RIJWIELBANDEN VOOR COURANTENBEZORGERS

webstore.iisg.nl

RIJWIELBANDEN VOOR COURANTENBEZORGERS

AUGUSTUS 1944

..•••r a r m

MAANDBLAD VOOR H

OFFICIEEL ORGAAN VAN HET PERS

-%s.

2e JAAHGATöï» N-05CMEB 10

us <

NDSCHE PERSWEZEN

NEDERLANDSCHE KULTUURKAMER

REDACTEUR: J. LEARBUCH, BEZÜIDENHOUTSCHEWEG 75, DEN HAAG, TEL. 720070—723151

ADMINISTRATIE EN ADVERTENTIES: HEKELVELD 15, AMSTERDAM — TEL. 38811

RIJWIELBANDEN VOOR COURANTENBEZORGERS

„Ik wist niet", zoo schrijft een

nieuwsbladuitgever, „dat het

Persgilde ook al in rijwielbanden

„deed"!"

Toch is dit zoo. En deze uiteenzetting

dient ter verklaring

van het hoe en waarom.

Er is een tijd geweest, waarin

het er niet naar uitzag, dat er

ooit een bevredigende regeling

gevonden zou worden voor het

beschikbaar stellen van rijwielbanden

ten behoeve van courantenbezorgers.

Het Rijksbureau

voor Rubber bleef, \ondanks de

dringende vertoogen van de Dagbladpers,

afwijzend staan tegenover

alle voorstellen, welke een

verandering in het normale distributiesysteem

beoogden, voorzoover

het de menschen betrof,

voor wie het niet mogelijk zou

zijn de couranten regelmatig en

op tijd in de diverse brievenbussen

te deponeeren, wanneer zij

niet over een berijdbare fiets

konden beschikken. Wat er bij

die onderhandelingen naar voren

is gekomen en wat precies van

de zijde van de bladen en door

het Rijksbureau werd voorgesteld;

of het ging om het vaststellen

van een bepaald kwantum

of dat het de bedoeling was, dat

de Dagbladpers min of meer bindende

adviezen zou geven, doet

weinig ter zake. Vast staat in

ieder geval, dat na het overnemen

van de werkzaamheden van

de Vereeniging „De Nederlandsche

Dagbladpers" door het Persgilde,

nog enkele vergeefsche pogingen

zijn gedaan om de toewijzing

van rijwielbanden voor cou­

rantenbezorgers in andere banen

te leiden. In hoeverre voordien

ook door de Provinciale en Periodieke

Pers in die richting ten

behoeve van de niet dagelijks,

althans minder dan driemaal per

week verschijnende bladen, stappen

zijn gedaan, is niet zeker.

Het is zeer onwaarschijnlijk, dat

uit de toenmalige situatie voldoende

klemmende redenen geput

konden worden om zich tot

dergelijke bemoeiingen te laten

verleiden: de honderden, meerendeels

advertentieblaadjes, welke

zelfs in de kleinste gemeenten

nog kans zagen zich in aantallen

van vier of vijf in bittere concurrentie

tegen elkaar staande te

houden, konden bezwaarlijk aanspraak

maken op een voorkeursbehandeling

bij het verkrijgen

van steeds schaarscher en kostbaarder

wordend distributiegoed.

Het is te betreuren, dat de thans

niet dagelijks verschijnende

nieuwsbladen, ondanks alles wat

er ten gunste is veranderd, zoowel

ten aanzien van hun economische

positie als met betrekking

tot hun uitgesproken waarde voor

de volksvoorlichting, nog steeds

onder een nu eenmaal op vroegere

wantoestanden berustend

vooroordeel gebukt gaan; een

zekere geringschatting, welke

speciaal in die kringen tot uitdrukking

komt, waar men van de

ontwikkeling van het perswezen

gedurende de laatste jaren niet

op de hoogte is.

Toen dan ook tenslotte toch

een regeling tot stand kwam,

waarbij weliswaar ni. ;t de eenige

daarvoor geëigende- instantie

Q

werd ingeschakeld, maar althans

een Dienst zou optreden, welke

geheel met het perswezen verbonden

en op de eigenschappen

daarvan was ingesteld, vielen de

minder dan driemaal per week

verschijnende bladen er buiten

en kwamen zelfs de bladen, die

driemaal verschenen, veelal niet

aan bod.

De gang van zaken werd toen

ÏOO, dat de dagbladen door middel

van een gestencilde of gedrukte

verklaring, waar de naam van den

looper en andere gegevens op

werden ingevuld, de benoodigde

banden rechtstreeks bij het Centraal

Distributiekantoor konden

aanvragen. Deze instantie zond

de formulieren door aan den

Persdienst van het Departement

van Handel, Nijverheid en

Scheepvaart, welke, gebruik makend

van een op de aanvraagformulieren

reeds ten deele gedrukte

verklaring, een bindend

advies uitbracht. Vervolgens

kreeg het Centraal Distributiekantoor

de aanvragen weer terug

en gaf aan de hand van de adviezen

van den Persdienst de diverse

plaatselijke distributiekantoren

opdracht om tot uitreiking

van de bonnen aan de rechthebbenden,

de courantenbezorgers,

over te gaan. Het schijnt den

laatsten tijd vooral ook voorgekomen

te zijn, dat de bladen de

eerste schakel wijselijk oversloegen

en hun aanvragen rechtstreeks

naar den Persdienst zonden.

De geheele procedure duurde

dan nog lang genoeg!

Bij het uitbrengen van het vrij-

1


wel bindend advies had het Departement

geen rekening te houden

met een bepaald beschikbaar

gesteld kwantum, maar bekeek

ieder geval op zich zelf en legde

naar eigen inzicht de noodige

maatstaven aan. Als voorbeeld

kan gelden, dat in het algemeen

bezorgers, werkzaam in groote

steden, niet voor banden in aanmerking

kwamen, terwijl vanzelfsprekend

het aantal bij de bezorging

af te leggen kilometers

en het tijdstip waarop voor het

laatst banden werden toegewezen

een rol zullen hebben gespeeld.

Aan deze regeling was voor de

landelijke bladen, welke zonder

vooraf zelf schiftend op te treden,

stapels aanvragen indienden

een groot voordeel verbonden,

terwijl de plaatselijke pers, zelf

meer op de hoogte met de bandensituatie

van de veel kleinere

bezorgersschare uiteraard bescheidener

optredend aan het

kortste eind trok, mede door het

feit, waarop reeds werd gewezen,

nl. dat voor loopers in steden

geen banden beschikbaar werden

gesteld.

Maar het voor de landelijke

pers genoemde voordeel, hetwelk

aan den vroegeren gang van

zaken was verbonden, en dat

voortvloeide uit de gelukkige

omstandigheid, waarin de Persdienst

van het Departement verkeerde,

dat hij zich niet aan een

vastgesteld kwantum had te houden,

woog blijkbaar niet op tegen

de talrijke bezwaren, welke tijdens

besprekingen met de leiders

van de inspectie-afdeelingen van

de groote bladen werden geopperd.

Bezwaren, welke er toe

leidden, dat het Persgilde andermaal

poogde, bij de toewijzing

ingeschakeld te worden.

Op uitnoodiging van het Persgilde

had nl. een aantal deskundigen

op het gebied van abonnementen-,

verspreidings- en bezorgingsaangelegenheden,

tevens vertegenwoordigers

van de landelijke

pers, zitting genomen in een

commissie, welke zich zou bezighouden

met het vraagstuk der

courantenloopersorganisatie.

Reeds tijdens de eerste bijeenkomst

kwam het belangrijke punt

der rijwielbanden naar voren en

dit bleef verder de bespreking

ook bij een tweede samenkomst

beheerschen.

Er werd op gewezen, dat de

tijd, gelegen tusschen het oogenblik,

waarop de aanvragen werden

ingediend en het tijdstip,

waarop de bonnen werden uitgereikt

minstens van lg tot 2 maanden,

veel te lang was. Het kwam

bij voortduring voor, dat wanneer

eindelijk de banden werden

toegewezen, de bezorger reeds

lang een anderen werkkring had

gezocht en voor zijn opvolger opnieuw

een aanvrage moest worden

ingediend. Terwijl de looper

enkel en alleen omdat hij de betrekkelijk

onmisbare functie van

het thuisbezorgen van couranten

vervulde, voor een toewijzing in

aanmerking kwam en hij zijn

recht op banden slechts ontleende

aan zijn min of meer vaste

betrekking tot het dagblad, kon

niemand verhinderen, tenzij door

een onwettige intimidatie, dat hij

door middel van de courant in het

bezit van het kostbare distributiegoed

gekomen te zijn, zijn enorm in

waarde gestegen fiets met nieuwe

banden verkocht en door het bezorgen

er aan te geven het blad

dwong, de couranten voortaan

over de post te verzenden.

Dit alles werd nog in de hand

gewerkt door het feit, dat de

bladen niet eens wisten of de

door henzelf ingediende aanvragen

waren toegestaan dan wel afgewezen.

Zij moesten maar afwachten

of de bezorger zoo

vriendelijk was hen van de ontvangst

van de bonnen in kennis

te stellen. Slechts in enkele gemeenten

was de plaatselijke distributiedienst

zoo attent het betreffende

blad op de hoogte te

houden.

De heele moeilijkheid was van

distributie-technischen aard. De

bonnen voor rijwielbanden werden

uitgereikt, nadat het betreffende

hokje op de stamkaart van

den bezorger was gecodeerd.

Daarmede waren de banden formeel

zijn onyervreemdbaar eigendom

en bleven dat, ook wanneer

hij vlak daarop al niet meer aan

de voorwaarden, met inachtneming

waarvan de toewijzing was

geschied, zou voldoen. Hieruit

vloeide nog een tweede moeilijkheid

voort: In een jaar tijds mag

men niet meer dan één stel banden

ontvangen. Wat moest er

gebeuren, wanneer de banden

vroegtijdig scheurden of versle­

ten waren? Het neerleggen van

de bezorging was er het gevolg

van en van de wankele organisatie

brokkelde wederom een

steentje af!

Voorts bestond het groote bezwaar,

dat de inspecteurs en

controleurs buiten de regeling

stonden. Een onmiddellijk ter

plaatse zijn, wanneer er bij het

wegblijven van de kranten door

het uitvallen van een busdienst

ingegrepen moest worden en leiding

vereischt was, bleek door

gebrek aan banden voor den betreffenden

functionaris niet meer

mogelijk. Hetzelfde gold voor de

kleine, niettemin onmisbare aanwijzingen

voor een goeden gang

van zaken bij de bezorging, zonder

welke het klachten zou regenen

van de verwende abonné's,

die hun krant op tijd in de bus

willen hebben en gemelijk over

een vermeende prestatievermindering

geen oog hebben voor de'

moeilijkheden, waarmede de

abonnementenafdeelingen en expedities

hebben te kampen.

Verder zal het aan meer incidenteele

klachten niet ontbroken

hebben, maar globaal genomen

kwam het hier toch wel op neer,

wat er al zoo op de rijwielbandenkwestie

viel aan te merken.

Het Persgilde zou bij de bandentoewijzing

ingeschakeld moeten

worden, en zooals gezegd,

andermaal werd contact gezocht

met het Centraal Distributiekantoor

als met den Persdienst van

het Departement van Handel,

Nijverheid en Scheepvaart. De

medewerking en het begrip voor

de wenschen van de bladen

welke bij deze beide instanties

werden gevonden waren zeer

loffelijk. Bovendien zag de Persdienst

zich niet ongaarne van een

feitelijk buiten het kader van zijn

werkzaamheden vallende zorg

bevrijd.

Het Persgilde, in het bijzonder

de Vakgroep Nieuwsbladen, had

er echter een zorg bijgekregen:

n.1. een rechtvaardige verdeeling

van een inmiddels vastgesteld

kwantum buiten- en binnen-tourbanden,

hetwelk per maand voor

de courantehbezorgers zou worden

uitgetrokken. Want vrijwel

terzelfdertijd, dat met het Centraal

Distributiekantoor contact

werd opgenomen over de mogelijkheid,

het Persgilde een stem


te geven bij de toewijzing, was er

toevallig een nieuwe methode in

voorbereiding, welke in gemeenschappelijk

overleg is uitgewerkt

en nu reeds twee maanden wordt

toegepast, een methode, waarbij

door middel van een bepaald

aantal formulieren in overeenstemming

met de beschikbare

hoeveelheid een willekeurige z.g.

toewijzende instantie in de gelegenheid

wordt gesteld, de plaatselijke

distributiediensten rechtstreeks

te machtigen, aan de op

de machtiging, met name genoemde

bezorgers bonnen uit te

reiken. Juist in

dat bepaalde

aantal, waaraan

niet valt te tornen

schuilt de

moeilijkheid

voor de nieuwe

toewijzende instantie,

terwijl

anderzijds vele

bezwaren, welke

aan de oude methode

verbonden

waren, zijn

komen te vervallen.

Nu gaat geen

enkele toewijzing

buiten de courant om. De machtigingen

worden aan het blad gezonden,

dat de stamkaart van

den bezorger opvraagt, of door

zijn agent doet opvragen en zelf

de bonnen in ontvangst neemt of

laat nemen. Het belangrijke hierbij

is, dat het Centraal Distributiekantoor

er bij uitzondering

in heeft toegestemd, dat met

voorbijzien van het strikt formeele,

de aldus door het blad

aan te schaffen banden, zijn

eigendom zijn en aan den looper,

hoewel deze zijn stamkaart er

voor heeft laten merken, in bruikleen

worden gegeven en bij het

verbreken van de betrekkingen

met het blad, opvorderbaar zijn.

Mocht de bezorger op een geheel

bonafide wijze van werkzaamheid

veranderen, en heeft hij in

zijn nieuwe functie ook een fiets

noodig, dan moet hem vanzelfsprekend

de gelegenheid gelaten

worden, de banden van het blad

te koopen.

Het kan natuurlijk ook Voorkomen,

dat de betreffende bezorger

zelf als agent optreedt en het

blad dus genoodzaakt zou zijn

hem de machtiging zonder meer

in goed vertrouwen toe te zenden.

Meent men aan de hand van

de ervaringen met hem vroeger

reeds opgedaan, dat men er met

vertrouwen alleen niet zal komen,

dan is het gemakkelijk en aanbevelenswaardig

vooraf van den betrokkene

een verklaring te

eischen, dat hij de bonnen na

ontvangst onmiddellijk aan het

blad zal opzenden ter collectieve

aanschaffing van de banden.

Uiteraard zou het voor de

bladen aantrekkelijker zijn, wanneer

de banden niet aan de loo-

Het belangrijkste, waarmede men bij het aanvragen van rijwielbanden

rekening dient te houden.

1. Vooralsnog komen alleen driemaal of meer per week verschijnende

nieuwsbladen in aanmerking.

2. De aanvragen moeten vermelden: naam en voorletters van de bezor*

gers, alsmede hun adres, woonplaats en gemeente. Het aantal kilo*

meters, hetwelk dagelijks bij het bezorgen wordt afgelegd. Wanneer

voor het laatst banden werden toegewezen met soort en aantal.

Hoeveel binnen* of buitenbanden de bezorger nu noodig heeft.

3. Bij het aanvragen van transportbanden moet de reden, waarom deze

noodig zijn, worden vermeld.

4. Indien er zich bij de uitreiking van de bonnen met het plaatselijk dis*

tributiekantoor moeilijkheden voordoen, stelle men zich schriftelijk

met de Vakgroep Nieuwsbladen in verbinding, waarbij zoo mogelijk

de reden wordt vermeld, waarom volgens het distributiekantoor niet

tot uitreiking kon worden overgegaan.

pers, maar aan het blad werden

toegewezen; een wensch, welke

van verschillende zijden ook werd

geuit. Of wanneer de Vakgroep

na vaststelling van ieders deel de

machtigingen oningevuld aan de

bladen kon toezenden, opdat die

zelf zouden kunnen beslissen, wie

voor de banden in aanmerking

kwamen.

De twee maanden practijk

hebben genoegzaam bewezen, dat

de courantenondernemingen nog

niet met een dergelijke verantwoordelijkheid

belast kunnen

worden. Hoewel uitdrukkelijk is

bepaald, dat de beschikbare banden

uitsluitend de loopersorganisatie

ten goede mogen komen, zouden

niettemin ook directie en redactie

en overige functionarissen,

welke met de bezorging niets

hebben uit te staan, van de regeling

mede profiteeren.

Daar komt nog bij, dat al wil

men er niet gaarne aan en al ziet

men tegen onoverkomelijke moeilijkheden

op en al voelt men zijn

eigen belangen bedreigd, een

combinatie van de beschikbare

krachten geleidelijk op grootere

schaal zal moeten worden toegepast.

Het gaat niet aan, dat in

eenzelfde straat vijf minuten na

elkaar twee dagbladen door twee

bezorgers worden afgeleverd. Indien

men elkaar hier wilde helpen,

zou het mogelijk* zijn het gezamenlijke

verspreidingsgebied

van deze beide loopers, die nu

samen als het ware naast elkaar

50 km. fietsen te halveeren, zoodat

ieder van hen een ongeveer

gelijk aantal kranten over slechts

de helft van den vroeger af te leggen

afstand moet rondbrengen.

Hun verdiensten blijven hetzelfde,

hun werk­

tijd en bandenslijtage

worden

tot op bijna de

helft gereduceerd.

Het is duidelijk,

dat de Vakgroep

door middel

van het huidigetoewijzingssysteem

van rijwielbanden

het

zwaartepunt van

het eigenbelang

der bladen zal

kunnen verplaatsen

en de aanvan

een afzonderlijk,

zelfstandig voortgaan in bepaalde

gevallen aanmerkelijk zal

kunnen verminderen.

De moeilijkheid, dat bij een

snelle slijtage binnen het verloop

van een jaar een nieuw stel banden

noodig zou zijn, zonder dat

deze toegewezen kunnen worden,

werd ondervangen door het invoeren

van machtigingsformulieren

met een gele balk, welke in

een bepaald percentage van het

totaal per maand beschikbaar gestelde

aantal door het Centraal

Distributiekantoor worden verstrekt.

Indien de toewijzende instantie,

in casu het Persgilde het noodig

oordeelt, dat ondanks het feit,

dat binnen een jaar reeds banden

zijn verstrekt nog weer een toewijzing

plaats heeft, wordt een

dergelijk machtigingsformulier

uitgeschreven. Het is dus van

groot belang, dat de bladen ten

aanzien van het tijdstip, waarop

aan een looper voor het laatst

banden werden verstrekt, zeer

nauwkeurige gegevens verstrek-

3


ken, daar anders geen machtigingen

met een gele balk worden

uitgeschreven, waar zulks misschien

noodig zou zijn, hetgeen

tengevolge heeft, dat de plaatselijke

distributiedienst de machtiging

in beslag neemt en deze

met de bemerking, dat binnen

het jaar reeds banden werden

verstrekt, naar Zwolle opzendt.

De bezorger is verontwaardigd

en reclameert. Er volgt een inge

wikkelde correspondentie, daar

het blad het onbegrijpelijk en onvolledig

opstel van den looper

zonder meer in afschrift aan het

Persgilde zendt, met de gedachte:

zoek dat nou maar eens uit.

Voorts is het bezwaar, dat inspecteurs

en controleurs geen

banden konden krijgen, opgeheven.

Indien zij bij de uitoefening

van hun functie gemiddeld per

dag meer dan 20 km. moeten afleggen,

komen zij evengoed als

de looper voor een voorkeursbehandeling

in aanmerking. De

functies moeten echter bij de

aanvrage duidelijk omschreven

worden.

De tijd, welke voor de behandeling

noodig is, welke dus ligt

tusschen het tijdstip van het indienen

van de aanvrage en het

ontvangen van de machtigingen

is voor de meeste bladen tot op

enkele dagen teruggebracht. Voor

hen beteekent de nieuwe regeling

zonder twijfel een aanmerkelijke

verbetering. De landelijke bladen

hebben het daarentegen met hun

honderden loopers wat moeilijker.

Hun aanvragen overtreffen

het voor hen bestemde aantal

Reeds meerdere malen is hier

te lande de vraag gerezen, of het

geen tijd werd om te bepalen,

dat het een ieder verboden werd

zich op meer dan één dagblad te

abonneeren of, zoo hij reeds op

meerdere bladen geabonneerd

zou zijn, hem te noodzaken zich

tot één blad te beperken. Er is.

hier echter steeds aangenomen,

dat het aantal „dubbel lezers" te

gering was, om de moeite en het

4

Het afschaffen van „Doublures"

Aanvragen Rijwielen

^ de te bezorgen kranten per

agentschap en de draaitijden en

Naar aanleiding van het steeds tijden van aankomst der bladen

groeiend aantal aanvragen bij de kantoren op de hoogte

wordt er op gewezen, dat het stelde. Hier werd nog gezwegen

Persgilde geen rijwielen kan over het systeem om op grond

toewijzen of aankoopvergun­ van die gegevens en de opperningen

verstrekt.

vlakte in HA van het versprei­

Men spare zich dus de moeite dingsgebied der onderscheidene

zich daarvoor tot deze instan- bladen tot een basis voor de ver­

tie te wenden.

deeling van het beschikbare

V — J kwantum te komen. Door gebrek

aan personeel was het slechts

banden aanzienlijk, zoodat groote e

wachtlijsten moesten worden ingevoerd.

Hier doet zich de band \

mogelijk het allernoodzakelijkste

uit deze gegevens te distilleeren.

Evenmin kwam ter sprake het

gevoelen zonder welks knellende e

beperking de Persdienst van het t

probleem van de transportban-

den, waarvoor de Vakgroep over

Departement van Handel, Nijver­ geen machtigingen beschikt en

heid en Scheepvaart zijn advie­ welke dus afzonderlijk bij het

zen kon geven.

Centraal Distributie Kantoor

moeten worden aangevraagd, het­

In dit verband moge er eveneens

op gewezen worden, dat de ;

machtigingen slechts één bepaalgeen

eenmaal

schiedt.

per maand gede

maand geldig zijn, zoodat het t

geen zin meer heeft, deze na den v

20sten nog aan de bladen te zenden.

Aanvragen, welke na dien i

datum binnenkomen, moeten dan i

ook tot na de ontvangst van de ï

machtigingen van de volgende ;

maand blijven liggen. Ook dit t

kan aanleiding zijn tot een vertraging

van de behandeling.

En dan is het laatste woord

nog niet gesproken over de minder

dan driemaal per week ver-

schijnende bladen. Een verhoo-

ging van het totaal aantal te ver-

deelen banden werd ten behoeve

van deze groep niet toegestaan,

zoodat zij evenmin als vroeger in

aanmerking kunnen komen.

Zoo blijft er steeds iets te

Aan de eerlijke verdeeling van i wenschen, iets om naar te stre­

de rijwielbanden onder de couven over. Zoo komen steeds

rantenbezorgers zit, zooals uit nieuwe en grootere moeilijkheden

het bovenstaande wel blijkt, meer om op te lossen. Meer nog zal

vast, dan men op het eerste ge­ het besef moeten baan breken,

zicht wel zou denken. Hier is nog dat in een samenhouden, in een

niet eens gesproken over de en­ combineeren van al het nog bequête,

waarmede de Vakgroep schikbare, de eenige mogelijkheid

zich van de verspreidingsgebie­ zal gelegen zijn om voort te kunden

en aantallen loopers, alsmede nen blijven gaan.

werk, aan de uitvoering van dergelijke

voorschriften verbonden,

te beloonen. In enkele plaatsen

in Duitschland is men echter tot

een dergelijken maatregel wèl

overgegaan, blijkens een artikel

in het tijdschrift Deutsche Presse,

welks vertaling hier volgt:

Indien de mogelijkheid zou be

staan om door een alles omvattende

regeling het geheele probleem

van de levering van kran-

ten aan alle Duitsche volksgenooten

ineens op te lossen, zoo

zou naar deze mogelijkheid onmiddellijk

worden gegrepen. Daar

echter na den sterken aanwas

van het aantal abonné's in het

begin van den oorlog de leveringsmogelijkheid

haar hoogtepunt

heeft bereikt en voor elke

krant afzonderlijk de oplagestop

is vastgesteld, moet op het oogenblik

met behulp van allerlei lapmiddelen

worden geprobeerd hen,

die tot nu toe zich nog niet op

een krant hebben kunnen abon

neeren, deze toch te doen roezen


den. Elke mogelijkheid, om den

gespannen toestand op dit gebied

eenigszins te ontlasten, moet

worden benut; zelfs dan, indien

het daaraan verbonden werk met

het oog op de steeds minder ter

beschikking staande arbeidskrachten

moeilijk schijnt. Eén

van de middelen, waaraan hier

wordt gedacht, is het uitschakelen

van de doublures, want tegenover

het groot getal dergenen, die

in het geheel geen krant kunnen

krijgen en die moeten wachten,

totdat zij op de lange wachtlijst

eens ooit aan de beurt zullen

komen, staat altijd nog een weliswaar

veel kleiner, maar toch niet

onbeteekenend aantal personen,

dat zich nog de gelukkige abonné's

van twee plaatselijke bladen

kan noemen. Hier nu kan zonde*

bezwaar worden ingegrepen, hetgeen

door hen, die tot nu toe van

een krant waren verstoken, zeker

zou worden toegejuicht.

Het aantal doublures is inderdaad

niet zeer groot, waar nog

bijkomt, dat het aantal plaatsen,

waar twee kranten verschijnen,

veel kleiner is dan voorheen, en

toch is het mogelijk gebleken om,

met inachtneming van alle bezwaren,

het aantal van hen, die hun

krant thuis bezorgd krijgen, niet

onaanzienlijk te vergrooten.

In drie groote steden van midden-Duitschland:

Maagdenburg,

Halle en Erfurt, hebben de daar

gevestigde uitgevers gemeenschappelijk

naar een oplossing

van het vraagstuk der doublures

gezocht en deze ook gevonden.

Natuurlijk moest daarvoor allereerst

een groote hoeveelheid

voorbereidend werk worden verricht,

waardoor veel tijd in beslag

werd genomen. In Maagdenburg

bijvoorbeeld had men voor

het voorbereidende werk meer

dan vier weken noodig. Dit werk

bestond hieruit, dat leden van

het personeel van de beide uitgeverijen

de abonné-lijsten met

elkander vergeleken, hetgeen

hierdoor bemoeilijkt werd, doordat

de wijken niet geheel met

elkander overeen kwamen. Overigens

ging het in de stad Maagdenburg

bij dit vergelijkende onderzoek

om 1634 straten. In Halle

moest het abonnementen-kaartsysteem

van het eene blad met

de loopersboekjes van het andere

worden vergeleken, waarbij uit

de loopersboekjes bepaalde straten

werden gelicht, evenals uit de

straten van het abonnementenkaartsysteem,

• waarna de abonné's

stuk voor stuk werden vergeleken.

Ook dat duurde wekenlang.

In Erfurt konden de kaartsystemen

van de bladen zonder

meer naast elkaar worden gelegd.

Toen eenmaal de doublures waren

vastgesteld, ging het er om

eerst diegenen uit te schakelen,

wien ook in de toekomst een

abonnement op de twee plaatselijke

bladen moest worden toegestaan.

In Halle waren dat bijvoorbeeld

de overheidsbureaux,

hotels, restaurants, cantines, bedrijven,

warenhuizen en kappers.

Hetzelfde gold voor Erfurt, waar

bovendien advocaten, klinieken,

banken, bioscopen en groote ontspanningsgelegenheden

het dubbele

abonnement mochten behouden.

Alle andere abonné's, die

meer dan één krant lazen, ontvingen

in elk van de drie steden een

gelijkluidend rondschrijven van

de bladen, waarin hun werd ver

zocht vóór een bepaalden datum

te beslissen, welke van de beide

kranten zij in de toekomst

wenschten te lezen. Voor het geval

de abonné niet antwoordde,

werd als stok achter de deur bet

dreigement gebruikt, dat vanaf

een zeker tijdstip de toezending

van beide bladen zou worden gestaakt.

Bleef de beslissing uit,

dan werd echter eerst nog een

tweede rondschrijven toegezonden

om den abonné te rappeleeren

Als beweegreden voor den maatregel

werd in Maagdenburg gezegd:

„Aan de veelvuldige vraag

naar kranten kan reeds sinds geruimen

tijd niet meer worden

voldaan, daar de oorlogshuishouding

dit niet meer toestaat.

De naar ons gebied verhuisde gebombardeerde

gezinnen zijn dientengevolge

grootendeels nog niet

in het bezit van een krant en

eveneens wacht menige soldaat

reeds sedert maanden op dezen

dagelijkschen groet uit het vaderland."

Op dezelfde wijze verdedigden

ook de uitgevers in Halle

en Erfurt hun standpunt.

Bij het rondschrijven waren

antwoordkaarten gevoegd, welke

genummerd waren en welke

nummers correspondeerden met

die, voorkomende op de lijst van

de doublures. Bij het binnenkomen

van de antwoorden kónden

de namen der abonné's zoodoende

terstond worden nagegaan.

Desondanks ging de uitvoering

van dezen maatregel nog met

vele moeilijkheden gepaard. Ten

eerste gaven vele abonné's geen

duidelijk antwoord, doch poogden

redenen aan te voeren om

hen voortaan toch de beide bladen

te laten betrekken. In Maagdenburg

waren er bijvoorbeeld

van de 3674 doublures 800 van

dergelijke gevallen op te lossen;

966 abonné's lieten den vervaldag

verstrijken, zoodat uiteindelijk

nog 500 exemplaren van het bovenbedoelde

tweede rondschrijven

moesten worden uitgezonden.

In Halle deed zich deze moeilijkheid

bijna niet voor, doch daar

bleek een groot aantal abonné's

op de lijst der doublures voor te

komen, die daarop echter niet

thuis behoorden.

In Erfurt tenslotte moest aan

1.5 % van de ontvangers van de

eerste circulaire het tweede rondschrijven

ook nog worden gezonden

om hen aan het nemen van

hun beslissing te herinneren.

Daar de beide circulaires van een

antwoordkaart waren vergezeld,

zijn er lezers geweest, die deze

beide kaarten hebben gebruikt,

om op die wijze te probeeren zich

voor de toekomst van beide bladen

te blijven voorzien; een poging,

welke echter te rechter tijd

werd ontdekt.

In cijfers uitgedrukt, ziet het

resultaat er aldus uit: In Maagdenburg

waren 3674 doublures.

1115 van deze abonné's kozen de

eene, 1328 de andere krant; 259

mochten beide bladen behouden;

966 moesten eerst later beslissen

en 6 waren per post niet te bereiken.

In Halle waren 2069 doublures,

van wie er 1062 de eene

• n 1007 de andere krant kozen.

Jn Erfurt viel de beslissing bij

267 abonné's ten gunste van het

eene en bij 397 abonné's ten

gunste van het andere blad uit;

m 189 gevallen werd het dubbele

abonnement gehandhaafd. De

door dezen maatregel vrijgekomen

exemplaren werden door de

afzonderlijke bladen toebedeeld

aan diegenen, die het dringendst

om een krant verlegen zaten.


"\X7"ederom kon een belangrijke

stap worden gezet bij den opbouw

der Kultuurkamer. Met ingang

van 1 Aug. 1944 zal namelijk

aan deze instelling een advocaat

zijn verbonden, als gevolg waarvan

aan de leden goeddeels kostelooze

rechtsbijstand zal kunnen

worden verleend. Deze rechtsbijstand

beperkt zidh uiteraard tot

de burgerrechtelijke geschillen,

welke verband houden met de

werkzaamheden, waarop de verplichting

tot lidmaatschap is

gegrond,

De advocaat der Kultuurkamer

zal zitting houden te 's-Gravenhage

en te Arnhem, zoodat aan

de reisbezwaren der leden zooveel

mogelijk is tegemoet gekomen.

Elk lid, dat rechtskundige hulp

behoeft, wendt zich in eerste instantie

tot zijn Vakgroep of Gilde,

en derhalve nimmer rechtstreeks

tot den advocaat. Indien de Vakgroep

of het Gilde van meening

is, dat het lid voor rechtsbijstand

VRAGEN EN ANTWOORDEN BETREFFENDE ADVERTENTIES

Alvorens tot het afdrukken van

de derde vragen- en antwoordenlijst

over te gaan, willen wij even

ingaan op de door den schrijver

van het artikel „De man die de

klappen krijgt" in het ^vorige

nummer van „De Pers" geslaakte

verzuchting: „Heusch mijnheer,

wij willen werkelijk wel goed,

maar de moeilijkheden zijn zoo

legio". Wij zijn het hier ten volle

mee eens, want ook onzerzijds is

er tijdens de in liet begin van dit

jaar in verschillende plaatsen des

lands gehouden besprekingen telkenmale

op gewezen, dat het

ambt van advertentie-chef —

tegenwoordig meer nog dan voorheen

— geenszins als een sinecure

is te beschouwen.

Moeilijkheden zijn er echter om

overwonnen te worden, en het

lectoraat van het Persgilde is er

op zijn beurt niet om als boeman

te spelen en op elk slakje zout te

leggen, zooals enkelen geheel ten

onrechte meenen, doch om hen,

die met moeilijkheden te kampen

hebben, zooveel als in zijn vermogen

ligt, behulpzaam te zijn.

Het tracht dit doel te verwezenlijken

door voorlichtende artikelen

in dit blad op te nemen en

door het verstrekken van adviezen,

hetzij schriftelijk of telefonisch,

aan hen, die in twijfel verkeeren

of een bepaalde advertentie

wel of niet mag worden opgenomen.

Laat men er echter wel

aan denken, dat ook het Persgilde,

in casu het lectoraat, niet

op alle gestelde vragen een bevredigend

antwoord kan geven;

dit zal b.v. het geval zijn met annonces,

welke door de Duitsche

6

of de in telexnoot nummer 2339

genoemde instanties beoordeeld

moeten worden. Het zal immers

een ieder duidelijk zijn, dat het

Persgilde niet bekend is met de

maatstaven, welke door deze instanties

bij de beoordeeling van

advertenties worden aangelegd en

derhalve in 9 van de 10 gevallen

niet anders zal kunnen doen, dan

de vragenstellers naar een ander

adres te verwijzen. Voor teksten,

welke door de diverse Rijksbureaux

of den Persdienst van de

Departementen van Handel, Nijverheid

en Scheepvaart en van

Landbouw en Visscherij dienen

te worden vrijgegeven, geldt

uiteraard hetzelfde. Men wende

zich hiervoor tot de in telexnoot

2339 aangegeven adressen.

Eenigszins anders is het gesteld

met advertenties, waarvoor geen

verbodsbepalingen of richtlijnen

bestaan, doch waarvan plaatsing

momenteel in verband met de

zeer beperkte plaatsruimte minder

gewenscht is. Wij doelen

hierbij op bladen, welke, ondanks

hun meer of minder langen

wachttijd, twee avonden achter

elkaar een volkomen gelijkluidend

overlijdensbericht opnemen

of een plaatsruimte van 85 X 45

mm beschikbaar stellen voor het

plaatsen van een annonce met

foto van een verdwenen hond.

Welk een volkomen nuttelooze

verspilling van ruimte; wij willen

hiermede niet zeggen, dat deze

advertenties in het geheel niet

geplaatst hadden moeten worden,

doch wel, dat dit zoo beknopt

mogelijk had moeten gebeuren,

n.1. het overlijdensbericht één­

Rechtsbijstand voor i

in aanmerking komt, verwijst zij

het lid naar den advocaat onder

afgifte van een daartoe strekkend

bewijs.

Ten aanzien van den rechtsbijstand

worden de leden der Kultuurkamer

onderscheiden in twee

categorieën:

1. zij, die een inkomen hebben

van niet meer dan ƒ3500.—

per jaar;

maal en de hondenadvertentie op

een veel bescheidener formaat en

zonder foto! De bespaarde ruimte

had dan gebruikt kunnen worden

voor het plaatsen van meerdere

kleine annonces. En wat te zeggen

van de heele lappen — dikwijls

op het maximum toegestane

formaat — welke, vooral in de

provinciale bladen, worden afgestaan

voor annonces van de z.g.

„Sanitas"-winkels, die hun „wondermiddelen"

nog als vanouds

den goedgeloovigen kunnen blij

ven aanbieden en zoodoende nog

vele afnemers weten te vinden,

die te laat tot de ontdekking komen,

dat zij hun moeilijk verdiende

geld veelal aan nietswaardige

producten hebben uitgegeven.

Daaraan moesten de bladen

toch geen medewerking verkenen.

Als men in sommige bladen

de hoeveelheid van dergelijke

advertenties ziet, trekt men onwillekeurig

de conclusie, dat het

dien bladen onverschillig is, op

welke wijze de advertentie-kolommen

worden gevuld, mits er

maar geld in het laadje komt. Gelukkig

behooren de laatstopgesomde

voorbeelden tot de uitzonderingen

en stellen verreweg de

meeste bladen zich op het standpunt,

dat zij hun lezers tegen

zulke, voor de volksgemeenschap

schadelijke, reclames dienen te

beschermen, door de bedoelde

advertenties te weigeren.

In zekeren zin geldt het voorgaande

ook ten aanzien van advertenties

op geneeskundig gebied.

De in het nummer yan November

1943 gepubliceerde aanwijzing

no. 18 van den Gildeleider

heeft sommigen advertentie-chefs

blijkbaar aanleiding gegeven,

alle advertenties voor geneesmiddelen

of geneeswijzen te

en van het Persgilde

2. a, zij, die een inkomen hebben

van meer dan ƒ 3500.—

per jaar;

b. rechtspersonen, vennootschappen

onder firma e.d.

Aan alle leden wordt kostelooze

rechtskundige hulp verleend

voorzoover het betreft: het verstrekken

van adviezen, en het

redigeeren van contracten, verzoekschriften,

ingebrekestellingen

plaatsen en dan maar af te wachten,

of er van de zijde van het

Persgilde aanmerkingen worden

gemaakt. Deze handelwijze is natuurlijk

niet de juiste. In het

artikel „De geneesmiddelencontróle"

(zie „De Pers" van November

1943) is er reeds de aandacht

op gevestigd, „dat de advertentiechef

uiteindelijk de verantwoordelijke

man is en blijft voor het

advertentie-gedeelte, zoodat hij,

nu hij niet over het advies van

een controle-commissie kan beschikken,

nog scherper dan voorheen

dient op te letten". De advertentie-bureaux

kunnen hem bij

zijn beoordeeling zooveel mogelijk

behulpzaam zijn, door dergelijke

advertentie-opdrachten vergezeld

te doen gaan van een afschrift

van een attest van een

dokter of een tot oordeelen bevoegde

instantie.

Nog een opmerking, betrekking

hebbende op advertenties voor

geneesmiddelen: den laatsten tijd

is het enkele malen voorgekomen,

dat dit soort advertenties aan de

Presse-Abteilung ter goedkeuring

wordt voorgelegd en dat deze instantie

deze annonces ter plaatsing

vrijgeeft. Het spreekt welhaast

vanzelf, dat de door de

PA. gegeven toestemming tot

plaatsing alleen betrekking heeft

op den tekst uit een militair oog- "

punt beschouwd (dus e.v. vermelden

van naam en adres van

den producent) en dus geenszins

wil zeggen, dat tegen het adverteeren

met het aangeboden product

geen bezwaar bestaat. Ware

dit laatste wel het geval, dan zou

de PA. zich met de werkzaamheden

van een commissie van

controle op geneeskundig gebied

belasten en dat is geenszins haar

bedoeling.

en sommaties.

Voorts wordt bij het innen van

geldvorderingen zonder procedure,

op de in de advocatuur gebruikelijke

wijze, van alle leden

een incasso-provisie ten bate van

de Kultuurkamer geheven ten bedrage

van 5 % van het geïncasseerde

bedrag.

Ten aanzien van het voeren van

procedures geldt, dat de onder 1

bedoelde categorie kosteloos (derhalve

op kosten van de Kultuurkamer)

procedeert. De onder 2

Na deze algemeene beschouwingen

nog een kleine opsomming

van meer concrete aan het

Vraag:

Mag in advertenties

brengst van collecten

bekendgemaakt?

de opwbrden

tl. ,

Mogen versterkers te ruil of te

koop worden gevraagd of aangeboden?

Mogen advertenties van industrieele

firma's alleen onder

nummer worden geplaatst?

Is het plaatsen van alle advertenties

van het Instituut Koning

te Haarlem verboden, of alleen

van die, waarin grafologisch onderzoek

van het handschrift

wordt aangeboden?

bedoelde categorie procedeert

echter op eigen kosten; daartegenover

staat natuurlijk, dat het

lid in dat geval de vrijheid behoudt

om zich van een anderen

raadsman te voorzien dan den

advocaat der Kultuurkamer. Tot

procedeeren wordt slechts overgegaan,

indien naar het oordeel

van den advocaat de vordering of

het verweer een behoorlijke kans

van slagen biedt en het belang

van het lid het procedeeren rechtvaardigt.

Persgilde gestelde vragen en de

daarop door het lectoraat gegeven

antwoorden.

Antwoord:

Neen; het noemen van opbrengsten

van collecten, gehouden

door particuliere instellingen

en vereenigingen van liefdadigheid

e.d. organisaties is verboden.

Neen; ingevolge het in telexnoot

nummer 1928 bepaalde is

het opnemen van advertenties betreffende

den aankoop, den verkoop

of het verhuren van radiotoestellen,

luidsprekers, versterkers

en alle onderdeden en voorwerpen,

bestemd voor radio-installaties

verboden. Dit verbod

geldt voor dagbladen en tijdschriften,

echter niet voor de bladen

der betreffende vakgroepen.

In principe mogen deze annonces

inderdaad alleen onder

nummer worden opgenomen. Er

zijn echter tal van uitzonderingen

mogelijk, welke den adverteerders

wat meer vrijheid geven (zie

hiervoor „De industrieele advertenties

onder nummer in „De

Pers" van November 1942). Heeft

het adverteeren zónder vermelding

van naam èn adres absoluut

igeen zin, dan bestaat nog de mogelijkheid,

bij de betreffende aL

Heeling van de Presse-Abteilung

ontheffing van het verbod aan te

vragen. In dat geval dienen de

advertentie-teksten in viervoud

bij deze instantie te worden ingediend.

Onder bedoeld verbod vallen

alle advertenties van genoemd

instituut.

7


De // mme

now uit de tijdschriften

Wat wèl en...

wat niet mag

r Binnenkort zullen ook de ontsierende en ook uit

ander oogpunt ongewenschte diapositieve advertenties

uit de tijdschriften verdwijnen. Zooals bekend,

bestaan er voor de nieuwsbladen reeds lang

voorschriften, welke het beeld van de advertentiepagina

niet alleen een aesthetisch meer verantwoord

aanzien hebben gegeven, maar tevens garandeeren,

dat de eene adverteerder den ander niet ten koste

van een stroom inkt wegdrukt en bovendien den

tekst aan den anderen kant van het blad onleesbaar

maakt.

Tijdens een bespreking met een aantal tijdschriften-uitgevers

kwam de wensch naar voren ook voor

de periodieken dergelijke voorschriften uit te vaardigen,

opdat het den goedwillenden uitgevers gemakkelijker

zou zijn aan de eischen van de adverteerders

weerstand te .bieden en er voor alle periodieken één

lijn zou kunnen worden getrokken, waarmede ook de

reclamebureaux rekening zouden kunnen houden

(Zie de publicatie op pag. 9 van „De Pers" van Mei

1944).

Uit diverse besprekingen is gebleken, dat men het

voorloopig niet dienstig oordeelt, de voorschriften,

welke voor de nieuwsbladen gelden zonder meer

over te nemen. De te nemen maatregel zal uitsluitend

gericht zijn tegen de diapositieve advertenties,

hetzij lijncliché's, autolijncliché's of autotypieën,

waarvan het volslagen effen zwarte gedeelte

meer dan 25% van de annonce beslaat.

Voor tijdschriften, welke in kleurendruk worden

uitgevoerd, geldt daarbij hetzelfde voor een kleur als

in de overige advertenties voor het zwart, ook

indien in het effen vlak van een bepaalde kleur geen

witte letters werden uitgespaard, maar een zwarte

opdruk werd aangebracht.

Wat het gevolg van dezen maatregel zal zijn kan

het beste uit een aantal voorbeelden blijken. Hierbij

komt duidelijk naar voren, hetgeen niet meer toegestaan

zal zijp en wat, zij het wellicht niet bepaald

gewenscht, voorloopig nog geplaatst zal mogen

worden.

Zoo zullen er evenals bij de regeling voor de

nieuwsbladen grens- en twijfelgevallen bestaan, maar

over „de zwarte moppen" zal geen misverstand

kunnen rijzen en het is vooralsnog de hoofdzaak, dat

deze thans ook uit de advertentiepagina's van de

tijdschriften verdwijnen.

Van de voorbeelden zijn geoorloofd de advertenties

van: Kronenburg, v. Dongen en Lancöme; ongeoorloofd

zijn die van: v. d. Kamp, Plaisier, Heemaf

en Medo.

8


De vergoedingen aan redactioneele

medewerkers

De beschikking van den leider

van het Persgilde d.d. 11 Mei j.1.

betreffende de vergoedingen aan

redactioneele medewerkers, waaromtrent

in het vorige nummer

reeds een uitvoerige beschouwing

is verschenen, blijkt op eenige

punten nog nadere toelichting te

behoeven.

Een aantal uitgevers van vereenigings-tijdschriften

deelt mede,

niet in staat te zijn een opgave

van de uitgekeerde vergoedingen

te verstrekken, aangezien zij aan

de vereeniging, voor welke zij de

uitgave verzorgen, een bedrag ineens

uitbetalen, met welk bedrag

die vereeniging de medewerkers

van haar tijdschrift honoreert.

De uitgever weet dus niet, aan

welke medewerkers de vergoedingen

worden verstrekt.

Een dergelijke mededeeling

strookt echter niet met de bedoeling

van de beschikking. Deze

beoogt toch een overzicht te verkrijgen

van de vergoedingen,

welke aan redactioneele medewerkers

worden verstrekt; dit

onder meer ter vaststeling van de

door de journalisten aan het Verbond

van Nederlandsche Journalisten

verschuldigde lidmaatschapsbijdrage.

Het vermelden

van persoonsnamen is dus wel

een eerste vereischte.

In bovengenoemde gevallen is

de uitgever derhalve verplicht

aan de vereeniging eenmaal per

kwartaal een gespecificeerde opgave

te vragen van de vergoedingen,

welke voor de medewerking

aan haar tijdschrift zijn verstrekt

en deze opgave op het aangifteformulier

te vermelden.

Bij controle van de ingezonden

aangifteformulieren bleek, dat

een aantal uitgevers niet alle uitgaven

op het aangifteformulier

had vermeld, terwijl bij nadere

informatie aan het licht trad, dat

aan deze ontbrekende uitgaven

wel redactioneele medewerking

was verleend, doch dat door verschillende

oorzaken was verzuimd

deze uitgaven op het aangifteformulier

te vermelden.

Ter vereenvoudiging van de

controle en ter voorkoming van,

dikwijls noodelooze, correspon­

dentie, is het noodzakelijk, dat

de uitgevers ófwel al hun uitgaven

op het aangifteformulier vermelden,

ofwel uitsluitend de uitgaven,

waaraan redactioneele

medewerking is verleend, met

name noemen en voor de overige

uitgaven volstaan met op het

aangifteformulier te vermelden:

Aan de overige uitgaven is geen

redactioneele medewerking ver

leend.

In verband met het bovenstaande

is het ook nog van belang

er op te wijzen, dat ook van

de vergoedingen wegens medewerking

aan uitgaven, welke in

den loop van het kwartaal, waarover

de aangifte moet worden

gedaan, zijn opgeheven, opgave

dient te geschieden.

Voorts stelt een aantal uitgevers

zich op het standpunt, dat

zij geen opgave behoeven te

doen van de vergoedingen aan in

het beroepsregister van het Verbond

ingeschreven hoofdredacteuren-in-nevenberoep(publicisten).

Zij motiveeren dit standpunt

door er op te wijzen, dat

deze hoofdredacteuren reeds een

vaste lidmaatschapsbijdrage aan

het Verbond voldoen, welke bijdrage

niet afhankelijk is van het

inkomen, dat die hoofdredacteuren

genieten. Het heeft dus, volgens

de uitgevers, totaal geen zin

de aan deze personen uitgekeerde

vergoedingen op te geven.

Hoe juist deze redeneering,

voor wat de lidmaatschapsbijdrage

betreft, ook is, de uitgevers

verliezen daarbij uit het oog

dat het kardinale punt van de

beschikking is en blijft het verkrijgen

van een algeheel overzicht

van de vergoedingen, welke

aan redactioneele medewerkers

worden verstrekt, waarbij de omstandigheid,

dat de omvang van

de vergoedingen ten aanzien van

sommige personen van geen invloed

is op de aan het Verbond

verschuldigde lidmaatschapsbijdrage,

er niets toe doet. Er zijn

immers massa's medewerkers,

die in het geheel geen bijdrage

aan het Verbond verschuldigd v

zijn, doch ook de aan deze medewerkers

verstrekte ..uitkeeringen

moeten worden opgegeven. Het

aangeven van de vergoedingen

aan hoofdredacteuren-in-nevenberoep

is dus eveneens verplicht.

Er wordt nog nadrukkelijk pp

gewezen, dat onder redactioneele

medewerkers ook worden verstaan

de fotografen en illustrators,

die het redactioneele gedeelte

van een uitgave van foto's

en teekeningen e.d. voorzien.

Ook de aan deze personen ver

strekte vergoedingen dienen dus

te worden aangegeven.

Tenslotte doet het Verbond

van Nederlandsche Journalisten

nog een beroep op alle uitgevers

om voor tijdige inzending van de

aangifteformulieren binnen den

daarvoor vastgestelden termijn te

zorgen. Het niet voldoen aan de

verplichting veroorzaakt de Verbondsadministratie,

welke in verband

met de personeelsbezetting

toch reeds zwaar is belast, veel

extra moeite en tijdverlies.

Advertenties van Veilingen

en Verkoopingen

Het is gebleken, dat diverse opkoopers

en tweedehandszaken op

een onnoodige advertentieruimte

aanspraak meenen te kunnen maken

en herhaaldelijk met voorrang

adverteeren omdat er in hun

zaak telkens „veilingen" worden

gehouden.

De plaatselijke bladen zijn in

den regel wel op de hoogte met

het kaliber van deze verkoopingen,

doch aarzelen een plaatsing

met voorrang te weigeren, omdat

in de annonce een datum wordt

vermeld.

Het verdient aanbeveling, deze

aarzeling in het belang van de

overige adverteerders te overwinnen

en op gepaste wijze van

het gezag gebruik te maken, hetwelk

aan de verantwoordelijkheid

van den advertentiechef verbonden

moet zijn, wil hij de hem

opgelegde taak naar behooren

vervullen.

De Finsche Pers in 1943

De Finsche pers onderging in

het jaar 1943 een uitbreiding

met 38 nieuwe tijdschriften en 2

dagbladen. In Finland verschijnen

momenteel 167 couranten en

ongeveer 800 tijdschriften.

(Zeitungswissenschaft)

9


MAXIMUM-ADVERTENTIEFORMATEN

VOOR DE DAG- EN NIEUWSBLADEN

Iedere adverteerder vindt zijn

annonce de belangrijkste in de

heele krant en wil deze zoo gauw

en zoo groot mogelijk geplaatst

zien. De ruimte is maar zeer, zeer

gering. En deze twee onloochenbare

feiten scheppen een probleem

voor eenige tientallen

volksgenooten, die het twijfelachtig

genoegen hebben hun

naam in een courant te zien prijken

achter de vermelding: „Verantwoordelijk

voor de advertenties".

Eens waren zij zakenlieden, die

kosten noch moeiten en misschien

ook geen handigheidjes

spaarden om ruimte, zooveel mogelijk

ruimte te verkoopen. Nu

zijn het ambtenaren, die de gegadigden

netjes in een rij zetten

om te wachten. Zij nemen maat­

GROEP

10

A

B

C

GECLICHEERDE

ANNONCES

Voor bladen met

maximaal 16 pag..

3 kolom — 6 cm

2 kolom — 9 cm

1 kolom — 15 cm

Voor bladen met

18 pagina's of meer:

3 kolom — 8 cm

2 kolom — 12 cm

1 kolom — 18 cm

3 kolom — 4 cm

2 kolom — 6 cm

1 kolom — 12 cm

2 kolom — 4,5 cm

1 kolom — 9 cm

regelen en distribueeren de kostbare

oppervlakte naar eer en geweten.

Iedereen heeft recht (als

hij lang genoeg wil wachten) op

een klein, door hen vastgesteld

stukje. In de eene krant is het

wat kleiner dan in de andere

krant: het zijn de z.g. eigen maxi

mum formaten, die een prachtige

maatstaf zijn voor den ruimtenood

waarin het betreffende

blad verkeert.

Daar in sommige bladen deze

eigen maximum-formaten een veel

kleineren omvang hebben dan de

eens door het Persgilde voorgeschreven

toelaatbare grootte, zijn

er talrijke instanties, welke geen

genoegen nemen met die door de

advertentiechefs beschikbaar gestelde

hokjes, maar op grond van

de belangrijke strekking van het­

GEZETTE

ANNONCES

Mits met kleinste

lettersoort gezet aan

geen maximum gebonden.

Mits met kleinste

Jettersoort gezet aan

geen maximum gebonden.

Mits met kleinste

lettersoort gezet aan

geen maximum gebonden.

INGEZ. MEDED

1 kolom — 10. cm

1 kolom — 10 cm

1 kolom— 7,5 cm.

geen waarvoor zij adverteeren,

het officieel toegestane formaat

eischen. Indien de oude formaten

(groep A) voor alle bladen gehandhaafd

zouden zijn, zou dit

voor vele couranten funest geweest

zijn, en tot gevolg gehad

hebben, dat op bepaalde dagen

de geheele advertentie-ruimte ingenomen

zou zijn geweest met

annonces van den Economischen

Voorlichtingsdienst, het Adviesbureau

voor den Arbeid in het

Buitenland, het Nederlandsche

Arbeidsfront, De Nederl. Spoorwegen

en de Posterijen. Om dit

te voorkomen werd voor die

bladen, welke in hun eigen maximumformaten

niet slechts een

grooten ruimtenood tot uitdrukking

brengen maar tevens daardoor

garandeeren, dat de belangrijke

overheidsadvertenties, ook

al zijn deze wat kleiner dan

voorheen, toch nog grooter zijn

dan de grootste handelsannonces

OVERL. ADV.

1 kolom —12,5 cm

1 kolom — 12,5 cm

1 kolom — 9,5 cm

BLADEN

Alle bladen voor zoover

niet onder de groepen

B of C vermeld.

Arnhemsche Courant

Barneveldsche Courant

Dordrechtsche Courant

De Gooi- en Eemlander

Haarlemsche Courant

Lochemsche Courant

Nieuwsblad v. Friesland

Do Noord-Oosthoek

(Dokkumer en Kollumer

editie)

Nieuwe Rotterd. Crt.

Nwe Winschoter Crt.

Prov. Geldersche en

Nijmeegsche Courant

Prov. Overijsselsche en

en Zwolsche Crt.

Schoonhovensche Crt.

Twentsch Nieuwsblad

De Tijd

Het Vaderland

De Courant het Nieuws

van den Dag

Dagblad v. N.-Brabant

Friesche Courant

Haagsche Courant

Limburger Koerier

Rotterd. Nieuwsblad

(niet Bredasche editie)

De Telegraaf


in wier midden zij komen te

staan, een apart officieel maximum-formaat

vastgesteld en per

beschikking van den Gildeleider

bindend verklaard. Slechts in zeer

bijzondere gevallen mogen deze

formaten, na voorafgaande „toestemming",

welke uiteraard voor

het blad meestal een opdracht is,

overschreden worden.

Tengevolge van de nieuwe beperking

van den omvang der

nieuwsbladen, welke per 10 Juli

1944 van kracht werd, zagen enkele

couranten zich gedwongen

hun eigen formaten nog weer te

verkleinen. Het bleek zoodoende

gewenscht een nieuwe groep te

vormen, waarvoor ook aan den

tegenwoordigen toestand aangepaste

officieele maximumformaten

zouden gelden.

Volledigheidshalve geven wij

hierbij een overzicht van de thans

geldende officieele maximumformaten

voor de nieuwsbladen.

Verschuiving van Abonné's tengevolge

van evacuatie.

Ten aanzien van de regeling,

die den bladen bij rondschrijven

Wij zoeken contact me* een kapitaalkrachtigen

UITGEVER

die genegen is financieel deel te nemen in een

jonge uitgeverij met zeer goede perspectieven

en prima relaties, waardoor het mogelijk zal zijn

hiervan in de toekomst een groote en belangrijke

onderneming te maken. Br. onder nr. A. 7326

bureau van dit blad.

§

DE

POSTCHEQUE-

EN GIRODIENST

VERZOEKT DRINGEND

SAMENVOEGING VAN BEDRAGEN VOOR ft

EENZELFDEN BEGUNSTIGDE

MAANDBETALINGEN TE WIJZIGEN IN

2 OF 3 MAANDELIJKSCHE BETALINGEN

GELIJKMATIGE VERDEELING VAN OP­

DRACHTEN OVER DE GEHEELE MAAND

UITERSTE BEPERKING TE BETRACHTEN

MET NAVRAGEN EN KLACHTEN

i e

U REKENDE ALTIJD OP DEN POSTCHEQUE- EN GIRODIENST

NU REKENT DE POSTCHEQUE- EN GIRODIENST OP U

SPREEKUUR VAN

DEN LEIDER VAN HET

PERSGILDE

De leider van het Persgilde,

Mr. J. Huijts, houdt

wekelijks des Donderdags

van 15.00 tot 16.00 uur

spreekuur in het gebouw

van het Persgilde, Bezuidenhoutscheweg

75, 's-Gravenhage.

Zij, die den Gildeleider

op genoemd uur wenschen

te spreken, dienen zich

uiterlijk des Woensdags

schriftelijk of telefonisch te

hebben aangemeld.

van 23 December 1944 is bekend

gemaakt, wordt nog het volgende

medegedeeld:

1. De regeling is alleen van

toepassing voor oud-abonné's

van plaatselijke bladen in de provincies

Noord-Holland, Zuid-

Holland en Zeeland.

De zoogenaamde landelijke

pers blijft buiten beschouwing.

2. Voor abonnementen, waar­

van de datum van opzegging

meer dan drie maanden ligt vóór

dien van de indiening der aanvrage

bij het Persgilde, kan geen

nieuw abonnement worden verstrekt.

Toezending geïllustreerde

tijdschriften aan Departement

van Volksvoorlichting

en Kunsten.

Op verzoek van de afdeeling

Perswezen van het Departement

van Volksvoorlichting en Kunsten

wordt er met den meesten

nadruk op gewezen, dat van de

z.g. geïllustreerde tijdschriften

onmiddellijk na het verschijnen

van ieder nummer een exemplaar

gezonden moet worden aan het

Bureau Fotopers van het Departement

van Volksvoorlichting en

Kunsten, Prinsessegracht 21,

's-Gravenhage. Zulks boven en

behalve de 3 exemplaren, welke

aan het Bureau Centrale Documentatie

moeten worden geadresseerd

en de eventueele nog

betaalde abonnementen ten behoeve

van genoemd Departement.

Voor eenige tijdschriften te Amsterdam wordt

voor direct gezocht

JONG JOURNALIST(E)

in hoofdzaak voor bureau-redactie en opmaak;

eventueel leerling, doch vlot stylist, accuraat

werker, op de hoogte der grafische technieken.

Uitv. soil, liefst met foto onder nummer A 7325

bureau van dit blad.

N.V. DE ARBEIDERSPERS

Speciaal ingericht voor

periodieken-exploitatie

• Advertentie-acquisitie

• Ontwerpafdeeling

• Clichéfabriek

• Handelsdrukkerij

• Verzorging van adresseering

en postverzending

ALLES IN ÉÉN HAND

11


Fa. L. L. DE WOLFF

GASTHUISSTRAAT 14

DOETINCHEM - TEL. 602

Koopt alle partijen OUD en NIÉUW

PAPIERAFVAL

in de Geldersche Achterhoek.

UW

OUD PAPIER

wordt door ons door geheel Nederland verpakt

en afgehaald tegen den maximum prijs.

JAC. VELZEL

Gilles van Ledenberghstraat 24

Amsterdam - Tel. 80129-80696-95061-40616

Qlabiator

ontent, bat be Qlabiator in het strijb**

r schoone lettervormen trab, was zijn

zegevierenbe overwinning al bevestigb.

S P R I N G E R & M O L L E R N.V.

Amsterdam, Warmoesstraat 2-4-6-8

ENVEHA

N.V. Maatschappij voor Papierveredeling

DEN HAAG

Enveloppen Kantoorboeken

Heeft U nog wat op te ruimen?

Firma v. d. Eist en Jas

haalt alles gratis af. Oud papier, lompen,

metalen en archieven.

Voor vernietiging wordt zorg gedragen.

Wij betalen de door het Rijksbureau

hoogst toegestane prijzen.

O.Z. Achterburgwal 45, Lange Houtstraat 67

Amsterdam, telefoon 41397—46737

Gedrukt van Galv.

P 1086 4 Verantwoordelijk redacteur: J. Learbuch te 's*Gravenhage. Verantwoordelijk voor de advertenties: A. H. Lammers te Amsterdam.

Uitgever en drukker: N.V. De Arbeiderspers te Amsterdam. K 113. Verschijnt eenmaal per maand. Abonnementsprijs ƒ5.— per jaar

Prijs per nummer f 0.60.

More magazines by this user
Similar magazines