Nederlandschen Journalisten-Kring

webstore.iisg.nl

Nederlandschen Journalisten-Kring

Ni 281 16 October 1919

DE JOURNALIST

Orgaan van den

Nederlandschen Journalisten-Kring

Redaeteur: D. HANS

Laan van Nieuw Oost-Indië 156, 's-Gravenhage

INHOUD. De Oogst. — Salaris-boek. — Offlciëele Mededeelingen:

Bestuursvergadering; De salaris-regeling; Ledenlyst. —

Binnenland: De leege schatkist; Martin van Haalt e; Uit de

Katholieke journalistiek; Verkeerde begrippen; Salaris-verhooging;

Een monopolie van het Correspondentiebureau. —

Buitenland: E. W. de Jong. — Personalia en Berichten. —

Advertentie.

DE OOGST.

Over de geheele wereld is onder de geestelijke arbeiders

een streven merkbaar, om zich stoffelijk een beter bestaan

te verschaffen.

Wij lazen van landen, waar geestelijke arbeiders van allerlei

aard zich federatief hebben vereenigd. Zelfs de dragers van

een zoo bij uitstek geestelijk ambt als dat van den predikant

verzamelen zich in een vakvereeniging en stellen materieele

eischen.

Ook in ons land.

Jaren en jaren lang zijn de geestelijke werkers — laten

we het woord maar gebruiken — verdrukt. In schoolboekjes

vindt men klassieke voorbeelden: van VONDEL en de Bank

van Leening en van REMBRANDT die geen roode duit bezat.

Zóó ging het met de genieën, zoo ging het met de talenten,

zoo ging het — de enkele uitzonderingen daargelaten — met

den geestelijken werker in het algemeen. En hij heeft het

verdragen. Hij voelde zich onbekwaam om zich te organiseeren

en had hij niet het werk zelf'! Dat was zijn voldoening,

dat was zijn geestelijk loon. Totdat de oorlog de geesten

hervormde. Zoo hervormde, dat we hier eigenlijk van iets

revolutionairs mogen spreken. Want nu voelde de geestelijke

werker, dat hij niet meer mocht en kon teren op des geestes

loon. Hij was al achterop, economisch, toen de oorlog uitbrak.

Als hij zich niet verdedigde, als hij niet aanvallen ging,

zou hij door het naar vooruitgang en verbetering worstelende

volk heelemaal in de achterste rij worden geduwd. Dat mocht

niet. Zijn oogen gingen open. Hij zette zich schrap en ging

mee-duwen en mee-worstelen. Hij begon te strijden.

De golfslag van deze beweging werd ook in Nederland

merkbaar. De journalisten namen de leiding. De dominee's

(dezer dagen lazen wij, dat er nog zeer vele Hervormde

predikanten zijn, die minder dan f 1200 verdienen) volgden,

met een vak-orgaan en een economisch program. De tooneelspelers

beginnen ook krachtig te strijden. De letterkundigen

blijven niet achter: zoo juist is ten huize van WILLEM KLOOS,

levend en sprekend voorbeeld van onrecht den geestelijken

arbeid aangedaan, een Haagsche vereeniging van letterkundigen

opgericht, die ten doel heeft maatschappelijke actie te

gaan voeren. Aan allen kant breekt nu de beweging der intellectueelen,

der geestelijke werkers door, die óok een ruimer

deel van de vreugden des levens willen hebben.

Dit blad verschijnt den eersten en derden

Donderdag van iedere maand.

De eersten, die het tot een concreet resultaat hebben

gebracht, zijn wij. Laat de waarheid hiervan ons doordringen.

Want zij is een vreugde op zich-zelf. Daar is geen andere

vrije groep geestelijke werkers, noch de letterkundigen noch

de predikanten noch de tooneelspelers, die van hun werkgevers

hebben weten te krijgen: een vaste regeling, als basis

en als minimum.

Daarom is het resultaat van de tot dusver gevoerde actie:

een overwinning.

* *

Nu wij gekomen zijn aan een tweesprong van den weg

onzer economische actie, willen wij over-schouwen wat wij

tot heden hebben bereikt.

Wij hebben in de eerste plaats bereikt: de loyale, principieele

erkenning van ons goed recht. De circulaire van 17

Januari 1919, door de vertegenwoordigers der directeuren

uitgevaardigd, zal een belangrijk moment in onze actie blijven.

Zij bevat de eerlijke erkenning, dat wij reeds vóór den oorlog

te laag werden betaald. De reactie, op deze circulaire in de

directeuren-vereeniging gevolgd, is volkomen verklaarbaar.

Men heeft het daar zijn vertegenwoordigers in de commissie

zéér kwalijk genomen, dat zij zulke dingen hebben gezegd.

Want men voelde: na deze principieele erkenning moest de

practische volgen in den vorm van salaris-verbetering. En

het is een gewoon verschijnsel, dat werkgevers daartegen

vechten, zoolang zij kunnen.

Wij hebben vervolgens bereikt de invoering van de tijdelijke

regeling: f 600 voor de eerste f 1000, verder f 300 voor de

tweede f 1000 en eindelijk f 150 voor de derde f 1000.

Maximaal een salarisverhooging van f1050. Wat deze regeling

voor velen heeft beteekend, dat vertellen ons tal van brieven

die wij hebben ontvangen. Brieven soms ontroerend van

dankbaarheid. Toen pas hebben wij goed den nood in vele

journalisten-gezinnen gepeild. Toen pas hebben wij goed

begrepen, hoe slecht het met velen was gesteld. Wij aarzelen

niet te verklaren, dat deze regeling voor tal van journalisten

een geluk is geweest. Wil dit zeggen, dat daarom de direcrecteuren

genoeg deden? Neen, het bewees alleen hoe veel

zij tot dusver te weinig hadden gedaan.

Wij hebben verder bereikt de aanneming van het salarisvoorstel,

de vaststelling van een minimum-schaal. Te laag.

Toegegeven. Véél te laag. Best. Maar, afgezien van het groote

principieele voordeel, toch ook: een stuk verbetering. Wij

hebben op de Amsterdamsche vergadering cijfers genoemd

en gevoelen geen vrijheid die alle in het openbaar te herhalen.

Maar heelemaal zwijgen mogen wij toch niet, nu het voorstel

door de directeuren is aangenomen. Daarom willen wij thans

herhalen de algemeene conclusie, die wij uit tal van door

ons meegedeelde voorbeelden hebben getrokken, dat bij

invoering van de salaris-schaal vele journalisten zulleti voor-


184

uitgaan met bedragen die wisselen tusschen f 100 en ƒ noo. ] )'

Dit betreft alleen de minimum-salarissen. Telt men daarbij

dan nog op de periodieke verboogingen, dan mogen wij

resumeeren dat aan het eind van den opklimmingstijd die

salarissen verhoogd zullen zijn met bedragen, wisselend tusschen

f JOO en f 1H00.

Zoo is de toestand.

Die cijfers bewijzen tweeërlei. Ten eerste, hoe ellendig het

tot dusver met onze salaris-positie gesteld was. En ten tweede,

dat de .salaris-schaal een wezenlijke en belangrijke verbetering

beteekent voor velen. Voor de beoordeeling van onze actie

is dit laatste beslissend.

Er is, bijvoorbeeld, een blad met 9 redacteuren, die bij

invoering van. de schaal allen vooruitgaan met bedragen van

f 150 tot f 900. Drie ervan krijgen f 900 opslag, 1 krijgt

f 800, 2 krijgen er f 700, enz. Samen ontvangen ze met

ingang van 1 October f 5750 per jaar meer. Aan het eind

van den opklimmingstijd is dit bedrag gestegen tot f 10.850.

Er is een ander blad, met 4 redacteuren, die vooruitgaan

resp. f 600, f 800, f 800 en f 1000, samen f 3200. Aan

het eind van den opklimmingstijd f 6100 per jaar. Derde

voorbeeld: 8 redacteuren, zij profiteeren allen, gaan gezamenlijk

f 3600 vooruit en aan het eind van den opklimmingstijd is

dit bedrag gestegen tot f 9100 per jaar. Zoo zouden wij tal

van voorbeelden kunnen noemen, de gegevens zijn in ons

bezit. En ieder directeur weet van zich zelf natuurlijk deze

dingen ook wel. Met die cijfers is echter volstrekt nog niet

gezegd, dat de salarissen op peil zijn!

*

Ja — zegt men misschien — maar de groote bladen, hoe

staat het daarmee?

Collega's, vergist u niet! Er zijn groote bladen, die van de

salaris-regeling ook profiteeren. Wij noemen het voorbeeld van

een blad met 15 redacteuren, waarvan 5 journalisten direct

van de salaris-verhooging zullen genieten, tot een bedrag

van f 2290, maar waarvan alle 15 de periodieke verhoogingen

zullen krijgen tot een bedrag van f 8935, zoodat aan het

eind van den opklimmingstijd per jaar f 11.225 méér wordt

gegeven.

Maar men moet niet vergeten, en dit is de hoofdzaak,

dat de groote bladen van o?ize salaris-actie sinds lang geprofiteerd

hebben. Op tweeërlei manier. Eerst door de tijdelijke

regeling. Maar ook, en bovenal, door salaris-verhoogingen

die de directies buiten iedere regeling om hebben verleend.

Terwijl de actie werd gevoerd, terwijl de onderhandelingen

plaats hadden, heeft het redactie-personeel van de grootste

bladen (N. R. Crt., Telegraaf, Handelsblad, Maasbode)

salarisverhooging ontvangen, soms zelfs herhaaldelijk. Welnu,

dit is een vrucht van de salaris-beweging Deze dingen staan

maar niet op zich zelf, maar houden met onze actie direct

verband. Wanneer die journalisten dus niet direct van de

minimum-schaal profiteeren, dan komt dat wijl zij, dank zij

de actie, reeds een eind boven die schaal uit zijn. Men kan

niet verlangen, dat de schaal alle salarissen zou brengen op

het peil van die der grootste bladen. Indien de schaal de

lagere en de middelmatige salarissen een eind de hoogte

inschuift, en dat doet zij, dan reeds heeft zij werk van groote

en practische beteekenis gedaan. En dan worden zoodoende

van zelf ook de hoogere salarissen nog meer in de hoogte

gewerkt, dan het door onze actie reeds geschied is.

Laat ons hier een gedeelte overschrijven uit een brief, dien

wij van collega VOOGD, verhinderd ter Amsterdamsche vergadering

te komen, ontvingen:

,Dit is een gewichtige overwinning, omdat het vaststaat, dat door

de invoering van deze schaal bij alle bladen als minimum, voor

een groot aantal onzer collega's een niet onaanzienlijke tractementsverhooging

in het vooruitzicht staat. Ongetwijfeld zullen er onder

l ) Er zijn zelfs enkele voorbeelden van f 1200 en i' 1400, maar

deze zijn zéér individueel.

D E J O UP£N A L I S T

ons zijn, die door toepassing der ontworpen schaal zoo op het

oog den vooruitgang niet zullen kunnen afmeten naar een door

hen ontvangen hooger salaris. Daargelaten echter, dat het mij

verkeerd voorkomt om een bepaald voorstel te toetsen aan

zuiver-egoïstische overwegingen, mag er toch als een belangrijk

voordeel op gewezen worden, dat voor hen het minimum-salaris

wordt gecodificieerd. Ieder werkgever weet thans, dat hij bij het

zoeken naar een bepaalde kracht een vastgesteld minimum in

uitzicht zal moeten stellen. Hieruit vloeit vanzelf voort, dat elk

werkgever om iemand dien hij hebben wil te krijgen, boven dat

minimum zal moeten gaan. Zonder dit zou er voor den betrokkene

niet de minste reden voor verandering aanwezig zijn. Waarbij dan

nog komt dat de andere werkgever om zijn beproefde kracht te

houden, allicht weer boven het verkregen bod zal gaan. . . . Het

spreekt vanzelf, dat op den duur de verhooging van de laagstbezoldigden

haar invloed ook moet doen gelden op de tot dusver

hoogere tractementen. Elke werkgever kan nu eenmaal niet aan

den druk ontkomen om wanneer hij de naar zijn oordeel minder

op hooge salarissen aanspraak hebbende redacteuren verhoogen

moet, ook de salarissen der hooger bezoldigden aan een herziening

te onderwerpen. Zoo gezien is de ontworpen salaris-schaal een

aanwinst voor alle?i\

In dit licht moet de schaal worden beschouwd. Zij is

onvoldoende. Zij zal in de naaste toekomst gecorrigeerd

moeten worden. De cijfers dienen te worden aangedikt, en

wat nu de grootste bladen betalen dient ongeveer het standaard-loon

te worden. Maar naast die erkenning, voegt deze

andere: een stuk verbetering is zij. Direct voor velen, indirect

voor allen.

Ziehier het resultaat:

Wij hebben door onze beweging het salaris-peil van den

Nederlandschen journalist niet onbelangrijk verhoogd.

Daarom is dit, vooral voor een groep geestelijke werkers,

een overwinning.

* *

*

Maar: er is een maar. Dat weten wij ook wel. De aangenomen

schaal beteekent nog niet de ingevoerde. En hier

raken we een belangrijk en moeilijk deel onzer taak.

Aan het slot van het schrijven, waarin het Bestuur der

directeuren-vereeniging de aanneming meedeelt, wordt er nog

eens op gewezen dat dit besluit voor de leden geen bindende

kracht bezit. Daarop heeft het Kringbestuur geantwoord:

dat is juist in formelen, maar niet in moreelen zin.

Hierop leggen wij den nadruk. En wij herhalen wat wij in

ons vorig nummer schreven: een directeur die zich aan deze

regeling onttrekt, plaatst zich buiten de zedelijke gemeenschap

van het vak. Na moeizame voorbereiding is een voorstel

ontworpen door een commissie van directeuren en journalisten

en aangenomen door de algemeene vergaderingen der

betrokken organisaties en een directeur die zich aan het

besluit niet houdt, kan zich van onzen scherpen tegenstand

verzekerd houden. Doch dit moeten wij nog even afwachten.

Het heeft ons zeer teleurgesteld, dat slechts .28 directeuren

(wij weten nog niet welke) aan het besluit hebben meegewerkt,

maar in moreelen zijn zij allen, zonder uitzondering,

gebonden. Een directeur, die krachtens de regeling het salaris

van een journalist moet verhoogen met f 1400 (!), f 1000,

f 900, f 800 enz. heeft niet het recht te zeggen: dat is te

veel, dat gaat niet! Maar hij moet in stilte en met wroeging

het feit erkennen, dat hij vele jaren veel te weinig heeft

betaald.

Met alle kracht en energie zullen de journalisten-organisaties

de invoering van deze schaal moeten doorzetten.

Wij zullen spoedig in dit blad een geregelde lijst openen

van bladen die de regeling wel en die haar nog niet hebben

ingevoerd. Daartoe roepen wij de medewerking in van de

collega's. Wanneer hun blijkt, dat de regeling is ingevoerd,

of niet is ingevoerd, of wanneer er thans reeds aan wordt

voldaan, laten zij ons dan daarvan kennis geven. Het beste

is, dat aan ieder blad steeds één journalist als salaris-correspondent

optreedt, die ons van den stand van zaken op de

I hoogte houdt.


Zoo zullen wij gezamenlijk krachtig moeten strijden voor

de invoering van de salaris-schaal. Dat is onze taak voor de

aller-naaste toekomst.

In Januari 1920 zal door het Kringbestuur wederorn,een

salaris-enquête, worden gehouden. Wij zullen

dan vragen een opgave van het salaris zooals het

was op 1 Augustus 1914, op 1 September 1919 en op

1 Januari 1920. Zoodoende zien wij precies hoe de

salarissen zijn en hoeveel zij gedurende deze jaren

zijn toegenomen, en met die gegevens kunnen wij

dan overwegen wat noodzakelijk is.

Van dit oogenblik af tot Januari is dus ons aller taak:

werken voor de invoering van de schaal. Daarom: houdt ons

op de hoogte. Noemt ons de directies, die er niet of niet

geheel aan voldoen. Wendt u tot uw directeur en vraagt zijn

beslissing. Nu de regeling er is, moet met alle middelen

waarover wij beschikken worden gewerkt voor de volledige

invoering.

Dat is onze taak.

De oogst van onze actie, hoezeer wij hem rijker hadden

gewenscht, want daarop hadden wij ten volle aanspraak,

moet volledig worden binnengehaald. Eerst als het zoover is,

kunnen wij gaan zaaien voor den nieuwen oogst. Wij willen

en zullen veroveren datgene, waarop de geestelijke werker

recht heeft.

Officiëele Mededeelingen.

Bestuursvergadering.

Het Kringbestuur kwam Zaterdag n October, 's avonds,

te 's-Gravenhage bijeen.

Aanwezig de bestuursleden D. HANS, voorzitter, VAN DER

HOUT, DE ROODE, VOOGD, BIEMOND en SCHOTTING en de

gedelegeerden KOUWENAAR (Amsterdam), MEIJERINK (Haarlem)

en VAN MEURS den Haag. Afwezig met kennisgeving mej.

BUINING en de heeren CRAYÉ, NEYENESCH en WIJNBERG.

Aan het begin der vergadering wenscht de heer BIEMOND

de salaris-commissie en speciaal den voorzitter geluk met het

succes, op de Amsterdamsche vergadering behaald.

De voorzitter zegt hiervoor dank.

De Voorzitter herinnert aan zijn opmerking, in de vergadering

van 30 Augustus j.1. gemaakt, dat bij hem de vraag

is gerezen of het niet wenschelijk is de geestelijke werkers

in ons land federatief te vereenigen. Thans schijnt ook onder

letterkundigen een beweging van dien aard aan het opkomen.

Het zal gewenscht zijn deze zaak in het oog te houden,

opdat de Journalisten-Kring hier desgewenscht leiding zal

kunnen geven.

De Voorzitter deelt verder mede, dat de Penningmeester

hem zoo juist een schrijven ter hand heeft gesteld van het

eere-lid mr. R. MACALESTER LOUP, die een gift van f 25.—

zendt voor de Weerstandskas en toezegt deze gift ieder jaar

te zullen herhalen. Spr. geeft de oprechte waardeering van

het Bestuur te kennen voor dit nieuwe bewijs van belangstelling,

dat de heer MACALESTER LOUP in den Kring stelt.

In een schrijven aan het eere-lid zal de hartelijke dank

van het Bestuur worden vertolkt.

Candidaturen. — Eenige nieuwe leden worden aangenomen.

(Zie hierachter.)

Financieele toestand. — Daarna wordt uitvoerig gesproken

over den- financieelen toestand van den Kring, die niet

gunstig is. Volgens de raming van den Penningmeester zal

er aan het eind van het jaar een tekort van ongeveer f 2000

zijn. Hier tegenover staat de waarde van de twee laatste

effecten (f 800 a f 1000). De salaris-actie heeft van den Kring

groote uitgaven gevorderd en de prijs van het Maandblad is,

hoewel de redacteur zoo zuinig mogelijk is geweest, door de

prijs-stijging in het drukkersbedrij f zeer toegenomen. Ook

om andere redenen is 1919 een zeer duur jaar. Algemeen is

men van meening, dat het jaar 1920 (wanneer de nieuwe

contributie-regeling in werking treedt) met een schoone lei

moet worden begonnen, zoodat het tekort dient te worden

DE J O U R N A L I S T 185

De salaris-hoek.

Wij verzoeken den leden, ons alle berichten enz. over salariszaken

geregeld te doen toekomen, opdat wij er hier in dezeti

salaris-hoek (een vaste plaats, waar wij de berichten geregeld

zullen opnemen) melding van kunnen maken. Hiero?ider ziet

men, dat enkele redacties reeds in de salaris-hoek staan.

Wie volgt?

* *

*

— Men verzoekt ons mede te deelen, in aansluiting aan

een vorig bericht, dat aan alle redacteuren van de N. R. Crt.

(ook die buiten Rotterdam) salaris-verhooging is toegekend.

— De directie van het Handelsblad heeft voor het redactiepersoneel

de salarissen opnieuw verhoogd.

— De redacteuren van De Standaard hebben een belangrijke

salaris-verhooging ontvangen.

Aan Het Vaderland is een redactie-vereeniging opgericht,

die o. a. voor salaris-verbetering zal ijveren.

ingehaald. Tevens geven verschillende leden als hun oordeel

te kennen, dat, waar het tekort voor een groot deel door de

salaris-actie is ontstaan, van de leden een extra-offer mag

worden gevergd. In het tekort is tevens begrepen een bedrag

van ongeveer f 400 voor het Gedenkboekje, waarvoor zeer

vele leden nog f 1 verschuldigd zijn.

Besloten wordt:

ten eerste: aan het eind van het jaar de beide resteerende

effecten te verkoopen;

ten tweede: bij de leden die het bedrag van f 1 voor het

Gedenkboekje vóór 1 November a.s. niet hebben voldaan,

te disponeeren, en hun het bedrag der bijkomende onkosten

in rekening te brengen;

ten derde: aan de eerstvolgende Algemeene Vergadering

voor te stellen, de rest van het tekort te dekken door een

kleine verhooging der contributie over 1919.

Salaris-actie. — Over de salaris-actie wordt langdurig

gedebatteerd. Voor de resultaten zie men elders in dit nummer

(Artikel „De salaris-regeling".)

Economische actie. — De Voorzitter betoogt daarna de

wenschelijkheid, om onverwijld voort te gaan met de verdere

economische actie (pensioenverzekering; rechtspositie; collectief

contract). Algemeen stemde men hiermee in.

Besloten werd:

De salaris-commissie zal worden gecontinueerd, om de verdere

regeling der rechtspositie voor te bereiden. De heeren D. Hans,

L. Schotting en D. W. Neye?iesch werden herbenoemd. Inplaats

van den heer G. G. van As, die bedankt heeft, werd in de

commissie benoemd de heer W. N. van der Hout. Aan de

Katholieke Vereeniging zal worden voorgesteld, op denzelfden

voet als in de salaris-actie ook verder samen te werken. De

Economische Commissie zal een plan inzake de verdere actie

tot regeling der rechtspositie ontwerpen. Dit plan zal aan den

Kring-Raad worden voorgelegd, die er advies over zal

uitbrengen.

De Voorzitter spreekt een woord van hartelijken dank uit

voor den heer VAN AS, voor zijn arbeid in de salaris-commissie

verricht.

De rest der agenda wordt aangehouden en de vergadering

gesloten.

De salaris-regeling.

Onder dagteekening van 4 October werd volgend schrijven

ontvangen:

Aan het Bestuur van den

Nederlandscken Journalisten-Kring

den Haag.

Mijne Heeren.

Bij deze heb ik de eer U mede te deelen, dat op de 2 October

11. gehouden vergadering van de leden der Nederlandsche Dagbladpers

in zake de vaststelling van een minimum-salaris-schaal voor

de journalisten besloten is, het voorstel, door de daartoe in het

leven geroepen Commissie ontworpen, te aanvaarden. Evenwel

kwam het der vergadering noodzakelijk voor, mede in verband

met het door U gedaan verzoek betreffende Haarlem en Utrecht,

de indeeling der gemeenteklasse te onderwerpen aan een onderzoek

van de in art. 11 der regeling genoemde Commissie van


186

Advies, daar ten aanzien van enkele gemeenten met vaststaat

dat de huidige indeeling billijk te noemen is. Eveneens zou de

vergadering het op den hoogsten prijs stellen, zoomede aan he

oordeeS Commissie de kwestie van het aantal leerhngen werd

onderworpen; voor bladen met vele rubrieken moet het aantal

van 2 ve P et t weinig geacht worden, het kwam der vergadering

veel billijker en veel reëeler voor, op iedere 5 redacteuren 1

l e e wftw*eLYS of gij zult met dezen dringenden^ensch ,an

de vergadering accoord gaan en U bereid verklaren, beide bovengenoemde

punten door de gemengde Commissie van Advies te

fatenonde, zoeken, welks uitspraak dan definitief in de regeling

^ n e r i n ^ t aan, hetgeen reeds vroeger door ons aan

U is medegedeeld, dat in het algemeen besluiten van de Nederlandse^

Dagbladpers niet bindend zijn voor de leden maar de

beteekenis blbben* dat de meerderheid der leden zich met den .

inhoud van ^ ^ t ^ L t j S X t ^ d . h e Dagbladpers,

Hoogachtend

Uw dw.

(w. g.) CARL P. M. ROMME,

' adj. secretaris.

Hierop werd als voorloopig antwoord het volgend schrijven

verzonden. Den Haag, 6 October 1919.

Mijne Heeren.

Aan het Bestuur van de

Nederlandsche Dagbladpers

Amsterdam.

Wij erkennen de goede ontvangst van Uw schrijven van 4 October,

inzake aanneming van het salaris-voorstel. .,,,,..,

As Zaterdag komt ons Bestuur bijeen en dan zal U onmiddellijk

een definii ef Intwoord worden gezonden op Uw vragen betref-

W e de indeeling der gemeenteklassen en de regeling van het

aantal keringen Voorloopig heeft ons Dagelijksch Bestuur geen

S J « - S het denkbeeld, om beide punten nader br, de

Commissie van Advies in bespreking te brengen, maar ten aan-

Se" van een uitbreiding van het aantal leerlingen moeten wij

reeds thans alle voorbehoud maken.

Intusschen stellen wij U voor, onverwijld over te gaan tot de

benoemlng en der clmissie van Advies. Naar ons denkbeeld zouden

daarin te S benoemen zijn drie directeuren en drie journalisten.

Kun U zich"hiermede vereenigen? Zoo ja, dan ontvangen £j

ïaarne spoedig bericht, opdat wij a.s. Zaterdag ^ benoeming

onzerzijdf kunnen doen. De Commissie - d a n zeer spoed*

moeten bijeenkomen, met het oog op het feit, dat de regeling

1 October wordt ingevoerd. Mocht U eventueel reeds een byeen-

Lmst der Commissie wenschen op a.s. Zaterdag dan zijn wij

S onzerzijds de benoeming te bespoedigen. In ieder geval

ontvangen wij gaarne een spoedig bericht.

Wat het slot van Uw schrijven betreft is het ons bekend, da

UvTe eden formeel niet gebonden zijn. Doch moreel is dat, vooral

in deze zaak, naar onze meening zeer stellig het geval.

Met de meeste hoogachting

Het Dag. Bestuur van den N. J. K.,

(w. e.) D. HANS, voorzitter.

W. N. VAN DER HOUT, secretaris.

Het Bestuur van de Katholieke Journalisten-Vereeniging

heeft in peliiken geest geantwoord.

Den 8- October kwam bericht in, dat het Bestuur der

Directeuren-vereeniging accoord gaat met de voorgestelde

samenstelling der Commissie van Advies.

DE J O U R N A L I S T

*

In de jongste vergadering van het Kringbestuur vormde

de salaris-actie het onderwerp van een uitvoerig debat.

De Voorzitter deed mededeeling van eemge ingekomen en

verzonden brieven. (Zie boven).

Het Bestuur keurde het voorloopig schrijven van het Dag.

Bestuur goed en had geen bezwaar, dat de beide punten

door de Commissie van Advies zouden worden beslist, mts

de aan te brengen wijzigingen niet van ingrijfenden aard

zouden zijn. Tegenover eventueel te brengen kleine concessies

werd besloten met kracht aan te dringen op plaatsing van

Haarlem en Utrecht in de eerste klasse.

Tot vertegenwoordigers van den Kring m de Commissie

van Advies werden benoemd de heeren D. HANS en

'Het H0 Bestuur overwoog in ampele discussie wat er gedaan

moet worden om de invoering van de salaris-schaal algemeen

te maken Het Bestuur doet een dringend beroep op de leden,

om, wanneer aan hun blad de regeling met of met volledig

wordt ingevoerd, daarvan onmiddellijk mededeeling te doen.

Het Bestuur zal zich dan dadelijk tot den betrokken

directeur wenden. Heeft deze stap niet het gewenschte

gevolg, dan zal voor ieder geval afzonderlijk worden over­

wogen, welk middel moet worden aangewend om invoering

der re CT eling te verkrijgen. .

Tevens zal in Januari 1920 een nieuwe algemeene salarisenquête

worden gehouden. * *

*

In overeenstemming met de genomen besluiten werd het

volgend schrijven verzonden:

Den Haag 13 October 1919.

Mijne Heeren.

Aan het Bestuur van de

Nederlandsche Dagbladpers.

In aansluiting aan ons vorig schrijven is het ons aangenaam u

thans te kunnen mededeelen, dat ons Bestuur zich heeft vereemgd

met het denkbeeld, om de beide door u genoemde punten aan de

Commissie van Advies ter beslissing voor te leggen, echter onder

uitdrukkelijk voorbehoud, dat er in geen geval eemge wijziging

van ingrijpende beteekenis in de regeling wordt aangebracht.

Tot leden van de Commissie van Advies zijn onzerzijds benoemd

de heeren D. Hans en L. Schotting. Gaarne zullen wij vernemen

wie voor uw vereeniging in de Commissie zitting nemen t l

wij tevens aandringen op een spoedig bijeenkomen der Commissie,

aangezien dat voor eenige bladen van groot belang kan Zjn

Verder nog het volgende. In de laatste salaris-conferentie heeft

uw voorzitter als zijn overtuiging uitgesproken dat de directies

bereid zouden zijn de tarieven der Correspondentie-bureaux te verhoogen,

indien werd aangetoond dat dit noodzakelijk was om

voof de betrokken journalisten de salaris-regeling in te voeren.

De directie van het Nederlandsch Correspondentie-bureau hier

ter stede heeft zich bereid verklaard dat bewijs te leveren en zou

gaarne op een conferentie daartoe in ^ gelegenheid worden

f-steld. Wij stellen u dus voor om, op den dag dat de Commissie

van Advies haar eerste bijeenkomst houdt een conferentie

Te beleggen waartoe zullen worden uitgenoodigd de directies der

beide CoVrespondentie-bureaux, teneinde de invoering der regeling

aan die bureaux te bespreken.

Gaarne uw berichten tegemoet ziende,

Namens het Kringbestuur,

Hoogachtend

fw £.) D. HANS, voorzitter.

W. N. VAN DER HOUT, secretaris.

Ledenlijst.

Aangenomen als gewone leden:

R. KAMPSTRA, Leeuwarder Crt., Bagijnestraat 43, Leeuwarden.

P. MULLER, Columbusstraat 153, den Haag.

Aangenomen als buitengewone leden:

W LEERTOUWER, Delftsche Crt., Gasthuislaan 32, Delft.

C. WERKHOVEN, De Arbeid, van Lawick van Pabststraat 169,

Arnhem.

Verhuisd:

M BERDEN naar Linneausparkweg 55, Watergraafsmeer.

Mej. B. M. YAN DEN ENDE, van Delft naar Hooge Gouwe 115,

ALB. KaixER, van Hoorn naar Baronielaan 84 G, Breda.

C. DE ROT, van Gouda naar Oostzeedijk 159, Rotterdam.

T ' SCHENKMAN naar Bergerallee 5, Dusseldorf.

S. DE VRIES, thans 2"= Jan Steenstraat 86, Amsterdam, naar

Redactie Locemotief, Semarang.

De leege schatkist.

Onze leden, die zoo druk met hun eigen financiën bezig

zijn, mogen nu ook wel eens even denken aan de geldmiddelen

van den Kring. . . . ,

Want de financieele positie van onze vereeniging is inder­

daad slecht.

Men luistere maar even. ' .

In gewone tijden waren de inkomsten van den Kring vaak

al niet voldoende, om de uitgaven te dekken. We stonden

op het randje. Het batig saldo van vorige jaren, m verscheidene

effecten belichaamd, is dan ook allengs opgebruikt.

Stuk na stuk moest worden verkocht, en thans resten er nog

twee: een stok-oude integraal en een pandbnef van de

Westlandsche, samen naar den koers van het oogenolik

f 800 a f 1000 waard. , ,. ,.

Het vorige vereenigmgsjaar eindigde met een nadeehg saldo


van f 149.14, maar aangezien het begon met een batig saldo

van f 478.60» (het restant van een verkocht effect) ziet men

daaruit, dat we reeds over het vorig jaar een tekort hadden

van f 627.74 s . Uit dit cijfer volgt al, dat gedurende het

loopende jaar het verlies veel grooter zal zijn, want wèl werden

de contributies met f 2.50 verhoogd, maar de uitgaven namen

nog in heel andere verhouding toe.

Het orgaan b.v. is een groote uitgaaf-post. De grootste.

En dit spreekt van zelf. Het is het eenige geregelde middel

van contact tusschen de leden en het geld er voor is wèlbesteed.

Wij willen echter met een enkel cijfer aantoonen,

dat wij den omvang van het orgaan zooveel mogelijk hebben

beperkt. Er verschenen tot dusver in het loopende jaar

21 nummers, in totaal 173 bladzijden. Dat is gemiddeld

8 bladzijden per nummer. Aangezien de algemeene vergadering

heeft beslist, dat uit de kas van den Kring ten hoogste

8 bladzijden per nummer betaald worden, ziet men uit het

meegedeelde, dat wij ons precies aan dat cijfer gehouden

hebben. Toch was dat uiterst moeilijk. Want van de 173

bladzijden waren er liefst 74 gevuld met officieel nieuws,

zoodat de redacteur voor 21 nummers slechts 99 bladzijden

had om vrijelijk over te beschikken. . Dat is ongeveer 4Y2

bladzijde per nummer. Ieder zal toegeven, dat dit toch

eigenlijk geen toestand is. Maar terwille van de Kringkas

hebben wij ons zeer beperkt.

Hier komt nog iets bij. Wij hadden n.1. de beschikking

over het Maandblad-fonds. De stand van dit fonds over 1919

was op 1 October j.1. aldus:

Bijdragen f 488.60

Advertenties . . . . „ 69.50

f 558.10

Wij hadden het recht, om over dit bedrag vrijelijk te

beschikken, teneinde het orgaan uit te breiden. Welnu, van

dat recht hebben wij ten bate van de Kringkas zoo goed als

geen gebruik gemaakt. Wel hebben we het nummer, waarin

het verslag van het Kringfeest verscheen (35-jarig bestaan)

een eenigszins bijzonder karakter gegeven door bijvoeging van

enkele foto's, maar wanneer men dit uit het Fonds betaalt,

en wanneer men er desnoods ook nog uit zou willen betalen

de twee extra-nummers, ieder van 4 pagina's, die over de

salaris-regeling verschenen zijn, dan nog blijft er een aardig

batig saldo over, dat op het eind van dit jaar vermoedelijk

uit het Fonds in de Kringkas zal worden gestort. Men zal dus

toegeven, dat de redacteur de uitgaven voor het orgaan zooveel

mogelijk binnen de perken heeft gehouden. Desniettemin zijn

die uitgaven zèèr aanzienlijk, want de prijs is sinds vroeger met

meer dan 100 % gestegen.

Een andere zèèr belangrijke en zèèr toegenomen post is die

voor bestuurs- en commissievergaderingen. Deze stijging houdt

direct verband met de zich meer en meer uitbreidende bemoeiingen

van den Kring. Het Bestuur kwam herhaaldelijk

bijeen. De salaris-commissie vergaderde telkens, in Amsterdam,

Utrecht, den Haag. De reis- en verblijfkosten zijn hoog,

zoodat ook deze post een belangrijk cijfer zal aantoonen.

Voorts hebben we dit jaar ons 35-jarig bestaan gevierd l )

en eischte de Reglements-herziening geld voor extra-drukwerk.

Met andere woorden: aan het eind van het jaar zal de

rekening een zeer aanzienlijk tekort aanwijzen. En daartegenover

staat alleen het bezit van de bovengenoemde twee effecten,

waarvan de koers zeer is gedaald.

Wat te doen?

Het volgend jaar treedt de nieuwe contributie-regeling in

werking. Men stelle er zich geen wonderen van voor. De

uitgaven blijven toenemen, de plaatselijke vereenigingen vragen

vergoeding van onkosten voor gedelegeerden en afgevaardigden,

en de meerdere bate van de nieuwe contributie zal o. i.

niet voldoende zijn om de weegschaal van onze financiën in

evenwicht te brengen. Dat moet intusschen worden afgewacht.

Het feit waarmee we nu te maken hebben is, dat we het

vorig jaar hebben gewerkt met een verlies van ruim f 600,

(hetwelk intusschen grootendeels kon worden gedekt door

het saldo van een verkocht effect) en dat over het loopende

en zooveel duurdere jaar het tekort nog veel grooter zal zijn.

De financieele toestand van den Kring is dan ook niet

rooskleurig.

Wie ziet er iets op? Een gala-voorstelling? Verkoop van

bloemetjes op straat? Of wat anders?

Wij zouden de zaken voorloopig nog gaande kunnen houden.

De twee effecten verkoopen op een gunstig oogenblik, en

: ) De meeste leden bleven nog steeds in gebreke den Penningmeester

de verschuldigde f 1 te zenden voor het Gedenkboekje.

Waarom toch? Do it noiv.

DE J O U R N A L I S T 187

dan de rest van het tekort overschrijven op een volgend jaar.

Maar dat jaar brengt dan óok weer een tekort. Daarom heeft

het Bestuur voorloopig besloten aan de algemeene vergadering

voor te stellen, de rest van het tekort door een kleine contributie-verhooging

over 1919 te dekken.

Martin van Raalte.

Wanneer men hoort van iemand die gedurende 55 jaren

aan één stuk een beroep, ambt of betrekking heeft vervuld,

stelt men zich dien persoon voor als buitengewoon hoog

bejaard. Vooral als men er bij verneemt dat het beroep dat

van journalist is. Welnu, MARTIN VAN RAALTE zal 21 October

a.s. *) mogen terugzien op een loopbaan van 55 jaren in

dienst der Nederlandsche dagbladpers en op dien dag tevens

zijn 7o en verjaardag gedenken. De collega's die, voor zoover

zij hem kennen, wel allen zijn vrienden zullen zijn, zullen

dit merkwaardige dubbele jubileum met groote belangstelling

vernemen.

Het zij mij vergund aan den vooravond van VAN RAALTE'S

feestdag, 't een en ander van zijn merkwaardigen levensloop

te vertellen. Wij wortelen beiden in denzelfden journalistenkweekgrond.

Zijn wieg van jeugdig dagbladschrijver stond,

evenals de mijne, in het Hooge Westeinde in Den Haag.

Toen ik, jongmaatje, VAN RAALTE daar aan 't oude Dagblad

voor 't eerst ontmoette, was hij al heel wat mans geworden

in de vier jaren dat hij onder de eminente leiding van

Iz. J. LION de handgrepen van het vak had geleerd. Als

verslaggever kon men hem toen reeds belangrijke opdrachten

toevertrouwen. Als onervaren groen profiteerde ik van mijn

jongeren collega. En dat ging te gemakkelijker omdat VAN

RAALTE een jongmensch was van een nobel karakter en

tegelijk van veel aanleg en ambitie voor de journalistiek.

Aan zijn voorbeeld dat vooral op de jongelui van zijn leeftijd

prikkelend werkte en aan zijn gulle vriendschap en prettigcn

omgang, heb ik in de eerste moeilijke jaren veel te danken

gehad.

MARTIN — want zoo werd hij bij de courant, ook door

zijn hoofdredacteur, altijd genoemd — had een vroolijken,

vluggen geest, die hem verwonderlijk spoedig den weg deed

vinden door alle rubrieken van het journalistieke werk. Zoo

lang zijn brave moeder leefde, was hij daar het zonnetje in

het huis, en op 't bureau was het eerst gezellig als MARTIN

er binnenkwam en met LOEWENBERG of het merkwaardig

correctorstype SCHADE de kroniek van den dag aan 't bepraten

ging.

Voor mij is het altijd een raadsel gebleven hoe MARTIN

VAN RAALTE aan zijn talenkennis kwam en ik herinner mij

nog heel goed hoe verbaasd ik was en met zekeren eerbied

naar mijn toch eenige jaren jongeren collega opzag, toen ik

bemerkte dat hij geregeld brieven en telegrammen zond naar

de Londensche Standard: Die betrekking tot het Engelsche

blad moet bepaald veel tot zijn vorming hebben bijgedragen

en ook tot zijn durf om voor heete journalistieke vuren te

staan.

Er zijn in het journalistieke leven van MARTIN VAN RAALTE

mooie momenten geweest. In een tijd toen de dagbladpers

in de samenleving nog lang niet de voorname plaats innam

van tegenwoordig, was dit vooral voor de verslaggevers een

moeilijk baantje. De autoriteiten met wie zij te doen hadden,

waren eer stug dan voorkomend, eer tegenwerkend dan

doordrongen van de roeping der pers, zooals gelukkig tegenwoordig

geheel anders is geworden. VAN RAALTE heeft dien

moeilijken tijd meegemaakt en het zoo gedaan dat het aan

zijn verslagen niet te merken was met hoeveel zorg, inspanning

en ergernis zij vaak tot stand waren gekomen. Wat

moet onze vriend, na zoovele jaren van noesten arbeid, op

dien moeilijken maar heerlijken tijd met voldoening terugzien;

wat moet hij zich met welgevallen herinneren zijn prestaties,

b.v. op de reis en het verblijf te Arolsen, waar hij het

huwelijk van Willem III en Prinses Emma van Waldeck

meemaakte en de lezers van Het Vaderland vergastte op zijn

interessante brieven; wat zou hij mémoires kunnen schrijven

over zijn reizen in het gevolg van Regentes Emma in de

provinciën van ons land!

Het zal ongeveer in 1872 zijn geweest dat VAN RAALTE

van het Dagblad naar Het Vaderland overging, na, behalve

aan eerstgenoemd blad, ook nog aan de Haagsche Nieuwsbode

*) De dag is niet 23 October, zooals foutief in een deel van

de oplaag der aan de leden toegezonden circulaire stond, maar

21 October.


188 DE J O U R N A L I S T

en korten tijd aan het toen nog driemaal in de week uitkomend

Leidsch Dagblad (van den ouden heer A. W. SIJTHOFF)

hoofdredacteur te zijn geweest.

Deze korte vermelding spreekt boekdeelen over de werkkracht

van dat jonge mensch.

In de bureaux van Het Vaderland ligt VAN RAALTE'S

belangrijkste werkzaamheid als journalist. Daar was hij tijdgenoot

en medewerker van hoofdredacteuren als GOEMAN

BORGESIUS en MACALESTER LOUP; daar was hij jarenlang de

voortreffelijke verslaggever en de rechterhand van genoemde

hoofdredacteuren op de tribunes der beide Kamers: daar was

het dat hij in 1897 zijn 25-jarig redacteurschap aan genoemd

blad vierde onder tal van blijken van waardeering, o. a. van

de Regeering die hem voor de koninklijke onderscheiding

van de Orauje-Nassauorde voordroeg.

Het tegenwoordig geslacht van journalisten kent VAN RAALTE

vooral als de parlementaire verslaggever van Het Nieuws van

den Dag. In die hoedanigheid waardeeren hem de werkbijen

van de perstribune niet alleen als hun nestor, maar ook als

de vakman die hun steeds een voorbeeld was van nauwgezetten

arbeid en opgewekte, nooit verflauwende ambitie.

Op die perstribune, waar hij zijn vriend BLOK als nestor

opvolgde, heeft hij nu 55 jaren gearbeid en alle wisselingen

van het parlementaire leven meegemaakt.

Ter verpoozing van dezen meestal zeer zwaren arbeid,

vermeidde VAN RAALTE zich met het geestig en onderhoudend

bijhouden van de dagelijksche Haagsche kroniek van de

Nieuwe Gron. Crt., die jarenlang tot de meest gelezen en

meest geciteerde brieven uit de residentie werd gerekend.

Ik zou nog vele andere werkzaamheden van dezen vruchtbaren

journalist kunnen noemen: zijn brieven en artikelen

in tal van hollandsche bladen en, behalve zijn relaties met

de Londensche Standard, ook zijn medewerking gedurende

eenige jaren aan de Parijsche Figaro.

Zoo is in groote trekken de levensloop geweest van dezen

voortreffelijken Nederlandschen journalist.

Hem zij op dezen dag deswege ons aller hulde gebracht.

P. A. HAAXMAN Jr.

(Den leden van den Kring wordt beleefd verzocht van het

bovenstaande in hun blad vóór den 2i en October geenerlei

melding te willen maken, daar de gezondheidstoestaad van

den a.s. jubilaris het niet wenschelijk maakt hem ontijdig aan

emoties bloot te stellen.)

* *

*

Aan het artikel van collega HAAXMAN zij het ons veroorloofd

toe te voegen, dat ook de Kring aan MARTIN VAN

RAALTE dank verschuldigd is. Hij is van de oprichting af

lid geweest en toen reeds kort daarna, in 1886, de vereeniging

kwijnde en dreigde onder te gaan, was hij het, die de reddende

hand uitstak. In de. vergadering van 6 Juni 1886 werd

zijn motie aangenomen, als gevolg waarvan een commissie

werd benoemd die pogen zou vooraanstaande journalisten tot

den Kring te brengen. Deze poging had succes en vooral

door het persoonlijk optreden van MARTIN VAN RAALTE traden

journalisten van naam daarna tot den Kring toe. Men vindt

een en ander uitvoeriger in de schets van de Geschiedenis

onzer vereeniging beschreven. Reeds het optreden in dien

tijd geeft VAN RAALTE recht op de blijvende erkentelijkheid

van ons allen.

Hij deed mèèr.

Een belangrijk aandeel had hij in de totstandkoming van

het Ondersteuningsfonds, en de algemeene vergadering koos

hem onder de eerste commissarissen van het Fonds. Weer

later bracht hij, als rapporteur van de Fonds-commissie, een

uitvoerig en belangrijk rapport uit over de Pensioenverzekering.

Herhaaldelijk vertegenwoordigde hij den Kring op buitenlandsche

congressen, o. a. werd hij afgevaardigd naar „het

wereldpersparlement te St. Louis."

Jammer, dat een incident naar aanleiding van één dier

congressen (wij meenen het Luiksche) ontstaan, en dat het toemalige

Kringbestuur naar zijn meening niet tot oplossing

bracht, hem van den Kring vervreemde. Jaren lang hield hij

zich afzijdig, maar tot onze groote vreugde mocht het ons

gelukken den stoeren veteraan het vorig jaar weer op de

algemeene vergadering te krijgen in Rotterdam, waar het

35-jarig bestaan werd herdacht. Aan de lunch voerde hij het

woord, de oude band tusschen VAN RAALTE en den Kring was

hersteld. Met jeugdige opgewektheid zou hij deelnemen aan

de feestelijke herdenking, maar kort te voren trof hem de

ernstige ongesteldheid die hem aan bed bond. De ontroering

onder zijn Haagsche collega's was groot, want allen zonder

onderscheid voelen voor hem een innige genegenheid.

Gelukkig is hij thans weer heel wat beter en op zijn feestdag,

21 October, zal hij in zijn woning gehuldigd worden.

Den bekwamen journalist, den altijd opgewekten en hartelijken

collega een blijde groet namens heel den Kring, voor

wien hij in jongere dagen zoo veel heeft gedaan. Dit nummer

van ons orgaan zal hem — uit voorzichtigheid, op medisch

advies — eerst op v zijn feestdag bereiken. Maar dan wete

hij ook, dat hij, de 70-jarige, die 55 jaar lang hard heeft

gewerkt in ons vak, en wiens gouden jubileum in 1914 dooide

tijdsomstandigheden niet voldoende kon worden herdacht,

in veler hart leeft.

Uit de Katholieke journalistiek.

„De Weleerw. heer A. KOKKF.LKOREN, R. K. priester en

kapelaan te Dordrecht, is benoemd tot hoofdredacteur van

de Nieuwe Dordrechtsche Courant."

Bovenstaande mededeeling, die ik aan het hoofd der

rubriek Personalia vond in de „Mededeelmgen van de Ned.

Kath. Journalisten-Vereeniging" (No. van 3 Oct. jl.), noopt

me onweerstaanbaar tot het maken van eenige aanteekeningen.

Zelf katholiek journalist, mag ik zeggen: „Nourri dans Ie

Sérail, j'en connais les détours".

De aanstelling van niet-journalisten in leidende posities

aan de katholieke journalistiek is een onderwerp, dat in de

kringen van kath. vak-journalisten vaak besproken, betreurd

en gegispt wordt. Bijna nooit echter komt de uiting daarvan

naar buiten, — omdat, . . , nu ja, omdat de meeste kath.

journalisten er zich liever niet aan wagen: de naastbetrokkenen

meenen, dat directie en commissarissen het hun kwalijk

zouden nemen; collega's voelen er maar weinig voor, de

kastanjes voor anderen uit het vuur te halen, en wie er

over zouden willen schrijven, zouden m. i. in de katholieke

pers daarvoor niet overal even gemakkelijk plaatsing kunnen

vinden, omdat het nu eenmaal een precair onderwerp is,

waaraan men zich liever niet de vingers prikt.

En toch is het noodzakelijk, dat over hetgeen er te dezen

aanzien onder de kath. vakgenooten omgaat, eens een ruiterlijk

en openhartig woord vernomen worde.

Door ons, katholieke beroepsjournalisten, wordt het inschuiven

van heeren kapelaans als hoofdredacteurs met een ongunstig

oog aangezien, om twee redenen: eerstens omdat het de

belangen van de door ons voorgestane journalistiek,

tweedens omdat het de belangen van ons, katholieke journalisten

zelven, benadeelt.

De katholieke journalistiek. Ook deze heeft hare

technische eischen, zoo goed als elke andere journalistiek:

neutrale, liberale of socialistische. Van de journalisten wordt

gevergd, dat zij niet alleen een langdurige routine hebben,

vele jaren doormaken als leerling-redacteur, derde-, tweede-,

eerste-redacteur, maar ook dat zij een bepaalde wetenschappelijke

ontwikkeling hebben, alvorens tot hoofdredacteur

benoembaar te zijn. Vooral aan de provinciale pers moet de

hoofdredacteur voorts ook eenig begrip hebben van de techniek

van typografie en drukkerij, van het saamwerken van

post-, telegraaf-, telefoon-, spoordienst voor de totstandkoming

van zijn blad. Wat weet van dat alles een kapelaan, die uit

een of andere parochie gehaald wordt en op een redactiebureau

geplaatst?

Zeer zeker missen deze heeren niet een wetenschappelijke

ontwikkeling, maar het is er eene, die in geheel andere

richting is gestuwd: meestal weten zij meer van klassieke

dan van moderne talen; zij kennen kerkhistorie, canoniek

recht, filosofie, dogmatische en moraal-theologie. Doch de

wetenschappen van het volle maatschappelijk leven, waarmee

het dagblad —- het katholieke zoo goed als elk ander —

dagelijks in aanraking komt: staatsrecht, staathuishoudkunde,

parlementaire, politieke, koloniale en diplomatieke geschiedenis,

enz. enz., zijn hun vreemd.

Het gevolg is, dat deze heeren metterdaad en feitelijk niet

hoofdredacteuren worden maar schrijvers van hoofdartikelen,

en meestal nog wel van hoofdartikelen van een aard, waartegen

in de sectie Pers op den te Utrecht gehouden eersten

Nederlandschen Katholiekendag (Sept. 1919) gewaarschuwd

werd door de Dominicaner paters MOLKENBOER en HYAC.

HERMANS, de laatste als langjarig redacteur van de Maasbode

tot oordeelen zeker alleszins bevoegd.

Verder bepaalt de arbeid van priesters-hoofdredacteuren

zich gewoonlijk tot het uitoefenen van preventieve censuur

op hetgeen de andere redactie-leden schrijven.


Een ander nadeel der benoeming van kapelaans tot hoofdredacteuren

is voor de katholieke pers dit: vele jongelieden,

die voor ons vak zéér geschikt zouden zijn, weigeren het in

te gaan, uit de overweging: „Dank je: ik loop altijd de

kwade kans om de promotie tot de best betaalde posten

nooit te bereiken, wijl er op een kwaden dag een Eerw. heer,

soms tegen veel minder salaris, in wordt geschoven."

Voor de vak-journalisten zei ven is het uiterst

onaangenaam, voor velen hunner zelfs verbitterend, zich

betere posities te zien afgesloten door de inschuiving van

heeren, die, ze mogen op sommig gebied hun meerderen zijn,

als vakmannen beneden hen staan.

Dit alles moest maar eens ronduit gezegd worden, en ik

mag het zeggen, omdat ik zelf geen belanghebbende partij ben.

Laat ik erbij voegen, dat men aan enkele der voornaamste

katholieke bladen deze ervaring zelf zoodanig heeft opgedaan,

dat Tijd en Centrum hunne oude traditie: geestelijken als

hoofdredacteurs aan te stellen, sinds jaren hebben opgegeven.

Men beginne aan de pers nu niet datgene te doen, waarvan

de Nieuwe Dordrechtsche Courant het bovenvermelde

voorbeeld gaf.

JAC. P. VAN TERM,

hoofdredacteur Limb. Koerier.

* *

Collega VAN TERM behandelt * inderdaad een eenigszins

delicaat onderwerp, maar wij mochten hem de plaats daarvoor

niet weigeren. Overigens willen wij wel opmerken, dat aan

de met-Katholieke pers iets dergelijks ook, en misschien nog

wel vaker, voorkomt. Het verschijnsel is dan ook van algemeenen

aard. Niet zelden gebeurt het, dat tot hoofdredacteur

iemand wordt benoemd, die tot op dat oogenblik geheel

buiten het vak heeft gestaan. Een advocaat, een ambtenaar,

een oud-Kamerlid. Voor hen worden dan bekwame

journalisten gepasseerd. Wij zeggen natuurlijk niet, dat de

benoemden over het algemeen niet deugen voor hun taak,

maar het is toch ontmoedigend wanneer de best-betaalde

posten en meest verantwoordelijke functies dikwijls aan buitenstaanders

worden gegeven. Of dat nu geestelijken zijn of niet

is onverschillig — Redactie.

Verkeerde begrippen.

Het kan wellicht zijn goede zijde hebben, het volgende

niet onvermeld te laten.

De afdeeling Rotterdam van de overleden Vereeniging voor

Vrouwenkiesrecht heeft op 30 Sept. jl. des avonds een feestelijke

bijeenkomst gehouden ter viering van de verkrijging

van het kiesrecht voor de vrouw. In die bijeenkomst heeft

o. m. mevr. VAN ITALUE—VAN EMBDEN het woord gevoerd.

In haar redevoering deelde mevr. VAN ITALUE mede, dat

zij een strijd tegen de mode is begonnen, die h. i. veel te

veel tijd van de huisvrouwen in beslag neemt en een veel te

groot gedeelte van het huishoudgeld vergt. In dien strijd had

zij echter tot nu toe weinig succes, omdat de groote pers

weigerde haar artikelen op te nemen. Een van de redacties

had meegedeeld, dat zij die artikelen niet kon opnemen, omdat

de courant de advertenties van de modemagazijnen enz. niet

kon missen.

Zeker, mevr. VAN ITALLIE sprak van één der redacties,

maar zij zeide dit bij wijze van: u begrijpt me wel, dames

en heeren, daar zit 'm de kneep.

Ik heb de moeite genomen, een van de dames bestuursleden

van de afdeeling te verzoeken, mevr. VAN ITALLIE

mede te deelen, dat zij m. i. dergelijke opmerkingen in een

openbare vergadering beter achterwege kon laten, met het

gevolg, dat mevr. VAN ITALUE zich eenigen tijd later aan

onze tafel vervoegde om haar verwondering over onze ontstemming

kenbaar te maken.

Ik heb toen ongeveer het volgende opgemerkt: Mevrouw,

het spijt me, dat uw opmerking op het oogenblik waarop zij

werd uitgesproken, niet beter tot mij is doorgedrongen, want

dan had ik mijn jas aangetrokken en was ik heengegaan.

U weet heel goed, dat dergelijke opmerkingen onwaar zijn.

Het is eenvoudig onmogelijk, dat iemand van de redactie

van een blad dat tot de groote pers behoort, u over advertenties

spreekt. Met de advertentieafdeeling heeft de redactie

van een groot blad niets te maken, daar weet ze niets van,

daar mag ze zich niet mee bemoeien en daar bemoeit ze

zich niet mee.

Uit het antwoord van mevr. VAN ITALLIE bleek, dat zij haar

mededeeling van een ander had ontvangen.

Mevr. VAN ITALLIE beklom opnieuw het podium en deelde

DE J O U R N A L I S T

189

de vergadering mede, dat de heeren van de pers ontstemd

waren over haar opmerking. Zij legde er den nadruk op, dat

zij van één blad had gesproken en geenszins bedoeld had te

generahseeren of haar toehoorders daartoe aanleiding te geven.

Ik ben toen opgestaan en heb gezegd: zegt u°dan Ö welk

blad u bedoelt. Maar daartoe was mevr. VAN ITALLIE 'niet

te bewegen en zij kreeg steun van eenige protesteerende

staatsburgeressen, die het zóó al welletjes vonden.

Eenigen tijd tevoren had dezelfde dame aan wie ik verzocht

had, mevr. VAN ITALLIE onze ontstemming kenbaar te

maken, een glazen bakje met bloemen op onze tafel geplaatst

kennelijk met de bedoeling ons te laten zien dat het heelemaai

met kwaad gemeend was. Ik heb het ding onder de tafel

gezet, en het er later weer op geplaatst, toen alweer dezelfde

dame mij vroeg, of het er werkelijk onder moest blijven.

Ik heb er de mededeeling aan toegevoegd, dat vóór de verklaring

van mevr. VAN ITALLIE een bakje met bloemen

geen compensatie was voor een mededeeling die ik hier nu

maar niet nader zal kwalificeeren, en dat de pers zich met

een beetje bloemetjes niet zoet laat houden. Tegelijk heb ik

gevraagd, welk dan toch dat bewuste blad was.

En nu aarzel ik geen oogenblik, het daarop gevolgde antwoord,

dat zeer waarschijnlijk vertrouwelijk bedoeld was hier

over te brengen en te zeggen, dat het bewuste blad volgens

haar die ons dit meedeelde, de Maasbode is. Ik aarzel geen

oogenbhk, omdat ik weiger te gelooven, dat de redactie van

de Maasbode tot iemand die een redactioneel artikel aanbiedt

eenvoudig zou gezegd hebben : dat kunnen wij niet opnemen

want WIJ kunnen de advertenties niet missen.

Bovendien, stel eens dat mevr. VAN ITALLIE met haar

strijd succes zou hebben. Wat zou dan het eerste gevolg zijn ?

Natuurlijk een aantal advertenties betreffende aanbiedingen

van vereenvoudigde kleeding e. d.

Ik heb hier een nuchter relaas van het gebeurde gegeven.

Wellicht heb ik mij dien avond wat te kwaad gemaakt, maar

het is dan toch ook wel ergerlijk, dat een beschaafde, ontwikkelde

vrouw als mevr. VAN ITALLIE, die betoogd had

dat voor de vrouwen de tijd is aangebroken „om de groote

lijnen te zien", in een openbare vergadering goedsmoeds over

de groote pers dingen zegt, die uitermate geschikt zijn om

de volslagen onkunde van het publiek ten opzichte van de

gebruiken van en den gang van zaken bij onze groote pers

nog eens wat aan te dikken.

Salaris-verho oging.

In De Journalist van 2 Oct. j.1. komt het volgende

berichtje voor:

„De redacteuren van de Nieuwe Rotlerdamsche Courant

hebben deze week opnieuw salaris-verhooging ontvangen.

Zoo grijpt onze actie o?n zich heen."

De leden der redactie der N.R.Ct. verheugen zich in het

succes hetwelk „onze actie" voor de zeer vele journalisten

die veel te laag worden gesalarieerd heeft gehad, hoewel zij

de vastgestelde salarisschaal beneden peil vinden. Voor hen

heeft overigens „onze actie" tot nu toe geen ander positief

resultaat opgeleverd dan een bovenmatig hooge contributie

welke den Kring leden zal kosten.

Dat aan de leden van de redactie der N. R. Ct. een salarisverhooging

met terugwerkende kracht tot 1 Jan. 1919 werd

toegekend, is het gevolg van de onderhandelingen die de

Redactievereeniging der Nieuwe Rotterdamsche Courant zelfstandig

met het bestuur van de courant heeft gevoerd.

Namens het bestuur van de

Redactiever. der N. R. Ct.

JONQUIÈRE,

secretaris.

* *

*

Zeker, waarde collega, die onderhandelingen heeft uw

redactie-vereeniging zelfstandig gevoerd. Maar het verband

met onze algemeene actie {onze, d.w.z van de beide journalisten-organisaties)

zal toch geen sterveling kunnen ontkennen.

Men leze nog eens elders in dit nummer hoe wij daarover

denken. De Kring heeft de salaris-kwestie op het tapijt gebracht,

en toen er een minimumschaal moest worden vastgesteld

kon ieder veilig voorspellen, dat de collega's, die tot dusver

m de Nederlandsche journalistiek tot de best-gesitueerden

hadden behoord, daarvan niet direct zouden profiteeren. Maar

die schaal heeft den tendenz, dat zij automatisch invloed

oefent op alle salarissen, ook op die welke er een stuk boven

uit gaan. Wij beweren dat de gevoerde actie tot dusver ook

J-


190 DE J O U R N A L I S T

reeds op alle salarissen, geen enkel uitgezonderd, invloed

heeft geoefend. Een redactie-vereeniging moge zelfstandig

optreden en daardoor den laatsten stoot geven in dat bepaalde

geval, wij meenen toch dat niemand den invloed van de

algemeene beweging ernstig zal kunnen ontkennen. En het is

ook niet aardig om het te doen. Aan groote bladen, waar

geen redactie-vereeniging bestaat, zijn de salarissen trouwens

evenzeer verhoogd. „Zoo grijpt onze actie om zich heen".

En wat die „bovenmatig hooge contributie" betreft, en de

mededeeling dat de Kring leden zal verliezen — wij willen

en durven niet aannemen dat er onder de beter-gesitueerden

ook maar één is, die daarom zijn lidmaatschap zal opzeggen.

Dit ware' een zoo kras bewijs van totaal gemis aan solidariteit

en gemeenschapsgevoel, dat het hen, die dag in dag uit hun

tijd voor den Kring geven, met opoffering van persoonlijke

genoegens en ontspanning, wel totaal zou moeten ontmoedigen.

Wie — gelijk ook wij zelf — de hoogste contributie zal

moeten betalen, moge zich gelukwenschen dat hij tot de

best-gesalarieerden behoort. En dankbaar zal hij dan zijn vijf

dubbeltjes per week offeren voor de kas der vakvereeniging,

die er thans in geslaagd is, de eerste maal dat zij een actie

als deze voert, het salaris-peil op te voeren, en de lagere en

middelmatige salarissen direct, de hoogere indirect verbeterd

te krijgen. Vijf dubbeltjes per week, voor de hoogste salarissen,

en vergelijk daarmee de contributie die de arbeiders

betalen ! Zoo juist heeft het spoorweg-personeel zijn contributie

verhoogd tot i!/2 % van het netto-loon. Dat zou in onze

vereeniging voor een salaris van b.v. f5000 beteekenen f 75.

De contributie is slechts f 22.50.

De collega's van de N. R. Crt. (die trouwens noch in

het orgaan noch op een vergadering tegen de hoogere

contributie bezwaar maakten) hebben verleden jaar ons

allen verblijd door hun toetreding tot den Kring. Toen zij

daarop de redactie-vereeniging stichtten, schreven zij in het

reglement, dat alle leden ook lid van den Kring moesten

zijn. Dit was een uitnemend voorbeeld. Wij blijven ook

verder hopen op hun toewijding en sympathie voor de belangen

van de organisatie. — Eedactie.

Een monopolie van het Correspondentiebureau.

Eenige dagen nadat ik het artikeltje in het vorig nummer

had geschreven en aan den redacteur van ons orgaan gezonden,

gewerd mij de mededeeling van den Loonraad, dat deze

was teruggekomen van zijn aanvankelijk besluit om alleen

den verslaggever van het Correspondentiebureau toe te laten

tot zijn bijeenkomsten, en thans had besloten, ook dagbladvertegenwoordigers,

die zelf van zijn vergaderingen een verslag

willen maken, toe te laten. De veronderstelling schijnt niet

gewaagd, dat deze verandering van houding het gevolg is

zoowel van het door het bestuur der Haagsche Journalisten-

Vereeniging bij den Loonraad uitgebrachte protest als van

de door mij in het blad, waaraan ik ben verbonden, gepubliceerde

klacht.

Hoewel hiermede het conflict is opgelost, scheen het mij

gewenscht, de zaak onder de aandacht mijner collega's te

brengen, omdat ze bewijst, dat het doeltreffend kan zijn, dat

onzerzijds er krachtig stelling tegen wordt genomen, wanneer

men aan het Correspondentiebureau een monopolistisch

karakter zou willen toekennen.

LUIKINGA.

Buitenland.

E. W. de Jong.

Een commissie van leden der Foreign Press Association,

de vereeniging van buitenlandsche dagblad-correspondenten

te Londen, heeft (naar wij in het Hbl. lezen) in Café

Royal, Regentstreet een lunch aangeboden aan een tweetal

leden die Londen metterwoon gaan verlaten. Dat waren de

heer F. HENRIKSON (die jaren lang correspondent van de

Gothenburger Tidende en andere Zweedsche bladen geweest

is en nu in zijn vaderland een andere journalistieke functie

gaat vervullen) en de heer E. W. DE JONG, correspondent

van het Handelsblad die binnenkort naar Amsterdam terugkeert.

Een toevallige omstandigheid, te aardig om onvermeld te laten,

was dat de heer De JONG den 8 en Oct. 1906, dus op den kop

af dertien jaar geleden, zijn eersten brief als correspondent

van het Hbld. schreef.

In the chair: — wegens afwezigheid van den voorzitter,

den heer COUDURIER DE CHASSAGNE, die op het oogenblik in

Frankrijk vertoeft — de vice-president, de heer G. DUSSOL.

Als gast was nog aanwezig de heer F. R. HARRIS van het

Gedrukt bij A. de la Mar Azn., Amiterdam.

Foreign Ojffice, terwijl verder de tafel een bonte rij vormde

van vertegenwoordigers van alle nationaliteiten. Van de

Nederlandsche journalisten waren aanwezig de heeren : prof.

dr. P. GEYL {N. Ji. Ct.), J. REYNEKE VAN STUWE (JV. V. d. D.

en Vad.), J. T. GREIN (oud-correspondent van het Hbld.)

en een vertegenwoordiger van hetzelfde blad.

De secretaris der Association, de heer J. DE MARSILLAC,

sprak de vertrekkenden in hartelijke bewoordingen toe. De

heer DE JONG wees er in zijn antwoord o. m. op dat behalve

de Volkenbond ook een bond van journalisten dringend noodzakelijk

en eerstgenoemde zonder den laatste zelfs onmogelijk

was. Daarom moesten de buitenlandsche correspondenten,

meer dan tot dusver lfet geval was, contact zoeken met

Engelsche journalisten, zonder dat hierdoor het oorspronkelijk

karakter der Foreign Press Association gewijzigd zou behoeven

te worden. De teekenen van bijval en de Engelsche hear haer's

die opgingen, bewezen dat de aanwezigen met dit denkbeeld

instemden.

Op het welzijn der vertrekkenden, die beiden voorbeelden

van collegialiteit en zeer populair waren, werden hierop

nogmaals de glazen geheven en ook daarna bleef men nog

een korten tijd gezellig bijeen.

Personalia en Berichten.

Binnenland:

— Mr. PLEMP VAN DUIVELAND keert deze week in het

vaderland terug.

Benoemingen.

Benoemd:

tot redacteur van Het Volk de heer A. M. DE JONG, te

Amsterdam;

tot redacteur van De Telegraaf de heeren E. J. LIDTH

DE JEUDE, mr. H. VAN DEN BERG en A. PELT Jr.

— Collega F. HAGEMAN heeft ontslag genomen als redacteur

van De Telegraaf en een betrekking buiten het vak aanvaard.

— Tot' de vereeniging „De Nederlandsche Dagbladpers"

zijn thans 80 leden toegetreden. Alle dagbladen op 4 na zijn

aangesloten. Die 4 zijn De Tribune (Amsterdam), Dagblad

voor Helder en Hollands Noorderkwartier (den Helder),

De Zeeuw (Middelburg) en Friesch Dagblad (Sneek).

— De Katholieke Journalisten-Vereeniging telt thans 116

gewone leden. Hiervan zijn er 23 ook lid van den Kring.

Vermoedelijk echter zal na de hangende statutenherziening

het ledental der vereeniging wijziging ondergaan.

— Naar het Vad. verneemt, keert prof. dr. H. D. J.

BODENSTEIN, hoogleeraar in het Romeinsch-Hollandsch recht

aan de universiteit van Amsterdam, naar Zuid-Afrika terug

en wordt hij daar hoofdredacteur van De Burger, het groote

blad in Kaapstad.

— Te Baarn is opgericht eene vereeniging genaamd

„Baarnsch Perscomité". Van deze vereeniging zijn lid de

uitgevers van de plaatselijke bladen en de vaste correspondenten

van elders verschijnende bladen, die plaatselijk nieuws

van Baarn opnemen. Het doel is, zoo ruim mogelijk omscheven,

de gemeenschappelijke belangen der door hare leden

vertegenwoordigde bladen te bevorderen. Tot bestuursleden

werden gekozen de heeren G. BAKKER, voorzitter en R. K.

VAN DEN BERG, secretaris-penningmeester.

— De directie der Nederlandsche Spoorwegen heeft bepaald,

dat aan het personeel geen vergunning meer zal worden verleend,

om op te treden als verslaggever of correspondent van

een courant. (N. v. d. D.)

Advertentiën.

Een journalist,

Hollander, 29 jaar, die eenige jaren in Weenen

correspondent was van Duitsche bladen, zoekt

thans in Nederland een plaats in de journalistiek,

hetzij in éen der groote steden, hetzij in de provincie.

Adres: P. MULLER, Columbusstraat 153, den Haag.

More magazines by this user
Similar magazines