WEEKBLAD

bibliotheek.eyefilm.nl

WEEKBLAD

ii

'^ks

15 ets

3ANIELLE DARRIEUX

IN DE LUMINA-FILM 1

.POTPOURRI".

WEEKBLAD

"Jf:.

f •

19de Jaargang

No. 4 . 4 Fabr. 1939

CIMEMAs.

THEATER

« ■ Wk lEM

•" 4 :

1

1 % » « *

- 1 % 9 •

• 1 4 1

- i # '

• € i f '

-^ Jl


met Lys Gauty. Constant Remy, Dorvüle, Jean

Martinelle en Marguerite Pierry.

Filmtrust-Film.

De kroegzangeres, voor wie het leven eens vroolijkheid

was, is thans in de grootste ellende gedompeld.

Haar eenige toevlucht is een vervallen schuit, waar

haar geliefde. Pierre Duchemin, haar vaak komt bezoeken.

Afhankelijk van de hulp van het publiek hebben ze het

egoïsme, de onverschilligheid en de lafheid van de menschen

leeren kennen.

De kroegzangeres berust in haar lot. Pierre daarentegen

accepteert het niet. Hij wil leven en op een'nacht pleegt

hij een roofmoord. Het slachtoffer is een zekere Firmin

Broustel, eigenaar van een klein café aan den oever van de

Seine, vroeger bediende van graaf de Boissiere.

In den loop van het proces blijkt, dat Firmin een duister

geheim bezat. De dochter van graaf de Boissiere, Marthe,

had dertig jaar geleden een kind, waarvan de vader {secre-

taris van den graaf) smadelijk werd weggejaagd.

Het kind, op bevel van graaf de Boissiere aan zijn lot

overgelaten, verdween.

De vader Georges Laubier, is zijn leven opnieuw be-

gonnen. Thans is hij een machtig en aanzienlijk bankier.

Door een toeval verneemt de rechter van instructie, dat

^^^

Laubier op den avond van de misdaad een bezoek heeft gebracht aan

i-imm. Men ondervraagt hem. Hij raakt in de war en wordt gearresteerd

Ue kroegzangeres echter, wier instinct de ware schuldige heeft Gera-

den smeekt haar geliefde geen onschuldige in zijn plaats te laten veroor-

deelen. Pierre, ontmaskerd, komt in opstand, dreigt en gaat, beangst door de

gevolgen van zijn misdaad, zelfs zoover, dat hij haar, die hem vraagt zijn

plicht als man te doen, verlaat. De kroegzangeres, gekwetst in haar liefde

en geleid door haar geweten, klaagt Pierre aan.

Tijdens de rechtszitting neemt het drama een onverwachte wendina

Laubier herkent namelijk in Pierre Duchemin zijn eigen zoon

Nu wordt Laubiers aarzelend gedrag duidelijk, want van den eersten

dag at kent hij reeds de waarheid omtrent den moord op Firmin

Pierre, om aan de straf van de menschen te ontkomen, die altiid mee-

doogenloos voor hem waren, pleegt zelfmoord in zijn cel en de

bek.agenswaardige kroegzangeres, gebroken door smart, hervat haar

eJlendig bestaan

Pierre vertelt, dat hl] de

moordenaar Is.

Georges

Laubier ia de

beklaagden-

bank. " _k

naar den roman van Annemarie Selinko.

Regie: Friedrich Zelnik. Neerlandia-film.

Met; Lily Bouwmeester, Theo Frenkel, Paul

Steenbergen, Nico de Jong, Chris Baay, Louis

Gimberg, Ko Arnoldi, Aaf Boubcr, Joke Busch,

Mien Duymaer van Twist, Fie Köhler, Peronne

Hosang, Lau Ezerman, Piet Köhler, Adr. v.

d. Horst. Kommer Kleyn, Guus Weitzel, Bob

de Lange, Anton Roemer, J. Liesting, Gom.

Dommelshuizen en anderen.

eze film wil een beeld uit het werke-

lijke leven geven, een beeld uit het

leven van een modern meisje, dat haar

eigen weg gaat, een weg, die via een groote

carrière naar het geluk leidt. De heldin over-

wint alle moeilijkheden, die zich daarbij voor-

doen en heeft dit te danken aan haar vaste

vertrouwen in het leven en haar stellige over-

tuiging, dat er na iederen verdrietigen avond een nieuwe dag aanbreekt. ,,Morgen

gaat 't beter". Het leven gaat verder, biedt steeds nieuwe mogelijkheden — zoo-

lang er leven is, is er hoop —- nóóit mag men die opgeven.

De film speelt in een nuchtere, doch tegelijkertijd romantische omgeving: de

studio's van een moderne radio-omroepvereeniging, waarin de heldin het wel

zeer moderne beroep van radio-omroepster uitoefent, doch ten slotte tot de oude

waarheid terugkeert, dat alleen de liefde een mensch waarlijk gelukkig kan maken.

Willy Verhulst is een eenvoudig meisje, zooals er velen zijn. Zij zit in de

hoogste klas van een meisjeslyceum en moet binnenkort eind-examen doen. Zij

heeft alleen nog een vader, wiens pensioen niet voldoende is om in het onderhoud

van hemzelf, Willy en een ouden bediende te voorzien. Willy moet dan ook door

haar examen komen, omdat zij dan terstond haar brood hoopt te kunnen verdienen.

Haar kansen zijn echter niet groot; één leerares raadt haar zelfs aan zich vóór het

examen terug te trekken. Zij komt er toch niet door. Van geschiedenis bijvoor-

beeld brengt zij hcelemaal niets terecht. Haar vader moet maar eens komen praten.


Willy In den radlo-gtudio. Voor do microfoon

Kommer Kleyn,

Heelemaal van streek vertelt Willy dit aan

haar vader, die haar echter geruststelt; hij zal

het wel met de leerares in orde maken!

Zoover komt het evenwel niet; de vader

krijgt plotseling een ernstigen hart-aanval en

moet naar het ziekenhuis. Aan zijn ziekbed

leert Willy den man kennen, die voor haar

eens alles beteekenen zal. Het is Alfred Herder,

propaganda-leider bij een radio-omroepvereeni-

ging, die op dezelfde zaal ligt. Hij weet. dat

de heer Verhulst niet meer beter kan worden

en zegt Willy, dat, mocht zij ooit hulp noodig

hebben, zij altijd bij hem kan komen.

Een paar weken later doet Willy examen.

In een zwart rouwjurkje staat zij voor den

examinator, die haar uit medelijden helpt. Zoo

is de dood van haar vader, het ergste wat Willy

kon overkomen, tevens aanleiding tot het eer-

ste succes in haar eigen leven.

Nu leert Willy, dat een diploma alleen nog

Nico do Jong.

niet genoeg is, om een baantje te

krijgen. Ze loopt trap op, trap af, tel-

kens een teleurstelling, nergens is een

plaatsje voor haar open. Als zij ten

slotte bijna de hoop heeft opgegeven

nog iets te vinden, schiet haar plotse-

ling de belofte van Alfred Herder te

binnen. Den volgenden dag gaat zij

naar Hilversum, naar de radio-om-

roepvereeniging waar Herder werkt.

Met Willy zwerven we in de stu-

dio's rond en verheugen ons, wanneer

zij Herders secretaresse wordt. Willy

voelt zich best thuis in het groote

bedrijf, zij werkt. er met pleizier, al

wordt het vaak laat 's avonds. Op een

keer', als zij weer overwerkt, stuurt

Herder haar met een mededeeling naar

den omroeper. Daar komt juist een

bericht binnen, dat nog uitgezonden

moet worden: een extra-bericht over

een spoorweg-ongeluk. De omroeper

Lily Bouwmeester en Theo Frenkel.

begint rustig te lezen — blijft steken — kan

niet verder en zakt in elkaar. Zijn vrouw zat

in dien erein. Diep getroffen staat Willy naast

hem: haar oog valt op den microfoon, die nog

niet uitgeschakeld is — de uitzending is nog

niet beëindigd. In een opwelling begint zij den

luisteraars goedennacht te wenschen: niet zoo-

als gebruikelijk, doch op een heel bijzondere,

eenvoudige manier. Willy behoeft niet naar

woorden te moeken, die worden haar als het

ware ingegeven. Zij heeft behoefte om te troos-

ten, den omroeper en m etjhl^m al diegenen, die

Paul Steenbergen

r^

des nachts, door zorgen gekweld,

geen rust kunnen vinden. Zij toch

weet wat verdriet en zorgen zijn.

Maar steeds is er uitkotffst geko-

men, steeds brak er, hoe trooste-

loos alles ook scheen, een nieuwe

hoopgevende morgen aan. Het geloof in het

leven moet men steeds behouden; .Jvforgen

gaat 't beter". Met deze woorden sluit Willy

de uitzending.

Het gevolg van haar eigenmachtig optreden

is, dat zij op staanden voet wordt ontslagen.

Overal heeft men echter Willy gehoord. Haar

stem heeft duizenden menschen nieuw vertrou-

wen en hoop op de toekomst geschonken. Wie

is die vrouw met die sprookjesachtige stem?

Wie is het, die zoo'n vertrouwen heeft in

morgen ?

De omroepverecniging en-

gageert Willy opnieuw, thans

echter niet als typiste; zij

moet iederen avond voor

den microfoon spreken, iets

geven van haar eigen opti-

misme aan hen, die daar be-

hoefte aan hebben. In haar

eigen leven geschiedt wat bij

velen geschied is. De eerste

liefde is niet de ware; in dit

geval is de man, waarop zij

eerst verliefd wordt, een

elegante, charmante nietsnut,

die voor Willy alles betee-

kent, tot hij haar verlaat

zonder afscheid te nemen.

Lily

Bouwmeeater

; =

My

Lau Eierman. Piel Köhler, Mien Duymaer van

Twiit en Lily Bouwmeetter.

Dan pas beseft zij de volle waarheid; voor

hèm was zij niets dan een avontuurtje zonder

meer.

Ellendig en eenzaam loopt zij door den

donkeren avond. Doornat en uitgeput gaat zij

een klein café binnen. De goedmoedige eigena-

res trekt haar natte schoenen uit en geeft haar

iets warms te drinken. Nog enkele minuten,

dan spreekt Willy Verhulst, daar zal ze wel

van opknappen! zegt de vrouw.

In den studio heerscht groote nervositeit.

Waar blijft Willy?

In het café klinkt plotseling de stem van

den omroeper, die Willy Verhulst aankondigt.

Zij hoort haar eigen stem, de stem die zegt:

,,Morgen gaat 't beter". En zóó troost de

omroepster Willy Verhulst de kleine, onge-

lukkige en zielige Willy Verhuist. Bij den om-

roep heeft Herder op het laatste moment de

situatie gered. Hij, voor wien Willy's stem niet

slechts die is van een „star", doch van de

vrouw van wie hij houdt, had een gramofoon-

plaat laten opnemen van een van haar toespra-

ken. Deze plaat heeft hij laten afdraaien, en

niemand heeft gemerkt, dat Willy zelf afwe-

zig was. Daardoor heeft Alfred Herder haar

carrière gered en Willy tegelijkertijd doen in-

zien, dat haar verdriet niet zoo groot was als

aanvankelijk leek. Willy, die haar verliefdheid

voor liefde had aangezien, begrijpt nu wie de

man zal zijn, die ook verder in het leven voor

haar zal zorgen ...


^-—

HET HEDMKING VAN LEGER EN VLOOT

Hier in Nederland kunnen we niet

bepaald beweren, dat de overheid

veel voor het filmbedrijf doet. De

regeeringszorg bepaalt zich vrijwel uit-

sluitend tot de instelling eener keurings-

commissie en tot het heffen van invoer-

rechten. Verdere bemoeiingen van over-

heidswege vinden er vrijwel nimmer

plaats of het zou de heffing der Vermake-

lijkheidsbelasting moeten zijn

Het ligt echter geenszins in dén opzet

van dit artikel een klaagzang aan te hef-

fen over deze feiten. Ze worden alken

maar aangestipt, om ze te aanvaarden,

zooals je zijn. En om daarnaast te stellen:

de enorme hulp en medewerking, die af

en toe, maar tamelijk regelmatig, in

Amerika geboden wordt.

Reeds sedert lange jaren achtereen

verleenen leger en vloot telkens en tel-

kens weer volledige medewerking bij het

vervaardigen van speelfilms. Wel te ver-

staan: van films, die een persoonlijk avon- •

tuur van een held en een heldin tot

onderwerp hebben. Door de diverse wel-

bekende productiefirma's worden zulke

films op gezette tijden vervaardigd en dan

staat de artillerie haar kanonnen af, de

cavalerie haar paarden, de marine haar

schepen

Men moet daar niet min over denken!

Het is geen kleinigheid de beschikking te

krijgen over eenige regimenten soldaten.

over een vloot, over tanks, luchtschepen

of vliegmachines! De verwendste regis-

seur, gewoon aan vijfduizend Hollywood-

sche figuranten, bijt toch nog even

zenuwachtig op zijn lip, wanneer officie-

ren, en hoofdofficieren zich bij hem pre-

sent melden en zijn orders vragen. Daar

zit iets opwindends in. Dat is een mo-

ment, dat geen regisseur ooit zal ver-

geten!

Hoe komt de Amerikaansche regeering

daartoe? Welk belang heeft zij bij de lot-

gevallen van den schatrijken en verwen-

den Perry Townsend (voor te stellen

door Richard Greene) en de lieve Susan

Leeds (uit te beelden door Nancy Kelly),

die elkander zoozeer leerden beminnen,

hetgeen verboden werd door hun vader,

kapitein Leeds (George Bancroft)?

Waarom zou zij complete oorlogsschepen

uitleenen, waarmee de beeren filmacteurs

gratis mogen gaan varen, ten einde ons

een verhaal te vertellen vol bonte fanta-

sie, vol humor en spanning het ver-

haal van de „Onderzee patrouille", gelijk

de Nederlandsche titel luidt van een der

nieuwste 20th Century Fox-producten.

Hiervoor is een oorzaak te vinden. Zij

ligt in het feit, dat zulke films een enorme

propagandistische waarde hebben. Dat

de autoriteiten van leger en vloot met

welgevallen bespeuren, dat, telkens na de

vertooning van zulk een film, allerlei jon-

gelieden zich komen aanmelden voor vrij-

willige dienstneming. En aangezien er in

de Vereenigde Staten geen dienstplicht

bestaat, doch leger en vloot geheel door

vrijwilligers bemand worden, kan men

dezulken niet ontberen.

Men onderscheide goed: deze films zijn

niet bedoeld als propagandafilms, ze zijn

het onbedoeld. Maar daar de ervaring

heeft uitgewezen, dat zij de vrijwillige

toetreding tot leger en marine zoozeer in

de hand werken, zien de autoriteiten ze

heel graag tot stand komen en verleenen

zij alle medewerking.

Echter bemoeien zij zich nimmer met

vorm en inhoud van de desbetreffende

film. Heel de totstandkoming daarvan

blijft van A tot Z in handen van het film-

concern. De samenwerking tusschen de

overheid en de filmgroep bestaat nu al

zoo lange jaren, dat men wederzijds van

elkander weet wat men aan elkaar heeft.

En in deze vrijheid van handelen, deze

onbelemmerde arbeidsmogelijkheid, deze

allerprettigsjte samenwerking, slaagt de

arbeid dan ook boven verwachting goed.

Inderdaad, zulke omstandigheden zijn

ten onzent ondenkbaar. Maar we hebben

reeds in den aanhef van dit artikel beloofd

geen klaagliederen te zullen inzetten. En

liever te zullen zien naar Amerika, waar

zooiets kan!

I

Regie: John Ford. 20th Century Fox-film.

Perry Townsend Richard Oreene

Susan Leeds Nancy Kelly

Luitenant ter zee Drake Preston Foster

Kapitein Leeds George Bancroft

Spuds Slim Summervilie

McAlIison John Carradine

Anne Joan Valerie

Luigi Henry Armetta

Rocky Warren Hymer

Brett Douglas Fowley

Sails J. Farrel McDonald

Joe Duffy Maxie Rosenbloom

Johnnie Miller Dick Hogan

Mr. Prlngle r E. E. Olive

Olaf War Bond

Kelly Charles Tannen

Sparks Robert Lowery

Irving George E. Stone

„Professor" Elisha Cook Jr.

Quns McPeek Jack Penninck

Vice-Admlraal Joseph Maitland Charles Trowbridge

Kapiteln ter zee Wilson Moroni Olsen

Grainger Harry Strang

De aalmoezenier Victor Varconi

Klein, rank, geheel van hout en veel meer bestemd voor de snel-

heid, dan voor den langen levensdilur, bewapend met een

enkel scheepskanon van vrij gering'kaliber en een reeks

..dieptebommen" (door de matrozen ,,vuilnisemmers" genoemd),

zoo zien Uncle Sams mijnenvegers er uit, die in den wereldoorlog

de toegangswegen en vaargeulen in den Atlantischen Oceaan hebben

weten open te houden voor de Amerikaansche vloot. Een merkwaar-

dige serie, waarvan zelfs ervaren marine-officieren niet veel goeds

verwachtten, maar die toch allerbelangrijkst werk heeft gedaan. En

het kleinste en onnoozelste van al die schepen was de ,,S.C. 599",

die meer leek op e^n rivlerstoombootje dan op een zeewaardig schip.

Deze S.C; 599 was ook in ander opzicht merkwaardig. Hier diende

de slechtst gedisciplineerde bemanning van heel de Amerikaansche

marine! Toen in 1917 de U.S.A. den oorlog verklaarde aan de

Centrale Mogendheden, was er uiteraard een groot tekort aan

marinepersoneel en moesten er ontelbare vrijwilligers worden aan-

geworven. Een stel van die vrijgevochten nieuwelingen bevolkte het

scheepje en geen van hen had ooit gehoord van orde, netheid,

gehoorzaamheid of beleefdheid.

Een millionnairszoon. Perry Townsend III, die weger^ zijn groote

technische kennis een plaats kon krijgen als machinist, komt ook

op dit scheepje terecht en past goed bij de rest der onverschillige

en ongetemde bemanning. De beeren doen niet veel. anders dan

passagieren; een hunner is terzelf dertijd taxi-chauffeur en de

scheepskok houdt onderdehand een lunchroom aanl

Perry zelf ontmoet een meisje, dat verbazend veel indruk op hem

maakt. Zij, Susan Leeds, is de dochter van den kapitein van een

koopvaarder, die niet heel ver van de S.C. 599 zijn anker heeft laten

vallen; een morsige schult, die er op de een of andere wijze een

beetje on-Amerikaansch uitziet en die gedoopt Is; ,,Maria-Ann".

Als hij met het meisje een avondje is uit geweest en haar na afloop

daarvan naar huis geleidt, brengt haar vader hem met zijn vuisten

aan het verstand, dat hij niet van zijn hofmakerij gediend Is. Een

ruwe klant, deze kapitein Leeds!

Daarmee Is de periode van lijntrekken en leegloopen ten einde.

Luitenant ter zee Ellison E. Drake komt aan boord en bootsman Sails

volgt hem op den voet. Deze twee beeren weten wat discipline is

en zij willen dat niet voor zich alleen houdenl Heel de bemanning

zal moeten leeren, hoe het eigenlijk behoort toe te gaan aan boord

van een Amerikaansch oorlogsschip en dat brengt allerlei met zich

mee, waarvan de matrozen der S.C. 599 nooit hadden gedroomd.

Na dezen leerrijken tijd komt plots het bevel uit te zeilen met

verzegelde orders. De ,,Maria-Ann" moet naar Italië geconvoyeerd

worden. In volle zee ontstaan er zeer spannende momenten door

een duikboot-aanval, die wordt afgeslagen. Daarna bereikt men

Brindisi en is de opdracht volbracht.

Wederom beproeft Perry zijn geluk bij Susan en wederom laat

haar vader zich van zijn wreedsten kant kennen.

In de Middellandsche Zee ligt een Duitsche duikbootbasis

en de S.C. 599 krijgt bevel deze aan te vallen. Dit levert een

bijzonder boeiend beeld op en de S.C. 599 slaagt er in te

overwinnen. Er vinden nog eenige bij uitstek spannende avon-

turen plaats, waarna Perry's hartewensch wordt vervuld en

hij met Susan in den echt wordt vereenigd. Wel is waar

wordt het jonge paar onmiddellijk daarna weer gescheiden,

want er zijn intusschen nieuwe orders en opdrachten afge-

komen, maar de band is gesmeed en twee menschenkinderen

zijn gelukkig I

m

Richard Greene en Nancy Kelly.

Een vaart door het mlfnenveld.

. ;.• • ;■>&*;:*• •.

SchoonTadei oh schoonxoon verdragen

elkander maar matig.


■:r

*•. » «


ȃ

Fernand Gravey en Miliia Korjus.

Johann Strauss Fernand Gravey

Poldi Vogelhuber Luise Rainer

Carla Donner Miliza Korjus

Hofbauer Hugh Herbert

Graaf Hohenfried Lionel Atwill

Kienzl Kurt Bois

Schiller George Houston

Vogelhuber Bert Roach

Dommayer Herman Bing

De oude'Mevrouw Strauss ... Alma Kruger

Franz Josef Henry Hull

Wertheimer Sig Rumann

De koetsier Christian Rub

Een schepping van Julien Duvivier

Metro-Goldwyn-Mayer-film.

Als men weet, dat een jeugdig bank-

bediende ongeveer honderd jaar

geleden op het kantoor van den

Weenschen bapkier Wertheimer werk-

zaam, den naam van Johann Strauss droeg

en in zijn vrijen tijd walsmuziek compo-

neerde, dan zal men begrijpen, dat deze

Kernand Gravey en Henry Hull.

mr ii-ri"iiii»mr

?^V- ^

w

Ä*'/

DE ÖNtlEELIJKE WflEC

werkkring niet voorbestemd was om eeuwig

te duren en reeds bij het begin van de film

moest eindigen in een tragi-komisch ont-

slag. „Schèni" Strauss stortte zijn hart uit

bij het eenvoudige volksmeisje, dat er nooit

van gedroomd had nog eens als Poldi Strauss

beroemd te worden.

En Schani, die er zijn vrienden toe over-

haalde om samen op goed geluk een orkest

te vormen, had in den eersten tijd allerminst

succes met het botvieren van zijn muzikale

neigingen. Dommayer, de waard van het

Casino, staat zelfs op het punt zijn zaak te

sluiten, als op een gegeven avond een groep

vroolijke fuivende menschen, waaronder de

schoone primadonna van de keizerlijke opera

Carla Donner, de zaal binnenkomt en door

de muziek en de persoonlijkheid van Schani

Strauss getroffen wordt.

Hij ontvangt een uitnoodiging om in het

I-w-

V*i.

■P m;

paleis van Carlas vriend en. beschermer,

paaf Hohenfried, te komen spelen en het is

in dit toonaangevende gezelschap, waaron-

der Weenens invloedrijke muziekuitgever

Hofbauer. dat Carla den eersten wals van

Strauss zingt (Artistcnleben) en dat in een

tijd, dat Weenen nog altijd den wals be-

schouwde als een soort onzedelijke volks-

muziek.

Tusschen Schani Strauss en Carla Donner

ontstaat een vreemde relatie, welke op bei-

der leven van zeer grooten invloed blijkt te

zijn. Liefde kan men het niet noemen; beiden

waren moeilijke, egocentrische artistennatu-

ren. En reeds op den eersten avond, waarop

Carla zich gewonnen gaf aan het onweer-

staanbare rhythme van zijn muziek, verne-

dert zij hem tevens menschelijk diep. En

Strauss trouwt met de kleine Poldi. Op

den avond van hun bruiloft is het Hof-

bauer, die den jongen componist zijn

eerste contract aanbiedt: duizend

Oostenrijksche guldens per wals!

Wij schrijven 1848. Over Europa

waait de storm der vrijheidsliefde

en de jonge Strauss schaart zich

aan de zij de der Revolu tionnairen,

voor wie hij het Marschlied

componeert. Als men op het

punt staat het paleis van

den gehaten graaf Hohen-

fried te bestormen, is het

Alma Kruger en Luise

Rainer.

~

i

MUisa Korfus als

Carla Donner.

George Houston, Herman Bing en Miliza Korjus.


Miliia Korjus, Fernand Gravey en

Luis« Rain«.

btrauss houdt.

Door Carla's toedoen krijgt Schani op-

dracht een opera te schrijven, waarin Carla

de hoofdrol vervult. Het werd de wereldbe-

roemde „Fledermaus". Poldi, die in stilte

lijdt omdat zij weet, dat Carla eigenlijk de

bron van Schani's inspiratie is, ontvangt op

den avond van de première bezoek van den

eveneens gekrenkten graaf Hohenfried. Hij

zegt haar, dat zij moet vechten voor haar

liefde en van hem verneemt Poldi,,-dat Carla

en Schani het plan hebben om na de première

samen te vertrekken. Poldi bezoekt Carla in

haar kleedkamer en geeft haar man'de vrij-

heid. En als Chani Carla naar de boot, die aan

de Donaukade wacht, brengt, is hij ten prooi

aan een heftigen tweestrijd tusschen zijn liefde

voor de vrouw, die hem de onvergetelijke

melodieën van de „Geschichten aus dem

Wienerwald" schonk, en zijn trouw aan Pol-

di. En Carla vertrekt alleen Dien

nacht schiep Schani de schoonste melodie uit

het oude Weenen, „An der schonen blauen

Donau".

En als een roes, waarin menschen, volken,

worden meegesleept, gaan zijn walsen over

Europa. Strauss blijft aan de zijde van Poldi.

En na jaren, als keizer Franz Josef, dié hem

als jong vorst in de revolutie-jaren had lee-

ren kennen en haten, hem aan het hof ont-

vangt en hartelijk de handen drukt, draait de

stramme, grijs geworden graaf Hohenfried,

Carla Donners beschermer, nadenkend aan

. LA. C/if. Cyrinses c/Óeairtx

\fla0r de rtieuwsie Jóio har gelegenkeid

va« C/tao»- eersten verjacuxlag $emaäki

Polo /*. Zhgler, Oen Htug


VAN LEZER TOT LEZER

Op deze pagina kunnen onze »bonné's, onder de „Ruilrubriek", gratis een adver-

tentie plaatten, waarin zij iets aanbieden in ruil voor iets anders. Oeze plaatsing

is geheel gratis, maximaal 10 regels per advertentie. Advertenties, waarin voor-

werpen te koop worden aangeboden of gevraagd, woningen te huur worden

gevraagd of te huur aangeboden, diensten warden aangeboden, enzoovoort, enzoo-

voort, worden onder de rubrieken „Te koop aangeboden", „Te koop gevraagd" en

„Diversen" geplaatst en berekend tegen 5 cts. per regel, minimum vijf regels.

TE KOOP

AANGEBODEN

Te koop : Z.g.a.n. weg-

en baan-race-rijw. pr.

materiaal, tegen elk aan-

nemel. bod, ook genegen

te rullen voor motor-

rijwiel. Laan v. Nieuw

Guinea 74, Utrecht.

Te koop : Dulvenkast.

Kinkerstr. 110II, Am-

sterdam (W.).

Te koop : Een z.g.a.n.

Philips radio (Super)

836A van ƒ 117.—, voor

ƒ40.— of te ruilen voor

plano. Chassistr. 50-III,

A'dam (W.).

Te koop : Oroote bak-

flets open bak 250 x

140 cm., ƒ 60.— ; haard-

kachel „Gloria", ƒ20.—;

2 x 475 < 200 cm. Ba-

latum nw ƒ6.—. Dagel.

te zien. Ie Weterlng-

dwarsstr. 66hs, A'dam.

RUILRUBRIEK

Te ruilen : 1400 Hag,

2000 Haka, 300 üroote

Riv., 250 Patrla II, 6000

weegsch., 200 Artis Verk.

50 Klokzeep, 40 Nie-

meljer, 40 Halst tegen :

Paula, Wennex, Kwatta

D.E. Willlghagen, Hllle

Leverszeep en andere.

Postz. insl. M. Koning.

Heilbronstr. 48. Den

Haag.

Wie ruilt : 18 Verk. pi.

O. G. Rlv. no. 1 2 3 4 5

6 7 8 9 12 13 14 15 20 22

24 25 26 voor b. of pi.

(welke geeft niet) van

het Verk. alb. Dieren-

leven in artis (1 pi. voor

5 b. of p.) A. v. Ingen,

Dordtschelaan 137 B,

R'dam (Z.).

Wie ruilt mijn 5 Everl.

b. en Paula b. voor ande-

re b. op te geven naar

keuze. J. J. van Veen,

Paradljsstr. 100, Voor-

burg.

Te ruilen : Fr. plano,

1 mandola, 1 mandoline,

prima viool, I idem (oud

prachttoon), fototoest.

18 x 24 met anastigm.

lens en veel toebeh.,

fototoest. 9 \ 12 met

toebeh., 1 IC-strengs

sandow, 1 Esperanto

cursus compl., 3 jrgan-

gen „Unicum", 3 ld.

Kath. 11.. 3 ld. Panora-

ma, div. broedmateriaal

en vluchtkoolen, poppen

etc. Een en ander te

ruilen voor iets anders

ongev. gelijke waarde.

Fred. Hendrik Plant-

soen 15 ben.huls, Am-

sterdam (W.).

Gratis kunt u gangbare

bonnen die u niet spaart

rullen voor wat u wèl

spaart en tekort komt.

Bij zending postzegel

insluiten voor terugstu-

ren. Wed. S. v. Zanten,

Daniël Willinkplein 41,

A'dam,

DIVERSEN

Gevr. : Een Hawalan-

speler of -speelster, om

gezellig met een trio

mee te spelen. Geen

beroepswerk. Rosbeek,

Kijkduinstr. 27-111, Am-

sterdam.

„Theorema" Het Won-

dere boekje, zegt wat

ieder weten moet van

muziek (zeer interess.)

prijs : ƒ 1.25. Prospectus

met vele Persbeoordee-

llngen wordt gratis toe-

gezonden. Secretariaat

Vijzelgracht 8hs, Am-

sterdam (C).

Postz. gevraagd van

Ned. en kol. ook de

gewone in grootere par-

tijen. Ik geef in ruil

hooge waarden buitenl.

W.Peeters, OudeWeurt-

seweg 5, Nijmegen.

Wie ruilt een trop.

aquar. 120 x 50 : 50

of 90 x 50 x 50 met

planten en vlsch, hoek-

Ijzer tafels en micros-

coop 250 x en K.D.A.

luchtpomp, voor Win-

kler Prins of Oosthoek

encyclopaedic of goede

werken ? Blllitonstr. 31a

Groningen.

Wie ruilt mijn belasting-

vrijen motor, merk,^Im-

plex", voor prima tan-

dem ? J. Claassen, Singel

3hs, A'dam.

ABONNE'S OP DIT BLAD,

welke in onze registers zijn ingeschreven en in het be-

zit zijn van een door onze administratie afgegeven

polis, zijn gratis verzekerd volgens polisvoorwaarden:

f2000.- bij levenslange invaliditeit; f600.— bij over-

lijden; f 400.— bij verlies van een hand, voet of oog;

f 75. — bij verlies van duim of wijsvinger; f 30.— bij

verlies van een anderen vinger, een en ander ten ge-

volge van een ongeval.

Is het ongeval een gevolg van een aan een personen-

trein, tram of autobus enz. overkomen ongeval, waarin

verzekerde als gewoon betalend passagier reist, dan

wordt de uitkeering bij levenslange invaliditeit gesteld

op f3000.- en de uitkeering bij overlijden op f 1000.-

De uitkeering dezer bedragen geschiedt door de

NIEUWE HAVBANK N,V te Schiedam.

Denk er om bij een eventueel ongeval binnen 3 x 24 uur

aan het kantoor der N.V. Nieuwe Havbank te Schie-

dam daarvan kennis te geven, ook al meent U, dat de

directe gevolgen niet ernstig kunnen zijn.

Anders vervalt het recht op uitbetaling.

- 2 -

grfjg ■■ '■'

„Als u het een paar keer hebt gedragen, zal het natuurlijk meer naar

uw figuur gaan staan."

„Ik heb mijn hand uitgestoken, zooals je zei, Jan, en kijk nu eens, wat

ik hier heb ..."

Zenuwachtige oude dame: „Ik hoop, dat er geen botsing zal plaats-

vinden, kruier?"

Kruiers „Maak u maar niet ongerust, moedertje - er zal niets gebeuren."

„Nu, zeg hun in ieder geval voorzichtig ie zijn, want ik heb twaalf

eieren in dat mandje bij me."

Patroon: „Zeg, all JIJ Ja krultwoordraadialf

op kantoor blijft Invullen, ga Ik wat biljarten.

Ja kunt niat verlangen, dat Ik al hat werk

allkan blijf doen,"

,,lk ben verdwaald in de onder-

grondsche . . ."

«>••» -■•'


De kwestie van goed drinkwater brengt vele

ernstige zorgen mee. Er bestaat geen enkel

tropisch land, waar men ongeflltreerd water

kan drinken, want dit zou in de meeste ge-

vallen öf typhus öf dysenterie veroorzaken.

De waterfllters zQn van de meest verschil-

lende soort, en vele kolonisten maken er

zelf een.

lEOPEN-ZOBGEN

KININE HET DAGELIJKSCH BROOD

DE GROENTENKELDER IN EEN BOOM !

LI oe vaak kunnen we niet de menschen benijden, die in een of ander

n prachtig tropisch land wonen onder palmen en een altijd-blauwen

hemel, en er, naar we denken ten minste, een soort van „paradijsachtig"

bestaan leiden. Hoe weinig zorgen moeten zij kennenl Talrijke inheem-

sche bedienden, wien men slechts een klein loon behoeft te betalen,

staan voortdurend gereed om iederen wensch, ieder bevel direct uit te

voeren. Ze wonen allemaal in een poetischen, exotischen „bungalow";

voor hun ramen groeien palmen en bananenboomen en ze behoeven zich

geen zorgen te maken over de talrijke conventies, die ons leven in de

steden en dorpen soms zoo zeer aan banden kunnen leggen ...

Deze voorstellingen van het wonen in de tropen, die ons wel eens wat

jaloersch kunnen maken, zijn tamelijk waarheidsgetrouw. Het is inderdaad

juist: men kan de vrijheid van de levensruimte in deze verre en vreemde

landen moeilijk overschatten, en heerlijk en rijk is er ook de natuur!

Maar... het zou tóch onjuist zijn te veronderstellen, dat de menschen die

er wonen geen zorgen kenden. Ze hebben in hun dagelijksch leven wel

is waar niet de zorgen die wij kennen, maar zij hebben hun eigen „tropen-

Koelkasten vindt men bijna overal; maar

kelders om er fruit, groenten en dranken in

te bewaren, z^n er niet. Hier dient hef in-

wendige van een half vermolmden, hollen

boom In het oerwoed als groentenkelder.

zorgen". De meeste daarvan zijn ons zoo vreemd,

dat wij licht geneigd zijn ze met een soort roman-

tisch waas te omhangen, maar dat dit niet geheel

en al volgens de waarheid is, kunnen de interes-

sante foto's, die wij hierbij afbeelden, ons toonen!

Ze laten ons de keerzijde zien van een leven, dat

veler onzer zich als ideaal voorstelden ...

Een werkelijke badkamer is ook voor den tijketen

kolonist slechts een vrome wensch. De algemeen ge

bruikelijke badinrichting bestaat uit een grooten emmer

die in een „badkamertje" opgehangen en met water

gevuld wordt. Men gaat onder den emmer staan en trekt

aan een tonw, waarop de emmer omvalt en het water

over den bader gestort wordt...

PSJP*".«!!: d, " ,n *■• tro P» n »«« pmehtl» en paradils-

«chtli ll|kt, toont zich dikwijl, MI, onv.rbidd.lijk.

vijand van da menschan. an enorm it dan ook vaak

da schade, dia door da tropitcha stormen, gepaard

JÏÏSTuwiA?''^ • t « r *I1«n«. wordt aangericht. Ver-

twijfeld klikt hier da kolonist naar zijn mat vaal

moeite an zorg aangeleiden moestuin, dia na aan

storm geheel is weggevaagd.

in da tropen kan man niet thuis blijven zitten an op

zijn post wachten, tot de brievenbesteller za komt

orangen. Aan hat station of ergens in da dlchtstbll-

galagan hoofdstraat bevindt zich een kialn huisje:

wanneer Retrain of da autobus voorbijkomt, dan hangt

da conducteur of da waganbastuurder da brieven aan

aan grooten haak op. Da manschen, dia in da buurt

wonen, komen dan kijken en halen hun brievan van

den haak af...

Dat was

aenlge da-

gen geladen

nog een

fraaie tropi-

sche palm.

De groota

vijanden van

alle tulnan,

alle boomen

an parken, zijn

da we ver vo-

gelt. Deze

hebbon de el-

genschap den

ganschan dag

door nesten te

bou we n, het

eene nest na het

andere. Za var-

bruiken daartoe

ai het loof dar

boomen. Na drie

i vier dagen Is er

een boom kaal, en

/ hangen alleen de

ronde nesten aan

da takken...

Clactrisch licht vindt man

allaan In da groota staden.

Da verlichting dar woon-

huizen vormt dan ook even-

eens aan dagaiijkscha zorg

en veroorzaakt groot on.

gerief.

Da dagolijktche ontgooche-

ling: de laaga vloaschwln-

kalsl Ook In da grootara

staden kan slechts weinig

vee geslacht worden. Het

vleesch Is in aan oogwenk

verkocht, en dikwijls zijn ds

•lagarswlnkalt das ochtends

om acht uur reeds laag.

En vaak krijgt man op zijn

desbetreffende vraag wan-

naar ar waar vleesch zal

zijn te hooren: „Als het

den veearts gelukt een koa

te vinden, dia niet door da

slaapziekte Is aangetast..."


TUNIS. ZEEROO-

VERSNEST.

— De vloot van

Karel V voorde stad

Tunis. Om den zee-

roover Chelr-eddin.

bUgenaamd Barba-

rossa, te straffen en

ilfn practQken voor

de toekomst onmo-

fleHfk te maken,

ondernam Keizer

Karel V een vloot-

actie tegen Tunis.

Het was zooals men

dit tegenwoordig zou

noemen een soort

Furooeesche strafex-

peditie, uitgevoerd

door Dultscher*, Ita-

lianen. Spanjaarden

en Nederlanders.

TUNIS, BRAND-

PUNT DER WERELD

BELANOSTELUNO.

— Kaartje van het

huidige Tunis meter

op aangegeven de

verdedigingswerken

die door de Pran-

schen zijn aange-

legd, en waardoor

een eventueelen in-

valler geen anderen

weg opengelaten

wordt dan een strook

wildernis, links van

de bergketen van

de Matmatas die

zelfs gemechani'

seerden legerafdee-

llngen de grootste

moeilijkheden zou

bereiden.

I \J S il I

Het was In het begin der elfde eeuw, dat het

reusachtige sprookjesrijk der Kaliefen uiteenviel.

Ze hadden over heel Noord-Afrika, over Spanje,

Sicilië, Sardinië en Corsica geheerscht, deze nako-

melingen van den Groeten Profeet, zooals men Mo-

hammed noemt. Maar nu w«d hun groene vlag neder-

laag op nederlaag toegebracht, en stortte hun rijk

Ineen . . .

Onder de ontellure provincies, die door dezen

loop der gebeurtenissen zelfstandig werden, behoor-

de ook de tot ver in de Middellandsche Zee vooruit-

stekende punt van Noord-Afrika, thans Tunis genaamd.

Van hier uit was tijdens den Romeinschen tijd Hanni-

bal, de beroemde veldheer uit Carthago, met rijn

leger, zijn olifanten en belegeringstoestellen wegge-

trokken om Rome en Italië te gaan bevechten.

Deze glanstijd van Tunis zou nooit meer terugko-

men! Zelfs de zonderlinge persoonlijkheid, die In de

geschiedenis voortleeft onder den naam Chelr-eddin

oftewel . .. Barbarossa, maakte van Tunis wel een ge-

vreesd land, maar wist slechts weinig roemrijks aan

zijn historie toe te voegen.

Trouwens: roem zou er in Tunis over het algemeen

niet meer te behalen zijn - evenmin overigens als

militaire successenl Een der grootste helden van

Frankrijk, Lodewijk IX, viel In Tunis. Hij wilde de

heilige oriflamme naar dit land brengen, omdat hem

geruchten ter oore waren gekomen dat de heerscher

over dezen Mohammedaanschen staat bereid was zich-

zelf en zijn volk te laten doopen.

De landing vond zonder moeilijkheden plaats; de

Franschen veroverden den zoogenaamden „Burcht

van Carthago", maar toen begonnen er zich allerlei

ernstige ziekten voor te doen. Gebrek aan levens-

middelen en goed drinkwater deden koortsen en

dysenterie ontstaan en den twaalfden Augustus van 't

Jaar 1270 stierf de koning zilf aan een hevigen aan-

val van koorts.

Hierdoor kwam er automatisch een einde aan de

bezetting der Europeesche troepen, en Tunis werd nu

niets anders dan een roovers- en plratennest... tot

de geheimzinnige Cheir-eddin ongeveer drie eeuwen

later ten tooneele verscheen.

Het waren drie avonturiers, drie broers, zoons van

een Griekschen renegaat, die door wie-weet welke

omstandigheden naar Tunis gevoerd waren en van

wie de jongste, Cheir-eddln geheeten, zich tot

alleenheerscher van het land opwerkte.

Niet zonder reden ging de roep van hem uit,

dat hij niet anders dan een wreede zeeschuimer,

menschenroover en slavenhandelaar was. In ieder

geval staat 't vast, dat de schepen van Cheir-eddln

de heele Middellandsche Zee onveilig maakten,

maar in dien tijd vooral was het verschil tusschen

rooverij en machtswellust niet scherp te trekken.

Cheir-eddin was een vrijbuiter, maar hij bezat te-

vens een zekeren politieken eerzucht en het Is

niet onwaarschijnlijk, dat het In zijn bedoeling lag,

het oude Carthago weer te herstellen.

Een gemeenschappelijke expeditie, op touw ge-

zet door Keizer Karel V, maakte aan de macht

van den Griekschen Christen, die tot het Moham-

medanisme was overgegaan, een einde. Duitschers,

Italianen, Spanjaarden en Nederlanders trokken op

naar Tunis, en in het jaar 1535 viel de stad In hun

handenl

Pransche artillerie by het insluiten von

den rooversstam der Khroemleren op

Dsjebel Chada in April van het Jaar 1881.

Alle groote plannen van Cheir-eddin

— zoo hij die werkelijk gehad heefll —

waren nu in duigen gevallen; hijzelf

doolde nog eenigen tijd rusteloos van

plaats tot plaats, opgejaagd en achter-

volgd. Nog éénmaal maakte hij de Mid-

dellandsche Zee opnieuw onveilig onder

den naam van een Turkschen admiraal,

hielp zelfs Frankrijk Nice te veroveren

en stierf ten slotte in 1547 te Konstan-

tinopel.

Een blik in de woestenty. die den eenigen

toegangsweg vormt tot het verdedigde

Tunis. In dit gebied wordt voortdurend

door de Pranschen gepatrouilleerd, ter-

wJJl Fransche Ingenieurs het gedurende

de laatste twee Jaren tot een onneembare

barrière hebben gemaakt. Volgens mili-

taire autoriteiten zou een leger, dat

probeeren wilde er doorheen te trekken,

tot op den laatsten man omkomen.

Tunis werd echter eenlge decennia later door

den Bel van Tripolis, Amurat, weer teruggeno-

men. Na eenige jaren werd dit juk evenwel afge-

schudt. Tunis werd niet alleen weer vrij, maar

grondveste onder Ben Ali in het jaar 1691 een

eigen dynastie, welke nog heden, zij het dan ook

slechts In naam, regeert.

Nog één keer geraakte het in den loop van zijn

geschiedenis vol wisselvalligheden onder vreemde

heerschappij, want zeer langen tijd, tot aan de re-

geering van Bei Hammoeda, die van 1772 tot 1814

op den troon zat, stond het onder Turksch gezag.

Hammoeda slaagde er echter in, het land weer

een grooie mate van zelfstandigheid te geven, en

zijn opvolgers wisten die zelfstandigheid steeds

meer te beveiligen.

Het Is een eigenaardige coïncidentie in de

wereldgeschiedenis, dat het juist een Italiaan was,

Ridder Ruffo, minister van Tunis onder Bei Sidi

Achmed, die in het begin der vorige eeuw Tunis

met de Europeesche beschaving in aanraking

bracht en het tegelijkertijd vrij wilde maken van

lederen invloed, die vreemde mogendheden

er uitoefenden.

Gedurende den Krimoorlog stond 't land

geheel aan de zijde van Turkije, en onder-

steunde hét door troepen- en wapenzen-

dingen de regeering in Konstantinopel. Kort

na deze gebeurtenissen kwam de eigenlijke

hervormer van Tunis, Bei Sidi Mohammed,

op den troon, die het land een grondwet

schonk. Zijn nieuwe ideeën vonden echter

alleen ingang bij de Christelijke bevolking,

terwijl de Arabieren zich tegen alles kant-

ten, wat verandering in de oer-oude tradi-

ties kon brengen. Zijn opvolger Mohammed

es-Sadok was daarom gedwongen, de grond-

wet Weer op te heffen. . .

In Maart van het jaar 1881 begonnen de

meeningsverschlllen met Frankrijk. Het kwam

tot incidenten op de grens van Algeria en

een legercorps van dertigduizend man on-

der generaal Forgemold de Bostquenard

overschreed de grens en sloot de krijgers

van den opstandigen stam op den Dsjebel

Chada met behulp van de vloot in. De Tuni-

siërs, fanatieke soldaten als zij zijn, pro-

beerden een doorbraak te forceeren, die

hun echter, ondanks allen heldenmoed niet

gelukte, en er bleef den Bei niets anders

over dan den twaalfden Mei 1881 het Ver-

drag van Bardo — zoo heet het palels van

den B


De Schipbreuk van de Dundonald

Tegen het eind van Februari 1907 verliet de

viermast-bark Dundonald, een uitstekend

schip, de haven van Sydney In New South

Wales om een lading tarwe naar Falmouth te

gaan brengen. Van het eerste oogenbllk af was

het weer niet bijster gunstig; men had voort-~

durend met tegenwind te kampen en ten slotte

dreef een zware storm het schip ver naar het

Zuiden uit den koers. Daar er toevallig iets aan

het kompas haperde en de zon In geen dagen

aan den hemel zichtbaar werd, vonden de offi-

cieren het onmogelijk de Juiste positie van de

Dundonald te bepalen en voer men dus maar

zoo'n beetje op goed geluk.

Op den zeventienden dag werd het weer ech-

ter wat beter; er stond een gunstige wind, al-

hoewel het zeer mistig was. Omstreeks één uur

des nachts meende de eerste stuurman. Mr. Pe-

ters, dat hij recht voor zich uit In den mist iets

ontdekte. Hij riep den derden stuurman. Mr.

Knudsen, en samen kwamen zij tot de conclusie,

dat het „Iets" land moest zijn. Onmiddellijk gal

Mr. Peters bevel er omheen te sturen, maar eer

het kon worden uitgevoerd, moest hij tot zijn

schrik vaststellen, dat zij aan alle kanten door

land waren ingesloten! De Dundonald was een

open baal blnnengezelldl

Er werd een wanhopige poging ondernomen

om het schip te doen draalen, maar deze had

helaas geen resultaat; de Dundonald liep op een

rots en de schok was zóó hevig, dat degenen,

die zich aan dek bevonden, tegen den grond

werden geworpen. Direct werd er bevel gege-

ven de reddingsgordels uit te deelen, want er

was niet veel kennis van zaken noodig om

te zien, dat het schip reddeloos verloren was.

Het zat boven op een geweldige rots en bij

iedere golf die aan kwam rollen kon men het

In al zijn voegen hooren kraken I

Er stond een verschrikkelijk hooge en ruwe zee

In de baal, zoodat het onmogelijk was de boo-

ten uit te zetten; men hoopte evenwel, wanneer

het eenmaal dag geworden zou zijn een poging

te kunnen doen om aan land te komen, ofschoon

het twijfelachtig was of het schip het zoo lang

zou uithouden. Weldra bleek dit niet het geval

te zijn: de bark begon te zinken, terwijl de gol-

ven met onweerstaanbaar geweld over het dek

sloegen. Plotseling spoelde een golf, die veel

grooter was dan alle vorige, de gansche* be-

manning over boord. Een aantal slaagde er in

een touw of een stuk wrakhout te grijpen en

zich weer tegen het voorschip, dat nu nog maar

alleen boven water uitstak, op te hijschen. Dicht

tegen elkaar gedrukt, doornat en In een Inkt-

zwarte duisternis zaten de overlevenden daar,

met oneindig verlangen de komst van den' nieu-

wen dag verbeidend ...

Toen de ochtend eindelijk daagde, bleek dat

er ook nog eenlge mannen kans gezien hadden

de rotsen van het eiland te bereiken. Op een

voorstel van dezen maakten degenen, die zich

nog op het wrak bevonden, van touwen een

soort ladder, waarlangs zij eveneens het eiland

konden bereiken. Toen allen behouden op het

eiland stonden, werd er appèl gehouden. Het

bleek, dat de kapitein, zijn zoon en tien andere

leden der bemanning werden vermist. Zij hadden

den dood in de kokende golven gevonden, zoo-

dat er van de uit achtentwintig leden bestaande

bemanning slechts zestien over waren!

Het was nu omstreeks twaalf uur des middags,

maar de schipbreukelingen merkten dit niet, want

door de duisternis en den dichten mist leek hei

wel midden in den nachtl Ze waren allemaal

blootsvoets en blootshoofds, terwijl ze slechts wei-

nig kieeren droegen. Rillend van kou en honger

zochten zij overal om te zien of zij neraens eenige

beschutting konden vinden, maar zonder succes:

er groeiden geen boomen ol struiken op 't eiland,

die eenige bescherming konden bieden tegen den

snijdenden wind en daarom hurkten de mannen

maar zoo dicht mogelijk tegen elkaar aan op den

grond, op die manier probeerend wat warmer te

worden.

De officieren waren overtuigd, dat de Dundo-

nald op de kust van Disappointment Island, een

der verlaten en onbewoonde eilanden van de

Auckland-groep, ver ten Zuiden van Nieuw Zee-

land, schipbreuk had geleden. Het was hun be-

OP LEVEN EN DOOD

Een reeks spannende avonturen, naar waarheid

verteld.

kend, dat de regeering van Nieuw Zeeland, op

sommige van deze eilanden depots had aange-

legd ten behoeve van gestrande zeelieden, en

daarom begon iedereen naar deze levensmidde-

len te zoeken- — zonder ze echter te vinden.

Wèl ontdekten zij, dat het eiland slechts betrek-

kelijk klein was, en dat het hoofdzakelijk uit

rotsen bestond, terwijl er hier en daar wat taal

gras groeide. Vogels bleken er genoeg te zijn;

men ontdekte zeer vele broedende zeemeeuwen.

Mlsmoedlgd keerden zij terug naar het strand,

In de hoop nog Iets van het wrak der Dundo-

nald te kunnen redden, maar dit bleek onmoge-

lijk^ het was reeds zoo goed als geheel onder

wffler verdwenen. Toch slaagde men er In, nog

eenige zeilen te bergen, en deze werden nu ge-

• brulkt om een prlmltlev* hut te maken, die be-

stond uit in een vierkant opgestapelde graszoden,

waarboven men de zeilen spandel Alles was echter

doornat, en de arme kerels hadden geen andere

lichaamsbedekking dan de kieeren die ze droegen.

Daar er geen enkel middel was om een vuur

te maken, moest men de gevangen zeemeeuwen

- die gelukkig zeer tam bleken, zoodat men ze

gemakkelijk kon vangen - rauw eten, maar des

avonds ontdekte een der mannen eenige luci-

fers In zijn zak, die nog droog gebleven waren I

Den volgenden ochtend trok Iedereen er op Uit

om hout bij elkaar te zoeken ten einde een vuur

te kunnen.aanleggen, en men kan zich de vreug-

de der mannen gemakkelijk voorstellen, toen

eindelijk de vlammen hoog oplaaiden en men de

warmte begon te voelenl

Met behulp van het eenmaal ontstoken vuur

werd er thans ook een tweede aangelegd op

den hoogsten heuvel van het eiland, in de hoop

dat hierdoor de aandacht van voorbijvarende

schepen getrokken zou worden.

Op zekeren dag, toen de mist die hen onaf-

gebroken als een dicht gordijn had omgeven, iets

optrok, meende een der schipbreukelingen op

eenige mijlen afstand de omtrekken te ontdek-

ken van een ander eiland, dat de officieren voor

Auckland, het voornaamste eiland van de groep

hielden. Het feit, dat zij het door de regeering

aangelegde voedsel-depót niet hadden kunnen

vinden, was nu verklaard; het leek namelijk zeer

waarschijnlijk dat dit op het voornaamste eiland

was gelegen, en er is niet veel fantasie voor

noodig om zich de wanhoop der mannen voor

te stellen die genoodzaakt waren een ellendig

bestaan te lelden, terwijl hun eenige voedsel uit

nauwelijks eetbaar vogelvleesch bestond en er

op slechts eenige mijlen afstand uitstekend voed-

sel In overvloed te vinden moest zijnl Zonder

boot had dit eiland echter evengoed op honder-

den mijlen afstand kunnen liggen]

Het duurde niet lang of zij moesten ook de

mogelijkheid onder het oog zien, dat ze gebrek

aan voedsel zouden krijgen; de zeemeeuwen, die

men eerst bij duizenden had kunnen waarnemen,

werden hoe langer hoe schaarscher en schuwer.

Alles zag er naar uit, dat zij weldra genood-

zaakt zouden zijn den hongerdood te sterven ...

De dagen schenen zich tot weken en de we-

ken tot maanden uit te rekken en al dien tijd

leidden de ongelukkigen het ellendigste bestaan,

dat men zich denken kan. Ze huisden, zooals

gezegd, in een van graszoden gemaakte hut,

waarvan het dak uit een zeil bestond. Daar ze

niet over middelen beschikten om het zeil strak

te trekken, verzamelde het water zich als het

regende — en het regende bijna lederen dag!

— in het midden van het dak, vanwaar het dan

vrij naar binnen liep, alles en. Iedereen In de

„hut" doorweekendl Het was een zeer oud zejl,

en men durfde het daarom In het midden niet

te ondersteunen, uit angst dat een paal er bij

de eerste aanraking reeds een gat in zou hebben

gemaakt. Daar ze zich mei niets anders konden

voeden dan met vleesch van zeemeeuwen en

robben — deze laatste dieren hadden zij eenige

maanden na hun komst op het eiland ontdekt -

voelden zij hun krachten snel afnemen en de

meesten van hen waren vaak te ziek om op te

- 8 -

staan. Later raakten zij echter meer aan het

eenzijdige voedsel gewend.

De saaie zomer ging langzaam voorbij en nog

steeds zaten de ongelukkigen op het eiland ge-

vangen. Tot aan het eind van September slaag-

den zij er nog in af en toe een zeemeeuw té

vangen, maar toen bleek de laatste van deze

vogels op een dag verdwenen en moesten zij

zich uitsluitend tevredenstellen met robbenvleesch.

Ze konden deze dieren alleen op zeer gevaar-

lijke plaatsen vangen, die slechts te bereiken

waren na halsbrekende klimpariijen op de rotsen.

In hei eerst beviel het dieet van robbenvleesch

maar zeer matig, doch later ontdekten zij een

nieuwe manier om het bereiden, waardoor het

veel weg had van schapenvleesch.

Langzaam gingen de weken nog steeds voorbij,

terwijl niets de eentonigheid verbrak, behalve

dat er. een paar keer heel ver weg een schip het

eiland passeerde — zonder hen evenwel op te

merken, ofschoon zij hopelooze pogingen in het

werk stelden om de aandacht te trekken. Ze

begonnen zich dan ook reeds af te vragen of

zij gedoemd zouden zijn een ellendigen dood

van ondervoeding in den meest letterlijken zin

van het woord te moeten sterven, toen de winter

kwam met ijskoude winden en hevige sneeuw-

stormen, zonder dat er eenige verandering In

hun toestand optrad, behalve dan dat hun voed-

selvoorraad met lederen dag bleek te slinken,

want ook de robben begonnen het eiland te

verlaten. En steeds, op slechts een paar mijl af-

stand, lag daar het eiland Auckland met goed

voedsel en een behoorlijke gelegenheid om

onderdak te vinden ...

Ten slofte werd de toestand ondraaglijk en

twee der mannen besloten nu een wanhopige

poging te doen om Auckland te bereiken: ze

zouden zélf een boot bóuwenl Deze boot was

zeker een van de zonderlingste buikjes, die ooit

de zee bevaren hebben. Het bestond uit talrijke

kleine latten en planken, bij elkaar gehouden

door eenige vlerkante meters oud zeil. Als garen,

om de stukken aan elkaar te naaien, gebruikte

men ultgerafeld zeil, als naalden de fijne been-

tjes van de zeemeeuwen, die nog hier en daar

op het strand lagen, en waarin men op vernuf-

tige wijze een oog geboord hadl

Maar het broze vaartuig kwam toch eindelijk

gereed en de beide mannen trokken er op uit

om op het eiland Auckland een onderzoek te

gaan Instellen. Ze bleven twaalf dagen weg en

reeds begonnen de anderen er aan te twijfelen,

of zij het doel wel'bereikt zouden hebben, toen

zij eindelijk terugkwamen. Van een voedseldepAt

hadden zij evenwel geen spoor gevonden;

wel hadden ze eenige varkens zien rondloopen.

Daar men aannam, dat deze dieren door de

regeering ten behoeve van eventueele schip-

breukelingen aan land waren gebracht, besloot

men met zijn allen naar Auckland te gaan. Tot

dit doel werden er nu nog meer „booten" ge-

maakt en eindelijk, ongeveer midden October,

kon de verhuizing plaats vinden. Het vuur nam

men mee In een aarden oven, maar toen de

boot waarin het zich bevond, aan wilde leggen,

tilde een golf haar op, hei ranke vaartuigje kan-

telde en het kostbare vuur doofde ült...

Verslagen stond men bij elkaar; lucifers om

een ander vuur te maken bezat men niet, maar

toch zou er nu weldra een einde aan hun lijderi

komen. Een grondiger onderzoek bracht de

depots met levensmiddelen aan het licht, en hoe-

wel deze slechts uit biscuits bestonden, vormden

zij toch een waar feestmaal, dat voor den eersten

keer genoten kon worden In een hut, waarin

zich bedden, dekens, lakens, brandstoffen en.. .

lucifers bevonden.

In vergelijking mei Disappointment Island,

waarop zij precies zeven maanden hadden door-

gebracht, was Auckland een waar paradijs. Bo-

vendien hadden zij nu de overtuiging, dat er

vroeg of laat een schip moest komen om het

depot aan te vullen, en spoediger dan zij

misschien zélf hadden durven hopen, kwam er

inderdaad redding opdagen. Den zestienden No-

vember, negen maanden nadat de Dundonald

was vergaan, wierp het Gouvernementsschlp Hl-

nemoa voor hun eiland het anker uit en verloste

hen uit hun ontzettende ballingschap... ^s

mMS

i

.■^f.

--•♦

miZi

^

*

==^as

'*# m

Wit

mmt»


UIT DE WERELD VAN DE SPORT

1. De Ford dames-equipes,

die aan de Rallye Monte

Carlo hebben deelgenomen,

werden bij hun terugkeer In

ons land te Wernhout aan

de Belgische grens gehuldigd

en In de bloemen gezet.

2. Z.K.H. Prins Bernhard

heeft deelgenomen aan den

jachtrit van de Kon. Ned. Jachtvereeniging te Noordwijk. De Prins neemt

te Langeveld. Z.K.H, kwam als eerste aan.

vollen ren een hoogte

3. Te Rotterdam werd een veldloop gehouden, uitgeschreven door „Dynamo". — J. van Wieringen

uit Vlaardingen, winnaar va'n de A-klasse.

n" 5 n Te ||i n *j l,ov f" werd de belangrijke voetbalmatch Eindhoven-N.A.C, gespeeld, die met den stand

0-0 eindigde. 4. Keeper Merks van N.A.C, redt een moeilijke situatie. 5. Een interessant moment uit

den kamp.

6-7. In den strijd D.F.C. —

Fijenoord wist laatstgenoemde

club met 2 — 1 te winnen.

6. De keeper van D.F.C, in

actie bij het stoppen van

een bal. 7. Een moment

voor het doel van D.F.C.

Gemeingd Nneimms

APEN NEMEN ACTIEF AAN EEN

. EXPEDITIE DEEL

a f~ enige Engelsche plantkundigen,

' die deel uitmaken van een

expeditie die door den Bo-

tanischen Tuin te Londen Is uitgezonden

om op het eiland Singapore allerlei

vruchten te verzamelen, hebben als

„leden" aan hun expeditie een aantal

apen toegevoegd.

Hei gaat hier om gedresseerde apen,

die eenlge woorden Maleisch verstaan,

en het is hun taak, om In voor den

mensch ontoegankelijke boomen te klim-

men, ten einde er takken, vruchten en

bloesems af te plukken. De apen, die

aan zestig meter lange touwen worden

meegevoerd, daar hun verlangen naar

vrijheid hun anders wel eens te sterk

zou kunnen worden, brengen de hun

gegeven bevelen op keurige wijze ten

uitvoer. Eenlge korte commando's zijn

gewoonlijk reeds voldoende om hen

naar den bewasten tak te doen klim-

men, waarna een ruk aan het touw hen

den tak doet afbijten en naar beneden

gooien. Een goed gedresseerde aap

neemt, wanneer hij weer op den grond

staat, den afgebeten tak op en over-

handigt hem aan dengeen, die hem de

opdracht heeft gegevenl

Volgens de leden der expeditie zou-

den de apen In het werk dat zij te ver-

richten hebben, veel belang stellen en

er weldra een groote handigheid In ver-

werven. Het regent soms uit de boomen

allerlei dingen, die de onderzoeker niet

heeft kunnen zien, maar die hij tóch

graag wil hebben.

Als bijzonderheid kunnen wij nog

vermelden, dat de prijs -van dergelijke

afgerichte apen, die zoowat achttien

woorden Maleisch verstaan, vijf en

twintig dollar bedraagt.

LONDEN-NEW YORK IN

VIJFTIEN UUR

keskundlgen op dit gebied

voorzien voor het jaar

D'

1940 een transatlantischen

Hoed II vooi

De O|IIO^IKI:II*IICI«I van

Luv IN 5x xo rool als

rmi •ifiiDiiv zvi'itfHM'ilrr* m vlokken.

II i»/ krimpt in ilr inis liniisl tillijil,

ininir in Lnx is dit fii'vnnr nitficxloten.'

Deze fijne, wollen morgenjapon, afgezet

met zwanedons. eist een uiterst voor-

zichtige wasbehandeling. Alleen Lux

kan dit tere kledingstuk volkomen vei-

lig wassen, daar de Lux-krulletjes da-

delijk oplossen, zelfs in koud water!

Er blijven dus geen schadelijke zeep-

deeltjes in het fijne weefsel achter,

die de stof hard en vaal van kleur

makefi en het weefsel doen krim-

pen. Zelfs de lint-garnering komt

prachtig uit het zachte Lux-sopje.

Dit zal U van geen enkele andere

zeep kunnen zeggen!

, vllegdienst, waarbij het mogelijk zal zijn

in vijftien uur van Londen naar New York te vliegen.

In het jaar 1942 verwacht men de Ingebruikneming van vliegtuigen, die

170 passagiers over den oceaan zullen kunnen vervoeren, terwijl zij ieder

comfort zullen kunnen genieten dat men thans aan boord van de groote

stoomschepen aantreft. Deze „monster"-vIiegtuIgen zullen worden voort-

bewogen door motoren, die tezamen 16.000 P.K. ontwikkelen.

Deze machines zullen naar men aanneemt vijf jaar In dienst blijven, om

dan te worden vervangen door nog grootere, die vijf- è zeshonderd passa-

giers zullen kunnen vervoeren.

Practisch gesproken ziet men wat het aantal passagiers betreft geen grens,

en bevoegde autoriteiten houden het dan ook absoluut niet voor uitgesloten,

dat we binnen een jaar of tien vliegmachines zullen hebben, die evenveel

personen aan boord zullen kunnen nemen als thans de grootste oceaan-

stoomers.

Ha, lekker dat windje ...

Ja jongeman, maar ik krijg

de volle laag en hen direct

verkouden. Morgen hen ik

schor als een kraai...

ir

HOE ROOKEN BEKENDE PERSONEN?

President Roosevelt rookt nooit vóór lunchtijd, maar toch slaagt hij

er in gedurende de rest van den dag dertig sigaretten de lucht

in te blazen.

Mr. Chamberlain rookt zeer weinig. Hij rookt alleen maar wanneer

iemand hem een sigaret presenteert. Een pijp rookt hij nooit in het publiek.

Dit in tegenstelling tot oud-minister Baldwin, die nooit anders dan een pijp

rookt, en zelfs de „stoutmoedigheid" heeft er een te rooken wanneer hij

smoking of rok draagt.

Koning Gustaaf van Zweden rookt, hoewel hij reeds tachtig jaar

is, nog vijftig sigaretten per dag.

Charlie Chaplin heeft een zeer bijzondere manier van rooken, namelijk

één sigaret vóór zijn ontbijt en een tweede precies één uur voordat hij

naar bed gaat.

Dat is de eeuwige strijd-

vraag ! Kom, we zullen 'n

kiertje openlaten en mijn-

heer krijgt van mij wat

Wybertjes .. .

Twee of drie Wybert-tahlet-

ten in den mond laten smel-

ten, dat behoedt tegen hoest

en heeschheid.


CARSON NAPIERS

WONDERLIJKE AVONTUREN OP VENUJ

DOOR EDGAR RICE BURROUGWS

iCWRIJVER DER TA


OPLOSSINGEN ZOEK EN VIND

25 JANUARI GEÏLLUSTREERD KRUISWOORDRAADSEL

OPLOSSING LOGOGRYPHE

Mand, wiel, wacht, venten. Bertha, kal, stoer.

GEZEGDE- WIE KAATST MOET DEN BAL VERWACHTEN

OPLOSSING REBUS

ALLES OP EENE KAART ZETTEN.

OPLOSSING INVULRAADSEL

POE El RID zon IM IflM

DER DER DER DER DER DER

DOOS DOMS TUD LIMG DAAD LUK

PERZIK

OPLOSSING

WOORDRANG-

SCHIKKINGSRAADSEL

dochter

evenveel

avcrecht

palfrenier

papaver

eerzaam

logenstraffen

voordoen

alleen a

lorgnet

luinbank

nadrogen

introductie

ellemaat

DE APPEL VALT NIET

VER VAN DEN BOOM

koren

blad

olie

boven

tuin

OPLOSSING

FILMRAADSEL

aar

nerf

noot

arm

bank

de werk

kant golf

muskaal taal

band kolen

saldo

ANNABELLA,

OPLOSSING

LADDERRAADSEL

n n

D 0 T AJT 1 E

0 n

0 T^l E B A K

ß ß

D E n 1 5 L u

E 1

M A A G S A p

& E

Z ADELE 11

n>

DOOR DE MAZEN

KRUIPEN

emmer

lijn

les

asch

zeil

zaad

uur

lade

Horizontaal:

1. inzinking tusschen

heuvels

3. gehoororgaan

5. boom

7. deel van een schip

9. eerstkomende (afkor-

ting)

10. gemeente in de pro-

vincie Utrecht

8

7-s

11. jongensnaam

12. ten laatste (afkorting)

14. vergelykend voeg-

woord

16. mensch

17. boom

Verticaal:

1. mannetjesby

2. lidwoord (Fransch)

SCHAKELWOORDRAADSEL

L*

7 N^-NJ

T

^s

^^yT

>

^ JK ;\ ;

3. voorzetsel

4. houten latwerk

6. metaal

8. overste van een kloos-

ter

9. boomtak

11. familielid

13. stuk doek

14. meisjesnaam

15. muzieknoot

Door in de cirkels klinker« en in de

vierkanten medeklinkers te plaatsen

verkrijgt men in deze figuur zeven rijen

woorden, elk van vijf letters. Verwijder

nu de middelste letter van ieder dezer

woorden. De omschrijving van de over-

blijvende woorden vindt men hieronder

gegeven.

De verwijderde letters, d.w.z. de let-

ters uit de horizontale rij no. 8 vormen

tezamen den naam van een doorschij-

nenden steen.

1. die in Denemarken woont

2. grondstof voor turf

3. hemellichaam

4. afgebeten stuk

5. vrucht

6. dierenverblijf

7. deel van een voet

De letters moeten zóA

worden ingevuld, dat men

in de vijl quadraten hori-

zontaal en verticaal dezelf-

de woorden krijgt. De

woorden hebben de volgen-

de beteekenis:

Quadraat I.

1. heeft een fototoestel

2. nobel

3. gemeente • in Gelderland

4. slede

Quadraat. II.

1. plank

2. begrip

3. vrouw

4. span bij elkaar behooren-

de spelers

Quadraat Hl.

1. wapen

2. de stand van edelen

3. Romeinsch keizer

4. kasteel

Quadraat IV.

1. losneerhangend

2. bergplaats

3. vliezige buis

4. naam van een dichter

Quadraat V.

1. insect

2. voorstelling

3. vogel

4. denkvermogen

h

5

6

5

7

7

1

A

A

A

A

A

A

A

t A

9 A

I

1 2 5 t)

•3

5


Rosalind Russell als Christine en Robert Oonat als Andrew.

NAAR' DEN BEKENDEN DOKTERSROMAN

A. J. CRONIN

V; igt hij Christine ten huwelijk. Op den drempel van hun

iwe dokterswoning vinden zij het huwelijksgeschenk van

armen, in het leven ondergaanden Denny: zijn kost-

Andrew Manson Robert Doi' n . , l ' [, ' cro$coop ' •

PkricMn* o i. J n > Aberalaw leert Manson de harde practijk des levens

)r nrït,n * Rosalind Rusi^ Hij yW\itst zijn aanvankelijke populariteit, wan-

Denn

y Ralph Richards r hij weigert om aan den luien, maar invloedrijken

Dr. Lawford Rex Harrs'ereeniglngsbestuurder Chenkin, een ziekte-attest te

Owen Emlyn Wlllia * re ' ? ' ten ' '^ ani0n ontdekt bovendien, dat de hoest, die

T_r>_„ i .D«.. •••.■••..... jr ^i^ tnl'inwrVtn in Aberalaw kwelt, kennelijk een vorm

Toppy LeRoy Penelope Dudley W, m|jB.tuberculose Is, ontstaan door de schadelijke wer-

Ben Chenkin Francis Sufllv | der silicaat-stoften. Maar in plaats dat de mijnwerkers

Juffrouw Orlando Mary Cli over Mansons streven naar verbetering verheugen,

Charles Ivory Cecil Pa i'* n x ^ ' 1 *' ' , * m ^■''i' 5 ' ^ '''l ^ un n ' e * meer de geo-.rU.rA

CUII_.. n > r Wjk« medicijnen verstrekt

Kicnard Millman Percy Parso jpg.rtoolrt door Chenkin, dringen zij zelfs op zekeren

Mevrouw Page Dilys Da het kleine, geïmproviseerde hulslaboratorlum binnen,

Dokter Page ...« , BaH\ C f,Ww»»on en Chrldipe proeven nemen op Chineescha

Regie: King Vidor Metro Goldwyn Mayer-fi •%• M-nsons werk in Aberalaw zijn zelfopofferende

, ' i bij het groote mijn-ongeluk, de onzelfzuchtlgheid,

WA j kj . i , rmede hij de mannen en vrouwen van Wales terzijde

anneer Andrew Manson pas all dokter Is afgestude« d. Is vergeefsch geweest. Ontgoocheld vertrekt hij met

wordt hij In ••" kl^ln armoedig stadje in Wal Mn. naar Londen...

blaenelly assistent vin den ouden, bedlegerig rm0ede wacht hun daar. Hun eenige vriendin is een

»;;..w u u , fl ü,. L ? .'* • rg fl |0rl#u *- D « *>•«♦• »vaardige Italiaansche vrouw, die een klein restaurant

^ï «Irf ^ f'ü 8 ' $chiJn L h ! 11 ^ •" fl«w«tenloos. De sa ft, juffrouw Orlando. Tot op een dag de kansen

ta.re omstandigheden van het stadje zijn beneden alle p. ren: men roept Mansons hulp in voor een schatrijk,

ue andere assistent van Page Is een cynische, maar ze ,end society-meisje, dat in een modezaak in de buurt

schrandere Jonge dokter, Philip Denny die zich met toeval heeft gekregen. Het kost Manson weinig

eMendige omstandigheden verzoend heeft door afleiding fite om vast te stellen, dat het met deze Toppy LeRoy

zoeken In een overmatig gebruik van alcohol. Nietten l.maal niet zoo erg gesteld Is. Maar Toppy is de oorontstaat

er vriendschap tusschen de beide jongemannen t van een belangrijke verandering in Mansons leven.

uTS Iïïï , .* n i. L 1 ;" P ft r ny t0t . d * «O" 01 "» 1 «-


MOJE PLANTEN LEVEN

HUN STRIJD OM HET BESTAAN ~ HUN ZINTUIGEN

Omdat zij niet het vermogen hebben zich

vrij van hun plaats te bewegen of, bijvoor-

beeld, door gelinden voort te brengen

onze aandacht te trekken, valt het ons dikwijls

moeilijk, vooral In bepaalde gevallen, in planten

werkelijk levende wezens te zien, die precies de-

zelfde levensfuncties verrichten als de menschen

en de dieren. Toch Is dit inderdaad zoo: planten

eten en drinken, halen adem en bewegen zich,

zij rusten en zij slapen, leven en sterven, juist zoo-

als alle andere bezielde wezens. En evenals zij

groeien zij voorspoedig op en blijven gezond als

zij goed in voldoende voedsel krijgen, en kwij-

nen we^j, wanneer hun voedsel schaarsch of

slecht ii.

Het !s ze«r moeilijk om de juiste grens te trek-

ken tusschén de laagste vormen van het planten-

leven, en de laagste vormen van het dierenleven.

Nemen we bijvoorbeeld de „schimmels", die zich

als een wit laagje verspreiden over vochtig, rot-

tend hout op donkere plaatsen - zijn dat nu

planten of dieren? De wetenschap zélf is het op

Hier zien wtj de organen van can plant, en het wark

dat zij verrichten. Indien we bij da wortelt beginnen,

dan constateeren we, dat de voornaamate wortel« ar

1?,?/ Ior « en > d * t de plant In dan grond op zijn plaat«

blijft, terwijl de wortelmuttje« hun weg door den

grond boren op zoek naar vocht. Da wortelharen

zuigen het water en de mineralen die dit bevat op

en «turen het door den «tengel haar de bladeren van

de plant. De bladeren ademen niet alleen zuur«tof in

uit de lucht, maar eveneen« het voornaamste bestand-

deel van het voedsel der plant (koolzuur) en verteren

dit met behulp van het water en de mineralen. De

heele «tructuur van de plant wordt bij elkaar gehouden

door het vezelachtig „skelet" van «tengel en takken.

Monden j,-*

(woi+elharen) .:>jkf

Worlel-

dit punt nog niet geheel eens. Zoo rekent men

de bacteriën en bacillen bijvoorbeeld tot het

plantenrijk, terwijl er echter bacteriën zijn waar-

van men zegt, dat men ze beter tot het dieren-

rijk zou kunnen rekenen ...

Is de grens waar het plantenleven ophoudt en

het dierlijk leven begint dus lastig aan te geven,

wanneer wij een stap naar boven doen, zitten

wij om zoo te zeggen reeds midden in het plan-

tenrijk. Daar vinden wij namelijk de groote groep

der algen, die men hulselijk gezegd den oervorm

van alle planten zou kunnen noemen. Gewoon-

lijk leven algen In het water, maar sommige heb-

ben geleerd om op vochtige plaatsen In de open

lucht hun bestaan te voeren. De roode kleur van

de Roode Zee wordt, evenals de „roode sneeuw"

In de Poolstreken door een heel kleine soort van

deze algen teweeggebracht.

Indien we vervolgens „trapsgewijze" naar boven

gaan, belanden we vla de fungi — waartoe onder

anderen de bacteriën, de zwammen en de padden-

stoelen behooren — bij de mossen, — waarvan

er een kleine tweeduizend soorten bekend zijn —

en de varens om. ten slotte bij den hoogsten

vorm, die der bloeiende of zaadplanten, welke

de grootste groep uitmaakt, terecht te komen.

Er bestaat In het rijk der planten één wet,

waaraan alle onderdanen gehoorzamen, en

dat is de wet van het „groen-zien". Door de

groene kleurstof, die zij In zich hebben, zijn de

planten In staat „doode" stoffen uit de lucht of

-uit den grond In zich op te nemen en deze om

te vormen tot „levend voedsel". In de heele

schepping zijn het alleen de planten, die dit ver-

mogen hebben.

De aandachtige lezer zal hier wellicht de

vraag stellen: „En hoe staat het dan met do plan-

ten, die niét groen zien, zooals bijvoorbeeld de

zwammen en de paddenstoelen? Het antwoord

luidt, dat deze daarom dan ook de „zwarte

schapen" In de familie Plant vormen. De heele

groep der fungi, die wij hierboven reeds noem-

den, bezit deze groene kleurstof niet, en Is daar-

om ook niet in staat haar eigen voedsel te ma-

ken. Ze krijgen hun voedsel van de levende

lichamen van dieren en planten, waarom men

hen parasieten noemt — men denke aan de ba-

cillen en bacteriën, die ook In het menschelijk

lichaam kunnen leven en daar soms ernstige ziek-

ten veroorzaken — of zij weten het te verwer-

ven van in ontbinding verkeerende lichamen van

planten en dieren. Van doode planten leven bij-

voorbeeld sommige zwammen en paddenstoelen,

die als zoodanig echter nuttig werk verrichten,

daar zij hierdoor opruiming houden onder aller-

lei rottende plantendeelen, zooals bijvoorbeeld

afgevallen bladeren.

De wonderlijke groene substantie, welke de

oorzaak Is, dat zoo goed als alle planten groen

zien, noemt men chlorophyl of bladgroen. Ze zit

voornamelijk In de cellen der bladeren, maar dik-

wijls ook In de stengels en de bloemen. Het Is

dit bladgroen, welke de plant tot een der meest

ingenieuze „fabrieken" van de wereld maakt,

want met behulp hiervan absorbeert zij een deel

van het zonlicht, vooral de roode stralen, waarna

zij de energie er van gebruikt om het zich in

de lucht bevindende koolzuur te ontleden en er

koolhydraten van te maken, waaruit de plant dan

haar eigen lichaam opbouwt.

Evenals de menschen en de dieren hebben

ook de planten hun strijd om het bestaan te

voeren, en deze Is voor hen dikwijls zeer zwaar.

Alleen reeds om het bekende „plaatsje onder de

zon" moeten zij alle krachten Inspannen waar-

over zij beschikken, want er is op aarde lang

niet genoeg plaats voor alle planten en hun

zaden, zoomin als er ook altijd voldoende zonne-

schijn en water voor hen te vinden Is. Ze dienen

dus te vechten voor hetgeen zij noodig hebben,

maar zij doen dit niet zooals de dieren door el-

kander aan te vallen en te dooden, maar hoofd-

zakelijk door met hun „ellebogen te werken",

met andere woorden door zooveel mogelijk

wortels en bladeren voort te brengen - wortels

om er voedsel mee te zoeken, bladeren om er

het onontbeerlijke zonlicht mee te kunnen op-

M

Da meeste planten hebben erf te lijden ven da aan-

vallen van inaactan. Het Kannekenskruid achter «laat

terug. Zijn „kannaken«" zijn een «oort vallen, waarin

da insecten worden gevangen en verteerd.

vangen. Daarvandaan dan ook, dat de planten

altijd hun bladeren naar het zonlicht toe wenden,

en dat de bladeren van boomen zich net zoo

lang rekken en draalen tot zij naast of boven

hun soortgenooten een plaatsje hebben gevonden

waar het zonlicht hen bereiken kan. Naar de

geleerden veronderstellen, zijn zelfs de grootte

en de vorm der bladeren Ingesteld op de hoe-

veelheid zonlicht, die zij noodig hebben.

De vraag, of planten over een soort Instinct

beschikken, Is dikwijls gesteld, zonder dat er een

afdoend antwoord op is gegeven. Toch wijzen

verschillende handelingen er op, dat zij wel de-

gelijk een soort bewustzijn hebben, dat vele van

hun levensgedragingen bepaalt. Valt hieronder

reeds de drang der bladeren om zich naar het

licht te richten, een nog sterker voorbeeld kan

men vinden bij sommige klimplanten. Deze stu-

ren lange dunne ranken de lucht in die zich

direct om een of ander voorwerp kronkelen,

waaraan zij den noodigen steun kunnen vinden.

Dat de plant hiertoe over een gevoels-zintuig

moet beschikken, kan men gemakkelijk consta-

teeren, indien men zoo'n rank even aanraakt met

een houtje of een potlood. Ze zal zich dan

direct ombuigen In de veronderstelling een steun-

punt te hebben gevonden, maar wanneer ze

het houtje niet meer vindt omdat men het heeft

weggenomen, zal ze haar oorspronkelijker! weg

weer vervolgen. Sommige klimopsoorten brengen

zelfs nieuwe klimwortels' voort, wanneer zij op

de een of andere plaats 'n nieuw contact voelen.

Dat planten ook voor geluid ontvankelijk zijn,

kan bewezen worden door het feit, dat sommige

hun bladeren direct laten hangen wanneer er,

bijvoorbeeld, een revolver of een geweer In hun

nabijheid wordt afgeschoten.

Over welke zintuigen planten ten slotte beschik-

ken, waar wij menschen geen idee van hebben,

kan moeilijk worden uitgemaakt, maar interessant

is zeker, dat sommige planten wél groeien op

plaatsen waar zij hun wortels heel diep den grond

in moeten sturen eer zij water vinden — door een

of ander mysterieus instinct schijnen zij vooraf te

weten dat het ergens onder den grond voorhanden

moét zijn — terwijl zij absoluut weigeren te

groeien op plaatsen, die er oogenschijnlijk precies

hetzelfde uitzien en waar de bovenste aardlaag

ook geheel dezelfde is, doch waar In de diepere

grondlagen geen water voorhanden is.

Dat sommige planten voorzorgen nemen met

het oog op de toekomst, is natuurlijk bekend. Een

voorbeeld hiervan vormen de cactussen, die in

streken groeien, waar het soms In zeer langen tijd

niet regent en waar de grond bijgevolg dan bui-

tengewoon droog is. Gewone planten zouden er

onmogelijk al dien tijd zonder water kunnen, maar

de cactussen hebben daarom „opslagplaatsen" in

hun lichaam gemaakt, waar zij een voldoende

voorraad water kunnen bergen om er gedurende

den drogen tijd op te kunnen teren.

WALTER RALEIGHS LAATSTE

WOORDEN

Toen Walter Raleigh, de beroemde

Engelsche zeeheld en politicus, die

na een twaalfjarige kerkerstraf door

koning Jacobus I ter dood werd veroor-

deeld, het schavot besteeg, nam hij den

bijl van den scherprechter In de hand

en zei: „Dat is een scherpe medicijn,

die voor alle kwalen goed is."

Zijn vrienden riep hij toe: „Waarom

maakt ge u zoo bezorgd over mij? De

wereld Is toch slechts één groote ge-

vangenis, waaruit dagelijks eenige men-

schen naar het schavot worden ge-

bracht"

Toen men hem vroeg, of hij zelf zijn

hoofd op het blok wilde leggen, ant-

woordde hij: „Wanneer het hart gerust

is, dan Is het onverschillig waar het

hoofd ligt."

WAAROM BYRON ZIJN VADER-

LAND VERLIET

Van Lord Byron, den bekenden En-

gelschen dichter, stamt de uit-

spraak: „Ik ontwaakte op een

ochtend en merkte, dat Ik beroemd

was." In Maart 1812 verscheen zijn

„Ridder Harolds Pelgrimstocht", waar-

mee zijn roem In literaire en maat-

schappelijke kringen gevestigd was. Hl]

werd aan den prins-regent voorgesteld

en had het vooruitzicht tot „poeta lau-

reatus" — hofdichter — benoemd te

worden. Deze mogelijkheid vond- hij

verschrikkelijk, en hij zei tegen Lord

Holland: „Denk je eens in: Wat zal

me dat een g^eld, een wijn en... een

schande kosten!" Zijn tegenstanders za-

gen hierin een beleediging van zijn

vaderland, dat zij hem van dat oogen-

blik af tot 'n ware hel maakten, zoo-

dat hij het voor altijd verliet

Byron had een lam been en- omdat

hij bijzonder ijdel was, leed hij ver-

schrikkelijk onder dit gebrek. De minste

geringste toespeling krenkte en prikkel-

de hem. Reeds een gewone beleefd-

heldsvraag naar zijn gezondheid kon

hem woedend maken.

Eens vroeg de hertogin van Devon-

shire, die een weinig scheel zag, hem:

„Hoe gaat het er mee, Mylord?"

„Zooals u ziet," siste de dichter

terug.

NIET ONDER DEN INDRUK

De beroemde tenor Burrlan kwam

eens Iets boven zijn theewater In

den, schouwburg. Hij moest den

Lohengrin zingen. Juist toen hij In het

door den zwaan getrokken bootje

moest stappen, verloor hij zijn even-

wicht, stapte mis, en ... de zwaan met

het bootje waren verdwenen. Op het

tooneel staat Iedereen sprakeloos en

niemand weet wat te doen...

Dan wendt Burrlan zich tot een van

zijn collega's met de vraag: „Zeg eens,

hoe laat vaart de volgende zwaan?"

AL TE SCHERP

Rousseau en Voltaire waren in hun

Jonge Jaren uitstekende vrienden.

Op zekeren dag kwam er ech-

ter plotseling een einde aan hun goede

verstandhouding. De schuld hiervan lag

sij Voltaire, die met zijn spot dikwijls

te ver ging. Rousseau had hem een ge-

dicht gestuurd, en hem om zijn oor-

deel gevraagd. Voltaire antwoordde:

,Ge hebt een Ode aan het Nageslacht

gedicht. Ik geloof niet, dat zij ooit aan

het adres zal komenl"

Dit onbarmhartig oordeel heeft Rousseau nooit

kunnen vergeven. De tot dan toe bevriende dich-

ters werden en bleven doodsvijanden.

RAAK

Jan Breughel, die wegens zijn fraaie kleeding

den bijnaam van „Fluweelen Breughel" heeft

gekregen, was een zeer bekend schilder, maar

DE^VERVETTE"

Rinso

IS BESLIST IDEAAL

VOORDE

WASMACHINE!

VOLAUTOMATISCH

WERKEND REEDS

VANAF F 145

rMPOSItUIS: N.V, „THARuH

DEN HAAG

PER PAK 12V2 CT. MET GESCHENKENBON

IRIUM GLANST UW TANDEN

een genot PEPSODENT met IRIUM te gebruiken voor het

reinigen van Uw tanden. Zoodra het met Uw tanden in aan-

raking komt, ontwikkelt zich een aangenaam verkwikkend

schuim, dat in Uw mond een prettig gevoel van frischheid

achterlaat! Maar nog grootere verrassing wacht U - kijk

daarna eens in den spiegel - U zult versteld staan over de

nieuwe fonkelende schoonheid van Uw tanden. Niets door-

staat de vergelijking met PEPSODENT Tandpasta om Uw

tanden blinkend wit te maken. Dat komt door IRIUM, de

opzienbarende vinding met onovertroffen reinigende wer-

king. Begin vandaag nog met de PEPSODENT-methode

om Uw tanden te verfraaien.

Rosemary Lane, filmster van

Warner Bros in „Vier Dochters"

De

groote tube is

voordeeliger.

Tuben ä 2 5, 50 en 80 ets.

^SQüarvi

TOOTH FA»T«

^i»^i«^MiliMilltiri«l


Er heerschte dien avond onder de troo-

pers, die de bezetting vormden van

Fort Macleod een vreemde, gedrukte

stemming. De reden hiervan lag voor de

hand: een uurtje zoo-wat geleden was con-

stabei Bronson aangekomen en had de

twee-maandëlyksche post meegebracht. De

gebruinde, door weer en wind en avonturen

geharde politieruiters vertoefden in gedach-

ten nu ver weg.... bij familieleden en

vrienden, die zy in geen jaren hadden ge-

zien en ook in geen jaren zien zouden....

op plaatsen, die hun dierbaar waren sinds

hun jeugd of door belevenissen op rijperen

leeftyd — plaatsen juist nu zoo dierbaar

omdat het zoo onmogelijk was er heen te

gaan. Er waren ook mannen, die geen post

hadden ontvangen; die wegens hun „on-

waardigheid" door familie en vrienden

waren uitgeworpen en verbannen, maar

misschien dat juist in hèn het heimwee des

te erger knaagde....

In de officierscantine zaten de kapiteins

Burchfield en Brown voor den open

schouw, waarin een lustig houtvuur brand-

de en verslonden het drie maanden oude

nieuws uit de beschaafde wereld, die zy

verlaten hadden.

Plotseling verbrak Burchfield de stilte.

Hy keek op van de City News die hy zat te

lezen en zei; „Er staat hier iets, wat Driver

wel zal interesseeren."

De Canadees Brown keek nieuwsgierig op.

„Sergeant Driver?" vroeg hij, naar de

courant kykend, die de ander in de hand

hield. „Wat voor den duivel heeft Driver

te maken met de City News?"

„Heel wat," antwoordde Burchfield. Hy

streepte met zyn potlood een artikeltje aan,

en schoof de courant toen over de tafel heen

naar zyn collega.

En deze las:

„Wij ontvingen bericht, dat Lord Winches-

ter, oud-kolonel van het Zeventiende Regi-

ment Lanciers, terwyl hij als gastheer fun-

geerde tijdens een jachtparty op zyn

bezitting in Surrey, door een lichten aanval

van een beroerte is getroffen. Naar de hem

behandelende geneesheeren verklaren, be-

hoeft zyn toestand, hoewel deze ernstig

genoemd moet worden, gelukkig nog geen

directe zorg te baren.

Lord Winchester diende als eerste luite-

nant in den Krim-oorlog, en maakte als

zoodanig de belegering mede van Sebasto-

pol, tot deze stad werd ingenomen. Hierna

was hy in Canada gedetacheerd, waar hy

als kapitein aan verschillende expedities

tegen de Indianen deelnam. Nadat hy ver-

volgens weer eenige jaren by het leger in

Engeland had gediend, vertrok hy als kolo-

nel naar Afghanistan, waar hy den gehee-

len veldtocht'meemaakte. In Engeland terug-

gekeerd, nam hy spoedig ontslag uit den

dienst.

■ Een- betreurenswaardige omstandigheid

by de ziekte van Lord Winchester is, dat

zyn zöön, de Honorable John Dick Welsher,

niet in Engeland vertoeft, en dat men ook

in drie jaar niets van hem gehoord heeft.

Een neef van Lord Winchester, Peter

Douglas Welsher, vroeger kapitein by de

Garde, en die naar verluidt erfgenaam van

den titel en de bezittingen van Lord

Winchester zou zyn, is op het oogenblik op

jacht in Canada, ofschoon ook diens juiste

verblijfplaats onbekend is. Men zou echter

onmiddellijk pogingen in het werk stellen

hem te bereiken, ten einde hem van den

toestand op de hoogte te brengen, daar zyn

overkomst in de gegeven omstandigheden

natuurlijk gewenscht is."

„Ik begrijp nog altyd het verband niet,

ofschoon ik wel steeds den indruk heb ge-

had, dat Driver een beschaafde kerel was.

— Is hy de erfgenaam, de neef?"

„Neen, hy is juist de Honorable John,

waarvan hier gesproken wordt. Weisher is

de familienaam van zyn moederskant. Ze

was een van de bekende Welshers uit Sur-

rey. John biykt altyd het zwarte schaap in

de familie geweest te zyn."

„Ah... zotf Daar had ik hem toch

niet op aangezien, jy?"

Kapitein Burchfield haalde de schou-

ders op.

„Daar kun je zoo weinig van zeggen,"

meende hy. „Er is eens een of ander schan-

daal geweest, met betrekking tot wat geld,

dat vermist werd. Een bureau, dat des

nachts was opengebroken en waaruit drie

honderd pond gestolen werd. Het kwam uit

door de bedienden.

John schijnt nogal verkwistend te zyn

geweest, en moet daarover heel wat onaan-

genaamheden met den ouden man gehad

hebben. Lord Winchester was erg conser-

vatief, driftig en koppig als een hooge offi-

cier in den goeden ouden tijd zyn kon, en

eerzuchtig tot in het belachelijke.

Natuuriyk overdreef hy het gebeurde, en

John viel in ongenade. Hy was de schande

van de familie en meer van dat soort din-

gen. Deze en dergelijke verwyten schijnen

den jongeman dagelijks naar het hoofd ge-

slingerd te zyn. Hy was ook nogal driftig

en beet flink van zich af, zoodat het in het

kamp der Welshers vaak gespannen moet

hebben. Enfin — toen dat geld gestolen was,

liep de maat by' Lord Winchester over. De

verdenking viel op John, en het schijnt, dat

daar-wel reden voor was. Hy wtfs in han-

den van geldschieters gevallen en die schy-

nen hem op dat moment juist de duim-

schroeven te hebben aangezet. Je kunt je

den kolonel voorstellen, die op driftigen

toon om verklaringen vroeg, terwyi de

jongen, hooghartig als hy nu eenmaal

was, weigerde die te geven. Men zegt, dat

zyn vader hem de heftigste verwyten deed

en hem ten slotte de deur uitzette na hem

te hebben gezegd, dat hy den naam Weisher

te schande maakte door dien te gebruiken.

De jongen hoorde den stroom van beschul-

digingen zwygend aan, maakte een buiging

en zei, dat hij den naam niet langer te

schande zou maken. Hy verdween en ver-

anderde zyn naam'."

„In Driver?"

Kapitein Burchfield knikte.

„Je kunt je ipyn verbazing voorstellen,"

vertelde hy verder, „toen ik hem hier ont-

moette en merkte, dat hy zich reeds de

reputatie had verworven de grootste waag-

hals van de troep te zyn. Verleden jaar heeft

hy zyn sergeants-strepen gehaald, en het

zal me hard verbazen, als hy Ovet" ééri jaar

geen luitenant is!" ,

„Wat voor soort kerel is zyn neef, die nu

erfgenaam schijnt te zyn?" ^

EEn COMPLEET VERHAAL DOOR

„Als je het my vraagt, een groote schurk

met een fluweelen tong als een Sioux. Hy

is uit de Garde getrapt omdat hy valsch

speelde by het kaarten. Maar er is geen

ruchtbaarheid aan gegeven, zoodat Lord

Winchester er niets van af schijnt te weten.

Maar hy heeft toch zyn ontslag uit den

dienst moeten nemen. Hy schijnt echter wel

over moed te beschikken — of over bra-

voure, net zooals je het by hem noemen

wilt. In ieder geval is hy in Zuid-Afrfka

gedecoreerd wegens op het slagveld be-

toonde dapperheid. Maar dat schijnt zyn

eenige goede eigenschap te zyn bij een

massa ondeugden. Degenen, die hem ken-

nen, noemen hem een ploert, die den ouden

Winchester met allerlei mooie praatjes

heeff-vveten in te palmen. En dat is alles

wat ik van den Honorable Peter zeggen

kan."

Er werd op de deur geklopt.

„Als je van den duivel spreekt...." lach-

te kapitein Burchfield, „dan trap je op

den staart van den Honorable John! Hy

trekt er op uit om dien halfbloed Marcos

te • arresteeren, en je kunt zeggen wat je

wilt, maar hy is die één op de duizend, die

er misschien kans toe ziet " Over zyn

schouder heen riep hy „Ja!" en de deur

ging open om een slanken, gladgeschoren

en jongensachtigen John Driver binnen te

laten.

„Dus je staat er nog steeds op, je leven

te wagen. Driver?" vroeg kapitein Burch-

field.

Er kwam een flauw, ironisch lachje om

de lippen van sergeant Driver.

„Als u er niets op tegen hebt, kapitein,

zou ik er liefst direct op uittrekken om dien

Marcos op te sporen! Het lykt my niet on-

waarschynlyk dat hy binnenkort naar een

,andere plaats zal trekken, en als hy dat

doet, dan zal hy net zoo moeilijk te vinden

zyn als een naald in een hooiberg! Nu zal

hy zich misschien echter nog schuilhouden,

omdat hy wèl begrypt, dat er naar hem

gezocht wordt, nu de expres-trein weer aan-

gehouden en geplunderd is. Ik ben er dan

ook van overtuigd, dat ik hepi wel ergens

in de buurt van Ellisons Creek zal vinden."

„Goed. Ik geef je de vrye hand. Je kent

dit land beter dan ik. Neem Johnson met

je mee. Dat is een uitstekende spoorzoeker.

En wat ik zeggen wilde, sergeant, hier zyn

wat couranten en tydschriften mis-

schien wil je die meenemen om ze eens in

te kijken als je kampeert."

„Dank u, kapitein. We zullen morgenoch-

tend vroeg vertrekken."

Den volgenden ochtend vroeg—verlieten

sergeant Driver eh Johnson Fort Macleod,

hun levensmiddelen en kampbenoodigdhe-

den op een pakpaard geladen. Den ganschen

ochtend en voormiddag hadden zy uitste-

kend weer: wat lichten zonneschijn en een

lichten bries, maar plotseling liep de wind

zonder eenige waarschuwing naar het

Noorden, waardoor de temperatuur zeer

snel daalde. Johnson, die in de streek ge-

boren en getogen was, „rook" er een

sneeuwstornfuit.

„We kunnen er vist op rekenen, - ser-

geantl" zei hy als terloops. „Eer het mor-

gen is, hebben we een beele hoop sneeuw!"

„Als we vannacht dóór ryden," zef

Driver, „zullen we misschien Pigeon Lake

kunnen bereiken voordat het èrg gaat sneeu-

wen. Ik weet daar een trappershut, waar

we wel een onderdak zullen kunnen vinden.

Het is jammer, maar ik voel er toch niets

voor om terug te kee.ren, nu we eenmaal

op weg zyn."

Met ieder uur werd het kouder. Tegen

middernacht was het zóó erg geworden, dat

zy naast hun paarden moesten gaan.Ioopen

wilden ze niet bevriezen. Ofschoon ze het

pas later hoorden, was de thermometer tot

meer dan veertig graden onder het nul-

punt gedaald, terwyi het nog steeds kouder

werd. Het was byna onmogelijk met zulk

weer op de open vlakte te verblyven. Daar-

om gaf sergeant Driver bevel het kamp op

te slaaft in de beschutting van een paar

heuvels en na eenigen tyd zaten zy by een

knappend' hbutvuur hun bevroren ledema-

ten te ontdooien. Maar zelfs nü nog slaagden

zy er niet in zich warm te houden, hoewel

zy zoo dicht by het vuur kropen, dat de

gloed hun wangen byna verzengde.

De ochtend was iets minder koud, maar

eer zy vyf myl hadden afgelegd begon het

te sneeuwen en weldra woedde er zoo'n

blizzard, dat zy byna geen hand voor oogen

meer Icqnden zien. Door den witten muur,

die hen naar alle kanten omringde, riep

Driver boven h€t geluid van den storm uit:

„Onze eenige kans is de paarden maar

hun eigen weg te laten volgen. Het myne is

hier ergens uit de buurt vandaan, en mis-

schien dat het weer naar zyn ouden stal

teruggaat!"

Ze maakten een touw tusschen hen vast

en bonden de teugels aan hun zadelknop en

vertrouwden daarna geheel op hun paar-

den. Hoewel zy op een hevige koude gekleed

waren en zy hiin met bont gevoerde mutsen

ver over hun ooren hadden getrokken, leden

zy toch nog verschrikkeiyk. Af en toe moes-

ten zy afstijgen en naast hun paarden gaan

loopen om te voorkomen, dat hun voeten

bevroren.

Een keer riep Driver nog iets, om zyn

metgezel wat moed in te spreken.

„Onze paarden volgen een bepaalde Ujn

en gaan recht op een zeker punt af! De heu-

vels biyven aan onze linkerhand."

Johnson knikte. Hy vroeg zich af, of zy

hun doel nog tijdig genoeg zouden bereiken,

maar hy hield zyn twyfel voor zich, om

Driver niet ongerust te maken.

Drivers paard stootte op een of andere

hindernis en bleef staan. De jongeman

boog zich wat naar voren en voelde met

zijn hand naar het obstakel waardoor zyn

paard werd tegengehouden. Er kwam op-

eens een heldere glans in zyn oogen, maar

net was nog slechts door een vage hoop

en niet door een of andere zekerheid. Hy

iet zich van zyn paard giyden, strompel-

1e op zyn bevroren voeten een eindje

verder en begon het ding toen opnieuw

te betasten. Het bleek een hek te zyn.

Hy wankelde verder tot hy er een ope-

ning in had gevonden en ontdekte toen

-n de warrelende sneeuwvlokken een

breede, lage hut. Hy uitte een kreet van

vreugde en keerde terug naar zyn met-

gezel.

„We zyn gered, Johnson!" riep hy. „Er

staat daar een hut!"

Hy hielp Johnson afstijgen, bond de

paarden stevig'vast aan het hek en waad-

DE VERLEIDING

de door de hoog liggende sneeuw naar de

deur. Tot zyn verbazing merkte hy een licht-

glans achter het venster. Hy duwde de deur

open en trad er binnen, zyn half bewuste-

lopzen makker ondersteunend.

Er bevonden zich drie mannen in het

vertrek; twee van hen sprongen overeind

toen de sergeant en zyn metgezel uit den

sneeuwstorm naar binnen kwamen wag-

gelen.

De derde man, die op een der bedden

lag te lezen, bewoog zich niet — alleen ging

zyn hand naar een revolver, die vlak naast

hem, half onder zyn kussen, lag. Het was

een blonde man met een rood gezicht, met

iets onverschilligs in zyn houding. Maar in

zyn koele, grijze oogen lichtte nu toch een

nieuwsgierige glans, welken zyn aplomp

niet geheel kon verbergen.

„Onze paarden staan buiten. Kun je ze

ergens stallen?" vroeg Driver aan een der

halfbloeden, . die hem verwonderd aan-

gaapten.

„Zorg direct voor de dieren," beval de

man, die op het bed lag, kort.

De sergeant, die zyn makker naar een

stoel by het vuur had gebracht en die nu

bezig was zyn bontjas uit te trekken,'draai-

de zich by deze woorden met een ruk om.

„jy hier?" vroeg hy scherp.

„Zooals je ziet, my'n waarde John," kwam

het zoetsappige, byna tartende antwoord.

„En ik ben biy, myn lang verloren gewaan-

den neef een hartelijk welkom in de woeste-

ny van Lost Lake te kunnen toeroepen."

Deze laatste woorden gingen vergezeld van

een ironischen glimlach, nadat de

halfbloeden de kamer hadden ver-

laten en hy er zich van overtuigd

had, dat de Canadees niet in een

toestand was om ze te begrypen.

Driver deed geen moeite om zyn

verachting te verbergen.

„Wat voer jy hier uit?" vroeg hy

kort.

De ander trok aan zyn blonde

snor en keek hem door zyn monocle

grijnzend aan.

„Myn waarde John, je schynt nog

dezelfde driftkop en vuurvreter van

altyd."

„Ik heb je wat gevraagd!"

„Inderdaad, dat is waar." De man

op het bed, die zich op zyn eenen

elleboog had opgericht zette zyn mo-

nocle goed om beter te kunnen zien.

„Wel, ik houd hier een bewaar-

schooltje," zei hy toen. „Heb je dat nog niet

eens begrepen?"

„Je kunt natuuriyk geen eerlyk antwoord

geven!"

„Nu, ik moet zeggen, dat je niet erg har-

teiyk bent, ofschoon we elkaar in zoo'n

langen tyd niet gezien hebben. — Laat eens

kijken.... den laatsten keer dat wy het

genoegen hadden in eikaars gezelschap te

vertoeven was zoo omstreeks den tyd dat

je experimenteerde op het gebied van bu-

reau's openbreken.... Is het niet zoo?"

De jongeman kreeg een kleur alsof hij

een slag met een zweep in zyn gezicht ge-

kregen had, maar hy gaf geen antwoord.

Hy draaide zich om en begon Johnson te

helpen.

„Heb je wat whiskey hier?" vroeg hy na

eenigen tyd bruusk.

Peter Weisher wees traag naar een open

kast, die gemaakt was van eenige kisten.

Onder zyn half gesloten oogleden was zyn

blik opeens achterdochtig en erg behoed-

zaam geworden, nu hy de roode tuniek van

den constabel zag. Hy begon te begrypen.

waarom zyn neef er op uitgetrokken was,

en er kwam een vastberaden trek om zijn

mond.

„Je volgt ook al de familietraditie, door

den koning te dienen, zie ik," zei hy met

een sneer, naar de strakke uniform kykend.

Driver wierp zyn pels op het voeteneinde

van een bed en begon de laarzen van zyn

makker, wiens voeten bevroren waren, uit

te trekken.


VERUES

Op c/eze veilige"

en aangename wijze.

Nu kunt U Uw overtollig vet

kwijtraken. Zonder dieet. . .

zonder vermoeiende oefeningen...

zonder schadelijke medicijnen.

Mousseerend Wex. de veilige, aan-

gename, bruisende drank ver-

mindert Uw dikte en vermeerdert tegelijkertijd

Uw energie. Mej. A.W. verloor 30 pond overtollig

vet zonder haar gewone levenswijze of voeding

te veranderen. Alles wat zU nam, was Wex -

twee theelepels In een half glas water, 's morgens

direct bij het opstaan. ,,Mijn omvang van buste,

taille en heupen verminderde", schrijft zij. „Mön

gezondheid is vooruitgegaan en mijn teint is frisch

en gezond." Als U Uw slanke, aantrekkelijke fi-

guur wilt terugkrijgen, doe dan zooais zij, neem

Wex. Wex is verkrijgbaar bij alle apothekers en

drogisten Jn handige, apart verpakte hoeveel-

heden, een doos van 6 stuks voor

40 cent, of een groote flesch voor

~ 1.20.

„Ik ben er nog niet uitgetrapt," was alles

wat hy zei.

„Speculeer er niet te veel op, dat wy

familie van elkaar zyn, myn waarde neef,"

dreigde de ontslagen officier, met een woe-

denden blik in zyn oogen. „Wees verstan-

dig en neem een goeden raad van mij aan!

Ik gebruik de zweep wanneer dat noodig

is. Ik ben er niet de man naar om belee-

digingen af te wachten van iemand die ont-

erfd is omdat hy gestolen heeft!"

John Driver liet de laars, die hy met

groote moeite had uitgetrokken op den

grond vallen en keek zyn neef aan.

PINAUD 612 W1MPERCOSMET1C bevor-

dert den groei der oogharen en maakt ze

glanzend en soepel. Bovendien houdt het

den geheelen dag, veroorzaakt geen prik-

keling en is volkomen bestand tegen vocht,

tranen of transpiratie.

Verkrqgbaar in tuben, in

4 verschillende tinten.

Voor een volmaakte oogen make-up brengt

PJnaud een complete set, bestaande uit:

Wimpeicosmetic in tuben of vasten vorm.

Creamy Mascara, Cake Mascara.

Eye-Shadow etc.

in vasten vorm

of tube fl.O.JS

gr.model tube fl. 1.35

PIMID

612

Generaal.verte sen woordleer voor Nederland

S. Vlessing, C. Reinierszkaden,

________ 's-Gravenhage.

„Leugenaar! Schurk!" riep hy. „Denk je

soms, dat ik niet weet wie dat geld gestolen

heeft? Ik had er toen geen bewys van, maar

dat heb ik later gekregen. Zelfs myn

vader weet nu misschien al wel, dat ik het

niet gedaan heb."

„JU hebt het natüürlyk niet gedaan," sar-

de de ander, „jy bent immers de deugd in

persoon! Maar nu we het toch over die

kwestie hebben, moet ik je één goeden raad

geven: wees zoo verstandig om niet myn

waren naam te noemen! Die wordt hier niet

uitgesproken! Begrijp je dat?"

De halfbloeden kwamen terug, terwyl

zy de sneeuw van hun schoenen stampten.

Toen zy in het halfduister de politieunifor-

men onderscheidden, trok de een een revol-

ver terwyl de ander een geweer greep.

Met een scherp bevel wees Peter Weisher

hen terecht.

„Doe die dingen weg, ezels! Als ik zeg, je

wapens te gebruiken, is het tyd genoeg. Tot

zoo lang heb je myn bevelen maar af te

wachten!"

„Ik dacht...." begon een van hen,

„Wie heeft jou gezegd, te denken,

schaapskop!"

De blikken van de beide andere mannen

ontmoetten elkaar. John Weisher had den toe-

stand direct begrepen, en de ander wist dat

zijn geheim was ontdekt; dat de waarheid

als bö ingeving over zijn neef gekomen was.

Door louter geluk, dat te mooi scheen om

waar te kunnen zijn, was hy op zijn tocht

door de wildernis terecht gekomen bij de

mannen, die hy zocht — de boeven die nog

geen week geleden den grooten Great

Northern Expres hadden opgehouden en

geplunderd. De halfbloed Marcos, waarvoor

hy er op uitgetrokken was om hem te arres-

teeren, die de schrik van de streek gewor-

den was, was zyn eigen neef, de toekom-

stige Lord Winchester.

„Noem je jezelf Marcos?" vroeg hy scherp.

„Tot je dienst. Wat wou je daarvan?"

„Je bent gearresteerd .wegens den over-

val op den Great Northern Expres."

John Weisher lachte om de onschuld van

zyn neef. Want op hetzelfde moment, dat

hy deze laatste woorden had gezegd, waren

er reeds twee revolvers en een geweer op

hem en zijn metgezel gericht. De bandieten-

leider had slechts een hand op te tillen om

hen naar de eeuwigheid te zenden.

„Je bent een dappere kerel, John," zei

hy treiterend, terwyl hy zich weer op zyn

eenen elleboog oprichtte, om gemakkelijker

te kunnen praten. „Ik ben dus gearres-

teerd, hè? Die is goed — ik heb nog nooit

zoo'n goede mop gehoord!"

„Ik zal je mee terug nemen naar Fort

Macleod," zei de sergeant kalm.

„Het spyt me, dat ik zoo'n kinderlijk ver-

trouwen moet schokken, maar je zult tot

de conclusie dienen te komen, dat ik de-

geen ben, die hier iets te zeggen heeft!"

De desperado stond op van zijn bed en trad

bruusk op zyn neef toe. „Jullie weten wat

je te doen staat, als hy zich beweegt,

schaapskoppen," zei hy onderwyl tegen de

halfbloeden.

In de seconde, die hem gegeven werd om

een besluit te nemen, dacht John Driver

koortsachtig snel na. Hy keek in de harde,

gryze oogen van zyn neef en zag, dat deze

niet zou terugdeinzen om den beiden an-

deren mannen bevel tot schieten te geven.

Er zat dus niets anders voor hem op dan

af te wachten en op zyn goed geluk te ver-

trouwen. De kansen die hem gelaten wer-

den waren echter wel erg klein.

Peter Weisher ontwapende hem en

Johnson.

„Ik geloof dat ik je je tanden heb uitge-

trokken, ofschoon ik onder arrest ben,"

spotte hy.

„Ik moet toegeven, dat je my voor het

oogenblik in je macht hebt," antwoordde

de trooper.

„Juist — en laten we niet speculeeren op

de toekomst," viel de ander uit. „Het leven

is één groote onzekerheid — en meer kun

je er niet van zeggen. Niemand weet in de

eene seconde, of hy in de volgende noe

leeft!"

„Is dat een bedreiging?" vroeg John koel.

„Heelemaal niet. Ik betreur alleen het feit,

. dat zooveel jongelui niet naar goeden raad

luisteren voordat het te Iaat is. Je hebt je

lot in eigen handen! Ik ben slechts hef

nederige instrument, dat met de uitvoering

er van belast is."

„Wat bedoel je?"

„Spreekt je makker Fransch?" vroeg

Peter Weisher met een hoofdknik naar

Johnson,

„Neen."

„Ik bedoel dit," zei Peter Weisher, nu in

deze taal, „dat je my je woord van eer moet

geven te zullen vergeten dat je mij gezien

hebt!"

„En als ik dat niet doe?"

De ander haalde onverschillig de schou-

ders op.

„Stel je niet als een volslagen idioot aan."

„Maar als ik het niét doe?" vroeg de ser-

geant rustig, „wat gebeurt er dan?"

„Dat kan ik niet zeggen, werkelyk niet.

Ik trek me eenvoudig dan niets meer van je

aan...."

„Dus dan laat je my aan die schurken

over?"

„Als je het zoo wilt zeggen — ja."

De staajgryze oogen van den trooper ont-

moetten dien van zyn neef.

„Ik beloof je niets Denk je soms dat

ik een kind ben, dat ik me laat bangma-

ken?"

„Denk je soms, dat ik een kind ben, en

dat ik jou tusschen my en myn vrijheid

zal laten staan? Kom, John, wees verstan-

dig! Wat weet je — behalve dat je terecht

gekomen bent in de hut van een paar trap-

pers, die je je leven hebben gered toen je

in een sneeuwstorm verdwaald was? Ge-

draag je behoorlijk, jongen, en je kunt ook

van myn kant op een behoorlijke behande-

ling rekenen!"

„Jy bent er wèl de man naar, om er een

behoorlijke behandeling van te verwach-

ten. ... Een dief...."

Er verscheen een donkere blos op Peter

Welshers wangen.

„Als je zoo vriendelijk zou willen zyn je

met je eigen zaken te bemoeien " viel

hy uit.

„....en een treinroover," ging John on-

verstoorbaar verder.

Peter Weisher haalde de schouders op.

Binnenkort verwacht:

Spencer Tracy en

Mickey Rooney

„BOYS TOWN

de stad, waar jongens

mannen worden.

Eén Metro-Goldwyn-Mayer Jubileum-Film I

il

„Je doet beter geen critiek op my uit te

oefenen," zei hy.

„Ik beloof niets! Er moet een eind aan

die treinovervallen komen," riep de jonge

trooper uit.

„Goed. Dan trek ik myn handen van je

af," antwoordde de ander kort, nog steeds

in het Fransch.

Peter Weisher beval een van zijn half-

bloeden de beide politieruiters in het oog

te houden en vervolgde zyn lectuur. Maar

na eenigen tyd legde hij zyn boek weg en

begon een gesprek — precies zooais hy ge-

daan zou hebben met een of anderen be-

schaafden gast, wien hy in de wildernis

onderdak had moeten verleenen.

De jongeman luisterde met verbazing

toe. Het was onmiskenbaar dat Peter

Weisher een man van opvoeding en bescha-

ving was, en hy vroeg zich verwonderd af

hoe het mogelijk was, dat iemand met zóó'n

uitstekenden aanleg op het pad der mis-

daad geraakt kon zyn.

Tegen een uur of tien legden de mannen

zich ter ruste.

De weggejaagde kapitein sliep den gan-

schen nacht door, terwijl zyn beide hand-

langers om beurten de wacht hielden by

Driver en Johnson.

Gedurende den volgenden dag nam de

sneeuwstorm af en werd ook de koude veel

minder.

In den namiddag, terwijl Peter Weisher

de couranten en tijdschriften las die zyn neef

had meegebracht, slaakte hy op eens een

kreet van verbazing.

„Heb je dat gelezen, John?" vroeg hy in

het Fransch, de taal die zy den geheelen

dag hadden gebezigd. „Je vader heeft een

lichten aanval van een beroerte gehad!"

De Amateur-detective

Wij leggen onzen speurders thans

weer eens een stukje geheimschrift

voor, len einde het te ontcijferen.

Het is niet zoo moeilijk, en men

kan er dus vol goeden moed aan

beginnen!

Wij zullen weer een prijs van

'■ 2.50 benevens twee troostprijzen

verdeelen onder hen, die ons een

goed antwoord zenden. De verdee-

üng der prijzen geschiedt op een

manier, waarbij alle inzenders van

goede oplossingen gelijke kansen

hebben op het verkrijgen van een

der prijzen.

U gelieve uw antwoord in te

banden voor 15 Februari aan Mr.

Detective, Noordeinde 8, Leiden. Op

enveloppe duidelijk vermelden: Amate

15 Februari.

De jongere man nam de courant en las het

bericht terwyl alle kleur uit zyn gezicht

week.

„Neen, dat had ik niet gezien," antwoord-

de hy na eenigen tyd.

De ander sloeg hem aandachtig gade.

„Ik moet direct naar Surrey, John! Ik

moet direct vertrekken."

„Je gaat eerst met my naar Fort Macleod,"

kwam het onbewogen antwoord.

De ander werd woedend. Zijn oogen sche-

nen vuur te schieten.

„Je vraagt zelf om je dood," zei hy.

„Misschien...."

„Wees toch verstandig, kerel! Ik geef je

een goeden raad!"

„Ik heb je raad niet noodig. Ik ken mijn

plicht...."

„Onzin! Je kunt nu immers je plicht niet

doen! Je bent geheel in mijn macht! Als je

my laat vertrekken, dan zal ik je ook je

vrijheid teruggeven — kun je zeggen, dat je

mij niet gevonden hebt dat ik net weg

was of zooiets "

„Ik kan ik mag je niet ongestraft in

de maatschappij laten terugkeeren.... Bo-

vendien heeft het geen zin dat je naar Surrey

gaat. Zooais ik je al zei, weet myn vader

nu misschien al wel, dat ik dat geld niet heb

gestolen.... Het is heelemaal niet zeker

meer, dat jy nog de erfgenaam bent.... Als

mijn bewijsstukken mijn vader nog tijdig

hebben bereikt...."

„Laten we het daar niet over hebben....

Wat heb je besloten — te leven of te ster-

ven?"

„Ik breng je naar Fort Macleod als ik kan."

„Ik heb me nooit in myn leven ongestraft

laten dwarsboomen!" riep Peter Weisher

J"L QFft HP(pHFMSUPMC

PFM SKJAJ «PPCTH _

VF3 LKPL FFM WCp

&OqsFq>YJi3 PM VP9H

C&S F(J> FFM OBßq>

HFMTDqFM yJlM

CpppJF

briefkaart of De oplossing mag bij die van de rubriek „Zoek

ur-Detective, en Vind" worden ingesloten, mits ze op een af-

zonderlijk velletje papier wordt geschreven.

■^

DE OPLOSSING VAN HET

FOTO-PROBLEEM

Nu wij hier de foto plaatsen, zoo-

ais deze oorspronkelijk was, zal

men gemakkelijk zien, dat op de

vorige foto de riem ontbrak, die

de riem, welke onder de borst van

het paard doorloopt, ophoudt.

Wij hebben op dezen amateur-

detective slechts één goed ant-

woord gekregen, zoodat wij alleen

den prijs van f. 2.50 hebben kunnen

toekennen, en wel aan mejuffrouw

E. C. Becker te 's-Gravenhage.

De beide troostprijzen, die niet

konden worden toegekend, zullen

wij nu beschikbaar stellen voor de

hierboven gegeven geheimschrift-

opgave, zoodat ■"daarvoor, behalve

de prijs van f. 2.50, vier troost-

prijzen beschikbaar zijn!

Ondraaglijke pijnen bij nat weer

Rheumatische pijnen door zijn

heeie lichaam

De heer N. M, werd jarenlang gekweld

door rheumatiek; vooral bij nat weer leed

hy het meest. Maar dat is nu allemaal voor-

bij — dank zij Kruschcn. Hy schrijft ons:

„Ik leed jarenlang aan rheumatick. Bij

nat of vochtig weer hield de pijn geen

oogenblik op en was niet te beschrijven. Het

is in enkele ledematen begonnen, maar het

duurde niet lang of de pijn zat door myu

heele lichaam. Toen ik Kruschen Salts be-

gon te nemen, bemerkte ik, dal het mij meer

goed deed dan eenig ander middel, wat ik

daarvoor had geprobeerd en thans ben ik

geheel bevryd van mijn pijnen, zelfs by nat

weer. Ik kan Kruschen Salts van harte aan-

bevelen aan ieder, die aan rheumatiek

lijdt."

Rheumatische pijnen zijn meestal een ge-

volg van een overmaat van urinezuur in het

lichaam. Twee van de zes zouten in Kru*^

sehen Salts lossen het urinezuur op, terwijl

andere bcstanddeclen de natuur op krach-

tige wyze helpen, dit langs de natuurlijke

kanalen te verwijderen. Kruschen Salts is

uitsluitend verkrijgbaar bij apothekers en

drogisten.

woedend uit, „en ik zal het ook nu niet laten

doen...."

„En ik ben er nooit de man naar geweest,

om voor bedreigingen te wyken," antwoord-

de de ander.

„Je smeekt zelf om je dood, idioot!"

„Ik sterf liever als eerlijk man dan mijn

plicht te verzaken...."

„Goed. Je hebt het zélf in de hand," ant-

woordde Peter Weisher. „Morgenochtend

vertrek ik.... en dan moet je maar afwach-

ten wat mijn helpers met je zullen doen.

Als ik niets zeg, weten ze al genoeg."

Dien avond viel geen der heide mannen

vroeg in slaap. Peter was reeds met zijn

Verwijder

V ET-

WORM PJ ES

op deze . een-

voudige manier

Wordt U geplaagd door velwormpjes? Weet

U wat het is een goede teint te hebben, ont-

sierd door die afzichtelijke ontsieringen?

Dan is hier goed nieuws voor U — een ge-

makkelijke, pijnlooze manier om ze te ver-

wijderen:

Doe eenvoudig een lepel Radox in een kop

flink warm water en bet Uw gezicht met

deze oplossing. Droog na eenige minuten

Uw gezicht af en U zult zien, dat de vet-

wormpjes verdwenen zyn. Lees deze brief

maar eens: „Ik had verscheidene vel-

wormpjes op myn kin en een groote boven

op mijn neus, maar na ze volgens de aan-

wijzingen met Radox te hebben behandeld

was er tot mijn verwondering geen spoor

van de vetwormpjes meer te bekennen."

E, B.

Haal vandaag nog een pak Radox en pro-

beer het vanavond voor U naar bed gaat.

U zult verbaasd staan over de uitwerking.

En als U telkens wanneer ge Uw gezicht

wascht wat Radox door het water doet zul-

len de leelijke vetwormpjes nooit meer te-

rugkomen. Radox is verkrijgbaar bij alle

apothekers en drogisten i ƒ 0.00 per pak en

ƒ0.15 per klein pakje.


ZILVERMERKEN

Ditmaal zullen wy de merken bespre-

ken, die op zilveren gebruiksvoorwer-

pen kunnen en moeten voorkomen.

Wy hebben reeds gezien, dat zilver gemengd

wordt met koper, om de hardheid van het

metaal te vergrooten en het zoodoende ge-

schikt te maken voor de vervaardiging van

gebruiksvoorwerpen. Om knoeieryen te

voorkomen, wordt alle metaal, dat onder

den naam zilver in den handel komt ge-

keurd in de z.g. „keurkamers" en krijgt een

gehaltemerk. In Nederland kennen we twee

gehaltemerken, namelyk:

1. Een staande leeuw met het cyfer 1

rechts onder. Dit is zilver van het Ie ge-

halte. Dit merk waarborgt, dat er op 1000

gram metaal 934 gram zilver gebruikt is.

2. Een loopende leeuw met het cyfer 2

er onder. Dit is zilver van het 2e gehalte,

dat wil zeggen, dat er op 1000 gram metaal

833 gram zilver gebruikt is.

Op kleine zilveren voorwerpen als by-

voorbeeld theelepeltjes, staat een ander

merk, namelijk een dolkje. Dit dolkje staat

zoowel op kleine zilveren voorwerpen van

het Ie als van hét 2e gehalte. Het dolkje geeft

dus niet het gehalte van het zilver weer.

De hoofdletter I, het merk dat men soms

op zilveren voorwerpen aantreft, geeft een

gehalte aan, dat in ieder geval op 1000 gram

metaal minder dan 833 gram zilver bevat.

Het merk waarborgt op 1000 gram metaal

300 gram zilver. Dit is dus aanzienlijk min-

der dan by zilver gemerkt met een staan-

den of loopenden leeuw.

Verder kunnen op zilver nog voorkomen:

1. het z.g. kantooraanduiaend stempel,

dat bestaat uit een minervakop, met in den

helm een letter. Wy zeiden hierboven reeds,

dat het zilver gekeurd wordt in keurkamers.

Welnu, iedere keurkamer heeft haar eigen

letter. Amsterdam b.v. heeft de letter A, Rot-

terdam de letter D enzoovoort. Dit merk

heeft voor de huisvrouw weinig waarde.

2. Het iaarlettermerk. Ieder jaar heeft

zyn eigen letter. Zoo is het dus makkelyk

•na te gaan in welk jaar en op welk kantoor

een voorwerp gekeurd is. Ook dit merk

heeft voor de huisvrouw weinig beteekenis.

Nog een vierde stempel komt op de mees-

te zilveren voorwerpen voor, het zooge-

naamde meesterteeken. Dit stempel wordt

aangebracht door den fabrikant, en heeft

voor de huisvrouw dus evenmin beteekenis.

WEEKMENU.

Maandag: Varkensribstuk, aardappelen

en andijvie „au jus"; eier-

pannekoekjes.

Dinsdag: Zuurkoolschotel; sneeuw-

pudding met sinaasappel-

saus.

Woensdag: Macaronicroqueiten; gehakt,

aardappelen en gestoofde

bieten.

Donderdag: Stamppot van Savoyekool

met worst; gebraden ap-

pelen.

Vrijdag: Gestoofde makreel, aardap-

pelen en worteltjes) brooa-

schotel met pruimen.

Zaterdag: Potage ä la minute; varkens-

carbonade, aardappden en

gedroogde appeltjes.

Zondag: Witte ragoütsoep; biefstuk,

aardappelen en appelmoes:

gegarneerde wentetteefjes.


RECEPTEN UIT HET WEEKMENU

Hoeveelheid voor 4 personen.

Witte ragoütsoep.

Benoodigd: 1 L. bouillon; 45 gram bo-

ter, 45 gram bloem, H d.L. room; 2 lepels

witte Bordeaux, bv. Graves; 1 eidooier;

zout, peper, 50 gram kalfsgehakt; 1. klein

blikje champignons.

1. Jurk)« van fijne beige wollen «tof, versierd met een kraag

en een ceintuur van wollen stof met groene en witte moesjes.

Ingezette deelen op voorstuk en rug van het lijfje. Twee

plooien verruimen den rok.

Benoodigd: 1.90 M van 1.40 M. breed.

2. Jurk van donkerblauw wallen jersey. Kraagje van wit

piqué. Schuine schijn-zakjes. In een er van wordt een zijden

zakdoekje bevestigd met roode en witte moesjes. Strik van

dezelfde stof. Gestikte ceintuur.

Benoodigd: 1.90 M. van 1.40 M. breed.

-24 -

Bereiding: Trek den bouillon met kruiden

als ui, wortel en peterselie en zeef hem door

een doek. Verwarm al roerende boter en

bloem tot een gladde massa en voeg hierbij

langzamerhand, steeds roerende, den bouil-

lon. Laat de soep vyf minuten zachtjes ko-

ken; maak ze dan af met wyn, peper, zout

(indien noodig) en eidooier. Kook de bal-

letjes gehakt apart jjaar (ongeveer tien mi-

nuten) en voeg ze aan de soep toe. Voeg op

het laatst den room en de doormidden ge-

sneden champignons en het champignonnat

toe en neem de soep van het vuur.

3. Jurkje van fijn kastanjebruin laken. Beige

kraag en manchetten. Strik van fbod fluweel! Dit

Jurkje is bovendien versierd met een gefeston-

neerd platstuk, een baan vormend. Smal gestikt

ceintuurtje en roode gesp.

Benoodigd: 1.90 M. van 1.40 M. breed.

4. Jurkje van zachtgroene fantasie-stof. Het is

versierd met een platstuk in zig-zagvonn, waar-

aan het ingehaalde lijfje is bevestigd. Holle plooi

voor op het rokje. De kraag is versierd met een

strik. Gestikte ceintuur.

Benoodigd: 1.90 M. van 1.40 M. breed.

5. Jurkje van zeer fijne Bordeauz-roode wollen stof, ver-

sierd met een kraag en manchetjes van wit linnen. Puntvormig

platstuk. De kleine witte biesjes vormen een paar loose

zakjes. Ceintuur met geborduurde gesp.

Benoodigd: 1.90 M van 1.40 M. breed.

Van deze modellen zijn bij de administratie van dit blad

geknipte patronen verkrijgbaar tegen den prijs van f 0.60 per

stuk (lengte en leeftijd aangeven)..

gedachten in Engeland, in Surrey. Het was

mogelijk, dat Lord Winchester misschien nu

reeds de waarheid omtrent den diefstal wist,

maar hoe dan ook — John zou toch in geen

geval den titel en de bezittingen erven! Hy

zou de hut niet levend verlaten

De reden dat John niet insliep was van

geheel anderen aard. Hij dacht niet aan titels

of rijkdommen — hij dacht alleen hoe hij zich

uit de moeilijke situatie, waarin hij zich be-

yond, zou kunnen redden en hoe hy den

treinroover Peter Weisher naar Fort Macleod

kon brengen.

Plotseling kreeg hij een idee. Hij begreep,

dat hy alleen met list iets zou kunnen be-

reiken. Hijzelf en zyn makker Johnson waren

ongewapend, terwijl een der halfbloeden

met een revolver de wacht by hen hield. Het

was één kans op de honderd, maar hy moest

het probeeren....

Zich houdend alsof hy sliep, draaide hij

zich om, zoodat hij met zyn rug naar zijn

bewaker kwam te liggen. Opeens gaf hy den

man een goed gemikten trap, zoodat zijn

wapen uit zyn hand vloog en zelf achterover

tuimelde. Eer Peter Weisher en de andere

halfbloed goed en wel begrepen, wat er aan

de hand was, was John boven op zyn bewa-

ker gesprongen en had zijn revolver op-

geraapt. Een stomp tegen zyn kaak stelde

de man voorloopig buiten gevecht.

Ook Johnson was wakker geworden en

overzag met één oogopslag wat er aan de

hand was. Terwijl hy op Peter wilde toe-

springen, die zich juist gereed maakte om

zyn revolver te grijpen, klonk er een schot

van den anderen halfbloed. De kogel die op

John gericht was, drong echter in den hou-

ten wand van de hut zonder doel te hebben

getroffen. Bijna in dezelfde seconde had John

den man echter een kogel door den arm ge-

jaagd. De halfbloed liet zyn wapen vallen

en slaakte een kreet van pijn. John schonk

geen aandacht meer aan hem.. Johnson had

het wapen reeds opgeraapt en eer Peter kans

zag een schot te lossen had de revolver van

den halfbloed, door Johnson met groote

kracht geworpen, hem midden in het gezicht

getroffen.

„Handen op!" beval de sergeant van de

troopers en met een grauw voldeed zyn

neef aan het bevel.

„Ik geloof, dat het op het oogenblik jouw

uur is, niet?" zei hy zonder ook maar eenige

merkbare verbazing.

„Juist. — Johnson, doorzoek de hut en

verzamel alle wapens. Ik zal onze gevange-

nen in bedwang houden Goed! Gooi de

wapens buiten de hut. Boei nu Marcos en

(ie beide anderen. Ik denk, dat je onze

lioeien wel zult vinden in de zadeltasschen

onder het raam."

„Je neemt geen enkel risico, hè?" vroeg

i'eter met een sneer.

„Natuurlijk niet! Johnson gaat terug naar

Fort Macleod om versterking te halen, terwyl

ik de vesting zal bezetten en er tevens het

f arnizoen van in bedwang zal houden...."

Een uur later was Johnson op weg naar

'"ort Macleod, na eerst de paarden verzorgd

e hebben en in de hut genoeg voedsel te

'lebben achtergelaten voor de beide mannen,

ndien er zich geen onvoorziene omstandig-

ieden voordeden, zou hy binnen twee dagen

terug kunnen zyn.

De jonge sergeant.van de troopers had nog

nooit een wacht gehouden die met deze te

vergelijken was. Gedurende twee dagen en

twee nachten verloor hij zyn beide gevan-

genen geen oogenblik uit het oog, slechts af

en toe een van de halfbloeden losmakend op-

dat hy voor de maaltijden kon zorgen. Ge-

durende den tweeden nacht moest hy zich

wanhopig inspannen om wakker te kunnen

blijven; hÜ wist dat hy zyn oogen zelfs geen

seconde luiken mocht, daar zyn neef hem als

een lynx bespiedde. Hy liep op en neer in

de hut, dronk sterke koffie en dwong zich

zijn leven te overzien en alle avonturen op-

nieuw mee te maken, die hy in zyn loop-

baan als trooper had ondervonden. Een paar

keer sliep hy byna in, maar hy wist zich nog

net tydig te dwingen wakker té blyven.

De dag kwam reeds aan toen hy buiten

het geluid van stemmen hoorde. Hy begaf

zich naar de deur en ontdekte kapitein

Burchfield, die door vier troopers werd ge-

volgd.

„Alles in orde. Driver?" vroeg de kapi-

tein opgewekt.

„Ja, kapitein, alles in orde!"

Maar kapitein Burchfield meende dat hü

eenige reserve merkte in het optreden van

den sergeant, maar hy begreep niet wat daar

de oorzaak van kon zyn.

„Heb je den buit gevonden?" vroeg hy,

terwyl hy van zyn paard sprong.

„Ja, kapitein. Hy lag onder een paar losse

planken in den vloer. Ik geloof, dat alles er

nog is — alles wat ze uit den trein gestolen

hebben!"

„Goed! Ik zal je vermelden, kerel!"

Kapitein Burchfield stapte de hut binnen

en keek om zich heen als iemand, die pas

van het licht in de duisternis gekomen is.

Zoowel de ontslagen kapitein als de sergeant

keken hem scherp aan, want Peter had hem

direct herkend. De vraag was nog slechts,

of kapitein Burchfield hém herkennen zou.

Als terloops liet de officier zyn blikken

langs de gevangenen gaan en keek toen weer

naar den sergeant.

„Die één is zeker Marcos?" vroeg hy aan

John Driver.

„Ja."

De kapitein der bereden Canadeesche poli-

tie liep op het bed toe en keek in de koele,

grijze oogen die zijn blik star beantwoordden.

„Lieve hemel — Peter Weisher!" riep hy

uit.

„Marcos," verbeterde de ander kalm.

Er heerschte even een korte stilte; toen

knikte kapitein Burchfield Het was hem

ten slotte onverschillig onder welken naam

de man terecht wilde staan en gevonnist

wilde worden. En wellicht dat John Driver

het niet prettig zou vinden, indien de naam

Weisher genoemd zou worden.... Hy heette

immers zélf ook zoo....

„Marcos, bedoelde ik. — Je zult een zware

straf krijgen, kerel."

„Mogelyk " antwoordde de ander non-

chalant. „Ik geloof échter niet, dat ze de

kans krygen mij te veroordeelen "

Dat kregen ze inderdaad niet.

Terwyl ze onderweg naar het Fort waren

had men Peters handen losgemaakt om hem

in staat te stellen te eten. Hy zat met John-

son te praten terwyl een der troopers zich

onnadenkend voorover boog om zich een kop

koffie in te schenken. Met de snelheid van

een pantersprong schoot Peter Welshers hand

naar voren en greep de revolver van den

trooper. Eer iemand het had kunnen ver-

hinderen, had hij zichzelf een kogel door de

slaap gejaagd. Hy viel voorover en stierf

door zyn eigen hand....

Drie dagen later vertrok Dick Welsher, by

de troopers bekend als John Driver, naar

Engeland. Hij had zich vrij gekocht uit den

dienst by de Canadeesche bereden politie en

keerde terug naar het oude kasteel in Sur-

rey, waar Lord Winchester ongeduldig naar

hem uitzag....

- '25-

TOSCA

Een vrouw van vertijnden smaak,

voor wie Tosca het uitverkoren

parfum is, verlangt dat al hare

toiletartikelen met dezen

fijnen geur geparfumeerd «Up n'lo

zijn. SaiQ 4.-

l.SO

2.75

Parfum Eau de Cologne

-.90

1.25'

-.65

1.10

TOSCA-

Poeder Creme


Een aardig kunstje.

."Oier is een aardig kunstje, waarmee je

-^ je vriendjes verbaasd kunt doen staan,

tot je hun hebt laten zien, hoe het precies

gaat.

Leg een visitekaartje, zóó dat het zich in

evenwicht bevindt, op den top van den mid-

delsten vinger van je linkerhand, en plaats

boven op het kaartje een cent. Zorg er vooral

voor. dat de cent precies in het midden van

het kaartje, dus ook recht boven den top

van je vinger ligt, wanl anders kun je het

kunstje niet doen.

Vraag je vriendje nu, het kaartje weg te

nemen zonder aan den cent Ie komen of de-

zen te laten vallen. Hij zal heel wat pogingen

in het werk stellen om aan je verzoek te

voldoen, maar als je hem niet laat zien, hoe

hij te werk moet gaan, zal al zijn probeeren

vergeefsch zyn!

En hier is nu de manier waarop je het

doen moet. Met den middelsten vinger van je

rechterhand, dien je op de bekende w^ze

van je duim laat afschieten, geef je een

flinken tik tegen het kaartje. Dit zal dan

van je vinger wegvliegen, terwyl de cent

boven op den top van je vinger op zijn plaats

zal blijven liggen.

Bellen-blazen.

^> roote menschen praten altijd over ver-

velende dingen," bromde Peter op een

De ..huid" van ten :.ei

bel. Door de onderlinge

aantrekkingskracht worden de

kleine deeltjes waaruit zij be-

staat, zoo stevig bij elkaar

gehouden, dat zij er een

tamelijk groote mate van elas-

ticiteit aan geven!

,,Ja vader," zei

Willy, „dat is zoo.

Gisteren beeft u mei

mynheer De Bruin

wel een uur lang ge-

praat over zooiets

als de spanning aan

de oppervlakte; van

verschillende licha-

men. Het was zóó

vervelend, dat Peter

en ik er bijna bij in

slaap gevallen zijn!"

„In werkelykheid

hadden wij het over

bellen-blazen," zei

vader ernstig.

De kinderen keken

hem verbaasd aan.

„Haal je steenen

pijpen eens, en vraag

moeder om wat zeep-

sop in een komme-

tje," zei hij hun, „dan zullen jullie de span-

ning, die er aan de oppervlakte van vjoei-

.CVJLI lOUOULIJL*.

•*" ■-- , f - ^ T"1 "■> ^

stoffen heerscht, zelf kunnen waarnemen!"

De kinderen — die bellen-blazen natuurlyk

een leuk spelletje vonden — deden wat vader

hun zei en na eenige oogenblikken dreven

de mooist gekleurde bellen door de kamer.

„Wat denken jullie nu, dat die bellen by

elkaar houdt?" vroeg vader hun. „Alleen de

spanning, die er aan de oppervlakte der bel-

len heerscht, dat wil zeggen een kracht, die

de kleine deeltjes, waaruit de vloeistof be-

staat dwingt elkander zóó sterk aan te trek-

ken," dat zij liever aan zich laten rukken of

zich laten indeuken alsof ze van elastiek

waren, dan los te laten! Je ziet dezelfde

kracht werken bij den waterdroppel, die uit

de kraan valt, maar in dit geval bevat de

droppel water, terwyl de zeepbel slechts een

huidje van vloeistof is, welke gespannen

staat om....

DE KAPPER

xinne-Miek ons jongste zusje

Speelde altijd met haar pop,

Zij verzorgde haai kleuters

Als een moeder in den dopl

's Morgens waschte zij haar poppen.

Kamde ze dan één voor één.

Zette mooie fijne krullen

Bij haar grootste pop. Marleen.

Ook haar vriendje, kleine Hansje,

Stond haar hierbij trouw terzij.

En ze kamden en ze krulden.

Hadden reuze-schik er bijl

Op een keer dacht kleine Hansje

„Al die krullen, dat's nu uitl"

En ik zal je eens vertellen.

Wat hij dèèd, die stoute guitl

Op een middag kwam ons Hansje

Met een heele groote schaar.

Anne-Mieke was nog boven.

„Nou," dacht Hans, ,/kbegin vast maar!"

En hij knipte van Marleentje

Al de krullen stuk voor stuk,

Ja, hij liet haar niet één haartje

Knipte raak op goed geluk!

Toen hij met zijn werk dan klaar was.

Zag hij wat hij had gedaan:

„O, Marleentjes mooi hoofdje!

't Lijkt wel op een volle maan!"

„...Lucht!" riepen de kinderen, toen do

grootste bel juist uit elkaar spatte zónder

een spoor achter te laten

Iets over apennootjes.

TJToe groeien apennootjes? Aan een boom,

■ 3LJL natuurlijk! Mis — ze groeien aan plan-

ten, die veel weg hebben van de planten

waaraan erwten groeien. Wanneer de bloe-

sems in noten veranderen, worden de sten-

gels langer en buigen zich naar den grond,

waarna zij zich in de aarde boren. Onder

den grond groeien'de noten verder, tot zij

op het laatst veranderen in peulen met een

zeer oneffen oppervlak, waarin twee of drie

zaden of nootjes zitten. In den herfst wor-

den de planten uitgegraven en de aarde ver-

wijderd van de noten, die net als aardappe-

len rondom de wortels zitten.

In Engelsch-Indië groeien ieder jaarj

1.000.000.000 pond apennootjes, in Senegal

530.000.000 pond, en in China 350.000.0001

pond.

De olie, welke men uit apennootjes perst,

wordt gebruikt om het raderwerk van hor-

loges en andere fijne mechanismen te

smeren.

„Zoo" riep luid verschrikt de stouterd.

„Anne-Mieke, kom eens gauw!"

En hij huilde en hij snikte

Toonde vreeselijk berouw!

„O, vergeef me, Anne-Mieke,

Heusch, ik doe zooiets nóóit meer!"

Anne-Mieke keek erg verdrietig

En zat heel bedrukt terneer....

„Wacht, ik weet wat, Anne-Mieke!"

Riep Hans eensklaps vroolijk uit,

„Uit mijn spaarpot koop 'k een pruik nu,

Voor Marleen, de ijdeltuit!"

H'j £. OPEN .«AP VêIH ! MAA«

TPNre AMAufl -HEEFT-ve«;£TEi

Êft IETS |H T£ ■

OOÊH !

Ü^

v

FOTO-N I EUWS

1. Het Anthoni van Leeuwen-

hoek-Huis te Amsterdam Is ver-

rijkt met 'n Röntgeninrichting ten

dienste der kankerbestrijding,

zooals men nergens elders In

Europa vinden kan. Het deze

inrichting, die te danken is aan

't Nederlandsche Kankerinsti-

tuutwetnet medewerking van

Philips, kan een spanning tot

1.000.000 volt worden opge-

wekt.

2. Verleden week heeft Z.K.H. Prins Bernhard een kort bezoek

aan Leiden gebracht. De aankomst aan het Academie-gebouw,

waar hij verwelkomd werd door mr. A. van de Sande Bakhuyzen,

burgemeester van Leiden en president-curator der Universiteit.

3. De heer B. G. Meijer, commissaris van politie te Rheden, is

in gelijke functie te Dordrecht benoemd.

4. Ex-Keizer Wilhelm vierde op Huize Doorn zijn tachtigsten

verjaardag. Een commissie uit de burgerij (rechts op de foto)

bood een geschenk aan, bestaande uit een nieuw tuinhuisje

voor het pinetum. In het midden der foto de ex-keizer en zijn

gemalin. Prinses Hermine.

5. Op de werf van de Kon. Mij. „De Schelde" te Vlissingen

werd de kiel gelegd van het 21.000 ton metende nieuwe passa-

giersschip van den Rotterdamschen Lloyd, bestemd voor de

vaart op Ned. Indië. - De beide kielhelften worden gelascht

door den heer D. E. Ruys Jr., lid der directie van den Rotter-

damschen Lloyd.

6. De heer J. Wessel, directeur der Warner Bros First National

Pictures te Amsterdam, werd gehuldigd wegens het feit, dat hij

dertig jaar werkzaam was in het filmbedrijf.

7. Te Rotterdam had de plechtige inwijding en de officieele

opening plaats van het nieuwe gedeelte van het ziekenhuis der

Ned. Herv. Diaconessen-lnrichting aan den Westersingel. Een

foto van het extérieur.


s

rï«^

^«-

>*

>s

%^/

Oud« gewoonten zijn weex ontwaakt

bij den klank dor primitieve Afrika;

■eb« muzieldnatnimenten neemt

krijgsdans, uitgevoerd door Neger», d

de gansche week in d« mijnen werke

bo« langer bo« woester vormen aan

H

| et leven der Negers, die In de Zui

afrikaansche mijnen werken, Is In

rijke opzichten veel zwaarder dan i

van hun blanke collega's. Al zijn er ol

voor hen de noodige, dikwijls door de

voorgeschreven veiligheidsmaatregelen g

trotten, en beschikken ook zij over de m

dernste hulpmiddelen en machines, tóch blijft h

een feit, dat men bij voorkeur zwarte arbeit

in dienst stelt, omdat hun nog onverbru k

lichaamskrachten beter en intensiever geëxpli

teerd kunnen worden.

Zes dagen onder den grond, zonder licht

omringd door tallooze gevaren, zóó brengen

dikwijls van hun jeugd af hun leven in de mijn

door...

Maar des Zondags... Zijn dat dan nog dei

de arbeiders) die door de week gelaten en n si

onder den grondy hun plicht vervulden, die we'

ten met dynamiet-patronen en pneumatisd

boren? Het lijkt bijna onmogelijk, en toch i'

deze woest dansende mannen, die op het „fee! f

plein" van de kraal hun kunsten vertoonen, indi

Gedurende de weekdagen voelen d« xw

mijnwerkers zich d« gelijken van hun bla

collega's, dan herkent men in ben niet ir e

de wild« dansers van den Zondag, ven

staan zij, in ban overall gehuld, rnstig

ban boormachines.

daad detelfdenl ... Eentonige Neger-

muziek, gerekte gezangen, een menig-

te, die luid haar bijval uitschreeuwt. . .

dèt Is het resultaat van de gedaante-

wisseling, die de zwarte mijnwerkers

des Zondags ondergaan. Hier komen

de oer-instincten, zooals zij nog on-

bewust in deze menschen leven,

tot uiting: de geweldige kracht van

den Jungle-bewoner, zijn kinderlijkheid

en goedmoedigheid, maar ook, wan-

neer er moeilijkheden rijzen, zijn vaak

ongebreidelde ruwheid en brutaliteit.

De toeschouwer kan zich nauwelijks

voorstellen, dat deze gillende en woest

in het rond draaiende mannen des

Maandags weer met hun mijnwerkers-

lamp gedwee zullen staan wachten tot

het hun beurt is om naar beneden ge-

haald te worden, ten einde diep onder

den grond zes dagen lang hun moeilij-

ken, zwaren en gevaarlijken arbeid te

gaan verrichten. Krachtige gestalten,

met beschilderde armen en getatou-

•"»rde borst, die tijdens het dansen de

■«r

■♦\*

De overgang: ruttig en kalm nog, zooalf zij van Maandag tot Zaterdag hun werk in de

mijnen verrichten, betreden zij da» Zondags hat terrein waar zij hun danten zullan gaan

uitvoeren, maar eenmaal gegrepen door hat woeste rhythme van den dan*, lijkt hat wei

alsof zij zich ook nü nog voorbereiden om aan naburlgan stam ta gaan beoorlogen.

De «Ut« der toeschouwers, die sich onderscheiden door bnn veerentooi.

^^

' h

.}

S^v

É. . \

Wi

Mr*

ME*

^M

*n

Doox de week mljnwerkera, dés Zondag« de aan-

voerder« bij de oorlog»-dansen, dl« oude instiaeten

doen herleven.

door de dieren in het oerwoud uitgestooten klanken naboot-

sen - dat zijn de Neger-mijnwerkers tijdens hun Zondagsche

feest. En dan kan men zien, dat over-alls, electrische machi-

nes en liften uit deze menschen nog geen menschen volgens

Europeesche begrippen hebben gemaakt. De dansen der

nog in hun oorspronkelijke omgeving levende Negers zijn

niet woester en onbeheerschter dan van de Negers, die

„mijnwerker" zijn geworden. Slechts in bepaalde opzichten

kan men constateeren, dat de „beschaving" niet geheel en .

al aan hen voorbij is gegaan. ., Tijdens de pauzen treden er

namelijk „cabaret-artisten" op, die.. . Amerikaansche Neger-

songs ten gehoore brengen, hetgeen luide bijvalsbetuigingen

der toeschouwers uitloktl - Amerikaansche Negersongs,

die door. .. blanken zijn gemaakt, en die hun ais Iets

„eigens" worden voorgezongen...

Tot laat in den avond duurt de danswoede van deze pri-

mitieve menschen, - en dan wordt in de rust van den

slaap de geest weer voorbereid op den arbeid, die hun den

volgenden ochtend vroeg wacht...

De dans begint, oude instincten gaan herleven


1. Toen Peter de kleine hut betrad, krijschte 'n proote

blauwe papegaai: „Verberg je. Benjamin t Verberg

jel' Peter keek eens rond en ontdekte toen, dat het

deksel van een houten kist juist langzaam naar be-

neden zakte. Hij ging er heen om te kijken, waardoor*

dat veroorzaakt werd.

4. hn daar klauterde een klein beertje te voorschijn.

I oen Peter van zijn verbazing was bekomen, ver-

klaarde hy zyn tegenwoordigheid in de hut. „Zoo

heeft je zusje haar voet bezeerd? Haal haar dan even

dan kunnen wii het haar gemakkelijk maken." Peter

holde verheugd weg.

7. Mijnheer Benn had hen gewaarschuwd niet te ver

het woud in te gaan, omdat er veel wilde dieren wa-

ren. En inderdaad, de kinderen hadden nog niet heel

ver geloopen, toen ze plotseling verschrikt halt hiel-

den. „HoorI zei Peter, „wat was dat voor een eigen-

aardig geluid?"

-is^.

DE VLIEGAVONTUREN VAN PETER EN DOT

2. Maar juist als hij er naartoe liep om het deksel op

te tillen, ging de deur achter hem open en riep een

krachtige stem: ,,Wat doe jij hier in mijn hut?" Peter

schrok er van en keek rond of hij zich ergens kon

verbergen. Maar het was te laat, hij bevond zich al

vlak tegenover iemand.

5. En nu zaten Peter en Dot al spoedig gezellig in de

hut. Dots voet was netjes gezwachteld. De kinderen

konden het heel goed vinden met mijnheer Benn en

zij namen zijn aanbod om in de hut te overnachten

dan ook met beide handen aan. Ze konden dan ten

minste eens goed uitrusten.

8. Daar klonk een geritsel in het struikgewas De

kleine piloten keken elkaar angstig aan. Maar toen ze

zagen, dat het Benjamin, de beer en Jozef, de pape-

gaai, waren, was hun bangheid spoedig voorbij. Wat

zouden die eigenlijk willen? „Let op, let opl" krijschte

Benjamin luid.

J- Hij zag een oude man met een vriendelijk gezicht,

die hem doordringend aankeek. Toen, voor de jongen

iets kon zeggen, deed de man een paar stappen naar

voren. „Ahaf riep hij, terwijl hij het deksel van de

kist optilde. „Zit jij daar in. Benjamin? Kom er eens

vlug uitl"

6. Den voigenden mor-en aan het ontbijt hadden de

kinderen er veel pleizier in, hoe het kleine beertje

aan tafel mee-at. Maar het meeste pret hadden ze

toen de papegaai hem een standje gaf voor zijn slechte'

manieren. Na het ontbijt gingen Peter en Dot het

bosch in.

i ^ n


• D. man mat da kwltantla: „Alt ja nu maar wilde ba-

»ovan, dal ja In hal bagln van da maand lati zal balalan...''

,.lk voal niets maar voor beloften I Ik heb ja al van alias

beloofd, on toch blijf Jo maar tornen "

MAN EN EEN KOPBAL

„Ik weet niet, of de politie Jan soms over het hoofd heeft

gezien, mear ze hebben me gezegd beslist niets aan te rakenl"

NIEUWS

John Ford ensceneert de Walter Wanger-fllm

„Stagecoach", waarin de belangrijkste rollen

vorden gespeeld door George Bancroft, Claire

Trevor, Andy Devine, John Carradine en Do-

nald Meek.

lal Roach zet de film „Captain Midnight" in

scène. De hoofdrollen zijn In handen van Brian

Mierne, Victor McLaglen en Franclne Bordeaux.

Sillie Burke en Alice Brady vervullen een voor-

name rol In de film „It 's spring again".

"ienry Hathaw.ay regisseert de film „The last

rontier", waarin Gary Cooper de hoofdrol heeft.

Merle Oberon, Laurence Olivier en David

Jiven vervullen belangrijke rollen in de Samuel

Goldwyn-film „Wuthering heights".

'aul Robeson werd ' voor de Korda-film „The

hief of Baghdad" geëngageerd. . De verdere

-ledespelenden zijn Sabu, Vivian Leigh, Conrad

Veidt.

Michele Morgan speelt de hoofdrol In „Teile

eile étalt de son vivant", een rolprent die door

Jacques Feyder in scène wordt gezet.

Lilian Harvey en Willy Fritsch zullen weer

samen optreden in de Ufa-film „Frau am Steuer".

Regisseur is Paul Martin.

Aan de Paramountfilm „Hotel Imperial", waarin

Isa Miranda haar Amerikaansche debuut maakt,

zal het beroemde koor der Don-Kozakken zijn

medewerking verleenen.

George J Schaefer, president der RKO-Radio

Pictures, en • Herbert Wilcox, de bekende Engel-

sche productieleider, zijn overeengekomen een

nieuwe maatschappij te stichten onder den naam

Imperator-Radio Pictures Ltd., welke door Her-

bert Wilcox en RKO beheerd wordt, en die

voor gezamenlijke rekening twee tot vier films

per jaar zal produceeren. Het veroveren van een

internationale markt is het doel van deze

Engelsch-Amerikaansche overeenkomst. Zoowel

de RKO-studio's te Hollywood als de. Wilcox-

studio te Londen zullen als arbeidsterrein ge-

bruikt worden.

STUDIO'S

Robert Stevenson zet in de Eaiing-Studlo's bij

Londen de film „Young man's fancy" in scène.

De vrouw van den regisseur, Anna Lee, vertolkt

in deze rolprent de hoofdrol.

Pen Tennyson regisseert de film „There ain't

no justice". Deze regisseur is pas zes-en-twintig

jaar oud.

Paul Muni zal de hoofdrol spelen in de War-

ner Bros-film „Het leven van Beethoven".

Jeffrey Lynn werd door de Warner Bros ge-

ëngageerd voor de films „The great Lie" en

„Episode". In beide films zal Priscilla Lane zijn

tegenspeelster zijn.

In 't jaar 1938 hebben in Engeland tweehonderd-

negen-en-twintig nieuwe bioscoop-theaters hun

poorten voor het publiek geopend.

Paula Wessplv ' zal onder leiding van Willy

Forst de hoofdrol uitbeelden in de film „Ra-

detrky-Marsch".


Jock La Rue,

Claire Trevor en

Charles Bickford.

Een gevaarlijke

vochtpartl].

VALLEI DER REUZEN

Wayne Morris en Claire Trevor vertolken de hoofdrollen

in dit geheel in kleuren opgenomen filmwerk

van Warner Bros.

Regie: William Keighley.

v,:

Howard Fallon (Charles Bickford), een millionnair uit

de Oostelijke Staten, ontdekt, dat hij, dank zij een hiaat

in de houtwet, zich op slinksche wijze in het bezit van

duizenden hectaren pijnboombosschen kan stellen, bosschen,

die sedert lang eigendom van kolonisten waren. Hij weet Lee

Roberts (Claire Trevor), eigenares van een speelzaal te

Milwaukee en haar helper Ed Morrel voor zijn plannen te

interesseerèn.

Fallon stuurt hen in gezelschap van zevenhonderd door

hem gehuurde mannen naar San Hedrin Cal., met de op-

dracht claims te laten registrecren, welke hij dan later weer

van hen terugkoopt.

Daar Fallon er alles aan gelegen is de „Vallei der Reuzen",

eigendom van Bill Cardigan (Wayne Morris), in zijn bezit

te krijgen, weet hij Lee Roberts over te halen vriendschap

met Bill te sluiten, ten einde achter diens financieelen toe-

stand te komen. Zonder ecnig wantrouwen vertelt Bill aan

Lee, dat hij een leening van $ 50.000, met de „Vallei der

Reuzen" als onderpand, bij de bank heeft gesloten. De ver-

valdatum van dezen wissel nadert snel. Lee brengt dit nieuws

aan Fallon over.

Dank zij eenzaat in de delfstoffcnwct laten Fallons man-

nen de claims opnieuw registreeren en verjagen de recht-

matige eigenaars met geweld. Ox Smith (Alan Hale), een van

Fallons mannen komt tegen dit onrecht in opstand en kiest

de partij van Bill.

Bij een gevecht met de landroovers wordt Bill zwaar ge-

wond, waarop Ox uit wraak het kadaster, waarin de claims

van de landroovers bewaard worden, in brand steekt.

Ten einde de $ 50.000 aan Fallon, die zich op minder fraaie

wijze in het bezit van den wissel heeft weten te stellen, terug

te kunnen betalen, roept Bill de hulp van al zijn vrienden in,

ten einde hem te helpen bij het kappen van zijn bosschen, om

op déze manier aan de benoodigdc contanten te komen.

Wanneer Fallon hier achterkomt, geeft hij zijn mannen de

opdracht Bill het werken onmogelijk te maken.

Lee verneemt dit en begeeft zich naar Bills kamp om dezen

hiervan op de hoogte te stellen Bij het daarop volgende

gevecht redt Bill het leven van zijn vijand Fallon, die

dan van ver-

deren strijd

afziet en Bill

toestaat hem

den wissel te

betalen, wan-

neer het hem

zelf schikt.

«^S^ ^e^e-e^ ^fe*/

Regie: Alfred Santell. RKO Radio-film.

Teddy ■••• • Ginger Rogers

Chick Douglas Fairbanks Jr.

Fay Peggy Conklin

Miriam • Lucille Ball

Buzzy Lee Bowman

Henrietta Eve Arden

Maxine Dorothea Kent

Itchy Richard (Red) Skelton

Vivian ■ ^ Laa Miller

P. U. Rogers Donald Meek

Emil Jack Carson

Henry Kirk Windsor

Gus • Grady Sutton

Sbrimpo Shimen Ruskin

Teddy Shaw, steno-typiste op een New Yorksch kantoor,

begeeft zich met vacantie naar kamp Kare-Free om eens

uit de sfeer van haar bemoeizicke familieleden en haar

voormaligen verloofde, Emil, met wien zij juist ruzie heeft,

te raken. Bij haar aankomst in het vacantie-oord maakt zij

I Hk

^#'

WE

0'^^ w

kennis met Chick Kirkland, een jongen student in de

rechten, die daar als bediende zijn studie tracht te

verdienen.

In het kamp vindt zij niet de natuur en de wel-

dadige rust die zi^ zocht, maar een jachtig, lichtzinnig

leven zonder inhoud. Teddy deelt een bungalow met

drie jonge meisjes: Fay, Miriam en Henrietta. Tever-

geefs tracht Fay Teddy's belangstelling op te wek-

ken voor Buzzy Armbruster, den populairen jongeling

van het kamp.

Teddy voelt zich namelijk meer aangetrokken tot

Chick en ondanks hun veelvuldig gekibbel komt het

tweetal tot het besef, dat zij van elkaar houden. Doch

het schijnt een hopelooze geschiedenis te worden,

daar Chick geen vooruitzichten heeft om een vrouw

te onderhouden. Maar waarom geen vrij huwelijk,

stelt Chick voor. Verontwaardigd over dit haars in-

ziens karakterlooze voorstel, keert Teddy zich van

Chick af.

Als zij later op een feestje Chick weer ontmoet,

begeeft Teddy zich om hem te ontloopen naar Buzzyis

bungalow. Zij valt bij de tafel in slaap, waar Buzzy

haar ongestoord laat zitten. Den volgenden morgen

poogt Teddy ongezien weg te komen, doch Miriam,

die jaloersch op haar is vanwege Buzzy, ziet haar.

Dienzelfden dag komt Emil "Teddy eens opzoeken en het

tweetal gebruikt samen het ontbijt. In de eetzaal bevinden zich

eveneens Buzzy en Miriam en om Miriam te grieven, geeft

Buzzy openlijk, toe, dat Teddy den nacht in zijn bungalow heeft

doorgebracht. Chick, die dit hoort, valt Buzzy aan en slaat hem

tegen den grond. Emil beleedigt Teddy, doch wordt door Chick

eveneens neergeveld.

Begrijpend dat zij niet buiten elkaar kunnen, besluiten Teddy

en Chick het leven aan te durven en met elkaar te trouwen

Ginger Rogers

als Teddy.

Jack Carson,

Ginger Rogers,

Douglas Fair-

banks Jr., Lucille

Rail en Lee

Bowman.

'•«jMB

.~^&l

MM

Ï'M


Spencer Tracy en Martin Spellman.

»I Mi

5^n w i

Een vroolijk TechiparU]t|e. Op de slaapzaal.

TOWN*

Spencer Tracy.

Mickey Booney,

ie: Norman Taurog.

Pater Flanagan Spencer Tracy

Whitey Marsh Mickey Rooney

Dave Morris Henry Hull

Dan Farrow Leslie Fenton

Tony Ponessa Gene Reynolds

Joe Marsh Edward Norris

De rechter Addison Richards

De bisschop Minor Watson

John Hargraves Jonathan Hale

Pinkelhout Bobs Watson

De magere Martin Spellman

Het koor ... Het a cappella koor van ..Boys Town"

..Deze film wordt in diepen eerbied opgedragen aan Pater Flanagan, den geïn-

spireerden stichter van ..Boys Town", in den Amerikaanschen staat Nebraska

en tevens aan zijn prachtig werk voor buiten het gezinsverband staande, aan hun

lot overgelaten jongens, zonder aanzien van ras, geloot of afkomst."

Dit is de geschiedenis der jeugdige „forgotten men", die door den vromen, doch midden

in het leven staanden Pater Flanagan met groote zelfopoffering van den ondergang

gered werden en leven en werken in de Amerikaansche jongensstad „Boys Town".

Het verloop van deze geschiedenis was als volgt: uit een gesprek, dat Pater Eddie

Flanagan, destijds een jong priester, voerde met den terdoodveroordeelden misdadiger.

Dan Farrow, leerde hij begrijpen, hoeveel latere misdaden hun oorsprong vonden in

gebrek aan zorg, liefde en kameraadschap in 's-menschen jeugd. Hij besluit zijn leven

te wijden aan deze taak en een menschelijk medevoelend rechter is de eerste, die hem

vijf jongens, wegens betrekkelijk geringe misdrijven gestraft, aan zijn zorgen toever-

trouwt. Pater Flanagans vriend, Dave Morris, leent hem voldoende geld om een ver-

vallen woning te huren en in te richten. Zal zijn overtuiging stand houden, dat er geen

werkelijk slechte jongen bestaat, indien de omstandigheden maar gunstig zijn? In één

jaar tijds zijn er reeds vijftig knapen.

Een invloedrijk dagblad-directeur, Hargraves, zal de plannen van den Pater steunen,

doch onder het beding, dat hij het plan voor een groot jongens-tehuis onherroepelijk

aan de kaak zal stellen, indien het niet mocht slagen. De bijdragen stroomen toe, reeds

heeft „Boys Town" tweehonderd jongens, die hun eigen gemeenschap besturen. Dan

vraagt een beroepsmisdadiger, Joe Marsh, den Pater om opname ten behoeve van zijn

jongsten broer Whitey, een jongen zoo brutaal als de beul en een jongen, die weldra

voor „Boys Town" de onruststoker zal blijken te zijn. Verwaand en onbeschaamd

oefent Whitey overal critiek op en maakt zich bij de jongens gehaat. Maar de kleine

Pinkelhout vereert hem. En Pinkelhout volgt hem, als Whitey, na een nederlaag in een

bokspartij met de andere jongens, „Boys Town" ontvlucht. Whitey is echter doof voor

Pinkelhouts smeekbeden. Even later rijdt een woest voortjagende auto Pinkelhout aan

en Whitey ziet hoe de zwaargewonde knaap naar „Boys Town" wordt teruggebracht.

Diep ongelukkig dwaalt Whitey dien nacht door de straten, hij ziet zijn broer Joe

met twee vrienden ontsnappen uit een bank, waar zij hebben ingebroken en bij ongeluk

schiet Joe zijn broer in het been. Hij brengt hem naar een kerk en roept om Vader

Flanagan, die Whitey komt halen.

Maar Whitey's pet van „Boys Town" is dicht bij de plek van het misdrijf gevonden

en Whitey wordt bij Pater Flanagan gearresteerd. Wel krijgt de priester verlof om den

jongen met het oog op zijn toestand te houden, doch Whitey weigert iets omtrent zijn

broer te verraden. En thans is het het blad van Hargraves, dat Vader Flanagans ideaal

voor sentimenteel gedoe uitkrijt.

Als Pater Flanagan naar Hargraves is, ontvlucht Whitey. Twee jongens van „Boys

Town" volgen hem in het geheim. Whitey smeekt zijn broer Joe om te verdwijnen,

zoodat hij de waarheid kan spreken en „Boys Town" redden. De twee jongens roepen

de anderen op om Whitey met geweld terug te halen, doch Pater Flanagan is hen voor

en Joe zelf biecht den priester alles op.

Whitey zelfis veranderd door dit drama, en ook de jongens zien hem nu anders. Zij

verkiezen hem zelfs tot burgemeester van het nu van alle blaam gezuiverde „Boys

Town" en Pater Flanagans geloof, dat er geen werkelijk slechte jongens zijn, is gesterkt

en gezuiverd uit den harden strijd om de eer van „Boys Town" te voorschijn

gekomen

J

GESPREKKEN MET MIJN

VRIEND PIETERSEN

.' ziet tegenwoordig weinig historische

films in de bioscopen. Heeft dat een

oorzaak?"

„Natuurlijk, Pietersen. Alles heeft nu een-

laal een oorzaak, dus ook het weinig vertoo-

en van historische of costuumfilms!"

,,En wat is de oorzaak?"

„Deze is zeer simpel. Het publiek toonde

laatste jaren steeds minder belangstelling

oor films, die niet in den modernen tijd spelen

waarin de medespelenden in prachtige maar

iet meer ,,en vogue" zijnde gewaden gehuld

'aren."

,,Erg jammer!" '■

„Zoo denk jij er misschien over, maar de

Imacteurs en -actrices zeker niet. Over het

gemeen hebben ze namelijk gruwelijk het land

m het spelen in die pakjes uit den goeden

iden tijd, die vaak niet eens zoo erg goed was.

len kon dan ook dikwijls merken, dat de mede-

telenden zich in die oude costuums niet op

un gemak voelden."

,,Hoe bedoel je dat?"

„Heel veel films van dat genre, die ik zoo

den loop der tijden gezien heb, leden aan

:t euvel, dat de spelers zich te veel bewust

aren van het feit, dat ze historische costuums

n hadden."

Waardoor maakte zich dat kenbaar?"

De costuums domineerden. Ze waren be-

ngrijker dan de actie en het verhaal. En wat

ook op het doek gebeurde, dit zich-bewust-

jn-van-de-costuums was een voortdurende

:rinnering, dat de film „maar een film was"."

„Zou daar niets aan te doen zijn?"

„Natuurlijk wel. Men moet maken, dat de

teur of actrice zich in zijn historisch costuum

en goed thuisvoelt als in zijn colbertje of met

n keukenschortje aan!"

„Maar hoe krijgt men dat gedaan?"

„Een Amerikaansch regisseur heeft eens den

Agenden raad aan de hand gedaan. Hij was

n meening, dat de costuums gemakkelijk zit-

i moesten, wat met de garderobe-stukken niet

ijd het geval is. Zijn idee zal dus geld kosten,

ant er zal meer aan de kleeding veranderd

octen worden. Maar hij gelooft, dat het zijn

ld opbrengt. Een andere maatregel, dien hij

e wil passen, is een tamelijk strenge en hij

eet niet, of deze hem erg populair zal maken.

spelers zullen namelijk lederen dag tijdens

t opnemen van de costuum-film in den studio

0 ten komen, of ze dien dag werk hebben of

et. Ze zullen dan hun costuums moeten aan-

tken en er den heelen dag in blijven rond-

ä'delen totdat de studio gesloten wordt."

Zal de goede man dat kunnen door-

's en?"

Ik weet het niet. Het is nu eenmaal naar

n idee de beste methode om de spelers aan

n costuums te wennen. Wanneer een acteur

1 heelen dag in een gemakkelijk zittend cos-

u n heeft gewerkt of rondgeloopen, zal hij

r ( ig op weg zijn. En heeft hij dat een week

d an, dan weet hij niet beter, of hij werkt in

n eigen pak."

Misschien is het een goed idee, maar ik

^ een veel beter!"

■ Wat dan, Pietersen?"

• Geen costuum-film te maken!"

VA S A N TA S E N A (,Het leemen wagentje")

Een oud-Indisch tooneelipel van Koning Cudraka, bewerkt door Dr. J. H. Leopold

en opgevoerd door het Residentie-Tooneel

Be vertooning van dit wonderlijk stuk,

dat als een verhaal uit de Duizend-

en-een-nacht vertellingen aandoet,

was in de residentie een groot succes

voor spelers en regie. Een welverdiend

succes.

Het lijkt vreemd, dat het nuchter twin-

tigd'eeuwsche publiek een dergelijke fantasie

uit het Oosten met- zooveel enthousiasme

begroet. Doch is het niet begrijpelijk, dat

de menschen van thans, die de harde

realiteit van het heden, met zijn geweld en

zijn machtsvertoon, beleven, verlangen heb-

ben naar een dichterlijk spel, waarin de

hooge moraal van „bescherming voor hen,

die om bescherming vragen", telkens weer

wordt herhaald ?

De voortreffelijke vertooning heeft zeker

het succes vergroot.

Paul Steenbergen was uitstekend in

zijn rol van den edelmoedigen Brahmaan

Carudatla, voortreffelijk bijgestaan door

FILM-ENTHOUSIASTEN

C d. T. te Rotterdam. Hierbij de ge-

vraagde adressen. Dorothy Lamour, 5451

Marathon Street, Hollywood. Jean Arthur

Universal-Studio's, Universal-City, Calif or-

nië. Bette Davis, Warner Bros-Studio's,

Burbank, Californië. Alice Faye, 1401

Western Avenue, Los Angeles. Ginger

Rogers, 780 Gower Street, Hollywood.

P. v. O. te Goirle. Wendt u tot den

heer Cor KUnkert, IJsclubterrein, Van

Baerlestraat, Amsterdam. Dergelijke boek-

jes verschijnen nog.

P. K. te Nijmegen. Om technische rede-

nen kunnen wij aan uw verzoek niet vol-

doen. Wilt u ons mededeelen, welke twee

foto's u thans wenscht te ontvangen.

H. Fr. te Amersfoort. Lily Bouwmees-

ter kunt u schrijven p.a. Neerlandia-Film,

Keizersgracht 794, Amsterdam. Irene von

Meyendorff woont Sybelstrasse 23, Ber-

lijn. Olga Tschechowa's adres is Kaiser-

damm 74, Berlijn. De twee gevraagde

foto's zijn u gestuurd.

A. A. te Nijmegen. Het adres van

Deanna Durbin is Universal-Studio's, Uni-

versal-City, Californië.

Bob de Lange en

Adolphe Enger«

(Foto Kurt KMc)

Adolphe Engers in de komische rol van

Maitreya. Bob de Lange was zeer goed

als de schurk en lafaard Samsthanaka,

de zwager van den heerschzuchtigen

Koning Palaka.

Enny Meunier gaf zoowel door haar

spel als door haar uiterlijk een uitmun-

tende vertolking van de vrouwelijke hoofd-

figuur Vasantasena, de bajadère, die, met

innige liefde, Qarudatta, den verarmden

koopman, trouw bleef.

Ook de bijrollen werden goed vervuld.

Ze zijn te talrijk om de vertolkers en

vertolksters ervan hier allen afzonderlijk te

noemen. Een speciaal woord van lof aan

de twee ongenoemde danseressen, wier

sierlijk gebarenspel het Oostersch sprook-

jes-karakter van het stuk versterkte.

En bijzondere lof ook aan Johan de

Meester, die de regie had en de ontwerpen

voor decor en costumes maakte. L.

ONZE WEKELIJKSCHE

PRIJSVRAAG

Vraag vijfhonderd en twee en twintig

Wie is Alphonse Daudet?

Wij stellen een hoofdprijs van ƒ 2.50 en

vyf troostprijzen beschikbaar om te verdeelen

onder hen die vóór 20 Februari (abonné's uit

overzeesche gewesten vóór 20 Maart) goede

oplossingen zenden aan ons redactie-adres:

Noordeinde 8, Leiden. Op de enveloppe of

briefkaart gelieve men duidelijk te vermelden:

Vraag 522.

DE OPLOSSING

Vraag vijfhonderd en achttien

Dubbel-sterren zijn. sterren, die uit twee ster-

ren bestaan, die schijnbaar dicht bij elkaar staan,

maar in werkelijkheid vaak ver van elkaar ver-

wijderd zijn.

De hoofdprijs werd ditmaal toegekend aan

den heer J. M. Emmen te 's-Gravenhage, ter-

wijl de troostprijzen ten deel vielen aan de bee-

ren G. v. Houten te 's-Hertogenbosch, A. Vis-

ser te Nieuw Reemst, G. Koopman te Alkmaar,

H. M. v. d. Berg te Bussum, J. Poisson te

Amsterdam.


AyNA MAY WONG

SPEELT DE HOOFDROL!

,IN DE PARAMOUNT-

FILM ^KING OF

CHINATOWN^'

m Ih

-

'm

fgÊk

MET WEEKBLAD

CIMEMAB.

THEATER

vnucHijNT wiKtuiKS - PRIJS m KWAKTAAL F. i.n - nso. IN

ADM. NOORDUKOI *, LIIOfN. TIL. TM. POITMKCNING 4IM«

f

* \

***...'.

4h


)&&'''.

-

.^

*-r" J

V7'

More magazines by this user
Similar magazines