jü iS - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

bibliotheek.eyefilm.nl

jü iS - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

Nummer 404 24 OctoberCLAIRE ROMMERspeelt de vrouwelijke hoofdrol in deUfa-toonfilm „De stag bij Bademünde".V/eckblaMA ^THEATER


I■ ■■■- v'-^. —■.;"''----,; - —"'q13UM PARFUM DÄ/EfTTUREPARISGodfried de Groot^an ßuykenstraat 2a AmsterdamTelef, 28474DENK NU AANUW HUIDhetspelgaatbeginnenHet spel van den regen. Het spel van denwind. Het spel van de sneeuw en desnerpende koude. Het spel waartegen Uwhuid protesteert. Pond's moet U nemen.Pond's voor Uw huid Minstens 2 maalper dag Pond's Cold Cream - datf houdtde huid soepel en zuiver. De voedende{jlièn spannen het weefsel, de poriènloozen het stof." Neem Pond's Vanishing Cream voor de„finishing touch", voor dat fijne, fluweelachtigewaas, dat de teint van een vrouwzoo aantrekkelijk maakt. Pond's VanishingCream vormt een veilig, dun vliesje datwind weert en water, maar waar poederop houdt.VERZORGT UW TEINTPONDSVANISHING EN COLD CREAMKleine pof f 1.Groote pot f 2.^■^ MONSTERS'"' van beide Creams ontvangtU na inzending- van■ "^ 10 cent porti aan Afd. 1PONDS EXTRACT Co., ADAMNaam AdresDr. H. MANNING'SKDNADRUPPELS(VOLKOMEN ALCOHOLVRIJ)WEKKEN DEN EETLUST OPKAPELMEESTER H. DAVIDSOp zestienjarigen leeftyd dirigent.Pauze tijdens de voorstelling van„In 't witte paard" in Carré teAmsterdam.„Eventjes uitblazen," zegt kapelmeesterDavids, bij vrienden en collega'sbeter bekend als Hakkie, tegen mij.Ik kan mij dat verlangen naar eenbeetje rust best voorstellen, want hetleiden van het orkest bij deze voorstellingis een moeilijk werk. De muziekvan de componisten Ralph Benatzky,Robert Gilbert en Robert Stolz is uiterstgecompliceerd; op het tooneel en indeorkestruimte spelen tegelijkertijd verschillendeorkesten en er zijn nog anderevalstrikken voor den dirigent! Bovendienzijn er groote koor-partijen. Enfin,het is een moeilijk werk en het strektHakkie Davids tot eer, dat htj het erzoo goed afgebracht heeft. Nu kanmen ook niet direct beweren, dat hijover weinig routine beschikt! Sinds zijnachtste jaar is hij bij „het vak" enhij is thans geen kind meer, maar onderons è eze gd toch ijdel genoeg, om mijzijn leeftijd niet te willen verraden!Hakkie is evenals zijn beroemde zusterHeintje en zijn nóg beroemder broerLouis te Rotterdam geboren Zijnouders waren bekende variété-artisten.Op zesjarigen leeftijd kwam Hakkie opde muziekschool; daarna nam hij pianolessen.bij den bekenden paedagoogDavid Blitz, totdat deze benoemd werdals leeraar aan het conservatorium teParijs. Nu moet u zich niet voorstellen,dat deze spruit uit het gezin Davidsrustig kon studeeren. Van zijn achtstejaar af moest hij met zijn ouders meede kermissen op, totdat hij op veertienjarigenleeftijd een aanstelling kreegals pianist bij S. Soesman in de Begij-,nenstraat te Rotterdam. Twee jaar laterexploiteerde deze directeur een grootekermistent op de jaarmarkt te Rotterdam;in deze gelegenheid trad Davidsvoor het eerst als kapelmeester op.Hij beschikte toen over tien musici,'een enorm getal voor dien tijd. Ontelbarevariété-directies werkte hij nadienaf, o.a. Strober en Vleugels (beidente Rotterdam), daarna volgde de bekendeFrits van Haarlem. Zeven jaarwerkte hij bij de revue van Henri terHall, hierop volgde het gezelschap vanNap de la 'Mar. Tien jaar lang boodTheater Flora hem onderdak, toen ginghij met de revue van Fritz Stapper optournee. Tot aan het bittere einde toe.Dezen zomer zagen wij hem met zijnbroer Louis in het Kurhaus-Cabarette Scheveningen en nu dirigeert hijde mannen in de loopgraaf in TheaterCarré te Amsterdam.Hakkie is niet de dirigent van hetgroote gebaar. Men kan hem nooithet verwijt maken, dat hij op effectwerkt. Ik ken dirigenten, die het publiekin vervoering brengen door ge-UIT DE ROMANTISCHE PERIODE; HAKKIE DAVIDSMET ZIJN BROER LOUIS.weldige armbewegingen, stampendevoeten en fladderende dassen. Tevensbrengen zij hiermede het orkest in dewar, èf de uitvoerende leden moetenzoo verstandig zijn, om niet op hundirigent te letten. Hiervan zijn voorbeeldente over.Zoo'n leider is Davids niet. Hij is dekalme, consciëntieuze dirigent, waaropde zangers op het tooneel huizenbouwen. En wien wij nog vele jarenin den orkestbak toewenschen!E. W.H. DAVIDS OP 17-JARIGEN LEEFTIJD.H. DAVIDS ZOOALS WE HEM NU KENNEN.Het gezelschap, dat „Zijne Edelachtbare" vertolkte. Leunend tegen de piano KoosSpeenhof, zittend aan de piano Hakkie Davids.\Specialiteit in T^oderne en ^Trtistlehe foto'sMen »Ie de vele reppoduclies van ons weife in „Het Weehblad" Cinema fi Iheater- 2 -en maken het rebruik van DURE versterkingsmiddelen in den regelonnoodigr. WACHT U VOOR NAMAAK en let op den naam,Ur.M.Nanmng- buiten op de roode doos en op den flacon. Prysfl.30REIST NOOIT PER TREIN. TRAM. AUTOBUS, ENZ. zonder onze populaire A.O.-POLISPer f 3000.— bij overlijden ) Jaarpremie slechts /2.50„ t F 10000.— luuuu.— Dy by invauaueit invaliditeit \ 7^.«ii,„...„ /-nin' f 5000.- by yed. invaliditeit ) Zegrelkosten /-O.SORISICO OAAT DIRECT IN DOE HET NU I- 3-NIEUWE HAVBANKPostgiro No. 19154 SCHIEDAM


■ ■ • ■ • =■- ■■ v.;:•...;-.• . . .-, ,-.. .... .. . . ..;.v^fv ; f ?■n , - ^ i, .mm ï{mmHET MTSTEME YAMVILL^L TAlMmAEEH LANG, SP^HHEND VEREUWLDOOR WAJJVA'R'EZiiiHiiniiiiiHiiiiiiiiiiiiiiiitiiiiiHiHiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiuiiiiniiiiiiiiiiiiinniiiJacques da tuinman bonsde wild op het raamen achzeeuwde: „M'sleur Johnson! WsleuiJohnson I Hom eens iauw hier I ET IS leisveischilkheluhs iebeurdl" Binnen een paarseconden was ik bu hem, waarop hy mvmeenam naar het einde van de laan, die naatden ultianä van den tuin voerde. En daar,onder een hooien boom, zai ik monsieurCzolx, die ieweiHerd had Iets van madame tedrinken, op zVn zV liggen ...HlllUllUIIIIIHIIlllllUlllllllllllllllllUIMUHIUIimilllllUIIIIIIUIIIMIIIUIIIIIIIIIIk ga naar Nice, Johnson, dushoef je met de lunch niet opmij te rekenen," zei mijn meesteres,de jonge madame GrouviUe mijop den morgen van dien gedenkwaardigendag, op de haar eigen raddewijze.'„Uitstekend, madame," antwoorddeik met een lichte buiging.„Monsieur Grouville zal waarschijnlijkvanmiddag thuiskomen. Ik weet hetechter niet zeker," vervolgde zij. „Hijis gisterenavond geloof ik uit Parijsvertrokken. Als er een zekere monsieurCroix komt, geef hem dan dit briefje,en vraag of hij zoo vriendelijk wilzijn, het antwoord er op voor monsieurGrouville achter te laten. Laathet hem maar schrijven in de werkkamervan mijnheer. En presenteer hemeen whisky-soda 1 , want hij heeft eenlange reis achter den rug."„Uitstekend, madame," antwoorddeik weer, den brief, die geadresseerdwas „Monsieur Croix, Privé", vanhaaraannemend.Toen stond mijn meesteres, na nogeven te hebben nagedacht, op, wierpden prachtigen vos, die Louise,het kamermeisje, haar had gebracht,om haar schouders, nam haar handtaschjeaan, en verliet de Villa. Palmira,om naar den auto te trippelen,die buiten op haar wachtte. De VillaPalmira was een groot, wit landhuisaan de Riviera, in de buurt van Menton.Door de hooge ramen van de eetzaal,en vanaf het breede marmeren terraser vóór, had men een prachtig uitzichtop de Middellandsche Zee, terwijl zichaan den achterkant eveneens een prachtigterras uitstrekte, van waar menafdaalde in een tuin, waarin de zeldzaamstebloemen het oog bekoorden.Het was voorjaar en schitterend weer,en zoowel mijn vrouw als ik genotenvan de ideale omgeving, waarin onzenieuwe betrekking ons had geplaatst.De Villa Palmira — die het eigendomwas van een zeer bekend Franschgrootindustrieel — was tegen een zeerhoog bedrag vóór het seizoen gehuurddoor mijn meester, monsieur RichardGrouville, een rijken rentenier van middelbarenleeftijd, die twee jaar tevorenwas gehuwd met een meisje van nauwelijkstwintig jaar, dat algemeen voorde grootste schoonheid van de* Cóted'Azur werd gehouden.Toen hij mij als eersten huisknechten mijn vrouw als huishoudster in zijndienst nam, vertelde monsieur Grouvilleons, dat hij er zeer ongeregeldegewoonten op nahield.„Mijn vader, die eenige jaren geledengestorven is," zoo vertelde hij, „lietmij een groot fortuin na, hetgeen mijnvrouw en mij in de gelegenheid stelt,zooveel van het leven te genieten alswe willen. We kennen heel veel menschen,maar van uitgaan of groote partijenhouden we niet. We reizen veel enleiden ons eigen leven, en omdat weveel afwezig zijn, hebben we dus betrouwbaarpersoneel noodig. Afgaandeop jullie getuigschriften, geloof ik, datjullie net de menschen zijn, die ik zoek."Zoo waren we in dienst gekomenbij monsieur en madame Grouville, op deVilla Palmira, en onze aanstelling zóuhet begin worden van de geheimzinnigstetragedie, welke ik tijdens heelmijn lange carrière van huisknecht hebmeegemaakt.Mijn meester en meesteres kregeninderdaad heel veel bezoek: dames enbeeren, die voortdurend terugkeerden,en na door madame of monsieur alleenontvangen te zijn, weer spoedig vertrokken.Soms bleef de stroom vanbezoekers wel eens aanhouden tot zeerlaat op den avond.Toch hadden noch mijn vrouw, nochik het bijzonder druk. Het overige personeelbestond uit een kookster, tweewerkmeisjes, een kamenier, een tweedenhuisknecht en een tuinman, zoodat mijnvrouw en ik eigenlijk alleen voor eengoeden gang van zaken hadden te zorgen,zonder dat wij zelf behoefden tewerken.Monsieur Grouville was altijd bestgehumeurd en behandelde mij uitstekend,terwijl madame bijzonder vriendelijkwas voor mijn vrouw.Op den dag, waarop madame mijhad verteld, dat ik tijdens haar afwezigheidde komst verwachten kon van monsieurCroix, ging ik als gewoonlijk aanmijn bezigheden, toen ik mij plotselingherinnerde, dat zij mij had gezegd denbezoeker een glas whisky-soda aan tebieden. Ik ging daarom naar het buffetin de eetzaal, en haalde de karaf er uit.Terwijl ik deze in mijn hand hield,merkte ik iets op, dat mij verbaasde.Den avond te voren had ik de karafgeheel gevuld, e.n nu was ze slechtshalfvol. Ik wist, dat madame er nietsvan had gebruikt, want ze dronk bijnanooit iets, en zeker nooit whisky, ener was niemand op bezoek geweestsinds ik de karaf vol had gedaan.Ik hield ze tegen het licht, en weettot op den dag van vandaag eigenlijknóg niet, waarom ik zoo nieuwsgierigwas, want als butler is het nooit mijngewoonte geweest na te gaan, hoeveelmijn meester of zijn gasten dronken.Waarom ik de karaf dus zoo nauwkeurigbekeek, kan ik niet verklaren.Misschien was het wel een soort voorgevoel,dat er iets niet in orde was.Nadat ik den whisky en soda voormonsieur Croix gereed had gezet, begafik mij opnieuw aan mijn gewonem% PUEEiE-mmmIn onderstaand vierkant ziet U achttienpunten geteekend. Gevraagd wordt nu, indat vierkant drie rechte lijnen te trekkenen wel zóó, dat in ieder der zes vakjes,welke hierdoor ontstaan, drie puntenkomen te lig-g-en.Onder de goede oplossers verloten wijeen prijs van fl. 2.50 en drie troostprijzen.Oplossingen a.u.b. in te zenden vóór2/ October aan ons adres: Redactie„Het Weekblad", Galgewater 22, Leiden.Op envelop of briefkaart gelieve menduidelijk te vermelden: Ons Puzzle-hoekjeNo. 404.Men kan het antwoord op deze puzzledesgewenscht tegelijk inzenden met datop onze Wekelijksche Vraag, doch mengelieve in dit tfeval beide oplossingenop een apart velletje papier te schrijvenen beide van volledigen naam en adres tevoorzien.Hieronder laten wij de oplossing volgenvan puzzle-hoekje No. 401.Z9 IZ Öl ZZ71 6Z 19IZII Zl 77 6907 79 Zl ilNatuurlijk zijn er ook méér oplossingenmogelijk.De hoofdprijs werd ditmaal verworvendoor mej. A. P. C. Ebell te Den Haag.De troostprijzen vielen ten deel aan:den heer J. v. d. Veen te Rotterdam; denheer J. Markus te Rotterdam ,en denheer W. C. Maree te Amersfoort.wm HM . ;- 5 -


, ■. , •*MP—^—^^■^—"^V.l.n.r. Anton. Roemer, J. Elsensohn, S. Hamme, Louise Kooiman,Hans v. Ees, Joeki Broedelet.. : _ FOTO COBETha den schlapr „De Wonderdoktoor" bekijken, dat echter tot groote vreugde dervan den Vlaamschen schrijver Jos. gasten geen klanken laat hooren, totdatJanssen heeft de N.V. Ver. Rott. Hof- plotseling de uit den aether komende mustad-Tooneeleen nieuw blijspel van den- ziek de boerenkamer in opschuddingzelfden schrijver op haar repertoire ge- brengt. Regisseur Hermann Schwab maaktenomen. er een paar aardige tafereeltjes van. DeIn „De Komnff drinkt" geeft Jos. Jans- grappen zijn vaak raak, soms goedkoop,sen — en wij zullen hem maar gelooven — o.v. het verkeerd telefoneeren. Ook tieeen kijk op de hedendaagsche verhouding komst der drie koningen — heel goed getusschende landheeren en de pachters in typeerd — was een aardige vondst. Hoe isVlaanderen. De opkomst van den boer en het echter mogelijk, dat men in Vlaanderende ondergang van den landadel wordt in dezen dag vergat?dit blijspel, dat meermalen amuseert, maar Uitstekend is er door allen gespeeld,toch wat eenzijdig is, sterk afgeteekend. Johan Elsensohn heeft van den parvenu-Boer Vramme van „'t Oud Klooster" boer Vramme een pracht uitbeelding gezienwij in het eerste en tweede bedrijf geven I Wat was dat echt, wat natuurlijk,steeds in beteren doen komen, terwijl wij hoe zagen wij hem gestadig verwaanderhem in 3 als de schatrijk geworden boeren- en trotscher worden, hoe heerlijk dat pronparvenueerst recht leeren kennen, wan- ken met zijn nieuwe radio en Minerva!neer zijn benoeming tot burgemeester en Ook Anton Roemer gaf van den jaloeraanstaandbankier een feit is geworden. sehen boer Priem een geestige typeering.Wij zien de rollen in dit van Vlaamschen Hans van Ees was de ronde, handigehumor volzittend blijspel, wel zeer om- Meester Bondeel, die hij zijn moest endraaien. Want wil hij in het tweede bedrijf Eduard Palmers sloeg zich kranig door dezijn dochter nog uithuwelijken aan den aan onaangename rol van den Jonkheer heen.ager wal geraakten jonkheer die voor de W ill y Dunselman was Hef als de innerlijktweede maal een som gelds komt leenen eenvoudige boerendochter en Joeki Broe-roch^rgeiooSÄtorisÄ^ 3 eiet ove ir f H ni vi s de ^^^later, in hit derde bedrijf, wanneer bo^ dle mee Wllde do^' hetgeen een verdunsteVramme schatrijk is geworden, en de jonk- wa , s ,' . t -• t i r i . tr .heer terug komt om de hand van zijn doch- Van het dienstpersoneel gaf Louise Kooiter,gooit hij hem met veel bravour de ÏT als M,e ee , n allervermakelijkste verdeuruit. tolkmg, meermalen echter wat te dfuk, het-Alleraardigst is het tweede bedrijf, waar- Bjeen vermoeiend werkte. Ze was ook somsin een feestmaaltijd wordt gegeven bii boer slec r verstaanbaar terwijl Piet Rienks eenVramme, ter inwijding van zijn nieuwe Êro , e , de naIve ' ve, i le *. d f ' knecht was :radio en waar alle gasten — zii ziin alle Veterman en Bruckmann zorgden voorin goeden doen geraakt en komen zelfs een P rachtl ? boeren-inténeurlper auto — vol nijd en afgunst het toestel HENRI A. VAN EIJSDEN 'Jr.bezigheden. Er kwamen dien dag veelbezoekers, en allen bleken ze diepteleurgesteld, toen ik hun vertelde, datmonsieur Grouville nog niet was teruggekeerduit Parijs en dat madameuit was.Even voor drie uur werd er weergebeld en deed ik de deur open vooreen korten, dikken man met een rond,blozend gezicht, die bruusk naar mijnmeester vroeg.„Monsieur Grouville is nog niet teruguit Parijs, mijnheer," antwoordde ikhem.„Mijn naam is Croix," zei hij loenkort. „Ik dacht, dat hij vandaag thuiszou zijn. Ik moet hem spreken"Ik vond zijn manier van optredennogal arrogant.„Ik heb een brief voor u, mijnheer,"zei ik. „Als u dus even binnen wiltkomen?"Hij trad binnen, nam den brief uitmijn hand, terwijl hij ontevreden ietsmompelde, dat ik niet verstond, enscheurde de envelop open.Terwijl hij las, sloeg ik zijn gezichtaandachtig gade en zag hoe er eenteleurgestelde uitdrukking op verscheen.„Madame Grouville is zeker uit,hè?" vroeg hij.„Ja, mijnheer. Ze zal niet voor tegenhet diner thuis zijn. Ze zei, dat umisschien wel een antwoord op denbrief voor mijnheer wilde achterlaten."Hij haalde diep adem en mompeldetoen een vloek. Er kwam een. hardetrek om zijn mond.„Madame zei," vervolgde ik, „dat ueen lange reis achter den rug hadt,en droeg mij daarom op, u te vragenof u een whisky-soda wilt gebruiken."„Zoo, heeft ze je dat gezegd?" riephij uit, terwijl hij mij doordringendaankeek. „Ze wil dus, dat ik wat dtink ?"„Ja, mijnheer."„Nou, ik wil niets van haar drinken1" antwoordde hij ruw. Maar onmiddellijkvoegde hij er bij: „Dat moetje haar natuurlijk niet zeggen. Het zouhaar kunnen beleedigen."„Ik begrijp het, mijnheer," ant-- 6 -woordde ik, lichtelijk verwonderd.„Maar madame zei ook nog, dat umisschien in de werkkamer van monsieurhet antwoord schrijven wilde."Ik liet hem in de studeerkamer, dieuitzicht gaf op den prachtigen tuin.Monsieur Croix had er echter geenoogen voor. Hij ging zwijgend aan hetbureau van mijn meester zitten en begonte schrijven, terwijl ik bescheidende kamer verliet.Vijf minuten later keerde ik terugen vroeg hem opnieuw of hij niet ietsgebruiken wilde, waarop hij zichwoedend omdraaide en me letterlijktoeschreeuwde: „Heb ik je al niet gezegd,dat ik in dit huis niets wildrinken ?"„Madame Grouville heeft mij bevolenhet u te vragen, mijnheer," zeiik verontschuldigend.„Doe haar dan de complimenten enzeg haar, dat ik geweigerd heb," zeihij, terwijl hij mij het briefje overhandigde,dat hij had geschreven. „Geefdat aan je meester als hij thuiskomten — wel... ik hoop, dat hij schikmag hebben, als hij het leest," voegdehij er met een sardonischen glimlach bij. ,„Hoe lang ben jij al bij deze "menschen?" vroeg hij toen directdaarop.„Ongeveer twee maanden, mijnheer,"was mijn antwoord.„Twee maanden..." zei hij nadenkend.„H'm. Dat is dus zoowat sindszij hier kwamen wonen. Je hebt zekerGa met Uw Toccos cigaretteom als met Uw bestenwijn. Zij verdient 't, omdatook haar kwaliteit zoo uitkan munten door zorgvuldigebehandeling. DeToccos Cigarette, in blikkenvan 50 en 100 stuks,kan voor onbeperkten tijdVAN Ar haar volle oorspronkelijke2aroma blijven behouden.-1 Alléénimporteurs: Alvono Cy.^*» Plein 8a Den Haaggesolliciteerd op een advertentie ? Hoeheet je?" vroeg hij op zijn korte,bruuske manier.„Johnson, mijnheer," antwoordde ik.„Ik ben in dienst van madame en monsieurgekomen door bemiddeling vaneen bekend verhuurkantoor in Londen,mijnheer. Toen monsieur mij huurde,logeerde hij nog in Londen."„Zoo. Nou, mr. Johnson, het spijtme voor jou, dat je bij die menschenin betrekking bent. We zullen elkaardenk ik nog wel eens ontmoeten — datzal' zoo lang niet meer duren. Danzul je misschien nog wel wat andershooren," zei hij op zijn abrupte manieren voordat ik nog iets kon vragen washij reeds verdwenen, want de laatstewoorden had hij gezegd, toen ik dedeur al voor hem open had gehouden.Nadenkend begaf ik mij naar mijnvrouw om in onze kamer, welke naastde keuken aan den zijkant van dentuin gelegen was, een kopje thee tedrinken, toen Jacques, de tuinman, nettoen ik binnenkwam wild op het raambonsde en schreeuwde: „M'sieur Johnson!M'sieur Johnson I Kom eens gauwhierl Er is iets verschrikkelijks gebeurd!"Binnen een paar seconden was ik bijhem, waarop hij mij meenam naar heteinde van de laan, die naar den uitgangvan den tuin leidde. En daar, ondereen hoogen boom, zag ik monsieurCroix op zijn zij liggen.„Kijk eens," riep Jacques uit. „Ik geloof,dat hij doodgeschoten is."Ik boog mij over het lichaam heen enzag, hoe er uit een wond, vlak onderden linker schouder, een dun straaltjedonker bloed sijpelde, en een grootevlek vormde op de lichtgrijze overjas.Zijn slappe, grijze hoed was van zijnhoofd gevallen en te oordeelen naar desporen, die ik in het zand waatnam,had hij waarschijnlijk nadat hij was gevallen,nog geprobeerd om overeindte komen.„Heb je een schot gehoord?" vroegik den tuinman.„Ja. Ik geloof het tenminste wel —een kwartier geleden zoowat. Ik wastoen aan den anderen kant van dentuin. Ik schonk er echter geen aandachtaan, omdat ik dächt, dat ik het mijverbeeldde."Ik nam de linker hand van den manop den grond in de mijne. Ze wasnog warm. Ik tilde zijn lichaam opjhet was zwaar en gaf niet mee, hoewelhij nog ademhaalde. Hij opende zijnoogen en wilde wat zeggen, maar erkwam geen geluid over zijn aschgrauwelippen. Ik rende naar de telefoon enbelde den dokter op, die beloofde onmiddellijkmet zijn auto te zullen komen..Inderdaad was hij er na een minuutof tien, maar toen kon hij reeds nietanders meer constateeren, dan dat deman zijn laatsten adem had uitgeblazen.De bezoeker van mijn meester wasdoodgeschoten door een onbekendenmoordenaar!We telefoneerden naar de politie eninspecteur Lessage, een kort, kwiekmannetje, verscheen binnen vijf minuten,vergezeld door drie rechercheurs.Ze stelden allerlei vragen en gesticu-(Polo d'Orm, Wetnen)PORTRETSTUDIEleerden heftig tegen elkaar. Natuurlijkondervroegen zij mij heel scherp, en ikwas volkomen openhartig omtrent hetbezoek van rponsieur Croix. Ik verteldeechter niets van de halve karaf whisky,welke verdwenen was; evenmin repteilf van het bevel mijner meestere^-omhem een glas van hetgeen was overgeblevente presenteeren.„Ik wil graag den brief zien, dienhet slachtoffer voor je meester heeftachtergelaten, Johnson," zei Lessage.Ik gaf hem de envelop, die hij directopenscheurde.„Zonderling," zei hij na den inhoudte hebben gelezen. „Heel zonderling."En hij gaf mij den brief, die als volgtluidde:„Dus jij durft mij, na alles wat ergebeurd is, zóó'n boodschap te latengeven?! Je denkt, dat jij geen kwaadkan, dat ze jou niets maken kunnen endat je wel een grooten mond kunt opzettentegen madame E!? Maar dat kanje niét, omdat je met mij nog niet afgerekendhebt! Ik ben direct, toen ikje telegram kreeg, hierheen gekomen,maar ik ben gisteren in Parijs uitgestapten hoorde, waar je drie dagentevoren was geweest en wat je daarhebt afgesproken. Je hebt onze overeenkomstgeschonden! Ik heb het vuilewerk gedaan en jij hebt het geld inde wacht gesleept. Maar ik heb je al'etfrder gezegd, dat je er zóó niet afkomt.Morgen om elf uur kom ikferug. Jij en je mooie vrouw mogendus wel eens goed nadenken over hetgeenik je heb gezegd als je vrijheidjullie lief is. Louis."„Hieruit blijkt tenminste, dat de vermoordeeen vijand van je meester was,"merkte de inspecteur op. „Maar hockon hij vermoord worden — hier inden tuin, op klaarlichten dag ?"„Ik geloof," zei nu de dokter, „dathet schot van een luchtpistool afkomstigis. De arme kerel moet nogmaar heel kort hebben geleefd nadathij was getroffen!"Intusschen waren de drie rechercheursweer naar den tuin gegaan, omnogmaals een onderzoek in te stellen opde plaats, waar monsieur Croix doorJacques was gevonden.Natuurlijk waren zoowel mijn vrouwen ik als het overige personeel hevigonder den indruk van het gebeurde.De moord was niets minder daneen mysterie!Het lichaam van den geheimzinnigenmonsieur Croix werd twee uur laterdoor den politieauto weggehaald, terwijlde bedienden één voor één


■ ■ ■ .'mw^--—-,—„—(Vervolg van pagina S)Een uur nadat Lessage was vertrokken,keerde madame met haar autoterug. Toen ik haar vertelde, wat er wasgebeurd, werd ze zoo bleek als eendoode en als ze zich niet aan een stoelhad vastgegrepen, zou ze stellig zijngevallen.„Monsieur Croix doodl" herhaaldeze mechanisch. ,,Maar dat kan tochniet, Johnsonl"„Toch is het zoo, madame," antwoorddeik. En toen gaf ik haar eenkort relaas van hetgeen er was gebeurd.„Het is een compleet mysterie," voegdeik er aan toe, terwijl wij tegenoverelkaar in de werkkamer stonden. Entoen, terwijl ik haar recht in de oogenkeek, zei ik: „Ik heb hem niets gegevenvan den whisky, dien u voor hemhebt laten staan. Hij weigerde het —zei, dat hij in dit huis niets wilde drinken."Een flauw glimlachje speelde omhaar lippen.Ja, dat zeg je nou wel. Maar 't is niet makkelijk.Vooral niet als je de domheid begaatom naast dit Weekblad ook nogwat anders te lezen. Bijvoorbeeld een dagblad.De kranten zitten letterlijk vol met bronnenvan ergernis. Als de redactie het me niet belette(ook zoo'n ergerlijk ding, dat die eigenwijzem'nheer. die zich hoofdredacteur noemt, zichmet mijn ergernissen bemoeit en me het pleiziertjed'r van misgunt) dan zou ik ronduit hierzeggen, dat in mijn. oogen, tegenwoordigkrant en ergernis synoniem zijn.Maar nou ter zake. M'nheer de Geer, je weetWel, die minister, die ons aller duitjes mindermaakt (haast kun je wel zeggen 't min is't er bij mij ook) zoekt naar duiten om het gatin de schatkist te stoppen. Hij probeert ze tehalen bij de ambtenaren, bij de schoolmeesters,bij de automobilisten, bij de arbeiders van denstaat. Bij nog veel meer. En wat hoor je enlees je nou? De ambtenaren protesteerenen zeggen: Best, dat die minister geld wilhalen, maar bij ons niet. De schoolmeesterszeggen 't zelfde, maar dan alleen zoo'gewijzigd,dat zij 't graag zien hoe ieder ander gepluktwordt, behalve zij. En de anderen zingen iedermet een gelijksoortige variatie hetzelfde liedje,'t Wordt wat eentonig, erger, 't is ergerlijk,dot gezang, 't Doet me denken aan dat verhaalvan Mikos, den Hongaarschen boer. D'r wasereis een revolutie in het land van den Tokayer.De revolutionnairen bezochten de boeren om henvoor hun streven te winnen. En zij kwamen bijMikos ook. Wat is nou zoo'n revolutie, vroeghij. Dat kunnen we je heel makkelijk vertellen,was het antwoord. Een boer heeft tien paarden,de revolutie krijgt er acht en hij houdt er twee!Prachtig, zei Mikos. Een ander voorbeeld: eengrondbezitter heeft twintig koeien. De revolutiekrijgt d'r achttien en die grondbezitter moettevreden zijn met twee. Schitterend, riep Mikos.Een ander heeft 30 varkens. De revolutie krijgtd'r 28 en de bezitter houdt d'r twee. Net genoegvoor zoo'n kerel.Toen begon Mikos te schreeuwen, riep z'nknechts en liet den beeren van de nieuwe richtingeen pak slaag presenteeren.Vol verbazing vroegen ze onzen Mikos waaromhij de verdeeling van de paarden en vande koeien zoo uitstekend vond en van devarkens niet.Schandelijke roovers, riep hij vol verantwaardiging,paarden heb ik niet, koeien hebik niet, maar varkens heb ik wel.PETRUS PRUTTELAAR.„Ach," zei ze toen. „Zijn reden omniets te gebruiken kan per slot vanrekening heel natuurlijk zijn geweest,Johnson. Maar waarom is hij doodgeschoten,de arme?"„Dat is de politie bezig te onderzoeken,"antwoordde ik kort. En toenvertelde ik haar, dat markies Llóssasowas geweest.„Is Juan geweest?" vroeg ze verbaasd.„Wat heeft hij gezegd?"„Dat hij morgenochtend terug zoukomen, madame."„Heeft hij monsieur Croix niet gezien?" vroeg zij gretig.„Niet dat ik weet, madame. Hijkwam, nadat wij monsieur Croix in dentuin gevonden hadden."„Wist hij, dat hij dood was?"„Neen, madame. Ik heb het hem nietgezegd ook, daar ik dacht, dat hetbeter was het maar voor onszelf tehouden. Hij zal het natuurüjk wel uitde couranten vernemen. Er zijn al tweejournalisten hier geweest, maar ik hebgeweigerd hun iets te zeggen."Niet voor half tien dien avond arriveerdemonsieur Grouville in een taximet zijn bagage, en toen ik hem vertelde,wat er had plaats gevonden, stondhij als aan den grond genageld en zeiden chauffeur te wachten. Ik brachthem naar de plek, waar Jacques mon;sieur Croix had gevonden.„Hoe verschrikkelijk I" riep hij uit.„Wie kan dat gedaan hebben ?" Eneen oogenblik later vroeg hij: „Heefthij een brief voor mij achtergelaten ?"„Ja, monsieur," antwoordde ik. „Depolitie heeft hem meegenomen."Hij schrok en beet op zijn lip, enik merkte, dat er een harde trek omzijn mond kwam.' „Was Croix erg teleurgesteld, toenhij hoofde, dat ik niet thuis was?"vroeg hij.„Hij scheen te hebben verwacht, datu thuis zou zijn," antwoordde ik.Madame was er bij, toen hij mijdeze vragen stelde en ik merkte duidelijk,dat zij elkaar een veelbeteekenendenblik toewierpen. Toen verteldemadame mijn meester van het bezoekvan markies Llóssaso.Als een roosjeslaapt Uw baby, wanneer gij de gesmette enstukke plekken van rijn huidje inwrijft metPurol en drooghoudt met Purolpoeder.„Dan -weet Juan het!" zei hij hijgend,terwijl hij haar aanstaarde.„Neen, hij weet het nog niet," antwoorddezij. „Johnson is zoo verstandiggeweest het hem niet te vertellen."„Goed, Johnson," zei mijn meester,zichtbaar opgelucht. „Maar ik moet nudirect naar de politie. We moeten allesin het werk stellen om den moordenaarte vinden."Hij beval mij hem een sterkenwhisky-soda te geven en met denzelfdentaxi als hij gekomen was, reed hijweer weg.Omstreeks middernacht ging ik naarbed; mijn meester moet niet vóór éénuur zijn thuisgekomen.Nauwelijks was ik den volgendenmorgen beneden, of de tuinman kwammij zeggen, dat er een heer was, diebuiten op den weg stond, en die mijalleen wenschte te spreken. Daarmadame noch monsieur al op was, gingik naar buiten en stond eenigeoogenblikken later tegenover inspecteurLessage, die zich als een Provencaalschenboer had verkleed.„En, wat heb je ontdekt?" vroeg hij.„Niets. Alleen, dat ze niet graagzouden hebben, dat markies Llóssasozou hooren, dat monsieur Croix vermoordis. Waarom weet ik niet.'.'„Je meester, monsieur Grouville, wasreeds voordat de Parijsche trein arriveerde,in Menton. Een uur voor detragedie is hij gezien in de Rue deBoulogne."Ik hield mijn adem in.„Hij heeft voorgewend, dat hij metden gewonen trein van Parijs, die omongeveer acht uur aankomt, is gearriveerd.Ik had het station echter latenbewaken. Om kwart voor negenen wandeldehij het station binnen en be-(Poto Godfc. de Groot)MF. HOODIE EIN! ZOJIftO IPARTINlEfö,de beide accordeon-virtuozen, die overal waar zij in ons land optreden, grootsucces oogsten.gaf zich naar de bagage om zijn kofferste halen, die met den trein uit Parijswaren meegekomen."„Dus dan verdenkt u hem, nietwaar?En was mijn eerste indruk, ofschoonik geen psychologie van demisdaad heb gestudeerd, toch ..."Inspecteur Lessage lachte en viel mijin de rede: „Johnson," zei hij, „ikverdenknu zéker je meester, maar ik hebtoch nooit gezegd, dat ik hem niét verdacht?Ik heb je alleen gezegd, niet tegauw met je conclusie te zijn, en datzelfdezeg ik nu nóg. We dienen nogeven te wachten, alvorens we een oordeelmogen vellen. Door niets uit telaten zuUen we nog meer te wetenkomen, hoop ik."„Hij is gisterenavond nog bij u geweest,nietwaar?"„Mijn assistent heeft hem gesproken.Ik gaf er de voorkeur aan, hem niette ontvangen. Ik had er mijn redenenvoor," zei hij. Toen zweeg hij eenigeoogenblikken nadenkend, gaf mij daarop,als scheen hij opeens een besluitte hebben genomen, een hand en verdweenzonder meer een woord te zeggenachter de groene olijven, die den wegnaar Menton begrenzen.Om ongeveer tien uur verscheen deSpaansche markies en had een kortonderhoud met mijn meester in dienswerkkamer. Waarschijnlijk wist de markiesnog niets van hetgeen er was gebeurd,want de ochtendbladen haddenniets anders vermeld, dan dat er inden tuin van een der villa's aan denweg van Nice naar Menton een man-^«o »T 1W'PQJISmstituutv'mliïrr'wé- onder nchidageiijJfSCursus lessenOctober-Maart:EttgeUdte en HollonascheleerarenfVospedus wordtop aanvrage'gaarne verstoktleidschekidelO?hoekTrtanottOmsterdanu.Tel. 36047dood gevonden was. Klaarblijkelijk hadde politie, gelijk in Frankrijk zoo vaakgebeurd, verboden meer te publiceeren.Madame Grouville ging naar dewerkkamer van monsieur, terwijl demarkies er was en tien minuten latervertrok de Spanjaard om, na zijn vrienden„hasta luego" te hebben gewenscht,in zijn auto weg te rijden.Om elf uur werd ik telefonisch ophet politiebureau ontboden, waar ikdirect aan een gedetailleerd verhoorwerd onderworpen door den commissaris,die met het onderzoek was belast.De oude Jacques en nog een paar bediendenhadden eveneens moeten verschijnen,maar noch madame, noch monsieurGrouville had men laten komen,daar zij niet thuis waren geweest op hetoogenblik, dat de tragedie was gebeurd.Des middags van denzelfden dagsprak ik inspecteur Lessage in zijnkamer op het bureau.„Je meester schijnt zich van zijnvriend den markies te hebben ontdaan,"zei hij. „De Spanjaard is vandaag omtwaalf uur naar Barcelona vertrokken.Hij scheen nogal haast te hebben. Waarom?— Weet je het niet? — En wieis de dame, die terwijl jij afwezig was,op Villa Palmira is geweest en om zesuur weer terug komt ?"„Ik weet het niet," antwoordde ik.„Maak dan, dat je om zes uur weerthuis bent en tracht uit te vinden, wiehet is. Wil je ? Laat het me zoo gauwmogelijk ongemerkt weten. Telefoneerin een of anderen winkel, waar ze jeniet kennen. Ik weet graag, welke bezoekerser op Villa Palmira komen."„Er komen er heel wat."„Ja, dat weet ik. En sommigen wordener niet al te graag gezienl"Ik keek hem vragend aan.„Mr. Johnson," zei hij toen vertrouwelijk,„ik begrijp, dat je nieuwsgierigbent, maar ik kan je nu nog nietalles zeggen. Als belooning voor dehulp, die je ons geeft, beloof ik echter,je alles te vertellen zoodra de zaakwat de politie betreft, in kannen enkruiken is. Wees intusschen op je hoedeen geef je oogen goed den kost."Om ongeveer vijf uur keerde ik naarVilla Palmira terug. Er waren eenpaar journalisten geweest, die door mijnmeester waren ontvangen. Ik kon echterniet te weten komen, wat hij hun hadverteld. Wel merkte ik onmiddellijk,dat zoowel hij als zijn vrouw bijzondernerveus waren geworden tijdens mijnafwezigheid.„Hoor eens, Johnson," zei monsieurGrouville tegen mij, „markiezin Llóssasokomt om zes uur. Ontvang haar namensmij en zeg haar, dat mijn vrouw enik thuis zijn geweest, maar dat wijdirect weer naar Nice moesten, omdatwe daar vanavond werden verwacht.Verontschuldig ons en ... enfin, je weietwel, hoe je in zoo'n geval hebt te handelen.De kwestie is, dat zij haar mannajaagt en dat er tusschen den mar rkies en haar een klein meeningsverschilis gerezen, waarin mijn vrouw en ikliever niet gemengd worden."„Uitstekend, monsieur," antwoorddeik buigend.„Je hebt zeker eenige ellendigeoogenblikken op het politiebureau gehad?"vervolgde hij. „Het is verschrik-- 13 -De bekende Nederlandschegrapholoog Gulll. Nivard Sr.te Groningen, die speciaal ten gerieve van onzelezeressen en lezers tegen het uitzonderingstarief vanvijf gulden een gedetailleerde karakter-analyse levert,opgemaakt uit nem toegezonden handschrift Menheeft hem hiertoe slechts een natuurlijk geschrevenbrief te zenden (dus geen schoonschrlft), benevenseen opgave van leeftijd en geslacht. Het beste Is,Indien men ook zélf het adres schrijft. Wij hebben vande kunst des heeren Nlvard frappante staaltjes gezien Ikeiijk... die arme CroixI Het was eenvan mijn beste vrienden. Waarmee ikhem boos gemaakt kan hebben, weetik niet. Het is me allemaal een raadselen ik hoop, dat de politie kans ziethet op te lossen."Ik zweeg. Ik dacht aan den toonvan den brief, en het feit, waarvan depolitie op de hoogte was: dat hijzelfin Menton was geweest op het oogenblik,dat de moord plaats vond. Erwas een motief voor de misdaad: Croixmocht niet meer kunnen spreken, ende politie wist dat.Het leek duidelijk, dat man en vrouwhadden samengespannen om den manuit den weg te ruimen, die blijkbaarmet zijn bezoek aan Villa Palmira geenandere bedoeling had gehad dan geldte ontvangen of hen te verraden. Maarwat viel er te verraden?Precies zes uur werd er gebeld enik deed de deur open voor miss Towers,de damfe, die klaarblijkelijk gehuwd wasmet den markies Llóssaso. Wanneer hethuwelijk had plaats gevonden, wist ikniet. Monsieur Grouvüle had dien morgenevenwel over haar gesproken alsmarkiezin Llóssaso en dit zei voldoende.In antwoord op mijn vraag of mijnmeester of meesteres thuis was, verteldeik haar, wat monsieur Grouvillemij had gezegd.„Ik weet, dat mijn man vanmorgenhier is geweest, Johnson! Dat kun jeniet ontkennen 1" riep ze driftig uit, terwijlzij in het gat van de deur bleesfstaan.„Dat doe ik ook niet, madame," antwoorddeik. „Maar naar ik hoorde,heeft hij Menton verlaten."„Hoe laat?"„Dat weet ik niet. Ik heb alleen[Vervolg op pagina 20}mi l.^—M^M-MHB^^^_


■ : . ' '■•mmWijshedenMIJN NEEF JANSSENwas pas hersteld van influenza, toen dedokter tegen hem zei:„Influenza op zichzelf is niet zoo gevaarlijk,maar het kan zeer ernstigegevolgen hebben."Waarop mijn neef ad rem antwoordde:„Dat heb ik gezien aan uw rekening 1"VAtlnin/msmOnderwijzer (tot de jongens) : „Als demensch nu nog eens een derde oog konbezitten, waar zouden jullie het danwillen hebben ?"„Op de punt van mijn vinger," antwoordde.een kleine jongen.„Waarom?" vroeg de onderwijzer.„Dan kon ik hem door het hek stekenen den voetbalwedstrijd zien."In het Rika Hopper-Theater te Amsterdam gaf het Gezelschap Verkadede première van „MijnheerHazehart" (Mr. Faintheart) door lanHay.Deze opvoering- was een onverdeeldsucces voor de regie van Eduard Verkadeen voor de medespelenden; het stukkon mij af en toe slechts matig bekoren.Ian Hay blijft met zijn dialoog aan deoppervlakte, hij dringt niet dieper door,doet hij dit — enkele malen — wèl, danwordt het stuk gerekt en dreigt het gevaar,dat hij vervelend wordt. En voorhet uitstekende spel van de spelers zoudeze „verveling" dubbel jammer zijn geweest.Mijnheer Hazehart is Joe Finch. Denbijnaam Hazehart krijgt hij aan boordvan een mail-stoomer, die een plezierreisdoor de Middellandsche Zee maakt. Hijkrijgt dezen naam van Mary, een allerliefstegetrouwde dame. De naam zelf iswèl toepasselijk op mijnheer Joe Finch,want deze beminnelijke, maar hoogst verlegenjongeman, die bovendien nog stottert,is de verpersoonlijking van eenhazehart. In stilte bemint hij zijn medepassagiereMyra, het meest gezochtemeiske aan boord. Allen, die wel eenseen zeereis gemaakt hebben, weten watdit zeggen wil. Iedereen flirt met deknappe Mary, de fatterige Aubrey hethardst, dan volgt de imbeciele, doch adellijkeTony. De arme verlegen Joe is totspringens toe jaloersch, maar hij durftde mooie Myra niet aan te spreken. Totdathij na 'n lang gesprek met Mary eenwanhoopsdaad begaat: hij geeft zich uitvoor een beroemd romanschrijver enplotseling is hij het middelpunt van hotleven aan boord van dit reizend hotel.Hij wordt zelfs uitgenoodigd om ter gelegenheidvan een feestavond een redevoeringte houden. Myra ligt letterlijk enfiguurlijk aan zijn voeten. Maar nu heeftJoe nieuwe zorgen: bemint Myra mis-Cor Hermus, Rika Hopper en Paul HufCor Hermus en Nel Stants- 14 -schien alleen den beroemden schrijver(die hij nu eenmaal niét is) in hem, ofzou zij hem ook liefhebben als zij wist,dat hij slechts de bedeesde Joe Finchwas? Nu zou Ian Hay geen blijspel-schrijvergeweest zijn, als alles ten slotte nietop zijn pootjes terecht was gekomen enzoo verlaten Myra en Joe te Tunis alstwee gelukkige menschen het schip, maarniet voordat Myra ons geopenbaardheeft, dat ook zij niet datgene is, waarvoorzij zich heeft uitgegeven. Aan boordwas zij van ouden Engelschen landadel,in werkelijkheid is zij een arme typiste,die voor het geld, dat zij met het oplossenvan een kruiswoordraadsel heeftgewonnen, een vacantie-reisje maakte.U ziet: dit gedeelte van het blijspelriekt naar een stuivers-roman. Maar nogmaalszij hier gezegd, dat het spel allesvergoedde.Als eerste noem ik Cor Hermus, diede rol van Joe Finch vertolkte. Het klinktmisschien eigenaardig als ik beweer, dathet dramatische in deze komische rol mijhet meest in zijn uitbeelding boeide. Hoewelik er vast van overtuigd ben, dat hijhet meeste applaus te danken had aande manier, waarop hij stotterde. NelStants was de mooie Myra. Zij waswerkelijk mooi, daarbij lief en elegant, in*één woord een volmaakte Myra. Eenwoord van lof voor Rika Hopper, die eenschattige en moederlijke Mary was, zoowelvoor den verlegen Joe als voor haar»igen echtgenoot, die door Paul Huf zeeie, oestig werd uitgebeeld. Wie en wat dezeechtgenoot is, mogen wij U, om de intrigevan het stuk niet te verraden, nietvertellen. Bob van lersel was een dwazeTony en Hans van Meerten — zooals hetbehoorde — een onuitstaanbare Aubrey.Frits van Diik zagen we ditmaal in eenkleinere rol, n.1. als steward. Hij maakteer van wat er van te maken viel. Ankvan der Moer had als Daphne goedemomenten. W.Pensiongast: „Dat is nu al de vierdekeer van de week, dat ik zoo'n roode haarvan jullie keukenmeid in mijn soep vind.En nu moet het het laatste geweestzijn!"Kellner: „Heelemaal niet, mijnheer.Zij heeft een prachtig hoofd-met haar 1"De Pullman-car denderde Brusselvoorbij. De Amerikaansche dame opendehaar oogen: „Zeg, lieve, wat was dat vooreen station, dat wij daar passeerden ?"„Brussel."„Och, wat aardig ! Ik heb er altijd zóónaar verlangd eens een bezoek aan Brusselte brengen 1"Jack : „Opa, wanneer bent u grootvadergeworden ?"Grootvader : „Toen jij geboren werd."Jack: „En als ik niet geboren was,zoudt u dan nooit grootvader zijn geworden?"Grootvader :, „Nee, jongen."Jack : „Zoo, wat bent u van plan mijdaarvoor te geven ?"Klant: „Ik ga een reis van tien dagenmaken door Italië. Kunt u mij daar eengoed reisboek voor geven ?"Boekhandelaar: „Hier heeft u juist watu hebben moet: Een week in Italië."Klant: „Maar wat heb ik daar nu aan?Wat moet ik dan die drie andere dagendoen ?"„En wat zei de dokteres, toen je haarje liefde verklaarde ?"„Niets ! Zij haalde haar schouders oj),voelde mijn pols en schreef een receptje."ONZE WEKELIJKSCHEPRIJSVRAAGVraag honderd twee en veertig.WELKE WAS DE LIJFSPREUK VANBREDERO ?Antwoorden op deze vraag gelievemen vóór .4 November (abonné's inoverzeesche gewesten vóór 4 Januari)in te zenden op een briefkaart, waaropduidelijk staat vermeld : Vraag honderdtwee en veertig, aan ons adres : Redactie„Het Weekblad", Galgewater 22,Leiden.Onder de inzenders van goede antwoordenverloten wij een hoofdprijs van/2.50 en vijf aardige troostprijzen.Moeder (tot haar kleinen jongen, diepas op jokken is betrapt) : „Weet je water gebeurt met jongetjes, die leugensvertellen ?"Zoontje : „Ja moeder, die rijden voorden halven prijs in de tram !"Klant: „Van de appels, die u mijstuurde, waren er drie rot. Ik zal ze terugbrengen."Groenteboer.: „O, dat is in orde, mevrouw.U hoeft ze niet terug te brengen.Ik geloof u zóó wel."„Zeg mams,'getje, „waaromhier slapen?"protesteerde het j onmoetik lederen nacht„Stil, lieverd," vermaande de Amerikaanschemama, „je moet nog een paarweken in de piano slapen en dan zul jeeen nieuw record gemaakt hebben en jeportret zal in alle kranteniverschijnen."Vrouw: „Dat mensch hiernaast isgewoon verschrikkelijk, Harry! Zijpraat den heèlen dag door. Wanneer zijwerkt, is mij een raadsel."Man: „Tegen wie praat zij dan?"Vrouw: „O, tegen mij, lieverd, overde schutting."Macht der gewoonte. — De dokteronderzocht het bakvischje en stak haartoen een thermometer in den mond.„Dank u," zei het meisje, „hebt uvuur ?"„Hoe vind je je verloofde ?"„Ik houd erg van zijn oprecht, openkarakter."„Hoe bedoel je dat ?"„We waren nog geen week geëngageerdof hij leende al vijftig gulden vanmij 1"„Worden verstandige mannen niet debeste echtgenooten ?'„Verstandige mannen worden geenechtgenooten."MENSCHENACHTE FLTRALIES■^ 4^100%D(JIT5GW-SPREKEND_ CEN FELLEAANKLACHT TEGENJTTWUETAMÊOIKAANSeNEGEVANGEN/S W£ZEN.15 -Vierjarige Miesje zei onlangs tegenhaar vader : „Vader, moes is een schat,ipaar ik geloof niet, dat zij weet hoe zijkinderen moet opvoeden."„Hoezoo ?" vroeg de vader onthutst.„Wel," antwoorde Marietje, „zij laatmij naar bed gaan als ik klaai; wakkerben en zij maakt mij wakker als ik slaapheb."Het kleine meisje was gedurende degeheele les zeer oplettend geweest enhad haar oogen niet van den onderwijzeraf gehad. Ten slotte zei deze: „NuLucie, ik weet haast zeker, dat jij onsiets interessants te vertellen hebt ?Kom er eens mee voor den dag !"Waarop Lucie antwoordde: „Mijnheer,weet u, dat u verschillende sokkenaan hebt ?"„Mijn cliënt," vertelde de advocaat,„beweert, dat hij u niet is aangevallen endat hij tegenover uw woede een zachtantwoord heeft gesteld. Kunt u datontkennen ?"„Dat niet," beaamde het kleine mannetje,dat zich beleedigd achtte. „Eenzacht antwoord was het zeker. Hij heeftmij rotte tomaten naar het hoofdgegooid."Klant (zijn portefeuille voor den daghalend om bij zijn kleermaker de rekeningte betalen): „Zei u niet, dat hetcostuum tachtig gulden kostte ?"Bediende: „Nee, mijnheer, vijf enzeventig gulden negentig."De haas : „Wat is dat voor 'n antwoord,Hendrik ? ! Je weet, dat onze stelregel is :De klant heeft altijd gelijk."DE OPLOSSINGVraag honderd acht en dertig.Onder „witte steenkool" verstaat menwater, dat door zijn snellen loop in staatis in turbines electriciteit op te wekken.Het water vervangt hier dus de andersnoodzakelijke, steenkool.De hoofdprijs viel ten deel aan denheer A. J. Goudappel te Vlaardingen.De troostprijzen werden verworvendoor : mevr. J. v. Zelm—Cramer, Groningen; den heer Lagendijk, R'dam;mej. M. Vogelaar, Leiden ; mej. M. v. d.Berg, Eindhoven; mej. A. Haussen,Heerlen.— — , :.


:V;■ ■ ;■'fNASSEM HAU EP5T RA ATZ A Pi G E R 5Een F.I.M. Film.Hoofdrollen:MarieDe vijf straatzangers:Ina Albrecht.PeterErnst Busch.Paul•. . Albert Hoerman.MaxMax Deppe.EmilMartin Jacob.GustavWolfgang . Staudte.Regie: Lupu Piek.Vijf werklooze jonge musici hebbenelkaar gevonden en geven straatconcertenom in hun onderhoudte voorzien. Instrumenten van waarde hebbenze niet, maar ze hebben uit allerleivoorwerpen jazz-instrumenten gemaakt enneuriën en zingen tusschen hun spel door.Een actief impresario heeft hen opgemerkten zoekt hen overal, om de jongebekwame artisten te engageeren.In het groote huis, waar zij een armoedigekamer bewonen en waar zij verzorgd wordendoor het lieve, zorgzame kleindochtertjevan hun ouden, dooven hospes, iseen moord gepleegd, en nog wel op denhuiseigenaar. De man, die vermoord werd,was een schurk, die op een nacht een aanslagwilde plegen op het meisje, waarvande jongelui zoo houden. Zij hebben hem ditbelet door op het beslissend uur een spookachtigkabaal te maken, waardoor alle bewonersvan het huis gewekt werden omverontwaardigd te komen zien naar het hevigtumult. De aanrander druipt af, maarwordt kort daarop vermoord gevonden.De vijf zangers worden door de politieopgewacht en Paul, die beschouwd wordtals de geliefde van Marie, het meisje, zalgearresteerd worden.Dit wordt echter belet door Peter, dievoorgeeft den moord bedreven te hebben.Peter is de man, die werkelijk van Mariehoudt, die bloemetjes voor haar meebrengt,terwijl Marie denkt, dat ze van Paul komen.Peter is het, die een lied gecomponeerdheeft op Marie, een lied, waarmede de vijfveel succes oogsten en dat het lieve kind totonderwerp heeft.Peter gaat de gevangenis in. Spoedigdaarop vindt de impresario het muzikalegezelschap en engageert hen voor eenbekend cabaret, waar ze in korten tijd, dankzij den geweldigen schlager ,,Zij heet Marie",beroemd worden. Toevallig hoortPeter van hun succes en hij verheugt zichoprecht, omdat hij nu 'alle hoop heeft, datMarie gelukkig zal kunnen worden metPaul.Maar de politie heeft ontdekt, dat dezachte Peter te gemakkelijk bekend heeften zoekt in een andere richting naar denmoordenaar. Peter nu ontvangt bezoek vanMarie, en als hij haar vraagt, of zij gelukkigis, antwoordt zij, dat zij niet meer vanPaul houdt. Nu ziet Peter een hoopvollekans voor zijn liefde en hij openbaart dejustitie, dat hij gelogen heeft en den moordniet heeft gepleegd.Maar de gevoellooze rechter van instruc-tie houdt vast aan de onderteekende beke.tenis en wil van geen wijken weten,collega echter, die reeds in een andeiting zoekt, ontdekt, dat de moord J;eplee^|fwerd door de huishoudster van crei} huis-feigenaar, die reeds jaren lang h|tHachtofjférvan den schurk was en hemneerstak.In zijn wanhoop, dat hij nmoeten sterven, en onkundig vanwe onderzoek, weet Paul te oHij vlucht naar Marie. Een poluie-inspecteurzit hem op de hielen en vindt Marie enhet heele gezelschap -in de kamer bypAlleen Peter is er niet, maar hangt bhet raam om aan de politie te ontkomen.Paul, die met bouquetten gewapend, naarMarie gekomen was om haar ten huwelijkte vragen, ontdekt nu dat hij te laat is endat Peter en Marie bij elkaar hooren.En wanneer nu de politie-inspecteurmededeelt, dat Peters onschuld is bewezen,staat Marie en Peter niets meer in den wegen kunnen zij tot groote vreugde van allentrouwen.De groote „Gassenhauer", getiteld ,,Zijheet Marie" waarborgt hun succes en geldom de toekomst onbezorgd tegemoet tegaan.^ * ' •: -- 16 -1. Ina Albrecht als Marie. 2. Paul, Max, Emil en Qustav treden met succes In een beroemd cabaret op. 3. De vijf straatzangers. 4. De moord wordt ontdekt.3. In de Kleedkamer van het cabaret.17 -


._____.■•■■■^■■w^—■— '—-^T 7^ALS HET LEVEN EEN TRAGEDIE WORDTCAPTAIN ROBERT FALCON SCOTT.DE ROEP DER WITTE WERELD.VIJF FATALE WEKEN.In de onmetelijke, woeste sneeuwvlakteder Antarctica stonden achtmannen in een van ontzag en eerbieddoorhuiverd stilzwijgen. Dertien dagenlang hadden zij een eenzaam spoorgevolgd, dat vóór hen reeds door andere,onverschrokken Engelschen was gegaan.En nu hadden zij gevonden wat zij zochten.Het doel van hun moeizamen tochtwas bereikt : daar, in zijn besneeuwdetent, lag de grootste Poolvorscher uitEngelands geschiedenis,... acht maandendood ! Uitgestrekt op zijn baar van ijsen sneeuw, rustte hij daar te midden vanhet witte, geheimzinnige Zuidpoollandschap,dat aan hem méér van zijn mysterieshad verraden dan aan iemand anders.Met van tranen befloerste oogen enrouw in het hart, staarden de mannengeruimen tijd naar het stoffelijk overschotvan hem, die eens hun moedige leiderwas geweest. Toen begroeven zij RobertFalcon Scott zooals hij lag, en zijn beidetrouwe kameraden, die met hem gestorvenwaren, onder een ruwe terp vansneeuw. En daar lieten zij hem, zooals hijzelf gewenscht had, bij het hart der grootewildernis van de Zuidpool; uit liefdewaarvoor hij onnoemelijk veel had geledenen den dood van een martelaargestorven was.Robert Falcon Scott werd den zesdenJuni 1868 geboren te Outlands, eenElaatsje in het vriendelijke graafschap>evon. Zijn liefde voor de zee brachthem op de Engelsche vloot, waar hijhet op twee-en-dertigjarigen leeftijd totkapitein had gebracht, toen de eerstegroote kans in zijn leven kwam. Hij liep inden zomer van het jaar 1899 door Loudensstraten, toen hij toevallig den voorzittervan het Koninklijk AardrijkskundigGenootschap ontmoette. In den loopvan het gesprek hoorde Scott, dat er eenexpeditie werd uitgerust naar de Zuidpool.Tot dan toe waren zijn ambitiesslechts op de vloot gericht geweest, maarnu eischten zij opeens een veel weidscher,grootscher gebied voor zich op: opdatzelfde oogenblik keek Scott de toekomstin met den jeugdigen ijver en hetvurige enthousiasme van den jongen ontdekkingsreiziger.Aangemoedigd door denman, die hem van het op handen zijndeZuidpool-avontuur had verteld, verzochtScott om de eer de expeditie temogen aanvoeren, die tot doel had hetZuidpool-gebied wetenschappelijk teonderzoeken. Den negenden Juni 1900ontving hij de zoo vurig verlangde toezeggingen in Augustus van het volgendjaar vertrok hij met de „Discovery"voor zijn eerste expeditie naar het mysterieuzeZuidelijkste punt der aarde. Toenhij in September 1904 in Engeland terugkeerde,was hij er in geslaagd den sluierder nachtzwarte onwetendheid, die sindshet begin der tijden over deze strekenhad gehangen, althans gedeeltelijk op telichten. Het doel van den tocht was geendramatische poging geweest om de Poolte bereiken, en dientengevolge verwektehij bij het publiek ook niet die sensatie,welke dergelijke expedities anders vermogenop te wekken. Maar dit neemt nietweg, dat het de succesvolste ontdekkingsreiswas, die ooit naar het VerreZuiden werd ondernomen: hij nam velerleitwijfel weg, zette talrijke ernstigedwalingen recht en ontsloot een geheelnieuw veld van wetenschap. . . .In 1908, het jaar waarin captain Scotthuwde met miss Kathleen Bruce, ondernamluitenant Shackleton, die Scottseerste expeditie had meegemaakt, eennieuwen tocht naar. de Zuidpool. Hijoverwinterde aan den voet van denvulkaan Mount Erebus, doch was inJanuari van het volgende jaar genoodzaaktzijn poging, om de Zuidpool tebereiken, 97 mijl van zijn doel verwijderdop te geven. Hij was echter zuidelijkergeweest dan iemand vóór hem . . .De tijding van dit record drong natuurlijkook tot captain Scott door. Hij hadbij de marine juist een belangrijkepromotie gemaakt, waardoor hij de schitterendstevooruitzichten de zijne mochtnoemen, en hij genoot de weldoendegenoegens van een aangenaam gezinslevenmet vrouw en kind, die hem tenzeerste dierbaar waren. Maar dit allesbelette niet, dat , in zijn bloed metmagischen drang het vreemde, geheimzinnigeverlangen naar het verre, maagdelijk-witteZuiden gistte. Dag en nachtwenkte en lokte de Antarctica, wiensgrootste mysterie : de Pool, nog steedswachtte om veroverd te worden. En delokstem is Scott onverwinlijk : spoedigis hij bezig een tweede Zuidpool-expeditievoor te bereiden. Vóór het eind van 1909heeft hij zijn ontslag bij de marinegenomen, om zich geheel te kunnenwijden aan de uitrusting van zijn gewaagdeonderneming. Dat hij hiermeezwichtte voor een macht, die oneindigsterker was dan hijzelf, wordt welduidelijk bewezen door het feit, dat zij erhem toe bracht te doen, wat hij eigenlijkmet héél zijn hart verafschuwde : het bijelkaar vragen, smééken soms, van denoodige gelden. Maar ook deze moeilijkheidoverwon hij en den eersten Junivan het jaar 1910 vertrok hij met zijn,,Terra Nova", terwijl de goede wenschenvan bijna gansch de wereld hembegeleidden, voor zijn tweede expeditie,waarop een schare dappere, in de barreijsstreken geharde mannen hem vergezelden.. . .In het begin van 1911 werd de GrooteIJsbarrière opnieuw door Scott en zijnmakkers bereikt en met de wetenschappelijkeexploraties een aanvanggemaakt.Het was gedurende deze expeditie, dater voor het eerst in het Antarctischevasteland fossielen en steenkool werdengevonden, waaruit bleek, dat waar nueen onafzienbare ijswoestijn zich uitstrekt,eens een weelderige plantengroeimoet hebben geheerscht.Het is onmogelijk, zich een voorstellingte maken van het bittere lijden, dat hetdeel werd van het troepje dappere mannendie, gedreven door den zucht naaravontuur, in naam der wetenschap een- 18 -titanenstrijd aangingen met de woestenatuurkrachten. De winter van 1911 wasongelooflijk streng : soms was de temperatuur82 graden beneden het vriespunt,terwijl hevige sneeuwstormen dagenachtereen woedden en naaldscherpeijskristallen in hun gezicht en handenboorden. Maar van versagen weten zijniet : in September 1911 worden de voorbereidingengemaakt voor den tocht van700 mijl over land: den tocht heen enterug naar de Pool. Overal worden voed-seldepots uitgezet en tenslotte trektScott met vier man voor de laatste etappeverder. Het afscheid van de mannen, dieachterbleven, was onvergetelijk: nagestaardtotdat zij uit het oog waren verdwenen,trokken zij verder, vijf kleinezwarte vlekken in de witte oneindigheid 1Zij kennen de gevaren, die hen wachten,maar de hoop hun doel te bereiken,maakt, dat zij ze niet achten. Eindelijk,na een tocht van vijftien dagen, naderenzij de Pool, maar als zij er zijn, zinkt eendoffe wanhoop in hun hart, want daarvóór hen, op het lang begeerde en tenkoste van zooveel moeiten en gevarenbereikte punt, wappert de Noorsche vlag,daar geplant door Amundsen, die langseen anderen weg de Zuidpool vijf wekenvóór hen heeft bereikt .... Teleurgesteldmaar niet ontmoedigd, aanvaarddenzij den terugtocht en in zijn dagboek,dat hij tot aan zijn dood heeft bijgehouden,schreef Scott deze simpele, maardoor hun eenvoud zoo ontroerendewoorden : „Het is een vreeselijke teleurstellingen het spijt me zeer voor mijntrouwe kameraden !"Strijdend met den barren winter, diemet vorst en sneeuwstormen als eenwoedend ondier op hen aanvalt, leggen zijden terugtocht naar het Noorden ai.Twee van hen sterven ; de één door eenval, die een hersenschudding veroorzaakt; de ander zoekt, daar zijn voetenen handen bevroren zijn, waardoor hij nietmeer loopen kan, zélf den dood, omdathij zijn makkers niet langer tot last wilzijn. Met zijn drieën zwoegen Scott enzijn beide makkers voort, in de hoop eender depots te kunnen bereiken. Maardeze zege, die hun redding zou zijngeweest, was hun niet beschoren : op elfmijl afstand van een depot zijn zij genoodzaakteen tent op te slaan. Van vermoeienisen honger kunnen zij niet verder,en ze leggen zich neer, gelaten en berustend,om te sterven'. Vlak voor zijndood schreef Scott, die het laatst vanhun drieën overleed en de kleppenvan zijn slaapzak weggeslagen had,liggend op den grond : „Ik geloof niet,dat een menschelijk wezen ooit eenmaand heeft doorgemaakt als wij. Alsik was blijven leven, had ik kunnen vertellenvan de volharding en heldenmoedmijner kameraden. Nu echter zullen dezeruwe aanteekeningen en onze doodelichamen voor ons getuigen. ...".... M^t zjjn drieën werden ze gevonden; met zijn drieën rusten zij nóg daar,ver in hèt Zuiden, onder de ruwe terp vansneeuw, opgericht door kameraden, diefortuinlijker waren geweest dan zij. . . .2500 arbeider si27i millioen sigarenper week/bua«en^


■"■ ■ ■ ■"/"-{Vervolä van pa&lna 15).gehoord, dat hij naar Spanje is teruggekeerd."Ze wierp mij een snellen, ongeloovigenblik toe. Toen vervolgde ze opzeer ernstigen toon, bijna fluisterend:„Als je de heele waarheid zult weten,Johnson, zul je er spijt van hebben,dat je ooit in betrekking bent gegaanbij menschen als monsieur en madameGrouville. Ik heb je als een eerlijk, betrouwbaarman leeren kennen — ikmaakte een buiging — en ik maak joudus geen verwijt van hun smerige practijken,maar ik beklääg je wel. Je hebthen onwetend steeds bij hun gewetenloozehandelingen geholpen."• „Hoe dan?" vroeg ik gretig. „Vertelhet me. Ik... wel, ik moet eerlijk bekennen,dat ik er niets meer van be>griJP-"„Op het oogenblik is de tijd nogniet rijp; maar ie zult spoedig — heelspoedig, denk ik — zelf de waarheidwel ontdekken."Ik wilde haar nog wat vragen, maarze draaide zich zonder meer een woordte zeggen om en wandelde heen.Den volgenden morgen stonden devoornaamste dagbladen die aan de Cóted'Azur worden gelezen, vol van dengeheimzinnigen moord op monsieurCroix.Beambten van de politie kwamen engingen voortdurend om een onderzoekin den tuin in te stellen en dedenalles wat in hun vermogen was om totdezelfde conclusies te komen, maar nimmervroegen zij monsieur of madameGrouville te spreken. Daar wist ik alleende' reden van: Lessage verdacht henallebei en deed heel handig of hij geenenkel vermoeden had.Eén keer verscheen hijzelf opVilla Palmira en maakte op zeernederige wijze zijn excuus omdat debewoners zooveel overlast moesten ondervinden,te zelfder tijd inlichtingeninwinnend omtrent de identiteit van dengeheimzinnigen monsieur Croix, overwien de politie niet het minste te wetenwas kunnen komen. •Mijn meester deed intusschen zeerhandig alsof hij ook eigenlijk nietprecies wist, wie hij was.„We hebben hem aan boord vande „King George" leeren kennen, toenwij uit Engeland hierheen kwamen,"antwoordde hij. „Ik geloof, dat hij inZuid-Amerika is geweest en daar metde exploitatie van kopermijnen veelgeldheeft verdiend."Natuurlijk vertelde Lessage nietsomtrent den zoowel voor mijn meesteresen mijn meester als monsieur Croixcompromitteerenden brief, dien hij reedsin zijn bezit had. Ik wist echter, hoeontzettend nieuwsgierig mijn meester enzijn vrouw waren geweest om te weten,wat Croix had geschreven in antwoordop den brief, dien zij voor hem haddenachtergelaten. Zij zinspeelden er echtermet geen enkel woord op en zij hieldenzich zoo goed, dat het leek, alsofzij er nooit iets van hadden gehoord.Toch was ik het eens met de theorievan Lessage, dat zij hadden samengespannenom Croix in den dood tezeilden. Maar hoè?De weken gingen ■ voorbij en hetseizoen aan de Riviera liep ten einde.De geheimzinnige vermoorde was teraardebesteld;de rechter-commissaris "had eenige wijze opmerkingen gemaakttegenover nieuwsgierige journalisten,die deze opmerkingen ijverig haddengepubliceerd en toen... toen was dezaak in den doofpot gegaan en decouranten hadden geholpen deze aangelegenheidte begraven bij de andere geheimzinnigemoorden van de Riviera.De markiezin Llossaso, die op zoo'nzonderlinge wijze tegen mij uitgevallenwas, was niet meer terug geweest. Zewas waarschijnlijk haar edelen, maarnogal reislustigen echtgenoot naarSpanje gevolgd. Intusschen zetten mijnmeester en zijn kleine, mooie, levenslustigevrouw hun vroolijke leventjevoort, en ontvingen, zooals steeds, ver-BEZOEKT HETLUXORPALASTTE ROTTERDAMscheidene bezoekers, waaronder verschillendeFranschen en Italianen warenmet adellijke titels.Op zekeren dag verscheen er eenelegante heer van middelbaren leeftijd,comte de Paille geheeten, die in eender grootste hotels van Menton woonde,en vroeg mijn meester te spreken. Daardeze niet thuis was, liet ik hem inden salon en waarschuwde madame,die direct naar hem toe ging.Het onderhoud duurde niet lang,maar den volgenden avond kwam hijdineeren. Er waren nog verscheideneandere gasten," onder wie veel dames,en allen schenen ze erg met den graafingenomen. Vooral tegen madame Peau,een leelijke, oude weduwe, die hij toevalligscheen te kennen, gedroeg hijzich erg minzaam, en ik geloof, dat deandere dames haar benijdden, want hijwas een knappe man, die er zeer gesoigneerduitzag en schitterend converseerde.Ik was dan ook niets verrast toenik madame een dag of veertien latertegen haar man hoorde zeggen, datcomte de Paille de weduwe ten huwelijkhad gevraagd en dat deze er inhad toegestemd comtesse de Paille teworden.De graaf verscheen den volgendendag om afscheid van zijn vrienden tenemen, daar hij naar Parijs moest vertrekken.Hij bleef lunchen, waarschijnlijkomdat madame de Peau ook aanwezigwas. Direct na de lunch vertrokhij echter.Weer gingen er veertien dagen voorbij.Reeds spraken mijn meester enmeesteres er over, om de Villa Palmiravoorgoed te verlaten, toen opzekeren dag madame de Peau verscheenen opgewonden te kennen gaf, mijnmeester te willen spreken.Ik zei haar, dat ik eens zou zienof hij thuis was, toen zij reeds langs mijheen snelde naar den salon, waar monsieuren madame toevallig bij elkaarzaten.„Jullie zijn een paar zwendelaars,"schreeuwde ze tegen hen. „Nu weet ik,hoe jullie zoo'n lui, lekker leventjekunnen lijden I Jullie hebben een zwendel-huwelijksbureauI Ik betaalde jullievijfhonderdduizend francs om mij inkennis te brengen met jullie mooiengraaf, op voorwaarde, dat hij mij tenhuwelijk zou vragen. Dit heeft hij danook inderdaad gedaan, maar in Parijsontdekte ik eergisteren, dat jullie edelmande zoon van een kruidenier in(Veivoli op pagina 22)WAT ZAL HAAR ANTWOORD ZIJN?Ann Casson en Carl Harbord In «en scène van „Carnaval",een B.-l.-R.-fllm, die onder regie van AnthonyAsqutth te Elstree wordt opgenomen.LILIAN HÄRVEY'5nieuwste" creatie in „Het Congres danst"-21(FOTO UPA)


REDFERN IN HET CARLTON-HOTELITE AMSTERDAM!!ben meegemaakt, zullen nietmeer beweren, dat de Nederlanderdes avonds geentoilet weet te maken, waarbijde directie van Carlton.voor een passende omgevingzorggedragen had.De eerste teleurstellingbezorgde ons de mededeeling,dat „Miss Europadoor ongesteldheid verhinderdwas aanwezig te zijn".Maar men bood ons daarvoorde attractie van devertooning van Miss Parijs.Eerlijk gezegd: het uiterlijkvan deze „Miss" was mijntweede teleurstelling opdezen avond.„Un Rêve". Avondtoilet van witte.peau d'anpre.De toonaangevende Parijschemode-firmaRedfern had haarmannequins naar Amsterdamgezonden om onsNederlanders van de nieuwsteParijsche* mode op dehoogte te brengen. Én degroote zaal van het CarltonHotel was tot in deuiterste hoeken gevuld metnieuwsgierige dames enangstige echtgenooten. Wijkunnen er tot ons grootgenoegen direct op latenvolgen, dat wij in de zaalmooiere toiletten bemerktendan bij den modeshow.Zij, die dezen avond heb-(Vervolg van pagina 20}Lyon is. Hij is net zoo min graaf alsik gravinI Ik ben maar net aan jullielagen valstrik ontkomen I Overmorgenzouden we in Parijs zijn getrouwd!"Mijn meester sprong op. „Wat hebik daar mee te maken?" riep hij. „Ikwist niet beter of hij was werkelijkgraaf 1"Madame de Peau begon te lachen.„Houd je nou maar niet zool" riep ze. „Jezult gauw genoeg merken, wat je er meete maken hebtl Jullie maskerade-graafheeft valsche papieren, en die hebbenjullie gemaakt en hij heeft er al anderevrouwen ook mee gedupeerd. Net zooalsdie mooie markies Llossaso, die zijnvader ezeldrijver is, en die ander, dieCroix, die nog geld van jullie moesthebben en daarom verhaal kwam halenen gedood werd! Ja, in zijn angst, omdatik hem bij zijn keel heb gegrepenen dreigde hem aan de politie over tegeven, heeft „graaf de Paille", alias-Jean Petit, kleermaker, mij een schriftelijkeverklaring gegeven van alles,wat hij van jullie wist, en dat is heelwat! Ik geloof, dat de politie erg blijzal zijn, om de ware toedracht te hoorenbetreffende den moord op Croix,„Millionnaire". Ensemble voorden avond van goud lame, gegarneerdmet bison.GEBRUIKSTEEDS„Prelude '. Avondjapon van zwartvelours. De mouwen lijn gegarneerdmet witte vos.Redfern had het aardigeidee, eerst een mode-showte houden van modellenvan de jaren T88T tot1925. Waarbij men konconstateeren, dat we langzaammaar zeker tot degrijze oudheid terugkeeren.En toen vlamden de schijnwerpersop en tippelden demannequins dior de zaal,gehuld in creaties, dieschoone namen droegen,als Train de luxe, Un rêve.Vie Parisienne, ja, er waszelfs de toepasselijke naam„Millionnaire ' bij.Een drietal nieuwe creatiesvan het huis Redfernbeelden wij hierbij af.die zich voor een Engelschen baronuitgaf en een BeFgische vrouw trouwde,die jullie vijfenzeventig duizend francsbetaalde. Ze zullen wel graag willenweten, wie het moordplan in elkaar heef tgezet en..."„Stil, mensch!" riep mijn meestergebiedend, terwijl hij met gebalde vuistenop haar toetrad.Maar de vrouw week geen stapachteruit en gilde: „Een van julliebende is al gearresteerd en de vei^klaring van „graaf de Paille" is inhanden van de politie, die buiten opjullie wacht..."Een panische angst maakte zich bijde laatste woorden van monsieur enmadame Grouville meester. Door hetsleutelgat zag en hoorde ik alles, water binnen voorviel... Mijn meester greepnaar zijn keel alsof hij het op slagvreeselijk benauwd kreeg en mijnmeesteres viel, een flauwte nabij, ineen stoel. Daar madame de Peau wildeweggaan, was ik wel genoodzaakt mijterug te trekken. Op hetzelfde oogenbhkwerd er gebeld, en toen ik opendeed,stond ik tegenover inspecteurLessage en vier rechercheurs, die naarbinnen drongen.I[ID€ZAM ALSVERSTERKINQSMIDDEL—22 —„Het is zoo ver, Johnson," zei deeerste. „Wij komen monsieur enmadame Grouville arresteeren ..."Ik wees hun, waar zij moesten zijn.Toen Lessage den salon binnentrad,wilde mijn meester een poging doen,om door het raam te vluchten, maarbeneden stonden twee rechercheurs,zoodat hij schouderophalend terugkeerdeen zich gewillig Het wegvoeren.Madame was intusschen werkelijk bezwijmd...Bij de openbare behandeling voorde rechtbank moest ik natuurlijk alsgetuige worden gehoord. Er was ontzettendveel belangstelling van de zijdevan het publiek, daar monsieur enmadame de Grouville hun practijkenreeds ruim twee jaar hadden uitgeoefenden in dien tijd heel wat slachtoffersonder trouwlustige dames haddengemaakt. Daar zij beiden een volledigebekentenis hadden afgelegd *en hunmedeplichtigen hadden genoemd, stondener met hen heel wat „graven",„baronnen" en andere „edelen" vanallerlei nationaliteit terecht, terwijl inde getuigenbank minstens dertig gedupeerdevrouwen zaten, van wie demeesten van schaamte niet durfden opkijken.Gedurende het verloop der terechtzittingkwam alles duidelijk aan hetlicht. Monsieur en madame Grouville— die beiden even schuldig waren —wisten dat Croix zou komen om zijndeel te eischen van de francs, welkeeen Belgische weduwe had betaald inhet vertrouwen, dat zij getrouwd wasmet een Engelschen baron. Croix hadechter meer willen hebben, dan overeengekomenwas, en omdat monsieurGrouville bang was, dat hij nog brutalerzou worden als hij kreeg, wat hijvroeg, had hij met zijn vrouw het plangevormd, hem eenvoudig uit den wegte ruimen. De whisky was waarschijnlijkvergiftigd geweest — de beide beklaagdenontkenden dit echter hardnekkig— maar voor het geval, datCroix niets wilde gebruiken en ongedeerdVilla Palmira kon verlaten,hadden zij den „comte de Paille" bereidgevonden hem neer te schieten.Hetgeen deze dan ook had gedaan.Hierdooi* was hij tevens in de bendeopgenomen en hadden monsieur enmadame Grouville hem een graventitelaangemeten.Op denzelfden dag, dat monsieur enmadame Grouville met hun handlangersveroordeeld werden — de eerstekregen ieder vijftien jaar, de anderebijna allen vijf jaar gevangenisstraf —ontdekte de politie te Rome de schuilplaatsvan den moordenaar van Croix,„comte de Paille". Hij bevond zich ineen klein hotel. Toen men hem wildearresteeren, verdedigde hij zich wanhopig.Hij schoot met zijn revolver drieagenten neer, terwijl hij den laatstenkogel voor zichzelf bewaarde. Hijrichtte de revolver midden op zijn harten was op staanden voet dood.N.V. AMSTERDAMSCHECHININE-FABRIEKr'robeer gratis deze nieuwehuid-verzorging.Wij hebben altijd beweerd, dat Radox deporiën van ÜV huid reinigt en Uw teintverbetert, zooals niets anders dit kan doen.Nu bieden wir U aah deze bewering tetoetsen — zonder kosten voor U. Wij hebbenonder de apothekers en drogisten doorheel Holland duizenden pakken Radox verdeeld,die elk verpakt zijn met een gratisproefpak. II kunt dit gratis pakje gebruikenzonder het gewone pak Radox te openen.En als U na deze proef niet volkomen tevredenbent, breng dan het groote pak terugnaar den winkelier, waarvan II hetkocht. Hij zal U Uw ƒ 1.25 (Uw geheeleuitgave) zonder omwegen terugbetalen. In,elk pak Radox is een boekje, waarin deRadox huidverzorgingsmethode duidelijkwordt uitgelegd. Maar vergeet niet, dat hetgratis proefpakje slechts voor beperktentijd verkrijgnaar is.Gaat dus direct naar Uw apotheker ofdropist, voordat hij deze groote proefpakkenuitverkocht heeft.Radox is heerlijk geparfumeerd en verkrijgbaarbij alle apothekers en drogistena f 1.25 per pak. Een pak is toereikendvoor verscheidene weken. Imp.: N.V.Rowntree Hnd. Mij., Keizersgracht 124,A'dam-C.Voor Indië verkrijgbaar bij de Firma J.van Gorkom & Co., Djocja, en hare filialen.HLM-ET^THOUSIASTEN3E. M. £e VGRÄVENHAGE. Iedereabonné heeft eenmaal recht op twee filmfoto's.Duncan Renaldo is in Amerikageboren. Zijn adres is Metro-Goldwyn'Mayer Studios, Culver-City, Californië.Het Richard Tauber-boek kunt Q in iederenboekhandel bestellen.T. B. te SCHIEDAM. Willy Frltschspeelt viool. Willy draagt 'in het gewoneleven geen snor meer. Binnenkort verschijnteen Nederlandsch Willy Fritschboek.BEZOEKT HETMm-TIHIIEÄTE^TE DEN HAAG——E TI^EDBLIJSPEL VAN ANDRE BIRABEAU EN GEORGES DOLLEY,OPGEVOERD DOOR DB N.V. VEREEN. R-DAMSCH-HOPSTAD-TOONEEL.Een scène uit het tweede bedrijf. Van links naar rechts: J. van Ees, A. v. Zuylen,Helene Berthe, W. Huysmans en F. de la Mar.In „Hoe zalig als de jongenskiel", datonlangs werd opgevoerd door de Kon. Ver.Het Nederlandsch Tooneel, toont Birabeauhoe de mensch, plotseling in een andereomgeving geplaatst, zichzelf kan ontdekken.In „Ds blauwe trein" geeft hij iets dergelijks,doch jammer genoeg moeten wij constateeren,dat het thema, hoewel op zichzelfzeer goed gevonden, hier veel zwakker isuitgewerkt. Het stuk zit daardoor vol onwaarschijnlijkheden.Dat het desondankstóch nog een amusant blijspel is geworden,wearin zeer veel goeds is aan te wijzen,is voornamelijk te danken aan het uitstekendespel, en vooral het samenspel, deracteurs. De inhoud van het stuk is alsvolgt:Léon Brodier, de groote Stoffenfabrikant,is een man van middelbaren leeftijd, dieleeft voor zijn zaak en voor niets andersoor of oog heeft, vanzelfsprekend dus ookniet voor de telefoniste, die smoorverliefdop hem is. (Den hemel zij dank, nu eensniét de secretaresse of de typiste!) Zijnhuwelijk met de schatrijke dochter van eenzaken-connectie beteekent dan ook nietmeer dan een noodzakelijke, maar tijdroovendeen lastige bijkomstigheid eneen vermeerdering van kapitaal. Het kantoorpersoneelwil het pijnlijke bericht vandes directeurs huwelijk voor Helene, detelefoniste; verborgen houden en de typiste,haar collega, biedt haar daarom haar uitde loterij gewonnen prijsje aan: een^ reisnaar de Riviera met den „train bleu", eneen verblijf van acht dagen aan de azurenkust. Door een kleinigheid komt Hélèneechter toch te weten, dat Brodier den volgendendag trouwt en is geheel verslagen.Hiermede eindigt het eerste bedrijf. In hettweede zien wij Hélène, gemetamorphoseerdtot een mondaine, charmante vrouw,in den restauratiewagen van den trein, diehaar naar het land van blauwe wateren enillusies zal brengen. Natuurlijk ontmoet zijBrodier, die zijn huwelijksreis aanvangt metzijn vrouw en schoonvader! Hij wordteven plotseling als hevig verliefd op Hélène,die hij niet herkent. Zij is overgelukkig enreeds tevreden, dat hij haar zijn liefde belijdten zonder zich bekend te maken, ver-dwijnt zij bij het eerstvolgend station uitden trein, den stamelenden minnaar wan-— 25 —hopig achterlatend. Het derde bedrijf verplaatstons weer op het kantoor, waar Hélèneden volgenden dag reeds terugkeert.Ook de directeur heeft zijn huwelijksreisafgebroken en is onmiddellijk teruggereisdom te wachten op „de dame uit den trein".Hij herkent in zijn telefoniste nog steedsniet de gezochte en brengt het ganschekantoor in opschudding door zijn plotselingeopwinding en ongeduld. Tenslottekondigt Hélène hem een telefonischenoproep van de geheimzinnige onbekendedame aan en terwijl zij via het toestel afscheidneemt van den man, die in dekamer naast haar zit, met de deur open,ontdekt Brodier plotseling, wie de onbekendeis en.... alles komt terecht! Dat zoowelhij als Hélène daartoe van hun wederzijdscheechtgenooten moeten scheiden,schijnt een bezwaar van miniem belang.Het vlotte, geestige verloop is alles watdit stuk op de been houdt, afgezien vande uitstekende vertolking.Tientje de la Mar als de telefoniste wastreffend in haar aanbidding voor den onverschilligenman, die haar niet eens ziet.Hoar stem had meermalen zooiets innigsen verrukts, dat het ontroerde. Jan van Eeshad in het eerste en tweede bedrijf weiniggelegenheid tot spel, al was zijn overgangvon den koelen, nüchteren, zakelijken patioonnaar den verliefden minnaar zeergced. Louis Gimberg als de detective-echtgenootwas een echt zelfgenoegzaam, dom,drukdoend burgermannetje. Verder. noemenwij nog Louis van Gasteren als- de chef vanhet personeel, die zijn rol speelde zooalswij dat van hem gewoon zijn; de coquette,bijdehande en levenswijze typiste vanSinny Hammé en den kantoorknecht vanJan v. d. Linden, die vooral in zijn stil speluitstekende vondsten had.Een bijzonder woord van lof voor hettreindécor van Eduard Veterman en KarelBrückmann., Hoewel met eenvoudige middelen,was hier een zeer juist geheel bereikt,tot in alle kleinigheden af. Hoe aardig bijv.was het silhouet van den eierenklutsendenkok op de draaideur! Ook het rijden vanden trein werd zeer goed gesuggereerd.A. d. K.


^"' ,, ~■"^^^^W , ■■ , ■'f■ii■■■■■■^^^-^».„w,. ■„..'•,De Äcl"eur Hans AlbersD O O RE R J C Wmm?*I M TH&ns Albers in „Bommen op Monte Carlo".— 24Hans-tAlbers is in ons land noggéén filmster, die iedereenkent, maar geloof mij: voordathet jaar 1932 zijn intrede gedaan zalhebben, is Albers even beroemd alsJannings! En dat komt dezen prachtacteurtoe! Evenals hij op het Berlijnschetooneel in Brückners „Misdadigers"als de werklooze kellnerTunichgut plotseling toonde eentooneelspeler met een weergaloos talentte zijn, evenzoo toont hij zich thansin de film „Bommen op Monte Carlo"een filmartist van groote beteekenis.In zijn vorige rolprenten, als „DieNacht gehort uns", „De blauwe Engel",„Drei Tage Liebe" en „Nachtvogels",frappeerde hij reeds door zijn gavepersoonsuitbeelding, doch als de avontuurlijkekapitein Craddock in zijnnieuwe film is hij een geboren filmgenie,!Zijn levensloop? Ja, die is haasteven avontuurlijk als zijn laatste filmrol.Ongeveer twintig jaar geledenwas Hans een kantoorbediende, diezijn tijd doorbracht met het slijpenvan gunten aan ontelbare potloodenen het verkeerd opbergen van brieven.Het geringe salaris, dat hij voor dezewerkzaamheden ontving (verdienendeed hij het eigenlijk niet), gebruiktehij om des avonds op het schellinkjete zitten en tooneellessen te nemen.Het zal daarom niemand verwonderen,dat Hans Albers zijn tooneelloopbaanbij een „Schmiere-gezelschap" begon.Den éénen avond creëerde hij WilhelmTeil, den anderen avond mocht hijhet gordijn optrekken. Zijn tooneelspeldoorspekte hij met acrobatischetoeren, zeer tot genoegen van hetpubliek, dat op deze manier waarAla Kapiteln Craddock met Anna Sten(Konlnain Yola) en Ida Wüst (hofdame)In „Bommen op Monte Carlo".voor zijn - geld kreeg. Want eenShylock, die tevens over stoelen entafels springt, is een zeldzaamheid.Op zekeren dag geraakte Albers incontact met de directie van het HamburgerSchauspielhaus, en de directeur,die ongetwijfeld een goeden kijkop jonge talenten had, bood hem eencontract aan. Albers accepteerde, dochde oorlog haalde een streep door derekening en Albers moest in de loopgraven.Een verwonding maakte eeneinde aan zijn militaire loopbaan; hijtoog naar Berlijn en kwam als revueacteurbij James Klein. Later tradhij nog in revues bij Haller en Rotterop. Langzamerhand steeg zijn roemen tevens zijn gage. Maar steeds bleefhij half acteur, half acrobaat. En zijnbuitengewone kracht en lenigheidkomen hem thans in zijn filmloopbaangoed van pas.Max Reinhardt ondernam het waagstuk,dezen revue-acteur de rol vanTunichgut (hier te lande door Albertvan Dalsum gespeeld) in „Misdadigers"op te dragen. Zijn eerste optredenwas een openbaring en maaktehem op slag beroemd.Charlie Chaplin zag bij zijn laatstebezoek aan Berlijn Albers in de titelrolvan Molnar's „Liliom" en verklaarde,dat hij hem voor den grootstenacteur ter wereld hield. En lezeressenen lezers, ik ben het werkelijk metCharlie eens!Met Heinz Rahmann (linUs) en Peter Lorre gedurendeeen pauze tusschen de opnamen voor de film»Bommen op Monte Carlo".Als de vertolKer van de mannelijke hoofdrol in „Bommen op Monte Carlo"- 25 -£ ::


1^^—i -^ —-HET HANDSCHRIFT VAN TOONEELSPELERS.meeds meermalen is de vraag gesteld,of acteurs een karakteristiek».handschrift hebben, of omgekeerd:of uit hun handschrift meteenigezekerheid valt op te maken, of zij talenthebben. Bijgcloovig als tooneelspelersnu eenmaal zijn, beschouwen zij graphologiehet liefst als waarzeggerij enden grapholoog als een soort orakelvan Delphi, natuurlijk slechts voor zooverals hij hun een succesvolle carrièrevoorspelt!Nu is de moderne graphologic, sindsdeze op wetenschappelijke grondslagenberust, van waarzeggerij al zeer ver verwijderd.Zij is zich evenzeer van haargrenzen bewust als van de vele mogelijkheden,door velen ongeweten en ongebruikt,die zij tot uitbreiding eenerpractische menschenkennis biedt. Daaromis het van algemeen belang, wanneerhier eenige grondslagen van dit onderwerpin kort bestek worden behandeld.De vraag, of talent voor de tooneelspeelkunstuit het handschrift te her-.kennen valt, moeten wij direct beantwoordenmet: „Neen, nooit met zekerheid."Hoewel belangstelling voor kunstzinnigeaangelegenheden zich duidelijkin het schrift openbaart, is eenig talent,onverschillig in welke richting, er nietdoor vast te stellen. Dus ook niet hettalent voor de tooneelspeelkunst. Hetschrift weerspiegelt het karakter, deharmonie of den strijd tusschen verschillendeimpulsen, en laat gevolgtrekkingentoe over de vorming van dengeest. Het 'kan ons derhalve slechtslangs omwegen duidelijk maken, of deschrijver al of niet voldoenden aanleg,talent of genie bezit, die hem een vooraanstaandeplaats in de rij van tooneelkunstcnaarszouden kunnen bezorgen.Maar niettemin zijn er talrijke hand-•schriften, waaruit men met volle overtuigingtot de conclusie kan komen, dathet de voorkeur verdient den schrijveraan te raden een andere loopbaan tekiezen dan het doornige pad,dat over de planken van onsNederlandsch tooneel loopt,terwijl andere het bezitten vantalent met meer of minderDOOR FRANK ARNOLDI,groote waarschijnlijkheidtoonen.aan-Met eenig psychologisch inzichtkomen we direct tot deconclusie, dat het niet uitsluitendkaraktereigenschappen zijn, diemaken dat zoo velen zich tot deedelste aller kunsten (Hebbel)aangetrokken gevoelen. Er zijnvele andere drijfveeren denkbaaren ook daardoor kan ergeen speciaal tooneelspelershandschriftbestaan.i v, i IL «MILToch treden er twee hoofd- "" ' ' 'U ' * '""^TV^Z^n^. »«^twftwl'


■■"iwimmv:-■'^";»*»'«"'W'_", - - > -'•. ■ - . -^ ■ • ■■ " 'i'Een aardigr najaarspakfe voor jonge meisjes, bestaande uit een rokje van bruin tweßd ^ST«?/"^8"' lü . a zi J de; ^mouwenen een jumper van hclue beige wol, waarbij een bruin mutsje en een bruinden-bei/e Jjowirerk. D«^„Jn 0 » ^ ^1ei «^^di gg JSOTOS B.tPgestreepte sjaal worden gedragen.^ De Ja P? n wordt gesloten met lilaBknoopen.- 28En toen hoorde Sylvia in den afgrond,waarin zij steeds dieper en dieper scheente zinken, de zalvende stem van MarcusKing.„Ik zou wel eens willen weten, of mefortuinlijke jonge reus soms toevallig debeheerder van de Victrix-mijn is."HOOFDSTUK IX.De gidsen begonnen hartelijk te lachenen op het geluid hiervan, lieten de beidejonge menschen op den oever elkaar los.Brent deed een paar stappen achteruit;zijn armen vielen slap. langs zijn lichaamen zich snel omdraaiend, stond hij met zijngezicht naar de beide kano's gekeerd. Hijstaarde naar de reizigers terwijl een hevigeblos zijn wangen kleurde. Dorothydeed eveneens eenige stappen achteruit.Ook zij keek uiterst verbaasd en ontdaannaar de menschen in de kano's. Maar tochvoelde zij zich blijkbaar veel minder verwarddan Brent. Haar oogen riehtten zichop Sylvia en een gevoel van triomf kwamin haar op.„Kunt u ons zeggen, hoe ver we nog vande^Victrix-jnijn zijn?" vroeg King. „Hetspijt me, dat we juist op dit oogenbhkmoesten storen."Brent kleurde nog heviger. Hij liep langzaamnaar den oever. „Iets minder dan eenmijl. Bent u mr. King?"De aangesprokene knikte. „Ja, en u iszeker'mr. Brent?" Hij wees met zijn hand inde richting van de andere kano. „Dat is mijnnichtje, miss Dart. Sylvia, ik zou je graagmr. Brent willen voorstellen."Het meisje heeft zich later nooit kunnenherinneren, hoe zij dit oogenblik te bovenis gekomen. Ze zag flauwtjes, dat Brenteen stijve buiging maakte, toen aarzelde endaarop het meisje, miss Parfitt, voorstelde." Het was alles even onnatuurlijk en afschuwelijkonwerkelijk. Ze had een vagen indrukvan den man, die eens haar verloofdewas geweest, van zijn lengte en kracht, eneen anderen indruk van een meisje, dathaar uitdagend aankeek. King was uit zijnkano gestapt en rookte een sigaret, klaarblijkelijkten volle van de situatie genietend.Het leek Sylvia of zij droomde, en alsofdeze drie menschen haar droom beheerschten.Weer hoorde zij opeens zijn stem.„Ik hoop, dat u mijn tweede telegramhebt ontvangen, waarin ik u mededeelde,dat mijn nicht mij vergezelde?"Brent knikte en zijn blikken dwaaldenbelangstellend naar Sylvia. Als gefascineerdbleef hij haar aankijken. De jonge reusvoelde zich niet alleen verward, maar erkwam ook heel vaag een herinnering bijhem op. Miss Dart herinnerde hem aaniemand, die hij had gekend, ofschoon ervan een werkelijke gelijkenis toch geensprake was. Toen bleven zijn gedachteneven toeven bij een meisje, dat hij op eenschapenfarm in Australië had gekend, eenEngelsch meisje met haar en oogen alsmiss Dart Ja, die moest het zijn geweest.Er heerschte een oogenblik stilzwijgen, gedurendewelke het knappe, vreemde meisjehem niet aankeek, maar haar blikken lietdwalen over het meer, op welks anderenoever de gebouwen van de mijn zichtbaarwaren. Eindelijk herstelde Brent zich.„Ja," zei hij. „Ik heb allebei uw telegrammenontvangen, maar ik kon natuurlijk nietweten, wanneer u hier zoudt zijn. Hebt ueen goede reis gehad?"„Uitstekend. We zijn drie dagen geledenbij de meren aangekomen, zijn daar eenpaar uur gebleven, omdat mijn nicht eenigenoodzakelijke dingen moest koopen, en wehebben daarna heel gemakkelijk kano's engidsen kunnen vinden." Hij zweeg even,wendde zich tot Dorothy en wierp een belangstellendenblik op haar. „Woont u op deVictrix?" vroeg hij toen.„Ja. Mijn vader hééft het toezicht op denmolen."„Dan is hij een zeer belangrijk persoonen zal ik graag met hem kennis maken.— Indien u gereed is, mr. Brent, dan kondenwij wel verder gaan."Zijn woorden hadden een cynischenklank, waardoor Brent opnieuw hevigkleurde. Zonder een woord te zeggen kniktehij. Toen ze op het punt waren in dekano's te stappen, bleef hij opeens staan,de pagaai in zijn hand.„Misschien wilt u liever bij mij in de kanokomen zitten, mr. King? Miss Parfitt kandan in de uwe plaats nemen."King glimlachte' veelbeteekenend. „Dank- 29 -je wel. Waarom zouden wij het niet laten,zooals het was? Het was toch heel goed,zoo? — Tusschen twee haakjes: ik hoop,dat het u geen moeilijkheden baart, datik mijn nichtje heb meegebracht?"„Heelemaal niet. Ik wilde haar mijn hutafstaan en het is heelemaal niet moeilijkom er een voor u gereed te maken."Sylvia keek op en sprak voor den eerstenkeer. „O neen," zei ze, „ik denk er nietaan, om u uit uw huis te jagen." Haar stemklonk fluisterend en beefde.„Mijn waarde," zei King luchtig, „wij zijnin de hand van mr. Brent en hij zal hetbeste weten, hoe het zich laat schikken.Daar kunnen wij ons niet in mengen."Dorothy luisterde en dacht snel na. Toen,plotseling, kreeg ze een idee, dat even gewaagdals practisch was.„Zou het niet beter zijn," opperde zij, „indienmiss Dart onze hut met mij deelde?Vader kan gemakkelijk naar de kwartierender mannen verhuizen."Er heerschte een korte stilte, terwijl dedrie kano's langzaam en dicht naast elkaarvoortgleden. Het was King, die het eerstwat zei. n ..Het is heel vriendelijk van u,' zei hij.Tren wendde hij zich tot Brent en vroeg:„Zijn er nog meer vrouwen in het kamp?" De laatste schudde zjijn hoofd. „Neen,. antwoordde hij. „De Victrix heeft dèt puntvan beschaving nog niet bereikt.„Ik geloof," zei King tegen Sylvia, „dathet' een uitstekend voorstel is van miss Par-PORTRETSTUDIE VAN CONSTANCE BENNETTi-liV.ill


. - -■^^-"-^'- .w/il*fitt. Jij en miss Parfitt kunnen elkaar danprettig- g-ezelschap houden."Sylvia, die nog steeds worstelde met eenheftig gevoel van opstandigheid, wierp eenvluggen, onderzoekenden blik op Dorothy.Haar plannen stonden nu vast, en onder ééndak te moeten wonen met het meisje, dathaar heur verloofde had ontstolen, zoueigenlijk niets vreemder zijn dan al het andere,dat zij in deze korte oogenblikkenreeds had ervaren. Zij zou er een dubbelegelegenheid om te handelen door hebbenen zooveel meer kans krijgen om de wondin heur hart te verbergen. Bovendien zoudeze regeling haar, althans den eerstentijd, verder van King verwijderd houden.Ze vroeg zich af, wat voor een soort meisjeDorothy eigenlijk was en vond het tegelijkertijdonaangenaam, dat ze daar benieuwdnaar was. Aan Brent durfde ze nogniet denken.„Indien miss Parfitt er zeker van is, dathet haar niet te veel moeilijkheden zal veroorzaken,dan zal ik graag van haar aanbodgebruik maken," zei ze.King knikte tevreden. „Dat is dpn inorde."De rest van den tocht was binnen een igeminuten afgelegd en Sylvia vond zich tenslotte in de haven van haar gedachten, diezij zich nog slechts een paar weken geledenin zulke teedere kleuren had afgeschilderd.Er was nu eigenlijk niet eens eenhaven, alleen een wilde, woeste omgeving,waarin zich een onverwacht drama had afgespeeld,een drama, dat al haar plannenden bodem had ingeslagen en dat maakte,dat zij opnieuw moest gaan zoeken naareen plaats, waar zij veilig zou kunnenrusten. Ze moest zich bekennen, dat dedroom van haar jeugd voorbij was gegaanals iets, dat niet bestand bleek tegen deruwe aanraking van het leven. Ze was nuSylvia Dart, de nicht van Marcus King. Althansvoor de buitenwereld. In werkelijkheidwas ze echter het meisje, dat haar ge-loof en vertrouwen had vastgeankerd aaneen belofte, die onbestendig was gebleken,ofschoon ze nog pas zeer kort geleden devoorspelling scheen van een groot, inniggeluk. En nu.... nu zou het weer zooveelte moeilijker zijn om te ontkomen aan delagen en listen van den man, die het haarreeds zoo moeilijk had gemaakt en dien zijjuist had geleerd te weerstaan.Het was terwijl deze sombere gedachtenhear brein als het ware omfloersten, datze opeens een ingeving kreeg, die de toekomstals een lichtstraal scheen te verhelderen:Sylvia Denby had haar verloofdeverloren; waarom zou Sylvia Dart hemniet terugwinnen?En terwijl in het brein van een der beidemeisjes, wier hoop en verwachtingen inzulk een direct contact waren gebracht,deze en dergelijke gedachten rond-woelden, rezen er bij Dorothy andere gedachtenop, die echter niet minder veelbeteekenend,niet minder eerzuchtig waren.Sylvia was voor haar het type, dat zijreeds langen tijd gewenscht had te bestudeeren.Ze wilde weten, hoe zulke meisjesspraken en handelden. Hoe hun manierenwaren, hun bewegingen en houdingen. Zewilde hen niet imiteeren, ze wilde slechtsvan hen leeren om de ruwheid, die hetleven, dat zij had geleid, mogelijkerwijs inhaar omgang had doen ontstaan, te verzachten.Ook zij zag in Sylvia een gevaarlijkeen machtige concurrente. Ze hadiets dergelijks verwacht en haar zoogenaamdgrappige profetie van nauwelijkseen uur geleden, was in werkelijkheid ingegevendoor eeri angstig vermoeden. Maarnu zij zag, hoe zacht Sylvia's huid was, hoegoud-bruin heur haar, nu zij de lijn vanhaar lippen ondanks zichzelf moest bewonderenen onder den indruk kwam vande kalme, rustige zekerheid en gratie vanieder harer bewegingen, nu besefte dedochter van Christopher Parfitt, dat hetgevaar zeer reëel was en dat zij al haarhandigheid noodig zou hebben om het ter-rein te behouden, dat zij "had veroverd.Daarom had zij .ook, gevolg gevend aaneen plotselingen impuls, aangeboden haarhut met Sylvia te deelen. Haar mededingsterzou hierdoor waarschijnlijk veel mindervan Brent zien. En, wat niét minderbelangrijk was, het voorwerp dat zij bestudeerenwilde, was dichter in haar omgeving.Eenige oogenblikken later bevond Sylviazich in den bungalow van Parfitt. De murenwaren van zware horizontale houtblokkengemaakt, die aan de hoeken netjeswaren gezwaluwstaart. ""De vloer bestonduit ruwe, gezaagde planken. In iederekamer — er waren er vier in het geheel —had Parfitt een ruwe stookgelegenheid gemetseld.De meubelen waren uiterst eenvoudigen spaarzaam, maar alles wasschoon en ordelijk, en paste volkomen inde omgeving.Dorothy ging haar gast voor naar dekamer van Parfitt. „Hier zult u moeten logeeren,"zei ze. „Na het avondeten zal ikde kamer voor u in gereedheid brengen.In een uurtje is alles klaar. We kunnen nubeter even naar den molen gaan en vaderzeggen, dat hij uit zijn huis is gezet." Zezweeg en aarzelde. Toen zei ze, na Sylviaeenige oogenblikken onderzoekend te hebbenopgenomen: „Ben ik erg brutaal alsik vraag, waar u die kleeren vandaan hebt?Ik ben zoo vreeselijk benieuwd...."„Ik heb ze gekocht in een grooten winkelin Port Arthur. Ik geloof wel, dat het degrootste winkel was, die er is. Mr.... ikbedoel mijn oom, zei, dat de kleeren, dieik bij mij had, niet geschikt waren voorGedurende de pauze? Dat herinnerik JA. me niet. Watwas het dan?De knal van eenchampagnekurkreen tocht door de bosschen en deze schijnener juist heel erg geschikt voor te zijn."„Dat zijn ze zeker," antwoordde Dorothylangzaam, terwijl zij een onderzoekendenblik wierp op den uitstekend zittendenlangen mantel en korten rok, de keurigebruine laarzen, die tot halverwege deknie reikten, de ruime, aan den hals openblouse, en den zachten, breedgerandenbruinen hoed met den gevlochten riem.„Piecies wat ik- een paar dagen geledenvoor mijzelf heb besteld," voegde zij er bij.„Ik verwacht ze met de volgende mailhier."Er was zooiets bespottelijks aan dit feit,dat Sylvia zich bijna niet kon weerhoudenom te lachen.„Als we dus niet erg oppassen, zullen demenschen ons voor elkaar aanzien," zei ze.Dorothy schudde haar hoofd.. „Neen, uis veel grooter dan ik, en slanker! Bovendienis er nog het verschil in de kleurvan ons gezicht en haar. — Kom, ik geloof,dat we nu maar beter naar den molenkunnen gaan om vader te waarschuwen."Juist toen ze den bungalow verlieten,kwamen Marcus King en Brent langs, dieuit de hut van den laatste kwamen. Sylviawierp een vluchtigen blik op de volmaaktegestalte van den jongeman en moest zichbekennen, jaloersch te zijn. Hij had debelofte van zijn jeugd meer dan vervuld,en niet vaak in haar leven had zij zoo'nman gezien. Hij was slank en kaarsrechtals een jonge den en droeg zijn hoofd watnaar achteren, en zelfs wanneer zij in rustwaren, legden zijn spieren een welsprekendgetuigenis af van zijn kracht. Ze zag, dathij buitengewoon licht liep, en dat hij nietshad van de lompheid, die men zoo vaakbij andere mannen van zijn gestalte aantiof.Zijn kin was vierkant, en op ditoogenblik blonk er een zonderlinge glansin zijn blauw-grijze oogen. Marcus Kingleek een dwerg naast hem, maar er wasiets in zijn geslepen, ofschoon passieve gezicht,iets in de rustige en zelfverzekerdeuitdrukking er van, hetgeen duidelijk verried,dat wanneer het tot een verstande-lijken strijd mocht komen, hij niets tevreezen had van zijn grooten metgezel.Dit waren de beide mannen, die vanzoo'n groot belang waren in het leven vanSylvia. Zou zij uit de handen van den eenin de handen van den ander overgaan?„Al op orde?" vroeg King.„Vanavond. Is alles niet erg interessant?Is het niet precies wat u verwachtte?" vroegSylvia.ji v-„-., - .> '-■•mIE IBUS VOOR Dt LEZERSVAN DIT BLADModellen voorDames en HeerenIn de klassieke kleurenGitzwart met GoudKarmijnroodZeegroenJadeblauwTeneinde meerdere bekendheid te geven aan ons merk „LINCOLN"organiseeren wij een prijsvraag in den vorm van een rebus welkewij den lezers van dit blad ter oplossing voorleggen.2500„LINCOLN" VulpenhoudersVoor de goede oplossers dezer rebVuipenhouders als prijzen beschikbaarIe. Deze rebus verschi|nt in pen twintigtal vooraanstaandebladen. Voor ieder blad zal deprijsvraag atzonderlijk worden yeorgamseerden het aantal van 2500 ..LINCOLN' Vulpenhoudersw^elke als prijzen beschikbaar gesteldworden gelijkelijk onder deze bladen wordenverdeeld. Voor de lezers van dit blad stellenwij derhave een 125-tal Vulpennen alsprijzen beschikbaar.2e De opiüssingen kunnen alleen worden ingevuldop onderstaande coupon, of opgezonden wordenmet bijvoeging dezer coupon ten bewijzedat de inzender lezer is van dit blad.3e Wanneer meer goede oplossingen wordeningezonden dan het vastgestelde aantal prijzen,beslist loting.Hierlangs afknippen.COUPONus stellen wij 2500 „LINCOLN"onder de navolgende voorwaarden:4e. De inzending der oplossing moer geschiedenbinnen 10 dagen na 't verschi|nen van dit bladUiterlijk binnen 14 dagen na her verschijnenvan dit blad zal den inzenders bericht gegevenworden nf zij vnor een prijs in aanmerkingzijn gekomen en de vulpen onder remboursvan 85 cent benevens rembourskostenworden toegezonden per aangeteekend bnefpakket.De door ons uit hoofde van dezenprijsvraag te leveren vuipenhouders wordendoor ons gegarandeerd voor den ti|d van 2)aar. en op deze vulpenhouders rust dezelfdegarantie als onze vulpenhouders middels denkleinhandel verkocht tegen den gewonen prijs6e. De oplossingen moeten behoorlijk gefrankeerd(als brief 6 cent frankeeren ) aan ons wordenopgezonden.Aan ..LINCOLN" Vulpen Import. Korte Hoogstraat M. ROTTERDAMDe oplossing is; - -Indien ik in aanmerking kom voor een vulpenhouder gelieve U mij detoe te zenden onder rembours van 85 cent per aangeteekend bnefpakkNaam ^ HeerStraat ■StadGewenschte kleurESBBüIS -30-— 31 -


■IHif h&e hei »eil. cie^ieimJWOORDEN VAN ELIZA HBSS-BINGERMUZIEK VAN HENRI C. VAN PRAAG'^jJ rri j 'M i I'M i| irr r^r^Hptjp^' r ., i - 9 i —*—r-p—*—*-v ' j) »I U =^r•ry^?^= ,*_■! J ^»I J> ±... »i. ^. _ "IMI'IUNJ ' li'ljI , " ~~ 7—I '—v 1 —•'—^ 1 fcW g)— J V JtP-'-UtUll 'j iiirnri 'M^u^g^jfc i TTi^n -—-—n Tl^^TT^i - ^^• •r«> —* JL—-* * T 1Maanden zou het duren, zeg je,Eer j'een nieuwen tand weer krijgt.Ik zal j'iets vertellen, vriendje,'k Hoop, dat jij dan verder zwijgt.Grootma had een tand verloren,'k Vroeg haar; „Grootje, gaat 't vlug.Eer er weer een nieuwe tand is?Krijgt U dien nu gauw terug?"„Ja," zei Grootmoe, „overmorgen,'t Kan zijn morgen wel, misschien."Nu, hïj wag er d'and'ren dag al.Dat heb ik toen zelf gezien 1"^■^'SON ODIOT 7 PLACE DE LA MADELEINE. PARJUSFabriek vanArtistiekZilverwerkGevestigrdw1690Specialiteitvoorgeschenkenin zilveten verzilverdmetaalGROOTE KBUZE IN KUNSTVOORWERPEN UITGEVOERD NAAR ONTWERPEN UIT ELKE STIJLPERIODERed. en Adro. Oalgewater 22 Lelden. Tel. 700 Po.frekeiUng 41880Verschijnt wekelijks - Prtyi per kwartaal'f. 1.05.

More magazines by this user
Similar magazines