atholieke lournahst

webstore.iisg.nl

atholieke lournahst

INZENDINGEN AAN HET SECRETARIAAT:

KON1NGSSTRAAT22B.TEL.6529

HILVERSUM

REDACTIE!

J. W. L. VAN MASTRIGT

A. L. G. M. VAN OORSCHOT

S. H. A. M. ZOETMULDER


3e JAARGANG - MAANDBLAD 4

atholieke

lournahst

NOVEMBER 1948

ORGAAN VAN DE KATHOLIEKE

NEDERLANDSE JOURNALISTENKRING

HET TAAIE MISVERSTAND

Over het gezegende meningsverschil

E Tijd, de Maasbode, de Volks­

D krant en — ook zij — De Linie

zijn enige tijd geleden verrast met

een briefje van een bezorgd lezer,

die -blijkbaar nimmer een Paleis van

Justitie bezoekt en daar de advocatenkamer

een blik toestiert. Alsdan

zou hij, waarschijnlijk tot zijn ontzetting,

bemerken, dat de pleitbezorgers,

die nog geen kwartier te voren

elkaar voor de balie ten hevigste in

de juridische haren hebben gezeten,

in vriendschappelijke kout nog eens

napraten en als ze ihet druk hebben

gezamenlijk in de stad blijven eten.

Nu zijn advocaten nog herkenbaar,

zolang ze een toga dragen.

Journalisten herkent men niet zo

licht, tenzij helaas sommigen aan

hun slechte manieren; maar daar

gaat het nu niet over. Waren wij

w e 1 te onderscheiden en ware de

bezorgde lezer toezoeker van bepaalde

koffie- en bierhuizen, hij zou een

nog grotere ontzetting ondergaan

door daar redacteuren van sterk tegenovergestelde

couranten collegiaal

aan de borrel te zien, wellicht op dezelfde

dag, dan hunlieder bladen

weer eens een fiks meningsverschil

aan het uitvechten waren. Pourquoi

pas?

Dit alles zou reeds voldoende zijn

voor een vertoog over het nut van

het bezoeken van gerechtszalen en

herbergen voor het opdoen van bemoedigende

wetenschap. De bezorgde

lezer, die zulks blijkbaar verzuimd

heeft, althans niet het juiste

nut er uit heeft getrokken, is aan de

bovengenoemde bladen per torief

zijn ergernis kenbaar gaan maken

over het feit, dat zij elkaar nogal

eens bestrijden over de bepaalde aangelegenheden.

Hij vergelijkt de polemiek

van Tijd en Volkskrant liefst

met die, waarvoor kijvende buurvrouwen

met de politierechter in

aanraking plegen te komen en zoekt

daarvan een diepe oorzaak zonder

die overigens te noemen. Als remedie

toeveelt hij' een conferentie van de

hoofdredacteuren aan „om die kinderachtige

ruzietjes aan kant te

maken." .

U zouden wij, eerbiedig maar be­

N zwerend, voor deze hoofdredacteuren

willem gaan staan en hun toeroepen:

doe dat niet. Waar gaat het

heen, wanneer we het zelfs in onderdelen

met elkaar eens zijn? Niets

dan onleesbare kranten zullen er het

resultaat van zijn. Heeft niet de

hoofdredacteur van De Linie, prof.

dr. Creyghton S. J. het, in De Nieuwe

Eeuw nogwel, toegejuicht, dat er in

de katholieke pers blijk werd gegeven

van meningsverschil? De Tijd

heeft er zelfs 'een hoofdartikel aan

gespendeerd op het thema van „het

!kan vriezen maar het kan ook

dooien" en daarbij opgemerkt:

Hij, die beweert, dat het vriezen

zal, kan gelijk hebben, maar ook hij,

die van mening is, dat men het verstandigst

doet met dooi te verwachten.

Nu is het dwaasheid om de eis

te stellen, dat allen 'dergelijke situaties

hetzelfde beoordelen. Indien

voor het een -zowel als voor het ander

wat te zeggen is —' wat bijvoorbeeld

meestal het geval zal -zijn in .beleidskwesties

— moet ook die vrijheid bestaan

om zich zowel voor het een als

voor het ander uit te spreken. Tenzij

een hoger belang dat niet gewenst

doet zijn, een hoger belang, eisend,

dat men zijin meningsverschil opschort

of 'binnenskamers houdt.

Maar dat hoger belang, dunkt ons,

wordt niet reeds gevormd door de

eenheid zelf. Eenheid zonder meer is

geen ideaal. Het gaat er maar om,

waartoe -men één is. IHet doel, waartoe

eenheid gevergd wordt, bepaalt

of men haar al dan niet en, zo ja, in

meerdere of mindere mate moet in

acht nemen.

Dat men, zich verplicht voelt te

doen, alsof men in alles overeenstemt,

is dikwijls geen 'bewijs van

kracht, maar veel eerder een bewijs

van zwakte. Het kan wijzen op in­

nerlijke onzekerheid en op een gebrek

aan vertrouwen in de kracht

van de beginselen, die men huldigt.

Het kan ook voortkomen uit kortzichtigheid,

die een z.g.n. vrije kwestie

doet aanzienTvoor een principiële.

Krachtsontplooiing, die voortkomt

uit kortzichtigheid, heeft geen lange

adem.

R zijn, naar onze mening, in Ne­

E

derland te veel Katholiek! bladen;

een zekere concentratie ware zeer

gewenst, geloven wij. Maar een te

veel op dit gebied achten wij een geringer,

kwaad (dan ieen teVwainig. Wanneer

er bijvoorbeeld slechts één landelijke

Katholieke krant was, dan

zou dat een beslist minder gunstige

toestand zijn dan de bestaande. Weinigen

zullen dit willen toetwisten, nemen

wij aan. Maar waarom zou

men het niet toetwisten, wanneer

men het uit den boze acht, dat Katholieken

blijk geven van meningsverschil.

Als zij zich naar buiten altijd

onder alle omstandigheden één

zouden moeten; tonen, bestond er

geen doorslaande reden voor meer

dan één landelijk Katholiek blad.

Hoogstens dat daarvoor zo lang nog

reden was als de toeschikking over

het papier nog niet vrij is gekomen.

Maar wanneer de kranten weer volop

papier zullen kunnen geven, zal

in één krant aan alle aspecten van

het leven ruimschoots voldoende aandacht

kunnen/ worden toeisteed. En

dat de ene krant aan een bepaald

aspect toch nog meer aandacht zou

willen besteden, een andere aan datzelfde

aspect juist minder, zou dat

uit iets anders voortkomen dan uit

een 'divergentie, die men zonder overdrijving"

meningsverschil zou mogen

noemen ?

AAR, zullen velen opmerken, het

M gaat om de manier, waarop men

het meningsverschil tot uitdrukking

torengt. Schrijver van boven geciteerde

brief vindt „De Volkskrant"

en „De Tijd" kijven als buurvrouwen.

Zouden buurvrouwen nooit anders

kijven, dan zou er aan meningsverschil

tussen buurvrouwen nooit een

politierechter te pas komen.

Wij ontkennen, dat in de polemie-

1


Een bisschop die het schrijven

in het bloed zit

Hij kan zelfs zijn bisschopsstaf

niet uit de inktkoker houden'

KATHOLIEKE journalisten hebben

een collega in de bisschop van

Fort Wayne — Mgr. John Noll —

en het verhaal door Richard Grinder

over hem in „St, Anthony Messenger"

gegeven, is als een loflied op

de journalistiek.

Veertig jaar geleden waren de Katholieken

in de Ver. Staten ihet voorwerp

van een felle bestrijding in pers

en openbare vergadering, vooral de

pers was meestal scherp antikatholiek

en ze bestreken een geweldig

terrein. Twee der ergste schandblaadjes

hadden samien een oplaag

van meer dan een millioen. En de

Katholieken hadden ongeveer niets

om daar tegonover te plaatsen.

Toen kwam ce jonge priester met

de wapperende rode haardos naar

voren. Father John Noll, bezocht

vergaderingen, waar individuen die

zien „ex^priester" noemden, maar

toet niet waren, de Kerk beschimpten.

Daar vroeg hij: steeds debat aan en

zette de bedriegers: hopeloos voor

dwaas, al werd hij: zelf soms naar

buiten gedreven.

In die tijd kwam. ihij tot inzicht

dat öe pers het grote middel was, en

nadat hij eenmaal in de ban van

drukinkt en zetraam geraakt was,

was hij er voor zijn verder leven aan

verslaafd, zodat Grinder constateert:

„Hij kan zelfs zijn bisschopsstaf niet

uit de inktkoker houden".

LS kapelaan te Hartford City in

A

Indiana begon Father Noll met

een maandelijks parochieblaadje „The

parish monthly" waar hij in korte

artikeltjes de meest dwaze voorstellingen

van andersdenkenden omtrent

de katholieke leer rechtzette.

Hij deed^néér:

Naast het defensieve gedeelte was

er een offensief door de juiste formulering

van de katholieke begrippen

en dat op een manier, die ouderen

het hoofd deed schudden over „de

vrolijk rondihuppelende apologeet".

Ze voorspelden een voorspoedig overlijden

van het blaadje.

Het tegendeel gebeurde, „The

ken, die de Katholieke bladep. onderling

na de oorlog hebben gevoerd,

anders dan bij hoge uitzondering de

liefde voor elkander in gedrang is

gekomen, die liefde, waaraan men

ons moet kunnen herkennen. Pittigheid,

ja, heftigheid in de polemiek

behoeft met die liefde allerminst in

strijd te zijn. Want pittigheid en heftigheid

behoeven allerminst 'noodzakelijk

kwetsend te zijn.

2

Monthly" maakte opgang. Pastoors,

vooral, in de diaspora, vroegen honderden

exemplaren tegelijk en op ëen

goeie dag merkte Father Noll dat hij

niet alleen hoofdredacteur maar ook

uitgever diende te zijn.. Het persklaar

maken van zijn blaadje werd

een telkens terugkerend feest — alleen

het was veel te klein en te mager

en verscheen ééns per maand.

In 1912 waagde hij de stap. „Our

Sunday Visitor" verving het maandblad.

Elke week zou het uitkomen.

Het begon met een oplaag van 35.000,

na een jaar was dit gestegen tot

200.000, in 1914 wend de 400.000

oyerschreden en in ill947 telde het

725.000 abonné's.

Dit is geschreven als troost

voor hen, die als ridder van de

drukpers, als nieuwsverzamelaars,

inktslaven, schrijfmaniakken of

hollende van redactiekamer naar

rotatiepers baden in hun sweet en

vaak gesmaad worden als lastige

„persmuskieten".

Die fenomenale groei bracht grote

moeilijkheden, er waren helpers nodig,

kantoren en persen. In Huntington

verkeerde het plaatselijk katholiek

dagblad in moeilijkheden, father

Noll kwam dia situatie opnemen en

na wat over en weer gepraat werd

de koop gesloten. Het hele geval

werd overgenomen en onder hoofdleiding

van de Apostel-met-de-pen

gingen dag- en weekblad' samen van

de persen in Huntington.

Krant en „Our Sunday Visitor"

voeren er wel bij, zó, dat ook het

krantenbureau imet de drukkerij veel

te klein werden.

ORT na 1920 is het enorme com­

K plex gebouwd dat een halve

straat in Huntington omvat en

father Noll droomde er van hier

voortaan te leven en i24 uur per etmaal

zich aan het apostolaat van

het geschreven woord te wijden.

Maar er kwam een spelbreker in

de vorm van zijn Kerkelijke overheid.

In Mei 1925 verscheen de Apostolische

iDelegaat in de drukkerij en

kondigde aan dat father NolL door

Z.H. de Paus was benoemd tot Bisschop

van Fort Wayne.

Een aardbeving had minder ontsteltenis

kunnen brengen dan dit bericht.

Redactie, drukkers en lezers

vreesden dat ze voortaan hun grote

stuwkracht zouden missen.

Geen nood — Fort Wayne lag

maar 35 mijlen van Huntington en

er was ook nog een telefoon.

Jaren lang legde Mgr. John Noll

eens per week mijter en staf op zij

en reisde naar zijn krantenbedrijf.

Daar haastte hij zich van de bureaux

naar de drukkerij'; eigenlijk dook hij

op alle punten op, met zijn sigaar

in de ene en een manuscript in de

andere hand, terwijl hij soms op de

onmogelijkste plaatsen neerstreek

om nog wat te krabbelen, te corrigeren

of te reviseren. (De wapperende

rode haardos was nog even weerbarstig

als in de jaren dat de drager

ervan op vergaderingen debatteerde,

en evenzeer als toen was het een

signaal dat de loods aan boord was.

Wanneer alles bedisseld was voor de

komende week, opdrachten gegeven,

gewenste medewerkers aangeschreven

en als alles op veilig stond, waste

hij' zijn handen, schoof de ring

weer aan zijn vinger en keerde terug

naar staf en mijter.

Zijn krant werd gelezen in de meest

vreemde en onverwachte milieu's:

Joden, Vrijmetselaars, Mormonen en

Presbyterianen lazen hem even

trouw als de huisgenoten des geloofs.

Ook „Our Sunday Visitor" had een

machtige invloed meer in geestelijke

zin; een missionaris vertelde dat vele

families die in de afgelegen districten

woonden en gedurende bijna een

generatie van priesterlijke bediening

verstoken waren, trouw bleven aan

het geloof door „Our Sunday Visitor"

— het was hun enig contact met de

Kerk.

U is Mgr. John Noll oud, ruim 73

N

jaar, maar het schrijven kan hij

nog niet laten. Nog steeds zijn er op

de bureaux te Huntington een paar

vertrekken voor hem gereserveerd,

waar hij op de meest onverwachte

tijden binnenkomt om een hoofdartikel

te schrijven, vragen te beantwoorden

of drukproeven helpen corrigeren.

Grinder vertelt nog van de ontzaglijk

veel andere werken door de bisschop

van Fort Wayne tot stand gebracht

vooral op charitatief gebied,

maar dat blijft hier buiten beschouwing.

Ons doel was alleen, iets te

vertellen over een groot journalist

aan de andere zijde van de Oceaan-

U. K. D.

Hans Hermans naar Indonesië

Collega Hans Hermans, secretaris

van de minister-president is Zondag

j.1. naar Indonesië vertrokken om

in opdracht van de regering een coördinatie

tot stand te brengen van de

voorlichtingsdienst tussen Den Haag

en Batavia. Verwacht wordt dat de

heer Hermans tegen het einde van

dit jaar naar Nederland zal terugkeren.


Dr. P. HEYMEIJER S. J. Vertrouwen op God alleen

Bisschoppelijk Gemachtigde voor de

Pers

Het Hoogwaardig Episcopaat heeft

patter dr. P. Heymeijer S.J. benoemd

tot gemacMigde in alle aangelegenheden,

die de katholieke pers betreffen

en verder tot geestelijk adviseur

van de bestaande of nog op te richten

organisaties op het gebied van het

perswezen, zoals de Kath. Ned. Dagbladpers

en de Kath. Ned. Journalistenkring.

Voor wait de K.N.D.P. en het K.N.P.

betreft: de nieuwe functionaris ' zal

opvolger zijn van wijlen dr R. Nuy

8.J. Verder zal hij in onze Kath. Ned.,

Journalistenkring de taak van onze

geestelijk raadsman, prof. dr. L. J.

W. Smit, overnemen. Terwüle van de

thans bereikte concentratie zal prof.

Smit dus aftreden, hetgeen ons hoofdbestuur

natuurlijk betreurt om de

persoon van de functionaris. Dr. Heymeijer

zal zich vestigen Buitenhof 5

in Den Haag, waar het bureau van de

K.N.D.P. is gevestigd.

In ons December-nummer komt

onze redactie op deze mutatie terug.

Krant en Filmkeuring

De film „Duel in de Zon" heeft

redacties van verschillende dagbladen

in het geweer geroepen. Zelfs is het

woord „walgelijk" gevallen. Bovendien

werd de volgende critiek geuit:

„Wij .spreken dan nog niet eens'

over het onbegrijpelijke feit, dat een

Haagse K.F.C.-commissie deze film

zonder restrictie toelaatbaar achtte

voor personen boven 18 jaar. Het lijkt

onbegonnen werk de gruwelijke in-.

competentie van een deel der

katholieke Filmkeuringscommissies

te blijven critiseren."

Men vergist zich, als men zou aannemen,

dat over gewichtige vraagstukken,

welke de hoogste belangen

van de katholieken als bevolkingsgroep

raken, eenstemmigheid van

mening in de hogere regionen bestaat.

Er is veel verschil van mening, veel

vrijheid van oordeel; — men kan

zelfs met succes de stelling verdedigen,

dat hier geen „katholiek tekort",

maar eerder een „katholiek teveel"

bestaat.

Ten aanzien van de filmkeuring,

met name wat geschikt en wat afgewezen

moet worden, botsen de opvattingen

nu al jaren op elkaar. En het

is allerminst te verwachten, dat de

naaste toekomst overbrugging van de

tegenstellingen zal brengen. Ook

weer dezer dagen vlogen de oude

tegenvoeters Tijd en Maasbode elkaar

in de haren over de zg. C-films, waarbij

de een meende, dat precies het

tegenovergestelde waar was van hetgeen

de ander had beweerd.

Op dit terrein plant het voorbijgaande

misverstand, dat tot blijvend

misverstand leidt, zich voort.

IN een der oraties die de Kerk dezer dagen bidt, vraagt zij, dat Gods huis-

* gezin (zij zelf m'.a.w.), „dat alleen steunt op de hoop der hemelse genade

steeds door (zijn) bescherming moge verdedigd worden" (25ste Zondag na

Pinksteren). Dit woord moet ons eens doen nadenken om zijn diepe betekenis

en om zijn draagwijdte. De vraag is immers of wij kinderen der, Kerk, die

gezindheid die zij zichzelf toekent, ook bezitten.

Er is zeker geen christen, die niet op God vertrouwt; het hoort tot het

wezen van het christendom zelf. En niemand zal willen bekennen dat hij

zulks niet doet. God is machtig en goed, wie zou niet op Hem willen steunen .

Maar er wordt nog meer gezegd. Het kleine woordje „alleen verandert de

Za On God alleen vertrouwen, wordt van ons gevraagd. Dat is niet zo gemakkelijk

Wij zijn zo geneigd God als een soort laatste reserve te gebruiken, Hem

te bewaren voor de tijd dat het helemaal misgelopen is, en als wij, volstrekt

geen andere uitkomst meer weten. Maar in stilte verlangen wij toch, dat het

^IntLTen-Sen'S als basis van onze hoop er nog een hele reeks andere

dingen op na. Men vertrouwt dan op eigen wijsheid en inzicht, op? slimheid

en hstigheid eventueel; op zijn geld of zijn macht; op relaties van vrienden;

op gezondheid of kracht; op zijn goed-gesternte of de samenloop der omstandigheden;

of op de simpele verwachting, dat het nogal los zal lopen of

op Tllfrlei maatregelen die men in zijn kortzichtigheid nieende te moeten

nemen.

E ondervinding heeft ons niet zelden geleerd, hoe wankel en ijdel derge­

D

lijke steunpunten zijn. Maar toch, het is zo moeilijk die alle op zij te

zetten HelgXf, en eigenlijk reeds een redelijk inzicht, leren ons hoe goed

en vooroïlig het is, gezifn Gods macht en de onmacht van de mens, om ons

resoluut aal God toe te vertrouwen. Maar toch, het valt niet mee God alleen

ah^ fundameufvan onze hoop te nemen. Het bevrijdt ons wel * waar van veel

onrust en vrees, die achteraf nodeloos gebleken is, en toch zijn wij huiverig

61 Hoe komt ditfkiet zelden omdat men eigenlijk allerlei verlangens en beo-eerten

rzich voedt, die weinig of niets hebben uit te staan met het rijk

Cod beeeerte naar rijkdom en aanzien der mensen, naar grote weelden en

SeM^ngen naar een gemakkelijk en comfortabel leven, naar zingenot en

verSoS Wanneer men met alle vezels van zijn wezen vastgehecht is

aan de aafde, kan de geest zo moeilijk opstijgen tot God om zich m Hem

all V e ervie V n e s b ÏÏfh n ebben vaak een te zwak geloof. Geloof is de fundamentele

deu^d van de christen en gebrek aan deze deugd wreekt zich over de gehele

Ïn. wfontkennen niet, dat God almachtig en goed is, maar 't leeft voo,* ons

niet het ze*t ons zo weinig, wij betrekken het met op ons eigen leven en zo-

^ende maakt het slechts een geringe indruk en wij blijven dus maar liefst

bij "at ons onmTddeSaanspre g ekt e°n waarvan wij de hulp al wel ooit ondervonden

hebben.

NATUURLIJK moeten wij ons van het vertrouwen op God geen verwrongen

N beeld vormen. Ook hier kan een moeilijkheid schuilen. Want het kan gebeuren

dat w^ de karikatuur'van vertrouwen zo zeer verafschuwen, dat wij

°°££ rg^er^ren P o e p n God niet gelijkstellen met een naïeve kortzichtige

zorTetóosheid met onnadenkende oppervlakkigheid, met indolentie of traagzorgeloosnem

me middelen het resultaat ons vanzelf m

Echoot vairnTtiï ook niet hetzelfde als een minderwaardigheidscomplex

of een gebrek aan zelfvertrouwen in zuiver natuurlijke dingen

God wil dat wij de geëigende middelen aanwenaen en dat wij de Krachten

die ffiiTus schonk ooi gebruiken. Wie niet zaait, zal niet maaien; wie zich

n et insnant zaln mmer iets groots bereiken. Wie niet bereid is tot samenwerk^o?

móet nietSen over povere resultaten. Met dat al is ook op deze

terïnfn hei• Goasvertwuwen noodzakelijk, maar het sluit het gebruik der

middelen mede in.

DAARBUITEN is nog een groot gebied, waar wij met onze zuiver mense-

O^itkó krachten weinig of niets tot stand kunnen brengen. Hier moeten de

factoren van geduid en geloof, die in het vertrouwen zijn opgesloten meer tot

h VoS'iTdTao op het gebied van het christelijk ^ * £ 2 E

volkomen te kort schiet. Hier moeten en mogen wij v ^n God aües verwach

ten, die onze verlangens vervult naar de mate der waarachtigheid en zuiver

he God V s a ïenTd e e h s°taat ons ter beschikking, -niet alleen in de toekomst, maar nu

on het eizen ogenblik. Wij moeten niet slechts de toekomstige genade afwaehten

maafdevoorhandene gebruiken en met haar meewerkend doen wat nu

nodisr is Wij moeten rustig en vastberaden werken waar wij staan wetend dat

GÏd S onsnTet zal trlaten g tenzij wij zelf Hem in de steek ^en^En ook dan

nog roept Hij ons terug tot zich door Zijn barmhartigheid. Dr. L., SMIT,


Typografische wansmaak Wist u dat...

•T^OEN in 1945 wij bevrijd waren van de Duitse overheersing en uit onze

* jarenlange afzondering werden verlost, was het een bijzondere belevenis,

zoveel buitenlandse kranten weer te zien. Mij verheugde het dat de eerwaardige

Times en de .eveneens journalistiek-voortreffelijke Manchester

Guardian zichzelf in gehalte van inhoud maar ook in typografische uitvoering

gelijk gebleven waren, aldus Robert Peereboom in „Haarlems Dagblad" van

12 October. Al telden zij zoveel minder pagina's dan vroeger. Het verheugde

mij des te meer toen ik de populaire Londense dagbladen terugzag. Want

hun uiterlijk was min of meer schrikwekkend. In de jaren van afwezigheid

van het vasteland bleek hun „opmaak", voor de oorlog al luidruchtig, tot

een bepaald vervaarlijk koppen-gedrang te zijn uitgedijd. Zo vervaarlijk, dat

de eigenlijke tekst van berichten, verslagen en beschouwingen erdoor scheen

te worden verpletterd. Als staal van typografische wansmaak scheen het

bovendien nauwelijks te evenaren.

Dit met ongerustheid aanziend, ben ik er sindsdien zo'n beetje aan gewend

geraakt. Er is geen verbetering in gekomen. De Londense volksbladen hebben

trouwens hun weerga op het Continent gevonden. Niet alleen Frankrijk en

België getuigen daar van. Onder de Parijse boulevardbladen zijn er zelfs, die

hun 'Londense soortgenoten nog weten te overtreffen.

R/TEiN kan deze verschijnselen pogen te verklaren door te zeggen: nu ja, dit

"* zijn bladen die in wereldsteden verschijnen en van straatverkoop leven.

De bezige moderne mens, voortgejaagd in het rennende leven dier bevolkingscentra

met milïioenen inwoners, mist veelal de tijd om in bus of underground

zijn krant nauwkeurig te lezen en daarom moet men hem wel in koppen over

de hoofdzaken inlichten. Maar afdoende is deze verklaring niet. Die steden

waren voor de oorlog ook al jachtige centra, evenals nu. Het is sindsdien

nog veel erger geworden met de lawaaïigheid en oppervlakkigheid van hun

volksbladen. Niet alteen wat het uiterlijk, maar meestal ook wat de inhoud

betreft. En zekere gevolgen van dit verschijnsel, ofschoon minder opvallend

en ook minder opzichtig, vallen bij enkele Nederlandse bladen waar te nemen.

Sinds het begrip moderne propaganda zijn bedenkelijke erkenning, verworven

heeft en zijn hoogtij in de wereld beleeft schijnt ook bij een aantal krantenmensen

de gedachte te hebben postgevat, dat naarmate de maatschappelijke

positie van de lezerskring bescheidener is, men deze — als zijnde „de massa"

— met meer rumoer en meer oppervlakkigheid tegemoet dient te treden.

Dit is een beleid dat niet opbouwend is en gebrek aan besef van verantwoordelijkheid

toont. De overweging, die het kennelijk beheerst, is reeds als

uitgangspunt verkeerd. Wij zijn er niet om een product, te leveren, dat het

publiek zo gedwee mogelijk slikt en dat poogt af te dalen naar zijn veronderstelde

peil, maar om voor te lichten en op te bouwen. De kranten zijn er,

zoals ik als motto voorin mijn onlangs verschenen boekje „Het Dagblad"

heb gezegd, om de mensen te helpen. Dat verwachten zij ervan en daar

hebben zij m.i. recht op. Dat bv. de Londense volksbladen zover tekort schieten

in hun voorlichting omtrent het buitenland en de internationale vraagstukken

en onnoodig veel ruimte geven aan wedderijen en sensationele strafzaken is

een groot gebrek en kenmerkt ze als- kranten, die in. 'hun taak falen.

rVE WERELD na een oorlog toont vele vreemde en onrustbarende verschijn*

*^ selen. Dit verschijnsel is vooroorlogs, maar verergerd. Ik ben er niet te

somber over gestemd, omdat het naar mijn mening zijn ondergang tegemoet

gaat. Het lezers-publiek zelf begint een steeds duidelijker voorkeur voor

kranten met beter inhoud en soberder — tevens fraaier — uitvoering te

tonen. Dat is ook in Engeland gebleken door de regelmatige grote stijging

van de lezerstallen der z.g. „class-papers". Als iemand een beperkte opleiding

heeft gehad is hij er als regel op uit, zijn' kennis en begrip te vergroten.

Daarbij moet zijn dagelijkse lectuur, de krant, hem helpen. Hij zal gaarne

lezen omtrent onderwerpen, die buiten de dagelijkse sfeer van zijn denken

liggen, als zij op heldere en begrijpelijke wijze worden opgediend. Hij begeert

daarbij evenmin geweldige koppen als gezwollen taal.

Er komt bij dat men door al dit rumoer de wezenlijke betekenis ook vanhet

eenvoudige nieuwsbericht verzwakt inplaats van versterkt. Evenals een

schrijver, die veel uitroeptekens, bijvoeglijke naamwoorden en krasse termen

gebruikt, de uitwerking van zijn betoog verzwakt instede van het te versterken.

Het heeft een verdovend, geen overtuigend effect.

Het begrip „de massa" zit onze tijd dwars. Velen begrijpen er weinig van

en hebben zelfs nog niet ontdekt dat duizenden mensen, die ieder afzonderlijk

hun krant zitten te lezen, even zovele persoonlijkheden zijn en niet een

menigte op een plein of in een stadion. Zij beseffen blijkbaar evenmin dat de

lijn van begrip, intelligentie en 'belangstelling geenszins evenwijdig loopt met

die van welstand en op menig punt evenmin met die van school-opleiding.

De toekomst zal wel verandering brengen in opvattingen, die zich niet

alleen bij sommige kranten maar ook — dikwijls sterker — op ander gebied,

zoals dat van bioscoop en radio, voordoen. In deze tijd vormen zij een nadeel

en een rem.

4

= het op 18 October precies een

kwart-eeuw geleden was dat J. C.

Weeraat bij de N.R.C, kwam?

= hij vele gelukwensen heeft ontvangen,

waarbij wij gaarne de onze

voegen ?

= zoals ,,de Waarheid" het uitdrukt:

generaal de Gaulle zich meester heeft

gemaakt van het Parijse dagblad

Franc-Tireur en 25 redacteuren het

blad hebben verlaten?

= daarentegen J. H. Ritman, van de

Voorlichtingsdienst in Batavia in

Manilla de pers heeft ontsmet?

= de Nieuwe Haagse Courant meedeelt

dat de perszuivering op O. K.

en W. niet meer ressorteert onder

„Pers" (dr. C. Beekenkamp) doch

onder Kabinet en Algemene Zaken

(mr. J. Schölvinck) ?

= in verband met schriftelijke vragen

van het Tweede Kamerlid Burger

minister Rutten medegedeeld heeft,

dat de uitspraken van de commissie

voor de perszuivering worden ten

uitvoer gelegd door mededeling aan

degenen, op wie de uitspraken betrekking

hebben en door mededeling aan

de officier van justitie van de arrondissementsrechtbank

binnen welker

ressort, de betrokkene zijn functie

uitoefent of laatstelijk uitoefende?

= de minister het onnodig acht om,

wanneer de tenuitvoerlegging eenmaal

geschied is, maatregelen te

nemen „als waarborg voor de toekomst

tot tenuitvoerlegging." en de

minister voorts opmerkt: „Wel is die

waarborg aanwezig voor wat betreft

de naleving van de uitspraken der

commissie voor de perszuivering.

Zulks regardeert immers de officier

van justitie, die hierboven werd aangeduid.

Bovendien is nog een ambtenaar

van het ministerie van Onderwijs,

Kunsten en Wetenschappen met

controle belast. Bij vermoeden van

overtreding verwittigt hij de betrokken

officier van justitie" ?

=- mevrouw Blaauw—De Ridder,

vroeger chef-redactrice van De Nederlander,

niet meer bij dit blad

werkzaam is?

= de heer H. Lamme is afgetreden

als voorzitter van de Nederlandse

Vereniging van Fotojournalisten en

dat in de algemene vergadering dezer

vereniging, welke 2 October* te Amsterdam

werd gehouden, de heer S.

Presser tot voorzitter gekozen is?

En hebt u, nu u dit weet, het gevoel

een opgeluchter, bevrijder mens te

zijn?

Intern. Unie Kath. Persbureaux

Tot secretaris-generaal van de

Internationale Unie van Katholieke

Persbureaux (Inkap) is benoemd coll.

H. Kemna, hoofdredacteur van het

Katholiek Nederlands Persbureau in

Den Haag.


Instituut voor katholieke journalistiek

Op weg naar de vreugden van een krantenschrijver

De promotor mgr. prof. dr. R. R. Post temidden van de rector-magnificus

prof mr J. Jurgens, de voorzitter vam het Curatorium Leo Hanekroot, de

lector in de dagbladwetenschap Hans Hermans en de directeur van het

Instituut Jan Nieuwenhuis.

N ADAT reeds1 een aantal maanden

Nijmegen de eerste studenten

voor de opleiding tot katholiek

journalist zag komen, is '23 October

j.1. met enige plechtigheid het'Instituut

voor - de Katholieke Journalistiek

aan de Katholieke universiteit

geopend. Deze opening geschiedde in

het gebouw Stella Maris en werd

verricht door coll. Leo Hanekroot,

voorzitter van het curatorium van

het instituut en tevens voorzitter

van de K.N.J.K.

Over het werk van docenten en

.studenten was tevoren God's zegen

afgeroepen in eeni door Mgr. Prof.

Dr. R. R. Post, lid van het curatorium

van het instituut, in de kapel

aam de /Van Oldenbameveldstraat

opgedragen H. Mis.

In Stella Maris verzamelden zich

tal van autoriteiten om de plechtige

opening van het instituut bij te wonen.

Er waren o.a. dr. C. Beekenkamp,

namens de minister van Onderwijs,

de heer A. M. Reinalda, voorzitter

van de Persraad en commisisaris

van de Koningin in de provincie

Utrecht, dJe heer G. Bodewes,

voorzitter van de Kath. Ned. Dagbladpers

en vice-voorzitter van de

Ned. Dagbladpers, en het bestuurslid

C. Dosker, mr. W. Veenhoven, secretaris

van de NJD.P., de. rector-magnificus

van de R.K. Universiteit prof.

mr. J. Jurgens met de hoogleraren

Van Welie, Bellon, Petit, Duynstee

en verder enige dtooenltent, mr. F.

Haan namens het curatorium van de

R.K. Universiteit, de burgemeester

van Nijmegen, mr. Hustinx, prof. dr.

K. Baschwitz, hoogleraar in de dagbladwetenschap

aan de Gem. Universiteit

te Amsterdam, dr. Bonaventura

Kruitwagen 0,'F.M., het voltallig

curatorium van het te openen

instituut, coll. J. Bruna en A. van

Oorschot leden van het dag. bestuur

K.N.J.K., mr. A. E. van Rantwijk

secretaris Fed. Ned. journalisten, de

heer J. Schaars voorzitter Kath.

Nïeuwsbladpers, mr. Drost secretaris

van de Notu, hoofdredacteuren en directeuren

van 1 Katholieken: dagbladen.

Onder de vele andere genodigden

waren ook de ongeveer 25 dames en

heren studenten,

nalistiek lopen,

bezoeken.

üie colleges jourof

het Instituut

De voorzitter van de Curatoriumkring,

wees er in zijn openingswoord

op, dat er enige weifeling bestaat in

journalistieke kringen inzake het

noodzakelijke van een opleiding tot

lid van het gilde. Moeilijkheden

echter zijn er om loverwonnen te

worden. De journalistiek, aldus spr.,

is inderdaad eeni vak, dat geleerd

moet worden. De journalistiek is ook

een kunst, levend hij de gratie van

het talent. Hen kunst, die echter

evenzeer de gratie van de vakkennis

nodig heeft. De journalistiek is niet

uitsluitend te leren in de leerschool

van het leven. Dit vasthouden is een

miskenning van de waardigheid van

het vak. De improvisatie is weliswaar

een der aantrekkelijkste eigenschappen

van de journalistiek, maar

niettemin moet die vaardigheid in

het domein der journalistiek gefundeerd

zijn op ontwikkeling en universele,

bijna encyclopaedische kennis.

Spr. ging de 'betekenis van de

opleiding na, welke hij zeide niet

voor genieën te bestemmen, doch wel

voor talenten, die zich hun taak

waardig willen maken. Hij releveerde

de wordingsgeschiedenis en noemde

deze bijzonder kort en rooskleurig.

Met de wens, dat de Grote meester

de werkzaamheden van docenten en

studenten. Zijn Zegen zou schenken,

verklaarde hij het instituut voor geopend.

De rector-magnificus, prof. Jurgens,

sprak namens de Universiteit

er zijn vreugde over uit, de doop van

het instituut te hebben mogen meemaken

en hij wees op de katholieke

geest, die het borelingske vergezelt.

Spr. bracht dank aan hen, die hun

krachten aa)n cje tot standkoming

gaven/ en met een opwekkend woord

van welkom aan het instituut besloot

de rector zijn woorden.

Voor de K.N.D.P. en de N.D.P.

sprak de heer Bodewes er zijn vreug-

Tijdens de openingsrede van Leo Haxnekroot kon onze fotograaf slechts een

klem deel van het gehoor bereiken. V.Ln.r.: prof. Jurgens, collega Schraver

vm de N.J.K., prof. Duynstee, mr Drost en mr Veenhoven resp. secretarts:

van Notu en N.D.P., de hei-en Bodewes en Schaars resp. voorzitter van K.N DP.

en KNNP., de collegae Vam, Oorschot en Bruna, dag. bestuur KJV.J.K.

5


Ook de journalist leze zijn krant

Niet langer „vlot maar oppervlakkig"

P"N, majoor, hoe schrijf je nu eigenlijk Chassé?" vroeg de jonge collega

W aan het einde van een persbezoek aan onze gastheer, toen we op het

punt stonden de kazerne te verlaten, die de naam droeg van de held van

Antwerpen's citadel.

Laten we nu niet gaan beschrijven, dat die majoor even grote ogen opzette

als een drie kwartier tevoren, toen dezelfde collega ten aanschouwen en ten

aanhore van een peloton reeruten in hun eetzaal — waar ook de pers die

dag de substantiële so§aateri-menage genoot — in afwachting van het opdienen

zijn bord omkeerde en met vork en mes er een roffel op ging slaan,

klaarblijkelijk meer onder invloed van het milieu dan van de zorgvuldigheid

van zijn opvoeding.

DEIDE feiten liggen in (het verleng-

*-* de van elkaar. Zij openbaren op

zijn zachtst gezegd een gebrek aan

terughoudendheid, dat niet zelden

voor de gastheer even pijnlijke vormen

aanneemt als voor de collegae

in wier midden domiheden als deze


Dr. R. Nuy S.J.

IN MEMORIAM

ET de dood van pater dr. R.

M Nuy S.J. heeft de Nederlandse

provincie der Jezuïeten en met haar

geheel katholiek Nederland een uitzonderlijk

groot verlies geleden.

Wanneer gevraagd wordt in een

kort bestek deze veelzijdige persoonlijkheid

te herdenken, dan blijkt eerst

hoe moeilijk het is de vele kwaliteiten

van deze uiterst actieve en werkzame

priester te schetsen: pater

Nuy, de Jezuïet, de theoloog en professor

in de philosophic, de geleerde

met practische kijk op de eigentijdse

problemen, de ijveraar voor de katholieke

pers, de leider der retraiten,

de begaafde spreker, de priester

en zielzorger.

NDANKS zijn dikwijls overstel­

O pende werkzaamheden dreef

deze liefde voor de zielen hem er

toe, tijdens de weekeinden zijn vele

clubs voor godsdienstige kernvorming

aan te houden, die hij had in

verschillende steden, vooral in het

Zuiden des lands. Maar dit verhinderde

hem niet des. Maandagsmorgens

na meditatie en H. Mis in alle

vroegte en na leen lange treinreis

weer om half negen op het bureau

van de Katholieke Nederlandse Dagbladpers

en het Katholiek Nederlands

Persbureau aanwezig te zijn.

Deze liefde voor de zielen ging bij

pater Nuy gepaard met grote scherpzinnigheid

en mensenkennis. Ook

voor tal van practische problemen

kwamen velen hem raadplegen om

zijn scherp inzicht en juist geformuleerde

oordelen. Hij bezat een ruime

blik en was zeker niet eng van opvatting.

AARNAAST was hij uitermate

D principieel. Zijn ideeën waren

zeer geprononceerd en in menig opzicht

was hij daarmede zijn tijd ver

vooruit. Menigeen, die meende progressief

te zijn, kwam na 'n gesprek

met hem tot de conclusie, dat pater

Nuy ultra-progressief was. Deze

apostolische priester was geen voorstander

van het isolement en van het

in veilige hoekjes en kastjes opgesloten

houden der katholieken. Maar

bij zijn contact met andersdenkenden

begon hij met het beginsel scherp te

omlijnen en de principiële verschillen

klaar en duidelijk uiteen te zetten,

om zo de toenadering, waar deze

te verwezenlijken was zonder prijsgeving

van het beginsel, mogelijk Je

maken. En bij dit alles was hij een

man van wijze voorzichtigheid en

van opvallende gehoorzaamheid aan

het gezag.

r\EZE priester, die door zijn goed-

*J-moedig uiterlijk zeker niet de

indruk wekte van een asceet, bleek

bij nadere beschouwing een man van

diepe en gezonde vroomheid en van

een weinig geëvenaarde Werklust.

Hij heeft van de korte levensspanne,

die hem toebedacht was, alle mogelijkheden

tot apostolaat uitgebuit en

daardoor in kortere tijd meer dan

«anderen tot stand gebracht. Juist

deze levenskunst en levenslust maakten

hem onbevreesd voor. de dood.

Nog in zijn laatste ziekte verlangde

hij niet te sterven maar te werken

en gaf hij nog graag zijn adviezen.

Maar toch heeft hij, zoals bleek

uit een van zijn laatste gesprekken,

toen hij voor zichzelf het einde onafwendbaar

wist, de dood rustig en

vol overgave in de ogen geschouwd.

Hij had gewerkt zolang het dag was.

totdat de nacht kwam, waarin niemand

meer werken kan. Gelukkig

die, als hij, de duisternis niet behoeft

te vrezen, omdat zijn lampen

gevuld zijn. H. K.

Met toestemming van het hoogwaardig

Episcopaat was de hele

werkkracht van dr. Nuy ter beschikking

gesteld van de Kath. Dagbladpers.

Als geestelijk raadsman stond

hij ons met raad en daad ter zijde,

om de ideële eisen, die aan de Katholieke

Dagbladpers, behoren te worden

gesteld, te onderzoeken, vast te leggen

en te doen uitvoeren en nakomen.

In de bestuursvergaderingen en in

de ledenbijeenkomsten voelden wij

ons steeds gesticht door de wijze,

waarop hij zijn mening over de aanhangige

vraagstukken deed kennen

en ons onze plicht Ideed gevoelen.

Ook aan het Katholiek Nederlands

Persbureau, een instelling van de

Katholieke Dagbladpers, gaf hij zijn

volle werkkracht.

Hij was voor ons ook de grote

stuwkracht om via de commissie

van samenwerking, de in de organisatie

van de Katholieke Dagbladpers

vastgestelde richtlijnen ingang

te doen vinden bij andere katholieke

persorganen als nieuwspers, opiniepers

en tijdschriften.

Hij was ook een groot voorstander

van een nauwe samenwerking

met de Katholieke Nederl. Journalistenkring,

waardoor in belangrijke

aangelegenheden een gemeenschappelijk

standpunt kon worden bepaald.

G. H. J. B. BODEWES,

Voorzitter Kath. Ned. Dagbladpers

Max van Poll

ET Max van Poll is een merk­

M waardige verschijning 'in de journalistiek

heengegaan. Hij vertegenwoordigde

een stijl apart. Het zou

niet goed zijn, als het katholiekjournalistieke

huis slechts met personen

als hij bevolkt was, maar zonder

hem zou de geschiedenis van

onze journalistiek een grote figuur

gemist hebben. Bizonder sterk leefde

in hem het besef van een roeping. De

roeping van een voortrekker en een

profeet, om dit wat te grote woord

te gebruiken.

Hij schuwde het rustig wandelen

langs veel-betreden paden, doch had

belangstelling voor het geestelijk

avontuur met een onwrikbare katholieke

levensovertuiging tot uitgangspunt.

Er is wel eens meewarig het

hoofd geschud, als deze autodidact

zich waagde aan het propageren van

stoutmoedige denkbeelden op het gebied

van sociale en politieke hervormingen.

Het was in de dagen, dat

men nog voorzichtigjes onderscheid

maakte tussen kapitalisme met en

zonder aanhalingstekens, dat velen de

sociale politiek voltooid achtten met

een achturendag en een stel verzekeringswetten

zonder begrip voor de

noodzaak van een grondige structuurverandering.

Dat Max van Poll

aan de andere kant wel eens te ver

doorschoot, had hij met iedere voortrekker

gemeen.

Hij was in ieder geval een bezieler

en een leven-wekker, die door de jongeren

van na de eerste wereldoorlog

op zijn terrein gaarne als een leidsman

werd aanvaard. In de Nieuwe

Eeuw dier dagen wist hij met Pieter

van der Meer, Jos van Wel en Kropman

een zo nieuw en eigen geluid

voor te dragen, dat er door de jongeren

iedere week met geestdrift naar

het blad werd gegrepen, terwijl ook

vele ouderen er zich gretig aan verwarmden

of ergerden.

AX VAN POLL zScht de popula­

M riteit niet. Hij had een overtuigihgsmoed,

die niet week voor het

vooruitzicht van hartstochtelijke

tegenspraak, evenmin voor dat van

materiële moeilijkheden voor zich en

zijn gezin. Hij is vooral in dit opzicht

een voorbeeld, hoezeer de vormen en

stijlen in de journalistiek ook met de

jaren mogen evolueren. Hij was een

hartelijke vriend en compagnon voor

aankomende journalisten en jongere

collega's. Hij troonde niet als een

ongenaakbare in een apart vertrek,

maar maakte van een- redactie een

„republiek van kameraden". Zijn

gastvrij huis stond steeds open en de

uren, aan zijn haard doorgebracht,

met ernstige en joviale gesprekken

met spel en scherts, behoren tot de

aangenaamste levensherinneringen.

Wat bovenal echter een diepe indruk

maakte in de omgang met Max van

Poll, was zijn hecht katholieke

levensovertuiging, die zich zo wonderwel

verdroeg met zijn echt-Brabantse

levensblijheid. Hij was een

gave mens, waarop de journalistenstand

trots mag gaan.

IN dit blad willen we niet uitweiden

over Van Poll als politicus. Daar

kan ieder zo zijn eigen mening over

hebben, al staat vast, dat dit deel van

zijn levenstaak ook gedragen werd

door de nobelste vaderlandse en katholieke

gevoelens. Velen hebben op

een grijze Octoberdag aan zijn

graf op het St. Catharinakerkhof te

Eindhoven gestaan met een hart vol

droefheid maar ook vol dankbaarheid.

J. B.

7


Hanteren we schaar en lijmpot

niet te veel?

Creatief werk geeft meer voldoening

ALS de grote „men", die ons publiek is, 'geringschattend over het edele

*» ambacht, dat onze broodwinning is, spreekt, dan komen schaar en lijmpot

daaraan te pas, zijnde onmisbare attributen voor hen, die een krant plegen

te vullen. En inderdaad, zelfs de beste journalist kan het maar bezwaarlijk

stellen zonder schaar; de lijmpot kan de grootste onder ons van nut zijn.

Overigens behoeft men zich van de publieke ondeskundigheid natuurlijk niet

alles aan te trekken. Men kan er mee doen zoals Sint Paulus deed met scheldende

vrouwen: men gaat ze achteloos voorbij.

N toch — dit verhaal zou reeds

E ten einde zijn, zo er geen,„en

toch" volgde — meen ik, dat het

g"oed is, zich van tijd tot tijd te realiseren

of wij inderdaad schaar en

lijmpot niet te veel hanteren, of wij

m.a.w. niet te klakkeloos accepteren

hetg-een 1 telex en A.P.dienst —i om

d!e belangrijkste te noemen — ons

ter publicatie voorzetten. Het moest

eigenlijk zo zijn, dat de nog steeds

nijpende plaatsruimte, die bij elke

krant zwaar gevoeld wordt, ons allen

noopte tot het volledig bewerken

van alles wat ons per telexrol of anderszins

bereikt. Herschrijvende en

tegelijk comprimerende zou men van

zijn nieuws een beknopte hoeveelheid

aantrekkelijke leesstof kunnen maken.

Het euvel der gelijkvormigheid der

bladen, zo gehekeld in bezettingstijd,

zou daardoor ondervangen worden.

Deze voor de hand liggende werkzaamheid

wordt echter lang niet

overal gevolgd.

Wie dagelijks een groot aantal Nederlandse

dagbladen — landelijke

zowel als regionale —i doorneemt,

komt tot de conclusie dat al te veel

nieuws achteloos van bepaalde

nieuwsbronnen aanvaard wordt en al

dan niet van een andere kop voorzien

de krant in gaat.

0 e .

loft 0 *

fltl)*

van den

P' Dag

UU HUURDE ZIJN KLEEOING BIJ:

Gebr.Lokhoff

GERARD DOUSTRAAT 88

AMSTERDAM ZUID

TROUW-. ROUW- EN

AVONDKLEEDING

8

Afgezien van het feit, dat bewerkte

kopij altijd groter aantrekkelijkheid

heeft, dat herschrijven van

telexnieuws de journalist meer voldoening

moet geven dan het publiceren

van door anderen geredigeerde

berichten en „verhalen", is er ook

nog het gevaar voor Katholieke bladen],

dat men de neutraliteit van het

ANP en de vaak zeer sterk partijdige

oriëntatie van 1 buitenlandse persbureaux

zonder meer plaaCsruimte

verleent in een blad, dat een bepaalde

levenshouding als basis heeft.

ITET is nog niet zo gek lang ge-

** leden dat een onzer grote bladen

een foto plaatste — wij menen dat

het een matrijs van (PasJ-fHolland

was — waarop te zi#n was, dat zustertjes

hun eeuwige gelofte aflegden

in handen van een bisschop. Het onderschrift

vermeldde „de wijding"

dezer zusters en het bewuste blad

nam dat precies zo over.

Voorbeeld van recenter datum is

het bericht over de slechte uitslag

der eindexamens aan middelbare

scholen in het Zuiden des lands.

Meerdere bladen [zijn hier ingetippeld,

hetgeen beslist niet het geval

zou zijn igeweest, als de betreffende

kopij herschreven em (het kan bijna

•niet anders) geestelijk eigendom van

de herschrijvende journalist zou zijn

geworden.

Derde voorbeeld: er kwam een bericht

over spionnage, gepleegd door

priesters in China. Het bericht heeft

in zeer vele bladen .gestaan. Men

noemde de bron (Reuter) wel, maar

gaf zich verder niet de moeite, het

publiek in te lichten over de instelling

van het Reuter-aigentschap in

het door de communisten bezette

deel van China. De grote massa

leest wel over het feit der spionnage,

maar denkt er geen ogenblik bij, dat

het bericht van Reuter komt en dus

met het nodige zout genomen moet

worden. Ditzelfde geldt voor wat

Antara over Nederland vertelt en

wat Tass te zeggen! heeft over de

ontwikkeling van Berlijn.

Men vergeet te veel, dat al deze

onnadenkend overgenomen berichten

dan toch maar in katholieke bladen

komen te staan en dat ons volk een

krantenbericht gelooft, enkel en

alleen „omdat het in de krant gestaan

heeft".

Merkwaardige figuren

onder de U.N.O.-journalisten

IE in .«het paleis de Chaillot

W ronddoolt, zal daar bij alle

journalistieke oploopjes zo goed

als in alle stille hoekjes dezelfde

oude dame tegenkomen, altijd

babbelend of spiedend, aldus de

Parijse correspondent van de

Volkskrant. Hoeden af, het is madame

Genevieve Tabouis, iets

frêler en iets grijzer nog dan bij

de Vredesconferentie, nu twee jaar

geleden, maar toch maar weer

present. Cynische collega's schrijven

de tweede wereldoorlog voor

een groot deel aan haar onbegrensde

fantasie toe. Zat ze, vóór

1939 om zo te zeggen niet onder

alle (geheime) conferentietafels

mee te luisteren, of het nu tussen

de laarzen van brullende dictatoren

was, of naast de druipende

paraplüie van Chamberlain? „Om

14 uur 32 sloeg Hitler woedend op

tafel en kon Mussolini alleen maar

„Si, Pührer mio" zeggen", enzovoorts.

Na zulke onthullingen

kwamen steevast de kanselarijen

van half Europa in beweging. Nu

werkt ze voor de Parijse „Aurore".

Haar onthullingen zijn niet meer

zo sensationeel. Radio Tass, die in

de perswijk van het Palais — achter

een altijd gesloten deur — aanwezig

is, maait haar alles voor de

voeten weg En wie is die journalist,

in vredesnaam, die iedere

dag rustig binnenkomt, zijn „walkie-talkie"

omdoet en dan Ja,

wat er dan gebeurt! Iedere minuut,

of als hij minder in vorm is, om

de twee minuten, borrelt er ergens

uit zijn lichaam een geluid op, dat

aan, een kwakende eend doet denken.

Een schel, afgrijselijk geluid.

De U.N.O.-politie heeft de man

discreet onder de loupe genomen.

Maar zij kan niet ingrijpen. Deze

man kwaakt niet opzettelijk. Hij

heeft nu eenmaal die „tik". Geen

artikel in het Handvest, dat menselijke

eenden uit de vergaderingen

der Verenigde Volken uitsluit.

EN hoofdredacteur noemde on­

E langs de reportage de schoonste

vorm van journalistiek, omdat daarin

het creatieve werk het meeste tot

zijn recht komt. Met alle waardering

voor deze opmerking, .meen ik te mogen

zeggen, dat ook de rubrieken

binnen- en buitenland ruimte genoeg

overlaten voor creatief werk, mits

men zich* voldoende abstraheert van

zijn nieuwsbronnen, mits men deze

bronnen alleen als zodanig en nie t

als leveranciers van persklare kopij

beschouwt. Weliswaar dient het gemak

de mens, maar of de (gemakzucht

'hier de journalistiek, zeer bijzonder

dei katholieke journalistiek

dient, is een andere vraag. Ter overweging.

HENRI KERKHOFFS.


Wat ons

25 JAAR GELEDEN

bezig hield

• In een rapport over de medezeggenschap

van aandeelhouders ener

vennootschap bij de samenstelling van

een door haar uitgegeven katholiek

dagblad, komt de volgende stelling

voor: een katholiek blad behoort wegens

zijn ideëel karakter en doel niet

in de eerste en voornaamste plaats

het maken van winst te beogen. Men

ziet: de gedachte is niet nieuw!

9 De inschrijving werd geopend

van een 7 procent lening, groot 8 millioen

pond voor de Daily Mail, tegen

de koers van 99 procent. Nauwelijks

geopend, moest de inschrijving worden

gesloten, wegens overtekening.

En tegenwoordig overweegt men een

puzzle-actie om noodlijdende katholieke

dagbladen op de been te houden.

• Bij de Bank of British West-

Africa geldt een systeem van winstverdeling,

waarbij elk lid van het personeel

over zijn salaris voor eenzelfde

dividend wordt gecrediteerd, als aandeelhouders

ontvangen. 'Een overjarig

voorbeeld voor het dagbladbedrijf?

• De bond van katholieke dagbladschrijvers

in België reikt een gedenkpenning

uit aan journalisten, die

25 jaar bij de organisatie zijn aangesloten.

Niets belet ons, na een

kwarteeuw, in Nederland hetzelfde te

doen.

9 In een enquête van de Britse

„National Union of Journalists" heeft

John Galsworthy het verbod bepleit,

dat één persoon meer dan één nieuwsblad

beheert. Tegenwoordig streven

we naar combinatie in velerlei zin.

• De staat van ontvangsten en

uitgaven der Ned. R.K. Journalistenvereniging

bedroeg in totaal ƒ 1971,51,

waarvan bijna de helft voor het

orgaan. Thans zijn de cijfers weliswaar

veel hoger; maar wat de organisatie

nu weet te bereiken, is naar

verhouding.

v. O.

Canadese studiebeurzen

. Het Ministerie van Onderwijs,

Kunsten en Wetenschappen deelt ons

het volgende mede:

Door de Canadian Council for Re- .

construction is via de Unesco aan

de Minister van Onderwijs, Kunsten

en Wetenschappen een viertal studiebeurzen

aangeboden. Een daarvan

bestrijkt [het gebied der „mass

media".

Aan het prospectus ontlenen wij

het volgende:

Nieuws uit

ALGEMENE BESTUURSVER­

GADERING TE SCHEVENINGEN

Aanwezig zijn alle leden, benevens

de geestelijk raadsman.

Een lange reeks ingekomen stukken

was aan de orde; een tiental

betrof het verzoek tot lidmaatschap.

Het grootste deel der verzoeken

werd ingewilligd; een enkel gegadigde

werd als 'buitengewoon lid aanvaard

(ir. Edm. Nicholas). T.a.v. een

enkel verzoek uit (Limburg zullen

nadere inlichtingen worden ingewonnen.

, Besloten werd, dat verzoeken om

een speciale contributie-regeling in

de kleinst mogelijke kring zullen

worden behandeld; voorlopig worden

deze afgedaan door voorzitter en

secretaris-penningmeester.

De mogelijkheid van instelling van

een sectie-hoofdredacteuren binnen

de K.N. J.K." werd wederom langdurig

besproken. Verschillende bestuursleden

hadden bezwaar tegen deze

sectie, wilden althans dat met de

nodige waarborgen er naar gestreefd

zou worden, dat deze sectie geen

„staat in de staat" zou worden. Andere

leden meenden de sectie niet te

moeten beperken tot hoofdredacteuren,

maar tot alle journalisten eerste

klasse (vgl. C.A.O.), waartegen weer

anderen overwegend bezwaar hadden.

Omdat men niet tot overeenstemming

geraakte (en de sectie zal

alleen opgericht worden indien alle

bestuursleden zich met een bepaalde

vorm van deze sectie kunnen verenigen)

komt deze zaak later op-

- MASS MEDIA

(with particular emphasis on educational

aspects)

a) Radio.

The Canadian Broadcasting Corporation

offers opportunities for

observation of techniques of mass

communication by radio, particularly

in the field of educational broadcasting.

Distinctive aspects in

such educational programmes are

work in radio broadcasting for

rural audiences and the organisation

of radio forums. Certain universities

also offer training facilities

in the use of radio for education.

Candidates in this field should be

trained script-writers, programmeproducers

or radio-reporters, with

professional experience in radio-work,

or educators whoso teaching programmes

require a knowledge of

radio production and techniques.

.

to) Film Production.

The Canadian National Film

Board, and', through it, other documentary

film producers in Canada,

offer facilities for 'observation of

production methods and the noncommercial

distribution of educational

films to specialized groups. Can-

de K.N. J.K.

nieuw aan de orde.

Het rooster van de aftredende bestuursleden

werd na loting als volgt

samengesteld (deze leden zijn niet

onmiddellijk herkiesbaar):

il' Januari 1949 treden af de coll.

W. Goldschmidt en C. de Groot,

1 Januari 195Ö F. Kuijpers en

W. Pedroli,

1 Januari 1951 J. Wilbrink, H.

Smits en L. Frequin.

Het rooster van aftreden van

de leden van het dagelijks bestuur

ziet er na loting als volgt

uit (deze collegae zijn onmiddellijk

herkiesbaar): aftredend 1

Januari 1949 coll. J. Bruna, 1

Januari 1950 coll. L. Hanekroot en

1 Januari 1951 coil. A. van Oorschot.

De bijeenkomst werd gesloten met

uitgebreide gedachtenwisseling over

allerlei kleingoed.

W. P.

VERTEGENWOORDIGINGEN

De leden van het dagelijks bestuur

en leden van het algemeen bestuur

waren aanwezig bij de officiële opening

van het Instituut voor de Katholieke

journalistiek te Nijmegen,

waar coll. L. Hanekroot als voorzitter

K.N.J.K. en van het Curatorium

de openingsrede hield. — De collegae

Bruna en van Oorschot vertegenwoordigden

onze organisatie bij uitvaart

en begrafenis van Max van

Poll te Eindhoven, laatstgenoemde

bovendien tijdens het plechtig Requiem

van pater dr. R. Nuy S. J. te

's Gravenhage.

di'dates should be either trained film

technicians or producers or educators

specializing in problems of

visual education.

c) Journalism.

In addition to facilities for the

professional study of journalism at

the post-graduate level at Canadian

universities, certain Canadian newspapers

offer facilities for the study

of newspaper production techniques,

press agency service, feature writing.

Candidates should be practising

journalists with a minimum of three

to five years' professional experience

as reporters, editorial or feature

writers.

Reiskosten naar Canada en terug

en $ 180.— per maand voor een

periode van 6 maanden -worden vergoed.

Bovendien worden nog verdere

faciliteiten, zoals toelage voor collegegelden

en reiskosten in Canada,

verleend.

Zij, die in aanmerking wensen te

komen voor plaatsing op een lijst

van gegadigden, waaruit t.z.t. door

de Minister van O. K. en W. een keus

zal worden gedaan, kunnen hun sollicitaties

inzenden vóór 15 November

bij de iChef afd. [Buit. Betn. vJi.

ministerie van O. K. en W., Princessegracht

19, den Haag.

9


BOEKEN %£ JOURNALISTEN

Het zaad tussen de doornen,

door HERLUF VAN MERLET.

Uitgave Amsterdamse Boek. en

Courant Mij.; 404 biz. 'Geo. ƒ5.90.

Na enkele jaren van ziekte — hij

was slachtoffer van de oorlogsomstandigheden

— heeft onze collega

H. Baron van Lamsweerde weer

naar de schrijfpen gegrepen — nog

niet in de anonymiteit van de krant,

maar onder pseudoniem als romancier.

Wie dit nieuwe werk vergelijkt

met bijvoorbeeld „De Soutane", een

van zijn eerstelingen, zal bemerken,

hoezeer dit talent is gegroeid.

Zekere durf van probleemstelling

in „De Soutane" is nu overtroffen

door het waagstuk van de auteur,

ondanks Nederlandse afkomst een

Russische roman te schrijven. Het is

de geschiedenis van een pope in een

verloren dorpje van het onmetelijke

Rusland, een man, die meent God en'

de duivel te slim af te zijn en die

slachtoffer wordt van eigen schijnheiligheid.

Dit belangwekkende gegeven

heeft de schrijver uitgewerkt in

gemakkelijk te verteren, soms wat

gezwollen zinnen; nu en dan ook

"missen wij een waarlijk diep doordringen

in de stof. Hinderlijk is dit

niet; over een bijzonder onderwerp

werd aangenaam en onderhoudend

geschreven.

België en Luxemburg, door F.

A. LUYTEN. Uitgave Ned. Keurboekerij,

Amsterdam; 248 blz

Geb. ƒ 5.90.

Journalisten, die in de Beneluxbeweging

aanleiding vinden tot beschouwingen

en reportages, kunnen

van dit reisboek genoegen beleven.

De schrijver is niet slechts een aangenaam,

maar ook een deskundig

geleider. Hij doorkruist en bestudeert

met ons de beide partner-landen,

niet alleen om toeristische motieven,

maar ook, om de Nederlander meer

bekend en vertrouwd te maken met

de geschiedenis en de sociografische

ontwikkeling van de bevriende lage

landen.

-Ideeën hebben benen, door

PETER HOWARD. Uitgave A.

W. Sijthoff, Leiden; 202 blz. Geb.

ƒ 3.90.

Nu reeds is de derde druk

van deze ideologie voor de democratie

verschenen. Geen wonder,

want de schrijver heeft een weldadige

tekening van de strijd der ideeën

geschonken. Duidelijk heeft hij aangetoond,

dat de wereldcrisis van onze

dagen is veroorzaakt door voortschrijdend

materialisme. Maar Howard

is niet zonder vertrouwen: in

uitzicht stelt hij God, door Wie de

wereld kan worden herschapen. Hij

komt tot de nuchtere conclusie, dat

de christelijke ideologie waarborg is

van het voortbestaan der wezenlijke

democratie.

10

Onze weg naar geluk, .door

GERALD VANN O.P. Uitgave

De Koepel, Nijmegen; 205 blz.

Bij Sheed & Ward in Londen was

reeds de Engelse uitgave van dit

boek verschenen, onder de titel „The

divine Pity". Nu liggen de markante

beschouwingen over de sociale betekenis,

van de acht zaligheden in een

aantrekkelijke Nederlandse uitgave

voor ons. Wie een taak vervult in

het maatschappelijke leven, vindt in

dit boek een voortreffelijke gids.

Hier worden eeuwen-oude waarheden

van de christelijke leer, in moderne

vorm aangepast aan het leven vaii

de moderne mens, aan ons voorgelegd.

De vertaler, pater A. v. d. Brekel,

is er in geslaagd, de schone gedachten

yan de auteur, onaangetast

te laten.

Ik moest naar Tsjoengking,

door MARK TENNIEN. Uitgave

De Koepel, Nijmegen; 312 blz.

Geb. ƒ 5.90.

Dit is een reeks reportages van

een missionaris, die naar Tsjoengking

was uitgezonden, om er in hevige

oorlogstijd verdelingsbureaux

te vestigen. Wat hij zoal meemaakte,

legde hij vast in dit Amerikaanse,

fris geschreven boek, waarin de lezer

menig staaltje volkenkunde ziet

voorgelegd. De schrijver kreeg de

beste getuigenissen van Amerikaans*

generaals mee. Hier volgt er een:

,,wie houdt van mensen, die moed

hebben en alleen leven om anderen

onbaatzuchtig te helpen, zal het boek

van pater Tennien met plezier lezen."

Nederlands Volksliederenboek;

verzamelbundel door Mr. A.

LOOSJES en Mr. J. KUNST.

Uitgave Sijthoff, Leiden; 247 blz.

Geb. ƒ 6.50. ,

Samenstellers én uitgever dienden'

de nationale zaak, de beste Nederlandse

liederen te bundelen. En dus

vinden we voldoende materaal bijeen

gebracht, als afweer vari vele zouteloze

liedjes, waaraan men zich in

menige huiskamer en op straat bezondigt.

Wie deze bundel raadpleegt, kan

zich verrijken met geschiedzangen,

vaak aardig van tekst en fris getoonzet.

De keuze uit vaderlandse en

geestelijke liederen, verhalende- en

minneliederen, studenten^, soldatenen

zeemansliederen, wiege. en kinderliederen,

en ook liederen van gemengde

inhoud, is aanmerkelijk

groot: 145 van de beste. Nu zinge

men het Nederlandse lied, en men

zinge het goed. Die leuze moesten wij

méér propageren in de krant.

Kroningsalbum; uitgave van

de Ned. Keurboekerij te Amsterdam.

Prijs ƒ 2.50.

De fraaiste foto's die bij gelegenheid

van de inhuldiging van Koningin

Juliana werden gemaakt, heeft

Willem v. d. Poll in een attractief album

samengebracht. De tekst over

wat binnen geschiedde, is van Gerard

M. Rutten; over het feest buitenshuis

schreef de radioverslaggever

Herman Felderhof. Gelukkig zijn de

foto's in hoofdzaak scherp en een

aantal exclusief, voor zover ze een

kijkje bieden „in de keuken" van het

paleis en in de Burgerzaal, waar

voor de hoge gasten sprookjesachtig

de tafel was gedekt.

Kleinere uitgaven. — Een beknopte

handleiding en wegwijzer met betrekking

tot de Katholieke geestelijke

gezondheidszorg werd bekwaam samengesteld

door pastoor H. Bless,

(uitg. J. J. Romen en Zonen, Roermond).

= Bij dezelfde uitgevers verschenen

twee boekjes in de Moederschapszorg-bibliotheek,

nl. „De voeding

in de zwangerschap", door de

vrouwenarts G. J. Lubbers en „Bloed

en Zwangerschap", door dr. Judith

E. Uliéo. = Han v. Erde Dubois

(onze collega H. Kerkhoffs) schreef

een nieuw boekje, wederom in de serie

,,Onder ons", uitgegeven bij G.

Mosmans Zoon in Den Bosch. Hij

voert daarin gesprekken met vader

en moeder — gesprekken tot het

hart, maar vooral tot het verstand =

,,1948 Anno Christi" is het zinnenspèl

dat A. Defresne in opdracht van de

Minister schreef naar aanleiding

van het Regeringsjubileum. Met

vakmanschap heeft deze auteurregisseur

een tekst geschreven,

waarbij de chaotische schakeringen

van onze dagen tot uitdrukking

worden gebracht (uitgave A.B.C.­

Amsterdam).. = Het nieuwe maandblad

„Mandril" (uitgever Jules Peirel,

Amsterdam) heeft medewerkers

met klinkende namen: Praetvaer

van Elsevier, Dagboekanier

van Parool, G. Brugmans en

Mathieu 'Smedts van de Volkskrant,

Carmiggelt, Boost en anderen.

Het eerste nummer slaat een

lichte toets aan, een enkele maal

zelfs té licht! = In de Sleutelbloemreeks

(De Koepel, Nijmegen) brengt

de in dit jaar overleden Ernest v. d.

Hallen een ontroerend eerherstel

aan zijn vriend Felix Timmermans,

slachtoffer van na-oorlogse haat. —

In dezelfde reeks is verschenen een

selectie, die de gewone man (collega

Jan Perks) voor de K.R.O. heeft geschreven,

we zeggen: heeft geschreven,

want de tekst vloeit al weer

sedert een klein jaar uit andere pen.

= Bij gelegenheid van het gouden

priesterfeest van Z.H. Paus Pius XII

op 2 April 1949 zal bij de firma J. J-

Romen & Zonen te Roermond een gedenkboek

verschijnen getiteld: Pastor

Angelicus, Paus Pius XII. Dit werK

zal worden geschreven door Mgr. Dr-

Jan Olav Smit, die als kanunnik van

St. Pieter en inwoner van Vaticaanstad

.in nauw contact staat met d e

Heilige Vader. Kardinaal de Jong en

de gezant van onze regering bij d e

H.. Stoel, vereren dit werk met een

voorwoord. Ruim 30 exclusieve foto's

zullen het werk dat ± 300 pagina's,

groot formaat, telt, illustreren.


Martelaar der persvrijheid

Zeven Nederlandse journalisten,

onlangs op reis langs de kusten

van Normandië en Bretagne, ontdekten

op de St. Michielsberg, de

rots in zee tussen Granville en St.

Malo, het graf van hun collega D.

Dubourg (de Boer?), een Nederlands

journalist, die daar in 17Ji6

in gevangenschap was overleden.

Hij had het gewaagd critiék ie

oefenen op regervngsbesluiten van

de Franse koning. Volgens een

plaatselijke geschiedschrijver was

hij eigenlijk een Frans?nan geweest,

die naar Nederland was

uitgeweken, omdat hij daar alleen

de persvrijheid had kunnen vinden,

die hij nodig had om zijn

werk naar eer en geweten te verrichten.

• Tijdens een reis naar

Frankrijk onder een Nederlandse

naam en op een Nederlands paspoort

was hij gegrepen en veroordeeld

tot levenslange vestingstraf.

KLAARHEID NODIG

Vlag Halfstok heette een brochure,

geschreven door de heer Lunshof,

waarin het tegenhouden van de herverschijning

van De Telegraaf als

grof onrecht en diefstal werd betiteld.

Mr. van Heuven Goedhart, oud-minister

van Justitie en hoofdredacteur

van Het Parool, voelde zich door bepaalde

passages beledigd en daagde

de schrijver in kort geding voor de

Rechtbank. De president van de Amsterdamse

Rechtbank wees de vordering

af. Laat de heer van H. G.

maar naar de gewone rechter gaan,

aldus zijn uitspraak, ik zie niet voldoende

aanleiding om de verspreiding

der brochure te stoppen.

De heer van H. G. is niet naar de

gewone rechter gegaan. De heer

Lunshof bleef verder ongemoeid. Om

de zaak toch aan het rollen te houden,

heeft de heer Lunshof een nieuwe

brochure het licht doen zien. „Dieven

in de nacht". Daarin preciseert hij

nader zijn beschuldigingen aan het

adres van „Het Parool" en bepaalde

Parool-mensen. Hij beweert,,dat een

S.D.-spion een belangrijke rol heeft

gespeeld in d-e hele Paroolhistorie. Hij

roept twijfel op aan de standvastigheid

van anderen. Hij brengt ook de

Perszuivering in het geding en gewaagt

van stukken, die verdonkeremaand

zouden zijn.

Wij achten ons niet in staat dit

alles op zijn juistheid te beoordelen.

Maar we weten wel, dat aldus zwartop-wlt

gedrukte beschuldigingen niet

zonder meer als aanlflacht mogen blijven

wegen op bepaalde personen in

Nederland en op heel ons na-oorlogse

rechtswezen. „Ik heb het recht om

gestraft te worden, wanneer ik een

oud-minister van Justitie aan de kaak

stel op onjuiste gronden", zegt de

heer Lunshof in ieder geval terecht.

Er moet iets gebeuren in deze

zaak! (De Stem).

FEDERA TIENIEUWS

DE RAAD VAN UITVOERING

CAO. DAGBLADPERS

De Raad van Uitvoering van de

C.A.O. voor Dagbladjournalisten is

thans als volgt samengesteld:

Leden-directeuren: Mr. H. M. Planten

en J. Groenewegen (plaatsvervangers:

Mr. H. Dikkers en J. Kuypers).

Leden-journalisten: Coll. Mr. M.

Rooy en L. J. S. Hanekroot (plaatsvervangers:

K. Voskuil en S. H. A.

M. Zoetmulder).

Voorzitter: Mr. H. M. Planten, plv.

voorzitter: Mr. M. Rooy.

Secretarissen: Mr. C. A. Steketee

en Mr. A. E. van Rantwijk.

De Raad heeft reeds enige malen

vergaderd teneinde uitspraak te doen

over een aantal door directies en

journalisten voorgelegde vragen.

De uitspraken van de Raad, welke

algemene betekenis hebben voor de

interpretatie van de C.A.O., zullen

geregeld in het orgaan worden gepubliceerd.

Wij verwijzen naar de

publicatie elders in dit nummer.

CONTRIBUTIE-INNING

Bij de grote meerderheid der dagbladen

geschiedt de contributieinning,

ingevolge Art. 41 van de

C.A.O., thans door tussenkomst van

de administratie der onderneming.

Met enkele dagbladen, die verzuimden

de gevraagde gegevens te verstrekken;

wordt nog over deze aangelegenheid

gecorrespondeerd. De

contributie der bij de laatstgenoemde

bladen werkende journalisten zal

voorlopig nog per maandelijkse kwitantie

worden geïnd. Een aantal collega's

zijn nog achterstallige contributie

verschuldigd. In sommige gevallen

zegden zij toe de contributie

te zullen gireren, doch zij lieten dit

na; in andere gevallen bereikte de

aangeboden kwitantie hen niet doordat

zij afwezig waren of verzuimd

hadden hun adresverandering aan het

Federatiebureau op te geven. De betrokkenen

zullen geleidelijk allen

bericht ontvangen over de nog door

hen verschuldigde contributie; indien

daarmede een enigszins hoog bedrag

gemoeid is, zal gelegenheid tot afbetaling

in termijnen worden gegeven.

ADRESWIJZIGINGEN EN

AANMELDINGEN

Het Federatiebureau maakte van

de invoering van de contributie-inning

volgens de regeling , van de

C.A.O. gebruik om aan de dagbladen

een opgave van de adressen der

leden te vragen. Uit de verkregen

gegevens bleek, dat een vrij groot

aantal leden was verhuisd of van

werkkring was veranderd, zonder dat

zij hiervan aan het Federatiebureau

kennis hadden gegeven. Wij doen

nogmaals een beroep op de leden om

wijzigingen rechtstreeks aan het

Federatiebureau op te geven; alleen

dan kunnen zij er van verzekerd zijn,

dat deze' in de centrale administratie

worden verwerkt. Aan afdelingssecretariaten

gedane opgaven plegen

helaas niet altijd te worden doorgezonden.

Hetzelfde geldt t.a.v. aanmelding

van nieuwe leden; ook deze

dienen rechtstreeks aan het Federatiebureau

te worden opgegeven. Dan

wordt vermeden dat collega's bij hun

afdeling als lid staan ingeschreven,

zonder dat zij bij het Federatiebureau

bekend zijn, zoals zich thans in

enkele gevallen heeft voorgedaan!

SECTIE TIJDSCHRIFT­

JOURNALISTEN

Wij deelden reeds eerder mede, dat

een uit de Coll. F. M. S. Donders, Mr.

E. Elias en J. Jasper Pzn. gevormde

commissie, het initiatief heeft genomen

tot oprichting van een sectie

tijdschriftjournalisten. Deze Commissie

heeft tot dusver een 25-tal adhaesie-betuigingen

ontvangen. Hoewel

dit aantal de Commissie enigszins is

tegengevallen, meent zij dat er toch

alle aanleiding is om haar actie voort

te zetten. De betrokken collega's zullen

hier binnenkort nader over vernemen.

Na de invoering van de

C. A. O. voor dagbladjournalisten,

blijkt ook bij de tijdschriftjournalisten

de belangstelling voor het werk

van de Federatie te zijn toegenomen.

SECTIE RADIOJOURNALISTEN

Een Commissie bestaande uit de

heren A. L. G. M. van Oofschot (K.N.

J.K.), C. Sikkink (K.N.J.K.), K. D.

Dokkum (N.J.K.), Drs. H. Jonker

(Omroep) en R. de la Rive Box

(Omroep) stelden — op verzoek van

de afdelingen 't Gooi (N.J.K.) en Midden

Nederland (K.N.J.K.) — een

onderzoek in naar de vraag welke

omroepmedewerkers kunnen worden

beschouwd journalistieke arbeid te

verrichten.

Het door deze Commissie uitgebrachte

rapport werd in de besturen

van de K.N.J.K. en de N.J.K. besproken.

Deze besturen konden er zich

mede verenigen dat voortaan als

journalisten worden beschouwd ook

zij, die er hun hoofdberoep van maken

teksten van voorlichtende aard,

welke door de Radio worden verspreid,

redactioneel te verzorgen, of

op te stellen èn uit te spreken. De

hieruit voortvloeiende wijziging van

de reglementaire bepalingen, zal op

de eerstvolgende algemene vergadering

der Kringen aan de orde worden

gesteld.

Het ligt in de bedoeling de radiojournalisten

te verenigen in een gezamenlijke

sectie van N.J.K. en K.N.

J.K.

Een verslag van een op 28 October

jl. gehouden vergadering van de

betrokken afdelingen, waarin de toetreding

van omroepmedewerkers tot

de organisaties is besproken, zal in

het volgende nummer worden opgenomen.

11


JOURNALISTIEK JOURNAAL

• Robert Peereboom heeft in zijn

Haarlems Dagblad een beschouwing

gegeven over de krant en haar lezers

die de moeite van overdenking- onzerzijds

wel alleszins waard is. Peereboom

meent dat de kranten er zijn om

de mensen te helpen en dat de mensen

dit van hun kranten verwachten. En

dit helpen, zo bedoelt Peereboom het

toch, toetekent voor een goed deel

,,omhoog helpen".

• Ik houd van dit Peereboomse

idealisme en ik houd van de krant en

van de journalistiek en omdat dit

Journaal een persoonlijke tint heeft,

zij de persoonlijke opmerking mij veroorloofd,

dat ik wel gaarne zou willen

dat Peereboom gelijk heeft; dat hij

misschien ook wel gelijk heeft (wat

goed en prettig zou zijn), maar dat

hij misschien ook wel ongelijk heeft.

En dat ik dit laatste zelfs vrees.

9 Peereboom komt, ter staving

van zijn idealistische stelling, met het

onomstotelijk feit dat de Britse, zogenaamde

„class-papers" haar lezerstal

aanmerkelijk zien stijgen. Dat is ongetwijfeld

waar, maar dit feit te gebruiken

als adstructie van zijn mening

is, dunkt mij, een gevaarlijke bezigheid

van Peereboom.

9 Met evenveel plezier immers,

kan de man die een tegenovergesteld

standpunt inneemt op twee even onomstotelijke

feiten wijzen ter adstructie

van zijn opvatting. Ten.eerste: dat

de sensatie-bladen een even grote, zo

niet grotere stijging doen zien. Ten.

tweede: dat hun oplagecijfers „überhaupt"

zo enorm veel groter zijn dan

die van de class-papers.

9 De afzichtelijke journalistieke

phenomeen „News of the World"

heeft een oplaag van om de

7.000.000. Leg daarnaast de cijfers

van de Zondags-class-papers Sunday

Times en Observer en waar blijft

dan de reden van uw optimisme,

goede Peereboom ? Leg de Daily

Express naast de Times, de Manchester

Guardian, de Yorkshire Post

en zeg dan niet dat de laatste drie

immers omhoog gaan, want, absoluut

en procentueel, gaat dat Beaverbrookse

schandaalblad nóg harder

vooruit.

• Ik wilde twee vragen stellen:

is het werkelijk de taak van de krant

haar lezers omhoog te helpen ? En

verlangen die lezers dat werkelijk van

hun krant? — Ik wilde oprecht dat

het zo ware, doch ik betwijfel het

wel. Peereboom stelt dat nu maar zo,

uit het idealisme van zijn respectabele

overtuiging, maar er is voor twijfel

reden te over.

• Ik houd hier natuurlijk geen

pleidooi voor de afdaling van de krant

naar de laagsten barer lezers, doch ik

12

acht het wel gerechtvaardigd de stelling

te poneren dat zij zich naar het

gemiddelde van haar lezerskring heeft

te richten. En tevens: dat dit gemiddelde

niet zo idealistisch-hoog ligt als

de idealistische hoofdredacteur van

Haarlems Dagblad denkt.

9 „Het begrip „de massa" zit

onze tijd dwars", schrijft Peereboom.

Inderdaad. En dit begrip heeft allerlei

wonderlijke eigenschappen. Eén

daarvan is dat het zó glibberig is,

dat het niet te vatten is. Maar één

ding is zeker: wanneer ge het over de

massa hebt, dan kunt ge zeker niet

doelen op de lezerskringen van de

„class papers". In Engeland niet, in

Nederland niet en nergens ter wereld.

9 Ik zou wel eens willen zien,

wat er geschieden zou, in ons eigen

goede Nederland wanneer hier een

dagblad zou verschijnen van het peil

en de stijl van de Daily Express en

dan (in zijn nare soort) even volmaakt

gemaakt. Ik vermoed (zonder

. dit dan „goed te keuren") dat het alle

idealisme over krant en lezer aan

diggelen zou slaan, door in korte tijd

het hoogste oplagecijfer van alle Nederlandse

dagbladen te bereiken.

Journalist helpt Kattenburg

Onze collega Jacobs, Amsterdams

redacteur van de Limburgiapers,

schreef voor zijn kranten een serie

artikelen over de toestanden in het

Amsterdamse Kattenburg; vertelde

zijn lezers hoe in deze wijk van de

hoofdstad een groot aantal mensen

onder zorgelijke omstandigheden

leeft.

Deze artikelen hadden het onverwachte

resultaat, dat drie verpleegsters

te Maasniel bij Roermond in hun

omgeving inzamelingen hielden. Kort

daarna verschenen zij in de hoofdstad

bij het politiebureau Kattenburgmet

een grote vrachtauto vol met

kleren, etenswaren, snoepgoed en

levertraan en in zeer korte tijd was

het politiebureau getransformeerd in

een uitdeelpost. Sindsdien hebben de

redacties van de Limburgiapers de

' actie opgevoerd, met als verblijdend

gevolg, dat nieuwe zendingen op Kattenburg

zijn aangekomen.

v. O.

Katholieke pers in Amerika

Het eerste nummer van „Ibero-

America", het eerste Pan.Amerikaan.

se katholieke opinie- en nieuwsblad,

zal in Januari in Mexico verschijnen.

Het tijdschrift zal drie hoofdrubrieken

hebben. De eerste zal zijn gewijd

aa/i pauselijke redevoeringen, belangrijke

andere toespraken en artikelen

van vooraanstaande Westelijke schrijvers.

De tweede rubriek bestrijkt de

9 „Het begrip „massa" zit ons

dwars...." ja; en ik geloof dat het

ons maar steeds dwarser komt te zitten.

Ik geloof bovendien dat die massa

groter is dan velen denken, in die zin

dat er veel elementen toe behoren, die

wij er niet toe achten te behoren.

Met name en journalistiek-gezien:

dat het verbazingwekkend zou zijn te

ervaren hoevele Intellectuelen en (om

in die terminologie te blijven) „class"mensen

in hun dagblad-eisen en -verlangens

zich in niets onderscheiden

van de grauwe, onvatbare, raadselachtige

rest.

• Die 7.000.000-oplage van News

of the World is een teken aan de

wand. Dit cijfer zegt duidelijker dan

wat ook, dat dit geelste blad-der-gelebladen

in vrijwel ieder Engels huis des

Zondags wordt gelezen. Ook in talloze

„elass"-huizen. — Dit is een van de

vele symptomen die mij sceptisch

stemmen omtrent de Peereboomse

blijmoedigheid en ook — driewerf

helaas! — omtrent zijn (en mijn

eigen) idealismen ten opzichte van de

pers, de taak die zij te vervullen zou

hebben en wat haar lezers van haar

zouden verwachten.

9 „Het begrip „massa" zit ons

dwars "

En hoe!

ELIAS.

EVEN WATERTANDEN!

ADIES' Home Journal, het

L grootste Amerikaanse tijdschrift

voor vrouwen, met een

oplage van 4% millioen exemplaren

en een omvang van 278

pagina's, gaf onlangs een nummer

uit, dat een advertentie-opbrengst

had van 2% millioen dollar. Zelfs

voor Amerika een record! Het blad

wordt uitgegeven door Bruce en

Beatrice Gould.

voornaamste uitingen van katholieke

activiteit op internationaal terrein;

de derde houdt zich bezig met de

bespreking van letterkundig werk,

films, toneel, muziek enzovoorts.

WELLEVENDHEID

„Het Parool" van 4 October:

„Don't smoke, rookt U alsjeblieft

niet", zegt Marta Eggerth, als wij een

sigaret willen opsteken en zij zet de

asbak met een wijds gebaar ver weg.

Vanmorgen. Wij zitten in het Amsterdamse

Amstelhotel tegenover de

„Hongaarse zangeres en filmster".

Terwijl het al onwellevend is om

aan een vreemde, welke men in diens

huis bezoekt, het verzoek te richten

of men een eigen sigaret mag opsteken.

Aldus een terechte aantekening

in ,,De Linie".


UITSPRAKEN Openbare les dr. M. Schneider

Raad van Uitvoering GA.O.

voor Dagbladjournalisten

Wij laten hier de eerste reeks volgen

van die uitspraken van de Raad

van Uitvoering, welke volgens beslissing

van de Raad voor publicatie

in de verenigingsorganen in aanmerking

komen.

Art. 7, lid 5 (no. 1.)

De bepaling van art. 7, lid 5, heeft

betrekking op de vaststelling van

het miMimnm-salarisbedrag, bij welke

vaststelling derhalve in de in art.

7, lid 5 genoemde gevallen één, resp.

twee extra-verhogingen in aanmerking

dierfen te worden genomen.

Hieruit vloeit voort, dat de opvatting,

als zou deze bepaling betrekking

hebben op het materiële salarisbedrag

en mitsdien ook van toepassing

zijn op salarissen, die boven

het krachtens de C.A.O. vastgestelde

minimumbedrag liggen, door de

Raad onjuist wordt geacht.

Art. 7, leden 5 en 7. (No. 2 en 1.)

De strekking van de bepaling van

art. 7, lid 5, is in hoofdzaak deze,

dat aan hen, die in de oorlogsjaren

geen gevolg hebben kunnen geven

aan hun voornemen, zich in de journalistiek

te begeven en dit voornemen

eerst na de bevrijding hebben

kunnen verwezenlijken en verwezenlijkt,

een zekere tegemoetkoming

wordt gegeven, waardoor de gevolgen

van deze door de oorlog veroorzaakte

vertraging — althans in

financieel opzicht —• geheel of ten

dele worden ondervangen.

Indien op deze tegemoetkoming

art. 7, lid 7, van toepassing zou worden

verklaard, zou dit medebrengen,

dat de uit hoofde van art. 7, lid 5,

toegekende verhoging (en) binnen

één of enkele jaren zou (den) zijn ingelopen,

waarmede vorenbedoelde

tegemoetkoming ongedaan zou zijn

gemaakt en aan de strekking van

art. 7, lid 5, haar kracht zou worden

ontnomen.

Het vorenstaande overwegende,

spreekt de Raad'als zijn oordeel uit,

dat het bepaalde in art. 7, lid 7, niet

van toepassing is op de verhogingen,

bedoeld in art. 7, lid 5.

Art. 19, lid 1. (No. 1.)

Waar bij de vacantieregeling in'de

C.A.O. kennelijk- is uitgegaan van

een inwerkingtreding der C.A.O. op

1 Januari, acht de Raad het niet op

zijn weg te liggen, te bevorderen,

dat in de dagbladondernemingen nog

in het resterende deel van het jaar

1948 uitvoering wordt gegeven aan

het bepaalde in art. 19.

Artt. 32 en 33. (No. 1.)

Uit het feit, dat in de artt. 32 en

?/ó slechts sprake is van journalisten

en — in tegenstelling tot de

tekst van art. 31 — leerling-journalisten

daarin niet vermeld worden,

laat zich afleiden, dat pensioenregelingen

uit hoofde van de C.A.O. niet

De urgentie ener dagbladwetenschap

R. Maarten Schneider heeft er

D goed aan gedaan de urgentie

ener dagbladwetenschap in Nederland

tot onderwerp te maken van de openbare

leis bij de opening van zijn

voordrachten over het dagbladwezen

— in opdracht van het

Leidsch Universiteitsfonds — aan

de rijksuniversiteit te Leiden op

19 October i-ni het Klein Auditorium

van ihet aloude gebouw op het Rapenburg'

gehouden^ In katholieke

kring is deze urgentie gevoeld en

heeft men aan de universiteit te

Nijmegen de dagbladwetenschap een

gelijkwaardige plaats naast andere

takken van wetenschap ingeruimd.

Ook het curatorium van de gemeentelijke

universiteit te Amsterdam en

het gemeentebestuur van de hoofdstad-

'hebben deze urgentie erkend

en 'bij de oprichting van de 7e faculteit

aan de dagbladwetenschap de

haar toekomende plaats ingeruimd

De Nederlandse regering schijnt

echter van deze urgentie niet overtuigd

te zijn 1 , ondanks het feit, dat

zowel het katholieke als het Amsterdamse

element ruimschoots in haar

vertegenwoordigd zijn. Of moet het

aan onkunde en wanbegrip van de

befcVümirldleren: onzer rijksuniversiteiten

en hogescholen worden toegeschreven,

dat nog op geen dezer instellingen

ook maar een lectoraat in de

dagbladwetenschap is ingesteld. Het

Leidsche Universiteitsfonds voorziet

srnds 1930 enigszins in deze leemte

voor zover Delden betreft, van particuliere

zijde worden de Utrechtse

studenten in de gelegenheid gesteld

aldaar enig inzicht in de dagbladwetenschap

te verkrijgen.

Hoe nodig zulks is heeft dr Schneider

in zijn openbare les uiteengezet.

Het steeds gecompliceerder karakter

der nationale en internationale structuur,

dat van de journalist op verantwoordelijke

posten een steeds grotere

kennis van allerlei wetenschappelijke

en maatschappelijke versclhijntselen

vereist |en daarom een

speciale opleiding van journalisten

langs wetenschappelijke weg nodig

maakt, brengt 'ook steeds meer

overheidspersonen, leiders van maatschappelijke

instellingen en hoofden

van bedrijven met de journalistiek en

andere uitingsvormen van de pers in

aanraking. De onkunde in de toonaangevende

kringen van de maatschappij

ten opzic'hte van de pers, is

in Nederland ontstellend groot. Bij

de betekenis van de pers voor het

op leerling-journalis,ten van toepassing

zijn.

Art. 1,2 (No 1.)

Aanvragen tot verlening van een

abonnement uit hoofde van dit artikel

zullen slechts in behandeling behoeven

te worden genomen, indien

zij zijn mede-ondertekend door de

directie van de aanvrager.

behoud van de democratische rechtsorde

mag men zulks een nadeel noemen

voor de Nederlandse volkskracht.

Zowel in hét belang van de

journalistiek en de journalist als in

'het algemeen volksbelang is niet alleen

de vestiging ener dagbladwetenschap

in Nederland urgent, maar ook

de gelegenheid voor zo- breed mogelijke

kringen om zich in die wetenschap

een inzicht te verstrekken.

Al zijn wij dus allerminst met de

gang van zaken aan onze rijksuniversiteiten

voldaan, wij. verheugen er

ons over, dat de „leeropdracht indertijd

aan Lievegoed verstrekt, na een

hiaat van bijna twee jaren, thans

tenminste is gecontinueerd. Wij geloven,

dat dr. Schneider op deze

plaats zijn leermeester niet zal beschamen

en wensen ihem van harte

geluk met de aanvang zijner lessen,

waarbij wij. de hoop uitspreken, dat

zij niet alleen bij vele toekomstige

leiders van ons maatschappelijk leven

een beter inzicht in de betekenis

van de pers zullen wekken, en dat zij

zullen bijdragen tot de vorming van

voor hun steeds moeilijker taak berekende

journalisten, maar cat zij

ook de overheid van universiteit en

staat zullen overtuigen van de urgentie

ener dagbiadwietenschap in

Nederland.

Het kleine-auditorium was Dinsdag

19 October bijna te klein om alle

belangstellenden te bevatten. Het

deed ons genoegen naast 'de bestuurderen

van het L


MAAKWERK VERSUS MAATWERK

Bezwaren en gevaren van confectiejournalistiek

N een'aantal uitmuntende artikelen,

I waaruit wij meermalen het een en

ander hebben overgenomen, heeft

collega Lodewijk de uitgevers van

nieuwsbladen er van trachten te

overtuigen: Heren, geef aan uw blad

een eigen cachet, karakter, persoonlijkheid

en dos betekenis; laat 'het

daartoe verzorgen door een redacteur-vakman,

de enige die in staat

is van uw kleine -krantje een goed

krantje te maken.

Wij geloven dat collega Lodewijk

gelijk heeft en dat het dilettantisme

in de journalistiek, ook in de „kleine

krantjes", op den duur alleen maar

tot mislukking en onheil kan leiden

— al willen we graag erkennen dat

er redacteuren-iuitgevers zijn geweest

die ten volle tegen 'hun taak opgewassen

bleken te zijn. (Maar die zijn

dan ook na verloop van tijd boven

hun aanvankelijk dilettantisme uitgegroeid.)

Nog om een andere reden

evenwel v«rdien(t h/et 'betoog van

collega Lodewijk onze instemming en

waar het mogelijk is onze steun. De

kleine pers vormt een belangrijk afzetgebied

voor onae journalistieke

„waar'*, en een belangrijk terrein

voor jonge (niet al te jonge!) journalisten

om hun krachten zelfstandig

te beproeven en ervaring op te doen.

Vooral de journalist die zelf van

plattelandse komaf is (een geboren

stedlelimg zal met assimilatie-moei-,

lijkheden; te kampen hebben) zal, na

voltooiing van zijn eigenlijke opleiding

bv. aan een flink provinciaal

dagblad, in een tijd van zelfstandige

werkzaamheid aan een nieuwsblad

kostelijke ervaring kunnen verzamelen,

die hem te stade zal komen als

•hij daarna zijn vleugels verder wil

uitslaan. Zulke mogelijkheden worden

al te zeer verwaarloosd door degenen

die de journalistiek in de eer-

Iste plaats als een aangelegenheid

van stedelijke aard beschouwen, en

die vergeten dat verreweg het grootste

deel van het Nederlandse volk

voor zijn nieuwsvoorziening en voorlichting

uitsluitend aangewezen is óp

de provinciale en plaatselijke pers.

Vooralsnog denkt een aantal uitgevers

van „kleine krantjes" er anders

over. Zij hebben minder belangstelling

voor (en gewoonlijk ook

minder verstand van —) de kwaliteit

van hun blad dan voor d'e winst die

het kan opbrengen. (De verspreidingsmogelijikheid

is uit de aard van de

zaak beperkt, in vergroting van oplaag

kunnen ze het dus vaak niet

zoeken. De opbrengst van de advertenties,

die hiermee en met de structuur

van het plaatselijk economisch

leven samenhangt, 'kan evenmin

makkelijk worden opgedreven. De

papierleverancier heeft zijn prijs,

drukinkt krijg je niet met korting en

14

de lonen in de typografie (de uitgever

is meestal zijn eigen drukker)

liggen vast in een C.A.O. Maar op

de kopij is naar hartelust te bezuinigen.

Hier komt het persbureau, of liever

het persartikelen-bureau de uitgever

van het „kleine krantje" te

'hulp. Het levert hem voor een uiterst

schappelijke prijs, laten we zeggen

één tot twee tientjes in de maand,

elke week een paar artikelen over

de meest uiteenlopende onderwerpen,

actuele en algemene: binnen- en

buitenland, financiën en economie,

sport, mode, kunst, korte verhalen,

zo nodig met illustraties er bij (in de

vorm van matrijzen: een gulden

extra en wat betaal je voor het

reproductierecht van een originele

tekening of foto, die je dan nog moet

laten clicheren ook?!) Kortom: met

een abonnement op zo'n persartikelen-bureau

is het „kleine krantje"

al bijna klaar. De redacteur hoeft

alleen nog maar te zorgen voor hét

plaatselijk nieuws, de ingezonden

stukken en de bonnenlijst.

Het oprichten van een persartikelen-'bureau

is een klein kunstje. Bedrijfskapitaal

is er bijna niet voor

nodig. Men bedenkt een naam, liefst

een indrukwekkende naam, laat papier

en enveloppen met een hoofd

bedrukken, schaft zich een cyclostyle

en een voorraad stencils aan alsmede

het adresboek voor de Boekhandel,

en men kan (beginnen!. Natuurlijk

moet men dan nog de handigheic:

hebben om stukjes te schrijven, of

te laten schrijven, die zo algemeen

zijn dat ze van Eysden tot Rcodeschool

niemand aanstoot geven en

toch de indruk, althans de illusie

wekken dat er iets in staat — dat

vereist een talent op zichzelf. Voorts

moet men over enige welbespraaktheid

beschikken en, vooral in het begin,

op stap kunnen gaan om zijn

waar aan de man te brengen.; Ten

slotte moet men -een eenvoudige administratie

kunnen voeren. Merkwaardig

genoeg blijkt het laatste het

moeilijkste te zijn. Menig klein maar

'bloeiend persartikelen-ibureau is ten

onder gegaan doordat de eigenaar

leefdel van 'de lopende inkomsten,

geen begrip had van zijn kostprijs,

geen oog hield op de uitstaande posten

en niet wist wat hij zijn medewerkers

schuldig was. De meeste

journalisten zijn nu eenmaal slechte

boekhouders, en het is niet te geloven

hoe groot de administratieve

•chaos kan zijn die een argeloos man

in een half jaar tijid's zelfs in een

eenmansbedrijfje kan aanrichten.

Argeloosheid is natuurlijk niet

noodzakelijk een eigenschap van op­

richters van peilsartikelen-bureaux.

Het is hier misschien de plaats om

een persoonlijke ervaring te vertellen

die al veel jonge collega's tot lering

is geweest.

In het begin van mijn journalistieke

loop'baan produceerde ik, door

de nood gedreven, korte verhalen aan

de lopende band. De afzet was tamelijk

bevredigend, maar natuurlijk had

ik na verloop van tijd een heel stapeltje

geweigerde verhalen in een la

liggen. Toen viel mijn aandacht op

'n kleine advertentie in De Telegraaf,

waarin schrijvers vari korte verhalen

die geregelde afzetting van hun product

wensten, werden verzocht een

aantal proefstukken in te zenden onder

nummer zoveel, bureau van dit

(bladl.

Wel, kwaad kon het nooit. En het

had iets aanlokkelijks, voortaan al

je kopij naar één adres te sturen in

plaats van elk verhaal afzonderlijk

te moeten onderbrengen. Bovendien

kan een persbureau, dat één verhaal

aan tien bladen en blaadjes kwijt

kan, goedkoop leveren en toch zijn

medewerkers behoorlijk betalen. Met

deze overwegingen koos ik een dozijn

verhalen uit mijn voorraad en zond

ze aan Nr. zoveel, bureau De Telegraaf.

En hoorde er natuurlijk nooit

iets van. (Een behoorlijk bureau

plaatst geen advertentie onder nummer.)

Informatie bij De Telegraaf bleef

natuurlijk zonder resultaat. Een aanklacht

bij de politie (ik heb toch gezegd

dat ik nog jong was?) werkte

evenmin iets uit. Maar na een jaar

bracht een toeval me op het spoor.

Eén van mijn verhalen was geschreven

naar aanleiding van een

grappige gebeurtenis die ik van een

logeetje had gehoord. 'Dit logeetje

had mijn verhaal • gelezen voor het de

deur uitging. Uit Apeldoorn;, waar zij

woonde, zond zo me nu eensklaps

een nummer van de Apeidoornso

Courant waarin mijn kort verhaal

was opgenomen, ondertekend met

een pseudoniem dat niet het mijne

was

Een brief aan eoïïega Fjugaard

bracht onmiddellijk de gewenste opheldering.

Met zijn gewone welwillendheid

schreef hij dat hij er geen

vermoeden van had gehad dat het

verhaal van mij was; hij had het,

met een aantal andere, ontvangen

van de Verenigde Persbureaux in Den

Haag, van wie hij deze soort van

kopij geregeld betrok tegen een vast

tarief.

Nu wendde ik me tot het opgegeven

adres en kreeg natuurlijk

wéér geen antwoord. Er was een

nieuw bezoek aan de politie nodig

om de heren aan 't schrikken te maken.

Daarop volgdie' een verklaring:

mijn verhalen ' waren (alle twaalf)

afgekeurd; door een fout van de expeditie

was echter toch één er van


(voorzien van een pseudoniem dat

ik er niet onder had gezet!) in

een zending aan „een onzer relaties"

terecht gekomen. Mijn vraag, waarom

dit dan niet in elk geval gehonoreerd

was, werd beantwoord met een

verontschuldiging: men had zóveel

proefkopij ontvangen, dat het niet

doenlijk was geweest van alle verworpenen

ide adnasisen te noteren.

Waar dan mijn andere elf verhalen

gebleven waren? Die waren vernietigd.

Maar het geplaatste verhaal

kreeg ik, hoewel' het eigenlijk öngeischukt

Jwas, natiuurl|ij(k alsnog 'betaald.

Met ƒ 2,50' als ik me goed

herinner

Veel later heb ik de directeur van

de Verenigde Persburcaux teruggezien.

Hij droeg een dubbele naam en

een indrukwekkend uniform. Een

zwarte.

* *

*

Men mene niet dat ik hiermee iets

ten nadele van persartikelen-bureaux

in het algemeen heb willen zeggen,

of ook maar suggereren. Het goede

perisartikelen-bureau kan, en zal, zijn

medewerkers behoorlijk en soms zeer

behoorlijk betalen. Het kan dit doen

dank zij het principe van grote omzet

bij lage prijs. Maar hierin ligt nu

juist voor ons journalisten het gevaar.

Immers, die grote omzet houdt

in dat tien", twintig bladen voorzien

worden van hetzelfde verhaal, hetzelfde

modepraatje, 'hetzelfde 'buitenlandse

overzicht. In ihet gunstigste

geval wordt de schrijver daarvan

goed betaald. Maar ten koste van

negentien collega's van wier dienisten

nu geen gebruik kan worden gemaakt.

Journalistiek ligt er in de productie

van kopij voor persartikelen-bureaux

het gevaar . dat men zijn

persoonlijkheid, ook als vakman,

"vergooit en zijn niveau verlaagt.

Journalistiek wordt marktwaar. Het

persoonlijke artikel wordt massaartikel.

Terecht heeft collega Lodewijk

er op gewezen dat dit de dood

is voor de bladen die zulke kopij

plaatsen. Het is echter evenzeer funest

voor degenen die ze schrijven,

en voor de waardigheid en het peil

van de journalistiek in het algemeen.

Economisch brengt de opkomst

van het persartikel-bureau voor

ons dit gevaar mee, dat onze markt

bedorven wordt. • De prijzen worden

gedrukt tot ver beneden het niveau

waarop voor een individuele journalist

medewerking aan een blad nog

mogelijk is. De belangstelling voor

het werk van de free lance wordt

vermoord: wat zal een redacteur nog

individuele inzendingen gaan lezen

ais hij voor een prikje elke week een

Pak kopij op zijn bureau krijgt waarin

hij maar hoeft te graaien? Op den

duur wordt het onpersoonlijke massaartikel,

dat 'hoogstens prikkelt tot

Instemming maar om |elke controverse

heenglijdt, zo algemeen, dat

e en meer individuele journalistiek

niet eens meer op prijs wordt gesteld.

Samengevat: het persartikelen-bur

eau dreigt het karakter van de jour­

nalistiek en van de journalisten aan

te tasten. Het tast in elk geval het

bestaan van de journalisten aan,

want-wanneer het (in het gunstigste

geval') enkelen goed betaalt, kan het

dit alleen doen doordat het velen het

brood uit de mond stoot.

Ten aanzien van het karakter zei

ik: dreigt aan te tasten. Het hoeft

natuurlijk niet. Een goed persartikelen-bureau

kan, voor een beperkte

groep van kleine nieuwsbladen, nuttig

werk doen. (Maar, en hier krijgt

collega Lodewijk weer gelijk: alloen

als zulke bladen worden geredigeerd

door een* vakman, want deze alleen

kan persbureau-kopij met het oordeel

des onderscheids behandelen.)

Maar laten we er geen- doekjes

om winden: de werkelijkheid is

vaak anders. Voor mij ligt een bundel

perskopij van een bureau met een

indrukwekkende naam, gedekt door

medewerkers die geen onbekenden

zijn. De inhoud is zo onbenullig, dat

ito de heren bizonder graag met hun

eigen pakket om de oren zou willen

slaan. Zo van „Wat doet het er toe,

't is toch maar voor. die boeren in de

provincie". Taal en stijl zijn van dien

•aard, dat mijn vriend Discipulus aan

dit éne (week)pakket voor maanden

„Humor en Menselijkheid

in de journalistiek"

Op uitnodiging van de Haagse

Journalisten Vereniging en de Kring

Zuid-Holland van de K.N.J.K. heeft

mr. E. Elias, redcateur van „Elsevier's

Weekblad" Dinsdagavond 19

October in „Boschlust" in den "Haag

gesproken over ,,Humor en menselijkheid

in de journalistiek."

Wat min of meer zwaarwichtig als

een „voordracht" was aangekondigd,

werd een genoeglijk praatje met gedachtenwisseling,

waarin het onderwerp,

luchtig gehanteerd, niet „uitputtend"

werd behandeld. Collega

Elias vond van „human interest", die

combinatie van humor, menselijkheid

en wijsheid, waarvan de Amerikaanse

pers de primeur heeft gehad, te weinig

in onze bladen. En dit is nu juist

het element dat de Amerikaanse en

Engelse bladen zo leesbaar maakt.

Spr. noemde de goede Amerikaanse

pers de beste van de wereld en de

Parijse editie van de „New York He-

genoeg zou hebben. Kortom, een

krant die deze rommel zou opnemen,

zou een caricatuur en een aanfluiting

worden. Zo'n („Sinertkrantje"

(het woord is van collega Lodewijk),

waar de stedeling in zijn zomerpension

om zit te schudden: „Moet je

dat boerenkrantje eens zien!" Maar

de kopij komt uit de Amsterdamse

Fleet Street.

Confectie is geen schande. Het is

igeen schande confectiejounnalistiek

te gebruiken, en evenmin ze te vervaardigen.

Maar wie dit doet, dient

zich toch wel enkele dingen af te

vragen.

Is het bedrijf waarvoor ik ga werken

bona fide? Wordt het goed geredigeerd,

en zakelijk goed geleid?

Is hetgeen de afnemers geboden

wordt van goede kwaliteit, en in alle

opzichten verantwoord? En vooral:

help ik niet, ter wille van onmiddellijk

persoonlijk gewin, de markt bederven

—• niet alleen voor eeni grote

groep van collega's maar op den

duur ook voor mezelf?

De kip legt voor ons nu eenmaal

zelden gouden eieren, hoogstens zilveren.

Laten we oppassen dat we

ihêt dier in fleurig leven houden.

Y. F.

raid Tribune" de beste van Europa.

Humor en menselijkheid zijn in zekere

zin synoniem. „Het „menselijke" in

een blad spreekt ieder aan. En in

deze menselijkheid izit ook nieuws.

Als bijv. van Hitler wordt verteld, dat

hij in een bioscoop snoepjes placht te

eten, of van de Gaulle, dat hij 60

Players per dag rookte, zegt dat iets

omtrent hun persoonlijkheid. Menselijkheid,

humor en wijsheid dooreengemengd

zijn 't die de lezers dadelijk

doen grijpen naar stukjes, zoals deze

dagelijks uit de pen vloeien van Knap

en Simon Carmiggelt. Een dagblad,

dat succes wil hebben, moet óók ^human

interest" tonen. Overigens is de

humor in de journalistiek heus altijd

niet humoristisch, niet zo „lollig". Er

gaat een beetje wereldwijsheid onder

gemengd. En wat men in een hoofdartikel

niet kan zeggen, kan men wel

luchten in een rubriek als „Praetvaria"

en dan slikt men 't!

Collega D. J. Lambooy dankte als

voorzitter mr. Elias uit naam van de

leden en hun dames voor zijn causerie.

Op de Persafdeling van een Departementale Voorlichtingsdienst

kan worden geplaatst een

JOURNALIST

met practische ervaring voor redactionele en organisatorische

werkzaamheden.

Sollicitaties te richten tot de Centrale Personeelsdienst, Binnenhof

4 te 's-Gravenhage, onder motto G/Jour.—205.

15


CHARIVARÏA

Bezet gebied

U hebt er niets • te zoeken dan ademnood.

(Vrije Volk).

Een meer efficiënt gebruik van het

paard in het bedrijf, middels een deskundig

rij- en menonderricht. (N. R. O.

Geldinzamelingsacties, die middels gewone

radiospeeches geld in het laadje

brengen. (Volkskrant).

Dit begeesterend woord. (Schoolblad).

Wanneer men eerst het Leerboek der

Psychologie heeft doorgenomen

(Schoolblad).

De kleine Arabier kan een oorlog beëindigen.

(Groene).

De zeer in zijn eigen rhetoriek verliefde

Manuilski. (Tijd).

Een Kuuroord op de Veluwe. (N. R. C).

Het Brusseler Pact van Vijf.

(Vrije Volk).

Binnen het raam der organisatie.

(N. R. C).

Hjaar techniek is niet moeiteloos genoeg.

(Vrije Volk).

Dageraad der vrijheid

Men verheelt zich niet dat de droeve

noodzaak van het consolideren van de

Westeuropese verdediging ongetwijfeld

de desbetreffende staten er toe zal dwingen

werkkrachten en economische mogelijkheden

voor militaire doeleinden aan

te v-enden. (Vrije Volk).

Dat gaat zo: je wilt schrijven,

„betreffende"; te rechter tijd herinner

je je dat dit Duits is en je aarzelt

wat is ook weer het Nederlandse

woord voor „betreffende"

o ja, „desbetreffende", en ziedaar,

het staat er. Van hier af is het nog

een lange weg voor je gewoon, en

• zonder eerst in het Duits te denken,

„betrokken" schrijft, maar "de eerste

stap is gezet. Volhard en waak.

Engelse ziekte in hevige graad

Eenmaal brandweerman, is de dienst

een zware. (Haagsche Post).

Nog erger

Waar zelfs een Engelsman zou

schrijven ,,the closest relations",

meent Het Vrije Volk te moeten zetten:

De meest nauwe betrekkingen.

Moeilijk Nederlands

Zij schifte het rijp van het groen.

(Vrije Volk).

Maandagmorgen teste Job de Roos die

kracht nog eens in Rotterdam. (Parool).

Ga zo voort: al schiffend en tessend

kom js er wel.

Moeilijk Frans

Représailles. (Vrije Volk — 15 maal in

één artikel, om te bewijzen dat het geen

drukfout is).

Er naast

Naast al die moorden bleek, dat Schaap

een van de ergste beulen van het Scholtenshuis

was geweest. (Alg. Hbl.).

Occulte vermogens van gassen

Toen kwamen de gassen op de

' brandweerlieden af. Die gassen biologeerden

hen. De brandweerlieden

16

konden zich er niet tegen verzetten.'

Ze voelden dat ze iets moesten doen,

hoewel ze het niet wilden. En ze deden

het: ze bedwelmden. — Vandaar

dat de Haagsche Post kon schrijven

over:

Gassen die enige brandweerlieden

deden bedwelmen.

Bilocatie van een mes 0

Uitblijven van voldoende hulp zal voor

deze gebieden het mes aan twee ongunstige

kanten tegelijk doen snijden.

(Trouw).

Het welig sissende bloed

Het bloed en de wraak echter, die in

het door de Duitsers als slagveld misbruikte

Italië niet minder welig opsisten,

komen in het tweede deel.

(Vrije Volk).

Gezelsschapsspelletje

Lees in een niet al te kleine kring

de volgende zin uit Het Parool voor:

De U. M. Elsevier heeft de Nederlandse

vertaling- voortreffelijk en naar betekenis

waardig verzorgd.

Stel nu de volgende vragen: 1.

Hoort „voortreffelijk" bij „waardig"

of bij „verzorgd"? 2. Hoort „naar

betekenis" bij „waardig" of bij „verzorgd"?

3. Moet er ergens een komma

staan die er niet staat ? 4. Wat

heeft de schrijver precies bedoeld?

5 Is het goed Nederlands?

Succes verzekerd. Binnen een

kwartier komen de buren vragen

wat er aan de hand is.

Haarcultuur

Hij verklaarde, dat de regering de departementale

verkiezingen heeft ingesteld

om haar geheel en al af te schaffen.

(Vrije Volk).

Het is Discipulus bekend dat dit

goed is. Precies volgens „de" grammatica.

Dat is juist het grappige er

van. Snapt u?

Bedrieger!

Iedere dagbladcriticus die er zich op

beroemt dat zijn critieken objectief zijn,

bedriegt zijn lezers niet alleen, doch hij

is hun bovendien van generlei hulp

of nut. .

(Sat. Review of Litterature, New York).

(Elsevier, 16 Oct., blz. 5).

De (New Yorkse) Saturday Review of'

Literature.^. 4. ledere toneelcriticus die

zich erop beroemt dat hij objectief is,

bedriegt zijn lezers niet alleen, doch bovendien

is hij hun in geen enkel opzicht

van nut.

(Elsevier, 16 Oct., blz. 16).

Het opschrift is van Elsevier.

Een raadgeving . . .

Een zin mag b.v. uit niet meer dan 19

woorden bestaan en 100 woorden mogen

hoogstens 150 lettergrepen bevatten

Associated Press., stelde èen memorandum

op voor haar employe's, waarin deze

voor de keuze werden geplaatst: — Zeg

het kort of anders er uit! Adj. Directeur

Alan Gould verklaarde: „Maar al

te vaak zoeken we naar de ingewikkeldste

manier om de eenvoudigste dingen

te zeggen."

Mij dunkt, dat ook menige Nederlandse

journalist dit eenvoudige lesje ter harte

kan nemen!

(C. Ballintijn in De Journalist van

Juni 1948).

... en een voorbeeld

Nu de eigenares van het vliegveld

Ypenburg in enige hoogstaande nota's

de aandacht heeft gevestigd op de mogelijkheid

om op weinig kostbare en

snelle wijze dit luchtvaartterrein uit te

breiden tot een luchthaven van zodanige

aard en capaciteit, dat dit voorlopig de

meest dringende behoeften van Rotterdam

zou kunnen bevredigen, en nu enige

Rotterdamse week- en dagbladen hierin

aanleiding vonden om het gesprek over

de vliegveldquaestie-Rotterdam meer

perspectief te verlenen, kan het goed

zijn te waarschuwen voor het hervatten

van een strijd met woorden over deze

aangelegenheid, welke maar al te gauw

in onvruchtbare geprikkeldheid kan ontaarden.

(„Van Geachte Rotterdamse zijde"

in de N. R. C. van 13 Oct. 1948).

CORRESPONDENTIE.

R. D. J. te A. critiseert De Journalist

wegens „a 1'impossible nul

n'est tenu", dat zou betekenen „aan

het onmogelijke is niemand niet (dus

iedereen wél) gehouden", en wegens

jeu („de jeu van sfeer en stemming").

„Waarom niet „jui" ? Dan

hadden wij ook phonetisch de Amsterdamse

uitspraak van jus gehad."

Maar niet de spelling die zowel

Koenen als Van Dale geven voor

jeu = fleurigheid, aardigheid; hetgeen

luister, geurig- oflUeurigheid

aan een zaak verleent, opschik. — De

Amsterdamse uitspraak van jus is bij

mijn weten sju.

Iedere veilingmeester roept, voor

hij een koop toewijst: „Niemand

niet?" zonder dat dit aanleiding

geeft tot het misverstand als zouden

alle aanwezigen tegelijk een hoger,

bod doen. De mededeling „Ik heb. er

geen zin aan" wordt door toevoeging

van een tweede ontkenning: „Ik heb

er niets geen zin aan", niet omgekeerd,

maar ijuist versterkt. Men

kan de levende taal niet negeren,

veel minder op theoretische gronden

volhouden dat ze het tegenovergestelde

zegt van wat iedereen er uit

verstaat. (De omgekeerde redenering:

dat alles wat gezegd wordt nu

ook goed genoeg is voor de krant,

neem ik niet voor mijn rekening.)

Overigens is „è. 1'impossible nul n'est

tenu" uitermate correct Frans.

J. H. d. G. te A. heeft gelijk: het

zelfstandig naamwoord smokkel is

door Van Dale en Koenen aanvaard

en blijkt volgens het Wbk. al in de

17de eeuw in gebruik te zijn geweest.

Vroeger werd het (bij mijn weten)

zelden gebezigd; in de oorlog werd

het schering en inslag. Haje verwerpt

het (blijkbaar ten onrechte) als germanisme.

Maar * ik had verder moeten

kijken dan zijn en mijn neus

lang was. DISCIPULUS

More magazines by this user
Similar magazines