Weekblad%20Cinema%20en%20Theater_1935_620_r.pdf

bibliotheek.eyefilm.nl

Weekblad%20Cinema%20en%20Theater_1935_620_r.pdf

■■" w

EP ISE^DCHT

ZE AIS

In het volgende nummer van ons blad zullen wij

EENIGE NIEUWE RUBRIEKEN

brengen, waarvan wij overtuigd zijn, dat ze zeker de Instem-

ming onzer abonnë's zullen hebben.

Onze eerste nieuwe rubriek zal er een zijn van

GROOT PRACTISCH BELANG

voor al onze lezers. Ziethier, wat deze beoogt: het gebeurt na-

tuurlijk herhaaldelijk, dat ge graag het een of ander zoudt

willen hebben, een boek, een huishoudelijk voorwerp of iets

anders. Het hoeft niet altijd nieuw te zijn, doch wel vanzelf-

sprekend in goeden staat. Nu kan het heel goed gebeuren, dat

verschillende van onze lezeressen en lezers Juist hebben het-

geen gij zoekt en het wel zouden willen afstaan; omgekeerd

kunt gij iets hebben, wat een andere abonnë zoekt. Hoe moet

men dit echter van elkaar weten? Dit Is nu Juist, waarin onze

nieuwe rubriek U te hulp wil komen. Alle lezeressen en lezers

krijgen het recht, elke week een gratis advertentie in ons

blad te plaatsen in de rubriek:

WIJ HEBBEN — WIJ VRAGEN.

De advertenties moeten ons worden toegezonden op een ge-

frankeerde briefkaart, met duidelijke vermelding van naam en

adres. WIJ moeten ons echter het recht voorbehouden, om ad-

vertenties, waarvan de inhoud niet in overeenstemming is met

de bedoeling van deze rubriek, te weigeren, terwijl de plaat-

sing zoo noodig kan worden uitgesteld. Handelsadvertenties

kunnen wij in deze rubriek alleen tegen een 'vergoeding van

f 0.50 per advertentie plaatsen.

Van heden af kan men reeds annonces voor deze rubriek

opgeven. Men gelieve ze te sturen aan ons adres: Admin. Het

Weekblad Cinema & Theater, Galgewater 22, Leiden. Op brief-

kaart of op envelop s.v.p. duidelijk vermelden: Gratis adver-

tentie-rubriek.

Dit wat de eerste rubriek betreft, die, wij twijfelen daaraan

niet, stellig door onze abonnë's gewaardeerd zal worden.

Nu over de tweede, die U van niet minder nut zal blijken

te zijn.

WIJ kunnen ons Indenken, dat U vaak raad zoudt willen heb-

ben In moeilijke gevallen van persoonlijken of huishoudelijken

aard. Niet altijd heeft U iemand, waaraan U dien raad zoudt

kunnen vragen. Welnu: U kunt zich nu voortaan tot ons rich-

ten. Wij zullen al Uw vragen en problemen gratis voor U in

ons blad beantwoorden. Wij hebben een staf van ervaren

medewerkers op ieder gebied, volkomen competent om U het

beste advies te geven, dat U zich kunt wenschen.

Leg ons dus Uw vragen en moeilijkheden gerust voor!

Wij zuilen deze rubriek

DE „VOOR U-CLUB"

noemen, omdat zij speciaal voor U gecreëerd werd en het

principe van wederkeerigheid, dus het „club-verband" niet is

uitgesloten, want het lijkt ons in het geheel niet uitgesloten,

dat onze lezers elkander ook op dit gebied wel eens onderling

behulpzaam zullen kunnen zijn. Wat de een niet weet, weet

immers soms de ander!

U gelieve Uw vragen voor deze rubriek, voorzien van Uw

naam en adres, te zenden aan: Secretaresse der Voor U-Club,

Redactie Het Weekblad Cinema & Theater, Galgewater 22,

Leiden. De vragen worden met vermelding van de voorletters

der inzenders in ons blad beantwoord.

En thans, ten slotte, onze derde rubriek, die meer speciaal

voor Uw kinderen is bestemd.

Natuurlijk vindt iedere vader of moeder het prettig, hun

kinderen ais ze jarig zijn te verrassen. WIJ willen hen graag

hiertoe In de gelegenheid stellen, door In een speciale rubriek:

HARTELIJK GEFELICITEERD

de portretjes op te nemen van kinderen onzer abonnë's, die

Jarig worden.

Hiertoe dienen de foto's drie weken vóór den verjarings-

datum in ons bezit te zijn en aan den achterkant voorzien van

naam, leeftijd en verjaringsdatum van de(n) Jarige, en naam

en adres van de(n) afzend (st) er. De leeftijdsgrens is gesteld

op 16 Jaar. Na opname worden de portretjes onbeschadigd ge-

retourneerd.

De foto's moeten worden ingezonden aan de redactie van

ons blad; op de envelop gelieven men echter duidelijk te ver-

melden: Voor de rubriek „Hartelijk Gefeliciteerd".

Wij vertrouwen, dat onze abonnë's In de drie genoemde ru-

brieken, evenals wij, een aanwinst voor ons blad zullen zien

en... dat zij er het nut en de voldoening van zullen mogen

hebben, die wij ons voorstellen!

.

- 2 -

*$m**pm

De Parfum der Romantiek

en de basis van een geheele

reeks parfumerieën, geliefd

om hun betooverenden geur

en charme.

"4711" Tosca Partnm

Een aparte geur en niet zwaar, altijd

welkom bij dames van smaak, de

geheele wereld over.

"4711" Tosca Eau de Cologne

Twee in één - het verfrisschende van

'4711" Eau de Cologne en de welrie-

kendheid van "4711" Tosca Parfum.

In alle kleuren - onzichtbaar en bui-

tengewoon fijn - houdt uitstekend op

de huid. Als onderlaag voor poeder:

"4711" Tosca Cream of Matt-Creme

OEDE

BLEEKZUCHT en all« daaruit voortvloeiend»

ZWAKTETOESTANDEN

Dr. H. NANNING*«

HAEMOFERRIN

(STAALHAEMATOCBEN)

Uitstekend bloedvormtnd «enlerkiagimiddcL

12.60 per t/l flesch • AugeitMm vu MMak • f 1.60 per 1/2 fleack

Dr. H. NANNING'a Ph.rm. Ch.m. Fabriek N.V. . Den Haat

flM zeker te zijn dat

^ er niets aan Uw in

de puntjes verzorgd

uiterlijk afbreuk kan

doen, moet U regelmatig

Odorono gebruiken.

QDORONO is bereid

^^ volgens medisch

voorschrift. Er is niets

geheimzinnigs in de

werking van dit middel.

De huidporiën der

oksels worden eenvou-

dig samengetrokken, en

hierdoor wordt plaatselijk

de transpiratie

verhinderd,

zonder dat zij

in de andere lichaamsdeelen in haar normalen loop

wordt gestoord.

U" R bestaan twee soorten Odorono : de " Regular " die

in de meeste gevallen kan worden toegepast, en de

" Instant" voor personen met een gevoelige huid en fr0no

voor een veelvuldig gebruik. B


-——— UHWffWIIiigipga^^ ^^WlS^ß^

Croeze Bosman-film.

Rolverdeeling:

Ted Lacey Lyle Talbot Albert Raybold

Janet Baker Valerie Hobson John Yee ...

Clay Clement

E. Alyn Warren

China Town Squad" speelt onder de revolutionnaire Chineezen, die het

gezag van hun land omver willen werpen en een nieuwen staat op

willen bouwen. Om dit doel sneller te bereiken, wil de partij gebruik

maken van vliegtuigen en voor dit oogmerk worden overal onder de opstandige

.■.■■■..■ . ■ :..■■.; ' . . . »

Chineezen gelden ingezameld. Een

zekere Albert Raybold is met de op-

dracht belast, onder de revolutionnairen

van San Francisco te werken. Alstecken

van zijn missie draagt hij een ring

van jade.

Hij heeft echter schromelijk mis-

bruik van het hem geschonken ver-

trouwen gemaakt en de gelden te eigen

bate aangewend.

Zijn wangedrag schijnt echter aan het

licht gekomen te zijn, want terwijl

hij in een restaurant zit, wordt hij

vermoord, terwijl men den ring van zijn vin-

ger steelt.

De politie van San Francisco bemoeit zich

met den moord, doch bij het ontsluieren van

het geheim rijzen er schier onoverkomelijke

moeilijkheden voor haar op. Hoc zij er ten

slotte toch in slaagt, den dader van den moord

te ontmaskeren, toont de film in een reeks

spannende beelden, die de aandacht van het

begin tot het eitfde geboeid houden.

1. Valerie Hobson en Lyle Talbot.

2. De ring wordt gestolen.

i i ' TÉÜ

3, Valerie Hobson.

i \.\

! ! : '*:


:*

■ ;

--■ /-

W^fL .'■•?■ :?"'jaa^B^B

TC

&■

-■■•fi' t

> %M «***

r \

-f ■tÖLV

^


.i*i *■

m*m.

f^iifZ

«%«

-■*.*

^ri$

'% f ■

£


Richard Heukeroth

—————wpwiwipp^ wm:

Tff

Dit muziekspel in zes tafereelen, dat met succes te Am-

sterdam ten tooneele werd gebracht, werd gecomponeerd

door Rudolf Karsemeyer. Den tekst schreef Us Vissel,

terwijl de opvoering onder leiding stond van Richard

Heukeroth. „Femmy" werd met zooveel enthousiasme Us Vissel

De Nederlandsch e filmster

Dolly Mollinger met haar

lieveling Peter. 2 ij vervult

in de nieuwe film . Het leven

is niet zoo kwa ad een ■ M

zeer belangrij QS

| V

Éi

A /

/ / M'

w

v

\

"V, c^.

WHÊÊUUt • '■WBHSIRttK-n'' '"'■■l ■■■■■^■HHBBHB

• •

- 6 -

ontvangen, dat we binnenkort de tweede opvoering tege-

moet kunnen zien.

Het monodrama wordt gespeeld door de jonge actrice

Judith Hes. Deze leerlinge van de tooneelspeelster Magda

Janssens maakte in dit muziekspel een succesvol debuut.

■ ..;■.. . -

fc

if / " '■

. .

m K

'IB^Bjä^ * 'i '^Jé^: \

■ ■ ■ .... ■ ■..

t

;

\

1. De jongste en de oudste Metro-

Goldwyn-Mayerster. — May Robson

maakt een wandeling met haar lieve-

ling, het sterretje Juanita Quiglèy.

-7 -


(Vervolg)

DOOR E DG AR R I CE BU R R O U G H S

[SGHRiJ^ER tARZAN-VERHAüK

De aardbewoner Carson Napier vliegt met een raket naar

de planeet Venus. Aan boord van een schip, dat de Venus-

siaansche zeeën bevaart, ontmoet hij Duare, een prinses

uit het land Vepaja, van wie hij veel gaat -houden, evenals

zij van hem. Bij een verblijf aan de kust echter wordt hij

gevangen genomen door Thoristen, vijanden van het land

Vepaja, en weggevoerd. Duare weet hij nog net op tijd door

een Angan, een gevleugeld mensch, naar het schip terug

te zenden.

Hij wordt gebracht naar de kamer met de zeven deuren,

waar hem de dood in den vorm van de vreeselijkste kwellin-

gen wacht. Hij weet echter te ontsnappen door langs een

touw in de balken te klimmen en zoo het gebouw te verlaten.

Over een balkon bereikt hij een aangrenzend huis, waar hij

Duare weer vindt, die door Moosko, een leider der Tho-

risten, gekweld wordt. Er ontstaat een hevige vechtpartij

tusschen Carson en Moosko, waarbij de laatste gedood

wordt. Ais Carson daarna Duare in zijn armen wil sluiten,

zegt ze echter, dat ze niet van hem houdt, dat het een

vergissing is geweest. Carson besluit toch te trachten Duare

te redden. Ze weten ongemerkt de stad te verlaten, doch ze

vinden de zee niet terug en verdwalen.

Langen tijd dolen zij door het onbekende land aan tallooze

gevaren ontkomend. Op zekeren dag houden zij halt op een

heel idyllisch plekje aan een rivier. Carson zegt, dat hij daar

zou willen blijven en altijd gelukkig zou kunnen zijn, als

Duare maar van hem hield. Maar Duare mag niet van hem

houden, omdat ze een prinses is.

Eindelijk ontmoeten ze een mensch, zooals hij zegt jong

-vorst- van de streek, waar ze zich bevinden, en vijand

der Thoristen. Hij neemt hen mee naar zijn woning.

r ir tt creatuur waarop hij reed en dat hij een zorat noemde,

M leek in het geheel niet op een dier dat ik al eens eerder had

gezien. Hel leek wat afmetingen hetreft op een klein paard.

Zijn lange, slanke poolen deden onwillekeurig denken dat het

snel kon loepen. Zijn voeten waren rond en hadden geen

nagels; in de plaats daarvan zaten er onderaan groote klompen

eelt. Zijn bijna loodrechte koot deed veronderstellen, dat het

moeilijk berijdbaar zou zijn, maar dat was niet zoo. Later

merkte ik dat zijn bijna horizontale dijbeenen en schouders de

schokken opvingen en den zorat tot een gemakkelijk te berijden

zadeldier maakten.

Boven zijn schoften en even over het midden van zijn rug

bevonden zich zachte kussens of miniatuur bulten, die een

uitstekend zadel vormden met knop en achterboog. De kop

van het dier was kort en breed, met twee groote, op schoteltjes

lijkende oogen, en hangende ooren. Het had de tanden van

een planteneter. Zijn eenige middel ter verdediging scheen te

liggen in zijn snelheid, ofschoon ik later ervoer, dat het zijn

tanden op zeer effectieve wijze kan gebruiken wanneer zijn

woede is opgewekt.

Wij liepen naast Skor toen we naar zijn huis gingen. De

kazars volgden slaafsch achter ons, op bevel van hun meester.

Onze weg liep naar de groote bocht van de rivier, die wij

hadden probeeren af te snijden door de vlakte over te steken,

en naar een bosch, dat op haar oevers groeide. De nabijheid

van de kazars maakte mij zenuwachtig, want af en toe kwam

er èèn heel dicht bij ons, en ik vreesde dat Duare door een van

die afschuwelijke dieren gewond zou worden eer ik het kon

verhinderen. Ik vroeg Skor waar hij die dieren voor gebruikte.

„Om mee te jagen," antwoordde hij, „maar eigenlijk hoofd-

zakelijk ter bescherming. Ik heb vyanden, en bovendien zwer-

ven er talrijke roofdieren rond in Morov. De kazars kennen

geen vrees, en het zijn moedige strijders. Hun grootste zwak is

hun voorliefde voor kannibalisme; zij zullen ophouden met

vechten om een van hun eigen soortgenooten op te eten, wan-

neer die gewond is."

Kort nadat wij het bosch betreden hadden, kwamen wij bij

een groot, somber gebouw van steen, dat er uitzag als een

vesting. Het was gebouwd op een kleine verhooging van den

oever, en de rivier stroomde er aan dien kant vlak langs. Een

steenen muur, die aansloot bij den muur van het gebouw, welke

zich aan den kant der rivier bevond, omsloot verscheidene

aren ontboscht land die aan de voorzijde van het gebouw lagen.

- 8 -

Een zware poort sloot de eenige opening af, die in dezen muur

zichtbaar was.

Toen wy genaderd waren, riep Skor: „Open, het is de jong!"

en langzaam zwaaiden de poortdeuren naar buiten open.

Toen wij binnentraden stonden verscheidene gewapende

mannen, die onder de boomen hadden gezeten, welke men had

laten staan toen men het stuk grond was gaan ontginnen, op en

bleven met gebogen hoofd staan. Zij zagen er wreed en tege-

lijkertüd treurig uit. Hetgeen mij het meest aan hen trof, was de

zonderlinge kleur van hun huid: een weerzinwekkende, onge-

zonde bleekheid, een bleekheid, die door bloedeloosheid werd

veroorzaakt. Ik zag de oogen van een hunner, die toevallig

opkeek toen wij voorbijkwamen, en ik rilde. Het waren glazige,

kleurlooze oogen, zonder licht, zonder schittering. Ik zou hem

voor stekeblind hebben gehouden, als hü zijn oogen niet direct

had neergeslagen toen ze de mijne ontmoetten. Een ander had

een diepe, open wond dwars over zijn wang van zijn voorhoofd

tot zijn kin; ofschoon ze open was, bloedde ze echter niet.

Skor gaf een kort bevel, waarop twee der mannen den troep

kazars binnen een sterke omheining naast de poort joegen,

terwijl wij naar het huis liepen. Misschien zou ik beter van

kasteel kunnen spreken, want daar leek het het meeste op.

De omheinde ruimte, die wij overstaken, was geheel kaal met

uitzondering van eenige boomen, die men had laten staan.

Overal verspreid lag afval van allerlei aard, en er heerschte

een onbeschrijfelijke wanorde. Oude sandalen, lompen, scher-

ven van aardewerk en resten uit de kasteelkeuken waren in het

wilde weg neergeworpen. De eenige plek, waar men eenigszins

had geprobeerd den rommel op te ruimen, werd gevormd door

een kleine ruimte voor den hoofdingang, die met tegels was

geplaveid.

Hier steeg Skor af toen er drie mannen, die sprekend

leken op degenen welke wij bij de ingangspoort hadden gezien,

als schimmen uit het gebouw te voorschijn kwamen. Een van

hen nam Skors rijdier en bracht het weg, terwijl de beide

anderen ieder aan een kant van den ingang gingen staan toen

wij naar binnen gingen.

De ingang was slechts klein; de deur, die haar afsloot, echter

dik en zwaar. Het scheen de eenige toegang gelykvloersch aan

dezen kant van het kasteel te zijn. Langs de eerste en tweede

verdieping had ik kleine vensters opgemerkt, die van tralies

waren voorzien. Aan één kant van het gebouw bevond zich een

toren, die tot een hoogte van twee verdiepingen boven het

kasteel uitrees. Deze toren had eveneens kleine vensters, die

ook van tralies waren voorzien.

Het inwendige van het kasteel was somber en donker. In

vereeniging met het voorkomen van de bewoners, die ik reeds

had gezien, riep het een gevoel van neerslachtigheid bij my

op, dat ik niet van me af kon zetten.

„Jullie zult wel honger hebben," zei Skor. „Ga mee naar de

binnenplaats — daar is het aangenamer — en ik zal jullie

voedsel laten brengen."

We volgden hem door een korte gang naar een open ruimte,

waar omheen het kasteel gebouwd was. Ik moest direct aan de

binnenplaats van een gevangenis denken. Er lagen steenen

tegels op den grond. Er groeide zelfs geen grassprietje. De

grijze steenen muren rezen, slechts onderbroken door de kleine

raampjes, steil omhoog. Er was geen enkele poging gedaan het

gebouw architectonisch eenigszins te versieren, noen om de

binnenplaats op eenige manier te verfraaien. Ook hier lag

allerlei afval; men had het klaarblijkelijk gemakkelijker ge-

vonden het hier neer te werpen dan het naar buiten te brengen.

Ik voelde mij bedrukt door voorgevoelens van een naderend

onheil. Ik wilde wel, dat wij het gebouw nooit betreden had-

den, maar ik probeerde mijn vrees opzij te zetten. Ik hield me-

zelf voor, dat Skor door woord noch gebaar had laten be-

vroeden, dat hy iets anders was dan een vriendelijk en bezorgd

gastheer. Hij scheen werkelijk graag vriendschap met ons te

hebben gesloten. Ik was er echter aan gaan ^wijfelen, of hij wel

een jong was, want er was geen spoor van koninklijkheid in

zijn omgeving of aan zijn manier van wonen te bekennen.

In het midden van de binnenplaats stond een houten tafel

met vuile, versleten banken. Op de tafel bevonden zich de

resten van een maaltijd. Skor beduidde ons op de banken

plaats te nemen en klapte toen, alvorens zelf aan het hoofd

van de tafel te gaan zitten, drie keer in zijn handen.

„Ik heb hier zelden gasten," vertelde hij. „Het is werkelijk

een aangename afwisseling voor my. Ik hoop, dat u zich gedu-

rende uw verblijf hier zult amuseeren. Ik ben er zeker van.

\

ffcdereefl, die de Wamef Bros-film „Golddiggcrs of 1935"

■'•heeft gezien, herinnert zich uit deze rolprent wel het bekende

liedje „Lullaby of Broadway" en dé actrice Winifred Shaw, die

deze song ten beste geeft. Juist aan de actrice willen we hier

eenige woorden wijden.

Winifred Shaw is den vijf en twintigsten Februari, onder den

naam Winifred Lei Momi Shaw, tè San Francisco geboren. In

deze plaats bracht zij heiserste deel van haar leven door, maar

daar haar ouders als vartété*artisten door het land trokken, wis*

selde ze nogal eens van woonplaats en bezocht zeer veel middel'

bare scholen, o.a. te San Diego «n Chicago. In de eerste klas

van de H.B.S. trad zij reeds in schoolrevues op en na het verlaten

van deze instelling belandde ze na veel omzwervingen öp

Broadway en vervulde hier in verscheidene muzikale comedies

een hoofdrol, o.a. in „Simple Simon", „Ziegfeld Follies" en

wRaln or shine", waarift ook de beroemde komiek Joe Cook

speelde.

Toen Wlnlfr«^ eens te Philadelphia optrad, hoorde een der

impresario's van Warner Bros haar zingen en engageerde haar


■■ ' ^m ^Wmmmmwmm^m':

dat ik het zeker zal doen," en terwyl hy dit zei, keek hy Duare

weer aan op de manier, die mij niet aanstond.

„Ik ben er van overtuigd, dat wij hier gaarne zouden blyven

als het mogelijk was," anwoordde Duare snel, „maar dat kan

niet, want wy moeten naar het huis van myn vader."

„Waar woont uw vader?" vroeg Skor.

„In Vepaja," verklaarde Duare.

„Ik heb nooit van dat land gehoord," zei Skor. „Waar ligt

het?"

„Heeft u nooit van Vepaja gehoord?" riep Duare ongeloovig

uit. „Heel het tegenwoordige land van Thora werd Vepaja ge-

noemd tot de Thoristen in opstand kwamen en het in bezit

namen en de overlevenden van de heerschende klasse naar

het eiland verjoegen, dat alles is wat er van het oude Vepaja

is overgebleven."

„O ja, daar had ik wel van gehoord," erkende Skor, „maar

het is lang geleden en in het verre Trabol gebeurd."

„Is het hier dan geen Trabol?" vroeg Duare.

„Neen," antwoordde Skor, „dit is Strabol."

„Maar Strabol is een warm land," beweerde Duare. „Er kan

geen mensch in Strabol leven!"

„U is nu in Strabol. Het is hier gedurende een deel van

het jaar wel erg warm, maar niet zóó, dat het niet uit te

houden is."

Ik had belangstellend toegehoord. ^Indien hetgeen Skor zei

waar was, dan hadden wij den evenaar overgestoken en be-

vonden we ons nu op het noordelijk halfrond van Venus. De

Vepajaners hadden mij indertyd verteld, dat Strabol onbe-

woonbaar was — een gloeiend-heete vochtige woestenij, die

slechts bewoond werd door verschrikkelijke roofdieren en rep-

tielen. Het heele noordelyk halfrond was terra incognita voor

de bewoners van het zuidelijk halfrond, en om die reden had

ik het juist graag willen onderzoeken.

Nu ik echter verantwoordelijk was voor Duare, kon er van

een onderzoek niet veel komen, maar ik zou misschien een en

ander van Skor te weten kunnen komen, en daarom vroeg ik

hem naar het land, dat zich verder naar het Noorden uit-

strekte.

„Het is er niets gedaan," viel hy uit. „Er wonen niets dan

dwazen. Ze halen hun schouders op voor de ware wetenschap

en voor lederen vorm van vooruitgang. Ze hebben my ver-

dreven; ze hadden me wel willen dooden. Toen ben ik hier-

heen gegaan en heb het koninkrijk Morov gesticht. Dat is nu

reeds verscheidene jaren geleden — misschien wel honderd

jaar. Ik ben sinds dien tijd nooit meer naar mijn geboorteland

teruggekeerd, maar soms komen hun menschen wel eens hier."

Bij deze laatste woorden lachte hy op onaangename wyze.

Op dat oogenblik kwam er een vrouw uit het gebouw, waar-

schijnlijk op het handgeklap van Skor. Ze was van middel-

baren leeftijd. Haar huid had dezelfde weerzinwekkende kleur

als van de mannen, die ik had gezien; bovendien was ze

vreeselyk vuil. Haar mond hing open en haar tong, die droog

en gezwollen was, stak er uit. Haar oogen waren glazig en

Jeanette MacDonnald en Nelson Eddy in de Metro-Goldwyn-Mayerfilm

.Die ondeugende Marietta"

■ ISK •■•'■:■.

staarden niets-ziend voor zich uit. Ze bewoog zich op een

zonderlinge wyze langzaam schuifelend vooruit.

Achter haar kwamen twee mannen. Ze zagen er net zoo uit

als zy, en aan alle drie was er iets onbeschryfelijks weerzin-

wekkends.

„Neem dat weg!" beval Skor met een handbeweging in de

richting van de vuile schotels. „En breng voedsel."

De drie menschen verzamelden de schotels en schoven toen

weg. Geen van hen sprak een woord. De blik van afschuw in

de oogen van Duare kon door Skor niet onopgemerkt zyn ge-

bleven.

„Staat mijn personeel u niet aan?" vroeg hy onderzoekend.

„Maar ik zei niets," antwoordde Duare.

„Ik zag het aan uw gezicht!" Plotseling begon Skor te lachen.

Er klonk geen vroolykheid in zyn lach, en evenmin was er een

glinstering in zyn oogen. Wel echter een verschrikkelijke be-

dreiging, die net zoo snel verdween als ze was gekomen. „Het

zyn uitstekende bedienden," vervolgde hy op gewonen toon.

„Ze praten niet te veel en zü doen alles wat ik hun beveel."

Nu keerden de drie menschen terug met schalen eten. Er was

vleesch, gedeeltelijk rauw en gedeeltelijk gekookt, maar abso-

luut oneetbaar; er was fruit en groente, maar niets er van

scheen my toe gewasschen te zyn. Er was ook wijn, en dat

was het eenige, wat voor menschelyk gebruik geschikt was.

De maaltyd was geen succes. Duare kon niet eten. Ik nipte

van mijn wijn en sloeg Skor gade terwijl hy als uitgehongerd

die smerige kostjes verslond. Uit een gedeeltelijk openstaande

deur kwamen verscheidene kleine dieren naar de tafel rennen.

Skor wierp hun een been toe, waaraan hy had zitten kluiven,

en ze begonnen er om te vechten terwyl Skor lachend toekeek.

Het waren knaagdieren, ongeveer zoo groot als onze aardsche

huiskatten.

Ik zag hoe Duare heimelijk het voedsel van haar bord schoof

en het op den grond liet vallen toen Skor niet naar haar keek.

Haar voorbeeld volgend, deed ik hetzelfde. Op die manier ver-

meden wy het van het voedsel te eten zonder onzen gastheer

te kwetsen, en de mistals hadden een goeden maaltijd.

De duisternis viel reeds toen Skor van tafel opstond.

„Ik zal u naar uw kamers brengen," zei hy. „U zult wel moe

zijn." Zijn toon en manieren waren die van een volmaakten

gastheer. „Morgen kunt u dan uw reis vcortzetten."

Opgelucht door deze belofte volgden we hem het huis in.

Het was een donker en somber verblyf, waarvan de kilte en

de kleurloosheid als een last op iemand vielen. Hij ging ons

voor een trap op naar boven en toen volgden wy hem een

lange, donkere gang in. Toen bleef hy staan voor een deur

en wierp die open.

„Ik hoop dat u goed slaapt," zei hy tegen Duare, een buiging

makend en haar verzoekend binnen te gaan.

Zwijgend schreed Duare over den drempel, en Skor sloot de

deur achter haar. Daarop bracht hij my naar het eind van de

gang en twee trappen op, en liet my toen een ronde kamer

binnengaan, waarvan ik dacht, dat ze zich in den toren bevond

dien ik had gezien toen wy het plein van het kasteel overge-

stoken waren.

„Ik hoop dat u uitgerust en verfrischt ontwaken zult," zei

Skor beleefd en trok zich terug, de deur achter zich sluitend.

Ik hoorde hem de trap afgaan en luisterde tot zyn voetstap-

pen in de verte weggestorven waren. Ik dacht aan Duare, die

zich alleen beneden bevond in dien somberen en mysterieuzen

steenklomp. Ik had geen reden aan te nemen, dat zy niet

veilig was, maar toch was ik niet op myn gemak. In geen geval

was ik dan ook van plan, haar alleen te laten. Indien er iets

gebeurde, wilde ik er by zijn om haar te beschermen.

Ik wachtte tot Skor tyd genoeg had gehad om zich naar zyn

eigen vertrekken te begeven, waar die zich ook mochten be-

vinden. Toen ging ik naar de deur, besloten Duare op te zoeken.

Ik legde myn hand op den klink en probeerde de deur te

openen. Ze was van buiten gesloten! Snel ging ik naar de ver-

schillende ramen. Ze waren allemaal van zware tralies voorzien.

Vaag, van heel verre in het afschrikwekkende gebouw, meende

ik een spottend gelach te hooren.

HOOFDSTUK ACHT.

Het meisje in den toren.

Het torenvertrek waarin ik myzelf opgesloten vond, werd

alleen verlicht door den geheimzinnigen gloed die de nachte-

lijke duisternis van Venus eenigszins verdrijft, die anders on-

doordringbaar zou zyn. Schemerachtig ontdekte ik de omtrek-

ken van de meubels, die zich in de kamer bevonden — ze

waren maar zeer schaarsch. De kamer had meer het aanzien

van een cel, dan van een kamer waar men gasten te slapen legt.

Ik ging naar een kast met laden en onderzocht die. Er be-

vonden zich niets anders in dan stukken van afgedragen

kleeren, eindjes garen en kluwens touw. Teleurgesteld wendde

ik my af en begon het vertrek op en neer te loopen, bezorgd

over Duare. Ik was volkomen hulpeloos. Ik kon niets uitrichten.

Het zou natuurlijk nutteloos geweest zyn op de deur te bonken

of om hulp te roepen. De wil, die my opgesloten had, was hier

oppermachtig. Alleen door een vrijwillige daad van dien wil

kon ik vrijgelaten worden!

{Wordt vervolgd).

hUu/rrxjO^

„Is dat de loodgieter, Jaantje? '

„Nee mevrouw. Het is een mijnheer, die vraagt of U een

middel wilt koopen om het duinwater te verzachten."

„Dat is nou al de vijlde maal, dut ik je

Jeu ffdifrevoetba lie/i wij snee rigj:

„Och, ik zal maar zoo denken :

't is een soort van goedkoope

massage — je blijft er fit van!"

'Nou^wat zou dat? Word je dr soms „Ja, lieveling, ik moet blijven overwerken

niet voor betaald?" 0 P kantoor!"

/

- 11 —

_______ _^_^_^^____

.

CKorzJva/zI

De nieuwste dessins in karpetten zijn

kleine vlekjes, over de geheele opper-

vlakte verspreid. — Buitengewoon prac-

tisch voor iemand, die een lekkende

vulpen heeft I

„De mensch komt tot het schrijven

van verzen, wanneer hij vervuld is van

groote emoties, die hij op een of an-

dere wijze tot uiting moet brengen,"

lezen wij. — We begrijpen niet, dat er

zoo weinig golfspelers dichter gewor-

den zijn!

Een jongeman en een meisje, die el-

kaar het eerst hebben ontmoet bij ge-

legenheid van een ongeluk op het ijs,

hebben zich dezer dagen verloofd. —

Wie zou er het eerst het ijs gebroken

hebben?

„De inkt en het vloeipapier zijn op de

meeste van onze postkantoren zeer

slecht," schrijft ons een abonné. —

Maar ook de pennen hebben hun slechte

punt I

„Als ge iets goeds bij den kop hebt,

houdt het dan stevig vastl" luidt een

wijs gezegde. — Dit geldt vooral voor

jockies bij wedrennen.

„Mijn vrouw luistert nooit naar mij,

als ik iets zeg," klaagde onlangs een

man voor den kantonrechter. — Hij moet

eens probeeren in zijn slaap te praten I


i.

Simon Lindley vocht den zwaarsten

strijd van zijn kven uit dien avond.

Hij stond met Joan Falkner aan

den rand van de palmenplantage, sta-

rend naar de vervagende kleuren van

den zonsondergang en wist, dat als

hij wilde, hij met haar trouwen kon.

Dat zou de hemel voor hèm beteekencn

en na luttele maanden waarschijnlijk de

hel voor häär.

Het doffe oranje in het Westen ver-

anderde langzaam in een schaduwig

bruin. De palmen donkerden, tot zij

als uit brons gegoten schenen. Laag

in de lucht gloeide een glans, als de

doorschijnende diepte van een Zuidelijke

zee.

„Het is als een sprookje," fluisterde

Joan.

Haar hand lag op zijn arm — hij

kon voelen, dat zij trilde. De nervositeit

van haar ademhaling trof zijn oor, heel

de verwachtende spanning van haar

wezen drong tot zijn bewustzijn door.

Als hij nu zei: „Joan, ik houd van

je," zou ze de volgende seconde in zijn

armen liggen.

Een jongere man dan hij zou niet ge-

aarzeld hebben. Maar Simon Lindlcy

was vierendertig en zijn aanbidding

bande iedere zelfzucht uit. Hij geloofde,

dat zij verliefd was op de liefde, dat

de betoovering van het nieuwe, exotische

oord haar in hcur greep had. Koureya

kon een wonder van liefclijkhcid, kon

een droom zijn — in de lente. Voor

veertien dagen, voor een maand ...

Maar veronderstel, dat ze hier voor

jaren gebonden was, in de gruwelijke

eenzaamheid, de genadclooze hitte, haar

wereld beperkt tot de palmen, de ein-

deloozc woestijn vlakten en de Tigris?

Zij, een meisje van tweeëntwintig, jong

en frisch, gewoon aan de afleiding, de

amusementen, de levendigheid van de

groote stad. ..

DIJ DE VOORPLAAT

Amerika's grootste {ümkomiek Joe E.

Brown zal u binnenkort weer eens een

vroolijken avond kunnen bezorgen en

wel in zijn nieuwste rolprent „Op de

planken".

Joe werd te Holgate, Ohio, geboren.

Op negenjarigen leeftijd maakte hij

reeds deel uit vaii het circusgezelschap

van de gebroeders Ringler. Op vijftien-

jarigen leeftijd overkwam hem een on-

geval, dat acn zijn circuscarrière een

einde maakte. Hij ging zich toen op het

tooneelspel toeleggen met het resultaat,

dat hij op Broadway een zeer geziene

gast werd. Een zijner successtukken was

in dien tijd „Twinkle Twinkle" en juist

door dit stuk werd de aandacht van

Warner Bros op hem gevestigd. Hij

kreeg een vast contract bij deze onder

neming en heeft al in verscheidene films

een belangrijke rol vervuld. Wij kennen

hem o.a. uit „De drijvende zwembroek",

„Hou je roer recht" en „Circusclown".

Hij kneep zijn handen in elkaar. Zijn

lippen vormden onwillekeurig het woord

waanzin.

Ja, dät zou het zijn: waanzin -- zelf-

zuchtige waanzin 1

II.

Haar hand lag nog steeds op zijn arm.

De aanraking zond een electrischen

stroom door zijn lichaam, een gevoel

van dronkenschap. Hij durfde niet naar

haar te kijken, om zijn vast, sterk besluit

niet in gevaar te brengen. Hij hield zijn

oogen op den horizon gericht, een don-

kere omvatting nu van het lila van

de aarde.

Ze huiverde licht en, zich vermannend,

wendde hij zich naar haar.

„Je krijgt het koud. We moeten

teruggaan."

Ze sprak geen woord, toen ze terug-

keerden naar den oever van de rivier.

Hij begreep de reden, en daar zijn ge-

dachten ondraaglijk waren, praatte hij

zichzelf voor: „Ze zal het in een paar

dagen vergeten! Watson zal haar helpen

vergeten. Hij heeft den geschikten

leeftijd."

In de verte glommen de kookvuren

van de Arabische arbeiders. Eén van

hen zong, een klagend, monotoon lied.

De eeuwenheugende wateren van de

Tigris blonken schemerig en boven de

zwarte silhouet van een mahaila — in-

landsch vaartuig — schitterde een

vroege ster, zóó dichtbij, dat zij eeil lan-

taarn aan den mast leek.

Inderdaad, Koureya kon wonderlijk

mooi zijn. En zijn schoonheid was de

laatste dagen voor Lindley vernieuwd

door de aanwezigheid van Joan. Ze was

hier met haar vader, Andrew Falkner,

een van de commissarissen van de Tigris

Stoomboot Maatschappij, en met Gerald

Watson, haar neef.

Gasten waren in het algemeen een

oase in het bestaan van Simon Lindley,

op zijn eenzame palmenplantage vijftig

mijlen langs de rivier ten Noorden van

Bagdad. En veel van die oases waren

er niet geweest tijdens zijn verblijf hier.

Maar toen hij zag, wat voor soort meisje

de dochter van Andrew Falkner was,

scheen haast bovenaardsche muziek

zijn nauwbegrensde wereld te ver-

vullen. Ze was slank en fijn gebouwd

— heel blond, heur zijig haar was als

een gouden nevel om haar hoofd, haar

oogen diep-blauw onder lange wimpers,

haar gezicht een zacht ovaal.

Maar het was niet alleen de uiterlijke

charme, die van Joan uitging, wat hem

aantrok. Haar frissche belangstelling in

al het nieuwe dat ze zag, haar jolige,

intelligente humor, haar heerlijke

natuurlijkheid boeiden hem onuitspreke-

lijk. .En zij, van haar kant, scheen direct

een innerlijke verwantschap te voelen,

die haar naar hem toedreef. Gerald

Watson, kennelijk verliefd op zijn

nichtje, vertoonde alle teekenen van

jaloezie.

- 12 -

ALVAREZ

In het eerst was Lindley dankbaar

en geamuseerd; dankbaar voor dit be-

koorlijke tusschenspel in de jaren van

verlatenheid — geamuseerd, omdat hij

zich niet bewust was, dat Watson reden

kon hebben voor zijn jaloerschheid.

Naarmate echter de veertien dagen van

Joans verblijf verliepen, drong de onge-

loofelijke waarheid meer en meer tot

hem door. Het was niet ongeloofelijk,

dat hij verliefd was geworden op Joan.

Maar in alle nederigheid stond hij tegen-

over 't onmiskenbare feit, dat zij verliefd

was op hem — een stillen baling, nog

voor vele jaren den gevangene van de

monotonie van Koureya.

Deze dagen waren de proefsteen

voor Lindley's karakter. Hij dacht aan

zijn eenzame jaren hier, aan de einde-

looze avonden met een spel kaarten en

een boek, aan de tijden, dat de verlaten-

heid hem besloop als een nachtmerrie.

Hij stelde zich Joan hier voor als het

nieuwe van Koureya af zou zijn en ze

zich realiseeren zou; dat 'ze zich vergist

had! En dan haar dappere strijd, om

dat feit voor hem te verbergen, haar

jonge hart bezwijkend onder het leed!

Zoo had hij met zichzelf geredeneerd

en gevochten, en dien avond geloofde

hij, dat hij den slag gewonnen had.

Overmorgen zpu ze weggaan — hij zou

een herinnering hebben aan iets moois en

goeds. En Joan ? Ze zou spoedig ver-

geten. Waarom niet ?

Ze kwamen in de bungalow terug.

Falkner en Watson zaten te praten bij

hun groc. Watsons s'teelsche, booze blik

ontging Simon Lindley niet. Hij was

een magere jongeman, met donkere

haren en bruine oogen, ontegenzeglijk

knap, maar met een lastig, prikkelbaar

humeur en daardoor zeer slecht in staat

zijn gevoelens te verbergen.

„Hallo Joanl" riep hij. „Nog niet

beu van de zonsondergangen?"

Ze schudde het hoofd. Er was een

sfeer van stilte, van rust om haar, die

Watson niet kon begrijpen.

„Alleen maar een kwestie van tijd,"

vervolgde hij laatdunkend. „Er gaat ongetwijfeld

bekoring van Koureya uit, dat

moet ik toegeven. Maar het moet afschuwelijk

gaan vervelen na een poos."

„Ja," erkende Lindley ernstig. „Het

is geen oord, behalve voor een ouden

brompot, zooals ik."

De diepere beteekenis van deze conversatie

. ontging Falkner. Hij lachte,

nam een slok uit zijn glas en zei:

SIGAREN

's Morgens,

's Middags,

's Avonds.

Remaco-filra — Regie: Charles Lament.

Rolverdecling:

Kay Adrienne Ames. Gregg Donald Co-ok.

Terry Ralph Bellamy. Chuck Robert Armstrong.

Deze rolprent laat zien hoe door een onschuldig misverstand, beter gezegd door onge-

loof en wantrouwen, twee menschen ongelukkig kunnen worden. Hier wordt het gevaar

echter gelukkig nog op het laatste oogenblik bezworen.

Terry Gallagher, een New Yorksche jongeman van eenigszins verdachten levenswan-

del, maakt in een kleine stad kennis met een jong meisje uit society-kringen, Kay Parrish.

Hij belooft haar aan een baantje te zullen helpen als ze ooit naar New York moqht komen.

Korten tijd later is Kay gedwongen naa-- New York te gaan om in haar levensonderhoud

te voorzien, want haar vader heeft, door financieele zorgen, zelfmoord gepleegd en haar

zonder een cent achtergelaten.

m^^^^.

Terry stelt haar' in zijn pas geopende etablissement te werk en hoewel ze dezen arbeid

verafschuwt, vervult ze haar plicht toch zoo goed mogelijk.

Ondertusschen leert ze een jongeman kennen, Gregg, van wien ze veel gaat houden,

evenals hij van haar. Hij doet haar zooveel goed als hij maar kan en opent zelfs een bankreke-

ning voor haar, hoewel zijn familie tegen den omgang en een huwelijk met Kay ten heftigste

protesteert Als Kay echter eens na een heerlijken dag buiten met Gregg te hebben doorgebracht,

thuiskomt, vindt ze Terry in een wanhopige stemming, daar hij zijn schulden niet kan betalen

en gedwongen is zijn etablissement te sluiten. Kay biedt hem dan het door Gregg geschonken

geld aan en redt hem hierdoor van den ondergang.

Gregg gelooft echter haar verklaring, dat x haar ouden weldoener helpen móést niet en

breekt met haar. Gelukkig ontmoet Terry hem eenigen tijd later en is hij in de

gelegenheid om Kay's uiteenzetting te bevestigen en een verzoening tusschen

Gregg en Kay te bewerkstelligen.

1. Robert Armstrong. — 2. Adrienne Ames. — 3. In de nachtclub. —

4. Adrienne Ames en Ralph Bellamy. — 5. Ralph Bellamy.

- 13 -


Jjf /9/f/lÄ P/T\ " Hct li -' kt m,e toe ' (iat ^ et nog wel „Het lijkt me toe, dat het nog wel ^^

m ff^CSwlS*' ^Si \, meevalt. Eenden en korhoenders om op

Mv*

j g 0 _ te jagen en prachtig vischwater. Het

%?^

kan heusch erger. Maar zeg, Joan, wat

H

eb jullie dat geval gelezen, dat in... .

(och waarom zou ik den naam noemen

en den bewoners van de aantrekben

jij stil. Scheelt er wat aan?"

„Niets vader," antwoordde ze met eer

glimlach. En haar oogen staarden in

het niet.

In Watsons hoofd trok een rüjipel.

.0*

kelijke plaats ergernis bezorgen?), dat ergens in Hij wierp weer een zijdelingschen blik

ons land gebeurd is?

op Joan en Lindley. Er viel een zwijgen,

In dat Ergenshuizen was een groot zieken- ten laatste verbroken door Falkner.

huis.

Nu is het een bekend feit, dat niet alle

zieken eiken dag maar naar hartelust mogen

eten, maar als ze in het stadium van aansterken

zijn gekomen, dat dan voor hen niets

goed genoeg is.

Ze krijgen van alles het beste.

Ook van de groenten.

Zachte worteltjes, smakelijke spruitjes, een

zacht bloemkooltje. Enzoovoort. Enzoovoort!

Daar het een groot ziekenhuis betrof, waar

veel op-krachtkomers en -komsters verblijven,

was er ook in een heel jaar heel wat aan

groenten noodig.

Dies volgde men het gebruikelijke systeem:

men liet de leveranciers „inschrijven", dat wil

op goed Nederlandsch zeggen, de gegadigde,

die het voorrecht kreeg, om te mogen leveren,

is in den regel overgeleverd, want hij heeft

zich in z'n vingers gesneden. Doch op een

manier, waarvoor ze je in het ziekenhuis geen

verbandje geven. Ze laten je liever „bloeien".

Een groenteboer, die van zulke operaties

zonder medische assistentie niet scheen te houden,

zocht een doekje voor het bloeden.

Wetend dat de kleine geschenken d'r zijn om

de vriendschap te onderhouden, zond hij aan

den ambtenaar van het hierbedoelde ziekenhuis,

belast met de zorg voor de inkoopen, een

mand met fruit, een fijne mand met fijn fruit

en niet al te weinig.

De mand kwam terug.

En het fruit ook.

Oje, zei de groenteboer (ik laat het aan u

over, of dit woord hier als oje of als oje

moet worden uitgesproken). En hij dacht na.

Z'n conclusie was: Stom geweest, de man

blieft geen fruit. En hij stuurde een enveloppe,

zonder naam en adres er op, maar ƒ 50.— er

in, met z'n adreskaartje.

Toen kwamen de poppen aan het dansen.

Niet de vijftig pop, al waren deze de oorzaak

van het drama.

De administrateur liep naar de politie,

klaagde den groentebaas aan wegens poging

tot omkooping van een ambtenaar in functie.

Geen kleinigheid.

De groenten kregen d'r een gasluchtje door,

iets wat voor aankomende patiënten niet aantrekkelijk

en gezond is.

M'n conclusie.

Komt den vent toe, die er zulke ergerlijke

gewoonten op nahoudt.

Ik ben intusschen maar blij, dat m'n positie

als 'n ergernis-man, me nooit in de verleiding

zal brengen, om in letterlijken zin de vruchten

van m'n arbeid op deze wijze te kunnen opeten.

Want, welke groenteboer zou het in z'n

kersepit halen om te probeeren, mij tot ergernis

over hem te stemmen.

Zei m'n vrouw: Petrus, wat ben je toch een

schlemiel. Peter Schlemiel in eigen persoon! Hij

zou het toch kunnen doen, opdat je je ergernis

over hem niet zou uiten!

Jammer! Maar ik moet bekennen, dat m'n

vrouw weer gelijk had. En ik ben daarom des

te meer uw

PETRUS PRUTTELAAR.

„We zijn allemaal 'n beetje stil vanavond.

Misschien is het, omdat we weldra

afscheid moeten nemen. Ik moet zeggen,

Lindley, dat je buitengewoon vriendelijk

voor ons geweest bent. Je bent eenvoudig

een ideale gastheer."

„Ja, dat is zoo," viel Watson bij,

echter zonder veel geestdrift.

Joan knikte.

„Ik ga me even verkleeden," kondigde

ze aan.

Toen ze de kamer verliet, was Lindley

de eenige, die het jagend gaan van haar

ademhaling opmerkte. Het kostte hem

een bovenmenschelijke zelfbeheersching

om te blijven zitten en rustig het gesprek

met de beide mannen voort te

zetten. Het liefst zou hij haar nagerend

zijn, haar in zijn armen hebben gesloten,

en gesnikt hebben: „Joan, Joan, zie

je dan niet, hoeveel ik van je houd.

Maar je mag niet met me trouwen,

je mag niet..."

Joseph, Lindley's Indische bediende,

kwam binnen om de tafel te dekken.

Falkner grinnikte tegen hem.

„Krijgen we wat lekkers te eten?"

vroeg hij opgewekt.

„O ja, Sahib."

Watson vroeg: „Hoe is het met dat

uitstapje naar Bagdad morgen?"

„Jullie moet maar met je drieën gaan

en jezelf amuseeren," zei Lindley. „Ik

zou dolgraag meegaan, maar ik zie er

absoluut geen kans toe — ik zit tot

over mijn ooren in het werk. Jullie moet

direct na het ontbijt vertrekken, dan

kunnen jullie om ongeveer tien uur

terug zijn. Het is volkomen veilig om

's avonds te varen, nu er een zoeklicht

op de motorboot geïnstalleerd is."

Watson streek nadenkend met de

hand langs zijn kin.

„Ik vraag me af — we hebben zoo'n

hoop inkoopen te doen — zou je er

bezwaar tegen hebben, dat we Joseph

meenemen? Ik bedoel, hij weet beter

dan wij, waar we zijn moeten en hoeveel

we moeten betalen."

„Natuurlijk niet! Ga je gang!" stemde

Lindley grif toe.

„Serenath, onze bediende, is een uitstekende

kok. Hij kan voor je eten zorgen,

terwijl wij weg zijn."

„Dat is best. Nemen jullie gerust

Joseph maar mee."

Watson ging de kamer uit en er was

een glinstering in zijn oogen. Hij was

geen kwade kerel in den grond van zijn

hart, maar hij werd letterlijk bezeten

door jaloezie. Hij moest Joan eens en

vooral genezen van haar dwaze verliefdheid

op Lindley. En daar wist hij wel

een middel op, een eenvoudig middel.

Tien minuten lang had hij een gefluisterd

gesprek met Serenath en geld

ging van hand tot hand. Iets anders ook

— een klein, wit tablet uit de leeren

medicijntasch, die Watson zich voor

— 14 —

\

^ nu

20 YANKEES

De goedkoopste

AMERIKAANSCHE IMPORT

SIGARETTEN

van prima kwaliteit

Imp. t ALVANA . DEN HAAG

htm trip naar deze verre streken met

weinig medische hulp en slechte

hygiënische toestanden, had aangeschaft.

Toen hij Serenath verliet, was

zijn glimlach half beschaamd, half

triomfantelijk...

III.

Den volgenden avond at Simon

Lindley alleen. De eenzame maaltijd was

een voorlooper van de honderden, die

zouden volgen. Maar hij zou dit schitterende

tusschenspel slechts hebben om

te herdenken. Hij zou hier in stilzwijgen

zitten en zich verbeelden, dat Joan

tegenover hem zat, het licht spelend

in heur haar, haar rustige, diepe oogen

glimlachend in de zijne, haar zilveren

lach klinkend in zijn oor.

Zijn mager, krachtig gezicht kreeg

een zachte uitdrukking. Hij verviel in

zijn oude gewoonte, om tegen zichzelf

te praten.

„Ze is te jong. Het zou haar breken.

Het zou egoïsme zijn, vervloekt egoïsme.

Bovendien, het kan immers een voorbijgaande

bevlieging zijn ..."

Zijn mond vertrok als in pijn. Hij

lachte 'n beetje schor.

„Een kerel met nog 'n greintje fatsoen

in zijn body, kan een meisje zooals

zij niet vragen zich hier te begraven."

Het was niet alleen de eenzaamheid,

sponnen zijn gedachten verder. Er was

nog het seizoen van de vliegen, een

plaag van glinsterende kwelgeesten van

zonsopgang tot ondergang, de tijd van

de verschroeiende, meedoogenlooze

hitte, en dan nog de kleinere ongemakken

— schorpioenen, duizendpooten,

muskieten...

Hij riep den bediende.

„Serenath, whisky-soda."

„Jawel, Sahib."

De bediende bracht een flesch whisky

en een syphon. Lindley schonk zelf de

whisky in; zijn tweede glas. Hij had

een regel, waar hij onder geen omstandigheden

van afweek: één glas voor

het eten en ééri er na. Hij kende het

noodlottig gemak, waarmee een eenzaam

man, ver van de beschaving, van twee

whisky's tot drie komt en hoe die drie

er vier worden, vier een heele fleseh en

dan beestachtige drankzucht.

Serenath nam het glas op om er

sodawater bij te voegen. Maar er ging

nog wat anders in het glas dan de soda

— een fijngeknepen tablet. Het was han-

dig gedaan. Het poeder loste onmid-

delhjk op.

Lindley dronk. Er scheen een flauwe,

ongewone bijsmaak aan den drank te

zijn, maar in zijn gedroom over Joan

stond hij er niet verder bij stil.

Twintig minuten later was hij in

een diepen, loodzwaren slaap verzonken;

zijn ademhaling ging luid en reutelend.

Serenath sloop binnen met een leege

whiskyflesch. Hij zette haar op den

grond, aan Lindley's voeten. De half

leege flesch liet hij waar zij stond, op

tafel bij den elleboog van den slaper.

IV.

Toen de drie gasten terugkwamen

van hun uitstapje naar Bagdad, liep

Watson enkele meters voor de anderen

uit, terwijl ze het voorplein overstaken

naar de verlichte bungalow. Hij opende

de deur, bleef stilstaan, keerde zich

haastig om en zei:

„Niet binnenkomen, Joan. Het is

heusch beter van niet."

„Waarom? Wat is er?"

Hij speelde zijn rol goed — zijn ont-

steltenis droeg alle kenmerken van echt-

heid. Hij maakte een hulpeloos gebaar.

„Wel — het is laat — en — —"

Ze staarde hem aan.

„Doe niet zoo vervelend, Gerrié."

Toen zag ze den slapenden Lindley,

met het hoofd op den arm voorover-

liggend over de tafel, en de whisky-

flcsschen.

Deze nieuwe film

werd onder regie van

Fritz Peter Buch en

Herbert Fredersdorf

opgenomen. De be-

roemde Italiaansche

tenor Alessandro Zi-

liani, die thans vast

bij de Ufa is geënga-

geerd, debuteert in

deze rolprent.

Een kreet kwam over haar lippen en

ze stapte achteruit.

Haar vader, niet vermoedend wat er

in haar omging, klopte haar op den

schouder en zei vriendelijk:

„Je moet het niet zoo zwaar op-*

nemen, kindlief. Zoo zijn die eenzame

kerels in het Oosten."

„Het is ze niet kwalijk te nemen,"

voegde Watson er aan toe.

Joan zei niets; ze sloot even de

oogen en ging heen.

Falkner trok de wenkbrauwen op en

sloeg nadenkend de slapende gestalte

gade.

„Ik moet zeggen, dat ik 'n beetje

verbaasd ben," verklaarde hij. „Ik wist

niet, dat hij van dät soort was. Zullen

we hem wakker maken en in bed

helpen ?"

„We kunnen hem beter laten, waar

hij is," adviseerde Watson. „Met een

. paar uur komt hij wel weer bij zijn posi-

tieven — dan drinkt hij flink wat water

en als hij dan morgenochtend wakker

wordt, is hij weer zoo lekker als kip."

„Och, daar kun je wel gelijk in

hebben," stemde Falkner toe.

Ze lieten Lindley in zijn ongemak-

kelijke houding verder slapen en gin-

gen naar bed. Toen het stil in huis

was, kwam Serenath uit den bijbouw,

waar al de bedienden huisden, de bun-

galow weer binnensluipen. Hij had zich

Watsons instructies goed in het hoofd

geprent en het slot van zijn taak was

de leege flesch, die hij bij Lindley's

voeten had neergezet, te verwijderen.

Koureya sliep. Een enkele maal werd

het groote zwijgen verbroken door het

verre huilen van een jakhals, een hui-

verenden kreet van verschrikking.

Lindley ontwaakte om iets over

eenen. Hij bewoog zich, opende de

oogen, keek op zijn horloge en staarde

verrast voor zich uit.

„Goeie hemel! Hoe voor den drom-

mel ... ?"

Het was niet de eerste maal, dat hij

na een zwaren dag aan de tafel in

slaap was gevallen, maar het verwon-

derde hem, dat niemand hem had

gewekt.

„Hé Serenath!" riep hij. En toen

hij niet direct kwam, nogmaals en

luider: „Serenath!"

De bediende verscheen, gapend en

slaapdronken.

„Weet je, dat het één uur is ? En

Falkner Sahib en de anderen — —?"

„Die zijn terug, Sahib. Twee uur,

drie uur al. Ze zagen u slapen en zijn

naar bed gegaan."

Lindley streek met de hand over het

voorhoofd.

„Dan moet ik aardig vast geslapen

hebben. Je was zeker al in bed?"

„Jawel, Sahib."

Lindley knikte suffig.

„Het spijt me, dat ik je gestoord

heb." En daarop, meer tegen zichzelf

dan tegen den bediende: „Ik slaap

warempel nóg half..."

Zoowel Falkner als Watson onthiel-

den zich van iedere opmerking den

volgenden morgen, maar éénmaal ving

Lindley een veelbeteekenend lachje van

den ouderen man op, waar hij niets

van begreep. Ze praatten over Bagdad

tot Joan binnenkwam om te ontbijten.

(Vervolg op pagina 21)


" 1 •

n

.■*'■ .'--^^^ .

Paramount-füm - R ie: RaouI Walsh

eg

Rolverdeeling:

„Tops" Cardona George Raft

Dixie Dean i • • Al lce r ¥ ^

Susan Moore Frances Langford

Daphne O'Connor Patsy Kelly

Ceremoniemeester Walter Catlett

Huxley . . . . John H. Dilson

Drie meisjes, Dixie, Susan en Daphne, worden uit

hun kantoorbetrekkingen ontslagen. Er breekt

een moeilijke tijd voor hen aan, daar ze geen

nieuwen werkkring vinden en ze zelf in hun Ifevens-

onderhoud moeten voorzien.

Op zekeren avond wordt er een wedstrijd

voor amateur-musici, die voor de radio op

moeten treden uitgeschreven. De drie meisjes,

die allen muzikaal goed onderlegd zijn,

begeven zich naar den studio, in de hoop

den uitgeloofden prijs te winnen. Als zij

echter eindelijk aan de beurt zijn,

valt Susan flauw, daar ze eenige

dagen niet gegeten heeft. Hun kans

gaat nu voorbij en de prijs wordt

gewonnen door „Tops" Cardona

en zijn band. Als hij echter hoort

waarom de meisjes op het laatste

oogenblik niet konden optreden,

noodigt hij hen uit op een

diner. Ze willen ^chter als

contra-prestatie in het restau-

rant voor hem zingen en

oogsten zóó'n succes, dat

Tops — die dec, dat zij

werkelijk talent hebben —

hen voor zijn band en-

gageert.

Ze worden nu lang-

zamerhand populaire

^^..-" ^:- -■■.. : :::S-:v.-;- _ ■.^i^.:-.-^

; ,

- 16 -

"V,.

&-. -

K: n K-

PPiüPPP

radio-figuren, terwijl »Susa , op Tops verliefd wordt.

Tops koestert eenzelfde ge voor Susan, doch hij wil het

zichzelf niet bekennen, da; üj zijn zakelijke relaties niet

door de liefde wil laten b rloeden. De beide andere

meisjes komen echter tege fops in opstand, daar hij een

ijzeren discipline van hen langt eji hen gedurende den

geheelen dag voorschrijft zij te doen en te laten hebben.

Het komt zelfs zóó dat ze alle drie wegloopen

Susan, omdat ze denkt aa :en ongelukkige hef de voor

Tops te lijden. Zoodra ze :hter het hazenpad gekozen

hebben, krijgen ze spijt hun ondoordachten stap en

keeren berouwvol terug. Poch heeft deze daad haar

goede gevolgen, want T( heeft nu intusschen ingezien,

wat de drie meisjes voc tem beteekenen en wat in

het bijzonder Susan voor m is, zoodat hij nu niet Ianger

aarzelt haar zijn liefe e bekennen en voor de anderen

de discipline wat acht.

1. Walter Catlett en George

3. Alice Faye, Frances Lanj

John H. Dilson. — 4. Patsy

5. George Raft en France

'Langford.

\

e**d

AV)

— 2. George als dirigent.

Patsy Kelly en

illy.

y.

/

, v «ip

/

■"•••>->.

' -■^.^.

v

a^Ki

m

^ yi T

^^^*^ J

M

\ k*^

& iW

•>.'

fc^V

17

\


&

X

.am

m

^^^^^^^m


OPLOSSINGEN ZOEK EN VIND

3 DECEMBER

OPLOSSING

LETTERGREEP-KRUISWOORDRAADSEL

m 1 PAR KEE REM VOOR BO -1

TER pt] TE GEH OPRAAK rai VO

m RE DE RE KBNA TIE

m ZELF KANT m JA VA igm

1 BO DE El REN Dtl REN DIER

[TER 1 ßtll DEM NEIi HOUT ^1 LIJK |

KOEK BAK KER DtlWERK ZAAM HEID 1

i OPLOSSING VIJFVOUDIG TOOVERKWADRAAT

]

p 0 N D

n

S L 0 B

0 V E R L E E R

M E R 0 0 E R E

D R 0 M 1 B R E M

K E R K

E G E L'

R E D E

N K L E 1 Y

p 0 S T

R A A P

0 V E R A M T 1

s E L A A T A P

T R A P P_ 1 P A

OPLOSSING

PUNTENRAADSEL

0 0 D A : K

S R K

TT 0 E

A 0 0

STOPP E L

T

S p P

E

E E

E ■ E

6

E M

E - - A.

' E L A

OPLOSSING

RUITENRAADSEL

E

OPLOSSING

VLECHTMATJE

H S A

H 0 R L 0 G E

R A M

s L A Q z E E

0 Z L

A G N E L L O

E E 0

OPLOSSING KRUIS-

WOORDRAADSEL

A n

LL K

Z

c

H &

E G

G E

M bÄ

0 i E

1 B R E K = M

*. ÏL

1 _ A

e 7 A

RUL

3 IJ

R L

A

F_

E L

S

s

OPLOSSING HOE LANGER HOE KORTER

HAND — HAN — HA — H

■.■■"-•■ ■■.■■■ ■ ■' ■ ^_^.^.^^_

KRUISWOORDRAADSEL

Horizontaal.

1. de schryver van iets.

8. geliefde verblijfplaats

voor kinderen.

10. muzieknoot.

11. meisjesnaam.

12. vogelvrijverklaring.

13. lidwoord.

15. boograam.

.19. uitroep van pijn.

Vul in:

1—2 wysmaken.

2—3 zekere blauwe

verf.

4—3 vogel.

5—4 zacht geweld.

5—6 dolk.

7—6 welriekend

kruid.

PUNTENRAADSEL

- 18 -

20. reeds.

21. gekuipt vat.

Verticaal.

1. stad in Fransch-Soedan,

W.-Afrika.

2. etensbak.

3. landbouwwerktuig.

4. adreskaartje.

5. weg, aan beide zijden

met boomen beplant.

'u

7—8 maaltijd.

1—8 maaltijd.

1—5 harssoort of

zekere roode

Rijnwijn.

7—3 dier.

6—2 waterplantje.

8—4 dier.

EU

3

C. tegenovergestelde van

scherts.

7. afkorting van eerwaar-

de heer (Latijn).

8. afkorting van debet.

9. parades.

14. beginnen de meeste

sprookjes mee.,

16. bekende afkorting,

17. afkorting van: vader.

18. meisjesnaam.

INVULRAADSEL

^ Ti

EK

Vul in horizontale richting woorden in

van de volgende beteekenis:

1. deel van een wiel.

2. beoefenen de meeste jongelui.

3. deel van een lepel.

4. schenken.

5. wild dier.

Bij goede invulling komt in de diago-

naal van links boven naar rechts onder

een wapen en van rechts boven naar links

onder een uiting van hevige, gemoeds-

beweging.

mm

GEÏLL. OPTEL-EN AFTREKPUZZLE

Neem de letters van den naam van het eerste vojr-

werp, voeg er bij .of trek er af al naar gelang de

teekening aangeeft, de letters van het volgende voor-

werp Het eind ri sultaat zal dan zijn een bekend

gezegde.

LETTERGREEPRAADSEL

Uit onderstaande 19 lettergrepen zijn 6

woorden te vormen, welker beginletters

van boven naar beneden en welker laat-

ste letters van onder naar boven gelezen

een woord vormen dat beteekent ver-

maak dat onder het bereik van het geheele

volk valt.

«

»

Lettergrepen: kos — ste — os — me —

ver — lijk — ta — boom — pra — lo

— ve — se — dien — Ie — ge — ko

— dro — ra — ver.

Beteekenis der woorden:

1. waardig.

2. godin der lente.

3. melaatschheid.

4. tropische boom.

5. deel van een telegraaftoestel.

6. rijwielschofcl.

i

3

KAMRAADSEL

^^^ Vul in:

5 ^ Horizontaal.

D

^F 1, een plant.

Verticaal.

1. toespijs.

2. dag der week.

3. vorderen.

4. scheepswezen.

5. vrij van lasten.

Te gebruiken letters: a,

a, a, a, a, c, d, d, d, e, e,

e, e, g, g, h, i, i, i, i, k, 1,

m, n, n, n, n, p, p, r, r,

s, s, t. t, u, u, v, ij.

ONZE FILMPUZZLE

DIAGONAALRAADSEL

—J C

u

^


5

u

6


7

u

8

4

10

[.( •v

De filmliefhebbers kunnen deze week

hun hart ophalen aan een diagonaalraad-

sel. Wij stellen weer een hoofdprijs van

ƒ 2.50 en als troostprijzen tien foto's van

filmsterren beschikbaar, die verdeeld

zullen worden onder de goede oplossers,

die ons vóór 24 December hun antwoor-

den zenden. (Indische abonné's vóór 24

Februari).

Vul in horizontale richting woorden in,

die beteekenen:

1. Zekere oranje gekleurde bloemsoort.

2. Het binnenhalen van het koren.

3. Geval, wat niet in een bepaalde ru-

briek thuis te brengen is.

4. Begeerigheid.

5. Niet fijn.

C. Grasland langs beekjes in het Oosten

van ons land.

7. Water in den grond.

8. Iemand van koninklijken bloede in

Rusland.

9. Zonder schubben.

10. Auto voor goederenvervoer.

Bij juiste invulling ontstaat in de dia-

gonaal van links boven naar rechts onder

de naam van een zeer bekende Ameri-

kaansche filmster.

Op enveloppe of briefkaart duidelijk

vermelden: Filmpuzzle 24 Dec.

- 19 -

.

R'ELKE

WÊÊÊÊÊÊÊmmfA QDGiAVE i Um

JZEN

DE PRIJSWINNAARS

Ds hoofdprlji.« vlal.n ten deel aan: d«n haar J. Hofland, ma-

luHrouw N. Dalama. majuHrouw M. ». Ha«an, mavrouw W. Vald«.

Dan Haag: dan haar J. T. A. Aubart. dan haar S. W. Bo.hul«n.

Rottardam; dan haar G. da Vrlai. Ulrach».

Da trootlprliian kondan wordan foagakand aan: dan haar

C. Taatgan, Aiiani dan haar H Tlmmar. Dan H.ldar; dan haar

A. Hulzlnga. Noordwolda; dan haar W. SchOrmann, Rll.wljk,

mavrouw Odarkark. Galdrop,- dan haar B. Nlauwburg, Moor-

dracht: dan haar M Robaart. dan haar G. Vr.ak.n Haarlam:

dan haar H. F. A. Muldar, Gronlngan; dan haar Fr Hootamani,

Ooitarbaak; majuHrouw L. Potthuma, Maar.ian; dan haar A.

Rodanhuii. Hul.um (Fr.); ma|uHrouw N Zoon, Dordrachl; ma-

Juffrouw S. da Goay. Rottardam; dan baar A.M. Trlap dan

haar F. ». Aaltan, Dan Haag; mavrouw A. Vrijdal, maiulfrouw

L Sari«. Haarlan: mavrouw Hoaffalmao, Oagttgaait; majuHrouw

C Swaban, Uwlmonda; mavrouw Wlaland-Lot. Tilburg; dan

haar P. v. d Grind, majuffrouw M. Ooman, dan haar J.Franian,

dan haar P. da Ruyitohar, dan haar S. C. da Kottar dan haar

G. Ooman, Rottardam; mavrouw A. tan Boieh. Amitardam.

Oplossing C. & Th.-Kamraadsel.

E L i s s A L A N D 1

L

E

G

A

n

T

n

s

L

A

A

rt

0

T

T

1

S

E

E

C

T

U

U

R

0

n

A

D

E

n

Da hoofdpriji vlal

tan daal aan dan

haar Tj. Numan.

Tlal.

Da trooitprljxan

aan: dan haar G ■ van

Glansbaak, Dan

Haag; majuHrouw

A. Wagamakars, Til-

burg ; majuffrouw B.

van Zantan, Amitar-

dam: majuHrouw G.

Rolling, Amitardam;

dan haar R. van Kee«. Acmlardsm; majuHrouw W. Eikaboom,

Dan Haag: majuHrouw R. Hartavaldt, Rottardam; dan haar M.

P. van Vaan, Gronlngan: mavrouw G. Flat-van Zijp. Dan Haag:

majuHrouw L. G. da Braa, Rottardam.

De Amateur-detective

1.317. ^

"35"

r>

rrt

Ziathier weer aens aan itukja boevanlaal, waarop da ama-

taur-datactlvat ondar onza laian ilalllg graag hun krachlan

lullen baproavan. Da vraag I«, uil la zoakan wal da aane boaf

door middal van dit gahaimtehrft aan dan andara wllda mada-

daalan.

Wij flellan waar aan prlj» van f. 2.50 an twaa Irooilprijien

baschikbaar, ta verdaalan onder han, dia om voor 24 Dacam-

bar aan goede oploislng zanden aan da radaclia van dll blad.

Op briefkaart of envelop i.v p. duidelijk varmaldan; Amateur-

detactlve 24 December.

n

V

L

0

Q

D

ONZE PRIJZEN

Voor goede oplossingen op iedere

puzzle, rebus, probleem, enzoovoort,

stellen wij een prijs van ƒ 2.50 be-

nevens vier troostprijzen beschik-

baar. In totaal dus deze weck

6 prijzen van ƒ 2.50 elk en

24 troostprijzen.

DE OPLOSSINGEN

op de in dit nummer voorkomende

puzzles, enzoovoort, gelieve men

vóór 24 December in te zenden aan

de redactie van dit blad Galgewater

22, Leiden. Abonné's uit de over-

zeesche gewesten vóór 24 Februari.

Op enveloppe of briefkaart vermel-

de men duidelijk:

Oplossingen Zoek en Vind 24 Dec.

;


■I

■ ,

l

;>

,«%■■

:-'-•,.

• k /

Darmtraagheid

en Bloedstuwlng

kunnen fot kleinere of grootere knobbels

aan den darmuitgang leiden. Wanneer U

niet let op deze meestal met jeuk gepaard

gaande verschijning, ontwikkelt zich vaak

een zeer pijnlijke aambeienkwaal. Voorkomen

en reeda bij de eerste teekenen Anusol aam-

beien suppositoriën „Goedecke" inbrengen

zou het juiste zijn, doch ook bij een ver-

gevorderde kwaal helpen deze door den

dokter ten zeerste aanbevolen suppositoriën

snel en zeker. Zij zijn bij apothekers ver-

krijgbaar in doozen met loodje.

[üeivolè van pag. 15)

Op het moment, dat ze de kamer

inkwam,'namen Lindley's scherpe oogen

een verandering in haar waar. Ze nam

met haar gewone opgewektheid aan het

gesprek deel, maar hij zou er een eed

op hebben durven doen, dat er mede-

lijden in de uitdrukking van haar ge-

zicht was en een soort vriendelijke

reserve in haar houding. Het was zoo

vreemd en onverklaarbaar, dat het

Simon Lindley moeite kostte zijn ge-

dachten bij zijn werk te houden.

Het was Joseph, die hem den sleu-

tel verschafte tot de oplossing van het

raadsel. Toen Lindley hem de dage-

lijksche orders gaf, grinnikte hij en

schudde met iets vaderlijk vermanends

het hoofd. En daarop zei hij, met het

privilege van een j arenlangen, trouwen

dienaar:

„Is uw tong niet nog 'n beetje zwaar,

Sahib ?•'

„Mijn tong zwaar? Waar heb je het

in vredesnaam over?"

Joseph grinnikte weer.

„Sahib heeft immers een heele flesch

whisky leeggedronken 1"

Lindley nam zijn pijp uit den mond

en staarde den bediende aan.

„Man, wat bezielt je ?" stiet hij

toen uit. mmmim

Joseph was uit Tiet veld geslagen.

Hij maakte een nederige buiging.

„Gisteravond — toen we uit Bagdad

terugkwamen! U sliep, hoofd op tafel.

Leege flesch aan uw voeten, half leege

flesch bij uw elleboog."

„Een leege flesch bij mijn voeten ?"

beet Lindley hem toe, met een stem,

die den Indiër verschrikt deed achter-

uitdeinzen.

,,Ja Sahib, op den vloer. Neemt u

mij niet kwalijk, Sahib."

Lindley zei niets meer. Hij beduidde

den man heen te gaan en begon rug-"

teloos op en neer te loopen, zijn tanden

grimmig bijtend op het mondstuk van

zijn pijp.

Er had geen leege whisky-flesch op

den grond gestaan, toen hij wakker

werd. En evenmin was er een geweest,

toen hij in slaap viel.

Hoe was het gekomen, dat hij zoo

plotseling en zwaar was ingeslapen ? Het

was eigenaardig. Hij was wel vermoeid

geweest, maar ten slotte toch niet zoo

overmatig! Het was eigenaardig... Nu

hij er weer over nadacht — hij had een

licht bijsmaakje geproefd aan dat

tweede glas .. . Iemand moest die leege

flesch daar hebben neergezet, terwijl

hij sliep. Waarom? Even stopten

Lindley's gedachten. De verklaring was

eenvoudig. Opdat het zou lijken alsof

hij dronken was!

Met welk doel?

Zijn grijze oogen werden eensklaps

hard en koud. Joan moest hem in dien

toestand hebben gezien. Dat verklaarde

haar houding aan het ontbijt. Hij schoof

de stukjes van de legkaart verder aan

elkaar. Het. was Watson geweest, die

had voorgesteld Joseph mee te nemen

op den tocht naar Bagdad en zijn

eigen bediende achter te laten, om

voor Lindley's eten te zorgen ...

Het sloot als een bus ...

Lindley riep Joseph.

„Joseph," zei hij, op een vlakken

toon, die niet verried, dat er iets bij-

zonders gaande was, „ik fnoet Serenath

even hebben. Stuur hem bij me."

Serenath kwam. Lindley stuurde

Joseph weer weg.

„Serenath, wat heb je gisteravond

in mijn whisky gedaan ?"

De vraag werd afgevuurd als een

pistoolschot en klonk als een bevel, dat

geen tegenspraak toeliet. De donkere

huid van den bediende werd grauw en

hij poogde wat te stamelen.

„Leugens zullen je niet helpen. Wie

heeft je gezegd, dat te doen?"

— 21 -

J©A1M CRAWFOI^O,

naar een teekening van Arturo Sanchez.

Serenath kroop in elkaar van angst,

„Watson Sahib zei het me, Sahib.

Ik ben zijn bediende ..."

„Maak, dat je uit mijn oogen komt,"

grauwde Lindley.

VI.

Simon Lindley's mond was een

strakke lijn. Hij verliet de plantage

om Watson te zoeken, die gezegd had

dien ochtend te zullen gaan visschen

op een kleine kaap, die in de Tigris

uitstak.

Watson zat te soezen boven zijn hen-

gel. Toen hij voetstappen hoorde,

draaide hij zich om en verstijfde.

Lindley's gelaatsuitdrukking was een

dreigement.

Lindley zei kortaf: „Ik heb daarnet

een gesprek met je bediende gehad.

De aap is uit de mouw gekomen."

Alle kleur trok uit Watsons gezicht

weg. Hij deed geen poging om te ont-

kennen. Hij scharrelde overeind, zijn

onthutste oogen op Lindley gericht.

„Alleraardigste poets, die je me ge-

bakken hebt. Waarom deed je het ?"

„Omdat — — omdat "

„Ik kan het jezelf wel vertellen,"

hernam Lindley met een onnatuurlijk

bedaarde stem. „Je bent jaloersch ge-


^—^^—^^^^^^^^^^^^^^^^mrnm^mrnimmm^mm.

William Powell, de bekende filmacUur. zal Holly-

wood varlatan. D» (iscus «licht «1. ean te groot

deel van zijn salaris.

filmster Verrea Teasdale Is in een sanatorium

te Hollywood opgenomen

E. W. £e ROTTERDAM. Bedoelde film

is reeds in ons land vertoond. De firma

Lumina-Film, Nes 23, Amsterdam zal Q

kunnen mededeelen, of deze rolprent nog

eens te Rotterdam vertoond zal worden.

Beide artisten hebben nadien in geen film

meer samengespeeld. Het adres van Rudolf

Forster is: Cottagegate 63 te Weenen.

R. v. N. te 's-GRAVENHAGE. Het

adres van Dolly Mollinger is thans Heeren-

gracht 513 te Amsterdam. Zij zal Uw brief

zeker beantwoorden. Zij is niet getrouwd

of verloofd. Zij zal een rol in de Neder- „

landsche film „Rubber" sr«len.

BESTRIJDT UW

VERKOUDHEID HET

len

druppel

VA»EK

op Uw

zakdoek

Flacon a f. I.ïS en f.2- bij apothekers en drogisten

De fllmactric« Sylvia Sidney Is door de British-

Gaumont to Londen geëngageerd. Zij zat binnenkort

van California naar Engeland vertrekken.

De Ooïten rij kiene fllmspeelster Leopold ine Kon-

tantin bevindt zich op het oogenblik te Hollywooo

C. W. 5 te AMSTERDAM. Dick Po-

well is den 14den November jaris. Zijn adres

is: Warner Bros Studios, Burbank, Cali-

fornië. Carole Lombard viert haar verjaardag

op den 6den October. Haar ware naam is

Caroline Jane Peters. Zij is met William

Powell getrouwd geweest, thans gescheiden.

Haar adres is 5451 Marathon Street,

Hollywood.

R. T. M. te ROTTERDAM. Het adres

van Herbert Marshall is 5451 Marathon

Street, Hollywood. Hij heeft een contract

met de Paramount, was echter voor de film

„De bonte sluier" aan de Metro-Goldwyn-

Mayer uitgeleend.

Vraag driehonderd acht en vijftig

Er bestaat ergens een meer, waarop

men — hoe wonderlijk dit ook klinkt —

loepen kan. Waar ligt dit meer en welke

wondere vloeistof bevat het?

Voor de goede oplossers stellen wij als

hoofdprijs een lot van de loterij der Jood-

sche Invalide benevens vijf troostprijzen

67 jaar en lenig als een kat.

Hoewel zij stijve gewrichten had,

toen zij 57 jaar was.

Kunt ge Uw teenen aanraken, zonder

Uw knieën te buigen? Zoudt ge dit

kunnen doen als ge 67 jaar zijt? Er

is geen enkele reden waarom ge dit

niet zoudt kunnen, indien ge dezelfde

methode als deze dame volgt om „fit"

te blijven. Zij schrijft: „Toen ik 56

jaar was begonnen polsen en enkels

op te zwellen. Ik was niet meer in

staat mijn hoofd te draaien. Waar ik

er niets voor voelde een „echte oude

dame" te worden, besloot ik een proef

met Kruschen Salts te nemen. Ik heb

het nu regelmatig 10 jaar lang ge-

nomen en ik ben volkomen gezond.

Ik wandel dagelijks 3 ä 4 K.M. of zelfs

meer en kan gemakkelijk mijn teenen

aanraken, zonder mijn knieën te buigen,

wat ik een prachtig resultaat vind, want

in twee maanden ben ik ,67 jaar. Van-

daag vroeg men mij nog hoe ik het

klaar speelde er zoo uitstekend te

blijven uitzien. Mijn antwoord was: Ik

ben een „Kruschenist". Mevr. E. M. P.

Er is een zekere, veilige weg om

„fit" te blijven: „De kleine dagelijksche

dosis". Kruschen is een wetenschappe-

lijke samenstelling van zes minerale

zouten, die Uw afvoerorganen in prima

conditie houden, zoodat alle afvalstof-

fen, die Uw bloed verontreinigen en

Uw gezondheid in gevaar brengen,

langs de natuurlijke wegen volkomen

worden verwijderd. Stralende gezond-

heid voor één cent per dag.

Kruschen Salts is uitsluitend ver-

krijgbaar bij alle apothekers en dro-

gisten ä f 0.90 en f 1.60 per flacon,

omzetbelasting inbegrepen. Let op, dat

op het etiket op de flesch zoowel als

op de buitenverpakking, de naam

Rowntree Handels Maatschappij voor-

komt.

beschikbaar, die zullen worden verdeeld

op een manier, waarbij alle inzenders van

goede oplossingen gelijke kansen op het

verkrijgen van een der prijzen hebben.

Oplossingen a.u.b. vóór 28 December

zenden aan ons adres: Redactie „Het

Weekblad", Galgewater 22, Leiden. De

abonné's uit overzeesche gewesten hebben

tot 28 Februari gelegenheid ons hun in-

zendingen te doen toekomen. Op brief-

kaart of enveloppe gelieve men duidelijk

te vermelden: Vraag 358.

QVVOSSlfiQ

Vraag driehonderd vier en vijftig

De „Eroica" is een door Beethoven ge-

componeerde symphonie, die hij ter eere

van Napoleon schreef.

De hoofdprijs viel ten deel aan mejuf-

frouw P. v. Maaren te Nijmegen, de troost-

prijzen aan den heer D. Holtz te Leiden,

den heer Th. A. Potmeer te Den Bosch,

den heer P. Todeman te Den Haag, den

heer F. de Sterke te Den Haag, mejuf-

frouw C. Westenk te Den Haag.


weest,* spin-jaloersch. En je dacht, dat

als Joan me eens ,goed en smerig

dronken zou zien, dat dat dan wel als

een koude douche op haar zou werken.

Is het niet zoo?"

Watson bevochtigde zijn lippen, zocht

een moment naar woorden en barstte

toen uit, fel en hartstochtelijk:

„Ik aanbid den grond, waarop ze

haar voeten zet..."

„En niemand anders mag dien grond

betreden, hè?" viel Lindley hem droog-

weg in de rede. „Alleen jij moet vrijen

toegang hebben en als er een mede-

minnaar komt opdagen, gebruik je den

eersten gemeenen streek den beste,

die in je op komt, om hem onschade-

lijk te maken..."

Lindley leunde nu naar voren; zijn

oogenschjjnlijke kalmte was van hem

afgevallen en hij siste den ander zijn

woorden toe.

„Ik zal je wat vertellen. Als het

niet om Joan was, zou ik niets liever

doen, dan je op dit eigen oogenblik de

hersens inslaan!"

Watson was zichtbaar bang en toch

was er een koppige trek op zijn gezicht.

„Het kan me niet schelen, of het een

gemeene streek was," zei hij norsch.

„En ik zal je ook zeggen waarom. Het

zou Joan dooden, als ze hier haar leven

moest slijten. Ze is jong, niet veel meer

dan een kind. De eenzaamheid zou haar

gek maken. Jij bent tien, twaalf jaar

ouder en aan dat. leven gewoon. Zij

zou er nooit aan kunnen wennen. Maar

er zou nooit een klacht over haar lippen

komen. Daar heeft ze een te schitterend

karakter voor. Ze zou in stilte lijden en

wegkwijnen — —"

„Ben jij haar beschermer?"

Watson werd vuurrood, maar hij

hield voet bij stuk.

„O, ik weet, dat ik verliefd op haar

ben, razend, smoorverliefd! Maar dat

is de kwestie niet waar het om gaat. Ze

is onder de betoovering geraakt van

het nieuwe, het exotische van Koureya,

omdat het nieuwtje er nog niet af is. En

ze zal misschien ook een poosje onder

jouw bekoring blijven, maar ..."

Hij zweeg abrupt, en de schichtige

blik in zijn oogen verried, dat hij een

woede-uitbarsting of zelfs een aanval

van zijn tegenstander vreesde, maar tot

zijn onuitsprekelijke verbazing was er

alleen maar een triest lachje om Lind-

ley's mond.

„Je staat met je ideeën niet alleen,

Watson." De stem klonk zacht en ver-

moeid. „Is het niet bij je opgekomen,

dat ik er wel eens net zoo over kon

denken? Het stuit me tegen 'de borst,

om er over te praten, maar in de ge-

geven omstandigheden is het beter, dat

je het weet — ook voor je eigen ge-

moedsrust. Eergisteravond — wel, ik

geloof, dat als ik toen één woord ge-

zegd had, dat Joan me zou hebben ge-

accepteerd."

Zijn oogen waren thans naar den

grond gericht.

„Maar ik zei niets," vervolgde hij.

„Ik houd te veel van haar, om haar te

veroordeelen tot iets, waarvan ze de

draagwijdte niet beseft."

Watson staarde hem enkele seconden

verbijsterd aan.

„Hemel nog aan toe!" hijgde hij

toen. „Ik — ik — het spijt me ver-

schrikkelijk, kerel. Ik had geen flauw

vermoeden — —"

„Het kan me geen steek schelen of

het je spijt of dat je er blij om bent,"

onderbrak Lindley hem. „De eenige,

die me wat schelen kan, is Joan. Jij

bent ongeveer van haar leeftijd en zal

haar een prettiger leven kunnen geven

dan ik. Ik geloof, dat je in den grond

een fatsoenlijke vent bent, behalve dan,

dat je krankzinnige jaloezie je parten

speelt. Dus de dingen kunnen blijven

zooals ze zijn — we zullen Joan in den

waan laten, dat ik een drinker ben —

het zal haar helpen — om — om ge-

ringer van me te denken. Je kimt

tevreden zijn met het succes van je...

eh... krijgslist," voegde hij er bitter

aan toe.

Watson slikte. Hij was niet in staat

een woord uit te brengen.

„Maar ik vertel je één ding," ging

Lindley meedoogenloos voort. „Als je

haar ongelukkig maakt en dat komt mij

ooit ter oore, dan mag de hemel je

genadig zijn! Al moet ik er voor van het

andere einde der aarde komen, ik zal

je vinden ..."

Watson knikte als verwezen. Lindley

glimlachte naar de oneindigheid van

den strak blauwen hemelkoepel en ging

met groote stappen heen.

VIL

Maar zijn beproeving was nog niet

ten einde.

Om half zes, terwijl hij bezig was

een rapport te schrijven, kwam Joan

binnen en vroeg:

„Gaan we nog eens naar den zons-

ondergang kijken?"

Hij dwong zich tot een vroolijk ant-

woord.

„Ik moet mijn brood verdienen en

die zonsondergangen lijken allemaal

precies op elkaar," zei hij lachend.

Ze trok een pruillip.

„Het is de laatste keer. Maar natuur-

lijk, als je niet kunt — of wilt — —"

Hij bezweek.

„Ik kan niet verdragen, dat je boos

op me bent," hernam hij, nog steeds op

denzelfden schertsenden toon. „Vooruit

dan maar..."

Ze liepen naar den rand van de pal-

menplantage. Hij putte zich uit in een

stroom van luchtige conversatie — hij

vreesde iedere seconde van stilte.

Joan scheen niet te luisteren. Er was

een afwezige glimlach in haar oogen,

die dwaalden naar ongeziene dingen

achter een verwijderden horizon.

De zon verloor haar gloeiend aureool

en werd een purperen bol zonder stra-

len. De nevelige omtrekken van het

Perzisch scheidingsgebergte sloten

blauwig den verren gezichtseinder af.

Toen werden bol en bergsilhouetten

gelijktijdig uitgewischt en tusschen de

palmen gleden violette schaduwen. De

wereld scheen te vervloeien en te ver-

zachten tot een meer van weemoedige

stilte.

Lindley was niet in staat de be-

veiligende comedie van vlotte conver-

satie vol te houden. Een troosteloos

zwijgen viel over hen. Hij dwong zich

met langzame bewegingen een pakje

sigaretten uit zijn zak te halen en het

Joan voor te houden.

Ze schudde het hoofd.

— 23 -

., „; .._

H

Hier staat U vandaag ... Welken weg

gaat U op? HAV BANK, Schiedam.

Levensverzekering.

VRIEND PIETEMSE^

I

k hoorde deze week van een kennis,

dat de Nederlandsche filmindustrie

J^ -Ji- in de toekomst alleen nog maar

goedkoope films zou kunnen produceeren,

omdat het afzetgebied zóó beperkt is, dat het

voor de producenten onmogelijk is aan hun

kosten te komen."

„Inderdaad brengen onze nationale filmproducten

maar een bescheiden bedrag op.

De productiekosten zullen dan ook aanmerkelijk-

beperkt moeten worden, wil men deze

jonge industrie ooit rendabel maken."

„In Tsjecho-Slowakije worden toch zooveel

films vervaardigd en dat is ook maar

een klein land. Waarom kan dat dan wel?"

„Over het algemeen, Pietersen, zijn ook

de Tsjechische films niet kostbaar. Dan zijn

er ook veel Duitsch sprekende opgenomen;

daarvoor is het afzetgebied veel en veel

grooter. Maar bovendien heeft Tsjecho-

Slowakije achttienhonderddrieendertig bioscopen

en ons land maar driehonderd. Je ziet,

dat de filmindustrie daar een veel grootere

kans heeft."

„En nu is er in Den Haag zelfs weer een

nieuwe filmmaatschappij opgericht. Is dat

niet erg riskant?"

„Stel je gerust, Pietersen. Bedoelde maatschappij

legt zich alleen toe op het vervaardigen

van smalfilms. En daarin zit in

figuurlijken en letterlijken zin nog muziek.

Philips in Eindhoven fabriceert tegenwoordig

de „Philips Cinesonor 16", dat is een

geluidsfilmprojector voor smalfilm op 16

mm. En volgens Philips is thans een geluidsfilmvoorstelling

in de huiskamer binnen

ieders bereik."

„Nou, dan ga ik me eens zoo'n opnameapparaat

aanschaffen. Ik wil toch eens kijken,

of ik geen goede camera-man ben."

„Dan moet je eerst een draaiboek schrijven.

De groote fout van de meeste smalfilmers

is, dat ze maar in het wilde weg

opnemen."

„Ik beloof je, dat ik direct een scenario

ga schrijven. Voor je straf moet je het lezen

ook."

„Goed, Pietersen, laat maar eens zien wat

je kunt."


heeft een kennis uit de hengelclub, een aller-

aardigsten kerel, die hem af en toe komt

opzoeken, doch die de onaangename gewoon-

te heeft te blijven „plakken".

Op een avond was het weer zoo ver en

mijn neef en nicht hadden reeds verscheidene

malen discreet gegeeuwd.

Eindelijk vroeg mijn neef: ,,Zeg, veitel

eens, hoe groot was die visch, dien je on-

langs gevangen hebt?"

,.Zoo, ongeveer," antwoordde de gast,

opslaand en zijn armen uitstrekkend. Haas-

tig greep mijn neef 's mans rechterhand en

zei: ..Jammer, dat je al weg gaat, kerel. Tot

ziens hè, en welterusten."

De man uit Australië: In sommige dee-

len van Australië wonen de menschen zóó

ver van elkaar weg, dat zij elkaar in geen

week kunnen bereiken."

Vriend: ..Dat lijkt me toch wel erg een-

zaam en saai."

De man uit Australië: „Ja, maar het

heeft toch ook zijn voordeelen. Als je daar

bijvoorbeeld een of ander tuingereedschap

van iemand leent, kun je practisch zeggen.

dat het je eigendom wordt."

Tramconducteur: Bent u gisterenavond

nog goed.thuis gekomen, mijnheer?"

Passagier: „Ja natuurlijk. Waarom vraag

je dat?"

Conducteur: „Omdat u opstond voor een

dame en haar uw plaats aanbood, terwijl zij

en u de eenige passagiers waren."

„Ik heb mijn zoontje een half uur gele-

den gestuurd om een kilo pruimen en ü hebt

er mij maar een half pond van gegeven."

„Mijn weegschaal is in orde, hoor me-

vrouw," verzekerde de fruitman, „maar

hebt u uw zoontje al eens gewogen van-

daag?"

In een drukke winkelzaak had een dame

reeds geruimen tijd geduldig staan wachten

tot zij geholpen werd. In antwoord op haar

vraag zei de verkoopster:

„Het spijt mij, mevrouw, maar wij kun-

nen alleen op crediet leveren aan klanten, die

hier al een heele poos zijn."

„O, dan kunt u gerust uw gang gaan,"

zei de dame opgewekt, „want ik ben hier

zeker al meer dan een half uur."

Vader: „Waar is toch dat kleine keuken-

trapje?"

Moeder: „O. daar heb ik Jantje mee zien

sjouwen."

VWer: „Dan zal het wel in den kelder

staan bij de plank van de jam."

De chef gaf een van de dames typistes een

geducht standje. ,.U bent hier 's morgens de

laatste, die komt. en 's middags de eerste,

die weggaat."

Waarop de jongedame vrijmoedig ant-

woordde: ,,U zoudt toch niet willen, dat

ik tweemaal per dag te laat was, wel?"

-.i;;«,..':,-. ,.,...£■ ..,..._ ... '.. ..

,,Neen, dank je."

Als haar stem maar niet zoo zacht

en lief was, niet zoo wanhopig lief! Hij

zei het tegen zichzelf, alsof hij een

lichamelijke pijn trachtte te onder-

drukken.

„Morgen om dezen tijd — —," ging

ze droomcrig voort. Toen: „Ben je

nooit beu van Koureya?"

„Soms."

„Ik denk, dat het wel verschrikkelijk

eenzaam is."

„Ik ben er gewend. Ik ben over het

ergste heen."

„Je moet hier nog verscheidene jaren

blijven, niet?"

„Vermoedelijk wel."

Er volgde een lange pauze. Daarop

haar zachte, zoete stem weer:

„Ik heb een geweldige bewondering

voor mannen als jij, die hun werk doen

op zoo'n verlaten plek, ver van alle

beschaving..."

Hij tipte de asch van zijn sigaret.

Na deze beweging werd hij haast wezen-

loos stil.

„Ik zal deze veertien dagen nooit ver-

geten." Er waren tranen in haar stem;

ze staarde recht voor zich uit en sprak

heel langzaam. „Het was zoo heel

anders dan alles wat ik tot nu toe ge-

zien en beleefd heb."

„Ik ben blij, dat je van je verblijf hier

genoten hebt." Zijn woorden waren dof

en leeg.

.J e — J c bent heel hartelijk geweest,

voor vader en voor Gerrie en voor mij.

Ik kan je niet genoeg danken. Ik heb

nooit iemand ontmoet —•"

Met een scherp rukje hield ze den

adem in en wendde het hoofd naar hem

— glimlachend met de lippen, omdat

haar oogen gesluierd waren door een

mist.

„Ik heb nooit iemand ontmoet —"

Zijn armen bewogen. Hij dwong ze

tot strakke onbeweeglijkheid. Hij hield,

over haar hoofd heen, den blik gericht

naar het donkerende groen van den

horizon. Hij durfde niet naar haar

te zien ...

Toen ze weer sprak, was het in een

zachte, maar besliste fluistering.

„We moeten gaan. Ik dank je, dat

je mee bent gegaan."

Over een half uur zouden de gasten

vertrekken. Over een half uur zou hij

aan den oever van de Tigris staan en

de motorboot nakijken, die zijn puf-

fenden weg stroomafwaarts aanving, ter-

wijl zijn drie gasten zouden wuiven, tot

ze vervaagden tot een verwarde vlek.

Het zou een afscheid voor eeuwig zijn...

Er was iets van verstikkenäe, leege

eindeloosheid aan dat woord. Het wekte

de voorstelling van een zwarte tunnel,

die naar het einde van den tijd liep.

Vanavond zou het ergste zijn. Lang-

zaam zou hij terugdrijven naar de

mechanische routine van eenzame maal-

tijden, boeken, spelletjes patience, al-

leenspraken, om niet te vergaan in de

almachtige geluidloosheid van den

avond ,— een verheerlijkt visioen van

wat had kunnen zijn, als hij door de

rookwolken van zijn pijp staarde. Het

werk op de plantage zou hem absor-

beeren in zijn dagelijksche eenvormig-

heid. . ..

-24 - N

Maar als dit leven eentonig voor hèm

was, hoe moest het dan wel voor Joan

zijn ? Een moordende gevangenschap —

een ander woord was er niet...

VIII.

Watson en Falkner waren naar de

aanlegplaats om toezicht te houden, ter-

wijl een deel van hun bagage reeds in

de motorboot werd geborgen. Joan was,

zooals Lindley wist, bezig een valies in

te pakken met Josephs assistentie. Spoe-

dig zou ze Koureya vergeten, al mocht

ze nu nog zoo vast gclooven er met hart

en ziel aan verbonden te zijn. Ze zou

nieuwe dingen zien, nieuwe menschen

leeren kennen. Zoo is de weg der

jeugd nu eenmaal...

Hij leunde loom tegen den stam van

een palm op het erf, toen hij Joan

op zich zag toekomen. Heur haar

glansde zilverig in het verdwijnende

avondlicht.

Hij glimlachte tegen haar en zei,

kwasi opgewekt:

„Nu hebben we niets anders meer te

doen dan een handje te geven en

goeiendag te zeggen!"

Joan glimlachte niet. Ze keek hem

aan met dien vasten blik, dien hij zoo

goed kende en het duurde verscheidene

seconden eer ze sprak.

„Ik moet iets met je bepraten. Maar

niet hier. Ergens waar we niet gestoord

worden."

„Vanwaar die ernst opeens?" poogde

hij luchtig te vragen, maar zijn stem

klonk beverig.

Ze antwoordde niet, maar ging hem

voor naar de plantage.

Toen ze onder de boomen waren,

sprak ze weer. Haar heele wezen leek

gespannen; sterke krachten, machtiger

misschien dan haar wil, moesten aan

het werk zijn achter het masker van

haar voorgewende kalmte.

„Ik heb iets van Joseph gehoord,"

begon ze. „Hij moet je bijzonder zijn

toegedaan: Wat hij me vertelde, had

hij; van Serenath, zei hij en Serenatb

had het hèm verteld, omdat jij het

toch al wist."

Lindley schrok. „Wat bedoel je?"

„Je was niet dronken gisteravond.

Als je werkelijk dronken was geweest,

och, zou het je kwalijk te nemen zijn?

Ik was eerst wel erg geschrokken, maar

hoe meer ik er over nadacht, hoe beter

ik het kon begrijpen. Maar," even

lichtte er een spoor van een lach in

haar oogen, „ik ben wel èrg blij, dat

het niet zoo was. Gerrie gaf Serenath

een tablet om in je whisky te gooien."

Lindley vertrok zijn gezicht in een

gi'ij" 5 -

„Het was alleen maar een mop, zei

hij. „Watson bedoelde geen kwaad. Het

was een mop — anders niet!"

De nieuwe Hollandsche film

„HET LEVEN IS NIET

ZOO KWAAD"

met Lou Bandy en Fientje de la Mar,

gaat met Kerstmis in roulatie en wordt

uitgebracht door N.V. Filma - Amsterdam

.L

hieuvAP ^^^zR

Be Universal Filmmaatschappij te

Hollywood zal de Sienkiewicz-

roman „Quo Vadis?" verfilmen. In

de zwijgendefilm „Quo Vadis?" speelde in

1924 Emil Jannings de rol van Nero.

Productieleider Hunt Stromberg heeft

Janet Gaynor

voor de Metro-

Goldwyn-

Mayer te Cul-

ver-City geën-

gageerd. Zij zal

de hoofdrol ver-

tolken in,.Small

town girl",

Hans Albers

zal onder regie

van Gustav

Ucicky de

hoofdrol spelen

in de Ufa-toon-

JANET GAYIMÓR

film „Casano-

va". De opna-

men beginnen in Januari a.s.

Gretl Theimer zal de hoofdrol vervullen

in de Maxim-film „Donaumelodien", welke

in Boedapest wordt opgenomen.

Esther Ralston en Tobi Wing werden

geëngageerd

voor de Repu-

blic-film „House

of danger".

Ginger Rogers

en Fred Astaire

vertolken de

hoofdrollen in

de Radio-film

„Follow the

fleet".

In deR.K.O.-

film „Mother

Lode" speelt

Richard Dix de

mannelijke

hoofdrol.

De Duitsche componist Will Meisel is

geëngageerd door Warner Bros.

In de Columbia-film „Hell ship Morgan"

zal George Bancroft een belangrijke rol

uitbeelden.

Jack Oakie en Alice Faye spelen de be-

langrijkste rol-

len in de Fox-

20th Century-

film „King of

Burlesque".

In „Les peti-

tes alliées", een

film welke te

Parijs wordt op-

genomen, ver-

vullen Madeleine

Renaud, Mireil-

le Perrey, Mar-

the Mussine en

Germaine Webb

ALICE FAYE

ESTHER RALSTON

de hoofdrollen.

Regisseur is Jean

Dréville.

Daniel Defoes „Robinson Crusoe" zal

door de Republic'Film opgenomen worden.

George Arliss speelt in „The mind of

Mr. Reeder", een film die te Londen opge-

nomen wordt, niet alleen de hoofdrol, maar

hij heeft tevens de regie.

„Maar waarom heb je me dat dan

niet verteld?"

Haar oogen lieten niet van hem af

— er was iets dwingends in hun uit-

drukking.

,Juist, omdat het niet anders dan

een mop was, heusch! Maar je moet

nu gaan, Joan. Ze wachten op je ..."

Zonder het te weten, schreeuwde hij

de woorden uit — hij schreeuwde, om-

dat hij bang was voor zichzelf.

„Neen, ik ga nog niet," antwoordde

ze vastbesloten. „Ik wéét, dat het géén

grap was. Gerrie deed het, omdat hij

jaloersch is. Waarom heb je me het

niet verteld? Waarom wilde je me in

den waan laten, dat je aan den drank

verslaafd was ? Kijk me aan en zeg

me de waarheid!"

Hij kón haar niet aankijken. Zijn han-

den waren ineengeklemd en hij trilde

op zijn beenen.

Toen verhief ze haar stem en

hartstochtelijk, met brandende, droge

snikken, kwamen haar woorden.

„Wil jij het niet zeggen ? Wel, dan

zal ik me door domme conventie niet

laten weerhouden! Het gaat om mijn

leven en om jouw leven en daarom

heb ik recht om de waarheid te weten!

Het kan me niet schelen — het kan me

geen steek schelen wat je van me

denkt. Ik houd van je ..."

Zijn handen maakten een hulpeloos

gebaar in de lucht. En met een uit-

dagenden klank in haar stem sprak ze

verder.:

„Ik geloofde, dat je om me gaf, maar

er was iets dat — toe, waarom zeg

je het me niet... waarom zeg je het

me niet ?"

Zijn woorden kwamen schor en

moeilijk.

„Je begrijpt het niet, kindlief. Dit

verlaten oord — de eenzaamheid —

het eentonige bestaan "

Ze wachtte niet tot hij uitgesproken

was.

„O, dacht je, dat ik Gerrie's bedekte

toespelingen niet begrepen heb ? Zijn

gepraat over het nieuwtje, dat er gauw

af zou zijn, en de stilte, de eeuwige

leegte, het moordende klimaat en weet

ik wat al meer. Dacht je, dat ik een

kind ben, dat ik me door ieta

anders zou laten leiden dan door mijn

eigen sterk gevoel ? Dacht je, dat ik

niet weet, dat geluk niets te maken

heeft met de plaats, waar je woont of

j met rijkdom of andere uiterlijke dingen ?

Moet ik je misschien vragen — of —

of je van mij houdt?"

„Hemel," riep Lindley met ver-

stikte stem; „of ik van je houd? De

wereld is niet groot genoeg om te om-

vatten wat ik voor je voel. Maar ik kan

niet toestaan —"

Ze legde haar hand op zijn mond.

„Je zult me moeien toestaan bij je

te blijven, al was het je lot hier te

wonen tot het einde der dagen." En

lachend voegde ze er bij: „Maar vóór

dien tijd zullen we wel wat dichter

naar de bewoonde wereld verhuizen!"

Van den kant van de rivier klonken

stemmen: „Lindley! Joan!"

Falkner en Gerald kwamen hen

zoeken.

Het meisje nam Lindley bij de hand

en trok hem mee naar den rand van

de beplanting. Toen de beide mannen

25

„ ... , • Vl^VJT

NOOIT MEER VETWORMPJES

door eenvoudige zuurstofbehandeliag

zeil toe te passen.

Vetpuistjes, uitgezette poriën en der-

gelijke huidontsieringen beteekenen, dat

de huidporiën door onzuiverheden ver-

stopt zijn en de onderhuidsche weefsels

niet goed functionneeren.

Alleen natuurlijke, zuiverende zuur-

stof kan dit kwaad genezen. Wanneer

U een flinken lepel Radox door Uw

waschwater mengt, ziet U de zuurstof

die Radox vrijmaakt, in sprankelende

belletjes naar de oppervlakte komen.

Deze verfrisschende, geneeskrachtige

zuurstof zal Uw arme, verstopte huid-

poriën openen en zuiveren, en de onder-

huidsche weefsels en kliertjes bereiken,

waarvan de algeheele gezondheid der

huid afhangt.

Deze weefsels worden door Radox

gevoed en versterkt, waardoor de ge-

heele huid als 't ware verjongt. Probeer

Radox vanavond nog. Om vetpuistjes

of rimpels onmiddellijk te verwijderen

is de eenvoudige gebruiksaanwijzing

bijgesloten. Als algemeene schoonheids-

behandeling hoeft u niets anders te

doen, dan telkens, wanneer U het ge-

zicht wascht, wat Radox door het water

te mengen. Binnen enkele dagen zult u

verwonderd zijn over Uw eigen teint:

jeugdig, zacht en elastisch, zonder

eenige ontsiering.

Radox is verkrijgbaar bij alle

apothekers en drogisten ä f 0.75 per

pak, omzetbelasting inbegrepen. Nu

ook verkrijgbaar in kleine pakjes ä

f 0.121/2.

Imp. N.V. Rowntree Handels-Maat-

schappij, Heerengracht 209, Amster-

dam C.

hen zagen, keken ze alsof hun oogen

een wonder aanschouwden.

„Hier zijn we," zei Joan. „Ik ben

klaar om mee te gaan. Maar ik kom

hier spoedig terug, om te blijven zoo-

lang Simon blijft, want ik ga met hem

trouwen . . ."

Vtrivacht;

„CHINA SEAS"

Metro-Goldwyn-Mayers grootsch opgezette

avonturenfilm van bijzonder formaat, waarin

drie stars voor de eerste maal samenspelen:

CLARK GABLE. JEAN HARLOW

WALLACE BEERY

Regle: TAY GARNETT

^fjj^^^^^^^—^^^—^^^^^^^^^^^^^^


hei leven een mimi woipdü

De ptins der kappers.

De naam van dien prins is Antoinc,

voor het nag-eslacht Antoine I waar-

schijnlijk. Een anderen naam schijnt

hij niet te bezitten, voor de vrouw is er

trouwens maar één enkele: de dictator,

wiens orders blindelings worden gevolg-d.

Hij regeert over alle vrouwen der wereld,

die hem met hart en ziel onderworpen zijn.

Is het niet de geheime wcnsch van alle

vrouwen — wat de mode betreft ton minste

— de sterke hand van den leider te voelen?

Antoine vond het „coup de vent"-kapsel

uit. In minder dan geen tijd droegen alle

jonge dames, van Kaap de Goede Hoop

tot aan Groenland, een coiffure, die hen

helaas deed lijken op een poedel, die uit

het water komt. Toen decreteerde Antoine

krullen in den nek. Onmiddellijk, zonder

tegenstribbelen, voegde elke vrouw een ver-

lenging aan haar permanente golf toe, eer.

watergolf, die van het permanente alleen

den naam heeft, daar de vernieuwing er

van een welkome aanleiding is, haar afgod

of diens discipelen enkele keeren per maand

te gaan bezoeken!

Antoines laatste vinding is het krullende

kapsel, dat al het effect op een kant van

het hoofd concentreert, terwijl de andere

zijde van het haor glad over het oor wordt

gestreken on een stevige houvast biedt

voor het kleine on schuingeplante hoedje.

Doch niet alleen aan het haar wijdt An-

toine zijn zorgen — hij heeft fabrieken en

chemische laboratoria en experimenteert al-

tijd maar door om verjongingsmiddelon

voor het uiterlijk uit te vinden.

In zijn schoonheidsinstituut, 'n modern ge-

bouw bij de Opéra in Parijs gelegen, troont

de groote chef in een particulier bureau. De

modewerksters ontvangen de klant, jonge

vrouwen met verpleegsterscostuums en ge-

DE PRINS DER KAPPERS

zichten als filmsterren. Zij zijn het, die het

dagelijksch werk uitvoeren, de meester

komt slechts af en toe een kijkje nemen en

oen advies geven. Men dient al wel zeer

hoog in het boek van den adel of dat van

den dollar te zijn aangeschreven, wil An-

toine zichzelf met het naar nieuwe schoon-

heid dorstende slachtoffer bezighouden. Dan

neemt hij een geïnspireerde houding aan,

hij schudt zijn lange blonde haren, verdraait

zijn ringen en glinsterenden armband en

kijkt vaag in de verte, tot plotseling het

geniale idee bezit van hem neemt en hij

met drie karamestreken een fiatteerende

haardracht heeft uitgevonden.

Alles wat tot de banaliteiten van het vak

behoort, zakelijke besprekingen, rekeningen,

bestellingen, wordt door zijn zakenadviseur

behartigd, die in het dagelijksch leven Ma-

dame Antoine heet. Zij draagt strenge tail-

leurs, een gesteven boord en een monocle.

Verder is er nog de secretaris, een jonge

Griek van werkelijk klassieke schoonheid,

die de leiding heeft van de fabriek, die even

buiten de stad gelegen is, en waar alle too-

vermiddelen bereid worden, die Antoine

voor zijn metamorphoses noodig heeft.

Een prachtige limousine brengt er ons in

weinig tijd. Het gebouw ziet er uit als een

groote landvilla, de ontvangkamer lijkt op

i«#H

een boudoir uit een futuristische film en

de fabrieksruimten doen denken aan een la-

boratorium. Alles glimt er, glazen buizen en

nikkelen staven, hooge retorten en ver-

koperde bakken. Ook hier zijn alle bedien-

den in het wit gekleed.

Achter het huis is een niet al te groote

tuin, die behendig omgetooverd is tot een

hoek van een groot park. De illusie is vol-

maakt, met de hooge heesters en de dub-

bele rij hooge boomen op den achtergrond.

Daar houdt de meester van het huis zich

het liefste op, tenzij hij zich in zijn geheel

met glazen wanden bekleeden studeerkamer

terugtrekt, die het licht van de paarse ven-

sterglazen weerkaatsen. De weinige sier-

meubelen zijn eveneens van spiegelglas en

de enorme rustbank is met kostbare dieren-

huiden bedekt. Het schrijfbureau, met gla-

zen dek, wordt van onderen verlicht. Als

decoratie een enkele zwarte pul met groote

witte bloemen en een negerplastiek.

En daar is het dat de meester urenlang

mediteert over de welige, doch onopge-

maakte haarpruik van een houten manne-

quinkop en hier worden de nieuwe lijnen

van het kapsel geboren, de ondulaties en

de wrongen en de krullen, die morgen heel

de vrouwenwereld in opschudding zullen

bron gen.

Een studlohoeltje In d«

Parijiche villa van An-

toine, met de beroemde

glazen doodkist, door La-

tique vervaardigd, met

kostbare bontvellen ge-

voerd en als rustbank In-

gericht. Aan den muur een

portret van Antoine als

Perzische prin»,geschilderd

door Kees van Dongen.

■ ' ■. ■ . :-'■• : -

EENNIEUW

FILM KI ND

Nu de Fox-Filmmaatschappij in het gelukkige bezit is van het kindersterretje Shirley

Temple, een bezit dat haar jaarlijks millioenen dqllars inbrengt, is iedere filmonder-

nemingop zoek naar filmkinderen. Paramount heeft den kleinen Baby Leroy, die al aardig

op weg is even populair te worden als zijn kunstzuster Shirley, en Metro Goldwyn Mayer

heeft de kindergroep Our Gang, bovendien Freddy Bartholomew, die op zoo'n voortref-

felijke wijze de hoofdrol vertolkte in David Copperfield-Thans heeft ook de Warner Bros

haar „ster in zakformaat". Het is de kleine Sybil Jason. Het zesjarige Engelse he meisje

heeft een buitengewoon komisch talent Zij is te Kaapstad geboren en met haar ouders

op vierjarigen leeftijd in Londen gaan wonen. Ze debuteerde in een Engelsche film als

figurantje, trok echter de aandacht van Irving Asher, den directeur der Warner Bros

studio's bij Londen. Hij zond een proefopname naar Hollywood en Sybil kreeg haar

Amerikaansche contract.

Zij zingt en danst alleraardigst, maar vooral haar imitaties van groote sterren zijn

buitengewoon. Zij treedt te Hollywood het eerst op onder regie van Michael Curtiz in

de film „Schattebout".

. : - ' ' ' : - - m^ H_^___H--_^_^_^_--_^—. ■■^■H

— 27 -


mmmmmmm^^mmmmm

RUBY KEELER

DE ECHTGENOOTE VAN AL JOLSON. ZAL DIT SEIZOEN WEDEROM DE HOOFDROL VERVULLEN IN EENIGE WARNER BROS-FILMS

PgpPtiiiwB^ ■ ' ^WTPaW 1

^E ÜQO^JYE

UIT HÊT GnG€LUH von

Lindsay keek naar de schets. Ze stelde

stroomend water voor en boomen, die wuif-

den in den wind. Het water stroomde en de

boomen waaiden werkelijk. Er zat leven en

beweging- in de voorstelling-.

„Een jonge Amerikaan," vertelde Mr.

Smith. „Een oude vriend schreef me over

hem en zijn vrouw. Het waren sympathieke

jongelui. Ze hadden geen geld en kenden

niemand. Er waren twee babies. Zijn naam

was Lee Abinger. De vrouw heette Mdrian.

Dank je." Hij pakte de schets aan en deed

de portefeuille weer dicht.

Lindsay voelde het bloed naar zijn ge-

zicht stroomen.

„Meneer!" barstte hij uit.

Mr. Smith knikte.

„Misschien toeval — misschien niet. Wij

zullen er meer van hooren als Garratt ont-

dekt heeft wanneer Mrs. Manning den

naam Mrs. Manning gekregen heeft."

„Wat is er van de Abingers geworden?"

vroeg Lindsay nerveus.

Mr. Smith legde de portefeuille naast zijn

stoel op den grond.

„Ik ben daaromtrent niet voldoende in-

gelicht. Ik was destijds in het buitenland...

eh... in Rusland. Toen ik terugkeerde, werd

mij verteld, dat Lee Abinger dood en zijn

vrouw hertrouwd was. In die omstandighe-

den leek het mij beter niet te schrijven.

Trouwens, ik wist ook geen adres."

Garratt vischte een notitieboekje uit een

zijner opgepropte zakken.

„Waar woonden zij toen u hen kende?"

„Earl's Court," antwoordde Mr. Smith.

„Op kamers..." Hij sloot de oogen. „De

pensionhoudster, die altijd aan de deur

kwam, had rood haar. Ze was een lersche;

ze heette Carroll, Mrs. Carroll, Frederick

Street, Earl's Court."

Hij opende zijn oogen weer en staarde in

't vuur.

„Ik ben bang dat ik het nummer niet

meer weet."

Het notitieboekje verdween weer in den

Een opname-pauze tij-

dens het verfilmen van

„Eiken avond 8 uur ".

De hoofdrolvertolksters

Patsy Kelly, Alice Faye

en Francis Langford dra-

gen zeer elegante toi-

letten, waarmeeze voor-

al niet mogen gaan zitten

om ze niet te kreuken.

Men heeft dus deze drie

eigenaardige stoelen

voor hen geconstrueerd,

opdat zij toch een beetje

rust kunnen nemen.

- 29 -

zak met den fel gekleurden zakdoek,

„Nu, dat is dan de eerste keer in de ge-

schiedenis," meende Garratt. „Ik heb tot

nog toe nog nooit meegemaakt, dat u iet:--

vergeten was. Als 't nummer u te binnen

schiet, haal me dan niet midden in den

nacht uit mijn bed, ik kan wachten." Hij

draaide zich op de leuning van den stoel

om en keek Lindsay aan. „Nu, mijn jongen,

tot nu toe hebben we onzen tijd verbeu-

zeld. Laten we tot zaken komen! We zul-

len Drayton en de dames voorloopig laten

rusten; hoe staat het met Restow?"

Mr. Smith vlijde zich weer in zijn stoel

als om in te sluimeren.

Lindsay ontmoette den stalen glans van

Garratts oogen met zijn vriendelijksten

glimlach.

„Ik weet het niet," zei hij.

Garratt snoof.

„Je bent naar dat vervloekte huis gegaan

om Restow in de gaten te houden en komt

me hier aanzetten met een kletspraatje van

„ik weet het niet". Luister naar me, dan zal

ik je op weg helpen. Iemand geeft Madame

Ferrnns instructies. Dat meisje Manning-

van jou, kordate luistervink — hoort alles.

Vertel me nu eens precies — was het

Drayton of Restow?"

„Drayton." •

„Weet je 't zeker?"

„Ja, eerst twijfelde ik, maar nu weet ik

het zeker."

„Toen die Madame Ferrans je op de

boot waarschuwde — waarschuwde ze je

tegen Drayton of tegen Restow?"

„Ik dacht tegen Restow — nu zou ik het

niet met zekerheid durven zeggen."

„En wiens kamer grensde aan de jouwe,

toen je die slang in je bed vond?"

„De kamer van Restow," antwoordde

Lindsay.

„Was Drayton niet in Parijs?"

Lindsay glimlachte.

„Ik weet het niet. Restow gaf me te ver-

slaan, dat hij er was."

„Het ligt voor de hand dut Restow rial

zou zeggen, als hij zijn sporen wilde uit-

wisschen! Laten we nu even teruggaan.

Toen Drayton je op die afpersingsgeschie-

denis afstuurde, heeft hij je toen klaar en

duidelijk gezegd, dat Restow er achter

zat?"

„Het lijkt me niet verstandig onbegrensd

vertrouwen te stellen in wat Drayton be-

weert."

„Denk ook met den anderen kant van je

hersens, Lin! Drayton ziet er zeker niet

tegen op om te liegen als het in zijn kraam

te pas komt — maar hij liep toch de kans,

dat je achter zijn rug naar Restow zou gaan

en,zeggen: „Vertel me eens, oude heer, hoe

zit dat met dat afpersen van Gladisloe?"

Dat riskeerde hij toch, nietwaar — tenzij

Restow er achter zit —- dut wil dus zeggen,

^^^M——--——^^^^^— ^^^^^^^^

•.


SCMERK

Mystikum Poeder 0,50,

0.95, 1.50. Mystikum

Compact 0.60 • Een

mooi gevormde roode

mond met Sdierk lip-

penstift • Trisena-Cre-

me maakt de huid

wonderlijk mat. Pro-

beert U het eensl

lMhh~wdd

Een blaak gelaat met blauwe oogen en blonde haren, daarbij naturel Mystikum

Poeder en een zweempje Blonde-Rouge - en ziet, zoo maakt men zich mooi vol-

gens de Scherk-tabel. Probeert het eensl U vindt spelenderwijs de harmonische

volmaking Uwer schoonheidI Want, blond, bruin, zwart of rossig: Mystikum Poeder

en Mystikum Compact volgens de Scherk-tabel passend bij de kleur van haar,

oogen en teint gekozen, vormt Uw type en maakt U tot een bijzondere boeiende

verschijning. Het is volkomen onzichtbaar, beschermt de huid tegen stof en vuil en

verleent haar het voornaamste: de persoonlijke noot. Zendt U Uw nauwkeurig

adres aan de Firma S. Blindeman & Co., v. Baerlestraat 89, Amsterdam. Wij

zenden U kosteloos de interessante Scherk-tabel.

Nyriikuni

tenzij Restow de Gier is." De laatste

woorden sprak Garratt langzaam en op na-

denkenden toon uit. „Dat is al dien tijd mijn

theorie geweest. Neem de periode, waarin

de Gier 't drukst in actie was — van 1915

tot 1922. Drayton was'toen bij Lewindorf.'

„Dat ben ik niet met u eens," wierp Lind-

say snel tegen. „Ik geloof niet dat de Dray-

ton, die bij Lewindorf was, dezelfde is als

de Drayton, die nu bij Restow is."

Garratt sloeg zich op de knie.

„Je hoeft het niet te gelooven, als je niet

wilt! Luister liever maar eens. Drayton was

boekenwurm bij Lewindorf. Waar was Res-

tow tosn?... Dat zal ik je vertellen. Restow

was op tournee, om het zoo maar eenste

noemen. Hij verdween in de lente van '15

op een sensationeele manier, dook in '19

weer op, was in '20 weer onvindbaar —

herrees in het voorjaar van '22 temidden

ven een stralenkrans van millioenen. In de

tusschenpoozen was hij in Madrid — Parijs

— Warschau — Nisjni Novgorod — Sici-

lië _ Weet ik waar; misschien wel in Tim-

boektoe. Soms had hij millioenen en soms

geen penny. Als Restow de Gier niet is,

wil ik er ik weet niet wat om verwedden,

dat het hem moeilijk zal vallen met een

behoorlijk alibi voor den dag te komen.

Herinner je dea nacht in dat dorpje in

Noord-Frankrijk, toen we dachten den Gier

zoo goed als te pakken te hebben? Nu,

vraag jij Restow eens met mijn vriendelijke

groeten hoe hij kans zag weg te komen.

Verdraaid, dat zou ik dolgraag willen

weten!"

HOOFDSTUK XXXIV

Lindsay liep terug naar Blenheim Square.

De avond was guur en koud. Er was geen

misi. Het schijnsel van de lantaarns viel

WJCH^ÄM©« voor toilettafel en poederdoosje

Mystikum Compact Poeder en rouge in vasten vorm

helder op de donkere, natte straten. De

theaters waren uit en de^ straten werden

leeg. Hij stak door een smalle dwarsstraat

naar Leonard Streeft over, toen hij voet-

stappen achter zich hoorde.

Het idee geschaduwd te worden was

allesbehalve aangenaam. Terwijl hij zijn

pas versnelde, hoorde hij de voetstappen

ook vlugger gaan en iemand riep hem na

met „Fothering". Hij keek over zijn schou-

der en zag een jongeman langs de laatste

lantaarn loopen. Hij liep hard. Het schijn-

sel viel op een bleek, scherp gezicht en op

een hoogen hoed, die achter op het hoofd

hing, op een witte das en een donkere

overjas, die hoog toegeknoopt was. Lind-

say had den man nooit eerder gezien. Hij

bleef op hem wachten.

Het straatje, dat nog geen honderd meter

lang was, lag. geheel verlaten. Lichten

brandden in de bovenvensters van de hui-

zen, maar de benedenverdiepingen waren

in duisternis gehuld.

De jongeman kwam hijgend naar Lind-

say toe.

rjlc _ ik zag je vanuit mijn taxi. Je —

je "loopt zoo deksels vlug," mopperde hij.

„Ja, 't is al laat en ik moet tijdig binnen

zijn," antwoordde Lindsay vriendelijk.

„We kunnen beter voortloopen," hernam

de" jongeman. „Ben je niet geschaduwd?"

„Waarom zou ik geschaduwd worden?'

Het antwoord kwam met een zenuwach-

tigen lach.

„Dat zijn zoo zijn manieren. Alsof,je dat

niet weet!"

„Misschien is het niet verstandig namen

te noemen," opperde Lindsay, bij wijze van

wenk.

^ ja __ ja. Zeg — mijn zenuwen zijn ge-

woon op! Je denkt toch niet, dat iemand

ons in de gaten heeft?"

- 30 -

"deineen!

"ja, mijn zenuwen zijn kapot. Misschien

heb ik te veel gehad. Dacht jij dat ook?

Hij verspreidde een geur van alcohol om

zich heen. Terwijl ze verder liepen, wilde

hij Lindsay een arm geven.

Ja, ik heb te veel gehad," herhaalde hij,

zwaar' leunend op den arm, dien hij vast-

hield — „Je moest kunnen weten, wanneer

je er mee moet uitscheiden." Hij bleef staan

en zijn beverige hand poogde een gebaar

van nadruk te maken. „Ja, dat mpest je.

„Je deed beter naar huis te gaan,' ried

Lindsay. . VT.

Neen " sprak de jongeman beslist. „Niet

naar huis - kan thuis niet slapen. Met

beide handen omvatte hij Lindsays arm.

„Worden wij niet geschaduwd?'

Neen. Waarom in vredesnaam?'

"Dat weet je wel. Maar ik moet me be-

heerschen. Beroerd, als je je zoo ellendig

voelt."

„Hoe komt dat dan?

De jongeman hing half op hem.

Dat hoef ik jóu toch niet te vertellen!

Het is immers niet zoo lang geleden, dat je

in hetzelfde bootje zat. Smerig baantje om

aan iemand te geven, wat? Ik bedoel...

Hij richtte zich op en maakte weer een on-

zekere handbeweging. „Ik bedoel - het is

toch geen baantje voor een fatsoenlijk

mensch. Nou jij?" „ ,

Och ik weet het met, antwoordde

Lindsay. Hij wist het ook niet, maar brand-

de van nieuwsgierigheid om het te weten.

De jongeman ging op het trottoir zitten,

verborg zijn hoofd in de handen en barstte

in tranen uit.

Lindsay keek de straat af. Er was geen

sterveling te bekennen. Hij ging naast den

jongeman op het trottoir zitten en klopte

hem op de schokkende schouders.

„Men wil ten slotte toch graag gentle-

man blijven, nietwaar Froth?"

„Natuurlijk," gaf Lindsay toe.

„En het is geen werk voor een gentleman

een ander zijn papieren af te stelen, wart

Dat hangt van de omstandigheden at,

verklaarde Lindsay voorzichtig.

De jongeman hield op met snikken Hij

duwde zijn hoed nog verder naar achteren

en kwam wat overeind.

Om-stan-dig-heden." Hij sprak t woord

langzaam en plechtig uit. .Ver^aid

Froth die arme Ferdinand - met dat het

'n vriend van mij was-neen. * ^ «Jen

armen kerel nooit eerder gezien.. Maar da

doet er ook niet toe. Als een arme kerel

doodgeschoten is, is het dan fatsoenlijk om

zijn papieren te stelen? Zeg nu zelf?

Hij klopte Lindsay op diens borst en

schudde met dronkemans-aandoenhjkheid t

Lindsay tintelde van het hoofd tot de

voeten. „ . , ..

Die arme Ferdinand Schreck zei hij.

De jongeman deinsde verschrikt achter-

Ult 'stil toch - noem geen namen," waar-

schuwde hij hortend., „Niet gentlemanlike

om namen te noemen. i inrjcav

Och onder vrienden, meende Lindsay

luchtig.' „Maar heb je de papieren ge-

kregen?" . p_„

„Natuurlijk kreeg ik. die papieren -En

geïsch edelman - toerist - hoopen geld

_ niemand heeft argwaan. Maar geen -

werk van een gentleman. Neen!

Hij had het je niet moeten vragen.

(Wordt vervolgd)

^i__-

mmm^mm i

G. J. DE MUNNIK

Energico

MENSCH, LEEF JE LEVEN H

- * .r

-■■■■.

ADR. NUGTEREN

^^■=feiEEJ

*=f H^J-^ vr

i £S

f

f I ' Men; Mensch, leef je Ie - ven en durf te ge - nie - ten. Stoor je aan 't oordeel van

Komt soms de las-ter met slui-pen-de schre-den Tracht je t'ont-ruk-ken je

y-M^ jj |^p^^^^ i ^f

mm^mm §

^Èm

f *f'^r*

an - de-ren niet! Wees niet kleinzielig, maar al - tijd: je - zél-ve! t zij in je vreugd of in zorg of verdriet

naam en je eer. 't Hoofd dan omhoog en niet moe - dc-loos mok-ken, toon je om - ge-ving een krachtig verweer

g n fH—u *—•■

* f

PP

i

-^ ¥

m

*—*

i^l

m T n ^=T-^

^ f W f ^

't Hoofd steeds om-hoog, voel je nim - mer-ver - sla - gen,

Denk dan: aan ie - der zal wel iets man-kee-ren,

U:

1

r ui r

Zé: £M ^ f' r' n i^n^-Mw

»f

öi

i

Recht op je doel af, zij steeds ie-ders stre-ven Mensch,

Hou steeds voor oogen de leus hier ge-ge-ven! Mensch,

m IP*

Of als de zorgen je knellend omvatten,

dreig je in 't leven ten onder te gaan?

Stoor je dan nooit aan wat änderen zeggen,

Tracht j'er manmoedig doorhenen te slaan.

Baken den weg af, dien je wilt betreden.

Treur nimmer om het voorbije verleden.

Blik steeds vooruit! dit zij immer Uw streven,

Mensch, leef je leven!!

Auteursrecht voorbehouden.

Het R.K. Matrozen Knapenkoor voor

Sprenger't Microphone!

H^Mi

Ie- der moet steeds ei- gen zor- gen toch dra-gen?

dit zul je tel - kens en tel - kens weer lec - ren I

leef je

leef je

Ie

Ie ven !

-I L

ff I jjjÏËJ ü^ f

PS

& iijiii^fw

Mensch, leef je Ie - ven.

Mensch, leef je Ie - ven.

Mensch, leef je leven, je uren je dagen,

die je passeeren in eind'looze rij

vreugde of smart, weet ze beiden te dragen.

weet dat het leven zoo gauw is voorbij....

Eens valt de avond, de jaren vervlogen,

Blikt ge dan t'rug met een traan in de oogen??

Daarom, benut wat je thans wordt gegeven,

Mensch, leef je leven !!

^m

r rai

"r

Niet alleen leggen wij in onzen studio het geluid van Uw stem of instrument

op een Gramophone-plaat voor eeuwen vast maar ook groote werken door

koren en orkesten.

Succes ver-

Van 1 tot 3 personen F. 3.50 en hooger

naar groot te van het gezelschap.

N.V. WILLEM SPRENGER'S STUDIO

Passage 46 - Den Haag - Telel. 113778

-


t)e verzot$in$ van

¥

VL>0P3icbtlgbeid in de ktu$t van uvw jeep, creams en reukwater. Êen teere buid wordt door minder-

waardige preparaten 300 licbt geïrriteerd. 5n de J&id-Cottage scboonbeidsmiddelen scbuilt geen

gevaar, integendeel, jij oefenen een weldadlgen Invloed uit op de buid en verboogen de rbarme van

de gedistingeerde vrouw, (èij de dames is de lß>ld-lCottage Cavendergeur bijjonder geliefd. IDeje

parfum sedert onbeuglijke tijden "mode" in de bescbaafde kringen, laat jicb ook bij de "moderne"

vrouw, die baar verfijnde bescbaving wenscbt te besebermen, door geen anderen geur verdringen.

ïmp.: iRicb. BSerneklnck & Co., Ifeuddestraat 9, mmsterdam-C.

^BtosstntiU's

fevendev ViXäter Ügvettder JZeep

VerschUnt wekelijks — Prü» per kwartaal f. I.öj

'\.) . _ _

\

Red. en Adm. Oalnewater 22, Lelden. Tel. 700. Postrekenlnj) 418öü

—^^^^^^^m

^- ' 't S, ,' .ö

More magazines by this user
Similar magazines