br />

22<br />

22<br />

22<br />

26<br />

22<br />

22<br />

22<br />

22<br />

22<br />

22<br />

26<br />

24<br />

24<br />

30<br />

24<br />

24<br />

28<br />

24<br />

24<br />

24<br />

26<br />

26<br />

24<br />

24<br />

26<br />

26<br />

30<br />

26<br />

26<br />

26<br />

28<br />

26<br />

26<br />

28<br />

28<br />

32<br />

28<br />

28<br />

28<br />

28<br />

28<br />

30<br />

30<br />

34<br />

30<br />

30<br />

30<br />

30<br />

30<br />

32<br />

32<br />

36<br />

32<br />

32<br />

32<br />

30 32 34 36 38 40 42<br />

28 30 32 34 36 38 40<br />

28<br />

32<br />

30<br />

32<br />

20 22 24 26 28 30 32 34 36<br />

20<br />

22<br />

22<br />

22<br />

22<br />

22<br />

24<br />

24<br />

22<br />

24<br />

24<br />

24<br />

24<br />

26<br />

26<br />

26<br />

24<br />

26<br />

26<br />

26<br />

28<br />

28<br />

28<br />

28<br />

26<br />

30<br />

28<br />

28<br />

30<br />

30<br />

30<br />

28<br />

30<br />

30<br />

32<br />

32<br />

30<br />

32<br />

34<br />

32<br />

34<br />

34<br />

32<br />

34<br />

34<br />

34<br />

36<br />

32<br />

32<br />

36<br />

36<br />

36<br />

34<br />

38<br />

34<br />

34<br />

34<br />

32<br />

34<br />

34<br />

34<br />

38<br />

36<br />

38<br />

38<br />

36<br />

36<br />

36<br />

36<br />

36<br />

38<br />

34<br />

40<br />

36<br />

36<br />

38<br />

15<br />

40<br />

38<br />

1<br />

38<br />

16<br />

3<br />

38<br />

42<br />

38<br />

38<br />

36<br />

38<br />

40<br />

40<br />

36<br />

40<br />

40<br />

40<br />

2<br />

40<br />

42<br />

38<br />

38<br />

5<br />

17<br />

44<br />

44<br />

32 34 36 38 40 42 44 46<br />

40<br />

40<br />

38<br />

42<br />

42<br />

42<br />

40<br />

4<br />

46<br />

42<br />

42<br />

40<br />

38<br />

3<br />

18<br />

44<br />

46<br />

48<br />

4<br />

44<br />

6<br />

38<br />

50<br />

44<br />

42<br />

40<br />

5<br />

52<br />

46<br />

32 34 36 38 40 42 44 46 48 50 52<br />

46<br />

16<br />

17<br />

36 38 40 42 44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 64 <strong>66</strong> 68 7072747678<br />

40 42 44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 64 <strong>66</strong> 68 70 727476788082<br />

40<br />

54<br />

20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40 42 44 46 48 50 52 54 56 58<br />

18<br />

18<br />

10 12 14 16 18<br />

10<br />

2de balkon midden<br />

10<br />

10<br />

10<br />

10<br />

10<br />

10 12<br />

10<br />

10<br />

12<br />

12<br />

12<br />

12<br />

12<br />

12<br />

12<br />

12<br />

14<br />

14<br />

14<br />

14<br />

14<br />

16<br />

14<br />

14<br />

14<br />

16<br />

16<br />

16<br />

16<br />

16<br />

18<br />

18<br />

16<br />

16<br />

18<br />

rolstoel- en begeleidersplaatsen<br />

18<br />

18<br />

18<br />

18<br />

18<br />

18<br />

18<br />

18<br />

44<br />

44<br />

42<br />

40<br />

48<br />

50<br />

48<br />

46<br />

46<br />

44<br />

42<br />

42<br />

42 44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 64 <strong>66</strong> 68 7072 74 76 78808284<br />

42<br />

52<br />

50<br />

48<br />

48<br />

46<br />

44<br />

42<br />

52<br />

44<br />

54<br />

54<br />

50<br />

56<br />

50<br />

48<br />

48<br />

46<br />

44<br />

52<br />

46 48 50 52 54 56 58 60 62 64 <strong>66</strong> 68 70 72 74 76 78 80 82<br />

46<br />

48<br />

48 50 52 54 56 58 60 62 64 <strong>66</strong> 68 70 72 74 76 78 80<br />

50<br />

52<br />

54<br />

Omslag<br />

Beeld affiche Monteverdi­cyclus (Foto: Lex Reitsma)<br />

Rechthebbenden die menen aan deze uitgave aanspraken<br />

te kunnen ontlenen, wordt verzocht contact<br />

op te nemen met de uitgever. Niets uit deze uitgave<br />

mag worden vermenigvuldigd en/ of openbaar<br />

ge maakt zonder voorafgaande toestemming van<br />

de uitgever.<br />

Abonnementen<br />

Abonnementhouders van <strong>De</strong> <strong>Nederlandse</strong> <strong>Opera</strong><br />

krijgen Odeon gratis thuisgestuurd. Wilt u Odeon<br />

ook ontvangen? Voor 14,­ ontvangt u alle vier<br />

nummers van het betreffende seizoen thuis.<br />

Losse nummers kosten ,50 incl. porto per stuk.<br />

Geef uw naam, adres, postcode en woonplaats<br />

op per (brief)kaart, e­mail of telefonisch. Zie linkerkolom.<br />

Voor abonnees buiten Nederland: gelieve contact<br />

op te nemen met de Afdeling Communicatie:<br />

+ 1 0 551 89 .<br />

56<br />

58<br />

60<br />

62<br />

40 42 44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 64 <strong>66</strong> 68 70 72 74 76 788082<br />

44<br />

58<br />

56<br />

52<br />

54<br />

50<br />

50<br />

46<br />

60<br />

58<br />

46<br />

56<br />

54<br />

52<br />

52<br />

50<br />

48<br />

60<br />

48<br />

62<br />

58<br />

56<br />

54<br />

54<br />

52<br />

64<br />

60<br />

58<br />

56<br />

56<br />

54<br />

50<br />

62<br />

60<br />

64<br />

62<br />

58<br />

58<br />

56<br />

52<br />

<strong>66</strong><br />

64<br />

60<br />

60<br />

58<br />

62<br />

54<br />

<strong>66</strong><br />

60<br />

68<br />

64<br />

62<br />

56<br />

<strong>66</strong><br />

68<br />

58<br />

70<br />

60<br />

64<br />

62<br />

s<br />

t<br />

h<br />

c<br />

e<br />

r<br />

n<br />

o<br />

k<br />

l<br />

a<br />

b<br />

e<br />

t<br />

s<br />

1<br />

2<br />

e<br />

d<br />

<strong>66</strong><br />

64<br />

68<br />

<strong>66</strong><br />

n<br />

o<br />

k<br />

l<br />

a<br />

b<br />

72<br />

70<br />

68<br />

74<br />

70<br />

76<br />

72<br />

2<br />

3<br />

s<br />

t<br />

h<br />

c<br />

e<br />

r<br />

78<br />

76<br />

74<br />

80<br />

78<br />

4<br />

5<br />

82<br />

6<br />

84<br />

44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 64 <strong>66</strong> 68 70 72 74<br />

3<br />

4<br />

1<br />

84<br />

2


“Brilliant, beguiling, beautifully sung, hugely sexy”<br />

The Daily Mail (Giulio Cesare)<br />

<strong>De</strong>buut cd verkrijgbaar vanaf 31 augustus<br />

Inclusief aria’s uit Giulio Cesare<br />

“Her singing is utterly delectable and completely<br />

assured...Sheer ‘joie de vivre’ and mastery come<br />

spilling across, to the eyes as well as the ears.”<br />

The New York Times (Giulio Cesare)<br />

“<strong>De</strong> Niese still held all the aces: vibrant, confident,<br />

magnetic, sharply comic or opening moving as<br />

Handel...requested. She had our devoted attention.”<br />

The London Times (Giulio Cesare)<br />

www.universalmusic.nl

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!