Views
5 years ago

Nieuwsblad van Temse

Nieuwsblad van Temse

Nieuwsblad van

Zondag 25 Mei Jaar(91«) Weekblad N-42 Nieuwsblad van Temse ijs 100 Fr. EN OMLIGGENDE NIEUWS- EN ANNONCENBLAD BUREEL: KASrEELSTSAAT 27 | DRUKKER J. SCHUERMAN - Verantw. üitgerer AL. BUYfAERT | Hr. St-Niilaas 858 | TEL.185 Ter wille van de smeer, « Ter wille van de smeer, likt de kat de kandeleer » Zo luidt een oud spreekwoord dat echter altijd actueel blijft, omdat zijn betekenis nog dikwijls bewaarheid wordt Smeer wil zeggen de profijten die met zekere posten gepaard gaan, of die men — vaak ten onrechte — uit die positie wil trekken Smeer beduidt ook het luilekker leven dat sommigen bekoort centjes opstrijken zonder fel te werken Smeer betekent nog eer en roem najagen de plak zwaaien over anderen pretenties laten gelden en, van uit de hoogte, minachtend neerzien op de omgeving Smeer bediet ten slotte nog ploeteren in het slijk van zogenaamde walgelijke genoegens, buitensporigheden en wangedrag, soms verdoken onder sierlijke kleding, kleurstift en een spuitje parfum En terwille van die verdomde smeer likken talrijke « katten » de kandeleer ' Smeer I — De arbeider is zijn loon waard Welnu, wie zijn arbeidsphcht in geweten volbrengt heeft recht op een fatsoenlijk bestaan in alle opzichten Dat is rechtvaardig en onbetwistbaar Maar sommige kereltjes zijn daarmee niet tevreden en loeren op geld zoals een kat op een muis Alle middeltjes zijn goed om prohjtjes te maken 2e likken de schoenen van « de eerste de beste » als « die eerste de beste » hun voordeel kan bezorgen Ze worden vurige verdedigers van gelijk welke principes als het maar opbrengt Rechtvaardigheid, wetten en geboden tellen niet zolang de mensen hun schijnheiligheid met al te zeer doorzien—terwille van de smeer Smeer II — Een andere categone likkers tracht met zo weinig mogelijk inspanningen op brede voet te leven Zij die vruchten plukken op bomen die anderen moeizaam hebben gekweekt Die sjacheren en toeteren op andermans kap, die zogenaamde vermakelijkheden exploiteren waar de jeugd moreel gewurgd wordt Dat zijn ook die schurftige wij ven—lokvogels—die dood en vernieling zaaien in ziel en lichaam Ter wille van de luilekkere smeer Smeer III — Desmeer van heerszucht en pretentie lokt verschillende fiere kat- ten naar gevaarlijke kandeleers Ze likken tot er sleet in hun tong komt, omdat men hen toch maar tussen twee kandeleers zou plaatsen Zo'n gasten offeren vaak hun geweten aan de afgod van de heerszucht en de hovaardij Ja, terwille van een bloemke op hun mouw een pluimke op hun hoed een ronkende titel., het doordrijven van eigen stijve wil, likken ze, op commando, de smeer van giftige kandeleers Mengelw van 't Nieuwsblad v Temse De Geldduivel Gebeurde het nu en dan eens, dat hij Nardus nog bij het grote boek aantrof dan ging hij zonder groetenis voorbij en wierp zich aangekleed op zijn bed Zuchtend, kermend, vloekend en verwensingen murmelend, wentelde hij zich heen en weer, zonder in slaap te kunnen geraken, zodat het onbedorven hart van de jongeling in angst en schrik gebracht werd Eenmaal brulde hij zelf Nardus, breng mij een mes, ik wil mij de keel afsnijden Bij deze uitval van een woedende inbeelding liep het koud zweet over Nardus' voorhoofd, en midden zijner angstvalhgheid smeekte hij de Halve, toch de wijn vaarwel te zeggen, « Ei, snotbaard, donderde hem deze tegen, wat kent gij daarvan ' Zuipen moet ik, al verging de wereld In wijn ligt rust » « Nog meer in het gebed, » waagde Nardus te antwoorden « Blijf mij van den hals met uw bidden, schreeuwde hij woedend, bidden is goed voor vrouwen en kinderen, niet voor mij » Sedert dit ogenblik wachtte zich Nardus, den Halve raadgevingen te doen, uit vrees voor erger Menigmaal scheen Kuhling voor de blikken van de snel opwassende Nardus vrees en afschrik te gevoelen, hij staarde hem aan als hadde hij een wan- Smeer IV — Om eventjes de vervalste smeer te proeven die de bedorven wereld sappig en zoet noemt, breken sommige lichtzinnigen de kristallen kandeleer van hun mooi, opgebouwd leven .. vergruizen ze hun heerlijk innerlijk geluk, slopen ze de ivoren toren waaruit zoete, zalige, zuivere blijheid op hun bestaan straalt O die smerige smeer die zo aanlokkend aandoet, maar die, terwijl men de kandeleer likt, reeds bittere stof op de tong gooit, zo bitter dat men de walgelijke nasmaak niet meer kan wegspelen. De lelijke katten die schijnheilig de kandeleer likken terwille van de besproken smeer, hebben reeds heel wat kwaad verricht op internationaal, nationaal, politiek, familiaal, sociaal en moreel gebied Er is nochtans een weldoende smeer die de meeste uit het oog verhezen Ik zal de betekenis van die smeer bondig samenvatten 1 Arbeiden om in het onderhoud voor u en de uwen te voorzien maar tevens uit liefde, uit plicht Zo krijgt ge de smeer •—' het loon — als toemaat. En dat loon moet toereikend zijn, zoniet eist ge dat met gevoeglijke middelen langs rechtmatige weg. uw christelijke standsorganisatie 2 Als er mensen uw verdiensten niet naar waarde schatten, dan weet Die van hierboven alleszins wat ge met zuivere bedoelingen m alle opzichten presteert Geen heerszucht, niet verder springen dan uw stok lang is , ieder zijn rol , ieder op zijn plaats , ieder het gezag dat hem toekomt, maar ook ieder zijn plichten, gepaard met verdraagzaamheid en liefde 3 Een edele reine levenswandel, een onberispelijk gedrag, een stevige huwelijkstrouw, een beheerste jeugd, een stipte plichtvervulling op alle gebied Dat alles is de smeer die ge gulzig moogt likken en inzwelgen, want die smeer is de weldadige desem van zinderend levensgeluk en een waarborg voor eeuwige vreugde Niet ter wille van de smeer moeten we de kandeleer van een nieuw en rein leven likken, maar ter wille van ons eigen welzijn Wie zo handelt, krijgt de smeer op de koop toe Als bedorven « katten » verroeste kandeleers likken, dan is dat voor hun rekening Wij gaan rechtschapen door het leven en we smaken de hemelse zoetigheid van de bovennatuurlijke smeer En dat kan niemand ons ontnemen gedrocht voor, en toch zocht hij nog altoos deszelfs gezelschap, al vluchtte hij alle andere mensen, bn uitzondering van de waard Bij zulke staat van zaken kon Nardus zich onmogelijk goed bevinden, noch thuis zijn en echter viel het hem niet in, een andere plaats te zoeken, want de Halveboze had zijn loon heel en al aan dien van den meesterknecht gelijk gesteld, en bovendien hield hij getrouw zijn belofte, van voor grootmoeder te zorgen Het stulpje had metdertijd een gans andere gedaante gekregen en de oude vrouw placht dikwijls te zeggen « Sedert dat gij in Wolperath zijt wordt ik opnieuw jong, want ik leef als een vogeltje m het kempzaad > « Als 't God belieft, zult gij het nog beter hebben » antwoordde Nardus daarop, al lachende « Mijn klein kapitaal groeit, als bonen in den warmen regen Zohaast het nu nog eens zo groot is, dan koop ik den hof achter de hut en bouw er u een zomerhuis in, waar gij in warme dagen kunt zitten en buiten de bloemen bewonderen » Dan weende de oude Natalie, en sprak « Mijn geluk is gewis te groot. Dat vader en grootvader nu nog eens leefden om mijn geluk mede na te zien'» « Indien ZIJ nog leefden, zoudt gij ook nooit zo arm geworden zijn,» antwoordde Nardus dan, « en ik zou in 't geheel gene gelegenheid gehad hebben, om te tonen hoe zeer ik u bemin » De ganse papierboedel was eindelijk opgewerkt, de laatste flarden in het grote boek aangetekend, en nu dacht Nardus dat het heel en al verloren arbeid zou Ons oud Temserr- Tembt s pastoor Gillis Smet (1676-1719) Begon hier 't veertiguurgebed (1712) Hij was geboren Temsenaar En wierd Lier oud drie en zeventig jaar Zijn grafsteen - spijtig - is gelegen Buiten de Keck in v eer en regen 't Museum heeft i&.a met gekregen, Er is dan maar over gezwegen Men zag hem liever daar vergaan Dan in het Temstmuseum staan In t sacristij hangt het portret Van de opvolger van pastoor Smet t Is pater Bosch Zijn pastoraat Bijzonderlijk bekend hier staat HIJ was een zeer geleerde man Daar zijn genoeg bewijzen van Ga ne keer zien, 't staat op zijn zerk, Die ligt daar ook achter ons kerk Zoals de kleuren der stad Gent Was zwart en zilvertint geprent In het blazoen van de Vilain's, Van Gent afkomstig, naar ik peins En ' Nederig maar zonder Blaam " Was hunne leuze bij hun naam De Bournonville's hoog geroemd (1610-1764) Die heb ik hier al meer vernoemd Zij waren voor de Temse mensen De weldoeners die men kon wensen. Van hoge afkomst en begaafd Was steeds hun eed Ie naam gestaafd , Zij schitterden aan Albrecht's hof En Temse bracht hen meermaals lof Zelfs door het kleinste volkse kind Werd de hertogin zo zeer bemind 't Eenvoudig volk voor zijn heer Bewees zijn sympathie nog meer , Vaak ging, als dank van onze mildren,] Naar Vrouwe hertogin en kindren Wel manden coucken en schoon fruyt" Daar drukten zij hun dank mee uit, Of 't beste vlas voor 't spinnewiel Der eedle Dame de Bournonville In t Amelbergakocï sen steen Gelegd is, en hij wfpt meteen De juiste plaats van 't vroeger graf Dat men eens aan ons heilige gaf (1872) Wij wonen in het Scheldeland Hier loopt de stroom van Vlaanderland 'k Heb over Temst reeds veel geschreven Maar van de Scheldestroom daar neven Is tot hiertoe niet veel gezegd En kwam daar weinig van terecht Wij moeten eerst de Schepper loven Die 't water schiep hier en hierboven Ten derde dag, en van 't begin Zette hij daar vele vissen in Daarover schoren brede winden, Geen enk'Ie mens was nog te vinden. Die kwam er eerst de zesde dag Als 't andre in gereedheid lag Ons Heer gebood toen aan het water, En op een bijbelblad daar staat er Dat het " waarheen " was aangeduid Naar zee en bedding liep het uit, Naar elke afgrond op dees aard Getekend op de wereldkaart. g ^ » ^ ^ — - ^ » - -=» geweest zijn , men had er even goed de pijp mede kunnen aansteken, want een juiste rekening van inkomsten en uitgaven was daaruit toch met op te maken De Halve was van een ander gedacht « Indien het ook verder tot niets dient, » zeide hij « dan om te weten wat ik voor en na aan den ouden Mathijs gegeven heb, dat is reeds voldoende Schrijf mij dat eens behoorlijk op , ik zal het hem onder de ogen houden, dat hij verschrikken zal Nardus stelde zich aan 't werk, en tot zijn verwondering beliep het tot een som waarmede men een aanzienlijk boerenhof kon kopen « Alles verspild en ingezwolgen, » sprak de Halve , « die kerel verdient het niet, dat ik hem nog langer ondersteun, des te minder daar zijn luie jongen mij alle dagen besteelt » Met deze lange aantekening in den zak, ging de Halve weg, terwijl Nardus nog eens de schuiven der schrijftafel doorsnuffelde Bij deze gelegenheid trok hij ze van de muur af, want het was licht mopehjk dat er ergens daarachter een papier verloren ware gegaan Hij vond niets, doch aan de achterzijde kreeg hij een plankje in 't oog dat op een zonderlinge wijze met nageltjes toegespijkerd was Het oud vermolmd hout, gaf onder den druk van zijn vingers toe en viel op den grond Daardoor werd een geheime plaats zichtbaar, die hij tot dan toe nog nooit bemerkt had Met de hand er intastend, trok hij er een pakje verduurde brieven uit « Daar zullen ook nog oude rekemn- Toen voor veel eeuwen 't water week En verder aftrok naar het Westen Rivieren, stromen, beken restten Zo is de Schelde hier ontstaan Met al haar vis k Begin er aan Men ving hier meivis, spiering, steur, En paling, brasem, snoek kwam veur. En ook veel zalm , elft en baars ; Zoutwatervis die was hier schaars Als 't in April voor de eerste maal Eens donderde dan was de taal De meivis die wordt nu geboren Die vissoort het de zee verloren Om kuit te schieten in de Schelde - Zo oude visser mij vertelde - En keerde dan terug naar zee Met meivis kwam heel dikwijls mee De grote vis die maakte jacht Op kleine meivis met heel vracht Zo leg ik uit dat er een steur Om t jaar gevist werd voor mijn deur De paling werd alhier verworven Met speciale grote korven Waar open mosselen als lokaas Waren gehecht aan menig maas Aan iedre korf een zware steen Trok deze val recht naar beneên Na de hoge tij trok men haar boven Vol paling, kunt ge vrij geloven Men zag hier t hele jaar wel hangen Het net om steurkrab mee te vangen , En men gebruikte drie soort netten De namen waard om hier te zetten Het sleepnet, t kruisnet, 't waaienet. Uit kemp gebreid, in kleur gezet 't Schittrend bedrijf der visserij Uit oorzaak van een ververij Had enkle jaren voor veertien 't Begin van 't einde al gezien. Het vuile water van fabrieken Konden de vissen niet geneken De Schelde was een stroom van vis Die ervan uitgestorven is 't Was een erkentelijk gedacht De naam van Nijs, 't kunstnaarsgeslacht, Aan een der straten te verlenen (Goed voor adreskaart zo wij menen) Maar laat ons zeggen onder ons Vereeuwiging in steen of brons Zou onze hulde meer betonen Aan ons verdienstelijkste zonen. Bij 't oude zilveren Knstikruis Op Palmzondag in elk huis Werd door ons moeders met gebed Een vaas met palmtak gezet Uit 't oude album komt gevallen 't Bijzonderste portret van alle 't Is Wardje Poppe, die als soldaat, Op 't geel geworden foto staat O, Temsenaars, bereidt de kroon Voor uwe hoogeerwaarde zoon Zijn beeld zal staan in de altaarnis Wanneer 't zaligverklaring is Verboden Nadruk G Van Schelderode. De ijzige noorderwind is niet zo ruw ais 's mensen ondankbaarheid gen steken, » dacht hij, en begon de brieven die nauwelijks in de vouwen meer samenhielden, uit elkander te rollen ZIJ waren van een ver afgelegene plaats gedagtekend, doch tot zijn verwondering waren zij ondertekend Mathijs Stredel Zulks maakte hem meuwsg eng en hn begon te lezen Bijna allen hielden bewijzen in van ontvangen geldsommen, waaronder sommige aanzienlijke. Doch niet een sloot zonder een hevige bedreiging, uit welke echter niets anders op te maken was, dan dat beide personen voor elkander te vrezen hadden In den laatsten brief stond er « ik wil in uwe buurt. , gij kunt u weren zoveel gij wilt, ik moet u in t oog houden De naaste week kom ik en ik keer niet terug, vooraleer wij afgerekend hebben Indien gij met wilt, gelijk ik, dan zullen er lichtelijk middelen te vinden zijn, om oude feiten aan het daglicht te brengen » Nardus wist niet wat te oordelen over deze geheimzinnige briefwisseling In alle geval moest de Halve met ergens een daadzaak bezwaard zijn, met welke Mathijs bekend was, en welker bekendmaking hem verderfelijk zijn moest Thans kon hij begrijpen, waarom Kuhling den luien Stredel met volle handen het geld had toegeworpen en waarom hij den diefachtigen Johan niet lang uit den dienst gejaagd had Lang overlegde hij, of het wel recht ware, dat hij in dienst bleef bij een man, wiens geweten openlijk zwaar belast was die alle nachten door angstige zuchten en een plotsehjk wild opvaren getuigenis zijner schuld gaf NA^ grootmoeder er niet geweest, TEMSE, 24 MEI 1952. Wekelijkse Almanak MEI 25 ZONDAG s Urbanus 26 Maandag s Philip -Nerius 27 Dinsdag s Lydia 28 Woensdag s Germanus 29 Donderdag s Theodosia 30 Vrijdag s Ferdinand 31 Zaterdag s Amelia V.g. MAAN : de 31 Mei Eerste kw. Antwerpen. De Arbeid in de Kunst. Door de Stedelijke Dienst voor propaganda en toerisme werd zo pas een geïllustreerd vouwbladje uitgegeven, met betrekking tot de tentoonstelling " De Arbeid in de Kunst " (van Meumer tot Permeke), - die momenteel in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten wordt gehouden Uit de tekst van dit foldertje is te lezen, dat de tentoonstelling een ruime keuze bevat van voorstellingen uit het arbeidsleven in de Belgische en Nederlandse schilder- en beeldhouwkunst, sedert de tweede helft van de 19' eeuw. De Stad Antwerpen is er inderdaad in geslaagd voor deze kunstmanifestatie de meest waardevolle scheppingen samen te brengen van de voornaamste kunstenaars, die gedurende deze periode m de " Lage Landen " hebben geleefd en gewerkt De Vlaamse expressionisten zijn er talrijk vertegenwoordigd Uit Nederland zijn werken van de twee grootsten ingezonden G H Breitner en Vincent Van Gogh De meeste dezer werken behoren tot private collecties en zijn zelden voor het groot publiek te zien Zoals de tentoonstelling " De Arbeid in de Kunst ' is opgevat en uitgewerkt, biedt zij een prachtig overzicht van de schilder- en beeldhouwkunst in België en Nederland, voor de periode 1852/ 1952 Het geheel is tevens bedoeld als een plechtige hulde aan de arbeid De tentoonstelling " De Arbeid in de Kunst ", - die geopend blijft tot 30 Juni 1952, is alle dagen toegankelijk van 10 tot 17 u Het entreegeld bedraagt 10 fr Groepen van minstens 20 personen genieten een korting van 50 % Aan vakbonden en scholieren onder geleide wordt een nog grotere korting toegekend Zijt ge gezond, snak niet te zeer Om meer geluk te ontwaren , Maar vraag liever aan Ons Heer U van 't ongeluk te sparen dan hadde hij zijn zaken opgepakt, en zou nog denzelfden dag heengegaan zijn. Maar dan zou de armoede terugkeren m de arme hut, en deze zou voor de oude vrouw des te zwaarder te dragen zijn, daar zij het beter gehad had in de laatste jaren « Wat de Halveboze met zijn geweten uit te staan heeft, » sprak hij vastberaden « zijn overigens toch mijne zaken niet, zolang ik hem trouw en rechtzinnig dien, zonder op enige manier aan iets onrechtvaardigs deel te nemen, heb ik niet nodig een plaats te verlaten, waar grootmoeder bij leeft; kan ik er in 't vervolg iets aan bijdragen, dat hij 't dnnke daarlate dan zal ik het zeker doen, doch nu ben ik nog te jong om hem raad te geven » Terwijl hij de brieven op hun plaats teruglegde stiet zijn hand aan een scherp voorwerp hij trok het er uit, en 't was een oude verroeste dolk op welks handhaaf de letters M St ingegraveerd waren Een oude verroestte dolk, die sinds vijftig jaren met zulke geheimzinnige briefwisseling in een schuilhoek verborgen is, waar hem zeker niemand vinden zou, kan vee) tot nadenken opleveren Doch Nardus was nog te jong om ernstige besluiten uit zijn vondst te trekken, ofschoon deze dubbele ontdekking hem dan ook niet aangenaam voorkwam Nadat hij de voorwerpen terug op hun plaats gelegd had, vestigde hij t plankje op nieuw, schoof de schrijftafel op haar oude plaats en ging buiten Zijn weg voerde hem langs Mathijs Stredel s huisje voorbij waar hij een jonge boomstam vond liggen, die Johan ontwijfelbaar in het woud van zijn meester gestolen had Met inzicht om den ouden te hekelen over de onophoudelijke diefstallen van zijn zoon, trad hij binnen , doch nauwelijks had hij den voet in de keuken gesteld als hij in een der kleine kamertjes Kuhling s bulderende stem vernam « Hebt gij wel verstaan, » hoorde hij hem zeggen , « de handvol franse kronen, welke ik u daar op de tafel geworpen heb, is het laatste, dat gij van mij bekomt Ik wil mu niet tot op het hemd door u laten uitkleden Beschouw de optelling der sommen eens die gij achtervolgens ontvangen hebt , met al dat geld zoudt gij de rijkste boer van het dorp kunnen zijn. » Vervolgt.

Nieuwsblad juli 2010 - Bouman GGZ