Untitled

resources21.kb.nl

Untitled

'rin-.es Beatrix

n Holland staat een huis, waarheen

telkens weef' onze gedachten in een blij

gevoel van zekerheid afdwalen. Dat is

het witte sprookjespaleis van Soestdijk,

waar we drie Oranje-prinsesjes nu veilig

thuis weten bij vader en moeder.

Thuis! — Teruggekeerd uit ballingschap.

Opgenomen in den kleinen familiekring

der Oranjes maar ook in den grooten familiekring

van het Nederlandsche volk.

Want voelen we 't niet zoo, dat die kleine prinsesjes

toch eigenlijk ook een beetje aan ons persoonlijk toebehooren?

Beatrix! — wie zal ooit de dag van haar geboorte

vergeten!

Nooit is het gereserveerde, toch wel 'n tikje stijve,

Nederlandsche volk in spontaner feestjubel losgebroken

dan op dien kaatsten Januaridag van 1938.

Nog zie ik ze voor me, de arbeidsters van de Rotterdamsche

chocoladefabriek, die in hun witte schorten

de straat oprenden en zonder veel vieren en vijven arm

in arm staken met de heeren van de scheepvaartkantoren

en met de dienstdoende politieagenten voor

een vroolijken rondedans; nóg hoor ik de schorre kelen

van die baardige kerels van het lichtschip Maas, die,

samengedrukt voor de scheepsmicrofoon op dat stukje

verlatenheid, het Wilhelmus zongen nadat ze met de

bel hadden geluid of er zeven dagen mist op komst

3 moest worden ingeluid . . .

Beatrix was van dat oogenblik af het peetekind van

Nederland en toen ze op haar eersten verjaardag, met

haar kaboutermutsje op, heur eersten officieelen rijtoer

maakte door de vorstelijke residentie, voelden we ons

blij en gelukkig in het rijke bezit van deze telg uit het

Oranjehuis.

Toen kwam Irene.

Er was al spanning — er was al dreiging in de lucht.

Het gedreun der soldatenlaarzen wisselde af met het

hysterische geschreeuw van dien man, die alleen met

zijn radioredevoeringen al de volken van Europa als

schuwe vogeltjes bijeen deed kruipen.

Ook in ons land was er vrees en druk.

Oorlogsdreiging.

Maar de zesde Augustus 1939 brak den ban.

Een tikje teleurstelling over het feit, dat er geen prinsje

geboren was, werd onmiddellijk weggenomen door de

verteedering omdat de Prinselijke ouders dit kindje

Irene — de vredebrengende — hadden genoemd.

Kon het zijn, dat die naam voor Nederland een profetie

inhield?

TOEN DE OORLOG DREIGDE.

De dreiging was steeds meer toegenomen.

Ieder voelde, al wilde hij het niet toegeven, dat wannéér

de brand zou uitbreken ons kleine landje aan de

zee wel door het oorlogsvuur zou worden aangetast.

April 1940. Prinses Juliana komt met de kinderen va:i

Soestdijk naar 's Gravenhage.


Een groote menigte staat op het Noordeinde en in de

Oranjestraat te wachten.

Dan is het onze Koningin, die gevoelt, wat er in de

harten omgaat. Mèt Haar kinderen en kleinkinderen

(Ireentje wordt door haar vader, Prins Bernhard, gedragen

) begeeft zij zich tusschen de menschen voor het

paleis en roept luide „Leve het vaderland!"

De kreet die opwelde uit het geperste gemoed van een

volk dat achter den uiterlijken schijn van veel onverschilligheid

hartstochtelijk hield van eigen land en

taal en traditie en dat zich geen toekomst wilde denken

zonder Oranje, waarvan immers het stamhuis al de

eeuwen door verknocht was gebleven aan de zaak der

vrijheid!

De kinderen, de Oranjeprinsesjes, hoe klein ook, waren

er bij, toen de nood Nederland en Oranje zoo dicht

bij elkaar deed schuilen.

De kinderen, de Oranjeprinsesjes, moesten wèg toen

het duivelsche Nazi-geweld over 't kleine Holland begon

te razen.

Zwermen parachutisten waren rondom de Koninklijke

Residentie neergelaten met het doel Regeering en

Oranjehuis in handen te krijgen en daardoor de merg

van het Nederlandsch verzet te ontzenuwen.

In de schuilkelder van het paleis Noordeinde hadden de

kleintjes wel voorloopig beschutting gevonden toen het

Huis ten Bosch verraderlijk werd bedreigd, maar ook in

het centrum van Den Haag bleek het niet veilig te zijn.

Het was de Koningin, die den sterken wensch te kennen

gaf om de dynastie veilig te stellen en er bij Haar 4


dochter op aandrong naar Engeland uit te wijken.

Die er eveneens op stond, dat Z.K.H. Prins Bernhard

zijn gade zou vergezellen en in veiligheid zou brengen

om eerst daarna terug te keeren en zijn plichten als

adjudant van H.M. te hervatten.

NAAR CANADA.

En zoo joeg op 12 Mei 1940 een kleine stoet van auto's

en zwaarbewapende motorrijders van 's Gravenhage

naar IJmuiden, waar de Engelsche torpedojager „Codrington"

gereed zou liggen om de Prinselijke familie

aan boord te nemen. Het verraad was nog sneller . . .

nauwelijks in de haven aangekomen werd de groep

van vorstelijke Engelandvaarders reeds bedreigd door

een Duitsche bommenwerper, die een aanval inzette.

Wonderlijk — een afgeworpen mijn, die den haveningang

had moeten versperren, ontplofte toen de parachute,

waaraan het projectiel werd neergelaten, zich

niet ontvouwde en ... de „Codrington" kon vertrekken.

Twee Oranjeprinsesjes, de een ruim twee jaar en de

ander nauwelijks negen maanden, werden in veiligheid

gebracht. Zij voeren in de schuimende wieling van het

oorlogsschip naar Engeland om later, toen het oorlogsgeweld

ook daar dreigde, met Hr. Ms. Jacob van

Heemskerk naar Canada te worden gebracht.

Saevis tranquillis in undes — rustig te midden van de

woedende baren.

De golven van het geweld verhieven zich boven de

5 Nederlanden. De machten van het kwade heerschten

NOK •»"' Moeder op schoot (Margriet)


overmoedig. De stem der vrijheid scheen voor goed

gesmoord. Dan . . . kinderstemmen klonken boven het

gejank der stoorzenders uit: de Oranjeprinsesjes spraken,

een paar klanken, een paar woorden maar, uit

het verre Ottawa.

Het was ons als toekomstmuziek.

Prins Bernhard had het bij het hijschen van de vlag

boven de ruïne van de Hollandsche Kerk in Londen

uitgeroepen en in de prille kinderstemmen werd het

van Amerika uit bevestigd: „Nederland zal herrijzen!"

Te midden van den druk snelde de mare door het

vaderland: een derde Oranjeprinsesje is geboren,

Margriet Francisca. Geboren in ballingschap.

Genoemd naar 'n eenvoudige zeemansvrouw als een

onvergankelijke eere van ons varend volk, dat dóór

bleef vechten ook al scheen de vaderlandsche vlag zoowel

door den Mof in Nederland als door den Jap in

Indië voor goed te zijn neergehaald.

Drie Oranjeprinsesjes bleven in de liefde van ons volk

opgenomen. Al waren ze ook nóg zoo ver weg.

In geheime kastjes, tusschen boeken weggestopt, bij

nationale feestdagen te voorschijn gehaald en met

oranjestrikken en kokardes aan den muur gehangen,

waren de foto's der prinsesjes als kostbare panden van

een blije toekomst bewaard.

DE MEI DER VRIJHEID.

Die toekomst is werkelijkheid geworden!

God zij geprezen. 6

inses Margriet


Links:

Hargrietje voor

't eerst I> eigen

Rechts:

Vader ziet zün

tweejarige dochter

terug


Na dien zwarten winter, dien wij nooit zullen vergeten,

kwam de Mei der vrijheid.

Reeds was de Landsmoeder in het bevrijde Zuiden

aangekomen en volgde ook H.K.H. Prinses Juliana.

Als opperbevelhebber van de Binncnlandsche Strijdkrachten

vertoefde Z.K.H. Prins Bcrnhard al geruimcn

tijd bij het geallieerde Hoofdkwartier en kwam met de

stoottroepen mee naar 't vaderland.

Hij was het, die mede deelnam aan het opstellen van

de capitulatie-voorwaarden van Wageningen. Die als

eerste binnen de benarde „Vesting Holland" kwam.

En hij zag er de juichende steden en dorpen, de vlaggen

wapperend tot boven de eenzaamste hoeven van

ons wijde polderland.

Hij zag er ook Zijn kinderen terug!

Een enkel foto'tje clandestien de grens overgesmokkeld

was tienduizendvoudig vermenigvuldigd.

Daar hingen ze in de etalages, de streng verboden

prinsessckiekjes, daar prijkten ze voor de ramen der

eenvoudigen, die er veel geld voor hadden uitgegeven

om zoo'n foto te bemachtigen en tegelijkertijd het

ondergrondsch verzet te steunen.

Zij waren het bewijs, hoezeer ons volk naar de hereeniging

met héél ons Oranjehuis verlangde.

IN AFWACHTING.

Het heeft tot Donderdag, 2 Augustus geduurd vóór

het Oranjegezin weer met elkaar vereenigd in 't vaderland

terugkeerde.

En wat ging het heel anders, dan we dat hadden verwacht

!

In de donkere jaren van druk stelden wij 't ons voor,

of, evenals in 1813, de terugkeer van Oranje een plotselinge

gebeurtenis zou zijn.

Op een sleepboot zouden we den kruiser tegemoet

varen, waarop de Koningin met Haar kinderen en

kleinkinderen terug zou keeren en een geweldige menschenmassa

zou zich verdringen bij Hoek van Holland

of Rotterdam om Oranje in te halen.

Het ging heel anders.

Prins Bernhard en Prinses Juliana zijn ouders van

onzen tijd.

Prins Bernhard bestuurt zelf zijn sportvliegtuig.

Prinses Juliana stapte daarom ook rustig met haar

kinderen in het gereedstaande vliegtuig toen de „Queen

Mary" te Gourock in Schotland was aangekomen,

vloog naar Nederland toen de kinderen rustig in Londen

waren ondergebracht, om Haar woning in Soestdijk

in gereedheid te brengen, om daarna op dezelfde

wijze weer naar Engeland terug te keeren.

Toen wisten we, dat de thuiskomst der drie kleine

Oranjeprinsessen eiken dag kon worden tegemoet

gezien.

Zou onze sportieve Kroonprinses wéér niet per vliegtuig

terugkomen?

Het was te verwachten.

Maar waar zou het vliegtuig dan landen? Valkenburg,

het vliegveld bij Leiden werd genoemd, maar ook

Schiphol en Soesterberg. 8

KindelUk weer

allen l>ü elkaar


Nog even^posee-

In elk geval werd de plaats van aankomst streng geheim

gehouden.

Zou het historische oogenblik voorbij moeten gaan

zonder dat een historieschrijver daarbij tegenwoordig

was? Lang en breed werd er op het bureau van

„Trouw" in Amsterdam over gesproken. Van het

vliegveld Teuge bij Apeldoorn was Prinses Juliana

naar Engeland gevlogen en besloten werd daar de

„wacht" te betrekken.

Teuge bleek een goede zet te zijn geweest op het journalistieke

schaakbord, want al vroeg in den morgen

van dien historischen Donderdag kwam uit allerlei

„geheimzinnige" verschijnselen vast te staan dat hier

de Oranje-prinsesjes zouden landen.

Maar . . . laat ik nu verder maar het woord laten aan

collega Reckman, die de aankomst bijwoonde en voor

de toekomst vastlegde:

HET ORANJEGEZIN WEER IN 'T VADERLAND.

Is dit het oogenblik, waar negen millioen Nederlanders

met groot verlangen naar hebben uitgezien? Het

oogenblik, waarop héél het Oranjegezin weer op

vaderlandschen bodem zou zijn teruggekeerd en we

ook kennis zouden kunnen maken met het in ballingschap

geboren prinsesje Margriet?

Ja, het vliegveld Teuge maakt historie, wanneer hier

na elkaar drie vliegtuigen landen, waarmee Prins Bernhard,

Prinses Juliana en hun drie kinderen aankomen.

1 1 Maar het is alles zoo simpel en zoo menschelijk een-

fotograaf Niet wegloopen, Margriet


voudig, dat wij de historie de historie laten en alleen

maar zien een vader, die een kleine peuter van twee

jaar in de armen drukt, die hij in 1 l

/i jaar niet heeft

gezien; een moeder, die voor al haar kinderen waakt,

en echt Hollandsche meisjes, die met hun pop op rein

zijn geweest en het fijn vinden, dat vader op hen staat

te wachten. Het is omstreeks twaalf uur, als een kle :

n

sportvliegtuig, na eenige keeren boven het vliegveld ie

hebben gecirkeld, op het vliegveld landt. Prins Bernhard

met zijn onafscheidelijk filmtoestel in de hand

wipt er uit en mengt zich tusschen de kleine groep van

ingewijden, die weten dat direct de Prinses en haar

kinderen zullen arriveeren. Er moet echter nog worde 1

gewacht en . . . wachten duurt lang. Bij half een davert

echter de lucht van het geronk van eenige vliegtuigen,

waarvan Prins Bernhard de Lockheed-Hudson, een

twee-motorig vliegtuig, aanwijst waarin Prinses Juliana

zich bevindt. Maar ook voor hem zal het nog een verrassing

zijn, wie er precies uit dit vliegtuig komen. Dc

bestuurder van het vliegtuig, Lt. Tammes van den

Marine-Vliegdienst, cirkelt eveneens enkele keeren

13

boven het veld en strijkt even later vlot neer. Prinscf

Margriet voelt er blijkbaar nog weinig voor om direct

uit te stappen. Zij blijft me; haar lachende snuitje nog

even voor een der vensters kijken, totdat Moeder haai

opbeurt en uit het vliegtuig tilt. Prinses Juliana ziet ei

uitstekend uit. De Prins, die de landing heeft gefilmd

loopt nu snel op het toestel toe om zijn echtgenoote er

de kleine Margriet, die hij in zoo'n langen tijd — we.

I/2 jaar — niet heeft gezien, te verwelkomen.

Wat willen al In mooie blokietters schrn'fi

die 1' • toch? het oudste prinsesje haar iiaarr


De kleine Prinses krijgt direct een bosje mooie goudsbloemen

van twee kinderen uit Amsterdam en Haarlem,

van Joke Mulders en Willy Jansen die, hier gelogeerd

bij een boer, op het allerlaatste oogenblik hadden gehoord,

dat de Prinsesjes zouden aankomen. Ze hadden

nog juist tijd genoeg gehad om oranjestrikjes in het

haar te doen en de goudsbloemen te plukken. Wanneer

Margriet de bloempjes te pakken heeft, holt ze weg,

Prinses Juliana heeft haar echter weer spoedig te pakken

en aan Haar veilige hand kan het Prinsesje nu

verder naar al die groote menschen om haar heen kijken.

Frits Tors van de radio probeert het leuke, kleine

meiske voor de microfoon aan het praten te krijgen,

maar dat lukt niet, zelfs niet als Moeder haar even op

dreef wil helpen.

„Heb je een fijne reis gehad, Piet?" begint de Prinses.

„Vindt je het fijn bij Pappie te zijn?" De kleine

Prinses kijkt even naar dat vreemde, ronde ding van

den vreemden mijnheer en . . . drukt haar pop nog wat

vaster in haar armpjes. Als Prinses Juliana haar even

loslaat dribbelt ze weer links en rechts over het veld.

MARGRIET EN DE TIK-TIK.

Uw verslaggever probeert even later ook eens de kleine

aan het praten te krijgen. Kinderen, zóó. klein als

Prinses Margriet, zijn verrukt van horloges, en wanneer

ik mijn horloge voor de kleine Prinses houd, dan

doet zij wat alle kinderen doen: Met haar kleine

handje grijpt zij er naar, vergeet voor een oogenblikje

haar goudsbloemen, ja zelfs haar pop en drukt het

uurwerk tegen haar oor. „Tik-tik, tik-tik" zegt ze. Het

kost zelfs moeite haar belangstelling van het horloge

af te brengen. Dan. praat het prinsesje weer over haar

pop en holt even later naar haar Pappa.

„Waar blijft die andere machine toch?", vraagt Prinses

Juliana, terwijl zij den hemel aftuurt.

„Ja, ik ben nog twee van mijn dochters kwijt!"

schertst de Prins. „Maar ze komen wel". Nauwelijks

heeft Prins Bernhard dit gezegd of daar davert het

weer in de lucht. Ditmaal is het een flink Dakotatoestel,

dat, bestuurd door een Engelschen piloot, op het vliegveld

wordt neergezet.

„DAAR ZtfX Z E!

"

„Daar zijn ze!" roept de Prinses en inderdaad, enkele

öogenblikken later gaat de deur van de cabine open

en achtereenvolgens stappen de prinsesjes Beatrix en

Irene met haar nurse, Jonkvrouwe Feith, uit het vliegtuig.

Evenals prinsesje Margriet zijn de prinsesjes Beatrix

en Irene gekleed in lichtblauwe manteltjes. Het is

een alleraardigst tafereeltje wanneer het ouderpaar de

kinderen verwelkomt. Een oogenblikje later krijgen de

kleine prinsesjes beiden een bosje goudsbloemen van

de eenvoudige stadsche kinderen, waarvan er één nu

met een poëzie-album tevoorschijn komt en Prinses

Juliana vriendelijk vraagt of H.K.H. er een handteeke- 1 4


link»:

Beatrix houdt

niet van die

gingen"

Rechts:

Verlegen is Margrietje

niet, maar

loor de microfoon

iets zeggen,

•aar denkt ze


ning in wil plaatsen. „Wel natuurlijk" zegt de Prinses,

begrijpend hoe zeer de kleine eigenaresse van het album

op een handteekening van haar is gesteld. Ook Beatrix

mag haar naam zetten, maar wanneer het prinsesje

ziet, dat er in het boek alleen met schuine letters is

geschreven, zegt zij: „Zulke letters kan ik niet schrijven".

Met een mooi rood potlood schrijft zij dan in

blokletters haar naam.

„IK HOUD NIET VAN DIE DINGEN".

De radio-man probeert nu prinses Beatrix en Irene

voor de microfoon te laten spreken. Prinses Juliana

helpt weer een handje, maar ook nu is het met gemakkelijk.

„Toe dan Trix, zeg eens tegen de kinderen

van Nederland hoe prettig jullie het vinden weer hier

te zijn". Er komt een koddig antwoord: „Ik houd niet

van'die dingen" en daarmede bedoelt prinses Beatrix,

die ruim 7 jaar oud is, natuurlijk de microfoon, die zij

als eens vaker voor haar neusje heeft gehad. Maar tenslotte

vertelt Beatrix toch, dat ze het fijn vindt en

Irene, dat ze gauw jarig is.

PRINSES JULIANA VERTELT.

Er worden heel wat foto's van de kinderen gemaakt

en wanneer de fotografen daarmede bezig zijn, krijg

ik nog even gelegenheid om met Prinses Juliana te

spreken. De Prinses vertelt op ongedwongen wijze van

de prettige reis, die Zij zoo juist achter den rug heeft 1 O

In afwachting van de visite

Op naar het

prinsessefeest


Op bit 18:

Moeder Juliana

Eeniet

L i n k s :

Ireentje hinkelepinkt

als de beste

Rechts:

Trix moet kiezen:

een auto of een

ponnywaffen


cn wanneer ik dan een opmerking maak over de drie

prinsesjes, die er zoo goed uitzien, dan is H.K.H. het er

niet heelemaal mee eens. „Margriet ziet een beetje

witjes" zegt Zij, „maar dat zal wel van de reis komen.

Wij hebben een prettige reis gehad. De kinderen vonden

het erg gezellig cn hebben zich best vermaakt."

Nu, dat bevestigt ook de bestuurder van het vliegtuig,

die vertelt, dat Beatrix cn Irene door de cabine holden

... of ze in den trein zaten! Na enkele oogenblikken

vertrekt het Prinselijk gezin per auto, die door

Prins Bernhard zelf bestuurd wordt naar Apeldoorn,

waar H.M. de Koningin Haar gelukkige Kinderen

verwacht.

FEEST OP SOESTDIJK.

Twee dagen na de aankomst op Teuge is er groot

feest op Soestdijk.

Zondag 5 Augustus zal Irene 6 jaar worden.

Een gewichtige dag want dan wordt ze, als alle Hollandsche

kinderen, in de schoolgemeenschap opgenomen.

Jarig, thuis en straks naar school! Een drievoudige

reden om feest te vieren.

Vader en Moeder, Prins Bernhard en Prinses Juliana,

vinden dat ook, maar besluiten om alle kinderen van

Baarn en Soest die in de laagste twee klassen van de

lagere school zitten mede in het feest betrekken.

Het zal een echt gezellig kindertuinfeest moeten worden

waarbij hun kinderen midden tusschen alle andere

zullen meespelen.

Kinderen van hun volk, kinderen van Nederland

moeten ze zich direct gevoelen nu ze uit den vreemde

teruggekeerd, nu ze eindelijk weer thuis zijn.

Het is een heerlijke zonnedag wanneer we Zaterdag

den vierden Augustus het hek van Soestdijk binnenrijden.

Daarbuiten, achter de spijlen verdringen zich reeds

uren te voren duizenden menschen die hopen een

glimp van het feest op te zullen vangen.

Er is een bedaagd echtpaar bij, dat al vroeg in den

morgen uit Utrecht is vertrokken om toch eindelijk die

lieve kinderen, waar het al die lange, bange jaren aan

heeft gedacht, weer eens te zien; er is een complete

oranjevereeniging die van Woerden naar Soestdijk is

komen loopen, omdat er nu eenmaal nog geen treinen

reden en de fietsen der meeste leden al lang tevoren

door de moffen waren gevorderd ... Wat 'n feestelijk

gezicht al om slechts de jeugd buiten het hek van

Soestdijk te zien, getooid met breede oranje-sjerpen en

zwaaiend met nationale vlaggen!

De bange schaduw van het lijden is geweken van ons

vaderland, want de gouden zon koestert weer de geliefde

oranjekleur.

Blij klappert de prinselijke standaard boven het witte,

hoefijzervormige sprookjespaleis.

Want.... ligt het daar niet als een sprookjespaleis

temidden van de domeinbosschen?

Nog ligt het groene gazon voor het paleis ongerept te

wachten op de dingen die komen zullen.

Twee uur . . . daar komen de kinderen! 20

Margrietje voelt

zich overal thuis


Links: 4

Even kijken hoe de

anderen dat doen i

i

Rechts:

Trrrrek . . . .! '

Op hlz. 23:

Wat een mooipaardje!

iiiHimiiii'jHr


P I

"o^hu cd e e B

^

In rijen van vijf stappen ze, feestelijk opgedoft cn

dapper zingend de paleispoort binnen . . . branieachtige

jongens, de borst vooruit om vooral toch maar te laten

zien dat hun sjerp het mooiste van allemaal is; keurige

meiskes met krullen in het haar en oranjestrikken zóó

glad gestreken, dat je de verhitte wangen cn het puntje

van de tong van moeder, die er heel haar ziel in heeft

gelegd, er als het ware nog in weerspiegeld ziet.

Hoezee! Hoezee! Voor Nederland hoezee!

Hoezee! Hoezee! Voor Nederland hoezee!

Voor Koningin en Vaderland

Zingt ied're jongen mee —

Toe maar kinderen! Zing ze maar, die oude vertrouwde

verzen. Iedere toon is ons een nieuwe trillende bevestiging

van het nog maar steeds niet ten volle begrepen

geluk, dat we weer leven in een blij en zingend

Nederland.

Fier maaien de jongens met hun rechterarm om toch

maar vooral hun armband met het opschrift „Oranje"

te laten zien, het teeken dat ze er bij hooren, dat ze

genoodigd zijn op het feest van de Oranjeprinsesjes.

Maar wat is dat?

Voor we het goed en wel in de gaten hebben loopen

Beatrix en Irene al mee in den stoet!

Moeder Juliana heeft ze 'n kneepje in de wang gegeven

en gezegd „Nu, Trix! ga maar fijn met de kindertjes

spelen! En jij ook Ireen! Nee . . . niet bij elkaar!

25 Jij bij de andere meisjes."

Gaat

d a

' n e t 1

' "' < r l k ?

' Ü


En de juffrouwen, die ook niet wisten dat juist zij een

prinsesje in hun groepje zouden krijgen, begrijpen de

bedoeling en nemen ze zonder meer in de rij op.

En dan . . . dan gaat alles verder heel gewoon. Op het

gladde, groene grastapijt teckencn zich wijde witte

kinderkringen af.

Er wordt gezongen en gesprongen; er wordt gespeeld

van zakdoekje leggen-niemand zeggen; kat en muis;

in Holland staat een huis; al die heerlijke echt Hollandsche

kinderspelletjes, die je op een kinderpartijtje

speelt. . .

Beatrix en Irene zijn elk in een aparten kring opgenomen.

Het gaat prachtig.

Niet altijd kennen de Prinsesjes, die in Canada heel

andere spelletjes en heel andere versjes hebben geleerd,

wat er wordt gezongen.

Beatrix staat er nog wel eens beduusd van te kijken als

ze een versje hoort, waarbij je telkens wat nieuws moet

doen, maar de kinderen bij haar trekken haar dan van

zelf wel mee in het kat-cn-muis-spel en zingen twee

maal zoo hard:

'k Moet dwalen, 'k moet dwalen

Langs bergen en langs dalen.

Daar kwam een kleine springer in het veld

Zwaaide met z'n hoedje

Stampte met z'n voetje.

Komt willen we dansen gaan?

27 En de anderen moeten blijven staan.

Aandacht voor Do goochelaar T.arette

den goochelaar


Op blz. 28:

Beatrix mag haar

kunsten beproeven

Links:

Waar komt die muts

Rechts:

Margriet mag de


Ireentje kan prachtig hinkepinken cn ze is wat trots als

ze door de juffrouw wordt uitgekozen in den kring bij

het spelletje

Blauwe, blauwe vingerhoed

Hadden we 't geld, dan hadden we 't goed

Ziet die blauwe kransen

En de juffrouw die moet dansen

En de juffrouw die moet stil gaan staan

En drie maal in de rondte gaan

En de juffrouw die moet knielen

En weer een ander kiezen

En dat zal zijn en dat zal zijn

En dat zal onze . . . Ireentje zijn!

Af en toe is het toch wel te merken, dat er wat bijzonders

aan de hand is, want de fotografen zijn er telkens

bij om een van de twee prinsesjes te kieken cn de groote

menschen staan — dat is niet zoo aardig — steeds

maar bij de twee kringen, waar Beatrix cn Irene spelen.

Gelukkig merken ze dat zelf niet zoo erg, want als

je met de kinderen en je juffrouw tegen andere kinderen

cn hun juffrouw om het hardst moet trekken en

op den grond rolt, dan denk je niet meer aan die

pottenkijkers.

Ze gaan zóó op in het spel, dat ze het maar nauwelijks

merken als hun moeder, Prinses Juliana, ook eens komt

kijken cn komt vragen of ze schik hebben!

Of ze schik hebben? . . . wat een vraag! Met de andere

kinderen mee te spelen en bij het „groene zwanen — 30

Wat doet die

Vader houdt een oogje in 't zeil toovenaarnu?


ti I n k s :

Zelfs de aandacht

van Margrietje blijft

gevangen

Rechts:

Met z'n allen in het

gras


witte zwanen" te moeten dóórgaan en dan net gevangen

te worden, dat is zóó opwindend, dat je er je

eigen moeder bij zou vergeten!

Maar dan komt nog het mooiste van den dag. Als de

kinderen uitgespeeld zijn komt er in eens een prachtig

versierde pony-wagen 'het gras op rijden. Tusschen de

bloemen zitten op den bok een jongen en een meisje;

achterin nog andere kinderen.

Prinses Juliana en Prins Bernhard komen naar voren

en Beatrix cn Irene worden bij hen gebracht.

Je kunt zien, dat de kleine Prinsesjes in spanning verkeercn.

Ze zouden dolgraag óók wel eens een ritje in

dien mooien wagen met dat prachtige, pittige paardje

willen maken, maar ... zou dat mogen?

Alle kinderen van Soest cn Baarn zijn rondom de

pony-wagen samengedrongen.

Er gaat iets gebeuren.

De jongen en het meisje die op den bok hebben gezeten

gaan vlak voor de prinsesjes slaan.

Het meisje — met prachtige krullen in het haar —

heeft een rol papier in haar hand, dat met een oranje

lint is vastgebonden.

Er wordt ssssst geroepen en ja, dan gaat het tweetal

een mooi gedicht opzeggen:

Doorluchtige prinsesjes, welkom op Soestdijk!

Het is vandaag een feestdag, wij voelen ons zeer rijk,

Want wat jullie misschien nog niet heelemaal goed wist,

Dat is dat wij jullie hier heel erg hebben gemist.

De Baarn- en Soesterkinderen, die vinden het zoo fijn,

Dat jullie weer behouden bij ons in Holland zijn.

Zij hebben uit hun spaarpot veel geld bijeen vergaard,

Dat zij in al die jaren al hadden opgespaard.

En daarom bieden wij dit kleine paardje aan,

En dezen mooien wagen, dan kunt ge uit rijden gaan.

En weet ge wat wij hopen? Dat jullie nu voortaan

Hier bij ons zullen leven cn nooit meer weg zult gaan.

Dat is dus het geheim geweest, daarom werd aan

Beatrix gevraagd toen ze bij het witte-zwanen, groenezwancn

„gevangen" werd, wat ze liever had: een auto

of een pony-wagen ... die pony-wagen, die voor de

prinsesjes staat is voortaan van hen!

Direct klimmen ze op den bok en . . . dan komt ook de

kleine Margriet uit het paleis op den arm van Jkvr.

Feith en die mag tusschen Beatrix cn Irene inzitten.

Ze klapt in haar kleine mollige handjes en wil direct

de leidsels van Beatrix overnemen. „Paat! . . . paat!" . .

juicht ze.

Het duurt nog even vóór ze kunnen wegrijden, want

alle fotografen, die er zijn willen eerst een foto maken

van dat alleraardigste stelletje: de drie Oranjeprinsesjes

op den versierden ponywagen!

Maar jongens . . . daar gaan ze! Juichend rennen de

kinderen om het wagentje heen wanneer het paardje

begint te trekken.

Er loopt een oude mijnheer naast, de vroegere baas van

het spulletje . . . wel een beetje bezorgd, of alles goed ^

zal gaan.

Trlx wil het

soed zien.


De prinsesjes rijden tot vlak voor heï buitenhek en dan

t beginnen de duizenden menschen die zich daar ver-

, dringen zóó oorverdoovend „hoera" te roepen, dat zelfs

I het geduldige pony-paardje wel eens zou kunnen

schrikken. Maar alles gaat prachtig en na hun eererondje

op den nieuwen wagen wordt voor het paleis

' weer stil gehouden.

De kleine Margriet wil er niet uit, maar dat moet toch,

want er staat nog meer op het programma.

Alle kinderen worden voor een podium verzameld;

de groote menschen moeten meer achteraan gaan staan

en nu komt de goochelaar Laret.e op de planken. Wat

die man kan tooveren!

Sigaretten cn sigaren vliegen uit zijn neus en uit zijn

, broekspijpen, kleurige doeken zonder tal komen uit zijn

leegen, hoogen hoed te voorschijn en voor Beatrix, die

net als andere kinderen op het podium mag komen,

goochelt hij zelfs een prachtige fees muts te voorschijn,

die Pietje op krijgt, maar die zoo wijd is, dat het kleine

prinsesje er bijna met haar hoofd in wegzakt.

Vol spanning hebben de drie prinsesjes, die vooraan

tusschen de andere kinderen zaten, toegekeken. De zon

schitterde op het zilveren armbandje met Koninginnekwartjes

aan Beatrix' pols, maar ze zou vergeten hebben

dat die Koningin haar eigen grootmoeder was,

wanneer niet mijnheer Larette zoo maar uit een wit

, koord een portret op een zwart bord had getooverd.

xiet stuk

.Margriet)

Toen zong ze met haar zusje en alle andere kinderen

„ het „Wilhelmus", dat ze in Ottawa bijna het eerst

v a n a

" c v e r s e s

j had geleerd ter cerc van haar eigen oma.

En nog was het feest niet uit.

Vader's auto kwam voorrijden.

Daar wilden ze toen direct met hun drietjes instappen,

maar moeder zei onverbiddelijk: „Neen jongens! Eerst

naar binnen toe; je haren kammen cn je jasjes aan en

dan mag je mee!"

En dat gebeurde.

Terwijl buiten de andere kinderen werden getracteerd,

maakten de prinsesjes zich klaar voor hun eersten

officieelen rijtoer door het versierde Soest en Baarn.

Toen kregen ook de oude menschjes uit Utrecht en de

Oranjevereeniging uit Woerden hun kans; toen zag

iedereen die naar Soestdijk gekomen was voor het eerst

de drie prinsesjes.

Zoo werd het een zonnige vreugde-dag.

Voor de kinderen zelf, maar ook voor allen die ze

toejuichten.

Beatrix cn Irene, ze konden bijna niet blijven zitten

toen ze al dat moois van die prachtige eerepoorten cn

wapperende vlaggen zagen en al die menschen, die

maar juichten en wuifden.

Ze zwaaiden terug, maar waren ook wel eens beduusd

van alle drukte.

Was dat allemaal om hèn?

Ja, want heel Nederland deelde in een groot geluk:

de Oranje-prinsesjes waren weer thuis!

Thuis in het groote, Nederlandsche gezin.

Thuis in Oud-Holland!


Onze Kroonprinses, H.K.H. Prinses Juliana heeft dien

zelfden avond gevraagd om haar kinderen voortaan

als heel gewone kinderen te laten opgroeien cn ze niet

altijd aan te gapen als ze hun neus buiten de deur

steken.

Natuurlijk wordt dat verzoek als een moederlijk bevel

door ons opgevolgd. Maar er zijn zoo heel veel tienduizenden

Nederlanders, die de drie Oranjeprinsesjes

toch graag eens goed willen opnemen cn daar op

Soestdijk geen gelegenheid toe hadden.

Om aan hun wensch te voldoen is mede dit album

met mooie foto's van de heeren Noske en Lamme

samengesteld.

Laat het een blijvende herinnering mogen zijn aan de

Oranjeprinsesjes Beatrix, Irene en Margriet.

De Oranjeprinsesjes ... die nu thuis zijn!

38

Van de toovermuts 1

doet Beatrix geen

afstand. I


Links:

Drie prinsesjes

Rechts :

Kom, kinderen


11. i n k s :

Het feest is

voorbij

, B e e h t • :

Even naar huis


tLinks:

Een auto-ritje

} tot besluit

jBechts:

Hoera voor de

I prinsesjes


,Links :

Alles klaar voor

i)de start?

.Rechts :

Hollands jongste

jprinsesje


Tekst: G. H. Hoek.

Fotografie: Henk Lamme, Noske, „Anefo".

Omslag ontwerp en typografische oerxorging: Toon Lukkassen.

Druk: N.V. Drukkerij „De Valk", Amsterdam-C.

Bindwerk: N.V. Ver. Jouster Drukkerijen, Jourc.


UITGAVE N.V. GEBIt. ZOIMEB & KEUNING'S UITGEVERSïnOf

WAGENINGEN

More magazines by this user
Similar magazines