er.... - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

bibliotheek.eyefilm.nl

er.... - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

IIgik. *•••*%:^ ■''■$» #*,i«se»- * #


„MIJN VRIENDINsJOSEFINE"MJJN VRIENDIN JOSEFINErff Meine Freundin Jose/ineeen TOBIS-Film.Draaiboek: Curt J. Braun, naar een ontwerpvan Johanna Sibelius. — Camera: Bruno Stephaner Erich Nitschmann. — Decors: WilhelmDepenau en Arthur Nortmänn. — Muziek: LeoLeux en Friedrich Schröder. — Geluid: EugrenHrich. — Costuums: Annemarie HHes. —Montage:Ilse Voigt. — Productieleiding: Dr.Herbert Engelsing.Regie: HANS H. ZERLETT.Rol verdeeling:JosefineHilda KrahlMilander Paul HubschmidBianka Terry Fita BenkhnffBauer Hans LeibeltMcvr. Bauer Olga LimburgMarianne Gerda Maria FernoMannequins, modeparades, een rijke vrijgezellenwoning,het cabaret voor en achter de schermen,ondeugende liedjes, amoureuze situaties,intieme eetpartijen, het is een wereldje zonderzorgen, dat deze luchtige film u biedt.Hilde Krahl is er een arm maar nijver meisjein, dat zich eerst door voor rijker doorgaandeverwanten laat uitbuiten en dan uit de batenvan een eigen modehuis de aan den grond geraakteverwanten weer vlot maakt. Paul Hubschmid,een nieuwe jeune premier der Duitschefilm, breekt de harten van vele dames als eigenaarvan een andere modesalon en wint na talrijkemisverstanden het hart der vrouwelijke concurrent.Fita Benkhoff speelt zijn liefdes- enlevenswijze vriendin, waaraan wij de vereerrigingder twee jonge menschen danken. Op haar rekeningkomen ook de ondeugende liedjes, die onderandere handelen over aantrekkelijke vrouwspersonenals Helena van Troje en Madame dePompadour.In overeenstemming met de eischen van hetgenre, wordt er veel, vlug en snedig in de filmgesproken, waarbij voor den zooveelsten keerblijkt, welk een onuitputtelijk commentaar op deliefde mogelijk is.Er wordt ook nog in gewerkt, in de eersteplaats schijnbaar, door de figureerende ateliermeisjesder beide modehuizen, in de tweede plaatsachter de schermen, door de Duitsche modenij verheid,welke er een keur van modellen in toont.Het verhaal heeft aardige vondsten, met hieren daar een misstap. Dat laatste is als het ondeugendewat al te plastisch, al te duidelijkwordt; bijvoorbeeld in de ontkleedpartij tijdeliseen feest ten huize der uitbuitende verwanten. Ishet niet juist het prikkelende der pikanterie, datalles bij aanduidingen blij ft . . . ?Het nieuwe modehuis Josefine (zooals HildeKrahl in de film heet) wordt gefinancierd doorden modekoning Milander (Hubschmid). Geenvan beiden heeft eenig idee van deze financieelerelatie; zij blijven in elkaar tegenstanders opleven en dood zien.Fita Benkhoff, alias de zingende actriceBianca Terry, heeft deze eigenaardige samenwerkingtusschen concurrenten op listige wijzetot stand gebracht. Zij voelt vriendschap voor-Josefine en strekt elegant-moederlijke zorgen uitover den verwenden Milander. Die moet een lesjehebben van een vrouw. Een lesje, waarbij eindelijkeens „nee" gezegd wordt op zijn beproefde,van systeem getuigende verleidingspogingen.Josefine zegt „nee". Dat is voldoende voor deoudere vriendin om hier werkelijk liefde te bespeuren.En in het gemoed van den voorheennooit afgewezen man zaait Josefine's weerstrevendeantwoord voor den eersten keer ook ernstigergevoelens.Maar wanneer zijn beiden rijp om met serieuzebedoelingen de armen voor elkaar te openen ?Bianca Terry berekent juist, dat dit het gevalzal zijn als.Milander's jalouzie — hij is jaloerschop den onbekende, die Josefine's modesalon finan-Linksboven: Josefine (Hilde Krahl) schuwt het water niet, nochhet indiscrete oog der camera. . . . — Linksonder: Bianca Terry(fita Benkhoff) en Milander (Paul Hubschmid) maken hün entreeo-p het feest van Josefine's (Hilde Krahl) uitbuitende familie. ■—Onder: Een onderhoud tusschen Josefine (Hilde Krahl) en Bianca(Fita Benkhoff). (FotoTobis)%cieel heeft mogelijk gemaakt — op het toppuntzal zijn gekomen. Als Josefine zelf het aanschouwender innerlijke kwellingen van den geliefdeniet langer uit kan houden. Dit moment isde climax der film en tevens haar einde. Ge hebtdus al geraden, dat zij met een omhelzing eindigt,waarvoor Milanders huisknecht vaderlijk glimlachendhet veld ruimt.Nu vilt u nog weten, wat ik denk van dennieuwen jeune-premier Hubschmid, die opvallendlang van gestalte is en een kosmopolitische garderobedraagt? Ik zeg het lekker niet. Ik vermijdliever bij voorbaat conflicten met de duizendenlezeressen van dit blad, vermoedelijk zonder meer,voor zoover die hem aardig zullen vinden.P. BEISHUIZENBoven: Fita Benkhoff toont zich in „MijnVriendin Josefine" een wezen van bewonderenswaardige,vrouwelijke listigheid en een goedvriendin. — Onder: Het lot ivil, dat zij eerstmoeten scheiden om hereenigd te worden (HildeKrahl en Paul Hubschmid).KLEINKUNST-ARTISTEN OP ZESWEEKSCHE TOURNEE„SUCCESSEN-PROGRAMMA"Het is een opmerkelijk feit, dat de provincieop het gebied van goede kleinkunst niet meer zoostiefmoederlijk bedeeld wordt als vóór den oorlog.Over de oorzaken van dit verschijnsel, waaroverin dit blad reeds eerder werd geschreven,zal ik hier niet verder uitweiden.Meppel, „Drentsch Rotterdam", krijgt als kleineprovincieplaats ruimschoots zijn deel mee vandezen verbindenden overvloed en nu volgde na eenrijk winterprogramma als klap op de vuurpijl: depremière van de Cabaret-revue „Successenprogramma",waarmede een dertigtal artisten eenzesweeksche tournee door ons land maakt, eereen smakelijke, gezonde en lichtverteerbareavondkost dan een copieus souper met weelderigegangen.ben première blijft een première met al denaankleve en fouten daarvan. Bepaald een hinderlijkestoornis was het feit, dat de microfoonsoms ingeschakeld bleef, waardoor enkele malenhet praatje van den conferencier met een „reportageflits"van achter het doek gemengd werd IEn het was natuurlijk de vroolijke Jos Windt,dien tot driemaal toe het doek voor zijn neuswerd dichtgehaald, hoewel zijn nummer nauwelijksbegonnen was! Met een quasi-radeloosschouderophalend „Ze willen me weg hebben"was hij de situatie volkomen meester.Ik ben er van overtuigd, dat deze en anderekleine, deels technische fouten spoedig verholpenzijn; bij een première schijnen ze nu eenmaalonvermijdelijk.Het radio- en dansorkest „De Georgiens" zetteden avond direct goed in met enkele frisch gespeeldenummers. De leider Dick van der Kraanheeft zijn twaalf „jongens" in de hand, speeltzelf niet onverdienstelijk (al zie ik hem lievermet zijn dirigeerstok dan jongleerend met diverseinstrumenten, maar dit schijnt nu eenmaal bij devoostelling te hooren) en geeft hun ook voldoendegelegenheid hun individueele prestaties te vertoonen.Den conferencier Johnny Pirns zie ik gaarneeens terug, maar dan een beetje minder arroganten met origineeler moppen. Na de pauze warendeze gelukkig aanmerkelijk beter en toen wist hijhet Drentsche publiek zelfs tot zingen te bewegen(en hoe!) al gaat dit dan ook gemakkelijkerdan men het in „Holland" wel eens wil latenvoorkomen! Hij zal er goed aan doen het eersteliedje van zijn repertoire te schrappen en het tevervangen door een, waarvan „het" moraal (zoo-als hij het uitdrukte) beter verantwoord is.Een Hawaian-ensemble ontbrak ook thans niet.De „Mauna Kea llawaians" alias „Het StilleZuidzeetrio" kan zich met de beste krachten opdit gebied in den lande meten. De „Nederlandsche"llawaianlifdjes. speciaal het leutige „Meisjevan Volendam", verdienen vermelding. Al washet instrumentale gedeelte beter verzorgd dan hetvocale (het „krijgslied" leed aan gebrek aansterkte en voordracht) toch hebben ook dezeimitatiezonen van den Pacific bewezen iets goedsin hun muzikale mars te hebben.Moet ik eigenlijk nog wel iets vertellen vanJos. Windt? Fantastisch blijft het wat deze rasimitatornaar voren brengt. Zijn nabootsing vande brandweer bijvoorbeeld was wel bijzonder echt,maar ook de andere nummers (ik denk aan deopera, de Bandy-creatie en andere imitaties)blijven een wonder.Tenslotte waren er dan „De drie Adlers", demondaccordeonvirtuozen, na de pauze versterktmet twee man; deze primeur voor Nederland der„Vijf Adlers" viel Meppel ook ten deel! Binnenkortgaan ze op tournee naar België. Als menziet en hoort wat deze artisten presteeren op hunmondorgels (dit volkswoord benadert nog hetbeste de voorstelling, die men zich van eenigedezer abnormaal groote instrumenten, sommigezelfs met een drietal „klavieren" moet maken)grenst aan het wonderbaarlijke.Al met al een programma, dat met recht „succes"voor zijn naam kan schrijven 1 ). TOM VOS-1) Voortgaand succes zal echter afhankelijk zyn vantrouw aan het gegeven reclame-woordl Men rapporteertons, dat in Baarn het gezelschap verre van compleetoptrad, vergeleken met de op de affiches aangekondigden.Voor de niet-aanwezige „Georgiens" moest zelfseen orkestje „geïmproviseerd" worden.... dat merkwaardigerwijzereeds als „inlegvel" op de affiches wasvermeld. Wij wezen op soortgelijke euvelen reeds eerder.— Red.^r'.TO |p■f ^'JtF 'WJTSa mi* fefii"^Efcj' mmr ««»Ui\ ' ^. ^LiJ«MiBoren: De drie Adlers bespelen virtuoosde mondharmonica, — Onder: Het StilleZuidzee-trio alias de Manna Kea Hatvaians.(Foto's C.N.F.)Ha& *CINEMA fi^ THEATER — (nr. 14) 23 (nr. 14) — CINEMA & THEATER^".. *! " " ■■■- :. ■' ; -,'.:>^v ; ■.'>■'.,


wmmmmmmIn de niéuwe-uitgebrachte film „Preludium"heeft hij zichzelf overtroffen.Het is een rolprent geworden van een zóó volkomengaafheid, en getuigend van een zóó zuiverkunstenaarsschap, als men zelden op het wittedoek weerspiegeld ziet. Dit wil niet zeggen datde film technisch geheel zonder gebreken is.doch uit een oogpunt van artisticiteit is zij vanonbetwistbare waarde.Eens te meer wordt hierdoor bewezen, dat ookde kleinere taalgebieden in Europa hun rechtenop een eigen filmproductie mogen doen gelden.Onwillekeurig denken wij bij dit opvallendegoede werk uit Praag aan ons eigen land. Is hethet niet beschamend, dat wij Nederlanders hierniets, maar dan ook totaal niets tegenover kunnenstellen? En hoe lang nog. . . . ?Doch terzake I„Preludium" is de eenvoudige historie van eeneenvoudig gezin. De man is requisiteur in denstadsschouwburg en met zijn jonge, mooievrouw en hun twee kinderen bewoont hij eenétage in een Praagsche huurkazerne. Door haareenzaamheid en in een oogenblik van zwakte begaatde vrouw een misstap; zij bedriegt haarechtgenoot met een ander, maar is zelf sterk ge-„PRELUDIUM"Nu, reeds betrekkelijk laat in het filmseizoen,worden in ons land kort na elkander, weereenige Tsjechische films uitgebracht. Zoo langzamerhandzijn de Nederlandsche bioscoopbezoekersdus in staat zich een algemeenen indrukte vormen van hetgeen de filmvervaardigersin Bohemen en Moravië presteeren, envelen zullen mèt mij tot de conclusie gekomenzijn, dat de Tsjechische productie even wispelturigis als de barometer in de maanden, waarineen aantal specimina van haar kunnen op hetNederlandsche witte doek verschijnt.Den eenen keer is men geneigd vast te stellen,dat de sfeer van deze films door een tè kwistiggebruikte sentimentaliteit den Nederlander tóchniet ligt, en een volgende film is plotseling weerzoo simplistisch en natuurlijk als wij ons maarwenschen kunnen. Eigenaardig is het, dat mengetrouw bij elke Tsjechische rolprent weerleest, dat Frantisek Cäp de regie voerde.Deze voor ons onbekende grootheid moet weleen man met sterk wisselende opvattingen zijn.Immers, welhaast elke filmregisseur houdt ereen eigen stijl op na, dien men in de door hemvervaardigde films kan terugvinden. FrantisekCap verrast ons echter telkenmale opnieuw doorwéér andere technieken en andere opvattingente zien te geven.Boven: Ah zij toegeeft,hem bedrogente hebben, ig de breuktusschen de beide echteliedenonvermijdelijk.— Daaronder, vanboven naar beneden:Paul en Peppi vindenhet vreeselijk; Paulklaagt grootmoederzijn nood; Peppi geeftPaul een wijze zusterlijkeraad. — Rechts:De achterklap in dehuurkazerne. — Daarnaast:De wanhopigeKarl wordt door zijncollega Toni opgebeurd.(Foto't Odeon)noeg om al gauw aan haar ongeoorloofde verhoudingeen eind te maken en van haar dwaalspoorterug te keeren. Haar man weet van hetgeheele geval niets af, door den achterklap in dehuurkazerne en door intriges van kwaadsprekendebuurvrouwen worden hem op zekeren dagdoor een anoniemen brief de oogen geopend.Een goede vriend praat het hem echter uit hethoofd: hij moet geen geloof hechten aan eenanoniemen brief en zijn vrouw eens wat meerverwennen. Gerustgesteld gaat hij naar huis enneemt een cadeautje voor haar, een nieuwe hoed,mee.Dien avond gaan ze samen uit, doch in hetrestaurant, waar zij zich zoeken te amuseeren,ontwaart zij plotseling den ander en zij vluchtde straat op. Buiten bekent zij haar man, dat deanonieme brief op waarheid berustte.Hij is door deze mededeeling verpletterd. Eris voor hem slechts één oplossing. Ondanks, haarherhaalde verzekering, dat ,,al het andere" voorbijis en dat zij alleen hem liefheeft, zal hij zichlaten scheiden van de vrouw, die hem bedrogenheeft.Zij zullen ieder één van de kinderen bij zichnemen. Peppi blijft bij haar vader en Paul bijzijn moeder.De vrouw is wanhopig door dit besluit vanhaar echtgenoot. Van alles, wat zij liefheeftmoet zij door één enkelen misstap afstand doen.Haar man blijft ongevoelig voor het oprechteberouw, dat zij toont.Een vreeselijke tijd voor beiden breekt aan.Dat de kinderen de dupe worden beseffen zgbeiden.Een tweestrijd woedt in het hart van denvader en het is tenslotte slechts een kleinigheid,die hem zijn houding doet wijzigen. Door hetgeopende venster dringen, als hij in gedachtenverzonken is, de tonen van een orgel uit eennabijgelegen kapel tot hem door. .Het is een prélude. . . ., de zachte melodiezwelt aan tot een machtig lied van liefde, grootmoedigheiden vergiffenis. De man begrijpt dewenk, die uit het Godshuis tot hem komt, enmèt de hereeniging keert het geluk in het gezinterug.Dit zeer simpele gegeven, dat reeds ontelbaremalen de basis voor een scénario vormde, wordtin „Preludium" wel met bijzondere delicatessebehandeld. Het schouwburgbedrij f, waarin deman als requisiteur werkzaam is, vormt eenkleurrijken en dankbaren achtergrond. Dit kante meer het geval zijn, daar ook zijn moeder erwerkt als vestiaire-juffrouw en de kinderen hungrootmoeder vaak om raad komen vragen.Die kinderrollen zijn waarlijk voortreffelijken vooral het spel van het meisje doet verwachten,dat zij zich tot een groot actrice zal ontwikkelen.Men bespare mij overigens het releveeren vanalle moeilijke Tsjechische namen; ik heb algezegd, dat het spel van de acteurs en actricesin deze film een volkomen afgerond geheelvormt. Misschien zal het sommige lezeressen noginteresseeren, dat het „echtpaar" uit deze filmook inderdaad een.... echtpaar is!Zooals bij meer Lucerna-films, blijkt ook hierhet muzikale gedeelte van de geluidsstrookuiterst suggestief. Het camerawerk en de bouwkunnen daarentegen niet vlekkeloos genoemdworden, doch wie zou deze relatief slechts bijkomstigefactpren van belang achten, als eenfilm zoo boeiend en gaaf van spel is als deze?L. J. CAPIT.„PRELUDIUM"(„ ... en vergeef ons onze schulden")(Präludium)Regie: FRANTISEK CAPRolverdeelingr :Karl Weigant Zdenek StepanekMagda Weigant Jirina StepnicltovaPeppi, haar dochter Nafasa TanskaPaul, haar zoon Miroslav CervenyMagda's moeder Terezie BrzkovaToni Jan PivecEen LUCERNA-Film der Odéon^j^mmwwmwï* '—-T^TLOSEIimJMMWTZBEIlGDANSTEN IN ONS LANDHet toeval heeft gewild, dat twee avondenachtereen — en dat zoowel in denHaag als aansluitend in Amsterdam —de danskunst uit Duitschland, dat in hetreveil van den modernen solo-dans in delaatste kwarteeuw ver aan de spits staat,in onze schouwburgen hoogtij hield.Daarbij was dan aan Lore Jentsch eensoort van voorafgaande Johannes de Dooper-rolbeschoren en zij danste, als menhet zoo mag zeggen, aan den „vooravond"van 's werelds onbetwist grootsten danserHarald Kreutzberg, die voor een vollenschouwburg triomfen vierde, terwijl wijbij Lore Jentsch met een handjevol getrouwenom het danspodium heenzaten.Gelukkig ,,hijten" ze elkaar niet en zullenook wel nooit partners worden. Nogafgezien van het feit, dat Kreutzberg —na successievelijk met Yvonne Georgy,Ruth Page en Ilse Meudtner de wereldrondgedanst te hebben — zich wel voorgoedin de koninklijke beslotenheid vanden solo-dans teruggetrokken schijnt tehebben. Terwijl Lore Jentsch, als de dansendeBrunhilde, die zij ook uiterlijk is,in de zelfbewuste strijdlustigheid dervoortdurend eenzamen op het tooneel staat.Lore Jentsoh laat zich blijkbaar maardoor één ding leiden, en dat is door demuziek, vooral wanneer die gespeeld wordtmet den zoo glashelderen, lieflijken aanslagals van den haar begeleidenden vader,prof. Arthur Jentsch. Maar zij danst ookvolledig, naar den Nietzschiaanschen eisohder z.g. Duitsche school, „aus dem Geisteder Musik". Teveel zelfs naar mijn smaak.Als Lore Jentsoh een suite „In märkischerSeelandschaft" danst, dan wordt het bijalle schoonheid van mouvement een uittedkenenvan de muziek in de gebarentaalvan den dans: edele en zuivere gebarentaalvaak. Maar haar dans maakt daardoor allemuziek tot programma-muziek (en liet deZesde van Beethoven ooit de diepere indrukkenachter van de Negende, of deVijfde?) en het geheele rijk van den uiteigen scheppingskracht geboren dans, diein de drift van het lichaam baan breekt,blijft daardoor gesloten.Men geniet, in de zooeven genoemdesuite, van de reine en klare illustratie dernatuur, van het water, den wind, de hittevan den middag in een loom en verdroomddansen — van den schrik voor den optrekkendendonder en van de mildheid van dendaarop volgenden regen. Het dansendlichaam is daarbij een „instrument", datde piano begeleidt: niet omgekeerd. Mooieen ook vaak oorspronkelijk gevonden slotgebaren,als het Narzissisch motief voorden waterspiegel en het tot stilte geluwdeslot van „Windstille" sluiten deze „genrestukjes"af. Maar grijpt zij hoogerinde „Valse Triste" van Sibelius b.v.—danblijkt ondanks de noblesse van het tragische,dat Lore Jentsch vertolkt, de muziektoah altijd nog mooier dan de „verklanking"daarvan in het dansende lichaam.Kleiner werk, als de Noorsche volksmelodieën,slaagde daardoor met zijn gebaarvol ingehouden en plotseling uitschietendelevensvreugde gaver, en — in merkwaardigeschijnbare tegenspraak — grooter.Het zuiverst leerde men Lore Jentschkennen in haar inderdaad groot geconcipieerde„Penthesileia", den dans van destervende koningin der Amazonen, waarvoorzij de „Anregung" vond bij het gelijknamigeen hier (in tegenstelling metDuitschland) ten onrechte nooit gespeeldedrama van Heinrich von Kleist. Indien ook ■deze dans toch nog teveel „op muziek gespeeld"en te weinig in de zuiver innerlijkbezielde verbeeldingsdrift was opgeheven,dan sprak hier anderzijds toch volledig denoblesse — tragisch, sober en bovenalkuisch — die het waarmerk van haar vestaalschemanier van dansen is. Maar opgevaar af misverstaan te worden, zou ikwillen zeggen, dat kuischheid nimmer dehoogste eisch mag zijn voor den dans, diezoozeer uit de zinnen geboren en met dezinnen genoten wordt. Vol&sdzns, uit delevende lust der feestvierenden ontstaan,is niet bepaald kuisch — en waren Argentinaof Palucca het? Is Kreutzberg het, ofzelfs Wigman? Het rhythme der groote,innerlijke driften houdt nimmer stand voorde deuren der ingetogenheid, waartegenzij juist storm loopen. Zoo koud als hetvuur van Vesta, zoo warm is de wijn vanDionusos. En de zon van Hellas, die de Godis van den Dans, maakte nymphen totbacchanten.Geen wonder dan odk, dat de „SpanischeVolksweisen" van Lore Jentsch kleine,lieflijke, maar naast het dansklavier geslagen„anecdoten" bleven, waarbij eenSpaansche zich op de lippen gebeten zouhebben. En het sterkst sprak dit in de bekendetango van Albeniz, vooral omdatdie nog geen vierentwintig uur later doorHarald Kreutzberg (als zijn beroemde„Tango um Mitternacht") tot zulk geheelander, glorend en grandioos leven werdgebracht!Men pleegt Harald Kreutzberg tegenwoordigte verwijten, dat hij minder„danst" dan wel geraffineerde fantastischepantomimes en gebarende monologen tentooneele voert. Ik voor mij heb er vrede mee,wat het odk is! Wanneer gedanste gestalten— in haar rijkste scala van nachtdonkerenernst tot den klaarsten humor van denlichten dag — u zóó in de herinnering gegriftworden, dat gij er maanden en rois-CINEMA &■ THEATER (nr. 14) 46 (nr. 14) — CINEMA & THEATER- ' /


■- ■schien jaren later nog op kunt teruggrijpenom ze in uwe verbeelding te herzien enopnieuw te doorleven, dan — zou ik zeggen— is een kunstenaar te groot voor decritiek der zwaarlijvigen in de zaal!Ik heb een slecht geheugen, maar als ikKreutzberg, die minder dan één keer perjaar in ons land danst, erop betrap dat hijeen detail aan het prachtige costuum vanzijn „Landknecht" heeft veranderd of dathij een motief van zijn handen uit „Tangoum Mitternacht" bezig is (e wijzigen, danbewijst dat alleen het weergaloos levendgebleven trefzekere gebaar, waarmee dezedanser het woord „dansen" een geheelandere en diepere beteekenis gegeven heeftdan „aus dem Geist der Musik" of welken„Geist" ook geboren. Er is maar één„Geist", dien hij als een spook volledigheeft overwonnen en afgeschud — en datis de „Geist der Schwere", naar aanleidingwaarvan Nietzsche, die ook Kreutzberg'slevensfilosoof is, de schoonste en diepstewoorden over de danskunst heeft geschreven.In de volle kracht van zijn leven isKreutzberg thans van een klassieke, mannelijkegrootheid, waarvan men het beeldzou willen vasthouden, eens en voor alletijden. Daar zijn en blijven die puur uitden gloed van een hevig geëmotionneerdinnerlijk geboren dansen, waaraan mentooh waarachtig geen „pantomime" kanverwijten, zooals zijn „Klage", met dienmagistralen inzet der dof, geweldig enverbeten op elkaar hamerende vuisten enin het slot dat in een stommen schreeuwhoog uitgrijpen zijner handen in de tooneelgordijnenachter hem. Daar is devisioenaire grootheid van zijn „Landknecht",als reeds bij donker, open doekdat zware schrijden van den gevaarlijkenVagebond opklinkt en hij, de armen breedlangs 't lustig lijf, loopt langs 's beerenwegen: een gebaar, waarin de dans bijwederom donker tooneel ook weer versterft.Van verten tot verten gaand, is deze Godverlatengezel in één wild moment gepakt:een dans als een vloek — en de vloek vaneen man, die tot moorden in staat is, zelfsal bidt hij om de vergeving daarvoor.Daar is zijn aloude „Zeremoniemeister",thans op muziek van den onnavolgbarenFritz Wilckens (met wien een twee-eenheidhem nu al zooveel jaren bindt en die hemthans ook weer met meestal eigen compositiesbegeleidde) gewijzigd: een dans vaneen dusdanige hooghartige verfijning enhieratische statigheid, dat hij daardoor gebarenvindt, die werelden openen, tot enmet het pijnlijk fronsen van zijn eenewenkbrauw, waarin hij, den nachtblauwenmantel omhooggeheven, dezen dans eindigt.Een dans (oorspronkelijk uit Gozzi'sOostersche opera „Turandot"), waarvooreens zelfs een schouwburgzaal in Tokio,— waar men anders uit ingetogenheiid eneerbied voor eigen hooge danscultuur, dieJapan heeft, nimmer reageert — ineens indonderend applaus losbarstte.Daar is, zooveel lichter, de onnavolgbaar-schalkscheTijl Eulenspiegel, toonbeeldvan Nedersaksischen humor enKreutzberg qua ras zoo verwant: de dansmet de gele pelerine, die hem beurtelingsde rok van een oud wijf, het schortjevan een liefdeszieke jonkvrouw, de mantelvan een hurkend kaboutertje, de schameledracht van een hompelenden bedelaar is,terwijl Tijl tusschendoor altijd weer in hetschallend gelach van zijn pirouetten uit- "breekt en met den mantel goochelt door delucht, die hij ermee betooverd had.Daar is wederom China's quintessens:die droomend zich neervleiende Li Tai Pe,die dichter van wijn en sterren, zoo dronkenen zoo wijs! Daar is de zware „Henkerstanz",waarbij de handen practisch nietloskomen van de knieën en het lichaamkolossale, doemdreigende gebaren vannadering maakt, terwijl een baan van vuurroodbloed hem over den kalen beulsschedelHarald Kreutzberg in de bijzonder suggestieve„Henkerstans", die ook een plaatsvond in het overigens nogal luchtige programma,dat hij in ons land danste.(Foto Stafl-Enkelmann)loopt. Daar is de nieuwe dans der vierseizoenen „aus einem alten Kalender", enwelk een requisiet wordt daar de'driehoekshoed,waaruit hij alle vreugde des jarenaalt! Daar is zijn „Tango um Mitternacht",op Albeniz: van bezeten wildheidzich plotseling intoomend, met het onvergetelijkspel van zijn handen als wittevogels tegen het grijs-zwarte, Spaanschecostuum afsteikend — zijn begin, met datangzaam, diep doorbuigen in de pal geslotendijen — zijn einde, met de eenehand dwars voor 't lichaam openvallend,de andere recht uitgestrekt, met op de slotmaatdat even felle knippen der vingers.Dat alles is dansen, recht uit de dieptenvan alle menschelijk gevoel, gedragen inhet schoonste en oorspronkelijkste riiythme,dat het lichaam er, schijnbaar achteloosmaar in uiterst raffinement, voor wist tevinden. Dat is dansen van een meester!Wat Kreutzberg kenmerkt, is juist dathij alles in een spel van licht en donkerbeheerscht. Want deze man, die als manuitdrukkingsvormen heeft gevonden vaneen zwaarte en een oerkracht, die menvroeger in den dans voor onmogelijk hadgehouden, kent tevens alle stadia van denvederlichten, spotzieken humor: de blijdschap,de onnoozelheid, de zelfverrassing,de ondertoon van het tragische, dat „licht"geworden is en humor, die mw den avondte voren bij Lore Jentsch bijvoorbeeld zoovolledig en smartelijk miste.Wie durft als danserin die „Mittagspause",waarin hij de arme zwerver inde gedaante van een tot leven komendenvogelverschrikker is — op het tooneel zijnbrood op te eten om dan met de kruimels,als een tweede Franciscus, zijn aandoenlijkverhaal met de vogeltjes te houden? Wievond, in „Dummes Gespenst", ooit dezeobsedeerende plastiek eener hersenschim:het lichaam verborgen in een wolkige ballon,waaronder kleine dribbelbeentjes zichspreiden, terwijl het angstig-aartsdommemasker tot oneindige hoogte boven dit„ectoplasma" uitgeschroefd wordt, zonderzich daarvan los te maken?En ja, humor, kernigen en levendigen'humor moet men ook hebben om zoo'n sierlijkniemendalletje als het slotnummer„Aergerliche Nachricht" te bisseerenmet een leeg sigarettendoosje, waarmeehij, zoo niet het hart van allen, dan toohvan alle mannen raakte!Het was, als zoo altijd bij Kreutzberg,jammer dat het voorbij was — jammer dathet niet ééns zoo lang duurde, al danste hijmeer dan menige solo-danseres. Het wasweer op de toppen van zijn kunst: groot,diep, blij en frisch. Moge het in de kostbare,korte jaren van een danser niet nógweer vier seizoenen duren voor wij hemterugzien! HENRIK SCHÖLTEWITTEBROODSWEKENBIJ HET NOORDHOLLANDSCH TOONEELVroegere generaties hadden het voorrecht, denverloren gewaanden, maar stilletjes rijk gewordenoom uit Amerika, kwaadaardige schoonmoeders,schoonvaders die het achter de ellebogenhadden en onschuldig verdachte schoonzoonsop de planken te zien. Stukken als die vanKadelburg en van Schwartz, om slechts eentweetal van de meest illustere te noemen, zijn ernog om van den bloei van de Duitsche klucht tegetuigen.Paul Helwig, de schrijver van „Wittebroodsweken",waarvan thans alom in den lande deverfilming wordt vertoond onder den titel „MeinMann darf es nicht wissen" („Eén schoonzoon teveel"), is ongetwijfeld een leerling van de genoemdeheksenmeesters. Ook in zijn blijspelwandelt een booze schoonmoeder rond, al blijktdeze aan het slot voldoende gezond verstand tebezitten, om de situatie lachend te aanvaarden.Sabine Senden, haar dochter, is heimelijk getrouwdmet Willy Ulbrich, een jongmensch datdoor de oude vrouw voor een monster wordt gehouden,omdat hij haar enkele malen, niet zondergrond, grof heeft bejegend. Natuurlijk moetSabine haar moeder wel op de hoogte brengenvan haar trouwplannen en van de daarop aansluitendeplechtigheid; zij kan het rustig doen,omdat mama 's mans naam niet weet en in een„Kurort" vertoeft gedurende den verlovingstijd.Bij het zenden van foto's en verliefde beschrijvingenstaat het meisje even voor een moeilijkheid,maar een toevallig aangewaaide kennis, defilosofeerende colporteur in hondenliteratuurdr. Erich Stiebel, verklaart zich gaarne bereid,als mikpunt voor een camera te dienen. Zoo wildus het geval, dat Sabine haar moeder schrijftmet Willy te trouwen, terwijl de oude mevrouwSenden het portret en de subjectieve persoonsbeschrijvingvan den zonderlingen geleerdeonder oogen krijgt.Later zal Sabine haar wel op de hoogte brengenvan het kleine leugentje om bestwil. Maarvan uitstel, gemengd met angst („Mein Manndarf es nicht wissen"!) komt afstel en mamastaat reeds voor de deur van het jonge gezin, alsze van de waarheid nog niets vermoedt. Toeval-/ lig is de merkwaardige filosoof op dat momentte gast bij Sabine. De verwikkelingen laten zichraden. Men is midden. in een klucht van denouden stempel aangeland, een klucht die zichbezwaarlijk laat navertellen.Paul Helwig is echter een auteur van dezentijd, iemand die zijn vak verstaat bovendien enzoo heeft hij van dit veelgebruikte en misbruiktegegeven nog wel iets aardigs weten te maken.Vooral het eerste bedrijf met zijn amüsantendialoog, met de kostelijk gevonden verschijningvan den linkschen, maar toch zoo geslependr. Stiebel, mag sterk genoemd worden. Hiernadaalt de kwaliteit van het blijspel aanmerkelijk,om tenslotte geheel in de klucht uit te monden.Het stuk is geschikt, om ons verlangend te doenuitzien naar een sterker, origineeler gegeven,door dezen schrijver uitgesponnen.Bij Jan C. de Vos en zijn gezelschap, hetNoordhollandsch Tooneel, is zoo'n luchtig gevalin goede handen. De Vos heeft gevoel voorRechts: Gusta Chrispijn-Mulder en SheilaClarijs. — Onder: V.l.n.r. Sheila Clarijs, TiniOpscholtens, Gusta Chrispijn-Mulder, JustChaulet, Willy de Vos-Dunselman en Jan C.de Vos, (f oio's Peferkamf)^^w^mmwm^ ^Links: De gelukkige verzoening tusschenSabine (Tini Opscholtens) en den schoonzoon(Just Chaulet).licht gechargeerde typeeringen en zijn ErichStiebel is dan ook een allervermakelijkste tooneelfiguurgeworden, iemand wiens eerste opkomstreeds een verrassing is en die, door zijnoorspronkelijke persoonlijkheid, de centralefiguur blijft. Naast hem noemen we onmiddellijkGusta Chrispijn-Mulder, die de stijf hoofdige,maar niettemin verstandige schoonmoederzoo geloofwaardig weet te houden, dat men hetpretentielooze stukje amusement nog dikwijls alsgedegen blijspel ziet.Van de overige medewerkenden is ditmaalminder te zeggen. Het blijven de gebruikelijkekluchtspelfiguren: Tine Opscholtens als de zichvast liegende Sabine, Just Chaulet in de nietzeer dankbare rol van den schoonzoon (den echtenen daarom meestal afwezigen) en Willy deVos-Dunselman als de trouwe vriendin, geschapenom getuige te zijn van alle perikelen en omzich aan het slot te verloven met den pseudoechtgenootvan haar boezemvriendin.M. SYBR. KOOPS.CINEMA &> THEATER — (nr. 14) 67 (ar. 14) — CINEMA 6* THEATER


. ■ '■SUCCESSEN ENBELOFTEN VANIRENE VON MEYENDORFFZij stamt uit een Duitsdh-Baltische officiersfamilie.In het jaar 1918 verlietenhaar ouders haar geboortestad en vestigdenzich in Duitschland. Irene was toen tweejaar. In Bremen bezocht zij de school.Daar werd 'het idee in haar wakker tooneelspeelsterte worden. Zij ontdekte echteral gauw, dat dat niet zoo maar één, twee,drie gaat. Zij smeedde toen een tweedeplan: f ilmregisseuse wilde zij worden. Dengewonen weg volgen, namelijk de tooneelschoo»oezoeken en alle theorie leeren, diedaarmede samenhangt, dat duurde haar telang. Zij wilde dadelijk practisch werkzaamzijn. Zij leerde goed fotografeerenen door louter toeval kreeg zij een baantjeals fotografe bij de Ufa.Daarna was Irene eenigen tijd werkzaambij de costuum-afdeeling, een afdeeling,die haar zeer interesseerde. Hier werdzij op zekeren dag „ontdekt". Haar filmdebuutvond plaats in „Die letzen Vier vonSanta Cruz". Kort daarop werd zij geëngageerddoor deTobis-filmmaatschappij,waarvoor zij verschillende filmrollen heeftvervuld. Wij noemen slechts „FahrendesVolk", „Twee vrouwen", „Dossier Libussa"en „Dansmeisjes".Ook is zij opgetreden in de film „Wiende goden liefhebben", een film van hetleven van Mozart, die wij in Cinema &Theater nr. 12 uitvoerig hebben besproken.Dat Irene von Meyendorff nog een veelbelovendeloopbaan voor zich heeft, is niette veel gezegd. Op het oogenblik bijvoorbeeldzijn de opnamen in vollen gang vaneen film, waarin zij een belangrijke roJzal vervullen. Deze film is getiteld„Opfergang", een gekleurde Ufa-film vanVeit Harlan, waaraan behalve Irene ookKristina Söderbaum en Carl Raddatz medewerken.Voltooid is „Einmal der liebeHerrgott sein", een film in een geheelander genre en met een geheel andere rolverdeeling.Hierin spelen Hans Moser,Irene von Meyendorff en Ivan Petrovichde hoofdrollen en in ons land zal deze rolprent„Een nacht portier" heeten.ßLinksonder: De filmcamera staat gereed voor een buitenopname, Irene von Meyendorffwacht tot het werk gaat beginnen. — Linksboven: In een pauze tusschen de opnamensmaakt een koele dronk. — Onder: Na een vermoeienden filmdag is het heerlijk 's morgen»wat langer in bed te blijrrn met een mooi boek. Doch de telefoon laat Irene geen rust..,.(Foto's ToiU)üvi'K-i / ;;'/"-IRENE VON MEYENDORFI(fOrO TOB/S)CINEMA & THEATER — (nr. 14) 8... § ï*~~ë~(..-■■-■ïiikrffa'^üi'ifai'raff'"*- "•'' : - "-•-'r'""iitiiiiiiiiÜiMil,. ■ »


_CIRCUS-ROMANTIEKdoor C. H. FEENSTRAMet vier groote en drie kleine wagenswas het circus het stadje binnen getrokkenen had een plaatsje gezocht op de paardenmarkt,die zoo heette, omdat er in lang*vervlogen dagen wel eens paarden warenverkocht. En de circusmenschen, rap vanhanden, bouwden in korten tijd een tentop, die er mocht zijn. Toen dat alles gebeurdwas ging de stadsomroeper met zijntrom door het stadje en galmde met luiderstemme, dat hedenavond de openingsvoorstellingzou worden gehouden, een wereldprogrammategen populaire prijzen.„Zullen we vanavond eens een kijkjegaan nemen?" vroeg Rijkens aan zijnvriend den architect en wees met zijn duimnaar den omroeper, die juist voor café„Het Zwaantje" het nieuws'opdreunde.De architect keek eens over de beschermendegordijntjes, nam daarna een teuguit zijn bierglas en schudde somber zijnhoofd.„Ik naar een circus? Beste Rijkens, nooiten te nimmer!"„Wat, ik dacht dat je je vroeger altijdzoo voor de paardensport interesseerde ? Ikmeende dat jij een liefhebber zou zijn. Er. zijn paarden ook. Ik heb tenminste iets gelezenover zes Arabische hengsten enenkele hoogeschoolrijdsters ..."„Juist", zei de architect, „die hoogeschoolrijdsters,dat is het 'm juist. NeenRijkens, mij zie je niet weer in een circus,hoe schitterend de dressuur ook mag zijnen hoe groot mijn liefhebberij voor depaardensport overigens ook is."„Ik begrijp je niet", vond Rijkens. „Wehebben hier al zoo weinig in ons stadje ennu is er een circus, een behoorlijk circuszelfs, met goede artisten, paarden, gezelligheid,romantiek....„Romantiek", lachte de architect smalend.„Het mocht wat! Als je nog eventijd hebt, zal ik je eens vertellen, waaromik voor eens en voor altijd heb besloten,nooit weer naar een circus te gaan."„Tijd genoeg", antwoordde Rijkens.„Waar vind je met dit weer en op dit uurvan den dag een betere plaats dan achtereen verkwikkend glas bier. Kom over debrug met je verhaal."„Nu dan", begon de architect, „mijnafkeer van circus-romantiek dateert uit dentijd, toen ik nog als volontair werkte in eenklein plaatsje in het midden van het land.Ik verveelde me er doorgaans gruwelijk.Er was geen ander vermaak dan een theater,dat wel goed was, maar waar uitsluitendopera's en klassieke stukken werdenopgevoerd. De gelegenheid om je eens flinkte amuseeren, iets waaraan elke jongemanvan zoo'n goeie twintig jaar wel eens be-hoefte heeft, ontbrak geheel.Op zekeren dag verspreidde zidi hetnieuwtje, dat een beroemd circus het stadjeeen week lang met zijn bezoek zou vereeren.Je kunt begrijpen, dat dit nieuws inhet stadje een groote vreugde verwekte.Mijn vrienden en ik verheugden ons tenminsteal dagen tevoren op het feest entoen dan ook de openingsvoorstelling plaatsvond, was de tent tot den nok toe gevuld.Ik had een loge-plaats en wachtte in spanningop de dingen, die gingen gebeuren.Als glansnummer van het programmawerd vermeld het optreden van twee paardrijdsters,de beide zusters Lilian en Greta.Dit optreden was als laatste nummer bewaarden toen de muziek begon te spelenreden de zusters op haar witte schimmels dearena binnen, met een warm applaus begroet,fHet waren twee slanke meisjes, onberispelijkfiguur en negentien en twintig jaaroud. In haar rij-costuum zagen ze er zeerbekoorlijk uit. Nooit heb ik zulk prachtigblond haar gezien. In diepe golven hinghet om haar gezicht, waaruit donkerblauweoogen coquet naar het publiek zagen. Zijbegonnen haar toeren, dezelfde die ikreeds verscheidene malen eerder had gezien.Staan en dansen op een los zadel, opstaanmet gekruiste beenen en voltigeerenop 'het ongezadelde paard. Maar die zekerheiden bewonderenswaardige élégance zagik nergens!Mijn jeugdige rijdershart kwam in vuuren vlam en toen de zusters, onder luide toejuichingenvan het publiek, de arena verlieten,was ik op de jongste verliefd.Mijn pogingen om Wij nog dienzelfden*• avond aan de moedige paardrijdsters voorte stellen en haar mijn bewondering uit tespreken, mislukten. Den volgenden morgenstuurde ik de jongste van de twee een.prachtige bouquet rozen, met op een kaartjeenkele woorden, die mijn gevoelens vertolkten.Den tweeden avond zat ik weer opmijn loge-plaats en wachtte vol spanningop het laatste nummer van het programma.Eindelijk verschenen de beide artisten methetzelfde enthousiasme ontvangen als deneersten avond. Tot mijn onbeschrijflijkevreugde zag ik dat Lilian één der rozenuit mijn bouquet in het haar had gestoken.'Den volgenden morgen stuurde ik haaropnieuw bloemen en voegde er weer eenkaartje bij, waarin ik haar verzocht eensnader met haar kennis te mogen maken.En weer droeg ze dien avond een van mijnbloemen, doch het antwoord, waarnaar ikzoo zeer verlangde, bleef uit.Het werd het oude liedje: hoe moeilijkeriets te veroveren is, hoe begeerlijker hetschijnt. Ik zond Lilian alle zeven dagenbloemen en geschenken, ja zelfs waagde ikmij aan enkele gedichten, die ik na afloopvan de voorstelling schreef. Alles scheentevergeefs. lederen avond wachtte ik bijde uitgang van de arena, waarlangs zijmoest passeeren en steeds wierp ze me eensteelsch lachje toe, wanneer ze me bemerkte.Maar daar bleef het dan ook bij.Van enkele stalknechts kreeg ik metweinig woorden en veel geld gedaan, datik Lilian, schijnbaar toevallig, na haarsprong over het paard zou mogen opvangen. :Vol ongeduld wachtte ik op dit oogenblik,dat me een der grootste momenten uitmijn leven scheen. De rest van het programma,dat ik overigens al uit mijn hoofdkende, ging als een schim aan me voorbij.Eindelijk: Lilian en Greta. Schetterendefanfares. Daar had je ze. Ik keek allereerstnaar de bloem. Anjers waren hetditmaal geweest. Vroolijk had ze er weereentje in heur haar gestoken. Ik juichteoverluid mee met het publiek en verkeerdein den waan, dat ze uitsluitend voor mijoptraden.Eindelijk was het moment daar, waar-„Zullen tve vanavond eens een kijkje gaannemen?"(Teekening Eline van Eykern) '■naar ik den geheelen dag had uitgezien.Bij haar laatsten sprong over den verdwijnendenschimmel ving ik Lilian op in mijnarmen. Een seconde rustte ze aan mijnborst. Een moment, om nooit te vergeten.Toen maakte zij zich los uit mijn armen enverdween met een glimlach. Een daverendapplaus vergezelde haar.Overdag doolde ik meermalen langs detent en de woonwagens, in de hoop Lilianaan te treffen, doch ik ontmoette haarnooit. De stalknechten en helpers, die ikpasseerde, ginnegaipten en wezen mijlachend na. Maar ik liet ze lachen. Eenskomt de dag der overwinning .. . dacht iken spoedde mij naar de bloemenwinkel,waar ik de zooveelste TJöS bloemen bestelde.Toen kwam de afscheidsavond. Voor delaatste maal zou ik haar kunnen bewonderen.Voor het laatst betrok ik mijn logeplaatsjeen keek met weemoed toe, hoe demeisjes bogen voor het publiek en steedswerden teruggeroepen, terwijl er geeneinde kwam aan de bloemen en de geschenken,de door een stalknecht in dearena werden gedragen.Eindelijk kwam odk mijn geschenk. Eenkussen van zwart fluweel, omgeven doorrozen en viooltjes en in het midden eenklein gouden hangertje, dat ik in gedachtenreeds had zien hangen om Lilian's hals.Dien middag had ik het van mijn laatstecenten gekochtDadelijk raadde ze, aan wien ze ditcadeau had te danken. Ze knikte met haarhoofdje in mijn richting.Opgewonden kwam ik thuis.„De laatste avond", zei mijn hospita, dieyan mijn verliefdheid geen vermoeden hadVAN VROUW TOT VROUWHet onvoorbereide Schouwburgbezoek.Ai! Wat ben ik begonnen mijn man van dezeschrijfsels te vertellen! Kunt u zich ten naastebijvoorstellen hoe hij mij plaagt met mijn schrijfneigingen?Maak ik plannen om schouwburgwaartste tijgen, dan kondigt hij bij den maaltijdplechtig aan: „Moeder gaat stof verzamelen",en dan volgt er een woordspeling op stofzuigerof zoo iets, zoo maar, waar mijn dochtertjes bijzitten. Enfin, die kinderen vinden het natuurlijk,,interessant" een moeder te hebben, die schrijft;het ongelukkige is alleen maar, dat zij, als zijkans zien, mijn producten ook lezen. Wat mijnman natuurlijk ook doet. U kunt zich niet voorstellenhoe hinderlijk dat is, dat gevoel, dat hetgeenje schrijft gelezen wordt. _U meent misschien,dat dit toch juist de bedoeling is, als je je jennevruchtennaar een tijdschrift stuurt, maar eerlijkgezegd heb ik daar nooit aan gedacht, wanneerik mijn ontboezemingen aan het papier toevertrouwde.Ik herinner mij, hoe er een schok doormij heen ging toen ik, nu weer al een poos geleden,in een restaurant een kopje koffie namen daar ineens iemand (nog wel een mannelijkiemand) ontwaarde met „Cinema & Theater"voor zich. Natuurlijk gluurde ik net zoo lang,tot ik had gezien wat hij las ... . mijn stukjenota bene!' Óch, dat laat je weer los. Wat kunnen eigen-• lijk die vreemde'menschen je schelen (lijk ik nietop Multatuli met zijn „Publiek, ik veracht u!).Maar dat mijn dochtertjes en mijn man mijnoverdenkingen onder oogen krijgen — zie je, datU VOELT ZICHDOORVERKOUDHEIDELLENDIG .Voorheenkocht V eendoosje Potter's.De grondstoffenschaarschtemaakt levering fmthans onmogelijk.Heb echtervertrouwen• want... ■POTTER'S LINIAkomt terug !FIRMA H. TEN HERKEI . HILVERSUMen me wellicht reeds voor een dwaas versleet.„Inderdaad, de laatste avond", beaamdeik. „Maar u beseft niet, juffrouw vanDiggelen, wat deze laatste avond voor mijbeteekent", voegde ik er geheimzinnig aantoe en stapte met opgeheven hoofd naarmijn kamer, mijn hospita in stomme verbazingachterlatend.Stellig — ik was er van overtuigd — zouLilian niet vertrekken, zonder voor mij eenboodschap achter te laten. Den nacht brachtik slapeloos door. Tegen den morgen vielmaakt mij verlegen.,. Het remt mij", zou mijnvriendin, de psychologe, zeggen. Dat doet het ook.Ik schrijf heelemaal niet meer zoo prettig, watmij voor de pen komt ... als je voortdurend hetgevoel hebt, dat je huisgenooten het zien ....Maar alles heeft zijn lichtzijde. Eén goed dingis, dat . . . mijn man vaker mee naar den schouwburggaat dan vroeger onder het motto: „Ik wiltoch wel eens zien wat mijn vrouwtje inspireerten hoe zij zich laat inspireeren!"Zoo ging hij dezer dagen ook weer eens meenaar een historisch stuk. Zie je, zoo iets trekt hem,„dan weet je tenminste, dat het niet zoo'n flauw,inhoudloos niemendalletje is", vond hij. Helaastrof het al heel ongelukkig. Het stuk werd nietin onzen gewonen schouwburg opgevoerd, maarin een zaal, waar gewoonlijk concerten wordengegevqn. Voor muziek is de acoustiek uitstekend,maar voor tooneel ... je hebt werkelijk de grootstemoeite de spelers te verstaan. De een spreektnatuurlijk duidelijker dan de ander, maar je konheel goed merken, dat het niet aan de acteurslag . . .- heele brokstukken van zinnen gingen verloren.,• Hetgeen bepaald op mijn mans zenuwen werkte.THad ik het stuk jiu maar gelezen!", mopperde'hij telkens.'Maar' met den besten wil had hij'datniet kunnen doen ; 'althans. voor zoover ik weet,was het niet in druk en niet in den handel verschenen.Wat is het toch eigenlijk vreemd, dat wij overhet algemeen een schouwburgbezoek zoo slechtvoorbereiden! De schouwburgliefhebber meentmeestal zóó zonder voorafgaande lezing en studie,in zijn geheel alles in zich te kunnen opnemen.Nu ja, een enkele maal, als het een klassiek stukik in slaap en zou waarschijnlijk hebbendoorgeslapen, als ik niet door het geklopvan mijn hospita gewekt was.„Een pakje voor u", zei juffrouw vanDiggelen en stak me door de deuropeningeen klein pakje toe. In één sprongwas ik bij de deur en nam het pakje aan.Een klein pakje was het en het woog licht.Zou het van Lilian zijn? Het rook naarviooltjes en hyacinthen, het was zondertwijfel van haar. Zenuwachtig opende ikhet pakje en vond .. .het gouden hangertje,dat ik haar den vorigen avond ten gé-.,schenke had gegeven. Er was een kaartje 'bij. Met kloppend hart las ik: „Mijn hartelijkedank voor de mooie bloemen en geschenken,waarmee u mij heel veel plezierhebt gedaan. Het hangertje kan ik echteronmogelijk gebruiken en ben daarom zoovrij het u hierbij terug te zenden.".Ik was sprakeloos. Een vrouw, die geengouden hangertje kon gebruiken, leek mijeen wereldwonder. Toen viel mijn blik opde andere zijde van het kaartje en als door iden bliksem getroffen bleef ik zitten. Erstonden slechts een paar woorden op, maarze maakten mij eerst kpud, daarna warmvan schrik en ontsteltenis. Zij ontnamenmij alle hoop en verklaarden mij tevens,wat ik tot dusver niet had kunnen begrijpen"„Arme kerel!", zei Rijkens, terwijl hijzijn vriend medelijdend gade sloeg. „Ikbegrijp het, ze was natuurlijk al verloofd".„Nee", antwoordde de architect, „Hetwas even anders . .."Hij dronk bedachtzaam zijn glas leegen veegde zich zijn lippen af. „De jongepaardrijdster was ... een paardrijder!"betreft, slaat hij misschien eerst eens een boekjeopen, maar gewoonlijk vertrouwt hij dan op hetgeenhij zich uit zijn schooljaren herinnert er.dat is gewoonlijk niet veel.Uit het bovenstaande hoort u zeker de leerendestem van mijn oer-degelijken man! Die schat begrijptheelemaal niet, dat heel veel schouwburgbezoekersjuist niet willen weten, hoe een tooneel- ■stuk in elkaar zit en vooral niet hoe het afloopt,omdat ^de spanning er dan uit gaat. Ze beschouweneen comedie eenvoudig als een verteld verhaal! En ze willen ook niet vóór een tweedenkeer een stuk zien. dat ze al „kennen".Eigenlijk staan kleine kinderen toch dichterbijhet jiiiste.'tooneelgenot dan de meeste volwassenen.Kleine kinderen vinden het immers heerlijk teluisteren.naar het vertellen van een sprookje, datze al lang kennen . . . juist omdat ze het kennen,genieten, zij er van. Ze weten wät er-volgt enverheugen zich, op de wijze,, waarop het dezenkeer zal worden verteld. En hebben primitievevolken niet. hun vaste .'tooneels'pelen, die telkensen telkens weer worden opgevoerd? En haddenwij in de middeleeuwen niet de mysterie-spelen,waarvan■ ieder ook-den afloop kende?Op dit alles wees mijn man mij en ik brenghet trouw over. Hij heeft misschien toch w?l 'gelijk,"dathet niet gek is vooral een klassiek tooneelstukte lezen alvorens het te gaan zien, eralthans iets over te lezen of iets te weten te komenover den auteur ! 1 )SCHOUWBURGBEZOEKSTER.ï) Een „Geschiedenis van drama en theater inEuropa", van drs. J. W. van Gittert, is thans ter perseals deel 6 en 7 onzer „Theater-reeks". Dit boek zalden man van Schouwburgbezoekster zeker weitom zijn,wanneer hii zich voor een opvoering voorbereidt! — Red.CINEMA


■De titel van de nieuwe Italiaansche film „OnlichtbareKetenen" doet ons alreeds vermoeden,dat-onze Zuideuropeesche leveranciers ook thansweer rijkelijk gebruik hebben gemaakt van dehun zoo vertrouwde elementen romantiek enpathos. Sommige nuchtere Nederlanders zullendoor dit vermoeden wellicht een weinig argwanendtegenover dit nieuwe product uit Cinecittästaan.Men kan zich echter bij voorbaat gerustgesteldweten. „Onzichtbare ketenen" is een nogal Amerikaansch-aandoenderolprent, die een in oorsprongongetwijfeld pretentieus gegeven tamelijkpretentie-loos weergeeft. Het gegeven is pretentieusdoor de verscheidenheid van karakters ende gezochtheid van de intrigue. De goede enslechte en gewone karakters worden ons echterzonder meer in forsche figuren op het witte doekvoor oogen getooverd. De film geeft feiten; hethoe en het waarom laat zij voor den toeschouwerzelfover.Deze methode heeft aan den eenen kant hetvoordeel, dat het publiek, omdat het zelf tot hetwezen der intrigue wil doordringen, geprikkeldwordt zijn fantasie in te schakelen en dus spoedigergeboeid zal worden. Aan den anderenkant treedt het bezwaar op, dat de weergave derhandeling zelf wel wat al te simpel en dus tenuchter wordt in verhouding tot de allicht romantischeuitspinsels van 's toeschouwers brein.Het is de verdienste van den regisseur MarioMatoli, dat hij, bij volledige uitbuiting van deneerstgenoemden factor, dit bezwaar vrijwel geheelheeft weten te bezweren, hetgeen echter niet wegneemt,dat men zich af en toe moeilijk onttrekkenkan aan den indruk, dat deze film „op een koopje"vervaardigd is. Doch dat is weer een anderONZICHTBAREKETENEN■*>:'.Weer is het Tani, die den ingenieur de waarheidvertelt en de beide jonge menschen totelkaar brengt.Men ziet dus: pretenties heeft dit scenariovele: er zit „Moralpredigt" in, in den vorm vande piëteit jegens den overleden vader, voorts romantiek,in de ontluikende liefde tusschen hetjonge meisje en den zooveel ouderen man, en tenslotteeen zekere sentimentaliteit, welke het besttot uiting komt in de verhouding tusschen de slovendemoeder en den niet-deugenden zoon. Entoch zijn al deze facetten, vooral voor een Italiaanschefilm, merkwaardig vlak gehouden. Menmoet ze zélf ontdekken, de pathos kan niet metlepels vol van het witte doek geschept worden.Op één uitzondering na zijn de figuren duidelijken overtuigend geschetst. Die uitzonderingis de vriend des huizes Cesare Tani, wiens positieduister blijft. Dat hij een „vriend des huizes" is,moeten wij maar raden. Een tooneelschrijver zouhier met terzijde's gewerkt hebben. De auteur vanhet scenario voor „Onzichtbare ketenen" creëerdeechter een keurig gekleeden heer, die opduikt alsdat te pas komt, om te vertellen wat de cameraniet zien kan en om misverstanden uit den wegte ruimen.Gelukkig blijft het bij dat eene zwakke punten daarom zal deze film haar weg in de Nederlandschetheaters wel weer vinden. Een slechtebeurt maken de Italianen er niet mee en het isniet hun schuld, dat wij bij de introductie evenpijnlijk getroffen worden als wij lezen welkeDuitsche acteurs hun stemmen aan hun zuidelijkecollega's gaven. Want helaas is deze film wéérna-gesynchroniseerd.! L. J. CAPIT.Links boven: Alida Valli als Elena Salvagni.— Daaronder: Enrico Leü in een twijfelachtigmilieu temidden van zijn „vrienden". — Linksonder: Een vertrouwelijk onderhoud tusschenden vriend des huizes (Carlo Camfdnini) enElena. — Midden boven: De notaris leest hettestament voor. — Rechts boven: Carlo Ninchials Ir. Carlo Danieli. — Daaronder: MevrouwSalvagni (Giuditta Rissone) amuseert zich. —Rechts onder: Ir. Danieli haalt Elena af of hetpolitiehurean.(Foto't Sonora)chapiter, dat gedeeltelijk buiten de competentievan den regisseur valt.Het, zooals gezegd nogal pretentieuze scenariodiene voorloopig ter illustratie van het hierbovenbeweerde.Dr. Silvagni, presidentcommissaris van eengroote ijzerindustrie, is in een hotel te Romeplotseling overleden. Door deze tijding diep getroffen,neemt de directeur, ir. Carlo Danieli, opzich de echtgenoote en de dochter van den overledenevan het droeve nieuws op de hoogte tebrengen. De reacties van moeder en dochter, diehij afzonderlijk van elkaar aantreft, zijn echtertamelijk onverschillig en deze houding verandertniet, als zij uit Silvagni's testament vernomenhebben, dat zijn geestelijk leven in zijn huwelijkzeer eenzaam is geweest. De dochter Elena rechtvaardigtzich tegenover den huisvriend CesareTani door te zeggen dat ook zij, tusschen eengeheel in zijn zaken opgaanden vader en een moederdie zich volkomen aan het society-leven wijdde,altijd eenzaam is geweest.Tani laat haar dan een cassette zien, welkehij in een lade van het bureau van Dr. Silvagnigevonden heeft, en die allerlei herinneringen aanElena's jeugd bevat. Door deze stomme getuigenvindt Elena haar vader terug en zij krijgt grootespijt over haar houding. In een van de papierenvindt zij een naam, Enrico Leti, die extra aangestreeptis. Zij verneemt, dat dit de naam is vaneen onechten zoon van Dr. Silvagni.Elena wil de toekomst voor Enrico veilig stellenen verzoekt ir. Danieli hem hiertoe in defabriek in dienst te nemen. Zy verzwijgt hemechter dat de jongen een halfbroer van haar is.Nogal verwonderd door Elena's verzoek laat Da-nieli een onderzoek instellen en ervaart, dat dejongen een onguur element is, en wegens diefstalin de gevangenis verblijft. Door zijn bemoeiingenwordt hij in vrijheid gesteld en krijgt een baantjein de fabriek, waar hij echter allesbehalvevoldoet.Intusschen heeft Elena zijn moeder, een armenaaister, opgezocht en poogt haar op onopvallendewijze financieel te steunen.Dan ontmoeten Elena en ir. Danieli elkaar inden trein naar Napels. Zij is nu op weg naarCapri; hij moet voor zaken in Napels zijn. Doorhaar overmoedige houding laat hij zich verleidentot een korte vacantie op het eiland. Daar wordenbeiden zich bewust van hun liefde voorelkaar, doch de veel oudere ir. Danieli wil nietaan zijn gevoelens toegeven en vertrekt zonderafscheid van haar te nemen.In de fabriek gaat het heelemaal niet goedmet Enrico en Danieli heeft grooten lust denjongen te ontslaan. Doch Elena, die intusschenin Milaan is teruggekeerd, verdedigt den jongenharstochtelijk en komt hierdoor tegenover Danieliin een kwaad daglicht te staan.Enrico wordt uit de fabriek gejaagd. Door deelkaar snel opvolgende gebeurtenissen uit zijnevenwicht gebracht en omdat hij de houding vanElena, wier beweegredenen hij niet kent, verkeerduitlegt, lokt hij haar door middel van eenvalsche uitnoodiging van zijn moeder in zijnwoning, om haar geld af te persen. Zijn jaloerschegeliefde geeft hem echter aan.Bij het naderen der politie probeert hij via hetdak te ontkomen. Hij struikelt en valt te pletter.Elena, die met eenige verdachte personen in Enrico'swoning gevonden wordt, is gearresteerd.Danieli bevrijdt haar, doch verlaat haar direct.ONZICHTBARE KETENENEen Film der SONORARegie: Mario Matoli. — Muziek: Carlo Inrocenzi.— Camera: Anchise Brizzi,Rolverdeelingr;Elena Salvagni Alida ValliIr. Carlo Danieli . Carlo NinchiEnrico Leti Andrea ChecchiMatildaGiuditta RissoneCesare Tani Carlo CampaniniAmelia Jone Morino■CINEMA


LA GUIMARDDANSERES ENVROUW VAN DE WERELDWERD IN 1743 GEBORENDrie decennia lang heeft zij het achttiendeeeirwscheParijs verbaasd; èn met haar kunst,èn met haar extravagant privé-leven. Waarmeehet meest ? De onwillekeurig gestelde vraag isnogal sarcastisch ; het antwoord behoeft dat niette zijn. De Lichtstad heeft terdege weten te erkennen,dat La Guimard een der grootste danseressenvan haar eeuw was.Zij was dertien jaar, toen ze als leerlinge toetradtot het Ballet van de Opera, vijftien, toenze voor het eerst op de planken optrad, zeventientoen haar naam voor het eerst in een politierapportwerd genoemd, en negentien jaar toenze tot eerste danseres werd benoemd....Toen zij twintig jaar oud was, droeg Parijshaar op de handen. Toen zij drie jaar later eenarm brak, werd in de Notre Dame voor degenezing van haar gebroken lichaamsdeel eenmis gelezen. Toen zij 25 jaar oud was, liet zijzich van het geld harer bewonderaars een eigenTheater bouwen. Tegelijk verdeelde zij een deelvan dat geld persoonlijk onder de armen.In 1760 wist heel Parijs plotseling te vertellen,dat haar faillissement nabij was. mitsgadersdat harer bewonderaars. De voorstellingen inhaar Schouwburgje hielden op. Maar enkele dagenlater werden zij hervat ; op een raadselachtigewijze was de zes-en-twintigjarige La Guimardweer in het bezit van .geld gekomen....Weer geschiedde het daarna, dat zij in geldnoodwas. Op een morgen verscheen een karosvoor haar deur; een vreemdeling stapte uit, enbood haar buigend een groot bedrag aan. Zijnam het aan, doch was ten hoogste gebelgd,toen zij den volgenden dag moest vernemen, datde vreemdeling haar wenschte te huwen. La Guimardverzocht daarop aan de Parij sehe politieom den Vorst -T- want het was een vorst — uithet land te zetten. Waarop de vreemdeling in-derdaad vertrok, doch met medeneming van dedanseres, die hij eenvoudig geschaakt had....De Prince de Soubise, de beschermer van Mile.Guimard, hoorde van het geval en ging denvreemdeling dadelijk achterna met een heel gezelschapvrienden en helpers. Het werd een dollerit. Vlak bij de grens overviel de Prins denvreemden vorst. Het kwam tot een bloedig duel,waarbij de vorst werd gewond.Doch de Prins en zijn vrienden voerden dedanseres triomfantelijk terug naar de lichtstad.Zij was nog geen dertig jaar oud, toen zij inde rue de la Chaussée-d'Antin een paleisje lietbouwen, om haar hooge gasten te ontvangen, enook haar andere genoodigden. Want zij had zichtot levensregel gemaakt drie soupers per weekte geven; één voor _de ,,grands seigneurs" vanhet Hof, een tweede 'voor auteurs, musici en geleerdenen een derde : voor intieme vrienden envriendinnen.En zij danste! Mme. Lebrun zeide van haar:. . . ,,haar dans was als een vluchtige schets, zijmaakte slechts heel kleine passen, maar deeddat met zoodanig gracieuze bewegingen, dat hetpubliek haar boven iedere andere danseres verkoos.. . "Zij was een verpersoonlijking van vrouwelijkegratie en charme (ofschoon i zij nogal magerwas). I"Tt haar houdingen streefde zij naar eenuiterste elegance en een uiterste harmonie. Alleingewikkelde passen en moeilijke standen weeszij af. Wel was haar dansen snel, exact, muzikaalverantwoord en vol wilskracht. Wat zij methaar armen en haar kleine handen deed, was af.Zij had een zekere manier over zich, om vanlangzame rustpassen plotseling gepassionneerd ineen onstuiritig élan over te gaan; dit gaf spanningen afwisseling.Met enkele simpele gebaren kon zij — ajsLinkshoven: Na den brand van de oudeOpera in 1781 vierde La Guimard haartriomfen in het ineuwe gebouw op de Boulevardde la Porte St. Martin. — Rechtsonder:La Guimard, beroemdste danseresvan haar tijd. — Rechts: De meest besprokenvrouw van het 18de eeuwsche Parijs:La Guimard. (Foto's Archief I. v. Rhijn)weinig anderen — een stemming of een sentimentweergeven. En dat was noodzakelijk in die ballettenen ballet-pantomimes, waarin zij op hetpodium van de Académie Royale de Musiqueschitterde.Edmond de Goncourt noemt in zijn — eenhalve eeuw geleden verschenen — boek-over degroote danseres een tachtigtal balletten, waarinzij tusschen 1762 en 1788 als' eerste danseres isopgetreden. Of zij maken deel uit van opera's,of het zijn op zichzelf staande balletten. Onderde librettisten treft men J. J. Rousseau, de laMotte en Marmontel aan; onder de componistenRameau, Gluck, Grétry, Piccini, onder de choreografenGaetan Vestris en Noverre.Het achttiende-eeuwsche classicisme vierde inal die vertooningen hoogtij. De namen zeggenhet al: Castor et Pollux, Hippolyte et Ariele,Daphnis et Alciinadure, Jason et Médée, Orphée,Pénélope, La Toison d'Or, enz. . . .Pompeus en hoogdravend waren ze dikwijls;zwierig waren ze altijd. Zwjerig was de aankleeding,waren ook de costuums van La Guimard.Met nauwgezette zorg liet zij ze maken;die costuums, waarin zij o.a. mythologische figurenof begrippen als „de vreugde" of „het carnaval"moest verbeelden, en waaraan „gewerkt"werd met guirlandes, draperieën, lijfjes vanluipaardvel,veel Italiaansch gaas, pauweveeren,rozenbladen en schelpenversieringen. ... In hetjaar 1779 moest de Opera alleen voor costuumsvan La Guimard het destijds formidabele bedragvan 300.000 livres betalen! Voor een andere dansereswas dit nog nimmer geschied, maar voorLa Guimard geschiedde het, omdat ze zoo langzamerhandalles naar haar handje was gaan zetten.In haar salon werd de Opera bestuurd, enniet in het kantoor van den directeur!Ja, intrigues waren haar nu eenmaal nietCINEMA d^ THEATER — (nr. 14) 14vreemd. Met het Hof en met de Overheid enin négligé met de Kerk kreeg zij het telkens weerom het een of ander aan de stok.Zij had niet weinig vijanden. Als zij echteriets over haar rond vertelden, konden zij opeen antwoord rekenen, en zij konden er ook vanop aan, dat dat antwoord vol esprit zou zijn.Hoe weerde zij zich niet, "toen er een nieuwoperagebouw opgericht moest worden na diennoodlottigen brand in de oude Opera, die deeluitmaakte van het Palais Royal (een brand,waarbij Mile. Guimard ternauwernood geredkon worden)Zij had vele ondeugden, maar was toch nietdeugdeloos. Zoolang zij geld had, heeft zijgroote sommen aan de armen gegeven. (Boozetongen mompelden over haar slechte geweten. . .)Eén van haar deugden was, dat zij- gaarne kunstenaarsaan het werk zette. Zoo kon het geschieden,dat zij bij de inrichting van haar paleisin de rue de la Chaussée-d'Antin op een morgenhet talent van een huisschilder ontdekte. Zijhielp den jongeman vooruit en stelde hem instaat om lessen op de Academie te gaan volgen.Die jongeman werd later de beroemde schilderDavid.... Ook Fragonard heeft haar geschilderd.,In het leven van vele mannen heeft zij eenrol gespeeld. Haar eerste liefde was een danser;haar laatste was het ook. Wat den laatste betrof;hij heette Despréaux en hij was 31 jaaroud, toen La Guimard in 1789 met hem in hethuwelijk trad, een jaar, nadat ze in het Ballet„La Toison d'Or" afscheid had genomen vanhet tooneel, en drie jaar nadat ze om geld temaken haar Paleisje op grootsche en geruchtmakendewijze had verloot.Zevenentwintig jaar lang leefde zij daarnanog aan de zijde van haar echtgenoot; zevenentwintigjaren van rust en stilte na een tumultueusleven! De Goncourt vertelt een aandoenlijkverhaal van La Guimard op hoogen ouderdom ;hoe zij een klein poppentheatertje had, waarinzij met haar vingers de eens zoo toegejuichtepassen van haar voornaamste balletten maakte.J. VAN RHIJN.15 (nr. 14) — CINEMA *» THEATERWl] SPRAKEN MET:ERNST VAN 'T HOFFDe menschen met radio en gramofoon kendenreeds lang Van 't Hoff en zijn muzikale virtuozen,al was het ook alleen van hooren spelen.Maar de liefhebbers van amusements- endansmuziek zonder radiotoestel kenden hem tenhoogste van hooren zeggen. Want hem en zijnmodel-ensemble zien spelen had tot voor kort nogniemand (buiten eenige luxe restaurant-dancings,waar hij eenigen tijd speelde). Dezen winterheeft Van 't Hoff de microfoon van den omroepvoor een tijdje vaarwel gezegd om een tourneedoor alle deelen van het land te maken. Eindelijkkonden zijn radio-vrienden hem eens inlevenden lijve aanschouwen en kregen de mensebenzonder toestel gelegenheid eens van zijnmuziek te genieten.Nu hij zóó voor het voetlicht getreden is, hebbenwij hem eens aangesproken:„Meneer Van 't Hoff, om met een geijktevraag te beginnen: hoe is u begonnen en hoeis het verder gegaan?"„De tijd, dien ik als musicus achter me heb,doet mij altijd aan een zigzaglijn denken. Deouverture, pardon, het begin van mijn carrièrewas nog „rechtlijnig". Na de H.B.S. naar demuziekschool in Haarlem — mijn geboorteplaats— en van daar op het conservatorium inde hoofdstad. Dertien jaar geleden deed ik mijnvoetlichtdebuut. ... in Zwitserland met een Hollandschdansorkest je.Den eersten tijd bleef ik met landgenootenwerken, maar toen werd ik globetrotter en speeldeop „internationale basis" met Belgen, Italianen,Amerikanen en andere landslui. Ik zwierfals pianist en orkestleider door driekwart vanEuropa en ook stak ik „den grooten vijver" eenpaar maal over naar de nieuwe wereld, die ik„bespeelde" van Nieuw-York tot en met Frisco.Ik reisde en trok zoo een jaar of tien en kwam,na nog een tijdje in een der vroegere radioorkestente hebben gewerkt, via Parijs weer inhet land, waar ik begonnen was: Zwitserland.Daar speelde ik bij den bekenden Belgischentrompettist Robert de Kers, toen de oorlog ontbrandde.Haast je, rep je ging het naar Nederland,waar ik met mijn solistenorkest begon."„Uw orkest geniet veel populariteit bij devrienden van lichte muziek. Wilt u eens vertellenhoe u te werk gaat om het publiek voor uwmuziek te winnen ?"„Ik heb mij de medewerking verzekerd vanzonder uitzondering virtuozen op hun instrument,allen solisten, die het vak van A tot Zbeheerschen. Daardoor kan ik elk nummer volkomentot zijn recht laten komen. Veel tijdreserveer ik voor de afwerking, het samenspel,dat tot in de kleinste nootjes moet kloppen. Datis wel het geheim van het succes.Nummer één is bij ons het arrangement, deinkleeding van de nummers. Een knap arrangeurweet aan onze soort muziek een eigen karakter,dat doorslaggevend is voor het succes, eneen maximumeffect te geven. Gelukkig zijn eronder mijn eigen menschen verdienstelijke arrangeurs: de componist-guitarist Vlig. Koulmanen Smit, die het orkest precies kennen en hunarrangementen daardoor speciaal voor onze bezettingkunnen schrijven.Aan onze vocalisten Maria Zamorra — ukent haar natuurlijk van „Aurora", haar tangosen andere Zuidelijke zangen —, Annie Meeuwisen Jan de Vries danken wij voor een goed deelonze successen als amusementsorkest. Veel vanhun liedjes zijn al schlagers geworden!"„En uw repertoire?"„Bij voorkeur werk van Nederlandsche componistenof buitenlandsche liedjes met Hollandschentekst. Ook den liefhebbers van dansmuziekwil ik hun deel geven. Op onze tournee kreegde „muzikale comedie" bovendien een goedebeurt. ..."„En tot slot nog: Uw plannen?"„Ik ga uitbreiden. De zeventien solisten wordener vijfentwintig. Ik verwacht een nog grooterebezetting, nog meer mogelijkheden."Van 't Hoff kijkt op zijn horloge: „Het spijtme; ik heb geen tijd meer. Het klokje van optredenslaat! Tot ziens!"Tot ziens en veel succes met nog heel veelnieuwe schlagers, die u het Nederlapdsche publiekzult bieden 1C. J. RENDERING.Ernst van 't Hoff (midden achter den vleugel) en zijn solisten-orkest. — Links de vierSamoa's, rechts Maria Zamorra, Anhie Meeuwis en Jan de Vries. (foto CM.FJJ. v. i. Meer)


sa OP KOMST IS . . . .„SPÄTE LIEBE"l'aula Wessely laat maar af en toe iets vanzich hooren.Dat is aan den eenen kant jammer. Haast elkwederzien met haar was tot nu toe een gedenkwaardigegebeurtenis. Deze, in den traditioneelenzin niet mooie vrouw, belichaamt voor ons al dewarmte, al de menschelijkheid, die de oude, doorcultuur en levenskunst gelouterde stad Weenenmaar op kan brengen.Aan den anderen kant getuigt het van wijsinzicht, dat Paula Wessely slechts af en toe hetcentrum bezet van het contrastrijke schimmenspel: film! Want kwaliteit, die veelvuldig gebodenwordt, verwent de menschen. De kwaliteitblijft dezelfde, men geniet er echter steeds mindervan.Ik heb Paula Wessely in goede en mindergoede films gezien. Ook al waren zij minder goed,dan had dat weinig met Paula Wessely te maken.Geen middelmatige regie, geen middelmatig verhaalwist tot nu toe de natuurlijke gevoeligheid,dat breed en diep genuanceerde temperament, diebeweeglijke vitaliteit van het rijpe Wessely-talentte doen verstarren.Van Paula Wessely gaat een haast magischeinvloed uit, zoowel op het door haar zoo geliefdetooneel als in het filmbeeld. Haar groote technischescholing heeft niet tot het gemanierde, hetaangeleerde geleid. Zij bleef zichzelve, de spontaneWeensche. een symbool der in het zich gevencompromis-looze vrouwelijkheid.Wien-film heeft niet lang geleden een nieuweWessely-film voltooid, waarvan wij, met dit allesin gedachten, gespannen verwachtingen mogenhebben. Het is de door Gustav Ucicky geregis-met PAULA WESSELYseerde rolprent „Späte Liebe", met Paula Weselyen haar echtgenoot Attila Hörbiger in de hoofdrollen.De film behandelt de geschiedenis van eenhuwelijk, dat, van de zijde der vrouw, uit berekeningwerd gesloten. Het geld van den manmoet de middelen verschaffen een zieke zustergenezing in Davos te doen vinden. Berekeningwreekt zich. De vrouw ondervindt den band alspoedig als knellende boeien. Het boersche, luidruchtige,primitieve van den echtgenoot in strijdmet haar naar verfijnder genieting hakendenatuur. Zij ontmoet, tijdens een periode vaninkwartiering in het kleine stadje, een officier,die heeft, wat de echtgenoot mist.De echtgenoot gunt haar op zijn joviale wijzede vriendschap met den anderen man. Zij komtdaardoor steeds verder van hem af te staan, zietzelfs in de crisisperiode van hun huwelijk geenanderen uitweg meer dan de scheiding. Dan verraadtzich door een kleinigheid, dat de echtgenoot,zonder dat zij het wist, belangrijke offers heeftgebracht om de zieke zuster, welke vanuit Davosin Parijs terecht kwam en hier een bedenkelijkleven leidt, van den ondergang te redden. Zijnniets terugvragende trouw aan een zaak, die zijvolkomen de hare dacht, doet nieuwe gevoelensontvlammen. Het is een late liefde, die in haaropbloeit. Een liefde, welke het goede vóór detekortkomingen neemt.Voor zoover wij nu reeds kunnen beoordeelen,schenkt deze inhoud Paula Wessely vele mogelijkheden.Het naar buiten uitbeelden van een subtiel,gecompliceerd ziels-proces, is een kolfje naarhaar .... kunnen! P. B.Linksboven: Hei groote moment uit het leven van een rroute behoeft niet altijd een gelukkigmoment te sijn (v.l.n.r. Paula Wessely, Inge List, Attilla Hörbiger). — In den cirkel:Inge List als de zieke zuster, die genezing gaat zoeken in Davos. — Linksonder: Debruid (Paula Wessely) staat voor de tafel met geschenken en begrypt niet, dat zij op ditalles recht heeft.... — Rechtsonder: De echtgenoot (Ättilla Hörbiger) bereidt zijn vrouw(Paula Wessely) weer eens een van die kinderlijke, gulle verrassingen,(Foto'i Wien-FilmINatge)„ALS DE KLOKWAARSCHUWTEen vroolyk mysterie van een spook,dat geen spook is; van een Frieschestins, die weinig Friesch is; van eenprogramma, dat geen gevoel voor stijlheeft, en van een auteur, diebroers ~— KqnDe recensent van een griezelhistorie heeft hetaan één kant gemakkelijk: hij behoeft „het verhaaltje"niet te vertellen, want dan zou hij despanning voor hen, die het stuk gaan zien, ontnemen.Anderzijds heeft hij het moeilijk, wantzijn lezers willen tóch weten, waarover het gaaten hoe het afloopt.Het nieuwste, dezen winter geschreven enthans reeds op de planken gekomen Nederlandschestuk „Als de klok waarschuwt....", dat„een vroolijk mysterie in vijf tafereelen" is, looptgoed af en gaat over een spook, waarvan ikalleen wil vertellen, dat het géén spook is —zou er trouwens een hedendaagsche Fries zijn,die zijn spreekwoordelijke nuchterheid tegenovereen spook verliest; en zou er een vroegertijdscheFries zijn, die zijn ook toen al spreekwoordelijkenuchterheid na zijn dood in een spookbestaan verloochent?En tóch spookt het op de oude Stins, die isbetrokken door den ronden Delfshavenschen zeeman,kapitein Brouwer, den rijkgeworden waschvrouws-zoon,die zich tegenover de „domestieken"geenszins gedraagt als gewenscht wordt doorzijn uit alle macht en met veel Fransche woorden„stand" ophoudende eega, en die het beterkan vinden met zijn lieftallige dochter, die luistertnaar den on-Nederlandschen naam Babetteen nu freule moet spelen (alweer: volgens mevrouwBrouwer).De rgkgewórden zeeman gedraagt sich,volgen* zijn stijve echtgenoote, te joviaaltegenover het personeel. V.l.n.r.: AntonRoemer, May Vollenga en Lize van der Poll-Hamakers.• •99Het slot is eenige jaren onbewoond geweest,sinds Jonker Frans stierf, nadat zijn zoons Kasperen Feddo (een on-echte zoon en, in tegenstellingtot zijn halfbroer, een zeer onedelmensch) plotseling en spoorloos zijn verdwenen.Alleen de oude huisbewaarder Sinne woont nogin het poortgebouw, en de meid Wietske is inBrouwer's dienst gekomen; alle andere meisjesvan het dorp wenschten niet in het geheimzinnigeslot te dienen.Want die verdwijning van des jonkers beidezoons was geheimzinnig genoeg; en bovendienwaren er dooden gevallen, nadat de Frieschestaartklok tien uren in den avond had geslagenen een der gewichten was neergevallen. . . .Het is Sinne, die hiervan méér weet, maar erweinig over loslaat, en dien de nieuwbakkenslotheer dus verdenkt, wanneer het, reeds denDe mysterieuze dokter Van Gendt is verrastover het plan tot aanleg van een karpervijver.V.l.n.r.: Ludzer Eringa, AntonRoemer, Myra Ward en Lize van der Poll-Hamakers. f"' 0 '' C.N.F./No,ke)eersten avond dat hij het slot bewoont, inderdaadgaat spoken....Zooals ik zei: „het verhaaltje" zal ik nietvertellen. Genoeg zij te constateeren, dat de metamorfosevan het spook tot niet-spook naar deneisch langzaam gaat — waardoor echter de eerstebedrijven wat gerekt worden — doch op hetgoede oogenblik eindigt, namelijk in het eerstetafereel na de pauze, in Babette's slaapkamer;dat na deze materialisatie van het spook het geheim,waaróm hij spookte, nog tot het laatst vanhet slot-tafereel geheim blijft en daar leidt toteen bevestiging van 's kapiteins in zijn algemeenheidzeker aanvechtbare meening, dat menniets tegen dokters behoeft te hebben behalvedat zij dokters zijn (of zich zoo noemen) ; datde klok weer twee maal tien uur slaat en eenmaalgewaand, maar een maal echt voor dendood „waarschuwt"; dat 's kapiteins liefde (?)voor visschen — dokter van Gent daarentegenhoudt van honden — en vooral zijn daaruit geborenplan voor den aanleg van een karpervijverhet spook achter het spook nattigheid doet voelen(en ons en passant leert, dat karpers zoogdierenzijn) ; en dat de ontvoerd, gewaande Babettetenslotte verloofd raakt, waarbij ik geennader signalement van „hem" zal geven, omdatde verloofde in te nauwe relatie staat met hetspook.Men trekke uit deze vage aanduidingen gerustde conclusie, dat dit nieuwe Nederlandsche stukeen behoorlijk gebouwd tooneelmysterie is, ä la„De Spooktrein", met een vaak humoristischendialoog en een aardige dosis spanning, en dat hetnog langen tijd op het repertoire zal blijven.Maar . . . een Friesch stuk is het niet! Zelfsdegene, die — op de bij het AmsterdamscheTheaterbedrijf blijkbaar traditie wordende stunteligewijze —■ „de beschrijving van het stuk"voor het programma leverde, is zoowel in hetland als in de taal verdwaald. Hij schreef o.a.den volgenden onbegrijpelijken zin-met-twee-onderwerpen:„Deze stilgeworden Stinsen en statenmet lieflijke vijvers en gulden wingerd, ver vande routen van het snelverkeer, diep weggedokenin de verzonken deelen van Friesland, ligt de verdroomdestins, als wachter der eeuwen". Reedsde vraag, of een slot kan wegduiken in het vlak-17 (nr. 14) — CINEMA & THEATER'LÊ&fiiitaJiAÉAiMiÉÉSi'-^ ■ ■ ^■. ■


■Baaa^— . . '_,_ ■ . __ke Friesche land, zélfs wegduiken in bovendiennog verzonken deelen van het „heitelan (terwijlde Leeuwardensche Oldehove uit het venster tezien is. . . .), is een studie op zichzelf waard,waarbij wellicht de verzonken draad uit geciteerdenzin weer te voorschijn kan komen.Neen, die zin is niet Nederlandsch en dit stukis niet Friesch. Integendeel, de paar Friezen, dieer in voorkomen en die tegenover de op de stinsgekomen „Hollanders" staan, zijn er óf niet vante onderscheiden, of zij geven een weinig acceptabelbeeld van de Friezen. Men zal mij als Groninger— en, naar den volksmond, dus als Friezen-hater(!)— er niet van verdenken een oratiopro domo te houden, als ik beweer die schurkenzelfs zeer ón-Friesch te vinden. Trouwens, erwordt eenmaal, blijkbaar als verontschuldiging,in het stuk gezegd, dat lieden als de schurk, vanwien op dat oogenblik sprake is, in Friesland niettalrijk zijn.Liever had ik dus gezien, óf dat dit spel, ookal is het geïnspireerd op een reeks geheimzinnigegebeurtenissen, die in het midden der vorigeeeuw op een Friesche stins plaatsgegrepen zoudenhebben, geografisch onbepaald ware gebleven(zeker, nu het in het heden speelt), óf dathet streek- en ras-eigen betere gestalte had verkregen.Het Friesch-Groningsch-Hollandschebrabbeltaaltje van Wietske ware dan óf overbodiggeweest óf had het Groningsche accentkunnen missen.Dat dit stuk „in het heden" speelt, is overigensniet juist: het speelt in een oorlog-loosheden met, primo, een kast vol flesschen dranken eiken dag méér dan één glaasje — een overdaad,die den lachlust zoowel als het watertandenopwekt; met, secundo, niet-ingeleverde enniet-verborgen revolvers en geweren annex munitiebij de vleet; met, tertio, eenige opmerkingen,die het haast niet doen gelooven, dat zij inden winter i942-'43 werden neergeschreven, diein het gegeven verband ongemotiveerd en ontactischherinneren aan een helaas van oorlogsgeweldvervuld heden; die een toch al luidruch-tige zaal nóg luidruchtiger maken, en die dusbeter geschrapt kunnen worden.Louis de Bree heeft het geval bevredigend geregisseerd,goed geassisteerd door decor-ontwerperBruckmann 1 ), maar heeft — uiteraard, zouik, en ditmaal het woord in zijn ware beteekenisgebruikend, willen zeggen — het weinigeFriesch misschien nog meer naar den achtergrondgedrongen dan noodig ware. Bovendienzette hij de speienden soms wel wat al te ver uitelkaar, hetgeen den nog niet meesterlijken bouwvan dit spel des te meer doet opvallen. Hettempo der eerste bedrijven zal hij nog wel kunnenopvoeren.Zijn eigen rol van Lolke, den tot huisknechtgepromoveerden bootsman, zet de zaal herhaaldelijkin gullen lach, maar hij zou met minder nadrukkelijkgebaar zeker hetzelfde bereiken.Anton Roemer vindt een kolfje naar zijnhand in den rondborstigen zeeman, die ook alsslotheer zijn scheepstaal en -manieren niet vergeet,en de tekst met tal van goedgekozen scheepsbeeldenmaakt hem dit gemakkelijk.Lize van der Poll-Hamakers typeert goed zijnstijve en ingetogen echtgenoote; dat zij niet aannemelijkweet te maken, dat ziilk een naar harten'afkomst eenvoudige zeeman zulk een vrouwkon kiezen, is een der foutjes van het stuk.Myra Ward komt pas in de scène in haarboudoir tot een werkelijke gestalte van Babette,die in de eerste bedrijven wat onwennig over deplanken slentert.Caroline van Dommelen is een even trouwhartigeals excentrieke douairière van Sminia,Ludzer Eringa de even excentrieke als harteloozedokter van Gendt. Beide: dankbare en goed gespeelderollen.De gaafste rol is zeker die van den luguberstillenSinne, waartoe Jan van Ees zich onherkenbaar,maar voortreffelijk grimeert; een verrassendecreatie van dezen, in ander genre beterbekenden acteur.Whn Hoddes, een der jongsten van het Am-sterdamsche gezelschap, verrast eveneens als hetspook, of, zooals de kapitein hem noemt, denverstekeling; en May Vollenga tenslotte zet derij van dienstbodenrollen met het reeds gememoreerdebrabbeltaaltje als Wietske voort op bevredigendewijze.Het Amsterdamsche Zondagmiddagpubliek,dat bij de premières den schouwburg tot de laatsteplaats bevolkt, was — behalve zeer luidruchtig— zeer gul met applaus, vooral toen „ieauteur" ten tooneele.... verschenen! En daarmedewerd het voor het laatste mysterie vandezen middag geplaatst, omdat als auteur van hetstuk „R. C. H. Feenstra" was vermeld, hoewelhet stuk stamt van de broers R. en C. H. Feenstra.Het zinnetje uit het programma, beginnend-met: „De auteur, zelf Fries van geboorte,heeft..." moet men derhalve in het meervoudlezen !Eerstgenoemde kent men nog wel van den„ Avro-kaleidoscoop"; de andere en de langstevan het tweetal is als schrijver van korte verhalenbekend. Men komt hem in dit nummer van„Cinema & Theater" in die kwaliteit tegen, enhet valt te verwachten, dat wij hem met zijnbroer nog wel vaker op de planken zullen tegenkomen,„Als de klok waarschuwt. .. ." geeftreeds van een zekere tooneeltechniek en dialoogvaardigheid,benevens van het vermogen een ingewikkeldeintrige logisch af te wikkelen, blijk,zoodat wij op dat weerzien hopen.Misschien durven zij een werkelijk „in hetheden" of althans een werkelijk „in het verleden"spelend, maar echt Friesch stuk aan?JOH. T. HULSEKAMP.1) Dat de zoo belangrijke staartklok in het uiterstehoekje van het tooneel weggestopt werd, zal weltechnische noodzaak zijn geweest; nu viel het althansde linkerhelft van de zaal niet op, dat de klok nietkon waarschuwen, omdat zij.... niet liep. Het programma,waarin het drukfoutenduiveltje danig spookte(als ik ook den ongelukkigen geciteerden zin op zijnbr-eden rug schuif), sprak terecht van een staatkloklDr. niPd. Iliuli Prätorinsoü net Deutsches 1 neaterHet met de noodige Sherlock Holmes-achtigegeheimzinnigheid omweven geval van den blijmoedigendokter Hiob Prätorius is een der laatste,maar ook een der beste bijdragen van denzoo bij uitstek kundigen Curt Götz voor het moderneblijspel-repertoire geweest. Het bezit naastzijn bekenden sprankelenden en altijd f risschendialoog vóór alles „hart" : alsof het een portretbedoelde te zijn van een of anderen alom bemindenmedicus, dien wij allen wel hadden willenleeren kennen (zonder daarvoor persé ziek te zijnnatuurlijk).Geen wonder dan ook, dat deze „geschiedeniszonder politiek" in korten tijd reeds door tweeonzer beste tooneelgezelschappen, door CeesLaseur in Amsterdam en door het ResidentieTooneel in Den Haag, gespeeld werd. Het laatsteheeft het, onder den titel „Dokter Job",trouwens nog steeds en met succes op zijn repertoire.liet Deutsches Theater gaf ons het stuk thansin zijn blijkbaar volledigsten vorm, namelijk meteen kleinen proloog in een loge d'avant-scèneerbij, en monteerde het op groot tooneel — dusmet een heele collegezaal van jonge mannelijkeen vrouwelijke studenten, die dr. Prätorius metaanstekelijke blijmoedigheid zoowel aan denangst voor den dood als voor de wonderen deslevens went, en met een daar opvolgende ziekenzaal,waar temidden der andere bedden hetkleine meisje Jacky haar ontroerend scènetje tespelen krijgt.Jacky was in deze voorstelling „echt" eenkind en maar weinig ouder dan de vijf jaar, diezij verondersteld wordt te tellen. Gespeeld doorde kleine Leonie von Horsten was het een dercharmantste momenten van den avond.Overigens werd de herinnering aan den dokterPrätorius van Paul Steenbergen niet verdrongendoor den weliswaar opgewekt, maartoch ook nogal geforceerd speienden JoachimErnst, vooral in het voorspel als Sherlock Holmes.Meer voldoening schonk Hans Gerlach alsdr. Watson, een der bescheiden en rustigeacteurs van het gezelschap.Was Mimi Boesnach reeds een hartveroverenpepseudo-Spaansche in het alleraardigste bedrij fbij Prätorius thuis, in de gedaante van EvaKreszinsky, die geacht werd uit Halle an derSaale te komen en dus „sächselte" op een manier,die het Duitsche publiek om de haverklaplachkrampen bezorgde, werd ook in deze voorstellingde Violetta een groot succes. De knecht,wiens verhaal eigenlijk het grootste gedeelte vanhet stuk in beeld brengt en die daarop voor deneereraad nog eens een der origineelst gevonden„moordverhalen" te doen krijgt, die ooit eenschrijver ingevallen zijn, was door de regie volkomen„levenloos" gehouden, als een met zijnarmen slap voor zich uit loopend, uit het grafherrezen spook. Men kan hem ook gevaarlijker,geheimzinniger, minder „sullig" denken (en zoospeelde Johan de Meester hem destijds).Maar niettemin was de partij bij Max Adelhütte,die altijd zorgvuldig typeert en nog onlangsin „Kabale und Liebe" de korte „revolutionaire"scène tot een hoogtepunt maakte, ingoede handen. Dat Michael Arco zich als dehumorloore dr. Dagobert niet de kans liet ontnemenom weer met een dwaze grime ten tooneelete verschijnen en zich een allergekst hiklachjeaan te meten, was wel te verwachten. Men vraagtzich eiken keer opnieuw af wat deze intelligentetypeur er nu weer „op gevonden" heeft.De regie van dr. Hannes Razum viel te loven,vooral aan het slot van het college en de scènevoor den eereraad (zijn regie is blijkbaar altijd—Thet beste in de „groote" scènes), evenals hettooneelbeeld van Isolde Schwarz, die naar denmodernen Duitschen trant geschilderde achtergrondprojectiein plaats van stijve decorstukkenhad gekozen. Een geestig voordoek (krantenpagina)mét half Duitsche, half Nederlandschesensatie verhalen zorgde voor het juiste kadervoor dit verhaal, waarin met den dood gespotwordt op een wijze, dat het een triomf des levensbeduidt. HENRIK SCHÖLTE.Rusl lijdons liet jonrnaalDe secretaris-generaal van het departementvan Volksvoorlichting en Kunsten heeft bepaald,dat het bij filmvoorstellingen aan het publiek isverboden, tijdens de vertooning van het journaalof de journalen de zaal, waar de filmvoorstellingwordt gegeven, te betreden of te verlaten.Overtreding van dit verbod wordt gestraft meteen geldboete van ten hoogste 500 gulden.De ondernemêïs van zalen, waar filmvoorstellingenworden gegeven, moeten op een voor hetpubliek goed zichtbare wijze aankondiging doenvan bovenstaand verbod.Deze beschikking trad op 27 Maart j.1. onmiddellijkin werking.EEN NIEUWE FILM OPNEDERLANDSCHEN BODEM.Dezer dagen zal de productiegroep EduardKubat in de Holland-Ateliers beginnen met deopnamen voor de nieuwe Terra-film „Die goldeneSpinne", onder regie van Erich Engels. Demedespelenden zijn Otto Gebühr, Kirsten Heiberg,Jutta Freybe, Ivan Petrovitch, Maly Delschaft,Rolf Weih, Hermann Brix en JosefSieber. Het draaiboek werd vervaardigd doorWolf Neumeister met medewerking van Dr. UlrichVogel. De cameraman is E. W. Fiedler,terwijl Franz Grothe de muziek componeerde.Houd zedroog. UwSantétabletjes!Zoodra U 'n nieuw zakje Santètabletjesin huis hebt, doe zedan in 'n goedsluitend blikjeof fleschje. Er mag géén vochtbijkomen, anders vervloeien zeen zijn ze niet meer zoo gemakkelijkin 't gebruik!Het beste theesurrogaat ooit vervaardigd!U kunt weerAndrélon gelaatspoederkrijgen !Neem wat van die luxe doozen metmicroscopisch-fijn vermalen poederin voorraad. U kunt nóóit weten...Per luxe doos van 45 cent af.Mocht U onverhoopt géén AndrélonCelaatspoeder kunnen krijgen, schrgf dans.v.p. een kaartje aan: Andrélon • Bodegraven..wNiet zóó... maar zóó...want de kwaliteit van de sterk geconcentreerdeMedinos capillair-actieve tandcreamis zóó voortreffelijk, dat er maar héél weinigvan noodig is. Er zijn nog velen die uit gewoonteden geheelen borstel - groot of klein -met tandpasta „beleggen", maar dät is overdaad.Weesdaarom zuinig met Medinos, wantdeze voortreffelijke tandcream is niet meeronbeperkt verkrijgbaar!(Leege tube inleveren).Medinoscap/7/air-acf/evefanc/cream - 65 en 35 et.Nederlandsch Fabrlltoat der Medinos Laboratoria M 165QINEMA, & THEATER — (nr. 14) 1819 (nr. 14) — CINEMA &- THEATER


door Willem W. WatermanDe Nederlandsche Omroep is deze week weereens uit haar slof geschoten. Ieder levend organismeheeft periodiek opflakkeringen van génie— mogelijk zijn dit ook toevallige samenloopenvan gunstige omstandigheden. De Radio maakthierop geen uitzondering. In het onderhavige gevalwas het de reportage van de Begrafenis vanMgr. A. F. Diepen, Bisschop van 's-Hertogenbosch.Geen urenlange reportage, met bombarieaangekondigd en met zestien microfoons enettelijke kilometers kabel uitgevoerd. Slechtseen meesterstukje van volkomen beheerschtwerk. En een bewijs te meer voor de oude cultureelestelling, dat het zuiver essentieele, mitsperfect uitgevoerd, het grootste effect sorteert.Zooals journalisten en schrijvers dikwijls hunbeste werk baren, met een stompje potlood krabbelendop een enveloppe op een tafelpunt, terwijlde persen op het punt staan om te gaan draaien.... zoo was deze reportage, snel geprojecteerd, sneluitgevoerd van een zeldzame intuïtieve raakheid.Jan de Vries maakte op zijn eentje grootekeet over het feit, dat ik het bestaan heb hem ineen kolom druks tóch de Adonis van het orkestte noemen. Hij jaagt op mij. Eergisteren joegik op Frans Wouters met het snoode oogmerkhem voor een interview te vangen, toen ik werdgewaarschuwd voor de brieschende nadering vanvoormelden Jan de Vries. Ik heb er nu genoegvan. Met listen en lagen heb ik een foto vandezen jongeman te pakken gekregen en drukdie hierbij af als Radio-foto van de Week. Zijner lezeressen, die per brief aan de redactie willenhelpen dezen Appel-van-Paris-achtige kwestieop te lossen ? Hij zingt overigens voortreffelijk.De menschen, die dag-in dag-uit hun leven inde buurt van microfoons doorbrengen en instudio's zwalken, zijn aan vreemde tafereelengewend. Maar de man die op bezoek is, en onverwachtkomt binnenloopen, moet toch wel vreeselijk raar staan te kijken, als hij middeh in deluisterspelstudio een keurig betegelde badkuipziet staan, halfgevuld met water, waarnaast eenman in hemdsmouwen op een kruk zit, met éénroeispaan in de hand en een koptelefoon op, dieals een wilde met die eene spaan zit te roeien . . .alsmaar roeien. Hij komt natuurlijk niet vooruiten hij spat zich deerlijk nat, maar hij kijkt nietop of om en roeit stoer door. Het is zaak omden ietwat beangstigden bezoeker uit te leggen,dat deze man alleen maar de beste wijze probeertte vinden, om het geluid van een roeibootdoor den luidspreker zoo „echt" mogelijk tekrijgen. Ik schrijf graag hoorspelen die metwater te maken hebben, dan kan ik in de „waterkamer"gaan knoeien. Stel u voor: epn geheelsteenen kamer met een bad, met planken, buizen,stangen, kranen, sproeiers en knoppen en eenaparte microfoon, waarin je waterstralen kuntlaten klateren, sissen, sproeien, kletteren, sproedelenen de hemel weet wat al nietl Eldorado!Overigens ben ik iets voorzichtiger gewordenmet het decreteeren van microfoongeluiden,sinds ik voor eenigen tijd een luisterspel schreefover drie vrienden op een kamer waarvan er éénde hik kreeg — een formidabele hik; een,,moord"-hik. De eerste aanduiding van wat erboven mijn hoofd hing kwam in den vorm vaneen telegram, dat informeerde, hoe ik voor denduivel dacht, dat ik een acteur een toonladder inES kon laten hikken. Ik seinde terug dat hijeenvoudig een toonladder in ES moest hikken,en dat zooiets volkomen uitvoerbaar was. Erkwam een telegram terug dat ik dan in Hilversummaar eens moest komen voor-hikken. Ikzeg u: ik hèb het gepresteerd, maar het totalehonorarium is verdwenen aan keelverzachtendetabletjes. . . .Jan de Vrie», de bekende refreinzangervan Dick Willebrandts.Van alle zijden bereiken mij enthousiaste berichtenover de Omroep-Kleuterklas. Hetschijnt dat „Tante Jet" in alle kringen der bevolkingeen doorslaand succes heeft. Nu is zooietsmet een kleuterklas een moeilijk geval. Hetis natuurlijk altijd mogelijk, dat alle Nederlandschemoeders gefascineerd naar Tante Jet'skleuterklas luisteren — desnoods met tranen inde oogen, maar dat hun kleuters zelf zich intusschenstierlijk vervelen. Ik bedoel: wie zal hetcontróleeren ? Ik heb ernstig geprobeerd, me inde geestesgesteldheid van een kleuter te verplaatsen,en zoo eenig peil te trekken.... Nee.Ik ga hier niet op door. Onbetwistbaar feit is,dat Tante Jet's Kleuterklas een zeer groot succesis.Men luistert graag en goed. Tante Jet (dievolgens door mij ontvangen informaties eenvoorbeeld van vrouwelijke charme is — ik zalmij daar ijlings persoonlijk van gaan overtuigen)schijnt de kostbare gave te bezitten, deradio-kleuterklas te bezielen, en in haar uitzen-.... een man, die met volledige overgavemet één roeispaan in een badkuip roeit....(FotSt NU. OmrJding een ongewoon krachtige atmosfeer vanwarmte en ongedwongenheid te leggen. . . . Hetis wel een ietwat zonderlinge figuur dat uitgerekendik heet loop voor een kleuterklas. Uitgerekendeen kleuterklas.... Maar. zoovele enthousiastekreten over de klas bereiken mijn oor,dat ik slechts zeggen kan: „Hier is een primauitzending.... Een eerste klas uitzending, diebijval geniet van iedereen. . . . ongeacht leeftijdof die-eeuwig-weer-als-een-boeman-opduikendepolitieke-instelling....Laat de Omroep dezeKleuterklas in' eere houden! Vooral niet in gaanroeren of veranderen! Tante Jet bewijst, dat zijhet kan. . . . Laat dat zoo blijven.Na deze loftuitingen aan het adres van denOmroep, welke pluimen verdiend zijn: . . . eenopmerking. Ik ken vele menschen en hoor veledingen. En in alle opmerkingen, den Omroepbetreffende, komt steeds weer, welhaast als eenmuziekmotief, de opmerking naar voren: „Jehebt nooit rust als je luistert. ... Je hebt nogniet iets aanstaan of je zit nog niet in je stoelof... . pats! Het programma verandert weer".En deze opmerking is gegrond. Er bestaat eenoude controverse tusschen de menschen die pratenover „Elck wat Wils" en de andere menschendie praten over „Elck wat Wils". Het iszeer zeker minder juist, het vioolconcert vanBeethoven, études van Chopin, Frans Wouters,Toti dal Monte en eeVi voordracht over kersenteeltmet een langen stok door elkaar te roeren.Hoe vreemd het moge klinken.... op die manieris niemand tevreden; Er is een scherpescheiding tusschen de klassen van menschen, dieelk van dit soort programma's wenschen. Dezeklassen overlappen elkaar bijna niet! De Frans-Wouters en Willebrandts-enthousiasten fronsende wenkbrauwen over Concerto-Grosso's en ontdooienpas weer in de buurt van Anitra's Tanz.Neem het andere uiterste. Kondig aan, datom den anderen dag over Hilversum II klassiekeen amusementsmuziek wordt gegeven. Ditheeft b.v. het voordeel, dat automatisch omden anderen Zondag klassieke en amusementsmuziekkomt.... Wat is nu het psychologischeffect? Dat zelfs de grootste botterik in denlande na twee weken weet, wat voor soort muziekhij op welken dag kan verwachten. Dat kan hijop zijn vingers uittellen. En. . . . zoo is nu eenmaalde luisteraar. . . . Hij wordt totaal nietboos, als hij graag Haydn had gehoord....maar het is de Atausementsdag. Hij wéét, dathij den volgenden dag zijn hart kan ophalen.Dit is het grondbeginsel: Als men van tevorenweet, wat er gaat komen, stelt men zich daaro^ in. Maar iedereen wordt geïrriteerd, alshij op een hap en een snap nu eens een uurtje dithoort en bots daarop iets krijgt wat hij totaalniet lust, zoodat hij zijn toestel moet afzetten.Lange periodes van homogene programma's.... volgens een afwisselend systeem,'datzoo eenvoudig is, dat een kind het kan onthouden.... Geen mensch houdt ervan, elkkwartier een luistergids te moeten gebruiken alsgeheimschriftsleutel op een codesysteem.Ik ga weer op jacht naar Frans Wouters. Hijis te vangen als een snoek op zolder, zooals degeijkte term luidt, maar ik hoop hem te strikkenvoor een interview de volgende week.EEN VASTENAVONDSPELNAAR GOETHE.Zes werken van Goethe heeft de Duitsche dichterHans Schwartz verbonden door middel vaneen verhaal in jambischen dichtmaat. Zoo is eensoort vastenavondspel ontstaan, dat in Leipzigvoor het eerst is opgevoerd.Dit spel omvat Goethe's „Satros oder der vergötterteWaldteufel", „Das Jahrmarktsfest vonGlundersweilern", „Die Kunst, die Spröden zufangen", „Hanswursts Hochzeit", „Das Festnachtsspielvon Pater Bry" en „Concerto dramatico".Hans Schüler heeft het geheel geënsceneerd.De muziek is door Victor Schwinghemmer samengestelduit composities van Beethoven en uit oudevolksliedjes.CJN&MA & THEATER — (nr. 14) 20TIVOLI-THEATER - AMSTERDAMBRENGT DE PREMIÈRE voor NEDERLANDvan de Tsjechische film(En vergeef ons onze schulden)met ZDENEK STEPANECK en JIRINA STEPN1CKOVAEEN ODEOH-TEÄNSIT FILMODEON FILMVERHUURKANTOOR N.V.Emmastraat 31 - DEN HAAGHOMMERSOM EN TOSCANIbrengen U InBROADWAY PALACE(REMBRANDTPLEIN, AMSTERDAM)„De vreugdebron van AmsterdamcérfHENVO'S REVUETWEE ORKESTEN1. R.yu.- .n Amuf«m.nUorkMl o.l.v. C. VAN DISSELDORP2. Attracti«-orkM» rmn GRAZIOSO56 Medewerkenden: o.a. Elly Rexon en Harry van WestenDag. aanvang 2 uurram M..P.W..I»ONZICHTBARE KETENEN(Unsichtbare Ketten)met AÜDA VALLI en CARLO NINCHIEEN SONORA-FILMMevrouw de Secretaresse(Geliebte Weit) „METROPOLE PALACE enPASSAGE THEATER - DEN HAAGbrengen gelijktijdig vanaf 2 April deHongaarsche film(Vision am See)met PAUL JAVOR en ELISABETH SIMORODEON FILMVERHUURKANTOOR N.V.Emnkstraat 31 - DEN HAAG21 (nr. 14) — CINEMA &• THEATERMUZIEKSCHOOL A. ZWAAGScKolen teAmsterdam - Den HaagHaarlem - Allcmaaren LangenaijkCLUBLESSENvoor alle muziekinstrumentenvanaf f 2.50 per maandSchriftelijke lessendoor het ieheele land f 3.00 p. maand.Alle InltdiHntfen:JAC. VAN LENNEPKADE 15AMSTERDAM - West — TEL. 80940_V


RAADSEL-VARIÉTÉOplossingen der onderstaande opgaven' zende men — liefst op eenbriefkaart — uiterlijk 15 April a.s. aan den „Raadsel-regisseur",Redactie „Cinema & Theater", Paulus Potterstraat 4, Amsterdam-Z.Op de adreszijde te vermelden: „Raadselvariété 15 April".Onder de inzenders van ten minste twee der drie opgaven wordenverloot: een hoofdprijs van ƒ 2.50 en vijf troostprijzen van ƒ 1.-.FILMSTER.MOZAIK-RAADSEL* x s ? s nPRODENTxüaaki over uwgezondheid!^De mozaiksteenen vormen in juiste namen van «wee tooneelspelersvoleorde\77^achter elkaarQgeplaatst de£7| ITHn 7 ! r^i w\ r^~i^7J \7r^ (17Jrn FI FHIn de..THEATERREEKS'verscheen„DORP IN ONRUST"doorKEES SPIERINGSKAMRAADSELHorizontaal: x, naam van een tooneelspcler.Verticaal: t. donker, 2. keervers, 3.VERBINDINGS-RAADSELTusschen elk der volgende woordenmoet een woord worden ingevuld, zoodatmet het voorafgaande en het volgendewoord een nieuw begrip gevormdwordt. Bij juiste invulling vormen deOPLOSSINGENvan 25 Maart (no. 1 1)Hekwerkraadstl: Horizontaal: 8.Hilde von Stolz. — Verticaal: i. Geschoold;2. helling; 3. kreek; 4. wol;5. Cesar; 6. gedogen; 7. voorzomer.Ofera-raadse .7 Parsi f al -Tannhäuser.Letter-raadsel: Maria Holst.jongrensnaam, 4. betrekking, 5. vorderen.' handig.De te gebruiken letters: a, b, c c, d,eeeeeeeeee, f, g, h, iiiiiii,k k, 1, n n n n n, r r r r, s s »,t t t t, u u, v.eerste letters van de ingevulde woordenden naam van een filmster.«re enboven lastigaard dombinnen ademenga moedeelk maalmidden zichtmaal lijnPRIJSWINNAARSHoojd-prijs: W. P. te Apeldoorn.Troostfrijzen: J. A. C. R. te Bilthoven;H. t. B. te Tilburg; P. B. teAmsterdam; J. R. te Delft; J. v. d. B.te Amsterdam.DEUTSCHESlïHEATER„Eine grandiose Aufführung —ein gewaltiger Erfolg —"die Oper 99 IS JL Y"von ERMANNO WOLF-FERRARIU brengt de verzorgingvan uw gebit, tevens dezorg Voor uw gezondheidop een hooger plan, door*8 morgens en 's avonds(maar voorkl 's avonds) tepoetsen met Prodent, deeenige tandpasta met hetdispergon tegen tandsteen.Wie Prodent gebruikt bewijstzichzelf een dienst:hij koopt gezondheid pertube.PRODENTde heerlijkschuimendetandpasta''il/lGrijp dadelijk in. Bedenk, dat het verwaarloozenvan een hoest ernstige gevolgenkan hebben. Begin daarom vandaagnog Uw kind Abdijsiroop te geven.Abdijsiroop zal de vastzittende slijmdadelijk doen loskomen, de ontstokenslijmvliezen verzachten en weldra zalde hoest van Uw kind verdwenen zijnl.AKKER'SABDIJSIROOPHOITOTOZENELlERbHAAG -LANGE POTEN 43 •TEL.115281"GOUD - ZILVER'. JUWEELENANTIEK - MODERN - TAXATIE■In dit fraai verzorgde boekte vindl U hel volledige onlangsbekroonde ontroerende tooneelspel, tezamen met de novelle,waaruit het ontstond. Het boekje is geïllustreerd met vijfteekenlngen van Karel Thote en voorzien van «n Inleidingvan Spierings' tooneelverk.Prijs f 1,25Verkrijgbaar'lo den boekhandel en bl) deN.V. NEDERLANDSCHE UITGEVERIJ „OPBOUW"Paulu« Potterrtr. 4, Amsterdam (Z), TeL 98U5. Portgiro 786761.) (Nieuwe Amsterdamsche Courant)„ ... Intendant Dr. Nufer hat wiederum ein Meisterwerkvon Massenregie und sprühender Handlung .... geschaffen... ."2.) (De Telegraaf)„ ... Flotte Regie, luxuriöse Ausstattung und märchenhafteLichteffekte trugen das ihre dazu bei, um dieAufführung zu einer Kunsttat von Bedeuting zumachen.,.."3.) (Haagsche Courant)„ .. . die Darstellung des Werkes stand auf der ganzenLinie auf einem vortrefflichen Niveau. Für die MassenregieDr. Nufers kann man nur das höchste Lobhaben ...."4.) (Nieuwe Rotterdamsche Courant)„ .. .Eine Regie von enormer Meisterhaftigkeit "Ab 18, März: „Dr. med. Hieb Prälorius"von Curt GötzAb 10. April: „Die lustigen Weiber von Windsor"komische Oper von Otto NicolaiAb 15. April: als Erstaufführung„Die Königin Isabella"Schauspiel, von Hans RehbergAb 25. April: „Was ihr wollt"Lustspiel von W. ShakespeareN.V. PRODENTAP 158Aan de Administratie van CINEMA & THEATERPaulus Potterstraat 4 - Amsterdam ZuidMijne Heeren,Elke week wil Ik op de hoogte blijven van nieuwe films,tooneelstukken, opera's enz. Noteert u mij dus, op de gebruikelijkevoorwaarden, als abonné voor toezending per post/perbezorger ä 12% ct. per nummer*).Het abonnementsgeld wordt betaald met ƒ6.50 per jaar*/ƒ3.25 per halfjaar*/ƒ 1.62% per kwartaal* en voldaan bij aan-bieding van uw kwitantie.Naam ,^(jreg HandteekenlngteDatum -Verzenden in enveloppe als brief of geplakt op een briefkaart.*) Doorhalen wat niet van toepassing is. _________Het weekblad „CINEMA & THEATER" verschijnt des Vrijdags.Hoofdredacteur: Louis Thijssen, Voorburg (Z.-H.): plaatsvervanger:Joh. T. Hulsekamp, Amsterdam. — Chef-van-dienst der redactie:R. H. J. Ptaff, Amsterdam. — Redacteur: L. J. Capit, Amsterdam.— Uitgave der N.V. Nederlandsche Uitgeverij „Opbouw", PaulusPotterstraat 4, Amsterdam-Zuid.Alle bijdragen, foto's, teekenlngen en redactioneele correspondentie,zonder vermelding van persoonsnamen, te richten aan de Redactie,abonnementsopgave en andere administratieve correspondentie aande Administratie van Het Weekblad Cinema & Theater .PaulusPotterstraat 4, Amsterdam-Zuid. Telefoon: 98145, 21511, 21424. —Postgiro no 78676. — Prijs der losse nummers 15 cents. Abonnementsprijsvoor Nederland franco per post ƒ 6.50 per jaar, ƒ 3.Z5 perhalf jaar, / 1.62% per kwartaal, bij vooruitbetaling; in plaatsen waarbezorgers zijn gevestigd, desgewenscht 12% cents per week b« bezorgingin de week na verschijning. Abonnementen worden stil-. zwtfgend telkens voor dezelfde periode verlengd, indien niet tweeweken vóór afloop schriftelijk opzegging is ontvangen. — Nadrukalleen toegestaan voor korte gedeelten, mits met bronvermelding. —Bij ongevraagde bijdragen siuite men retourporto in.CINEMA & THEATER (nr. 14) 2223 (nr. 14) — CINEMA


-U BENT NIET DE EENIGE.die .,Cinema en Theater" zoo'n aardig blad vindt!Wilt U er daarom van verzekerd zijn,dat U het blad elke week ontvangt,NEEMT DAN EEN ABONNEMENT!Vult de bon In, die op de vorige bladzijde onderaan staat afgedrukt.; o.ou per jaar, losse nummers ƒ0.15. Volledige gegevens op blz. 23. P. 1083/4.CINEMA &• THEATER — t^tu Jaargang — No. 14 — i Afril 1943. ■*.*■*.^—■^,.. . ^ ... _ ..

More magazines by this user
Similar magazines