Weekblad%20Cinema%20en%20Theater_1929_267_r.pdf

bibliotheek.eyefilm.nl

Weekblad%20Cinema%20en%20Theater_1929_267_r.pdf

HET IDEAAL

Ernst Lubitsch (Hollywood) die

vraagt:

,.Waarom moeten wij, zooals m.i. te

vaak gebeurt, in de toekomst verwijlen,

terwijl het heden toch zoo dichtbij is ? In

de laatste jaren heb ik twee nieuwe

letterkundige onderwerpen in scène

gebracht, en wel „Alt Heidelberg" naar

het tooneelstuk van Wilhelm Meyer­

Förster en „Patriot" van Alfred

Neumann.

Men zal misschien aanvoeren, dat ei

tusschen deze beide tooneelstukken een

hemelsbreed verschil bestaat. Wellicht

was het buitengewoon groote succes als

tooneelstuk van „Alt Heidelberg" de

reden, dat dit werk als „hooge literatuur"

aan aanzien verloor. Bij „Patriot"

van Neumann had ik met geen vooroordeel

te kampen. We wisten, dat dit

een werk was, waarin buitengewoon veel

dramatische dynamica school, dat 't vol

zat met schilderachtige effecten, die door

een waren kunstenaar waren geobserveerd

en die door hun bijna zichtbare

schildering in letterlijken zin om verfilming

schreeuwden! Daarbij kwam nog,

dat Tsaar Paul een der interessantste

verschijningen der wereldgeschiedenis is.

Jammer genoeg loeren wij op school

bijna uitsluitend de middel­europcesche

geschiedenis. De Shakespeare van de

russische geschiedenis hebben wij tot nu

toe moeten missen; misschien aardt Alfred

Neumann naar hem. Bovendien

leek Emil Jannings mij zoo buitengewoon

voor deze rol geschikt, dat ik,

als ik aan zielsverhuizing geloofde, overtuigd

zou zijn, dat de sentimenteele

Wüterich in onzen „gooien, ouwen Emil"

uit Görlitz was herrezen 1

Jan VOH Kuharski (Londen) dweept

met Boeddha en de Oostcrsche cultuur.

Ziet hier, wat hij er van zegt:

De betooverende, benauwende tropennacht

bergt in zijn schoot de mystiek

der religie uit het Morgenland; een

machtige hymne, een grandioos pathos...

Op mijn vele reizen in het Oosten heb

ik deze cultuur leeren kennen en mij

in haar verdiept. De hoogste bevrediging

als kunstenaar zou ik vinden, indien

ik de figuur van den grooten religieuzen

mysticus en profeet Boeddha in

een film kon vastleggen.

- 4

DOOR OTTO MITTERHAMMER­

In de laatste jaren vooral is het contact

geworden ; uit de literatuur put de film heden

te zeggen: al te veel — ideeën. Een van

leiding hiervan tot een aantal wereldbekende

■ willen mededeelen, welke literaire schepping

reden. Hun antwoorden laten wij hieronder

De religie uit het morgenland heeft

in hem haar volste en zuiverste uitdrukking

gevonden; in hem kristalliseerden

zich tradities en overleveringen van

een oeroude cultuur. Naturalisme en

realisme vloeien met een beschaafdef

crescendo over in de mystiek, in de

poëzie, de majesteitelijke openbaring van

den oosterschen geest...

Kleist's „Michael Kohlhaas" zou een

figuur zijn, die absoluut actueel is: De

mensch, die tegen het onrecht in opstand

komt: de mensch, die de menschheid

uit haar voegen wil lichten en die

schipbreuk lijdt. .. aldus Richard Oswald

uit Berlijn. En hij vervolgt:

Men zou deze figuur op de film buitengewoon

pakkend kunnen voorstellen.

Zijn vrouw, zijn liefde, zijn kinderen,

alles zet hij opzij, alleen zijn recht wil

hij hebben — en hij bereikt het tegendeel.

Deze figuur zou iederen grooten

karakter­uitbeelder bekoren en hij zou

ook — hoe komisch dit ook moge

klinken — een zakelijk succes kunnen

zijn!

Dweept Oswald dus met Kohlhaas,

Joe May (Berlijn) zou Michael Kohlhaas

juist niet willen filmen. De reden

geeft hij hieronder aan. Dat hij lijnrecht

tegenover Oswald staat, maakt zijn oordeel

des te interessanter.

Er zijn talrijke gestalten in de literatuur,

zegt hij, die ik gaarne tot het middelpunt

van een film zou willen maken. Welke ik

verfilmen zal, weet ik nog niet en Dovendien

zou ik mijn plannen ook niet al te

openhartig publiek maken. Maar wèl

kan ik zeggen, waarom ik bijvoorbeeld

Michael Kohlhaas, die mij zeer interesseert,

desondanks tóch niet verfilmen zal.

De tijd, waarin Kohlhaas leefde, ligt

te ver in het verleden. Als deze tijd in

een film historisch­getrouw geteekend

wordt, blijft hij onbegrijpelijk en werkt

daardoor èf vervelend óf komisch. Want

de film kan een voorbijen tijd wel door

de uitbeelding ervan weer laten herleven,

maar zij kan zijn wezen niet verklaren

zonder de hulp van langademige

bijschriften in te roepen. En als Kohlhaas

gemoderniseerd is, gaat heel de

bekoring ervan verloren. Zoo is het met

de meeste figuren ­uit de literatuur.

* - *'

ER REGISSEURS

ROMANI TE BERLIJN

tusschen de film en de literatuur zeer nauw

ten dage veel — men zou bijna geneigd zi/n

onze medewerkers heeft zich naar aanregisseurs

gewend met het verzoek, hem. te

zij gaarne zouden willen verfilmen en om welke

volgen. Het eerst geven wij het woord aan

Zijt gij niet benieuwd te weten, welke

figuur Charlie Chaplin zou willen uitbeelden

? Welnu zijn „held" is — Napoleon.

En wat hij van hem zegt, leest

ge hieronder:

Groote Napoleon­filmen zijn al reeds

vertoond. Napoleon als de groote keizer

der Franschen, als de held van een eeuw.

Ik zou Napoleon niet laten zien, zooals

de geschiedenisboeken hem beschrijven,

maar zooals ik hem zie: als mensch.

De kleine officier, die — meer door

.de gebeurtenissen gedwongen dan uit

vrijen wil — de ladder van het succes

bestijgt, tot de golven van het succes

over hem heen samenstorten, tot hij

weer omlaag geslingerd wordt en eindigt

als de kleine man, dien hij steeds

was. Ik hoop, dat het mij spoedig mag

gelukken, dit toekomstplan te verwezenlijken.

„Niemand kan zijn natuur verloochenen

en daarom beken ik eerlijk, dat het

­ voor alles de vrouwelijke figuren zijn,

wier verfilming mij het meest bekoort,"

antwoordt Richard Eichberg (Berlijn).

„De vrouwelijke psyche is een onuitputtelijk

thema en het doet er niet toe of zij

aan het leven of aan de literatuur is

ontleend.

Daar ik een modern mensch ben, zou

Wedekinds „Lulu" mij meer aantrekken

dan Kleist's „Kathchen von Heilbronn".

Waarmee ik tevens wil zeggen, dat ik

mij niet aan een bepaalde „richting"

houd, want het veld van den modernen

■ filmregisseur is de heele wereld met

haar oneindig vele sujetten, combinatiemogelijkheden

en karakters, die wel is

waar dikwijls heel ver van de literatuur

afstaan, maar toch zoo aangrijpend en

interessant kunnen zijn als het sterkste

drama van een dichter."

Fred Niblo (Hollywood), de regisseur

van „Ben Hur" antwoordt op onze

vraag:

Niets of niemand trekt mij meer aan

dan de groote man der oudheid, de

leider van een volk — Mozes — op

het linnen vast te leggen. Mozes, die

den vrijheidskamp voor zijn volk leidt

en wint, die met zijn volk uittrekt de

woestijn in, om het beloofde land te

/ovken, wicn het zélf echter niet meer

vergund is, dit land te bereiken en

die, als hij het ziet, sterven moet. Den

heldenmoed en de tragiek van dezen

man te vereeuwigen, dat beschouw ik

als het hoogste doel, dat ik mijzelf

kan stellen.

Filmlitcratuur ­ geen literatuur! verklaart

Maurice Ton meur (Parijs). En

hij vervolgt:

De zoogenaamde „litteraire" films,

d.w.z. de film, die haar onderwerp, handeling

en personen aan de literatuur

ontleend heeft, toonen de richting aan,

waarin de film de laatste jaren

gegaan is.

Het verfilmen van zulke thema's is

echter een gecompliceerde opgave. Als

men namelijk bedenkt, dat hierbij een

radicale vervorming noodzakelijk is, begrijpt

men oogenblikkelijk de artistieke

moeilijkheden, welke daaraan verbonden

zijn. Men probeert daarbij de eene

kunstsoort (de literatuur) in een andere

(de film) te doen overgaan; hier de

voorstelling, daar het geschreven woord.

Deze beide soorten werken met geheel

verschillende middelen.

Een figuur, die in de literatuur alle

artistieke noodzakelijke voorwaarden bezit,

om haar taak te vervullen, behoeft

als figuur in een film nog bij lange na

niet hetzelfde succes te hebben.

De „overplanting" van een litteraire

figuur in de film beteekent dus in werkelijkheid

het scheppen van een geheel

nieuwe persoon. Men gebruikt daarbij

wel de figuur van den schrijver als

schema, maar de figuur, die de schrijver

heeft gezien, moet in de film heel

anders worden voorgesteld.

Het is daarom begrijpelijk, dat de

verfilming van liUerairc figuren aan de

critick talrijke aanvalspunten biedt; het

artistieke compromis is een niet te overbruggen

gevolg.

De filmkunst heeft, om haar bestaansrecht

als kunst te rechtvaardigen,

een speciale filmliteratuur noodig; een

literatuur, die geschapen moet worden

door menschen, die de theoretische en

practische aanspraken der film kennen.

Een kunstzinnige bevrediging zou mij

dus slechts de verfilming van een figuur

uit de „absolute" filmliteratuur kunnen

schenken.

MAURICE TOURNEUR


CAFÉ-RESTAURANT

„DE KROOKT P-ift)

AMSTERDAM - REMBRANDTPLEIN

Middag-, Diner- en Avondconcert: HONG-KAPEL-BONZO-OLAH

Zalen disponibel voor Vergaderingen en Partijen. Gerenommeerde Keuken.

II Ie klasse eJectrisch verwarmde Toulet Billards - Billijke Prijzen!

Aanbevelend F. REIBEL (Gérant]

SENTIMENTEELE MENSCHEN

DIALOOG DOOR DEP OTTEN

OPVOERINQ5RECHT VOOR 5EROEPSQEZELSCHAPPEN VOORBEHOUDEN

Het tooneel stelt een moderne, luxueuze huiskamer voor. Midden, op den achtergrond, een deur.

J

enny (zit eerste plan rechts in een Jenny: „Mary is een charmant vrouw­

fauteuil. Naast haar een tafeltje

jou. Jij hebt nu immers de eenige, de

tje. Ik geloof, dat ze wel bij je past,...

met theegerei. Ze leest).

ware vrouw gevonden."

een beetje ijdel, een beetje oppervlak­

(Als het doek opgaat, wordt er gekig... ."

Robert (zucht): „Dat dacht ik ten

scheld.)

minste."

Robert: „Aardig van je om dat te

Dienstmeisje (op): „Mevrouw, zeggen."

Jenny (veert overeind): „Dat dacht

daar is mijnheer."

je? Wist je 't dan niet zeker? En daar­

Jenny: „O, in de goeie beteekenis,

Jenny (ziet op): „Mijnheer... Wie

voor zijn we nog wel gescheiden! Toch

hoor. (Ze steekt een sigaret aan) Jullie niet voor een gril, wil ik hopen!"

mijnheer, welke mijnheer?"

zult een lief paar zijn,... écht."

Robert: „Ik wist 't zeker."

Dienstmeisje: „Nou ... èh mijnheer." Robert: ..Je hebt altijd een beetje Jenny: „O, dan is *t goed."

Robert (op langs het dienstmeisje): op me neergezien ..."

Robert: „Nee, 't is heelemaal niet

„Mag ik binnenkomen?"

Jenny) (vlug): „Dat is niet waar." goed! (Wanhopig). Want nü weet ik

Jenny (schrikt, herstelt zich weer): Robert: „En je noemt- me dom en 't niet meer."

„O, ben jij 't? (Nonchalant.) Ja, na­ ijdel."

tuurlijk."

Jenny (leunt weer achterover, glim­

Jenny: „Nu ja,... den laatsten tijd...

(Dienstmeisje af.)

lachend) : „Och... dat komt meer voor.

Je ... je tegenwoordige omgeving heeft

Robert (blijft wat verlegen staan).

Een stemming... een gedrukte stem­

je neergehaald."

Jenny (slaat haar boek dicht, ziet

ming. Misschien heb je 'n beetje griep."

Robert: „Mary?"

glimlachend naar hem om, steekt hem

Robert: „Nee ... ik ben net beter van

Jenny: „Mary... onder anderen: En

haar hand toe): „Hoe maak je 't?"

de griep. Dat weet je wel... Daarom

haar kennissen ... Ook een sigaret ?"

Robert (drukt haar hand): „O, uitste­

is Bobbie ook al dien tijd niet bij me

Robert (neemt een sigaret): „Nieuwe geweest."

kend. -Dank je."

sigaretten-doos?"

Jenny: „Ga zitten."

Jenny: „Woensdag is hij er geweest."

Jenny: „Ja. Gekregen."

Robert (gaat zitten. Een korte stilte):

Robert: „Ja ... toen wel. Voor het

Robert (ziet haar aan): „O ... Amu­

.„Je vindt 't toch met gek, hè, dat ik

eerst..."

seer jij je nogal tegenwoordig?"

gekomen ben ?"

Jenny: „Daar beklaag je je- toch

Jenny: „Ja, ik heb een heerlijk leven­

Jenny: „Gek? Ik vind 't heel gezel­

met over ? Had de jongen dan ook griep

tje; een massa leuke vrienden, veel

lig. Je hoeft dit huis toch niet te mij

moeten krijgen ?"

partijtjes,.... bals... En ik ben ook

den,.... dat zou dwaasheid zijn."

Robert: „Ik beklaag me niet..."

pas een paar dagen uij: logeeren ge­

Robert: Ja, dat dacht ik ook. We zijn weest."

Jenny: „Je weet, je mag Bobbie zoo

toch goed van elkaar gegaan,... geen

veel zien, als je wilt. Hij mag met je uit­

Robert: „Zoo.. . Met een van je

scènes of zoo ..."

gaan, bij je logeeren... wat je wiltvrienden

?"

Jenny (afwerend gebaar): „Scènes!...

(Verlegt haar boek). Hij is toch ook

Jenny (droomerig): „Ja... (blijft

Nee, -beste jongen, die kan je alleen van

jouw jongen."

even in gedachten, kijkt hem dan aan

onnoozele, sentimenteele vrouwen ver­

Robert: (buigt zich wat naar haar

zucht). O, 't is heerlijk, de w re gewachten."

over): „Heeft... hij je niets verteld ?"

liefde, de eenige liefde te hebben ge­

Robert: „Jij bent zoo flink en verstanvonden!" Jenny: „Wie ? Bobbie ... ? Nee, wat

dig. Daarom dacht ik ..."

zou hij verteld hebben?"

Robert: „Heb jij ... ?"

Jenny: „Natuurlijk. Er zijn massa's

Robert: „Hm... Mary was'Woens-

Jenny: „Ik? Welnee. Ik dacht aan

gescheiden echtgenooten, die als de

dag bij me."

beste vrienden met elkaar omgaan.

Jenny: „Dat is toch heel natuurlijk.

Waarom wij dan niet ? Wil je een kopje

Als je getrouwd bent, zal ze er altijd

thee ?"

zijn. Daar moet Bobbie maar aan

Robert (wat wrevelig): „Och, nee."

wennen."

/£«« v>„Niet ?"

Robert: „Als 't dat alleen was.. .

Robert: „Ik... ik kom hier toch

Jenny!"

met om kopjes thee te drinken en koek­

Jenny: „Wel?"

jes te eten."

Robert: „Mary... was niet bijzonder

Jenny: „O, en ik dacht, dat je op visite

aardig tegen Bobbie. Ze- wil ook niet,

kwam ?... Maar zooals je wilt.... (Gaat

dat hij me veel op komt zoeken...

nog wat makkelijker zitten) En .. . wan­

van logeeren kan heelemaal geen sprake

neer ga je trouwen?"

zijn. Mary houdt niet van kinderen, ze

Robert: „Volgende maand."

hinderen haar... Dat kwam ik je even

zeggen."

PENSION SALOMONS

Qelkingestraat 39, Groningen

PRIMA KEUKEN

Centrale verwarming

Stroomend water in allekamers

In Centrum «elegen

Kamers vanaf f 3.50 per das

- 6 -

&k

D/m SINs TITUU r

J.RVANIIINTE

^nsrcffatM

ttiuatwcota-n ra we-

PRIVÉ-LESSEN

RHYTMISCHE

GYMNASTIEK

„ ^ . ,

Jenny: „O, kwam je hier om me wat

te zeggen?"

Robert: „Nu ja ... dat ook- Ik kwam

een visite maken."

Jenny: „Ah... ik begrijp 't al! Je

wou Bobbie zien... Maar hij is naar

school. Had je daar niet aan gedacht ?"

Robert: „Ja ... nee ..," (staat op,

van haar afgewend.)

Jenny (slaat ook op, gaat naar hem

toe. Achter hem): „Zèg me nu maar,

waarom je gekomen bent. Om Bobbie?

Wil je in 't vervolg hier komen om

hem te zien ?"

Robert: „Als jij 't goed vindt...

(Wendt zich naar haar toe.) Begrijp je

dat in een vrouw, dat ze niet van

kinderen houdt? En zelfs niet van

Bobbie ... Er is toch geen liever, leuker

jongen dan hij ?"

Jenny: „Ja, hij is een schat. Hoe vond

je hem dat nieuwe pakje staan ? Snoezig

hè?"

Robert: „Ja. Hij heeft me ook zijn

rapport laten zien. Hij was er zoo

trotsch op."

Jenny: „'t Was mooi, hè? Hij leert

goed."

Robert: „Hij is altijd verstandig geweest."

Jenny: „Ja,.. (Peinzend.) Weet je

nog, toen h;j pas praatte en..."

Robert (wendt zich bruusk af. Loopt

heen en weer.)

Jenny (zwijgt wat verschrikt):

„Robbie..."

Robert: „'t Is een ellendige geschiedenis

..."

Jenny (doet opgewekt): „Waarom ?

Kom, eerst zag je alles zoo optimistisch

in. En nu... We kunnen toch niet

zóó sentimenteel worden."

Robert: „Wat is nu sentimenteel?"

Jenny (lacht kort): „Denk je dat

Bobbie ons weer bij elkaar kan brengen?

't Lijkt wel een film-verhaaltje.

't Ontbreekt er alleen nog maar aan,

dat hij ziek in z'n witte bedje ligt

en „pappie" en „mammie" fluistert.

Nee, we zijn moderne menschen, wij

volgen onze neigingen, onze begeerten.

Jij verlangt naar Mary... je hebt je

voor haar vrij gemaakt. En ik... ik

amuseer me. Huiselijkheid, gehechtheid,

sentimentaliteit... dat heeft voor ons

afgedaan."

Robert (blijft staan): „'t Kan zijn,

dat jij er zoo over denkt. Ik wil ook

niet sentimenteel zijn, ik ben een modem

mensch, dat weet je wel. Maar.. • maar

WAARVOOR HIJ BEVREESD WAS

Zü: „George, waarom ga je toch altijd voor het raam staan als ik"zing?''

H|j: „Voor het geval de buren soms mochten denken, dat ik je sla!' r

ADOLPH ENGERS

onze landgenoot, die geruinoen tijd in

Berlijn heeft gefilmd en als tooneelspeler

is opgetreden, zal bij hef • Vereenigd

Rotéerdamsch Hofsfadtooneel gastrollen

vervullen

(heftig) ik kan niet trouwen met een

vrouw, die niet van m'n kind houdt!"

Jenny (na een korte stilte): „Je houdt

dus niet meer van Mary ?"

Robert: „Nee... Sinds ze zoo onaardig

over Bobbie heeft gesproken ...

Noem 't dan maar sentimenteel!"

BEZOEKT HET

ASTA-

TIHHAITi^

TE DEN HAAG

- 7 -

^ ; .

Jenny: „Dat stuurt al je plannen in

de war. Dus dan trouw je de volgende

maand niét ?"

Robert: „'t Is nog niet definitief...

maar Mary heeft 't ook al wel begrepen."

Jenny: „Tja... 't is jammer... Je

was eerst zoo enthousiast. Je ware

vrouw ... Enfin, misschien komt ze nog

wel eens. (Legt haar hand op zijn schouder.)

Je zult nog wel eens een vrouwvinden,

die ook van je jongen houdt."

Robert (grijpt de hand, die op zijn

schouder ligt): „Er is geen'vrouw, die

zooveel van hem houdt als jij ..."

Jenny: „Dat is waar."

Robert: „Je bent zijn moeder, Jenny,

de moeder van mijn jongen..."

Jenny: „Zegt dat je iets?... Je verlangde

zoo naar iets anders... naar

iemand anders ..."

Robert: „Toen wist ik nog niet, dat

ik toch gehecht was."

Jenny: „Aan den jongen."

Robert: „En aan jou .. . Jenny ... ik

wou je wat vragen."

Jenny (glimlachend): „Heusch?.*:

Dat had ik nog altijd niet begrepen."

Robert (kijkt haar aan): „Je... je

hebt 't wel begrepen ?"

Jenny: „Ja... Al toen je binnen

kwam."

Robert: „Hoe kan dat?"

Jenny: „Weet ik niet. Intuïtie, denk

ik."

Robert: „En .. ."

Jenny (neemt zijn handen): „Ik zeg...

ja."

Robert: Jenny!... Heb je me dan

vergeven ?"

Jenny: „Ik heb je gemist."

Robert: „En je amuseerde je zoo?"

Jenny: „Bluf!"

Robert: „En ik ... ik miste jou ook.

Die verliefdheid op Mary,.... die kon

me al heel gauw jou niet meer vergoeden,

.... jou en m'n huis ... en m'n

jongen .... Jenny, jij houdt zooveel van

mijn jongen... Je huilt toch niet?"

Jenny (buigt het hoofd): „Misschien

een beetje.... (Ziet hem aan, glimlacht

door haar tranen) Sentimenteel, hè ?"

Robert (kust haar): „Jenny,... ik

verbaas me,... maar er bestaat nog

zooiets als gehechtheid!... Ik kan niet

breken met wat me lief was... en is-

Jenny: Ik verbaas me nog meer! Er

bestaat nog zooiets als een huwelijk!"

(Ze kussen elkaar).

(DOEK.)

GROOTE GEBEURTENISSEN WERPEN HAAR SCHADUW VOORUIT

Het vrouwtje: „John, kijk eens hoo grappig! Mijn schaduw lijkt precies

op een beer!"


I k

moet onwillekeurig aan dezen klassiek

geworden zin van den onsterfelijken

dichter Herman Gorter

denken.

Een nieuwe lente luidt wederom een

nieuwe mode in.

En speciaal voor de heeren­lezers

van dit blad wil ik over die nieuwe

mode babbelen.

Heeren der schepping. Er woont een

tailleur in den Haag, ergens op het

deftige Noordeinde en deze tailleur heeft

mij in allen ernst verteld, dat de heeren

nog pretentieuzer zijn op het gebied

van mode dan de dames.

Mr. Blom, zoo heet mijn vriend en*

zegsman, kan het weten, hij staat in

nauw contact met een beteekenende

Londensche firma en krijgt zijn inlichtingen

uit de eerste hand.

Ik ben bij hem dus mijn licht gaan

opsteken (interviewen kan ik het moeilijk

noemen) en vroeg hem als expert

mij iets van de allernieuwste modesnufjes

voor heeren te vertellen.

Ik laat hem nu even aan het woord:

„In het algemeen zal het twee rijcostuum

deze lente overheerschen.

Het colbert­model heeft een korten

kraag en breede revers; het vest heeft

sjaal­revers; twee rijen knoopen en is

recht op de heupen, dus zuiver hoepel,

vormig.

In Engeland zal vooral veel het S. B.en

D. B.­jacket worden gedragen.

Wat de dessins betreft: het expressionisme

heeft zijn invloed op de weefsels

'doen gelden. Gebroken ruiten en

gewaagde kleuren zullen veel opgang

maken. De man van goeden smaak moet

echter voorzichtig in zijn keuze zijn; niet

ieder kan een gewaagde kleur dragen.

Het z.g. Oxford costuum — de sterksprekendc

lichte ruit — is nog zeer in

trek.

Dit costuum wordt in Engeland gemaakt

en kan in Holland worden besteld.

De gangbare pantalonmaat is 58

knie en 48 voet.

Dit is in korte trekken het voornaamste,

wat het fantasie­costuum aangaat.

Smoking­dracht.

Ook hier weder de korte kraag en

breede revers.

De „latest novelty" is echter ongeribte

satijnen revers. Wijde pantalon.

Bij smoking is het zwarte strikje nog

altijd voorschrift.

Denkt u erom, het jacket komt weer

in den smaak!

Als een bijzonderheid hóe de heeren

op hun kleeding letten... er zijn er,

die mij vooraf hun pasmaat opgeven.

Of de mannen ook ijdel zijn."

Nu wil ik u iets gaan vertellen van

de bijpassende kleedingstukken: hoed,

das en overhemd.

Let wel, ik laat hier mijn zegsman

even los en zweef op een goed gedocumenteerde

fantasie (hoe vindt u die

beeldspraak?) naar het deftige West­

End van Londen.

Daar vindt u de z.g. Men's Wear

Business, die speciale heeren­modezaken,

die de traditie van steeds­ietsnieuws­te­brengen

hoog weten te houden.

Altijd iets nieuws, altijd weer anders,

is hun devies.

Daar hebben wij b.v. de welbekende

„Hosier and Shirtmaker­Turnbill and

DE MAN EN ZIJN KLEEDING

Asser , Jermynstreet, die een speciale

dassen­étalage brengt in de domineerende

kleuren donkerblauw en donkerrood.

Het maakt een fantastisch effect...

en let op hoeveel blauw en rood er

in de heerendassen dit voorjaar zal

domineeren.

Daar hebt u Austin Reed in Regentstreet

(geen rijm bedoeld), maakt speciaal

werk van sen butterfly voor rok

en smoking. Dit is de allernieuwste z.g.

„evening tie shape"; zooals u ziet, breed

en smal model.

Het is opvallend, dat het deftige

• West­End van Londen overwegend smallere

modellen lanceert — misschien is

dat een kleine „tip" voor het komende

seizoen.

Een vest­noviteit.

De bekende heeren­mode­shop in Piccadilly

lanceert een suède vest in grijs

bruine tinten (zie figuur 2) met vijf

knoopen gesloten; de revers worden in

model gehouden door twee knoopen

opzij. Vier zakken, waarvan de onderste

van een klep zijn voorzien.

In den winter zijn deze vesten zeer

practisch voor motorrijders, vliegeniers

golf­spelers, enz.

Nu een paar woordjes over den hoed.

De bolhoed is sterk favoriet. We ontleenen

aan het Januari­nummer van het

blad „Man and his clothes" de volgende

beschouwing:

De voornaamste hoed, die momenteel

wordt gedragen, is de bolhoed. Het is

de chicste vorm van hoofd­tooi, gedragen

door de chicste menschen bij hun

officieus zaken­doen.

Het is de eenigc hoed, volgens de

opinie van vele mannen, die behoort

te worden gedragen bij de dubbel­ of

een­nj knoopige Cheslerfield­jas, want

deze vorm van hoed en deze stijl van

jas vormen één geheeh

In 't West­End van Londen dragen

drie van de vijf mannen hem gedurende

den dag, en in de City is hij zelfs zeer

„en vogue", vooral die soorten met een

smallen rand en een mooi gevormden

bol.

Voornamelijk wordt de bol­hoed gedragen

bij chique wandel­kleeren of

semi­officieel ochtend­toilet. Vooral bij

XX

SA

w

DE MODERNE STRIK

8 -

HET SUEDE VEST

/

len nieuwe lente

Een nieuw geluid

Lntf VANT^TU

het korte zwarte jacket en de gestreept

pantalon is 't een ideaaldracht.

De vorm, die door sport­men wordt

gedragen, heeft een meer flatteuzen rand

en een vierkanteren bol, dan die, welke

zooveel in de City en West­End van

Londen worden gezien.

Ofschoon deze hoed niet op zijn plaats

is buiten de stad — behalve dan in

Engeland bij sommige wedrennen, des

avonds en bij de meeste openlucht­sporten

—, kan de bolhoed een eerste plaats

innemen onder de hoeden bij den doorsnee­man,

want voor hem is het de

nut:igste en waarschijnlijk de best­tedragen

hoed, dien hij kan koopen.

Als zoo straks de thermometer

Warmte­dronkcn stijgt en stijgt;

Als de grasspriet gras gaat worden

En de tak weer knopjes krijgt;

Als het lentewindje fluistert

't Wonder van „Ie jeune amour" x )

Droomt de ijd'le „lady­killer"

Van zijn „Oxford" en „Plus four".

CHEF VAN DIJK.

V Amour uit te spreken met Engelschen

tongval.

VOOR ROK EN SMOKING

Deze teekeningen zijn ontleend

»an ..Man *nd his clothe»"

"'t


'1

^ffc ' ^^

pAMlTA

WLADIMIR

IAIDEROW

'

»afa#T>«>iv1^8tói*iiiwiMw*»i^.4C'^:;i

L3f'

m


• ' " ' • ■ ■ ­ ■ ' •

NEEF LEOPOLD

probeert als goochelaar Yvette te ontmaskeren

m

LILIAN VERRAST

HerpiKAmtKErrrEEKEri

Een Ufa­film, vervaardigd onder regie van

Dr. /ohannes Guter

In de hoofdrollen:

Lilian Harvey, Willy Fritsch, Harry Halm.

Warwick Ward en Siegfried Arno

_^eiï­ mooie, elegante, blonde vrouw

treedt de hal van het hotel binnen. Bereidwillig

snellen zoowel de liftjongen

als de gerant met onderdanige beleefd­

JL­yneid op haar toe. De gerant" achter

schrikt... dat is toch het toppunt van

brutaliteit! Daar waagt het deze Yvette,

deze juweelendievegge, zoo maar in het

hotel te komen en zich als Baronesse

Lilian von Trucks in het vreemdelingenboek

in te schrijven. Direct wordt de

politie gewaarschuwd. De muis zit in

de val (beter gezegd: in de badkuip) en

kan gearresteerd worden. Tevergeefs betuigt

de baronesse haar onschuld. Ze

wordt weggevoerd. Op straat ziet haar

neef Leopold hoe zijn mooi nichtje met

geweld, in een auto geduwd wordt. Ridderlijk

ijlt hij te hulp en volgt haar naar

het politiebureau. Verhoor. Lilian zegt,

dat ze Lilian is, de commissaris zegt,

dat ze Yvette is. Het verschil in haarkleur

telt niet mee; dat kan zeer goed

geverfd zijn.

Als Lilian hardnekkig volhoudt zichzelf

te zijn, verschijnt de hoofdgetuige.

een juwelier. Tot zijn spijt herkent hij

Yvette, op wie hij verliefd is geweest

en die hem zooveel geld en juweelen

gekost heeft. Als Lilian steeds blijft

liegen, verraadt de juwelier een geheim;

Yvette heeft een moedervlek op haar

been. Nu triomfeert Lilian, want er is

vastgesteld, dat op haar been geen moedervlek

te vinden is. Men laat haar

onder vele verontschuldigingen vrij. In

het hotel komt een elegante heer, Eric

ter Meulen, op haar toe en zegt: „Goeden

dag, Yvet:e ..." Wèèr Yvette. Lilian besluit

het raadsel van haar dubbelgangster

te ontsluieren en speelt voor Eric

ds rol van Yvette. Op Eric's wensch

^reist zij naar Nizza, stilletjes door haar

""lef begeleid, en daar treft ze eindelijk

e echte Yvette, die een duister bestaan

|jlt. Lilian hoort, dat een internationale

evenbende het op Eric's juweelen

f voorzien heeft. Na' tal van avonturen,

| die ook de brave Leopold moet meei

maken, weet zij Yvette te ontmaskeren.

»­;En zooals onze lezeressen en lezers wel

.reeds lang zullen hebben begrepen,

'worden Eric en Lilian een gelukkig

paar.

L. em

WARWICK WARD. ALS ERIC TER MEULEN

LILIAN HARVEY EN WILLY FRITSCH

■­ y^mx^sm ssenssassss I

ZULLEN ZIJ HAAR ARRESTEEREN

kOP HET SPOOR

DER HANDLANGERS

-> , • ' - - - , . ' * * .* v, - . - > - * . , , - f

OP WEG NAAR HET DANS^KAMPIOENSCHAP

Wat belangstellenden moeten weten

stellenden moeten weten "* " \ T \ T O 1 OOH ea waé deelnemers moeten doen

Door COR KLINKERT A l N J M V j 1\)'2\) den Technische» Leider

et de voorbereiding van de

Nationale Danscompetitie voor

JL JL't Amateur­Kampioenschap An

i 929

(Moderne Dansen) staat het thans zoo,

dat bij het verschijnen van dit artikel

in alle plaatsen des lands wel reeds

de kleurige affiches zullen te zien zijn,

waarop de data der locale wedstrijden

worden bekend gemaakt. Om vanboven

af te beginnen: Leeuwarden, Groningen,

Arnhem, Utrecht, Sappemeer en Hoogezand,

Arnhem, Utrecht, 's­Hertogenbosch,

Rotterdam, Dordrecht, Breda,

Den Haag, enz. enz. Ten slotte in Bellevue

te Amsterdam de groote finale,

waar o.m. de mooie wisseibeker toegekend

wordt, die beschikbaar gesteld is

door Het Weekblad Cinema en Theater.

Bij de organiseerende dansinstituten

kan men alle inlichtingen krijgen over

de te houden wedstrijden. Toen schijnt

het mij niet ongewenscht, hier eemge

woorden te zeggen over de algemeene

regeling en vooral, over de eischen,

die mededingers onder het oog moeten

zien om een kans te hebhen op een

prijs of titel.

Eerst en vooral dan iets ovei de

regeling. Voor wat betreft de locale

wedstrijden is deze overgelaten aan de

plaatselijke organisatoren, voor zoover

het wenschelijk was, rekening te houden

met' plaa selijke toestanden. Eenvormig

bleef echter de strenge controle, die

door het Centrale Comité uitgeoefend

wordt op de exclusieve toelaatbaarheid

van amateurs, op de onpartijdigheid

der locale jury's en op de betrouwbaarheid

van de tot medewerking toe

gelaten dansinstituten.

Op eiken wedstrijd zal de kans gegeven

worden, alle bekende moderne

dansen te demonstreeren, doch als regel

is het slechts noodig, in drie dansen

een voldoende puntenaantal te halen,

om onderscheiden te worden. Onderscheidingen

kunnen toegekend worden

aan de drie beste paren uit elke plaats,

benevens aan diegenen die in een bepaalden

dans het hoogste puntenaantal

hebben gehaald, doch niet naar den

kampioenstitel kunnen mededingen

wegens onvoldoende prestaties in de

andere dansen.

Eenige locale competities zijn ter

vereenvoudiging gecombineerd met de

provinciale competities. Tot de finale

worden alleen de eerste prijzen van

provinciale wedstrijden toegelaten en de

beoordeeüng zal hier geschieden door

een mtgebreide jury, die (dit moge

vermeld zijn als een nieuwigheid) uit

heeren èn dames zal zijn samengesteld.

Een gemengde jury dus, waardoor de

beoordeeling ongetwijfeld grootere

waarde krijgt en meer garantie geeft

van onpartijdigheid.

Elk deelnemer kan meedoen in een

drietal rondgn; ze hebben dus kans

genoeg, omdat een enkele fout zonder

definitieve beslissing blijft op hun eindkans.

Maar . .. toch zullen zij er goed

aan doen, de danscompetitie ernstig op

te vatten en, indien ze hun kunde niet

genoeg vertrouwen, even nog een paar

repeti.ielessen te nemen. Tusschen de

deelnemende dansinstituten is overeengekomen,

dat een speciale, gemakkelijke

regeling zal getroften worden voor die

vooroefeningen. Inlichtingen hierover

te geven valt buiten het bestek van

mijn artikel. De betrokken dansinstituten

zijn de aangewezen plaatsen om

hierover te onderhandelen.

Toch acht ik het gewenscht, hier

eenige algemeene aanduidingen te

geven over de algemeene houding, die

men moet betrachten. Inderdaad moet

men niet denken dat aan deelnemers

de eisch gesteld wordt een groot aantal

passen en dansfiguren te kennen. De

voornaamste en algemeen gebruikte volstaan.

Maar... die moet men goed

dansen.

Het voornaamste punt is: een ongezochte,

gemakkelijke houding. Beide

partners moeten zich op hun gemak

voelen: De goede stand is recht tegenover

elkaar, zoodat alle passen en

figuren vlot gaan. Een stroeve, onbehaaglijke

positie is een zeker teeken,

dat er ergens iets hapert.

Het is van groot belang, goed op de

maat te letten. Hierop, en op het vlotte

rhythme. moet de aandacht gevestigd

zijn­

Luister naar de muziek, tracht ze

correct te vertolken zonder gezochtheid

en volg vooral het goede rhythme. Op

de wedstrijden geeft het geen pas,

hoekige bewegingen, aarzelingen, neigingen

tot traagheid of omgekeerd te

vertoonen. Van het begin tot het einde

moet de glijdende dansbeweging gehandhaafd

blijven, met uitzondering natuurlijk

van speciale passen (zooals in

den Varsity Drag). Vooral mag men

aan hët einde van een dans geen schijn

van vermoeidheid wekken!

Het voetwerk is natuurlijk yan groot

belang. De moderne dansen worden

op vlakke voeten gedanst, niet op de

teenen, met gelijkmatige verplaatsing

van het lichaamsgewicht van den eenen

voet op den anderen. Altijd moeten de

voeten in eikaars nabijheid blijven en

wijdbeensche bewegingen zijn absoluut

uit den booze. De voe.beweging moet

uitgaan van" de heupen, en niet van

de knieën. Daardoor krijgt men een

rhythmische beweging.

Iets, wat men op wedstrijden ook niet

mag zien, is het hinderen van andere

dansparen. Wanneer dit gebeurt is er

altijd kans, dat een van beide paren te

vlug of te langzaam gaat, en dit is

het beste middel om de kritische blikken

der juryleden te trekken!

Van de jury gesproken: het zou verkeerd

zijn te verwachten, dat deze meer

aandacht schenkt aan dansparen, die

vooral bezorgd schijnen in haar onmiddellijke

nabijheid. Aan alle dansparen

wordt evenveel aandacht geschonken en

het verdient dus dringend aanbeveling

regelmatig rond te dansen langs de

geheele balzaal. Ook dit is een punt,

dat in aanmerking komt voor het toekennen

van strafpunten.

Om nu te eindigen met een laatsten

raad: dans, zooals ge anders danst,

zonder zenuwachtigheid of vrees. Daartoe

is geen reden, allerminst omdat er

een wedstrijd is! Er worden immers

geen krachtprestaties van u gevraagd,

zelfs niet eens danspassen, die buiten

uw gewoonten vallen. Buitenissigheden

hooren hier niét thuis. Ik kan slechts

herhalen, dat het voldoende is eenige

gewone passen te dansen, mits men ze

goed danst.

Ik ga stilzwijgend voorbij, hetgeen

zou kunnen gezegd worden over de

noodige zorg, die.gij aan uw uiterlijk

moet besteden. Een goed verzorgd

uiterlijk is vanzelfsprekend noodzakelijk!

In hoeverre avondkleeding gewenscht

is, wordt telkens overgelaten aan den

eisch van het locale gezelschapsleven.

Ziezoo! Nu aan 't oefenen.

EAU DE COLOCNE

ANGELO

^^ MARIE FARINA

een der oudde en besée meden

Tacnr, irtrfri&c/iend, duurzaam

OVERAL VERKRIJGBAAR

­ Il ­

vKKntBXÊBWSmsi^mmmêmm^*­ ­


Ant. de Littry

VOOR HET ROODE KRUIS

Mad. Ant. de Littry, de talentvolle en bekoorlijke jonge

fransche schilderes, die in Brussel woont, heeft hei

hierbij gereproduceerde schilderij met een genereus

gebaar ter beschikking van het belgische Roode Kruis

gesteld, die er affiches van liet maken.

De Nederl. Rotogravure Maatschappij te Leiden bood

deze affiches aan het Roode Kruis belangeloos aan.

­ 12 ­

....

^v^^ï^^v'ï^-V'X'v

;■.„':­'

...

NATIONALE DANSCOMPETITIE

VOOR HET

AMATEURS­ DANSKAMPIOENSCHAP VAN

NEDERLAND 1929 MODERNE DANSEN

Uitgeschreven door het uitvoerend Comité voor de

Nationale Danscompetitie op initiatief van HET

WEEKBLAD Cinema en Theater en met rnëdê^

werking der meest bekende Nederlandsche Leeraren

Technisch Leider der Competities C.KLINKERT, Amsterdam

Deze competitie biedt uitsluitend gelegenheid tot mededinging

aan amateurs uit het geheele land. Gedemonstreerd moeten

worden de moderne dansen, m.n. Foxtrot, Yale Blues Tango

Waltz, Quick Step of Varsity Drag.

Mededingers naar den Kampioenstitel dienen deel

te nemen aan de demonstratie van minstens drie

verschillende moderne dansen.

js. :.­:::s.~,::­s;=;;r:z— zr- ••'•­"—­»

finale Jury, ,n navolging van de Engelsche dansjury's, ook een paar dames zal tellen

EffpfpiiSsiiSliHi

worden ^ Z ^ * ^ ^ ^ ^ " d * ^olZZTZ

Nadere inlichtingen worden op aanvrage gaarne verschaft door het

Centraal Comité, Stadhouderskade 152, Amsterdam, Tel. 24242.

LUST VAN H.H. LEERAREN DIE REEDS HUN MEDEWERKING HEBBEN AANGEBODEN •

' ■ ­ . . . " C


. ■ ■ ­

LEfflTODLErfri

Een onzer lezers schrijft ons:

Mag ik Uw raad eens inwinnen betref,

fende het volgende geval? Wij — mijn

vrouw en ik — hebben een eenigen jongen,

die volgens zijn leeraren uitstekend leeren

kan. Daar hij nu zelf ook graag „met zijn

neus in de boeken zit" zouden we hem

wel naar de Universiteit willen sturen om

te studeeren voor dokter, wat zijn ideaal

is. Wij zouden ons hierbij, hoewel het ons

financieel nu niet bepaald gemakkelijk zou

vallen, door het geld niet laten afschrikken.

De reden, dat wij aarzelen om hem — om

het zoo eens te zeggen — boven, den stand

van zijn ouders uit te heffen, is slechts:

zou hij voor ons nog wel ons kind blijven,

wanneer hij in die andere, ontegenzeglijk

hoogere kringen komt te verkeeren? Men

hoort zoo vaak, dat kinderen van hun ouders

vervreemden, wanneer ze in een anderen

stand komen. En hoe gaarne wij hem een

betere positie in de maatschappij zouden

willen geven dan ik bekleed — ik ben

reiziger — de angst, dat wij hem hierdoor

kunnen verliezen, doet ons vragen: zouden

we het wel doen? Wat denkt u

ervan ?

Ons antwoord kan betrekkelijk kort zijn.

Het probleem, dat onze geachte lezer

ons voorlegt, is al zeer oud. Dat kinderen

zich van hun ouders afwenden, zich er

dikwijls voor gaan schamen, wanneer ze in

„hoogere" kringen zijn gekomen, is een

euvel, dat zich door dé eeuwen heen steeds

heeft geopenbaard en wij begrijpen daarom

de ongerustheid van'onzen lezer. Maar...

deze, betrekkelijk op zichzelf staande, gevallen

mag men niet generaliseeren. En

alleen al daarom niet, omdat er ook ver'

scheidene voorbeelden zijn van menschen,

die in hun leven heel veel hebben bereikt

en die toch in den goeden zin van het

woord „zoon" of „dochter" voor hun ouders

zijn gebleven. Ieder vindt deze voorbeelden

wel om zich heen. Het zijn dan ook minder

de „hooge kringen" dan het karakter

van het kind in kwestie en de opvoeding,

die d.e ouders het gaven, — ook toen het

reeds in die kringen verkeerde!! — die

den doorslag geven op de latere verhouding

tot zijn familie. Onze raad is daarom: laaf

uw zoon gerust gaan studeeren, als hij er

aanleg voor heeft en als u meent, dat

studie hem een betere toekomst kan geven.

(Wat dit laatste betreft, hierover 7iin tot

oordeelen bevoegde opvoeders het lang

niet eens, maar ... dit is een andere, tweede

kwestie, ofschoon wij deze toch ook wel even

onder uw aandacht willen brengen !) Wat intusschen

het resultaat betreffende zijn verhouding

tot zijn ouders zal zijn, wel, dat

kunt u alleen beoordeelen, omdat u alleen

zijn karakter kent! Misschien heeft u wel

een vingerwijzing in de keuze van de

vrienden, die hij zich nu reeds zoekt. Als

er hieronder zijn van „minderen" stand,

dan zal er o.i. wel geen reden zijn, dat u

zich ongerust maakt. Want dat wijst wel

op een eenvoudig karakter van uw jongen !

|llimillllllllitltlllllllilllllllllllllllllMllllllllllllillllllllllll>llll>IIIIIIMIIIIIIIIM1IIIIIIIIIIIIC

| Hebt u'n bibliotheek? I

= =

1 dan kunt u haar op een gemakkelijke

wijze aanvullen |

Zendt ons nieuwe abonné'sl |

Voor elke abonné sturen

wij u een mooi boek.

Goedkooper en makkelijker f

kunt u uw bibliotheek niet

uitbreiden! Is het wel ?

IIIMIIIIIIIIIIIIIIIIIMIIIIIIMIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIMMIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIrlllllllllUllllllllllllli!

r-DE OPLOJJlNGf

Anze nieuwe rubriek „doet" het bij onze

^ lezeressen en lezers. Wij bemerken dit

niet alleen aan het groote aantal antwoorden,

dat ons iederen dag bereikt, doch ook

aan de waardeerende opmerkingen, waarvan

deze vergezeld gaan. Talrijke abonné's

schreven ons bijv.: „het is niet alleen een

leerzame ontspanning­, maar bovendien is

er nog de kans, dat er wat mee verdiend

wordt ook ... Het nuttige is hierbij dus wel

met het aangename vereenigd . .."

Natuurlijk zijn wij zeer ingenomen met

deze waardeerende uitingen en we maken

van deze gelegenheid gaarne gebruik den

inzenders ervoor te bedanken.

En nu de oplossing der eerste vraag! De

meeste inzendsters en inzenders hadden

deze goed [Waardoor natuurlijk ons respect

voor de kennis onzer lezeressen en lezers

— waaraan wij overigens nimmer getwijfeld

hebben! — nog ten zeerste is toegenomen!

Den geldprijs hebben wij gemeend te

moeten toekennen aan den heer J. Bellaar

Spruyt te Maastricht, den inzender van het

volgende antwoord,dat wij om zijn kortheid,

volledigheid en duidelijkheid't beste vonden.

S.P.Q. beteekent Senatus Populusque =

de senaat en het volk. De origineele uitdrukking­

is Senatus Populusque Romanus

(S.P.Q.R.) = de Romeinsche senaat en het

volk. S.P.Q.A. zou men het beste kunnen

vertalen door het bestuur en het volk van

Amsterdam.

De vijf troostprijzen, die wij in uitzicht

hebben gesteld, hebben wij toegekend aan

hen, die volgens ons het beste en duidelijkste

antwoord hebben ingezonden, volgend

op het antwoord, dat met den geldprijs

werd bekroond. Hun namen zijn: de

heer A. F. C. Phaff, Den Haag; Mej. A.

Albarda, Breda; de heer M. Gemke, Bilthoven;

Mej. M. v. Oijen, Den Haag; de

heer F. H. Dolleman, Santpoort.

Alle prijzen zijn reeds aan de gelukkige

winnaressen en winnaars toegezonden. Wij

wenschen hun geluk met hun succes en

... hun, die geen prijs wonnen, wenschen

wij berusting en geduld! Er komt de volgende

week weer een oplossing en.. wie

weet of daar Uw naam niet bij is? En als

het dan niet is, kan het de daarop volgende

week zijn en zoo vervolgens, want de nieuwe

prijsvraag valt zoozeer in den smaak, dat

wij er voorloopig nog mee doorgaan.

Wien Diploma • Berlin

EMAISON Utrefhtschestr. 41, Amsterdam

" 1

:AR HEGELEI

MESKAPSALON J

Telefoon 31941

SpPOeten komen vroeg in

het voorjaar, koop tijdig ccn pot

SpPlltol­ Bij alle Drogisten.

LUXOR

PALAST

- 14 -

FJimimiAïïrfi

j. W. M. te AMSTERDAM. Het adics

van Anna May Wong is Eichberg Film,

Friedrichstrasse 171, Berlijn W. 8. Karin

Evans, Kochstrasse 6—8, Berlijn.

EDDY B. te HAARLEM. Hierbij de

drie gevraagde adressen. Paul Wegener:

Am Karlsbad 2, Berlijn. Maria Paudier:

Albrecht Achillesstrasse 5a, Berlijn­

Halensee. Lya Mara: Pommernallee 1,

Berlijn­Charlottenburg.

B. P. te AMSTERDAM. Zeker zult IP

de portretten ontvangen. Maar niet vergeten

een antwoordcoupon in te sluiten.

Jenny Jugo: Brandenburgischestrasse 38,

Berlijn­Wilmersdorf. Laura la Plan£e :

Universal­Studio's, Universal­City, Californië.

Lois Moran : Fox Studio, 1401, Western

Avenue, Los Angelos, California.

C. v. O. te WAALWIJK. U moet Ken

Maynard in het Engelsen schrijven. Een

antwoordcoupon (aan ieder postkantoor a

twintig cents te verkrijgen) insluiten. Zijn

adres is First National Studio's, Burbank,

Californië.

5. B. te DEN HAAG. Uw wensch wordt

vervuld. Richard Tauber zal binnenkort op

het witte doek te aanschouwen zijn. Hij

speelt mede in de rolprent „Das Dirnenlied",

die onder regie van Max Reichmann

'de regisseur van Manége) wordt opgenomen.

F. V. te ROTTERDAM. Marcella Albani

is getrouwd met den regisseur Guido

Schamberg. Haar adres is Kaiserallee 172,

Berlijn­Wilmersdorf.

S. H. te AMSTERDAM. Het adres van

de nieuwe Ufa­ster Bee Amann is Duisburgerstrasse

16, Berlijn. Indien U een

foto van haar wilt hebben, schrijf ons dan

maar; wij willen U er graag een bezorgen.

MARGREET K. te AMSTERDAM. Het

adres van Vivian Gibson is Wanseestrasse

109, Berlijn­Slachtensee. Zij is gescheiden

en heeft één kind.

H. B. te ZUTPHEN. Tom Mix is den

6en Januari in EI Paso (Texas) geboren.

Gescheiden.

A. B. te DEN HAAG. Het adres van

Difa Parlo is Motzstrasse 87, Berlijn. Zij

is nog niet verloofd. Tot nu toe speelde

zij in de volgende films mede: De gemaskerde

dame, Zijn terugkeer, Hongaarsche

Rapsodie en De geheimen van het Oosten.

Zij was een leerling van de Ufa­filmschool.

EEN NIEUWE RUBRIEK.

DE VIJFDE VRAAO

Er zijn talrijke „oogenschijnlijke ongerijmdheden"

waarmee we dagelijks in aanraking

komen en die we toch, zonder dieper

nadenken, niet vermogen op te lossen. Een

daarvan is — en zij vormt onze vijfde vraag —

Waarom zinken ijzeren schepen niet?

Wie onzer lezeressen en lezers kan ons

hierop een bevredigend antwoord geven?

Wij verzoeken de antwoorden, zoo kort en

bondig mogelijk gesteld, te willen inzenden

op een briefkaart en ze te adresseeren aan:

Redactie „Het Weekblad", Nieuwe Rubriek,

/ïjfde Vraag, Galgewater 22, Leiden. De

antwoorden moeten uiterlijk 20 Maart (voor

Indische lezers uiterlijk 18 Juli) in ons bezit

zijn, willen ze nog voor een prijs in aanmerking

kunnen komen.

Aan de beste inzending, ter beoordeeling

yan de redactie, wordt een geldprijs van

f 2.50 toegekend. Zoo de redactie dit gewenscht

acht, worden nog vijf troostprijzen,

bestaande uit een boekwerk elk, mede uitgekeerd.

Wij zijn benieuwd te lezen, wat ge weet l

De meisjes van de kostschool van

Juffrouw Mills gaven een gecostu

meerd feest en verkochten kussen voor

een dollar per stuk. Dit gebeurde in

een rustig klein dorpje, waar nog door

niets de jarenlange vreedzame stemming

was verstoord. „Gckkie" Raymond

wilde, zooals vele anderen, beroemd

worden en had een auto geconstrueerd,

die evengoed óp her water

als op den weg kon rijden. Deze

wondermarhine werkt volgens den

uitvinder niet op benzine, doch door

aan de lucht ontleende electriciteit.

„Gekkie" heeft kennis gemaakt met

Ruth, die veel voor de uitvinding schijnt

te voelen. Zij zal Raymond een handje

helpen, door haar vader, die zeer veel

belang in auto's stelt, op de nieuwe

uitvinding te wijzen. Gekkie vindt, dat

hij niet genoeg heeft aan één kaartje

voor het bal en koopt voor alle zekerheid

twaalf tstuks, maar naar de zoenen

kan hij toch fluiten. Ruth's vader komt

op het bal en ook hij schijnt zich te

interesseeren voor de 'nieuwe uitvinding.

Hij wil tenminste nog niet de

contracten van een anderen fabrikant

leekenen. Gekkie legt de werking van

/ijn wondermachine uit met tal van

wetenschappelijke uitdrukkingen, die

Ruth's vader wel niet begrijpt, maax

die toch tot gevolg hebben, dat er

een proefrit zal plaats vinden. Den

volgenden dag is het heele dorp in

rep en roer en alles heeft een feestelijk

aanzien, daar het dorpsorkest ook

tegenwoordig is, dat Ruth en haar

vader zal ontvangen en dat gedirigeerd

wordt door Raymond. De waterauto

wordt plechtig door Ruth gedoopt en

eindelijk is het tijdstip aangebroken,

dat het wonder gaat gebeuren. Doch

tot grooten schrik van alle dorpsbe­

'­\

HANDIGE JONGEN

C.B. UNIVERSAL COMEDY IN 6 ACTEN

H O O F D R O L L E N

„Gekkie'' Raymond

Haar vader

Henk . . . .

De Matrone

De goochelaar

Ruth

Ashton Stoelc

Barbara . . . .

De secretaresse

Moe

Glenn Tryon

Rusell Simpson

George Sandler

Florence Turner

Max Ash tor

Katryn Crawford

Lloyd Whitelock

Joan Standing

Virginia Sale

Stepin Fechdt

GLENN TRYON EN KATRtJN CRAWFORD

DE GOOCHELTOER

EEN „KINDERLIJKE" TRUC EEN „HANDIGE JONGEN"

­ 15

woners gaat de auto door een onverklaarbare

oorzaak in razende vaart

achteruit in plaats van vooruit. Er

ontstaat een ware paniek onder de

toeschouwers en het is een wonder,

dat er geen ongelukken gebeuren.

Ruth's vader wil nu niets meer met de

nieuwe uitvinding te doen hebben en

geeft last het contract met Steele te

teekenen. Raymond is teneinde raad.

doch Ruth troost hem en zegt dat zij

wel in de nieuwe uitvinding gelooft.

Raymond's helper vertelt nu, dat Steele

hem een poets wou bakken en dat hij

liet knopje op achteruit gezet had.

Gekkie is daar woedend over, doch hij

moet beproeven om Ruth's vader weer

voor zijn plan te winnen en hij rijdt in

vliegende vaart naar het hotel. Door

de hulp van Ruth nemen haar vader, de

gezelschapsjuffrouw en zijzelf in den

auto plaats en nu volgt er een wilde

jacht om den gemachtigde van Ruth's

vader nog in te halen, voordat deze

met de vliegmachine vertrekt. Als ze

aan de pont gekomen zijn, is deze reeds

vertrokken en tot grooten schrik van

de inzittenden gaat Raymond in

vliegende vaart ook te water. Vervolgens

komen zij weer in een stad, waar

de gezelschapsjuffrouw doodsangsten

uitstaat. Eindelijk zijn zij oj> het vliegveld

aangekomen, doch de vliegmachine

vertrekt juist. Raymond wil den

helper van Ruth's vader nog uit de

vliegmachine trekken, doch houdt alleen

een jasje van hem in zijn hand. Tot

groote vreugde van Ruth zit de por

tefeuille met contracten erin. zoodat

Ruth's vader direct patent op de uitvinding

nemen kan. Ruth volgt haar

vaders voorbeeld en teckent met Raymond

een (huwelijks­Contract voor

haar heele leven.


EEN HISTORISCH FILMPJE

rJ n l8o ° kree S de Chevalier de

Esfl Jjmoelan . die jarenlang orn

IB£p Z! ' n r °yalisti.sche gevoelens

'M buiten zijn vaderland had

ü moeten leven, verlof om naar

Parijs terug te keeren

V\ ie was Chevalier de Limoelan ? Het

antwoord kan kort zijn : ongetwijfeld een

van de zonderlingste avonturiers, die ooit

geleefd hebben. Hij was soldaat' geweest

en vogelvrij­verklaarde ; een vagebond

die samen met ratten in schuren en hooibergen

sliep ; een struikroover, die op den

ope .baren weg de reiskoetsen aanhield

en de reizigers plunderde .... De avonturen,

die hij hierbii doormaakte, deden in

mets onder voor die. welke de onsterfelijke

[.Tie Musketiers beleefd hebben . . . .

Nu keerde hij, in 1800, naar Parijs

terug als een man van opvoeding en beschaving.

Hij was toen twee en dertig

jaar ; lang en slank, met groote grijze

oogen en een haviksneus. Zijn kleeding

was naar de laatste mode: een blauwe

jas en pantalon, schoenen, die glommen

als een spiegei en een hoed, versierd niet

een^gesp van parelen.

I it zijn vroeger avontuurlijk leven had

hij den zin overgehouden voor vermommingen

: nu eens was zijn haar zwart,

dan weer donkerbruin ; nu eens droeg hij

een snor, dan weer een langen baard of

een klem sikje. Vat zijn karakter aangaat,

was hij een ware fanaticus, die heilig

overtuigd was geroepen te zijn een moord

te begaan om de menschheid te redden van

een tyran : Napoleon. Weldra dacht hij

over mets anders meer dan over de wijze

waarop hij den Corsikaan zou dooden

Spoedig had hij een plan bedacht

Voor de uitvoering er van had hij zich

de hulp verzekerd van twee handlangers

hen van dezen was zijn knecht Carbon ■

de ander Saint­Rejant, was in het leger'

zijn wapenbroeder geweest.

De eerste stap, dien het driemanschap

deed om uitvoering aan hun voornemen te

geven, was het huren van een oude vervallen

schuur, waarin zij een ouden

sleeperswagen brachten en < n paard

dat nog slechts waarde had voor den

vilder. In alle geheimzinnigheid zetten

zij zich nu in de schuur aan het werk om

de ,,machine" te maken, die ze in hun

avontuurlijke hersens hadden uitgebroed

Boven den wagen werd een zeil gespannen

en hieronder een ton geplaatst, die door

stevige, ijzeren banden werd bijeengehouden.

Vervolgens werd deze ton gevuld

met buskruit en stcencn, waarna er een

lont in werd gestoken, diedoorhetzeil heen

naar den achterkant van den wagen liep.

Hiermede was het doodelijke instrument

gereed .... Nu was het wachten slechts

op de gunstige gelegenheid.

Deze kwam, toen Napoleon zich op den

avond voor Kerstmis naar de Opera begaf,

waar hij de oj>voering van „Saul" zou

bijwonen. Om half zeven reden Limoelan

en Saint­Kejant, beiden als werklieden

gekleed, op hun „wagen des doods" door

de straat, die Napoleon moest passeeren.

EEN AANSLAG OP NAPOLEON

Hier steeg Limoelan van den wagen en

gmg op een hoek staan, vanwaar hij het

rijtuig van Napoleon moest zien, wanneer

het de poort van het paleis verliet. Zoodra

hij het rijtuig zou zien, zou hij volgens

afspraak een teeken geven aan Saint­

Rejant, die dan de lont in het kruit zou

ontsteken.

Saint­Rejant, die nu alleen bij den

wagen was achtergebleven, reed het voertuig

tegen een muur en huurde voor twintig

sous een meisje, dat het paard moest

vasthouden. Zelf kroop hij nu onder het

zeil, nam de lont in zijn hand en wachtte

op het sein, dat Limoelan zou geven

Op straat was het druk van menschen

die inkoopen deden voor het Kerstfeest.'

Len aantal vrouwen stonden op de trottoirs

in de hoop een glimp van Napoleon en

zijn gemalin Josephine te kunnen opvangen,

wanneer dezen naar de Opera gingen

Het weer was mistig, doch niet erg koud

Napoleon was laat Hij voelde

zich vermoeid en was slecht geluimd en

had een korte rust genomen op een sofa.

Om acht uur waagden zijn kamerdienaars

het hem te wekken.' Zijn degen en steek

werden gebracht en maatregelen werden

genomen om hem naar zijn rijtuig te

brengen. Maar evenmin als anders was

Josejihine ook dezen keer gereed. De

keizer liet een order achter, dat zij maar

later moest komen en ... . de stoet vertrok

op weg naar de Opera.

Het oogenblik. waarop Limoelan zijn

hand moest opsteken, was bijna genaderd

toen hem opeens een zonderlinge gedachte

overviel .... Als een bliksemstraal vloog

de vraag door zijn hoofd : is het wel goed

wat ik ga doen ? Mag ik wel een moord'

al is het dan ook op Napoleon begaan ?

De arm, dien hij reeds half had opgeheven

om het sein aan zijn makker te geven

zonk als verlamd langs hem neer

Saint­Rejant, die zijn oogen inspande

om door den mist heen het teeken te kunnen

zien, dat Limoelan zou geven, zag het

rijtuig van Napoleon naderen en begreep

dat deze binnen enkele seconden buiten

gevaar zou zijn. Men had uitgerekend

dat de lont ongeveer zes seconden zou

branden eer de ontploffing volgde

lang genoeg voor Saint­Rejant om'een

andere straat te bereiken, waar hij buiten

gevaar zou zijn. Hij stak de lont aan

sprong van den wagen en bracht zichzelf

m veiligheid

Het donderend geweld van de ontploffing

werd mijlen ver in den omtrek

gehoord. Maar, zooals later werd vastgesteld,

heeft niemand in de onmiddellijke

nabijheid den slag gehoord. De

waarheid is, dat iedereen zoo verdwaasd

en verbouwereerd was, dat de slag niet

eens werd opgemerkt. Stecnen, dakpannen

en ruiten vielen in de straten neer en

veroorzaakten daar een waren chaos

lachtig lichamen van gedoode en gewonde

omstanders lagen als op een slagveld in

het rond .... Van den wagen, het paard

en het meisje, dat het dier vastgehouden

had, werd geen spoor meer gevonden.

16

Het leek wel, alsof zij in de lucht verdwenen

waren.

Maar Napoleon wat was er van hem

geworden ? Zijn rijtuig was op het nippertje

af de .gevaarlijke zone' gepasseerd

geweest ; toch werden zijn begeleiders

uit het zadel geworpen en kantelde zijn

rijtuig. Maar Napoleon zelf wist zich ongedeerd

uit de gebroken ruiten en het gekraakte

hout te bevrijden en na zich te

hebben overtuigd, dat niemand van zijn

gezelschap was gewond, zette hij onbewogen

zijn tocht naar de Opera voort ....

Bij zijn aankomst daar was het nieuws

van den aanslag reeds bekend en toen hij

in zijn loge stond, „kalm en majestueus als

een god", stonden alle aanwezigen als

een man op en schreeuwden hoera tot

zij schor waren ....

Nooit wellicht is iemand zóó ternauwernood

aan den dood ontsnapt als Napoleon

bij dezen aanslag. Als Limoelan zijn teeken

had gegeven als de lont één seconde

vroeger was ontstoken zou Napoleon

ongetwijfeld gedood zijn geworden en de

historie van de wereld zou in één oogwenk

een andere richting hebben genomen.

Saint­Rejant, die als een haas geloopen

had, was toch nog 'niet vlug genoeg geweest.

Hij vverd door de explosie overvallen

en tegen den muur van het Louvre

geworpen. Een vol uur lang lag hij buiten

bewustzijn. Toen wist hij overeind te

krabbelen en bloedend en versuft ziin

huurkamer te bereiken. Een tijd lang

hield hij zich daar verborgen, maar de

politie kwam hem toch op het spoor. De

vroegere eigenaars van den wagen, het

zeil en het paard waren in staat' een

nauwkeurige beschrijving te geven van de

drie samenzweerders. Carbon en Saint­

Rejant werden gearresteerd, voor de

rechtbank gebracht en geguillotineerd.

W at Limoelan betreft, deze wist slechts

met moeite te ontkomen. ledere man en

vrouw in Frankrijk zocht naar hem, maar

nu kwam zijn handigheid in het kiezen

en aanbrengen van vermommingen hem

uitstekend te pas. Bij één gelegenheid

wandelde hij, als een dandv vermomd,

vlak voor de oogen der politie weg, zijn

wandelstok zwaaiend en de mannen door

zijn oogglas nauwkeurig opnemend

En vermomd als de bediende van zijn

broer wist hij aan boord van een schip te

komen, dat hem naar New York voerde.

Hier begon weer een leven van allerlei

avonturen ; maar een liefdeshistorie zou

een eind maken aan zijn carrière. Bij zijn

vlucht naar New York had hij een meisje

achtergelaten, dat hij met heel zijn hart

bemmde .... Op zekeren dag kreeg hij

bericht, dat zij zich in een klooster had

teruggetrokken .... Dat brak zijn hart

en hij besloot het voorbeeld te volgen van

haar, die zijn liefde, zijn hart bezat

En zoo komt het, dat Chevalier de

Limoelan zijn leven eindigde als broeder

Joseph de Clorivière in een klooster

te Georgetown, Columbia, waar hij ook

begraven ligt. Een uitgebreid grafschrift

verhaalt van zijn avontuurlijk leven

B' verliefd is.op de schoone aange­

e woestijn wordt onveilig gemaakt

door Kada, den „Jakhals", die

nomen dochter van Sheik Abdoel. Deze

weigert Kada ech.er zijn dochter, daar

zij alleen uit liefde trouwen mag.

Kada zweert wraak. Zaida en haar

stiefvader besluiten daarop naar het

ver verwijderde Fransche garnizoen te

rijden om de troepen te waarschuwen

voor den Jakhals. Zaida wordt daar

voorgesteld aan den jongen, knappen

Kapitein Cokon, die verloofd is met

een blondine. Doch Zaida, die dadelijlc

verliefd werd op den officier, laat zich

hierdoor niet afschrikken. Met behulp

van twee Amerikanen ontvoert zij

Colton en houdt hem tegen zijn wil

gevangen in haar dorp. Kada, wetend

dat het garnizoen uitgerukt is om hem

en zijn bende gevangen te nemen, maakt

van die gelegenheid gebruik om een

aanval te doen op de Fransche vesting,

doch de aanval wordt afgeslagen. Sheik

Abdoel en de Fransche commandant,

die reeds twee dagen tevergeefs naar

een spoor van den Jakhals hebben gezocht,

worden van het gebeurde in kennis

gesteld en de Fransche Commandant

vraagt zich verwonderd af, hoe het komt,

dat Col on den aanval niet afgeslagen

had. De estafette van het garnizoen

vertelt hem, dat Colton direct na het

vertrek van den Commandant de garnizoensplaats

verliet. De Commandant

meent dat Colton zich hierdoor heeft

schuldig gemaakt aan desertie. De Fransche

commandant en Sheik Abdoel

vinden Colton en Zaida in eikaars

armen. Colton zal over een uur gefusilleerd

worden. Kada heeft met zijn bende

atgesproken, dat het salvo van het vuurpeloton

der Franschen het signaal zal

zijn om een aanval te ondernemen. Hij

houdt Zaida gevangen in haar vertrek,

doch zij weet te ontkomen en waarschuwt

den Commandant niet te laten

vuren op Colton. Doch de Jakhals, dit

ziende, laat schieten en de Arabieren

vallen de Franschen aan. Lang kunnen

zij niet standhouden, want de Arabische

roovers zijn in de meerderheid. Zaida

komt op het idee een Fiansche oorlogsfilm

te laten afdraaien op het witte,

door de maan beschenen zand der

woestijn. Dit plan lukt uitsekend. De

Arabieren, denken, dat de Fransche

troepen in aan'ocht zijn. Zij geven zich

over, waarna de Fransche commandant

zijn gevangene afstaat aan Zaida.

BEBE DANIELS IN HAAR VORSTELIJKE WONING

0HTER VAN DEN SHEIK

17

Een Paramount­film vervaardigd onder regie

van Clarence Badger mei Bebe Daniel», Richard

Arlen en William Powell in de hoofdrollen:

DE DOCHTER VAN DEN SHEIK (8EBE DANIELS)

DE „JAKHALS" GEVANGEN

\


Begrijpt U het?

Ik heb zoo juist gehoord, dat het menschelijk

lichaam is samengesteld uit ongeveer

26.000.000.000.000.000 cellen. (Probeer

het getal maar niet uit te spreken.

Ik heb het ook niet gedaan !)

Maar wat ik zeggen wilde, Is het nu

niet verwonderlijk, dat zoo'n klein ,,bacilletje"

als de griepbacil zóó juist den weg

door dit labyrinth van cellen weet te

vinden, dat het precies daar komt, waar

het ons het meeste kwaad doet ? Ik heb

me daar werkelijk over verbaasd ! Te

meer, daar ik al eens in een dwaaltuin ben

geweest !

Man en vrouw even royaal.

Ik hoor van iemand, die het weten kan,

dat vrouwen, wat het geven van fooien

betreft, even royaal zijn als mannen.

Hoewel er tóch wel onderscheid is. Zoo

zal een man bijvoorbeeld dikwijls een

belachelijk kleine fooi geven voor een

moeilijk, vaak tijdroovend werk. Dit zullen

vrouwen nooit doen 1

Gróóte fooien geven vrouwen echter

ook niet. Groote fooien zijn afhankelijk

van de stemming van een oogenblik en

waar het fooien betreft, zijn vrouwen

steeds constant !

Nabetrachting.

We worden schier iecleren dag gelukkig

gemaakt met allerhande uitvindingen.

Ik juich dit natuurlijk toe, evenals

ieder ander, wien het wel en wee van ons

geslacht ter harte gaat. Maar wèl vraag

ik mij soms af, of er op dit terrein niet

veel energie wordt verspild, gezien de vele

uitvindingen, die practisch van geen of

bijna van geen waarde zijn, terwijl er nog

zooveel op .voorziening' wacht. Om maar

iets te noemen : waar blijft de uitvinder,

die ons bij strenge winters van bevroren

waterleidingen verlost ?

IVieuwe hondenrassen.

Op een tentoonstelling in Londen zijn

twee nieuwe hondenrassen geëxposeerd

geweest.

Een paar Ivicenes waren bij de lijst

der zeldzame honden gevoegd. Ze kwamen

van de Balearen (een eilandengroep

in de Middellandsche Zee), maar het was

in heel Londen niet mogelijk eenige inlichtingen

over deze honden in te winnen. Geen

enkele catalogus was er, die ze beschreef.

Als een ,.zeldzaamheid" moeten zij ,,wel

aardig" zijn, maar veel opgang maakten ze

toch niet.

Le andere „nieuwe" hond was een Afghaansche

spaniel, die er zeer aantrekkelijk

uitziet, docli erg kostbaar is !

De

Jazz­Zanger,

's werelds grootste succes*

film met AL JOLSON komt

AAFA-

F1LMS

veroveren

de wereld!

De man dien ik bewonder.

Dat is A. S. M. Hutchinson, u weet wel,

die ,,Als de winter komt" heeft geschreven.

Dit boek is ongetwijfeld geweest wat

onze buren van­over­de­zee ,,a best seller"

­.oemen en toch hoewel hij door nóg

een paar boeken te schrijven een vermogen

had kunnen verdienen, heeft hij

zich weten tebeheerschen. Daarom bewonder

ik hem 1 Le verleiding zou mij, geloof

ik, al te sterk zijn geweest.

Hij .... hij heeft echter vijf jaar lang

op de meest beheerschte wijze weten te

zwijgen. Nu hoor ik evenwel, dat er

binnenkort een nieuw boek van hem zal

uitkomen, dat tot titel zal hebben ,,This

Uncertain Trumpet". Het zal tegen den

zomer verschijnen.

De man dien ikook bewonder.

Dat is Edgar Wallace, die geen scrupules

kent en schrijft en schrijft, of wij

hem met lezen kunnen bijhouden, ja of

neen .... Men heeft me zelfs eens verteld,

dat er een drukker in Londen is,

die een speciale pers heeft, die geregeld

bezet is met boeken van Wallace

Iemand, die zocfveel en zoo vlot weet te

schrijven als hij moet men wel bewonderen!

Ook van Wallace komt er binnenkort

een nieuw werk, dat heeten zal ,The

India­Rubber Men", omdat de hoofdpersonen

een ontzagwekkende hoeveelheid

rubber voor hun kleeren gebruiken

Intusschen moet hij al weer aan een

paar andere romans bezig zijn. .

EXCFLSI OP ­FILMS

ZIJN

PUBLIEK­FILMS

Indien U meent HET BESTE

gezien te hebben, dat er op

filmgebied bestaat, dan heeft de

\JILTON METRO GOLDWYN

altyd NOO BETERE FILMS

Koffers met geheimslot.

Op een tentoonstelling van Britsche

Nijverheidsvoortbrengselen, in Londen gehouden,

trok % een handkoffer, die zich

auto latisch sloot, sterk de aandacht.

De koffer ziet er heel gewoon uit, maar

zoodra zijn eigenaar hem .ongebruikt'

neerzet, sluit hij zich vanzelf en om hem

oj>en te maken moet men precies weten,

hoe men het slot behandelen moet, daar

het anders onbegonnen werk is'

Treindieven moeten door deze uitvinding

zeer in hun wiek geschoten zijn !

De goede zijde der griepepidemie.

De griep­epidemie die thans op goedaardige

wijze gelukkig ­ ons land bezoekt,

heeft den verkoop van boeken zeer bevorderd.

Een boekhandelaar vertelde mij. dat er

de laatste drie weken een groote vraag

was naar boeken, die geschikt waren voor

de ziekenkamer.

..Een paar dagen geleden," zoo vertelde

hij mij, ,kwam een hoogleeraar •■en

bundel humoristische verhalen koopeh. Ik

was natuurlijk verbaasd, dat iemand, die

aan.zwaren kost'gewoon is. zulke lichte

lectuur kwam vragen, maar toen een dag

later een klein iongetie een bloemlezing

uit Vondel kwam halen, steeg mijn verbazing

nog meer. Sinds dien dag echter

heb ik ontdekt." voegde hij er aan toe,

,,dat deze boeken bestemd waren voor

griep­patiënten."

^€

Onze plafonds.

Naar ik hoor zijn moderne binnenhuis­kunstenaars

vastbesloten den strijd

aan te binden tegen onze witte plafonds,

die, volgens hen en ik ben het er mee

eens koud en oudcrwetsch zijn.

Men wil ze nu gaan beplakken met

modern gekleurd papier, dat in harmonie

is met de wijze waarop de muren zijn

bekleed. Zoo heb ik reeds een kamer gezien,

waarvan de muren teer lichtblauw

waren geschilderd en het plafond zwart,

gedecoreerd met oranje­appelen I

Nieuwe mode in handschoenen.

Daar het op het oogenblik bon ton is

groote ringen te dragen, 'zagen de handschoenen­fabrikanten

zich voor de noodzakelijkheid

geplaatst handschoenen te

maken, die hierbij passen'. Zij zijn hierin

geslaagd door in den middelsten vinger

op de plaats, waar de ring zit, smalle

gleufjes te maken.

*

P-JM4

TENNIS (100 banen)

TWEE GOLF­LINKS

POLO ­ SCHERMEN

GROOTE

WATERSPORT

AUTOMOBIEL

SPORTPLAATS

VOOR

WEEK

ATHLETIEKSPORT

WEDRENNEN

22 ontmoetingen

millioen francs aan Dtjjzen

ae December tot April

CANNES

DE STAD DER BLOEMEN EN ELEGANTE SPORT

STEDELIJK CASINO

HET MEEST ELEGANTE VAN DE RtVIERA

TWEE VOORSTELLINGEN PER DAG

ALLE EERSTE WERELDKRACHTEN

Muzikaal leider: REYNALDO ffAHN. Theater: LEO DEVAUX

RESTAURANT DES AMBASSADEURS

THEE ­ DINER ­ SOUPER DANSANT

BILLY ARNOLD én zijn orchest (de beste Jazzband)

Orquesta Argentina Bachicha Ferazano

DINERS FLEURIS. GALA VOORSTELLINGEN

BIJZONDERE ATTRACTIES

. Organisator: JÜL1EN DUCLOS

HOTELS DE GRAND LUXE

CALÏFORNIE ­CONTINENTAL^ GRAND­HOTEL

CARLTON ­ MIRAMAR ­ MARTINEZ ­ MAJESTIC

BEAU­SITE ­ BELLEVUE * MÈTROPOLE

Voor inlichtingen zich te wenden tot hètSYNDICATiyiNITIATIVEyCANNE.S

\C


PERSONEN:

D&m hi "r­ Gray Lois Wilson

Pmlhp Gray H. B. Warner

Peggy Nash Lilian Tashman

Henn de Bnac Qive Brook

L ucie Thamar Paulette Duval

phillip Gray en Cynthia, een chic, getrouwd

, paar, woont in de stad Boston. Cynthia

is stipt, met een gesloten karakter. Haar man

kent de manier niet, haar sluimerend gevoel

voor romantiek bij haar op te wekken. Echt

gelukkig is hun huwelijk dan ook niet, hoewel

ze overtuigd zijn van eikaars liefde.

Peggy Nash, Cynthia's vriendin, komt hen

opzoeken en Cynthia verzoekt haar te blijven

slapen. Peggy is een wuft, vroolijk en

levenslustig vrouwtje en midden in

den nacht gaat zij naar beneden

om een sigaret op te steken.

Het is volslagen donker en bij

haar poging het licht te ontsteken,

struikelt ze over een

k

\

voetenbankje. Phillip, die leven hoort en aan

inbrekers denkt, sluipt met een revolver in

de hand de trap af en... ziet Peggy, nonchalant

met een sigaret tusschen de lippen,

tegen den schoorsteen geleund... Beiden

nemen het geval van den vroolijken kant

op, zij openen een ijskast en bij het nuttigen

van wat koud vleesch en het drinken van

champagne slaat Phillip onwillekeurig zijn

arm om Peggy heen. Plotseling komt Cynthia

binnen...

Den volgenden dag vertrekt Cynthia naar

Parijs om een echtscheiding aan te vragen

In Parijs voelt zij zich zeer ongelukkig en

verlaten ... totdat Peggy naar Parijs komt

nNnlD NA rJi?^ A i^ LM ' VERVAARDIGD

ONDER REGIE VAN ALLAN DWANN

1

om haar ervan te weerhouden domme dingen

te doen. Zij vertelt Cynthia, dat er tusschen

haar en Phillip nooit iets bestaan

heelt...

Met PeggyTomt" Cynthia in verschillend^ r t, ftfr

emvloed door de Parijsche luxe en chic. Na t ^ f a t E K X l S ! *

■'■ KÏÏ ontmot Fv'^' dan °t ­­^­^ot­terSuTanT/vaTpa^s

lÖr ffffc^SS^S!^

!§j^p|«

­tmonsieurBrlSt^fe

haar manen Peggy Zlet fl.rten, ontvlamt plotseling in alle hevieheicf haar

fefc ? J Wl1 a h n J iin ' 7\ haar kam


„We? Ik zie niet in, wat ik moet

doenl" antwoordde ik hem.

„Maar er moet toch iets gedaan worden

I Door mijn schuld is dat arme

kind haar betrekking- kwijt. Het was

wel niet zoo'n prach.baan, maar ze verdiende

haar brood. Denk je, dat Cherry,

de uitgever van „De Maandbode"'

waarin mijn tante vaak haar romans

publiceert voordat ze in boekvorm verschijnen,

iets voor mij zou willen doen?

En . .. zou hij' het kunnen? Zou hij iels

bij haar weten te bereiken?"

„Ik weet het niet. Cherry is een uitstekend

mensen, maar of hij ie.s Lij

je tante zal kunnen bereiken, is een

andere kwestie. Ik denk het haast

niet!"

.>>Onzin," antwoordde mijn vriend, terwijl

zijn optimisme opeens uit afgronddiepte

welig scheen op te schieten.

„Onzin, dat laatste. Ik heb werkelijk

alle vertrouwen in Cherry. Hij is zoo

handig, zie je! Hij heeft haar stellig

al ja laten zeggen, voor zij nog goed

en wel weet, wat hij eigenlijk van haar

verlangt. Ik ga naar hem toe. Nu,

direct I"

„Ach, ja, probeer het!" zei ik.

. „Leen me echter even een riks voor

een auto. Ik wil zoo gauw mogelijk bij

hem zijn. Misschien kan ik dan nog

met hem lunchen. Hij eet altijd goed

en ik moet noodig een hartversterking

hebben. Ik ben door die geschiedenis

danig in de war, weet je..."

Ik gaf hem een riks — van leenen

was bij hem geen sprake, dat weet ik

vooruit — en hoopvol gestemd ging

hij op weg naar Cherry...

Drie dagen lang hoorde ik niets van

hem. Kwam hij niet boven water...

Toen zeilde hij op een morgen mijn

kamer binnen, juist toen ik aan mijn

ontbijt bezig was ...

„Bonjour," zei hij, een stoel bij de

tafel nemend en zichzelf voor het ontbijt

uitnoodige'nd. „Het ziet er zoo

• smakelijk uit, zie je," verklaarde hij, „en

ik heb zoo'n honger!" — Mijn vriend

heeft alijd honger. En a'tiji geldge

brek. Maar nooit. .. sigaren of sigaretten!

„Eet mee," zei ik, wel wetend, dat

hij meer dan driekwart van alles wat

er op tafel stond, verorberen zou. Ik

zag echter toch geen kans het hem

te beletten, want hij had zelf al om een

bordje, mes en verder eetgerei ' ge

scheld.. . „Mag ik terwijl even door

gaan mijn brieven open te maken ?"

„Ga je gang," zei hij joviaal. „Ik

eet onderwijl wel door! Eh, tusschen

twee haakjes: er is ook een brief van

mijn tante bij!"

„Waaraan heb ik die eer te danken?"

vroeg ik verbaasd. ,,En hoe weet jij

dat ?"

. TWEE KEUENEN MAAR ....

itaar partner (als hij merkt, hoe slecht zij dansti:

„Er zijn slechts twee dingen, die u beletten een

groot danseres te worden."

2ij: „Werkelijk? En wat dan?"

Hij: „Uw voeten !"

IN „NO NO NANETTE"

Lucien Mussière, de Belgische Operette-ster,

viert triomfen in het Scala-theater te 's-Gravenhage.

„Ik zie hem liggen. Daar, die blauwe,

lange enveloppe!"

Met een angstig voorgevoel — dat

steeds, als mijn vriend in het spel is,

gerechtvaardigd is — maakte ik de

enveloppe open en las:

„Mijnheer, met genoegen zal ik u

ontvangen, indien u morgen (Dinsdag)

om half vier bij mij thuis wilt komen.

Hoogachtend, Doro.hea Ulling."

Ik begreep er niets van. Hoe Johns

tante mijn bestaan te we en was gekomen

en wat zij van mij verlangde,

waren voor mij twee even zoo onoplosbare

raadselen, als wijlen het orakel

van Delphi ze opgaf.

„Wat schrijft ze ?' vroeg mijn vriend

na eenige oogenblikken.

„Dat ze me graag morgen bij haar

thuis ontvangen wil..."

„Prachtig! Schitterend!" riep mijn

vriend uit. „Ik weet zeker, dat ze

bijten zal!"

„Waar heb je het over?"

John leunde over de tafel en gaf mij

een gevoeligcn klap op mijn Schouder.

Door die beweging gooide hij een kop

thee om, maar ik geloof wel, dat hij

het goed meende.'Hij viel weer terug

op zijn stoel én zette zijn bril recht,

teneinde mij beter te kunnen zien. Het

scheen hem een groot genoegen te

doen, dat hij me goed kon waarnemen,

want zijn gezicht verhelderde als een

tooneel bij het opkomen der tooneelzon.

Opeens barstte hij in een lofrede

uit . . .

REMBRANDT

THEATER

AMSTERDAM

BRENGT STEEDS

DE BESTE

PROGRAMMA'S

- 22

- OCHS

„kerel," zei hij hartelijk, „als er te:i>

is in jou, wat ik altijd heb bewonderd,

dan is het je bereidwilligheid om een

vriend te helpen. Een van de grootste

deugden, die een mensch beziuen kan

en niemand bezit die deugd ingroo.ere

mate dan jij! Je bent, om het zoo eens

te zeggen, eenig in dit opzicht. De

menschen hebben me wel eens gevraagd:

„Waf voor een soort kerel

is dat toch?" en dan heb ik altijd geantwoord:

„Den besten, dien ik ken!

Een kerel, waar je op bouwen kunt,

die je helpt, waar hij maar kan. Een

kerel, die liever "zou sterven, dan je

voor het net te laten zinken. Een kerel,

die door het vuur zou gaan om je uit

den brand te helpen. Een kerel met

een hart van goud en zoo zuiver als

diamant

„Ja, ik ben een prachtkerel," zei ik,

terwijl mijn angstig voorgevoel toenam.

„Ga verder!"

' „Ik ga verder, man," antwoordde

hij met een tikje verwijt, omdat ik hemin

de rede was gevallen. „Wat ik wilde

zeggen, is, dat ik graag een kleinen

dienst van je wilde. Het was niet noodig,

vooraf je toestemming te vragen, dat

wist ik!"

Een ellendig voorgevoel maakte zich

nu van mij meester .. . Een voorgevoel,

dat reeds zoo vaak gegrond bleek te

zijn geweest als het met betrekking tot

mijn vriend was ontstaan. „Je wilt zeker

wel zoo goed zijn te verklaren, in welke

misère je me nu weer gesleept hebt?"

vroeg ik.

John trachtte mijn opkomenden

wrevel met zijn vork weg te wuiven,

en zei langzaam en met veel overtuiging:

„Het beteekent niets, kerel. Werkelijk

niets! Slechts een kleine dienst,

dien je, ik weet het zeker, blij zult

zijn mij te kunnen bewijzen. Zooals ik

wel dadelijk had kunnen begrijpen, heeft

die Cherry niets bij mijn tante kunnen

bereiken. Wat Luus betreft, begrijp

je? Geen enkel resultaat. Hij is eergisteren

naar mijn tante toegegaan en

heeft gevraagd, of zij Luus wilde terugnemen,

maar zij wilde er niets van

weten. Wat mij niet verwondert. Ik

heb nimmer vertrouwen in Cherry gehad(!)

Het is een groote fout van

ons(!) geweest, hem erin te halen. Je

behoort in een aangelegenheid als deze

EEN ZORGZAME VROUW

Zy : „Nou lieve, nu kun je gerust naar binnen

gaan en vader om mijn hand vragen. Ik heb alle

verbandmiddelen klaar gelegd'"

niet meer diplomatie te werk te gaan.

Je moet zien te ontdekken, wat de

zwakke zijde van je vijand is en hem

daar aanvallen. Nou4 wat is nu de

zwakke zijde van mijn tante ? Haar

zwakke zijde, wat is die? vraag ik je!

Denk eens na. Denk na, kerel!"

„Als ik op haar stem moet afgaan

— het eenige, wat ik van haar ken —

zou ik denken, dat ze heelemaal geen

zwakke zijde heeft!"

„Daarin vergis je je toch. Hemel

de romans, die zij geschreven heeft op

en... wel, ze eet compleet uit je hand!

Toen die Cherry niets bij haar had

kunnen bereiken, heb ik eens goed nagedacht.

En toen opeens wist ik het.

Ik ging naar een vriend — een goeie

kerel, net zoo goed als jij bijna (jammer,

dat je hem niet kent) — en die;

schreef mijn tante namens jou een brief,

waarin hij haar vroeg of je haar mocht

komen interviewen voor „De Litteraire

Dameswereld". Dat is een weekblad

waarvan ik toevallig weet, dat ze het

geregeld leest. Luis.er nu eens, kerel!

Val me even niet in de rede, want je

moet alles goed begrijpen. Ik wilde,

dat jij nu naar mijn tante ging om

haar te interviewen. Natuurlijk wordt

zij hierdoor de beste vrienden met je.

Zij gaat je zelfs vereeren! Als je haar

maar naar den mond praat en alles

mooi vindt, wat ze heeft geschreven.

En zoo meer... Nadat je haar zoo

hebt ingepalmd en je om zoo te zeggen

alles van haar gedaan kunt krijgen,

— je zegt bijvoorbeeld maar, dat het

de mooiste dag van je leven is, nu je

haar ontmoet — breng je het gesprek

op Luus. Je laat het maar voorkomen,

alsof Luus je nichtje is. Zeg bijvoorbeeld

terloops: „Dat is waar ook, mijn

nichtje is bij u als secretaresse...

Juffrouw Luus Menks, bedoel ik ... Ze

heeft me al eens verteld, dat ze het

zoo naar haar zin heeft bij u..."

Enfin, de rest borduur je er zelf wel

bij en als ze dan zegt, dat zij Luus

heeft ontslagen, kijk je bedrukt en

vraagt haar of zij niet mag terugkomen.

En jullie zijn dan in dien tijd

zulke goede vrienden geworden, dat ze

je niets meer kan weigeren. Dat is

alles. De zaak is dan in orde. Is hef

niet handig bedacht van me? Dit plan

kan niet scheef gaan! Dat we daar

niet eer aan gedacht hebben, hè ? In

dien kef ing van gedachten ontbreekt

nu letterlijk geen enkele schakel!"

„Toch wel," antwoordde ik nuchter.

„Ik geloof, dat je je vergist," zei

John, nog even enthousiast. ,,Ik heb

alles zorgvuldig overwogen. Wat ontbreekt

er dan ?"

„Ik! Ik ga niet naar je tante! • Ga

jij maar naar je vriend en vertel hem,

dat hij een velletje briefpapier heeft

verknoeid."

Er viel een bril op zijn bord. Twee

zwakke oogen keken mij over de tafel

heen verbaasd aan. Mijn vriend was

perplex.

„Dat meen je niet!" zei hij. „Ik kan

niet gelooven, dat jij je op het laatste

oogenblik zult terugtrekken," besloot

hij met trillenae stem.

„Ik trek me niet terug. Ik heb nooit

meegedaan!"

„Kerel," zei John, terwijl hij met zijn

eene elleboog op zijn bordje rustte,

„ik wil je wat vragen. Eén ding maar.

Heb je me ooit in den steek gelaten ?

Heb ik ooit gedurende onze lange vriend-•

schap vergeefs een beroep op je hulp

gedaan? Nooit!"

„Alles heelt een begin. Ik begin nu!"

„Maar denk eens aan haar! Aan die

goeie Luus! Denk aan Luus!"

„Als ze door die geschiedenis eindelijk

heeft geleerd om je uit den weg

te blijven, zal het haar niet anders dan

tot voordeel zijn," antwoordde ik zonder

mededoogen.

„Maar kerel..."

Ik geloof, dat er ergens een fataalweeke

plek in mijn hart is ... Het slot

van mijn vriends betoog was tenminste,

dat hij pij hartelijk dankte, omdat ik

wilde ddten, wat hij van mij verlangde...

Hoe ik zoo' dom heb kunnen zijn, weet

ik nu nog niet... Maar in ieder geval:

den volgenden dag om half vier' was ik

voor de villa van de tante van mijn

vriend...

Met hetzelfde gevoel, dat men krijgt

wanneer men bij een tandarts de kamer

binnenstapt; trad ik de hall van de

villa binnen. Van het oogenblik af, dat

de huisknecht mij in een soort spreekkamer

liet, totdat ik de voordeur weer

achter mij hoorde dichtslaan, heb ik in

een voortdurenden' staat van vrees en

vernedering geleefd... Het begon al

direct. Alles was zóó keurig in orde,

ademde zóó'n geest van zorgvuldigheid

en deftigheid, dat ik opeens, terwijl ik

op de komst van mijn vriends tante zat

te wach.en, mij er akelig-duidelijk van

bewust werd, dat mijn haar wel iets

te lang was en dat in de rechterpijp

van mijn broek zich het begin van een

„knie" openbaarde. Twee dingen, die

in volslagen disharmonie waren met de

keurig-nette omgeving, waarin ik verzeild

was geraakt...

Mevrouw Ulüng verscheen echter

niet. De huisknecht kwam mij verzoeken

hem te volgen, en toen hij

eenige seconden later aan het eind van

de gang een deur openwierp en plechtstatig

uitriep: „Mijnheer Remler", besefte

ik opeens in het hol van den

leeuw te zijn aangeland, en onwillekeurig

keek ik boven de deur, of ik er niet

geschreven vond: „Wie hier binnentreedt,

laat alle hope varen"! Het s.ond

-23 -

er evenwel niet, ofschoon het niet over

dreven zou zijn geweest...

Er waren twee dames en een

Pekingees in het vertrek. De Pekingees

kende ik. Mijn vriend had hem eens

meegebracht op mijn kamer en toen

had hij mijn heele lunch opgegeten. Hij

herkende mij blijkbaar evenwel niet.

De dames kende ik geen van beiden

persoonlijk. Van mijn vriends tante

kende ik de stem — eens gehoord, toen

zij mijn vriend bij mij opbelde—; meer

niet; van de andere daim wist ik

voor ik haar zag, niet eens het bestaan.

Ze gaven elkaar in uiterlijk of

leeftijd niets toe. Ze toonden allebei

heel duidelijk de sporen van haar oudevrijsters-staat.

Ze droegen het haar glad

naar achteren gestreken en met een

knoetje in den nek vas'gemaakt; hun

neuzen deden aan den snavel van een

havik denken en heur oogen aan die

van een kat, die ligt te loeren naar

een muis ...

„Juffrouw Ulling ?" zei ik, een paar

schreden doend in de richting van de

dame, die het dichtst bij mij stond,

en mij voelend alsof ik op het punt

stond een pak slaag te incasseeren van

een kampioen-bokser.

„Ik ben juffrouw Ulling," zei de

ander. „Dit is juffrouw Watering!"

Het was een schok, maar toen ik mij

eenigszins had hersteld, slaagde ik er

toch in een behoorlijke buiging te

maken...

„Ik hoop, dat u er geen bezwaar

tegen heef., dat juffrouw Watering bij

ons onderhoud blijft," zei Johns tante

met een glimlach, dien ik niet goed

begreep, doch die mij allesbehalve op

mijn gemak zette. „Zij is mij juist

komen opzoeken en zal ons niet storen.

— U vindt het toch niet erg ?"

„In het geheel niet, in het geheel

niet," stamelde ik. „O, in het geheel

niet..."

„Wilt u niet gaan zitten ?"

„Graag. Dank ui"

Juffrouw Watering ging voor het

raam staan en liet Johns tante en mij

aan ons lot over.

„Zoo, nu zitten we op ons gemak,"

zei de tante van John.

„Ja," antwoordde ik, terwijl ik nog

nooit in mijn leven zoo'n knallende onwaarheid

heb gedebuteerd.

„Vertel me eens, mijnheer Remler,"

begon Johns tante, „is u vast verbonden

aan de redactie van „De Litteraire

Dameswereld" ? Het is een van de bladen,

die ik het liefst lees. Iedere week,

zonder mankeeren, neem ik van den

interessanten inhoud kennis."

„Pardon, ik behoor tot de vaste medewerkers

..."

„Wat bedoelt u hiermee ?"

„Wel,- ik zit niet op het redactiebureau,

maar de hoofdredacteur draagt

mij telkens gelegenheidswerk op, zooals

interviews bijvoorbeeld."

„Al JuistI Ik begrijp het. Wie is op

het oogenblik de hoofdredacteur?"

Hoewel juffrouw Ulling die vraag

stelde om mij wat op mijn gemak te

brengen, 'werd mijn toestand er hoe

langer hoe penibler door. Ik zocht wanhopig

naar een naam, het kon me niet

schelen wat voor een naam, maar zooals

altijd in die omstandigheden, kon

ik er niet een vinden ...


„Ach, natuurlijk, ik herinner me nu

opeens," zei Johns tante tot mijn groote

verlichting, „het is mijnheer Wilders, is

het niet ? Ik heb hem eens aan een diner

ontmoet."

„Wilders, juist," stamelde ik. „Ta

zóó heet hij. Wilders!"

„Een groote man met een grijs snor-

' retje!"

„Ja, tamelijk groot," viel ik haar bij.

„En heeft hij u opgedragen mij te

interviewen ?"

,Ja."

„Zoo. En over welk boek van mij

wilt u het liefst spreken?"

Ik slaakte een zucht van verlichting,

want eindelijk voelde ik een beetje vasten

grond onder mijn voeten. Maar

toen viel als een stuk gloeiend lood

de gedachte in mijn hersens, dat die

ezel van een John vergeten had mij ook

maar een naam van haar boeken te

noemen ...

„Eh ... over allemaal, als u het goed

vindtI" antwoordde ik snel.

„A! Ik begrijp het! Over mijn heele

litteraire oeuvre!"

...Precies," zei ik. Ik begon nu werkelijk

iets voor haar te voelen, daar

ze me zoo tegemoetkomend behandelde.

Zij leunde achterover in haar stoel, terwijl

ze de toppen van haar uitgespreide

vingers tegen elkaar drukte en mij aandachtig,

bijna peinzend aankeek.

„Denkt u, dat het de lezeressen van

„De Litteraire Dameswereld" misschien

zal interesseeren iets te lezen over den

roman, waar ik zelf het meest van hou ?"

„Natuurlijk! Dat weet ik zeker!"

„Het is wel niet gemakkelijk vooreen

schrijfster om te zeggen, welk boek

zij het beste vindt. Welk boek je het

meest bevalt, hangt zooveel van de stemming

af, waarin je verkeert . . ."

„Zeker, zeker!" bevestigde ik.

„Welk boek van me vindt u het best

geslaagd, mijnheer Remler ?"

Ik kreeg het gevoel, dat iemand hebben

moet, die aan een nachtmerrie ten

prooi is. Zes tantes van John keken

mij onderzoekend aan ...

„Eh ... o, allemaal," antwoordde ik,

terwijl het angstzweet mij uitbrak en ik'

nauwelijks mijn eigen stem herkende.

„Wat vriendelijk van u," zei de oude

dame. „Dat noem ik inderdaad vriendelijk.

Een of' twee recensenten hebben

gezegd, dat mijn werk nogal ongelijk

is. Het is zoo prettig iemand te ontmoeten,

die dit niet met hen eens is. Ik

voor mij geloof echter, dat mijn roman

„De weg naar het hart" de beste is."

Ik knikte bevestigend. Nu ik een

naam wist, voelde ik mij weer in staat

adem te halen.

„Ja," zei ik, mijn voorhoofd fronsend,

als dacht ik hevig na. „ „De weg naar'

het hart" is stellig het beste, wat u ooit

geschreven heeft. Het is zoo menschehjk,"

voegde ik er aan toe, mij bewust,

dat ik met die uitdrukking op veilig

terrein bleef.

„Heeft u het gelezen, mijnheer Remler?"

„O ja, natuurlijk!"

„En vond u het goed?"

„Buitengewoon goed!"

„U vindt het%dus niet eerlijk om er

van te zeggen, dat het te realistisch is ?"

„Absoluut oneerlijk!" Ik begon nu

den weg vóór mij te zien. Hoe weet ik

zelf niet, maar ik kreeg opeens de overtuiging,

dat haar romans uitstekenden

kost moesten zijn voor een leesbibliotheek.

„Het is eerlijk, openhartig geschreven

eh laat het leven zien, zooals

het is. Maar realistisch? Neen!"

„Die scène bijvoorbeeld op Pims

kamer?"

„Dat is het beste stuk uit het heele

boek," zei ik moedig.

Johns tante glimlachte. Mijn vriend

had gelijk gehad, toen hij zei: prijs haar

werk! Ik begon werkelijk te wenschen,

dat ik dien roman gelezen had, opdat

ik nog meer erop in had kunnen gaan

en haar nóg gelukkiger had kunnen

maken.

„Ik ben zoo blij, dat u het mooi

vindt," zei ze. „Werkelijk, dat is zoo bemoedigend!"

„O, neen, nee," zei ik bescheiden.

„O, maar het is zoo. Het is werkelijk

zoo bemoedigend, weet u, omdat ik

het boek nog moet gaan schrijven! Ik

heb het eerste hoofdstuk vanmorgen pas

klaar gekregen."

Ze lachte nog steeds zoo vriendelijk,

dat het een oogenblik duurde, eer de

volle, verschrikkelijke beteekenis van

haar woorden tot mij doordrong.

„ „De weg naar het hart" is mijn

eerstvolgende roman. De scène in Pims

kamer, die u de beste uit het heele boek

vindt, komt ongeveer in het midden.

Ik geloof nie't, dat ik het boek vóór

het einde van de volgende maand afkrijg.

Hoe grappig, dat u er tóch al

alles van af weet!"

Ik voelde mij, alsof ik in de lucht

hing op de plaats, waar mijn stoel

moest staan. Ik heb mij dikwijls in mijn

leven een idioot gevoeld, maar zoo als

nu nog nooit! De vreeselijke vrouw

daar voor mij had met mij gespeeld

als de kat met een muis en had mij,

van haar spel genietend, als een vlieg

met honing op het vliegenpapier harer

romans gelokt. En plotseling ontdekte

ik, dat ik me vergist had, toen ik meende,

dat er in haar oogen een vriendelijke

blik te bespeuren was. Ik begreep nu,

waarom John altijd zoo bang voor haar

was ....

„Het is ook zoo grappig," vervolgde

zij, terwijl ik nog steeds naar adem

zat te snakken, „dat u mij kwam interviewen

voor „De Litteraire Dameswereld",

omdat ze de vorige week pas een

interview met mij hebben geplaatst. Ik

- 24 -

-^-^—^^-

De kleinkinderen

vanden vorst van

Monaco op het

bloemenfeest.

vond het zóó vreemd, dat ik mijn vriendin,

juffrouw Watering opbelde .om te

vragen of er soms een vergissing in

het spel was. En zij zei, dat ze nooit

van u had gehoord. Hèèft u al eens gehoord

van mijnheer Remler, juffrouw

Watering ?"

„Nooit," zei de andere dame vinnig.

„Hoe zonderling!" riep Johns tante

uit. „Maar alles is zoo zonderling. —

O, moet u vertrekken, mijnheer Remler?"

Mijn geest verkeerde in een absoluut

chaotischen toestand, maar één ding

was mij volkomen duidelijk: dat ik

gaan moest. Door de deur, als het mogelijk

was, en anders door het raam.

Maar weg moest ik! En iedereen, die

zou hebben getracht mij tegen te hou-

•den, had zijn leven gewaagd!

„U wilt mijnheer Wilders wel de

groeten doen, als u hem ziet?" vroeg

Johns tante nog.

Ik morrelde aan de deurknop.

Ik geloof, dat mijn gastvrouw bij deze

woorden gescheld moet hebben, want

toen ik in de gang kwam, stond daar de

huisknecht om mij uit te laten. Zijn

blik was een grijns en zijn handen waren

gekromd alsof hij mij bij mijn nek wilde

grijpen om me er uit te gooien. .. Maar

ik bereikte zonder verdere incidenten

den tuin, waar ik bevrijd adem haalde

en een duren eed zwoer, dat ik nimmer

meer een voet zou verzetten om John

te helpen ... Ik had er grondig genoeg

van voor hem in de bres te springen!

Het was erg warm, maar ik was zoo

opgewonden, dat ik loopen moest. Loopen.

veel loopen ... Eindelijk, doodmoe,

bereikte ik mijn kamer, waar... John

op den divan op mij lag te wachten.

„Bonjour, kerel," zei hij hartelijk, zijn

hand uitstekend naar een glas limonade

met ijs — mijn limonade en mijn ijs,

natuurlijk! — dat onder zijn onmiddellijk

bereik stond. „Ik kom je even

zeggen, dat je niet meer naar mijn tante

behoeft te gaan. Luus heeft al een goede

betrekking gekregen."

Hij nam een slok van de limonade

met ijs ... Even bleef het stil.

„Wanneer wist je dat?" vroeg ik

ten slotte, vaag iets vermoedend.

„O, gisterenmiddag," zei John. „Ik

wou direct naar je toekomen, maar ik

heb het tot nu toe vergeten..."

Ik had hem kunnen vermoorden . ..

CONSTANT VAN'KERCKHOVEN ALS SEM HARRINGTON

„SCÈNE UIT HET EERSTE BEDRIJF

v.l.n.r. Annie de Bree, Ben Groeneveld, van Kerckhoven, van Warmelo

. Bets van Berkel en Timrot

OP DE RENBAAN

\ - 25 -

VRIJDAG En DE DERTIEHDE

HOTTËNTOT

Dóór het gezelschap De Speeldoos werd in het Amsterdamsche

Centraal Theater deze Amerikaansche klucht

van den auteur William Maples ten tooneele gebracht. Het

stuk bezit tal van aardige vondsten en de lach is daarom ook

niet van de lucht. De leden van De Speeldoos hebben dan ook

uitstekend gespeeld.

Sem Harrington (Const, van Kerckhoven) heeft in Californië

kennis gemaakt met Peggy Fairfax (Mien van Kerckhoven).

Mrs. Carol Chadwick (Annie de Bree) heeft ze aan

elkaar voorgesteld. Peggy meent, dat Sem de beroemde paardrijder

is, die denzelfden naam draagt, en Carol bevestigt haar

dit tegen beter weten in. Harrington is op het eerste gezicht

verliefd op Peggy geworden. Hij reist haar na en zoekt haar

op ten huize van Ollie Gilford (M. van Warmelo), waar zij

logeert. Maar hier beginnen Sem's onaangename avonturen.

Alle lieden in het aardige dorpje, waar Huize Gilford gelegen

is, zijn hartstochtelijke paardenliefhebbers en iedereen is vol

van de wedrennen, die den anderen dag zullen plaats vinden.

En thans blijkt Sem, dat Peggy nooit een man zal trouwen,

die niet van paarden houdt. Er blijft hem niets anders over

dan vol te houden, dat hij de beroemde heerrijder Sem Harrington

is. En zoo zien wij hem na tal van avonturen, in het derde

bedrijf op de wedrennen, gezeten op het paard van Peggy,

den wedstrijd winnen, hoewel hij in geen zes jaar in het

zadel gezeten had. Eind goed al goed: Peggy en Sem worden

een paar.

Een extra woord van lof verdient Louis de Bree voor zijn

uitstekend spel als Cweek, de butler. E. W.

DE BEKER GEWONNEN

Behalve den heer en mevrouw van Kerckhoven geeft onze

foto ook Louis de Bree als den butler Cweek


No. 60182. Modern, chique mantelpak voor

laken of serge. Vetkriigbaar in bustemaat 90.

95, 100 of 110 cM. Benoodiad «an 135 cM.

breede stol 3 M.

No. 79008. Elegante lange mantel met klokmodel.

Zeer geschikt voor rios, serge of charmelaine.

Verkrijgbaar in büstemaat 90, 95,

100, 110 of 120 cM. Benoodigd Tan 135 cM.

breede stof 2.75 M.

Van deze afbeeldingen, die met toestemming

der firma Weldon Ltd. te Londen zijn gereproduceerd,

zijn fr. p. o. gekmote oa'tronen

verkrijgbaar tegen toezending van f 0 75 en

vermelding van het no.K aan mevrouw Miliy

Simons, 2e Schuytstr. 261, Den Haag.

EEN SCHOENENPRAATJE

Toen ik verleden week bij tante Wiesje op bezoek was, toonde

ze mij vol trots den gebronsden schoen van hun jongste lieveling.

Innerlijk uitte ik op 't zelfde oogenblik den welgemeenden

wensch, dat alle schoenen der wereld op de penantkastjes vandiverse

tantes gebronsd en wel zouden vastgroeien, want een hef.ige pijn in

mijm eksteroogen herinnerde mij er onzacht aan, dat ik de bezitslar

van een paar zeer elegante, moderne schoentjes ben...

Hoe benijdde ik de negerstammen, die met bloote voeten door het ;

leven wandelenI En dan de oude Grieken en Romeinen. Zij droegen

sandalen, een practische en zeer gemakkelijke dracht. De Chineezen

echter hadden tot voor korten tijd nog een zeer vreemd begrip van

vrouwelijk voetenschoon. Hoe kleiner en misvormder een damesvoetje

was, hoc aanbiddelijker zij het vonden. Gelukkig heeft deze wreede

„mode" thans afgedaan en leeft ook de Chineesche dameswereld nu

op grooten voet.

De Balkanvolken dragen z.g. Opanken, die uit één stuk leer bestaan,

dat met een riem, door eenige gaten getrokken, tezamen gehouden

wordt. Deze dracht is natuurlijk verre van elegant, maar zeer duurzaam.

Een schoenenwinkel op den Balkan lijkt mij dan ook geen ideaal!

In de zestiende eeuw droeg men in Spanje en Italië den hoogen steltenschoen,

en zelfs nu nog draagt men in verschillende streken van

Spanje en Japan nog hetzelfde model schoeisel.

De Hollandsche dame^ der vijftiende eeuw zouden vreemd opkijken,

als ze de moderne schoentjes van heden ten dage konden aanschouwen.

Want zeer veel is in den loop der eeuwen aan de voetbekleeding veranderd.

Van de veertiende tot de vijftiende eeuw droeg men hielden

snavelschoen. Dit was een zeer lang en puntig model, circa

tweemaal zoo lang als de voet zelf. In de zestiende eeuw was een

korter en iets breeder model modern, de z.g. eendensnavel. Een

sterk contrast met dit model vormde de berenklauw, die tijdens de

dertiende eeuw gedragen werd. Het was een zeer breede en plompe

schoen uit ruw leer vervaardigd en geheel plat. Trouwens, hakken

kende men niet vóór 1700. Men droeg toen zeer kostbaar schoenwerk,

rijk met zilver en goud bestikt. Ook kende men in die dagen reeds

fluweelen en zijden schoenen. De hoogte der hak steeg met de jaren

tot ze in circa 1800 het hoogtepunt bereikt had.

En thans is de keus in modern schoeisel enorm. Zoowel de hooge

als 1 de platte hak wordt gedragen en het materiaal, waaruit men

schoenen vervaardigt; is werkelijk te omvangrijk om hier op te sommen.

Maar één goeden raad wil ik mijn lezeressen op deze plaats toch

geven: koop nóóit schoenen, alleen omdat ge ze zoo snoezig vindtI

Men moet immers voor alles rekening houden met het model voet

dat men bezit, en schoenen zijn nu eenmaal om op te kunnen loopen.

Dus dames, laten we bij schoenenpassen net als Asschepoester .zeggen:

„Wie heeft het passende schoentje voor mijn voetje?"

EEN SCHOEN UIT DE

17e EEUW

STELTENSCHOEN EN

EENDENSNAVEL

ADELE WINTER.

BERENKLAUW

MODERNE BALSCHOENTJES (Modellen Mansfield)

- 26 -

JL>E KEUZE VAN Ilïiï STUK

Hi

'et opschrift klinkt zoo eenvoudig.

Men kiest namelijk een stuk

uit en gaat repeteeren. Inderdaad,

zoo gebeurt het. Maar terwijl ik

dit hier in een paar teljen neerschrijf,

zijn er in werkelijkheid dikwijls maanden

mede gemoeid.

De regisseur is wanhopig, hij droomt

van Pygmalion, hij gaat naar bed

met De Gele Man'el, hij staat op

met Jeanne d'Arc, onder de lunch denkt

hij aan Gekocht en Betaald, des avonds

begint hij opnieuw ... totdat het Bestuur

hem de duimschroeven aanzet en er wel

een keus gemaakt moet worden.

Welke zijn de hoofdfactoren, waardoor

een Bestuur, of regisseur, zich bij

het uitkiezen van een stuk moeten laten

leiden ? M.i. de volgende:

1. Is de betreffende Werkende Kring

in staat het stuk, zoowel kleine als

groote rollen, naar behooren ten tooneele

te brengen ?

2. Speelt het stuk in een sfeer, waarin

het publiek, waarvoor men gewoon

is te spelen, zich verplaatsen kan ?

3. Gaat er van het stuk een opvoedende

kracht uit, is het verheffend of

geeft het vreugde ?

Ziedaar drie hoofdfactoren, waaromheen

nog een groot aantal bij-factoren

gegroepeerd zouden kunnen worden.

Het dilettantisme is in ons land vrij

sterk ontwikkeld en ook wat de keuze der

stukken betreft is het loffelijke streven .

waarneembaar ook eens iets anders te

brengen dan de flauw-geestelooze-zonder-begin-of-einde-klucht,

waarvan men

in het derde bedrijf — bij een beetje

lange pauze — nauwelijks den samenhang

der eerste twee bedrijven meer

weet.

Overigens, ik herhaal het, is het kie

zen van een stuk een zeer moeilijke

taak, waar zeker niet iedereen geschikt

voor is. Ik benzeen sterk voorstanderervan

— en zeker iedere goede regisseur

met mij — zoo hoog mogelijk te grijpen,

iers wat trouwens de kunstzinnige leden

der betreffende vereeniging ook apprecieeren

zullen, maar... denkt om het

lang niet denkbeeldige gevaar van te

hoog grijpen. Dan zou de remedie veel

erger dan de kwaal zijn!

Wij willen ook in dit verband gaarne

met u samenwerken en u, waar mogelijk,

met raad terzijde staan. Evenals wij in

onze vorige nummers reeds gedaan hebben,

zullen wij ook in de toekomst met

weinig woorden stukken bespreken,

waarmede het Amateur-Tooneel eer kan

inleggen.

STIETN GEBODKNS

'oor dilettanten; bij voorkeur op een

duidelijk zichtbare plaats in elk

repetitielokaal op te hangen!

I. Gij zult de kleine rollen niet versmaden,

maar met even grooten

ernst en ambitie instudeeren als de

grootere.

II. Gij zult steeds op den aangegeven

tijd op de repetities aanwezig zijn.

III. Gij zult uw rol zoo spoedig mogelijk,

naar aanwijzing van den regisseur,

van buiten leeren, daar

vruchtbaar repeteeren anders onmogelijk

is.

IV. Gij zult gedurende de repetities

steeds met volle aandacht bij het

- 2 7 -

IRIS DELYSIA

de partnerin van het Delysia Stroganoffballet,

dat in ons land weder optrad

stuk zijn; ook indien gij niet „op"

zijt, valt er veel te leeren.

V. Gij zult de rol van een ander

evenzeer respecteeren als gij het

omgekeerd van hem verwacht.

VI. Gij zult gedurende de repetities

geen op- of aanmerkingen maken;

gebruik daarvoor de pauzes.

VII. Gij zult op den avond der uitvoering

vroegtijdig aanwezig zijn,

zoodat er voldoende tijd is voor

de verschillende voorbereidingen.

VIII. Gij zult vóór het begin alles nog

eens nauwkeurig controleeren wat

uw eigen kleeding of requisieten

betreft.

IX. Gij zult medehelpen om „achter"

die rustige sfeer te brengen,

welke noodig i-s voor een vlot

verloop!

X. Gij zult u niet aan het zoogenaamde

„publiekspel" bezondigen

— bedenk, dat het succes van

het geheel van grooter belang is,

dan een persoonlijk succes.

JSJle vragen om inlichtingen op het gebied

van he£ amateur tooneel richte men tot

den heer C. J. PIETERS, RedacÜe

„Hef Weekblad", 22 Galgewafier, Leiden.


Dr DE5TÊ

Mijn neef Jansen

heeft ook nog wel eens, wat men noemt,

,heldere oogenblikken' gehad. Een daarvan

viel toevallig, toen hij pas verloofd

was.

„Hoor eens," zei zijn verloofde toen

tegen hem, „we moeten allemaal in ons

leven wel eens een offer brengen. Mijn

broer heeft bijvoorbeeld besloten, het

rooken eraan te geven. Dat is echt flink

en mannelijk, nietwaar? Ik wou, dat jij

ook iets opgaf, iets, waardoor je een

groot offer moest brengen. Welke opoffering

wil jij je voor mij getroosten?"

Mijn neef dacht eenige oogenblikken

straf na — als u erbij was geweest, zoudt

u zijn hersens hebben hoeren werken —

en zei toen: „Ik zal jou niet meer

kussen f''

Zijn verloofde zei niets, maar keek

sip. Haar antwoord kwam pas een paar

dagen later en toen bleek, dat mijn neef

het bij het rechte eind had gehad.

"Zeg," zei ze namelijk zachtjes, „mijn

broer röökt weer!"

Hij had erom gevraagd

Rechter: „U klaagt dus over een ruwe

behandeling door uw patroon?"

Het jongemensch: „Ja, hij betaalt

me om zoo te zeggen mét stompen en

slagen I"

Rechter: „En gisteren hebben ze me

verteld, dat u het dubbele hadt gekregen

van ..."

Patroon: „Ja, hij had om opslag gevraagd

!"

Hij had niet gevochten

Moeder: „Je hebt weer gevochten! Je

kleeren zijn gescheurd en je hebt allemaal

krabbels in je gezicht!"

Jantje: „Ik heb niet gevochten — ik

wilde een grooten jongen beletten, dat

hij een klein jongetje sloeg!"

Moeder: „Dat is braaf van je! Wie

was dat kleine jongetje?"

Jantje: „Ik!"

MA.NSAUEliRl.riK.

,.De benzine is goedkooper geworden!''

„Gelukkig!"

„Hoezoo 't Ga je een auto koopen 't"

..Neon. ik ga mijn handschoenen schoonmaken!''

\

OhS^PODIrlOEKJE

Het Nederlandsch elftal gekozen.

De T.C. van den N.V.B, heeft in haar vergadering

vun 24 Februari te Breda het elftal voor de komende

interland wedstrijden als volgt samengesteld:

v. d. Meulen

van Zwieteren van Kol

Van Dolder J. Halle Van Heel

Gerritsen W. Tap Bakhuis Barendrecht v. Nellen

Het was voor de T.C. ditmaal wel heel moeilijk

om het juiste elftal samen te stellen. Na 30 Dec. 1928

is er in ons land niet gevoetbald en op de prestaties

van de Zwaluwen op Mardi Gras mocht men niet

afgaan. Er is toen onder te veel abnormale omstandigheden

gespeeld. Als kern voor het nieuwe nationale

elftal heeft men genomen 6 spelers, die op 2

December j.1. onze kleuren in Milaan hoog hielden.

We willen stuk voor stuk de nieuwgekozenen eens

nagaan.

Dat Leo Halle, hoe goed hij ook in Milaan had

voldaan, zijn plaats weder aan v. d. Meulen zou

moeten afstaan, spreekt vanzelf. De H.F.C.'er is

nog steeds een klasse op zichzelf en mochten

studieredenen hem noodzaken dezen zomer de reis

naar Zweden en Noorwegen niet mede te maken,

dan zal men dat ook wederom als een onvolledigheid

van het Nederlandsche elftal moeten beschouwen.

Op de links­achterplaats was Van Kol natuurlijk

zeker gekozen te worden. De Ajax­man is nog

steeds in top­vorm en heeft bovendien in Milaan

getoond een uitmuntend aanvoerder te zijn. Nu Denis

waarschijnlijk dit seizoen niet meer zal uitkomen,

stond de commissie voor de keuze van een remplacant

op de rechts­achterplaats. Voor on­ en halfingewijden

bestonden hiervoor drie gegadigden, n.1.

y. d. Zalm, Wamsteker en Horsten. De eerste heeft

in proefelftallen bijna nooit voldaan. In zijn laatsten

wedstrijd, in November voor den onafhankelifkheidsbeker,

was hij al heel slecht. Wamsteker' is door

beroepsbezigheden niet zeker van zijn tijd en wil

ongetraind niet ophet appèl verschijnen. En Horsten?

Blijkbaar is hij te Milaan wat langzanm geweest en

waar eenige adviseurs der T.C. Van Zwieten bijzonder

aanbevolen, heeft de commissie dezen stoeren

Spartaan eens een trial gegeven. Wij voor ons betreuren

het, dat Wamsteker zich niet onvoorwaardelijk

b< . ikbaar kon stellen. De H.F.C.'er toch is

een veel ..jner voetballer. De Sparta­man is forscher,

misschien wat al te forsch. In ieder geval zal hij zijn

werk wel doen en de Zwitsersche linkervleugel kan

aan hem wel eens 'n minder prettigen middag beleven.

Na zijn spel op Mardi Gras stond de verkiezing

van J. Halle als spil vrijwel vast. Halle is een spil

die destructief wellicht de mindere is van Massy,

maar wiens opbouwend spel dat van den Roermondenaar

verre overtreft Van Heel legde voor de

zooveelste maal beslag op den links­halfplaats. Ook

deze speler vormt een klasse op zichzelf. Van Dolder,

wien men na 4 Nov. en 2 Dec. toch nog een kans

wilde geven, verhuisde voor de variatie na de rechtshalfplaats,

zoodat hij nu alle plaatsen in de middenlinie

heeft bezet. De N.A.C.'er Kools kwam hierdoor

te vervallen. Ontegenzeglijk wint Van Dolder het

Van Kools in snelheid, hetgeen vooral tegen de

Belgische linkerwing, Diddens­Moeschal van belang

kan zijn.

En dan, als altijd weer de voorhoede! Al jaren

en jaren bezorgt deze linie de T.C. het meeste

hoofdbrekens. Hoe men de spelers ook wendt en

keert, er zijn te weinig uitblinkers en te veel gelijkwaardigen.

Bakhuis, hoewel niet doortastend genoeg,

wenschte men nog een keer als middenvoor te handhaven.

Het in Milaan vertoonde spel billijkt deze

herkansing, om eens een Belgische uitdrukking te

gebruiken. De nog zeer jeugdige Van Nellen uit

D.H.C, krijgt ook een tweede kans met voorbijgaan

van Weber en Van Gelder. W. Tap komt weer eens

op de rechts­binnennlaats, waar hij al meer heeft

gespeeld.Wij hadden hem gaarne nu eindelijk eens op

i\jn plaats gezien, d.i. linksbuiten, aber es hat nicht

sollen sein. Tot slot bevat de voorhoede twee debutanten:

Barendrecht en Gerritsen. De Feyenoorder

combineert goed, heeft een goed schot, maar toch,

in ons oog haoert er iets aan. Wij vinden hem wat

langzaam in zijn bewegingen, of. ... zit 'm dat in de

lengte? Wij hopen er èn voor onze ploeg, èn voor

Barendrecht zelf, het beste van en zullen het gaarne

erkennen, als op 17 en 24 Maart a.s. mocht blijken,

dat we ongelijk hebben gehad. En Gerritsen? Den

ex­Blauw­Witter,thans Gooier.hebben we dit seizoen

aan het werk gezien in den wedstrijd H.V.V.—'t Gooi.

Hij scoorde daar binnen enkele minuten een keurig

doelpunt, maar liep ons te veel van de buitenplaats

af. Weet hij in de komende wedstrijden beter zijn

plaats te houden, jlan hebben we in hem een enthousiast,

hard werker.

Summa Summaruml Een elftal met een sterke

verdediging en een voorhoede, die tot goede dingen

in staat is, als ... de spelers nog weten, hoe een

voetbal er uitziet. JAN VAN ZANT

DIT

is het Merk der goede Films

- 2Ö

TVAAlf

Het middel en de kwaal

„Wat is Coué­isme?"

„Wel, stel je voor, dat je je ziek voelt..

dan zeg je tegen jezelf: „Ik voel me

goed — ik voel me goed! — en zoo

voort!"

„En zoo voort? Hoe lang moet je dat

dan wel zeggen?"

„O, tot je er ziek van wordt!"

Geen heer

„Zeg," zei mevrouw tegen het dienstmeisje,

„wie was die heer, die daarnet

binnenkwam?"

„Dat was geen heer, mevrouw," antwoordde

het meisje, „het was uw man!"

Eenvoudig

„Zijn Dick en Luus gelukkig in hun

huwelijk?"

„Ik geloof het wel, ze gelooven tenminste

eikaars leugentjes over en weer \"

Het was hem niet goed genoeg

O.W.­er (in boekwinkel): „Ik wilde

graag wat klassieken hebben."

Bediende: „Vondel, Shakespeare, Milton,

Hooft, Huygens ..."

O.W.­er: „Heeft u niet wat beters?"

Het wijste deel

Dokter (voor de operatie): „Negen

van de tien patiënten sterven onder de

behandeling. Kan ik misschien nog iets

voor u doen ?"

Patiënt: „Ja, mijn hoed en mijn jas

geven!"

Prettig

Patiënt (in een krankzinnigengesticht):

„Wij mogen u veel liever dan uw voorganger,

dokter!"

Nieuwe dokter (gevleid): „Zoo? En

waarom ?"

Patiënt: „U is meer een van de onzen !"

Stijibloempje

... En terwijl de graaf zich verraderlijk

voorover boog, drukte hij een kus

op de verontwaardigde wangen van het

meisje in de vestiaire..."

Waaraan zij het zag

„U zult uw man zeker wel missen,

niet, juffrouw Binks, nu hij dood is?"

Juffrouw Binks (die een kruidenierswinkel

heeft): „Ja, mijnheer. Het is zoo

gek, geld in de toonbankla te vinden!"

Het middel

„Stop! Om 's hemels wil, stop!"

schreeuwde de regisseur en gehoorzaam

hielden de camera's op te klikken.

De regisseur liep naar den speler tóe.

„Je gezichtsuitdrukking is hopeloos,"

bromde hij. „Kijk nu eens, alsof je werkelijk

verontwaardigd was!"

„Ik heb verontwaardigd gekeken!"

antwoordde de acteur kribbig. „Niemand

zou het beter kunnen doen!"

„Goed! Als \je er dan maar aan denken

wilt, dat je salaris van heden af

met vijfhonderd gulden per week is verlaagd

I" zei de regisseur zich omdraaiend

en weggaand. Maar bijna op hetzelfde

oogenblik wendde hij zich weer om en

zei: „Juist, hou die uitdrukking nou

vast..."

En de camera's klikten opnieuw I

VAM

„Wat heeft dat meisje een eigen

aardig aan.trekkeli.jken buk," dacht hij.

„Wat jammer, dat ze niet getrouwd is

en tot de genoodigden behoort, inplaats

van typiste te zijn; het is beroerd — en

lastig!"

Maar die korte blik had hem verward

en zijn belangstelling was vervlogen.

Hij kon zich niet meer opwerken

tot het gewenschte enthousiasme

voor Lao en begon werktuiglijk te

praten over de kamers, die zij bewoonde,

de ligging en geriefelijkheid —

terwijl zijn diepe, grijze oogen dingen

zagen niet in woorden uit te drukken.

Toen de veriooning afgeloopen was en

allen opstonden, zocht hij verstrooiing

bij een veelbelovende jonge dame van

drie en twintig, een verre nicht van

het huis, die op andere tijden stellig

niet in aanmerking zou zijn gekomen!

Maar Gerard's aandoening was niet op

zijn gelaat te lezen en Katharina Bush

ging in 'n vrij gedrukte stemming slapen.

Zij begreep volkomen, dat het doel

nog verre was en de weg om het te

bereiken zeer, zeer lang en dat zij al

haar verstand noodig zou hebben om

de week, die volgde, zonder moeilijkheden

door te komen.

Niemand was onachtzaam of onbeleefd

tegen haar geweest, maar natuurlijk

had niemand zich de moeite gegeven

om met haar te praten. Zij was maar

de secretaresse en werd juist zoo be­

"handeld, als zij haar eigene behandelen

zou, wanneer zij er een bezat. Het zou

zeer onvoorzichtig wezen een d ■ ge­

'genoodigden tot zich te trekken. De

vriendelijkheid en tevredenheid van haar

meesteres waren voor haar van meer

belang dan de voldoening van haar

ijdelheid.

Mijnheer Strobridge echter was een

DE PRIJSNOTEERING

De oude heer (vertellend van de bruidsschatten,

die zijn dochters meekrijgen): „Marie, die vijf en

twintig Is, krijgt vijftruizend gulden mee als ze

trouwt; Luus, die dertig is, krijgt tienduizend

gulden mee en Willy, die vijf en dertig is, krijgt

twintigduizend gulden."

De jonge man: „U heeft geen dochter van een

jaar of vijftig?"

jnsti

KATMADINA busri

der voornaamste stukken in haar spel

en hem zou ze zien zoo lang zij in dienst

bleef bij Lady Garribardine. Er was dus

geen haast — ze kon wachten.

Maar het nam toch niet weg, dat zij

haar lectuur „De Zeven Lampen der

Architectuur" zonder die gloeiende belangstelling

en dat onme.e.ijke zelfvertrouwen

voortzette, welke haar gewoonlijk

het hoofd zoo hoog deden dragen.

HOOFDSTUK XIV.

Den volgenden morgen — Kerstmorgen

— het Lady Garribardine aan

Katharina zeggen, dat ze met de twee

oudste kinderen door het park naar

de kerk wandelen kon, en dat ze moest

gaan zitten in de voorste bank tegenover

die in stee'n gehouwen rijk gezegende

familie, achter het koor, rechts.

Miss Bush kon vanaf dit plaatsje de

heele familie door een deur in het

EEN HUWELIJK IN DE TOONEELWERELD

In Londen werd. zooals in de dagbladen werd gemeld,

het huwelijk tusschen Mej. Nel Slans en den

heer A.J Kleijkamp voltrokken. Wij hopen, dat ons

tooneel daardoor deze begaafde aclrice niet zal behoeven

te verliezen.

Foto Godfried de Groot

koor later binnen zien komen. De lange

bank was er geheel mee gevuld en nog

enkelen kwamen in de bank terecht,

waar zij en de kinderen zaten. Het

toeval wilde, dat Gerard Strobridge bij

het gebed naast haar knielde.

Nabijheid is een zonderling ding en

wanneer er voor conversatie absoluut

geen gelegenheid bestaat, kan nabijheid

soms een buitengewoon grooten invloed

uitoefenen. Gerard Strobridge was zich

met iederen polsslag van de nabijheid

van Katharina Bush bewust. Hij ge

voelde, dat er een magnetische stroom

van haar uitging, die hem allerzonderlingst

prikkelde. Hij beschouwde haar

regelmatig profiel. Haar zeer bleeke

tint en haar breede, roode lippen trokken

hem ontzaglijk aan.

­ 29

Ze keek geen oogenblik naar hem

en hield zich alsof ze niets bemerkte

van hetgeen er in hem omging.

„Ik zou wel eens willen weten waaraan

zij denkt. Ik heb nooit een meer

sphinxachtig gelaat aanschouwd. Ze kan

goed of duivels slecht zijn, hartstochtelijk

of afschuwelijk koud. Ze kan

wreed zijn als hét graf en hard als

diamant. Het is een vrouw, waar een

man voor eigen veiligheid wijzer deed

maar liever niet mee in kennis te

komen."

Maar dergelijke overwegingen konden

nooit Adam's zonen er van terughouden

met het voorwerp daarvan kennis te

maken.

Toen ze dan ook buiten kwamen en

Katharina op instructies wachtte aangaande

de kinderen, kwam mijnheer

Strobridge naar haar toe.

„Gelukkige Kerstmis, Miss Bush,"

zei hij.

„Wandelt u terug door het park ?

Hier, Teddy. Ik ga met je mee."

„Wij gaan mee met groo.mama in

den auto," riepen bekle kinderen

tegelijk, terwijl Ka.harina zijn groet beantwoordde

en zij draafden naar Lady

Garribardine. Katharina begaf zich dus

alleen op weg, terwijl de overigen bij

de poort een beetje rond treuzelden

en er over delibereerden of ze te voet

zouden gaan of wel rijden.

Nadat ze een poosje gewandeld had.

haalde mijnheer Strobridge haar in.

„Waarom zoo haastig, Miss Bush ?"

vroeg hij. Wenschte u liever geen ge

zelschap in uw eenzaamheid ?"

„Daar heb ik zelfs niet aan gedacht,"

antwoordde zij eenvoudig.

„Ik wel. — Ik wilde met u meegaan.

Ik heb u in de kerk aandachtig gade

geslagen. Ik geloof, dat u weer in

droomland vertoefde. Nu is het een

geschikte gelegenheid om ons gesprek

daarover te vervolgen."

„Ik geloof niet, dat wij het begon

nen zijn."

„Nu, dan zullen wij hel beginnen."

„Waar moeten wij aanvangen ?"

„U begint met mij te vertellen waar

het uwe ligt — in het hart of in heit

hoofd?"

„Een dergelijk gesprek heeft geen zin.'

ZOO HEEK Z()(» . . . VROUW

Haar man (aan den anderen kant der telefoon)

„Ik heb het verschrikkelijk druk, lieve. Ik kan pas

heel laat thuis komen !''

Zij: „Kan Ik daar va­t van opaan?"


Er kwam een guitig licht in haar

oogen en een liclue trilling om haar

mondhoeken.

„Dit moet ik beoordeelen."

„Hoe zoor Tel ik niet mee?"

i „Ü, stellig — daarom juist wil ik

hooren van uw droomland.''

„Het is een plaats waar ik alleen

word toegelaten.''

„Ho­e o..gezellig. — U kijkt onvriendelijk."

„Dat ben ik."

„Ha zoo. Ik geef mijn poging op.

Dat is waar ook. Ik ben nog met in

de gelegenheid geweest u te oeaanken

voor de welwillendheid waarmede u die

vervelende zaken over die onzinnige

weldadigheid in orde hebt gebracut.

Tante was er zeer over voldaan."

„Dat doet mij genoegen."

Hij richt.e het nootd op en keek

voor zich uit. Omlaag in het dal en

verder omhoog naar het huis in de

verte.

,,Is het niet wondcr­prachtig ? Wanneer

ik teiugkom uit de keric verlus.ig

ik mij steeds in die sta.ige Engelsche

landhuizen."

Katharina's oogen volgden de zijnen

naar het afhellende, onregelmatige met

' roo.de pannen gedekte huis, waaruit de

blauwe rook recht omhoog steeg naar

den helderen winterhemel.

„Ik had er nooit een gezien te voren,"

zei ze.

U kunt dus begrijpen welk een indruk

het op mij moet maken, die steeds

in zoo'n geheel andere omgeving leefde.

Ik kende aheen Hampton Court, maar

al die menschen daar en het feit, dat

het een museum is, verflauwde den

indrtk."

„Dit niet, wel ?"

„Natuurlijk r.iet. Ik vind alles hier

even verrukkelijk: De ruimte en dat

het niet open s.aat voor het publiek.

Het behoort geheel en al toe aan

Mevrouw de gravin. Zij kan, wanneer

zij wil, de poorten slui.en. Dat moet

een zalig gevoel zijn."

„Zonderling meisje! U wilt dus liever

niets deden r Ik heb reeds dit betreurenswaardig,

zelfzuchtig gevoel in

u bemerkt met be'.rekkir.g tot uw droomland.

Wanneer het kon, zoudt u ook

de arme duivels uit uw park weren !"

„Over het algemeen — ja."

„Nu, ik zou gaarne een uitzondering

maken op dien regel. Wanneer ik b.v.

eens op een namiddag naar het oude

schoolvertrek kom en u verzoek om

wnt met mij te praten, zult u mij dan

wegsturen ?"

..Het hangt er vanaf wat u met mij

MIJN PIEPA

bespreken wilt. Wanneer het over een

onderwerp is, waarin u alleen behagen

schept, — ja; wanneer het echter ook

in mijn smaak valt, dan zou ik u wel

toestaan een poosje te blijven."

„Welke onderwerpen zouden in uw

smaak vallen ?"

„Ik zou b.v. heel gaarne alles hooren

over de schilderijen in het huis. Ziet u,

voor ik hier kwam bij Lady Garribardine,

had ik nooit met iemand gesproken,

die iets wist van kunst."

„Dan zullen wij over kunst spreken.

Het huis is vol belangrijke dingen, sommige

zijn zeer oud."

Gedurende de wandeling deed hij ~nu

verder zijn best de onbeduidende secretaresse

zijner tan'e aangenaam bezig te

houden. Beiden genoten hiervan. Toen

ze het plantsoen bereikten, sloeg Katharina

het pad in dat naar den kleinen

• rozentuin leidde waar zich een trap

bevond, die naar het schoolvertrek

voerde.

„Natuurlijk was ik vergeten, dat u

ook een voordeur geheel voor u zelve

bezit."

„Ja, onze wegen scheiden zich hier.

Goeden morgen mijnheer Strobridge."

„Wilt u mij niet een hand geven ?"

„Neen, het is geheel onnoodig.

„Au revoir dan. Vanavond dans ik

met u. Ik heb in geen tien jaar gedanst."

„Dan zal het waarschijnlijk niet al

te best gaan. Denk er aan, ik kom van

Bindon's Green, waar wij de nieuwste

dansen leeren. Ik danste nooit met een

slecht danseur."

„Al die nieuwe ken ik niet."

„Dan vrees ik, dat u te oud en te

ouderwetsch is voor mijn smaak." Met

een rustig glimlachje trad zij toe op

de ijzeren poort, die toegang verleende

tot den rozen'uin.

Gerard Srobridge vervolgde lachend

zijn weg. Waardoor gevoelde hij zich

tot dit meisje aangetrokken ? Hij was

een persoon, die zich ten zeerste bewust

was van zijn waarde. Nooit had

hij een liaison gehad met een vrouw

beneden zijn stand, zelfs niet in zijn

Oxford­dagen. Het was in strijd met

zijn begrippen, te flinen. met de secretaresse

van zijn . tan e! Maar het

wezentje was zoo gevoelig en zoo verstandig.

Daardoor veranderde de heele

zaak — er kon toch geen kwaad in

schuilen om met haar over schilderijen

en beeldhouwkunst, of over een paar

dichters te praten! Maar hij voelde zich

toch verplicht zichzelf in acht. te nemen

en geen pogingen .ian te wenden om

haar te ontmoeten voor zij beneden

vrouw schor

vanmorgen

I

­ 30

Het gevolg

van midden

In den nacht

thuiskomen

kwam om thee te schenken. Hij maakte

weer druk het hof aan La o en wist

behendig ook hierbij een climax te voorkomen.

Het verschafte hem een cynisch

genoegen.

Katharina droeg de japon, die veel

op die zijner vrouw geleek. Ze zag er

bijzonder gedistingeerd in uit en veel

gezonder en aantrekkelijker.

Haar houding was ook bewonderenswaardig.

Zij toonde noch die al te

groote onderdanigheid, noch de lastige

prikkelbaarheid aan deze kwasi deftige

menschen meestal eigen. Zij zou hebben

kunnen doorgaan voor een Lady Clara

Vere de Vere in haar kalme waardigheid

en haar totaal gemis aan zelfoverschatting.

Klaarblijkelijk dacht ze volstrekt niet

aan zichzelf, noch vroeg zich af of er

notitie van haar genomen werd, en of

ze beleefd of onbeleefd werd behan

deld. Ze was zoo kalm, van zichzelf

verzekerd en schonk even deftig thee

en lette even goed op hetgeen de

menschen noodig hadden als zijn tante.

Terwijl hij haar gadesloeg, kwam het

Gerard inderdaad voor, dat zij den prijs

zou hebben weggedragen, wanneer hij

uit de' hier verzamelden de meest vol

maakte vrouw had moeten uitkiezen.

VERZUIM NIET

in het volgende no. van ons

blad de interessante rubriek

Beroemde

misdaden

te lezen

Een onzer beste historici

heeft ons een serie spannende

verhalen toegezegd

waarin hij, zoowel geschied

kundig als zielkundig, de

misdaden, die in de geschie*

denis bekend zijn, behandelt

is zij dan

zoo laat

thuisgekomen?

Verschijnt slechts één heer! UitHnippen!

EERSTVOLGENDE

TREKKING 15 Maart a.s.

INSCHRIJVING

op de In geheel Nederland wettig geoorloofde

uoor 1905 uitgegeven Premieloten Groep A

Panama­Kanaal­Staatsloten van 1888

Holl. 15 Gld. Premie­loten van 1904

5 pCt. Nederl. Leening van 1925

Jaarl. 10 trekkingen, o.a. met volgende prijzen:

I Hoofdprijs è f 120.000 = f 120.000

I „ ­ 72.000 = - 72.000

I „ - 60.000 - - 60.000

I „ „ - 48.000 = • 48.000

I „ „ ­ 36.000 ­ ­ 36.000

I „ „ ­ 30.000 = ­ 30.000

6 Prijzen „ • 4.800 = ­ 28.800

6 „ • 1.200 ­ • 7.200

36 „ „ ­ 480 = ­ 14.400

60 „ „ ­ 240 = ­ 14.400

240 „ „ ­ 120 ­ ­ 28.800

492 „ „ - 48 = - 23.616

1200 „ „ - 36 - 43.200

2400 „ „ ­ 24 = ­ 57.600

7560 „ „ ­ 15 = ­ il3.400

12000 Prijzen met totaal .... f 697.416

uitbetaling direct na iedere trekking irj contanten.

in het geheel geen nieten! Elk lot een prijs!

Maandelijksche storting voor deze Gmep

Geheele loten slechts f 3.—.

Trekkingslijsten franco­gratis na ledere trekking

Uitvoerig Prospectus Gratis*Franco

wordt op aanvraag direct toegezonden door dj|

N.V. Hollanüsctie Credlet­ en Obllgatlebank

Maatschappelijk Kapitaal f500.000.—. Koninkl.goedgek. 1911

Amsterdam ­ Telefoon 24410 ­ P.C. Hooftstr. 165

liËSTELBRIEF, — Afknippen en opzenden aan de

Hollandsche Crediet­ en Obligatiebank, A'dam. Pottboi 57/

Ondergeteekende bestelt hiermede op C. & T.

De origineels Obligation Groep A.

tegen maandelijksche storting van f 3.—, welke

in postzeg­els*), zilverbons*), per postwissel*)

kunnen worden voldaan en verzoekt omgaande

toezending van de origineele Nummers, daar

hij reeds aan de aanstaande trekking van

15 Maart wenscht deel te nemen.

Verzoeke toezending van Prospectus gratis franco

*) Hel niet gew. doorhalen. — Adres duidelijk schrijven

Naam

Woonplaats

Straat

Provincie

is het zuivere moderne zeeppoeder dat uw wasetv

goed niet slechts brandhelder maakt doch waar

door het tevens zoo lang mogelijk meegaat. Houdt dit in gedachte

w*u\t Uw waschgoed kost veel meer dan zeep.

! ZEEPPOEDER 1* SOORT

- 31 -

■■n^n^nn^n^n

Een mooi teint in

10 dagen.

Radox heeft iedere schoonheidsbehandeling

omvergegooid. Oudcrwetsche methodes

berustten op crèmes en zalfjes, die slechts

de huidopeningen verstopten en de huid

belemmerden behoorlijk uit te wasemen.

De moderne wetenschap echter zegt, dat de gezondheid der huid

afhangt van de vet­ en zweetkliertjes, welke diep in de onderhuid

liggen.

.De opzienbarende nieuwe Radox behandeling dringt regelrecht door tot

deze belangrijke kliertjes, voorziet ze van geneeskrachtige zuurstof en

verwijdertde onzuiverheden, die afgescheiden moeten worden. Een nieuwe

natuurlijke schoonheid is spoedig het gevolg ; puistjes, vetwormpjes en

andere ontsieringen verdwijnen, en de huid wordt zuiver, zacht en

geurig.

Een Jeugdig Voorkomen zonder Schoonheidamiddelen. De behandeling

is even gemakkelijk als doeltreffend. Zorgt voor eer. pakje Radox in

de badkamer en voegt steeds een weinig bij Uw waschwater.

De zuurstof die vrijkomt door de Radox, dringt regelrecht in de kliertjes,

— welke hun jeugd herkrijgen, en de huid zacht en soepel maken.

Alle ontsierijjgen verdwijnen binnen enkele dagen als bij tooverslag.

Om Rimpelt te Verwijderen. Voeg een theelepel Radox in een kop

gefiltreerde zure melk, en pas dit middel eiken dag toe. Dit mengsel

zal de huid verfrisschen, en de rimpels verwijderen.

Om Vetwormpje» te Verwijderen. Voeg een theelepel Radox in een

kop heet water, en bet hiermede gedurende eenige minuten de aangetaste

plek. Droog het gezicht af en de vetwormpjes zullen verdwenen

zijn

LEEST WAT ANDEREN ZEGGEN:

„Ik moet V even schrijven over de wonderbaarlijke uitwerking welke

Radox op mijn huid gehad heeft. Na het eenige keeren gebruikt

ti hebben, verdwenen alle vlekken en roojies, terwijl de huid zuiver

en gezond werd en heerlijk welriekend"'.

Ij Jan. 1Q2Ü. Mevr. /ƒ. Q.

Radox is heerlijk geparfumeerd en is verkrijgbaar bij alle apothekers en

drogisten fi .a.s per pak. Een pak is toereikend voor verscheidene weken.

Import: Rowntree Handelsmij., Keizersgr. 124, Amsterdam

Vert. Ned.-Indië: fa. J. van Gorkom & Co. Diocia en hare filialen

THEATERAGENTUUR B. H. IBE LINGS

Spui 84a - Den Haas - Tel. 16982

B**t


h 3 M) J)

Alade wm..terweerin Hol.Und tornt


E "=«=ï

1

g

Ê Ê

O! OÏJS KOU!

WOORDEN EN MUZIEK VAN ANTOINETTE VAN DIJK

«—É tf ^ 3 it=* 3 5 gj^g

3 m

/x mt

HHB

• gl"' J J *$

We^telk kind wdthew^butte wachten, '"jeweetm keureen iuadAl5jé>

^ ^

P^ ¥ m

^"Refrein,

0

ï#


i

ï ü

* * *

g=3É

Jj JpH'jjjWNOrcT r r i F r J| J J J ^ Hv yv\tl$

)ocptapjtra&t,Z\naom WAmXewr.den,d\tmxu­inde maat WfctiSni'ri newskauLUkti5.ie raod,tf, Ö.' In m'n vin^er.fop.pen'v'ri&ztfMhaJM

3

I ft m

fj r r /' hj T


p T ^

^

"^e^

fl

0

PPÜ|

S

ܧ

ü^

EÜ/tUj

i CJ£j

jyj'pjf roJgnJlpn^ r HJ J IJ J IJagCpr J l J3Ë ^

dawl 0, 0.'Enik bib.ber enbWa.ber en bib.ber itiwdarc Za?. zoo zoo „zoo. Zoo nu> inliet o ver hoer/

MS

i s

5 i ï

Ï ï g

^W

PP ff

m

-Z Z 7 7

r p Tj. r rr

r y

m& - » ^

p^

1) Den neus wrijven. 2) De vingertoppen warm blazen. 3) De armen over elkaar slaan om warm te worden (in de maat).

Als je dan op school komt in de klas,

En de kachel heeft geen zin om te snorren

En de meester en de juffrouw doen hun best

En ze staan maar steeds te poken en te porren,

En iedereen kijkt kwaad

En weet van kou geen raad,

Zing dan voor de les begint maar in de maat:

Refrein:

Als je thuis komt is 't weer 't zelfde lied:

Want je broertje zegt z'n teenen zijn bevroren.

En je zusje laat 'r winterhanden zien

En je tante kreeg een sneeuwbal in 'r ooren.

En Pa komt van 't kantoor

En niest aan één stuk door

Zing jij dan maar dit liedje aan hen voor:

Refrein:

\m

Maar er is nu eenmaal niets meer aan te doen,

Als je in zoo'n land als Holland bent geboren.

Ieder Hollandsch kind is 's winters al gewend

Aan koue voeten, 'n snuffelneus en rooie

Maar kijk niet zwart m'n kind, [ooren!

Als je 't niet prettig vindt,

Wees geen koukleum eri zing flink in weer en

[wind:

Refrein:

GEEN INDISCHE VERLOFGANGER KAN BUITEN EEN

„HIS MASTER'S VOICE" GRAMOPHONE.

HET WARE TROPEN­INSTRUMENT r

ENORME KEUZE VAN DE NIEUWSTE MODELLEN, BIJ:

N.V. WILLEM SPRENGER'S GRAMQPHQNE­HANDEL

PASSAGE 46, L. v. MEERDERVOORT 60a en 453, DEN HAAG

STEEDS HET NIEUWSTE I STEEDS HET BESTE f

GEGARANDEERD ZEEWAARDIG EMBALLEEREN

Redactie en Administratie: Galgewater 22, Leiden. Tel. 760 Verschijnt wekelyks ­ Prijs per kwartaal f 1.05

f

More magazines by this user
Similar magazines