ournalist

webstore.iisg.nl

ournalist

1 JT AUG. .-SEPT. 1949

De l\aiJiolieke „

Jaargang - Maandblad 1 en 2

INZENDINGEN AAN HET* SECRETARIAAT:

K0NINGSSTRAAT22B.TEU.6529

HILVERSUM

It E D A C T I El

J. W. L. VAN MASTRIGT

A. L. G. M. VAN OORSCHOT

S. H. A. M. ZOETMULDER

ournalist

ORGAAN VAN DE KATHOLIEKE

NEDERLANDSE JOURNALISTENKRING

DE PERS IN HET BRANDPUNT

rVIT J aar zal in de historie van de

•^ pers ongetwijfeld met meer dan

een nietszeggende phrase worden afgedaan.

Het is het jaar, waarin hier

in Nederland het wetsontwerp op de

journalistieke verantwoordelijkheid

bij de iStaten-Generaal is ingediend;

het jaar, waarin de kwestie van

het journalistieke verschoningsrecht

in een uitermate acuut stadium is

getreden; \ •

het jaar, waarin de Ned. Juristenvereniging

het vraagstuk van de

persvrijheid heeft behandeld;

het jaar, waarin in Engeland het

rapport van de Royal Commission on

the Press is verschenen. De pers, die

er niet tegen op ziet om het gehele

maatschappelijke leven in zijn rijke

schakeringen in haar gezichtskring

te betrekken, is in 1949 dus zelve in

het brandpunt der publieke "belangstelling

komen te staan. Dit is op

zich zelf verheugend, want op al deze

discussies is toepasselijk het gevleugelde

woord: „Du choc des opinions

jaillit la vérité". En de waarheid 'is,

dat de persvrijheid een goed van zo

uitzonderlijke waarde is, dat elke poging

tot opheffmg van deze vrijheid

met kracht moet worden afgeslagen.

Men kan onderling nog zozeqr van

mening verschillen over de vraag, op

welke wijze deze vrijheid moet worden

bevestigd, hierin stemmen vrijwel

alle meningsuitingen met elkaar

overeen, dat de vrijheid in geen geval

mag worden opgeofferd.

Dit kan worden geconstateerd zo-

Wel in vakkringen als daarbuiten. En

de mondelinge gedachtenwisseling

zowel als die in geschrifte heeft

bovendien de grote verdienste, 'dat

men zich op de fundamentele problemen

van de pers bezint en dat van

allerlei zijden kostbare bijdragen

Worden geleverd voor de verdieping

v an inzicht. '

ZOALS ik bij de opening van het

Congres te Utrecht reeds mocht

constateren, blijken de gemoederen

door het bewuste wetsontwerp zodanig

te zijn beroerd, dat daarmede in

de belangstelling der leden de ideële

2i

Jde van het journalistieke beroep

de ongetwijfeld ook belangrijke ma­

teriële kant is gaan overschaduwen.

Deze beroering heeft dit grote voordeel,

dat de massa der leden, na een

soms wat verontrustende periode van

inertie, in beweging is gekomen. We

kunnen in onze organisaties van deze

activiteit slechts vruchten plukken.

De onderlinge verbondenheid wordt,

ondanks alle verschil van inzicht,

door deze ontwikkeling versterkt.

Overigens zal ieder mij ten goede

houden, dat ik tot het wetsontwerp

in kwestie thans het zwijgen doe, nu

de Commissie van de Federatie nog

in conclave is.

Waarover ik niet mag zwijgen, is

de stand van zaken met betrekking

DOOR

Mr. M. ROOY

tot het verschoningsrecht. Na het

Federatiecongres in Den Haag, dat

aan dit onderwerp was gewijd, zijn

er weer enige strafprocessen geweest,

welke tot veroordeling van

collega's, die zich op hun zwijgplicht

hebben beroepen, hebben geleid. Ik

heb dus op het genoemde congres

geen woord te veel gezegd, toen ik

constateerde, dat de kwestie van het

verschoningsrecht een zeer actueel

karakter voor de Ned. journalisten

had, Prof. Van Oven, die ons in Den

Haag reeds van voorlichting had gediend,

vond aanleiding in het Ned.

Juristenblad de zaak nog eens te behandelen

naar aanleiding van de indiening

van het wetsontwerp (met

veen vooralsnog negatieve conclusie)

en de presidente van de Ned. Juristenvereniging,

mevr. prof. mr. D.

Hazewinkel-Suringa wijdde aan hetzelfde

onderwerp haar openingsrede

voor het te Maastricht gehouden

congres dezer vereniging. Deze -bekwame

juriste kwam daarbij tot de

conclusie, dat de ethische beroepsplicht

van de journalist nog geen

verschoningsrecht schept, doch dat

de rechter in concreto zal hebben uit

te maken, of het offer van het erkennen,

van een zwijgrecht gerechtvaardigd

wordt door een groter maatschappelijk

voordeel. Het arrest van

de Hoge Raad in de zaak-Lunshof

achtte spr. juist gewezen. Deze belangen-afwe^ing

zou zij in geen geval

aan de journalist zelf of aan een

commissie van beroepsgenoten willen

overlaten.

Zoals bekend, heeft de commissie,

welke door de N.D.P. en de Federatie

onder voorzitterschap van jhr.

mr. G. W. van Vierssen Trip na het

Haagse congres was ingesteld, met

bekwame spoed een advies uitgebracht,

waarin déze belangenafwe-

1 ging juist wel aan een speciaal college,

t.w. het door de journalistenwet

gedachte Persgerecht, zou worden

opgedragen. Dit voorstel ontleende

zijn bijzondere waarde aan de

instemming van de voorzitter, die

oud-journalist en oud-rechter is. Doch

dit verschil van inzicht met mevrouw

Hazewinkel daargelaten, was haar

rede hierom van bijzondere waarde,

omdat zij een practische oplossing

van de moeilijkheden ook onder de

huidige omstandigheden aanwees, nl.

de erkenning van een beperkt verschoningsrecht,

indien het- algemeen

belang zulks vordert. Op het juristencongres

werd er op gewezen, dat

ook in het arrest van de Hoge Raad

deze mogelijkheid „duidelijk" was

aangewezen. Ik heb dat ter vergadering

bestreden en als mijn overtuiging

uitgesproken, 'dat de lagere

rechter er zich onvoldoende van bewust

is, dat de belangenafweging als

>bedoeld door mevr. Hazewinkel, door

de rechter dient te geschieden, in elk

geval, waarin een journalist wegens

het weigeren van getuigenis terecht

staat. De nu gewezen uitspraken geven

in hun motivering weinig blijk

van de geneigdheid van lagere colleges

om deze weg te bewandelen.

Alleen heeft het Haagse gerechtshof

in de zaak tegen collega's Kruiderink

en Corstiaanse de betrekkelijk

lage straf bevestigd met verwerpingvan

de overweging van de rechtbank,

volgens welke een lage straf op haar

plaats was, omdat de betrokken journalisten

het bewuste arrest van de

Hoge Raad nog niet hadden kunnen

kennen, toen zij getuigenis weigerden;

het Hof heeft de pleiter voor

deze collega's'in zoverre gevolgd, dat

het een lage straf gerechtvaardigd

1


achtte wegens de aard van het bewuste

geval. Dit wijst, althans bij de

bepaling van de strafmaat, op een

zekere belangenafweging. Het is echter

nog niet een aanvaarding van de

gedragslijn, welke . tot erkenning

zelve van het verschoningsrecht kan

leiden en dus een veroordeling kan

uitsluiten. Het is te wensen, dat de

discussie op het Juristencongres op

den duur een gunstige uitwerking zal

hebben en die collega's van een veroordeling

zal vrijwaren, die met hun

publicaties waarvan zij de bron desgevraagd

niet kunnen mededelen,

kennelijk het algemeen belang op het

oog hebben gehad.

ERHEUGEND is de duidelijke

V, uitspraak, welke de Ned. Juristenvereniging

op haar jaarlijkse congres

te Maastricht t.a.v. de persvrijheid

heeft gedaan. Met de grootst

mogelijke meerderheid werd de mogelijkheid

van preventief toezicht op

uitingen door middel van de drukpers

afgewezen. En al evenmin verbloemd

was de uitspraak, dat de lagere

wetgevers t.a.v. de inhoud van

geschriften geen beperkingen bij verordening

mogen uitvaardigen: een

persoonlijk succes Voor prof. mr. G.

van den Bergh, die een andersluidende

uitspraak van de Hoge Raad ter

vergadering nogmaals had gewraakt.

De prae-adviseur, onze oud-collega

Tammes vond de vergadering achter

zich, met betrekking tot het punt, of

de persvrijheid in onze Grondwet .—

als tot dusverre — negatief dient te

worden omschreven dan wel in een

positieve formulering moet worden

bevestigd; prof. Tammes had het

laatste bepleit en, met de bedachtzame

vooruitstrevendheid, hem eigen,

een nieuwe redactie ontworpen, welke

de geijkte terminologie van art. 7

ten,' dele combineert met een positieve

uitdrukking van het beginsel der

persvrijheid. En wel als volgt:

,,De vrijheid van drukpers is

erkend.

„Niemand heeft voorafgaand

verlof nodig om zich door schrift,

afbeelding of tekening jegens anderen

vrij te uiten.

,,De wet bepaalt welke uitingen

als zodanig onrechtmatig zijn (met

inachtneming van de bijzondere

taak van de periodieke pers tot

vorming van de openbare mening)".

Zonder dat de Juristenvereniging

zich heeft vastgelegd op deze redactie

heeft zij zich met grote meerderheid

voor een positieve formulering

uitgesproken, daarmede een krachtig

pleidooi voor de persvrijheid leverende...

De debatten droegen een bijzonder

geanimeerd karakter. Het praeadvies

van prof. Tammes vond meer

instemming dan bestrijding. Het tegendeel

was het geval met het omvangrijke

stuk van zijn mede-praeadviseur,

prof. Duynstee, dat soms

zelfs felle en emotionele kritiek uitlokte.

Ook van katholieke zijde onder

de sprekers distancieerde men zich

van de strekking van dit prae-advies.

2

Bij de beantwoording van de vraagpunten

bleek dit prae-advies geen

weerklank te vinden, ja veeleer de

overtuiging van het tegendeel bij

verschillende aanwezigen te hebben

versterkt. Het is te wensen dat bij

voorkomende gelegenheid in de toekomst

van katholieke zijde een meer

representatieve omschrijving van in

Katholieke kring levende opvattingen

met betrekking tot dit onderwerp zal

worden gegeven.

Het was wijs beleid van de vergadering,

dat zij de vraagpunten

over het wetsontwerp op de journalistieke

verantwoordelijkheid niet in

stemming wenste te laten komen;

ondanks de aandacht, welke de praeadviseurs

daaraan hadden gewijd, leek

het onderwelrp voor een uitspraak,

waaraan het gezag van de Juristenvereniging

toekomt, toch niet voldoende

voorbereid.

Zo is deze Maastrichtse bijeteSnkomst

een kostbare bijdrage geworden

tot de algemene gedachtenwisseling

over de betekenis van de persvrijheid.

,

VER het rapport van de Engelse

O Royal Commission on the Press

zou zeer veel te zeggen zijn. De Nederlandse

pers past echter een zekere

terughoudendheid daaromtrent in deze

zin, dat men met lof of blaam spaarzaam

omspringt. Kostbaar studiemateriaal

levert het rapport echter zeker

op, gegrond als het is op uitvoerige,

stenografisch opgenomen „hearings",

welke reeds eerder waren gepubliceerd.

Wie over de Engelse pers

in het bijzonder en over de persproblemen

in het algemeen, zoals zij

zich in Groot-Brittannië voordoen,

zich wil oriënteren, moet in dit rapport

duiken.

Eén ding is door dit rapport wel

duidelijk geworden en dat is, dat het

uitgangspunt Van degenen, die tot

het onderzoek de stoot hebben gegeven,

geen bevestiging heeft gevonden.

Omtrent de kritiek op de pers,

dat zij „vercommercialiseerd" zou

zijn, merkt de commissie op, dat het

haar voorgelegde materiaal „geen

samenhangend en alomvattend beeld

gaf en geen middel om tot algemene

conclusies -te komen over de omvang

en de aard van de misbruiken, waarvan

het bestaan was beweerd".

Dit betekent intussen niet, dat de

commissie de pers, vooral do populaire

bladen — welke worden geplaatst-

tegenover de „kwaliteitsbladen"

— de critiek zou sparen. Deze

hebben harde noten te kraken gekregen,

aldus de pLondense correspondent

van de N.R.C, over de neiging

om aan de publieke smaak te voldoen:

„In de populaire bladen werkt de

beoordeling van de nieuwswaarde als

een verwringend medium zelfs los

van enige politieke overweging: de

hoogste betekenis wordt gehecht

aan het nieuwe, aan het uitzonderlijke

en aan het „menselijke!' en deze

elementen worden in het nieuws

onderstreept tot schade en zelfs tot

uitsluiting van het normale en blij­

vende. Consequently the picture is

always out of focus".

Het is in dit verband merkwaardig

kennis te nemen van de aanhef van

het hoofdartikel van het Zondagsblad

de Observer — met de Economist

het enige blad waarvan de

hoofdredactie een statutair geregelde

onafhankelijkheid heeft! , —; deze

aanhef luidt:

„Dat kranten in staat zijn tot onnauwkeurige

weergeving van feiten

werd aardig gedemonstreerd Donderdag

j.1., toen bijna elk populair dagblad

de resultaten van de Royal

Commission on the Press samenvatte

op een wijze, welke voor henzelf

gunstig was. Niemand, die op

deze bladen steunde voor zijn voorlichting

kon hebben gegist, dat veel

van het Commissierapport ongunstig

was voor onze industrie of ons beroep."

Het blad wijst er op, dat de Commissie

met name het vraagstuk, hoe

nieuwe bladen een „start" kan worden

gegeven in de concurrentiestrijd

met de zeer kapitaalkrachtige bladen

ter zijde heeft gelaten. En het

blad is al evenzeer sceptisch over het

effect van de positieve aanbeveling

van de Commissie tot vorming van

een Persraad, op grondslag van vrijwilligheid

en zonder sancties.

iZo blijkt er, van het standpunt van

een onafhankelijk persorgaan in Engeland,

wel grond voor critiek aan-

.wezig te zijn. En waarover een Ned.

journalist zich vooral verwondert is,

dat de Commisie het logisch schijnt

te vinden, dat degene, „die de muzikant

betaalt, ook het deuntje bepaalt."

Intussen toont de (Commissie

wel voldoende begrip voor de roeping

van de pers in de maatschappij!

vandaar ook haar voorstel voor een

Persraad, die mede moet werken aan

de problemen van de opleiding van

journalisten — alsmede aan formulering

en effectief maken hoge standaarden

van beroepsgedrag. De

meeste Engelse bladen betuigen tamelijk

platonische instemming niet

een en ander, doch het tevens blij'

kend scepticisme over de mogelijk'

heid practische resultaten te bereiken

is veelzeggend. De Engelse vrijheidszin

doet de betrokkenen in het

bijzonder afkerig zijn van enige wettelijke

dwang. Bij de strijd om het

wetsontwerp op de journalistieke

verantwoordelijkheid is eenzelfd e

stroming hier te lande aan- de dag

getreden. Persoonlijk blijf ik mij echter

afvragen, of de in Engeland nu

door een onpartijdige instantie g e '

constateerde ontwijfelbare misstanden

ooit uit de weg zullen worden

geruimd, indien men blijft staan M

deze constatering. Er liggen in de

pers, juist als commercieel geëxploi-,

teerde ondernemingen, ook voor de

journalistieke gedragingen gevaren,

welke langs de weg der vrijwilligheid

niet zijn te keren. Het Engelse rapport

is daarvan een waarschuwenu

voorbeeld. Wie Vindt de steen der

wijzen? Het is m.i. nog steeds a

moeite waard daarnaar te blijve

zoeken, in het belang van een vrO;

tevens zuivere pers.

RO


Onze internationale samenwerking

\7AN 8 tot 12 September zullen te

* Bonn de besprekingen worden

voortgezet, die verleden jaar Mei op

de Walberberg zijn begonnen. Ook

nu worden publicisten uit de westelijke

landen van Europa verwacht.

Het algemeen onderwerp is: „Wirkung

und Versagen der Gesinnungspublizistik".

Deze werkweek begint met een

pontificale H. Mis, op te dragen door

Kardinaal Frings te Keulen. Over

de „Publizistische Verwirklichung"

spreekt dr. Walter Dirks uit Frankfurt

M., dr. Otto Roegele te Koblenz

over „Absicht und Wirkung in der Publizistik",

waarbij dr. Walter Frings

meer in het bijzonder de moderne

nieuwsberichtgeving in de radio zal

bespreken. De bekende professor in

de journalistieke wetenschap, dr. Emil

Dovifat te Berlijn, komt ook deze

keer en heeft als onderwerp van zijn

te houden voordracht gekozen: „Zur

Praxis der Meinungsbildung". Dr.

Max Jordan, van de Universiteiten

te Bazel en Washington, zal spreken

over „Die acies ordinata der Katholischen

Publizistik". Tot slot zal een

internationaal gesprek worden gevoerd

tussen de buitenlandse deelnemers.

De congressisten zullen door het

gemeentebestuur van Bonn worden

ontvangen.

De Leidse Courant 40 jaar

KTU pas veertig jaar?" zal de

tt* * scherpzinnige collega vragen,

die ooit op de Vaticaanse perstentoonstellimg

een exemplaar van de

Leydsche Courant zag uit het jaar

zeventiënhonderd en zoveel.

Maar dat was de neutrale voorganger

van een orgaan, dat begin October

1909 op de Oude Singel te Leiden

onder Katholieke vlag en mét medewerking

van wijlen professor Aalberse

is gestart. Sindsdien heeft de

Leidse Courant haar plaats veroverd

J

n de rij van toonaangevende dagbladen,

van welk feit de redactionele

leiding van onze collega Th. B. J.

filmer (reeds enkele jaren na de

oprichting hoofdredacteur) zeker niet

yreemd is. Indien één krant betrouwbaar

en bedachtzaam is in haar leidinggevende

beschouwingen, dan ongetwijfeld

de Leidse Courant.

Met de redactie van deze veertigjarige

had onze Katholieke Journalisten-organisatie

ooit bijzondere

re

laties, want de redacteur-buitenland

? lr - H. Geise was de laatste voorziter

van de Ned. R.K. Journalistenvereniging,

en de hoofdredacteur Th.

Wilttier was enkele jaren redacteur

Va

n het orgaan.

. ^ij menen te weten, dat het 40-

; ari g feest niet opvallend naar buiten

zal worden gevierd, maar dat

het in elk geval interne betekenis zal

Rebben. Aan redactie en directie de

e

ste wensen van ons hoofdbestuur!

v. O.

Geloofsafval

INNIGE tijd geleden werden alarmerende

cijfers gepubliceerd

over de geloofsafval in onze grote

steden. Al moge het waar zijn, dat

buiten de grenzen op veel plaatsen

deze cijfers nog ontstellender zijn,

zeker is er voor ons geen enkele

reden om in zelfgenoegzaamheid, te

constateren, dat het in vergelijking

met andere landen in ons vaderland

„toch nog zo erg niet is".

Ook bij ons zijn er tallozen, voor

wie het Geloof niet is een verankerd

zijn in God. Het licht, dat de geheimenissen

Gods, Zijn oneindig

wezen in de vruchtbaarheid der ondeelbare

Drieëenheid en Zijn afdalen

tot de zondige mens in medelijden

door de Menswording van Gods Zoon,

ons openbaarde, schijnt voor velen

niet meer. Het voortleven en voortwerken

van Christus onze Heer in

de Kerk, die het heilbrengend werk

der verlossing bestendigt, gaat langs

hen heen. Het huis op de berg zien

zij niet meer.

LS van zelf speuren wij naar de

A oorzaken van dit verontrustend

verschijnsel. We staan voor een ontzettende

crisis, resultaat van een

lange ontwikkeling van ontkerstening;

de ongekende vlucht van de

techniek, de industrialisatie, liberalisme

en socialisme, sociale wanverhoudingen,

waartegen de Paugen der

laatste decennia zo krachtig zijn opgetreden

in hun sociale Encyclieken,

dit alles heeft een verwereldlijking

veroorzaakt, waardoor de (bovennatuur

lijke waarden niet meer aanspreken

en het gebed der Kerk op

het feest van 's Heren Hemelvaart

„dat wij, die het opstijgen van onze

Zaligmaker ten hemel gelovend aanvaarden,

ook zelf met de geest in de

hemel mogen verblijven", volkomen

onbegrepen blijft.

npAL van vragen doen zich voor. Is

*• onze zielzorg wel voldoende aangepast

aan de gewijzigde omstandigheden

en de mentaliteit van de moderne

mens? Heeft het devotie-leven

niet een te individualistische inslag

gekregen, in zoverre het bijna uitsluitend

een persoonlijke houding

tegenover God kent, terwijl het ontwend

is aan het gemeenschapsbewustzijn

der Kerk en dit nauwelijks

als levende werkelijkheid ervaart?

Is ons geloofsonderricht niet te intellectualistisch

geweest en hebben

wij de aankomende jeugd opgevangen

in een levenssfeer met uittingsvormen,

waarin zij hun geloof religieus

kunnen beleven? Heeft men er

voldoende rekening mee gehouden,

dat de cultus der christelijke gemeenschap

het normale werktuig is

tot opvoeding der jeugd? Of zijn er

nog andere oorzaken voor de betreurenswaardige

onwetendheid in geloofszaken,

die zeker een rol van

betekenis speelt bij het proces van

de geloofsafval?

T\IT zijn slechts enkele vragen om-

9S trent één aspect van het vraagstuk

— waaruit wel blijkt, dat éen breed

opgezet en diepgaand onderzoek

noodzakelijk is, om voldoende inzicht

te verkrijgen in het complex van

oorzaken.

Eén punt is zonder studie wel duidelijk:

hoeveel beter zouden we er

voor staan, wanneer er meer zulke

mannen waren, als die onlangs hun

prachtbrief aan Mgr. Paolo Giobbe

schreven. „Bewogen door de smaad,

* welke onze Moeder de H. Kerk moet

ondergaan van hen, die Christus niet

kennen of die door hun materialistische

levenshouding de liefde van

Christus versmaden, is er in ons het

verlangen gegroeid ons geheel in te

zetten voor de verdediging van de

H. Kerk, de Bruid van Christus", aldus

het begin van hun schrijven aan

de Internuntius. Deze jonge mannen

willen zich geheel inzetten en beseffen-maar

al te goed wat dit betekent.

„Wij verklaren U hierbij,

volledig de consequenties van deze

daad te kennen en te aanvaarden.

Wij blijven steeds in afwachting van

de opdrachten, welke Z.H. de Paus

ons zal willen geven, maar trachten

intussen door onze dagelijkse handel

en wandel, door de stipte vervulling

van onze plichten van staat,

door de beoefening der deugden —

in het bijzonder van de liefde — door

een ijverig en eucharistisch godsdienstig

leven, door de training van

onze wil in verstervingen en offers,

door het bereidwillig aanvaarden

van Gods H. Wil, door ons tmedeleven

met de Kerk, door onze zo

breed mogelijke apostolische arbeid,

voor God en de wereld te tonen,

dat wij afstand van ons leven deden

in dienst van Christus en Zijn Kerk."

r\IT is inderdaad de alleruiterste

"^ consequentie! Een prachtig ideaal,

dat alleen geroepenen kunnen

nastreven.

Maar ons allen spoort dit heerlijk

voorbeeld aan om door intens beleyen-

van het geloof een steun te zijn

voor onze zwakkere broeders. „Samengegroeid

en samengehouden door

de steun van ieder gewricht en door

de eigen werking van ieder lichaamsdeel

voltooit het Lichaam van Christus

zijn eigen groei in liefde" (Ep"h.

4, 16).

P. HEYMEIJER S.J.

Geestelijk Raadsman.


DE FEDERATIE IN 1948

N de op 16 Juli jl. te Utrecht ge­

I

houden vergadering van de Federatieraad

(zie het verslag elders in

dit nummer), werd o.m. het door de

secretaris over 1948 uitgebrachte

verslag goedgekeurd. Aangezien

publicatie in extenso te'veel plaats

zou vergen, volstaan wij met een

samenvatting.

Het eerste deel van het verslag

geeft een overzicht van de bestuursr

organen der Federatie, de functionnering

van het Federatiebureau, de

ontwerpwijzigingen der statuten, het

nieuwe Huishoudelijke Reglement,

de besprekingen met de P.C.J.V. en

de voorbereiding van verschillende

nieuwe secties.

Behandeling van klachten en

conflicten

In de loop van het verslagjaar

werden een groot aantal klachten

van particulieren en overheidsinstanties

over het optreden van

bepaalde bladen of journalisten behandeld,

evenals een reeks meningsverschillen

tussen redacties en collega's

onderling. Deze kwesties hadden

in de regel betrekking op

schending of beweerde schending

van het persfatsoen. In een deel der

gevallen kon het twistpunt na ingesteld

onderzoek tot tevredenheid van

partijen worden opgelost. Meermalen*

moest een afkeurend oordeel over

het optreden, van een lid, of een

andere betrokkene, worden geuit.

Ook na de instelling van de Raad

van Tucht werden gevallen als

de bovenbedoelde behandeld. Volgens

een afspraak met tleze Raad, werd

in alle kwesties, die zich daartoe

leenden, door de Federatie een voorlopig

onderzoek ingesteld. In verscheidene

gevallen leidde dit onderzoek

tot intrekking van de gedane

klacht, daar de klagers alsnog

genoegdoening werd verschaft of

omdat zij bij nader inzien van een

formele behandeling van de zaak

afzagen: Enige klachten bleken niet '

voor een afdoende behandeling vatbaar,

daar degenen over wie geklaagd

werd, geen lid van een bij de

Federatie aangesloten vereniging

waren.

In conflicten tussen de pers en

overheidsinstanties werd meermalen

bemiddelend opgetreden. In het bijzonder

wordt herinnerd aan de

werkzaamheid der commissie, inge-

Eteld door de Federatie en de

Nederlandse Dagbladpers 1945, bestaande

uit Mr. M. Rooy en Mr.

W. G. J. Veenhoven, die een belangrijke

principiële uitspraak deed in

een conflict tussen het gemeentebestuur

van Groningen en het

Nieuwsblad van het Noorden (waar-

. in dit blad in 't gelijk werd gesteld)

en aan het rapport der Commissie

van Onderzoek i.z. een verslag, door

coll. R. Kiek voor het Persbureau

Aneta gemaakt van een in het begin

van het jaar gehouden persconfe­

rentie van de' Commissie van Goede

Diensten inzake het Nederlands-

Indonesische geschil. Het onderzoek

dezer commissie (samengesteld uit

de heren Prof. Mr. A. J. P. Tammes,

voorzitter; R. W. P. Peereboom, Dr.

E. van Raalte en Mr. A- E. van

Rantwijk, secretaris) leidde tot een

rehabilitatie van coll. Kiek.

Ontslagen en vorderingen enz.

In tal van gevallen werd advies

verstrekt aan óf opgetreden namens

leden, die op te korte termijn of op

anderszins onjuiste wijze door de

directie van het blad, waaraan zij

verbonden waren, ontslagen werden,

of die moeite hadden de hun als

medewerker'v toekomende honoraria

te innen. De behaalde resultaten

waren in het algemeen, niet onbevredigend;

de behoefte aan een

betere regeling van de rechtspositie,

in het bijzonder van de nietdagbladjournalisten,

deed zich echter

meermalen gevoelen. De ontslagen

Van dagbladjournalisten, die vóór de

invoering van de C.A.O. voor deze

groep journalisten, ten dele door de

„Ontslagcommissie" van de N.D.P.

1945 en van de Federatie i(waarin

laatstgenoemde organisatie door

coll. J. J. F. van den Bergh en de

secretaris was vertegenwoordigd)

waren behandeld, vielen nadien

onder de competentie van de Raad

van Uitvoering.

Spoedig na, de invoering van de

C.A.O. werd overgegaan tot instelling

van de Raad van Uitvoering. In

deze Raad hebben zitting voor de

Federatie: coll. Mr. M. 'Rooy en

L. S. J. Hanekroot, leden; K. Voskuil

en S. H. A. M. Zoetmulder, pl.v.

leden. De N.D.P. is vertegenwoordigd

door de heren Mr. H. M. Planten en

J. Groenewegen, leden; Mr. H.

Dikkers en J. Kuypers, pl.v. leden.

Het secretariaat wordt waargenomen

door Mr. C. A. Steketee, adj. secretaris

van de N.D.P. en Mr. A. E. van

Rantwijk. Sinds zijn. instelling heeft

de Raad geregeld vergaderd ter

behandeling, van de hem voorgelegde

aangelegenheden en. geschillen. Eind

1948 werd door de Raad een reglement

voor de te volgen procedure

vastgesteld. In dit reglement is o.m.

voorzien de instelling van een ontslagkamer

voor het uitbrengen van

door de Gewestelijke Arbeidsbureaux

gevraagde adviezen i.z. ontslagen

van dagbladjournalisten.

In de korte periode, waarin de

Raad in 1948 zijn taak verrichtte

— melding moet worden gemaakt

DEGELIJK JOURNALIST,

36 j., ongeh., ervaren in redactieen

reportagewerk, zoekt verandering

van werkkring.

Brieven onder No. 835 ' aan Bur.

„De Katholieke Journalist", Koningsstraat

22B, Hilversum.

van de aangename sfeer waarin de

vertegenwoordigers van beide zijden

samenwerkten. — is reeds gebleken,

dat nog v'eel werk verzet zal moeten

worden voordat de bepalingen van de

C.A.O. in alle opzichten toepassing

vinden. Helaas zijn er nog altijd

journalisten, die blijkbaar niet de

moed kunnen vinden, meningsverschillen

met hun directie aan de

Raad voor te leggen. Indien zij er

niet toe overgaan hun zaak bij de

Raad aanhangig te maken, kan deze

uiteraard geen voorziening treffen

t.a.v. mogelijke onjuiste toepassing

der bepalingen, te hunnen aanzien.

Persconferentie-commissie

f Deze commissie, samengesteld uit

vertegenwoordigers van de N.D.P.

1945 en van de Federatie, kwam

veelvuldig bijeen ter behandeling van

de gevallen, waarin dagbladen advies

vroegen omtrent de wenselijkheid

van het al of niet bijwonen van persconferenties,

of waarin de uitnodigende

instanties zich vooraf van de

goedkeuring der commissie wensten

te verzekeren. In ca. 40 voorgelegde

gevallen werd advies uitgebracht.

Het secretariaat dezer commissie

werd in 1948 waargenomen door het

Federatiebureau.

Perslegitimatiekaarten N.S.

De Adviescommissie Perslegitimatiekaarten

N.S., waarin alle

betrokken persorganisaties vertegenwoordigd

zijn, had evenals in voorgaande

jaren tot taak te adviseren

over een zo bevredigend mogelijke

verdeling over de verschillende

sectoren van de pers der door de

Nederlandse Spoorwegen welwillend

ter beschikking gestelde kaarten,

die het recht geven op enkele reizen

tegen. 50 % van de normale prijs. In

overleg met de Nederlandse Spoorwegen

werden in het schema van

verdeling der kaarten enkele verbeteringen

aangebracht, o.a. voor

free lances. De administratieve uitvoering

der regeling en het overleg

ter zake met de Nederlandse Spoorwegen

geschiedde door 't Federatiebureau.


Kadiotoestellen

De Adviescommissie Radiotaestellen

Pers, die op soortgelijke wijz e

als de Adviescommissie Perslegitimatiekaarten

NS. is samengesteld

en v/aarvan het secretariaat even '

eens door het Federatiebureau wordt

waargenomen, heeft verschillende

aanvragen voor radiotoestellen ten

behoeve van persdoeleinden behandeld.

Internationale perskaarten

In de loop van 1948 werden door

het Federatiebureau ca. 150' m .^t

nationale perskaarten uitger jeZé

Daar de verstrekking van


REKENING 1948 EN BEGROTING 1949 DER FEDERATIE.

Hieronder laten wij een samenvatting volgen van de afrekening over 1948 en

de begroting 1949 van de Federatie. Met het oog op de plaatsruimte moest

van publicatie der uitvoecige, voor de Federatie bestemde toelichting worden

afgezien.

Omschrijving:

Salarissen, sociale lasten en vereveningsheffing

Inventaris-aanschaffingen

Drukwerk en kantoorbehoeften

Porti

Telefoon en telegrammen

Huur kantoorlokaliteit

Onkosten secretaris j

Algemene Bestuurskosten

Subsidie aan Secties der Federatie

Contributie I.O.J. ...^

Uitvoering C.A.O. Dagbladjournalisten

Raad van Tucht

Subsidie Persbibliotheek

Accountantscontrole

Algemene onkosten

Uitgaven

1948

16.444.77

1.294.44

1.434.92

1.090.12

502.38

1.180—

748.53

1.283.77

800—


—•




• 382.95

Betaalde kosten dienst 1947 1.852.41

TEZAMEN 27.014.29

Te verminderen met (te) ontvangen administratieve

vergoedingen AF 394.42

TOTAAL UITGAVEN 26.619.87

Begroting

1949

17.950.—

750—

1.500—

1.100—

500—

1.750—

600—

1.700—

1.500.—i)

700—

1.350—

100—

250—

750—

400.—

30.900—

400—

30.500—

J ) Het Federatiebestuur zal omtrent de toewijzing vani en de verdeling over de

verschillende Secties van dit bedrag nader beslissen.

kaarten door het secretariaat van de

I.O.J. te Praag aanvankelijk geruime

tijd duurde, werden aan leden,

die daaraan behoefte- hadden, vanwege

de Federatie verklaringen in

verschillende talen gegeven, die bij

buitenlandse reizen konden dienen.

Van deze faciliteit werd ook door

leden, die geen I.O.J.-kaart wensten,

een vrij druk gebruik gemaakt.

Persregeling Schiphol

Daar zich bij de vertegenwoordiging

van de pers op Schiphol enige

moeilijkheden voordeden en* de

bestaande regeling voor het verkrijgen

van de voor toegang nodige

vergunningen vrij omslachtig was, is

van de zijde der Federatie enige

malen overleg gepleegd met de

betrokken autoriteiten. Deze besprekingen

hebben geleid tot het vaststellen

van een bevredigender regeling

door het Ministerie van Financiën.

De uitvoering hiervan, die bij

het Federatiebureau berust, was

einde 1948 nog in voorbereiding.

Vertegenwoordiging van de pers

Herhaaldelijk werd door overheidsdiensten,

bedrijven en andere

particuliere instellingen aan de

Federatie advies gevraagd omtrent

de uit te nodigen bladen bij gebeurtenissen,

waarbij ten gevolge van de

geringe beschikbare ruimte of

Wegens andere omstandigheden

slechts een beperkt aantal journalisten

kon worden toegelaten.

Harerzijds heeft de Federatie

Verscheidene malen, en, meestal met

succes, bij overheids- en andere

"chamen aangedrongen op een rui­

mere vertegenwoordiging van de

pers bij bepaalde belangrijke gebeurtenissen.

Als voorbeeld van de' regelende en

bemiddelende arbeid op dit gebied,

zij vermeld de persregeling bij het

regeringsjubileum, waar de Regeringsvoorlichtingsdienst

nauw met

de Federatie samenwerkte.

Internationaal contaqt

Hoewel met enkele buitenlandse

zusterverenigingen rechtstreekse betrekkingen,

bestaan, werd het voornaamste

internationale journalistieke

contact toch gevormd door het

aandeel in de werkzaamheden van de

International Orga'nization of Journalists.

In het voorjaar kwam de

Executive der I.O.J. te Brussel bijeen,

in het najaar vergaderde deze

te Boedapest. In de eerste bijeenkomst

werd de Federatie vertegenwoordigd

door de coll. Mr. M. Rooy,

J. J. F. v. d. Bergh en L. Fréquin, in

de tweede bijeenkomst trad coll.

Drs. A. Wijffels als gedelegeerde op.

De bestaande politieke tegenstellingen

tussen het „Westen" en het

„Oosten" vonden een sterke weerslag

in de internationale organisatie.

Op de bijeenkomst te Brussel konden

nog compromis-oplossingen bereikt

worden, doch te Boedapest bleken er

ernstige meningsverschillen te bestaan.

Met de mogelijkheid van een

komende splitsing in de organisatie

moest reeds in 1948 rekening worden

gehouden. De buitenlandse commissie

der Federatie kwam in 1948 een

tweetal malen bijeen ter behandeling

van punten, die zich i.v.m. de I.O.J.

voordeden. Zij was samengesteld uit

I

de coll. Mr. M. Rooy, L. S. J. Hanekroot,

Mevr. W. M. van Meurs—

v. d. Burg, L. Fréquin en J. J. F.

van den Bergh. Als secretaris der

commissie trad 'de Federatie-secretaris

op. Enige malen werden buitenlandse

collega's door de Federatie

ontvangen. Herinnerd wordt aan de

ontvangst van een. aantal Zuid-

Afrikaanse collega's, aan wie te

Amsterdam een cocktail-party werd

aangeboden en aan het diner te

'iS-Gravenhage ter ere van de buitenlandse

journalisten, die het Congres

van Europa bijwoonden. Beide ontvangsten

werden in samenwerking

met de N.D.P. 1945 georganiseerd.

Contact met overheid en

maatschappij

Het contact met overheidsinstanties

en particulieren kwam ten

dele reeds ter sprake bij de regelende

en bemiddelende arbeid van de

' Federatie i.z. een. goede vertegenwoordiging

van de pers bij belangrijke

gebeurtenissen. Aan overheidsdiensten

en andere instellingen

werden desgevraagd meermalen

inlichtingen op het gebied der pers

verstrekt. Overdrukken van het

artikel van Mr. Rooy over de verhouding

tussen de pers en maatschappij

werden ter voorlichting op

ruime .schaal toegezonden aan vakgroepen,

grote bedrijven en andere

instanties, die met de pers in aanraking

komen.

Persinstituten en persbibliotheek

Eerst te Nijmegen en vervolgens

te Amsterdam werden Persinstituten

geopend, aan welker tot standkoming

resp. de K.N.J.K. en de

N.J.K. medewerkten. De oprichting

van de Stichting Nederlandse Persbibliotheek

te Amsterdam, in wier

curatorium zowel de universiteiten

van Amsterdam en Nijmegen, als de

Nederlandse Dagbladpers 19415 en de

Federatie vertegenwoordigd zullen

zijn, kan men beschouwen als een

gelukkig teken van het op dit gebied

bestaande streven naar samenwerking.

In afwachting van de instelling

van het curatorium der Persbibliotheek

werd in de herfst van

1948 een voorlopig bestuur gevormd;

de Federatie-secretaris fungeerde als

secretaris van dit bestuur.

Contact met andere organisaties

NJXP. 1945. Het contact met de

organisatie van dagbladuitgevers

was zeer intensief (C.A.O., Raad

^van Uitvoering enz.). De z.g. „Contact-commissie",

waarin de Federatie

vertegenwoordigd is door coll. Rooy,

Hanekroot, Van Oorschot en Van

den Bergh, kwam echter slechts een.

enkele maal bijeen ter bespreking

van gemeenschappelijke aangelegenheden.

Het welhaast dagelijks contact

tussen beide secretariaten,

waarin tal van kleinere aangelegenheden

op bevredigende wijze konden

worden geregeld, was steeds van

bijzondere aangename aard.

N.N.P. In het contact met de

5


JOURNALISTIEK JOURNAAL

% Zonder een spoor van behoefte

aan zelfkastijding wilde ik toch nog

eens de vraag stellen: is de Nederlandse

dagbladpers inderdaad zo

slecht (althans: zoveel minder goed

dan vóór de oorlog) als sommige

bromberen binnen en buiten onze

professie, wel eens beweren ?

• Ik stel deze vraag, omdat ik,

dit schrijvende, juist ben teruggekeerd

van een journalistieke rondreis

door Frankrijk, die mij — als

lezer — in, aanraking heeft gebracht

met de Parijse en vooral de grote

provinciale pers en omdat ik aan den

lijve heb mogen ondervinden dat die

pers (met twee uitzonderingen:

Monde en Figaro) abominabel is en

onvergelijkelijk veel slechter dan de

onze. Zelfs in Frankrijks vierde stad

(Toulouse) las ik kranten, zó slecht,

als zij, zelfs theoretisch, in Nederland,

onbestaanbaar zouden zijn. Een

Franse collega zeide mij: „behalve

Le Monde en behalve Le Figaro

moet hier in Frankrijk altijd bloed

op de voorpagina vloeien) du sang

sur le premier".

0 Het is altijd alom moord en

doodslag, schandaal en sex die ge

in Frankrijks pers ziet bloeien op

alle vier pagina's. Voor het nieuws

zijt ge er absoluut aangewezen op

de continentale edities van N. Y.

Herald Tribune, N. Y. Times en de

(Londense) Daily Mail. Wanneer wij

de Franse pers met die van ons zelve

vergelijken, behoeven wij zeker niet

beschaamd te zijn. Wanneer wij de

Nederlandse ' Nieuwsbladpers trad

een nieuwe phase in, toen in het

voorjaar van 1948 een inleidende

bespreking tussen, delegaties van

beide organisaties werd gehouden

betreffende de sociale positie van de

nieuwsbladjournalist. Deze bespreking,

waarin wederzijds het nodige

begrip voor eikaars wensen bleek te

bestaan, was voor de N.N.P. aanleiding

om te besluiten tot een

enquête onder haar leden o.a.

betreffende het aantal en de positie

van, de bij hen in dienst zijnde jouranalisten.

Het verzamelen en verwerken

dezer gegevens door de N.N.P. ,

nam geruime tijd in beslag, zodat

eerst aan het teinde van 1848 uitzicht

bestond op het openen van

onderhandelingen over een collectieve

arbeidsovereenkomst voor nieuwsbladjournalisten.

N.O.T.U. Hoewel vrij sporadisch,

was het contact met de Nederlandse

Organisatie van Tijdschriftuitgevers

van prettige aard. Bij 't verzamelen

van gegevens ter voorbereiding van

de oprichting van een Sectie Tijdschriftjournalisten,

werd van het

6

Britse pers (met enige uitzonderingen)

met de onze vergelijken evenmin.

Maar wanneer wij onze eigen

voor-oorlogse pers met onze eigen

huidige pers vergelijken? Het zou

interessant' zijn wanneer men daarover

eens in dit, ons vakblad, een

oordeel zou kunnen vernemen uit

onze eigen kring. Wie wil ons daarover

eens schrijven?

• Ik sprak onlangs met een bekende,

vooraanstaande Engelsman,

over een bekend, vooraanstaand

Engels dagblad. Hij zeide: „het is

een uitmuntende krant, die slechts

één fout heeft: Zij is van vervelendheid

onleesbaar." De man had het

overvde Times. En hij vertelde mij

dat hij de Daily Express „onzegbaar

slecht" vond. Hij vertelde mij bovendien

dat hij iedere dag zowel de

Times als de Daily Express koopt.

Hij vertelde mij ten slotte dat hij

iedere dag de onzegbaar slechte

Express van a tot z leest en dat hij de

uitmuntende Times iedere dag weer

van a tot z ongelezen laat. — Ik

vond dat een miserabel-nuttig lesje;

dat ik in verband wil brengen met

het hierboven geschrevene.

9 Een ander punt dat met deze,

veelomvattende vraag in nauw verband

staat is de dikwijls, van ouderen

vernomen, opmerking ;dat het met

de jongeren in ons vak „niet veel

gedaan" is. En (in dit verband) de

constaterende opmerking: „er zijn

bijna geen jongeren meer". Ik ben

niet geneigd beide opmerkingen voet-

secretariaat van de N.O.T.U. alle

medewerking ontvangen.

B.P.V. Met de Buitenlandse Persvereniging

in Nederland werd in

voorkomende gevallen overleg gepleegd

omtrent de behandeling van

gemeenschappelijke aangelegenheden.

De betrekkingen, met deze

vereniging lieten niets te wensen

over.

N.V.F. De Nederlandse Vereniging

van fotojournalisten stelde tezamen

met persorganisaties, w.o. ook de

Federatie, een commissie in, welke

tot taak heeft een regeling te treffen

voor de representatie van de fotopers

bij belangrijke gebeurtenissen,

plechtigheden, e.d. Uit deze commissie

werd een „werkcommissie"

gevormd, waarin namens de Federatie

Mr. A. E. van Rantwijk zitting

had.. Tegen de financiële consequenties

van de door déze commissie

ontworpen regeling, hadden enkele

uitgeversorganisaties bezwaar, zodat

het zeer de vraag is of de regeling in

,deze vorm ooit tot uitvoering zal^

komen.

van den

H+\fl

P' , Dag

HU HUURDE ZUN KLEEDING BU:

Gebr. Lokhoff

GERARD DOUSTRAAT 88

AMSTERDAM ZUID

TROUW-, ROUW- EN

AVONDKLEEDING

stoots te aanvaarden, ook al heb ik

mijzelf óók wel op deze gedachten

betrapt. Mijn ervaring is dat een deel

der jongeren meer pretenties en minder

werklust heeft; dat zij minder

geneigd zijn van-onder-op als manusje-

van-alles te beginnen; dat zij

alleen maar (en dan onmiddellijk) als

grote reporter of als grote litteraricus

in het vak willen treden. Ik zeg:

een deel der jongeren en ik wil in

geen geval generaliseren. Hoe denken

de oudere collegae hierover? En

vooral: wat zeggen de jongeren

hiervan ?

• Zijn onze huidige dagbladen

minder goed dan die van vóór de

oorlog? Die vraag betrekt ook het

hoofdartikel In zijn veelomvattendheid.

Ik hoor herhaaldelijk ouderen

zeggen, dat er géén Abraham Kuyper,

géén Van der Hoeven, géén

Boissevain, géén De Roode, géén De

Koo meer bestaat. Ik heb onlangs in

een gezelschap van felle anti-communisten

niet-vakgenoten, dat dit onderwerp

besprak, de bijna-algemene

mening horen verkondigen, dat „de

enige voortreffelijke hoofdartikelen,

die na de oorlog in de Nederlandse

pers verschenen zijn, die van Koejemans

in De Waarheid waren en, zü

het in mindere mate, die van mr.

Bruins Slot in Trouw.". — Ik zie er

geen been in, in dit maandelijkse

subjectieve praatje, dat geheel voor

rekening van de schrijver blijft, man

en paard te noemen, ook wanneer

het tijdgenoten betreft. Maar de

vraag blijft open: is het dagblad in

Nederland gedaald, is ook het hoofdartikel

gedaald? Ik meen dat het

nuttig is deze vragen onomwonden

aan de orde te stellen in onze vakkring.

"En dat meningsuitingen hierover

in ons vakblad interessante

lectuur zouden vormen.

ELIA.S


WELKE TAAK HEEFT

DE PERS?

MISSCHIEN vindt u het een

vreemde vraag voor een vakblad

van journalisten: Welke taak heeft

de pers?

De vraag is gesteld door de dameskappers.

In hun vakblad Nieuws

van de N.E.V.O.K.

Het gaat natuurlijk over de „home

permanent", of thuispermanent, zoals

het in dat vakblad heet. En de

pers wordt daarbij danig gekapitteld

over de wijze waarop ze over deze

zaak heeft geschreven.

In één opzicht moeten wij de

dameskappers gelijk geven. Ook wij

hebben de indruk dat tal van collega's

zich wel wat erg gewillig voor

het Unilever.-karretje hebben laten

spannen.

De „home permanent" was nieuws

en er diende dus over te worden geschreven.

Maar er had over geschreven

moeten worden met het

oordeel des onderscheids, na kennisneming

en onderzoek, zoveel mogelijk,

van alle daarop betrekking hebbende

feiten. Het was in elk geval

onjuist, juichkreten zonder voorbehoud

aan te heffen naar aanleiding

van een — zij het nóg zo indrukwekkende-

— persconferentie met

demonstratie van een belanghebbende.

Ik ben er van. overtuigd dat de

Nederlandse bladen hierbij te goeder

; trouw hebben gehandeld. Journalisten

zijn ook maar mensen. Ze zien

Iets nieuws, dat hun op enthousiaste

Wn'ze wordt gedemonstreerd; ze zijn

verrast; ze bewonderen het resultaat;

ze worden er zelf warm voor

en in die geest gaan ze schrijven.

• Pas achteraf bedenken ze misschien,

• dat ze op die wijze de objectiviteit,

die hun als voorlichters geboden is,

i toch wel een beetje uit het oog hebben

verloren.

Deze neiging moet Humbert Wolfe

i pp het oog hebben gehad toen hij

in zijn „Uncelestial City" een van

z

Ön personages deze woorden in de

mond legde (u kunt ze vinden in

^Vickham Steed's „Penguin Special"

°ver „The Press", een boekje dat in

tiw vakbibliotheek sfiet mag ontbreken):

You cannot hope

to bribe or twist,

thank God! the

British journalist.

But, seeing what

the man will do

unbribed, there's

no occasion to.

„Volkomen normaal" ...

Maar wanneer we aldus Nieuws

Va

n de N.E.V.O.K. het volle pond

^an gelijk hebben gegeven, moeten

*e ons ten scherpste verzetten tegen

de voorstelling die dit blad geeft van

5* e taak die de pers dan wél zou

hebben. Want het schrijft:

„Wij kunnen ons volkomen begrijpen

dat de Dagbladen en Illustraties

in verband met de geweldige adver*

tenties verplicht zijn om een bepaald

artikel in hun redactionele kolommen

te bespreken.

Dat dit in prijzende vorm geschiedt

is ook te begrijpen, dat hoort nu

eenmaal zo indien men ook de courant

commercieel beziet.

Een blad kan niet alleen van de

abonnementen bestaan, advertenties

zijn nodig ...

Het is dus volkomen normaal indien

een advertentie gepaard gaat

met een loffelijk artikel.aan het adres

van de adverteerder."

Het is voor iedere journalist zonder

meer duidelijk dat dit niet normaal

is, dat het integendeel volkomen

ongeoorloofd is op een dergelijke

wijze verband te leggen tussen'

de inhoud van de redactiekolommen

en die • van de advertentiepagina's.

En het is in hoge mate bedenkelijk

dat bij het publiek — in dit geval:

bij een groep adverteerders maar

het misverstand bestaat ook elders

— het denkbeeld heeft kunnen postvatten,

dat een andere opvatting

journalistiek aanvaardbaar zou kunnen

zijn.

Het komt mij voor, dat het juist

hierom geboden is, de objectiviteit

van de pers onder alle omstandigheden

tot het uiterste te handhaven

en ons te verzetten tegen elke poging,

daarop inbreuk te maken.

Gratis kopij

In dit verband lijkt het me ook'

noodzakelijk dat wij ons, individueel

en collectief, te weer gaan stellen

tegen de toenemende {neiging van

allerlei zaken en instellingen, de pers

van kant-en-klare artikelen en communique's

te voorzien.

Voor mij ligt een perscommuniqué

over de Landbouwtentoonstelling te

Eindhoven (23 Aug.—2 Sept.), in

Juni uitgegeven- en opgesteld door

een rijkslandbouwconsulent, agrarisch

leider van de tentoonstelling.

Dit (tamelijk uitvoerige) stuk is bedoeld

om zó in de krant te worden

gezet. De schrijver zal er wel. rekening

mee hebben gehouden dat gebrek

aan ruimte in tal van gevallen

tot bekorting zou. moeten leiden

maar goed: wat er in komt is meegenomen,

en hij heeft op die manier

tenminste de zekerheid dat hetgeen

wordt afgedrukt, (voor hem) verantwoord

is.

Dat het geheel een erbarmelijk

stukje journalistiek is, mag de schrijver

niet worden aangerekend: het

krantenvak leert men nu eenmaal

niet aan de Landbouwhogeschool.

Wél moét hem worden verweten dat

hij, in plaats van de journalisten van

voorlichting te dienen, in hun schoenen

wilde gaan staan. Wat wij nodig

hebben is het nieuws^ zijn de. feiten;

de verwerking van die feiten voor

de krant, de vormgeving aan het

nieuws, is onze taak, die wij onder

geen beding, niet in tijdnood en veel

minder uit een soort van gemakzucht,

uit handen mogen geven.

Ik denk ook aan de artikelen die

de laatste tijd uitgaan van het Informatie-Centrum,

Herengracht 382,

Amsterdam. Dit Informatie-Centrum

(het was vermeld in-een begeleidende

brief bij de eerste zending, maar niet

op de „kopij" en op geen enkele wijze

bij een tweede zending) is een onder-

' deel van het Centraal Brouwerijkantoor.

De bedoeling heet te zijn,

„op Se beste en snelste wijze alle inlichtingen...

naet betrekking tot het

verbruik en/of de productie van bier

in Nederland en in het buitenland"

. aan de redacties te verschaffen, en

komt er natuurlijk op neer, de belangstelling'

voor en daarmee het

.verbruik van bier te stimuleren.

In tegenstelling met het communiqué

van de Landbouwtentoonstelling

zijn de artikelen van het Informatie-Centrum

met bekwaam vakmanschap

geschreven. Men zou ze

zó aan de zetterij kunnen doorgeven.

Ik ben er van overtuigd, dat er

weinig kranten zullen zijn die dit

,doen. Maar het feit dat ze in deze

vorm worden .verspreid, is al bedenkelijk

genoeg. En ik geloof dat we

er op den duur niet mee zullen kannen

volstaan, dergelijke „kopij" naar

tie prullemand te verwijzen.

Het lijkt me nodig dat we ons uitdrukkelijk

gaan verzetten tegen elke

poging om op deze wijze invloed te

oefenen op de inhoud van onze bla-

. den.

Ik geloof dat wij er toe moeten

overgaan, elke poging in deze richting

te beantwoorden met een vriendelijk

briefje: „Mijne Heren, wij erkennen

uw goed recht, het belang

van uw zaak onder de aandacht van

de pers en via de pers onder de aandacht

van haar lezers te brengen,

maar verschaf ons dan de feiten en

alle feiten en niets dan de feiten, en

laat de verwerking van de feilen tot

berichten en artikelen aan ons over!"

Waarbij wij er uit de aard van de

zaak voor zullen moeten zorgen, dat

wij ons niet baseren op de feiten

van één kant alleen.

Dat is de taak van de pers. En dat

dit haar taak, onze taak, is, daarvan

zijn wij allen doordrongen, maar

daarvan is de buitenwacht blijkbaar

nog lang niet doordrongen.

Het ligt op onze weg, haar dit

ondubbelzinnig duidelijk te maken.

- ' YGE FOPPEMA

Wij vestigen er nogmaals de aandacht

op, dat het Federatiebureau

is verhuisd naar:

Prinsengracht 876, Amsterdam.

Het nieuwe telef.nummer is 42566


DE FEDERATIERAAD VERGADERT

P 16 Juli j.1. kwam de Federatie-

O raad te Utrecht bijeen.

In zijn openingsrede sprak de voorzitter,

coll. Mr. M. Rooy, een bijzonder

woord van welkom tot de coll.

Veerman en Scheps, die als vertegenwoordigers

van de P.C.J.V. voor

deze vergadering waren uitgenodigd.

Hij gaf in overweging om, in afwachting

van de definitieve goedkeuring

der gewijzigde statuten door de

ledenvergaderingen, reeds thans tot

een feitelijke samenwerking met de

P.C.J.V. te besluiten, nu tussen de

betrokken besturen overeenstemming

was bereikt omtrent de vorm waarin

toetreding van de P.C.J.V. tot de

Federatie zou kunnen geschieden.

Het deed hem des te meer genoegen,

dat de P.C.J.V. van de Federatie deel

zou gaan uitmaken, omdat het afgelopen

jaar getoond heeft, dat de

plaats van de Federatie in het geheel

van de pers steeds belangrijker

wordt; dit is mede te danken aan

het feit, dat t.a.v. de gemeenschappelijke

belangen der journalisten de

Federatie naar buiten als een zelfstandige

eenheid kan optreden.

Vervolgens gaf de voorzitter een

overzicht van de belangrijkste punten,

die thans de aandacht van het fee-'

stuur hebben. In het najaar zal over

de voortzetting van de CA.O. voor

dagbladjournalisten onderhandeld

moeten worden; met het oog hierop

is besloten omtrent de toepassing van

de C.A.O. en de desiderata bij vernieuwing

daarvan een enquête onder

de redactie-vertegenwoordigers der

dagbladen te houden. Met de N.N.P.

zijn onderhandelingen over een C-A.O.

voor nieuwsbladjournalisten aangevangen;

aan de Raad van Beheer van

het A.N.P. is voorgesteld om tot besprekingen

betreffende een C.A.O.

voor de A.N.P.-journalisten over te

gaan. De ingestelde studie-commissie

i.z. het wetsontwerp op de journalistieke

verantwoordelijkheid komt geregeld

bijeen ter voorbereiding van

het door haar te brengen rapport.

Met de verschillende uitgevers-organisaties

is nader overleg gepleegd omtrent

de invoering van een perskaart;

het ligt in de bedoeling om

behalve tot een algemene kaart voor

de beroepsjournalisten, ook te komen

tot een uniforme kaart voor medewerkers.

Nadat de voorzitter enkele verdere

plannen had ontvouwd, die nog in

een voorbereidend stadium verkeren,

en mededeling had gedaan van een

nieuwe werkwijze, die het contact

tussen het dagelijks bestuur, het

Federatiebestuur en de verenigingsbesturen

zal bevorderen, stelde hij

het jaarverslag 1948, en in verband

daarmede tevens het beleid van het

Federatiebestuur, aan de orde.

Het jaarverslag-1948

Het jaarverslag van de secretaris

werd zonder opmerkingen goedgekeurd.

(Zie het uittreksel uit dit verslag

elders in dit nummer.) Enkele

8

leden stelden vragen betreffende

wenselijk gebleken veranderingen in

de C.AJO. dagbladjournalisten; de

voorzitter zegde toe, dat hiermede

, bij de onderhandelingen betreffende

de hernieuwing van de 'C.A.O. rekening

zou worden gehouden.

Afrekening 1948 en

begroting 1949.

Daarop stelde de voorzitter de

afrekening 1948 en de begroting

voor 1949 aan de orde. In de

vergadering van de Federatieraad

in 1948 meende men, dat, volgens

de toen bekende gegevens

betreffende de contributie-opbrengst,

1948 ee.n belangrijk .tekort zou opleveren.

In de verwachting, dat de invoering

van de C.A.O. tot verhoging

en betere inning van de contributie

zou leiden, is niettemin de toen ingediende

begroting, die in totaal

ƒ 25.700' beliep, aanvaard. Dit optimisme

is niet beschaamd: De uitgaven

over 1948 ten belope van ƒ 27.000

konden alle uit de gewone middelen

worden voldaan.

De thans ingediende begroting

beloopt, tengevolge van diverse factoren,

ƒ 30.500. Gelet op de door de

kringen voor 1949 ten behoeve van

de Federatie uitgetrokken bedragen

en rekening houdende met een zekere

bijdrage van de P.C.J.V., zou 1949

een tekort van ca. ƒ 3000.— opleveren.

De door de N.J.K. en K.N.J.K.

vastgestelde begrotingen laten echter

nog. enige speling toe, terwijl er

perspectieven t.a.v. verruiming der

inkomsten, o.a. door te verwachten

toeneming der te ontvangen administratieve

vergoedingen, bestaan.

Nadat de voorzitter deze punten

nog nader heeft toegelicht, wordt de

ingediende begroting met algemene

stemmen goedgekeurd en wordt de

secretaris der Federatie tevens décharge

verleend over het boekjaar

1948.

Naar aanleiding van een opmerking

van een der leden, dat bij

sommige leden van zijn vereniging

twijfel bestaat of de kosten en de

omvang van het Federatiebureau verantwoord

zijn, geven verscheidene

leden te kennen dat zij dit bureau,

gelet op de taak daarvan, geenszins

te omvangrijk of te kostbaar achten.

De voorzitter zet aan de hand van

enkele gevallen, waarmede hij persoonlijk

bemoeiing heeft gehad, de

omvang van de werkzaamheden uiteen.

Besloten werd in de toekomst

meer te publiceren omtrent het werk

van dit bureau.

De organen.

Op voorstel van de voorzitter besloot

de Raad over te gaan tot instelling

van een commissie uit de

redacties der organen (met inbegrip

van het P.C.JV.-orgaan), waarin mede

de secretaris der Federatie zitting

zal hebben, om de mogelijkheid van

één gemeenschappelijk blad te bestuderen.

Deze commissie zal tot taak

hebben om na te gaan: 1. de verhouding

tussen het algemene gedeelte en

de specifieke gedeelten; 2. de wijze

'van samenwerking van de redacties

en de arbeidsverdeling t.a.v. de verschillende

rubrieken; 3. de kosten; 4.

de taak van het Federatie-secretariaat

in de redactionele en administratieve

organisatie. De commissie

zal er naar moeten streven om zo

tijdig tot een resultaat te geraken,

dat met de nieuwe opzet op 1 Januari

1950 begonnen zou kunnen worden.

Huishoudelijke Commisie.

De voorzitter zette uiteen, dat behoefte

is gebleken aan de instelling

van een commissie bestaande uit de

secretarissen en penningmeesters der

kringen met de Federatie-secretaris,

waarin overleg kan worden gepleegd

omtrent kwesties op lidmaatschap,

contributie e.d. betrekking hebbende.

Het vaststellen van vaste en uniforme

gedragslijnen in dezen zal het werk

van het personeel van het Federatiebureau

vergemakkelijken. De vergadering

hecht haar goedkeuring aan

de instelling dezer commissie, waarvan

ook de P.C.J.V.. deel zal uitmaken.

Nieuwe statuten; P.C.J.V.

De voorzitter gaf een overzicht van

de in het oorspronkelijk ontwerpwijziging

der statuten en het overleg

met de P.C.J.V. alsnog aangebrachte

veranderingen. De gewijzigde statuten

in definitieve lezing zullen thans

door de algemene vergaderingen

moeten worden goedgekeurd; het ligt

in de bedoeling deze vergaderingen

in het najaar te doen houden en deze

te laten samenvallen met het tweede

congres over het wetsontwerp op de

journalistieke verantwoordelijkheid.

De Federatieraad keurde de g e '

wijzigde ontwerp-statuten goed en

bsloot voorts tot feitelijke deelneming

van de P.C.J.V. aan de werkzaamheden

van de Federatie op de voorlopige

basis van de gewijzigde statuten.

Samenstelling Bestuur

Coll. Hanekroot, die als vice-voorzitter

het voorzitterschap thans van

coll. Rooy zou moeten overnemen'

gaf te kennen, dat er z.i.' aanleiding

was om gebruik te maken van o e

mogelijkheid, die de gewijzigde statuten

bieden, om van de rooster voO

het voorzitterschap af te wijken, y®

voortdurende wisseling van voorzitterschap

achtte hij weinig nuttig e

voor de buitenwereld verwarrend. Re

voorzitterschap is bij coll. Rooy m

zeer goede handen; tussen voorzitte^

en vice-voorzitter bestaat een g ere '

gelde en nauwe samenwerking.

Nadat coll. Rooy zich bereid verklaard

had om voor een periode va^

één jaar opnieuw als voorzitter

fungeren, werd hij door de Raad a

zodanig aangewezen. o0

Het Federatie-bestuur werd, ^

basis van de nieuwe statuten, sam


Een woord van dank

\JU het mij, na een schier wonder-

" ' bare genezing, waarvoor ik God

niet genoeg kan danken, gegeven is

dezer dagen mijn werk te hervatten,

doe ik dat met een gevoel van grote

erkentelijkheid voor de grote hartelijke

belangstelling en het daadwerkelijk

medeleven, welke ik in de

zwarte dagen, die achter mij liggen,

uit de kring der collega's mocht ondervinden.

Bij de tragische ziekte en

dood van mijn lieve jongen eerst en

in de lange, donkere maanden daarna,

dat ik zelf in het Maria Paviljoen,

thuis en ten slotte in het Binnengasthuis

moest worstelen om behoud,

zijn mij die vele blijken van

vriendschap een sterke steun geweest.

En mij niet alleen, maar ook

mijn gezin, mijn dappere vrouw in

het bijzonder. Ik denk daarbij ook

aan de instantie, die mij deze winter

in staat stelde het genadeoord Lourdes

te bezoeken. En pas na mijn herstel

heb ik geweten hoever de vriendschap

en hulp wel hebben gereikt,

gesteld als volgt: coll. Rooy, voorzitter;

Hanekroot, vice-voorzitter;

Mevr. Brautigam, Van den Bergh,

Bruna, Van Oorschot en Veerman.

Het Dagelijks Bestuur zal thans bestaan

uit coll. Rooy, Hanekroot,

Veerman en de secretaris.

Als plaatsvervanger in het Federatiebestuur

voor coll. Veerman, werd

c oll. Scheps aangewezen.

Buitenlandse Commissie en

I.O.J.

Nadat de voorzitter gewezen heeft

°p het belang van de internationale

commissie der Federatie, vooral nu

Waarschijnlijk binnenkort beslissingen

t.a.v. de I.O.J. zullen moeten

Worden genomen, worden de reeds

zitting hebbende leden herbenoemd

e n wordt als nieuw lid gekozen coll.

veerman. Deze laatste aanvaardt

voorlopig de benoeming.

I>e Buitenlandse Commissie, die

*net het oog op het I.O.J.-congres te

Brussel, vermoedelijk begin September

bijeen zal komen, werd gemachtigd

om de uittreding uit de I.O.J.

e n de toetreding tot een eventueel

n ieuw op te richten democratische

internationale organisatie (waar ook

Verschillende andere landen voor

*üjken te voelen) voor te bereiden.

u e commissie werd eveneens belast

^et de aanwijzing van gedelegeerden

Voor het congres te Brussel.

Gezien de weinig bevredigende

gang van zaken in de I.O.J., die een

u %esproken politiek karakter heeft

gekregen, en het te verwachten uiteenvallen

dezer organisatie, werd be-

*°ten de betaling der contributie over

i94 9 aan te houden.

Nieuwe Secties

. De door de nieuw opgerichte seces

van Tijdschrift-journalisten en

r le nwsblad-journalisten vastgestelde

e glementen werden ongewijzigd

&0e dgekeurd.

zelfs tdt het inroepen van medische

interventie uit Amerika.

Zo wacht mij na meer dan een jaar

weer het werk aan de krant, het

werk waar men tussen ziekenhuismuren

zo hevig naar verlangen kon,

in lange, doorwaakte nachten over

tobde: iets ver en onwezenlijks, dat

verloren scheen en waar men nooit

deel meer aan hebben zou. Tot op het

diepste dieptepunt bleef je grijpen

naar dagblad en tijdschrift; de wil om

te leven was in feite 'n hunkering om

weer er bij te zijn, het verlangen

naar het werk met zijn jacht en drift,

zijn vreugden en voldoening. En nu

is het dan zover; als het waarmerk

van genezing was de eerste reportage,

die weer uit de machine kwam en „la

joie de se voir imprimé" smaakte

opnieuw als het leven zelf. Als de

geweldige ervaring van weer de zee

te zien flikkeren in de zon, te ruiken

en te horen ruisen, de spiegeling der

gevels te zien in de gracht voor je

huis, de ruimte van de polder te

ondergaan of te tasten in het bos

naar de zilveren stam van de boom

van je dromen. En het erg menselijke

van de blijdschap van weer in

het oude kroegje met je vrinden om

de stamtafel te zitten, duizend maal

liever dan na een wel voorbereide

dood te zweven met de zaligen in de

hemel, iets wat immers altijd later

nog kan.

Teruggekeerd uit de schemer van

de dood in het volle, heerlijke leven,

moge ik dan allen danken, die mij en

de mijnen in donkere dagen tot steun

zijn geweest. Die donkere dagen mogen

nu terug wijken tot ver aan gene

Mijnheer de

WAT NEN BOER NICH. KèèNT ...

...„-.dat et 'e nich, zeggen ze in de

buurt van Enschedé, en wat een journalist

niet kent, dat drinkt ie wel,

maar onder protest: „Want theezetten

is iets, waarvan een Brit geen

verstand heeft, al gaat hij nog so

prat op de Engelse tea-parties,"

schreef een collega in een van de

provinciale bladen toen hij een paar

dagen gast van de Engelsen was

geweest. *

Wij hebben nog nooit een Engelsman

ontmoet die prat ging op teaparties;

Engelsen hebben trouwens

over 't algemeen niet de neiging,

tegenover buitenlanders prat te gaan

zelfs op belangrijker nationale instellingen.

Wél plegen ze de voorkeur te

geven aan thee zoals zij — theedrinkers

bij uitnemendheid! — die thuis

gewend zijn, maar als ze hadden geweten

dat een van hun gasten ze liever

anders dronk, zouden ze ongetwijfeld

hun best hebben gedaan om hem

ter wille te zijn. Zo zijn ze namelijk

wel.

Diezelfde journalist ontmoette daar

jiog meer dat hij moeilijk kon slikken.

Er was n.1. een collega die

Afrikaans sprak, „hoewel sijn Engels

vlotter begrepen. werd door ons Ne-

Persregeling Schiphol

Van de zijde van de K.L.M, vestigt

men er de aandacht op, dat enkele

journalisten, die houder zijn van een

identiteitskaart voor de douaneterreinen

Schiphol, zich niet voldoende

houden aan het bepaalde in punt 3

van de voorwaarden, die op deze

kaart vermeld staan.

Het is enige malen voorgekomen,

dat journalisten zich zonder voorkennis

van de K.L.M.-Persdienst naar

niet openbare gebouwen of andere

installaties van deze maatschappij

begaven, i

Naar aanleiding hiervan menen wij

goed te doen nog eens te wijzen op

het bepaalde in genoemd punt 3, dat

als volgt luidt:

„Houder verplicht zich om zich

niet zonder voorkennis van de Luchthaven-Directie

van Schiphol, van de

K.L.M, en van buitenlandse maatschappijen

te begeven naar of in

vliegtuigen, hangars, niet-openbare

gebouwen of andere installaties,

welke zich op Schiphol bevinden."

In het belang van de goede gang

van zaken worden de betrokkenen

vriendelijk, doch dringend, verzocht

zich aan de voorgeschreven regeling

te houden.

zijde van de Lethe, de rivier der vergetelheid,

behouden wil ik slechts de

herinnering aan alle vriendschap en

goede gezindheid, die mij van dichtbij

en van ver door mijn collega's zijn

Amsterdam, Augustus 1949.

betoond. FRED THOMAS

Redacteur...;

derlanders dan sijn ivonderlijk kinderlijk

aandoende Afrikaans."

Dat rare Afrikaans toch! Wat nen

boer nich kèènt

Maar intussen: wat slaan we met

zo'n opmerking een figuur bij onze

vrienden en stamverwanten in Zuid-

Af rika ! We, want daar is het niet

een individuele Nederlandse journalist

die een demonstratie heeft gegeven

van zijn particuliere onkunde,

nee: in „de" Nederlandse pers heeft

gestaan dat Afrikaans een wonderlijk

kinderlijk taaltje is.

Om de maat vol te maken, besloot

bedoelde collega met een grappig:

„Want daaruit kan ek nie wijs wor

nie."

Het is natuurlijk bizonder geestig,

een taal die men niet kent, na te

bootsen, en dus te radbraken. De

Vlamingen hebben het ook altijd zo

pret,tig gevonden als wij begonnen

uit te pakken met „Awel menierke,

zulle". Dat schijnt (gelukkig) wel

zowat voorbij te zijn, maar nu krijgen

dan de Afrikaanders een beurt

In ernst: laten we proberen, ook

als we nog niet geheel aan de klei

ontwassen zijn, ons niet te gedragen

als die spreekwoordelijke boer.

Spreekwoordelijke boer: de echte

plegen hoffelijker te zijn. K/F.

9


WIST U DAT...

== te Amsterdam is opgericht -de

N.V. Uitgeversmaatschappij „Salatiga"

met een maatschappelijk kapitaal

van ƒ 120.000, welk kapitaal

geheel is geplaatst en volgestort?

= als oprichters mevrouw H. Kok-

Holdert, Amsterdam, K. van der

Blonk, Ain Harrouda (Marokko),

M. E. Borrius Broek en H. F. Borrius

Broek, beiden te Amsterdam,

(die hebben deelgenomen voor resp.

ƒ 40.000, ƒ 20.000, ƒ gO.000 en*

ƒ 30.000) optraden?

= het doel van de N.V. is het uitgeven

van een of meer dagbladen in

de meest uitgebreide zin des woords.

De vennootschap is bevoegd tot het

stichten en aankopen van — en het

op enigerlei wijze deelnemen in —

andere ondernemingen met een gelijk

of aanverwant doel als dat der vennootschap

of waarvan het doel geheel

of ten dele kan strekken tot

bevordering van , het doel der vennootschap

?

= het in de bedoeling ligt, dat deze

N.V. zal optreden als uitgeefster van

het Dagblad De Telegraaf en men

'voornemens is de naam van de N.V-,

welke als voorlopig moet worden

beschouwd en waarvoor de geboorteplaats

van de heer Holdert werd

gekozen, binnenkort te wijzigen in

N.V. Dagblad De Telegraaf?

= de redacties van Telegraaf en

Nieuws van den Dag vrijwel in

elkaar zitten?

= wij, als speurders voor dit ons

aller vakblad, tussen waarheid, verdichting,

gerucht en gefluister verkeren,

zoekend naar die samenstelling?

= wij menen de waarheid en niets

dan de waarheid te verkondigen

wanneer wij zeggen dat Aad (O.V.N.)

van Leeuwen hoofdredacteur van het

Nieuws van den Dag en Stokvis

(Philips) hoofdredacteur van de

Telegraaf zal worden; dat Jan Heyn

junior hoofd-Kunst van de Telegraaf

zal zijn en dr. Leerink de muziekman

derzelve?

= wij een naam of veertig kunnen

noemen bfj wijze van gerucht, doch

dat wij te consciëntieus zijn om dat

te doen?

= wij wèl zeker weten wie „het niet

gedaan hebben" (zoals men dat bij

Scheltema, N.Z. Voorburgwal uitdrukt)

, doch dat wij te zeer positivist

zijn om ons met dat spelletje onledig

te houden ?

= in ieder geval het „komtienou?

of komtienouniet?" geen vraag meer

is omdat-ie komt?

— Raymond Gauntlett, die in Den

Haag pers-attaché bij de Britse Ambassade

was en vervolgens „Chief of

information Services of the Control

Commission for Germany", hoofd is

geworden van de Britse Consulaire

dienst in Bagdad?

= collega Jongedijk het Noorden en

ztjn Nieuwsblad heeft verlaten om bij

de Nieuwe Courant in Den Haag een

nieuwe betrekking te aanvaarden,

10

hetgeen weer iets anders is dan Bagdad,

overigens?

= Utrechtsch Nieuwsblad (oplaag:

4)3.000) al-maar geheel-Engelse kranten

heeft uitgegeven „special sol

justitae editions", teneinde in 't zonlicht

der rechtvaardigheid de Engels

sprekende studiegasten aan Utrechts

alma mater zowel wereldnieuws als

artikelen en informaties te verschaffen?

= dit een treffelijk staaltje van

journalistieke activiteit is?

= „Kijker" van het Rotterdams

Nieuwsblad onlangs schreef: „...zo'n

Amerikaans journalist pakt de dingen

anders aan dan een Nederlands

krantenman het zou doen. Het zou

ook een wonder zijn als het niet zo

was?"

P= wij dat wonder (terwille van de

Nederlandse krantenman) toch wel

zouden willen beleven?

= die zelfde Kijker het in dat zelfde

stukje óók nog heeft over de geringe

diepgang bij de Amerikaanse journa^

listiek en dat Kijker (onzes inziens)

naar zich moet laten kijken of anders

eens een tijdje de New York Times

(en zo) moest gaan bekijken?

bs L.W.B. Bridge (van Die Burger)

pers-attaché bij de Zuid-Afrikaanse

legatie in Den Haag is geworden?

== de Generale Synode der Ned. Hervormde

Kerk collega Johan Winkler

heeft benoemd tot lid van de Hervormde

Raad voor Kerk en Publiciteit?

= wij de grote prijs voor actualiteit

zullen uitkeren aan de Amsterdamse

editie van de N.R.C, voor het bericht

over de Belgische onderscheidingen

aan Nederlandse Cultuurlingeh, dat

zij op Zaterdagavond 6 Aug. plaatste

terwijl het op Donderdag 28 Juli door

het A.N.P. was doorgegeven?

= wij de Oscar voor Orthographie

plechtiglijk zullen overhandigen aan

de hoofdredactie van De Volkskrant

voor de (tweemalige) spelling: Dauphile

in 'n bericht over de Aga Khan

in haar nummer van 8 Augustus?

(Wij wachten nu op Purrès...).

= A.N.P.'s Van de Pol op Curacao

was en daar door onze in 't zweet

huns aanschijns zwoegende Collegae

hartelijk en gastvrij aan een maaltijd

is verwelkomd?

= Halbo C. Kool riu werkt bij de

Wereldomroep P.C.J. ?

= Collega Vermeulen Trouw heeft

verlaten en bij Elsevier werkzaam

is?" ,

= ook collega Vrooland bij Elsevier

komt ?

= vanwege de rijksrecherche op last

van de procureurs-generaal een uitgebreid

onderzoek wordt ingesteld

naar journalistieke functies en werkzaamheden,

welke in strijd met uitspraken

der perszuiveringsorganen

door veroordeelden, die zich op eni-'

gerlei wijze in de bezettingstijd misdragen

hebben, worden verricht?

= dit uitgebreide onderzoek moet

samenhangen met het feit, dat in de

Tweede Kamer bij de behandeling

van de begroting van verschillende

zijden, o.a. door de fractie van de

P. v. d. A., ernstig is geklaagd over

het gebrek aan enige controle op de

naleving van de door de perszuivefingsinstanties

gewezen vonnissen?

= er reeds vele processen-verbaal

zijn opgemaakt zowel tegen uitgevers

als tegen journalisten?

= de heer J. R. Klinkert uit Rotterdam

als eerste Nederlander, op het

proefschrift „Verschillen tussen de-

Nederlandse en de Amerikaanse pers"

zijn graad in journalistiek, master

of arts (summa cum laude) aan de

universiteit van Minnesota heeft behaald?

En het geld voor deze studie

werd beschikbaar gesteld door Prins

Bernhard ?

= de Prot. Chr. Journalistenvereniging

zich heeft aangesloten bij het

Christelijk Nationaal Vakverbond?

= u hierover precies denken moogt

wat u denken wilt, omdat gedachten

tolvrij zijn?'

= mr. W. P. A. van Heusde de heer

J. J. Bijl opvolgt als culturele- en

pers-attaché aan de Nederlandse

ambassade te Washington?

= onze Haagse collega De Ru veroordeeld

is tot ƒ 15— boete of 10

dagen "hechtenis, omdat hij zijn bron

niet wilde noemen?

= dus het arrest van de Hoge

Raad, dat geen beroepsgeheim voor

de journalist erkent, reeds (wrange)

vruchten gaat dragen ?

= in dit verband' vermeld moge

worden dat onze collegae van „De

Kruidenier" hun beroep op een vonnis

van de Haagse Rechtbank door

het Haagse Hof hoorden verwerpen?

= in stede van de Hilversumse

Radio-Nieuwsdienst het A.N.P. (per

1 October) de dagelijkse radionieuwsuitzendingen

voor de Radio

Unie zal gaan verzorgen?

= de „Chicago Tribune" onlangs is

uitgekomen met een pagina, niet van

papier, doch van een dunne soepele

stof, waarop de tekst was gedrukt-

Na lezing de lezers de bladzijden van

de drukinkt konden ontdoen door haar

te wassen, en dan een aardig doekje

overhielden? Dit een reclame was

van de fabrikant van deze stof, di e

er de „Chicago Tribune" 40.000 dollar

voor betaalde?

= op deze wijze althans de lezer»

geen gebrek aan stof behoeven te

hebben ? .,

= wij ons afvragen, wanneer WV

onze neus zullen kunnen gaan snuiten

in óns lijfblad?

= het Algemeen Handelsblad oe

eerste krant in Nederland is, die een

mobilofoon in gebruik heeft genomen?

. , n

= wij het zo prettig zouden vin(3 lj

wanneer wij berichtjes toegestuurd

kregen over mutaties in de Nede

landse journalistiek? ..^

= zulke persoonlijke nieuwtjes altJ

lezenswaardig zijn? J

== wij er nóóit één« toegestuur

krijgen T


Dr* Bonaventura Kruitwagen

HULDIGING VAN ONZE OUD-ADVISEUR

In Rotterdam is pater Bonaventura

Kruitwagen O.F.M., oud-adviseur

van de Ned. Kath. Journalistenvereniging,

tweemaal gedoopt. In 1874,

nadat hij er als zoon van een eenvoudige

bakker was geboren en later

nog eens bij wijze van vuurdoop tijdens

het bombardement van; Rotterdam,

waarbij zijn kostbare biblio-,

theek en onvervangbare manuscripten

verloren gingen. ,

Onlangs heeft hij weer een grote

dag beleefd, toen zijn vrienden hem

kwamen huldigen bij gelegenheid van

zijn naamdag, die dit jaar tussen zijn

gouden priesterfeest en zijn 75ste

verjaardag in viel. Het is een bijeenkomst

geworden, waarbij vele vonken

van geest en humor rondspatten,

waarbij men in kort bestek hoorde

welk een veelzijdig geleerde de père

is en waarbij de minister van Onderwijs

hem de ridderorde van de Nederlandse

Leeuw kwam brengen.

Voor de vonken van geest zorgde

allereerst de voorzitter van het huldigingscomité,

professor Rogier, dïe

een overzicht gaf van de geleerde,

de Rotterdammer en de priester

Kruitwagen. De geleerde: dat is de

onbegrijpelijke veelzijdige geest, die

als autodidact de wetenschap is binnengekomen

langs een zijdeur, maar

die in vele opzichten aan de top

kwam te staan met zijn internationale

faam op het gebied van de incunabelen

en post-incunabelen. Met zijn

kennis van paleografie en paleotypie,

van geschiedenis en liturgie, van kalendalia

en grammaticalia, maar die

nooit een boekenwurm is geworden.

Wiens belangstelling uitging naar

alles wat actueel was. Die kernachtige

dingen heeft geschreven over

sociaal-economische onderwerpen, die

iets te zeggen had over de missionering

van Indonesië, die reeds 27

jaar geleden voorzag, dat de journalistiek

academische opleiding eist, die

over windhozen en aflaten, over katholieke

hekjeszetterij, over tante

Betjes en over de prae-romaanse

bouwkunst uit de hoek kon komen

en wiens artikelen in tal van bladen

en tijdschriften van allerlei richting

verschenen zijn.

Dan is er de Rotterdammer Kruitwagen,

wiens naam riekt naar speculaas

en bitterkoek, maar die het

bracht tot een historische kennis van

Zijn stad, die de gedachten onwillekeurig,

terugvoert naar die andere

grote stadgenoot, Erasmus, wiens

zon — wij nemen aan, aldus Rogier,

dat pater Kruitwagen hem daarin

niet volgt — in Bazel onderging.

Ten slotte de priester, in welke

Waardigheid hij steeds een opvallend

oecumenische geest aan de dag heeft

gelegd. Niet alleen verdraagzaamheid

was hem eigen, maar aanvaarding

van andere meningen, zoals de Christelijke

liefde dit wil, zonder dat ooit

iemanjd daarbij een moment heeft

kunnen twijfelen aan zijn goede katholieke

gezindheid.

PATER KRUITWAGEN 0>.M.

Prof. Rogier bood de jubileerende

Franciscaan een gouden huldeboek

aan, waarin' 41 medewerkers bijdragen

hebben geschreven. Bijna alle

universiteiten zijn onder die medewerkers

vertegenwoordigd. Had men

de ruimte gehad voor alle gegadigden,

dan was het een hulde-encyclopedie

geworden '.

Tot slot sprak de „broeder elephans"

zelf, zoals hij zich wel noemde.

„Ik ben het met die hulde wel

eens. Ik wil zelfs wel inzien, dat het

me in zekere zin toekomt. Maar

eigenlijk, als er gehuldigd moet worden,

dan hebben daarop ook allen

reofct, die op ander terrejn, dat minder

opvallend is, minstens even hard

geploeterd hebben", was het sympathieke

antwoord.

JAN WESTERWOUDT.

(Op de huldigingsplechtigheid was

ook het hoofdbestuur K.N.JK. vertegenwoordigd).

D

Beroepshalve

E internationale- broederschap onder

journalisten is zeer groot. Ze~

zeggen wel eens graag, dat als z ij

het voor het zeggen hadden, elk internationaal

vraagstuk met wat interviews

en verklaringen vanachter

'n schrijfmachine zou kunnen worden

' opgelost. Hun problemen zijn overal

hetzelfde: wanneer vertrekt mijn

trein, boot, vliegtuig, waar is hier de

telefoon, hoe laat sluit je krant, wie

vertelt nier de waarheid, we moeten

vrijuit kunnen zeggen wat we vernemen

en wat we er van vinden, we

hebben 'n oprecht plichtsbesef tegenover

de gemeenschap, we hebben een

moeilijk vak, we hebben een fijn vak,

een gevaarlijk vak...

Vandaar dat de dood — „tijdens de

uitoefening van hun beroep" — van

dertien voortreffelijke verslaggevers

van internationale faam vandaag alle

krantenmannen ter harte gaat als

ware het een man van de eigen krant.

Ieder denkt: dat had i k kunnen zijn,

i of mijn buurman. Want vliegen doen

we allemaal.

Het was een stel aardige kerels

waarmee we in kasteel oud-Wassenaar,als

gasten van minister Stikker

gebekvecht hebben. Het was 'n stel

'knappe kerels. Ze wisten veel van

Azië af, ze wisten overal veel van en

ze konden er aardig van vertellen, ze

waren overal geweest, en ze kenden

iedereen persoonlijk, van Stalin tot

Truman, van Gandhi tot Shaw. En ze

waren leergierig. Mijn buurman van

de Chicago Daily News — Nat Barrows

van Lake Success — was in de

oorlog aan a 11 e fronten: in Birma

evengoed als in Moermansk, op het

strand van Normandië, maar ook op

de Dam op 5 Mei '451 Én diens buurman,

de vlijmscherpe Tom Falco van

Business Week, heb ik in Washington

Paul Hofmann aan het blozen zien

maken. Ze lieten ons foto's van de

kinderen zien (op vacantie nu daddy

er weer eens van door was) en dollarbiljetten

met een eigenhandige opdracht

van Roosevelt. Ze maakten sarcastische

opmerkingen over het „aardige

stukje", dat we zouden moeten

maken wanneer één van hen iets

overkwam...

Met z'n dertienen zijn ze nu gevallen,

voor hun beroep, in regen en

vuur, voor de vrijheid, van het ware

woord. Over alle lijnen ter wereld

tikten de telexen de afgelopen vieren-twintig

uur hun namen, op alle

krantenzetterijen werden hun levendige

levens in regels lood gegoten.

Er is geen lezer, die dit leest, wiens

mening in de weken die voorbij zijn

niet mede dank zij hün werk werd

gevormd. Overal herdenken de krantenmannen

in hen het mooie vak, het

gevaarlijke vak. Maar morgen vliegen

we weer de wereld rond: leden

van een internationale broederschap

•— gedragen door onze vrienden: de

vakbekwame en verantwoordelijkheidsbewuste

verkeersvliegers — één

in lood en in dood.

Hun herinnering ter ere zij hier

dan de ereschuld ingelost: het „aardige

stukje". Zij zijn aan hun laatste

karwei begonnen: interview met God.

(„Tinnegieter" in de Volkskrant)

GEROUTINEERD

R.K. JOURNALIST,

30 jaar, met grote ervaring als

zelfstandig rayon-directeur bij

dagbladbedrijf van betekenis,

zoekt directe plaatsing bij landelijk

of groot provinciaal dagblad.

Hij is onlangs als dpi. militair uit

Indonesië gerepatrieerd. Wegens

overbezetting redactiestaf heeft

oude werkgever geen direct emplooi

voor hem.

Brieven onder No. 131/48, Bureau

„Katholieke Journalist", Koningsstraat

22B, Hilversum.

11


„TERECHT GEVREESD"

Dit is het slot van een artikel in

Het Binnenhof over „Onteigening

. der persen".

De uitspraken van de Centrale

Raad van Beroep voor de Perszuivering,

die dezer dagen zijn

gepubliceerd en waarbij goedkeuring

wordt onthouden aan de desbetref- .

fende adviezen van de _ perszuiveringscommissie,

bevestigen, dat wij

terecht gevreesd hebben, dat in ons

rechtsysteem van een onteigening

van de persen, van gecollaboreerd

hebbende bedrijven wel niets zou

komen. Deze gang van zaken heeft

echter een opmerkelijk maatschappelijk

gevolg.

Direct na de oorlog, toen de

gecollaboreerd hebbende dagbladen

niet meer mochten verschijnen, ten

minste niet die dagbladen, die na 1

Januari 1943 dit nog hadden gedaan,

is aan de bij Persnoodwet opgerichte

Persraad de bevoegdheid gegeven bepaalde

persen van dagbladen in

gebruik te vorderen voor- de illegale

bladen en de bladen, die direct na de

bevrijding zijn opgericht. Op grond

hiervan kunnen deze laatstgenoemde

bladen verschijnen. Nu echter lang-

. zamerhand het noodrecht zijn einde

heeft, de distributie in het algemeen

wordt afgeschaft, dreigt natuurlijk

ook deze herdistributiemogelijkheid

te verdwijnen en zal er door de

eigenaren der persen op de overheid

wel aandrang worden uitgeoefend

om langzamerhand weer in het algehele

en vrije gebruik van hun

eigendommen te worden hersteld.

De dagbladen, die de laatste vier

jaar hun bestaansrecht door harde

arbeid hebben bewezen, zullen, hiervan

mogelijk de dupe worden. Deze

bladen hebben vanaf het moment

dat zij vrij konden verschijnen, ten

gevolge van de ontwikkeling der

prijsverhoudingen in ons land al

uitzonderlijke lasten moeten opbrengen

niet steeds ten nadele van

de gewraakte bladen en door de

vigerende deviezenbepalingen zijn ze

waarschijnlijk nog lange tijd in de

onmogelijkheid zich geheel zelfstandig

te maken.

m

ONVERBETERLIJK

De Engelse perscommissie is tot

de eindconclusie gekomen* dat de

vrijheid der Engelse dagbladen niet

op verontrustende wijze door commerciële

factoren wordt belaagd. En

speciaal de conservatieve pers heeft

deze vrijspraak onder het licht in de

vitrine gezet.

Doch wie het rapport der perscommissie

wat nauwkeuriger beschouwt,

moet nogal vitale delen van

zijn geestdrift over boord zetten.

Daar is bijv. het door Lord Kemsley

beheerste deel van de Engelse pers.

Het is niet kinderachtig: behalve het

algemene dagblad Daily Graphic behoort

een groot deel van de provinciale

pers tot het domein van deze

typisch-Angelsaksische krantenmagnaat.

En van zijn uitgebreide schare

van journalisten nu bewijst het

rapport met een vloed van voor­

12

beelden, hoe zij systematisch

„distortion" (verwringing, verdraaiing)

toepaste op feiten, die een

objectieve weergeving vereisten. De

meest gebezigde methode is het

dooreenhutselen van passages uit

een bericht en vindingen van de

eigen redactie, zodat de lezer niet

weet, wanneer hij met objectieve 'en

wanneer hij met subjectieve reportage

te doen heeft. De pers van Lord

Kemsley schijnt dit ambacht meesterlijk

te verstaan en krijgt dat ook

in het commissoriale rapport menige

harde noot te kraken..

Het resultaat? De Daily Graphic

jubelde het uitbundigst over het vrijsprekend

vonnis en schrapte uit zijn

publicaties over het rapport iedere

zin, die op de gedragingen van de

Kemsley-pers sloeg. Waarom ook

niet? Mundus vult decipi, ergo

decipiatur.

(Vrij Nederland)

OP LOSSE SCHROEVEN

iNaar aanleiding van de wapenstilstandsovereenkomst

in Indonesië

schrijft Robert Peereboom in zijn

Haarlems Dagblad:

Het moet mij van het hart, dat een

punt in de proclamatie van de

wapenstilstand mij zeer heeft verbaasd.

Namelijk punt 4a, waarin

„iedere betrokkene wordt gelast:

a. Zich te onthouden van radiouitzendingen,

persberichten of van

enige andere vorm van propaganda,

gericht op het uitdagen of verontrusten

van de strijdkrachten van de

wederpartij". In punt 4e wordt „een

ieder gewaarschuwd, dat iedere daad

of handeling van schending van

deze proclamatie streng zal worden

gestraft". Nu voelt dit blad niet de

geringste neiging tot het uitdagen of

verontrusten van de strijdkrachten

of de burgers van de wederpartij en

hoopt dat zowel de bladen aan die

zijde als de Nederlandse Pers er zich

van onthouden zullen. Onze regering

mist evenwel ingevolge art. 7 van

de Grondwet de bevoegdheid om zoiets

aan de Pers te gelasten en. er

straf op te stellen. Art. 7 van . de

Grondwet, dat de persvrijheid waarborgt,

zegt: „Niemand heeft voorafgaand

verlof nodig om door middel

van de drukpers gedachten of

gevoelens te openbaren, behoudens

ieders verantwoordelijkheid voor de

wet". En ieders verantwoordelijkheid

voor de wet houdt wel in, dat men

geen belediging, laster, smaad,

opruiing en aantasting van de openbare

• moraal mag begaan, maar er

staat nergens in de wet dat men

iemand niet mag „uitdagen of verontrusten".

Een dergelijke omschrijving,

waaronder. alles en nog wat

zou kunnen vallen, zou dan ook de

persvrijheid volkomen op losse

schroeven zetten. Verder uit te

weiden over dit zonderlinge punt in

de proclamatie schijnt niet nodig. Ik

wens evenwel mogelijk misverstand

bij diegenen onder de lezers, die wel

eens blijk hebben gegeven dat zij de

regeling der persvrijheid in ons land

niet begrepen, te voorkomen. En

verder alleen mijn verbazing, over

zulk een uiting te herhalen. Dat deze

proclamatie niet alleen voor het

gebied van Indonesië maar ook wel

degelijk voor Nederland en dus

tevens voor de Pers in dit land geldt

is bij nadere informatie in Den Haag

gebleken. Welnu: ik herhaal het:

onze regering is niet bevoegd tot

zulk een lastgeving.

KLOMPEN EN CROQUETTEN

De Haagse correspondent van De

Tijd schrijft aan zijn blad:

Een vriendelijke jongedame heeft

onlangs een resoluut optredende

persfotograaf uit de Verenigde

Staten het genoegen gedaan in Alkmaar

voor zijn lens te poseren met

een. Edammer kaas in de ene hand

en een Goudse in de andere. De consequentie

van de lieve glimlach, bij

die* gelegenheid weggegeven, heeft

het charmante kind op dat moment

bepaald niet voorzien: tot op heden

kwamen er reeds een vijfhonderd

brieven bij haar thuis van Amerikanen,

die de vader om de hand van

zijn dochter vroegen ofwel rechtstreeks

aan de schone van 't plaatje

hun aanzoek deden.

De zakelijke verklaring van het

bovenstaande is deze: in opdracht

van de Algemene Nederl. Ver. voof

Vreemdelingenverkeer voorziet een

Amerikaans bureau de persdiensten

in de Ver. Staten van gegevens en

fotomateriaal over Nederland; deze

op hun beurt bedienen de bladen.

Voor Nederlandse journalistieke begrippen

is het een nogal vreemde

gang van^aken, maar het werkt!

Het Alkmaarse meisje, wier foto

Jangs deze weg terecht is gekomen

in een enorm aantal kranten, heeft

het ondervonden en de klompenmaker

in Lekkerkerk, die dezelfde

fotograaf knipte op het — vanzelfsprekend

geënsceneerde — moment,

dat hij- zijn dochtertje een veel te

grote klomp aanpaste, deed een

soortgelijke ervaring op: driehonderd

brieven met de merkwaardigste

reacties; men wilde het arme kind

van schoenen voorzien en een geinteresseerde

Amerikaanse lezer

begon zelfs over adoptatie.

Wat wij interessant vinden aan

ons land doet weinig ter zake,

blijven de mensen herhalen, wie f

taak het is toeristische reclame te

maken, voor Nederland in den

vreemde.

Daarom komt er telkens een

andere Amerikaanse fotograaf naar

ons land, die onbevangen zijn indrukken

opdoet. Wij zouden misschien

met een braaf overzichtsplaatje

van het plein voor het

Centraal-Station zijn aan komen

zetten — hij koos er de P.T.T.-man

uit, die de brievenbus van een tram

leegt. Ons oog zou aan een croquetten-automaat

in Zandvoort voor een

buitenlander weinig interessants

hebben ontdekt, maar juist hiervan

zijn toch een. paar honderd foto's

doorgedrongen in de Amerikaanse

bladen*).

In een reusachtig plakboek vindt

men deze plaatjes terug: pagina's

vol met dezelfde foto's, afgedrukt in

telkens weer andere kranten, de

Stenberville Ohio Herald Star, de

Dyserburg Tennessee State Gazette,

de Hackersack New Jersey Record

en hoe al deze onbekende groot- en

kleinhèden verder mogen heten.

Tezamen bereikt men er een zeer

groot publiek mee. Deze lezersmassa

komt aan de weet hoe een Hollands

draaiorgel er uit ziet — „The music

that comes from this contraption is

not swing, jam of jive, but it sounds

just as bad" — ze krijgt een

poltie-agent te zien, die een Zeeuwse

boerin de kap recht trekt en (een

doortastend fotograaf staat voor

niets!) twee Amerikaanse meiskes

bij hun ontwaken in een Nederlandse

jeugdherberg.

Natuurlijk ontbreken de Gouden

Koets, een parkeerterrein vol fietsen,

wasdag in Volendam en de molengroêp

bij kinderdijk evenmin in deze

publiciteitsactie, doch de klap op de

vuurpijl is toch wel de Albert Cuypfriarkt

in Amsterdam. De meest

chauvinistische Amsterdammer kan

er niet zo mee weglopen als de

Amerikaanse pers het deed.

Om in stijl te blijven even het

bewijs in cijfers: in wachtkamers, bij

[*) Hoe zonderling dat onze geachte

collega niets bijzonders

ontdekt aan onbizondere doch

typerende dingen. 'Welk een miskenning

van zijn — en ieder —•

publiekj Wanneer zullen wij eens

uit onze professionele miskenning

van de wensen van (ook,) óns

lezerspubliek treden om te begrijpen

dat de kleine, dagelijkse, menselijke

dingen voor negentig procent

van alle krantenlezers — óók

de Nederlandse — interessanter

zijn dan de adembenemende

wereld-politieke gebeurtenissen ?

Hoeveel mensen — óók in Nederland

— lezen alles van het huwelijk

van Rita Hayworth en slechts een

(zullen wij zeggen: een tiende f)

gedeelte van wat er over Indonesië

in de krant staat? — È.J

banken en andere instellingen, waar

zo een vijf millioen mensen per week

vertoeven, is dit plaatje geafficheerd.

Doch dit is nog maar kinderwerk —

de gezamenlijke oplage van de dag-,

week- en andere bladen, waarin de

foto van deze markt verschenen is,

beloopt driehonderd millioen . .. Dat

4s een tikkeltje meer dan de gehele

bevolking van de Vear. Staten en het

houdt dus in dat vele lezers in meerdere

kranten, deze foto moeten zijn

tegengekomen.

Wanneer één procent van deze

imenigte inderdaad eens zijn dollars

bij ons komt verteren, zal dit land

«Spoedig te klein zijn.

ERNSTIG PROBLEEM

Het ontbreken van een of meer

goed geredigeerde en aantrekkelijke

katholieke dagbladen (in Argentinië)

kan in de toekomst ernstige

gevolgen hebben. Hoofdzakelijk ten

gevolge der immigratie neemt de

bevolking van Argentinië snel toe.

Het is van het grootste belang deze

groepen geestelijk te bereiken, willen

zij niet verloren gaan in de

stroom van godsdienstige onverschilligheid,

die vooral het leven in; de

grootste steden reeds sterk kenmerkt.

Hier ligt een ernstige probleem.

In sommige kringen ziet men

de ernst van het gevaar wel in, doch

er schijnt een figuur te ontbreken,

die over voldoende moed en doorzettingsvermogen

beschikt om de bakens

radicaal te verzetten. Ieder

initiatief wordt in de kiem gesmoord

met de helaas niet geheel van waarheid

ontblote redenering, dat een

katholiek blad in Argentinië geen

bestaansmogelijkheid heeft. Ér zijn

reeds heel wat teleurstellingen geboekt

en dan wordt het steeds moeilijker

competente figuren te vinden,

die bereid zijn hun krachten en begaafdheden

in dienst te stellen van

dit veel offers eisende ideaal.

(Katholiek Cultureel Tijdschrift)

VEEHOUDER EN JOURNALIST

De Typhoon heeft een aantal vrouwen

gevraagd wat zij denken van het

beroep van haar man. Mevrouw

Meyer-Schagen uit Zaandam schreef:

voor een man kan het een mooi

beroep zijn, maar het moest bij de

wet verboden worden dat journalisten

trouwen! Als vrouw voel je je

alleen een soort kindermeisje, dat op

moet letten dat je man niet helemaal

als een op hol geslagen paard doorwerkt

dag en nacht. Het is apart

werk, dat een man nooit loslaat. Hij

Staat er mee op en gaat er mee naar

bed. Maar weinigen weten hoe

enerverend het is en wat er komt

kijken eer een krant elke dag weer

klaar is. Wat het opstaan betreft is

er maar weinig verschil met een

veehouder, 's Winters en 's zomers

even vroeg, want de krant moet om

12.30 uur al draaien. Onlangs belde

iemand me 's morgens om half negen

om m'm man te spreken. „Maar

meneer", zei ik, hoogst verbaasd,

„m'n man is al bijna drie uur op de

krant!"

„Is er nog nieuws?" vraag ik

meestal aan tafel (als de telefoon

ons met rust laat). „Nee, niet veel",

hoor ik dan, zodat ik me afvraag

, hoe die krant dan wel is vol gekomen.

Wat lijkt het me ideaal

vrouw te zijn van een dominee of

onderwijzer! Die moeten volgens mij

een veel rustiger en meer geregeld

leven hebben.

U vraagt wat m'n echtgenoot op

het ogenblik (10.15 uur 's avonds

doet? Werken natuurlijk!

En toch — dit vorige Iijjtt nu wel

zuur — heeft zijn vak aantrekkelijke

kanten, en ben ik er (niet tegen hem

zeggen, hoor!) ook wel trots op de

vrouw te zijn van een krantenman.

GRAMOPHOON-JOURNALISTD3K

NU OOK IN OOSTELIJK

DUITSLAND

In de Russische zone van Duitsland

is een nieuw soort journalist

geboren. Men duidt hem aan met de

naam Volkscorrespondent. Zo iemand

is geen beroepsjournalist, maar in

de regel een arbeider, die voor communistische

bladen schrijft over hetgeen

er in zijn fabriek gebeurt.

Als voorbeeld van hetgeen zo'n

volkscorrespondent (hoe aardig past

die naam bij volksgerecht, volkspolitie,

volksaanklager en volksrechter)

geven wij het volgende bericht:

„De voorzitter van het tractorenverhuurkantoor

MAS te Osterburg

heeft bekend gemaakt, dat er groot

gebrek is aan machine-olie voor de

tractoren. Verder werd op een districtsvergadering

te Osterburg medegedeeld,

dat er een groot tekort was

aan bindtpuw. De vertegenwoordigers

van de MAS en de VDGB (vereniging

voor onderlinge boerenhulp) besloten,

dat de MAS alle bindtöuw, welke

het nog in, voorraad had, beschikbaar

zou stellen. Daardoor werd de

MAS in staat gesteld de werkende

boeren te helpen".

Volkscorrespondenten behoren niet

tot het soort journalisten dat lastige

vragen stelt. Meestal staat er bij

persconferenties een op, haalt een

papier uit zijn zak en zegt, stram in

de houding staande: „Ik juich uw

mededelingen zeer zeker toe en ik

ben van mening, dat het bijzonder

nodig is om er op te wijzen, dat Karl

Marx heeft gezegd, dat het kapitalistische

systeem enz. enz."

(Algemeen Dagblad)

SPORT-

CORRESPONDENTSCHAP

gevraagd door journalist in Zuiden

des lands. Eventueel ook

plaatselijk nieuws.

Brieven No. 113/48, Bur. v. d:*Bf.

13


Een groot katholiek journalist

werd tachtig jaar

JAN VESTERS werd 31 Juli tachtig

jaar. Tientallen jaren prijkte zijn

naam in de kop van de twee dagbladen,

waaraan hij tijdens zijn veeljarige

journalistieke loopbaan was

verbonden: het R.K. Dagblad „Het

Huisgezin" en ' „De Volkskrant".

Maar aan die vermelding alleen ontleende

hij niet alleen zijn naam en

faam. Die sproten voort uit zijn superieur

journalistiek natuurtalent,

want Vesters was een journalist par

droit de naissance. Hij had het van

thuis meegekregen. Zijn vader J. A.

Vesters, die in 1881, terugkerend van

zijn verslaggeverswerk in de Nieuwkuijkse

hei door een sneeuwstorm

werd overvallen en doodvroor, was

hem voorgegaan,. De jonge Crbmvoirtse

onderwijzer Jan Vesters volgde

hem op als redacteur van De Katholieke

Illustratie en het driemaal

per week verschijnend „Huisgezin",

welke beiden in Den Bosch verschenen.

Romancier en journalist

De journalistiek van die tijd, die het

tampo van onze tijd niet had, liet de

jonge Vesters gelegenheid zich op de

literatuur te werpen. Hij schreef

enige romans en novellen. Het was

literatuur met een romantische inslag,

maar het publiek kreeg er niet

genoeg (van.

.Toen Van der Lans naar Nijmegen

vertrok als hoofdredacteur van „De

Gelderlander" en J. B. Vesters zich

meer voelde aangetrokken tot de

journalistiek, kwamen dr. C. R. de

Klerk en zijn vrouw Maria Viola aan

de K. I., waardoor J. B. Vesters zijn

handen vrij kreeg. Dit was vooral in

1908 gewenst, toen de krant dagblad

werd. Van die tijd af tot aan de

door de Duitsers gedwongen stopzetting

van „De Volkskrant" bleef Vesters,

eerst in Den Bosch, later in

Utrecht, in de dagbladjournalistiek

werkzaam. Hij werkte zich daarin op

tot een figuur van nationale betekenis;

hij was wellicht de meest gelezen,

en zeker de meest geciteerde

entrefiletschrijver, die onze journalistiek

ooit heeft gekend. Altijd actueel,

puntig, scherpzinnig en heetvan-de-naald

schreef hij in een geheel

eigen stijl, kort, bondig en onze

taal en de portee van elk woord beheersend,

dag aan dag zijn eigen

mening neer. Hij wachtte niet op die

van andere en hij hoefde dit niet te

doen, omdat zijn visie op de politiek

en de dingen van de dag steunde op

een brede ontwikkeling, een universele

geest en een schier encyclopedische

kennis.

Vesters hoefde nooit iets op te

zoeken of na te snorren; zijn phenomenaal

geheugen speelde hem nooit

parten. De belangrijkste figuren en

gebeurtenissen van uit de vele parlementaire

perioden had hij in zijn

14

hoofd. Duizenden markante persoonlijkheden

lagen daarbij met naam en

toenaam gerangschikt. Zijn talenkennis

ontwarde de meest verwarde

Reutertelegrammen, nadat zijn redacteuren

er tureluurs van geworden

waren. De journalist, die hem op

een correctie- of schrijffout kon betrappen,

is nooit geboren.

Dit maakte J. B. Vesters tot een

ideale chef en een eminent leermeester.

Zijn werklust kende geen grenzen

— hij betreurde het vaak, dat een

dag maar 24 uren telde —; zijn geduld

en liefde voor het vak geen

moeite om zijn redacteuren voor te

gaan, te vormen, te leiden en te

leren. Als eerste en laatste op het

bureau kon men steeds collegiaal en

vriendschappelijk bij hem te rade

gaan en als ieder man, die het werkelijk

druk heeft, wist hij altijd tijd

te vinden om anderen van dienst te

zijn.

Voor alles en allen ttfd

Daarom kon hij ook vele jaren op

markante wijze het voorzitterschap

van de Ned. Katholieke Journalistenvereniging

met alle daaraan verbonden

werkzaamheden en represen-,

taties vervullen; kon hij in zijn woonplaats

Vught de katholieke kiesvereniging

leiden en zich van harte en

ambitieus geven aan alles, waarom

men hem vroeg. Sober levend — zijn

pijp was zijn enige luxe — kon hij, zij

hét dan op een afstand, het volle

leven proeven en verstaai\. Hij zag

de wereld via de letters der krantenartikelen,

berichten en telefonades.

En als hij verzadigd was, liep hij,

zonder ooit gebruik te maken van

de tram — weer of geen weer — van

zijn Bossche bureau naar zijn huis

aan de Helvoirtse weg om, na gegeten

te hebben zich weer direct in zijn

lectuur te verdiepen. •

En de volgende morgen liep hij dan

weer van Vught naar Den Bosch en

onderweg bouwde hij dan in gedachten

zijn artikel van die dag op. Zgn

stelregel was: eerst denken, rustig

denken en dan pas schrijven. En zo

gij schrijft en polemiseert, overweegt

dan de betekenis van elk woord,

schrijft kort, omdat elk overbodig

woord de tegenstander stof tot repliek

kan geven en kwetst nomt,

zelfs niet degene, die oneindig ver

van je afstaat, want elke andere

mening of elk ander beginsel verdient

dezelfde waardering, w0ke gij

van je tegenstander ten opzichte van

uw eigen principes wilt verwachten.

J. B. Vesters moge wellicht geen

groot geleerde zijn geweest, in algemene

kennis, in beginselvastheid, in

het juist aanvoelen en vooruitzien

heeft hij in de katholieke journalistiek

tot heden zijn evenknie nog niet

gevonden" en blijft hij een unicum,

die met minder realiteitszin en nuch-

JAN VESTERS

terheid begaafd en behept met meer

zin om zich te laten gelden en van

zich te laten spreken, tot posities

had kunnen komen, welke hem aan

de journalistiek hadden ontroofd.

Hij heeft daarnaar nooit gezocht

en gestreefd. Beter: hij heeft dat niet

gewild.

Tot het bittere eind ,

Ve'sters is tot het laatst op zijn

post gebleven. Blokzijl ontbood hem

enige malen op zijn dictatoriaal

matje. Uitspraken als: „de slechtste

Nederlandse regering is nog altijdbeter

dan de beste uit Berlijn", duldde

men in Den Haag van de bezettingsjaren

niet: Zijn sarcastische

toon tegen de N.S.B, kon niet gewaardeerd

worden. En hij werd verboden;

de machines van de Utrechtse

Volkskrant verhuisden naar het

Oosten.

Toen de oorlog voorbij was, was

Vesters te oud geworden. De jaren

van kneveling en Haagse verplichte

opnamen, de jaren van afbraak,

knechting en verval der Nederlandse

journalistiek tot Kadaverdiscipline,

en erger, verdroten en bezwaarden

hem, de strijder voor vrijheid van

woord en geschrift. Lichamelijk kon

Vesters na de bevrijding het werk

niet meer aan en het 80ste levensjaar

ziet een gebroken man, die in Tuindorp

Utrecht zich geheel heeft teruggetrokken.

Zijn kranten zijn zijn vrienden gebleven.

En hij is dankbaar en tevreden

ook al is het lichaam wrak.

W. B.

Op de dag van zijn 80ste verjaring

heeft het hoofdbestuur K.N.J.K. ten

huize van de oud-voorzitter der

vroegere Ned. Kath. Journalistenvereniging

dank betuigd voor alles

wat Jan Vesters heeft gedaan in het

belang van de Katholieke journalistiek,

in krant en in organisatie. WO

vergeten daarbij niet, dat oud-col^

Vesters tot in hoge ouderdom de belangen

van vakgenoten heeft v ^°ï'

gestaan. Verleden jaar, toen n Ü *,

een vergadering van ons hoofd"**

stuur was uitgenodigd, is dat te

overvloede gebleken.


Nieuws uit

NIEUWE LEDEN

Aangenomen per 1 Augustus 1949

Als gewone leden:

L. N. Kuys, Spoorstraat 74, Tegelen,

(Tegelsche Courant).

W.J. Poulssen, Tuddernweg 16 G,

Sittard. (Sportblad Marathon).

J. J. B. Wintraecken, Scharnerweg

45, Maastricht. (Sportblad Marathon).

J. P. A. Martens, Baronielaan 78,

Breda. (Dagblad „De Stem").

Als Adspirantleden:

B. Engel, Anna van Engelandstraat

23, .Eindhoven. (Eindhovens Dagblad).

R. F. J. H. van Rooi), „Peterhof",

Vught. (Het Huisgezin).

J. A. N. Termos, Ministerpark 38,

Hilversum. (Dagblad „De Gooi").

WEERSTANDSKAS

Dezer dagen kunnen de leden de

aanbieding verwachten van een kwitantie

ten bedrage van ƒ 2.50, als

verplichte bijdrage aan de Weerstandskas,

waaruit bijstand wordt

verleend aan leden, die zich in financiële

moeilijkheden bevinden. De

Kringkas draagt jaarlijks 10% 'van

haar inkomsten aan de Weerstandskas

af, terwijl elk lid reglementair

verplicht is per jaar ten minste ƒ 5.te

storten. In 1948 is deze bijdrage

van de leden niet geïncasseerd, doch

't Kringbestuur vertrouwt, dat thans

alle leden hun verplichting zullen

nakomen.

DE B.Z.K.-PERS NAAR OSS

ERWACHTEN jullie daar een

V paar mooie politienieuwtjes of

is-het om iets aan die plaats te gaan

goedmaken?"

Aldus het commentaar, dat diverse

leden van de afdeling Brabant-Zeeland

gekregen hebben, toen zij hun

voornemen bekend imaakten om in

Oss hun zomerzitting te gaan houden.

Hetgeen Zaterdag 16 Juli gebeurd

is, zij het ook niet met dat

ledental, dat het bestuur, gezien het

aantrekkelijk programma —• doch

blijkbaar niet rekenend met de laksheid

van bijna driekwart van het

ledental, dat zelfs een bericht van

verhindering te veel moeite vindt —

verhoopt had daar te ontmoeten. De

twintig die er wèl" waren, hebben er

kennelijk geen spijt van gehad. Voorzitter

Bruna, een recent heelkundig

ingrijpen gelukkig te boven gekomen,

kon in hotel Van Alem na de

gebruikelijke stukken allereerst een

discussie leiden over het eren van de

nagedachtenis van de vroegere voorzitter

van de Brabantse afdeling, Dr.

Hein Hoeben, die als leider van de

Kath. Wereldpost en naaste medewerker

van de door de Duitsers zo

gehate Dr. Friedrich Muckermann

S.J. reeds vroeg in de bezetting was

gevangen genomen en in een Berlijnse

gevangenis bet leven heeft gelaten.

Men besloot samenwerking te

de K-.NJ.K.

zoeken met de Kath. Dagbladpers en

het Kath. Ned. Persbureau ten

einde in overleg met mevrouw

Hoeben te komen tot een waardig

teken op zijn laatste rustplaats te

Teteringen. Ons priester-lid Woutker

Lutkie zou daartoe de tekst ontwerpen,

waarbij mede eer bewezen zou

worden aan Hoeben's eveneens in

Duitsland omgekomen medewerker,

kapelaan Van Lierop, wiens stoffelijk

overschot nooit is gevonden kunnen

worden.

Inmiddels was de vertegenwoordiger

van' het gemeentebestuur van

Oss, wethouder J. H. H. Maseland,

ter vergadering gekomen, wien de

voorzitter enige verwelkomende

woorden toesüerde. Collega Nico de

Rooy, chef-redacteur »van „Het

Huisgezin", doch meer "nog bekend

als auteur van de jaarlijkse Bossche

revue, wijdde daarop een aan humor

en satyre overrijk betoog aan Toneel

en Journalistiek, waarin hij de overeenkomsten

en tegenstellingen van

deze kunstvormen onder een scherp

en niet zelden gekleurd licht stelde

met Bengaals vuur toe. De amusante

voordracht lokte nog enige discussie

uit met name over de verhouding

van de plaatselijke pers tot de plaatselijke

overheid en het erkennen van

het recht op een primeur, een gedachtenwisseling,

waarvan het vlotte

,speechje van de wethouder een verlengstuk

was.

De heer Maseland geleidde nu de

leden naar het stadhuis, waar burgemeester

Delen, de overige wethouders

en de secretaris der gemeente

hen ontvingen in de raadszaal, die het

uiterlijk van een gezellige, zij het

instructieve foyer had gekregen' met

een grote uitstalling van relieken

uit de praehistorie en van de plannen

voor de naaste en verre toekomst. De

burgemeester hield, nadat de koffie

was rondgediend, een hartelijke toespraak,

die allengs een overzicht

werd van het met kracht aangepakte

werkprogram van deze energieke

industrieplaats. De aanwezige

hoofden van takken van dienst lichtten

diverse onderdelen nader toe en

collega Bruna sprak een dankwoord.

Wederom in hotel Van Alem volgde

een uitvoerig borreluur, waarna

het bestuur van de'stichting der Osse

Eeuwfeesten — de plaats vierde

juist die weken uitbundig haar

550-jarig bestaan — alle deelnemers

aan een welverzorgde lunch noodde,

tijdens welke er over en weer nog

geanimeerd getoast is.

Nadien stelden onze gastheren ons

in de gelegenheid enkele aspecten

van Oss nader te leren kennen. Zij

voerden ons naar het verbazingwekkend

seizoenbedrijf van de inmaak

van sohokkererwten, waardoor het

taalkundig en psychologisch afstotende

begrip „volautomatisch" werkelijkheid

voor ons werd. Maar er

was nog meer te zien, behalve dan

de enpassant en met tersluikse blikken

opgenomen residentie van Toon

' de Soep, weleer de grote leverancier

van gemengd nieuws „in de criminele

sector". Oss heeft de primeur

voor Nederland van een Zwitserse en

niet minder ,;volauto,matisch" dan

het erwten-inblikken werkende ontsteking

van zijn straatverlichting

door middel van een foto-electrische

cel, zodra de lichtsterkte buiten beneden

een bepaalde graad daalt, een

installatie, waarmee tevens.de brandweer

gealarmeerd kan worden. Met

knarsende hersens hebben we de

technische uiteenzetting daarover

gevolgd en vervolgens de meer begrijpelijke

en voor velen zélfs benijdenswaardige

woningbouw voor onderscheidene

bevolkingsgroepen temidden

van een riante aanleg bewonderd.

Waarna een goed bevochtigd slotsamenzijn

een -waardige bekroning'

van deze echt Brabantse gastvrijheid

van gemeente en feestcomité werd.

S. Z.

Wat ons

25 JAAR GELEDEN

bezig hield

O Het bestuur van de Ned. R.K.

Journalistenvereniging deelde in het

maandblad het volgende mede: „Over

te nemen maatregelen om onze vereniging

algemeen te doen erkennen,

worden besprekingen gevoerd." Dat

ging moeizaam in die dagen. Gelukkig

staan wij er nu beter voor, dank

zij omstandigheden, die zich allengs

wijzigden.

• Z. H. de Paus ontving vijf

Belgische journalisten in audiëntie,

die de opbrengst kwamen overhandidig'en

van de jaarlijkse inschrijving

van de Katholieke Belgische bladen

voor de Heilige Vader.

Dsze inschrijving dateert van het

jaar 1899 en wordt ook nu nog jaarlijks

gehouden. Dan brengt een deputatie

de gelden naar het Vaticaan en

keert terug met een pauselijke onderscheiding.

Overigens hoort men weinig

omtrent activiteit van cnze Belgische

Katholieke collegae.

9 De voorzitter van the British

National Union of Journalists heeft

de aandacht gevestigd op de verschijning

in een naaste toekomst van de

radio-journalist, die een nieuwe techniek

zal toepassen, in het bijzonder

op -het gebied van de reportage. De

radio-reporter zal worden uitgerust

met een microfoon inplaats van met

het conventionele notitieboekje en de

vulpen.

Nu, na 25 jaar, is het allang zo ver,

en mogen we tevens de radio-journalist

begroeten als lid van onze organisatie,

v. O.

GEDEMOBILISEERD

JOURNALIST,

21, jaar, zoekt plaatsing op redactie

van dag- of weekblad,

waar gunstige perspectieven aanwezig

zijn. In bezit van Uitstekende

getuigschriften.

Brieven No. 112/48, Bur. v. d. BI.

15



BOEKEN ^ JOURNALISTEN

VOOR

Samenwerking in de bedrijven,

door F. J. Burns Morton; uitgave

H. L. Smit & Zn, Hengelo.

Geb. ƒ 11.50; 310 blz.

In deze, door ir B. W. Berenschot

Ingeleide, vertaling van „Teamwork

in Industry", heeft de schrijver twee

actuele punten behandeld, n.1. efficiency

in het bedrijfsleven en werk

voor allen in positieve zin. Het gaat

er volgens Burns Morton om, dat de

bedrijfsleiding de juiste toon weet té

treffen en streeft naar ideale arbeidssfeer.

Hier is een psycholoog aan het

woord, die van zijn ondergeschikten

practische en positieve discipline verlangt,

die meent, dat de wijze, waarop

een opdraqht wordt gegeven, belangrijker

is dan de strekking van die

opdracht, en dat opleiding en opvoeding

in, voor en door het werk voornamer

is dan allerlei maatregelen

van sociale verzorging. Er zijn stellingen

in dit boek, die men misschien

niet voetstoots zal aanvaarden; maar

hierover kunnen ook journalisten het

eens zijn, dat geen teamwork mogelijk

is zonder waarlijk leiderschap; en

leiderschap is soms op onverwachte

plaatsen te vinden. Ook toepassing

van onze C.A.O. brengt een en ander

geleidelijk aan het licht.

Radio-Encyclopaedie, door J.

J. L. van Zuylen; uitgave

G. W. Breughel, Amsterdam.

Geb. ƒ 8.90; 352 blz.

Journalisten hebben veel bezigheid

met Omroep en radiowezen. Hier hu

is hun vraagbaak, die in hoofdzaak

betrouwbaar is en op (gelukkig ondergeschikte)

punten een enkele maal

onvolledig. De personalia zijn niet

altijd bij, maar dat kan de fout van

inzenders zijn. In elk geval: zelfs

pater Piet is in de rij van radio-mensen

getreden. Dat echter Bakker

Niermeyer als „De Rotterdammer"

wordt genoemd, zal directeur H. v. d.

Broek van de Wereldomroep wel niet

leute vinden. Tegenover deze enkele

mistakes staat zeer veel wetenswaardigs.

Belangrijk zijn de hoofdstukken

over moderne aangelegenheden bij de

radio, als televisie en stereofonie. Van

verschillende opera's en operetten,

die voor uitzending in de aether geschikt

zijn, werd een korte inhoud

opgenomen. En het gebruikte fotomateriaal

is van dien aard, dat menig

kijkje achter de schermen mogelijk

is. Men zal zuinig moeten zijn op deze

uitgave, want wij stellen ons voor,

dat jaarlijkse vernieuwing wel wat

kostbaar zal uitkomen.

Staatkundige hervormingen,

onder leiding van mr F. van

Hattum; uitgave H. D. Tjeenk

Willink & Zn, Haarlem. Geb.

ƒ 7.50; 351 blz.

In de herfst 1940 heeft het bestuur

van het Genootschap voor de Rechtsstaat

een commissie in het leven ge­

16

roepen, met de opdracht, een rapport

samen te stellen omtrent alle hervormingen

op staatkundig gebied, welke

na de oorlog wenselijk moeten worden

geacht. Deze commissie heeft getracht,

summier aan te geven, "Welke

hervormingen in de toekomst wenselijk

zijn. Het verheugt ons, dat de

commissie-leden, die geheel verschillende

geestesrichtingen zijn toegedaan,

tot overeenstemming zijn gekomen.

Allen stemden zij geheel met

de grote lijn der beschouwingen in.

Onder de rapporteurs zijn van katholieke

zijde: mag. S. Stokman O.F.M,

en mr dr P. J. Witteman. Voor journalisten

is interessant, wat geschreven

werd over beroeps- en tuchtrechtspraak.

Doch men bedenke, dat

de hier vertolkte inzichten stammen

uit de eerste tijd na de oorlog, toen

van Ben ontwerp-Perswet nog geen

sprake was.

De jeugd, die wij vreesden,

door dr A. F. G. van Hoesel;

uitgave van het Sint Gregoriushuis,

Utrecht. Ing. ƒ 7.90; 235

blz.

Dit studiewerk is een proefschrift

en bevat in hoofdzaak een bijdrage

tot de psychologie en paedagogiek

van de jeugdige politieke delinquenten.

Zeer diepgaand heeft de promovendus

dit actuele onderwerp behanhandeld

en een belangrijk stuk geschiedenis

geleverd. Maar het is niet

geschiedenis alleen; hij geeft ook een

prognose. Wij citeren er iets van: bij

een zo groot aantal jongens als de

jeugdige politieke delinquenten bhjft

er een klein percentage pupillen over,

dat waarschijnlijk, voornamelijk op

grond van een minder gunstige aanleg,

door de paedagoog moet worden

afgeschreven. Wanneer ' echter van

deze uitzonderingsgevallen abstractie

wordt gemaakt, acht dr van Hoesel

de prognose van de jeugdige politieke

delinquent als staatsburger ongetwijfeld

vrij gunstig.

Japan, door prof. H. N. ter

Veen; uitgave J. A. Boom &

Zoon, Meppel; 344 blz.

Met dit boek over de bakermat van

het aziatisch imperialisme sluit de

eerste serie van de Terra-bibliotheek

af. De schrijver heeft veel studie van

Japan gemaakt; hij bracht verschillende

bezoeken aan het Verre Oosten

en onderhield de laatste jaren nauw

contact met het geallieerd hoofd-

A. D. SERTILLANGES:

HET INTELLECTUELE LEVEN

geest - voorwaarden - methodes

ƒ 6.75

BOEKH. „DE SLEUTELSTAD"

Breestraat 123 — Leiden

Levering geschiedt franco

Citaat van de maand

DE N. Tilburgse Courant

geeft in het nummer van 29

Juli een foto-reportage van

Kions luchtacrobatiek. Het is een

serie opnamen, o.i. op de gebruikelijke

manier tot stand gekomen,

zij het dan met behulp van een

tele-lens. Maar de redactie laat in

een bui van fantasie-rijke vooruilstravendheid

onder deze reportage

afdrukken:

TELE-FOTO'S VAN BERKEL.

Hoe vèr stonden .die acrobaten dan

wel van de krant af? Helemaal

op het terrein achter de Fatimakerk.

In Fatima self? Sorry: het

was . . in Tilburg zelf!

kwartier in Japan. Prof. ter Veen

mag om dit alles wel deskundig

heten; en zo aanvaarden wij op zijn

woord, dat de invloed van Japan in

het Verre Oosten nog steeds onloochenbaar

is. Belangrijk ook is, wat

de auteur zegt over het feit, dat de

structuur van vele , Japanse problemen

verwant is aan die in Nederland.

' Hij beschrijft o.a. de overbevolking in

een landbouwstaat. Evenals zijn voorgangers

in de serie, bevat dit boek

veel foto-materiaal.

ANDERE UITGAVEN

In aantrekkelijk kleed verschenen

de met illustraties toegelichte jaarverslagen,

van K.R.O. en Wereldomroep.

= Voor enkele deeltjes van

de Heemschut-serie (uitgave: Allert de

Lange, Amsterdam) vragen wij aandacht:

De stedebouwkundige ontwikkeling

in Nederland, door dr ir W. B.

Kloos; De historische schoonheid van

Amsterdam, door A. A. Kok; Het

Nederlandse schrift, door R. J* W.

Ouwejan; en vooral het boekje, waarin

dr J. A. Bierens de Haan en A. A.

Kok ook voor journalisten duidelijk

en aantrekkelijk verklaren, wat

Heemschut eigenlijk is = Onze

collega Fred. Thomas, die gelukkig

herstellende is, schreef verleden jaar

een kostelijk boek onder de titel ,.Bemin

dan, Amsterdam". Het succes is

van 4ien aard, dat de tweede druk

kon verschijnen = De stichting voor

de Culturele samenwerking tussen

Nederland, Indonesië, Suriname en de

Antillen zond enkele nummers van

haar maandblad; het is actuele lectuur.

= Een zeer lijvig, geïllustreerd

boek over de Brabantse gemeenten

Oirschot en Best tussen 806 en 1945

is van de hand van W. L. v. d. Akker,

en werd uitgegeven door de Barneveldsche

Boek-, Courant- en Handelsdrukkerij.

Errata: in ons vorige nummer

stond bij de bespreking van een uitgave

der firma H. L. Smit & Zn een

verkeerde aanduiding van woonplaats;

het moet Hengelo zijn .


NIJMEGEN EN CUiLEMBQRC

BALANS NA EEN JAAR JOURNALISTIEKE

VAKOPLEIDING

Ï^U het eerste studiejaar aan het Instituut voor de Katholieke Journalistiek

* aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen en aan het Ned. Studiecentrum

te Culemborg is afgefloten, heeft het zin, eens terug te zien op hetgeen

er in dat jaar is gepresteerd door docenten en studenten. De katholieke journalisten

hebben trouwens ook recht op een overzicht: in de totstandkoming

van de Nijmeegse journalistenschool heeft de K.N.J.K. immers een groot

aandeel gehad; en met het Culemborgse instituut bestaat uitstekend contact.

P 8 October 1948 begon Jan

O Nieuwenhuis, docent en directeur

van het Instituut te Nijmegen,

voor een gehoor van een 25tal cursisten

met zijn eerste les in de journalistiek.

Hij heeft toen het terrein

van de te behandelen stof als volgt

afgebakend: in het eerste jaar een

beschouwing van de krant als journal

d'information, het tweede jaar als

journal d'opinion. Het gehele dagblad

zou dus aan ons voorbijgaan: van het

eenvoudig bericht tot het hoofdartikel.

Om nu de belangstellende lezer van

dit vakblad enigszins een indruk te

geven van de behandelde leerstof, zal

ik hiervan hefechema geven, zoals

dat er ongeveerWtzag:

1) De vakopleiding als zodanig.

2) Journalistieke taal. 3) Nieuws.

Algemene beschouwingen. Verwacht

en onverwacht nieuws. 4) Nieuwsbronnen.

Algemene en eigen nieuwsvoorzieningen.

Persbureau's.^ Ambtelijke

voorlichting. Perschefs. Persconferenties.

Bronvermelding. Relaties.

Verschoningsrecht. -Anonimiteit.

Primeur. Canard. Proefballon. 5)

Nieuwsbewerking. Voorbereiding. lm.

provisatie. Documentatie. Koppen. 6^

Rubrieken. Stadsredacteur. Het kleine

nieuws. Bewerking stadsnieuws.

Verslag. Verkapte reclame („kosteloze

inlassing"). Indeling van de

krant. Redacteur binnenland. Verantwoordelijkheid

op de redactie. Redacteur

buitenland. De „feature". Controle

op. het buitenlandse nieuws.

Buitenlandse correspondenten. Sport.

Parlement. De verpozing (Ie journal

amusant). Vervolgverhaal. Kort verhaal.

Strip. Speciale pagina's. Culturele

rubrieken. Kerknieuws. Medische

sensatieberichten. 7) Reportage en

interview. Actuele nieuwsreportage.

Enquête-reportage. Reisreportage.

Interview. Soorten interviews.

Aan deze stof zijn 28 lessen van

1% uur besteed. In de regel ging aan

de lessen een bespreking van actuele,

journalistieke voorvallen vooraf.

Bijzonder aantrekkelijk was het,

dat Jan Nieuwenhuis zijn lessen liet

afwisselen met voordrachten van deskundigen

op verschillende gebieden

van de journalistieke vakbeoefening.

Louis Frequin heeft gesproken over

de provinciale en landelijk pers en de

heer Bodewes over de zakelijke leii

ding van een krant; het onderwerp.

' .,de journalist-feuilletonist" kon aan

niemand beter worden toevertrouwd

dan Wim Snitker („academisch gevormd

journalist"); Jan Bruna nam

de nieuwsvoorziening van de regionale

pers voor zijn rekening en Jan

Cottaar de sport; prof. dr R. Post heeft

ons iets verteld over de historische

kennis van de journalist, R. Vogels over

de perschef en Hans Hermans over de

parlementaire journalistiek. Marius

Monnikendam sloot de rij met een

voordracht over „muziek en dagblad".

Wat de journalistieke oefeningen

betreft: wij hebben een bijdrage geleverd

voor een personeelsorgaan; een

„nieuwsbrief" geschreven; verslagen

gemaakt van voordrachten, van een

raadszitting en een moordzaak; zijn

op „grote reportage" geweest; hebben

op een politiebureau nieuws gehaald

en het daarna op het instituut

bewerkt; en net gedaan of wij redacteur-binnenland

waren. Wij zijn

voorts op excursie geweest naar het

krantenbedrijf van De Gelderlander-

Pers, naar het internationaal persmuseum

(de heer Van der Hout zoekt

een opvolger; arbeidsvoorwaarden:

zelf geld meebrengen) en het A.N.P.

Ziehier het overzicht van een jaar

katholieke opleiding van journalisten

aan het Nijmeegse instituut. Zijn er

resultaten bereikt ? Het is een vraag,

die de docent Jiet beste kan beantwoorden.

Jan Nieuwenhuis heeft

zijn volle energie gegeven, hetgeen

alle studenten van zichzelf niet kunnen

zeggen. Ik mag hier misschien

een verklaring voor geven: een

(klein) gedeelte van de cursisten

voelt niets voor de journalistiek,

maar wel voor de politieke en sociale

wetenschappen, waaraan zij dan ook

al hun aandacht schenken. Een ander

(klein) gedeelte loopt met „Peereboom"

onder de arm en meent, dat

het nu wel genoeg van de journalistiek

afweet. Gelukkig zijn er ook

serieuze werkers. Mogen de anderen

echter, voordat het tweede studiejaar

aanvangt, inzien dat zïj „de

vreugden van de dagbladschrijver"

nooit zullen smaken, en tijdig een

wijs besluit nemen.

JAN BRUENS.

«

EWICHTIGE opdrachten ten be­

G hoeve van het land hebben lector

Hans Hermans een tijdlang belet

door te gaan met zijn college aan de

Universiteit te Nijmegen. Al heeft de

heer Hermans nadien uit alle macht

gepoogd, de verloren gegane uren in

„Journalistiek is een kunst

bij de gratie van talent en...

vakkennis."

te halen, zijn schema voor het eerste

jaar is, naar onze mening, niet volledig

afgewerkt. Er werd desondanks

veel,bereikt. DoeJ, oorzaken, ethische

zijden van de krant werden o.m.

belicht in het eerste deel van deze

cursus „Dagbladwetenschap; welke

titel de docent prefereert boven

„Perswetenschap", „Publiciteitsleer"

of „Openbaarmakingswetenschap".

Van de Acta Diurna tot de in recordtijd

door rotatiepersen uitgespoten

„Zwaargewichten" zagen de cursisten

het dagblad groeien. Zij zagen

óók, waarom dit geschiedde. Hoe culturele,

staatkundige en economische

verlangens bejanghebbenden langzamerhand

deden hunkeren naar de

krant, die tenminste een ogenblik de

nieuwsgierigheid zou kunnen bevredigen.

Hoe de meerdere ontwikkeling

van de bevolking de vraag naar het

dagblad deed toenemen, hoe het verkeer

medewerkte bij de jacht naar

nieuws door zijn snelle ontwikkeling.

Het effect? Men behoeft de kranten

van heden er slechts op aan te

zien om te weten welk een inspanning

technische uitvinders, zakenlieden

en ook dagbladschrijvers

zich hebben getroost om deze perfectie

te bereiken. Een perfectie, die

nóg niet volmaakt is en steeds verder

zal moeten, zolang de lezer slechts

dat ene woordje kent: NIEUWS.

De inhoud van „haar die ons de

zorgen geeft" (met excuses aan

Tijdspiegelaar) is door lector Hermans

uitvoerig besproken. De krant

en haar verhouding tot het persbureau,

tot de buitenwereld, de individuele

factoren, die immer anders

zijn, het verantwoordelijkheidsbesef,

dat iedere rechtgeaarde journalist

behoort te bezitten, werden belicht.

En niet te vergeten; de invloed van

de krant op de lezerskring. Invloed

ten goede in het criminele nieuws,

invloed ook ten kwade. Met college

over de critiek en de advertentie

werd dit eerste studiejaar besloten.

Men moge uit deze vluchtige schets

opmaken, dat de tijd wèl besteed was,

dat de „Onvermoeibare" cursisten

met animo de lessen hebben gevolgd

en vol vertrouwen het tweede jaar

(waarin de bijzondere dagbladleer

aan de beurt is) tegemoet zien. Terwijl

anderen reeds vrij spoedig hebben

ingezien niet uitverkoren te zijn

voor, het schone vak der journalistiek.

Misschien hebben de laatsten wel

de grootste dankbaarheid te betonen.

Hun misstap is gebleken, toen het

nog niet te laat was, toen zij nog niet

17


dermate met hart en ziel aan het

pennewerk verknocht waren, dat er

geen terugweg was. De „doorzetters"

kunnen niet anders meer. Zij zijn algoeddeels

opgenomen in het leger der

inktdrinkers met een voorland van

zwoegen en ploeteren. Waarmee niet

gezegd wil zijn, dat dezulken te beklagen

zijn. Vooral niet door lezers

van dit orgaan, die het zelf óók hebben

gewild.

FRANS OUDEJANS.

OK in het Nederlands Schriftelijk

O Studiecentrum worden katholieke

journalisten gevormd. Tussen

1950 en. 1952 ongeveer zullen de eersten

er hun diploma's hebben behaald.

De opleiding van Culemborg

zal- officieel waarschijnlijk gelijkgesteld

worden met het journalistieke

candidaatsexamen van Nijmegen (het

ligt in de bedoeling dat het journalistieke

candidaatsexamen practische'

waarde zal hebben, in tegenstelling

bv. tot het candidaatsexamen van de

juridische faculteit, dat vrijwel niets

te betekenen heeft), maar in de practijk

wel groter waarde blijken te bezitten.

Dit op de eerste plaats, omdat

de opleiding van het N.S.S.C., die zes

jaren (duurt (een opleiding die evenwijdig

loopt aan de drie-jarige cursus,

zoals die aanvankelijk aan de-

R.K. Universiteit was ingericht) een

betere wetenschappelijke ondergrond

waarborgt en op de tweede plaats,

omdat van dat gedeelte van de talrijke

ingeschreven cursisten dat werkelijk

actief aan, de opleiding deelneemt,

de meesten reeds als leerlingjournalist

bij een of andere krant

werkzaam zijn en dus na het afleggen

van hun laatste examen, tevens

een practijk van minstens zes jaar

achter de rug hebben.

Op het ogenblik omvat de journalistieke

opleiding van het Nederlands

Schriftelijk Studiecentrum de volgende

studierichtingen:

1 Theologisch-Wijsgerige richting;

2 Geschiedkundig-Staatsrechtelijke

richting; 3 jLiterair-kunsthistorische

richting; 5 Sociaal-economische richting;

5 Financieel-economische richting.

De cursist van Culemborg kan

dus naast de algemene vorming, die

voor alle richtingen geldt, voor zijn

specialisatie een keuze doen uit vijf

mogelijkheden. Drie hiervan zijn ook

in de Nijmeegse opleiding verwezenlijkt.

'

Naast de theoretische opleiding

die oorspronkelijk parallel liep aan

•de Nijmeegse, heeft het N.iS.S.C. ook

zq'n vakopleiding. Volgens de richtlijnen

zouden de cursisten van Culemborg

hun practische opleiding kunnen

krijgen aan het instituut voor de

katholieke journalistiek te Nijmegen.

Dit (voornemen; stond aanvankelijk

ook op het programma, het is echter

niet tot uitvoering gekomen.

Op het ogenblik zijn slechts drie

cursisten van Culemborg er in geslaagd,

zich bij het instituut als student

te laten inschrijven. Voorhal de

anderen zal er waarschijnlijk niet

voor het vijfde jaar van hun studie

(1951) gelegenheid bestaan, van het

practische onderwijs in Nijmegen te

18

profeteren. Daarom heeft de directie

van het Studiecentrum besloten,

zelf een practische opleiding in

het leven te roepen, voor degenen,

die voor de Nijmeegse opleiding nog

niet in aanmerking komen. Onder

leiding van de heer A. L. G. M. van *

Oorschot wordt nu sinds 1948 practisch

geoefend — schriftelijk.

Misschien lijkt dit een eigenaardige

methode, maar ik geloof dat ze

een geslaagde vervulling is van de

wens van vele cursisten. In de lessen

worden in dezelfde volgorde de onderwerpen

behandeld, die ook in Nijmegen

worden besproken. In de verschillende

lessen gaat aan de cursist

de gehele krant, van het eenvoudigste

bericht tot en met het hoofdartikel,

voorbij. Aan het einde van elke

les zijn steeds een of meer opgaven

geknoopt, .die binnen een gestelde

termijn ha ontvangst van' de les uitgewerkt

en ingezonden moeten worden.

Op deze manier zou een belangrijk

element kunnen ontbreken: het

persoonlijk contact. Hierin wordt

voorzien door contactbijeenkomsten.

(iDe theoretische opleiding heeft ook

contactbijeenkomsten, maar dié komen

mij, daarbij met verschilende

v factoren rekening houdend, minder

geschikt voor). Die voor de practische

opleiding blijken zeer in de

smaak van de deelnemers te vallen.

Zo zullen er hier en daar nog prettinge

herinneringen hangen aan die

keer, toen 'n zachtjes pratend groepje

cursisten als ganzen achter elkaar,

door lange gangen liep, een paar

krakende trappen opging, om via een

nauwe opening op een hoog koortje

te komen, vanwaar ze stil en onder

de indruk van het mysterieuse Oosterse

schouwspel daar beneden hen en

in huiverende ontroering luisteren

naar de sonore volksliederen. Vlak

na dit bezoek, dat als achtergrond

diende voor een reportage over de

Oekraïners in Culemborg, volgde een

soort collectief interview met Dr.

Sopulak, professor aan het Oekraïns

jseminarie. Met taaie energie had de

heer v. Oorschot dit interview weten

te arrangeren. Dat was die keer in

Culemborg. Onlangs nog maakten de

gevorderde cursisten een excursie

naar Hilversum, waar de K.R.O.studio's

werden bezocht en waarop een

reportage werd voorbereid. De beginners

kregen hun practische instructies

in en om Culemborg.

Behalve de bovenbeschreven vakopleiding

wordt aan het N.S.S.C ook

nog dagbladgeschiedenis onderwezen.

Docent hiervoor is de heer H. Overhoff,

archivaris van „De Tijd". In

dertig lessen geeft hij achtereenvolgens:

1 een beknopt overzicht van

het ontstaan en ontwikkeling van de

pers; 2 Ontwikkeling van de pers in

Nederland; 3 Katholieke pers in Nederland;

4 Pers in overige Europese

landen (algemeen en katholiek); 5

Pers in andere werelddelen (algemeen

en katholiek); 6 Advertentiewezen.

Met vijf en tachtig afbeeldingen

zijn de lessen geïllustreerd en

verduidelijkt. Evenals de heer Van

Oorschot, heeft de heer Overhoff aan

elke les enige opgaven vastgeknoopt,

Unesco features

Het Ministerie van Onderwijs,

Kunsten en Wetenschappen deelt

ons mede, dat de Unesco het voor-,

nemen heeft opgevat, geregeld aan

de pers wetenswaardigheden op

het gebied van onderwijs, wetenschap

en cultuur te verstrekken

onder'de titel van „Unesco Features

Fortnightly Service".

,,Bij deze opzet" — aldus genoemde

mededeling — „heeft de bedoeling

voorgezeten om de, pers in al haar

vertakkingen zoveel mogelijk over

dit. soort van onderwerpen van voorlichting

te dienen. Naast de pariodieken,

die reeds op voortreffelijke

wijze desbetreffende rubrieken verzorgen,

zijn er immers helaas vele

andere, voor welke het blijkbaar niet

wel mogelijk is, hun lezerskring op

de hoogte te stellen van dergelijke

onderwerpen.

Hoewel niet geheel en al zonder

belang voor de grote pers, is deze

„nieuwsvoorziening" in de eerste

plaats opgezet ten behoeve van de

provinciale pers, van de voorlichting

in overzeese gebiedsdelen en ten

slotte van de redacties der kranten

in landen met een minder hoog cultureel

peil.

Elke aflevering van de Unesco

Features zal ongev^tt 5000 woorden

tellen en berichten«pimede artikelen

bevatten, die persklaar zijn."

Belangstellenden in deze uitgave

kunnen zich wenden tot de chef der

afdeling Buitenlandse Betrekkingen

van het Ministerie van Onderwijs,

Kunsten en Wetenschappen, Prinsessegracht

19, 's Gravenhage. Deze

is gaarne bereid de namen der journalisten,

c.q. der redacties, die voor

toezending van het bulletin in aanmerking

wensen te komen, door te

zenden naar de Unesco, met het

verzoek hun gratis iedere veertien

dagen een aflevering van de Unesco

B'eatures te doen toekomen. Men gelieve

'bij zijn aanvrage mede te delen,

of men voorkeur heeft voor de Franse,

Engelse of Spaanse uitgave van

het blad.

met het doel, de cursist het nodige

journalistieke werk te laten verrichten.

Maar' deze opgaven zijn van een

ander soort, dan in de lassen voor

vakopleiding worden gegeven. Op

contactbijeenkomsten verschijnt de

heer Overhoff met een indrukwekkend

gedeelte van zijn particuliere

museum. Dan begint hij te vertellen en

uit te leggen. De spanning zit er in!

Ik geloof dat we tevreden kunnen

zijn met onze schriftelijke journalisten-opleiding

van het N.S.S.C. Culemborg

is de volle aandacht zeker

waard. Als over 2 a 3 jaar de eerste

cursisten van het N.SJS.C. gediplO'

meerd in de journalistiek komen, zal

zeker ook voor de Culemborgse opleiding

gelden, wat over Nijmegen

wordt voorspeld: de hoofdredacties

zullen er van profiteren!

TH. J&GERS


Juristen voor behoud van de persvrijheid

Duidelijke uitspraak van de Nederlandse

Juristenvereniging, in Maastricht bijeen

Het bestuur van de Ned. Juristenvereniging

had voor de (te Maastricht

gehouden) algemene vergadering

van dit jaar het vraagstuk van

de persvrijheid aan de orde gesteld.

Het had als prae-adviseurs uitgenodigd

prof. mr. A. J. P. T a


Gw. verbiedt dus terecht de censuur,

want censoren zijn naar Heine's

woord „Dummköpfe", terwijl rechters,

die repressief optreden, per

definitionem wijze mannen zijn.

De pers is in het buitenland en

ten dele ook hier te lande „vercominercialiseerd";

daarom is een organisatie

tot verheffing van de journalistieke

stand nodig, waarbij dan

een zeker verschoningsrecht voor de

beroepsschrijver mogelijk zou kunnen

worden. Intussen voelt spr. niets

voor de functioneel-ordenende methode

van prof. Duynstee. Spr. is

door dit prae-advies overigens diep

geschokt, en zelfs geërgerd. Nooit

heeft spr. een prae-advies, zo onbezonnen,

zo wild, zo fanatiek, zo onwetenschappelijk

als dit, gelezen.

Prof. Duynstee's principe is zo simpel:

als panacee tegen alle kwalen

geldt het subsidiariteitsprincipe. De

prae-adviseur opent een horribel

perspectief: een ingepend cultureel

leven. Spr. weet, dat vele katholieken

het met deze prae-adviezen oneens

zijn. Hij hoopt, dat ook van katholieke

zijde tegen dit geschrift een

vlammend protest zal komen.

Prof. Mr. A. C. Joseph,us.

Jitta constateert, dat vrijwel allen

het erover eens zijn, dat de vrijheid

van meningsuiting niet is een onvervreemdbaar

mensenrecht, doch

wel een nastrevenswaarde levensstaat.

In vrijheid is een zekere ordening

begrepen, zegt prof, Duynstee,

waarmee spr. het wel eens is, doch

de methode van de ordening onder

leiding van de staat vervult hem met

vrees. Spr. is ook voorstander van

het subsidiariteitsbeginsel, doch dan

in deze zin, dat de staat subsidiairin-het-quadraat

optreedt. Wat zijn

collectieve vrijheden? Soms de vrijheid

om gedwongen te worden tot

een organisatie toe te treden? Het

stelsel van prof. Duynstee, een publiekrechtelijke

ordening van het

culturele leven, door de overheid geschapen

betekent een dwangsysteem.

Spr. acht dit verderfelijk. Wanneer

de overheid daartoe dwingt, is zij

ook genoopt daarop toezicht uit te

oefenen, met alle gevaren van dien.

Hij is voorts gekant tegen de vage

normen van het wetsontwerp op de

journalistieke verantwoordelijkheid.

Mr. A. A. L. F. vanDuIlemen

wil het internationale aspect van de

vrijheid van meningsuiting behandelen.

De prae-adviseurs zijn critisch

en sceptisch t.a.v. internationale

regelingen op dit stuk. Toch gaat

deze irechitsvorniing isteeds verder;

men zie de werkzaamheden van de

U. N. O.-commissie voor „Human

Rights". En dan is er reeds het ontwerp-conventie

over de menselijke

rechten aanhangig. Er is een discrepantie

tussen het internationale en

het nationale recht. Moet de conventie

daarom niet vooraf door de Staten-Generaal

worden goedgekeurd?

Is onze delegatie in de ,U.N.O. van

de volksovertuiging wel op de

hoogte ?

•Mr, H. van Krimpen bespreekt

uit het prae-advies van prof. Duynstee

diens stelling, dat de vrijheid

20

gebonden is aan de goede zeden. In

onrustige tijden bestaat aan bescherming

van oppositionele minderheden

meer behoefte dan in rustiger tijden.

Ieder, ook hij die zich op de christelijke

openbaring grondt, moet het

risico van vrije critiek aanvaarden.

Hoewel prof. Tammes principieel

voorstander van de persvrijheid is,

is zijn slotverklaring inzake de verdediging

daarvan naar spr.'s inzicht

te platonisch. Dit komt voort uit des

prae-adviseurs mening, dat de vrije

.meningsuiting niet uit de aard van de

menselijke persoon voortvloeit. Spr.

kant zich tegen het uit prof. Duynstee's

stelsel dreigende oproepen van

het risico van nieuwe ordening.

Prof. Mr. I. K i s c h constateert

dat prof. Duynstee's prae-advies tot

ondertitel had moeten dragen: Proeve

van een particuliere philosofie. Spr.

heeft bezwaar tegen de daarin gegeven

verschillende qualificaties van

de meningen van anderen. Deze

prae-adviseür heeft zich schuldig

gemaakt aan een bepaalde begripsverwarring.

Degenen, die deze particuliere

philosofie niet aanvaarden,

moeten n.1. volgens prof. Duynstee

zijn stelsel toch aanvaarden als een

algemeen gangbare leer. Spr. meent

daartegenover dat wij met ons allen

leven in èen vennootschap van algemeen

denken, als beherende vennoten.

Er bestaat z.i. bezwaar tegen,

de aanschaffingen in elks particuliere

sfeer ten laste van de algemene

kas te brengen.

Mr. A. J. Hankes Drielsma

komt t.a.v. het verschoningsrecht

van de journalist tot de conclusie, dat

de H.R. een volkomen juiste uitspraak

heeft gegeven. Spr. heeft dit

standpunt reeds eerder verdedigd als

lid van een commissie, welke de

Journalistenkring in 1938 daaromtrent

heeft geadviseerd. ,

Spr. is zeer voor verhoging van

het peil der journalisten. Doch hij

ziet grote gevaren uit het bewuste

wetsontwerp voortvloeien. En hij ziet

in prof. Tammes' norm: tuchtrechtelijke

repressie van onjuiste, oneerlijke

en onverantwoordelijke weergave

van feiten geen verbetering. De

journalisten moeten de verheffing

van hun stand bereiken door een

interne tuchtregeling. Spr. ziet in

prof. Duynstee's prae-advies een duidelijke

waarschuwing.

Mr. E. H. von Baumhauer

meent, dat de door prof. van Oven

geuite critiek op de Amerikaanse

pers overdreven is. Men kan voor

elke publicatie daar een uitgever

vinden. Spr. acht de papierbeperking

hier te lande een wezenlijk euvel.

Prof. Duynstee's stelsel van overheidsdwang

zou als reactie eenmaal

de vrijheid terugbrengen. In een tijd

van overheidsbemoeiing bestaat een

grote behoefte juist aan critiek. Amerika

kent de „hearing" voor de totstandbrenging

van elke maatregel.

Laten wij voorzichtig zijn met onze

critiek op anderen, en laten wij ons

op het wezen en de eisen van onze

eigen democratie bezinnen. Respect

voor andermans overtuiging is essentieel.

Wij moeten vooral niet meer

dwang dan wij reeds door de Duitse

bezetting hebben gekregen in het

leven roepen.

M r. M. R o o y valt prof. van Oven

bij en mr, von Baumhauer af t.a.v.

de commercialisatie van de Amerikaanse

pers; wat Nederland aangaat,

ziet spr. wel gevaren, doch hij

acht de toestand thans beter dan

prof. Van Oven hem ziet. Deze gevaren

wettigen een regeling van de

hoofdredactionele zelfstandigheid,

waaromtrent intussen verschil van

inzicht tussen journalisten en direc-

, teuren bestaat; de laatsten menen

hun verantwoordelijkheid voor de

door hen uitgegeven tijdschriften niet

te kunnen opgeven. Wat het verschoningsrecht

aangaat, onderlijnt hij

de door de presidente in het bewuste

arrest van de H.R. aangewezen mogelijkheid

van belangenafweging',

welke thans reeds tot de toekenning

van een beperkt verschoningsrecht

in bepaalde gevallen kan leiden, niindien

de journalist met zijn publicatie

kennelijk het algemeen belang

op het oog heeft gehad. Spr. hoopt,

dat de lagere rechter de noodzaak

van deze, belangenafweging steeds

voor ogen zal houden. Hij geeft een

uiteenzetting van het tucht-ontwerp

voor journalisten, waarvan hij persoonlijk

voorstander is, en dat in bepaalde

misstanden zijn grond vindt.

Prof. Mr. P. N. Kamphuys

e n acht een groot misverstand aanwezig,

n.1. als zou prof. Duynstee het

specifieke katholieke standpunt hebben

verdedigd. Wanneer men uitgaat

van een bepaald dogma, valt daarover

op zich zelf niet te praten; men

moet dit geloven of men doet het

niet. Gaat men echter uit van het

natuurrecht, dan is dit voor ieder

met de rede kenbaar. Een fout, die

katholieke schrijvers vrij algemeen

begaan, is dat men voorbijziet, dat

de waarheden van het natuurrecht

slechts algemene waarheden zijn, en

dat men daaruit conclusies voor zien

zelf trekt, welke men dan als *

waarheden van het natuurrecht aanbiedt;

men maakt echter gemakkelijk

fouten in het logische denkproces.

Dr. P. Dr es en voelt zich door

het prae-advies van prof. Duynstee

geïsoleerd, omdat hij bij geen der

behandelde richtingen is ingedeeld.

Er is dus vrijheid en verschil van

inzicht onder katholieken mogelijk-

Alleen de vrijheid van drukpers »

in de Gw. geregeld. T.a.v. de ander

communicatie-middelen is er censuur,

zodat er geen vaste lijn is. Spr. v/i

een algemeen artikel, dat de vrijheid

van meningsuiting stelt, met repressie

als regel, met de mogelijkhew

echter van preventieve maatregelen

voor bepaalde groepen van gevalle^

Altijd is er nog de verantwoording^

plicht van de regering als correeti

middel. Er zijn recente katholie*

geschriften, waaruit blijkt, dat

'vrijheid van verspreiding van men p

gen ook bij een katholieke meerd"

heid veilig zou zijn.

Antwoord van de prae-adviseur

Prof. T a mm es merkt ten^aanzien

van de rechtsphilosofisc


grondslag van de vrijheid van meningsuiting

op, dat het zijn bedoeling

is geweest 'het geldende recht en-het

heersende rechtsbewustzijn te beschrijven.

De erkenning van deze

vrijheid verschilt naar tijd en plaats.

Er is een zodanige verscheidenheid,

dat wij niet mogen zeggen, dat deze

vrijheid als uit de aard van de menselijke

persoon voortvloeiende wordt

beschouwd. Anders dan bij andere

mensenrechten wordt internationaal

niet geïntervenieerd bij aantasting

van de vrijheid van meningsuiting.

Hoe moet deze vrijheid, die dus als

een gemeenschappelijk belang moet

worden beschouwd, in de Gw, worden

neergelegd? Het uitingsmiddel

van de drukpers is tot dusver geprivilegieerd.

Er is alles voor te zeggen

deze ' historisch te verklaren

positie te blijven erkennen, omdat de

geschriften een grotere waarde hebben

dan andere uitingsmiddelen voor

een beklijving van opinies. Daarom

moet het beginsel voor de drukpers

volledig behouden blijven. Strekken

wij het beginsel tot deze andere

uitingen uit, dan zou dit meer een

vrome wens dan een rechtsrealiteit

betekenen. De formulering van een

algemeen beginsel heeft weliswaar

betekenis, aangezien de rechter ook

de onaantastbare wet naar de Grondwet

toe kan interpreteren. Zulk een

algemeen beginsel zou voor de andere

communicatiemiddelen echter

geen rechtswerkelijkheid betekenen.

Blijvende verzekering van de persvrijheid

is een uitlaatklep voor meningen,

die langs andere wegen niet

op dezelfde wijze tot uiting kunnen

komen. Juist de drukpersvrijheid

toont de waarde van de Grondwet

voor de grondrechten aan. Daarom is

zo duidelijk mogelijke formulering,

aansluitende bij ons grondwettelijke

en algemene rechtsstelsel geboden,

waarbij de rechter de vrijheid van

interpretatie behoudt.

Tegenover een vergunningsstelsel,

niet rakende de inhoud van geschriften,

zou evengoed een repressief

stelsel kunnen dienen, omdat anders

de zaken maar onnodig worden gecompliceerd.

Wat de positie van de „consument"

van meningsuitingen betreft, daaraan

heeft spr. ook getracht uitdrukking

te geven. De sterke positieve

formulering, welke spr. voor een

nieuw artikel 7 heeft gegeven, strekt

er juist toe ook de positie van de lezer

te beschermen.

T.a.v. de tuchtwet voor journalisten

merkt spr. op, dat er, behalve

het bestaan van bepaalde, weliswaar

relatief niet zo grote misstanden, een

rechtvaardiging is gelegen in de

meer ingewikkeld geworden uitoefening

van de journalistiek, welke

de behoefte aan handhaving van

Interne normen stelt.. Dit is een

normale ontwikkeling van de maatschappij.

Het verschoningsrecht zou in deze

vergadering onderwerp van een uitspraak^kunnen

zijn. Het journalistenberoep'is

geen vertrouwensberoep in

de zin van de advocatuur, die het

verschoningsrecht in het belang van

de cliënten bezit. De inschakeling

van de journalistieke tuchtrechter

om te beoordelen of de journalist

gepubliceerd heeft in het algemeen

belang, en dus terecht een beroep op

het verschoningsrecht heeft gedaan,

lijkt wat geforceerd, maar is zeker

practisch te achten.

Prof. Duynstee heeft zijn

veel gecritiseerde opvattingen met

haar achtergronden in > het licht willen

stellen. Gebrek aan begrip daarvoor

vloeit z.i. voort uit de kloof

tussen het Thomistische ên het moderne

denken, waarvan 'het eerste

het zijne is. De critiek van prof. Van

Oven kan spr. niet zonder meer aanvaarden.

Indien men niet op een relativistisch

standpunt staat, wekt men

• spoedig de indruk van fanatisme,

doch dit is een verwijt, dat gemakkelijk

terug te wijzen valt. Spr. meent

dat zijn systeem in zoverre niet particulier

is, dat het van andere stelsels,

die inzicht willen geven in het recht,

niet zo veel verschilt; het is dus meer

dan een subjectieve opvatting. Dat

zijn prae-advies een waarschuwing

zou geven, geeft spr. aanleiding te

zeggen dat hij noch een in haar uitwerking

door de Kerk aanvaarde

leer, noch ook de interpretatie van

het natuurrecht heeft gegeven.

Het natuurrecht is niet formeel op

te vatten, doch heeft een zeker normatieve

structuur, waaruit de zin

van het menselijk leven blijkt. Uitgaande

van zulk een rechtsbegrip

met materiële inhoud en doelstelling

kan men het recht van de meerderheid

daarom nog niet als het recht

beschouwen. Er is dust. een gegeven

rechtsorde, -, welke weliswaar naar

tijd en plaats kan wisselen, doch

welke algemeen kenbaar 'is. Wordt

hiermede nu de vrijheid vermoord?

Het grondsysteem, zoals spr. het

ziet, doet dit niet. Wie de zin van het

leven relativistisch als een mysterie

ziet, kan misschien spreker's uitgangspunt

als een aanslag op de

vrijheid zien. Maar de principiële uiteenzetting,

welke van spr. verlangd

werd, kon moeilijk anders doen verwachten.

Er valt een onderscheid tussen wat

de katholieken in Nederland ais

rechtsorde hebben te tolereren, en

wat feitelijk wordt getolereerd. De

goede-zeden-orde kan verschillende

richtingen belichamen, die spr. persoonlijk

niet juist acht, en die hij

desniettemin als ' recht beschouwt.

Bepaalde essentialia moeten echter

door de overheid in elk geval worden

gehandhaafd. Uit deze gezichtshoek

bezien kunnen de facto verschijnselen

bestaan, die in strijd met

de rechtsorde, zoals spr. die ziet, zijn

te achten, en waarboven dus het

zwaard van Damocles hangt; het is

een kwestie van opportuniteit, wanneer

wordt ingegrepen.

Spr. verwondert zich, dat men na

de Duitse bezetting nog verdedigt de

vrijheid voor richtingen, die in strijd

zijn met de geldende rechtsorde,

welke in de sociale orde is begrepen.

De bescherming van de „consument"

acht spr. vervat in zijn gehele

stelsel van de sociale orde en van

het algemeen welzijn. Doch deze

bescherming impliceert niet eens

ongebonden vrijheid.

De publiekrechtelijke lichamen, die

er volgens spr. moeten komen, zijn

slechts bij wijze van voorbeeld gegeven.

De wettelijke techniek om de

reeds gegeven gebondenheid te handhaven,

is voor discussie vatbaar.

Spr. wil zich hierop niet vastleggen.

De vraagpunten

Van de voorgelegde vraagpunten

worden die inzake het wetsontwerp

op de journalistieke verantwoordelijkheid

bij meerderheid van stemmen

van de agenda afgevoerd, opdat aan

de insiders gelegenheid wordt geboden

zich hierover nader te beraden.

De presidente ontraadt de opneming

van een vraagpunt inzake het

verschoningsrecht van de journalist,

waartoe de vergadering besluit.

De in stemming gebrachte vraagpunten

luidden:

1. Moet preventief toezicht op de

Inhoud grondwettelijk- mogelijk

zijn:

a. ta.v. uitingen door middel van

de drukpers? (met slechts één

stem voor ontkennend beantwoord)

;

b. ta.v. andere uitingen? (met

slechts enkele stemmen vóór ontkennend

beantwoord);

2. Is het gewenst, dat de vrijheid

van meningsuiting, wat de inhoud

daarvan betreft, ook kan worden

beperkt door gemeentelijke of provinciale

wetgever? (met slechts

enkele stemmen vóór ontkennend

beantwoord);

3. Moet in de Grondwet de eventueel

aanvaarde vrijheid van meningsuiting

verankerd worden:

a. in positieve formulering? (met

grote meerderheid bevestigend

beantwoord);

b. in negatieve formulering? (in

verband met de bevestigende

beantwoording van onderdeel a

kwam 'onderdeel b van dit vraagpunt

te vervallen).

.Ml

MEDEWERKERS

JEUGDUITGAVEN

Contact gezocht met medewerkers

voor korte verfhalen, populair-wetenschappelUke

bedragen,

wetenswaardigheden, puzzles,

raadsels, etc., fris en aanvaardbaar

voor alle gezindten; resp.

bestemd: • voor lagere schooljeugd

en rijpere jeugd. Wie zich

in principe voor medewerking interesseert

schrijve onder No. 3772

aam Adv. Bur. Bramn, Nieuwe

Binnenweg 175, Rotterdam.

21


De ongeregelde perskaartenbegeerte

LS ik- nu in September vacantie

A neem, kan ik dan bij jou op

school niet eens voor mijn plezier

wat komen lesgeven, liefst Geschiedenis

of anders wat Nederlands", zo

vroegen we aan een bevriend H.B.Sdirecteur.

„Je hoeveelste glas is dat?" was

zijn wedervraag want we spraken

elkaar op de sociëteit, zij het ook

vroeg in de avond.

„Ja, dat had ik straks eigenlijk

aan een van je leraren moeten vragen,"

gaven we toe. En toen deden

we hem het verhaal, dat tot tweemaal

toe een leeraar aandrang op

ons was komen uitoefenen om hem

een perskaart te geven, nu hij

met een paar collega's deze zomer

naar Italië ging. Dat was zo gemakkelijk,

zei hij en als we wilden zou

hij ook wel een of meer stukjes voor

de krant schrijven.

Nu hebben we een correspondent in

Italië zitten, zodat de behoefte aan

stukjes niet gi-oot was. We wisten

trouwens niet, of de aanvrager de

juiste stijl voor de krant had en evenmin,

welke onderwerpen hij dacht te

kiezen. [Maar het bedenkelijkste vonden

we, dat hij zijn verzoek ondersteunde

met de verzekering, dat een

drietal collega's van hem in het westen

des lands w e 1 zo'n perskaart

had weten te verschalken. Het leek

nu wel, alsof de redactie van zijn

plaatselijk blad hem niet voor vol

vol aanzag.

Wat hiervan te zeggen? Het kan

natuurlijk wel eens voorkomen, dat

men van een niet-joürnalist gebruik

maakt voor een speciaal doel in het

buitenland, voor impressies of desnoods

voor een verslag. Maar tegenwoordig

wordt de deur bij de redacties

plat gelopen door lieden, die het

de gewoonste zaak van de wereld

vinden, dat wij voor hun allerindividueelste

emoties de nodige plaatsruimte

beschikbaar stellen met een

perskaart natuurlijk, hetzij voor een

congres in Frankrijk, hetzij voor een

samenrotting van verkenners in

Noorwegen.

We zouden daartegen willen advi-

Pers en Overheid

De Persraad is bezorgd. Hij vraagt

zich in zijn jaarverslag af, of het

complex van gezagdragers, dat als

„de overheid" pleegt te worden aangeduid,

wel doordrongen is van het

feit, dat het de taak en de roeping is

van de pers om het algemeen belang

te dienen. Te dikwijls moet worden

geconstateerd, aldus de raad, dat

verouderde opvattingen, volgens

welke het publiciteitswezen als noodzakelijke

dwarskijker van de gestie

der overheid ten hoogste wordt aanvaard,

haar gelding nog niet ten volle,

hebben verloren.

Een heel juiste opmerking van de

Persraad. Wij kunnen er zo nu en

dan ook over meepraten.

22

seren de uiterste spaarzaamheid in

het verstrekken van perskaarten te

betrachten; ideaal zou zijn ze in het

geheel niet te geven. Wat een Nederlandse

correspondentenkaart —

want veel meer kan men toch al

niet beschikbaar stellen — overigens

in Italië moet uitrichten, vermogen

wij niet te bevroeden.

NTUSSEN doet dit de noodzake­

I lijkheid sterker klemmen van de

uniforme perskaart voorrechte journalisten,

een instelling, waarover nog

altijd op enkele departementen blijkt

gepeinsd te worden, als ware dit een

hoogst ingewikkelde aangelegenheid,

even moeilijk als het opstellen van

het aanstellingscontract, waarmee de

rechtsgeleerde raadsman van de

kath. directeurenvereeniging aanstonds

een jaar na de afsluiting van

de C.A.O. nog bezig is of althans

heet te zijn. Enkele grote steden hebben

sedert een klein jaar een allereenvoudigst

model ingevoerd maar

we kunnen ons voorstellen, dat er,

behoefte bestaat aan een iet of wat

uitvoeriger document. Of zullen we

nog, horribile dictu, naar de dusgenaamde

Journalistenpas van wijlen

het Verbond moeten terug verlangen?

S. Z.

Haagse journalisten

bestudeerden* het

protocol

Wist u, dat een ambassadeur, die

zich opmaakt om zijn geloofsbrieven

te overhandigen, muziek krijgt en een

gezant slechts vier roffels? En kunt

u de vraag beantwoorden waarom

het lint van een grootkruis nu eens

boven en dan weer onder het vest

moet worden gedragen?

Over deze en andere finesses van

het protocol sprak op 20 Juni j.1. Mr.

J. Visser, buitengewoon gezant en

gevolmachtigd minister, chef van*het

kabinet van de minister van Buit.

Zaken en directeur van het Protocol,

in de vergaderzaal van Plein 23 voor

de leden van de H-JV. en de Kath.

N.J.K. Het werd een leerzame, vaak

geestige causerie over een onderwerp,

dat, zoals spr. opmerkte, wel

eens erg mysterieus en opgeschroefd

wordt gevonden. Maar het protocol

heeft zijn reden. Men kan het vergelijken

met een spel dat zonder regels

niet kan worden gespeeld. Van die

regels moet de journalist enigermate

op de hoogte zijn. Dan begaat hij niet

de fout, die een buitenlandse journalist

maakte, toen hij de chef van het

protocol Verweet, dat de zaakgelastigde

van zijn land niet door de

Koningin in audiëntie werd ontvangen.

Een zaakgelastigde vertegenwoordigt

zijn eigen minister van buit.

zaken bij die minister van het andere

land en heeft dus geen aan de Konin-

IN MEMORIAM

Een eenzaam journalist

P 10 Juni hoorden enkele Amster­

O damse verslaggevers, die elkaar

bij het werk ontmoetten, dat collega

J. J. H. Martijn ziek in het Wllhelminagasthuis

lag. „Daar moeten we

wat aan doen," zeiden ze en ze stuurden

bloemen. Die konden de volgende

dag nog net op zijn doodsbed worden

gelegd.

Slechts weinigen hebben hem gekend,

al bewijst zijn boek „Ten

Paleize", met de ondertitel „Koningin

Wilhelmina in Haar particulier

leven", dat hij een geziene figuur

was.

Als jongen van zestien jaar schreef

hij zijn eerste „stukjes"; zijn laatste

werk was een ooggetuigeverslag van

het Ganzenbordspel in het Stadion.

Daar viel hij toen tussen de genodigden

op doordat hij met een verdraaide

hals liep: de verlamming,

die hem weldra het spreken onmogelijk

zou maken, was al begonnen.

Martijn was niet getrouwd; hij

woonde op een huurkamertje driehoog,

waar hij nimmer iemand ontving.

Een week voor zijn overlijden

gaf hij opdracht, zijn geringe bezittingen

te verkopen: de opbrengst was

juist voldoende om een eenvoudige

begrafenis te bekostigen. Zo eenzaam

als hij heeft geleefd, is hij gestorven

en begraven.

Hij was geen lid van een onzer

organisaties. Nochtans een der onzen

— ook hij.

gin gerichte geloofsbrief, zoals een

ambassadeur en een gezant die hebben,

die vertegenwoordigers zijn van

het ene staatshoofd bij het andere.

Achtereenvolgens werden we ingewijd

in het ingewikkelde proces van

de benoeming van gezanten en in het

ceremonieel van de ontvangst ten

hove (verschillend naar gelang die

ontvangst al dan niet in een garnizoensplaats

geschiedt). De bijzondere

.missies zijn een aparte studie waard.

Vooral de Zuid-Amerikaanse staten

stellen er prijs op bij de presidentswisselingen.

De gezant ter plaatse

wordt dan met de „bijzondere missie"

belast.

De oudst aanwezige ambassadeur

is deken van het corps diplomatique;

in Nederland is dat, zoals men weet,

de Russische ambassadeur. Maar de

landen die met Rusland geen betrekkingen

onderhouden hebben 'n eigen

deken: de Franse ambassadeur, die

op één na de oudste is.

Vervolgens kregen we theorie over

het verlenen., dragen en registreren

van onderscheidingen. In Nederland

is men (ondanks de jaarlijkse regenbui)

niet erg decoratie-minded. De

hoeveelheid gegevens die spr. verstrekte

was te groot om in één keer

te verwerken maar gaf toch het

nodige inzicht in deze materie. Het

is altijd nuttig te weten dat men iets

niet weet, als men maar weet waar

men het te weten kan komen!

de B.


Sectie nieuwsbladji

„Een hoop zielen op een stuk

grond" zó zou men, met een

woord van wijlen Dr. Abraham Kuyper,

de nieuwsbladjournalisten kunnen

aanduiden, vóór ze in de sectie

Nieuwsbladjournalisten van de Federatie

een onderdak vonden.

Onderling contact hebben deze collega's

over het algemeen niet. Velen

hunner zijn nog ongeorganiseerd. De

vaak nog min of meer patriarchale

toestanden bij de nieuwsbladen zijn

daarvan mede oorzaak.

De oprichting van de sectie is dan

ook niet slechts van belang in de

organisatie-sector. Voor de nieuwsbladjournalisten

schept ze geheel

nieuwe mogelijkheden.

Dat dit beseft wordt, zou men niet

kunnen afleiden uit het vrij schrale

bezoek van de oprichtingsvergadering

in De Dietse Taveerne te

Utrecht, welke Zaterdag 9 Juli jl.

werd gehouden. De Vader des Vaderlands,

die toch altijd vrij zuur wordt

afgebeeld, liet -uit zijn portretlijst

een minachtende blik dwalen over

het ongeveer twin:ig koppen tellend

stelletje dienaars van de Koningin

der Aarde, die de moeite genomen

hadden naar de oude Domstad

te komen op die warme Zaterdagmiddag

Het aantal adhaesiebetuigingen

was aanzienlijk groter, gelukkig, en

vermoedelijk is nóg groter het aantal

dergenen die thans nog de kat

uit de boom kijken, maar, zich ongetwijfeld

zullen aansluiten, wanneer

ze bemerken dat hier voor hun belangen

gevochten wordt.

Achter de groene tafel zetelden de

initiatiefnemers in gezelschap van

Mr. Rooy (die zich zodanig inspant

voor de journalistenbelangen, dat

men zich wel eens afvraagt hoe de

Nieuwe Rot maar dag in, dag uit

kan blijven verschijnen!) en Mr. Van

Rantwijk, bescheiden schuilgaand

achter dikke dossiers. Collega De

Lange uit Meppel zat in 't gestoelte

der ere, en zou, gezien het resultaat

der bestuursverkiezing, dit permanent

als voorzitter blijven bezetten.

D9 verschillende problemen die

aan de orde kwamen, soms wel een

beetje buiten die orde, toonden duidelijk

aan dat er voor de sectie genoegzaam

werk aan de winkel was.

We noemen maar de verhouding met

de persbureaux, de gratis of bijnagratis

advertentiebladen, de werkwijze

van de RVD etcetera.

Mr. Rooy diende de hoofdschotel

op met een causerie over het werk

der sectie en het belang van de oprichting

daarvan.

Hij constateerde bij het bestuur

der Nederlandse Nieuwsblad Pers, de

organisatie der nieuwsblad-uitgevers,

het verlangen naar verheffing van

het nieuwsblad, dat ook gezien wordt

a ls een onderdeel van de journalistiek.

Gestreefd wordt dan ook naar

contact' tussen de uitgevers-redac-


jrnalisten opgericht

teuren en de beroeps-nieuwsbladjournalisten.

Behalve de culturele, zijn ook de

sociale en economische vraagstukken

besproken in de bijeenkomsten

tussen een delegatie uit het NNPbestuur

en een uit de Federatie,

welke de behandeling van een ontwerp-collectieve

arbeidsovereenkomst

ten doel hadden.

Ook de nieuwsbladuitgevers zien

wel in, dat wanneer bij de Dagbladpers

de journalist een „beveiligde"

functie heeft en bij de Nieuwsbladpers

op dit gebied chaos,blijft heersen,

er een'zuigkracht ontstaat naar

de Dagbladpers, die de beste krachten

uit de nieuwsbladjournalistiek

verwijderen zal. Want een gehouden

enquête heeft uitgewezen, dat ten

aanzien van salariëring en rechtspositie

van de nieuwsblad journalist

de situatie zonder overdrijving chaotisch

kan worden genoemd.

Aangenaam was het te constateren,

dat bij het NNP-bestuur de

principiële bereidheid tot medewerking

aan een CAO bestond. Over de

onderhandelingen kon Mr. Rooy, zolang

deze nog niet voleindigd zijn, in

de vergadering niets mededelen. De

delegatie, bestaande uit de- heren

Rooy, Hanekroot en Van Rantwijk

uit het Federatiebestuur en Goossens

en Dodewijk als nieuwsbladjournalisten

(dus thans vertegenwoordigers

van de sectie) is voorlopig nog "niet

met haar arbeid gereed.

Wordt het doel, de regeling van de

DE RAMP VAN

Met diepe ontroering heeft de

Nederlandse journalistieke wereld

kennis genomen van de ramp der

K.L.M.-machine de „Franeker", aan

boord waarvan zich bevonden de

Amerikaanse collega's, die op uitnodiging

der Nederlandse regering een

bezoek aan Indonesië hadden gebracht

en nu op de terugweg waren

naar hun vaderland. Zij zijn in de

uitoefening van hun beroep, in de

vervulling van hun levenstaak, gevallen

en wij, als Nederlandse journalisten

gedenken hen met diepe

eerbied, terwijl onze gedachten uitgaan

naar hun familie en verwanten,

die zozeer door deze ontstellende

ramp zijn getroffen.

* *

*

Het bestuur van de Federatie van

Nederlandse Journalisten heeft, na

het bekend worden van de ramp het

volgende telegram gezonden aan

„American Newspaper Guild" te New

York:

positie van de nieuwsbladjournalist,

uiteindelijk bereikt, dan betekent dit

een ontzaglijke winst: de principiële

erkenning door de uitgever, dat de

nieuwsbladjournalist recht heeft op

een sociaal en juridisch gegarandeerde

positie, en de verheffing van het

peil der journalistiek. Wil men goede

krachten aantrekken, dan zal men

ook zekere garanties moeten bieden.

Het concept van de CAO, zoals dit

zal worden verkregen na onderhandelingen

met de NNP-delegatie, zal

aan de sectie-vergadering worden

voorgelegd.

Waar geen tegencandidaten waren

gesteld, werden bij enkele candidaatstelling

gekozen tot bestuursleden

van de sectie Nieuwsbladjournalisten

de collega's H. de Lange te Meppel

(voorzitter), W. P. J. Goossens te

Oud Beyer land (secretaris, bij wie

men alle verdere inlichtingen omtrent

het lidmaatschap verkrijgen kan), M.

Bremer te Amstelveen (sportjournalist)

en T. Lodewijk te Hillegom. Men

wil dit bestuur t.z.t.- aanvullen met

een collega die lid is van de KNJK.

Voor het welslagen van de onderhandelingen

over de CAO is het

noodzakelijk, dat de delegatie kan

spreken namens een zo groot mogelijk

aantal belanghebbende nieuwsblad-journalisten.

Daarom wordt

collega's, die nog geen adhaesie betuigden

met de oprichting der sectie,

of nog niet aangesloten zijn bij de

Federatie, verzocht zich alsnog te

melden bij de Secretaris van de Sectie

Nieuwblad-journalisten: W. P. J.

Goossens te Oud-Beyerland, Ben.

Molendijk 45.

T. L.

DE „FRANEKER"

„Diep geschokt door het lot van

onze Amerikaanse collega's, die ten

gevolge van de ramp van dó' „Franeker"

om het leven kwamen, betuigen

wij U met dit zeer ernstig

verlies onze oprechte en innige

deelneming".

Namens dat bestuur hebben de coll.

L. Hanekroot, J. J. F. v. d. Bergh en

Dr. A. Veerman op Schiphol een

krans gelegd bij de urnen, bevattende

de stoffelijke resten van deze Amerikaanse

collega's, toen deze urnen

daar, tijdens het transport naar

Amerika, waren opgebaard.

* * . *

Het Federatiebestuur ontving van

het hoofd van de Persdienst der

K.L.M., de heer R^. Vogels het volgende

schrijven:

„Het is mij een behoefte langs

deze weg mijn oprechte dank te betuigen

voor 't medeleven, dat zovele

collega's in hun bladen hebben betoond

naar aanleiding van de ramp

met de „Franeker".' Velen hebben in

hoofdartikelen woorden geschreven,

die voor de K.L.M, een waarachtige

steun betekenen bij het verwerken

van deze nieuwe slag".

23


CHARÏVARIA

Ze geven het niet op

Voor een zeer jeugdige democratie een

indrukwekkende opgave. (N. R. CO-

De opgave leek vrijwel onmogelijk.

(Parool).

De schrijver heeft zich geen gemakkelijke

opgave gesteld. (Vrije Volk).

Kinderen geven vaak niet voor het gehele

leven een opgave. (Folia Civitatis).

Het is een trieste opgave zich te moeten

stellen tegenover de politie.

(Vrije Volk).

Trieste opgave

Vervang de half-Duitse woorden

en uitdrukkingen door goed Nederlandse

:

Morgen is het vier jaar geleden dat

Japan de wapens strekte. (Rott. Parool).

Na middels een handgranaat buiten gevecht

te zijn gesteld. (Tijd). — Het is

goed zich middels deze film nog eens te

bezinnen. (Volkskr.).

En 's avonds ademden de thuisblijvers

op. (Parool).

De Belgische zakenman voelt in doorsnee

niets voor geleide economie.

(Nieuwe Ned.).

De Groninger was technisch zeker de

betere bokser. (Vrije Volk). — In „De

navond komt zoo stil" is de tweede regel

in de vertaling ongetwijfeld de betere

vertolking. (Linie). '

Meerdere millioenen dollars. (Linie). —

Een of meerdere malen. (Tijd). — Meerdere

malen. (Alg. Hbl.).

Of dat het zwaargewicht zal worden

overgebracht naar die kringen (N. R. C).

Omtrent de eeuwwende. (Parool).

Dat deze binding vooralsnog afwezig

is, benadrukt de enquête. (Linie). — Hier

dient toch benadrukt te worden (id.).

Het adres af 15 Juli luidt (Linie).

De avond werd geopend met de volkshymnen.

(Alg. Hbl.).

Het doel zal zijn de transportdienst

veilig te stellen. (Parool).

Pogingen het leven van boeren en vee

zeker te stellen. (Elsevier).

Een twaalftal jongemannen in de leeftijd

van 19 tot 25 jaar. (N. R. C). — Zaterdagmorgen

is in de leeftijd van 88

jaar overleden (Parool).

Voorts staat vast, dat de bivaks regelmatig

werden beschoten. (N. R. C.).

ledere onderwijzer heeft zijri eigen

methode om! de „verfrissing" door te

voeren. (Waarh.). — De regering heeft

een krachtig instrument om deze politiek

door te voeren. (Vrije Volk).

Zou dit artikel niet met volle kracht

tot gelding moeten worden gebracht?

(Linie).

. De tijd, die Gogol op zo'n humorvolle

wijze! beschreven heeft. (Elsevier).

De machines zijn nog niet in bedrijf

gesteld. (Waarh.). — Binnenkort wordt

de zandzuiger in bedrijf gesteld. (N. R.

C). — Zeilseizoen in vol bedrijf. (Parool).

— Een passerend rijwiel met lichtdynamo

in bedrijf stoort al. (Alg. Hbl.). — Sigarettenfabriek

weer in vol bedrijf.

(Vrije Volk).

Een wet waardoor zij gedwongen worden

om af te treden, teneinde hen „koud"

te stellen. (Vrije Amsterdammer).

Wel moeten we toegeven dat de zwarthandel

er niet op vooruit is gegaan.

(Linie).

Een valsmunter achterhaalt men in

enkele dagen. (Linie).

Een uitvlucht in het land van de

„Bünte Pleats". (Vrije Volk).

Er is een terugloop in de ontvangsten.

(Tijd). — Bedrijfsvermogen liep met

ƒ 798.000 terug. (Parool).

Snelberg en Blankenau vielen terug

uit de leidende groep. Hopstaken was

teruggevallen. (Parool).

De regering kan de opdracht aan de

24

rrjksbemiddelaars niet laten doorkruisen.

(Parool).

De snelle toename van de productie en

het in bedwang houden van de inflat'ionistische

tendenzen. (Groene).

De betrokken instanties. (Parool).

De ogenblikkelijke omstandigheden.

(Linie).

Als die man gelijk heeft, is hij eerst

recht onuitstaanbaar. (Tijd). — En daarna

breekt de zorg zich pas recht baan.

(Nieuw Ned.).

Amerika was het land waar de televisie

zich hef eerst geheel baanbrak.

(Vrije Volk).

Zijn vrouw is ingesloten. (Parool).

Honderden oorlogsgetroffenen. (Parool).

De dertiger jaren. (Parool). — De

vroeg-dertiger jaren. (Vrije Volk). — De

twintiger en dertiger jaren.

(Litt. Paspoort).

Het streven naar gelijkberechtiging.

(Parool).

De stofwolken waren ondoorzichtelrjk.

(Parool).

De arbeidsverhoudingen zijn van grote

invloed. (Parool). — De feodale verhoudingen.

(Tijd).

Hoogwaardige vakarbeiders. (Parool).

Nog altijd ben ik bereid van jonge

mensen te verwachten, dat ze er niet

voor terugschrikken zich ergens voor in

te zetten. (Lichtspoor). — Zij moet zichzelf

inzetten met haar gehele persoonlijkheid.

(Alg. Hbl.).

Dat een onderwerp van zo grote omvang

uitputtend behandeld zou zijn, wie

zou dit mogen verwachten? (Tijd).

Dit begeesterend denkbeeld. (Volkskr.).

Zij heeft zich de haat op de hals gehaald

van al wat van versluiering houdt.

(Ned. Bibliographie).

Zoals gezegd, de tijd voor geven en

nemen is nog niet aangebroken.

(N. R. C).

De heer Welter kan, gelijk bekend,

van de Republiek geen goed horen.

(N. R. C).

Een inktbespoelde annonce.

(Mededelingen N. D. P.).

De zeven percent, waarover zij in het

Westen vervoegen. (N. R. C).

Het was onheimelijk te horen, hoe hij

in zijn droom luide gesprekken hield.

(Vrije Volk).

om met de Belgische groep contact

op te nemen. (N. R. C). — Nederland

zal met het nieuwe China contact

moeten opnemen. (N. R. C).

Het uitbreidingsplan werd ingenomen.

(Heemschut).

In het raam van het gebruikte beeld.

\ (Parool).

Een tweede oorzaak van het niet georganiseerd

zijn ligt vaak in een algemene

interesseloosheid.

(Der Clerke Cronike).

De Blankërse kuitspieren. (Linie).

Gemengde oipgave

Het geringe aantal uren, dat de trekkers

als regel in bedrijf zijn. (N. R. C).

Andere opgave

Met "de nieuwe dienstregeling scheelt

de bekorting van de reisduur circa vijf

kwartier. (Leidsch Dbl.).

Als men nu weet hoe lang de

'dienstregeling is, kan men gemakkelijk

de lengte van de bekorting

uitrekenen.'

Accusativitis

Hen worden allerlei clichétjes aangesmeerd.

(Ned. Nieuwsbladpers).

Toen enkelen hun stem verhieven, werd

hen het zwijgen opgelegd. (Linie).

Betreffende betreffende

Het betreffende protest. (Elsevier).

De betreffende rijksbureaux. (Parool).

Het betreffende huwelijk. (Linie).

De betreffende scholen. (Schoolblad).

De betreffende lectuur. (Brabants Nbl.)-

De betreffende tak van het bedrijfsleven.

(Vrije Volk).

Het betreffende bericht'. (N. R. C).

De betreffende gemeenten. (Volkskr.).

Het hardnekkige misverstand betreffende

betreffende. (Discipulus)

Anglomanie

Het effect op de bevolking van de

guerilla's. (Trouw). — Kanton nu ook

door guerilla's bedreigd. (Tijd). — Een

troep guerilla's. (Waarheid). — De radio

der guerilla's. (Parool).

Engeland heeft vergoeding voor dat

dollar-tekort geclaimd. (Vrij Ned.).

Een machtig verbond dat de zuivelverwerkende

industrie controleerde:

(Vrij Ned.).

Het kamp is opgezet om de Nederlandse

soldaten „hygiëne-minded" te

maken. (Parool).

dat zij in een paniekje is gevlogen.

(N. R. C).

Voor de vierde keer in successie.

(Parool).

Naarmate haar leden aan zekere financiële

en educationele eisen voldeden.

(N. R. C).

Het zwarte parlement, dat alleen advisorische

bevoegdheid heeft. (N. R. C).

Nederland overspeelde Fins elftal.

(Parool).

Ziehier een man, die volkomen gekwalificeerd

is voor de post, waartoe hij is

geroepen. (Elsevier).

Kom eens, Daisy, ontmoet deze heer.

(Waarheid).

Bij de Rijnbrug timeden wij het verschil

tussen beide groepen op tien minuten.

(Parool).

Er isi g.een alternatief voor de Mannonkinderen.

(Groene).

De meest guitige Brusselaar. (Alg.

Hbl.). — De meest gunstige wind. (N. R-

C). — De meest scherpzinnige man van

het land. (Parool).

De nieuwe premier heeft gezegd, dat

zijn regering een „vechtend kabinet" zal

zijn. (Parool).

Zogezeid een knokkend ministerie.

Nauwelijks Nederlands

i Nauwelijks een erg principieel verschil.

(N. R. C).

Ten slotte bestaat er nauwelijks een

algemeen geldend oordeel óver.

(Muiderkring)-

Dus sinds kort wél.

Taaiverrijking

Luchtmacht: een aantal squadrons dagjagers

en nachtjagers, zomede enige

squadrons tactische luchtmacht zomede

de bij vorenbedoelde squadrons behorende

vliegbases. ,(Min. Schokking).

De Engelsen onderscheiden squad

en squadron en daar hebben ze g e "

noeg aan. Wij hadden, van dezelfde

taalkundige afstamming (nl. van Itsquadra

van Vuig. Lat. * exquadrare

= tot een vierkant vormen), eskader,

exkadron, escadrille en escouade,

maar voor onze meer verfijnde behoeften

was dat ter nauwkeurige

onderscheiding niet voldoende. Heb

dank, excellentie. Het Duitse Schwadron

staat ook nog ter beschikking-

Titel

Mijn officiële titel luidt Minister va"

Godsdienst, zei de kleine donkere Zoeloe-dominee.

(K. L. M.-Nieuws).

In het Engels is iedere dominee,

verbi divini minister, officieel en

officieus „minister of religion".

DISCIPULUS-

-

More magazines by this user
Similar magazines